
<?xml version="1.0"?>
<feed xmlns="http://www.w3.org/2005/Atom" xml:lang="nl">
	<id>https://wiki.chemika.be/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=Jos+Appeltros</id>
	<title>Chemika Examenwiki - Gebruikersbijdragen [nl]</title>
	<link rel="self" type="application/atom+xml" href="https://wiki.chemika.be/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=Jos+Appeltros"/>
	<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Speciaal:Bijdragen/Jos_Appeltros"/>
	<updated>2026-07-28T08:22:40Z</updated>
	<subtitle>Gebruikersbijdragen</subtitle>
	<generator>MediaWiki 1.43.0</generator>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Statistiek_%26_Data-analyse&amp;diff=779</id>
		<title>Statistiek &amp; Data-analyse</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Statistiek_%26_Data-analyse&amp;diff=779"/>
		<updated>2018-01-07T07:46:36Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jos Appeltros: /* 15 januari 2016 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt; [[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
 [[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===20 JANUARI 2017===&lt;br /&gt;
# eerste vraag waren 4 juist/fout vragen &lt;br /&gt;
#* als X en Y normaal verdeeld zijn, is de som dan altijd normaal verdeeld&lt;br /&gt;
#* iets me benadering van steekproefgem en populatiegem&lt;br /&gt;
#* iets me E(X) of da bij toevalsvariabele gelijk is aan het gem &lt;br /&gt;
#* ... weet ik ni meer exact, ge moet gewoon juist of fout aanduiden, ni uitleggen&lt;br /&gt;
# tweede vraag waren twee bewijzen (me Var(a+bX+cY) en E(a+bX+cY) en dan altijd zo bijvragen van a-e zo Var en E uitrekenen en mediaan berekenen, cumulatieve frequentie tekenen.. en dan iets me X+Y en kansen daarvan berekenen beetje vaag haha&lt;br /&gt;
# dan twee vragen op kansen ook met altijd zo deelvraagjes, eerste was over dat er verschillende sets van 20 stuks zijn en ge ga na hoeveel defecte er zijn, ge hebt enkele gegevens gegeven vb. Kans op geen defecte elementen in uw set van 20 is 70%, kans op juist 1 defect element is 20% enz. Daar dan allemaal kans vragen op, vb. Wat is de kans da als ge willekeurig een lot van 20 neemt, en ge weet da er exact 1 defect is, wa is dan de kans da als ge er twee willekeurige uitneemt da die ni defect zijn enzovoort.. &lt;br /&gt;
# Dan een kansoefening met een kind da 10 keer me een dobbelsteen mag gooien en elke keer als die 6 gooit krijgt die een cadeau, wa is dan de kans da die meer als 3 cadeaus krijgt enzovoort, welke kansverdeling is da en bereken ook benaderend en zo van die deelvragen, ook nog als ze die traditie 35 jaar zouden doen en die jongen mag elke keer gooien op zijn bday wa is dan de kans da die meer dan 55 cadeaus krijgt&lt;br /&gt;
# en dan nog twee hypothesetesten waarvan ene met R output. De ene vraag was over herseninhoud, ze willen zien of de herseninhoud van een 75 jarige persoon gekropen is tov een 25 jarige persoon, ge hebt dan een lijst gekregen me gegevens en een R output waarin t waarde, P waarde, df ontbreken en aan de hand van die output moet ge dan dingen berekenen mbv hypothesetesten, ook output van een betrouwbaarheidsinterval en da interpreteren. De andere ging over het feit da er ooit gezegd is geweest da er dobbelstenen bestaan die &amp;quot;niet gelijk&amp;quot; zijn dus die ni eerlijk zijn, ge krijg een tabel me kansen en moet dan hypothesetesten uitvoeren om te zien of die dobbesltaan vervalst was of ni, weer Teststatistiek opstellen, testwaarde berekenen, interpreteren... en dan een tabel me ietske andere waardes van die dobbelstaan me de vraag of die P waarde dan hetzelfde blijft&lt;br /&gt;
# en nog een oefening over laatste hoofdstuk met die lineaire regressie ook me allemaal deelvraagjes ; de lineaire regressie opstellen en dan s^2 uitrekenen, ge hebt sx sy sxy enzo gegeven, en dan moet ge daar hypothese en teststatistiek ook doen dacht ik (bij elke hypothesetest vraagt ze teststatistiek, testwaarde , P waarde interpreteren etc) en dan geeft ze ook nog een R^2 waarde die ge moet interpreteren..&lt;br /&gt;
Ik denk da het zoiets ongeveer was haha, en ge had 3u30min tijd :)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Juist/fout, Var(bx)=b²Var(x) aantonen&lt;br /&gt;
#rekenen met kansen&lt;br /&gt;
#Exponentiele verdeling, laptop heeft een gemiddelde leeftijd van 4 jaar, geef verdelingsfunctie, bepaal kans dat laptop langer leeft...&lt;br /&gt;
#Hypothesetesten&lt;br /&gt;
#R script van ANOVA tabel, ontbrekende waardes aanvullen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 januari 2015===&lt;br /&gt;
#Beschouw twee toevalsvariabele X en Y = g(X) met g een monotone functie dan is:&lt;br /&gt;
##E(Y) = g (E (X)) ?&lt;br /&gt;
##Med(Y) = g ( Med (X)) ?&lt;br /&gt;
##Med(Y) = g( E (X))Â ?&lt;br /&gt;
##IQR (Y) = g (IQR (X)) ?&lt;br /&gt;
#In Vlaanderen verspreid de groothandel 2000 porties everzwijnsvlees over 15 restaurants. Neem aan dat exact 11 porties hiervan besmet zijn met een virus. In leuven leverde de groothandel 250 (onafh.) porties vlees:&lt;br /&gt;
##hoeveel besmette porties vlees verwacht men in Leuven?&lt;br /&gt;
##Hoe groot is de kans dat minstens 2 porties vlees in Leuven besmet zijn met het virus?&lt;br /&gt;
###Bereken deze kans exact&lt;br /&gt;
###Bereken een benadering van deze kans&lt;br /&gt;
###Is de benaderde kans die je vond een goede benadering voor de kans die je vond? Waarom wel/niet?&lt;br /&gt;
#Mannelijke radiologen worden blootgesteld aan straling. Onderzoekers beweren dat deze frequente blootstelling de kans op mannelijke nakomelingen zou beÃ¯nvloeden. Uit een studie van 31 radiologen, bleek dat 30 van de 87 nakomelingen mannen waren. Kan je op basis van deze studie besluiten dat een frequente blootstelling aan straling een significante invloed heeft op de kans op mannelijke nakomelingen voor een man? Î± = 0.05, normale omstandigheden de kans op mannelijke omstandigheden 50% bedraagt.&lt;br /&gt;
##Formuleer een geschikte H0 en H1 op deze vraag&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek, de (benaderde) verdeling ervan onder H0 en de testwaarde voor deze steekproef.&lt;br /&gt;
##Bereken de (benaderde) P-waarde. Geef de formule en de waarde ervan in deze steekproef.&lt;br /&gt;
##Formuleer een zo volledig mogelijk besluit op basis van de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Bepaal ook het 98% BI voor de kans op mannelijke nakomelingen. Wat besluit je?&lt;br /&gt;
##Wat is de betekenis van een type 2 fout bij deze hypothese test in deze situatie?&lt;br /&gt;
##R-script gegeven met ontbrekende gegevens. Deze worden gevraagd + andere vraagjes&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 januari 2016 (VM)===&lt;br /&gt;
===Hier missen nog bijna gegarandeerd enkele deelvraagjes, dus als je dit examen ook gemaakt hebt (en je weet er nog iets van), vul dan aan a.u.b.====&lt;br /&gt;
#Enkele vragen i.v.m. verdelingen, hun kenmerken, proporties en kansen.&lt;br /&gt;
#Zij (X, Y) een bivariate normaalverdeling met mu = (2, 2) en sigma = ((1, 0.4), (0.4, 1)). Is dan Var(2X - Y) = 3.4?&lt;br /&gt;
#Zij X een continu verdeelde variabele met frequentie f(x). Zij a en b reÃ«ele getallen, bewijs dan dat:   E(a + bX) = a + b*E(X)  en Var(a + bX) = b^2 * E(X)&lt;br /&gt;
#We hebben thuis een alarm geÃ¯nstalleerd. Bij inbraak gaat het met 96% zekerheid af, maar op andere nachten is er ook een kans van 0.3% dat het afgaat vanwege storingen. In onze buurt is er een kans van 3% dat er op een gegeven nacht in een gegeven huis wordt ingebroken. Vannacht gaat het alarm af, hoe groot is de kans dat er werkelijk een inbraak is?&lt;br /&gt;
#Gegeven: een 2x3 relatieve frequentietabel. Aan de ene kant: mannen en vrouwen, aan de andere kant of de groep een slecht, middelmatig of goed oriÃ«ntatievermogen heeft. Rij van de mannen = (1/10, 1/20, 1/2), rij van de vrouwen = (1/5, 1/10, 1/20). Waar of fout:&lt;br /&gt;
##De kans dat een willekeurige vrouw een goed oriÃ«ntatievermogen heeft is 1/7.&lt;br /&gt;
##De verwachte waarde voor mannen en vrouwen zijn gelijk.&lt;br /&gt;
#Gegeven: de gemiddelde Belgische vrouw heeft een lengte van 168.1cm, met een standaardafwijking van 5.3cm.&lt;br /&gt;
##Clara is 180.3cm groot. Hoeveel percent van de Belgische vrouwen is kleiner dan Clara?&lt;br /&gt;
##Stella is kleiner dan 95% van de Belgische vrouwen. Wat is haar maximale hoogte?&lt;br /&gt;
##Hier aan de faculteit zijn er 354 vrouwen. Hoe groot is de kans dat exact twee vrouwen kleiner zijn dan haar (neem hiervoor Stellas maximale mogelijke lengte). Bereken deze exact.&lt;br /&gt;
##Bereken de kans op benaderende wijze. Is dit een goede benadering?&lt;br /&gt;
#Gegeven: de uitslagen van de verkiezingen van mei 2014 en een peiling van 2013. Beiden zijn lijsten van zeven partijen en &amp;amp;quot;Overige&amp;amp;quot;, elk met een corresponderend percentage. Bepaal op significantieniveau 0.05 of deze peiling de verkiezingsresultaten kan voorstellen.&lt;br /&gt;
##Kies gepaste hypothesen voor je test uit te voeren.&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek, verdeling en testwaarde van je test.&lt;br /&gt;
##Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Vorm een besluit.&lt;br /&gt;
#In een fabriek worden er dagelijks 5000 dozen pralines geproduceerd. Elke doos beweert 250g te wegen. Een nieuwe kwaliteitscontroleur (&amp;amp;quot;een jonge snaak&amp;amp;quot; zoals zij het verwoordden) neemt op een dag lukraak 20 dozen uit de productie voor inspectie. Het gemiddelde van deze steekproef is 243.7g met een variantie van 6.91 g^2. Test op significantieniveau 0.05 of de fabriek systematisch te lichte dozen maakt.&lt;br /&gt;
#Kies gepaste hypothesen voor je test uit te voeren.&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek, verdeling en testwaarde van je test.&lt;br /&gt;
##Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Vorm een besluit.&lt;br /&gt;
#Geef het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde van de dagproductie. Geef de definitie van het 95%- betrouwbaarheidsinterval en leg uit wat dit concreet betekent in deze situatie.&lt;br /&gt;
#Leg uit wat een type-I en type-II fout concreet betekenen in deze situatie.&lt;br /&gt;
#Gegeven: output van summary en anova in R.&lt;br /&gt;
##Vul aan: SSM, MSM, MSE, F-waarde, P(F &amp;amp;gt; f) en voor de slope: t-waarde en P(T &amp;amp;gt; t).&lt;br /&gt;
##Voer een hypothesetest uit omtrent H0: alfa = 0 versus H1: alfaÂ != 0&lt;br /&gt;
##Geef de regressierechte.&lt;br /&gt;
##Geef R^2 en leg uit wat deze waarde betekent.&lt;br /&gt;
===26 Januari 2015 (nieuwe prof?) ===&lt;br /&gt;
#Duid aan welke stellingen kloppen en verantwoord: Van een kwantielplot kan je aflezen of:&lt;br /&gt;
##2 variabelen afhankelijk zij van elkaar.&lt;br /&gt;
##er een lineair verband is tussen 2 variabelen&lt;br /&gt;
##een variabale uit een bepaalde verdeling komt&lt;br /&gt;
##2 variabelen bivariaat normaal verdeeld zijn&lt;br /&gt;
#Duid aan welke stellingen kloppen en verantwoord: Indien (X,Y) bivariaatnormaal verdeelde toevalsvariabelen met populatiecorrelatiecoÃ«fficiÃ«nt p en:&lt;br /&gt;
##H0: p=0 vs H1:p=/=0&lt;br /&gt;
##Een p-waarde &amp;amp;lt;alfa oplevert kan je op significantieniveau alfa:&lt;br /&gt;
##besluiten dat er een lineair verband is tussen X en Y, mogelijks monitoon&lt;br /&gt;
##besluiten dat er een monotoon verband is tussen X en Y&lt;br /&gt;
##niet verwerpen dat er een lineair verband is tussen X en Y, mogelijks lieair&lt;br /&gt;
##niet verwerpen dat er een monotoon verband tussen X en Y.&lt;br /&gt;
#Levensduur van een laptop is exponentieel verdeeld. Verwacht wordt dat een laptop 3 jaar meegaat. Kans dat een laptop langers dan 3jaar meegaat voor een voorzichtige student is 55%, voor een slordige student is dit 30%.&lt;br /&gt;
##Toon aan dat de kans dat een laptop langer als 3jaar meegaat, zonder rekening te houden met voorzichtigheid = 36.79%&lt;br /&gt;
##HoeveelÂ % van de studenten is slordig?&lt;br /&gt;
##Jan heeft 3 jaar zijn laptop, wat is de kans dat hij er voorzichtig mee omgaat?&lt;br /&gt;
#Het aantal vogels dat voederplaatsen bezoekt wordt verwacht op 35 door Natuurpunt. Dit jaar werden in 100 tuinen gemiddeld 41 vogels per tuin waargenomen met een standaarddeviatie van 24. Is het gemiddeld aantal vogels per tuin dit jaar groter dan verwacht door Natuurpunt?&lt;br /&gt;
##H0 en H1?&lt;br /&gt;
##Welke teststatistiek gebruik je? Wat is de verdeling ervan onder H0?&lt;br /&gt;
##Welke veronderstellingen maak je om deze test te mogen uitvoeren?&lt;br /&gt;
##Bereken de testwaarde&lt;br /&gt;
##Bereken de (benaderende) p-waarde, geef de formule en de (benaderende) waarde ervan.in deze steekproef.&lt;br /&gt;
##Maak een schets en duid er de testwaarde en p-waarde op aan.&lt;br /&gt;
##Wat besluit je op basis van de p-waarde?&lt;br /&gt;
##Maak je hierbij mogelijk een type I of type II fout?&lt;br /&gt;
#De ontkieming van zaden werd onderzocht bij licht en schemerdonker. 86 van de 100 zaden ontkiemden bij licht, 60 van de 80 zaden ontkiemden bij schemerdonker. 4.1 Onderzoek als er meer zaden ontkiemen bij licht dan schemerdonker, formuleer besluit op significantieniveau 0.05.&lt;br /&gt;
##H0 en H1?&lt;br /&gt;
##Teststatistiek, benaderende verdeling onder H0 en testwaarde&lt;br /&gt;
##p-waarde? Geef uitdrukking met kans als de (benaderende) waarde.&lt;br /&gt;
##Formuleer een zo volledig mogelijk besluit.&lt;br /&gt;
#Stel een 80% betrouwbaarheidsinterval op voor de proportie van zaden die bij licht ontkiemen.&lt;br /&gt;
##Wat is de betekenis van dit betrouwbaarheidsinterval?&lt;br /&gt;
##Vraagjes met R-output (gegevens van ANOVA kunnen berekenen, RÂ² kunnen geven + betekenis,...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 januari 2014===&lt;br /&gt;
#Juist of fout. Leg uit en indien nodig verbeter.&lt;br /&gt;
#een exp (Î») met Î»&amp;amp;gt;0 geeftÂ Î£xi ~ N(n/Î» , n/Î»Â²)&lt;br /&gt;
#als X en Y normaal verdeeld zijn, dan is X - Y eveneens normaal verdeeld&lt;br /&gt;
#(weet ik niet meer)&lt;br /&gt;
#een symmetrische histogram is een grafische voorstelling van normaal verdeelde resultaten.&lt;br /&gt;
#Een kansberekeningsvraag: in een winkel geven klanten gemiddeld 70euro uit met een standaardeviatie van 20euro.&lt;br /&gt;
#Wat is de kans dat iemand in de winkel meer dan 40euro uitgeeft?&lt;br /&gt;
#Er staan 10 klanten in de rij aan te schuiven van de kassa. Wat is de kans dat 3 klanten minder dan 40euro uitgeven?&lt;br /&gt;
#Er staan nu 100 klanten in de rij van de kassa aan te schuiven. Wat is de kans dat minstens 30 klanten minder dan 40euro uitgeven?&lt;br /&gt;
#Betrouwbaarheidsinterval vraag:Er wordt een onderzoek gedaan naar de voorkeur van lezers, welke soort drager (papier, e-book, ...) zij verkiezen om te lezen. Er werden 1000 mensen ondervraagd, waarvan 93% zei dat ze het liefst papier als drager gebruiken om te lezen. 62% leest een krant het liefste met papier als drager. 8 op 10 zegt dat ze boeken het liefst lezen als papier de drager is.&lt;br /&gt;
#Zoek het 95% BI voor de mensen die het liefste lezen met papier als dragen&lt;br /&gt;
#Zoek het 99% BI voor de mensen die kranten het liefste lezen met papier als drager.&lt;br /&gt;
#Leg de betekenis van het laatste BI zo grondig mogelijk uit.&lt;br /&gt;
#Hypothesevraag met Î±= 0,05:Een schoenenverkoopster beweert dat vrouwen met een kleine schoenmaat schoenen kopen waarvan de hak gemiddeld hoger is dan de hak van vrouwen met een grote schoenmaat. De schoenverkoopster schrijft van 70 vrouwen die elk 1 paar schoenen kopen, de schoenmaat en de haklengte op. De schoenmaten worden onderverdeeld in kleine en grote schoenmaten. 31 vrouwen met kleine schoenmaat kopen schoenen met een gemiddelde haklengte van 4,39cm met een standaardvariantie van 3,14cmÂ² en 39 vrouwen met grote schoenmaat kopen schoenen met een gemiddelde haklengte van 3,45cm en een standaardvariantie van 5,16cmÂ².&lt;br /&gt;
##Stel een goede H0 en H1 op&lt;br /&gt;
##Welke veronderstellingen maak je en hoe kom je hieraan?&lt;br /&gt;
##Geeft de correcte test-statistiek&lt;br /&gt;
##Zoek de P-waarde&lt;br /&gt;
##Concludeer je resultaten en formuleer een goed antwoord.&lt;br /&gt;
##Welke fout wordt hier gemaakt, type I of type II en waarom?&lt;br /&gt;
#Hypothesevraag met Î±= 0,05: Tijdens de solden wordt een onderzoekbureau belast met de taak om te onderzoeken of er een verband bestaat tussen de gemiddelde kortingspercentages die worden gegeven door de winkels en het aantal dagen dat de solden al bezig zijn (van 3 januari tot 31 januari).(hier worden een aantal R - scripten en resultaten en grafieken van een aantal test gegeven: Pearson en Shapiro-Wilk test dacht ik. Er zijn 4 scripten gegeven: deze van de gemiddelde kortingspercanteges, van de aantal dagen dat de solden al bezig zijn, eentje waarin de 2 vorige gecombineerd zijn in een Pearson correlatie test en eentje waar ze gecombineerd zijn in een Shapiro - Wilk test)&lt;br /&gt;
##Vul de R-scripten aan door de juiste waarde in te vullen bij a) en b) (==&amp;amp;gt; a) was een getal bij df en b) was het getal bij p-value)&lt;br /&gt;
##Stel een goede H0 en H1 hypothese op&lt;br /&gt;
##Welke test statistiek gebruik je?&lt;br /&gt;
##Zoek de p-waarde aan de hand van de gegeven R-scripten&lt;br /&gt;
##Concludeer je resultaten en formuleer een goed antwoord.&lt;br /&gt;
===17 Januari 2014===&lt;br /&gt;
#Juist of fout. Leg uit en indien nodig verbeter.&lt;br /&gt;
##Als je 2 steekproeven hebt met dezelfde grote n en een gemiddelde kans p. Dan is het betrouwbaarheidsinterval van 90% het breedste bij de steekproef met de grootste p.&lt;br /&gt;
##Je hebt twee continue, afhankelijke toevalsvariabe X en Y met f(x,y) de gezamelijke dichtheid en f(x) en f(y) de marginale dichtheid voor respectievelijk X en Y. Dan geldt f(x,y) =/ f(x)f(y) voor elke mogelijke (x,y). (=/ staat voor: is niet gelijk aan)&lt;br /&gt;
##Als de whiskers van een boxplot ongeveer even groot zijn, dan is de variabele normaal verdeeld&lt;br /&gt;
##Je hebt kansmodel Exp(2). dan is P(x&amp;amp;gt;7|x&amp;amp;gt;3) = P(x&amp;amp;gt;4)&lt;br /&gt;
#Er werdt een onderzoek gedaan bij 3400 bestuurders die betrokken zijn geweest bij een ongeval. Van deze bestuurders waren 26.7% onder invloed van drugs enÂ  29.1% hadden overmatig alchol gebruikt. Men wil nagaan hoe correct de alcohol en drugtest zijn. Als je weet dan 65% positief test als ze drugs gebruikt hebbenÂ  en 80% test positief als ze overmatig alcohol gebruik. Je weet ook dat 40% negatief test en geen alchol en drugs gbruikt heeft. We nemen aan dat het samen gebruiken van alchol en drugs niet voor komt.&lt;br /&gt;
##Toon aan dat de kans dat men positief test gelijk is aan 44.8%&lt;br /&gt;
##Wat is de kans dat iemand die positief test drugs heeft gebruikt?&lt;br /&gt;
##Wat is de kans dat iemand niets gebruikt heeft indien die negatief test?&lt;br /&gt;
#Er werd een onderzoek uitgevoerd bij 5 cafÃ©gangers. Ze kregen elk 2 pijlen. De eerste keer mochten ze smijten met hun voorkeurs hand, de tweede keer moesten ze smijten met de andere hand. (Gegeven een tabel met scores) Onderzoek of de gemiddelde score met hun voorkeurshand hoger ligt dan de gemiddelde score met de andere hand.&lt;br /&gt;
##stel de hyphotheses op&lt;br /&gt;
##welke veronderstellingen maak je?&lt;br /&gt;
##welke teststatistiek gebruik je?&lt;br /&gt;
##wat is de T-waarde?&lt;br /&gt;
##wat is de P-waarde?&lt;br /&gt;
##Wat is het resultaat van deze test? Leg uit voor dit voorbeeld&lt;br /&gt;
##maak een voortstelling van de P-waarde&lt;br /&gt;
##stel dat je veronderstelling niet klopt. Welke teststatistiek gebruik je dan?&lt;br /&gt;
###Voer deze test uit:&lt;br /&gt;
###wat is de T-waarde&lt;br /&gt;
###wat is de P-waarde?&lt;br /&gt;
###Wat is het resultaat van deze test? Leg uit voor dit voorbeeld&lt;br /&gt;
##je hebt output gekregen in verband met regressie en daar wat vragen bij.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 Januari 2012===&lt;br /&gt;
#3 Meerkeuzevragen &amp;amp;amp; uitleggen waarom&lt;br /&gt;
##X1,...,X100 is Poisson verdeeld met n=51, variantie=4 --&amp;amp;gt; wat is E(X) en Var(X) van gemiddeldeXn bij normale verdeling.&lt;br /&gt;
##i.v.m. gemiddelde van steekproefgemiddelde als benadering van populatiegemiddelde --&amp;amp;gt; enkel bij normale verdeling of bij elke verdeling waar; is steekproefgemiddelde evengoed een benadering van populatiegemiddelde; ...&lt;br /&gt;
##X is niet normaal verdeeld, Y= sqrt(X) is wel normaal verdeeld: welke hypothesetesten kan je uitvoeren: H0:Âµ(X)=3 vs H1:Âµ(X)â‰ 3 en/of H0:Âµ(Y)=sqrt(3) vs H1:Âµ(Y)â‰ sqrt(3) en/of H0:Med(X)=3 vs H1:Med(X)â‰ 3 en/of H0:Med(Y)=sqrt(3) vs H1:Med(Y)â‰ sqrt(3) + teststatiestiek geven + zijn besluiten van beide testen equivalent&lt;br /&gt;
#Oefening 1: berekenen van een kans (binomiaal) exact en benaderend met continuiteitscorrectie&lt;br /&gt;
#Oefening 2: Hypothesetest vergelijken gemiddelden van 2 groepen (ongepaard, sigma&#039;s verschillend, ..)=&amp;amp;gt; De vragen hierbij waren:&lt;br /&gt;
##Formuleer de nulhypothese en de alternatieve hypothese.&lt;br /&gt;
##Welke teststatistiek gebruik je, wat is zijn waarde en welke verdeling volgt hij&lt;br /&gt;
##Bereken de p-waarde + definitie&lt;br /&gt;
##Teken deze p-waarde op een grafiek&lt;br /&gt;
##Besluit&lt;br /&gt;
##Welke aannames deed je voor deze hypothese en wordt er aan deze voldaan?&lt;br /&gt;
##Indien niet: wat zou je dan kunnen toepassen&lt;br /&gt;
##Wat betekenen type 1 en type 2 fout bij deze hypothese.&lt;br /&gt;
#Oefening 3: Je krijgt een heleboel statistica - output en een hoop vragen.&lt;br /&gt;
##Geef het regressiemodel&lt;br /&gt;
##Dan 5 vragen ivm anova tabellen, SSM SSE SST, ...&lt;br /&gt;
##Is de correlatie nuttig? stel een hypothese op&lt;br /&gt;
##BI berekenen van de rico&lt;br /&gt;
##definitie BI&lt;br /&gt;
##Aannames + nagaan modelveronderstellingen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18	Januari 2013 (VM)===&lt;br /&gt;
#Thomas Van Den Spiegel is 214 cm groot. Leg uit hoe men kan bepalen hoe groot (of hoe normaal) dit is.&lt;br /&gt;
#Gegeven een tabel met daarin de absolute frequenties van een steekproef naar het spijbelgedrag van leerlingen uit het ASO, BSO en TSO: nooit, soms, vaak. Dit is dus een 3x3 tabel.&lt;br /&gt;
#Test: meer dan 50% van de leerlingen uit het ASO spijbelt nooit.&lt;br /&gt;
##Geef H0.&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek onder H0 en de testwaarde.&lt;br /&gt;
##Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Besluit.&lt;br /&gt;
#Ga na of er een verband is tussen de waarden.&lt;br /&gt;
##Geef H0.&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek onder H0 en de testwaarde.&lt;br /&gt;
##Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Besluit&lt;br /&gt;
#Gegeven de functie  als  en anders 0. Deze stelt de tijd voor die ik nodig heb om op mijn werk te geraken.&lt;br /&gt;
##Ik moet om 9u op mijn werk zijn, wat is de kans dat ik te laat kom als ik om 7u40 vertrek?&lt;br /&gt;
##Over 200 dagen gezien als ik opnieuw om 7u40 vertrek: wat is de kans dat ik hoogstens 20 keer op die 200 dagen te laat kom?&lt;br /&gt;
#Voor een nieuw soort roomijs hebben 9 mensen geproefd en een score tussen 1 en 20 (kan ook tussen 0 en 20 zijn, ik hoop van niet). Er waren 2 scores onder 10 en 7 scores boven 10.&lt;br /&gt;
##Bepaal met een teststatistiek of het ijs lekker is (dus een score groter dan 10).&lt;br /&gt;
###Geef H0.&lt;br /&gt;
###Geef de teststatistiek onder H0 en de testwaarde.&lt;br /&gt;
###Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
###Besluit.&lt;br /&gt;
##Wat is het 95% betrouwbaarheidsinterval van de mediaan? Wat betekent dit interval concreet voor dit voorbeeld?&lt;br /&gt;
#Een lineair verband tussen de maandelijkse productie van windmolens en de hoeveelheid wind, gezien over 32 maanden. Gegeven de output van de lm-functie uit R, een paar Shapiro-Wilk tests, enkele QQ-plots en de residuplot.&lt;br /&gt;
##Is het een goed model? (of zoiets)&lt;br /&gt;
##Vul de ANOVA tabel in (enkel 1 en F zijn gegeven)&lt;br /&gt;
##Wat betekent Std. Error in die lm-functie&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jos Appeltros</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Eenheidsbewerkingen_van_de_chemische_industrie&amp;diff=575</id>
		<title>Eenheidsbewerkingen van de chemische industrie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Eenheidsbewerkingen_van_de_chemische_industrie&amp;diff=575"/>
		<updated>2017-07-24T21:03:37Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jos Appeltros: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie== &lt;br /&gt;
Eenheidsbewerkingen Chemische Industrieën is een vak van de 3de bachelor Bio-Ingenieurswetenschappen. Het vak zit in het pakket van de minor Chemische Technologie van de chemisten (je mag het niet opnemen als je geen Fysische Transportverschijnselen hebt gevolgd). Het wordt gedoceerd door twee proffen, Jan DegrÃ¨ve en Peter Van Puyvelde. Eerstgenoemde geeft les gedurende de eerste helft van het semester, over de theoretische kant van de eenheidsbewerkingen (meer specifiek gaat dit over scheidingsprocessen: destillatie, absorptie, extractie). Dit is ook het deel waar de oefenzittingen over zullen gaan (de laatste 3 oefenzittingen zijn computerzittingen, waarbij men leert werken met Aspen Plus, een programma om industriële processen te berekenen en ontwerpen, hier moet op het einde een verslag van worden ingediend). De tweede helft van de hoorcolleges worden gegeven door Van Puyvelde die het heeft over de toegepaste kant, meer bepaald een gedetailleerde studie van een olieraffinaderij en van de ammoniaksynthese. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het examen is volledig open boek, en bestaat uit een stuk theorie van de hoorcolleges van Degrève, een stuk theorie van Van Puyvelde&#039;s deel en twee oefeningen zoals die in de oefenzittingen. De theoriegedeelten zijn mondeling te verdedigen. Het wordt aangeraden extra goed op uw tijdsindeling te letten want je krijgt niet veel tijd voor het theoriegedeelte (TIP: zeker het deel van Van Puyvelde niet te slordig leren, hij vraagt door bij het mondeling (voorbeelden!) en dan heb je geen tijd om op te zoeken).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kijk ook op de LBK Examenwiki voor meer examenvragen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
=== 28 augustus 2015 ===&lt;br /&gt;
=====DegrÃ¨ve=====&lt;br /&gt;
# Topsectie gegeven me 2 platen, je had je kunnen vergissen met drie maar het was een totale reboiler denk ik. Dan moest je dat tekenen in een xy diagram met werklijn en voedinglijn waarvan q=0. Ook alle dingen aanduiden van Xb en al.&lt;br /&gt;
# Iets van warmtewisseling, da ge de warmtewisseling via conductie moet geven ofzo (ik weet het niet meer goed). Je moest ook zeggen of een muur bestaande uit 2 baksteen lagen met spouw dinges tussen beter is dan enkel bakstenen ofzo en dan ook da temperatuurprofiel weergeven.&lt;br /&gt;
=====Van Puyvelde:=====&lt;br /&gt;
# Cetaangetal uitleggen en welke structuren een hoog cetaangetal geven en uitleggen hoe dieje motor werkte (da was een bijvraag).&lt;br /&gt;
# Iets me ratio van stoom/ethaan of da goe was da da hoog was. Bijvragen bij mij waren wa invloed op de kinetiek da had als ge veel stoom toevoegde en wa ge moest doen als voeding nafta ipv ethaan werd.&lt;br /&gt;
# Linde proces&lt;br /&gt;
=====Oefeningen:=====&lt;br /&gt;
# Ineens dingen met azeotropen en al da ge die ga destilleren me 2 kolommen één op gewone atmosferische druk en de andere op 10 atmosfeer. ge wist denk ik alles van die 2 kolommen (van partiele reboiler en reflux enal). ge moest kiezen welke kolom ge eerst ging gebruiken en dan welke stroom ge ging gebruiken om als voeding voor uw tweede kolom zou gebruiken. dan daar wa zever mee berekenen en dan zei em wa er zou gebeuren als ge oneindig veel platen in uw eerste kolom zou steken ofzo. en dan weeral shit berekenen&lt;br /&gt;
# absorptie oefening, waar ge alles zo wa moest omrekenen enal en dan wa dingen berekenen en tekenen. dan zei die da er ineens een verlies was tussen twee platen en dan moest ge tekenen hoe da te zien ging zijn op uw grafiek en dan terug dings berkenen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
Vragen Degreve:&lt;br /&gt;
# Wat is pinching en leg uit toegepast op desorptie. Maak één of twee grafieken en duidt daar voldoende &#039;labels&#039; op aan zodat het begrijpbaar is. Geef specifiek welke values gegeven/gespecifieerd zijn en welke je kan laten variëren.&lt;br /&gt;
# Er gebeurt een vloeistof-vloeistofextractie in 3 stappen, ge krijgt daar een schematische voorstelling van. Hij wilt dat ge de tekening aanvult met een opstelling waarmee ge het extract zou kunnen zuiveren. Ik had daar een desorptiekolom waar ge uw extract doorstuurt, dat er dan proper terug uitkomt, waarna ge da solvent terug kunt loopen naar uw opstelling. (Hij leek semi tevreden). Ge moest dan op zo&#039;n driehoeksdiagram tonen hoe ge daar op al uw samenstellingen kon aflezen (dus de constructie daarvan geven). Hij vroeg daar dan bij hoe ge die samenstellingen afleest, waar ergens R3 en E3 zouden liggen en of E (de samengebrachte E1, E2 en E3) perse op die bolle curve moest liggen (het antwoord was nee, E1, E2 en E3 moeten daar allemaal op liggen maar als die samengevoegd worden hoeft dat dus niet meer).&lt;br /&gt;
Vragen Van Puyvelde:&lt;br /&gt;
# Leg octaangetal uit, welke structuren hebben daar invloed op (alles uitleggen daarover, zeggen dat aromaten en vertakte moleculen een hoog octaangetal geven)&lt;br /&gt;
# De rol van stoom bij steamcracking helemaal uitleggen&lt;br /&gt;
# Uitleggen waarom de eerste reactor bij ammoniaksynthese opereert als &amp;quot;slechte reactor&amp;quot;&lt;br /&gt;
Oefeningen (prepare for some real shit):&lt;br /&gt;
#* Een standard destillatie, ge moet een beetje extra zoekwerk verrichten want hij doet een beetje vaag over de samenstellingen van de stromen en ge krijgt een grafiek van component B ipv A, maar met wat redeneerwerk komt ge er wel, daarbij vraagt hij het aantal platen en de locatie van de voeding (gg easy). Dan begint hij te wenen dat de condensor nu uw vloeistof onderkoelt (15 graden kouder dan kookpunt) en dat dat dus een deel van de vapour van de bovenste plaat gaat condenseren. De reflux wordt hetzelfde gehouden als daarvoor. Berekenen hoeveel energie er onttrokken wordt aan de condensor (in watt), berekenen wat dan de &amp;quot;reëele reflux&amp;quot; van de platen in de kolom is en een tabel invullen met D, N en L&#039;/V&#039; voor en na da ge die reboiler zo maakt (uitleggen hoe ge alles berekent en waarom)&lt;br /&gt;
#*  Hier weet ik ni zoveel meer van want die vraag was naar de kloten. Een vloeistof-vloeistof extractie, ge moest berekenen wat het minimale vloeistof debiet moest zijn voor een recovery van 92 procent, ge moest dat ook tekenen op mm-papier (like wut?), dan moest ge berekenen hoeveel trappen ge nodig hebt als ge 1,4Lmin gebruikt als stroom. Dan wa er zou gebeuren als ne pipo dat in gelijkstroom ipv in tegenstroom aansluit (come again, nigga?). Dan kreeg ge een driehoeksdiagram ZONDER ONTMENGINGSGEBIED (???) en daar moest ge dan vanalle tie-lines tekenen voor verschillende mengsels van A en B en daar moest ge grafisch Lmin op bepalen en dan vergelijken me wa ge eerder al berekend had. Dan als laatste ging em daar een driestapsreactie van maken en moest ge ook nog is op die driehoek of op mm-papier tonen hoe da dan zou verlopen en wa de samenstelling opt einde zou zijn.&lt;br /&gt;
===19 januari 2012===&lt;br /&gt;
	I. Deel Degrève&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Wanneer treedt pinching op bij desorptie? Leg ook uit wat men kan veranderen om een (bestaande) desorptiekolom te verbeteren.&lt;br /&gt;
#Bij welk probleem en proces is onderstaande grafiek van toepassing? Vervolledig de flow chart en zet labels bij de pijlen &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Bestand:azeotrope_destillatie.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	II. Deel Van Puyvelde&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#In een raffinaderij wil men een mengsel scheiden met volgende scheidingstrein. Het mengsel bestaat uit propaan (C3), butaan (nC4), isobutaan (iC4), pentaan (nC5) en isopentaan (iC5). (Alle massastromen en relatieve volatiliteiten zijn gegeven). Vul de stromen in bij de pijlen. Welke alternatieve scheidingstrein zou je nog voorstellen? [[Bestand:scheidingstrein.png]]&lt;br /&gt;
#Geef voor een sterk exotherme reactie A + B -&amp;gt; C vier mogelijke manieren die we gezien hebben om oververhitting tegen te gaan.&lt;br /&gt;
#Hoe ziet de reactor van een katalytische kraking eruit in een raffinaderij?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	III. Oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#In een destillatietoren wil men een mengsel van 55 mol% n-pentaan en 45mol% n-hexaan scheiden. Het debiet van de voeding is 1000kmol/h en de temperatuur is 55°C. Het destillaat bevat 99,93 mol% pentaan. Er komt 99,5% van het pentaan in het destillaat terecht. De refluxverhouding is 2,8 en als relatieve volatileit mag men alpha=2,5 als constant beschouwen.&lt;br /&gt;
#*Geef een schema van het proces, en duid de stromen aan.&lt;br /&gt;
#*Bereken de debieten van de stromen en hun samenstelling. &lt;br /&gt;
#*Wat is de toestand van de voeding? (T-xy grafiek gegeven)&lt;br /&gt;
#*Bepaal de minimale refluxverhouding grafisch en met de formule van Underwood. (x,y-grafiek gegeven)&lt;br /&gt;
#*Bepaal het aantal evenwichtsplaten. Leg duidelijk uit welke stappen je neemt en duid de verschillende lijnen aan op de grafiek. (Nog een x,y-grafiek gegeven)&lt;br /&gt;
#*Bepaal het minimum aantal evenwichtsplaten om de destillatie uit te kunnen voeren grafisch en via de formule van Fenske. (Nog een x,y-grafiek gegeven)&lt;br /&gt;
#Men wenst een luchtstroom te zuiveren van aceton door een tegenstroom absorptieproces met zuiver water als solvent. Het debiet van de luchtstroom is 100mol/h en het debiet van de waterstroom is 300mol/h. Bij aanvang is de molaire fractie van aceton in de luchtstroom gelijk aan 0,01 maar men wil deze zuiveren tot 0,0005. De vergelijking van de evenwichtslijn wordt gegeven door Y=2,45*X. De  hoeveelheid waterdamp in de luchtstroom en de hoeveelheid lucht opgelost in water mag verwaarloosd worden.&lt;br /&gt;
#*Geef een schema van het proces, en duid de stromen aan.&lt;br /&gt;
#**Bereken de debieten van alle in- en uitgaande stromen.&lt;br /&gt;
#**Bereken de debieten van de inwendige stromen van de dragers.&lt;br /&gt;
#**Bereken de molaire fractie aceton in de uitgaande &#039;&#039;&#039;vloeistof&#039;&#039;&#039;stroom.&lt;br /&gt;
#*Geef de molaire verhouding aceton t.o.v. de uitgaande &#039;&#039;&#039;water&#039;&#039;&#039;stroom (wat is het verschil met molaire fractie t.o.v. vloeistofstroom?).&lt;br /&gt;
#*Bereken het minimale debiet van de waterstroom (millimeterpapier gegeven om constructie te maken) en leg uit hoe je te werk bent gegaan.&lt;br /&gt;
#*Bereken het aantal evenwichtstrappen onder operationele condities.&lt;br /&gt;
#*Bereken de recovery van aceton.&lt;br /&gt;
#*Stel dat de ingaande waterstroom niet zuiver zou zijn maar een beetje aceton zou bevatten, wat zou het gevolg zijn voor de recovery?&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jos Appeltros</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Eenheidsbewerkingen_van_de_chemische_industrie&amp;diff=574</id>
		<title>Eenheidsbewerkingen van de chemische industrie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Eenheidsbewerkingen_van_de_chemische_industrie&amp;diff=574"/>
		<updated>2017-07-24T21:03:14Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jos Appeltros: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie== inforhe &lt;br /&gt;
Eenheidsbewerkingen Chemische Industrieën is een vak van de 3de bachelor Bio-Ingenieurswetenschappen. Het vak zit in het pakket van de minor Chemische Technologie van de chemisten (je mag het niet opnemen als je geen Fysische Transportverschijnselen hebt gevolgd). Het wordt gedoceerd door twee proffen, Jan DegrÃ¨ve en Peter Van Puyvelde. Eerstgenoemde geeft les gedurende de eerste helft van het semester, over de theoretische kant van de eenheidsbewerkingen (meer specifiek gaat dit over scheidingsprocessen: destillatie, absorptie, extractie). Dit is ook het deel waar de oefenzittingen over zullen gaan (de laatste 3 oefenzittingen zijn computerzittingen, waarbij men leert werken met Aspen Plus, een programma om industriële processen te berekenen en ontwerpen, hier moet op het einde een verslag van worden ingediend). De tweede helft van de hoorcolleges worden gegeven door Van Puyvelde die het heeft over de toegepaste kant, meer bepaald een gedetailleerde studie van een olieraffinaderij en van de ammoniaksynthese. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het examen is volledig open boek, en bestaat uit een stuk theorie van de hoorcolleges van Degrève, een stuk theorie van Van Puyvelde&#039;s deel en twee oefeningen zoals die in de oefenzittingen. De theoriegedeelten zijn mondeling te verdedigen. Het wordt aangeraden extra goed op uw tijdsindeling te letten want je krijgt niet veel tijd voor het theoriegedeelte (TIP: zeker het deel van Van Puyvelde niet te slordig leren, hij vraagt door bij het mondeling (voorbeelden!) en dan heb je geen tijd om op te zoeken).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kijk ook op de LBK Examenwiki voor meer examenvragen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
=== 28 augustus 2015 ===&lt;br /&gt;
=====DegrÃ¨ve=====&lt;br /&gt;
# Topsectie gegeven me 2 platen, je had je kunnen vergissen met drie maar het was een totale reboiler denk ik. Dan moest je dat tekenen in een xy diagram met werklijn en voedinglijn waarvan q=0. Ook alle dingen aanduiden van Xb en al.&lt;br /&gt;
# Iets van warmtewisseling, da ge de warmtewisseling via conductie moet geven ofzo (ik weet het niet meer goed). Je moest ook zeggen of een muur bestaande uit 2 baksteen lagen met spouw dinges tussen beter is dan enkel bakstenen ofzo en dan ook da temperatuurprofiel weergeven.&lt;br /&gt;
=====Van Puyvelde:=====&lt;br /&gt;
# Cetaangetal uitleggen en welke structuren een hoog cetaangetal geven en uitleggen hoe dieje motor werkte (da was een bijvraag).&lt;br /&gt;
# Iets me ratio van stoom/ethaan of da goe was da da hoog was. Bijvragen bij mij waren wa invloed op de kinetiek da had als ge veel stoom toevoegde en wa ge moest doen als voeding nafta ipv ethaan werd.&lt;br /&gt;
# Linde proces&lt;br /&gt;
=====Oefeningen:=====&lt;br /&gt;
# Ineens dingen met azeotropen en al da ge die ga destilleren me 2 kolommen één op gewone atmosferische druk en de andere op 10 atmosfeer. ge wist denk ik alles van die 2 kolommen (van partiele reboiler en reflux enal). ge moest kiezen welke kolom ge eerst ging gebruiken en dan welke stroom ge ging gebruiken om als voeding voor uw tweede kolom zou gebruiken. dan daar wa zever mee berekenen en dan zei em wa er zou gebeuren als ge oneindig veel platen in uw eerste kolom zou steken ofzo. en dan weeral shit berekenen&lt;br /&gt;
# absorptie oefening, waar ge alles zo wa moest omrekenen enal en dan wa dingen berekenen en tekenen. dan zei die da er ineens een verlies was tussen twee platen en dan moest ge tekenen hoe da te zien ging zijn op uw grafiek en dan terug dings berkenen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
Vragen Degreve:&lt;br /&gt;
# Wat is pinching en leg uit toegepast op desorptie. Maak één of twee grafieken en duidt daar voldoende &#039;labels&#039; op aan zodat het begrijpbaar is. Geef specifiek welke values gegeven/gespecifieerd zijn en welke je kan laten variëren.&lt;br /&gt;
# Er gebeurt een vloeistof-vloeistofextractie in 3 stappen, ge krijgt daar een schematische voorstelling van. Hij wilt dat ge de tekening aanvult met een opstelling waarmee ge het extract zou kunnen zuiveren. Ik had daar een desorptiekolom waar ge uw extract doorstuurt, dat er dan proper terug uitkomt, waarna ge da solvent terug kunt loopen naar uw opstelling. (Hij leek semi tevreden). Ge moest dan op zo&#039;n driehoeksdiagram tonen hoe ge daar op al uw samenstellingen kon aflezen (dus de constructie daarvan geven). Hij vroeg daar dan bij hoe ge die samenstellingen afleest, waar ergens R3 en E3 zouden liggen en of E (de samengebrachte E1, E2 en E3) perse op die bolle curve moest liggen (het antwoord was nee, E1, E2 en E3 moeten daar allemaal op liggen maar als die samengevoegd worden hoeft dat dus niet meer).&lt;br /&gt;
Vragen Van Puyvelde:&lt;br /&gt;
# Leg octaangetal uit, welke structuren hebben daar invloed op (alles uitleggen daarover, zeggen dat aromaten en vertakte moleculen een hoog octaangetal geven)&lt;br /&gt;
# De rol van stoom bij steamcracking helemaal uitleggen&lt;br /&gt;
# Uitleggen waarom de eerste reactor bij ammoniaksynthese opereert als &amp;quot;slechte reactor&amp;quot;&lt;br /&gt;
Oefeningen (prepare for some real shit):&lt;br /&gt;
