
<?xml version="1.0"?>
<feed xmlns="http://www.w3.org/2005/Atom" xml:lang="nl">
	<id>https://wiki.chemika.be/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=JesperAllaer</id>
	<title>Chemika Examenwiki - Gebruikersbijdragen [nl]</title>
	<link rel="self" type="application/atom+xml" href="https://wiki.chemika.be/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=JesperAllaer"/>
	<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Speciaal:Bijdragen/JesperAllaer"/>
	<updated>2026-07-28T08:21:46Z</updated>
	<subtitle>Gebruikersbijdragen</subtitle>
	<generator>MediaWiki 1.43.0</generator>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Advanced_NMR_Spectroscopy&amp;diff=3154</id>
		<title>Advanced NMR Spectroscopy</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Advanced_NMR_Spectroscopy&amp;diff=3154"/>
		<updated>2023-01-17T09:01:55Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;JesperAllaer: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Machemie]]&lt;br /&gt;
=Vakinformatie= &lt;br /&gt;
Advanced NMR Spectroscopy&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===16 januari 2023===&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
#Why do we label proteins with 2H?&lt;br /&gt;
#In the paper, the binding of lifitegrast to the receptor binding domain (RBD) of SARS Cov-2 S-protein gets proven through STD and HSQC. Explain this and refer to the correct spectra.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====De Borggraeve====&lt;br /&gt;
Heteronuclear pulse program is given with: d1, 90° p1 and d2 on spin I. And 90° p2 on spin S. The period of p1 gets various different time intervals, while the period of p2 is given by 1/JIS.&lt;br /&gt;
#How do we calculate T2? How do we find this in the spectrum?&lt;br /&gt;
#What is the result of the product operators of this pulse sequence where T2=0, so p2 disappears.&lt;br /&gt;
#When p2&amp;lt;π/2 there is an anti-phase spectrum, when p2&amp;gt;π/2 this anti-phase gets inverted. When p2=π/2, the peaks disappear. Prove this with product operators. The reference and receiver frequency is set for CHCl3. What is the consequence for the offset for the proton of CHCl3?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Steurs====&lt;br /&gt;
Galantamine (Exercise 2.5) &lt;br /&gt;
===18 januari 2022===&lt;br /&gt;
Ingekorte examenduur tot 3u omwille van corona. Grootste moeilijkheid examen: tijdsdruk! (Zelfs extra tijd gekregen wegens tijdsnood bij alle studenten) &lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
#Waarom volledig gedeutereerd?&lt;br /&gt;
#???&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====De Borggraeve====&lt;br /&gt;
#Product operators&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Oefeningen====&lt;br /&gt;
#p-Menth-8-en-3-ol (denk ik) met keuze uit 2 conformaties.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===9 januari 2021===&lt;br /&gt;
Ingekorte examenduur tot 3u omwille van corona. Grootste moeilijkheid examen: tijdsdruk! &lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
#Waarom worden die specifieke nuclei gebruikt in de paper voor de NMR?&lt;br /&gt;
#???&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====De Borggraeve====&lt;br /&gt;
#De evolutie van een antifase term onder free evolution. Hoe ziet het verkregen signaal eruit? Hoe zou je zo&#039;n term genereren? &lt;br /&gt;
====Oefeningen====&lt;br /&gt;
#Een cyclohexaanring met een OH-groep op en een dubbele binding aan vast.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2017 voormiddag===&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
Paper: Direct NMR detection of bifurcated hydrogen bonding in the alpha helix N-caps of ankyrin repeat protein.&lt;br /&gt;
#Welk NMR experiment is gebruikt om H-binding tussen His en Thr residues te detecteren? Teken H-bindingen in NRRC tussen His en Thr en geef koppelingsconstante.&lt;br /&gt;
#Leg het effect van T44V mutatie uit op de geometrie van H-bindingen in NRRC proteine.&lt;br /&gt;
====Van Der Auweraer====&lt;br /&gt;
vraag 3,4 en 5 van 2015&lt;br /&gt;
====De Borggraeve====&lt;br /&gt;
#oefening 1 van 2015&lt;br /&gt;
#juiste isomeer bepalen via NOE en pieken toekennen&lt;br /&gt;
===8 januari 2016===&lt;br /&gt;
[[Media:Examen Advanced NMR 2016-page-001.jpg]]&lt;br /&gt;
[[Media:Examen Advanced NMR 2016-page-002.jpg]]&lt;br /&gt;
[[Media:Examen Advanced NMR 2016-page-003.jpg]]&lt;br /&gt;
[[Media:Examen Advanced NMR 2016-page-005.jpg]]&lt;br /&gt;
[[Media:Examen Advanced NMR 2016-page-007.jpg]]&lt;br /&gt;
===9 januari 2015===&lt;br /&gt;
[[Media:Examen Advanced-NMR 2015-page-001.jpg]]&lt;br /&gt;
[[Media:Examen Advanced-NMR 2015-page-002.jpg]]&lt;br /&gt;
[[Media:Examen Advanced-NMR 2015-page-003.jpg]]&lt;br /&gt;
[[Media:Examen Advanced-NMR 2015-page-004.jpg]]&lt;br /&gt;
[[Media:Examen Advanced-NMR 2015-page-006.jpg]]&lt;br /&gt;
[[Media:Examen Advanced-NMR 2015-page-008.jpg]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 januari 2012===&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
#Zowel GTP als de GTP-analogen GppNHp en GTPÎ³S worden onderzocht. Wat is het verschil tussen GTP en deze analogen? Waarom worden de GTP-analogen in deze studie gebruikt?&lt;br /&gt;
#Leg de spectra in figuren 1B, 2A en 2B uit.&lt;br /&gt;
#Teken het Cu2+-cyclen en zeg hoe het interageert met GTP. Wat gebeurt er met de GTPÂ 31P-pieken bij interactie en waarom?&lt;br /&gt;
====Van Der Auweraer====&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Bereken de pi bijdrage in een 4J27 koppeling en in een 5J37 koppeling in een cycloheptatrieen (tekening met hoeken gegeven)&lt;br /&gt;
#*Gegeven: vicinale koppelingsconstante is 2,8 Hz, en 2 structuren (1 met de 2 H&#039;s op een zesring en 1 met de 2 H&#039;s op een vierring). Met welke van de 2 structuren komt deze koppelingsconstante het beste overeen?&lt;br /&gt;
#Naar welke spin golffunctie evolueert een AX-systeem als er de Hartmann Hahn voorwaarden op toegepast worden?&lt;br /&gt;
#Puls sequentie:Â 13C: (pi/2)x&#039;Â 1/J pix&#039;Â 1/J FID;Â 1H: Ontkoppeling voor pi/2-puls opÂ 13C en tijdens FID vanÂ 13C&lt;br /&gt;
#*Hoe evolueert de magnetisatie van eenÂ 13C in een CH-groep in een assenstelsel dat roteert met de Larmorfrequentie van eenÂ 13C-kern zonder koppeling metÂ 1H?&lt;br /&gt;
#*Waarom volstaat het niet om na de pi/2-puls en evolutieperiode 1/J het FID te detecteren?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====De Borggraeve (oefeningen en alleen schriftelijk)====&lt;br /&gt;
#ABX spectrum van de 2e orde&lt;br /&gt;
#Van een bepaald molecule zijnÂ 1H-spectrum en NOE-effecten gegeven. Bepaal zo goed als mogelijk welke pieken bij welke H&#039;s horen en welke configuratie het molecule heeft. Teken voor dit molecule ook een COSY- en TOCSY-spectrum.&lt;br /&gt;
===25 januari 2010===&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Verklaar van waar de pieken komen en bespreek hun opsplitsing en multipliciteit.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Welke argumenten gebruiken de auteurs om tot de voorgestelde configuraties te komen?&lt;br /&gt;
#*Kan men onderscheid maken tussen de verschillende configuraties via NMR?&lt;br /&gt;
====Van Der Auweraer====&lt;br /&gt;
#Bereken de pi bijdrage in een 4J27 koppeling en in een 5J37 koppeling in een cyclohexatrieen&lt;br /&gt;
#Naar welke spin golffuncties gaat een AX-systeem als er de Hartmann Hahn voorwaarden op toegepast worden?&lt;br /&gt;
#Puls sequentie: pi/2x&#039; t1/2 piy&#039; t1/2 FID. Toepassen op een AX systeem met vx0= va0 + 2pi Jax en t1/2=1/8piJax. Bespreek en leg uit hoe het spectrum er nadien gaat uit zien.&lt;br /&gt;
====De Borggraeve (oefeningen en alleen schriftelijk)====&lt;br /&gt;
#ABX spectrum van de 2e orde&lt;br /&gt;
#Uitzoeken welke configuratie een bepaald molecule heeft adhv spectra.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>JesperAllaer</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Geologie&amp;diff=2407</id>
		<title>Geologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Geologie&amp;diff=2407"/>
		<updated>2021-01-26T17:23:54Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;JesperAllaer: /* 26 januari 2021 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Geologie van Prof. Robert Speijer is een verplicht vak in het eerste semester van het eerste jaar voor chemie en binnen de minor verbreding voor Biochemie.&lt;br /&gt;
Examen is mondeling. Er is ook een deeltje examen over het practicum (steentjes). Hiervoor mag je je practicumhandleiding gebruiken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 januari 2021===&lt;br /&gt;
#Verklaar dat de platentektoniek aan de basis ligt van allerhande processen en fenomenen. De argumenten van Wegener moeten hier NIET uigelegd worden.&lt;br /&gt;
#In Aken en Keulen wordt bruinkool ontgonnen (tekening van doorsnede grond waarbij aquifer doorsneden wordt door mijn)&lt;br /&gt;
#*a)Wanneer is het Neogeen?&lt;br /&gt;
#*b)Wat is bruinkool en hoe wordt het gevormd?&lt;br /&gt;
#*c)Wat voor gevolgen heeft de ontginning van bruinkool voor de maatschappij en voor het milieu?&lt;br /&gt;
#*d)Wat zijn de gevolgen hier (in Keulen/Aken) als men door de freatische grondtafel heeft geboord? We gaan ervan uit dat er geen hangende watertafel onder de freatische watertafel ligt.&lt;br /&gt;
#*e)Wat is het verschil tussen een freatische watertafel en een hangende watertafel? Toon met een tekening.&lt;br /&gt;
#Diamant en grafiet&lt;br /&gt;
#*a)Wat zijn de overeenkomsten en verschillen tussen diamant en grafiet?&lt;br /&gt;
#*b)Door welke factoren worden deze bepaald en hoe vindt men deze vormingsfactoren?&lt;br /&gt;
#*c)In welke gesteenten vindt men vooral diamant?&lt;br /&gt;
#*d)In welk ander gesteente vindt men ook diamant door secundaire toevoer? Hoe komt deze tot stand?&lt;br /&gt;
#Hele uitleg over PETM&lt;br /&gt;
#*a)Hoe komt een broeikastijdvak tot stand?&lt;br /&gt;
#*b)Wat is silicaatverwering en wat is de rol daarvan in vroegere klimaten en wat is de rol daarvan nu?&lt;br /&gt;
#*c)De aarde heeft vroeger warmere periodes gekend? Waarom is het dan dat deze periodes toch niet zo goed zijn voor de mens, leg aan de hand van de polaire ijskappen en permafrost?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===29 januari 2019 VM===&lt;br /&gt;
#Op aarde kunnen we BIF (banded iron formations) en stromatolieten vinden uit de tijd van het Proterozoïcum. &lt;br /&gt;
#*a)Wanneer was het Proterozoïcum en welk tijdvak kwam hiervoor en welk hierna? &lt;br /&gt;
#*b)Wat zijn stromatolieten en BIF en wat zeggen deze over de ontwikkeling van de aarde en het leven. &lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a)Waaruit is silex opgebouwd en hoe wordt het gevormd? &lt;br /&gt;
#*b)Hoe komt het dat er afgeronde keien silex te vinden zijn aan de basis van een zandafzetting gevormd in het Cenozoïcum? Uit welk gesteenten zijn deze silexen afkomstig voordat het afgeronde keien waren? &lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a)Een gebergte gevormd tijdens subductie zal onder zijn eigen gewicht inzakken, hoe komt dit? &lt;br /&gt;
#*b)Hoe komt het dat een gesteente gevormd op grote diepte in dit gebergte (bv groter dan 30 km) uiteindelijk toch terug aan het oppervlak terecht komt? &lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a)Wat zijn turbidieten? Waar komen ze voor? Hoe worden ze gevormd? Welke typische structuur hebben ze? &lt;br /&gt;
#*b)Beschouw een afzetten gevormd uit afwisselend een laag klei en een laag kwarts. Wanneer deze sedimenten orogenese ondergaan en er intermediaire metamorfose plaatsvindt wat zal er dan met ze gebeuren?  &lt;br /&gt;
===28 januari 2019===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) hoeveel bedraagt de gemiddelde geothermische gradiënt van de continentale korst en hoe warm was het dan in een voormalige limburgse mijnschacht op diept van 1000m&lt;br /&gt;
#*b) leg uit waarom water in een begrensde aquifer op die diepte vaak niet als drinkwater te gebruiken is en van welke factoren dit afhangt&lt;br /&gt;
#*C) leg uit waarom de geothermische gradiënt van de korst veel steiler (sterker) is dan die van de mantel&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) welke observaties in de oceaan hebben geleid tot de theorie van hotspots&lt;br /&gt;
#*b) wat veroorzaakt hotspots en wat is relatie met het model van platentektoniek&lt;br /&gt;
#*c) meeste hotspot vulkanen hebben voornamelijk magma met mafische samenstelling, de hotspot onder yellowstone park levert echter ook grote hoeveelheden felsische en intermediaire magma, hoe verklaar je dit verschil&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) door welke processen wordt schuine gelaagdheid veroorzaakt en in welk sedimentair afzettingsmilieu kan schuine gelaagdheid worden waargenomen&lt;br /&gt;
#*b) schets de manier hoe dat schuine gelaagdheid gevormd word en geef erbij uitleg&lt;br /&gt;
#*c) welke informatie kan men afleiden uit opeenvolgende schuine gelaagdheden die in verschillende richting hellen&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) magnesiet (formule gegeven) en sideriet vormen een vaste oplossing, magnesiet en calciet vormen geen vaste oplossing, verklaar dit verschil en verklaar ook dat dolomiet (formule gegeven) wel samen kan voorkomen met calciet&lt;br /&gt;
#*b) geeft een beknopte maar kenmerkende karakterisering voor 2 verschillende mariene afzetting milieus waarbij calciet en/of aragoniet belagrijke sedimentaire bestanddelen zijn&lt;br /&gt;
#*c) calciet wordt tijdens diagenese van carbonaten soms omgezet naar dolomiet, waardoor wordt dit proces vooral gestuurd&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 januari 2019 ===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Hoe worden zinklagen in bvb Florida gevormd&lt;br /&gt;
#*b) Hoe helpen zinkgaten bij de zoutwinning in bvb Nederland&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) In welke gesteenten zitten ketensilicaten zoals pyroxenen en amfibiolen&lt;br /&gt;
#*b) Geef mvb tekening het verschil tussen pyroxenen en amfibiolen&lt;br /&gt;
#*c) Wat is de verhouding van de O-atomen tov de Si-atomen in zowel pyroxenen als amfibiolen&lt;br /&gt;
#*d) Hoe verschillen deze ketensilicaten met veldspaat (Optische verschillen, niet chemisch)&lt;br /&gt;
# Een hele uitleg over visbeenderen (platte spiraalvormige fossielen) in het Jura. Ook iets over schalies&lt;br /&gt;
#*a Welk tijdperk voor en na het Jura, geef aan in # miljoen jaar in welke periode het Jura zich bevondt&lt;br /&gt;
#*b) Welke gesteenten zijn Schalies en tot welke groep fossielen behoren de visbeenderen&lt;br /&gt;
#*c) Hoe komt het dat de beenderen in tact zijn gebleven in de zee, welk milieu heerst er in de zee hiervoor&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Welk proces ondergaan gesteenten in bergketens in lage hoogte,  en welke processen ondergaan gesteenten die hoger gelegen zijn&lt;br /&gt;
#*b) Wat is de lithosfeer en waarom is de vervorming elastisch. Welke eenheid ligt er onder deze lithosfeer.&lt;br /&gt;
#*c) Waarin verschilt de lithosfeer met de onderliggende eenheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
#   Over de zoutlagen (evaporieten) uit het Perm in het Noorden van Nederland, Duitsland en Polen&lt;br /&gt;
#*a) Wanneer waren het Perm en Carboon? (in Ma)&lt;br /&gt;
#*b) Welke mineralen komen er hoofdzakelijk voor in zo&#039;n zoutlagen? Geef de naam en de chemische formule&lt;br /&gt;
#*c) Geef de reden(en) waarom er nauwelijks afzettingen uit het Perm in België terug te vinden zijn, terwijl er wel talrijke afzettingen uit het Carboon te vinden zijn. Wat is de relatie met de Variscische gebergtevorming?&lt;br /&gt;
#*d) Waarom is zo&#039;n zoutlaag eventueel geschikt voor de opslag van radioactief afval?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Leg uit waarom er wisselende seizoenen zijn op aarde&lt;br /&gt;
#*b) Onder welke condities, volgens de theorie van Milankovic, kon de Noordelijke ijskap stapsgewijs groeien? Bespreek de relevante parameters, je kan schetsen gebruiken om je antwoord te verduidelijken &lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Leg uit wat de geothermische gradiënt (geotherm) is. Geef de waarde(n) voor de geotherm van continentale korst en ook de warmte-uitstroom (heat flow) van continentale korst.&lt;br /&gt;
#*b) Verklaar waarom de geotherm van oceanische korst meer variabel is dan die van de continentale korst, verklaar ook het verschil in de heat flow die niet overal hetzelfde is bij oceanische korst&lt;br /&gt;
#*c) Leg uit hoe de geotherm in de ondiepe ondergrond varieert in functie van kortere en langere temperatuurcycli (dag/nacht, winter/zomer, glaciaal/interglaciaal)&lt;br /&gt;
#*d) Geef op basis van het vorige antwoord voor het volgende een verklaring: op hoge breedtegraden (bv. Canada) is het gesteente (of de bodem) op enkele honderden meters diepte bevroren, toch is de gemiddelde jaartemperatuur ruim boven 0°C&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Geef een definitie voor metamorfose, inclusief de reden waarom metamorfose plaatsvindt&lt;br /&gt;
#*b) Wat zijn de verschillen en overeenkomsten tussen contactmetamorfose en schokmetamorfose?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 31 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
#vraag 1:&lt;br /&gt;
#*a) Zure regen tast kalksteen aan. Geef de reactievergelijking en leg uit waarom kalksteen hierdoor sneller verweerd.&lt;br /&gt;
#*b) Verwering van pyriet, reactieproducten en nettoreactievergelijking geven. &lt;br /&gt;
#*c) Uitleggen hoe en in welke omgeving het nieuw gevormde mineraal in a op natuurlijke wijze wordt gevormd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 2:&lt;br /&gt;
#*a) Apollo missies naar maan. Wat heeft onderzoek van deze gesteenten geleerd over de vormingsgeschiedenis van de aarde?&lt;br /&gt;
#*b) Wat kan je afleiden over de evolutie van het zonnestelsel op basis van voorkomen ijzermeteorieten van 4,5 Ga?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 3:&lt;br /&gt;
#*a) Wanneer was het einde van het laatste glaciaal en welk tijdvak komt na dit glaciaal?&lt;br /&gt;
#*b) Hoe kan men uit de chemische samenstelling van kalkschalen van benthische foraminiferen afleiden dat de zeespiegel is gedaald in het laatste glaciaal?&lt;br /&gt;
#*c) Welke andere manier is er om te bepalen dat de zeespiegel wereldwijd steeg? Voor de periode vanaf het einde laatste glaciaal en deglaciatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 4: &lt;br /&gt;
#*Verbanden tussen de vorming van het Massief van Brabant, geschiedenis van Avalonia, ontstaan vulkaankraterpijp van Quenast, vorming van koraalriffen in de Ardennen. En dit ook plaatsen in het geologische tijdskader.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
#vraag 1:&lt;br /&gt;
#*a) Geef de processen en reacties die zorgen voor de vorming van zinkgaten&lt;br /&gt;
#*b) Zinkgaten kunnen ook ontstaan door zoutwinning verklaar&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 2:&lt;br /&gt;
#*a) wat is een caldera en hoe worden ze gevormd?&lt;br /&gt;
#*b) waarom is het extra gevaarlijk als een caldera zich vormt op een eiland?&lt;br /&gt;
#*c) Wat is de relatie met het soort magma en de vorming van een caldera?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 3:&lt;br /&gt;
#*a) Vlaanderen: aquifer op 700 meter diepte die parallel loopt met het aardoppervlak + met een aquitard boven + geen drinkbaar water, Chaudfontaine: syncline waarbij het water tot op 1600 meter diepte gaat met wel drinkbaar water. Teken beide.&lt;br /&gt;
#*b) Wat is de geotherm?&lt;br /&gt;
#*c) Bereken de temperatuur op de gegeven dieptes&lt;br /&gt;
#*d) verklaar het verschil in drinkbaarheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 4:&lt;br /&gt;
#*a) geef alle processen die in de diepere lagen van een gebergte plaatsvinden en geef het verschil met wat er gebeurt in de hogere lagen&lt;br /&gt;
#*b) wat is de lithosfeer?&lt;br /&gt;
#*c) de lithosfeer vervormt in zijn geheel elastisch. leg uit en geef een goed voorbeeld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== XX augustus 2016 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 1&lt;br /&gt;
#*a) Wat is een caldera en hoe worden ze gevormd&lt;br /&gt;
#*b) Waarom is het extra gevaarlijk wanneer een caldera gevormd wordt op een eiland dan op het continent&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 2&lt;br /&gt;
#*a) Wat is bauxiet&lt;br /&gt;
#*b) Hoe wordt een bauxietbodem gevormd&lt;br /&gt;
#*c) waarvoor wordt een bauxietbodem gebruikt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 3&lt;br /&gt;
iets met krijt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18januari 2016 VM ===&lt;br /&gt;
#Vraag 1&lt;br /&gt;
#*a) Waarom kan de koolstof 14-methode niet gebruikt worden voor het dateren van de botten van de dinoâ€™s?&lt;br /&gt;
#*b) Met welke methode kan dit wel gedateerd worden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Vraag 2&lt;br /&gt;
#*a) Wat bedoelt men met isostatisch evenwicht?&lt;br /&gt;
#*b) Maak een tekening van een gletsjer met de continentale korst, de mantel. Maak zo de inwendige structuur van de continentale korst duidelijk en de mantel. De dikte van de gletsjer in het centrum is 3 km. Welke veranderingen gebeuren er?&lt;br /&gt;
#*c) Wat is de dichtheid van de continentale korst en de mantel en waaruit bestaat het. Bereken hoe diep de ijsblok in de korst zit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Vraag 3&lt;br /&gt;
#*a) Een laag van anhydriet, gips en afzettingen van zoutlagen van haliet. (zoiets ) Geef de chemische formule&lt;br /&gt;
#*b) Hoe worden deze samen gevormd, wat is het verband?&lt;br /&gt;
#*c) Hoe geeft dit informatie over het paleoklimaat?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Vraag 4&lt;br /&gt;
#*a) Wat waren Wegners argumenten van continentendrift. Het geheel is nu aanvaard als platentektoniek. Waar ligt zijn fout?&lt;br /&gt;
#*b) Op basis van welke onderzoeken/ontdekkingen werd deze theorie aanvaard?&lt;br /&gt;
#*c) Is elke continentrand een plaatrand?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 januari 2016 NM ===&lt;br /&gt;
#vraag 1&lt;br /&gt;
#*A Metamorfose van kleicarbonaten en verwering van silcaatcarbonaten uitleggen met chemische formules (bij kleicarbonaten niet da van carbonaten geven ma dus ook iets van klei geen idee wat)&lt;br /&gt;
#*B Over het krijt : de invloed van MOR op het klimaat en de zeespiegel&lt;br /&gt;
#vraag 2&lt;br /&gt;
#*A Teken een afpompingskegel van een freatische aquifer en hoe deze een waterput die dichtbij ligt kan droogleggen&lt;br /&gt;
#*B ...&lt;br /&gt;
#*C Het water van een begrensde aquifer kan vaak niet meer gebruikt worden omdat 1g/L opgeloste stoffen aanwezig zijn, welke dingen beïnvloeden dit (dus over die opgeloste stoffen gaat het: soort gesteente, vervuiling, temperatuur [versneld verzouting] dieper = zouter [zeg ook waarom] )&lt;br /&gt;
#vraag 3: ...&lt;br /&gt;
#vraag 4&lt;br /&gt;
#*A In welk tijdvak en wanneer begon de Varisciden orogenese vorming (in België)?&lt;br /&gt;
#*B aan welk gebergtevorming kunnen we dit zien in België?&lt;br /&gt;
#*C Hoe weten we dat België toen in een tropisch klimaat lag?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 januari 2016===&lt;br /&gt;
#*Teken een hoekdiscordantie&lt;br /&gt;
#* Hoe wordt dit gevormd?&lt;br /&gt;
#*Aan het Massief van Brabant vinden we ganggesteenten en vulkanische gesteenten terug. Wat is het verband tussen gebergtevorming (aan het Massief van Brabant) en vulkanisme?&lt;br /&gt;
#*Wanneer vond dit plaats + jaartal&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#*Wat zegt een krijtlaag ons over het afzettingsmilieu?&lt;br /&gt;
#*Waarom bestaat een krijtlaag vaak uit vuurstenen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#*Waarom kan geothermie wel plaatsvinden aan een slenk maar niet aan het het Massief van Brabant?&lt;br /&gt;
#*Wat is de oorzaak van geothermie?&lt;br /&gt;
#*Soms ontstaan er problemen door geothermie. Er is bv. een dorp waarbij een laag met anhydriet in contact kwam met het grondwater waardoor schade ontstond. Leg uit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#*Wat vertellen maangesteenten ons over de ontstaansgeschiedenis van de aarde?&lt;br /&gt;
#*Wat vertelt een ijzermeteoriet van 4.5 Ga ons over het ontstaan van het zonnestelsel?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 januari 2015===&lt;br /&gt;
#Ontdekingen na wegner&#039;s dood die zijn hypothese bewezen. Moderne technieken die dit bevestigen. Wat is een continentrand en hoe komt het dat sommige naast een plaatrand liggen en andere niet.&lt;br /&gt;
#Welk soort breuken komen samen voor met geplooide lagen? Doorsnede tekenen. Welk soort laag wordt in Vlaanderen onderzocht voor de berging van nucleair afval. Wat is de invloed van een actieve of een inactieve breuk op de bergingscapaciteit?&lt;br /&gt;
#Hoe oud is de aarde en hoe weten we dit? Bespreek de vorming van de aarde tijdens het Hadeaan en Archeaan en het verband tussen stuctuur en mineralogie. Bijvraag: Wat zit er in een meteoriet.&lt;br /&gt;
#Voor welk tijdsinterval worden ijkernen gebruikt? Wat is de meerwaarde boven sedimenten? 34 Ma geleden begon de glaciatie op Antarctica. Hoe kunnen sedimenten ons er iets over vertellen. Hoe komt het dat de glaciatie net dan begon?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2015===&lt;br /&gt;
#onstaan van de aarde, hoe oud en hoe is dit bepaald + geef structuur binnenkant van de aarde chemisch, mineralogisch,..&lt;br /&gt;
#lithostratigrafie: waarom gesteentelagen geen goede tijdsbetekenis geven altijd en dat bij biostratigrafie wel kan&lt;br /&gt;
#grondwater: bron van chaudfontaine (syncline wordt gegeven + tekenen) + uitleg geotherm en gemiddelde waarde voor korst geven&lt;br /&gt;
#wetenschappelijke methode: zeggen wat het is + geologisch vb naar keuze&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 JAN 2014 NM===&lt;br /&gt;
#Magnetische ompolingen en platentektoniek&lt;br /&gt;
# Hoe seizoenen werken en Milankovic theorie&lt;br /&gt;
# Verschil tussen diaklazen en breuken, hoe ze ontstaan en hoe je een diaklaze en een gelaagdheid kunt onderscheiden&lt;br /&gt;
# Algemene structuur bladsilicaent, afleiden wat de formule is voor de Si-laag en waarom havenslib behandeld moet worden als chemisch afval&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2014 NM===&lt;br /&gt;
#kalksteen in de grond: welke maatschappelijke problemen kunnen er zijn?&lt;br /&gt;
#*geef alle chemische reacties die mee doen/leg ze uit in het systeem&lt;br /&gt;
#*hoe worden druipstenen gevormd?&lt;br /&gt;
#diachroon en sedimentaire facies en het verband? (plus schets)&lt;br /&gt;
#veldspaten: orthoklaas naar albiet en albiet naar anorthiet, maar ge kunt niet van orthoklaas naar anorthiet: hoe komt dit, en wat heeft vaste oplossing hiermee te maken? wat is arkose?&lt;br /&gt;
#roodverschuiving uitleggen, hou oud is de aarde? het heelal? en leg uit hou we ouderdom aarde kunnen meten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 JAN 2014===&lt;br /&gt;
#Wat zijn evaporieten en in welke omstandigheden worden ze gevormd? Welke structuren worden er gevormd? Geef redenen om radioactief afval in evaporieten op te slaan en ook waarom het niet zo een goed idee is ?&lt;br /&gt;
#Welke observaties heeft men gedaan om hotspots te onderzoeken? VS heeft een zuur vulkanische, waarom?&lt;br /&gt;
#Geef de geologische tijdschaal van fanerozoÃ¯cum + ouderdommen. Geef de 3 belangrijkste ijstijdvakken en in welk ijstijdvak heeft Wegener aanwijzingen gevonden voor zijn theorie en welke zijn dat?&lt;br /&gt;
#Wat zijn de fundamentele eigenschappen van een begrensde aquifer? Wat zijn de redenen voor problematische concentratie aan opgeloste stoffen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 JAN 2014 VM=== &lt;br /&gt;
#  Verklaar : meteoor, meteoriet, asteroÃ¯de, komeet. Wat is het verschil tussen komeet en meteoorgroep? Waarom zijn er geen inslagen op de zeebodem?&lt;br /&gt;
# Wegener:  wat is zijn theorie en geef zijn bewijzen. In de jaren 50 kwamen er nieuwe technieken om dit nu echt te bewijzen, welke?&lt;br /&gt;
# Alles over quaternair. Hoe kunnen we met kalksedimenten het klimaat bepalen? Waarmee moeten we oppassen als we kalkskeletten gebruiken? Welke zijn de grote invloeden op de euraziatische zeespiegel? Waarom krijgen we hier een beter beeld van de klimaten dan met landafzetting?&lt;br /&gt;
# Kristallisatie van mineralen uit stollingsgesteenten, wat is het verband met deze kristallisatie en verwering (of erosie?)&lt;br /&gt;
# practicum (4p) en ze helpt u als ge hem fout heb (dan krijgt ge nog de helft van de punten). Soms krijgt ge er 2 maar van dezelfde plaats van de  excursie en ze stelt een klein theorievraagje. Voorbereiden mag met excursiebundel, nota&#039;s, slides en handleiding maar vanaf da je begint uit te leggen mag je niks meer gebruiken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 JAN 2014===&lt;br /&gt;
#Bauxiet, alles wat je erover weet.&lt;br /&gt;
#Hoe fosielen hebben kunnen helpen bij de kartering van de statigrafie.&lt;br /&gt;
#MOR van bovenaf tekenen en alle eigenschappen geven van de MOR + laterale beweging in MOR (scheuren ipv breuken).&lt;br /&gt;
#Bespreek porositeit van een grondlaag en hoe kan het dat een bron recht omhoog kan spuiten?&lt;br /&gt;
#Practicum: stenen!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* hoe wordt bauxiet gevormd&lt;br /&gt;
#*in welk klimaat?&lt;br /&gt;
#* uit welke mineralen bestaat het&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* duid aan op een tekening hoe je uit paleomagnetische gegevens van fossiel de lokatie kan bepalen&lt;br /&gt;
#* wat is polar wandering curve&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* hoe kan je met zuurstofisotopen in sedimenten ijstijd aantonen&lt;br /&gt;
#* hoe verklaar je het bestaan van ijstijdvak en broeikastijdvak&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* toekomst van gas-clathraten als energiedelfstof&lt;br /&gt;
#* situeer gas-clathraten in Mc-Kelvey diagram&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek hoe de kenmerken van de aarde die noodzakelijk zijn voor het leven speciefiek zijn voor de aarde: atmosfeerdruk en -samenstelling, magneetveld, temperatuur en temperatuursschommelingen&lt;br /&gt;
# Vlakken 222, 333 en 003 in een xyz-assenstelsel plaatsen zodanig dat de afgesneden stukken abc van de eenheidscel verschillend zijn.&lt;br /&gt;
# Hoe komt het dat zanden zelden isotroop zijn (meestal heterogeen zijn)? Welk soort mineraal is glauconiet? Welke kationen zitten erin?&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen een actieve en passieve plaatrand? Teken de doorsneden van elk en duidt dieptes en gesteenten aan. Hoe oud zijn de oceanen?&lt;br /&gt;
# practicumoefening: concentratieberekening&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# bespreek de relatie tussen het ontstaan van de aarde en de dingen die gekoppeld zijn aan leven (atmosfeer, magneetveld...)&lt;br /&gt;
# teken een xyz-assenstelsel en zet vlakken uit bv 1,1,1 die gegeven zijn in millerindices&lt;br /&gt;
# bespreek een vaste oplossing&lt;br /&gt;
# Hoe komt het dat een blauwschist en een hoornfells samen voorkomen, parralel in een gebergte, betrek hierbij subductie enz&lt;br /&gt;
# teken in da diagramma van die reserves waar teerzanden zich nu bevinden en waar ze zicht 20 jaar geleden bevonden&lt;br /&gt;
# welke voorwaarde zijn er in het verlede nodig geweest om nu olie op een welbepaalde plaats te vinden&lt;br /&gt;
# bij het practicum gedeelte een piper diagram invullen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# geef aanwijzingen waarom het vroeger kouder is geweest en b) hoe kunt ge met enkele van die aanwijzingen verklaren dat er afwisseling was met broeikastijden en niet gewoon een doorlopend ijstijdvlak&lt;br /&gt;
# mineralogie: bespreek waarom plagioklaas gezoneerd en ongezoneerd voorkomt, das met die tabel met verhoudingen&lt;br /&gt;
# laat zien hoe je weet naar welke kant het water gaat onder het waterspanningsvlak b) geef verschillende manieren om energie te winnen met grondwater&lt;br /&gt;
# de vraag over paleomagnetisme hoe ze daarmee over de oceaanvorming geleerd hebben&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe de Moho-discontinuÃ¯teit gevormd wordt bij de vorming van nieuwe oceaanbodem aan de MOR.&lt;br /&gt;
# Wat is de asthenosfeer?&lt;br /&gt;
# Waarom gaat pyriet makkelijk verweren? Welke verweringsproducten worden gevormd? Welk mineraal gaat men bekomen bij verwering van pyriet in kalkstenen?&lt;br /&gt;
# Welke soort plagioklaas zit er in graniet? Welke in gabbro?&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe men het probleem opgelost heeft dat men aan fossielen enkel relatieve ouderdommen kan koppelen. &lt;br /&gt;
# Geef aan dat je begrijpt waarom calibratie met dendrochronologie belangrijk is bij de koolstof 14-dateringsmeththode.&lt;br /&gt;
# Geef een samenvatting van de argumenten van de optimisten en de pessimisten over de eindigheid van de olievoorraden. (aka vat de argumenten van de 2 scholen samen)&lt;br /&gt;
# Welke geologische processen zijn nodig om anthraciet te kunnen vormen (aka in welk gebied ongeveer vinden we steenkool?)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 JAN 2010 VM===&lt;br /&gt;
#Hoe heeft het paleomagnetisme geholpen om het huidige model van de M.O.R. op te stellen.&lt;br /&gt;
#Is het klimaat in het verleden stabiel of variabel geweest? Geef oorzaken + tijdsgebieden.&lt;br /&gt;
#Waar moet men monitoringputten plaatsen in de buurt van stortplaatsen, zodat men polluenten kan ontdekken. Is de diepte van belang?&lt;br /&gt;
#Hoe wordt een zandsteen gevormd? Op welke diepte, en invloed van grondwater.&lt;br /&gt;
#Vraagje over zelfstudieopdracht: oorsprong van biomerkers en waarom moeten deze verklaard worden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 JAN 2010 NM===&lt;br /&gt;
#Hoe kwam de formule van Bragg tot stand? En hoe kan je hier mee bepalen welk mineraal je hebt?&lt;br /&gt;
#We steken kubusjes van gelijke grootte (bv. 1 cmÂ³) van kwartsiet en marmer in een cilindrische buis en laten deze ronddraaien, simuleren we dan verwering? welk van de twee gaat het meest verweerd worden?&lt;br /&gt;
#Hoe ga je van slib naar een schiefer? leg zo duidelijk mogelijk uit. Vanaf welke diepte heb je een schiefer met schieferige splijting?&lt;br /&gt;
#Paleopolen: leg uit hoe je aan de hand van paleopolen continentendrift en platentektoniek kunt verklaren. Maak ook een schets. Zeg ook welke dingen gemeten worden om het paleopool te bepalen en hoe dat dan bepaald wordt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 JAN 2010 VM===&lt;br /&gt;
#Vergelijk samenstelling van Aarde, maan, Mercurius, Jupiter, een planeet rond de eerste sterren, de aardkorts en -kern.&lt;br /&gt;
#Hoe gedragen gesteenten zich bij verschillende drukregimes? Wat zijn dekbladen? Bij welke tektonische activiteit vind je deze? (+schema)&lt;br /&gt;
#Waarom vindt men ook batholieten bij subductie? (schema&#039;s, grafiek van verandering smelttemperatuur)&lt;br /&gt;
#Hoe heeft paleomagnetisme geholpen bij het begrijpen van systeem van M.O.R.?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 JAN 2010===&lt;br /&gt;
#Bespreek roodverschuiving in het heelal. Kan dit dienen om een ouderdom te bepalen van het heelal?&lt;br /&gt;
#Bespreek de in de les besproken analogie tussen een watertoren en een spanningswaterlaag. Hoe komt het dat er in de afpompingsput maar een klein volume water zal zitten, terwijl de gehel spanningswaterlaag verzadigd is ? Kan er overproductie optreden van een spanningswaterlaag?&lt;br /&gt;
#Hoe ga je van slib naar een schiefer? Leg zo duidelijk mogelijk uit. Vanaf welke diepte heb je een schiefer met schieferige splijting?&lt;br /&gt;
#Beargumenteer het bestaan van subductiezones&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===AUG 2009===&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#*Bewijs dat een silicium in de tetraederlaag kan verbonden worden met een magnesium in een octaederlaag met zuurstof en hydroxylgroepen ertussen.&lt;br /&gt;
#* Waarin verschillen de verschillende kleimineraalspecies? Geef de verschillende met een voorbeeld&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#* Als we kubusjes van gelijke grootte van marmer en kwartsiet in een cilindrische buis laten afslijten, welke blijft dan het langst over en waarom?&lt;br /&gt;
#* Leg uit waarom bij een fyllade een druksplijting dwars op de gelaagdheid kan staan en waarom deze zo perfect is in vergelijking met een schieferige splijting.&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#* Hoe kan magnetisme zodanig opgeslaan worden in een sedimentsgesteente dat we het &#039;remanent&#039; mogen noemen?&lt;br /&gt;
#* Hoe kunnen we aan de hand van het paleomagnetisme de vroegere positie van een continent bepalen?&lt;br /&gt;
# betekent een boringskegel hetzelfde bij een freatische waterlaag en een artesische waterlaag? leg uit.&lt;br /&gt;
# Hoe komt het dat er bij de stratigrafie zo vaak gewerkt word met fosielen en paleomagnetisme terwijl de biostratigrafie ons een relatieve tijdschaal geeft, en magnetostratigrafie ons maar twee antwoorden kan geven, normale of tegengestelde polariteit?&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>JesperAllaer</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Geologie&amp;diff=2404</id>
		<title>Geologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Geologie&amp;diff=2404"/>
		<updated>2021-01-26T09:39:12Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;JesperAllaer: /* 26 januari 2021 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Geologie van Prof. Robert Speijer is een verplicht vak in het eerste semester van het eerste jaar voor chemie en binnen de minor verbreding voor Biochemie.&lt;br /&gt;
Examen is mondeling. Er is ook een deeltje examen over het practicum (steentjes). Hiervoor mag je je practicumhandleiding gebruiken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 januari 2021===&lt;br /&gt;
#Verklaar dat de platentektoniek aan de basis ligt van allerhande processen en fenomenen. De argumenten van Wegener moeten hier NIET uigelegd worden.&lt;br /&gt;
#In Aken en Keulen wordt bruinkool ontgonnen (tekening van doorsnede grond waarbij aquifer doorsneden wordt door mijn)&lt;br /&gt;
#*a)Wanneer is het Neogeen?&lt;br /&gt;
#*b)Wat is bruinkool en hoe wordt het gevormd?&lt;br /&gt;
#*c)Wat voor gevolgen heeft de ontginning van bruinkool voor de maatschappij en voor het milieu?&lt;br /&gt;
#*d)Wat zijn de gevolgen hier (in Keulen/Aken) als men door de freatische grondtafel heeft geboord? We gaan ervan uit dat er geen hangende watertafel onder de freatische watertafel ligt.&lt;br /&gt;
#*e)Wat is het verschil tussen een freatische watertafel en een hangende watertafel? Toon met een tekening.&lt;br /&gt;
#Diamant en grafiet&lt;br /&gt;
#*a)Wat zijn de overeenkomsten en verschillen tussen diamant en grafiet?&lt;br /&gt;
#*b)Door welke factoren worden deze bepaald en hoe vindt men deze vormingsfactoren?&lt;br /&gt;
#*c)In welke gesteenten vindt men vooral diamant?&lt;br /&gt;
#*d)In welk ander gesteente vindt men ook diamant door secundaire toevoer? Hoe komt deze tot stand?&lt;br /&gt;
#Hele uitleg over PETM&lt;br /&gt;
#*a)Hoe komt een broeikastijdvak tot stand?&lt;br /&gt;
#*b)Wat is silicaatverwering en wat is de rol daarvan in vroegere klimaten en wat is de rol daarvan nu?&lt;br /&gt;
#*c)De aarde heeft vroeger warmere periodes gekend? Waarom is het dan dat deze periodes toch niet zo goed zijn voor de mens, leg aan de hand van de polaire ijskappen en gletsjers?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===29 januari 2019 VM===&lt;br /&gt;
#Op aarde kunnen we BIF (banded iron formations) en stromatolieten vinden uit de tijd van het Proterozoïcum. &lt;br /&gt;
#*a)Wanneer was het Proterozoïcum en welk tijdvak kwam hiervoor en welk hierna? &lt;br /&gt;
#*b)Wat zijn stromatolieten en BIF en wat zeggen deze over de ontwikkeling van de aarde en het leven. &lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a)Waaruit is silex opgebouwd en hoe wordt het gevormd? &lt;br /&gt;
#*b)Hoe komt het dat er afgeronde keien silex te vinden zijn aan de basis van een zandafzetting gevormd in het Cenozoïcum? Uit welk gesteenten zijn deze silexen afkomstig voordat het afgeronde keien waren? &lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a)Een gebergte gevormd tijdens subductie zal onder zijn eigen gewicht inzakken, hoe komt dit? &lt;br /&gt;
#*b)Hoe komt het dat een gesteente gevormd op grote diepte in dit gebergte (bv groter dan 30 km) uiteindelijk toch terug aan het oppervlak terecht komt? &lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a)Wat zijn turbidieten? Waar komen ze voor? Hoe worden ze gevormd? Welke typische structuur hebben ze? &lt;br /&gt;
#*b)Beschouw een afzetten gevormd uit afwisselend een laag klei en een laag kwarts. Wanneer deze sedimenten orogenese ondergaan en er intermediaire metamorfose plaatsvindt wat zal er dan met ze gebeuren?  &lt;br /&gt;
===28 januari 2019===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) hoeveel bedraagt de gemiddelde geothermische gradiënt van de continentale korst en hoe warm was het dan in een voormalige limburgse mijnschacht op diept van 1000m&lt;br /&gt;
#*b) leg uit waarom water in een begrensde aquifer op die diepte vaak niet als drinkwater te gebruiken is en van welke factoren dit afhangt&lt;br /&gt;
#*C) leg uit waarom de geothermische gradiënt van de korst veel steiler (sterker) is dan die van de mantel&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) welke observaties in de oceaan hebben geleid tot de theorie van hotspots&lt;br /&gt;
#*b) wat veroorzaakt hotspots en wat is relatie met het model van platentektoniek&lt;br /&gt;
#*c) meeste hotspot vulkanen hebben voornamelijk magma met mafische samenstelling, de hotspot onder yellowstone park levert echter ook grote hoeveelheden felsische en intermediaire magma, hoe verklaar je dit verschil&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) door welke processen wordt schuine gelaagdheid veroorzaakt en in welk sedimentair afzettingsmilieu kan schuine gelaagdheid worden waargenomen&lt;br /&gt;
#*b) schets de manier hoe dat schuine gelaagdheid gevormd word en geef erbij uitleg&lt;br /&gt;
#*c) welke informatie kan men afleiden uit opeenvolgende schuine gelaagdheden die in verschillende richting hellen&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) magnesiet (formule gegeven) en sideriet vormen een vaste oplossing, magnesiet en calciet vormen geen vaste oplossing, verklaar dit verschil en verklaar ook dat dolomiet (formule gegeven) wel samen kan voorkomen met calciet&lt;br /&gt;
#*b) geeft een beknopte maar kenmerkende karakterisering voor 2 verschillende mariene afzetting milieus waarbij calciet en/of aragoniet belagrijke sedimentaire bestanddelen zijn&lt;br /&gt;
#*c) calciet wordt tijdens diagenese van carbonaten soms omgezet naar dolomiet, waardoor wordt dit proces vooral gestuurd&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 januari 2019 ===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Hoe worden zinklagen in bvb Florida gevormd&lt;br /&gt;
#*b) Hoe helpen zinkgaten bij de zoutwinning in bvb Nederland&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) In welke gesteenten zitten ketensilicaten zoals pyroxenen en amfibiolen&lt;br /&gt;
#*b) Geef mvb tekening het verschil tussen pyroxenen en amfibiolen&lt;br /&gt;
#*c) Wat is de verhouding van de O-atomen tov de Si-atomen in zowel pyroxenen als amfibiolen&lt;br /&gt;
#*d) Hoe verschillen deze ketensilicaten met veldspaat (Optische verschillen, niet chemisch)&lt;br /&gt;
# Een hele uitleg over visbeenderen (platte spiraalvormige fossielen) in het Jura. Ook iets over schalies&lt;br /&gt;
#*a Welk tijdperk voor en na het Jura, geef aan in # miljoen jaar in welke periode het Jura zich bevondt&lt;br /&gt;
#*b) Welke gesteenten zijn Schalies en tot welke groep fossielen behoren de visbeenderen&lt;br /&gt;
#*c) Hoe komt het dat de beenderen in tact zijn gebleven in de zee, welk milieu heerst er in de zee hiervoor&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Welk proces ondergaan gesteenten in bergketens in lage hoogte,  en welke processen ondergaan gesteenten die hoger gelegen zijn&lt;br /&gt;
#*b) Wat is de lithosfeer en waarom is de vervorming elastisch. Welke eenheid ligt er onder deze lithosfeer.&lt;br /&gt;
#*c) Waarin verschilt de lithosfeer met de onderliggende eenheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
#   Over de zoutlagen (evaporieten) uit het Perm in het Noorden van Nederland, Duitsland en Polen&lt;br /&gt;
#*a) Wanneer waren het Perm en Carboon? (in Ma)&lt;br /&gt;
#*b) Welke mineralen komen er hoofdzakelijk voor in zo&#039;n zoutlagen? Geef de naam en de chemische formule&lt;br /&gt;
#*c) Geef de reden(en) waarom er nauwelijks afzettingen uit het Perm in België terug te vinden zijn, terwijl er wel talrijke afzettingen uit het Carboon te vinden zijn. Wat is de relatie met de Variscische gebergtevorming?&lt;br /&gt;
#*d) Waarom is zo&#039;n zoutlaag eventueel geschikt voor de opslag van radioactief afval?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Leg uit waarom er wisselende seizoenen zijn op aarde&lt;br /&gt;
#*b) Onder welke condities, volgens de theorie van Milankovic, kon de Noordelijke ijskap stapsgewijs groeien? Bespreek de relevante parameters, je kan schetsen gebruiken om je antwoord te verduidelijken &lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Leg uit wat de geothermische gradiënt (geotherm) is. Geef de waarde(n) voor de geotherm van continentale korst en ook de warmte-uitstroom (heat flow) van continentale korst.&lt;br /&gt;
#*b) Verklaar waarom de geotherm van oceanische korst meer variabel is dan die van de continentale korst, verklaar ook het verschil in de heat flow die niet overal hetzelfde is bij oceanische korst&lt;br /&gt;
#*c) Leg uit hoe de geotherm in de ondiepe ondergrond varieert in functie van kortere en langere temperatuurcycli (dag/nacht, winter/zomer, glaciaal/interglaciaal)&lt;br /&gt;
#*d) Geef op basis van het vorige antwoord voor het volgende een verklaring: op hoge breedtegraden (bv. Canada) is het gesteente (of de bodem) op enkele honderden meters diepte bevroren, toch is de gemiddelde jaartemperatuur ruim boven 0°C&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Geef een definitie voor metamorfose, inclusief de reden waarom metamorfose plaatsvindt&lt;br /&gt;
#*b) Wat zijn de verschillen en overeenkomsten tussen contactmetamorfose en schokmetamorfose?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 31 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
#vraag 1:&lt;br /&gt;
#*a) Zure regen tast kalksteen aan. Geef de reactievergelijking en leg uit waarom kalksteen hierdoor sneller verweerd.&lt;br /&gt;
#*b) Verwering van pyriet, reactieproducten en nettoreactievergelijking geven. &lt;br /&gt;
#*c) Uitleggen hoe en in welke omgeving het nieuw gevormde mineraal in a op natuurlijke wijze wordt gevormd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 2:&lt;br /&gt;
#*a) Apollo missies naar maan. Wat heeft onderzoek van deze gesteenten geleerd over de vormingsgeschiedenis van de aarde?&lt;br /&gt;
#*b) Wat kan je afleiden over de evolutie van het zonnestelsel op basis van voorkomen ijzermeteorieten van 4,5 Ga?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 3:&lt;br /&gt;
#*a) Wanneer was het einde van het laatste glaciaal en welk tijdvak komt na dit glaciaal?&lt;br /&gt;
#*b) Hoe kan men uit de chemische samenstelling van kalkschalen van benthische foraminiferen afleiden dat de zeespiegel is gedaald in het laatste glaciaal?&lt;br /&gt;
#*c) Welke andere manier is er om te bepalen dat de zeespiegel wereldwijd steeg? Voor de periode vanaf het einde laatste glaciaal en deglaciatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 4: &lt;br /&gt;
#*Verbanden tussen de vorming van het Massief van Brabant, geschiedenis van Avalonia, ontstaan vulkaankraterpijp van Quenast, vorming van koraalriffen in de Ardennen. En dit ook plaatsen in het geologische tijdskader.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
#vraag 1:&lt;br /&gt;
#*a) Geef de processen en reacties die zorgen voor de vorming van zinkgaten&lt;br /&gt;
#*b) Zinkgaten kunnen ook ontstaan door zoutwinning verklaar&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 2:&lt;br /&gt;
#*a) wat is een caldera en hoe worden ze gevormd?&lt;br /&gt;
#*b) waarom is het extra gevaarlijk als een caldera zich vormt op een eiland?&lt;br /&gt;
#*c) Wat is de relatie met het soort magma en de vorming van een caldera?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 3:&lt;br /&gt;
#*a) Vlaanderen: aquifer op 700 meter diepte die parallel loopt met het aardoppervlak + met een aquitard boven + geen drinkbaar water, Chaudfontaine: syncline waarbij het water tot op 1600 meter diepte gaat met wel drinkbaar water. Teken beide.&lt;br /&gt;
#*b) Wat is de geotherm?&lt;br /&gt;
#*c) Bereken de temperatuur op de gegeven dieptes&lt;br /&gt;
#*d) verklaar het verschil in drinkbaarheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 4:&lt;br /&gt;
#*a) geef alle processen die in de diepere lagen van een gebergte plaatsvinden en geef het verschil met wat er gebeurt in de hogere lagen&lt;br /&gt;
#*b) wat is de lithosfeer?&lt;br /&gt;
#*c) de lithosfeer vervormt in zijn geheel elastisch. leg uit en geef een goed voorbeeld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== XX augustus 2016 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 1&lt;br /&gt;
