
<?xml version="1.0"?>
<feed xmlns="http://www.w3.org/2005/Atom" xml:lang="nl">
	<id>https://wiki.chemika.be/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=Ann-sofieV</id>
	<title>Chemika Examenwiki - Gebruikersbijdragen [nl]</title>
	<link rel="self" type="application/atom+xml" href="https://wiki.chemika.be/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=Ann-sofieV"/>
	<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Speciaal:Bijdragen/Ann-sofieV"/>
	<updated>2026-07-28T06:10:29Z</updated>
	<subtitle>Gebruikersbijdragen</subtitle>
	<generator>MediaWiki 1.43.0</generator>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Chemical_Metallurgy&amp;diff=1549</id>
		<title>Chemical Metallurgy</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Chemical_Metallurgy&amp;diff=1549"/>
		<updated>2019-01-26T15:19:42Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Ann-sofieV: /* Vakinformatie */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Machemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Het vak werd voor het eerst gegeven in 2019 door Koen Binnemans. Hij stelde op voorhand een lijst met examenvragen ter beschikking. &lt;br /&gt;
Mondeling examen met schriftelijke voorbereiding.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie:Machemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2019 - namiddag===&lt;br /&gt;
# What is the purpose of crushing, grinding and milling operations in mineral processing? Why are not all ores milled to a very fine particle size?&lt;br /&gt;
# For what applications can ammoniacal leaching offer an advantage in comparison to leaching with strong acids? What are advantages and disadvantages of ammoniacal leaching?&lt;br /&gt;
# What is the phase continuity in a mixer-settler? How can the phase continuity be controlled? How can you determine the type of phase continuity? What factors influence the choice of one phase continuity over the other in a solvent extraction process?&lt;br /&gt;
# How can deionised water be prepared by using ion-exchange resins?&lt;br /&gt;
# (a) What are the basic steps of the PUREX process? (b) What’s the methodology to separate uranium and plutonium from each other?&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Ann-sofieV</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Chemical_Metallurgy&amp;diff=1548</id>
		<title>Chemical Metallurgy</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Chemical_Metallurgy&amp;diff=1548"/>
		<updated>2019-01-26T15:18:38Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Ann-sofieV: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Machemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie:Machemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2019 - namiddag===&lt;br /&gt;
# What is the purpose of crushing, grinding and milling operations in mineral processing? Why are not all ores milled to a very fine particle size?&lt;br /&gt;
# For what applications can ammoniacal leaching offer an advantage in comparison to leaching with strong acids? What are advantages and disadvantages of ammoniacal leaching?&lt;br /&gt;
# What is the phase continuity in a mixer-settler? How can the phase continuity be controlled? How can you determine the type of phase continuity? What factors influence the choice of one phase continuity over the other in a solvent extraction process?&lt;br /&gt;
# How can deionised water be prepared by using ion-exchange resins?&lt;br /&gt;
# (a) What are the basic steps of the PUREX process? (b) What’s the methodology to separate uranium and plutonium from each other?&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Ann-sofieV</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Chemical_Metallurgy&amp;diff=1547</id>
		<title>Chemical Metallurgy</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Chemical_Metallurgy&amp;diff=1547"/>
		<updated>2019-01-26T15:12:08Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Ann-sofieV: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Machemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie:Machemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2019 - namiddag===&lt;br /&gt;
# What is the purpose of crushing, grinding and milling operations in mineral processing? Why are not all ores milled to a very fine particle size?&lt;br /&gt;
# For what applications can ammoniacal leaching offer an advantage in comparison to leaching with strong acids? What are advantages and disadvantages of ammoniacal leaching?&lt;br /&gt;
# What is the phase continuity in a mixer-settler? How can the phase continuity be controlled? How can you determine the type of phase continuity? What factors influence the choice of one phase continuity over the other in a solvent extraction process?&lt;br /&gt;
# How can deionised water be prepared by using ion-exchange resins?&lt;br /&gt;
# (a) What are the basic steps of the PUREX process? (b) What’s the methodology to separate uranium and plutonium from each other?&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Ann-sofieV</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Chemical_Metallurgy&amp;diff=1546</id>
		<title>Chemical Metallurgy</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Chemical_Metallurgy&amp;diff=1546"/>
		<updated>2019-01-26T15:11:45Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Ann-sofieV: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Machemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie:Machemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2019 - namiddag===&lt;br /&gt;
# 1) What is the purpose of crushing, grinding and milling operations in mineral processing? Why are not all ores milled to a very fine particle size?&lt;br /&gt;
# 2) For what applications can ammoniacal leaching offer an advantage in comparison to leaching with strong acids? What are advantages and disadvantages of ammoniacal leaching?&lt;br /&gt;
# 3) What is the phase continuity in a mixer-settler? How can the phase continuity be controlled? How can you determine the type of phase continuity? What factors influence the choice of one phase continuity over the other in a solvent extraction process?&lt;br /&gt;
# 4) How can deionised water be prepared by using ion-exchange resins?&lt;br /&gt;
# 5) (a) What are the basic steps of the PUREX process? (b) What’s the methodology to separate uranium and plutonium from each other?&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Ann-sofieV</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Spectroscopische_Meettechnieken&amp;diff=560</id>
		<title>Spectroscopische Meettechnieken</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Spectroscopische_Meettechnieken&amp;diff=560"/>
		<updated>2017-07-23T07:33:24Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Ann-sofieV: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Hall0,&lt;br /&gt;
het vak sectrosocpische mettchen1eken is een ware belevenis. Professor Vander Auweraer is op zijn zachtst gezegd een fenomeen. Het moet gezegd worden, de lessen zijn niet bijster interessant en de cursus laat hier en daar wel eens te wensen over maar het is een zeer warm persoon. Spelling (of spleling in het Van Der Auweraers) is niet zijn sterkte punt. Het examen is openboek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij dit openboekexamen helpt een inhoudsopgave wel, vermits deze niet door Prof Vander Auweraer zelf voorzien is, hebben we er zelf eentje gemaakt. De pagina&#039;s van Hoofdstuk 6 moeten je wel nog zelf nummeren van 1 tot 38 en hoofdstuk 8 van 101 tot 143 dan klopt normaal gezien alles (tenzij de cursus aangepast wordt).[[Bestand:Inhoudsopgave_spectroscopische_meettechnieken_2014.pdfâ€Ž]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
Zie examen 17 juni 2015&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
# vraag 1 18 juni 2014&lt;br /&gt;
# vraag 2 18 juni 2014&lt;br /&gt;
# vraag 4 18 juni 2014&lt;br /&gt;
# vraag 5 18 juni 2014&lt;br /&gt;
# Aggregatie van niet-chirale chromoforen kan aanleiding geven tot circulair dicroïsme. Verwacht u een rotatiesterkte verschillend van nul voor pakking a en/of b?&lt;br /&gt;
(tekeningen van pakking a (=achiraal) en b (=chiraal))&lt;br /&gt;
- Pakking a: in zelfde vlak, onderlinge hoek = alfa = 120°, tèta is hoek met de as die beide centra verbind en alfa +2tèta=180°&lt;br /&gt;
- Pakking b: in 2 vlakken loodrecht op de as die hun verbind (tèta = 90°) en alfa =120°&lt;br /&gt;
Argumenteer zowel met de uitdrukking voor rotatiesterkte als op basis van eventuele chiraliteit v.d. gevormde aggregaten (zijn deze chiraal?)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2016 ===&lt;br /&gt;
[[Media:Voorbeeld.ogg]]&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2016 ===&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
# H2 spectrum met invallende golflengte gegeven en ook nog 4 golflengtes van ramanrotatielijnen. Bereken r.&lt;br /&gt;
# Fe2O2 vraag  (zie lager)&lt;br /&gt;
# Al+ vraag van op wiki van wat er met de laagste overgang gebeurt in een magneetveld&lt;br /&gt;
#Uitvoeren met deeltje in de doos: &lt;br /&gt;
Een allylradicaal waar je de energie van een dubbel bezet pi orbitaal in grondtoestand en die van een enkelbezette moest geven. &lt;br /&gt;
Bepaal ook de transitiedipool als de bindingslengte = 0,14 nm en de dubbele binding een hoek van 30 graden maakt met de richting van het molecule.&lt;br /&gt;
Bijvraag: is deze overgang mogelijk?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# nulpuntsenergie, bindingsenergie, afstand tussen 2 atomen, temperatuur (en miss nog andere dingen) gegeven. Gevraagd:&lt;br /&gt;
#* Wat zijn de vibratiefrequentie (cm-1), krachtconstante, en de anharmonisiteitsconstante?&lt;br /&gt;