#* Een standard destillatie, ge moet een beetje extra zoekwerk verrichten want hij doet een beetje vaag over de samenstellingen van de stromen en ge krijgt een grafiek van component B ipv A, maar met wat redeneerwerk komt ge er wel, daarbij vraagt hij het aantal platen en de locatie van de voeding (gg easy). Dan begint hij te wenen dat de condensor nu uw vloeistof onderkoelt (15 graden kouder dan kookpunt) en dat dat dus een deel van de vapour van de bovenste plaat gaat condenseren. De reflux wordt hetzelfde gehouden als daarvoor. Berekenen hoeveel energie er onttrokken wordt aan de condensor (in watt), berekenen wat dan de &amp;quot;reëele reflux&amp;quot; van de platen in de kolom is en een tabel invullen met D, N en L&#039;/V&#039; voor en na da ge die reboiler zo maakt (uitleggen hoe ge alles berekent en waarom)&lt;br /&gt;
#*  Hier weet ik ni zoveel meer van want die vraag was naar de kloten. Een vloeistof-vloeistof extractie, ge moest berekenen wat het minimale vloeistof debiet moest zijn voor een recovery van 92 procent, ge moest dat ook tekenen op mm-papier (like wut?), dan moest ge berekenen hoeveel trappen ge nodig hebt als ge 1,4Lmin gebruikt als stroom. Dan wa er zou gebeuren als ne pipo dat in gelijkstroom ipv in tegenstroom aansluit (come again, nigga?). Dan kreeg ge een driehoeksdiagram ZONDER ONTMENGINGSGEBIED (???) en daar moest ge dan vanalle tie-lines tekenen voor verschillende mengsels van A en B en daar moest ge grafisch Lmin op bepalen en dan vergelijken me wa ge eerder al berekend had. Dan als laatste ging em daar een driestapsreactie van maken en moest ge ook nog is op die driehoek of op mm-papier tonen hoe da dan zou verlopen en wa de samenstelling opt einde zou zijn.&lt;br /&gt;
===19 januari 2012===&lt;br /&gt;
	I. Deel Degrève&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Wanneer treedt pinching op bij desorptie? Leg ook uit wat men kan veranderen om een (bestaande) desorptiekolom te verbeteren.&lt;br /&gt;
#Bij welk probleem en proces is onderstaande grafiek van toepassing? Vervolledig de flow chart en zet labels bij de pijlen &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Bestand:azeotrope_destillatie.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	II. Deel Van Puyvelde&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#In een raffinaderij wil men een mengsel scheiden met volgende scheidingstrein. Het mengsel bestaat uit propaan (C3), butaan (nC4), isobutaan (iC4), pentaan (nC5) en isopentaan (iC5). (Alle massastromen en relatieve volatiliteiten zijn gegeven). Vul de stromen in bij de pijlen. Welke alternatieve scheidingstrein zou je nog voorstellen? [[Bestand:scheidingstrein.png]]&lt;br /&gt;
#Geef voor een sterk exotherme reactie A + B -&amp;gt; C vier mogelijke manieren die we gezien hebben om oververhitting tegen te gaan.&lt;br /&gt;
#Hoe ziet de reactor van een katalytische kraking eruit in een raffinaderij?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	III. Oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#In een destillatietoren wil men een mengsel van 55 mol% n-pentaan en 45mol% n-hexaan scheiden. Het debiet van de voeding is 1000kmol/h en de temperatuur is 55°C. Het destillaat bevat 99,93 mol% pentaan. Er komt 99,5% van het pentaan in het destillaat terecht. De refluxverhouding is 2,8 en als relatieve volatileit mag men alpha=2,5 als constant beschouwen.&lt;br /&gt;
#*Geef een schema van het proces, en duid de stromen aan.&lt;br /&gt;
#*Bereken de debieten van de stromen en hun samenstelling. &lt;br /&gt;
#*Wat is de toestand van de voeding? (T-xy grafiek gegeven)&lt;br /&gt;
#*Bepaal de minimale refluxverhouding grafisch en met de formule van Underwood. (x,y-grafiek gegeven)&lt;br /&gt;
#*Bepaal het aantal evenwichtsplaten. Leg duidelijk uit welke stappen je neemt en duid de verschillende lijnen aan op de grafiek. (Nog een x,y-grafiek gegeven)&lt;br /&gt;
#*Bepaal het minimum aantal evenwichtsplaten om de destillatie uit te kunnen voeren grafisch en via de formule van Fenske. (Nog een x,y-grafiek gegeven)&lt;br /&gt;
#Men wenst een luchtstroom te zuiveren van aceton door een tegenstroom absorptieproces met zuiver water als solvent. Het debiet van de luchtstroom is 100mol/h en het debiet van de waterstroom is 300mol/h. Bij aanvang is de molaire fractie van aceton in de luchtstroom gelijk aan 0,01 maar men wil deze zuiveren tot 0,0005. De vergelijking van de evenwichtslijn wordt gegeven door Y=2,45*X. De  hoeveelheid waterdamp in de luchtstroom en de hoeveelheid lucht opgelost in water mag verwaarloosd worden.&lt;br /&gt;
#*Geef een schema van het proces, en duid de stromen aan.&lt;br /&gt;
#**Bereken de debieten van alle in- en uitgaande stromen.&lt;br /&gt;
#**Bereken de debieten van de inwendige stromen van de dragers.&lt;br /&gt;
#**Bereken de molaire fractie aceton in de uitgaande &#039;&#039;&#039;vloeistof&#039;&#039;&#039;stroom.&lt;br /&gt;
#*Geef de molaire verhouding aceton t.o.v. de uitgaande &#039;&#039;&#039;water&#039;&#039;&#039;stroom (wat is het verschil met molaire fractie t.o.v. vloeistofstroom?).&lt;br /&gt;
#*Bereken het minimale debiet van de waterstroom (millimeterpapier gegeven om constructie te maken) en leg uit hoe je te werk bent gegaan.&lt;br /&gt;
#*Bereken het aantal evenwichtstrappen onder operationele condities.&lt;br /&gt;
#*Bereken de recovery van aceton.&lt;br /&gt;
#*Stel dat de ingaande waterstroom niet zuiver zou zijn maar een beetje aceton zou bevatten, wat zou het gevolg zijn voor de recovery?&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jos Appeltros</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Eenheidsbewerkingen_van_de_chemische_industrie&amp;diff=573</id>
		<title>Eenheidsbewerkingen van de chemische industrie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Eenheidsbewerkingen_van_de_chemische_industrie&amp;diff=573"/>
		<updated>2017-07-24T21:02:42Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jos Appeltros: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Eenheidsbewerkingen Chemische Industrieën is een vak van de 3de bachelor Bio-Ingenieurswetenschappen. Het vak zit in het pakket van de minor Chemische Technologie van de chemisten (je mag het niet opnemen als je geen Fysische Transportverschijnselen hebt gevolgd). Het wordt gedoceerd door twee proffen, Jan DegrÃ¨ve en Peter Van Puyvelde. Eerstgenoemde geeft les gedurende de eerste helft van het semester, over de theoretische kant van de eenheidsbewerkingen (meer specifiek gaat dit over scheidingsprocessen: destillatie, absorptie, extractie). Dit is ook het deel waar de oefenzittingen over zullen gaan (de laatste 3 oefenzittingen zijn computerzittingen, waarbij men leert werken met Aspen Plus, een programma om industriële processen te berekenen en ontwerpen, hier moet op het einde een verslag van worden ingediend). De tweede helft van de hoorcolleges worden gegeven door Van Puyvelde die het heeft over de toegepaste kant, meer bepaald een gedetailleerde studie van een olieraffinaderij en van de ammoniaksynthese. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het examen is volledig open boek, en bestaat uit een stuk theorie van de hoorcolleges van Degrève, een stuk theorie van Van Puyvelde&#039;s deel en twee oefeningen zoals die in de oefenzittingen. De theoriegedeelten zijn mondeling te verdedigen. Het wordt aangeraden extra goed op uw tijdsindeling te letten want je krijgt niet veel tijd voor het theoriegedeelte (TIP: zeker het deel van Van Puyvelde niet te slordig leren, hij vraagt door bij het mondeling (voorbeelden!) en dan heb je geen tijd om op te zoeken).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kijk ook op de LBK Examenwiki voor meer examenvragen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
=== 28 augustus 2015 ===&lt;br /&gt;
=====DegrÃ¨ve=====&lt;br /&gt;
# Topsectie gegeven me 2 platen, je had je kunnen vergissen met drie maar het was een totale reboiler denk ik. Dan moest je dat tekenen in een xy diagram met werklijn en voedinglijn waarvan q=0. Ook alle dingen aanduiden van Xb en al.&lt;br /&gt;
# Iets van warmtewisseling, da ge de warmtewisseling via conductie moet geven ofzo (ik weet het niet meer goed). Je moest ook zeggen of een muur bestaande uit 2 baksteen lagen met spouw dinges tussen beter is dan enkel bakstenen ofzo en dan ook da temperatuurprofiel weergeven.&lt;br /&gt;
=====Van Puyvelde:=====&lt;br /&gt;
# Cetaangetal uitleggen en welke structuren een hoog cetaangetal geven en uitleggen hoe dieje motor werkte (da was een bijvraag).&lt;br /&gt;
# Iets me ratio van stoom/ethaan of da goe was da da hoog was. Bijvragen bij mij waren wa invloed op de kinetiek da had als ge veel stoom toevoegde en wa ge moest doen als voeding nafta ipv ethaan werd.&lt;br /&gt;
# Linde proces&lt;br /&gt;
=====Oefeningen:=====&lt;br /&gt;
# Ineens dingen met azeotropen en al da ge die ga destilleren me 2 kolommen één op gewone atmosferische druk en de andere op 10 atmosfeer. ge wist denk ik alles van die 2 kolommen (van partiele reboiler en reflux enal). ge moest kiezen welke kolom ge eerst ging gebruiken en dan welke stroom ge ging gebruiken om als voeding voor uw tweede kolom zou gebruiken. dan daar wa zever mee berekenen en dan zei em wa er zou gebeuren als ge oneindig veel platen in uw eerste kolom zou steken ofzo. en dan weeral shit berekenen&lt;br /&gt;
# absorptie oefening, waar ge alles zo wa moest omrekenen enal en dan wa dingen berekenen en tekenen. dan zei die da er ineens een verlies was tussen twee platen en dan moest ge tekenen hoe da te zien ging zijn op uw grafiek en dan terug dings berkenen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
Vragen Degreve:&lt;br /&gt;
# Wat is pinching en leg uit toegepast op desorptie. Maak één of twee grafieken en duidt daar voldoende &#039;labels&#039; op aan zodat het begrijpbaar is. Geef specifiek welke values gegeven/gespecifieerd zijn en welke je kan laten variëren.&lt;br /&gt;
# Er gebeurt een vloeistof-vloeistofextractie in 3 stappen, ge krijgt daar een schematische voorstelling van. Hij wilt dat ge de tekening aanvult met een opstelling waarmee ge het extract zou kunnen zuiveren. Ik had daar een desorptiekolom waar ge uw extract doorstuurt, dat er dan proper terug uitkomt, waarna ge da solvent terug kunt loopen naar uw opstelling. (Hij leek semi tevreden). Ge moest dan op zo&#039;n driehoeksdiagram tonen hoe ge daar op al uw samenstellingen kon aflezen (dus de constructie daarvan geven). Hij vroeg daar dan bij hoe ge die samenstellingen afleest, waar ergens R3 en E3 zouden liggen en of E (de samengebrachte E1, E2 en E3) perse op die bolle curve moest liggen (het antwoord was nee, E1, E2 en E3 moeten daar allemaal op liggen maar als die samengevoegd worden hoeft dat dus niet meer).&lt;br /&gt;
Vragen Van Puyvelde:&lt;br /&gt;
# Leg octaangetal uit, welke structuren hebben daar invloed op (alles uitleggen daarover, zeggen dat aromaten en vertakte moleculen een hoog octaangetal geven)&lt;br /&gt;
# De rol van stoom bij steamcracking helemaal uitleggen&lt;br /&gt;
# Uitleggen waarom de eerste reactor bij ammoniaksynthese opereert als &amp;quot;slechte reactor&amp;quot;&lt;br /&gt;
Oefeningen (prepare for some real shit):&lt;br /&gt;
#* Een standard destillatie, ge moet een beetje extra zoekwerk verrichten want hij doet een beetje vaag over de samenstellingen van de stromen en ge krijgt een grafiek van component B ipv A, maar met wat redeneerwerk komt ge er wel, daarbij vraagt hij het aantal platen en de locatie van de voeding (gg easy). Dan begint hij te wenen dat de condensor nu uw vloeistof onderkoelt (15 graden kouder dan kookpunt) en dat dat dus een deel van de vapour van de bovenste plaat gaat condenseren. De reflux wordt hetzelfde gehouden als daarvoor. Berekenen hoeveel energie er onttrokken wordt aan de condensor (in watt), berekenen wat dan de &amp;quot;reëele reflux&amp;quot; van de platen in de kolom is en een tabel invullen met D, N en L&#039;/V&#039; voor en na da ge die reboiler zo maakt (uitleggen hoe ge alles berekent en waarom)&lt;br /&gt;
#*  Hier weet ik ni zoveel meer van want die vraag was naar de kloten. Een vloeistof-vloeistof extractie, ge moest berekenen wat het minimale vloeistof debiet moest zijn voor een recovery van 92 procent, ge moest dat ook tekenen op mm-papier (like wut?), dan moest ge berekenen hoeveel trappen ge nodig hebt als ge 1,4Lmin gebruikt als stroom. Dan wa er zou gebeuren als ne pipo dat in gelijkstroom ipv in tegenstroom aansluit (come again, nigga?). Dan kreeg ge een driehoeksdiagram ZONDER ONTMENGINGSGEBIED (???) en daar moest ge dan vanalle tie-lines tekenen voor verschillende mengsels van A en B en daar moest ge grafisch Lmin op bepalen en dan vergelijken me wa ge eerder al berekend had. Dan als laatste ging em daar een driestapsreactie van maken en moest ge ook nog is op die driehoek of op mm-papier tonen hoe da dan zou verlopen en wa de samenstelling opt einde zou zijn.&lt;br /&gt;
===19 januari 2012===&lt;br /&gt;
	I. Deel Degrève&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Wanneer treedt pinching op bij desorptie? Leg ook uit wat men kan veranderen om een (bestaande) desorptiekolom te verbeteren.&lt;br /&gt;
#Bij welk probleem en proces is onderstaande grafiek van toepassing? Vervolledig de flow chart en zet labels bij de pijlen &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Bestand:azeotrope_destillatie.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	II. Deel Van Puyvelde&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#In een raffinaderij wil men een mengsel scheiden met volgende scheidingstrein. Het mengsel bestaat uit propaan (C3), butaan (nC4), isobutaan (iC4), pentaan (nC5) en isopentaan (iC5). (Alle massastromen en relatieve volatiliteiten zijn gegeven). Vul de stromen in bij de pijlen. Welke alternatieve scheidingstrein zou je nog voorstellen? [[Bestand:scheidingstrein.png]]&lt;br /&gt;
#Geef voor een sterk exotherme reactie A + B -&amp;gt; C vier mogelijke manieren die we gezien hebben om oververhitting tegen te gaan.&lt;br /&gt;
#Hoe ziet de reactor van een katalytische kraking eruit in een raffinaderij?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	III. Oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#In een destillatietoren wil men een mengsel van 55 mol% n-pentaan en 45mol% n-hexaan scheiden. Het debiet van de voeding is 1000kmol/h en de temperatuur is 55°C. Het destillaat bevat 99,93 mol% pentaan. Er komt 99,5% van het pentaan in het destillaat terecht. De refluxverhouding is 2,8 en als relatieve volatileit mag men alpha=2,5 als constant beschouwen.&lt;br /&gt;
#*Geef een schema van het proces, en duid de stromen aan.&lt;br /&gt;
#*Bereken de debieten van de stromen en hun samenstelling. &lt;br /&gt;
#*Wat is de toestand van de voeding? (T-xy grafiek gegeven)&lt;br /&gt;
#*Bepaal de minimale refluxverhouding grafisch en met de formule van Underwood. (x,y-grafiek gegeven)&lt;br /&gt;
#*Bepaal het aantal evenwichtsplaten. Leg duidelijk uit welke stappen je neemt en duid de verschillende lijnen aan op de grafiek. (Nog een x,y-grafiek gegeven)&lt;br /&gt;
#*Bepaal het minimum aantal evenwichtsplaten om de destillatie uit te kunnen voeren grafisch en via de formule van Fenske. (Nog een x,y-grafiek gegeven)&lt;br /&gt;
#Men wenst een luchtstroom te zuiveren van aceton door een tegenstroom absorptieproces met zuiver water als solvent. Het debiet van de luchtstroom is 100mol/h en het debiet van de waterstroom is 300mol/h. Bij aanvang is de molaire fractie van aceton in de luchtstroom gelijk aan 0,01 maar men wil deze zuiveren tot 0,0005. De vergelijking van de evenwichtslijn wordt gegeven door Y=2,45*X. De  hoeveelheid waterdamp in de luchtstroom en de hoeveelheid lucht opgelost in water mag verwaarloosd worden.&lt;br /&gt;
#*Geef een schema van het proces, en duid de stromen aan.&lt;br /&gt;
#**Bereken de debieten van alle in- en uitgaande stromen.&lt;br /&gt;
#**Bereken de debieten van de inwendige stromen van de dragers.&lt;br /&gt;
#**Bereken de molaire fractie aceton in de uitgaande &#039;&#039;&#039;vloeistof&#039;&#039;&#039;stroom.&lt;br /&gt;
#*Geef de molaire verhouding aceton t.o.v. de uitgaande &#039;&#039;&#039;water&#039;&#039;&#039;stroom (wat is het verschil met molaire fractie t.o.v. vloeistofstroom?).&lt;br /&gt;
#*Bereken het minimale debiet van de waterstroom (millimeterpapier gegeven om constructie te maken) en leg uit hoe je te werk bent gegaan.&lt;br /&gt;
#*Bereken het aantal evenwichtstrappen onder operationele condities.&lt;br /&gt;
#*Bereken de recovery van aceton.&lt;br /&gt;
#*Stel dat de ingaande waterstroom niet zuiver zou zijn maar een beetje aceton zou bevatten, wat zou het gevolg zijn voor de recovery?&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jos Appeltros</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Eenheidsbewerkingen_van_de_chemische_industrie&amp;diff=572</id>
		<title>Eenheidsbewerkingen van de chemische industrie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Eenheidsbewerkingen_van_de_chemische_industrie&amp;diff=572"/>
		<updated>2017-07-24T21:01:32Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jos Appeltros: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Eenheidsbewerkingen Chemische Industrieën is een vak van de 3de bachelor Bio-Ingenieurswetenschappen. Het vak zit in het pakket van de minor Chemische Technologie van de chemisten (je mag het niet opnemen als je geen Fysische Transportverschijnselen hebt gevolgd). Het wordt gedoceerd door twee proffen, Jan DegrÃ¨ve en Peter Van Puyvelde. Eerstgenoemde geeft les gedurende de eerste helft van het semester, over de theoretische kant van de eenheidsbewerkingen (meer specifiek gaat dit over scheidingsprocessen: destillatie, absorptie, extractie). Dit is ook het deel waar de oefenzittingen over zullen gaan (de laatste 3 oefenzittingen zijn computerzittingen, waarbij men leert werken met Aspen Plus, een programma om industriële processen te berekenen en ontwerpen, hier moet op het einde een verslag van worden ingediend). De tweede helft van de hoorcolleges worden gegeven door Van Puyvelde die het heeft over de toegepaste kant, meer bepaald een gedetailleerde studie van een olieraffinaderij en van de ammoniaksynthese. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het examen is volledig open boek, en bestaat uit een stuk theorie van de hoorcolleges van Degrève, een stuk theorie van Van Puyvelde&#039;s deel en twee oefeningen zoals die in de oefenzittingen. De theoriegedeelten zijn mondeling te verdedigen. Het wordt aangeraden extra goed op uw tijdsindeling te letten want je krijgt niet veel tijd voor het theoriegedeelte (TIP: zeker het deel van Van Puyvelde niet te slordig leren, hij vraagt door bij het mondeling (voorbeelden!) en dan heb je geen tijd om op te zoeken).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kijk ook op de LBK Examenwiki voor meer examenvragen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
=== 28 augustus 2015 ===&lt;br /&gt;
=====DegrÃ¨ve=====&lt;br /&gt;
# Topsectie gegeven me 2 platen, je had je kunnen vergissen met drie maar het was een totale reboiler denk ik. Dan moest je dat tekenen in een xy diagram met werklijn en voedinglijn waarvan q=0. Ook alle dingen aanduiden van Xb en al.&lt;br /&gt;
# Iets van warmtewisseling, da ge de warmtewisseling via conductie moet geven ofzo (ik weet het niet meer goed). Je moest ook zeggen of een muur bestaande uit 2 baksteen lagen met spouw dinges tussen beter is dan enkel bakstenen ofzo en dan ook da temperatuurprofiel weergeven.&lt;br /&gt;
=====Van Puyvelde:=====&lt;br /&gt;
# Cetaangetal uitleggen en welke structuren een hoog cetaangetal geven en uitleggen hoe dieje motor werkte (da was een bijvraag).&lt;br /&gt;
# Iets me ratio van stoom/ethaan of da goe was da da hoog was. Bijvragen bij mij waren wa invloed op de kinetiek da had als ge veel stoom toevoegde en wa ge moest doen als voeding nafta ipv ethaan werd.&lt;br /&gt;
# Linde proces&lt;br /&gt;
=====Oefeningen:=====&lt;br /&gt;
# Ineens dingen met azeotropen en al da ge die ga destilleren me 2 kolommen één op gewone atmosferische druk en de andere op 10 atmosfeer. ge wist denk ik alles van die 2 kolommen (van partiele reboiler en reflux enal). ge moest kiezen welke kolom ge eerst ging gebruiken en dan welke stroom ge ging gebruiken om als voeding voor uw tweede kolom zou gebruiken. dan daar wa zever mee berekenen en dan zei em wa er zou gebeuren als ge oneindig veel platen in uw eerste kolom zou steken ofzo. en dan weeral shit berekenen&lt;br /&gt;
# absorptie oefening, waar ge alles zo wa moest omrekenen enal en dan wa dingen berekenen en tekenen. dan zei die da er ineens een verlies was tussen twee platen en dan moest ge tekenen hoe da te zien ging zijn op uw grafiek en dan terug dings berkenen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
Vragen Degreve:&lt;br /&gt;
# Wat is pinching en leg uit toegepast op desorptie. Maak één of twee grafieken en duidt daar voldoende &#039;labels&#039; op aan zodat het begrijpbaar is. Geef specifiek welke values gegeven/gespecifieerd zijn en welke je kan laten variëren.&lt;br /&gt;
# Er gebeurt een vloeistof-vloeistofextractie in 3 stappen, ge krijgt daar een schematische voorstelling van. Hij wilt dat ge de tekening aanvult met een opstelling waarmee ge het extract zou kunnen zuiveren. Ik had daar een desorptiekolom waar ge uw extract doorstuurt, dat er dan proper terug uitkomt, waarna ge da solvent terug kunt loopen naar uw opstelling. (Hij leek semi tevreden). Ge moest dan op zo&#039;n driehoeksdiagram tonen hoe ge daar op al uw samenstellingen kon aflezen (dus de constructie daarvan geven). Hij vroeg daar dan bij hoe ge die samenstellingen afleest, waar ergens R3 en E3 zouden liggen en of E (de samengebrachte E1, E2 en E3) perse op die bolle curve moest liggen (het antwoord was nee, E1, E2 en E3 moeten daar allemaal op liggen maar als die samengevoegd worden hoeft dat dus niet meer).&lt;br /&gt;
Vragen Van Puyvelde:&lt;br /&gt;
# Leg octaangetal uit, welke structuren hebben daar invloed op (alles uitleggen daarover, zeggen dat aromaten en vertakte moleculen een hoog octaangetal geven)&lt;br /&gt;
# De rol van stoom bij steamcracking helemaal uitleggen&lt;br /&gt;
# Uitleggen waarom de eerste reactor bij ammoniaksynthese opereert als &amp;quot;slechte reactor&amp;quot;&lt;br /&gt;
Oefeningen (prepare for some real shit):&lt;br /&gt;
#* Een standard destillatie, ge moet een beetje extra zoekwerk verrichten want hij doet een beetje vaag over de samenstellingen van de stromen en ge krijgt een grafiek van component B ipv A, maar met wat redeneerwerk komt ge er wel, daarbij vraagt hij het aantal platen en de locatie van de voeding (gg easy). Dan begint hij te wenen dat de condensor nu uw vloeistof onderkoelt (15 graden kouder dan kookpunt) en dat dat dus een deel van de vapour van de bovenste plaat gaat condenseren. De reflux wordt hetzelfde gehouden als daarvoor. Berekenen hoeveel energie er onttrokken wordt aan de condensor (in watt), berekenen wat dan de &amp;quot;reëele reflux&amp;quot; van de platen in de kolom is en een tabel invullen met D, N en L&#039;/V&#039; voor en na da ge die reboiler zo maakt (uitleggen hoe ge alles berekent en waarom)&lt;br /&gt;
#*  Hier weet ik ni zoveel meer van want die vraag was naar de kloten. Een vloeistof-vloeistof extractie, ge moest berekenen wat het minimale vloeistof debiet moest zijn voor een recovery van 92 procent, ge moest dat ook tekenen op mm-papier (like wut?), dan moest ge berekenen hoeveel trappen ge nodig hebt als ge 1,4Lmin gebruikt als stroom. Dan wa er zou gebeuren als ne pipo dat in gelijkstroom ipv in tegenstroom aansluit (come again, nigga?). Dan kreeg ge een driehoeksdiagram ZONDER ONTMENGINGSGEBIED (???) en daar moest ge dan vanalle tie-lines tekenen voor verschillende mengsels van A en B en daar moest ge grafisch Lmin op bepalen en dan vergelijken me wa ge eerder al berekend had. Dan als laatste ging em daar een driestapsreactie van maken en moest ge ook nog is op die driehoek of op mm-papier tonen hoe da dan zou verlopen en wa de samenstelling opt einde zou zijn.&lt;br /&gt;
===19 januari 2012===&lt;br /&gt;
	I. Deel Degrève&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Wanneer treedt pinching op bij desorptie? Leg ook uit wat men kan veranderen om een (bestaande) desorptiekolom te verbeteren.&lt;br /&gt;
#Bij welk probleem en proces is onderstaande grafiek van toepassing? Vervolledig de flow chart en zet labels bij de pijlen &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Bestand:azeotrope_destillatie.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	II. Deel Van Puyvelde&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#In een raffinaderij wil men een mengsel scheiden met volgende scheidingstrein. Het mengsel bestaat uit propaan (C3), butaan (nC4), isobutaan (iC4), pentaan (nC5) en isopentaan (iC5). (Alle massastromen en relatieve volatiliteiten zijn gegeven). Vul de stromen in bij de pijlen. Welke alternatieve scheidingstrein zou je nog voorstellen? [[Bestand:scheidingstrein.png]]&lt;br /&gt;
#Geef voor een sterk exotherme reactie A + B -&amp;gt; C vier mogelijke manieren die we gezien hebben om oververhitting tegen te gaan.&lt;br /&gt;
#Hoe ziet de reactor van een katalytische kraking eruit in een raffinaderij?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	III. Oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#In een destillatietoren wil men een mengsel van 55 mol% n-pentaan en 45mol% n-hexaan scheiden. Het debiet van de voeding is 1000kmol/h en de temperatuur is 55°C. Het destillaat bevat 99,93 mol% pentaan. Er komt 99,5% van het pentaan in het destillaat terecht. De refluxverhouding is 2,8 en als relatieve volatileit mag men alpha=2,5 als constant beschouwen.&lt;br /&gt;
#*Geef een schema van het proces, en duid de stromen aan.&lt;br /&gt;
#*Bereken de debieten van de stromen en hun samenstelling. &lt;br /&gt;
#*Wat is de toestand van de voeding? (T-xy grafiek gegeven)&lt;br /&gt;
#*Bepaal de minimale refluxverhouding grafisch en met de formule van Underwood. (x,y-grafiek gegeven)&lt;br /&gt;
#*Bepaal het aantal evenwichtsplaten. Leg duidelijk uit welke stappen je neemt en duid de verschillende lijnen aan op de grafiek. (Nog een x,y-grafiek gegeven)&lt;br /&gt;
#*Bepaal het minimum aantal evenwichtsplaten om de destillatie uit te kunnen voeren grafisch en via de formule van Fenske. (Nog een x,y-grafiek gegeven)&lt;br /&gt;
#Men wenst een luchtstroom te zuiveren van aceton door een tegenstroom absorptieproces met zuiver water als solvent. Het debiet van de luchtstroom is 100mol/h en het debiet van de waterstroom is 300mol/h. Bij aanvang is de molaire fractie van aceton in de luchtstroom gelijk aan 0,01 maar men wil deze zuiveren tot 0,0005. De vergelijking van de evenwichtslijn wordt gegeven door Y=2,45*X. De  hoeveelheid waterdamp in de luchtstroom en de hoeveelheid lucht opgelost in water mag verwaarloosd worden.&lt;br /&gt;
#*Geef een schema van het proces, en duid de stromen aan.&lt;br /&gt;
#**Bereken de debieten van alle in- en uitgaande stromen.&lt;br /&gt;
#**Bereken de debieten van de inwendige stromen van de dragers.&lt;br /&gt;
#**Bereken de molaire fractie aceton in de uitgaande &#039;&#039;&#039;vloeistof&#039;&#039;&#039;stroom.&lt;br /&gt;
#*Geef de molaire verhouding aceton t.o.v. de uitgaande &#039;&#039;&#039;water&#039;&#039;&#039;stroom (wat is het verschil met molaire fractie t.o.v. vloeistofstroom?).&lt;br /&gt;
#*Bereken het minimale debiet van de waterstroom (millimeterpapier gegeven om constructie te maken) en leg uit hoe je te werk bent gegaan.&lt;br /&gt;
#*Bereken het aantal evenwichtstrappen onder operationele condities.&lt;br /&gt;
#*Bereken de recovery van aceton.&lt;br /&gt;
#*Stel dat de ingaande waterstroom niet zuiver zou zijn maar een beetje aceton zou bevatten, wat zou het gevolg zijn voor de recovery?&amp;lt;/text&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jos Appeltros</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Eenheidsbewerkingen_van_de_chemische_industrie&amp;diff=571</id>
		<title>Eenheidsbewerkingen van de chemische industrie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Eenheidsbewerkingen_van_de_chemische_industrie&amp;diff=571"/>
		<updated>2017-07-24T20:59:24Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jos Appeltros: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Eenheidsbewerkingen Chemische Industrieën is een vak van de 3de bachelor Bio-Ingenieurswetenschappen. Het vak zit in het pakket van de minor Chemische Technologie van de chemisten (je mag het niet opnemen als je geen Fysische Transportverschijnselen hebt gevolgd). Het wordt gedoceerd door twee proffen, Jan DegrÃ¨ve en Peter Van Puyvelde. Eerstgenoemde geeft les gedurende de eerste helft van het semester, over de theoretische kant van de eenheidsbewerkingen (meer specifiek gaat dit over scheidingsprocessen: destillatie, absorptie, extractie). Dit is ook het deel waar de oefenzittingen over zullen gaan (de laatste 3 oefenzittingen zijn computerzittingen, waarbij men leert werken met Aspen Plus, een programma om industriële processen te berekenen en ontwerpen, hier moet op het einde een verslag van worden ingediend). De tweede helft van de hoorcolleges worden gegeven door Van Puyvelde die het heeft over de toegepaste kant, meer bepaald een gedetailleerde studie van een olieraffinaderij en van de ammoniaksynthese. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het examen is volledig open boek, en bestaat uit een stuk theorie van de hoorcolleges van Degrève, een stuk theorie van Van Puyvelde&#039;s deel en twee oefeningen zoals die in de oefenzittingen. De theoriegedeelten zijn mondeling te verdedigen. Het wordt aangeraden extra goed op uw tijdsindeling te letten want je krijgt niet veel tijd voor het theoriegedeelte (TIP: zeker het deel van Van Puyvelde niet te slordig leren, hij vraagt door bij het mondeling (voorbeelden!) en dan heb je geen tijd om op te zoeken).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kijk ook op de LBK Examenwiki voor meer examenvragen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
=== 28 augustus 2015 ===&lt;br /&gt;
=====DegrÃ¨ve=====&lt;br /&gt;
# Topsectie gegeven me 2 platen, je had je kunnen vergissen met drie maar het was een totale reboiler denk ik. Dan moest je dat tekenen in een xy diagram met werklijn en voedinglijn waarvan q=0. Ook alle dingen aanduiden van Xb en al.&lt;br /&gt;
# Iets van warmtewisseling, da ge de warmtewisseling via conductie moet geven ofzo (ik weet het niet meer goed). Je moest ook zeggen of een muur bestaande uit 2 baksteen lagen met spouw dinges tussen beter is dan enkel bakstenen ofzo en dan ook da temperatuurprofiel weergeven.&lt;br /&gt;
=====Van Puyvelde:=====&lt;br /&gt;
# Cetaangetal uitleggen en welke structuren een hoog cetaangetal geven en uitleggen hoe dieje motor werkte (da was een bijvraag).&lt;br /&gt;
# Iets me ratio van stoom/ethaan of da goe was da da hoog was. Bijvragen bij mij waren wa invloed op de kinetiek da had als ge veel stoom toevoegde en wa ge moest doen als voeding nafta ipv ethaan werd.&lt;br /&gt;
# Linde proces&lt;br /&gt;
=====Oefeningen:=====&lt;br /&gt;
# Ineens dingen met azeotropen en al da ge die ga destilleren me 2 kolommen één op gewone atmosferische druk en de andere op 10 atmosfeer. ge wist denk ik alles van die 2 kolommen (van partiele reboiler en reflux enal). ge moest kiezen welke kolom ge eerst ging gebruiken en dan welke stroom ge ging gebruiken om als voeding voor uw tweede kolom zou gebruiken. dan daar wa zever mee berekenen en dan zei em wa er zou gebeuren als ge oneindig veel platen in uw eerste kolom zou steken ofzo. en dan weeral shit berekenen&lt;br /&gt;
# absorptie oefening, waar ge alles zo wa moest omrekenen enal en dan wa dingen berekenen en tekenen. dan zei die da er ineens een verlies was tussen twee platen en dan moest ge tekenen hoe da te zien ging zijn op uw grafiek en dan terug dings berkenen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
Vragen Degreve:&lt;br /&gt;
# Wat is pinching en leg uit toegepast op desorptie. Maak één of twee grafieken en duidt daar voldoende &#039;labels&#039; op aan zodat het begrijpbaar is. Geef specifiek welke values gegeven/gespecifieerd zijn en welke je kan laten variëren.&lt;br /&gt;
# Er gebeurt een vloeistof-vloeistofextractie in 3 stappen, ge krijgt daar een schematische voorstelling van. Hij wilt dat ge de tekening aanvult met een opstelling waarmee ge het extract zou kunnen zuiveren. Ik had daar een desorptiekolom waar ge uw extract doorstuurt, dat er dan proper terug uitkomt, waarna ge da solvent terug kunt loopen naar uw opstelling. (Hij leek semi tevreden). Ge moest dan op zo&#039;n driehoeksdiagram tonen hoe ge daar op al uw samenstellingen kon aflezen (dus de constructie daarvan geven). Hij vroeg daar dan bij hoe ge die samenstellingen afleest, waar ergens R3 en E3 zouden liggen en of E (de samengebrachte E1, E2 en E3) perse op die bolle curve moest liggen (het antwoord was nee, E1, E2 en E3 moeten daar allemaal op liggen maar als die samengevoegd worden hoeft dat dus niet meer).&lt;br /&gt;
Vragen Van Puyvelde:&lt;br /&gt;
# Leg octaangetal uit, welke structuren hebben daar invloed op (alles uitleggen daarover, zeggen dat aromaten en vertakte moleculen een hoog octaangetal geven)&lt;br /&gt;
# De rol van stoom bij steamcracking helemaal uitleggen&lt;br /&gt;
# Uitleggen waarom de eerste reactor bij ammoniaksynthese opereert als &amp;quot;slechte reactor&amp;quot;&lt;br /&gt;
Oefeningen (prepare for some real shit):&lt;br /&gt;
#* Een standard destillatie, ge moet een beetje extra zoekwerk verrichten want hij doet een beetje vaag over de samenstellingen van de stromen en ge krijgt een grafiek van component B ipv A, maar met wat redeneerwerk komt ge er wel, daarbij vraagt hij het aantal platen en de locatie van de voeding (gg easy). Dan begint hij te wenen dat de condensor nu uw vloeistof onderkoelt (15 graden kouder dan kookpunt) en dat dat dus een deel van de vapour van de bovenste plaat gaat condenseren. De reflux wordt hetzelfde gehouden als daarvoor. Berekenen hoeveel energie er onttrokken wordt aan de condensor (in watt), berekenen wat dan de &amp;quot;reëele reflux&amp;quot; van de platen in de kolom is en een tabel invullen met D, N en L&#039;/V&#039; voor en na da ge die reboiler zo maakt (uitleggen hoe ge alles berekent en waarom)&lt;br /&gt;
#*  Hier weet ik ni zoveel meer van want die vraag was naar de kloten. Een vloeistof-vloeistof extractie, ge moest berekenen wat het minimale vloeistof debiet moest zijn voor een recovery van 92 procent, ge moest dat ook tekenen op mm-papier (like wut?), dan moest ge berekenen hoeveel trappen ge nodig hebt als ge 1,4Lmin gebruikt als stroom. Dan wa er zou gebeuren als ne pipo dat in gelijkstroom ipv in tegenstroom aansluit (come again, nigga?). Dan kreeg ge een driehoeksdiagram ZONDER ONTMENGINGSGEBIED (???) en daar moest ge dan vanalle tie-lines tekenen voor verschillende mengsels van A en B en daar moest ge grafisch Lmin op bepalen en dan vergelijken me wa ge eerder al berekend had. Dan als laatste ging em daar een driestapsreactie van maken en moest ge ook nog is op die driehoek of op mm-papier tonen hoe da dan zou verlopen en wa de samenstelling opt einde zou zijn.&lt;br /&gt;
===19 januari 2012===&lt;br /&gt;
	I. Deel Degrève&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Wanneer treedt pinching op bij desorptie? Leg ook uit wat men kan veranderen om een (bestaande) desorptiekolom te verbeteren.&lt;br /&gt;
#Bij welk probleem en proces is onderstaande grafiek van toepassing? Vervolledig de flow chart en zet labels bij de pijlen &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Bestand:azeotrope_destillatie.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	II. Deel Van Puyvelde&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#In een raffinaderij wil men een mengsel scheiden met volgende scheidingstrein. Het mengsel bestaat uit propaan (C3), butaan (nC4), isobutaan (iC4), pentaan (nC5) en isopentaan (iC5). (Alle massastromen en relatieve volatiliteiten zijn gegeven). Vul de stromen in bij de pijlen. Welke alternatieve scheidingstrein zou je nog voorstellen? [[Bestand:scheidingstrein.png]]&lt;br /&gt;
#Geef voor een sterk exotherme reactie A + B _&amp;gt; C vier mogelijke manieren die we gezien hebben om oververhitting tegen te gaan.&lt;br /&gt;
#Hoe ziet de reactor van een katalytische kraking eruit in een raffinaderij?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	III. Oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#In een destillatietoren wil men een mengsel van 55 mol% n-pentaan en 45mol% n-hexaan scheiden. Het debiet van de voeding is 1000kmol/h en de temperatuur is 55°C. Het destillaat bevat 99,93 mol% pentaan. Er komt 99,5% van het pentaan in het destillaat terecht. De refluxverhouding is 2,8 en als relatieve volatileit mag men alpha=2,5 als constant beschouwen.&lt;br /&gt;
#*Geef een schema van het proces, en duid de stromen aan.&lt;br /&gt;
#*Bereken de debieten van de stromen en hun samenstelling. &lt;br /&gt;
#*Wat is de toestand van de voeding? (T-xy grafiek gegeven)&lt;br /&gt;
#*Bepaal de minimale refluxverhouding grafisch en met de formule van Underwood. (x,y-grafiek gegeven)&lt;br /&gt;
#*Bepaal het aantal evenwichtsplaten. Leg duidelijk uit welke stappen je neemt en duid de verschillende lijnen aan op de grafiek. (Nog een x,y-grafiek gegeven)&lt;br /&gt;
#*Bepaal het minimum aantal evenwichtsplaten om de destillatie uit te kunnen voeren grafisch en via de formule van Fenske. (Nog een x,y-grafiek gegeven)&lt;br /&gt;
#Men wenst een luchtstroom te zuiveren van aceton door een tegenstroom absorptieproces met zuiver water als solvent. Het debiet van de luchtstroom is 100mol/h en het debiet van de waterstroom is 300mol/h. Bij aanvang is de molaire fractie van aceton in de luchtstroom gelijk aan 0,01 maar men wil deze zuiveren tot 0,0005. De vergelijking van de evenwichtslijn wordt gegeven door Y=2,45*X. De  hoeveelheid waterdamp in de luchtstroom en de hoeveelheid lucht opgelost in water mag verwaarloosd worden.&lt;br /&gt;
#*Geef een schema van het proces, en duid de stromen aan.&lt;br /&gt;
#**Bereken de debieten van alle in- en uitgaande stromen.&lt;br /&gt;
#**Bereken de debieten van de inwendige stromen van de dragers.&lt;br /&gt;
#**Bereken de molaire fractie aceton in de uitgaande &#039;&#039;&#039;vloeistof&#039;&#039;&#039;stroom.&lt;br /&gt;
#*Geef de molaire verhouding aceton t.o.v. de uitgaande &#039;&#039;&#039;water&#039;&#039;&#039;stroom (wat is het verschil met molaire fractie t.o.v. vloeistofstroom?).&lt;br /&gt;
#*Bereken het minimale debiet van de waterstroom (millimeterpapier gegeven om constructie te maken) en leg uit hoe je te werk bent gegaan.&lt;br /&gt;
#*Bereken het aantal evenwichtstrappen onder operationele condities.&lt;br /&gt;
#*Bereken de recovery van aceton.&lt;br /&gt;
#*Stel dat de ingaande waterstroom niet zuiver zou zijn maar een beetje aceton zou bevatten, wat zou het gevolg zijn voor de recovery?&amp;lt;/text&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jos Appeltros</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Eenheidsbewerkingen_van_de_chemische_industrie&amp;diff=570</id>
		<title>Eenheidsbewerkingen van de chemische industrie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Eenheidsbewerkingen_van_de_chemische_industrie&amp;diff=570"/>
		<updated>2017-07-24T20:45:47Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jos Appeltros: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Eenheidsbewerkingen Chemische Industrieën is een vak van de 3de bachelor Bio-Ingenieurswetenschappen. Het vak zit in het pakket van de minor Chemische Technologie van de chemisten (je mag het niet opnemen als je geen Fysische Transportverschijnselen hebt gevolgd). Het wordt gedoceerd door twee proffen, Jan DegrÃ¨ve en Peter Van Puyvelde. Eerstgenoemde geeft les gedurende de eerste helft van het semester, over de theoretische kant van de eenheidsbewerkingen (meer specifiek gaat dit over scheidingsprocessen: destillatie, absorptie, extractie). Dit is ook het deel waar de oefenzittingen over zullen gaan (de laatste 3 oefenzittingen zijn computerzittingen, waarbij men leert werken met Aspen Plus, een programma om industriële processen te berekenen en ontwerpen, hier moet op het einde een verslag van worden ingediend). De tweede helft van de hoorcolleges worden gegeven door Van Puyvelde die het heeft over de toegepaste kant, meer bepaald een gedetailleerde studie van een olieraffinaderij en van de ammoniaksynthese. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het examen is volledig open boek, en bestaat uit een stuk theorie van de hoorcolleges van Degrève, een stuk theorie van Van Puyvelde&#039;s deel en twee oefeningen zoals die in de oefenzittingen. De theoriegedeelten zijn mondeling te verdedigen. Het wordt aangeraden extra goed op uw tijdsindeling te letten want je krijgt niet veel tijd voor het theoriegedeelte (TIP: zeker het deel van Van Puyvelde niet te slordig leren, hij vraagt door bij het mondeling (voorbeelden!) en dan heb je geen tijd om op te zoeken).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kijk ook op de LBK Examenwiki voor meer examenvragen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