#*a) Wat is een caldera en hoe worden ze gevormd&lt;br /&gt;
#*b) Waarom is het extra gevaarlijk wanneer een caldera gevormd wordt op een eiland dan op het continent&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 2&lt;br /&gt;
#*a) Wat is bauxiet&lt;br /&gt;
#*b) Hoe wordt een bauxietbodem gevormd&lt;br /&gt;
#*c) waarvoor wordt een bauxietbodem gebruikt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 3&lt;br /&gt;
iets met krijt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18januari 2016 VM ===&lt;br /&gt;
#Vraag 1&lt;br /&gt;
#*a) Waarom kan de koolstof 14-methode niet gebruikt worden voor het dateren van de botten van de dinoâ€™s?&lt;br /&gt;
#*b) Met welke methode kan dit wel gedateerd worden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Vraag 2&lt;br /&gt;
#*a) Wat bedoelt men met isostatisch evenwicht?&lt;br /&gt;
#*b) Maak een tekening van een gletsjer met de continentale korst, de mantel. Maak zo de inwendige structuur van de continentale korst duidelijk en de mantel. De dikte van de gletsjer in het centrum is 3 km. Welke veranderingen gebeuren er?&lt;br /&gt;
#*c) Wat is de dichtheid van de continentale korst en de mantel en waaruit bestaat het. Bereken hoe diep de ijsblok in de korst zit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Vraag 3&lt;br /&gt;
#*a) Een laag van anhydriet, gips en afzettingen van zoutlagen van haliet. (zoiets ) Geef de chemische formule&lt;br /&gt;
#*b) Hoe worden deze samen gevormd, wat is het verband?&lt;br /&gt;
#*c) Hoe geeft dit informatie over het paleoklimaat?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Vraag 4&lt;br /&gt;
#*a) Wat waren Wegners argumenten van continentendrift. Het geheel is nu aanvaard als platentektoniek. Waar ligt zijn fout?&lt;br /&gt;
#*b) Op basis van welke onderzoeken/ontdekkingen werd deze theorie aanvaard?&lt;br /&gt;
#*c) Is elke continentrand een plaatrand?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 januari 2016 NM ===&lt;br /&gt;
#vraag 1&lt;br /&gt;
#*A Metamorfose van kleicarbonaten en verwering van silcaatcarbonaten uitleggen met chemische formules (bij kleicarbonaten niet da van carbonaten geven ma dus ook iets van klei geen idee wat)&lt;br /&gt;
#*B Over het krijt : de invloed van MOR op het klimaat en de zeespiegel&lt;br /&gt;
#vraag 2&lt;br /&gt;
#*A Teken een afpompingskegel van een freatische aquifer en hoe deze een waterput die dichtbij ligt kan droogleggen&lt;br /&gt;
#*B ...&lt;br /&gt;
#*C Het water van een begrensde aquifer kan vaak niet meer gebruikt worden omdat 1g/L opgeloste stoffen aanwezig zijn, welke dingen beïnvloeden dit (dus over die opgeloste stoffen gaat het: soort gesteente, vervuiling, temperatuur [versneld verzouting] dieper = zouter [zeg ook waarom] )&lt;br /&gt;
#vraag 3: ...&lt;br /&gt;
#vraag 4&lt;br /&gt;
#*A In welk tijdvak en wanneer begon de Varisciden orogenese vorming (in België)?&lt;br /&gt;
#*B aan welk gebergtevorming kunnen we dit zien in België?&lt;br /&gt;
#*C Hoe weten we dat België toen in een tropisch klimaat lag?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 januari 2016===&lt;br /&gt;
#*Teken een hoekdiscordantie&lt;br /&gt;
#* Hoe wordt dit gevormd?&lt;br /&gt;
#*Aan het Massief van Brabant vinden we ganggesteenten en vulkanische gesteenten terug. Wat is het verband tussen gebergtevorming (aan het Massief van Brabant) en vulkanisme?&lt;br /&gt;
#*Wanneer vond dit plaats + jaartal&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#*Wat zegt een krijtlaag ons over het afzettingsmilieu?&lt;br /&gt;
#*Waarom bestaat een krijtlaag vaak uit vuurstenen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#*Waarom kan geothermie wel plaatsvinden aan een slenk maar niet aan het het Massief van Brabant?&lt;br /&gt;
#*Wat is de oorzaak van geothermie?&lt;br /&gt;
#*Soms ontstaan er problemen door geothermie. Er is bv. een dorp waarbij een laag met anhydriet in contact kwam met het grondwater waardoor schade ontstond. Leg uit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#*Wat vertellen maangesteenten ons over de ontstaansgeschiedenis van de aarde?&lt;br /&gt;
#*Wat vertelt een ijzermeteoriet van 4.5 Ga ons over het ontstaan van het zonnestelsel?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 januari 2015===&lt;br /&gt;
#Ontdekingen na wegner&#039;s dood die zijn hypothese bewezen. Moderne technieken die dit bevestigen. Wat is een continentrand en hoe komt het dat sommige naast een plaatrand liggen en andere niet.&lt;br /&gt;
#Welk soort breuken komen samen voor met geplooide lagen? Doorsnede tekenen. Welk soort laag wordt in Vlaanderen onderzocht voor de berging van nucleair afval. Wat is de invloed van een actieve of een inactieve breuk op de bergingscapaciteit?&lt;br /&gt;
#Hoe oud is de aarde en hoe weten we dit? Bespreek de vorming van de aarde tijdens het Hadeaan en Archeaan en het verband tussen stuctuur en mineralogie. Bijvraag: Wat zit er in een meteoriet.&lt;br /&gt;
#Voor welk tijdsinterval worden ijkernen gebruikt? Wat is de meerwaarde boven sedimenten? 34 Ma geleden begon de glaciatie op Antarctica. Hoe kunnen sedimenten ons er iets over vertellen. Hoe komt het dat de glaciatie net dan begon?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2015===&lt;br /&gt;
#onstaan van de aarde, hoe oud en hoe is dit bepaald + geef structuur binnenkant van de aarde chemisch, mineralogisch,..&lt;br /&gt;
#lithostratigrafie: waarom gesteentelagen geen goede tijdsbetekenis geven altijd en dat bij biostratigrafie wel kan&lt;br /&gt;
#grondwater: bron van chaudfontaine (syncline wordt gegeven + tekenen) + uitleg geotherm en gemiddelde waarde voor korst geven&lt;br /&gt;
#wetenschappelijke methode: zeggen wat het is + geologisch vb naar keuze&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 JAN 2014 NM===&lt;br /&gt;
#Magnetische ompolingen en platentektoniek&lt;br /&gt;
# Hoe seizoenen werken en Milankovic theorie&lt;br /&gt;
# Verschil tussen diaklazen en breuken, hoe ze ontstaan en hoe je een diaklaze en een gelaagdheid kunt onderscheiden&lt;br /&gt;
# Algemene structuur bladsilicaent, afleiden wat de formule is voor de Si-laag en waarom havenslib behandeld moet worden als chemisch afval&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2014 NM===&lt;br /&gt;
#kalksteen in de grond: welke maatschappelijke problemen kunnen er zijn?&lt;br /&gt;
#*geef alle chemische reacties die mee doen/leg ze uit in het systeem&lt;br /&gt;
#*hoe worden druipstenen gevormd?&lt;br /&gt;
#diachroon en sedimentaire facies en het verband? (plus schets)&lt;br /&gt;
#veldspaten: orthoklaas naar albiet en albiet naar anorthiet, maar ge kunt niet van orthoklaas naar anorthiet: hoe komt dit, en wat heeft vaste oplossing hiermee te maken? wat is arkose?&lt;br /&gt;
#roodverschuiving uitleggen, hou oud is de aarde? het heelal? en leg uit hou we ouderdom aarde kunnen meten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 JAN 2014===&lt;br /&gt;
#Wat zijn evaporieten en in welke omstandigheden worden ze gevormd? Welke structuren worden er gevormd? Geef redenen om radioactief afval in evaporieten op te slaan en ook waarom het niet zo een goed idee is ?&lt;br /&gt;
#Welke observaties heeft men gedaan om hotspots te onderzoeken? VS heeft een zuur vulkanische, waarom?&lt;br /&gt;
#Geef de geologische tijdschaal van fanerozoÃ¯cum + ouderdommen. Geef de 3 belangrijkste ijstijdvakken en in welk ijstijdvak heeft Wegener aanwijzingen gevonden voor zijn theorie en welke zijn dat?&lt;br /&gt;
#Wat zijn de fundamentele eigenschappen van een begrensde aquifer? Wat zijn de redenen voor problematische concentratie aan opgeloste stoffen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 JAN 2014 VM=== &lt;br /&gt;
#  Verklaar : meteoor, meteoriet, asteroÃ¯de, komeet. Wat is het verschil tussen komeet en meteoorgroep? Waarom zijn er geen inslagen op de zeebodem?&lt;br /&gt;
# Wegener:  wat is zijn theorie en geef zijn bewijzen. In de jaren 50 kwamen er nieuwe technieken om dit nu echt te bewijzen, welke?&lt;br /&gt;
# Alles over quaternair. Hoe kunnen we met kalksedimenten het klimaat bepalen? Waarmee moeten we oppassen als we kalkskeletten gebruiken? Welke zijn de grote invloeden op de euraziatische zeespiegel? Waarom krijgen we hier een beter beeld van de klimaten dan met landafzetting?&lt;br /&gt;
# Kristallisatie van mineralen uit stollingsgesteenten, wat is het verband met deze kristallisatie en verwering (of erosie?)&lt;br /&gt;
# practicum (4p) en ze helpt u als ge hem fout heb (dan krijgt ge nog de helft van de punten). Soms krijgt ge er 2 maar van dezelfde plaats van de  excursie en ze stelt een klein theorievraagje. Voorbereiden mag met excursiebundel, nota&#039;s, slides en handleiding maar vanaf da je begint uit te leggen mag je niks meer gebruiken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 JAN 2014===&lt;br /&gt;
#Bauxiet, alles wat je erover weet.&lt;br /&gt;
#Hoe fosielen hebben kunnen helpen bij de kartering van de statigrafie.&lt;br /&gt;
#MOR van bovenaf tekenen en alle eigenschappen geven van de MOR + laterale beweging in MOR (scheuren ipv breuken).&lt;br /&gt;
#Bespreek porositeit van een grondlaag en hoe kan het dat een bron recht omhoog kan spuiten?&lt;br /&gt;
#Practicum: stenen!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* hoe wordt bauxiet gevormd&lt;br /&gt;
#*in welk klimaat?&lt;br /&gt;
#* uit welke mineralen bestaat het&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* duid aan op een tekening hoe je uit paleomagnetische gegevens van fossiel de lokatie kan bepalen&lt;br /&gt;
#* wat is polar wandering curve&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* hoe kan je met zuurstofisotopen in sedimenten ijstijd aantonen&lt;br /&gt;
#* hoe verklaar je het bestaan van ijstijdvak en broeikastijdvak&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* toekomst van gas-clathraten als energiedelfstof&lt;br /&gt;
#* situeer gas-clathraten in Mc-Kelvey diagram&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek hoe de kenmerken van de aarde die noodzakelijk zijn voor het leven speciefiek zijn voor de aarde: atmosfeerdruk en -samenstelling, magneetveld, temperatuur en temperatuursschommelingen&lt;br /&gt;
# Vlakken 222, 333 en 003 in een xyz-assenstelsel plaatsen zodanig dat de afgesneden stukken abc van de eenheidscel verschillend zijn.&lt;br /&gt;
# Hoe komt het dat zanden zelden isotroop zijn (meestal heterogeen zijn)? Welk soort mineraal is glauconiet? Welke kationen zitten erin?&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen een actieve en passieve plaatrand? Teken de doorsneden van elk en duidt dieptes en gesteenten aan. Hoe oud zijn de oceanen?&lt;br /&gt;
# practicumoefening: concentratieberekening&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# bespreek de relatie tussen het ontstaan van de aarde en de dingen die gekoppeld zijn aan leven (atmosfeer, magneetveld...)&lt;br /&gt;
# teken een xyz-assenstelsel en zet vlakken uit bv 1,1,1 die gegeven zijn in millerindices&lt;br /&gt;
# bespreek een vaste oplossing&lt;br /&gt;
# Hoe komt het dat een blauwschist en een hoornfells samen voorkomen, parralel in een gebergte, betrek hierbij subductie enz&lt;br /&gt;
# teken in da diagramma van die reserves waar teerzanden zich nu bevinden en waar ze zicht 20 jaar geleden bevonden&lt;br /&gt;
# welke voorwaarde zijn er in het verlede nodig geweest om nu olie op een welbepaalde plaats te vinden&lt;br /&gt;
# bij het practicum gedeelte een piper diagram invullen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# geef aanwijzingen waarom het vroeger kouder is geweest en b) hoe kunt ge met enkele van die aanwijzingen verklaren dat er afwisseling was met broeikastijden en niet gewoon een doorlopend ijstijdvlak&lt;br /&gt;
# mineralogie: bespreek waarom plagioklaas gezoneerd en ongezoneerd voorkomt, das met die tabel met verhoudingen&lt;br /&gt;
# laat zien hoe je weet naar welke kant het water gaat onder het waterspanningsvlak b) geef verschillende manieren om energie te winnen met grondwater&lt;br /&gt;
# de vraag over paleomagnetisme hoe ze daarmee over de oceaanvorming geleerd hebben&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe de Moho-discontinuÃ¯teit gevormd wordt bij de vorming van nieuwe oceaanbodem aan de MOR.&lt;br /&gt;
# Wat is de asthenosfeer?&lt;br /&gt;
# Waarom gaat pyriet makkelijk verweren? Welke verweringsproducten worden gevormd? Welk mineraal gaat men bekomen bij verwering van pyriet in kalkstenen?&lt;br /&gt;
# Welke soort plagioklaas zit er in graniet? Welke in gabbro?&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe men het probleem opgelost heeft dat men aan fossielen enkel relatieve ouderdommen kan koppelen. &lt;br /&gt;
# Geef aan dat je begrijpt waarom calibratie met dendrochronologie belangrijk is bij de koolstof 14-dateringsmeththode.&lt;br /&gt;
# Geef een samenvatting van de argumenten van de optimisten en de pessimisten over de eindigheid van de olievoorraden. (aka vat de argumenten van de 2 scholen samen)&lt;br /&gt;
# Welke geologische processen zijn nodig om anthraciet te kunnen vormen (aka in welk gebied ongeveer vinden we steenkool?)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 JAN 2010 VM===&lt;br /&gt;
#Hoe heeft het paleomagnetisme geholpen om het huidige model van de M.O.R. op te stellen.&lt;br /&gt;
#Is het klimaat in het verleden stabiel of variabel geweest? Geef oorzaken + tijdsgebieden.&lt;br /&gt;
#Waar moet men monitoringputten plaatsen in de buurt van stortplaatsen, zodat men polluenten kan ontdekken. Is de diepte van belang?&lt;br /&gt;
#Hoe wordt een zandsteen gevormd? Op welke diepte, en invloed van grondwater.&lt;br /&gt;
#Vraagje over zelfstudieopdracht: oorsprong van biomerkers en waarom moeten deze verklaard worden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 JAN 2010 NM===&lt;br /&gt;
#Hoe kwam de formule van Bragg tot stand? En hoe kan je hier mee bepalen welk mineraal je hebt?&lt;br /&gt;
#We steken kubusjes van gelijke grootte (bv. 1 cmÂ³) van kwartsiet en marmer in een cilindrische buis en laten deze ronddraaien, simuleren we dan verwering? welk van de twee gaat het meest verweerd worden?&lt;br /&gt;
#Hoe ga je van slib naar een schiefer? leg zo duidelijk mogelijk uit. Vanaf welke diepte heb je een schiefer met schieferige splijting?&lt;br /&gt;
#Paleopolen: leg uit hoe je aan de hand van paleopolen continentendrift en platentektoniek kunt verklaren. Maak ook een schets. Zeg ook welke dingen gemeten worden om het paleopool te bepalen en hoe dat dan bepaald wordt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 JAN 2010 VM===&lt;br /&gt;
#Vergelijk samenstelling van Aarde, maan, Mercurius, Jupiter, een planeet rond de eerste sterren, de aardkorts en -kern.&lt;br /&gt;
#Hoe gedragen gesteenten zich bij verschillende drukregimes? Wat zijn dekbladen? Bij welke tektonische activiteit vind je deze? (+schema)&lt;br /&gt;
#Waarom vindt men ook batholieten bij subductie? (schema&#039;s, grafiek van verandering smelttemperatuur)&lt;br /&gt;
#Hoe heeft paleomagnetisme geholpen bij het begrijpen van systeem van M.O.R.?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 JAN 2010===&lt;br /&gt;
#Bespreek roodverschuiving in het heelal. Kan dit dienen om een ouderdom te bepalen van het heelal?&lt;br /&gt;
#Bespreek de in de les besproken analogie tussen een watertoren en een spanningswaterlaag. Hoe komt het dat er in de afpompingsput maar een klein volume water zal zitten, terwijl de gehel spanningswaterlaag verzadigd is ? Kan er overproductie optreden van een spanningswaterlaag?&lt;br /&gt;
#Hoe ga je van slib naar een schiefer? Leg zo duidelijk mogelijk uit. Vanaf welke diepte heb je een schiefer met schieferige splijting?&lt;br /&gt;
#Beargumenteer het bestaan van subductiezones&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===AUG 2009===&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#*Bewijs dat een silicium in de tetraederlaag kan verbonden worden met een magnesium in een octaederlaag met zuurstof en hydroxylgroepen ertussen.&lt;br /&gt;
#* Waarin verschillen de verschillende kleimineraalspecies? Geef de verschillende met een voorbeeld&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#* Als we kubusjes van gelijke grootte van marmer en kwartsiet in een cilindrische buis laten afslijten, welke blijft dan het langst over en waarom?&lt;br /&gt;
#* Leg uit waarom bij een fyllade een druksplijting dwars op de gelaagdheid kan staan en waarom deze zo perfect is in vergelijking met een schieferige splijting.&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#* Hoe kan magnetisme zodanig opgeslaan worden in een sedimentsgesteente dat we het &#039;remanent&#039; mogen noemen?&lt;br /&gt;
#* Hoe kunnen we aan de hand van het paleomagnetisme de vroegere positie van een continent bepalen?&lt;br /&gt;
# betekent een boringskegel hetzelfde bij een freatische waterlaag en een artesische waterlaag? leg uit.&lt;br /&gt;
# Hoe komt het dat er bij de stratigrafie zo vaak gewerkt word met fosielen en paleomagnetisme terwijl de biostratigrafie ons een relatieve tijdschaal geeft, en magnetostratigrafie ons maar twee antwoorden kan geven, normale of tegengestelde polariteit?&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>JesperAllaer</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Geologie&amp;diff=2403</id>
		<title>Geologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Geologie&amp;diff=2403"/>
		<updated>2021-01-26T09:38:48Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;JesperAllaer: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Geologie van Prof. Robert Speijer is een verplicht vak in het eerste semester van het eerste jaar voor chemie en binnen de minor verbreding voor Biochemie.&lt;br /&gt;
Examen is mondeling. Er is ook een deeltje examen over het practicum (steentjes). Hiervoor mag je je practicumhandleiding gebruiken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 januari 2021===&lt;br /&gt;
#Verklaar dat de platentektoniek aan de basis ligt van allerhande processen en fenomenen. De argumenten van Wegener moeten hier NIET uigelegd worden.&lt;br /&gt;
#In Aken en Keulen wordt bruinkool ontgonnen (tekening van doorsnede grond waarbij aquifer doorsneden wordt door mijn)&lt;br /&gt;
#*a)Wanneer is het Neogeen?&lt;br /&gt;
#*b)Wat is bruinkool en hoe wordt het gevormd?&lt;br /&gt;
#*c)Wat voor gevolgen heeft de ontginning van bruinkool voor de maatschappij en voor het milieu?&lt;br /&gt;
#*d)Wat zijn de gevolgen hier (in Keulen/Aken) als men door de freatische grondtafel heeft geboord? We gaan ervan uit dat er geen hangende watertafel onder de freatische watertafel ligt.&lt;br /&gt;
#*e)Wat is het verschil tussen een freatische watertafel en een hangende watertafel? Toon met een tekening.&lt;br /&gt;
#Diamant en grafiet&lt;br /&gt;
#*a)Wat zijn de overeenkomsten en verschillen tussen diamant en grafiet?&lt;br /&gt;
#*b)Door welke factoren worden deze bepaald en hoe vindt men deze vormingsfactoren?&lt;br /&gt;
#*c)In welke gesteenten vindt men vooral diamant?&lt;br /&gt;
#*d)In welk ander gesteente vindt men ook diamant door secundaire toevoer? Hoe komt deze tot stand?&lt;br /&gt;
#Hele uitleg over PETM&lt;br /&gt;
#*a)Hoe komt een broeikastijdvak tot stand?&lt;br /&gt;
#*b)Wat is silicaatverwering en wat is de rol daarvan in vroegere klimaten en wat is de rol daarvan nu?&lt;br /&gt;
#*c)De aarde heeft vroeger warmere periodes gekend? Waarom is het dan dat deze periodes toch niet zo goed zijn voor de mens, leg aan de hand van de polaire ijskappen en gletsjers.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===29 januari 2019 VM===&lt;br /&gt;
#Op aarde kunnen we BIF (banded iron formations) en stromatolieten vinden uit de tijd van het Proterozoïcum. &lt;br /&gt;
#*a)Wanneer was het Proterozoïcum en welk tijdvak kwam hiervoor en welk hierna? &lt;br /&gt;
#*b)Wat zijn stromatolieten en BIF en wat zeggen deze over de ontwikkeling van de aarde en het leven. &lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a)Waaruit is silex opgebouwd en hoe wordt het gevormd? &lt;br /&gt;
#*b)Hoe komt het dat er afgeronde keien silex te vinden zijn aan de basis van een zandafzetting gevormd in het Cenozoïcum? Uit welk gesteenten zijn deze silexen afkomstig voordat het afgeronde keien waren? &lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a)Een gebergte gevormd tijdens subductie zal onder zijn eigen gewicht inzakken, hoe komt dit? &lt;br /&gt;
#*b)Hoe komt het dat een gesteente gevormd op grote diepte in dit gebergte (bv groter dan 30 km) uiteindelijk toch terug aan het oppervlak terecht komt? &lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a)Wat zijn turbidieten? Waar komen ze voor? Hoe worden ze gevormd? Welke typische structuur hebben ze? &lt;br /&gt;
#*b)Beschouw een afzetten gevormd uit afwisselend een laag klei en een laag kwarts. Wanneer deze sedimenten orogenese ondergaan en er intermediaire metamorfose plaatsvindt wat zal er dan met ze gebeuren?  &lt;br /&gt;
===28 januari 2019===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) hoeveel bedraagt de gemiddelde geothermische gradiënt van de continentale korst en hoe warm was het dan in een voormalige limburgse mijnschacht op diept van 1000m&lt;br /&gt;
#*b) leg uit waarom water in een begrensde aquifer op die diepte vaak niet als drinkwater te gebruiken is en van welke factoren dit afhangt&lt;br /&gt;
#*C) leg uit waarom de geothermische gradiënt van de korst veel steiler (sterker) is dan die van de mantel&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) welke observaties in de oceaan hebben geleid tot de theorie van hotspots&lt;br /&gt;
#*b) wat veroorzaakt hotspots en wat is relatie met het model van platentektoniek&lt;br /&gt;
#*c) meeste hotspot vulkanen hebben voornamelijk magma met mafische samenstelling, de hotspot onder yellowstone park levert echter ook grote hoeveelheden felsische en intermediaire magma, hoe verklaar je dit verschil&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) door welke processen wordt schuine gelaagdheid veroorzaakt en in welk sedimentair afzettingsmilieu kan schuine gelaagdheid worden waargenomen&lt;br /&gt;
#*b) schets de manier hoe dat schuine gelaagdheid gevormd word en geef erbij uitleg&lt;br /&gt;
#*c) welke informatie kan men afleiden uit opeenvolgende schuine gelaagdheden die in verschillende richting hellen&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) magnesiet (formule gegeven) en sideriet vormen een vaste oplossing, magnesiet en calciet vormen geen vaste oplossing, verklaar dit verschil en verklaar ook dat dolomiet (formule gegeven) wel samen kan voorkomen met calciet&lt;br /&gt;
#*b) geeft een beknopte maar kenmerkende karakterisering voor 2 verschillende mariene afzetting milieus waarbij calciet en/of aragoniet belagrijke sedimentaire bestanddelen zijn&lt;br /&gt;
#*c) calciet wordt tijdens diagenese van carbonaten soms omgezet naar dolomiet, waardoor wordt dit proces vooral gestuurd&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 januari 2019 ===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Hoe worden zinklagen in bvb Florida gevormd&lt;br /&gt;
#*b) Hoe helpen zinkgaten bij de zoutwinning in bvb Nederland&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) In welke gesteenten zitten ketensilicaten zoals pyroxenen en amfibiolen&lt;br /&gt;
#*b) Geef mvb tekening het verschil tussen pyroxenen en amfibiolen&lt;br /&gt;
#*c) Wat is de verhouding van de O-atomen tov de Si-atomen in zowel pyroxenen als amfibiolen&lt;br /&gt;
#*d) Hoe verschillen deze ketensilicaten met veldspaat (Optische verschillen, niet chemisch)&lt;br /&gt;
# Een hele uitleg over visbeenderen (platte spiraalvormige fossielen) in het Jura. Ook iets over schalies&lt;br /&gt;
#*a Welk tijdperk voor en na het Jura, geef aan in # miljoen jaar in welke periode het Jura zich bevondt&lt;br /&gt;
#*b) Welke gesteenten zijn Schalies en tot welke groep fossielen behoren de visbeenderen&lt;br /&gt;
#*c) Hoe komt het dat de beenderen in tact zijn gebleven in de zee, welk milieu heerst er in de zee hiervoor&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Welk proces ondergaan gesteenten in bergketens in lage hoogte,  en welke processen ondergaan gesteenten die hoger gelegen zijn&lt;br /&gt;
#*b) Wat is de lithosfeer en waarom is de vervorming elastisch. Welke eenheid ligt er onder deze lithosfeer.&lt;br /&gt;
#*c) Waarin verschilt de lithosfeer met de onderliggende eenheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
#   Over de zoutlagen (evaporieten) uit het Perm in het Noorden van Nederland, Duitsland en Polen&lt;br /&gt;
#*a) Wanneer waren het Perm en Carboon? (in Ma)&lt;br /&gt;
#*b) Welke mineralen komen er hoofdzakelijk voor in zo&#039;n zoutlagen? Geef de naam en de chemische formule&lt;br /&gt;
#*c) Geef de reden(en) waarom er nauwelijks afzettingen uit het Perm in België terug te vinden zijn, terwijl er wel talrijke afzettingen uit het Carboon te vinden zijn. Wat is de relatie met de Variscische gebergtevorming?&lt;br /&gt;
#*d) Waarom is zo&#039;n zoutlaag eventueel geschikt voor de opslag van radioactief afval?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Leg uit waarom er wisselende seizoenen zijn op aarde&lt;br /&gt;
#*b) Onder welke condities, volgens de theorie van Milankovic, kon de Noordelijke ijskap stapsgewijs groeien? Bespreek de relevante parameters, je kan schetsen gebruiken om je antwoord te verduidelijken &lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Leg uit wat de geothermische gradiënt (geotherm) is. Geef de waarde(n) voor de geotherm van continentale korst en ook de warmte-uitstroom (heat flow) van continentale korst.&lt;br /&gt;
#*b) Verklaar waarom de geotherm van oceanische korst meer variabel is dan die van de continentale korst, verklaar ook het verschil in de heat flow die niet overal hetzelfde is bij oceanische korst&lt;br /&gt;
#*c) Leg uit hoe de geotherm in de ondiepe ondergrond varieert in functie van kortere en langere temperatuurcycli (dag/nacht, winter/zomer, glaciaal/interglaciaal)&lt;br /&gt;
#*d) Geef op basis van het vorige antwoord voor het volgende een verklaring: op hoge breedtegraden (bv. Canada) is het gesteente (of de bodem) op enkele honderden meters diepte bevroren, toch is de gemiddelde jaartemperatuur ruim boven 0°C&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Geef een definitie voor metamorfose, inclusief de reden waarom metamorfose plaatsvindt&lt;br /&gt;
#*b) Wat zijn de verschillen en overeenkomsten tussen contactmetamorfose en schokmetamorfose?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 31 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
#vraag 1:&lt;br /&gt;
#*a) Zure regen tast kalksteen aan. Geef de reactievergelijking en leg uit waarom kalksteen hierdoor sneller verweerd.&lt;br /&gt;
#*b) Verwering van pyriet, reactieproducten en nettoreactievergelijking geven. &lt;br /&gt;
#*c) Uitleggen hoe en in welke omgeving het nieuw gevormde mineraal in a op natuurlijke wijze wordt gevormd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 2:&lt;br /&gt;
#*a) Apollo missies naar maan. Wat heeft onderzoek van deze gesteenten geleerd over de vormingsgeschiedenis van de aarde?&lt;br /&gt;
#*b) Wat kan je afleiden over de evolutie van het zonnestelsel op basis van voorkomen ijzermeteorieten van 4,5 Ga?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 3:&lt;br /&gt;
#*a) Wanneer was het einde van het laatste glaciaal en welk tijdvak komt na dit glaciaal?&lt;br /&gt;
#*b) Hoe kan men uit de chemische samenstelling van kalkschalen van benthische foraminiferen afleiden dat de zeespiegel is gedaald in het laatste glaciaal?&lt;br /&gt;
#*c) Welke andere manier is er om te bepalen dat de zeespiegel wereldwijd steeg? Voor de periode vanaf het einde laatste glaciaal en deglaciatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 4: &lt;br /&gt;
#*Verbanden tussen de vorming van het Massief van Brabant, geschiedenis van Avalonia, ontstaan vulkaankraterpijp van Quenast, vorming van koraalriffen in de Ardennen. En dit ook plaatsen in het geologische tijdskader.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
#vraag 1:&lt;br /&gt;
#*a) Geef de processen en reacties die zorgen voor de vorming van zinkgaten&lt;br /&gt;
#*b) Zinkgaten kunnen ook ontstaan door zoutwinning verklaar&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 2:&lt;br /&gt;
#*a) wat is een caldera en hoe worden ze gevormd?&lt;br /&gt;
#*b) waarom is het extra gevaarlijk als een caldera zich vormt op een eiland?&lt;br /&gt;
#*c) Wat is de relatie met het soort magma en de vorming van een caldera?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 3:&lt;br /&gt;
#*a) Vlaanderen: aquifer op 700 meter diepte die parallel loopt met het aardoppervlak + met een aquitard boven + geen drinkbaar water, Chaudfontaine: syncline waarbij het water tot op 1600 meter diepte gaat met wel drinkbaar water. Teken beide.&lt;br /&gt;
#*b) Wat is de geotherm?&lt;br /&gt;
#*c) Bereken de temperatuur op de gegeven dieptes&lt;br /&gt;
#*d) verklaar het verschil in drinkbaarheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 4:&lt;br /&gt;
#*a) geef alle processen die in de diepere lagen van een gebergte plaatsvinden en geef het verschil met wat er gebeurt in de hogere lagen&lt;br /&gt;
#*b) wat is de lithosfeer?&lt;br /&gt;
#*c) de lithosfeer vervormt in zijn geheel elastisch. leg uit en geef een goed voorbeeld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== XX augustus 2016 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 1&lt;br /&gt;
#*a) Wat is een caldera en hoe worden ze gevormd&lt;br /&gt;
#*b) Waarom is het extra gevaarlijk wanneer een caldera gevormd wordt op een eiland dan op het continent&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 2&lt;br /&gt;
#*a) Wat is bauxiet&lt;br /&gt;
#*b) Hoe wordt een bauxietbodem gevormd&lt;br /&gt;
#*c) waarvoor wordt een bauxietbodem gebruikt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 3&lt;br /&gt;
iets met krijt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18januari 2016 VM ===&lt;br /&gt;
#Vraag 1&lt;br /&gt;
#*a) Waarom kan de koolstof 14-methode niet gebruikt worden voor het dateren van de botten van de dinoâ€™s?&lt;br /&gt;
#*b) Met welke methode kan dit wel gedateerd worden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Vraag 2&lt;br /&gt;
#*a) Wat bedoelt men met isostatisch evenwicht?&lt;br /&gt;
#*b) Maak een tekening van een gletsjer met de continentale korst, de mantel. Maak zo de inwendige structuur van de continentale korst duidelijk en de mantel. De dikte van de gletsjer in het centrum is 3 km. Welke veranderingen gebeuren er?&lt;br /&gt;
#*c) Wat is de dichtheid van de continentale korst en de mantel en waaruit bestaat het. Bereken hoe diep de ijsblok in de korst zit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Vraag 3&lt;br /&gt;
#*a) Een laag van anhydriet, gips en afzettingen van zoutlagen van haliet. (zoiets ) Geef de chemische formule&lt;br /&gt;
#*b) Hoe worden deze samen gevormd, wat is het verband?&lt;br /&gt;
#*c) Hoe geeft dit informatie over het paleoklimaat?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Vraag 4&lt;br /&gt;
#*a) Wat waren Wegners argumenten van continentendrift. Het geheel is nu aanvaard als platentektoniek. Waar ligt zijn fout?&lt;br /&gt;
#*b) Op basis van welke onderzoeken/ontdekkingen werd deze theorie aanvaard?&lt;br /&gt;
#*c) Is elke continentrand een plaatrand?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 januari 2016 NM ===&lt;br /&gt;
#vraag 1&lt;br /&gt;
#*A Metamorfose van kleicarbonaten en verwering van silcaatcarbonaten uitleggen met chemische formules (bij kleicarbonaten niet da van carbonaten geven ma dus ook iets van klei geen idee wat)&lt;br /&gt;
#*B Over het krijt : de invloed van MOR op het klimaat en de zeespiegel&lt;br /&gt;
#vraag 2&lt;br /&gt;
#*A Teken een afpompingskegel van een freatische aquifer en hoe deze een waterput die dichtbij ligt kan droogleggen&lt;br /&gt;
#*B ...&lt;br /&gt;
#*C Het water van een begrensde aquifer kan vaak niet meer gebruikt worden omdat 1g/L opgeloste stoffen aanwezig zijn, welke dingen beïnvloeden dit (dus over die opgeloste stoffen gaat het: soort gesteente, vervuiling, temperatuur [versneld verzouting] dieper = zouter [zeg ook waarom] )&lt;br /&gt;
#vraag 3: ...&lt;br /&gt;
#vraag 4&lt;br /&gt;
#*A In welk tijdvak en wanneer begon de Varisciden orogenese vorming (in België)?&lt;br /&gt;
#*B aan welk gebergtevorming kunnen we dit zien in België?&lt;br /&gt;
#*C Hoe weten we dat België toen in een tropisch klimaat lag?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 januari 2016===&lt;br /&gt;
#*Teken een hoekdiscordantie&lt;br /&gt;
#* Hoe wordt dit gevormd?&lt;br /&gt;
#*Aan het Massief van Brabant vinden we ganggesteenten en vulkanische gesteenten terug. Wat is het verband tussen gebergtevorming (aan het Massief van Brabant) en vulkanisme?&lt;br /&gt;
#*Wanneer vond dit plaats + jaartal&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#*Wat zegt een krijtlaag ons over het afzettingsmilieu?&lt;br /&gt;
#*Waarom bestaat een krijtlaag vaak uit vuurstenen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#*Waarom kan geothermie wel plaatsvinden aan een slenk maar niet aan het het Massief van Brabant?&lt;br /&gt;
#*Wat is de oorzaak van geothermie?&lt;br /&gt;
#*Soms ontstaan er problemen door geothermie. Er is bv. een dorp waarbij een laag met anhydriet in contact kwam met het grondwater waardoor schade ontstond. Leg uit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#*Wat vertellen maangesteenten ons over de ontstaansgeschiedenis van de aarde?&lt;br /&gt;
#*Wat vertelt een ijzermeteoriet van 4.5 Ga ons over het ontstaan van het zonnestelsel?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 januari 2015===&lt;br /&gt;
#Ontdekingen na wegner&#039;s dood die zijn hypothese bewezen. Moderne technieken die dit bevestigen. Wat is een continentrand en hoe komt het dat sommige naast een plaatrand liggen en andere niet.&lt;br /&gt;
#Welk soort breuken komen samen voor met geplooide lagen? Doorsnede tekenen. Welk soort laag wordt in Vlaanderen onderzocht voor de berging van nucleair afval. Wat is de invloed van een actieve of een inactieve breuk op de bergingscapaciteit?&lt;br /&gt;
#Hoe oud is de aarde en hoe weten we dit? Bespreek de vorming van de aarde tijdens het Hadeaan en Archeaan en het verband tussen stuctuur en mineralogie. Bijvraag: Wat zit er in een meteoriet.&lt;br /&gt;
#Voor welk tijdsinterval worden ijkernen gebruikt? Wat is de meerwaarde boven sedimenten? 34 Ma geleden begon de glaciatie op Antarctica. Hoe kunnen sedimenten ons er iets over vertellen. Hoe komt het dat de glaciatie net dan begon?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2015===&lt;br /&gt;
#onstaan van de aarde, hoe oud en hoe is dit bepaald + geef structuur binnenkant van de aarde chemisch, mineralogisch,..&lt;br /&gt;
#lithostratigrafie: waarom gesteentelagen geen goede tijdsbetekenis geven altijd en dat bij biostratigrafie wel kan&lt;br /&gt;
#grondwater: bron van chaudfontaine (syncline wordt gegeven + tekenen) + uitleg geotherm en gemiddelde waarde voor korst geven&lt;br /&gt;
#wetenschappelijke methode: zeggen wat het is + geologisch vb naar keuze&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 JAN 2014 NM===&lt;br /&gt;
#Magnetische ompolingen en platentektoniek&lt;br /&gt;
# Hoe seizoenen werken en Milankovic theorie&lt;br /&gt;
# Verschil tussen diaklazen en breuken, hoe ze ontstaan en hoe je een diaklaze en een gelaagdheid kunt onderscheiden&lt;br /&gt;
# Algemene structuur bladsilicaent, afleiden wat de formule is voor de Si-laag en waarom havenslib behandeld moet worden als chemisch afval&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2014 NM===&lt;br /&gt;
#kalksteen in de grond: welke maatschappelijke problemen kunnen er zijn?&lt;br /&gt;
#*geef alle chemische reacties die mee doen/leg ze uit in het systeem&lt;br /&gt;
#*hoe worden druipstenen gevormd?&lt;br /&gt;
#diachroon en sedimentaire facies en het verband? (plus schets)&lt;br /&gt;
#veldspaten: orthoklaas naar albiet en albiet naar anorthiet, maar ge kunt niet van orthoklaas naar anorthiet: hoe komt dit, en wat heeft vaste oplossing hiermee te maken? wat is arkose?&lt;br /&gt;
#roodverschuiving uitleggen, hou oud is de aarde? het heelal? en leg uit hou we ouderdom aarde kunnen meten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 JAN 2014===&lt;br /&gt;
#Wat zijn evaporieten en in welke omstandigheden worden ze gevormd? Welke structuren worden er gevormd? Geef redenen om radioactief afval in evaporieten op te slaan en ook waarom het niet zo een goed idee is ?&lt;br /&gt;
#Welke observaties heeft men gedaan om hotspots te onderzoeken? VS heeft een zuur vulkanische, waarom?&lt;br /&gt;
#Geef de geologische tijdschaal van fanerozoÃ¯cum + ouderdommen. Geef de 3 belangrijkste ijstijdvakken en in welk ijstijdvak heeft Wegener aanwijzingen gevonden voor zijn theorie en welke zijn dat?&lt;br /&gt;
#Wat zijn de fundamentele eigenschappen van een begrensde aquifer? Wat zijn de redenen voor problematische concentratie aan opgeloste stoffen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 JAN 2014 VM=== &lt;br /&gt;
#  Verklaar : meteoor, meteoriet, asteroÃ¯de, komeet. Wat is het verschil tussen komeet en meteoorgroep? Waarom zijn er geen inslagen op de zeebodem?&lt;br /&gt;
# Wegener:  wat is zijn theorie en geef zijn bewijzen. In de jaren 50 kwamen er nieuwe technieken om dit nu echt te bewijzen, welke?&lt;br /&gt;
# Alles over quaternair. Hoe kunnen we met kalksedimenten het klimaat bepalen? Waarmee moeten we oppassen als we kalkskeletten gebruiken? Welke zijn de grote invloeden op de euraziatische zeespiegel? Waarom krijgen we hier een beter beeld van de klimaten dan met landafzetting?&lt;br /&gt;
# Kristallisatie van mineralen uit stollingsgesteenten, wat is het verband met deze kristallisatie en verwering (of erosie?)&lt;br /&gt;
# practicum (4p) en ze helpt u als ge hem fout heb (dan krijgt ge nog de helft van de punten). Soms krijgt ge er 2 maar van dezelfde plaats van de  excursie en ze stelt een klein theorievraagje. Voorbereiden mag met excursiebundel, nota&#039;s, slides en handleiding maar vanaf da je begint uit te leggen mag je niks meer gebruiken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 JAN 2014===&lt;br /&gt;
#Bauxiet, alles wat je erover weet.&lt;br /&gt;
#Hoe fosielen hebben kunnen helpen bij de kartering van de statigrafie.&lt;br /&gt;
#MOR van bovenaf tekenen en alle eigenschappen geven van de MOR + laterale beweging in MOR (scheuren ipv breuken).&lt;br /&gt;
#Bespreek porositeit van een grondlaag en hoe kan het dat een bron recht omhoog kan spuiten?&lt;br /&gt;
#Practicum: stenen!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* hoe wordt bauxiet gevormd&lt;br /&gt;
#*in welk klimaat?&lt;br /&gt;
#* uit welke mineralen bestaat het&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* duid aan op een tekening hoe je uit paleomagnetische gegevens van fossiel de lokatie kan bepalen&lt;br /&gt;
#* wat is polar wandering curve&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* hoe kan je met zuurstofisotopen in sedimenten ijstijd aantonen&lt;br /&gt;
#* hoe verklaar je het bestaan van ijstijdvak en broeikastijdvak&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* toekomst van gas-clathraten als energiedelfstof&lt;br /&gt;
#* situeer gas-clathraten in Mc-Kelvey diagram&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek hoe de kenmerken van de aarde die noodzakelijk zijn voor het leven speciefiek zijn voor de aarde: atmosfeerdruk en -samenstelling, magneetveld, temperatuur en temperatuursschommelingen&lt;br /&gt;
# Vlakken 222, 333 en 003 in een xyz-assenstelsel plaatsen zodanig dat de afgesneden stukken abc van de eenheidscel verschillend zijn.&lt;br /&gt;
# Hoe komt het dat zanden zelden isotroop zijn (meestal heterogeen zijn)? Welk soort mineraal is glauconiet? Welke kationen zitten erin?&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen een actieve en passieve plaatrand? Teken de doorsneden van elk en duidt dieptes en gesteenten aan. Hoe oud zijn de oceanen?&lt;br /&gt;
# practicumoefening: concentratieberekening&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# bespreek de relatie tussen het ontstaan van de aarde en de dingen die gekoppeld zijn aan leven (atmosfeer, magneetveld...)&lt;br /&gt;
# teken een xyz-assenstelsel en zet vlakken uit bv 1,1,1 die gegeven zijn in millerindices&lt;br /&gt;
# bespreek een vaste oplossing&lt;br /&gt;
# Hoe komt het dat een blauwschist en een hoornfells samen voorkomen, parralel in een gebergte, betrek hierbij subductie enz&lt;br /&gt;
# teken in da diagramma van die reserves waar teerzanden zich nu bevinden en waar ze zicht 20 jaar geleden bevonden&lt;br /&gt;
# welke voorwaarde zijn er in het verlede nodig geweest om nu olie op een welbepaalde plaats te vinden&lt;br /&gt;
# bij het practicum gedeelte een piper diagram invullen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# geef aanwijzingen waarom het vroeger kouder is geweest en b) hoe kunt ge met enkele van die aanwijzingen verklaren dat er afwisseling was met broeikastijden en niet gewoon een doorlopend ijstijdvlak&lt;br /&gt;
# mineralogie: bespreek waarom plagioklaas gezoneerd en ongezoneerd voorkomt, das met die tabel met verhoudingen&lt;br /&gt;
# laat zien hoe je weet naar welke kant het water gaat onder het waterspanningsvlak b) geef verschillende manieren om energie te winnen met grondwater&lt;br /&gt;
# de vraag over paleomagnetisme hoe ze daarmee over de oceaanvorming geleerd hebben&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe de Moho-discontinuÃ¯teit gevormd wordt bij de vorming van nieuwe oceaanbodem aan de MOR.&lt;br /&gt;
# Wat is de asthenosfeer?&lt;br /&gt;
# Waarom gaat pyriet makkelijk verweren? Welke verweringsproducten worden gevormd? Welk mineraal gaat men bekomen bij verwering van pyriet in kalkstenen?&lt;br /&gt;
# Welke soort plagioklaas zit er in graniet? Welke in gabbro?&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe men het probleem opgelost heeft dat men aan fossielen enkel relatieve ouderdommen kan koppelen. &lt;br /&gt;
# Geef aan dat je begrijpt waarom calibratie met dendrochronologie belangrijk is bij de koolstof 14-dateringsmeththode.&lt;br /&gt;
# Geef een samenvatting van de argumenten van de optimisten en de pessimisten over de eindigheid van de olievoorraden. (aka vat de argumenten van de 2 scholen samen)&lt;br /&gt;
# Welke geologische processen zijn nodig om anthraciet te kunnen vormen (aka in welk gebied ongeveer vinden we steenkool?)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 JAN 2010 VM===&lt;br /&gt;
#Hoe heeft het paleomagnetisme geholpen om het huidige model van de M.O.R. op te stellen.&lt;br /&gt;
#Is het klimaat in het verleden stabiel of variabel geweest? Geef oorzaken + tijdsgebieden.&lt;br /&gt;
#Waar moet men monitoringputten plaatsen in de buurt van stortplaatsen, zodat men polluenten kan ontdekken. Is de diepte van belang?&lt;br /&gt;
#Hoe wordt een zandsteen gevormd? Op welke diepte, en invloed van grondwater.&lt;br /&gt;
#Vraagje over zelfstudieopdracht: oorsprong van biomerkers en waarom moeten deze verklaard worden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 JAN 2010 NM===&lt;br /&gt;
#Hoe kwam de formule van Bragg tot stand? En hoe kan je hier mee bepalen welk mineraal je hebt?&lt;br /&gt;
#We steken kubusjes van gelijke grootte (bv. 1 cmÂ³) van kwartsiet en marmer in een cilindrische buis en laten deze ronddraaien, simuleren we dan verwering? welk van de twee gaat het meest verweerd worden?&lt;br /&gt;
#Hoe ga je van slib naar een schiefer? leg zo duidelijk mogelijk uit. Vanaf welke diepte heb je een schiefer met schieferige splijting?&lt;br /&gt;
#Paleopolen: leg uit hoe je aan de hand van paleopolen continentendrift en platentektoniek kunt verklaren. Maak ook een schets. Zeg ook welke dingen gemeten worden om het paleopool te bepalen en hoe dat dan bepaald wordt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 JAN 2010 VM===&lt;br /&gt;
#Vergelijk samenstelling van Aarde, maan, Mercurius, Jupiter, een planeet rond de eerste sterren, de aardkorts en -kern.&lt;br /&gt;
#Hoe gedragen gesteenten zich bij verschillende drukregimes? Wat zijn dekbladen? Bij welke tektonische activiteit vind je deze? (+schema)&lt;br /&gt;
#Waarom vindt men ook batholieten bij subductie? (schema&#039;s, grafiek van verandering smelttemperatuur)&lt;br /&gt;
#Hoe heeft paleomagnetisme geholpen bij het begrijpen van systeem van M.O.R.?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 JAN 2010===&lt;br /&gt;
#Bespreek roodverschuiving in het heelal. Kan dit dienen om een ouderdom te bepalen van het heelal?&lt;br /&gt;
#Bespreek de in de les besproken analogie tussen een watertoren en een spanningswaterlaag. Hoe komt het dat er in de afpompingsput maar een klein volume water zal zitten, terwijl de gehel spanningswaterlaag verzadigd is ? Kan er overproductie optreden van een spanningswaterlaag?&lt;br /&gt;
#Hoe ga je van slib naar een schiefer? Leg zo duidelijk mogelijk uit. Vanaf welke diepte heb je een schiefer met schieferige splijting?&lt;br /&gt;
#Beargumenteer het bestaan van subductiezones&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===AUG 2009===&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#*Bewijs dat een silicium in de tetraederlaag kan verbonden worden met een magnesium in een octaederlaag met zuurstof en hydroxylgroepen ertussen.&lt;br /&gt;
#* Waarin verschillen de verschillende kleimineraalspecies? Geef de verschillende met een voorbeeld&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#* Als we kubusjes van gelijke grootte van marmer en kwartsiet in een cilindrische buis laten afslijten, welke blijft dan het langst over en waarom?&lt;br /&gt;
#* Leg uit waarom bij een fyllade een druksplijting dwars op de gelaagdheid kan staan en waarom deze zo perfect is in vergelijking met een schieferige splijting.&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#* Hoe kan magnetisme zodanig opgeslaan worden in een sedimentsgesteente dat we het &#039;remanent&#039; mogen noemen?&lt;br /&gt;
#* Hoe kunnen we aan de hand van het paleomagnetisme de vroegere positie van een continent bepalen?&lt;br /&gt;
# betekent een boringskegel hetzelfde bij een freatische waterlaag en een artesische waterlaag? leg uit.&lt;br /&gt;
# Hoe komt het dat er bij de stratigrafie zo vaak gewerkt word met fosielen en paleomagnetisme terwijl de biostratigrafie ons een relatieve tijdschaal geeft, en magnetostratigrafie ons maar twee antwoorden kan geven, normale of tegengestelde polariteit?&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>JesperAllaer</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Analytische_Basistechnieken&amp;diff=2318</id>
		<title>Analytische Basistechnieken</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Analytische_Basistechnieken&amp;diff=2318"/>
		<updated>2021-01-13T21:15:45Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;JesperAllaer: /* 11 januari 2021 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Analytische basistechnieken is verplicht voor de chemici. Het werd gedoceerd door prof Hendrickx. Meestal beperkte hij zich tot het aflezen van zijn slides, hier en daar gaf hij extra informatie, die op het examen gevraagd kon worden. Sinds academiejaar 2017-2018 wordt dit vak gedoceerd door twee nieuwe proffen, De Gendt &amp;amp; Delabie. Ook zij beperken zich tot het aflezen van slides.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 januari 2021===&lt;br /&gt;
#Deel 1 Stefan De Gendt&lt;br /&gt;
#*Geef de verschillende scheidingsmethoden en leg kort uit&lt;br /&gt;
#*Leg termen verdelingscoëfficiënt, selectiviteitsfactor en plaathoogte uit en geef daarbij de Van Deemtervergelijking&lt;br /&gt;
#*Geef de wet van Beer en leg kort uit&lt;br /&gt;
#*De wet van Beer heeft zijn beperkingen, geef die limieten en leg uit&lt;br /&gt;
#*Termen op fluorescentie grafiek geven&lt;br /&gt;
#Deel 2 Annelies Delabie&lt;br /&gt;
#*Geef het verloop van de argentometrische titratie weer via de systematische methode&lt;br /&gt;
#*Geef de titraties van de verschillende halides met argentometrie&lt;br /&gt;
#*Er zijn verschillende indicatoren voor argentometrie. Geef 1 ervan en leg uit&lt;br /&gt;
#Deel 3 Oefeningen&lt;br /&gt;
#*Co-precipitatie van cl-ionen worden gemeten in een BaCl2 met H2SO4 reactie. Een tweede meting wordt gedaan met extra NaCl toegevoegd. Mag de tweede meting worden beschouwd als het eerste? Stel een nulhypothese op en een alternatieve hypothese (t-test). Bereken de werkelijke massa van BaSO4 zonder co-precipitatie en bereken de massaprocent van het gemiddelde cl- ionen in de neerslag&lt;br /&gt;
#*pH berekenen van 1.0M HCl met 0.8M Na2C2O4 via systematische methode&lt;br /&gt;
#*Hoeveel Ag2NO3 kan je toevoegen zodat AgCl en Ag2C2O4 niet neerslaat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2020===&lt;br /&gt;
#De verschillende scheidingsmethode en leg de deemstervergelijking uit.&lt;br /&gt;
#Mondelinge vragen van SDG:&lt;br /&gt;
#*Wat is amu.&lt;br /&gt;
#*Verschil tussen gecalibreerd glaswerk: to contain en to deliver uitleggen. &lt;br /&gt;
#*Wat zijn de mogelijke manieren van systematische fouten&lt;br /&gt;
#*Een tekening van de energiebanden bij fluorescentie, geef uitleg hierover.&lt;br /&gt;
#*Thermische geleidbaarheidsdetector&lt;br /&gt;
#*Detectielimiet&lt;br /&gt;
#Bespreek de titratiecurves bij argentometrie.&lt;br /&gt;
#*Geef via systematische methode een formule voor het berekenen van de grafiek.&lt;br /&gt;
#*Leg de invloed van de ksp en een verdunning uit.&lt;br /&gt;
#oef 1: &lt;br /&gt;
