
<?xml version="1.0"?>
<feed xmlns="http://www.w3.org/2005/Atom" xml:lang="nl">
	<id>https://wiki.chemika.be/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=Larsceulemans</id>
	<title>Chemika Examenwiki - Gebruikersbijdragen [nl]</title>
	<link rel="self" type="application/atom+xml" href="https://wiki.chemika.be/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=Larsceulemans"/>
	<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Speciaal:Bijdragen/Larsceulemans"/>
	<updated>2026-07-28T09:07:38Z</updated>
	<subtitle>Gebruikersbijdragen</subtitle>
	<generator>MediaWiki 1.43.0</generator>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Genetica&amp;diff=2208</id>
		<title>Genetica</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Genetica&amp;diff=2208"/>
		<updated>2020-06-22T16:57:08Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Larsceulemans: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Vak van het tweede semester 1e jaar biochemie en biologie. Ook tweedejaars chemisten en geologen kunnen hier zitten.&lt;br /&gt;
Gedoceerd door Prof. Filip Volckaert.&lt;br /&gt;
Het examen duurt 4 uur.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===22 juni 2020===&lt;br /&gt;
# Stelling: &amp;quot;transcriptie activatoreiwitten binden aan bacteriële genpromotoren&amp;quot;&lt;br /&gt;
# Foto van 32 en 64 celstadium bij in tunicaat embryo&lt;br /&gt;
# Heterozygoot voor 4 genen in testkruising. Welke genen zijn gekoppeld? Wat is het genotype van de heterozygoot? Teken de koppelingskaart. Gegeven verschillende nakomeling in verschillende hoeveelheden.&lt;br /&gt;
# Begrippen: autosomaal, conservatieve replicatie, basesubstitutie, barr lichaampje, berkenspanner.&lt;br /&gt;
===30 augustus 2019===&lt;br /&gt;
# Stelling: &amp;quot;Het fundamenteel verschil tussen positieve en negatieve controle van een gen is niet zo belangrijk.&amp;quot;&lt;br /&gt;
# Foto van drosophila kunstmatige selectie&lt;br /&gt;
# Genotypes P, F1, F2 geven bij epistasie?&lt;br /&gt;
# Recombinatie frequentie en stamboom voor een 3puntskruising&lt;br /&gt;
# Begrippen: Apoptose, codominantie, dihybride kruising, diploïd, faag  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2019===&lt;br /&gt;
# Stelling: &amp;quot;Inversie op chromosoom 3 bij de Drosophila zorgt niet voor een genetische variatie?&amp;quot;&lt;br /&gt;
# Foto van Himalaya siamese kat&lt;br /&gt;
# Recombinatie frequentie en stamboom voor een 3puntskruising&lt;br /&gt;
# Vraagstuk over lac operon en in welke mutanten de genen worden afgeschreven&lt;br /&gt;
# Begrippen: Syntenie, Telofase, Telomerase, Tautomer effect, Syndroom van Down &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2019 NM===&lt;br /&gt;
#Stelling: Meiose ligt aan de basis van de variatie in het genoom.&lt;br /&gt;
#Foto van pre-mRNA splicing en alternatieve splicing.&lt;br /&gt;
#Stamboom: Welke grootouders van een vrouw hebben zeker geen invloed op haar X-chromosomen.&lt;br /&gt;
#Er zijn 20000 genen en 85000 proteïnen. Verklaar hoe dit kan en geef een concreet voorbeeld uit de cursus.&lt;br /&gt;
#Begrippen: enhancer, SNP, een-kopie gen, epigenetica, epistasie.&lt;br /&gt;
===11 juni 2019 VM===&lt;br /&gt;
#Stelling: Klinefelter-,turner- en downsyndroom zijn het gevolg van foute recombinatie.&lt;br /&gt;
#Foto van DNA banken&lt;br /&gt;
#Oefening: stambomen &lt;br /&gt;
#Vraagstuk: productie van Bicoid&lt;br /&gt;
#Begrippen: elongatie, duplicatie, eenvoudig herhaald sequenties ...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
#Stelling: Met PCR kan het doelDNA 11 keer vermeerderd worden.&lt;br /&gt;
#Foto van kloon contig techniek&lt;br /&gt;
#Oefening: mRNA uit een sjabloonDNAstreng opschrijven, amide en carboxylterminus aanduiden, overzetten in 3 AZ (ahv tabel) en aangeven of er nonsensemutaties mogelijk waren, zoja waar.&lt;br /&gt;
# vraagstuk: Een gen dat codeert voor huids- en haarkleur. Europeanen en aziaten hebben 13 polymorfismen met 10 niet-synoniem. Afrikanen hebben er 5 met geen niet-synoniem. Verklaar de variatie tussen afrikanen en niet afrikanen.&lt;br /&gt;
#Begrippen: replicatie, ras, recombinant DNA,...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 juni 2018 voormiddag===&lt;br /&gt;
#Juist of onjuist: Splitsing voegt intronen samen en dit gebeurt enkel bij prokaryoten. (Elk woord uitleggen)&lt;br /&gt;
#Figuur van uit het boek mbt embryo&#039;s waarvan de staartcellen naar het hoofd worden getransplanteerd en bij de ene figuur de straartcellen gewoon hoofdcellen worden in het hoofd en bij de andere figuur tot staartcellen in het hoofd differentiëren. (Determinatie uitleggen dus)&lt;br /&gt;
#Oefening met een stamboom. a) Bepaal de manier van overerving. b) Kruising uitvoeren tussen allemaal neven en nichten van die stamboom&lt;br /&gt;
#Oefening op driepuntskruising&lt;br /&gt;
#Leg uit in elk max 30 woorden: SCNT, seksuele voortplanting, synaptonemaal complex, startcodon&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
#Stelling: Enkel meiose is verantwoordelijk voor genetische variatie.&lt;br /&gt;
#Foto van het laden van tRNA.&lt;br /&gt;
#Stamboomanalyse&lt;br /&gt;
#Beargumenteer: eigen mening over een stelling geven.&lt;br /&gt;
#genomica, genotype...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2018 voormiddag===&lt;br /&gt;
#Bespreek de (on)waarheid van volgende stelling en bespreek elk element: bij het onderzoeken of 2 bacteriën tot dezelfde soort behoren, is het een goede eerste stap om te kijken naar een stukje DNA met een hoge mutatiesnelheid.&lt;br /&gt;
#Afbeelding gegeven van een algemeen operon. Geef uitleg en benoem de aangeduide delen&lt;br /&gt;
#Stamboomvraag: onderzoeken hoe de overerving wordt doorgegeven (autosomaal/X-of Y-gebonden; recessief/dominant), genotypes uitzoeken van zo veel mogelijk mensen en nog 1 klein vraagje&lt;br /&gt;
#Driepuntskruisingsvraag: Leg de cijfers uit. Bereken de afstand en volgorde.&lt;br /&gt;
#5 termen: Homeodomein, Heterochromatine, Helix-draai-helix motief en nog 2 andere&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 JUNI 2018===&lt;br /&gt;
#Maternale effectie bij embryonale ontwikkeling en hoe fenotype beïnvloed (met bicoid, nanos, dorsal....)&lt;br /&gt;
#Figuur over beklengte vinken ifv vochtigheid (evolutie, overerfbaarheid...)&lt;br /&gt;
#oefening genotype bepalen en allel op autosomen/geslachtchromosomen + uitleg&lt;br /&gt;
#3 puntkruising&lt;br /&gt;
#woordjes: Centraal dogma, buideldier, chromosoom, celdeling en nog 1&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
#Stelling: pre-mRNA-processing enzymen omvatten excision herstel enzymen.&lt;br /&gt;
#Foto van homologe structuren&lt;br /&gt;
#Oefening: stamboom gegeven waarbij een genetisch erfelijk tandziekte is. Aan de hand van de stamboom hypothese geven (kenmerk dominant, recesief, geslachtsgebonden) en hiervoor de stamboom in genotypes schrijven.&lt;br /&gt;
#Er zijn 2 genen uit een homeo box, met een mutantexperiment onderzoeken welke van de twee de andere reguleert. Gegevens experiment waren gegeven.&lt;br /&gt;
#Begrippen: Replisoom, represor, restrictie endonuclease, restrictieplaats, reverse transcriptase.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
#Stelling: &amp;quot;STS, sequenced tagged sites, hebben bijgedragen aan het bestuderen van het genoom op microscopisch niveau&amp;quot;&lt;br /&gt;
#Geef uitleg bij de figuur: een tekening van DNA. &lt;br /&gt;
#Oefening met stamboom van een zeldzame erfelijke ziekte. Is het een X-gebonden recessieve afwijking of een autosomaal gebonden allel dat alleen bij mannen tot uiting komt. Geef het genotype van generatie 5 voor beide gevallen.&lt;br /&gt;
#Vage vraag over welke nucleotide substituties niet konden worden waargenomen via elektroforetische studies.&lt;br /&gt;
#Begrippen: dominant, domesticatie, DNA-vingerafdruk, doseringscompensatie en DNA-supercoiling&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2018 VM===&lt;br /&gt;
#Stelling: &amp;quot;Evolutie heeft ervoor gezorgd dat organismen structuren hebben die perfect werken, zoals bijvoorbeeld het oog bij vertebraten&amp;quot;&lt;br /&gt;
#Tekening over epistasie, afbeelding van kruising witte varianten mais wat witte en paarse F2 oplevert. &lt;br /&gt;
#Oefening over overerving waarbij gegeven wordt dat er twee genen coderen voor de oogkleur en dat men twee heterozygote organismen voor beide genen gaat kruisen. Het fenotype dat deze beide organismen hebben is rood. Vervolgens wordt het fenotype van de nakomelingen gegeven en moet je verklaren hoe het kan dat deze fenotypen ontstaan. + verklaren waarom de term &#039;nieuw fenotype&#039; bij deze nakomelingen gebruikt kan worden &lt;br /&gt;
#Oefening over het lac operon waar je een tabel moet aanvullen met +&#039;jes en -&#039;etjes&lt;br /&gt;
#Begrippen: chromatine, chromatide, chloroplast (en nog twee dingen die beginnen met ch)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
#stelling:&#039;Vrouwelijkheid, groei en gedrag zijn genetische kenmerken bij een bacterie.&#039;&lt;br /&gt;
#foto van gelelectroforese&lt;br /&gt;
#Kruising met 4 fenotypes en 4 verschillende kruisingen gegeven&lt;br /&gt;
#Een kader gegeven met info over aantal basenparen, genen, interons... Vragen over hoeveel interons er gemiddeld per gen waren enzo. Uitleg geven over genen die niet voor een eiwit coderen.&lt;br /&gt;
#begrippen: transcriptiebel, transcriptiefactor, torsiespanning, terminatie en totipotent&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2018 vm===&lt;br /&gt;
#stelling:&#039;Is de rol van meiose bij een gist, Neurospora en een plant (Arabidopsis) identiek?&lt;br /&gt;
#tekening van een nucleosoom&lt;br /&gt;
#vraagstuk: Steven heeft spierziekte van Duchenne (recessieve X-gekoppelde aandoening) en heeft als geslachtschromosomen XXY. Susanne (moeder van Steven) heeft de ziekte niet en haar man ook niet. Vader van Susanna had de ziekte wel. Verklaar waarom Steven beide aandoeningen heeft&lt;br /&gt;
#vraagstuk: Een vraagstuk over een stof die RNA-productie blokkeert, maar toch kan een embryo de eerste 6 uur delen. Maar als deze stof na 6 uur wordt weggenomen, kan de gastrulatie niet plaatsvinden. Wat kan je besluiten over de genexpressie?&lt;br /&gt;
#begrippen: wederkerige kruising, achterliggende streng, x-stralen diffractie, zink vinger motief en wiebelparing&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===5 september 2017 vm===&lt;br /&gt;
# stelling &#039;waterstofbruggen tussen nucleotiden hebben invloed op de structuur van DNA&#039;&lt;br /&gt;
# tekening over stamboom van het oerpaard tot het huidig paard; leg de tekening uit (evolutie)&lt;br /&gt;
# kruising: parentale en F1 generatie gegeven, met frequentie. Welke stelling is juist. (hij wou niet zeggen als er meerdere antwoorden juist waren)&lt;br /&gt;
# bespreek 2 methoden voor DNA sequentie bepaling en geef de voor- en nadelen ervan.&lt;br /&gt;
# begrippen: polygene overerving, polymerase kettingractie, profase, poly-A-staart&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2017 nm===&lt;br /&gt;
#stelling &amp;quot;de celdelingen bij een embryo duren veel langer dan die bij een volwassen organisme&amp;quot;&lt;br /&gt;
#tekening van een haai, tonijn, ichtyosaurus, en dolfijn&lt;br /&gt;
#oefening met intermediaire overerving waarbij allelfrequentie gegeven was, en een populatie naar een gebied verplaatst wordt met andere fitnessvoorwaarden -&amp;gt; nieuwe allelfrequentie bepalen&lt;br /&gt;
#oefening met 4 (ja vier) puntskruising, bepaal welke genen gekoppeld zijn + genotype van heterozygote ouder + koppelingskaart&lt;br /&gt;
#begrippen uitleggen: amniocentese, anafase, aneuploïd, anticodon, apoptose&lt;br /&gt;
===19 juni 2017 vm===&lt;br /&gt;
#stelling &amp;quot;koppelingskaarten geven goed de afstand weer&amp;quot; juist/fout&lt;br /&gt;
#tekening van DNA-replicatie aanvullen&lt;br /&gt;
#oefening dihybride kruising&lt;br /&gt;
#uitleg &#039;chimeren&#039;; denkvraag over toepassing&lt;br /&gt;
#begrippen uitleggen: promotor, proteasoom, proteomica, prokaryoot, Punnett-vierkant&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
# stelling over meiose en mitose&lt;br /&gt;
# tekening van trp operon&lt;br /&gt;
# oefening van overkruising, x-gebonden allelen&lt;br /&gt;
# hunchback, antennepedia (?) en engrailed bij drosophilia, waar denk je aan en waarin verschillen ze&lt;br /&gt;
# operon, openleesraam, pleiotropie, overkruising en gap genes&lt;br /&gt;
=== juni 2016===&lt;br /&gt;
#foto plasmide&lt;br /&gt;
#hoeveelheid enkelstrengig en dubbelstrengig DNA bepalen&lt;br /&gt;
#weet rest neit meer (pfff zwak)&lt;br /&gt;
=== juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# Kan genetische clonering helpen in de veredeling van planten?&lt;br /&gt;
# Een foto van een Himalaya kat&lt;br /&gt;
# Een hele moeilijke oefening over de afstanden op chromosomen&lt;br /&gt;
# Een diploÃ¯de cel heeft 16 chromosomen, hoeveel zijn dit er na de metafase van meiose I? En hoeveel na de anafase? Teken de anafase.&lt;br /&gt;
# Begrippen waaronder codon, conservatief, replicate,...&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2014 ===&lt;br /&gt;
#DNA banken zijn uitermate geschikt om het genoom te onderzoeken&lt;br /&gt;
#Tekening verklaren (epistasie : maiskolf die paars kleurde door 2 enzymen)&lt;br /&gt;
#Oefening stamboom maken+ chromosomen uitleggen (klinefeltersyndroom)&lt;br /&gt;
#Oefening op mitose/meiose&lt;br /&gt;
#repressor, regulatorisch eiwit, replicatie, replisoom en restrictie endonulease&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 juni 2014 namiddag===&lt;br /&gt;
#Stelling: meiose heeft dezelfde rol in de levencycli van een bacterie, Neurospora en Arabidopsis.&lt;br /&gt;
#Tekeningetje van Translatie-initiatie&lt;br /&gt;
#Oef over het Lac-operon &lt;br /&gt;
#Een origineel peptide en een gemuteerd (1deletie en 1 insertie) Bepaal de base in weg en erbij is, en bepaal de mRNA sequentie van beide.&lt;br /&gt;
#Woordjes: domesticatie, ras, homologe structuren, morfogenese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 juni 2014 voormiddag ===&lt;br /&gt;
#stelling: Neaderthalers hebben geen sexueel contact gehad met de moderne mens&lt;br /&gt;
#foto van nucleosome die verschuift op dna streng (pg 317)&lt;br /&gt;
#oefening over driepuntskruising&lt;br /&gt;
#oefening openleesraam zoeken en bijhorende polypeptide&lt;br /&gt;
#woordjes: translocatie, tRNA, transciptoom, transcriptieplaats &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 Juni 2013 NM===&lt;br /&gt;
# Stelling: Genetische kaarten zijn hetzelfde als fysieke kaarten van het genoom.&lt;br /&gt;
# Foto van een 3D-tRNA molecule: bespreek de figuur&lt;br /&gt;
# Vraagstuk over recombinante genen en de allelpositie bepalen aan de hand van hoeveel vliegen van een bepaalde recombinant er zijn.&lt;br /&gt;
# Vraagstuk over een zeldzame ziekte met stamboom: enkele kansberekeningen etc.&lt;br /&gt;
# Woordjes: Deletie, Excisie-reparatie-resynthese, DNA bindingsdomein, Cytokinese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 Juni 2013 VM===&lt;br /&gt;
#Vergelijken van Meiose II met mitose. Heel goed de nadruk leggen op het verschil in functie &lt;br /&gt;
#tryptofaan operon&lt;br /&gt;
#Zo een oefeningetje met Lac-operon zoals op de taak&lt;br /&gt;
#Nog een oefeningetje op een X-gebonden recessieve ziekte (niet moeilijk) &lt;br /&gt;
#wat begrippen verklaren&lt;br /&gt;
Prof helpt u goed op weg als ge het niet weet&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 10 Juni 2013 VM===&lt;br /&gt;
# Stelling: Het niet-nucleale genoom is identiek voor planten en dieren.&lt;br /&gt;
# Karyogram van iemand met trisomie 21 (syndroom van Down). Bespreek.&lt;br /&gt;
# Vraagstuk: a)De kans op een meisje is 0.5, hoe groot is dan de kans dat een gezin van 4 kinderen bestaat uit 3 meisjes en 1 jongen. b) De eigenlijke kans op een meisje is 0.49, hoe groot is nu de kans dat een gezin bestaat uit 3 meisjes en 1 jongen. c) Hoe groot is de kans als het eerste kind een jongen is en de 3 andere meisjes.&lt;br /&gt;
# Gegeven: DNA-sequentie en 2 mutaties op deze sequentie. a)Geef de aminozuursequentie gecodeerd door het DNA. b) Benoem de mutaties.&lt;br /&gt;
# 5 begrippen:&lt;br /&gt;
#* Alternatieve splitsing&lt;br /&gt;
#* Barr-lichaampje&lt;br /&gt;
#* Aminoacyl-tRNA synthetase&lt;br /&gt;
#* Apoptose&lt;br /&gt;
#* Basesubstitutie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===31 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Stelling: TATA-box is een transcriptiefactor die een rol speelt bij de selectie van de juiste startplaats bij eukaryoten bij de transcriptie door RNA polymerase II.&lt;br /&gt;
# Cirkelvormig tekeningetje van de celcyclus (zo van G1, G2, S, M maar dan zonder de letters). Bespreek.&lt;br /&gt;
# Vraagstuk: kaart+afstanden van genen op het chromosoom bepalen a.h.v tabelletje met de fenotypes van de nakomelingen.&lt;br /&gt;
# Bepalen of genen in HWE staan a.h.v chiÂ².&lt;br /&gt;
# polyploÃ¯d, polyteen chromosoom, segment-polariteit gen, selectie, semisteriliteit, stamboomanalyse, standaardafwijking, stukuitwisseling en subeenheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2011 VM===&lt;br /&gt;
# Stelling: Enkel diploÃ¯de genetische informatie is overerfbaar.&lt;br /&gt;
# Bespreek: figuur 12-10 a en b (afbeelding van de hox-genen bij een muis op de 4 chromosomen en de expressie ervan tijdens de ontwikkeling) &lt;br /&gt;
# Oefening over chromosoomtransformaties: je kreeg het oorspronkelijk chromosoom 123.456789 en moest dan de transformaties benoemen en de oorspronkelijke chromosomen in synaps tekenen om te laten zien wat er gebeurd is.&lt;br /&gt;
# Moeilijke oefening over een experiment mbt facetogen bij Drosophila ifv de temperatuur(2 genotypes). De genetische variantie en de fenotypische verdeling worden geschat. Je moest bij 4 experimentele situaties &#039;paren van reactie-normen&#039; tekenen die horen bij de 2 genotypes. Een experimentele vaststelling was bijvoorbeeld: &#039;wanneer de erfelijkheid verhoogde, verlaagde de genetische variantie&#039; of &#039;bij het verlagen van de variantie van de temperatuur ging de unimodale verdeling van het fenotype over in een bimodale verdeling&#039; ...&lt;br /&gt;
# Begrippen:&lt;br /&gt;
#* weifelaar&lt;br /&gt;
#* X-chromosoom&lt;br /&gt;
#* X-koppeling&lt;br /&gt;
#* ...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 JAN 2010===&lt;br /&gt;
# Stelling: de waterstofbruggen gevormd door nucleotiden hebben geen invloed op de structuur van DNA.&lt;br /&gt;
# Afbeelding van het gal-systeem bij gist. (Gal4 bespreken, enhancing, UAR&#039;s, beetje eukaryote transcriptie-initiatie,...)&lt;br /&gt;
# Oefening van staartlengte bij varkentjes. Eentje heeft een lengte van 6cm, de andere van 30cm, en de nakomeling een van 18cm. Voor de F2-generatie 1/64 met staart van 6cm, en 1/64 met een staart van 30cm, en daartussen worden de lengtes 10,14,18,22,26 waargenomen, met het meeste nakomeling een staart van 18cm. En daar een aantal vragen over, die voortbouwen op &amp;amp;quot;van hoeveel genen hangt de staartlengte af&amp;amp;quot;.&lt;br /&gt;
# Een welhaast analoge oefening van 5 soorten tarwe (wit, lichtrood, half rood, half donkerrood, donkerrrood).&lt;br /&gt;
# Begrippen:&lt;br /&gt;
#* Enhanceosoom&lt;br /&gt;
#* Epigenetisch stilleggen of &amp;amp;quot;silencing&amp;amp;quot;&lt;br /&gt;
#* Epistasie&lt;br /&gt;
#* Epigenetische merker&lt;br /&gt;
#* Erfelijkheid in de ruime zin&lt;br /&gt;
#* Homeologe chromosomen&lt;br /&gt;
#* Homoloog chromosoom&lt;br /&gt;
#* Homologie-afhankelijk herstel&lt;br /&gt;
#* Homogametisch geslacht&lt;br /&gt;
#* en nog 1...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2010===&lt;br /&gt;
# Wat gebeurt er met RNA nadat het is afgeschreven van DNA dankzij RNA polymerase. Is er een verschil tussen pro en eukaryoten. &lt;br /&gt;
# foto van menselijk genoom. Beschrijf wat je ziet. &lt;br /&gt;
# makkelijk vraagstuk over autosomaal resessieve aandoening &lt;br /&gt;
# Ne moeilijke over Hardy-Weinberg. &lt;br /&gt;
# Begrippen. &lt;br /&gt;
#* heterozygon&lt;br /&gt;
#* hetersis&lt;br /&gt;
#* Hfr&lt;br /&gt;
#* hexaploid&lt;br /&gt;
#* polypoide&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 JAN 2010===&lt;br /&gt;
# stelling: Bicoid eiwit heeft een invloed op de paarrolgenen&lt;br /&gt;
# fig 11.2&lt;br /&gt;
# oefening op allelfrequentie bij een gegeven populatie met fenotypes van bloedgroepen&lt;br /&gt;
# chiÂ²-oefening met hypothesetest, p-waarde,...&lt;br /&gt;
# woordjes: &lt;br /&gt;
#* genconversie&lt;br /&gt;
#* topoisomerase&lt;br /&gt;
#* inversielussen&lt;br /&gt;
#* homozygoot inversie&lt;br /&gt;
#* kandidaatgen&lt;br /&gt;
#* tetraploÃ¯d&lt;br /&gt;
#* tetrade&lt;br /&gt;
#* nog drie andere...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 JAN 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Figuur van het fragiel-X syndroom&lt;br /&gt;
# de evolutie van genen gaat aan constante snelheid en houdt geen rekening met de gedegenereerde code.. &lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# een stamboom&lt;br /&gt;
# vraag over HÂ² en hÂ² &lt;br /&gt;
# pak definities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===JAN 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Gaat genevolutie met een constante snelheid? (zonder rekening te houden met gedegenereerde codes)&lt;br /&gt;
# tekening van fragile X syndroom&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Oefening met een stamboom &lt;br /&gt;
# een oefening op erfelijkheid&lt;br /&gt;
# hele hoop begrippen waar bijna allemaal gen of genetisch in voor kwamen....&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===JAN 2009===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Stelling: Klinefelter-,turner- en downsyndroom zijn het gevolg van foute recombinatie&lt;br /&gt;
# Figuur bespreken: fig 10-4 in boek&lt;br /&gt;
# Juist of fout: de meiose speelt dezelfde rol in de levenscyclus van een bacterie, neurospora en een plant&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Een ziekte, veroorzaakt door een mutatie op het 7de chromosoom vetoont bij de mensen met deze ziekte ernstige botafwijkingen in het gelaat. Beschouw de volgende waarnemingen en trek bij elke een conclusie:&lt;br /&gt;
a.	75% van de mannen , cariotype 23 vertoont bij deze afwijking ernstige tekenen van het andere geslacht&lt;br /&gt;
b.	Vrouwen , heterozygoot voor deze ziekte vertonen geen afwijkingen&lt;br /&gt;
c.	Het ziektegen vertoont 75% gemeenschappelijkheid met een gend dat ligt op het X chromosoom en bepalend is voor de ontwikkeling van de vrouwelijke geslachtskenmerken.&lt;br /&gt;
# Woordjes&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===29 JAN 2008===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Stelling: operons hebben enkel negatieve regulatie.&lt;br /&gt;
# Figuur: 8.4 boek, over transcriptie algemeen&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# In 1931 vond Stern twee verschillende translocaties in drosophila. Hij ontdekte vrouwtjes met een extra stuk van het Y-chromosoom op hun X-chromosoom en andere vrouwtjes met een extra stuk chromosoom IV op hun X. Hij bestudeerde twee geslachtsgekoppelde genen: vleeskleurig (vle recessief) en staafvormig (St dominant). We kruisen dihybride staafvormige vrouwtjes met heteromorfe chromosomen (mutante allelen gelegen op X stuk van X-IV) met hemizygote vleeskleurige mannetjes met normale chromosomen. Teken de cytogenetische resultaten en beschrijf de genotypes/fenotypes van de nakomelingen.&lt;br /&gt;
# Een fruitvlieg is heterozygoot voor een paracentrische inversie. Na vele pogingen bleek het onmogelijk homozygoten voor de inversie te kweken. Wat is de meest waarschijnlijke verklaring hiervoor?&lt;br /&gt;
# Woordjes: A-plaats, cosupressie, dna-transposon, enol, epigenetische overerving, interferentie, klinefeltersyndroom, oncogen, plaque, silencer &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 JAN 2008===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Stelling: Transcriptie en replicatie zijn genetisch gelijkaardige processen.&lt;br /&gt;
# Figuur 9-11 uitleggen (figuur over ribosomen).&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Een oefening op recombinanten waarbij je moest zeggen of de genen gekoppeld waren en de kaartafstanden moest weergeven op een kaart. Ook moest je de genotypes van de ouders geven.&lt;br /&gt;
# Je kreeg zo&#039;n tabelleke zoals bij lac operon en je moest zelf de + en - aanvullen.&lt;br /&gt;
# 10 woordjes: provirus, penetrantie, proto-oncogen, epigenetisch stilgelegd, F-, enzovoort&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Larsceulemans</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Analytische_Basistechnieken&amp;diff=1975</id>
		<title>Analytische Basistechnieken</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Analytische_Basistechnieken&amp;diff=1975"/>
		<updated>2020-01-21T11:53:28Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Larsceulemans: /* 21 januari 2020 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Analytische basistechnieken is verplicht voor de chemici. Het werd gedoceerd door prof Hendrickx. Meestal beperkte hij zich tot het aflezen van zijn slides, hier en daar gaf hij extra informatie, die op het examen gevraagd kon worden. Sinds academiejaar 2017-2018 wordt dit vak gedoceerd door twee nieuwe proffen, De Gendt &amp;amp; Delabie. Ook zij beperken zich tot het aflezen van slides.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===21 januari 2020===&lt;br /&gt;
#De verschillende scheidingsmethode en leg de deemstervergelijking uit.&lt;br /&gt;
#Mondelinge vragen van SDG:&lt;br /&gt;
#*Wat is amu.&lt;br /&gt;
#*Verschil tussen gecalibreerd glaswerk: to contain en to deliver uitleggen. &lt;br /&gt;
#*Wat zijn de mogelijke manieren van systematische fouten&lt;br /&gt;
#*Een tekening van de energiebanden bij fluorescentie, geef uitleg hierover.&lt;br /&gt;
#*Thermische geleidbaarheidsdetector&lt;br /&gt;
#*Detectielimiet&lt;br /&gt;
#Bespreek de titratiecurves bij argentometrie.&lt;br /&gt;
#*Geef via systematische methode een formule voor het berekenen van de grafiek.&lt;br /&gt;
#*Leg de invloed van de ksp en een verdunning uit.&lt;br /&gt;
#oef 1: &lt;br /&gt;
#*Berekenen van de pH van NaCN via systematische methode&lt;br /&gt;
#*Hoeveel HCl moet je toevoegen om tot een bepaalde pH te komen.&lt;br /&gt;
#*Na toevoegen van AgNO3: laat zien dat door complexatie AgOH en AgCN niet neerslaan.&lt;br /&gt;
#oef 2:&lt;br /&gt;
#*Een reactie van een standaardisatie, bereken de concentratie en fout erop.&lt;br /&gt;
#*Tabel met gegevens van 2 stalen, nulhypothese en geef op het 95% betrouwbaarheidsniveau een conclusie van 2 stalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2019===&lt;br /&gt;
#Bespreek de verschillende analytische scheidingstechnieken en chromatografische scheiding specifiek.&lt;br /&gt;
#*Werking chromatografische scheiding&lt;br /&gt;
#*verdelingscoeff, selectiviteitsfactor, plaathoogte&lt;br /&gt;
#*deemstervergelijking&lt;br /&gt;
#bespreek in detail de titratiecurven van H2A (diprotisch zuur deeltje). Geef hoe je op elk van deze punten de pH kunt berekenen. &lt;br /&gt;
#oef 1: bereken de pH van HBr en HNO2, Hierbij word KOH gedaan bereken nu de pH, in de eerste oplossing bereken de oplosbaarheid van PbBr2&lt;br /&gt;
#oef 2: puur Zn reageerd met Hcl en vormt H2. zoek het massapercentage, bereken het betrouwbaarheidsinterval voor 95%, hoeveel metingen zijn er nodig voor een O,3 betrouwbaarheidsinterval op 99%&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 september 2018===&lt;br /&gt;
#Beschrijf alle scheidingstechnieken en chromatografie uitgebreid uitleggen met termen selectiviteitsfactor en Deemtervergelijking&lt;br /&gt;
#Leid de formule af om de pH van een amfiprotische verbinding te bepalen&lt;br /&gt;
#Oefening met pH van kaliumoxalaatoplossing berekenen, na toevoeging van KOH en na toevoeging van HBr&lt;br /&gt;
#Oefening met statistische interpretatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2018 (prof. De Gendt &amp;amp; Delabie)===&lt;br /&gt;
#Beschrijf alle analytische scheidingstechnieken en Van Deemtervergelijking uitleggen&lt;br /&gt;
#Deeltjesgrootte binnen de gravimetrie en hoe we deze kunnen beïnvloeden&lt;br /&gt;
#(1) pH van een oplossing Na2CO3 via de systematische methode (reactievergelijkingen, massa- en ladingsbalansen) en (2) pH van een Na2CO3 oplossing na toevoegen van HCl via methode naar keuze&lt;br /&gt;
#(1) bepaling van massapercentage NH4Cl in een 0,5g sample (dmv een terugtitratie) en (2) gemiddelde, standaarddeviatie en betrouwbaarheidsinterval bepalen uit data van 8 metingen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Augustus 2017===&lt;br /&gt;
# Titratie van NaCl met AgNO3 met de vorderingsgraad. Ook de afleiding van ladingsbalans&lt;br /&gt;
# 3 methodes voor bepalen van metaal en ligand verhouding, 1 van kiezen en uitleggen &lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid LiF iteratief uitwerken, rekening houden met ionische sterkte (oefeningen van in de les) &lt;br /&gt;
# Oefening ivm oplosbaarheid zilveroxalaat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2017 NM===&lt;br /&gt;
# Detectielimieten + formules, standaardadditie formules&lt;br /&gt;
# Alfa(1): definieren en formule van ph afhankelijkheid, titratiecurve voor zwak zuur en NaOH afleiden met vorderingsgraad&lt;br /&gt;
# Meest gebruikte vorm gaschromatografie?, 2 manieren voor kwalitatief onderzoek, 2 meest efficiënte manieren voor kwantitatief onderzoek, destructieve en niet destructieve detectoren uitleggen&lt;br /&gt;
# Oefening op buffer van triprotonisch zuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
# Ppm bewijzen bij gas, specifiek gewicht, temperatuursafhankelijkheid&lt;br /&gt;
# Afleiding van extractie, ionenchromatografie met supressorkolom en alternatieven&lt;br /&gt;
# sigmoidale en lineair segement, Gran plot&lt;br /&gt;
# oefening met oplosbaarheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2016 VM===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Wat bepaalt of we een colloïdale of kristallijnen neerslag krijgen wanneer we 2 reagentia samenvoegen? Wat ligt aan de basis van stabilisatie van een colloïdale neerslag? Hoe kunnen we deze neerslag toch filtreerbaar maken? Wat is het gevaar bij wassen van deze neerslag en hoe kan dit probleem opgelost worden?&lt;br /&gt;
#absorptiemeting&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen het absorptiespectrum bij atomaire absorptie en moleculaire absorptie? Wat zijn de praktische gevolgen voor metingen bij atomaire absorptie?&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen de spectra van moleculaire absorptie in gasfase of in oplossing? Welke methode van deze twee is het best bruikbaar voor kwalitatieve analyse?&lt;br /&gt;
#*Wet van Beer afleiden&lt;br /&gt;
#*Dit is een &#039;limiting law&#039;, verklaar.&lt;br /&gt;
#*Verklaar de invloed van strooilicht &lt;br /&gt;
#grafieken van in cursus fosforzuur/oxaalzuur/zwavelzuur&lt;br /&gt;
#*Welke curve hoort bij welk zuur?&lt;br /&gt;
#*Bespreek de equivalentiepunten (duidelijk voorkomen, afwezigheid van punten...)&lt;br /&gt;
#*Duid voor de curve van fosforzuur aan welke deeltjes in elk gebied belangrijk zijn voor de pH-bepaling (beging,vlak gebied (buffer), EP...)&lt;br /&gt;
#*Bereken voor de curve van fosforzuur de pH enkel met eenvoudige formules in de verschillende gebieden (start, midden vlak gebied, EP...)&lt;br /&gt;
Oefening&lt;br /&gt;
# Maak een buffer met een totaal volume van 1,00L en pH = 9,60 met 0,300 M Na2CO3 en 0,200 HCl. Ka1(H2CO3) = 4,45.10-7 en Ka2(H2CO3) = 4,69.10-11&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2016 NM ===&lt;br /&gt;
#titratie NaCl met AgNO3. leid formules die het verloop van de titratiecurves geven mbv vorderringsgraad. Hoe wordt deze formule gebruikt.&lt;br /&gt;
#Definiïer de plaathoogte en bespreek de fysische invloeden op de factoren die de plaathoogte beïnvloeden en geef de grafiek hiervan.&lt;br /&gt;
#Belangrijkste eigenschappen van activiteitscoëfficiënten en leid de molaire oplosbaarheid af van LiF met de activiteiten te beschouwen.&lt;br /&gt;
#titratie van HCL en H2SO3 met NaOH, geef de grafiek en bespreek welke deeltjes er te vinden zijn waar en bereken de pH na toevoeging van 37,5mL van NaOH door systematisch te werken en toon aan dat de vereenvoudigingen kloppen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2016 VM ===&lt;br /&gt;
#pH amfiprotisch deeltje&lt;br /&gt;
#ppm bij gassen en oplossingen, specifiek gewicht + temperatuursafhankelijk of niet&lt;br /&gt;
#3 methodes vr stoichiometrie van complex met absorbantie&lt;br /&gt;
#oefening: oplosbaarheid Ag2C2O4 in oplossing met pH=4, Ksp en Ka&#039;s gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 augustus voormiddag===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*wat bepaalt of we een colloïdale of kristellijnen neerslag krijgen wanneer we 2 reagentia samenvoegen?&lt;br /&gt;
#*wat ligt aan de basis van de stabilisatie van een colloïdale neerslag.&lt;br /&gt;
#*hoe kunnen we deze neerslag verbeteren zodat deze toch te filteren is.&lt;br /&gt;
#*wat gebeurd er als we zo een verbeterde neerslag wassen en hoe kan dit soms opgelost worden.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*leg uit wat aan de grondslag ligt van de scheiding van metaalkationen volgens de historische H2S methode.&lt;br /&gt;
#*Ka1 en Ka2 van H2S gegeven en dan uitleggen waarom de ene groter is dan de andere.&lt;br /&gt;
#*Grafiek uit de cursus van bij dit stukje en dan de helling van die rechte berekenen.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*wat is het meest voorkomende type gaschromatografie.&lt;br /&gt;
#*op welke 2 manieren kan aan kwalitatieve analyse gedaan worden met gaschromatografie.&lt;br /&gt;
#*kwantitatieve analyse met gaschromatografie: uitleggen van interne standaard en standaardadditie.&lt;br /&gt;
#*bondig bespreken van de destructieve en niet-destructieve detector gebruikt bij gaschromatografie die we gezien hebben in de les&lt;br /&gt;
#oefening waarbij ge de pH van een mengsel van 2 stoffen moet bepalen en daarna de oplosbaarheid van een andere stof bepalen die in dat mengsel gedaan wordt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2014 NM===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Omschrijf met woorden het concept standaardfout precies?&lt;br /&gt;
#* Beschrijft een gauss-curve perfect de verdeling van de meetresultaten in de analytische chemie? (uitleg)&lt;br /&gt;