=== 28 augustus 2015 ===&lt;br /&gt;
=====DegrÃ¨ve=====&lt;br /&gt;
# Topsectie gegeven me 2 platen, je had je kunnen vergissen met drie maar het was een totale reboiler denk ik. Dan moest je dat tekenen in een xy diagram met werklijn en voedinglijn waarvan q=0. Ook alle dingen aanduiden van Xb en al.&lt;br /&gt;
# Iets van warmtewisseling, da ge de warmtewisseling via conductie moet geven ofzo (ik weet het niet meer goed). Je moest ook zeggen of een muur bestaande uit 2 baksteen lagen met spouw dinges tussen beter is dan enkel bakstenen ofzo en dan ook da temperatuurprofiel weergeven.&lt;br /&gt;
=====Van Puyvelde:=====&lt;br /&gt;
# Cetaangetal uitleggen en welke structuren een hoog cetaangetal geven en uitleggen hoe dieje motor werkte (da was een bijvraag).&lt;br /&gt;
# Iets me ratio van stoom/ethaan of da goe was da da hoog was. Bijvragen bij mij waren wa invloed op de kinetiek da had als ge veel stoom toevoegde en wa ge moest doen als voeding nafta ipv ethaan werd.&lt;br /&gt;
# Linde proces&lt;br /&gt;
=====Oefeningen:=====&lt;br /&gt;
# Ineens dingen met azeotropen en al da ge die ga destilleren me 2 kolommen Ã©Ã©n op gewone atmosferische druk en de andere op 10 atmosfeer. ge wist denk ik alles van die 2 kolommen (van partiele reboiler en reflux enal). ge moest kiezen welke kolom ge eerst ging gebruiken en dan welke stroom ge ging gebruiken om als voeding voor uw tweede kolom zou gebruiken. dan daar wa zever mee berekenen en dan zei em wa er zou gebeuren als ge oneindig veel platen in uw eerste kolom zou steken ofzo. en dan weeral shit berekenen&lt;br /&gt;
# absorptie oefening, waar ge alles zo wa moest omrekenen enal en dan wa dingen berekenen en tekenen. dan zei die da er ineens een verlies was tussen twee platen en dan moest ge tekenen hoe da te zien ging zijn op uw grafiek en dan terug dings berkenen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
Vragen Degreve:&lt;br /&gt;
# Wat is pinching en leg uit toegepast op desorptie. Maak één of twee grafieken en duidt daar voldoende &#039;labels&#039; op aan zodat het begrijpbaar is. Geef specifiek welke values gegeven/gespecifieerd zijn en welke je kan laten variëren.&lt;br /&gt;
# Er gebeurt een vloeistof-vloeistofextractie in 3 stappen, ge krijgt daar een schematische voorstelling van. Hij wilt dat ge de tekening aanvult met een opstelling waarmee ge het extract zou kunnen zuiveren. Ik had daar een desorptiekolom waar ge uw extract doorstuurt, dat er dan proper terug uitkomt, waarna ge da solvent terug kunt loopen naar uw opstelling. (Hij leek semi tevreden). Ge moest dan op zo&#039;n driehoeksdiagram tonen hoe ge daar op al uw samenstellingen kon aflezen (dus de constructie daarvan geven). Hij vroeg daar dan bij hoe ge die samenstellingen afleest, waar ergens R3 en E3 zouden liggen en of E (de samengebrachte E1, E2 en E3) perse op die bolle curve moest liggen (het antwoord was nee, E1, E2 en E3 moeten daar allemaal op liggen maar als die samengevoegd worden hoeft dat dus niet meer).&lt;br /&gt;
Vragen Van Puyvelde:&lt;br /&gt;
# Leg octaangetal uit, welke structuren hebben daar invloed op (alles uitleggen daarover, zeggen dat aromaten en vertakte moleculen een hoog octaangetal geven)&lt;br /&gt;
# De rol van stoom bij steamcracking helemaal uitleggen&lt;br /&gt;
# Uitleggen waarom de eerste reactor bij ammoniaksynthese opereert als &amp;quot;slechte reactor&amp;quot;&lt;br /&gt;
Oefeningen (prepare for some real shit):&lt;br /&gt;
#* Een standard destillatie, ge moet een beetje extra zoekwerk verrichten want hij doet een beetje vaag over de samenstellingen van de stromen en ge krijgt een grafiek van component B ipv A, maar met wat redeneerwerk komt ge er wel, daarbij vraagt hij het aantal platen en de locatie van de voeding (gg easy). Dan begint hij te wenen dat de condensor nu uw vloeistof onderkoelt (15 graden kouder dan kookpunt) en dat dat dus een deel van de vapour van de bovenste plaat gaat condenseren. De reflux wordt hetzelfde gehouden als daarvoor. Berekenen hoeveel energie er onttrokken wordt aan de condensor (in watt), berekenen wat dan de &amp;quot;reëele reflux&amp;quot; van de platen in de kolom is en een tabel invullen met D, N en L&#039;/V&#039; voor en na da ge die reboiler zo maakt (uitleggen hoe ge alles berekent en waarom)&lt;br /&gt;
#*  Hier weet ik ni zoveel meer van want die vraag was naar de kloten. Een vloeistof-vloeistof extractie, ge moest berekenen wat het minimale vloeistof debiet moest zijn voor een recovery van 92 procent, ge moest dat ook tekenen op mm-papier (like wut?), dan moest ge berekenen hoeveel trappen ge nodig hebt als ge 1,4Lmin gebruikt als stroom. Dan wa er zou gebeuren als ne pipo dat in gelijkstroom ipv in tegenstroom aansluit (come again, nigga?). Dan kreeg ge een driehoeksdiagram ZONDER ONTMENGINGSGEBIED (???) en daar moest ge dan vanalle tie-lines tekenen voor verschillende mengsels van A en B en daar moest ge grafisch Lmin op bepalen en dan vergelijken me wa ge eerder al berekend had. Dan als laatste ging em daar een driestapsreactie van maken en moest ge ook nog is op die driehoek of op mm-papier tonen hoe da dan zou verlopen en wa de samenstelling opt einde zou zijn.&lt;br /&gt;
===19 januari 2012===&lt;br /&gt;
	I. Deel Degrève&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Wanneer treedt pinching op bij desorptie? Leg ook uit wat men kan veranderen om een (bestaande) desorptiekolom te verbeteren.&lt;br /&gt;
#Bij welk probleem en proces is onderstaande grafiek van toepassing? Vervolledig de flow chart en zet labels bij de pijlen &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Bestand:azeotrope_destillatie.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	II. Deel Van Puyvelde&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#In een raffinaderij wil men een mengsel scheiden met volgende scheidingstrein. Het mengsel bestaat uit propaan (C3), butaan (nC4), isobutaan (iC4), pentaan (nC5) en isopentaan (iC5). (Alle massastromen en relatieve volatiliteiten zijn gegeven). Vul de stromen in bij de pijlen. Welke alternatieve scheidingstrein zou je nog voorstellen? [[Bestand:scheidingstrein.png]]&lt;br /&gt;
#Geef voor een sterk exotherme reactie A + B _&amp;gt; C vier mogelijke manieren die we gezien hebben om oververhitting tegen te gaan.&lt;br /&gt;
#Hoe ziet de reactor van een katalytische kraking eruit in een raffinaderij?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	III. Oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#In een destillatietoren wil men een mengsel van 55 mol% n-pentaan en 45mol% n-hexaan scheiden. Het debiet van de voeding is 1000kmol/h en de temperatuur is 55°C. Het destillaat bevat 99,93 mol% pentaan. Er komt 99,5% van het pentaan in het destillaat terecht. De refluxverhouding is 2,8 en als relatieve volatileit mag men alpha=2,5 als constant beschouwen.&lt;br /&gt;
#*Geef een schema van het proces, en duid de stromen aan.&lt;br /&gt;
#*Bereken de debieten van de stromen en hun samenstelling. &lt;br /&gt;
#*Wat is de toestand van de voeding? (T-xy grafiek gegeven)&lt;br /&gt;
#*Bepaal de minimale refluxverhouding grafisch en met de formule van Underwood. (x,y-grafiek gegeven)&lt;br /&gt;
#*Bepaal het aantal evenwichtsplaten. Leg duidelijk uit welke stappen je neemt en duid de verschillende lijnen aan op de grafiek. (Nog een x,y-grafiek gegeven)&lt;br /&gt;
#*Bepaal het minimum aantal evenwichtsplaten om de destillatie uit te kunnen voeren grafisch en via de formule van Fenske. (Nog een x,y-grafiek gegeven)&lt;br /&gt;
#Men wenst een luchtstroom te zuiveren van aceton door een tegenstroom absorptieproces met zuiver water als solvent. Het debiet van de luchtstroom is 100mol/h en het debiet van de waterstroom is 300mol/h. Bij aanvang is de molaire fractie van aceton in de luchtstroom gelijk aan 0,01 maar men wil deze zuiveren tot 0,0005. De vergelijking van de evenwichtslijn wordt gegeven door Y=2,45*X. De  hoeveelheid waterdamp in de luchtstroom en de hoeveelheid lucht opgelost in water mag verwaarloosd worden.&lt;br /&gt;
#*Geef een schema van het proces, en duid de stromen aan.&lt;br /&gt;
#**Bereken de debieten van alle in- en uitgaande stromen.&lt;br /&gt;
#**Bereken de debieten van de inwendige stromen van de dragers.&lt;br /&gt;
#**Bereken de molaire fractie aceton in de uitgaande &#039;&#039;&#039;vloeistof&#039;&#039;&#039;stroom.&lt;br /&gt;
#*Geef de molaire verhouding aceton t.o.v. de uitgaande &#039;&#039;&#039;water&#039;&#039;&#039;stroom (wat is het verschil met molaire fractie t.o.v. vloeistofstroom?).&lt;br /&gt;
#*Bereken het minimale debiet van de waterstroom (millimeterpapier gegeven om constructie te maken) en leg uit hoe je te werk bent gegaan.&lt;br /&gt;
#*Bereken het aantal evenwichtstrappen onder operationele condities.&lt;br /&gt;
#*Bereken de recovery van aceton.&lt;br /&gt;
#*Stel dat de ingaande waterstroom niet zuiver zou zijn maar een beetje aceton zou bevatten, wat zou het gevolg zijn voor de recovery?&amp;lt;/text&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jos Appeltros</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Eenheidsbewerkingen_van_de_chemische_industrie&amp;diff=569</id>
		<title>Eenheidsbewerkingen van de chemische industrie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Eenheidsbewerkingen_van_de_chemische_industrie&amp;diff=569"/>
		<updated>2017-07-24T20:41:28Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jos Appeltros: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Eenheidsbewerkingen Chemische Industrieën is een vak van de 3de bachelor Bio-Ingenieurswetenschappen. Het vak zit in het pakket van de minor Chemische Technologie van de chemisten (je mag het niet opnemen als je geen Fysische Transportverschijnselen hebt gevolgd). Het wordt gedoceerd door twee proffen, Jan DegrÃ¨ve en Peter Van Puyvelde. Eerstgenoemde geeft les gedurende de eerste helft van het semester, over de theoretische kant van de eenheidsbewerkingen (meer specifiek gaat dit over scheidingsprocessen: destillatie, absorptie, extractie). Dit is ook het deel waar de oefenzittingen over zullen gaan (de laatste 3 oefenzittingen zijn computerzittingen, waarbij men leert werken met Aspen Plus, een programma om industriële processen te berekenen en ontwerpen, hier moet op het einde een verslag van worden ingediend). De tweede helft van de hoorcolleges worden gegeven door Van Puyvelde die het heeft over de toegepaste kant, meer bepaald een gedetailleerde studie van een olieraffinaderij en van de ammoniaksynthese. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het examen is volledig open boek, en bestaat uit een stuk theorie van de hoorcolleges van DegrÃ¨ve, een stuk theorie van Van Puyvelde&#039;s deel en twee oefeningen zoals die in de oefenzittingen. De theoriegedeelten zijn mondeling te verdedigen. Het wordt aangeraden extra goed op uw tijdsindeling te letten want je krijgt niet veel tijd voor het theoriegedeelte (TIP: zeker het deel van Van Puyvelde niet te slordig leren, hij vraagt door bij het mondeling (voorbeelden!) en dan heb je geen tijd om op te zoeken).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kijk ook op de LBK Examenwiki voor meer examenvragen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
=== 28 augustus 2015 ===&lt;br /&gt;
=====DegrÃ¨ve=====&lt;br /&gt;
# Topsectie gegeven me 2 platen, je had je kunnen vergissen met drie maar het was een totale reboiler denk ik. Dan moest je dat tekenen in een xy diagram met werklijn en voedinglijn waarvan q=0. Ook alle dingen aanduiden van Xb en al.&lt;br /&gt;
# Iets van warmtewisseling, da ge de warmtewisseling via conductie moet geven ofzo (ik weet het niet meer goed). Je moest ook zeggen of een muur bestaande uit 2 baksteen lagen met spouw dinges tussen beter is dan enkel bakstenen ofzo en dan ook da temperatuurprofiel weergeven.&lt;br /&gt;
=====Van Puyvelde:=====&lt;br /&gt;
# Cetaangetal uitleggen en welke structuren een hoog cetaangetal geven en uitleggen hoe dieje motor werkte (da was een bijvraag).&lt;br /&gt;
# Iets me ratio van stoom/ethaan of da goe was da da hoog was. Bijvragen bij mij waren wa invloed op de kinetiek da had als ge veel stoom toevoegde en wa ge moest doen als voeding nafta ipv ethaan werd.&lt;br /&gt;
# Linde proces&lt;br /&gt;
=====Oefeningen:=====&lt;br /&gt;
# Ineens dingen met azeotropen en al da ge die ga destilleren me 2 kolommen Ã©Ã©n op gewone atmosferische druk en de andere op 10 atmosfeer. ge wist denk ik alles van die 2 kolommen (van partiele reboiler en reflux enal). ge moest kiezen welke kolom ge eerst ging gebruiken en dan welke stroom ge ging gebruiken om als voeding voor uw tweede kolom zou gebruiken. dan daar wa zever mee berekenen en dan zei em wa er zou gebeuren als ge oneindig veel platen in uw eerste kolom zou steken ofzo. en dan weeral shit berekenen&lt;br /&gt;
# absorptie oefening, waar ge alles zo wa moest omrekenen enal en dan wa dingen berekenen en tekenen. dan zei die da er ineens een verlies was tussen twee platen en dan moest ge tekenen hoe da te zien ging zijn op uw grafiek en dan terug dings berkenen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
Vragen Degreve:&lt;br /&gt;
# Wat is pinching en leg uit toegepast op desorptie. Maak één of twee grafieken en duidt daar voldoende &#039;labels&#039; op aan zodat het begrijpbaar is. Geef specifiek welke values gegeven/gespecifieerd zijn en welke je kan laten variëren.&lt;br /&gt;
# Er gebeurt een vloeistof-vloeistofextractie in 3 stappen, ge krijgt daar een schematische voorstelling van. Hij wilt dat ge de tekening aanvult met een opstelling waarmee ge het extract zou kunnen zuiveren. Ik had daar een desorptiekolom waar ge uw extract doorstuurt, dat er dan proper terug uitkomt, waarna ge da solvent terug kunt loopen naar uw opstelling. (Hij leek semi tevreden). Ge moest dan op zo&#039;n driehoeksdiagram tonen hoe ge daar op al uw samenstellingen kon aflezen (dus de constructie daarvan geven). Hij vroeg daar dan bij hoe ge die samenstellingen afleest, waar ergens R3 en E3 zouden liggen en of E (de samengebrachte E1, E2 en E3) perse op die bolle curve moest liggen (het antwoord was nee, E1, E2 en E3 moeten daar allemaal op liggen maar als die samengevoegd worden hoeft dat dus niet meer).&lt;br /&gt;
Vragen Van Puyvelde:&lt;br /&gt;
# Leg octaangetal uit, welke structuren hebben daar invloed op (alles uitleggen daarover, zeggen dat aromaten en vertakte moleculen een hoog octaangetal geven)&lt;br /&gt;
# De rol van stoom bij steamcracking helemaal uitleggen&lt;br /&gt;
# Uitleggen waarom de eerste reactor bij ammoniaksynthese opereert als &amp;quot;slechte reactor&amp;quot;&lt;br /&gt;
Oefeningen (prepare for some real shit):&lt;br /&gt;
#* Een standard destillatie, ge moet een beetje extra zoekwerk verrichten want hij doet een beetje vaag over de samenstellingen van de stromen en ge krijgt een grafiek van component B ipv A, maar met wat redeneerwerk komt ge er wel, daarbij vraagt hij het aantal platen en de locatie van de voeding (gg easy). Dan begint hij te wenen dat de condensor nu uw vloeistof onderkoelt (15 graden kouder dan kookpunt) en dat dat dus een deel van de vapour van de bovenste plaat gaat condenseren. De reflux wordt hetzelfde gehouden als daarvoor. Berekenen hoeveel energie er onttrokken wordt aan de condensor (in watt), berekenen wat dan de &amp;quot;reëele reflux&amp;quot; van de platen in de kolom is en een tabel invullen met D, N en L&#039;/V&#039; voor en na da ge die reboiler zo maakt (uitleggen hoe ge alles berekent en waarom)&lt;br /&gt;
#*  Hier weet ik ni zoveel meer van want die vraag was naar de kloten. Een vloeistof-vloeistof extractie, ge moest berekenen wat het minimale vloeistof debiet moest zijn voor een recovery van 92 procent, ge moest dat ook tekenen op mm-papier (like wut?), dan moest ge berekenen hoeveel trappen ge nodig hebt als ge 1,4Lmin gebruikt als stroom. Dan wa er zou gebeuren als ne pipo dat in gelijkstroom ipv in tegenstroom aansluit (come again, nigga?). Dan kreeg ge een driehoeksdiagram ZONDER ONTMENGINGSGEBIED (???) en daar moest ge dan vanalle tie-lines tekenen voor verschillende mengsels van A en B en daar moest ge grafisch Lmin op bepalen en dan vergelijken me wa ge eerder al berekend had. Dan als laatste ging em daar een driestapsreactie van maken en moest ge ook nog is op die driehoek of op mm-papier tonen hoe da dan zou verlopen en wa de samenstelling opt einde zou zijn.&lt;br /&gt;
===19 januari 2012===&lt;br /&gt;
	I. Deel Degrève&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Wanneer treedt pinching op bij desorptie? Leg ook uit wat men kan veranderen om een (bestaande) desorptiekolom te verbeteren.&lt;br /&gt;
#Bij welk probleem en proces is onderstaande grafiek van toepassing? Vervolledig de flow chart en zet labels bij de pijlen &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Bestand:azeotrope_destillatie.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	II. Deel Van Puyvelde&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#In een raffinaderij wil men een mengsel scheiden met volgende scheidingstrein. Het mengsel bestaat uit propaan (C3), butaan (nC4), isobutaan (iC4), pentaan (nC5) en isopentaan (iC5). (Alle massastromen en relatieve volatiliteiten zijn gegeven). Vul de stromen in bij de pijlen. Welke alternatieve scheidingstrein zou je nog voorstellen? [[Bestand:scheidingstrein.png]]&lt;br /&gt;
#Geef voor een sterk exotherme reactie A + B _&amp;gt; C vier mogelijke manieren die we gezien hebben om oververhitting tegen te gaan.&lt;br /&gt;
#Hoe ziet de reactor van een katalytische kraking eruit in een raffinaderij?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	III. Oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#In een destillatietoren wil men een mengsel van 55 mol% n-pentaan en 45mol% n-hexaan scheiden. Het debiet van de voeding is 1000kmol/h en de temperatuur is 55°C. Het destillaat bevat 99,93 mol% pentaan. Er komt 99,5% van het pentaan in het destillaat terecht. De refluxverhouding is 2,8 en als relatieve volatileit mag men alpha=2,5 als constant beschouwen.&lt;br /&gt;
#*Geef een schema van het proces, en duid de stromen aan.&lt;br /&gt;
#*Bereken de debieten van de stromen en hun samenstelling. &lt;br /&gt;
#*Wat is de toestand van de voeding? (T-xy grafiek gegeven)&lt;br /&gt;
#*Bepaal de minimale refluxverhouding grafisch en met de formule van Underwood. (x,y-grafiek gegeven)&lt;br /&gt;
#*Bepaal het aantal evenwichtsplaten. Leg duidelijk uit welke stappen je neemt en duid de verschillende lijnen aan op de grafiek. (Nog een x,y-grafiek gegeven)&lt;br /&gt;
#*Bepaal het minimum aantal evenwichtsplaten om de destillatie uit te kunnen voeren grafisch en via de formule van Fenske. (Nog een x,y-grafiek gegeven)&lt;br /&gt;
#Men wenst een luchtstroom te zuiveren van aceton door een tegenstroom absorptieproces met zuiver water als solvent. Het debiet van de luchtstroom is 100mol/h en het debiet van de waterstroom is 300mol/h. Bij aanvang is de molaire fractie van aceton in de luchtstroom gelijk aan 0,01 maar men wil deze zuiveren tot 0,0005. De vergelijking van de evenwichtslijn wordt gegeven door Y=2,45*X. De  hoeveelheid waterdamp in de luchtstroom en de hoeveelheid lucht opgelost in water mag verwaarloosd worden.&lt;br /&gt;
#*Geef een schema van het proces, en duid de stromen aan.&lt;br /&gt;
#**Bereken de debieten van alle in- en uitgaande stromen.&lt;br /&gt;
#**Bereken de debieten van de inwendige stromen van de dragers.&lt;br /&gt;
#**Bereken de molaire fractie aceton in de uitgaande &#039;&#039;&#039;vloeistof&#039;&#039;&#039;stroom.&lt;br /&gt;
#*Geef de molaire verhouding aceton t.o.v. de uitgaande &#039;&#039;&#039;water&#039;&#039;&#039;stroom (wat is het verschil met molaire fractie t.o.v. vloeistofstroom?).&lt;br /&gt;
#*Bereken het minimale debiet van de waterstroom (millimeterpapier gegeven om constructie te maken) en leg uit hoe je te werk bent gegaan.&lt;br /&gt;
#*Bereken het aantal evenwichtstrappen onder operationele condities.&lt;br /&gt;
#*Bereken de recovery van aceton.&lt;br /&gt;
#*Stel dat de ingaande waterstroom niet zuiver zou zijn maar een beetje aceton zou bevatten, wat zou het gevolg zijn voor de recovery?&amp;lt;/text&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jos Appeltros</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Computationele_Chemie&amp;diff=568</id>
		<title>Computationele Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Computationele_Chemie&amp;diff=568"/>
		<updated>2017-07-24T20:30:42Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jos Appeltros: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
Een van de weinige vakken binnen de opleiding Chemie dat gedoceerd wordt door een vrouwelijke prof. Het zwaarste vak van de 3&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;e&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt; bachelor in de eerste semester. Naast het mondelinge examen bij prof Pierloot zijn er computerpractica. Hierover moeten verslagen gemaakt worden en op het einde van het semester een computerexamen afgelegd worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
=== 26 januari 2017 (NM) ===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Geef de definitie en twee voorbeelden (met verantwoording) van elk van de volgende begrippen: (1) idempotente operatoren, (2) compatiebele grootheden en (3) hermitische operatoren.&lt;br /&gt;
#* Bewijs dat 1/2 (AB+BA) hermitisch is als, A en B zelf hermitisch zijn. Moeten A en B hiervoor commuteren?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Schrijf de HF toestandsfunctie voor een gesloten-schil molecule.&lt;br /&gt;
#* Wat versta je onder elektroncorrelatie? Waarom beschrijft de HF toestandsfunctie correlatie niet. Geef de definitie van correlatie-energie.&lt;br /&gt;
#* Beschrijf schematisch de vorm van de golffunctie die, binnen de LCAO-MO benadering, wel in staat is om elektroncorrelatie te beschrijven.&lt;br /&gt;
# De volgende complexe functies stellen twee van de oplossingen voor van de Schrödingervergelijking voor een één-elektron atoom met kernlading Z:functies voor (n=4, l=2 en ml = +/-2)&lt;br /&gt;
#* Î¨4,2,Â±2(r,Î¸,Ï†)=R4,2Î˜2,Â±2(Î¸)Î¦Â±2(Ï†)&lt;br /&gt;
#* met Ï=2Zr/na0&lt;br /&gt;
#* en: R4,2(r)=(Z/a0)3/2/96âˆš5 (6-Ï)ÏÂ²e-Ï/2&lt;br /&gt;
#* Î˜2,Â±2(Î¸)=âˆš15/4 sinÂ²Î¸&lt;br /&gt;
#* Î¦Â±2(Ï†)=1/âˆš2Ï€ eÂ±2iÏ†&lt;br /&gt;
#* Zijn deze twee functies ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#* Vorm uit deze twee golffuncties via een orthonormale transformatie twee reële functies. Welke kwantumgetallen gaan hierbij verloren? Zijn de nieuwe functie nog steeds eigenfuncties van dezelfde hamiltoniaan (Ã©Ã©n-elektron atoom met kernlading Z)? Zo ja, hebben ze dezelfde eigenwaarden als de oorspronkelijke functies of niet? Zijn ze ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#* Hoeveel radiale nodale vlakken hebben de reële functies? Hoeveel angulaire nodale vlakken, en welke vlakken zijn dit?&lt;br /&gt;
#* Teken het angulaire deel van de twee reële orbitalen in twee dimensies. Kies hiervoor het vlak in een carthesisch assenstelsel waar de functies waar de functies hun maximale (absolute) waarde bereiken.&lt;br /&gt;
#* Teken ook (kwalitatief) de totale (reële) golffuncties in hetzelfde vlak, onder de vorm van hoogtelijnen. Teken twee hoogtelijnen met een verschillende absolute waarde en geef aan welke van de twee lijnen hoort bij de hoogste absolute waarde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 januarri 2017 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Voorwaarden uitleggen voor wanneer een systeem geraden of ungeraden kan zijn.&lt;br /&gt;
# Uitleggen waarom UHF afwijkingen geeft bij de dissociatie van H2 en het covalente karakter van bindingen. Uiteggen hoe dit kan verbeterd worden ( in detail zoals H IV: p28-30)&lt;br /&gt;
# Afleiden van de totale elektronische energie na het in voeren van Kohn &amp;amp; Sham orbitalen in DFT.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 januari 2017 (NM)===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Geef en bewijs het variatietheorema&lt;br /&gt;
#* Situeer de orbitaalbenadering binnen dit theorema. Beschrijf hoe met deze methode benaderende oplossingen van de Schrödingervergelijking bekomen kunnen worden.&lt;br /&gt;
#* Situeer de LCAO-MO methode binnen dit theorema. Beschrijf hoe met deze methode beanderende oplossingen voor orbitalen bekomen kunnen worden.&lt;br /&gt;
# Bespreek de toestandsfunctie horende bij de configuratie phi(a)phi(b) van een twee-elektronsysteem, en toon aan hoe het Pauliprincipe hierbij aanleiding geeft tot de constructie van (combinaties van) Slater determinanten. (phi(a) en phi(b) zijn orbitalen).&lt;br /&gt;
# Leid af hoe de kwantummechanische verwachtingswaarde van een moleculaire dipoolmoment berekend kan worden, vertrekkende van (a) de elektronische toestandsfunctie; (b) de elektronendensiteit. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2016 (VM)===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Geef de definitie en twee voorbeelden (met verantwoording) van elk van de volgende begrippen: (1) idempotente operatoren, (2) compatiebele grootheden, (3) hermitische operatoren.&lt;br /&gt;
#* Bewijs dat 1/2(AB+BA) hermitisch is als A en B zelf hermitisch zijn. Moeten A en B hiervoor commuteren?&lt;br /&gt;
# Toepassing van de LCAO-MO benadering op het H2+ molecule met een minimale basis bestaande uit twee genormaliseerde AO 1sA en 1sB geeft steeds de volgende twee MO&#039;s: Ï•b = N(1sA + 1sB) en Ï•* = N&#039; (1sA - 1sB). &lt;br /&gt;
#* Bereken de normalisatieconstanten N en N&#039;. &lt;br /&gt;
#* Bewijs (op basis van de densiteit) dat, bij een voldoende kleine H-H afstand zodat beide atomaire orbitalen overlappen, phi(b) een binden MO en phi* een antibindend MO is.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Hoe bereken je de elektronendensiteit vertrekkende van de elektronische toestandfunctie van een molecule? Hou hierbij ook rekening met de spin van de elektronen. &lt;br /&gt;
#* Hoe bereken je de moleculaire elektrostatische potentiaal MEP van ee nmolecule uitgaande van de densiteit? &lt;br /&gt;
#* Leg uit hoe je een MSEP (molecular surface electrostatic potential) zou berekenen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2016 (VM)===&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#* Wat zijn compatiebele grootheden? Wat zijn de voorwaarden? &lt;br /&gt;
#* Geef een voorbeeld van (i) twee compatiebele grootheden, (ii) twee niet-compatiebele grootheden. Bewijs dit met de voorwaarden die je in a) gesteld hebt.&lt;br /&gt;
# Leg uit waarom de dissociatie van het H2 molecule niet correct beschreven kan worden met een RHF type golffunctie. Leg uit hoe je dit kan verbeteren (in detail).&lt;br /&gt;
# Leid af hoe de kwantummechanische verwachtingswaarde van een moleculair dipoolmoment berekend kan worden met&lt;br /&gt;
#* elektronische toestandsfunctie&lt;br /&gt;
#* elektrondensiteit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2016 (VM)===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Geef en bewijs het variatietheorema.&lt;br /&gt;
#*Situeer de orbitaalbenadering binnen dit theorema. Beschrijf hoe met deze methode benaderende oplossingen van de SchrÃ¶dingervergelijking bekomen kunnen worden. &lt;br /&gt;
#*Situeer de LCAO-MO methode binnen dit theorema. Beschrijf hoe met deze methode benaderende oplossingen voor orbitalen bekomen kunnen worden. &lt;br /&gt;
# Bespreek de toestandsfunctie horenden bij de aangeslagen configuratie van een twee-elektronensysteem en toon aan hoe het Pauliprincipe hierbij aanleiding geeft tot de constructie van (combinaties van) de Slater determinanten. &lt;br /&gt;
#De volgende complexe functies stellen twee van de oplossingen voor van de SchrÃ¶dingernvergelijking voor een Ã©Ã©n-elektron atoom met kernlading Z:&lt;br /&gt;
#* Î¨4,2,Â±2(r,Î¸,Ï†)=R4,2Î˜2,Â±2(Î¸)Î¦Â±2(Ï†)&lt;br /&gt;
#* met Ï=2Zr/na0&lt;br /&gt;
#* en: R4,2(r)=(Z/a0)3/2/96âˆš5 (6-Ï)ÏÂ²e-Ï/2&lt;br /&gt;
#* Î˜2,Â±2(Î¸)=âˆš15/4 sinÂ²Î¸&lt;br /&gt;
#* Î¦Â±2(Ï†)=1/âˆš2Ï€ eÂ±2iÏ†&lt;br /&gt;
#* Zijn deze twee functies ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#* Vorm uit deze twee golffuncties via een orthonormale transformatie twee reële functies. Welke kwantumgetallen gaan hierbij verloren? Zijn de nieuwe functie nog steeds eigenfuncties van dezelfde hamiltoniaan (Ã©Ã©n-elektron atoom met kernlading Z)? Zo ja, hebben ze dezelfde eigenwaarden als de oorspronkelijke functies of niet? Zijn ze ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#* Hoeveel radiale nodale vlakken hebben de reële functies? Hoeveel angulaire nodale vlakken, en welke vlakken zijn dit?&lt;br /&gt;
#* Teken het angulaire deel van de twee reële orbitalen in twee dimensies. Kies hiervoor het vlak in een carthesisch assenstelsel waar de functies waar de functies hun maximale (absolute) waarde bereiken.&lt;br /&gt;
#* Teken ook (kwalitatief) de totale (reële) golffuncties in hetzelfde vlak, onder de vorm van hoogtelijnen. Teken twee hoogtelijnen met een verschillende absolute waarde en geef aan welke van de twee lijnen hoort bij de hoogste absolute waarde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2015===&lt;br /&gt;
# Schrijf de hamiltoniaan voor het waterstofatoom. Beschrijf schematisch de eigenfuncties en bijbehorende eigenwaarden. Plaats nu het atoom in een magneetveld. Beschrijf hoe de eigenfuncties en eigenwaarden veranderen.&lt;br /&gt;
#Toepassing van de LCAO-MO benadering op het H2+ molecule met een minimale basis bestaande uit twee genormaliseerde AO 1sA en 1sB geeft steeds de volgende twee MO&#039;s: Ï•b = N(1sA + 1sB) en Ï•* = N&#039; (1sA - 1sB). Bereken de normalisatieconstanten N en N&#039;. Bewijs (op basis van de densiteit) dat, bij een voldoende kleine H-H afstand zodat beide atomaire orbitalen overlappen, phi(b) een binden MO en phi* een antibindend MO is.&lt;br /&gt;
#Bespreek het principe van een geometrie-optimalisatie van een molecule. Maak hierbij gebruik van de begrippen potentiaaloppervlak, stationair punt, gradient en hessiaan. Wat versta je onder een frequentie-analyse, en wat is het verband tussen de frequenties en de hessiaan? Leg uit waarom geometrie-optimalisatie best steeds gevolgd wordt door een frequentie-analyse. Op welke manier kan de symmetrie van het molecule hierbij een rol spelen? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2015===&lt;br /&gt;
# Bespreek Rayleigh-SchrÃ¶dinger perturbatietheorie voor niet-ontaarde systemen en situeer de MP2-methode binnen deze theorie.&lt;br /&gt;
# De volgende complexe functies stellen twee van de oplossingen voor van de SchrÃ¶dingernvergelijking voor een Ã©Ã©n-elektron atoom met kernlading Z:&lt;br /&gt;
#* Î¨4,2,Â±2(r,Î¸,Ï†)=R4,2Î˜2,Â±2(Î¸)Î¦Â±2(Ï†)&lt;br /&gt;
#* met Ï=2Zr/na0&lt;br /&gt;
#* en: R4,2(r)=(Z/a0)3/2/96âˆš5 (6-Ï)ÏÂ²e-Ï/2&lt;br /&gt;
#* Î˜2,Â±2(Î¸)=âˆš15/4 sinÂ²Î¸&lt;br /&gt;
#* Î¦Â±2(Ï†)=1/âˆš2Ï€ eÂ±2iÏ†&lt;br /&gt;
#* Zijn deze twee functies ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#* Vorm uit deze twee golffuncties via een orthonormale transformatie twee reële functies. Welke kwantumgetallen gaan hierbij verloren? Zijn de nieuwe functie nog steeds eigenfuncties van dezelfde hamiltoniaan (Ã©Ã©n-elektron atoom met kernlading Z)? Zo ja, hebben ze dezelfde eigenwaarden als de oorspronkelijke functies of niet? Zijn ze ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#* Hoeveel radiale nodale vlakken hebben de reële functies? Hoeveel angulaire nodale vlakken, en welke vlakken zijn dit?&lt;br /&gt;
#* Teken het angulaire deel van de twee reële orbitalen in twee dimensies. Kies hiervoor het vlak in een carthesisch assenstelsel waar de functies waar de functies hun maximale (absolute) waarde bereiken.&lt;br /&gt;
#* Teken ook (kwalitatief) de totale (reële) golffuncties in hetzelfde vlak, onder de vorm van hoogtelijnen. Teken twee hoogtelijnen met een verschillende absolute waarde en geef aan welke van de twee lijnen hoort bij de hoogste absolute waarde.&lt;br /&gt;
# Op basis van welk principe en onder welke omstandigheden kunnen de toestandsfuncties van een systeem geclassificeerd worden als gerade of ungerade?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2015 VM===&lt;br /&gt;
# Geef en bewijs het variatie theorema. Toon aan dat dit blijft gelden in de densiteitfunctionaal theorie&lt;br /&gt;
# Constructie van Slater determinanten vanuit het Pauli principe&lt;br /&gt;
#Duid in onderstaande tabel aan met een kruisje of de volgende waterstoforbitalen eigenfuncties zijn van de hamiltoniaan (H), en/of de orbitaaldraaiimpulsoperatoren (lÂ², lx, ly, lz). Hierbij moeten geen ingewikkelde afleidingen gegeven worden, maar je moet keuze wel kunnen uitleggen. (rood = oplossing)&lt;br /&gt;
&amp;amp;lt;div style=&amp;amp;quot;text-align: center;&amp;amp;quot;&amp;amp;gt; [[Bestand:eigenfuncties2.png]] &amp;amp;lt;/div&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 januari 2015===&lt;br /&gt;
# Schrijf de hamiltoniaan voor het waterstofatoom. Beschrijf schematisch de eigenfuncties en bijbehorende eigenwaarden. Plaats nu het atoom in een magneetveld. Beschrijf hoe de eigenfuncties en eigenwaarden veranderen.&lt;br /&gt;
# Geef grondig het Pauliprincipe en toon aan dat de golffunctie van het He atoom geschreven moet worden als een determinant, en geef deze determinant.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Wat versta je onder elektroncorrelatie&lt;br /&gt;
#* Geef de de definitie van correlatie energie&lt;br /&gt;
#* Beschrijf schematisch de vorm van de golffunctie die, binnen de LCAO-MO benadering, in staat is de elektron correlatie te beschrijven.&lt;br /&gt;
#* Noem 2 mogelijke methoden die gebruikt kunnen worden om deze golffunctie te berekenen. Geef de essentiële verschillen tussen beide methoden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 augustus 2014===&lt;br /&gt;
# Bewijs dat Pz een lineaire en hermitische operator is.&lt;br /&gt;
# Geef grondig het Pauliprincipe en voor een He atoom gebruik makend van de orbitaalbenadering dat de golffunctie geschreven kan worden in een determinant, en geef deze determinant.&lt;br /&gt;
# Leg uit Rayleigh perturbatie theorie en situeer MP2 hierin.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2014===&lt;br /&gt;
# Definieer&lt;br /&gt;
#*orbitaal en orbitaalbenadering&lt;br /&gt;
#*configuratie: open- en gesloten-schil-configuratie&lt;br /&gt;
#*slaterdeterminanten&lt;br /&gt;
#*toestand en toestandsfunctie; maak gebruik van een voorbeeld en leg het verband/preciseer het verschil tussen de verschillende begrippen&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen de gross en de netto Mulliken populatie van een atomaire basisfunctie resulterend uit een moleculaire LCAO-MO-SCF berekening? (leid de formules af)&lt;br /&gt;
# Bereken a) de meest waarschijnlijke kern-elektronafstand; b) de gemiddelde kern-elektronafstand, in de grondtoestand van het waterstof atoom met als toestandsfunctie (dan die functie uit de cursus)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2014===&lt;br /&gt;
# geef de definitie en &amp;amp;lt;u&amp;amp;gt;twee voorbeelden&amp;amp;lt;/u&amp;amp;gt; (met verantwoording) van elk van de volgende begrippen:&lt;br /&gt;
#* Idempotente operatoren&lt;br /&gt;
#* Compatibele grootheden&lt;br /&gt;
#* Hermitische operatoren&lt;br /&gt;
# Geef en bespreek het Pauli principe (algemeen) en toon aan dat omwille van dit principe de maximale bezetting ven de ruimtelijke orbitalen 2 is, en die van de spin orbitalen 1.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Wat versta je onder elektroncorrelatie&lt;br /&gt;
#* Geef de de definitie van correlatie energie&lt;br /&gt;
#* Beschrijf schematisch de vorm van de golffunctie die, binnen de LCAO-MO benadering, in staat is de elektron correlatie te beschrijven &amp;amp;lt;i&amp;amp;gt;(uit hoofdstuk 4 naar &#039;t schijnt!)&amp;amp;lt;/i&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
#* Noem 2 mogelijke methoden die gebruikt kunnen worden om deze golffunctie te berekenen. Geef de essentiële verschillen tussen beide methoden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2014===&lt;br /&gt;
# Bewijs compatiebele grootheden.&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom de dissociatie van het H2 molecule niet correct beschreven kan worden met een RHF type golffunctie.&lt;br /&gt;
#* Geef de 2 wijzen waarop de bindingsenergie van H2 theoretisch berekend kan worden en leg uit waarom, op Hartree-Fock niveau, de ene wijze steeds een te hoge, en de andere wijze steeds een te lage bindingsenergie oplevert.&lt;br /&gt;
#*Hoe kan de beschrijving van de golffunctie van H2, en dus ook van de bindingsenergie, verbeterd worden.&lt;br /&gt;
#Bespreek het principe van een geometrie-optimalisatie van een molecule.&lt;br /&gt;
#* Maak hierbij gebruik van de begrippen potentiaaloppervlak, stationair punt, gradient en hessiaan. Wat versta je onder een frequentie-analyse.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verband tussen de frequenties en de hessiaan?&lt;br /&gt;
#* Leg uit waarom geometrie-optimalisatie best steeds gevolgd wordt door een frequentie-analyse. Op welke manier kan de symmetrie van het molecule hierbij een rol spelen? &lt;br /&gt;
===17 januari 2014===&lt;br /&gt;
#Geef en bewijs het variatie theorema. Toon aan dat dit blijft gelden in de densiteitfunctionaal theorie&lt;br /&gt;
#Constructie van Slater determinanten vanuit het Pauli principe:&lt;br /&gt;
#Bespreek de mogelijke golffuncties en dat die aanleiding geven tot de constructie van  een Slater determinant/ combinatie van Slater determinanten&lt;br /&gt;
#Duid in onderstaande tabel aan met een kruisje of de volgende waterstoforbitalen eigenfuncties zijn van de hamiltoniaan (H), en/of de orbitaaldraaiimpulsoperatoren (lÂ², lx, ly, lz). Hierbij moeten geen ingewikkelde afleidingen gegeven worden, maar je moet keuze wel kunnen uitleggen. (rood = oplossing) &amp;amp;lt;b&amp;amp;gt;(zie 24 januari 2012)&amp;amp;lt;/b&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 januari 2013 ===&lt;br /&gt;
#Geef en bespreek het Pauli-principe. Welke benaderende golffunctie zal men gebruiken om te voldoen aan dit principe?&lt;br /&gt;
#Definitie van elektroncorrelatie. Wat is de correlatie-energie? Beschrijf schematisch de vorm van de golffunctie die, binnen de LCAO-MO benadering, in staat is om elektronencorrelatie te beschrijven. Noem twee mogelijke methoden die gebruikt kunnen worden om deze golffunctie te berekenen. Geef de essentiële verschillen tussen de beide methoden.&lt;br /&gt;
#Toepassing van de LCAO-MO benadering op het H2+ molecule met een minimale basis bestaande uit twee genormaliseerde AO 1sA en 1sB geeft steeds de volgende twee MO&#039;s: Ï•b = N(1sA + 1sB) en Ï•* = N&#039; (1sA - 1sB). Bereken de normalisatieconstanten N en N&#039;. Bewijs (op basis van de densiteit) dat, bij een voldoende kleine H-H afstand zodat beide atomaire orbitalen overlappen, phi(b) een binden MO en phi* een antibindend MO is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 januari 2013===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Leid de uitdrukking af van de totale (elektronische) grondtoestandsenergie die bekomen wordt binnen DFT na de introductie van orbitalen zoals gesugereerd door Kohn &amp;amp;amp; Sham&lt;br /&gt;
#Geef de definitie van &amp;amp;quot;size consistency&amp;amp;quot;. Waarom is de CISD-methode niet size-consistent?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Wat zijn compatiebele grootheden?&lt;br /&gt;
#*Toon aan dat twee meetbare grootheden compatiebel zijn als de corresponderende kwantummechanische operatoren commuteren.&lt;br /&gt;
#*Geef een voorbeeld van (i) twee compatiebele grootheden, (ii) twee niet-compatiebele grootheden. Bewijs (i) en (ii) door de commutatierelatie tussen de bijhorende operatoren uit te werken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Augustus 2012===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Geef de definitie van een lineaire hermitische operator A en bewijs dat:&lt;br /&gt;
#*eigenwaarden van A altijd reël zijn&lt;br /&gt;
#*de eigenfuncties van A steeds orthonormaal gekozen kunnen worden.&lt;br /&gt;
