
<?xml version="1.0"?>
<feed xmlns="http://www.w3.org/2005/Atom" xml:lang="nl">
	<id>https://wiki.chemika.be/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=Claire+Pietermans</id>
	<title>Chemika Examenwiki - Gebruikersbijdragen [nl]</title>
	<link rel="self" type="application/atom+xml" href="https://wiki.chemika.be/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=Claire+Pietermans"/>
	<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Speciaal:Bijdragen/Claire_Pietermans"/>
	<updated>2026-07-28T08:22:21Z</updated>
	<subtitle>Gebruikersbijdragen</subtitle>
	<generator>MediaWiki 1.43.0</generator>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Architectuur&amp;diff=524</id>
		<title>Moleculaire Architectuur</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Architectuur&amp;diff=524"/>
		<updated>2017-06-23T06:52:05Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Claire Pietermans: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verplicht vak voor chemie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit vak wordt gegeven door professor Van Meervelt, hij is de aangenaamheid zelve op het examen!&lt;br /&gt;
Zijn bijvragen zijn wel aan de moeilijke kant.  Maar hij zal je altijd helpen de bijvragen beetje bij beetje op te lossen. Het examen duurt 4u.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kristallografie is het vak Moleculaire Architectuur, maar dan zonder NMR (het laatste hoofdstuk).  Dit is eigenlijk de voorloper van moleculaire architectuur.  Het wordt ook nu nog aan de geologen gegeven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 juni 2017 NM===&lt;br /&gt;
# Structuurverfijning van kristalstructuurbepaling&lt;br /&gt;
# Leg uit: NOE en NOESY&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pcan met alle bijhorende vragen&lt;br /&gt;
# Oefening waar 4 moleculen stonden waarvan je de puntgroep moest bepalen&lt;br /&gt;
# Oefening met tabel Sintheta/golflengte- intensiteit en hoek 2theta bepalen&lt;br /&gt;
# begrippen: CuKalfa en Resolutie &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 NM===&lt;br /&gt;
#Hoe Faseprobleem oplossen met Patterson functie &lt;br /&gt;
#1H- Nmr ( bijvragen : welke piek is het belangrijkst bij IR-spectra , hoeveel pieken zullen er zijn bij C13,..) &lt;br /&gt;
#Ruimtegroep ( ik dacht Pbmn )&lt;br /&gt;
#Intensiteit bepalen en afbuighoek bepalen &lt;br /&gt;
#Puntgroep van tetrachloornaftaleen ( eerst isomeren geven en van elk isomeer puntgroep bepalen) &lt;br /&gt;
#Mc-lafferty omlegging&lt;br /&gt;
#chemische ionisatie&lt;br /&gt;
===16 juni 2017 VM===&lt;br /&gt;
#leid de formule voor de structuurfactor af en vertel hoe je deze experimenteel kan bepalen.&lt;br /&gt;
#Geef alle ionisatie technieken gebruikt in MS.&lt;br /&gt;
#Puntgroep Pbcm met gebruikelijke bijvragen&lt;br /&gt;
#Geef de puntgroepen van alle isomeren van tetrachloor kubaan en teken de symmetrie elementen&lt;br /&gt;
#verklaar chemische shift, koppelingsconstante en shift reagens&lt;br /&gt;
===12 juni 2017===&lt;br /&gt;
#leg constructie van Ewald uit&lt;br /&gt;
#nmr spectra (geef structuur molecule ) C10H12O3&lt;br /&gt;
#ruimtegroep Pncm met alle bijhorende vraagjes (asymmetrische eenheid, multipliciteit, equivaltente posities, patterson, puntgroep, systematische afwezigheden)&lt;br /&gt;
#Vlakgroep van (110) vlak van ijzer. Geef alle symmetrie elementen&lt;br /&gt;
#oefening ivm fase berekenen en intensiteit (CdI2, sin(theta)/golflengte is gegeven, bepaal fCd, fI en zo de rest)&lt;br /&gt;
#begrippen: ESI &amp;amp; Wet van Friedel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 augustus 2015===&lt;br /&gt;
# stappen van de kristalstructuur bepaling&lt;br /&gt;
# Welke methode voor ionisatie worden er gebruikt bij massaspectroscopie&lt;br /&gt;
# Pcan (met alle gebruikelijke bijvraagjes)&lt;br /&gt;
# Vlakgroep van (110) vlak van ijzer. Geef alle symmetrie elementen&lt;br /&gt;
# PoCL2: ge krijgt Sin theta/lambda en uw celafmetingen, geef Fhkl, Ihkl en uw hoek&lt;br /&gt;
# Bespreek de termen chemische shift, (vul hier in want ik kom er nie op) en shiftreagens&lt;br /&gt;
=== 18 augustus 2015 vm ===&lt;br /&gt;
# leg het principe van uit van verfijning van een kristalstructuur&lt;br /&gt;
# leg volgende begrippen uit: NOE en NOESY&lt;br /&gt;
# ruimtegroep Pbmn en alle vraagjes zoals altijd&lt;br /&gt;
# puntgroepen geven 4 isomeren van een of ander molecule&lt;br /&gt;
# voor een bepaalde reflectie de fase van de structuurfactor berekenen en de intensiteit&lt;br /&gt;
# 2 stellingen (juist of fout):&lt;br /&gt;
#* Bij een ESI spectrum zijn er geen fragmentaties&lt;br /&gt;
#* Bij kubische dichtste bolstapeling liggen alle atomen op speciale posities&lt;br /&gt;
=== 24 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# Nmr spectra&lt;br /&gt;
# verfijning van kristalstructuur&lt;br /&gt;
# Vlak groep van ijzer&lt;br /&gt;
# Ruimte groep Pcan + al die bijvragen&lt;br /&gt;
# Oefening sin theta/lambda. ..&lt;br /&gt;
# 2 stellingen: &lt;br /&gt;
#* esi heeft geen fragmentaties&lt;br /&gt;
#* In ccp liggen alle atomen op speciale posities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# Hoe kunnen we met behulp van de pattersonfunctie het faseprobleem oplossen?&lt;br /&gt;
# Leg uit NOE en NOESY&lt;br /&gt;
# puntgroep Pbmn&lt;br /&gt;
# Bepaal de puntgroep van de isomeren van tetrachloorkubaan en duid alle symmetrie-elementen aan&lt;br /&gt;
# Bereken de fase van de structuurfactor en de intensiteit voor CdI2 met &lt;br /&gt;
#* Eenheidscel a=4,24 A, c=6,86 A, gamma=120Â°&lt;br /&gt;
#* Posities: Cd 0 0 0, I(1) 2/3 1/3 1/4, I(2) 1/3 2/3 3/4&lt;br /&gt;
#* sin theta/lamba 0,0 0,1 0,2 0,3 fCd 48 44,58 38,44 33,22 fI 53 49,36 42,79 37,14&lt;br /&gt;
# Verklaar de begrippen CuKalfa en resolutie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2015 vm ===&lt;br /&gt;
# Leid de uitdrukking van de structuurfactor af. Hoe kan je de structuurfactor experimenteel bepalen?&lt;br /&gt;
# H-NMR spectra van 3 isomeren C6H6N2O2&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pncm&lt;br /&gt;
#* Equivalente posities&lt;br /&gt;
#* multipliciteit&lt;br /&gt;
#* asymmetrische eenheid&lt;br /&gt;
#* Geef 2 speciale posities (waarom speciaal?)&lt;br /&gt;
#* van welke puntgroep afgeleid?&lt;br /&gt;
#* Pattersongroep?&lt;br /&gt;
#*Systematische afwezigheden&lt;br /&gt;
# Bepaal de puntgroep van verschillende isomeren van tetrachloornaftaleen. Duid de symmetrie elementen aan.&lt;br /&gt;
# Rood Loodoxide PbO kristalliseert in tetragonale eenheidscel  a= 3.975  c= 5.023&lt;br /&gt;
#* Waar vind je in Pattersonfunctie sterkste pieken?&lt;br /&gt;
# Leg uit : ESI en ATR-IR&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2014===&lt;br /&gt;
#Geef de stappen voor kristalstructuurbepaling (mondeling)&lt;br /&gt;
#Wat is NOE? (mondeling)&lt;br /&gt;
#Ruimtegroep Pcnb&lt;br /&gt;
#Geef puntgroep van alle isomeren van tetrachloorkubaan&lt;br /&gt;
#Intensiteit van In en afbuighoek: vormfactor, atoomposities zijn gegeven&lt;br /&gt;
#Stellingen&lt;br /&gt;
#*Bij ESI is geen fragmentatie&lt;br /&gt;
#*Bij kubisch dichtste bolstapeling liggen de atomen op speciale posities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2014===&lt;br /&gt;
# Hoe kunnen we met behulp van de pattersonfunctie het faseprobleem oplossen? (mondeling)&lt;br /&gt;
# NMR spectrum met gesubstitueerde benzeenring (mondeling)&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pbnm met alle typische bijvragen (asymmetrische eenheid, speciale posities + waarom ze speciaal zijn, pattersongroep, puntgroep en systematische afwezigheden)&lt;br /&gt;
# Geef de vlakgroep van (110) van ijzer&lt;br /&gt;
# Oefening op structuurfactor. Vormfactoren met bijhorende sin(Î¸)/Î» zijn gegeven, net als de fractionele coÃ¶rdinaten en de grootte van de eenheidscel&lt;br /&gt;
# Wat is ESI?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2013===&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pbmb.&lt;br /&gt;
# Wat is de vlakgroep van het vlak (110) in de ijzerstructuur?&lt;br /&gt;
# NMR-spectrum gegeven. Stelling: Bevat dit spectrum een AX6 systeem?&lt;br /&gt;
# Leg volgende begrippen uit: Laue groep, resolutie, temperatuursfactor.&lt;br /&gt;
# Gegeven: posities van In en celparameters (a en c). Teken een a,b-projectie van de eenheidscel. Welk Bravais-rooster heeft de cel? Bepaal de afbuighoek 2theta en de intensiteit van de reflecties (001) en (002). Wat is de puntgroep rond de middelste In? Waar bevinden zich de hoogste Pattersonpieken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2013===&lt;br /&gt;
# Teken ruimtegroep Pbnb (ab-projectie) en geef equivalente posities, speciale posities, systematische afwezigheden, puntgroep waarvan de ruimtegroep is afgeleid en asymetrische eenheid. (Schriftelijk, na 1 uur af te geven.)&lt;br /&gt;
# Wat is de vlakgroep van het vlak (110) in de platina-strucuur? (Structuur is dus van buiten te kennen!) Bijvraag: is dit vlak de eenheidscel van de vlakgroep? (Mondeling)&lt;br /&gt;
# Bespreek: voor ethylisobutyraat (spectrum en structuur gegeven) is een ontkoppelingsexperiment niet mogelijk. Bijvragen: hoe bepalen we de frequentie die we moeten gebruiken voor het ontkoppelingsexperiment? Link de verschillende pieken aan de verschillende groepen. (Mondeling)&lt;br /&gt;
# Leg de Ewald-constructie uit. Bijvraag: wat gebeurt er als we het kristal draaien? (Mondeling)&lt;br /&gt;
# Gegeven: posities van Mo en Ni in een MoNi4-legering en parameters a en c. Teken een a,b-projectie van de eenheidscel. Welk Bravais-rooster heeft de cel? Bepaal de 2-theta en de intensiteit van de reflectie (002). Wat is de puntgroep rond Mo? Geef de hoogste pattersonpieken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 juni 2011===&lt;br /&gt;
# Teken ruimtegroep Pmcn (ab-projectie) en geef equivalente posities, puntgroep waar deze ruimtegroep van is afgeleid, asymmetrische eenheid, 2 speciale posities en bijhorende Pattersongroep. Zijn er systematische afwezigheden?&lt;br /&gt;
# Stellingen:&lt;br /&gt;
#* Het vlak (110) wordt bij Fe en bij NaCl beschreven door dezelfde vlakgroep&lt;br /&gt;
#* Bij een goed verfijnde structuur zijn de pieken op de verschilfourier te verwaarlozen&lt;br /&gt;
#* Voor de waterstofatomen met delta 6,8 is een ontkoppelingsexperiment niet mogelijk (NMR-spectrum van ethyl-4-methoxybenzoaat gegeven, het gaat om de waterstoffen op C3 en C5 van de benzeenring). &lt;br /&gt;
# Oefening: PbO kristalliseert in een tetragonale eenheidscel, a en c gegeven. Twee posities voor Pb en voor O gegeven. Teken de ab-projectie. Door welke puntgroep wordt de geometrie rond de Pb-atomen beschreven? Door welk Bravaisrooster wordt het kristal beschreven? Bepaal de fase van de intensiteit van afgebogen stralingsbundel voor het vlak (110) voor CuK-alpha (tabel met enkele waarden gegeven voor f van Pb en O ifv sin(theta)/lambda). Teken het vlak (110) en de invallende en afgebogen stralingsbundel op de tekening.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2010 (NM)===&lt;br /&gt;
# Teken ruimtegroep Pmnb en klassieke vragen: equivalente posities, 2 speciale posities, systematische afwezigheden, asymmetrische eenheid, puntgroep,..&lt;br /&gt;
# Stellingen:&lt;br /&gt;
#* De temperatuur heeft geen invloed op de kristalstructuurbepaling.&lt;br /&gt;
#* Het is niet mogelijk om P2 en Pm van elkaar te onderscheiden met behulp van intensiteitsmetingen.&lt;br /&gt;
# NMR-spectrum en bepalen of het overeenkomt met het gegeven molecule.&lt;br /&gt;
# Oefening: AgI kristal, a= 6,50 Angstrom, coordinaten van atomen zijn gegeven, en tabel van f ifv sin/lambda.&lt;br /&gt;
#* Geef a,b-projectie + Bravaisrooster&lt;br /&gt;
#* Bereken Intensiteit en bereken afbuighoek van vlak 004&lt;br /&gt;
#* Geef puntsymmetrie rond Ag en rond I&lt;br /&gt;
#* Waar verwacht je de hoogste Pattersonpieken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2009===&lt;br /&gt;
# teken ruimtegroep (Pnca dacht ik) &amp;amp;amp; geef eq. posities, 2 speciale posities, syst. afwezigheden, puntgroep, ...&lt;br /&gt;
# Stellingen:&lt;br /&gt;
#* rotatiesymmetrie kan bepaald worden via rotatiediffractie(dat een ding waar ge een kristal draait, ik ben niet meer zeker of dat zo heet)&lt;br /&gt;
#* bij verschilelektronendichtheidsmap gaat de hoogte van de pieken verloren bij verfijning (ofzoiets toch)&lt;br /&gt;
# NMR van 1,1-dimethoxyethaan&lt;br /&gt;
# Oefening: alfa-uranium heeft volgende coordinaten op speciale posities: +-(0,y,1/4) +-(1/2,1/2-y,-1/4) a b en c gegeven(3 verschillende waarden) 2 groottes van structuurfactoren gegeven en de fu in functie van sin(theta).&lt;br /&gt;
#* y is 0.10 of 0.15, bepaal dit met bhv de gegevens. &lt;br /&gt;
#* Teken een a,b-projectie. &lt;br /&gt;
#* Beschrijf de omringing van het U-atoom via de puntgroep van het atoom. &lt;br /&gt;
#* Teken de pattersongroep.&lt;br /&gt;
===17 juni 2009===&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pcan: equivalente posities, multipliciteit, asymmetrische eenheid, 2 speciale posities, puntgroep, systematische afwezigheden&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* De temperatuurfactoren van Pt in een Pt-kristal zijn isotroop (Antwoord: Waar want ze liggen op speciale posities)&lt;br /&gt;
#* De symmetrie van een diffractiepatroon van een kristal wordt bepaald door de ruimtegroep&lt;br /&gt;
#* NMR: aspirine&lt;br /&gt;
# Oefening: Nikkelarsenide (a, c en gamma=120Â° is gegeven) De posities van Nikkel en van arseen zijn ook gegeven. &lt;br /&gt;
#* Geef de ab-projectie, bravais rooster, wat is de stapeling van Arseen, puntgroep rond Arseen en rond nikkel &lt;br /&gt;
#* Bij reflecties (200), (300) en (030) en Cu K-alfa straling&lt;br /&gt;
#** Voorspel de hoogste intensiteit&lt;br /&gt;
#** Voorspel de grootste afbuighoeken&lt;br /&gt;
#* Wat is de resolutie bij een afbuighoek van 100Â° en bij Cu K-alfa straling&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep (ik denk Pbmn) met klassieke vragen&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* Pm en Cm hebben dezelfde Harkersecties&lt;br /&gt;
#* Cobalt kan geÃ¯oniseerd worden met Cu K alfa straling&lt;br /&gt;
#* NMR&lt;br /&gt;
