
<?xml version="1.0"?>
<feed xmlns="http://www.w3.org/2005/Atom" xml:lang="nl">
	<id>https://wiki.chemika.be/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=Ebalemans</id>
	<title>Chemika Examenwiki - Gebruikersbijdragen [nl]</title>
	<link rel="self" type="application/atom+xml" href="https://wiki.chemika.be/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=Ebalemans"/>
	<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Speciaal:Bijdragen/Ebalemans"/>
	<updated>2026-07-28T08:21:44Z</updated>
	<subtitle>Gebruikersbijdragen</subtitle>
	<generator>MediaWiki 1.43.0</generator>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Genetica&amp;diff=2452</id>
		<title>Genetica</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Genetica&amp;diff=2452"/>
		<updated>2021-01-29T22:35:10Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Ebalemans: /* 29 januari 2021 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Vak van het eerste semester 2e jaar biochemie en biologie. Ook tweedejaars chemisten en geologen kunnen hier zitten.&lt;br /&gt;
Gedoceerd door Prof. Filip Volckaert.&lt;br /&gt;
Het examen duurt 4 uur.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===29 januari 2021===&lt;br /&gt;
#stelling: &amp;quot;fenotypische variatie komt bij bacteriën enkel voort uit genotypische factoren&amp;quot; &lt;br /&gt;
#Foto van evolutie bij het paard&lt;br /&gt;
#Driepuntskruising&lt;br /&gt;
#Begrippen: DNA-bindingsmotief, DNA dubbel helix, DNA ligase, DNA methylatie en DNA vingerafdruk&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 juni 2020===&lt;br /&gt;
# Stelling: &amp;quot;transcriptie activatoreiwitten binden aan bacteriële genpromotoren&amp;quot;&lt;br /&gt;
# Foto van 32 en 64 celstadium bij in tunicaat embryo&lt;br /&gt;
# Heterozygoot voor 4 genen in testkruising. Welke genen zijn gekoppeld? Wat is het genotype van de heterozygoot? Teken de koppelingskaart. Gegeven verschillende nakomeling in verschillende hoeveelheden.&lt;br /&gt;
# Begrippen: autosomaal, conservatieve replicatie, basesubstitutie, barr lichaampje, berkenspanner.&lt;br /&gt;
===30 augustus 2019===&lt;br /&gt;
# Stelling: &amp;quot;Het fundamenteel verschil tussen positieve en negatieve controle van een gen is niet zo belangrijk.&amp;quot;&lt;br /&gt;
# Foto van drosophila kunstmatige selectie&lt;br /&gt;
# Genotypes P, F1, F2 geven bij epistasie?&lt;br /&gt;
# Recombinatie frequentie en stamboom voor een 3puntskruising&lt;br /&gt;
# Begrippen: Apoptose, codominantie, dihybride kruising, diploïd, faag  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2019===&lt;br /&gt;
# Stelling: &amp;quot;Inversie op chromosoom 3 bij de Drosophila zorgt niet voor een genetische variatie?&amp;quot;&lt;br /&gt;
# Foto van Himalaya siamese kat&lt;br /&gt;
# Recombinatie frequentie en stamboom voor een 3puntskruising&lt;br /&gt;
# Vraagstuk over lac operon en in welke mutanten de genen worden afgeschreven&lt;br /&gt;
# Begrippen: Syntenie, Telofase, Telomerase, Tautomer effect, Syndroom van Down &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2019 NM===&lt;br /&gt;
#Stelling: Meiose ligt aan de basis van de variatie in het genoom.&lt;br /&gt;
#Foto van pre-mRNA splicing en alternatieve splicing.&lt;br /&gt;
#Stamboom: Welke grootouders van een vrouw hebben zeker geen invloed op haar X-chromosomen.&lt;br /&gt;
#Er zijn 20000 genen en 85000 proteïnen. Verklaar hoe dit kan en geef een concreet voorbeeld uit de cursus.&lt;br /&gt;
#Begrippen: enhancer, SNP, een-kopie gen, epigenetica, epistasie.&lt;br /&gt;
===11 juni 2019 VM===&lt;br /&gt;
#Stelling: Klinefelter-,turner- en downsyndroom zijn het gevolg van foute recombinatie.&lt;br /&gt;
#Foto van DNA banken&lt;br /&gt;
#Oefening: stambomen &lt;br /&gt;
#Vraagstuk: productie van Bicoid&lt;br /&gt;
#Begrippen: elongatie, duplicatie, eenvoudig herhaald sequenties ...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
#Stelling: Met PCR kan het doelDNA 11 keer vermeerderd worden.&lt;br /&gt;
#Foto van kloon contig techniek&lt;br /&gt;
#Oefening: mRNA uit een sjabloonDNAstreng opschrijven, amide en carboxylterminus aanduiden, overzetten in 3 AZ (ahv tabel) en aangeven of er nonsensemutaties mogelijk waren, zoja waar.&lt;br /&gt;
# vraagstuk: Een gen dat codeert voor huids- en haarkleur. Europeanen en aziaten hebben 13 polymorfismen met 10 niet-synoniem. Afrikanen hebben er 5 met geen niet-synoniem. Verklaar de variatie tussen afrikanen en niet afrikanen.&lt;br /&gt;
#Begrippen: replicatie, ras, recombinant DNA,...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 juni 2018 voormiddag===&lt;br /&gt;
#Juist of onjuist: Splitsing voegt intronen samen en dit gebeurt enkel bij prokaryoten. (Elk woord uitleggen)&lt;br /&gt;
#Figuur van uit het boek mbt embryo&#039;s waarvan de staartcellen naar het hoofd worden getransplanteerd en bij de ene figuur de straartcellen gewoon hoofdcellen worden in het hoofd en bij de andere figuur tot staartcellen in het hoofd differentiëren. (Determinatie uitleggen dus)&lt;br /&gt;
#Oefening met een stamboom. a) Bepaal de manier van overerving. b) Kruising uitvoeren tussen allemaal neven en nichten van die stamboom&lt;br /&gt;
#Oefening op driepuntskruising&lt;br /&gt;
#Leg uit in elk max 30 woorden: SCNT, seksuele voortplanting, synaptonemaal complex, startcodon&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
#Stelling: Enkel meiose is verantwoordelijk voor genetische variatie.&lt;br /&gt;
#Foto van het laden van tRNA.&lt;br /&gt;
#Stamboomanalyse&lt;br /&gt;
#Beargumenteer: eigen mening over een stelling geven.&lt;br /&gt;
#genomica, genotype...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2018 voormiddag===&lt;br /&gt;
#Bespreek de (on)waarheid van volgende stelling en bespreek elk element: bij het onderzoeken of 2 bacteriën tot dezelfde soort behoren, is het een goede eerste stap om te kijken naar een stukje DNA met een hoge mutatiesnelheid.&lt;br /&gt;
#Afbeelding gegeven van een algemeen operon. Geef uitleg en benoem de aangeduide delen&lt;br /&gt;
#Stamboomvraag: onderzoeken hoe de overerving wordt doorgegeven (autosomaal/X-of Y-gebonden; recessief/dominant), genotypes uitzoeken van zo veel mogelijk mensen en nog 1 klein vraagje&lt;br /&gt;
#Driepuntskruisingsvraag: Leg de cijfers uit. Bereken de afstand en volgorde.&lt;br /&gt;
#5 termen: Homeodomein, Heterochromatine, Helix-draai-helix motief en nog 2 andere&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 JUNI 2018===&lt;br /&gt;
#Maternale effectie bij embryonale ontwikkeling en hoe fenotype beïnvloed (met bicoid, nanos, dorsal....)&lt;br /&gt;
#Figuur over beklengte vinken ifv vochtigheid (evolutie, overerfbaarheid...)&lt;br /&gt;
#oefening genotype bepalen en allel op autosomen/geslachtchromosomen + uitleg&lt;br /&gt;
#3 puntkruising&lt;br /&gt;
#woordjes: Centraal dogma, buideldier, chromosoom, celdeling en nog 1&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
#Stelling: pre-mRNA-processing enzymen omvatten excision herstel enzymen.&lt;br /&gt;
#Foto van homologe structuren&lt;br /&gt;
#Oefening: stamboom gegeven waarbij een genetisch erfelijk tandziekte is. Aan de hand van de stamboom hypothese geven (kenmerk dominant, recesief, geslachtsgebonden) en hiervoor de stamboom in genotypes schrijven.&lt;br /&gt;
#Er zijn 2 genen uit een homeo box, met een mutantexperiment onderzoeken welke van de twee de andere reguleert. Gegevens experiment waren gegeven.&lt;br /&gt;
#Begrippen: Replisoom, represor, restrictie endonuclease, restrictieplaats, reverse transcriptase.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
#Stelling: &amp;quot;STS, sequenced tagged sites, hebben bijgedragen aan het bestuderen van het genoom op microscopisch niveau&amp;quot;&lt;br /&gt;
#Geef uitleg bij de figuur: een tekening van DNA. &lt;br /&gt;
#Oefening met stamboom van een zeldzame erfelijke ziekte. Is het een X-gebonden recessieve afwijking of een autosomaal gebonden allel dat alleen bij mannen tot uiting komt. Geef het genotype van generatie 5 voor beide gevallen.&lt;br /&gt;
#Vage vraag over welke nucleotide substituties niet konden worden waargenomen via elektroforetische studies.&lt;br /&gt;
#Begrippen: dominant, domesticatie, DNA-vingerafdruk, doseringscompensatie en DNA-supercoiling&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2018 VM===&lt;br /&gt;
#Stelling: &amp;quot;Evolutie heeft ervoor gezorgd dat organismen structuren hebben die perfect werken, zoals bijvoorbeeld het oog bij vertebraten&amp;quot;&lt;br /&gt;
#Tekening over epistasie, afbeelding van kruising witte varianten mais wat witte en paarse F2 oplevert. &lt;br /&gt;
#Oefening over overerving waarbij gegeven wordt dat er twee genen coderen voor de oogkleur en dat men twee heterozygote organismen voor beide genen gaat kruisen. Het fenotype dat deze beide organismen hebben is rood. Vervolgens wordt het fenotype van de nakomelingen gegeven en moet je verklaren hoe het kan dat deze fenotypen ontstaan. + verklaren waarom de term &#039;nieuw fenotype&#039; bij deze nakomelingen gebruikt kan worden &lt;br /&gt;
#Oefening over het lac operon waar je een tabel moet aanvullen met +&#039;jes en -&#039;etjes&lt;br /&gt;
#Begrippen: chromatine, chromatide, chloroplast (en nog twee dingen die beginnen met ch)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
#stelling:&#039;Vrouwelijkheid, groei en gedrag zijn genetische kenmerken bij een bacterie.&#039;&lt;br /&gt;
#foto van gelelectroforese&lt;br /&gt;
#Kruising met 4 fenotypes en 4 verschillende kruisingen gegeven&lt;br /&gt;
#Een kader gegeven met info over aantal basenparen, genen, interons... Vragen over hoeveel interons er gemiddeld per gen waren enzo. Uitleg geven over genen die niet voor een eiwit coderen.&lt;br /&gt;
#begrippen: transcriptiebel, transcriptiefactor, torsiespanning, terminatie en totipotent&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2018 vm===&lt;br /&gt;
#stelling:&#039;Is de rol van meiose bij een gist, Neurospora en een plant (Arabidopsis) identiek?&lt;br /&gt;
#tekening van een nucleosoom&lt;br /&gt;
#vraagstuk: Steven heeft spierziekte van Duchenne (recessieve X-gekoppelde aandoening) en heeft als geslachtschromosomen XXY. Susanne (moeder van Steven) heeft de ziekte niet en haar man ook niet. Vader van Susanna had de ziekte wel. Verklaar waarom Steven beide aandoeningen heeft&lt;br /&gt;
#vraagstuk: Een vraagstuk over een stof die RNA-productie blokkeert, maar toch kan een embryo de eerste 6 uur delen. Maar als deze stof na 6 uur wordt weggenomen, kan de gastrulatie niet plaatsvinden. Wat kan je besluiten over de genexpressie?&lt;br /&gt;
#begrippen: wederkerige kruising, achterliggende streng, x-stralen diffractie, zink vinger motief en wiebelparing&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===5 september 2017 vm===&lt;br /&gt;
# stelling &#039;waterstofbruggen tussen nucleotiden hebben invloed op de structuur van DNA&#039;&lt;br /&gt;
# tekening over stamboom van het oerpaard tot het huidig paard; leg de tekening uit (evolutie)&lt;br /&gt;
# kruising: parentale en F1 generatie gegeven, met frequentie. Welke stelling is juist. (hij wou niet zeggen als er meerdere antwoorden juist waren)&lt;br /&gt;
# bespreek 2 methoden voor DNA sequentie bepaling en geef de voor- en nadelen ervan.&lt;br /&gt;
# begrippen: polygene overerving, polymerase kettingractie, profase, poly-A-staart&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2017 nm===&lt;br /&gt;
#stelling &amp;quot;de celdelingen bij een embryo duren veel langer dan die bij een volwassen organisme&amp;quot;&lt;br /&gt;
#tekening van een haai, tonijn, ichtyosaurus, en dolfijn&lt;br /&gt;
#oefening met intermediaire overerving waarbij allelfrequentie gegeven was, en een populatie naar een gebied verplaatst wordt met andere fitnessvoorwaarden -&amp;gt; nieuwe allelfrequentie bepalen&lt;br /&gt;
#oefening met 4 (ja vier) puntskruising, bepaal welke genen gekoppeld zijn + genotype van heterozygote ouder + koppelingskaart&lt;br /&gt;
#begrippen uitleggen: amniocentese, anafase, aneuploïd, anticodon, apoptose&lt;br /&gt;
===19 juni 2017 vm===&lt;br /&gt;
#stelling &amp;quot;koppelingskaarten geven goed de afstand weer&amp;quot; juist/fout&lt;br /&gt;
#tekening van DNA-replicatie aanvullen&lt;br /&gt;
#oefening dihybride kruising&lt;br /&gt;
#uitleg &#039;chimeren&#039;; denkvraag over toepassing&lt;br /&gt;
#begrippen uitleggen: promotor, proteasoom, proteomica, prokaryoot, Punnett-vierkant&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
# stelling over meiose en mitose&lt;br /&gt;
# tekening van trp operon&lt;br /&gt;
# oefening van overkruising, x-gebonden allelen&lt;br /&gt;
# hunchback, antennepedia (?) en engrailed bij drosophilia, waar denk je aan en waarin verschillen ze&lt;br /&gt;
# operon, openleesraam, pleiotropie, overkruising en gap genes&lt;br /&gt;
=== juni 2016===&lt;br /&gt;
#foto plasmide&lt;br /&gt;
#hoeveelheid enkelstrengig en dubbelstrengig DNA bepalen&lt;br /&gt;
#weet rest neit meer (pfff zwak)&lt;br /&gt;
=== juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# Kan genetische clonering helpen in de veredeling van planten?&lt;br /&gt;
# Een foto van een Himalaya kat&lt;br /&gt;
# Een hele moeilijke oefening over de afstanden op chromosomen&lt;br /&gt;
# Een diploÃ¯de cel heeft 16 chromosomen, hoeveel zijn dit er na de metafase van meiose I? En hoeveel na de anafase? Teken de anafase.&lt;br /&gt;
# Begrippen waaronder codon, conservatief, replicate,...&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2014 ===&lt;br /&gt;
#DNA banken zijn uitermate geschikt om het genoom te onderzoeken&lt;br /&gt;
#Tekening verklaren (epistasie : maiskolf die paars kleurde door 2 enzymen)&lt;br /&gt;
#Oefening stamboom maken+ chromosomen uitleggen (klinefeltersyndroom)&lt;br /&gt;
#Oefening op mitose/meiose&lt;br /&gt;
#repressor, regulatorisch eiwit, replicatie, replisoom en restrictie endonulease&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 juni 2014 namiddag===&lt;br /&gt;
#Stelling: meiose heeft dezelfde rol in de levencycli van een bacterie, Neurospora en Arabidopsis.&lt;br /&gt;
#Tekeningetje van Translatie-initiatie&lt;br /&gt;
#Oef over het Lac-operon &lt;br /&gt;
#Een origineel peptide en een gemuteerd (1deletie en 1 insertie) Bepaal de base in weg en erbij is, en bepaal de mRNA sequentie van beide.&lt;br /&gt;
#Woordjes: domesticatie, ras, homologe structuren, morfogenese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 juni 2014 voormiddag ===&lt;br /&gt;
#stelling: Neaderthalers hebben geen sexueel contact gehad met de moderne mens&lt;br /&gt;
#foto van nucleosome die verschuift op dna streng (pg 317)&lt;br /&gt;
#oefening over driepuntskruising&lt;br /&gt;
#oefening openleesraam zoeken en bijhorende polypeptide&lt;br /&gt;
#woordjes: translocatie, tRNA, transciptoom, transcriptieplaats &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 Juni 2013 NM===&lt;br /&gt;
# Stelling: Genetische kaarten zijn hetzelfde als fysieke kaarten van het genoom.&lt;br /&gt;
# Foto van een 3D-tRNA molecule: bespreek de figuur&lt;br /&gt;
# Vraagstuk over recombinante genen en de allelpositie bepalen aan de hand van hoeveel vliegen van een bepaalde recombinant er zijn.&lt;br /&gt;
# Vraagstuk over een zeldzame ziekte met stamboom: enkele kansberekeningen etc.&lt;br /&gt;
# Woordjes: Deletie, Excisie-reparatie-resynthese, DNA bindingsdomein, Cytokinese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 Juni 2013 VM===&lt;br /&gt;
#Vergelijken van Meiose II met mitose. Heel goed de nadruk leggen op het verschil in functie &lt;br /&gt;
#tryptofaan operon&lt;br /&gt;
#Zo een oefeningetje met Lac-operon zoals op de taak&lt;br /&gt;
#Nog een oefeningetje op een X-gebonden recessieve ziekte (niet moeilijk) &lt;br /&gt;
#wat begrippen verklaren&lt;br /&gt;
Prof helpt u goed op weg als ge het niet weet&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 10 Juni 2013 VM===&lt;br /&gt;
# Stelling: Het niet-nucleale genoom is identiek voor planten en dieren.&lt;br /&gt;
# Karyogram van iemand met trisomie 21 (syndroom van Down). Bespreek.&lt;br /&gt;
# Vraagstuk: a)De kans op een meisje is 0.5, hoe groot is dan de kans dat een gezin van 4 kinderen bestaat uit 3 meisjes en 1 jongen. b) De eigenlijke kans op een meisje is 0.49, hoe groot is nu de kans dat een gezin bestaat uit 3 meisjes en 1 jongen. c) Hoe groot is de kans als het eerste kind een jongen is en de 3 andere meisjes.&lt;br /&gt;
# Gegeven: DNA-sequentie en 2 mutaties op deze sequentie. a)Geef de aminozuursequentie gecodeerd door het DNA. b) Benoem de mutaties.&lt;br /&gt;
# 5 begrippen:&lt;br /&gt;
#* Alternatieve splitsing&lt;br /&gt;
#* Barr-lichaampje&lt;br /&gt;
#* Aminoacyl-tRNA synthetase&lt;br /&gt;
#* Apoptose&lt;br /&gt;
#* Basesubstitutie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===31 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Stelling: TATA-box is een transcriptiefactor die een rol speelt bij de selectie van de juiste startplaats bij eukaryoten bij de transcriptie door RNA polymerase II.&lt;br /&gt;
# Cirkelvormig tekeningetje van de celcyclus (zo van G1, G2, S, M maar dan zonder de letters). Bespreek.&lt;br /&gt;
# Vraagstuk: kaart+afstanden van genen op het chromosoom bepalen a.h.v tabelletje met de fenotypes van de nakomelingen.&lt;br /&gt;
# Bepalen of genen in HWE staan a.h.v chiÂ².&lt;br /&gt;
# polyploÃ¯d, polyteen chromosoom, segment-polariteit gen, selectie, semisteriliteit, stamboomanalyse, standaardafwijking, stukuitwisseling en subeenheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2011 VM===&lt;br /&gt;
# Stelling: Enkel diploÃ¯de genetische informatie is overerfbaar.&lt;br /&gt;
# Bespreek: figuur 12-10 a en b (afbeelding van de hox-genen bij een muis op de 4 chromosomen en de expressie ervan tijdens de ontwikkeling) &lt;br /&gt;
# Oefening over chromosoomtransformaties: je kreeg het oorspronkelijk chromosoom 123.456789 en moest dan de transformaties benoemen en de oorspronkelijke chromosomen in synaps tekenen om te laten zien wat er gebeurd is.&lt;br /&gt;
# Moeilijke oefening over een experiment mbt facetogen bij Drosophila ifv de temperatuur(2 genotypes). De genetische variantie en de fenotypische verdeling worden geschat. Je moest bij 4 experimentele situaties &#039;paren van reactie-normen&#039; tekenen die horen bij de 2 genotypes. Een experimentele vaststelling was bijvoorbeeld: &#039;wanneer de erfelijkheid verhoogde, verlaagde de genetische variantie&#039; of &#039;bij het verlagen van de variantie van de temperatuur ging de unimodale verdeling van het fenotype over in een bimodale verdeling&#039; ...&lt;br /&gt;
# Begrippen:&lt;br /&gt;
#* weifelaar&lt;br /&gt;
#* X-chromosoom&lt;br /&gt;
#* X-koppeling&lt;br /&gt;
#* ...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 JAN 2010===&lt;br /&gt;
# Stelling: de waterstofbruggen gevormd door nucleotiden hebben geen invloed op de structuur van DNA.&lt;br /&gt;
# Afbeelding van het gal-systeem bij gist. (Gal4 bespreken, enhancing, UAR&#039;s, beetje eukaryote transcriptie-initiatie,...)&lt;br /&gt;
# Oefening van staartlengte bij varkentjes. Eentje heeft een lengte van 6cm, de andere van 30cm, en de nakomeling een van 18cm. Voor de F2-generatie 1/64 met staart van 6cm, en 1/64 met een staart van 30cm, en daartussen worden de lengtes 10,14,18,22,26 waargenomen, met het meeste nakomeling een staart van 18cm. En daar een aantal vragen over, die voortbouwen op &amp;amp;quot;van hoeveel genen hangt de staartlengte af&amp;amp;quot;.&lt;br /&gt;
# Een welhaast analoge oefening van 5 soorten tarwe (wit, lichtrood, half rood, half donkerrood, donkerrrood).&lt;br /&gt;
# Begrippen:&lt;br /&gt;
#* Enhanceosoom&lt;br /&gt;
#* Epigenetisch stilleggen of &amp;amp;quot;silencing&amp;amp;quot;&lt;br /&gt;
#* Epistasie&lt;br /&gt;
#* Epigenetische merker&lt;br /&gt;
#* Erfelijkheid in de ruime zin&lt;br /&gt;
#* Homeologe chromosomen&lt;br /&gt;
#* Homoloog chromosoom&lt;br /&gt;
#* Homologie-afhankelijk herstel&lt;br /&gt;
#* Homogametisch geslacht&lt;br /&gt;
#* en nog 1...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2010===&lt;br /&gt;
# Wat gebeurt er met RNA nadat het is afgeschreven van DNA dankzij RNA polymerase. Is er een verschil tussen pro en eukaryoten. &lt;br /&gt;
# foto van menselijk genoom. Beschrijf wat je ziet. &lt;br /&gt;
# makkelijk vraagstuk over autosomaal resessieve aandoening &lt;br /&gt;
# Ne moeilijke over Hardy-Weinberg. &lt;br /&gt;
# Begrippen. &lt;br /&gt;
#* heterozygon&lt;br /&gt;
#* hetersis&lt;br /&gt;
#* Hfr&lt;br /&gt;
#* hexaploid&lt;br /&gt;
#* polypoide&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 JAN 2010===&lt;br /&gt;
# stelling: Bicoid eiwit heeft een invloed op de paarrolgenen&lt;br /&gt;
# fig 11.2&lt;br /&gt;
# oefening op allelfrequentie bij een gegeven populatie met fenotypes van bloedgroepen&lt;br /&gt;
# chiÂ²-oefening met hypothesetest, p-waarde,...&lt;br /&gt;
# woordjes: &lt;br /&gt;
#* genconversie&lt;br /&gt;
#* topoisomerase&lt;br /&gt;
#* inversielussen&lt;br /&gt;
#* homozygoot inversie&lt;br /&gt;
#* kandidaatgen&lt;br /&gt;
#* tetraploÃ¯d&lt;br /&gt;
#* tetrade&lt;br /&gt;
#* nog drie andere...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 JAN 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Figuur van het fragiel-X syndroom&lt;br /&gt;
# de evolutie van genen gaat aan constante snelheid en houdt geen rekening met de gedegenereerde code.. &lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# een stamboom&lt;br /&gt;
# vraag over HÂ² en hÂ² &lt;br /&gt;
# pak definities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===JAN 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Gaat genevolutie met een constante snelheid? (zonder rekening te houden met gedegenereerde codes)&lt;br /&gt;
# tekening van fragile X syndroom&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Oefening met een stamboom &lt;br /&gt;
# een oefening op erfelijkheid&lt;br /&gt;
# hele hoop begrippen waar bijna allemaal gen of genetisch in voor kwamen....&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===JAN 2009===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Stelling: Klinefelter-,turner- en downsyndroom zijn het gevolg van foute recombinatie&lt;br /&gt;
# Figuur bespreken: fig 10-4 in boek&lt;br /&gt;
# Juist of fout: de meiose speelt dezelfde rol in de levenscyclus van een bacterie, neurospora en een plant&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Een ziekte, veroorzaakt door een mutatie op het 7de chromosoom vetoont bij de mensen met deze ziekte ernstige botafwijkingen in het gelaat. Beschouw de volgende waarnemingen en trek bij elke een conclusie:&lt;br /&gt;
a.	75% van de mannen , cariotype 23 vertoont bij deze afwijking ernstige tekenen van het andere geslacht&lt;br /&gt;
b.	Vrouwen , heterozygoot voor deze ziekte vertonen geen afwijkingen&lt;br /&gt;
c.	Het ziektegen vertoont 75% gemeenschappelijkheid met een gend dat ligt op het X chromosoom en bepalend is voor de ontwikkeling van de vrouwelijke geslachtskenmerken.&lt;br /&gt;
# Woordjes&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===29 JAN 2008===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Stelling: operons hebben enkel negatieve regulatie.&lt;br /&gt;
# Figuur: 8.4 boek, over transcriptie algemeen&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# In 1931 vond Stern twee verschillende translocaties in drosophila. Hij ontdekte vrouwtjes met een extra stuk van het Y-chromosoom op hun X-chromosoom en andere vrouwtjes met een extra stuk chromosoom IV op hun X. Hij bestudeerde twee geslachtsgekoppelde genen: vleeskleurig (vle recessief) en staafvormig (St dominant). We kruisen dihybride staafvormige vrouwtjes met heteromorfe chromosomen (mutante allelen gelegen op X stuk van X-IV) met hemizygote vleeskleurige mannetjes met normale chromosomen. Teken de cytogenetische resultaten en beschrijf de genotypes/fenotypes van de nakomelingen.&lt;br /&gt;
# Een fruitvlieg is heterozygoot voor een paracentrische inversie. Na vele pogingen bleek het onmogelijk homozygoten voor de inversie te kweken. Wat is de meest waarschijnlijke verklaring hiervoor?&lt;br /&gt;
# Woordjes: A-plaats, cosupressie, dna-transposon, enol, epigenetische overerving, interferentie, klinefeltersyndroom, oncogen, plaque, silencer &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 JAN 2008===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Stelling: Transcriptie en replicatie zijn genetisch gelijkaardige processen.&lt;br /&gt;
# Figuur 9-11 uitleggen (figuur over ribosomen).&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Een oefening op recombinanten waarbij je moest zeggen of de genen gekoppeld waren en de kaartafstanden moest weergeven op een kaart. Ook moest je de genotypes van de ouders geven.&lt;br /&gt;
# Je kreeg zo&#039;n tabelleke zoals bij lac operon en je moest zelf de + en - aanvullen.&lt;br /&gt;
# 10 woordjes: provirus, penetrantie, proto-oncogen, epigenetisch stilgelegd, F-, enzovoort&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Ebalemans</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Genetica&amp;diff=2451</id>
		<title>Genetica</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Genetica&amp;diff=2451"/>
		<updated>2021-01-29T22:29:43Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Ebalemans: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Vak van het eerste semester 2e jaar biochemie en biologie. Ook tweedejaars chemisten en geologen kunnen hier zitten.&lt;br /&gt;
Gedoceerd door Prof. Filip Volckaert.&lt;br /&gt;
Het examen duurt 4 uur.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===29 januari 2021===&lt;br /&gt;
#stelling: &amp;quot;fenotypische variatie bij bacteriën komt enkel voort uit genotypische factoren&amp;quot; &lt;br /&gt;
#Foto van evolutie bij het paard&lt;br /&gt;
#Driepuntskruising&lt;br /&gt;
#Begrippen: DNA-bindingsmotief, DNA dubbel helix, DNA ligase, DNA methylatie en DNA vingerafdruk   &lt;br /&gt;
===22 juni 2020===&lt;br /&gt;
# Stelling: &amp;quot;transcriptie activatoreiwitten binden aan bacteriële genpromotoren&amp;quot;&lt;br /&gt;
# Foto van 32 en 64 celstadium bij in tunicaat embryo&lt;br /&gt;
# Heterozygoot voor 4 genen in testkruising. Welke genen zijn gekoppeld? Wat is het genotype van de heterozygoot? Teken de koppelingskaart. Gegeven verschillende nakomeling in verschillende hoeveelheden.&lt;br /&gt;
# Begrippen: autosomaal, conservatieve replicatie, basesubstitutie, barr lichaampje, berkenspanner.&lt;br /&gt;
===30 augustus 2019===&lt;br /&gt;
# Stelling: &amp;quot;Het fundamenteel verschil tussen positieve en negatieve controle van een gen is niet zo belangrijk.&amp;quot;&lt;br /&gt;
# Foto van drosophila kunstmatige selectie&lt;br /&gt;
# Genotypes P, F1, F2 geven bij epistasie?&lt;br /&gt;
# Recombinatie frequentie en stamboom voor een 3puntskruising&lt;br /&gt;
# Begrippen: Apoptose, codominantie, dihybride kruising, diploïd, faag  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2019===&lt;br /&gt;
# Stelling: &amp;quot;Inversie op chromosoom 3 bij de Drosophila zorgt niet voor een genetische variatie?&amp;quot;&lt;br /&gt;
# Foto van Himalaya siamese kat&lt;br /&gt;
# Recombinatie frequentie en stamboom voor een 3puntskruising&lt;br /&gt;
# Vraagstuk over lac operon en in welke mutanten de genen worden afgeschreven&lt;br /&gt;
# Begrippen: Syntenie, Telofase, Telomerase, Tautomer effect, Syndroom van Down &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2019 NM===&lt;br /&gt;
#Stelling: Meiose ligt aan de basis van de variatie in het genoom.&lt;br /&gt;
#Foto van pre-mRNA splicing en alternatieve splicing.&lt;br /&gt;
#Stamboom: Welke grootouders van een vrouw hebben zeker geen invloed op haar X-chromosomen.&lt;br /&gt;
#Er zijn 20000 genen en 85000 proteïnen. Verklaar hoe dit kan en geef een concreet voorbeeld uit de cursus.&lt;br /&gt;
#Begrippen: enhancer, SNP, een-kopie gen, epigenetica, epistasie.&lt;br /&gt;
===11 juni 2019 VM===&lt;br /&gt;
#Stelling: Klinefelter-,turner- en downsyndroom zijn het gevolg van foute recombinatie.&lt;br /&gt;
#Foto van DNA banken&lt;br /&gt;
#Oefening: stambomen &lt;br /&gt;
#Vraagstuk: productie van Bicoid&lt;br /&gt;
#Begrippen: elongatie, duplicatie, eenvoudig herhaald sequenties ...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
#Stelling: Met PCR kan het doelDNA 11 keer vermeerderd worden.&lt;br /&gt;
#Foto van kloon contig techniek&lt;br /&gt;
#Oefening: mRNA uit een sjabloonDNAstreng opschrijven, amide en carboxylterminus aanduiden, overzetten in 3 AZ (ahv tabel) en aangeven of er nonsensemutaties mogelijk waren, zoja waar.&lt;br /&gt;
# vraagstuk: Een gen dat codeert voor huids- en haarkleur. Europeanen en aziaten hebben 13 polymorfismen met 10 niet-synoniem. Afrikanen hebben er 5 met geen niet-synoniem. Verklaar de variatie tussen afrikanen en niet afrikanen.&lt;br /&gt;
#Begrippen: replicatie, ras, recombinant DNA,...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 juni 2018 voormiddag===&lt;br /&gt;
#Juist of onjuist: Splitsing voegt intronen samen en dit gebeurt enkel bij prokaryoten. (Elk woord uitleggen)&lt;br /&gt;
#Figuur van uit het boek mbt embryo&#039;s waarvan de staartcellen naar het hoofd worden getransplanteerd en bij de ene figuur de straartcellen gewoon hoofdcellen worden in het hoofd en bij de andere figuur tot staartcellen in het hoofd differentiëren. (Determinatie uitleggen dus)&lt;br /&gt;
#Oefening met een stamboom. a) Bepaal de manier van overerving. b) Kruising uitvoeren tussen allemaal neven en nichten van die stamboom&lt;br /&gt;
#Oefening op driepuntskruising&lt;br /&gt;
#Leg uit in elk max 30 woorden: SCNT, seksuele voortplanting, synaptonemaal complex, startcodon&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
#Stelling: Enkel meiose is verantwoordelijk voor genetische variatie.&lt;br /&gt;
#Foto van het laden van tRNA.&lt;br /&gt;
#Stamboomanalyse&lt;br /&gt;
#Beargumenteer: eigen mening over een stelling geven.&lt;br /&gt;
#genomica, genotype...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2018 voormiddag===&lt;br /&gt;
#Bespreek de (on)waarheid van volgende stelling en bespreek elk element: bij het onderzoeken of 2 bacteriën tot dezelfde soort behoren, is het een goede eerste stap om te kijken naar een stukje DNA met een hoge mutatiesnelheid.&lt;br /&gt;
#Afbeelding gegeven van een algemeen operon. Geef uitleg en benoem de aangeduide delen&lt;br /&gt;
#Stamboomvraag: onderzoeken hoe de overerving wordt doorgegeven (autosomaal/X-of Y-gebonden; recessief/dominant), genotypes uitzoeken van zo veel mogelijk mensen en nog 1 klein vraagje&lt;br /&gt;
#Driepuntskruisingsvraag: Leg de cijfers uit. Bereken de afstand en volgorde.&lt;br /&gt;
#5 termen: Homeodomein, Heterochromatine, Helix-draai-helix motief en nog 2 andere&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 JUNI 2018===&lt;br /&gt;
#Maternale effectie bij embryonale ontwikkeling en hoe fenotype beïnvloed (met bicoid, nanos, dorsal....)&lt;br /&gt;
#Figuur over beklengte vinken ifv vochtigheid (evolutie, overerfbaarheid...)&lt;br /&gt;
#oefening genotype bepalen en allel op autosomen/geslachtchromosomen + uitleg&lt;br /&gt;
#3 puntkruising&lt;br /&gt;
#woordjes: Centraal dogma, buideldier, chromosoom, celdeling en nog 1&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
#Stelling: pre-mRNA-processing enzymen omvatten excision herstel enzymen.&lt;br /&gt;
#Foto van homologe structuren&lt;br /&gt;
#Oefening: stamboom gegeven waarbij een genetisch erfelijk tandziekte is. Aan de hand van de stamboom hypothese geven (kenmerk dominant, recesief, geslachtsgebonden) en hiervoor de stamboom in genotypes schrijven.&lt;br /&gt;
#Er zijn 2 genen uit een homeo box, met een mutantexperiment onderzoeken welke van de twee de andere reguleert. Gegevens experiment waren gegeven.&lt;br /&gt;
#Begrippen: Replisoom, represor, restrictie endonuclease, restrictieplaats, reverse transcriptase.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
#Stelling: &amp;quot;STS, sequenced tagged sites, hebben bijgedragen aan het bestuderen van het genoom op microscopisch niveau&amp;quot;&lt;br /&gt;
#Geef uitleg bij de figuur: een tekening van DNA. &lt;br /&gt;
#Oefening met stamboom van een zeldzame erfelijke ziekte. Is het een X-gebonden recessieve afwijking of een autosomaal gebonden allel dat alleen bij mannen tot uiting komt. Geef het genotype van generatie 5 voor beide gevallen.&lt;br /&gt;
#Vage vraag over welke nucleotide substituties niet konden worden waargenomen via elektroforetische studies.&lt;br /&gt;
#Begrippen: dominant, domesticatie, DNA-vingerafdruk, doseringscompensatie en DNA-supercoiling&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2018 VM===&lt;br /&gt;
#Stelling: &amp;quot;Evolutie heeft ervoor gezorgd dat organismen structuren hebben die perfect werken, zoals bijvoorbeeld het oog bij vertebraten&amp;quot;&lt;br /&gt;
#Tekening over epistasie, afbeelding van kruising witte varianten mais wat witte en paarse F2 oplevert. &lt;br /&gt;
#Oefening over overerving waarbij gegeven wordt dat er twee genen coderen voor de oogkleur en dat men twee heterozygote organismen voor beide genen gaat kruisen. Het fenotype dat deze beide organismen hebben is rood. Vervolgens wordt het fenotype van de nakomelingen gegeven en moet je verklaren hoe het kan dat deze fenotypen ontstaan. + verklaren waarom de term &#039;nieuw fenotype&#039; bij deze nakomelingen gebruikt kan worden &lt;br /&gt;
#Oefening over het lac operon waar je een tabel moet aanvullen met +&#039;jes en -&#039;etjes&lt;br /&gt;
#Begrippen: chromatine, chromatide, chloroplast (en nog twee dingen die beginnen met ch)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
#stelling:&#039;Vrouwelijkheid, groei en gedrag zijn genetische kenmerken bij een bacterie.&#039;&lt;br /&gt;
#foto van gelelectroforese&lt;br /&gt;
#Kruising met 4 fenotypes en 4 verschillende kruisingen gegeven&lt;br /&gt;
#Een kader gegeven met info over aantal basenparen, genen, interons... Vragen over hoeveel interons er gemiddeld per gen waren enzo. Uitleg geven over genen die niet voor een eiwit coderen.&lt;br /&gt;
#begrippen: transcriptiebel, transcriptiefactor, torsiespanning, terminatie en totipotent&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2018 vm===&lt;br /&gt;
#stelling:&#039;Is de rol van meiose bij een gist, Neurospora en een plant (Arabidopsis) identiek?&lt;br /&gt;
#tekening van een nucleosoom&lt;br /&gt;
#vraagstuk: Steven heeft spierziekte van Duchenne (recessieve X-gekoppelde aandoening) en heeft als geslachtschromosomen XXY. Susanne (moeder van Steven) heeft de ziekte niet en haar man ook niet. Vader van Susanna had de ziekte wel. Verklaar waarom Steven beide aandoeningen heeft&lt;br /&gt;
#vraagstuk: Een vraagstuk over een stof die RNA-productie blokkeert, maar toch kan een embryo de eerste 6 uur delen. Maar als deze stof na 6 uur wordt weggenomen, kan de gastrulatie niet plaatsvinden. Wat kan je besluiten over de genexpressie?&lt;br /&gt;
#begrippen: wederkerige kruising, achterliggende streng, x-stralen diffractie, zink vinger motief en wiebelparing&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===5 september 2017 vm===&lt;br /&gt;
# stelling &#039;waterstofbruggen tussen nucleotiden hebben invloed op de structuur van DNA&#039;&lt;br /&gt;
# tekening over stamboom van het oerpaard tot het huidig paard; leg de tekening uit (evolutie)&lt;br /&gt;
# kruising: parentale en F1 generatie gegeven, met frequentie. Welke stelling is juist. (hij wou niet zeggen als er meerdere antwoorden juist waren)&lt;br /&gt;
# bespreek 2 methoden voor DNA sequentie bepaling en geef de voor- en nadelen ervan.&lt;br /&gt;
# begrippen: polygene overerving, polymerase kettingractie, profase, poly-A-staart&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2017 nm===&lt;br /&gt;
#stelling &amp;quot;de celdelingen bij een embryo duren veel langer dan die bij een volwassen organisme&amp;quot;&lt;br /&gt;
#tekening van een haai, tonijn, ichtyosaurus, en dolfijn&lt;br /&gt;
#oefening met intermediaire overerving waarbij allelfrequentie gegeven was, en een populatie naar een gebied verplaatst wordt met andere fitnessvoorwaarden -&amp;gt; nieuwe allelfrequentie bepalen&lt;br /&gt;
#oefening met 4 (ja vier) puntskruising, bepaal welke genen gekoppeld zijn + genotype van heterozygote ouder + koppelingskaart&lt;br /&gt;
#begrippen uitleggen: amniocentese, anafase, aneuploïd, anticodon, apoptose&lt;br /&gt;
===19 juni 2017 vm===&lt;br /&gt;
#stelling &amp;quot;koppelingskaarten geven goed de afstand weer&amp;quot; juist/fout&lt;br /&gt;
#tekening van DNA-replicatie aanvullen&lt;br /&gt;
#oefening dihybride kruising&lt;br /&gt;
#uitleg &#039;chimeren&#039;; denkvraag over toepassing&lt;br /&gt;
#begrippen uitleggen: promotor, proteasoom, proteomica, prokaryoot, Punnett-vierkant&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
# stelling over meiose en mitose&lt;br /&gt;
# tekening van trp operon&lt;br /&gt;
# oefening van overkruising, x-gebonden allelen&lt;br /&gt;
# hunchback, antennepedia (?) en engrailed bij drosophilia, waar denk je aan en waarin verschillen ze&lt;br /&gt;
# operon, openleesraam, pleiotropie, overkruising en gap genes&lt;br /&gt;
=== juni 2016===&lt;br /&gt;
#foto plasmide&lt;br /&gt;
#hoeveelheid enkelstrengig en dubbelstrengig DNA bepalen&lt;br /&gt;
#weet rest neit meer (pfff zwak)&lt;br /&gt;
=== juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# Kan genetische clonering helpen in de veredeling van planten?&lt;br /&gt;
# Een foto van een Himalaya kat&lt;br /&gt;
# Een hele moeilijke oefening over de afstanden op chromosomen&lt;br /&gt;
# Een diploÃ¯de cel heeft 16 chromosomen, hoeveel zijn dit er na de metafase van meiose I? En hoeveel na de anafase? Teken de anafase.&lt;br /&gt;
# Begrippen waaronder codon, conservatief, replicate,...&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2014 ===&lt;br /&gt;
#DNA banken zijn uitermate geschikt om het genoom te onderzoeken&lt;br /&gt;
#Tekening verklaren (epistasie : maiskolf die paars kleurde door 2 enzymen)&lt;br /&gt;
#Oefening stamboom maken+ chromosomen uitleggen (klinefeltersyndroom)&lt;br /&gt;
#Oefening op mitose/meiose&lt;br /&gt;
#repressor, regulatorisch eiwit, replicatie, replisoom en restrictie endonulease&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 juni 2014 namiddag===&lt;br /&gt;
#Stelling: meiose heeft dezelfde rol in de levencycli van een bacterie, Neurospora en Arabidopsis.&lt;br /&gt;
#Tekeningetje van Translatie-initiatie&lt;br /&gt;
#Oef over het Lac-operon &lt;br /&gt;
#Een origineel peptide en een gemuteerd (1deletie en 1 insertie) Bepaal de base in weg en erbij is, en bepaal de mRNA sequentie van beide.&lt;br /&gt;
#Woordjes: domesticatie, ras, homologe structuren, morfogenese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 juni 2014 voormiddag ===&lt;br /&gt;
#stelling: Neaderthalers hebben geen sexueel contact gehad met de moderne mens&lt;br /&gt;
#foto van nucleosome die verschuift op dna streng (pg 317)&lt;br /&gt;
#oefening over driepuntskruising&lt;br /&gt;
#oefening openleesraam zoeken en bijhorende polypeptide&lt;br /&gt;
#woordjes: translocatie, tRNA, transciptoom, transcriptieplaats &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 Juni 2013 NM===&lt;br /&gt;
# Stelling: Genetische kaarten zijn hetzelfde als fysieke kaarten van het genoom.&lt;br /&gt;
# Foto van een 3D-tRNA molecule: bespreek de figuur&lt;br /&gt;
# Vraagstuk over recombinante genen en de allelpositie bepalen aan de hand van hoeveel vliegen van een bepaalde recombinant er zijn.&lt;br /&gt;
# Vraagstuk over een zeldzame ziekte met stamboom: enkele kansberekeningen etc.&lt;br /&gt;
# Woordjes: Deletie, Excisie-reparatie-resynthese, DNA bindingsdomein, Cytokinese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 Juni 2013 VM===&lt;br /&gt;
#Vergelijken van Meiose II met mitose. Heel goed de nadruk leggen op het verschil in functie &lt;br /&gt;
#tryptofaan operon&lt;br /&gt;
#Zo een oefeningetje met Lac-operon zoals op de taak&lt;br /&gt;
#Nog een oefeningetje op een X-gebonden recessieve ziekte (niet moeilijk) &lt;br /&gt;
#wat begrippen verklaren&lt;br /&gt;
Prof helpt u goed op weg als ge het niet weet&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 10 Juni 2013 VM===&lt;br /&gt;
# Stelling: Het niet-nucleale genoom is identiek voor planten en dieren.&lt;br /&gt;
# Karyogram van iemand met trisomie 21 (syndroom van Down). Bespreek.&lt;br /&gt;
# Vraagstuk: a)De kans op een meisje is 0.5, hoe groot is dan de kans dat een gezin van 4 kinderen bestaat uit 3 meisjes en 1 jongen. b) De eigenlijke kans op een meisje is 0.49, hoe groot is nu de kans dat een gezin bestaat uit 3 meisjes en 1 jongen. c) Hoe groot is de kans als het eerste kind een jongen is en de 3 andere meisjes.&lt;br /&gt;
# Gegeven: DNA-sequentie en 2 mutaties op deze sequentie. a)Geef de aminozuursequentie gecodeerd door het DNA. b) Benoem de mutaties.&lt;br /&gt;
# 5 begrippen:&lt;br /&gt;
#* Alternatieve splitsing&lt;br /&gt;
#* Barr-lichaampje&lt;br /&gt;
#* Aminoacyl-tRNA synthetase&lt;br /&gt;
#* Apoptose&lt;br /&gt;
#* Basesubstitutie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===31 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Stelling: TATA-box is een transcriptiefactor die een rol speelt bij de selectie van de juiste startplaats bij eukaryoten bij de transcriptie door RNA polymerase II.&lt;br /&gt;
# Cirkelvormig tekeningetje van de celcyclus (zo van G1, G2, S, M maar dan zonder de letters). Bespreek.&lt;br /&gt;
# Vraagstuk: kaart+afstanden van genen op het chromosoom bepalen a.h.v tabelletje met de fenotypes van de nakomelingen.&lt;br /&gt;
# Bepalen of genen in HWE staan a.h.v chiÂ².&lt;br /&gt;
# polyploÃ¯d, polyteen chromosoom, segment-polariteit gen, selectie, semisteriliteit, stamboomanalyse, standaardafwijking, stukuitwisseling en subeenheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2011 VM===&lt;br /&gt;
# Stelling: Enkel diploÃ¯de genetische informatie is overerfbaar.&lt;br /&gt;
# Bespreek: figuur 12-10 a en b (afbeelding van de hox-genen bij een muis op de 4 chromosomen en de expressie ervan tijdens de ontwikkeling) &lt;br /&gt;
# Oefening over chromosoomtransformaties: je kreeg het oorspronkelijk chromosoom 123.456789 en moest dan de transformaties benoemen en de oorspronkelijke chromosomen in synaps tekenen om te laten zien wat er gebeurd is.&lt;br /&gt;
# Moeilijke oefening over een experiment mbt facetogen bij Drosophila ifv de temperatuur(2 genotypes). De genetische variantie en de fenotypische verdeling worden geschat. Je moest bij 4 experimentele situaties &#039;paren van reactie-normen&#039; tekenen die horen bij de 2 genotypes. Een experimentele vaststelling was bijvoorbeeld: &#039;wanneer de erfelijkheid verhoogde, verlaagde de genetische variantie&#039; of &#039;bij het verlagen van de variantie van de temperatuur ging de unimodale verdeling van het fenotype over in een bimodale verdeling&#039; ...&lt;br /&gt;
# Begrippen:&lt;br /&gt;
#* weifelaar&lt;br /&gt;
#* X-chromosoom&lt;br /&gt;
#* X-koppeling&lt;br /&gt;
#* ...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 JAN 2010===&lt;br /&gt;
# Stelling: de waterstofbruggen gevormd door nucleotiden hebben geen invloed op de structuur van DNA.&lt;br /&gt;
# Afbeelding van het gal-systeem bij gist. (Gal4 bespreken, enhancing, UAR&#039;s, beetje eukaryote transcriptie-initiatie,...)&lt;br /&gt;
# Oefening van staartlengte bij varkentjes. Eentje heeft een lengte van 6cm, de andere van 30cm, en de nakomeling een van 18cm. Voor de F2-generatie 1/64 met staart van 6cm, en 1/64 met een staart van 30cm, en daartussen worden de lengtes 10,14,18,22,26 waargenomen, met het meeste nakomeling een staart van 18cm. En daar een aantal vragen over, die voortbouwen op &amp;amp;quot;van hoeveel genen hangt de staartlengte af&amp;amp;quot;.&lt;br /&gt;
# Een welhaast analoge oefening van 5 soorten tarwe (wit, lichtrood, half rood, half donkerrood, donkerrrood).&lt;br /&gt;
# Begrippen:&lt;br /&gt;
#* Enhanceosoom&lt;br /&gt;
#* Epigenetisch stilleggen of &amp;amp;quot;silencing&amp;amp;quot;&lt;br /&gt;
#* Epistasie&lt;br /&gt;
#* Epigenetische merker&lt;br /&gt;
#* Erfelijkheid in de ruime zin&lt;br /&gt;
#* Homeologe chromosomen&lt;br /&gt;
#* Homoloog chromosoom&lt;br /&gt;
#* Homologie-afhankelijk herstel&lt;br /&gt;
#* Homogametisch geslacht&lt;br /&gt;
#* en nog 1...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2010===&lt;br /&gt;
# Wat gebeurt er met RNA nadat het is afgeschreven van DNA dankzij RNA polymerase. Is er een verschil tussen pro en eukaryoten. &lt;br /&gt;
# foto van menselijk genoom. Beschrijf wat je ziet. &lt;br /&gt;
# makkelijk vraagstuk over autosomaal resessieve aandoening &lt;br /&gt;
# Ne moeilijke over Hardy-Weinberg. &lt;br /&gt;
# Begrippen. &lt;br /&gt;
#* heterozygon&lt;br /&gt;
#* hetersis&lt;br /&gt;
#* Hfr&lt;br /&gt;
#* hexaploid&lt;br /&gt;
#* polypoide&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 JAN 2010===&lt;br /&gt;
# stelling: Bicoid eiwit heeft een invloed op de paarrolgenen&lt;br /&gt;
# fig 11.2&lt;br /&gt;
# oefening op allelfrequentie bij een gegeven populatie met fenotypes van bloedgroepen&lt;br /&gt;
# chiÂ²-oefening met hypothesetest, p-waarde,...&lt;br /&gt;
# woordjes: &lt;br /&gt;
#* genconversie&lt;br /&gt;
#* topoisomerase&lt;br /&gt;
#* inversielussen&lt;br /&gt;
#* homozygoot inversie&lt;br /&gt;
#* kandidaatgen&lt;br /&gt;
#* tetraploÃ¯d&lt;br /&gt;
#* tetrade&lt;br /&gt;
#* nog drie andere...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 JAN 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Figuur van het fragiel-X syndroom&lt;br /&gt;
# de evolutie van genen gaat aan constante snelheid en houdt geen rekening met de gedegenereerde code.. &lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# een stamboom&lt;br /&gt;
# vraag over HÂ² en hÂ² &lt;br /&gt;
# pak definities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===JAN 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Gaat genevolutie met een constante snelheid? (zonder rekening te houden met gedegenereerde codes)&lt;br /&gt;
# tekening van fragile X syndroom&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Oefening met een stamboom &lt;br /&gt;
# een oefening op erfelijkheid&lt;br /&gt;
# hele hoop begrippen waar bijna allemaal gen of genetisch in voor kwamen....&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===JAN 2009===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Stelling: Klinefelter-,turner- en downsyndroom zijn het gevolg van foute recombinatie&lt;br /&gt;
# Figuur bespreken: fig 10-4 in boek&lt;br /&gt;
# Juist of fout: de meiose speelt dezelfde rol in de levenscyclus van een bacterie, neurospora en een plant&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Een ziekte, veroorzaakt door een mutatie op het 7de chromosoom vetoont bij de mensen met deze ziekte ernstige botafwijkingen in het gelaat. Beschouw de volgende waarnemingen en trek bij elke een conclusie:&lt;br /&gt;
a.	75% van de mannen , cariotype 23 vertoont bij deze afwijking ernstige tekenen van het andere geslacht&lt;br /&gt;
b.	Vrouwen , heterozygoot voor deze ziekte vertonen geen afwijkingen&lt;br /&gt;
c.	Het ziektegen vertoont 75% gemeenschappelijkheid met een gend dat ligt op het X chromosoom en bepalend is voor de ontwikkeling van de vrouwelijke geslachtskenmerken.&lt;br /&gt;
# Woordjes&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===29 JAN 2008===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Stelling: operons hebben enkel negatieve regulatie.&lt;br /&gt;
# Figuur: 8.4 boek, over transcriptie algemeen&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# In 1931 vond Stern twee verschillende translocaties in drosophila. Hij ontdekte vrouwtjes met een extra stuk van het Y-chromosoom op hun X-chromosoom en andere vrouwtjes met een extra stuk chromosoom IV op hun X. Hij bestudeerde twee geslachtsgekoppelde genen: vleeskleurig (vle recessief) en staafvormig (St dominant). We kruisen dihybride staafvormige vrouwtjes met heteromorfe chromosomen (mutante allelen gelegen op X stuk van X-IV) met hemizygote vleeskleurige mannetjes met normale chromosomen. Teken de cytogenetische resultaten en beschrijf de genotypes/fenotypes van de nakomelingen.&lt;br /&gt;
# Een fruitvlieg is heterozygoot voor een paracentrische inversie. Na vele pogingen bleek het onmogelijk homozygoten voor de inversie te kweken. Wat is de meest waarschijnlijke verklaring hiervoor?&lt;br /&gt;
# Woordjes: A-plaats, cosupressie, dna-transposon, enol, epigenetische overerving, interferentie, klinefeltersyndroom, oncogen, plaque, silencer &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 JAN 2008===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Stelling: Transcriptie en replicatie zijn genetisch gelijkaardige processen.&lt;br /&gt;
# Figuur 9-11 uitleggen (figuur over ribosomen).&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Een oefening op recombinanten waarbij je moest zeggen of de genen gekoppeld waren en de kaartafstanden moest weergeven op een kaart. Ook moest je de genotypes van de ouders geven.&lt;br /&gt;
# Je kreeg zo&#039;n tabelleke zoals bij lac operon en je moest zelf de + en - aanvullen.&lt;br /&gt;
# 10 woordjes: provirus, penetrantie, proto-oncogen, epigenetisch stilgelegd, F-, enzovoort&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Ebalemans</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Genetica&amp;diff=2367</id>
		<title>Genetica</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Genetica&amp;diff=2367"/>
		<updated>2021-01-22T08:40:30Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Ebalemans: /* Vakinformatie */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Vak van het eerste semester 2e jaar biochemie en biologie. Ook tweedejaars chemisten en geologen kunnen hier zitten.&lt;br /&gt;
Gedoceerd door Prof. Filip Volckaert.&lt;br /&gt;
Het examen duurt 4 uur.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===22 juni 2020===&lt;br /&gt;
# Stelling: &amp;quot;transcriptie activatoreiwitten binden aan bacteriële genpromotoren&amp;quot;&lt;br /&gt;
# Foto van 32 en 64 celstadium bij in tunicaat embryo&lt;br /&gt;
# Heterozygoot voor 4 genen in testkruising. Welke genen zijn gekoppeld? Wat is het genotype van de heterozygoot? Teken de koppelingskaart. Gegeven verschillende nakomeling in verschillende hoeveelheden.&lt;br /&gt;
# Begrippen: autosomaal, conservatieve replicatie, basesubstitutie, barr lichaampje, berkenspanner.&lt;br /&gt;
===30 augustus 2019===&lt;br /&gt;
# Stelling: &amp;quot;Het fundamenteel verschil tussen positieve en negatieve controle van een gen is niet zo belangrijk.&amp;quot;&lt;br /&gt;
# Foto van drosophila kunstmatige selectie&lt;br /&gt;
# Genotypes P, F1, F2 geven bij epistasie?&lt;br /&gt;
# Recombinatie frequentie en stamboom voor een 3puntskruising&lt;br /&gt;
# Begrippen: Apoptose, codominantie, dihybride kruising, diploïd, faag  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2019===&lt;br /&gt;
# Stelling: &amp;quot;Inversie op chromosoom 3 bij de Drosophila zorgt niet voor een genetische variatie?&amp;quot;&lt;br /&gt;
# Foto van Himalaya siamese kat&lt;br /&gt;
# Recombinatie frequentie en stamboom voor een 3puntskruising&lt;br /&gt;
# Vraagstuk over lac operon en in welke mutanten de genen worden afgeschreven&lt;br /&gt;
# Begrippen: Syntenie, Telofase, Telomerase, Tautomer effect, Syndroom van Down &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2019 NM===&lt;br /&gt;
#Stelling: Meiose ligt aan de basis van de variatie in het genoom.&lt;br /&gt;
#Foto van pre-mRNA splicing en alternatieve splicing.&lt;br /&gt;
#Stamboom: Welke grootouders van een vrouw hebben zeker geen invloed op haar X-chromosomen.&lt;br /&gt;
#Er zijn 20000 genen en 85000 proteïnen. Verklaar hoe dit kan en geef een concreet voorbeeld uit de cursus.&lt;br /&gt;
#Begrippen: enhancer, SNP, een-kopie gen, epigenetica, epistasie.&lt;br /&gt;
===11 juni 2019 VM===&lt;br /&gt;
#Stelling: Klinefelter-,turner- en downsyndroom zijn het gevolg van foute recombinatie.&lt;br /&gt;
#Foto van DNA banken&lt;br /&gt;
#Oefening: stambomen &lt;br /&gt;
#Vraagstuk: productie van Bicoid&lt;br /&gt;
#Begrippen: elongatie, duplicatie, eenvoudig herhaald sequenties ...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
#Stelling: Met PCR kan het doelDNA 11 keer vermeerderd worden.&lt;br /&gt;
#Foto van kloon contig techniek&lt;br /&gt;
#Oefening: mRNA uit een sjabloonDNAstreng opschrijven, amide en carboxylterminus aanduiden, overzetten in 3 AZ (ahv tabel) en aangeven of er nonsensemutaties mogelijk waren, zoja waar.&lt;br /&gt;
# vraagstuk: Een gen dat codeert voor huids- en haarkleur. Europeanen en aziaten hebben 13 polymorfismen met 10 niet-synoniem. Afrikanen hebben er 5 met geen niet-synoniem. Verklaar de variatie tussen afrikanen en niet afrikanen.&lt;br /&gt;
#Begrippen: replicatie, ras, recombinant DNA,...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 juni 2018 voormiddag===&lt;br /&gt;
#Juist of onjuist: Splitsing voegt intronen samen en dit gebeurt enkel bij prokaryoten. (Elk woord uitleggen)&lt;br /&gt;
#Figuur van uit het boek mbt embryo&#039;s waarvan de staartcellen naar het hoofd worden getransplanteerd en bij de ene figuur de straartcellen gewoon hoofdcellen worden in het hoofd en bij de andere figuur tot staartcellen in het hoofd differentiëren. (Determinatie uitleggen dus)&lt;br /&gt;
#Oefening met een stamboom. a) Bepaal de manier van overerving. b) Kruising uitvoeren tussen allemaal neven en nichten van die stamboom&lt;br /&gt;
#Oefening op driepuntskruising&lt;br /&gt;
#Leg uit in elk max 30 woorden: SCNT, seksuele voortplanting, synaptonemaal complex, startcodon&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
#Stelling: Enkel meiose is verantwoordelijk voor genetische variatie.&lt;br /&gt;
#Foto van het laden van tRNA.&lt;br /&gt;
#Stamboomanalyse&lt;br /&gt;
#Beargumenteer: eigen mening over een stelling geven.&lt;br /&gt;
#genomica, genotype...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2018 voormiddag===&lt;br /&gt;
#Bespreek de (on)waarheid van volgende stelling en bespreek elk element: bij het onderzoeken of 2 bacteriën tot dezelfde soort behoren, is het een goede eerste stap om te kijken naar een stukje DNA met een hoge mutatiesnelheid.&lt;br /&gt;
#Afbeelding gegeven van een algemeen operon. Geef uitleg en benoem de aangeduide delen&lt;br /&gt;
#Stamboomvraag: onderzoeken hoe de overerving wordt doorgegeven (autosomaal/X-of Y-gebonden; recessief/dominant), genotypes uitzoeken van zo veel mogelijk mensen en nog 1 klein vraagje&lt;br /&gt;
#Driepuntskruisingsvraag: Leg de cijfers uit. Bereken de afstand en volgorde.&lt;br /&gt;
#5 termen: Homeodomein, Heterochromatine, Helix-draai-helix motief en nog 2 andere&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 JUNI 2018===&lt;br /&gt;
#Maternale effectie bij embryonale ontwikkeling en hoe fenotype beïnvloed (met bicoid, nanos, dorsal....)&lt;br /&gt;
#Figuur over beklengte vinken ifv vochtigheid (evolutie, overerfbaarheid...)&lt;br /&gt;
#oefening genotype bepalen en allel op autosomen/geslachtchromosomen + uitleg&lt;br /&gt;
#3 puntkruising&lt;br /&gt;
#woordjes: Centraal dogma, buideldier, chromosoom, celdeling en nog 1&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
#Stelling: pre-mRNA-processing enzymen omvatten excision herstel enzymen.&lt;br /&gt;
#Foto van homologe structuren&lt;br /&gt;
#Oefening: stamboom gegeven waarbij een genetisch erfelijk tandziekte is. Aan de hand van de stamboom hypothese geven (kenmerk dominant, recesief, geslachtsgebonden) en hiervoor de stamboom in genotypes schrijven.&lt;br /&gt;
#Er zijn 2 genen uit een homeo box, met een mutantexperiment onderzoeken welke van de twee de andere reguleert. Gegevens experiment waren gegeven.&lt;br /&gt;
#Begrippen: Replisoom, represor, restrictie endonuclease, restrictieplaats, reverse transcriptase.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
#Stelling: &amp;quot;STS, sequenced tagged sites, hebben bijgedragen aan het bestuderen van het genoom op microscopisch niveau&amp;quot;&lt;br /&gt;
#Geef uitleg bij de figuur: een tekening van DNA. &lt;br /&gt;
#Oefening met stamboom van een zeldzame erfelijke ziekte. Is het een X-gebonden recessieve afwijking of een autosomaal gebonden allel dat alleen bij mannen tot uiting komt. Geef het genotype van generatie 5 voor beide gevallen.&lt;br /&gt;
#Vage vraag over welke nucleotide substituties niet konden worden waargenomen via elektroforetische studies.&lt;br /&gt;
#Begrippen: dominant, domesticatie, DNA-vingerafdruk, doseringscompensatie en DNA-supercoiling&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2018 VM===&lt;br /&gt;
#Stelling: &amp;quot;Evolutie heeft ervoor gezorgd dat organismen structuren hebben die perfect werken, zoals bijvoorbeeld het oog bij vertebraten&amp;quot;&lt;br /&gt;
#Tekening over epistasie, afbeelding van kruising witte varianten mais wat witte en paarse F2 oplevert. &lt;br /&gt;
#Oefening over overerving waarbij gegeven wordt dat er twee genen coderen voor de oogkleur en dat men twee heterozygote organismen voor beide genen gaat kruisen. Het fenotype dat deze beide organismen hebben is rood. Vervolgens wordt het fenotype van de nakomelingen gegeven en moet je verklaren hoe het kan dat deze fenotypen ontstaan. + verklaren waarom de term &#039;nieuw fenotype&#039; bij deze nakomelingen gebruikt kan worden &lt;br /&gt;
#Oefening over het lac operon waar je een tabel moet aanvullen met +&#039;jes en -&#039;etjes&lt;br /&gt;
#Begrippen: chromatine, chromatide, chloroplast (en nog twee dingen die beginnen met ch)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
#stelling:&#039;Vrouwelijkheid, groei en gedrag zijn genetische kenmerken bij een bacterie.&#039;&lt;br /&gt;
#foto van gelelectroforese&lt;br /&gt;
#Kruising met 4 fenotypes en 4 verschillende kruisingen gegeven&lt;br /&gt;
#Een kader gegeven met info over aantal basenparen, genen, interons... Vragen over hoeveel interons er gemiddeld per gen waren enzo. Uitleg geven over genen die niet voor een eiwit coderen.&lt;br /&gt;
#begrippen: transcriptiebel, transcriptiefactor, torsiespanning, terminatie en totipotent&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2018 vm===&lt;br /&gt;
#stelling:&#039;Is de rol van meiose bij een gist, Neurospora en een plant (Arabidopsis) identiek?&lt;br /&gt;
#tekening van een nucleosoom&lt;br /&gt;
#vraagstuk: Steven heeft spierziekte van Duchenne (recessieve X-gekoppelde aandoening) en heeft als geslachtschromosomen XXY. Susanne (moeder van Steven) heeft de ziekte niet en haar man ook niet. Vader van Susanna had de ziekte wel. Verklaar waarom Steven beide aandoeningen heeft&lt;br /&gt;
#vraagstuk: Een vraagstuk over een stof die RNA-productie blokkeert, maar toch kan een embryo de eerste 6 uur delen. Maar als deze stof na 6 uur wordt weggenomen, kan de gastrulatie niet plaatsvinden. Wat kan je besluiten over de genexpressie?&lt;br /&gt;
#begrippen: wederkerige kruising, achterliggende streng, x-stralen diffractie, zink vinger motief en wiebelparing&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===5 september 2017 vm===&lt;br /&gt;