#* Wat is het grote nut van s-pooled in de analytische chemie?&lt;br /&gt;
#* Wat is het verband tussen t (two tailed) en t (one tailed)? Leg uit m.b.v. Gauss-curves.&lt;br /&gt;
#* Indien een chemische analysemethode een normaaldistributie volgt die gekenmerkt wordt door een straalgemiddelde µ en een populatiestandaarddeviatie sigma. Geef dan de formule die toelaat de fractie F van het totaal aantal metingen te berekenen dat, bij een zeer groot aantal metingen, gelegen is tussen µ+a en µ+b. Toon met deze formule aan dat voor om het even welke analysemethode die een normaaldistributie volgt, er eenzelfde fractie van metingen  zich bevindt tussen µ-2sigma; en µ+2sigma. Hoe groot is deze fractie?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Op wat berust de scheiding van metaalkationen op basis van de historisch belangrijke H2S methode?&lt;br /&gt;
#*Voor dit zwakke zuur zijn de numerieke warde voor de dissociatieconstanten gegeven. Waarom is Ka1 &amp;gt; Ka2?&lt;br /&gt;
#* Leid aan de hand van berekeningen de richtingscoëfficiënt af van de bijgevoegde grafiek. (=dalende rechte)&lt;br /&gt;
# Hoe wordt de plaathoogte H in chromatografie gedefinieerd? Schets de grafiek van de plaathoogte in functie van de stroomsnelheid van de mobiele fase. De afhankelijk kan gevat worden in een bepaalde vergelijking.&lt;br /&gt;
Schrijf en benoem deze en verklaar de verschillende componenten ervan aan de hand van de fysische verschijnselen zoals die zich voordoen in een kolom. Wat is het belangrijkste verschil tussen gaschromatografie en vloeistrofchromatografie in deze context?&lt;br /&gt;
# We lossen 445 mg AlCl3 (133,34 g/mol) op in 200 mL water. Het kation complexeert volledig met water tot Al(H20)6(3+) en heeft zure eigenschappen: Ka(Al(H2O)6(3+) = 1,4 x 10^-5&lt;br /&gt;
(a) Bereken de pH als -log(H+).&lt;br /&gt;
(b) Wat is de molaire oplosbaarheid van zilver wanneer we aan deze oplossing 860 mg aan AgNO3 (169,873 g/mol) toevoegen (Ksp,AgCl)= 1,82 x 10^-8?&lt;br /&gt;
Houd bij de berekeningen steeds rekening met de ionische sterkte van de oplossingen. De effectieve diameter van gehydrateerd AI(H20)5(OH)2+ bedraagt 0.6 nm.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2014 VM===&lt;br /&gt;
# Wat bepaald of er een colloïdale of kristallijnen neerslag vormt? Omschrijf de oorsprong van de stabilisatie van een colloïdale neerslag en hoe men dergelijke neerslag kan behandelen om een filtreerbare neerslag te krijgen. Wat zijn de gevaren bij het wassen en hoe kunnen deze vermeden worden? Waarom is Fe(OH)3 of zijn waterige oxide niet filtreerbaar in gewone omstandigheden, en wat kan je eraan doen? Plaat de Fajansmethode in de context van deze vraag.&lt;br /&gt;
# Leid de eenvoudigste formule af om de pH te schatten van amfiprotische deeltjes NaHA met cNaHA.&lt;br /&gt;
# Scheiding door extractie: Leid een formule af om te berekenen wat de concentratie is na i extracties van component A in een bepaalde hoeveelheid waterige fase door middel van telkens dezelfde hoeveelheid organische fase te gebruiken. - Waarom gebruikt men bij ionenchromatografie een suppressorkolom? Omschrijf de werking adhv een voorbeeld. Geef de twee alternatieven voor een suppressorkolom (+uitleg).&lt;br /&gt;
# Gegeven is een oplossing van 50,0mL met 0.10M HCl en 0.10M H2SO3 met pKa1=1.23*10-2 en pKa2=6.6*10-8. Er wordt getitreerd met 0.20M NaOH (a) Teken de titratiecurve en beschrijf de samenstelling van elk gebied (zwakke base, amfiprotisch zout) (b) Bereken de pH na toevoegen van 37.5mL base. [Tip bij (b): gebruik de systematische methode, en zorg dat de relatieve fout op [H3O+] minder blijft dan 5%]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 Januari 2013 NM===&lt;br /&gt;
#wat is het verband tussen slitbreedte en kwalitatieve analyse?&lt;br /&gt;
#wat is de rol van strooilicht en niet effectief monochromatisch licht bij kwantitatieve analyse?&lt;br /&gt;
#bespreek de 3 methodes (continue variatie, mol-ratio en helling-ratio) om de stoichiometrie van een complex te bepalen aan de hand van de gegeven grafieken. Kunnen we hier nog andere informatie uithalen?&lt;br /&gt;
#leid 2 formules af die de titratiecurve van NaCl met AgNO3 beschrijven. Hoe gebruikt men ze?&lt;br /&gt;
#toon aan dat het equivalentiepunt steeds bij dezelfde pAg ligt&lt;br /&gt;
#geef 3 fysische methodes om het equivalentiepunt waar te nemen&lt;br /&gt;
# 0,1g H3PO4 (pKA&#039;s gegeven) wordt in 100 ml water opgelost en met 0,01M NaOH neutraal gemaakt. Wat zijn de molfracties aan H3PO4 en de geconjugeerde basen?&lt;br /&gt;
# Een staal bevat enkel KCl en FeCl2, molmassa&#039;s en totale zijn gegeven. Een Mohr-titratie wordt toegepast, gebruikte hoeveelheid AgNO3 en concentratie zijn gegeven. Bepaal de massa FeCl2 en het massapercentage aan Fe (atoommassa gegeven) in het staal.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 Januari 2012 NM===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Zuur/base&lt;br /&gt;
#* Differentierend / Leveling solvent&lt;br /&gt;
#* verband tussen Ka en Kb bij diprotisch afleiden&lt;br /&gt;
#* toon aan dat de alfa-waardes enkel afhankelijk zijn van de pH van de oplossing &lt;br /&gt;
#* afleiden titratiecurve van zwak zuur &amp;amp;amp; sterke base a.d.h.v. vorderingsgraad. Hoe stel je vanuit deze formule diegene op van een sterk zuur en een sterke base? Zelfde vraag voor polyprotisch zwak zuur en sterke base. &lt;br /&gt;
# Chromatografie &lt;br /&gt;
#* wat is de meest gebruikte gaschromatografie? wat is de andere?) &lt;br /&gt;
#* hoe kan je bij gaschromatografie kwalitatief en staal analyseren &lt;br /&gt;
#* leg uit hoe je bij kwantitatieve analyse hier interne standaard en standaardadditie toepast &lt;br /&gt;
#* twee detectoren: destructieve en niet-destructieve voor gaschromatografie. Leg bondig uit &lt;br /&gt;
# Oefeningen &lt;br /&gt;
#* een combinatie oefening van het bepalen van een concentratie tijdens een titratie en statistische methodes &lt;br /&gt;
#* wat is het effect op de ionische sterkte als je NaOH bij a) MgCl2 b) HCL c) CH3COOH doet. (bespreken)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 augustus 2011===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Beschouw titratie van een zwak zuur met een sterke base. Hoe bepaal de titratiecurve a.d.h.v. de vorderingsgraad. Geef de afleiding voor vorderingsgraad. Hoe zit het dan voor titratie van een sterk zuur met een sterke base?&lt;br /&gt;
# Instrumenten&lt;br /&gt;
#* Wat is het verschil tussen de concentratiebepaling bij fluorescentie, absorptie en chemoluminescentie? &lt;br /&gt;
#* Wat is een interferentiefilter? Geef de afleding voor de formule \lambda=2\eta t&lt;br /&gt;
#* leg uit: fotodiode en fotomultiplier&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# standaardoefening op selectief neerslagen (is het mogelijk om bv Sr2+ en Hf4+ neer te slaan door OH- toe te voegen&lt;br /&gt;
# ook standaard: geef verhouding van 2 ionen in oplossing, Ksp&#039;s, Ka enz gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 januari 2011 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(Misschien niet in die woorden,maar het kwam wel op deze vragen neer)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Chromatografie: &lt;br /&gt;
#*Wat is de plaathoogte, geef een definitie en leid de formule af.&lt;br /&gt;
#*Bespreek de plaathoogte ifv de stroomsnelheid van de mobiele fase. Met welke functie kan deze omschreven worden? Ontleed en bespreek de onderdelen van deze functie. Welke factor zorgt voor het verschil tussen de plaathoogte ifv de mobiele fase bij gas en bij vloeistof?&lt;br /&gt;
# Standaardadditie etc&lt;br /&gt;
#* Hoe wordt de enkelvoudige standaardadditiemethode gebruikt? Leid de formule af.&lt;br /&gt;
#* Bespreek bondig de interne standaardmethode. &lt;br /&gt;
#* Welke detectielimieten zijn er? Leid de formules af en bespreek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#oefening met Volhard-titratie.&lt;br /&gt;
#* 100.0ML staal, hoeveel miligram monochloroazijnzuur zit er in als je weet dat men het staal bewerkt met 1M NaOH zodat men een waterige oplossing van ClCh3COO- krijgt. Deze zuurt men aan en men voegt (concentratie gegeven) AgNO3 toe. De neerslag wordt afgefilterd en vervolgens voegt men 10.43 ml NH4SCN toe tot aan het neutralisatiepunt. Bij de blancotitratie moest men 22.98ml NH4SCN toevoegen.&lt;br /&gt;
#oefening met ionische sterkte&lt;br /&gt;
#* Wat is de oplosbaarheid van CaSO4 in 0.0333M Na2SO4? Bereken eerst de ionische sterkte van deze elektrolyt(dus alleen van Na2SO4) en bereken aan de hand van die waarde de oplosbaarheid van CaSO4.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2011 ===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
# Betrouwbaarheidsintervallen:&lt;br /&gt;
#* Verklaar volgende begrippen uit betrouwbaarheidsintervallen: s, Ïƒ, N, z, t, x Ì… (gem.), Âµ   (uitgebreid verklaren)&lt;br /&gt;
#* Leid één van de definities af voor een betrouwbaarheidsinterval, vetrekkende van de basisprincipes van de statistiek&lt;br /&gt;
#* We hebben in de cursus minstens twee lichtjes afwijkende versies van het betrouwbaarheidsinterval gezien, geef die en leg uit wanneer die worden gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verband met t-testen?&lt;br /&gt;
#Spectrofotometer: In een spectrofotometer wordt elektromagnetische straling met bepaalde golflengte Î» doorheen een oplossing van een analiet met goed gekozen solvent gestuurd. Vertrekkende van de bron is de intensiteit van de straling P, als het doorheen de cuvet (optische weglengte b) met alleen solvent is gepasseerd is de intensiteit P&#039;. Met precies één chromofoor in de oplossing heeft de uitgaande straal een intensiteit P&amp;amp;quot. Extinctiecoëfficiënt is Îµ(Î»)&lt;br /&gt;
#* Wat bedoelt men met goed gekozen solvent?&lt;br /&gt;
#* Is P=P&#039;? (motivatie)&lt;br /&gt;
#* Is concentratie c evenredig met P-P&amp;amp;quot; of met P&#039;-P&amp;amp;quot;? (leg uit adhv basisprincipes)&lt;br /&gt;
#* Wat is strooistraling? Wat zijn de gevolgen hiervan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een staal weegt 27,73mg en bestaat alleen maar uit KCl(MG 74,55) en FeCl2(MG 126,75). Met de Mohrmethode is er 18,48mL nodig van een 0,02237M AgNO3-oplossing om het chloride te neutraliseren. Bepaal massa van FeCl2 en massapercent van ijzer in het staal. (oplossing: 0,01761g en 27,98%)&lt;br /&gt;
# Bereken molaire oplosbaarheid van Ag3PO4 (Ksp=2,8E-18) gebufferd bij pH 6. De 3 Ka&#039;s van fosforzuur zijn gegeven. (oplossing 1,40E-3 M)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Omschrijf aan de hand van een voorbeeld de termen precisie en nauwkeurigheid. Wat is hun oorsprong in de analytische scheikunde en tot welke types van fout en corresponderende mathematisch termen geven ze aanleiding?&lt;br /&gt;
# Gegeven oplossing van AgCl-neerslag in evenwicht met een bepaalde analytische concentratie aan KCl. Leid de formule af die de oplosbaarheid van AgCl geeft in functie van de analytische concentratie aan KCl. Bespreek het resulaat aan de hand van een grafiek. (Die 4 reactievergelijkingen krijg je ook gegeven)&lt;br /&gt;
# Bespreek de meest voorkomende detectoren in optische instrumenten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefening:&lt;br /&gt;
# Hoe maak je een buffer van 1L met een pH van 9,6 wanneer je 0,200M HCl gebruikt en 0,300M Na2CO3. (Ka1 en Ka2 van H2CO3 ook gegeven)&lt;br /&gt;
# Teken kwalitatief de titratiecurve van een mengsel van Na2CO3 en HCO3- met een sterk zuur. Duid ook de delen aan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 januari 2009 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Gauss-distributie:&lt;br /&gt;
#* Omschrijf met woorden een Gauss-distributie. Welke factoren bepalen een Gauss-distributie?&lt;br /&gt;
#* Definieer standaardfout. Waarom is de standaardfout steeds kleiner dan de standaarddeviatie?&lt;br /&gt;
#* Voor een Gauss-distributie, wat is de kans dat een meting gelegen is tussen 0 en +1Ïƒ, tussen +1Ïƒ en +2Ïƒ? Wat is de kans dat een meting buiten de limieten Â±2Ïƒ van het gemiddelde gelegen is en kleiner is dan Î¼-2Ïƒ?&lt;br /&gt;
# Leid de formule af die toelaat om aan de hand van de vorderingsgraad de titratiecurve op te stellen voor een oplossing die Cl- bevat. Hoe moet deze formule gebruikt worden?&lt;br /&gt;
# Bespreek de verschillende aspecten van HPLC, aan de hand van de volgende vragen:&lt;br /&gt;
#*Gradiënt- en isocratische elutie.&lt;br /&gt;
#*Partitiechromatografie (normale en omgekeerde fase).&lt;br /&gt;
#*Ionenuitwisselingschromatografie (suppressorkolommen).&lt;br /&gt;
#*Size exclusion chromatografie (gelfiltratie en gelpermeatie).&lt;br /&gt;
#*Affiniteitschromatografie.&lt;br /&gt;
#*Chirale chromatografie.&lt;br /&gt;
Oefening (3 delen):&lt;br /&gt;
* Berekenen van standaarddeviatie en CV.&lt;br /&gt;
* Iets van oplosbaarheid.&lt;br /&gt;
* Titratiecurve opstellen voor 3 basen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Wat is het verband tussen betrouwbaarheidsintervallen en de z- en t-test?&lt;br /&gt;
# Bespreek de wet van Beer qua afleiding, toepassing en beperkingen.&lt;br /&gt;
# Chromatografie. Wat is de plaathoogte van een kolom en hoe wordt deze beÃ¯nvloed door de stroomsnelheid van de mobiele fase?&lt;br /&gt;
Oefening:&lt;br /&gt;
# Bereken de pH voor de titratie van 50,0 mL van een 0,10 M ethyleendiamine-oplossing met een 0,20 M oplossing van HCl na toevoegen van de volgende hoeveelheden zuur: &lt;br /&gt;
a) 0,0 mL HCl&lt;br /&gt;
b) 37,5 mL HCl&lt;br /&gt;
c) 50,0 mL HCl&lt;br /&gt;
Verantwoord steeds eventueel gemaakte benaderingen in je berekeningen. &lt;br /&gt;
Teken kwalitatief de titratiekurve en omschrijf de samenstelling van de oplossing in de verschillende gebieden (bv. Buffer van X en Y, sterk zuur Z, ...)&lt;br /&gt;
Voor Ethyleendiamine (H2NCH2CH2NH2 afgekort B) zijn de numerieke waarden van de opeenvolgende zuurdissociatieconstanten van BH2(2+) als volgt. Ka1 = 1,42 x 10^-7 en Ka2 = 1,18 x 10^-10&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Gran Plot vraag.&lt;br /&gt;
# Moleculaire Fluoriscentie vraag.&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid AgCl met concentratie aan KCl.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# De Volhard titratie wordt algemeen aangeraden voor de analyse van het heptachloor insecticide C10H5Cl7. Er is geen chloride of chloor in de matrix aanwezig. Het percentage van heptachloor wordt gegeven door: %hepatachloor = ((mlAg x cAg - mlSCN x cSCN) x 37.33)/staalmassa. Wat zegt deze berekening over de stoechimoterie van deze titratie (m.a.w. hoeveel chloride-ionen per molecule heptachloor reageren met 1 AgNO3)M = 373,22 g/mol?&lt;br /&gt;
# Bereken de oplosbaarheid van Mg(OH)2 in een 0.0167M oplossing van Ba(NO3)2 door gebruik te maken van:&lt;br /&gt;
#*Activiteiten.&lt;br /&gt;
#*Molaire concentraties.&lt;br /&gt;
#*Bereken ook de procentuele fout die gemaakt wordt door geen rekening te houden met de activiteiten. Ksp Mg(OH)2 = 7.1x10^-12 Neerslag Ba(OH)2 mag je verwaarlozen (tabel activiteitscoeffictien en ionische sterkte gegeven).&lt;br /&gt;
# Schrijf de uitdrukking voor [H3O+] in functie van enkele andere evenwichtscocentraties voor een 0.01M oplossig van HCl die in evenwicht is met een overmaat aan vast BaSO4.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek soorten gevoeligheid+detectielimiet.&lt;br /&gt;
# Mengsel van NaOH NaHCO3 en Na2CO3.&lt;br /&gt;
# Kwantitatieve en kwalitatieve analyse bij gaschromatografie.&lt;br /&gt;
Oefening:&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid van MnS in buffer (Ka&#039;s en conc. H30+ gegeven).&amp;lt;/text&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Larsceulemans</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Analytische_Basistechnieken&amp;diff=1974</id>
		<title>Analytische Basistechnieken</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Analytische_Basistechnieken&amp;diff=1974"/>
		<updated>2020-01-21T11:52:25Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Larsceulemans: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Analytische basistechnieken is verplicht voor de chemici. Het werd gedoceerd door prof Hendrickx. Meestal beperkte hij zich tot het aflezen van zijn slides, hier en daar gaf hij extra informatie, die op het examen gevraagd kon worden. Sinds academiejaar 2017-2018 wordt dit vak gedoceerd door twee nieuwe proffen, De Gendt &amp;amp; Delabie. Ook zij beperken zich tot het aflezen van slides.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===21 januari 2020===&lt;br /&gt;
#De verschillende scheidingsmethode en leg de deemstervergelijking uit.&lt;br /&gt;
#Mondelinge vragen van SDG:&lt;br /&gt;
#*Wat is amu.&lt;br /&gt;
#*Verschil tussen gecalibreerd glaswerk: to contain en to ... uitleggen. &lt;br /&gt;
#*Wat zijn de mogelijke manieren van systematische fouten&lt;br /&gt;
#*Een tekening van de energiebanden bij fluorescentie, geef uitleg hierover.&lt;br /&gt;
#*Thermische geleidbaarheidsdetector&lt;br /&gt;
#*Detectielimiet&lt;br /&gt;
#Bespreek de titratiecurves bij argentometrie.&lt;br /&gt;
#*Geef via systematische methode een formule voor het berekenen van de grafiek.&lt;br /&gt;
#*Leg de invloed van de ksp en een verdunning uit.&lt;br /&gt;
#oef 1: &lt;br /&gt;
#*Berekenen van de pH van NaCN via systematische methode&lt;br /&gt;
#*Hoeveel HCl moet je toevoegen om tot een bepaalde pH te komen.&lt;br /&gt;
#*Na toevoegen van AgNO3: laat zien dat door complexatie AgOH en AgCN niet neerslaan.&lt;br /&gt;
#oef 2:&lt;br /&gt;
#*Een reactie van een standaardisatie, bereken de concentratie en fout erop.&lt;br /&gt;
#*Tabel met gegevens van 2 stalen, nulhypothese en geef op het 95% betrouwbaarheidsniveau een conclusie van 2 stalen&lt;br /&gt;
===22 januari 2019===&lt;br /&gt;
#Bespreek de verschillende analytische scheidingstechnieken en chromatografische scheiding specifiek.&lt;br /&gt;
#*Werking chromatografische scheiding&lt;br /&gt;
#*verdelingscoeff, selectiviteitsfactor, plaathoogte&lt;br /&gt;
#*deemstervergelijking&lt;br /&gt;
#bespreek in detail de titratiecurven van H2A (diprotisch zuur deeltje). Geef hoe je op elk van deze punten de pH kunt berekenen. &lt;br /&gt;
#oef 1: bereken de pH van HBr en HNO2, Hierbij word KOH gedaan bereken nu de pH, in de eerste oplossing bereken de oplosbaarheid van PbBr2&lt;br /&gt;
#oef 2: puur Zn reageerd met Hcl en vormt H2. zoek het massapercentage, bereken het betrouwbaarheidsinterval voor 95%, hoeveel metingen zijn er nodig voor een O,3 betrouwbaarheidsinterval op 99%&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 september 2018===&lt;br /&gt;
#Beschrijf alle scheidingstechnieken en chromatografie uitgebreid uitleggen met termen selectiviteitsfactor en Deemtervergelijking&lt;br /&gt;
#Leid de formule af om de pH van een amfiprotische verbinding te bepalen&lt;br /&gt;
#Oefening met pH van kaliumoxalaatoplossing berekenen, na toevoeging van KOH en na toevoeging van HBr&lt;br /&gt;
#Oefening met statistische interpretatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2018 (prof. De Gendt &amp;amp; Delabie)===&lt;br /&gt;
#Beschrijf alle analytische scheidingstechnieken en Van Deemtervergelijking uitleggen&lt;br /&gt;
#Deeltjesgrootte binnen de gravimetrie en hoe we deze kunnen beïnvloeden&lt;br /&gt;
#(1) pH van een oplossing Na2CO3 via de systematische methode (reactievergelijkingen, massa- en ladingsbalansen) en (2) pH van een Na2CO3 oplossing na toevoegen van HCl via methode naar keuze&lt;br /&gt;
#(1) bepaling van massapercentage NH4Cl in een 0,5g sample (dmv een terugtitratie) en (2) gemiddelde, standaarddeviatie en betrouwbaarheidsinterval bepalen uit data van 8 metingen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Augustus 2017===&lt;br /&gt;
# Titratie van NaCl met AgNO3 met de vorderingsgraad. Ook de afleiding van ladingsbalans&lt;br /&gt;
# 3 methodes voor bepalen van metaal en ligand verhouding, 1 van kiezen en uitleggen &lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid LiF iteratief uitwerken, rekening houden met ionische sterkte (oefeningen van in de les) &lt;br /&gt;
# Oefening ivm oplosbaarheid zilveroxalaat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2017 NM===&lt;br /&gt;
# Detectielimieten + formules, standaardadditie formules&lt;br /&gt;
# Alfa(1): definieren en formule van ph afhankelijkheid, titratiecurve voor zwak zuur en NaOH afleiden met vorderingsgraad&lt;br /&gt;
# Meest gebruikte vorm gaschromatografie?, 2 manieren voor kwalitatief onderzoek, 2 meest efficiënte manieren voor kwantitatief onderzoek, destructieve en niet destructieve detectoren uitleggen&lt;br /&gt;
# Oefening op buffer van triprotonisch zuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
# Ppm bewijzen bij gas, specifiek gewicht, temperatuursafhankelijkheid&lt;br /&gt;
# Afleiding van extractie, ionenchromatografie met supressorkolom en alternatieven&lt;br /&gt;
# sigmoidale en lineair segement, Gran plot&lt;br /&gt;
# oefening met oplosbaarheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2016 VM===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Wat bepaalt of we een colloïdale of kristallijnen neerslag krijgen wanneer we 2 reagentia samenvoegen? Wat ligt aan de basis van stabilisatie van een colloïdale neerslag? Hoe kunnen we deze neerslag toch filtreerbaar maken? Wat is het gevaar bij wassen van deze neerslag en hoe kan dit probleem opgelost worden?&lt;br /&gt;
#absorptiemeting&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen het absorptiespectrum bij atomaire absorptie en moleculaire absorptie? Wat zijn de praktische gevolgen voor metingen bij atomaire absorptie?&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen de spectra van moleculaire absorptie in gasfase of in oplossing? Welke methode van deze twee is het best bruikbaar voor kwalitatieve analyse?&lt;br /&gt;
#*Wet van Beer afleiden&lt;br /&gt;
#*Dit is een &#039;limiting law&#039;, verklaar.&lt;br /&gt;
#*Verklaar de invloed van strooilicht &lt;br /&gt;
#grafieken van in cursus fosforzuur/oxaalzuur/zwavelzuur&lt;br /&gt;
#*Welke curve hoort bij welk zuur?&lt;br /&gt;
#*Bespreek de equivalentiepunten (duidelijk voorkomen, afwezigheid van punten...)&lt;br /&gt;
#*Duid voor de curve van fosforzuur aan welke deeltjes in elk gebied belangrijk zijn voor de pH-bepaling (beging,vlak gebied (buffer), EP...)&lt;br /&gt;
#*Bereken voor de curve van fosforzuur de pH enkel met eenvoudige formules in de verschillende gebieden (start, midden vlak gebied, EP...)&lt;br /&gt;
Oefening&lt;br /&gt;
# Maak een buffer met een totaal volume van 1,00L en pH = 9,60 met 0,300 M Na2CO3 en 0,200 HCl. Ka1(H2CO3) = 4,45.10-7 en Ka2(H2CO3) = 4,69.10-11&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2016 NM ===&lt;br /&gt;
#titratie NaCl met AgNO3. leid formules die het verloop van de titratiecurves geven mbv vorderringsgraad. Hoe wordt deze formule gebruikt.&lt;br /&gt;
#Definiïer de plaathoogte en bespreek de fysische invloeden op de factoren die de plaathoogte beïnvloeden en geef de grafiek hiervan.&lt;br /&gt;
#Belangrijkste eigenschappen van activiteitscoëfficiënten en leid de molaire oplosbaarheid af van LiF met de activiteiten te beschouwen.&lt;br /&gt;
#titratie van HCL en H2SO3 met NaOH, geef de grafiek en bespreek welke deeltjes er te vinden zijn waar en bereken de pH na toevoeging van 37,5mL van NaOH door systematisch te werken en toon aan dat de vereenvoudigingen kloppen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2016 VM ===&lt;br /&gt;
#pH amfiprotisch deeltje&lt;br /&gt;
#ppm bij gassen en oplossingen, specifiek gewicht + temperatuursafhankelijk of niet&lt;br /&gt;
#3 methodes vr stoichiometrie van complex met absorbantie&lt;br /&gt;
#oefening: oplosbaarheid Ag2C2O4 in oplossing met pH=4, Ksp en Ka&#039;s gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 augustus voormiddag===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*wat bepaalt of we een colloïdale of kristellijnen neerslag krijgen wanneer we 2 reagentia samenvoegen?&lt;br /&gt;
#*wat ligt aan de basis van de stabilisatie van een colloïdale neerslag.&lt;br /&gt;
#*hoe kunnen we deze neerslag verbeteren zodat deze toch te filteren is.&lt;br /&gt;
#*wat gebeurd er als we zo een verbeterde neerslag wassen en hoe kan dit soms opgelost worden.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*leg uit wat aan de grondslag ligt van de scheiding van metaalkationen volgens de historische H2S methode.&lt;br /&gt;
#*Ka1 en Ka2 van H2S gegeven en dan uitleggen waarom de ene groter is dan de andere.&lt;br /&gt;
#*Grafiek uit de cursus van bij dit stukje en dan de helling van die rechte berekenen.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*wat is het meest voorkomende type gaschromatografie.&lt;br /&gt;
#*op welke 2 manieren kan aan kwalitatieve analyse gedaan worden met gaschromatografie.&lt;br /&gt;
#*kwantitatieve analyse met gaschromatografie: uitleggen van interne standaard en standaardadditie.&lt;br /&gt;
#*bondig bespreken van de destructieve en niet-destructieve detector gebruikt bij gaschromatografie die we gezien hebben in de les&lt;br /&gt;
#oefening waarbij ge de pH van een mengsel van 2 stoffen moet bepalen en daarna de oplosbaarheid van een andere stof bepalen die in dat mengsel gedaan wordt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2014 NM===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Omschrijf met woorden het concept standaardfout precies?&lt;br /&gt;
#* Beschrijft een gauss-curve perfect de verdeling van de meetresultaten in de analytische chemie? (uitleg)&lt;br /&gt;
#* Wat is het grote nut van s-pooled in de analytische chemie?&lt;br /&gt;
#* Wat is het verband tussen t (two tailed) en t (one tailed)? Leg uit m.b.v. Gauss-curves.&lt;br /&gt;
#* Indien een chemische analysemethode een normaaldistributie volgt die gekenmerkt wordt door een straalgemiddelde µ en een populatiestandaarddeviatie sigma. Geef dan de formule die toelaat de fractie F van het totaal aantal metingen te berekenen dat, bij een zeer groot aantal metingen, gelegen is tussen µ+a en µ+b. Toon met deze formule aan dat voor om het even welke analysemethode die een normaaldistributie volgt, er eenzelfde fractie van metingen  zich bevindt tussen µ-2sigma; en µ+2sigma. Hoe groot is deze fractie?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Op wat berust de scheiding van metaalkationen op basis van de historisch belangrijke H2S methode?&lt;br /&gt;
#*Voor dit zwakke zuur zijn de numerieke warde voor de dissociatieconstanten gegeven. Waarom is Ka1 &amp;gt; Ka2?&lt;br /&gt;
#* Leid aan de hand van berekeningen de richtingscoëfficiënt af van de bijgevoegde grafiek. (=dalende rechte)&lt;br /&gt;
# Hoe wordt de plaathoogte H in chromatografie gedefinieerd? Schets de grafiek van de plaathoogte in functie van de stroomsnelheid van de mobiele fase. De afhankelijk kan gevat worden in een bepaalde vergelijking.&lt;br /&gt;
Schrijf en benoem deze en verklaar de verschillende componenten ervan aan de hand van de fysische verschijnselen zoals die zich voordoen in een kolom. Wat is het belangrijkste verschil tussen gaschromatografie en vloeistrofchromatografie in deze context?&lt;br /&gt;
# We lossen 445 mg AlCl3 (133,34 g/mol) op in 200 mL water. Het kation complexeert volledig met water tot Al(H20)6(3+) en heeft zure eigenschappen: Ka(Al(H2O)6(3+) = 1,4 x 10^-5&lt;br /&gt;
(a) Bereken de pH als -log(H+).&lt;br /&gt;
(b) Wat is de molaire oplosbaarheid van zilver wanneer we aan deze oplossing 860 mg aan AgNO3 (169,873 g/mol) toevoegen (Ksp,AgCl)= 1,82 x 10^-8?&lt;br /&gt;
Houd bij de berekeningen steeds rekening met de ionische sterkte van de oplossingen. De effectieve diameter van gehydrateerd AI(H20)5(OH)2+ bedraagt 0.6 nm.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2014 VM===&lt;br /&gt;
# Wat bepaald of er een colloïdale of kristallijnen neerslag vormt? Omschrijf de oorsprong van de stabilisatie van een colloïdale neerslag en hoe men dergelijke neerslag kan behandelen om een filtreerbare neerslag te krijgen. Wat zijn de gevaren bij het wassen en hoe kunnen deze vermeden worden? Waarom is Fe(OH)3 of zijn waterige oxide niet filtreerbaar in gewone omstandigheden, en wat kan je eraan doen? Plaat de Fajansmethode in de context van deze vraag.&lt;br /&gt;
# Leid de eenvoudigste formule af om de pH te schatten van amfiprotische deeltjes NaHA met cNaHA.&lt;br /&gt;
# Scheiding door extractie: Leid een formule af om te berekenen wat de concentratie is na i extracties van component A in een bepaalde hoeveelheid waterige fase door middel van telkens dezelfde hoeveelheid organische fase te gebruiken. - Waarom gebruikt men bij ionenchromatografie een suppressorkolom? Omschrijf de werking adhv een voorbeeld. Geef de twee alternatieven voor een suppressorkolom (+uitleg).&lt;br /&gt;
# Gegeven is een oplossing van 50,0mL met 0.10M HCl en 0.10M H2SO3 met pKa1=1.23*10-2 en pKa2=6.6*10-8. Er wordt getitreerd met 0.20M NaOH (a) Teken de titratiecurve en beschrijf de samenstelling van elk gebied (zwakke base, amfiprotisch zout) (b) Bereken de pH na toevoegen van 37.5mL base. [Tip bij (b): gebruik de systematische methode, en zorg dat de relatieve fout op [H3O+] minder blijft dan 5%]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 Januari 2013 NM===&lt;br /&gt;
#wat is het verband tussen slitbreedte en kwalitatieve analyse?&lt;br /&gt;
#wat is de rol van strooilicht en niet effectief monochromatisch licht bij kwantitatieve analyse?&lt;br /&gt;
#bespreek de 3 methodes (continue variatie, mol-ratio en helling-ratio) om de stoichiometrie van een complex te bepalen aan de hand van de gegeven grafieken. Kunnen we hier nog andere informatie uithalen?&lt;br /&gt;
#leid 2 formules af die de titratiecurve van NaCl met AgNO3 beschrijven. Hoe gebruikt men ze?&lt;br /&gt;
#toon aan dat het equivalentiepunt steeds bij dezelfde pAg ligt&lt;br /&gt;
#geef 3 fysische methodes om het equivalentiepunt waar te nemen&lt;br /&gt;
# 0,1g H3PO4 (pKA&#039;s gegeven) wordt in 100 ml water opgelost en met 0,01M NaOH neutraal gemaakt. Wat zijn de molfracties aan H3PO4 en de geconjugeerde basen?&lt;br /&gt;
# Een staal bevat enkel KCl en FeCl2, molmassa&#039;s en totale zijn gegeven. Een Mohr-titratie wordt toegepast, gebruikte hoeveelheid AgNO3 en concentratie zijn gegeven. Bepaal de massa FeCl2 en het massapercentage aan Fe (atoommassa gegeven) in het staal.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 Januari 2012 NM===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Zuur/base&lt;br /&gt;
#* Differentierend / Leveling solvent&lt;br /&gt;
#* verband tussen Ka en Kb bij diprotisch afleiden&lt;br /&gt;
#* toon aan dat de alfa-waardes enkel afhankelijk zijn van de pH van de oplossing &lt;br /&gt;
#* afleiden titratiecurve van zwak zuur &amp;amp;amp; sterke base a.d.h.v. vorderingsgraad. Hoe stel je vanuit deze formule diegene op van een sterk zuur en een sterke base? Zelfde vraag voor polyprotisch zwak zuur en sterke base. &lt;br /&gt;
# Chromatografie &lt;br /&gt;
#* wat is de meest gebruikte gaschromatografie? wat is de andere?) &lt;br /&gt;
#* hoe kan je bij gaschromatografie kwalitatief en staal analyseren &lt;br /&gt;
#* leg uit hoe je bij kwantitatieve analyse hier interne standaard en standaardadditie toepast &lt;br /&gt;
#* twee detectoren: destructieve en niet-destructieve voor gaschromatografie. Leg bondig uit &lt;br /&gt;
# Oefeningen &lt;br /&gt;
#* een combinatie oefening van het bepalen van een concentratie tijdens een titratie en statistische methodes &lt;br /&gt;
#* wat is het effect op de ionische sterkte als je NaOH bij a) MgCl2 b) HCL c) CH3COOH doet. (bespreken)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 augustus 2011===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Beschouw titratie van een zwak zuur met een sterke base. Hoe bepaal de titratiecurve a.d.h.v. de vorderingsgraad. Geef de afleiding voor vorderingsgraad. Hoe zit het dan voor titratie van een sterk zuur met een sterke base?&lt;br /&gt;
# Instrumenten&lt;br /&gt;
#* Wat is het verschil tussen de concentratiebepaling bij fluorescentie, absorptie en chemoluminescentie? &lt;br /&gt;
#* Wat is een interferentiefilter? Geef de afleding voor de formule \lambda=2\eta t&lt;br /&gt;
#* leg uit: fotodiode en fotomultiplier&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# standaardoefening op selectief neerslagen (is het mogelijk om bv Sr2+ en Hf4+ neer te slaan door OH- toe te voegen&lt;br /&gt;
# ook standaard: geef verhouding van 2 ionen in oplossing, Ksp&#039;s, Ka enz gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 januari 2011 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(Misschien niet in die woorden,maar het kwam wel op deze vragen neer)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Chromatografie: &lt;br /&gt;
#*Wat is de plaathoogte, geef een definitie en leid de formule af.&lt;br /&gt;
#*Bespreek de plaathoogte ifv de stroomsnelheid van de mobiele fase. Met welke functie kan deze omschreven worden? Ontleed en bespreek de onderdelen van deze functie. Welke factor zorgt voor het verschil tussen de plaathoogte ifv de mobiele fase bij gas en bij vloeistof?&lt;br /&gt;
# Standaardadditie etc&lt;br /&gt;
#* Hoe wordt de enkelvoudige standaardadditiemethode gebruikt? Leid de formule af.&lt;br /&gt;
#* Bespreek bondig de interne standaardmethode. &lt;br /&gt;
#* Welke detectielimieten zijn er? Leid de formules af en bespreek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#oefening met Volhard-titratie.&lt;br /&gt;
#* 100.0ML staal, hoeveel miligram monochloroazijnzuur zit er in als je weet dat men het staal bewerkt met 1M NaOH zodat men een waterige oplossing van ClCh3COO- krijgt. Deze zuurt men aan en men voegt (concentratie gegeven) AgNO3 toe. De neerslag wordt afgefilterd en vervolgens voegt men 10.43 ml NH4SCN toe tot aan het neutralisatiepunt. Bij de blancotitratie moest men 22.98ml NH4SCN toevoegen.&lt;br /&gt;
#oefening met ionische sterkte&lt;br /&gt;
#* Wat is de oplosbaarheid van CaSO4 in 0.0333M Na2SO4? Bereken eerst de ionische sterkte van deze elektrolyt(dus alleen van Na2SO4) en bereken aan de hand van die waarde de oplosbaarheid van CaSO4.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2011 ===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
# Betrouwbaarheidsintervallen:&lt;br /&gt;
#* Verklaar volgende begrippen uit betrouwbaarheidsintervallen: s, Ïƒ, N, z, t, x Ì… (gem.), Âµ   (uitgebreid verklaren)&lt;br /&gt;
#* Leid één van de definities af voor een betrouwbaarheidsinterval, vetrekkende van de basisprincipes van de statistiek&lt;br /&gt;