#*Berekenen van de pH van 0.6 M NaCN via systematische methode&lt;br /&gt;
#*Hoeveel HCl (3.0 M) moet je toevoegen aan 100.00 ml 0.5 NaCN om pH 9.08 te komen.&lt;br /&gt;
#*Na toevoegen van AgNO3: laat zien dat door complexatie AgOH en AgCN niet neerslaan.&lt;br /&gt;
#oef 2:&lt;br /&gt;
#*Een reactie van een standaardisatie, bereken de concentratie en fout erop.&lt;br /&gt;
#*Tabel met gegevens van 2 stalen, nulhypothese en geef op het 95% betrouwbaarheidsniveau een conclusie van 2 stalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2019===&lt;br /&gt;
#Bespreek de verschillende analytische scheidingstechnieken en chromatografische scheiding specifiek.&lt;br /&gt;
#*Werking chromatografische scheiding&lt;br /&gt;
#*verdelingscoeff, selectiviteitsfactor, plaathoogte&lt;br /&gt;
#*deemstervergelijking&lt;br /&gt;
#bespreek in detail de titratiecurven van H2A (diprotisch zuur deeltje). Geef hoe je op elk van deze punten de pH kunt berekenen. &lt;br /&gt;
#oef 1: bereken de pH van HBr en HNO2, Hierbij word KOH gedaan bereken nu de pH, in de eerste oplossing bereken de oplosbaarheid van PbBr2&lt;br /&gt;
#oef 2: puur Zn reageerd met Hcl en vormt H2. zoek het massapercentage, bereken het betrouwbaarheidsinterval voor 95%, hoeveel metingen zijn er nodig voor een O,3 betrouwbaarheidsinterval op 99%&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 september 2018===&lt;br /&gt;
#Beschrijf alle scheidingstechnieken en chromatografie uitgebreid uitleggen met termen selectiviteitsfactor en Deemtervergelijking&lt;br /&gt;
#Leid de formule af om de pH van een amfiprotische verbinding te bepalen&lt;br /&gt;
#Oefening met pH van kaliumoxalaatoplossing berekenen, na toevoeging van KOH en na toevoeging van HBr&lt;br /&gt;
#Oefening met statistische interpretatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2018 (prof. De Gendt &amp;amp; Delabie)===&lt;br /&gt;
#Beschrijf alle analytische scheidingstechnieken en Van Deemtervergelijking uitleggen&lt;br /&gt;
#Deeltjesgrootte binnen de gravimetrie en hoe we deze kunnen beïnvloeden&lt;br /&gt;
#(1) pH van een oplossing Na2CO3 via de systematische methode (reactievergelijkingen, massa- en ladingsbalansen) en (2) pH van een Na2CO3 oplossing na toevoegen van HCl via methode naar keuze&lt;br /&gt;
#(1) bepaling van massapercentage NH4Cl in een 0,5g sample (dmv een terugtitratie) en (2) gemiddelde, standaarddeviatie en betrouwbaarheidsinterval bepalen uit data van 8 metingen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Augustus 2017===&lt;br /&gt;
# Titratie van NaCl met AgNO3 met de vorderingsgraad. Ook de afleiding van ladingsbalans&lt;br /&gt;
# 3 methodes voor bepalen van metaal en ligand verhouding, 1 van kiezen en uitleggen &lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid LiF iteratief uitwerken, rekening houden met ionische sterkte (oefeningen van in de les) &lt;br /&gt;
# Oefening ivm oplosbaarheid zilveroxalaat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2017 NM===&lt;br /&gt;
# Detectielimieten + formules, standaardadditie formules&lt;br /&gt;
# Alfa(1): definieren en formule van ph afhankelijkheid, titratiecurve voor zwak zuur en NaOH afleiden met vorderingsgraad&lt;br /&gt;
# Meest gebruikte vorm gaschromatografie?, 2 manieren voor kwalitatief onderzoek, 2 meest efficiënte manieren voor kwantitatief onderzoek, destructieve en niet destructieve detectoren uitleggen&lt;br /&gt;
# Oefening op buffer van triprotonisch zuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
# Ppm bewijzen bij gas, specifiek gewicht, temperatuursafhankelijkheid&lt;br /&gt;
# Afleiding van extractie, ionenchromatografie met supressorkolom en alternatieven&lt;br /&gt;
# sigmoidale en lineair segement, Gran plot&lt;br /&gt;
# oefening met oplosbaarheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2016 VM===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Wat bepaalt of we een colloïdale of kristallijnen neerslag krijgen wanneer we 2 reagentia samenvoegen? Wat ligt aan de basis van stabilisatie van een colloïdale neerslag? Hoe kunnen we deze neerslag toch filtreerbaar maken? Wat is het gevaar bij wassen van deze neerslag en hoe kan dit probleem opgelost worden?&lt;br /&gt;
#absorptiemeting&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen het absorptiespectrum bij atomaire absorptie en moleculaire absorptie? Wat zijn de praktische gevolgen voor metingen bij atomaire absorptie?&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen de spectra van moleculaire absorptie in gasfase of in oplossing? Welke methode van deze twee is het best bruikbaar voor kwalitatieve analyse?&lt;br /&gt;
#*Wet van Beer afleiden&lt;br /&gt;
#*Dit is een &#039;limiting law&#039;, verklaar.&lt;br /&gt;
#*Verklaar de invloed van strooilicht &lt;br /&gt;
#grafieken van in cursus fosforzuur/oxaalzuur/zwavelzuur&lt;br /&gt;
#*Welke curve hoort bij welk zuur?&lt;br /&gt;
#*Bespreek de equivalentiepunten (duidelijk voorkomen, afwezigheid van punten...)&lt;br /&gt;
#*Duid voor de curve van fosforzuur aan welke deeltjes in elk gebied belangrijk zijn voor de pH-bepaling (beging,vlak gebied (buffer), EP...)&lt;br /&gt;
#*Bereken voor de curve van fosforzuur de pH enkel met eenvoudige formules in de verschillende gebieden (start, midden vlak gebied, EP...)&lt;br /&gt;
Oefening&lt;br /&gt;
# Maak een buffer met een totaal volume van 1,00L en pH = 9,60 met 0,300 M Na2CO3 en 0,200 HCl. Ka1(H2CO3) = 4,45.10-7 en Ka2(H2CO3) = 4,69.10-11&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2016 NM ===&lt;br /&gt;
#titratie NaCl met AgNO3. leid formules die het verloop van de titratiecurves geven mbv vorderringsgraad. Hoe wordt deze formule gebruikt.&lt;br /&gt;
#Definiïer de plaathoogte en bespreek de fysische invloeden op de factoren die de plaathoogte beïnvloeden en geef de grafiek hiervan.&lt;br /&gt;
#Belangrijkste eigenschappen van activiteitscoëfficiënten en leid de molaire oplosbaarheid af van LiF met de activiteiten te beschouwen.&lt;br /&gt;
#titratie van HCL en H2SO3 met NaOH, geef de grafiek en bespreek welke deeltjes er te vinden zijn waar en bereken de pH na toevoeging van 37,5mL van NaOH door systematisch te werken en toon aan dat de vereenvoudigingen kloppen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2016 VM ===&lt;br /&gt;
#pH amfiprotisch deeltje&lt;br /&gt;
#ppm bij gassen en oplossingen, specifiek gewicht + temperatuursafhankelijk of niet&lt;br /&gt;
#3 methodes vr stoichiometrie van complex met absorbantie&lt;br /&gt;
#oefening: oplosbaarheid Ag2C2O4 in oplossing met pH=4, Ksp en Ka&#039;s gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 augustus voormiddag===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*wat bepaalt of we een colloïdale of kristellijnen neerslag krijgen wanneer we 2 reagentia samenvoegen?&lt;br /&gt;
#*wat ligt aan de basis van de stabilisatie van een colloïdale neerslag.&lt;br /&gt;
#*hoe kunnen we deze neerslag verbeteren zodat deze toch te filteren is.&lt;br /&gt;
#*wat gebeurd er als we zo een verbeterde neerslag wassen en hoe kan dit soms opgelost worden.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*leg uit wat aan de grondslag ligt van de scheiding van metaalkationen volgens de historische H2S methode.&lt;br /&gt;
#*Ka1 en Ka2 van H2S gegeven en dan uitleggen waarom de ene groter is dan de andere.&lt;br /&gt;
#*Grafiek uit de cursus van bij dit stukje en dan de helling van die rechte berekenen.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*wat is het meest voorkomende type gaschromatografie.&lt;br /&gt;
#*op welke 2 manieren kan aan kwalitatieve analyse gedaan worden met gaschromatografie.&lt;br /&gt;
#*kwantitatieve analyse met gaschromatografie: uitleggen van interne standaard en standaardadditie.&lt;br /&gt;
#*bondig bespreken van de destructieve en niet-destructieve detector gebruikt bij gaschromatografie die we gezien hebben in de les&lt;br /&gt;
#oefening waarbij ge de pH van een mengsel van 2 stoffen moet bepalen en daarna de oplosbaarheid van een andere stof bepalen die in dat mengsel gedaan wordt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2014 NM===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Omschrijf met woorden het concept standaardfout precies?&lt;br /&gt;
#* Beschrijft een gauss-curve perfect de verdeling van de meetresultaten in de analytische chemie? (uitleg)&lt;br /&gt;
#* Wat is het grote nut van s-pooled in de analytische chemie?&lt;br /&gt;
#* Wat is het verband tussen t (two tailed) en t (one tailed)? Leg uit m.b.v. Gauss-curves.&lt;br /&gt;
#* Indien een chemische analysemethode een normaaldistributie volgt die gekenmerkt wordt door een straalgemiddelde µ en een populatiestandaarddeviatie sigma. Geef dan de formule die toelaat de fractie F van het totaal aantal metingen te berekenen dat, bij een zeer groot aantal metingen, gelegen is tussen µ+a en µ+b. Toon met deze formule aan dat voor om het even welke analysemethode die een normaaldistributie volgt, er eenzelfde fractie van metingen  zich bevindt tussen µ-2sigma; en µ+2sigma. Hoe groot is deze fractie?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Op wat berust de scheiding van metaalkationen op basis van de historisch belangrijke H2S methode?&lt;br /&gt;
#*Voor dit zwakke zuur zijn de numerieke warde voor de dissociatieconstanten gegeven. Waarom is Ka1 &amp;gt; Ka2?&lt;br /&gt;
#* Leid aan de hand van berekeningen de richtingscoëfficiënt af van de bijgevoegde grafiek. (=dalende rechte)&lt;br /&gt;
# Hoe wordt de plaathoogte H in chromatografie gedefinieerd? Schets de grafiek van de plaathoogte in functie van de stroomsnelheid van de mobiele fase. De afhankelijk kan gevat worden in een bepaalde vergelijking.&lt;br /&gt;
Schrijf en benoem deze en verklaar de verschillende componenten ervan aan de hand van de fysische verschijnselen zoals die zich voordoen in een kolom. Wat is het belangrijkste verschil tussen gaschromatografie en vloeistrofchromatografie in deze context?&lt;br /&gt;
# We lossen 445 mg AlCl3 (133,34 g/mol) op in 200 mL water. Het kation complexeert volledig met water tot Al(H20)6(3+) en heeft zure eigenschappen: Ka(Al(H2O)6(3+) = 1,4 x 10^-5&lt;br /&gt;
(a) Bereken de pH als -log(H+).&lt;br /&gt;
(b) Wat is de molaire oplosbaarheid van zilver wanneer we aan deze oplossing 860 mg aan AgNO3 (169,873 g/mol) toevoegen (Ksp,AgCl)= 1,82 x 10^-8?&lt;br /&gt;
Houd bij de berekeningen steeds rekening met de ionische sterkte van de oplossingen. De effectieve diameter van gehydrateerd AI(H20)5(OH)2+ bedraagt 0.6 nm.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2014 VM===&lt;br /&gt;
# Wat bepaald of er een colloïdale of kristallijnen neerslag vormt? Omschrijf de oorsprong van de stabilisatie van een colloïdale neerslag en hoe men dergelijke neerslag kan behandelen om een filtreerbare neerslag te krijgen. Wat zijn de gevaren bij het wassen en hoe kunnen deze vermeden worden? Waarom is Fe(OH)3 of zijn waterige oxide niet filtreerbaar in gewone omstandigheden, en wat kan je eraan doen? Plaat de Fajansmethode in de context van deze vraag.&lt;br /&gt;
# Leid de eenvoudigste formule af om de pH te schatten van amfiprotische deeltjes NaHA met cNaHA.&lt;br /&gt;
# Scheiding door extractie: Leid een formule af om te berekenen wat de concentratie is na i extracties van component A in een bepaalde hoeveelheid waterige fase door middel van telkens dezelfde hoeveelheid organische fase te gebruiken. - Waarom gebruikt men bij ionenchromatografie een suppressorkolom? Omschrijf de werking adhv een voorbeeld. Geef de twee alternatieven voor een suppressorkolom (+uitleg).&lt;br /&gt;
# Gegeven is een oplossing van 50,0mL met 0.10M HCl en 0.10M H2SO3 met pKa1=1.23*10-2 en pKa2=6.6*10-8. Er wordt getitreerd met 0.20M NaOH (a) Teken de titratiecurve en beschrijf de samenstelling van elk gebied (zwakke base, amfiprotisch zout) (b) Bereken de pH na toevoegen van 37.5mL base. [Tip bij (b): gebruik de systematische methode, en zorg dat de relatieve fout op [H3O+] minder blijft dan 5%]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 Januari 2013 NM===&lt;br /&gt;
#wat is het verband tussen slitbreedte en kwalitatieve analyse?&lt;br /&gt;
#wat is de rol van strooilicht en niet effectief monochromatisch licht bij kwantitatieve analyse?&lt;br /&gt;
#bespreek de 3 methodes (continue variatie, mol-ratio en helling-ratio) om de stoichiometrie van een complex te bepalen aan de hand van de gegeven grafieken. Kunnen we hier nog andere informatie uithalen?&lt;br /&gt;
#leid 2 formules af die de titratiecurve van NaCl met AgNO3 beschrijven. Hoe gebruikt men ze?&lt;br /&gt;
#toon aan dat het equivalentiepunt steeds bij dezelfde pAg ligt&lt;br /&gt;
#geef 3 fysische methodes om het equivalentiepunt waar te nemen&lt;br /&gt;
# 0,1g H3PO4 (pKA&#039;s gegeven) wordt in 100 ml water opgelost en met 0,01M NaOH neutraal gemaakt. Wat zijn de molfracties aan H3PO4 en de geconjugeerde basen?&lt;br /&gt;
# Een staal bevat enkel KCl en FeCl2, molmassa&#039;s en totale zijn gegeven. Een Mohr-titratie wordt toegepast, gebruikte hoeveelheid AgNO3 en concentratie zijn gegeven. Bepaal de massa FeCl2 en het massapercentage aan Fe (atoommassa gegeven) in het staal.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 Januari 2012 NM===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Zuur/base&lt;br /&gt;
#* Differentierend / Leveling solvent&lt;br /&gt;
#* verband tussen Ka en Kb bij diprotisch afleiden&lt;br /&gt;
#* toon aan dat de alfa-waardes enkel afhankelijk zijn van de pH van de oplossing &lt;br /&gt;
#* afleiden titratiecurve van zwak zuur &amp;amp;amp; sterke base a.d.h.v. vorderingsgraad. Hoe stel je vanuit deze formule diegene op van een sterk zuur en een sterke base? Zelfde vraag voor polyprotisch zwak zuur en sterke base. &lt;br /&gt;
# Chromatografie &lt;br /&gt;
#* wat is de meest gebruikte gaschromatografie? wat is de andere?) &lt;br /&gt;
#* hoe kan je bij gaschromatografie kwalitatief en staal analyseren &lt;br /&gt;
#* leg uit hoe je bij kwantitatieve analyse hier interne standaard en standaardadditie toepast &lt;br /&gt;
#* twee detectoren: destructieve en niet-destructieve voor gaschromatografie. Leg bondig uit &lt;br /&gt;
# Oefeningen &lt;br /&gt;
#* een combinatie oefening van het bepalen van een concentratie tijdens een titratie en statistische methodes &lt;br /&gt;
#* wat is het effect op de ionische sterkte als je NaOH bij a) MgCl2 b) HCL c) CH3COOH doet. (bespreken)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 augustus 2011===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Beschouw titratie van een zwak zuur met een sterke base. Hoe bepaal de titratiecurve a.d.h.v. de vorderingsgraad. Geef de afleiding voor vorderingsgraad. Hoe zit het dan voor titratie van een sterk zuur met een sterke base?&lt;br /&gt;
# Instrumenten&lt;br /&gt;
#* Wat is het verschil tussen de concentratiebepaling bij fluorescentie, absorptie en chemoluminescentie? &lt;br /&gt;
#* Wat is een interferentiefilter? Geef de afleding voor de formule \lambda=2\eta t&lt;br /&gt;
#* leg uit: fotodiode en fotomultiplier&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# standaardoefening op selectief neerslagen (is het mogelijk om bv Sr2+ en Hf4+ neer te slaan door OH- toe te voegen&lt;br /&gt;
# ook standaard: geef verhouding van 2 ionen in oplossing, Ksp&#039;s, Ka enz gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 januari 2011 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(Misschien niet in die woorden,maar het kwam wel op deze vragen neer)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Chromatografie: &lt;br /&gt;
#*Wat is de plaathoogte, geef een definitie en leid de formule af.&lt;br /&gt;
#*Bespreek de plaathoogte ifv de stroomsnelheid van de mobiele fase. Met welke functie kan deze omschreven worden? Ontleed en bespreek de onderdelen van deze functie. Welke factor zorgt voor het verschil tussen de plaathoogte ifv de mobiele fase bij gas en bij vloeistof?&lt;br /&gt;
# Standaardadditie etc&lt;br /&gt;
#* Hoe wordt de enkelvoudige standaardadditiemethode gebruikt? Leid de formule af.&lt;br /&gt;
#* Bespreek bondig de interne standaardmethode. &lt;br /&gt;
#* Welke detectielimieten zijn er? Leid de formules af en bespreek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#oefening met Volhard-titratie.&lt;br /&gt;
#* 100.0ML staal, hoeveel miligram monochloroazijnzuur zit er in als je weet dat men het staal bewerkt met 1M NaOH zodat men een waterige oplossing van ClCh3COO- krijgt. Deze zuurt men aan en men voegt (concentratie gegeven) AgNO3 toe. De neerslag wordt afgefilterd en vervolgens voegt men 10.43 ml NH4SCN toe tot aan het neutralisatiepunt. Bij de blancotitratie moest men 22.98ml NH4SCN toevoegen.&lt;br /&gt;
#oefening met ionische sterkte&lt;br /&gt;
#* Wat is de oplosbaarheid van CaSO4 in 0.0333M Na2SO4? Bereken eerst de ionische sterkte van deze elektrolyt(dus alleen van Na2SO4) en bereken aan de hand van die waarde de oplosbaarheid van CaSO4.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2011 ===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
# Betrouwbaarheidsintervallen:&lt;br /&gt;
#* Verklaar volgende begrippen uit betrouwbaarheidsintervallen: s, Ïƒ, N, z, t, x Ì… (gem.), Âµ   (uitgebreid verklaren)&lt;br /&gt;
#* Leid één van de definities af voor een betrouwbaarheidsinterval, vetrekkende van de basisprincipes van de statistiek&lt;br /&gt;
#* We hebben in de cursus minstens twee lichtjes afwijkende versies van het betrouwbaarheidsinterval gezien, geef die en leg uit wanneer die worden gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verband met t-testen?&lt;br /&gt;
#Spectrofotometer: In een spectrofotometer wordt elektromagnetische straling met bepaalde golflengte Î» doorheen een oplossing van een analiet met goed gekozen solvent gestuurd. Vertrekkende van de bron is de intensiteit van de straling P, als het doorheen de cuvet (optische weglengte b) met alleen solvent is gepasseerd is de intensiteit P&#039;. Met precies één chromofoor in de oplossing heeft de uitgaande straal een intensiteit P&amp;amp;quot. Extinctiecoëfficiënt is Îµ(Î»)&lt;br /&gt;
#* Wat bedoelt men met goed gekozen solvent?&lt;br /&gt;
#* Is P=P&#039;? (motivatie)&lt;br /&gt;
#* Is concentratie c evenredig met P-P&amp;amp;quot; of met P&#039;-P&amp;amp;quot;? (leg uit adhv basisprincipes)&lt;br /&gt;
#* Wat is strooistraling? Wat zijn de gevolgen hiervan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een staal weegt 27,73mg en bestaat alleen maar uit KCl(MG 74,55) en FeCl2(MG 126,75). Met de Mohrmethode is er 18,48mL nodig van een 0,02237M AgNO3-oplossing om het chloride te neutraliseren. Bepaal massa van FeCl2 en massapercent van ijzer in het staal. (oplossing: 0,01761g en 27,98%)&lt;br /&gt;
# Bereken molaire oplosbaarheid van Ag3PO4 (Ksp=2,8E-18) gebufferd bij pH 6. De 3 Ka&#039;s van fosforzuur zijn gegeven. (oplossing 1,40E-3 M)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Omschrijf aan de hand van een voorbeeld de termen precisie en nauwkeurigheid. Wat is hun oorsprong in de analytische scheikunde en tot welke types van fout en corresponderende mathematisch termen geven ze aanleiding?&lt;br /&gt;
# Gegeven oplossing van AgCl-neerslag in evenwicht met een bepaalde analytische concentratie aan KCl. Leid de formule af die de oplosbaarheid van AgCl geeft in functie van de analytische concentratie aan KCl. Bespreek het resulaat aan de hand van een grafiek. (Die 4 reactievergelijkingen krijg je ook gegeven)&lt;br /&gt;
# Bespreek de meest voorkomende detectoren in optische instrumenten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefening:&lt;br /&gt;
# Hoe maak je een buffer van 1L met een pH van 9,6 wanneer je 0,200M HCl gebruikt en 0,300M Na2CO3. (Ka1 en Ka2 van H2CO3 ook gegeven)&lt;br /&gt;
# Teken kwalitatief de titratiecurve van een mengsel van Na2CO3 en HCO3- met een sterk zuur. Duid ook de delen aan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 januari 2009 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Gauss-distributie:&lt;br /&gt;
#* Omschrijf met woorden een Gauss-distributie. Welke factoren bepalen een Gauss-distributie?&lt;br /&gt;
#* Definieer standaardfout. Waarom is de standaardfout steeds kleiner dan de standaarddeviatie?&lt;br /&gt;
#* Voor een Gauss-distributie, wat is de kans dat een meting gelegen is tussen 0 en +1Ïƒ, tussen +1Ïƒ en +2Ïƒ? Wat is de kans dat een meting buiten de limieten Â±2Ïƒ van het gemiddelde gelegen is en kleiner is dan Î¼-2Ïƒ?&lt;br /&gt;
# Leid de formule af die toelaat om aan de hand van de vorderingsgraad de titratiecurve op te stellen voor een oplossing die Cl- bevat. Hoe moet deze formule gebruikt worden?&lt;br /&gt;
# Bespreek de verschillende aspecten van HPLC, aan de hand van de volgende vragen:&lt;br /&gt;
#*Gradiënt- en isocratische elutie.&lt;br /&gt;
#*Partitiechromatografie (normale en omgekeerde fase).&lt;br /&gt;
#*Ionenuitwisselingschromatografie (suppressorkolommen).&lt;br /&gt;
#*Size exclusion chromatografie (gelfiltratie en gelpermeatie).&lt;br /&gt;
#*Affiniteitschromatografie.&lt;br /&gt;
#*Chirale chromatografie.&lt;br /&gt;
Oefening (3 delen):&lt;br /&gt;
* Berekenen van standaarddeviatie en CV.&lt;br /&gt;
* Iets van oplosbaarheid.&lt;br /&gt;
* Titratiecurve opstellen voor 3 basen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Wat is het verband tussen betrouwbaarheidsintervallen en de z- en t-test?&lt;br /&gt;
# Bespreek de wet van Beer qua afleiding, toepassing en beperkingen.&lt;br /&gt;
# Chromatografie. Wat is de plaathoogte van een kolom en hoe wordt deze beÃ¯nvloed door de stroomsnelheid van de mobiele fase?&lt;br /&gt;
Oefening:&lt;br /&gt;
# Bereken de pH voor de titratie van 50,0 mL van een 0,10 M ethyleendiamine-oplossing met een 0,20 M oplossing van HCl na toevoegen van de volgende hoeveelheden zuur: &lt;br /&gt;
a) 0,0 mL HCl&lt;br /&gt;
b) 37,5 mL HCl&lt;br /&gt;
c) 50,0 mL HCl&lt;br /&gt;
Verantwoord steeds eventueel gemaakte benaderingen in je berekeningen. &lt;br /&gt;
Teken kwalitatief de titratiekurve en omschrijf de samenstelling van de oplossing in de verschillende gebieden (bv. Buffer van X en Y, sterk zuur Z, ...)&lt;br /&gt;
Voor Ethyleendiamine (H2NCH2CH2NH2 afgekort B) zijn de numerieke waarden van de opeenvolgende zuurdissociatieconstanten van BH2(2+) als volgt. Ka1 = 1,42 x 10^-7 en Ka2 = 1,18 x 10^-10&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Gran Plot vraag.&lt;br /&gt;
# Moleculaire Fluoriscentie vraag.&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid AgCl met concentratie aan KCl.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# De Volhard titratie wordt algemeen aangeraden voor de analyse van het heptachloor insecticide C10H5Cl7. Er is geen chloride of chloor in de matrix aanwezig. Het percentage van heptachloor wordt gegeven door: %hepatachloor = ((mlAg x cAg - mlSCN x cSCN) x 37.33)/staalmassa. Wat zegt deze berekening over de stoechimoterie van deze titratie (m.a.w. hoeveel chloride-ionen per molecule heptachloor reageren met 1 AgNO3)M = 373,22 g/mol?&lt;br /&gt;
# Bereken de oplosbaarheid van Mg(OH)2 in een 0.0167M oplossing van Ba(NO3)2 door gebruik te maken van:&lt;br /&gt;
#*Activiteiten.&lt;br /&gt;
#*Molaire concentraties.&lt;br /&gt;
#*Bereken ook de procentuele fout die gemaakt wordt door geen rekening te houden met de activiteiten. Ksp Mg(OH)2 = 7.1x10^-12 Neerslag Ba(OH)2 mag je verwaarlozen (tabel activiteitscoeffictien en ionische sterkte gegeven).&lt;br /&gt;
# Schrijf de uitdrukking voor [H3O+] in functie van enkele andere evenwichtscocentraties voor een 0.01M oplossig van HCl die in evenwicht is met een overmaat aan vast BaSO4.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek soorten gevoeligheid+detectielimiet.&lt;br /&gt;
# Mengsel van NaOH NaHCO3 en Na2CO3.&lt;br /&gt;
# Kwantitatieve en kwalitatieve analyse bij gaschromatografie.&lt;br /&gt;
Oefening:&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid van MnS in buffer (Ka&#039;s en conc. H30+ gegeven).&amp;lt;/text&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>JesperAllaer</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Analytische_Basistechnieken&amp;diff=2317</id>
		<title>Analytische Basistechnieken</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Analytische_Basistechnieken&amp;diff=2317"/>
		<updated>2021-01-13T19:41:05Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;JesperAllaer: /* 11 januari 2021 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Analytische basistechnieken is verplicht voor de chemici. Het werd gedoceerd door prof Hendrickx. Meestal beperkte hij zich tot het aflezen van zijn slides, hier en daar gaf hij extra informatie, die op het examen gevraagd kon worden. Sinds academiejaar 2017-2018 wordt dit vak gedoceerd door twee nieuwe proffen, De Gendt &amp;amp; Delabie. Ook zij beperken zich tot het aflezen van slides.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 januari 2021===&lt;br /&gt;
#Deel 1 Stefan De Gendt&lt;br /&gt;
#*Geef de verschillende scheidingsmethoden en leg kort uit&lt;br /&gt;
#*Leg termen verdelingscoëfficiënt, selectiviteitsfactor en plaathoogte uit en geef daarbij de Van Deemtervergelijking&lt;br /&gt;
#*Geef de wet van Beer en leg kort uit&lt;br /&gt;
#*De wet van Beer heeft zijn beperkingen, geef die limieten en leg uit&lt;br /&gt;
#*Termen op fluorescentie grafiek geven&lt;br /&gt;
#Deel 2 Annelies Delabie&lt;br /&gt;
#*Geef het verloop van de argentometrische titratie weer via de systematische methode&lt;br /&gt;
#*Geef de titraties van de verschillende halides met argentometrie&lt;br /&gt;
#*Er zijn verschillende indicatoren voor argentometrie. Geef 1 ervan en leg uit&lt;br /&gt;
#Deel 3 Oefeningen&lt;br /&gt;
#*Co-precipitatie van cl-ionen worden gemeten in een BaCl2 met H2SO4 reactie. Een tweede meting wordt gedaan met extra NaCl toegevoegd. Mag de tweede meting worden beschouwd als het eerste? Stel een nulhypothese op en een alternatieve hypothese (t-test). Bereken de werkelijke massa van BaSO4 zonder co-precipitatie en bereken de massaprocent van het gemiddelde cl- ionen in de neerslag&lt;br /&gt;
#*pH berekenen van 1.0M HCl met 0.8M Na2C2O4 via systematische methode&lt;br /&gt;
#*Hoeveel AgNO3 kan je toevoegen zodat AgCl en Ag2C2O4 niet neerslaat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2020===&lt;br /&gt;
#De verschillende scheidingsmethode en leg de deemstervergelijking uit.&lt;br /&gt;
#Mondelinge vragen van SDG:&lt;br /&gt;
#*Wat is amu.&lt;br /&gt;
#*Verschil tussen gecalibreerd glaswerk: to contain en to deliver uitleggen. &lt;br /&gt;
#*Wat zijn de mogelijke manieren van systematische fouten&lt;br /&gt;
#*Een tekening van de energiebanden bij fluorescentie, geef uitleg hierover.&lt;br /&gt;
#*Thermische geleidbaarheidsdetector&lt;br /&gt;
#*Detectielimiet&lt;br /&gt;
#Bespreek de titratiecurves bij argentometrie.&lt;br /&gt;
#*Geef via systematische methode een formule voor het berekenen van de grafiek.&lt;br /&gt;
#*Leg de invloed van de ksp en een verdunning uit.&lt;br /&gt;
#oef 1: &lt;br /&gt;
#*Berekenen van de pH van 0.6 M NaCN via systematische methode&lt;br /&gt;
#*Hoeveel HCl (3.0 M) moet je toevoegen aan 100.00 ml 0.5 NaCN om pH 9.08 te komen.&lt;br /&gt;
#*Na toevoegen van AgNO3: laat zien dat door complexatie AgOH en AgCN niet neerslaan.&lt;br /&gt;
#oef 2:&lt;br /&gt;
#*Een reactie van een standaardisatie, bereken de concentratie en fout erop.&lt;br /&gt;
#*Tabel met gegevens van 2 stalen, nulhypothese en geef op het 95% betrouwbaarheidsniveau een conclusie van 2 stalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2019===&lt;br /&gt;
#Bespreek de verschillende analytische scheidingstechnieken en chromatografische scheiding specifiek.&lt;br /&gt;
#*Werking chromatografische scheiding&lt;br /&gt;
#*verdelingscoeff, selectiviteitsfactor, plaathoogte&lt;br /&gt;
#*deemstervergelijking&lt;br /&gt;
#bespreek in detail de titratiecurven van H2A (diprotisch zuur deeltje). Geef hoe je op elk van deze punten de pH kunt berekenen. &lt;br /&gt;
#oef 1: bereken de pH van HBr en HNO2, Hierbij word KOH gedaan bereken nu de pH, in de eerste oplossing bereken de oplosbaarheid van PbBr2&lt;br /&gt;
#oef 2: puur Zn reageerd met Hcl en vormt H2. zoek het massapercentage, bereken het betrouwbaarheidsinterval voor 95%, hoeveel metingen zijn er nodig voor een O,3 betrouwbaarheidsinterval op 99%&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 september 2018===&lt;br /&gt;
#Beschrijf alle scheidingstechnieken en chromatografie uitgebreid uitleggen met termen selectiviteitsfactor en Deemtervergelijking&lt;br /&gt;
#Leid de formule af om de pH van een amfiprotische verbinding te bepalen&lt;br /&gt;
#Oefening met pH van kaliumoxalaatoplossing berekenen, na toevoeging van KOH en na toevoeging van HBr&lt;br /&gt;
#Oefening met statistische interpretatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2018 (prof. De Gendt &amp;amp; Delabie)===&lt;br /&gt;
#Beschrijf alle analytische scheidingstechnieken en Van Deemtervergelijking uitleggen&lt;br /&gt;
#Deeltjesgrootte binnen de gravimetrie en hoe we deze kunnen beïnvloeden&lt;br /&gt;
#(1) pH van een oplossing Na2CO3 via de systematische methode (reactievergelijkingen, massa- en ladingsbalansen) en (2) pH van een Na2CO3 oplossing na toevoegen van HCl via methode naar keuze&lt;br /&gt;
#(1) bepaling van massapercentage NH4Cl in een 0,5g sample (dmv een terugtitratie) en (2) gemiddelde, standaarddeviatie en betrouwbaarheidsinterval bepalen uit data van 8 metingen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Augustus 2017===&lt;br /&gt;
# Titratie van NaCl met AgNO3 met de vorderingsgraad. Ook de afleiding van ladingsbalans&lt;br /&gt;
# 3 methodes voor bepalen van metaal en ligand verhouding, 1 van kiezen en uitleggen &lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid LiF iteratief uitwerken, rekening houden met ionische sterkte (oefeningen van in de les) &lt;br /&gt;
# Oefening ivm oplosbaarheid zilveroxalaat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2017 NM===&lt;br /&gt;
# Detectielimieten + formules, standaardadditie formules&lt;br /&gt;
# Alfa(1): definieren en formule van ph afhankelijkheid, titratiecurve voor zwak zuur en NaOH afleiden met vorderingsgraad&lt;br /&gt;
# Meest gebruikte vorm gaschromatografie?, 2 manieren voor kwalitatief onderzoek, 2 meest efficiënte manieren voor kwantitatief onderzoek, destructieve en niet destructieve detectoren uitleggen&lt;br /&gt;
# Oefening op buffer van triprotonisch zuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
# Ppm bewijzen bij gas, specifiek gewicht, temperatuursafhankelijkheid&lt;br /&gt;
# Afleiding van extractie, ionenchromatografie met supressorkolom en alternatieven&lt;br /&gt;
# sigmoidale en lineair segement, Gran plot&lt;br /&gt;
# oefening met oplosbaarheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2016 VM===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Wat bepaalt of we een colloïdale of kristallijnen neerslag krijgen wanneer we 2 reagentia samenvoegen? Wat ligt aan de basis van stabilisatie van een colloïdale neerslag? Hoe kunnen we deze neerslag toch filtreerbaar maken? Wat is het gevaar bij wassen van deze neerslag en hoe kan dit probleem opgelost worden?&lt;br /&gt;
#absorptiemeting&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen het absorptiespectrum bij atomaire absorptie en moleculaire absorptie? Wat zijn de praktische gevolgen voor metingen bij atomaire absorptie?&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen de spectra van moleculaire absorptie in gasfase of in oplossing? Welke methode van deze twee is het best bruikbaar voor kwalitatieve analyse?&lt;br /&gt;
#*Wet van Beer afleiden&lt;br /&gt;
#*Dit is een &#039;limiting law&#039;, verklaar.&lt;br /&gt;
#*Verklaar de invloed van strooilicht &lt;br /&gt;
#grafieken van in cursus fosforzuur/oxaalzuur/zwavelzuur&lt;br /&gt;
#*Welke curve hoort bij welk zuur?&lt;br /&gt;
#*Bespreek de equivalentiepunten (duidelijk voorkomen, afwezigheid van punten...)&lt;br /&gt;
#*Duid voor de curve van fosforzuur aan welke deeltjes in elk gebied belangrijk zijn voor de pH-bepaling (beging,vlak gebied (buffer), EP...)&lt;br /&gt;
#*Bereken voor de curve van fosforzuur de pH enkel met eenvoudige formules in de verschillende gebieden (start, midden vlak gebied, EP...)&lt;br /&gt;
Oefening&lt;br /&gt;
# Maak een buffer met een totaal volume van 1,00L en pH = 9,60 met 0,300 M Na2CO3 en 0,200 HCl. Ka1(H2CO3) = 4,45.10-7 en Ka2(H2CO3) = 4,69.10-11&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2016 NM ===&lt;br /&gt;
#titratie NaCl met AgNO3. leid formules die het verloop van de titratiecurves geven mbv vorderringsgraad. Hoe wordt deze formule gebruikt.&lt;br /&gt;
#Definiïer de plaathoogte en bespreek de fysische invloeden op de factoren die de plaathoogte beïnvloeden en geef de grafiek hiervan.&lt;br /&gt;
#Belangrijkste eigenschappen van activiteitscoëfficiënten en leid de molaire oplosbaarheid af van LiF met de activiteiten te beschouwen.&lt;br /&gt;
#titratie van HCL en H2SO3 met NaOH, geef de grafiek en bespreek welke deeltjes er te vinden zijn waar en bereken de pH na toevoeging van 37,5mL van NaOH door systematisch te werken en toon aan dat de vereenvoudigingen kloppen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2016 VM ===&lt;br /&gt;
#pH amfiprotisch deeltje&lt;br /&gt;
#ppm bij gassen en oplossingen, specifiek gewicht + temperatuursafhankelijk of niet&lt;br /&gt;
#3 methodes vr stoichiometrie van complex met absorbantie&lt;br /&gt;
#oefening: oplosbaarheid Ag2C2O4 in oplossing met pH=4, Ksp en Ka&#039;s gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 augustus voormiddag===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*wat bepaalt of we een colloïdale of kristellijnen neerslag krijgen wanneer we 2 reagentia samenvoegen?&lt;br /&gt;
#*wat ligt aan de basis van de stabilisatie van een colloïdale neerslag.&lt;br /&gt;
#*hoe kunnen we deze neerslag verbeteren zodat deze toch te filteren is.&lt;br /&gt;
#*wat gebeurd er als we zo een verbeterde neerslag wassen en hoe kan dit soms opgelost worden.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*leg uit wat aan de grondslag ligt van de scheiding van metaalkationen volgens de historische H2S methode.&lt;br /&gt;
#*Ka1 en Ka2 van H2S gegeven en dan uitleggen waarom de ene groter is dan de andere.&lt;br /&gt;
#*Grafiek uit de cursus van bij dit stukje en dan de helling van die rechte berekenen.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*wat is het meest voorkomende type gaschromatografie.&lt;br /&gt;
#*op welke 2 manieren kan aan kwalitatieve analyse gedaan worden met gaschromatografie.&lt;br /&gt;
#*kwantitatieve analyse met gaschromatografie: uitleggen van interne standaard en standaardadditie.&lt;br /&gt;
#*bondig bespreken van de destructieve en niet-destructieve detector gebruikt bij gaschromatografie die we gezien hebben in de les&lt;br /&gt;
#oefening waarbij ge de pH van een mengsel van 2 stoffen moet bepalen en daarna de oplosbaarheid van een andere stof bepalen die in dat mengsel gedaan wordt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2014 NM===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Omschrijf met woorden het concept standaardfout precies?&lt;br /&gt;
#* Beschrijft een gauss-curve perfect de verdeling van de meetresultaten in de analytische chemie? (uitleg)&lt;br /&gt;
#* Wat is het grote nut van s-pooled in de analytische chemie?&lt;br /&gt;
#* Wat is het verband tussen t (two tailed) en t (one tailed)? Leg uit m.b.v. Gauss-curves.&lt;br /&gt;
#* Indien een chemische analysemethode een normaaldistributie volgt die gekenmerkt wordt door een straalgemiddelde µ en een populatiestandaarddeviatie sigma. Geef dan de formule die toelaat de fractie F van het totaal aantal metingen te berekenen dat, bij een zeer groot aantal metingen, gelegen is tussen µ+a en µ+b. Toon met deze formule aan dat voor om het even welke analysemethode die een normaaldistributie volgt, er eenzelfde fractie van metingen  zich bevindt tussen µ-2sigma; en µ+2sigma. Hoe groot is deze fractie?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Op wat berust de scheiding van metaalkationen op basis van de historisch belangrijke H2S methode?&lt;br /&gt;
#*Voor dit zwakke zuur zijn de numerieke warde voor de dissociatieconstanten gegeven. Waarom is Ka1 &amp;gt; Ka2?&lt;br /&gt;
#* Leid aan de hand van berekeningen de richtingscoëfficiënt af van de bijgevoegde grafiek. (=dalende rechte)&lt;br /&gt;
# Hoe wordt de plaathoogte H in chromatografie gedefinieerd? Schets de grafiek van de plaathoogte in functie van de stroomsnelheid van de mobiele fase. De afhankelijk kan gevat worden in een bepaalde vergelijking.&lt;br /&gt;
Schrijf en benoem deze en verklaar de verschillende componenten ervan aan de hand van de fysische verschijnselen zoals die zich voordoen in een kolom. Wat is het belangrijkste verschil tussen gaschromatografie en vloeistrofchromatografie in deze context?&lt;br /&gt;
# We lossen 445 mg AlCl3 (133,34 g/mol) op in 200 mL water. Het kation complexeert volledig met water tot Al(H20)6(3+) en heeft zure eigenschappen: Ka(Al(H2O)6(3+) = 1,4 x 10^-5&lt;br /&gt;
(a) Bereken de pH als -log(H+).&lt;br /&gt;
(b) Wat is de molaire oplosbaarheid van zilver wanneer we aan deze oplossing 860 mg aan AgNO3 (169,873 g/mol) toevoegen (Ksp,AgCl)= 1,82 x 10^-8?&lt;br /&gt;
Houd bij de berekeningen steeds rekening met de ionische sterkte van de oplossingen. De effectieve diameter van gehydrateerd AI(H20)5(OH)2+ bedraagt 0.6 nm.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2014 VM===&lt;br /&gt;
# Wat bepaald of er een colloïdale of kristallijnen neerslag vormt? Omschrijf de oorsprong van de stabilisatie van een colloïdale neerslag en hoe men dergelijke neerslag kan behandelen om een filtreerbare neerslag te krijgen. Wat zijn de gevaren bij het wassen en hoe kunnen deze vermeden worden? Waarom is Fe(OH)3 of zijn waterige oxide niet filtreerbaar in gewone omstandigheden, en wat kan je eraan doen? Plaat de Fajansmethode in de context van deze vraag.&lt;br /&gt;
# Leid de eenvoudigste formule af om de pH te schatten van amfiprotische deeltjes NaHA met cNaHA.&lt;br /&gt;
# Scheiding door extractie: Leid een formule af om te berekenen wat de concentratie is na i extracties van component A in een bepaalde hoeveelheid waterige fase door middel van telkens dezelfde hoeveelheid organische fase te gebruiken. - Waarom gebruikt men bij ionenchromatografie een suppressorkolom? Omschrijf de werking adhv een voorbeeld. Geef de twee alternatieven voor een suppressorkolom (+uitleg).&lt;br /&gt;
# Gegeven is een oplossing van 50,0mL met 0.10M HCl en 0.10M H2SO3 met pKa1=1.23*10-2 en pKa2=6.6*10-8. Er wordt getitreerd met 0.20M NaOH (a) Teken de titratiecurve en beschrijf de samenstelling van elk gebied (zwakke base, amfiprotisch zout) (b) Bereken de pH na toevoegen van 37.5mL base. [Tip bij (b): gebruik de systematische methode, en zorg dat de relatieve fout op [H3O+] minder blijft dan 5%]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 Januari 2013 NM===&lt;br /&gt;
#wat is het verband tussen slitbreedte en kwalitatieve analyse?&lt;br /&gt;
#wat is de rol van strooilicht en niet effectief monochromatisch licht bij kwantitatieve analyse?&lt;br /&gt;
#bespreek de 3 methodes (continue variatie, mol-ratio en helling-ratio) om de stoichiometrie van een complex te bepalen aan de hand van de gegeven grafieken. Kunnen we hier nog andere informatie uithalen?&lt;br /&gt;
#leid 2 formules af die de titratiecurve van NaCl met AgNO3 beschrijven. Hoe gebruikt men ze?&lt;br /&gt;
#toon aan dat het equivalentiepunt steeds bij dezelfde pAg ligt&lt;br /&gt;
#geef 3 fysische methodes om het equivalentiepunt waar te nemen&lt;br /&gt;
# 0,1g H3PO4 (pKA&#039;s gegeven) wordt in 100 ml water opgelost en met 0,01M NaOH neutraal gemaakt. Wat zijn de molfracties aan H3PO4 en de geconjugeerde basen?&lt;br /&gt;
# Een staal bevat enkel KCl en FeCl2, molmassa&#039;s en totale zijn gegeven. Een Mohr-titratie wordt toegepast, gebruikte hoeveelheid AgNO3 en concentratie zijn gegeven. Bepaal de massa FeCl2 en het massapercentage aan Fe (atoommassa gegeven) in het staal.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 Januari 2012 NM===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Zuur/base&lt;br /&gt;
#* Differentierend / Leveling solvent&lt;br /&gt;
#* verband tussen Ka en Kb bij diprotisch afleiden&lt;br /&gt;
#* toon aan dat de alfa-waardes enkel afhankelijk zijn van de pH van de oplossing &lt;br /&gt;
#* afleiden titratiecurve van zwak zuur &amp;amp;amp; sterke base a.d.h.v. vorderingsgraad. Hoe stel je vanuit deze formule diegene op van een sterk zuur en een sterke base? Zelfde vraag voor polyprotisch zwak zuur en sterke base. &lt;br /&gt;
# Chromatografie &lt;br /&gt;
#* wat is de meest gebruikte gaschromatografie? wat is de andere?) &lt;br /&gt;
#* hoe kan je bij gaschromatografie kwalitatief en staal analyseren &lt;br /&gt;
#* leg uit hoe je bij kwantitatieve analyse hier interne standaard en standaardadditie toepast &lt;br /&gt;
#* twee detectoren: destructieve en niet-destructieve voor gaschromatografie. Leg bondig uit &lt;br /&gt;
# Oefeningen &lt;br /&gt;
#* een combinatie oefening van het bepalen van een concentratie tijdens een titratie en statistische methodes &lt;br /&gt;
#* wat is het effect op de ionische sterkte als je NaOH bij a) MgCl2 b) HCL c) CH3COOH doet. (bespreken)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 augustus 2011===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Beschouw titratie van een zwak zuur met een sterke base. Hoe bepaal de titratiecurve a.d.h.v. de vorderingsgraad. Geef de afleiding voor vorderingsgraad. Hoe zit het dan voor titratie van een sterk zuur met een sterke base?&lt;br /&gt;
# Instrumenten&lt;br /&gt;
#* Wat is het verschil tussen de concentratiebepaling bij fluorescentie, absorptie en chemoluminescentie? &lt;br /&gt;
#* Wat is een interferentiefilter? Geef de afleding voor de formule \lambda=2\eta t&lt;br /&gt;
#* leg uit: fotodiode en fotomultiplier&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# standaardoefening op selectief neerslagen (is het mogelijk om bv Sr2+ en Hf4+ neer te slaan door OH- toe te voegen&lt;br /&gt;
# ook standaard: geef verhouding van 2 ionen in oplossing, Ksp&#039;s, Ka enz gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 januari 2011 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(Misschien niet in die woorden,maar het kwam wel op deze vragen neer)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Chromatografie: &lt;br /&gt;
#*Wat is de plaathoogte, geef een definitie en leid de formule af.&lt;br /&gt;
#*Bespreek de plaathoogte ifv de stroomsnelheid van de mobiele fase. Met welke functie kan deze omschreven worden? Ontleed en bespreek de onderdelen van deze functie. Welke factor zorgt voor het verschil tussen de plaathoogte ifv de mobiele fase bij gas en bij vloeistof?&lt;br /&gt;
# Standaardadditie etc&lt;br /&gt;
#* Hoe wordt de enkelvoudige standaardadditiemethode gebruikt? Leid de formule af.&lt;br /&gt;
#* Bespreek bondig de interne standaardmethode. &lt;br /&gt;
#* Welke detectielimieten zijn er? Leid de formules af en bespreek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#oefening met Volhard-titratie.&lt;br /&gt;
#* 100.0ML staal, hoeveel miligram monochloroazijnzuur zit er in als je weet dat men het staal bewerkt met 1M NaOH zodat men een waterige oplossing van ClCh3COO- krijgt. Deze zuurt men aan en men voegt (concentratie gegeven) AgNO3 toe. De neerslag wordt afgefilterd en vervolgens voegt men 10.43 ml NH4SCN toe tot aan het neutralisatiepunt. Bij de blancotitratie moest men 22.98ml NH4SCN toevoegen.&lt;br /&gt;
#oefening met ionische sterkte&lt;br /&gt;
#* Wat is de oplosbaarheid van CaSO4 in 0.0333M Na2SO4? Bereken eerst de ionische sterkte van deze elektrolyt(dus alleen van Na2SO4) en bereken aan de hand van die waarde de oplosbaarheid van CaSO4.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2011 ===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
# Betrouwbaarheidsintervallen:&lt;br /&gt;
#* Verklaar volgende begrippen uit betrouwbaarheidsintervallen: s, Ïƒ, N, z, t, x Ì… (gem.), Âµ   (uitgebreid verklaren)&lt;br /&gt;
#* Leid één van de definities af voor een betrouwbaarheidsinterval, vetrekkende van de basisprincipes van de statistiek&lt;br /&gt;
#* We hebben in de cursus minstens twee lichtjes afwijkende versies van het betrouwbaarheidsinterval gezien, geef die en leg uit wanneer die worden gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verband met t-testen?&lt;br /&gt;
#Spectrofotometer: In een spectrofotometer wordt elektromagnetische straling met bepaalde golflengte Î» doorheen een oplossing van een analiet met goed gekozen solvent gestuurd. Vertrekkende van de bron is de intensiteit van de straling P, als het doorheen de cuvet (optische weglengte b) met alleen solvent is gepasseerd is de intensiteit P&#039;. Met precies één chromofoor in de oplossing heeft de uitgaande straal een intensiteit P&amp;amp;quot. Extinctiecoëfficiënt is Îµ(Î»)&lt;br /&gt;
#* Wat bedoelt men met goed gekozen solvent?&lt;br /&gt;
#* Is P=P&#039;? (motivatie)&lt;br /&gt;
#* Is concentratie c evenredig met P-P&amp;amp;quot; of met P&#039;-P&amp;amp;quot;? (leg uit adhv basisprincipes)&lt;br /&gt;
#* Wat is strooistraling? Wat zijn de gevolgen hiervan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een staal weegt 27,73mg en bestaat alleen maar uit KCl(MG 74,55) en FeCl2(MG 126,75). Met de Mohrmethode is er 18,48mL nodig van een 0,02237M AgNO3-oplossing om het chloride te neutraliseren. Bepaal massa van FeCl2 en massapercent van ijzer in het staal. (oplossing: 0,01761g en 27,98%)&lt;br /&gt;
# Bereken molaire oplosbaarheid van Ag3PO4 (Ksp=2,8E-18) gebufferd bij pH 6. De 3 Ka&#039;s van fosforzuur zijn gegeven. (oplossing 1,40E-3 M)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Omschrijf aan de hand van een voorbeeld de termen precisie en nauwkeurigheid. Wat is hun oorsprong in de analytische scheikunde en tot welke types van fout en corresponderende mathematisch termen geven ze aanleiding?&lt;br /&gt;
# Gegeven oplossing van AgCl-neerslag in evenwicht met een bepaalde analytische concentratie aan KCl. Leid de formule af die de oplosbaarheid van AgCl geeft in functie van de analytische concentratie aan KCl. Bespreek het resulaat aan de hand van een grafiek. (Die 4 reactievergelijkingen krijg je ook gegeven)&lt;br /&gt;
# Bespreek de meest voorkomende detectoren in optische instrumenten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefening:&lt;br /&gt;
# Hoe maak je een buffer van 1L met een pH van 9,6 wanneer je 0,200M HCl gebruikt en 0,300M Na2CO3. (Ka1 en Ka2 van H2CO3 ook gegeven)&lt;br /&gt;
# Teken kwalitatief de titratiecurve van een mengsel van Na2CO3 en HCO3- met een sterk zuur. Duid ook de delen aan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 januari 2009 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Gauss-distributie:&lt;br /&gt;
#* Omschrijf met woorden een Gauss-distributie. Welke factoren bepalen een Gauss-distributie?&lt;br /&gt;
#* Definieer standaardfout. Waarom is de standaardfout steeds kleiner dan de standaarddeviatie?&lt;br /&gt;
#* Voor een Gauss-distributie, wat is de kans dat een meting gelegen is tussen 0 en +1Ïƒ, tussen +1Ïƒ en +2Ïƒ? Wat is de kans dat een meting buiten de limieten Â±2Ïƒ van het gemiddelde gelegen is en kleiner is dan Î¼-2Ïƒ?&lt;br /&gt;
# Leid de formule af die toelaat om aan de hand van de vorderingsgraad de titratiecurve op te stellen voor een oplossing die Cl- bevat. Hoe moet deze formule gebruikt worden?&lt;br /&gt;
# Bespreek de verschillende aspecten van HPLC, aan de hand van de volgende vragen:&lt;br /&gt;
#*Gradiënt- en isocratische elutie.&lt;br /&gt;
#*Partitiechromatografie (normale en omgekeerde fase).&lt;br /&gt;
#*Ionenuitwisselingschromatografie (suppressorkolommen).&lt;br /&gt;
#*Size exclusion chromatografie (gelfiltratie en gelpermeatie).&lt;br /&gt;
#*Affiniteitschromatografie.&lt;br /&gt;
#*Chirale chromatografie.&lt;br /&gt;
Oefening (3 delen):&lt;br /&gt;
* Berekenen van standaarddeviatie en CV.&lt;br /&gt;
* Iets van oplosbaarheid.&lt;br /&gt;
* Titratiecurve opstellen voor 3 basen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Wat is het verband tussen betrouwbaarheidsintervallen en de z- en t-test?&lt;br /&gt;
# Bespreek de wet van Beer qua afleiding, toepassing en beperkingen.&lt;br /&gt;
# Chromatografie. Wat is de plaathoogte van een kolom en hoe wordt deze beÃ¯nvloed door de stroomsnelheid van de mobiele fase?&lt;br /&gt;
Oefening:&lt;br /&gt;
# Bereken de pH voor de titratie van 50,0 mL van een 0,10 M ethyleendiamine-oplossing met een 0,20 M oplossing van HCl na toevoegen van de volgende hoeveelheden zuur: &lt;br /&gt;
a) 0,0 mL HCl&lt;br /&gt;
b) 37,5 mL HCl&lt;br /&gt;
c) 50,0 mL HCl&lt;br /&gt;
Verantwoord steeds eventueel gemaakte benaderingen in je berekeningen. &lt;br /&gt;
Teken kwalitatief de titratiekurve en omschrijf de samenstelling van de oplossing in de verschillende gebieden (bv. Buffer van X en Y, sterk zuur Z, ...)&lt;br /&gt;
Voor Ethyleendiamine (H2NCH2CH2NH2 afgekort B) zijn de numerieke waarden van de opeenvolgende zuurdissociatieconstanten van BH2(2+) als volgt. Ka1 = 1,42 x 10^-7 en Ka2 = 1,18 x 10^-10&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Gran Plot vraag.&lt;br /&gt;