# stelling &#039;waterstofbruggen tussen nucleotiden hebben invloed op de structuur van DNA&#039;&lt;br /&gt;
# tekening over stamboom van het oerpaard tot het huidig paard; leg de tekening uit (evolutie)&lt;br /&gt;
# kruising: parentale en F1 generatie gegeven, met frequentie. Welke stelling is juist. (hij wou niet zeggen als er meerdere antwoorden juist waren)&lt;br /&gt;
# bespreek 2 methoden voor DNA sequentie bepaling en geef de voor- en nadelen ervan.&lt;br /&gt;
# begrippen: polygene overerving, polymerase kettingractie, profase, poly-A-staart&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2017 nm===&lt;br /&gt;
#stelling &amp;quot;de celdelingen bij een embryo duren veel langer dan die bij een volwassen organisme&amp;quot;&lt;br /&gt;
#tekening van een haai, tonijn, ichtyosaurus, en dolfijn&lt;br /&gt;
#oefening met intermediaire overerving waarbij allelfrequentie gegeven was, en een populatie naar een gebied verplaatst wordt met andere fitnessvoorwaarden -&amp;gt; nieuwe allelfrequentie bepalen&lt;br /&gt;
#oefening met 4 (ja vier) puntskruising, bepaal welke genen gekoppeld zijn + genotype van heterozygote ouder + koppelingskaart&lt;br /&gt;
#begrippen uitleggen: amniocentese, anafase, aneuploïd, anticodon, apoptose&lt;br /&gt;
===19 juni 2017 vm===&lt;br /&gt;
#stelling &amp;quot;koppelingskaarten geven goed de afstand weer&amp;quot; juist/fout&lt;br /&gt;
#tekening van DNA-replicatie aanvullen&lt;br /&gt;
#oefening dihybride kruising&lt;br /&gt;
#uitleg &#039;chimeren&#039;; denkvraag over toepassing&lt;br /&gt;
#begrippen uitleggen: promotor, proteasoom, proteomica, prokaryoot, Punnett-vierkant&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
# stelling over meiose en mitose&lt;br /&gt;
# tekening van trp operon&lt;br /&gt;
# oefening van overkruising, x-gebonden allelen&lt;br /&gt;
# hunchback, antennepedia (?) en engrailed bij drosophilia, waar denk je aan en waarin verschillen ze&lt;br /&gt;
# operon, openleesraam, pleiotropie, overkruising en gap genes&lt;br /&gt;
=== juni 2016===&lt;br /&gt;
#foto plasmide&lt;br /&gt;
#hoeveelheid enkelstrengig en dubbelstrengig DNA bepalen&lt;br /&gt;
#weet rest neit meer (pfff zwak)&lt;br /&gt;
=== juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# Kan genetische clonering helpen in de veredeling van planten?&lt;br /&gt;
# Een foto van een Himalaya kat&lt;br /&gt;
# Een hele moeilijke oefening over de afstanden op chromosomen&lt;br /&gt;
# Een diploÃ¯de cel heeft 16 chromosomen, hoeveel zijn dit er na de metafase van meiose I? En hoeveel na de anafase? Teken de anafase.&lt;br /&gt;
# Begrippen waaronder codon, conservatief, replicate,...&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2014 ===&lt;br /&gt;
#DNA banken zijn uitermate geschikt om het genoom te onderzoeken&lt;br /&gt;
#Tekening verklaren (epistasie : maiskolf die paars kleurde door 2 enzymen)&lt;br /&gt;
#Oefening stamboom maken+ chromosomen uitleggen (klinefeltersyndroom)&lt;br /&gt;
#Oefening op mitose/meiose&lt;br /&gt;
#repressor, regulatorisch eiwit, replicatie, replisoom en restrictie endonulease&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 juni 2014 namiddag===&lt;br /&gt;
#Stelling: meiose heeft dezelfde rol in de levencycli van een bacterie, Neurospora en Arabidopsis.&lt;br /&gt;
#Tekeningetje van Translatie-initiatie&lt;br /&gt;
#Oef over het Lac-operon &lt;br /&gt;
#Een origineel peptide en een gemuteerd (1deletie en 1 insertie) Bepaal de base in weg en erbij is, en bepaal de mRNA sequentie van beide.&lt;br /&gt;
#Woordjes: domesticatie, ras, homologe structuren, morfogenese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 juni 2014 voormiddag ===&lt;br /&gt;
#stelling: Neaderthalers hebben geen sexueel contact gehad met de moderne mens&lt;br /&gt;
#foto van nucleosome die verschuift op dna streng (pg 317)&lt;br /&gt;
#oefening over driepuntskruising&lt;br /&gt;
#oefening openleesraam zoeken en bijhorende polypeptide&lt;br /&gt;
#woordjes: translocatie, tRNA, transciptoom, transcriptieplaats &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 Juni 2013 NM===&lt;br /&gt;
# Stelling: Genetische kaarten zijn hetzelfde als fysieke kaarten van het genoom.&lt;br /&gt;
# Foto van een 3D-tRNA molecule: bespreek de figuur&lt;br /&gt;
# Vraagstuk over recombinante genen en de allelpositie bepalen aan de hand van hoeveel vliegen van een bepaalde recombinant er zijn.&lt;br /&gt;
# Vraagstuk over een zeldzame ziekte met stamboom: enkele kansberekeningen etc.&lt;br /&gt;
# Woordjes: Deletie, Excisie-reparatie-resynthese, DNA bindingsdomein, Cytokinese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 Juni 2013 VM===&lt;br /&gt;
#Vergelijken van Meiose II met mitose. Heel goed de nadruk leggen op het verschil in functie &lt;br /&gt;
#tryptofaan operon&lt;br /&gt;
#Zo een oefeningetje met Lac-operon zoals op de taak&lt;br /&gt;
#Nog een oefeningetje op een X-gebonden recessieve ziekte (niet moeilijk) &lt;br /&gt;
#wat begrippen verklaren&lt;br /&gt;
Prof helpt u goed op weg als ge het niet weet&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 10 Juni 2013 VM===&lt;br /&gt;
# Stelling: Het niet-nucleale genoom is identiek voor planten en dieren.&lt;br /&gt;
# Karyogram van iemand met trisomie 21 (syndroom van Down). Bespreek.&lt;br /&gt;
# Vraagstuk: a)De kans op een meisje is 0.5, hoe groot is dan de kans dat een gezin van 4 kinderen bestaat uit 3 meisjes en 1 jongen. b) De eigenlijke kans op een meisje is 0.49, hoe groot is nu de kans dat een gezin bestaat uit 3 meisjes en 1 jongen. c) Hoe groot is de kans als het eerste kind een jongen is en de 3 andere meisjes.&lt;br /&gt;
# Gegeven: DNA-sequentie en 2 mutaties op deze sequentie. a)Geef de aminozuursequentie gecodeerd door het DNA. b) Benoem de mutaties.&lt;br /&gt;
# 5 begrippen:&lt;br /&gt;
#* Alternatieve splitsing&lt;br /&gt;
#* Barr-lichaampje&lt;br /&gt;
#* Aminoacyl-tRNA synthetase&lt;br /&gt;
#* Apoptose&lt;br /&gt;
#* Basesubstitutie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===31 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Stelling: TATA-box is een transcriptiefactor die een rol speelt bij de selectie van de juiste startplaats bij eukaryoten bij de transcriptie door RNA polymerase II.&lt;br /&gt;
# Cirkelvormig tekeningetje van de celcyclus (zo van G1, G2, S, M maar dan zonder de letters). Bespreek.&lt;br /&gt;
# Vraagstuk: kaart+afstanden van genen op het chromosoom bepalen a.h.v tabelletje met de fenotypes van de nakomelingen.&lt;br /&gt;
# Bepalen of genen in HWE staan a.h.v chiÂ².&lt;br /&gt;
# polyploÃ¯d, polyteen chromosoom, segment-polariteit gen, selectie, semisteriliteit, stamboomanalyse, standaardafwijking, stukuitwisseling en subeenheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2011 VM===&lt;br /&gt;
# Stelling: Enkel diploÃ¯de genetische informatie is overerfbaar.&lt;br /&gt;
# Bespreek: figuur 12-10 a en b (afbeelding van de hox-genen bij een muis op de 4 chromosomen en de expressie ervan tijdens de ontwikkeling) &lt;br /&gt;
# Oefening over chromosoomtransformaties: je kreeg het oorspronkelijk chromosoom 123.456789 en moest dan de transformaties benoemen en de oorspronkelijke chromosomen in synaps tekenen om te laten zien wat er gebeurd is.&lt;br /&gt;
# Moeilijke oefening over een experiment mbt facetogen bij Drosophila ifv de temperatuur(2 genotypes). De genetische variantie en de fenotypische verdeling worden geschat. Je moest bij 4 experimentele situaties &#039;paren van reactie-normen&#039; tekenen die horen bij de 2 genotypes. Een experimentele vaststelling was bijvoorbeeld: &#039;wanneer de erfelijkheid verhoogde, verlaagde de genetische variantie&#039; of &#039;bij het verlagen van de variantie van de temperatuur ging de unimodale verdeling van het fenotype over in een bimodale verdeling&#039; ...&lt;br /&gt;
# Begrippen:&lt;br /&gt;
#* weifelaar&lt;br /&gt;
#* X-chromosoom&lt;br /&gt;
#* X-koppeling&lt;br /&gt;
#* ...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 JAN 2010===&lt;br /&gt;
# Stelling: de waterstofbruggen gevormd door nucleotiden hebben geen invloed op de structuur van DNA.&lt;br /&gt;
# Afbeelding van het gal-systeem bij gist. (Gal4 bespreken, enhancing, UAR&#039;s, beetje eukaryote transcriptie-initiatie,...)&lt;br /&gt;
# Oefening van staartlengte bij varkentjes. Eentje heeft een lengte van 6cm, de andere van 30cm, en de nakomeling een van 18cm. Voor de F2-generatie 1/64 met staart van 6cm, en 1/64 met een staart van 30cm, en daartussen worden de lengtes 10,14,18,22,26 waargenomen, met het meeste nakomeling een staart van 18cm. En daar een aantal vragen over, die voortbouwen op &amp;amp;quot;van hoeveel genen hangt de staartlengte af&amp;amp;quot;.&lt;br /&gt;
# Een welhaast analoge oefening van 5 soorten tarwe (wit, lichtrood, half rood, half donkerrood, donkerrrood).&lt;br /&gt;
# Begrippen:&lt;br /&gt;
#* Enhanceosoom&lt;br /&gt;
#* Epigenetisch stilleggen of &amp;amp;quot;silencing&amp;amp;quot;&lt;br /&gt;
#* Epistasie&lt;br /&gt;
#* Epigenetische merker&lt;br /&gt;
#* Erfelijkheid in de ruime zin&lt;br /&gt;
#* Homeologe chromosomen&lt;br /&gt;
#* Homoloog chromosoom&lt;br /&gt;
#* Homologie-afhankelijk herstel&lt;br /&gt;
#* Homogametisch geslacht&lt;br /&gt;
#* en nog 1...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2010===&lt;br /&gt;
# Wat gebeurt er met RNA nadat het is afgeschreven van DNA dankzij RNA polymerase. Is er een verschil tussen pro en eukaryoten. &lt;br /&gt;
# foto van menselijk genoom. Beschrijf wat je ziet. &lt;br /&gt;
# makkelijk vraagstuk over autosomaal resessieve aandoening &lt;br /&gt;
# Ne moeilijke over Hardy-Weinberg. &lt;br /&gt;
# Begrippen. &lt;br /&gt;
#* heterozygon&lt;br /&gt;
#* hetersis&lt;br /&gt;
#* Hfr&lt;br /&gt;
#* hexaploid&lt;br /&gt;
#* polypoide&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 JAN 2010===&lt;br /&gt;
# stelling: Bicoid eiwit heeft een invloed op de paarrolgenen&lt;br /&gt;
# fig 11.2&lt;br /&gt;
# oefening op allelfrequentie bij een gegeven populatie met fenotypes van bloedgroepen&lt;br /&gt;
# chiÂ²-oefening met hypothesetest, p-waarde,...&lt;br /&gt;
# woordjes: &lt;br /&gt;
#* genconversie&lt;br /&gt;
#* topoisomerase&lt;br /&gt;
#* inversielussen&lt;br /&gt;
#* homozygoot inversie&lt;br /&gt;
#* kandidaatgen&lt;br /&gt;
#* tetraploÃ¯d&lt;br /&gt;
#* tetrade&lt;br /&gt;
#* nog drie andere...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 JAN 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Figuur van het fragiel-X syndroom&lt;br /&gt;
# de evolutie van genen gaat aan constante snelheid en houdt geen rekening met de gedegenereerde code.. &lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# een stamboom&lt;br /&gt;
# vraag over HÂ² en hÂ² &lt;br /&gt;
# pak definities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===JAN 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Gaat genevolutie met een constante snelheid? (zonder rekening te houden met gedegenereerde codes)&lt;br /&gt;
# tekening van fragile X syndroom&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Oefening met een stamboom &lt;br /&gt;
# een oefening op erfelijkheid&lt;br /&gt;
# hele hoop begrippen waar bijna allemaal gen of genetisch in voor kwamen....&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===JAN 2009===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Stelling: Klinefelter-,turner- en downsyndroom zijn het gevolg van foute recombinatie&lt;br /&gt;
# Figuur bespreken: fig 10-4 in boek&lt;br /&gt;
# Juist of fout: de meiose speelt dezelfde rol in de levenscyclus van een bacterie, neurospora en een plant&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Een ziekte, veroorzaakt door een mutatie op het 7de chromosoom vetoont bij de mensen met deze ziekte ernstige botafwijkingen in het gelaat. Beschouw de volgende waarnemingen en trek bij elke een conclusie:&lt;br /&gt;
a.	75% van de mannen , cariotype 23 vertoont bij deze afwijking ernstige tekenen van het andere geslacht&lt;br /&gt;
b.	Vrouwen , heterozygoot voor deze ziekte vertonen geen afwijkingen&lt;br /&gt;
c.	Het ziektegen vertoont 75% gemeenschappelijkheid met een gend dat ligt op het X chromosoom en bepalend is voor de ontwikkeling van de vrouwelijke geslachtskenmerken.&lt;br /&gt;
# Woordjes&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===29 JAN 2008===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Stelling: operons hebben enkel negatieve regulatie.&lt;br /&gt;
# Figuur: 8.4 boek, over transcriptie algemeen&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# In 1931 vond Stern twee verschillende translocaties in drosophila. Hij ontdekte vrouwtjes met een extra stuk van het Y-chromosoom op hun X-chromosoom en andere vrouwtjes met een extra stuk chromosoom IV op hun X. Hij bestudeerde twee geslachtsgekoppelde genen: vleeskleurig (vle recessief) en staafvormig (St dominant). We kruisen dihybride staafvormige vrouwtjes met heteromorfe chromosomen (mutante allelen gelegen op X stuk van X-IV) met hemizygote vleeskleurige mannetjes met normale chromosomen. Teken de cytogenetische resultaten en beschrijf de genotypes/fenotypes van de nakomelingen.&lt;br /&gt;
# Een fruitvlieg is heterozygoot voor een paracentrische inversie. Na vele pogingen bleek het onmogelijk homozygoten voor de inversie te kweken. Wat is de meest waarschijnlijke verklaring hiervoor?&lt;br /&gt;
# Woordjes: A-plaats, cosupressie, dna-transposon, enol, epigenetische overerving, interferentie, klinefeltersyndroom, oncogen, plaque, silencer &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 JAN 2008===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Stelling: Transcriptie en replicatie zijn genetisch gelijkaardige processen.&lt;br /&gt;
# Figuur 9-11 uitleggen (figuur over ribosomen).&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Een oefening op recombinanten waarbij je moest zeggen of de genen gekoppeld waren en de kaartafstanden moest weergeven op een kaart. Ook moest je de genotypes van de ouders geven.&lt;br /&gt;
# Je kreeg zo&#039;n tabelleke zoals bij lac operon en je moest zelf de + en - aanvullen.&lt;br /&gt;
# 10 woordjes: provirus, penetrantie, proto-oncogen, epigenetisch stilgelegd, F-, enzovoort&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Ebalemans</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Algemene_Natuurkunde_II&amp;diff=2351</id>
		<title>Algemene Natuurkunde II</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Algemene_Natuurkunde_II&amp;diff=2351"/>
		<updated>2021-01-19T17:48:14Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Ebalemans: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Vervolgvak op Algemene natuurkunde I. Vanaf het academiejaar 2009-2010 gedoceerd door prof Wübbenhorst.(&#039;&#039;&#039;Let dus op, de oudere vragen komen van prof. Janssen&#039;&#039;&#039;)  Het is geen jaarvak meer, enkel examen in januari dus. Het betreft een mondeling examen met schriftelijke voorbereiding.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===19 januari 2021 (versie 2) ===&lt;br /&gt;
#Wet van Faraday en wet van Lens. Ook transformator en Foucaultstromen uitleggen&lt;br /&gt;
#Polarisatietoestanden van em-straling en hoe je deze toestanden kan verkrijgen via absorptie, breking en weerkaatsing &lt;br /&gt;
#Twee bolschillen met lading q en -q, straal r1 en r2, bereken het potentiaalverschil en capaciteit.&lt;br /&gt;
#Solenoïde (zelfinductie en weerstand gegeven). Energie, vermogen, .. bepalen&lt;br /&gt;
===19 januari 2021 (versie 1) ===&lt;br /&gt;
#Beweging van een geladen deeltje in een magneetveld.&lt;br /&gt;
#*Leid de formule voor de straal af&lt;br /&gt;
#*Bespreek de massaspectrometer en cyclotron&lt;br /&gt;
#Straling van een zwart lichaam&lt;br /&gt;
#*Verklaar het spectrum met de verschuivingswet en de wet van Stefan-Boltzmann&lt;br /&gt;
#*Vergelijk het spectrum vergelijken met dat van de laser&lt;br /&gt;
#*Wat is het verband tussen emissiefactor en absorptiecoëfficiënt?&lt;br /&gt;
#We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 µm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor één van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje?&lt;br /&gt;
#De ruimte tussen de platen tussen een condensator wordt helemaal opgevuld met zuiver water (isolator). Het dipoolmoment van een watermolecule is 6.10x10-30Cm. Water heeft een dichtheid van 1.00g/cm³ en een molaire massa van 18g. De diëlektrische constante van water is 80. Het getal van Avogadro is 6.02x1023.&lt;br /&gt;
#*Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen zou kunnen worden dat alle elektrische dipolen perfect uitgelijnd zijn met het elektrisch veld. Wat zou dan de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid aan het wateroppervlak zijn?&lt;br /&gt;
#*Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen wordt, dat die geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid één duizendste bedraagt van de hierboven berekende waarde. Hoe groot is dan het elektrisch veld in de condensator?&lt;br /&gt;
===27 januari 2020 VM===&lt;br /&gt;
(Zelfde examen als 13 januari 2020)&lt;br /&gt;
#RLC-serieketen&lt;br /&gt;
#Geleiders, isolatoren, halfgeleiders: temperatuur afhankelijkheid van geleiders, halfgeleiders (intrinsiek en gedopeerd) + grafiek, energiebanden tekenen en uitleggen&lt;br /&gt;
#LR-serieketen: Magnetische energie berekenen na een lange tijd, vermogen bron berekenen,...&lt;br /&gt;
#Op 2 rechthoeken met bepaalde lengte en brekingsindex valt lichtstraal loodrecht in, berekenen het faseverschil van de lichtstralen op een scherm achter de rechthoeken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2020 NM===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Wet van Biot-Savart vergelijken met wet van Coulomb + magnetische inductie rond oneindig lange draad geven&lt;br /&gt;
# Straling van een zwart lichaam: welk spectrum, verklaar met de verschuivingswet en de wet van Boltzmann. Spectrum vergelijken met laser. Verband tussen emissie en absorptie coefficient van een zwart lichaam&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# We hebben twee verschillende stukken glas, met lengte l1 = 4 micrometer, l2 = 3,5 micrometer, n1 = 1,4, n2 = 1,6. Je stuurt er een lichtstraal loodrecht door met golflengte lambda = 600 nm. Ze komen in dezelfde fase toe op de stukken glas (loodrecht), en gaan dan door naar een scherm. Wat is het faseverschil tussen de twee golven wanneer ze op het scherm komen? *Opgave &amp;quot;twee verschillende stukken glas&amp;quot; foto: [https://drive.google.com/file/d/1D4mHHzrofEQRw_i-p8YRgNij7ulq--i1/view?usp=sharing]*&lt;br /&gt;
# Gegeven is een RC-kring met R=100 kOhm; C=9,40 ÂµF; en V(bron)=15,0 V. Na lang wachten (de condensator eerst helemaal laten opladen) verminderen we de afstand tussen condensatorplaten met 20%, in verwaarloosbaar tijdsinterval. a) Bereken potentiaalverschil over de condensator vlak voor (V1) en vlak na die verandering (V2). b) Bereken het potentiaalverschil over de condensator op lange tijd na de verandering (V3). c) Op welk tijdstip na de verandering zal de spanning over de weerstand gelijk zijn aan het gemiddelde van V2 en V3?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2020 VM===&lt;br /&gt;
#Wet van Biot-Savart vergelijken met wet van Coulomb (dus E(r) met B(r) vergelijken) en magnetische inductie rond oneindig lange draad geven&lt;br /&gt;
#Leg de temperatuursafhankelijkheid van de elektrische weerstand uit. NTC en PTC gedrag uitleggen. Normale metallische geleider vergelijken met een supergeleider. Bandenmodel voor kristalijne stoffen beschrijven. Kenmerken van een intrinsieke halfgeleider VS een gedopeerde halfgeleider en verklaar worden zoals meerheids- en minderheidsladingdragers. Beschrijf de temperatuursafhankelijkheid van intrinsieke en gedopeerde halfgeleiders aan de hand van een grafiek.&lt;br /&gt;
#Condensator (in een RC kring) waarvan de afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt&lt;br /&gt;
#Er zijn twee verschillende stukken glas, met lengte l1 = 4 micrometer, l2 = 3,5 micrometer, n1 = 1,4, n2 = 1,6. Je stuurt er een lichtstraal door met golflengte lambda = 600 nm. Ze komen in dezelfde fase toe op de stukken glas, loodrecht, en gaan dan door naar een scherm. Wat is het faseverschil tussen van de golven wanneer ze op het scherm komen (in graden)?&lt;br /&gt;
===16 januari 2020 NM===&lt;br /&gt;
#Beweging van een geladen deeltje in een magneetveld.&lt;br /&gt;
#* Leid de formule voor de straal af&lt;br /&gt;
#* Bespreek de massaspectrometer en cyclotron &lt;br /&gt;
#Straling van een zwart lichaam&lt;br /&gt;
#* Verklaar het spectrum met de verschuivingswet en de wet van Stefan-Boltzmann&lt;br /&gt;
#* Vergelijk het spectrum vergelijken met dat van de laser&lt;br /&gt;
#* Wat is het verband tussen emissiefactor en absorptiecoëfficiënt?&lt;br /&gt;
# We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 µm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor één van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje?&lt;br /&gt;
#De ruimte tussen de platen tussen een condensator wordt helemaal opgevuld met zuiver water (isolator). Het dipoolmoment van een watermolecule is 6.10x10-30Cm. Water heeft een dichtheid van 1.00g/cm³ en een molaire massa van 18g. De diëlektrische constante van water is 80. Het getal van Avogadro is 6.02x1023.&lt;br /&gt;
#* Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen zou kunnen worden dat alle elektrische dipolen perfect uitgelijnd zijn met het elektrisch veld. Wat zou dan de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid aan het wateroppervlak zijn?&lt;br /&gt;
#* Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen wordt, dat die geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid één duizendste bedraagt van de hierboven berekende waarde. Hoe groot is dan het elektrisch veld in de condensator?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 januari 2020 NM===&lt;br /&gt;
#zelfde examen als voormiddag&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 januari 2020 VM===&lt;br /&gt;
#RLC-serieketen&lt;br /&gt;
#Geleiders, isolatoren, halfgeleiders: temperatuur afhankelijkheid van geleiders, halfgeleiders (intrinsiek en gedopeerd) + grafiek, energiebanden tekenen en uitleggen&lt;br /&gt;
#LR-serieketen: Magnetische energie berekenen na een lange tijd, vermogen bron berekenen,...&lt;br /&gt;
#Op 2 rechthoeken met bepaalde lengte en brekingsindex valt lichtstraal loodrecht in, berekenen het faseverschil van de lichtstralen op een scherm achter de rechthoeken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 augustus 2019 VM===&lt;br /&gt;
#Beweging van een geladen deeltje in een magneetveld: formule voor straal afleiden en massaspectrometer en cyclotron uitleggen (met formules)&lt;br /&gt;
#Straling van een zwart lichaam: welk spectrum, verklaar met de verschuivingswet en de wet van Boltzmann. Spectrum vergelijken met laser. Verband tussen emissie en absorptie coefficient&lt;br /&gt;
#Condensator gevuld met water, bereken oppervlakte lading en E&lt;br /&gt;
#Dikte van een micaplaatje berekenen (proef van Young)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2019 NM===&lt;br /&gt;
#Beweging van een geladen deeltje in een magneetveld en massaspectrometer en cyclotron uitleggen (met formules)&lt;br /&gt;
#Straling van een zwart lichaam&lt;br /&gt;
#Condensator gevuld met water, bereken oppervlakte lading en E&lt;br /&gt;
#Dikte van een micaplaatje berekenen (proef van Young)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2019 VM===&lt;br /&gt;
#Wet van Faraday, Wet van Lenz, transformator uitleggen +Foucaultstromen&lt;br /&gt;
#Polarisatietoesten van em-straling + verstrooiing, absorptie, breking &lt;br /&gt;
#Twee bolschillen: potentiaalverschil R1 en R2 en capaciteit&lt;br /&gt;
#Solenoïde (zelfinductie en weerstand). Energie, vermogen, .. bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2019 NM===&lt;br /&gt;
#Wet van Biot-Savart vergelijken met wet van Coulomb, + magnetische inductie rond oneindig lange draad geven&lt;br /&gt;
#Straling van een zwart lichaam&lt;br /&gt;
#Condensator waarvan de afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt&lt;br /&gt;
#Er zijn twee verschillende stukken glas, met lengte l1 = 4 micrometer, l2 = 3,5 micrometer, n1 = 1,4, n2 = 1,6. Je stuurt er een lichtstraal door met golflengte lambda = 600 nm. Ze komen in dezelfde fase toe op de stukken glas, loodrecht, en gaan dan door naar een scherm. Wat is het faseverschil tussen de twee golven wanneer ze op het scherm komen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2019 VM===&lt;br /&gt;
#Bespreek de wet van Biot-Savart, leg de gelijkenissen en verschillen t.o.v. de wet van coulomb uit (B(r) en E(r) vergelijken).Leidt de magnetische inductie B(r) rond een oneindig lange draad of m.b.v. de wet van Biot-Savart.&lt;br /&gt;
#Leg de temperatuursafhankelijkheid van de elektrische weerstand uit. NTC en PTC gedrag uitleggen. Normale metallische geleider vergelijken met een supergeleider. Bandenmodel voor kristalijne stoffen beschrijven. Kenmerken van een intrinsieke halfgeleider VS een gedopeerde halfgeleider. meerheids- en minderheidsladingdrager uitleggen. Beschrijf de temperatuursafhankelijkheid van intrinsieke en gedopeerde halfgeleiders aan de hand van een grafiek.&lt;br /&gt;
#Condensator waarvan de afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt.&lt;br /&gt;
#Twee lichtstralen met golflengte 600 nm in de lucht zijn in fase wanneer ze invallen op twee rechthoekige stukjes glas. het eerste stuk heeft lengte=4µm en brekingsindex n=1,4 . Het tweede stuk heeft lengte=3,4µm en n=1,6. Achter de stukjes glas staat een scherm. wat is het faseverschil (in graden) waarmee ze aankomen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 januari 2019 NM===&lt;br /&gt;
#Wet van Faraday en Lens bespreken, transformator + toepassing, foucaultstromen&lt;br /&gt;
#Laser, straling van een zwart lichaam (bijvraag: grafiek tekenen I(lamda) (brede klokvorm voor zwart lichaam vs dunne voor laser)&lt;br /&gt;
#Twee bolschillen: potentiaal en capaciteit&lt;br /&gt;
#Twee glasplaatjes met verschillende lengte en n. bepaal het faseverschil van twee loodrechte stralen (initieel in fase)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 januari 2019 VM===&lt;br /&gt;
#Wet van Biot-Savart vergelijken met wet van Coulomb, + magnetische inductie rond oneindig lange draad geven&lt;br /&gt;
#straling van een zwart lichaam&lt;br /&gt;
#Dikte micaplaatje proef van Young&lt;br /&gt;
#Condensator waarvan de afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 augustus 2018===&lt;br /&gt;
#halfgeleiders + pn-juncite&lt;br /&gt;
#wet Biot-Savart toepassen op oneindig lange rechte draad&lt;br /&gt;
#condensator gevuld met water, oppervlakte lading en E berkekenen&lt;br /&gt;
#dikte miccaplaatje met proef van Young bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2018 vm===&lt;br /&gt;
Zelfde als 15 januari 2018&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2018 vm===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#De wet van Biot-Savart&lt;br /&gt;
#Verschil tussen intrinsieke en gedopeerde halfgeleider + pn-junctie&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#2 bolschillen met lading q en -q, straal r1 en r2, bereken het potentiaalverschil en capaciteit.&lt;br /&gt;
#er zijn twee verschillende stukken glas, met lengte l1 = 4 micrometer, l2 = 3,5 micrometer, n1 = 1,4, n2 = 1,6. Je stuurt er een lichtstraal door met golflengte lambda = 600 nm. Ze komen in dezelfde fase toe op de stukken glas, loodrecht, en gaan dan door naar een scherm. Wat is het faseverschil tussen de twee golven wanneer ze op het scherm komen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2018 vm===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zie examen 17 januari 2017&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Er werd ook nog gevraagd naar ferromagnetisme bij vraag 1&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2018 nm===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Beweging van een geladen deeltje in een magneetveld + massaspectrometer en cyclotron uitleggen&lt;br /&gt;
#RLC-keten uitleggen &lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 µm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor één van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje?&lt;br /&gt;
#De ruimte tussen de platen tussen een condensator wordt helemaal opgevuld met zuiver water. Het dipoolmoment van een watermolecule is 6.10x10^-30Cm. Water heeft een dichtheid van 1.00g/cm³ en een molaire massa van 18g. De diëlektrische constante van water is 80. Het getal van Avogadro is 6.02x10^23. &lt;br /&gt;
#* Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen zou kunnen worden dat alle elektrische dipolen perfect uitgelijnd zijn met het elektrisch veld. Wat zou dan de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid aan het wateroppervlak zijn? &lt;br /&gt;
#* Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen wordt, dat die geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid één duizendste bedraagt van de hierboven berekende waarde. Hoe groot is dan het elektrisch veld in de condensator?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2017 nm===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Polarisatie toestanden&lt;br /&gt;
#Gedopeerde halfgeleiders vs zuivere halfgeleiders en de PN-junctie&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#2 bolschillen. Potentiaal verschil en Electrisch veld berekenen van R naar oneindig.&lt;br /&gt;
#Solenoïde: magnetisch kracht na lange tijd en wanneer is deze half zo groot? (vermogen berekenen en hoeveel procent van het vermogen heeft het de 2e dan verbruikt)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2017 vm===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Rlc keten uitleggen&lt;br /&gt;
#Wet van ampere (tijdsafhankelijk en onafhankelijk)&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
#een bol met 2 stralen en een elektrisch veld waarvan de lading en de potentiaal berekend moeten worden &lt;br /&gt;
#de oefening met licht dat door een gat moet op een hoogte van 50mm, gat zelf is 10mm groot en staat op 30 cm van de bron, wat zijn de golflengtes die aankomen bij het gat?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2017 nm===&lt;br /&gt;
helemaal hetzelfde als de voormiddag&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2017 vm===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
#Halfgeleiders (+grafieken temperatuursafhankelijkheid van n-en p-types)&lt;br /&gt;
#Biot-savart (eindig en oneindig)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#2 bolschillen: potentiaalverschil en capaciteit berekenen&lt;br /&gt;
#2 stukjes glas met lichtstraal (zelfde golflengte) erdoor: faseverschil berekenen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2017===&lt;br /&gt;
Zie examen 18 januari 2016. &lt;br /&gt;
#Magnetisatie en magnetische suceptibiliteit&lt;br /&gt;
#LASER&lt;br /&gt;
Bijvragen bij de werking van de LASER: wat zijn de eigenschappen van laserlicht? Wat zorgt voor de overgang van niveau 2 naar niveau1?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen&lt;br /&gt;
#oefening van condensator waarvan afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt&lt;br /&gt;
#micaplaatje&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2017===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
#RLC-keten&lt;br /&gt;
#Beschrijf de beweging van een geladen deeltje in een magnetisch veld, cyclotron en massaspectrometer&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#mica&lt;br /&gt;
#water in condensator&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Magnetisatie en magnetische suceptibiliteit&lt;br /&gt;
#LASER&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#oef van condensator waarvan afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt&lt;br /&gt;
#oef van het mica plaatje met dikte tussen 6 en 7 micro meter&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2016 NM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Magnetisatie en magnetische suceptibiliteit&lt;br /&gt;
#LASER&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#oef van condensator waarvan afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt&lt;br /&gt;
#oef van het mica plaatje met dikte tussen 6 en 7 micro meter&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2016 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#laser&lt;br /&gt;
#magnetisatie en magnetische susceptibiliteit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#mica plaatje&lt;br /&gt;
#RC keten V1, V2 en V3 bepalen plus tijd waarop V het gemiddelde is van 2&amp;amp;amp;3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2016 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#zuivere vs gedopeerde halfgeleiders (nog iets extra, we moesten nog een grafiek geven die in de slides staan maar niet in het boek: elektrische geleiding ifv temperatuur, maja dat was gewoon een bijvraag) + pn-junctie&lt;br /&gt;
#Geef de wet van Biot Savart en pas dit toe op een oneindig lange stroomvoerende draad&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
#2 geleidende bolschillen met zelfde middelpunt, verschillende stralen (R1, R2, respectievelijk kleinste en grootste). Op de kleinste zit een lading q, op de grootste een lading -q. Bepaal het potentiaalverschil tussen R2 en R1. Bepaal ook de capaciteit van deze condensator.&lt;br /&gt;
#er zijn twee verschillende stukken glas, met lengte l1 = 4 micrometer, l2 = 3,5 micrometer, n1 = 1,4, n2 = 1,6. Je stuurt er een lichtstraal door met golflengte lambda = 600 nm. Ze komen in dezelfde fase toe op de stukken glas, loodrecht, en gaan dan door naar een scherm. Wat is het faseverschil tussen de twee golven wanneer ze op het scherm komen?&lt;br /&gt;
(check oefeningen van examen 10 juni 2011)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Wet van Ampère (uitbreiding) en daarbij ook de B rond een gesloten kromme.&lt;br /&gt;
#RLC uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Bol met bolschil errond en zo diffractie, door da scherm met 200 lijnen / mm en dan een vierkantje op het waarnemingsscherm. (welke golflengten gaan door da vierkantje?)&lt;br /&gt;
===16 januari 2015===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#magnetisatie&lt;br /&gt;
#LASER&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#RC-keten en V1,V2,V3 bepalen&lt;br /&gt;
#mica&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2015===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Wet van Ampère&lt;br /&gt;
#RLC in serie&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#een bol en een bolschil, elektrisch veld en stralen gegeven en dan moest je de lading en de potentiaal aan het opp van de bol berekenen&lt;br /&gt;
#spleet, berekenen welke golflengtes er in het vierkant vallen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2015===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
#zuivere vs gedopeerde halfgeleiders + pn-junctie &lt;br /&gt;
#de wet van Biot-Savart en de oneindige rechte geleider afleiden.&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
#bolvormige condensator (V + C berekenen)&lt;br /&gt;
#lichtstralen van dezelfde golflengte die door 2 glasblokjes gaan, faseverschil berekenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 januari 2015===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Beschrijf de beweging van een geladen deeltje in een magnetisch veld, cyclotron en massaspectrometer&lt;br /&gt;
#LRC-kring&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Water in condensator&lt;br /&gt;
#Micaplaatje&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2014 voormiddag===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Magnetisatie en magnetische susceptibiliteit.&lt;br /&gt;
#LASER&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen: exact zoals 10 juni 2013 (voormiddag)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2014 voormiddag ===&lt;br /&gt;
Exact hetzelfde examen als 14 juni 2013. Zelfs de oefeningen waren dezelfde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2013 namiddag ===&lt;br /&gt;
Exact hetzelfde examen als 10 juni 2013 namiddag. Zelfs de oefeningen waren dezelfde&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 juni 2013 (zowel voor- als namiddag!)===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Bespreek de beweging van een geladen deeltje in een magneetveld, plus uitleg cyclotron en massaspectrometer.&lt;br /&gt;
#Bespreek de RLC kring&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 Âµm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor één van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje?&lt;br /&gt;
#De ruimte tussen de platen tussen een condensator wordt helemaal opgevuld met zuiver water. Het dipoolmoment van een watermolecule is 6.10x10-30Cm. Water heeft een dichtheid van 1.00g/cmÂ³ en een molaire massa van 18g. De diëlektrische constante van water is 80. Het getal van Avogadro is 6.02x1023. &lt;br /&gt;
#* Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen zou kunnen worden dat alle elektrische dipolen perfect uitgelijnd zijn met het elektrisch veld. Wat zou dan de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid aan het wateroppervlak zijn? &lt;br /&gt;
#* Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen wordt, dat die geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid één duizendste bedraagt van de hierboven berekende waarde. Hoe groot is dan het elektrisch veld in de condensator?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2013 (zowel voor- als namiddag!)===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Leg uit, wet van Ampère zowel tijds als niet tijdsafhankelijk.&lt;br /&gt;
# Leg RLC kring uit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Gegeven een bol met een lading en daar rond een bolschil, samen zijn ze ongeladen maar elk apart bezitten ze een lading. Geef hiervoor de lading van de bol en zijn potentiaal aan zijn oppervlak. Gegeven zijn de stralen van de bollen en de grootte van het elektrische veld.&lt;br /&gt;
# Golflengten tussen 400 en 700nm worden op een diffractierooster gestuurd met 200 lijnen/mm. Waarnemingsscherm staat op 0.3m. Op dit scherm is op een afstand van 0.05m een gat geknipt, een vierkant met zijden 0.01m. Welke golflengten zullen door dit gat vallen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 10 juni 2013 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Geef de wet van Biot Savart en pas dit toe op een oneindig lange stroomvoerende draad&lt;br /&gt;
#Wat is een virtueel beeld? Kan je dat vormen met een vlakken spiegel? Holle spiegel? Bolle spiegel? Welke omstandigheden? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Dieje kubus (zie oude examenvragen)&lt;br /&gt;
#Iets met een RLC kring met uitzonderlijke omstandigheden, R gegeven, wat is de capaciteit en de inductie in de kring. Uitzondelijke omstandighede dus da de amplitude van uw weerstand = amplitude zelfinductie = amplitude condensator = amplitude van de bron, en ge had ook een frequentie gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 10 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek polarisatietechnieken (verstrooiing, dichroïsme etc...)&lt;br /&gt;
# Magnetisatie &amp;amp;amp; magnetische susceptibiliteit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Gegeven is een RC-kring met R=100 kOhm; C=9,40 ÂµF; en V(bron)=15,0 V. Na lang wachten (de condensator eerst helemaal laten opladen) verminderen we de afstand tussen condensatorplaten met 20%, in verwaarloosbaar tijdsinterval. &lt;br /&gt;
#*Bereken potentiaalverschil over de condensator vlak voor (V1) en vlak na die verandering (V2)&lt;br /&gt;
#*Bereken het potentiaalverschil over de condensator op lange tijd na de verandering (V3). &lt;br /&gt;
#*Op welk tijdstip na de verandering zal de spanning over de weerstand gelijk zijn aan het gemiddelde van V2 en V3?&lt;br /&gt;
#We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 Âµm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor één van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 juni 2012===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
# Wet van Ampere bespreken voor stationaire en niet stationaire stromen&lt;br /&gt;
# RLC kring bespreken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Er is een kubus gegeven met zijde a die in de oorsprong ligt van het xyz assenstelsel. Er is een elektrisch veld E_(=vector) = c*x*y*i_(i_ is de eenheidsvector) en c=844 N/(C*m^2). dit elektrisch veld is evenwijdig met de x-as. hoe groot moet zijde a zijn zodat de kubus 7nC bevat?&lt;br /&gt;
# ?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2012===&lt;br /&gt;
Exact dezelfde vragen als 27 juni 2011. Zelfs de waarden bij de oefeningen waren hetzelfde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 27 juni 2011===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Leg uit: magnetisatie en magnetische susceptibiliteit&lt;br /&gt;
# Bespreek de werking van een LASER&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Gegeven is een RC-kring met R=100 kOhm; C=9,40 ÂµF; en V(bron)=15,0 V. Na lang wachten (de condensator eerst helemaal laten opladen) verminderen we de afstand tussen condensatorplaten met 20%, in verwaarloosbaar tijdsinterval. a) Bereken potentiaalverschil over de condensator vlak voor (V1) en vlak na die verandering (V2). b) Bereken het potentiaalverschil over de condensator op lange tijd na de verandering (V3). c) Op welk tijdstip na de verandering zal de spanning over de weerstand gelijk zijn aan het gemiddelde van V2 en V3?&lt;br /&gt;
# We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 Âµm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor Ã©Ã©n van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2011 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek de beweging van een geladen deeltje in een magneetveld, plus uitleg cyclotron en massaspectrometer.&lt;br /&gt;
# Effectiefspanning uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 juni 2011 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Geef wet van Biot-Savart en leid af voor een oneindig lange stroomvoerende draad&lt;br /&gt;
# Wat zijn mogelijke polarisatietoestanden van EM-straling? (geen polarisatietechnieken)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een kring met een solenoïde met 35mH en een weerstand van 0,35 Ohm, aangesloten op een batterij van 12V. Wat is de magnetische energie die de batterij heeft na een lange tijd? Hoeveel vermogen moet het batterij dan nog leveren? Na hoeveel tijd is de energie half zo groot? Wa is dan het vermogen v.d. batterij en hoeveel procent vraagt het opwekken van magnetische arbeid dan?&lt;br /&gt;
# Een tweespleten systeem met lambda = 500nm, d = 0,150mm en a = 30,0Âµm. Hoe vaak komen maxima voor? (enzovoort)&lt;br /&gt;
=== 10 juni 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen een zuivere halfgeleider en een gedopeerde halfgeleider? geef uitleg over de pn-junctie.&lt;br /&gt;
# Leg uit wat een virtueel beeld is. Is het mogelijk om dit van een reëel voorwerp te bekomen bij een vlakke/holle/bolle spiegel. Onder welke omstandigheden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
# Er is een kubus gegeven met zijde a die in de oorsprong ligt van het xyz assenstelsel. Er is een elektrisch veld E_(=vector) = c*x*y*i_(i_ is de eenheidsvector) en c=844 N/(C*m^2). dit elektrisch veld is evenwijdig met de x-as. hoe groot moet zijde a zijn zodat de kubus 7nC bevat?&lt;br /&gt;
# Je hebt een wisselspanningskring gegeven met V0 = 30,0V; omega = 314rad/s; I0=620mA ;en v=V0sin(omega*t-pi/4) en i=-I0cos(omega*t-pi/4). In de kring zit alleen nog een element X.&lt;br /&gt;
* identificeer dit element volledig&lt;br /&gt;
* door welk ander element kan je dit vervangen zodat de stroomamplitude gelijk blijft(de fase mag verschillen) en identificeer dat element. Je moet er maar 1 geven maar er zijn er 2 mogelijk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 10 juni 2011 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek de RLC-keten waarop een wisselspanning is aangesloten&lt;br /&gt;
# Wet van Ampère uitleggen (stationair en niet-stationair) Hij zegt er ook bij dat het gaat om het magneetveld rond een gesloten kromme, dus juiste formule vinden niet moeilijk&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# 2 geleidende bolschillen met zelfde middelpunt, verschillende stralen (R1, R2, respectievelijk kleinste en grootste). Op de kleinste zit een lading q, op de grootste een lading -q. Bepaal het potentiaalverschil tussen R2 en R1. Bepaal ook de capaciteit van deze condensator.&lt;br /&gt;
# er zijn twee verschillende stukken glas, met lengte l1 = 4 micrometer, l2 = 3,5 micrometer, n1 = 1,4, n2 = 1,6. Je stuurt er een lichtstraal door met golflengte lambda = 600 nm. Ze komen in dezelfde fase toe op de stukken glas, loodrecht, en gaan dan door naar een scherm. Wat is het faseverschil tussen de twee golven wanneer ze op het scherm komen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Bespreek de beweging van een geladen deeltje in een magneetveld, plus uitleg cyclotron en massaspectrometer.&lt;br /&gt;
#Bespreek alle mogelijke polarisatie-toestanden van een EM-golf, manieren om polarisatie te bekomen niet beschrijven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Men laadt een condensator met een capaciteit 17mF volledig op en men koppelt hem dan los van de bron. Hierna is er een arbeid van 18,5 joule nodig om een extra lading van 13 mC van de ene plaat van de condensator naar de andere over te brengen. Wat was de EMK van de bron?&lt;br /&gt;
# Een spoel van 100 windingen wordt rond een cilinder gewikkeld met een doorsnede van 12 cmÂ². De cilinder is van een middenstof met Âµr = 1. Er wordt een magneetveld aangelegd van 1,6 T dat in de tijd omwisselt van de ene naar de andere richting maar altijd evenwijdig loopt met de symmetrieas van de spoel. Een weerstand van 13 Ohm wordt op de spoel aangesloten. Geef de lading die door deze weerstand stroomt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 7 juni 2010 (WÃ¼bbenhorst dus) ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# RLC-keten met wisselspanning uitleggen&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen een zuivere halfgeleider en een gedopeerde halfgeleider? geef uitleg over de pn-junctie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# over een solenoïde met een L en een R die verbonden zijn aan een batterij. L, R en V waren gegeven en men vroeg de energie van de spoel op t= oneindig en vermogen dat de batterij moest leven&lt;br /&gt;
# ging over 2 stralen door glas met 2 verschillende n, met uiteindelijk de vraag: wat is het faseverschil van de 2 stralen aan het scherm achter het doorlopen van het glas?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 augustus 2009===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Bespreek Foucaultstromen&lt;br /&gt;
#Effectiefspanning en effectiefstroom uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
(Iemand aub?)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 augustus 2009===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leid een formule af voor de capaciteit van een vlakke en een cilindrische condensator&lt;br /&gt;
#Bespreek ferromagnetisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Een lading zit vast op een gegeven positie (x,y,z). Een andere lading beweegt van positie 1 (X1,Y1,Z1) naar 2 (X2,Y2,Z2). De ladingen zijn gegeven, de coordinaten ook. Hoeveel energie kost het om deze lading van positie 1 naar 2 te verplaatsen?&lt;br /&gt;
#Een oefening analoog aan weerkaatsing aan een zeepbel, of iets dergelijks. Opgave weet ik niet meer goed. (Iemand?)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2009===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
# Vergelijk de gelijkstroom RC- en LR-kring.&lt;br /&gt;
# Bespreek alle mogelijke polarisatietoestanden van EM-straling. Methoden om dit te bereiken hoeven niet besproken te worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# We beschouwen een niet geleidende plaat van grote afmetingen. Op de ene zijde staat een positieve oppervlaktelading, op de andere zijde een negatieve (getallen gegeven uiteraard). Een proton wordt op 1mm afstand van de plaat vanuit rust losgelaten. Wat is de snelheid op 2 mm van de plaat?&lt;br /&gt;
# Effectiefspanning berekenen adhv. een gegeven v(t)-curve.&lt;br /&gt;
:[[Bestand:driehoekspanning.gif]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2009===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
# LASER.&lt;br /&gt;
# Wederzijdse inductie en zelfinductie.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# ?&lt;br /&gt;
# ?&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
===12 juni 2009===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Geef de wet van Ampère voor stationaire stromen + voorbeeld. Leg uit welke aanpassing gedaan moet worden zodat deze wet ook geldig is voor tijdsafhankelijke stromen.&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe men oscillerende .. kunt krijgen in een LC-kring.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een puntlading q bevindt zich op een afstand x op de middelloodlijn van een niet geleidende draad (2l) waar een homogeen verdeelde lading Q op zit. Wat is de kracht dat deze puntlading ondervindt?&lt;br /&gt;
# Zender op hoogte 70m, lengte van 1km en een ontvanger op hoogte x. Wat is kleinste x waar een maximum van straling invalt. Houd rekening met de rechtstreekse stralen en de gereflecteerde stralen op water.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===8 jun 2009===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Leidt een formule af voor de capaciteit van een vlakke en een cilindrische condensator.&lt;br /&gt;
# Wat wordt er bedoeld met magnetisatie? Leg uit: relatieve permeabileit en magnetische susceptibiteit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Twee spoelen staan of vaste afstand van elkaar. Door de ene spoel loopt een stroom van 1A en de flux erdoor is 0.010Wb. Indien men nu een stroom van 2A door de tweede spoel stuurt, bedraagt de flux door de eerste spoel 0.012Wb.&lt;br /&gt;
#* Bereken de magnetische flux door de 2de spoel, gegeven dat de zelfinductie ervan gelijk is aan 0.003 (iets in die aard).&lt;br /&gt;
#* Bereken de wederzijdse inductiecoefficient.&lt;br /&gt;
#* Bereken de zelfinductie van de eerste spoel.&lt;br /&gt;
# Een radiogolf zendmast in punt B staat op 20km afstand van huis H. De intensiteit in H wordt gegeven door een gekende I[sup]0[/sup]. Op 100m afstand van mast B bouwt men een 2de mast A, die een hoek &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;&amp;amp;amp;\X\theta \widehat{B A H}&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; is 30Â° (geen idee hoeveel het juist was).&lt;br /&gt;
#* Bereken de intensiteit in H.&lt;br /&gt;
#:[[Bestand:ANII-8.6.2009-oef2.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===8 jun 2009===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek RC-filters.&lt;br /&gt;
# Bespreek diffractie bij een oneindig lange spleet en (beknopt) bij een rechthoekige spleet.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Twee RC-kringen gegeven, constructie van vanalle condensatoren in serie en parallel; V en R gegeven bij de ene kring; stroom door beide spanningsbronnen is gelijk; bereken Vx en R van de andere kring.&lt;br /&gt;
# Oneindig lange draad en in hetzelfde vlak evenwijdig ermee een vierkant. Bereken de wederzijdse inductiecoëfficiënt (afstand draad tot vierkant gegeven + lengte zijde vierkant).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 jun 2008===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek de beweging van een geladen deeltje in een magneetveld. Leg, bij wijze van voorbeeld, de werking uit van een massaspectrometer of van een cyclotron.&lt;br /&gt;
# Bespreek de mogelijke polarisatietoestanden van em-straling (niet de methodes om tot polarisatie te komen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Condensator ( C= 17 microF) wordt een een onbekende batterij geschakeld en volledig opgeladen. Dan losgekoppeld. Er is aan arbeid 18,5J nodig om een bijkomende lading van 13,0 mC van de ene plaat naar de andere te verplaatsen. Bepaal emk van de batterij.&lt;br /&gt;
# spoel met 100 windingen wordt rond een metalen cilinder gewikkeld met een doorsnede van 12 cmÂ² en mu r = 1. Er wordt een weerstand over de spoel geplaatste van 13 ohm. Er is een magneet veld die door de spoel loopt (parallel met de as). Dit magneetveld varieert gedurende een bepaalde tijd van 1,6T in de ene richting naar 1,6T in de andere richting. Hoeveel lading loopt er in die tijd door de weerstand.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 jun 2008===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek een geleider in elektrostatisch evenwicht.&lt;br /&gt;
# Bespreek hoe men een oscillerende ... kan maken in een LC-kring. (LC-kring uitleggen dus)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# 2 draden in tegengestelde stroomzin, stroom neemt lineair toe van 0 naar 100A in 7s, bereken emk in de lus tussen die draden &lt;br /&gt;
# een ongepolariseerd licht kan worden opgedeeld in een deel gepolariseerd en een deel ongepolariseerd, intensiteiten mag je optellen, een polarisator wordt 360Â° gedraaid, men merkt dat op een bepaald punt de intensiteit 5 keer groter is, hoeveel procent is maakt de gepolariseerde golf uit?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 jun 2008===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek de begrippen magnetisatie en magnetische susceptibiliteit.&lt;br /&gt;
# Bespreek de proef van Young.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# iets met een geleidende bol en daarrond een geleidende bolschil en dan een elektrisch veld gegeven en zo de lading op de bol berekenen. &lt;br /&gt;
#een kring gegeven met een X waarvan ge moet zeggen of het een condensator of weerstand of zelfinductie moet zijn, vergelijkingen van i en v gegeven. En dan ook nog zeggen of je de X kan vervangen door iets anders waardoor de amplitude hetzelfde blijft maar de i en v niet in fase zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 jun 2008===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil in elektrische geleiding bij zuivere halfgeleiders en gedopeerde halfgeleiders. Leg uit de werking van pn-junctie&lt;br /&gt;
# Bespreek de LRC-keten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# LC keten&lt;br /&gt;
# Fase verschil berekenen 2 gelijke golven die elk door een blokje gaan met andere lengte en brekingsindex&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===9 jun 2008===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek wet Biot-Savart en gebruik om magneetveld rond oneindig lange draad met stroom af te leiden.&lt;br /&gt;
# Leg uit wat een virtueel beeld is. Is het mogelijk om dit van een reëel voorwerp te bekomen bij een vlakke/holle/bolle spiegel. Onder welke omstandigheden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# De ruimte tussen een condensator is helemaal gevuld met water. Water heeft een dipoolmoment 6.10*10^-30 Cm. De molaire massa van water is 18. De dichtheid is 1g/cm^3. Water heeft een di-elektrische constante van 80.&lt;br /&gt;
#* bepaal de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid wanneer alle dipolen zich volgens E uitlijnen.&lt;br /&gt;
#* stel dat de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid 1/1000 is van die hierboven, wat is dan het elektrisch veld?&lt;br /&gt;
# In een RLC-kring is de frequentie 1.73kHz. De amplitude van de spanning over de weerstand, de amplitude van de spanning over de condensator, de amplitude van de inductie en de amplitude van de bronspanning zijn allen gelijk. R = 700 ohm. Bepaal L en C.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 jun 2007===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek magnetisch moment + richting van magnetisch moment in magneetveld&lt;br /&gt;
# Serie RLC keten bespreken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Stroom van 27A in begin, straal eerste cirkel R, straal tweede cirkel 2r, r = 0.1m, en bereken magnetische inductie in punt P. Draad overal even dik en overal even grote soortelijke weerstand&lt;br /&gt;
# Tweede is kurkje drijft op water, hoe lang moet de naald zijn opdat het zichtbaar is boven water. Brekingsindex water=1.33, lucht=1 Afmetingen staan erbij.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 jun 2007===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Leg uit: elektrische stroom, stroomdichtheid en leid de wet van Ohm af.&lt;br /&gt;
# De wet van Ampère afleiden voor stationaire stromen en vertellen wat ge aan de basisformule moet veranderen als de stromen tijdsafhankelijk worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Berekenen hoeveel lading er door een weerstand gaat die aangesloten is op een geleidende lus die altijd maar kleiner en kleiner wordt. Loodrecht op de lus heerst er een magnetische inductie.&lt;br /&gt;
# Een typisch optica-vraagstukje: je hebt een schilderijtje en wil dat vastleggen op een gevoelige plaat, met een bolle lens met brandpunt= + 5 cm. Hoe ver moet het schilderijtje van de lens en hoe ver moet de lens van de gevoelige plaat.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Ebalemans</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Algemene_Natuurkunde_II&amp;diff=2350</id>
		<title>Algemene Natuurkunde II</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Algemene_Natuurkunde_II&amp;diff=2350"/>
		<updated>2021-01-19T17:46:29Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Ebalemans: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Vervolgvak op Algemene natuurkunde I. Vanaf het academiejaar 2009-2010 gedoceerd door prof Wübbenhorst.(&#039;&#039;&#039;Let dus op, de oudere vragen komen van prof. Janssen&#039;&#039;&#039;)  Het is geen jaarvak meer, enkel examen in januari dus. Het betreft een mondeling examen met schriftelijke voorbereiding.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===19 januari 2021 (versie 2) ===&lt;br /&gt;
#Wet van Faraday en wet van Lens. Ook transformator en Foucaultstromen uitleggen&lt;br /&gt;
#Polarisatietoestanden van em-straling en hoe je deze toestanden kan verkrijgen via absorptie, breking en weerkaating &lt;br /&gt;
#Twee bolschillen met lading q en -q, straal r1 en r2, bereken het potentiaalverschil en capaciteit.&lt;br /&gt;
#Solenoïde (zelfinductie en weerstand gegeven). Energie, vermogen, .. bepalen&lt;br /&gt;
===19 januari 2021 (versie 1) ===&lt;br /&gt;
#Beweging van een geladen deeltje in een magneetveld.&lt;br /&gt;
#*Leid de formule voor de straal af&lt;br /&gt;
#*Bespreek de massaspectrometer en cyclotron&lt;br /&gt;
#Straling van een zwart lichaam&lt;br /&gt;
#*Verklaar het spectrum met de verschuivingswet en de wet van Stefan-Boltzmann&lt;br /&gt;
#*Vergelijk het spectrum vergelijken met dat van de laser&lt;br /&gt;
#*Wat is het verband tussen emissiefactor en absorptiecoëfficiënt?&lt;br /&gt;
#We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 µm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor één van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje?&lt;br /&gt;
#De ruimte tussen de platen tussen een condensator wordt helemaal opgevuld met zuiver water (isolator). Het dipoolmoment van een watermolecule is 6.10x10-30Cm. Water heeft een dichtheid van 1.00g/cm³ en een molaire massa van 18g. De diëlektrische constante van water is 80. Het getal van Avogadro is 6.02x1023.&lt;br /&gt;