# Oefening: HgS met coÃ¶rdinaten Hg en S gegeven. Alle elementen geven van 11 juni op uitzondering van de afbuighoek en dit voor de vlakken 200 en 400. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep + asymmetrische eenheid + 2 speciale posities + iets met systematische afwezigheden&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* Het 110 vlak van Fe vertoont C4v (Bijvragen: aantonen op modellekes)&lt;br /&gt;
#* De atomen bij hexagonale dichtste bolstapeling liggen allemaal op speciale posities (Bijvraag: Hij vraagt om de kubische bolstapeling te laten zien, met die pingpongballetjes en hoe heten de ruimtes tussen die pingpongballekes) &lt;br /&gt;
#* NMR: een benzeen met een chloor op en op para positie iets me een ethyl en een keton (Bijvraag: hoe zie je dat het een spectrum van de 1ste orde of 2de orde is)&lt;br /&gt;
# Oefening: ik kreeg een tabel met fractionele coÃ¶rdinaten van ReO3 en zo&#039;n tabel met sin (theta) / lamda en vormfactoren. Ik moest een ab projectie tekenen, bravais rooster geven, intensiteit berekenen, afbuighoek bepalen, hoogste pattersonpieken voorspellen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Pmca met klassieke vragen&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* Alle atomen van sfaleriet bezetten speciale posities&lt;br /&gt;
#* Een kristalrooster kan ondubbelzinnig bepaald worden adhv systematische afwezigheden&lt;br /&gt;
#* isopropyltolueen&lt;br /&gt;
# Wolfraam-rooster en CuKa straling, vlakken (211) en (310)&lt;br /&gt;
#* teken 3D-rooster en duidt [sic] vlakken aan&lt;br /&gt;
#* Welke intensiteit is sterkst, bij (221) of bij (310)&lt;br /&gt;
#* Welke reflectiehoek is grootst, bij (221) of bij (310)&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de sterkste Pattersonpieken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Pbmn tekenen + assym. eenheid + equi. pos. + multipliciteit + 2 speciale pos. + Systematische afwezigheden + van welke puntgroep&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* De temp. heeft geen invloed op het diffractiepatroon&lt;br /&gt;
#* De vlakken 001 en 110 van Fe hebben dezelfde vlakgroep (ook zeggen welke vlakgroep(en))&lt;br /&gt;
#* NMR&lt;br /&gt;
#De structuur van LiF en NaCl is dezelfde, a = ...., kristalafmeting 0,2mmx0,2mmx0,2mm en wordt bestraald met Cu kalfa. Bereken F003 en F004. Welke intensiteit is het hoogst? Wat gebeurt er met de diffractiehoek en de intensiteit als je:&lt;br /&gt;
#*F vervangt door I&lt;br /&gt;
#*de cel verdubbeld&lt;br /&gt;
#*Waar verwacht je de sterkste Pattersonpieken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# P nmb  tekenen + puntgroep + asymetrische eenheid + equi posities&lt;br /&gt;
# stellingen ( waar of niet waar )&lt;br /&gt;
#* Pm en Cm hebben dezelfde harkersecties&lt;br /&gt;
#* R staat voor de resolutie van een structuurbepaling&lt;br /&gt;
#* spectrum en molecule gegeven, horen ze bij elkaar?&lt;br /&gt;
# oefening : NH4HgCl3 heeft eenheidscel a = ... c =... en atoomposities N, Hg en 3 Cl-en gegeven: (ook alpha-Cu straling zoda je uw lambda ook kent) (tabel sin(theta)/lambda en f waarden van Cl, Hg en N gegeven)&lt;br /&gt;
#* geef (a,b) projectie van eenheidscel&lt;br /&gt;
#* bepaal Bravais rooster&lt;br /&gt;
#* bepaal intensiteit en afbuigrichting 2theta van de reflectie (004)&lt;br /&gt;
#* Hg door welke puntgroep omringt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2008===&lt;br /&gt;
#Ruimtegroep tekenen. In dit geval Pman. Geef equivalente posities, multipliciteit, twee speciale posities en de asymetrische eenheid. Van welke puntgroep is deze ruimtegroep afgeleid?  Welke Pattersongroep?&lt;br /&gt;
#Bespreek volgende stellingen. Geef telkens ook een korte motivatie:&lt;br /&gt;
#*Op basis van systematische afwezigheden kan geen verschil gemaakt worden tussen de ruimtegroepen P2 en P2/m.&lt;br /&gt;
#*De temperatuurfactoren van &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;\alpha&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt;-Fe zijn isotroop.&lt;br /&gt;
#*NMR-spectrum en molecule. Kunnen die bij elkaar horen?&lt;br /&gt;
#kristal met Li2O met Ã©Ã©n lengte gegeven (kubisch dus) &lt;br /&gt;
#*teken ab projectie gegeven zijn de posities van de atomen&lt;br /&gt;
#*geef puntgroep rond Li en O&lt;br /&gt;
#*geef bravais rooster&lt;br /&gt;
#*twee vlakken gegeven welke grootste hoek en welke grootste intensiteit&lt;br /&gt;
#*waar bevinden zich de grootste patterson pieken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2007===&lt;br /&gt;
#Ruimtegroep tekenen. Geef equivalente posities, multipliciteit, twee speciale posities en de asymetrische eenheid. Van welke puntgroep is deze ruimtegroep afgeleid?  Welke Pattersongroep?&lt;br /&gt;
#Bespreek volgende stellingen. Geef telkens ook een korte motivatie:&lt;br /&gt;
#*Op basis van systematische afwezigheden kan geen verschil gemaakt worden tussen de ruimtegroepen P2 en P2/m.&lt;br /&gt;
#*De temperatuurfactoren van &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;\alpha&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt;-Fe zijn isotroop.&lt;br /&gt;
#*NMR-spectrum en molecule. Kunnen die bij elkaar horen?&lt;br /&gt;
#Typische gecombineerde oefening. Diffractiemeting op wolfraam met Cu-&amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;\alpha&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; straling. Beschouw vlakken (211) en (310). Een tabel met &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;\frac{\sin \theta}{\lambda}&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; waarden is gegeven.&lt;br /&gt;
#*Teken het reÃ«le rooster en duidt de vlakken aan.&lt;br /&gt;
#*Teken ab-projectie van het reciproke rooster, en duidt hier ook de vlakken aan.&lt;br /&gt;
#*Voor welk vlak verwacht je de grootste reflectiehoek.&lt;br /&gt;
#*Voor welk vlak verwacht je de grootste intensiteit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Vragen eerste zit vrijdag 30 juni 2006 (Fysica)===&lt;br /&gt;
#Teken Pbna (ab-projectie).  Geef equivalente posities, multipliciteit, twee speciale posities en de asymetrische eenheid.  Van welke puntgroep is deze ruimtegroep afgeleid?  Welke Pattersongroep?&lt;br /&gt;
#Zijn volgende stellingen waar of vals?&lt;br /&gt;
#*Omgeving van een bol in hexagonaal dichtste bolstapeling is C3h.&lt;br /&gt;
#*&amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;P2_1&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; en &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;P2_1/m&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; zijn niet te onderscheiden met behulp van de speciale posities.&lt;br /&gt;
#*Dit is het NMR-spectrum van... (iets ingewikkeld)&lt;br /&gt;
#LiF kristalliseert zoals NaCl in kubische cel met parameter a = 0,4026 nm.  We gebruiken CuKa straling en een kristal met dimensie 0,2x0,2x0,2.&lt;br /&gt;
#*Geef de ab-projectie van de structuur.&lt;br /&gt;
#*Geef de reciproke parameters.&lt;br /&gt;
#*netvlakken 003 en 004: welke heeft grootste intensiteit van de gereflecteerde straal?&lt;br /&gt;
#*Wat gebeurt met deze reflecties (dus hoek, intensiteit, fase) als we F vervangen door I. Wat gebeurt er als we de afmetingen van het kristal verdubbelen?&lt;br /&gt;
#*Welke zijn de grootste pieken in de Pattersonfunctie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Vragen eerste zit dinsdag 27 juni 2006 (Geologie) ===&lt;br /&gt;
(dit waren vragen van geologie, zij hebben ook een deel poederdiffractie dat voor fysici niet gekend hoeft te zijn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*teken de ruimtegroep Pncm (a,b-projectie)&lt;br /&gt;
Geef equivalente posities, multipliciteit en assymmetrische eenheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van welke puntgroep is deze ruimtegroep afgeleid?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Geef twee speciale posities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*stellingen:&lt;br /&gt;
De atomen in perovskiet liggen allemaal op speciale posities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De ruimtegroepen P2/c en Pc behoren tot zelfde pattersongroep&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*loodoxide PbO kristalliseert in een tetragonale eenheidscel&lt;br /&gt;
a=3,975 A   en   c=5,023 A&lt;br /&gt;
atomen liggen op de posities:&lt;br /&gt;
Pb(1): 0	Â½	0.2385&lt;br /&gt;
Pb(2): Â½	0	-0.2385&lt;br /&gt;
O(1):   0	0	0&lt;br /&gt;
O(2):  Â½	Â½	0&lt;br /&gt;
Teken een a,b-projectie van de eenheidscel en beschrijf de omringing van de loodatomen met behulp van een puntgroep&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Welk Bravaisrooster?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bepaal voor de reflectie (110) de fase van de structuurfactor en intensiteit&lt;br /&gt;
Teken het vlak (110) en de invallende en afgebogen bundel bij op de a,b-projectie bij gebruik van CuKÎ± &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bereken de positie van de diffractielijn op een Debye-Scherrer film&lt;br /&gt;
(camerastraal=28,7mm en CuKÎ±)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Teken schematisch de film&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Vragen eerste zit donderdag 22 juni 2006 (Fysica) ===&lt;br /&gt;
*eerste vraag:&lt;br /&gt;
Teken een ab-projectie van de ruimtegroep Pmcb&lt;br /&gt;
en alles der op en der aan, puntgroep, patterson, equivalente posities...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Tweede vraag:&lt;br /&gt;
Zijn volgende stellingen waar, verklaar:&lt;br /&gt;
1. kan men uit een diffractie patroon de aanwezigheid opmaken van een S4 as?&lt;br /&gt;
2. Is de R-waarde een maat voor de resolutie van een diffractie?&lt;br /&gt;
3. Is dit het NMR spectrum van ... (een onuitspreekbare naam)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Derde vraag:&lt;br /&gt;
Oefeningen op een hexagonaal stelsel CadmiumdiJood met straling bepalen en uittekenen.&amp;lt;/text&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Claire Pietermans</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Biologie&amp;diff=326</id>
		<title>Moleculaire Biologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Biologie&amp;diff=326"/>
		<updated>2017-01-31T08:23:00Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Claire Pietermans: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Vak gedoceerd door Prof. J.Robben sinds september 2009, vroeger gedoceerd door Prof. M. De Ley. Mondeling examen. Sinds 2013 3 grote vragen en de vierde vraag is kort enkele woordjes of een tekening bespreken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;30 januari 2017 VM&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
1. Bespreek alternatieve splicing. Hoe werkt het en geef een concreet voorbeeld.&lt;br /&gt;
2. Tabel van codons. Leg uit: dit wijzigt nooit maar toch is er sprake van evolutie. &lt;br /&gt;
3. Het Ds en Ac mechanisme bij maïs uitleggen. Waarom was deze wetenschappelijke ontdekking zo belangrijk?&lt;br /&gt;
4. Begrippen: DNA footprint, resolvase, Zink finger (op de tekening staan 3 zink fingers), polysoom&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
#Bespreek aan de hand van een figuur het trombonemodel van DNA-replicatie. Welke moleculaire structuren en processen van de DNA-replicatie komen in dit model naar voor.&lt;br /&gt;
#Bespreek de structuur, functie en regulatie van de prokaryote sigma-factor(en).&lt;br /&gt;
#Op welke experimentele manier kun je de transcriptiestart met een gegeven promotor bepalen. &lt;br /&gt;
#Begrippen:&lt;br /&gt;
#*enhancer&lt;br /&gt;
#*cDNA kloning&lt;br /&gt;
#*figuur van heatshock gen&lt;br /&gt;
#*RecBCD-reactieweg&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2017===&lt;br /&gt;
#transcriptie terminatie bij pro en eukaryoten uitleggen&lt;br /&gt;
#bespreek mRNA Cap-structuur bij eukaryoten (biosynthese, structuur, functie) en vergelijk met prokaryoten&lt;br /&gt;
#welke moleculaire processen helpen bij de start van translatie bij eukaryoten. (start van matuur mRNA)&lt;br /&gt;
#begrippen&lt;br /&gt;
#*enhancer&lt;br /&gt;
#*yeast two hybrid method&lt;br /&gt;
#*tRNA mimicry&lt;br /&gt;
#*herschikking van immunoglobinegenen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2017 NM===&lt;br /&gt;
#Hoe wordt het ara operon gereguleerd?&lt;br /&gt;
#Hoe beinvloeden histonen de genexpressie?&lt;br /&gt;
#Wat heeft immunoglobuline met transpositie te maken?&lt;br /&gt;
#begrippen&lt;br /&gt;
#*Sanger sequencing&lt;br /&gt;
#*zinkvinger (afbeelding)&lt;br /&gt;
#*polysoom&lt;br /&gt;
#*beta-klemlader&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2017 NM===&lt;br /&gt;
#Scanningscomplex van translatie initiatie bij eukaryoten&lt;br /&gt;
#Methoden om binding van eiwitten aan DNA te bestuderen&lt;br /&gt;
#recA welke functies en werking&lt;br /&gt;
#begrippen&lt;br /&gt;
#*sanger sequencing&lt;br /&gt;
#*tekening zink vingers&lt;br /&gt;
#*U2 snRNP&lt;br /&gt;
#*stopcodonsuppressie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
#telomeren&lt;br /&gt;
#transcriptie bij eukaryoten&lt;br /&gt;
#intron/extron splicing&lt;br /&gt;
#begrippen&lt;br /&gt;
#*cDNA&lt;br /&gt;
#*enhancer&lt;br /&gt;
#*tekening RNA mimicry&lt;br /&gt;
#*recombinatie bij hemoglobine&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 aug 2016 NM===&lt;br /&gt;
#Bespreek de regulatie  van het Trp operon. Wat wordt er bedoelt met attenuatie?&lt;br /&gt;
#Genetische code is onveranderlijk, maar evolutie laat wel sporen na. Verklaar. (tabel met DNA codons gegeven)&lt;br /&gt;
#Wat is homologe recombinatie? Wat zijn de moleculaire stappen in dit proces?  Welke zijn de belangrijkste eiwitten?&lt;br /&gt;
#Woordjes: &lt;br /&gt;
#*Sanger methode&lt;br /&gt;
#*Tekening Zinkvinger&lt;br /&gt;
#*histonacetyltransferase HAT&lt;br /&gt;
#*DNA-mismatch repair&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Bespreek opvouwing bij eukaryoot DNA en de invloed op de genexpressie&lt;br /&gt;
#Vergelijk translatie-intitiatie bij prokaryoten en eukaryoten&lt;br /&gt;
#Er is een probleem bij de replicatie van lineair DNA. Bespreek en wat kunnen we hieraan doen.&lt;br /&gt;
#Woordjes: Figuur 8.18, epitoop tagging, mRNA-cap, suppressor-tRNA&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 januari 2016===&lt;br /&gt;
#trp en attenuatie&lt;br /&gt;
#chromatinestructuur&lt;br /&gt;
#translatie initiatie eukaryoten + regulatie&lt;br /&gt;
#Woordjes: &lt;br /&gt;
#*foto footprinting&lt;br /&gt;
#*cap mRNA&lt;br /&gt;
#*base-excinsieherstel&lt;br /&gt;