# Moleculaire Fluoriscentie vraag.&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid AgCl met concentratie aan KCl.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# De Volhard titratie wordt algemeen aangeraden voor de analyse van het heptachloor insecticide C10H5Cl7. Er is geen chloride of chloor in de matrix aanwezig. Het percentage van heptachloor wordt gegeven door: %hepatachloor = ((mlAg x cAg - mlSCN x cSCN) x 37.33)/staalmassa. Wat zegt deze berekening over de stoechimoterie van deze titratie (m.a.w. hoeveel chloride-ionen per molecule heptachloor reageren met 1 AgNO3)M = 373,22 g/mol?&lt;br /&gt;
# Bereken de oplosbaarheid van Mg(OH)2 in een 0.0167M oplossing van Ba(NO3)2 door gebruik te maken van:&lt;br /&gt;
#*Activiteiten.&lt;br /&gt;
#*Molaire concentraties.&lt;br /&gt;
#*Bereken ook de procentuele fout die gemaakt wordt door geen rekening te houden met de activiteiten. Ksp Mg(OH)2 = 7.1x10^-12 Neerslag Ba(OH)2 mag je verwaarlozen (tabel activiteitscoeffictien en ionische sterkte gegeven).&lt;br /&gt;
# Schrijf de uitdrukking voor [H3O+] in functie van enkele andere evenwichtscocentraties voor een 0.01M oplossig van HCl die in evenwicht is met een overmaat aan vast BaSO4.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek soorten gevoeligheid+detectielimiet.&lt;br /&gt;
# Mengsel van NaOH NaHCO3 en Na2CO3.&lt;br /&gt;
# Kwantitatieve en kwalitatieve analyse bij gaschromatografie.&lt;br /&gt;
Oefening:&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid van MnS in buffer (Ka&#039;s en conc. H30+ gegeven).&amp;lt;/text&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>JesperAllaer</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Analytische_Basistechnieken&amp;diff=2316</id>
		<title>Analytische Basistechnieken</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Analytische_Basistechnieken&amp;diff=2316"/>
		<updated>2021-01-13T19:39:45Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;JesperAllaer: /* 11 januari 2021 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Analytische basistechnieken is verplicht voor de chemici. Het werd gedoceerd door prof Hendrickx. Meestal beperkte hij zich tot het aflezen van zijn slides, hier en daar gaf hij extra informatie, die op het examen gevraagd kon worden. Sinds academiejaar 2017-2018 wordt dit vak gedoceerd door twee nieuwe proffen, De Gendt &amp;amp; Delabie. Ook zij beperken zich tot het aflezen van slides.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 januari 2021===&lt;br /&gt;
#Deel 1 Stefan De Gendt&lt;br /&gt;
#*Geef de verschillende scheidingsmethoden en leg kort uit&lt;br /&gt;
#*Leg termen verdelingscoëfficiënt, selectiviteitsfactor en plaathoogte uit en geef daarbij de Van Deemtervergelijking&lt;br /&gt;
#*Geef de wet van Beer en leg kort uit&lt;br /&gt;
#*De wet van Beer heeft zijn beperkingen, geef die limieten en leg uit&lt;br /&gt;
#*Termen op fluorescentie grafiek geven&lt;br /&gt;
#Deel 2 Annelies Delabie&lt;br /&gt;
#*Geef het verloop van de argentometrische titratie weer via de systematische methode&lt;br /&gt;
#*Geef de titraties van de verschillende halides met argentometrie&lt;br /&gt;
#*Er zijn verschillende indicatoren voor argentometrie. Geef 1 ervan en leg uit&lt;br /&gt;
#Deel 3 Oefeningen&lt;br /&gt;
#*Co-precipitatie van cl-ionen worden gemeten in een Bacl2 met H2SO4 reactie. Een tweede meting wordt gedaan met extra NaCl toegevoegd. Mag de tweede meting worden beschouwd als het eerste? Stel een nulhypothese op en een alternatieve hypothese (t-test). Bereken de werkelijke massa van BaSO4 zonder co-precipitatie en bereken de massaprocent van het gemiddelde cl- ionen in de neerslag&lt;br /&gt;
#*pH berekenen van 1.0M HCl met 0.8M Na2C2O4 via systematische methode&lt;br /&gt;
#*Hoeveel AgNO3 kan je toevoegen zodat AgCl en Ag2C2O4 niet neerslaat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2020===&lt;br /&gt;
#De verschillende scheidingsmethode en leg de deemstervergelijking uit.&lt;br /&gt;
#Mondelinge vragen van SDG:&lt;br /&gt;
#*Wat is amu.&lt;br /&gt;
#*Verschil tussen gecalibreerd glaswerk: to contain en to deliver uitleggen. &lt;br /&gt;
#*Wat zijn de mogelijke manieren van systematische fouten&lt;br /&gt;
#*Een tekening van de energiebanden bij fluorescentie, geef uitleg hierover.&lt;br /&gt;
#*Thermische geleidbaarheidsdetector&lt;br /&gt;
#*Detectielimiet&lt;br /&gt;
#Bespreek de titratiecurves bij argentometrie.&lt;br /&gt;
#*Geef via systematische methode een formule voor het berekenen van de grafiek.&lt;br /&gt;
#*Leg de invloed van de ksp en een verdunning uit.&lt;br /&gt;
#oef 1: &lt;br /&gt;
#*Berekenen van de pH van 0.6 M NaCN via systematische methode&lt;br /&gt;
#*Hoeveel HCl (3.0 M) moet je toevoegen aan 100.00 ml 0.5 NaCN om pH 9.08 te komen.&lt;br /&gt;
#*Na toevoegen van AgNO3: laat zien dat door complexatie AgOH en AgCN niet neerslaan.&lt;br /&gt;
#oef 2:&lt;br /&gt;
#*Een reactie van een standaardisatie, bereken de concentratie en fout erop.&lt;br /&gt;
#*Tabel met gegevens van 2 stalen, nulhypothese en geef op het 95% betrouwbaarheidsniveau een conclusie van 2 stalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2019===&lt;br /&gt;
#Bespreek de verschillende analytische scheidingstechnieken en chromatografische scheiding specifiek.&lt;br /&gt;
#*Werking chromatografische scheiding&lt;br /&gt;
#*verdelingscoeff, selectiviteitsfactor, plaathoogte&lt;br /&gt;
#*deemstervergelijking&lt;br /&gt;
#bespreek in detail de titratiecurven van H2A (diprotisch zuur deeltje). Geef hoe je op elk van deze punten de pH kunt berekenen. &lt;br /&gt;
#oef 1: bereken de pH van HBr en HNO2, Hierbij word KOH gedaan bereken nu de pH, in de eerste oplossing bereken de oplosbaarheid van PbBr2&lt;br /&gt;
#oef 2: puur Zn reageerd met Hcl en vormt H2. zoek het massapercentage, bereken het betrouwbaarheidsinterval voor 95%, hoeveel metingen zijn er nodig voor een O,3 betrouwbaarheidsinterval op 99%&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 september 2018===&lt;br /&gt;
#Beschrijf alle scheidingstechnieken en chromatografie uitgebreid uitleggen met termen selectiviteitsfactor en Deemtervergelijking&lt;br /&gt;
#Leid de formule af om de pH van een amfiprotische verbinding te bepalen&lt;br /&gt;
#Oefening met pH van kaliumoxalaatoplossing berekenen, na toevoeging van KOH en na toevoeging van HBr&lt;br /&gt;
#Oefening met statistische interpretatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2018 (prof. De Gendt &amp;amp; Delabie)===&lt;br /&gt;
#Beschrijf alle analytische scheidingstechnieken en Van Deemtervergelijking uitleggen&lt;br /&gt;
#Deeltjesgrootte binnen de gravimetrie en hoe we deze kunnen beïnvloeden&lt;br /&gt;
#(1) pH van een oplossing Na2CO3 via de systematische methode (reactievergelijkingen, massa- en ladingsbalansen) en (2) pH van een Na2CO3 oplossing na toevoegen van HCl via methode naar keuze&lt;br /&gt;
#(1) bepaling van massapercentage NH4Cl in een 0,5g sample (dmv een terugtitratie) en (2) gemiddelde, standaarddeviatie en betrouwbaarheidsinterval bepalen uit data van 8 metingen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Augustus 2017===&lt;br /&gt;
# Titratie van NaCl met AgNO3 met de vorderingsgraad. Ook de afleiding van ladingsbalans&lt;br /&gt;
# 3 methodes voor bepalen van metaal en ligand verhouding, 1 van kiezen en uitleggen &lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid LiF iteratief uitwerken, rekening houden met ionische sterkte (oefeningen van in de les) &lt;br /&gt;
# Oefening ivm oplosbaarheid zilveroxalaat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2017 NM===&lt;br /&gt;
# Detectielimieten + formules, standaardadditie formules&lt;br /&gt;
# Alfa(1): definieren en formule van ph afhankelijkheid, titratiecurve voor zwak zuur en NaOH afleiden met vorderingsgraad&lt;br /&gt;
# Meest gebruikte vorm gaschromatografie?, 2 manieren voor kwalitatief onderzoek, 2 meest efficiënte manieren voor kwantitatief onderzoek, destructieve en niet destructieve detectoren uitleggen&lt;br /&gt;
# Oefening op buffer van triprotonisch zuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
# Ppm bewijzen bij gas, specifiek gewicht, temperatuursafhankelijkheid&lt;br /&gt;
# Afleiding van extractie, ionenchromatografie met supressorkolom en alternatieven&lt;br /&gt;
# sigmoidale en lineair segement, Gran plot&lt;br /&gt;
# oefening met oplosbaarheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2016 VM===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Wat bepaalt of we een colloïdale of kristallijnen neerslag krijgen wanneer we 2 reagentia samenvoegen? Wat ligt aan de basis van stabilisatie van een colloïdale neerslag? Hoe kunnen we deze neerslag toch filtreerbaar maken? Wat is het gevaar bij wassen van deze neerslag en hoe kan dit probleem opgelost worden?&lt;br /&gt;
#absorptiemeting&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen het absorptiespectrum bij atomaire absorptie en moleculaire absorptie? Wat zijn de praktische gevolgen voor metingen bij atomaire absorptie?&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen de spectra van moleculaire absorptie in gasfase of in oplossing? Welke methode van deze twee is het best bruikbaar voor kwalitatieve analyse?&lt;br /&gt;
#*Wet van Beer afleiden&lt;br /&gt;
#*Dit is een &#039;limiting law&#039;, verklaar.&lt;br /&gt;
#*Verklaar de invloed van strooilicht &lt;br /&gt;
#grafieken van in cursus fosforzuur/oxaalzuur/zwavelzuur&lt;br /&gt;
#*Welke curve hoort bij welk zuur?&lt;br /&gt;
#*Bespreek de equivalentiepunten (duidelijk voorkomen, afwezigheid van punten...)&lt;br /&gt;
#*Duid voor de curve van fosforzuur aan welke deeltjes in elk gebied belangrijk zijn voor de pH-bepaling (beging,vlak gebied (buffer), EP...)&lt;br /&gt;
#*Bereken voor de curve van fosforzuur de pH enkel met eenvoudige formules in de verschillende gebieden (start, midden vlak gebied, EP...)&lt;br /&gt;
Oefening&lt;br /&gt;
# Maak een buffer met een totaal volume van 1,00L en pH = 9,60 met 0,300 M Na2CO3 en 0,200 HCl. Ka1(H2CO3) = 4,45.10-7 en Ka2(H2CO3) = 4,69.10-11&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2016 NM ===&lt;br /&gt;
#titratie NaCl met AgNO3. leid formules die het verloop van de titratiecurves geven mbv vorderringsgraad. Hoe wordt deze formule gebruikt.&lt;br /&gt;
#Definiïer de plaathoogte en bespreek de fysische invloeden op de factoren die de plaathoogte beïnvloeden en geef de grafiek hiervan.&lt;br /&gt;
#Belangrijkste eigenschappen van activiteitscoëfficiënten en leid de molaire oplosbaarheid af van LiF met de activiteiten te beschouwen.&lt;br /&gt;
#titratie van HCL en H2SO3 met NaOH, geef de grafiek en bespreek welke deeltjes er te vinden zijn waar en bereken de pH na toevoeging van 37,5mL van NaOH door systematisch te werken en toon aan dat de vereenvoudigingen kloppen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2016 VM ===&lt;br /&gt;
#pH amfiprotisch deeltje&lt;br /&gt;
#ppm bij gassen en oplossingen, specifiek gewicht + temperatuursafhankelijk of niet&lt;br /&gt;
#3 methodes vr stoichiometrie van complex met absorbantie&lt;br /&gt;
#oefening: oplosbaarheid Ag2C2O4 in oplossing met pH=4, Ksp en Ka&#039;s gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 augustus voormiddag===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*wat bepaalt of we een colloïdale of kristellijnen neerslag krijgen wanneer we 2 reagentia samenvoegen?&lt;br /&gt;
#*wat ligt aan de basis van de stabilisatie van een colloïdale neerslag.&lt;br /&gt;
#*hoe kunnen we deze neerslag verbeteren zodat deze toch te filteren is.&lt;br /&gt;
#*wat gebeurd er als we zo een verbeterde neerslag wassen en hoe kan dit soms opgelost worden.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*leg uit wat aan de grondslag ligt van de scheiding van metaalkationen volgens de historische H2S methode.&lt;br /&gt;
#*Ka1 en Ka2 van H2S gegeven en dan uitleggen waarom de ene groter is dan de andere.&lt;br /&gt;
#*Grafiek uit de cursus van bij dit stukje en dan de helling van die rechte berekenen.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*wat is het meest voorkomende type gaschromatografie.&lt;br /&gt;
#*op welke 2 manieren kan aan kwalitatieve analyse gedaan worden met gaschromatografie.&lt;br /&gt;
#*kwantitatieve analyse met gaschromatografie: uitleggen van interne standaard en standaardadditie.&lt;br /&gt;
#*bondig bespreken van de destructieve en niet-destructieve detector gebruikt bij gaschromatografie die we gezien hebben in de les&lt;br /&gt;
#oefening waarbij ge de pH van een mengsel van 2 stoffen moet bepalen en daarna de oplosbaarheid van een andere stof bepalen die in dat mengsel gedaan wordt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2014 NM===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Omschrijf met woorden het concept standaardfout precies?&lt;br /&gt;
#* Beschrijft een gauss-curve perfect de verdeling van de meetresultaten in de analytische chemie? (uitleg)&lt;br /&gt;
#* Wat is het grote nut van s-pooled in de analytische chemie?&lt;br /&gt;
#* Wat is het verband tussen t (two tailed) en t (one tailed)? Leg uit m.b.v. Gauss-curves.&lt;br /&gt;
#* Indien een chemische analysemethode een normaaldistributie volgt die gekenmerkt wordt door een straalgemiddelde µ en een populatiestandaarddeviatie sigma. Geef dan de formule die toelaat de fractie F van het totaal aantal metingen te berekenen dat, bij een zeer groot aantal metingen, gelegen is tussen µ+a en µ+b. Toon met deze formule aan dat voor om het even welke analysemethode die een normaaldistributie volgt, er eenzelfde fractie van metingen  zich bevindt tussen µ-2sigma; en µ+2sigma. Hoe groot is deze fractie?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Op wat berust de scheiding van metaalkationen op basis van de historisch belangrijke H2S methode?&lt;br /&gt;
#*Voor dit zwakke zuur zijn de numerieke warde voor de dissociatieconstanten gegeven. Waarom is Ka1 &amp;gt; Ka2?&lt;br /&gt;
#* Leid aan de hand van berekeningen de richtingscoëfficiënt af van de bijgevoegde grafiek. (=dalende rechte)&lt;br /&gt;
# Hoe wordt de plaathoogte H in chromatografie gedefinieerd? Schets de grafiek van de plaathoogte in functie van de stroomsnelheid van de mobiele fase. De afhankelijk kan gevat worden in een bepaalde vergelijking.&lt;br /&gt;
Schrijf en benoem deze en verklaar de verschillende componenten ervan aan de hand van de fysische verschijnselen zoals die zich voordoen in een kolom. Wat is het belangrijkste verschil tussen gaschromatografie en vloeistrofchromatografie in deze context?&lt;br /&gt;
# We lossen 445 mg AlCl3 (133,34 g/mol) op in 200 mL water. Het kation complexeert volledig met water tot Al(H20)6(3+) en heeft zure eigenschappen: Ka(Al(H2O)6(3+) = 1,4 x 10^-5&lt;br /&gt;
(a) Bereken de pH als -log(H+).&lt;br /&gt;
(b) Wat is de molaire oplosbaarheid van zilver wanneer we aan deze oplossing 860 mg aan AgNO3 (169,873 g/mol) toevoegen (Ksp,AgCl)= 1,82 x 10^-8?&lt;br /&gt;
Houd bij de berekeningen steeds rekening met de ionische sterkte van de oplossingen. De effectieve diameter van gehydrateerd AI(H20)5(OH)2+ bedraagt 0.6 nm.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2014 VM===&lt;br /&gt;
# Wat bepaald of er een colloïdale of kristallijnen neerslag vormt? Omschrijf de oorsprong van de stabilisatie van een colloïdale neerslag en hoe men dergelijke neerslag kan behandelen om een filtreerbare neerslag te krijgen. Wat zijn de gevaren bij het wassen en hoe kunnen deze vermeden worden? Waarom is Fe(OH)3 of zijn waterige oxide niet filtreerbaar in gewone omstandigheden, en wat kan je eraan doen? Plaat de Fajansmethode in de context van deze vraag.&lt;br /&gt;
# Leid de eenvoudigste formule af om de pH te schatten van amfiprotische deeltjes NaHA met cNaHA.&lt;br /&gt;
# Scheiding door extractie: Leid een formule af om te berekenen wat de concentratie is na i extracties van component A in een bepaalde hoeveelheid waterige fase door middel van telkens dezelfde hoeveelheid organische fase te gebruiken. - Waarom gebruikt men bij ionenchromatografie een suppressorkolom? Omschrijf de werking adhv een voorbeeld. Geef de twee alternatieven voor een suppressorkolom (+uitleg).&lt;br /&gt;
# Gegeven is een oplossing van 50,0mL met 0.10M HCl en 0.10M H2SO3 met pKa1=1.23*10-2 en pKa2=6.6*10-8. Er wordt getitreerd met 0.20M NaOH (a) Teken de titratiecurve en beschrijf de samenstelling van elk gebied (zwakke base, amfiprotisch zout) (b) Bereken de pH na toevoegen van 37.5mL base. [Tip bij (b): gebruik de systematische methode, en zorg dat de relatieve fout op [H3O+] minder blijft dan 5%]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 Januari 2013 NM===&lt;br /&gt;
#wat is het verband tussen slitbreedte en kwalitatieve analyse?&lt;br /&gt;
#wat is de rol van strooilicht en niet effectief monochromatisch licht bij kwantitatieve analyse?&lt;br /&gt;
#bespreek de 3 methodes (continue variatie, mol-ratio en helling-ratio) om de stoichiometrie van een complex te bepalen aan de hand van de gegeven grafieken. Kunnen we hier nog andere informatie uithalen?&lt;br /&gt;
#leid 2 formules af die de titratiecurve van NaCl met AgNO3 beschrijven. Hoe gebruikt men ze?&lt;br /&gt;
#toon aan dat het equivalentiepunt steeds bij dezelfde pAg ligt&lt;br /&gt;
#geef 3 fysische methodes om het equivalentiepunt waar te nemen&lt;br /&gt;
# 0,1g H3PO4 (pKA&#039;s gegeven) wordt in 100 ml water opgelost en met 0,01M NaOH neutraal gemaakt. Wat zijn de molfracties aan H3PO4 en de geconjugeerde basen?&lt;br /&gt;
# Een staal bevat enkel KCl en FeCl2, molmassa&#039;s en totale zijn gegeven. Een Mohr-titratie wordt toegepast, gebruikte hoeveelheid AgNO3 en concentratie zijn gegeven. Bepaal de massa FeCl2 en het massapercentage aan Fe (atoommassa gegeven) in het staal.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 Januari 2012 NM===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Zuur/base&lt;br /&gt;
#* Differentierend / Leveling solvent&lt;br /&gt;
#* verband tussen Ka en Kb bij diprotisch afleiden&lt;br /&gt;
#* toon aan dat de alfa-waardes enkel afhankelijk zijn van de pH van de oplossing &lt;br /&gt;
#* afleiden titratiecurve van zwak zuur &amp;amp;amp; sterke base a.d.h.v. vorderingsgraad. Hoe stel je vanuit deze formule diegene op van een sterk zuur en een sterke base? Zelfde vraag voor polyprotisch zwak zuur en sterke base. &lt;br /&gt;
# Chromatografie &lt;br /&gt;
#* wat is de meest gebruikte gaschromatografie? wat is de andere?) &lt;br /&gt;
#* hoe kan je bij gaschromatografie kwalitatief en staal analyseren &lt;br /&gt;
#* leg uit hoe je bij kwantitatieve analyse hier interne standaard en standaardadditie toepast &lt;br /&gt;
#* twee detectoren: destructieve en niet-destructieve voor gaschromatografie. Leg bondig uit &lt;br /&gt;
# Oefeningen &lt;br /&gt;
#* een combinatie oefening van het bepalen van een concentratie tijdens een titratie en statistische methodes &lt;br /&gt;
#* wat is het effect op de ionische sterkte als je NaOH bij a) MgCl2 b) HCL c) CH3COOH doet. (bespreken)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 augustus 2011===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Beschouw titratie van een zwak zuur met een sterke base. Hoe bepaal de titratiecurve a.d.h.v. de vorderingsgraad. Geef de afleiding voor vorderingsgraad. Hoe zit het dan voor titratie van een sterk zuur met een sterke base?&lt;br /&gt;
# Instrumenten&lt;br /&gt;
#* Wat is het verschil tussen de concentratiebepaling bij fluorescentie, absorptie en chemoluminescentie? &lt;br /&gt;
#* Wat is een interferentiefilter? Geef de afleding voor de formule \lambda=2\eta t&lt;br /&gt;
#* leg uit: fotodiode en fotomultiplier&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# standaardoefening op selectief neerslagen (is het mogelijk om bv Sr2+ en Hf4+ neer te slaan door OH- toe te voegen&lt;br /&gt;
# ook standaard: geef verhouding van 2 ionen in oplossing, Ksp&#039;s, Ka enz gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 januari 2011 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(Misschien niet in die woorden,maar het kwam wel op deze vragen neer)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Chromatografie: &lt;br /&gt;
#*Wat is de plaathoogte, geef een definitie en leid de formule af.&lt;br /&gt;
#*Bespreek de plaathoogte ifv de stroomsnelheid van de mobiele fase. Met welke functie kan deze omschreven worden? Ontleed en bespreek de onderdelen van deze functie. Welke factor zorgt voor het verschil tussen de plaathoogte ifv de mobiele fase bij gas en bij vloeistof?&lt;br /&gt;
# Standaardadditie etc&lt;br /&gt;
#* Hoe wordt de enkelvoudige standaardadditiemethode gebruikt? Leid de formule af.&lt;br /&gt;
#* Bespreek bondig de interne standaardmethode. &lt;br /&gt;
#* Welke detectielimieten zijn er? Leid de formules af en bespreek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#oefening met Volhard-titratie.&lt;br /&gt;
#* 100.0ML staal, hoeveel miligram monochloroazijnzuur zit er in als je weet dat men het staal bewerkt met 1M NaOH zodat men een waterige oplossing van ClCh3COO- krijgt. Deze zuurt men aan en men voegt (concentratie gegeven) AgNO3 toe. De neerslag wordt afgefilterd en vervolgens voegt men 10.43 ml NH4SCN toe tot aan het neutralisatiepunt. Bij de blancotitratie moest men 22.98ml NH4SCN toevoegen.&lt;br /&gt;
#oefening met ionische sterkte&lt;br /&gt;
#* Wat is de oplosbaarheid van CaSO4 in 0.0333M Na2SO4? Bereken eerst de ionische sterkte van deze elektrolyt(dus alleen van Na2SO4) en bereken aan de hand van die waarde de oplosbaarheid van CaSO4.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2011 ===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
# Betrouwbaarheidsintervallen:&lt;br /&gt;
#* Verklaar volgende begrippen uit betrouwbaarheidsintervallen: s, Ïƒ, N, z, t, x Ì… (gem.), Âµ   (uitgebreid verklaren)&lt;br /&gt;
#* Leid één van de definities af voor een betrouwbaarheidsinterval, vetrekkende van de basisprincipes van de statistiek&lt;br /&gt;
#* We hebben in de cursus minstens twee lichtjes afwijkende versies van het betrouwbaarheidsinterval gezien, geef die en leg uit wanneer die worden gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verband met t-testen?&lt;br /&gt;
#Spectrofotometer: In een spectrofotometer wordt elektromagnetische straling met bepaalde golflengte Î» doorheen een oplossing van een analiet met goed gekozen solvent gestuurd. Vertrekkende van de bron is de intensiteit van de straling P, als het doorheen de cuvet (optische weglengte b) met alleen solvent is gepasseerd is de intensiteit P&#039;. Met precies één chromofoor in de oplossing heeft de uitgaande straal een intensiteit P&amp;amp;quot. Extinctiecoëfficiënt is Îµ(Î»)&lt;br /&gt;
#* Wat bedoelt men met goed gekozen solvent?&lt;br /&gt;
#* Is P=P&#039;? (motivatie)&lt;br /&gt;
#* Is concentratie c evenredig met P-P&amp;amp;quot; of met P&#039;-P&amp;amp;quot;? (leg uit adhv basisprincipes)&lt;br /&gt;
#* Wat is strooistraling? Wat zijn de gevolgen hiervan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een staal weegt 27,73mg en bestaat alleen maar uit KCl(MG 74,55) en FeCl2(MG 126,75). Met de Mohrmethode is er 18,48mL nodig van een 0,02237M AgNO3-oplossing om het chloride te neutraliseren. Bepaal massa van FeCl2 en massapercent van ijzer in het staal. (oplossing: 0,01761g en 27,98%)&lt;br /&gt;
# Bereken molaire oplosbaarheid van Ag3PO4 (Ksp=2,8E-18) gebufferd bij pH 6. De 3 Ka&#039;s van fosforzuur zijn gegeven. (oplossing 1,40E-3 M)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Omschrijf aan de hand van een voorbeeld de termen precisie en nauwkeurigheid. Wat is hun oorsprong in de analytische scheikunde en tot welke types van fout en corresponderende mathematisch termen geven ze aanleiding?&lt;br /&gt;
# Gegeven oplossing van AgCl-neerslag in evenwicht met een bepaalde analytische concentratie aan KCl. Leid de formule af die de oplosbaarheid van AgCl geeft in functie van de analytische concentratie aan KCl. Bespreek het resulaat aan de hand van een grafiek. (Die 4 reactievergelijkingen krijg je ook gegeven)&lt;br /&gt;
# Bespreek de meest voorkomende detectoren in optische instrumenten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefening:&lt;br /&gt;
# Hoe maak je een buffer van 1L met een pH van 9,6 wanneer je 0,200M HCl gebruikt en 0,300M Na2CO3. (Ka1 en Ka2 van H2CO3 ook gegeven)&lt;br /&gt;
# Teken kwalitatief de titratiecurve van een mengsel van Na2CO3 en HCO3- met een sterk zuur. Duid ook de delen aan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 januari 2009 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Gauss-distributie:&lt;br /&gt;
#* Omschrijf met woorden een Gauss-distributie. Welke factoren bepalen een Gauss-distributie?&lt;br /&gt;
#* Definieer standaardfout. Waarom is de standaardfout steeds kleiner dan de standaarddeviatie?&lt;br /&gt;
#* Voor een Gauss-distributie, wat is de kans dat een meting gelegen is tussen 0 en +1Ïƒ, tussen +1Ïƒ en +2Ïƒ? Wat is de kans dat een meting buiten de limieten Â±2Ïƒ van het gemiddelde gelegen is en kleiner is dan Î¼-2Ïƒ?&lt;br /&gt;
# Leid de formule af die toelaat om aan de hand van de vorderingsgraad de titratiecurve op te stellen voor een oplossing die Cl- bevat. Hoe moet deze formule gebruikt worden?&lt;br /&gt;
# Bespreek de verschillende aspecten van HPLC, aan de hand van de volgende vragen:&lt;br /&gt;
#*Gradiënt- en isocratische elutie.&lt;br /&gt;
#*Partitiechromatografie (normale en omgekeerde fase).&lt;br /&gt;
#*Ionenuitwisselingschromatografie (suppressorkolommen).&lt;br /&gt;
#*Size exclusion chromatografie (gelfiltratie en gelpermeatie).&lt;br /&gt;
#*Affiniteitschromatografie.&lt;br /&gt;
#*Chirale chromatografie.&lt;br /&gt;
Oefening (3 delen):&lt;br /&gt;
* Berekenen van standaarddeviatie en CV.&lt;br /&gt;
* Iets van oplosbaarheid.&lt;br /&gt;
* Titratiecurve opstellen voor 3 basen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Wat is het verband tussen betrouwbaarheidsintervallen en de z- en t-test?&lt;br /&gt;
# Bespreek de wet van Beer qua afleiding, toepassing en beperkingen.&lt;br /&gt;
# Chromatografie. Wat is de plaathoogte van een kolom en hoe wordt deze beÃ¯nvloed door de stroomsnelheid van de mobiele fase?&lt;br /&gt;
Oefening:&lt;br /&gt;
# Bereken de pH voor de titratie van 50,0 mL van een 0,10 M ethyleendiamine-oplossing met een 0,20 M oplossing van HCl na toevoegen van de volgende hoeveelheden zuur: &lt;br /&gt;
a) 0,0 mL HCl&lt;br /&gt;
b) 37,5 mL HCl&lt;br /&gt;
c) 50,0 mL HCl&lt;br /&gt;
Verantwoord steeds eventueel gemaakte benaderingen in je berekeningen. &lt;br /&gt;
Teken kwalitatief de titratiekurve en omschrijf de samenstelling van de oplossing in de verschillende gebieden (bv. Buffer van X en Y, sterk zuur Z, ...)&lt;br /&gt;
Voor Ethyleendiamine (H2NCH2CH2NH2 afgekort B) zijn de numerieke waarden van de opeenvolgende zuurdissociatieconstanten van BH2(2+) als volgt. Ka1 = 1,42 x 10^-7 en Ka2 = 1,18 x 10^-10&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Gran Plot vraag.&lt;br /&gt;
# Moleculaire Fluoriscentie vraag.&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid AgCl met concentratie aan KCl.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# De Volhard titratie wordt algemeen aangeraden voor de analyse van het heptachloor insecticide C10H5Cl7. Er is geen chloride of chloor in de matrix aanwezig. Het percentage van heptachloor wordt gegeven door: %hepatachloor = ((mlAg x cAg - mlSCN x cSCN) x 37.33)/staalmassa. Wat zegt deze berekening over de stoechimoterie van deze titratie (m.a.w. hoeveel chloride-ionen per molecule heptachloor reageren met 1 AgNO3)M = 373,22 g/mol?&lt;br /&gt;
# Bereken de oplosbaarheid van Mg(OH)2 in een 0.0167M oplossing van Ba(NO3)2 door gebruik te maken van:&lt;br /&gt;
#*Activiteiten.&lt;br /&gt;
#*Molaire concentraties.&lt;br /&gt;
#*Bereken ook de procentuele fout die gemaakt wordt door geen rekening te houden met de activiteiten. Ksp Mg(OH)2 = 7.1x10^-12 Neerslag Ba(OH)2 mag je verwaarlozen (tabel activiteitscoeffictien en ionische sterkte gegeven).&lt;br /&gt;
# Schrijf de uitdrukking voor [H3O+] in functie van enkele andere evenwichtscocentraties voor een 0.01M oplossig van HCl die in evenwicht is met een overmaat aan vast BaSO4.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek soorten gevoeligheid+detectielimiet.&lt;br /&gt;
# Mengsel van NaOH NaHCO3 en Na2CO3.&lt;br /&gt;
# Kwantitatieve en kwalitatieve analyse bij gaschromatografie.&lt;br /&gt;
Oefening:&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid van MnS in buffer (Ka&#039;s en conc. H30+ gegeven).&amp;lt;/text&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>JesperAllaer</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Analytische_Basistechnieken&amp;diff=2315</id>
		<title>Analytische Basistechnieken</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Analytische_Basistechnieken&amp;diff=2315"/>
		<updated>2021-01-13T19:29:50Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;JesperAllaer: /* 11 januari 2021 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Analytische basistechnieken is verplicht voor de chemici. Het werd gedoceerd door prof Hendrickx. Meestal beperkte hij zich tot het aflezen van zijn slides, hier en daar gaf hij extra informatie, die op het examen gevraagd kon worden. Sinds academiejaar 2017-2018 wordt dit vak gedoceerd door twee nieuwe proffen, De Gendt &amp;amp; Delabie. Ook zij beperken zich tot het aflezen van slides.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 januari 2021===&lt;br /&gt;
#Deel 1 Stefan De Gendt&lt;br /&gt;
#*Geef de verschillende scheidingsmethoden en leg kort uit&lt;br /&gt;
#*Leg termen verdelingscoëfficiënt, selectiviteitsfactor en plaathoogte uit en geef daarbij de Van Deemtervergelijking&lt;br /&gt;
#*Geef de wet van Beer en leg kort uit&lt;br /&gt;
#*De wet van Beer heeft zijn beperkingen, geef die limieten en leg uit&lt;br /&gt;
#*Termen op fluorescentie grafiek geven&lt;br /&gt;
#Deel 2 Annelies Delabie&lt;br /&gt;
#*Geef het verloop van de argentometrische titratie weer via de systematische methode&lt;br /&gt;
#*Geef de titraties van de verschillende halides met argentometrie&lt;br /&gt;
#*Er zijn verschillende indicatoren voor argentometrie. Geef 1 ervan en leg uit&lt;br /&gt;
#Deel 3 Oefeningen&lt;br /&gt;
#*Oefening op statistiek met het gebruik van de t-test en massapercentage&lt;br /&gt;
#*pH berekenen van 1.0M HCl met 0.8M Na2C2O4 via systematische methode&lt;br /&gt;
#*Hoeveel AgNO3 kan je toevoegen zodat AgCl en Ag2C2O4 niet neerslaat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2020===&lt;br /&gt;
#De verschillende scheidingsmethode en leg de deemstervergelijking uit.&lt;br /&gt;
#Mondelinge vragen van SDG:&lt;br /&gt;
#*Wat is amu.&lt;br /&gt;
#*Verschil tussen gecalibreerd glaswerk: to contain en to deliver uitleggen. &lt;br /&gt;
#*Wat zijn de mogelijke manieren van systematische fouten&lt;br /&gt;
#*Een tekening van de energiebanden bij fluorescentie, geef uitleg hierover.&lt;br /&gt;
#*Thermische geleidbaarheidsdetector&lt;br /&gt;
#*Detectielimiet&lt;br /&gt;
#Bespreek de titratiecurves bij argentometrie.&lt;br /&gt;
#*Geef via systematische methode een formule voor het berekenen van de grafiek.&lt;br /&gt;
#*Leg de invloed van de ksp en een verdunning uit.&lt;br /&gt;
#oef 1: &lt;br /&gt;
#*Berekenen van de pH van 0.6 M NaCN via systematische methode&lt;br /&gt;
#*Hoeveel HCl (3.0 M) moet je toevoegen aan 100.00 ml 0.5 NaCN om pH 9.08 te komen.&lt;br /&gt;
#*Na toevoegen van AgNO3: laat zien dat door complexatie AgOH en AgCN niet neerslaan.&lt;br /&gt;
#oef 2:&lt;br /&gt;
#*Een reactie van een standaardisatie, bereken de concentratie en fout erop.&lt;br /&gt;
#*Tabel met gegevens van 2 stalen, nulhypothese en geef op het 95% betrouwbaarheidsniveau een conclusie van 2 stalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2019===&lt;br /&gt;
#Bespreek de verschillende analytische scheidingstechnieken en chromatografische scheiding specifiek.&lt;br /&gt;
#*Werking chromatografische scheiding&lt;br /&gt;
#*verdelingscoeff, selectiviteitsfactor, plaathoogte&lt;br /&gt;
#*deemstervergelijking&lt;br /&gt;
#bespreek in detail de titratiecurven van H2A (diprotisch zuur deeltje). Geef hoe je op elk van deze punten de pH kunt berekenen. &lt;br /&gt;
#oef 1: bereken de pH van HBr en HNO2, Hierbij word KOH gedaan bereken nu de pH, in de eerste oplossing bereken de oplosbaarheid van PbBr2&lt;br /&gt;
#oef 2: puur Zn reageerd met Hcl en vormt H2. zoek het massapercentage, bereken het betrouwbaarheidsinterval voor 95%, hoeveel metingen zijn er nodig voor een O,3 betrouwbaarheidsinterval op 99%&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 september 2018===&lt;br /&gt;
#Beschrijf alle scheidingstechnieken en chromatografie uitgebreid uitleggen met termen selectiviteitsfactor en Deemtervergelijking&lt;br /&gt;
#Leid de formule af om de pH van een amfiprotische verbinding te bepalen&lt;br /&gt;
#Oefening met pH van kaliumoxalaatoplossing berekenen, na toevoeging van KOH en na toevoeging van HBr&lt;br /&gt;
#Oefening met statistische interpretatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2018 (prof. De Gendt &amp;amp; Delabie)===&lt;br /&gt;
#Beschrijf alle analytische scheidingstechnieken en Van Deemtervergelijking uitleggen&lt;br /&gt;
#Deeltjesgrootte binnen de gravimetrie en hoe we deze kunnen beïnvloeden&lt;br /&gt;
#(1) pH van een oplossing Na2CO3 via de systematische methode (reactievergelijkingen, massa- en ladingsbalansen) en (2) pH van een Na2CO3 oplossing na toevoegen van HCl via methode naar keuze&lt;br /&gt;
#(1) bepaling van massapercentage NH4Cl in een 0,5g sample (dmv een terugtitratie) en (2) gemiddelde, standaarddeviatie en betrouwbaarheidsinterval bepalen uit data van 8 metingen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Augustus 2017===&lt;br /&gt;
# Titratie van NaCl met AgNO3 met de vorderingsgraad. Ook de afleiding van ladingsbalans&lt;br /&gt;
# 3 methodes voor bepalen van metaal en ligand verhouding, 1 van kiezen en uitleggen &lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid LiF iteratief uitwerken, rekening houden met ionische sterkte (oefeningen van in de les) &lt;br /&gt;
# Oefening ivm oplosbaarheid zilveroxalaat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2017 NM===&lt;br /&gt;
# Detectielimieten + formules, standaardadditie formules&lt;br /&gt;
# Alfa(1): definieren en formule van ph afhankelijkheid, titratiecurve voor zwak zuur en NaOH afleiden met vorderingsgraad&lt;br /&gt;
# Meest gebruikte vorm gaschromatografie?, 2 manieren voor kwalitatief onderzoek, 2 meest efficiënte manieren voor kwantitatief onderzoek, destructieve en niet destructieve detectoren uitleggen&lt;br /&gt;
# Oefening op buffer van triprotonisch zuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
# Ppm bewijzen bij gas, specifiek gewicht, temperatuursafhankelijkheid&lt;br /&gt;
# Afleiding van extractie, ionenchromatografie met supressorkolom en alternatieven&lt;br /&gt;
# sigmoidale en lineair segement, Gran plot&lt;br /&gt;
# oefening met oplosbaarheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2016 VM===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Wat bepaalt of we een colloïdale of kristallijnen neerslag krijgen wanneer we 2 reagentia samenvoegen? Wat ligt aan de basis van stabilisatie van een colloïdale neerslag? Hoe kunnen we deze neerslag toch filtreerbaar maken? Wat is het gevaar bij wassen van deze neerslag en hoe kan dit probleem opgelost worden?&lt;br /&gt;
#absorptiemeting&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen het absorptiespectrum bij atomaire absorptie en moleculaire absorptie? Wat zijn de praktische gevolgen voor metingen bij atomaire absorptie?&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen de spectra van moleculaire absorptie in gasfase of in oplossing? Welke methode van deze twee is het best bruikbaar voor kwalitatieve analyse?&lt;br /&gt;
#*Wet van Beer afleiden&lt;br /&gt;
#*Dit is een &#039;limiting law&#039;, verklaar.&lt;br /&gt;
#*Verklaar de invloed van strooilicht &lt;br /&gt;
#grafieken van in cursus fosforzuur/oxaalzuur/zwavelzuur&lt;br /&gt;
#*Welke curve hoort bij welk zuur?&lt;br /&gt;
#*Bespreek de equivalentiepunten (duidelijk voorkomen, afwezigheid van punten...)&lt;br /&gt;
#*Duid voor de curve van fosforzuur aan welke deeltjes in elk gebied belangrijk zijn voor de pH-bepaling (beging,vlak gebied (buffer), EP...)&lt;br /&gt;
#*Bereken voor de curve van fosforzuur de pH enkel met eenvoudige formules in de verschillende gebieden (start, midden vlak gebied, EP...)&lt;br /&gt;
Oefening&lt;br /&gt;
# Maak een buffer met een totaal volume van 1,00L en pH = 9,60 met 0,300 M Na2CO3 en 0,200 HCl. Ka1(H2CO3) = 4,45.10-7 en Ka2(H2CO3) = 4,69.10-11&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2016 NM ===&lt;br /&gt;
#titratie NaCl met AgNO3. leid formules die het verloop van de titratiecurves geven mbv vorderringsgraad. Hoe wordt deze formule gebruikt.&lt;br /&gt;
#Definiïer de plaathoogte en bespreek de fysische invloeden op de factoren die de plaathoogte beïnvloeden en geef de grafiek hiervan.&lt;br /&gt;
#Belangrijkste eigenschappen van activiteitscoëfficiënten en leid de molaire oplosbaarheid af van LiF met de activiteiten te beschouwen.&lt;br /&gt;
#titratie van HCL en H2SO3 met NaOH, geef de grafiek en bespreek welke deeltjes er te vinden zijn waar en bereken de pH na toevoeging van 37,5mL van NaOH door systematisch te werken en toon aan dat de vereenvoudigingen kloppen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2016 VM ===&lt;br /&gt;
#pH amfiprotisch deeltje&lt;br /&gt;
#ppm bij gassen en oplossingen, specifiek gewicht + temperatuursafhankelijk of niet&lt;br /&gt;
#3 methodes vr stoichiometrie van complex met absorbantie&lt;br /&gt;
#oefening: oplosbaarheid Ag2C2O4 in oplossing met pH=4, Ksp en Ka&#039;s gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 augustus voormiddag===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*wat bepaalt of we een colloïdale of kristellijnen neerslag krijgen wanneer we 2 reagentia samenvoegen?&lt;br /&gt;
#*wat ligt aan de basis van de stabilisatie van een colloïdale neerslag.&lt;br /&gt;
#*hoe kunnen we deze neerslag verbeteren zodat deze toch te filteren is.&lt;br /&gt;
#*wat gebeurd er als we zo een verbeterde neerslag wassen en hoe kan dit soms opgelost worden.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*leg uit wat aan de grondslag ligt van de scheiding van metaalkationen volgens de historische H2S methode.&lt;br /&gt;
#*Ka1 en Ka2 van H2S gegeven en dan uitleggen waarom de ene groter is dan de andere.&lt;br /&gt;
#*Grafiek uit de cursus van bij dit stukje en dan de helling van die rechte berekenen.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*wat is het meest voorkomende type gaschromatografie.&lt;br /&gt;
#*op welke 2 manieren kan aan kwalitatieve analyse gedaan worden met gaschromatografie.&lt;br /&gt;
#*kwantitatieve analyse met gaschromatografie: uitleggen van interne standaard en standaardadditie.&lt;br /&gt;
#*bondig bespreken van de destructieve en niet-destructieve detector gebruikt bij gaschromatografie die we gezien hebben in de les&lt;br /&gt;
#oefening waarbij ge de pH van een mengsel van 2 stoffen moet bepalen en daarna de oplosbaarheid van een andere stof bepalen die in dat mengsel gedaan wordt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2014 NM===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Omschrijf met woorden het concept standaardfout precies?&lt;br /&gt;
#* Beschrijft een gauss-curve perfect de verdeling van de meetresultaten in de analytische chemie? (uitleg)&lt;br /&gt;
#* Wat is het grote nut van s-pooled in de analytische chemie?&lt;br /&gt;
#* Wat is het verband tussen t (two tailed) en t (one tailed)? Leg uit m.b.v. Gauss-curves.&lt;br /&gt;
#* Indien een chemische analysemethode een normaaldistributie volgt die gekenmerkt wordt door een straalgemiddelde µ en een populatiestandaarddeviatie sigma. Geef dan de formule die toelaat de fractie F van het totaal aantal metingen te berekenen dat, bij een zeer groot aantal metingen, gelegen is tussen µ+a en µ+b. Toon met deze formule aan dat voor om het even welke analysemethode die een normaaldistributie volgt, er eenzelfde fractie van metingen  zich bevindt tussen µ-2sigma; en µ+2sigma. Hoe groot is deze fractie?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Op wat berust de scheiding van metaalkationen op basis van de historisch belangrijke H2S methode?&lt;br /&gt;
#*Voor dit zwakke zuur zijn de numerieke warde voor de dissociatieconstanten gegeven. Waarom is Ka1 &amp;gt; Ka2?&lt;br /&gt;
#* Leid aan de hand van berekeningen de richtingscoëfficiënt af van de bijgevoegde grafiek. (=dalende rechte)&lt;br /&gt;
# Hoe wordt de plaathoogte H in chromatografie gedefinieerd? Schets de grafiek van de plaathoogte in functie van de stroomsnelheid van de mobiele fase. De afhankelijk kan gevat worden in een bepaalde vergelijking.&lt;br /&gt;
Schrijf en benoem deze en verklaar de verschillende componenten ervan aan de hand van de fysische verschijnselen zoals die zich voordoen in een kolom. Wat is het belangrijkste verschil tussen gaschromatografie en vloeistrofchromatografie in deze context?&lt;br /&gt;
# We lossen 445 mg AlCl3 (133,34 g/mol) op in 200 mL water. Het kation complexeert volledig met water tot Al(H20)6(3+) en heeft zure eigenschappen: Ka(Al(H2O)6(3+) = 1,4 x 10^-5&lt;br /&gt;
(a) Bereken de pH als -log(H+).&lt;br /&gt;
(b) Wat is de molaire oplosbaarheid van zilver wanneer we aan deze oplossing 860 mg aan AgNO3 (169,873 g/mol) toevoegen (Ksp,AgCl)= 1,82 x 10^-8?&lt;br /&gt;
Houd bij de berekeningen steeds rekening met de ionische sterkte van de oplossingen. De effectieve diameter van gehydrateerd AI(H20)5(OH)2+ bedraagt 0.6 nm.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2014 VM===&lt;br /&gt;
# Wat bepaald of er een colloïdale of kristallijnen neerslag vormt? Omschrijf de oorsprong van de stabilisatie van een colloïdale neerslag en hoe men dergelijke neerslag kan behandelen om een filtreerbare neerslag te krijgen. Wat zijn de gevaren bij het wassen en hoe kunnen deze vermeden worden? Waarom is Fe(OH)3 of zijn waterige oxide niet filtreerbaar in gewone omstandigheden, en wat kan je eraan doen? Plaat de Fajansmethode in de context van deze vraag.&lt;br /&gt;
# Leid de eenvoudigste formule af om de pH te schatten van amfiprotische deeltjes NaHA met cNaHA.&lt;br /&gt;
# Scheiding door extractie: Leid een formule af om te berekenen wat de concentratie is na i extracties van component A in een bepaalde hoeveelheid waterige fase door middel van telkens dezelfde hoeveelheid organische fase te gebruiken. - Waarom gebruikt men bij ionenchromatografie een suppressorkolom? Omschrijf de werking adhv een voorbeeld. Geef de twee alternatieven voor een suppressorkolom (+uitleg).&lt;br /&gt;
# Gegeven is een oplossing van 50,0mL met 0.10M HCl en 0.10M H2SO3 met pKa1=1.23*10-2 en pKa2=6.6*10-8. Er wordt getitreerd met 0.20M NaOH (a) Teken de titratiecurve en beschrijf de samenstelling van elk gebied (zwakke base, amfiprotisch zout) (b) Bereken de pH na toevoegen van 37.5mL base. [Tip bij (b): gebruik de systematische methode, en zorg dat de relatieve fout op [H3O+] minder blijft dan 5%]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 Januari 2013 NM===&lt;br /&gt;
#wat is het verband tussen slitbreedte en kwalitatieve analyse?&lt;br /&gt;
#wat is de rol van strooilicht en niet effectief monochromatisch licht bij kwantitatieve analyse?&lt;br /&gt;
#bespreek de 3 methodes (continue variatie, mol-ratio en helling-ratio) om de stoichiometrie van een complex te bepalen aan de hand van de gegeven grafieken. Kunnen we hier nog andere informatie uithalen?&lt;br /&gt;
#leid 2 formules af die de titratiecurve van NaCl met AgNO3 beschrijven. Hoe gebruikt men ze?&lt;br /&gt;
#toon aan dat het equivalentiepunt steeds bij dezelfde pAg ligt&lt;br /&gt;
#geef 3 fysische methodes om het equivalentiepunt waar te nemen&lt;br /&gt;
# 0,1g H3PO4 (pKA&#039;s gegeven) wordt in 100 ml water opgelost en met 0,01M NaOH neutraal gemaakt. Wat zijn de molfracties aan H3PO4 en de geconjugeerde basen?&lt;br /&gt;
# Een staal bevat enkel KCl en FeCl2, molmassa&#039;s en totale zijn gegeven. Een Mohr-titratie wordt toegepast, gebruikte hoeveelheid AgNO3 en concentratie zijn gegeven. Bepaal de massa FeCl2 en het massapercentage aan Fe (atoommassa gegeven) in het staal.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 Januari 2012 NM===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Zuur/base&lt;br /&gt;
#* Differentierend / Leveling solvent&lt;br /&gt;
#* verband tussen Ka en Kb bij diprotisch afleiden&lt;br /&gt;
#* toon aan dat de alfa-waardes enkel afhankelijk zijn van de pH van de oplossing &lt;br /&gt;
#* afleiden titratiecurve van zwak zuur &amp;amp;amp; sterke base a.d.h.v. vorderingsgraad. Hoe stel je vanuit deze formule diegene op van een sterk zuur en een sterke base? Zelfde vraag voor polyprotisch zwak zuur en sterke base. &lt;br /&gt;
# Chromatografie &lt;br /&gt;
#* wat is de meest gebruikte gaschromatografie? wat is de andere?) &lt;br /&gt;
#* hoe kan je bij gaschromatografie kwalitatief en staal analyseren &lt;br /&gt;
#* leg uit hoe je bij kwantitatieve analyse hier interne standaard en standaardadditie toepast &lt;br /&gt;
#* twee detectoren: destructieve en niet-destructieve voor gaschromatografie. Leg bondig uit &lt;br /&gt;
# Oefeningen &lt;br /&gt;
#* een combinatie oefening van het bepalen van een concentratie tijdens een titratie en statistische methodes &lt;br /&gt;
#* wat is het effect op de ionische sterkte als je NaOH bij a) MgCl2 b) HCL c) CH3COOH doet. (bespreken)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 augustus 2011===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Beschouw titratie van een zwak zuur met een sterke base. Hoe bepaal de titratiecurve a.d.h.v. de vorderingsgraad. Geef de afleiding voor vorderingsgraad. Hoe zit het dan voor titratie van een sterk zuur met een sterke base?&lt;br /&gt;
# Instrumenten&lt;br /&gt;
#* Wat is het verschil tussen de concentratiebepaling bij fluorescentie, absorptie en chemoluminescentie? &lt;br /&gt;
#* Wat is een interferentiefilter? Geef de afleding voor de formule \lambda=2\eta t&lt;br /&gt;
#* leg uit: fotodiode en fotomultiplier&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# standaardoefening op selectief neerslagen (is het mogelijk om bv Sr2+ en Hf4+ neer te slaan door OH- toe te voegen&lt;br /&gt;
# ook standaard: geef verhouding van 2 ionen in oplossing, Ksp&#039;s, Ka enz gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 januari 2011 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(Misschien niet in die woorden,maar het kwam wel op deze vragen neer)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Chromatografie: &lt;br /&gt;
#*Wat is de plaathoogte, geef een definitie en leid de formule af.&lt;br /&gt;
#*Bespreek de plaathoogte ifv de stroomsnelheid van de mobiele fase. Met welke functie kan deze omschreven worden? Ontleed en bespreek de onderdelen van deze functie. Welke factor zorgt voor het verschil tussen de plaathoogte ifv de mobiele fase bij gas en bij vloeistof?&lt;br /&gt;
# Standaardadditie etc&lt;br /&gt;
#* Hoe wordt de enkelvoudige standaardadditiemethode gebruikt? Leid de formule af.&lt;br /&gt;
#* Bespreek bondig de interne standaardmethode. &lt;br /&gt;
#* Welke detectielimieten zijn er? Leid de formules af en bespreek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#oefening met Volhard-titratie.&lt;br /&gt;
#* 100.0ML staal, hoeveel miligram monochloroazijnzuur zit er in als je weet dat men het staal bewerkt met 1M NaOH zodat men een waterige oplossing van ClCh3COO- krijgt. Deze zuurt men aan en men voegt (concentratie gegeven) AgNO3 toe. De neerslag wordt afgefilterd en vervolgens voegt men 10.43 ml NH4SCN toe tot aan het neutralisatiepunt. Bij de blancotitratie moest men 22.98ml NH4SCN toevoegen.&lt;br /&gt;
#oefening met ionische sterkte&lt;br /&gt;
#* Wat is de oplosbaarheid van CaSO4 in 0.0333M Na2SO4? Bereken eerst de ionische sterkte van deze elektrolyt(dus alleen van Na2SO4) en bereken aan de hand van die waarde de oplosbaarheid van CaSO4.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2011 ===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
# Betrouwbaarheidsintervallen:&lt;br /&gt;
#* Verklaar volgende begrippen uit betrouwbaarheidsintervallen: s, Ïƒ, N, z, t, x Ì… (gem.), Âµ   (uitgebreid verklaren)&lt;br /&gt;
#* Leid één van de definities af voor een betrouwbaarheidsinterval, vetrekkende van de basisprincipes van de statistiek&lt;br /&gt;
#* We hebben in de cursus minstens twee lichtjes afwijkende versies van het betrouwbaarheidsinterval gezien, geef die en leg uit wanneer die worden gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verband met t-testen?&lt;br /&gt;
#Spectrofotometer: In een spectrofotometer wordt elektromagnetische straling met bepaalde golflengte Î» doorheen een oplossing van een analiet met goed gekozen solvent gestuurd. Vertrekkende van de bron is de intensiteit van de straling P, als het doorheen de cuvet (optische weglengte b) met alleen solvent is gepasseerd is de intensiteit P&#039;. Met precies één chromofoor in de oplossing heeft de uitgaande straal een intensiteit P&amp;amp;quot. Extinctiecoëfficiënt is Îµ(Î»)&lt;br /&gt;
#* Wat bedoelt men met goed gekozen solvent?&lt;br /&gt;
#* Is P=P&#039;? (motivatie)&lt;br /&gt;
#* Is concentratie c evenredig met P-P&amp;amp;quot; of met P&#039;-P&amp;amp;quot;? (leg uit adhv basisprincipes)&lt;br /&gt;
#* Wat is strooistraling? Wat zijn de gevolgen hiervan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een staal weegt 27,73mg en bestaat alleen maar uit KCl(MG 74,55) en FeCl2(MG 126,75). Met de Mohrmethode is er 18,48mL nodig van een 0,02237M AgNO3-oplossing om het chloride te neutraliseren. Bepaal massa van FeCl2 en massapercent van ijzer in het staal. (oplossing: 0,01761g en 27,98%)&lt;br /&gt;