#*Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen zou kunnen worden dat alle elektrische dipolen perfect uitgelijnd zijn met het elektrisch veld. Wat zou dan de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid aan het wateroppervlak zijn?&lt;br /&gt;
#*Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen wordt, dat die geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid één duizendste bedraagt van de hierboven berekende waarde. Hoe groot is dan het elektrisch veld in de condensator?&lt;br /&gt;
===27 januari 2020 VM===&lt;br /&gt;
(Zelfde examen als 13 januari 2020)&lt;br /&gt;
#RLC-serieketen&lt;br /&gt;
#Geleiders, isolatoren, halfgeleiders: temperatuur afhankelijkheid van geleiders, halfgeleiders (intrinsiek en gedopeerd) + grafiek, energiebanden tekenen en uitleggen&lt;br /&gt;
#LR-serieketen: Magnetische energie berekenen na een lange tijd, vermogen bron berekenen,...&lt;br /&gt;
#Op 2 rechthoeken met bepaalde lengte en brekingsindex valt lichtstraal loodrecht in, berekenen het faseverschil van de lichtstralen op een scherm achter de rechthoeken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2020 NM===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Wet van Biot-Savart vergelijken met wet van Coulomb + magnetische inductie rond oneindig lange draad geven&lt;br /&gt;
# Straling van een zwart lichaam: welk spectrum, verklaar met de verschuivingswet en de wet van Boltzmann. Spectrum vergelijken met laser. Verband tussen emissie en absorptie coefficient van een zwart lichaam&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# We hebben twee verschillende stukken glas, met lengte l1 = 4 micrometer, l2 = 3,5 micrometer, n1 = 1,4, n2 = 1,6. Je stuurt er een lichtstraal loodrecht door met golflengte lambda = 600 nm. Ze komen in dezelfde fase toe op de stukken glas (loodrecht), en gaan dan door naar een scherm. Wat is het faseverschil tussen de twee golven wanneer ze op het scherm komen? *Opgave &amp;quot;twee verschillende stukken glas&amp;quot; foto: [https://drive.google.com/file/d/1D4mHHzrofEQRw_i-p8YRgNij7ulq--i1/view?usp=sharing]*&lt;br /&gt;
# Gegeven is een RC-kring met R=100 kOhm; C=9,40 ÂµF; en V(bron)=15,0 V. Na lang wachten (de condensator eerst helemaal laten opladen) verminderen we de afstand tussen condensatorplaten met 20%, in verwaarloosbaar tijdsinterval. a) Bereken potentiaalverschil over de condensator vlak voor (V1) en vlak na die verandering (V2). b) Bereken het potentiaalverschil over de condensator op lange tijd na de verandering (V3). c) Op welk tijdstip na de verandering zal de spanning over de weerstand gelijk zijn aan het gemiddelde van V2 en V3?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2020 VM===&lt;br /&gt;
#Wet van Biot-Savart vergelijken met wet van Coulomb (dus E(r) met B(r) vergelijken) en magnetische inductie rond oneindig lange draad geven&lt;br /&gt;
#Leg de temperatuursafhankelijkheid van de elektrische weerstand uit. NTC en PTC gedrag uitleggen. Normale metallische geleider vergelijken met een supergeleider. Bandenmodel voor kristalijne stoffen beschrijven. Kenmerken van een intrinsieke halfgeleider VS een gedopeerde halfgeleider en verklaar worden zoals meerheids- en minderheidsladingdragers. Beschrijf de temperatuursafhankelijkheid van intrinsieke en gedopeerde halfgeleiders aan de hand van een grafiek.&lt;br /&gt;
#Condensator (in een RC kring) waarvan de afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt&lt;br /&gt;
#Er zijn twee verschillende stukken glas, met lengte l1 = 4 micrometer, l2 = 3,5 micrometer, n1 = 1,4, n2 = 1,6. Je stuurt er een lichtstraal door met golflengte lambda = 600 nm. Ze komen in dezelfde fase toe op de stukken glas, loodrecht, en gaan dan door naar een scherm. Wat is het faseverschil tussen van de golven wanneer ze op het scherm komen (in graden)?&lt;br /&gt;
===16 januari 2020 NM===&lt;br /&gt;
#Beweging van een geladen deeltje in een magneetveld.&lt;br /&gt;
#* Leid de formule voor de straal af&lt;br /&gt;
#* Bespreek de massaspectrometer en cyclotron &lt;br /&gt;
#Straling van een zwart lichaam&lt;br /&gt;
#* Verklaar het spectrum met de verschuivingswet en de wet van Stefan-Boltzmann&lt;br /&gt;
#* Vergelijk het spectrum vergelijken met dat van de laser&lt;br /&gt;
#* Wat is het verband tussen emissiefactor en absorptiecoëfficiënt?&lt;br /&gt;
# We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 µm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor één van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje?&lt;br /&gt;
#De ruimte tussen de platen tussen een condensator wordt helemaal opgevuld met zuiver water (isolator). Het dipoolmoment van een watermolecule is 6.10x10-30Cm. Water heeft een dichtheid van 1.00g/cm³ en een molaire massa van 18g. De diëlektrische constante van water is 80. Het getal van Avogadro is 6.02x1023.&lt;br /&gt;
#* Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen zou kunnen worden dat alle elektrische dipolen perfect uitgelijnd zijn met het elektrisch veld. Wat zou dan de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid aan het wateroppervlak zijn?&lt;br /&gt;
#* Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen wordt, dat die geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid één duizendste bedraagt van de hierboven berekende waarde. Hoe groot is dan het elektrisch veld in de condensator?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 januari 2020 NM===&lt;br /&gt;
#zelfde examen als voormiddag&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 januari 2020 VM===&lt;br /&gt;
#RLC-serieketen&lt;br /&gt;
#Geleiders, isolatoren, halfgeleiders: temperatuur afhankelijkheid van geleiders, halfgeleiders (intrinsiek en gedopeerd) + grafiek, energiebanden tekenen en uitleggen&lt;br /&gt;
#LR-serieketen: Magnetische energie berekenen na een lange tijd, vermogen bron berekenen,...&lt;br /&gt;
#Op 2 rechthoeken met bepaalde lengte en brekingsindex valt lichtstraal loodrecht in, berekenen het faseverschil van de lichtstralen op een scherm achter de rechthoeken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 augustus 2019 VM===&lt;br /&gt;
#Beweging van een geladen deeltje in een magneetveld: formule voor straal afleiden en massaspectrometer en cyclotron uitleggen (met formules)&lt;br /&gt;
#Straling van een zwart lichaam: welk spectrum, verklaar met de verschuivingswet en de wet van Boltzmann. Spectrum vergelijken met laser. Verband tussen emissie en absorptie coefficient&lt;br /&gt;
#Condensator gevuld met water, bereken oppervlakte lading en E&lt;br /&gt;
#Dikte van een micaplaatje berekenen (proef van Young)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2019 NM===&lt;br /&gt;
#Beweging van een geladen deeltje in een magneetveld en massaspectrometer en cyclotron uitleggen (met formules)&lt;br /&gt;
#Straling van een zwart lichaam&lt;br /&gt;
#Condensator gevuld met water, bereken oppervlakte lading en E&lt;br /&gt;
#Dikte van een micaplaatje berekenen (proef van Young)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2019 VM===&lt;br /&gt;
#Wet van Faraday, Wet van Lenz, transformator uitleggen +Foucaultstromen&lt;br /&gt;
#Polarisatietoesten van em-straling + verstrooiing, absorptie, breking &lt;br /&gt;
#Twee bolschillen: potentiaalverschil R1 en R2 en capaciteit&lt;br /&gt;
#Solenoïde (zelfinductie en weerstand). Energie, vermogen, .. bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2019 NM===&lt;br /&gt;
#Wet van Biot-Savart vergelijken met wet van Coulomb, + magnetische inductie rond oneindig lange draad geven&lt;br /&gt;
#Straling van een zwart lichaam&lt;br /&gt;
#Condensator waarvan de afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt&lt;br /&gt;
#Er zijn twee verschillende stukken glas, met lengte l1 = 4 micrometer, l2 = 3,5 micrometer, n1 = 1,4, n2 = 1,6. Je stuurt er een lichtstraal door met golflengte lambda = 600 nm. Ze komen in dezelfde fase toe op de stukken glas, loodrecht, en gaan dan door naar een scherm. Wat is het faseverschil tussen de twee golven wanneer ze op het scherm komen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2019 VM===&lt;br /&gt;
#Bespreek de wet van Biot-Savart, leg de gelijkenissen en verschillen t.o.v. de wet van coulomb uit (B(r) en E(r) vergelijken).Leidt de magnetische inductie B(r) rond een oneindig lange draad of m.b.v. de wet van Biot-Savart.&lt;br /&gt;
#Leg de temperatuursafhankelijkheid van de elektrische weerstand uit. NTC en PTC gedrag uitleggen. Normale metallische geleider vergelijken met een supergeleider. Bandenmodel voor kristalijne stoffen beschrijven. Kenmerken van een intrinsieke halfgeleider VS een gedopeerde halfgeleider. meerheids- en minderheidsladingdrager uitleggen. Beschrijf de temperatuursafhankelijkheid van intrinsieke en gedopeerde halfgeleiders aan de hand van een grafiek.&lt;br /&gt;
#Condensator waarvan de afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt.&lt;br /&gt;
#Twee lichtstralen met golflengte 600 nm in de lucht zijn in fase wanneer ze invallen op twee rechthoekige stukjes glas. het eerste stuk heeft lengte=4µm en brekingsindex n=1,4 . Het tweede stuk heeft lengte=3,4µm en n=1,6. Achter de stukjes glas staat een scherm. wat is het faseverschil (in graden) waarmee ze aankomen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 januari 2019 NM===&lt;br /&gt;
#Wet van Faraday en Lens bespreken, transformator + toepassing, foucaultstromen&lt;br /&gt;
#Laser, straling van een zwart lichaam (bijvraag: grafiek tekenen I(lamda) (brede klokvorm voor zwart lichaam vs dunne voor laser)&lt;br /&gt;
#Twee bolschillen: potentiaal en capaciteit&lt;br /&gt;
#Twee glasplaatjes met verschillende lengte en n. bepaal het faseverschil van twee loodrechte stralen (initieel in fase)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 januari 2019 VM===&lt;br /&gt;
#Wet van Biot-Savart vergelijken met wet van Coulomb, + magnetische inductie rond oneindig lange draad geven&lt;br /&gt;
#straling van een zwart lichaam&lt;br /&gt;
#Dikte micaplaatje proef van Young&lt;br /&gt;
#Condensator waarvan de afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 augustus 2018===&lt;br /&gt;
#halfgeleiders + pn-juncite&lt;br /&gt;
#wet Biot-Savart toepassen op oneindig lange rechte draad&lt;br /&gt;
#condensator gevuld met water, oppervlakte lading en E berkekenen&lt;br /&gt;
#dikte miccaplaatje met proef van Young bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2018 vm===&lt;br /&gt;
Zelfde als 15 januari 2018&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2018 vm===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#De wet van Biot-Savart&lt;br /&gt;
#Verschil tussen intrinsieke en gedopeerde halfgeleider + pn-junctie&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#2 bolschillen met lading q en -q, straal r1 en r2, bereken het potentiaalverschil en capaciteit.&lt;br /&gt;
#er zijn twee verschillende stukken glas, met lengte l1 = 4 micrometer, l2 = 3,5 micrometer, n1 = 1,4, n2 = 1,6. Je stuurt er een lichtstraal door met golflengte lambda = 600 nm. Ze komen in dezelfde fase toe op de stukken glas, loodrecht, en gaan dan door naar een scherm. Wat is het faseverschil tussen de twee golven wanneer ze op het scherm komen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2018 vm===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zie examen 17 januari 2017&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Er werd ook nog gevraagd naar ferromagnetisme bij vraag 1&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2018 nm===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Beweging van een geladen deeltje in een magneetveld + massaspectrometer en cyclotron uitleggen&lt;br /&gt;
#RLC-keten uitleggen &lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 µm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor één van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje?&lt;br /&gt;
#De ruimte tussen de platen tussen een condensator wordt helemaal opgevuld met zuiver water. Het dipoolmoment van een watermolecule is 6.10x10^-30Cm. Water heeft een dichtheid van 1.00g/cm³ en een molaire massa van 18g. De diëlektrische constante van water is 80. Het getal van Avogadro is 6.02x10^23. &lt;br /&gt;
#* Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen zou kunnen worden dat alle elektrische dipolen perfect uitgelijnd zijn met het elektrisch veld. Wat zou dan de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid aan het wateroppervlak zijn? &lt;br /&gt;
#* Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen wordt, dat die geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid één duizendste bedraagt van de hierboven berekende waarde. Hoe groot is dan het elektrisch veld in de condensator?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2017 nm===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Polarisatie toestanden&lt;br /&gt;
#Gedopeerde halfgeleiders vs zuivere halfgeleiders en de PN-junctie&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#2 bolschillen. Potentiaal verschil en Electrisch veld berekenen van R naar oneindig.&lt;br /&gt;
#Solenoïde: magnetisch kracht na lange tijd en wanneer is deze half zo groot? (vermogen berekenen en hoeveel procent van het vermogen heeft het de 2e dan verbruikt)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2017 vm===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Rlc keten uitleggen&lt;br /&gt;
#Wet van ampere (tijdsafhankelijk en onafhankelijk)&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
#een bol met 2 stralen en een elektrisch veld waarvan de lading en de potentiaal berekend moeten worden &lt;br /&gt;
#de oefening met licht dat door een gat moet op een hoogte van 50mm, gat zelf is 10mm groot en staat op 30 cm van de bron, wat zijn de golflengtes die aankomen bij het gat?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2017 nm===&lt;br /&gt;
helemaal hetzelfde als de voormiddag&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2017 vm===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
#Halfgeleiders (+grafieken temperatuursafhankelijkheid van n-en p-types)&lt;br /&gt;
#Biot-savart (eindig en oneindig)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#2 bolschillen: potentiaalverschil en capaciteit berekenen&lt;br /&gt;
#2 stukjes glas met lichtstraal (zelfde golflengte) erdoor: faseverschil berekenen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2017===&lt;br /&gt;
Zie examen 18 januari 2016. &lt;br /&gt;
#Magnetisatie en magnetische suceptibiliteit&lt;br /&gt;
#LASER&lt;br /&gt;
Bijvragen bij de werking van de LASER: wat zijn de eigenschappen van laserlicht? Wat zorgt voor de overgang van niveau 2 naar niveau1?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen&lt;br /&gt;
#oefening van condensator waarvan afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt&lt;br /&gt;
#micaplaatje&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2017===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
#RLC-keten&lt;br /&gt;
#Beschrijf de beweging van een geladen deeltje in een magnetisch veld, cyclotron en massaspectrometer&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#mica&lt;br /&gt;
#water in condensator&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Magnetisatie en magnetische suceptibiliteit&lt;br /&gt;
#LASER&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#oef van condensator waarvan afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt&lt;br /&gt;
#oef van het mica plaatje met dikte tussen 6 en 7 micro meter&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2016 NM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Magnetisatie en magnetische suceptibiliteit&lt;br /&gt;
#LASER&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#oef van condensator waarvan afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt&lt;br /&gt;
#oef van het mica plaatje met dikte tussen 6 en 7 micro meter&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2016 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#laser&lt;br /&gt;
#magnetisatie en magnetische susceptibiliteit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#mica plaatje&lt;br /&gt;
#RC keten V1, V2 en V3 bepalen plus tijd waarop V het gemiddelde is van 2&amp;amp;amp;3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2016 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#zuivere vs gedopeerde halfgeleiders (nog iets extra, we moesten nog een grafiek geven die in de slides staan maar niet in het boek: elektrische geleiding ifv temperatuur, maja dat was gewoon een bijvraag) + pn-junctie&lt;br /&gt;
#Geef de wet van Biot Savart en pas dit toe op een oneindig lange stroomvoerende draad&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
#2 geleidende bolschillen met zelfde middelpunt, verschillende stralen (R1, R2, respectievelijk kleinste en grootste). Op de kleinste zit een lading q, op de grootste een lading -q. Bepaal het potentiaalverschil tussen R2 en R1. Bepaal ook de capaciteit van deze condensator.&lt;br /&gt;
#er zijn twee verschillende stukken glas, met lengte l1 = 4 micrometer, l2 = 3,5 micrometer, n1 = 1,4, n2 = 1,6. Je stuurt er een lichtstraal door met golflengte lambda = 600 nm. Ze komen in dezelfde fase toe op de stukken glas, loodrecht, en gaan dan door naar een scherm. Wat is het faseverschil tussen de twee golven wanneer ze op het scherm komen?&lt;br /&gt;
(check oefeningen van examen 10 juni 2011)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Wet van Ampère (uitbreiding) en daarbij ook de B rond een gesloten kromme.&lt;br /&gt;
#RLC uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Bol met bolschil errond en zo diffractie, door da scherm met 200 lijnen / mm en dan een vierkantje op het waarnemingsscherm. (welke golflengten gaan door da vierkantje?)&lt;br /&gt;
===16 januari 2015===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#magnetisatie&lt;br /&gt;
#LASER&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#RC-keten en V1,V2,V3 bepalen&lt;br /&gt;
#mica&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2015===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Wet van Ampère&lt;br /&gt;
#RLC in serie&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#een bol en een bolschil, elektrisch veld en stralen gegeven en dan moest je de lading en de potentiaal aan het opp van de bol berekenen&lt;br /&gt;
#spleet, berekenen welke golflengtes er in het vierkant vallen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2015===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
#zuivere vs gedopeerde halfgeleiders + pn-junctie &lt;br /&gt;
#de wet van Biot-Savart en de oneindige rechte geleider afleiden.&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
#bolvormige condensator (V + C berekenen)&lt;br /&gt;
#lichtstralen van dezelfde golflengte die door 2 glasblokjes gaan, faseverschil berekenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 januari 2015===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Beschrijf de beweging van een geladen deeltje in een magnetisch veld, cyclotron en massaspectrometer&lt;br /&gt;
#LRC-kring&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Water in condensator&lt;br /&gt;
#Micaplaatje&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2014 voormiddag===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Magnetisatie en magnetische susceptibiliteit.&lt;br /&gt;
#LASER&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen: exact zoals 10 juni 2013 (voormiddag)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2014 voormiddag ===&lt;br /&gt;
Exact hetzelfde examen als 14 juni 2013. Zelfs de oefeningen waren dezelfde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2013 namiddag ===&lt;br /&gt;
Exact hetzelfde examen als 10 juni 2013 namiddag. Zelfs de oefeningen waren dezelfde&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 juni 2013 (zowel voor- als namiddag!)===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Bespreek de beweging van een geladen deeltje in een magneetveld, plus uitleg cyclotron en massaspectrometer.&lt;br /&gt;
#Bespreek de RLC kring&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 Âµm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor één van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje?&lt;br /&gt;
#De ruimte tussen de platen tussen een condensator wordt helemaal opgevuld met zuiver water. Het dipoolmoment van een watermolecule is 6.10x10-30Cm. Water heeft een dichtheid van 1.00g/cmÂ³ en een molaire massa van 18g. De diëlektrische constante van water is 80. Het getal van Avogadro is 6.02x1023. &lt;br /&gt;
#* Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen zou kunnen worden dat alle elektrische dipolen perfect uitgelijnd zijn met het elektrisch veld. Wat zou dan de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid aan het wateroppervlak zijn? &lt;br /&gt;
#* Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen wordt, dat die geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid één duizendste bedraagt van de hierboven berekende waarde. Hoe groot is dan het elektrisch veld in de condensator?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2013 (zowel voor- als namiddag!)===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Leg uit, wet van Ampère zowel tijds als niet tijdsafhankelijk.&lt;br /&gt;
# Leg RLC kring uit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Gegeven een bol met een lading en daar rond een bolschil, samen zijn ze ongeladen maar elk apart bezitten ze een lading. Geef hiervoor de lading van de bol en zijn potentiaal aan zijn oppervlak. Gegeven zijn de stralen van de bollen en de grootte van het elektrische veld.&lt;br /&gt;
# Golflengten tussen 400 en 700nm worden op een diffractierooster gestuurd met 200 lijnen/mm. Waarnemingsscherm staat op 0.3m. Op dit scherm is op een afstand van 0.05m een gat geknipt, een vierkant met zijden 0.01m. Welke golflengten zullen door dit gat vallen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 10 juni 2013 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Geef de wet van Biot Savart en pas dit toe op een oneindig lange stroomvoerende draad&lt;br /&gt;
#Wat is een virtueel beeld? Kan je dat vormen met een vlakken spiegel? Holle spiegel? Bolle spiegel? Welke omstandigheden? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Dieje kubus (zie oude examenvragen)&lt;br /&gt;
#Iets met een RLC kring met uitzonderlijke omstandigheden, R gegeven, wat is de capaciteit en de inductie in de kring. Uitzondelijke omstandighede dus da de amplitude van uw weerstand = amplitude zelfinductie = amplitude condensator = amplitude van de bron, en ge had ook een frequentie gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 10 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek polarisatietechnieken (verstrooiing, dichroïsme etc...)&lt;br /&gt;
# Magnetisatie &amp;amp;amp; magnetische susceptibiliteit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Gegeven is een RC-kring met R=100 kOhm; C=9,40 ÂµF; en V(bron)=15,0 V. Na lang wachten (de condensator eerst helemaal laten opladen) verminderen we de afstand tussen condensatorplaten met 20%, in verwaarloosbaar tijdsinterval. &lt;br /&gt;
#*Bereken potentiaalverschil over de condensator vlak voor (V1) en vlak na die verandering (V2)&lt;br /&gt;
#*Bereken het potentiaalverschil over de condensator op lange tijd na de verandering (V3). &lt;br /&gt;
#*Op welk tijdstip na de verandering zal de spanning over de weerstand gelijk zijn aan het gemiddelde van V2 en V3?&lt;br /&gt;
#We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 Âµm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor één van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 juni 2012===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
# Wet van Ampere bespreken voor stationaire en niet stationaire stromen&lt;br /&gt;
# RLC kring bespreken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Er is een kubus gegeven met zijde a die in de oorsprong ligt van het xyz assenstelsel. Er is een elektrisch veld E_(=vector) = c*x*y*i_(i_ is de eenheidsvector) en c=844 N/(C*m^2). dit elektrisch veld is evenwijdig met de x-as. hoe groot moet zijde a zijn zodat de kubus 7nC bevat?&lt;br /&gt;
# ?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2012===&lt;br /&gt;
Exact dezelfde vragen als 27 juni 2011. Zelfs de waarden bij de oefeningen waren hetzelfde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 27 juni 2011===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Leg uit: magnetisatie en magnetische susceptibiliteit&lt;br /&gt;
# Bespreek de werking van een LASER&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Gegeven is een RC-kring met R=100 kOhm; C=9,40 ÂµF; en V(bron)=15,0 V. Na lang wachten (de condensator eerst helemaal laten opladen) verminderen we de afstand tussen condensatorplaten met 20%, in verwaarloosbaar tijdsinterval. a) Bereken potentiaalverschil over de condensator vlak voor (V1) en vlak na die verandering (V2). b) Bereken het potentiaalverschil over de condensator op lange tijd na de verandering (V3). c) Op welk tijdstip na de verandering zal de spanning over de weerstand gelijk zijn aan het gemiddelde van V2 en V3?&lt;br /&gt;
# We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 Âµm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor Ã©Ã©n van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2011 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek de beweging van een geladen deeltje in een magneetveld, plus uitleg cyclotron en massaspectrometer.&lt;br /&gt;
# Effectiefspanning uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 juni 2011 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Geef wet van Biot-Savart en leid af voor een oneindig lange stroomvoerende draad&lt;br /&gt;
# Wat zijn mogelijke polarisatietoestanden van EM-straling? (geen polarisatietechnieken)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een kring met een solenoïde met 35mH en een weerstand van 0,35 Ohm, aangesloten op een batterij van 12V. Wat is de magnetische energie die de batterij heeft na een lange tijd? Hoeveel vermogen moet het batterij dan nog leveren? Na hoeveel tijd is de energie half zo groot? Wa is dan het vermogen v.d. batterij en hoeveel procent vraagt het opwekken van magnetische arbeid dan?&lt;br /&gt;
# Een tweespleten systeem met lambda = 500nm, d = 0,150mm en a = 30,0Âµm. Hoe vaak komen maxima voor? (enzovoort)&lt;br /&gt;
=== 10 juni 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen een zuivere halfgeleider en een gedopeerde halfgeleider? geef uitleg over de pn-junctie.&lt;br /&gt;
# Leg uit wat een virtueel beeld is. Is het mogelijk om dit van een reëel voorwerp te bekomen bij een vlakke/holle/bolle spiegel. Onder welke omstandigheden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
# Er is een kubus gegeven met zijde a die in de oorsprong ligt van het xyz assenstelsel. Er is een elektrisch veld E_(=vector) = c*x*y*i_(i_ is de eenheidsvector) en c=844 N/(C*m^2). dit elektrisch veld is evenwijdig met de x-as. hoe groot moet zijde a zijn zodat de kubus 7nC bevat?&lt;br /&gt;
# Je hebt een wisselspanningskring gegeven met V0 = 30,0V; omega = 314rad/s; I0=620mA ;en v=V0sin(omega*t-pi/4) en i=-I0cos(omega*t-pi/4). In de kring zit alleen nog een element X.&lt;br /&gt;
* identificeer dit element volledig&lt;br /&gt;
* door welk ander element kan je dit vervangen zodat de stroomamplitude gelijk blijft(de fase mag verschillen) en identificeer dat element. Je moet er maar 1 geven maar er zijn er 2 mogelijk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 10 juni 2011 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek de RLC-keten waarop een wisselspanning is aangesloten&lt;br /&gt;
# Wet van Ampère uitleggen (stationair en niet-stationair) Hij zegt er ook bij dat het gaat om het magneetveld rond een gesloten kromme, dus juiste formule vinden niet moeilijk&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# 2 geleidende bolschillen met zelfde middelpunt, verschillende stralen (R1, R2, respectievelijk kleinste en grootste). Op de kleinste zit een lading q, op de grootste een lading -q. Bepaal het potentiaalverschil tussen R2 en R1. Bepaal ook de capaciteit van deze condensator.&lt;br /&gt;
# er zijn twee verschillende stukken glas, met lengte l1 = 4 micrometer, l2 = 3,5 micrometer, n1 = 1,4, n2 = 1,6. Je stuurt er een lichtstraal door met golflengte lambda = 600 nm. Ze komen in dezelfde fase toe op de stukken glas, loodrecht, en gaan dan door naar een scherm. Wat is het faseverschil tussen de twee golven wanneer ze op het scherm komen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Bespreek de beweging van een geladen deeltje in een magneetveld, plus uitleg cyclotron en massaspectrometer.&lt;br /&gt;
#Bespreek alle mogelijke polarisatie-toestanden van een EM-golf, manieren om polarisatie te bekomen niet beschrijven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Men laadt een condensator met een capaciteit 17mF volledig op en men koppelt hem dan los van de bron. Hierna is er een arbeid van 18,5 joule nodig om een extra lading van 13 mC van de ene plaat van de condensator naar de andere over te brengen. Wat was de EMK van de bron?&lt;br /&gt;
# Een spoel van 100 windingen wordt rond een cilinder gewikkeld met een doorsnede van 12 cmÂ². De cilinder is van een middenstof met Âµr = 1. Er wordt een magneetveld aangelegd van 1,6 T dat in de tijd omwisselt van de ene naar de andere richting maar altijd evenwijdig loopt met de symmetrieas van de spoel. Een weerstand van 13 Ohm wordt op de spoel aangesloten. Geef de lading die door deze weerstand stroomt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 7 juni 2010 (WÃ¼bbenhorst dus) ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# RLC-keten met wisselspanning uitleggen&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen een zuivere halfgeleider en een gedopeerde halfgeleider? geef uitleg over de pn-junctie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# over een solenoïde met een L en een R die verbonden zijn aan een batterij. L, R en V waren gegeven en men vroeg de energie van de spoel op t= oneindig en vermogen dat de batterij moest leven&lt;br /&gt;
# ging over 2 stralen door glas met 2 verschillende n, met uiteindelijk de vraag: wat is het faseverschil van de 2 stralen aan het scherm achter het doorlopen van het glas?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 augustus 2009===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Bespreek Foucaultstromen&lt;br /&gt;
#Effectiefspanning en effectiefstroom uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
(Iemand aub?)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 augustus 2009===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leid een formule af voor de capaciteit van een vlakke en een cilindrische condensator&lt;br /&gt;
#Bespreek ferromagnetisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Een lading zit vast op een gegeven positie (x,y,z). Een andere lading beweegt van positie 1 (X1,Y1,Z1) naar 2 (X2,Y2,Z2). De ladingen zijn gegeven, de coordinaten ook. Hoeveel energie kost het om deze lading van positie 1 naar 2 te verplaatsen?&lt;br /&gt;
#Een oefening analoog aan weerkaatsing aan een zeepbel, of iets dergelijks. Opgave weet ik niet meer goed. (Iemand?)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2009===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
# Vergelijk de gelijkstroom RC- en LR-kring.&lt;br /&gt;
# Bespreek alle mogelijke polarisatietoestanden van EM-straling. Methoden om dit te bereiken hoeven niet besproken te worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# We beschouwen een niet geleidende plaat van grote afmetingen. Op de ene zijde staat een positieve oppervlaktelading, op de andere zijde een negatieve (getallen gegeven uiteraard). Een proton wordt op 1mm afstand van de plaat vanuit rust losgelaten. Wat is de snelheid op 2 mm van de plaat?&lt;br /&gt;
# Effectiefspanning berekenen adhv. een gegeven v(t)-curve.&lt;br /&gt;
:[[Bestand:driehoekspanning.gif]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2009===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
# LASER.&lt;br /&gt;
# Wederzijdse inductie en zelfinductie.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# ?&lt;br /&gt;
# ?&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
===12 juni 2009===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Geef de wet van Ampère voor stationaire stromen + voorbeeld. Leg uit welke aanpassing gedaan moet worden zodat deze wet ook geldig is voor tijdsafhankelijke stromen.&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe men oscillerende .. kunt krijgen in een LC-kring.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een puntlading q bevindt zich op een afstand x op de middelloodlijn van een niet geleidende draad (2l) waar een homogeen verdeelde lading Q op zit. Wat is de kracht dat deze puntlading ondervindt?&lt;br /&gt;
# Zender op hoogte 70m, lengte van 1km en een ontvanger op hoogte x. Wat is kleinste x waar een maximum van straling invalt. Houd rekening met de rechtstreekse stralen en de gereflecteerde stralen op water.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===8 jun 2009===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Leidt een formule af voor de capaciteit van een vlakke en een cilindrische condensator.&lt;br /&gt;
# Wat wordt er bedoeld met magnetisatie? Leg uit: relatieve permeabileit en magnetische susceptibiteit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Twee spoelen staan of vaste afstand van elkaar. Door de ene spoel loopt een stroom van 1A en de flux erdoor is 0.010Wb. Indien men nu een stroom van 2A door de tweede spoel stuurt, bedraagt de flux door de eerste spoel 0.012Wb.&lt;br /&gt;
#* Bereken de magnetische flux door de 2de spoel, gegeven dat de zelfinductie ervan gelijk is aan 0.003 (iets in die aard).&lt;br /&gt;
#* Bereken de wederzijdse inductiecoefficient.&lt;br /&gt;
#* Bereken de zelfinductie van de eerste spoel.&lt;br /&gt;
# Een radiogolf zendmast in punt B staat op 20km afstand van huis H. De intensiteit in H wordt gegeven door een gekende I[sup]0[/sup]. Op 100m afstand van mast B bouwt men een 2de mast A, die een hoek &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;&amp;amp;amp;\X\theta \widehat{B A H}&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; is 30Â° (geen idee hoeveel het juist was).&lt;br /&gt;
#* Bereken de intensiteit in H.&lt;br /&gt;
#:[[Bestand:ANII-8.6.2009-oef2.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===8 jun 2009===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek RC-filters.&lt;br /&gt;
# Bespreek diffractie bij een oneindig lange spleet en (beknopt) bij een rechthoekige spleet.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Twee RC-kringen gegeven, constructie van vanalle condensatoren in serie en parallel; V en R gegeven bij de ene kring; stroom door beide spanningsbronnen is gelijk; bereken Vx en R van de andere kring.&lt;br /&gt;
# Oneindig lange draad en in hetzelfde vlak evenwijdig ermee een vierkant. Bereken de wederzijdse inductiecoëfficiënt (afstand draad tot vierkant gegeven + lengte zijde vierkant).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 jun 2008===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek de beweging van een geladen deeltje in een magneetveld. Leg, bij wijze van voorbeeld, de werking uit van een massaspectrometer of van een cyclotron.&lt;br /&gt;
# Bespreek de mogelijke polarisatietoestanden van em-straling (niet de methodes om tot polarisatie te komen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Condensator ( C= 17 microF) wordt een een onbekende batterij geschakeld en volledig opgeladen. Dan losgekoppeld. Er is aan arbeid 18,5J nodig om een bijkomende lading van 13,0 mC van de ene plaat naar de andere te verplaatsen. Bepaal emk van de batterij.&lt;br /&gt;
# spoel met 100 windingen wordt rond een metalen cilinder gewikkeld met een doorsnede van 12 cmÂ² en mu r = 1. Er wordt een weerstand over de spoel geplaatste van 13 ohm. Er is een magneet veld die door de spoel loopt (parallel met de as). Dit magneetveld varieert gedurende een bepaalde tijd van 1,6T in de ene richting naar 1,6T in de andere richting. Hoeveel lading loopt er in die tijd door de weerstand.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 jun 2008===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek een geleider in elektrostatisch evenwicht.&lt;br /&gt;
# Bespreek hoe men een oscillerende ... kan maken in een LC-kring. (LC-kring uitleggen dus)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# 2 draden in tegengestelde stroomzin, stroom neemt lineair toe van 0 naar 100A in 7s, bereken emk in de lus tussen die draden &lt;br /&gt;
# een ongepolariseerd licht kan worden opgedeeld in een deel gepolariseerd en een deel ongepolariseerd, intensiteiten mag je optellen, een polarisator wordt 360Â° gedraaid, men merkt dat op een bepaald punt de intensiteit 5 keer groter is, hoeveel procent is maakt de gepolariseerde golf uit?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 jun 2008===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek de begrippen magnetisatie en magnetische susceptibiliteit.&lt;br /&gt;
# Bespreek de proef van Young.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# iets met een geleidende bol en daarrond een geleidende bolschil en dan een elektrisch veld gegeven en zo de lading op de bol berekenen. &lt;br /&gt;
#een kring gegeven met een X waarvan ge moet zeggen of het een condensator of weerstand of zelfinductie moet zijn, vergelijkingen van i en v gegeven. En dan ook nog zeggen of je de X kan vervangen door iets anders waardoor de amplitude hetzelfde blijft maar de i en v niet in fase zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 jun 2008===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil in elektrische geleiding bij zuivere halfgeleiders en gedopeerde halfgeleiders. Leg uit de werking van pn-junctie&lt;br /&gt;
# Bespreek de LRC-keten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# LC keten&lt;br /&gt;
# Fase verschil berekenen 2 gelijke golven die elk door een blokje gaan met andere lengte en brekingsindex&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===9 jun 2008===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek wet Biot-Savart en gebruik om magneetveld rond oneindig lange draad met stroom af te leiden.&lt;br /&gt;
# Leg uit wat een virtueel beeld is. Is het mogelijk om dit van een reëel voorwerp te bekomen bij een vlakke/holle/bolle spiegel. Onder welke omstandigheden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# De ruimte tussen een condensator is helemaal gevuld met water. Water heeft een dipoolmoment 6.10*10^-30 Cm. De molaire massa van water is 18. De dichtheid is 1g/cm^3. Water heeft een di-elektrische constante van 80.&lt;br /&gt;
#* bepaal de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid wanneer alle dipolen zich volgens E uitlijnen.&lt;br /&gt;
#* stel dat de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid 1/1000 is van die hierboven, wat is dan het elektrisch veld?&lt;br /&gt;
# In een RLC-kring is de frequentie 1.73kHz. De amplitude van de spanning over de weerstand, de amplitude van de spanning over de condensator, de amplitude van de inductie en de amplitude van de bronspanning zijn allen gelijk. R = 700 ohm. Bepaal L en C.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 jun 2007===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek magnetisch moment + richting van magnetisch moment in magneetveld&lt;br /&gt;
# Serie RLC keten bespreken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Stroom van 27A in begin, straal eerste cirkel R, straal tweede cirkel 2r, r = 0.1m, en bereken magnetische inductie in punt P. Draad overal even dik en overal even grote soortelijke weerstand&lt;br /&gt;
# Tweede is kurkje drijft op water, hoe lang moet de naald zijn opdat het zichtbaar is boven water. Brekingsindex water=1.33, lucht=1 Afmetingen staan erbij.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 jun 2007===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Leg uit: elektrische stroom, stroomdichtheid en leid de wet van Ohm af.&lt;br /&gt;
# De wet van Ampère afleiden voor stationaire stromen en vertellen wat ge aan de basisformule moet veranderen als de stromen tijdsafhankelijk worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Berekenen hoeveel lading er door een weerstand gaat die aangesloten is op een geleidende lus die altijd maar kleiner en kleiner wordt. Loodrecht op de lus heerst er een magnetische inductie.&lt;br /&gt;
# Een typisch optica-vraagstukje: je hebt een schilderijtje en wil dat vastleggen op een gevoelige plaat, met een bolle lens met brandpunt= + 5 cm. Hoe ver moet het schilderijtje van de lens en hoe ver moet de lens van de gevoelige plaat.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Ebalemans</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Algemene_Natuurkunde_II&amp;diff=2349</id>
		<title>Algemene Natuurkunde II</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Algemene_Natuurkunde_II&amp;diff=2349"/>
		<updated>2021-01-19T17:46:08Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Ebalemans: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Vervolgvak op Algemene natuurkunde I. Vanaf het academiejaar 2009-2010 gedoceerd door prof Wübbenhorst.(&#039;&#039;&#039;Let dus op, de oudere vragen komen van prof. Janssen&#039;&#039;&#039;)  Het is geen jaarvak meer, enkel examen in januari dus. Het betreft een mondeling examen met schriftelijke voorbereiding.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===19 januari 2021=== (versie 2)&lt;br /&gt;
#Wet van Faraday en wet van Lens. Oko transformator en Foucaultstromen uitleggen&lt;br /&gt;
#Polarisatietoestanden van em-straling en hoe je deze toestanden kan verkrijgen via absorptie, breking en weerkaating &lt;br /&gt;
#Twee bolschillen met lading q en -q, straal r1 en r2, bereken het potentiaalverschil en capaciteit.&lt;br /&gt;
#Solenoïde (zelfinductie en weerstand gegeven). Energie, vermogen, .. bepalen&lt;br /&gt;
===19 januari 2021 (versie 1) ===&lt;br /&gt;
#Beweging van een geladen deeltje in een magneetveld.&lt;br /&gt;
#*Leid de formule voor de straal af&lt;br /&gt;
#*Bespreek de massaspectrometer en cyclotron&lt;br /&gt;
#Straling van een zwart lichaam&lt;br /&gt;
#*Verklaar het spectrum met de verschuivingswet en de wet van Stefan-Boltzmann&lt;br /&gt;
#*Vergelijk het spectrum vergelijken met dat van de laser&lt;br /&gt;
#*Wat is het verband tussen emissiefactor en absorptiecoëfficiënt?&lt;br /&gt;
#We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 µm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor één van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje?&lt;br /&gt;
#De ruimte tussen de platen tussen een condensator wordt helemaal opgevuld met zuiver water (isolator). Het dipoolmoment van een watermolecule is 6.10x10-30Cm. Water heeft een dichtheid van 1.00g/cm³ en een molaire massa van 18g. De diëlektrische constante van water is 80. Het getal van Avogadro is 6.02x1023.&lt;br /&gt;
#*Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen zou kunnen worden dat alle elektrische dipolen perfect uitgelijnd zijn met het elektrisch veld. Wat zou dan de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid aan het wateroppervlak zijn?&lt;br /&gt;
#*Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen wordt, dat die geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid één duizendste bedraagt van de hierboven berekende waarde. Hoe groot is dan het elektrisch veld in de condensator?&lt;br /&gt;
===27 januari 2020 VM===&lt;br /&gt;
(Zelfde examen als 13 januari 2020)&lt;br /&gt;
#RLC-serieketen&lt;br /&gt;
#Geleiders, isolatoren, halfgeleiders: temperatuur afhankelijkheid van geleiders, halfgeleiders (intrinsiek en gedopeerd) + grafiek, energiebanden tekenen en uitleggen&lt;br /&gt;
#LR-serieketen: Magnetische energie berekenen na een lange tijd, vermogen bron berekenen,...&lt;br /&gt;
#Op 2 rechthoeken met bepaalde lengte en brekingsindex valt lichtstraal loodrecht in, berekenen het faseverschil van de lichtstralen op een scherm achter de rechthoeken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2020 NM===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Wet van Biot-Savart vergelijken met wet van Coulomb + magnetische inductie rond oneindig lange draad geven&lt;br /&gt;
# Straling van een zwart lichaam: welk spectrum, verklaar met de verschuivingswet en de wet van Boltzmann. Spectrum vergelijken met laser. Verband tussen emissie en absorptie coefficient van een zwart lichaam&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# We hebben twee verschillende stukken glas, met lengte l1 = 4 micrometer, l2 = 3,5 micrometer, n1 = 1,4, n2 = 1,6. Je stuurt er een lichtstraal loodrecht door met golflengte lambda = 600 nm. Ze komen in dezelfde fase toe op de stukken glas (loodrecht), en gaan dan door naar een scherm. Wat is het faseverschil tussen de twee golven wanneer ze op het scherm komen? *Opgave &amp;quot;twee verschillende stukken glas&amp;quot; foto: [https://drive.google.com/file/d/1D4mHHzrofEQRw_i-p8YRgNij7ulq--i1/view?usp=sharing]*&lt;br /&gt;
# Gegeven is een RC-kring met R=100 kOhm; C=9,40 ÂµF; en V(bron)=15,0 V. Na lang wachten (de condensator eerst helemaal laten opladen) verminderen we de afstand tussen condensatorplaten met 20%, in verwaarloosbaar tijdsinterval. a) Bereken potentiaalverschil over de condensator vlak voor (V1) en vlak na die verandering (V2). b) Bereken het potentiaalverschil over de condensator op lange tijd na de verandering (V3). c) Op welk tijdstip na de verandering zal de spanning over de weerstand gelijk zijn aan het gemiddelde van V2 en V3?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2020 VM===&lt;br /&gt;
#Wet van Biot-Savart vergelijken met wet van Coulomb (dus E(r) met B(r) vergelijken) en magnetische inductie rond oneindig lange draad geven&lt;br /&gt;
#Leg de temperatuursafhankelijkheid van de elektrische weerstand uit. NTC en PTC gedrag uitleggen. Normale metallische geleider vergelijken met een supergeleider. Bandenmodel voor kristalijne stoffen beschrijven. Kenmerken van een intrinsieke halfgeleider VS een gedopeerde halfgeleider en verklaar worden zoals meerheids- en minderheidsladingdragers. Beschrijf de temperatuursafhankelijkheid van intrinsieke en gedopeerde halfgeleiders aan de hand van een grafiek.&lt;br /&gt;
#Condensator (in een RC kring) waarvan de afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt&lt;br /&gt;
#Er zijn twee verschillende stukken glas, met lengte l1 = 4 micrometer, l2 = 3,5 micrometer, n1 = 1,4, n2 = 1,6. Je stuurt er een lichtstraal door met golflengte lambda = 600 nm. Ze komen in dezelfde fase toe op de stukken glas, loodrecht, en gaan dan door naar een scherm. Wat is het faseverschil tussen van de golven wanneer ze op het scherm komen (in graden)?&lt;br /&gt;
===16 januari 2020 NM===&lt;br /&gt;
#Beweging van een geladen deeltje in een magneetveld.&lt;br /&gt;
#* Leid de formule voor de straal af&lt;br /&gt;
#* Bespreek de massaspectrometer en cyclotron &lt;br /&gt;
#Straling van een zwart lichaam&lt;br /&gt;
#* Verklaar het spectrum met de verschuivingswet en de wet van Stefan-Boltzmann&lt;br /&gt;
#* Vergelijk het spectrum vergelijken met dat van de laser&lt;br /&gt;
#* Wat is het verband tussen emissiefactor en absorptiecoëfficiënt?&lt;br /&gt;
# We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 µm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor één van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje?&lt;br /&gt;
#De ruimte tussen de platen tussen een condensator wordt helemaal opgevuld met zuiver water (isolator). Het dipoolmoment van een watermolecule is 6.10x10-30Cm. Water heeft een dichtheid van 1.00g/cm³ en een molaire massa van 18g. De diëlektrische constante van water is 80. Het getal van Avogadro is 6.02x1023.&lt;br /&gt;
#* Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen zou kunnen worden dat alle elektrische dipolen perfect uitgelijnd zijn met het elektrisch veld. Wat zou dan de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid aan het wateroppervlak zijn?&lt;br /&gt;
#* Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen wordt, dat die geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid één duizendste bedraagt van de hierboven berekende waarde. Hoe groot is dan het elektrisch veld in de condensator?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 januari 2020 NM===&lt;br /&gt;
#zelfde examen als voormiddag&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 januari 2020 VM===&lt;br /&gt;
#RLC-serieketen&lt;br /&gt;
#Geleiders, isolatoren, halfgeleiders: temperatuur afhankelijkheid van geleiders, halfgeleiders (intrinsiek en gedopeerd) + grafiek, energiebanden tekenen en uitleggen&lt;br /&gt;
#LR-serieketen: Magnetische energie berekenen na een lange tijd, vermogen bron berekenen,...&lt;br /&gt;
#Op 2 rechthoeken met bepaalde lengte en brekingsindex valt lichtstraal loodrecht in, berekenen het faseverschil van de lichtstralen op een scherm achter de rechthoeken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 augustus 2019 VM===&lt;br /&gt;
#Beweging van een geladen deeltje in een magneetveld: formule voor straal afleiden en massaspectrometer en cyclotron uitleggen (met formules)&lt;br /&gt;
#Straling van een zwart lichaam: welk spectrum, verklaar met de verschuivingswet en de wet van Boltzmann. Spectrum vergelijken met laser. Verband tussen emissie en absorptie coefficient&lt;br /&gt;
#Condensator gevuld met water, bereken oppervlakte lading en E&lt;br /&gt;
#Dikte van een micaplaatje berekenen (proef van Young)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2019 NM===&lt;br /&gt;
#Beweging van een geladen deeltje in een magneetveld en massaspectrometer en cyclotron uitleggen (met formules)&lt;br /&gt;
#Straling van een zwart lichaam&lt;br /&gt;
#Condensator gevuld met water, bereken oppervlakte lading en E&lt;br /&gt;
#Dikte van een micaplaatje berekenen (proef van Young)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2019 VM===&lt;br /&gt;
#Wet van Faraday, Wet van Lenz, transformator uitleggen +Foucaultstromen&lt;br /&gt;
#Polarisatietoesten van em-straling + verstrooiing, absorptie, breking &lt;br /&gt;
#Twee bolschillen: potentiaalverschil R1 en R2 en capaciteit&lt;br /&gt;
#Solenoïde (zelfinductie en weerstand). Energie, vermogen, .. bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2019 NM===&lt;br /&gt;
#Wet van Biot-Savart vergelijken met wet van Coulomb, + magnetische inductie rond oneindig lange draad geven&lt;br /&gt;
#Straling van een zwart lichaam&lt;br /&gt;
#Condensator waarvan de afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt&lt;br /&gt;
#Er zijn twee verschillende stukken glas, met lengte l1 = 4 micrometer, l2 = 3,5 micrometer, n1 = 1,4, n2 = 1,6. Je stuurt er een lichtstraal door met golflengte lambda = 600 nm. Ze komen in dezelfde fase toe op de stukken glas, loodrecht, en gaan dan door naar een scherm. Wat is het faseverschil tussen de twee golven wanneer ze op het scherm komen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2019 VM===&lt;br /&gt;
#Bespreek de wet van Biot-Savart, leg de gelijkenissen en verschillen t.o.v. de wet van coulomb uit (B(r) en E(r) vergelijken).Leidt de magnetische inductie B(r) rond een oneindig lange draad of m.b.v. de wet van Biot-Savart.&lt;br /&gt;
#Leg de temperatuursafhankelijkheid van de elektrische weerstand uit. NTC en PTC gedrag uitleggen. Normale metallische geleider vergelijken met een supergeleider. Bandenmodel voor kristalijne stoffen beschrijven. Kenmerken van een intrinsieke halfgeleider VS een gedopeerde halfgeleider. meerheids- en minderheidsladingdrager uitleggen. Beschrijf de temperatuursafhankelijkheid van intrinsieke en gedopeerde halfgeleiders aan de hand van een grafiek.&lt;br /&gt;
#Condensator waarvan de afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt.&lt;br /&gt;
#Twee lichtstralen met golflengte 600 nm in de lucht zijn in fase wanneer ze invallen op twee rechthoekige stukjes glas. het eerste stuk heeft lengte=4µm en brekingsindex n=1,4 . Het tweede stuk heeft lengte=3,4µm en n=1,6. Achter de stukjes glas staat een scherm. wat is het faseverschil (in graden) waarmee ze aankomen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 januari 2019 NM===&lt;br /&gt;
#Wet van Faraday en Lens bespreken, transformator + toepassing, foucaultstromen&lt;br /&gt;
#Laser, straling van een zwart lichaam (bijvraag: grafiek tekenen I(lamda) (brede klokvorm voor zwart lichaam vs dunne voor laser)&lt;br /&gt;
#Twee bolschillen: potentiaal en capaciteit&lt;br /&gt;
#Twee glasplaatjes met verschillende lengte en n. bepaal het faseverschil van twee loodrechte stralen (initieel in fase)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 januari 2019 VM===&lt;br /&gt;
#Wet van Biot-Savart vergelijken met wet van Coulomb, + magnetische inductie rond oneindig lange draad geven&lt;br /&gt;
#straling van een zwart lichaam&lt;br /&gt;
#Dikte micaplaatje proef van Young&lt;br /&gt;
#Condensator waarvan de afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 augustus 2018===&lt;br /&gt;
#halfgeleiders + pn-juncite&lt;br /&gt;
#wet Biot-Savart toepassen op oneindig lange rechte draad&lt;br /&gt;
#condensator gevuld met water, oppervlakte lading en E berkekenen&lt;br /&gt;
#dikte miccaplaatje met proef van Young bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2018 vm===&lt;br /&gt;
Zelfde als 15 januari 2018&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2018 vm===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#De wet van Biot-Savart&lt;br /&gt;
#Verschil tussen intrinsieke en gedopeerde halfgeleider + pn-junctie&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#2 bolschillen met lading q en -q, straal r1 en r2, bereken het potentiaalverschil en capaciteit.&lt;br /&gt;
#er zijn twee verschillende stukken glas, met lengte l1 = 4 micrometer, l2 = 3,5 micrometer, n1 = 1,4, n2 = 1,6. Je stuurt er een lichtstraal door met golflengte lambda = 600 nm. Ze komen in dezelfde fase toe op de stukken glas, loodrecht, en gaan dan door naar een scherm. Wat is het faseverschil tussen de twee golven wanneer ze op het scherm komen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2018 vm===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zie examen 17 januari 2017&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Er werd ook nog gevraagd naar ferromagnetisme bij vraag 1&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2018 nm===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Beweging van een geladen deeltje in een magneetveld + massaspectrometer en cyclotron uitleggen&lt;br /&gt;
#RLC-keten uitleggen &lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 µm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor één van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje?&lt;br /&gt;
#De ruimte tussen de platen tussen een condensator wordt helemaal opgevuld met zuiver water. Het dipoolmoment van een watermolecule is 6.10x10^-30Cm. Water heeft een dichtheid van 1.00g/cm³ en een molaire massa van 18g. De diëlektrische constante van water is 80. Het getal van Avogadro is 6.02x10^23. &lt;br /&gt;
#* Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen zou kunnen worden dat alle elektrische dipolen perfect uitgelijnd zijn met het elektrisch veld. Wat zou dan de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid aan het wateroppervlak zijn? &lt;br /&gt;
#* Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen wordt, dat die geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid één duizendste bedraagt van de hierboven berekende waarde. Hoe groot is dan het elektrisch veld in de condensator?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2017 nm===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Polarisatie toestanden&lt;br /&gt;
#Gedopeerde halfgeleiders vs zuivere halfgeleiders en de PN-junctie&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#2 bolschillen. Potentiaal verschil en Electrisch veld berekenen van R naar oneindig.&lt;br /&gt;
#Solenoïde: magnetisch kracht na lange tijd en wanneer is deze half zo groot? (vermogen berekenen en hoeveel procent van het vermogen heeft het de 2e dan verbruikt)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2017 vm===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Rlc keten uitleggen&lt;br /&gt;
#Wet van ampere (tijdsafhankelijk en onafhankelijk)&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
#een bol met 2 stralen en een elektrisch veld waarvan de lading en de potentiaal berekend moeten worden &lt;br /&gt;
#de oefening met licht dat door een gat moet op een hoogte van 50mm, gat zelf is 10mm groot en staat op 30 cm van de bron, wat zijn de golflengtes die aankomen bij het gat?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2017 nm===&lt;br /&gt;
helemaal hetzelfde als de voormiddag&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2017 vm===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
#Halfgeleiders (+grafieken temperatuursafhankelijkheid van n-en p-types)&lt;br /&gt;
#Biot-savart (eindig en oneindig)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#2 bolschillen: potentiaalverschil en capaciteit berekenen&lt;br /&gt;
#2 stukjes glas met lichtstraal (zelfde golflengte) erdoor: faseverschil berekenen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2017===&lt;br /&gt;
Zie examen 18 januari 2016. &lt;br /&gt;
#Magnetisatie en magnetische suceptibiliteit&lt;br /&gt;
#LASER&lt;br /&gt;
Bijvragen bij de werking van de LASER: wat zijn de eigenschappen van laserlicht? Wat zorgt voor de overgang van niveau 2 naar niveau1?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen&lt;br /&gt;
#oefening van condensator waarvan afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt&lt;br /&gt;
#micaplaatje&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2017===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
#RLC-keten&lt;br /&gt;
#Beschrijf de beweging van een geladen deeltje in een magnetisch veld, cyclotron en massaspectrometer&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#mica&lt;br /&gt;
#water in condensator&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Magnetisatie en magnetische suceptibiliteit&lt;br /&gt;
#LASER&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#oef van condensator waarvan afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt&lt;br /&gt;
#oef van het mica plaatje met dikte tussen 6 en 7 micro meter&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2016 NM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Magnetisatie en magnetische suceptibiliteit&lt;br /&gt;
#LASER&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#oef van condensator waarvan afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt&lt;br /&gt;
#oef van het mica plaatje met dikte tussen 6 en 7 micro meter&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2016 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#laser&lt;br /&gt;