#*retrotransposons&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2016 VM===&lt;br /&gt;
#Geef de structuur, functie, biosynthese van de 5&#039; cap en vergelijk dit met het 5&#039; einde van de prokaryoten.&lt;br /&gt;
#Bespreek de gelijkenissen en verschillen tussen pro- en eukaryoot RNA-polymerases.&lt;br /&gt;
#Wat is homologe recombinatie, welke moleculaire stappen vinden hierbij plaats en wat zijn de belangrijkste eiwitten die hierin meespelen.&lt;br /&gt;
#Woordjes: &lt;br /&gt;
#*Sanger-sequencing&lt;br /&gt;
#*Foto van antiterminatie â€“ terminatie&lt;br /&gt;
#*Nucleosoom&lt;br /&gt;
#*DNA-mismatch repair&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2016 NM===&lt;br /&gt;
#Leg aan de hand van een tekening uit wat het trombone effect is en welke moleculaire structuren en functies worden hier in dit mechanisme samen getrokken.&lt;br /&gt;
#Verklaar met een schema hoe de lysogene cyclus ontstaat bij faag lamba infectie van een E.Coli. Hoe behoud men dee lysogene cyclus en hoe kan deze worden verbroken.&lt;br /&gt;
#Geef de structuur, functie, biosynthese van de 5&#039; cap en vergelijk dit met het 5&#039; einde van de prokaryoten;&lt;br /&gt;
#Kleine vraagjes: &lt;br /&gt;
#*Tekening van lac operon met O1 O2, O3 en CAP en RNAP bindingsplaatsen.&lt;br /&gt;
#*Leu-zipper&lt;br /&gt;
#*Peptidyltransferase&lt;br /&gt;
#*Retrotransposons&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 januari 2016 NM===&lt;br /&gt;
#Welke experimentele methoden ken je om de interactie tussen dna en eiwit te bestuderen en hoe werken ze.&lt;br /&gt;
#Bespreek transcriptie van eukaryote rna polymerase 2 en de factoren die hierin meespelen. &lt;br /&gt;
#BacteriÃ«le transposons, hoe werken ze en wat zijn voor- en nadelen.&lt;br /&gt;
#Woordjes: &lt;br /&gt;
#*Northern blotting&lt;br /&gt;
#*wobble base paring&lt;br /&gt;
#*u6&lt;br /&gt;
#*en zo die haarspeld van heatshok&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Terminatie van transcriptie bij prokaryoten&lt;br /&gt;
#Functie en structuur van de C-terminaal van eukaryoot RNA pol II&lt;br /&gt;
#Terminatie en hervatting bij eukaryoten ribosomen&lt;br /&gt;
#Woordjes: &lt;br /&gt;
#*S1 mapping&lt;br /&gt;
#*RNA-DNA hybride met intron&lt;br /&gt;
#*eIF2 alfa&lt;br /&gt;
#*Holliday junctie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 januari 2015===&lt;br /&gt;
#5&#039;cap structuur, biosynthese en functie en vergelijken met 5&#039; van prokaryote mRna&lt;br /&gt;
#catabolic activator protein structuur en functie&lt;br /&gt;
#wat is het probleem bij replicatie van lineair dna en hoe lost de cel dit op &lt;br /&gt;
#tekening van lac operon (met de 3 operonen, structuur repressor uitleggen); enhanceosoom; peptidyl transfer; en v(d)j-recombination &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 januari 2015===&lt;br /&gt;
#verschillen en gelijkenissen tussen rna polymerase van prokaryoten en eukaryoten&lt;br /&gt;
#alternatieve splitsing, ook een voorbeeld ervan geven&lt;br /&gt;
#genconversie uitleggen aan de hand van een figuur&lt;br /&gt;
#woordjes: abortieve transcriptie, tekening van het trombone model, aminoacyl trna synthetase en cdna kloning&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2015 (NM)===&lt;br /&gt;
#Hoe kun je de binding tussen dna en eiwitten bestuderen &lt;br /&gt;
#Splicing &lt;br /&gt;
#RecBCD &lt;br /&gt;
#begrippen: sanger sequencing, zinkvingers afbeelding, histonmodelering, eif4e&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2015 (VM)===&lt;br /&gt;
#transcriptie-initiatie&lt;br /&gt;
#translate-elongatie&lt;br /&gt;
#transposons bacterie&lt;br /&gt;
#woordjes: anti-sigmafactor, epitoop tagging, splicingfiguur en genvonversie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 jan 2015===&lt;br /&gt;
#Bespreek de Trp operon regulatie. Wat is attenuatie?&lt;br /&gt;
#Geef de histonen en hun modificaties + het gevolg van deze modificaties op de genexpressie.&lt;br /&gt;
#Wat is V(D)J recombinatie en wat is het biologisch nut ervan?&lt;br /&gt;
#Kleine vragen:&lt;br /&gt;
#*Afbeelding van een Zn-Vinger&lt;br /&gt;
#*Wat is een replisoom?&lt;br /&gt;
#*Wat is stopcodon supressie.&lt;br /&gt;
#*Bespreek de beta klemlader.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 september 2014===&lt;br /&gt;
# Bespreek de effecten van arabinose en glucose op de expressie van het ara-operon. Verduidelijk de onderliggende mechanismen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de moleculaire processen die leiden tot het starten van de translatie bij eukaryoten (vertrekkende van matuur mRNA in het cytosol).&lt;br /&gt;
#* Op welke wijze(n) kan de cel deze translatie-initiatie regelen?&lt;br /&gt;
# Wat is homologe recombinatie? Wat zijn de moleculaire stappen in dit proces? Welke zijn de belangrijkste eiwitten?&lt;br /&gt;
# Termen:&lt;br /&gt;
#* Northern Blotting&lt;br /&gt;
#* topoisomerase&lt;br /&gt;
#* alternatieve splicing&lt;br /&gt;
#* RNA splicing afbeelding uitleggen (halverwege de splicing met de lariaat reeds gevormd.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 Augustus 2014===&lt;br /&gt;
# Bespreek de regulatie van het trp operon. Wat wordt er bedoeld met attenuatie?&lt;br /&gt;
# Bespreek op moleculair niveau de translatie elongatie cyclus bij prokaryoten.&lt;br /&gt;
#* Hoe wordt deze cyclus afgebroken? (terminatie)&lt;br /&gt;
# Wat is genconversie? Hoe algemeen komt dit voor?&lt;br /&gt;
# Termen:&lt;br /&gt;
#* DNA footprinting&lt;br /&gt;
#* telomerase&lt;br /&gt;
#* Rollende cirkel replicatie&lt;br /&gt;
#* RNA splicing afbeelding uitleggen (halverwege de splicing met de lariaat reeds gevormd.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 januari 2014 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
# hoe eiwitten ontdekken op DNA? meerder manieren (footprinting en nucleosoompositionering en hij vroeg dan nog naar CAP)&lt;br /&gt;
# waar zorgen histonen voor bij DNA en aanpassingen?&lt;br /&gt;
# translatie initiatie bij eukaryoten en geef de dingen die daarbij kunnen &lt;br /&gt;
# woordjes:&lt;br /&gt;
#*antiterminatie&lt;br /&gt;
#*ticketing hypothese ofzoiets&lt;br /&gt;
#*BER&lt;br /&gt;
#*van die eiwitten iets met die herschikkingen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 jan 2014 (namiddag)===&lt;br /&gt;
#bespreek de terminatie mechanismen bij prokaryoten&lt;br /&gt;
#bespreek de translatie elongatie cyclus&lt;br /&gt;
#bespreek RNA splicing&lt;br /&gt;
#woordjes: S1 mapping, enhancer, amino acetyl tRNA syntethase, genconversie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 jan 2014 (namiddag)===&lt;br /&gt;
# Bespreek de structuur en functie van kataboliet activerend proteÃ¯ne (CAP)&lt;br /&gt;
# Bespreek de invloed van histonen en hun modificaties op genexpressie&lt;br /&gt;
# Tijdens de replicatie van lineair DNA is er een probleem. Hoe lost de cel dit op?&lt;br /&gt;
# Leg uit: &lt;br /&gt;
#* nucleaire receptoren&lt;br /&gt;
#* polyadenylatiesignalen&lt;br /&gt;
#* stopcodonsuppressors&lt;br /&gt;
#* bacteriÃ«le transposons&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
# Geef de structuur en functies van de sigma(factoren) bij RNA polymerase van prokaryoten.&lt;br /&gt;
# Leg uit wat de structuur en functies zijn van het C terminale domein van eukaryotisch RNA polymerase II.&lt;br /&gt;
# De genetische code kan niet gewijzigd worden, toch zijn er sporen van evolutie. Bespreek deze stelling adhv de figuur. Gegeven figuur : tabel van alle mogelijke codons voor de verschillende aminozuren&lt;br /&gt;
# Verklaar binnen de aangegeven ruimte:&lt;br /&gt;
#* Epitoop tagging&lt;br /&gt;
#* Type II introns&lt;br /&gt;
#* Kozak sequentie &lt;br /&gt;
#* Holliday-verbinding&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 jan 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
# Transcriptie initiatie bij prokaryoten&lt;br /&gt;
# Splicing&lt;br /&gt;
# Leg uit:  &lt;br /&gt;
#*A-DNA  &lt;br /&gt;
#*Southern blotting &lt;br /&gt;
#*HAT &lt;br /&gt;
#*eIF4E&lt;br /&gt;
# Homologe recombinatie (enkel schriftelijk)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 jan 2014 (voormiddag)=== &lt;br /&gt;
# bespreek invloed glucose en arabinose op ara-operon + onderligende moleculaire mechanismen&lt;br /&gt;
# mRNA cap: bespreek de biosynthese, functie, vergelijk met 5&#039; prokaryoot&lt;br /&gt;
# wat hebben transposons en antilichamen gemeen? licht toe&lt;br /&gt;
# leg uit: &lt;br /&gt;
#*rho&lt;br /&gt;
#*zinkvinger&lt;br /&gt;
#*peptidyltransferase&lt;br /&gt;
#*splicingsignalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 jan 2013(voormiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Geef de verschillen en gelijkenissen tussen de regulaire van lac- en trp-operon.&lt;br /&gt;
# Bespreek hoe eukaryote ribosomen transcriptie temineren en hervatten.&lt;br /&gt;
# Verklaar binnen de aangegeven ruimte:&lt;br /&gt;
#* cDNA kloning&lt;br /&gt;
#* Figuur van polyadenyleringscomplex&lt;br /&gt;
#* Heat shock response&lt;br /&gt;
#* Rolling circle replicatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 jan 2012(voormiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Structuur en functie van de CTD bij eukaryoot RNA-polymerase II beschrijven.&lt;br /&gt;
# Sanger-methode voor sequentie-analyse bespreken.&lt;br /&gt;
# Verklaar binnen de aangegeven ruimte:&lt;br /&gt;
#* Zinkvinger&lt;br /&gt;
#* Ribozyme&lt;br /&gt;
#* Tekening van tRNA-mimicry&lt;br /&gt;
#* Telomerase&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 jan 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
idem 18 januari 2010&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 jan 2011 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe lactose en glucose het lac operon beÃ¯nvloeden&lt;br /&gt;
# Gen activiteit bij eukaryoten kan geanalyseerd worden aan de hand van DNase activiteit. &lt;br /&gt;
#* Leg uit &lt;br /&gt;
#* hoe doet men dit experimenteel&lt;br /&gt;
# Verklaar binnen de aangegeven ruimte &lt;br /&gt;
#* lariat &lt;br /&gt;
#* eIF2 alfa &lt;br /&gt;
#* wobble &lt;br /&gt;
#* tekening van rolling circle replicatie (tekening van faag lamda)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 jan 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Bespreek structuur en functie van prokaryoot RNA-polymerase (holoÃ«nzym)&lt;br /&gt;
# Maak een vergelijking tussen translatie-initiatie bij prokaryoten en eukaryoten&lt;br /&gt;
# Verklaar:&lt;br /&gt;
#* Lysogenie&lt;br /&gt;
#* Histon H1&lt;br /&gt;
#* RT-PCR&lt;br /&gt;
#* Fig. 21.34 (onderste deel alleen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 29 jan 2010 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Bespreek transcriptie-initiatie bij prokaryoten.&lt;br /&gt;
# Fig 21.18&lt;br /&gt;
# Bespreek kort:&lt;br /&gt;
#* C-waardeparadox&lt;br /&gt;
#* Kozak-sequentie&lt;br /&gt;
#* Epitope tagging&lt;br /&gt;
#* EF-Tu&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 jan 2010 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Bespreek het scanning-model bij eukaryote translatie-initiatie.&lt;br /&gt;
# Welke methode(s) ken je om de transcriptiestartplaats / het 5&#039; einde te bepalen?&lt;br /&gt;
# Bespreek kort:&lt;br /&gt;
#* Riboswitch&lt;br /&gt;
#* TATA&lt;br /&gt;
#* Zinkvinger&lt;br /&gt;
#* Figuur met vorming thÃ¨ta-structuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 jan 2010 ===&lt;br /&gt;
# Geef de overeenkomsten en verschillen tussen pro- en eukaryote promoters.&lt;br /&gt;
# Bespreek fig. 14.27&lt;br /&gt;
# bespreek kort:&lt;br /&gt;
#* Ribosoombindingsplaats&lt;br /&gt;
#* Moleculaire mimicrie&lt;br /&gt;
#* RACE&lt;br /&gt;
#* beta-clamp&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 jan 2010 ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de structuur en functie van prokaryoot RNA-polymerase(holoënzyme)&lt;br /&gt;
# Maak een vergelijking tussen translatie-initiatie bij pro-en eukaryoten.&lt;br /&gt;
# bespreek kort:&lt;br /&gt;
#* lysogenie&lt;br /&gt;
#* H1 histonen&lt;br /&gt;
#* RT-PCR&lt;br /&gt;
#* Fig 21.34&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 jan 2009 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Bespreek terminatie bij prokaryote transcriptie.&lt;br /&gt;
# RNA-editing&lt;br /&gt;
# fig 4.11&lt;br /&gt;
Kaartjes:&lt;br /&gt;
# Zink-vinger&lt;br /&gt;
# Nick-translatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 jan 2009 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Bespreek de methode van S1 mapping (5&#039; en 3&#039; einde) en primer extension.&lt;br /&gt;
# Structuur prokaryotisch RNA polymerase en bespreking sigma als specificiteitsfactor.&lt;br /&gt;
# fig. 14.1&lt;br /&gt;
Kaartjes:&lt;br /&gt;
# Bespreek MCS, valspositieven en directioneel klonen.&lt;br /&gt;
# Plaatsgerichte mutagenese.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2009 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# DNA:&lt;br /&gt;
#* Bespreek A, B en Z DNA (ook helemaal hoe DNA wordt opgebouwd).&lt;br /&gt;
#* Hoe kan het G-C gehalte van DNA bepaald worden.&lt;br /&gt;
# Bespreek de eukaryotische polymerases.&lt;br /&gt;
# Figuur van pBR322 bespreken.&lt;br /&gt;
Kaartjes:&lt;br /&gt;
# Zink-vinger&lt;br /&gt;
# fig 9.7&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jan 2008 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Plaats gerichte mutagenese.&lt;br /&gt;
# Trp operon.&lt;br /&gt;
# Stom figuur van dnase hypergevoeligheid bij actief/inactief dna.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 jan 2008 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Bespreek DNA fingerprinting en typing (+toepassingen en detectie)&lt;br /&gt;
# Bespreek de lytische reproductiecyclus van faag lambda.&lt;br /&gt;
# Foto van RNA editing.&lt;br /&gt;
Kaartjes: &lt;br /&gt;
# Figuurke van 30nm vezel van chromatine en dan zo verwijderen van histonen om dubbelstreng DNA te krijgen en dan nick van DNA.&lt;br /&gt;
# Verschil tussen DNase en DMS footprinting.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 jan 2008 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# S1 mapping ( 3&#039; en 5&#039;) + primer extension (verschillen, voor-en nadelen)&lt;br /&gt;
# Alles over prokaryotisch RNApol (subeenheden, functies, experimenten met sigmafactor + virussentranscriptie, ...)&lt;br /&gt;
# figuur: Intron-exon met die lus-structuur (vraagt ook hoe ge da beeld bekomt via EM)&lt;br /&gt;
Kaartjes:&lt;br /&gt;