# Bereken molaire oplosbaarheid van Ag3PO4 (Ksp=2,8E-18) gebufferd bij pH 6. De 3 Ka&#039;s van fosforzuur zijn gegeven. (oplossing 1,40E-3 M)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Omschrijf aan de hand van een voorbeeld de termen precisie en nauwkeurigheid. Wat is hun oorsprong in de analytische scheikunde en tot welke types van fout en corresponderende mathematisch termen geven ze aanleiding?&lt;br /&gt;
# Gegeven oplossing van AgCl-neerslag in evenwicht met een bepaalde analytische concentratie aan KCl. Leid de formule af die de oplosbaarheid van AgCl geeft in functie van de analytische concentratie aan KCl. Bespreek het resulaat aan de hand van een grafiek. (Die 4 reactievergelijkingen krijg je ook gegeven)&lt;br /&gt;
# Bespreek de meest voorkomende detectoren in optische instrumenten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefening:&lt;br /&gt;
# Hoe maak je een buffer van 1L met een pH van 9,6 wanneer je 0,200M HCl gebruikt en 0,300M Na2CO3. (Ka1 en Ka2 van H2CO3 ook gegeven)&lt;br /&gt;
# Teken kwalitatief de titratiecurve van een mengsel van Na2CO3 en HCO3- met een sterk zuur. Duid ook de delen aan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 januari 2009 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Gauss-distributie:&lt;br /&gt;
#* Omschrijf met woorden een Gauss-distributie. Welke factoren bepalen een Gauss-distributie?&lt;br /&gt;
#* Definieer standaardfout. Waarom is de standaardfout steeds kleiner dan de standaarddeviatie?&lt;br /&gt;
#* Voor een Gauss-distributie, wat is de kans dat een meting gelegen is tussen 0 en +1Ïƒ, tussen +1Ïƒ en +2Ïƒ? Wat is de kans dat een meting buiten de limieten Â±2Ïƒ van het gemiddelde gelegen is en kleiner is dan Î¼-2Ïƒ?&lt;br /&gt;
# Leid de formule af die toelaat om aan de hand van de vorderingsgraad de titratiecurve op te stellen voor een oplossing die Cl- bevat. Hoe moet deze formule gebruikt worden?&lt;br /&gt;
# Bespreek de verschillende aspecten van HPLC, aan de hand van de volgende vragen:&lt;br /&gt;
#*Gradiënt- en isocratische elutie.&lt;br /&gt;
#*Partitiechromatografie (normale en omgekeerde fase).&lt;br /&gt;
#*Ionenuitwisselingschromatografie (suppressorkolommen).&lt;br /&gt;
#*Size exclusion chromatografie (gelfiltratie en gelpermeatie).&lt;br /&gt;
#*Affiniteitschromatografie.&lt;br /&gt;
#*Chirale chromatografie.&lt;br /&gt;
Oefening (3 delen):&lt;br /&gt;
* Berekenen van standaarddeviatie en CV.&lt;br /&gt;
* Iets van oplosbaarheid.&lt;br /&gt;
* Titratiecurve opstellen voor 3 basen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Wat is het verband tussen betrouwbaarheidsintervallen en de z- en t-test?&lt;br /&gt;
# Bespreek de wet van Beer qua afleiding, toepassing en beperkingen.&lt;br /&gt;
# Chromatografie. Wat is de plaathoogte van een kolom en hoe wordt deze beÃ¯nvloed door de stroomsnelheid van de mobiele fase?&lt;br /&gt;
Oefening:&lt;br /&gt;
# Bereken de pH voor de titratie van 50,0 mL van een 0,10 M ethyleendiamine-oplossing met een 0,20 M oplossing van HCl na toevoegen van de volgende hoeveelheden zuur: &lt;br /&gt;
a) 0,0 mL HCl&lt;br /&gt;
b) 37,5 mL HCl&lt;br /&gt;
c) 50,0 mL HCl&lt;br /&gt;
Verantwoord steeds eventueel gemaakte benaderingen in je berekeningen. &lt;br /&gt;
Teken kwalitatief de titratiekurve en omschrijf de samenstelling van de oplossing in de verschillende gebieden (bv. Buffer van X en Y, sterk zuur Z, ...)&lt;br /&gt;
Voor Ethyleendiamine (H2NCH2CH2NH2 afgekort B) zijn de numerieke waarden van de opeenvolgende zuurdissociatieconstanten van BH2(2+) als volgt. Ka1 = 1,42 x 10^-7 en Ka2 = 1,18 x 10^-10&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Gran Plot vraag.&lt;br /&gt;
# Moleculaire Fluoriscentie vraag.&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid AgCl met concentratie aan KCl.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# De Volhard titratie wordt algemeen aangeraden voor de analyse van het heptachloor insecticide C10H5Cl7. Er is geen chloride of chloor in de matrix aanwezig. Het percentage van heptachloor wordt gegeven door: %hepatachloor = ((mlAg x cAg - mlSCN x cSCN) x 37.33)/staalmassa. Wat zegt deze berekening over de stoechimoterie van deze titratie (m.a.w. hoeveel chloride-ionen per molecule heptachloor reageren met 1 AgNO3)M = 373,22 g/mol?&lt;br /&gt;
# Bereken de oplosbaarheid van Mg(OH)2 in een 0.0167M oplossing van Ba(NO3)2 door gebruik te maken van:&lt;br /&gt;
#*Activiteiten.&lt;br /&gt;
#*Molaire concentraties.&lt;br /&gt;
#*Bereken ook de procentuele fout die gemaakt wordt door geen rekening te houden met de activiteiten. Ksp Mg(OH)2 = 7.1x10^-12 Neerslag Ba(OH)2 mag je verwaarlozen (tabel activiteitscoeffictien en ionische sterkte gegeven).&lt;br /&gt;
# Schrijf de uitdrukking voor [H3O+] in functie van enkele andere evenwichtscocentraties voor een 0.01M oplossig van HCl die in evenwicht is met een overmaat aan vast BaSO4.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek soorten gevoeligheid+detectielimiet.&lt;br /&gt;
# Mengsel van NaOH NaHCO3 en Na2CO3.&lt;br /&gt;
# Kwantitatieve en kwalitatieve analyse bij gaschromatografie.&lt;br /&gt;
Oefening:&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid van MnS in buffer (Ka&#039;s en conc. H30+ gegeven).&amp;lt;/text&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>JesperAllaer</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Analytische_Basistechnieken&amp;diff=2314</id>
		<title>Analytische Basistechnieken</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Analytische_Basistechnieken&amp;diff=2314"/>
		<updated>2021-01-13T19:29:13Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;JesperAllaer: /* 11 januari 2021 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Analytische basistechnieken is verplicht voor de chemici. Het werd gedoceerd door prof Hendrickx. Meestal beperkte hij zich tot het aflezen van zijn slides, hier en daar gaf hij extra informatie, die op het examen gevraagd kon worden. Sinds academiejaar 2017-2018 wordt dit vak gedoceerd door twee nieuwe proffen, De Gendt &amp;amp; Delabie. Ook zij beperken zich tot het aflezen van slides.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 januari 2021===&lt;br /&gt;
#Deel 1 Stefan De Gendt&lt;br /&gt;
#*Geef de verschillende scheidingsmethoden en leg kort uit&lt;br /&gt;
#*Leg termen scheidingscoëfficiënt, selectiviteitsfactor en plaathoogte uit en geef daarbij de Van Deemtervergelijking&lt;br /&gt;
#*Geef de wet van Beer en leg kort uit&lt;br /&gt;
#*De wet van Beer heeft zijn beperkingen, geef die limieten en leg uit&lt;br /&gt;
#*Termen op fluorescentie grafiek geven&lt;br /&gt;
#Deel 2 Annelies Delabie&lt;br /&gt;
#*Geef het verloop van de argentometrische titratie weer via de systematische methode&lt;br /&gt;
#*Geef de titraties van de verschillende halides met argentometrie&lt;br /&gt;
#*Er zijn verschillende indicatoren voor argentometrie. Geef 1 ervan en leg uit&lt;br /&gt;
#Deel 3 Oefeningen&lt;br /&gt;
#*Oefening op statistiek met het gebruik van de t-test en massapercentage&lt;br /&gt;
#*pH berekenen van 1.0M HCl met 0.8M Na2C2O4 via systematische methode&lt;br /&gt;
#*Hoeveel AgNO3 kan je toevoegen zodat AgCl en Ag2C2O4 niet neerslaat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2020===&lt;br /&gt;
#De verschillende scheidingsmethode en leg de deemstervergelijking uit.&lt;br /&gt;
#Mondelinge vragen van SDG:&lt;br /&gt;
#*Wat is amu.&lt;br /&gt;
#*Verschil tussen gecalibreerd glaswerk: to contain en to deliver uitleggen. &lt;br /&gt;
#*Wat zijn de mogelijke manieren van systematische fouten&lt;br /&gt;
#*Een tekening van de energiebanden bij fluorescentie, geef uitleg hierover.&lt;br /&gt;
#*Thermische geleidbaarheidsdetector&lt;br /&gt;
#*Detectielimiet&lt;br /&gt;
#Bespreek de titratiecurves bij argentometrie.&lt;br /&gt;
#*Geef via systematische methode een formule voor het berekenen van de grafiek.&lt;br /&gt;
#*Leg de invloed van de ksp en een verdunning uit.&lt;br /&gt;
#oef 1: &lt;br /&gt;
#*Berekenen van de pH van 0.6 M NaCN via systematische methode&lt;br /&gt;
#*Hoeveel HCl (3.0 M) moet je toevoegen aan 100.00 ml 0.5 NaCN om pH 9.08 te komen.&lt;br /&gt;
#*Na toevoegen van AgNO3: laat zien dat door complexatie AgOH en AgCN niet neerslaan.&lt;br /&gt;
#oef 2:&lt;br /&gt;
#*Een reactie van een standaardisatie, bereken de concentratie en fout erop.&lt;br /&gt;
#*Tabel met gegevens van 2 stalen, nulhypothese en geef op het 95% betrouwbaarheidsniveau een conclusie van 2 stalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2019===&lt;br /&gt;
#Bespreek de verschillende analytische scheidingstechnieken en chromatografische scheiding specifiek.&lt;br /&gt;
#*Werking chromatografische scheiding&lt;br /&gt;
#*verdelingscoeff, selectiviteitsfactor, plaathoogte&lt;br /&gt;
#*deemstervergelijking&lt;br /&gt;
#bespreek in detail de titratiecurven van H2A (diprotisch zuur deeltje). Geef hoe je op elk van deze punten de pH kunt berekenen. &lt;br /&gt;
#oef 1: bereken de pH van HBr en HNO2, Hierbij word KOH gedaan bereken nu de pH, in de eerste oplossing bereken de oplosbaarheid van PbBr2&lt;br /&gt;
#oef 2: puur Zn reageerd met Hcl en vormt H2. zoek het massapercentage, bereken het betrouwbaarheidsinterval voor 95%, hoeveel metingen zijn er nodig voor een O,3 betrouwbaarheidsinterval op 99%&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 september 2018===&lt;br /&gt;
#Beschrijf alle scheidingstechnieken en chromatografie uitgebreid uitleggen met termen selectiviteitsfactor en Deemtervergelijking&lt;br /&gt;
#Leid de formule af om de pH van een amfiprotische verbinding te bepalen&lt;br /&gt;
#Oefening met pH van kaliumoxalaatoplossing berekenen, na toevoeging van KOH en na toevoeging van HBr&lt;br /&gt;
#Oefening met statistische interpretatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2018 (prof. De Gendt &amp;amp; Delabie)===&lt;br /&gt;
#Beschrijf alle analytische scheidingstechnieken en Van Deemtervergelijking uitleggen&lt;br /&gt;
#Deeltjesgrootte binnen de gravimetrie en hoe we deze kunnen beïnvloeden&lt;br /&gt;
#(1) pH van een oplossing Na2CO3 via de systematische methode (reactievergelijkingen, massa- en ladingsbalansen) en (2) pH van een Na2CO3 oplossing na toevoegen van HCl via methode naar keuze&lt;br /&gt;
#(1) bepaling van massapercentage NH4Cl in een 0,5g sample (dmv een terugtitratie) en (2) gemiddelde, standaarddeviatie en betrouwbaarheidsinterval bepalen uit data van 8 metingen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Augustus 2017===&lt;br /&gt;
# Titratie van NaCl met AgNO3 met de vorderingsgraad. Ook de afleiding van ladingsbalans&lt;br /&gt;
# 3 methodes voor bepalen van metaal en ligand verhouding, 1 van kiezen en uitleggen &lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid LiF iteratief uitwerken, rekening houden met ionische sterkte (oefeningen van in de les) &lt;br /&gt;
# Oefening ivm oplosbaarheid zilveroxalaat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2017 NM===&lt;br /&gt;
# Detectielimieten + formules, standaardadditie formules&lt;br /&gt;
# Alfa(1): definieren en formule van ph afhankelijkheid, titratiecurve voor zwak zuur en NaOH afleiden met vorderingsgraad&lt;br /&gt;
# Meest gebruikte vorm gaschromatografie?, 2 manieren voor kwalitatief onderzoek, 2 meest efficiënte manieren voor kwantitatief onderzoek, destructieve en niet destructieve detectoren uitleggen&lt;br /&gt;
# Oefening op buffer van triprotonisch zuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
# Ppm bewijzen bij gas, specifiek gewicht, temperatuursafhankelijkheid&lt;br /&gt;
# Afleiding van extractie, ionenchromatografie met supressorkolom en alternatieven&lt;br /&gt;
# sigmoidale en lineair segement, Gran plot&lt;br /&gt;
# oefening met oplosbaarheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2016 VM===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Wat bepaalt of we een colloïdale of kristallijnen neerslag krijgen wanneer we 2 reagentia samenvoegen? Wat ligt aan de basis van stabilisatie van een colloïdale neerslag? Hoe kunnen we deze neerslag toch filtreerbaar maken? Wat is het gevaar bij wassen van deze neerslag en hoe kan dit probleem opgelost worden?&lt;br /&gt;
#absorptiemeting&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen het absorptiespectrum bij atomaire absorptie en moleculaire absorptie? Wat zijn de praktische gevolgen voor metingen bij atomaire absorptie?&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen de spectra van moleculaire absorptie in gasfase of in oplossing? Welke methode van deze twee is het best bruikbaar voor kwalitatieve analyse?&lt;br /&gt;
#*Wet van Beer afleiden&lt;br /&gt;
#*Dit is een &#039;limiting law&#039;, verklaar.&lt;br /&gt;
#*Verklaar de invloed van strooilicht &lt;br /&gt;
#grafieken van in cursus fosforzuur/oxaalzuur/zwavelzuur&lt;br /&gt;
#*Welke curve hoort bij welk zuur?&lt;br /&gt;
#*Bespreek de equivalentiepunten (duidelijk voorkomen, afwezigheid van punten...)&lt;br /&gt;
#*Duid voor de curve van fosforzuur aan welke deeltjes in elk gebied belangrijk zijn voor de pH-bepaling (beging,vlak gebied (buffer), EP...)&lt;br /&gt;
#*Bereken voor de curve van fosforzuur de pH enkel met eenvoudige formules in de verschillende gebieden (start, midden vlak gebied, EP...)&lt;br /&gt;
Oefening&lt;br /&gt;
# Maak een buffer met een totaal volume van 1,00L en pH = 9,60 met 0,300 M Na2CO3 en 0,200 HCl. Ka1(H2CO3) = 4,45.10-7 en Ka2(H2CO3) = 4,69.10-11&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2016 NM ===&lt;br /&gt;
#titratie NaCl met AgNO3. leid formules die het verloop van de titratiecurves geven mbv vorderringsgraad. Hoe wordt deze formule gebruikt.&lt;br /&gt;
#Definiïer de plaathoogte en bespreek de fysische invloeden op de factoren die de plaathoogte beïnvloeden en geef de grafiek hiervan.&lt;br /&gt;
#Belangrijkste eigenschappen van activiteitscoëfficiënten en leid de molaire oplosbaarheid af van LiF met de activiteiten te beschouwen.&lt;br /&gt;
#titratie van HCL en H2SO3 met NaOH, geef de grafiek en bespreek welke deeltjes er te vinden zijn waar en bereken de pH na toevoeging van 37,5mL van NaOH door systematisch te werken en toon aan dat de vereenvoudigingen kloppen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2016 VM ===&lt;br /&gt;
#pH amfiprotisch deeltje&lt;br /&gt;
#ppm bij gassen en oplossingen, specifiek gewicht + temperatuursafhankelijk of niet&lt;br /&gt;
#3 methodes vr stoichiometrie van complex met absorbantie&lt;br /&gt;
#oefening: oplosbaarheid Ag2C2O4 in oplossing met pH=4, Ksp en Ka&#039;s gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 augustus voormiddag===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*wat bepaalt of we een colloïdale of kristellijnen neerslag krijgen wanneer we 2 reagentia samenvoegen?&lt;br /&gt;
#*wat ligt aan de basis van de stabilisatie van een colloïdale neerslag.&lt;br /&gt;
#*hoe kunnen we deze neerslag verbeteren zodat deze toch te filteren is.&lt;br /&gt;
#*wat gebeurd er als we zo een verbeterde neerslag wassen en hoe kan dit soms opgelost worden.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*leg uit wat aan de grondslag ligt van de scheiding van metaalkationen volgens de historische H2S methode.&lt;br /&gt;
#*Ka1 en Ka2 van H2S gegeven en dan uitleggen waarom de ene groter is dan de andere.&lt;br /&gt;
#*Grafiek uit de cursus van bij dit stukje en dan de helling van die rechte berekenen.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*wat is het meest voorkomende type gaschromatografie.&lt;br /&gt;
#*op welke 2 manieren kan aan kwalitatieve analyse gedaan worden met gaschromatografie.&lt;br /&gt;
#*kwantitatieve analyse met gaschromatografie: uitleggen van interne standaard en standaardadditie.&lt;br /&gt;
#*bondig bespreken van de destructieve en niet-destructieve detector gebruikt bij gaschromatografie die we gezien hebben in de les&lt;br /&gt;
#oefening waarbij ge de pH van een mengsel van 2 stoffen moet bepalen en daarna de oplosbaarheid van een andere stof bepalen die in dat mengsel gedaan wordt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2014 NM===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Omschrijf met woorden het concept standaardfout precies?&lt;br /&gt;
#* Beschrijft een gauss-curve perfect de verdeling van de meetresultaten in de analytische chemie? (uitleg)&lt;br /&gt;
#* Wat is het grote nut van s-pooled in de analytische chemie?&lt;br /&gt;
#* Wat is het verband tussen t (two tailed) en t (one tailed)? Leg uit m.b.v. Gauss-curves.&lt;br /&gt;
#* Indien een chemische analysemethode een normaaldistributie volgt die gekenmerkt wordt door een straalgemiddelde µ en een populatiestandaarddeviatie sigma. Geef dan de formule die toelaat de fractie F van het totaal aantal metingen te berekenen dat, bij een zeer groot aantal metingen, gelegen is tussen µ+a en µ+b. Toon met deze formule aan dat voor om het even welke analysemethode die een normaaldistributie volgt, er eenzelfde fractie van metingen  zich bevindt tussen µ-2sigma; en µ+2sigma. Hoe groot is deze fractie?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Op wat berust de scheiding van metaalkationen op basis van de historisch belangrijke H2S methode?&lt;br /&gt;
#*Voor dit zwakke zuur zijn de numerieke warde voor de dissociatieconstanten gegeven. Waarom is Ka1 &amp;gt; Ka2?&lt;br /&gt;
#* Leid aan de hand van berekeningen de richtingscoëfficiënt af van de bijgevoegde grafiek. (=dalende rechte)&lt;br /&gt;
# Hoe wordt de plaathoogte H in chromatografie gedefinieerd? Schets de grafiek van de plaathoogte in functie van de stroomsnelheid van de mobiele fase. De afhankelijk kan gevat worden in een bepaalde vergelijking.&lt;br /&gt;
Schrijf en benoem deze en verklaar de verschillende componenten ervan aan de hand van de fysische verschijnselen zoals die zich voordoen in een kolom. Wat is het belangrijkste verschil tussen gaschromatografie en vloeistrofchromatografie in deze context?&lt;br /&gt;
# We lossen 445 mg AlCl3 (133,34 g/mol) op in 200 mL water. Het kation complexeert volledig met water tot Al(H20)6(3+) en heeft zure eigenschappen: Ka(Al(H2O)6(3+) = 1,4 x 10^-5&lt;br /&gt;
(a) Bereken de pH als -log(H+).&lt;br /&gt;
(b) Wat is de molaire oplosbaarheid van zilver wanneer we aan deze oplossing 860 mg aan AgNO3 (169,873 g/mol) toevoegen (Ksp,AgCl)= 1,82 x 10^-8?&lt;br /&gt;
Houd bij de berekeningen steeds rekening met de ionische sterkte van de oplossingen. De effectieve diameter van gehydrateerd AI(H20)5(OH)2+ bedraagt 0.6 nm.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2014 VM===&lt;br /&gt;
# Wat bepaald of er een colloïdale of kristallijnen neerslag vormt? Omschrijf de oorsprong van de stabilisatie van een colloïdale neerslag en hoe men dergelijke neerslag kan behandelen om een filtreerbare neerslag te krijgen. Wat zijn de gevaren bij het wassen en hoe kunnen deze vermeden worden? Waarom is Fe(OH)3 of zijn waterige oxide niet filtreerbaar in gewone omstandigheden, en wat kan je eraan doen? Plaat de Fajansmethode in de context van deze vraag.&lt;br /&gt;
# Leid de eenvoudigste formule af om de pH te schatten van amfiprotische deeltjes NaHA met cNaHA.&lt;br /&gt;
# Scheiding door extractie: Leid een formule af om te berekenen wat de concentratie is na i extracties van component A in een bepaalde hoeveelheid waterige fase door middel van telkens dezelfde hoeveelheid organische fase te gebruiken. - Waarom gebruikt men bij ionenchromatografie een suppressorkolom? Omschrijf de werking adhv een voorbeeld. Geef de twee alternatieven voor een suppressorkolom (+uitleg).&lt;br /&gt;
# Gegeven is een oplossing van 50,0mL met 0.10M HCl en 0.10M H2SO3 met pKa1=1.23*10-2 en pKa2=6.6*10-8. Er wordt getitreerd met 0.20M NaOH (a) Teken de titratiecurve en beschrijf de samenstelling van elk gebied (zwakke base, amfiprotisch zout) (b) Bereken de pH na toevoegen van 37.5mL base. [Tip bij (b): gebruik de systematische methode, en zorg dat de relatieve fout op [H3O+] minder blijft dan 5%]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 Januari 2013 NM===&lt;br /&gt;
#wat is het verband tussen slitbreedte en kwalitatieve analyse?&lt;br /&gt;
#wat is de rol van strooilicht en niet effectief monochromatisch licht bij kwantitatieve analyse?&lt;br /&gt;
#bespreek de 3 methodes (continue variatie, mol-ratio en helling-ratio) om de stoichiometrie van een complex te bepalen aan de hand van de gegeven grafieken. Kunnen we hier nog andere informatie uithalen?&lt;br /&gt;
#leid 2 formules af die de titratiecurve van NaCl met AgNO3 beschrijven. Hoe gebruikt men ze?&lt;br /&gt;
#toon aan dat het equivalentiepunt steeds bij dezelfde pAg ligt&lt;br /&gt;
#geef 3 fysische methodes om het equivalentiepunt waar te nemen&lt;br /&gt;
# 0,1g H3PO4 (pKA&#039;s gegeven) wordt in 100 ml water opgelost en met 0,01M NaOH neutraal gemaakt. Wat zijn de molfracties aan H3PO4 en de geconjugeerde basen?&lt;br /&gt;
# Een staal bevat enkel KCl en FeCl2, molmassa&#039;s en totale zijn gegeven. Een Mohr-titratie wordt toegepast, gebruikte hoeveelheid AgNO3 en concentratie zijn gegeven. Bepaal de massa FeCl2 en het massapercentage aan Fe (atoommassa gegeven) in het staal.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 Januari 2012 NM===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Zuur/base&lt;br /&gt;
#* Differentierend / Leveling solvent&lt;br /&gt;
#* verband tussen Ka en Kb bij diprotisch afleiden&lt;br /&gt;
#* toon aan dat de alfa-waardes enkel afhankelijk zijn van de pH van de oplossing &lt;br /&gt;
#* afleiden titratiecurve van zwak zuur &amp;amp;amp; sterke base a.d.h.v. vorderingsgraad. Hoe stel je vanuit deze formule diegene op van een sterk zuur en een sterke base? Zelfde vraag voor polyprotisch zwak zuur en sterke base. &lt;br /&gt;
# Chromatografie &lt;br /&gt;
#* wat is de meest gebruikte gaschromatografie? wat is de andere?) &lt;br /&gt;
#* hoe kan je bij gaschromatografie kwalitatief en staal analyseren &lt;br /&gt;
#* leg uit hoe je bij kwantitatieve analyse hier interne standaard en standaardadditie toepast &lt;br /&gt;
#* twee detectoren: destructieve en niet-destructieve voor gaschromatografie. Leg bondig uit &lt;br /&gt;
# Oefeningen &lt;br /&gt;
#* een combinatie oefening van het bepalen van een concentratie tijdens een titratie en statistische methodes &lt;br /&gt;
#* wat is het effect op de ionische sterkte als je NaOH bij a) MgCl2 b) HCL c) CH3COOH doet. (bespreken)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 augustus 2011===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Beschouw titratie van een zwak zuur met een sterke base. Hoe bepaal de titratiecurve a.d.h.v. de vorderingsgraad. Geef de afleiding voor vorderingsgraad. Hoe zit het dan voor titratie van een sterk zuur met een sterke base?&lt;br /&gt;
# Instrumenten&lt;br /&gt;
#* Wat is het verschil tussen de concentratiebepaling bij fluorescentie, absorptie en chemoluminescentie? &lt;br /&gt;
#* Wat is een interferentiefilter? Geef de afleding voor de formule \lambda=2\eta t&lt;br /&gt;
#* leg uit: fotodiode en fotomultiplier&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# standaardoefening op selectief neerslagen (is het mogelijk om bv Sr2+ en Hf4+ neer te slaan door OH- toe te voegen&lt;br /&gt;
# ook standaard: geef verhouding van 2 ionen in oplossing, Ksp&#039;s, Ka enz gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 januari 2011 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(Misschien niet in die woorden,maar het kwam wel op deze vragen neer)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Chromatografie: &lt;br /&gt;
#*Wat is de plaathoogte, geef een definitie en leid de formule af.&lt;br /&gt;
#*Bespreek de plaathoogte ifv de stroomsnelheid van de mobiele fase. Met welke functie kan deze omschreven worden? Ontleed en bespreek de onderdelen van deze functie. Welke factor zorgt voor het verschil tussen de plaathoogte ifv de mobiele fase bij gas en bij vloeistof?&lt;br /&gt;
# Standaardadditie etc&lt;br /&gt;
#* Hoe wordt de enkelvoudige standaardadditiemethode gebruikt? Leid de formule af.&lt;br /&gt;
#* Bespreek bondig de interne standaardmethode. &lt;br /&gt;
#* Welke detectielimieten zijn er? Leid de formules af en bespreek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#oefening met Volhard-titratie.&lt;br /&gt;
#* 100.0ML staal, hoeveel miligram monochloroazijnzuur zit er in als je weet dat men het staal bewerkt met 1M NaOH zodat men een waterige oplossing van ClCh3COO- krijgt. Deze zuurt men aan en men voegt (concentratie gegeven) AgNO3 toe. De neerslag wordt afgefilterd en vervolgens voegt men 10.43 ml NH4SCN toe tot aan het neutralisatiepunt. Bij de blancotitratie moest men 22.98ml NH4SCN toevoegen.&lt;br /&gt;
#oefening met ionische sterkte&lt;br /&gt;
#* Wat is de oplosbaarheid van CaSO4 in 0.0333M Na2SO4? Bereken eerst de ionische sterkte van deze elektrolyt(dus alleen van Na2SO4) en bereken aan de hand van die waarde de oplosbaarheid van CaSO4.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2011 ===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
# Betrouwbaarheidsintervallen:&lt;br /&gt;
#* Verklaar volgende begrippen uit betrouwbaarheidsintervallen: s, Ïƒ, N, z, t, x Ì… (gem.), Âµ   (uitgebreid verklaren)&lt;br /&gt;
#* Leid één van de definities af voor een betrouwbaarheidsinterval, vetrekkende van de basisprincipes van de statistiek&lt;br /&gt;
#* We hebben in de cursus minstens twee lichtjes afwijkende versies van het betrouwbaarheidsinterval gezien, geef die en leg uit wanneer die worden gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verband met t-testen?&lt;br /&gt;
#Spectrofotometer: In een spectrofotometer wordt elektromagnetische straling met bepaalde golflengte Î» doorheen een oplossing van een analiet met goed gekozen solvent gestuurd. Vertrekkende van de bron is de intensiteit van de straling P, als het doorheen de cuvet (optische weglengte b) met alleen solvent is gepasseerd is de intensiteit P&#039;. Met precies één chromofoor in de oplossing heeft de uitgaande straal een intensiteit P&amp;amp;quot. Extinctiecoëfficiënt is Îµ(Î»)&lt;br /&gt;
#* Wat bedoelt men met goed gekozen solvent?&lt;br /&gt;
#* Is P=P&#039;? (motivatie)&lt;br /&gt;
#* Is concentratie c evenredig met P-P&amp;amp;quot; of met P&#039;-P&amp;amp;quot;? (leg uit adhv basisprincipes)&lt;br /&gt;
#* Wat is strooistraling? Wat zijn de gevolgen hiervan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een staal weegt 27,73mg en bestaat alleen maar uit KCl(MG 74,55) en FeCl2(MG 126,75). Met de Mohrmethode is er 18,48mL nodig van een 0,02237M AgNO3-oplossing om het chloride te neutraliseren. Bepaal massa van FeCl2 en massapercent van ijzer in het staal. (oplossing: 0,01761g en 27,98%)&lt;br /&gt;
# Bereken molaire oplosbaarheid van Ag3PO4 (Ksp=2,8E-18) gebufferd bij pH 6. De 3 Ka&#039;s van fosforzuur zijn gegeven. (oplossing 1,40E-3 M)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Omschrijf aan de hand van een voorbeeld de termen precisie en nauwkeurigheid. Wat is hun oorsprong in de analytische scheikunde en tot welke types van fout en corresponderende mathematisch termen geven ze aanleiding?&lt;br /&gt;
# Gegeven oplossing van AgCl-neerslag in evenwicht met een bepaalde analytische concentratie aan KCl. Leid de formule af die de oplosbaarheid van AgCl geeft in functie van de analytische concentratie aan KCl. Bespreek het resulaat aan de hand van een grafiek. (Die 4 reactievergelijkingen krijg je ook gegeven)&lt;br /&gt;
# Bespreek de meest voorkomende detectoren in optische instrumenten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefening:&lt;br /&gt;
# Hoe maak je een buffer van 1L met een pH van 9,6 wanneer je 0,200M HCl gebruikt en 0,300M Na2CO3. (Ka1 en Ka2 van H2CO3 ook gegeven)&lt;br /&gt;
# Teken kwalitatief de titratiecurve van een mengsel van Na2CO3 en HCO3- met een sterk zuur. Duid ook de delen aan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 januari 2009 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Gauss-distributie:&lt;br /&gt;
#* Omschrijf met woorden een Gauss-distributie. Welke factoren bepalen een Gauss-distributie?&lt;br /&gt;
#* Definieer standaardfout. Waarom is de standaardfout steeds kleiner dan de standaarddeviatie?&lt;br /&gt;
#* Voor een Gauss-distributie, wat is de kans dat een meting gelegen is tussen 0 en +1Ïƒ, tussen +1Ïƒ en +2Ïƒ? Wat is de kans dat een meting buiten de limieten Â±2Ïƒ van het gemiddelde gelegen is en kleiner is dan Î¼-2Ïƒ?&lt;br /&gt;
# Leid de formule af die toelaat om aan de hand van de vorderingsgraad de titratiecurve op te stellen voor een oplossing die Cl- bevat. Hoe moet deze formule gebruikt worden?&lt;br /&gt;
# Bespreek de verschillende aspecten van HPLC, aan de hand van de volgende vragen:&lt;br /&gt;
#*Gradiënt- en isocratische elutie.&lt;br /&gt;
#*Partitiechromatografie (normale en omgekeerde fase).&lt;br /&gt;
#*Ionenuitwisselingschromatografie (suppressorkolommen).&lt;br /&gt;
#*Size exclusion chromatografie (gelfiltratie en gelpermeatie).&lt;br /&gt;
#*Affiniteitschromatografie.&lt;br /&gt;
#*Chirale chromatografie.&lt;br /&gt;
Oefening (3 delen):&lt;br /&gt;
* Berekenen van standaarddeviatie en CV.&lt;br /&gt;
* Iets van oplosbaarheid.&lt;br /&gt;
* Titratiecurve opstellen voor 3 basen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Wat is het verband tussen betrouwbaarheidsintervallen en de z- en t-test?&lt;br /&gt;
# Bespreek de wet van Beer qua afleiding, toepassing en beperkingen.&lt;br /&gt;
# Chromatografie. Wat is de plaathoogte van een kolom en hoe wordt deze beÃ¯nvloed door de stroomsnelheid van de mobiele fase?&lt;br /&gt;
Oefening:&lt;br /&gt;
# Bereken de pH voor de titratie van 50,0 mL van een 0,10 M ethyleendiamine-oplossing met een 0,20 M oplossing van HCl na toevoegen van de volgende hoeveelheden zuur: &lt;br /&gt;
a) 0,0 mL HCl&lt;br /&gt;
b) 37,5 mL HCl&lt;br /&gt;
c) 50,0 mL HCl&lt;br /&gt;
Verantwoord steeds eventueel gemaakte benaderingen in je berekeningen. &lt;br /&gt;
Teken kwalitatief de titratiekurve en omschrijf de samenstelling van de oplossing in de verschillende gebieden (bv. Buffer van X en Y, sterk zuur Z, ...)&lt;br /&gt;
Voor Ethyleendiamine (H2NCH2CH2NH2 afgekort B) zijn de numerieke waarden van de opeenvolgende zuurdissociatieconstanten van BH2(2+) als volgt. Ka1 = 1,42 x 10^-7 en Ka2 = 1,18 x 10^-10&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Gran Plot vraag.&lt;br /&gt;
# Moleculaire Fluoriscentie vraag.&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid AgCl met concentratie aan KCl.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# De Volhard titratie wordt algemeen aangeraden voor de analyse van het heptachloor insecticide C10H5Cl7. Er is geen chloride of chloor in de matrix aanwezig. Het percentage van heptachloor wordt gegeven door: %hepatachloor = ((mlAg x cAg - mlSCN x cSCN) x 37.33)/staalmassa. Wat zegt deze berekening over de stoechimoterie van deze titratie (m.a.w. hoeveel chloride-ionen per molecule heptachloor reageren met 1 AgNO3)M = 373,22 g/mol?&lt;br /&gt;
# Bereken de oplosbaarheid van Mg(OH)2 in een 0.0167M oplossing van Ba(NO3)2 door gebruik te maken van:&lt;br /&gt;
#*Activiteiten.&lt;br /&gt;
#*Molaire concentraties.&lt;br /&gt;
#*Bereken ook de procentuele fout die gemaakt wordt door geen rekening te houden met de activiteiten. Ksp Mg(OH)2 = 7.1x10^-12 Neerslag Ba(OH)2 mag je verwaarlozen (tabel activiteitscoeffictien en ionische sterkte gegeven).&lt;br /&gt;
# Schrijf de uitdrukking voor [H3O+] in functie van enkele andere evenwichtscocentraties voor een 0.01M oplossig van HCl die in evenwicht is met een overmaat aan vast BaSO4.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek soorten gevoeligheid+detectielimiet.&lt;br /&gt;
# Mengsel van NaOH NaHCO3 en Na2CO3.&lt;br /&gt;
# Kwantitatieve en kwalitatieve analyse bij gaschromatografie.&lt;br /&gt;
Oefening:&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid van MnS in buffer (Ka&#039;s en conc. H30+ gegeven).&amp;lt;/text&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>JesperAllaer</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Analytische_Basistechnieken&amp;diff=2313</id>
		<title>Analytische Basistechnieken</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Analytische_Basistechnieken&amp;diff=2313"/>
		<updated>2021-01-13T19:28:31Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;JesperAllaer: /* 11 januari 2021 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Analytische basistechnieken is verplicht voor de chemici. Het werd gedoceerd door prof Hendrickx. Meestal beperkte hij zich tot het aflezen van zijn slides, hier en daar gaf hij extra informatie, die op het examen gevraagd kon worden. Sinds academiejaar 2017-2018 wordt dit vak gedoceerd door twee nieuwe proffen, De Gendt &amp;amp; Delabie. Ook zij beperken zich tot het aflezen van slides.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 januari 2021===&lt;br /&gt;
#Deel 1 Stefan De Gendt&lt;br /&gt;
#*Geef de verschillende scheidingsmethoden en leg kort uit&lt;br /&gt;
#*Leg termen scheidingscoëfficiënt, selectiviteitsfactor en plaathoogte uit en geef daarbij de Van Deemtervergelijking&lt;br /&gt;
#*Geef de wet van Beer en leg kort uit&lt;br /&gt;
#*De wet van Beer heeft zijn beperkingen, geef die limieten en leg uit&lt;br /&gt;
#*Termen op fluorescentie grafiek geven&lt;br /&gt;
#Deel 2 Annelies Delabie&lt;br /&gt;
#*Geef het verloop van de argentometrische titratie weer via de systematische methode&lt;br /&gt;
#*Geef de titraties van de verschillende halides met argentometrie&lt;br /&gt;
#*Er zijn verschillende indicatoren voor argentometrie. Geef 1 ervan en leg uit&lt;br /&gt;
#Deel 3 Oefeningen&lt;br /&gt;
#*Oefening op statistiek met het gebruik van de t-test en massapercentage&lt;br /&gt;
#*pH berekenen van 1.0M HCl met 0.8M Na2C2O4 via systematische methode&lt;br /&gt;
#*Hoeveel AgNO3 kan je toevoegen zodat AgCl en AgC2O4 niet neerslaat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2020===&lt;br /&gt;
#De verschillende scheidingsmethode en leg de deemstervergelijking uit.&lt;br /&gt;
#Mondelinge vragen van SDG:&lt;br /&gt;
#*Wat is amu.&lt;br /&gt;
#*Verschil tussen gecalibreerd glaswerk: to contain en to deliver uitleggen. &lt;br /&gt;
#*Wat zijn de mogelijke manieren van systematische fouten&lt;br /&gt;
#*Een tekening van de energiebanden bij fluorescentie, geef uitleg hierover.&lt;br /&gt;
#*Thermische geleidbaarheidsdetector&lt;br /&gt;
#*Detectielimiet&lt;br /&gt;
#Bespreek de titratiecurves bij argentometrie.&lt;br /&gt;
#*Geef via systematische methode een formule voor het berekenen van de grafiek.&lt;br /&gt;
#*Leg de invloed van de ksp en een verdunning uit.&lt;br /&gt;
#oef 1: &lt;br /&gt;
#*Berekenen van de pH van 0.6 M NaCN via systematische methode&lt;br /&gt;
#*Hoeveel HCl (3.0 M) moet je toevoegen aan 100.00 ml 0.5 NaCN om pH 9.08 te komen.&lt;br /&gt;
#*Na toevoegen van AgNO3: laat zien dat door complexatie AgOH en AgCN niet neerslaan.&lt;br /&gt;
#oef 2:&lt;br /&gt;
#*Een reactie van een standaardisatie, bereken de concentratie en fout erop.&lt;br /&gt;
#*Tabel met gegevens van 2 stalen, nulhypothese en geef op het 95% betrouwbaarheidsniveau een conclusie van 2 stalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2019===&lt;br /&gt;
#Bespreek de verschillende analytische scheidingstechnieken en chromatografische scheiding specifiek.&lt;br /&gt;
#*Werking chromatografische scheiding&lt;br /&gt;
#*verdelingscoeff, selectiviteitsfactor, plaathoogte&lt;br /&gt;
#*deemstervergelijking&lt;br /&gt;
#bespreek in detail de titratiecurven van H2A (diprotisch zuur deeltje). Geef hoe je op elk van deze punten de pH kunt berekenen. &lt;br /&gt;
#oef 1: bereken de pH van HBr en HNO2, Hierbij word KOH gedaan bereken nu de pH, in de eerste oplossing bereken de oplosbaarheid van PbBr2&lt;br /&gt;
#oef 2: puur Zn reageerd met Hcl en vormt H2. zoek het massapercentage, bereken het betrouwbaarheidsinterval voor 95%, hoeveel metingen zijn er nodig voor een O,3 betrouwbaarheidsinterval op 99%&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 september 2018===&lt;br /&gt;
#Beschrijf alle scheidingstechnieken en chromatografie uitgebreid uitleggen met termen selectiviteitsfactor en Deemtervergelijking&lt;br /&gt;
#Leid de formule af om de pH van een amfiprotische verbinding te bepalen&lt;br /&gt;
#Oefening met pH van kaliumoxalaatoplossing berekenen, na toevoeging van KOH en na toevoeging van HBr&lt;br /&gt;
#Oefening met statistische interpretatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2018 (prof. De Gendt &amp;amp; Delabie)===&lt;br /&gt;
#Beschrijf alle analytische scheidingstechnieken en Van Deemtervergelijking uitleggen&lt;br /&gt;
#Deeltjesgrootte binnen de gravimetrie en hoe we deze kunnen beïnvloeden&lt;br /&gt;
#(1) pH van een oplossing Na2CO3 via de systematische methode (reactievergelijkingen, massa- en ladingsbalansen) en (2) pH van een Na2CO3 oplossing na toevoegen van HCl via methode naar keuze&lt;br /&gt;
#(1) bepaling van massapercentage NH4Cl in een 0,5g sample (dmv een terugtitratie) en (2) gemiddelde, standaarddeviatie en betrouwbaarheidsinterval bepalen uit data van 8 metingen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Augustus 2017===&lt;br /&gt;
# Titratie van NaCl met AgNO3 met de vorderingsgraad. Ook de afleiding van ladingsbalans&lt;br /&gt;
# 3 methodes voor bepalen van metaal en ligand verhouding, 1 van kiezen en uitleggen &lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid LiF iteratief uitwerken, rekening houden met ionische sterkte (oefeningen van in de les) &lt;br /&gt;
# Oefening ivm oplosbaarheid zilveroxalaat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2017 NM===&lt;br /&gt;
# Detectielimieten + formules, standaardadditie formules&lt;br /&gt;
# Alfa(1): definieren en formule van ph afhankelijkheid, titratiecurve voor zwak zuur en NaOH afleiden met vorderingsgraad&lt;br /&gt;
# Meest gebruikte vorm gaschromatografie?, 2 manieren voor kwalitatief onderzoek, 2 meest efficiënte manieren voor kwantitatief onderzoek, destructieve en niet destructieve detectoren uitleggen&lt;br /&gt;
# Oefening op buffer van triprotonisch zuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
# Ppm bewijzen bij gas, specifiek gewicht, temperatuursafhankelijkheid&lt;br /&gt;
# Afleiding van extractie, ionenchromatografie met supressorkolom en alternatieven&lt;br /&gt;
# sigmoidale en lineair segement, Gran plot&lt;br /&gt;
# oefening met oplosbaarheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2016 VM===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Wat bepaalt of we een colloïdale of kristallijnen neerslag krijgen wanneer we 2 reagentia samenvoegen? Wat ligt aan de basis van stabilisatie van een colloïdale neerslag? Hoe kunnen we deze neerslag toch filtreerbaar maken? Wat is het gevaar bij wassen van deze neerslag en hoe kan dit probleem opgelost worden?&lt;br /&gt;
#absorptiemeting&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen het absorptiespectrum bij atomaire absorptie en moleculaire absorptie? Wat zijn de praktische gevolgen voor metingen bij atomaire absorptie?&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen de spectra van moleculaire absorptie in gasfase of in oplossing? Welke methode van deze twee is het best bruikbaar voor kwalitatieve analyse?&lt;br /&gt;
#*Wet van Beer afleiden&lt;br /&gt;
#*Dit is een &#039;limiting law&#039;, verklaar.&lt;br /&gt;
#*Verklaar de invloed van strooilicht &lt;br /&gt;
#grafieken van in cursus fosforzuur/oxaalzuur/zwavelzuur&lt;br /&gt;
#*Welke curve hoort bij welk zuur?&lt;br /&gt;
#*Bespreek de equivalentiepunten (duidelijk voorkomen, afwezigheid van punten...)&lt;br /&gt;
#*Duid voor de curve van fosforzuur aan welke deeltjes in elk gebied belangrijk zijn voor de pH-bepaling (beging,vlak gebied (buffer), EP...)&lt;br /&gt;
#*Bereken voor de curve van fosforzuur de pH enkel met eenvoudige formules in de verschillende gebieden (start, midden vlak gebied, EP...)&lt;br /&gt;
Oefening&lt;br /&gt;
# Maak een buffer met een totaal volume van 1,00L en pH = 9,60 met 0,300 M Na2CO3 en 0,200 HCl. Ka1(H2CO3) = 4,45.10-7 en Ka2(H2CO3) = 4,69.10-11&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2016 NM ===&lt;br /&gt;
#titratie NaCl met AgNO3. leid formules die het verloop van de titratiecurves geven mbv vorderringsgraad. Hoe wordt deze formule gebruikt.&lt;br /&gt;
#Definiïer de plaathoogte en bespreek de fysische invloeden op de factoren die de plaathoogte beïnvloeden en geef de grafiek hiervan.&lt;br /&gt;
#Belangrijkste eigenschappen van activiteitscoëfficiënten en leid de molaire oplosbaarheid af van LiF met de activiteiten te beschouwen.&lt;br /&gt;
#titratie van HCL en H2SO3 met NaOH, geef de grafiek en bespreek welke deeltjes er te vinden zijn waar en bereken de pH na toevoeging van 37,5mL van NaOH door systematisch te werken en toon aan dat de vereenvoudigingen kloppen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2016 VM ===&lt;br /&gt;
#pH amfiprotisch deeltje&lt;br /&gt;
#ppm bij gassen en oplossingen, specifiek gewicht + temperatuursafhankelijk of niet&lt;br /&gt;
#3 methodes vr stoichiometrie van complex met absorbantie&lt;br /&gt;
#oefening: oplosbaarheid Ag2C2O4 in oplossing met pH=4, Ksp en Ka&#039;s gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 augustus voormiddag===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*wat bepaalt of we een colloïdale of kristellijnen neerslag krijgen wanneer we 2 reagentia samenvoegen?&lt;br /&gt;
#*wat ligt aan de basis van de stabilisatie van een colloïdale neerslag.&lt;br /&gt;
#*hoe kunnen we deze neerslag verbeteren zodat deze toch te filteren is.&lt;br /&gt;
#*wat gebeurd er als we zo een verbeterde neerslag wassen en hoe kan dit soms opgelost worden.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*leg uit wat aan de grondslag ligt van de scheiding van metaalkationen volgens de historische H2S methode.&lt;br /&gt;
#*Ka1 en Ka2 van H2S gegeven en dan uitleggen waarom de ene groter is dan de andere.&lt;br /&gt;
#*Grafiek uit de cursus van bij dit stukje en dan de helling van die rechte berekenen.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*wat is het meest voorkomende type gaschromatografie.&lt;br /&gt;
#*op welke 2 manieren kan aan kwalitatieve analyse gedaan worden met gaschromatografie.&lt;br /&gt;
#*kwantitatieve analyse met gaschromatografie: uitleggen van interne standaard en standaardadditie.&lt;br /&gt;
#*bondig bespreken van de destructieve en niet-destructieve detector gebruikt bij gaschromatografie die we gezien hebben in de les&lt;br /&gt;
#oefening waarbij ge de pH van een mengsel van 2 stoffen moet bepalen en daarna de oplosbaarheid van een andere stof bepalen die in dat mengsel gedaan wordt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2014 NM===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Omschrijf met woorden het concept standaardfout precies?&lt;br /&gt;
#* Beschrijft een gauss-curve perfect de verdeling van de meetresultaten in de analytische chemie? (uitleg)&lt;br /&gt;
#* Wat is het grote nut van s-pooled in de analytische chemie?&lt;br /&gt;
#* Wat is het verband tussen t (two tailed) en t (one tailed)? Leg uit m.b.v. Gauss-curves.&lt;br /&gt;
#* Indien een chemische analysemethode een normaaldistributie volgt die gekenmerkt wordt door een straalgemiddelde µ en een populatiestandaarddeviatie sigma. Geef dan de formule die toelaat de fractie F van het totaal aantal metingen te berekenen dat, bij een zeer groot aantal metingen, gelegen is tussen µ+a en µ+b. Toon met deze formule aan dat voor om het even welke analysemethode die een normaaldistributie volgt, er eenzelfde fractie van metingen  zich bevindt tussen µ-2sigma; en µ+2sigma. Hoe groot is deze fractie?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Op wat berust de scheiding van metaalkationen op basis van de historisch belangrijke H2S methode?&lt;br /&gt;
#*Voor dit zwakke zuur zijn de numerieke warde voor de dissociatieconstanten gegeven. Waarom is Ka1 &amp;gt; Ka2?&lt;br /&gt;
#* Leid aan de hand van berekeningen de richtingscoëfficiënt af van de bijgevoegde grafiek. (=dalende rechte)&lt;br /&gt;
# Hoe wordt de plaathoogte H in chromatografie gedefinieerd? Schets de grafiek van de plaathoogte in functie van de stroomsnelheid van de mobiele fase. De afhankelijk kan gevat worden in een bepaalde vergelijking.&lt;br /&gt;
Schrijf en benoem deze en verklaar de verschillende componenten ervan aan de hand van de fysische verschijnselen zoals die zich voordoen in een kolom. Wat is het belangrijkste verschil tussen gaschromatografie en vloeistrofchromatografie in deze context?&lt;br /&gt;
# We lossen 445 mg AlCl3 (133,34 g/mol) op in 200 mL water. Het kation complexeert volledig met water tot Al(H20)6(3+) en heeft zure eigenschappen: Ka(Al(H2O)6(3+) = 1,4 x 10^-5&lt;br /&gt;
(a) Bereken de pH als -log(H+).&lt;br /&gt;
(b) Wat is de molaire oplosbaarheid van zilver wanneer we aan deze oplossing 860 mg aan AgNO3 (169,873 g/mol) toevoegen (Ksp,AgCl)= 1,82 x 10^-8?&lt;br /&gt;
Houd bij de berekeningen steeds rekening met de ionische sterkte van de oplossingen. De effectieve diameter van gehydrateerd AI(H20)5(OH)2+ bedraagt 0.6 nm.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2014 VM===&lt;br /&gt;
# Wat bepaald of er een colloïdale of kristallijnen neerslag vormt? Omschrijf de oorsprong van de stabilisatie van een colloïdale neerslag en hoe men dergelijke neerslag kan behandelen om een filtreerbare neerslag te krijgen. Wat zijn de gevaren bij het wassen en hoe kunnen deze vermeden worden? Waarom is Fe(OH)3 of zijn waterige oxide niet filtreerbaar in gewone omstandigheden, en wat kan je eraan doen? Plaat de Fajansmethode in de context van deze vraag.&lt;br /&gt;
# Leid de eenvoudigste formule af om de pH te schatten van amfiprotische deeltjes NaHA met cNaHA.&lt;br /&gt;
# Scheiding door extractie: Leid een formule af om te berekenen wat de concentratie is na i extracties van component A in een bepaalde hoeveelheid waterige fase door middel van telkens dezelfde hoeveelheid organische fase te gebruiken. - Waarom gebruikt men bij ionenchromatografie een suppressorkolom? Omschrijf de werking adhv een voorbeeld. Geef de twee alternatieven voor een suppressorkolom (+uitleg).&lt;br /&gt;
# Gegeven is een oplossing van 50,0mL met 0.10M HCl en 0.10M H2SO3 met pKa1=1.23*10-2 en pKa2=6.6*10-8. Er wordt getitreerd met 0.20M NaOH (a) Teken de titratiecurve en beschrijf de samenstelling van elk gebied (zwakke base, amfiprotisch zout) (b) Bereken de pH na toevoegen van 37.5mL base. [Tip bij (b): gebruik de systematische methode, en zorg dat de relatieve fout op [H3O+] minder blijft dan 5%]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 Januari 2013 NM===&lt;br /&gt;
#wat is het verband tussen slitbreedte en kwalitatieve analyse?&lt;br /&gt;
#wat is de rol van strooilicht en niet effectief monochromatisch licht bij kwantitatieve analyse?&lt;br /&gt;
#bespreek de 3 methodes (continue variatie, mol-ratio en helling-ratio) om de stoichiometrie van een complex te bepalen aan de hand van de gegeven grafieken. Kunnen we hier nog andere informatie uithalen?&lt;br /&gt;
#leid 2 formules af die de titratiecurve van NaCl met AgNO3 beschrijven. Hoe gebruikt men ze?&lt;br /&gt;
#toon aan dat het equivalentiepunt steeds bij dezelfde pAg ligt&lt;br /&gt;
#geef 3 fysische methodes om het equivalentiepunt waar te nemen&lt;br /&gt;
# 0,1g H3PO4 (pKA&#039;s gegeven) wordt in 100 ml water opgelost en met 0,01M NaOH neutraal gemaakt. Wat zijn de molfracties aan H3PO4 en de geconjugeerde basen?&lt;br /&gt;
# Een staal bevat enkel KCl en FeCl2, molmassa&#039;s en totale zijn gegeven. Een Mohr-titratie wordt toegepast, gebruikte hoeveelheid AgNO3 en concentratie zijn gegeven. Bepaal de massa FeCl2 en het massapercentage aan Fe (atoommassa gegeven) in het staal.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 Januari 2012 NM===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Zuur/base&lt;br /&gt;
#* Differentierend / Leveling solvent&lt;br /&gt;
#* verband tussen Ka en Kb bij diprotisch afleiden&lt;br /&gt;
#* toon aan dat de alfa-waardes enkel afhankelijk zijn van de pH van de oplossing &lt;br /&gt;
#* afleiden titratiecurve van zwak zuur &amp;amp;amp; sterke base a.d.h.v. vorderingsgraad. Hoe stel je vanuit deze formule diegene op van een sterk zuur en een sterke base? Zelfde vraag voor polyprotisch zwak zuur en sterke base. &lt;br /&gt;
# Chromatografie &lt;br /&gt;
#* wat is de meest gebruikte gaschromatografie? wat is de andere?) &lt;br /&gt;
#* hoe kan je bij gaschromatografie kwalitatief en staal analyseren &lt;br /&gt;
#* leg uit hoe je bij kwantitatieve analyse hier interne standaard en standaardadditie toepast &lt;br /&gt;
#* twee detectoren: destructieve en niet-destructieve voor gaschromatografie. Leg bondig uit &lt;br /&gt;
# Oefeningen &lt;br /&gt;
#* een combinatie oefening van het bepalen van een concentratie tijdens een titratie en statistische methodes &lt;br /&gt;
#* wat is het effect op de ionische sterkte als je NaOH bij a) MgCl2 b) HCL c) CH3COOH doet. (bespreken)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 augustus 2011===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Beschouw titratie van een zwak zuur met een sterke base. Hoe bepaal de titratiecurve a.d.h.v. de vorderingsgraad. Geef de afleiding voor vorderingsgraad. Hoe zit het dan voor titratie van een sterk zuur met een sterke base?&lt;br /&gt;
# Instrumenten&lt;br /&gt;
#* Wat is het verschil tussen de concentratiebepaling bij fluorescentie, absorptie en chemoluminescentie? &lt;br /&gt;
#* Wat is een interferentiefilter? Geef de afleding voor de formule \lambda=2\eta t&lt;br /&gt;
#* leg uit: fotodiode en fotomultiplier&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# standaardoefening op selectief neerslagen (is het mogelijk om bv Sr2+ en Hf4+ neer te slaan door OH- toe te voegen&lt;br /&gt;