#magnetisatie en magnetische susceptibiliteit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#mica plaatje&lt;br /&gt;
#RC keten V1, V2 en V3 bepalen plus tijd waarop V het gemiddelde is van 2&amp;amp;amp;3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2016 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#zuivere vs gedopeerde halfgeleiders (nog iets extra, we moesten nog een grafiek geven die in de slides staan maar niet in het boek: elektrische geleiding ifv temperatuur, maja dat was gewoon een bijvraag) + pn-junctie&lt;br /&gt;
#Geef de wet van Biot Savart en pas dit toe op een oneindig lange stroomvoerende draad&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
#2 geleidende bolschillen met zelfde middelpunt, verschillende stralen (R1, R2, respectievelijk kleinste en grootste). Op de kleinste zit een lading q, op de grootste een lading -q. Bepaal het potentiaalverschil tussen R2 en R1. Bepaal ook de capaciteit van deze condensator.&lt;br /&gt;
#er zijn twee verschillende stukken glas, met lengte l1 = 4 micrometer, l2 = 3,5 micrometer, n1 = 1,4, n2 = 1,6. Je stuurt er een lichtstraal door met golflengte lambda = 600 nm. Ze komen in dezelfde fase toe op de stukken glas, loodrecht, en gaan dan door naar een scherm. Wat is het faseverschil tussen de twee golven wanneer ze op het scherm komen?&lt;br /&gt;
(check oefeningen van examen 10 juni 2011)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Wet van Ampère (uitbreiding) en daarbij ook de B rond een gesloten kromme.&lt;br /&gt;
#RLC uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Bol met bolschil errond en zo diffractie, door da scherm met 200 lijnen / mm en dan een vierkantje op het waarnemingsscherm. (welke golflengten gaan door da vierkantje?)&lt;br /&gt;
===16 januari 2015===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#magnetisatie&lt;br /&gt;
#LASER&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#RC-keten en V1,V2,V3 bepalen&lt;br /&gt;
#mica&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2015===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Wet van Ampère&lt;br /&gt;
#RLC in serie&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#een bol en een bolschil, elektrisch veld en stralen gegeven en dan moest je de lading en de potentiaal aan het opp van de bol berekenen&lt;br /&gt;
#spleet, berekenen welke golflengtes er in het vierkant vallen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2015===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
#zuivere vs gedopeerde halfgeleiders + pn-junctie &lt;br /&gt;
#de wet van Biot-Savart en de oneindige rechte geleider afleiden.&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
#bolvormige condensator (V + C berekenen)&lt;br /&gt;
#lichtstralen van dezelfde golflengte die door 2 glasblokjes gaan, faseverschil berekenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 januari 2015===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Beschrijf de beweging van een geladen deeltje in een magnetisch veld, cyclotron en massaspectrometer&lt;br /&gt;
#LRC-kring&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Water in condensator&lt;br /&gt;
#Micaplaatje&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2014 voormiddag===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Magnetisatie en magnetische susceptibiliteit.&lt;br /&gt;
#LASER&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen: exact zoals 10 juni 2013 (voormiddag)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2014 voormiddag ===&lt;br /&gt;
Exact hetzelfde examen als 14 juni 2013. Zelfs de oefeningen waren dezelfde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2013 namiddag ===&lt;br /&gt;
Exact hetzelfde examen als 10 juni 2013 namiddag. Zelfs de oefeningen waren dezelfde&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 juni 2013 (zowel voor- als namiddag!)===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Bespreek de beweging van een geladen deeltje in een magneetveld, plus uitleg cyclotron en massaspectrometer.&lt;br /&gt;
#Bespreek de RLC kring&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 Âµm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor één van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje?&lt;br /&gt;
#De ruimte tussen de platen tussen een condensator wordt helemaal opgevuld met zuiver water. Het dipoolmoment van een watermolecule is 6.10x10-30Cm. Water heeft een dichtheid van 1.00g/cmÂ³ en een molaire massa van 18g. De diëlektrische constante van water is 80. Het getal van Avogadro is 6.02x1023. &lt;br /&gt;
#* Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen zou kunnen worden dat alle elektrische dipolen perfect uitgelijnd zijn met het elektrisch veld. Wat zou dan de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid aan het wateroppervlak zijn? &lt;br /&gt;
#* Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen wordt, dat die geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid één duizendste bedraagt van de hierboven berekende waarde. Hoe groot is dan het elektrisch veld in de condensator?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2013 (zowel voor- als namiddag!)===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Leg uit, wet van Ampère zowel tijds als niet tijdsafhankelijk.&lt;br /&gt;
# Leg RLC kring uit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Gegeven een bol met een lading en daar rond een bolschil, samen zijn ze ongeladen maar elk apart bezitten ze een lading. Geef hiervoor de lading van de bol en zijn potentiaal aan zijn oppervlak. Gegeven zijn de stralen van de bollen en de grootte van het elektrische veld.&lt;br /&gt;
# Golflengten tussen 400 en 700nm worden op een diffractierooster gestuurd met 200 lijnen/mm. Waarnemingsscherm staat op 0.3m. Op dit scherm is op een afstand van 0.05m een gat geknipt, een vierkant met zijden 0.01m. Welke golflengten zullen door dit gat vallen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 10 juni 2013 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Geef de wet van Biot Savart en pas dit toe op een oneindig lange stroomvoerende draad&lt;br /&gt;
#Wat is een virtueel beeld? Kan je dat vormen met een vlakken spiegel? Holle spiegel? Bolle spiegel? Welke omstandigheden? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Dieje kubus (zie oude examenvragen)&lt;br /&gt;
#Iets met een RLC kring met uitzonderlijke omstandigheden, R gegeven, wat is de capaciteit en de inductie in de kring. Uitzondelijke omstandighede dus da de amplitude van uw weerstand = amplitude zelfinductie = amplitude condensator = amplitude van de bron, en ge had ook een frequentie gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 10 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek polarisatietechnieken (verstrooiing, dichroïsme etc...)&lt;br /&gt;
# Magnetisatie &amp;amp;amp; magnetische susceptibiliteit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Gegeven is een RC-kring met R=100 kOhm; C=9,40 ÂµF; en V(bron)=15,0 V. Na lang wachten (de condensator eerst helemaal laten opladen) verminderen we de afstand tussen condensatorplaten met 20%, in verwaarloosbaar tijdsinterval. &lt;br /&gt;
#*Bereken potentiaalverschil over de condensator vlak voor (V1) en vlak na die verandering (V2)&lt;br /&gt;
#*Bereken het potentiaalverschil over de condensator op lange tijd na de verandering (V3). &lt;br /&gt;
#*Op welk tijdstip na de verandering zal de spanning over de weerstand gelijk zijn aan het gemiddelde van V2 en V3?&lt;br /&gt;
#We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 Âµm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor één van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 juni 2012===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
# Wet van Ampere bespreken voor stationaire en niet stationaire stromen&lt;br /&gt;
# RLC kring bespreken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Er is een kubus gegeven met zijde a die in de oorsprong ligt van het xyz assenstelsel. Er is een elektrisch veld E_(=vector) = c*x*y*i_(i_ is de eenheidsvector) en c=844 N/(C*m^2). dit elektrisch veld is evenwijdig met de x-as. hoe groot moet zijde a zijn zodat de kubus 7nC bevat?&lt;br /&gt;
# ?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2012===&lt;br /&gt;
Exact dezelfde vragen als 27 juni 2011. Zelfs de waarden bij de oefeningen waren hetzelfde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 27 juni 2011===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Leg uit: magnetisatie en magnetische susceptibiliteit&lt;br /&gt;
# Bespreek de werking van een LASER&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Gegeven is een RC-kring met R=100 kOhm; C=9,40 ÂµF; en V(bron)=15,0 V. Na lang wachten (de condensator eerst helemaal laten opladen) verminderen we de afstand tussen condensatorplaten met 20%, in verwaarloosbaar tijdsinterval. a) Bereken potentiaalverschil over de condensator vlak voor (V1) en vlak na die verandering (V2). b) Bereken het potentiaalverschil over de condensator op lange tijd na de verandering (V3). c) Op welk tijdstip na de verandering zal de spanning over de weerstand gelijk zijn aan het gemiddelde van V2 en V3?&lt;br /&gt;
# We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 Âµm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor Ã©Ã©n van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2011 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek de beweging van een geladen deeltje in een magneetveld, plus uitleg cyclotron en massaspectrometer.&lt;br /&gt;
# Effectiefspanning uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 juni 2011 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Geef wet van Biot-Savart en leid af voor een oneindig lange stroomvoerende draad&lt;br /&gt;
# Wat zijn mogelijke polarisatietoestanden van EM-straling? (geen polarisatietechnieken)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een kring met een solenoïde met 35mH en een weerstand van 0,35 Ohm, aangesloten op een batterij van 12V. Wat is de magnetische energie die de batterij heeft na een lange tijd? Hoeveel vermogen moet het batterij dan nog leveren? Na hoeveel tijd is de energie half zo groot? Wa is dan het vermogen v.d. batterij en hoeveel procent vraagt het opwekken van magnetische arbeid dan?&lt;br /&gt;
# Een tweespleten systeem met lambda = 500nm, d = 0,150mm en a = 30,0Âµm. Hoe vaak komen maxima voor? (enzovoort)&lt;br /&gt;
=== 10 juni 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen een zuivere halfgeleider en een gedopeerde halfgeleider? geef uitleg over de pn-junctie.&lt;br /&gt;
# Leg uit wat een virtueel beeld is. Is het mogelijk om dit van een reëel voorwerp te bekomen bij een vlakke/holle/bolle spiegel. Onder welke omstandigheden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
# Er is een kubus gegeven met zijde a die in de oorsprong ligt van het xyz assenstelsel. Er is een elektrisch veld E_(=vector) = c*x*y*i_(i_ is de eenheidsvector) en c=844 N/(C*m^2). dit elektrisch veld is evenwijdig met de x-as. hoe groot moet zijde a zijn zodat de kubus 7nC bevat?&lt;br /&gt;
# Je hebt een wisselspanningskring gegeven met V0 = 30,0V; omega = 314rad/s; I0=620mA ;en v=V0sin(omega*t-pi/4) en i=-I0cos(omega*t-pi/4). In de kring zit alleen nog een element X.&lt;br /&gt;
* identificeer dit element volledig&lt;br /&gt;
* door welk ander element kan je dit vervangen zodat de stroomamplitude gelijk blijft(de fase mag verschillen) en identificeer dat element. Je moet er maar 1 geven maar er zijn er 2 mogelijk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 10 juni 2011 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek de RLC-keten waarop een wisselspanning is aangesloten&lt;br /&gt;
# Wet van Ampère uitleggen (stationair en niet-stationair) Hij zegt er ook bij dat het gaat om het magneetveld rond een gesloten kromme, dus juiste formule vinden niet moeilijk&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# 2 geleidende bolschillen met zelfde middelpunt, verschillende stralen (R1, R2, respectievelijk kleinste en grootste). Op de kleinste zit een lading q, op de grootste een lading -q. Bepaal het potentiaalverschil tussen R2 en R1. Bepaal ook de capaciteit van deze condensator.&lt;br /&gt;
# er zijn twee verschillende stukken glas, met lengte l1 = 4 micrometer, l2 = 3,5 micrometer, n1 = 1,4, n2 = 1,6. Je stuurt er een lichtstraal door met golflengte lambda = 600 nm. Ze komen in dezelfde fase toe op de stukken glas, loodrecht, en gaan dan door naar een scherm. Wat is het faseverschil tussen de twee golven wanneer ze op het scherm komen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Bespreek de beweging van een geladen deeltje in een magneetveld, plus uitleg cyclotron en massaspectrometer.&lt;br /&gt;
#Bespreek alle mogelijke polarisatie-toestanden van een EM-golf, manieren om polarisatie te bekomen niet beschrijven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Men laadt een condensator met een capaciteit 17mF volledig op en men koppelt hem dan los van de bron. Hierna is er een arbeid van 18,5 joule nodig om een extra lading van 13 mC van de ene plaat van de condensator naar de andere over te brengen. Wat was de EMK van de bron?&lt;br /&gt;
# Een spoel van 100 windingen wordt rond een cilinder gewikkeld met een doorsnede van 12 cmÂ². De cilinder is van een middenstof met Âµr = 1. Er wordt een magneetveld aangelegd van 1,6 T dat in de tijd omwisselt van de ene naar de andere richting maar altijd evenwijdig loopt met de symmetrieas van de spoel. Een weerstand van 13 Ohm wordt op de spoel aangesloten. Geef de lading die door deze weerstand stroomt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 7 juni 2010 (WÃ¼bbenhorst dus) ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# RLC-keten met wisselspanning uitleggen&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen een zuivere halfgeleider en een gedopeerde halfgeleider? geef uitleg over de pn-junctie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# over een solenoïde met een L en een R die verbonden zijn aan een batterij. L, R en V waren gegeven en men vroeg de energie van de spoel op t= oneindig en vermogen dat de batterij moest leven&lt;br /&gt;
# ging over 2 stralen door glas met 2 verschillende n, met uiteindelijk de vraag: wat is het faseverschil van de 2 stralen aan het scherm achter het doorlopen van het glas?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 augustus 2009===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Bespreek Foucaultstromen&lt;br /&gt;
#Effectiefspanning en effectiefstroom uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
(Iemand aub?)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 augustus 2009===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leid een formule af voor de capaciteit van een vlakke en een cilindrische condensator&lt;br /&gt;
#Bespreek ferromagnetisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Een lading zit vast op een gegeven positie (x,y,z). Een andere lading beweegt van positie 1 (X1,Y1,Z1) naar 2 (X2,Y2,Z2). De ladingen zijn gegeven, de coordinaten ook. Hoeveel energie kost het om deze lading van positie 1 naar 2 te verplaatsen?&lt;br /&gt;
#Een oefening analoog aan weerkaatsing aan een zeepbel, of iets dergelijks. Opgave weet ik niet meer goed. (Iemand?)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2009===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
# Vergelijk de gelijkstroom RC- en LR-kring.&lt;br /&gt;
# Bespreek alle mogelijke polarisatietoestanden van EM-straling. Methoden om dit te bereiken hoeven niet besproken te worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# We beschouwen een niet geleidende plaat van grote afmetingen. Op de ene zijde staat een positieve oppervlaktelading, op de andere zijde een negatieve (getallen gegeven uiteraard). Een proton wordt op 1mm afstand van de plaat vanuit rust losgelaten. Wat is de snelheid op 2 mm van de plaat?&lt;br /&gt;
# Effectiefspanning berekenen adhv. een gegeven v(t)-curve.&lt;br /&gt;
:[[Bestand:driehoekspanning.gif]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2009===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
# LASER.&lt;br /&gt;
# Wederzijdse inductie en zelfinductie.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# ?&lt;br /&gt;
# ?&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
===12 juni 2009===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Geef de wet van Ampère voor stationaire stromen + voorbeeld. Leg uit welke aanpassing gedaan moet worden zodat deze wet ook geldig is voor tijdsafhankelijke stromen.&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe men oscillerende .. kunt krijgen in een LC-kring.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een puntlading q bevindt zich op een afstand x op de middelloodlijn van een niet geleidende draad (2l) waar een homogeen verdeelde lading Q op zit. Wat is de kracht dat deze puntlading ondervindt?&lt;br /&gt;
# Zender op hoogte 70m, lengte van 1km en een ontvanger op hoogte x. Wat is kleinste x waar een maximum van straling invalt. Houd rekening met de rechtstreekse stralen en de gereflecteerde stralen op water.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===8 jun 2009===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Leidt een formule af voor de capaciteit van een vlakke en een cilindrische condensator.&lt;br /&gt;
# Wat wordt er bedoeld met magnetisatie? Leg uit: relatieve permeabileit en magnetische susceptibiteit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Twee spoelen staan of vaste afstand van elkaar. Door de ene spoel loopt een stroom van 1A en de flux erdoor is 0.010Wb. Indien men nu een stroom van 2A door de tweede spoel stuurt, bedraagt de flux door de eerste spoel 0.012Wb.&lt;br /&gt;
#* Bereken de magnetische flux door de 2de spoel, gegeven dat de zelfinductie ervan gelijk is aan 0.003 (iets in die aard).&lt;br /&gt;
#* Bereken de wederzijdse inductiecoefficient.&lt;br /&gt;
#* Bereken de zelfinductie van de eerste spoel.&lt;br /&gt;
# Een radiogolf zendmast in punt B staat op 20km afstand van huis H. De intensiteit in H wordt gegeven door een gekende I[sup]0[/sup]. Op 100m afstand van mast B bouwt men een 2de mast A, die een hoek &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;&amp;amp;amp;\X\theta \widehat{B A H}&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; is 30Â° (geen idee hoeveel het juist was).&lt;br /&gt;
#* Bereken de intensiteit in H.&lt;br /&gt;
#:[[Bestand:ANII-8.6.2009-oef2.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===8 jun 2009===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek RC-filters.&lt;br /&gt;
# Bespreek diffractie bij een oneindig lange spleet en (beknopt) bij een rechthoekige spleet.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Twee RC-kringen gegeven, constructie van vanalle condensatoren in serie en parallel; V en R gegeven bij de ene kring; stroom door beide spanningsbronnen is gelijk; bereken Vx en R van de andere kring.&lt;br /&gt;
# Oneindig lange draad en in hetzelfde vlak evenwijdig ermee een vierkant. Bereken de wederzijdse inductiecoëfficiënt (afstand draad tot vierkant gegeven + lengte zijde vierkant).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 jun 2008===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek de beweging van een geladen deeltje in een magneetveld. Leg, bij wijze van voorbeeld, de werking uit van een massaspectrometer of van een cyclotron.&lt;br /&gt;
# Bespreek de mogelijke polarisatietoestanden van em-straling (niet de methodes om tot polarisatie te komen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Condensator ( C= 17 microF) wordt een een onbekende batterij geschakeld en volledig opgeladen. Dan losgekoppeld. Er is aan arbeid 18,5J nodig om een bijkomende lading van 13,0 mC van de ene plaat naar de andere te verplaatsen. Bepaal emk van de batterij.&lt;br /&gt;
# spoel met 100 windingen wordt rond een metalen cilinder gewikkeld met een doorsnede van 12 cmÂ² en mu r = 1. Er wordt een weerstand over de spoel geplaatste van 13 ohm. Er is een magneet veld die door de spoel loopt (parallel met de as). Dit magneetveld varieert gedurende een bepaalde tijd van 1,6T in de ene richting naar 1,6T in de andere richting. Hoeveel lading loopt er in die tijd door de weerstand.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 jun 2008===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek een geleider in elektrostatisch evenwicht.&lt;br /&gt;
# Bespreek hoe men een oscillerende ... kan maken in een LC-kring. (LC-kring uitleggen dus)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# 2 draden in tegengestelde stroomzin, stroom neemt lineair toe van 0 naar 100A in 7s, bereken emk in de lus tussen die draden &lt;br /&gt;
# een ongepolariseerd licht kan worden opgedeeld in een deel gepolariseerd en een deel ongepolariseerd, intensiteiten mag je optellen, een polarisator wordt 360Â° gedraaid, men merkt dat op een bepaald punt de intensiteit 5 keer groter is, hoeveel procent is maakt de gepolariseerde golf uit?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 jun 2008===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek de begrippen magnetisatie en magnetische susceptibiliteit.&lt;br /&gt;
# Bespreek de proef van Young.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# iets met een geleidende bol en daarrond een geleidende bolschil en dan een elektrisch veld gegeven en zo de lading op de bol berekenen. &lt;br /&gt;
#een kring gegeven met een X waarvan ge moet zeggen of het een condensator of weerstand of zelfinductie moet zijn, vergelijkingen van i en v gegeven. En dan ook nog zeggen of je de X kan vervangen door iets anders waardoor de amplitude hetzelfde blijft maar de i en v niet in fase zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 jun 2008===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil in elektrische geleiding bij zuivere halfgeleiders en gedopeerde halfgeleiders. Leg uit de werking van pn-junctie&lt;br /&gt;
# Bespreek de LRC-keten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# LC keten&lt;br /&gt;
# Fase verschil berekenen 2 gelijke golven die elk door een blokje gaan met andere lengte en brekingsindex&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===9 jun 2008===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek wet Biot-Savart en gebruik om magneetveld rond oneindig lange draad met stroom af te leiden.&lt;br /&gt;
# Leg uit wat een virtueel beeld is. Is het mogelijk om dit van een reëel voorwerp te bekomen bij een vlakke/holle/bolle spiegel. Onder welke omstandigheden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# De ruimte tussen een condensator is helemaal gevuld met water. Water heeft een dipoolmoment 6.10*10^-30 Cm. De molaire massa van water is 18. De dichtheid is 1g/cm^3. Water heeft een di-elektrische constante van 80.&lt;br /&gt;
#* bepaal de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid wanneer alle dipolen zich volgens E uitlijnen.&lt;br /&gt;
#* stel dat de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid 1/1000 is van die hierboven, wat is dan het elektrisch veld?&lt;br /&gt;
# In een RLC-kring is de frequentie 1.73kHz. De amplitude van de spanning over de weerstand, de amplitude van de spanning over de condensator, de amplitude van de inductie en de amplitude van de bronspanning zijn allen gelijk. R = 700 ohm. Bepaal L en C.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 jun 2007===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek magnetisch moment + richting van magnetisch moment in magneetveld&lt;br /&gt;
# Serie RLC keten bespreken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Stroom van 27A in begin, straal eerste cirkel R, straal tweede cirkel 2r, r = 0.1m, en bereken magnetische inductie in punt P. Draad overal even dik en overal even grote soortelijke weerstand&lt;br /&gt;
# Tweede is kurkje drijft op water, hoe lang moet de naald zijn opdat het zichtbaar is boven water. Brekingsindex water=1.33, lucht=1 Afmetingen staan erbij.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 jun 2007===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Leg uit: elektrische stroom, stroomdichtheid en leid de wet van Ohm af.&lt;br /&gt;
# De wet van Ampère afleiden voor stationaire stromen en vertellen wat ge aan de basisformule moet veranderen als de stromen tijdsafhankelijk worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Berekenen hoeveel lading er door een weerstand gaat die aangesloten is op een geleidende lus die altijd maar kleiner en kleiner wordt. Loodrecht op de lus heerst er een magnetische inductie.&lt;br /&gt;
# Een typisch optica-vraagstukje: je hebt een schilderijtje en wil dat vastleggen op een gevoelige plaat, met een bolle lens met brandpunt= + 5 cm. Hoe ver moet het schilderijtje van de lens en hoe ver moet de lens van de gevoelige plaat.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Ebalemans</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Algemene_Natuurkunde_II&amp;diff=2348</id>
		<title>Algemene Natuurkunde II</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Algemene_Natuurkunde_II&amp;diff=2348"/>
		<updated>2021-01-19T17:45:53Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Ebalemans: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Vervolgvak op Algemene natuurkunde I. Vanaf het academiejaar 2009-2010 gedoceerd door prof Wübbenhorst.(&#039;&#039;&#039;Let dus op, de oudere vragen komen van prof. Janssen&#039;&#039;&#039;)  Het is geen jaarvak meer, enkel examen in januari dus. Het betreft een mondeling examen met schriftelijke voorbereiding.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===19 januari 2021 (versie 2)&lt;br /&gt;
#Wet van Faraday en wet van Lens. Oko transformator en Foucaultstromen uitleggen&lt;br /&gt;
#Polarisatietoestanden van em-straling en hoe je deze toestanden kan verkrijgen via absorptie, breking en weerkaating &lt;br /&gt;
#Twee bolschillen met lading q en -q, straal r1 en r2, bereken het potentiaalverschil en capaciteit.&lt;br /&gt;
#Solenoïde (zelfinductie en weerstand gegeven). Energie, vermogen, .. bepalen&lt;br /&gt;
===19 januari 2021 (versie 1) ===&lt;br /&gt;
#Beweging van een geladen deeltje in een magneetveld.&lt;br /&gt;
#*Leid de formule voor de straal af&lt;br /&gt;
#*Bespreek de massaspectrometer en cyclotron&lt;br /&gt;
#Straling van een zwart lichaam&lt;br /&gt;
#*Verklaar het spectrum met de verschuivingswet en de wet van Stefan-Boltzmann&lt;br /&gt;
#*Vergelijk het spectrum vergelijken met dat van de laser&lt;br /&gt;
#*Wat is het verband tussen emissiefactor en absorptiecoëfficiënt?&lt;br /&gt;
#We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 µm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor één van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje?&lt;br /&gt;
#De ruimte tussen de platen tussen een condensator wordt helemaal opgevuld met zuiver water (isolator). Het dipoolmoment van een watermolecule is 6.10x10-30Cm. Water heeft een dichtheid van 1.00g/cm³ en een molaire massa van 18g. De diëlektrische constante van water is 80. Het getal van Avogadro is 6.02x1023.&lt;br /&gt;
#*Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen zou kunnen worden dat alle elektrische dipolen perfect uitgelijnd zijn met het elektrisch veld. Wat zou dan de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid aan het wateroppervlak zijn?&lt;br /&gt;
#*Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen wordt, dat die geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid één duizendste bedraagt van de hierboven berekende waarde. Hoe groot is dan het elektrisch veld in de condensator?&lt;br /&gt;
===27 januari 2020 VM===&lt;br /&gt;
(Zelfde examen als 13 januari 2020)&lt;br /&gt;
#RLC-serieketen&lt;br /&gt;
#Geleiders, isolatoren, halfgeleiders: temperatuur afhankelijkheid van geleiders, halfgeleiders (intrinsiek en gedopeerd) + grafiek, energiebanden tekenen en uitleggen&lt;br /&gt;
#LR-serieketen: Magnetische energie berekenen na een lange tijd, vermogen bron berekenen,...&lt;br /&gt;
#Op 2 rechthoeken met bepaalde lengte en brekingsindex valt lichtstraal loodrecht in, berekenen het faseverschil van de lichtstralen op een scherm achter de rechthoeken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2020 NM===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Wet van Biot-Savart vergelijken met wet van Coulomb + magnetische inductie rond oneindig lange draad geven&lt;br /&gt;
# Straling van een zwart lichaam: welk spectrum, verklaar met de verschuivingswet en de wet van Boltzmann. Spectrum vergelijken met laser. Verband tussen emissie en absorptie coefficient van een zwart lichaam&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# We hebben twee verschillende stukken glas, met lengte l1 = 4 micrometer, l2 = 3,5 micrometer, n1 = 1,4, n2 = 1,6. Je stuurt er een lichtstraal loodrecht door met golflengte lambda = 600 nm. Ze komen in dezelfde fase toe op de stukken glas (loodrecht), en gaan dan door naar een scherm. Wat is het faseverschil tussen de twee golven wanneer ze op het scherm komen? *Opgave &amp;quot;twee verschillende stukken glas&amp;quot; foto: [https://drive.google.com/file/d/1D4mHHzrofEQRw_i-p8YRgNij7ulq--i1/view?usp=sharing]*&lt;br /&gt;
# Gegeven is een RC-kring met R=100 kOhm; C=9,40 ÂµF; en V(bron)=15,0 V. Na lang wachten (de condensator eerst helemaal laten opladen) verminderen we de afstand tussen condensatorplaten met 20%, in verwaarloosbaar tijdsinterval. a) Bereken potentiaalverschil over de condensator vlak voor (V1) en vlak na die verandering (V2). b) Bereken het potentiaalverschil over de condensator op lange tijd na de verandering (V3). c) Op welk tijdstip na de verandering zal de spanning over de weerstand gelijk zijn aan het gemiddelde van V2 en V3?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2020 VM===&lt;br /&gt;
#Wet van Biot-Savart vergelijken met wet van Coulomb (dus E(r) met B(r) vergelijken) en magnetische inductie rond oneindig lange draad geven&lt;br /&gt;
#Leg de temperatuursafhankelijkheid van de elektrische weerstand uit. NTC en PTC gedrag uitleggen. Normale metallische geleider vergelijken met een supergeleider. Bandenmodel voor kristalijne stoffen beschrijven. Kenmerken van een intrinsieke halfgeleider VS een gedopeerde halfgeleider en verklaar worden zoals meerheids- en minderheidsladingdragers. Beschrijf de temperatuursafhankelijkheid van intrinsieke en gedopeerde halfgeleiders aan de hand van een grafiek.&lt;br /&gt;
#Condensator (in een RC kring) waarvan de afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt&lt;br /&gt;
#Er zijn twee verschillende stukken glas, met lengte l1 = 4 micrometer, l2 = 3,5 micrometer, n1 = 1,4, n2 = 1,6. Je stuurt er een lichtstraal door met golflengte lambda = 600 nm. Ze komen in dezelfde fase toe op de stukken glas, loodrecht, en gaan dan door naar een scherm. Wat is het faseverschil tussen van de golven wanneer ze op het scherm komen (in graden)?&lt;br /&gt;
===16 januari 2020 NM===&lt;br /&gt;
#Beweging van een geladen deeltje in een magneetveld.&lt;br /&gt;
#* Leid de formule voor de straal af&lt;br /&gt;
#* Bespreek de massaspectrometer en cyclotron &lt;br /&gt;
#Straling van een zwart lichaam&lt;br /&gt;
#* Verklaar het spectrum met de verschuivingswet en de wet van Stefan-Boltzmann&lt;br /&gt;
#* Vergelijk het spectrum vergelijken met dat van de laser&lt;br /&gt;
#* Wat is het verband tussen emissiefactor en absorptiecoëfficiënt?&lt;br /&gt;
# We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 µm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor één van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje?&lt;br /&gt;
#De ruimte tussen de platen tussen een condensator wordt helemaal opgevuld met zuiver water (isolator). Het dipoolmoment van een watermolecule is 6.10x10-30Cm. Water heeft een dichtheid van 1.00g/cm³ en een molaire massa van 18g. De diëlektrische constante van water is 80. Het getal van Avogadro is 6.02x1023.&lt;br /&gt;
#* Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen zou kunnen worden dat alle elektrische dipolen perfect uitgelijnd zijn met het elektrisch veld. Wat zou dan de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid aan het wateroppervlak zijn?&lt;br /&gt;
#* Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen wordt, dat die geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid één duizendste bedraagt van de hierboven berekende waarde. Hoe groot is dan het elektrisch veld in de condensator?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 januari 2020 NM===&lt;br /&gt;
#zelfde examen als voormiddag&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 januari 2020 VM===&lt;br /&gt;
#RLC-serieketen&lt;br /&gt;
#Geleiders, isolatoren, halfgeleiders: temperatuur afhankelijkheid van geleiders, halfgeleiders (intrinsiek en gedopeerd) + grafiek, energiebanden tekenen en uitleggen&lt;br /&gt;
#LR-serieketen: Magnetische energie berekenen na een lange tijd, vermogen bron berekenen,...&lt;br /&gt;
#Op 2 rechthoeken met bepaalde lengte en brekingsindex valt lichtstraal loodrecht in, berekenen het faseverschil van de lichtstralen op een scherm achter de rechthoeken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 augustus 2019 VM===&lt;br /&gt;
#Beweging van een geladen deeltje in een magneetveld: formule voor straal afleiden en massaspectrometer en cyclotron uitleggen (met formules)&lt;br /&gt;
#Straling van een zwart lichaam: welk spectrum, verklaar met de verschuivingswet en de wet van Boltzmann. Spectrum vergelijken met laser. Verband tussen emissie en absorptie coefficient&lt;br /&gt;
#Condensator gevuld met water, bereken oppervlakte lading en E&lt;br /&gt;
#Dikte van een micaplaatje berekenen (proef van Young)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2019 NM===&lt;br /&gt;
#Beweging van een geladen deeltje in een magneetveld en massaspectrometer en cyclotron uitleggen (met formules)&lt;br /&gt;
#Straling van een zwart lichaam&lt;br /&gt;
#Condensator gevuld met water, bereken oppervlakte lading en E&lt;br /&gt;
#Dikte van een micaplaatje berekenen (proef van Young)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2019 VM===&lt;br /&gt;
#Wet van Faraday, Wet van Lenz, transformator uitleggen +Foucaultstromen&lt;br /&gt;
#Polarisatietoesten van em-straling + verstrooiing, absorptie, breking &lt;br /&gt;
#Twee bolschillen: potentiaalverschil R1 en R2 en capaciteit&lt;br /&gt;
#Solenoïde (zelfinductie en weerstand). Energie, vermogen, .. bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2019 NM===&lt;br /&gt;
#Wet van Biot-Savart vergelijken met wet van Coulomb, + magnetische inductie rond oneindig lange draad geven&lt;br /&gt;
#Straling van een zwart lichaam&lt;br /&gt;
#Condensator waarvan de afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt&lt;br /&gt;
#Er zijn twee verschillende stukken glas, met lengte l1 = 4 micrometer, l2 = 3,5 micrometer, n1 = 1,4, n2 = 1,6. Je stuurt er een lichtstraal door met golflengte lambda = 600 nm. Ze komen in dezelfde fase toe op de stukken glas, loodrecht, en gaan dan door naar een scherm. Wat is het faseverschil tussen de twee golven wanneer ze op het scherm komen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2019 VM===&lt;br /&gt;
#Bespreek de wet van Biot-Savart, leg de gelijkenissen en verschillen t.o.v. de wet van coulomb uit (B(r) en E(r) vergelijken).Leidt de magnetische inductie B(r) rond een oneindig lange draad of m.b.v. de wet van Biot-Savart.&lt;br /&gt;
#Leg de temperatuursafhankelijkheid van de elektrische weerstand uit. NTC en PTC gedrag uitleggen. Normale metallische geleider vergelijken met een supergeleider. Bandenmodel voor kristalijne stoffen beschrijven. Kenmerken van een intrinsieke halfgeleider VS een gedopeerde halfgeleider. meerheids- en minderheidsladingdrager uitleggen. Beschrijf de temperatuursafhankelijkheid van intrinsieke en gedopeerde halfgeleiders aan de hand van een grafiek.&lt;br /&gt;
#Condensator waarvan de afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt.&lt;br /&gt;
#Twee lichtstralen met golflengte 600 nm in de lucht zijn in fase wanneer ze invallen op twee rechthoekige stukjes glas. het eerste stuk heeft lengte=4µm en brekingsindex n=1,4 . Het tweede stuk heeft lengte=3,4µm en n=1,6. Achter de stukjes glas staat een scherm. wat is het faseverschil (in graden) waarmee ze aankomen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 januari 2019 NM===&lt;br /&gt;
#Wet van Faraday en Lens bespreken, transformator + toepassing, foucaultstromen&lt;br /&gt;
#Laser, straling van een zwart lichaam (bijvraag: grafiek tekenen I(lamda) (brede klokvorm voor zwart lichaam vs dunne voor laser)&lt;br /&gt;
#Twee bolschillen: potentiaal en capaciteit&lt;br /&gt;
#Twee glasplaatjes met verschillende lengte en n. bepaal het faseverschil van twee loodrechte stralen (initieel in fase)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 januari 2019 VM===&lt;br /&gt;
#Wet van Biot-Savart vergelijken met wet van Coulomb, + magnetische inductie rond oneindig lange draad geven&lt;br /&gt;
#straling van een zwart lichaam&lt;br /&gt;
#Dikte micaplaatje proef van Young&lt;br /&gt;
#Condensator waarvan de afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 augustus 2018===&lt;br /&gt;
#halfgeleiders + pn-juncite&lt;br /&gt;
#wet Biot-Savart toepassen op oneindig lange rechte draad&lt;br /&gt;
#condensator gevuld met water, oppervlakte lading en E berkekenen&lt;br /&gt;
#dikte miccaplaatje met proef van Young bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2018 vm===&lt;br /&gt;
Zelfde als 15 januari 2018&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2018 vm===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#De wet van Biot-Savart&lt;br /&gt;
#Verschil tussen intrinsieke en gedopeerde halfgeleider + pn-junctie&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#2 bolschillen met lading q en -q, straal r1 en r2, bereken het potentiaalverschil en capaciteit.&lt;br /&gt;
#er zijn twee verschillende stukken glas, met lengte l1 = 4 micrometer, l2 = 3,5 micrometer, n1 = 1,4, n2 = 1,6. Je stuurt er een lichtstraal door met golflengte lambda = 600 nm. Ze komen in dezelfde fase toe op de stukken glas, loodrecht, en gaan dan door naar een scherm. Wat is het faseverschil tussen de twee golven wanneer ze op het scherm komen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2018 vm===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zie examen 17 januari 2017&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Er werd ook nog gevraagd naar ferromagnetisme bij vraag 1&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2018 nm===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Beweging van een geladen deeltje in een magneetveld + massaspectrometer en cyclotron uitleggen&lt;br /&gt;
#RLC-keten uitleggen &lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 µm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor één van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje?&lt;br /&gt;
#De ruimte tussen de platen tussen een condensator wordt helemaal opgevuld met zuiver water. Het dipoolmoment van een watermolecule is 6.10x10^-30Cm. Water heeft een dichtheid van 1.00g/cm³ en een molaire massa van 18g. De diëlektrische constante van water is 80. Het getal van Avogadro is 6.02x10^23. &lt;br /&gt;
#* Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen zou kunnen worden dat alle elektrische dipolen perfect uitgelijnd zijn met het elektrisch veld. Wat zou dan de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid aan het wateroppervlak zijn? &lt;br /&gt;
#* Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen wordt, dat die geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid één duizendste bedraagt van de hierboven berekende waarde. Hoe groot is dan het elektrisch veld in de condensator?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2017 nm===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Polarisatie toestanden&lt;br /&gt;
#Gedopeerde halfgeleiders vs zuivere halfgeleiders en de PN-junctie&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#2 bolschillen. Potentiaal verschil en Electrisch veld berekenen van R naar oneindig.&lt;br /&gt;
#Solenoïde: magnetisch kracht na lange tijd en wanneer is deze half zo groot? (vermogen berekenen en hoeveel procent van het vermogen heeft het de 2e dan verbruikt)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2017 vm===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Rlc keten uitleggen&lt;br /&gt;
#Wet van ampere (tijdsafhankelijk en onafhankelijk)&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
#een bol met 2 stralen en een elektrisch veld waarvan de lading en de potentiaal berekend moeten worden &lt;br /&gt;
#de oefening met licht dat door een gat moet op een hoogte van 50mm, gat zelf is 10mm groot en staat op 30 cm van de bron, wat zijn de golflengtes die aankomen bij het gat?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2017 nm===&lt;br /&gt;
helemaal hetzelfde als de voormiddag&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2017 vm===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
#Halfgeleiders (+grafieken temperatuursafhankelijkheid van n-en p-types)&lt;br /&gt;
#Biot-savart (eindig en oneindig)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#2 bolschillen: potentiaalverschil en capaciteit berekenen&lt;br /&gt;
#2 stukjes glas met lichtstraal (zelfde golflengte) erdoor: faseverschil berekenen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2017===&lt;br /&gt;
Zie examen 18 januari 2016. &lt;br /&gt;
#Magnetisatie en magnetische suceptibiliteit&lt;br /&gt;
#LASER&lt;br /&gt;
Bijvragen bij de werking van de LASER: wat zijn de eigenschappen van laserlicht? Wat zorgt voor de overgang van niveau 2 naar niveau1?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen&lt;br /&gt;
#oefening van condensator waarvan afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt&lt;br /&gt;
#micaplaatje&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2017===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
#RLC-keten&lt;br /&gt;
#Beschrijf de beweging van een geladen deeltje in een magnetisch veld, cyclotron en massaspectrometer&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#mica&lt;br /&gt;
#water in condensator&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Magnetisatie en magnetische suceptibiliteit&lt;br /&gt;
#LASER&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#oef van condensator waarvan afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt&lt;br /&gt;
#oef van het mica plaatje met dikte tussen 6 en 7 micro meter&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2016 NM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Magnetisatie en magnetische suceptibiliteit&lt;br /&gt;
#LASER&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#oef van condensator waarvan afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt&lt;br /&gt;
#oef van het mica plaatje met dikte tussen 6 en 7 micro meter&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2016 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#laser&lt;br /&gt;
#magnetisatie en magnetische susceptibiliteit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#mica plaatje&lt;br /&gt;
#RC keten V1, V2 en V3 bepalen plus tijd waarop V het gemiddelde is van 2&amp;amp;amp;3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2016 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#zuivere vs gedopeerde halfgeleiders (nog iets extra, we moesten nog een grafiek geven die in de slides staan maar niet in het boek: elektrische geleiding ifv temperatuur, maja dat was gewoon een bijvraag) + pn-junctie&lt;br /&gt;
#Geef de wet van Biot Savart en pas dit toe op een oneindig lange stroomvoerende draad&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
#2 geleidende bolschillen met zelfde middelpunt, verschillende stralen (R1, R2, respectievelijk kleinste en grootste). Op de kleinste zit een lading q, op de grootste een lading -q. Bepaal het potentiaalverschil tussen R2 en R1. Bepaal ook de capaciteit van deze condensator.&lt;br /&gt;
#er zijn twee verschillende stukken glas, met lengte l1 = 4 micrometer, l2 = 3,5 micrometer, n1 = 1,4, n2 = 1,6. Je stuurt er een lichtstraal door met golflengte lambda = 600 nm. Ze komen in dezelfde fase toe op de stukken glas, loodrecht, en gaan dan door naar een scherm. Wat is het faseverschil tussen de twee golven wanneer ze op het scherm komen?&lt;br /&gt;
(check oefeningen van examen 10 juni 2011)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Wet van Ampère (uitbreiding) en daarbij ook de B rond een gesloten kromme.&lt;br /&gt;
#RLC uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Bol met bolschil errond en zo diffractie, door da scherm met 200 lijnen / mm en dan een vierkantje op het waarnemingsscherm. (welke golflengten gaan door da vierkantje?)&lt;br /&gt;
===16 januari 2015===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#magnetisatie&lt;br /&gt;
#LASER&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#RC-keten en V1,V2,V3 bepalen&lt;br /&gt;
#mica&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2015===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Wet van Ampère&lt;br /&gt;
#RLC in serie&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#een bol en een bolschil, elektrisch veld en stralen gegeven en dan moest je de lading en de potentiaal aan het opp van de bol berekenen&lt;br /&gt;
#spleet, berekenen welke golflengtes er in het vierkant vallen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2015===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
#zuivere vs gedopeerde halfgeleiders + pn-junctie &lt;br /&gt;
#de wet van Biot-Savart en de oneindige rechte geleider afleiden.&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
#bolvormige condensator (V + C berekenen)&lt;br /&gt;
#lichtstralen van dezelfde golflengte die door 2 glasblokjes gaan, faseverschil berekenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 januari 2015===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Beschrijf de beweging van een geladen deeltje in een magnetisch veld, cyclotron en massaspectrometer&lt;br /&gt;
#LRC-kring&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Water in condensator&lt;br /&gt;
#Micaplaatje&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2014 voormiddag===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Magnetisatie en magnetische susceptibiliteit.&lt;br /&gt;
#LASER&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen: exact zoals 10 juni 2013 (voormiddag)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2014 voormiddag ===&lt;br /&gt;
Exact hetzelfde examen als 14 juni 2013. Zelfs de oefeningen waren dezelfde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2013 namiddag ===&lt;br /&gt;
Exact hetzelfde examen als 10 juni 2013 namiddag. Zelfs de oefeningen waren dezelfde&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 juni 2013 (zowel voor- als namiddag!)===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Bespreek de beweging van een geladen deeltje in een magneetveld, plus uitleg cyclotron en massaspectrometer.&lt;br /&gt;
#Bespreek de RLC kring&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 Âµm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor één van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje?&lt;br /&gt;
#De ruimte tussen de platen tussen een condensator wordt helemaal opgevuld met zuiver water. Het dipoolmoment van een watermolecule is 6.10x10-30Cm. Water heeft een dichtheid van 1.00g/cmÂ³ en een molaire massa van 18g. De diëlektrische constante van water is 80. Het getal van Avogadro is 6.02x1023. &lt;br /&gt;
#* Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen zou kunnen worden dat alle elektrische dipolen perfect uitgelijnd zijn met het elektrisch veld. Wat zou dan de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid aan het wateroppervlak zijn? &lt;br /&gt;
#* Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen wordt, dat die geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid één duizendste bedraagt van de hierboven berekende waarde. Hoe groot is dan het elektrisch veld in de condensator?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2013 (zowel voor- als namiddag!)===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Leg uit, wet van Ampère zowel tijds als niet tijdsafhankelijk.&lt;br /&gt;
# Leg RLC kring uit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Gegeven een bol met een lading en daar rond een bolschil, samen zijn ze ongeladen maar elk apart bezitten ze een lading. Geef hiervoor de lading van de bol en zijn potentiaal aan zijn oppervlak. Gegeven zijn de stralen van de bollen en de grootte van het elektrische veld.&lt;br /&gt;
# Golflengten tussen 400 en 700nm worden op een diffractierooster gestuurd met 200 lijnen/mm. Waarnemingsscherm staat op 0.3m. Op dit scherm is op een afstand van 0.05m een gat geknipt, een vierkant met zijden 0.01m. Welke golflengten zullen door dit gat vallen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 10 juni 2013 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Geef de wet van Biot Savart en pas dit toe op een oneindig lange stroomvoerende draad&lt;br /&gt;
#Wat is een virtueel beeld? Kan je dat vormen met een vlakken spiegel? Holle spiegel? Bolle spiegel? Welke omstandigheden? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Dieje kubus (zie oude examenvragen)&lt;br /&gt;
#Iets met een RLC kring met uitzonderlijke omstandigheden, R gegeven, wat is de capaciteit en de inductie in de kring. Uitzondelijke omstandighede dus da de amplitude van uw weerstand = amplitude zelfinductie = amplitude condensator = amplitude van de bron, en ge had ook een frequentie gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 10 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek polarisatietechnieken (verstrooiing, dichroïsme etc...)&lt;br /&gt;
# Magnetisatie &amp;amp;amp; magnetische susceptibiliteit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Gegeven is een RC-kring met R=100 kOhm; C=9,40 ÂµF; en V(bron)=15,0 V. Na lang wachten (de condensator eerst helemaal laten opladen) verminderen we de afstand tussen condensatorplaten met 20%, in verwaarloosbaar tijdsinterval. &lt;br /&gt;
#*Bereken potentiaalverschil over de condensator vlak voor (V1) en vlak na die verandering (V2)&lt;br /&gt;
#*Bereken het potentiaalverschil over de condensator op lange tijd na de verandering (V3). &lt;br /&gt;
#*Op welk tijdstip na de verandering zal de spanning over de weerstand gelijk zijn aan het gemiddelde van V2 en V3?&lt;br /&gt;
#We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 Âµm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor één van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 juni 2012===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
# Wet van Ampere bespreken voor stationaire en niet stationaire stromen&lt;br /&gt;
# RLC kring bespreken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Er is een kubus gegeven met zijde a die in de oorsprong ligt van het xyz assenstelsel. Er is een elektrisch veld E_(=vector) = c*x*y*i_(i_ is de eenheidsvector) en c=844 N/(C*m^2). dit elektrisch veld is evenwijdig met de x-as. hoe groot moet zijde a zijn zodat de kubus 7nC bevat?&lt;br /&gt;
# ?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2012===&lt;br /&gt;
Exact dezelfde vragen als 27 juni 2011. Zelfs de waarden bij de oefeningen waren hetzelfde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 27 juni 2011===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Leg uit: magnetisatie en magnetische susceptibiliteit&lt;br /&gt;
# Bespreek de werking van een LASER&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Gegeven is een RC-kring met R=100 kOhm; C=9,40 ÂµF; en V(bron)=15,0 V. Na lang wachten (de condensator eerst helemaal laten opladen) verminderen we de afstand tussen condensatorplaten met 20%, in verwaarloosbaar tijdsinterval. a) Bereken potentiaalverschil over de condensator vlak voor (V1) en vlak na die verandering (V2). b) Bereken het potentiaalverschil over de condensator op lange tijd na de verandering (V3). c) Op welk tijdstip na de verandering zal de spanning over de weerstand gelijk zijn aan het gemiddelde van V2 en V3?&lt;br /&gt;
# We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 Âµm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor Ã©Ã©n van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2011 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek de beweging van een geladen deeltje in een magneetveld, plus uitleg cyclotron en massaspectrometer.&lt;br /&gt;
# Effectiefspanning uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 juni 2011 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Geef wet van Biot-Savart en leid af voor een oneindig lange stroomvoerende draad&lt;br /&gt;
# Wat zijn mogelijke polarisatietoestanden van EM-straling? (geen polarisatietechnieken)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een kring met een solenoïde met 35mH en een weerstand van 0,35 Ohm, aangesloten op een batterij van 12V. Wat is de magnetische energie die de batterij heeft na een lange tijd? Hoeveel vermogen moet het batterij dan nog leveren? Na hoeveel tijd is de energie half zo groot? Wa is dan het vermogen v.d. batterij en hoeveel procent vraagt het opwekken van magnetische arbeid dan?&lt;br /&gt;
# Een tweespleten systeem met lambda = 500nm, d = 0,150mm en a = 30,0Âµm. Hoe vaak komen maxima voor? (enzovoort)&lt;br /&gt;
=== 10 juni 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen een zuivere halfgeleider en een gedopeerde halfgeleider? geef uitleg over de pn-junctie.&lt;br /&gt;
# Leg uit wat een virtueel beeld is. Is het mogelijk om dit van een reëel voorwerp te bekomen bij een vlakke/holle/bolle spiegel. Onder welke omstandigheden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
# Er is een kubus gegeven met zijde a die in de oorsprong ligt van het xyz assenstelsel. Er is een elektrisch veld E_(=vector) = c*x*y*i_(i_ is de eenheidsvector) en c=844 N/(C*m^2). dit elektrisch veld is evenwijdig met de x-as. hoe groot moet zijde a zijn zodat de kubus 7nC bevat?&lt;br /&gt;
# Je hebt een wisselspanningskring gegeven met V0 = 30,0V; omega = 314rad/s; I0=620mA ;en v=V0sin(omega*t-pi/4) en i=-I0cos(omega*t-pi/4). In de kring zit alleen nog een element X.&lt;br /&gt;
* identificeer dit element volledig&lt;br /&gt;
* door welk ander element kan je dit vervangen zodat de stroomamplitude gelijk blijft(de fase mag verschillen) en identificeer dat element. Je moet er maar 1 geven maar er zijn er 2 mogelijk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 10 juni 2011 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek de RLC-keten waarop een wisselspanning is aangesloten&lt;br /&gt;
# Wet van Ampère uitleggen (stationair en niet-stationair) Hij zegt er ook bij dat het gaat om het magneetveld rond een gesloten kromme, dus juiste formule vinden niet moeilijk&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# 2 geleidende bolschillen met zelfde middelpunt, verschillende stralen (R1, R2, respectievelijk kleinste en grootste). Op de kleinste zit een lading q, op de grootste een lading -q. Bepaal het potentiaalverschil tussen R2 en R1. Bepaal ook de capaciteit van deze condensator.&lt;br /&gt;
# er zijn twee verschillende stukken glas, met lengte l1 = 4 micrometer, l2 = 3,5 micrometer, n1 = 1,4, n2 = 1,6. Je stuurt er een lichtstraal door met golflengte lambda = 600 nm. Ze komen in dezelfde fase toe op de stukken glas, loodrecht, en gaan dan door naar een scherm. Wat is het faseverschil tussen de twee golven wanneer ze op het scherm komen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Bespreek de beweging van een geladen deeltje in een magneetveld, plus uitleg cyclotron en massaspectrometer.&lt;br /&gt;
#Bespreek alle mogelijke polarisatie-toestanden van een EM-golf, manieren om polarisatie te bekomen niet beschrijven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Men laadt een condensator met een capaciteit 17mF volledig op en men koppelt hem dan los van de bron. Hierna is er een arbeid van 18,5 joule nodig om een extra lading van 13 mC van de ene plaat van de condensator naar de andere over te brengen. Wat was de EMK van de bron?&lt;br /&gt;
# Een spoel van 100 windingen wordt rond een cilinder gewikkeld met een doorsnede van 12 cmÂ². De cilinder is van een middenstof met Âµr = 1. Er wordt een magneetveld aangelegd van 1,6 T dat in de tijd omwisselt van de ene naar de andere richting maar altijd evenwijdig loopt met de symmetrieas van de spoel. Een weerstand van 13 Ohm wordt op de spoel aangesloten. Geef de lading die door deze weerstand stroomt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 7 juni 2010 (WÃ¼bbenhorst dus) ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# RLC-keten met wisselspanning uitleggen&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen een zuivere halfgeleider en een gedopeerde halfgeleider? geef uitleg over de pn-junctie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# over een solenoïde met een L en een R die verbonden zijn aan een batterij. L, R en V waren gegeven en men vroeg de energie van de spoel op t= oneindig en vermogen dat de batterij moest leven&lt;br /&gt;
# ging over 2 stralen door glas met 2 verschillende n, met uiteindelijk de vraag: wat is het faseverschil van de 2 stralen aan het scherm achter het doorlopen van het glas?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 augustus 2009===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Bespreek Foucaultstromen&lt;br /&gt;
#Effectiefspanning en effectiefstroom uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
(Iemand aub?)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 augustus 2009===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leid een formule af voor de capaciteit van een vlakke en een cilindrische condensator&lt;br /&gt;
#Bespreek ferromagnetisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Een lading zit vast op een gegeven positie (x,y,z). Een andere lading beweegt van positie 1 (X1,Y1,Z1) naar 2 (X2,Y2,Z2). De ladingen zijn gegeven, de coordinaten ook. Hoeveel energie kost het om deze lading van positie 1 naar 2 te verplaatsen?&lt;br /&gt;
#Een oefening analoog aan weerkaatsing aan een zeepbel, of iets dergelijks. Opgave weet ik niet meer goed. (Iemand?)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2009===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
# Vergelijk de gelijkstroom RC- en LR-kring.&lt;br /&gt;
# Bespreek alle mogelijke polarisatietoestanden van EM-straling. Methoden om dit te bereiken hoeven niet besproken te worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# We beschouwen een niet geleidende plaat van grote afmetingen. Op de ene zijde staat een positieve oppervlaktelading, op de andere zijde een negatieve (getallen gegeven uiteraard). Een proton wordt op 1mm afstand van de plaat vanuit rust losgelaten. Wat is de snelheid op 2 mm van de plaat?&lt;br /&gt;
# Effectiefspanning berekenen adhv. een gegeven v(t)-curve.&lt;br /&gt;
:[[Bestand:driehoekspanning.gif]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2009===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