#Bespreek Rayleigh-SchrÃ¶dinger perturbatietheorie voor niet-ontaarde systemen en situeer de MP2-methode binnen deze theorie.&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom de dissociatie van H2 molecule niet correct beschreven kan worden met een RHF-type golffunctie. Geef de twee wijzen waarop de bindingsenergie van H{{sub|2}} theoretisch berekend kan worden en leg uit waarom, op Hartree-Fock niveau, de ene wijze een steeds te hoge en de andere steeds een te lage bindingsenergie oplevert? Hoe kan de beschrijving van de golffunctie van H2, en dus ook van bindingsenergie, verbeterd worden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2011 NM===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Definitie van elektroncorrelatie&lt;br /&gt;
#* Wat is de correlatie-energie&lt;br /&gt;
#* Beschrijf schematisch de vorm van de golffunctie die, binnen de LCAO-MO benadering, in staat is om elektronencorrelatie te beschrijven&lt;br /&gt;
#* Noem twee mogelijke methoden die gebruikt kunnen worden om deze golffunctie te berekenen. Geef de essentiële verschillen tussen de beide methoden&lt;br /&gt;
#Toepassing van de LCAO-MO benadering op het H2+ molecule met een minimale basis bestaande uit twee genormaliseerde AO 1sA en 1sB geeft steeds de volgende twee MO&#039;s: Ï•&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;b&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; = N(1sA + 1sB) en Ï•* = N&#039; (1sA - 1sB). &lt;br /&gt;
#* Bereken de normalisatieconstanten N en N&#039;&lt;br /&gt;
#* Bewijs (op basis van de densiteit) dat, bij een voldoende kleine H-H afstand zodat beide atomaire orbitalen overlappen, phi(b) een binden MO en phi* een antibindend MO is. &lt;br /&gt;
# Bewijs compatiebele grootheden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2012 VM===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Geef en bespreek het Pauli-principe&lt;br /&gt;
#*Welke benaderende golffunctie zal men gebruiken om te voldoen aan dit principe?&lt;br /&gt;
#Leid de uitdrukking af voor de totale (elektronische) grondtoestandsenergie binnen DFT, na de introductie van orbitalen zoals gesuggereerd door Kohn &amp;amp;amp; Sham.&lt;br /&gt;
#Duid in onderstaande tabel aan met een kruisje of de volgende waterstoforbitalen eigenfuncties zijn van de hamiltoniaan (H), en/of de orbitaaldraaiimpulsoperatoren (lÂ², lx, ly, lz). Hierbij moeten geen ingewikkelde afleidingen gegeven worden, maar je moet keuze wel kunnen uitleggen. (rood = oplossing)&lt;br /&gt;
&amp;amp;lt;div style=&amp;amp;quot;text-align: center;&amp;amp;quot;&amp;amp;gt; [[Bestand:tabel eigenfuncties.png]] &amp;amp;lt;/div&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2012===&lt;br /&gt;
#Op basis van welk principe en onder welke omstandigheden kunnen de toestandsfunctie van een systeem geclassificeerd worden als gerade of ungerade?&lt;br /&gt;
#Wat is het verschil tussen de gross en de netto Mulliken populatie van een atomaire basisfunctie resulterend uit een moleculaire LCAO-MO-SCF berekening? (leid de formules af)&lt;br /&gt;
#De volgende complexe functies stellen twee van de oplossingen voor van de SchrÃ¶dingernvergelijking voor een Ã©Ã©n-elektron atoom met kernlading Z:&lt;br /&gt;
&amp;amp;lt;br/&amp;amp;gt;&amp;amp;lt;center&amp;amp;gt;Î¨&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4,2,Â±2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;(r,Î¸,Ï†)=R&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4,2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;Î˜&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2,Â±2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;(Î¸)Î¦&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;Â±2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;(Ï†)&amp;amp;lt;/center&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;amp;lt;br/&amp;amp;gt;met Ï=2Z/na&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;0&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; en:&lt;br /&gt;
&amp;amp;lt;br/&amp;amp;gt;&amp;amp;lt;center&amp;amp;gt;R&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4,2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;(r)=(Z/a&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;0&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;)&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;3/2&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;/96âˆš5 (6-Ï)ÏÂ²e&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-Ï/2&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;amp;lt;br/&amp;amp;gt;Î˜&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2,Â±2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;(Î¸)=âˆš15/4 sinÂ²Î¸&lt;br /&gt;
&amp;amp;lt;br/&amp;amp;gt;Î¦&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;Â±2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;(Ï†)=1/âˆš2Ï€ e&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;Â±2iÏ†&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;&amp;amp;lt;/center&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
#*Zijn deze twee functies ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#*Vorm uit deze twee golffuncties via een orthonormale transformatie twee reële functies. Welke kwantumgetallen gaan hierbij verloren? Zijn de nieuwe functie nog steeds eigenfuncties van dezelfde hamiltoniaan (Ã©Ã©n-elektron atoom met kernlading Z)? Zo ja, hebben ze dezelfde eigenwaarden als de oorspronkelijke functies of niet? Zijn ze ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#*Hoeveel radiale nodale vlakken hebben de reële functies? Hoeveel angulaire nodale vlakken, en welke vlakken zijn dit?&lt;br /&gt;
#*Teken het angulaire deel van de twee reële orbitalen in twee dimensies. Kies hiervoor het vlak in een carthesisch assenstelsel waar de functies waar de functies hun maximale (absolute) waarde bereiken.&lt;br /&gt;
#*Teken ook (kwalitatief) de totale (reële) golffuncties in hetzelfde vlak, onder de vorm van hoogtelijnen. Teken twee hoogtelijnen met een verschillende absolute waarde en geef aan welke van de twee lijnen hoort bij de hoogste absolute waarde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2011 nm===&lt;br /&gt;
# Maak gebruik van de LCAO-MO benadering en het variatietheorema om de golï¬€unctie en bijhorende energie te berekenen van de grondtoestand van het H&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;+&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;-ion bij een H-H afstand van 2,2 a.u. Basisfuncties zijn de (genormaliseerde) 1sA en 1sB orbitalen op beide H atomen. De waarde van de verschillende integralen tussen beide functies bij de gegeven H-H afstand bedragen:    S(AB)= 0,533     ;  H(AA)= -0,937 a.u.      ;    H(AB)= -0,621 a.u.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Geef en bespreek het Pauli-principe&lt;br /&gt;
#* Hoe wordt dit principe gebruikt voor de constructie van een golffunctie binnnen de orbitaalbenadering.&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen de gross en de netto Mulliken populatie van een atomaire basisfunctie resulterend uit een moleculaire LCAO-MOSCF berekening (leid de formules af)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2011 vm===&lt;br /&gt;
# Op basis van welk principe en onder welke omstandigheden kunnen de toestandsfuncties van een systeem geclassificeerd worden als gerade of ungerade?&lt;br /&gt;
# Leidt de uitdrukking af van de totale elektronische grondtoestandsenergie die bekomen wordt binnen DFT na de introductie van orbitalen zoals gesuggereerd door Kohn &amp;amp;amp; Sham.&lt;br /&gt;
# Bereken a) de meest waarschijnlijke kern-elektronafstand; b) de gemiddelde kern-elektronafstand, in de grondtoestand van het waterstof atoom met als toestandsfunctie (dan die functie uit de cursus)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2010 nm===&lt;br /&gt;
#Niet compatiebele grootheden, bewijzen dat impuls en plaats niet compatiebel zijn, onzekerheidsprincipe Heisenberg geven en bewijzen met gegeven formule (uit cursus)&lt;br /&gt;
#H&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;+&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;-ion, gegeven dat bindend orbitaal= N(sA+sB) en antibindend= N&#039;(sA-sB). Normalisatiefactoren berekenen en met de waarschijnlijkheidsdichtheid aantonen dat het ene bindend is en het andere antibindend.&lt;br /&gt;
#Vanalles over geometrie-optimalisatie en frequentie-analyse:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2010 vm===&lt;br /&gt;
#De golffunctie van waterstof gekregen. Bereken hoogst waarschijnlijke waarde van r en de gemiddelde waarde van r&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Variatietheorema geven en bewijzen en aantonen hoe dat da in de densiteitsfunctionaaltheorie ook blijft gelden&lt;br /&gt;
#* Het eerste Hohenberg-Kohn theorema geven en bewijzen&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Definitie van elektroncorrelatie&lt;br /&gt;
#* Wat is de correlatie-energie&lt;br /&gt;
#* Beschrijf schematisch de vorm van de golffunctie die, binnen de LCAO-MO benadering, in staat is om elektronencorrelatie te beschrijven&lt;br /&gt;
#* Noem twee mogelijke methoden die gebruikt kunnen worden om deze golffunctie te berekenen. Geef de essentiële verschillen tussen de beide methoden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2010 nm===&lt;br /&gt;
#Op basis van welk principe en onder welke omstandigheden kunnen de toestandsfuncties van een systeem geclassificeerd worden als gerade en ungerade&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom de dissociatie van het H2 molecule niet correct beschreven kan worden met een RHF type golffunctie. Geef de 2 wijzen waarop de bindingsenergie van H2 theoretisch berekend kan worden en leg uit waarom, op Hartree-Fock niveau de ene wijze steeds een te hoge, en de andere wijze steeds een te lage bindingsenergie oplevert. Hoe kan de beschrijving van de golffunctie van H2, en dus ook van de bindingsenergie, verbeterd worden.&lt;br /&gt;
#Bespreek het Pauli-principe (grondig en algemeen) en gebruik dit principe bij de constructie van de golffunctie voor de grondtoestand van he He atoom(binnen de orbitaalbenadering) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2010 vm===&lt;br /&gt;
#Bewijs compatiebele grootheden&lt;br /&gt;
#Geef de verschillende aangeslagen toestanden van een twee-elektronsysteem. Geef de slaterdeterminanten rekening houdend met het Pauliprincipe&lt;br /&gt;
#Tekenopdracht van n=4 l=2 en ml=+/-2 (zie oude examenvragen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===augustus 2009===&lt;br /&gt;
#Wat zijn incompatiebele grootheden? Toon aan dat positie en snelheid incompatiebel zijn. Geef en bewijs de Heisenberg onzekerheidsrelatie. Maak hierbij gebruik van de volgende vergelijking, geldend voor twee incompatiebele grootheden A en B: deltaA * deltaB &amp;amp;gt;= 1/2 |&amp;amp;lt;psi|[A, B]|psi&amp;amp;gt;|&lt;br /&gt;
#Toepassing van de LCAO-MO benadering op het H2+ molecule met een minimale basis bestaande uit twee genormaliseerde AO 1sA en 1sB geeft steeds de volgende twee MO&#039;s: Ï•{{sub|b}} = N(1sA + 1sB) en Ï•* = N&#039; (1sA - 1sB). &lt;br /&gt;
* Bereken de normalisatieconstanten N en N&#039;&lt;br /&gt;
* Bewijs (op basis van de densiteit) dat, bij een voldoende kleine H-H afstand zodat beide atomaire orbitalen overlappen, Ï•{{sub|b}} een binden MO en Ï•* een antibindend MO is. &lt;br /&gt;
#Bespreek het principe van een geometrie-optimalisatie van een molecule. Maak hierbij gebruik van de begrippen potentiaaloppervlak, stationair punt, gradient en hessiaan. Wat versta je onder een frequentie-analyse, en wat is het verband tussen de frequenties en de hessiaan? Leg uit waarom geometrie-optimalisatie best steeds gevolgd wordt door een frequentie-analyse. Op welke manier kan de symmetrie van het molecule hierbij een rol spelen? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2009===&lt;br /&gt;
#Geef de definitie van een lineaire hermitische operator A en bewijs dat:&lt;br /&gt;
#*Eigenwaarden van A altijd reel zijn&lt;br /&gt;
#*De eigenfuncties van A steeds orthonormaal gekozen kunnen worden.&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom de dissociatie van het H2 molecule niet correct beschreven kan worden met een RHF type golffunctie. Geef de twee wijzen waarop de bindingsenergie van H2 theoretisch berekend kan worden en leg uit waarom, op Hartree-Fock niveau, de ene wijze steeds een te hoge en de andere wijze steeds een te lage bindingsenergie oplevert. Hoe kan de beschrijving van de golffunctie van H2, en dus ook van de bindingsenergie, verbeterd worden?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Geef en bewijs het variatietheorema&lt;br /&gt;
#*Geef en bewijs het eerste Hohenberg-Kohn theorema&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2009===&lt;br /&gt;
#Bespreek gerade/ungerade , afleiding en zeggen wat essentieel is.&lt;br /&gt;
#3 begrippen bespreken en met elkaar in verband brengen: orbitaal / open en gesloten schil / toestand en toestandsfunctie&lt;br /&gt;
#Orbitalen tekenen(letterlijk zoals ook op toledo staat)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 januari 2009===&lt;br /&gt;
#Commutatieregels H, LÂ², Lx, Ly, Lz van meer-elektronatomen afleiden en bespreken wat ge daar mee kunt&lt;br /&gt;
#Perturbatietheorie geven &amp;amp;amp; MP2 daar in mengen&lt;br /&gt;
#Frequentie-analyse&lt;br /&gt;
#*A) frequentie-analyse op een stationair punt bespreken en de Hessiaan er in gebruiken&lt;br /&gt;
#*B) 3 eigenschappen bespreken van het molecule in een bepaalde geometrie die je met een frequentie analyse kan berekenen/bespreken&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jos Appeltros</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Chemische_Thermodynamica&amp;diff=567</id>
		<title>Chemische Thermodynamica</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Chemische_Thermodynamica&amp;diff=567"/>
		<updated>2017-07-24T20:27:14Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jos Appeltros: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Zowel gevolgd door chemie als biochemie, tegenwoordig in het derde jaar voor biochemie en tweede jaar chemie. Een &#039;mondeling&#039; examen met schriftelijke voorbereiding. In theorie want in praktijk verloopt het examen zonder veel woorden. De examenstructuur is altijd dezelfde: 2 theorievragen en 2 oefeningen, waarvan één altijd gaat over entropieverandering. Sinds 2012-2013 komt één van de theorievragen uit één van de artikels die je vooraf moest lezen.&lt;br /&gt;
Het vak wordt gedoceerd door professor Thierry Verbiest, oefenzittingen werden vroeger gegeven door de zo mogelijk nog sympathiekere Maarten Vanbel.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 3 februari 2017 NM ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Artikel over proteïne (4 ptn): Welke interacties spelen een rol bij de opvouwing van een bêta-hairpin? Hoe dragen deze interacties bij aan de enthalpieverandering van het opvouwingsproces? Gebruik tabel 1. (gegeven)&lt;br /&gt;
#*Bijvragen: hij heeft een klokcurve op zijn blad getekend: hoe beïnvloed Cp de curve? (breder). Draagt water meer bij aan de opvouwing van de hairpin dan methanol? De opvouwing van de hydrofobe zijketens, hoe noemen we dit effect? (hij doelt op hydrofoob effect).&lt;br /&gt;
# Oefening (2 ptn): gegeven: 1 mol, temperatuur 767°C verhogen naar 1027°C, druk gaat van 1 atm naar 6 atm, molaire Cv = 3/2 R. Bereken de enthalpieverandering en de entropieverandering. &lt;br /&gt;
# Oefening (2 ptn): gegeven: 3 mol, temperatuur 27°C, de reactie is isotherm, druk gaat van 1 atm naar 5 atm. Bereken de verandering in vrije energie.&lt;br /&gt;
# Carnot-cyclus:&lt;br /&gt;
#* Teken het p-V en S-T diagram. (1,5 ptn)&lt;br /&gt;
#* Bereken voor elke stap w, q, U en entropieverandering. (1,5 ptn)&lt;br /&gt;
#* Toon aan dat de totale U en totale entropieverandering nul is. (1ptn)&lt;br /&gt;
# Chemisch potentiaal mengsels (gas en vloeistof)&lt;br /&gt;
#* Bespreek de verandering in Gibbs en entropie bij het mengen van ideale gassen. (1,6 ptn)&lt;br /&gt;
#* Doe dit ook voor ideale vloeistoffen. (1,2 ptn)&lt;br /&gt;
#* Kan je hetzelfde besluiten voor vloeistoffen en gassen? Bespreek dit. (1,2 ptn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 27 januari 2017 NM ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Artikel over proteïne&lt;br /&gt;
# Oefening tripelpunt en kooktemperatuur&lt;br /&gt;
# Oefening entropie berkenen&lt;br /&gt;
# Chemisch potentiaal mengsel vloeistoffen, uitdrukking G en aantonen dat het entropie gedreven is&lt;br /&gt;
# Kinetisch gasmodel en fotongas&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 27 januari 2017 VM ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Artikel over proteïnen&lt;br /&gt;
# Geef q, U en W voor volgende processen met ideale gassen&lt;br /&gt;
#* isotherme expansie in vacuum&lt;br /&gt;
#* adiabatische expansie in vacuum&lt;br /&gt;
#* isotherme expansie tegen constante druk&lt;br /&gt;
#* adiabatische expansie tegen constante druk&lt;br /&gt;
#* reversibele isotherme expansie&lt;br /&gt;
#* reversibele adiabatische expansie&lt;br /&gt;
#* isochoor proces (weet niet meer exact)&lt;br /&gt;
# Chemische potentiaal kort uitleggen, geef afleiding metaal/metaalion electrode&lt;br /&gt;
# Oefening triplepunt en kooktemperatuur&lt;br /&gt;
# Oefening entropie berekening&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 januari 2017 NM ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Vuurpomp vertrekkende van de eerste hoofdwet van de thermodynamica&lt;br /&gt;
#entropie (van systeem, universum en omgeving) als je een gas opwarmt van 768 tot 1028 K en samendrukt door het veranderen van de druk van 1 atm tot 6 atm. je mocht dit beschouwen als een reversibel proces. Wat is de entropie?&lt;br /&gt;
#een mol gas (argon) ontspant zich bij 273K adiabatisch van 1L naar 10L, wat is de eindtemperatuur? gebruik voor warmtecapaciteit C(v)= 3/2R&lt;br /&gt;
#leidt een formule af voor chemische potentiaal bij het mengen van twee stoffen. leidt dan ook de gibbsfunctie af en toon aan dat dit entropisch gedreven is.&lt;br /&gt;
#Toon aan dat stoffen aan de oppervlakte van een stof de oppervlaktespanning doen dalen. Leidt de formule van Young-Laplace af.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2017 VM ===&lt;br /&gt;
#Werking van de vuurpomp beschrijven m.b.v. de eerste hoofdwet van de thermodynamica.&lt;br /&gt;
#Bereken een reactie-enthalpie bij 1000K (de reactie en de reactie-enthalpie bij 298K is gegeven).&lt;br /&gt;
#Een gas bij 25°C wordt verwarmd bij constante druk tot het verdubbeld is in volume. Bereken de verandering in enthalpie, entropie en vrije energie.&lt;br /&gt;
#Mengen van ideale gassen, formule afleiden. (en nog dingen maar die ben ik vergeten omda ik ze nie kon :&#039;( )&lt;br /&gt;
#Leid de Clapeyron af en pas toe op Vast-Vloeistof en Vloeistof-Damp.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 januari 2016 NM ===&lt;br /&gt;
#vuurpomp&lt;br /&gt;
#colligatieve eigenschappen, kookpuntsverhoging, osmose&lt;br /&gt;
#clapeyron afleiden en toepassen op smelten en verdampen&lt;br /&gt;
#entropie (sys, omg, univ) berekenen reversibel, irreversibel en enthalpie van systeem berekenen met T1, T2, Cp gegeven&lt;br /&gt;
#entropie, enthalpie en inwendige energie berekenen waarbij een systeem verwarmd word tot het volume verdubbelt is met P constant en Ti, P en n gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2016 (VM) ===&lt;br /&gt;
#Het artikel over het vouwen van eiwitten bespreken.&lt;br /&gt;
#De dampspanning van een zuivere stof op twee verschillende temperaturen krijg je. Bereken de verdampingsenthalpie, ebullioscopische constante (molaire massa gegeven.), de temperatuur waarop de vloeistof verdampt en de entropie van dit proces. &lt;br /&gt;
#Een (zeer eenvoudige) oefening waarin de entropie moet berekend worden van een expansie.&lt;br /&gt;
#Bespreek de carnot cyclus.&lt;br /&gt;
#De laplace vergelijking uitleggen en verklaren waarom stoffen die aan het oppervlakte opstapelen de oppervlaktespanning verlagen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 januari 2016 NM ===&lt;br /&gt;
Hetzelfde als 11 januari VM&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 januari 2016 VM ===&lt;br /&gt;
#vuurpomp (opdracht)&lt;br /&gt;
#tripelpunt oefening: gegeven temperatuur bij tripelpunt, Pvap(T1), Pvap(T2) te berekenen enthalpie(vap), kooktemp. bij normaaldruk en druk op tripelpunt.&lt;br /&gt;
#entropie en enthalpie bij reversibel en irreversibel oefening: gegeven T1, T2, Cp&lt;br /&gt;
#colligatieve eigenschappen bespreken (wat is het + invloed van de opgeloste stof op de chemische potentiaal van de vloeistof) en kookpuntsverhoging en osmose&lt;br /&gt;
#elektrochemische potentiaal en metaal/metaalionelectrode + Nernstvergelijking (kort) afleiden + (heel kort) bespreken hoe enthalpie en entropie bepaald kan worden uit elektrochemie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 januari 2015 (NM) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# 1. Dat vuur pomp stuff.&lt;br /&gt;
# 2. Bereken tripel punt shit.&lt;br /&gt;
# 3. Wat met entropie spelen n stuff.&lt;br /&gt;
# 4. Een of ander carnot cyclus... komt dat iemand bekend voor?&lt;br /&gt;
# 5. Wat shit met oppervlakte spanning en Young en een van zijn Franse maatjes afleiden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2014 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# vraag over enthalpie bij peptide vouwen, vraag 1 van da document&lt;br /&gt;
# Oefening om enthalpie te bereken bij 1000K terwijl de enthalpie is gegeven bij 298K van een reactievgl&lt;br /&gt;
# Entropie berekening voor irreversibel en reversibel proces &lt;br /&gt;
# leidt de formule van de oppervlaktespanning af, bewijs dat stoffen die de oppervlaktespanning verlagen de nijging hebben om zich aan de oppervlakte op te stapelen, Leidt de vergelijking van Young-dupre af&lt;br /&gt;
# leg te elektrochemische potentiaal uit( gewoon de vergelijking uitleggen), leg membraanpotentiaal uit, leg metaal/metaan-ion elektrode uit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 januari 2013 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Bespreek de electrochemische potentiaal en pas dit toe op een metaal/metaalionelektrode.&lt;br /&gt;
# Toon aan dat een adiabatische expansie kan leiden tot mistvorming in een erlenmeyer (artikel).&lt;br /&gt;
# Oefening: bepaling van de molaire entropieverandering bij verwarmen en compresseren. Warmtecapaciteit bij constant volume is geggeven.&lt;br /&gt;
# Oefening: bereken delta H bij 1000 K van de reactie: CO + H2O -&amp;amp;gt; CO2 + H2. delta H bij 298 K is gegeven, als ook de Cp&#039;s van de stoffen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 januari 2013 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# bewijs: bij adiabatisch proces is p1V1^(lambda)=p2V2^(lambda)&lt;br /&gt;
# bespreek de rol van enthalpie en entropie bij het hydrofoob effect&lt;br /&gt;
# bepaling van de tempperatuursverandering bij adiabatische compressie (begin- en einddruk, begintemp gegeven)&lt;br /&gt;
# bepaling van delta U en delta H bij een opwarming bij constante druk (cv, massa, molaire massa en begin- en eindtemp gegeven)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2013 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Toon aan dat de gemiddelde kinetische energie van een mol gas gelijk is aan 3/2 RT&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe een adiabatische expansie kan leiden tot mistvorming in een erlenmeyer (vraag uit artikel).&lt;br /&gt;
# Oefening: entropieverandering van 298 K en 2 atm naar 233 K en 0.4 atm. Warmtecapaciteit bij constant volume is gegeven.&lt;br /&gt;
# Oefening: geef temperatuur en druk bij het tripelpunt van een bepaalde stof, twee vergelijkingen met p en T zijn al gegeven, je moet alleen nog maar het stelsel van twee vergelijkingen en twee onbekenden oplossen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 3 feb 2012 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Geef het verschil tussen een isotherme en een adiabatische expansie. &lt;br /&gt;
# Toon aan dat de gemiddelde kinetische energie van een mol gas gelijk is aan 3/2 RT&lt;br /&gt;
# Oefening: entropieverandering van 298 K en 2 atm naar 233 K en 0.4 atm&lt;br /&gt;
# Oefening: geef temperatuur en druk bij het tripelpunt van een bepaalde stof, twee vergelijkingen met p en T zijn al gegeven, je moet alleen nog maar het stelsel van twee vergelijkingen en twee onbekenden oplossen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 27 jan 2012 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Toon aan dat stoffen die de oppervlaktespanning verlagen, de neiging hebben om zich aan het oppervlak op te stapelen.&lt;br /&gt;
# Leg uit, elektrochemische potentiaal en pas toe op de membraanpotentiaal.&lt;br /&gt;
# Oefening op entropieverandering&lt;br /&gt;
# Bereken q, U en H bij verwarming bij constante druk.&lt;br /&gt;
=== 20 jan 2012 VM ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Bespreek osmose (bijvragen: geldt deze formule altijd, hoe aanpassen voor grotere C, hoe noem je dit?)&lt;br /&gt;
# Geef de formules voor de warmte, arbeid en verandering in inwendige energie voor volgende processen met ideale gassen:&lt;br /&gt;
#* isotherme expansie in vacuÃ¼m&lt;br /&gt;
#* adiabatische expansie in vacuÃ¼m&lt;br /&gt;
#* isotherme expansie tegen constante druk&lt;br /&gt;
#* adiabatisch expansie tegen constante druk&lt;br /&gt;
#* reversibele isotherme expansie&lt;br /&gt;
#* reversibele adiabatische expansie&lt;br /&gt;
#* (bijvraag: een stok met aan het uiteinde een stuk katoen in een omhulsel duwen (past perfect): hierna brandt het katoen, hoe verklaar je dit?)&lt;br /&gt;
# Oef: zie oef 3 bij oude examenvragen&lt;br /&gt;
# Oef: zie oef 7 bij oude examenvragen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 jan 2012 VM ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Geef de carnotcyclus en bespreek U, w &amp;amp;amp; q bij elk proces&lt;br /&gt;
# Bespreek de electrochemische potentiaal en leg uit a.d.h.v. een metaal/metaalionelektrode.&lt;br /&gt;
# Oefening over verandering Gibbs van reactie bij 1298K als Cp, H &amp;amp;amp; S van alle reagentia en producten gegeven bij 298K &lt;br /&gt;
# Oefening over entropieverandering van expansie (systeem, omgeving, universum) zowel a) reversibel b) irreversibel bij uitwendige druk van 0,1Atm&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 jan 2011 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Bespreek osmose en hoe kan je hieruit molecuulgewicht bepalen (3de keer!!!)&lt;br /&gt;
#Bespreek membraanpotentiaal&lt;br /&gt;
#IJs wordt van -10Â°C tot +10Â°C verwarmd: wat is de entropietoename &amp;amp;lt;u&amp;amp;gt;van het systeem&amp;amp;lt;/u&amp;amp;gt;? (enthalpie en warmtecapaciteiten gegeven)&lt;br /&gt;
#Bereken eindtemperatuur, q, W en U van een reversibele adiabatische compressie van 28l naar 10l. (C&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;v&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; = 5/2R)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 jan 2011 VM ===&lt;br /&gt;
# Geef de carnotcyclus en bespreek U, w &amp;amp;amp; q bij elk proces&lt;br /&gt;
# Bespreek de electrochemische potentiaal en leg uit a.d.h.v. een metaal/metaalionelektrode.&lt;br /&gt;
# Oefening over verandering inwendige energie (delta U)&lt;br /&gt;
# Oefening over entropieverandering&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 jan 2011 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Bespreek osmose en leg uit hoe je hieruit molecuulgewichten kunt bekomen &lt;br /&gt;
# Clapeyron afleiden + toepassen op fasediagramma (m.a.w. vgl vast-&amp;amp;gt; vl., vl. -&amp;amp;gt; gas en vast -&amp;amp;gt; gas berekenen)&lt;br /&gt;
# Oefening over entropieverandering &lt;br /&gt;
# Oefening over verandering in gibbsfunctie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2010 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# bespreek de adiabatische expansie &lt;br /&gt;
# bespreek osmose en geef een toepassing &lt;br /&gt;
# oefening over entropieverandering &lt;br /&gt;
# oefening over verandering in gibbsfunctie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 jan 2010 VM ===&lt;br /&gt;
# Bespreek het kinetischgasmodel en de gemiddelde Etr.&lt;br /&gt;
# Bespreek de electrochemische potentiaal en leg uit a.d.h.v. een metaal/metaalionelektrode.&lt;br /&gt;
# ?&lt;br /&gt;
# ?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 jan 2010 NM ===&lt;br /&gt;
# Toon aan met formules dat een stof die de oppervlaktespanning verlaagt de neiging heeft om zich aan het oppervlak op te stapelen.&lt;br /&gt;
# Bewijs dat de totale entropie voor een Carnotcyclus gelijk is aan nul.&lt;br /&gt;
# Entropieverandering berekenen van gas bij bepaalde gebeurtenis.&lt;br /&gt;
# Veranderingen in U en H berekenen bij de opwarming van een ideaal gas bij constante druk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 jan 2009 ===&lt;br /&gt;
# Clapeyron afleiden+toepassen op vloeibaar-gas.&lt;br /&gt;
# Kookpuntverhoging.&lt;br /&gt;
# Adiabatische compressie van een gas met de volumes en de begin T en de Cv gegeven.&lt;br /&gt;
# Entropieverandering van 25 C naar 1000 C met Cv gegeven.&lt;br /&gt;
=== 16 jan 2009 ===&lt;br /&gt;
# bij mengen verandering in gibbs, entropie, enthalpie en volume&lt;br /&gt;
# carnot bespreken, q, W en U bij elk proces, en efficientie berekenen&lt;br /&gt;
# verandering in entropie berekenen wanneer een ideaal gas expandeert van 1l bij 12K naar 2l bij 24K &lt;br /&gt;
# verandering in enthalpie en inwendige energie berekenen van een reactie, enkele vormingsenthalpieën gegeven en een verbrandingsenthalpie, en we mochten veronderstellen dat de gassen ideaal waren&lt;br /&gt;
=== 21 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
# clayperon+ toep. op verdampen&lt;br /&gt;
# kookpuntsverhoging bespreken&lt;br /&gt;
# adiabatische expansie 1L naar 10L, Ti = 273K, bereken eindtem Cv gegeven&lt;br /&gt;
# compresie van 1atm naar 2atm en verwarmen van 300k naar 1000k. Cp gegeven. bereken entropieverandering.&lt;br /&gt;
=== 21 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
# geef de carnotcyclus en bespreek U, w &amp;amp;amp; q bij elk proces&lt;br /&gt;
# Bespreek de membraam potentiaal&lt;br /&gt;
# adiabtische compressie gas (1 mol) van 48,4l naar 44,4 l en begin temp = 0Â°C. Eindtemperatuur berekenen&lt;br /&gt;
# entropieverandering van verwarmen gas 25Â°C--&amp;amp;gt;1000Â°C. Cp gegeven&lt;br /&gt;
=== 18 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
# druk en temperatuursafhankelijkheid van evenwichtsconstante&lt;br /&gt;
# isotherme en adiabatische expansie van een ideaal gas bespreken&lt;br /&gt;
# inwendige energie berekenen, vormingsenthalpie en temperatuur gegeven&lt;br /&gt;
# enthalpie en entropie berekenen van faseovergang van water bij T = 263K, H(273K) gegeven en Cp&#039;s gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
# clapeyron afleiden en toepassen op vast/vloeistof&lt;br /&gt;
# osmose bespreken&lt;br /&gt;
# vormingsenthalpie berekenen bij 125Â°C van HBr uit H2 en Br2. met de HfÂ°bij 25Â°C gegeven. bereken ook de inwendige energieverandering. (Cp ook gegeven dacht ik (iemand die nog exact weet?) )&lt;br /&gt;
# entropieverandering bij 1 mol ideaal gas met T1= 12K, T2= 24K en V1=1L en V2=2L. en Cv = 3/2 R&lt;br /&gt;
=== 14 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
# twee ideale gassen, bepaal deltaG, S, H, V na mengen&lt;br /&gt;
# kookpuntsverhoging bespreken&lt;br /&gt;
# CO(g) + H20 (g) =&amp;amp;gt; CO2(g) + H2(g) delta H (298K) = -10 kcal. zoek delta H (1000K) Cp&#039;s gegeven&lt;br /&gt;
# bespreek de carnotcyclus in een STdiagramma&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 aug 2008 ===&lt;br /&gt;
# mengen van ideale gassen, bespreek delta G, delta H, delta S, delta U en delta V&lt;br /&gt;
# geef q, U en W voor volgende processen met ideale gassen&lt;br /&gt;
#* isotherme expansie in vacuum&lt;br /&gt;
#* adiabatische expansie in vacuum&lt;br /&gt;
#* isotherme exp tegen constante druk&lt;br /&gt;
#* adiab exp cte P&lt;br /&gt;
#* reversibele isoth exp&lt;br /&gt;
#* rev adiab exp&lt;br /&gt;
# ideaal gas bij 12K en 1L, bereken delta S bij het omzetten naar 24K en 2L. C=2/3R &lt;br /&gt;
=== 29 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
# bespreek de druk- en temperatuursafh van de evenwichtsconstante&lt;br /&gt;
# de henryconstante van CO2 in H2O is 1,...*10^6, die in benzeen 8,...*10^4. In welke stof is CO2 het best oplosbaar?&lt;br /&gt;
# Een oefening waarbij een ideaal gas van T en V veranderd. Bereken DeltaS.&lt;br /&gt;
=== 23 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
# bespreek osmose&lt;br /&gt;
# oefening waar ge bij reversibele isotherme compressie U, q, H en W moet berekenen&lt;br /&gt;
# een ideaal gas gaat van T1-&amp;amp;gt;T2 en V1-&amp;amp;gt; V2. Laat zien dat geldt: Delta S= Cv. ln(T2/T1)+n.R. ln(V2/V1) Cv mag onafhankelijk van de temperatuur genomen worden. &lt;br /&gt;
=== 20 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
# Geef de afleiding voor de vergelijking van clapeyron en pas dit toe op smelten&lt;br /&gt;
# Geef een S-T diagramma van de Carnotcyclus&lt;br /&gt;
# Bereken deltaH bij 1000K, je kreeg deltaH(298), de reactie en alle Cp&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
# het mengen van ideale gassen. Bespreek de gibs functie de entalpie, entropie, en volume verandering.&lt;br /&gt;
# de carnot cyclus wordt meestal weergeven in een pv-diagrama, geef hem nu weer in een TS-diagramma&lt;br /&gt;
=== 18 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
# bewijs dat de evenwichtsconstante niet drukafhankelijk is, maar wel temperatuursafhankelijk&lt;br /&gt;
# bewijs volgende uitdrukking voor de entropieverandering van een gas dat van temperatuur en volume verandert:&lt;br /&gt;
#: deltaS = Cv*ln(T2/T1) + nR*ln(V2/V1)&lt;br /&gt;
Oefening:&lt;br /&gt;
# bereken molecuulmassa van een proteïne&lt;br /&gt;
# oplossing en osmotische druk gegeven, bereken ??&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jos Appeltros</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Celbiologie_en_biochemie&amp;diff=566</id>
		<title>Celbiologie en biochemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Celbiologie_en_biochemie&amp;diff=566"/>
		<updated>2017-07-24T20:26:31Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jos Appeltros: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vanaf 2016-2017: Schriftelijk examen in plaats van mondeling examen zoals voordien.&lt;br /&gt;
Vanaf 2012-2013: Jaarvak voor zowel chemie als biochemie. Volledig gedoceerd door Patrick Van Dijck.&lt;br /&gt;
Vanaf 2009-2010: Voor de chemisten zijn het twee vakken, voor de biochemisten 1 jaarvak.  &lt;br /&gt;
De chemisten hebben dus examen in januari en juni, de biochemisten enkel in juni.&lt;br /&gt;
Tussen 2007-2009: Voor de chemisten zijn het twee vakken, voor de biochemisten 1 jaarvak.&lt;br /&gt;
Voor 2006-2007: Semestervak, gedoceerd door Johan Thevelein.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Examenvragen vanaf 2013=&lt;br /&gt;
===20 juni 2017===&lt;br /&gt;
#Maak een (erg gedetailleerde) tekening van de secretieweg van DNA tot enzyme, voor een enzyme dat als functie heeft de celwand opbouwen. Leg hierbij alle belangrijke stappen uit.&lt;br /&gt;
#Actief transport bij bacteriën, schimmels en dieren uitleggen, met glucose als voorbeeld&lt;br /&gt;
#Je wil 6 proteïnen scheiden door een anionuitwisselingschromatografie uit te voeren, welke stappen zijn hierbij? Maak ook een tekening&lt;br /&gt;
#Hoeveel glycerol heb je nodig ter vorming van 4 moleculen tripalmitine? Hoeveel ATP is er over na volledige verademing van uw restproducten en reducerend vermogen? Geef op volgorde alle metabolische wegen die hierbij gebruikt werden. Geef schematisch alle stappen die doorlopen worden bij de vorming van tripalmitine uit glycerol, en geef de netto reactievergelijking (inclusief ATP).&lt;br /&gt;
#2 foto&#039;s aanduiden alles dat je herkent en de functie ervan geven, was een slijmbekercel en een heel erge close up van een plantencel&lt;br /&gt;
#5 termen verklaren: apoptosoom, DNA primase, N-acetylglucosamine, proplastide en Km&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2016===&lt;br /&gt;
#cytokinese dier &amp;amp; plant&lt;br /&gt;
#donkerracties en verschil C3,C4 en CAM &lt;br /&gt;
#adrenaline&lt;br /&gt;
#vriesbreuk en vriezers&lt;br /&gt;
#ato berekenen in cyclus&lt;br /&gt;
#fotokes van vet en golgi app&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2016 ===&lt;br /&gt;
#bespreek celwand van bacterien en schimmels op vlak van structuur, functie en chemische samenstelling&lt;br /&gt;
#inductie en repressie uitleggen adhv lac-operon en trp-operon&lt;br /&gt;
#oef: hoeveel mol ribose-5-P kan je maken uit glutaminezuur? bereken hoeveel ATP je over hebt en schrijf de volledige cycli uit (antwoord 3 mol ribose-5-P) &lt;br /&gt;
#fotos over juncties en chloroplast&lt;br /&gt;
#gelfiltratie uitleggen + hoe daaruit molecuulgewicht proteinen bepalen&lt;br /&gt;
#structuur en werking van een spiercel uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2016 ===&lt;br /&gt;
#bespreek celwand van schimmels en bacterie (moleculair, structuur, functie)&lt;br /&gt;
#bespreek gelfiltratie + hoe kan men de moleculaire massa berekenen van een proteine&lt;br /&gt;
#bespreek de spiercel (werking, structuur)&lt;br /&gt;
#Bespreek genrepressie en geninductie aan de hand van beta galactosidase en tryptofaan&lt;br /&gt;
#metabolisme: hoeveel ribulose 5 fosfaat uit 5 glutaminezuur (geef namen gebruikte wegen + theoretische ATP opbrengst)&lt;br /&gt;
#Structuren desmosoom/dichte junctie en chloroplas&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2016===&lt;br /&gt;
#bespreek de onderzoeken naar de regulatie van de celcyclus (MPF enzo...). Wat kan er misgaan wanneer de regulatie niet goed verloopt? (tumor, p53, oncogenen).. &lt;br /&gt;
#Bespreek oorsprong structuur en functie van glyoxisomen en peroxisomen (bijvraag: waar vind je vb glyoxisomen: noten,zaden) &lt;br /&gt;
# kationuitwisselingschromatografie uitleggen +methode om 4 peptiden te scheiden hiermee uitleggen&lt;br /&gt;
# bespreek: Gs proteine (algemeen, niet adrenaline), Km(enzyme),Prion&lt;br /&gt;
# Hoeveel ATP moeten de lichtreacties maken voor de synthese van 6 mol sucrose via donkerrracties (UDPG niet vergeten)&lt;br /&gt;
# 2 fotos: chloroplast, 10 structuren aanduiden, darmepitheelcel met glycocalix en veel mucus blijkbaar geen lysosomen dus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2016 NM===&lt;br /&gt;
#bespreek microtubuli en de structuren aan die in de cel voorkomen.&lt;br /&gt;
# Welk peptide wordt er gevormd (DNA gegeven)&lt;br /&gt;
# waaruit bestaat een spiercel en bespreek de werking ervan&lt;br /&gt;
# Bespreek de calvin-cyclus. Wat zijn de inputs en wat zijn de outputs? &lt;br /&gt;
#Hoeveel moleculen glycerol hebt je nodig om 9 moleculen ribose-5- fosfaat te maken? ( pentosefosfaat weg omkeren)&lt;br /&gt;
#em foto&#039;s &lt;br /&gt;
#*was een plantencel blaasjes golgi-apparaat aant afzetten was op de fragmoplast&lt;br /&gt;
#*De tweede foto was een slijmbekercel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2016 VM===&lt;br /&gt;
# Structuur glycogeen? Biosynthese er van en afbraak ervan? (Moest blijkbaar adrenaline bij betrekken)&lt;br /&gt;
# aminozuren uitleggen en de structuur van proteine&lt;br /&gt;
#structuur en functie van de celwand bij bacteriën&lt;br /&gt;
#de stappen nodig om een zuivere fractie van polysomen te verkrijgen. Das zo met differentiële centrifugatie &lt;br /&gt;
# hoeveel mol ethanol nodig om 6 mol ribos-6-fosfaat te vormen. &lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s ene was met peroxisoom (kristal in), mitochondrie en chloroplast. 2e was ook vormen van fragmoplast&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties&lt;br /&gt;
# Belangrijkste cel differentiaties bij Planten.&lt;br /&gt;
# Hoe kan men cellen in een oplossing tellen? Hoe gebeurd dit bij bacteriofagen?&lt;br /&gt;
#Teken en bespreek de structuur en functie van de glycocalix bij dieren&lt;br /&gt;
#hoeveel maltose moleculen zijn er nodig bij de synthese van alanine in een cel met een tekort aan energie&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s: een prokaryoot en een spiercel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de enkelvoudige en meervoudige suikers en teken de belangrijkste.&lt;br /&gt;