#* Hoeveel vibratieniveaus zitten in de put?&lt;br /&gt;
#* Bereken de rotatieconstante.&lt;br /&gt;
#* Bereken zo nauwkeurig mogelijk de eerste 3 rotatieniveaus.&lt;br /&gt;
#* Hoe ziet het fluorescentiespectrum eruit?&lt;br /&gt;
# Geef het ESR spectrum van het butadieen radicaal anion. Dit radicaal heeft 4 equivalente protonen met een hyperfijnconstante van 14,3 gauss en twee equivalente protonen met een hyperfijnconstante van 2,8 gauss. Wat is de spindichtheid op elk van de koolstofatomen? Komt dit overeen met wat je verwacht van Huckel Moleculaire Orbitalen?&lt;br /&gt;
# Welke overgangen zijn mogelijk van het Ca+ -ion vanuit zijn elektronische stabielste toestand? Bereken de opsplitsing van de laagste aangeslagen elektronische toestand in een veld van 5T. (opgelet: juiste g parameter berekenen want delta S niet gelijk aan 0)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# Het absorptiespectrum van een CdSe kwantum dot (kubus met ribbe 2 nm) heeft een maximum bij 460 nm met een extinctiecoÃ«fficiÃ«nt van 49000 cm&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-1&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt; in een midden met een brekingsindex n = 7. De breedte van de absorptieband bedraagt 400 cm&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-1&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;. NB: U mag stellen dat Îµ&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;r&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; = n&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt; en Îµ = Îµ&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;r&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;Îµ&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;0&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;.&lt;br /&gt;
#* Bereken de oscillatorsterkte.&lt;br /&gt;
#* Bereken de coÃ«fficiÃ«nt voor spontane emissie bij 485 nm.&lt;br /&gt;
#* Bereken het transitiedipool. (a, b &amp;amp;amp; c max 1 blz.)&lt;br /&gt;
#* Gebruik het deeltje in de doos om de verschuiving te berekenen van de absorptieband voor de overgang tussen de valentieband en de conductieband (waarvan u mag aannemen dat de overgang van het hoogste niveau van de VB naar het laagste niveau van de CB is) ten opzichte van een CdSe kristal met oneindige dimensies. Gebruik als effectieve massa voor de elektronen en gaten respectievelijk 0.13m&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;e&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; en 0.45m&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;e&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;.&lt;br /&gt;
#* Bijvraag: Is deze overgang op basis van de gegevens voor Îµ, f en Âµ* toegelaten?&lt;br /&gt;
# Het rotatiespectrum van &amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;1&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;H&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;35&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;Cl vertoont opeenvolgende lijnen bij de volgende golfgetallen: 83.32, 104.13, 124.73, 145.37, 165.89, 186.23, 206.60, 226.86 cm&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-1&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;. Bereken het traagheidsmoment en de bindingslengte. Voorspel de ligging van deze lijnen voor &amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;H&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;35&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;Cl (dit volstaat voor de eerste twee lijnen).&lt;br /&gt;
# Acetyleen: vibraties gegeven. Welke vibraties zijn IR actief? En welke Raman actief? Hoeveel normale vibratiemodes zijn er mogelijk? (1/2 Ã  1 blz.)&lt;br /&gt;
#* Bijvraag: Er zijn 5 vibraties getekend, terwijl 3N-5 = 7. Hoe is dit mogelijk?&lt;br /&gt;
# Wat gebeurt er voor waterstof met de overgang van &amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;D&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;3/2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; naar &amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;F&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;5/2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; in een magneetveld? (1 Ã  2 blz.)&lt;br /&gt;
#* Bijvraag: Welke techniek kun je gebruiken om de overgangen te bestuderen die enkel verschillen in m&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;j&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2014 ===&lt;br /&gt;
# Het absorptiespectrum van een verbinding heeft een maximum bij 485 nm terwijl het maximum van het emissiespectrum bij 505 nm ligt. De EinsteincoÃ«fficient voor spontane emissie bedraagt 3,2 10&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;8&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt; s&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-1&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;. Bepaal het transitiedipool en de maximale extinctiecoÃ«fficient wanneer de breedte bij halve hoogte van de absorptieband 760 cm&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-1&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt; bedraagt. U mag de absorptieband beschouwen als een gelijkbenige driehoek.(maximum 2 blz)&lt;br /&gt;
# De golflengte van de invallende straling in een Ramanspectrometer is 488,1 nm. Wat is het golfgetal van de eerste lijn van de Stokescomponent van het rotatie Ramanspectrum van 16O&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;? De bindingslengte bedraagt 0,121 nm.&lt;br /&gt;
# Voor CHCl3 vinden we voor de CH-stretching vibratie een intense band bij 3019 cm&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-1&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt; en progressief zwakkere banden bij 5900, 8700 en 13315 cm&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-1&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;. Bepaal de bindings- en dissociatie energie.&lt;br /&gt;
# Geef het ESR spectrum van het butadieen radicaal anion. Dit radicaal heeft 4 equivalente protonen met een hyperfijnconstante van 7,6 gauss en twee equivalente protonen met een hyperfijnconstante van 2,8 gauss. Wat is de spindichtheid op elk van de koolstofatomen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 juni 2014 ===&lt;br /&gt;
[[Bestand:Examen spectro 18 06 2014.pdf]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 10 juni 2014 ===&lt;br /&gt;
# Het absorptiespectrum van het monomethine thiacyanine MTHIATS heeft een maximum bij 440 nm (structuur gegeven maar eigenlijk niet nodig). De maximale extinctiecoÃ«fficiÃ«nt en de breedte bij halve hoogte van de absorptieband bedragen respectievelijk 8.0x10&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt; lmol&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-1&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;cm&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-1&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt; en 1500 cm&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-1&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;. Bepaal het transitiedipool en de EinsteincoÃ«fficiÃ«nt voor spontane emissie (maximum en gemiddelde van het emissiespectrum bij 22000 cm&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-1&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;). U mag de absorptieband beschouwen als een gelijkbenige driehoek.&lt;br /&gt;
# Bereken N&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;j&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;/N&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;0&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; voor &amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;1&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;H&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;19&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;F molecule voor J=0, J=5 en J=10 bij 298K. De bindingsafstand is 0.92Ã… en de vibratie constante = 966Nm&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-1&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
#* Voor welke waarde van J is  N&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;j&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;/N&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;0&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; maximaal?&lt;br /&gt;
#* Wat is de energie van de J=5 â†’ J=6 overgang?&lt;br /&gt;
# Het NO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;+&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt; ion bezit twee ontaarde IR-absorptiebanden bij 540 cm&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-1&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt; en een (niet-ontaarde) IR-absorptieband bij 2360 cm&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-1&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;. Daarnaast heeft het een Ramanband (deze overgang wordt niet in het IR-spectrum waargenomen) bij 1400 cm&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-1&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;. &lt;br /&gt;
#* Verklaar dit spectrum en leg een verband met de moleculaire structuur van NO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;+&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;.&lt;br /&gt;
#* Verder wordt nog een weinig intense IR-absorptielijn waargenomen bij 3735 cm&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-1&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;. Waaraan is deze te wijten?&lt;br /&gt;