# LASER.&lt;br /&gt;
# Wederzijdse inductie en zelfinductie.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# ?&lt;br /&gt;
# ?&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
===12 juni 2009===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Geef de wet van Ampère voor stationaire stromen + voorbeeld. Leg uit welke aanpassing gedaan moet worden zodat deze wet ook geldig is voor tijdsafhankelijke stromen.&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe men oscillerende .. kunt krijgen in een LC-kring.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een puntlading q bevindt zich op een afstand x op de middelloodlijn van een niet geleidende draad (2l) waar een homogeen verdeelde lading Q op zit. Wat is de kracht dat deze puntlading ondervindt?&lt;br /&gt;
# Zender op hoogte 70m, lengte van 1km en een ontvanger op hoogte x. Wat is kleinste x waar een maximum van straling invalt. Houd rekening met de rechtstreekse stralen en de gereflecteerde stralen op water.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===8 jun 2009===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Leidt een formule af voor de capaciteit van een vlakke en een cilindrische condensator.&lt;br /&gt;
# Wat wordt er bedoeld met magnetisatie? Leg uit: relatieve permeabileit en magnetische susceptibiteit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Twee spoelen staan of vaste afstand van elkaar. Door de ene spoel loopt een stroom van 1A en de flux erdoor is 0.010Wb. Indien men nu een stroom van 2A door de tweede spoel stuurt, bedraagt de flux door de eerste spoel 0.012Wb.&lt;br /&gt;
#* Bereken de magnetische flux door de 2de spoel, gegeven dat de zelfinductie ervan gelijk is aan 0.003 (iets in die aard).&lt;br /&gt;
#* Bereken de wederzijdse inductiecoefficient.&lt;br /&gt;
#* Bereken de zelfinductie van de eerste spoel.&lt;br /&gt;
# Een radiogolf zendmast in punt B staat op 20km afstand van huis H. De intensiteit in H wordt gegeven door een gekende I[sup]0[/sup]. Op 100m afstand van mast B bouwt men een 2de mast A, die een hoek &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;&amp;amp;amp;\X\theta \widehat{B A H}&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; is 30Â° (geen idee hoeveel het juist was).&lt;br /&gt;
#* Bereken de intensiteit in H.&lt;br /&gt;
#:[[Bestand:ANII-8.6.2009-oef2.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===8 jun 2009===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek RC-filters.&lt;br /&gt;
# Bespreek diffractie bij een oneindig lange spleet en (beknopt) bij een rechthoekige spleet.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Twee RC-kringen gegeven, constructie van vanalle condensatoren in serie en parallel; V en R gegeven bij de ene kring; stroom door beide spanningsbronnen is gelijk; bereken Vx en R van de andere kring.&lt;br /&gt;
# Oneindig lange draad en in hetzelfde vlak evenwijdig ermee een vierkant. Bereken de wederzijdse inductiecoëfficiënt (afstand draad tot vierkant gegeven + lengte zijde vierkant).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 jun 2008===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek de beweging van een geladen deeltje in een magneetveld. Leg, bij wijze van voorbeeld, de werking uit van een massaspectrometer of van een cyclotron.&lt;br /&gt;
# Bespreek de mogelijke polarisatietoestanden van em-straling (niet de methodes om tot polarisatie te komen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Condensator ( C= 17 microF) wordt een een onbekende batterij geschakeld en volledig opgeladen. Dan losgekoppeld. Er is aan arbeid 18,5J nodig om een bijkomende lading van 13,0 mC van de ene plaat naar de andere te verplaatsen. Bepaal emk van de batterij.&lt;br /&gt;
# spoel met 100 windingen wordt rond een metalen cilinder gewikkeld met een doorsnede van 12 cmÂ² en mu r = 1. Er wordt een weerstand over de spoel geplaatste van 13 ohm. Er is een magneet veld die door de spoel loopt (parallel met de as). Dit magneetveld varieert gedurende een bepaalde tijd van 1,6T in de ene richting naar 1,6T in de andere richting. Hoeveel lading loopt er in die tijd door de weerstand.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 jun 2008===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek een geleider in elektrostatisch evenwicht.&lt;br /&gt;
# Bespreek hoe men een oscillerende ... kan maken in een LC-kring. (LC-kring uitleggen dus)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# 2 draden in tegengestelde stroomzin, stroom neemt lineair toe van 0 naar 100A in 7s, bereken emk in de lus tussen die draden &lt;br /&gt;
# een ongepolariseerd licht kan worden opgedeeld in een deel gepolariseerd en een deel ongepolariseerd, intensiteiten mag je optellen, een polarisator wordt 360Â° gedraaid, men merkt dat op een bepaald punt de intensiteit 5 keer groter is, hoeveel procent is maakt de gepolariseerde golf uit?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 jun 2008===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek de begrippen magnetisatie en magnetische susceptibiliteit.&lt;br /&gt;
# Bespreek de proef van Young.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# iets met een geleidende bol en daarrond een geleidende bolschil en dan een elektrisch veld gegeven en zo de lading op de bol berekenen. &lt;br /&gt;
#een kring gegeven met een X waarvan ge moet zeggen of het een condensator of weerstand of zelfinductie moet zijn, vergelijkingen van i en v gegeven. En dan ook nog zeggen of je de X kan vervangen door iets anders waardoor de amplitude hetzelfde blijft maar de i en v niet in fase zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 jun 2008===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil in elektrische geleiding bij zuivere halfgeleiders en gedopeerde halfgeleiders. Leg uit de werking van pn-junctie&lt;br /&gt;
# Bespreek de LRC-keten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# LC keten&lt;br /&gt;
# Fase verschil berekenen 2 gelijke golven die elk door een blokje gaan met andere lengte en brekingsindex&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===9 jun 2008===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek wet Biot-Savart en gebruik om magneetveld rond oneindig lange draad met stroom af te leiden.&lt;br /&gt;
# Leg uit wat een virtueel beeld is. Is het mogelijk om dit van een reëel voorwerp te bekomen bij een vlakke/holle/bolle spiegel. Onder welke omstandigheden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# De ruimte tussen een condensator is helemaal gevuld met water. Water heeft een dipoolmoment 6.10*10^-30 Cm. De molaire massa van water is 18. De dichtheid is 1g/cm^3. Water heeft een di-elektrische constante van 80.&lt;br /&gt;
#* bepaal de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid wanneer alle dipolen zich volgens E uitlijnen.&lt;br /&gt;
#* stel dat de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid 1/1000 is van die hierboven, wat is dan het elektrisch veld?&lt;br /&gt;
# In een RLC-kring is de frequentie 1.73kHz. De amplitude van de spanning over de weerstand, de amplitude van de spanning over de condensator, de amplitude van de inductie en de amplitude van de bronspanning zijn allen gelijk. R = 700 ohm. Bepaal L en C.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 jun 2007===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek magnetisch moment + richting van magnetisch moment in magneetveld&lt;br /&gt;
# Serie RLC keten bespreken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Stroom van 27A in begin, straal eerste cirkel R, straal tweede cirkel 2r, r = 0.1m, en bereken magnetische inductie in punt P. Draad overal even dik en overal even grote soortelijke weerstand&lt;br /&gt;
# Tweede is kurkje drijft op water, hoe lang moet de naald zijn opdat het zichtbaar is boven water. Brekingsindex water=1.33, lucht=1 Afmetingen staan erbij.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 jun 2007===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Leg uit: elektrische stroom, stroomdichtheid en leid de wet van Ohm af.&lt;br /&gt;
# De wet van Ampère afleiden voor stationaire stromen en vertellen wat ge aan de basisformule moet veranderen als de stromen tijdsafhankelijk worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Berekenen hoeveel lading er door een weerstand gaat die aangesloten is op een geleidende lus die altijd maar kleiner en kleiner wordt. Loodrecht op de lus heerst er een magnetische inductie.&lt;br /&gt;
# Een typisch optica-vraagstukje: je hebt een schilderijtje en wil dat vastleggen op een gevoelige plaat, met een bolle lens met brandpunt= + 5 cm. Hoe ver moet het schilderijtje van de lens en hoe ver moet de lens van de gevoelige plaat.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Ebalemans</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Structurele_en_Fysiologische_Biologie&amp;diff=2231</id>
		<title>Structurele en Fysiologische Biologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Structurele_en_Fysiologische_Biologie&amp;diff=2231"/>
		<updated>2020-06-30T14:24:30Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Ebalemans: /* Examenvragen DIER */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Eerstejaarsvak enkel aan biochemici en schakelstudenten gegeven, bestaat uit een deel plantkunde (Wim Van den Ende) en een deel dierkunde (Jozef Vanden Broeck). Deze delen hebben op dezelfde dag een examen, het ene mondeling en het andere schriftelijk, onbekend op voorhand dewelke mondeling en dewelke schriftelijk is. Beide examens hebben al jarenlang dezelfde opbouw van type vragen.&lt;br /&gt;
Voor 2de zit kan een vrijstelling aangevraagd worden voor het deel dat je door bent.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen PLANT==&lt;br /&gt;
===30 Januari 2020 NM===&lt;br /&gt;
# 8 meerkeuzevragen&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen lange dag en korte dag planten? (mondeling 3pt)&lt;br /&gt;
# Hoe kan de biologie meehelpen om wereldproblemen te verhelpen? Hoe zie je een samenwerking tussen landbouw en geavanceerde biotechnologie in de toekomst? (mondeling 7pt)&lt;br /&gt;
# Cyclus van bedektzadigen aanvullen. Is deze plant diplont/haplont/diplohaplont?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 Januari 2020 NM===&lt;br /&gt;
# 8 meerkeuzevragen&lt;br /&gt;
# Bespreek over diversiteit van fungi met hun eigenschappen; toepassingen in biotechnologie&lt;br /&gt;
# Bespreek over massastroming &lt;br /&gt;
# levenscyclus gegeven met woorden weggelaten, van wat is het (bedektzadigen). Is deze plant haplont, diplont, of diplohaplont en beargumenteer.&lt;br /&gt;
===20 Januari 2020 VM===&lt;br /&gt;
# 8 meerkeuzevragen&lt;br /&gt;
# Bespreek algemeen de plantenhormonen en het werkingsmechanisme. Bespreek apicale dominantie.&lt;br /&gt;
# levenscyclus gegeven met woorden weggelaten, van wat is het (bedektzadigen). Is deze plant haplont, diplont, of diplohaplont en beargumenteer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 Januari 2020 VM===&lt;br /&gt;
# 8 meerkeuzevragen&lt;br /&gt;
# Bespreek in detail een drietal manieren waarop planten ATP kunnen maken.&lt;br /&gt;
# Levenscyclus gegeven, van wat is het (was bedektzadigen) en aanvullen + is deze plant haplont, diplont, of diplohaplont en beargumenteer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 augustus 2019 VM===&lt;br /&gt;
# 8 meerkeuzevragen&lt;br /&gt;
# Bespreek in detail een drietal manieren waarop planten ATP kunnen maken.&lt;br /&gt;
# Situeer bondig de termen &amp;quot;gespvormig&amp;quot; en &amp;quot;CRISPR/CAS&amp;quot;&lt;br /&gt;
# Levenscyclus van bedektzadigen aanvullen + is deze plant haplont, diplont, of diplohaplont en beargumenteer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2019 VM===&lt;br /&gt;
# 8 meerkeuzevragen&lt;br /&gt;
# Bespreek in detail een drietal manieren waarop planten ATP kunnen maken.&lt;br /&gt;
# Situeer bondig de termen &amp;quot;gespvormig&amp;quot; en &amp;quot;CRISPR/CAS&amp;quot;&lt;br /&gt;
# Levenscyclus van bedektzadigen aanvullen + is deze plant haplont, diplont, of diplohaplont en beargumenteer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 januari 2019 VM===&lt;br /&gt;
# 8 meerkeuzevragen&lt;br /&gt;
# waterpotentiaal en zijn twee componenten&lt;br /&gt;
# Levenscyclus van bedektzadigen aanvullen + is deze plant haplont, diplont, of diplohaplont en beargumenteer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 januari 2019 NM===&lt;br /&gt;
# 8 meerkeuzevragen&lt;br /&gt;
# Geef 3 manieren waarop planten ATP synthetiseren (glycolyse, ademhaling, Kreb cyclus, ...)&lt;br /&gt;
# Leg bondig uit: CRISPR/Cas en CAM planten&lt;br /&gt;
# Levenscyclus van bedektzadigen aanvullen + is deze plant haplont, diplont, of diplohaplont en beargumenteer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===31 januari 2018 VM===&lt;br /&gt;
# 8 meerkeuzevragen&lt;br /&gt;
# Bespreek de evolutie &amp;amp; metabole diversiteit van prokaryoten en het ontstaan van de eukaryoten.&lt;br /&gt;
# Leg bondig uit: het ontstaan van hexaploïde tarwe, mechanisme voor de bloei van lange en korte dag planten.&lt;br /&gt;
# Levenscyclus van bedektzadigen aanvullen + is deze plant haplont, diplont, of diplohaplont en beargumenteer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 januari 2018 VM===&lt;br /&gt;
# 8 meerkeuzevragen&lt;br /&gt;
# Waterpotentiaal en zijn 2 componenten&lt;br /&gt;
# SAR&lt;br /&gt;
# Massastroming&lt;br /&gt;
# Cyclus van bedektzadigen aanvullen. Is deze plant haplont, diplont of diplohaplont en beargumenteer.&lt;br /&gt;
===15 januari 2018 VM===&lt;br /&gt;
# 8 meerkeuzevragen&lt;br /&gt;
# Geef 3 manieren waarop een plant ATP aanmaakt en leg gedetailleerd uit&lt;br /&gt;
# Hypersensitieve respons en CAM planten bondig uitleggen&lt;br /&gt;
# Cyclus bedektzadigen aanvullen. Is deze plant haplont, diplont, of diplohaplont en beargumenteer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 aug 2017 NM===&lt;br /&gt;
#meerkeuzevragen&lt;br /&gt;
#Geef 3 manieren waarop een plant ATP aanmaakt en leg gedetailleerd uit&lt;br /&gt;
#gespvorming en CAM planten bondig uitleggen&lt;br /&gt;
#cyclus bedektzadigen aanvullen + is deze plant haplont, diplont, of diplohaplont? beargumenteer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 aug 2017 VM===&lt;br /&gt;
#meerkeuzevragen&lt;br /&gt;
#plantenhormonen met werking geven + uitleggen hoe hormoonsysteem in planten werkt&lt;br /&gt;
#guttatie en waterpotentiaal bondig uitleggen&lt;br /&gt;
#cyclus bedektzadigen aanvullen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===31 jan 2017===&lt;br /&gt;
#Meerkeuzevragen&lt;br /&gt;
#Waterpotentiaal met zijn 2 componenten uitleggen. Wat gebeurt er als je opgeloste stoffen toevoegt aan het omgevings water?&lt;br /&gt;
#Massastroming en SAR uitleggen.&lt;br /&gt;
#Cyclus van bedektzadigen aanvullen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 jan 2016===&lt;br /&gt;
#8 meerkeuze vragen&lt;br /&gt;
#Mondelinge hoofdvraag: hoe wordt sucrose gevormd, hoe komt het in cortexe cellen van de wortels en wat is de bijdrage voor de accumulatie van K+ &lt;br /&gt;
#Bijvraag: leg chemiosmose en fotorespiratie uit&lt;br /&gt;
#Bijvraag: cyclus aanvullen van de bedektzadigen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 jan 2014 nm===&lt;br /&gt;
#Meerkeuze&lt;br /&gt;
#Welke hormonen zijn er bij planten, welke staan in voor apicale dominantie en hoe werkt dit.&lt;br /&gt;
#Leg uit hoe herbicide resistentie werkt en leg het mechanisme van glyfosaat uit. Levenscyclus.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===29 jan 2014 nm===&lt;br /&gt;
#Meerkeuze&lt;br /&gt;
#Bespreek de diversiteit van fungi en geef de levenscyclus van een ascomyceet.&lt;br /&gt;
#Bespreek de rol van mieren in commensalisme en de overdracht van parasieten.&lt;br /&gt;
#Levenscyclus van varens.&lt;br /&gt;
===28 jan 2014 nm===&lt;br /&gt;
#8 meerkeuzevragen (4 punten)&lt;br /&gt;
#Bespreek de huidige wereldproblemen en geef aan hoe plantenbiotechnologie/biologie zou kunnen bijdragen tot het aanreiken van van oplossingen (8 punten)&lt;br /&gt;
#Vul aan en verklaar dit ecologisch model (Bottom-up effect). Hoe kon dit model op experimentele wijze geverifieerd worden? (3 punten) &lt;br /&gt;
#Levenscyclus bedektzadige aanvullen (5 punten)&lt;br /&gt;
===28 jan 2014 vm===&lt;br /&gt;
#Meerkeuze&lt;br /&gt;
#Plantenhormonen welke types? regulatie? welke komen voor bij apicale dominantie? Regulatie? Werking?&lt;br /&gt;
#Levenscyclus bladmossen&lt;br /&gt;
#Tekening van de muis, mier, plant, zaad (interacties verklaren)&lt;br /&gt;
===27 jan 2014===&lt;br /&gt;
# 8 meerkeuzevragen.&lt;br /&gt;
#Bespreek de diversiteit en evolutie van prokaryoten en het onstaan van eukaryoten.&lt;br /&gt;
# Figuur uitleggen over bottom-upeffecten en ontbrekende termen aanvllen. &lt;br /&gt;
#Foto van doorsnede monocotyl blad: wat is het + delen benoemen.&lt;br /&gt;
===13 jan 2014===&lt;br /&gt;
# 5 meerkeuzevragen.&lt;br /&gt;
#Aanvullen van termen en processen (mitose/meiose) bij de levenscyvlus van gymnospermen. (Letterlijk uit het handboek fig. 31.12 p609)&lt;br /&gt;
#Een plantencel in zuiver water en geleidelijk aan zout toevoegen, wat gebeurt er? Leg uit a.d.h.v. een duidelijke grafiek.&lt;br /&gt;
#Wat is een preprofaseband? (en nog een term ?? uitleggen)&lt;br /&gt;
===23 jan 2012===&lt;br /&gt;
#Leg uit wat er zal gebeuren bij een plantencel in zuiver water en wat als je opgeloste stoffen toevoegt aan de omgeving. Maak een schema aan de hand van de waterpotentiaal en zijn 2 subcomponenten en leg uit hoe deze veranderen.&lt;br /&gt;
#Leg uit fotorespiratie: hoe wat waarom waar. &lt;br /&gt;
#Situeer:&lt;br /&gt;
##glyphosaat&lt;br /&gt;
##methanogeen&lt;br /&gt;
##guttatie&lt;br /&gt;
##Mycorrhiza&lt;br /&gt;
#Levenscyclus. Aangeven om welke levenscyclus het ging (bladmossen) en beargumenteren. Structuren en processen aanvullen op tekening. Aangeven of het een haplonte, diplonte of haplodiplonte levenscyclys was.&lt;br /&gt;
 ===1 feb 2011 VM===&lt;br /&gt;
#Volledige weg beschrijven die een C-atoom aflegt als CO2 indien ingebouwd in pectine in de celwand van rhizodermiscellen. Waaruit bestaat de celwand en wat is de functie?&lt;br /&gt;
#Bespreek in detail de signaalgeving en metabolische wegen van Rhizobium in symbiose met een plant.&lt;br /&gt;
#. Figuur: levenscyclus bedektzadigen &lt;br /&gt;
#Situeer:&lt;br /&gt;
##hexaploÃ¯die by tarwe&lt;br /&gt;
##cavitatieï‚§&lt;br /&gt;
##gespvorming by Basidiomyceten ï‚§ induceerbare mutaties&lt;br /&gt;
 ===27 jan 2011 NM===&lt;br /&gt;
#Volledige weg beschrijven die een N-atoom aflegt van de bodem tot inbouw als glycoproteÃ¯ne in een bladepidermiscel&lt;br /&gt;
#Vgl mossen en angiospermen. Zeggen hoe deze zijn aangepast aan leven op het land&lt;br /&gt;
#Figuur: &lt;br /&gt;
##structuur van een blad met huidmondjes &lt;br /&gt;
##hetzelfde -.- &lt;br /&gt;
#Situeer:&lt;br /&gt;
##allotetraploÃ¯die&lt;br /&gt;
##guttatie&lt;br /&gt;
##sterke vs zwakke sinks&lt;br /&gt;
##bespreek metabolisme Archaea&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 jan 2011 NM===&lt;br /&gt;
#De waterpotentiaal en de 2 componenten ervan bespreken als we een cel in zuiver water hebben en daar geleidelijk aan zout aan toevoegen. Schematisch weergeven en stap voor stap bespreken wat er met de cel gebeurt.&lt;br /&gt;
#Het verschil tussen gametofytische en sporofytische incompatibiliteit uitleggen. En een model geven voor gametofytische incompatibiliteit.&lt;br /&gt;
#Figuur: &lt;br /&gt;
##Doorsnede monocotyle stengel &lt;br /&gt;
##Vaatbundel en daarop floeem,&lt;br /&gt;
##xyleem en vezelschede benoemen&lt;br /&gt;
#Situeer:&lt;br /&gt;
##Endosymbiose&lt;br /&gt;
##ViroÃ¯den&lt;br /&gt;
##Soortkruisingen&lt;br /&gt;
##Lenticel&lt;br /&gt;
===24 jan 2011 VM===&lt;br /&gt;
#Bespreek structuur, samenstelling, functie en oorsprong van de plantencelwand.&lt;br /&gt;
#Bespreek de verschillen tussen C3, C4 en CAM&lt;br /&gt;
#Figuur: monokotyle stengel met vaatbundel&lt;br /&gt;
#Situeer:&lt;br /&gt;
##hydrogenosoom&lt;br /&gt;
##Agrobacterium tumefaciens&lt;br /&gt;
##massastroming (Munch hypothese) &lt;br /&gt;
##terminatortechnologie&lt;br /&gt;
===25 jan 2010 VM===&lt;br /&gt;
#Teken een dwarsdoorsnede van een wortel van een monokotyle plant. Wat is het verschil met een dikotyle plant?&lt;br /&gt;
#Bespreek (fysiologisch en chemisch) de weg die een CO2 molecule aflegt vanuit de lucht om ingebouwd de worden in de celwand van een&lt;br /&gt;
rhizodermiscel.&lt;br /&gt;
#Vergelijk CO2 fixatie bij C3 en C4 planten. Wat zijn de ethiologische implicaties?&lt;br /&gt;
#ABC van de bloemetjes&lt;br /&gt;
#Situeer:&lt;br /&gt;
#Soortkruising&lt;br /&gt;
#Isospore haplodiplont &lt;br /&gt;
#Worteldruk&lt;br /&gt;
#Basidiomyceten&lt;br /&gt;
#ï‚§Archebacteria&lt;br /&gt;
===18 jan 2010 NM===&lt;br /&gt;
#Bespreek de mogelijkheden voor overdracht van genetische informatie tussen individuen die tot een andere soort behoren.&lt;br /&gt;
#Vul volgende figuur aan en bespreek (die van potentiaal, niet met de kleurtjes, degene die ook in de cursus staat).&lt;br /&gt;
#Vergelijk CO2 fixatie bij CAM en C4 planten. 4. ABC van de bloemen.&lt;br /&gt;
#Situeer en bespreek:&lt;br /&gt;
##ascomyceten,&lt;br /&gt;
##heterospore haplodiplonten&lt;br /&gt;
##3 figuren: (een stengel ==&amp;amp;gt; figuur helemaal onderaan rechts in voorbeeldvragen, een blad ==&amp;amp;gt; die gele figuur zo :p en een wortel ==&amp;amp;gt; laatste blz, rechts bovenaan)&lt;br /&gt;
===18 jan 2010 VM===&lt;br /&gt;
#Bespreek autotrofie bij prokaryoten en eukaryoten.&lt;br /&gt;
#Gametofytische incompatibiliteit.&lt;br /&gt;
#Fotorespiratie: wat, waar, hoe, waarom?&lt;br /&gt;
#Vul aan en bespreek zodat duidelijk wordt of het om een haplont, diplont of haplodiplont organisme gaat. Is dit type organisme al goed aangepast aan het landleven? (figuur van varens, zie voorbeeldvragen) &lt;br /&gt;
#Situeer en bespreek:&lt;br /&gt;
##3 figuren (monokotyl blad, dikotyle verdikte stengel, monokotyle vaatbundel),&lt;br /&gt;
##agrobacterium tumefaciens&lt;br /&gt;
##basidiomyceten.&lt;br /&gt;
===26 jan 2009===&lt;br /&gt;
#Plantencelwand: Samenstelling? Structuur? Functie? Oorsprong?&lt;br /&gt;
#Transport in planten: Hoe? Waar? Waarom?&lt;br /&gt;
#C4 en CAM planten: Wat? Waarom? Hoe? Verschil?&lt;br /&gt;
#Afbeelding van een diplohaplonte cyclus, en zeggen of deze plant al goed&lt;br /&gt;
is aangepast aan het leven op het land. &lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Soortkruising&lt;br /&gt;
##Agrobacterium Tumefaciens&lt;br /&gt;
##Zelfincompatibiliteit&lt;br /&gt;
##Het ABC van de bloemetjes&lt;br /&gt;
##Fotoke van dwarse doorsnede van een plantenstengel, zeggen wa ge ziet en van die dinge..&lt;br /&gt;
===19 jan 2009===&lt;br /&gt;
#voortplantingscyclus (mos)&lt;br /&gt;
#bespreek zo goed mogelijk de opnamen van N uit nitraat (chemisch/fysisch) en inbouw in celwandprotÃ«ine epidermiscel 3. teken primaire stengel dikotyle plant + verschil monokotyle&lt;br /&gt;
#fotorespiratie: zin of onzin.&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##gametofytische zelfincompabiliteit &lt;br /&gt;
##ABC van bloemen&lt;br /&gt;
##worteldruk&lt;br /&gt;
##retrovirussen&lt;br /&gt;
===28 jan 2008===&lt;br /&gt;
#vergelijk autotrofie bij eukaryoten en prokaryoten&lt;br /&gt;
#fotorespiratie&lt;br /&gt;
#zelf-incompabiliteit&lt;br /&gt;
#cyclus van varen aanvullen + aangepassingen aan het land &lt;br /&gt;
#Situeer:&lt;br /&gt;
##drie foto&#039;s &lt;br /&gt;
##Agrobacterium tumefaciens  &lt;br /&gt;
##Basidiomyceet&lt;br /&gt;
===28 jan 2008===&lt;br /&gt;
#primaire dikotyle wortel tekenen en bespreken, vergelijken met monokotyle &lt;br /&gt;
#Welke fysische en chemische weg moet het N-atoom van NH4+ afleggen&lt;br /&gt;
om ingebouwd te kunnen worden in een celwandproteÃ¯ne van een blad&lt;br /&gt;
#Grafieken van CO2-opname van C3 en C4 planten. Zelf assen invullen en c3 en c4 aanduiden + uitleggen waarom&lt;br /&gt;
#Welke aanpassingen moet een landplant hebben ten opzichte van een wier&lt;br /&gt;
om te kunnen overleven op het land en is dit bij alle zo &lt;br /&gt;
#Bespreek:&lt;br /&gt;
##ascomyceten &lt;br /&gt;
##retrotransposons&lt;br /&gt;
##archeaebacteriÃ«n&lt;br /&gt;
##zelfincomptabiliteit&lt;br /&gt;
===21 jan 2008===&lt;br /&gt;
#Hoe genetische informatie overbrengen tussen individuen van verschillende soorten denk ik&lt;br /&gt;
#Bespreek en vul aan die figuur van de waterpotentiaal in een cel&lt;br /&gt;
#leg uit hoe CO2 wordt gefixeerd bij C4 planten en CAM planten en vergelijk &lt;br /&gt;
#geef een schematische voorstelling en een voorbeeld van een heterospore haplodiplont cyclus &lt;br /&gt;
#Situeer:&lt;br /&gt;
##Ascomyceten&lt;br /&gt;
##zelfincompatibiliteit&lt;br /&gt;
## 3 foto&#039;kes ( stengel, wortel en blad)&lt;br /&gt;
===18 jan 2008===&lt;br /&gt;
#teken structuur monocotyle wortel, vgl met dicotyle&lt;br /&gt;
#bespreek fixatie co2 bij C4-C3 planten, ahv voor en nadelen&lt;br /&gt;
#voortplantingscyclus (van ascomyceten, was wel niet gegeven da het over asco ging ) aanvullen en uitleggen waarom het haplont/diplont/diplohaplont is&lt;br /&gt;
#bespreek hoe C via co2 kan ingebouwd worden in de rizodhermiscellen (&lt;br /&gt;
zowel fysich als chemisch ) &lt;br /&gt;
#Situeer en bespreek:&lt;br /&gt;
##worteldruk&lt;br /&gt;
##basidiomyceten &lt;br /&gt;
##archeaebacteriÃ«n&lt;br /&gt;
##soortbestuiving&lt;br /&gt;
##retrovirussen&lt;br /&gt;
===14 jan 2008===&lt;br /&gt;
#Celwand: Samenstelling? Functie? Oorsprong? Structuur?&lt;br /&gt;
#Vergelijk het transport van mineralen en het transport van&lt;br /&gt;
fotosyntheseproducten&lt;br /&gt;
#Je gaat op excursie om C3/C4/CAM planten te inventariseren. Wat voor&lt;br /&gt;
materiaal neem je mee en leg uit.&lt;br /&gt;
#Tekening van een voortplantingscyclus: Is dit haplont/diplont/haplodiplont? Leg uit en geef aan of en hoe deze plant aan het landleven aangepast is. &lt;br /&gt;
#Situeer en bespreek:&lt;br /&gt;
##Zelfincopatibiliteit&lt;br /&gt;
##Agrobacterium tumefaciens&lt;br /&gt;
##3 tekeningen (doorsneden van stengel/wortel)&lt;br /&gt;
===2 feb 2007===&lt;br /&gt;
#twee grafieken zonder aanduidingen &amp;amp;quot;vul aan en verklaar&amp;amp;quot;&lt;br /&gt;
#genetische overdracht tussen individuen van dezelfde soort en verschillende soorten, leg uit&lt;br /&gt;
===15 jan 2007===&lt;br /&gt;
#Vul volgende grafiek aan en bespreek (die van de waterpotentiaal van de omgeving t o v die in de plantencel) en hoe zit dit in &#039;t xyleem? &lt;br /&gt;
#Fotorespiratie: wat? waar? hoe? waarom?&lt;br /&gt;
#Situeer:&lt;br /&gt;
##lenticellen&lt;br /&gt;
##heterospore&lt;br /&gt;
##haplodiplonten&lt;br /&gt;
##zygomyceten&lt;br /&gt;
##endodermis&lt;br /&gt;
##gametofytische incompatibiliteit&lt;br /&gt;
##agrobacterium tumefaciens&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen DIER== &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 juni 2020===&lt;br /&gt;
# Begrippen verklaren: mimicry, blastoporus, zoöxanthellen en filariasis &lt;br /&gt;
# Termen verbinden + functie geven: zie vorige jaren &lt;br /&gt;
# 2 schema&#039;s van metamorfose bij insecten gegeven, geef aan de hand van de tekeningen uitleg over de cycli &lt;br /&gt;
# geef de moleculaire werking van lipofiele en hydrofiele hormonen &lt;br /&gt;
# Bespreek welke weg opgenomen voedsel aflegt doorheen het lichaam en hoe de spijsvertering gebeurt adhv het schema &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 juni 2020===&lt;br /&gt;
# Begrippen verklaren: Dauer, Planula, Sarcomeer, Adaptieve radiatie&lt;br /&gt;
# Termen verbinden + functie geven: Mesogloea, Clitellum, Choanen, Proglottiden, Lofofoor, Endostyl, Corpus allatum&lt;br /&gt;
# 3 voorbeelden plaagbestrijding&lt;br /&gt;
# Ademhaling beenvissen, zoogdieren &amp;amp; vogels uitleggen&lt;br /&gt;
# Vrouwelijke voortplantings/menstruatiecyclus hormonaal uitleggen adhv schema&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2020===&lt;br /&gt;
# Begrippen verklaren: coeloom, ecdysis, gemmulae, eutelie&lt;br /&gt;
# Termen verbinden idem vorige jaren + watervatenstelsel&lt;br /&gt;
# Vergelijk osmoregulatie bij zoet- en zoutwatervissen&lt;br /&gt;
# Leg de werking van bioluminescentie uit bij Aequorea victoria&lt;br /&gt;
# Bespreek actiepotentiaal (zenuwimpuls)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 augustus 2019 VM===&lt;br /&gt;
# Begrippen verklaren: parthenogenese, eutelie, monocyt &lt;br /&gt;
# Termen verbinden idem vorige jaren &lt;br /&gt;
# Skeletspier structuur en hoe werkt deze (wat is een elektrische impuls)&lt;br /&gt;
# Glucosegehalte in bloedplasma en regulerende hormonen, waar worden glucose opgeslagen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2019 VM===&lt;br /&gt;
# Verklaar volgende begrippen: RNA interferentie, epifyse, prothorax&lt;br /&gt;
# Verbind volgende begrippen en verklaar bondig: &lt;br /&gt;
## parapodia, radula, buisjes van Malphigi, pseudocoel, clitellum, cleidoïsch ei, ambulacra, choanocyten.&lt;br /&gt;
## Oligochaeta, Reptilia, Echinodermata, Porifera, Polychaeta, Nematoda, Insecta, Gastropoda&lt;br /&gt;
# Bespreek de rol van de maag en het duodenum in de spijvertering. Welke hormonen worden daar lokaal vrijgesteld en wat is hun rol?&lt;br /&gt;
# Bespreek de hartcyclus en bloedsomloop en de regulatie van de bloeddruk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 januari 2019 VM===&lt;br /&gt;
# Begrippen verklaren: parthenogenese, eutelie, monocyt &lt;br /&gt;
# Termen verbinden idem vorige jaren &lt;br /&gt;
# Skeletspier structuur en hoe werkt deze&lt;br /&gt;
# Glucosegehalte in plasma en regulerende hormonen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 januari 2019 NM===&lt;br /&gt;
#Begrippen verklaren: gemmula, radula, planula&lt;br /&gt;
#Termen verbinden en kort de functie geven ervan: ambulacra (Echinodermata), mesoglea (Cnidaria), lofofoor (Branchiopoda), proglottiden (Cestoda), clitellum (Huridinae), corpus alata (Insecta), choanen, endostyl&lt;br /&gt;
# Leg de werking van bioluminescentie uit bij Aequorea victoria.&lt;br /&gt;
#Leg de menstruatiecyclus uit adhv de hormonen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===31 januari 2018 VM===&lt;br /&gt;
# Verklaar volgende begrippen: RNA interferentie, epifyse, prothorax&lt;br /&gt;
# Verbind volgende begrippen en verklaar bondig: parapodia, radula, buisjes van Malphigi, pseudocoel, clitellum, cleidoïsch ei, ambulacra, choanocyten.&lt;br /&gt;
# Bespreek de rol van de maag en het duodenum in de spijvertering. Welke hormonen worden hier geproduceerd en wat is hun rol?&lt;br /&gt;
# Bespreek de hartcyclus en bloedsomloop en de regulatie van de bloeddruk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 januari 2018 VM===&lt;br /&gt;
#Begrippen verklaren: Ambulacra, Thrombocyt, Mimicry&lt;br /&gt;
#Termen verbinden en kort de functie geven ervan: zie vorige jaren&lt;br /&gt;
#Osmoregulatie van zoetwater- en zoutwater vissen&lt;br /&gt;
#Geef de werking en structuur van het binnenoor.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2018 VM ===&lt;br /&gt;
# Begrippen verklaren: gemmulae, radula en parthenogenese.&lt;br /&gt;
# Verbinden: exact dezelfde begrippen als vorige jaren.&lt;br /&gt;
# Leg de werking van bioluminescentie uit bij Aequorea victoria.&lt;br /&gt;
# Geef de structuur, werking en regulatie van een nefron bij zoogdieren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 aug 2017 NM===&lt;br /&gt;
#Begrippen verklaren: Parafyletisch, Parthogenese, Eutelie&lt;br /&gt;
#Verbinden: exact dezelfde begrippen als vorige jaren&lt;br /&gt;
#Geen 3 bestrijdingsstrategiën tegen een insecten plaagsoort en leg uit&lt;br /&gt;
#Leg de menstruatiecyclus uit adhv de hormonen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 aug 2017 VM===&lt;br /&gt;
#verklaar: blastula, monocyt, convergete evolutie&lt;br /&gt;
#verbind, ongeveer zelfde begrippen als vorige jaren + zweetklier (mammalia), zijlijn (osteichthyes)&lt;br /&gt;
#Samenstelling van een spier + werking contractie&lt;br /&gt;
#hoe wordt het glucose gehalte in het bloed gereguleerd, welke hormonen werken hierbij en waar worden ze gemaakt&lt;br /&gt;
===31 jan 2017===&lt;br /&gt;
#Verklaar: dauer, ecdysis en filariasis.&lt;br /&gt;
#Verbind, zelfde begrippen als voorgaande jaren.&lt;br /&gt;
#Vergelijk zuurstof opname bij zoogdieren en insecten.&lt;br /&gt;
#Hoe werkt het doorgeven van zenuwimpulsen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Termen: RNA interferentie, epifyse, prothorax&lt;br /&gt;
#Verbinden&lt;br /&gt;
#Uitleggen: 3 voorbeelden van tegenstroomprincipe en impulsgeleiding&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 aug 2014===&lt;br /&gt;
#Begrippen:&lt;br /&gt;
##adaptieve radiatie&lt;br /&gt;
##gremmula&lt;br /&gt;
##eutelie&lt;br /&gt;
#Verbind:&lt;br /&gt;
##preenklier - spiraalplooi - pedipalpen - mesogloea - corpus alata - ambulacra - radula - citellum &lt;br /&gt;
##cnidaria - insecta - echinodermata - gestropoda - chondrichtys - hirunae - aves - chelicerata&lt;br /&gt;
#Geef het mechanisme van de bioluminescentie bij aquora victoria&lt;br /&gt;
#Bespreek de structuur, werking en regulatie van een nefron bij zoogdieren.&lt;br /&gt;
===30 jan 2014===&lt;br /&gt;
#Begrippen :&lt;br /&gt;
##Metanefridium&lt;br /&gt;
##Regeneratie&lt;br /&gt;
##Clitellum&lt;br /&gt;
#Verbinden: mesogloea, speenklier, kieuwdeksel, pedipalp, ambulacra, corpora allata, spiraalplooi, radula&lt;br /&gt;
#Leg de menstruatiecyclus uit en geef 3 voorbeelden van tegenstrooomprincipe&lt;br /&gt;
===29 jan 2014 NM===&lt;br /&gt;
#Begrippen:&lt;br /&gt;
##Filiarsis&lt;br /&gt;
##Mimicry &lt;br /&gt;
##Corpora cardiaca&lt;br /&gt;
#Verbinden: termen van de vorig jaren.&lt;br /&gt;
#Leg de werking van longen en tracheÃ«n uit en vergelijk. Vergelijk&lt;br /&gt;
osmoregulatie bij zoet-en zoutwatervissen.&lt;br /&gt;
===28 jan 2014 NM===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Lofofoor&lt;br /&gt;
##Adaptieve radiatie &lt;br /&gt;
##Protonefridium&lt;br /&gt;
#Verbind: parapodia(polychaeta), radula(Gastropoda), Antennae(Arthropoda), Mesogloea(cnidaria), clitellum(Oligochaeta), CleidoÃ¯sche ei(Reptilia), Ambulacra(Echinodermata), Gemmulae(Porifera)&lt;br /&gt;
#Illustreer aan de hand van drie voorbeelden het belang van het tegenstroomprincipe en leg uit.&lt;br /&gt;
#Leg het mechanisme uit van de elektrische impulsgeleiding door zenuwcellen.&lt;br /&gt;
===28 jan 2014 VM===&lt;br /&gt;
#Begrippen:&lt;br /&gt;
##Gemmula&lt;br /&gt;
##Radula&lt;br /&gt;
##Corpora allata&lt;br /&gt;
#Verbinden: termen van de vorig jaren.&lt;br /&gt;
#Bespreken en vergelijken het mechanisme van gasuitwisseling bij longen zoogdieren en vogels&lt;br /&gt;
#Welke hormonen worden gevormd in de gonaden bij de mens en regulatie.&lt;br /&gt;
===27 jan 2014===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Planula&lt;br /&gt;
##RNA interference&lt;br /&gt;
##Eutelie&lt;br /&gt;
#Verbinden, opnieuw combinaite die hieronder al staat&lt;br /&gt;
#Bespreek de structuur en het contractiemechanisme van skeletspieren. &lt;br /&gt;
#Wat zijn de belangrijkste hormonen die door de schildklier geproduceerd worden en hoe worden ze gereguleerd?&lt;br /&gt;
===13 jan 2012===&lt;br /&gt;
#Leg uit:&lt;br /&gt;
##Gremule&lt;br /&gt;
##Eutelie &lt;br /&gt;
##Amnion&lt;br /&gt;
#Verbindt Latijnse namen met Latijnse namen. (letterlijk als in het voorbeeld examen)&lt;br /&gt;
#Leg bondig uit: Skeletspier (structuur, werking en regulatie)&lt;br /&gt;
#Welke hormonen spelen welke rol in de vrouwelijke voortplantingscycus?&lt;br /&gt;
===25 juni 2012===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Nematocyst ï‚§?&lt;br /&gt;
##Metamorfose ï‚§ Lolofoo&lt;br /&gt;
##Amnion&lt;br /&gt;
#Verbinden (Combinatie van termen die al gegeven zijn in de vorige examens)&lt;br /&gt;
#Bespreek en vergelijk drie types spierweefsel bij dieren.&lt;br /&gt;
#Bespreek rol van gal en pancreas in de spijsvertering (in invertebraten). 5. Bespreek de regulatie van hartcyclus en bloeddruk (in zoogdieren).&lt;br /&gt;
===22 juni 2012===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Protonefridia&lt;br /&gt;
##Ecdysis&lt;br /&gt;
##Parthenogenese&lt;br /&gt;
##Mimicry&lt;br /&gt;
##Filariasis&lt;br /&gt;
#Verbinden ( was combinatie van termen die al gegeven zijn in de vorige examens)&lt;br /&gt;
#bestrijding van plaagsoorten uitleggen&lt;br /&gt;
#beschrijf en vergelijk de gasuitwisseling bij tracheeÃ«n en longen&lt;br /&gt;
#Bespreek het doorgeven van een elektrische impuls in een zenuwcel&lt;br /&gt;
===19 juni 2012===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Feromoon&lt;br /&gt;
##Dauer&lt;br /&gt;
##Regressieve evolutie&lt;br /&gt;
##Endostyl ï‚§&lt;br /&gt;
#Verbinden. Allemaal termen uit de vragen van vorige jaren.&lt;br /&gt;
#Geef de levenscyclus van de runderlintworm en bespreek.&lt;br /&gt;
#Leg het tegenstroomprincipe uit aan de hand van drie voorbeelden.&lt;br /&gt;
#Bespreek structuur en werking van de hypofyse. Welke hormonen zijn aanwezig in de hypofyse?&lt;br /&gt;
===24 juni 2011===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Protonefridia&lt;br /&gt;
##regressieve evolutie&lt;br /&gt;
##Pseudocoeloom &lt;br /&gt;
##Dauer &lt;br /&gt;
##oncosfeer&lt;br /&gt;
#Verbinden:&lt;br /&gt;
##spicula, proglottiden, Clitellum, lofofoor, endocuticula, choanen, lijmcellen, rhopalia&lt;br /&gt;
##Ctenophora, Cestoda, Ectoprocta, Arthropoda, porifera, Sarcopterygii, Cnidaria, oligochaeta&lt;br /&gt;
#bestrijding van plaagsoorten uitleggen&lt;br /&gt;
#beschrijf en vergelijk de gasuitwisseling bij tracheeÃ«n en longen&lt;br /&gt;
#welke hormonen reguleren het mannelijk voortplantingsstelsel (bij de mens)?&lt;br /&gt;
===23 juni 2011===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Planula&lt;br /&gt;
##Cephalisatie&lt;br /&gt;
##Enterocoel&lt;br /&gt;
##Ecdysis&lt;br /&gt;
##RNA interference&lt;br /&gt;
#Verbinden: Parapodia, Spiraalplooi, antennae, scolex, choanen, lofofoor, lijmcellen,osculum&lt;br /&gt;
#Bespreek de evolutie van de mens (bondig)&lt;br /&gt;
#Bespreek de structuur van een lichaamsspier en de contractie er van 5. Bespreek het doorgeven van een elektrische impuls in een zenuwcel&lt;br /&gt;
===21 juni 2011===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Gemmula&lt;br /&gt;
##Adaptieve radiatie&lt;br /&gt;
##Eutelie &lt;br /&gt;
##Rhopalia ï‚§&lt;br /&gt;
#Verbinden:&lt;br /&gt;
##Preenklier, Kieuwdeksel, Pedipalpen, Mesogloea, Endostyl, Ambulacra, Radula, Clitellum&lt;br /&gt;
##Aves, Osteichthyes, Chelicerata, Cnidaria, Cephalochordata, Echinodermata, Gastropoda, Hirudinea&lt;br /&gt;
#Bespreek bioluminiscentie.&lt;br /&gt;
#Hoe wordt de glucoseconcentratie in het plasma gereguleerd. 5. Bespreek de hormonen bij de menselijke voortplantingscyclus.&lt;br /&gt;
===21 juni 2010 NM===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Regeneratie&lt;br /&gt;
##Protonefridia&lt;br /&gt;
##Scolex&lt;br /&gt;
##Corpora allata&lt;br /&gt;
#Verbinden:&lt;br /&gt;
##Preenklier, Kieuwdeksel, Pedipalpen, Mesogloea, Endostyl, Ambulacra, Radula, Clitellum&lt;br /&gt;
##Aves, Osteichthyes, Chicerata, Cnidaria, Cephalochordata, Echinodermata, Gastropoda, Hirudinea&lt;br /&gt;
#Wat weet je over de evolutie van de mens. Bespreek bondig.&lt;br /&gt;
#Bespreek hartcyclus en bloedsomloop (bij zoogdieren) en de regulatie daarvan.&lt;br /&gt;
#Illustreer aan de hand van een voorbeeld het belang van het tegenstroomprincipe bij uitwisselingsprocessen.&lt;br /&gt;
===21 juni 2010 VM===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Pseudocoeloom &lt;br /&gt;
##Clitellum &lt;br /&gt;
##Dauer&lt;br /&gt;
##Endostyl&lt;br /&gt;
##Corpora cardiata&lt;br /&gt;
#Verbinden:&lt;br /&gt;
##Antennae, Osculum, Spiraalplooi, Choanen, Parapodia, Scolex, Lijmcellen, Lofofoor&lt;br /&gt;
##Ctenophora, Ectoprocta, Cestoda, Porifera, Sarcopterygii, Condrichtyes, Crustacea, Polychaeta&lt;br /&gt;
#Schets de levenscyclus van Schistosoma.&lt;br /&gt;
#Vergelijk 3 types spierweefsel en leg het mechanisme van contractie uit. 5. Bespreek de hormonale regulatie van de menstruele cyclus.&lt;br /&gt;
===18 juni 2010===&lt;br /&gt;
#woordjes:&lt;br /&gt;
##adaptieve radiatie ï‚§ ascon&lt;br /&gt;
##nematocyst&lt;br /&gt;
##eutelie&lt;br /&gt;
##lofofoor&lt;br /&gt;
#verbinden: spicula (porifera), ambulacra (echinodermata), antennae (insecta), melkklieren (mammalia), rhopalia (cnidaria), proglottiden (cestoda), pseudocoel (nematoda), clitellum (huridinae)&lt;br /&gt;
#bestrijding van plaagsoorten uitleggen&lt;br /&gt;
#vergelijken van osmoregulatie bij zout- en zoetwatervissen 5. principe van impulsgeleiding in zenuwcellen&lt;br /&gt;
===15 juni 2006===&lt;br /&gt;
#woordjes:&lt;br /&gt;
##regressieve evolutie &lt;br /&gt;
##mimicry&lt;br /&gt;
##filariasis&lt;br /&gt;
##ecdysis&lt;br /&gt;
##parthenogenese&lt;br /&gt;
#verbinden: radula (gastropoda), ambulacra (echinodermata), antennae (arthropoda), cloeidisch ei (reptilia), gemmulae (porifera), mesogloea (cnidaria), parapodium (polychaeta), lofofoor (brachiopoda)&lt;br /&gt;
#principe van bioluminiscentie in victoria aequorine uitleggen&lt;br /&gt;
#beschrijf en vergelijk de gasuitwisseling bij tracheeÃ«n en longen&lt;br /&gt;
#geef functie, structuur en regulatie van de hypofyse + welke hormonen komen erbij voor&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Ebalemans</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Structurele_en_Fysiologische_Biologie&amp;diff=2230</id>
		<title>Structurele en Fysiologische Biologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Structurele_en_Fysiologische_Biologie&amp;diff=2230"/>
		<updated>2020-06-30T14:19:08Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Ebalemans: /* 22 juni 2020 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Eerstejaarsvak enkel aan biochemici en schakelstudenten gegeven, bestaat uit een deel plantkunde (Wim Van den Ende) en een deel dierkunde (Jozef Vanden Broeck). Deze delen hebben op dezelfde dag een examen, het ene mondeling en het andere schriftelijk, onbekend op voorhand dewelke mondeling en dewelke schriftelijk is. Beide examens hebben al jarenlang dezelfde opbouw van type vragen.&lt;br /&gt;
Voor 2de zit kan een vrijstelling aangevraagd worden voor het deel dat je door bent.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen PLANT==&lt;br /&gt;
===30 Januari 2020 NM===&lt;br /&gt;
# 8 meerkeuzevragen&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen lange dag en korte dag planten? (mondeling 3pt)&lt;br /&gt;
# Hoe kan de biologie meehelpen om wereldproblemen te verhelpen? Hoe zie je een samenwerking tussen landbouw en geavanceerde biotechnologie in de toekomst? (mondeling 7pt)&lt;br /&gt;
# Cyclus van bedektzadigen aanvullen. Is deze plant diplont/haplont/diplohaplont?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 Januari 2020 NM===&lt;br /&gt;
# 8 meerkeuzevragen&lt;br /&gt;
# Bespreek over diversiteit van fungi met hun eigenschappen; toepassingen in biotechnologie&lt;br /&gt;
# Bespreek over massastroming &lt;br /&gt;
# levenscyclus gegeven met woorden weggelaten, van wat is het (bedektzadigen). Is deze plant haplont, diplont, of diplohaplont en beargumenteer.&lt;br /&gt;
===20 Januari 2020 VM===&lt;br /&gt;
# 8 meerkeuzevragen&lt;br /&gt;
# Bespreek algemeen de plantenhormonen en het werkingsmechanisme. Bespreek apicale dominantie.&lt;br /&gt;
# levenscyclus gegeven met woorden weggelaten, van wat is het (bedektzadigen). Is deze plant haplont, diplont, of diplohaplont en beargumenteer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 Januari 2020 VM===&lt;br /&gt;
# 8 meerkeuzevragen&lt;br /&gt;
# Bespreek in detail een drietal manieren waarop planten ATP kunnen maken.&lt;br /&gt;
# Levenscyclus gegeven, van wat is het (was bedektzadigen) en aanvullen + is deze plant haplont, diplont, of diplohaplont en beargumenteer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 augustus 2019 VM===&lt;br /&gt;
# 8 meerkeuzevragen&lt;br /&gt;
# Bespreek in detail een drietal manieren waarop planten ATP kunnen maken.&lt;br /&gt;
# Situeer bondig de termen &amp;quot;gespvormig&amp;quot; en &amp;quot;CRISPR/CAS&amp;quot;&lt;br /&gt;
# Levenscyclus van bedektzadigen aanvullen + is deze plant haplont, diplont, of diplohaplont en beargumenteer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2019 VM===&lt;br /&gt;
# 8 meerkeuzevragen&lt;br /&gt;
# Bespreek in detail een drietal manieren waarop planten ATP kunnen maken.&lt;br /&gt;
# Situeer bondig de termen &amp;quot;gespvormig&amp;quot; en &amp;quot;CRISPR/CAS&amp;quot;&lt;br /&gt;
# Levenscyclus van bedektzadigen aanvullen + is deze plant haplont, diplont, of diplohaplont en beargumenteer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 januari 2019 VM===&lt;br /&gt;
# 8 meerkeuzevragen&lt;br /&gt;
# waterpotentiaal en zijn twee componenten&lt;br /&gt;
# Levenscyclus van bedektzadigen aanvullen + is deze plant haplont, diplont, of diplohaplont en beargumenteer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 januari 2019 NM===&lt;br /&gt;
# 8 meerkeuzevragen&lt;br /&gt;
# Geef 3 manieren waarop planten ATP synthetiseren (glycolyse, ademhaling, Kreb cyclus, ...)&lt;br /&gt;
# Leg bondig uit: CRISPR/Cas en CAM planten&lt;br /&gt;
# Levenscyclus van bedektzadigen aanvullen + is deze plant haplont, diplont, of diplohaplont en beargumenteer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===31 januari 2018 VM===&lt;br /&gt;
# 8 meerkeuzevragen&lt;br /&gt;
# Bespreek de evolutie &amp;amp; metabole diversiteit van prokaryoten en het ontstaan van de eukaryoten.&lt;br /&gt;
# Leg bondig uit: het ontstaan van hexaploïde tarwe, mechanisme voor de bloei van lange en korte dag planten.&lt;br /&gt;
# Levenscyclus van bedektzadigen aanvullen + is deze plant haplont, diplont, of diplohaplont en beargumenteer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 januari 2018 VM===&lt;br /&gt;
# 8 meerkeuzevragen&lt;br /&gt;
# Waterpotentiaal en zijn 2 componenten&lt;br /&gt;
# SAR&lt;br /&gt;
# Massastroming&lt;br /&gt;
# Cyclus van bedektzadigen aanvullen. Is deze plant haplont, diplont of diplohaplont en beargumenteer.&lt;br /&gt;
===15 januari 2018 VM===&lt;br /&gt;
# 8 meerkeuzevragen&lt;br /&gt;
# Geef 3 manieren waarop een plant ATP aanmaakt en leg gedetailleerd uit&lt;br /&gt;
# Hypersensitieve respons en CAM planten bondig uitleggen&lt;br /&gt;
# Cyclus bedektzadigen aanvullen. Is deze plant haplont, diplont, of diplohaplont en beargumenteer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 aug 2017 NM===&lt;br /&gt;
#meerkeuzevragen&lt;br /&gt;
#Geef 3 manieren waarop een plant ATP aanmaakt en leg gedetailleerd uit&lt;br /&gt;
#gespvorming en CAM planten bondig uitleggen&lt;br /&gt;
#cyclus bedektzadigen aanvullen + is deze plant haplont, diplont, of diplohaplont? beargumenteer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 aug 2017 VM===&lt;br /&gt;
#meerkeuzevragen&lt;br /&gt;
#plantenhormonen met werking geven + uitleggen hoe hormoonsysteem in planten werkt&lt;br /&gt;
#guttatie en waterpotentiaal bondig uitleggen&lt;br /&gt;
#cyclus bedektzadigen aanvullen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===31 jan 2017===&lt;br /&gt;
#Meerkeuzevragen&lt;br /&gt;
#Waterpotentiaal met zijn 2 componenten uitleggen. Wat gebeurt er als je opgeloste stoffen toevoegt aan het omgevings water?&lt;br /&gt;
#Massastroming en SAR uitleggen.&lt;br /&gt;
#Cyclus van bedektzadigen aanvullen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 jan 2016===&lt;br /&gt;
#8 meerkeuze vragen&lt;br /&gt;
#Mondelinge hoofdvraag: hoe wordt sucrose gevormd, hoe komt het in cortexe cellen van de wortels en wat is de bijdrage voor de accumulatie van K+ &lt;br /&gt;
#Bijvraag: leg chemiosmose en fotorespiratie uit&lt;br /&gt;
#Bijvraag: cyclus aanvullen van de bedektzadigen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 jan 2014 nm===&lt;br /&gt;
#Meerkeuze&lt;br /&gt;
#Welke hormonen zijn er bij planten, welke staan in voor apicale dominantie en hoe werkt dit.&lt;br /&gt;
#Leg uit hoe herbicide resistentie werkt en leg het mechanisme van glyfosaat uit. Levenscyclus.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===29 jan 2014 nm===&lt;br /&gt;
#Meerkeuze&lt;br /&gt;
#Bespreek de diversiteit van fungi en geef de levenscyclus van een ascomyceet.&lt;br /&gt;
#Bespreek de rol van mieren in commensalisme en de overdracht van parasieten.&lt;br /&gt;
#Levenscyclus van varens.&lt;br /&gt;
===28 jan 2014 nm===&lt;br /&gt;
#8 meerkeuzevragen (4 punten)&lt;br /&gt;
#Bespreek de huidige wereldproblemen en geef aan hoe plantenbiotechnologie/biologie zou kunnen bijdragen tot het aanreiken van van oplossingen (8 punten)&lt;br /&gt;
#Vul aan en verklaar dit ecologisch model (Bottom-up effect). Hoe kon dit model op experimentele wijze geverifieerd worden? (3 punten) &lt;br /&gt;
#Levenscyclus bedektzadige aanvullen (5 punten)&lt;br /&gt;
===28 jan 2014 vm===&lt;br /&gt;
#Meerkeuze&lt;br /&gt;
#Plantenhormonen welke types? regulatie? welke komen voor bij apicale dominantie? Regulatie? Werking?&lt;br /&gt;
#Levenscyclus bladmossen&lt;br /&gt;
#Tekening van de muis, mier, plant, zaad (interacties verklaren)&lt;br /&gt;
===27 jan 2014===&lt;br /&gt;
# 8 meerkeuzevragen.&lt;br /&gt;
#Bespreek de diversiteit en evolutie van prokaryoten en het onstaan van eukaryoten.&lt;br /&gt;
# Figuur uitleggen over bottom-upeffecten en ontbrekende termen aanvllen. &lt;br /&gt;
#Foto van doorsnede monocotyl blad: wat is het + delen benoemen.&lt;br /&gt;
===13 jan 2014===&lt;br /&gt;
# 5 meerkeuzevragen.&lt;br /&gt;
#Aanvullen van termen en processen (mitose/meiose) bij de levenscyvlus van gymnospermen. (Letterlijk uit het handboek fig. 31.12 p609)&lt;br /&gt;
#Een plantencel in zuiver water en geleidelijk aan zout toevoegen, wat gebeurt er? Leg uit a.d.h.v. een duidelijke grafiek.&lt;br /&gt;
#Wat is een preprofaseband? (en nog een term ?? uitleggen)&lt;br /&gt;
===23 jan 2012===&lt;br /&gt;
#Leg uit wat er zal gebeuren bij een plantencel in zuiver water en wat als je opgeloste stoffen toevoegt aan de omgeving. Maak een schema aan de hand van de waterpotentiaal en zijn 2 subcomponenten en leg uit hoe deze veranderen.&lt;br /&gt;
#Leg uit fotorespiratie: hoe wat waarom waar. &lt;br /&gt;
#Situeer:&lt;br /&gt;
##glyphosaat&lt;br /&gt;
##methanogeen&lt;br /&gt;
##guttatie&lt;br /&gt;
##Mycorrhiza&lt;br /&gt;
#Levenscyclus. Aangeven om welke levenscyclus het ging (bladmossen) en beargumenteren. Structuren en processen aanvullen op tekening. Aangeven of het een haplonte, diplonte of haplodiplonte levenscyclys was.&lt;br /&gt;
 ===1 feb 2011 VM===&lt;br /&gt;
#Volledige weg beschrijven die een C-atoom aflegt als CO2 indien ingebouwd in pectine in de celwand van rhizodermiscellen. Waaruit bestaat de celwand en wat is de functie?&lt;br /&gt;
#Bespreek in detail de signaalgeving en metabolische wegen van Rhizobium in symbiose met een plant.&lt;br /&gt;
#. Figuur: levenscyclus bedektzadigen &lt;br /&gt;
#Situeer:&lt;br /&gt;
##hexaploÃ¯die by tarwe&lt;br /&gt;
##cavitatieï‚§&lt;br /&gt;
##gespvorming by Basidiomyceten ï‚§ induceerbare mutaties&lt;br /&gt;
 ===27 jan 2011 NM===&lt;br /&gt;
#Volledige weg beschrijven die een N-atoom aflegt van de bodem tot inbouw als glycoproteÃ¯ne in een bladepidermiscel&lt;br /&gt;
#Vgl mossen en angiospermen. Zeggen hoe deze zijn aangepast aan leven op het land&lt;br /&gt;
#Figuur: &lt;br /&gt;
##structuur van een blad met huidmondjes &lt;br /&gt;
##hetzelfde -.- &lt;br /&gt;
#Situeer:&lt;br /&gt;
##allotetraploÃ¯die&lt;br /&gt;
##guttatie&lt;br /&gt;
##sterke vs zwakke sinks&lt;br /&gt;
##bespreek metabolisme Archaea&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 jan 2011 NM===&lt;br /&gt;
#De waterpotentiaal en de 2 componenten ervan bespreken als we een cel in zuiver water hebben en daar geleidelijk aan zout aan toevoegen. Schematisch weergeven en stap voor stap bespreken wat er met de cel gebeurt.&lt;br /&gt;
#Het verschil tussen gametofytische en sporofytische incompatibiliteit uitleggen. En een model geven voor gametofytische incompatibiliteit.&lt;br /&gt;
#Figuur: &lt;br /&gt;
##Doorsnede monocotyle stengel &lt;br /&gt;
##Vaatbundel en daarop floeem,&lt;br /&gt;
##xyleem en vezelschede benoemen&lt;br /&gt;
#Situeer:&lt;br /&gt;
##Endosymbiose&lt;br /&gt;
##ViroÃ¯den&lt;br /&gt;
##Soortkruisingen&lt;br /&gt;
##Lenticel&lt;br /&gt;
===24 jan 2011 VM===&lt;br /&gt;
#Bespreek structuur, samenstelling, functie en oorsprong van de plantencelwand.&lt;br /&gt;
#Bespreek de verschillen tussen C3, C4 en CAM&lt;br /&gt;
#Figuur: monokotyle stengel met vaatbundel&lt;br /&gt;
#Situeer:&lt;br /&gt;
##hydrogenosoom&lt;br /&gt;
##Agrobacterium tumefaciens&lt;br /&gt;
##massastroming (Munch hypothese) &lt;br /&gt;
##terminatortechnologie&lt;br /&gt;
===25 jan 2010 VM===&lt;br /&gt;
#Teken een dwarsdoorsnede van een wortel van een monokotyle plant. Wat is het verschil met een dikotyle plant?&lt;br /&gt;
#Bespreek (fysiologisch en chemisch) de weg die een CO2 molecule aflegt vanuit de lucht om ingebouwd de worden in de celwand van een&lt;br /&gt;
rhizodermiscel.&lt;br /&gt;
#Vergelijk CO2 fixatie bij C3 en C4 planten. Wat zijn de ethiologische implicaties?&lt;br /&gt;
#ABC van de bloemetjes&lt;br /&gt;
#Situeer:&lt;br /&gt;
#Soortkruising&lt;br /&gt;
#Isospore haplodiplont &lt;br /&gt;
#Worteldruk&lt;br /&gt;
#Basidiomyceten&lt;br /&gt;
#ï‚§Archebacteria&lt;br /&gt;
===18 jan 2010 NM===&lt;br /&gt;
#Bespreek de mogelijkheden voor overdracht van genetische informatie tussen individuen die tot een andere soort behoren.&lt;br /&gt;
#Vul volgende figuur aan en bespreek (die van potentiaal, niet met de kleurtjes, degene die ook in de cursus staat).&lt;br /&gt;
#Vergelijk CO2 fixatie bij CAM en C4 planten. 4. ABC van de bloemen.&lt;br /&gt;
#Situeer en bespreek:&lt;br /&gt;
##ascomyceten,&lt;br /&gt;
##heterospore haplodiplonten&lt;br /&gt;
##3 figuren: (een stengel ==&amp;amp;gt; figuur helemaal onderaan rechts in voorbeeldvragen, een blad ==&amp;amp;gt; die gele figuur zo :p en een wortel ==&amp;amp;gt; laatste blz, rechts bovenaan)&lt;br /&gt;
===18 jan 2010 VM===&lt;br /&gt;
#Bespreek autotrofie bij prokaryoten en eukaryoten.&lt;br /&gt;
#Gametofytische incompatibiliteit.&lt;br /&gt;
#Fotorespiratie: wat, waar, hoe, waarom?&lt;br /&gt;
#Vul aan en bespreek zodat duidelijk wordt of het om een haplont, diplont of haplodiplont organisme gaat. Is dit type organisme al goed aangepast aan het landleven? (figuur van varens, zie voorbeeldvragen) &lt;br /&gt;
#Situeer en bespreek:&lt;br /&gt;
##3 figuren (monokotyl blad, dikotyle verdikte stengel, monokotyle vaatbundel),&lt;br /&gt;
##agrobacterium tumefaciens&lt;br /&gt;
##basidiomyceten.&lt;br /&gt;
===26 jan 2009===&lt;br /&gt;
#Plantencelwand: Samenstelling? Structuur? Functie? Oorsprong?&lt;br /&gt;
#Transport in planten: Hoe? Waar? Waarom?&lt;br /&gt;
#C4 en CAM planten: Wat? Waarom? Hoe? Verschil?&lt;br /&gt;
#Afbeelding van een diplohaplonte cyclus, en zeggen of deze plant al goed&lt;br /&gt;
is aangepast aan het leven op het land. &lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Soortkruising&lt;br /&gt;
##Agrobacterium Tumefaciens&lt;br /&gt;
##Zelfincompatibiliteit&lt;br /&gt;
##Het ABC van de bloemetjes&lt;br /&gt;
##Fotoke van dwarse doorsnede van een plantenstengel, zeggen wa ge ziet en van die dinge..&lt;br /&gt;
===19 jan 2009===&lt;br /&gt;
#voortplantingscyclus (mos)&lt;br /&gt;
#bespreek zo goed mogelijk de opnamen van N uit nitraat (chemisch/fysisch) en inbouw in celwandprotÃ«ine epidermiscel 3. teken primaire stengel dikotyle plant + verschil monokotyle&lt;br /&gt;
#fotorespiratie: zin of onzin.&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##gametofytische zelfincompabiliteit &lt;br /&gt;
##ABC van bloemen&lt;br /&gt;
##worteldruk&lt;br /&gt;
##retrovirussen&lt;br /&gt;
===28 jan 2008===&lt;br /&gt;
#vergelijk autotrofie bij eukaryoten en prokaryoten&lt;br /&gt;
#fotorespiratie&lt;br /&gt;
#zelf-incompabiliteit&lt;br /&gt;
#cyclus van varen aanvullen + aangepassingen aan het land &lt;br /&gt;
#Situeer:&lt;br /&gt;
##drie foto&#039;s &lt;br /&gt;
##Agrobacterium tumefaciens  &lt;br /&gt;
##Basidiomyceet&lt;br /&gt;
===28 jan 2008===&lt;br /&gt;
#primaire dikotyle wortel tekenen en bespreken, vergelijken met monokotyle &lt;br /&gt;
#Welke fysische en chemische weg moet het N-atoom van NH4+ afleggen&lt;br /&gt;
om ingebouwd te kunnen worden in een celwandproteÃ¯ne van een blad&lt;br /&gt;
#Grafieken van CO2-opname van C3 en C4 planten. Zelf assen invullen en c3 en c4 aanduiden + uitleggen waarom&lt;br /&gt;
#Welke aanpassingen moet een landplant hebben ten opzichte van een wier&lt;br /&gt;
om te kunnen overleven op het land en is dit bij alle zo &lt;br /&gt;
#Bespreek:&lt;br /&gt;
##ascomyceten &lt;br /&gt;
##retrotransposons&lt;br /&gt;
##archeaebacteriÃ«n&lt;br /&gt;
##zelfincomptabiliteit&lt;br /&gt;
===21 jan 2008===&lt;br /&gt;
#Hoe genetische informatie overbrengen tussen individuen van verschillende soorten denk ik&lt;br /&gt;
#Bespreek en vul aan die figuur van de waterpotentiaal in een cel&lt;br /&gt;
#leg uit hoe CO2 wordt gefixeerd bij C4 planten en CAM planten en vergelijk &lt;br /&gt;
#geef een schematische voorstelling en een voorbeeld van een heterospore haplodiplont cyclus &lt;br /&gt;
#Situeer:&lt;br /&gt;
##Ascomyceten&lt;br /&gt;
##zelfincompatibiliteit&lt;br /&gt;
## 3 foto&#039;kes ( stengel, wortel en blad)&lt;br /&gt;
===18 jan 2008===&lt;br /&gt;
#teken structuur monocotyle wortel, vgl met dicotyle&lt;br /&gt;
#bespreek fixatie co2 bij C4-C3 planten, ahv voor en nadelen&lt;br /&gt;
#voortplantingscyclus (van ascomyceten, was wel niet gegeven da het over asco ging ) aanvullen en uitleggen waarom het haplont/diplont/diplohaplont is&lt;br /&gt;
#bespreek hoe C via co2 kan ingebouwd worden in de rizodhermiscellen (&lt;br /&gt;
zowel fysich als chemisch ) &lt;br /&gt;
#Situeer en bespreek:&lt;br /&gt;
##worteldruk&lt;br /&gt;
##basidiomyceten &lt;br /&gt;
##archeaebacteriÃ«n&lt;br /&gt;
##soortbestuiving&lt;br /&gt;
##retrovirussen&lt;br /&gt;
===14 jan 2008===&lt;br /&gt;
#Celwand: Samenstelling? Functie? Oorsprong? Structuur?&lt;br /&gt;
#Vergelijk het transport van mineralen en het transport van&lt;br /&gt;
fotosyntheseproducten&lt;br /&gt;
#Je gaat op excursie om C3/C4/CAM planten te inventariseren. Wat voor&lt;br /&gt;
materiaal neem je mee en leg uit.&lt;br /&gt;
#Tekening van een voortplantingscyclus: Is dit haplont/diplont/haplodiplont? Leg uit en geef aan of en hoe deze plant aan het landleven aangepast is. &lt;br /&gt;
#Situeer en bespreek:&lt;br /&gt;
##Zelfincopatibiliteit&lt;br /&gt;
##Agrobacterium tumefaciens&lt;br /&gt;
##3 tekeningen (doorsneden van stengel/wortel)&lt;br /&gt;
===2 feb 2007===&lt;br /&gt;
#twee grafieken zonder aanduidingen &amp;amp;quot;vul aan en verklaar&amp;amp;quot;&lt;br /&gt;
#genetische overdracht tussen individuen van dezelfde soort en verschillende soorten, leg uit&lt;br /&gt;
===15 jan 2007===&lt;br /&gt;
#Vul volgende grafiek aan en bespreek (die van de waterpotentiaal van de omgeving t o v die in de plantencel) en hoe zit dit in &#039;t xyleem? &lt;br /&gt;
#Fotorespiratie: wat? waar? hoe? waarom?&lt;br /&gt;
#Situeer:&lt;br /&gt;
##lenticellen&lt;br /&gt;
##heterospore&lt;br /&gt;
##haplodiplonten&lt;br /&gt;
##zygomyceten&lt;br /&gt;
##endodermis&lt;br /&gt;
##gametofytische incompatibiliteit&lt;br /&gt;