#* We hebben in de cursus minstens twee lichtjes afwijkende versies van het betrouwbaarheidsinterval gezien, geef die en leg uit wanneer die worden gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verband met t-testen?&lt;br /&gt;
#Spectrofotometer: In een spectrofotometer wordt elektromagnetische straling met bepaalde golflengte Î» doorheen een oplossing van een analiet met goed gekozen solvent gestuurd. Vertrekkende van de bron is de intensiteit van de straling P, als het doorheen de cuvet (optische weglengte b) met alleen solvent is gepasseerd is de intensiteit P&#039;. Met precies één chromofoor in de oplossing heeft de uitgaande straal een intensiteit P&amp;amp;quot. Extinctiecoëfficiënt is Îµ(Î»)&lt;br /&gt;
#* Wat bedoelt men met goed gekozen solvent?&lt;br /&gt;
#* Is P=P&#039;? (motivatie)&lt;br /&gt;
#* Is concentratie c evenredig met P-P&amp;amp;quot; of met P&#039;-P&amp;amp;quot;? (leg uit adhv basisprincipes)&lt;br /&gt;
#* Wat is strooistraling? Wat zijn de gevolgen hiervan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een staal weegt 27,73mg en bestaat alleen maar uit KCl(MG 74,55) en FeCl2(MG 126,75). Met de Mohrmethode is er 18,48mL nodig van een 0,02237M AgNO3-oplossing om het chloride te neutraliseren. Bepaal massa van FeCl2 en massapercent van ijzer in het staal. (oplossing: 0,01761g en 27,98%)&lt;br /&gt;
# Bereken molaire oplosbaarheid van Ag3PO4 (Ksp=2,8E-18) gebufferd bij pH 6. De 3 Ka&#039;s van fosforzuur zijn gegeven. (oplossing 1,40E-3 M)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Omschrijf aan de hand van een voorbeeld de termen precisie en nauwkeurigheid. Wat is hun oorsprong in de analytische scheikunde en tot welke types van fout en corresponderende mathematisch termen geven ze aanleiding?&lt;br /&gt;
# Gegeven oplossing van AgCl-neerslag in evenwicht met een bepaalde analytische concentratie aan KCl. Leid de formule af die de oplosbaarheid van AgCl geeft in functie van de analytische concentratie aan KCl. Bespreek het resulaat aan de hand van een grafiek. (Die 4 reactievergelijkingen krijg je ook gegeven)&lt;br /&gt;
# Bespreek de meest voorkomende detectoren in optische instrumenten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefening:&lt;br /&gt;
# Hoe maak je een buffer van 1L met een pH van 9,6 wanneer je 0,200M HCl gebruikt en 0,300M Na2CO3. (Ka1 en Ka2 van H2CO3 ook gegeven)&lt;br /&gt;
# Teken kwalitatief de titratiecurve van een mengsel van Na2CO3 en HCO3- met een sterk zuur. Duid ook de delen aan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 januari 2009 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Gauss-distributie:&lt;br /&gt;
#* Omschrijf met woorden een Gauss-distributie. Welke factoren bepalen een Gauss-distributie?&lt;br /&gt;
#* Definieer standaardfout. Waarom is de standaardfout steeds kleiner dan de standaarddeviatie?&lt;br /&gt;
#* Voor een Gauss-distributie, wat is de kans dat een meting gelegen is tussen 0 en +1Ïƒ, tussen +1Ïƒ en +2Ïƒ? Wat is de kans dat een meting buiten de limieten Â±2Ïƒ van het gemiddelde gelegen is en kleiner is dan Î¼-2Ïƒ?&lt;br /&gt;
# Leid de formule af die toelaat om aan de hand van de vorderingsgraad de titratiecurve op te stellen voor een oplossing die Cl- bevat. Hoe moet deze formule gebruikt worden?&lt;br /&gt;
# Bespreek de verschillende aspecten van HPLC, aan de hand van de volgende vragen:&lt;br /&gt;
#*Gradiënt- en isocratische elutie.&lt;br /&gt;
#*Partitiechromatografie (normale en omgekeerde fase).&lt;br /&gt;
#*Ionenuitwisselingschromatografie (suppressorkolommen).&lt;br /&gt;
#*Size exclusion chromatografie (gelfiltratie en gelpermeatie).&lt;br /&gt;
#*Affiniteitschromatografie.&lt;br /&gt;
#*Chirale chromatografie.&lt;br /&gt;
Oefening (3 delen):&lt;br /&gt;
* Berekenen van standaarddeviatie en CV.&lt;br /&gt;
* Iets van oplosbaarheid.&lt;br /&gt;
* Titratiecurve opstellen voor 3 basen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Wat is het verband tussen betrouwbaarheidsintervallen en de z- en t-test?&lt;br /&gt;
# Bespreek de wet van Beer qua afleiding, toepassing en beperkingen.&lt;br /&gt;
# Chromatografie. Wat is de plaathoogte van een kolom en hoe wordt deze beÃ¯nvloed door de stroomsnelheid van de mobiele fase?&lt;br /&gt;
Oefening:&lt;br /&gt;
# Bereken de pH voor de titratie van 50,0 mL van een 0,10 M ethyleendiamine-oplossing met een 0,20 M oplossing van HCl na toevoegen van de volgende hoeveelheden zuur: &lt;br /&gt;
a) 0,0 mL HCl&lt;br /&gt;
b) 37,5 mL HCl&lt;br /&gt;
c) 50,0 mL HCl&lt;br /&gt;
Verantwoord steeds eventueel gemaakte benaderingen in je berekeningen. &lt;br /&gt;
Teken kwalitatief de titratiekurve en omschrijf de samenstelling van de oplossing in de verschillende gebieden (bv. Buffer van X en Y, sterk zuur Z, ...)&lt;br /&gt;
Voor Ethyleendiamine (H2NCH2CH2NH2 afgekort B) zijn de numerieke waarden van de opeenvolgende zuurdissociatieconstanten van BH2(2+) als volgt. Ka1 = 1,42 x 10^-7 en Ka2 = 1,18 x 10^-10&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Gran Plot vraag.&lt;br /&gt;
# Moleculaire Fluoriscentie vraag.&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid AgCl met concentratie aan KCl.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# De Volhard titratie wordt algemeen aangeraden voor de analyse van het heptachloor insecticide C10H5Cl7. Er is geen chloride of chloor in de matrix aanwezig. Het percentage van heptachloor wordt gegeven door: %hepatachloor = ((mlAg x cAg - mlSCN x cSCN) x 37.33)/staalmassa. Wat zegt deze berekening over de stoechimoterie van deze titratie (m.a.w. hoeveel chloride-ionen per molecule heptachloor reageren met 1 AgNO3)M = 373,22 g/mol?&lt;br /&gt;
# Bereken de oplosbaarheid van Mg(OH)2 in een 0.0167M oplossing van Ba(NO3)2 door gebruik te maken van:&lt;br /&gt;
#*Activiteiten.&lt;br /&gt;
#*Molaire concentraties.&lt;br /&gt;
#*Bereken ook de procentuele fout die gemaakt wordt door geen rekening te houden met de activiteiten. Ksp Mg(OH)2 = 7.1x10^-12 Neerslag Ba(OH)2 mag je verwaarlozen (tabel activiteitscoeffictien en ionische sterkte gegeven).&lt;br /&gt;
# Schrijf de uitdrukking voor [H3O+] in functie van enkele andere evenwichtscocentraties voor een 0.01M oplossig van HCl die in evenwicht is met een overmaat aan vast BaSO4.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek soorten gevoeligheid+detectielimiet.&lt;br /&gt;
# Mengsel van NaOH NaHCO3 en Na2CO3.&lt;br /&gt;
# Kwantitatieve en kwalitatieve analyse bij gaschromatografie.&lt;br /&gt;
Oefening:&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid van MnS in buffer (Ka&#039;s en conc. H30+ gegeven).&amp;lt;/text&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Larsceulemans</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Chemische_Thermodynamica&amp;diff=1910</id>
		<title>Chemische Thermodynamica</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Chemische_Thermodynamica&amp;diff=1910"/>
		<updated>2020-01-17T11:02:55Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Larsceulemans: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Zowel gevolgd door chemie als biochemie, tegenwoordig in het derde jaar voor biochemie en tweede jaar chemie. Een &#039;mondeling&#039; examen met schriftelijke voorbereiding. In theorie want in praktijk verloopt het examen zonder veel woorden. De examenstructuur is altijd dezelfde: 3 theorievragen en 2 oefeningen, waarvan één altijd gaat over entropieverandering. Sinds 2012-2013 komt één van de theorievragen uit één van de artikels die je vooraf moest lezen, enkel deze vraag wordt mondeling besproken.&lt;br /&gt;
Het vak wordt gedoceerd door professor Thierry Verbiest, oefenzittingen werden vroeger gegeven door de zo mogelijk nog sympathiekere Maarten Vanbel.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 januari 2020 VM===&lt;br /&gt;
# Wat is CMC en geef de verandering in enthalpie bij micelvorming.&lt;br /&gt;
# Oef: opwarming van een gas tegen constante druk (Cp gegeven). Bereken warmte, verandering in U en H.&lt;br /&gt;
# Oef: bereken de verandering in entropie bij opwarming.&lt;br /&gt;
# chemische potentiaal bij osmose afleiden. Hoe kan dit gebruikt worden om de molecuulmassa van polymeren te weten?&lt;br /&gt;
# klassieke nucleatietheorie&lt;br /&gt;
===13 januari 2020 NM===&lt;br /&gt;
# Vuurpomp&lt;br /&gt;
# Oef: P2 en deltaG berekenen&lt;br /&gt;
# Oef: deltaS berekenen&lt;br /&gt;
# Chemische potentiaal voor zuivere vloeistof en voor mengsel geven. Wet van Raoult en Henry bespreken met een grafiek.&lt;br /&gt;
# Membraanpotentiaal en Donnanpotentiaal. Bespreek het verschil. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 januari 2020 VM===&lt;br /&gt;
# Vuurpomp&lt;br /&gt;
# Oef: bereken q S en H bij isotherm&lt;br /&gt;
# Oef: bereken q, U en G bij isobaar opwarmen gas&lt;br /&gt;
# Schets fasediagramma van 2 stoffen A en B die slecht mengbaar zijn in vaste fase en goed mengbaar in vloeistoffase. Gibbs faseregel + leg uit&lt;br /&gt;
# mengsel ideale oplossing formules afleiden + wet van Raoult (grafiek)&lt;br /&gt;
===25 januari 2019 NM===&lt;br /&gt;
# Vuurpomp&lt;br /&gt;
# Oef: dSsyst berekenen bij water gaat van ijs naar vlo (een oef uit oefenzitting 3 met ijs)&lt;br /&gt;
# Oef: H U q berekenen bij gegeven T1 T2 p1 en Cp&lt;br /&gt;
# Bespreek chemisch pot van mengsel ideale gassen en ideale vlo&lt;br /&gt;
# Oppervlakteverschijnselen: young-Laplace + vergelijking waarom dat oppervlaktespanning daalt als C opp stijgt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2019 NM===&lt;br /&gt;
Zelfde als voormiddag, maar carnot cyclus vervangen door proteïne denaturatie + stabiliteitscurve&lt;br /&gt;
===18 januari 2019 VM===&lt;br /&gt;
# Artikel over proteïne&lt;br /&gt;
# Oefening: Kp gegeven bij twee temperaturen. Bereken delta G, H en S.&lt;br /&gt;
# Oefening: 2 mol gas ondergaat isotherme compressie. T, p1 en delta S gegeven. Bereken einddruk en delta G. &lt;br /&gt;
# Bespreek carnot cyclus (teken p-V diagram, bereken voor elke stap W, q, U en entropie verandering, toon aan dat U en S voor de hele reactie gelijk aan 0 zijn, bereken efficiëntie)&lt;br /&gt;
# Oppervlakteverschijnselen: young-Laplace + vergelijking waarom dat oppervlaktespanning daalt als C opp stijgt.&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 januari 2019 NM===&lt;br /&gt;
# Vuurpomp&lt;br /&gt;
# Oefening over een monoatomisch gas dat isotherm wordt samengedrukt, waardoor de entropie daalt. &lt;br /&gt;
#* Wat is de einddruk?&lt;br /&gt;
#* Wat is de delta G?&lt;br /&gt;
# Oefening over mengsels (zoals gezien in de les). Moleculaire massas en dichtheden gegeven.&lt;br /&gt;
#* Hoeveel volume water en methanol moet men mengen om een bepaalde samenstelling te krijgen&lt;br /&gt;
# Toon aan dat de entropie gelijk is aan 0 voor een reversibel proces bij fasetransities (bv smelten). Toon ook aan dat dit verschillend is van 0 voor een irreversibel proces&lt;br /&gt;
# Leid de formule van Clapeyron af en toon dit aan voor smelten en verdampen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 januari 2019 VM===&lt;br /&gt;
#Vuurpomp&lt;br /&gt;
#Oefening over een ideaal gas dat reversibel isotherm wordt geëxpandeerd. T, V1, V2 gegeven. Bereken deltaH, deltaU, deltaG, deltaA, q en W. &lt;br /&gt;
#Oefening over een ideaal gas dat isotherm wordt geëxpandeerd. Bereken deltaS van universum, systeem en omgeving in reversibele en irreversibele omstandigheden. V1, V2 en temperatuur gegeven. Voor irreversibele voorwaarden bij een constante externe druk van 0.1 atm. &lt;br /&gt;
#Colligatieve eigenschappen &lt;br /&gt;
#*Uitleggen en grafiek geven, wat doet de opgeloste stof met het chemisch potentiaal van de vloeistof? &lt;br /&gt;
#*Bespreek kookpuntsverhoging&lt;br /&gt;
#*Bespreek osmose&lt;br /&gt;
#Mengsels van vloeistoffen &lt;br /&gt;
#*Leidt een uitdrukking af voor de chemische potentiaal van mengsels van ideale oplossingen &lt;br /&gt;
#*Hoe zit dit voor reële vloeistoffen? (+grafiek)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===1 februari 2018===&lt;br /&gt;
#vuurpomp&lt;br /&gt;
#vraag over donnanpotentiaal&lt;br /&gt;
#vraag over mengsels&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 januari 2018===&lt;br /&gt;
#Proteinevouwing&lt;br /&gt;
#Carnot cyclus&lt;br /&gt;
#Oppervlakteverschijnselen: young-Laplace + vergelijking waarom da oppervlaktespanning daalt als C opp stijgt.&lt;br /&gt;
#entropie oef&lt;br /&gt;
#verdampingsenthalpie, kookpunt, verdampingsentropie en ebullioscopische cte.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2018 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Vuurpomp uitleggen&lt;br /&gt;
# 1 mol gas word isotherm ontspannen, bepaal q, W, delta U, entropie van omgeving en systeem voor een reversibel en irreversibel geval&lt;br /&gt;
# gas wordt opgewarmd, bepaal molaire entropie verandering&lt;br /&gt;
# chemische potentiaal van vloeistoffen: ideale en reële mengsels, wet van Raoult en wet van Henry&lt;br /&gt;
# denaturatie van proteïnen: formule voor delta G in functie van temperatuur afleiden, curve schetsen en grondig bespreken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2018===&lt;br /&gt;
# Vuurpomp&lt;br /&gt;
# 1 mol ideaal gas: expansie van 20L tot 200L bij 300K. Gevraagd: entropieverandering van systeem, omgeving en universum voor: &lt;br /&gt;
#* a. Reversibel&lt;br /&gt;
#* b. Irreversibel bij 0.1 atm buitendruk&lt;br /&gt;
# Gevraagd: de verandering in molaire entropie bij verwarming van stikstofgas van 25°C tot 1000°C bij constante druk. ( Gegeven: Cp = 26.9835 + 5.9622*10(^-3) T – 377*10(^-7) T(^2) )&lt;br /&gt;
# Beschouw de reactie 3A+2B &amp;lt;=&amp;gt; C+2D. &lt;br /&gt;
#* Leid het verband van de standaard Gibbsfunctie en de evenwichtsconstante af. En wat met reële gassen? (1.5p)&lt;br /&gt;
#* Toon de drukonafhankelijkheid aan (1p)&lt;br /&gt;
#* Toon de temperatuursafhankelijkheid aan (1.5p)&lt;br /&gt;
# Beschouw F(folded) &amp;lt;=&amp;gt; U(unfolded). &lt;br /&gt;
#* Leid deltaG in functie van de temperatuur af (1.5p)&lt;br /&gt;
#* schets de stabiliteitscurve en bespreek gronding (2.5p)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Vuurpomp uitleggen&lt;br /&gt;
# Oefening op entropie met isotherme compressie ---&amp;gt; bepaal einddruk en delta G&lt;br /&gt;
# Oefening partieel molaire volumes&lt;br /&gt;
# Entropie voor fasetransities afleiden&lt;br /&gt;
# Clausius-Clapeyronvgl. afleiden en toepassen voor smelten en verdampen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 3 februari 2017 NM ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Artikel over proteïne (4 ptn): Welke interacties spelen een rol bij de opvouwing van een bêta-hairpin? Hoe dragen deze interacties bij aan de enthalpieverandering van het opvouwingsproces? Gebruik tabel 1. (gegeven)&lt;br /&gt;
#*Bijvragen: hij heeft een klokcurve op zijn blad getekend: hoe beïnvloed Cp de curve? (breder). Draagt water meer bij aan de opvouwing van de hairpin dan methanol? De opvouwing van de hydrofobe zijketens, hoe noemen we dit effect? (hij doelt op hydrofoob effect).&lt;br /&gt;
# Oefening (2 ptn): gegeven: 1 mol, temperatuur 767°C verhogen naar 1027°C, druk gaat van 1 atm naar 6 atm, molaire Cv = 3/2 R. Bereken de enthalpieverandering en de entropieverandering. &lt;br /&gt;
# Oefening (2 ptn): gegeven: 3 mol, temperatuur 27°C, de reactie is isotherm, druk gaat van 1 atm naar 5 atm. Bereken de verandering in vrije energie.&lt;br /&gt;
# Carnot-cyclus:&lt;br /&gt;
#* Teken het p-V en S-T diagram. (1,5 ptn)&lt;br /&gt;
#* Bereken voor elke stap w, q, U en entropieverandering. (1,5 ptn)&lt;br /&gt;
#* Toon aan dat de totale U en totale entropieverandering nul is. (1ptn)&lt;br /&gt;
# Chemisch potentiaal mengsels (gas en vloeistof)&lt;br /&gt;
#* Bespreek de verandering in Gibbs en entropie bij het mengen van ideale gassen. (1,6 ptn)&lt;br /&gt;
#* Doe dit ook voor ideale vloeistoffen. (1,2 ptn)&lt;br /&gt;
#* Kan je hetzelfde besluiten voor vloeistoffen en gassen? Bespreek dit. (1,2 ptn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 27 januari 2017 NM ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Artikel over proteïne&lt;br /&gt;
# Oefening tripelpunt en kooktemperatuur&lt;br /&gt;
# Oefening entropie berkenen&lt;br /&gt;
# Chemisch potentiaal mengsel vloeistoffen, uitdrukking G en aantonen dat het entropie gedreven is&lt;br /&gt;
# Kinetisch gasmodel en fotongas&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 27 januari 2017 VM ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Artikel over proteïnen&lt;br /&gt;
# Geef q, U en W voor volgende processen met ideale gassen&lt;br /&gt;
#* isotherme expansie in vacuum&lt;br /&gt;
#* adiabatische expansie in vacuum&lt;br /&gt;
#* isotherme expansie tegen constante druk&lt;br /&gt;
#* adiabatische expansie tegen constante druk&lt;br /&gt;
#* reversibele isotherme expansie&lt;br /&gt;
#* reversibele adiabatische expansie&lt;br /&gt;
#* isochoor proces (weet niet meer exact)&lt;br /&gt;
# Chemische potentiaal kort uitleggen, geef afleiding metaal/metaalion electrode&lt;br /&gt;
# Oefening triplepunt en kooktemperatuur&lt;br /&gt;
# Oefening entropie berekening&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 januari 2017 NM ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Vuurpomp vertrekkende van de eerste hoofdwet van de thermodynamica&lt;br /&gt;
#entropie (van systeem, universum en omgeving) als je een gas opwarmt van 768 tot 1028 K en samendrukt door het veranderen van de druk van 1 atm tot 6 atm. je mocht dit beschouwen als een reversibel proces. Wat is de entropie?&lt;br /&gt;
#een mol gas (argon) ontspant zich bij 273K adiabatisch van 1L naar 10L, wat is de eindtemperatuur? gebruik voor warmtecapaciteit C(v)= 3/2R&lt;br /&gt;
#leidt een formule af voor chemische potentiaal bij het mengen van twee stoffen. leidt dan ook de gibbsfunctie af en toon aan dat dit entropisch gedreven is.&lt;br /&gt;
#Toon aan dat stoffen aan de oppervlakte van een stof de oppervlaktespanning doen dalen. Leidt de formule van Young-Laplace af.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2017 VM ===&lt;br /&gt;
#Werking van de vuurpomp beschrijven m.b.v. de eerste hoofdwet van de thermodynamica.&lt;br /&gt;
#Bereken een reactie-enthalpie bij 1000K (de reactie en de reactie-enthalpie bij 298K is gegeven).&lt;br /&gt;
#Een gas bij 25°C wordt verwarmd bij constante druk tot het verdubbeld is in volume. Bereken de verandering in enthalpie, entropie en vrije energie.&lt;br /&gt;
#Mengen van ideale gassen, formule afleiden. (en nog dingen maar die ben ik vergeten omda ik ze nie kon :&#039;( )&lt;br /&gt;
#Leid de Clapeyron af en pas toe op Vast-Vloeistof en Vloeistof-Damp.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 januari 2016 NM ===&lt;br /&gt;
#vuurpomp&lt;br /&gt;
#colligatieve eigenschappen, kookpuntsverhoging, osmose&lt;br /&gt;
#clapeyron afleiden en toepassen op smelten en verdampen&lt;br /&gt;
#entropie (sys, omg, univ) berekenen reversibel, irreversibel en enthalpie van systeem berekenen met T1, T2, Cp gegeven&lt;br /&gt;
#entropie, enthalpie en inwendige energie berekenen waarbij een systeem verwarmd word tot het volume verdubbelt is met P constant en Ti, P en n gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2016 (VM) ===&lt;br /&gt;
#Het artikel over het vouwen van eiwitten bespreken.&lt;br /&gt;
#De dampspanning van een zuivere stof op twee verschillende temperaturen krijg je. Bereken de verdampingsenthalpie, ebullioscopische constante (molaire massa gegeven.), de temperatuur waarop de vloeistof verdampt en de entropie van dit proces. &lt;br /&gt;
#Een (zeer eenvoudige) oefening waarin de entropie moet berekend worden van een expansie.&lt;br /&gt;
#Bespreek de carnot cyclus.&lt;br /&gt;
#De laplace vergelijking uitleggen en verklaren waarom stoffen die aan het oppervlakte opstapelen de oppervlaktespanning verlagen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 januari 2016 NM ===&lt;br /&gt;
Hetzelfde als 11 januari VM&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 januari 2016 VM ===&lt;br /&gt;
#vuurpomp (opdracht)&lt;br /&gt;
#tripelpunt oefening: gegeven temperatuur bij tripelpunt, Pvap(T1), Pvap(T2) te berekenen enthalpie(vap), kooktemp. bij normaaldruk en druk op tripelpunt.&lt;br /&gt;
#entropie en enthalpie bij reversibel en irreversibel oefening: gegeven T1, T2, Cp&lt;br /&gt;
#colligatieve eigenschappen bespreken (wat is het + invloed van de opgeloste stof op de chemische potentiaal van de vloeistof) en kookpuntsverhoging en osmose&lt;br /&gt;
#elektrochemische potentiaal en metaal/metaalionelectrode + Nernstvergelijking (kort) afleiden + (heel kort) bespreken hoe enthalpie en entropie bepaald kan worden uit elektrochemie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 januari 2015 (NM) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# 1. Dat vuur pomp stuff.&lt;br /&gt;
# 2. Bereken tripel punt shit.&lt;br /&gt;
# 3. Wat met entropie spelen n stuff.&lt;br /&gt;
# 4. Een of ander carnot cyclus... komt dat iemand bekend voor?&lt;br /&gt;
# 5. Wat shit met oppervlakte spanning en Young en een van zijn Franse maatjes afleiden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2014 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# vraag over enthalpie bij peptide vouwen, vraag 1 van da document&lt;br /&gt;
# Oefening om enthalpie te bereken bij 1000K terwijl de enthalpie is gegeven bij 298K van een reactievgl&lt;br /&gt;
# Entropie berekening voor irreversibel en reversibel proces &lt;br /&gt;
# leidt de formule van de oppervlaktespanning af, bewijs dat stoffen die de oppervlaktespanning verlagen de nijging hebben om zich aan de oppervlakte op te stapelen, Leidt de vergelijking van Young-dupre af&lt;br /&gt;
# leg te elektrochemische potentiaal uit( gewoon de vergelijking uitleggen), leg membraanpotentiaal uit, leg metaal/metaan-ion elektrode uit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 januari 2013 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Bespreek de electrochemische potentiaal en pas dit toe op een metaal/metaalionelektrode.&lt;br /&gt;
# Toon aan dat een adiabatische expansie kan leiden tot mistvorming in een erlenmeyer (artikel).&lt;br /&gt;
# Oefening: bepaling van de molaire entropieverandering bij verwarmen en compresseren. Warmtecapaciteit bij constant volume is geggeven.&lt;br /&gt;
# Oefening: bereken delta H bij 1000 K van de reactie: CO + H2O -&amp;amp;gt; CO2 + H2. delta H bij 298 K is gegeven, als ook de Cp&#039;s van de stoffen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 januari 2013 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# bewijs: bij adiabatisch proces is p1V1^(lambda)=p2V2^(lambda)&lt;br /&gt;
# bespreek de rol van enthalpie en entropie bij het hydrofoob effect&lt;br /&gt;
# bepaling van de tempperatuursverandering bij adiabatische compressie (begin- en einddruk, begintemp gegeven)&lt;br /&gt;
# bepaling van delta U en delta H bij een opwarming bij constante druk (cv, massa, molaire massa en begin- en eindtemp gegeven)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2013 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Toon aan dat de gemiddelde kinetische energie van een mol gas gelijk is aan 3/2 RT&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe een adiabatische expansie kan leiden tot mistvorming in een erlenmeyer (vraag uit artikel).&lt;br /&gt;
# Oefening: entropieverandering van 298 K en 2 atm naar 233 K en 0.4 atm. Warmtecapaciteit bij constant volume is gegeven.&lt;br /&gt;
# Oefening: geef temperatuur en druk bij het tripelpunt van een bepaalde stof, twee vergelijkingen met p en T zijn al gegeven, je moet alleen nog maar het stelsel van twee vergelijkingen en twee onbekenden oplossen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 3 feb 2012 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Geef het verschil tussen een isotherme en een adiabatische expansie. &lt;br /&gt;
# Toon aan dat de gemiddelde kinetische energie van een mol gas gelijk is aan 3/2 RT&lt;br /&gt;
# Oefening: entropieverandering van 298 K en 2 atm naar 233 K en 0.4 atm&lt;br /&gt;
# Oefening: geef temperatuur en druk bij het tripelpunt van een bepaalde stof, twee vergelijkingen met p en T zijn al gegeven, je moet alleen nog maar het stelsel van twee vergelijkingen en twee onbekenden oplossen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 27 jan 2012 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Toon aan dat stoffen die de oppervlaktespanning verlagen, de neiging hebben om zich aan het oppervlak op te stapelen.&lt;br /&gt;
# Leg uit, elektrochemische potentiaal en pas toe op de membraanpotentiaal.&lt;br /&gt;
# Oefening op entropieverandering&lt;br /&gt;
# Bereken q, U en H bij verwarming bij constante druk.&lt;br /&gt;
=== 20 jan 2012 VM ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Bespreek osmose (bijvragen: geldt deze formule altijd, hoe aanpassen voor grotere C, hoe noem je dit?)&lt;br /&gt;
# Geef de formules voor de warmte, arbeid en verandering in inwendige energie voor volgende processen met ideale gassen:&lt;br /&gt;
#* isotherme expansie in vacuÃ¼m&lt;br /&gt;
#* adiabatische expansie in vacuÃ¼m&lt;br /&gt;
#* isotherme expansie tegen constante druk&lt;br /&gt;
#* adiabatisch expansie tegen constante druk&lt;br /&gt;
#* reversibele isotherme expansie&lt;br /&gt;
#* reversibele adiabatische expansie&lt;br /&gt;
#* (bijvraag: een stok met aan het uiteinde een stuk katoen in een omhulsel duwen (past perfect): hierna brandt het katoen, hoe verklaar je dit?)&lt;br /&gt;
# Oef: zie oef 3 bij oude examenvragen&lt;br /&gt;
# Oef: zie oef 7 bij oude examenvragen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 jan 2012 VM ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Geef de carnotcyclus en bespreek U, w &amp;amp;amp; q bij elk proces&lt;br /&gt;
# Bespreek de electrochemische potentiaal en leg uit a.d.h.v. een metaal/metaalionelektrode.&lt;br /&gt;
# Oefening over verandering Gibbs van reactie bij 1298K als Cp, H &amp;amp;amp; S van alle reagentia en producten gegeven bij 298K &lt;br /&gt;
# Oefening over entropieverandering van expansie (systeem, omgeving, universum) zowel a) reversibel b) irreversibel bij uitwendige druk van 0,1Atm&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 jan 2011 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Bespreek osmose en hoe kan je hieruit molecuulgewicht bepalen (3de keer!!!)&lt;br /&gt;
#Bespreek membraanpotentiaal&lt;br /&gt;
#IJs wordt van -10Â°C tot +10Â°C verwarmd: wat is de entropietoename &amp;amp;lt;u&amp;amp;gt;van het systeem&amp;amp;lt;/u&amp;amp;gt;? (enthalpie en warmtecapaciteiten gegeven)&lt;br /&gt;
#Bereken eindtemperatuur, q, W en U van een reversibele adiabatische compressie van 28l naar 10l. (C&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;v&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; = 5/2R)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 jan 2011 VM ===&lt;br /&gt;
# Geef de carnotcyclus en bespreek U, w &amp;amp;amp; q bij elk proces&lt;br /&gt;
# Bespreek de electrochemische potentiaal en leg uit a.d.h.v. een metaal/metaalionelektrode.&lt;br /&gt;
# Oefening over verandering inwendige energie (delta U)&lt;br /&gt;
# Oefening over entropieverandering&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 jan 2011 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Bespreek osmose en leg uit hoe je hieruit molecuulgewichten kunt bekomen &lt;br /&gt;
# Clapeyron afleiden + toepassen op fasediagramma (m.a.w. vgl vast-&amp;amp;gt; vl., vl. -&amp;amp;gt; gas en vast -&amp;amp;gt; gas berekenen)&lt;br /&gt;
# Oefening over entropieverandering &lt;br /&gt;
# Oefening over verandering in gibbsfunctie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2010 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# bespreek de adiabatische expansie &lt;br /&gt;
# bespreek osmose en geef een toepassing &lt;br /&gt;
# oefening over entropieverandering &lt;br /&gt;
# oefening over verandering in gibbsfunctie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 jan 2010 VM ===&lt;br /&gt;
# Bespreek het kinetischgasmodel en de gemiddelde Etr.&lt;br /&gt;
# Bespreek de electrochemische potentiaal en leg uit a.d.h.v. een metaal/metaalionelektrode.&lt;br /&gt;
# ?&lt;br /&gt;
# ?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 jan 2010 NM ===&lt;br /&gt;
# Toon aan met formules dat een stof die de oppervlaktespanning verlaagt de neiging heeft om zich aan het oppervlak op te stapelen.&lt;br /&gt;
# Bewijs dat de totale entropie voor een Carnotcyclus gelijk is aan nul.&lt;br /&gt;
# Entropieverandering berekenen van gas bij bepaalde gebeurtenis.&lt;br /&gt;
# Veranderingen in U en H berekenen bij de opwarming van een ideaal gas bij constante druk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 jan 2009 ===&lt;br /&gt;
# Clapeyron afleiden+toepassen op vloeibaar-gas.&lt;br /&gt;
# Kookpuntverhoging.&lt;br /&gt;
# Adiabatische compressie van een gas met de volumes en de begin T en de Cv gegeven.&lt;br /&gt;
# Entropieverandering van 25 C naar 1000 C met Cv gegeven.&lt;br /&gt;
=== 16 jan 2009 ===&lt;br /&gt;
# bij mengen verandering in gibbs, entropie, enthalpie en volume&lt;br /&gt;
# carnot bespreken, q, W en U bij elk proces, en efficientie berekenen&lt;br /&gt;
# verandering in entropie berekenen wanneer een ideaal gas expandeert van 1l bij 12K naar 2l bij 24K &lt;br /&gt;
# verandering in enthalpie en inwendige energie berekenen van een reactie, enkele vormingsenthalpieën gegeven en een verbrandingsenthalpie, en we mochten veronderstellen dat de gassen ideaal waren&lt;br /&gt;
=== 21 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
# clayperon+ toep. op verdampen&lt;br /&gt;
# kookpuntsverhoging bespreken&lt;br /&gt;
# adiabatische expansie 1L naar 10L, Ti = 273K, bereken eindtem Cv gegeven&lt;br /&gt;
# compresie van 1atm naar 2atm en verwarmen van 300k naar 1000k. Cp gegeven. bereken entropieverandering.&lt;br /&gt;
=== 21 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
# geef de carnotcyclus en bespreek U, w &amp;amp;amp; q bij elk proces&lt;br /&gt;
# Bespreek de membraam potentiaal&lt;br /&gt;
# adiabtische compressie gas (1 mol) van 48,4l naar 44,4 l en begin temp = 0Â°C. Eindtemperatuur berekenen&lt;br /&gt;
# entropieverandering van verwarmen gas 25Â°C--&amp;amp;gt;1000Â°C. Cp gegeven&lt;br /&gt;
=== 18 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
# druk en temperatuursafhankelijkheid van evenwichtsconstante&lt;br /&gt;
# isotherme en adiabatische expansie van een ideaal gas bespreken&lt;br /&gt;
# inwendige energie berekenen, vormingsenthalpie en temperatuur gegeven&lt;br /&gt;
# enthalpie en entropie berekenen van faseovergang van water bij T = 263K, H(273K) gegeven en Cp&#039;s gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
# clapeyron afleiden en toepassen op vast/vloeistof&lt;br /&gt;
# osmose bespreken&lt;br /&gt;
# vormingsenthalpie berekenen bij 125Â°C van HBr uit H2 en Br2. met de HfÂ°bij 25Â°C gegeven. bereken ook de inwendige energieverandering. (Cp ook gegeven dacht ik (iemand die nog exact weet?) )&lt;br /&gt;
# entropieverandering bij 1 mol ideaal gas met T1= 12K, T2= 24K en V1=1L en V2=2L. en Cv = 3/2 R&lt;br /&gt;
=== 14 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
# twee ideale gassen, bepaal deltaG, S, H, V na mengen&lt;br /&gt;
# kookpuntsverhoging bespreken&lt;br /&gt;
# CO(g) + H20 (g) =&amp;amp;gt; CO2(g) + H2(g) delta H (298K) = -10 kcal. zoek delta H (1000K) Cp&#039;s gegeven&lt;br /&gt;
# bespreek de carnotcyclus in een STdiagramma&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 aug 2008 ===&lt;br /&gt;
# mengen van ideale gassen, bespreek delta G, delta H, delta S, delta U en delta V&lt;br /&gt;
# geef q, U en W voor volgende processen met ideale gassen&lt;br /&gt;
#* isotherme expansie in vacuum&lt;br /&gt;
#* adiabatische expansie in vacuum&lt;br /&gt;
#* isotherme exp tegen constante druk&lt;br /&gt;
#* adiab exp cte P&lt;br /&gt;
#* reversibele isoth exp&lt;br /&gt;
#* rev adiab exp&lt;br /&gt;
# ideaal gas bij 12K en 1L, bereken delta S bij het omzetten naar 24K en 2L. C=2/3R &lt;br /&gt;
=== 29 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
# bespreek de druk- en temperatuursafh van de evenwichtsconstante&lt;br /&gt;
# de henryconstante van CO2 in H2O is 1,...*10^6, die in benzeen 8,...*10^4. In welke stof is CO2 het best oplosbaar?&lt;br /&gt;
# Een oefening waarbij een ideaal gas van T en V veranderd. Bereken DeltaS.&lt;br /&gt;
=== 23 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
# bespreek osmose&lt;br /&gt;
# oefening waar ge bij reversibele isotherme compressie U, q, H en W moet berekenen&lt;br /&gt;
# een ideaal gas gaat van T1-&amp;amp;gt;T2 en V1-&amp;amp;gt; V2. Laat zien dat geldt: Delta S= Cv. ln(T2/T1)+n.R. ln(V2/V1) Cv mag onafhankelijk van de temperatuur genomen worden. &lt;br /&gt;
=== 20 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
# Geef de afleiding voor de vergelijking van clapeyron en pas dit toe op smelten&lt;br /&gt;
# Geef een S-T diagramma van de Carnotcyclus&lt;br /&gt;
# Bereken deltaH bij 1000K, je kreeg deltaH(298), de reactie en alle Cp&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
# het mengen van ideale gassen. Bespreek de gibs functie de entalpie, entropie, en volume verandering.&lt;br /&gt;
# de carnot cyclus wordt meestal weergeven in een pv-diagrama, geef hem nu weer in een TS-diagramma&lt;br /&gt;
=== 18 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
# bewijs dat de evenwichtsconstante niet drukafhankelijk is, maar wel temperatuursafhankelijk&lt;br /&gt;
# bewijs volgende uitdrukking voor de entropieverandering van een gas dat van temperatuur en volume verandert:&lt;br /&gt;
#: deltaS = Cv*ln(T2/T1) + nR*ln(V2/V1)&lt;br /&gt;
Oefening:&lt;br /&gt;
# bereken molecuulmassa van een proteïne&lt;br /&gt;
# oplossing en osmotische druk gegeven, bereken ??&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Larsceulemans</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Algemene_Natuurkunde_II&amp;diff=1836</id>
		<title>Algemene Natuurkunde II</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Algemene_Natuurkunde_II&amp;diff=1836"/>
		<updated>2020-01-13T12:32:32Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Larsceulemans: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Vervolgvak op Algemene natuurkunde I. Vanaf het academiejaar 2009-2010 gedoceerd door prof Wübbenhorst.(&#039;&#039;&#039;Let dus op, de oudere vragen komen van prof. Janssen&#039;&#039;&#039;)  Het is geen jaarvak meer, enkel examen in januari dus. Het betreft een mondeling examen met schriftelijke voorbereiding.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 januari 2020 VM===&lt;br /&gt;