# Hoe wordt de energie van een 2p-elektron van waterstof opgesplitst in een magneetveld B&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;0&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;? Bekijk alle mogelijke toestanden.&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;&amp;amp;lt;I&amp;amp;gt;OPGEPAST:Bereken de juiste LandÃ© splitting factor (G&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;e&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;)!! &amp;amp;lt;/I&amp;amp;gt;&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Wat is de magnetisatie van Na kernen in 1ml van een 1*10&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-3&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;M oplossing Na&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;+&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt; ionen in een veld van 9 Tesla bij 298 Kelv1n (I= 3/2 voor Na) &lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;&amp;amp;lt;I&amp;amp;gt;OPGEPAST: dit is iets met een reeksontwikkeling zei hij op het examen...&amp;amp;lt;/I&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2013 Groep 1===&lt;br /&gt;
# nulpuntsenergie, bindingsenergie, afstand tussen 2 atomen, temperatuur (en miss nog andere dingen) gegeven. Gevraagd:&lt;br /&gt;
#* krachtconstante, vibratiefrequentie en anharmoniciteitsconstante&lt;br /&gt;
#* aantal vibratieniveaus&lt;br /&gt;
#* rotatieconstante&lt;br /&gt;
#* energie van eerste 3 rotatieniveaus&lt;br /&gt;
#* mogelijk fluorescentiespectrum&lt;br /&gt;
# iets ivm EPR van radicaal&lt;br /&gt;
#* spindichtheid op koolstofatomen berekenen&lt;br /&gt;
#* teken spectrum&lt;br /&gt;
#* vergelijken met resultaten van Huckel MO&lt;br /&gt;
# Ca+ =&amp;amp;gt; geeft grondtoestand en mogelijke transities hieruit en geef opsplitsing in energie van laagst energetische aangeslagen toestand in een veld van 5 Tesla.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2013 Groep 2===&lt;br /&gt;
#Bij het elektronisch-vibratie absorptiespectrum de ....overgang van BeO vindt men onderstaande bandoorsprongen voor de verschillende vibratie-rotatiebanden.&lt;br /&gt;
#*Bepaal de beste waarden voor Ï–e en Ï‡e voor de ... en ...toestand.&lt;br /&gt;
#*Bepaal de bindingsenergieÃ«n( zie examen 7 september 2011 vraag 5)&lt;br /&gt;
#hoe ziet het EPR spectrum van CD3Â° er uit?(I voor D=1). Als je weet dat de hyperfijnconstante voor CH3Â°=....G, wat is dan de hyperfijnconstante van CD3Â°?&lt;br /&gt;
#Bereken welk rotatieniveau van CH4 maximaal bezet zal zijn bij 25Â°C, B=.... let op, de ontaarding is hier nu (2J+1)Â² i.pv. (2J+1).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 juni 2012 Groep 1===&lt;br /&gt;
# Het absorptiespectrum van het monomethine thiacyanine MTHIATS heeft een maximum bij 440 nm (structuur gegeven maar eigenlijk niet nodig). De maximale extinctiecoÃ«fficiÃ«nt en de breedte bij halve hoogte van de absorptieband bedragen respectievelijk 8.0x10&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt; lmol&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-1&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;cm&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-1&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt; en 1500 cm&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-1&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;. Bepaal het transitiedipool en de EinsteincoÃ«fficiÃ«nt voor spontane emissie (maximum en gemiddelde van het emissiespectrum bij 22000 cm&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-1&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;). U mag de absorptieband beschouwen als een gelijkbenige driehoek.&lt;br /&gt;
# Voor welke waarde van J is N&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;J&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;/N&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;0&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; maximaal voor het &amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;1&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;H&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;19&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;F molecule bij 298K. De bindingslengte bedraagt 0.92Ã…. Wat is de exacte energie van de J=5â†’J=6 overgang? De vibratiekrachtconstante is 966 Nm&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-1&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;.&lt;br /&gt;
# Het NO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;+&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt; ion bezit twee ontaarde IR-absorptiebanden bij 540 cm&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-1&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt; en een (niet-ontaarde) IR-absorptieband bij 2360 cm&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-1&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;. Daarnaast heeft het een Ramanband (deze overgang wordt niet in het IR-spectrum waargenomen) bij 1400 cm&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-1&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;. &lt;br /&gt;
#* Verklaar dit spectrum en leg een verband met de moleculaire structuur van NO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;+&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;.&lt;br /&gt;
#* Verder wordt nog een weinig intense IR-absorptielijn waargenomen bij 3735 cm&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-1&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;. Waaraan is deze te wijten?&lt;br /&gt;
# Hoe wordt de energie van een 2p-elektron van waterstof opgesplitst in een magneetveld B&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;0&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;? Bekijk alle mogelijke toestanden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2012===&lt;br /&gt;
# Wat is de magnetisatie van 1ml van een oplossing van &amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;H met als concentratie 10&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-3&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;M in een veld van 9T en bij 298K. (I = 1)&lt;br /&gt;
# De traagheidsmomenten van het lineaire HgBr&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; zijn zeer groot dus de O en S takken van de vibrationele Raman spectra tonen weinig rotationele structuur. Berekenen de bindingslengte als je weet dat J correspondeerd met de maximale intensiteit. Afstand tussen de maxima van de O en S takken is 15,2 cm&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-1&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;.&lt;br /&gt;
# Een transitie van groot belang in zuurstofgas geeft aanleiding tot de &#039;Schumann-Runge band&#039; in UV. De golfgetallen van de transities van de grondtoestand naar vibrationele niveaus van de eerst aangeslagen toestand zijn gegeven. Bereken de dissociatie-energie van de hoogste liggend elektronisch niveau. Dezelfde aangeslagen toestand dissocieert naar een O atoom met 1 grondtoestand en 1 aangeslagen atoom met een energie van 190 kJ/mol boven de grondtoestand. Bereken hieruit de dissociatie-energie van de grondtoestand van zuurstofgas.&lt;br /&gt;
# Yb&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;3+&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt; heeft een 2F configuratie. Welke toestand zullen door spinorbitaalkoppeling bekomen worden? Deze met de hoogste J-waarde ligt het laagst in energie. Bereken kwantitatief de invloed van een magneetveld met sterkte B(0). Is de oscillatorstekte groot voor de eerste aangeslagen toestand? (golflengte gegeven).&lt;br /&gt;
#* Bijvraag: met welke techniek zouden we het verschil tussen de energieniveau&#039;s kunnen meten?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 juni 2011 - groep 2===&lt;br /&gt;
# Het absorptiespectrum van CdSe kwantum dot heeft een maximum bij 460 nm met een molaire extinctiecoÃ«fficiÃ«nt van 49000 cm&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-1&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt; M&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-1&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt; in een midden met een brekingsindex gelijk aan 7. De breedte van de absorptieband bedraagt 400 cm&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-1&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;.&lt;br /&gt;
#* Bereken de oscillatorsterkte.&lt;br /&gt;
#* Bereken de EinsteincoÃ«fficiÃ«nt voor spontane emissie voor de emissie bij 485 nm.&lt;br /&gt;
#*Bereken het transitiedipool.&lt;br /&gt;
# Gegeven: enkele pieken van het rotatiespectrum van HCl. Bereken het traagheidsmoment en de bindingslengte. Voorspel de eerste twee pieken van gedeutereerd HCl.&lt;br /&gt;
# Welk van de onderstaande vibraties van de acetyleen zijn IR-actief? Welk zijn Ramanactief? Hoeveel normale vibratiewijzen zijn hier mogelijk?&lt;br /&gt;
# Wat gebeurt voor waterstof met de overgang van &amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;D&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;3/2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; naar &amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;F&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;5/2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; in een magneetveld?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 juni 2011 - groep 1===&lt;br /&gt;
#Het rotatiespectrum van H2 (te beschouwen als starre rotator) bekomen door instralen met een laser bij 488 nm, bestaat uit een reeks lijnen bij 496.6 nm, 502.42 nm, 508.21 nm en 513.96 nm. Wat is de bindingsafstand?&lt;br /&gt;