##agrobacterium tumefaciens&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen DIER== &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 juni 2020===&lt;br /&gt;
# Begrippen verklaren: Dauer, Planula, Sarcomeer, Adaptieve radiatie&lt;br /&gt;
# Termen verbinden + functie geven: Mesogloea, Clitellum, Choanen, Proglottiden, Lofofoor, Endostyl, Corpus allatum&lt;br /&gt;
# 3 voorbeelden plaagbestrijding&lt;br /&gt;
# Ademhaling beenvissen, zoogdieren &amp;amp; vogels uitleggen&lt;br /&gt;
# Vrouwelijke voortplantings/menstruatiecyclus hormonaal uitleggen adhv schema&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2020===&lt;br /&gt;
# Begrippen verklaren: coeloom, ecdysis, gemmulae, eutelie&lt;br /&gt;
# Termen verbinden idem vorige jaren + watervatenstelsel&lt;br /&gt;
# Vergelijk osmoregulatie bij zoet- en zoutwatervissen&lt;br /&gt;
# Leg de werking van bioluminescentie uit bij Aequorea victoria&lt;br /&gt;
# Bespreek actiepotentiaal (zenuwimpuls)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 augustus 2019 VM===&lt;br /&gt;
# Begrippen verklaren: parthenogenese, eutelie, monocyt &lt;br /&gt;
# Termen verbinden idem vorige jaren &lt;br /&gt;
# Skeletspier structuur en hoe werkt deze (wat is een elektrische impuls)&lt;br /&gt;
# Glucosegehalte in bloedplasma en regulerende hormonen, waar worden glucose opgeslagen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2019 VM===&lt;br /&gt;
# Verklaar volgende begrippen: RNA interferentie, epifyse, prothorax&lt;br /&gt;
# Verbind volgende begrippen en verklaar bondig: &lt;br /&gt;
## parapodia, radula, buisjes van Malphigi, pseudocoel, clitellum, cleidoïsch ei, ambulacra, choanocyten.&lt;br /&gt;
## Oligochaeta, Reptilia, Echinodermata, Porifera, Polychaeta, Nematoda, Insecta, Gastropoda&lt;br /&gt;
# Bespreek de rol van de maag en het duodenum in de spijvertering. Welke hormonen worden daar lokaal vrijgesteld en wat is hun rol?&lt;br /&gt;
# Bespreek de hartcyclus en bloedsomloop en de regulatie van de bloeddruk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 januari 2019 VM===&lt;br /&gt;
# Begrippen verklaren: parthenogenese, eutelie, monocyt &lt;br /&gt;
# Termen verbinden idem vorige jaren &lt;br /&gt;
# Skeletspier structuur en hoe werkt deze&lt;br /&gt;
# Glucosegehalte in plasma en regulerende hormonen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 januari 2019 NM===&lt;br /&gt;
#Begrippen verklaren: gemmula, radula, planula&lt;br /&gt;
#Termen verbinden en kort de functie geven ervan: ambulacra (Echinodermata), mesoglea (Cnidaria), lofofoor (Branchiopoda), proglottiden (Cestoda), clitellum (Huridinae), corpus alata (Insecta), choanen, endostyl&lt;br /&gt;
# Leg de werking van bioluminescentie uit bij Aequorea victoria.&lt;br /&gt;
#Leg de menstruatiecyclus uit adhv de hormonen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===31 januari 2018 VM===&lt;br /&gt;
# Verklaar volgende begrippen: RNA interferentie, epifyse, prothorax&lt;br /&gt;
# Verbind volgende begrippen en verklaar bondig: parapodia, radula, buisjes van Malphigi, pseudocoel, clitellum, cleidoïsch ei, ambulacra, choanocyten.&lt;br /&gt;
# Bespreek de rol van de maag en het duodenum in de spijvertering. Welke hormonen worden hier geproduceerd en wat is hun rol?&lt;br /&gt;
# Bespreek de hartcyclus en bloedsomloop en de regulatie van de bloeddruk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 januari 2018 VM===&lt;br /&gt;
#Begrippen verklaren: Ambulacra, Thrombocyt, Mimicry&lt;br /&gt;
#Termen verbinden en kort de functie geven ervan: zie vorige jaren&lt;br /&gt;
#Osmoregulatie van zoetwater- en zoutwater vissen&lt;br /&gt;
#Geef de werking en structuur van het binnenoor.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2018 VM ===&lt;br /&gt;
# Begrippen verklaren: gemmulae, radula en parthenogenese.&lt;br /&gt;
# Verbinden: exact dezelfde begrippen als vorige jaren.&lt;br /&gt;
# Leg de werking van bioluminescentie uit bij Aequorea victoria.&lt;br /&gt;
# Geef de structuur, werking en regulatie van een nefron bij zoogdieren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 aug 2017 NM===&lt;br /&gt;
#Begrippen verklaren: Parafyletisch, Parthogenese, Eutelie&lt;br /&gt;
#Verbinden: exact dezelfde begrippen als vorige jaren&lt;br /&gt;
#Geen 3 bestrijdingsstrategiën tegen een insecten plaagsoort en leg uit&lt;br /&gt;
#Leg de menstruatiecyclus uit adhv de hormonen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 aug 2017 VM===&lt;br /&gt;
#verklaar: blastula, monocyt, convergete evolutie&lt;br /&gt;
#verbind, ongeveer zelfde begrippen als vorige jaren + zweetklier (mammalia), zijlijn (osteichthyes)&lt;br /&gt;
#Samenstelling van een spier + werking contractie&lt;br /&gt;
#hoe wordt het glucose gehalte in het bloed gereguleerd, welke hormonen werken hierbij en waar worden ze gemaakt&lt;br /&gt;
===31 jan 2017===&lt;br /&gt;
#Verklaar: dauer, ecdysis en filariasis.&lt;br /&gt;
#Verbind, zelfde begrippen als voorgaande jaren.&lt;br /&gt;
#Vergelijk zuurstof opname bij zoogdieren en insecten.&lt;br /&gt;
#Hoe werkt het doorgeven van zenuwimpulsen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Termen: RNA interferentie, epifyse, prothorax&lt;br /&gt;
#Verbinden&lt;br /&gt;
#Uitleggen: 3 voorbeelden van tegenstroomprincipe en impulsgeleiding&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 aug 2014===&lt;br /&gt;
#Begrippen:&lt;br /&gt;
##adaptieve radiatie&lt;br /&gt;
##gremmula&lt;br /&gt;
##eutelie&lt;br /&gt;
#Verbind:&lt;br /&gt;
##preenklier - spiraalplooi - pedipalpen - mesogloea - corpus alata - ambulacra - radula - citellum &lt;br /&gt;
##cnidaria - insecta - echinodermata - gestropoda - chondrichtys - hirunae - aves - chelicerata&lt;br /&gt;
#Geef het mechanisme van de bioluminescentie bij aquora victoria&lt;br /&gt;
#Bespreek de structuur, werking en regulatie van een nefron bij zoogdieren.&lt;br /&gt;
===30 jan 2014===&lt;br /&gt;
#Begrippen :&lt;br /&gt;
##Metanefridium&lt;br /&gt;
##Regeneratie&lt;br /&gt;
##Clitellum&lt;br /&gt;
#Verbinden: mesogloea, speenklier, kieuwdeksel, pedipalp, ambulacra, corpora allata, spiraalplooi, radula&lt;br /&gt;
#Leg de menstruatiecyclus uit en geef 3 voorbeelden van tegenstrooomprincipe&lt;br /&gt;
===29 jan 2014 NM===&lt;br /&gt;
#Begrippen:&lt;br /&gt;
##Filiarsis&lt;br /&gt;
##Mimicry &lt;br /&gt;
##Corpora cardiaca&lt;br /&gt;
#Verbinden: termen van de vorig jaren.&lt;br /&gt;
#Leg de werking van longen en tracheÃ«n uit en vergelijk. Vergelijk&lt;br /&gt;
osmoregulatie bij zoet-en zoutwatervissen.&lt;br /&gt;
===28 jan 2014 NM===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Lofofoor&lt;br /&gt;
##Adaptieve radiatie &lt;br /&gt;
##Protonefridium&lt;br /&gt;
#Verbind: parapodia(polychaeta), radula(Gastropoda), Antennae(Arthropoda), Mesogloea(cnidaria), clitellum(Oligochaeta), CleidoÃ¯sche ei(Reptilia), Ambulacra(Echinodermata), Gemmulae(Porifera)&lt;br /&gt;
#Illustreer aan de hand van drie voorbeelden het belang van het tegenstroomprincipe en leg uit.&lt;br /&gt;
#Leg het mechanisme uit van de elektrische impulsgeleiding door zenuwcellen.&lt;br /&gt;
===28 jan 2014 VM===&lt;br /&gt;
#Begrippen:&lt;br /&gt;
##Gemmula&lt;br /&gt;
##Radula&lt;br /&gt;
##Corpora allata&lt;br /&gt;
#Verbinden: termen van de vorig jaren.&lt;br /&gt;
#Bespreken en vergelijken het mechanisme van gasuitwisseling bij longen zoogdieren en vogels&lt;br /&gt;
#Welke hormonen worden gevormd in de gonaden bij de mens en regulatie.&lt;br /&gt;
===27 jan 2014===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Planula&lt;br /&gt;
##RNA interference&lt;br /&gt;
##Eutelie&lt;br /&gt;
#Verbinden, opnieuw combinaite die hieronder al staat&lt;br /&gt;
#Bespreek de structuur en het contractiemechanisme van skeletspieren. &lt;br /&gt;
#Wat zijn de belangrijkste hormonen die door de schildklier geproduceerd worden en hoe worden ze gereguleerd?&lt;br /&gt;
===13 jan 2012===&lt;br /&gt;
#Leg uit:&lt;br /&gt;
##Gremule&lt;br /&gt;
##Eutelie &lt;br /&gt;
##Amnion&lt;br /&gt;
#Verbindt Latijnse namen met Latijnse namen. (letterlijk als in het voorbeeld examen)&lt;br /&gt;
#Leg bondig uit: Skeletspier (structuur, werking en regulatie)&lt;br /&gt;
#Welke hormonen spelen welke rol in de vrouwelijke voortplantingscycus?&lt;br /&gt;
===25 juni 2012===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Nematocyst ï‚§?&lt;br /&gt;
##Metamorfose ï‚§ Lolofoo&lt;br /&gt;
##Amnion&lt;br /&gt;
#Verbinden (Combinatie van termen die al gegeven zijn in de vorige examens)&lt;br /&gt;
#Bespreek en vergelijk drie types spierweefsel bij dieren.&lt;br /&gt;
#Bespreek rol van gal en pancreas in de spijsvertering (in invertebraten). 5. Bespreek de regulatie van hartcyclus en bloeddruk (in zoogdieren).&lt;br /&gt;
===22 juni 2012===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Protonefridia&lt;br /&gt;
##Ecdysis&lt;br /&gt;
##Parthenogenese&lt;br /&gt;
##Mimicry&lt;br /&gt;
##Filariasis&lt;br /&gt;
#Verbinden ( was combinatie van termen die al gegeven zijn in de vorige examens)&lt;br /&gt;
#bestrijding van plaagsoorten uitleggen&lt;br /&gt;
#beschrijf en vergelijk de gasuitwisseling bij tracheeÃ«n en longen&lt;br /&gt;
#Bespreek het doorgeven van een elektrische impuls in een zenuwcel&lt;br /&gt;
===19 juni 2012===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Feromoon&lt;br /&gt;
##Dauer&lt;br /&gt;
##Regressieve evolutie&lt;br /&gt;
##Endostyl ï‚§&lt;br /&gt;
#Verbinden. Allemaal termen uit de vragen van vorige jaren.&lt;br /&gt;
#Geef de levenscyclus van de runderlintworm en bespreek.&lt;br /&gt;
#Leg het tegenstroomprincipe uit aan de hand van drie voorbeelden.&lt;br /&gt;
#Bespreek structuur en werking van de hypofyse. Welke hormonen zijn aanwezig in de hypofyse?&lt;br /&gt;
===24 juni 2011===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Protonefridia&lt;br /&gt;
##regressieve evolutie&lt;br /&gt;
##Pseudocoeloom &lt;br /&gt;
##Dauer &lt;br /&gt;
##oncosfeer&lt;br /&gt;
#Verbinden:&lt;br /&gt;
##spicula, proglottiden, Clitellum, lofofoor, endocuticula, choanen, lijmcellen, rhopalia&lt;br /&gt;
##Ctenophora, Cestoda, Ectoprocta, Arthropoda, porifera, Sarcopterygii, Cnidaria, oligochaeta&lt;br /&gt;
#bestrijding van plaagsoorten uitleggen&lt;br /&gt;
#beschrijf en vergelijk de gasuitwisseling bij tracheeÃ«n en longen&lt;br /&gt;
#welke hormonen reguleren het mannelijk voortplantingsstelsel (bij de mens)?&lt;br /&gt;
===23 juni 2011===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Planula&lt;br /&gt;
##Cephalisatie&lt;br /&gt;
##Enterocoel&lt;br /&gt;
##Ecdysis&lt;br /&gt;
##RNA interference&lt;br /&gt;
#Verbinden: Parapodia, Spiraalplooi, antennae, scolex, choanen, lofofoor, lijmcellen,osculum&lt;br /&gt;
#Bespreek de evolutie van de mens (bondig)&lt;br /&gt;
#Bespreek de structuur van een lichaamsspier en de contractie er van 5. Bespreek het doorgeven van een elektrische impuls in een zenuwcel&lt;br /&gt;
===21 juni 2011===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Gemmula&lt;br /&gt;
##Adaptieve radiatie&lt;br /&gt;
##Eutelie &lt;br /&gt;
##Rhopalia ï‚§&lt;br /&gt;
#Verbinden:&lt;br /&gt;
##Preenklier, Kieuwdeksel, Pedipalpen, Mesogloea, Endostyl, Ambulacra, Radula, Clitellum&lt;br /&gt;
##Aves, Osteichthyes, Chelicerata, Cnidaria, Cephalochordata, Echinodermata, Gastropoda, Hirudinea&lt;br /&gt;
#Bespreek bioluminiscentie.&lt;br /&gt;
#Hoe wordt de glucoseconcentratie in het plasma gereguleerd. 5. Bespreek de hormonen bij de menselijke voortplantingscyclus.&lt;br /&gt;
===21 juni 2010 NM===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Regeneratie&lt;br /&gt;
##Protonefridia&lt;br /&gt;
##Scolex&lt;br /&gt;
##Corpora allata&lt;br /&gt;
#Verbinden:&lt;br /&gt;
##Preenklier, Kieuwdeksel, Pedipalpen, Mesogloea, Endostyl, Ambulacra, Radula, Clitellum&lt;br /&gt;
##Aves, Osteichthyes, Chicerata, Cnidaria, Cephalochordata, Echinodermata, Gastropoda, Hirudinea&lt;br /&gt;
#Wat weet je over de evolutie van de mens. Bespreek bondig.&lt;br /&gt;
#Bespreek hartcyclus en bloedsomloop (bij zoogdieren) en de regulatie daarvan.&lt;br /&gt;
#Illustreer aan de hand van een voorbeeld het belang van het tegenstroomprincipe bij uitwisselingsprocessen.&lt;br /&gt;
===21 juni 2010 VM===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Pseudocoeloom &lt;br /&gt;
##Clitellum &lt;br /&gt;
##Dauer&lt;br /&gt;
##Endostyl&lt;br /&gt;
##Corpora cardiata&lt;br /&gt;
#Verbinden:&lt;br /&gt;
##Antennae, Osculum, Spiraalplooi, Choanen, Parapodia, Scolex, Lijmcellen, Lofofoor&lt;br /&gt;
##Ctenophora, Ectoprocta, Cestoda, Porifera, Sarcopterygii, Condrichtyes, Crustacea, Polychaeta&lt;br /&gt;
#Schets de levenscyclus van Schistosoma.&lt;br /&gt;
#Vergelijk 3 types spierweefsel en leg het mechanisme van contractie uit. 5. Bespreek de hormonale regulatie van de menstruele cyclus.&lt;br /&gt;
===18 juni 2010===&lt;br /&gt;
#woordjes:&lt;br /&gt;
##adaptieve radiatie ï‚§ ascon&lt;br /&gt;
##nematocyst&lt;br /&gt;
##eutelie&lt;br /&gt;
##lofofoor&lt;br /&gt;
#verbinden: spicula (porifera), ambulacra (echinodermata), antennae (insecta), melkklieren (mammalia), rhopalia (cnidaria), proglottiden (cestoda), pseudocoel (nematoda), clitellum (huridinae)&lt;br /&gt;
#bestrijding van plaagsoorten uitleggen&lt;br /&gt;
#vergelijken van osmoregulatie bij zout- en zoetwatervissen 5. principe van impulsgeleiding in zenuwcellen&lt;br /&gt;
===15 juni 2006===&lt;br /&gt;
#woordjes:&lt;br /&gt;
##regressieve evolutie &lt;br /&gt;
##mimicry&lt;br /&gt;
##filariasis&lt;br /&gt;
##ecdysis&lt;br /&gt;
##parthenogenese&lt;br /&gt;
#verbinden: radula (gastropoda), ambulacra (echinodermata), antennae (arthropoda), cloeidisch ei (reptilia), gemmulae (porifera), mesogloea (cnidaria), parapodium (polychaeta), lofofoor (brachiopoda)&lt;br /&gt;
#principe van bioluminiscentie in victoria aequorine uitleggen&lt;br /&gt;
#beschrijf en vergelijk de gasuitwisseling bij tracheeÃ«n en longen&lt;br /&gt;
#geef functie, structuur en regulatie van de hypofyse + welke hormonen komen erbij voor&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Ebalemans</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Structurele_en_Fysiologische_Biologie&amp;diff=2229</id>
		<title>Structurele en Fysiologische Biologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Structurele_en_Fysiologische_Biologie&amp;diff=2229"/>
		<updated>2020-06-30T14:18:47Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Ebalemans: /* 22 juni 2020 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Eerstejaarsvak enkel aan biochemici en schakelstudenten gegeven, bestaat uit een deel plantkunde (Wim Van den Ende) en een deel dierkunde (Jozef Vanden Broeck). Deze delen hebben op dezelfde dag een examen, het ene mondeling en het andere schriftelijk, onbekend op voorhand dewelke mondeling en dewelke schriftelijk is. Beide examens hebben al jarenlang dezelfde opbouw van type vragen.&lt;br /&gt;
Voor 2de zit kan een vrijstelling aangevraagd worden voor het deel dat je door bent.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen PLANT==&lt;br /&gt;
===30 Januari 2020 NM===&lt;br /&gt;
# 8 meerkeuzevragen&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen lange dag en korte dag planten? (mondeling 3pt)&lt;br /&gt;
# Hoe kan de biologie meehelpen om wereldproblemen te verhelpen? Hoe zie je een samenwerking tussen landbouw en geavanceerde biotechnologie in de toekomst? (mondeling 7pt)&lt;br /&gt;
# Cyclus van bedektzadigen aanvullen. Is deze plant diplont/haplont/diplohaplont?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 Januari 2020 NM===&lt;br /&gt;
# 8 meerkeuzevragen&lt;br /&gt;
# Bespreek over diversiteit van fungi met hun eigenschappen; toepassingen in biotechnologie&lt;br /&gt;
# Bespreek over massastroming &lt;br /&gt;
# levenscyclus gegeven met woorden weggelaten, van wat is het (bedektzadigen). Is deze plant haplont, diplont, of diplohaplont en beargumenteer.&lt;br /&gt;
===20 Januari 2020 VM===&lt;br /&gt;
# 8 meerkeuzevragen&lt;br /&gt;
# Bespreek algemeen de plantenhormonen en het werkingsmechanisme. Bespreek apicale dominantie.&lt;br /&gt;
# levenscyclus gegeven met woorden weggelaten, van wat is het (bedektzadigen). Is deze plant haplont, diplont, of diplohaplont en beargumenteer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 Januari 2020 VM===&lt;br /&gt;
# 8 meerkeuzevragen&lt;br /&gt;
# Bespreek in detail een drietal manieren waarop planten ATP kunnen maken.&lt;br /&gt;
# Levenscyclus gegeven, van wat is het (was bedektzadigen) en aanvullen + is deze plant haplont, diplont, of diplohaplont en beargumenteer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 augustus 2019 VM===&lt;br /&gt;
# 8 meerkeuzevragen&lt;br /&gt;
# Bespreek in detail een drietal manieren waarop planten ATP kunnen maken.&lt;br /&gt;
# Situeer bondig de termen &amp;quot;gespvormig&amp;quot; en &amp;quot;CRISPR/CAS&amp;quot;&lt;br /&gt;
# Levenscyclus van bedektzadigen aanvullen + is deze plant haplont, diplont, of diplohaplont en beargumenteer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2019 VM===&lt;br /&gt;
# 8 meerkeuzevragen&lt;br /&gt;
# Bespreek in detail een drietal manieren waarop planten ATP kunnen maken.&lt;br /&gt;
# Situeer bondig de termen &amp;quot;gespvormig&amp;quot; en &amp;quot;CRISPR/CAS&amp;quot;&lt;br /&gt;
# Levenscyclus van bedektzadigen aanvullen + is deze plant haplont, diplont, of diplohaplont en beargumenteer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 januari 2019 VM===&lt;br /&gt;
# 8 meerkeuzevragen&lt;br /&gt;
# waterpotentiaal en zijn twee componenten&lt;br /&gt;
# Levenscyclus van bedektzadigen aanvullen + is deze plant haplont, diplont, of diplohaplont en beargumenteer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 januari 2019 NM===&lt;br /&gt;
# 8 meerkeuzevragen&lt;br /&gt;
# Geef 3 manieren waarop planten ATP synthetiseren (glycolyse, ademhaling, Kreb cyclus, ...)&lt;br /&gt;
# Leg bondig uit: CRISPR/Cas en CAM planten&lt;br /&gt;
# Levenscyclus van bedektzadigen aanvullen + is deze plant haplont, diplont, of diplohaplont en beargumenteer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===31 januari 2018 VM===&lt;br /&gt;
# 8 meerkeuzevragen&lt;br /&gt;
# Bespreek de evolutie &amp;amp; metabole diversiteit van prokaryoten en het ontstaan van de eukaryoten.&lt;br /&gt;
# Leg bondig uit: het ontstaan van hexaploïde tarwe, mechanisme voor de bloei van lange en korte dag planten.&lt;br /&gt;
# Levenscyclus van bedektzadigen aanvullen + is deze plant haplont, diplont, of diplohaplont en beargumenteer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 januari 2018 VM===&lt;br /&gt;
# 8 meerkeuzevragen&lt;br /&gt;
# Waterpotentiaal en zijn 2 componenten&lt;br /&gt;
# SAR&lt;br /&gt;
# Massastroming&lt;br /&gt;
# Cyclus van bedektzadigen aanvullen. Is deze plant haplont, diplont of diplohaplont en beargumenteer.&lt;br /&gt;
===15 januari 2018 VM===&lt;br /&gt;
# 8 meerkeuzevragen&lt;br /&gt;
# Geef 3 manieren waarop een plant ATP aanmaakt en leg gedetailleerd uit&lt;br /&gt;
# Hypersensitieve respons en CAM planten bondig uitleggen&lt;br /&gt;
# Cyclus bedektzadigen aanvullen. Is deze plant haplont, diplont, of diplohaplont en beargumenteer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 aug 2017 NM===&lt;br /&gt;
#meerkeuzevragen&lt;br /&gt;
#Geef 3 manieren waarop een plant ATP aanmaakt en leg gedetailleerd uit&lt;br /&gt;
#gespvorming en CAM planten bondig uitleggen&lt;br /&gt;
#cyclus bedektzadigen aanvullen + is deze plant haplont, diplont, of diplohaplont? beargumenteer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 aug 2017 VM===&lt;br /&gt;
#meerkeuzevragen&lt;br /&gt;
#plantenhormonen met werking geven + uitleggen hoe hormoonsysteem in planten werkt&lt;br /&gt;
#guttatie en waterpotentiaal bondig uitleggen&lt;br /&gt;
#cyclus bedektzadigen aanvullen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===31 jan 2017===&lt;br /&gt;
#Meerkeuzevragen&lt;br /&gt;
#Waterpotentiaal met zijn 2 componenten uitleggen. Wat gebeurt er als je opgeloste stoffen toevoegt aan het omgevings water?&lt;br /&gt;
#Massastroming en SAR uitleggen.&lt;br /&gt;
#Cyclus van bedektzadigen aanvullen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 jan 2016===&lt;br /&gt;
#8 meerkeuze vragen&lt;br /&gt;
#Mondelinge hoofdvraag: hoe wordt sucrose gevormd, hoe komt het in cortexe cellen van de wortels en wat is de bijdrage voor de accumulatie van K+ &lt;br /&gt;
#Bijvraag: leg chemiosmose en fotorespiratie uit&lt;br /&gt;
#Bijvraag: cyclus aanvullen van de bedektzadigen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 jan 2014 nm===&lt;br /&gt;
#Meerkeuze&lt;br /&gt;
#Welke hormonen zijn er bij planten, welke staan in voor apicale dominantie en hoe werkt dit.&lt;br /&gt;
#Leg uit hoe herbicide resistentie werkt en leg het mechanisme van glyfosaat uit. Levenscyclus.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===29 jan 2014 nm===&lt;br /&gt;
#Meerkeuze&lt;br /&gt;
#Bespreek de diversiteit van fungi en geef de levenscyclus van een ascomyceet.&lt;br /&gt;
#Bespreek de rol van mieren in commensalisme en de overdracht van parasieten.&lt;br /&gt;
#Levenscyclus van varens.&lt;br /&gt;
===28 jan 2014 nm===&lt;br /&gt;
#8 meerkeuzevragen (4 punten)&lt;br /&gt;
#Bespreek de huidige wereldproblemen en geef aan hoe plantenbiotechnologie/biologie zou kunnen bijdragen tot het aanreiken van van oplossingen (8 punten)&lt;br /&gt;
#Vul aan en verklaar dit ecologisch model (Bottom-up effect). Hoe kon dit model op experimentele wijze geverifieerd worden? (3 punten) &lt;br /&gt;
#Levenscyclus bedektzadige aanvullen (5 punten)&lt;br /&gt;
===28 jan 2014 vm===&lt;br /&gt;
#Meerkeuze&lt;br /&gt;
#Plantenhormonen welke types? regulatie? welke komen voor bij apicale dominantie? Regulatie? Werking?&lt;br /&gt;
#Levenscyclus bladmossen&lt;br /&gt;
#Tekening van de muis, mier, plant, zaad (interacties verklaren)&lt;br /&gt;
===27 jan 2014===&lt;br /&gt;
# 8 meerkeuzevragen.&lt;br /&gt;
#Bespreek de diversiteit en evolutie van prokaryoten en het onstaan van eukaryoten.&lt;br /&gt;
# Figuur uitleggen over bottom-upeffecten en ontbrekende termen aanvllen. &lt;br /&gt;
#Foto van doorsnede monocotyl blad: wat is het + delen benoemen.&lt;br /&gt;
===13 jan 2014===&lt;br /&gt;
# 5 meerkeuzevragen.&lt;br /&gt;
#Aanvullen van termen en processen (mitose/meiose) bij de levenscyvlus van gymnospermen. (Letterlijk uit het handboek fig. 31.12 p609)&lt;br /&gt;
#Een plantencel in zuiver water en geleidelijk aan zout toevoegen, wat gebeurt er? Leg uit a.d.h.v. een duidelijke grafiek.&lt;br /&gt;
#Wat is een preprofaseband? (en nog een term ?? uitleggen)&lt;br /&gt;
===23 jan 2012===&lt;br /&gt;
#Leg uit wat er zal gebeuren bij een plantencel in zuiver water en wat als je opgeloste stoffen toevoegt aan de omgeving. Maak een schema aan de hand van de waterpotentiaal en zijn 2 subcomponenten en leg uit hoe deze veranderen.&lt;br /&gt;
#Leg uit fotorespiratie: hoe wat waarom waar. &lt;br /&gt;
#Situeer:&lt;br /&gt;
##glyphosaat&lt;br /&gt;
##methanogeen&lt;br /&gt;
##guttatie&lt;br /&gt;
##Mycorrhiza&lt;br /&gt;
#Levenscyclus. Aangeven om welke levenscyclus het ging (bladmossen) en beargumenteren. Structuren en processen aanvullen op tekening. Aangeven of het een haplonte, diplonte of haplodiplonte levenscyclys was.&lt;br /&gt;
 ===1 feb 2011 VM===&lt;br /&gt;
#Volledige weg beschrijven die een C-atoom aflegt als CO2 indien ingebouwd in pectine in de celwand van rhizodermiscellen. Waaruit bestaat de celwand en wat is de functie?&lt;br /&gt;
#Bespreek in detail de signaalgeving en metabolische wegen van Rhizobium in symbiose met een plant.&lt;br /&gt;
#. Figuur: levenscyclus bedektzadigen &lt;br /&gt;
#Situeer:&lt;br /&gt;
##hexaploÃ¯die by tarwe&lt;br /&gt;
##cavitatieï‚§&lt;br /&gt;
##gespvorming by Basidiomyceten ï‚§ induceerbare mutaties&lt;br /&gt;
 ===27 jan 2011 NM===&lt;br /&gt;
#Volledige weg beschrijven die een N-atoom aflegt van de bodem tot inbouw als glycoproteÃ¯ne in een bladepidermiscel&lt;br /&gt;
#Vgl mossen en angiospermen. Zeggen hoe deze zijn aangepast aan leven op het land&lt;br /&gt;
#Figuur: &lt;br /&gt;
##structuur van een blad met huidmondjes &lt;br /&gt;
##hetzelfde -.- &lt;br /&gt;
#Situeer:&lt;br /&gt;
##allotetraploÃ¯die&lt;br /&gt;
##guttatie&lt;br /&gt;
##sterke vs zwakke sinks&lt;br /&gt;
##bespreek metabolisme Archaea&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 jan 2011 NM===&lt;br /&gt;
#De waterpotentiaal en de 2 componenten ervan bespreken als we een cel in zuiver water hebben en daar geleidelijk aan zout aan toevoegen. Schematisch weergeven en stap voor stap bespreken wat er met de cel gebeurt.&lt;br /&gt;
#Het verschil tussen gametofytische en sporofytische incompatibiliteit uitleggen. En een model geven voor gametofytische incompatibiliteit.&lt;br /&gt;
#Figuur: &lt;br /&gt;
##Doorsnede monocotyle stengel &lt;br /&gt;
##Vaatbundel en daarop floeem,&lt;br /&gt;
##xyleem en vezelschede benoemen&lt;br /&gt;
#Situeer:&lt;br /&gt;
##Endosymbiose&lt;br /&gt;
##ViroÃ¯den&lt;br /&gt;
##Soortkruisingen&lt;br /&gt;
##Lenticel&lt;br /&gt;
===24 jan 2011 VM===&lt;br /&gt;
#Bespreek structuur, samenstelling, functie en oorsprong van de plantencelwand.&lt;br /&gt;
#Bespreek de verschillen tussen C3, C4 en CAM&lt;br /&gt;
#Figuur: monokotyle stengel met vaatbundel&lt;br /&gt;
#Situeer:&lt;br /&gt;
##hydrogenosoom&lt;br /&gt;
##Agrobacterium tumefaciens&lt;br /&gt;
##massastroming (Munch hypothese) &lt;br /&gt;
##terminatortechnologie&lt;br /&gt;
===25 jan 2010 VM===&lt;br /&gt;
#Teken een dwarsdoorsnede van een wortel van een monokotyle plant. Wat is het verschil met een dikotyle plant?&lt;br /&gt;
#Bespreek (fysiologisch en chemisch) de weg die een CO2 molecule aflegt vanuit de lucht om ingebouwd de worden in de celwand van een&lt;br /&gt;
rhizodermiscel.&lt;br /&gt;
#Vergelijk CO2 fixatie bij C3 en C4 planten. Wat zijn de ethiologische implicaties?&lt;br /&gt;
#ABC van de bloemetjes&lt;br /&gt;
#Situeer:&lt;br /&gt;
#Soortkruising&lt;br /&gt;
#Isospore haplodiplont &lt;br /&gt;
#Worteldruk&lt;br /&gt;
#Basidiomyceten&lt;br /&gt;
#ï‚§Archebacteria&lt;br /&gt;
===18 jan 2010 NM===&lt;br /&gt;
#Bespreek de mogelijkheden voor overdracht van genetische informatie tussen individuen die tot een andere soort behoren.&lt;br /&gt;
#Vul volgende figuur aan en bespreek (die van potentiaal, niet met de kleurtjes, degene die ook in de cursus staat).&lt;br /&gt;
#Vergelijk CO2 fixatie bij CAM en C4 planten. 4. ABC van de bloemen.&lt;br /&gt;
#Situeer en bespreek:&lt;br /&gt;
##ascomyceten,&lt;br /&gt;
##heterospore haplodiplonten&lt;br /&gt;
##3 figuren: (een stengel ==&amp;amp;gt; figuur helemaal onderaan rechts in voorbeeldvragen, een blad ==&amp;amp;gt; die gele figuur zo :p en een wortel ==&amp;amp;gt; laatste blz, rechts bovenaan)&lt;br /&gt;
===18 jan 2010 VM===&lt;br /&gt;
#Bespreek autotrofie bij prokaryoten en eukaryoten.&lt;br /&gt;
#Gametofytische incompatibiliteit.&lt;br /&gt;
#Fotorespiratie: wat, waar, hoe, waarom?&lt;br /&gt;
#Vul aan en bespreek zodat duidelijk wordt of het om een haplont, diplont of haplodiplont organisme gaat. Is dit type organisme al goed aangepast aan het landleven? (figuur van varens, zie voorbeeldvragen) &lt;br /&gt;
#Situeer en bespreek:&lt;br /&gt;
##3 figuren (monokotyl blad, dikotyle verdikte stengel, monokotyle vaatbundel),&lt;br /&gt;
##agrobacterium tumefaciens&lt;br /&gt;
##basidiomyceten.&lt;br /&gt;
===26 jan 2009===&lt;br /&gt;
#Plantencelwand: Samenstelling? Structuur? Functie? Oorsprong?&lt;br /&gt;
#Transport in planten: Hoe? Waar? Waarom?&lt;br /&gt;
#C4 en CAM planten: Wat? Waarom? Hoe? Verschil?&lt;br /&gt;
#Afbeelding van een diplohaplonte cyclus, en zeggen of deze plant al goed&lt;br /&gt;
is aangepast aan het leven op het land. &lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Soortkruising&lt;br /&gt;
##Agrobacterium Tumefaciens&lt;br /&gt;
##Zelfincompatibiliteit&lt;br /&gt;
##Het ABC van de bloemetjes&lt;br /&gt;
##Fotoke van dwarse doorsnede van een plantenstengel, zeggen wa ge ziet en van die dinge..&lt;br /&gt;
===19 jan 2009===&lt;br /&gt;
#voortplantingscyclus (mos)&lt;br /&gt;
#bespreek zo goed mogelijk de opnamen van N uit nitraat (chemisch/fysisch) en inbouw in celwandprotÃ«ine epidermiscel 3. teken primaire stengel dikotyle plant + verschil monokotyle&lt;br /&gt;
#fotorespiratie: zin of onzin.&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##gametofytische zelfincompabiliteit &lt;br /&gt;
##ABC van bloemen&lt;br /&gt;
##worteldruk&lt;br /&gt;
##retrovirussen&lt;br /&gt;
===28 jan 2008===&lt;br /&gt;
#vergelijk autotrofie bij eukaryoten en prokaryoten&lt;br /&gt;
#fotorespiratie&lt;br /&gt;
#zelf-incompabiliteit&lt;br /&gt;
#cyclus van varen aanvullen + aangepassingen aan het land &lt;br /&gt;
#Situeer:&lt;br /&gt;
##drie foto&#039;s &lt;br /&gt;
##Agrobacterium tumefaciens  &lt;br /&gt;
##Basidiomyceet&lt;br /&gt;
===28 jan 2008===&lt;br /&gt;
#primaire dikotyle wortel tekenen en bespreken, vergelijken met monokotyle &lt;br /&gt;
#Welke fysische en chemische weg moet het N-atoom van NH4+ afleggen&lt;br /&gt;
om ingebouwd te kunnen worden in een celwandproteÃ¯ne van een blad&lt;br /&gt;
#Grafieken van CO2-opname van C3 en C4 planten. Zelf assen invullen en c3 en c4 aanduiden + uitleggen waarom&lt;br /&gt;
#Welke aanpassingen moet een landplant hebben ten opzichte van een wier&lt;br /&gt;
om te kunnen overleven op het land en is dit bij alle zo &lt;br /&gt;
#Bespreek:&lt;br /&gt;
##ascomyceten &lt;br /&gt;
##retrotransposons&lt;br /&gt;
##archeaebacteriÃ«n&lt;br /&gt;
##zelfincomptabiliteit&lt;br /&gt;
===21 jan 2008===&lt;br /&gt;
#Hoe genetische informatie overbrengen tussen individuen van verschillende soorten denk ik&lt;br /&gt;
#Bespreek en vul aan die figuur van de waterpotentiaal in een cel&lt;br /&gt;
#leg uit hoe CO2 wordt gefixeerd bij C4 planten en CAM planten en vergelijk &lt;br /&gt;
#geef een schematische voorstelling en een voorbeeld van een heterospore haplodiplont cyclus &lt;br /&gt;
#Situeer:&lt;br /&gt;
##Ascomyceten&lt;br /&gt;
##zelfincompatibiliteit&lt;br /&gt;
## 3 foto&#039;kes ( stengel, wortel en blad)&lt;br /&gt;
===18 jan 2008===&lt;br /&gt;
#teken structuur monocotyle wortel, vgl met dicotyle&lt;br /&gt;
#bespreek fixatie co2 bij C4-C3 planten, ahv voor en nadelen&lt;br /&gt;
#voortplantingscyclus (van ascomyceten, was wel niet gegeven da het over asco ging ) aanvullen en uitleggen waarom het haplont/diplont/diplohaplont is&lt;br /&gt;
#bespreek hoe C via co2 kan ingebouwd worden in de rizodhermiscellen (&lt;br /&gt;
zowel fysich als chemisch ) &lt;br /&gt;
#Situeer en bespreek:&lt;br /&gt;
##worteldruk&lt;br /&gt;
##basidiomyceten &lt;br /&gt;
##archeaebacteriÃ«n&lt;br /&gt;
##soortbestuiving&lt;br /&gt;
##retrovirussen&lt;br /&gt;
===14 jan 2008===&lt;br /&gt;
#Celwand: Samenstelling? Functie? Oorsprong? Structuur?&lt;br /&gt;
#Vergelijk het transport van mineralen en het transport van&lt;br /&gt;
fotosyntheseproducten&lt;br /&gt;
#Je gaat op excursie om C3/C4/CAM planten te inventariseren. Wat voor&lt;br /&gt;
materiaal neem je mee en leg uit.&lt;br /&gt;
#Tekening van een voortplantingscyclus: Is dit haplont/diplont/haplodiplont? Leg uit en geef aan of en hoe deze plant aan het landleven aangepast is. &lt;br /&gt;
#Situeer en bespreek:&lt;br /&gt;
##Zelfincopatibiliteit&lt;br /&gt;
##Agrobacterium tumefaciens&lt;br /&gt;
##3 tekeningen (doorsneden van stengel/wortel)&lt;br /&gt;
===2 feb 2007===&lt;br /&gt;
#twee grafieken zonder aanduidingen &amp;amp;quot;vul aan en verklaar&amp;amp;quot;&lt;br /&gt;
#genetische overdracht tussen individuen van dezelfde soort en verschillende soorten, leg uit&lt;br /&gt;
===15 jan 2007===&lt;br /&gt;
#Vul volgende grafiek aan en bespreek (die van de waterpotentiaal van de omgeving t o v die in de plantencel) en hoe zit dit in &#039;t xyleem? &lt;br /&gt;
#Fotorespiratie: wat? waar? hoe? waarom?&lt;br /&gt;
#Situeer:&lt;br /&gt;
##lenticellen&lt;br /&gt;
##heterospore&lt;br /&gt;
##haplodiplonten&lt;br /&gt;
##zygomyceten&lt;br /&gt;
##endodermis&lt;br /&gt;
##gametofytische incompatibiliteit&lt;br /&gt;
##agrobacterium tumefaciens&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen DIER== &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==22 juni 2020==&lt;br /&gt;
# Begrippen verklaren: Dauer, Planula, Sarcomeer, Adaptieve radiatie&lt;br /&gt;
# Termen verbinden + functie geven: Mesogloea, Clitellum, Choanen, Proglottiden, Lofofoor, Endostyl, Corpus allatum&lt;br /&gt;
# 3 voorbeelden plaagbestrijding&lt;br /&gt;
# Ademhaling beenvissen, zoogdieren &amp;amp; vogels uitleggen&lt;br /&gt;
# Vrouwelijke voortplantings/menstruatiecyclus hormonaal uitleggen adhv schema&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2020===&lt;br /&gt;
# Begrippen verklaren: coeloom, ecdysis, gemmulae, eutelie&lt;br /&gt;
# Termen verbinden idem vorige jaren + watervatenstelsel&lt;br /&gt;
# Vergelijk osmoregulatie bij zoet- en zoutwatervissen&lt;br /&gt;
# Leg de werking van bioluminescentie uit bij Aequorea victoria&lt;br /&gt;
# Bespreek actiepotentiaal (zenuwimpuls)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 augustus 2019 VM===&lt;br /&gt;
# Begrippen verklaren: parthenogenese, eutelie, monocyt &lt;br /&gt;
# Termen verbinden idem vorige jaren &lt;br /&gt;
# Skeletspier structuur en hoe werkt deze (wat is een elektrische impuls)&lt;br /&gt;
# Glucosegehalte in bloedplasma en regulerende hormonen, waar worden glucose opgeslagen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2019 VM===&lt;br /&gt;
# Verklaar volgende begrippen: RNA interferentie, epifyse, prothorax&lt;br /&gt;
# Verbind volgende begrippen en verklaar bondig: &lt;br /&gt;
## parapodia, radula, buisjes van Malphigi, pseudocoel, clitellum, cleidoïsch ei, ambulacra, choanocyten.&lt;br /&gt;
## Oligochaeta, Reptilia, Echinodermata, Porifera, Polychaeta, Nematoda, Insecta, Gastropoda&lt;br /&gt;
# Bespreek de rol van de maag en het duodenum in de spijvertering. Welke hormonen worden daar lokaal vrijgesteld en wat is hun rol?&lt;br /&gt;
# Bespreek de hartcyclus en bloedsomloop en de regulatie van de bloeddruk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 januari 2019 VM===&lt;br /&gt;
# Begrippen verklaren: parthenogenese, eutelie, monocyt &lt;br /&gt;
# Termen verbinden idem vorige jaren &lt;br /&gt;
# Skeletspier structuur en hoe werkt deze&lt;br /&gt;
# Glucosegehalte in plasma en regulerende hormonen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 januari 2019 NM===&lt;br /&gt;
#Begrippen verklaren: gemmula, radula, planula&lt;br /&gt;
#Termen verbinden en kort de functie geven ervan: ambulacra (Echinodermata), mesoglea (Cnidaria), lofofoor (Branchiopoda), proglottiden (Cestoda), clitellum (Huridinae), corpus alata (Insecta), choanen, endostyl&lt;br /&gt;
# Leg de werking van bioluminescentie uit bij Aequorea victoria.&lt;br /&gt;
#Leg de menstruatiecyclus uit adhv de hormonen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===31 januari 2018 VM===&lt;br /&gt;
# Verklaar volgende begrippen: RNA interferentie, epifyse, prothorax&lt;br /&gt;
# Verbind volgende begrippen en verklaar bondig: parapodia, radula, buisjes van Malphigi, pseudocoel, clitellum, cleidoïsch ei, ambulacra, choanocyten.&lt;br /&gt;
# Bespreek de rol van de maag en het duodenum in de spijvertering. Welke hormonen worden hier geproduceerd en wat is hun rol?&lt;br /&gt;
# Bespreek de hartcyclus en bloedsomloop en de regulatie van de bloeddruk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 januari 2018 VM===&lt;br /&gt;
#Begrippen verklaren: Ambulacra, Thrombocyt, Mimicry&lt;br /&gt;
#Termen verbinden en kort de functie geven ervan: zie vorige jaren&lt;br /&gt;
#Osmoregulatie van zoetwater- en zoutwater vissen&lt;br /&gt;
#Geef de werking en structuur van het binnenoor.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2018 VM ===&lt;br /&gt;
# Begrippen verklaren: gemmulae, radula en parthenogenese.&lt;br /&gt;
# Verbinden: exact dezelfde begrippen als vorige jaren.&lt;br /&gt;
# Leg de werking van bioluminescentie uit bij Aequorea victoria.&lt;br /&gt;
# Geef de structuur, werking en regulatie van een nefron bij zoogdieren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 aug 2017 NM===&lt;br /&gt;
#Begrippen verklaren: Parafyletisch, Parthogenese, Eutelie&lt;br /&gt;
#Verbinden: exact dezelfde begrippen als vorige jaren&lt;br /&gt;
#Geen 3 bestrijdingsstrategiën tegen een insecten plaagsoort en leg uit&lt;br /&gt;
#Leg de menstruatiecyclus uit adhv de hormonen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 aug 2017 VM===&lt;br /&gt;
#verklaar: blastula, monocyt, convergete evolutie&lt;br /&gt;
#verbind, ongeveer zelfde begrippen als vorige jaren + zweetklier (mammalia), zijlijn (osteichthyes)&lt;br /&gt;
#Samenstelling van een spier + werking contractie&lt;br /&gt;
#hoe wordt het glucose gehalte in het bloed gereguleerd, welke hormonen werken hierbij en waar worden ze gemaakt&lt;br /&gt;
===31 jan 2017===&lt;br /&gt;
#Verklaar: dauer, ecdysis en filariasis.&lt;br /&gt;
#Verbind, zelfde begrippen als voorgaande jaren.&lt;br /&gt;
#Vergelijk zuurstof opname bij zoogdieren en insecten.&lt;br /&gt;
#Hoe werkt het doorgeven van zenuwimpulsen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Termen: RNA interferentie, epifyse, prothorax&lt;br /&gt;
#Verbinden&lt;br /&gt;
#Uitleggen: 3 voorbeelden van tegenstroomprincipe en impulsgeleiding&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 aug 2014===&lt;br /&gt;
#Begrippen:&lt;br /&gt;
##adaptieve radiatie&lt;br /&gt;
##gremmula&lt;br /&gt;
##eutelie&lt;br /&gt;
#Verbind:&lt;br /&gt;
##preenklier - spiraalplooi - pedipalpen - mesogloea - corpus alata - ambulacra - radula - citellum &lt;br /&gt;
##cnidaria - insecta - echinodermata - gestropoda - chondrichtys - hirunae - aves - chelicerata&lt;br /&gt;
#Geef het mechanisme van de bioluminescentie bij aquora victoria&lt;br /&gt;
#Bespreek de structuur, werking en regulatie van een nefron bij zoogdieren.&lt;br /&gt;
===30 jan 2014===&lt;br /&gt;
#Begrippen :&lt;br /&gt;
##Metanefridium&lt;br /&gt;
##Regeneratie&lt;br /&gt;
##Clitellum&lt;br /&gt;
#Verbinden: mesogloea, speenklier, kieuwdeksel, pedipalp, ambulacra, corpora allata, spiraalplooi, radula&lt;br /&gt;
#Leg de menstruatiecyclus uit en geef 3 voorbeelden van tegenstrooomprincipe&lt;br /&gt;
===29 jan 2014 NM===&lt;br /&gt;
#Begrippen:&lt;br /&gt;
##Filiarsis&lt;br /&gt;
##Mimicry &lt;br /&gt;
##Corpora cardiaca&lt;br /&gt;
#Verbinden: termen van de vorig jaren.&lt;br /&gt;
#Leg de werking van longen en tracheÃ«n uit en vergelijk. Vergelijk&lt;br /&gt;
osmoregulatie bij zoet-en zoutwatervissen.&lt;br /&gt;
===28 jan 2014 NM===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Lofofoor&lt;br /&gt;
##Adaptieve radiatie &lt;br /&gt;
##Protonefridium&lt;br /&gt;
#Verbind: parapodia(polychaeta), radula(Gastropoda), Antennae(Arthropoda), Mesogloea(cnidaria), clitellum(Oligochaeta), CleidoÃ¯sche ei(Reptilia), Ambulacra(Echinodermata), Gemmulae(Porifera)&lt;br /&gt;
#Illustreer aan de hand van drie voorbeelden het belang van het tegenstroomprincipe en leg uit.&lt;br /&gt;
#Leg het mechanisme uit van de elektrische impulsgeleiding door zenuwcellen.&lt;br /&gt;
===28 jan 2014 VM===&lt;br /&gt;
#Begrippen:&lt;br /&gt;
##Gemmula&lt;br /&gt;
##Radula&lt;br /&gt;
##Corpora allata&lt;br /&gt;
#Verbinden: termen van de vorig jaren.&lt;br /&gt;
#Bespreken en vergelijken het mechanisme van gasuitwisseling bij longen zoogdieren en vogels&lt;br /&gt;
#Welke hormonen worden gevormd in de gonaden bij de mens en regulatie.&lt;br /&gt;
===27 jan 2014===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Planula&lt;br /&gt;
##RNA interference&lt;br /&gt;
##Eutelie&lt;br /&gt;
#Verbinden, opnieuw combinaite die hieronder al staat&lt;br /&gt;
#Bespreek de structuur en het contractiemechanisme van skeletspieren. &lt;br /&gt;
#Wat zijn de belangrijkste hormonen die door de schildklier geproduceerd worden en hoe worden ze gereguleerd?&lt;br /&gt;
===13 jan 2012===&lt;br /&gt;
#Leg uit:&lt;br /&gt;
##Gremule&lt;br /&gt;
##Eutelie &lt;br /&gt;
##Amnion&lt;br /&gt;
#Verbindt Latijnse namen met Latijnse namen. (letterlijk als in het voorbeeld examen)&lt;br /&gt;
#Leg bondig uit: Skeletspier (structuur, werking en regulatie)&lt;br /&gt;
#Welke hormonen spelen welke rol in de vrouwelijke voortplantingscycus?&lt;br /&gt;
===25 juni 2012===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Nematocyst ï‚§?&lt;br /&gt;
##Metamorfose ï‚§ Lolofoo&lt;br /&gt;
##Amnion&lt;br /&gt;
#Verbinden (Combinatie van termen die al gegeven zijn in de vorige examens)&lt;br /&gt;
#Bespreek en vergelijk drie types spierweefsel bij dieren.&lt;br /&gt;
#Bespreek rol van gal en pancreas in de spijsvertering (in invertebraten). 5. Bespreek de regulatie van hartcyclus en bloeddruk (in zoogdieren).&lt;br /&gt;
===22 juni 2012===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Protonefridia&lt;br /&gt;
##Ecdysis&lt;br /&gt;
##Parthenogenese&lt;br /&gt;
##Mimicry&lt;br /&gt;
##Filariasis&lt;br /&gt;
#Verbinden ( was combinatie van termen die al gegeven zijn in de vorige examens)&lt;br /&gt;
#bestrijding van plaagsoorten uitleggen&lt;br /&gt;
#beschrijf en vergelijk de gasuitwisseling bij tracheeÃ«n en longen&lt;br /&gt;
#Bespreek het doorgeven van een elektrische impuls in een zenuwcel&lt;br /&gt;
===19 juni 2012===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Feromoon&lt;br /&gt;
##Dauer&lt;br /&gt;
##Regressieve evolutie&lt;br /&gt;
##Endostyl ï‚§&lt;br /&gt;
#Verbinden. Allemaal termen uit de vragen van vorige jaren.&lt;br /&gt;
#Geef de levenscyclus van de runderlintworm en bespreek.&lt;br /&gt;
#Leg het tegenstroomprincipe uit aan de hand van drie voorbeelden.&lt;br /&gt;
#Bespreek structuur en werking van de hypofyse. Welke hormonen zijn aanwezig in de hypofyse?&lt;br /&gt;
===24 juni 2011===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Protonefridia&lt;br /&gt;
##regressieve evolutie&lt;br /&gt;
##Pseudocoeloom &lt;br /&gt;
##Dauer &lt;br /&gt;
##oncosfeer&lt;br /&gt;
#Verbinden:&lt;br /&gt;
##spicula, proglottiden, Clitellum, lofofoor, endocuticula, choanen, lijmcellen, rhopalia&lt;br /&gt;
##Ctenophora, Cestoda, Ectoprocta, Arthropoda, porifera, Sarcopterygii, Cnidaria, oligochaeta&lt;br /&gt;
#bestrijding van plaagsoorten uitleggen&lt;br /&gt;
#beschrijf en vergelijk de gasuitwisseling bij tracheeÃ«n en longen&lt;br /&gt;
#welke hormonen reguleren het mannelijk voortplantingsstelsel (bij de mens)?&lt;br /&gt;
===23 juni 2011===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Planula&lt;br /&gt;
##Cephalisatie&lt;br /&gt;
##Enterocoel&lt;br /&gt;
##Ecdysis&lt;br /&gt;
##RNA interference&lt;br /&gt;
#Verbinden: Parapodia, Spiraalplooi, antennae, scolex, choanen, lofofoor, lijmcellen,osculum&lt;br /&gt;
#Bespreek de evolutie van de mens (bondig)&lt;br /&gt;
#Bespreek de structuur van een lichaamsspier en de contractie er van 5. Bespreek het doorgeven van een elektrische impuls in een zenuwcel&lt;br /&gt;
===21 juni 2011===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Gemmula&lt;br /&gt;
##Adaptieve radiatie&lt;br /&gt;
##Eutelie &lt;br /&gt;
##Rhopalia ï‚§&lt;br /&gt;
#Verbinden:&lt;br /&gt;
##Preenklier, Kieuwdeksel, Pedipalpen, Mesogloea, Endostyl, Ambulacra, Radula, Clitellum&lt;br /&gt;
##Aves, Osteichthyes, Chelicerata, Cnidaria, Cephalochordata, Echinodermata, Gastropoda, Hirudinea&lt;br /&gt;
#Bespreek bioluminiscentie.&lt;br /&gt;
#Hoe wordt de glucoseconcentratie in het plasma gereguleerd. 5. Bespreek de hormonen bij de menselijke voortplantingscyclus.&lt;br /&gt;
===21 juni 2010 NM===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Regeneratie&lt;br /&gt;
##Protonefridia&lt;br /&gt;
##Scolex&lt;br /&gt;
##Corpora allata&lt;br /&gt;
#Verbinden:&lt;br /&gt;
##Preenklier, Kieuwdeksel, Pedipalpen, Mesogloea, Endostyl, Ambulacra, Radula, Clitellum&lt;br /&gt;
##Aves, Osteichthyes, Chicerata, Cnidaria, Cephalochordata, Echinodermata, Gastropoda, Hirudinea&lt;br /&gt;
#Wat weet je over de evolutie van de mens. Bespreek bondig.&lt;br /&gt;
#Bespreek hartcyclus en bloedsomloop (bij zoogdieren) en de regulatie daarvan.&lt;br /&gt;
#Illustreer aan de hand van een voorbeeld het belang van het tegenstroomprincipe bij uitwisselingsprocessen.&lt;br /&gt;
===21 juni 2010 VM===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Pseudocoeloom &lt;br /&gt;
##Clitellum &lt;br /&gt;
##Dauer&lt;br /&gt;
##Endostyl&lt;br /&gt;
##Corpora cardiata&lt;br /&gt;
#Verbinden:&lt;br /&gt;
##Antennae, Osculum, Spiraalplooi, Choanen, Parapodia, Scolex, Lijmcellen, Lofofoor&lt;br /&gt;
##Ctenophora, Ectoprocta, Cestoda, Porifera, Sarcopterygii, Condrichtyes, Crustacea, Polychaeta&lt;br /&gt;
#Schets de levenscyclus van Schistosoma.&lt;br /&gt;
#Vergelijk 3 types spierweefsel en leg het mechanisme van contractie uit. 5. Bespreek de hormonale regulatie van de menstruele cyclus.&lt;br /&gt;
===18 juni 2010===&lt;br /&gt;
#woordjes:&lt;br /&gt;
##adaptieve radiatie ï‚§ ascon&lt;br /&gt;
##nematocyst&lt;br /&gt;
##eutelie&lt;br /&gt;
##lofofoor&lt;br /&gt;
#verbinden: spicula (porifera), ambulacra (echinodermata), antennae (insecta), melkklieren (mammalia), rhopalia (cnidaria), proglottiden (cestoda), pseudocoel (nematoda), clitellum (huridinae)&lt;br /&gt;
#bestrijding van plaagsoorten uitleggen&lt;br /&gt;
#vergelijken van osmoregulatie bij zout- en zoetwatervissen 5. principe van impulsgeleiding in zenuwcellen&lt;br /&gt;
===15 juni 2006===&lt;br /&gt;
#woordjes:&lt;br /&gt;
##regressieve evolutie &lt;br /&gt;
##mimicry&lt;br /&gt;
##filariasis&lt;br /&gt;
##ecdysis&lt;br /&gt;
##parthenogenese&lt;br /&gt;
#verbinden: radula (gastropoda), ambulacra (echinodermata), antennae (arthropoda), cloeidisch ei (reptilia), gemmulae (porifera), mesogloea (cnidaria), parapodium (polychaeta), lofofoor (brachiopoda)&lt;br /&gt;
#principe van bioluminiscentie in victoria aequorine uitleggen&lt;br /&gt;
#beschrijf en vergelijk de gasuitwisseling bij tracheeÃ«n en longen&lt;br /&gt;
#geef functie, structuur en regulatie van de hypofyse + welke hormonen komen erbij voor&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Ebalemans</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Statistiek_%26_Data-analyse&amp;diff=1931</id>
		<title>Statistiek &amp; Data-analyse</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Statistiek_%26_Data-analyse&amp;diff=1931"/>
		<updated>2020-01-19T13:02:37Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Ebalemans: /* 17 januari 2020 (voormiddag) */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt; [[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
 [[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===17 januari 2020 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#*A) Bewijs E(1/n * sommatieteken (xi + xgem)^2 = (n/n+1)* σ^2&lt;br /&gt;
#*B) toevalsvariabele X exponentieel verdeeld met parameter 4 en toevalsvariabele Y is normaal verdeeld met gemiddelde -5 en standaardafwijking 2. De toevalsvariabelen zijn onafhankelijk. Bereken E(2X-3Y) en Var(2X-3Y)&lt;br /&gt;
#Je hebt een groep mails. Gegeven: kans spam, kans mail bevat &#039;dringend&#039; wanneer spam, kans mail bevat &#039;dringend&#039; wanneer geen spam, kans mail bevat &#039;dit is geen spam&#039; wanneer spam, kans mail bevat &#039;dit is geen spam&#039; wanneer geen spam, kans mail bevat &#039;garantie&#039; wanneer spam, kans mail bevat &#039;garantie wanneer geen spam. Ook gegeven: kans mail bevat garantie én dringend wanneer spam en kans mail bevat garantie én dringend wanneer geen spam. &lt;br /&gt;
#*Schrijf alle kansen in symbolen&lt;br /&gt;
#*Wat is de kans dat je mail spam is als &#039;dit is geen spam&#039; in je mail voorkomt.&lt;br /&gt;
#*Bereken de kans dat het &#039;garantie&#039; alleen in een mail voorkomt (zonder het derde woord en zonder &#039;geen spam&#039;).&lt;br /&gt;
#*Kans mail spam wanneer gegeven &#039;dringend&#039; en geen &#039;garantie&#039;&lt;br /&gt;
#Gegeven X aantal examens moeten afleggen voor behalen rijbewijs (1,2,3 of 4) en Y aantal uren les gevolgd (5,10,15 of 20).&lt;br /&gt;
#*Geef de marginale kansdichtheden&lt;br /&gt;
#*Kans dat men slaagt voor de eerste keer bij 5 uur les gevolgd en bij 15 uur les gevolgd&lt;br /&gt;
#*Welk pakket moet men kiezen om zeker voor de eerste keer te slagen&lt;br /&gt;
#*Bereken Cov(X,Y) en zijn de toevalsvariabelen afhankelijk? Verklaar&lt;br /&gt;
#Rookmelders verpakt in pakketten van 4. Kans rookmelder kapot is 0,01.&lt;br /&gt;
#*Toon aan dat kans pakket wordt teruggebracht 0,039 is.&lt;br /&gt;
#*Wat is de kans dat men 6 pakketten koopt en er exact 1 moet terugbrengen?&lt;br /&gt;
#*Wat is de kans dat men maximaal 20% van de pakketten moet terugbrengen als men er 130 koopt?&lt;br /&gt;
#Proportietest. Zelf P-waarde kunnen aanduiden op de normaal-curve. Het betrouwbaarheidsinterval uitrekenen.&lt;br /&gt;
#Waardes aflezen uit een R-script (bv. gemiddelde, ...) van een F-test. Vanuit deze waardes testen of de gemiddeldes van de 2 groepen gelijk zijn.&lt;br /&gt;
#Gegeven anova-tabel aanvullen (zie oefenzitting)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2019===&lt;br /&gt;
#Bewijs dat S² een onvertekende schatter is van sigma².&lt;br /&gt;
#*Betekend dit dat S ook een overtekende schatter is van sigma? Verklaar kort.&lt;br /&gt;
#Oefening over bivariate variabelen, oa. covariantie berekenen en zeggen of X en Y onafhankelijk zijn + verklaar.&lt;br /&gt;
#Een deel van het Lam gods was gestolen vroeger en enkele jaren geleden is het teruggevonden. De kans dat het om een authentiek deel gaat is 70%. 2 experts bekijken dit om na te gaan of het om een authentiek deel gaat of niet. De 1ste expert is correct in 80% van de gevallen en de 2de expert in 90% van de gevallen.&lt;br /&gt;
#*Wat is de kans dat de 1ste expert zegt dat het om een authentiek deel gaat en de 2de expert zegt dat het om een vals deel gaat.&lt;br /&gt;
#*Wat is de kans dat het schilderij echt is als de 1ste expert zegt dat het om een authentiek deel gaat en de 2de expert zegt dat het om een vals deel gaat.&lt;br /&gt;
#Een bepaald soort hond wordt geboren in 1 kleur maar tegen dat het volwassen is, heeft het witte vlekken gekregen. 98% van de volwassen honden hebben een witte punt aan hun staart. Er zijn net 12 pups geboren.&lt;br /&gt;
#*Wat is de kans dat hoogstens 10 van de 12 pups, later een witte punt aan hun staart gaan hebben?&lt;br /&gt;
#*Als er 1300 pups geboren worden, wat is de kans dat minstens 1280 pups later een witte punt aan hun staart krijgen?&lt;br /&gt;
#Het koopgedrag is onderzocht tijdens de feestperiode. Er is een gemiddelde en standaarddeviatie gegeven. Kan men besluiten, met een hypothesetest, of het gemiddelde uitgegeven bedrag minder dan 50 euro is.&lt;br /&gt;
#Nog iets...&lt;br /&gt;
#Anova script gegeven, zoals in de oefeningen de lege plaatsen opvullen. Regressievergelijking opstellen, hypothesetest of een regressie zinvol is. R² berekenen. Aantonen met een hypothesetest of er een monotoon verband is tussen X en Y.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 JANUARI 2018===&lt;br /&gt;
#* Bewijs de geheugenloosheid van de exponentiële verdeling.&lt;br /&gt;
#* Bewijs E[k(x)l(y)] waarbij x en y onafhankelijk en continu zijn.&lt;br /&gt;
#* Bereken E[(x)(y^2)] waarbij x exponentieel verdeeld is met verwachte waarde 0.5 en y~N&lt;br /&gt;
# De kans dat Anke naar statestiek gaat is 0.8 en de kans dat Bruno naar statestiek gaat is 0.6.&lt;br /&gt;
#* Bereken de kans dat minstens 1 van de 2 naar statestiek gaat wanneer deze variabelen onafhankelijk zijn.&lt;br /&gt;
#* De veriabelen zijn toch afhankelijk. De kans dat Anke aanwezig is en Bruno niet is 0.65. Bereken de kans dat Anke niet aanwezig is als gegeven dat Bruno aanwezig is.&lt;br /&gt;
#* Er zijn dubbel zoveel hoorcolleges dan oefenzittingen. Wat is de kans dat je willekeurig naar statestiek gaat en dit een hoorcollege is?&lt;br /&gt;
#* Bruno gaat naar elke oefenzitting. Wat is de kans dat hij aanwezig is tijdens een hoorcollege?&lt;br /&gt;
# Y-X is bivariaat normaal verdeeld met X de lengte van vrouwen in cm en Y de lengte van mannen in cm. Het gemiddelde van X is 165 en van Y is 175. Ze hebben beiden een variantie van 4 en de covariantie is 8.&lt;br /&gt;
#* Welke verdeling is dit? Bereken het gemiddelde en de variantie van de verschilfunctie.&lt;br /&gt;
#* Bereken de kans dat in een willekeurig koppel de vrouw groter is dan de man.&lt;br /&gt;
#* Bereken de kans dat in een willekeurig koppel de man en de vrouw groter zijn 170 cm.&lt;br /&gt;
# Een experiment wordt een 27 keer herhaald. Er is een gemiddelde en een standaardafwijking gegeven. &lt;br /&gt;
#* Bereken het betrouwbaarheidsinterval met alfa=0.05 en welke voorwaarden gelden er?&lt;br /&gt;
#* Bereken het betrouwbaarheidsinterval in het geval de standaardafwijking onbekend is en leg uit of dit breder wordt.&lt;br /&gt;
#* Bereken het betrouwbaarheidsinterval met alfa=0.01.&lt;br /&gt;
#* Hoevaak moet het experiment herhaald worden om een maximale foutenmarge van 0.001 te bekomen?&lt;br /&gt;
# 20 Cavia&#039;s krijgen 0.5 mg Calcium toegevoegd en 20 andere cavia&#039;s krijgen 2 mg Calcium toegediend.&lt;br /&gt;
#* Test of de hoeveelheid Calcium een invloed heeft op de lengte van de tanden waarvoor een gemiddelde en variantie voor beiden groepen gegeven is. Hier moet een volldedige hypothesetest uitgevoerd worden. &lt;br /&gt;
# Een examen bestaat uit 10 meerkeuzenvragen met 3 opties waarvan er telkens 1 juist is.&lt;br /&gt;
#* Wanneer je elke vraag gokt is de kans om te slagen gelijk aan 0.2131, toon dit aan.&lt;br /&gt;
#* Bepaal deze kans ook benaderend met een discrete verdeling en verklaar of dit een goede benadering is.&lt;br /&gt;
#* 200 studenten gokken bij elke vraag. Bereken de kans dat er strikt meer dan 50 geslaagd zijn.&lt;br /&gt;
# Er is een ANOVA-script gegeven.&lt;br /&gt;
#* Bepaal de regressierechte. Voor alfa was de t-waarde en de standaard fout gegeven. Voor beta niet, dit moest volgens mij met het gemiddelde van x en y die wel gegeven waren.&lt;br /&gt;
#* Test of dit een zinvolle regressierechte is met berekening teststatistiek, P-waarde en besluit.&lt;br /&gt;
#* R^2 berekenen en uitleggen.&lt;br /&gt;
#* Y berekenen met x=90.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JANUARI 2017===&lt;br /&gt;
# eerste vraag waren 4 juist/fout vragen &lt;br /&gt;
#* als X en Y normaal verdeeld zijn, is de som dan altijd normaal verdeeld&lt;br /&gt;
#* iets me benadering van steekproefgem en populatiegem&lt;br /&gt;
#* iets me E(X) of da bij toevalsvariabele gelijk is aan het gem &lt;br /&gt;
#* ... weet ik ni meer exact, ge moet gewoon juist of fout aanduiden, ni uitleggen&lt;br /&gt;
# tweede vraag waren twee bewijzen (me Var(a+bX+cY) en E(a+bX+cY) en dan altijd zo bijvragen van a-e zo Var en E uitrekenen en mediaan berekenen, cumulatieve frequentie tekenen.. en dan iets me X+Y en kansen daarvan berekenen beetje vaag haha&lt;br /&gt;
# dan twee vragen op kansen ook met altijd zo deelvraagjes, eerste was over dat er verschillende sets van 20 stuks zijn en ge ga na hoeveel defecte er zijn, ge hebt enkele gegevens gegeven vb. Kans op geen defecte elementen in uw set van 20 is 70%, kans op juist 1 defect element is 20% enz. Daar dan allemaal kans vragen op, vb. Wat is de kans da als ge willekeurig een lot van 20 neemt, en ge weet da er exact 1 defect is, wa is dan de kans da als ge er twee willekeurige uitneemt da die ni defect zijn enzovoort.. &lt;br /&gt;
# Dan een kansoefening met een kind da 10 keer me een dobbelsteen mag gooien en elke keer als die 6 gooit krijgt die een cadeau, wa is dan de kans da die meer als 3 cadeaus krijgt enzovoort, welke kansverdeling is da en bereken ook benaderend en zo van die deelvragen, ook nog als ze die traditie 35 jaar zouden doen en die jongen mag elke keer gooien op zijn bday wa is dan de kans da die meer dan 55 cadeaus krijgt&lt;br /&gt;
# en dan nog twee hypothesetesten waarvan ene met R output. De ene vraag was over herseninhoud, ze willen zien of de herseninhoud van een 75 jarige persoon gekropen is tov een 25 jarige persoon, ge hebt dan een lijst gekregen me gegevens en een R output waarin t waarde, P waarde, df ontbreken en aan de hand van die output moet ge dan dingen berekenen mbv hypothesetesten, ook output van een betrouwbaarheidsinterval en da interpreteren. De andere ging over het feit da er ooit gezegd is geweest da er dobbelstenen bestaan die &amp;quot;niet gelijk&amp;quot; zijn dus die ni eerlijk zijn, ge krijg een tabel me kansen en moet dan hypothesetesten uitvoeren om te zien of die dobbesltaan vervalst was of ni, weer Teststatistiek opstellen, testwaarde berekenen, interpreteren... en dan een tabel me ietske andere waardes van die dobbelstaan me de vraag of die P waarde dan hetzelfde blijft&lt;br /&gt;
# en nog een oefening over laatste hoofdstuk met die lineaire regressie ook me allemaal deelvraagjes ; de lineaire regressie opstellen en dan s^2 uitrekenen, ge hebt sx sy sxy enzo gegeven, en dan moet ge daar hypothese en teststatistiek ook doen dacht ik (bij elke hypothesetest vraagt ze teststatistiek, testwaarde , P waarde interpreteren etc) en dan geeft ze ook nog een R^2 waarde die ge moet interpreteren..&lt;br /&gt;
Ik denk da het zoiets ongeveer was haha, en ge had 3u30min tijd :)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Juist/fout, Var(bx)=b²Var(x) aantonen&lt;br /&gt;
#rekenen met kansen&lt;br /&gt;
#Exponentiele verdeling, laptop heeft een gemiddelde leeftijd van 4 jaar, geef verdelingsfunctie, bepaal kans dat laptop langer leeft...&lt;br /&gt;
#Hypothesetesten&lt;br /&gt;
#R script van ANOVA tabel, ontbrekende waardes aanvullen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 januari 2015===&lt;br /&gt;
#Beschouw twee toevalsvariabele X en Y = g(X) met g een monotone functie dan is:&lt;br /&gt;
##E(Y) = g (E (X)) ?&lt;br /&gt;
##Med(Y) = g ( Med (X)) ?&lt;br /&gt;
##Med(Y) = g( E (X))Â ?&lt;br /&gt;
##IQR (Y) = g (IQR (X)) ?&lt;br /&gt;
#In Vlaanderen verspreid de groothandel 2000 porties everzwijnsvlees over 15 restaurants. Neem aan dat exact 11 porties hiervan besmet zijn met een virus. In leuven leverde de groothandel 250 (onafh.) porties vlees:&lt;br /&gt;
##hoeveel besmette porties vlees verwacht men in Leuven?&lt;br /&gt;
##Hoe groot is de kans dat minstens 2 porties vlees in Leuven besmet zijn met het virus?&lt;br /&gt;
###Bereken deze kans exact&lt;br /&gt;
###Bereken een benadering van deze kans&lt;br /&gt;
###Is de benaderde kans die je vond een goede benadering voor de kans die je vond? Waarom wel/niet?&lt;br /&gt;
#Mannelijke radiologen worden blootgesteld aan straling. Onderzoekers beweren dat deze frequente blootstelling de kans op mannelijke nakomelingen zou beÃ¯nvloeden. Uit een studie van 31 radiologen, bleek dat 30 van de 87 nakomelingen mannen waren. Kan je op basis van deze studie besluiten dat een frequente blootstelling aan straling een significante invloed heeft op de kans op mannelijke nakomelingen voor een man? Î± = 0.05, normale omstandigheden de kans op mannelijke omstandigheden 50% bedraagt.&lt;br /&gt;
##Formuleer een geschikte H0 en H1 op deze vraag&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek, de (benaderde) verdeling ervan onder H0 en de testwaarde voor deze steekproef.&lt;br /&gt;
##Bereken de (benaderde) P-waarde. Geef de formule en de waarde ervan in deze steekproef.&lt;br /&gt;
##Formuleer een zo volledig mogelijk besluit op basis van de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Bepaal ook het 98% BI voor de kans op mannelijke nakomelingen. Wat besluit je?&lt;br /&gt;