# Merodiploid: constitutieve operator.&lt;br /&gt;
# ProteÃ¯ne - dna interactie figuur (met die helix-turn-helix).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 jan 2008 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Expressievectoren.&lt;br /&gt;
# Acetylatie en deacetylatie (+Histone acetyltransferase cloning of zoiets).&lt;br /&gt;
# fig 9.14 (vierde editie)&lt;br /&gt;
Kaartjes:&lt;br /&gt;
# Epitope tagging&lt;br /&gt;
# fig 13.10&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 jan 2008 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Bespreek het trp operon.&lt;br /&gt;
# Bespreek site-directed mutagenesis.&lt;br /&gt;
# vul tekening van DNAse hypersensitivity verder aan. Bespreek de gebruikte technieken.&lt;br /&gt;
Kaartjes:&lt;br /&gt;
# Zo&#039;n schematje van een merodiploid van het lac operon.&lt;br /&gt;
# De C-waarde paradox.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 jan 2007 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Prokaryoot RNApolymerase en sigma.&lt;br /&gt;
# Figuur van RNAlooping.&lt;br /&gt;
# S1mapping en primer extension.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jan 2007 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Transcriptieterminatie bij prokaryoten.&lt;br /&gt;
# RNAediting.&lt;br /&gt;
# Figuur van pBluescript.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jan 2007 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Reassociatie kinetica.&lt;br /&gt;
# Alles over chromatine en H1.&lt;br /&gt;
# Foto: P22 en 434 (lambda operator/repressor interacties).&lt;br /&gt;
Kaartjes:&lt;br /&gt;
# Bespreek de sigmacyclus.&lt;br /&gt;
# DNA transcriptie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 jan 2007 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Bespreek S1 mapping(zowel 3&#039;als 5&#039;einde) en primer extension.&lt;br /&gt;
# Bespreek de structuur van de prokarytische RNApolymerase en ook sigma als specifiteitsfactor.&lt;br /&gt;
# Foto van R-looping experiment.&lt;br /&gt;
Kaartjes: &lt;br /&gt;
# Plaque hybridisatie.&lt;br /&gt;
# Dnase(1)-hypergevoeligheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 jan 2007 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Geef de verschillende methoden voor expressie van gekloonde genen(inbegrepen fusieproteÃ¯nen en hun zuivering).&lt;br /&gt;
# Bespreek de acetylering en deacetylering van histonen (bespreek ook het kloneringsexperiment van histon-acetyl-transferase).&lt;br /&gt;
# Figuur 9.17 pag. 258 bespreken.&lt;br /&gt;
Kaartjes:&lt;br /&gt;
# Vergelijk DNase footprinting met gel mobility shift. Zijn er specifieke voordelen van de ene techniek tov. de andere.&lt;br /&gt;
# Figuur 9.18a pag 259 bespreken.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Claire Pietermans</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Biologie&amp;diff=325</id>
		<title>Moleculaire Biologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Biologie&amp;diff=325"/>
		<updated>2017-01-31T08:22:06Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Claire Pietermans: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Vak gedoceerd door Prof. J.Robben sinds september 2009, vroeger gedoceerd door Prof. M. De Ley. Mondeling examen. Sinds 2013 3 grote vragen en de vierde vraag is kort enkele woordjes of een tekening bespreken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;30 januari 2017 VM&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
- Bespreek alternatieve splicing. Hoe werkt het en geef een concreet voorbeeld.&lt;br /&gt;
- Tabel van codons. Leg uit: dit wijzigt nooit maar toch is er sprake van evolutie. &lt;br /&gt;
- Het Ds en Ac mechanisme bij maïs uitleggen. Waarom was deze wetenschappelijke ontdekking zo belangrijk?&lt;br /&gt;
- Begrippen: DNA footprint, resolvase, Zink finger (op de tekening staan 3 zink fingers), polysoom&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
#Bespreek aan de hand van een figuur het trombonemodel van DNA-replicatie. Welke moleculaire structuren en processen van de DNA-replicatie komen in dit model naar voor.&lt;br /&gt;
#Bespreek de structuur, functie en regulatie van de prokaryote sigma-factor(en).&lt;br /&gt;
#Op welke experimentele manier kun je de transcriptiestart met een gegeven promotor bepalen. &lt;br /&gt;
#Begrippen:&lt;br /&gt;
#*enhancer&lt;br /&gt;
#*cDNA kloning&lt;br /&gt;
#*figuur van heatshock gen&lt;br /&gt;
#*RecBCD-reactieweg&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2017===&lt;br /&gt;
#transcriptie terminatie bij pro en eukaryoten uitleggen&lt;br /&gt;
#bespreek mRNA Cap-structuur bij eukaryoten (biosynthese, structuur, functie) en vergelijk met prokaryoten&lt;br /&gt;
#welke moleculaire processen helpen bij de start van translatie bij eukaryoten. (start van matuur mRNA)&lt;br /&gt;
#begrippen&lt;br /&gt;
#*enhancer&lt;br /&gt;
#*yeast two hybrid method&lt;br /&gt;
#*tRNA mimicry&lt;br /&gt;
#*herschikking van immunoglobinegenen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2017 NM===&lt;br /&gt;
#Hoe wordt het ara operon gereguleerd?&lt;br /&gt;
#Hoe beinvloeden histonen de genexpressie?&lt;br /&gt;
#Wat heeft immunoglobuline met transpositie te maken?&lt;br /&gt;
#begrippen&lt;br /&gt;
#*Sanger sequencing&lt;br /&gt;
#*zinkvinger (afbeelding)&lt;br /&gt;
#*polysoom&lt;br /&gt;
#*beta-klemlader&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2017 NM===&lt;br /&gt;
#Scanningscomplex van translatie initiatie bij eukaryoten&lt;br /&gt;
#Methoden om binding van eiwitten aan DNA te bestuderen&lt;br /&gt;
#recA welke functies en werking&lt;br /&gt;
#begrippen&lt;br /&gt;
#*sanger sequencing&lt;br /&gt;
#*tekening zink vingers&lt;br /&gt;
#*U2 snRNP&lt;br /&gt;
#*stopcodonsuppressie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
#telomeren&lt;br /&gt;
#transcriptie bij eukaryoten&lt;br /&gt;
#intron/extron splicing&lt;br /&gt;
#begrippen&lt;br /&gt;
#*cDNA&lt;br /&gt;
#*enhancer&lt;br /&gt;
#*tekening RNA mimicry&lt;br /&gt;
#*recombinatie bij hemoglobine&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 aug 2016 NM===&lt;br /&gt;
#Bespreek de regulatie  van het Trp operon. Wat wordt er bedoelt met attenuatie?&lt;br /&gt;
#Genetische code is onveranderlijk, maar evolutie laat wel sporen na. Verklaar. (tabel met DNA codons gegeven)&lt;br /&gt;
#Wat is homologe recombinatie? Wat zijn de moleculaire stappen in dit proces?  Welke zijn de belangrijkste eiwitten?&lt;br /&gt;
#Woordjes: &lt;br /&gt;
#*Sanger methode&lt;br /&gt;
#*Tekening Zinkvinger&lt;br /&gt;
#*histonacetyltransferase HAT&lt;br /&gt;
#*DNA-mismatch repair&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Bespreek opvouwing bij eukaryoot DNA en de invloed op de genexpressie&lt;br /&gt;
#Vergelijk translatie-intitiatie bij prokaryoten en eukaryoten&lt;br /&gt;
#Er is een probleem bij de replicatie van lineair DNA. Bespreek en wat kunnen we hieraan doen.&lt;br /&gt;
#Woordjes: Figuur 8.18, epitoop tagging, mRNA-cap, suppressor-tRNA&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 januari 2016===&lt;br /&gt;
#trp en attenuatie&lt;br /&gt;
#chromatinestructuur&lt;br /&gt;
#translatie initiatie eukaryoten + regulatie&lt;br /&gt;
#Woordjes: &lt;br /&gt;
#*foto footprinting&lt;br /&gt;
#*cap mRNA&lt;br /&gt;
#*base-excinsieherstel&lt;br /&gt;
#*retrotransposons&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2016 VM===&lt;br /&gt;
#Geef de structuur, functie, biosynthese van de 5&#039; cap en vergelijk dit met het 5&#039; einde van de prokaryoten.&lt;br /&gt;
#Bespreek de gelijkenissen en verschillen tussen pro- en eukaryoot RNA-polymerases.&lt;br /&gt;
#Wat is homologe recombinatie, welke moleculaire stappen vinden hierbij plaats en wat zijn de belangrijkste eiwitten die hierin meespelen.&lt;br /&gt;
#Woordjes: &lt;br /&gt;
#*Sanger-sequencing&lt;br /&gt;
#*Foto van antiterminatie â€“ terminatie&lt;br /&gt;
#*Nucleosoom&lt;br /&gt;
#*DNA-mismatch repair&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2016 NM===&lt;br /&gt;
#Leg aan de hand van een tekening uit wat het trombone effect is en welke moleculaire structuren en functies worden hier in dit mechanisme samen getrokken.&lt;br /&gt;
#Verklaar met een schema hoe de lysogene cyclus ontstaat bij faag lamba infectie van een E.Coli. Hoe behoud men dee lysogene cyclus en hoe kan deze worden verbroken.&lt;br /&gt;
#Geef de structuur, functie, biosynthese van de 5&#039; cap en vergelijk dit met het 5&#039; einde van de prokaryoten;&lt;br /&gt;
#Kleine vraagjes: &lt;br /&gt;
#*Tekening van lac operon met O1 O2, O3 en CAP en RNAP bindingsplaatsen.&lt;br /&gt;
#*Leu-zipper&lt;br /&gt;
#*Peptidyltransferase&lt;br /&gt;
#*Retrotransposons&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 januari 2016 NM===&lt;br /&gt;
#Welke experimentele methoden ken je om de interactie tussen dna en eiwit te bestuderen en hoe werken ze.&lt;br /&gt;
#Bespreek transcriptie van eukaryote rna polymerase 2 en de factoren die hierin meespelen. &lt;br /&gt;
#BacteriÃ«le transposons, hoe werken ze en wat zijn voor- en nadelen.&lt;br /&gt;
#Woordjes: &lt;br /&gt;
#*Northern blotting&lt;br /&gt;
#*wobble base paring&lt;br /&gt;
#*u6&lt;br /&gt;
#*en zo die haarspeld van heatshok&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Terminatie van transcriptie bij prokaryoten&lt;br /&gt;
#Functie en structuur van de C-terminaal van eukaryoot RNA pol II&lt;br /&gt;
#Terminatie en hervatting bij eukaryoten ribosomen&lt;br /&gt;
#Woordjes: &lt;br /&gt;
#*S1 mapping&lt;br /&gt;
#*RNA-DNA hybride met intron&lt;br /&gt;
#*eIF2 alfa&lt;br /&gt;
#*Holliday junctie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 januari 2015===&lt;br /&gt;
#5&#039;cap structuur, biosynthese en functie en vergelijken met 5&#039; van prokaryote mRna&lt;br /&gt;
#catabolic activator protein structuur en functie&lt;br /&gt;
#wat is het probleem bij replicatie van lineair dna en hoe lost de cel dit op &lt;br /&gt;
#tekening van lac operon (met de 3 operonen, structuur repressor uitleggen); enhanceosoom; peptidyl transfer; en v(d)j-recombination &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 januari 2015===&lt;br /&gt;
#verschillen en gelijkenissen tussen rna polymerase van prokaryoten en eukaryoten&lt;br /&gt;
#alternatieve splitsing, ook een voorbeeld ervan geven&lt;br /&gt;
#genconversie uitleggen aan de hand van een figuur&lt;br /&gt;
#woordjes: abortieve transcriptie, tekening van het trombone model, aminoacyl trna synthetase en cdna kloning&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2015 (NM)===&lt;br /&gt;
#Hoe kun je de binding tussen dna en eiwitten bestuderen &lt;br /&gt;
#Splicing &lt;br /&gt;
#RecBCD &lt;br /&gt;
#begrippen: sanger sequencing, zinkvingers afbeelding, histonmodelering, eif4e&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2015 (VM)===&lt;br /&gt;
#transcriptie-initiatie&lt;br /&gt;
#translate-elongatie&lt;br /&gt;
#transposons bacterie&lt;br /&gt;
#woordjes: anti-sigmafactor, epitoop tagging, splicingfiguur en genvonversie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 jan 2015===&lt;br /&gt;
#Bespreek de Trp operon regulatie. Wat is attenuatie?&lt;br /&gt;
#Geef de histonen en hun modificaties + het gevolg van deze modificaties op de genexpressie.&lt;br /&gt;
#Wat is V(D)J recombinatie en wat is het biologisch nut ervan?&lt;br /&gt;
#Kleine vragen:&lt;br /&gt;
#*Afbeelding van een Zn-Vinger&lt;br /&gt;
#*Wat is een replisoom?&lt;br /&gt;
#*Wat is stopcodon supressie.&lt;br /&gt;
#*Bespreek de beta klemlader.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 september 2014===&lt;br /&gt;
# Bespreek de effecten van arabinose en glucose op de expressie van het ara-operon. Verduidelijk de onderliggende mechanismen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de moleculaire processen die leiden tot het starten van de translatie bij eukaryoten (vertrekkende van matuur mRNA in het cytosol).&lt;br /&gt;
#* Op welke wijze(n) kan de cel deze translatie-initiatie regelen?&lt;br /&gt;
# Wat is homologe recombinatie? Wat zijn de moleculaire stappen in dit proces? Welke zijn de belangrijkste eiwitten?&lt;br /&gt;
# Termen:&lt;br /&gt;
#* Northern Blotting&lt;br /&gt;
#* topoisomerase&lt;br /&gt;
#* alternatieve splicing&lt;br /&gt;
#* RNA splicing afbeelding uitleggen (halverwege de splicing met de lariaat reeds gevormd.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 Augustus 2014===&lt;br /&gt;
# Bespreek de regulatie van het trp operon. Wat wordt er bedoeld met attenuatie?&lt;br /&gt;
# Bespreek op moleculair niveau de translatie elongatie cyclus bij prokaryoten.&lt;br /&gt;
#* Hoe wordt deze cyclus afgebroken? (terminatie)&lt;br /&gt;
# Wat is genconversie? Hoe algemeen komt dit voor?&lt;br /&gt;
# Termen:&lt;br /&gt;
#* DNA footprinting&lt;br /&gt;
#* telomerase&lt;br /&gt;
#* Rollende cirkel replicatie&lt;br /&gt;
#* RNA splicing afbeelding uitleggen (halverwege de splicing met de lariaat reeds gevormd.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 januari 2014 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
# hoe eiwitten ontdekken op DNA? meerder manieren (footprinting en nucleosoompositionering en hij vroeg dan nog naar CAP)&lt;br /&gt;
# waar zorgen histonen voor bij DNA en aanpassingen?&lt;br /&gt;
# translatie initiatie bij eukaryoten en geef de dingen die daarbij kunnen &lt;br /&gt;
# woordjes:&lt;br /&gt;
#*antiterminatie&lt;br /&gt;
#*ticketing hypothese ofzoiets&lt;br /&gt;
#*BER&lt;br /&gt;
#*van die eiwitten iets met die herschikkingen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 jan 2014 (namiddag)===&lt;br /&gt;
#bespreek de terminatie mechanismen bij prokaryoten&lt;br /&gt;
#bespreek de translatie elongatie cyclus&lt;br /&gt;
#bespreek RNA splicing&lt;br /&gt;
#woordjes: S1 mapping, enhancer, amino acetyl tRNA syntethase, genconversie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 jan 2014 (namiddag)===&lt;br /&gt;
# Bespreek de structuur en functie van kataboliet activerend proteÃ¯ne (CAP)&lt;br /&gt;
# Bespreek de invloed van histonen en hun modificaties op genexpressie&lt;br /&gt;
# Tijdens de replicatie van lineair DNA is er een probleem. Hoe lost de cel dit op?&lt;br /&gt;
# Leg uit: &lt;br /&gt;
#* nucleaire receptoren&lt;br /&gt;
#* polyadenylatiesignalen&lt;br /&gt;
#* stopcodonsuppressors&lt;br /&gt;
#* bacteriÃ«le transposons&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