#Het proteÃ¯ne hemo-erytrine staat in voor het zuurstoftransport in sommige ongewervelden. Elk proteÃ¯ne molecule heeft twee Fe&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;2+&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt; ionen die samenwerken om Ã©Ã©n molecule O&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; te binden. De Fe&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;O&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; groep van het gexoygeneerde hemo-erytrine is roodgekleurd en heeft een elektronische absorptie bij 500 nm. Het resonantie Raman-spectrum van het geoxygeneerde hemo-erytrine, bekomen met laser-excitatie bij 488 nm heeft een band bij 508.96 nm die toegeschreven wordt aan de O-O stretching van gebonden &amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;16&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;O&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;.&lt;br /&gt;
#*Welk voordeel biedt resonantie Raman spectroscopie t.o.v. infrarood absorptie-spectroscopie om de binding van O&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; aan hemo-erytrine te bestuderen?&lt;br /&gt;
#*Naar welke golfgetal verschuift deze band in het Raman spectrum als &amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;16&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;O&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; door &amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;18&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;O&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; vervangen wordt?&lt;br /&gt;
#*De fundamentele vibratie golfgetallen van de O-O stretching mode van O&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;, O&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt; (superoxide anion) en O&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;2-&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt; (peroxide anion) zijn respectievelijk 1555, 1107 and 878 cm&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-1&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;. Verklaar deze trend in het licht van de elektronische structuur van O&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;, O&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt; and O&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;2-&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;. &lt;br /&gt;
#*Welke van de volgende species Fe&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;2+&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;O&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;; Fe2+Fe3+O2- of Fe23+O22- beschrijft het best de Fe2O2 hemo-erytrine, rekening met de resonantie Ramanband bij 844 cm-1 en de data in vraag c? Verklaar uw antwoord.&lt;br /&gt;
#*Het resonantiespectrum van hemo-erytrine met &amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;16&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;O&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;18&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;O heeft 2 banden die kunnen toegeschreven worden aan de O-O stretching mode van gebondenzuurstof. Met welk van de structuren die u hieronder ziet is dit compatibel en waarom? Het is mogelijk dat meer dan Ã©Ã©n structuur mogelijk is. [[Media:Fe2O2complex.JPG]]&lt;br /&gt;
#Welke nulde orde golffuncties vindt u voor de kernspin van de CH&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;F groep van benzylfluoride? Welk type NMR-spectrum geeft deze groep?&lt;br /&gt;
#Wat gebeurt voor Al&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;+&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt; met de laagste toegelaten elektronische overgang in een magneetveld met sterkte B?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2011===&lt;br /&gt;
# Twee He atomen (4 a.u.) vormen een complex bij 1 mK. Onderlinge afstand is 2,97 Ã…. De nulpuntsenergie bedraagt 2,0 *10-26 J, de bindingsenergie is 1,51 *10-23 J.&lt;br /&gt;
#* Wat zijn de vibratiefrequentie (cm-1), krachtconstante, en de anharmonisiteitsconstante?&lt;br /&gt;
#* Hoeveel vibratieniveaus zitten in de put?&lt;br /&gt;
#* Bereken de rotatieconstante.&lt;br /&gt;
#* Bereken zo nauwkeurig mogelijk de eerste 3 rotatieniveaus.&lt;br /&gt;
#* Hoe ziet het fluorescentiespectrum eruit?&lt;br /&gt;
#19F NMR spectrum van ClF3 was gegeven. Het spectum moest besproken worden en de structuur van ClF3 hieruit vinden.&lt;br /&gt;
# Welke overgangen zijn mogelijk van het Ca+ -ion vanuit zijn elektronische stabielste toestand? Bereken de opsplitsing van de laagste aangeslagen elektronische toestand in een veld van 5T.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2010===&lt;br /&gt;
#In a classic study of the application of NMR to the measurement of rotational barriers in molecules. P.M. Nair and J.D. Roberts (j. Am. Chem. Soc. 79, 4565 (1957)) obtained the 40 MHz 19F-NMR spectrum of F2BrCCBrC12. Their spectra are reproduced below. At 193 K. the spectrum shows five resonance peaks. Peaks I and III are separated by 160 Hz, as are IV and V. The ratio of the integrated intensities of peak II to peaks I, III, IV, and V is approximately 10 to 1. At 273 K. the five peaks have. collapsed into one. Explain the spectrum and its change with temperature. At what rate of inter conversion will the spectrum collapse to a single line? Calculate the rotational energy barrier between the rotational isomers on the assumption that it is related to the rate of interconversion between the isomers. &lt;br /&gt;
#*[[Bestand:Spectro_2010_1.jpg]] &lt;br /&gt;
#De traagheidsmomenten van het lineaire HgBr2 zijn zeer groot dus de O en S takken van de vibrationele Raman spectra tonen weinig rotationele structuur. Berekenen de bindingslengte als je weet dat J correspondeerd met de maximale intensiteit. Afstand tussen O en S takken is 15,2 cm-1&lt;br /&gt;
#Een transitie van groot belang in zuurstofgas geeft aanleiding tot de &#039;Schumann-Runge band&#039; in UV. De golfgetallen van de transities van de grondtoestand naar vibrationele niveaus van de eerst aangeslagen toestand zijn gegeven. Bereken de dissociatie-energie van de hoogste liggend elektronisch niveau. Dezelfde aangeslagen toestand dissocieert naar een O atoom met 1 grondtoestand en 1 aangeslagen atoom met een energie van 190 kJ/mol boven de grondtoestand. Bereken hieruit de dissociatie-energie van de grondtoestand van zuurstofgas.&lt;br /&gt;
#Yb3+ heeft een 2F configuratie. Welke toestand zullen door spinorbitaalkoppeling bekomen worden. Deze met de hoogste J-waarde ligt het laagst in energie. Bereken kwantitatief de invloed van een magneetveld met sterkte 1 Tesla. Is de oscillatorstekte groot voor de eerste aangeslagen toestand. (golflengte gegeven) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2009===&lt;br /&gt;
#Het rotatiespectrum van H2 (te beschouwen als starre rotator) bekomen door instralen met een laser bij 488 nm, bestaat uit een reeks lijnen bij 496.6 nm, 502.42 nm, 508.21 nm en 513.96 nm. Wat is de bindingsafstand? (1 blz)&lt;br /&gt;
#Het proteÃ¯ne hemo-erytrine staat in voor het zuurstoftransport in sommige ongewervelden. Elk proteÃ¯ne molecule heeft twee Fe2+ ionen die samenwerken om Ã©Ã©n molecule O2 te binden. De Fe202 groep van het gexoygeneerde hemo-erytrine is roodgekleurd en heeft een elektronische absorptie bij 500 nm. Het resonantie Raman-spectrum van het geoxygeneerde hemo-erytrine, bekomen met laser-excitatie bij 488 nm heeft een band bij 508.96 nm die toegeschreven wordt aan de O-O stretching van gebonden 1602.&lt;br /&gt;
#*Welk voordeel biedt resonantie Raman spectroscopie t.o.v. infrarood absorptie-spectroscopie om de binding van O2 aan hemo-erytrine te bestuderen?&lt;br /&gt;
#*Naar welke golfgetal verschuift deze band in het Raman spectrum als 1602 door 1802 vervangen wordt?&lt;br /&gt;
#*De fundamentele vibratie golfgetallen van de O-O stretching mode van O2, 02 - (superoxide anion, and O2 2- (peroxide anion) zijn respectievelijk 1555, 1107 and 878 cm-1. Verklaar deze trend in het licht van de elektronische structuur van O2, 02 - and O2 2-. &lt;br /&gt;
#*Welke van de volgende species Fe22+O2; Fe2+Fe3+02- of Fe23+022- beschrijft het best de Fe2O2 hemo-erytrine, rekening met de resonantie Ramanband bij 844 cm-1 en de data in vraag c? Verklaar uw antwoord.&lt;br /&gt;
#*Het resonantiespectrum van hemo-erytrine met 16O18O heeft 2 banden die kunnen toegeschreven worden aan de O-O stretching mode van gebondenzuurstof. Met welk van de structuren die u hieronder ziet is dit compatibel en waarom? Het is mogelijk dat meer dan Ã©Ã©n structuur mogelijk is. [[Media:Fe2O2complex.JPG]]&lt;br /&gt;
#Voor een continu opgenomen NMR spectrum (geen Fourriettransform NMR) stelt men cast dat bij toename van B1 de intensiteit van een lijn bij het maximum toeneemt en daarna opnieuw afneemt. Hoe kun je dit verklaren (je mag dit zowel op kwalitatieve als op meer kwantitatieve wijze doen)?.&lt;br /&gt;
#Wat gebeurt voor Al+ met de laagste toegelaten overgang in een magneetveld met sterkte B? Werk kwantitatief uit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2009===&lt;br /&gt;
====Groep 1====&lt;br /&gt;
# Twee He atomen (4 a.u.) vormen een complex bij 1 mK. Onderlinge afstand is 2,97 Ã…. De nulpuntsenergie bedraagt 2,0 *10-26 J, de bindingsenergie is 1,51 *10-23 J.&lt;br /&gt;
#* Wat zijn de vibratiefrequentie (cm-1), krachtconstante, en de anharmonisiteitsconstante?&lt;br /&gt;
#* Hoeveel vibratieniveaus zitten in de put?&lt;br /&gt;
#* Bereken de rotatieconstante.&lt;br /&gt;
#* Bereken zo nauwkeurig mogelijk de eerste 3 rotatieniveaus.&lt;br /&gt;
#* Hoe ziet het fluorescentiespectrum eruit?&lt;br /&gt;