#RLC-serieketen&lt;br /&gt;
#Geleiders, isolatoren, halfgeleiders: temperatuur afhankelijkheid van geleiders, halfgeleiders (intrinsiek en gedopeerd) + grafiek, energiebanden tekenen en uitleggen&lt;br /&gt;
#LR-serieketen: Magnetische energie berekenen na een lange tijd, vermogen bron berekenen,...&lt;br /&gt;
#Op 2 rechthoeken met bepaalde lengte en brekingsindex valt lichtstraal loodrecht in, berekenen het faseverschil van de lichtstralen op een scherm achter de rechthoeken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 augustus 2019 VM===&lt;br /&gt;
#Beweging van een geladen deeltje in een magneetveld: formule voor straal afleiden en massaspectrometer en cyclotron uitleggen (met formules)&lt;br /&gt;
#Straling van een zwart lichaam: welk spectrum, verklaar met de verschuivingswet en de wet van Boltzmann. Spectrum vergelijken met laser. Verband tussen emissie en absorptie coefficient&lt;br /&gt;
#Condensator gevuld met water, bereken oppervlakte lading en E&lt;br /&gt;
#Dikte van een micaplaatje berekenen (proef van Young)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2019 NM===&lt;br /&gt;
#Beweging van een geladen deeltje in een magneetveld en massaspectrometer en cyclotron uitleggen (met formules)&lt;br /&gt;
#Straling van een zwart lichaam&lt;br /&gt;
#Condensator gevuld met water, bereken oppervlakte lading en E&lt;br /&gt;
#Dikte van een micaplaatje berekenen (proef van Young)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2019 VM===&lt;br /&gt;
#Wet van Faraday, Wet van Lenz, transformator uitleggen +Foucaultstromen&lt;br /&gt;
#Polarisatietoesten van em-straling + verstrooiing, absorptie, breking &lt;br /&gt;
#Twee bolschillen: potentiaalverschil R1 en R2 en capaciteit&lt;br /&gt;
#Solenoïde (zelfinductie en weerstand). Energie, vermogen, .. bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2019 NM===&lt;br /&gt;
#Wet van Biot-Savart vergelijken met wet van Coulomb, + magnetische inductie rond oneindig lange draad geven&lt;br /&gt;
#Straling van een zwart lichaam&lt;br /&gt;
#Condensator waarvan de afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt&lt;br /&gt;
#Er zijn twee verschillende stukken glas, met lengte l1 = 4 micrometer, l2 = 3,5 micrometer, n1 = 1,4, n2 = 1,6. Je stuurt er een lichtstraal door met golflengte lambda = 600 nm. Ze komen in dezelfde fase toe op de stukken glas, loodrecht, en gaan dan door naar een scherm. Wat is het faseverschil tussen de twee golven wanneer ze op het scherm komen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2019 VM===&lt;br /&gt;
#Bespreek de wet van Biot-Savart, leg de gelijkenissen en verschillen t.o.v. de wet van coulomb uit (B(r) en E(r) vergelijken).Leidt de magnetische inductie B(r) rond een oneindig lange draad of m.b.v. de wet van Biot-Savart.&lt;br /&gt;
#Leg de temperatuursafhankelijkheid van de elektrische weerstand uit. NTC en PTC gedrag uitleggen. Normale metallische geleider vergelijken met een supergeleider. Bandenmodel voor kristalijne stoffen beschrijven. Kenmerken van een intrinsieke halfgeleider VS een gedopeerde halfgeleider. meerheids- en minderheidsladingdrager uitleggen. Beschrijf de temperatuursafhankelijkheid van intrinsieke en gedopeerde halfgeleiders aan de hand van een grafiek.&lt;br /&gt;
#Condensator waarvan de afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt.&lt;br /&gt;
#Twee lichtstralen met golflengte 600 nm in de lucht zijn in fase wanneer ze invallen op twee rechthoekige stukjes glas. het eerste stuk heeft lengte=4µm en brekingsindex n=1,4 . Het tweede stuk heeft lengte=3,4µm en n=1,6. Achter de stukjes glas staat een scherm. wat is het faseverschil (in graden) waarmee ze aankomen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 januari 2019 NM===&lt;br /&gt;
#Wet van Faraday en Lens bespreken, transformator + toepassing, foucaultstromen&lt;br /&gt;
#Laser, straling van een zwart lichaam (bijvraag: grafiek tekenen I(lamda) (brede klokvorm voor zwart lichaam vs dunne voor laser)&lt;br /&gt;
#Twee bolschillen: potentiaal en capaciteit&lt;br /&gt;
#Twee glasplaatjes met verschillende lengte en n. bepaal het faseverschil van twee loodrechte stralen (initieel in fase)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 januari 2019 VM===&lt;br /&gt;
#Wet van Biot-Savart vergelijken met wet van Coulomb, + magnetische inductie rond oneindig lange draad geven&lt;br /&gt;
#straling van een zwart lichaam&lt;br /&gt;
#Dikte micaplaatje proef van Young&lt;br /&gt;
#Condensator waarvan de afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 augustus 2018===&lt;br /&gt;
#halfgeleiders + pn-juncite&lt;br /&gt;
#wet Biot-Savart toepassen op oneindig lange rechte draad&lt;br /&gt;
#condensator gevuld met water, oppervlakte lading en E berkekenen&lt;br /&gt;
#dikte miccaplaatje met proef van Young bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2018 vm===&lt;br /&gt;
Zelfde als 15 januari 2018&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2018 vm===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#De wet van Biot-Savart&lt;br /&gt;
#Verschil tussen intrinsieke en gedopeerde halfgeleider + pn-junctie&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#2 bolschillen met lading q en -q, straal r1 en r2, bereken het potentiaalverschil en capaciteit.&lt;br /&gt;
#er zijn twee verschillende stukken glas, met lengte l1 = 4 micrometer, l2 = 3,5 micrometer, n1 = 1,4, n2 = 1,6. Je stuurt er een lichtstraal door met golflengte lambda = 600 nm. Ze komen in dezelfde fase toe op de stukken glas, loodrecht, en gaan dan door naar een scherm. Wat is het faseverschil tussen de twee golven wanneer ze op het scherm komen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2018 vm===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zie examen 17 januari 2017&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Er werd ook nog gevraagd naar ferromagnetisme bij vraag 1&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2018 nm===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Beweging van een geladen deeltje in een magneetveld + massaspectrometer en cyclotron uitleggen&lt;br /&gt;
#RLC-keten uitleggen &lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 µm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor één van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje?&lt;br /&gt;
#De ruimte tussen de platen tussen een condensator wordt helemaal opgevuld met zuiver water. Het dipoolmoment van een watermolecule is 6.10x10^-30Cm. Water heeft een dichtheid van 1.00g/cm³ en een molaire massa van 18g. De diëlektrische constante van water is 80. Het getal van Avogadro is 6.02x10^23. &lt;br /&gt;
#* Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen zou kunnen worden dat alle elektrische dipolen perfect uitgelijnd zijn met het elektrisch veld. Wat zou dan de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid aan het wateroppervlak zijn? &lt;br /&gt;
#* Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen wordt, dat die geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid één duizendste bedraagt van de hierboven berekende waarde. Hoe groot is dan het elektrisch veld in de condensator?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2017 nm===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Polarisatie toestanden&lt;br /&gt;
#Gedopeerde halfgeleiders vs zuivere halfgeleiders en de PN-junctie&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#2 bolschillen. Potentiaal verschil en Electrisch veld berekenen van R naar oneindig.&lt;br /&gt;
#Solenoïde: magnetisch kracht na lange tijd en wanneer is deze half zo groot? (vermogen berekenen en hoeveel procent van het vermogen heeft het de 2e dan verbruikt)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2017 vm===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Rlc keten uitleggen&lt;br /&gt;
#Wet van ampere (tijdsafhankelijk en onafhankelijk)&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
#een bol met 2 stralen en een elektrisch veld waarvan de lading en de potentiaal berekend moeten worden &lt;br /&gt;
#de oefening met licht dat door een gat moet op een hoogte van 50mm, gat zelf is 10mm groot en staat op 30 cm van de bron, wat zijn de golflengtes die aankomen bij het gat?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2017 nm===&lt;br /&gt;
helemaal hetzelfde als de voormiddag&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2017 vm===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
#Halfgeleiders (+grafieken temperatuursafhankelijkheid van n-en p-types)&lt;br /&gt;
#Biot-savart (eindig en oneindig)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#2 bolschillen: potentiaalverschil en capaciteit berekenen&lt;br /&gt;
#2 stukjes glas met lichtstraal (zelfde golflengte) erdoor: faseverschil berekenen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2017===&lt;br /&gt;
Zie examen 18 januari 2016. &lt;br /&gt;
#Magnetisatie en magnetische suceptibiliteit&lt;br /&gt;
#LASER&lt;br /&gt;
Bijvragen bij de werking van de LASER: wat zijn de eigenschappen van laserlicht? Wat zorgt voor de overgang van niveau 2 naar niveau1?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen&lt;br /&gt;
#oefening van condensator waarvan afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt&lt;br /&gt;
#micaplaatje&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2017===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
#RLC-keten&lt;br /&gt;
#Beschrijf de beweging van een geladen deeltje in een magnetisch veld, cyclotron en massaspectrometer&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#mica&lt;br /&gt;
#water in condensator&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Magnetisatie en magnetische suceptibiliteit&lt;br /&gt;
#LASER&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#oef van condensator waarvan afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt&lt;br /&gt;
#oef van het mica plaatje met dikte tussen 6 en 7 micro meter&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2016 NM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Magnetisatie en magnetische suceptibiliteit&lt;br /&gt;
#LASER&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#oef van condensator waarvan afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt&lt;br /&gt;
#oef van het mica plaatje met dikte tussen 6 en 7 micro meter&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2016 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#laser&lt;br /&gt;
#magnetisatie en magnetische susceptibiliteit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#mica plaatje&lt;br /&gt;
#RC keten V1, V2 en V3 bepalen plus tijd waarop V het gemiddelde is van 2&amp;amp;amp;3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2016 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#zuivere vs gedopeerde halfgeleiders (nog iets extra, we moesten nog een grafiek geven die in de slides staan maar niet in het boek: elektrische geleiding ifv temperatuur, maja dat was gewoon een bijvraag) + pn-junctie&lt;br /&gt;
#Geef de wet van Biot Savart en pas dit toe op een oneindig lange stroomvoerende draad&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
#2 geleidende bolschillen met zelfde middelpunt, verschillende stralen (R1, R2, respectievelijk kleinste en grootste). Op de kleinste zit een lading q, op de grootste een lading -q. Bepaal het potentiaalverschil tussen R2 en R1. Bepaal ook de capaciteit van deze condensator.&lt;br /&gt;
#er zijn twee verschillende stukken glas, met lengte l1 = 4 micrometer, l2 = 3,5 micrometer, n1 = 1,4, n2 = 1,6. Je stuurt er een lichtstraal door met golflengte lambda = 600 nm. Ze komen in dezelfde fase toe op de stukken glas, loodrecht, en gaan dan door naar een scherm. Wat is het faseverschil tussen de twee golven wanneer ze op het scherm komen?&lt;br /&gt;
(check oefeningen van examen 10 juni 2011)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Wet van Ampère (uitbreiding) en daarbij ook de B rond een gesloten kromme.&lt;br /&gt;
#RLC uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Bol met bolschil errond en zo diffractie, door da scherm met 200 lijnen / mm en dan een vierkantje op het waarnemingsscherm. (welke golflengten gaan door da vierkantje?)&lt;br /&gt;
===16 januari 2015===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#magnetisatie&lt;br /&gt;
#LASER&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#RC-keten en V1,V2,V3 bepalen&lt;br /&gt;
#mica&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2015===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Wet van Ampère&lt;br /&gt;
#RLC in serie&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#een bol en een bolschil, elektrisch veld en stralen gegeven en dan moest je de lading en de potentiaal aan het opp van de bol berekenen&lt;br /&gt;
#spleet, berekenen welke golflengtes er in het vierkant vallen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2015===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
#zuivere vs gedopeerde halfgeleiders + pn-junctie &lt;br /&gt;
#de wet van Biot-Savart en de oneindige rechte geleider afleiden.&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
#bolvormige condensator (V + C berekenen)&lt;br /&gt;
#lichtstralen van dezelfde golflengte die door 2 glasblokjes gaan, faseverschil berekenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 januari 2015===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Beschrijf de beweging van een geladen deeltje in een magnetisch veld, cyclotron en massaspectrometer&lt;br /&gt;
#LRC-kring&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Water in condensator&lt;br /&gt;
#Micaplaatje&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2014 voormiddag===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Magnetisatie en magnetische susceptibiliteit.&lt;br /&gt;
#LASER&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen: exact zoals 10 juni 2013 (voormiddag)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2014 voormiddag ===&lt;br /&gt;
Exact hetzelfde examen als 14 juni 2013. Zelfs de oefeningen waren dezelfde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2013 namiddag ===&lt;br /&gt;
Exact hetzelfde examen als 10 juni 2013 namiddag. Zelfs de oefeningen waren dezelfde&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 juni 2013 (zowel voor- als namiddag!)===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Bespreek de beweging van een geladen deeltje in een magneetveld, plus uitleg cyclotron en massaspectrometer.&lt;br /&gt;
#Bespreek de RLC kring&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 Âµm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor één van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje?&lt;br /&gt;
#De ruimte tussen de platen tussen een condensator wordt helemaal opgevuld met zuiver water. Het dipoolmoment van een watermolecule is 6.10x10-30Cm. Water heeft een dichtheid van 1.00g/cmÂ³ en een molaire massa van 18g. De diëlektrische constante van water is 80. Het getal van Avogadro is 6.02x1023. &lt;br /&gt;
#* Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen zou kunnen worden dat alle elektrische dipolen perfect uitgelijnd zijn met het elektrisch veld. Wat zou dan de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid aan het wateroppervlak zijn? &lt;br /&gt;
#* Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen wordt, dat die geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid één duizendste bedraagt van de hierboven berekende waarde. Hoe groot is dan het elektrisch veld in de condensator?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2013 (zowel voor- als namiddag!)===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Leg uit, wet van Ampère zowel tijds als niet tijdsafhankelijk.&lt;br /&gt;
# Leg RLC kring uit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Gegeven een bol met een lading en daar rond een bolschil, samen zijn ze ongeladen maar elk apart bezitten ze een lading. Geef hiervoor de lading van de bol en zijn potentiaal aan zijn oppervlak. Gegeven zijn de stralen van de bollen en de grootte van het elektrische veld.&lt;br /&gt;
# Golflengten tussen 400 en 700nm worden op een diffractierooster gestuurd met 200 lijnen/mm. Waarnemingsscherm staat op 0.3m. Op dit scherm is op een afstand van 0.05m een gat geknipt, een vierkant met zijden 0.01m. Welke golflengten zullen door dit gat vallen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 10 juni 2013 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Geef de wet van Biot Savart en pas dit toe op een oneindig lange stroomvoerende draad&lt;br /&gt;
#Wat is een virtueel beeld? Kan je dat vormen met een vlakken spiegel? Holle spiegel? Bolle spiegel? Welke omstandigheden? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Dieje kubus (zie oude examenvragen)&lt;br /&gt;
#Iets met een RLC kring met uitzonderlijke omstandigheden, R gegeven, wat is de capaciteit en de inductie in de kring. Uitzondelijke omstandighede dus da de amplitude van uw weerstand = amplitude zelfinductie = amplitude condensator = amplitude van de bron, en ge had ook een frequentie gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 10 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek polarisatietechnieken (verstrooiing, dichroïsme etc...)&lt;br /&gt;
# Magnetisatie &amp;amp;amp; magnetische susceptibiliteit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Gegeven is een RC-kring met R=100 kOhm; C=9,40 ÂµF; en V(bron)=15,0 V. Na lang wachten (de condensator eerst helemaal laten opladen) verminderen we de afstand tussen condensatorplaten met 20%, in verwaarloosbaar tijdsinterval. &lt;br /&gt;
#*Bereken potentiaalverschil over de condensator vlak voor (V1) en vlak na die verandering (V2)&lt;br /&gt;
#*Bereken het potentiaalverschil over de condensator op lange tijd na de verandering (V3). &lt;br /&gt;
#*Op welk tijdstip na de verandering zal de spanning over de weerstand gelijk zijn aan het gemiddelde van V2 en V3?&lt;br /&gt;
#We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 Âµm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor één van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 juni 2012===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
# Wet van Ampere bespreken voor stationaire en niet stationaire stromen&lt;br /&gt;
# RLC kring bespreken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Er is een kubus gegeven met zijde a die in de oorsprong ligt van het xyz assenstelsel. Er is een elektrisch veld E_(=vector) = c*x*y*i_(i_ is de eenheidsvector) en c=844 N/(C*m^2). dit elektrisch veld is evenwijdig met de x-as. hoe groot moet zijde a zijn zodat de kubus 7nC bevat?&lt;br /&gt;
# ?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2012===&lt;br /&gt;
Exact dezelfde vragen als 27 juni 2011. Zelfs de waarden bij de oefeningen waren hetzelfde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 27 juni 2011===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Leg uit: magnetisatie en magnetische susceptibiliteit&lt;br /&gt;
# Bespreek de werking van een LASER&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Gegeven is een RC-kring met R=100 kOhm; C=9,40 ÂµF; en V(bron)=15,0 V. Na lang wachten (de condensator eerst helemaal laten opladen) verminderen we de afstand tussen condensatorplaten met 20%, in verwaarloosbaar tijdsinterval. a) Bereken potentiaalverschil over de condensator vlak voor (V1) en vlak na die verandering (V2). b) Bereken het potentiaalverschil over de condensator op lange tijd na de verandering (V3). c) Op welk tijdstip na de verandering zal de spanning over de weerstand gelijk zijn aan het gemiddelde van V2 en V3?&lt;br /&gt;
# We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 Âµm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor Ã©Ã©n van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2011 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek de beweging van een geladen deeltje in een magneetveld, plus uitleg cyclotron en massaspectrometer.&lt;br /&gt;
# Effectiefspanning uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 juni 2011 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Geef wet van Biot-Savart en leid af voor een oneindig lange stroomvoerende draad&lt;br /&gt;
# Wat zijn mogelijke polarisatietoestanden van EM-straling? (geen polarisatietechnieken)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een kring met een solenoïde met 35mH en een weerstand van 0,35 Ohm, aangesloten op een batterij van 12V. Wat is de magnetische energie die de batterij heeft na een lange tijd? Hoeveel vermogen moet het batterij dan nog leveren? Na hoeveel tijd is de energie half zo groot? Wa is dan het vermogen v.d. batterij en hoeveel procent vraagt het opwekken van magnetische arbeid dan?&lt;br /&gt;
# Een tweespleten systeem met lambda = 500nm, d = 0,150mm en a = 30,0Âµm. Hoe vaak komen maxima voor? (enzovoort)&lt;br /&gt;
=== 10 juni 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen een zuivere halfgeleider en een gedopeerde halfgeleider? geef uitleg over de pn-junctie.&lt;br /&gt;
# Leg uit wat een virtueel beeld is. Is het mogelijk om dit van een reëel voorwerp te bekomen bij een vlakke/holle/bolle spiegel. Onder welke omstandigheden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
# Er is een kubus gegeven met zijde a die in de oorsprong ligt van het xyz assenstelsel. Er is een elektrisch veld E_(=vector) = c*x*y*i_(i_ is de eenheidsvector) en c=844 N/(C*m^2). dit elektrisch veld is evenwijdig met de x-as. hoe groot moet zijde a zijn zodat de kubus 7nC bevat?&lt;br /&gt;
# Je hebt een wisselspanningskring gegeven met V0 = 30,0V; omega = 314rad/s; I0=620mA ;en v=V0sin(omega*t-pi/4) en i=-I0cos(omega*t-pi/4). In de kring zit alleen nog een element X.&lt;br /&gt;
* identificeer dit element volledig&lt;br /&gt;
* door welk ander element kan je dit vervangen zodat de stroomamplitude gelijk blijft(de fase mag verschillen) en identificeer dat element. Je moet er maar 1 geven maar er zijn er 2 mogelijk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 10 juni 2011 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek de RLC-keten waarop een wisselspanning is aangesloten&lt;br /&gt;
# Wet van Ampère uitleggen (stationair en niet-stationair) Hij zegt er ook bij dat het gaat om het magneetveld rond een gesloten kromme, dus juiste formule vinden niet moeilijk&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# 2 geleidende bolschillen met zelfde middelpunt, verschillende stralen (R1, R2, respectievelijk kleinste en grootste). Op de kleinste zit een lading q, op de grootste een lading -q. Bepaal het potentiaalverschil tussen R2 en R1. Bepaal ook de capaciteit van deze condensator.&lt;br /&gt;
# er zijn twee verschillende stukken glas, met lengte l1 = 4 micrometer, l2 = 3,5 micrometer, n1 = 1,4, n2 = 1,6. Je stuurt er een lichtstraal door met golflengte lambda = 600 nm. Ze komen in dezelfde fase toe op de stukken glas, loodrecht, en gaan dan door naar een scherm. Wat is het faseverschil tussen de twee golven wanneer ze op het scherm komen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Bespreek de beweging van een geladen deeltje in een magneetveld, plus uitleg cyclotron en massaspectrometer.&lt;br /&gt;
#Bespreek alle mogelijke polarisatie-toestanden van een EM-golf, manieren om polarisatie te bekomen niet beschrijven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Men laadt een condensator met een capaciteit 17mF volledig op en men koppelt hem dan los van de bron. Hierna is er een arbeid van 18,5 joule nodig om een extra lading van 13 mC van de ene plaat van de condensator naar de andere over te brengen. Wat was de EMK van de bron?&lt;br /&gt;
# Een spoel van 100 windingen wordt rond een cilinder gewikkeld met een doorsnede van 12 cmÂ². De cilinder is van een middenstof met Âµr = 1. Er wordt een magneetveld aangelegd van 1,6 T dat in de tijd omwisselt van de ene naar de andere richting maar altijd evenwijdig loopt met de symmetrieas van de spoel. Een weerstand van 13 Ohm wordt op de spoel aangesloten. Geef de lading die door deze weerstand stroomt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 7 juni 2010 (WÃ¼bbenhorst dus) ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# RLC-keten met wisselspanning uitleggen&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen een zuivere halfgeleider en een gedopeerde halfgeleider? geef uitleg over de pn-junctie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# over een solenoïde met een L en een R die verbonden zijn aan een batterij. L, R en V waren gegeven en men vroeg de energie van de spoel op t= oneindig en vermogen dat de batterij moest leven&lt;br /&gt;
# ging over 2 stralen door glas met 2 verschillende n, met uiteindelijk de vraag: wat is het faseverschil van de 2 stralen aan het scherm achter het doorlopen van het glas?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 augustus 2009===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Bespreek Foucaultstromen&lt;br /&gt;
#Effectiefspanning en effectiefstroom uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
(Iemand aub?)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 augustus 2009===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leid een formule af voor de capaciteit van een vlakke en een cilindrische condensator&lt;br /&gt;
#Bespreek ferromagnetisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Een lading zit vast op een gegeven positie (x,y,z). Een andere lading beweegt van positie 1 (X1,Y1,Z1) naar 2 (X2,Y2,Z2). De ladingen zijn gegeven, de coordinaten ook. Hoeveel energie kost het om deze lading van positie 1 naar 2 te verplaatsen?&lt;br /&gt;
#Een oefening analoog aan weerkaatsing aan een zeepbel, of iets dergelijks. Opgave weet ik niet meer goed. (Iemand?)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2009===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
# Vergelijk de gelijkstroom RC- en LR-kring.&lt;br /&gt;
# Bespreek alle mogelijke polarisatietoestanden van EM-straling. Methoden om dit te bereiken hoeven niet besproken te worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# We beschouwen een niet geleidende plaat van grote afmetingen. Op de ene zijde staat een positieve oppervlaktelading, op de andere zijde een negatieve (getallen gegeven uiteraard). Een proton wordt op 1mm afstand van de plaat vanuit rust losgelaten. Wat is de snelheid op 2 mm van de plaat?&lt;br /&gt;
# Effectiefspanning berekenen adhv. een gegeven v(t)-curve.&lt;br /&gt;
:[[Bestand:driehoekspanning.gif]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2009===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
# LASER.&lt;br /&gt;
# Wederzijdse inductie en zelfinductie.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# ?&lt;br /&gt;
# ?&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
===12 juni 2009===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Geef de wet van Ampère voor stationaire stromen + voorbeeld. Leg uit welke aanpassing gedaan moet worden zodat deze wet ook geldig is voor tijdsafhankelijke stromen.&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe men oscillerende .. kunt krijgen in een LC-kring.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een puntlading q bevindt zich op een afstand x op de middelloodlijn van een niet geleidende draad (2l) waar een homogeen verdeelde lading Q op zit. Wat is de kracht dat deze puntlading ondervindt?&lt;br /&gt;
# Zender op hoogte 70m, lengte van 1km en een ontvanger op hoogte x. Wat is kleinste x waar een maximum van straling invalt. Houd rekening met de rechtstreekse stralen en de gereflecteerde stralen op water.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===8 jun 2009===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Leidt een formule af voor de capaciteit van een vlakke en een cilindrische condensator.&lt;br /&gt;
# Wat wordt er bedoeld met magnetisatie? Leg uit: relatieve permeabileit en magnetische susceptibiteit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Twee spoelen staan of vaste afstand van elkaar. Door de ene spoel loopt een stroom van 1A en de flux erdoor is 0.010Wb. Indien men nu een stroom van 2A door de tweede spoel stuurt, bedraagt de flux door de eerste spoel 0.012Wb.&lt;br /&gt;
#* Bereken de magnetische flux door de 2de spoel, gegeven dat de zelfinductie ervan gelijk is aan 0.003 (iets in die aard).&lt;br /&gt;
#* Bereken de wederzijdse inductiecoefficient.&lt;br /&gt;
#* Bereken de zelfinductie van de eerste spoel.&lt;br /&gt;
# Een radiogolf zendmast in punt B staat op 20km afstand van huis H. De intensiteit in H wordt gegeven door een gekende I[sup]0[/sup]. Op 100m afstand van mast B bouwt men een 2de mast A, die een hoek &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;&amp;amp;amp;\X\theta \widehat{B A H}&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; is 30Â° (geen idee hoeveel het juist was).&lt;br /&gt;
#* Bereken de intensiteit in H.&lt;br /&gt;
#:[[Bestand:ANII-8.6.2009-oef2.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===8 jun 2009===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek RC-filters.&lt;br /&gt;
# Bespreek diffractie bij een oneindig lange spleet en (beknopt) bij een rechthoekige spleet.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Twee RC-kringen gegeven, constructie van vanalle condensatoren in serie en parallel; V en R gegeven bij de ene kring; stroom door beide spanningsbronnen is gelijk; bereken Vx en R van de andere kring.&lt;br /&gt;
# Oneindig lange draad en in hetzelfde vlak evenwijdig ermee een vierkant. Bereken de wederzijdse inductiecoëfficiënt (afstand draad tot vierkant gegeven + lengte zijde vierkant).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 jun 2008===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek de beweging van een geladen deeltje in een magneetveld. Leg, bij wijze van voorbeeld, de werking uit van een massaspectrometer of van een cyclotron.&lt;br /&gt;
# Bespreek de mogelijke polarisatietoestanden van em-straling (niet de methodes om tot polarisatie te komen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Condensator ( C= 17 microF) wordt een een onbekende batterij geschakeld en volledig opgeladen. Dan losgekoppeld. Er is aan arbeid 18,5J nodig om een bijkomende lading van 13,0 mC van de ene plaat naar de andere te verplaatsen. Bepaal emk van de batterij.&lt;br /&gt;
# spoel met 100 windingen wordt rond een metalen cilinder gewikkeld met een doorsnede van 12 cmÂ² en mu r = 1. Er wordt een weerstand over de spoel geplaatste van 13 ohm. Er is een magneet veld die door de spoel loopt (parallel met de as). Dit magneetveld varieert gedurende een bepaalde tijd van 1,6T in de ene richting naar 1,6T in de andere richting. Hoeveel lading loopt er in die tijd door de weerstand.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 jun 2008===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek een geleider in elektrostatisch evenwicht.&lt;br /&gt;
# Bespreek hoe men een oscillerende ... kan maken in een LC-kring. (LC-kring uitleggen dus)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# 2 draden in tegengestelde stroomzin, stroom neemt lineair toe van 0 naar 100A in 7s, bereken emk in de lus tussen die draden &lt;br /&gt;
# een ongepolariseerd licht kan worden opgedeeld in een deel gepolariseerd en een deel ongepolariseerd, intensiteiten mag je optellen, een polarisator wordt 360Â° gedraaid, men merkt dat op een bepaald punt de intensiteit 5 keer groter is, hoeveel procent is maakt de gepolariseerde golf uit?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 jun 2008===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek de begrippen magnetisatie en magnetische susceptibiliteit.&lt;br /&gt;
# Bespreek de proef van Young.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# iets met een geleidende bol en daarrond een geleidende bolschil en dan een elektrisch veld gegeven en zo de lading op de bol berekenen. &lt;br /&gt;
#een kring gegeven met een X waarvan ge moet zeggen of het een condensator of weerstand of zelfinductie moet zijn, vergelijkingen van i en v gegeven. En dan ook nog zeggen of je de X kan vervangen door iets anders waardoor de amplitude hetzelfde blijft maar de i en v niet in fase zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 jun 2008===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil in elektrische geleiding bij zuivere halfgeleiders en gedopeerde halfgeleiders. Leg uit de werking van pn-junctie&lt;br /&gt;
# Bespreek de LRC-keten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# LC keten&lt;br /&gt;
# Fase verschil berekenen 2 gelijke golven die elk door een blokje gaan met andere lengte en brekingsindex&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===9 jun 2008===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek wet Biot-Savart en gebruik om magneetveld rond oneindig lange draad met stroom af te leiden.&lt;br /&gt;
# Leg uit wat een virtueel beeld is. Is het mogelijk om dit van een reëel voorwerp te bekomen bij een vlakke/holle/bolle spiegel. Onder welke omstandigheden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# De ruimte tussen een condensator is helemaal gevuld met water. Water heeft een dipoolmoment 6.10*10^-30 Cm. De molaire massa van water is 18. De dichtheid is 1g/cm^3. Water heeft een di-elektrische constante van 80.&lt;br /&gt;
#* bepaal de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid wanneer alle dipolen zich volgens E uitlijnen.&lt;br /&gt;
#* stel dat de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid 1/1000 is van die hierboven, wat is dan het elektrisch veld?&lt;br /&gt;