# apoptose&lt;br /&gt;
# Penicilline en chloramfenicol &lt;br /&gt;
# Opbouw en afbraak van vetten&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s eentje van een floeemcel de andere van een vetdruppels met glyoxisomen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Geef alle soorten lipiden, uitleg, tekening&lt;br /&gt;
# wat is een sarcomeer en leg werking uit,&lt;br /&gt;
# vier woorden: microsoom, beta-mercapto-ethanol, tonofilamenten en dna primase, &lt;br /&gt;
# Geef heel calvincyclus&lt;br /&gt;
# Oefening met al die metabolisme en ATP enzo. Iets mat stearinezuur afbreken tot pyrodruivenzuur ofzo tongue-emoticon&lt;br /&gt;
# 2 fotos : celkern met kristallen en dan blijkbaar een zeefvat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2015 NM ===&lt;br /&gt;
# Alles van de plantencelwand&lt;br /&gt;
# Oef met DNA sequentie en translatie&lt;br /&gt;
# Oxidatieve fosforylatie vs foto fosforylatie&lt;br /&gt;
# Hoe kan je polysomen en ribosomen scheiden&lt;br /&gt;
# Hoeveel mol glycerol heeft een gistcel, die in de G0-fase zit, nodig om met ademhaling 110 Mol ATP te synthetiseren&lt;br /&gt;
# Foto van openbarstende darmepitheelcel (met mucus) en van een plantencel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Structuur en functie van endoplasmatisch reticulum&lt;br /&gt;
# Hoe wordt de activiteit van fosfofructokinase geregeld?&lt;br /&gt;
# Cytoskelet bij planten en dieren&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties&lt;br /&gt;
# hoeveel mol ethanol nodig opdat gistcellen 4 mol ribose-5-P kunnen maken. Welke metabolische weg komen hierbij tussen? Hoeveel ATP blijft er over? &lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s: de eerste was een zenuwcel met microtubuli en de tweede met een peroxisoom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# bespreek suikers en polysacchariden en teken de belangrijkste&lt;br /&gt;
# welke reacties vinden plaats op het thelakoïdmembraan en wat zijn de inputs en outputs&lt;br /&gt;
# geef uitleg; middenlichaampje, callus, mitosis-promoting factor MPF, blefaroblast&lt;br /&gt;
# hoeveel mol glutaminezuur moet omgezet worden in oxaalazijnzuur om voldoende ATP te maken voor de afbraak van 5 mol stearinezuur&lt;br /&gt;
# bespreek SDS-page en waarvoor dient het&lt;br /&gt;
# foto van floëemcellen en foto van kern met kristallen p p295&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 juni 2014 ===&lt;br /&gt;
#IEP uitleggen en peptiden rangschikken op IEP&lt;br /&gt;
#Transport van voedingsstoffen over de celmembraan bespreken&lt;br /&gt;
#Methoden om de volgorde van enzymen in een metabolische pathway te bepalen&lt;br /&gt;
#Glyoxylzuurcyclus bespreken&lt;br /&gt;
#Hoevel mol glycerol nodig voor 2 mol palimitinezuur&lt;br /&gt;
#Foto van jonge plantencel en van peroxisoom&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2014===&lt;br /&gt;
#Transport van voeding door de membraan&lt;br /&gt;
#Plantencelwand bespreken&lt;br /&gt;
#Bespreek de pentosefosfaatweg (alles)&lt;br /&gt;
#Tellen van bacteriofagen&lt;br /&gt;
#1 mol tripalmitine (vergeet glycerol niet!)&lt;br /&gt;
#Foto van plantencel (chloroplast volledig en ook vacuole enzo) + floeemcel (gedifferentieerde plantencel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2014 ===&lt;br /&gt;
#Leg de rol van enzymen als katalysatoren uit in de metabolische reactie wegen&lt;br /&gt;
#Wat doe adrenaline in de levercellen als je schrikhebt?&lt;br /&gt;
#Leg de weg uit die katalase aflegt in de cel beginnende bij DNA.&lt;br /&gt;
#Leg ionenuitwisselingschromatografie uit.&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol maltose heb je nodig voor de aanmaak van 2 mol stearine? Welke metabolische reactiewegen komen hier bij te pas? Welke zijn de energieleverende/ energie verbruikende stappen?&lt;br /&gt;
#Prent van cel met glycogeenkorrels, RER, SER, mitochondrien etc&lt;br /&gt;
#Prent van plant cel in cytokinese --&amp;amp;gt; aanmaak van middenlamel door fragmoplast etc&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 juni 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Transport over celmembraan&lt;br /&gt;
#Kern met rer tekenen en functie uitleggen &lt;br /&gt;
#Wat doet adrenaline in levercellen&lt;br /&gt;
#Confocale fluorescentie microscopie uitleggen&lt;br /&gt;
#Hoeveel acetaat je nodig hebt voor 3 mol glycerol en waar wordt energie geproduceerd &lt;br /&gt;
#Foto van glycogeenkorrels en van kristallen in kern&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 juni 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#fosfofructokinase van dna tot enzyme de weg die het moet doen en regulatie&lt;br /&gt;
#plantencelwand opbouw componenten en functie&lt;br /&gt;
#tellen van cellen en bacteriofagen&lt;br /&gt;
#hoeveel glucose nodig voor 4 alanine te maken&lt;br /&gt;
#foto van zenuwuitlopers en vorming nieuwe celwand bij planten: fragmoplast&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2013 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de eenvoudige suikers en polysacchariden.&lt;br /&gt;
#Bespreek de biosynthese en afbraak van vetzuren.&lt;br /&gt;
#Wat is de functie van glyoxisomen? Hoe kan je deze zichtbaar maken bij fluorescentie microscopie?&lt;br /&gt;
#Een gistcel kan groeien op ethanol. Om te groeien moet de celwand groeien, deze is opgebouwd uit polymeren van suikers. &lt;br /&gt;
#*Hoeveel mol ethanol is er nodig om 10 mol glucose te maken? &lt;br /&gt;
#*Kan de gistcel groeien op ethanol in anaëroob milieu? (antwoord: p469 laatste 5 regels in middelste stuk)&lt;br /&gt;
#prent aanduiden: &lt;br /&gt;
#*desmosoom &lt;br /&gt;
#*peroxisoom met kristalstructuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2013 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Teken de overgang van kernmembraan naar R.E.R. Wat is de functie van dit laatste?&lt;br /&gt;
#Bespreek geprogrammeerde celdood. Is er een link met kanker?&lt;br /&gt;
#Geef de methode(n) hoe je proteïnen kan splitsen op basis van hun lading.&lt;br /&gt;
#Hoe werkt het B-galactosidase operon bij E. Coli?&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol glucose kan je maken met 3 mol palmitinezuur? Welke metabolische wegen worden er gevolgd? Hoeveel ATP kan er eventueel gevormd worden?&lt;br /&gt;
#Foto&#039;s:&lt;br /&gt;
#* p254&lt;br /&gt;
#*p218 (ongeveer)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 JUN 2013 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek de secretieweg in een cel van gen tot gesecreteerd eiwit.&lt;br /&gt;
# Als een mens schrik heeft komt er adrenaline vrij. Wat gebeurt er dan in de lever?&lt;br /&gt;
# Hoe werkt SDS-PAGE?&lt;br /&gt;
# Een uitgehongerde zoogdiercel maakt 4 glutaminezuurmoleculen en 2 asparaginezuurmoleculen. Hoeveel fructose is hier voor nodig en hoeveel CO2 wordt er door het organisme geproduceerd bij deze omzetting?&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s: chloroplast tegen celwand aangedrukt door vacuole en celkern met kristallen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 jun 2013 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de celwand vn de bacterie&lt;br /&gt;
#Uitleggen wat MFP met celcyclus te maken heeft en welke drie onderzoeken er toe geleid hebben&lt;br /&gt;
#Confocale fluorecentiemmicroscopie uitleggen&lt;br /&gt;
#Een oefening met hoeveel mol&lt;br /&gt;
#2 prentjes:&lt;br /&gt;
#*floëmcellen&lt;br /&gt;
#*gewoon RER, SER, Peroxisoom, mitochondrïen aanduiden (kan zijn nog iets)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Examenvragen vanaf 2009=&lt;br /&gt;
== Biochemie ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 27 jun 2011 ===&lt;br /&gt;
#elektronentransportketen uitleggen.&lt;br /&gt;
#Met welke methodes kan je glyoxisomen bestuderen (door microscopische analyse) in de cel?&lt;br /&gt;
#Vetzuren en lipiden bespreken&lt;br /&gt;
#Differentiaties in plantencellen&lt;br /&gt;
#Foto van spiercel + kern delen benoemen.&lt;br /&gt;
#C1 van een glucosemolecule wordt radioactief gemerkt. We zien dat C6 van een 1,6-bisfosfaatfructosemolecule ook radioactieve sporen vertoond. Verklaar dit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 jun 2010 ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de lichtreactie van de fotosynthese.&lt;br /&gt;
#Bespreek hoe je aminozuren en suikers kan scheiden en deze onderling kan scheiden.&lt;br /&gt;
#Bespreek: de weg die wordt afgelegd van DNA tot glycocalyx van een proteïne.&lt;br /&gt;
#Hoeveel ribose 5-P kunnen gevormd worden uit 5 moleculen glutaminezuur. Hoeveel ATP komt hierbij vrij?&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s waarbij alle structuren moeten aangeduid worden (chloroplast en jonge plantencel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 8 jun 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
#Bespreek de suikers&lt;br /&gt;
#Bespreek de pentosefosfaatweg (PPP)&lt;br /&gt;
#Bespreek SDS-PAGE&lt;br /&gt;
#Hoeveel molecule alpha-ketoglutaarzuur moeten er in de cel omgezet worden naar fumaarzuur om voldoende ATP te maken voor de synthese van 6 moleculen palmitinezuur (vertrekkende van Acetyl-Coa en uitgaand van het feit dat alle cofactoren aanwezig zijn) ? [Antwoord: 7]&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s waarbij alle structuren moeten aangeduid worden (levercel en prokaryote cel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Chemie == &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 JUN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# celdifferentiatie in ene plantencel&lt;br /&gt;
# transport voeding cel&lt;br /&gt;
# geef de verschillen tussen de glycolyse en de gluconeogenese daar waar de enzymen verschillend zijn&lt;br /&gt;
# 2 stearinezuur omvorme na ribose, er is geen NAD+, geef de cusclussen die je gebruikt, is er atp genoeg, kan het volledig worden omgezet?&lt;br /&gt;
# 2 tekeningen (darmwand en spiercel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 FEB 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek enkelvoudige en meervoudige suikers&lt;br /&gt;
# Welke soorten juncties zijn er en wat is hun functie?&lt;br /&gt;
# Bespreek ionenuitwisselingschromatogafie&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Bespreek aminozuren en ruimtelijke opbouw van proteïnen &lt;br /&gt;
# Rangschik 5 proteïnen volgens hun isoelektrisch punt, van hoog naar laag (je krijgt hier dan 5 aminozuursequenties) &lt;br /&gt;
# Teken de overgang tussen kernmembraan en het RER en bespreek de functie van het RER. &lt;br /&gt;
# Bespreek de verschillende centrifugatietechnieken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# bespreek de enkelvoudige en meervoudige suikers&lt;br /&gt;
# bespreek de celwand bij bacterien en schimmels&lt;br /&gt;
# leg uit ionenuitwisselingschromotografie&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s waar ge alles op moet aanduiden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Bespreek de celwand bij planten&lt;br /&gt;
# Bespreek microtubuli en hun structuren&lt;br /&gt;
# SDS-page (blijkbaar moest ge u practicumboek ook kennen :s)&lt;br /&gt;
# foto van kern me kristallen en een bacterie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek vetzuren en lipiden&lt;br /&gt;
# Bespreek wat er allemaal gebeurd en hoe het transport gebeurd van een specifiek proteïne vertrekkende van het genome DNA tot aan de glycocalyx (mss iets ander geformuleerd)&lt;br /&gt;
# Bespreek de technieken om een basaalkorrel zichtbaar te maken in de cel. -&amp;amp;gt; ECHT IN FUNCTIE VAN DE BASAALKORREL DOEN DUS adh van het proteïne tubuline!!!&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s 1 van die rozetstructuren van glycogeenpartikels en dieje andere was met gwn een celkern met kristalijne kristallen (2 foto&#039;s die hem duidelijk in de les heeft vermeld da ge daar moet op lette)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 JAN 2012 VM ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de nucleinezuren, als monomeer en macromolecule, en hun ruimtelijke structuur bij eukaryoten en prokaryoten.&lt;br /&gt;
#Bespreek het endoplasmatisch reticulum.&lt;br /&gt;
#Bespreek gelfiltratie en leg uit hoe het ka ngebruikt worden om het moleculaire gewicht van een proteine te bepalen.&lt;br /&gt;
#2 EM-fotos, alle structuren aanduiden en de functie ervan geven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 JUN 2011 NM===&lt;br /&gt;
#bespreek de vermenigvuldiging van virussen&lt;br /&gt;
#Bespreek de bio-synthese en afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
#Bespreek de vrijzetting van adrenaline in het bloed&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol ATP wordt er geproduceerd uit 5 mol glucose en 3 mol glycerol? Hoeveel mol glutaminezuur kan worden geproduceerd uit 5 mol glucose en 3 mol glycerol wanneer er genoeg ammoniak in de cel aanwezig is?&lt;br /&gt;
#twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 JUN 2011 VM===&lt;br /&gt;
#Bespreek de cytokinese bij planten.&lt;br /&gt;
#Bespreek het transport van voedingsstoffen naar binnen in de cel.&lt;br /&gt;
#Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese.&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol fructose is er nodig voor de synthese van 3 mol palmitinezuur?&lt;br /&gt;
#twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 JAN 2011===&lt;br /&gt;
#Bespreek de celwand bij planten.&lt;br /&gt;
#Bespreek de proteïnen en hoe ze zijn opgebouwd in een ruimtelijke structuur.&lt;br /&gt;
#Geef de belangrijkste verschillen tussen gram positieve en gram negatieve bacteriën en hoe kan je die van elkaar onderscheiden?&lt;br /&gt;
#Bespreek moleculaire exclusiechromatografie en hoe kan je hiermee het MW van een eiwit bepalen?&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 JUN 2010===&lt;br /&gt;
# Bespreek de structuur en werking van spiercellen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese.&lt;br /&gt;
# Hoeveel ATP wordt er geproduceerd bij afbraak van 5 mol glycerol en 2 mol glucose? stel: Glutaminezuur tekort in de cel, hoeveel mol glutaminezuur kan geproduceerd worden met 5 mol glycerol en 2 mol glucose?&lt;br /&gt;
# Hoe werkt adrenaline?&lt;br /&gt;
# Hoe werkt het tryptofaan operon bij aanwezigheid en afwezigheid van tryptofaan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 JUN 2010===&lt;br /&gt;
# Bespreek differentiatie van plantaardige cellen&lt;br /&gt;
# Bespreek gemedieerd transport&lt;br /&gt;
# Bespreek de glyoxyzuurcyclus (waar, in- en outputs en waar de producten verder naartoe gaan...)&lt;br /&gt;
# Hoeveel fructosemoleculen heb je nodig om 4 moleculen glutaminezuur en 2 moleculen asparaginezuur te maken. Hoeveel CO2 wordt hierbij gemaakt? Leg uit a.d.h.v. metabolische wegen.&lt;br /&gt;
# Bespreek hoe de enzymes elkaar opvolgen (niet in deze woorden, maar &#039;t komt erop neer)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 JAN 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
#Bespreek de structuur en de functie van microtubuli en de verschillende structuren die hieruit zijn opgebouwd. (p. 240-261)&lt;br /&gt;
#Bespreek de ruimtelijke structuur van eiwitten. (p. 53-60)&lt;br /&gt;
#Bespreek de verschillende centrifugatie methoden. (p. 285-290)&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 JAN 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
#Bespreek de celwand bij planten. (bijvragen over de chemische opbouw van (hemi)cellulose, extensises,...)&lt;br /&gt;
#Bespreek RNA transcriptie en DNA duplicatie.&lt;br /&gt;
#Bespreek de moleculaire exclusiechromatografie.&lt;br /&gt;
#2 foto&#039;s van cel(onderdelen). Alles benoemen, ook vanzelfsprekendheden (cytoplasma,...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 JAN 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
# Bespreek de enkelvoudige en de meervoudige sacchariden (bijvraag: hoe heeft men de L en D suikers bepaald, met welk suiker hebben ze dit gedaan)&lt;br /&gt;
# Bespreek de overgang van het kernmembraan en het RER en geef de functie van het RER&lt;br /&gt;
# Bespreek SDS PAGE&lt;br /&gt;
# Duid op de volgende 2 foto&#039;s de delen aan (ALLES aanduiden, cytoplasma en alles wat ook &#039;normaal&#039; lijkt!)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
leer ALLE details!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Examenvragen van 2007 - 2009=&lt;br /&gt;
=== 2 sept 2009 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Van Dijck&lt;br /&gt;
# Bespreek de enkelvoudige en meervoudige suikers.&lt;br /&gt;
# Bespreek de verschillende plastiden.&lt;br /&gt;
# Welke techniek kan men gebruiken om celmembranen te bestuderen onder de EM? Bespreek de twee varianten.&lt;br /&gt;
# Twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Thevelein&lt;br /&gt;
* Hoofdvraag&lt;br /&gt;
*# Bespreek het verband tussen de elektrontransportketen en oxidatieve fotofosforylatie.&lt;br /&gt;
* Bijvragen&lt;br /&gt;
*# Glyoxylzuurcyclus&lt;br /&gt;
*# Hoeveel glucosemoleculen heeft een schimmelcel nodig om 2 glutaminezuur en 4 asparaginezuur te maken? Wordt er hierbij ook CO2 geproduceerd en indien ja, hoeveel?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 Juni 2009 - Chemie - Thevelein ===&lt;br /&gt;
* hoofdvragen&lt;br /&gt;
*# Bespreek de Krebscyclus.&lt;br /&gt;
*# Bespreek de lichtreactie vd fotosynthese.&lt;br /&gt;
*# Leg genrepressie en geninductie uit aan de hand van klassieke voorbeelden.&lt;br /&gt;
* bijvragen&lt;br /&gt;
*# Wat is groepstranslocatie?&lt;br /&gt;
*# Bereken hoeveel mol ATP er wordt vrijgezet bij de volledige oxidatie van 1 mol tristearine.&lt;br /&gt;
*# Nog een oefening zoals hierboven maar nu met aminozuren enzo...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 Juni 2009 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Van Dijck &lt;br /&gt;
# bespreek de structuur van microtubuli en de structuren die eruit bestaan.&lt;br /&gt;
# Bespreek de nucleïnezuren en nucleotiden en hun ruimtelijke structuren.&lt;br /&gt;
# Leg gelchromatografie (??) (da met gelbollekes sorteren) uit en hoe je het molecuulgewicht v eiwitten hiermee kan berekenen.&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s uit oefenzittingen&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
Thevelein&lt;br /&gt;
* hoofdvraag&lt;br /&gt;
*# Vergelijk gluconeogenese en glycolyse (startproducten, plaats id cel,..)&lt;br /&gt;
* bijvragen&lt;br /&gt;
*# bespreek glyoxylzuurcyclus&lt;br /&gt;
*# Bereken hoeveel moleculen glucose een schimmelcel nodig heeft om 2 moleculen glutaminezuur en 4 moleculen asparaginezuur te produceren. Wordt hierbij CO2 gevormd en zo ja hoeveel? Leg uit adhv de gebruikte cycli.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 Juni 2009 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Van Dijck &lt;br /&gt;
# bespreek de celwand bij planten&lt;br /&gt;
# bespreek peroxisomen en glyoxisomen&lt;br /&gt;
# rankschik de volgende peptiden volgens iso-elektrisch punt. en wat is iso-elektrisch punt. vb.COOH-cysteïne-proline-histidine-cysteïne-lysine-methionine-asparaginezuur-NH2&lt;br /&gt;
# 2 fotos: 1 van een chloroplast, en 1 van een zenuwcel&lt;br /&gt;
Thevelein&lt;br /&gt;
*hoofdvraag&lt;br /&gt;
*# bespreek de lichtreacties van de fotosynthese&lt;br /&gt;
*bijvragen&lt;br /&gt;
*#geef volledige metabolische weg om asparaginezuur te vormen uit glycerol en NH3&lt;br /&gt;
*#Kan een cel in anaërobe omstandigheden het meest ATP halen uit glucose via de Glycolyse of eerst via PP(pentosfosfaatweg).en toon aan.-&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 jan 2009 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
# Bespreek nucleotiden en nucleïnezuren&lt;br /&gt;
# Welke soorten juncties zijn er en wat is hun functie?&lt;br /&gt;
# Hoe kan je aminozuren van suikers scheiden en hoe kan je ze verder opzuiveren?&lt;br /&gt;
# Teken het celmembraan (of was de vraag nu glycocalyx?) van een dierlijke cel en duidt de onderdelen aan.&lt;br /&gt;
# Wat is het iso-elektrisch punt van een proteïne en wat ben je ermee?&lt;br /&gt;
# 2 fotos: 1 van een prokaryote cel, en 1 van een plantencel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2009 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
# bespreek de enkelvoudige en de meervoudige sacchariden (bijvraag: hoe heeft men de L en D suikers bepaald, met welk suiker hebben ze dit gedaan)&lt;br /&gt;
# bespreek de overgang van het kernmembraan en het RER en geef de functie van het RER&lt;br /&gt;
# bespreek SDS PAGE&lt;br /&gt;
# duid op de volgende 2 foto&#039;s de delen aan (ALLES aanduiden, cytoplasma en alles wat ook &#039;normaal&#039; lijkt!)&lt;br /&gt;
leer ALLE details!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 aug 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Hoofdvraag:&lt;br /&gt;
*# Bespreek de samenstelling en mechanisme van elektronentransportketen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Bijvragen:&lt;br /&gt;
*# Welke reacties worden gekatalyseerd door volgende enzymes:&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat decarboxylase&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat dehydrogenase&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat kinase&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat carboxylase&lt;br /&gt;
*# een cel zet oxaalazijnzuur, citroenzuur en NH3 om in asparaginezuur en glutaminezuur, geef de reactie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# bespreek structuur en functies van de microtubuli en bespreek de structure waar ze voorkome (/3)&lt;br /&gt;
# bespreek structuur van de proteïnen en waar komen deze voor (/3)&lt;br /&gt;
# hoe kan je het molecuulgewicht van een proteïne bepalen met exclusiechromatografie (/2)&lt;br /&gt;
# wat is hemicellulose? (/1)&lt;br /&gt;
# duid celorganellen aan op de prent (/1) --&amp;amp;gt; twas een levercel met veel secretiepartikels&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 jun 2008 - Chemie - Thevelein ===&lt;br /&gt;
Hoofdvragen:&lt;br /&gt;
# e-transport&lt;br /&gt;
# pentosefosfaatweg&lt;br /&gt;
# regulatie van het metabolisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen:&lt;br /&gt;
# glyoxylzuurcyclus&lt;br /&gt;
# glucose+NH3--&amp;amp;gt;glutaminezuur+CO2 hoeveel ATP wordt er geproduceerd (aeroob organisme)&lt;br /&gt;
# synthese van trehalose uit glucose dat via symport in de cel komt. Hoeveel ATP moet er via melkzuurgisting gewonnen worden om 2 trehalose moleculen te vervaardigen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 jun 2008 - Chemie - Thevelein === &lt;br /&gt;
Hoofdvragen&lt;br /&gt;
# Bespreek de Krebscyclus&lt;br /&gt;
# Bespreek het membraantransport en de membraanpotentiaal&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen&lt;br /&gt;
# Adrenaline als glucosevrijzetter&lt;br /&gt;
# Bespreek in detail de biosynthese en afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
# Een bacteriële cel in aërobe omstandigheden zet glucose om in pyrodruivenzuur. Waar wordt het meeste ATP geproduceerd, via de glycolyse of via de pentosefosfaatweg?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2008 - Chemie - Thevelein===&lt;br /&gt;
Hoofdvragen:&lt;br /&gt;
# Bespreek de calvincyclus.&lt;br /&gt;
# Bespreek membraantransport en bespreek hoe membraanpotentiaal hierbij tussenkomt.&lt;br /&gt;
# Bespreek de regulatie van het metabolisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen:&lt;br /&gt;
# Glyoxylzuurcyclus.&lt;br /&gt;
# Adrenaline als glucose vrijzetter.&lt;br /&gt;
# Een denkvraag ivm proton-motive en dinitrofenol.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
# lichtreacties&lt;br /&gt;
# oefeningen:&lt;br /&gt;
#* tristearaat, hoeveel ATP wordt er gevormd&lt;br /&gt;
#* vorming van asparaginezuur en glyoxylzuur uit citroenzuur en NH3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* schriftelijk&lt;br /&gt;
*# soorten bindingen in macromolecules, tekenen +bespreken&lt;br /&gt;
*# wat is threhalose, mesozoom&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* mondeling&lt;br /&gt;
*# endoplasmatisch riticulum bespreken&lt;br /&gt;
*# microtubuli bespreken&lt;br /&gt;
*# plaatsbepaling van moleculen in de cel, methoden bespreken&lt;br /&gt;
*# 2 foto&#039;s herkennen+organellen benoemen: lever en oliehoudende zaden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 jun 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
* Grote vraag: &lt;br /&gt;
*# membraantransport bespreken&lt;br /&gt;
* Bijvragen: &lt;br /&gt;
*# ge hebt 24 glucosemoleculen, die ge via PP en dÃ¡n pas de glycolyse gaat afbreken tot acetyl-CoA, waarna ge X aantal palmitinemoleculen gaat opbouwen. Hoeveel ATP wordt er gevormd? En hoeveel NADPH hebt ge tekort?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Schriftelijk:&lt;br /&gt;
*# bespreek RNA en DNA&lt;br /&gt;
*# leg uit: &lt;br /&gt;
*#* isopycnische centrifugatie &lt;br /&gt;
*#* mycoplasma&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Mondeling:&lt;br /&gt;
*# bespreek mono- en polysachariden&lt;br /&gt;
*# celwand bij bacterien + Gram positieve en Gram negatieve bacterien&lt;br /&gt;
*# ionenuitwisselingschromatografie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 jun 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
* hoofdvraag:&lt;br /&gt;
*# Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese&lt;br /&gt;
* Bijvragen:&lt;br /&gt;
*# Bespreek hoe er geninductie en genexpressie bij Escheria coli plaatsvindt&lt;br /&gt;
*# Oefening ivm de metabolische wegen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Schriftelijk&lt;br /&gt;
*# teken (cyclisch) alfa-D-glucose, beta-D-Fructose, sucrose en nummer de koolstoffen&lt;br /&gt;
*# Leg uit: &lt;br /&gt;
*#* mesosoom &lt;br /&gt;
*#* connexon&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Mondeling&lt;br /&gt;
*# Teken hoe het kernmembraan in het RER overgaat, en geef de functie van dit RER&lt;br /&gt;
*# Bespreek de ruimtelijke structuur van proteïnen&lt;br /&gt;
*# Leg uit hoe men plasmiden kan identificeren met behulp van restrictie-enzymen aan de hand van een voorbeeld&lt;br /&gt;
*# Duid de organellen aan op de cel (chloroplast en bacteriofaag)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 jan 2008 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# geef de structuur en de functies van de mitochondrieën&lt;br /&gt;
# beschrijf de weg die een proteine X aflegt beginnend in de kern die voor de glycocalyx bestemd is.&lt;br /&gt;
# beschrijf de verschillende centrifugatietechnieken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# wat is het iso-elektrisch punt van proteïnen en rangschik de volgende proteïnen volgens stijgende theoretische waarde van het iso-elektrisch punt. De proteïnen werden gegeven door telkens een keten van 11 aminozuren.&lt;br /&gt;
# Beschrijf en teken schematisch de componenten van de glycocalyx&lt;br /&gt;
# verklaar: &lt;br /&gt;
#* mesosoom&lt;br /&gt;
#* connexon&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 jan 2008 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
Schriftelijk deel&lt;br /&gt;
# rangschik van polair naar apolair (aceton, 1-propanol, diethylether, fenol, benzylalcohol) [in de vraag werden prentjes van de moleculen gegeven, en niet de namen], en zeg wat apolariteit bepaalt.&lt;br /&gt;
# teken (cyclisch) alfa-D-glucose, beta-D-Fructose, sucrose.&lt;br /&gt;
# Leg uit:&lt;br /&gt;
#* Dictyosoom &lt;br /&gt;
#* Blefaroplast&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
# Teken hoe het kernmembraan in het RER overgaat, en geef de functie van dit RER&lt;br /&gt;
# Bespreek de ruimtelijke structuur van proteïnen&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe men plasmiden kan identificeren met behulp van restrictie-enzymen aan de hand van een voorbeeld&lt;br /&gt;
# Duid de organellen aan op de cel (de twee cellen waren een zenuwcel en een chloroplast)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Examenvragen tot en met 2006=&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
Hoofdvragen: theorie&lt;br /&gt;
# bespreek hoe een cel aan zijn membraanpotentiaal komt + hoe deze aangewend wordt bij het membraantransport&lt;br /&gt;
# bespreek de Calvin Cyclus (functie, intermedairen, ...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hoofdvragen oefeningen&lt;br /&gt;
# practicum: bespreek PAGE bij proteïnen en hoe we de molecuulgroote ervan kunnen afleiden&lt;br /&gt;
# duid zo veel mogelijk celstructuren aan&lt;br /&gt;
# duid de volgende processen aan waar ze voorkomen in de cel aan op de tekening: NADPH productie, energieproductie, chromatine en integrale proteïnen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen&lt;br /&gt;
# bespreek hoe adrenaline de glucoseproductie in de cel regelt&lt;br /&gt;
# Een cel maakt uit oxaalazijnzuur, citroenzuur en NH3 de aminozuren glutaminezuur en asparaginezuur. Geef een reactievergelijking en houd rekening met ATP, NAD, FAD, H2O en CO2.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jos Appeltros</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Bio-Organische_Chemie&amp;diff=565</id>
		<title>Bio-Organische Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Bio-Organische_Chemie&amp;diff=565"/>
		<updated>2017-07-24T20:23:24Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jos Appeltros: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Basisvak organische chemie voor eerstejaars chemie, biochemie en biologie.&lt;br /&gt;
Gedoceerd door Professor Luc van Meervelt.&lt;br /&gt;
Het examen volgt al jaren dezelfde structuur.&lt;br /&gt;
Sinds 2017 wordt dit vak gegeven door professor Mario Smet&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===15 juni 2017 (voormiddag) - Mario Smet===&lt;br /&gt;
Mondeling&lt;br /&gt;
#halogeenalkaan ondergaat een E1 + toelichten zaitsev&lt;br /&gt;
#vier moleculen ondergaan een E; welke is het reactiefst? Leg uit mbhv substituenteffecten + resonantievormen tekenen (indien nuttig)&lt;br /&gt;
#Waarom kan op een alcohol NIET goed een Sn uitgevoerd worden? (OH- is niet stabiel)&lt;br /&gt;
#2 voorbeelden geven hoe dat wel kan + werkt dit ook voor fenol? (protoneren of fosfaatgroep toevoegen)&lt;br /&gt;
#Voorbeeld geven van een nucleofiele substitutie van een alcohol in biologische systemen (acetaalvorming v/e reducerende suiker met methanol)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk&lt;br /&gt;
#oefeningen op koolhydraten (R/S; anomeer, epimeer, haworth en newman projecties&lt;br /&gt;
#oefeningen op reactiemechanismen (fiederlkraftsalkylering, nucleofiele acylsubstietutie)&lt;br /&gt;
#oefening op AZ (2 tekenen, titratie-oef, pKa vergelijken)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 Juni 2017 (namiddag) - Mario Smet===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Elektrofiele additie reactiemechanisme schrijven (regel markovnikov)&lt;br /&gt;
#4 moleculen bepalen welke het snelst aan een Ae doet (grensstructuren, inductieve effecten)&lt;br /&gt;
#naamgeving van enkele producten na de Ae&lt;br /&gt;
#isomerisatie in glycolyse van glucose-6-fosfaat naar fructose-6-fosfaat en uitleggen waarom dit base gekatalyseerd is&lt;br /&gt;
#verband uitleggen met Fehling&#039;s/ Tollen en Barfoed&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#gegeven moleculen Menthol aantal stereochemische oefeningen oplossen (R/S, diasteromeren, enantiomeren, newman...)&lt;br /&gt;
#oefening op AZ op papierelektroforese (waar komt elk AZ bij bepaalde ph)&lt;br /&gt;
#aceton+ methylanime wordt imine bij ph=7 laat zien&lt;br /&gt;
#enkele reactiemechanisme aanvullen of tekenen ( Nitrering, estercondensatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2017 (voormiddag) SINDS 2017 GEGEVEN DOOR MARIO SMET===&lt;br /&gt;
#op 4 structuren Sn1 toepassen en verklaren welke het meest reactief is + resomere vormen geven + naamgeving...&lt;br /&gt;
#retro aldolcondensatie bij glycolyse en zeggen hoe het katalytisch effect tot stand kwam&lt;br /&gt;
#een oefenig op suikers, op aminozuren en 3 reactiemechanismes&lt;br /&gt;
#vertellen hoe een alcohol test werkt met chroomzuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===9 juni 2016===&lt;br /&gt;
#beckman omlegging&lt;br /&gt;
#edman degradatie&lt;br /&gt;
#biosynthese geraniol en limoleen&lt;br /&gt;
#structuren = S.A.M &amp;amp; biotione&lt;br /&gt;
#naamgeving + 2 mechanismes&lt;br /&gt;
#oefening ivm stereochemie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===8 juni 2016===&lt;br /&gt;
#synthese vn peptiden&lt;br /&gt;
#hydrolyse, omestering en reductie van esters&lt;br /&gt;
#cannizaro reactie&lt;br /&gt;
#structuren: -2-isopentenylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#Trans decaline&lt;br /&gt;
#oef over suikers(suiker bepalen, chirale C&#039;s, newman projectie..)&lt;br /&gt;
#reactiemechanismen en naamgeving&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 juni 2016===&lt;br /&gt;
#Aldolcondensatie en waardat deze terugkomt in de glycolyse&lt;br /&gt;
#reactiviteit bij de substitutie reacties van benzeen, tolueen en pyridine vergelijken&lt;br /&gt;
#-verschil tussen reducerende suikers en nietreducerende suikers&lt;br /&gt;
#structuur van acetyl-choline en palitine&lt;br /&gt;
#pH van aminozuren bij een titratie&lt;br /&gt;
#reactimechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# Claisen condensatie + verband met afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van geconcentreerd zwavelzuur met:&lt;br /&gt;
#* Alkeen&lt;br /&gt;
#* Alcohol&lt;br /&gt;
#* Aromaat&lt;br /&gt;
# acetylcholine en fructose 6 fosfaat tekenen, optische zuiverheid uitleggen. &lt;br /&gt;
#Oefeningen over aminozuren (of glutamine en threonine te scheiden waren met elektroforese) fischer, newmann, stereo isomeren erover. &lt;br /&gt;
#En dan twee reacties natuurlijk&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2015 ( namiddag ) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg de reacties met benzeen uit en ook die van purine en fenol.&lt;br /&gt;
# Bespreek de hydrolyse en omestering van vetzuren in zuur en basisch milieu. Leg hierbij ook het broomgetal en verzepingsgetal uit.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Naamgeving ( c-AMP en mannose)&lt;br /&gt;
# Leg uit si en re&lt;br /&gt;
# Een hele lang oefening vergelijkbaar met de oefeningen van de oefenzitting ( verschil tussen D en L, chirale C, reacties, ...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2015 ( voormiddag ) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
mondeling:&lt;br /&gt;
#Aminen en halogeenalkanen &lt;br /&gt;
#Aminen en salpeterigzuur&lt;br /&gt;
#Laboratorium peptidesynthese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
#structuren&lt;br /&gt;
#*Limoneen&lt;br /&gt;
#*Sorbitol&lt;br /&gt;
#stereochemie+ reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#*aldolcondensatie&lt;br /&gt;
#leg uit:&lt;br /&gt;
#*reducerende en niet-reducerende suikers&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2015===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
mondeling:&lt;br /&gt;
#Wat is &#039;&#039;mutarotatie&#039;&#039;? Leg dit uit a.h.v glucose en fructose.&lt;br /&gt;
#Leg uit:&lt;br /&gt;
#* Fisher-verestering&lt;br /&gt;
#* Beckmann-omslag. Je moet ook weten hoe H2O addeert. Hij vraagt hoe je aan een oximen kunt komen. &lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC &lt;br /&gt;
#structuren&lt;br /&gt;
#*citroenzuur&lt;br /&gt;
#*ninhydrine&lt;br /&gt;
#structuur observeren&lt;br /&gt;
#* chirale C-atomen aanduiden&lt;br /&gt;
#* OG van aangeduid atoom geven&lt;br /&gt;
#* vermelden welke N in de molecule het stabielste is.&lt;br /&gt;
#* vermelden hoeveel stereo-isomeren er gevormd kunnen worden.&lt;br /&gt;
#* Ã©Ã©n stereomeer tekenen dat geen enantiomeer is.&lt;br /&gt;
#* oefening op pH-waarden binnen titraties. ( &#039;&#039;deze bij 200 mL als de molecule volledig geprotoneerd is&#039;&#039; )&lt;br /&gt;
#wat is &#039;&#039;fosforyleringspotentiaal&#039;&#039;? Leg uit.&lt;br /&gt;
#2 structuren gegeven. &lt;br /&gt;
#*Van elk de/het reactieproduct(en) geven en hiervan de juiste skeletnotatie. &lt;br /&gt;
#*Geef van Ã©Ã©n van de 2 tructuren het reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 juni 2014===&lt;br /&gt;
#Bespreek de reacties met alkenen (waterstof halogenen en perzuren)&lt;br /&gt;
#Iupac&lt;br /&gt;
#Bespreek reducerende suikers&lt;br /&gt;
#Peridoxalfosfaat en acetylcholine&lt;br /&gt;
#Stereochemie&lt;br /&gt;
#Reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 augustus 2013===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reactie kan D-mannose in een basisch milieu ondergaan?&lt;br /&gt;
# Leg de biosynthese van vetzuren uit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC&lt;br /&gt;
# Structuren: tBOC en ninhydrine&lt;br /&gt;
# Fosforylerings-potentiaal&lt;br /&gt;
# Random oefening&lt;br /&gt;
# Reacties: Ester+Amide en Alcohol+Zuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2013 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de elektrofiele en nucleofiele substitutie bij benzeen en pyridine.&lt;br /&gt;
# Bespreek eliminatiereacties bij halogeenalkanen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC.&lt;br /&gt;
# Structuur van glucaarzuur en tosylchloride.&lt;br /&gt;
# Leg optische zuiverheid uit.&lt;br /&gt;
# Tryptofaan: chirale koolstoffen, alle stereo-isomeren tekenen in Fischer en Newman, R/S bepalen.&lt;br /&gt;
# Reacties: Nucleofiele substitutie halogeenalkaan en Fischer estersynthese.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
#decarboxylatie alpha-aminozuur en decarboxylatie alpha-ketocarbonzuur&lt;br /&gt;
# amine + halogeenalkaan/salpeterigzuur&lt;br /&gt;
# iupac&lt;br /&gt;
# structuur beta-maltose en geranylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
# dean-stark&lt;br /&gt;
# molecule: chirale centra, R/S, enantiomere/diastereomere/epimeren/anomeren, oxidatie, welke OH zuurste?&lt;br /&gt;
# reactie aldehyd + OH/H2o, tetrahydropyraan met HI&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2013 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg de methoden uit om de volgorde van aminozuren in een peptide te achterhalen&lt;br /&gt;
# Leg uit: Halfacetaal- en acetaalvorming en pas toe op de vorming van beta-D-glucopyranose en methyl-beta-D-glucopyranoside&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Leg biodiesel uit&lt;br /&gt;
# Geef de structuur van limoneen en citroenzuur&lt;br /&gt;
# IUPAC-naamgeving&lt;br /&gt;
# Molecule gegeven: &lt;br /&gt;
#* Geef alle chirale C-atomen + R/S nomenclatuur&lt;br /&gt;
#* Newman projectie geven van bepaalde as&lt;br /&gt;
#* Is de stikstof erin basisch (verklaar met substituenteffecten)&lt;br /&gt;
#* Teken een stereomeer die geen epimeer is&lt;br /&gt;
# Reacties waarvan 1 uitwerken:&lt;br /&gt;
#* Sn1 van een alkaan met een broom erin&lt;br /&gt;
#* Claisen condensatie van een ester&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#bespreek reactie alkenen met perzuren, halogenen en H2.&lt;br /&gt;
#bespreek decarboxylatie van carbonzuren, pas toe op vb uit citroenzuurcyclus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#bespreek: reducerend/niet reducerend suiker&lt;br /&gt;
#molecules tekenen: biotine en SAM&lt;br /&gt;
#iupac naam&lt;br /&gt;
#chirale C: OT, R of S aangeven, diasteromeren van een AZ en fisher+newman&lt;br /&gt;
#oefening met ph berekening met titratie&lt;br /&gt;
#uitleggen waarom pka van 1 lager is dan een ander AZ&lt;br /&gt;
#2 ractiemechanismen geven, Ã©Ã©n ervan uitschrijven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# mutarotatie volledig uitleggen en illustreren voor D-fructose en D-glucose&lt;br /&gt;
# Joodgetal, verzepingsgetal, Hydrolyse en omestering (zuur en basisch) voor olie en vetten. (met TEKENINGEN van ELK mechanisme)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# fosforyleringspotentaal&lt;br /&gt;
# 2 mechanismes waarvan ge het mechanisme en het eindproduct moet geven en eentje moet ge tekenen (naar keuze).&lt;br /&gt;
# structuur gegeven: &lt;br /&gt;
#* geef alle chirale C-atomen &lt;br /&gt;
#* Stereo isomeren &lt;br /&gt;
#* R en S geven van de chirale C-atomen in de stereo isomeren &lt;br /&gt;
#* Zeggen of de dubbele bindingen E of Z zijn &lt;br /&gt;
#* bepaal oxidatiegetal van het aangeduide punt &lt;br /&gt;
#* verklaar waarom een stof hogere pka heeft als die gegeven is&lt;br /&gt;
# er is nog eentje maar die weet ik niet meer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling: &lt;br /&gt;
#synthese van peptiden in het labo&lt;br /&gt;
#de hydrolysereactie van esters en fosfaatesters&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk: &lt;br /&gt;
#iupac naam&lt;br /&gt;
#structuur van : cAMP en alpha keto glutaarzuur&lt;br /&gt;
#leg de Beckman omlegging uit&lt;br /&gt;
#suikers (ge krijgt een blad me alle suikers op) wij hadden xylulose&lt;br /&gt;
#* bepaal de absolute configuratie van alle chirale C-atomen&lt;br /&gt;
#*teken de meest stabiele open ketenvorm in een speciale projectie, kweet nimeer welke, volgens de C3-C4 as&lt;br /&gt;
#*bepaal het oxidatiegetal van C2&lt;br /&gt;
#*teken de overgang van L - xylulose naar L alpha xylulopentose&lt;br /&gt;
#*teken het anomeer van L alpha xylulopentose&lt;br /&gt;
#*welke soort reactie treed op bij een ringsluiting en welk soort katalysator bevordert dit proces&lt;br /&gt;