# De longitudinale relaxatietijd van benzeen (Ï„c = 10-10 s) neemt toe wanneer de temperatuur toeneemt terwijl dat van een oligonucleotide een groot molecule (Ï„c = 10-6 s) afneemt. Ï„c neemt toe naarmate de temperatuur stijgt. Wat gebeurt er met de transversale relaxatietijd van de beide moleculen wanneer de temperatuur stijgt?&lt;br /&gt;
# Welke overgangen zijn mogelijk van het Ca+ -ion vanuit zijn elektronische stabielste toestand? Bereken de opsplitsing van de laagste aangeslagen elektronische toestand in een veld van 5T.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Groep 2====&lt;br /&gt;
# Het absorptiespectrum van CdSe kwantum dot heeft een maximum bij 460 nm met een molaire extinctiecoÃ«fficiÃ«nt van 49000 cm^-1 M^-1 in een midden met een brekingsindex gelijk aan 7. De breedte van de absorptieband bedraagt 400 cm^-1.&lt;br /&gt;
#* Bereken de oscillatorsterkte.&lt;br /&gt;
#* Bereken de EinsteincoÃ«fficiÃ«nt voor spontane emissie voor de emissie bij 485 nm.&lt;br /&gt;
#*Bereken het transitiedipool.&lt;br /&gt;
# De golflengte van het ingestraalde licht bedraagt 488 nm in een Raman spectrometer. Wat is de golflengte van de eerste lijn van de Stokescomponent van het rotatie Ramanspectrum van 14N2? De bindingslengte bedraagt 0.109 nm&lt;br /&gt;
# Welk van de onderstaande vibraties van de acetyleen zijn IR-actief? Welk zijn Ramanactief? Hoeveel normale vibratiewijzen zijn hier mogelijk?&lt;br /&gt;
# Wat gebeurt voor waterstof met de overgang van 2D3/2 naar 2F5/2 in een magneetveld?&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Ann-sofieV</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=536</id>
		<title>Moleculaire Herkenning</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=536"/>
		<updated>2017-06-26T16:12:18Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Ann-sofieV: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verplicht vak voor chemie. Moleculaire herkenning wordt gedoceerd door 2 proffen. Mario smet en Wim &amp;amp;quot;sandalen&amp;amp;quot; Dehaen. 50% van de punten staan op het examen, de andere 50% staan op een paper. Op het examen worden mondelinge vragen gesteld over de paper. Bij prof. Smet zijn dit normaal enkel de vragen die hij geeft bij de feedback op de paper,&lt;br /&gt;
prof. Dehaen stelt vaak ook extra vragen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel de synthese op voor het Lehn&#039;s sferand (structuur gegeven) vanuit (derivaten van) diëthyleenglycolen.&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge-verdunningsvoorwaarden en hoe werkt dit?&lt;br /&gt;
#* Combineer. Gastheren: cyclisch guanidine, cucurbit[8]uril, 30-kroon-10. Gasten: arginine, N-acetyltryptofaan, 1,4-bis(aminoimidazoline)butaan. Solventen: Chloroform, methanol, water pH 2, 7 en 10. (structuren gegeven)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: een pyrrool gesubstitueerd met een alkeen met twee R-substituenten (willekeurig). Dit molecule interageert met een onbekende receptor. Welke interactie veronderstel je? Bepaal het teken van rho. Wat gebeurt er met de absolute waarde van rho wanneer je een R-substituent vervangt door een H-atoom.&lt;br /&gt;
#* Wat is transfectie en hoe kan supramoleculaire chemie hierbij helpen?&lt;br /&gt;
#* Twee verbindingen gegeven, elk met 3 waterstofbindingen (structuren uit slides deel supramoleculaire polymeren). Welke verbinding heeft de grootse associatieconstante en waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke factoren beinvloeden de effectieve molariteit&lt;br /&gt;
#* synthese van hexathia18-kroon-6 vanuit ethyleenglycol en bis(2hydroxyethyl)sulfide op een veilige manier en wat doen we om de opbrengst zo hoog mogelijk te houden&lt;br /&gt;
#* wat zijn ansa-verbindingen en hoe kunnen ze meer inzicht geven over de ruimtevulling van de groepen&lt;br /&gt;
#* een structuur gegeven met 2 NH2 groepen een kroonether en een R (fenyl). 4-aminobutaanzuur is beter oplosbaar dan glycine (2-aminoazijnzuur) en 6-aminohexaanzuur. Hoe komt dit, welke interacties. De oplosbaarheid stijgt wanneer we R vervangen door (4-NO2-fenyl). Verklaar.&lt;br /&gt;
#* er zijn twee isomeren bij de synthese van resorcinarenen. Welke zijn dit?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#SMET:&lt;br /&gt;
#* gegeven een amide: RR&#039;C=CH-CO-N(CH3)2 met onbekende receptor gaat interageren:&lt;br /&gt;
Welke interactie verwachten we, teken van reactieparameter, plus redeneer. Wat gebeurt er met de absolite waarde van de reactieparameter als we een van de R groepen vervangen door een H.&lt;br /&gt;
#* lipskin regel geven en wat is het belang tegenwoordig in farmaceutische industrie &lt;br /&gt;
#* Bij synthese van rotaxanen volgens iemand (Stoddart ofzo)(tetrakationisch complex) zal threading een hogere opbrengst geven dan clipping waarom?&lt;br /&gt;
Waarom dan niet altijd threading?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze twee benzeenringen zijn ook gedebutyleerd en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd.&lt;br /&gt;
#* Bespreek aan de hand van hun structuurelementen de functie van nonactine en valinomycine (structuur gegeven).&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gastheren met de juiste gasten en solventen. Gasten: Natriumion, p-diaminobenzeen, p-diaminobenzeen met beide stikstoffen tetragebutyleerd, benzoÃ«zuur. Gastheren: calix[4]areen, een groot dibenzokroonether, een resorcinareen verkregen na 24 uur reflux, alfa-cyclodextrine en een aromatisch diamide. Solventen: water (pH 3, 7, 10), MeOH &amp;amp;amp; DCM.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* 4-R-pyridine. Deze gast bindt enkel aan de gastheer indien de stikstof geprotoneerd is. Bepaal het teken van de Hammett-parameter rho. Op welke interactie zou de complexatie kunnen berusten?&lt;br /&gt;
#* Geef de twee methoden die gebruikt kunnen worden om de associatieconstante te schrijven in functie van deelassociatieconstanten. Beschrijf de fysische basis van het probleem dat hierbij optreedt.&lt;br /&gt;
#* Bespreek de moleculaire basis van plaquevorming zoals die optreedt bij bijvoorbeeld de ziekte van Alzheimer. Wat zijn de therapeutische mogelijkheden om dit tegen te gaan? Bijvraag: op welke secundaire structuren en soorten interacties berust de associatie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven [2.2.2]cryptand uitgaande van chlooracetamide. Het cryptand heeft stikstoffen als bruggenhoofden, 2 ketens met telkens 2 zuurstoffen en 1 keten met 2 zwavelatomen. En hoe kan je de macroyclisatie bevorderen?&lt;br /&gt;
#* Transport van donor naar acceptorlaag via een organisch membraan? hoe gaat dit het beste met pentaglyme of met een [2.2.2]cryptand. Verklaar.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Je hebt een gesubstitueerd chinoline (onbekende substituent). Dit chinoline complexeert enkel met een gastheer als de N niet geprotoneerd is. wat is het teken van de hammet-parameter Rho? welke interactie zal er zijn tussen de gast en de gastheer?&lt;br /&gt;
#* Geef de 4 belangrijkste entropieveranderingen bij complexatie en bespreek. Welke is verantwoordelijk voor preorganisatie? Leg uit.&lt;br /&gt;
#* Invloed ketenlengte benzokroonether op rendement van een catenaan met een tetrakationisch cyclofaan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven calix[4]hemisferand uitgaande van 2 gegeven fenolen. De receprot bestond uit een calix[4]areen met een hemisferand aangehecht op de 1- en 3-posities.&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van valinomycine en nonactine: bespreek de functie  en hoe de verschillende structuurelementen hiertoe bijdragen.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#**solventen: zuur, neutraal of basisch water, methanol, dicchloormethaan&lt;br /&gt;
#**gastheren: cyclodextrine, een grote benzokroonether, een calyxareen, stoel resorcinareen en een heteroaromatische receptor met amidefuncties.&lt;br /&gt;
#**gasten: natriumion, aromatisch diamine, aromatisch diammoniumzout, benzoÃ«zuur&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Op welke 2 manieren kunnen we de totale associatieconstante beschouwen als een product van deelassociatieconstanten? Wat is bij elk het grootste fysisch probleem? Welk van deze 2 methoden is, op praktische gronden, te verkiezen en waarom?&lt;br /&gt;
#* Gegeven een amide met een para-gesubstitueerde fenylgroep op de N en de carbonyl. Dit molecule gaat waterstofbindingen aan met zowel de zuurstof als de NH. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho voor het substituent op elke benzeenring?&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van een receptor bestaande uit een porfyrinering, gekoppeld aan een calixareen met ketens die veel heteroatomen bevatten. De bindingsconstanten van KI is hoog, die voor NaI en NaClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; tussenin (en ongeveer gelijk), die van KClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; laag. Verklaar waarom. (Deze structuur staat in de cursus ter hoogte van het deel over coÃ¶perativiteit).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2012 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge verdunningsvoorwaarden en geef 2 voorbeelden hoe men dit in de praktijk bewerkstelligt.&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende affiniteit voor het kaliumkation en motiveer: 18-kroon-6, 1,10-dithia-18-kroon-6, benzo-18-kroon-6, [2.2.2]cryptand, 15-kroon-5, 21-kroon-7.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Voor een bepaald hydrofoob (gedeelte van een) gastmolecule werd aangetoond dat het de hydrofobe holte van de gastheer maar voor 55% vult in stabielste toestand. Verklaar thermodynamisch waarom het kan dat deze gedeeltelijk gevulde toestand meer bevoordeeld wordt dan de volledig gevulde holte.&lt;br /&gt;
#* &lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn van belang bij het catenaan gevormd uit &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039;, &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; en &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;?&lt;br /&gt;