# Geef de structuur en functies van de sigma(factoren) bij RNA polymerase van prokaryoten.&lt;br /&gt;
# Leg uit wat de structuur en functies zijn van het C terminale domein van eukaryotisch RNA polymerase II.&lt;br /&gt;
# De genetische code kan niet gewijzigd worden, toch zijn er sporen van evolutie. Bespreek deze stelling adhv de figuur. Gegeven figuur : tabel van alle mogelijke codons voor de verschillende aminozuren&lt;br /&gt;
# Verklaar binnen de aangegeven ruimte:&lt;br /&gt;
#* Epitoop tagging&lt;br /&gt;
#* Type II introns&lt;br /&gt;
#* Kozak sequentie &lt;br /&gt;
#* Holliday-verbinding&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 jan 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
# Transcriptie initiatie bij prokaryoten&lt;br /&gt;
# Splicing&lt;br /&gt;
# Leg uit:  &lt;br /&gt;
#*A-DNA  &lt;br /&gt;
#*Southern blotting &lt;br /&gt;
#*HAT &lt;br /&gt;
#*eIF4E&lt;br /&gt;
# Homologe recombinatie (enkel schriftelijk)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 jan 2014 (voormiddag)=== &lt;br /&gt;
# bespreek invloed glucose en arabinose op ara-operon + onderligende moleculaire mechanismen&lt;br /&gt;
# mRNA cap: bespreek de biosynthese, functie, vergelijk met 5&#039; prokaryoot&lt;br /&gt;
# wat hebben transposons en antilichamen gemeen? licht toe&lt;br /&gt;
# leg uit: &lt;br /&gt;
#*rho&lt;br /&gt;
#*zinkvinger&lt;br /&gt;
#*peptidyltransferase&lt;br /&gt;
#*splicingsignalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 jan 2013(voormiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Geef de verschillen en gelijkenissen tussen de regulaire van lac- en trp-operon.&lt;br /&gt;
# Bespreek hoe eukaryote ribosomen transcriptie temineren en hervatten.&lt;br /&gt;
# Verklaar binnen de aangegeven ruimte:&lt;br /&gt;
#* cDNA kloning&lt;br /&gt;
#* Figuur van polyadenyleringscomplex&lt;br /&gt;
#* Heat shock response&lt;br /&gt;
#* Rolling circle replicatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 jan 2012(voormiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Structuur en functie van de CTD bij eukaryoot RNA-polymerase II beschrijven.&lt;br /&gt;
# Sanger-methode voor sequentie-analyse bespreken.&lt;br /&gt;
# Verklaar binnen de aangegeven ruimte:&lt;br /&gt;
#* Zinkvinger&lt;br /&gt;
#* Ribozyme&lt;br /&gt;
#* Tekening van tRNA-mimicry&lt;br /&gt;
#* Telomerase&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 jan 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
idem 18 januari 2010&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 jan 2011 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe lactose en glucose het lac operon beÃ¯nvloeden&lt;br /&gt;
# Gen activiteit bij eukaryoten kan geanalyseerd worden aan de hand van DNase activiteit. &lt;br /&gt;
#* Leg uit &lt;br /&gt;
#* hoe doet men dit experimenteel&lt;br /&gt;
# Verklaar binnen de aangegeven ruimte &lt;br /&gt;
#* lariat &lt;br /&gt;
#* eIF2 alfa &lt;br /&gt;
#* wobble &lt;br /&gt;
#* tekening van rolling circle replicatie (tekening van faag lamda)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 jan 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Bespreek structuur en functie van prokaryoot RNA-polymerase (holoÃ«nzym)&lt;br /&gt;
# Maak een vergelijking tussen translatie-initiatie bij prokaryoten en eukaryoten&lt;br /&gt;
# Verklaar:&lt;br /&gt;
#* Lysogenie&lt;br /&gt;
#* Histon H1&lt;br /&gt;
#* RT-PCR&lt;br /&gt;
#* Fig. 21.34 (onderste deel alleen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 29 jan 2010 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Bespreek transcriptie-initiatie bij prokaryoten.&lt;br /&gt;
# Fig 21.18&lt;br /&gt;
# Bespreek kort:&lt;br /&gt;
#* C-waardeparadox&lt;br /&gt;
#* Kozak-sequentie&lt;br /&gt;
#* Epitope tagging&lt;br /&gt;
#* EF-Tu&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 jan 2010 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Bespreek het scanning-model bij eukaryote translatie-initiatie.&lt;br /&gt;
# Welke methode(s) ken je om de transcriptiestartplaats / het 5&#039; einde te bepalen?&lt;br /&gt;
# Bespreek kort:&lt;br /&gt;
#* Riboswitch&lt;br /&gt;
#* TATA&lt;br /&gt;
#* Zinkvinger&lt;br /&gt;
#* Figuur met vorming thÃ¨ta-structuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 jan 2010 ===&lt;br /&gt;
# Geef de overeenkomsten en verschillen tussen pro- en eukaryote promoters.&lt;br /&gt;
# Bespreek fig. 14.27&lt;br /&gt;
# bespreek kort:&lt;br /&gt;
#* Ribosoombindingsplaats&lt;br /&gt;
#* Moleculaire mimicrie&lt;br /&gt;
#* RACE&lt;br /&gt;
#* beta-clamp&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 jan 2010 ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de structuur en functie van prokaryoot RNA-polymerase(holoënzyme)&lt;br /&gt;
# Maak een vergelijking tussen translatie-initiatie bij pro-en eukaryoten.&lt;br /&gt;
# bespreek kort:&lt;br /&gt;
#* lysogenie&lt;br /&gt;
#* H1 histonen&lt;br /&gt;
#* RT-PCR&lt;br /&gt;
#* Fig 21.34&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 jan 2009 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Bespreek terminatie bij prokaryote transcriptie.&lt;br /&gt;
# RNA-editing&lt;br /&gt;
# fig 4.11&lt;br /&gt;
Kaartjes:&lt;br /&gt;
# Zink-vinger&lt;br /&gt;
# Nick-translatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 jan 2009 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Bespreek de methode van S1 mapping (5&#039; en 3&#039; einde) en primer extension.&lt;br /&gt;
# Structuur prokaryotisch RNA polymerase en bespreking sigma als specificiteitsfactor.&lt;br /&gt;
# fig. 14.1&lt;br /&gt;
Kaartjes:&lt;br /&gt;
# Bespreek MCS, valspositieven en directioneel klonen.&lt;br /&gt;
# Plaatsgerichte mutagenese.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2009 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# DNA:&lt;br /&gt;
#* Bespreek A, B en Z DNA (ook helemaal hoe DNA wordt opgebouwd).&lt;br /&gt;
#* Hoe kan het G-C gehalte van DNA bepaald worden.&lt;br /&gt;
# Bespreek de eukaryotische polymerases.&lt;br /&gt;
# Figuur van pBR322 bespreken.&lt;br /&gt;
Kaartjes:&lt;br /&gt;
# Zink-vinger&lt;br /&gt;
# fig 9.7&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jan 2008 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Plaats gerichte mutagenese.&lt;br /&gt;
# Trp operon.&lt;br /&gt;
# Stom figuur van dnase hypergevoeligheid bij actief/inactief dna.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 jan 2008 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Bespreek DNA fingerprinting en typing (+toepassingen en detectie)&lt;br /&gt;
# Bespreek de lytische reproductiecyclus van faag lambda.&lt;br /&gt;
# Foto van RNA editing.&lt;br /&gt;
Kaartjes: &lt;br /&gt;
# Figuurke van 30nm vezel van chromatine en dan zo verwijderen van histonen om dubbelstreng DNA te krijgen en dan nick van DNA.&lt;br /&gt;
# Verschil tussen DNase en DMS footprinting.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 jan 2008 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# S1 mapping ( 3&#039; en 5&#039;) + primer extension (verschillen, voor-en nadelen)&lt;br /&gt;
# Alles over prokaryotisch RNApol (subeenheden, functies, experimenten met sigmafactor + virussentranscriptie, ...)&lt;br /&gt;
# figuur: Intron-exon met die lus-structuur (vraagt ook hoe ge da beeld bekomt via EM)&lt;br /&gt;
Kaartjes:&lt;br /&gt;
# Merodiploid: constitutieve operator.&lt;br /&gt;
# ProteÃ¯ne - dna interactie figuur (met die helix-turn-helix).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 jan 2008 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Expressievectoren.&lt;br /&gt;
# Acetylatie en deacetylatie (+Histone acetyltransferase cloning of zoiets).&lt;br /&gt;
# fig 9.14 (vierde editie)&lt;br /&gt;
Kaartjes:&lt;br /&gt;
# Epitope tagging&lt;br /&gt;
# fig 13.10&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 jan 2008 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Bespreek het trp operon.&lt;br /&gt;
# Bespreek site-directed mutagenesis.&lt;br /&gt;
# vul tekening van DNAse hypersensitivity verder aan. Bespreek de gebruikte technieken.&lt;br /&gt;
Kaartjes:&lt;br /&gt;
# Zo&#039;n schematje van een merodiploid van het lac operon.&lt;br /&gt;
# De C-waarde paradox.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 jan 2007 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Prokaryoot RNApolymerase en sigma.&lt;br /&gt;
# Figuur van RNAlooping.&lt;br /&gt;
# S1mapping en primer extension.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jan 2007 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Transcriptieterminatie bij prokaryoten.&lt;br /&gt;
# RNAediting.&lt;br /&gt;
# Figuur van pBluescript.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jan 2007 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Reassociatie kinetica.&lt;br /&gt;
# Alles over chromatine en H1.&lt;br /&gt;
# Foto: P22 en 434 (lambda operator/repressor interacties).&lt;br /&gt;
Kaartjes:&lt;br /&gt;
# Bespreek de sigmacyclus.&lt;br /&gt;
# DNA transcriptie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 jan 2007 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Bespreek S1 mapping(zowel 3&#039;als 5&#039;einde) en primer extension.&lt;br /&gt;
# Bespreek de structuur van de prokarytische RNApolymerase en ook sigma als specifiteitsfactor.&lt;br /&gt;
# Foto van R-looping experiment.&lt;br /&gt;
Kaartjes: &lt;br /&gt;
# Plaque hybridisatie.&lt;br /&gt;
# Dnase(1)-hypergevoeligheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 jan 2007 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Geef de verschillende methoden voor expressie van gekloonde genen(inbegrepen fusieproteÃ¯nen en hun zuivering).&lt;br /&gt;
# Bespreek de acetylering en deacetylering van histonen (bespreek ook het kloneringsexperiment van histon-acetyl-transferase).&lt;br /&gt;
# Figuur 9.17 pag. 258 bespreken.&lt;br /&gt;
Kaartjes:&lt;br /&gt;
# Vergelijk DNase footprinting met gel mobility shift. Zijn er specifieke voordelen van de ene techniek tov. de andere.&lt;br /&gt;
# Figuur 9.18a pag 259 bespreken.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Claire Pietermans</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Statistiek_%26_Data-analyse&amp;diff=221</id>
		<title>Statistiek &amp; Data-analyse</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Statistiek_%26_Data-analyse&amp;diff=221"/>
		<updated>2017-01-21T20:13:06Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Claire Pietermans: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt; [[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
 [[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;20 JANUARI 2017&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
Examenvragen statistiek 20-01-2017:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- eerste vraag waren 4 juist/fout vragen &lt;br /&gt;
- als X en Y normaal verdeeld zijn, is de som dan altijd normaal verdeeld&lt;br /&gt;
- iets me benadering van steekproefgem en populatiegem&lt;br /&gt;
- iets me E(X) of da bij toevalsvariabele gelijk is aan het gem &lt;br /&gt;
... weet ik ni meer exact, ge moet gewoon juist of fout aanduiden, ni uitleggen&lt;br /&gt;
- tweede vraag waren twee bewijzen (me Var(a+bX+cY) en E(a+bX+cY) en dan altijd zo bijvragen van a-e zo Var en E uitrekenen en mediaan berekenen, cumulatieve frequentie tekenen.. en dan iets me X+Y en kansen daarvan berekenen beetje vaag haha&lt;br /&gt;
- dan twee vragen op kansen ook met altijd zo deelvraagjes, eerste was over dat er verschillende sets van 20 stuks zijn en ge ga na hoeveel defecte er zijn, ge hebt enkele gegevens gegeven vb. Kans op geen defecte elementen in uw set van 20 is 70%, kans op juist 1 defect element is 20% enz. Daar dan allemaal kans vragen op, vb. Wat is de kans da als ge willekeurig een lot van 20 neemt, en ge weet da er exact 1 defect is, wa is dan de kans da als ge er twee willekeurige uitneemt da die ni defect zijn enzovoort.. &lt;br /&gt;
Dan een kansoefening met een kind da 10 keer me een dobbelsteen mag gooien en elke keer als die 6 gooit krijgt die een cadeau, wa is dan de kans da die meer als 3 cadeaus krijgt enzovoort, welke kansverdeling is da en bereken ook benaderend en zo van die deelvragen, ook nog als ze die traditie 35 jaar zouden doen en die jongen mag elke keer gooien op zijn bday wa is dan de kans da die meer dan 55 cadeaus krijgt&lt;br /&gt;
- en dan nog twee hypothesetesten waarvan ene met R output &lt;br /&gt;
De ene vraag was over herseninhoud, ze willen zien of de herseninhoud van een 75 jarige persoon gekropen is tov een 25 jarige persoon, ge hebt dan een lijst gekregen me gegevens en een R output waarin t waarde, P waarde, df ontbreken en aan de hand van die output moet ge dan dingen berekenen mbv hypothesetesten, ook output van een betrouwbaarheidsinterval en da interpreteren &lt;br /&gt;
De andere ging over het feit da er ooit gezegd is geweest da er dobbelstenen bestaan die &amp;quot;niet gelijk&amp;quot; zijn dus die ni eerlijk zijn, ge krijg een tabel me kansen en moet dan hypothesetesten uitvoeren om te zien of die dobbesltaan vervalst was of ni, weer Teststatistiek opstellen, testwaarde berekenen, interpreteren... en dan een tabel me ietske andere waardes van die dobbelstaan me de vraag of die P waarde dan hetzelfde blijft&lt;br /&gt;
- en nog een oefening over laatste hoofdstuk met die lineaire regressie ook me allemaal deelvraagjes ; de lineaire regressie opstellen en dan s^2 uitrekenen, ge hebt sx sy sxy enzo gegeven, en dan moet ge daar hypothese en teststatistiek ook doen dacht ik (bij elke hypothesetest vraagt ze teststatistiek, testwaarde , P waarde interpreteren etc) en dan geeft ze ook nog een R^2 waarde die ge moet interpreteren..&lt;br /&gt;
Ik denk da het zoiets ongeveer was haha, en ge had 3u30min tijd :)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Juist/fout, Var(bx)=bÂ²Var(x) aantonen&lt;br /&gt;
#rekenen met kansen&lt;br /&gt;
#ExponentiÃ«le verdeling, laptop heeft een gemiddelde leeftijd van 4 jaar, geef verdelingsfunctie, bepaal kans dat laptop langer leeft...&lt;br /&gt;
#Hypothesetesten&lt;br /&gt;
#R script van ANOVA tabel, ontbrekende waardes aanvullen&lt;br /&gt;
===6 januari 2015===&lt;br /&gt;
#Beschouw twee toevalsvariabele X en Y = g(X) met g een monotone functie dan is:&lt;br /&gt;
##E(Y) = g (E (X)) ?&lt;br /&gt;