#dan nog twee reacties, waarvan ge een volledig moet uitwerken en van beide reacties moet ge het reactietype geven en reactieproduct(en)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2013 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#bespreek de claisencondensatie en bespreek het verband met de afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
#beschrijf de biosynthese van geraniol en limoneen(monoterpenen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#Bespreek de regel van Huckel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2012 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling: &lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van monoterpenen: geraniol (molecule krijg je) en limoneen (structuur wel kennen)&lt;br /&gt;
# Bespreek de aldolcondensatie en geef het verband met de glycolyse&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk: &lt;br /&gt;
# IUPAC naam geven&lt;br /&gt;
# structuren van acetylcholine en citroenzuur&lt;br /&gt;
# uitleggen wat reducerende en niet reducerende suikers zijn&lt;br /&gt;
# oefening met molecule met fenolen enz aan: fisherprojecties geven van de isomeren en ook de R/S en newmanprojecties van de stabielste moleculen.&lt;br /&gt;
# reactiemechanismes aanvullen: nucleofiele additie van H2SO4 aan alkeen en zuurgekatalyseerde claisencondensatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2012 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# bespreek de nucleofiele reacties van carbonylgroep en additie met H20 en alcohol&lt;br /&gt;
# Bespreek ninhydrine reactie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# ne iupac&lt;br /&gt;
# Limoneen en fosfoënolpyruvaat tekenen&lt;br /&gt;
# Bespreek optische zuiverheid&lt;br /&gt;
# oefening met suiker ( bij ons was die suiker L-tagatose dachtek) ma ge krijgt een blad om hem te herkennen (naam geven, fisher tekenen, R/S, een diastereomeer geven dat geen epimeer en geen anomeer is, + waarom suikercyclisatie zuur gekatalyseerd, en dan nog iets ma da wetek ni meer)&lt;br /&gt;
# 2 structuren ( 1 was zo cyclisch ether da met HI reageert )&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 juni 2011===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Labosynthese van peptiden&lt;br /&gt;
#Eliminatiereacties bij halogeenalkanen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPD-naam&lt;br /&gt;
#structuren:&lt;br /&gt;
#*Nylon-66&lt;br /&gt;
#*Palmitinezuur&lt;br /&gt;
#Leg uit: Dean Stark opstelling&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===24 Juni 2011 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Ninhydrinereactie&lt;br /&gt;
#bespreek reacties van amiden met halogeenalkanen en salpeterigzuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC-naam&lt;br /&gt;
#Structuren:&lt;br /&gt;
#*c-AMP&lt;br /&gt;
#*Sorbitol&lt;br /&gt;
#Leg uit: Cannizzaro-reactie&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#2 reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===24 Juni 2011 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Bio-synthese van vetzuren en het verband met de Claisencondensatie&lt;br /&gt;
#reacties van alkenen met waterstof, halogenen en perzuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC-naam&lt;br /&gt;
#structuren:&lt;br /&gt;
#*ATP&lt;br /&gt;
#*citroenzuur&lt;br /&gt;
#Leg uit: Diazokoppelingsreactie&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#2 reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===16 Juni 2011===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Leg uit: acetaal- en halfacetaalvorming.&lt;br /&gt;
#Reacties van anorganische zuren met alkenen en alkynen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC-naam&lt;br /&gt;
#structuren:&lt;br /&gt;
#*limoneen&lt;br /&gt;
#*D-mannose&lt;br /&gt;
#leg uit: Kolbe-Schmitt reactie&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#2 reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===23 augustus 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Ninhydrinereactie&lt;br /&gt;
# Welke reacties kan D-fructose in base ondergaan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren:&lt;br /&gt;
#* Pyridoxalfosfaat&lt;br /&gt;
#* SAM&lt;br /&gt;
# leg uit: Biodiesel&lt;br /&gt;
# stereochemie&lt;br /&gt;
# twee reactiemechanismen:&lt;br /&gt;
#* keton met alcohol&lt;br /&gt;
#* amide in water (zuurgekatalyseerd)&lt;br /&gt;
===18 juni 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Reactie van anorganische zuren met alkenen en alkynen.&lt;br /&gt;
# Alkylering, sulfonering en acylering van aromaten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren&lt;br /&gt;
#* (delta2)isopentenylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#* cellobiose&lt;br /&gt;
# leg uit: epoxyharsen en -lijmen&lt;br /&gt;
# stereochemie aminozuur met R = -CHOH-CH3&lt;br /&gt;
#* duid chirale koolstoffen aan&lt;br /&gt;
#* hoeveel conformaties zijn er? en teken deze&lt;br /&gt;
#* benoem (R,S)&lt;br /&gt;
#* welke zijn enantiomeren? diastereomeren?&lt;br /&gt;
#* bepaal het oxidatiegetal van de C-atomen&lt;br /&gt;
#* welk is het meest basisch en zeg waarom...&lt;br /&gt;
# twee reactiemechanismen waarvan 1 helemaal uitschrijven&lt;br /&gt;
===14 juni 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reacties gebeuren er met suikers in basisch milieu? (en dan bedoelt hij specifiek in basisch milieu)&lt;br /&gt;
# Bespreek de oxidatie van alcoholen in het labo met K2Cr2O7 en in de natuur met NAD+ en illustreer met een voorbeeld in de citroenzuurcyclus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
#* Biotine&lt;br /&gt;
# leg uit: reactie van Chichibabin&lt;br /&gt;
# stereochemie&lt;br /&gt;
#* duid chirale koolstoffen aan&lt;br /&gt;
#* hoeveel conformaties zijn er? en teken deze&lt;br /&gt;
#* benoem (R,S)&lt;br /&gt;
#* welke zijn enantiomeren? diastereomeren?&lt;br /&gt;
#* is er een mesovorm?&lt;br /&gt;
#* welk is het meest basisch: CH3CH2COO- of CH3CH2C=-C- (driedubbele binding) en zeg waarom&lt;br /&gt;
# twee reactiemechanismen waarvan 1 helemaal uitschrijven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Wat geven alkenen met &lt;br /&gt;
#* Anorganische zuren; &lt;br /&gt;
#* Perzuren (ook energieschema&#039;s kennen, effecten van concentraties enzo)&lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van vetzuren (Claisen-condensatiestap belangrijkst)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren&lt;br /&gt;
#*SAM (S-adenosylmethionine)&lt;br /&gt;
#*PET&lt;br /&gt;
# Leg uit: Kolbe-Schmidt-reactie (aspirine dus)&lt;br /&gt;
# Stereo-chemie:&lt;br /&gt;
#* teken (beta)-L-gulopyranose (lineaire vorm gegeven)&lt;br /&gt;
#* teken gunstigste Newman-projectie volgens C2-C3-as&lt;br /&gt;
#* wat is de oxidatietrap van C6?&lt;br /&gt;
#* geef de anomeer en een epimeer van L-gulose&lt;br /&gt;
# 2 reactiemechanismen (1 uitschrijven)&lt;br /&gt;
#* oxidatie van een alcohol en aldehyde met K2Cr2O7, H2SO4, koud&lt;br /&gt;
#* Friedel-Crafts-acylering&lt;br /&gt;
-&lt;br /&gt;
===22 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de aldolcondensatie. Bespreek ook de stap van de glycolyse die verband houdt met de aldolcondensatie.&lt;br /&gt;
# Bespreek de hydrolyse en omestering van vetten. Leg ook uit wat het verzepingsgetal en het joodgetal is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* dansylchloride&lt;br /&gt;
#* cellobiose&lt;br /&gt;
# Leg uit: De Beckmann-omlegging&lt;br /&gt;
# Je krijgt een molecule gegeven &lt;br /&gt;
#* Duid alle assymetrische koolstofatomen aan met een &amp;amp;quot;*&amp;amp;quot; en zeg of ze een R of S-configuratie hebben&lt;br /&gt;
#* Teken het enantiomeer en 2 epimeren&lt;br /&gt;
#* Van een N-atoom zeggen dat het basischer of zuurder is in vergelijking met ammoniak&lt;br /&gt;
#* 2 mesomeren vormen geven (buiten die van benzeenring)&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen (producten + soort reactie geven + Ã©Ã©n mechanisme helemaal uitschrijven)&lt;br /&gt;
#* tertair alcohol + zuurchloride&lt;br /&gt;
#* alkeen + zuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# bespreek de nucleofiele additie aan de carbonylgroep. Bespreek de factoren die de reactiviteit van aldehyden en ketonen beinvloed. geef de reactie met water en alcoholen&lt;br /&gt;
# bespreek de reactie van alkenen met waterstof, halogenen en perzuren&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* maltose&lt;br /&gt;
#* fosfoënolpyruvaat&lt;br /&gt;
# Leg uit: epoxyharsen en -lijmen&lt;br /&gt;
# gegeven: aminozuur met zijgroep: R=CH2-SH&lt;br /&gt;
#* Hoeveel stereoisomeren bestaan er van dit molecule+ welk aminozuur is dit&lt;br /&gt;
#* geef de fischerprojectie en de Newmanprojectie( volgens C2-C3 as) van stabielste conformatie van elk stereoisomeer.Geef van elke chirale C of het R of S is.&lt;br /&gt;
#* titratie: je begint met 100ml van O,2M oplossing van aminozuur(volledig geprotoneerd) en je titreert met 0,2M NaOH.(Pk1=1,9 Pk2=10,7 Pkr=8,4&lt;br /&gt;
#*# bereken PH als je 150ml NaOH toegevoegd hebt&lt;br /&gt;
#*# Bereken PH als je 300ml NaOH toegevoegd hebt&lt;br /&gt;
#*# wat is(zijn) de voornaamste vorm(en) van het aminozuur bij PH=8,4&lt;br /&gt;
# reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg de decarboxylering van carbonzuren uit en pas toe in een stap uit de citroenzuurcyclus&lt;br /&gt;
# Welke technieken ken je voor het bepalen van de aminozuurvolgorde in een peptideketen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Biotine&lt;br /&gt;
#* (delta)Â³ - isopentenylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
# Leg uit: de reactie van chichibabin&lt;br /&gt;
# Cyclische L-suiker gegeven:&lt;br /&gt;
#* Geef de naam en de lineaire structuur. (lijst met ongekende suikers gegeven)&lt;br /&gt;
#* Bepaal van CÂ² of het R of S - configuratie heeft&lt;br /&gt;
#* Duidt niet-chirale C-atomen in lineaire en cyclische structuur aan&lt;br /&gt;
#* Hoeveel 1,3-diaxiale interacties zijn er?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 8 juni 2008===&lt;br /&gt;
# Leg uit: de reactie van een zuur met een alkeen/alkyn.&lt;br /&gt;
# Leg uit: de Claisen-condensatie en breng dit in verband met de biosynthese van lipiden/vetten.&lt;br /&gt;
# Teken de structuur van S-adenosyl-methionine en van sacharose.&lt;br /&gt;
# Leg uit: optische zuiverheid.&lt;br /&gt;
# Oefeningen:&lt;br /&gt;
#* Stereochemie, invloed van substituenten op de zuurtegraad etc. &lt;br /&gt;
#* Reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 aug 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Geef de biosynthese van monoterpenen voor de vorming van geraniol en limoneen.&lt;br /&gt;
# Bespreek sulfonering, alkylering en acylering aan aromaten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* cyclisch AMP&lt;br /&gt;
#* Glucaarzuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de hydrolyse, omestering, aminolyse en reductie van esters.&lt;br /&gt;
# Welke methoden ken je om de volgorde van aminozuren in peptiden te bepalen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Moleculen:&lt;br /&gt;
#* Nerylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#* Cellobiose&lt;br /&gt;
# Wat zijn epoxylijmen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Licht toe wat acetalen en hemiacetalen zijn en pas dit toe op de vorming van beta-D-glucopyranose uit D-glucose en de vorming van methyl-beta-D-glucopyranoside.&lt;br /&gt;
# Bespreek de labosynthese van peptiden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Trans-decaline&lt;br /&gt;
#* Histamine&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek reactie alkenen met H2, halogenen en perzuren.&lt;br /&gt;
# Bespreek zure en base hydrolyse en omestering van vetten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* ADP&lt;br /&gt;
#* Maltose&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de eleminatiereacties bij halogeenalkanen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de testreactie van ninhydrine.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Geef de IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Teken de volgende structuren:&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
#* Thymidine&lt;br /&gt;
# Bespreek nylon 66.&lt;br /&gt;
# Cyclisch suiker: &lt;br /&gt;
#* Geef de naam.&lt;br /&gt;
#* Welk is het zuurste proton ?&lt;br /&gt;
#* Geef de configuratie (R/S).&lt;br /&gt;
#* Fisher&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de niet chirale C&#039;s ?&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de additie van zuren op alkenen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van vetzuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Geef de structuur van:&lt;br /&gt;
#* Geranylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#* Ninhydrine&lt;br /&gt;
# Bespreek de Beckmann omlegging.&lt;br /&gt;
# Aspartaam gegeven:&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de verschillende stereoisomeren ?&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de chirale koolstofatomen en duid aan of R/S zijn.&lt;br /&gt;
#* Schrijf de fisherprojectie van L-fenylalanine.&lt;br /&gt;
#* Vraag over elektroforese: aantonen waar fenylalanine en asparaginezuur zich bevinden.&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactiemechanisme bij ketonen en aldehyden en vermeld hierbij de factoren die deze reacties beinvloeden. Geef een voorbeeld van additie van alcohol en additie van water.  &lt;br /&gt;
# Bespreek de isomerisatie van D-glucose oiv van een base en geef een vb in de glycolyse cyclus.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Pyridoxalfosfaat&lt;br /&gt;
#* Tosylchloride&lt;br /&gt;
# Leg uit wat een kroonether is.&lt;br /&gt;
# Structuur asparagine gegeven:&lt;br /&gt;
#* Teken alle stereoisomeren (fisher en newman).&lt;br /&gt;
#* R/S configuratie&lt;br /&gt;
#* Waarom heeft de amine-groep in de structuur geen basische eigenschappen ?&lt;br /&gt;
#* Bereken het eerste equivalentiepunt en leg je methode uit.&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Nucleofiele additie aan de carbonylgroep bespreken/factoren reactiviteit/aantonen met additie van water en alcohol.&lt;br /&gt;
# Manieren om de AZ volgorde te bepalen uitleggen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC naam&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Pyridoxalfosfaat&lt;br /&gt;
#* Tosylchloride&lt;br /&gt;
# Leg Nylon 66 uit.&lt;br /&gt;
# Structuur Cysteïne gegeven:&lt;br /&gt;
#* Fisher&lt;br /&gt;
#* Newman&lt;br /&gt;
#* R-S&lt;br /&gt;
#* Enantiomeren...&lt;br /&gt;
#* Welk molecule &lt;br /&gt;
#* Welke vorm komt in de natuur het meeste voor ?&lt;br /&gt;
#* Welke is de mesovorm?&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Aminolyse/omestering/hydrolyse esters.&lt;br /&gt;
# Leg de decarboxylatie van carbonzuren uit en breng deze in verband met de Krebscyclus.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Regel van Zaitsev kort bespreken.&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* Biotine&lt;br /&gt;
#* Cellobiose&lt;br /&gt;
# Suikers: &lt;br /&gt;
#* Open-ketenstructuur&lt;br /&gt;
#* R en S&lt;br /&gt;
#* Chirale atomen.&lt;br /&gt;
#* 1,3-diaxiale interactie&lt;br /&gt;
# Reacties: &lt;br /&gt;
#* Alkeen + HCl =&amp;amp;gt; ... &lt;br /&gt;
#* Oxidatie van een alcohol.&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# De additie van zuren aan alkenen.&lt;br /&gt;
# Mutarotatie uitleggen en illustreren met glucose.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* Acetylcholine &lt;br /&gt;
#* cAMP&lt;br /&gt;
# Omega-3 en omega-6 vetzuren uitleggen.&lt;br /&gt;
# Een bepaald aminozuur:&lt;br /&gt;
#* Fisher&lt;br /&gt;
#* Newman&lt;br /&gt;
#* pH-berekeningen&lt;br /&gt;
# Reacties: Reactieproducten en soort reactie geven en uitwerken voor een van de twee.&lt;br /&gt;
#* Carbonylgroep met H2 en Pt&lt;br /&gt;
#* 2 ketonen met OH-&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Eliminatiereacties uitleggen.&lt;br /&gt;
# Beta-oxidatie + claisencondensatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam (carbonzuurgroep keton, 2 dubbele binden, methyl, en alkynbinding)&lt;br /&gt;
# Een suiker omzetten naar een ringstructuur, epimeren aanduiden op bijhorende tabel.&lt;br /&gt;
# Biodiesel uitleggen&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
#* Thymidine structuur geven&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de aldolcondensatie van aldehyden en ketonen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van waterstof/halogenen/perzuren aan alkenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren&lt;br /&gt;
#* Oliezuur&lt;br /&gt;
#* Adrenaline&lt;br /&gt;
# Leg kort uit: kroonethers.&lt;br /&gt;
# R-groep van lysine gegeven:&lt;br /&gt;
#* Stereoisomeren, R/S, L aanduiden.&lt;br /&gt;
#* Newman/fischer projecties.&lt;br /&gt;
#* Naam van het aminozuur.&lt;br /&gt;
#* Voorkomen bij pH 10 (welke vorm: geprotoneerd of niet?)&lt;br /&gt;
# Twee reacties: (je moet maar van 1 het hele mechanisme geven, ander gewoon zeggen welk type reactie en eindproduct)&lt;br /&gt;
#* Een keton reageert met HNO3 en H2SO4.&lt;br /&gt;
#* Reactie van tertiar alcohol met zuurchloride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 aug 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek peptidesynthese in het labo en vergelijk met die ter hoogte van de ribosomen.&lt;br /&gt;
# Bespreek additie van zuren aan alkenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuurformule van adrenaline en gluconzuur.&lt;br /&gt;
# Bespreek optische zuiverheid.&lt;br /&gt;
# Gegeven: structuurformule threonine.&lt;br /&gt;
#* Aantal stereo-isomeren&lt;br /&gt;
#* De chirale C-en&lt;br /&gt;
#* Fisher- en newman-projectie van elk.&lt;br /&gt;
#* Duidt R/S aan.&lt;br /&gt;
#* Naam van aminozuur.&lt;br /&gt;
#* Bij pH = 7: naar welke pool migreert dit AZ (pk1 en pk2 gegeven) ?&lt;br /&gt;
# Beschrijven van reactie: 2 esters (dezelfde) boven de pijl (H3O+ en OC3H7), boven de 2e pijl (H3O+ en NaBH4).&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
=== 26 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Hemiacetaal en acetaal, pas toe op de vorming van beta-D-glucopyranosyl uit D glucose en de vorming van methyl - beta - D - glucopyranoside.&lt;br /&gt;
# Oxidatie, hydrolyse ( in zuur en in basisch milieu) en omestering van olie en vet.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Cystine en adipinezuur structuur geven.&lt;br /&gt;
# Regel van Zaitsev uitleggen en illustreren met een voorbeeld.&lt;br /&gt;
# Oefening met stereo-isomeren, Fischer, Newman en R en S configuratie.&lt;br /&gt;
# Furan + HNO3 + H2SO4 reactie geven.&lt;br /&gt;
#* Stoffen geven die ge aan furan moet toevoegen om een ethylgroep op positie 2 (alfa) te induceren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de laboratoriumsynthese van peptideverbindingen en vergelijk met de manier waarop aminzuren binden met ribosomen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van alkenen met waterstof, halogenen en perzuren. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuurformule van oliezuur en adrenaline.&lt;br /&gt;
# Bespreek cannizaro reacties.&lt;br /&gt;
# Structuurformule van een suiker:&lt;br /&gt;
#* Geef de fisherprojectie van de ringstructuur.&lt;br /&gt;
#* R-S van de C2 bepalen&lt;br /&gt;
#* Leidt de naam af.&lt;br /&gt;
#* Geef het aantal chirale C&#039;s in de haworth aan.&lt;br /&gt;
# Reactiemechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de isomerisatie van D-glucose onder invloed van base en breng in verband met een stap uit de glycolyse (alleen deze stap opschrijven).&lt;br /&gt;
# Bespreek de afbraak van vetzuren en breng in verband met de Claisencondensatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Thymidine&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
# Verklaar kort het begrip &amp;amp;quot;optische zuiverheid&amp;amp;quot;.&lt;br /&gt;
# Een hepteen is gegeven:&lt;br /&gt;
#* Geef de verschillende stereovormen in Fisherprojectie.&lt;br /&gt;
#* Geef de Newman-projectie van het meest stabiele conformeer.&lt;br /&gt;
#* Noteer ook R- en S-conformatie.&lt;br /&gt;
# Reactie waarbij de producten, tussenstappen en mechanismen moeten worden aangevuld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de elektrofiele aromatische substitutie met als voorbeeld nitreerzuur, benzeen en gesubstitueerde benzeenderivaten.&lt;br /&gt;
# Bespreek hydrolyse, reductie, omestering en aminolyse van esters.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Sacharose &lt;br /&gt;
#* SAM&lt;br /&gt;
# Bespreek omega-3-vetzuren en omega-6-vetzuren.&lt;br /&gt;
# Gegeven: structuurformule arginine &lt;br /&gt;
#* Geef het aantal stereo-isomeren.&lt;br /&gt;
#* Duidt de cirale C&#039;s aan.&lt;br /&gt;
#* Fisher- en Newman-projectie van elk.&lt;br /&gt;
#* Duid R/S aan.&lt;br /&gt;
#* Geef de naam van het aminozuur.&lt;br /&gt;
#* Duid aan welke N het meest basisch is.&lt;br /&gt;
#* Welk stereo-isomeer is het L-aminozuur ?&lt;br /&gt;
# Beschrijven van reactie: 2 keer cyclopenteen met daaraan 2-hexanol (of pentanol ben het vergeten) keten op de pijl staat K2Cr2O7, H+ en koud, boven tweede pijl staat 1 OH- &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de additie van zuren aan alkenen (geen carbonzuren bedoeld).&lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van vetzuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* Kaneelzuur&lt;br /&gt;
#* Cellobiose&lt;br /&gt;
# 3-broom-4-cloorhexaan:&lt;br /&gt;
#* Stereo-isomeren: Fisher- en Newman-projectie.&lt;br /&gt;
#* R,S-configuratie&lt;br /&gt;
#* Diastereomeren/enantiomeren?&lt;br /&gt;
# Het reactietype en naam en mechanisme van benzeenring met OH aan, bij de pijl staan dibroom en ijzertribroom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Aldolcondensatie + glycolyse stap die met aldolcondensatie te maken heeft. &lt;br /&gt;
# Geef de verschillende methoden om de volgorde van AZ in peptide te vinden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren&lt;br /&gt;
#* Stearinezuur&lt;br /&gt;
#* Pyridine&lt;br /&gt;
# Leg uit: gauche en anti (bij alkanen).&lt;br /&gt;
# 2,3,4-hydroxybutanal:&lt;br /&gt;
#* Hoeveel stereoisomeren ?&lt;br /&gt;
#* Geef Fisher projectie en de Newmann projectie van de meest stabiele conformatie.&lt;br /&gt;
#* Geef R,S conformatie. &lt;br /&gt;
#* En zeg welke enantiomeren zijn, welke  diastereoisomeren zijn, mesovormen.&lt;br /&gt;
# Geef reactiemechanisme, reactieproduct (ook in skeletnotatie--&amp;amp;gt; reactieproduct) van:&lt;br /&gt;
#* Trans-1-fenyl-1-buteen met verdund zwavelzuur.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jos Appeltros</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Analytische_Basistechnieken&amp;diff=564</id>
		<title>Analytische Basistechnieken</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Analytische_Basistechnieken&amp;diff=564"/>
		<updated>2017-07-24T20:22:46Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jos Appeltros: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Analytische basistechnieken is verplicht voor de chemici. Het wordt gedoceerd door prof Hendrickx. Meestal beperkt hij zich tot het aflezen van zijn slides, edoch hier en daar geeft hij extra informatie, die op het examen gevraagd kan worden. (De examenvragen worden aan het eind van elk hoofdstuk gegeven -&amp;gt; niet meer sinds 2010-2011)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2017 NM===&lt;br /&gt;
#Detectielimieten + formules, standaardadditie formules&lt;br /&gt;
#Alfa(1): definieren en formule van ph afhankelijkheid, titratiecurve voor zwak zuur en NaOH afleiden met vorderingsgraad&lt;br /&gt;
#Meest gebruikte vorm gaschromatografie?, 2 manieren voor kwalitatief onderzoek, 2 meest efficiënte manieren voor kwantitatief onderzoek, destructieve en niet destructieve detectoren uitleggen&lt;br /&gt;
#Oefening op buffer van triprotonisch zuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
#Ppm bewijzen bij gas, specifiek gewicht, temperatuursafhankelijkheid&lt;br /&gt;
#Afleiding van extractie, ionenchromatografie met supressorkolom en alternatieven&lt;br /&gt;
#sigmoidale en lineair segement, Gran plot&lt;br /&gt;
#oefening met oplosbaarheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2016 VM===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Wat bepaalt of we een colloïdale of kristallijnen neerslag krijgen wanneer we 2 reagentia samenvoegen? Wat ligt aan de basis van stabilisatie van een colloïdale neerslag? Hoe kunnen we deze neerslag toch filtreerbaar maken? Wat is het gevaar bij wassen van deze neerslag en hoe kan dit probleem opgelost worden?&lt;br /&gt;
#absorptiemeting&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen het absorptiespectrum bij atomaire absorptie en moleculaire absorptie? Wat zijn de praktische gevolgen voor metingen bij atomaire absorptie?&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen de spectra van moleculaire absorptie in gasfase of in oplossing? Welke methode van deze twee is het best bruikbaar voor kwalitatieve analyse?&lt;br /&gt;
#*Wet van Beer afleiden&lt;br /&gt;
#*Dit is een &#039;limiting law&#039;, verklaar.&lt;br /&gt;
#*Verklaar de invloed van strooilicht &lt;br /&gt;
#grafieken van in cursus fosforzuur/oxaalzuur/zwavelzuur&lt;br /&gt;
#*Welke curve hoort bij welk zuur?&lt;br /&gt;
#*Bespreek de equivalentiepunten (duidelijk voorkomen, afwezigheid van punten...)&lt;br /&gt;
#*Duid voor de curve van fosforzuur aan welke deeltjes in elk gebied belangrijk zijn voor de pH-bepaling (beging,vlak gebied (buffer), EP...)&lt;br /&gt;
#*Bereken voor de curve van fosforzuur de pH enkel met eenvoudige formules in de verschillende gebieden (start, midden vlak gebied, EP...)&lt;br /&gt;
Oefening&lt;br /&gt;
# Maak een buffer met een totaal volume van 1,00L en pH = 9,60 met 0,300 M Na2CO3 en 0,200 HCl. Ka1(H2CO3) = 4,45.10-7 en Ka2(H2CO3) = 4,69.10-11&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2016 NM ===&lt;br /&gt;
#titratie NaCl met AgNO3. leid formules die het verloop van de titratiecurves geven mbv vorderringsgraad. Hoe wordt deze formule gebruikt.&lt;br /&gt;
#Definiïer de plaathoogte en bespreek de fysische invloeden op de factoren die de plaathoogte beïnvloeden en geef de grafiek hiervan.&lt;br /&gt;
#Belangrijkste eigenschappen van activiteitscoëfficiënten en leid de molaire oplosbaarheid af van LiF met de activiteiten te beschouwen.&lt;br /&gt;
#titratie van HCL en H2SO3 met NaOH, geef de grafiek en bespreek welke deeltjes er te vinden zijn waar en bereken de pH na toevoeging van 37,5mL van NaOH door systematisch te werken en toon aan dat de vereenvoudigingen kloppen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2016 VM ===&lt;br /&gt;
#pH amfiprotisch deeltje&lt;br /&gt;
#ppm bij gassen en oplossingen, specifiek gewicht + temperatuursafhankelijk of niet&lt;br /&gt;
#3 methodes vr stoichiometrie van complex met absorbantie&lt;br /&gt;
#oefening: oplosbaarheid Ag2C2O4 in oplossing met pH=4, Ksp en Ka&#039;s gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 augustus voormiddag===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*wat bepaalt of we een colloïdale of kristellijnen neerslag krijgen wanneer we 2 reagentia samenvoegen?&lt;br /&gt;
#*wat ligt aan de basis van de stabilisatie van een colloïdale neerslag.&lt;br /&gt;
#*hoe kunnen we deze neerslag verbeteren zodat deze toch te filteren is.&lt;br /&gt;
#*wat gebeurd er als we zo een verbeterde neerslag wassen en hoe kan dit soms opgelost worden.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*leg uit wat aan de grondslag ligt van de scheiding van metaalkationen volgens de historische H2S methode.&lt;br /&gt;
#*Ka1 en Ka2 van H2S gegeven en dan uitleggen waarom de ene groter is dan de andere.&lt;br /&gt;
#*Grafiek uit de cursus van bij dit stukje en dan de helling van die rechte berekenen.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*wat is het meest voorkomende type gaschromatografie.&lt;br /&gt;
#*op welke 2 manieren kan aan kwalitatieve analyse gedaan worden met gaschromatografie.&lt;br /&gt;
#*kwantitatieve analyse met gaschromatografie: uitleggen van interne standaard en standaardadditie.&lt;br /&gt;
#*bondig bespreken van de destructieve en niet-destructieve detector gebruikt bij gaschromatografie die we gezien hebben in de les&lt;br /&gt;
#oefening waarbij ge de pH van een mengsel van 2 stoffen moet bepalen en daarna de oplosbaarheid van een andere stof bepalen die in dat mengsel gedaan wordt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2014 NM===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Omschrijf met woorden het concept standaardfout precies?&lt;br /&gt;
#* Beschrijft een gauss-curve perfect de verdeling van de meetresultaten in de analytische chemie? (uitleg)&lt;br /&gt;
#* Wat is het grote nut van s-pooled in de analytische chemie?&lt;br /&gt;
#* Wat is het verband tussen t (two tailed) en t (one tailed)? Leg uit m.b.v. Gauss-curves.&lt;br /&gt;
#* Indien een chemische analysemethode een normaaldistributie volgt die gekenmerkt wordt door een straalgemiddelde µ en een populatiestandaarddeviatie sigma. Geef dan de formule die toelaat de fractie F van het totaal aantal metingen te berekenen dat, bij een zeer groot aantal metingen, gelegen is tussen µ+a en µ+b. Toon met deze formule aan dat voor om het even welke analysemethode die een normaaldistributie volgt, er eenzelfde fractie van metingen  zich bevindt tussen µ-2sigma; en µ+2sigma. Hoe groot is deze fractie?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Op wat berust de scheiding van metaalkationen op basis van de historisch belangrijke H2S methode?&lt;br /&gt;
#*Voor dit zwakke zuur zijn de numerieke warde voor de dissociatieconstanten gegeven. Waarom is Ka1 &amp;gt; Ka2?&lt;br /&gt;
#* Leid aan de hand van berekeningen de richtingscoëfficiënt af van de bijgevoegde grafiek. (=dalende rechte)&lt;br /&gt;
# Hoe wordt de plaathoogte H in chromatografie gedefinieerd? Schets de grafiek van de plaathoogte in functie van de stroomsnelheid van de mobiele fase. De afhankelijk kan gevat worden in een bepaalde vergelijking.&lt;br /&gt;
Schrijf en benoem deze en verklaar de verschillende componenten ervan aan de hand van de fysische verschijnselen zoals die zich voordoen in een kolom. Wat is het belangrijkste verschil tussen gaschromatografie en vloeistrofchromatografie in deze context?&lt;br /&gt;
# We lossen 445 mg AlCl&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;3&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; (133,34 g/mol) op in 200 mL water. Het kation complexeert volledig met water tot Al(H&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;0)&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;6&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;3+&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt; en heeft zure eigenschappen: K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;a&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;(Al(H&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;O)&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;6&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;3+&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;) = 1,4 x 10&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-5&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
[[Bestand:AL(H2O)vergelijking.jpg]]&lt;br /&gt;
(a) Bereken de pH als -log a&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;H&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;+&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;.&lt;br /&gt;
(b) Wat is de molaire oplosbaarheid van zilver wanneer we aan deze oplossing 860 mg aan AgNO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;3&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; (169,873 g/mol) toevoegen (K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;sp&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;AgCl)= 1,82 x 10&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-8&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;)?&lt;br /&gt;
Houd bij de berekeningen steeds rekening met de ionische sterkte van de oplossingen. De effectieve diameter van gehydrateerd AI(H&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;0)&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;5&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;(OH)&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;2+&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt; bedraagt 0.6 nm.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2014 VM===&lt;br /&gt;
# Wat bepaald of er een colloïdale of kristallijnen neerslag vormt? Omschrijf de oorsprong van de stabilisatie van een colloïdale neerslag en hoe men dergelijke neerslag kan behandelen om een filtreerbare neerslag te krijgen. Wat zijn de gevaren bij het wassen en hoe kunnen deze vermeden worden? Waarom is Fe(OH)3 of zijn waterige oxide niet filtreerbaar in gewone omstandigheden, en wat kan je eraan doen? Plaat de Fajansmethode in de context van deze vraag.&lt;br /&gt;
# Leid de eenvoudigste formule af om de pH te schatten van amfiprotische deeltjes NaHA met cNaHA.&lt;br /&gt;
# Scheiding door extractie: Leid een formule af om te berekenen wat de concentratie is na i extracties van component A in een bepaalde hoeveelheid waterige fase door middel van telkens dezelfde hoeveelheid organische fase te gebruiken. - Waarom gebruikt men bij ionenchromatografie een suppressorkolom? Omschrijf de werking adhv een voorbeeld. Geef de twee alternatieven voor een suppressorkolom (+uitleg).&lt;br /&gt;
# Gegeven is een oplossing van 50,0mL met 0.10M HCl en 0.10M H2SO3 met pKa1=1.23*10-2 en pKa2=6.6*10-8. Er wordt getitreerd met 0.20M NaOH (a) Teken de titratiecurve en beschrijf de samenstelling van elk gebied (zwakke base, amfiprotisch zout,â€¦) (b) Bereken de pH na toevoegen van 37.5mL base. [Tip bij (b): gebruik de systematische methode, en zorg dat de relatieve fout op [H3O+] minder blijft dan 5%]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 Januari 2013 NM===&lt;br /&gt;
#wat is het verband tussen slitbreedte en kwalitatieve analyse?&lt;br /&gt;
#wat is de rol van strooilicht en niet effectief monochromatisch licht bij kwantitatieve analyse?&lt;br /&gt;
#bespreek de 3 methodes (continue variatie, mol-ratio en helling-ratio) om de stoichiometrie van een complex te bepalen aan de hand van de gegeven grafieken. Kunnen we hier nog andere informatie uithalen?&lt;br /&gt;
#leid 2 formules af die de titratiecurve van NaCl met AgNO3 beschrijven. Hoe gebruikt men ze?&lt;br /&gt;
#toon aan dat het equivalentiepunt steeds bij dezelfde pAg ligt&lt;br /&gt;
#geef 3 fysische methodes om het equivalentiepunt waar te nemen&lt;br /&gt;
# 0,1g H3PO4 (pKA&#039;s gegeven) wordt in 100 ml water opgelost en met 0,01M NaOH neutraal gemaakt. Wat zijn de molfracties aan H3PO4 en de geconjugeerde basen?&lt;br /&gt;
# Een staal bevat enkel KCl en FeCl2, molmassa&#039;s en totale zijn gegeven. Een Mohr-titratie wordt toegepast, gebruikte hoeveelheid AgNO3 en concentratie zijn gegeven. Bepaal de massa FeCl2 en het massapercentage aan Fe (atoommassa gegeven) in het staal.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 Januari 2012 NM===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Zuur/base&lt;br /&gt;
#* Differentierend / Leveling solvent&lt;br /&gt;
#* verband tussen Ka en Kb bij diprotisch afleiden&lt;br /&gt;
#* toon aan dat de alfa-waardes enkel afhankelijk zijn van de pH van de oplossing &lt;br /&gt;
#* afleiden titratiecurve van zwak zuur &amp;amp;amp; sterke base a.d.h.v. vorderingsgraad. Hoe stel je vanuit deze formule diegene op van een sterk zuur en een sterke base? Zelfde vraag voor polyprotisch zwak zuur en sterke base. &lt;br /&gt;
# Chromatografie &lt;br /&gt;
#* wat is de meest gebruikte gaschromatografie? wat is de andere?) &lt;br /&gt;
#* hoe kan je bij gaschromatografie kwalitatief en staal analyseren &lt;br /&gt;
#* leg uit hoe je bij kwantitatieve analyse hier interne standaard en standaardadditie toepast &lt;br /&gt;
#* twee detectoren: destructieve en niet-destructieve voor gaschromatografie. Leg bondig uit &lt;br /&gt;
# Oefeningen &lt;br /&gt;
#* een combinatie oefening van het bepalen van een concentratie tijdens een titratie en statistische methodes &lt;br /&gt;
#* wat is het effect op de ionische sterkte als je NaOH bij a) MgCl2 b) HCL c) CH3COOH doet. (bespreken)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 augustus 2011===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Beschouw titratie van een zwak zuur met een sterke base. Hoe bepaal de titratiecurve a.d.h.v. de vorderingsgraad. Geef de afleiding voor vorderingsgraad. Hoe zit het dan voor titratie van een sterk zuur met een sterke base?&lt;br /&gt;
# Instrumenten&lt;br /&gt;
#* Wat is het verschil tussen de concentratiebepaling bij fluorescentie, absorptie en chemoluminescentie? &lt;br /&gt;
#* Wat is een interferentiefilter? Geef de afleding voor de formule \lambda=2\eta t&lt;br /&gt;
#* leg uit: fotodiode en fotomultiplier&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# standaardoefening op selectief neerslagen (is het mogelijk om bv Sr2+ en Hf4+ neer te slaan door OH- toe te voegen&lt;br /&gt;
# ook standaard: geef verhouding van 2 ionen in oplossing, Ksp&#039;s, Ka enz gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 januari 2011 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(Misschien niet in die woorden,maar het kwam wel op deze vragen neer)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Chromatografie: &lt;br /&gt;
#*Wat is de plaathoogte, geef een definitie en leid de formule af.&lt;br /&gt;
#*Bespreek de plaathoogte ifv de stroomsnelheid van de mobiele fase. Met welke functie kan deze omschreven worden? Ontleed en bespreek de onderdelen van deze functie. Welke factor zorgt voor het verschil tussen de plaathoogte ifv de mobiele fase bij gas en bij vloeistof?&lt;br /&gt;
# Standaardadditie etc&lt;br /&gt;
#* Hoe wordt de enkelvoudige standaardadditiemethode gebruikt? Leid de formule af.&lt;br /&gt;
#* Bespreek bondig de interne standaardmethode. &lt;br /&gt;
#* Welke detectielimieten zijn er? Leid de formules af en bespreek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#oefening met Volhard-titratie.&lt;br /&gt;
#* 100.0ML staal, hoeveel miligram monochloroazijnzuur zit er in als je weet dat men het staal bewerkt met 1M NaOH zodat men een waterige oplossing van ClCh3COO- krijgt. Deze zuurt men aan en men voegt (concentratie gegeven) AgNO3 toe. De neerslag wordt afgefilterd en vervolgens voegt men 10.43 ml NH4SCN toe tot aan het neutralisatiepunt. Bij de blancotitratie moest men 22.98ml NH4SCN toevoegen.&lt;br /&gt;
#oefening met ionische sterkte&lt;br /&gt;
#* Wat is de oplosbaarheid van CaSO4 in 0.0333M Na2SO4? Bereken eerst de ionische sterkte van deze elektrolyt(dus alleen van Na2SO4) en bereken aan de hand van die waarde de oplosbaarheid van CaSO4.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2011 ===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
# Betrouwbaarheidsintervallen:&lt;br /&gt;
#* Verklaar volgende begrippen uit betrouwbaarheidsintervallen: s, Ïƒ, N, z, t, x Ì… (gem.), Âµ   (uitgebreid verklaren)&lt;br /&gt;
#* Leid Ã©Ã©n van de definities af voor een betrouwbaarheidsinterval, vetrekkende van de basisprincipes van de statistiek&lt;br /&gt;
#* We hebben in de cursus minstens twee lichtjes afwijkende versies van het betrouwbaarheidsinterval gezien, geef die en leg uit wanneer die worden gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verband met t-testen?&lt;br /&gt;
#Spectrofotometer: In een spectrofotometer wordt elektromagnetische straling met bepaalde golflengte Î» doorheen een oplossing van een analiet met goed gekozen solvent gestuurd. Vertrekkende van de bron is de intensiteit van de straling P, als het doorheen de cuvet (optische weglengte b) met alleen solvent is gepasseerd is de intensiteit P&#039;. Met precies Ã©Ã©n chromofoor in de oplossing heeft de uitgaande straal een intensiteit P&amp;amp;quot;. Extinctiecoëfficiënt is Îµ(Î»)&lt;br /&gt;
#* Wat bedoelt men met goed gekozen solvent?&lt;br /&gt;
#* Is P=P&#039;? (motivatie)&lt;br /&gt;
#* Is concentratie c evenredig met P-P&amp;amp;quot; of met P&#039;-P&amp;amp;quot;? (leg uit adhv basisprincipes)&lt;br /&gt;
#* Wat is strooistraling? Wat zijn de gevolgen hiervan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een staal weegt 27,73mg en bestaat alleen maar uit KCl(MG 74,55) en FeCl2(MG 126,75). Met de Mohrmethode is er 18,48mL nodig van een 0,02237M AgNO3-oplossing om het chloride te neutraliseren. Bepaal massa van FeCl2 en massapercent van ijzer in het staal. (oplossing: 0,01761g en 27,98%)&lt;br /&gt;