# ook standaard: geef verhouding van 2 ionen in oplossing, Ksp&#039;s, Ka enz gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 januari 2011 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(Misschien niet in die woorden,maar het kwam wel op deze vragen neer)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Chromatografie: &lt;br /&gt;
#*Wat is de plaathoogte, geef een definitie en leid de formule af.&lt;br /&gt;
#*Bespreek de plaathoogte ifv de stroomsnelheid van de mobiele fase. Met welke functie kan deze omschreven worden? Ontleed en bespreek de onderdelen van deze functie. Welke factor zorgt voor het verschil tussen de plaathoogte ifv de mobiele fase bij gas en bij vloeistof?&lt;br /&gt;
# Standaardadditie etc&lt;br /&gt;
#* Hoe wordt de enkelvoudige standaardadditiemethode gebruikt? Leid de formule af.&lt;br /&gt;
#* Bespreek bondig de interne standaardmethode. &lt;br /&gt;
#* Welke detectielimieten zijn er? Leid de formules af en bespreek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#oefening met Volhard-titratie.&lt;br /&gt;
#* 100.0ML staal, hoeveel miligram monochloroazijnzuur zit er in als je weet dat men het staal bewerkt met 1M NaOH zodat men een waterige oplossing van ClCh3COO- krijgt. Deze zuurt men aan en men voegt (concentratie gegeven) AgNO3 toe. De neerslag wordt afgefilterd en vervolgens voegt men 10.43 ml NH4SCN toe tot aan het neutralisatiepunt. Bij de blancotitratie moest men 22.98ml NH4SCN toevoegen.&lt;br /&gt;
#oefening met ionische sterkte&lt;br /&gt;
#* Wat is de oplosbaarheid van CaSO4 in 0.0333M Na2SO4? Bereken eerst de ionische sterkte van deze elektrolyt(dus alleen van Na2SO4) en bereken aan de hand van die waarde de oplosbaarheid van CaSO4.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2011 ===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
# Betrouwbaarheidsintervallen:&lt;br /&gt;
#* Verklaar volgende begrippen uit betrouwbaarheidsintervallen: s, Ïƒ, N, z, t, x Ì… (gem.), Âµ   (uitgebreid verklaren)&lt;br /&gt;
#* Leid één van de definities af voor een betrouwbaarheidsinterval, vetrekkende van de basisprincipes van de statistiek&lt;br /&gt;
#* We hebben in de cursus minstens twee lichtjes afwijkende versies van het betrouwbaarheidsinterval gezien, geef die en leg uit wanneer die worden gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verband met t-testen?&lt;br /&gt;
#Spectrofotometer: In een spectrofotometer wordt elektromagnetische straling met bepaalde golflengte Î» doorheen een oplossing van een analiet met goed gekozen solvent gestuurd. Vertrekkende van de bron is de intensiteit van de straling P, als het doorheen de cuvet (optische weglengte b) met alleen solvent is gepasseerd is de intensiteit P&#039;. Met precies één chromofoor in de oplossing heeft de uitgaande straal een intensiteit P&amp;amp;quot. Extinctiecoëfficiënt is Îµ(Î»)&lt;br /&gt;
#* Wat bedoelt men met goed gekozen solvent?&lt;br /&gt;
#* Is P=P&#039;? (motivatie)&lt;br /&gt;
#* Is concentratie c evenredig met P-P&amp;amp;quot; of met P&#039;-P&amp;amp;quot;? (leg uit adhv basisprincipes)&lt;br /&gt;
#* Wat is strooistraling? Wat zijn de gevolgen hiervan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een staal weegt 27,73mg en bestaat alleen maar uit KCl(MG 74,55) en FeCl2(MG 126,75). Met de Mohrmethode is er 18,48mL nodig van een 0,02237M AgNO3-oplossing om het chloride te neutraliseren. Bepaal massa van FeCl2 en massapercent van ijzer in het staal. (oplossing: 0,01761g en 27,98%)&lt;br /&gt;
# Bereken molaire oplosbaarheid van Ag3PO4 (Ksp=2,8E-18) gebufferd bij pH 6. De 3 Ka&#039;s van fosforzuur zijn gegeven. (oplossing 1,40E-3 M)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Omschrijf aan de hand van een voorbeeld de termen precisie en nauwkeurigheid. Wat is hun oorsprong in de analytische scheikunde en tot welke types van fout en corresponderende mathematisch termen geven ze aanleiding?&lt;br /&gt;
# Gegeven oplossing van AgCl-neerslag in evenwicht met een bepaalde analytische concentratie aan KCl. Leid de formule af die de oplosbaarheid van AgCl geeft in functie van de analytische concentratie aan KCl. Bespreek het resulaat aan de hand van een grafiek. (Die 4 reactievergelijkingen krijg je ook gegeven)&lt;br /&gt;
# Bespreek de meest voorkomende detectoren in optische instrumenten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefening:&lt;br /&gt;
# Hoe maak je een buffer van 1L met een pH van 9,6 wanneer je 0,200M HCl gebruikt en 0,300M Na2CO3. (Ka1 en Ka2 van H2CO3 ook gegeven)&lt;br /&gt;
# Teken kwalitatief de titratiecurve van een mengsel van Na2CO3 en HCO3- met een sterk zuur. Duid ook de delen aan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 januari 2009 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Gauss-distributie:&lt;br /&gt;
#* Omschrijf met woorden een Gauss-distributie. Welke factoren bepalen een Gauss-distributie?&lt;br /&gt;
#* Definieer standaardfout. Waarom is de standaardfout steeds kleiner dan de standaarddeviatie?&lt;br /&gt;
#* Voor een Gauss-distributie, wat is de kans dat een meting gelegen is tussen 0 en +1Ïƒ, tussen +1Ïƒ en +2Ïƒ? Wat is de kans dat een meting buiten de limieten Â±2Ïƒ van het gemiddelde gelegen is en kleiner is dan Î¼-2Ïƒ?&lt;br /&gt;
# Leid de formule af die toelaat om aan de hand van de vorderingsgraad de titratiecurve op te stellen voor een oplossing die Cl- bevat. Hoe moet deze formule gebruikt worden?&lt;br /&gt;
# Bespreek de verschillende aspecten van HPLC, aan de hand van de volgende vragen:&lt;br /&gt;
#*Gradiënt- en isocratische elutie.&lt;br /&gt;
#*Partitiechromatografie (normale en omgekeerde fase).&lt;br /&gt;
#*Ionenuitwisselingschromatografie (suppressorkolommen).&lt;br /&gt;
#*Size exclusion chromatografie (gelfiltratie en gelpermeatie).&lt;br /&gt;
#*Affiniteitschromatografie.&lt;br /&gt;
#*Chirale chromatografie.&lt;br /&gt;
Oefening (3 delen):&lt;br /&gt;
* Berekenen van standaarddeviatie en CV.&lt;br /&gt;
* Iets van oplosbaarheid.&lt;br /&gt;
* Titratiecurve opstellen voor 3 basen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Wat is het verband tussen betrouwbaarheidsintervallen en de z- en t-test?&lt;br /&gt;
# Bespreek de wet van Beer qua afleiding, toepassing en beperkingen.&lt;br /&gt;
# Chromatografie. Wat is de plaathoogte van een kolom en hoe wordt deze beÃ¯nvloed door de stroomsnelheid van de mobiele fase?&lt;br /&gt;
Oefening:&lt;br /&gt;
# Bereken de pH voor de titratie van 50,0 mL van een 0,10 M ethyleendiamine-oplossing met een 0,20 M oplossing van HCl na toevoegen van de volgende hoeveelheden zuur: &lt;br /&gt;
a) 0,0 mL HCl&lt;br /&gt;
b) 37,5 mL HCl&lt;br /&gt;
c) 50,0 mL HCl&lt;br /&gt;
Verantwoord steeds eventueel gemaakte benaderingen in je berekeningen. &lt;br /&gt;
Teken kwalitatief de titratiekurve en omschrijf de samenstelling van de oplossing in de verschillende gebieden (bv. Buffer van X en Y, sterk zuur Z, ...)&lt;br /&gt;
Voor Ethyleendiamine (H2NCH2CH2NH2 afgekort B) zijn de numerieke waarden van de opeenvolgende zuurdissociatieconstanten van BH2(2+) als volgt. Ka1 = 1,42 x 10^-7 en Ka2 = 1,18 x 10^-10&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Gran Plot vraag.&lt;br /&gt;
# Moleculaire Fluoriscentie vraag.&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid AgCl met concentratie aan KCl.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# De Volhard titratie wordt algemeen aangeraden voor de analyse van het heptachloor insecticide C10H5Cl7. Er is geen chloride of chloor in de matrix aanwezig. Het percentage van heptachloor wordt gegeven door: %hepatachloor = ((mlAg x cAg - mlSCN x cSCN) x 37.33)/staalmassa. Wat zegt deze berekening over de stoechimoterie van deze titratie (m.a.w. hoeveel chloride-ionen per molecule heptachloor reageren met 1 AgNO3)M = 373,22 g/mol?&lt;br /&gt;
# Bereken de oplosbaarheid van Mg(OH)2 in een 0.0167M oplossing van Ba(NO3)2 door gebruik te maken van:&lt;br /&gt;
#*Activiteiten.&lt;br /&gt;
#*Molaire concentraties.&lt;br /&gt;
#*Bereken ook de procentuele fout die gemaakt wordt door geen rekening te houden met de activiteiten. Ksp Mg(OH)2 = 7.1x10^-12 Neerslag Ba(OH)2 mag je verwaarlozen (tabel activiteitscoeffictien en ionische sterkte gegeven).&lt;br /&gt;
# Schrijf de uitdrukking voor [H3O+] in functie van enkele andere evenwichtscocentraties voor een 0.01M oplossig van HCl die in evenwicht is met een overmaat aan vast BaSO4.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek soorten gevoeligheid+detectielimiet.&lt;br /&gt;
# Mengsel van NaOH NaHCO3 en Na2CO3.&lt;br /&gt;
# Kwantitatieve en kwalitatieve analyse bij gaschromatografie.&lt;br /&gt;
Oefening:&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid van MnS in buffer (Ka&#039;s en conc. H30+ gegeven).&amp;lt;/text&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>JesperAllaer</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Analytische_Basistechnieken&amp;diff=2312</id>
		<title>Analytische Basistechnieken</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Analytische_Basistechnieken&amp;diff=2312"/>
		<updated>2021-01-13T19:28:13Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;JesperAllaer: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Analytische basistechnieken is verplicht voor de chemici. Het werd gedoceerd door prof Hendrickx. Meestal beperkte hij zich tot het aflezen van zijn slides, hier en daar gaf hij extra informatie, die op het examen gevraagd kon worden. Sinds academiejaar 2017-2018 wordt dit vak gedoceerd door twee nieuwe proffen, De Gendt &amp;amp; Delabie. Ook zij beperken zich tot het aflezen van slides.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 januari 2021===&lt;br /&gt;
#Deel 1 Stefan De Gendt&lt;br /&gt;
#*Geef de verschillende scheidingsmethoden en leg kort uit&lt;br /&gt;
#*Leg termen scheidingscoëfficiënt, selectiviteitsfactor en plaathoogte en geef daarbij de Van Deemtervergelijking&lt;br /&gt;
#*Geef de wet van Beer en leg kort uit&lt;br /&gt;
#*De wet van Beer heeft zijn beperkingen, geef die limieten en leg uit&lt;br /&gt;
#*Termen op fluorescentie grafiek geven&lt;br /&gt;
#Deel 2 Annelies Delabie&lt;br /&gt;
#*Geef het verloop van de argentometrische titratie weer via de systematische methode&lt;br /&gt;
#*Geef de titraties van de verschillende halides met argentometrie&lt;br /&gt;
#*Er zijn verschillende indicatoren voor argentometrie. Geef 1 ervan en leg uit&lt;br /&gt;
#Deel 3 Oefeningen&lt;br /&gt;
#*Oefening op statistiek met het gebruik van de t-test en massapercentage&lt;br /&gt;
#*pH berekenen van 1.0M HCl met 0.8M Na2C2O4 via systematische methode&lt;br /&gt;
#*Hoeveel AgNO3 kan je toevoegen zodat AgCl en AgC2O4 niet neerslaat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2020===&lt;br /&gt;
#De verschillende scheidingsmethode en leg de deemstervergelijking uit.&lt;br /&gt;
#Mondelinge vragen van SDG:&lt;br /&gt;
#*Wat is amu.&lt;br /&gt;
#*Verschil tussen gecalibreerd glaswerk: to contain en to deliver uitleggen. &lt;br /&gt;
#*Wat zijn de mogelijke manieren van systematische fouten&lt;br /&gt;
#*Een tekening van de energiebanden bij fluorescentie, geef uitleg hierover.&lt;br /&gt;
#*Thermische geleidbaarheidsdetector&lt;br /&gt;
#*Detectielimiet&lt;br /&gt;
#Bespreek de titratiecurves bij argentometrie.&lt;br /&gt;
#*Geef via systematische methode een formule voor het berekenen van de grafiek.&lt;br /&gt;
#*Leg de invloed van de ksp en een verdunning uit.&lt;br /&gt;
#oef 1: &lt;br /&gt;
#*Berekenen van de pH van 0.6 M NaCN via systematische methode&lt;br /&gt;
#*Hoeveel HCl (3.0 M) moet je toevoegen aan 100.00 ml 0.5 NaCN om pH 9.08 te komen.&lt;br /&gt;
#*Na toevoegen van AgNO3: laat zien dat door complexatie AgOH en AgCN niet neerslaan.&lt;br /&gt;
#oef 2:&lt;br /&gt;
#*Een reactie van een standaardisatie, bereken de concentratie en fout erop.&lt;br /&gt;
#*Tabel met gegevens van 2 stalen, nulhypothese en geef op het 95% betrouwbaarheidsniveau een conclusie van 2 stalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2019===&lt;br /&gt;
#Bespreek de verschillende analytische scheidingstechnieken en chromatografische scheiding specifiek.&lt;br /&gt;
#*Werking chromatografische scheiding&lt;br /&gt;
#*verdelingscoeff, selectiviteitsfactor, plaathoogte&lt;br /&gt;
#*deemstervergelijking&lt;br /&gt;
#bespreek in detail de titratiecurven van H2A (diprotisch zuur deeltje). Geef hoe je op elk van deze punten de pH kunt berekenen. &lt;br /&gt;
#oef 1: bereken de pH van HBr en HNO2, Hierbij word KOH gedaan bereken nu de pH, in de eerste oplossing bereken de oplosbaarheid van PbBr2&lt;br /&gt;
#oef 2: puur Zn reageerd met Hcl en vormt H2. zoek het massapercentage, bereken het betrouwbaarheidsinterval voor 95%, hoeveel metingen zijn er nodig voor een O,3 betrouwbaarheidsinterval op 99%&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 september 2018===&lt;br /&gt;
#Beschrijf alle scheidingstechnieken en chromatografie uitgebreid uitleggen met termen selectiviteitsfactor en Deemtervergelijking&lt;br /&gt;
#Leid de formule af om de pH van een amfiprotische verbinding te bepalen&lt;br /&gt;
#Oefening met pH van kaliumoxalaatoplossing berekenen, na toevoeging van KOH en na toevoeging van HBr&lt;br /&gt;
#Oefening met statistische interpretatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2018 (prof. De Gendt &amp;amp; Delabie)===&lt;br /&gt;
#Beschrijf alle analytische scheidingstechnieken en Van Deemtervergelijking uitleggen&lt;br /&gt;
#Deeltjesgrootte binnen de gravimetrie en hoe we deze kunnen beïnvloeden&lt;br /&gt;
#(1) pH van een oplossing Na2CO3 via de systematische methode (reactievergelijkingen, massa- en ladingsbalansen) en (2) pH van een Na2CO3 oplossing na toevoegen van HCl via methode naar keuze&lt;br /&gt;
#(1) bepaling van massapercentage NH4Cl in een 0,5g sample (dmv een terugtitratie) en (2) gemiddelde, standaarddeviatie en betrouwbaarheidsinterval bepalen uit data van 8 metingen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Augustus 2017===&lt;br /&gt;
# Titratie van NaCl met AgNO3 met de vorderingsgraad. Ook de afleiding van ladingsbalans&lt;br /&gt;
# 3 methodes voor bepalen van metaal en ligand verhouding, 1 van kiezen en uitleggen &lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid LiF iteratief uitwerken, rekening houden met ionische sterkte (oefeningen van in de les) &lt;br /&gt;
# Oefening ivm oplosbaarheid zilveroxalaat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2017 NM===&lt;br /&gt;
# Detectielimieten + formules, standaardadditie formules&lt;br /&gt;
# Alfa(1): definieren en formule van ph afhankelijkheid, titratiecurve voor zwak zuur en NaOH afleiden met vorderingsgraad&lt;br /&gt;
# Meest gebruikte vorm gaschromatografie?, 2 manieren voor kwalitatief onderzoek, 2 meest efficiënte manieren voor kwantitatief onderzoek, destructieve en niet destructieve detectoren uitleggen&lt;br /&gt;
# Oefening op buffer van triprotonisch zuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
# Ppm bewijzen bij gas, specifiek gewicht, temperatuursafhankelijkheid&lt;br /&gt;
# Afleiding van extractie, ionenchromatografie met supressorkolom en alternatieven&lt;br /&gt;
# sigmoidale en lineair segement, Gran plot&lt;br /&gt;
# oefening met oplosbaarheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2016 VM===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Wat bepaalt of we een colloïdale of kristallijnen neerslag krijgen wanneer we 2 reagentia samenvoegen? Wat ligt aan de basis van stabilisatie van een colloïdale neerslag? Hoe kunnen we deze neerslag toch filtreerbaar maken? Wat is het gevaar bij wassen van deze neerslag en hoe kan dit probleem opgelost worden?&lt;br /&gt;
#absorptiemeting&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen het absorptiespectrum bij atomaire absorptie en moleculaire absorptie? Wat zijn de praktische gevolgen voor metingen bij atomaire absorptie?&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen de spectra van moleculaire absorptie in gasfase of in oplossing? Welke methode van deze twee is het best bruikbaar voor kwalitatieve analyse?&lt;br /&gt;
#*Wet van Beer afleiden&lt;br /&gt;
#*Dit is een &#039;limiting law&#039;, verklaar.&lt;br /&gt;
#*Verklaar de invloed van strooilicht &lt;br /&gt;
#grafieken van in cursus fosforzuur/oxaalzuur/zwavelzuur&lt;br /&gt;
#*Welke curve hoort bij welk zuur?&lt;br /&gt;
#*Bespreek de equivalentiepunten (duidelijk voorkomen, afwezigheid van punten...)&lt;br /&gt;
#*Duid voor de curve van fosforzuur aan welke deeltjes in elk gebied belangrijk zijn voor de pH-bepaling (beging,vlak gebied (buffer), EP...)&lt;br /&gt;
#*Bereken voor de curve van fosforzuur de pH enkel met eenvoudige formules in de verschillende gebieden (start, midden vlak gebied, EP...)&lt;br /&gt;
Oefening&lt;br /&gt;
# Maak een buffer met een totaal volume van 1,00L en pH = 9,60 met 0,300 M Na2CO3 en 0,200 HCl. Ka1(H2CO3) = 4,45.10-7 en Ka2(H2CO3) = 4,69.10-11&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2016 NM ===&lt;br /&gt;
#titratie NaCl met AgNO3. leid formules die het verloop van de titratiecurves geven mbv vorderringsgraad. Hoe wordt deze formule gebruikt.&lt;br /&gt;
#Definiïer de plaathoogte en bespreek de fysische invloeden op de factoren die de plaathoogte beïnvloeden en geef de grafiek hiervan.&lt;br /&gt;
#Belangrijkste eigenschappen van activiteitscoëfficiënten en leid de molaire oplosbaarheid af van LiF met de activiteiten te beschouwen.&lt;br /&gt;
#titratie van HCL en H2SO3 met NaOH, geef de grafiek en bespreek welke deeltjes er te vinden zijn waar en bereken de pH na toevoeging van 37,5mL van NaOH door systematisch te werken en toon aan dat de vereenvoudigingen kloppen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2016 VM ===&lt;br /&gt;
#pH amfiprotisch deeltje&lt;br /&gt;
#ppm bij gassen en oplossingen, specifiek gewicht + temperatuursafhankelijk of niet&lt;br /&gt;
#3 methodes vr stoichiometrie van complex met absorbantie&lt;br /&gt;
#oefening: oplosbaarheid Ag2C2O4 in oplossing met pH=4, Ksp en Ka&#039;s gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 augustus voormiddag===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*wat bepaalt of we een colloïdale of kristellijnen neerslag krijgen wanneer we 2 reagentia samenvoegen?&lt;br /&gt;
#*wat ligt aan de basis van de stabilisatie van een colloïdale neerslag.&lt;br /&gt;
#*hoe kunnen we deze neerslag verbeteren zodat deze toch te filteren is.&lt;br /&gt;
#*wat gebeurd er als we zo een verbeterde neerslag wassen en hoe kan dit soms opgelost worden.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*leg uit wat aan de grondslag ligt van de scheiding van metaalkationen volgens de historische H2S methode.&lt;br /&gt;
#*Ka1 en Ka2 van H2S gegeven en dan uitleggen waarom de ene groter is dan de andere.&lt;br /&gt;
#*Grafiek uit de cursus van bij dit stukje en dan de helling van die rechte berekenen.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*wat is het meest voorkomende type gaschromatografie.&lt;br /&gt;
#*op welke 2 manieren kan aan kwalitatieve analyse gedaan worden met gaschromatografie.&lt;br /&gt;
#*kwantitatieve analyse met gaschromatografie: uitleggen van interne standaard en standaardadditie.&lt;br /&gt;
#*bondig bespreken van de destructieve en niet-destructieve detector gebruikt bij gaschromatografie die we gezien hebben in de les&lt;br /&gt;
#oefening waarbij ge de pH van een mengsel van 2 stoffen moet bepalen en daarna de oplosbaarheid van een andere stof bepalen die in dat mengsel gedaan wordt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2014 NM===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Omschrijf met woorden het concept standaardfout precies?&lt;br /&gt;
#* Beschrijft een gauss-curve perfect de verdeling van de meetresultaten in de analytische chemie? (uitleg)&lt;br /&gt;
#* Wat is het grote nut van s-pooled in de analytische chemie?&lt;br /&gt;
#* Wat is het verband tussen t (two tailed) en t (one tailed)? Leg uit m.b.v. Gauss-curves.&lt;br /&gt;
#* Indien een chemische analysemethode een normaaldistributie volgt die gekenmerkt wordt door een straalgemiddelde µ en een populatiestandaarddeviatie sigma. Geef dan de formule die toelaat de fractie F van het totaal aantal metingen te berekenen dat, bij een zeer groot aantal metingen, gelegen is tussen µ+a en µ+b. Toon met deze formule aan dat voor om het even welke analysemethode die een normaaldistributie volgt, er eenzelfde fractie van metingen  zich bevindt tussen µ-2sigma; en µ+2sigma. Hoe groot is deze fractie?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Op wat berust de scheiding van metaalkationen op basis van de historisch belangrijke H2S methode?&lt;br /&gt;
#*Voor dit zwakke zuur zijn de numerieke warde voor de dissociatieconstanten gegeven. Waarom is Ka1 &amp;gt; Ka2?&lt;br /&gt;
#* Leid aan de hand van berekeningen de richtingscoëfficiënt af van de bijgevoegde grafiek. (=dalende rechte)&lt;br /&gt;
# Hoe wordt de plaathoogte H in chromatografie gedefinieerd? Schets de grafiek van de plaathoogte in functie van de stroomsnelheid van de mobiele fase. De afhankelijk kan gevat worden in een bepaalde vergelijking.&lt;br /&gt;
Schrijf en benoem deze en verklaar de verschillende componenten ervan aan de hand van de fysische verschijnselen zoals die zich voordoen in een kolom. Wat is het belangrijkste verschil tussen gaschromatografie en vloeistrofchromatografie in deze context?&lt;br /&gt;
# We lossen 445 mg AlCl3 (133,34 g/mol) op in 200 mL water. Het kation complexeert volledig met water tot Al(H20)6(3+) en heeft zure eigenschappen: Ka(Al(H2O)6(3+) = 1,4 x 10^-5&lt;br /&gt;
(a) Bereken de pH als -log(H+).&lt;br /&gt;
(b) Wat is de molaire oplosbaarheid van zilver wanneer we aan deze oplossing 860 mg aan AgNO3 (169,873 g/mol) toevoegen (Ksp,AgCl)= 1,82 x 10^-8?&lt;br /&gt;
Houd bij de berekeningen steeds rekening met de ionische sterkte van de oplossingen. De effectieve diameter van gehydrateerd AI(H20)5(OH)2+ bedraagt 0.6 nm.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2014 VM===&lt;br /&gt;
# Wat bepaald of er een colloïdale of kristallijnen neerslag vormt? Omschrijf de oorsprong van de stabilisatie van een colloïdale neerslag en hoe men dergelijke neerslag kan behandelen om een filtreerbare neerslag te krijgen. Wat zijn de gevaren bij het wassen en hoe kunnen deze vermeden worden? Waarom is Fe(OH)3 of zijn waterige oxide niet filtreerbaar in gewone omstandigheden, en wat kan je eraan doen? Plaat de Fajansmethode in de context van deze vraag.&lt;br /&gt;
# Leid de eenvoudigste formule af om de pH te schatten van amfiprotische deeltjes NaHA met cNaHA.&lt;br /&gt;
# Scheiding door extractie: Leid een formule af om te berekenen wat de concentratie is na i extracties van component A in een bepaalde hoeveelheid waterige fase door middel van telkens dezelfde hoeveelheid organische fase te gebruiken. - Waarom gebruikt men bij ionenchromatografie een suppressorkolom? Omschrijf de werking adhv een voorbeeld. Geef de twee alternatieven voor een suppressorkolom (+uitleg).&lt;br /&gt;
# Gegeven is een oplossing van 50,0mL met 0.10M HCl en 0.10M H2SO3 met pKa1=1.23*10-2 en pKa2=6.6*10-8. Er wordt getitreerd met 0.20M NaOH (a) Teken de titratiecurve en beschrijf de samenstelling van elk gebied (zwakke base, amfiprotisch zout) (b) Bereken de pH na toevoegen van 37.5mL base. [Tip bij (b): gebruik de systematische methode, en zorg dat de relatieve fout op [H3O+] minder blijft dan 5%]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 Januari 2013 NM===&lt;br /&gt;
#wat is het verband tussen slitbreedte en kwalitatieve analyse?&lt;br /&gt;
#wat is de rol van strooilicht en niet effectief monochromatisch licht bij kwantitatieve analyse?&lt;br /&gt;
#bespreek de 3 methodes (continue variatie, mol-ratio en helling-ratio) om de stoichiometrie van een complex te bepalen aan de hand van de gegeven grafieken. Kunnen we hier nog andere informatie uithalen?&lt;br /&gt;
#leid 2 formules af die de titratiecurve van NaCl met AgNO3 beschrijven. Hoe gebruikt men ze?&lt;br /&gt;
#toon aan dat het equivalentiepunt steeds bij dezelfde pAg ligt&lt;br /&gt;
#geef 3 fysische methodes om het equivalentiepunt waar te nemen&lt;br /&gt;
# 0,1g H3PO4 (pKA&#039;s gegeven) wordt in 100 ml water opgelost en met 0,01M NaOH neutraal gemaakt. Wat zijn de molfracties aan H3PO4 en de geconjugeerde basen?&lt;br /&gt;
# Een staal bevat enkel KCl en FeCl2, molmassa&#039;s en totale zijn gegeven. Een Mohr-titratie wordt toegepast, gebruikte hoeveelheid AgNO3 en concentratie zijn gegeven. Bepaal de massa FeCl2 en het massapercentage aan Fe (atoommassa gegeven) in het staal.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 Januari 2012 NM===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Zuur/base&lt;br /&gt;
#* Differentierend / Leveling solvent&lt;br /&gt;
#* verband tussen Ka en Kb bij diprotisch afleiden&lt;br /&gt;
#* toon aan dat de alfa-waardes enkel afhankelijk zijn van de pH van de oplossing &lt;br /&gt;
#* afleiden titratiecurve van zwak zuur &amp;amp;amp; sterke base a.d.h.v. vorderingsgraad. Hoe stel je vanuit deze formule diegene op van een sterk zuur en een sterke base? Zelfde vraag voor polyprotisch zwak zuur en sterke base. &lt;br /&gt;
# Chromatografie &lt;br /&gt;
#* wat is de meest gebruikte gaschromatografie? wat is de andere?) &lt;br /&gt;
#* hoe kan je bij gaschromatografie kwalitatief en staal analyseren &lt;br /&gt;
#* leg uit hoe je bij kwantitatieve analyse hier interne standaard en standaardadditie toepast &lt;br /&gt;
#* twee detectoren: destructieve en niet-destructieve voor gaschromatografie. Leg bondig uit &lt;br /&gt;
# Oefeningen &lt;br /&gt;
#* een combinatie oefening van het bepalen van een concentratie tijdens een titratie en statistische methodes &lt;br /&gt;
#* wat is het effect op de ionische sterkte als je NaOH bij a) MgCl2 b) HCL c) CH3COOH doet. (bespreken)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 augustus 2011===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Beschouw titratie van een zwak zuur met een sterke base. Hoe bepaal de titratiecurve a.d.h.v. de vorderingsgraad. Geef de afleiding voor vorderingsgraad. Hoe zit het dan voor titratie van een sterk zuur met een sterke base?&lt;br /&gt;
# Instrumenten&lt;br /&gt;
#* Wat is het verschil tussen de concentratiebepaling bij fluorescentie, absorptie en chemoluminescentie? &lt;br /&gt;
#* Wat is een interferentiefilter? Geef de afleding voor de formule \lambda=2\eta t&lt;br /&gt;
#* leg uit: fotodiode en fotomultiplier&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# standaardoefening op selectief neerslagen (is het mogelijk om bv Sr2+ en Hf4+ neer te slaan door OH- toe te voegen&lt;br /&gt;
# ook standaard: geef verhouding van 2 ionen in oplossing, Ksp&#039;s, Ka enz gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 januari 2011 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(Misschien niet in die woorden,maar het kwam wel op deze vragen neer)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Chromatografie: &lt;br /&gt;
#*Wat is de plaathoogte, geef een definitie en leid de formule af.&lt;br /&gt;
#*Bespreek de plaathoogte ifv de stroomsnelheid van de mobiele fase. Met welke functie kan deze omschreven worden? Ontleed en bespreek de onderdelen van deze functie. Welke factor zorgt voor het verschil tussen de plaathoogte ifv de mobiele fase bij gas en bij vloeistof?&lt;br /&gt;
# Standaardadditie etc&lt;br /&gt;
#* Hoe wordt de enkelvoudige standaardadditiemethode gebruikt? Leid de formule af.&lt;br /&gt;
#* Bespreek bondig de interne standaardmethode. &lt;br /&gt;
#* Welke detectielimieten zijn er? Leid de formules af en bespreek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#oefening met Volhard-titratie.&lt;br /&gt;
#* 100.0ML staal, hoeveel miligram monochloroazijnzuur zit er in als je weet dat men het staal bewerkt met 1M NaOH zodat men een waterige oplossing van ClCh3COO- krijgt. Deze zuurt men aan en men voegt (concentratie gegeven) AgNO3 toe. De neerslag wordt afgefilterd en vervolgens voegt men 10.43 ml NH4SCN toe tot aan het neutralisatiepunt. Bij de blancotitratie moest men 22.98ml NH4SCN toevoegen.&lt;br /&gt;
#oefening met ionische sterkte&lt;br /&gt;
#* Wat is de oplosbaarheid van CaSO4 in 0.0333M Na2SO4? Bereken eerst de ionische sterkte van deze elektrolyt(dus alleen van Na2SO4) en bereken aan de hand van die waarde de oplosbaarheid van CaSO4.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2011 ===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
# Betrouwbaarheidsintervallen:&lt;br /&gt;
#* Verklaar volgende begrippen uit betrouwbaarheidsintervallen: s, Ïƒ, N, z, t, x Ì… (gem.), Âµ   (uitgebreid verklaren)&lt;br /&gt;
#* Leid één van de definities af voor een betrouwbaarheidsinterval, vetrekkende van de basisprincipes van de statistiek&lt;br /&gt;
#* We hebben in de cursus minstens twee lichtjes afwijkende versies van het betrouwbaarheidsinterval gezien, geef die en leg uit wanneer die worden gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verband met t-testen?&lt;br /&gt;
#Spectrofotometer: In een spectrofotometer wordt elektromagnetische straling met bepaalde golflengte Î» doorheen een oplossing van een analiet met goed gekozen solvent gestuurd. Vertrekkende van de bron is de intensiteit van de straling P, als het doorheen de cuvet (optische weglengte b) met alleen solvent is gepasseerd is de intensiteit P&#039;. Met precies één chromofoor in de oplossing heeft de uitgaande straal een intensiteit P&amp;amp;quot. Extinctiecoëfficiënt is Îµ(Î»)&lt;br /&gt;
#* Wat bedoelt men met goed gekozen solvent?&lt;br /&gt;
#* Is P=P&#039;? (motivatie)&lt;br /&gt;
#* Is concentratie c evenredig met P-P&amp;amp;quot; of met P&#039;-P&amp;amp;quot;? (leg uit adhv basisprincipes)&lt;br /&gt;
#* Wat is strooistraling? Wat zijn de gevolgen hiervan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een staal weegt 27,73mg en bestaat alleen maar uit KCl(MG 74,55) en FeCl2(MG 126,75). Met de Mohrmethode is er 18,48mL nodig van een 0,02237M AgNO3-oplossing om het chloride te neutraliseren. Bepaal massa van FeCl2 en massapercent van ijzer in het staal. (oplossing: 0,01761g en 27,98%)&lt;br /&gt;
# Bereken molaire oplosbaarheid van Ag3PO4 (Ksp=2,8E-18) gebufferd bij pH 6. De 3 Ka&#039;s van fosforzuur zijn gegeven. (oplossing 1,40E-3 M)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Omschrijf aan de hand van een voorbeeld de termen precisie en nauwkeurigheid. Wat is hun oorsprong in de analytische scheikunde en tot welke types van fout en corresponderende mathematisch termen geven ze aanleiding?&lt;br /&gt;
# Gegeven oplossing van AgCl-neerslag in evenwicht met een bepaalde analytische concentratie aan KCl. Leid de formule af die de oplosbaarheid van AgCl geeft in functie van de analytische concentratie aan KCl. Bespreek het resulaat aan de hand van een grafiek. (Die 4 reactievergelijkingen krijg je ook gegeven)&lt;br /&gt;
# Bespreek de meest voorkomende detectoren in optische instrumenten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefening:&lt;br /&gt;
# Hoe maak je een buffer van 1L met een pH van 9,6 wanneer je 0,200M HCl gebruikt en 0,300M Na2CO3. (Ka1 en Ka2 van H2CO3 ook gegeven)&lt;br /&gt;
# Teken kwalitatief de titratiecurve van een mengsel van Na2CO3 en HCO3- met een sterk zuur. Duid ook de delen aan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 januari 2009 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Gauss-distributie:&lt;br /&gt;
#* Omschrijf met woorden een Gauss-distributie. Welke factoren bepalen een Gauss-distributie?&lt;br /&gt;
#* Definieer standaardfout. Waarom is de standaardfout steeds kleiner dan de standaarddeviatie?&lt;br /&gt;
#* Voor een Gauss-distributie, wat is de kans dat een meting gelegen is tussen 0 en +1Ïƒ, tussen +1Ïƒ en +2Ïƒ? Wat is de kans dat een meting buiten de limieten Â±2Ïƒ van het gemiddelde gelegen is en kleiner is dan Î¼-2Ïƒ?&lt;br /&gt;
# Leid de formule af die toelaat om aan de hand van de vorderingsgraad de titratiecurve op te stellen voor een oplossing die Cl- bevat. Hoe moet deze formule gebruikt worden?&lt;br /&gt;
# Bespreek de verschillende aspecten van HPLC, aan de hand van de volgende vragen:&lt;br /&gt;
#*Gradiënt- en isocratische elutie.&lt;br /&gt;
#*Partitiechromatografie (normale en omgekeerde fase).&lt;br /&gt;
#*Ionenuitwisselingschromatografie (suppressorkolommen).&lt;br /&gt;
#*Size exclusion chromatografie (gelfiltratie en gelpermeatie).&lt;br /&gt;
#*Affiniteitschromatografie.&lt;br /&gt;
#*Chirale chromatografie.&lt;br /&gt;
Oefening (3 delen):&lt;br /&gt;
* Berekenen van standaarddeviatie en CV.&lt;br /&gt;
* Iets van oplosbaarheid.&lt;br /&gt;
* Titratiecurve opstellen voor 3 basen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Wat is het verband tussen betrouwbaarheidsintervallen en de z- en t-test?&lt;br /&gt;
# Bespreek de wet van Beer qua afleiding, toepassing en beperkingen.&lt;br /&gt;
# Chromatografie. Wat is de plaathoogte van een kolom en hoe wordt deze beÃ¯nvloed door de stroomsnelheid van de mobiele fase?&lt;br /&gt;
Oefening:&lt;br /&gt;
# Bereken de pH voor de titratie van 50,0 mL van een 0,10 M ethyleendiamine-oplossing met een 0,20 M oplossing van HCl na toevoegen van de volgende hoeveelheden zuur: &lt;br /&gt;
a) 0,0 mL HCl&lt;br /&gt;
b) 37,5 mL HCl&lt;br /&gt;
c) 50,0 mL HCl&lt;br /&gt;
Verantwoord steeds eventueel gemaakte benaderingen in je berekeningen. &lt;br /&gt;
Teken kwalitatief de titratiekurve en omschrijf de samenstelling van de oplossing in de verschillende gebieden (bv. Buffer van X en Y, sterk zuur Z, ...)&lt;br /&gt;
Voor Ethyleendiamine (H2NCH2CH2NH2 afgekort B) zijn de numerieke waarden van de opeenvolgende zuurdissociatieconstanten van BH2(2+) als volgt. Ka1 = 1,42 x 10^-7 en Ka2 = 1,18 x 10^-10&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Gran Plot vraag.&lt;br /&gt;
# Moleculaire Fluoriscentie vraag.&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid AgCl met concentratie aan KCl.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# De Volhard titratie wordt algemeen aangeraden voor de analyse van het heptachloor insecticide C10H5Cl7. Er is geen chloride of chloor in de matrix aanwezig. Het percentage van heptachloor wordt gegeven door: %hepatachloor = ((mlAg x cAg - mlSCN x cSCN) x 37.33)/staalmassa. Wat zegt deze berekening over de stoechimoterie van deze titratie (m.a.w. hoeveel chloride-ionen per molecule heptachloor reageren met 1 AgNO3)M = 373,22 g/mol?&lt;br /&gt;
# Bereken de oplosbaarheid van Mg(OH)2 in een 0.0167M oplossing van Ba(NO3)2 door gebruik te maken van:&lt;br /&gt;
#*Activiteiten.&lt;br /&gt;
#*Molaire concentraties.&lt;br /&gt;
#*Bereken ook de procentuele fout die gemaakt wordt door geen rekening te houden met de activiteiten. Ksp Mg(OH)2 = 7.1x10^-12 Neerslag Ba(OH)2 mag je verwaarlozen (tabel activiteitscoeffictien en ionische sterkte gegeven).&lt;br /&gt;
# Schrijf de uitdrukking voor [H3O+] in functie van enkele andere evenwichtscocentraties voor een 0.01M oplossig van HCl die in evenwicht is met een overmaat aan vast BaSO4.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek soorten gevoeligheid+detectielimiet.&lt;br /&gt;
# Mengsel van NaOH NaHCO3 en Na2CO3.&lt;br /&gt;
# Kwantitatieve en kwalitatieve analyse bij gaschromatografie.&lt;br /&gt;
Oefening:&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid van MnS in buffer (Ka&#039;s en conc. H30+ gegeven).&amp;lt;/text&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>JesperAllaer</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Celbiologie_en_biochemie&amp;diff=2155</id>
		<title>Celbiologie en biochemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Celbiologie_en_biochemie&amp;diff=2155"/>
		<updated>2020-06-14T09:40:03Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;JesperAllaer: /* Examenvragen vanaf 2013 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Vanaf 2016-2017: Schriftelijk examen in plaats van mondeling examen zoals voordien.&lt;br /&gt;
Vanaf 2012-2013: Jaarvak voor zowel chemie als biochemie. Volledig gedoceerd door Patrick Van Dijck.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen vanaf 2013==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2020===&lt;br /&gt;
#Teken de microtubuli van het cytoskelet en leg uit waarom het zo belangrijk is voor de deling van cellen. Wat zijn andere structuren van de cel waar microtubuli in voorkomen&lt;br /&gt;
#Teken Gram+-bacterie en Gram--bacterie en teken de celwand (mureïne). Leg het effect van peniciline uit op de celwand en waarom het geen effect heeft op ons&lt;br /&gt;
#Leg verschil uit tussen Instrinsieke en Extrinsieke signaalwegen. Waarom is apoptose zo belangrijk?&lt;br /&gt;
#Hoe kan men zonder de cel te denatureren de verschillende celonderdelen scheiden?&lt;br /&gt;
#Een gistcel maakt uit 4 moleculen stearinezuur, glucose-6-fosfaat. Hoeveel kan het er maken en hoeveel ATP blijft er over (Vetzuurafbraak, Gluconeogenese, Krebs-cyclus en Anaplerotische reacties)&lt;br /&gt;
#2 prentjes&lt;br /&gt;
#*Kristallen&lt;br /&gt;
#*Ribosomen&lt;br /&gt;
#*Nog dingen maar ik ben onzeker&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===7 juni 2020===&lt;br /&gt;
#teken gedetailleerd een alfa helix structuur en de binding, welk proteïne heeft vooral alfa helix structuren?&lt;br /&gt;
#trehalose en amylopectine tekenen, welke binding?&lt;br /&gt;
#geef functie van, een teken eventueel: mesosoom, protoplast, mycoplasma, chromomeer, middenlichaampje&lt;br /&gt;
#leg uit: actief transport&lt;br /&gt;
#hoe kun je een plasmamembraan goed zichtbaar maken onder een fluorescentiemicroscoop?&lt;br /&gt;
#hoeveel ATP verkrijg je bij het volledig verademen van 10 moleculen glycerol? (antwoord: 220 ATP)&lt;br /&gt;
#duidt structuren aan op foto&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 augustus 2019===&lt;br /&gt;
# Amylopectine is een belangrijk deel van zetmeel. Teken de structuur en alle atomen. Waar verschilt dit moleculen met glycogeen? &lt;br /&gt;
# Hoe wordt p53 geactiveerd? Wat heeft dit als resultaat? Wat is het gevolg indien het slecht functioneert? &lt;br /&gt;
# Hoe kan ionenuitwisselings chromatografie worden gebruikt om de 5 (gegeven) decapeptiden te scheiden. Welke elueert het eerst? &lt;br /&gt;
# Welke soort juncties zijn er? Teken en leg ze uit? &lt;br /&gt;
# Gistcellen kunnen groeien op een ethanol bodem. Hoeveel moleculen heeft een gistcel nodig om 12 moleculen ribose-5-P te maken. Hoeveel energiewinst is er? Geef alle stappen.&lt;br /&gt;
# 3 prenten:&lt;br /&gt;
## Ben ik vergeten&lt;br /&gt;
## Kliercel: benoem alle delen in de cel en geef hun functie. &lt;br /&gt;
## 2 Virussen(1 was Tabaksmozaïekvirus): wat is hun structuur en wat zijn het?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 juni 2019===&lt;br /&gt;
#leg gedetailleerd uit wat actief transport is&lt;br /&gt;
#geef de structuur van microtubuli, waarom zijn deze microtubuli belangrijk bij delende plantencellen? geef de structuur van flagellen bij eukaryote cellen en hoe zorgen deze voor beweging&lt;br /&gt;
#wat is Km?&lt;br /&gt;
#wat is een proplastide?&lt;br /&gt;
#wat is confocale fluorescentiemicroscopie en hoe kan deze gebruikt worden om een celmembraam te bekijken?&lt;br /&gt;
#hoeveel glycerol heb je nodig voor opbouw van 6 moleculen palmitinezuur? kan dit ook in anaerobe omstandigheden?&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s, geef alle structuren die je ziet + functie &lt;br /&gt;
## 1 foto van kristallen in een kern&lt;br /&gt;
## 1 foto van mucusvesikels die uit een darmepitheelcel komen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2019===&lt;br /&gt;
#Wat is de moleculaire structuur van een celwand van een bacterie? Wat is het verschil tussen een gram+ en een gram- bacterie? Hoe heeft dit effect met penicilline? Waarom gebeurt dit niet bij de mens? &lt;br /&gt;
#Hoe kan men een enzym isoleren en scheiden uit een dierlijke cel? &lt;br /&gt;
#Wat is covalente modificatie? Geef twee voorbeelden, een waarbij het enzym vertraagt en een waarbij het enzym versnelt. &lt;br /&gt;
#Hoeveel ATP geeft de afbraak van tripalmitine? Hoeveel tripalmitine moet er worden afgebroken om 10 moleculen glucose te maken in een dierlijke cel? &lt;br /&gt;
#Twee EM-foto&#039;s bespreken en vijf termen uitleggen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2018===&lt;br /&gt;
#Biosynthese van palmitinezuur geven (met structuren) en zeggen waar deze plaatsvindt.&lt;br /&gt;
#Teken een spiercel en benoem de elementen. Leg verder ook mbv tekeningen uit hoe een spiercel werkt.&lt;br /&gt;
#5 begrippen uitleggen/tekenen: mesosoom, operon, guanine, blefaroplast en mycoplasma.&lt;br /&gt;
#Leg uit hoe je mbv affiniteitschromatografie zuiver hexokinase uit een levercel kan scheiden. Zijn er nog andere technieken om zuiver hexokinase te krijgen, zo ja leg deze dan uit.&lt;br /&gt;
#Hoeveel moleculen glycerol zijn er nodig om 10 moleculen alanine te vormen. Geef de metabolische wegen in de juiste volgorde en geef de volledige synthese (inclusief structuren). Er is genoeg ammonium aanwezig maar geen oxaalazijnzuur.&lt;br /&gt;
#Van 2 E.M foto&#039;s de structuren en hun functies benoemen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2018===&lt;br /&gt;
#Gluconeogenese geven/uitleggen&lt;br /&gt;
#Welke aminozuren kunnen gefosforiliseerd worden, en welke geglycosyleerd. Teken een gefosforiliseerd aminozuur.&lt;br /&gt;
#Confocale fluoricentiemicroscoop uitleggen en tekenen. Hoe kan dit gebruikt worden om het plasmamembraan te tonen.&lt;br /&gt;
#BBegrippen: p53, desmosoom, N-acetylmureinezuur, cysteine, chiasma.&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol tripalmitinezuur heb je nodig voor 15 mol ribose?&lt;br /&gt;
#EM foto van glycocalyx met slijmbekercel en foto met peroxisoom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 augustus 2017===&lt;br /&gt;
#Ionenuitwisselingschromatografie uitleggen&lt;br /&gt;
#Een stuk DNA tekenen&lt;br /&gt;
#De verschillende juncties tussen cellen uitleggen&lt;br /&gt;
#Biosynthese en afbraak van vetten tekenen en uitleggen&lt;br /&gt;
#Hoeveel moleculen glutaminezuur heb je nodig om 6 moleculen ribose-5-P te maken&lt;br /&gt;
#Fotos van cellen: spiercel en plantencel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 augustus 2017===&lt;br /&gt;
#Koppel een fructosemolecule aan een galactose en deze aan een glucose op bepaalde manier (alpha,beta)&lt;br /&gt;
#Confocale fluorescentiemicroscopie&lt;br /&gt;
#Leg volgende termen uit: operon, plaques, cyclines, mesosoom, cystine&lt;br /&gt;
#Bespreek de lichtreacties (voorkomen, welke reacties gebeuren,...)&lt;br /&gt;
#Hoeveel sucrosemoleculen heb je nodig om 10 moleculen alanine te maken?&lt;br /&gt;
#2 E.M. foto&#039;s, de ene was een spiercel (actine en myosine), de andere weet ik niet zeker&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2017===&lt;br /&gt;
#Maak een (erg gedetailleerde) tekening van de secretieweg van DNA tot enzyme, voor een enzyme dat als functie heeft de celwand opbouwen. Leg hierbij alle belangrijke stappen uit.&lt;br /&gt;
#Actief transport bij bacteriën, schimmels en dieren uitleggen, met glucose als voorbeeld&lt;br /&gt;
#Je wil 6 proteïnen scheiden door een anionuitwisselingschromatografie uit te voeren, welke stappen zijn hierbij? Maak ook een tekening&lt;br /&gt;
#Hoeveel glycerol heb je nodig ter vorming van 4 moleculen tripalmitine? Hoeveel ATP is er over na volledige verademing van uw restproducten en reducerend vermogen? Geef op volgorde alle metabolische wegen die hierbij gebruikt werden. Geef schematisch alle stappen die doorlopen worden bij de vorming van tripalmitine uit glycerol, en geef de netto reactievergelijking (inclusief ATP).&lt;br /&gt;
#2 foto&#039;s aanduiden alles dat je herkent en de functie ervan geven, was een slijmbekercel en een heel erge close up van een plantencel&lt;br /&gt;
#5 termen verklaren: apoptosoom, DNA primase, N-acetylglucosamine, proplastide en Km&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2016===&lt;br /&gt;
#cytokinese dier &amp;amp; plant&lt;br /&gt;
#donkerracties en verschil C3,C4 en CAM &lt;br /&gt;
#adrenaline&lt;br /&gt;
#vriesbreuk en vriezers&lt;br /&gt;
#ato berekenen in cyclus&lt;br /&gt;
#fotokes van vet en golgi app&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2016 ===&lt;br /&gt;
#bespreek celwand van bacterien en schimmels op vlak van structuur, functie en chemische samenstelling&lt;br /&gt;
#inductie en repressie uitleggen adhv lac-operon en trp-operon&lt;br /&gt;
#oef: hoeveel mol ribose-5-P kan je maken uit glutaminezuur? bereken hoeveel ATP je over hebt en schrijf de volledige cycli uit (antwoord 3 mol ribose-5-P) &lt;br /&gt;
#fotos over juncties en chloroplast&lt;br /&gt;
#gelfiltratie uitleggen + hoe daaruit molecuulgewicht proteinen bepalen&lt;br /&gt;
#structuur en werking van een spiercel uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2016 ===&lt;br /&gt;
#bespreek celwand van schimmels en bacterie (moleculair, structuur, functie)&lt;br /&gt;
#bespreek gelfiltratie + hoe kan men de moleculaire massa berekenen van een proteine&lt;br /&gt;
#bespreek de spiercel (werking, structuur)&lt;br /&gt;
#Bespreek genrepressie en geninductie aan de hand van beta galactosidase en tryptofaan&lt;br /&gt;
#metabolisme: hoeveel ribulose 5 fosfaat uit 5 glutaminezuur (geef namen gebruikte wegen + theoretische ATP opbrengst)&lt;br /&gt;
#Structuren desmosoom/dichte junctie en chloroplas&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2016===&lt;br /&gt;
#bespreek de onderzoeken naar de regulatie van de celcyclus (MPF enzo...). Wat kan er misgaan wanneer de regulatie niet goed verloopt? (tumor, p53, oncogenen).. &lt;br /&gt;
#Bespreek oorsprong structuur en functie van glyoxisomen en peroxisomen (bijvraag: waar vind je vb glyoxisomen: noten,zaden) &lt;br /&gt;
# kationuitwisselingschromatografie uitleggen +methode om 4 peptiden te scheiden hiermee uitleggen&lt;br /&gt;
# bespreek: Gs proteine (algemeen, niet adrenaline), Km(enzyme),Prion&lt;br /&gt;
# Hoeveel ATP moeten de lichtreacties maken voor de synthese van 6 mol sucrose via donkerrracties (UDPG niet vergeten)&lt;br /&gt;
# 2 fotos: chloroplast, 10 structuren aanduiden, darmepitheelcel met glycocalix en veel mucus blijkbaar geen lysosomen dus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2016 NM===&lt;br /&gt;
#bespreek microtubuli en de structuren aan die in de cel voorkomen.&lt;br /&gt;
# Welk peptide wordt er gevormd (DNA gegeven)&lt;br /&gt;
# waaruit bestaat een spiercel en bespreek de werking ervan&lt;br /&gt;
# Bespreek de calvin-cyclus. Wat zijn de inputs en wat zijn de outputs? &lt;br /&gt;
#Hoeveel moleculen glycerol hebt je nodig om 9 moleculen ribose-5- fosfaat te maken? ( pentosefosfaat weg omkeren)&lt;br /&gt;
#em foto&#039;s &lt;br /&gt;
#*was een plantencel blaasjes golgi-apparaat aant afzetten was op de fragmoplast&lt;br /&gt;
#*De tweede foto was een slijmbekercel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2016 VM===&lt;br /&gt;
# Structuur glycogeen? Biosynthese er van en afbraak ervan? (Moest blijkbaar adrenaline bij betrekken)&lt;br /&gt;
# aminozuren uitleggen en de structuur van proteine&lt;br /&gt;
#structuur en functie van de celwand bij bacteriën&lt;br /&gt;
#de stappen nodig om een zuivere fractie van polysomen te verkrijgen. Das zo met differentiële centrifugatie &lt;br /&gt;
# hoeveel mol ethanol nodig om 6 mol ribos-6-fosfaat te vormen. &lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s ene was met peroxisoom (kristal in), mitochondrie en chloroplast. 2e was ook vormen van fragmoplast&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties&lt;br /&gt;
# Belangrijkste cel differentiaties bij Planten.&lt;br /&gt;
# Hoe kan men cellen in een oplossing tellen? Hoe gebeurd dit bij bacteriofagen?&lt;br /&gt;
#Teken en bespreek de structuur en functie van de glycocalix bij dieren&lt;br /&gt;
#hoeveel maltose moleculen zijn er nodig bij de synthese van alanine in een cel met een tekort aan energie&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s: een prokaryoot en een spiercel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de enkelvoudige en meervoudige suikers en teken de belangrijkste.&lt;br /&gt;
# apoptose&lt;br /&gt;
# Penicilline en chloramfenicol &lt;br /&gt;
# Opbouw en afbraak van vetten&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s eentje van een floeemcel de andere van een vetdruppels met glyoxisomen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Geef alle soorten lipiden, uitleg, tekening&lt;br /&gt;
# wat is een sarcomeer en leg werking uit,&lt;br /&gt;
# vier woorden: microsoom, beta-mercapto-ethanol, tonofilamenten en dna primase, &lt;br /&gt;
# Geef heel calvincyclus&lt;br /&gt;
# Oefening met al die metabolisme en ATP enzo. Iets mat stearinezuur afbreken tot pyrodruivenzuur ofzo tongue-emoticon&lt;br /&gt;
# 2 fotos : celkern met kristallen en dan blijkbaar een zeefvat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2015 NM ===&lt;br /&gt;
# Alles van de plantencelwand&lt;br /&gt;
# Oef met DNA sequentie en translatie&lt;br /&gt;
# Oxidatieve fosforylatie vs foto fosforylatie&lt;br /&gt;
# Hoe kan je polysomen en ribosomen scheiden&lt;br /&gt;
# Hoeveel mol glycerol heeft een gistcel, die in de G0-fase zit, nodig om met ademhaling 110 Mol ATP te synthetiseren&lt;br /&gt;
# Foto van openbarstende darmepitheelcel (met mucus) en van een plantencel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Structuur en functie van endoplasmatisch reticulum&lt;br /&gt;
# Hoe wordt de activiteit van fosfofructokinase geregeld?&lt;br /&gt;
# Cytoskelet bij planten en dieren&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties&lt;br /&gt;
# hoeveel mol ethanol nodig opdat gistcellen 4 mol ribose-5-P kunnen maken. Welke metabolische weg komen hierbij tussen? Hoeveel ATP blijft er over? &lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s: de eerste was een zenuwcel met microtubuli en de tweede met een peroxisoom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# bespreek suikers en polysacchariden en teken de belangrijkste&lt;br /&gt;
# welke reacties vinden plaats op het thelakoïdmembraan en wat zijn de inputs en outputs&lt;br /&gt;
# geef uitleg; middenlichaampje, callus, mitosis-promoting factor MPF, blefaroblast&lt;br /&gt;
# hoeveel mol glutaminezuur moet omgezet worden in oxaalazijnzuur om voldoende ATP te maken voor de afbraak van 5 mol stearinezuur&lt;br /&gt;
# bespreek SDS-page en waarvoor dient het&lt;br /&gt;
# foto van floëemcellen en foto van kern met kristallen p p295&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 juni 2014 ===&lt;br /&gt;
#IEP uitleggen en peptiden rangschikken op IEP&lt;br /&gt;