##Wat is de betekenis van een type 2 fout bij deze hypothese test in deze situatie?&lt;br /&gt;
##R-script gegeven met ontbrekende gegevens. Deze worden gevraagd + andere vraagjes&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 januari 2016 (VM)===&lt;br /&gt;
Hier missen nog bijna gegarandeerd enkele deelvraagjes, dus als je dit examen ook gemaakt hebt (en je weet er nog iets van), vul dan aan a.u.b.&lt;br /&gt;
#Enkele vragen i.v.m. verdelingen, hun kenmerken, proporties en kansen.&lt;br /&gt;
#Zij (X, Y) een bivariate normaalverdeling met mu = (2, 2) en sigma = ((1, 0.4), (0.4, 1)). Is dan Var(2X - Y) = 3.4?&lt;br /&gt;
#Zij X een continu verdeelde variabele met frequentie f(x). Zij a en b reÃ«ele getallen, bewijs dan dat:   E(a + bX) = a + b*E(X)  en Var(a + bX) = b^2 * E(X)&lt;br /&gt;
#We hebben thuis een alarm geÃ¯nstalleerd. Bij inbraak gaat het met 96% zekerheid af, maar op andere nachten is er ook een kans van 0.3% dat het afgaat vanwege storingen. In onze buurt is er een kans van 3% dat er op een gegeven nacht in een gegeven huis wordt ingebroken. Vannacht gaat het alarm af, hoe groot is de kans dat er werkelijk een inbraak is?&lt;br /&gt;
#Gegeven: een 2x3 relatieve frequentietabel. Aan de ene kant: mannen en vrouwen, aan de andere kant of de groep een slecht, middelmatig of goed oriÃ«ntatievermogen heeft. Rij van de mannen = (1/10, 1/20, 1/2), rij van de vrouwen = (1/5, 1/10, 1/20). Waar of fout:&lt;br /&gt;
##De kans dat een willekeurige vrouw een goed oriÃ«ntatievermogen heeft is 1/7.&lt;br /&gt;
##De verwachte waarde voor mannen en vrouwen zijn gelijk.&lt;br /&gt;
#Gegeven: de gemiddelde Belgische vrouw heeft een lengte van 168.1cm, met een standaardafwijking van 5.3cm.&lt;br /&gt;
##Clara is 180.3cm groot. Hoeveel percent van de Belgische vrouwen is kleiner dan Clara?&lt;br /&gt;
##Stella is kleiner dan 95% van de Belgische vrouwen. Wat is haar maximale hoogte?&lt;br /&gt;
##Hier aan de faculteit zijn er 354 vrouwen. Hoe groot is de kans dat exact twee vrouwen kleiner zijn dan haar (neem hiervoor Stellas maximale mogelijke lengte). Bereken deze exact.&lt;br /&gt;
##Bereken de kans op benaderende wijze. Is dit een goede benadering?&lt;br /&gt;
#Gegeven: de uitslagen van de verkiezingen van mei 2014 en een peiling van 2013. Beiden zijn lijsten van zeven partijen en &amp;amp;quot;Overige&amp;amp;quot;, elk met een corresponderend percentage. Bepaal op significantieniveau 0.05 of deze peiling de verkiezingsresultaten kan voorstellen.&lt;br /&gt;
##Kies gepaste hypothesen voor je test uit te voeren.&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek, verdeling en testwaarde van je test.&lt;br /&gt;
##Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Vorm een besluit.&lt;br /&gt;
#In een fabriek worden er dagelijks 5000 dozen pralines geproduceerd. Elke doos beweert 250g te wegen. Een nieuwe kwaliteitscontroleur (&amp;amp;quot;een jonge snaak&amp;amp;quot; zoals zij het verwoordden) neemt op een dag lukraak 20 dozen uit de productie voor inspectie. Het gemiddelde van deze steekproef is 243.7g met een variantie van 6.91 g^2. Test op significantieniveau 0.05 of de fabriek systematisch te lichte dozen maakt.&lt;br /&gt;
#Kies gepaste hypothesen voor je test uit te voeren.&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek, verdeling en testwaarde van je test.&lt;br /&gt;
##Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Vorm een besluit.&lt;br /&gt;
#Geef het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde van de dagproductie. Geef de definitie van het 95%- betrouwbaarheidsinterval en leg uit wat dit concreet betekent in deze situatie.&lt;br /&gt;
#Leg uit wat een type-I en type-II fout concreet betekenen in deze situatie.&lt;br /&gt;
#Gegeven: output van summary en anova in R.&lt;br /&gt;
##Vul aan: SSM, MSM, MSE, F-waarde, P(F &amp;amp;gt; f) en voor de slope: t-waarde en P(T &amp;amp;gt; t).&lt;br /&gt;
##Voer een hypothesetest uit omtrent H0: alfa = 0 versus H1: alfaÂ != 0&lt;br /&gt;
##Geef de regressierechte.&lt;br /&gt;
##Geef R^2 en leg uit wat deze waarde betekent.&lt;br /&gt;
===26 Januari 2015 (nieuwe prof?) ===&lt;br /&gt;
#Duid aan welke stellingen kloppen en verantwoord: Van een kwantielplot kan je aflezen of:&lt;br /&gt;
##2 variabelen afhankelijk zij van elkaar.&lt;br /&gt;
##er een lineair verband is tussen 2 variabelen&lt;br /&gt;
##een variabale uit een bepaalde verdeling komt&lt;br /&gt;
##2 variabelen bivariaat normaal verdeeld zijn&lt;br /&gt;
#Duid aan welke stellingen kloppen en verantwoord: Indien (X,Y) bivariaatnormaal verdeelde toevalsvariabelen met populatiecorrelatiecoÃ«fficiÃ«nt p en:&lt;br /&gt;
##H0: p=0 vs H1:p=/=0&lt;br /&gt;
##Een p-waarde &amp;amp;lt;alfa oplevert kan je op significantieniveau alfa:&lt;br /&gt;
##besluiten dat er een lineair verband is tussen X en Y, mogelijks monitoon&lt;br /&gt;
##besluiten dat er een monotoon verband is tussen X en Y&lt;br /&gt;
##niet verwerpen dat er een lineair verband is tussen X en Y, mogelijks lieair&lt;br /&gt;
##niet verwerpen dat er een monotoon verband tussen X en Y.&lt;br /&gt;
#Levensduur van een laptop is exponentieel verdeeld. Verwacht wordt dat een laptop 3 jaar meegaat. Kans dat een laptop langers dan 3jaar meegaat voor een voorzichtige student is 55%, voor een slordige student is dit 30%.&lt;br /&gt;
##Toon aan dat de kans dat een laptop langer als 3jaar meegaat, zonder rekening te houden met voorzichtigheid = 36.79%&lt;br /&gt;
##HoeveelÂ % van de studenten is slordig?&lt;br /&gt;
##Jan heeft 3 jaar zijn laptop, wat is de kans dat hij er voorzichtig mee omgaat?&lt;br /&gt;
#Het aantal vogels dat voederplaatsen bezoekt wordt verwacht op 35 door Natuurpunt. Dit jaar werden in 100 tuinen gemiddeld 41 vogels per tuin waargenomen met een standaarddeviatie van 24. Is het gemiddeld aantal vogels per tuin dit jaar groter dan verwacht door Natuurpunt?&lt;br /&gt;
##H0 en H1?&lt;br /&gt;
##Welke teststatistiek gebruik je? Wat is de verdeling ervan onder H0?&lt;br /&gt;
##Welke veronderstellingen maak je om deze test te mogen uitvoeren?&lt;br /&gt;
##Bereken de testwaarde&lt;br /&gt;
##Bereken de (benaderende) p-waarde, geef de formule en de (benaderende) waarde ervan.in deze steekproef.&lt;br /&gt;
##Maak een schets en duid er de testwaarde en p-waarde op aan.&lt;br /&gt;
##Wat besluit je op basis van de p-waarde?&lt;br /&gt;
##Maak je hierbij mogelijk een type I of type II fout?&lt;br /&gt;
#De ontkieming van zaden werd onderzocht bij licht en schemerdonker. 86 van de 100 zaden ontkiemden bij licht, 60 van de 80 zaden ontkiemden bij schemerdonker. 4.1 Onderzoek als er meer zaden ontkiemen bij licht dan schemerdonker, formuleer besluit op significantieniveau 0.05.&lt;br /&gt;
##H0 en H1?&lt;br /&gt;
##Teststatistiek, benaderende verdeling onder H0 en testwaarde&lt;br /&gt;
##p-waarde? Geef uitdrukking met kans als de (benaderende) waarde.&lt;br /&gt;
##Formuleer een zo volledig mogelijk besluit.&lt;br /&gt;
#Stel een 80% betrouwbaarheidsinterval op voor de proportie van zaden die bij licht ontkiemen.&lt;br /&gt;
##Wat is de betekenis van dit betrouwbaarheidsinterval?&lt;br /&gt;
##Vraagjes met R-output (gegevens van ANOVA kunnen berekenen, RÂ² kunnen geven + betekenis,...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 januari 2014===&lt;br /&gt;
#Juist of fout. Leg uit en indien nodig verbeter.&lt;br /&gt;
#een exp (Î») met Î»&amp;amp;gt;0 geeftÂ Î£xi ~ N(n/Î» , n/Î»Â²)&lt;br /&gt;
#als X en Y normaal verdeeld zijn, dan is X - Y eveneens normaal verdeeld&lt;br /&gt;
#(weet ik niet meer)&lt;br /&gt;
#een symmetrische histogram is een grafische voorstelling van normaal verdeelde resultaten.&lt;br /&gt;
#Een kansberekeningsvraag: in een winkel geven klanten gemiddeld 70euro uit met een standaardeviatie van 20euro.&lt;br /&gt;
#Wat is de kans dat iemand in de winkel meer dan 40euro uitgeeft?&lt;br /&gt;
#Er staan 10 klanten in de rij aan te schuiven van de kassa. Wat is de kans dat 3 klanten minder dan 40euro uitgeven?&lt;br /&gt;
#Er staan nu 100 klanten in de rij van de kassa aan te schuiven. Wat is de kans dat minstens 30 klanten minder dan 40euro uitgeven?&lt;br /&gt;
#Betrouwbaarheidsinterval vraag:Er wordt een onderzoek gedaan naar de voorkeur van lezers, welke soort drager (papier, e-book, ...) zij verkiezen om te lezen. Er werden 1000 mensen ondervraagd, waarvan 93% zei dat ze het liefst papier als drager gebruiken om te lezen. 62% leest een krant het liefste met papier als drager. 8 op 10 zegt dat ze boeken het liefst lezen als papier de drager is.&lt;br /&gt;
#Zoek het 95% BI voor de mensen die het liefste lezen met papier als dragen&lt;br /&gt;
#Zoek het 99% BI voor de mensen die kranten het liefste lezen met papier als drager.&lt;br /&gt;
#Leg de betekenis van het laatste BI zo grondig mogelijk uit.&lt;br /&gt;
#Hypothesevraag met Î±= 0,05:Een schoenenverkoopster beweert dat vrouwen met een kleine schoenmaat schoenen kopen waarvan de hak gemiddeld hoger is dan de hak van vrouwen met een grote schoenmaat. De schoenverkoopster schrijft van 70 vrouwen die elk 1 paar schoenen kopen, de schoenmaat en de haklengte op. De schoenmaten worden onderverdeeld in kleine en grote schoenmaten. 31 vrouwen met kleine schoenmaat kopen schoenen met een gemiddelde haklengte van 4,39cm met een standaardvariantie van 3,14cmÂ² en 39 vrouwen met grote schoenmaat kopen schoenen met een gemiddelde haklengte van 3,45cm en een standaardvariantie van 5,16cmÂ².&lt;br /&gt;
##Stel een goede H0 en H1 op&lt;br /&gt;
##Welke veronderstellingen maak je en hoe kom je hieraan?&lt;br /&gt;
##Geeft de correcte test-statistiek&lt;br /&gt;
##Zoek de P-waarde&lt;br /&gt;
##Concludeer je resultaten en formuleer een goed antwoord.&lt;br /&gt;
##Welke fout wordt hier gemaakt, type I of type II en waarom?&lt;br /&gt;
#Hypothesevraag met Î±= 0,05: Tijdens de solden wordt een onderzoekbureau belast met de taak om te onderzoeken of er een verband bestaat tussen de gemiddelde kortingspercentages die worden gegeven door de winkels en het aantal dagen dat de solden al bezig zijn (van 3 januari tot 31 januari).(hier worden een aantal R - scripten en resultaten en grafieken van een aantal test gegeven: Pearson en Shapiro-Wilk test dacht ik. Er zijn 4 scripten gegeven: deze van de gemiddelde kortingspercanteges, van de aantal dagen dat de solden al bezig zijn, eentje waarin de 2 vorige gecombineerd zijn in een Pearson correlatie test en eentje waar ze gecombineerd zijn in een Shapiro - Wilk test)&lt;br /&gt;
##Vul de R-scripten aan door de juiste waarde in te vullen bij a) en b) (==&amp;amp;gt; a) was een getal bij df en b) was het getal bij p-value)&lt;br /&gt;
##Stel een goede H0 en H1 hypothese op&lt;br /&gt;
##Welke test statistiek gebruik je?&lt;br /&gt;
##Zoek de p-waarde aan de hand van de gegeven R-scripten&lt;br /&gt;
##Concludeer je resultaten en formuleer een goed antwoord.&lt;br /&gt;
===17 Januari 2014===&lt;br /&gt;
#Juist of fout. Leg uit en indien nodig verbeter.&lt;br /&gt;
##Als je 2 steekproeven hebt met dezelfde grote n en een gemiddelde kans p. Dan is het betrouwbaarheidsinterval van 90% het breedste bij de steekproef met de grootste p.&lt;br /&gt;
##Je hebt twee continue, afhankelijke toevalsvariabe X en Y met f(x,y) de gezamelijke dichtheid en f(x) en f(y) de marginale dichtheid voor respectievelijk X en Y. Dan geldt f(x,y) =/ f(x)f(y) voor elke mogelijke (x,y). (=/ staat voor: is niet gelijk aan)&lt;br /&gt;
##Als de whiskers van een boxplot ongeveer even groot zijn, dan is de variabele normaal verdeeld&lt;br /&gt;
##Je hebt kansmodel Exp(2). dan is P(x&amp;amp;gt;7|x&amp;amp;gt;3) = P(x&amp;amp;gt;4)&lt;br /&gt;
#Er werdt een onderzoek gedaan bij 3400 bestuurders die betrokken zijn geweest bij een ongeval. Van deze bestuurders waren 26.7% onder invloed van drugs enÂ  29.1% hadden overmatig alchol gebruikt. Men wil nagaan hoe correct de alcohol en drugtest zijn. Als je weet dan 65% positief test als ze drugs gebruikt hebbenÂ  en 80% test positief als ze overmatig alcohol gebruik. Je weet ook dat 40% negatief test en geen alchol en drugs gbruikt heeft. We nemen aan dat het samen gebruiken van alchol en drugs niet voor komt.&lt;br /&gt;
##Toon aan dat de kans dat men positief test gelijk is aan 44.8%&lt;br /&gt;
##Wat is de kans dat iemand die positief test drugs heeft gebruikt?&lt;br /&gt;
##Wat is de kans dat iemand niets gebruikt heeft indien die negatief test?&lt;br /&gt;
#Er werd een onderzoek uitgevoerd bij 5 cafÃ©gangers. Ze kregen elk 2 pijlen. De eerste keer mochten ze smijten met hun voorkeurs hand, de tweede keer moesten ze smijten met de andere hand. (Gegeven een tabel met scores) Onderzoek of de gemiddelde score met hun voorkeurshand hoger ligt dan de gemiddelde score met de andere hand.&lt;br /&gt;
##stel de hyphotheses op&lt;br /&gt;
##welke veronderstellingen maak je?&lt;br /&gt;
##welke teststatistiek gebruik je?&lt;br /&gt;
##wat is de T-waarde?&lt;br /&gt;
##wat is de P-waarde?&lt;br /&gt;
##Wat is het resultaat van deze test? Leg uit voor dit voorbeeld&lt;br /&gt;
##maak een voortstelling van de P-waarde&lt;br /&gt;
##stel dat je veronderstelling niet klopt. Welke teststatistiek gebruik je dan?&lt;br /&gt;
###Voer deze test uit:&lt;br /&gt;
###wat is de T-waarde&lt;br /&gt;
###wat is de P-waarde?&lt;br /&gt;
###Wat is het resultaat van deze test? Leg uit voor dit voorbeeld&lt;br /&gt;
##je hebt output gekregen in verband met regressie en daar wat vragen bij.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 Januari 2012===&lt;br /&gt;
#3 Meerkeuzevragen &amp;amp;amp; uitleggen waarom&lt;br /&gt;
##X1,...,X100 is Poisson verdeeld met n=51, variantie=4 --&amp;amp;gt; wat is E(X) en Var(X) van gemiddeldeXn bij normale verdeling.&lt;br /&gt;
##i.v.m. gemiddelde van steekproefgemiddelde als benadering van populatiegemiddelde --&amp;amp;gt; enkel bij normale verdeling of bij elke verdeling waar; is steekproefgemiddelde evengoed een benadering van populatiegemiddelde; ...&lt;br /&gt;
##X is niet normaal verdeeld, Y= sqrt(X) is wel normaal verdeeld: welke hypothesetesten kan je uitvoeren: H0:Âµ(X)=3 vs H1:Âµ(X)â‰ 3 en/of H0:Âµ(Y)=sqrt(3) vs H1:Âµ(Y)â‰ sqrt(3) en/of H0:Med(X)=3 vs H1:Med(X)â‰ 3 en/of H0:Med(Y)=sqrt(3) vs H1:Med(Y)â‰ sqrt(3) + teststatiestiek geven + zijn besluiten van beide testen equivalent&lt;br /&gt;
#Oefening 1: berekenen van een kans (binomiaal) exact en benaderend met continuiteitscorrectie&lt;br /&gt;
#Oefening 2: Hypothesetest vergelijken gemiddelden van 2 groepen (ongepaard, sigma&#039;s verschillend, ..)=&amp;amp;gt; De vragen hierbij waren:&lt;br /&gt;
##Formuleer de nulhypothese en de alternatieve hypothese.&lt;br /&gt;
##Welke teststatistiek gebruik je, wat is zijn waarde en welke verdeling volgt hij&lt;br /&gt;
##Bereken de p-waarde + definitie&lt;br /&gt;
##Teken deze p-waarde op een grafiek&lt;br /&gt;
##Besluit&lt;br /&gt;
##Welke aannames deed je voor deze hypothese en wordt er aan deze voldaan?&lt;br /&gt;
##Indien niet: wat zou je dan kunnen toepassen&lt;br /&gt;
##Wat betekenen type 1 en type 2 fout bij deze hypothese.&lt;br /&gt;
#Oefening 3: Je krijgt een heleboel statistica - output en een hoop vragen.&lt;br /&gt;
##Geef het regressiemodel&lt;br /&gt;
##Dan 5 vragen ivm anova tabellen, SSM SSE SST, ...&lt;br /&gt;
##Is de correlatie nuttig? stel een hypothese op&lt;br /&gt;
##BI berekenen van de rico&lt;br /&gt;
##definitie BI&lt;br /&gt;
##Aannames + nagaan modelveronderstellingen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18	Januari 2013 (VM)===&lt;br /&gt;
#Thomas Van Den Spiegel is 214 cm groot. Leg uit hoe men kan bepalen hoe groot (of hoe normaal) dit is.&lt;br /&gt;
#Gegeven een tabel met daarin de absolute frequenties van een steekproef naar het spijbelgedrag van leerlingen uit het ASO, BSO en TSO: nooit, soms, vaak. Dit is dus een 3x3 tabel.&lt;br /&gt;
#Test: meer dan 50% van de leerlingen uit het ASO spijbelt nooit.&lt;br /&gt;
##Geef H0.&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek onder H0 en de testwaarde.&lt;br /&gt;
##Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Besluit.&lt;br /&gt;
#Ga na of er een verband is tussen de waarden.&lt;br /&gt;
##Geef H0.&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek onder H0 en de testwaarde.&lt;br /&gt;
##Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Besluit&lt;br /&gt;
#Gegeven de functie  als  en anders 0. Deze stelt de tijd voor die ik nodig heb om op mijn werk te geraken.&lt;br /&gt;
##Ik moet om 9u op mijn werk zijn, wat is de kans dat ik te laat kom als ik om 7u40 vertrek?&lt;br /&gt;
##Over 200 dagen gezien als ik opnieuw om 7u40 vertrek: wat is de kans dat ik hoogstens 20 keer op die 200 dagen te laat kom?&lt;br /&gt;
#Voor een nieuw soort roomijs hebben 9 mensen geproefd en een score tussen 1 en 20 (kan ook tussen 0 en 20 zijn, ik hoop van niet). Er waren 2 scores onder 10 en 7 scores boven 10.&lt;br /&gt;
##Bepaal met een teststatistiek of het ijs lekker is (dus een score groter dan 10).&lt;br /&gt;
###Geef H0.&lt;br /&gt;
###Geef de teststatistiek onder H0 en de testwaarde.&lt;br /&gt;
###Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
###Besluit.&lt;br /&gt;
##Wat is het 95% betrouwbaarheidsinterval van de mediaan? Wat betekent dit interval concreet voor dit voorbeeld?&lt;br /&gt;
#Een lineair verband tussen de maandelijkse productie van windmolens en de hoeveelheid wind, gezien over 32 maanden. Gegeven de output van de lm-functie uit R, een paar Shapiro-Wilk tests, enkele QQ-plots en de residuplot.&lt;br /&gt;
##Is het een goed model? (of zoiets)&lt;br /&gt;
##Vul de ANOVA tabel in (enkel 1 en F zijn gegeven)&lt;br /&gt;
##Wat betekent Std. Error in die lm-functie&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Ebalemans</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Grondslagen_van_de_Chemie&amp;diff=1865</id>
		<title>Grondslagen van de Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Grondslagen_van_de_Chemie&amp;diff=1865"/>
		<updated>2020-01-14T10:27:05Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Ebalemans: /* 13 januari 2020 namiddag */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Basisvak chemie voor 1e bachelor chemie, biochemie en biologie.&lt;br /&gt;
Gedoceerd door professor &amp;amp;lt;s&amp;amp;gt;Koen Clays&amp;amp;lt;/s&amp;amp;gt; &amp;amp;lt;s&amp;amp;gt;Bart Goderis (sinds academiejaar 2013-2014)&amp;amp;lt;/s&amp;amp;gt; Koen Clays. Het examen is deels mondeling, deels schriftelijk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2020 namiddag ===&lt;br /&gt;
theorie:&lt;br /&gt;
1) bespreek de elektrolyse van water of in een waterige oplossing van zeezout (NaCl) voor volgende situaties: zonder toevoeging van zout, bij toevoeging van een beetje NaCl, bij toevoeging van veel NaCl&lt;br /&gt;
2) Bespreek homogene, heterogene en enzymatische katalyse: geef verschillen en gelijkenissen. Geef telkens een relevant voorbeeld ter illustratie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
1) reactie N2 + O2 --&amp;gt; 2NO gegeven en berekenen boven/onder welke temperatuur de reactie spontaan is&lt;br /&gt;
2) Berekenen hoeveel gram NaCl je moet toevoegen aan 0,448g Cu(OH)2 om dit volledig te kunnen oplossen in 100 ml water als je weet dat het complex [CuCl4]2- wordt gevormd&lt;br /&gt;
===?===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) hoe kan men de snelheid van een chemische reactie vergroten? Verandert dit ook iets aan het evenwicht?&lt;br /&gt;
2) chemische eigenschappen ammoniak, hebben ze dan een zwakke of sterke functie? Geef voorbeeldreacties&lt;br /&gt;
3) bespreek de thermodynamische eigenschappen van de autoprotolyse van water. Zie hiervoor tabel 6.9 BOD&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1) bereken of neerslag wordt gevormd bij samenvoegen 2 stoffen&lt;br /&gt;
2) bereken potentiaal galvanische cel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 februari 2019 namiddag===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
#Leg uit hoe een biprotisch zuur dissocieert en geef een voorbeeld. Vergelijk deze dissociatie met die van HgCl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&lt;br /&gt;
#Broom in base&lt;br /&gt;
oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Bepaal de standaardreductiepotentiaal van het koppel Zn(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2 (s)&amp;lt;/sub&amp;gt;\ Zn&amp;lt;sub&amp;gt;(s)&amp;lt;/sub&amp;gt; met het oplosbaarheidsproduct van Zn(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en de standaardreductiepotentiaal van het koppel Zn&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;\ Zn&amp;lt;sub&amp;gt;(s)&amp;lt;/sub&amp;gt; &lt;br /&gt;
#Een klontje vast ethanol met een massa van 50 g wordt bij 155.80 K overgoten met 2.22 L (1 L = 0.79 kg) vloeibaar ethanol waardoor het klontje zal smelten. Wat is de begintemperatuur van het vloeibaar ethanol als je weet dat het systeem een eindtemperatuur van 287.80 K bereikt en als je weet dat er geen energie verloren gaat aan de omgeving?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 januari 2019 namiddag===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
#vervolledig de reactievergelijking ClO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; + Cl&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; -&amp;gt; Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O en geef een plausibel reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
#bespreek de elektrolyse van water of in een waterig milieu zonder toevoeging van zout, bij toevoeging van een beetje NaCl, bij toevoeging van veel NaCl. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen&lt;br /&gt;
#hoeveel natriumthiosulfaat is er nodig om 0,025 mol AgBr op te lossen in 500 ml? Het complex zilverthiosulfaat wordt gevormd. &lt;br /&gt;
#een ijsklontje met massa 56 gram wordt in 150 g water gedaan om dit af te koelen. Het ijsklontje heeft een begintemperatuur van 0°C en het geheel heeft een eindtemperatuur van 14°C. Bereken de begintemperatuur van het water.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2019 voormiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Bespreek de spontane ontbinding van waterstofperoxide. Welke parameters dragen bij tot de ontbinding en hoe kan je dit tegen gaan?&lt;br /&gt;
#De ruimtelijke structuur van de covalente binding, 4 relevante voorbeelden geven en bespreken.&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#0,040 M 100 mL H&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; bij 100 ml 4M Ca&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;-ionen. Wordt er neerslag gevormd?&lt;br /&gt;
#Een orde oefening met grafisch de halfwaarde tijd en k bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2019===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je het evenwicht naar de kant van de producten krijgen. Heeft dit ook invloed op de snelheid van de reactie? /6&lt;br /&gt;
#Stel een chemisch mechanisme op zodat citroenzuur (wat een bestandsdeel is van citroensap) kan ontgiften. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Bepaal de K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; uit de gegeven redoxkoppels (H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O/H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=1.76V) en HO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;−&amp;lt;/sup&amp;gt;/OH&amp;lt;sup&amp;gt;−&amp;lt;/sup&amp;gt;) (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=0.87V). Met welke andere 2 koppels kan je dit nog doen? /3&lt;br /&gt;
# Geef de lewisstructuur, hybridisatie, polariteit (+ uitleg), en geometrie van XeF&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en PBr&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2019===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Geef de twee vuistregels voor een goede buffer en leg ze uit adhv neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg uit bloed als buffer en waarom het geen ideale buffer is. Geef de relatie tussen een buffer en een pH- titratie(curve). /6&lt;br /&gt;
#Vervolledig deze reactie, BrO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;  +  Br&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; →   Br&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;  +  H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O, en geef een plausibel reactiemechanisme voor deze reactie (Staat niet in de cursus maar wel gezien als een extra voorbeeld). BOD Tabel 6.2 n.7 /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Welke verbindingen zijn zelf niet zuur of basisch, maar vertonen wel zure of basische eigenschappen als ze in water gebracht worden? /6&lt;br /&gt;
# Bespreek de voorwaarden en de gevolgen van het stationariteitsprincipe.  Geef een duidelijk en relevant voorbeeld. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#De stabiliteitsconstante voor de vorming van het complex Pb(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; is 1,0.1016. De standaardreductiepotentiaal voor het koppel Pb&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/Pb(s) is -0,12V. Bereken aan de hand van deze gegevens de standaardreductiepotentiaal voor het koppel Pb(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/Pb(s). / 3&lt;br /&gt;
#Er wordt een buffer met pH = 6,90 gemaakt uitgaande van NaH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; en Na&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;HPO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;. De eindconcentratie van NaH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; in 400 mL van deze oplossing is 0,020 M. Bereken hoeveel gram dinatriumwaterstoffosfaat er in deze oplossing moet zitten om de beoogde pH te realiseren. Aan deze oplossing wordt 100 mL 0,0080 M HI toegevoegd. Bereken ook de pH na toevoeging hiervan. Vanaf hoeveel mol NaOH toegevoegd zou de startbuffer niet meer werkzaam zijn? Licht kort toe. /3&lt;br /&gt;
&amp;lt;sup&amp;gt;&amp;lt;/sup&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Stel een mogelijk reactiemechanisme voor bij reactie 7 BOD tabel 6.2. /4&lt;br /&gt;
#Waarom mag men geen ontkalker bij javel doen? Geef alle relevante reacties. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Bepaal de baseconstante van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels. /3&lt;br /&gt;
#Geef de Lewisstructuur, hybridisatie en polariteit van XeF&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en HClO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Hoe kan men het evenwicht naar de producten doen verschuiven? Heeft dit dan ook gevolgen voor de reactiesnelheid? /4&lt;br /&gt;
# Vergelijk chroomvocht (dichromaat in zwavelzuur), piranhazuur (waterstofperoxide in zwavelzuur), koningswater en cyanide in base als oplosmiddelen voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Je wilt 0.488 g Cu(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossen in water tot een eindvolume van 100 mL. Bereken hoeveel gram NaCl er nodig is om ervoor te zorgen dat Cu(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; niet neerslaat. Het CuCl&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; complex wordt gevormd. /3&lt;br /&gt;
# Bepaal grafisch de activeringsenergie van de reactie (tabel met temperatuur en snelheidsconstantes gegeven). Bepaal ook de snelheidsconstante bij 37°C. Kan je hiermee iets zeggen over de orde van de reactie? /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2018 ===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Hoe kan de snelheid van de reactie beïnvloed worden? Verandert dan ook de ligging van het evenwicht van de reactie? /6&lt;br /&gt;
# Welke factoren bepalen of een molecule al dan niet een permanent dipoolmoment bezit? Geef duidelijke voorbeelden. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Je wilt 42.72 g Fe(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossen in water tot een eindvolume van 500 mL. Bereken welke concentratie waterstoffluoride (HF) er nodig is om ervoor te zorgen dat Fe(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; niet neerslaat. /3&lt;br /&gt;
# Stel de correcte redoxreactie op van de koppels Br&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;/Br&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; en AsO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;3-&amp;lt;/sup&amp;gt;/AsO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;. Toon aan met berekeningen dat het over een aflopende reactie gaat bij kamertemperatuur (25°C) /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2018 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van chloor in base. Geef een belangrijke toepassing.&lt;br /&gt;
# Vergelijk de ideale gaswet met de van der Waalsvergelijking voor reële gassen en bespreek de trend in co-volume b en cohesiedruk a (BOD p.141) voor H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, CO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en C&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;H&amp;lt;sub&amp;gt;10&amp;lt;/sub&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 namiddag ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# BOD tabel 6.2, reactie 8: stel een mogelijk reactiemachanisme voor&lt;br /&gt;
# Wat zijn de 2 vuistregels van een goeie buffer? Leidt deze af aan de hand van de begrippen neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg de link met pH-titratie. Leg uit: bloed als buffer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# bepaal de baseconstante van MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels&lt;br /&gt;
# lewisstructuur, hybridisatie en polariteit van 2 moleculen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 namiddag ===&lt;br /&gt;
(examen voor gedeeltelijke vrijstelling, enkel vragen deel E)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Wat zijn de drijvende krachten bij een complexatiereactie? Toon aan met goed gekozen voorbeelden, en leg uit aan de hand van de kenmerken van een hoge stabiliteitsconstante. /4&lt;br /&gt;
# Wat zijn de 2 vuistregels van een goeie buffer? Leidt deze af aan de hand van de begrippen neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg de link met pH-titratie. Leg uit: bloed als buffer. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Bepaal de baseconstante van MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels /3&lt;br /&gt;
# Hoeveel zilverbromide kan je oplossen in een 0.530M ammoniakoplossing. Verwaarloos de basische eigenschappen van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3 (Toepassing neerslag &amp;amp; complexatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 september 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Waarom zijn er diagonaalrelaties? Geef voorbeelden van chemische eigenschappen die gebruikt worden in chemische reacties. /5 &lt;br /&gt;
#Geef het verband tussen de redoxpotentiaal van een redoxhalfreactie en de evenwichtconstante van de gehele reactie. Geef ook de gevolgen. /5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of er neerslagvorming optreedt. &lt;br /&gt;
#Vrijgekomen warmte en energie uit een reactie berekenen. &lt;br /&gt;
=== 25 Augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Vergelijk het verschil van de invloed van temperatuur op de reactiesnelheid en het evenwicht - zowel in formulevorm als grafisch /6&lt;br /&gt;
k &amp;amp; K afleiden en grafisch weergeven met resp. ln k ~ 1/T en ln K ~ 1/T (voor dH&amp;gt;0 en dH&amp;lt;0)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Welke chemisch relevante eigenschappen van atomen kan je afleiden van de positie in het periodiek systeem? /4 &lt;br /&gt;
Zuur-base; oxidans-reductans (+verband), ... (atomen, niet ionen van het element!)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Hoeveel zilverbromide kan je oplossen in een 0.53M ammonium oplossing. Verwaarloos de basische eigenschappen van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
(Toepassing neerslag &amp;amp; complexatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Redoxreactie van SO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/SO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)- en MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/MnO(v). /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 Augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan het evenwicht in de richting van de producten worden verschoven? Heeft dit invloed op het evenwicht? /6&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;concentratie wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
principe van Le Chatelier&lt;br /&gt;
hogere concentratie → meer kans op botsingen → sneller&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;druk wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
bij drukverhoging → daalt volume → c=n/v dus concentratie stijgt (vanaf dan analoog aan Le Chatelier)&lt;br /&gt;
bij drukverlaging is gunstig voor reacties waarbij ΔN = (N&amp;lt;sub&amp;gt;producten&amp;lt;/sub&amp;gt; - N&amp;lt;sub&amp;gt;reagentia&amp;lt;/sub&amp;gt;) negatief is(N staat voor de coëfficiënten van de stoffen in de reactie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;temperatuur wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
K&amp;lt;sub&amp;gt;ev&amp;lt;/sub&amp;gt; is temperatuursafhankelijk → ΔG =-RTln(K) ↔ ln(k)=-ΔH/RT +ΔS/R (teken grafiek 1/T met ln(k))&lt;br /&gt;
endo → hoge T is gunstig&lt;br /&gt;
exo → lage T is gunstig&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Wat is het verband tussen neerslag- en complexatiereacties? /4&lt;br /&gt;
ionen met een hoge ladingsdichtheid kunnen niet zoals bijvoorbeeld Na&amp;lt;sup&amp;gt;+&amp;lt;/sup&amp;gt; en Cl&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; (afkomstig van goed oplosbaar zou NaCl) in oplossing voorkomen,&lt;br /&gt;
aangezien dit niet stabiel is.&lt;br /&gt;
gaan dus ofwel neerslaan ofwel complexeren&lt;br /&gt;
(K&amp;lt;sub&amp;gt;sp&amp;lt;/sub&amp;gt; en 1/K&amp;lt;sub&amp;gt;st&amp;lt;/sub&amp;gt; vergelijken → de stabielste toestand gaat zich dan voordoen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Teken de lewis-structuur, geef het sterisch getal, hybridisatie, geometrische en atoomstructuur van HCN en ICl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. Geef ook aan of ze polair zijn of niet. /3&lt;br /&gt;
#Leid de K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; af van AsO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van zijn standaarreductiepotentiaal. Kies zelf een goed redoxkoppel. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Welke verbindingen zijn zelf niet zuur of basisch, maar vertonen wel zure of basische eigenschappen als ze in water gebracht worden? /6&lt;br /&gt;
#Hoe kunnen meerdere verschillende kationen die samen in een mengsel voorkomen, van elkaar gescheiden worden? Waarop moet je letten om de scheiding zo volledig mogelijk te laten gebeuren? /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming /3&lt;br /&gt;
#correcte redoxreactie van 2 gegeven koppels schrijven en berekenen dat dit een aflopende reactie is. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Bij welke reacties is quenchen van toepassing? Leg goed uit en geef een voorbeeld. /4&lt;br /&gt;
#Vergelijk chroomvocht, piranhazuur, koningswater en cyanide in base als oplossmiddel voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Roosterenergie berekenen /2.5&lt;br /&gt;
#concentratie zout berekenen die toegevoegd moet worden om gegeven hoeveelheid neerslag op te doen lossen. /3.5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
VM&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je de reactiesnelheid beïnvloeden? Wat betekent dit voor het chemisch evenwicht? /4&lt;br /&gt;
#Wat gebeurt er bij de elektrolyse van water voor geen, een weinig en veel NaCL? /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#pH + werkelijke ionenconcentraties van een bioprotisch zuur berekenen /3&lt;br /&gt;
#een slecht oplosbaar zout oplossen aan de hand van complexatie door een te berekenen massa NaCl toe te voegen /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je het evenwicht naar de kant van de producten brengen? Heeft dit een invloed op de snelheid?&lt;br /&gt;
#Geef het verband tussen protontransferreacties en elektrontransferreacties. Geef voorbeelden die dit verduidelijken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming.&lt;br /&gt;
#Bepaal de hybridisatie en geometrie van PCl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; en SF&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;. Teken de atoomstructuur en zijn deze moleculen polair of apolair en een uitleg waarom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Vuistregels met afleiding van buffers geven, dit ook toepassen op pH titraties, bloed als buffer bespreken&lt;br /&gt;
#Hebben kationen basische of zure eigenschappen, zijn dit dan zwakke of sterke zuren of basen (voorbeelden kunnen helpen en verduidelijkend zijn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen &lt;br /&gt;
#Aantal mL en molair NiSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;-oplossing samenvoegen met een aantal ml en molair NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;, toon aan dat ondanks het gevormde complex nikkel (II) ammoniak er toch nog neerslag gevormd wordt&lt;br /&gt;
#Een tabel gegeven van temperatuur en snelheidsconstante, de opdracht is grafisch de activeringsenergie te berekenen en k te berekenen bij 250°C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== XX Augustus 2016 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leg de verschillende soorten isomerie uit + wat is tautomerie?&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom fluoride in tandpasta zit (alle 6 puntjes geven, dus ook vorming CaF uitleggen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Random oefening uit oefenzitting&lt;br /&gt;
#Berekend de K&amp;lt;sub&amp;gt;w&amp;lt;/sub&amp;gt; vertrekkende vanuit de standaardreductiepotentialen voor water in zuur/basisch milieu&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===XX januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leg de elementaire reactiestappen uit adhv voorbeelden (mono,bi,termoleculair, stationariteitsprincipe, vorming ozon)&lt;br /&gt;
#Geef de &#039;&#039;&#039;essentie&#039;&#039;&#039; van een titratie + grafieken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
#Oplosbaarheid van AgNO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; berekenen na toevoegen van een of ander zuur/base&lt;br /&gt;
#nog een oefening&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===  11 januari 2016 ===&lt;br /&gt;
#Hoe bepaal je de geometrische structuur bij covalent gebonden atomen en geef 3 voorbeelden &lt;br /&gt;
#bij welke reactie is quenching van toepassing?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===XX januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#heterogene en homogene en enzymatische katalysator + alles uitleggen hiervan&lt;br /&gt;
#loodbatterij&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Verschillen tussen Co en Fe en zeggen waarom Fe gebruikt wordt voor zuurstof transport &lt;br /&gt;
#het verschil tussen C dubbel gebonden en enkel gebonden &lt;br /&gt;
#bij de oefeningen was eentje E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; bepalen ahv K&amp;lt;sub&amp;gt;a&amp;lt;/sub&amp;gt; en een andere E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; &lt;br /&gt;
#andere grafisch de orde enzo bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 JAN 2014===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Roosterenergie van 2 roosters (NaCl en MgO) berekenen met de formule, zeggen of er nog een andere manier was om die te vinden (Hess) en of er een verschil in uitkomst te verwachten was tussen de twee manieren. Vergelijken van de pH van de twee oplossingen.&lt;br /&gt;
#Uitleggen waarom termoleculaire reactiestappen omwaarschijnlijk zijn. Reactiemechanisme van 2HI + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; → I&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O  geven. Stationariteitsprincipe uitleggen en zeggen of het op die reactie van toepassing was. &lt;br /&gt;
#Waar/soms waar/niet waar: Een proces is spontaan als de entropie in het systeem toeneemt. &lt;br /&gt;
#Uitleggen wat een buffer is en de vuistregels voor een goede buffer uitleggen zonder de hele wiskundige berekening te doen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen.&lt;br /&gt;
#Oplosbaarheid van AgBr, complexatie met thiosulfaat en alternatieve manier geven om oplosbaarheid te verhogen. Uitleggen waarom die laatste manier weinig effect zou hebben.&lt;br /&gt;
#Celpotentiaal berekenen van een gegeven schematische voorstelling.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 JAN 2013===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de elektronenstructuur van de atomen N en O met die van de moleculen N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;. Licht de hierbij essentiële principes toe.&lt;br /&gt;
# Geef de chemische functies van water. Geef bij iedere functie een voorbeeld in de vorm van een reactievergelijking. Is water sterk of zwak in deze functie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# CuSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing met NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing (grootheden gegeven). Laat zien dat er ondanks de complexatie toch nog neerslagvorming optreedt.&lt;br /&gt;
# Gegeven concentraties (van reactieproduct) in functie van de tijd. Bepaal grafisch de orde en de halfwaardetijd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 FEB 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Geef twee vuistregels voor een goede buffer en toon ze aan aan de hand van de neutralisatiegraad en de buffer capaciteit. &lt;br /&gt;
#* Geef het verband hiervan met pH- titratie &lt;br /&gt;
#* Is bloed een goede buffer ? Verklaar. &lt;br /&gt;
# Verklaar waarom men tandpasta fluorideert.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie.&lt;br /&gt;
# Broom in base.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Welke reacties kunnen optreden als katalysator bij redoxreacties?&lt;br /&gt;
# Leidt de halfreacties van een zwavelzure loodbatterij af&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# hoe bepaal je de elektronenconfiguratie van diatomaire moleculen en geef twee duidelijk verschillende voorbeelden&lt;br /&gt;
# vergelijk Al en Li voor batterijen, geef voor en nadelen en verklaar waarom er Li batterijen zijn en geen Al&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# staaf met enkele goed gekoze voorbeelden het belang van de ladingsdichtheid in de chemie&lt;br /&gt;
# welke reacties hebben er baat bij quenching toe te passen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie. &lt;br /&gt;
# Leg de elektrolyse van water uit in de volgende omstandigheden:1. zonder zout, 2. met een beetje zout en 3. met oplossing van veel zeezout. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
Theorie :&lt;br /&gt;
# geef de vuistregels voor bufferoplossing + afleiden buffercapaciteit en neutralisatiegraad. link met pH-titratie. vertellen over bloed als buffer, goede/slechte buffer?&lt;br /&gt;
# iets van Fe complexatie, waarom de natuur is aangepast aan ademhaling door complexvorming van Fe met zuurstof&lt;br /&gt;
Oefeningen :&lt;br /&gt;
# van deel C met een tabel met waarden, orde van reactie afleiden + grafisch k en t&amp;lt;sub&amp;gt;1/2&amp;lt;/sub&amp;gt; bepalen&lt;br /&gt;
# berekenen of PbOH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; neerslaat, uit een mengsel van PbSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; met NaOH geloof ik&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de bindingssterkte en reactiviteit van C=C en C - C (enkelvoudige binding) op 4 ptn&lt;br /&gt;
# Vergelijk de afhankelijkheid van de temperatuur voor de snelheidsconstante en de evenwichtsconstante&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===1 FEB 2011=== &lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek: Chroomvocht, Piranhazuur , koningswater en cyanide in base en hun werking op (edel)metalen. (/6)&lt;br /&gt;
# Wat is een indicator en hoe werkt het? (/4)&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# P&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; + BR&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; =&amp;amp;gt; PBR&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; vul aan met coefficienten en bereken de temperatuur waarvoor deze reactie spontaan zal verlopen. (/2.5)&lt;br /&gt;
# en een oefening over de combinatie van complexvorming van AlOH&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; en de neerslag van AlOH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. (/3.5)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 sep 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Verschillen en gelijkenissen tussen homogene, heterogene en enzymatische katalyse geven. Verduidelijken met vb.&lt;br /&gt;
# Bindingssterkte en reactiviteit vergelijken tussen C-C en C=C. Welke reacties ondergaan ze.&lt;br /&gt;
Oefingen:&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid&lt;br /&gt;
# Enthalpie &amp;amp;amp; Entropie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 jan 2010===&lt;br /&gt;
# bespreek de oplosbaarheid van metalen in zuur en basisch milieu (/6) &lt;br /&gt;
# bespreek &amp;amp;quot;quenching&amp;amp;quot; en voor welke reacties is dit toepasbaar? (/4) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen: &lt;br /&gt;
# bepaal de oplosbaarheid van AgBr in een molaire NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing (complexvorming) &lt;br /&gt;
# een reactie difluor en diwaterstof -&amp;amp;gt; 2HF. Gaat deze reactie op bij 500K ?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 jan 2010===&lt;br /&gt;
# vergelijk piranhazuur, koningswater, dichromaat en cyanide voor het oplossen van edelmetalen. (.../6)&lt;br /&gt;
# welke reacties kunnen als katalysator optreden bij een redoxreactie? (.../4)&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een oplossing van Ti(II)-ionen wordt in zuur midden getitreerd met een dichromaatoplossing (K&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;Cr&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;7-&amp;lt;/sub&amp;gt;oplossing). Hierbij worden het Cr(III)-ion en het Ti(III)-ion gevormd. Toon aan dat het gaat om een aflopende reactie.Het verloop van de titratie wordt potentiometrisch gevolgd en ook de pH wordt constant gemeten. In de oplossing zit nog een kalomelelektrode (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=0.25V) die aan de anode gekoppeld is en een platina-elektrode. Op zeker ogenblik - na het passeren van het equivalentiepunt - wordt een celpotentiaal van 0.95V gemeten en een pH van 1.2. Bereken de concentratie aan Cr&amp;lt;sup&amp;gt;3+&amp;lt;/sup&amp;gt; ionen, als je weet dat deze concentratie vier maal hoger ligt dan die van de dichromaationen. (.../3)&lt;br /&gt;
# Aan een oplossing van 70 ml 0.20 M nikkelsulfaat wordt 30 ml 0.60 M ammoniak toegevoegd. Toon aan dat er - ondanks de complexvorming - toch hydroxideneerslag gevormd zal worden. (.../3)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Toon het belang aan van ladingsdichtheid in de scheikunde. Geef telkens duidelijk verschillende voorbeelden als het over verschillende soorten reacties gaat.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van broom in base. Geef een relevante toepassing.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Bij 298 K gaat onderstaande reactie op. Men maakt een oplossing van 35,5 g van Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en 0,1 g van H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; in een totaal volume van 200 ml. Wat zijn de evenwichtsconcentraties van H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en HCl ?&lt;br /&gt;
#*H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) + Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) &amp;amp;lt;=&amp;amp;gt; 2HCl(g) &lt;br /&gt;
# Bereken de Kb van IO-, uitgaande van&lt;br /&gt;
#*IO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq) / HIO(l)   E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; = 1,13V&lt;br /&gt;
#*IO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq) / IO&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)  E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; = 0,15V&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Wat is een dipoolmoment?&lt;br /&gt;
# Vroeger werd kaliumpermanganaat e.a. veel gebruikt als goede oxidator. Tegenwoordig wordt pirhanazuur (mengsel waterstofperoxide/zwavelzuur) gebruikt. Waarom?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Temperatuurverandering berekenen van ijs (faseverandering,...)&lt;br /&gt;
# Nog zo&#039;n oefening in die aard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de temperatuursafhankelijkheid van de evenwichtsconstante en de snelheidsconstante.&lt;br /&gt;
# Waarom is een stof goed of slecht oplosbaar in water? En hoe kan je een slecht oplosbare stof beter oplosbaar maken?&lt;br /&gt;
# Maak een vergelijking tussen thermodinamica en kinetica van metathesereacties versus complexatiereacties.&lt;br /&gt;
# Geef de 2 hoofdregels voor het maken van een buffer en leid ze wiskundig af.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsconstante berekenen bij 45°C (je krijgt de reactie)&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is&lt;br /&gt;
# K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 feb 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reacties kunnen een redoxreactie katalyseren?&lt;br /&gt;
# Geef het verband tussen neerslagreacties en complexatiereacties en geef een goed gevonden voorbeeld.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsconstante berekenen bij 45°C (je krijgt de reactie)&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is&lt;br /&gt;
# K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg uit wat tautomerie is + vb.&lt;br /&gt;
# Voor het oxideren werden vroeger vaak de klassieke sterke oxidanten permanaat of dichromaat in zwavelzuur gebruikt, waarom is het gebruik van &amp;amp;quot;piranaha-zuur&amp;amp;quot; (waterstofperoxide in zwavelzuur) aan een opmars bezig?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# men wil 200 ml maken van een oplossing die 3,81g magnesiumcloride en 0,8g natriumhydroxide bevat. Hoeveel gram ammoniumbromide moet er ook in deze oplossing zitter, opdat er geen neerslag is?&lt;br /&gt;
# Boven/onder welke temperatuur gaat deze reactie spontaan op? &lt;br /&gt;
#* N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; (g) + O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) = 2NO (g)&lt;br /&gt;
#* Bereken ook de evenwichtsconstante bij 68°C.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# geef verband van de ionbinding en de covalente binding + verklaar&lt;br /&gt;
# geef verband pH en redoxpotentiaal&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# bereken kb van een stof aan hand van 2 redoxpotentialen &lt;br /&gt;
# oefenening waar je een eind temperatuur moest berekenen met warmtecapaciteit en latente verdampingswarmte (aangezien er een faseovergang is)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Ebalemans</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Grondslagen_van_de_Chemie&amp;diff=1847</id>
		<title>Grondslagen van de Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Grondslagen_van_de_Chemie&amp;diff=1847"/>
		<updated>2020-01-13T19:04:12Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Ebalemans: /* 13 januari 2020 namiddag */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Basisvak chemie voor 1e bachelor chemie, biochemie en biologie.&lt;br /&gt;
Gedoceerd door professor &amp;amp;lt;s&amp;amp;gt;Koen Clays&amp;amp;lt;/s&amp;amp;gt; &amp;amp;lt;s&amp;amp;gt;Bart Goderis (sinds academiejaar 2013-2014)&amp;amp;lt;/s&amp;amp;gt; Koen Clays. Het examen is deels mondeling, deels schriftelijk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
== 13 januari 2020 namiddag ==&lt;br /&gt;
theorie:&lt;br /&gt;
1) bespreek de elektrolyse van water of in een waterige oplossing van zeezout (NaCl) voor volgende situaties: zonder toevoeging van zout, bij toevoeging van een beetje NaCl, bij toevoeging van veel NaCl&lt;br /&gt;
2) Bespreek homogene, heterogene en enzymatische katalyse: geef verschillen en gelijkenissen. Geef telkens een relevant voorbeeld ter illustratie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
1) reactie N2 + O2 --&amp;gt; 2NO gegeven en berekenen boven/onder welke temperatuur de reactie spontaan is&lt;br /&gt;
2) Berekenen hoeveel gram NaCl je moet toevoegen aan 0,448g Cu(OH)2 om dit volledig te kunnen oplossen in 100 ml water als je weet dat het complex [CuCl4]2- wordt gevormd&lt;br /&gt;
===?===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) hoe kan men de snelheid van een chemische reactie vergroten? Verandert dit ook iets aan het evenwicht?&lt;br /&gt;
2) chemische eigenschappen ammoniak, hebben ze dan een zwakke of sterke functie? Geef voorbeeldreacties&lt;br /&gt;
3) bespreek de thermodynamische eigenschappen van de autoprotolyse van water. Zie hiervoor tabel 6.9 BOD&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1) bereken of neerslag wordt gevormd bij samenvoegen 2 stoffen&lt;br /&gt;
2) bereken potentiaal galvanische cel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 februari 2019 namiddag===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
#Leg uit hoe een biprotisch zuur dissocieert en geef een voorbeeld. Vergelijk deze dissociatie met die van HgCl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&lt;br /&gt;
#Broom in base&lt;br /&gt;
oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Bepaal de standaardreductiepotentiaal van het koppel Zn(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2 (s)&amp;lt;/sub&amp;gt;\ Zn&amp;lt;sub&amp;gt;(s)&amp;lt;/sub&amp;gt; met het oplosbaarheidsproduct van Zn(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en de standaardreductiepotentiaal van het koppel Zn&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;\ Zn&amp;lt;sub&amp;gt;(s)&amp;lt;/sub&amp;gt; &lt;br /&gt;
#Een klontje vast ethanol met een massa van 50 g wordt bij 155.80 K overgoten met 2.22 L (1 L = 0.79 kg) vloeibaar ethanol waardoor het klontje zal smelten. Wat is de begintemperatuur van het vloeibaar ethanol als je weet dat het systeem een eindtemperatuur van 287.80 K bereikt en als je weet dat er geen energie verloren gaat aan de omgeving?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 januari 2019 namiddag===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
#vervolledig de reactievergelijking ClO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; + Cl&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; -&amp;gt; Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O en geef een plausibel reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
#bespreek de elektrolyse van water of in een waterig milieu zonder toevoeging van zout, bij toevoeging van een beetje NaCl, bij toevoeging van veel NaCl. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen&lt;br /&gt;
#hoeveel natriumthiosulfaat is er nodig om 0,025 mol AgBr op te lossen in 500 ml? Het complex zilverthiosulfaat wordt gevormd. &lt;br /&gt;
#een ijsklontje met massa 56 gram wordt in 150 g water gedaan om dit af te koelen. Het ijsklontje heeft een begintemperatuur van 0°C en het geheel heeft een eindtemperatuur van 14°C. Bereken de begintemperatuur van het water.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2019 voormiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Bespreek de spontane ontbinding van waterstofperoxide. Welke parameters dragen bij tot de ontbinding en hoe kan je dit tegen gaan?&lt;br /&gt;
#De ruimtelijke structuur van de covalente binding, 4 relevante voorbeelden geven en bespreken.&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#0,040 M 100 mL H&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; bij 100 ml 4M Ca&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;-ionen. Wordt er neerslag gevormd?&lt;br /&gt;
#Een orde oefening met grafisch de halfwaarde tijd en k bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2019===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je het evenwicht naar de kant van de producten krijgen. Heeft dit ook invloed op de snelheid van de reactie? /6&lt;br /&gt;
#Stel een chemisch mechanisme op zodat citroenzuur (wat een bestandsdeel is van citroensap) kan ontgiften. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Bepaal de K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; uit de gegeven redoxkoppels (H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O/H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=1.76V) en HO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;−&amp;lt;/sup&amp;gt;/OH&amp;lt;sup&amp;gt;−&amp;lt;/sup&amp;gt;) (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=0.87V). Met welke andere 2 koppels kan je dit nog doen? /3&lt;br /&gt;
# Geef de lewisstructuur, hybridisatie, polariteit (+ uitleg), en geometrie van XeF&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en PBr&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2019===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Geef de twee vuistregels voor een goede buffer en leg ze uit adhv neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg uit bloed als buffer en waarom het geen ideale buffer is. Geef de relatie tussen een buffer en een pH- titratie(curve). /6&lt;br /&gt;
#Vervolledig deze reactie, BrO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;  +  Br&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; →   Br&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;  +  H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O, en geef een plausibel reactiemechanisme voor deze reactie (Staat niet in de cursus maar wel gezien als een extra voorbeeld). BOD Tabel 6.2 n.7 /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Welke verbindingen zijn zelf niet zuur of basisch, maar vertonen wel zure of basische eigenschappen als ze in water gebracht worden? /6&lt;br /&gt;
# Bespreek de voorwaarden en de gevolgen van het stationariteitsprincipe.  Geef een duidelijk en relevant voorbeeld. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#De stabiliteitsconstante voor de vorming van het complex Pb(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; is 1,0.1016. De standaardreductiepotentiaal voor het koppel Pb&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/Pb(s) is -0,12V. Bereken aan de hand van deze gegevens de standaardreductiepotentiaal voor het koppel Pb(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/Pb(s). / 3&lt;br /&gt;
#Er wordt een buffer met pH = 6,90 gemaakt uitgaande van NaH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; en Na&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;HPO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;. De eindconcentratie van NaH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; in 400 mL van deze oplossing is 0,020 M. Bereken hoeveel gram dinatriumwaterstoffosfaat er in deze oplossing moet zitten om de beoogde pH te realiseren. Aan deze oplossing wordt 100 mL 0,0080 M HI toegevoegd. Bereken ook de pH na toevoeging hiervan. Vanaf hoeveel mol NaOH toegevoegd zou de startbuffer niet meer werkzaam zijn? Licht kort toe. /3&lt;br /&gt;