# Bereken molaire oplosbaarheid van Ag3PO4 (Ksp=2,8E-18) gebufferd bij pH 6. De 3 Ka&#039;s van fosforzuur zijn gegeven. (oplossing 1,40E-3 M)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Omschrijf aan de hand van een voorbeeld de termen precisie en nauwkeurigheid. Wat is hun oorsprong in de analytische scheikunde en tot welke types van fout en corresponderende mathematisch termen geven ze aanleiding?&lt;br /&gt;
# Gegeven oplossing van AgCl-neerslag in evenwicht met een bepaalde analytische concentratie aan KCl. Leid de formule af die de oplosbaarheid van AgCl geeft in functie van de analytische concentratie aan KCl. Bespreek het resulaat aan de hand van een grafiek. (Die 4 reactievergelijkingen krijg je ook gegeven)&lt;br /&gt;
# Bespreek de meest voorkomende detectoren in optische instrumenten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefening:&lt;br /&gt;
# Hoe maak je een buffer van 1L met een pH van 9,6 wanneer je 0,200M HCl gebruikt en 0,300M Na2CO3. (Ka1 en Ka2 van H2CO3 ook gegeven)&lt;br /&gt;
# Teken kwalitatief de titratiecurve van een mengsel van Na2CO3 en HCO3- met een sterk zuur. Duid ook de delen aan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 januari 2009 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Gauss-distributie:&lt;br /&gt;
#* Omschrijf met woorden een Gauss-distributie. Welke factoren bepalen een Gauss-distributie?&lt;br /&gt;
#* Definieer standaardfout. Waarom is de standaardfout steeds kleiner dan de standaarddeviatie?&lt;br /&gt;
#* Voor een Gauss-distributie, wat is de kans dat een meting gelegen is tussen 0 en +1Ïƒ, tussen +1Ïƒ en +2Ïƒ? Wat is de kans dat een meting buiten de limieten Â±2Ïƒ van het gemiddelde gelegen is en kleiner is dan Î¼-2Ïƒ?&lt;br /&gt;
# Leid de formule af die toelaat om aan de hand van de vorderingsgraad de titratiecurve op te stellen voor een oplossing die Cl- bevat. Hoe moet deze formule gebruikt worden?&lt;br /&gt;
# Bespreek de verschillende aspecten van HPLC, aan de hand van de volgende vragen:&lt;br /&gt;
#*Gradiënt- en isocratische elutie.&lt;br /&gt;
#*Partitiechromatografie (normale en omgekeerde fase).&lt;br /&gt;
#*Ionenuitwisselingschromatografie (suppressorkolommen).&lt;br /&gt;
#*Size exclusion chromatografie (gelfiltratie en gelpermeatie).&lt;br /&gt;
#*Affiniteitschromatografie.&lt;br /&gt;
#*Chirale chromatografie.&lt;br /&gt;
Oefening (3 delen):&lt;br /&gt;
* Berekenen van standaarddeviatie en CV.&lt;br /&gt;
* Iets van oplosbaarheid.&lt;br /&gt;
* Titratiecurve opstellen voor 3 basen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Wat is het verband tussen betrouwbaarheidsintervallen en de z- en t-test?&lt;br /&gt;
# Bespreek de wet van Beer qua afleiding, toepassing en beperkingen.&lt;br /&gt;
# Chromatografie. Wat is de plaathoogte van een kolom en hoe wordt deze beÃ¯nvloed door de stroomsnelheid van de mobiele fase?&lt;br /&gt;
Oefening:&lt;br /&gt;
# Bereken de pH voor de titratie van 50,0 mL van een 0,10 M ethyleendiamine-oplossing met een 0,20 M oplossing van HCl na toevoegen van de volgende hoeveelheden zuur: &lt;br /&gt;
a) 0,0 mL HCl&lt;br /&gt;
b) 37,5 mL HCl&lt;br /&gt;
c) 50,0 mL HCl&lt;br /&gt;
Verantwoord steeds eventueel gemaakte benaderingen in je berekeningen. &lt;br /&gt;
Teken kwalitatief de titratiekurve en omschrijf de samenstelling van de oplossing in de verschillende gebieden (bv. Buffer van X en Y, sterk zuur Z, ...)&lt;br /&gt;
Voor Ethyleendiamine (H2NCH2CH2NH2 afgekort B) zijn de numerieke waarden van de opeenvolgende zuurdissociatieconstanten van BH2(2+) als volgt. Ka1 = 1,42 x 10^-7 en Ka2 = 1,18 x 10^-10&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Gran Plot vraag.&lt;br /&gt;
# Moleculaire Fluoriscentie vraag.&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid AgCl met concentratie aan KCl.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# De Volhard titratie wordt algemeen aangeraden voor de analyse van het heptachloor insecticide C10H5Cl7. Er is geen chloride of chloor in de matrix aanwezig. Het percentage van heptachloor wordt gegeven door: %hepatachloor = ((mlAg x cAg - mlSCN x cSCN) x 37.33)/staalmassa. Wat zegt deze berekening over de stoechimoterie van deze titratie (m.a.w. hoeveel chloride-ionen per molecule heptachloor reageren met 1 AgNO3)M = 373,22 g/mol?&lt;br /&gt;
# Bereken de oplosbaarheid van Mg(OH)2 in een 0.0167M oplossing van Ba(NO3)2 door gebruik te maken van:&lt;br /&gt;
#*Activiteiten.&lt;br /&gt;
#*Molaire concentraties.&lt;br /&gt;
#*Bereken ook de procentuele fout die gemaakt wordt door geen rekening te houden met de activiteiten. Ksp Mg(OH)2 = 7.1x10^-12 Neerslag Ba(OH)2 mag je verwaarlozen (tabel activiteitscoeffictien en ionische sterkte gegeven).&lt;br /&gt;
# Schrijf de uitdrukking voor [H3O+] in functie van enkele andere evenwichtscocentraties voor een 0.01M oplossig van HCl die in evenwicht is met een overmaat aan vast BaSO4.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek soorten gevoeligheid+detectielimiet.&lt;br /&gt;
# Mengsel van NaOH NaHCO3 en Na2CO3.&lt;br /&gt;
# Kwantitatieve en kwalitatieve analyse bij gaschromatografie.&lt;br /&gt;
Oefening:&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid van MnS in buffer (Ka&#039;s en conc. H30+ gegeven).&amp;lt;/text&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jos Appeltros</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Algemene_Natuurkunde_II&amp;diff=563</id>
		<title>Algemene Natuurkunde II</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Algemene_Natuurkunde_II&amp;diff=563"/>
		<updated>2017-07-24T20:22:05Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jos Appeltros: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Vervolgvak op Algemene natuurkunde I. Vanaf het academiejaar 2009-2010 gedoceerd door prof Wübbenhorst.(&#039;&#039;&#039;Let dus op, de oudere vragen komen van prof. Janssen&#039;&#039;&#039;)  Het is geen jaarvak meer, enkel examen in januari dus. Het betreft een mondeling examen met schriftelijke voorbereiding.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2017 nm===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Polarisatie toestanden&lt;br /&gt;
#Gedopeerde halfgeleiders vs zuivere halfgeleiders en de PN-junctie&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#2 bolschillen. Potentiaal verschil en Electrisch veld berekenen van R naar oneindig.&lt;br /&gt;
#Solenoïde: magnetisch kracht na lange tijd en wanneer is deze half zo groot? (vermogen berekenen en hoeveel procent van het vermogen heeft het de 2e dan verbruikt)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2017 vm===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Rlc keten uitleggen&lt;br /&gt;
#Wet van ampere (tijdsafhankelijk en onafhankelijk)&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
#een bol met 2 stralen en een elektrisch veld waarvan de lading en de potentiaal berekend moeten worden &lt;br /&gt;
#de oefening met licht dat door een gat moet op een hoogte van 50mm, gat zelf is 10mm groot en staat op 30 cm van de bron, wat zijn de golflengtes die aankomen bij het gat?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2017 nm===&lt;br /&gt;
helemaal hetzelfde als de voormiddag&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2017 vm===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
#Halfgeleiders (+grafieken temperatuursafhankelijkheid van n-en p-types)&lt;br /&gt;
#Biot-savart (eindig en oneindig)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#2 bolschillen: potentiaalverschil en capaciteit berekenen&lt;br /&gt;
#2 stukjes glas met lichtstraal (zelfde golflengte) erdoor: faseverschil berekenen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2017===&lt;br /&gt;
Zie examen 18 januari 2016. &lt;br /&gt;
#Magnetisatie en magnetische suceptibiliteit&lt;br /&gt;
#LASER&lt;br /&gt;
Bijvragen bij de werking van de LASER: wat zijn de eigenschappen van laserlicht? Wat zorgt voor de overgang van niveau 2 naar niveau1?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen&lt;br /&gt;
#oefening van condensator waarvan afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt&lt;br /&gt;
#micaplaatje&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2017===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
#RLC-keten&lt;br /&gt;
#Beschrijf de beweging van een geladen deeltje in een magnetisch veld, cyclotron en massaspectrometer&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#mica&lt;br /&gt;
#water in condensator&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Magnetisatie en magnetische suceptibiliteit&lt;br /&gt;
#LASER&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#oef van condensator waarvan afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt&lt;br /&gt;
#oef van het mica plaatje met dikte tussen 6 en 7 micro meter&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2016 NM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Magnetisatie en magnetische suceptibiliteit&lt;br /&gt;
#LASER&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#oef van condensator waarvan afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt&lt;br /&gt;
#oef van het mica plaatje met dikte tussen 6 en 7 micro meter&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2016 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#laser&lt;br /&gt;
#magnetisatie en magnetische susceptibiliteit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#mica plaatje&lt;br /&gt;
#RC keten V1, V2 en V3 bepalen plus tijd waarop V het gemiddelde is van 2&amp;amp;amp;3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2016 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#zuivere vs gedopeerde halfgeleiders (nog iets extra, we moesten nog een grafiek geven die in de slides staan maar niet in het boek: elektrische geleiding ifv temperatuur, maja dat was gewoon een bijvraag) + pn-junctie&lt;br /&gt;
#Geef de wet van Biot Savart en pas dit toe op een oneindig lange stroomvoerende draad&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
#2 geleidende bolschillen met zelfde middelpunt, verschillende stralen (R1, R2, respectievelijk kleinste en grootste). Op de kleinste zit een lading q, op de grootste een lading -q. Bepaal het potentiaalverschil tussen R2 en R1. Bepaal ook de capaciteit van deze condensator.&lt;br /&gt;
#er zijn twee verschillende stukken glas, met lengte l1 = 4 micrometer, l2 = 3,5 micrometer, n1 = 1,4, n2 = 1,6. Je stuurt er een lichtstraal door met golflengte lambda = 600 nm. Ze komen in dezelfde fase toe op de stukken glas, loodrecht, en gaan dan door naar een scherm. Wat is het faseverschil tussen de twee golven wanneer ze op het scherm komen?&lt;br /&gt;
(check oefeningen van examen 10 juni 2011)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Wet van Ampère (uitbreiding) en daarbij ook de B rond een gesloten kromme.&lt;br /&gt;
#RLC uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Bol met bolschil errond en zo diffractie, door da scherm met 200 lijnen / mm en dan een vierkantje op het waarnemingsscherm. (welke golflengten gaan door da vierkantje?)&lt;br /&gt;
===16 januari 2015===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#magnetisatie&lt;br /&gt;
#LASER&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#RC-keten en V1,V2,V3 bepalen&lt;br /&gt;
#mica&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2015===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Wet van Ampère&lt;br /&gt;
#RLC in serie&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#een bol en een bolschil, elektrisch veld en stralen gegeven en dan moest je de lading en de potentiaal aan het opp van de bol berekenen&lt;br /&gt;
#spleet, berekenen welke golflengtes er in het vierkant vallen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2015===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
#zuivere vs gedopeerde halfgeleiders + pn-junctie &lt;br /&gt;
#de wet van Biot-Savart en de oneindige rechte geleider afleiden.&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
#bolvormige condensator (V + C berekenen)&lt;br /&gt;
#lichtstralen van dezelfde golflengte die door 2 glasblokjes gaan, faseverschil berekenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 januari 2015===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Beschrijf de beweging van een geladen deeltje in een magnetisch veld, cyclotron en massaspectrometer&lt;br /&gt;
#LRC-kring&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Water in condensator&lt;br /&gt;
#Micaplaatje&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2014 voormiddag===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Magnetisatie en magnetische susceptibiliteit.&lt;br /&gt;
#LASER&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen: exact zoals 10 juni 2013 (voormiddag)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2014 voormiddag ===&lt;br /&gt;
Exact hetzelfde examen als 14 juni 2013. Zelfs de oefeningen waren dezelfde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2013 namiddag ===&lt;br /&gt;
Exact hetzelfde examen als 10 juni 2013 namiddag. Zelfs de oefeningen waren dezelfde&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 juni 2013 (zowel voor- als namiddag!)===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Bespreek de beweging van een geladen deeltje in een magneetveld, plus uitleg cyclotron en massaspectrometer.&lt;br /&gt;
#Bespreek de RLC kring&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 Âµm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor één van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje?&lt;br /&gt;
#De ruimte tussen de platen tussen een condensator wordt helemaal opgevuld met zuiver water. Het dipoolmoment van een watermolecule is 6.10x10-30Cm. Water heeft een dichtheid van 1.00g/cmÂ³ en een molaire massa van 18g. De diëlektrische constante van water is 80. Het getal van Avogadro is 6.02x1023. &lt;br /&gt;
#* Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen zou kunnen worden dat alle elektrische dipolen perfect uitgelijnd zijn met het elektrisch veld. Wat zou dan de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid aan het wateroppervlak zijn? &lt;br /&gt;
#* Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen wordt, dat die geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid één duizendste bedraagt van de hierboven berekende waarde. Hoe groot is dan het elektrisch veld in de condensator?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2013 (zowel voor- als namiddag!)===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Leg uit, wet van Ampère zowel tijds als niet tijdsafhankelijk.&lt;br /&gt;
# Leg RLC kring uit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Gegeven een bol met een lading en daar rond een bolschil, samen zijn ze ongeladen maar elk apart bezitten ze een lading. Geef hiervoor de lading van de bol en zijn potentiaal aan zijn oppervlak. Gegeven zijn de stralen van de bollen en de grootte van het elektrische veld.&lt;br /&gt;
# Golflengten tussen 400 en 700nm worden op een diffractierooster gestuurd met 200 lijnen/mm. Waarnemingsscherm staat op 0.3m. Op dit scherm is op een afstand van 0.05m een gat geknipt, een vierkant met zijden 0.01m. Welke golflengten zullen door dit gat vallen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 10 juni 2013 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Geef de wet van Biot Savart en pas dit toe op een oneindig lange stroomvoerende draad&lt;br /&gt;
#Wat is een virtueel beeld? Kan je dat vormen met een vlakken spiegel? Holle spiegel? Bolle spiegel? Welke omstandigheden? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Dieje kubus (zie oude examenvragen)&lt;br /&gt;
#Iets met een RLC kring met uitzonderlijke omstandigheden, R gegeven, wat is de capaciteit en de inductie in de kring. Uitzondelijke omstandighede dus da de amplitude van uw weerstand = amplitude zelfinductie = amplitude condensator = amplitude van de bron, en ge had ook een frequentie gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 10 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek polarisatietechnieken (verstrooiing, dichroïsme etc...)&lt;br /&gt;
# Magnetisatie &amp;amp;amp; magnetische susceptibiliteit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Gegeven is een RC-kring met R=100 kOhm; C=9,40 ÂµF; en V(bron)=15,0 V. Na lang wachten (de condensator eerst helemaal laten opladen) verminderen we de afstand tussen condensatorplaten met 20%, in verwaarloosbaar tijdsinterval. &lt;br /&gt;
#*Bereken potentiaalverschil over de condensator vlak voor (V1) en vlak na die verandering (V2)&lt;br /&gt;
#*Bereken het potentiaalverschil over de condensator op lange tijd na de verandering (V3). &lt;br /&gt;
#*Op welk tijdstip na de verandering zal de spanning over de weerstand gelijk zijn aan het gemiddelde van V2 en V3?&lt;br /&gt;
#We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 Âµm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor één van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 juni 2012===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
# Wet van Ampere bespreken voor stationaire en niet stationaire stromen&lt;br /&gt;
# RLC kring bespreken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Er is een kubus gegeven met zijde a die in de oorsprong ligt van het xyz assenstelsel. Er is een elektrisch veld E_(=vector) = c*x*y*i_(i_ is de eenheidsvector) en c=844 N/(C*m^2). dit elektrisch veld is evenwijdig met de x-as. hoe groot moet zijde a zijn zodat de kubus 7nC bevat?&lt;br /&gt;
# ?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2012===&lt;br /&gt;
Exact dezelfde vragen als 27 juni 2011. Zelfs de waarden bij de oefeningen waren hetzelfde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 27 juni 2011===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Leg uit: magnetisatie en magnetische susceptibiliteit&lt;br /&gt;
# Bespreek de werking van een LASER&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Gegeven is een RC-kring met R=100 kOhm; C=9,40 ÂµF; en V(bron)=15,0 V. Na lang wachten (de condensator eerst helemaal laten opladen) verminderen we de afstand tussen condensatorplaten met 20%, in verwaarloosbaar tijdsinterval. a) Bereken potentiaalverschil over de condensator vlak voor (V1) en vlak na die verandering (V2). b) Bereken het potentiaalverschil over de condensator op lange tijd na de verandering (V3). c) Op welk tijdstip na de verandering zal de spanning over de weerstand gelijk zijn aan het gemiddelde van V2 en V3?&lt;br /&gt;
# We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 Âµm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor Ã©Ã©n van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2011 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek de beweging van een geladen deeltje in een magneetveld, plus uitleg cyclotron en massaspectrometer.&lt;br /&gt;
# Effectiefspanning uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 juni 2011 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Geef wet van Biot-Savart en leid af voor een oneindig lange stroomvoerende draad&lt;br /&gt;
# Wat zijn mogelijke polarisatietoestanden van EM-straling? (geen polarisatietechnieken)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een kring met een solenoïde met 35mH en een weerstand van 0,35 Ohm, aangesloten op een batterij van 12V. Wat is de magnetische energie die de batterij heeft na een lange tijd? Hoeveel vermogen moet het batterij dan nog leveren? Na hoeveel tijd is de energie half zo groot? Wa is dan het vermogen v.d. batterij en hoeveel procent vraagt het opwekken van magnetische arbeid dan?&lt;br /&gt;
# Een tweespleten systeem met lambda = 500nm, d = 0,150mm en a = 30,0Âµm. Hoe vaak komen maxima voor? (enzovoort)&lt;br /&gt;
=== 10 juni 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen een zuivere halfgeleider en een gedopeerde halfgeleider? geef uitleg over de pn-junctie.&lt;br /&gt;
# Leg uit wat een virtueel beeld is. Is het mogelijk om dit van een reëel voorwerp te bekomen bij een vlakke/holle/bolle spiegel. Onder welke omstandigheden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
# Er is een kubus gegeven met zijde a die in de oorsprong ligt van het xyz assenstelsel. Er is een elektrisch veld E_(=vector) = c*x*y*i_(i_ is de eenheidsvector) en c=844 N/(C*m^2). dit elektrisch veld is evenwijdig met de x-as. hoe groot moet zijde a zijn zodat de kubus 7nC bevat?&lt;br /&gt;
# Je hebt een wisselspanningskring gegeven met V0 = 30,0V; omega = 314rad/s; I0=620mA ;en v=V0sin(omega*t-pi/4) en i=-I0cos(omega*t-pi/4). In de kring zit alleen nog een element X.&lt;br /&gt;
* identificeer dit element volledig&lt;br /&gt;
* door welk ander element kan je dit vervangen zodat de stroomamplitude gelijk blijft(de fase mag verschillen) en identificeer dat element. Je moet er maar 1 geven maar er zijn er 2 mogelijk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 10 juni 2011 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek de RLC-keten waarop een wisselspanning is aangesloten&lt;br /&gt;
# Wet van Ampère uitleggen (stationair en niet-stationair) Hij zegt er ook bij dat het gaat om het magneetveld rond een gesloten kromme, dus juiste formule vinden niet moeilijk&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# 2 geleidende bolschillen met zelfde middelpunt, verschillende stralen (R1, R2, respectievelijk kleinste en grootste). Op de kleinste zit een lading q, op de grootste een lading -q. Bepaal het potentiaalverschil tussen R2 en R1. Bepaal ook de capaciteit van deze condensator.&lt;br /&gt;
# er zijn twee verschillende stukken glas, met lengte l1 = 4 micrometer, l2 = 3,5 micrometer, n1 = 1,4, n2 = 1,6. Je stuurt er een lichtstraal door met golflengte lambda = 600 nm. Ze komen in dezelfde fase toe op de stukken glas, loodrecht, en gaan dan door naar een scherm. Wat is het faseverschil tussen de twee golven wanneer ze op het scherm komen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Bespreek de beweging van een geladen deeltje in een magneetveld, plus uitleg cyclotron en massaspectrometer.&lt;br /&gt;
#Bespreek alle mogelijke polarisatie-toestanden van een EM-golf, manieren om polarisatie te bekomen niet beschrijven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Men laadt een condensator met een capaciteit 17mF volledig op en men koppelt hem dan los van de bron. Hierna is er een arbeid van 18,5 joule nodig om een extra lading van 13 mC van de ene plaat van de condensator naar de andere over te brengen. Wat was de EMK van de bron?&lt;br /&gt;
# Een spoel van 100 windingen wordt rond een cilinder gewikkeld met een doorsnede van 12 cmÂ². De cilinder is van een middenstof met Âµr = 1. Er wordt een magneetveld aangelegd van 1,6 T dat in de tijd omwisselt van de ene naar de andere richting maar altijd evenwijdig loopt met de symmetrieas van de spoel. Een weerstand van 13 Ohm wordt op de spoel aangesloten. Geef de lading die door deze weerstand stroomt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 7 juni 2010 (WÃ¼bbenhorst dus) ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# RLC-keten met wisselspanning uitleggen&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen een zuivere halfgeleider en een gedopeerde halfgeleider? geef uitleg over de pn-junctie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# over een solenoïde met een L en een R die verbonden zijn aan een batterij. L, R en V waren gegeven en men vroeg de energie van de spoel op t= oneindig en vermogen dat de batterij moest leven&lt;br /&gt;
# ging over 2 stralen door glas met 2 verschillende n, met uiteindelijk de vraag: wat is het faseverschil van de 2 stralen aan het scherm achter het doorlopen van het glas?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 augustus 2009===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Bespreek Foucaultstromen&lt;br /&gt;
#Effectiefspanning en effectiefstroom uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
(Iemand aub?)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 augustus 2009===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leid een formule af voor de capaciteit van een vlakke en een cilindrische condensator&lt;br /&gt;
#Bespreek ferromagnetisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Een lading zit vast op een gegeven positie (x,y,z). Een andere lading beweegt van positie 1 (X1,Y1,Z1) naar 2 (X2,Y2,Z2). De ladingen zijn gegeven, de coordinaten ook. Hoeveel energie kost het om deze lading van positie 1 naar 2 te verplaatsen?&lt;br /&gt;
#Een oefening analoog aan weerkaatsing aan een zeepbel, of iets dergelijks. Opgave weet ik niet meer goed. (Iemand?)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2009===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
# Vergelijk de gelijkstroom RC- en LR-kring.&lt;br /&gt;
# Bespreek alle mogelijke polarisatietoestanden van EM-straling. Methoden om dit te bereiken hoeven niet besproken te worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# We beschouwen een niet geleidende plaat van grote afmetingen. Op de ene zijde staat een positieve oppervlaktelading, op de andere zijde een negatieve (getallen gegeven uiteraard). Een proton wordt op 1mm afstand van de plaat vanuit rust losgelaten. Wat is de snelheid op 2 mm van de plaat?&lt;br /&gt;
# Effectiefspanning berekenen adhv. een gegeven v(t)-curve.&lt;br /&gt;
:[[Bestand:driehoekspanning.gif]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2009===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
# LASER.&lt;br /&gt;
# Wederzijdse inductie en zelfinductie.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# ?&lt;br /&gt;
# ?&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
===12 juni 2009===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Geef de wet van Ampère voor stationaire stromen + voorbeeld. Leg uit welke aanpassing gedaan moet worden zodat deze wet ook geldig is voor tijdsafhankelijke stromen.&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe men oscillerende .. kunt krijgen in een LC-kring.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een puntlading q bevindt zich op een afstand x op de middelloodlijn van een niet geleidende draad (2l) waar een homogeen verdeelde lading Q op zit. Wat is de kracht dat deze puntlading ondervindt?&lt;br /&gt;
# Zender op hoogte 70m, lengte van 1km en een ontvanger op hoogte x. Wat is kleinste x waar een maximum van straling invalt. Houd rekening met de rechtstreekse stralen en de gereflecteerde stralen op water.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===8 jun 2009===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Leidt een formule af voor de capaciteit van een vlakke en een cilindrische condensator.&lt;br /&gt;
# Wat wordt er bedoeld met magnetisatie? Leg uit: relatieve permeabileit en magnetische susceptibiteit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Twee spoelen staan of vaste afstand van elkaar. Door de ene spoel loopt een stroom van 1A en de flux erdoor is 0.010Wb. Indien men nu een stroom van 2A door de tweede spoel stuurt, bedraagt de flux door de eerste spoel 0.012Wb.&lt;br /&gt;
#* Bereken de magnetische flux door de 2de spoel, gegeven dat de zelfinductie ervan gelijk is aan 0.003 (iets in die aard).&lt;br /&gt;
#* Bereken de wederzijdse inductiecoefficient.&lt;br /&gt;
#* Bereken de zelfinductie van de eerste spoel.&lt;br /&gt;
# Een radiogolf zendmast in punt B staat op 20km afstand van huis H. De intensiteit in H wordt gegeven door een gekende I[sup]0[/sup]. Op 100m afstand van mast B bouwt men een 2de mast A, die een hoek &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;&amp;amp;amp;\X\theta \widehat{B A H}&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; is 30Â° (geen idee hoeveel het juist was).&lt;br /&gt;
#* Bereken de intensiteit in H.&lt;br /&gt;
#:[[Bestand:ANII-8.6.2009-oef2.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===8 jun 2009===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek RC-filters.&lt;br /&gt;
# Bespreek diffractie bij een oneindig lange spleet en (beknopt) bij een rechthoekige spleet.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Twee RC-kringen gegeven, constructie van vanalle condensatoren in serie en parallel; V en R gegeven bij de ene kring; stroom door beide spanningsbronnen is gelijk; bereken Vx en R van de andere kring.&lt;br /&gt;
# Oneindig lange draad en in hetzelfde vlak evenwijdig ermee een vierkant. Bereken de wederzijdse inductiecoëfficiënt (afstand draad tot vierkant gegeven + lengte zijde vierkant).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 jun 2008===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek de beweging van een geladen deeltje in een magneetveld. Leg, bij wijze van voorbeeld, de werking uit van een massaspectrometer of van een cyclotron.&lt;br /&gt;
# Bespreek de mogelijke polarisatietoestanden van em-straling (niet de methodes om tot polarisatie te komen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Condensator ( C= 17 microF) wordt een een onbekende batterij geschakeld en volledig opgeladen. Dan losgekoppeld. Er is aan arbeid 18,5J nodig om een bijkomende lading van 13,0 mC van de ene plaat naar de andere te verplaatsen. Bepaal emk van de batterij.&lt;br /&gt;
# spoel met 100 windingen wordt rond een metalen cilinder gewikkeld met een doorsnede van 12 cmÂ² en mu r = 1. Er wordt een weerstand over de spoel geplaatste van 13 ohm. Er is een magneet veld die door de spoel loopt (parallel met de as). Dit magneetveld varieert gedurende een bepaalde tijd van 1,6T in de ene richting naar 1,6T in de andere richting. Hoeveel lading loopt er in die tijd door de weerstand.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 jun 2008===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek een geleider in elektrostatisch evenwicht.&lt;br /&gt;
# Bespreek hoe men een oscillerende ... kan maken in een LC-kring. (LC-kring uitleggen dus)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# 2 draden in tegengestelde stroomzin, stroom neemt lineair toe van 0 naar 100A in 7s, bereken emk in de lus tussen die draden &lt;br /&gt;
# een ongepolariseerd licht kan worden opgedeeld in een deel gepolariseerd en een deel ongepolariseerd, intensiteiten mag je optellen, een polarisator wordt 360Â° gedraaid, men merkt dat op een bepaald punt de intensiteit 5 keer groter is, hoeveel procent is maakt de gepolariseerde golf uit?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 jun 2008===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek de begrippen magnetisatie en magnetische susceptibiliteit.&lt;br /&gt;
# Bespreek de proef van Young.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# iets met een geleidende bol en daarrond een geleidende bolschil en dan een elektrisch veld gegeven en zo de lading op de bol berekenen. &lt;br /&gt;
#een kring gegeven met een X waarvan ge moet zeggen of het een condensator of weerstand of zelfinductie moet zijn, vergelijkingen van i en v gegeven. En dan ook nog zeggen of je de X kan vervangen door iets anders waardoor de amplitude hetzelfde blijft maar de i en v niet in fase zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 jun 2008===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil in elektrische geleiding bij zuivere halfgeleiders en gedopeerde halfgeleiders. Leg uit de werking van pn-junctie&lt;br /&gt;
# Bespreek de LRC-keten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# LC keten&lt;br /&gt;
# Fase verschil berekenen 2 gelijke golven die elk door een blokje gaan met andere lengte en brekingsindex&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===9 jun 2008===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek wet Biot-Savart en gebruik om magneetveld rond oneindig lange draad met stroom af te leiden.&lt;br /&gt;
# Leg uit wat een virtueel beeld is. Is het mogelijk om dit van een reëel voorwerp te bekomen bij een vlakke/holle/bolle spiegel. Onder welke omstandigheden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# De ruimte tussen een condensator is helemaal gevuld met water. Water heeft een dipoolmoment 6.10*10^-30 Cm. De molaire massa van water is 18. De dichtheid is 1g/cm^3. Water heeft een di-elektrische constante van 80.&lt;br /&gt;
#* bepaal de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid wanneer alle dipolen zich volgens E uitlijnen.&lt;br /&gt;
#* stel dat de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid 1/1000 is van die hierboven, wat is dan het elektrisch veld?&lt;br /&gt;
# In een RLC-kring is de frequentie 1.73kHz. De amplitude van de spanning over de weerstand, de amplitude van de spanning over de condensator, de amplitude van de inductie en de amplitude van de bronspanning zijn allen gelijk. R = 700 ohm. Bepaal L en C.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 jun 2007===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek magnetisch moment + richting van magnetisch moment in magneetveld&lt;br /&gt;
# Serie RLC keten bespreken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Stroom van 27A in begin, straal eerste cirkel R, straal tweede cirkel 2r, r = 0.1m, en bereken magnetische inductie in punt P. Draad overal even dik en overal even grote soortelijke weerstand&lt;br /&gt;
# Tweede is kurkje drijft op water, hoe lang moet de naald zijn opdat het zichtbaar is boven water. Brekingsindex water=1.33, lucht=1 Afmetingen staan erbij.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 jun 2007===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Leg uit: elektrische stroom, stroomdichtheid en leid de wet van Ohm af.&lt;br /&gt;
# De wet van Ampère afleiden voor stationaire stromen en vertellen wat ge aan de basisformule moet veranderen als de stromen tijdsafhankelijk worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Berekenen hoeveel lading er door een weerstand gaat die aangesloten is op een geleidende lus die altijd maar kleiner en kleiner wordt. Loodrecht op de lus heerst er een magnetische inductie.&lt;br /&gt;
# Een typisch optica-vraagstukje: je hebt een schilderijtje en wil dat vastleggen op een gevoelige plaat, met een bolle lens met brandpunt= + 5 cm. Hoe ver moet het schilderijtje van de lens en hoe ver moet de lens van de gevoelige plaat.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jos Appeltros</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Algemene_Natuurkunde_I&amp;diff=562</id>
		<title>Algemene Natuurkunde I</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Algemene_Natuurkunde_I&amp;diff=562"/>
		<updated>2017-07-24T20:20:06Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jos Appeltros: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Fysica van eerste jaar biochemie en chemie. Jaarvak, maar met deelexamen in januari. Beide examens zijn volledig schriftelijk. Werd Gedoceerd door Roger Silverans. De docent voor dit vak sinds 2012 is Antoine(Toine) van Proeyen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Examenvragen januari==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 jan 2011===&lt;br /&gt;
* Wat is een gyroscoop en bespreek gyroscopische effecten. &lt;br /&gt;
* bewijs van kinetische energie en dat deze gelijk is in alle ineriaalstelsels&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
voor de oefeningen&lt;br /&gt;
* een tekening waar je alle spankrachten van moest berekenen &lt;br /&gt;
* en een slinger die stilhangt waar een projectiel in geschoten word, je weet de massa van het projectiel, de massa van de slinger en de hoogte die de slinger haalt na de botsing (projectiel mee in de slinger na botsing!). Bereken de snelheid van het projectiel.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 jan 2011===&lt;br /&gt;
#* Een puntmassa op een kromlijnige baan: wat weet je over de richting van haar snelheidsvector en haar versnellingsvector ten opzichte van de raaklijn aan haar baan? Toon uw antwoord aan.&lt;br /&gt;
#* Toon aan de hand van een voorbeeld aan hoe men komt tot de invoering van een schijnkracht bij de beschrijving van de dynamica in een roterend assenstelsel.&lt;br /&gt;
#Analyseer a) de dynamica en b) de energie van een volle bol die zuiver rollend over een hellend vlak naar beneden rolt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 jan 2010===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
# leg conische slinger uit &lt;br /&gt;
# vormvaste objecten uitleggen&lt;br /&gt;
# leid de pseudo kracht dinges af voor een assenstelsel dat een rotationele beweging ondergaat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
# Blok A en B, beiden dezelfde massa, 10kg. Blok A en B zijn verbonden door een veer met k=100N/m. A ligt op de grond en verticaal daarboven hangt B. &lt;br /&gt;
#* als we B loslaten, hoe diep wordt de veer dan ingeduwd? &lt;br /&gt;
#* hoe diep moet B ingeduwd worden zodat wanneer we B loslaten A ook van de grond zal komen? &lt;br /&gt;
# Een schijf met massa 0,2kg wordt verticaal omhoog geworpen met v= 6m/s. Op zijn hoogste punt wordt de schijf getroffen door een kogel met m=0,1 en v=300m/s. De schijf breekt in 2 gelijke stukken (dus elk stuk m=0,1kg). het ene stuk vliegt verticaal omhoog met een snelheid van 10m/s. het andere stuk vangt de kogel op en vliegt samen met de kogel weg. &lt;br /&gt;
#* Waar zal het stuk met de kogel neerkomen? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 jan 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Geef de Gallileï-tansformatie&lt;br /&gt;
# Bespreek de globale beweging van een vormvast object&lt;br /&gt;
# Bespreek de dynamica van een roterend NIS en illustreer met een voorbeeld. Bespreek de dynamica van een conische slinger.&lt;br /&gt;
# Geef de definitie van evenwicht en statisch evenwicht. Bespreek en leid de statische evenwichtsvoorwaarden af. Toon aan dat het zwaartepunt van een object gelijk valt met het massacentrum.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Newton mechanica oefening met veerkracht en gewichtskracht.&lt;br /&gt;
# Oefening over impulsen en massa o.i.v. gewichtskracht&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Zwaartepunt:&lt;br /&gt;
#* Kinetische energie van een puntmassa.&lt;br /&gt;
#* Toon aan dat het zwaartepunt van een object gelijk valt met het massacentrum.&lt;br /&gt;
# Rotatiebewegingen:&lt;br /&gt;
#* Beweging van een horizontale tol aan de hand van de rotationele vorm van de bewegingsvergelijking + precessiehoeksnelheid.&lt;br /&gt;
#* Bespreek de gyroscoop.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Centrale botsing, bereken de eindsnelheid en de hoek waaronder het tweede deeltje wegschiet, met massas, beginsnelheden, hoek van het eerste deeltje en eindsnelheid van het eerste deeltje gegeven + bepaal of het al dan niet een elastische botsing was.&lt;br /&gt;
# Blok op hellend vlak, met een touw aan cilinder verbonden, blok vertrekt uit rust. Massa blok, hoek &#039;hellend vlak&#039; met horizontale, dynamische wrijvingscoefficiënt, massa en straal cilinder gegeven. Bepaal versnelling v/h blok, en verschil in Epot en Ekin van het blok als het 1m verplaatst is, en leg het verschil tussen beide uit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Twee referentiestelsels die met constante snelheid tegenover elkaar bewegen. Leid de basisch fysische grootheden af en maak een tekening. Toon kort aan of de dynamische wetten al dan niet geldig zijn. &lt;br /&gt;
# Bewijs 2 wetten die geldig zijn voor satellieten die rond de aarde draaien (gelijkaardig aan planeten rond de zon). Leid de formules voor de energie af en geef het verband tussen de energie en de straal weer in een grafiek.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een massa vertrekt in punt A en glijdt wrijvingsloos over een kromme staaf. Welke snelheid heeft de massa in punt B? De massa hangt vast aan een veer met L0 als evenwichtslengte. Massa is gegeven, K en lengte L0 ook.&lt;br /&gt;
# Een brug met massa M (300 kg) en lengte b (4 m) is opgehangen met scharnier S en een touw met lengte L (5,2m). Op 1 m van het uiteinde staat massa m (62 kg) en de brug steunt op blok B. Welke kracht moet het ophaalmechanisme (via het touw) uitoefenen om de brug op te halen? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# geef de bewegingsvgl in een NIS met translerende assen en een versnelde oorsprong. Toon aan dat de wetten van newton niet geldig zijn in een NIS.&lt;br /&gt;
# Bespreek de beweging van een horizontale tol. En kom zo tot een beschrijving van de beweging van een gyroscoop. verklaar de gyroscopische effecten.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een verticale lat van 1m lang met een massa van 300g is op een hoogte van 1m bevestigd aan een rotatie as. Er wordt een kogel daar de lat geschoten halfweg het uiteinde van de lat en de rotatie as. de kogel valt vervolgens 100m verder op de grond. Welke hoekversnelling heeft het plaatje door deze botsing gekregen?&lt;br /&gt;
# Een takel systeem met een massa m1= 2kg en een massa m2=1,8kg en een traagheidsmoment van 1,7 kgm². r1 is 0,5m en r2 is 0,2 meter. bepaal de hoekversnelling van het systeem en bepaal de spankrachten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen juni==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 juni 2015 === &lt;br /&gt;
#oefening over behoud van momentum&lt;br /&gt;