##Med(Y) = g ( Med (X)) ?&lt;br /&gt;
##Med(Y) = g( E (X))Â ?&lt;br /&gt;
##IQR (Y) = g (IQR (X)) ?&lt;br /&gt;
#In Vlaanderen verspreid de groothandel 2000 porties everzwijnsvlees over 15 restaurants. Neem aan dat exact 11 porties hiervan besmet zijn met een virus. In leuven leverde de groothandel 250 (onafh.) porties vlees:&lt;br /&gt;
##hoeveel besmette porties vlees verwacht men in Leuven?&lt;br /&gt;
##Hoe groot is de kans dat minstens 2 porties vlees in Leuven besmet zijn met het virus?&lt;br /&gt;
###Bereken deze kans exact&lt;br /&gt;
###Bereken een benadering van deze kans&lt;br /&gt;
###Is de benaderde kans die je vond een goede benadering voor de kans die je vond? Waarom wel/niet?&lt;br /&gt;
#Mannelijke radiologen worden blootgesteld aan straling. Onderzoekers beweren dat deze frequente blootstelling de kans op mannelijke nakomelingen zou beÃ¯nvloeden. Uit een studie van 31 radiologen, bleek dat 30 van de 87 nakomelingen mannen waren. Kan je op basis van deze studie besluiten dat een frequente blootstelling aan straling een significante invloed heeft op de kans op mannelijke nakomelingen voor een man? Î± = 0.05, normale omstandigheden de kans op mannelijke omstandigheden 50% bedraagt.&lt;br /&gt;
##Formuleer een geschikte H0 en H1 op deze vraag&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek, de (benaderde) verdeling ervan onder H0 en de testwaarde voor deze steekproef.&lt;br /&gt;
##Bereken de (benaderde) P-waarde. Geef de formule en de waarde ervan in deze steekproef.&lt;br /&gt;
##Formuleer een zo volledig mogelijk besluit op basis van de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Bepaal ook het 98% BI voor de kans op mannelijke nakomelingen. Wat besluit je?&lt;br /&gt;
##Wat is de betekenis van een type 2 fout bij deze hypothese test in deze situatie?&lt;br /&gt;
##R-script gegeven met ontbrekende gegevens. Deze worden gevraagd + andere vraagjes&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 januari 2016 (VM)===&lt;br /&gt;
===Hier missen nog bijna gegarandeerd enkele deelvraagjes, dus als je dit examen ook gemaakt hebt (en je weet er nog iets van), vul dan aan a.u.b.====&lt;br /&gt;
#Enkele vragen i.v.m. verdelingen, hun kenmerken, proporties en kansen.&lt;br /&gt;
#Zij (X, Y) een bivariate normaalverdeling met mu = (2, 2) en sigma = ((1, 0.4), (0.4, 1)). Is dan Var(2X - Y) = 3.4?&lt;br /&gt;
#Zij X een continu verdeelde variabele met frequentie f(x). Zij a en b reÃ«ele getallen, bewijs dan dat:   E(a + bX) = a + b*E(X)  en Var(a + bX) = b^2 * E(X)&lt;br /&gt;
#We hebben thuis een alarm geÃ¯nstalleerd. Bij inbraak gaat het met 96% zekerheid af, maar op andere nachten is er ook een kans van 0.3% dat het afgaat vanwege storingen. In onze buurt is er een kans van 3% dat er op een gegeven nacht in een gegeven huis wordt ingebroken. Vannacht gaat het alarm af, hoe groot is de kans dat er werkelijk een inbraak is?&lt;br /&gt;
#Gegeven: een 2x3 relatieve frequentietabel. Aan de ene kant: mannen en vrouwen, aan de andere kant of de groep een slecht, middelmatig of goed oriÃ«ntatievermogen heeft. Rij van de mannen = (1/10, 1/20, 1/2), rij van de vrouwen = (1/5, 1/10, 1/20). Waar of fout:&lt;br /&gt;
##De kans dat een willekeurige vrouw een goed oriÃ«ntatievermogen heeft is 1/7.&lt;br /&gt;
##De verwachte waarde voor mannen en vrouwen zijn gelijk.&lt;br /&gt;
#Gegeven: de gemiddelde Belgische vrouw heeft een lengte van 168.1cm, met een standaardafwijking van 5.3cm.&lt;br /&gt;
##Clara is 180.3cm groot. Hoeveel percent van de Belgische vrouwen is kleiner dan Clara?&lt;br /&gt;
##Stella is kleiner dan 95% van de Belgische vrouwen. Wat is haar maximale hoogte?&lt;br /&gt;
##Hier aan de faculteit zijn er 354 vrouwen. Hoe groot is de kans dat exact twee vrouwen kleiner zijn dan haar (neem hiervoor Stellas maximale mogelijke lengte). Bereken deze exact.&lt;br /&gt;
##Bereken de kans op benaderende wijze. Is dit een goede benadering?&lt;br /&gt;
#Gegeven: de uitslagen van de verkiezingen van mei 2014 en een peiling van 2013. Beiden zijn lijsten van zeven partijen en &amp;amp;quot;Overige&amp;amp;quot;, elk met een corresponderend percentage. Bepaal op significantieniveau 0.05 of deze peiling de verkiezingsresultaten kan voorstellen.&lt;br /&gt;
##Kies gepaste hypothesen voor je test uit te voeren.&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek, verdeling en testwaarde van je test.&lt;br /&gt;
##Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Vorm een besluit.&lt;br /&gt;
#In een fabriek worden er dagelijks 5000 dozen pralines geproduceerd. Elke doos beweert 250g te wegen. Een nieuwe kwaliteitscontroleur (&amp;amp;quot;een jonge snaak&amp;amp;quot; zoals zij het verwoordden) neemt op een dag lukraak 20 dozen uit de productie voor inspectie. Het gemiddelde van deze steekproef is 243.7g met een variantie van 6.91 g^2. Test op significantieniveau 0.05 of de fabriek systematisch te lichte dozen maakt.&lt;br /&gt;
#Kies gepaste hypothesen voor je test uit te voeren.&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek, verdeling en testwaarde van je test.&lt;br /&gt;
##Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Vorm een besluit.&lt;br /&gt;
#Geef het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde van de dagproductie. Geef de definitie van het 95%- betrouwbaarheidsinterval en leg uit wat dit concreet betekent in deze situatie.&lt;br /&gt;
#Leg uit wat een type-I en type-II fout concreet betekenen in deze situatie.&lt;br /&gt;
#Gegeven: output van summary en anova in R.&lt;br /&gt;
##Vul aan: SSM, MSM, MSE, F-waarde, P(F &amp;amp;gt; f) en voor de slope: t-waarde en P(T &amp;amp;gt; t).&lt;br /&gt;
##Voer een hypothesetest uit omtrent H0: alfa = 0 versus H1: alfaÂ != 0&lt;br /&gt;
##Geef de regressierechte.&lt;br /&gt;
##Geef R^2 en leg uit wat deze waarde betekent.&lt;br /&gt;
===26 Januari 2015 (nieuwe prof?) ===&lt;br /&gt;
#Duid aan welke stellingen kloppen en verantwoord: Van een kwantielplot kan je aflezen of:&lt;br /&gt;
##2 variabelen afhankelijk zij van elkaar.&lt;br /&gt;
##er een lineair verband is tussen 2 variabelen&lt;br /&gt;
##een variabale uit een bepaalde verdeling komt&lt;br /&gt;
##2 variabelen bivariaat normaal verdeeld zijn&lt;br /&gt;
#Duid aan welke stellingen kloppen en verantwoord: Indien (X,Y) bivariaatnormaal verdeelde toevalsvariabelen met populatiecorrelatiecoÃ«fficiÃ«nt p en:&lt;br /&gt;
##H0: p=0 vs H1:p=/=0&lt;br /&gt;
##Een p-waarde &amp;amp;lt;alfa oplevert kan je op significantieniveau alfa:&lt;br /&gt;
##besluiten dat er een lineair verband is tussen X en Y, mogelijks monitoon&lt;br /&gt;
##besluiten dat er een monotoon verband is tussen X en Y&lt;br /&gt;
##niet verwerpen dat er een lineair verband is tussen X en Y, mogelijks lieair&lt;br /&gt;
##niet verwerpen dat er een monotoon verband tussen X en Y.&lt;br /&gt;
#Levensduur van een laptop is exponentieel verdeeld. Verwacht wordt dat een laptop 3 jaar meegaat. Kans dat een laptop langers dan 3jaar meegaat voor een voorzichtige student is 55%, voor een slordige student is dit 30%.&lt;br /&gt;
##Toon aan dat de kans dat een laptop langer als 3jaar meegaat, zonder rekening te houden met voorzichtigheid = 36.79%&lt;br /&gt;
##HoeveelÂ % van de studenten is slordig?&lt;br /&gt;
##Jan heeft 3 jaar zijn laptop, wat is de kans dat hij er voorzichtig mee omgaat?&lt;br /&gt;
#Het aantal vogels dat voederplaatsen bezoekt wordt verwacht op 35 door Natuurpunt. Dit jaar werden in 100 tuinen gemiddeld 41 vogels per tuin waargenomen met een standaarddeviatie van 24. Is het gemiddeld aantal vogels per tuin dit jaar groter dan verwacht door Natuurpunt?&lt;br /&gt;
##H0 en H1?&lt;br /&gt;
##Welke teststatistiek gebruik je? Wat is de verdeling ervan onder H0?&lt;br /&gt;
##Welke veronderstellingen maak je om deze test te mogen uitvoeren?&lt;br /&gt;
##Bereken de testwaarde&lt;br /&gt;
##Bereken de (benaderende) p-waarde, geef de formule en de (benaderende) waarde ervan.in deze steekproef.&lt;br /&gt;
##Maak een schets en duid er de testwaarde en p-waarde op aan.&lt;br /&gt;
##Wat besluit je op basis van de p-waarde?&lt;br /&gt;
##Maak je hierbij mogelijk een type I of type II fout?&lt;br /&gt;
#De ontkieming van zaden werd onderzocht bij licht en schemerdonker. 86 van de 100 zaden ontkiemden bij licht, 60 van de 80 zaden ontkiemden bij schemerdonker. 4.1 Onderzoek als er meer zaden ontkiemen bij licht dan schemerdonker, formuleer besluit op significantieniveau 0.05.&lt;br /&gt;
##H0 en H1?&lt;br /&gt;
##Teststatistiek, benaderende verdeling onder H0 en testwaarde&lt;br /&gt;
##p-waarde? Geef uitdrukking met kans als de (benaderende) waarde.&lt;br /&gt;
##Formuleer een zo volledig mogelijk besluit.&lt;br /&gt;
#Stel een 80% betrouwbaarheidsinterval op voor de proportie van zaden die bij licht ontkiemen.&lt;br /&gt;
##Wat is de betekenis van dit betrouwbaarheidsinterval?&lt;br /&gt;
##Vraagjes met R-output (gegevens van ANOVA kunnen berekenen, RÂ² kunnen geven + betekenis,...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 januari 2014===&lt;br /&gt;
#Juist of fout. Leg uit en indien nodig verbeter.&lt;br /&gt;
#een exp (Î») met Î»&amp;amp;gt;0 geeftÂ Î£xi ~ N(n/Î» , n/Î»Â²)&lt;br /&gt;
#als X en Y normaal verdeeld zijn, dan is X - Y eveneens normaal verdeeld&lt;br /&gt;
#(weet ik niet meer)&lt;br /&gt;
#een symmetrische histogram is een grafische voorstelling van normaal verdeelde resultaten.&lt;br /&gt;
#Een kansberekeningsvraag: in een winkel geven klanten gemiddeld 70euro uit met een standaardeviatie van 20euro.&lt;br /&gt;
#Wat is de kans dat iemand in de winkel meer dan 40euro uitgeeft?&lt;br /&gt;
#Er staan 10 klanten in de rij aan te schuiven van de kassa. Wat is de kans dat 3 klanten minder dan 40euro uitgeven?&lt;br /&gt;
#Er staan nu 100 klanten in de rij van de kassa aan te schuiven. Wat is de kans dat minstens 30 klanten minder dan 40euro uitgeven?&lt;br /&gt;
#Betrouwbaarheidsinterval vraag:Er wordt een onderzoek gedaan naar de voorkeur van lezers, welke soort drager (papier, e-book, ...) zij verkiezen om te lezen. Er werden 1000 mensen ondervraagd, waarvan 93% zei dat ze het liefst papier als drager gebruiken om te lezen. 62% leest een krant het liefste met papier als drager. 8 op 10 zegt dat ze boeken het liefst lezen als papier de drager is.&lt;br /&gt;
#Zoek het 95% BI voor de mensen die het liefste lezen met papier als dragen&lt;br /&gt;
#Zoek het 99% BI voor de mensen die kranten het liefste lezen met papier als drager.&lt;br /&gt;
#Leg de betekenis van het laatste BI zo grondig mogelijk uit.&lt;br /&gt;
#Hypothesevraag met Î±= 0,05:Een schoenenverkoopster beweert dat vrouwen met een kleine schoenmaat schoenen kopen waarvan de hak gemiddeld hoger is dan de hak van vrouwen met een grote schoenmaat. De schoenverkoopster schrijft van 70 vrouwen die elk 1 paar schoenen kopen, de schoenmaat en de haklengte op. De schoenmaten worden onderverdeeld in kleine en grote schoenmaten. 31 vrouwen met kleine schoenmaat kopen schoenen met een gemiddelde haklengte van 4,39cm met een standaardvariantie van 3,14cmÂ² en 39 vrouwen met grote schoenmaat kopen schoenen met een gemiddelde haklengte van 3,45cm en een standaardvariantie van 5,16cmÂ².&lt;br /&gt;
##Stel een goede H0 en H1 op&lt;br /&gt;
##Welke veronderstellingen maak je en hoe kom je hieraan?&lt;br /&gt;
##Geeft de correcte test-statistiek&lt;br /&gt;
##Zoek de P-waarde&lt;br /&gt;
##Concludeer je resultaten en formuleer een goed antwoord.&lt;br /&gt;
##Welke fout wordt hier gemaakt, type I of type II en waarom?&lt;br /&gt;
#Hypothesevraag met Î±= 0,05: Tijdens de solden wordt een onderzoekbureau belast met de taak om te onderzoeken of er een verband bestaat tussen de gemiddelde kortingspercentages die worden gegeven door de winkels en het aantal dagen dat de solden al bezig zijn (van 3 januari tot 31 januari).(hier worden een aantal R - scripten en resultaten en grafieken van een aantal test gegeven: Pearson en Shapiro-Wilk test dacht ik. Er zijn 4 scripten gegeven: deze van de gemiddelde kortingspercanteges, van de aantal dagen dat de solden al bezig zijn, eentje waarin de 2 vorige gecombineerd zijn in een Pearson correlatie test en eentje waar ze gecombineerd zijn in een Shapiro - Wilk test)&lt;br /&gt;
##Vul de R-scripten aan door de juiste waarde in te vullen bij a) en b) (==&amp;amp;gt; a) was een getal bij df en b) was het getal bij p-value)&lt;br /&gt;
##Stel een goede H0 en H1 hypothese op&lt;br /&gt;
##Welke test statistiek gebruik je?&lt;br /&gt;
##Zoek de p-waarde aan de hand van de gegeven R-scripten&lt;br /&gt;
##Concludeer je resultaten en formuleer een goed antwoord.&lt;br /&gt;
===17 Januari 2014===&lt;br /&gt;
#Juist of fout. Leg uit en indien nodig verbeter.&lt;br /&gt;
##Als je 2 steekproeven hebt met dezelfde grote n en een gemiddelde kans p. Dan is het betrouwbaarheidsinterval van 90% het breedste bij de steekproef met de grootste p.&lt;br /&gt;
##Je hebt twee continue, afhankelijke toevalsvariabe X en Y met f(x,y) de gezamelijke dichtheid en f(x) en f(y) de marginale dichtheid voor respectievelijk X en Y. Dan geldt f(x,y) =/ f(x)f(y) voor elke mogelijke (x,y). (=/ staat voor: is niet gelijk aan)&lt;br /&gt;
##Als de whiskers van een boxplot ongeveer even groot zijn, dan is de variabele normaal verdeeld&lt;br /&gt;
##Je hebt kansmodel Exp(2). dan is P(x&amp;amp;gt;7|x&amp;amp;gt;3) = P(x&amp;amp;gt;4)&lt;br /&gt;
#Er werdt een onderzoek gedaan bij 3400 bestuurders die betrokken zijn geweest bij een ongeval. Van deze bestuurders waren 26.7% onder invloed van drugs enÂ  29.1% hadden overmatig alchol gebruikt. Men wil nagaan hoe correct de alcohol en drugtest zijn. Als je weet dan 65% positief test als ze drugs gebruikt hebbenÂ  en 80% test positief als ze overmatig alcohol gebruik. Je weet ook dat 40% negatief test en geen alchol en drugs gbruikt heeft. We nemen aan dat het samen gebruiken van alchol en drugs niet voor komt.&lt;br /&gt;
##Toon aan dat de kans dat men positief test gelijk is aan 44.8%&lt;br /&gt;
##Wat is de kans dat iemand die positief test drugs heeft gebruikt?&lt;br /&gt;
##Wat is de kans dat iemand niets gebruikt heeft indien die negatief test?&lt;br /&gt;
#Er werd een onderzoek uitgevoerd bij 5 cafÃ©gangers. Ze kregen elk 2 pijlen. De eerste keer mochten ze smijten met hun voorkeurs hand, de tweede keer moesten ze smijten met de andere hand. (Gegeven een tabel met scores) Onderzoek of de gemiddelde score met hun voorkeurshand hoger ligt dan de gemiddelde score met de andere hand.&lt;br /&gt;