#Transport van voedingsstoffen over de celmembraan bespreken&lt;br /&gt;
#Methoden om de volgorde van enzymen in een metabolische pathway te bepalen&lt;br /&gt;
#Glyoxylzuurcyclus bespreken&lt;br /&gt;
#Hoevel mol glycerol nodig voor 2 mol palimitinezuur&lt;br /&gt;
#Foto van jonge plantencel en van peroxisoom&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2014===&lt;br /&gt;
#Transport van voeding door de membraan&lt;br /&gt;
#Plantencelwand bespreken&lt;br /&gt;
#Bespreek de pentosefosfaatweg (alles)&lt;br /&gt;
#Tellen van bacteriofagen&lt;br /&gt;
#1 mol tripalmitine (vergeet glycerol niet!)&lt;br /&gt;
#Foto van plantencel (chloroplast volledig en ook vacuole enzo) + floeemcel (gedifferentieerde plantencel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2014 ===&lt;br /&gt;
#Leg de rol van enzymen als katalysatoren uit in de metabolische reactie wegen&lt;br /&gt;
#Wat doe adrenaline in de levercellen als je schrikhebt?&lt;br /&gt;
#Leg de weg uit die katalase aflegt in de cel beginnende bij DNA.&lt;br /&gt;
#Leg ionenuitwisselingschromatografie uit.&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol maltose heb je nodig voor de aanmaak van 2 mol stearine? Welke metabolische reactiewegen komen hier bij te pas? Welke zijn de energieleverende/ energie verbruikende stappen?&lt;br /&gt;
#Prent van cel met glycogeenkorrels, RER, SER, mitochondrien etc&lt;br /&gt;
#Prent van plant cel in cytokinese --&amp;amp;gt; aanmaak van middenlamel door fragmoplast etc&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 juni 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Transport over celmembraan&lt;br /&gt;
#Kern met rer tekenen en functie uitleggen &lt;br /&gt;
#Wat doet adrenaline in levercellen&lt;br /&gt;
#Confocale fluorescentie microscopie uitleggen&lt;br /&gt;
#Hoeveel acetaat je nodig hebt voor 3 mol glycerol en waar wordt energie geproduceerd &lt;br /&gt;
#Foto van glycogeenkorrels en van kristallen in kern&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 juni 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#fosfofructokinase van dna tot enzyme de weg die het moet doen en regulatie&lt;br /&gt;
#plantencelwand opbouw componenten en functie&lt;br /&gt;
#tellen van cellen en bacteriofagen&lt;br /&gt;
#hoeveel glucose nodig voor 4 alanine te maken&lt;br /&gt;
#foto van zenuwuitlopers en vorming nieuwe celwand bij planten: fragmoplast&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2013 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de eenvoudige suikers en polysacchariden.&lt;br /&gt;
#Bespreek de biosynthese en afbraak van vetzuren.&lt;br /&gt;
#Wat is de functie van glyoxisomen? Hoe kan je deze zichtbaar maken bij fluorescentie microscopie?&lt;br /&gt;
#Een gistcel kan groeien op ethanol. Om te groeien moet de celwand groeien, deze is opgebouwd uit polymeren van suikers. &lt;br /&gt;
#*Hoeveel mol ethanol is er nodig om 10 mol glucose te maken? &lt;br /&gt;
#*Kan de gistcel groeien op ethanol in anaëroob milieu? (antwoord: p469 laatste 5 regels in middelste stuk)&lt;br /&gt;
#prent aanduiden: &lt;br /&gt;
#*desmosoom &lt;br /&gt;
#*peroxisoom met kristalstructuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2013 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Teken de overgang van kernmembraan naar R.E.R. Wat is de functie van dit laatste?&lt;br /&gt;
#Bespreek geprogrammeerde celdood. Is er een link met kanker?&lt;br /&gt;
#Geef de methode(n) hoe je proteïnen kan splitsen op basis van hun lading.&lt;br /&gt;
#Hoe werkt het B-galactosidase operon bij E. Coli?&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol glucose kan je maken met 3 mol palmitinezuur? Welke metabolische wegen worden er gevolgd? Hoeveel ATP kan er eventueel gevormd worden?&lt;br /&gt;
#Foto&#039;s:&lt;br /&gt;
#* p254&lt;br /&gt;
#*p218 (ongeveer)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 JUN 2013 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek de secretieweg in een cel van gen tot gesecreteerd eiwit.&lt;br /&gt;
# Als een mens schrik heeft komt er adrenaline vrij. Wat gebeurt er dan in de lever?&lt;br /&gt;
# Hoe werkt SDS-PAGE?&lt;br /&gt;
# Een uitgehongerde zoogdiercel maakt 4 glutaminezuurmoleculen en 2 asparaginezuurmoleculen. Hoeveel fructose is hier voor nodig en hoeveel CO2 wordt er door het organisme geproduceerd bij deze omzetting?&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s: chloroplast tegen celwand aangedrukt door vacuole en celkern met kristallen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 jun 2013 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de celwand vn de bacterie&lt;br /&gt;
#Uitleggen wat MFP met celcyclus te maken heeft en welke drie onderzoeken er toe geleid hebben&lt;br /&gt;
#Confocale fluorecentiemmicroscopie uitleggen&lt;br /&gt;
#Een oefening met hoeveel mol&lt;br /&gt;
#2 prentjes:&lt;br /&gt;
#*floëmcellen&lt;br /&gt;
#*gewoon RER, SER, Peroxisoom, mitochondrïen aanduiden (kan zijn nog iets)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Examenvragen vanaf 2009=&lt;br /&gt;
== Biochemie ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 27 jun 2011 ===&lt;br /&gt;
#elektronentransportketen uitleggen.&lt;br /&gt;
#Met welke methodes kan je glyoxisomen bestuderen (door microscopische analyse) in de cel?&lt;br /&gt;
#Vetzuren en lipiden bespreken&lt;br /&gt;
#Differentiaties in plantencellen&lt;br /&gt;
#Foto van spiercel + kern delen benoemen.&lt;br /&gt;
#C1 van een glucosemolecule wordt radioactief gemerkt. We zien dat C6 van een 1,6-bisfosfaatfructosemolecule ook radioactieve sporen vertoond. Verklaar dit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 jun 2010 ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de lichtreactie van de fotosynthese.&lt;br /&gt;
#Bespreek hoe je aminozuren en suikers kan scheiden en deze onderling kan scheiden.&lt;br /&gt;
#Bespreek: de weg die wordt afgelegd van DNA tot glycocalyx van een proteïne.&lt;br /&gt;
#Hoeveel ribose 5-P kunnen gevormd worden uit 5 moleculen glutaminezuur. Hoeveel ATP komt hierbij vrij?&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s waarbij alle structuren moeten aangeduid worden (chloroplast en jonge plantencel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 8 jun 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
#Bespreek de suikers&lt;br /&gt;
#Bespreek de pentosefosfaatweg (PPP)&lt;br /&gt;
#Bespreek SDS-PAGE&lt;br /&gt;
#Hoeveel molecule alpha-ketoglutaarzuur moeten er in de cel omgezet worden naar fumaarzuur om voldoende ATP te maken voor de synthese van 6 moleculen palmitinezuur (vertrekkende van Acetyl-Coa en uitgaand van het feit dat alle cofactoren aanwezig zijn) ? [Antwoord: 7]&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s waarbij alle structuren moeten aangeduid worden (levercel en prokaryote cel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Chemie == &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 JUN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# celdifferentiatie in ene plantencel&lt;br /&gt;
# transport voeding cel&lt;br /&gt;
# geef de verschillen tussen de glycolyse en de gluconeogenese daar waar de enzymen verschillend zijn&lt;br /&gt;
# 2 stearinezuur omvorme na ribose, er is geen NAD+, geef de cusclussen die je gebruikt, is er atp genoeg, kan het volledig worden omgezet?&lt;br /&gt;
# 2 tekeningen (darmwand en spiercel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 FEB 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek enkelvoudige en meervoudige suikers&lt;br /&gt;
# Welke soorten juncties zijn er en wat is hun functie?&lt;br /&gt;
# Bespreek ionenuitwisselingschromatogafie&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Bespreek aminozuren en ruimtelijke opbouw van proteïnen &lt;br /&gt;
# Rangschik 5 proteïnen volgens hun isoelektrisch punt, van hoog naar laag (je krijgt hier dan 5 aminozuursequenties) &lt;br /&gt;
# Teken de overgang tussen kernmembraan en het RER en bespreek de functie van het RER. &lt;br /&gt;
# Bespreek de verschillende centrifugatietechnieken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# bespreek de enkelvoudige en meervoudige suikers&lt;br /&gt;
# bespreek de celwand bij bacterien en schimmels&lt;br /&gt;
# leg uit ionenuitwisselingschromotografie&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s waar ge alles op moet aanduiden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Bespreek de celwand bij planten&lt;br /&gt;
# Bespreek microtubuli en hun structuren&lt;br /&gt;
# SDS-page (blijkbaar moest ge u practicumboek ook kennen :s)&lt;br /&gt;
# foto van kern me kristallen en een bacterie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek vetzuren en lipiden&lt;br /&gt;
# Bespreek wat er allemaal gebeurd en hoe het transport gebeurd van een specifiek proteïne vertrekkende van het genome DNA tot aan de glycocalyx (mss iets ander geformuleerd)&lt;br /&gt;
# Bespreek de technieken om een basaalkorrel zichtbaar te maken in de cel. -&amp;amp;gt; ECHT IN FUNCTIE VAN DE BASAALKORREL DOEN DUS adh van het proteïne tubuline!!!&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s 1 van die rozetstructuren van glycogeenpartikels en dieje andere was met gwn een celkern met kristalijne kristallen (2 foto&#039;s die hem duidelijk in de les heeft vermeld da ge daar moet op lette)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 JAN 2012 VM ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de nucleinezuren, als monomeer en macromolecule, en hun ruimtelijke structuur bij eukaryoten en prokaryoten.&lt;br /&gt;
#Bespreek het endoplasmatisch reticulum.&lt;br /&gt;
#Bespreek gelfiltratie en leg uit hoe het ka ngebruikt worden om het moleculaire gewicht van een proteine te bepalen.&lt;br /&gt;
#2 EM-fotos, alle structuren aanduiden en de functie ervan geven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 JUN 2011 NM===&lt;br /&gt;
#bespreek de vermenigvuldiging van virussen&lt;br /&gt;
#Bespreek de bio-synthese en afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
#Bespreek de vrijzetting van adrenaline in het bloed&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol ATP wordt er geproduceerd uit 5 mol glucose en 3 mol glycerol? Hoeveel mol glutaminezuur kan worden geproduceerd uit 5 mol glucose en 3 mol glycerol wanneer er genoeg ammoniak in de cel aanwezig is?&lt;br /&gt;
#twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 JUN 2011 VM===&lt;br /&gt;
#Bespreek de cytokinese bij planten.&lt;br /&gt;
#Bespreek het transport van voedingsstoffen naar binnen in de cel.&lt;br /&gt;
#Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese.&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol fructose is er nodig voor de synthese van 3 mol palmitinezuur?&lt;br /&gt;
#twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 JAN 2011===&lt;br /&gt;
#Bespreek de celwand bij planten.&lt;br /&gt;
#Bespreek de proteïnen en hoe ze zijn opgebouwd in een ruimtelijke structuur.&lt;br /&gt;
#Geef de belangrijkste verschillen tussen gram positieve en gram negatieve bacteriën en hoe kan je die van elkaar onderscheiden?&lt;br /&gt;
#Bespreek moleculaire exclusiechromatografie en hoe kan je hiermee het MW van een eiwit bepalen?&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 JUN 2010===&lt;br /&gt;
# Bespreek de structuur en werking van spiercellen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese.&lt;br /&gt;
# Hoeveel ATP wordt er geproduceerd bij afbraak van 5 mol glycerol en 2 mol glucose? stel: Glutaminezuur tekort in de cel, hoeveel mol glutaminezuur kan geproduceerd worden met 5 mol glycerol en 2 mol glucose?&lt;br /&gt;
# Hoe werkt adrenaline?&lt;br /&gt;
# Hoe werkt het tryptofaan operon bij aanwezigheid en afwezigheid van tryptofaan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 JUN 2010===&lt;br /&gt;
# Bespreek differentiatie van plantaardige cellen&lt;br /&gt;
# Bespreek gemedieerd transport&lt;br /&gt;
# Bespreek de glyoxyzuurcyclus (waar, in- en outputs en waar de producten verder naartoe gaan...)&lt;br /&gt;
# Hoeveel fructosemoleculen heb je nodig om 4 moleculen glutaminezuur en 2 moleculen asparaginezuur te maken. Hoeveel CO2 wordt hierbij gemaakt? Leg uit a.d.h.v. metabolische wegen.&lt;br /&gt;
# Bespreek hoe de enzymes elkaar opvolgen (niet in deze woorden, maar &#039;t komt erop neer)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 JAN 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
#Bespreek de structuur en de functie van microtubuli en de verschillende structuren die hieruit zijn opgebouwd. (p. 240-261)&lt;br /&gt;
#Bespreek de ruimtelijke structuur van eiwitten. (p. 53-60)&lt;br /&gt;
#Bespreek de verschillende centrifugatie methoden. (p. 285-290)&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 JAN 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
#Bespreek de celwand bij planten. (bijvragen over de chemische opbouw van (hemi)cellulose, extensises,...)&lt;br /&gt;
#Bespreek RNA transcriptie en DNA duplicatie.&lt;br /&gt;
#Bespreek de moleculaire exclusiechromatografie.&lt;br /&gt;
#2 foto&#039;s van cel(onderdelen). Alles benoemen, ook vanzelfsprekendheden (cytoplasma,...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 JAN 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
# Bespreek de enkelvoudige en de meervoudige sacchariden (bijvraag: hoe heeft men de L en D suikers bepaald, met welk suiker hebben ze dit gedaan)&lt;br /&gt;
# Bespreek de overgang van het kernmembraan en het RER en geef de functie van het RER&lt;br /&gt;
# Bespreek SDS PAGE&lt;br /&gt;
# Duid op de volgende 2 foto&#039;s de delen aan (ALLES aanduiden, cytoplasma en alles wat ook &#039;normaal&#039; lijkt!)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
leer ALLE details!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Examenvragen van 2007 - 2009=&lt;br /&gt;
=== 2 sept 2009 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Van Dijck&lt;br /&gt;
# Bespreek de enkelvoudige en meervoudige suikers.&lt;br /&gt;
# Bespreek de verschillende plastiden.&lt;br /&gt;
# Welke techniek kan men gebruiken om celmembranen te bestuderen onder de EM? Bespreek de twee varianten.&lt;br /&gt;
# Twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Thevelein&lt;br /&gt;
* Hoofdvraag&lt;br /&gt;
*# Bespreek het verband tussen de elektrontransportketen en oxidatieve fotofosforylatie.&lt;br /&gt;
* Bijvragen&lt;br /&gt;
*# Glyoxylzuurcyclus&lt;br /&gt;
*# Hoeveel glucosemoleculen heeft een schimmelcel nodig om 2 glutaminezuur en 4 asparaginezuur te maken? Wordt er hierbij ook CO2 geproduceerd en indien ja, hoeveel?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 Juni 2009 - Chemie - Thevelein ===&lt;br /&gt;
* hoofdvragen&lt;br /&gt;
*# Bespreek de Krebscyclus.&lt;br /&gt;
*# Bespreek de lichtreactie vd fotosynthese.&lt;br /&gt;
*# Leg genrepressie en geninductie uit aan de hand van klassieke voorbeelden.&lt;br /&gt;
* bijvragen&lt;br /&gt;
*# Wat is groepstranslocatie?&lt;br /&gt;
*# Bereken hoeveel mol ATP er wordt vrijgezet bij de volledige oxidatie van 1 mol tristearine.&lt;br /&gt;
*# Nog een oefening zoals hierboven maar nu met aminozuren enzo...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 Juni 2009 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Van Dijck &lt;br /&gt;
# bespreek de structuur van microtubuli en de structuren die eruit bestaan.&lt;br /&gt;
# Bespreek de nucleïnezuren en nucleotiden en hun ruimtelijke structuren.&lt;br /&gt;
# Leg gelchromatografie (??) (da met gelbollekes sorteren) uit en hoe je het molecuulgewicht v eiwitten hiermee kan berekenen.&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s uit oefenzittingen&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
Thevelein&lt;br /&gt;
* hoofdvraag&lt;br /&gt;
*# Vergelijk gluconeogenese en glycolyse (startproducten, plaats id cel,..)&lt;br /&gt;
* bijvragen&lt;br /&gt;
*# bespreek glyoxylzuurcyclus&lt;br /&gt;
*# Bereken hoeveel moleculen glucose een schimmelcel nodig heeft om 2 moleculen glutaminezuur en 4 moleculen asparaginezuur te produceren. Wordt hierbij CO2 gevormd en zo ja hoeveel? Leg uit adhv de gebruikte cycli.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 Juni 2009 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Van Dijck &lt;br /&gt;
# bespreek de celwand bij planten&lt;br /&gt;
# bespreek peroxisomen en glyoxisomen&lt;br /&gt;
# rankschik de volgende peptiden volgens iso-elektrisch punt. en wat is iso-elektrisch punt. vb.COOH-cysteïne-proline-histidine-cysteïne-lysine-methionine-asparaginezuur-NH2&lt;br /&gt;
# 2 fotos: 1 van een chloroplast, en 1 van een zenuwcel&lt;br /&gt;
Thevelein&lt;br /&gt;
*hoofdvraag&lt;br /&gt;
*# bespreek de lichtreacties van de fotosynthese&lt;br /&gt;
*bijvragen&lt;br /&gt;
*#geef volledige metabolische weg om asparaginezuur te vormen uit glycerol en NH3&lt;br /&gt;
*#Kan een cel in anaërobe omstandigheden het meest ATP halen uit glucose via de Glycolyse of eerst via PP(pentosfosfaatweg).en toon aan.-&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 jan 2009 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
# Bespreek nucleotiden en nucleïnezuren&lt;br /&gt;
# Welke soorten juncties zijn er en wat is hun functie?&lt;br /&gt;
# Hoe kan je aminozuren van suikers scheiden en hoe kan je ze verder opzuiveren?&lt;br /&gt;
# Teken het celmembraan (of was de vraag nu glycocalyx?) van een dierlijke cel en duidt de onderdelen aan.&lt;br /&gt;
# Wat is het iso-elektrisch punt van een proteïne en wat ben je ermee?&lt;br /&gt;
# 2 fotos: 1 van een prokaryote cel, en 1 van een plantencel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2009 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
# bespreek de enkelvoudige en de meervoudige sacchariden (bijvraag: hoe heeft men de L en D suikers bepaald, met welk suiker hebben ze dit gedaan)&lt;br /&gt;
# bespreek de overgang van het kernmembraan en het RER en geef de functie van het RER&lt;br /&gt;
# bespreek SDS PAGE&lt;br /&gt;
# duid op de volgende 2 foto&#039;s de delen aan (ALLES aanduiden, cytoplasma en alles wat ook &#039;normaal&#039; lijkt!)&lt;br /&gt;
leer ALLE details!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 aug 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Hoofdvraag:&lt;br /&gt;
*# Bespreek de samenstelling en mechanisme van elektronentransportketen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Bijvragen:&lt;br /&gt;
*# Welke reacties worden gekatalyseerd door volgende enzymes:&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat decarboxylase&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat dehydrogenase&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat kinase&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat carboxylase&lt;br /&gt;
*# een cel zet oxaalazijnzuur, citroenzuur en NH3 om in asparaginezuur en glutaminezuur, geef de reactie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# bespreek structuur en functies van de microtubuli en bespreek de structure waar ze voorkome (/3)&lt;br /&gt;
# bespreek structuur van de proteïnen en waar komen deze voor (/3)&lt;br /&gt;
# hoe kan je het molecuulgewicht van een proteïne bepalen met exclusiechromatografie (/2)&lt;br /&gt;
# wat is hemicellulose? (/1)&lt;br /&gt;
# duid celorganellen aan op de prent (/1) --&amp;amp;gt; twas een levercel met veel secretiepartikels&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 jun 2008 - Chemie - Thevelein ===&lt;br /&gt;
Hoofdvragen:&lt;br /&gt;
# e-transport&lt;br /&gt;
# pentosefosfaatweg&lt;br /&gt;
# regulatie van het metabolisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen:&lt;br /&gt;
# glyoxylzuurcyclus&lt;br /&gt;
# glucose+NH3--&amp;amp;gt;glutaminezuur+CO2 hoeveel ATP wordt er geproduceerd (aeroob organisme)&lt;br /&gt;
# synthese van trehalose uit glucose dat via symport in de cel komt. Hoeveel ATP moet er via melkzuurgisting gewonnen worden om 2 trehalose moleculen te vervaardigen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 jun 2008 - Chemie - Thevelein === &lt;br /&gt;
Hoofdvragen&lt;br /&gt;
# Bespreek de Krebscyclus&lt;br /&gt;
# Bespreek het membraantransport en de membraanpotentiaal&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen&lt;br /&gt;
# Adrenaline als glucosevrijzetter&lt;br /&gt;
# Bespreek in detail de biosynthese en afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
# Een bacteriële cel in aërobe omstandigheden zet glucose om in pyrodruivenzuur. Waar wordt het meeste ATP geproduceerd, via de glycolyse of via de pentosefosfaatweg?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2008 - Chemie - Thevelein===&lt;br /&gt;
Hoofdvragen:&lt;br /&gt;
# Bespreek de calvincyclus.&lt;br /&gt;
# Bespreek membraantransport en bespreek hoe membraanpotentiaal hierbij tussenkomt.&lt;br /&gt;
# Bespreek de regulatie van het metabolisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen:&lt;br /&gt;
# Glyoxylzuurcyclus.&lt;br /&gt;
# Adrenaline als glucose vrijzetter.&lt;br /&gt;
# Een denkvraag ivm proton-motive en dinitrofenol.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
# lichtreacties&lt;br /&gt;
# oefeningen:&lt;br /&gt;
#* tristearaat, hoeveel ATP wordt er gevormd&lt;br /&gt;
#* vorming van asparaginezuur en glyoxylzuur uit citroenzuur en NH3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* schriftelijk&lt;br /&gt;
*# soorten bindingen in macromolecules, tekenen +bespreken&lt;br /&gt;
*# wat is threhalose, mesozoom&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* mondeling&lt;br /&gt;
*# endoplasmatisch riticulum bespreken&lt;br /&gt;
*# microtubuli bespreken&lt;br /&gt;
*# plaatsbepaling van moleculen in de cel, methoden bespreken&lt;br /&gt;
*# 2 foto&#039;s herkennen+organellen benoemen: lever en oliehoudende zaden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 jun 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
* Grote vraag: &lt;br /&gt;
*# membraantransport bespreken&lt;br /&gt;
* Bijvragen: &lt;br /&gt;
*# ge hebt 24 glucosemoleculen, die ge via PP en dÃ¡n pas de glycolyse gaat afbreken tot acetyl-CoA, waarna ge X aantal palmitinemoleculen gaat opbouwen. Hoeveel ATP wordt er gevormd? En hoeveel NADPH hebt ge tekort?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Schriftelijk:&lt;br /&gt;
*# bespreek RNA en DNA&lt;br /&gt;
*# leg uit: &lt;br /&gt;
*#* isopycnische centrifugatie &lt;br /&gt;
*#* mycoplasma&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Mondeling:&lt;br /&gt;
*# bespreek mono- en polysachariden&lt;br /&gt;
*# celwand bij bacterien + Gram positieve en Gram negatieve bacterien&lt;br /&gt;
*# ionenuitwisselingschromatografie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 jun 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
* hoofdvraag:&lt;br /&gt;
*# Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese&lt;br /&gt;
* Bijvragen:&lt;br /&gt;
*# Bespreek hoe er geninductie en genexpressie bij Escheria coli plaatsvindt&lt;br /&gt;
*# Oefening ivm de metabolische wegen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Schriftelijk&lt;br /&gt;
*# teken (cyclisch) alfa-D-glucose, beta-D-Fructose, sucrose en nummer de koolstoffen&lt;br /&gt;
*# Leg uit: &lt;br /&gt;
*#* mesosoom &lt;br /&gt;
*#* connexon&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Mondeling&lt;br /&gt;
*# Teken hoe het kernmembraan in het RER overgaat, en geef de functie van dit RER&lt;br /&gt;
*# Bespreek de ruimtelijke structuur van proteïnen&lt;br /&gt;
*# Leg uit hoe men plasmiden kan identificeren met behulp van restrictie-enzymen aan de hand van een voorbeeld&lt;br /&gt;
*# Duid de organellen aan op de cel (chloroplast en bacteriofaag)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 jan 2008 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# geef de structuur en de functies van de mitochondrieën&lt;br /&gt;
# beschrijf de weg die een proteine X aflegt beginnend in de kern die voor de glycocalyx bestemd is.&lt;br /&gt;
# beschrijf de verschillende centrifugatietechnieken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# wat is het iso-elektrisch punt van proteïnen en rangschik de volgende proteïnen volgens stijgende theoretische waarde van het iso-elektrisch punt. De proteïnen werden gegeven door telkens een keten van 11 aminozuren.&lt;br /&gt;
# Beschrijf en teken schematisch de componenten van de glycocalyx&lt;br /&gt;
# verklaar: &lt;br /&gt;
#* mesosoom&lt;br /&gt;
#* connexon&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 jan 2008 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
Schriftelijk deel&lt;br /&gt;
# rangschik van polair naar apolair (aceton, 1-propanol, diethylether, fenol, benzylalcohol) [in de vraag werden prentjes van de moleculen gegeven, en niet de namen], en zeg wat apolariteit bepaalt.&lt;br /&gt;
# teken (cyclisch) alfa-D-glucose, beta-D-Fructose, sucrose.&lt;br /&gt;
# Leg uit:&lt;br /&gt;
#* Dictyosoom &lt;br /&gt;
#* Blefaroplast&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
# Teken hoe het kernmembraan in het RER overgaat, en geef de functie van dit RER&lt;br /&gt;
# Bespreek de ruimtelijke structuur van proteïnen&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe men plasmiden kan identificeren met behulp van restrictie-enzymen aan de hand van een voorbeeld&lt;br /&gt;
# Duid de organellen aan op de cel (de twee cellen waren een zenuwcel en een chloroplast)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Examenvragen tot en met 2006=&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
Hoofdvragen: theorie&lt;br /&gt;
# bespreek hoe een cel aan zijn membraanpotentiaal komt + hoe deze aangewend wordt bij het membraantransport&lt;br /&gt;
# bespreek de Calvin Cyclus (functie, intermedairen, ...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hoofdvragen oefeningen&lt;br /&gt;
# practicum: bespreek PAGE bij proteïnen en hoe we de molecuulgroote ervan kunnen afleiden&lt;br /&gt;
# duid zo veel mogelijk celstructuren aan&lt;br /&gt;
# duid de volgende processen aan waar ze voorkomen in de cel aan op de tekening: NADPH productie, energieproductie, chromatine en integrale proteïnen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen&lt;br /&gt;
# bespreek hoe adrenaline de glucoseproductie in de cel regelt&lt;br /&gt;
# Een cel maakt uit oxaalazijnzuur, citroenzuur en NH3 de aminozuren glutaminezuur en asparaginezuur. Geef een reactievergelijking en houd rekening met ATP, NAD, FAD, H2O en CO2.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>JesperAllaer</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Wijsbegeerte&amp;diff=2131</id>
		<title>Wijsbegeerte</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Wijsbegeerte&amp;diff=2131"/>
		<updated>2020-06-12T13:49:19Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;JesperAllaer: /* 11 juni 2020 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Sinds 2017 wordt dit vak gegeven door professor Jan Heylen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2020===&lt;br /&gt;
open vragen:&lt;br /&gt;
#Kies een van de criteria van theoriekeuze (theoretische deugd), leg bondig uit en geef een filosofisch probleem dat hierbij aansluit.&lt;br /&gt;
#Geef de problemen aan dat Popper ondervond bij het falsifieerbaarheidscriterium en leg uit hoe Lakatos deze probeert op te lossen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
meerkeuze:&lt;br /&gt;
#Het atomisme lost de &#039;&#039;&#039;degressieve&#039;&#039;&#039; paradox van zeno op doordat:&lt;br /&gt;
#*Achilles een oneindig afstand moet afleggen om de schildpad in te halen&lt;br /&gt;
#*Achilles een eindig afstand aflegt om de schildpad in te halen&lt;br /&gt;
#*Achilles een oneindig afstand aflegt om de helft van de afstand te bekomen&lt;br /&gt;
#*Achilles een eindig afstand aflegt om de helft van de afstand te bekomen&lt;br /&gt;
#Welke theorie past in de &amp;quot;mechanische wereld&amp;quot;&lt;br /&gt;
#*Aristoteles ethertheorie&lt;br /&gt;
#*Keplers (denk ik) draaikolktheorie&lt;br /&gt;
#*nog iets&lt;br /&gt;
#*Newtoniaanse mechanica&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 augustus 2019===&lt;br /&gt;
open vragen:&lt;br /&gt;
#Leg het Goodman probleem met inductie uit.&lt;br /&gt;
#Leg uit: een hypothese die gefalsifieerd is, is nog steeds betrouwbaar. (zoiets)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2019===&lt;br /&gt;
meerkeuze:&lt;br /&gt;
#er is geen planeet met een eenhoorn op&lt;br /&gt;
#*niet/wel falsifieerbaar en niet/wel verifieerbaar&lt;br /&gt;
#Aan welk criterium moest er volgens Popper voldaan worden voor een ad hoc-hypothese?&lt;br /&gt;
#*empirische accuraatheid&lt;br /&gt;
#*eenvoud&lt;br /&gt;
#*vruchtbaarheid&lt;br /&gt;
#*reikwijdte&lt;br /&gt;
#neem aan dat de gravitatiewet van newton waar is, de wetten van kepler worden verklaard alleen aan de hand van de gravititiewet van newton. welk soort verklaring is dit?&lt;br /&gt;
#*elliptische verklaring&lt;br /&gt;
#*partiële verklaring&lt;br /&gt;
#*deductief-nomologische verklaring&lt;br /&gt;
#*ex ante factum verklaring&lt;br /&gt;
#er wordt een soort gelijkaarde leeuw ontdekt op een andere planeet die lijkt op de aardse leeuw en die niet van elkaar afstammen. volgens wie horen ze tot dezelfde taxonomische groep&lt;br /&gt;
#*niet/wel pheneticisten niet/wel cladisten&lt;br /&gt;
#1 god, grootste onder goden en mensen, in lichaam noch geest aan de sterfelijken gelijk, wat is gerelateerd aan deze uitspraak?&lt;br /&gt;
#*de-antropomorfisering van goden&lt;br /&gt;
#*nog wat opties, maar bovenste is juist&lt;br /&gt;
#stel dat je het voorbeeld van de paradox van de pijl zou gebruiken op het voorbeeld van achilles en de schilpad, wat is een van de onderdelen van het argument.&lt;br /&gt;
#*achilles beweegt niet op een moment&lt;br /&gt;
#*nog opties maar bovenste is het juiste&lt;br /&gt;
#wie beweerde dat er 4 elementen bestaan&lt;br /&gt;
#*empedocles&lt;br /&gt;
#*anaximander&lt;br /&gt;
#*anaximenes&lt;br /&gt;
#*thales&lt;br /&gt;
#wie weerlegde het postulaat van plato&lt;br /&gt;
#*copernicus&lt;br /&gt;
#*galileo&lt;br /&gt;
#*kepler&lt;br /&gt;
#*laatste 2&lt;br /&gt;
#hoe beschreef proclus de astronomie van ptolemaeus&lt;br /&gt;
#*ze deed voorspellingen voor beweging en posities&lt;br /&gt;
#*bovenste is juiste&lt;br /&gt;
#waarom deed copernicus beroep op epicykels op epicykels&lt;br /&gt;
#*om het vereffiningspunt te verwijderen&lt;br /&gt;
#*om het postulaat van plato te blijven volgen&lt;br /&gt;
#*bovenste 2&lt;br /&gt;
#*om de retrograde beweging van planeten te verklaren&lt;br /&gt;
#wat was het probleem met de hypothese van de roterende aarde in combinatie met de fysica van aristoteles&lt;br /&gt;
#*geen sterrenparallax&lt;br /&gt;
#*voorwerpen vallen terug naast de toren&lt;br /&gt;
#*nog 2&lt;br /&gt;
#wat was de invloed van griekse natuurfilosofie op Lavoisier zijn theorieën&lt;br /&gt;
#*zuurstof behoud eigenschappen in water&lt;br /&gt;
#*bovenste juiste&lt;br /&gt;
#er is minsten 1 planeet die zich het verste van de aarde bevindt&lt;br /&gt;
#*niet/wel falsifieerbaar niet/wel verifieerbaar&lt;br /&gt;
#bij directe falsificatie van een hoofdhypothese kan je zeggen dat:&lt;br /&gt;
#*de hoofdhypothese is onwaar&lt;br /&gt;
#*de hulphypothese is onwaar&lt;br /&gt;
#*de hoofdhypothese en de observatiezinnen zijn onwaar&lt;br /&gt;
#*geen van bovenstaande&lt;br /&gt;
#bij het voorbeeld van de kubusfabriek is er inconsistentie als&lt;br /&gt;
#*minstens 2 keer principe van onvoldoende reden toepassen&lt;br /&gt;
#*minstens 3 keer principe van onvoldoende reden toepassen&lt;br /&gt;
#*minstens 2 keer veralgemeend principe van onvoldoende reden toepassen&lt;br /&gt;
#*minstens 3 keer veralgemeend principe van onvoldoende reden toepassen&lt;br /&gt;
#een vraag zoals voorbeeld van linda de bankbediende, waar je moest zeggen wat een gewone man op straat zou zeggen&lt;br /&gt;
#een vraag waar je moest zeggen welke premissen niet bij degene van hume horen in verband met uniformiteit van de natuur&lt;br /&gt;
#er vliegt een theepot met chinese motieven rond de zon, deze stelling kan volgens welke theorie van confirmatie gedisconfirmeerd worde?&lt;br /&gt;
#*niet/wel hypothetisch deductieve niet/wel bayesiaanse confirmatie theorie&lt;br /&gt;
#bij voorbeeld van harvard medical school test&lt;br /&gt;
#* het word niet/wel geconfirmeerd, maar de het is onwaarschijnlijk/waarschijnlijk dat de persoon ziek is&lt;br /&gt;
#een accidentele generalistie is &lt;br /&gt;
#*feitelijk onwaar&lt;br /&gt;
#*tegenfeitelijk onwaar&lt;br /&gt;
#*niet eenvoudig&lt;br /&gt;
#*nog een&lt;br /&gt;
#ceteris paribus wetten zijn&lt;br /&gt;
#*onfalsifierbaar&lt;br /&gt;
#*bovenste is juist&lt;br /&gt;
#theoretische vooruitgang in een onderzoeksprogramma is er als er&lt;br /&gt;
#*nieuwe voorspellingen gedaan worden&lt;br /&gt;
#*bovenste is juist&lt;br /&gt;
#volgens wittgensteins moeten de kenmerken van wetenschap opgevat worden als&lt;br /&gt;
#*niet/wel individuele noodzaak, niet/wel gezamenlijk voldoende voorwaarde&lt;br /&gt;
#bij een kubusfabriek worden er 10000 kubussen gemaakt met zijde tussen 0 en 1 meter, de helft daarvan heeft een zijde tussen 0 en 1/2 meter, wat is de waarschijnlijkheid dat een kubus een zijde van 3/4 meter heeft? gebruik theorie van het eindig frequentisme&lt;br /&gt;
#*1&lt;br /&gt;
#*bovenste is juiste&lt;br /&gt;
Op elke vraag kon &amp;quot;ik weet het niet&amp;quot; geantwoord worden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Open vragen&lt;br /&gt;
#wat is het verband tussen het probleem van inductie en zwakke onderdeterminatie&lt;br /&gt;
#welke elementen buiten het falsifierbaarheidscriterium moeten er nog aan toegevoegd worden voordat iets wetenschappelijk is bij poppers visie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2018===&lt;br /&gt;
meerkeuze:&lt;br /&gt;
#belgië speelt tegen duitsland, ze kunnen winnen of verliezen, dit laatste kunnen ze doen door gelijk te spelen of te verliezen. Wat is de kans dat ze winnen?&lt;br /&gt;
#*1/2&lt;br /&gt;
#*1/3&lt;br /&gt;
#*1/2 of 1/3&lt;br /&gt;
#*1/2 en 1/3&lt;br /&gt;
#Wat was volgens Thales de oorzaak van aardbevingen&lt;br /&gt;
#*een schip door de woeste zee&lt;br /&gt;
#*het heel hard terecht komen van een drietand op de aarde&lt;br /&gt;
#*het waaien van de wind door de bomen&lt;br /&gt;
#*het open en toe gaan van een stoomklep&lt;br /&gt;
#Stel jij bent de natuur, hoe zou Bacon iets over jou te weten willen komen?&lt;br /&gt;
#*het 1 keer lief vragen&lt;br /&gt;
#*het meerdere keren lief vragen&lt;br /&gt;
#*je opsluiten in een kamer en het 1 keer vragen&lt;br /&gt;
#*je opsluiten in een kamer en het meerdere keren vragen&lt;br /&gt;
#De studenten die de les filosofie hebben gevolgd hebben last van een onvoelbaar, onruikbaar, onzichtbaar kriebelend beestje. Deze uitspraak is:&lt;br /&gt;
#*verifieerbaar en falsifieerbaar&lt;br /&gt;
#*verifieerbaar maar niet falsifieerbaar&lt;br /&gt;
#*niet verifieerbaar wel faslifieerbaar&lt;br /&gt;
#*niet verifieerbaar en neit falsifieerbaar&lt;br /&gt;
#Er zijn 170 miljoen nederlanders waarvan 60 duizend groter zijn dan 2 meter. Wat is de kans (volgens 1 of ander model) dat een nederlands kind groter dan 2 meter is?&lt;br /&gt;
#*1&lt;br /&gt;
#*3/850&lt;br /&gt;
#*0&lt;br /&gt;
#*onbepaald&lt;br /&gt;
#Hoe verwoorde Osiander het wereldbeeld van Copernicus voor de kerk?&lt;br /&gt;
#*instumenteel gebruikt&lt;br /&gt;
#* nog 3 antwoorden maar het bovenste is het juiste ;)&lt;br /&gt;
#Tot nu toe is altijd deductief waargenomen dat Natriumcarbonaat oplost. Waarom kunnen niet bewijzen dat natriumcarbonaat in 2100 ook zal oplossen?&lt;br /&gt;
#*Er bestaan geen axioma&#039;s in de chemie&lt;br /&gt;
#*het is mogelijk dat natriumcarbonaat oplost&lt;br /&gt;
#*in de toekomst gaat natriumcarbonaat niet oplossen&lt;br /&gt;
#*en nog eentje&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op elke vraag kon ook &amp;quot;weet niet&amp;quot; worden geantwoord!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Open vragen:&lt;br /&gt;
#modules, 1 van die vragen&lt;br /&gt;
#Wat was volgens Popper het probleem met de uitspraak dat wetenschap werkte volgens inductie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2017===&lt;br /&gt;
#leg uit hoe de opvattingen van Pythagoras en descartes hebben bijgedragen tot de huidige moderne natuurwetenschappen&lt;br /&gt;
#Leg het Quine-Duhem probleem uit aan de hand van een casus (een experiment in Cern gaf aan dat deeltjes sneller bewogen als licht, dit zou niet kunnen volgens Einsteins hypothese, uiteindelijk leek de fout te liggen aan het verkeerd verbonden zijn een kabel). Hierbij moet je ook ad hoc hypothese uitleggen, want dit wijst op het feit dat ze de fout steken op de kabel om de hoofdhyptose af te schermen&lt;br /&gt;
#Schijf van Pointcaré waarbij je dit moet reflecteren aan de Bayensiaanse confirmatietheorie; eigenlijk dus gewoon bayensiaanse confirmatietheorie uitleggen&lt;br /&gt;
#Hume en het probleeem van symmetrie + oplossing; ook nog iets met regulatriteit en causale afhankelijkheid&lt;br /&gt;
#leg uit: ceteris paribus wet + Ruse&#039;s 5 kenmerken van wetenschap&lt;br /&gt;
#beantwoord één van de volgende vragen:&lt;br /&gt;
#* -&lt;br /&gt;
#* - &lt;br /&gt;
#*Leg het biologisch soortenconcept uit en evalueer het kritisch&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen enerzijds elementen als ‘eenvoudige substanties’ en anderzijds&#039;reele elementen’ of fundamentele substanties? Wat is de relatie met de periodieke tabel van Mendelejev?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===voorbeeldexamen 2017===&lt;br /&gt;
#Leg uit: de mechanisering van het wereldbeeld ondersteunde de opgang van de experimentele methode.&lt;br /&gt;
#Leg het Quine-Duhem probleem uit.&lt;br /&gt;
#Wat is het nieuwe raadsel van Goodman en hoe verhoudt het zich tot Humes probleem van inductie?&lt;br /&gt;
#Hoe lost Lewis’ theorie van causale afhankelijkheid het probleem van symmetrie op? Leg kort uit wat het probleem van symmetrie is en wat de theorie van Lewis inhoudt.&lt;br /&gt;
#Beoordeel het volgende criterium: wetenschap is tentatief.&lt;br /&gt;
#Beantwoord één van de volgende vragen:&lt;br /&gt;
#*Wat zegt de eerste onvolledigheidsstelling van Godel?&lt;br /&gt;
#*In welke zin zijn observaties van oceaantemperatuur theoriegeladen?&lt;br /&gt;
#*Bespreek de relatie tussen de keuze voor een bepaald soortconcept en het aantal soorten lemuren op Madagascar.&lt;br /&gt;
#*Wat werd gezien als een belangrijke graadmeter van het succes van Mendelejev? Plaats hierbij kanttekeningen&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>JesperAllaer</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Wijsbegeerte&amp;diff=2130</id>
		<title>Wijsbegeerte</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Wijsbegeerte&amp;diff=2130"/>
		<updated>2020-06-12T13:46:42Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;JesperAllaer: /* 11 juni 2020 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Sinds 2017 wordt dit vak gegeven door professor Jan Heylen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2020===&lt;br /&gt;
open vragen:&lt;br /&gt;
#Kies een van de criteria van theoriekeuze (theoretische deugd), leg bondig uit en geef een filosofisch probleem dat hierbij aansluit.&lt;br /&gt;
#Geef de problemen aan dat Popper ondervond bij het falsifieerbaarheidscriterium en leg uit hoe Lakatos deze probeert op te lossen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
meerkeuze:&lt;br /&gt;
#Het atomisme lost de &#039;&#039;&#039;degressieve&#039;&#039;&#039; paradox van zeno op doordat:&lt;br /&gt;
#*Achilles een oneindig afstand moet afleggen om de schildpad in te halen&lt;br /&gt;
#*Achilles een eindig afstand aflegt om de schildpad in te halen&lt;br /&gt;
#*Achilles een oneindig afstand aflegt om de helft van de afstand te bekomen&lt;br /&gt;
#*Achilles een eindig afstand aflegt om de helft van de afstand te bekomen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 augustus 2019===&lt;br /&gt;
open vragen:&lt;br /&gt;
#Leg het Goodman probleem met inductie uit.&lt;br /&gt;
#Leg uit: een hypothese die gefalsifieerd is, is nog steeds betrouwbaar. (zoiets)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2019===&lt;br /&gt;
meerkeuze:&lt;br /&gt;
#er is geen planeet met een eenhoorn op&lt;br /&gt;
#*niet/wel falsifieerbaar en niet/wel verifieerbaar&lt;br /&gt;
#Aan welk criterium moest er volgens Popper voldaan worden voor een ad hoc-hypothese?&lt;br /&gt;
#*empirische accuraatheid&lt;br /&gt;
#*eenvoud&lt;br /&gt;
#*vruchtbaarheid&lt;br /&gt;
#*reikwijdte&lt;br /&gt;
#neem aan dat de gravitatiewet van newton waar is, de wetten van kepler worden verklaard alleen aan de hand van de gravititiewet van newton. welk soort verklaring is dit?&lt;br /&gt;
#*elliptische verklaring&lt;br /&gt;
#*partiële verklaring&lt;br /&gt;
#*deductief-nomologische verklaring&lt;br /&gt;
#*ex ante factum verklaring&lt;br /&gt;
#er wordt een soort gelijkaarde leeuw ontdekt op een andere planeet die lijkt op de aardse leeuw en die niet van elkaar afstammen. volgens wie horen ze tot dezelfde taxonomische groep&lt;br /&gt;
#*niet/wel pheneticisten niet/wel cladisten&lt;br /&gt;
#1 god, grootste onder goden en mensen, in lichaam noch geest aan de sterfelijken gelijk, wat is gerelateerd aan deze uitspraak?&lt;br /&gt;
#*de-antropomorfisering van goden&lt;br /&gt;
#*nog wat opties, maar bovenste is juist&lt;br /&gt;
#stel dat je het voorbeeld van de paradox van de pijl zou gebruiken op het voorbeeld van achilles en de schilpad, wat is een van de onderdelen van het argument.&lt;br /&gt;
#*achilles beweegt niet op een moment&lt;br /&gt;
#*nog opties maar bovenste is het juiste&lt;br /&gt;
#wie beweerde dat er 4 elementen bestaan&lt;br /&gt;
#*empedocles&lt;br /&gt;
#*anaximander&lt;br /&gt;
#*anaximenes&lt;br /&gt;
#*thales&lt;br /&gt;
#wie weerlegde het postulaat van plato&lt;br /&gt;
#*copernicus&lt;br /&gt;
#*galileo&lt;br /&gt;
#*kepler&lt;br /&gt;
#*laatste 2&lt;br /&gt;
#hoe beschreef proclus de astronomie van ptolemaeus&lt;br /&gt;
#*ze deed voorspellingen voor beweging en posities&lt;br /&gt;
#*bovenste is juiste&lt;br /&gt;
#waarom deed copernicus beroep op epicykels op epicykels&lt;br /&gt;
#*om het vereffiningspunt te verwijderen&lt;br /&gt;
#*om het postulaat van plato te blijven volgen&lt;br /&gt;
#*bovenste 2&lt;br /&gt;
#*om de retrograde beweging van planeten te verklaren&lt;br /&gt;
#wat was het probleem met de hypothese van de roterende aarde in combinatie met de fysica van aristoteles&lt;br /&gt;
#*geen sterrenparallax&lt;br /&gt;
#*voorwerpen vallen terug naast de toren&lt;br /&gt;
#*nog 2&lt;br /&gt;
#wat was de invloed van griekse natuurfilosofie op Lavoisier zijn theorieën&lt;br /&gt;
#*zuurstof behoud eigenschappen in water&lt;br /&gt;
#*bovenste juiste&lt;br /&gt;
#er is minsten 1 planeet die zich het verste van de aarde bevindt&lt;br /&gt;
#*niet/wel falsifieerbaar niet/wel verifieerbaar&lt;br /&gt;
#bij directe falsificatie van een hoofdhypothese kan je zeggen dat:&lt;br /&gt;
#*de hoofdhypothese is onwaar&lt;br /&gt;
#*de hulphypothese is onwaar&lt;br /&gt;
#*de hoofdhypothese en de observatiezinnen zijn onwaar&lt;br /&gt;
#*geen van bovenstaande&lt;br /&gt;
#bij het voorbeeld van de kubusfabriek is er inconsistentie als&lt;br /&gt;
#*minstens 2 keer principe van onvoldoende reden toepassen&lt;br /&gt;
#*minstens 3 keer principe van onvoldoende reden toepassen&lt;br /&gt;
#*minstens 2 keer veralgemeend principe van onvoldoende reden toepassen&lt;br /&gt;
#*minstens 3 keer veralgemeend principe van onvoldoende reden toepassen&lt;br /&gt;
#een vraag zoals voorbeeld van linda de bankbediende, waar je moest zeggen wat een gewone man op straat zou zeggen&lt;br /&gt;
#een vraag waar je moest zeggen welke premissen niet bij degene van hume horen in verband met uniformiteit van de natuur&lt;br /&gt;
#er vliegt een theepot met chinese motieven rond de zon, deze stelling kan volgens welke theorie van confirmatie gedisconfirmeerd worde?&lt;br /&gt;
#*niet/wel hypothetisch deductieve niet/wel bayesiaanse confirmatie theorie&lt;br /&gt;
#bij voorbeeld van harvard medical school test&lt;br /&gt;
#* het word niet/wel geconfirmeerd, maar de het is onwaarschijnlijk/waarschijnlijk dat de persoon ziek is&lt;br /&gt;
#een accidentele generalistie is &lt;br /&gt;
#*feitelijk onwaar&lt;br /&gt;
#*tegenfeitelijk onwaar&lt;br /&gt;
#*niet eenvoudig&lt;br /&gt;
#*nog een&lt;br /&gt;
#ceteris paribus wetten zijn&lt;br /&gt;
#*onfalsifierbaar&lt;br /&gt;
#*bovenste is juist&lt;br /&gt;
#theoretische vooruitgang in een onderzoeksprogramma is er als er&lt;br /&gt;
#*nieuwe voorspellingen gedaan worden&lt;br /&gt;
#*bovenste is juist&lt;br /&gt;
#volgens wittgensteins moeten de kenmerken van wetenschap opgevat worden als&lt;br /&gt;
#*niet/wel individuele noodzaak, niet/wel gezamenlijk voldoende voorwaarde&lt;br /&gt;
#bij een kubusfabriek worden er 10000 kubussen gemaakt met zijde tussen 0 en 1 meter, de helft daarvan heeft een zijde tussen 0 en 1/2 meter, wat is de waarschijnlijkheid dat een kubus een zijde van 3/4 meter heeft? gebruik theorie van het eindig frequentisme&lt;br /&gt;
#*1&lt;br /&gt;
#*bovenste is juiste&lt;br /&gt;
Op elke vraag kon &amp;quot;ik weet het niet&amp;quot; geantwoord worden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Open vragen&lt;br /&gt;
#wat is het verband tussen het probleem van inductie en zwakke onderdeterminatie&lt;br /&gt;
#welke elementen buiten het falsifierbaarheidscriterium moeten er nog aan toegevoegd worden voordat iets wetenschappelijk is bij poppers visie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2018===&lt;br /&gt;
meerkeuze:&lt;br /&gt;
#belgië speelt tegen duitsland, ze kunnen winnen of verliezen, dit laatste kunnen ze doen door gelijk te spelen of te verliezen. Wat is de kans dat ze winnen?&lt;br /&gt;
#*1/2&lt;br /&gt;
#*1/3&lt;br /&gt;
#*1/2 of 1/3&lt;br /&gt;
#*1/2 en 1/3&lt;br /&gt;
#Wat was volgens Thales de oorzaak van aardbevingen&lt;br /&gt;
#*een schip door de woeste zee&lt;br /&gt;
#*het heel hard terecht komen van een drietand op de aarde&lt;br /&gt;
#*het waaien van de wind door de bomen&lt;br /&gt;
#*het open en toe gaan van een stoomklep&lt;br /&gt;
#Stel jij bent de natuur, hoe zou Bacon iets over jou te weten willen komen?&lt;br /&gt;
#*het 1 keer lief vragen&lt;br /&gt;
#*het meerdere keren lief vragen&lt;br /&gt;
#*je opsluiten in een kamer en het 1 keer vragen&lt;br /&gt;
#*je opsluiten in een kamer en het meerdere keren vragen&lt;br /&gt;
#De studenten die de les filosofie hebben gevolgd hebben last van een onvoelbaar, onruikbaar, onzichtbaar kriebelend beestje. Deze uitspraak is:&lt;br /&gt;
#*verifieerbaar en falsifieerbaar&lt;br /&gt;
#*verifieerbaar maar niet falsifieerbaar&lt;br /&gt;
#*niet verifieerbaar wel faslifieerbaar&lt;br /&gt;
#*niet verifieerbaar en neit falsifieerbaar&lt;br /&gt;
#Er zijn 170 miljoen nederlanders waarvan 60 duizend groter zijn dan 2 meter. Wat is de kans (volgens 1 of ander model) dat een nederlands kind groter dan 2 meter is?&lt;br /&gt;
#*1&lt;br /&gt;
#*3/850&lt;br /&gt;
#*0&lt;br /&gt;
#*onbepaald&lt;br /&gt;
#Hoe verwoorde Osiander het wereldbeeld van Copernicus voor de kerk?&lt;br /&gt;
#*instumenteel gebruikt&lt;br /&gt;
#* nog 3 antwoorden maar het bovenste is het juiste ;)&lt;br /&gt;
#Tot nu toe is altijd deductief waargenomen dat Natriumcarbonaat oplost. Waarom kunnen niet bewijzen dat natriumcarbonaat in 2100 ook zal oplossen?&lt;br /&gt;
#*Er bestaan geen axioma&#039;s in de chemie&lt;br /&gt;
#*het is mogelijk dat natriumcarbonaat oplost&lt;br /&gt;
#*in de toekomst gaat natriumcarbonaat niet oplossen&lt;br /&gt;
#*en nog eentje&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op elke vraag kon ook &amp;quot;weet niet&amp;quot; worden geantwoord!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Open vragen:&lt;br /&gt;
#modules, 1 van die vragen&lt;br /&gt;
#Wat was volgens Popper het probleem met de uitspraak dat wetenschap werkte volgens inductie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2017===&lt;br /&gt;
#leg uit hoe de opvattingen van Pythagoras en descartes hebben bijgedragen tot de huidige moderne natuurwetenschappen&lt;br /&gt;
#Leg het Quine-Duhem probleem uit aan de hand van een casus (een experiment in Cern gaf aan dat deeltjes sneller bewogen als licht, dit zou niet kunnen volgens Einsteins hypothese, uiteindelijk leek de fout te liggen aan het verkeerd verbonden zijn een kabel). Hierbij moet je ook ad hoc hypothese uitleggen, want dit wijst op het feit dat ze de fout steken op de kabel om de hoofdhyptose af te schermen&lt;br /&gt;
#Schijf van Pointcaré waarbij je dit moet reflecteren aan de Bayensiaanse confirmatietheorie; eigenlijk dus gewoon bayensiaanse confirmatietheorie uitleggen&lt;br /&gt;
#Hume en het probleeem van symmetrie + oplossing; ook nog iets met regulatriteit en causale afhankelijkheid&lt;br /&gt;