# In een RLC-kring is de frequentie 1.73kHz. De amplitude van de spanning over de weerstand, de amplitude van de spanning over de condensator, de amplitude van de inductie en de amplitude van de bronspanning zijn allen gelijk. R = 700 ohm. Bepaal L en C.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 jun 2007===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek magnetisch moment + richting van magnetisch moment in magneetveld&lt;br /&gt;
# Serie RLC keten bespreken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Stroom van 27A in begin, straal eerste cirkel R, straal tweede cirkel 2r, r = 0.1m, en bereken magnetische inductie in punt P. Draad overal even dik en overal even grote soortelijke weerstand&lt;br /&gt;
# Tweede is kurkje drijft op water, hoe lang moet de naald zijn opdat het zichtbaar is boven water. Brekingsindex water=1.33, lucht=1 Afmetingen staan erbij.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 jun 2007===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Leg uit: elektrische stroom, stroomdichtheid en leid de wet van Ohm af.&lt;br /&gt;
# De wet van Ampère afleiden voor stationaire stromen en vertellen wat ge aan de basisformule moet veranderen als de stromen tijdsafhankelijk worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Berekenen hoeveel lading er door een weerstand gaat die aangesloten is op een geleidende lus die altijd maar kleiner en kleiner wordt. Loodrecht op de lus heerst er een magnetische inductie.&lt;br /&gt;
# Een typisch optica-vraagstukje: je hebt een schilderijtje en wil dat vastleggen op een gevoelige plaat, met een bolle lens met brandpunt= + 5 cm. Hoe ver moet het schilderijtje van de lens en hoe ver moet de lens van de gevoelige plaat.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Larsceulemans</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Celbiologie_en_biochemie&amp;diff=1777</id>
		<title>Celbiologie en biochemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Celbiologie_en_biochemie&amp;diff=1777"/>
		<updated>2019-06-27T12:16:10Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Larsceulemans: /* 26 juni 2019 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Vanaf 2016-2017: Schriftelijk examen in plaats van mondeling examen zoals voordien.&lt;br /&gt;
Vanaf 2012-2013: Jaarvak voor zowel chemie als biochemie. Volledig gedoceerd door Patrick Van Dijck.&lt;br /&gt;
Vanaf 2009-2010: Voor de chemisten zijn het twee vakken, voor de biochemisten 1 jaarvak.  &lt;br /&gt;
De chemisten hebben dus examen in januari en juni, de biochemisten enkel in juni.&lt;br /&gt;
Tussen 2007-2009: Voor de chemisten zijn het twee vakken, voor de biochemisten 1 jaarvak.&lt;br /&gt;
Voor 2006-2007: Semestervak, gedoceerd door Johan Thevelein.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen vanaf 2013==&lt;br /&gt;
===26 juni 2019===&lt;br /&gt;
#leg gedetailleerd uit wat actief transport is&lt;br /&gt;
#geef de structuur van microtubuli, waarom zijn deze microtubuli belangrijk bij delende plantencellen? geef de structuur van flagellen bij eukaryote cellen en hoe zorgen deze voor beweging&lt;br /&gt;
#wat is Km?&lt;br /&gt;
#wat is een proplastide?&lt;br /&gt;
#wat is confocale fluorescentiemicroscopie en hoe kan deze gebruikt worden om een celmembraam te bekijken?&lt;br /&gt;
#hoeveel glycerol heb je nodig voor opbouw van 6 moleculen palmitinezuur? kan dit ook in anaerobe omstandigheden?&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s, geef alle structuren die je ziet + functie &lt;br /&gt;
## 1 foto van kristallen in een kern&lt;br /&gt;
## 1 foto van mucusvesikels die uit een darmepitheelcel komen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2019===&lt;br /&gt;
#Wat is de moleculaire structuur van een celwand van een bacterie? Wat is het verschil tussen een gram+ en een gram- bacterie? Hoe heeft dit effect met penicilline? Waarom gebeurt dit niet bij de mens? &lt;br /&gt;
#Hoe kan men een enzym isoleren en scheiden uit een dierlijke cel? &lt;br /&gt;
#Wat is covalente modificatie? Geef twee voorbeelden, een waarbij het enzym vertraagt en een waarbij het enzym versnelt. &lt;br /&gt;
#Hoeveel ATP geeft de afbraak van tripalmitine? Hoeveel tripalmitine moet er worden afgebroken om 10 moleculen glucose te maken in een dierlijke cel? &lt;br /&gt;
#Twee EM-foto&#039;s bespreken en vijf termen uitleggen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2018===&lt;br /&gt;
#Biosynthese van palmitinezuur geven (met structuren) en zeggen waar deze plaatsvindt.&lt;br /&gt;
#Teken een spiercel en benoem de elementen. Leg verder ook mbv tekeningen uit hoe een spiercel werkt.&lt;br /&gt;
#5 begrippen uitleggen/tekenen: mesosoom, operon, guanine, blefaroplast en mycoplasma.&lt;br /&gt;
#Leg uit hoe je mbv affiniteitschromatografie zuiver hexokinase uit een levercel kan scheiden. Zijn er nog andere technieken om zuiver hexokinase te krijgen, zo ja leg deze dan uit.&lt;br /&gt;
#Hoeveel moleculen glycerol zijn er nodig om 10 moleculen alanine te vormen. Geef de metabolische wegen in de juiste volgorde en geef de volledige synthese (inclusief structuren). Er is genoeg ammonium aanwezig maar geen oxaalazijnzuur.&lt;br /&gt;
#Van 2 E.M foto&#039;s de structuren en hun functies benoemen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2018===&lt;br /&gt;
#Gluconeogenese geven/uitleggen&lt;br /&gt;
#Welke aminozuren kunnen gefosforiliseerd worden, en welke geglycosyleerd. Teken een gefosforiliseerd aminozuur.&lt;br /&gt;
#Confocale fluoricentiemicroscoop uitleggen en tekenen. Hoe kan dit gebruikt worden om het plasmamembraan te tonen.&lt;br /&gt;
#BBegrippen: p53, desmosoom, N-acetylmureinezuur, cysteine, chiasma.&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol tripalmitinezuur heb je nodig voor 15 mol ribose?&lt;br /&gt;
#EM foto van glycocalyx met slijmbekercel en foto met peroxisoom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 augustus 2017===&lt;br /&gt;
#Ionenuitwisselingschromatografie uitleggen&lt;br /&gt;
#Een stuk DNA tekenen&lt;br /&gt;
#De verschillende juncties tussen cellen uitleggen&lt;br /&gt;
#Biosynthese en afbraak van vetten tekenen en uitleggen&lt;br /&gt;
#Hoeveel moleculen glutaminezuur heb je nodig om 6 moleculen ribose-5-P te maken&lt;br /&gt;
#Fotos van cellen: spiercel en plantencel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 augustus 2017===&lt;br /&gt;
#Koppel een fructosemolecule aan een galactose en deze aan een glucose op bepaalde manier (alpha,beta)&lt;br /&gt;
#Confocale fluorescentiemicroscopie&lt;br /&gt;
#Leg volgende termen uit: operon, plaques, cyclines, mesosoom, cystine&lt;br /&gt;
#Bespreek de lichtreacties (voorkomen, welke reacties gebeuren,...)&lt;br /&gt;
#Hoeveel sucrosemoleculen heb je nodig om 10 moleculen alanine te maken?&lt;br /&gt;
#2 E.M. foto&#039;s, de ene was een spiercel (actine en myosine), de andere weet ik niet zeker&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2017===&lt;br /&gt;
#Maak een (erg gedetailleerde) tekening van de secretieweg van DNA tot enzyme, voor een enzyme dat als functie heeft de celwand opbouwen. Leg hierbij alle belangrijke stappen uit.&lt;br /&gt;
#Actief transport bij bacteriën, schimmels en dieren uitleggen, met glucose als voorbeeld&lt;br /&gt;
#Je wil 6 proteïnen scheiden door een anionuitwisselingschromatografie uit te voeren, welke stappen zijn hierbij? Maak ook een tekening&lt;br /&gt;
#Hoeveel glycerol heb je nodig ter vorming van 4 moleculen tripalmitine? Hoeveel ATP is er over na volledige verademing van uw restproducten en reducerend vermogen? Geef op volgorde alle metabolische wegen die hierbij gebruikt werden. Geef schematisch alle stappen die doorlopen worden bij de vorming van tripalmitine uit glycerol, en geef de netto reactievergelijking (inclusief ATP).&lt;br /&gt;
#2 foto&#039;s aanduiden alles dat je herkent en de functie ervan geven, was een slijmbekercel en een heel erge close up van een plantencel&lt;br /&gt;
#5 termen verklaren: apoptosoom, DNA primase, N-acetylglucosamine, proplastide en Km&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2016===&lt;br /&gt;
#cytokinese dier &amp;amp; plant&lt;br /&gt;
#donkerracties en verschil C3,C4 en CAM &lt;br /&gt;
#adrenaline&lt;br /&gt;
#vriesbreuk en vriezers&lt;br /&gt;
#ato berekenen in cyclus&lt;br /&gt;
#fotokes van vet en golgi app&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2016 ===&lt;br /&gt;
#bespreek celwand van bacterien en schimmels op vlak van structuur, functie en chemische samenstelling&lt;br /&gt;
#inductie en repressie uitleggen adhv lac-operon en trp-operon&lt;br /&gt;
#oef: hoeveel mol ribose-5-P kan je maken uit glutaminezuur? bereken hoeveel ATP je over hebt en schrijf de volledige cycli uit (antwoord 3 mol ribose-5-P) &lt;br /&gt;
#fotos over juncties en chloroplast&lt;br /&gt;
#gelfiltratie uitleggen + hoe daaruit molecuulgewicht proteinen bepalen&lt;br /&gt;
#structuur en werking van een spiercel uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2016 ===&lt;br /&gt;
#bespreek celwand van schimmels en bacterie (moleculair, structuur, functie)&lt;br /&gt;
#bespreek gelfiltratie + hoe kan men de moleculaire massa berekenen van een proteine&lt;br /&gt;
#bespreek de spiercel (werking, structuur)&lt;br /&gt;
#Bespreek genrepressie en geninductie aan de hand van beta galactosidase en tryptofaan&lt;br /&gt;
#metabolisme: hoeveel ribulose 5 fosfaat uit 5 glutaminezuur (geef namen gebruikte wegen + theoretische ATP opbrengst)&lt;br /&gt;
#Structuren desmosoom/dichte junctie en chloroplas&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2016===&lt;br /&gt;
#bespreek de onderzoeken naar de regulatie van de celcyclus (MPF enzo...). Wat kan er misgaan wanneer de regulatie niet goed verloopt? (tumor, p53, oncogenen).. &lt;br /&gt;
#Bespreek oorsprong structuur en functie van glyoxisomen en peroxisomen (bijvraag: waar vind je vb glyoxisomen: noten,zaden) &lt;br /&gt;
# kationuitwisselingschromatografie uitleggen +methode om 4 peptiden te scheiden hiermee uitleggen&lt;br /&gt;
# bespreek: Gs proteine (algemeen, niet adrenaline), Km(enzyme),Prion&lt;br /&gt;
# Hoeveel ATP moeten de lichtreacties maken voor de synthese van 6 mol sucrose via donkerrracties (UDPG niet vergeten)&lt;br /&gt;
# 2 fotos: chloroplast, 10 structuren aanduiden, darmepitheelcel met glycocalix en veel mucus blijkbaar geen lysosomen dus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2016 NM===&lt;br /&gt;
#bespreek microtubuli en de structuren aan die in de cel voorkomen.&lt;br /&gt;
# Welk peptide wordt er gevormd (DNA gegeven)&lt;br /&gt;
# waaruit bestaat een spiercel en bespreek de werking ervan&lt;br /&gt;
# Bespreek de calvin-cyclus. Wat zijn de inputs en wat zijn de outputs? &lt;br /&gt;
#Hoeveel moleculen glycerol hebt je nodig om 9 moleculen ribose-5- fosfaat te maken? ( pentosefosfaat weg omkeren)&lt;br /&gt;
#em foto&#039;s &lt;br /&gt;
#*was een plantencel blaasjes golgi-apparaat aant afzetten was op de fragmoplast&lt;br /&gt;
#*De tweede foto was een slijmbekercel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2016 VM===&lt;br /&gt;
# Structuur glycogeen? Biosynthese er van en afbraak ervan? (Moest blijkbaar adrenaline bij betrekken)&lt;br /&gt;
# aminozuren uitleggen en de structuur van proteine&lt;br /&gt;
#structuur en functie van de celwand bij bacteriën&lt;br /&gt;
#de stappen nodig om een zuivere fractie van polysomen te verkrijgen. Das zo met differentiële centrifugatie &lt;br /&gt;
# hoeveel mol ethanol nodig om 6 mol ribos-6-fosfaat te vormen. &lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s ene was met peroxisoom (kristal in), mitochondrie en chloroplast. 2e was ook vormen van fragmoplast&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties&lt;br /&gt;
# Belangrijkste cel differentiaties bij Planten.&lt;br /&gt;
# Hoe kan men cellen in een oplossing tellen? Hoe gebeurd dit bij bacteriofagen?&lt;br /&gt;
#Teken en bespreek de structuur en functie van de glycocalix bij dieren&lt;br /&gt;
#hoeveel maltose moleculen zijn er nodig bij de synthese van alanine in een cel met een tekort aan energie&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s: een prokaryoot en een spiercel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de enkelvoudige en meervoudige suikers en teken de belangrijkste.&lt;br /&gt;
# apoptose&lt;br /&gt;
# Penicilline en chloramfenicol &lt;br /&gt;
# Opbouw en afbraak van vetten&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s eentje van een floeemcel de andere van een vetdruppels met glyoxisomen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Geef alle soorten lipiden, uitleg, tekening&lt;br /&gt;
# wat is een sarcomeer en leg werking uit,&lt;br /&gt;
# vier woorden: microsoom, beta-mercapto-ethanol, tonofilamenten en dna primase, &lt;br /&gt;
# Geef heel calvincyclus&lt;br /&gt;
# Oefening met al die metabolisme en ATP enzo. Iets mat stearinezuur afbreken tot pyrodruivenzuur ofzo tongue-emoticon&lt;br /&gt;
# 2 fotos : celkern met kristallen en dan blijkbaar een zeefvat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2015 NM ===&lt;br /&gt;
# Alles van de plantencelwand&lt;br /&gt;
# Oef met DNA sequentie en translatie&lt;br /&gt;
# Oxidatieve fosforylatie vs foto fosforylatie&lt;br /&gt;
# Hoe kan je polysomen en ribosomen scheiden&lt;br /&gt;
# Hoeveel mol glycerol heeft een gistcel, die in de G0-fase zit, nodig om met ademhaling 110 Mol ATP te synthetiseren&lt;br /&gt;
# Foto van openbarstende darmepitheelcel (met mucus) en van een plantencel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Structuur en functie van endoplasmatisch reticulum&lt;br /&gt;
# Hoe wordt de activiteit van fosfofructokinase geregeld?&lt;br /&gt;
# Cytoskelet bij planten en dieren&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties&lt;br /&gt;
# hoeveel mol ethanol nodig opdat gistcellen 4 mol ribose-5-P kunnen maken. Welke metabolische weg komen hierbij tussen? Hoeveel ATP blijft er over? &lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s: de eerste was een zenuwcel met microtubuli en de tweede met een peroxisoom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# bespreek suikers en polysacchariden en teken de belangrijkste&lt;br /&gt;
# welke reacties vinden plaats op het thelakoïdmembraan en wat zijn de inputs en outputs&lt;br /&gt;
# geef uitleg; middenlichaampje, callus, mitosis-promoting factor MPF, blefaroblast&lt;br /&gt;
# hoeveel mol glutaminezuur moet omgezet worden in oxaalazijnzuur om voldoende ATP te maken voor de afbraak van 5 mol stearinezuur&lt;br /&gt;
# bespreek SDS-page en waarvoor dient het&lt;br /&gt;
# foto van floëemcellen en foto van kern met kristallen p p295&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 juni 2014 ===&lt;br /&gt;
#IEP uitleggen en peptiden rangschikken op IEP&lt;br /&gt;
#Transport van voedingsstoffen over de celmembraan bespreken&lt;br /&gt;
#Methoden om de volgorde van enzymen in een metabolische pathway te bepalen&lt;br /&gt;
#Glyoxylzuurcyclus bespreken&lt;br /&gt;
#Hoevel mol glycerol nodig voor 2 mol palimitinezuur&lt;br /&gt;
#Foto van jonge plantencel en van peroxisoom&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2014===&lt;br /&gt;
#Transport van voeding door de membraan&lt;br /&gt;
#Plantencelwand bespreken&lt;br /&gt;
#Bespreek de pentosefosfaatweg (alles)&lt;br /&gt;
#Tellen van bacteriofagen&lt;br /&gt;
#1 mol tripalmitine (vergeet glycerol niet!)&lt;br /&gt;
#Foto van plantencel (chloroplast volledig en ook vacuole enzo) + floeemcel (gedifferentieerde plantencel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2014 ===&lt;br /&gt;
#Leg de rol van enzymen als katalysatoren uit in de metabolische reactie wegen&lt;br /&gt;
#Wat doe adrenaline in de levercellen als je schrikhebt?&lt;br /&gt;
#Leg de weg uit die katalase aflegt in de cel beginnende bij DNA.&lt;br /&gt;
#Leg ionenuitwisselingschromatografie uit.&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol maltose heb je nodig voor de aanmaak van 2 mol stearine? Welke metabolische reactiewegen komen hier bij te pas? Welke zijn de energieleverende/ energie verbruikende stappen?&lt;br /&gt;
#Prent van cel met glycogeenkorrels, RER, SER, mitochondrien etc&lt;br /&gt;
#Prent van plant cel in cytokinese --&amp;amp;gt; aanmaak van middenlamel door fragmoplast etc&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 juni 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Transport over celmembraan&lt;br /&gt;
#Kern met rer tekenen en functie uitleggen &lt;br /&gt;
#Wat doet adrenaline in levercellen&lt;br /&gt;
#Confocale fluorescentie microscopie uitleggen&lt;br /&gt;
#Hoeveel acetaat je nodig hebt voor 3 mol glycerol en waar wordt energie geproduceerd &lt;br /&gt;
#Foto van glycogeenkorrels en van kristallen in kern&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 juni 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#fosfofructokinase van dna tot enzyme de weg die het moet doen en regulatie&lt;br /&gt;
#plantencelwand opbouw componenten en functie&lt;br /&gt;
#tellen van cellen en bacteriofagen&lt;br /&gt;
#hoeveel glucose nodig voor 4 alanine te maken&lt;br /&gt;
#foto van zenuwuitlopers en vorming nieuwe celwand bij planten: fragmoplast&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2013 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de eenvoudige suikers en polysacchariden.&lt;br /&gt;
#Bespreek de biosynthese en afbraak van vetzuren.&lt;br /&gt;
#Wat is de functie van glyoxisomen? Hoe kan je deze zichtbaar maken bij fluorescentie microscopie?&lt;br /&gt;
#Een gistcel kan groeien op ethanol. Om te groeien moet de celwand groeien, deze is opgebouwd uit polymeren van suikers. &lt;br /&gt;
#*Hoeveel mol ethanol is er nodig om 10 mol glucose te maken? &lt;br /&gt;
#*Kan de gistcel groeien op ethanol in anaëroob milieu? (antwoord: p469 laatste 5 regels in middelste stuk)&lt;br /&gt;
#prent aanduiden: &lt;br /&gt;
#*desmosoom &lt;br /&gt;
#*peroxisoom met kristalstructuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2013 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Teken de overgang van kernmembraan naar R.E.R. Wat is de functie van dit laatste?&lt;br /&gt;
#Bespreek geprogrammeerde celdood. Is er een link met kanker?&lt;br /&gt;
#Geef de methode(n) hoe je proteïnen kan splitsen op basis van hun lading.&lt;br /&gt;
#Hoe werkt het B-galactosidase operon bij E. Coli?&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol glucose kan je maken met 3 mol palmitinezuur? Welke metabolische wegen worden er gevolgd? Hoeveel ATP kan er eventueel gevormd worden?&lt;br /&gt;
#Foto&#039;s:&lt;br /&gt;
#* p254&lt;br /&gt;
#*p218 (ongeveer)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 JUN 2013 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek de secretieweg in een cel van gen tot gesecreteerd eiwit.&lt;br /&gt;
# Als een mens schrik heeft komt er adrenaline vrij. Wat gebeurt er dan in de lever?&lt;br /&gt;
# Hoe werkt SDS-PAGE?&lt;br /&gt;
# Een uitgehongerde zoogdiercel maakt 4 glutaminezuurmoleculen en 2 asparaginezuurmoleculen. Hoeveel fructose is hier voor nodig en hoeveel CO2 wordt er door het organisme geproduceerd bij deze omzetting?&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s: chloroplast tegen celwand aangedrukt door vacuole en celkern met kristallen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 jun 2013 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de celwand vn de bacterie&lt;br /&gt;
#Uitleggen wat MFP met celcyclus te maken heeft en welke drie onderzoeken er toe geleid hebben&lt;br /&gt;
#Confocale fluorecentiemmicroscopie uitleggen&lt;br /&gt;
#Een oefening met hoeveel mol&lt;br /&gt;
#2 prentjes:&lt;br /&gt;
#*floëmcellen&lt;br /&gt;
#*gewoon RER, SER, Peroxisoom, mitochondrïen aanduiden (kan zijn nog iets)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Examenvragen vanaf 2009=&lt;br /&gt;
== Biochemie ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 27 jun 2011 ===&lt;br /&gt;
#elektronentransportketen uitleggen.&lt;br /&gt;
#Met welke methodes kan je glyoxisomen bestuderen (door microscopische analyse) in de cel?&lt;br /&gt;
#Vetzuren en lipiden bespreken&lt;br /&gt;
#Differentiaties in plantencellen&lt;br /&gt;
#Foto van spiercel + kern delen benoemen.&lt;br /&gt;
#C1 van een glucosemolecule wordt radioactief gemerkt. We zien dat C6 van een 1,6-bisfosfaatfructosemolecule ook radioactieve sporen vertoond. Verklaar dit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 jun 2010 ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de lichtreactie van de fotosynthese.&lt;br /&gt;
#Bespreek hoe je aminozuren en suikers kan scheiden en deze onderling kan scheiden.&lt;br /&gt;
#Bespreek: de weg die wordt afgelegd van DNA tot glycocalyx van een proteïne.&lt;br /&gt;
#Hoeveel ribose 5-P kunnen gevormd worden uit 5 moleculen glutaminezuur. Hoeveel ATP komt hierbij vrij?&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s waarbij alle structuren moeten aangeduid worden (chloroplast en jonge plantencel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 8 jun 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
#Bespreek de suikers&lt;br /&gt;
#Bespreek de pentosefosfaatweg (PPP)&lt;br /&gt;
#Bespreek SDS-PAGE&lt;br /&gt;
#Hoeveel molecule alpha-ketoglutaarzuur moeten er in de cel omgezet worden naar fumaarzuur om voldoende ATP te maken voor de synthese van 6 moleculen palmitinezuur (vertrekkende van Acetyl-Coa en uitgaand van het feit dat alle cofactoren aanwezig zijn) ? [Antwoord: 7]&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s waarbij alle structuren moeten aangeduid worden (levercel en prokaryote cel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Chemie == &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 JUN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# celdifferentiatie in ene plantencel&lt;br /&gt;
# transport voeding cel&lt;br /&gt;
# geef de verschillen tussen de glycolyse en de gluconeogenese daar waar de enzymen verschillend zijn&lt;br /&gt;
# 2 stearinezuur omvorme na ribose, er is geen NAD+, geef de cusclussen die je gebruikt, is er atp genoeg, kan het volledig worden omgezet?&lt;br /&gt;
# 2 tekeningen (darmwand en spiercel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 FEB 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek enkelvoudige en meervoudige suikers&lt;br /&gt;
# Welke soorten juncties zijn er en wat is hun functie?&lt;br /&gt;
# Bespreek ionenuitwisselingschromatogafie&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Bespreek aminozuren en ruimtelijke opbouw van proteïnen &lt;br /&gt;
# Rangschik 5 proteïnen volgens hun isoelektrisch punt, van hoog naar laag (je krijgt hier dan 5 aminozuursequenties) &lt;br /&gt;
# Teken de overgang tussen kernmembraan en het RER en bespreek de functie van het RER. &lt;br /&gt;
# Bespreek de verschillende centrifugatietechnieken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# bespreek de enkelvoudige en meervoudige suikers&lt;br /&gt;
# bespreek de celwand bij bacterien en schimmels&lt;br /&gt;
# leg uit ionenuitwisselingschromotografie&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s waar ge alles op moet aanduiden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Bespreek de celwand bij planten&lt;br /&gt;
# Bespreek microtubuli en hun structuren&lt;br /&gt;
# SDS-page (blijkbaar moest ge u practicumboek ook kennen :s)&lt;br /&gt;
# foto van kern me kristallen en een bacterie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek vetzuren en lipiden&lt;br /&gt;
# Bespreek wat er allemaal gebeurd en hoe het transport gebeurd van een specifiek proteïne vertrekkende van het genome DNA tot aan de glycocalyx (mss iets ander geformuleerd)&lt;br /&gt;
# Bespreek de technieken om een basaalkorrel zichtbaar te maken in de cel. -&amp;amp;gt; ECHT IN FUNCTIE VAN DE BASAALKORREL DOEN DUS adh van het proteïne tubuline!!!&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s 1 van die rozetstructuren van glycogeenpartikels en dieje andere was met gwn een celkern met kristalijne kristallen (2 foto&#039;s die hem duidelijk in de les heeft vermeld da ge daar moet op lette)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 JAN 2012 VM ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de nucleinezuren, als monomeer en macromolecule, en hun ruimtelijke structuur bij eukaryoten en prokaryoten.&lt;br /&gt;
#Bespreek het endoplasmatisch reticulum.&lt;br /&gt;
#Bespreek gelfiltratie en leg uit hoe het ka ngebruikt worden om het moleculaire gewicht van een proteine te bepalen.&lt;br /&gt;
#2 EM-fotos, alle structuren aanduiden en de functie ervan geven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 JUN 2011 NM===&lt;br /&gt;
#bespreek de vermenigvuldiging van virussen&lt;br /&gt;
#Bespreek de bio-synthese en afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
#Bespreek de vrijzetting van adrenaline in het bloed&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol ATP wordt er geproduceerd uit 5 mol glucose en 3 mol glycerol? Hoeveel mol glutaminezuur kan worden geproduceerd uit 5 mol glucose en 3 mol glycerol wanneer er genoeg ammoniak in de cel aanwezig is?&lt;br /&gt;
#twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 JUN 2011 VM===&lt;br /&gt;
#Bespreek de cytokinese bij planten.&lt;br /&gt;
#Bespreek het transport van voedingsstoffen naar binnen in de cel.&lt;br /&gt;
#Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese.&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol fructose is er nodig voor de synthese van 3 mol palmitinezuur?&lt;br /&gt;
#twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 JAN 2011===&lt;br /&gt;
#Bespreek de celwand bij planten.&lt;br /&gt;
#Bespreek de proteïnen en hoe ze zijn opgebouwd in een ruimtelijke structuur.&lt;br /&gt;
#Geef de belangrijkste verschillen tussen gram positieve en gram negatieve bacteriën en hoe kan je die van elkaar onderscheiden?&lt;br /&gt;
#Bespreek moleculaire exclusiechromatografie en hoe kan je hiermee het MW van een eiwit bepalen?&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 JUN 2010===&lt;br /&gt;
# Bespreek de structuur en werking van spiercellen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese.&lt;br /&gt;
# Hoeveel ATP wordt er geproduceerd bij afbraak van 5 mol glycerol en 2 mol glucose? stel: Glutaminezuur tekort in de cel, hoeveel mol glutaminezuur kan geproduceerd worden met 5 mol glycerol en 2 mol glucose?&lt;br /&gt;
# Hoe werkt adrenaline?&lt;br /&gt;
# Hoe werkt het tryptofaan operon bij aanwezigheid en afwezigheid van tryptofaan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 JUN 2010===&lt;br /&gt;
# Bespreek differentiatie van plantaardige cellen&lt;br /&gt;
# Bespreek gemedieerd transport&lt;br /&gt;
# Bespreek de glyoxyzuurcyclus (waar, in- en outputs en waar de producten verder naartoe gaan...)&lt;br /&gt;
# Hoeveel fructosemoleculen heb je nodig om 4 moleculen glutaminezuur en 2 moleculen asparaginezuur te maken. Hoeveel CO2 wordt hierbij gemaakt? Leg uit a.d.h.v. metabolische wegen.&lt;br /&gt;
# Bespreek hoe de enzymes elkaar opvolgen (niet in deze woorden, maar &#039;t komt erop neer)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 JAN 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
#Bespreek de structuur en de functie van microtubuli en de verschillende structuren die hieruit zijn opgebouwd. (p. 240-261)&lt;br /&gt;
#Bespreek de ruimtelijke structuur van eiwitten. (p. 53-60)&lt;br /&gt;
#Bespreek de verschillende centrifugatie methoden. (p. 285-290)&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 JAN 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
#Bespreek de celwand bij planten. (bijvragen over de chemische opbouw van (hemi)cellulose, extensises,...)&lt;br /&gt;
#Bespreek RNA transcriptie en DNA duplicatie.&lt;br /&gt;
#Bespreek de moleculaire exclusiechromatografie.&lt;br /&gt;
#2 foto&#039;s van cel(onderdelen). Alles benoemen, ook vanzelfsprekendheden (cytoplasma,...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 JAN 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
# Bespreek de enkelvoudige en de meervoudige sacchariden (bijvraag: hoe heeft men de L en D suikers bepaald, met welk suiker hebben ze dit gedaan)&lt;br /&gt;
# Bespreek de overgang van het kernmembraan en het RER en geef de functie van het RER&lt;br /&gt;
# Bespreek SDS PAGE&lt;br /&gt;
# Duid op de volgende 2 foto&#039;s de delen aan (ALLES aanduiden, cytoplasma en alles wat ook &#039;normaal&#039; lijkt!)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
leer ALLE details!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Examenvragen van 2007 - 2009=&lt;br /&gt;
=== 2 sept 2009 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Van Dijck&lt;br /&gt;
# Bespreek de enkelvoudige en meervoudige suikers.&lt;br /&gt;
# Bespreek de verschillende plastiden.&lt;br /&gt;
# Welke techniek kan men gebruiken om celmembranen te bestuderen onder de EM? Bespreek de twee varianten.&lt;br /&gt;
# Twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Thevelein&lt;br /&gt;
* Hoofdvraag&lt;br /&gt;
*# Bespreek het verband tussen de elektrontransportketen en oxidatieve fotofosforylatie.&lt;br /&gt;
* Bijvragen&lt;br /&gt;
*# Glyoxylzuurcyclus&lt;br /&gt;
*# Hoeveel glucosemoleculen heeft een schimmelcel nodig om 2 glutaminezuur en 4 asparaginezuur te maken? Wordt er hierbij ook CO2 geproduceerd en indien ja, hoeveel?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 Juni 2009 - Chemie - Thevelein ===&lt;br /&gt;
* hoofdvragen&lt;br /&gt;
*# Bespreek de Krebscyclus.&lt;br /&gt;
*# Bespreek de lichtreactie vd fotosynthese.&lt;br /&gt;
*# Leg genrepressie en geninductie uit aan de hand van klassieke voorbeelden.&lt;br /&gt;
* bijvragen&lt;br /&gt;
*# Wat is groepstranslocatie?&lt;br /&gt;
*# Bereken hoeveel mol ATP er wordt vrijgezet bij de volledige oxidatie van 1 mol tristearine.&lt;br /&gt;
*# Nog een oefening zoals hierboven maar nu met aminozuren enzo...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 Juni 2009 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Van Dijck &lt;br /&gt;
# bespreek de structuur van microtubuli en de structuren die eruit bestaan.&lt;br /&gt;
# Bespreek de nucleïnezuren en nucleotiden en hun ruimtelijke structuren.&lt;br /&gt;
# Leg gelchromatografie (??) (da met gelbollekes sorteren) uit en hoe je het molecuulgewicht v eiwitten hiermee kan berekenen.&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s uit oefenzittingen&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
Thevelein&lt;br /&gt;
* hoofdvraag&lt;br /&gt;
*# Vergelijk gluconeogenese en glycolyse (startproducten, plaats id cel,..)&lt;br /&gt;
* bijvragen&lt;br /&gt;
*# bespreek glyoxylzuurcyclus&lt;br /&gt;
*# Bereken hoeveel moleculen glucose een schimmelcel nodig heeft om 2 moleculen glutaminezuur en 4 moleculen asparaginezuur te produceren. Wordt hierbij CO2 gevormd en zo ja hoeveel? Leg uit adhv de gebruikte cycli.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 Juni 2009 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Van Dijck &lt;br /&gt;
# bespreek de celwand bij planten&lt;br /&gt;
# bespreek peroxisomen en glyoxisomen&lt;br /&gt;
# rankschik de volgende peptiden volgens iso-elektrisch punt. en wat is iso-elektrisch punt. vb.COOH-cysteïne-proline-histidine-cysteïne-lysine-methionine-asparaginezuur-NH2&lt;br /&gt;
# 2 fotos: 1 van een chloroplast, en 1 van een zenuwcel&lt;br /&gt;
Thevelein&lt;br /&gt;
*hoofdvraag&lt;br /&gt;
*# bespreek de lichtreacties van de fotosynthese&lt;br /&gt;
*bijvragen&lt;br /&gt;
*#geef volledige metabolische weg om asparaginezuur te vormen uit glycerol en NH3&lt;br /&gt;
*#Kan een cel in anaërobe omstandigheden het meest ATP halen uit glucose via de Glycolyse of eerst via PP(pentosfosfaatweg).en toon aan.-&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 jan 2009 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
# Bespreek nucleotiden en nucleïnezuren&lt;br /&gt;
# Welke soorten juncties zijn er en wat is hun functie?&lt;br /&gt;
# Hoe kan je aminozuren van suikers scheiden en hoe kan je ze verder opzuiveren?&lt;br /&gt;
# Teken het celmembraan (of was de vraag nu glycocalyx?) van een dierlijke cel en duidt de onderdelen aan.&lt;br /&gt;
# Wat is het iso-elektrisch punt van een proteïne en wat ben je ermee?&lt;br /&gt;
# 2 fotos: 1 van een prokaryote cel, en 1 van een plantencel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2009 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
# bespreek de enkelvoudige en de meervoudige sacchariden (bijvraag: hoe heeft men de L en D suikers bepaald, met welk suiker hebben ze dit gedaan)&lt;br /&gt;
# bespreek de overgang van het kernmembraan en het RER en geef de functie van het RER&lt;br /&gt;
# bespreek SDS PAGE&lt;br /&gt;
# duid op de volgende 2 foto&#039;s de delen aan (ALLES aanduiden, cytoplasma en alles wat ook &#039;normaal&#039; lijkt!)&lt;br /&gt;
leer ALLE details!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 aug 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Hoofdvraag:&lt;br /&gt;
*# Bespreek de samenstelling en mechanisme van elektronentransportketen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Bijvragen:&lt;br /&gt;
*# Welke reacties worden gekatalyseerd door volgende enzymes:&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat decarboxylase&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat dehydrogenase&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat kinase&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat carboxylase&lt;br /&gt;
*# een cel zet oxaalazijnzuur, citroenzuur en NH3 om in asparaginezuur en glutaminezuur, geef de reactie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# bespreek structuur en functies van de microtubuli en bespreek de structure waar ze voorkome (/3)&lt;br /&gt;
# bespreek structuur van de proteïnen en waar komen deze voor (/3)&lt;br /&gt;
# hoe kan je het molecuulgewicht van een proteïne bepalen met exclusiechromatografie (/2)&lt;br /&gt;
# wat is hemicellulose? (/1)&lt;br /&gt;
# duid celorganellen aan op de prent (/1) --&amp;amp;gt; twas een levercel met veel secretiepartikels&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 jun 2008 - Chemie - Thevelein ===&lt;br /&gt;
Hoofdvragen:&lt;br /&gt;
# e-transport&lt;br /&gt;
# pentosefosfaatweg&lt;br /&gt;
# regulatie van het metabolisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen:&lt;br /&gt;
# glyoxylzuurcyclus&lt;br /&gt;
# glucose+NH3--&amp;amp;gt;glutaminezuur+CO2 hoeveel ATP wordt er geproduceerd (aeroob organisme)&lt;br /&gt;
# synthese van trehalose uit glucose dat via symport in de cel komt. Hoeveel ATP moet er via melkzuurgisting gewonnen worden om 2 trehalose moleculen te vervaardigen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 jun 2008 - Chemie - Thevelein === &lt;br /&gt;
Hoofdvragen&lt;br /&gt;
# Bespreek de Krebscyclus&lt;br /&gt;
# Bespreek het membraantransport en de membraanpotentiaal&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen&lt;br /&gt;
# Adrenaline als glucosevrijzetter&lt;br /&gt;
# Bespreek in detail de biosynthese en afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
# Een bacteriële cel in aërobe omstandigheden zet glucose om in pyrodruivenzuur. Waar wordt het meeste ATP geproduceerd, via de glycolyse of via de pentosefosfaatweg?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2008 - Chemie - Thevelein===&lt;br /&gt;
Hoofdvragen:&lt;br /&gt;