#** Wat zou het effect zijn op de bindingsconstante moest het catenaan gevormd worden rond &#039;&#039;&#039;4&#039;&#039;&#039; i.p.v. &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039; en waarom?&lt;br /&gt;
#** Beredeneer het teken van de Hammett parameter Ï van de catenatiereactie van &#039;&#039;&#039;5&#039;&#039;&#039; met het monogealkyleerd derivaat van &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039; (hiermee wordt bedoeld, de open-ketenvorm van &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; enkelvoudig gebonden aan &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;). Sterische effecten van R mogen verwaarloosd worden [[Bestand:CatenaanSmet.png]]&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers synthetiseerden bovenste verbinding als receptor voor de onderste (tekening is &#039;&#039;ongeveer&#039;&#039; juist). Belangrijke interacties hierbij zijn H-bruggen, maar ook de Ï€-Ï€-interacties tussen de eindstandige benzeenringen spelen een beduidende rol. Om aard en sterkte van deze Ï€-Ï€-interacties te onderzoeken synthetiseerde men een aantal derivaten van beide, en mat men het verschil in bindingssterkte voor verschillende substituenten op de benzeenringen. [[Bestand:receptorSmet.png]]&lt;br /&gt;
#** Welke complicatie valt te verwachten bij deze metingen, vanwege de verschillende substituenten op de derivaten?&lt;br /&gt;
#** Verklaar de waargenomen tendensen in de gemeten energiebijdragen, weergegeven in de tabel (deze waarden zijn gecorrigeerd voor de complicaties waarnaar gevraagd in eerste subvraag dus zijn &#039;&#039;juist&#039;&#039;).&lt;br /&gt;
[[Bestand:tabelSmet.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Klassieke vraag. Verbind de juiste gast met gastheer en solvent. Licht toe en zeg welke interacties plaatsvinden.&lt;br /&gt;
#* Wat is de CAC? Waarom is het belangrijk dat deze gemeten wordt en hoe wordt deze gemeten?&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: [[Bestand:MolHerExamenMario.jpg]]&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;Bepaal het teken van &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;X&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep X en &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;R&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep R. Waarom gaat bij zÃ©Ã©r elektronenzuigende groepen, bv. X=F&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, de meting van de complexatieconstante met nucleofiele deeltjes niet meer correct verlopen?&lt;br /&gt;
#* Mag men de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de aromatische ring en de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de gedeprotoneerde carbonzuurfunctie zomaar optellen? Verklaar.&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenMario2.jpg]]&lt;br /&gt;
#* De synthese van rotaxanen op vaste drager kan handig zijn. Onwaar/waar en verklaar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* geef de structuur van cyclotriveratryleen en de synthese vanuit veratrol. Waarom zijn asymmetrisch gesubstitueerde CTV&#039;s chiraal?&lt;br /&gt;
#* hoe kunnen we eigenschappen van een gegeven cyclofaan gebruiken om de grootte van de substituent op de ring te bepalen&lt;br /&gt;
#* geef de synthese van de macroring 15 kroon 5 maar ipv met zuurstoffen met (NH , O , NH, S, S) vanuit HSCH2CH2SH en H2NCH2CH2OCH2CH2NH2&lt;br /&gt;
#* welke gast past in welk solvent bij welke gastheer? gasten: (Fe3+, Yb3+, tetramethylammonium, benzoaat) solventen: (methanol, DCM, water met pH=3,7,10) gastheren:(een resorcinareen, een [4]-calixareen met een -O-CH2COOH op elke ring, een [6]-calixareen met op de ring aan de ene kant een SO3H aan de andere kant een staart met een hydroxyamide rest aan, een [6]-calixareen met daaraan een staart met aan het uiteinde een fenylureum staart&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* gegeven: een receptor met daarop 2 groepen die waterstofbruggen vormen met een HO- en een -CHO op drie verschillende liganden. Welke complex zal het stabielste zijn, en verklaar dit energetisch en entropisch (ligand 1 is een bifenyl, ligand 2 is een bifenyl met een huge (triethylmethyl-)substituent op een van de ringen en ligand 3 is gewoon een alifatische keten met die oh en cho aan de uiteinden)&lt;br /&gt;
#* wat is de dubbele mutantcyclus een geef een voorbeeld dat de voordelen duidelijk maakt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (ochtend) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Bespreek de synthese van volgend cavitand, vertrekkende van resorcinareen. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#* Wat is [2,2]paracyclofaan? Geef de syntheses en eigenschappen (UV-spectrum).&lt;br /&gt;
#* Bespreek het kinetisch en thermodynamisch templaateffect.&lt;br /&gt;
#* 5 Macroringen gegeven; rangschik naar toenemende effectieve molariteit. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven 1-amino-5-R-naftaleen (met R een onbepaalde substituent). In een complex vormt deze aminogroep een waterstofbrug. Onderzoek wijst uit dat de &amp;amp;quot;reactie&amp;amp;quot;-parameter sterk positief is. Welke soort R-substituenten bevoordeligen de reactie? (leg uit met Hammett-vergelijking en de substituent-parameter) Bekleedt de aminogroep een donor- of acceptorfunctie bij het vormen van deze waterstofbrug?&lt;br /&gt;
#* Waarom is het entropieverlies van complexvorming in oplossing doorgaans kleiner dan in gasfase?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Verklaar waarom de effectieve molariteit stijgt bij een macrocysliche 10-ring, wanneer&lt;br /&gt;
#** a) rigide groepen worden gebruikt&lt;br /&gt;
#** b) heteroatomen worden gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verschil tussen een clathraat en een vaste stof-inclusie complex.&lt;br /&gt;
#* Schrijf de synthese op van dit cavitand (structuur is gegeven) vertrekkende van rescoriol. De cavitand is gelijkend op die in de cursus staat, maar op de 2&#039; plaats heeft deze een COOH groep.&lt;br /&gt;
#* VÃ¶gth synthetiseerde vele cryptanden met substituenten X (structuur is gegeven). Hoe kon hij daarmee de grootte van de caviteit bepalen? &lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Je krijgt een complexatie van een gast en gastheer die via pi-pi interacties complexeert en net naast deze aromatische ringen een waterstofbrug vormt met een amide op de gast.&lt;br /&gt;
#** Men wil d.m.v. substituenteffecten op de aromatische ringen ph1 (= op gast) en ph2 (= op gastheer) de bijdrage voor deze pi-pi interactie meten. Welke complicatie verwacht je echter met deze methode, bij dit specifieke complex?&lt;br /&gt;
#** Verklaar in de tabel (tabel met horizontaal de para-ph1 substituenten en vertikaal de para-ph 2 substituenten) de verlopen van de incrementen. (De incrementen zijn aangepast aan de complicatie die je in het eerste puntje moet geven en zijn dus correct)&lt;br /&gt;
#** Bepaal ook het teken van de Hammett rho parameters.&lt;br /&gt;
#* Trage complexen.&lt;br /&gt;
#** Hoe kan je in een NMR spectrum zien of je te maken hebt met een traag complex&lt;br /&gt;
#** Wat is het voordeel van een extreem traag complex? Geef een relevant voorbeeld van hoe we er gebruik van kunnen maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* match de gasten en de gastheren met de juiste solventen. Gast: 1,4-benzochinon, naftaleen-1,5-dicarbonzuur en 4-butylfenol (&amp;amp;quot;voor mensen die niet goed zijn in naamgeving, zal ik de moleculen even op bord tekenen&amp;amp;quot;). Solvent: water (ph= 2, 6, 10), MeOH, CCl4. Gasten: alpha-cyclodextrine, diazo-18-kroon-6, 18-kroon-6, [2,2]cyclofaan en 2 grote cyclofanen die getekend staan. Geef ook alle niet-covalente reacties en licht uw keuze toe&lt;br /&gt;
#* Wat is CAC, waarom belangrijk en hoe gemeten&lt;br /&gt;
#* reactie van een [2,2,1]cryptand opgebouwd uit bi en triÃ«thyleenglycolderivaten&lt;br /&gt;
#* Membraantransport  van kationen met kroonethers en de voorwaarden waaraan dat kroonether moet voldoen&lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Het teken van rho (Hammet) bepalen uit een tabel met stabiliteitsconstanten met verschillende gevers en zuigers. De link vinden met het reactiemechanisme. Bijkomende vraag: wat gebeurt er met een sterke base en een sterke elektronzuiger. (ja wat onduidelijk als je het molecule niet ziet natuurlijk...)&lt;br /&gt;
#* Stelling: voor het gegeven molecule mag ik zomaar de deltaG optellen om de totale deltaG te berekenen.&lt;br /&gt;
#* Waarom kan het voordelig zijn om synthese van rotaxanen uit te voeren op een vaste fase&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke ionen passen in welke macroringen? (K+, Ag+, Eu3+, Li+ en nog een vieze grote molecule) De macrocyclische verbindingen zijn ook gegeven. Welk solvent pak je best? (H2O, H2O pH 10, MeOH of chloroform) Vermeld welke interacties plaatsvinden&lt;br /&gt;
#* bespreek de synthese van: -een calix[4]areen met twee nitraten, twee n-propyloxy&#039;s en een azakroonetheroverbrugging-&lt;br /&gt;
#* Wat is zijn zelfassemblage en zelforganisatie en illustreer met een voorbeeld&lt;br /&gt;
# MS:&lt;br /&gt;
#* Tabel horende bij compensatie-effect gegeven. Welke interacties? Bespreek de tendens in de tabel en ook het verschil in \Delta S tussen gasfase en oplossing.&lt;br /&gt;
#* tekening van een catenaan met een cyclofaan met nogal wat N in rond een benzokroonether gegeven. Deze verbinding toont met H-NMR slechts twee signalen (3,45 en 6,26 ppm of zo) voor de hydrochinon-waterstoffen. Reden? Bespreek ook de multipliciteit van de signalen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Waarom is ethyleendioxy zo&#039;n populaire eenheid in kroonetherchemie&lt;br /&gt;