#fotoelektrisch effect en alle formules afleiden (H37)&lt;br /&gt;
#en dan de wiskundige vergelijking van de golf geven en dan de condities wanneer ze SHM was en dan periode, frequentie en golflengte daarvan afleiden&lt;br /&gt;
#2 stellingen: &#039;als er wind is zal je het geluid dan luider horen&#039; en dan nog eentje over &#039;kan een kind meegezogen worden met een snelle trein&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 jun 2014 ===&lt;br /&gt;
Vraag 1: &lt;br /&gt;
Bij beta verval valt een atoom uiteen in een elektron en een terugslagkern, deze volgen na splitsing echter geen &#039;rechte lijn&#039; dit schaadt echter een principiële wet van de mechanica. &lt;br /&gt;
#Welke wet?&lt;br /&gt;
#Teken en leg uit &lt;br /&gt;
#Hieruit volgt dat er nog een partikel wordt uitgestoten (een neutrino) toon aan op de tekening dat dit zo is en leg uit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vraag 2:&lt;br /&gt;
Archimedes; afleiden van een formule en nog enkele meerkeuzevraagjes (drijft het/ drijft het niet)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vraag 3:&lt;br /&gt;
Lorentztransformatie x=x&#039; y=y&#039; z=a(z&#039;+vt&#039;) &lt;br /&gt;
#Vind de omgekeerde formules, gebruik c, &lt;br /&gt;
#Leid a af &lt;br /&gt;
#Leid de formule van de lengtecontractie af&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vraag 4:&lt;br /&gt;
een gietijzeren standbeeld (100kg) op een koperen plaat (60kg d=0.1 en S= 0.70 m^2) staan op een glazen helling van 30 graden &lt;br /&gt;
#Bereken de wrijving van gietijzer op koper &lt;br /&gt;
#Bereken de wrijving van koper op glas (de Mu&#039;s zijn gegeven) &lt;br /&gt;
#Bereken delta l die de wrijving veroorzaakt (de modulus G is gegeven)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 jun 2014 ===&lt;br /&gt;
Vraag 1:&lt;br /&gt;
#Impulsmoment van een elektron is sqrt(3/4)hbar. &lt;br /&gt;
#Verklaar met theoretische achtergrond.&lt;br /&gt;
#Bereken hoeksnelheid en snelheid van een punt op de rand (massa en straal gegeven).&lt;br /&gt;
#Oplossing is in de grootte-orde van 10^13. Bespreek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vraag 2:&lt;br /&gt;
#Geef het arbeid-energie theorema&lt;br /&gt;
Situatie: blok naar boven duwen zodat die boven op een helling geraakt.&lt;br /&gt;
#Teken en benoem al de krachten.&lt;br /&gt;
#Bereken de grootte van alle krachten.&lt;br /&gt;
#Bereken de arbeid geleverd door alle krachten.&lt;br /&gt;
#Bereken de beginsnelheid die nodig is om het blok boven te krijgen.&lt;br /&gt;
#Is de berekende snelheid dezelfde als de eindsnelheid die het blok zou bereiken moest het van boven losgelaten worden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vraag 3:&lt;br /&gt;
Situatie: platform met luidspreker beweegt naar muur toe. Persoon op het platform hoort zwevingen met een frequentie van x Hz. Uitzendfrequentie is gegeven.&lt;br /&gt;
#Wat is de frequentie van een zweving als functie van f1 en f2.&lt;br /&gt;
#Bereken de frequentie gehoord aan de muur.&lt;br /&gt;
#Bereken de frequentie gehoord door de persoon op het platform nadat die teruggekaatst is door de muur.&lt;br /&gt;
#Bereken de snelheid van het platform.&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
Vraag 4:&lt;br /&gt;
#Verklaar dat de beweging van een zuiger op een wiel ongeveer eenvoudig harmonisch is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 jun 2012 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# leg het gedachte-experiment van lorent-einstein uit&lt;br /&gt;
# andere 3 kleine theorie vragen worden nog gepost&lt;br /&gt;
Oef:&lt;br /&gt;
# bepaal de wrijvingscoefficient van een een gelijkbenige 3hoek met de grond, deze houdt het water tegen langs 1 kant (net zoals in oefenzitting met die trapezium)&lt;br /&gt;
# beeld op een koper plaat, op een glazen 3hoek&lt;br /&gt;
#* wrijvingskracht beeld met plaat&lt;br /&gt;
#* wrijvingskracht plaat met 3hoek&lt;br /&gt;
#* vervorming van plaat door de krachten, uw x bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 jun 2012 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Gedwongen oscillatie: bewegingsvgl afleiden, energie en energieoverdracht bespreken en formules afleiden, uitleggen wat energieresonantie is.&lt;br /&gt;
# Een slinger bestaat uit een staaf met masse m en lengte l. We hangen er een klein bolletje met massa 2m aan. Hoe verandert de periode?&lt;br /&gt;
# Bespreek hoe geluid getransporteerd wordt in een &#039;telefoon&#039; bestaande uit 2 bekers met een gespannen draad ertussen.&lt;br /&gt;
# Je zit in een treinwagon zonder ramen die volledig geluidsloos is. Is er een fysisch experiment om te weten dat je rijdt?&lt;br /&gt;
Oef:&lt;br /&gt;
# Een ader is vernauwd: bespreek of de snelheid van het bloed stijgt of daalt. De snelheid van het bloed wordt gemeten door ultrasone golven in te late nvallen op de bloedcellen onder een hoek van 45 graden. Bereken de bloedsnelheid uit de beatfrequentie, de geluidssnelheid en de frequentie van de uitgezonden golven.&lt;br /&gt;
# Een wasbak wordt overgeheveld in een emmer: bereken de uitstroomsnelheid, de tijd nodig om de wasbak leeg te laten lopen en leg uit of de uitstroomsnelheid constant blijft.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 juni 2011 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#golf in een gaskolom tekenen + gegevens aanduiden om geluidssnelheid te berekenen in die kolom en die dan ook afleiden.&lt;br /&gt;
#E=mc² afleiden uit relatieve massa en versnellingsarbeid op die massa.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Golven&lt;br /&gt;
#hydronamica&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2011===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#bespreek de ionische binding van diatomische moleculen.&lt;br /&gt;
#bespreek de hydrodynamische kracht en de invloed van de zwaartekracht hierop.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#gedempte trilling: geef de bewegingsvergelijking en schets de grafiek&lt;br /&gt;
#Aan een massa met verwaarloosbaar volume worden heliumballonen gehangen. Hoeveem ballonen zijn er nodig om de massa van de grond te laten komen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Geef bewegingsvgl van gedwongen oscillatie en bespreek energieresonantie en energieoverdracht.&lt;br /&gt;
# Bespreek de hydrodynamische kracht en de invloed van de zwaartekracht hierop.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Staaf die breekt bij bepaalde spanning. Geef lengte staaf (massadichtheid, hoeksnelheid en breekspanning gegeven)&lt;br /&gt;
# Blok uit mengsel goud en ijzer. Bereken verhouding ijzer/goud. (massadichtheden, gewicht en ? gegeven)&lt;br /&gt;
=== 21 juni 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Bespreek diatomische ionische binding&lt;br /&gt;
# Leid via de tekening Lorentz-Einstein transformatieformumes voor plaats en tijd af. Leid vervolgens de snelheid af&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek de energie en krachten bij een torsieveer. Beweging van een torsieslinger bespreken.&lt;br /&gt;
# Kwantumfysica: geef de postulaten van Bohr en leidt hieruit de baanstraal en de energieën af.&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
# Dopplereffect gebruikt om de snelheid van het hart van een foetus te meten.&lt;br /&gt;
# Hydrostatica: Een vlot heeft een bep diepte in het water, dieper wanneer er een gewicht op wordt geplaatst; hoeveel is de massa.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bewegingsvergelijking opstellen van een gedwongen harmonische trilling. Bespreek ook energieptransport en energieresonantie.&lt;br /&gt;
# Bespreek de invloed van de zwaartekracht op fluïda. Bereken ook de grootte van de opwaartse stuwkracht dat een ondergedompeld voorwerp ondervindt.&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
# Golven: iets met een stemvork op het einde van een halfopen buis, verstelbaar in lengte.&lt;br /&gt;
# Hydrodynamica: iets met een fontein op een heuvel, het water werd aangepompt met een buis (laminaire stroming).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Energie en energietransport in een mechanische harmonische golf.&lt;br /&gt;
# Golfgedrag van materiedeeltjes bespreken en daar onzekerheidrelatie van impuls op toepassen + tunneleffect verklaren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bewijzen dat een coulomkrachtveld een conservatief krachtveld is en daaruit de potentiele energie bepalen + Bereken(klassiek) de energie van atomaire elektronen.&lt;br /&gt;
# Bespreek het Doppler effect.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Gedwongen harmonische oscillatie. Leid af en bespreek. Energie en energieresonantie.&lt;br /&gt;
# Hydrodynamische krachten bespreken. Val beweging in fluïdum bespreken.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Berekenen van lengte van een staaf die draait. Waarvan brekingsconstante, hoeksnelheid en dichtheid gegeven is.&lt;br /&gt;
# Volledig ondergedomdeld object met gewicht 15N ondergaat opwaartse kracht van 1N. Object bestaat uit goud en ijzer. Rho ijzer en goud gegeven, bereken totaal volume object en massa goud en ijzer in het object.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Longitudinale golven in een staaf: analyseer, en bepaal de golfsnelheid.&lt;br /&gt;
# Bij onderdompeling ontstaat er een opwaartse kracht, leg uit en interpreteer.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Iets met stok aan een veer waarvan enkel de k en de m gegeven zijn: bereken de frequentie.&lt;br /&gt;
# Letterlijke toepassing venturimeter.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Laminaire stroming en afleiden van volume gradient.&lt;br /&gt;
# Wiskundige voorstelling van golven, uitleggen i.v.m. harmonische golven.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# ?&lt;br /&gt;
# ?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# De interatomaire krachten van een diatomische ionische binding: welke eigenschap heeft deze?&lt;br /&gt;
# Het gedachten-experiment van de transformatieformules.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# ?&lt;br /&gt;
# ?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Leidt af: energie en E-transport in mechanische harmonische golf.&lt;br /&gt;
# Water:&lt;br /&gt;
#* Leidt de zwaartekrachtinvloed op hydrostatische druk af.&lt;br /&gt;
#* Bereken en interpreteer de archimedeskracht.&lt;br /&gt;
Denkvragen:&lt;br /&gt;
# Je kan met een rietje door uw helm drinken op de maan, gaat dat moeilijker/makkelijker/even makkelijk als op aarde?&lt;br /&gt;
# Heliumballonnen, je blaast ertussen, gaan ze naar elkaar toe/van elkaar weg?&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Satelliet, je hebt de korte straal en de snelheid daar (8000km en 9km/s), bereken den hoek tss de v-vector als r=20000km.&lt;br /&gt;
# Twee boxen op 2m van elkaar, beide 880Hz in fase.&lt;br /&gt;
#* Als ge van A naar B gaat, op welke plaatse hebt ge dan destructieve en constructieve interferentie?&lt;br /&gt;
#* Onder een bepaalde frequentie zal der buite den as A-B geen destructieve interferentie meer zijn, wat is die drempelwaarde?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Kwantum:&lt;br /&gt;
#* Bespreek golfeigenschappen van materie, en verband onbepaaldheidsrelatie x en p.&lt;br /&gt;
#* Tunneleffect&lt;br /&gt;
# Stroming:&lt;br /&gt;
#* Laminaire stroming in buis: NIET bewijzen, maar van de snelheidsprofiel het volumedebiet bespreken en drukverloop..&lt;br /&gt;
#* Niet mechanische, mechanische, energie, verlies,...&lt;br /&gt;
Denkvragen:&lt;br /&gt;
# Ruimteschip brengt blok ijzer naar andere planeet met veel grotere atmosfeerdruk. Wat geef relatie tss drukverschil en vervorming?&lt;br /&gt;
#* Elasticiteitsmodulus&lt;br /&gt;
#* Afschuifmodulus&lt;br /&gt;
#* Compressiemodulus&lt;br /&gt;
#* Drukmodulus&lt;br /&gt;
# 2 He balonnen op 1 à 2 cm van elkaar, zijn aan een tafel vastgemaakt met koorden. Je blaast erdoor, wat gebeurt er met de balonnen?&lt;br /&gt;
#* Ze gaan naar elkaar toe.&lt;br /&gt;
#* Ze gaan van elkaar weg.&lt;br /&gt;
#* Niets.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Blokje ijzer tussen twee lagen, vanboven water, vanonder kwik, blokje = cubus 10cm, hoe hoog is gedeelte da uitsteekt boven hg? (ro FE = 7.7 kg/dm³).&lt;br /&gt;
# Twee geluidsbronnen, f=880hz, v=340m/s, A (x=0, y=0) , B( x = 0, y=2)&lt;br /&gt;
#* Waar is constructieve interferentie?&lt;br /&gt;
#* Waar is destructieve interferentie?&lt;br /&gt;
#* Wat is de drempelfrequentie opdat er geen of wel destructieve interferentie zou optreden?&lt;br /&gt;
=== 15 jun 2012 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijking Klassiek en Quantummodel van di-atomische moleculen:&lt;br /&gt;
#* Rotatie- en vibratie-energie klassiek diatomisch molecule geven.&lt;br /&gt;
#* Laagste energie van een kwantumharmonische oscillator geven.&lt;br /&gt;
#* Verschillen tussen klassiek en quantummechanisch model (3 geven).&lt;br /&gt;
#* Energieniveaus nader uitleggen.&lt;br /&gt;
#* De eigenschappen van moleculen geven die via opmeting van deze energieën gevonden kunnen worden.&lt;br /&gt;
Denkvragen:&lt;br /&gt;
# veer met massa t.o.v. massaloze veer, het verschil T en f inschatten.&lt;br /&gt;
# Trilt een harmonische golf met dezelfde frequentie als de bron? ja/nee + waarom.&lt;br /&gt;
# bewijs dat de snelheid van het geluid nauwelijks afhangt van de frequentie&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#a) Standbeeld op een koperen sokkel op een glazen helling.&lt;br /&gt;
*Gegeven: M(standbeeld), M(blok), statische wrijvingscoëfficient tussen zowel standbeeld-sokkel als sokkel-helling en de afschuifconstante G van de sokkel&lt;br /&gt;
*Bereken: 1) De maximale hoek theta van de helling zodat het ding niet in duigen valt&lt;br /&gt;
*2) Met de hiervoor berekende hoek de wrijvingskracht tussen het standbeeld en het blok vinden&lt;br /&gt;
*3) De verschoven afstand van het bovenvlak t.o.v. het ondervlak&lt;br /&gt;
# Gegeven een kraan die loopt, de diameter van de straal neemt naar onderen van de kraan weg;&lt;br /&gt;
*met aanname dat de beginsnelheid v0 is een theoretische formule opstellen die het vernauwen van de straal beschrijft (diameter = f(y-coordinaat), assenstelsel zelf in te voeren)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen september==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 aug 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Rotatie rond vaste as: Rotationele arbeid, kinetische rotatie energie.&lt;br /&gt;
# Oppspanning en Ep energie linken mbv potentiële energie curves, capillariteitsdruk in bel uitleggen.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Kinematica &amp;amp;amp; Newton-mechanica&lt;br /&gt;
# Golven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 aug 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Zuiver rolbeweging: kinematica en dynamica mbv van n voorbeeld naar keuze.&lt;br /&gt;
# Ppp. pot. energie, cohesiedruk, opp.spanning en capilariteit uitleggen.&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
# Statica. &lt;br /&gt;
# Golven.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jos Appeltros</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Algemene_Natuurkunde_I&amp;diff=561</id>
		<title>Algemene Natuurkunde I</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Algemene_Natuurkunde_I&amp;diff=561"/>
		<updated>2017-07-24T20:06:17Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jos Appeltros: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Fysica van eerste jaar biochemie en chemie. Jaarvak, maar met deelexamen in januari. Beide examens zijn volledig schriftelijk. Werd Gedoceerd door Roger Silverans. De docent voor dit vak sinds 2012 is Antoine(Toine) van Proeyen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Examenvragen januari==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 jan 2011===&lt;br /&gt;
* Wat is een gyroscoop en bespreek gyroscopische effecten. &lt;br /&gt;
* bewijs van kinetische energie en dat deze gelijk is in alle ineriaalstelsels&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
voor de oefeningen&lt;br /&gt;
* een tekening waar je alle spankrachten van moest berekenen &lt;br /&gt;
* en een slinger die stilhangt waar een projectiel in geschoten word, je weet de massa van het projectiel, de massa van de slinger en de hoogte die de slinger haalt na de botsing (projectiel mee in de slinger na botsing!). Bereken de snelheid van het projectiel.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 jan 2011===&lt;br /&gt;
#* Een puntmassa op een kromlijnige baan: wat weet je over de richting van haar snelheidsvector en haar versnellingsvector ten opzichte van de raaklijn aan haar baan? Toon uw antwoord aan.&lt;br /&gt;
#* Toon aan de hand van een voorbeeld aan hoe men komt tot de invoering van een schijnkracht bij de beschrijving van de dynamica in een roterend assenstelsel.&lt;br /&gt;
#Analyseer a) de dynamica en b) de energie van een volle bol die zuiver rollend over een hellend vlak naar beneden rolt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 jan 2010===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
# leg conische slinger uit &lt;br /&gt;
# vormvaste objecten uitleggen&lt;br /&gt;
# leid de pseudo kracht dinges af voor een assenstelsel dat een rotationele beweging ondergaat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
# Blok A en B, beiden dezelfde massa, 10kg. Blok A en B zijn verbonden door een veer met k=100N/m. A ligt op de grond en verticaal daarboven hangt B. &lt;br /&gt;
#* als we B loslaten, hoe diep wordt de veer dan ingeduwd? &lt;br /&gt;
#* hoe diep moet B ingeduwd worden zodat wanneer we B loslaten A ook van de grond zal komen? &lt;br /&gt;
# Een schijf met massa 0,2kg wordt verticaal omhoog geworpen met v= 6m/s. Op zijn hoogste punt wordt de schijf getroffen door een kogel met m=0,1 en v=300m/s. De schijf breekt in 2 gelijke stukken (dus elk stuk m=0,1kg). het ene stuk vliegt verticaal omhoog met een snelheid van 10m/s. het andere stuk vangt de kogel op en vliegt samen met de kogel weg. &lt;br /&gt;
#* Waar zal het stuk met de kogel neerkomen? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 jan 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Geef de GallileÃ¯-tansformatie&lt;br /&gt;
# Bespreek de globale beweging van een vormvast object&lt;br /&gt;
# Bespreek de dynamica van een roterend NIS en illustreer met een voorbeeld. Bespreek de dynamica van een conische slinger.&lt;br /&gt;
# Geef de definitie van evenwicht en statisch evenwicht. Bespreek en leid de statische evenwichtsvoorwaarden af. Toon aan dat het zwaartepunt van een object gelijk valt met het massacentrum.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Newton mechanica oefening met veerkracht en gewichtskracht.&lt;br /&gt;
# Oefening over impulsen en massa o.i.v. gewichtskracht&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Zwaartepunt:&lt;br /&gt;
#* Kinetische energie van een puntmassa.&lt;br /&gt;
#* Toon aan dat het zwaartepunt van een object gelijk valt met het massacentrum.&lt;br /&gt;
# Rotatiebewegingen:&lt;br /&gt;
#* Beweging van een horizontale tol aan de hand van de rotationele vorm van de bewegingsvergelijking + precessiehoeksnelheid.&lt;br /&gt;
#* Bespreek de gyroscoop.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Centrale botsing, bereken de eindsnelheid en de hoek waaronder het tweede deeltje wegschiet, met massas, beginsnelheden, hoek van het eerste deeltje en eindsnelheid van het eerste deeltje gegeven + bepaal of het al dan niet een elastische botsing was.&lt;br /&gt;
# Blok op hellend vlak, met een touw aan cilinder verbonden, blok vertrekt uit rust. Massa blok, hoek &#039;hellend vlak&#039; met horizontale, dynamische wrijvingscoefficiënt, massa en straal cilinder gegeven. Bepaal versnelling v/h blok, en verschil in Epot en Ekin van het blok als het 1m verplaatst is, en leg het verschil tussen beide uit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Twee referentiestelsels die met constante snelheid tegenover elkaar bewegen. Leid de basisch fysische grootheden af en maak een tekening. Toon kort aan of de dynamische wetten al dan niet geldig zijn. &lt;br /&gt;
# Bewijs 2 wetten die geldig zijn voor satellieten die rond de aarde draaien (gelijkaardig aan planeten rond de zon). Leid de formules voor de energie af en geef het verband tussen de energie en de straal weer in een grafiek.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een massa vertrekt in punt A en glijdt wrijvingsloos over een kromme staaf. Welke snelheid heeft de massa in punt B? De massa hangt vast aan een veer met L0 als evenwichtslengte. Massa is gegeven, K en lengte L0 ook.&lt;br /&gt;
# Een brug met massa M (300 kg) en lengte b (4 m) is opgehangen met scharnier S en een touw met lengte L (5,2m). Op 1 m van het uiteinde staat massa m (62 kg) en de brug steunt op blok B. Welke kracht moet het ophaalmechanisme (via het touw) uitoefenen om de brug op te halen? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# geef de bewegingsvgl in een NIS met translerende assen en een versnelde oorsprong. Toon aan dat de wetten van newton niet geldig zijn in een NIS.&lt;br /&gt;
# Bespreek de beweging van een horizontale tol. En kom zo tot een beschrijving van de beweging van een gyroscoop. verklaar de gyroscopische effecten.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een verticale lat van 1m lang met een massa van 300g is op een hoogte van 1m bevestigd aan een rotatie as. Er wordt een kogel daar de lat geschoten halfweg het uiteinde van de lat en de rotatie as. de kogel valt vervolgens 100m verder op de grond. Welke hoekversnelling heeft het plaatje door deze botsing gekregen?&lt;br /&gt;
# Een takel systeem met een massa m1= 2kg en een massa m2=1,8kg en een traagheidsmoment van 1,7 kgm2. r1 is 0,5m en r2 is 0,2 meter. bepaal de hoekversnelling van het systeem en bepaal de spankrachten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen juni==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 juni 2015 === &lt;br /&gt;
#oefening over behoud van momentum&lt;br /&gt;
#fotoelektrisch effect en alle formules afleiden (H37)&lt;br /&gt;
#en dan de wiskundige vergelijking van de golf geven en dan de condities wanneer ze SHM was en dan periode, frequentie en golflengte daarvan afleiden&lt;br /&gt;
#2 stellingen: &#039;als er wind is zal je het geluid dan luider horen&#039; en dan nog eentje over &#039;kan een kind meegezogen worden met een snelle trein&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 jun 2014 ===&lt;br /&gt;
Vraag 1: &lt;br /&gt;
Bij beta verval valt een atoom uiteen in een elektron en een terugslagkern, deze volgen na splitsing echter geen &#039;rechte lijn&#039; dit schaadt echter een principiële wet van de mechanica. &lt;br /&gt;
#Welke wet?&lt;br /&gt;
#Teken en leg uit &lt;br /&gt;
#Hieruit volgt dat er nog een partikel wordt uitgestoten (een neutrino) toon aan op de tekening dat dit zo is en leg uit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vraag 2:&lt;br /&gt;
Archimedes; afleiden van een formule en nog enkele meerkeuzevraagjes (drijft het/ drijft het niet)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vraag 3:&lt;br /&gt;
Lorentztransformatie x=x&#039; y=y&#039; z=a(z&#039;+vt&#039;) &lt;br /&gt;
#Vind de omgekeerde formules, gebruik c, &lt;br /&gt;
#Leid a af &lt;br /&gt;
#Leid de formule van de lengtecontractie af&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vraag 4:&lt;br /&gt;
een gietijzeren standbeeld (100kg) op een koperen plaat (60kg d=0.1 en S= 0.70 m^2) staan op een glazen helling van 30 graden &lt;br /&gt;
#Bereken de wrijving van gietijzer op koper &lt;br /&gt;
#Bereken de wrijving van koper op glas (de Mu&#039;s zijn gegeven) &lt;br /&gt;
#Bereken delta l die de wrijving veroorzaakt (de modulus G is gegeven)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 jun 2014 ===&lt;br /&gt;
Vraag 1:&lt;br /&gt;
#Impulsmoment van een elektron is sqrt(3/4)hbar. &lt;br /&gt;
#Verklaar met theoretische achtergrond.&lt;br /&gt;
#Bereken hoeksnelheid en snelheid van een punt op de rand (massa en straal gegeven).&lt;br /&gt;
#Oplossing is in de grootte-orde van 10^13. Bespreek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vraag 2:&lt;br /&gt;
#Geef het arbeid-energie theorema&lt;br /&gt;
Situatie: blok naar boven duwen zodat die boven op een helling geraakt.&lt;br /&gt;
#Teken en benoem al de krachten.&lt;br /&gt;
#Bereken de grootte van alle krachten.&lt;br /&gt;
#Bereken de arbeid geleverd door alle krachten.&lt;br /&gt;
#Bereken de beginsnelheid die nodig is om het blok boven te krijgen.&lt;br /&gt;
#Is de berekende snelheid dezelfde als de eindsnelheid die het blok zou bereiken moest het van boven losgelaten worden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vraag 3:&lt;br /&gt;
Situatie: platform met luidspreker beweegt naar muur toe. Persoon op het platform hoort zwevingen met een frequentie van x Hz. Uitzendfrequentie is gegeven.&lt;br /&gt;
#Wat is de frequentie van een zweving als functie van f1 en f2.&lt;br /&gt;
#Bereken de frequentie gehoord aan de muur.&lt;br /&gt;
#Bereken de frequentie gehoord door de persoon op het platform nadat die teruggekaatst is door de muur.&lt;br /&gt;
#Bereken de snelheid van het platform.&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
Vraag 4:&lt;br /&gt;
#Verklaar dat de beweging van een zuiger op een wiel ongeveer eenvoudig harmonisch is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 jun 2012 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# leg het gedachte-experiment van lorent-einstein uit&lt;br /&gt;
# andere 3 kleine theorie vragen worden nog gepost&lt;br /&gt;
Oef:&lt;br /&gt;
# bepaal de wrijvingscoefficient van een een gelijkbenige 3hoek met de grond, deze houdt het water tegen langs 1 kant (net zoals in oefenzitting met die trapezium)&lt;br /&gt;
# beeld op een koper plaat, op een glazen 3hoek&lt;br /&gt;
#* wrijvingskracht beeld met plaat&lt;br /&gt;
#* wrijvingskracht plaat met 3hoek&lt;br /&gt;
#* vervorming van plaat door de krachten, uw x bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 jun 2012 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Gedwongen oscillatie: bewegingsvgl afleiden, energie en energieoverdracht bespreken en formules afleiden, uitleggen wat energieresonantie is.&lt;br /&gt;
# Een slinger bestaat uit een staaf met masse m en lengte l. We hangen er een klein bolletje met massa 2m aan. Hoe verandert de periode?&lt;br /&gt;
# Bespreek hoe geluid getransporteerd wordt in een &#039;telefoon&#039; bestaande uit 2 bekers met een gespannen draad ertussen.&lt;br /&gt;
# Je zit in een treinwagon zonder ramen die volledig geluidsloos is. Is er een fysisch experiment om te weten dat je rijdt?&lt;br /&gt;
Oef:&lt;br /&gt;
# Een ader is vernauwd: bespreek of de snelheid van het bloed stijgt of daalt. De snelheid van het bloed wordt gemeten door ultrasone golven in te late nvallen op de bloedcellen onder een hoek van 45 graden. Bereken de bloedsnelheid uit de beatfrequentie, de geluidssnelheid en de frequentie van de uitgezonden golven.&lt;br /&gt;
# Een wasbak wordt overgeheveld in een emmer: bereken de uitstroomsnelheid, de tijd nodig om de wasbak leeg te laten lopen en leg uit of de uitstroomsnelheid constant blijft.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 juni 2011 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#golf in een gaskolom tekenen + gegevens aanduiden om geluidssnelheid te berekenen in die kolom en die dan ook afleiden.&lt;br /&gt;
#E=mcÂ² afleiden uit relatieve massa en versnellingsarbeid op die massa.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Golven&lt;br /&gt;
#hydronamica&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2011===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#bespreek de ionische binding van diatomische moleculen.&lt;br /&gt;
#bespreek de hydrodynamische kracht en de invloed van de zwaartekracht hierop.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#gedempte trilling: geef de bewegingsvergelijking en schets de grafiek&lt;br /&gt;
#Aan een massa met verwaarloosbaar volume worden heliumballonen gehangen. Hoeveem ballonen zijn er nodig om de massa van de grond te laten komen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Geef bewegingsvgl van gedwongen oscillatie en bespreek energieresonantie en energieoverdracht.&lt;br /&gt;
# Bespreek de hydrodynamische kracht en de invloed van de zwaartekracht hierop.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Staaf die breekt bij bepaalde spanning. Geef lengte staaf (massadichtheid, hoeksnelheid en breekspanning gegeven)&lt;br /&gt;
# Blok uit mengsel goud en ijzer. Bereken verhouding ijzer/goud. (massadichtheden, gewicht en ? gegeven)&lt;br /&gt;
=== 21 juni 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Bespreek diatomische ionische binding&lt;br /&gt;
# Leid via de tekening Lorentz-Einstein transformatieformumes voor plaats en tijd af. Leid vervolgens de snelheid af&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek de energie en krachten bij een torsieveer. Beweging van een torsieslinger bespreken.&lt;br /&gt;
# Kwantumfysica: geef de postulaten van Bohr en leidt hieruit de baanstraal en de energieën af.&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
# Dopplereffect gebruikt om de snelheid van het hart van een foetus te meten.&lt;br /&gt;
# Hydrostatica: Een vlot heeft een bep diepte in het water, dieper wanneer er een gewicht op wordt geplaatst; hoeveel is de massa.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bewegingsvergelijking opstellen van een gedwongen harmonische trilling. Bespreek ook energieptransport en energieresonantie.&lt;br /&gt;
# Bespreek de invloed van de zwaartekracht op fluÃ¯da. Bereken ook de grootte van de opwaartse stuwkracht dat een ondergedompeld voorwerp ondervindt.&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
# Golven: iets met een stemvork op het einde van een halfopen buis, verstelbaar in lengte.&lt;br /&gt;
# Hydrodynamica: iets met een fontein op een heuvel, het water werd aangepompt met een buis (laminaire stroming).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Energie en energietransport in een mechanische harmonische golf.&lt;br /&gt;
# Golfgedrag van materiedeeltjes bespreken en daar onzekerheidrelatie van impuls op toepassen + tunneleffect verklaren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bewijzen dat een coulomkrachtveld een conservatief krachtveld is en daaruit de potentiele energie bepalen + Bereken(klassiek) de energie van atomaire elektronen.&lt;br /&gt;
# Bespreek het Doppler effect.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Gedwongen harmonische oscillatie. Leid af en bespreek. Energie en energieresonantie.&lt;br /&gt;
# Hydrodynamische krachten bespreken. Val beweging in fluÃ¯dum bespreken.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Berekenen van lengte van een staaf die draait. Waarvan brekingsconstante, hoeksnelheid en dichtheid gegeven is.&lt;br /&gt;
# Volledig ondergedomdeld object met gewicht 15N ondergaat opwaartse kracht van 1N. Object bestaat uit goud en ijzer. Rho ijzer en goud gegeven, bereken totaal volume object en massa goud en ijzer in het object.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Longitudinale golven in een staaf: analyseer, en bepaal de golfsnelheid.&lt;br /&gt;
# Bij onderdompeling ontstaat er een opwaartse kracht, leg uit en interpreteer.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Iets met stok aan een veer waarvan enkel de k en de m gegeven zijn: bereken de frequentie.&lt;br /&gt;
# Letterlijke toepassing venturimeter.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Laminaire stroming en afleiden van volume gradient.&lt;br /&gt;
# Wiskundige voorstelling van golven, uitleggen i.v.m. harmonische golven.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# ?&lt;br /&gt;
# ?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# De interatomaire krachten van een diatomische ionische binding: welke eigenschap heeft deze?&lt;br /&gt;
# Het gedachten-experiment van de transformatieformules.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# ?&lt;br /&gt;
# ?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Leidt af: energie en E-transport in mechanische harmonische golf.&lt;br /&gt;
# Water:&lt;br /&gt;
#* Leidt de zwaartekrachtinvloed op hydrostatische druk af.&lt;br /&gt;
#* Bereken en interpreteer de archimedeskracht.&lt;br /&gt;
Denkvragen:&lt;br /&gt;
# Je kan met een rietje door uw helm drinken op de maan, gaat dat moeilijker/makkelijker/even makkelijk als op aarde?&lt;br /&gt;
# Heliumballonnen, je blaast ertussen, gaan ze naar elkaar toe/van elkaar weg?&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Satelliet, je hebt de korte straal en de snelheid daar (8000km en 9km/s), bereken den hoek tss de v-vector als r=20000km.&lt;br /&gt;
# Twee boxen op 2m van elkaar, beide 880Hz in fase.&lt;br /&gt;
#* Als ge van A naar B gaat, op welke plaatse hebt ge dan destructieve en constructieve interferentie?&lt;br /&gt;
#* Onder een bepaalde frequentie zal der buite den as A-B geen destructieve interferentie meer zijn, wat is die drempelwaarde?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Kwantum:&lt;br /&gt;
#* Bespreek golfeigenschappen van materie, en verband onbepaaldheidsrelatie x en p.&lt;br /&gt;
#* Tunneleffect&lt;br /&gt;
# Stroming:&lt;br /&gt;
#* Laminaire stroming in buis: NIET bewijzen, maar van de snelheidsprofiel het volumedebiet bespreken en drukverloop..&lt;br /&gt;
#* Niet mechanische, mechanische, energie, verlies,...&lt;br /&gt;
Denkvragen:&lt;br /&gt;
# Ruimteschip brengt blok ijzer naar andere planeet met veel grotere atmosfeerdruk. Wat geef relatie tss drukverschil en vervorming?&lt;br /&gt;
#* Elasticiteitsmodulus&lt;br /&gt;
#* Afschuifmodulus&lt;br /&gt;
#* Compressiemodulus&lt;br /&gt;
#* Drukmodulus&lt;br /&gt;
# 2 He balonnen op 1 Ã  2 cm van elkaar, zijn aan een tafel vastgemaakt met koorden. Je blaast erdoor, wat gebeurt er met de balonnen?&lt;br /&gt;
#* Ze gaan naar elkaar toe.&lt;br /&gt;
#* Ze gaan van elkaar weg.&lt;br /&gt;
#* Niets.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Blokje ijzer tussen twee lagen, vanboven water, vanonder kwik, blokje = cubus 10cm, hoe hoog is gedeelte da uitsteekt boven hg? (ro FE = 7.7 kg/dmÂ³).&lt;br /&gt;
# Twee geluidsbronnen, f=880hz, v=340m/s, A (x=0, y=0) , B( x = 0, y=2)&lt;br /&gt;
#* Waar is constructieve interferentie?&lt;br /&gt;
#* Waar is destructieve interferentie?&lt;br /&gt;
#* Wat is de drempelfrequentie opdat er geen of wel destructieve interferentie zou optreden?&lt;br /&gt;
=== 15 jun 2012 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijking Klassiek en Quantummodel van di-atomische moleculen:&lt;br /&gt;
#* Rotatie- en vibratie-energie klassiek diatomisch molecule geven.&lt;br /&gt;
#* Laagste energie van een kwantumharmonische oscillator geven.&lt;br /&gt;
#* Verschillen tussen klassiek en quantummechanisch model (3 geven).&lt;br /&gt;
#* Energieniveaus nader uitleggen.&lt;br /&gt;
#* De eigenschappen van moleculen geven die via opmeting van deze energieën gevonden kunnen worden.&lt;br /&gt;
Denkvragen:&lt;br /&gt;
# veer met massa t.o.v. massaloze veer, het verschil T en f inschatten.&lt;br /&gt;
# Trilt een harmonische golf met dezelfde frequentie als de bron? ja/nee + waarom.&lt;br /&gt;
# bewijs dat de snelheid van het geluid nauwelijks afhangt van de frequentie&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#a) Standbeeld op een koperen sokkel op een glazen helling.&lt;br /&gt;
*Gegeven: M(standbeeld), M(blok), statische wrijvingscoëfficient tussen zowel standbeeld-sokkel als sokkel-helling en de afschuifconstante G van de sokkel&lt;br /&gt;
*Bereken: 1) De maximale hoek theta van de helling zodat het ding niet in duigen valt&lt;br /&gt;
*2) Met de hiervoor berekende hoek de wrijvingskracht tussen het standbeeld en het blok vinden&lt;br /&gt;
*3) De verschoven afstand van het bovenvlak t.o.v. het ondervlak&lt;br /&gt;
# Gegeven een kraan die loopt, de diameter van de straal neemt naar onderen van de kraan weg;&lt;br /&gt;
*met aanname dat de beginsnelheid v0 is een theoretische formule opstellen die het vernauwen van de straal beschrijft (diameter = f(y-coordinaat), assenstelsel zelf in te voeren)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen september==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 aug 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Rotatie rond vaste as: Rotationele arbeid, kinetische rotatie energie.&lt;br /&gt;
# Oppspanning en Ep energie linken mbv potentiële energie curves, capillariteitsdruk in bel uitleggen.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Kinematica &amp;amp;amp; Newton-mechanica&lt;br /&gt;
# Golven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 aug 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Zuiver rolbeweging: kinematica en dynamica mbv van n voorbeeld naar keuze.&lt;br /&gt;
# Ppp. pot. energie, cohesiedruk, opp.spanning en capilariteit uitleggen.&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
# Statica. &lt;br /&gt;
# Golven.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jos Appeltros</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Organometaalchemie&amp;diff=407</id>
		<title>Organometaalchemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Organometaalchemie&amp;diff=407"/>
		<updated>2017-06-05T12:42:30Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jos Appeltros: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Machemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===30 jan 2017 ===&lt;br /&gt;
[[Bestand:Organometaalchemie 26-01-2017 pagina1.png|600px|thumb|left|Organometaalchemie 26-01-2017 pagina1]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Organometaalchemie 26-01-2017 pagina2.png|600px|thumb|left|Organometaalchemie 26-01-2017 pagina2]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jos Appeltros</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Organometaalchemie&amp;diff=406</id>
		<title>Organometaalchemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Organometaalchemie&amp;diff=406"/>
		<updated>2017-06-05T12:36:15Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jos Appeltros: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Machemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===30 jan 2017 ===&lt;br /&gt;
[[Bestand:Organometaalchemie 26-01-2017 pagina1.png|200px|thumb|left|Organometaalchemie 26-01-2017 pagina1]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Organometaalchemie 26-01-2017 pagina2.png|200px|thumb|left|Organometaalchemie 26-01-2017 pagina2]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jos Appeltros</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Organometaalchemie&amp;diff=405</id>
		<title>Organometaalchemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Organometaalchemie&amp;diff=405"/>
		<updated>2017-06-05T12:34:52Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jos Appeltros: /* 30 jan 2017 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Machemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===30 jan 2017 ===&lt;br /&gt;
[[Bestand:Organometaalchemie 26-01-2017 pagina1.png|200px|thumb|left|alternatieve tekst]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Organometaalchemie 26-01-2017 pagina2.png|200px|thumb|left|alternatieve tekst]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jos Appeltros</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Organometaalchemie&amp;diff=404</id>
		<title>Organometaalchemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Organometaalchemie&amp;diff=404"/>
		<updated>2017-06-05T12:33:15Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jos Appeltros: /* 30 jan 2017 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Machemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===30 jan 2017 ===&lt;br /&gt;
[[Bestand:Organometaalchemie 26-01-2017 pagina1.png]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Organometaalchemie 26-01-2017 pagina2]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jos Appeltros</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Organometaalchemie&amp;diff=403</id>
		<title>Organometaalchemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Organometaalchemie&amp;diff=403"/>
		<updated>2017-06-05T12:32:03Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jos Appeltros: /* 30 jan 2017 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Machemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===30 jan 2017 ===&lt;br /&gt;
[[Bestand:Organometaalchemie 26-01-2017 pagina1.png]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Organometaalchemie 26-01-2017 pagina2.png]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jos Appeltros</name></author>
	</entry>
</feed>