#leg uit: ceteris paribus wet + Ruse&#039;s 5 kenmerken van wetenschap&lt;br /&gt;
#beantwoord één van de volgende vragen:&lt;br /&gt;
#* -&lt;br /&gt;
#* - &lt;br /&gt;
#*Leg het biologisch soortenconcept uit en evalueer het kritisch&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen enerzijds elementen als ‘eenvoudige substanties’ en anderzijds&#039;reele elementen’ of fundamentele substanties? Wat is de relatie met de periodieke tabel van Mendelejev?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===voorbeeldexamen 2017===&lt;br /&gt;
#Leg uit: de mechanisering van het wereldbeeld ondersteunde de opgang van de experimentele methode.&lt;br /&gt;
#Leg het Quine-Duhem probleem uit.&lt;br /&gt;
#Wat is het nieuwe raadsel van Goodman en hoe verhoudt het zich tot Humes probleem van inductie?&lt;br /&gt;
#Hoe lost Lewis’ theorie van causale afhankelijkheid het probleem van symmetrie op? Leg kort uit wat het probleem van symmetrie is en wat de theorie van Lewis inhoudt.&lt;br /&gt;
#Beoordeel het volgende criterium: wetenschap is tentatief.&lt;br /&gt;
#Beantwoord één van de volgende vragen:&lt;br /&gt;
#*Wat zegt de eerste onvolledigheidsstelling van Godel?&lt;br /&gt;
#*In welke zin zijn observaties van oceaantemperatuur theoriegeladen?&lt;br /&gt;
#*Bespreek de relatie tussen de keuze voor een bepaald soortconcept en het aantal soorten lemuren op Madagascar.&lt;br /&gt;
#*Wat werd gezien als een belangrijke graadmeter van het succes van Mendelejev? Plaats hierbij kanttekeningen&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>JesperAllaer</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Wijsbegeerte&amp;diff=2129</id>
		<title>Wijsbegeerte</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Wijsbegeerte&amp;diff=2129"/>
		<updated>2020-06-12T13:46:08Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;JesperAllaer: /* 11 juni 2020 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Sinds 2017 wordt dit vak gegeven door professor Jan Heylen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2020===&lt;br /&gt;
open vragen:&lt;br /&gt;
#Kies een van de criteria van theoriekeuze (theoretische deugd), leg bondig uit en geef een filosofisch probleem dat hierbij aansluit.&lt;br /&gt;
#Geef de problemen aan dat Popper ondervond bij het falsifieerbaarheidscriterium en leg uit hoe Lakatos deze probeert op te lossen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
meerkeuze:&lt;br /&gt;
#Het atomisme lost de [[degressieve]] paradox van zeno op doordat:&lt;br /&gt;
#*Achilles een oneindig afstand moet afleggen om de schildpad in te halen&lt;br /&gt;
#*Achilles een eindig afstand aflegt om de schildpad in te halen&lt;br /&gt;
#*Achilles een oneindig afstand aflegt om de helft van de afstand te bekomen&lt;br /&gt;
#*Achilles een eindig afstand aflegt om de helft van de afstand te bekomen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 augustus 2019===&lt;br /&gt;
open vragen:&lt;br /&gt;
#Leg het Goodman probleem met inductie uit.&lt;br /&gt;
#Leg uit: een hypothese die gefalsifieerd is, is nog steeds betrouwbaar. (zoiets)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2019===&lt;br /&gt;
meerkeuze:&lt;br /&gt;
#er is geen planeet met een eenhoorn op&lt;br /&gt;
#*niet/wel falsifieerbaar en niet/wel verifieerbaar&lt;br /&gt;
#Aan welk criterium moest er volgens Popper voldaan worden voor een ad hoc-hypothese?&lt;br /&gt;
#*empirische accuraatheid&lt;br /&gt;
#*eenvoud&lt;br /&gt;
#*vruchtbaarheid&lt;br /&gt;
#*reikwijdte&lt;br /&gt;
#neem aan dat de gravitatiewet van newton waar is, de wetten van kepler worden verklaard alleen aan de hand van de gravititiewet van newton. welk soort verklaring is dit?&lt;br /&gt;
#*elliptische verklaring&lt;br /&gt;
#*partiële verklaring&lt;br /&gt;
#*deductief-nomologische verklaring&lt;br /&gt;
#*ex ante factum verklaring&lt;br /&gt;
#er wordt een soort gelijkaarde leeuw ontdekt op een andere planeet die lijkt op de aardse leeuw en die niet van elkaar afstammen. volgens wie horen ze tot dezelfde taxonomische groep&lt;br /&gt;
#*niet/wel pheneticisten niet/wel cladisten&lt;br /&gt;
#1 god, grootste onder goden en mensen, in lichaam noch geest aan de sterfelijken gelijk, wat is gerelateerd aan deze uitspraak?&lt;br /&gt;
#*de-antropomorfisering van goden&lt;br /&gt;
#*nog wat opties, maar bovenste is juist&lt;br /&gt;
#stel dat je het voorbeeld van de paradox van de pijl zou gebruiken op het voorbeeld van achilles en de schilpad, wat is een van de onderdelen van het argument.&lt;br /&gt;
#*achilles beweegt niet op een moment&lt;br /&gt;
#*nog opties maar bovenste is het juiste&lt;br /&gt;
#wie beweerde dat er 4 elementen bestaan&lt;br /&gt;
#*empedocles&lt;br /&gt;
#*anaximander&lt;br /&gt;
#*anaximenes&lt;br /&gt;
#*thales&lt;br /&gt;
#wie weerlegde het postulaat van plato&lt;br /&gt;
#*copernicus&lt;br /&gt;
#*galileo&lt;br /&gt;
#*kepler&lt;br /&gt;
#*laatste 2&lt;br /&gt;
#hoe beschreef proclus de astronomie van ptolemaeus&lt;br /&gt;
#*ze deed voorspellingen voor beweging en posities&lt;br /&gt;
#*bovenste is juiste&lt;br /&gt;
#waarom deed copernicus beroep op epicykels op epicykels&lt;br /&gt;
#*om het vereffiningspunt te verwijderen&lt;br /&gt;
#*om het postulaat van plato te blijven volgen&lt;br /&gt;
#*bovenste 2&lt;br /&gt;
#*om de retrograde beweging van planeten te verklaren&lt;br /&gt;
#wat was het probleem met de hypothese van de roterende aarde in combinatie met de fysica van aristoteles&lt;br /&gt;
#*geen sterrenparallax&lt;br /&gt;
#*voorwerpen vallen terug naast de toren&lt;br /&gt;
#*nog 2&lt;br /&gt;
#wat was de invloed van griekse natuurfilosofie op Lavoisier zijn theorieën&lt;br /&gt;
#*zuurstof behoud eigenschappen in water&lt;br /&gt;
#*bovenste juiste&lt;br /&gt;
#er is minsten 1 planeet die zich het verste van de aarde bevindt&lt;br /&gt;
#*niet/wel falsifieerbaar niet/wel verifieerbaar&lt;br /&gt;
#bij directe falsificatie van een hoofdhypothese kan je zeggen dat:&lt;br /&gt;
#*de hoofdhypothese is onwaar&lt;br /&gt;
#*de hulphypothese is onwaar&lt;br /&gt;
#*de hoofdhypothese en de observatiezinnen zijn onwaar&lt;br /&gt;
#*geen van bovenstaande&lt;br /&gt;
#bij het voorbeeld van de kubusfabriek is er inconsistentie als&lt;br /&gt;
#*minstens 2 keer principe van onvoldoende reden toepassen&lt;br /&gt;
#*minstens 3 keer principe van onvoldoende reden toepassen&lt;br /&gt;
#*minstens 2 keer veralgemeend principe van onvoldoende reden toepassen&lt;br /&gt;
#*minstens 3 keer veralgemeend principe van onvoldoende reden toepassen&lt;br /&gt;
#een vraag zoals voorbeeld van linda de bankbediende, waar je moest zeggen wat een gewone man op straat zou zeggen&lt;br /&gt;
#een vraag waar je moest zeggen welke premissen niet bij degene van hume horen in verband met uniformiteit van de natuur&lt;br /&gt;
#er vliegt een theepot met chinese motieven rond de zon, deze stelling kan volgens welke theorie van confirmatie gedisconfirmeerd worde?&lt;br /&gt;
#*niet/wel hypothetisch deductieve niet/wel bayesiaanse confirmatie theorie&lt;br /&gt;
#bij voorbeeld van harvard medical school test&lt;br /&gt;
#* het word niet/wel geconfirmeerd, maar de het is onwaarschijnlijk/waarschijnlijk dat de persoon ziek is&lt;br /&gt;
#een accidentele generalistie is &lt;br /&gt;
#*feitelijk onwaar&lt;br /&gt;
#*tegenfeitelijk onwaar&lt;br /&gt;
#*niet eenvoudig&lt;br /&gt;
#*nog een&lt;br /&gt;
#ceteris paribus wetten zijn&lt;br /&gt;
#*onfalsifierbaar&lt;br /&gt;
#*bovenste is juist&lt;br /&gt;
#theoretische vooruitgang in een onderzoeksprogramma is er als er&lt;br /&gt;
#*nieuwe voorspellingen gedaan worden&lt;br /&gt;
#*bovenste is juist&lt;br /&gt;
#volgens wittgensteins moeten de kenmerken van wetenschap opgevat worden als&lt;br /&gt;
#*niet/wel individuele noodzaak, niet/wel gezamenlijk voldoende voorwaarde&lt;br /&gt;
#bij een kubusfabriek worden er 10000 kubussen gemaakt met zijde tussen 0 en 1 meter, de helft daarvan heeft een zijde tussen 0 en 1/2 meter, wat is de waarschijnlijkheid dat een kubus een zijde van 3/4 meter heeft? gebruik theorie van het eindig frequentisme&lt;br /&gt;
#*1&lt;br /&gt;
#*bovenste is juiste&lt;br /&gt;
Op elke vraag kon &amp;quot;ik weet het niet&amp;quot; geantwoord worden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Open vragen&lt;br /&gt;
#wat is het verband tussen het probleem van inductie en zwakke onderdeterminatie&lt;br /&gt;
#welke elementen buiten het falsifierbaarheidscriterium moeten er nog aan toegevoegd worden voordat iets wetenschappelijk is bij poppers visie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2018===&lt;br /&gt;
meerkeuze:&lt;br /&gt;
#belgië speelt tegen duitsland, ze kunnen winnen of verliezen, dit laatste kunnen ze doen door gelijk te spelen of te verliezen. Wat is de kans dat ze winnen?&lt;br /&gt;
#*1/2&lt;br /&gt;
#*1/3&lt;br /&gt;
#*1/2 of 1/3&lt;br /&gt;
#*1/2 en 1/3&lt;br /&gt;
#Wat was volgens Thales de oorzaak van aardbevingen&lt;br /&gt;
#*een schip door de woeste zee&lt;br /&gt;
#*het heel hard terecht komen van een drietand op de aarde&lt;br /&gt;
#*het waaien van de wind door de bomen&lt;br /&gt;
#*het open en toe gaan van een stoomklep&lt;br /&gt;
#Stel jij bent de natuur, hoe zou Bacon iets over jou te weten willen komen?&lt;br /&gt;
#*het 1 keer lief vragen&lt;br /&gt;
#*het meerdere keren lief vragen&lt;br /&gt;
#*je opsluiten in een kamer en het 1 keer vragen&lt;br /&gt;
#*je opsluiten in een kamer en het meerdere keren vragen&lt;br /&gt;
#De studenten die de les filosofie hebben gevolgd hebben last van een onvoelbaar, onruikbaar, onzichtbaar kriebelend beestje. Deze uitspraak is:&lt;br /&gt;
#*verifieerbaar en falsifieerbaar&lt;br /&gt;
#*verifieerbaar maar niet falsifieerbaar&lt;br /&gt;
#*niet verifieerbaar wel faslifieerbaar&lt;br /&gt;
#*niet verifieerbaar en neit falsifieerbaar&lt;br /&gt;
#Er zijn 170 miljoen nederlanders waarvan 60 duizend groter zijn dan 2 meter. Wat is de kans (volgens 1 of ander model) dat een nederlands kind groter dan 2 meter is?&lt;br /&gt;
#*1&lt;br /&gt;
#*3/850&lt;br /&gt;
#*0&lt;br /&gt;
#*onbepaald&lt;br /&gt;
#Hoe verwoorde Osiander het wereldbeeld van Copernicus voor de kerk?&lt;br /&gt;
#*instumenteel gebruikt&lt;br /&gt;
#* nog 3 antwoorden maar het bovenste is het juiste ;)&lt;br /&gt;
#Tot nu toe is altijd deductief waargenomen dat Natriumcarbonaat oplost. Waarom kunnen niet bewijzen dat natriumcarbonaat in 2100 ook zal oplossen?&lt;br /&gt;
#*Er bestaan geen axioma&#039;s in de chemie&lt;br /&gt;
#*het is mogelijk dat natriumcarbonaat oplost&lt;br /&gt;
#*in de toekomst gaat natriumcarbonaat niet oplossen&lt;br /&gt;
#*en nog eentje&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op elke vraag kon ook &amp;quot;weet niet&amp;quot; worden geantwoord!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Open vragen:&lt;br /&gt;
#modules, 1 van die vragen&lt;br /&gt;
#Wat was volgens Popper het probleem met de uitspraak dat wetenschap werkte volgens inductie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2017===&lt;br /&gt;
#leg uit hoe de opvattingen van Pythagoras en descartes hebben bijgedragen tot de huidige moderne natuurwetenschappen&lt;br /&gt;
#Leg het Quine-Duhem probleem uit aan de hand van een casus (een experiment in Cern gaf aan dat deeltjes sneller bewogen als licht, dit zou niet kunnen volgens Einsteins hypothese, uiteindelijk leek de fout te liggen aan het verkeerd verbonden zijn een kabel). Hierbij moet je ook ad hoc hypothese uitleggen, want dit wijst op het feit dat ze de fout steken op de kabel om de hoofdhyptose af te schermen&lt;br /&gt;
#Schijf van Pointcaré waarbij je dit moet reflecteren aan de Bayensiaanse confirmatietheorie; eigenlijk dus gewoon bayensiaanse confirmatietheorie uitleggen&lt;br /&gt;
#Hume en het probleeem van symmetrie + oplossing; ook nog iets met regulatriteit en causale afhankelijkheid&lt;br /&gt;
#leg uit: ceteris paribus wet + Ruse&#039;s 5 kenmerken van wetenschap&lt;br /&gt;
#beantwoord één van de volgende vragen:&lt;br /&gt;
#* -&lt;br /&gt;
#* - &lt;br /&gt;
#*Leg het biologisch soortenconcept uit en evalueer het kritisch&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen enerzijds elementen als ‘eenvoudige substanties’ en anderzijds&#039;reele elementen’ of fundamentele substanties? Wat is de relatie met de periodieke tabel van Mendelejev?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===voorbeeldexamen 2017===&lt;br /&gt;
#Leg uit: de mechanisering van het wereldbeeld ondersteunde de opgang van de experimentele methode.&lt;br /&gt;
#Leg het Quine-Duhem probleem uit.&lt;br /&gt;
#Wat is het nieuwe raadsel van Goodman en hoe verhoudt het zich tot Humes probleem van inductie?&lt;br /&gt;
#Hoe lost Lewis’ theorie van causale afhankelijkheid het probleem van symmetrie op? Leg kort uit wat het probleem van symmetrie is en wat de theorie van Lewis inhoudt.&lt;br /&gt;
#Beoordeel het volgende criterium: wetenschap is tentatief.&lt;br /&gt;
#Beantwoord één van de volgende vragen:&lt;br /&gt;
#*Wat zegt de eerste onvolledigheidsstelling van Godel?&lt;br /&gt;
#*In welke zin zijn observaties van oceaantemperatuur theoriegeladen?&lt;br /&gt;
#*Bespreek de relatie tussen de keuze voor een bepaald soortconcept en het aantal soorten lemuren op Madagascar.&lt;br /&gt;
#*Wat werd gezien als een belangrijke graadmeter van het succes van Mendelejev? Plaats hierbij kanttekeningen&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>JesperAllaer</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Wijsbegeerte&amp;diff=2128</id>
		<title>Wijsbegeerte</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Wijsbegeerte&amp;diff=2128"/>
		<updated>2020-06-12T13:44:32Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;JesperAllaer: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Sinds 2017 wordt dit vak gegeven door professor Jan Heylen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2020===&lt;br /&gt;
open vragen:&lt;br /&gt;
#Kies een van de criteria van theoriekeuze (theoretische deugd), leg bondig uit en geef een filosofisch probleem dat hierbij aansluit.&lt;br /&gt;
#Geef de problemen aan dat Popper ondervond bij het falsifieerbaarheidscriterium en leg uit hoe Lakatos deze probeert op te lossen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
meerkeuze:&lt;br /&gt;
#Het atomisme lost de progressieve paradox van zeno op doordat:&lt;br /&gt;
#*Achilles een oneindig afstand moet leggen om de schildpad in te halen&lt;br /&gt;
#*Achilles een eindig afstand aflegt om de schildpad in te halen&lt;br /&gt;
#*Achilles een oneindig afstand aflegt om de helft van de afstand af te leggen&lt;br /&gt;
#*Achilles een eindig afstand aflegt om de helft van de afstand af te leggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 augustus 2019===&lt;br /&gt;
open vragen:&lt;br /&gt;
#Leg het Goodman probleem met inductie uit.&lt;br /&gt;
#Leg uit: een hypothese die gefalsifieerd is, is nog steeds betrouwbaar. (zoiets)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2019===&lt;br /&gt;
meerkeuze:&lt;br /&gt;
#er is geen planeet met een eenhoorn op&lt;br /&gt;
#*niet/wel falsifieerbaar en niet/wel verifieerbaar&lt;br /&gt;
#Aan welk criterium moest er volgens Popper voldaan worden voor een ad hoc-hypothese?&lt;br /&gt;
#*empirische accuraatheid&lt;br /&gt;
#*eenvoud&lt;br /&gt;
#*vruchtbaarheid&lt;br /&gt;
#*reikwijdte&lt;br /&gt;
#neem aan dat de gravitatiewet van newton waar is, de wetten van kepler worden verklaard alleen aan de hand van de gravititiewet van newton. welk soort verklaring is dit?&lt;br /&gt;
#*elliptische verklaring&lt;br /&gt;
#*partiële verklaring&lt;br /&gt;
#*deductief-nomologische verklaring&lt;br /&gt;
#*ex ante factum verklaring&lt;br /&gt;
#er wordt een soort gelijkaarde leeuw ontdekt op een andere planeet die lijkt op de aardse leeuw en die niet van elkaar afstammen. volgens wie horen ze tot dezelfde taxonomische groep&lt;br /&gt;
#*niet/wel pheneticisten niet/wel cladisten&lt;br /&gt;
#1 god, grootste onder goden en mensen, in lichaam noch geest aan de sterfelijken gelijk, wat is gerelateerd aan deze uitspraak?&lt;br /&gt;
#*de-antropomorfisering van goden&lt;br /&gt;
#*nog wat opties, maar bovenste is juist&lt;br /&gt;
#stel dat je het voorbeeld van de paradox van de pijl zou gebruiken op het voorbeeld van achilles en de schilpad, wat is een van de onderdelen van het argument.&lt;br /&gt;
#*achilles beweegt niet op een moment&lt;br /&gt;
#*nog opties maar bovenste is het juiste&lt;br /&gt;
#wie beweerde dat er 4 elementen bestaan&lt;br /&gt;
#*empedocles&lt;br /&gt;
#*anaximander&lt;br /&gt;
#*anaximenes&lt;br /&gt;
#*thales&lt;br /&gt;
#wie weerlegde het postulaat van plato&lt;br /&gt;
#*copernicus&lt;br /&gt;
#*galileo&lt;br /&gt;
#*kepler&lt;br /&gt;
#*laatste 2&lt;br /&gt;
#hoe beschreef proclus de astronomie van ptolemaeus&lt;br /&gt;
#*ze deed voorspellingen voor beweging en posities&lt;br /&gt;
#*bovenste is juiste&lt;br /&gt;
#waarom deed copernicus beroep op epicykels op epicykels&lt;br /&gt;
#*om het vereffiningspunt te verwijderen&lt;br /&gt;
#*om het postulaat van plato te blijven volgen&lt;br /&gt;
#*bovenste 2&lt;br /&gt;
#*om de retrograde beweging van planeten te verklaren&lt;br /&gt;
#wat was het probleem met de hypothese van de roterende aarde in combinatie met de fysica van aristoteles&lt;br /&gt;
#*geen sterrenparallax&lt;br /&gt;
#*voorwerpen vallen terug naast de toren&lt;br /&gt;
#*nog 2&lt;br /&gt;
#wat was de invloed van griekse natuurfilosofie op Lavoisier zijn theorieën&lt;br /&gt;
#*zuurstof behoud eigenschappen in water&lt;br /&gt;
#*bovenste juiste&lt;br /&gt;
#er is minsten 1 planeet die zich het verste van de aarde bevindt&lt;br /&gt;
#*niet/wel falsifieerbaar niet/wel verifieerbaar&lt;br /&gt;
#bij directe falsificatie van een hoofdhypothese kan je zeggen dat:&lt;br /&gt;
#*de hoofdhypothese is onwaar&lt;br /&gt;
#*de hulphypothese is onwaar&lt;br /&gt;
#*de hoofdhypothese en de observatiezinnen zijn onwaar&lt;br /&gt;
#*geen van bovenstaande&lt;br /&gt;
#bij het voorbeeld van de kubusfabriek is er inconsistentie als&lt;br /&gt;
#*minstens 2 keer principe van onvoldoende reden toepassen&lt;br /&gt;
#*minstens 3 keer principe van onvoldoende reden toepassen&lt;br /&gt;
#*minstens 2 keer veralgemeend principe van onvoldoende reden toepassen&lt;br /&gt;
#*minstens 3 keer veralgemeend principe van onvoldoende reden toepassen&lt;br /&gt;
#een vraag zoals voorbeeld van linda de bankbediende, waar je moest zeggen wat een gewone man op straat zou zeggen&lt;br /&gt;
#een vraag waar je moest zeggen welke premissen niet bij degene van hume horen in verband met uniformiteit van de natuur&lt;br /&gt;
#er vliegt een theepot met chinese motieven rond de zon, deze stelling kan volgens welke theorie van confirmatie gedisconfirmeerd worde?&lt;br /&gt;
#*niet/wel hypothetisch deductieve niet/wel bayesiaanse confirmatie theorie&lt;br /&gt;
#bij voorbeeld van harvard medical school test&lt;br /&gt;
#* het word niet/wel geconfirmeerd, maar de het is onwaarschijnlijk/waarschijnlijk dat de persoon ziek is&lt;br /&gt;
#een accidentele generalistie is &lt;br /&gt;
#*feitelijk onwaar&lt;br /&gt;
#*tegenfeitelijk onwaar&lt;br /&gt;
#*niet eenvoudig&lt;br /&gt;
#*nog een&lt;br /&gt;
#ceteris paribus wetten zijn&lt;br /&gt;
#*onfalsifierbaar&lt;br /&gt;
#*bovenste is juist&lt;br /&gt;
#theoretische vooruitgang in een onderzoeksprogramma is er als er&lt;br /&gt;
#*nieuwe voorspellingen gedaan worden&lt;br /&gt;
#*bovenste is juist&lt;br /&gt;
#volgens wittgensteins moeten de kenmerken van wetenschap opgevat worden als&lt;br /&gt;
#*niet/wel individuele noodzaak, niet/wel gezamenlijk voldoende voorwaarde&lt;br /&gt;
#bij een kubusfabriek worden er 10000 kubussen gemaakt met zijde tussen 0 en 1 meter, de helft daarvan heeft een zijde tussen 0 en 1/2 meter, wat is de waarschijnlijkheid dat een kubus een zijde van 3/4 meter heeft? gebruik theorie van het eindig frequentisme&lt;br /&gt;
#*1&lt;br /&gt;
#*bovenste is juiste&lt;br /&gt;
Op elke vraag kon &amp;quot;ik weet het niet&amp;quot; geantwoord worden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Open vragen&lt;br /&gt;
#wat is het verband tussen het probleem van inductie en zwakke onderdeterminatie&lt;br /&gt;
#welke elementen buiten het falsifierbaarheidscriterium moeten er nog aan toegevoegd worden voordat iets wetenschappelijk is bij poppers visie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2018===&lt;br /&gt;
meerkeuze:&lt;br /&gt;
#belgië speelt tegen duitsland, ze kunnen winnen of verliezen, dit laatste kunnen ze doen door gelijk te spelen of te verliezen. Wat is de kans dat ze winnen?&lt;br /&gt;
#*1/2&lt;br /&gt;
#*1/3&lt;br /&gt;
#*1/2 of 1/3&lt;br /&gt;
#*1/2 en 1/3&lt;br /&gt;
#Wat was volgens Thales de oorzaak van aardbevingen&lt;br /&gt;
#*een schip door de woeste zee&lt;br /&gt;
#*het heel hard terecht komen van een drietand op de aarde&lt;br /&gt;
#*het waaien van de wind door de bomen&lt;br /&gt;
#*het open en toe gaan van een stoomklep&lt;br /&gt;
#Stel jij bent de natuur, hoe zou Bacon iets over jou te weten willen komen?&lt;br /&gt;
#*het 1 keer lief vragen&lt;br /&gt;
#*het meerdere keren lief vragen&lt;br /&gt;
#*je opsluiten in een kamer en het 1 keer vragen&lt;br /&gt;
#*je opsluiten in een kamer en het meerdere keren vragen&lt;br /&gt;
#De studenten die de les filosofie hebben gevolgd hebben last van een onvoelbaar, onruikbaar, onzichtbaar kriebelend beestje. Deze uitspraak is:&lt;br /&gt;
#*verifieerbaar en falsifieerbaar&lt;br /&gt;
#*verifieerbaar maar niet falsifieerbaar&lt;br /&gt;
#*niet verifieerbaar wel faslifieerbaar&lt;br /&gt;
#*niet verifieerbaar en neit falsifieerbaar&lt;br /&gt;
#Er zijn 170 miljoen nederlanders waarvan 60 duizend groter zijn dan 2 meter. Wat is de kans (volgens 1 of ander model) dat een nederlands kind groter dan 2 meter is?&lt;br /&gt;
#*1&lt;br /&gt;
#*3/850&lt;br /&gt;
#*0&lt;br /&gt;
#*onbepaald&lt;br /&gt;
#Hoe verwoorde Osiander het wereldbeeld van Copernicus voor de kerk?&lt;br /&gt;
#*instumenteel gebruikt&lt;br /&gt;
#* nog 3 antwoorden maar het bovenste is het juiste ;)&lt;br /&gt;
#Tot nu toe is altijd deductief waargenomen dat Natriumcarbonaat oplost. Waarom kunnen niet bewijzen dat natriumcarbonaat in 2100 ook zal oplossen?&lt;br /&gt;
#*Er bestaan geen axioma&#039;s in de chemie&lt;br /&gt;
#*het is mogelijk dat natriumcarbonaat oplost&lt;br /&gt;
#*in de toekomst gaat natriumcarbonaat niet oplossen&lt;br /&gt;
#*en nog eentje&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op elke vraag kon ook &amp;quot;weet niet&amp;quot; worden geantwoord!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Open vragen:&lt;br /&gt;
#modules, 1 van die vragen&lt;br /&gt;
#Wat was volgens Popper het probleem met de uitspraak dat wetenschap werkte volgens inductie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2017===&lt;br /&gt;
#leg uit hoe de opvattingen van Pythagoras en descartes hebben bijgedragen tot de huidige moderne natuurwetenschappen&lt;br /&gt;
#Leg het Quine-Duhem probleem uit aan de hand van een casus (een experiment in Cern gaf aan dat deeltjes sneller bewogen als licht, dit zou niet kunnen volgens Einsteins hypothese, uiteindelijk leek de fout te liggen aan het verkeerd verbonden zijn een kabel). Hierbij moet je ook ad hoc hypothese uitleggen, want dit wijst op het feit dat ze de fout steken op de kabel om de hoofdhyptose af te schermen&lt;br /&gt;
#Schijf van Pointcaré waarbij je dit moet reflecteren aan de Bayensiaanse confirmatietheorie; eigenlijk dus gewoon bayensiaanse confirmatietheorie uitleggen&lt;br /&gt;
#Hume en het probleeem van symmetrie + oplossing; ook nog iets met regulatriteit en causale afhankelijkheid&lt;br /&gt;
#leg uit: ceteris paribus wet + Ruse&#039;s 5 kenmerken van wetenschap&lt;br /&gt;
#beantwoord één van de volgende vragen:&lt;br /&gt;
#* -&lt;br /&gt;
#* - &lt;br /&gt;
#*Leg het biologisch soortenconcept uit en evalueer het kritisch&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen enerzijds elementen als ‘eenvoudige substanties’ en anderzijds&#039;reele elementen’ of fundamentele substanties? Wat is de relatie met de periodieke tabel van Mendelejev?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===voorbeeldexamen 2017===&lt;br /&gt;
#Leg uit: de mechanisering van het wereldbeeld ondersteunde de opgang van de experimentele methode.&lt;br /&gt;
#Leg het Quine-Duhem probleem uit.&lt;br /&gt;
#Wat is het nieuwe raadsel van Goodman en hoe verhoudt het zich tot Humes probleem van inductie?&lt;br /&gt;
#Hoe lost Lewis’ theorie van causale afhankelijkheid het probleem van symmetrie op? Leg kort uit wat het probleem van symmetrie is en wat de theorie van Lewis inhoudt.&lt;br /&gt;
#Beoordeel het volgende criterium: wetenschap is tentatief.&lt;br /&gt;
#Beantwoord één van de volgende vragen:&lt;br /&gt;
#*Wat zegt de eerste onvolledigheidsstelling van Godel?&lt;br /&gt;
#*In welke zin zijn observaties van oceaantemperatuur theoriegeladen?&lt;br /&gt;
#*Bespreek de relatie tussen de keuze voor een bepaald soortconcept en het aantal soorten lemuren op Madagascar.&lt;br /&gt;
#*Wat werd gezien als een belangrijke graadmeter van het succes van Mendelejev? Plaats hierbij kanttekeningen&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>JesperAllaer</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Geologie&amp;diff=1557</id>
		<title>Geologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Geologie&amp;diff=1557"/>
		<updated>2019-01-26T16:17:55Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;JesperAllaer: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Geologie van Prof. Robert Speijer is een verplicht vak in het eerste semester van het eerste jaar voor chemie en binnen de minor verbreding voor Biochemie.&lt;br /&gt;
Examen is mondeling. Er is ook een deeltje examen over het practicum (steentjes). Hiervoor mag je je practicumhandleiding gebruiken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 januari 2019 ===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Hoe worden zinklagen in bvb Florida gevormd&lt;br /&gt;
#*b) Hoe helpen zinkgaten bij de zoutwinning in bvb Nederland&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) In welke gesteenten zitten ketensilicaten zoals pyroxenen en amfibiolen&lt;br /&gt;
#*b) Geef mvb tekening het verschil tussen pyroxenen en amfibiolen&lt;br /&gt;
#*c) Wat is de verhouding van de O-atomen tov de Si-atomen in zowel pyroxenen als amfibiolen&lt;br /&gt;
#*d) Hoe verschillen deze ketensilicaten met veldspaat (Optische verschillen, niet chemisch)&lt;br /&gt;
# Een hele uitleg over visbeenderen (platte spiraalvormige fossielen) in het Jura. Ook iets over schalies&lt;br /&gt;
#*a Welk tijdperk voor en na het Jura, geef aan in # miljoen jaar in welke periode het Jura zich bevondt&lt;br /&gt;
#*b) Welke gesteenten zijn Schalies en tot welke groep fossielen behoren de visbeenderen&lt;br /&gt;
#*c) Hoe komt het dat de beenderen in tact zijn gebleven in de zee, welk milieu heerst er in de zee hiervoor&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Welk proces ondergaan gesteenten in bergketens in lage hoogte,  en welke processen ondergaan gesteenten die hoger gelegen zijn&lt;br /&gt;
#*b) Wat is de lithosfeer en waarom is de vervorming elastisch. Welke eenheid ligt er onder deze lithosfeer.&lt;br /&gt;
#*c) Waarin verschilt de lithosfeer met de onderliggende eenheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
#   Over de zoutlagen (evaporieten) uit het Perm in het Noorden van Nederland, Duitsland en Polen&lt;br /&gt;
#*a) Wanneer waren het Perm en Carboon? (in Ma)&lt;br /&gt;
#*b) Welke mineralen komen er hoofdzakelijk voor in zo&#039;n zoutlagen? Geef de naam en de chemische formule&lt;br /&gt;
#*c) Geef de reden(en) waarom er nauwelijks afzettingen uit het Perm in België terug te vinden zijn, terwijl er wel talrijke afzettingen uit het Carboon te vinden zijn. Wat is de relatie met de Variscische gebergtevorming?&lt;br /&gt;
#*d) Waarom is zo&#039;n zoutlaag eventueel geschikt voor de opslag van radioactief afval?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Leg uit waarom er wisselende seizoenen zijn op aarde&lt;br /&gt;
#*b) Onder welke condities, volgens de theorie van Milankovic, kon de Noordelijke ijskap stapsgewijs groeien? Bespreek de relevante parameters, je kan schetsen gebruiken om je antwoord te verduidelijken &lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Leg uit wat de geothermische gradiënt (geotherm) is. Geef de waarde(n) voor de geotherm van continentale korst en ook de warmte-uitstroom (heat flow) van continentale korst.&lt;br /&gt;
#*b) Verklaar waarom de geotherm van oceanische korst meer variabel is dan die van de continentale korst, verklaar ook het verschil in de heat flow die niet overal hetzelfde is bij oceanische korst&lt;br /&gt;
#*c) Leg uit hoe de geotherm in de ondiepe ondergrond varieert in functie van kortere en langere temperatuurcycli (dag/nacht, winter/zomer, glaciaal/interglaciaal)&lt;br /&gt;
#*d) Geef op basis van het vorige antwoord voor het volgende een verklaring: op hoge breedtegraden (bv. Canada) is het gesteente (of de bodem) op enkele honderden meters diepte bevroren, toch is de gemiddelde jaartemperatuur ruim boven 0°C&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Geef een definitie voor metamorfose, inclusief de reden waarom metamorfose plaatsvindt&lt;br /&gt;
#*b) Wat zijn de verschillen en overeenkomsten tussen contactmetamorfose en schokmetamorfose?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 31 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
#vraag 1:&lt;br /&gt;
#*a) Zure regen tast kalksteen aan. Geef de reactievergelijking en leg uit waarom kalksteen hierdoor sneller verweerd.&lt;br /&gt;
#*b) Verwering van pyriet, reactieproducten en nettoreactievergelijking geven. &lt;br /&gt;
#*c) Uitleggen hoe en in welke omgeving het nieuw gevormde mineraal in a op natuurlijke wijze wordt gevormd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 2:&lt;br /&gt;
#*a) Apollo missies naar maan. Wat heeft onderzoek van deze gesteenten geleerd over de vormingsgeschiedenis van de aarde?&lt;br /&gt;
#*b) Wat kan je afleiden over de evolutie van het zonnestelsel op basis van voorkomen ijzermeteorieten van 4,5 Ga?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 3:&lt;br /&gt;
#*a) Wanneer was het einde van het laatste glaciaal en welk tijdvak komt na dit glaciaal?&lt;br /&gt;
#*b) Hoe kan men uit de chemische samenstelling van kalkschalen van benthische foraminiferen afleiden dat de zeespiegel is gedaald in het laatste glaciaal?&lt;br /&gt;
#*c) Welke andere manier is er om te bepalen dat de zeespiegel wereldwijd steeg? Voor de periode vanaf het einde laatste glaciaal en deglaciatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 4: &lt;br /&gt;
#*Verbanden tussen de vorming van het Massief van Brabant, geschiedenis van Avalonia, ontstaan vulkaankraterpijp van Quenast, vorming van koraalriffen in de Ardennen. En dit ook plaatsen in het geologische tijdskader.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
#vraag 1:&lt;br /&gt;
#*a) Geef de processen en reacties die zorgen voor de vorming van zinkgaten&lt;br /&gt;
#*b) Zinkgaten kunnen ook ontstaan door zoutwinning verklaar&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 2:&lt;br /&gt;
#*a) wat is een caldera en hoe worden ze gevormd?&lt;br /&gt;
#*b) waarom is het extra gevaarlijk als een caldera zich vormt op een eiland?&lt;br /&gt;
#*c) Wat is de relatie met het soort magma en de vorming van een caldera?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 3:&lt;br /&gt;
#*a) Vlaanderen: aquifer op 700 meter diepte die parallel loopt met het aardoppervlak + met een aquitard boven + geen drinkbaar water, Chaudfontaine: syncline waarbij het water tot op 1600 meter diepte gaat met wel drinkbaar water. Teken beide.&lt;br /&gt;
#*b) Wat is de geotherm?&lt;br /&gt;
#*c) Bereken de temperatuur op de gegeven dieptes&lt;br /&gt;
#*d) verklaar het verschil in drinkbaarheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 4:&lt;br /&gt;
#*a) geef alle processen die in de diepere lagen van een gebergte plaatsvinden en geef het verschil met wat er gebeurt in de hogere lagen&lt;br /&gt;
#*b) wat is de lithosfeer?&lt;br /&gt;
#*c) de lithosfeer vervormt in zijn geheel elastisch. leg uit en geef een goed voorbeeld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== XX augustus 2016 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 1&lt;br /&gt;
#*a) Wat is een caldera en hoe worden ze gevormd&lt;br /&gt;
#*b) Waarom is het extra gevaarlijk wanneer een caldera gevormd wordt op een eiland dan op het continent&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 2&lt;br /&gt;
#*a) Wat is bauxiet&lt;br /&gt;
#*b) Hoe wordt een bauxietbodem gevormd&lt;br /&gt;
#*c) waarvoor wordt een bauxietbodem gebruikt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 3&lt;br /&gt;
iets met krijt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18januari 2016 VM ===&lt;br /&gt;
#Vraag 1&lt;br /&gt;
#*a) Waarom kan de koolstof 14-methode niet gebruikt worden voor het dateren van de botten van de dinoâ€™s?&lt;br /&gt;
#*b) Met welke methode kan dit wel gedateerd worden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Vraag 2&lt;br /&gt;
#*a) Wat bedoelt men met isostatisch evenwicht?&lt;br /&gt;
#*b) Maak een tekening van een gletsjer met de continentale korst, de mantel. Maak zo de inwendige structuur van de continentale korst duidelijk en de mantel. De dikte van de gletsjer in het centrum is 3 km. Welke veranderingen gebeuren er?&lt;br /&gt;
#*c) Wat is de dichtheid van de continentale korst en de mantel en waaruit bestaat het. Bereken hoe diep de ijsblok in de korst zit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Vraag 3&lt;br /&gt;
#*a) Een laag van anhydriet, gips en afzettingen van zoutlagen van haliet. (zoiets ) Geef de chemische formule&lt;br /&gt;
#*b) Hoe worden deze samen gevormd, wat is het verband?&lt;br /&gt;
#*c) Hoe geeft dit informatie over het paleoklimaat?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Vraag 4&lt;br /&gt;
#*a) Wat waren Wegners argumenten van continentendrift. Het geheel is nu aanvaard als platentektoniek. Waar ligt zijn fout?&lt;br /&gt;
#*b) Op basis van welke onderzoeken/ontdekkingen werd deze theorie aanvaard?&lt;br /&gt;
#*c) Is elke continentrand een plaatrand?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 januari 2016 NM ===&lt;br /&gt;
#vraag 1&lt;br /&gt;
#*A Metamorfose van kleicarbonaten en verwering van silcaatcarbonaten uitleggen met chemische formules (bij kleicarbonaten niet da van carbonaten geven ma dus ook iets van klei geen idee wat)&lt;br /&gt;
#*B Over het krijt : de invloed van MOR op het klimaat en de zeespiegel&lt;br /&gt;
#vraag 2&lt;br /&gt;
#*A Teken een afpompingskegel van een freatische aquifer en hoe deze een waterput die dichtbij ligt kan droogleggen&lt;br /&gt;
#*B ...&lt;br /&gt;
#*C Het water van een begrensde aquifer kan vaak niet meer gebruikt worden omdat 1g/L opgeloste stoffen aanwezig zijn, welke dingen beïnvloeden dit (dus over die opgeloste stoffen gaat het: soort gesteente, vervuiling, temperatuur [versneld verzouting] dieper = zouter [zeg ook waarom] )&lt;br /&gt;
#vraag 3: ...&lt;br /&gt;
#vraag 4&lt;br /&gt;
#*A In welk tijdvak en wanneer begon de Varisciden orogenese vorming (in België)?&lt;br /&gt;
#*B aan welk gebergtevorming kunnen we dit zien in België?&lt;br /&gt;
#*C Hoe weten we dat België toen in een tropisch klimaat lag?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 januari 2016===&lt;br /&gt;
#*Teken een hoekdiscordantie&lt;br /&gt;
#* Hoe wordt dit gevormd?&lt;br /&gt;
#*Aan het Massief van Brabant vinden we ganggesteenten en vulkanische gesteenten terug. Wat is het verband tussen gebergtevorming (aan het Massief van Brabant) en vulkanisme?&lt;br /&gt;
#*Wanneer vond dit plaats + jaartal&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#*Wat zegt een krijtlaag ons over het afzettingsmilieu?&lt;br /&gt;
#*Waarom bestaat een krijtlaag vaak uit vuurstenen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#*Waarom kan geothermie wel plaatsvinden aan een slenk maar niet aan het het Massief van Brabant?&lt;br /&gt;
#*Wat is de oorzaak van geothermie?&lt;br /&gt;
#*Soms ontstaan er problemen door geothermie. Er is bv. een dorp waarbij een laag met anhydriet in contact kwam met het grondwater waardoor schade ontstond. Leg uit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#*Wat vertellen maangesteenten ons over de ontstaansgeschiedenis van de aarde?&lt;br /&gt;
#*Wat vertelt een ijzermeteoriet van 4.5 Ga ons over het ontstaan van het zonnestelsel?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 januari 2015===&lt;br /&gt;
#Ontdekingen na wegner&#039;s dood die zijn hypothese bewezen. Moderne technieken die dit bevestigen. Wat is een continentrand en hoe komt het dat sommige naast een plaatrand liggen en andere niet.&lt;br /&gt;
#Welk soort breuken komen samen voor met geplooide lagen? Doorsnede tekenen. Welk soort laag wordt in Vlaanderen onderzocht voor de berging van nucleair afval. Wat is de invloed van een actieve of een inactieve breuk op de bergingscapaciteit?&lt;br /&gt;
#Hoe oud is de aarde en hoe weten we dit? Bespreek de vorming van de aarde tijdens het Hadeaan en Archeaan en het verband tussen stuctuur en mineralogie. Bijvraag: Wat zit er in een meteoriet.&lt;br /&gt;
#Voor welk tijdsinterval worden ijkernen gebruikt? Wat is de meerwaarde boven sedimenten? 34 Ma geleden begon de glaciatie op Antarctica. Hoe kunnen sedimenten ons er iets over vertellen. Hoe komt het dat de glaciatie net dan begon?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2015===&lt;br /&gt;
#onstaan van de aarde, hoe oud en hoe is dit bepaald + geef structuur binnenkant van de aarde chemisch, mineralogisch,..&lt;br /&gt;
#lithostratigrafie: waarom gesteentelagen geen goede tijdsbetekenis geven altijd en dat bij biostratigrafie wel kan&lt;br /&gt;
#grondwater: bron van chaudfontaine (syncline wordt gegeven + tekenen) + uitleg geotherm en gemiddelde waarde voor korst geven&lt;br /&gt;
#wetenschappelijke methode: zeggen wat het is + geologisch vb naar keuze&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 JAN 2014 NM===&lt;br /&gt;
#Magnetische ompolingen en platentektoniek&lt;br /&gt;
# Hoe seizoenen werken en Milankovic theorie&lt;br /&gt;
# Verschil tussen diaklazen en breuken, hoe ze ontstaan en hoe je een diaklaze en een gelaagdheid kunt onderscheiden&lt;br /&gt;
# Algemene structuur bladsilicaent, afleiden wat de formule is voor de Si-laag en waarom havenslib behandeld moet worden als chemisch afval&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2014 NM===&lt;br /&gt;
#kalksteen in de grond: welke maatschappelijke problemen kunnen er zijn?&lt;br /&gt;
#*geef alle chemische reacties die mee doen/leg ze uit in het systeem&lt;br /&gt;
#*hoe worden druipstenen gevormd?&lt;br /&gt;
#diachroon en sedimentaire facies en het verband? (plus schets)&lt;br /&gt;
#veldspaten: orthoklaas naar albiet en albiet naar anorthiet, maar ge kunt niet van orthoklaas naar anorthiet: hoe komt dit, en wat heeft vaste oplossing hiermee te maken? wat is arkose?&lt;br /&gt;
#roodverschuiving uitleggen, hou oud is de aarde? het heelal? en leg uit hou we ouderdom aarde kunnen meten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 JAN 2014===&lt;br /&gt;
#Wat zijn evaporieten en in welke omstandigheden worden ze gevormd? Welke structuren worden er gevormd? Geef redenen om radioactief afval in evaporieten op te slaan en ook waarom het niet zo een goed idee is ?&lt;br /&gt;
#Welke observaties heeft men gedaan om hotspots te onderzoeken? VS heeft een zuur vulkanische, waarom?&lt;br /&gt;
#Geef de geologische tijdschaal van fanerozoÃ¯cum + ouderdommen. Geef de 3 belangrijkste ijstijdvakken en in welk ijstijdvak heeft Wegener aanwijzingen gevonden voor zijn theorie en welke zijn dat?&lt;br /&gt;
#Wat zijn de fundamentele eigenschappen van een begrensde aquifer? Wat zijn de redenen voor problematische concentratie aan opgeloste stoffen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 JAN 2014 VM=== &lt;br /&gt;
#  Verklaar : meteoor, meteoriet, asteroÃ¯de, komeet. Wat is het verschil tussen komeet en meteoorgroep? Waarom zijn er geen inslagen op de zeebodem?&lt;br /&gt;
# Wegener:  wat is zijn theorie en geef zijn bewijzen. In de jaren 50 kwamen er nieuwe technieken om dit nu echt te bewijzen, welke?&lt;br /&gt;
# Alles over quaternair. Hoe kunnen we met kalksedimenten het klimaat bepalen? Waarmee moeten we oppassen als we kalkskeletten gebruiken? Welke zijn de grote invloeden op de euraziatische zeespiegel? Waarom krijgen we hier een beter beeld van de klimaten dan met landafzetting?&lt;br /&gt;
# Kristallisatie van mineralen uit stollingsgesteenten, wat is het verband met deze kristallisatie en verwering (of erosie?)&lt;br /&gt;
# practicum (4p) en ze helpt u als ge hem fout heb (dan krijgt ge nog de helft van de punten). Soms krijgt ge er 2 maar van dezelfde plaats van de  excursie en ze stelt een klein theorievraagje. Voorbereiden mag met excursiebundel, nota&#039;s, slides en handleiding maar vanaf da je begint uit te leggen mag je niks meer gebruiken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 JAN 2014===&lt;br /&gt;
#Bauxiet, alles wat je erover weet.&lt;br /&gt;
#Hoe fosielen hebben kunnen helpen bij de kartering van de statigrafie.&lt;br /&gt;
#MOR van bovenaf tekenen en alle eigenschappen geven van de MOR + laterale beweging in MOR (scheuren ipv breuken).&lt;br /&gt;
#Bespreek porositeit van een grondlaag en hoe kan het dat een bron recht omhoog kan spuiten?&lt;br /&gt;
#Practicum: stenen!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* hoe wordt bauxiet gevormd&lt;br /&gt;
#*in welk klimaat?&lt;br /&gt;
#* uit welke mineralen bestaat het&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* duid aan op een tekening hoe je uit paleomagnetische gegevens van fossiel de lokatie kan bepalen&lt;br /&gt;
#* wat is polar wandering curve&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* hoe kan je met zuurstofisotopen in sedimenten ijstijd aantonen&lt;br /&gt;
#* hoe verklaar je het bestaan van ijstijdvak en broeikastijdvak&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* toekomst van gas-clathraten als energiedelfstof&lt;br /&gt;
#* situeer gas-clathraten in Mc-Kelvey diagram&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek hoe de kenmerken van de aarde die noodzakelijk zijn voor het leven speciefiek zijn voor de aarde: atmosfeerdruk en -samenstelling, magneetveld, temperatuur en temperatuursschommelingen&lt;br /&gt;
# Vlakken 222, 333 en 003 in een xyz-assenstelsel plaatsen zodanig dat de afgesneden stukken abc van de eenheidscel verschillend zijn.&lt;br /&gt;
# Hoe komt het dat zanden zelden isotroop zijn (meestal heterogeen zijn)? Welk soort mineraal is glauconiet? Welke kationen zitten erin?&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen een actieve en passieve plaatrand? Teken de doorsneden van elk en duidt dieptes en gesteenten aan. Hoe oud zijn de oceanen?&lt;br /&gt;
# practicumoefening: concentratieberekening&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# bespreek de relatie tussen het ontstaan van de aarde en de dingen die gekoppeld zijn aan leven (atmosfeer, magneetveld...)&lt;br /&gt;
# teken een xyz-assenstelsel en zet vlakken uit bv 1,1,1 die gegeven zijn in millerindices&lt;br /&gt;
# bespreek een vaste oplossing&lt;br /&gt;
# Hoe komt het dat een blauwschist en een hoornfells samen voorkomen, parralel in een gebergte, betrek hierbij subductie enz&lt;br /&gt;
# teken in da diagramma van die reserves waar teerzanden zich nu bevinden en waar ze zicht 20 jaar geleden bevonden&lt;br /&gt;
# welke voorwaarde zijn er in het verlede nodig geweest om nu olie op een welbepaalde plaats te vinden&lt;br /&gt;
# bij het practicum gedeelte een piper diagram invullen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# geef aanwijzingen waarom het vroeger kouder is geweest en b) hoe kunt ge met enkele van die aanwijzingen verklaren dat er afwisseling was met broeikastijden en niet gewoon een doorlopend ijstijdvlak&lt;br /&gt;
# mineralogie: bespreek waarom plagioklaas gezoneerd en ongezoneerd voorkomt, das met die tabel met verhoudingen&lt;br /&gt;
# laat zien hoe je weet naar welke kant het water gaat onder het waterspanningsvlak b) geef verschillende manieren om energie te winnen met grondwater&lt;br /&gt;
# de vraag over paleomagnetisme hoe ze daarmee over de oceaanvorming geleerd hebben&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe de Moho-discontinuÃ¯teit gevormd wordt bij de vorming van nieuwe oceaanbodem aan de MOR.&lt;br /&gt;
# Wat is de asthenosfeer?&lt;br /&gt;
# Waarom gaat pyriet makkelijk verweren? Welke verweringsproducten worden gevormd? Welk mineraal gaat men bekomen bij verwering van pyriet in kalkstenen?&lt;br /&gt;
# Welke soort plagioklaas zit er in graniet? Welke in gabbro?&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe men het probleem opgelost heeft dat men aan fossielen enkel relatieve ouderdommen kan koppelen. &lt;br /&gt;
# Geef aan dat je begrijpt waarom calibratie met dendrochronologie belangrijk is bij de koolstof 14-dateringsmeththode.&lt;br /&gt;
# Geef een samenvatting van de argumenten van de optimisten en de pessimisten over de eindigheid van de olievoorraden. (aka vat de argumenten van de 2 scholen samen)&lt;br /&gt;
# Welke geologische processen zijn nodig om anthraciet te kunnen vormen (aka in welk gebied ongeveer vinden we steenkool?)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 JAN 2010 VM===&lt;br /&gt;
#Hoe heeft het paleomagnetisme geholpen om het huidige model van de M.O.R. op te stellen.&lt;br /&gt;
#Is het klimaat in het verleden stabiel of variabel geweest? Geef oorzaken + tijdsgebieden.&lt;br /&gt;
#Waar moet men monitoringputten plaatsen in de buurt van stortplaatsen, zodat men polluenten kan ontdekken. Is de diepte van belang?&lt;br /&gt;
#Hoe wordt een zandsteen gevormd? Op welke diepte, en invloed van grondwater.&lt;br /&gt;
#Vraagje over zelfstudieopdracht: oorsprong van biomerkers en waarom moeten deze verklaard worden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 JAN 2010 NM===&lt;br /&gt;
#Hoe kwam de formule van Bragg tot stand? En hoe kan je hier mee bepalen welk mineraal je hebt?&lt;br /&gt;
#We steken kubusjes van gelijke grootte (bv. 1 cmÂ³) van kwartsiet en marmer in een cilindrische buis en laten deze ronddraaien, simuleren we dan verwering? welk van de twee gaat het meest verweerd worden?&lt;br /&gt;
#Hoe ga je van slib naar een schiefer? leg zo duidelijk mogelijk uit. Vanaf welke diepte heb je een schiefer met schieferige splijting?&lt;br /&gt;
#Paleopolen: leg uit hoe je aan de hand van paleopolen continentendrift en platentektoniek kunt verklaren. Maak ook een schets. Zeg ook welke dingen gemeten worden om het paleopool te bepalen en hoe dat dan bepaald wordt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 JAN 2010 VM===&lt;br /&gt;
#Vergelijk samenstelling van Aarde, maan, Mercurius, Jupiter, een planeet rond de eerste sterren, de aardkorts en -kern.&lt;br /&gt;
#Hoe gedragen gesteenten zich bij verschillende drukregimes? Wat zijn dekbladen? Bij welke tektonische activiteit vind je deze? (+schema)&lt;br /&gt;
#Waarom vindt men ook batholieten bij subductie? (schema&#039;s, grafiek van verandering smelttemperatuur)&lt;br /&gt;
#Hoe heeft paleomagnetisme geholpen bij het begrijpen van systeem van M.O.R.?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 JAN 2010===&lt;br /&gt;
#Bespreek roodverschuiving in het heelal. Kan dit dienen om een ouderdom te bepalen van het heelal?&lt;br /&gt;
#Bespreek de in de les besproken analogie tussen een watertoren en een spanningswaterlaag. Hoe komt het dat er in de afpompingsput maar een klein volume water zal zitten, terwijl de gehel spanningswaterlaag verzadigd is ? Kan er overproductie optreden van een spanningswaterlaag?&lt;br /&gt;
#Hoe ga je van slib naar een schiefer? Leg zo duidelijk mogelijk uit. Vanaf welke diepte heb je een schiefer met schieferige splijting?&lt;br /&gt;
#Beargumenteer het bestaan van subductiezones&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===AUG 2009===&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#*Bewijs dat een silicium in de tetraederlaag kan verbonden worden met een magnesium in een octaederlaag met zuurstof en hydroxylgroepen ertussen.&lt;br /&gt;
#* Waarin verschillen de verschillende kleimineraalspecies? Geef de verschillende met een voorbeeld&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#* Als we kubusjes van gelijke grootte van marmer en kwartsiet in een cilindrische buis laten afslijten, welke blijft dan het langst over en waarom?&lt;br /&gt;
#* Leg uit waarom bij een fyllade een druksplijting dwars op de gelaagdheid kan staan en waarom deze zo perfect is in vergelijking met een schieferige splijting.&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#* Hoe kan magnetisme zodanig opgeslaan worden in een sedimentsgesteente dat we het &#039;remanent&#039; mogen noemen?&lt;br /&gt;
#* Hoe kunnen we aan de hand van het paleomagnetisme de vroegere positie van een continent bepalen?&lt;br /&gt;
# betekent een boringskegel hetzelfde bij een freatische waterlaag en een artesische waterlaag? leg uit.&lt;br /&gt;
# Hoe komt het dat er bij de stratigrafie zo vaak gewerkt word met fosielen en paleomagnetisme terwijl de biostratigrafie ons een relatieve tijdschaal geeft, en magnetostratigrafie ons maar twee antwoorden kan geven, normale of tegengestelde polariteit?&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>JesperAllaer</name></author>
	</entry>
</feed>