#* Welke 2 groepen zijn belangrijk bij de complexatie van Fe bij de sideroforen&lt;br /&gt;
#* 3 gasten (Lithium, azide, tetramethylammonium), 5 solventen (MeOH, H2O( pH 2,6,10), CCl4), gastheren ([2.2.2]-cryptand, all-cis resorcinareen, cram&#039;s sferand, 18-kroon-6,...)&lt;br /&gt;
# M.S.:&lt;br /&gt;
#* Synthese van tetrakationisch cyclofaan&lt;br /&gt;
#* Vraagje over receptor die interageert met gast, welk teken heeft de hammett parameter rho.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Ann-sofieV</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=535</id>
		<title>Moleculaire Herkenning</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=535"/>
		<updated>2017-06-26T16:11:23Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Ann-sofieV: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verplicht vak voor chemie. Moleculaire herkenning wordt gedoceerd door 2 proffen. Mario smet en Wim &amp;amp;quot;sandalen&amp;amp;quot; Dehaen. 50% van de punten staan op het examen, de andere 50% staan op een paper. Op het examen worden mondelinge vragen gesteld over de paper. Bij prof. Smet zijn dit normaal enkel de vragen die hij geeft bij de feedback op de paper,&lt;br /&gt;
prof. Dehaen stelt vaak ook extra vragen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel de synthese op voor het Lehn&#039;s sferand (structuur gegeven) vanuit (derivaten van) diëthyleenglycolen.&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge-verdunningsvoorwaarden en hoe werkt dit?&lt;br /&gt;
#* Combineer. Gastheren: cyclisch guanidine, cucurbit[8]uril, 30-kroon-10. Gasten: arginine, N-acetyltryptofaan, 1,4-bis(aminoimidazoline)butaan. Solventen: Chloroform, methanol, water pH 2, 7 en 10. (structuren gegeven)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: een pyrrool gesubstitueerd met een alkeen met twee R-substituenten (willekeurig). Dit molecule interageert met een onbekende receptor. Welke interactie veronderstel je? Bepaal het teken van rho. Wat gebeurt er met de absolute waarde van rho wanneer je een R-substituent vervangt door een H-atoom.&lt;br /&gt;
#* Wat is transfectie en hoe kan supramoleculaire chemie hierbij helpen?&lt;br /&gt;
#* Twee verbindingen gegeven, elk met 3 waterstofbindingen (structuren uit slides deel supramoleculaire polymeren). Welke verbinding heeft de grootse associatieconstante en waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke factoren beinvloeden de molaire efficientie&lt;br /&gt;
#* synthese van hexathia18-kroon-6 vanuit ethyleenglycol en bis(2hydroxyethyl)sulfide op een veilige manier en wat doen we om de opbrengst zo hoog mogelijk te houden&lt;br /&gt;
#* wat zijn ansa-verbindingen en hoe kunnen ze meer inzicht geven over de ruimtevulling van de groepen&lt;br /&gt;
#* een structuur gegeven met 2 NH2 groepen een kroonether en een R (fenyl). 4-aminobutaanzuur is beter oplosbaar dan glycine (2-aminoazijnzuur) en 6-aminohexaanzuur. Hoe komt dit, welke interacties. De oplosbaarheid stijgt wanneer we R vervangen door (4-NO2-fenyl). Verklaar.&lt;br /&gt;
#* er zijn twee isomeren bij de synthese van resorcinarenen. Welke zijn dit?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#SMET:&lt;br /&gt;
#* gegeven een amide: RR&#039;C=CH-CO-N(CH3)2 met onbekende receptor gaat interageren:&lt;br /&gt;
Welke interactie verwachten we, teken van reactieparameter, plus redeneer. Wat gebeurt er met de absolite waarde van de reactieparameter als we een van de R groepen vervangen door een H.&lt;br /&gt;
#* lipskin regel geven en wat is het belang tegenwoordig in farmaceutische industrie &lt;br /&gt;
#* Bij synthese van rotaxanen volgens iemand (Stoddart ofzo)(tetrakationisch complex) zal threading een hogere opbrengst geven dan clipping waarom?&lt;br /&gt;
Waarom dan niet altijd threading?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze twee benzeenringen zijn ook gedebutyleerd en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd.&lt;br /&gt;
#* Bespreek aan de hand van hun structuurelementen de functie van nonactine en valinomycine (structuur gegeven).&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gastheren met de juiste gasten en solventen. Gasten: Natriumion, p-diaminobenzeen, p-diaminobenzeen met beide stikstoffen tetragebutyleerd, benzoÃ«zuur. Gastheren: calix[4]areen, een groot dibenzokroonether, een resorcinareen verkregen na 24 uur reflux, alfa-cyclodextrine en een aromatisch diamide. Solventen: water (pH 3, 7, 10), MeOH &amp;amp;amp; DCM.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* 4-R-pyridine. Deze gast bindt enkel aan de gastheer indien de stikstof geprotoneerd is. Bepaal het teken van de Hammett-parameter rho. Op welke interactie zou de complexatie kunnen berusten?&lt;br /&gt;
#* Geef de twee methoden die gebruikt kunnen worden om de associatieconstante te schrijven in functie van deelassociatieconstanten. Beschrijf de fysische basis van het probleem dat hierbij optreedt.&lt;br /&gt;
#* Bespreek de moleculaire basis van plaquevorming zoals die optreedt bij bijvoorbeeld de ziekte van Alzheimer. Wat zijn de therapeutische mogelijkheden om dit tegen te gaan? Bijvraag: op welke secundaire structuren en soorten interacties berust de associatie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven [2.2.2]cryptand uitgaande van chlooracetamide. Het cryptand heeft stikstoffen als bruggenhoofden, 2 ketens met telkens 2 zuurstoffen en 1 keten met 2 zwavelatomen. En hoe kan je de macroyclisatie bevorderen?&lt;br /&gt;
#* Transport van donor naar acceptorlaag via een organisch membraan? hoe gaat dit het beste met pentaglyme of met een [2.2.2]cryptand. Verklaar.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Je hebt een gesubstitueerd chinoline (onbekende substituent). Dit chinoline complexeert enkel met een gastheer als de N niet geprotoneerd is. wat is het teken van de hammet-parameter Rho? welke interactie zal er zijn tussen de gast en de gastheer?&lt;br /&gt;
#* Geef de 4 belangrijkste entropieveranderingen bij complexatie en bespreek. Welke is verantwoordelijk voor preorganisatie? Leg uit.&lt;br /&gt;
#* Invloed ketenlengte benzokroonether op rendement van een catenaan met een tetrakationisch cyclofaan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven calix[4]hemisferand uitgaande van 2 gegeven fenolen. De receprot bestond uit een calix[4]areen met een hemisferand aangehecht op de 1- en 3-posities.&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van valinomycine en nonactine: bespreek de functie  en hoe de verschillende structuurelementen hiertoe bijdragen.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#**solventen: zuur, neutraal of basisch water, methanol, dicchloormethaan&lt;br /&gt;
#**gastheren: cyclodextrine, een grote benzokroonether, een calyxareen, stoel resorcinareen en een heteroaromatische receptor met amidefuncties.&lt;br /&gt;
#**gasten: natriumion, aromatisch diamine, aromatisch diammoniumzout, benzoÃ«zuur&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Op welke 2 manieren kunnen we de totale associatieconstante beschouwen als een product van deelassociatieconstanten? Wat is bij elk het grootste fysisch probleem? Welk van deze 2 methoden is, op praktische gronden, te verkiezen en waarom?&lt;br /&gt;
#* Gegeven een amide met een para-gesubstitueerde fenylgroep op de N en de carbonyl. Dit molecule gaat waterstofbindingen aan met zowel de zuurstof als de NH. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho voor het substituent op elke benzeenring?&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van een receptor bestaande uit een porfyrinering, gekoppeld aan een calixareen met ketens die veel heteroatomen bevatten. De bindingsconstanten van KI is hoog, die voor NaI en NaClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; tussenin (en ongeveer gelijk), die van KClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; laag. Verklaar waarom. (Deze structuur staat in de cursus ter hoogte van het deel over coÃ¶perativiteit).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2012 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge verdunningsvoorwaarden en geef 2 voorbeelden hoe men dit in de praktijk bewerkstelligt.&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende affiniteit voor het kaliumkation en motiveer: 18-kroon-6, 1,10-dithia-18-kroon-6, benzo-18-kroon-6, [2.2.2]cryptand, 15-kroon-5, 21-kroon-7.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Voor een bepaald hydrofoob (gedeelte van een) gastmolecule werd aangetoond dat het de hydrofobe holte van de gastheer maar voor 55% vult in stabielste toestand. Verklaar thermodynamisch waarom het kan dat deze gedeeltelijk gevulde toestand meer bevoordeeld wordt dan de volledig gevulde holte.&lt;br /&gt;
#* &lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn van belang bij het catenaan gevormd uit &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039;, &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; en &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;?&lt;br /&gt;
#** Wat zou het effect zijn op de bindingsconstante moest het catenaan gevormd worden rond &#039;&#039;&#039;4&#039;&#039;&#039; i.p.v. &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039; en waarom?&lt;br /&gt;