&amp;lt;sup&amp;gt;&amp;lt;/sup&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Stel een mogelijk reactiemechanisme voor bij reactie 7 BOD tabel 6.2. /4&lt;br /&gt;
#Waarom mag men geen ontkalker bij javel doen? Geef alle relevante reacties. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Bepaal de baseconstante van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels. /3&lt;br /&gt;
#Geef de Lewisstructuur, hybridisatie en polariteit van XeF&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en HClO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Hoe kan men het evenwicht naar de producten doen verschuiven? Heeft dit dan ook gevolgen voor de reactiesnelheid? /4&lt;br /&gt;
# Vergelijk chroomvocht (dichromaat in zwavelzuur), piranhazuur (waterstofperoxide in zwavelzuur), koningswater en cyanide in base als oplosmiddelen voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Je wilt 0.488 g Cu(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossen in water tot een eindvolume van 100 mL. Bereken hoeveel gram NaCl er nodig is om ervoor te zorgen dat Cu(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; niet neerslaat. Het CuCl&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; complex wordt gevormd. /3&lt;br /&gt;
# Bepaal grafisch de activeringsenergie van de reactie (tabel met temperatuur en snelheidsconstantes gegeven). Bepaal ook de snelheidsconstante bij 37°C. Kan je hiermee iets zeggen over de orde van de reactie? /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2018 ===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Hoe kan de snelheid van de reactie beïnvloed worden? Verandert dan ook de ligging van het evenwicht van de reactie? /6&lt;br /&gt;
# Welke factoren bepalen of een molecule al dan niet een permanent dipoolmoment bezit? Geef duidelijke voorbeelden. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Je wilt 42.72 g Fe(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossen in water tot een eindvolume van 500 mL. Bereken welke concentratie waterstoffluoride (HF) er nodig is om ervoor te zorgen dat Fe(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; niet neerslaat. /3&lt;br /&gt;
# Stel de correcte redoxreactie op van de koppels Br&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;/Br&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; en AsO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;3-&amp;lt;/sup&amp;gt;/AsO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;. Toon aan met berekeningen dat het over een aflopende reactie gaat bij kamertemperatuur (25°C) /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2018 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van chloor in base. Geef een belangrijke toepassing.&lt;br /&gt;
# Vergelijk de ideale gaswet met de van der Waalsvergelijking voor reële gassen en bespreek de trend in co-volume b en cohesiedruk a (BOD p.141) voor H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, CO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en C&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;H&amp;lt;sub&amp;gt;10&amp;lt;/sub&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 namiddag ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# BOD tabel 6.2, reactie 8: stel een mogelijk reactiemachanisme voor&lt;br /&gt;
# Wat zijn de 2 vuistregels van een goeie buffer? Leidt deze af aan de hand van de begrippen neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg de link met pH-titratie. Leg uit: bloed als buffer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# bepaal de baseconstante van MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels&lt;br /&gt;
# lewisstructuur, hybridisatie en polariteit van 2 moleculen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 namiddag ===&lt;br /&gt;
(examen voor gedeeltelijke vrijstelling, enkel vragen deel E)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Wat zijn de drijvende krachten bij een complexatiereactie? Toon aan met goed gekozen voorbeelden, en leg uit aan de hand van de kenmerken van een hoge stabiliteitsconstante. /4&lt;br /&gt;
# Wat zijn de 2 vuistregels van een goeie buffer? Leidt deze af aan de hand van de begrippen neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg de link met pH-titratie. Leg uit: bloed als buffer. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Bepaal de baseconstante van MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels /3&lt;br /&gt;
# Hoeveel zilverbromide kan je oplossen in een 0.530M ammoniakoplossing. Verwaarloos de basische eigenschappen van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3 (Toepassing neerslag &amp;amp; complexatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 september 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Waarom zijn er diagonaalrelaties? Geef voorbeelden van chemische eigenschappen die gebruikt worden in chemische reacties. /5 &lt;br /&gt;
#Geef het verband tussen de redoxpotentiaal van een redoxhalfreactie en de evenwichtconstante van de gehele reactie. Geef ook de gevolgen. /5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of er neerslagvorming optreedt. &lt;br /&gt;
#Vrijgekomen warmte en energie uit een reactie berekenen. &lt;br /&gt;
=== 25 Augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Vergelijk het verschil van de invloed van temperatuur op de reactiesnelheid en het evenwicht - zowel in formulevorm als grafisch /6&lt;br /&gt;
k &amp;amp; K afleiden en grafisch weergeven met resp. ln k ~ 1/T en ln K ~ 1/T (voor dH&amp;gt;0 en dH&amp;lt;0)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Welke chemisch relevante eigenschappen van atomen kan je afleiden van de positie in het periodiek systeem? /4 &lt;br /&gt;
Zuur-base; oxidans-reductans (+verband), ... (atomen, niet ionen van het element!)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Hoeveel zilverbromide kan je oplossen in een 0.53M ammonium oplossing. Verwaarloos de basische eigenschappen van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
(Toepassing neerslag &amp;amp; complexatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Redoxreactie van SO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/SO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)- en MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/MnO(v). /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 Augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan het evenwicht in de richting van de producten worden verschoven? Heeft dit invloed op het evenwicht? /6&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;concentratie wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
principe van Le Chatelier&lt;br /&gt;
hogere concentratie → meer kans op botsingen → sneller&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;druk wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
bij drukverhoging → daalt volume → c=n/v dus concentratie stijgt (vanaf dan analoog aan Le Chatelier)&lt;br /&gt;
bij drukverlaging is gunstig voor reacties waarbij ΔN = (N&amp;lt;sub&amp;gt;producten&amp;lt;/sub&amp;gt; - N&amp;lt;sub&amp;gt;reagentia&amp;lt;/sub&amp;gt;) negatief is(N staat voor de coëfficiënten van de stoffen in de reactie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;temperatuur wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
K&amp;lt;sub&amp;gt;ev&amp;lt;/sub&amp;gt; is temperatuursafhankelijk → ΔG =-RTln(K) ↔ ln(k)=-ΔH/RT +ΔS/R (teken grafiek 1/T met ln(k))&lt;br /&gt;
endo → hoge T is gunstig&lt;br /&gt;
exo → lage T is gunstig&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Wat is het verband tussen neerslag- en complexatiereacties? /4&lt;br /&gt;
ionen met een hoge ladingsdichtheid kunnen niet zoals bijvoorbeeld Na&amp;lt;sup&amp;gt;+&amp;lt;/sup&amp;gt; en Cl&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; (afkomstig van goed oplosbaar zou NaCl) in oplossing voorkomen,&lt;br /&gt;
aangezien dit niet stabiel is.&lt;br /&gt;
gaan dus ofwel neerslaan ofwel complexeren&lt;br /&gt;
(K&amp;lt;sub&amp;gt;sp&amp;lt;/sub&amp;gt; en 1/K&amp;lt;sub&amp;gt;st&amp;lt;/sub&amp;gt; vergelijken → de stabielste toestand gaat zich dan voordoen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Teken de lewis-structuur, geef het sterisch getal, hybridisatie, geometrische en atoomstructuur van HCN en ICl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. Geef ook aan of ze polair zijn of niet. /3&lt;br /&gt;
#Leid de K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; af van AsO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van zijn standaarreductiepotentiaal. Kies zelf een goed redoxkoppel. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Welke verbindingen zijn zelf niet zuur of basisch, maar vertonen wel zure of basische eigenschappen als ze in water gebracht worden? /6&lt;br /&gt;
#Hoe kunnen meerdere verschillende kationen die samen in een mengsel voorkomen, van elkaar gescheiden worden? Waarop moet je letten om de scheiding zo volledig mogelijk te laten gebeuren? /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming /3&lt;br /&gt;
#correcte redoxreactie van 2 gegeven koppels schrijven en berekenen dat dit een aflopende reactie is. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Bij welke reacties is quenchen van toepassing? Leg goed uit en geef een voorbeeld. /4&lt;br /&gt;
#Vergelijk chroomvocht, piranhazuur, koningswater en cyanide in base als oplossmiddel voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Roosterenergie berekenen /2.5&lt;br /&gt;
#concentratie zout berekenen die toegevoegd moet worden om gegeven hoeveelheid neerslag op te doen lossen. /3.5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
VM&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je de reactiesnelheid beïnvloeden? Wat betekent dit voor het chemisch evenwicht? /4&lt;br /&gt;
#Wat gebeurt er bij de elektrolyse van water voor geen, een weinig en veel NaCL? /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#pH + werkelijke ionenconcentraties van een bioprotisch zuur berekenen /3&lt;br /&gt;
#een slecht oplosbaar zout oplossen aan de hand van complexatie door een te berekenen massa NaCl toe te voegen /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je het evenwicht naar de kant van de producten brengen? Heeft dit een invloed op de snelheid?&lt;br /&gt;
#Geef het verband tussen protontransferreacties en elektrontransferreacties. Geef voorbeelden die dit verduidelijken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming.&lt;br /&gt;
#Bepaal de hybridisatie en geometrie van PCl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; en SF&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;. Teken de atoomstructuur en zijn deze moleculen polair of apolair en een uitleg waarom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Vuistregels met afleiding van buffers geven, dit ook toepassen op pH titraties, bloed als buffer bespreken&lt;br /&gt;
#Hebben kationen basische of zure eigenschappen, zijn dit dan zwakke of sterke zuren of basen (voorbeelden kunnen helpen en verduidelijkend zijn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen &lt;br /&gt;
#Aantal mL en molair NiSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;-oplossing samenvoegen met een aantal ml en molair NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;, toon aan dat ondanks het gevormde complex nikkel (II) ammoniak er toch nog neerslag gevormd wordt&lt;br /&gt;
#Een tabel gegeven van temperatuur en snelheidsconstante, de opdracht is grafisch de activeringsenergie te berekenen en k te berekenen bij 250°C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== XX Augustus 2016 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leg de verschillende soorten isomerie uit + wat is tautomerie?&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom fluoride in tandpasta zit (alle 6 puntjes geven, dus ook vorming CaF uitleggen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Random oefening uit oefenzitting&lt;br /&gt;
#Berekend de K&amp;lt;sub&amp;gt;w&amp;lt;/sub&amp;gt; vertrekkende vanuit de standaardreductiepotentialen voor water in zuur/basisch milieu&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===XX januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leg de elementaire reactiestappen uit adhv voorbeelden (mono,bi,termoleculair, stationariteitsprincipe, vorming ozon)&lt;br /&gt;
#Geef de &#039;&#039;&#039;essentie&#039;&#039;&#039; van een titratie + grafieken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
#Oplosbaarheid van AgNO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; berekenen na toevoegen van een of ander zuur/base&lt;br /&gt;
#nog een oefening&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===  11 januari 2016 ===&lt;br /&gt;
#Hoe bepaal je de geometrische structuur bij covalent gebonden atomen en geef 3 voorbeelden &lt;br /&gt;
#bij welke reactie is quenching van toepassing?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===XX januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#heterogene en homogene en enzymatische katalysator + alles uitleggen hiervan&lt;br /&gt;
#loodbatterij&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Verschillen tussen Co en Fe en zeggen waarom Fe gebruikt wordt voor zuurstof transport &lt;br /&gt;
#het verschil tussen C dubbel gebonden en enkel gebonden &lt;br /&gt;
#bij de oefeningen was eentje E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; bepalen ahv K&amp;lt;sub&amp;gt;a&amp;lt;/sub&amp;gt; en een andere E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; &lt;br /&gt;
#andere grafisch de orde enzo bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 JAN 2014===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Roosterenergie van 2 roosters (NaCl en MgO) berekenen met de formule, zeggen of er nog een andere manier was om die te vinden (Hess) en of er een verschil in uitkomst te verwachten was tussen de twee manieren. Vergelijken van de pH van de twee oplossingen.&lt;br /&gt;
#Uitleggen waarom termoleculaire reactiestappen omwaarschijnlijk zijn. Reactiemechanisme van 2HI + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; → I&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O  geven. Stationariteitsprincipe uitleggen en zeggen of het op die reactie van toepassing was. &lt;br /&gt;
#Waar/soms waar/niet waar: Een proces is spontaan als de entropie in het systeem toeneemt. &lt;br /&gt;
#Uitleggen wat een buffer is en de vuistregels voor een goede buffer uitleggen zonder de hele wiskundige berekening te doen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen.&lt;br /&gt;
#Oplosbaarheid van AgBr, complexatie met thiosulfaat en alternatieve manier geven om oplosbaarheid te verhogen. Uitleggen waarom die laatste manier weinig effect zou hebben.&lt;br /&gt;
#Celpotentiaal berekenen van een gegeven schematische voorstelling.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 JAN 2013===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de elektronenstructuur van de atomen N en O met die van de moleculen N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;. Licht de hierbij essentiële principes toe.&lt;br /&gt;
# Geef de chemische functies van water. Geef bij iedere functie een voorbeeld in de vorm van een reactievergelijking. Is water sterk of zwak in deze functie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# CuSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing met NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing (grootheden gegeven). Laat zien dat er ondanks de complexatie toch nog neerslagvorming optreedt.&lt;br /&gt;
# Gegeven concentraties (van reactieproduct) in functie van de tijd. Bepaal grafisch de orde en de halfwaardetijd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 FEB 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Geef twee vuistregels voor een goede buffer en toon ze aan aan de hand van de neutralisatiegraad en de buffer capaciteit. &lt;br /&gt;
#* Geef het verband hiervan met pH- titratie &lt;br /&gt;
#* Is bloed een goede buffer ? Verklaar. &lt;br /&gt;
# Verklaar waarom men tandpasta fluorideert.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie.&lt;br /&gt;
# Broom in base.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Welke reacties kunnen optreden als katalysator bij redoxreacties?&lt;br /&gt;
# Leidt de halfreacties van een zwavelzure loodbatterij af&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# hoe bepaal je de elektronenconfiguratie van diatomaire moleculen en geef twee duidelijk verschillende voorbeelden&lt;br /&gt;
# vergelijk Al en Li voor batterijen, geef voor en nadelen en verklaar waarom er Li batterijen zijn en geen Al&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# staaf met enkele goed gekoze voorbeelden het belang van de ladingsdichtheid in de chemie&lt;br /&gt;
# welke reacties hebben er baat bij quenching toe te passen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie. &lt;br /&gt;
# Leg de elektrolyse van water uit in de volgende omstandigheden:1. zonder zout, 2. met een beetje zout en 3. met oplossing van veel zeezout. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
Theorie :&lt;br /&gt;
# geef de vuistregels voor bufferoplossing + afleiden buffercapaciteit en neutralisatiegraad. link met pH-titratie. vertellen over bloed als buffer, goede/slechte buffer?&lt;br /&gt;
# iets van Fe complexatie, waarom de natuur is aangepast aan ademhaling door complexvorming van Fe met zuurstof&lt;br /&gt;
Oefeningen :&lt;br /&gt;
# van deel C met een tabel met waarden, orde van reactie afleiden + grafisch k en t&amp;lt;sub&amp;gt;1/2&amp;lt;/sub&amp;gt; bepalen&lt;br /&gt;
# berekenen of PbOH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; neerslaat, uit een mengsel van PbSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; met NaOH geloof ik&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de bindingssterkte en reactiviteit van C=C en C - C (enkelvoudige binding) op 4 ptn&lt;br /&gt;
# Vergelijk de afhankelijkheid van de temperatuur voor de snelheidsconstante en de evenwichtsconstante&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===1 FEB 2011=== &lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek: Chroomvocht, Piranhazuur , koningswater en cyanide in base en hun werking op (edel)metalen. (/6)&lt;br /&gt;
# Wat is een indicator en hoe werkt het? (/4)&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# P&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; + BR&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; =&amp;amp;gt; PBR&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; vul aan met coefficienten en bereken de temperatuur waarvoor deze reactie spontaan zal verlopen. (/2.5)&lt;br /&gt;
# en een oefening over de combinatie van complexvorming van AlOH&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; en de neerslag van AlOH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. (/3.5)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 sep 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Verschillen en gelijkenissen tussen homogene, heterogene en enzymatische katalyse geven. Verduidelijken met vb.&lt;br /&gt;
# Bindingssterkte en reactiviteit vergelijken tussen C-C en C=C. Welke reacties ondergaan ze.&lt;br /&gt;
Oefingen:&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid&lt;br /&gt;
# Enthalpie &amp;amp;amp; Entropie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 jan 2010===&lt;br /&gt;
# bespreek de oplosbaarheid van metalen in zuur en basisch milieu (/6) &lt;br /&gt;
# bespreek &amp;amp;quot;quenching&amp;amp;quot; en voor welke reacties is dit toepasbaar? (/4) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen: &lt;br /&gt;
# bepaal de oplosbaarheid van AgBr in een molaire NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing (complexvorming) &lt;br /&gt;
# een reactie difluor en diwaterstof -&amp;amp;gt; 2HF. Gaat deze reactie op bij 500K ?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 jan 2010===&lt;br /&gt;
# vergelijk piranhazuur, koningswater, dichromaat en cyanide voor het oplossen van edelmetalen. (.../6)&lt;br /&gt;
# welke reacties kunnen als katalysator optreden bij een redoxreactie? (.../4)&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een oplossing van Ti(II)-ionen wordt in zuur midden getitreerd met een dichromaatoplossing (K&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;Cr&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;7-&amp;lt;/sub&amp;gt;oplossing). Hierbij worden het Cr(III)-ion en het Ti(III)-ion gevormd. Toon aan dat het gaat om een aflopende reactie.Het verloop van de titratie wordt potentiometrisch gevolgd en ook de pH wordt constant gemeten. In de oplossing zit nog een kalomelelektrode (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=0.25V) die aan de anode gekoppeld is en een platina-elektrode. Op zeker ogenblik - na het passeren van het equivalentiepunt - wordt een celpotentiaal van 0.95V gemeten en een pH van 1.2. Bereken de concentratie aan Cr&amp;lt;sup&amp;gt;3+&amp;lt;/sup&amp;gt; ionen, als je weet dat deze concentratie vier maal hoger ligt dan die van de dichromaationen. (.../3)&lt;br /&gt;
# Aan een oplossing van 70 ml 0.20 M nikkelsulfaat wordt 30 ml 0.60 M ammoniak toegevoegd. Toon aan dat er - ondanks de complexvorming - toch hydroxideneerslag gevormd zal worden. (.../3)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Toon het belang aan van ladingsdichtheid in de scheikunde. Geef telkens duidelijk verschillende voorbeelden als het over verschillende soorten reacties gaat.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van broom in base. Geef een relevante toepassing.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Bij 298 K gaat onderstaande reactie op. Men maakt een oplossing van 35,5 g van Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en 0,1 g van H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; in een totaal volume van 200 ml. Wat zijn de evenwichtsconcentraties van H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en HCl ?&lt;br /&gt;
#*H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) + Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) &amp;amp;lt;=&amp;amp;gt; 2HCl(g) &lt;br /&gt;
# Bereken de Kb van IO-, uitgaande van&lt;br /&gt;
#*IO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq) / HIO(l)   E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; = 1,13V&lt;br /&gt;
#*IO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq) / IO&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)  E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; = 0,15V&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Wat is een dipoolmoment?&lt;br /&gt;
# Vroeger werd kaliumpermanganaat e.a. veel gebruikt als goede oxidator. Tegenwoordig wordt pirhanazuur (mengsel waterstofperoxide/zwavelzuur) gebruikt. Waarom?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Temperatuurverandering berekenen van ijs (faseverandering,...)&lt;br /&gt;
# Nog zo&#039;n oefening in die aard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de temperatuursafhankelijkheid van de evenwichtsconstante en de snelheidsconstante.&lt;br /&gt;
# Waarom is een stof goed of slecht oplosbaar in water? En hoe kan je een slecht oplosbare stof beter oplosbaar maken?&lt;br /&gt;
# Maak een vergelijking tussen thermodinamica en kinetica van metathesereacties versus complexatiereacties.&lt;br /&gt;
# Geef de 2 hoofdregels voor het maken van een buffer en leid ze wiskundig af.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsconstante berekenen bij 45°C (je krijgt de reactie)&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is&lt;br /&gt;
# K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 feb 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reacties kunnen een redoxreactie katalyseren?&lt;br /&gt;
# Geef het verband tussen neerslagreacties en complexatiereacties en geef een goed gevonden voorbeeld.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsconstante berekenen bij 45°C (je krijgt de reactie)&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is&lt;br /&gt;
# K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg uit wat tautomerie is + vb.&lt;br /&gt;
# Voor het oxideren werden vroeger vaak de klassieke sterke oxidanten permanaat of dichromaat in zwavelzuur gebruikt, waarom is het gebruik van &amp;amp;quot;piranaha-zuur&amp;amp;quot; (waterstofperoxide in zwavelzuur) aan een opmars bezig?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# men wil 200 ml maken van een oplossing die 3,81g magnesiumcloride en 0,8g natriumhydroxide bevat. Hoeveel gram ammoniumbromide moet er ook in deze oplossing zitter, opdat er geen neerslag is?&lt;br /&gt;
# Boven/onder welke temperatuur gaat deze reactie spontaan op? &lt;br /&gt;
#* N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; (g) + O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) = 2NO (g)&lt;br /&gt;
#* Bereken ook de evenwichtsconstante bij 68°C.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# geef verband van de ionbinding en de covalente binding + verklaar&lt;br /&gt;
# geef verband pH en redoxpotentiaal&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# bereken kb van een stof aan hand van 2 redoxpotentialen &lt;br /&gt;
# oefenening waar je een eind temperatuur moest berekenen met warmtecapaciteit en latente verdampingswarmte (aangezien er een faseovergang is)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Ebalemans</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Grondslagen_van_de_Chemie&amp;diff=1846</id>
		<title>Grondslagen van de Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Grondslagen_van_de_Chemie&amp;diff=1846"/>
		<updated>2020-01-13T19:03:36Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Ebalemans: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Basisvak chemie voor 1e bachelor chemie, biochemie en biologie.&lt;br /&gt;
Gedoceerd door professor &amp;amp;lt;s&amp;amp;gt;Koen Clays&amp;amp;lt;/s&amp;amp;gt; &amp;amp;lt;s&amp;amp;gt;Bart Goderis (sinds academiejaar 2013-2014)&amp;amp;lt;/s&amp;amp;gt; Koen Clays. Het examen is deels mondeling, deels schriftelijk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
== 13 januari 2020 namiddag ==&lt;br /&gt;
theorie:&lt;br /&gt;
1) bespreek de elektrolyse van water of in een waterige oplossing van zeewater (NaCl) voor volgende situaties: zonder toevoeging van zout, bij toevoeging van een beetje NaCl, bij toevoeging van veel NaCl&lt;br /&gt;
2) Bespreek homogene, heterogene en enzymatische katalyse: geef verschillen en gelijkenissen. Geef telkens een relevant voorbeeld ter illustratie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
1) reactie N2 + O2 --&amp;gt; 2NO gegeven en berekenen boven/onder welke temperatuur de reactie spontaan is&lt;br /&gt;
2) Berekenen hoeveel gram NaCl je moet toevoegen aan 0,448g Cu(OH)2 om dit volledig te kunnen oplossen in 100 ml water als je weet dat het complex [CuCl4]2- wordt gevormd&lt;br /&gt;
===?===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) hoe kan men de snelheid van een chemische reactie vergroten? Verandert dit ook iets aan het evenwicht?&lt;br /&gt;
2) chemische eigenschappen ammoniak, hebben ze dan een zwakke of sterke functie? Geef voorbeeldreacties&lt;br /&gt;
3) bespreek de thermodynamische eigenschappen van de autoprotolyse van water. Zie hiervoor tabel 6.9 BOD&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1) bereken of neerslag wordt gevormd bij samenvoegen 2 stoffen&lt;br /&gt;
2) bereken potentiaal galvanische cel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 februari 2019 namiddag===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
#Leg uit hoe een biprotisch zuur dissocieert en geef een voorbeeld. Vergelijk deze dissociatie met die van HgCl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&lt;br /&gt;
#Broom in base&lt;br /&gt;
oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Bepaal de standaardreductiepotentiaal van het koppel Zn(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2 (s)&amp;lt;/sub&amp;gt;\ Zn&amp;lt;sub&amp;gt;(s)&amp;lt;/sub&amp;gt; met het oplosbaarheidsproduct van Zn(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en de standaardreductiepotentiaal van het koppel Zn&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;\ Zn&amp;lt;sub&amp;gt;(s)&amp;lt;/sub&amp;gt; &lt;br /&gt;
#Een klontje vast ethanol met een massa van 50 g wordt bij 155.80 K overgoten met 2.22 L (1 L = 0.79 kg) vloeibaar ethanol waardoor het klontje zal smelten. Wat is de begintemperatuur van het vloeibaar ethanol als je weet dat het systeem een eindtemperatuur van 287.80 K bereikt en als je weet dat er geen energie verloren gaat aan de omgeving?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 januari 2019 namiddag===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
#vervolledig de reactievergelijking ClO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; + Cl&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; -&amp;gt; Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O en geef een plausibel reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
#bespreek de elektrolyse van water of in een waterig milieu zonder toevoeging van zout, bij toevoeging van een beetje NaCl, bij toevoeging van veel NaCl. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen&lt;br /&gt;
#hoeveel natriumthiosulfaat is er nodig om 0,025 mol AgBr op te lossen in 500 ml? Het complex zilverthiosulfaat wordt gevormd. &lt;br /&gt;
#een ijsklontje met massa 56 gram wordt in 150 g water gedaan om dit af te koelen. Het ijsklontje heeft een begintemperatuur van 0°C en het geheel heeft een eindtemperatuur van 14°C. Bereken de begintemperatuur van het water.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2019 voormiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Bespreek de spontane ontbinding van waterstofperoxide. Welke parameters dragen bij tot de ontbinding en hoe kan je dit tegen gaan?&lt;br /&gt;
#De ruimtelijke structuur van de covalente binding, 4 relevante voorbeelden geven en bespreken.&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#0,040 M 100 mL H&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; bij 100 ml 4M Ca&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;-ionen. Wordt er neerslag gevormd?&lt;br /&gt;
#Een orde oefening met grafisch de halfwaarde tijd en k bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2019===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je het evenwicht naar de kant van de producten krijgen. Heeft dit ook invloed op de snelheid van de reactie? /6&lt;br /&gt;
#Stel een chemisch mechanisme op zodat citroenzuur (wat een bestandsdeel is van citroensap) kan ontgiften. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Bepaal de K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; uit de gegeven redoxkoppels (H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O/H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=1.76V) en HO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;−&amp;lt;/sup&amp;gt;/OH&amp;lt;sup&amp;gt;−&amp;lt;/sup&amp;gt;) (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=0.87V). Met welke andere 2 koppels kan je dit nog doen? /3&lt;br /&gt;
# Geef de lewisstructuur, hybridisatie, polariteit (+ uitleg), en geometrie van XeF&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en PBr&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2019===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Geef de twee vuistregels voor een goede buffer en leg ze uit adhv neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg uit bloed als buffer en waarom het geen ideale buffer is. Geef de relatie tussen een buffer en een pH- titratie(curve). /6&lt;br /&gt;
#Vervolledig deze reactie, BrO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;  +  Br&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; →   Br&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;  +  H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O, en geef een plausibel reactiemechanisme voor deze reactie (Staat niet in de cursus maar wel gezien als een extra voorbeeld). BOD Tabel 6.2 n.7 /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Welke verbindingen zijn zelf niet zuur of basisch, maar vertonen wel zure of basische eigenschappen als ze in water gebracht worden? /6&lt;br /&gt;
# Bespreek de voorwaarden en de gevolgen van het stationariteitsprincipe.  Geef een duidelijk en relevant voorbeeld. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#De stabiliteitsconstante voor de vorming van het complex Pb(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; is 1,0.1016. De standaardreductiepotentiaal voor het koppel Pb&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/Pb(s) is -0,12V. Bereken aan de hand van deze gegevens de standaardreductiepotentiaal voor het koppel Pb(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/Pb(s). / 3&lt;br /&gt;
#Er wordt een buffer met pH = 6,90 gemaakt uitgaande van NaH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; en Na&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;HPO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;. De eindconcentratie van NaH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; in 400 mL van deze oplossing is 0,020 M. Bereken hoeveel gram dinatriumwaterstoffosfaat er in deze oplossing moet zitten om de beoogde pH te realiseren. Aan deze oplossing wordt 100 mL 0,0080 M HI toegevoegd. Bereken ook de pH na toevoeging hiervan. Vanaf hoeveel mol NaOH toegevoegd zou de startbuffer niet meer werkzaam zijn? Licht kort toe. /3&lt;br /&gt;
&amp;lt;sup&amp;gt;&amp;lt;/sup&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Stel een mogelijk reactiemechanisme voor bij reactie 7 BOD tabel 6.2. /4&lt;br /&gt;
#Waarom mag men geen ontkalker bij javel doen? Geef alle relevante reacties. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Bepaal de baseconstante van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels. /3&lt;br /&gt;
#Geef de Lewisstructuur, hybridisatie en polariteit van XeF&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en HClO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Hoe kan men het evenwicht naar de producten doen verschuiven? Heeft dit dan ook gevolgen voor de reactiesnelheid? /4&lt;br /&gt;
# Vergelijk chroomvocht (dichromaat in zwavelzuur), piranhazuur (waterstofperoxide in zwavelzuur), koningswater en cyanide in base als oplosmiddelen voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Je wilt 0.488 g Cu(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossen in water tot een eindvolume van 100 mL. Bereken hoeveel gram NaCl er nodig is om ervoor te zorgen dat Cu(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; niet neerslaat. Het CuCl&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; complex wordt gevormd. /3&lt;br /&gt;
# Bepaal grafisch de activeringsenergie van de reactie (tabel met temperatuur en snelheidsconstantes gegeven). Bepaal ook de snelheidsconstante bij 37°C. Kan je hiermee iets zeggen over de orde van de reactie? /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2018 ===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Hoe kan de snelheid van de reactie beïnvloed worden? Verandert dan ook de ligging van het evenwicht van de reactie? /6&lt;br /&gt;
# Welke factoren bepalen of een molecule al dan niet een permanent dipoolmoment bezit? Geef duidelijke voorbeelden. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Je wilt 42.72 g Fe(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossen in water tot een eindvolume van 500 mL. Bereken welke concentratie waterstoffluoride (HF) er nodig is om ervoor te zorgen dat Fe(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; niet neerslaat. /3&lt;br /&gt;
# Stel de correcte redoxreactie op van de koppels Br&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;/Br&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; en AsO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;3-&amp;lt;/sup&amp;gt;/AsO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;. Toon aan met berekeningen dat het over een aflopende reactie gaat bij kamertemperatuur (25°C) /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2018 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van chloor in base. Geef een belangrijke toepassing.&lt;br /&gt;
# Vergelijk de ideale gaswet met de van der Waalsvergelijking voor reële gassen en bespreek de trend in co-volume b en cohesiedruk a (BOD p.141) voor H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, CO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en C&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;H&amp;lt;sub&amp;gt;10&amp;lt;/sub&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 namiddag ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# BOD tabel 6.2, reactie 8: stel een mogelijk reactiemachanisme voor&lt;br /&gt;
# Wat zijn de 2 vuistregels van een goeie buffer? Leidt deze af aan de hand van de begrippen neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg de link met pH-titratie. Leg uit: bloed als buffer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# bepaal de baseconstante van MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels&lt;br /&gt;
# lewisstructuur, hybridisatie en polariteit van 2 moleculen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 namiddag ===&lt;br /&gt;
(examen voor gedeeltelijke vrijstelling, enkel vragen deel E)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Wat zijn de drijvende krachten bij een complexatiereactie? Toon aan met goed gekozen voorbeelden, en leg uit aan de hand van de kenmerken van een hoge stabiliteitsconstante. /4&lt;br /&gt;
# Wat zijn de 2 vuistregels van een goeie buffer? Leidt deze af aan de hand van de begrippen neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg de link met pH-titratie. Leg uit: bloed als buffer. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Bepaal de baseconstante van MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels /3&lt;br /&gt;
# Hoeveel zilverbromide kan je oplossen in een 0.530M ammoniakoplossing. Verwaarloos de basische eigenschappen van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3 (Toepassing neerslag &amp;amp; complexatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 september 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Waarom zijn er diagonaalrelaties? Geef voorbeelden van chemische eigenschappen die gebruikt worden in chemische reacties. /5 &lt;br /&gt;
#Geef het verband tussen de redoxpotentiaal van een redoxhalfreactie en de evenwichtconstante van de gehele reactie. Geef ook de gevolgen. /5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of er neerslagvorming optreedt. &lt;br /&gt;
#Vrijgekomen warmte en energie uit een reactie berekenen. &lt;br /&gt;
=== 25 Augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Vergelijk het verschil van de invloed van temperatuur op de reactiesnelheid en het evenwicht - zowel in formulevorm als grafisch /6&lt;br /&gt;
k &amp;amp; K afleiden en grafisch weergeven met resp. ln k ~ 1/T en ln K ~ 1/T (voor dH&amp;gt;0 en dH&amp;lt;0)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Welke chemisch relevante eigenschappen van atomen kan je afleiden van de positie in het periodiek systeem? /4 &lt;br /&gt;
Zuur-base; oxidans-reductans (+verband), ... (atomen, niet ionen van het element!)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Hoeveel zilverbromide kan je oplossen in een 0.53M ammonium oplossing. Verwaarloos de basische eigenschappen van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
(Toepassing neerslag &amp;amp; complexatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Redoxreactie van SO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/SO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)- en MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/MnO(v). /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 Augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan het evenwicht in de richting van de producten worden verschoven? Heeft dit invloed op het evenwicht? /6&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;concentratie wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
principe van Le Chatelier&lt;br /&gt;
hogere concentratie → meer kans op botsingen → sneller&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;druk wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
bij drukverhoging → daalt volume → c=n/v dus concentratie stijgt (vanaf dan analoog aan Le Chatelier)&lt;br /&gt;
bij drukverlaging is gunstig voor reacties waarbij ΔN = (N&amp;lt;sub&amp;gt;producten&amp;lt;/sub&amp;gt; - N&amp;lt;sub&amp;gt;reagentia&amp;lt;/sub&amp;gt;) negatief is(N staat voor de coëfficiënten van de stoffen in de reactie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;temperatuur wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
K&amp;lt;sub&amp;gt;ev&amp;lt;/sub&amp;gt; is temperatuursafhankelijk → ΔG =-RTln(K) ↔ ln(k)=-ΔH/RT +ΔS/R (teken grafiek 1/T met ln(k))&lt;br /&gt;
endo → hoge T is gunstig&lt;br /&gt;
exo → lage T is gunstig&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Wat is het verband tussen neerslag- en complexatiereacties? /4&lt;br /&gt;
ionen met een hoge ladingsdichtheid kunnen niet zoals bijvoorbeeld Na&amp;lt;sup&amp;gt;+&amp;lt;/sup&amp;gt; en Cl&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; (afkomstig van goed oplosbaar zou NaCl) in oplossing voorkomen,&lt;br /&gt;
aangezien dit niet stabiel is.&lt;br /&gt;
gaan dus ofwel neerslaan ofwel complexeren&lt;br /&gt;
(K&amp;lt;sub&amp;gt;sp&amp;lt;/sub&amp;gt; en 1/K&amp;lt;sub&amp;gt;st&amp;lt;/sub&amp;gt; vergelijken → de stabielste toestand gaat zich dan voordoen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Teken de lewis-structuur, geef het sterisch getal, hybridisatie, geometrische en atoomstructuur van HCN en ICl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. Geef ook aan of ze polair zijn of niet. /3&lt;br /&gt;
#Leid de K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; af van AsO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van zijn standaarreductiepotentiaal. Kies zelf een goed redoxkoppel. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Welke verbindingen zijn zelf niet zuur of basisch, maar vertonen wel zure of basische eigenschappen als ze in water gebracht worden? /6&lt;br /&gt;
#Hoe kunnen meerdere verschillende kationen die samen in een mengsel voorkomen, van elkaar gescheiden worden? Waarop moet je letten om de scheiding zo volledig mogelijk te laten gebeuren? /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming /3&lt;br /&gt;
#correcte redoxreactie van 2 gegeven koppels schrijven en berekenen dat dit een aflopende reactie is. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Bij welke reacties is quenchen van toepassing? Leg goed uit en geef een voorbeeld. /4&lt;br /&gt;
#Vergelijk chroomvocht, piranhazuur, koningswater en cyanide in base als oplossmiddel voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Roosterenergie berekenen /2.5&lt;br /&gt;
#concentratie zout berekenen die toegevoegd moet worden om gegeven hoeveelheid neerslag op te doen lossen. /3.5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
VM&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je de reactiesnelheid beïnvloeden? Wat betekent dit voor het chemisch evenwicht? /4&lt;br /&gt;
#Wat gebeurt er bij de elektrolyse van water voor geen, een weinig en veel NaCL? /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#pH + werkelijke ionenconcentraties van een bioprotisch zuur berekenen /3&lt;br /&gt;
#een slecht oplosbaar zout oplossen aan de hand van complexatie door een te berekenen massa NaCl toe te voegen /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je het evenwicht naar de kant van de producten brengen? Heeft dit een invloed op de snelheid?&lt;br /&gt;
#Geef het verband tussen protontransferreacties en elektrontransferreacties. Geef voorbeelden die dit verduidelijken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming.&lt;br /&gt;
#Bepaal de hybridisatie en geometrie van PCl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; en SF&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;. Teken de atoomstructuur en zijn deze moleculen polair of apolair en een uitleg waarom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Vuistregels met afleiding van buffers geven, dit ook toepassen op pH titraties, bloed als buffer bespreken&lt;br /&gt;
#Hebben kationen basische of zure eigenschappen, zijn dit dan zwakke of sterke zuren of basen (voorbeelden kunnen helpen en verduidelijkend zijn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen &lt;br /&gt;
#Aantal mL en molair NiSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;-oplossing samenvoegen met een aantal ml en molair NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;, toon aan dat ondanks het gevormde complex nikkel (II) ammoniak er toch nog neerslag gevormd wordt&lt;br /&gt;
#Een tabel gegeven van temperatuur en snelheidsconstante, de opdracht is grafisch de activeringsenergie te berekenen en k te berekenen bij 250°C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== XX Augustus 2016 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leg de verschillende soorten isomerie uit + wat is tautomerie?&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom fluoride in tandpasta zit (alle 6 puntjes geven, dus ook vorming CaF uitleggen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Random oefening uit oefenzitting&lt;br /&gt;
#Berekend de K&amp;lt;sub&amp;gt;w&amp;lt;/sub&amp;gt; vertrekkende vanuit de standaardreductiepotentialen voor water in zuur/basisch milieu&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===XX januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leg de elementaire reactiestappen uit adhv voorbeelden (mono,bi,termoleculair, stationariteitsprincipe, vorming ozon)&lt;br /&gt;
#Geef de &#039;&#039;&#039;essentie&#039;&#039;&#039; van een titratie + grafieken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
#Oplosbaarheid van AgNO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; berekenen na toevoegen van een of ander zuur/base&lt;br /&gt;
#nog een oefening&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===  11 januari 2016 ===&lt;br /&gt;
#Hoe bepaal je de geometrische structuur bij covalent gebonden atomen en geef 3 voorbeelden &lt;br /&gt;
#bij welke reactie is quenching van toepassing?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===XX januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#heterogene en homogene en enzymatische katalysator + alles uitleggen hiervan&lt;br /&gt;
#loodbatterij&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Verschillen tussen Co en Fe en zeggen waarom Fe gebruikt wordt voor zuurstof transport &lt;br /&gt;
#het verschil tussen C dubbel gebonden en enkel gebonden &lt;br /&gt;
#bij de oefeningen was eentje E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; bepalen ahv K&amp;lt;sub&amp;gt;a&amp;lt;/sub&amp;gt; en een andere E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; &lt;br /&gt;
#andere grafisch de orde enzo bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 JAN 2014===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Roosterenergie van 2 roosters (NaCl en MgO) berekenen met de formule, zeggen of er nog een andere manier was om die te vinden (Hess) en of er een verschil in uitkomst te verwachten was tussen de twee manieren. Vergelijken van de pH van de twee oplossingen.&lt;br /&gt;
#Uitleggen waarom termoleculaire reactiestappen omwaarschijnlijk zijn. Reactiemechanisme van 2HI + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; → I&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O  geven. Stationariteitsprincipe uitleggen en zeggen of het op die reactie van toepassing was. &lt;br /&gt;
#Waar/soms waar/niet waar: Een proces is spontaan als de entropie in het systeem toeneemt. &lt;br /&gt;
#Uitleggen wat een buffer is en de vuistregels voor een goede buffer uitleggen zonder de hele wiskundige berekening te doen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen.&lt;br /&gt;
#Oplosbaarheid van AgBr, complexatie met thiosulfaat en alternatieve manier geven om oplosbaarheid te verhogen. Uitleggen waarom die laatste manier weinig effect zou hebben.&lt;br /&gt;
#Celpotentiaal berekenen van een gegeven schematische voorstelling.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 JAN 2013===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de elektronenstructuur van de atomen N en O met die van de moleculen N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;. Licht de hierbij essentiële principes toe.&lt;br /&gt;
# Geef de chemische functies van water. Geef bij iedere functie een voorbeeld in de vorm van een reactievergelijking. Is water sterk of zwak in deze functie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# CuSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing met NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing (grootheden gegeven). Laat zien dat er ondanks de complexatie toch nog neerslagvorming optreedt.&lt;br /&gt;
# Gegeven concentraties (van reactieproduct) in functie van de tijd. Bepaal grafisch de orde en de halfwaardetijd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 FEB 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Geef twee vuistregels voor een goede buffer en toon ze aan aan de hand van de neutralisatiegraad en de buffer capaciteit. &lt;br /&gt;
#* Geef het verband hiervan met pH- titratie &lt;br /&gt;
#* Is bloed een goede buffer ? Verklaar. &lt;br /&gt;
# Verklaar waarom men tandpasta fluorideert.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie.&lt;br /&gt;
# Broom in base.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Welke reacties kunnen optreden als katalysator bij redoxreacties?&lt;br /&gt;
# Leidt de halfreacties van een zwavelzure loodbatterij af&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# hoe bepaal je de elektronenconfiguratie van diatomaire moleculen en geef twee duidelijk verschillende voorbeelden&lt;br /&gt;
# vergelijk Al en Li voor batterijen, geef voor en nadelen en verklaar waarom er Li batterijen zijn en geen Al&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# staaf met enkele goed gekoze voorbeelden het belang van de ladingsdichtheid in de chemie&lt;br /&gt;
# welke reacties hebben er baat bij quenching toe te passen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie. &lt;br /&gt;
# Leg de elektrolyse van water uit in de volgende omstandigheden:1. zonder zout, 2. met een beetje zout en 3. met oplossing van veel zeezout. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
Theorie :&lt;br /&gt;
# geef de vuistregels voor bufferoplossing + afleiden buffercapaciteit en neutralisatiegraad. link met pH-titratie. vertellen over bloed als buffer, goede/slechte buffer?&lt;br /&gt;
# iets van Fe complexatie, waarom de natuur is aangepast aan ademhaling door complexvorming van Fe met zuurstof&lt;br /&gt;
Oefeningen :&lt;br /&gt;
# van deel C met een tabel met waarden, orde van reactie afleiden + grafisch k en t&amp;lt;sub&amp;gt;1/2&amp;lt;/sub&amp;gt; bepalen&lt;br /&gt;
# berekenen of PbOH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; neerslaat, uit een mengsel van PbSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; met NaOH geloof ik&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de bindingssterkte en reactiviteit van C=C en C - C (enkelvoudige binding) op 4 ptn&lt;br /&gt;
# Vergelijk de afhankelijkheid van de temperatuur voor de snelheidsconstante en de evenwichtsconstante&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===1 FEB 2011=== &lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek: Chroomvocht, Piranhazuur , koningswater en cyanide in base en hun werking op (edel)metalen. (/6)&lt;br /&gt;
# Wat is een indicator en hoe werkt het? (/4)&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# P&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; + BR&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; =&amp;amp;gt; PBR&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; vul aan met coefficienten en bereken de temperatuur waarvoor deze reactie spontaan zal verlopen. (/2.5)&lt;br /&gt;
# en een oefening over de combinatie van complexvorming van AlOH&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; en de neerslag van AlOH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. (/3.5)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 sep 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Verschillen en gelijkenissen tussen homogene, heterogene en enzymatische katalyse geven. Verduidelijken met vb.&lt;br /&gt;
# Bindingssterkte en reactiviteit vergelijken tussen C-C en C=C. Welke reacties ondergaan ze.&lt;br /&gt;
Oefingen:&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid&lt;br /&gt;
# Enthalpie &amp;amp;amp; Entropie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 jan 2010===&lt;br /&gt;
# bespreek de oplosbaarheid van metalen in zuur en basisch milieu (/6) &lt;br /&gt;
# bespreek &amp;amp;quot;quenching&amp;amp;quot; en voor welke reacties is dit toepasbaar? (/4) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen: &lt;br /&gt;
# bepaal de oplosbaarheid van AgBr in een molaire NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing (complexvorming) &lt;br /&gt;
# een reactie difluor en diwaterstof -&amp;amp;gt; 2HF. Gaat deze reactie op bij 500K ?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 jan 2010===&lt;br /&gt;
# vergelijk piranhazuur, koningswater, dichromaat en cyanide voor het oplossen van edelmetalen. (.../6)&lt;br /&gt;
# welke reacties kunnen als katalysator optreden bij een redoxreactie? (.../4)&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een oplossing van Ti(II)-ionen wordt in zuur midden getitreerd met een dichromaatoplossing (K&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;Cr&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;7-&amp;lt;/sub&amp;gt;oplossing). Hierbij worden het Cr(III)-ion en het Ti(III)-ion gevormd. Toon aan dat het gaat om een aflopende reactie.Het verloop van de titratie wordt potentiometrisch gevolgd en ook de pH wordt constant gemeten. In de oplossing zit nog een kalomelelektrode (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=0.25V) die aan de anode gekoppeld is en een platina-elektrode. Op zeker ogenblik - na het passeren van het equivalentiepunt - wordt een celpotentiaal van 0.95V gemeten en een pH van 1.2. Bereken de concentratie aan Cr&amp;lt;sup&amp;gt;3+&amp;lt;/sup&amp;gt; ionen, als je weet dat deze concentratie vier maal hoger ligt dan die van de dichromaationen. (.../3)&lt;br /&gt;
# Aan een oplossing van 70 ml 0.20 M nikkelsulfaat wordt 30 ml 0.60 M ammoniak toegevoegd. Toon aan dat er - ondanks de complexvorming - toch hydroxideneerslag gevormd zal worden. (.../3)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Toon het belang aan van ladingsdichtheid in de scheikunde. Geef telkens duidelijk verschillende voorbeelden als het over verschillende soorten reacties gaat.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van broom in base. Geef een relevante toepassing.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Bij 298 K gaat onderstaande reactie op. Men maakt een oplossing van 35,5 g van Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en 0,1 g van H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; in een totaal volume van 200 ml. Wat zijn de evenwichtsconcentraties van H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en HCl ?&lt;br /&gt;
#*H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) + Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) &amp;amp;lt;=&amp;amp;gt; 2HCl(g) &lt;br /&gt;
# Bereken de Kb van IO-, uitgaande van&lt;br /&gt;
#*IO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq) / HIO(l)   E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; = 1,13V&lt;br /&gt;
#*IO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq) / IO&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)  E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; = 0,15V&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Wat is een dipoolmoment?&lt;br /&gt;
# Vroeger werd kaliumpermanganaat e.a. veel gebruikt als goede oxidator. Tegenwoordig wordt pirhanazuur (mengsel waterstofperoxide/zwavelzuur) gebruikt. Waarom?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Temperatuurverandering berekenen van ijs (faseverandering,...)&lt;br /&gt;
# Nog zo&#039;n oefening in die aard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de temperatuursafhankelijkheid van de evenwichtsconstante en de snelheidsconstante.&lt;br /&gt;
# Waarom is een stof goed of slecht oplosbaar in water? En hoe kan je een slecht oplosbare stof beter oplosbaar maken?&lt;br /&gt;
# Maak een vergelijking tussen thermodinamica en kinetica van metathesereacties versus complexatiereacties.&lt;br /&gt;
# Geef de 2 hoofdregels voor het maken van een buffer en leid ze wiskundig af.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsconstante berekenen bij 45°C (je krijgt de reactie)&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is&lt;br /&gt;
# K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 feb 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reacties kunnen een redoxreactie katalyseren?&lt;br /&gt;
# Geef het verband tussen neerslagreacties en complexatiereacties en geef een goed gevonden voorbeeld.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsconstante berekenen bij 45°C (je krijgt de reactie)&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is&lt;br /&gt;
# K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg uit wat tautomerie is + vb.&lt;br /&gt;
# Voor het oxideren werden vroeger vaak de klassieke sterke oxidanten permanaat of dichromaat in zwavelzuur gebruikt, waarom is het gebruik van &amp;amp;quot;piranaha-zuur&amp;amp;quot; (waterstofperoxide in zwavelzuur) aan een opmars bezig?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# men wil 200 ml maken van een oplossing die 3,81g magnesiumcloride en 0,8g natriumhydroxide bevat. Hoeveel gram ammoniumbromide moet er ook in deze oplossing zitter, opdat er geen neerslag is?&lt;br /&gt;
# Boven/onder welke temperatuur gaat deze reactie spontaan op? &lt;br /&gt;
#* N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; (g) + O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) = 2NO (g)&lt;br /&gt;
#* Bereken ook de evenwichtsconstante bij 68°C.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# geef verband van de ionbinding en de covalente binding + verklaar&lt;br /&gt;
# geef verband pH en redoxpotentiaal&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# bereken kb van een stof aan hand van 2 redoxpotentialen &lt;br /&gt;
# oefenening waar je een eind temperatuur moest berekenen met warmtecapaciteit en latente verdampingswarmte (aangezien er een faseovergang is)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Ebalemans</name></author>
	</entry>
</feed>