##stel de hyphotheses op&lt;br /&gt;
##welke veronderstellingen maak je?&lt;br /&gt;
##welke teststatistiek gebruik je?&lt;br /&gt;
##wat is de T-waarde?&lt;br /&gt;
##wat is de P-waarde?&lt;br /&gt;
##Wat is het resultaat van deze test? Leg uit voor dit voorbeeld&lt;br /&gt;
##maak een voortstelling van de P-waarde&lt;br /&gt;
##stel dat je veronderstelling niet klopt. Welke teststatistiek gebruik je dan?&lt;br /&gt;
###Voer deze test uit:&lt;br /&gt;
###wat is de T-waarde&lt;br /&gt;
###wat is de P-waarde?&lt;br /&gt;
###Wat is het resultaat van deze test? Leg uit voor dit voorbeeld&lt;br /&gt;
##je hebt output gekregen in verband met regressie en daar wat vragen bij.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 Januari 2012===&lt;br /&gt;
#3 Meerkeuzevragen &amp;amp;amp; uitleggen waarom&lt;br /&gt;
##X1,...,X100 is Poisson verdeeld met n=51, variantie=4 --&amp;amp;gt; wat is E(X) en Var(X) van gemiddeldeXn bij normale verdeling.&lt;br /&gt;
##i.v.m. gemiddelde van steekproefgemiddelde als benadering van populatiegemiddelde --&amp;amp;gt; enkel bij normale verdeling of bij elke verdeling waar; is steekproefgemiddelde evengoed een benadering van populatiegemiddelde; ...&lt;br /&gt;
##X is niet normaal verdeeld, Y= sqrt(X) is wel normaal verdeeld: welke hypothesetesten kan je uitvoeren: H0:Âµ(X)=3 vs H1:Âµ(X)â‰ 3 en/of H0:Âµ(Y)=sqrt(3) vs H1:Âµ(Y)â‰ sqrt(3) en/of H0:Med(X)=3 vs H1:Med(X)â‰ 3 en/of H0:Med(Y)=sqrt(3) vs H1:Med(Y)â‰ sqrt(3) + teststatiestiek geven + zijn besluiten van beide testen equivalent&lt;br /&gt;
#Oefening 1: berekenen van een kans (binomiaal) exact en benaderend met continuiteitscorrectie&lt;br /&gt;
#Oefening 2: Hypothesetest vergelijken gemiddelden van 2 groepen (ongepaard, sigma&#039;s verschillend, ..)=&amp;amp;gt; De vragen hierbij waren:&lt;br /&gt;
##Formuleer de nulhypothese en de alternatieve hypothese.&lt;br /&gt;
##Welke teststatistiek gebruik je, wat is zijn waarde en welke verdeling volgt hij&lt;br /&gt;
##Bereken de p-waarde + definitie&lt;br /&gt;
##Teken deze p-waarde op een grafiek&lt;br /&gt;
##Besluit&lt;br /&gt;
##Welke aannames deed je voor deze hypothese en wordt er aan deze voldaan?&lt;br /&gt;
##Indien niet: wat zou je dan kunnen toepassen&lt;br /&gt;
##Wat betekenen type 1 en type 2 fout bij deze hypothese.&lt;br /&gt;
#Oefening 3: Je krijgt een heleboel statistica - output en een hoop vragen.&lt;br /&gt;
##Geef het regressiemodel&lt;br /&gt;
##Dan 5 vragen ivm anova tabellen, SSM SSE SST, ...&lt;br /&gt;
##Is de correlatie nuttig? stel een hypothese op&lt;br /&gt;
##BI berekenen van de rico&lt;br /&gt;
##definitie BI&lt;br /&gt;
##Aannames + nagaan modelveronderstellingen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18	Januari 2013 (VM)===&lt;br /&gt;
#Thomas Van Den Spiegel is 214 cm groot. Leg uit hoe men kan bepalen hoe groot (of hoe normaal) dit is.&lt;br /&gt;
#Gegeven een tabel met daarin de absolute frequenties van een steekproef naar het spijbelgedrag van leerlingen uit het ASO, BSO en TSO: nooit, soms, vaak. Dit is dus een 3x3 tabel.&lt;br /&gt;
#Test: meer dan 50% van de leerlingen uit het ASO spijbelt nooit.&lt;br /&gt;
##Geef H0.&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek onder H0 en de testwaarde.&lt;br /&gt;
##Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Besluit.&lt;br /&gt;
#Ga na of er een verband is tussen de waarden.&lt;br /&gt;
##Geef H0.&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek onder H0 en de testwaarde.&lt;br /&gt;
##Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Besluit&lt;br /&gt;
#Gegeven de functie  als  en anders 0. Deze stelt de tijd voor die ik nodig heb om op mijn werk te geraken.&lt;br /&gt;
##Ik moet om 9u op mijn werk zijn, wat is de kans dat ik te laat kom als ik om 7u40 vertrek?&lt;br /&gt;
##Over 200 dagen gezien als ik opnieuw om 7u40 vertrek: wat is de kans dat ik hoogstens 20 keer op die 200 dagen te laat kom?&lt;br /&gt;
#Voor een nieuw soort roomijs hebben 9 mensen geproefd en een score tussen 1 en 20 (kan ook tussen 0 en 20 zijn, ik hoop van niet). Er waren 2 scores onder 10 en 7 scores boven 10.&lt;br /&gt;
##Bepaal met een teststatistiek of het ijs lekker is (dus een score groter dan 10).&lt;br /&gt;
###Geef H0.&lt;br /&gt;
###Geef de teststatistiek onder H0 en de testwaarde.&lt;br /&gt;
###Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
###Besluit.&lt;br /&gt;
##Wat is het 95% betrouwbaarheidsinterval van de mediaan? Wat betekent dit interval concreet voor dit voorbeeld?&lt;br /&gt;
#Een lineair verband tussen de maandelijkse productie van windmolens en de hoeveelheid wind, gezien over 32 maanden. Gegeven de output van de lm-functie uit R, een paar Shapiro-Wilk tests, enkele QQ-plots en de residuplot.&lt;br /&gt;
##Is het een goed model? (of zoiets)&lt;br /&gt;
##Vul de ANOVA tabel in (enkel 1 en F zijn gegeven)&lt;br /&gt;
##Wat betekent Std. Error in die lm-functie&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Claire Pietermans</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Statistiek_%26_Data-analyse&amp;diff=220</id>
		<title>Statistiek &amp; Data-analyse</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Statistiek_%26_Data-analyse&amp;diff=220"/>
		<updated>2017-01-21T20:12:33Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Claire Pietermans: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt; [[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
 [[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Examenvragen statistiek 20-01-2017:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- eerste vraag waren 4 juist/fout vragen &lt;br /&gt;
- als X en Y normaal verdeeld zijn, is de som dan altijd normaal verdeeld&lt;br /&gt;
- iets me benadering van steekproefgem en populatiegem&lt;br /&gt;
- iets me E(X) of da bij toevalsvariabele gelijk is aan het gem &lt;br /&gt;
... weet ik ni meer exact, ge moet gewoon juist of fout aanduiden, ni uitleggen&lt;br /&gt;
- tweede vraag waren twee bewijzen (me Var(a+bX+cY) en E(a+bX+cY) en dan altijd zo bijvragen van a-e zo Var en E uitrekenen en mediaan berekenen, cumulatieve frequentie tekenen.. en dan iets me X+Y en kansen daarvan berekenen beetje vaag haha&lt;br /&gt;
- dan twee vragen op kansen ook met altijd zo deelvraagjes, eerste was over dat er verschillende sets van 20 stuks zijn en ge ga na hoeveel defecte er zijn, ge hebt enkele gegevens gegeven vb. Kans op geen defecte elementen in uw set van 20 is 70%, kans op juist 1 defect element is 20% enz. Daar dan allemaal kans vragen op, vb. Wat is de kans da als ge willekeurig een lot van 20 neemt, en ge weet da er exact 1 defect is, wa is dan de kans da als ge er twee willekeurige uitneemt da die ni defect zijn enzovoort.. &lt;br /&gt;
Dan een kansoefening met een kind da 10 keer me een dobbelsteen mag gooien en elke keer als die 6 gooit krijgt die een cadeau, wa is dan de kans da die meer als 3 cadeaus krijgt enzovoort, welke kansverdeling is da en bereken ook benaderend en zo van die deelvragen, ook nog als ze die traditie 35 jaar zouden doen en die jongen mag elke keer gooien op zijn bday wa is dan de kans da die meer dan 55 cadeaus krijgt&lt;br /&gt;
- en dan nog twee hypothesetesten waarvan ene met R output &lt;br /&gt;
De ene vraag was over herseninhoud, ze willen zien of de herseninhoud van een 75 jarige persoon gekropen is tov een 25 jarige persoon, ge hebt dan een lijst gekregen me gegevens en een R output waarin t waarde, P waarde, df ontbreken en aan de hand van die output moet ge dan dingen berekenen mbv hypothesetesten, ook output van een betrouwbaarheidsinterval en da interpreteren &lt;br /&gt;
De andere ging over het feit da er ooit gezegd is geweest da er dobbelstenen bestaan die &amp;quot;niet gelijk&amp;quot; zijn dus die ni eerlijk zijn, ge krijg een tabel me kansen en moet dan hypothesetesten uitvoeren om te zien of die dobbesltaan vervalst was of ni, weer Teststatistiek opstellen, testwaarde berekenen, interpreteren... en dan een tabel me ietske andere waardes van die dobbelstaan me de vraag of die P waarde dan hetzelfde blijft&lt;br /&gt;
- en nog een oefening over laatste hoofdstuk met die lineaire regressie ook me allemaal deelvraagjes ; de lineaire regressie opstellen en dan s^2 uitrekenen, ge hebt sx sy sxy enzo gegeven, en dan moet ge daar hypothese en teststatistiek ook doen dacht ik (bij elke hypothesetest vraagt ze teststatistiek, testwaarde , P waarde interpreteren etc) en dan geeft ze ook nog een R^2 waarde die ge moet interpreteren..&lt;br /&gt;
Ik denk da het zoiets ongeveer was haha, en ge had 3u30min tijd :)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Juist/fout, Var(bx)=bÂ²Var(x) aantonen&lt;br /&gt;
#rekenen met kansen&lt;br /&gt;
#ExponentiÃ«le verdeling, laptop heeft een gemiddelde leeftijd van 4 jaar, geef verdelingsfunctie, bepaal kans dat laptop langer leeft...&lt;br /&gt;
#Hypothesetesten&lt;br /&gt;
#R script van ANOVA tabel, ontbrekende waardes aanvullen&lt;br /&gt;
===6 januari 2015===&lt;br /&gt;
#Beschouw twee toevalsvariabele X en Y = g(X) met g een monotone functie dan is:&lt;br /&gt;
##E(Y) = g (E (X)) ?&lt;br /&gt;
##Med(Y) = g ( Med (X)) ?&lt;br /&gt;
##Med(Y) = g( E (X))Â ?&lt;br /&gt;
##IQR (Y) = g (IQR (X)) ?&lt;br /&gt;
#In Vlaanderen verspreid de groothandel 2000 porties everzwijnsvlees over 15 restaurants. Neem aan dat exact 11 porties hiervan besmet zijn met een virus. In leuven leverde de groothandel 250 (onafh.) porties vlees:&lt;br /&gt;
##hoeveel besmette porties vlees verwacht men in Leuven?&lt;br /&gt;
##Hoe groot is de kans dat minstens 2 porties vlees in Leuven besmet zijn met het virus?&lt;br /&gt;
###Bereken deze kans exact&lt;br /&gt;
###Bereken een benadering van deze kans&lt;br /&gt;
###Is de benaderde kans die je vond een goede benadering voor de kans die je vond? Waarom wel/niet?&lt;br /&gt;
#Mannelijke radiologen worden blootgesteld aan straling. Onderzoekers beweren dat deze frequente blootstelling de kans op mannelijke nakomelingen zou beÃ¯nvloeden. Uit een studie van 31 radiologen, bleek dat 30 van de 87 nakomelingen mannen waren. Kan je op basis van deze studie besluiten dat een frequente blootstelling aan straling een significante invloed heeft op de kans op mannelijke nakomelingen voor een man? Î± = 0.05, normale omstandigheden de kans op mannelijke omstandigheden 50% bedraagt.&lt;br /&gt;
##Formuleer een geschikte H0 en H1 op deze vraag&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek, de (benaderde) verdeling ervan onder H0 en de testwaarde voor deze steekproef.&lt;br /&gt;
##Bereken de (benaderde) P-waarde. Geef de formule en de waarde ervan in deze steekproef.&lt;br /&gt;
##Formuleer een zo volledig mogelijk besluit op basis van de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Bepaal ook het 98% BI voor de kans op mannelijke nakomelingen. Wat besluit je?&lt;br /&gt;
##Wat is de betekenis van een type 2 fout bij deze hypothese test in deze situatie?&lt;br /&gt;
##R-script gegeven met ontbrekende gegevens. Deze worden gevraagd + andere vraagjes&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 januari 2016 (VM)===&lt;br /&gt;
===Hier missen nog bijna gegarandeerd enkele deelvraagjes, dus als je dit examen ook gemaakt hebt (en je weet er nog iets van), vul dan aan a.u.b.====&lt;br /&gt;
#Enkele vragen i.v.m. verdelingen, hun kenmerken, proporties en kansen.&lt;br /&gt;
#Zij (X, Y) een bivariate normaalverdeling met mu = (2, 2) en sigma = ((1, 0.4), (0.4, 1)). Is dan Var(2X - Y) = 3.4?&lt;br /&gt;
#Zij X een continu verdeelde variabele met frequentie f(x). Zij a en b reÃ«ele getallen, bewijs dan dat:   E(a + bX) = a + b*E(X)  en Var(a + bX) = b^2 * E(X)&lt;br /&gt;
#We hebben thuis een alarm geÃ¯nstalleerd. Bij inbraak gaat het met 96% zekerheid af, maar op andere nachten is er ook een kans van 0.3% dat het afgaat vanwege storingen. In onze buurt is er een kans van 3% dat er op een gegeven nacht in een gegeven huis wordt ingebroken. Vannacht gaat het alarm af, hoe groot is de kans dat er werkelijk een inbraak is?&lt;br /&gt;
#Gegeven: een 2x3 relatieve frequentietabel. Aan de ene kant: mannen en vrouwen, aan de andere kant of de groep een slecht, middelmatig of goed oriÃ«ntatievermogen heeft. Rij van de mannen = (1/10, 1/20, 1/2), rij van de vrouwen = (1/5, 1/10, 1/20). Waar of fout:&lt;br /&gt;
##De kans dat een willekeurige vrouw een goed oriÃ«ntatievermogen heeft is 1/7.&lt;br /&gt;
##De verwachte waarde voor mannen en vrouwen zijn gelijk.&lt;br /&gt;
#Gegeven: de gemiddelde Belgische vrouw heeft een lengte van 168.1cm, met een standaardafwijking van 5.3cm.&lt;br /&gt;
##Clara is 180.3cm groot. Hoeveel percent van de Belgische vrouwen is kleiner dan Clara?&lt;br /&gt;
##Stella is kleiner dan 95% van de Belgische vrouwen. Wat is haar maximale hoogte?&lt;br /&gt;
##Hier aan de faculteit zijn er 354 vrouwen. Hoe groot is de kans dat exact twee vrouwen kleiner zijn dan haar (neem hiervoor Stellas maximale mogelijke lengte). Bereken deze exact.&lt;br /&gt;
##Bereken de kans op benaderende wijze. Is dit een goede benadering?&lt;br /&gt;
#Gegeven: de uitslagen van de verkiezingen van mei 2014 en een peiling van 2013. Beiden zijn lijsten van zeven partijen en &amp;amp;quot;Overige&amp;amp;quot;, elk met een corresponderend percentage. Bepaal op significantieniveau 0.05 of deze peiling de verkiezingsresultaten kan voorstellen.&lt;br /&gt;
##Kies gepaste hypothesen voor je test uit te voeren.&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek, verdeling en testwaarde van je test.&lt;br /&gt;
##Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Vorm een besluit.&lt;br /&gt;
#In een fabriek worden er dagelijks 5000 dozen pralines geproduceerd. Elke doos beweert 250g te wegen. Een nieuwe kwaliteitscontroleur (&amp;amp;quot;een jonge snaak&amp;amp;quot; zoals zij het verwoordden) neemt op een dag lukraak 20 dozen uit de productie voor inspectie. Het gemiddelde van deze steekproef is 243.7g met een variantie van 6.91 g^2. Test op significantieniveau 0.05 of de fabriek systematisch te lichte dozen maakt.&lt;br /&gt;
#Kies gepaste hypothesen voor je test uit te voeren.&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek, verdeling en testwaarde van je test.&lt;br /&gt;
##Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Vorm een besluit.&lt;br /&gt;
#Geef het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde van de dagproductie. Geef de definitie van het 95%- betrouwbaarheidsinterval en leg uit wat dit concreet betekent in deze situatie.&lt;br /&gt;
#Leg uit wat een type-I en type-II fout concreet betekenen in deze situatie.&lt;br /&gt;
#Gegeven: output van summary en anova in R.&lt;br /&gt;
##Vul aan: SSM, MSM, MSE, F-waarde, P(F &amp;amp;gt; f) en voor de slope: t-waarde en P(T &amp;amp;gt; t).&lt;br /&gt;
##Voer een hypothesetest uit omtrent H0: alfa = 0 versus H1: alfaÂ != 0&lt;br /&gt;
##Geef de regressierechte.&lt;br /&gt;
##Geef R^2 en leg uit wat deze waarde betekent.&lt;br /&gt;
===26 Januari 2015 (nieuwe prof?) ===&lt;br /&gt;
#Duid aan welke stellingen kloppen en verantwoord: Van een kwantielplot kan je aflezen of:&lt;br /&gt;
##2 variabelen afhankelijk zij van elkaar.&lt;br /&gt;
##er een lineair verband is tussen 2 variabelen&lt;br /&gt;
##een variabale uit een bepaalde verdeling komt&lt;br /&gt;
##2 variabelen bivariaat normaal verdeeld zijn&lt;br /&gt;
#Duid aan welke stellingen kloppen en verantwoord: Indien (X,Y) bivariaatnormaal verdeelde toevalsvariabelen met populatiecorrelatiecoÃ«fficiÃ«nt p en:&lt;br /&gt;
##H0: p=0 vs H1:p=/=0&lt;br /&gt;
##Een p-waarde &amp;amp;lt;alfa oplevert kan je op significantieniveau alfa:&lt;br /&gt;
##besluiten dat er een lineair verband is tussen X en Y, mogelijks monitoon&lt;br /&gt;
##besluiten dat er een monotoon verband is tussen X en Y&lt;br /&gt;
##niet verwerpen dat er een lineair verband is tussen X en Y, mogelijks lieair&lt;br /&gt;
##niet verwerpen dat er een monotoon verband tussen X en Y.&lt;br /&gt;
#Levensduur van een laptop is exponentieel verdeeld. Verwacht wordt dat een laptop 3 jaar meegaat. Kans dat een laptop langers dan 3jaar meegaat voor een voorzichtige student is 55%, voor een slordige student is dit 30%.&lt;br /&gt;
##Toon aan dat de kans dat een laptop langer als 3jaar meegaat, zonder rekening te houden met voorzichtigheid = 36.79%&lt;br /&gt;
##HoeveelÂ % van de studenten is slordig?&lt;br /&gt;
##Jan heeft 3 jaar zijn laptop, wat is de kans dat hij er voorzichtig mee omgaat?&lt;br /&gt;
#Het aantal vogels dat voederplaatsen bezoekt wordt verwacht op 35 door Natuurpunt. Dit jaar werden in 100 tuinen gemiddeld 41 vogels per tuin waargenomen met een standaarddeviatie van 24. Is het gemiddeld aantal vogels per tuin dit jaar groter dan verwacht door Natuurpunt?&lt;br /&gt;
##H0 en H1?&lt;br /&gt;
##Welke teststatistiek gebruik je? Wat is de verdeling ervan onder H0?&lt;br /&gt;
##Welke veronderstellingen maak je om deze test te mogen uitvoeren?&lt;br /&gt;
##Bereken de testwaarde&lt;br /&gt;
##Bereken de (benaderende) p-waarde, geef de formule en de (benaderende) waarde ervan.in deze steekproef.&lt;br /&gt;
##Maak een schets en duid er de testwaarde en p-waarde op aan.&lt;br /&gt;
##Wat besluit je op basis van de p-waarde?&lt;br /&gt;
##Maak je hierbij mogelijk een type I of type II fout?&lt;br /&gt;
#De ontkieming van zaden werd onderzocht bij licht en schemerdonker. 86 van de 100 zaden ontkiemden bij licht, 60 van de 80 zaden ontkiemden bij schemerdonker. 4.1 Onderzoek als er meer zaden ontkiemen bij licht dan schemerdonker, formuleer besluit op significantieniveau 0.05.&lt;br /&gt;
##H0 en H1?&lt;br /&gt;
##Teststatistiek, benaderende verdeling onder H0 en testwaarde&lt;br /&gt;
##p-waarde? Geef uitdrukking met kans als de (benaderende) waarde.&lt;br /&gt;
##Formuleer een zo volledig mogelijk besluit.&lt;br /&gt;
#Stel een 80% betrouwbaarheidsinterval op voor de proportie van zaden die bij licht ontkiemen.&lt;br /&gt;
##Wat is de betekenis van dit betrouwbaarheidsinterval?&lt;br /&gt;
##Vraagjes met R-output (gegevens van ANOVA kunnen berekenen, RÂ² kunnen geven + betekenis,...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 januari 2014===&lt;br /&gt;
#Juist of fout. Leg uit en indien nodig verbeter.&lt;br /&gt;
#een exp (Î») met Î»&amp;amp;gt;0 geeftÂ Î£xi ~ N(n/Î» , n/Î»Â²)&lt;br /&gt;
#als X en Y normaal verdeeld zijn, dan is X - Y eveneens normaal verdeeld&lt;br /&gt;
#(weet ik niet meer)&lt;br /&gt;
#een symmetrische histogram is een grafische voorstelling van normaal verdeelde resultaten.&lt;br /&gt;
#Een kansberekeningsvraag: in een winkel geven klanten gemiddeld 70euro uit met een standaardeviatie van 20euro.&lt;br /&gt;
#Wat is de kans dat iemand in de winkel meer dan 40euro uitgeeft?&lt;br /&gt;
#Er staan 10 klanten in de rij aan te schuiven van de kassa. Wat is de kans dat 3 klanten minder dan 40euro uitgeven?&lt;br /&gt;
#Er staan nu 100 klanten in de rij van de kassa aan te schuiven. Wat is de kans dat minstens 30 klanten minder dan 40euro uitgeven?&lt;br /&gt;
#Betrouwbaarheidsinterval vraag:Er wordt een onderzoek gedaan naar de voorkeur van lezers, welke soort drager (papier, e-book, ...) zij verkiezen om te lezen. Er werden 1000 mensen ondervraagd, waarvan 93% zei dat ze het liefst papier als drager gebruiken om te lezen. 62% leest een krant het liefste met papier als drager. 8 op 10 zegt dat ze boeken het liefst lezen als papier de drager is.&lt;br /&gt;
#Zoek het 95% BI voor de mensen die het liefste lezen met papier als dragen&lt;br /&gt;
#Zoek het 99% BI voor de mensen die kranten het liefste lezen met papier als drager.&lt;br /&gt;
#Leg de betekenis van het laatste BI zo grondig mogelijk uit.&lt;br /&gt;
#Hypothesevraag met Î±= 0,05:Een schoenenverkoopster beweert dat vrouwen met een kleine schoenmaat schoenen kopen waarvan de hak gemiddeld hoger is dan de hak van vrouwen met een grote schoenmaat. De schoenverkoopster schrijft van 70 vrouwen die elk 1 paar schoenen kopen, de schoenmaat en de haklengte op. De schoenmaten worden onderverdeeld in kleine en grote schoenmaten. 31 vrouwen met kleine schoenmaat kopen schoenen met een gemiddelde haklengte van 4,39cm met een standaardvariantie van 3,14cmÂ² en 39 vrouwen met grote schoenmaat kopen schoenen met een gemiddelde haklengte van 3,45cm en een standaardvariantie van 5,16cmÂ².&lt;br /&gt;
##Stel een goede H0 en H1 op&lt;br /&gt;
##Welke veronderstellingen maak je en hoe kom je hieraan?&lt;br /&gt;
##Geeft de correcte test-statistiek&lt;br /&gt;
##Zoek de P-waarde&lt;br /&gt;
##Concludeer je resultaten en formuleer een goed antwoord.&lt;br /&gt;
##Welke fout wordt hier gemaakt, type I of type II en waarom?&lt;br /&gt;
#Hypothesevraag met Î±= 0,05: Tijdens de solden wordt een onderzoekbureau belast met de taak om te onderzoeken of er een verband bestaat tussen de gemiddelde kortingspercentages die worden gegeven door de winkels en het aantal dagen dat de solden al bezig zijn (van 3 januari tot 31 januari).(hier worden een aantal R - scripten en resultaten en grafieken van een aantal test gegeven: Pearson en Shapiro-Wilk test dacht ik. Er zijn 4 scripten gegeven: deze van de gemiddelde kortingspercanteges, van de aantal dagen dat de solden al bezig zijn, eentje waarin de 2 vorige gecombineerd zijn in een Pearson correlatie test en eentje waar ze gecombineerd zijn in een Shapiro - Wilk test)&lt;br /&gt;
##Vul de R-scripten aan door de juiste waarde in te vullen bij a) en b) (==&amp;amp;gt; a) was een getal bij df en b) was het getal bij p-value)&lt;br /&gt;
##Stel een goede H0 en H1 hypothese op&lt;br /&gt;
##Welke test statistiek gebruik je?&lt;br /&gt;
##Zoek de p-waarde aan de hand van de gegeven R-scripten&lt;br /&gt;
##Concludeer je resultaten en formuleer een goed antwoord.&lt;br /&gt;
===17 Januari 2014===&lt;br /&gt;
#Juist of fout. Leg uit en indien nodig verbeter.&lt;br /&gt;
##Als je 2 steekproeven hebt met dezelfde grote n en een gemiddelde kans p. Dan is het betrouwbaarheidsinterval van 90% het breedste bij de steekproef met de grootste p.&lt;br /&gt;
##Je hebt twee continue, afhankelijke toevalsvariabe X en Y met f(x,y) de gezamelijke dichtheid en f(x) en f(y) de marginale dichtheid voor respectievelijk X en Y. Dan geldt f(x,y) =/ f(x)f(y) voor elke mogelijke (x,y). (=/ staat voor: is niet gelijk aan)&lt;br /&gt;
##Als de whiskers van een boxplot ongeveer even groot zijn, dan is de variabele normaal verdeeld&lt;br /&gt;
##Je hebt kansmodel Exp(2). dan is P(x&amp;amp;gt;7|x&amp;amp;gt;3) = P(x&amp;amp;gt;4)&lt;br /&gt;
#Er werdt een onderzoek gedaan bij 3400 bestuurders die betrokken zijn geweest bij een ongeval. Van deze bestuurders waren 26.7% onder invloed van drugs enÂ  29.1% hadden overmatig alchol gebruikt. Men wil nagaan hoe correct de alcohol en drugtest zijn. Als je weet dan 65% positief test als ze drugs gebruikt hebbenÂ  en 80% test positief als ze overmatig alcohol gebruik. Je weet ook dat 40% negatief test en geen alchol en drugs gbruikt heeft. We nemen aan dat het samen gebruiken van alchol en drugs niet voor komt.&lt;br /&gt;
##Toon aan dat de kans dat men positief test gelijk is aan 44.8%&lt;br /&gt;
##Wat is de kans dat iemand die positief test drugs heeft gebruikt?&lt;br /&gt;
##Wat is de kans dat iemand niets gebruikt heeft indien die negatief test?&lt;br /&gt;
#Er werd een onderzoek uitgevoerd bij 5 cafÃ©gangers. Ze kregen elk 2 pijlen. De eerste keer mochten ze smijten met hun voorkeurs hand, de tweede keer moesten ze smijten met de andere hand. (Gegeven een tabel met scores) Onderzoek of de gemiddelde score met hun voorkeurshand hoger ligt dan de gemiddelde score met de andere hand.&lt;br /&gt;
##stel de hyphotheses op&lt;br /&gt;
##welke veronderstellingen maak je?&lt;br /&gt;
##welke teststatistiek gebruik je?&lt;br /&gt;
##wat is de T-waarde?&lt;br /&gt;
##wat is de P-waarde?&lt;br /&gt;
##Wat is het resultaat van deze test? Leg uit voor dit voorbeeld&lt;br /&gt;
##maak een voortstelling van de P-waarde&lt;br /&gt;
##stel dat je veronderstelling niet klopt. Welke teststatistiek gebruik je dan?&lt;br /&gt;
###Voer deze test uit:&lt;br /&gt;
###wat is de T-waarde&lt;br /&gt;
###wat is de P-waarde?&lt;br /&gt;
###Wat is het resultaat van deze test? Leg uit voor dit voorbeeld&lt;br /&gt;
##je hebt output gekregen in verband met regressie en daar wat vragen bij.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 Januari 2012===&lt;br /&gt;
#3 Meerkeuzevragen &amp;amp;amp; uitleggen waarom&lt;br /&gt;
##X1,...,X100 is Poisson verdeeld met n=51, variantie=4 --&amp;amp;gt; wat is E(X) en Var(X) van gemiddeldeXn bij normale verdeling.&lt;br /&gt;
##i.v.m. gemiddelde van steekproefgemiddelde als benadering van populatiegemiddelde --&amp;amp;gt; enkel bij normale verdeling of bij elke verdeling waar; is steekproefgemiddelde evengoed een benadering van populatiegemiddelde; ...&lt;br /&gt;
##X is niet normaal verdeeld, Y= sqrt(X) is wel normaal verdeeld: welke hypothesetesten kan je uitvoeren: H0:Âµ(X)=3 vs H1:Âµ(X)â‰ 3 en/of H0:Âµ(Y)=sqrt(3) vs H1:Âµ(Y)â‰ sqrt(3) en/of H0:Med(X)=3 vs H1:Med(X)â‰ 3 en/of H0:Med(Y)=sqrt(3) vs H1:Med(Y)â‰ sqrt(3) + teststatiestiek geven + zijn besluiten van beide testen equivalent&lt;br /&gt;
#Oefening 1: berekenen van een kans (binomiaal) exact en benaderend met continuiteitscorrectie&lt;br /&gt;
#Oefening 2: Hypothesetest vergelijken gemiddelden van 2 groepen (ongepaard, sigma&#039;s verschillend, ..)=&amp;amp;gt; De vragen hierbij waren:&lt;br /&gt;
##Formuleer de nulhypothese en de alternatieve hypothese.&lt;br /&gt;
##Welke teststatistiek gebruik je, wat is zijn waarde en welke verdeling volgt hij&lt;br /&gt;
##Bereken de p-waarde + definitie&lt;br /&gt;
##Teken deze p-waarde op een grafiek&lt;br /&gt;
##Besluit&lt;br /&gt;
##Welke aannames deed je voor deze hypothese en wordt er aan deze voldaan?&lt;br /&gt;
##Indien niet: wat zou je dan kunnen toepassen&lt;br /&gt;
##Wat betekenen type 1 en type 2 fout bij deze hypothese.&lt;br /&gt;
#Oefening 3: Je krijgt een heleboel statistica - output en een hoop vragen.&lt;br /&gt;
##Geef het regressiemodel&lt;br /&gt;
##Dan 5 vragen ivm anova tabellen, SSM SSE SST, ...&lt;br /&gt;
##Is de correlatie nuttig? stel een hypothese op&lt;br /&gt;
##BI berekenen van de rico&lt;br /&gt;
##definitie BI&lt;br /&gt;
##Aannames + nagaan modelveronderstellingen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18	Januari 2013 (VM)===&lt;br /&gt;
#Thomas Van Den Spiegel is 214 cm groot. Leg uit hoe men kan bepalen hoe groot (of hoe normaal) dit is.&lt;br /&gt;
#Gegeven een tabel met daarin de absolute frequenties van een steekproef naar het spijbelgedrag van leerlingen uit het ASO, BSO en TSO: nooit, soms, vaak. Dit is dus een 3x3 tabel.&lt;br /&gt;
#Test: meer dan 50% van de leerlingen uit het ASO spijbelt nooit.&lt;br /&gt;
##Geef H0.&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek onder H0 en de testwaarde.&lt;br /&gt;
##Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Besluit.&lt;br /&gt;
#Ga na of er een verband is tussen de waarden.&lt;br /&gt;
##Geef H0.&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek onder H0 en de testwaarde.&lt;br /&gt;
##Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Besluit&lt;br /&gt;
#Gegeven de functie  als  en anders 0. Deze stelt de tijd voor die ik nodig heb om op mijn werk te geraken.&lt;br /&gt;
##Ik moet om 9u op mijn werk zijn, wat is de kans dat ik te laat kom als ik om 7u40 vertrek?&lt;br /&gt;
##Over 200 dagen gezien als ik opnieuw om 7u40 vertrek: wat is de kans dat ik hoogstens 20 keer op die 200 dagen te laat kom?&lt;br /&gt;
#Voor een nieuw soort roomijs hebben 9 mensen geproefd en een score tussen 1 en 20 (kan ook tussen 0 en 20 zijn, ik hoop van niet). Er waren 2 scores onder 10 en 7 scores boven 10.&lt;br /&gt;
##Bepaal met een teststatistiek of het ijs lekker is (dus een score groter dan 10).&lt;br /&gt;
###Geef H0.&lt;br /&gt;
###Geef de teststatistiek onder H0 en de testwaarde.&lt;br /&gt;
###Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
###Besluit.&lt;br /&gt;
##Wat is het 95% betrouwbaarheidsinterval van de mediaan? Wat betekent dit interval concreet voor dit voorbeeld?&lt;br /&gt;
#Een lineair verband tussen de maandelijkse productie van windmolens en de hoeveelheid wind, gezien over 32 maanden. Gegeven de output van de lm-functie uit R, een paar Shapiro-Wilk tests, enkele QQ-plots en de residuplot.&lt;br /&gt;
##Is het een goed model? (of zoiets)&lt;br /&gt;
##Vul de ANOVA tabel in (enkel 1 en F zijn gegeven)&lt;br /&gt;
##Wat betekent Std. Error in die lm-functie&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Claire Pietermans</name></author>
	</entry>
</feed>