# Bespreek de calvincyclus.&lt;br /&gt;
# Bespreek membraantransport en bespreek hoe membraanpotentiaal hierbij tussenkomt.&lt;br /&gt;
# Bespreek de regulatie van het metabolisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen:&lt;br /&gt;
# Glyoxylzuurcyclus.&lt;br /&gt;
# Adrenaline als glucose vrijzetter.&lt;br /&gt;
# Een denkvraag ivm proton-motive en dinitrofenol.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
# lichtreacties&lt;br /&gt;
# oefeningen:&lt;br /&gt;
#* tristearaat, hoeveel ATP wordt er gevormd&lt;br /&gt;
#* vorming van asparaginezuur en glyoxylzuur uit citroenzuur en NH3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* schriftelijk&lt;br /&gt;
*# soorten bindingen in macromolecules, tekenen +bespreken&lt;br /&gt;
*# wat is threhalose, mesozoom&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* mondeling&lt;br /&gt;
*# endoplasmatisch riticulum bespreken&lt;br /&gt;
*# microtubuli bespreken&lt;br /&gt;
*# plaatsbepaling van moleculen in de cel, methoden bespreken&lt;br /&gt;
*# 2 foto&#039;s herkennen+organellen benoemen: lever en oliehoudende zaden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 jun 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
* Grote vraag: &lt;br /&gt;
*# membraantransport bespreken&lt;br /&gt;
* Bijvragen: &lt;br /&gt;
*# ge hebt 24 glucosemoleculen, die ge via PP en dÃ¡n pas de glycolyse gaat afbreken tot acetyl-CoA, waarna ge X aantal palmitinemoleculen gaat opbouwen. Hoeveel ATP wordt er gevormd? En hoeveel NADPH hebt ge tekort?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Schriftelijk:&lt;br /&gt;
*# bespreek RNA en DNA&lt;br /&gt;
*# leg uit: &lt;br /&gt;
*#* isopycnische centrifugatie &lt;br /&gt;
*#* mycoplasma&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Mondeling:&lt;br /&gt;
*# bespreek mono- en polysachariden&lt;br /&gt;
*# celwand bij bacterien + Gram positieve en Gram negatieve bacterien&lt;br /&gt;
*# ionenuitwisselingschromatografie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 jun 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
* hoofdvraag:&lt;br /&gt;
*# Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese&lt;br /&gt;
* Bijvragen:&lt;br /&gt;
*# Bespreek hoe er geninductie en genexpressie bij Escheria coli plaatsvindt&lt;br /&gt;
*# Oefening ivm de metabolische wegen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Schriftelijk&lt;br /&gt;
*# teken (cyclisch) alfa-D-glucose, beta-D-Fructose, sucrose en nummer de koolstoffen&lt;br /&gt;
*# Leg uit: &lt;br /&gt;
*#* mesosoom &lt;br /&gt;
*#* connexon&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Mondeling&lt;br /&gt;
*# Teken hoe het kernmembraan in het RER overgaat, en geef de functie van dit RER&lt;br /&gt;
*# Bespreek de ruimtelijke structuur van proteïnen&lt;br /&gt;
*# Leg uit hoe men plasmiden kan identificeren met behulp van restrictie-enzymen aan de hand van een voorbeeld&lt;br /&gt;
*# Duid de organellen aan op de cel (chloroplast en bacteriofaag)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 jan 2008 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# geef de structuur en de functies van de mitochondrieën&lt;br /&gt;
# beschrijf de weg die een proteine X aflegt beginnend in de kern die voor de glycocalyx bestemd is.&lt;br /&gt;
# beschrijf de verschillende centrifugatietechnieken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# wat is het iso-elektrisch punt van proteïnen en rangschik de volgende proteïnen volgens stijgende theoretische waarde van het iso-elektrisch punt. De proteïnen werden gegeven door telkens een keten van 11 aminozuren.&lt;br /&gt;
# Beschrijf en teken schematisch de componenten van de glycocalyx&lt;br /&gt;
# verklaar: &lt;br /&gt;
#* mesosoom&lt;br /&gt;
#* connexon&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 jan 2008 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
Schriftelijk deel&lt;br /&gt;
# rangschik van polair naar apolair (aceton, 1-propanol, diethylether, fenol, benzylalcohol) [in de vraag werden prentjes van de moleculen gegeven, en niet de namen], en zeg wat apolariteit bepaalt.&lt;br /&gt;
# teken (cyclisch) alfa-D-glucose, beta-D-Fructose, sucrose.&lt;br /&gt;
# Leg uit:&lt;br /&gt;
#* Dictyosoom &lt;br /&gt;
#* Blefaroplast&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
# Teken hoe het kernmembraan in het RER overgaat, en geef de functie van dit RER&lt;br /&gt;
# Bespreek de ruimtelijke structuur van proteïnen&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe men plasmiden kan identificeren met behulp van restrictie-enzymen aan de hand van een voorbeeld&lt;br /&gt;
# Duid de organellen aan op de cel (de twee cellen waren een zenuwcel en een chloroplast)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Examenvragen tot en met 2006=&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
Hoofdvragen: theorie&lt;br /&gt;
# bespreek hoe een cel aan zijn membraanpotentiaal komt + hoe deze aangewend wordt bij het membraantransport&lt;br /&gt;
# bespreek de Calvin Cyclus (functie, intermedairen, ...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hoofdvragen oefeningen&lt;br /&gt;
# practicum: bespreek PAGE bij proteïnen en hoe we de molecuulgroote ervan kunnen afleiden&lt;br /&gt;
# duid zo veel mogelijk celstructuren aan&lt;br /&gt;
# duid de volgende processen aan waar ze voorkomen in de cel aan op de tekening: NADPH productie, energieproductie, chromatine en integrale proteïnen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen&lt;br /&gt;
# bespreek hoe adrenaline de glucoseproductie in de cel regelt&lt;br /&gt;
# Een cel maakt uit oxaalazijnzuur, citroenzuur en NH3 de aminozuren glutaminezuur en asparaginezuur. Geef een reactievergelijking en houd rekening met ATP, NAD, FAD, H2O en CO2.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Larsceulemans</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Celbiologie_en_biochemie&amp;diff=1776</id>
		<title>Celbiologie en biochemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Celbiologie_en_biochemie&amp;diff=1776"/>
		<updated>2019-06-27T12:14:52Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Larsceulemans: /* Examenvragen vanaf 2013 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Vanaf 2016-2017: Schriftelijk examen in plaats van mondeling examen zoals voordien.&lt;br /&gt;
Vanaf 2012-2013: Jaarvak voor zowel chemie als biochemie. Volledig gedoceerd door Patrick Van Dijck.&lt;br /&gt;
Vanaf 2009-2010: Voor de chemisten zijn het twee vakken, voor de biochemisten 1 jaarvak.  &lt;br /&gt;
De chemisten hebben dus examen in januari en juni, de biochemisten enkel in juni.&lt;br /&gt;
Tussen 2007-2009: Voor de chemisten zijn het twee vakken, voor de biochemisten 1 jaarvak.&lt;br /&gt;
Voor 2006-2007: Semestervak, gedoceerd door Johan Thevelein.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen vanaf 2013==&lt;br /&gt;
===26 juni 2019===&lt;br /&gt;
#leg gedetailleerd uit wat actief transport is&lt;br /&gt;
#geef de structuur van microtubuli, waarom zijn deze microtubuli belangrijk bij delende plantencellen? geef de structuur van flagellen bij eukaryote cellen en hoe zorgen deze voor beweging&lt;br /&gt;
#wat is Km?&lt;br /&gt;
#wat is een proplastide?&lt;br /&gt;
#wat is confocale fluorescentiemicroscopie en hoe kan deze gebruikt worden om een celmembraam te bekijken?&lt;br /&gt;
#hoeveel glycerol heb je nodig voor opbouw van 6 moleculen palmitinezuur? kan dit ook in anaerobe omstandigheden?&lt;br /&gt;
===18 juni 2019===&lt;br /&gt;
#Wat is de moleculaire structuur van een celwand van een bacterie? Wat is het verschil tussen een gram+ en een gram- bacterie? Hoe heeft dit effect met penicilline? Waarom gebeurt dit niet bij de mens? &lt;br /&gt;
#Hoe kan men een enzym isoleren en scheiden uit een dierlijke cel? &lt;br /&gt;
#Wat is covalente modificatie? Geef twee voorbeelden, een waarbij het enzym vertraagt en een waarbij het enzym versnelt. &lt;br /&gt;
#Hoeveel ATP geeft de afbraak van tripalmitine? Hoeveel tripalmitine moet er worden afgebroken om 10 moleculen glucose te maken in een dierlijke cel? &lt;br /&gt;
#Twee EM-foto&#039;s bespreken en vijf termen uitleggen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2018===&lt;br /&gt;
#Biosynthese van palmitinezuur geven (met structuren) en zeggen waar deze plaatsvindt.&lt;br /&gt;
#Teken een spiercel en benoem de elementen. Leg verder ook mbv tekeningen uit hoe een spiercel werkt.&lt;br /&gt;
#5 begrippen uitleggen/tekenen: mesosoom, operon, guanine, blefaroplast en mycoplasma.&lt;br /&gt;
#Leg uit hoe je mbv affiniteitschromatografie zuiver hexokinase uit een levercel kan scheiden. Zijn er nog andere technieken om zuiver hexokinase te krijgen, zo ja leg deze dan uit.&lt;br /&gt;
#Hoeveel moleculen glycerol zijn er nodig om 10 moleculen alanine te vormen. Geef de metabolische wegen in de juiste volgorde en geef de volledige synthese (inclusief structuren). Er is genoeg ammonium aanwezig maar geen oxaalazijnzuur.&lt;br /&gt;
#Van 2 E.M foto&#039;s de structuren en hun functies benoemen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2018===&lt;br /&gt;
#Gluconeogenese geven/uitleggen&lt;br /&gt;
#Welke aminozuren kunnen gefosforiliseerd worden, en welke geglycosyleerd. Teken een gefosforiliseerd aminozuur.&lt;br /&gt;
#Confocale fluoricentiemicroscoop uitleggen en tekenen. Hoe kan dit gebruikt worden om het plasmamembraan te tonen.&lt;br /&gt;
#BBegrippen: p53, desmosoom, N-acetylmureinezuur, cysteine, chiasma.&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol tripalmitinezuur heb je nodig voor 15 mol ribose?&lt;br /&gt;
#EM foto van glycocalyx met slijmbekercel en foto met peroxisoom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 augustus 2017===&lt;br /&gt;
#Ionenuitwisselingschromatografie uitleggen&lt;br /&gt;
#Een stuk DNA tekenen&lt;br /&gt;
#De verschillende juncties tussen cellen uitleggen&lt;br /&gt;
#Biosynthese en afbraak van vetten tekenen en uitleggen&lt;br /&gt;
#Hoeveel moleculen glutaminezuur heb je nodig om 6 moleculen ribose-5-P te maken&lt;br /&gt;
#Fotos van cellen: spiercel en plantencel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 augustus 2017===&lt;br /&gt;
#Koppel een fructosemolecule aan een galactose en deze aan een glucose op bepaalde manier (alpha,beta)&lt;br /&gt;
#Confocale fluorescentiemicroscopie&lt;br /&gt;
#Leg volgende termen uit: operon, plaques, cyclines, mesosoom, cystine&lt;br /&gt;
#Bespreek de lichtreacties (voorkomen, welke reacties gebeuren,...)&lt;br /&gt;
#Hoeveel sucrosemoleculen heb je nodig om 10 moleculen alanine te maken?&lt;br /&gt;
#2 E.M. foto&#039;s, de ene was een spiercel (actine en myosine), de andere weet ik niet zeker&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2017===&lt;br /&gt;
#Maak een (erg gedetailleerde) tekening van de secretieweg van DNA tot enzyme, voor een enzyme dat als functie heeft de celwand opbouwen. Leg hierbij alle belangrijke stappen uit.&lt;br /&gt;
#Actief transport bij bacteriën, schimmels en dieren uitleggen, met glucose als voorbeeld&lt;br /&gt;
#Je wil 6 proteïnen scheiden door een anionuitwisselingschromatografie uit te voeren, welke stappen zijn hierbij? Maak ook een tekening&lt;br /&gt;
#Hoeveel glycerol heb je nodig ter vorming van 4 moleculen tripalmitine? Hoeveel ATP is er over na volledige verademing van uw restproducten en reducerend vermogen? Geef op volgorde alle metabolische wegen die hierbij gebruikt werden. Geef schematisch alle stappen die doorlopen worden bij de vorming van tripalmitine uit glycerol, en geef de netto reactievergelijking (inclusief ATP).&lt;br /&gt;
#2 foto&#039;s aanduiden alles dat je herkent en de functie ervan geven, was een slijmbekercel en een heel erge close up van een plantencel&lt;br /&gt;
#5 termen verklaren: apoptosoom, DNA primase, N-acetylglucosamine, proplastide en Km&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2016===&lt;br /&gt;
#cytokinese dier &amp;amp; plant&lt;br /&gt;
#donkerracties en verschil C3,C4 en CAM &lt;br /&gt;
#adrenaline&lt;br /&gt;
#vriesbreuk en vriezers&lt;br /&gt;
#ato berekenen in cyclus&lt;br /&gt;
#fotokes van vet en golgi app&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2016 ===&lt;br /&gt;
#bespreek celwand van bacterien en schimmels op vlak van structuur, functie en chemische samenstelling&lt;br /&gt;
#inductie en repressie uitleggen adhv lac-operon en trp-operon&lt;br /&gt;
#oef: hoeveel mol ribose-5-P kan je maken uit glutaminezuur? bereken hoeveel ATP je over hebt en schrijf de volledige cycli uit (antwoord 3 mol ribose-5-P) &lt;br /&gt;
#fotos over juncties en chloroplast&lt;br /&gt;
#gelfiltratie uitleggen + hoe daaruit molecuulgewicht proteinen bepalen&lt;br /&gt;
#structuur en werking van een spiercel uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2016 ===&lt;br /&gt;
#bespreek celwand van schimmels en bacterie (moleculair, structuur, functie)&lt;br /&gt;
#bespreek gelfiltratie + hoe kan men de moleculaire massa berekenen van een proteine&lt;br /&gt;
#bespreek de spiercel (werking, structuur)&lt;br /&gt;
#Bespreek genrepressie en geninductie aan de hand van beta galactosidase en tryptofaan&lt;br /&gt;
#metabolisme: hoeveel ribulose 5 fosfaat uit 5 glutaminezuur (geef namen gebruikte wegen + theoretische ATP opbrengst)&lt;br /&gt;
#Structuren desmosoom/dichte junctie en chloroplas&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2016===&lt;br /&gt;
#bespreek de onderzoeken naar de regulatie van de celcyclus (MPF enzo...). Wat kan er misgaan wanneer de regulatie niet goed verloopt? (tumor, p53, oncogenen).. &lt;br /&gt;
#Bespreek oorsprong structuur en functie van glyoxisomen en peroxisomen (bijvraag: waar vind je vb glyoxisomen: noten,zaden) &lt;br /&gt;
# kationuitwisselingschromatografie uitleggen +methode om 4 peptiden te scheiden hiermee uitleggen&lt;br /&gt;
# bespreek: Gs proteine (algemeen, niet adrenaline), Km(enzyme),Prion&lt;br /&gt;
# Hoeveel ATP moeten de lichtreacties maken voor de synthese van 6 mol sucrose via donkerrracties (UDPG niet vergeten)&lt;br /&gt;
# 2 fotos: chloroplast, 10 structuren aanduiden, darmepitheelcel met glycocalix en veel mucus blijkbaar geen lysosomen dus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2016 NM===&lt;br /&gt;
#bespreek microtubuli en de structuren aan die in de cel voorkomen.&lt;br /&gt;
# Welk peptide wordt er gevormd (DNA gegeven)&lt;br /&gt;
# waaruit bestaat een spiercel en bespreek de werking ervan&lt;br /&gt;
# Bespreek de calvin-cyclus. Wat zijn de inputs en wat zijn de outputs? &lt;br /&gt;
#Hoeveel moleculen glycerol hebt je nodig om 9 moleculen ribose-5- fosfaat te maken? ( pentosefosfaat weg omkeren)&lt;br /&gt;
#em foto&#039;s &lt;br /&gt;
#*was een plantencel blaasjes golgi-apparaat aant afzetten was op de fragmoplast&lt;br /&gt;
#*De tweede foto was een slijmbekercel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2016 VM===&lt;br /&gt;
# Structuur glycogeen? Biosynthese er van en afbraak ervan? (Moest blijkbaar adrenaline bij betrekken)&lt;br /&gt;
# aminozuren uitleggen en de structuur van proteine&lt;br /&gt;
#structuur en functie van de celwand bij bacteriën&lt;br /&gt;
#de stappen nodig om een zuivere fractie van polysomen te verkrijgen. Das zo met differentiële centrifugatie &lt;br /&gt;
# hoeveel mol ethanol nodig om 6 mol ribos-6-fosfaat te vormen. &lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s ene was met peroxisoom (kristal in), mitochondrie en chloroplast. 2e was ook vormen van fragmoplast&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties&lt;br /&gt;
# Belangrijkste cel differentiaties bij Planten.&lt;br /&gt;
# Hoe kan men cellen in een oplossing tellen? Hoe gebeurd dit bij bacteriofagen?&lt;br /&gt;
#Teken en bespreek de structuur en functie van de glycocalix bij dieren&lt;br /&gt;
#hoeveel maltose moleculen zijn er nodig bij de synthese van alanine in een cel met een tekort aan energie&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s: een prokaryoot en een spiercel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de enkelvoudige en meervoudige suikers en teken de belangrijkste.&lt;br /&gt;
# apoptose&lt;br /&gt;
# Penicilline en chloramfenicol &lt;br /&gt;
# Opbouw en afbraak van vetten&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s eentje van een floeemcel de andere van een vetdruppels met glyoxisomen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Geef alle soorten lipiden, uitleg, tekening&lt;br /&gt;
# wat is een sarcomeer en leg werking uit,&lt;br /&gt;
# vier woorden: microsoom, beta-mercapto-ethanol, tonofilamenten en dna primase, &lt;br /&gt;
# Geef heel calvincyclus&lt;br /&gt;
# Oefening met al die metabolisme en ATP enzo. Iets mat stearinezuur afbreken tot pyrodruivenzuur ofzo tongue-emoticon&lt;br /&gt;
# 2 fotos : celkern met kristallen en dan blijkbaar een zeefvat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2015 NM ===&lt;br /&gt;
# Alles van de plantencelwand&lt;br /&gt;
# Oef met DNA sequentie en translatie&lt;br /&gt;
# Oxidatieve fosforylatie vs foto fosforylatie&lt;br /&gt;
# Hoe kan je polysomen en ribosomen scheiden&lt;br /&gt;
# Hoeveel mol glycerol heeft een gistcel, die in de G0-fase zit, nodig om met ademhaling 110 Mol ATP te synthetiseren&lt;br /&gt;
# Foto van openbarstende darmepitheelcel (met mucus) en van een plantencel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Structuur en functie van endoplasmatisch reticulum&lt;br /&gt;
# Hoe wordt de activiteit van fosfofructokinase geregeld?&lt;br /&gt;
# Cytoskelet bij planten en dieren&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties&lt;br /&gt;
# hoeveel mol ethanol nodig opdat gistcellen 4 mol ribose-5-P kunnen maken. Welke metabolische weg komen hierbij tussen? Hoeveel ATP blijft er over? &lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s: de eerste was een zenuwcel met microtubuli en de tweede met een peroxisoom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# bespreek suikers en polysacchariden en teken de belangrijkste&lt;br /&gt;
# welke reacties vinden plaats op het thelakoïdmembraan en wat zijn de inputs en outputs&lt;br /&gt;
# geef uitleg; middenlichaampje, callus, mitosis-promoting factor MPF, blefaroblast&lt;br /&gt;
# hoeveel mol glutaminezuur moet omgezet worden in oxaalazijnzuur om voldoende ATP te maken voor de afbraak van 5 mol stearinezuur&lt;br /&gt;
# bespreek SDS-page en waarvoor dient het&lt;br /&gt;
# foto van floëemcellen en foto van kern met kristallen p p295&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 juni 2014 ===&lt;br /&gt;
#IEP uitleggen en peptiden rangschikken op IEP&lt;br /&gt;
#Transport van voedingsstoffen over de celmembraan bespreken&lt;br /&gt;
#Methoden om de volgorde van enzymen in een metabolische pathway te bepalen&lt;br /&gt;
#Glyoxylzuurcyclus bespreken&lt;br /&gt;
#Hoevel mol glycerol nodig voor 2 mol palimitinezuur&lt;br /&gt;
#Foto van jonge plantencel en van peroxisoom&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2014===&lt;br /&gt;
#Transport van voeding door de membraan&lt;br /&gt;
#Plantencelwand bespreken&lt;br /&gt;
#Bespreek de pentosefosfaatweg (alles)&lt;br /&gt;
#Tellen van bacteriofagen&lt;br /&gt;
#1 mol tripalmitine (vergeet glycerol niet!)&lt;br /&gt;
#Foto van plantencel (chloroplast volledig en ook vacuole enzo) + floeemcel (gedifferentieerde plantencel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2014 ===&lt;br /&gt;
#Leg de rol van enzymen als katalysatoren uit in de metabolische reactie wegen&lt;br /&gt;
#Wat doe adrenaline in de levercellen als je schrikhebt?&lt;br /&gt;
#Leg de weg uit die katalase aflegt in de cel beginnende bij DNA.&lt;br /&gt;
#Leg ionenuitwisselingschromatografie uit.&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol maltose heb je nodig voor de aanmaak van 2 mol stearine? Welke metabolische reactiewegen komen hier bij te pas? Welke zijn de energieleverende/ energie verbruikende stappen?&lt;br /&gt;
#Prent van cel met glycogeenkorrels, RER, SER, mitochondrien etc&lt;br /&gt;
#Prent van plant cel in cytokinese --&amp;amp;gt; aanmaak van middenlamel door fragmoplast etc&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 juni 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Transport over celmembraan&lt;br /&gt;
#Kern met rer tekenen en functie uitleggen &lt;br /&gt;
#Wat doet adrenaline in levercellen&lt;br /&gt;
#Confocale fluorescentie microscopie uitleggen&lt;br /&gt;
#Hoeveel acetaat je nodig hebt voor 3 mol glycerol en waar wordt energie geproduceerd &lt;br /&gt;
#Foto van glycogeenkorrels en van kristallen in kern&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 juni 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#fosfofructokinase van dna tot enzyme de weg die het moet doen en regulatie&lt;br /&gt;
#plantencelwand opbouw componenten en functie&lt;br /&gt;
#tellen van cellen en bacteriofagen&lt;br /&gt;
#hoeveel glucose nodig voor 4 alanine te maken&lt;br /&gt;
#foto van zenuwuitlopers en vorming nieuwe celwand bij planten: fragmoplast&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2013 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de eenvoudige suikers en polysacchariden.&lt;br /&gt;
#Bespreek de biosynthese en afbraak van vetzuren.&lt;br /&gt;
#Wat is de functie van glyoxisomen? Hoe kan je deze zichtbaar maken bij fluorescentie microscopie?&lt;br /&gt;
#Een gistcel kan groeien op ethanol. Om te groeien moet de celwand groeien, deze is opgebouwd uit polymeren van suikers. &lt;br /&gt;
#*Hoeveel mol ethanol is er nodig om 10 mol glucose te maken? &lt;br /&gt;
#*Kan de gistcel groeien op ethanol in anaëroob milieu? (antwoord: p469 laatste 5 regels in middelste stuk)&lt;br /&gt;
#prent aanduiden: &lt;br /&gt;
#*desmosoom &lt;br /&gt;
#*peroxisoom met kristalstructuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2013 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Teken de overgang van kernmembraan naar R.E.R. Wat is de functie van dit laatste?&lt;br /&gt;
#Bespreek geprogrammeerde celdood. Is er een link met kanker?&lt;br /&gt;
#Geef de methode(n) hoe je proteïnen kan splitsen op basis van hun lading.&lt;br /&gt;
#Hoe werkt het B-galactosidase operon bij E. Coli?&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol glucose kan je maken met 3 mol palmitinezuur? Welke metabolische wegen worden er gevolgd? Hoeveel ATP kan er eventueel gevormd worden?&lt;br /&gt;
#Foto&#039;s:&lt;br /&gt;
#* p254&lt;br /&gt;
#*p218 (ongeveer)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 JUN 2013 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek de secretieweg in een cel van gen tot gesecreteerd eiwit.&lt;br /&gt;
# Als een mens schrik heeft komt er adrenaline vrij. Wat gebeurt er dan in de lever?&lt;br /&gt;
# Hoe werkt SDS-PAGE?&lt;br /&gt;
# Een uitgehongerde zoogdiercel maakt 4 glutaminezuurmoleculen en 2 asparaginezuurmoleculen. Hoeveel fructose is hier voor nodig en hoeveel CO2 wordt er door het organisme geproduceerd bij deze omzetting?&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s: chloroplast tegen celwand aangedrukt door vacuole en celkern met kristallen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 jun 2013 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de celwand vn de bacterie&lt;br /&gt;
#Uitleggen wat MFP met celcyclus te maken heeft en welke drie onderzoeken er toe geleid hebben&lt;br /&gt;
#Confocale fluorecentiemmicroscopie uitleggen&lt;br /&gt;
#Een oefening met hoeveel mol&lt;br /&gt;
#2 prentjes:&lt;br /&gt;
#*floëmcellen&lt;br /&gt;
#*gewoon RER, SER, Peroxisoom, mitochondrïen aanduiden (kan zijn nog iets)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Examenvragen vanaf 2009=&lt;br /&gt;
== Biochemie ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 27 jun 2011 ===&lt;br /&gt;
#elektronentransportketen uitleggen.&lt;br /&gt;
#Met welke methodes kan je glyoxisomen bestuderen (door microscopische analyse) in de cel?&lt;br /&gt;
#Vetzuren en lipiden bespreken&lt;br /&gt;
#Differentiaties in plantencellen&lt;br /&gt;
#Foto van spiercel + kern delen benoemen.&lt;br /&gt;
#C1 van een glucosemolecule wordt radioactief gemerkt. We zien dat C6 van een 1,6-bisfosfaatfructosemolecule ook radioactieve sporen vertoond. Verklaar dit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 jun 2010 ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de lichtreactie van de fotosynthese.&lt;br /&gt;
#Bespreek hoe je aminozuren en suikers kan scheiden en deze onderling kan scheiden.&lt;br /&gt;
#Bespreek: de weg die wordt afgelegd van DNA tot glycocalyx van een proteïne.&lt;br /&gt;
#Hoeveel ribose 5-P kunnen gevormd worden uit 5 moleculen glutaminezuur. Hoeveel ATP komt hierbij vrij?&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s waarbij alle structuren moeten aangeduid worden (chloroplast en jonge plantencel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 8 jun 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
#Bespreek de suikers&lt;br /&gt;
#Bespreek de pentosefosfaatweg (PPP)&lt;br /&gt;
#Bespreek SDS-PAGE&lt;br /&gt;
#Hoeveel molecule alpha-ketoglutaarzuur moeten er in de cel omgezet worden naar fumaarzuur om voldoende ATP te maken voor de synthese van 6 moleculen palmitinezuur (vertrekkende van Acetyl-Coa en uitgaand van het feit dat alle cofactoren aanwezig zijn) ? [Antwoord: 7]&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s waarbij alle structuren moeten aangeduid worden (levercel en prokaryote cel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Chemie == &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 JUN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# celdifferentiatie in ene plantencel&lt;br /&gt;
# transport voeding cel&lt;br /&gt;
# geef de verschillen tussen de glycolyse en de gluconeogenese daar waar de enzymen verschillend zijn&lt;br /&gt;
# 2 stearinezuur omvorme na ribose, er is geen NAD+, geef de cusclussen die je gebruikt, is er atp genoeg, kan het volledig worden omgezet?&lt;br /&gt;
# 2 tekeningen (darmwand en spiercel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 FEB 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek enkelvoudige en meervoudige suikers&lt;br /&gt;
# Welke soorten juncties zijn er en wat is hun functie?&lt;br /&gt;
# Bespreek ionenuitwisselingschromatogafie&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Bespreek aminozuren en ruimtelijke opbouw van proteïnen &lt;br /&gt;
# Rangschik 5 proteïnen volgens hun isoelektrisch punt, van hoog naar laag (je krijgt hier dan 5 aminozuursequenties) &lt;br /&gt;
# Teken de overgang tussen kernmembraan en het RER en bespreek de functie van het RER. &lt;br /&gt;
# Bespreek de verschillende centrifugatietechnieken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# bespreek de enkelvoudige en meervoudige suikers&lt;br /&gt;
# bespreek de celwand bij bacterien en schimmels&lt;br /&gt;
# leg uit ionenuitwisselingschromotografie&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s waar ge alles op moet aanduiden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Bespreek de celwand bij planten&lt;br /&gt;
# Bespreek microtubuli en hun structuren&lt;br /&gt;
# SDS-page (blijkbaar moest ge u practicumboek ook kennen :s)&lt;br /&gt;
# foto van kern me kristallen en een bacterie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek vetzuren en lipiden&lt;br /&gt;
# Bespreek wat er allemaal gebeurd en hoe het transport gebeurd van een specifiek proteïne vertrekkende van het genome DNA tot aan de glycocalyx (mss iets ander geformuleerd)&lt;br /&gt;
# Bespreek de technieken om een basaalkorrel zichtbaar te maken in de cel. -&amp;amp;gt; ECHT IN FUNCTIE VAN DE BASAALKORREL DOEN DUS adh van het proteïne tubuline!!!&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s 1 van die rozetstructuren van glycogeenpartikels en dieje andere was met gwn een celkern met kristalijne kristallen (2 foto&#039;s die hem duidelijk in de les heeft vermeld da ge daar moet op lette)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 JAN 2012 VM ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de nucleinezuren, als monomeer en macromolecule, en hun ruimtelijke structuur bij eukaryoten en prokaryoten.&lt;br /&gt;
#Bespreek het endoplasmatisch reticulum.&lt;br /&gt;
#Bespreek gelfiltratie en leg uit hoe het ka ngebruikt worden om het moleculaire gewicht van een proteine te bepalen.&lt;br /&gt;
#2 EM-fotos, alle structuren aanduiden en de functie ervan geven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 JUN 2011 NM===&lt;br /&gt;
#bespreek de vermenigvuldiging van virussen&lt;br /&gt;
#Bespreek de bio-synthese en afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
#Bespreek de vrijzetting van adrenaline in het bloed&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol ATP wordt er geproduceerd uit 5 mol glucose en 3 mol glycerol? Hoeveel mol glutaminezuur kan worden geproduceerd uit 5 mol glucose en 3 mol glycerol wanneer er genoeg ammoniak in de cel aanwezig is?&lt;br /&gt;
#twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 JUN 2011 VM===&lt;br /&gt;
#Bespreek de cytokinese bij planten.&lt;br /&gt;
#Bespreek het transport van voedingsstoffen naar binnen in de cel.&lt;br /&gt;
#Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese.&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol fructose is er nodig voor de synthese van 3 mol palmitinezuur?&lt;br /&gt;
#twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 JAN 2011===&lt;br /&gt;
#Bespreek de celwand bij planten.&lt;br /&gt;
#Bespreek de proteïnen en hoe ze zijn opgebouwd in een ruimtelijke structuur.&lt;br /&gt;
#Geef de belangrijkste verschillen tussen gram positieve en gram negatieve bacteriën en hoe kan je die van elkaar onderscheiden?&lt;br /&gt;
#Bespreek moleculaire exclusiechromatografie en hoe kan je hiermee het MW van een eiwit bepalen?&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 JUN 2010===&lt;br /&gt;
# Bespreek de structuur en werking van spiercellen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese.&lt;br /&gt;
# Hoeveel ATP wordt er geproduceerd bij afbraak van 5 mol glycerol en 2 mol glucose? stel: Glutaminezuur tekort in de cel, hoeveel mol glutaminezuur kan geproduceerd worden met 5 mol glycerol en 2 mol glucose?&lt;br /&gt;
# Hoe werkt adrenaline?&lt;br /&gt;
# Hoe werkt het tryptofaan operon bij aanwezigheid en afwezigheid van tryptofaan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 JUN 2010===&lt;br /&gt;
# Bespreek differentiatie van plantaardige cellen&lt;br /&gt;
# Bespreek gemedieerd transport&lt;br /&gt;
# Bespreek de glyoxyzuurcyclus (waar, in- en outputs en waar de producten verder naartoe gaan...)&lt;br /&gt;
# Hoeveel fructosemoleculen heb je nodig om 4 moleculen glutaminezuur en 2 moleculen asparaginezuur te maken. Hoeveel CO2 wordt hierbij gemaakt? Leg uit a.d.h.v. metabolische wegen.&lt;br /&gt;
# Bespreek hoe de enzymes elkaar opvolgen (niet in deze woorden, maar &#039;t komt erop neer)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 JAN 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
#Bespreek de structuur en de functie van microtubuli en de verschillende structuren die hieruit zijn opgebouwd. (p. 240-261)&lt;br /&gt;
#Bespreek de ruimtelijke structuur van eiwitten. (p. 53-60)&lt;br /&gt;
#Bespreek de verschillende centrifugatie methoden. (p. 285-290)&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 JAN 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
#Bespreek de celwand bij planten. (bijvragen over de chemische opbouw van (hemi)cellulose, extensises,...)&lt;br /&gt;
#Bespreek RNA transcriptie en DNA duplicatie.&lt;br /&gt;
#Bespreek de moleculaire exclusiechromatografie.&lt;br /&gt;
#2 foto&#039;s van cel(onderdelen). Alles benoemen, ook vanzelfsprekendheden (cytoplasma,...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 JAN 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
# Bespreek de enkelvoudige en de meervoudige sacchariden (bijvraag: hoe heeft men de L en D suikers bepaald, met welk suiker hebben ze dit gedaan)&lt;br /&gt;
# Bespreek de overgang van het kernmembraan en het RER en geef de functie van het RER&lt;br /&gt;
# Bespreek SDS PAGE&lt;br /&gt;
# Duid op de volgende 2 foto&#039;s de delen aan (ALLES aanduiden, cytoplasma en alles wat ook &#039;normaal&#039; lijkt!)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
leer ALLE details!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Examenvragen van 2007 - 2009=&lt;br /&gt;
=== 2 sept 2009 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Van Dijck&lt;br /&gt;
# Bespreek de enkelvoudige en meervoudige suikers.&lt;br /&gt;
# Bespreek de verschillende plastiden.&lt;br /&gt;
# Welke techniek kan men gebruiken om celmembranen te bestuderen onder de EM? Bespreek de twee varianten.&lt;br /&gt;
# Twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Thevelein&lt;br /&gt;
* Hoofdvraag&lt;br /&gt;
*# Bespreek het verband tussen de elektrontransportketen en oxidatieve fotofosforylatie.&lt;br /&gt;
* Bijvragen&lt;br /&gt;
*# Glyoxylzuurcyclus&lt;br /&gt;
*# Hoeveel glucosemoleculen heeft een schimmelcel nodig om 2 glutaminezuur en 4 asparaginezuur te maken? Wordt er hierbij ook CO2 geproduceerd en indien ja, hoeveel?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 Juni 2009 - Chemie - Thevelein ===&lt;br /&gt;
* hoofdvragen&lt;br /&gt;
*# Bespreek de Krebscyclus.&lt;br /&gt;
*# Bespreek de lichtreactie vd fotosynthese.&lt;br /&gt;
*# Leg genrepressie en geninductie uit aan de hand van klassieke voorbeelden.&lt;br /&gt;
* bijvragen&lt;br /&gt;
*# Wat is groepstranslocatie?&lt;br /&gt;
*# Bereken hoeveel mol ATP er wordt vrijgezet bij de volledige oxidatie van 1 mol tristearine.&lt;br /&gt;
*# Nog een oefening zoals hierboven maar nu met aminozuren enzo...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 Juni 2009 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Van Dijck &lt;br /&gt;
# bespreek de structuur van microtubuli en de structuren die eruit bestaan.&lt;br /&gt;
# Bespreek de nucleïnezuren en nucleotiden en hun ruimtelijke structuren.&lt;br /&gt;
# Leg gelchromatografie (??) (da met gelbollekes sorteren) uit en hoe je het molecuulgewicht v eiwitten hiermee kan berekenen.&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s uit oefenzittingen&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
Thevelein&lt;br /&gt;
* hoofdvraag&lt;br /&gt;
*# Vergelijk gluconeogenese en glycolyse (startproducten, plaats id cel,..)&lt;br /&gt;
* bijvragen&lt;br /&gt;
*# bespreek glyoxylzuurcyclus&lt;br /&gt;
*# Bereken hoeveel moleculen glucose een schimmelcel nodig heeft om 2 moleculen glutaminezuur en 4 moleculen asparaginezuur te produceren. Wordt hierbij CO2 gevormd en zo ja hoeveel? Leg uit adhv de gebruikte cycli.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 Juni 2009 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Van Dijck &lt;br /&gt;