#** Beredeneer het teken van de Hammett parameter Ï van de catenatiereactie van &#039;&#039;&#039;5&#039;&#039;&#039; met het monogealkyleerd derivaat van &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039; (hiermee wordt bedoeld, de open-ketenvorm van &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; enkelvoudig gebonden aan &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;). Sterische effecten van R mogen verwaarloosd worden [[Bestand:CatenaanSmet.png]]&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers synthetiseerden bovenste verbinding als receptor voor de onderste (tekening is &#039;&#039;ongeveer&#039;&#039; juist). Belangrijke interacties hierbij zijn H-bruggen, maar ook de Ï€-Ï€-interacties tussen de eindstandige benzeenringen spelen een beduidende rol. Om aard en sterkte van deze Ï€-Ï€-interacties te onderzoeken synthetiseerde men een aantal derivaten van beide, en mat men het verschil in bindingssterkte voor verschillende substituenten op de benzeenringen. [[Bestand:receptorSmet.png]]&lt;br /&gt;
#** Welke complicatie valt te verwachten bij deze metingen, vanwege de verschillende substituenten op de derivaten?&lt;br /&gt;
#** Verklaar de waargenomen tendensen in de gemeten energiebijdragen, weergegeven in de tabel (deze waarden zijn gecorrigeerd voor de complicaties waarnaar gevraagd in eerste subvraag dus zijn &#039;&#039;juist&#039;&#039;).&lt;br /&gt;
[[Bestand:tabelSmet.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Klassieke vraag. Verbind de juiste gast met gastheer en solvent. Licht toe en zeg welke interacties plaatsvinden.&lt;br /&gt;
#* Wat is de CAC? Waarom is het belangrijk dat deze gemeten wordt en hoe wordt deze gemeten?&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: [[Bestand:MolHerExamenMario.jpg]]&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;Bepaal het teken van &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;X&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep X en &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;R&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep R. Waarom gaat bij zÃ©Ã©r elektronenzuigende groepen, bv. X=F&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, de meting van de complexatieconstante met nucleofiele deeltjes niet meer correct verlopen?&lt;br /&gt;
#* Mag men de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de aromatische ring en de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de gedeprotoneerde carbonzuurfunctie zomaar optellen? Verklaar.&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenMario2.jpg]]&lt;br /&gt;
#* De synthese van rotaxanen op vaste drager kan handig zijn. Onwaar/waar en verklaar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* geef de structuur van cyclotriveratryleen en de synthese vanuit veratrol. Waarom zijn asymmetrisch gesubstitueerde CTV&#039;s chiraal?&lt;br /&gt;
#* hoe kunnen we eigenschappen van een gegeven cyclofaan gebruiken om de grootte van de substituent op de ring te bepalen&lt;br /&gt;
#* geef de synthese van de macroring 15 kroon 5 maar ipv met zuurstoffen met (NH , O , NH, S, S) vanuit HSCH2CH2SH en H2NCH2CH2OCH2CH2NH2&lt;br /&gt;
#* welke gast past in welk solvent bij welke gastheer? gasten: (Fe3+, Yb3+, tetramethylammonium, benzoaat) solventen: (methanol, DCM, water met pH=3,7,10) gastheren:(een resorcinareen, een [4]-calixareen met een -O-CH2COOH op elke ring, een [6]-calixareen met op de ring aan de ene kant een SO3H aan de andere kant een staart met een hydroxyamide rest aan, een [6]-calixareen met daaraan een staart met aan het uiteinde een fenylureum staart&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* gegeven: een receptor met daarop 2 groepen die waterstofbruggen vormen met een HO- en een -CHO op drie verschillende liganden. Welke complex zal het stabielste zijn, en verklaar dit energetisch en entropisch (ligand 1 is een bifenyl, ligand 2 is een bifenyl met een huge (triethylmethyl-)substituent op een van de ringen en ligand 3 is gewoon een alifatische keten met die oh en cho aan de uiteinden)&lt;br /&gt;
#* wat is de dubbele mutantcyclus een geef een voorbeeld dat de voordelen duidelijk maakt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (ochtend) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Bespreek de synthese van volgend cavitand, vertrekkende van resorcinareen. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#* Wat is [2,2]paracyclofaan? Geef de syntheses en eigenschappen (UV-spectrum).&lt;br /&gt;
#* Bespreek het kinetisch en thermodynamisch templaateffect.&lt;br /&gt;
#* 5 Macroringen gegeven; rangschik naar toenemende effectieve molariteit. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven 1-amino-5-R-naftaleen (met R een onbepaalde substituent). In een complex vormt deze aminogroep een waterstofbrug. Onderzoek wijst uit dat de &amp;amp;quot;reactie&amp;amp;quot;-parameter sterk positief is. Welke soort R-substituenten bevoordeligen de reactie? (leg uit met Hammett-vergelijking en de substituent-parameter) Bekleedt de aminogroep een donor- of acceptorfunctie bij het vormen van deze waterstofbrug?&lt;br /&gt;
#* Waarom is het entropieverlies van complexvorming in oplossing doorgaans kleiner dan in gasfase?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Verklaar waarom de effectieve molariteit stijgt bij een macrocysliche 10-ring, wanneer&lt;br /&gt;
#** a) rigide groepen worden gebruikt&lt;br /&gt;
#** b) heteroatomen worden gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verschil tussen een clathraat en een vaste stof-inclusie complex.&lt;br /&gt;
#* Schrijf de synthese op van dit cavitand (structuur is gegeven) vertrekkende van rescoriol. De cavitand is gelijkend op die in de cursus staat, maar op de 2&#039; plaats heeft deze een COOH groep.&lt;br /&gt;
#* VÃ¶gth synthetiseerde vele cryptanden met substituenten X (structuur is gegeven). Hoe kon hij daarmee de grootte van de caviteit bepalen? &lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Je krijgt een complexatie van een gast en gastheer die via pi-pi interacties complexeert en net naast deze aromatische ringen een waterstofbrug vormt met een amide op de gast.&lt;br /&gt;
#** Men wil d.m.v. substituenteffecten op de aromatische ringen ph1 (= op gast) en ph2 (= op gastheer) de bijdrage voor deze pi-pi interactie meten. Welke complicatie verwacht je echter met deze methode, bij dit specifieke complex?&lt;br /&gt;
#** Verklaar in de tabel (tabel met horizontaal de para-ph1 substituenten en vertikaal de para-ph 2 substituenten) de verlopen van de incrementen. (De incrementen zijn aangepast aan de complicatie die je in het eerste puntje moet geven en zijn dus correct)&lt;br /&gt;
#** Bepaal ook het teken van de Hammett rho parameters.&lt;br /&gt;
#* Trage complexen.&lt;br /&gt;
#** Hoe kan je in een NMR spectrum zien of je te maken hebt met een traag complex&lt;br /&gt;
#** Wat is het voordeel van een extreem traag complex? Geef een relevant voorbeeld van hoe we er gebruik van kunnen maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* match de gasten en de gastheren met de juiste solventen. Gast: 1,4-benzochinon, naftaleen-1,5-dicarbonzuur en 4-butylfenol (&amp;amp;quot;voor mensen die niet goed zijn in naamgeving, zal ik de moleculen even op bord tekenen&amp;amp;quot;). Solvent: water (ph= 2, 6, 10), MeOH, CCl4. Gasten: alpha-cyclodextrine, diazo-18-kroon-6, 18-kroon-6, [2,2]cyclofaan en 2 grote cyclofanen die getekend staan. Geef ook alle niet-covalente reacties en licht uw keuze toe&lt;br /&gt;
#* Wat is CAC, waarom belangrijk en hoe gemeten&lt;br /&gt;
#* reactie van een [2,2,1]cryptand opgebouwd uit bi en triÃ«thyleenglycolderivaten&lt;br /&gt;
#* Membraantransport  van kationen met kroonethers en de voorwaarden waaraan dat kroonether moet voldoen&lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Het teken van rho (Hammet) bepalen uit een tabel met stabiliteitsconstanten met verschillende gevers en zuigers. De link vinden met het reactiemechanisme. Bijkomende vraag: wat gebeurt er met een sterke base en een sterke elektronzuiger. (ja wat onduidelijk als je het molecule niet ziet natuurlijk...)&lt;br /&gt;
#* Stelling: voor het gegeven molecule mag ik zomaar de deltaG optellen om de totale deltaG te berekenen.&lt;br /&gt;
#* Waarom kan het voordelig zijn om synthese van rotaxanen uit te voeren op een vaste fase&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke ionen passen in welke macroringen? (K+, Ag+, Eu3+, Li+ en nog een vieze grote molecule) De macrocyclische verbindingen zijn ook gegeven. Welk solvent pak je best? (H2O, H2O pH 10, MeOH of chloroform) Vermeld welke interacties plaatsvinden&lt;br /&gt;
#* bespreek de synthese van: -een calix[4]areen met twee nitraten, twee n-propyloxy&#039;s en een azakroonetheroverbrugging-&lt;br /&gt;
#* Wat is zijn zelfassemblage en zelforganisatie en illustreer met een voorbeeld&lt;br /&gt;
# MS:&lt;br /&gt;
#* Tabel horende bij compensatie-effect gegeven. Welke interacties? Bespreek de tendens in de tabel en ook het verschil in \Delta S tussen gasfase en oplossing.&lt;br /&gt;
#* tekening van een catenaan met een cyclofaan met nogal wat N in rond een benzokroonether gegeven. Deze verbinding toont met H-NMR slechts twee signalen (3,45 en 6,26 ppm of zo) voor de hydrochinon-waterstoffen. Reden? Bespreek ook de multipliciteit van de signalen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Waarom is ethyleendioxy zo&#039;n populaire eenheid in kroonetherchemie&lt;br /&gt;
#* Welke 2 groepen zijn belangrijk bij de complexatie van Fe bij de sideroforen&lt;br /&gt;
#* 3 gasten (Lithium, azide, tetramethylammonium), 5 solventen (MeOH, H2O( pH 2,6,10), CCl4), gastheren ([2.2.2]-cryptand, all-cis resorcinareen, cram&#039;s sferand, 18-kroon-6,...)&lt;br /&gt;
# M.S.:&lt;br /&gt;
#* Synthese van tetrakationisch cyclofaan&lt;br /&gt;
#* Vraagje over receptor die interageert met gast, welk teken heeft de hammett parameter rho.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Ann-sofieV</name></author>
	</entry>
</feed>