# bespreek de celwand bij planten&lt;br /&gt;
# bespreek peroxisomen en glyoxisomen&lt;br /&gt;
# rankschik de volgende peptiden volgens iso-elektrisch punt. en wat is iso-elektrisch punt. vb.COOH-cysteïne-proline-histidine-cysteïne-lysine-methionine-asparaginezuur-NH2&lt;br /&gt;
# 2 fotos: 1 van een chloroplast, en 1 van een zenuwcel&lt;br /&gt;
Thevelein&lt;br /&gt;
*hoofdvraag&lt;br /&gt;
*# bespreek de lichtreacties van de fotosynthese&lt;br /&gt;
*bijvragen&lt;br /&gt;
*#geef volledige metabolische weg om asparaginezuur te vormen uit glycerol en NH3&lt;br /&gt;
*#Kan een cel in anaërobe omstandigheden het meest ATP halen uit glucose via de Glycolyse of eerst via PP(pentosfosfaatweg).en toon aan.-&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 jan 2009 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
# Bespreek nucleotiden en nucleïnezuren&lt;br /&gt;
# Welke soorten juncties zijn er en wat is hun functie?&lt;br /&gt;
# Hoe kan je aminozuren van suikers scheiden en hoe kan je ze verder opzuiveren?&lt;br /&gt;
# Teken het celmembraan (of was de vraag nu glycocalyx?) van een dierlijke cel en duidt de onderdelen aan.&lt;br /&gt;
# Wat is het iso-elektrisch punt van een proteïne en wat ben je ermee?&lt;br /&gt;
# 2 fotos: 1 van een prokaryote cel, en 1 van een plantencel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2009 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
# bespreek de enkelvoudige en de meervoudige sacchariden (bijvraag: hoe heeft men de L en D suikers bepaald, met welk suiker hebben ze dit gedaan)&lt;br /&gt;
# bespreek de overgang van het kernmembraan en het RER en geef de functie van het RER&lt;br /&gt;
# bespreek SDS PAGE&lt;br /&gt;
# duid op de volgende 2 foto&#039;s de delen aan (ALLES aanduiden, cytoplasma en alles wat ook &#039;normaal&#039; lijkt!)&lt;br /&gt;
leer ALLE details!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 aug 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Hoofdvraag:&lt;br /&gt;
*# Bespreek de samenstelling en mechanisme van elektronentransportketen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Bijvragen:&lt;br /&gt;
*# Welke reacties worden gekatalyseerd door volgende enzymes:&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat decarboxylase&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat dehydrogenase&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat kinase&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat carboxylase&lt;br /&gt;
*# een cel zet oxaalazijnzuur, citroenzuur en NH3 om in asparaginezuur en glutaminezuur, geef de reactie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# bespreek structuur en functies van de microtubuli en bespreek de structure waar ze voorkome (/3)&lt;br /&gt;
# bespreek structuur van de proteïnen en waar komen deze voor (/3)&lt;br /&gt;
# hoe kan je het molecuulgewicht van een proteïne bepalen met exclusiechromatografie (/2)&lt;br /&gt;
# wat is hemicellulose? (/1)&lt;br /&gt;
# duid celorganellen aan op de prent (/1) --&amp;amp;gt; twas een levercel met veel secretiepartikels&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 jun 2008 - Chemie - Thevelein ===&lt;br /&gt;
Hoofdvragen:&lt;br /&gt;
# e-transport&lt;br /&gt;
# pentosefosfaatweg&lt;br /&gt;
# regulatie van het metabolisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen:&lt;br /&gt;
# glyoxylzuurcyclus&lt;br /&gt;
# glucose+NH3--&amp;amp;gt;glutaminezuur+CO2 hoeveel ATP wordt er geproduceerd (aeroob organisme)&lt;br /&gt;
# synthese van trehalose uit glucose dat via symport in de cel komt. Hoeveel ATP moet er via melkzuurgisting gewonnen worden om 2 trehalose moleculen te vervaardigen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 jun 2008 - Chemie - Thevelein === &lt;br /&gt;
Hoofdvragen&lt;br /&gt;
# Bespreek de Krebscyclus&lt;br /&gt;
# Bespreek het membraantransport en de membraanpotentiaal&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen&lt;br /&gt;
# Adrenaline als glucosevrijzetter&lt;br /&gt;
# Bespreek in detail de biosynthese en afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
# Een bacteriële cel in aërobe omstandigheden zet glucose om in pyrodruivenzuur. Waar wordt het meeste ATP geproduceerd, via de glycolyse of via de pentosefosfaatweg?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2008 - Chemie - Thevelein===&lt;br /&gt;
Hoofdvragen:&lt;br /&gt;
# Bespreek de calvincyclus.&lt;br /&gt;
# Bespreek membraantransport en bespreek hoe membraanpotentiaal hierbij tussenkomt.&lt;br /&gt;
# Bespreek de regulatie van het metabolisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen:&lt;br /&gt;
# Glyoxylzuurcyclus.&lt;br /&gt;
# Adrenaline als glucose vrijzetter.&lt;br /&gt;
# Een denkvraag ivm proton-motive en dinitrofenol.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
# lichtreacties&lt;br /&gt;
# oefeningen:&lt;br /&gt;
#* tristearaat, hoeveel ATP wordt er gevormd&lt;br /&gt;
#* vorming van asparaginezuur en glyoxylzuur uit citroenzuur en NH3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* schriftelijk&lt;br /&gt;
*# soorten bindingen in macromolecules, tekenen +bespreken&lt;br /&gt;
*# wat is threhalose, mesozoom&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* mondeling&lt;br /&gt;
*# endoplasmatisch riticulum bespreken&lt;br /&gt;
*# microtubuli bespreken&lt;br /&gt;
*# plaatsbepaling van moleculen in de cel, methoden bespreken&lt;br /&gt;
*# 2 foto&#039;s herkennen+organellen benoemen: lever en oliehoudende zaden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 jun 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
* Grote vraag: &lt;br /&gt;
*# membraantransport bespreken&lt;br /&gt;
* Bijvragen: &lt;br /&gt;
*# ge hebt 24 glucosemoleculen, die ge via PP en dÃ¡n pas de glycolyse gaat afbreken tot acetyl-CoA, waarna ge X aantal palmitinemoleculen gaat opbouwen. Hoeveel ATP wordt er gevormd? En hoeveel NADPH hebt ge tekort?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Schriftelijk:&lt;br /&gt;
*# bespreek RNA en DNA&lt;br /&gt;
*# leg uit: &lt;br /&gt;
*#* isopycnische centrifugatie &lt;br /&gt;
*#* mycoplasma&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Mondeling:&lt;br /&gt;
*# bespreek mono- en polysachariden&lt;br /&gt;
*# celwand bij bacterien + Gram positieve en Gram negatieve bacterien&lt;br /&gt;
*# ionenuitwisselingschromatografie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 jun 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
* hoofdvraag:&lt;br /&gt;
*# Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese&lt;br /&gt;
* Bijvragen:&lt;br /&gt;
*# Bespreek hoe er geninductie en genexpressie bij Escheria coli plaatsvindt&lt;br /&gt;
*# Oefening ivm de metabolische wegen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Schriftelijk&lt;br /&gt;
*# teken (cyclisch) alfa-D-glucose, beta-D-Fructose, sucrose en nummer de koolstoffen&lt;br /&gt;
*# Leg uit: &lt;br /&gt;
*#* mesosoom &lt;br /&gt;
*#* connexon&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Mondeling&lt;br /&gt;
*# Teken hoe het kernmembraan in het RER overgaat, en geef de functie van dit RER&lt;br /&gt;
*# Bespreek de ruimtelijke structuur van proteïnen&lt;br /&gt;
*# Leg uit hoe men plasmiden kan identificeren met behulp van restrictie-enzymen aan de hand van een voorbeeld&lt;br /&gt;
*# Duid de organellen aan op de cel (chloroplast en bacteriofaag)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 jan 2008 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# geef de structuur en de functies van de mitochondrieën&lt;br /&gt;
# beschrijf de weg die een proteine X aflegt beginnend in de kern die voor de glycocalyx bestemd is.&lt;br /&gt;
# beschrijf de verschillende centrifugatietechnieken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# wat is het iso-elektrisch punt van proteïnen en rangschik de volgende proteïnen volgens stijgende theoretische waarde van het iso-elektrisch punt. De proteïnen werden gegeven door telkens een keten van 11 aminozuren.&lt;br /&gt;
# Beschrijf en teken schematisch de componenten van de glycocalyx&lt;br /&gt;
# verklaar: &lt;br /&gt;
#* mesosoom&lt;br /&gt;
#* connexon&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 jan 2008 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
Schriftelijk deel&lt;br /&gt;
# rangschik van polair naar apolair (aceton, 1-propanol, diethylether, fenol, benzylalcohol) [in de vraag werden prentjes van de moleculen gegeven, en niet de namen], en zeg wat apolariteit bepaalt.&lt;br /&gt;
# teken (cyclisch) alfa-D-glucose, beta-D-Fructose, sucrose.&lt;br /&gt;
# Leg uit:&lt;br /&gt;
#* Dictyosoom &lt;br /&gt;
#* Blefaroplast&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
# Teken hoe het kernmembraan in het RER overgaat, en geef de functie van dit RER&lt;br /&gt;
# Bespreek de ruimtelijke structuur van proteïnen&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe men plasmiden kan identificeren met behulp van restrictie-enzymen aan de hand van een voorbeeld&lt;br /&gt;
# Duid de organellen aan op de cel (de twee cellen waren een zenuwcel en een chloroplast)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Examenvragen tot en met 2006=&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
Hoofdvragen: theorie&lt;br /&gt;
# bespreek hoe een cel aan zijn membraanpotentiaal komt + hoe deze aangewend wordt bij het membraantransport&lt;br /&gt;
# bespreek de Calvin Cyclus (functie, intermedairen, ...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hoofdvragen oefeningen&lt;br /&gt;
# practicum: bespreek PAGE bij proteïnen en hoe we de molecuulgroote ervan kunnen afleiden&lt;br /&gt;
# duid zo veel mogelijk celstructuren aan&lt;br /&gt;
# duid de volgende processen aan waar ze voorkomen in de cel aan op de tekening: NADPH productie, energieproductie, chromatine en integrale proteïnen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen&lt;br /&gt;
# bespreek hoe adrenaline de glucoseproductie in de cel regelt&lt;br /&gt;
# Een cel maakt uit oxaalazijnzuur, citroenzuur en NH3 de aminozuren glutaminezuur en asparaginezuur. Geef een reactievergelijking en houd rekening met ATP, NAD, FAD, H2O en CO2.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Larsceulemans</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Bio-Organische_Chemie&amp;diff=1720</id>
		<title>Bio-Organische Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Bio-Organische_Chemie&amp;diff=1720"/>
		<updated>2019-06-17T12:12:16Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Larsceulemans: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Basisvak organische chemie voor eerstejaars chemie, biochemie en biologie.&lt;br /&gt;
Gedoceerd door Professor Luc van Meervelt.&lt;br /&gt;
Het examen volgt al jaren dezelfde structuur.&lt;br /&gt;
Sinds 2017 wordt dit vak gegeven door professor Mario Smet&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2019===&lt;br /&gt;
#4 moleculen met dubbele bindingen gegeven waarop elektrofiele additie gebeurt&lt;br /&gt;
##van 1 reactiemechanisme uitwerken&lt;br /&gt;
##rangschikken volgens reactiviteit door middel van substituenteffecten&lt;br /&gt;
##eindproducten geven + IUPAC naam geven&lt;br /&gt;
#vetzuursynthese uitleggen met coënzymen erbij&lt;br /&gt;
##uitleggen waarom je malonycoa nodig hebt en wat de gelijkenis ervan is met claisen-condensatie&lt;br /&gt;
#molecule gegeven: menthol&lt;br /&gt;
##chirale c aanduiden, hoeveel stereo-isomeren, R/S van chirale c, geef stabielste configuratie, geef diastereoisomeer dat epimeer is, enantiomeer geven, stabielste configuratie van enantiomeer geven, je krijgt een paar newmanprojecties waarvan je moet zeggen welke de juiste is, oxidatiegetal van aangeduide c geven&lt;br /&gt;
#geef 3D structuur van R glutaminezuur&lt;br /&gt;
##is deze D of L?&lt;br /&gt;
##welke vorm(en) komt er vooral voor op ph 8,8&lt;br /&gt;
##uitleggen waarom N in de R groep niet basisch is en die van lysine (ook tekenen) wel&lt;br /&gt;
#je krijgt een benzeenring waarop een de ene kant een ch3 hangt en op de tegenovergestelde kant een acylgroep, je moet uitleggen via grensstructuren wat het juiste antwoord is&lt;br /&gt;
##eerst alkyleren, dan acyleren&lt;br /&gt;
##eerst acyleren, dan alkyleren&lt;br /&gt;
##volgorde maakt niet uit, maar acyleren is trager&lt;br /&gt;
##volgorde maakt niet uit, maar alkyleren is trager&lt;br /&gt;
#je krijgt een reactie waarvan je de reagentia en reactieproducten er nog moet bij zetten&lt;br /&gt;
##reactie is eerst een eliminatie en dan een additie&lt;br /&gt;
#je krijgt een cyclisch carbonzuur en dit gaat reageren amine, geef de reactieproducten in skeletnotatie en zeg wel reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#een cycloalkaan waar een broom aanhangt gaat reageren met naoh, geef het reactieproduct(en) en zeggen welk reactiemechanisme het is en ook het reactiemechanisme uitschrijven&lt;br /&gt;
===14 juni 2019 NM===&lt;br /&gt;
# 4 benzeen ringen gegeven (3 daarvan met substituenten)&lt;br /&gt;
## Reactiemechanisme uitschrijven voor een gewone benzeen tot chloorderivaat (SeAr)&lt;br /&gt;
## Rangschikken volgens reactiviteit, grensstructuren tekenen en substituenteffecten verklaren.&lt;br /&gt;
## Van de 4 chloorderivaten de IUPAC-naam geven en eindstructuur tekenen &lt;br /&gt;
# De glycolyse genereert op 2 plaatsen ATP en de Krebs-cyclus op 1 plaats. Teken de reagens en het product van de reacties. Leg uit waarom de moleculen energie genereert.&lt;br /&gt;
# Suiker oefening met L-Talose tot alfa-L-talose, Wat is de katalysator?, Reactietype?, Enantiomeer, Stabielste Newman-projectie (C4 en C5), R/S-Configuratie op C2 en C3, Oxidatietrap van C1.&lt;br /&gt;
# Isoelektrisch punt van Arginine en Glycine berekenen, pH van een 0,1M 100ml Arginine oplossing na toevoegen van 200ml 0,1 NaOH, L-configuratie van Arginine tekenen, is het een S/R configuratie?&lt;br /&gt;
# Gegeven: Tetracycline. Het molecule heeft 2 pKa en 1 pKb . Zoek de groepen die hiervoor zorgen en verklaar je keuze.&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan (reactieproducten), geef reactietype en eindproduct, geeft reactietype eindproduct en reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2019 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
# 4 structuren gegeven: 2 broomalkanen, 1 broomalkeen en een fenylbroomalkaan&lt;br /&gt;
## Schrijf het Sn2 reactiemechisme uit voor structuur A (broomethaan) met natriumwaterstofsulfide. &lt;br /&gt;
## Rangschik de gegeven structuren volgens afnemende reactiviteit. Leg uit! &lt;br /&gt;
## Geef de IUPAC-namen van al de reactieproducten&lt;br /&gt;
# Geef de isomerisatie in de glycolyse van het glucosederivaat naar fructosederivaat. Waarom is dit basegekatalyseerd.&lt;br /&gt;
## Geef het verband tussen de Tollens- en Fehlingstest en het verband tussen Barfoed- en Benedictetest.&lt;br /&gt;
# Gegeven is een suiker in de stoelvorm&lt;br /&gt;
## Geef de volledige naam van dit suiker.&lt;br /&gt;
## Geef de Fischerprojectie van de open-ketenvorm en geef de stabielste Newmanprojectie met C3 en C4 als as.&lt;br /&gt;
## Wat is de conformatie en OT van C2 en C5?&lt;br /&gt;
## Geef het anomeer van dit suiker. Is dit ook een epimeer/diasteriomeer/enantiomeer? Leg elke term uit. &lt;br /&gt;
# Oefening op aminozuren:&lt;br /&gt;
## Waarom heeft leucine een hogere pKa dan threonine?&lt;br /&gt;
## Welke lading heeft leucine in een mengsel van ph = 9,5? Ligt het eerder aan kathode/anode/ergens in het midden bij elektroforese?&lt;br /&gt;
## Geef de 2R,3S vorm van threonine in de fischerprojectie.&lt;br /&gt;
# Welke van onderstaande structuren ondergaat gemakkelijk een decarboxylering bij een temperatuursverhoging? Zo ja, schrijf het mechanisme helemaal uit. COOH-CH2-CHOH-CH3 / COOH-CHOH-CH2-CH3 / COOH-CH2-CO-CH3 / COOH-CH2-COOH&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan (reactieproducten), geef reactietype en eindproduct, geeft reactietype eindproduct en reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2019===&lt;br /&gt;
# Structuren van chloorbenzeen, anisool, benzeen en fenol zijn gegeven.&lt;br /&gt;
## Schrijf het reactiemechanisme uit van een elektrofiele substitutie van benzeen met als eindproduct een nitroderivaat.&lt;br /&gt;
## Rangschik de gegeven structuren volgens afnemende reactiviteit. Leg uit adhv substituenteffecten en teken grensstructuren indien nodig.&lt;br /&gt;
## Geef van de 4 nitroderivaten de IUPAC-naam en teken de structuur&lt;br /&gt;
# Waarom kunnen alcoholen niet gemakkelijk een SN-reactie ondergaan? Geef 2 voorbeelden van een SN-reactie van een alcohol, schrijf het mechanisme. Reageert fenol op dezelfde manier? Teken en leg uit. Hoe kunnen SN-reacties van alcoholen mogelijk gemaakt worden in biologische systemen?&lt;br /&gt;
# Gegeven: enantiomeer van een structuur. Geef R- of S-configuratie van 2 aangeduide C-atomen. Teken de ruimtelijke structuur van het molecule. Hoeveel stereo-isomeren zijn er? Teken de meest stabiele Newman-projectie. Is er een mesovorm? Indien mogelijk teken mesomere grensstructuren. Geef de oxidatietrap van 2 aangeduidde C-atomen.&lt;br /&gt;
# Bij welke pH komt het Zwitter-ion van arginine voor? Teken. Waarom is de pKa van arginine lager dan de pKa van asparaginezuur? Gegeven: 100ml volledig geprotoneerd 0,10M asparaginezuur, Wat is de pH na een titratie met 150mL 0,10M NaOH? Teken van elk vermeld aminozuur de neutrale structuur&lt;br /&gt;
# Gegeven: formaldehyde, aceetaldehyde en benzaldehyde. Welke kan een aldolcondensatie met zichzelf doen? Teken het mechanisme en verklaar waarom de andere 2 dit niet kunnen.&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan (reactieproducten), geef reactietype en eindproduct, geeft reactietype eindproduct en reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni (VM) 2019===&lt;br /&gt;
# 4 structuren gegeven: 2 chlooralkenen, 1 chlooralkaan en 1 chloorether&lt;br /&gt;
## Schrijf het reactiemechanisme uit voor een SN1 reactie van (1 van de 2) chlooralkeen met ammoniak.&lt;br /&gt;
## Rangschik de gegeven structuren volgens afnemende reactiviteit. Leg uit adhv substituenteffecten en teken grensstructuren indien nodig.&lt;br /&gt;
## Geef van de 4 derivaten de IUPAC-naam (van de eerste 3 dus niet de ether) en teken de structuur.&lt;br /&gt;
# Geef het mechanisme van decarboxylering van beta-ketocarbonzuren en leg uit. Geef een voorbeeld van een analoog mechanisme in de biologie en leg uit.&lt;br /&gt;
#L-glucose tekenen en omzetten in alfa-L-glucofuranose. Geef enantiomeer van de structuur. Geef R- of S-configuratie van 2 aangeduide C-atomen. Hoeveel stereo-isomeren zijn er? Teken de meest stabiele Newman-projectie. Geef een diastereomeer dat ook een epimeer is. Geef de oxidatietrap van 2 aangeduidde C-atomen. Is alfa-L-glucofuranose een reduceerbare suiker?&lt;br /&gt;
# Tyrosine en serine hebben een gelijkaardige zijketen, waarom heeft tyrosine een pKr en serine niet? Gegeven: 100ml volledig geprotoneerd 0,10M tyrosine, Wat is de pH na een titratie met 300mL 0,10M NaOH? Welke vormen van serine en tyrosine komen voor bij pH 10,5? Alle vermelde AZ moeten getekend zijn in het antwoord.&lt;br /&gt;
# Gegeven: Benzeen, pyrrool en pyridine. Rangschik volgens reactiviteit voor een SeAr reactie mbv grensstructuren.&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan alkyn --?--&amp;gt; alkeen --Br2--&amp;gt; ?, geef reactietype en eindproduct: 3-fenyl-1-amino-2-propanon --OH--&amp;gt;, geeft reactietype eindproduct en reactiemechanisme: aldolcondensatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 augustus 2018===&lt;br /&gt;
# 4 gegeven alcoholen kunnen en E1 reactie ondergaan, geef de volledige reactie voor alcohol A, geef de eindproducten en de IUPAC-naam van de 4 alcoholen na de reactie. Orden volgens afnemende reactiviteit.&lt;br /&gt;
# Een vraag over de oxidatieve deaminering van glutaminezuur.&lt;br /&gt;
# Suiker in ringstructuur gegeven: geef naam &amp;amp; lineaire vorm, geef de Newman projectie (c3-c4), is c2 R/S en wat is zijn oxidatietrap, hoeveel chirale C atomen zijn er en duid aan in de cyclische vorm en lineaire vorm welke de chirale C atomen zijn, geef een diastereomeer dat geen epimeer of anomeer is van de gegeven suiker, hoe heet de reactie waarbij een lineaire vorm over kan gaan in de cyclische vorm en in welk solvent gebeurt dit.&lt;br /&gt;
# Leg het verschil in pKa tussen glutaminezuur en valine uit. Welke vorm van glutaminezuur komt er het meeste voor bij bepaalde pH. Bereken de pH van een oplossing van 100ml valine (0,1M) met 200ml base.&lt;br /&gt;
# Een SN reactie bij alcoholen moet in zuur milieu gebeuren: waarom, waarom niet met NH2 als nucleofiel, geef een alternatief voor zuur milieu bij SN reactie met alcoholen.&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan (pijltjes en reactieproducten), geef reactietype en eindproduct, geeft reactietype eindproduct en reactiemechanisme. &lt;br /&gt;
===22 juni 2018===&lt;br /&gt;
# De snelheid en reactieproducten met IUPAC-naam geven van 4 esters in basisch midden, voor 1 het mechanisme uitschrijven.&lt;br /&gt;
# Leg de synthese van peptiden uit met dicyclohexylcarbodiimide. Welke voorzorgsmaatregel moet genomen worden om selectief een peptide te vormen? Geef een voorbeeld. &lt;br /&gt;
# Geef de naam van een gegeven cyclisch suiker. Uitleggen of het R of S is. Is het een reducerende suiker? Geef de fischerprojectie. Geef de Newmanprojectie met c3-c4 als as en geef hiervan de stabielste Haworthprojectie. Geef het anomere suiker, is dit een enantiomeer, epimeer of diastereomeer en verklaar. &lt;br /&gt;
# Geef de 3D projectie van S-tryptofaan. Waarom heeft de R-groep van tryptofaan geen basische eigenschappen? Is tryptofaan vlot te scheiden van alanine met gelelektroforese? Indien ja, bij welke pH en waar zouden ze zich bevinden op de gel. Indien nee, verklaar. &lt;br /&gt;
# Waarom ondergaat pyridine gaan elektrofiele aromatische substitutie met een chlooralkeen en trichlooralluminium zoals benzeen? Schrijf de reactie uit die wel plaatsvindt en benoem deze. Nog een deelvraag....&lt;br /&gt;
# Mechanismes aanvullen en reactietypes bepalen. De eerste was een cyclisch ester waarbij je moest aangeveven dat er OH werd gebruikt zodat de ring open ging en het eindproduct in skeletnotatie. Reactie tussen een zuurchloride en een primair amine, het reactietype en producten in skeletnotatie geven. De laatste was een claisoncondensatie waarbij het mechanisme gegeven moest worden en het eindproduct in skeletnotatie. &lt;br /&gt;
===18 juni 2018===&lt;br /&gt;
# De snelheid en reactieproducten met IUPAC-naam geven van 4 benzeenderivaten bij een elektrofiele aromatisch substitutie, voor 1 het mechanisme uitschrijven&lt;br /&gt;
# Leg de afbraak van vetzuren uit en geef de coënzymen die een rol spelen, vergelijk met de vetzuursynthese en leg het verband uit tussen vetzuursynthese en de Claisencondensatie&lt;br /&gt;
# Aflatoxine is gegeven, enkele vraagjes zoals: hoeveel stereoisomeren, teken diastereomeren, r of s,heeft het molecule een mesovorm, oxidatietrappen bepalen, mesomere effecten aanduiden...&lt;br /&gt;
# Waarom heeft de NH2 groep van asparagine geen Pkr? Waar bevinden tyrosine en asparagine zich in een gelelektorforese bij pH 11? Is er mesomerie mogelijk in tyrosine, duid aan met pijlen&lt;br /&gt;
# Bespreek de stereochemie van 2 reacties&lt;br /&gt;
# mechanismes aanvullen en reactietypes bepalen&lt;br /&gt;
===14 juni 2018 ===&lt;br /&gt;
Mondeling&lt;br /&gt;
#4 stoffen vergelijken waarbij een aromatische substitutie gebeurd ter vorming van een nitroderivaat voor 1 het mechanisme uitschrijven en welke het snelste gaat verlopen en waarom. De structuur van de reactieproducten tekenen en de IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
#De volledige vetzuursynthese geven en alle enzymes en cofactoren benoemen. Zeggen waarom NADPH een goed reductans is voor de reductie van de vetzuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk&lt;br /&gt;
#Van een gegeven verbinding zeggen hoeveel stereo-isomeren er van bestaan en van ze allemaal de fisher en newman projectie (stabielste configuratie) geven. Van alle chirale atomen de R of de S configuratie toe kennen. Zeggen welke diasteriomeren en enantiomeren van elkaar zijn. Er kon makkelijk water afgesplitsd worden en zeggen waarom het een stabiel carbokation was en de hybridisatie van het koolstof atoom geven.&lt;br /&gt;
#Van threonine de titratie curve gekregen en hieruit afleiden welke volume op elk punt is toegevoegd welke vorm er het meeste voorkomt en op een bepaald punt de lading van het aminozuur bepalen. Waarom pKa van threonine lager als die van Leucine. (overal structuur van geven)&lt;br /&gt;
#4 verschillende verbindingen gekregen en zeggen welke verbinding het reactiefste is bij een nucleofiele substitutie.&lt;br /&gt;
#Oefening over mechanismes: producten geven, boven pijl aan vullen, reactietype of volledig mechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2018 ===&lt;br /&gt;
#4 stoffen vergelijken waaraan een elektrofiele additie van HBr gebeurd. Het mechanisme voor 1 v/d stoffen uitschrijven. Zeggen welke reactie het snelst gaat verlopen en waarom (eventueel aantonen door uitschrijven grensstructuren). De structuur van de reactieproducten voor de 4 stoffen geven en de IUPAC-naamgeving van twee daarvan. (mondeling)&lt;br /&gt;
#Geef het mechanisme van decarboxylering van beta-ketocarbonzuren en leg uit. Geef een voorbeeld van een analoog mechanisme in de biologie en leg uit. (mondeling)&lt;br /&gt;
#Oefening over ringsluiting van een suiker, aanduiden asymmetrische koolstoffen, D omzetten in L, een epimeer en anomeer geven, R-S configuratie voor 1 C geven, meest stabiele conformatie over as tussen twee C&#039;s weergeven in Newmann. (schriftelijk)&lt;br /&gt;
#Oefening over aminozuren. 3D weergave van S-proline weergeven. Zeggen waarom pKa&#039; van proline hoger ligt dan van valine. Geven onder welke vorm valine voorkomt bij pH 2.2 en waarom. &lt;br /&gt;
#Oefening over reactie H2SO4 onder temperatuurstijging en een alcohol. Hier gaat eliminatie gebeuren. De twee mogelijke reactieproducten worden gegeven en er wordt gezegd welke het meest gaat voorkomen. Vervolgens wordt gevraagd aan welke regel er hier niet wordt voldaan en waarom. (Regel van Zaitsev wordt niet voldaan, de minst gesubstitueerde alkeen gaat gevormd worden, komt door verschillende reactiemechanisme voor eliminatie van alcohol met H2SO4, schrijf hiertoe mechanismen uit dan wordt het duidelijk)&lt;br /&gt;
#oefening over mechanismen (aanvullen, producten geven of volledig mechanisme uitschrijven)&lt;br /&gt;
=== 7 september 2017 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
# 4 stoffen (ketonen) gegeven waarop een nucleofiele additie van methylamine gebeurt. schrijf het mechanisme voor stof A, geef de stoffen in afnemende reactiviteit en de UIPAC naam van alle stoffen met structuur.&lt;br /&gt;
# vergelijk de hydrolyse van carbonzuuresters en fosfaatesters in base en de hydrolyse van fosfaatesters in zuur. vergelijk de hydrolysesnelheid van mono-, di- en trialkylfosfaten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#De pKr van glutaminezuur is groter dan die van asparaginezuur, verklaar. titratie van glutaminezuur met NaOH, bereken de pH als er 250ml base werd toegevoegd. welke vorm van asparaginezuur is meer aanwezig bij pH 2.2.&lt;br /&gt;
#welk product word gevormd bij de reactie van Z-2-penteen met dibroom (S,R).&lt;br /&gt;
#reacties aanvullen, skeletnotatie, reactietype, reactiemechanisme,...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===29 augustus 2017 (namiddag) - Mario Smet===&lt;br /&gt;
Mondeling&lt;br /&gt;
#4 stoffen zijn gegeven: een buteen, een butadieen, een fenyletheen, en een furyletheen. Voer een elektrofiele additie van water uit in zuur milieu: schrijf het reactiemechanisme compleet uit voor stof A + welke stof is het reactiefste leg uit adhv substituenteffecten + geef alle gevormde producten en hun IUPAC namen.&lt;br /&gt;
#Methionine wordt gebruikt bij de methylering in het lichaam maar moet eerst geactiveerd worden. Geef mechanisme van activering, mechanisme van methylering, geef biologisch voorbeeld van methylering + Mosterdgas is sterk alkylerend, waarom? En waarom zijn sterk alkylerende stoffen uiterst toxisch?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk&lt;br /&gt;
#oefeningen op koolhydraten: L-arabinose omvormen naar beta-L-arabinofuranose, hoe noemt deze reactie en welk type reactie is dit?, geef een anomeer van de beta vorm is dit een enantiomeer?, geef een diastereomeer dat geen epimeer is, is deze suiker reducerend?, newman projectie van meest stabiele configuratie bekeken vanaf C2 en C3, geef de absolute configuratie en oxidatietrap van C2 en C4,...)&lt;br /&gt;
#oefening op AZ: arginine, welke vorm heeft dit bij pH12.5 en waarom? Welk stikstofatoom is het meest basisch en waarom? valine, geef S configuratie (beiden dus structuur vanbuiten kennen)&lt;br /&gt;
#methyl-2-methylpropanoaat ondergaat een claisencondensatie in oplossing met methoxide. In tegenstelling tot andere claisencondensaties wordt het reactiemechanisme NIET naar rechts getrokken, waarom?&lt;br /&gt;
#3 verschillende reacties, verschillende zaken aanvullen telkens (mechanisme, welk type reactie, reactieproduct, reagentia,...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2017 (voormiddag) - Mario Smet===&lt;br /&gt;
Mondeling&lt;br /&gt;
#halogeenalkaan ondergaat een E1 + toelichten zaitsev&lt;br /&gt;
#vier moleculen ondergaan een E; welke is het reactiefst? Leg uit mbhv substituenteffecten + resonantievormen tekenen (indien nuttig)&lt;br /&gt;
#Waarom kan op een alcohol NIET goed een Sn uitgevoerd worden? (OH- is niet stabiel)&lt;br /&gt;
#2 voorbeelden geven hoe dat wel kan + werkt dit ook voor fenol? (protoneren of fosfaatgroep toevoegen)&lt;br /&gt;
#Voorbeeld geven van een nucleofiele substitutie van een alcohol in biologische systemen (acetaalvorming v/e reducerende suiker met methanol)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk&lt;br /&gt;
#oefeningen op koolhydraten (R/S; anomeer, epimeer, haworth en newman projecties&lt;br /&gt;
#oefeningen op reactiemechanismen (fiederlkraftsalkylering, nucleofiele acylsubstietutie)&lt;br /&gt;
#oefening op AZ (2 tekenen, titratie-oef, pKa vergelijken)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 Juni 2017 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Elektrofiele additie reactiemechanisme schrijven (regel markovnikov)&lt;br /&gt;
#4 moleculen bepalen welke het snelst aan een Ae doet (grensstructuren, inductieve effecten)&lt;br /&gt;
#naamgeving van enkele producten na de Ae&lt;br /&gt;
#isomerisatie in glycolyse van glucose-6-fosfaat naar fructose-6-fosfaat en uitleggen waarom dit base gekatalyseerd is&lt;br /&gt;
#verband uitleggen met Fehling&#039;s/ Tollen en Barfoed&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#gegeven moleculen Menthol aantal stereochemische oefeningen oplossen (R/S, diasteromeren, enantiomeren, newman...)&lt;br /&gt;
#oefening op AZ op papierelektroforese (waar komt elk AZ bij bepaalde ph)&lt;br /&gt;
#aceton+ methylanime wordt imine bij ph=7 laat zien&lt;br /&gt;
#enkele reactiemechanisme aanvullen of tekenen ( Nitrering, estercondensatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2017 (voormiddag) SINDS 2017 GEGEVEN DOOR MARIO SMET===&lt;br /&gt;
#op 4 structuren Sn1 toepassen en verklaren welke het meest reactief is + resomere vormen geven + naamgeving...&lt;br /&gt;
#retro aldolcondensatie bij glycolyse en zeggen hoe het katalytisch effect tot stand kwam&lt;br /&gt;
#een oefenig op suikers, op aminozuren en 3 reactiemechanismes&lt;br /&gt;
#vertellen hoe een alcohol test werkt met chroomzuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===9 juni 2016===&lt;br /&gt;
#beckman omlegging&lt;br /&gt;
#edman degradatie&lt;br /&gt;
#biosynthese geraniol en limoleen&lt;br /&gt;
#structuren = S.A.M &amp;amp; biotione&lt;br /&gt;
#naamgeving + 2 mechanismes&lt;br /&gt;
#oefening ivm stereochemie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===8 juni 2016===&lt;br /&gt;
#synthese vn peptiden&lt;br /&gt;
#hydrolyse, omestering en reductie van esters&lt;br /&gt;
#cannizaro reactie&lt;br /&gt;
#structuren: -2-isopentenylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#Trans decaline&lt;br /&gt;
#oef over suikers(suiker bepalen, chirale C&#039;s, newman projectie..)&lt;br /&gt;
#reactiemechanismen en naamgeving&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 juni 2016===&lt;br /&gt;
#Aldolcondensatie en waardat deze terugkomt in de glycolyse&lt;br /&gt;
#reactiviteit bij de substitutie reacties van benzeen, tolueen en pyridine vergelijken&lt;br /&gt;
#-verschil tussen reducerende suikers en nietreducerende suikers&lt;br /&gt;
#structuur van acetyl-choline en palitine&lt;br /&gt;
#pH van aminozuren bij een titratie&lt;br /&gt;
#reactimechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# Claisen condensatie + verband met afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van geconcentreerd zwavelzuur met:&lt;br /&gt;
#* Alkeen&lt;br /&gt;
#* Alcohol&lt;br /&gt;
#* Aromaat&lt;br /&gt;
# acetylcholine en fructose 6 fosfaat tekenen, optische zuiverheid uitleggen. &lt;br /&gt;
#Oefeningen over aminozuren (of glutamine en threonine te scheiden waren met elektroforese) fischer, newmann, stereo isomeren erover. &lt;br /&gt;
#En dan twee reacties natuurlijk&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2015 ( namiddag ) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg de reacties met benzeen uit en ook die van purine en fenol.&lt;br /&gt;
# Bespreek de hydrolyse en omestering van vetzuren in zuur en basisch milieu. Leg hierbij ook het broomgetal en verzepingsgetal uit.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Naamgeving ( c-AMP en mannose)&lt;br /&gt;
# Leg uit si en re&lt;br /&gt;
# Een hele lang oefening vergelijkbaar met de oefeningen van de oefenzitting ( verschil tussen D en L, chirale C, reacties, ...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2015 ( voormiddag ) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
mondeling:&lt;br /&gt;
#Aminen en halogeenalkanen &lt;br /&gt;
#Aminen en salpeterigzuur&lt;br /&gt;
#Laboratorium peptidesynthese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
#structuren&lt;br /&gt;
#*Limoneen&lt;br /&gt;
#*Sorbitol&lt;br /&gt;
#stereochemie+ reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#*aldolcondensatie&lt;br /&gt;
#leg uit:&lt;br /&gt;
#*reducerende en niet-reducerende suikers&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2015===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
mondeling:&lt;br /&gt;
#Wat is &#039;&#039;mutarotatie&#039;&#039;? Leg dit uit a.h.v glucose en fructose.&lt;br /&gt;
#Leg uit:&lt;br /&gt;
#* Fisher-verestering&lt;br /&gt;
#* Beckmann-omslag. Je moet ook weten hoe H2O addeert. Hij vraagt hoe je aan een oximen kunt komen. &lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC &lt;br /&gt;
#structuren&lt;br /&gt;
#*citroenzuur&lt;br /&gt;
#*ninhydrine&lt;br /&gt;
#structuur observeren&lt;br /&gt;
#* chirale C-atomen aanduiden&lt;br /&gt;
#* OG van aangeduid atoom geven&lt;br /&gt;
#* vermelden welke N in de molecule het stabielste is.&lt;br /&gt;
#* vermelden hoeveel stereo-isomeren er gevormd kunnen worden.&lt;br /&gt;
#* Ã©Ã©n stereomeer tekenen dat geen enantiomeer is.&lt;br /&gt;
#* oefening op pH-waarden binnen titraties. ( &#039;&#039;deze bij 200 mL als de molecule volledig geprotoneerd is&#039;&#039; )&lt;br /&gt;
#wat is &#039;&#039;fosforyleringspotentiaal&#039;&#039;? Leg uit.&lt;br /&gt;
#2 structuren gegeven. &lt;br /&gt;
#*Van elk de/het reactieproduct(en) geven en hiervan de juiste skeletnotatie. &lt;br /&gt;
#*Geef van Ã©Ã©n van de 2 tructuren het reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 juni 2014===&lt;br /&gt;
#Bespreek de reacties met alkenen (waterstof halogenen en perzuren)&lt;br /&gt;
#Iupac&lt;br /&gt;
#Bespreek reducerende suikers&lt;br /&gt;
#Peridoxalfosfaat en acetylcholine&lt;br /&gt;
#Stereochemie&lt;br /&gt;
#Reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 augustus 2013===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reactie kan D-mannose in een basisch milieu ondergaan?&lt;br /&gt;
# Leg de biosynthese van vetzuren uit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC&lt;br /&gt;
# Structuren: tBOC en ninhydrine&lt;br /&gt;
# Fosforylerings-potentiaal&lt;br /&gt;
# Random oefening&lt;br /&gt;
# Reacties: Ester+Amide en Alcohol+Zuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2013 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de elektrofiele en nucleofiele substitutie bij benzeen en pyridine.&lt;br /&gt;
# Bespreek eliminatiereacties bij halogeenalkanen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC.&lt;br /&gt;
# Structuur van glucaarzuur en tosylchloride.&lt;br /&gt;
# Leg optische zuiverheid uit.&lt;br /&gt;
# Tryptofaan: chirale koolstoffen, alle stereo-isomeren tekenen in Fischer en Newman, R/S bepalen.&lt;br /&gt;
# Reacties: Nucleofiele substitutie halogeenalkaan en Fischer estersynthese.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
#decarboxylatie alpha-aminozuur en decarboxylatie alpha-ketocarbonzuur&lt;br /&gt;
# amine + halogeenalkaan/salpeterigzuur&lt;br /&gt;
# iupac&lt;br /&gt;
# structuur beta-maltose en geranylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
# dean-stark&lt;br /&gt;
# molecule: chirale centra, R/S, enantiomere/diastereomere/epimeren/anomeren, oxidatie, welke OH zuurste?&lt;br /&gt;
# reactie aldehyd + OH/H2o, tetrahydropyraan met HI&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2013 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg de methoden uit om de volgorde van aminozuren in een peptide te achterhalen&lt;br /&gt;
# Leg uit: Halfacetaal- en acetaalvorming en pas toe op de vorming van beta-D-glucopyranose en methyl-beta-D-glucopyranoside&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Leg biodiesel uit&lt;br /&gt;
# Geef de structuur van limoneen en citroenzuur&lt;br /&gt;
# IUPAC-naamgeving&lt;br /&gt;
# Molecule gegeven: &lt;br /&gt;
#* Geef alle chirale C-atomen + R/S nomenclatuur&lt;br /&gt;
#* Newman projectie geven van bepaalde as&lt;br /&gt;
#* Is de stikstof erin basisch (verklaar met substituenteffecten)&lt;br /&gt;
#* Teken een stereomeer die geen epimeer is&lt;br /&gt;
# Reacties waarvan 1 uitwerken:&lt;br /&gt;
#* Sn1 van een alkaan met een broom erin&lt;br /&gt;
#* Claisen condensatie van een ester&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#bespreek reactie alkenen met perzuren, halogenen en H2.&lt;br /&gt;
#bespreek decarboxylatie van carbonzuren, pas toe op vb uit citroenzuurcyclus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#bespreek: reducerend/niet reducerend suiker&lt;br /&gt;
#molecules tekenen: biotine en SAM&lt;br /&gt;
#iupac naam&lt;br /&gt;
#chirale C: OT, R of S aangeven, diasteromeren van een AZ en fisher+newman&lt;br /&gt;
#oefening met ph berekening met titratie&lt;br /&gt;
#uitleggen waarom pka van 1 lager is dan een ander AZ&lt;br /&gt;
#2 ractiemechanismen geven, Ã©Ã©n ervan uitschrijven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# mutarotatie volledig uitleggen en illustreren voor D-fructose en D-glucose&lt;br /&gt;
# Joodgetal, verzepingsgetal, Hydrolyse en omestering (zuur en basisch) voor olie en vetten. (met TEKENINGEN van ELK mechanisme)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# fosforyleringspotentaal&lt;br /&gt;
# 2 mechanismes waarvan ge het mechanisme en het eindproduct moet geven en eentje moet ge tekenen (naar keuze).&lt;br /&gt;
# structuur gegeven: &lt;br /&gt;
#* geef alle chirale C-atomen &lt;br /&gt;
#* Stereo isomeren &lt;br /&gt;
#* R en S geven van de chirale C-atomen in de stereo isomeren &lt;br /&gt;
#* Zeggen of de dubbele bindingen E of Z zijn &lt;br /&gt;
#* bepaal oxidatiegetal van het aangeduide punt &lt;br /&gt;
#* verklaar waarom een stof hogere pka heeft als die gegeven is&lt;br /&gt;
# er is nog eentje maar die weet ik niet meer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling: &lt;br /&gt;
#synthese van peptiden in het labo&lt;br /&gt;
#de hydrolysereactie van esters en fosfaatesters&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk: &lt;br /&gt;
#iupac naam&lt;br /&gt;
#structuur van : cAMP en alpha keto glutaarzuur&lt;br /&gt;
#leg de Beckman omlegging uit&lt;br /&gt;
#suikers (ge krijgt een blad me alle suikers op) wij hadden xylulose&lt;br /&gt;
#* bepaal de absolute configuratie van alle chirale C-atomen&lt;br /&gt;
#*teken de meest stabiele open ketenvorm in een speciale projectie, kweet nimeer welke, volgens de C3-C4 as&lt;br /&gt;
#*bepaal het oxidatiegetal van C2&lt;br /&gt;
#*teken de overgang van L - xylulose naar L alpha xylulopentose&lt;br /&gt;
#*teken het anomeer van L alpha xylulopentose&lt;br /&gt;
#*welke soort reactie treed op bij een ringsluiting en welk soort katalysator bevordert dit proces&lt;br /&gt;
#dan nog twee reacties, waarvan ge een volledig moet uitwerken en van beide reacties moet ge het reactietype geven en reactieproduct(en)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2013 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#bespreek de claisencondensatie en bespreek het verband met de afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
#beschrijf de biosynthese van geraniol en limoneen(monoterpenen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#Bespreek de regel van Huckel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2012 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling: &lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van monoterpenen: geraniol (molecule krijg je) en limoneen (structuur wel kennen)&lt;br /&gt;
# Bespreek de aldolcondensatie en geef het verband met de glycolyse&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk: &lt;br /&gt;
# IUPAC naam geven&lt;br /&gt;
# structuren van acetylcholine en citroenzuur&lt;br /&gt;
# uitleggen wat reducerende en niet reducerende suikers zijn&lt;br /&gt;
# oefening met molecule met fenolen enz aan: fisherprojecties geven van de isomeren en ook de R/S en newmanprojecties van de stabielste moleculen.&lt;br /&gt;
# reactiemechanismes aanvullen: nucleofiele additie van H2SO4 aan alkeen en zuurgekatalyseerde claisencondensatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2012 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# bespreek de nucleofiele reacties van carbonylgroep en additie met H20 en alcohol&lt;br /&gt;
# Bespreek ninhydrine reactie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# ne iupac&lt;br /&gt;
# Limoneen en fosfoënolpyruvaat tekenen&lt;br /&gt;
# Bespreek optische zuiverheid&lt;br /&gt;
# oefening met suiker ( bij ons was die suiker L-tagatose dachtek) ma ge krijgt een blad om hem te herkennen (naam geven, fisher tekenen, R/S, een diastereomeer geven dat geen epimeer en geen anomeer is, + waarom suikercyclisatie zuur gekatalyseerd, en dan nog iets ma da wetek ni meer)&lt;br /&gt;
# 2 structuren ( 1 was zo cyclisch ether da met HI reageert )&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 juni 2011===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Labosynthese van peptiden&lt;br /&gt;
#Eliminatiereacties bij halogeenalkanen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPD-naam&lt;br /&gt;
#structuren:&lt;br /&gt;
#*Nylon-66&lt;br /&gt;
#*Palmitinezuur&lt;br /&gt;
#Leg uit: Dean Stark opstelling&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===24 Juni 2011 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Ninhydrinereactie&lt;br /&gt;
#bespreek reacties van amiden met halogeenalkanen en salpeterigzuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC-naam&lt;br /&gt;
#Structuren:&lt;br /&gt;
#*c-AMP&lt;br /&gt;
#*Sorbitol&lt;br /&gt;
#Leg uit: Cannizzaro-reactie&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#2 reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===24 Juni 2011 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Bio-synthese van vetzuren en het verband met de Claisencondensatie&lt;br /&gt;
#reacties van alkenen met waterstof, halogenen en perzuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC-naam&lt;br /&gt;
#structuren:&lt;br /&gt;
#*ATP&lt;br /&gt;
#*citroenzuur&lt;br /&gt;
#Leg uit: Diazokoppelingsreactie&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#2 reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===16 Juni 2011===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Leg uit: acetaal- en halfacetaalvorming.&lt;br /&gt;
#Reacties van anorganische zuren met alkenen en alkynen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC-naam&lt;br /&gt;
#structuren:&lt;br /&gt;
#*limoneen&lt;br /&gt;
#*D-mannose&lt;br /&gt;
#leg uit: Kolbe-Schmitt reactie&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#2 reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===23 augustus 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Ninhydrinereactie&lt;br /&gt;
# Welke reacties kan D-fructose in base ondergaan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren:&lt;br /&gt;
#* Pyridoxalfosfaat&lt;br /&gt;
#* SAM&lt;br /&gt;
# leg uit: Biodiesel&lt;br /&gt;
# stereochemie&lt;br /&gt;
# twee reactiemechanismen:&lt;br /&gt;
#* keton met alcohol&lt;br /&gt;
#* amide in water (zuurgekatalyseerd)&lt;br /&gt;
===18 juni 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Reactie van anorganische zuren met alkenen en alkynen.&lt;br /&gt;
# Alkylering, sulfonering en acylering van aromaten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren&lt;br /&gt;
#* (delta2)isopentenylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#* cellobiose&lt;br /&gt;
# leg uit: epoxyharsen en -lijmen&lt;br /&gt;
# stereochemie aminozuur met R = -CHOH-CH3&lt;br /&gt;
#* duid chirale koolstoffen aan&lt;br /&gt;
#* hoeveel conformaties zijn er? en teken deze&lt;br /&gt;
#* benoem (R,S)&lt;br /&gt;
#* welke zijn enantiomeren? diastereomeren?&lt;br /&gt;
#* bepaal het oxidatiegetal van de C-atomen&lt;br /&gt;
#* welk is het meest basisch en zeg waarom...&lt;br /&gt;
# twee reactiemechanismen waarvan 1 helemaal uitschrijven&lt;br /&gt;
===14 juni 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reacties gebeuren er met suikers in basisch milieu? (en dan bedoelt hij specifiek in basisch milieu)&lt;br /&gt;
# Bespreek de oxidatie van alcoholen in het labo met K2Cr2O7 en in de natuur met NAD+ en illustreer met een voorbeeld in de citroenzuurcyclus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
#* Biotine&lt;br /&gt;
# leg uit: reactie van Chichibabin&lt;br /&gt;
# stereochemie&lt;br /&gt;
#* duid chirale koolstoffen aan&lt;br /&gt;
#* hoeveel conformaties zijn er? en teken deze&lt;br /&gt;
#* benoem (R,S)&lt;br /&gt;
#* welke zijn enantiomeren? diastereomeren?&lt;br /&gt;
#* is er een mesovorm?&lt;br /&gt;
#* welk is het meest basisch: CH3CH2COO- of CH3CH2C=-C- (driedubbele binding) en zeg waarom&lt;br /&gt;
# twee reactiemechanismen waarvan 1 helemaal uitschrijven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Wat geven alkenen met &lt;br /&gt;
#* Anorganische zuren; &lt;br /&gt;
#* Perzuren (ook energieschema&#039;s kennen, effecten van concentraties enzo)&lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van vetzuren (Claisen-condensatiestap belangrijkst)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren&lt;br /&gt;
#*SAM (S-adenosylmethionine)&lt;br /&gt;
#*PET&lt;br /&gt;
# Leg uit: Kolbe-Schmidt-reactie (aspirine dus)&lt;br /&gt;
# Stereo-chemie:&lt;br /&gt;
#* teken (beta)-L-gulopyranose (lineaire vorm gegeven)&lt;br /&gt;
#* teken gunstigste Newman-projectie volgens C2-C3-as&lt;br /&gt;
#* wat is de oxidatietrap van C6?&lt;br /&gt;
#* geef de anomeer en een epimeer van L-gulose&lt;br /&gt;
# 2 reactiemechanismen (1 uitschrijven)&lt;br /&gt;
#* oxidatie van een alcohol en aldehyde met K2Cr2O7, H2SO4, koud&lt;br /&gt;
#* Friedel-Crafts-acylering&lt;br /&gt;
-&lt;br /&gt;
===22 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de aldolcondensatie. Bespreek ook de stap van de glycolyse die verband houdt met de aldolcondensatie.&lt;br /&gt;
# Bespreek de hydrolyse en omestering van vetten. Leg ook uit wat het verzepingsgetal en het joodgetal is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* dansylchloride&lt;br /&gt;
#* cellobiose&lt;br /&gt;
# Leg uit: De Beckmann-omlegging&lt;br /&gt;
# Je krijgt een molecule gegeven &lt;br /&gt;
#* Duid alle assymetrische koolstofatomen aan met een &amp;amp;quot;*&amp;amp;quot; en zeg of ze een R of S-configuratie hebben&lt;br /&gt;
#* Teken het enantiomeer en 2 epimeren&lt;br /&gt;
#* Van een N-atoom zeggen dat het basischer of zuurder is in vergelijking met ammoniak&lt;br /&gt;
#* 2 mesomeren vormen geven (buiten die van benzeenring)&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen (producten + soort reactie geven + Ã©Ã©n mechanisme helemaal uitschrijven)&lt;br /&gt;
#* tertair alcohol + zuurchloride&lt;br /&gt;
#* alkeen + zuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# bespreek de nucleofiele additie aan de carbonylgroep. Bespreek de factoren die de reactiviteit van aldehyden en ketonen beinvloed. geef de reactie met water en alcoholen&lt;br /&gt;
# bespreek de reactie van alkenen met waterstof, halogenen en perzuren&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* maltose&lt;br /&gt;
#* fosfoënolpyruvaat&lt;br /&gt;
# Leg uit: epoxyharsen en -lijmen&lt;br /&gt;
# gegeven: aminozuur met zijgroep: R=CH2-SH&lt;br /&gt;
#* Hoeveel stereoisomeren bestaan er van dit molecule+ welk aminozuur is dit&lt;br /&gt;
#* geef de fischerprojectie en de Newmanprojectie( volgens C2-C3 as) van stabielste conformatie van elk stereoisomeer.Geef van elke chirale C of het R of S is.&lt;br /&gt;
#* titratie: je begint met 100ml van O,2M oplossing van aminozuur(volledig geprotoneerd) en je titreert met 0,2M NaOH.(Pk1=1,9 Pk2=10,7 Pkr=8,4&lt;br /&gt;
#*# bereken PH als je 150ml NaOH toegevoegd hebt&lt;br /&gt;
#*# Bereken PH als je 300ml NaOH toegevoegd hebt&lt;br /&gt;
#*# wat is(zijn) de voornaamste vorm(en) van het aminozuur bij PH=8,4&lt;br /&gt;
# reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg de decarboxylering van carbonzuren uit en pas toe in een stap uit de citroenzuurcyclus&lt;br /&gt;
# Welke technieken ken je voor het bepalen van de aminozuurvolgorde in een peptideketen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Biotine&lt;br /&gt;
#* (delta)Â³ - isopentenylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
# Leg uit: de reactie van chichibabin&lt;br /&gt;
# Cyclische L-suiker gegeven:&lt;br /&gt;
#* Geef de naam en de lineaire structuur. (lijst met ongekende suikers gegeven)&lt;br /&gt;
#* Bepaal van CÂ² of het R of S - configuratie heeft&lt;br /&gt;
#* Duidt niet-chirale C-atomen in lineaire en cyclische structuur aan&lt;br /&gt;
#* Hoeveel 1,3-diaxiale interacties zijn er?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 8 juni 2008===&lt;br /&gt;
# Leg uit: de reactie van een zuur met een alkeen/alkyn.&lt;br /&gt;
# Leg uit: de Claisen-condensatie en breng dit in verband met de biosynthese van lipiden/vetten.&lt;br /&gt;
# Teken de structuur van S-adenosyl-methionine en van sacharose.&lt;br /&gt;
# Leg uit: optische zuiverheid.&lt;br /&gt;
# Oefeningen:&lt;br /&gt;
#* Stereochemie, invloed van substituenten op de zuurtegraad etc. &lt;br /&gt;
#* Reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 aug 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Geef de biosynthese van monoterpenen voor de vorming van geraniol en limoneen.&lt;br /&gt;
# Bespreek sulfonering, alkylering en acylering aan aromaten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* cyclisch AMP&lt;br /&gt;
#* Glucaarzuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de hydrolyse, omestering, aminolyse en reductie van esters.&lt;br /&gt;
# Welke methoden ken je om de volgorde van aminozuren in peptiden te bepalen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Moleculen:&lt;br /&gt;
#* Nerylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#* Cellobiose&lt;br /&gt;
# Wat zijn epoxylijmen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Licht toe wat acetalen en hemiacetalen zijn en pas dit toe op de vorming van beta-D-glucopyranose uit D-glucose en de vorming van methyl-beta-D-glucopyranoside.&lt;br /&gt;
# Bespreek de labosynthese van peptiden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Trans-decaline&lt;br /&gt;
#* Histamine&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek reactie alkenen met H2, halogenen en perzuren.&lt;br /&gt;
# Bespreek zure en base hydrolyse en omestering van vetten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* ADP&lt;br /&gt;
#* Maltose&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de eleminatiereacties bij halogeenalkanen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de testreactie van ninhydrine.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Geef de IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Teken de volgende structuren:&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
#* Thymidine&lt;br /&gt;
# Bespreek nylon 66.&lt;br /&gt;
# Cyclisch suiker: &lt;br /&gt;
#* Geef de naam.&lt;br /&gt;
#* Welk is het zuurste proton ?&lt;br /&gt;
#* Geef de configuratie (R/S).&lt;br /&gt;
#* Fisher&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de niet chirale C&#039;s ?&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de additie van zuren op alkenen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van vetzuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Geef de structuur van:&lt;br /&gt;
#* Geranylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#* Ninhydrine&lt;br /&gt;
# Bespreek de Beckmann omlegging.&lt;br /&gt;
# Aspartaam gegeven:&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de verschillende stereoisomeren ?&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de chirale koolstofatomen en duid aan of R/S zijn.&lt;br /&gt;
#* Schrijf de fisherprojectie van L-fenylalanine.&lt;br /&gt;
#* Vraag over elektroforese: aantonen waar fenylalanine en asparaginezuur zich bevinden.&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactiemechanisme bij ketonen en aldehyden en vermeld hierbij de factoren die deze reacties beinvloeden. Geef een voorbeeld van additie van alcohol en additie van water.  &lt;br /&gt;
# Bespreek de isomerisatie van D-glucose oiv van een base en geef een vb in de glycolyse cyclus.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Pyridoxalfosfaat&lt;br /&gt;
#* Tosylchloride&lt;br /&gt;
# Leg uit wat een kroonether is.&lt;br /&gt;
# Structuur asparagine gegeven:&lt;br /&gt;
#* Teken alle stereoisomeren (fisher en newman).&lt;br /&gt;
#* R/S configuratie&lt;br /&gt;
#* Waarom heeft de amine-groep in de structuur geen basische eigenschappen ?&lt;br /&gt;
#* Bereken het eerste equivalentiepunt en leg je methode uit.&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Nucleofiele additie aan de carbonylgroep bespreken/factoren reactiviteit/aantonen met additie van water en alcohol.&lt;br /&gt;
# Manieren om de AZ volgorde te bepalen uitleggen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC naam&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Pyridoxalfosfaat&lt;br /&gt;
#* Tosylchloride&lt;br /&gt;
# Leg Nylon 66 uit.&lt;br /&gt;
# Structuur Cysteïne gegeven:&lt;br /&gt;
#* Fisher&lt;br /&gt;
#* Newman&lt;br /&gt;
#* R-S&lt;br /&gt;
#* Enantiomeren...&lt;br /&gt;
#* Welk molecule &lt;br /&gt;
#* Welke vorm komt in de natuur het meeste voor ?&lt;br /&gt;
#* Welke is de mesovorm?&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Aminolyse/omestering/hydrolyse esters.&lt;br /&gt;
# Leg de decarboxylatie van carbonzuren uit en breng deze in verband met de Krebscyclus.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Regel van Zaitsev kort bespreken.&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* Biotine&lt;br /&gt;
#* Cellobiose&lt;br /&gt;
# Suikers: &lt;br /&gt;
#* Open-ketenstructuur&lt;br /&gt;
#* R en S&lt;br /&gt;
#* Chirale atomen.&lt;br /&gt;
#* 1,3-diaxiale interactie&lt;br /&gt;
# Reacties: &lt;br /&gt;
#* Alkeen + HCl =&amp;amp;gt; ... &lt;br /&gt;
#* Oxidatie van een alcohol.&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# De additie van zuren aan alkenen.&lt;br /&gt;
# Mutarotatie uitleggen en illustreren met glucose.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* Acetylcholine &lt;br /&gt;
#* cAMP&lt;br /&gt;
# Omega-3 en omega-6 vetzuren uitleggen.&lt;br /&gt;
# Een bepaald aminozuur:&lt;br /&gt;
#* Fisher&lt;br /&gt;
#* Newman&lt;br /&gt;
#* pH-berekeningen&lt;br /&gt;
# Reacties: Reactieproducten en soort reactie geven en uitwerken voor een van de twee.&lt;br /&gt;
#* Carbonylgroep met H2 en Pt&lt;br /&gt;
#* 2 ketonen met OH-&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Eliminatiereacties uitleggen.&lt;br /&gt;
# Beta-oxidatie + claisencondensatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam (carbonzuurgroep keton, 2 dubbele binden, methyl, en alkynbinding)&lt;br /&gt;
# Een suiker omzetten naar een ringstructuur, epimeren aanduiden op bijhorende tabel.&lt;br /&gt;
# Biodiesel uitleggen&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
#* Thymidine structuur geven&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de aldolcondensatie van aldehyden en ketonen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van waterstof/halogenen/perzuren aan alkenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren&lt;br /&gt;
#* Oliezuur&lt;br /&gt;
#* Adrenaline&lt;br /&gt;
# Leg kort uit: kroonethers.&lt;br /&gt;
# R-groep van lysine gegeven:&lt;br /&gt;
#* Stereoisomeren, R/S, L aanduiden.&lt;br /&gt;
#* Newman/fischer projecties.&lt;br /&gt;
#* Naam van het aminozuur.&lt;br /&gt;
#* Voorkomen bij pH 10 (welke vorm: geprotoneerd of niet?)&lt;br /&gt;
# Twee reacties: (je moet maar van 1 het hele mechanisme geven, ander gewoon zeggen welk type reactie en eindproduct)&lt;br /&gt;
#* Een keton reageert met HNO3 en H2SO4.&lt;br /&gt;
#* Reactie van tertiar alcohol met zuurchloride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 aug 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek peptidesynthese in het labo en vergelijk met die ter hoogte van de ribosomen.&lt;br /&gt;
# Bespreek additie van zuren aan alkenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuurformule van adrenaline en gluconzuur.&lt;br /&gt;
# Bespreek optische zuiverheid.&lt;br /&gt;
# Gegeven: structuurformule threonine.&lt;br /&gt;
#* Aantal stereo-isomeren&lt;br /&gt;
#* De chirale C-en&lt;br /&gt;
#* Fisher- en newman-projectie van elk.&lt;br /&gt;
#* Duidt R/S aan.&lt;br /&gt;
#* Naam van aminozuur.&lt;br /&gt;
#* Bij pH = 7: naar welke pool migreert dit AZ (pk1 en pk2 gegeven) ?&lt;br /&gt;
# Beschrijven van reactie: 2 esters (dezelfde) boven de pijl (H3O+ en OC3H7), boven de 2e pijl (H3O+ en NaBH4).&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
=== 26 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Hemiacetaal en acetaal, pas toe op de vorming van beta-D-glucopyranosyl uit D glucose en de vorming van methyl - beta - D - glucopyranoside.&lt;br /&gt;
# Oxidatie, hydrolyse ( in zuur en in basisch milieu) en omestering van olie en vet.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Cystine en adipinezuur structuur geven.&lt;br /&gt;
# Regel van Zaitsev uitleggen en illustreren met een voorbeeld.&lt;br /&gt;
# Oefening met stereo-isomeren, Fischer, Newman en R en S configuratie.&lt;br /&gt;
# Furan + HNO3 + H2SO4 reactie geven.&lt;br /&gt;
#* Stoffen geven die ge aan furan moet toevoegen om een ethylgroep op positie 2 (alfa) te induceren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de laboratoriumsynthese van peptideverbindingen en vergelijk met de manier waarop aminzuren binden met ribosomen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van alkenen met waterstof, halogenen en perzuren. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuurformule van oliezuur en adrenaline.&lt;br /&gt;
# Bespreek cannizaro reacties.&lt;br /&gt;
# Structuurformule van een suiker:&lt;br /&gt;
#* Geef de fisherprojectie van de ringstructuur.&lt;br /&gt;
#* R-S van de C2 bepalen&lt;br /&gt;
#* Leidt de naam af.&lt;br /&gt;
#* Geef het aantal chirale C&#039;s in de haworth aan.&lt;br /&gt;
# Reactiemechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de isomerisatie van D-glucose onder invloed van base en breng in verband met een stap uit de glycolyse (alleen deze stap opschrijven).&lt;br /&gt;
# Bespreek de afbraak van vetzuren en breng in verband met de Claisencondensatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Thymidine&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
# Verklaar kort het begrip &amp;amp;quot;optische zuiverheid&amp;amp;quot;.&lt;br /&gt;
# Een hepteen is gegeven:&lt;br /&gt;
#* Geef de verschillende stereovormen in Fisherprojectie.&lt;br /&gt;
#* Geef de Newman-projectie van het meest stabiele conformeer.&lt;br /&gt;
#* Noteer ook R- en S-conformatie.&lt;br /&gt;
# Reactie waarbij de producten, tussenstappen en mechanismen moeten worden aangevuld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de elektrofiele aromatische substitutie met als voorbeeld nitreerzuur, benzeen en gesubstitueerde benzeenderivaten.&lt;br /&gt;
# Bespreek hydrolyse, reductie, omestering en aminolyse van esters.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Sacharose &lt;br /&gt;
#* SAM&lt;br /&gt;
# Bespreek omega-3-vetzuren en omega-6-vetzuren.&lt;br /&gt;
# Gegeven: structuurformule arginine &lt;br /&gt;
#* Geef het aantal stereo-isomeren.&lt;br /&gt;
#* Duidt de cirale C&#039;s aan.&lt;br /&gt;
#* Fisher- en Newman-projectie van elk.&lt;br /&gt;
#* Duid R/S aan.&lt;br /&gt;
#* Geef de naam van het aminozuur.&lt;br /&gt;
#* Duid aan welke N het meest basisch is.&lt;br /&gt;
#* Welk stereo-isomeer is het L-aminozuur ?&lt;br /&gt;
# Beschrijven van reactie: 2 keer cyclopenteen met daaraan 2-hexanol (of pentanol ben het vergeten) keten op de pijl staat K2Cr2O7, H+ en koud, boven tweede pijl staat 1 OH- &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de additie van zuren aan alkenen (geen carbonzuren bedoeld).&lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van vetzuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* Kaneelzuur&lt;br /&gt;
#* Cellobiose&lt;br /&gt;
# 3-broom-4-cloorhexaan:&lt;br /&gt;
#* Stereo-isomeren: Fisher- en Newman-projectie.&lt;br /&gt;
#* R,S-configuratie&lt;br /&gt;
#* Diastereomeren/enantiomeren?&lt;br /&gt;
# Het reactietype en naam en mechanisme van benzeenring met OH aan, bij de pijl staan dibroom en ijzertribroom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Aldolcondensatie + glycolyse stap die met aldolcondensatie te maken heeft. &lt;br /&gt;
# Geef de verschillende methoden om de volgorde van AZ in peptide te vinden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren&lt;br /&gt;
#* Stearinezuur&lt;br /&gt;
#* Pyridine&lt;br /&gt;
# Leg uit: gauche en anti (bij alkanen).&lt;br /&gt;
# 2,3,4-hydroxybutanal:&lt;br /&gt;
#* Hoeveel stereoisomeren ?&lt;br /&gt;
#* Geef Fisher projectie en de Newmann projectie van de meest stabiele conformatie.&lt;br /&gt;
#* Geef R,S conformatie. &lt;br /&gt;
#* En zeg welke enantiomeren zijn, welke  diastereoisomeren zijn, mesovormen.&lt;br /&gt;
# Geef reactiemechanisme, reactieproduct (ook in skeletnotatie--&amp;amp;gt; reactieproduct) van:&lt;br /&gt;
#* Trans-1-fenyl-1-buteen met verdund zwavelzuur.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Larsceulemans</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Wijsbegeerte&amp;diff=1683</id>
		<title>Wijsbegeerte</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Wijsbegeerte&amp;diff=1683"/>
		<updated>2019-06-13T12:08:38Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Larsceulemans: /* 13 juni 2019 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Sinds 2017 wordt dit vak gegeven door professor Jan Heylen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===13 juni 2019===&lt;br /&gt;
meerkeuze:&lt;br /&gt;
#er is geen planeet met een eenhoorn op&lt;br /&gt;
#*niet/wel falsifieerbaar en niet/wel verifieerbaar&lt;br /&gt;
#welke van de theoretische deugden werd niet voldaan bij ad-hoc hypothese?&lt;br /&gt;
#*empirische accuraatheid&lt;br /&gt;
#*eenvoud&lt;br /&gt;
#*vruchtbaarheid&lt;br /&gt;
#*reiwijdte&lt;br /&gt;
#neem aan dat de gravitatiewet van newton waar is, de wetten van kepler worden verklaard alleen aan de hand van de gravititiewet van newton. welk soort verklaring is dit?&lt;br /&gt;
#*elliptische verklaring&lt;br /&gt;
#*partiële verklaring&lt;br /&gt;
#*deductief-nomologische verklaring&lt;br /&gt;
#*een of ander gekke latijnse naam&lt;br /&gt;
#er wordt een soort gelijkaarde leeuw ontdekt op een andere planeet die lijkt op de aardse leeuw en die niet van elkaar afstammen. volgens wie horen ze tot dezelfde taxonomische groep&lt;br /&gt;
#*niet/wel pheneticisten niet/wel cladisten&lt;br /&gt;
#1 god, grootste onder goden en mensen, in lichaam noch geest aan de sterfelijken gelijk, wat is gerelateerd aan deze uitspraak?&lt;br /&gt;
#*de-antropomorfisering van goden&lt;br /&gt;
#*nog wat opties, maar bovenste is juist&lt;br /&gt;
#stel dat je het voorbeeld van de paradox van de pijl zou gebruiken op het voorbeeld van achilles en de schilpad, wat is een van de onderdelen van het argument.&lt;br /&gt;
#*achilles beweegt niet op een moment&lt;br /&gt;
#*nog opties maar bovenste is het juiste&lt;br /&gt;
#wie beweerde dat er 4 elementen bestaan&lt;br /&gt;
#*empedocles&lt;br /&gt;
#*anaximander&lt;br /&gt;
#*anaximenes&lt;br /&gt;
#*thales&lt;br /&gt;
#wie weerlegde het postulaat van plato&lt;br /&gt;
#*copernicus&lt;br /&gt;
#*galileo&lt;br /&gt;
#*kepler&lt;br /&gt;
#*laatste 2&lt;br /&gt;
#hoe beschreef proclus de astronomie van ptolemaeus&lt;br /&gt;
#*ze deed voorspellingen voor beweging en posities&lt;br /&gt;
#*bovenste is juiste&lt;br /&gt;
#waarom deed copernicus beroep op epicykels op epicykels&lt;br /&gt;
#*om het vereffiningspunt te verwijderen&lt;br /&gt;
#*om het postulaat van plato te blijven volgen&lt;br /&gt;
#*bovenste 2&lt;br /&gt;
#*nog een die zeker niet juist was&lt;br /&gt;
#wat was het probleem met de hypothese van de roterende aarde in combinatie met de fysica van aristoteles&lt;br /&gt;
#*geen sterrenparallax&lt;br /&gt;
#*voorwerpen vallen terug naast de toren&lt;br /&gt;
#*nog 2&lt;br /&gt;
#wat was de invloed van griekse natuurfilosofie op Lavoisier zijn theorieën&lt;br /&gt;
#*zuurstof behoud eigenschappen in water&lt;br /&gt;
#*bovenste juiste&lt;br /&gt;
#er is minsten 1 planeet die zich het verste van de aarde bevindt&lt;br /&gt;
#*niet/wel falsifieerbaar niet/wel verifieerbaar&lt;br /&gt;
#bij directe falsificatie van een hoofdhypothese kan je zeggen dat:&lt;br /&gt;
#*de hoofdhypothese is onwaar&lt;br /&gt;
#*de hulphypothese is onwaar&lt;br /&gt;
#*de hoofdhypothese en de observatiezinnen zijn onwaar&lt;br /&gt;
#*nog een&lt;br /&gt;
#bij het voorbeeld van de kubusfabriek is er inconsistentie als&lt;br /&gt;
#*minstens 2 keer principe van onvoldoende reden toepassen&lt;br /&gt;
#*minstens 3 keer principe van onvoldoende reden toepassen&lt;br /&gt;
#*minstens 2 keer veralgemeend principe van onvoldoende reden toepassen&lt;br /&gt;
#*minstens 3 keer veralgemeend principe van onvoldoende reden toepassen&lt;br /&gt;
#een vraag zoals voorbeeld van linda de bankbediende, waar je moest zeggen wat een gewone man op straat zou zeggen&lt;br /&gt;
#een vraag waar je moest zeggen welke premissen niet bij degene van hume horen in verband met uniformiteit van de natuur&lt;br /&gt;
#er vliegt een theepot met chinese motieven rond de zon, deze stelling kan&lt;br /&gt;
#*niet/wel geconfirmeerd niet/wel gecorrobereerd&lt;br /&gt;
#bij voorbeeld van harvard medical school test&lt;br /&gt;
#* het word niet/wel geconfirmeerd, maar de het is onwaarschijnlijk/waarschijnlijk dat de persoon ziek is&lt;br /&gt;
#een accidentele generalistie is &lt;br /&gt;
#*feitelijk onwaar&lt;br /&gt;
#*tegenfeitelijk onwaar&lt;br /&gt;
#*niet eenvoudig&lt;br /&gt;
#*nog een&lt;br /&gt;
#ceteris paribus wetten zijn&lt;br /&gt;
#*onfalsifierbaar&lt;br /&gt;
#*bovenste is juist&lt;br /&gt;
#theoretische vooruitgang in een onderzoeksprogramma is er als er&lt;br /&gt;
#*nieuwe voorspellingen gedaan worden&lt;br /&gt;
#*bovenste is juist&lt;br /&gt;
#volgens wittgensteins moeten de kenmerken van wetenschap opgevat worden als&lt;br /&gt;
#*niet/wel individuele noodzaak, niet/wel gezamenlijk voldoende voorwaarde&lt;br /&gt;
#bij een kubusfabriek worden er 10000 kubussen gemaakt met zijde tussen 0 en 1 meter, de helft daarvan heeft een zijde tussen 0 en 1/2 meter, wat is de waarschijnlijkheid dat een kubus een zijde van 3/4 meter heeft? gebruik theorie van het eindig frequentisme&lt;br /&gt;
#*1&lt;br /&gt;
#*bovenste is juiste&lt;br /&gt;
op elke vraag kon ik weet het niet geantwoord worden&lt;br /&gt;
open vragen&lt;br /&gt;
#wat is het verband tussen het probleem van inductie en zwakke onderdeterminatie&lt;br /&gt;
#welke elementen buiten het falsifierbaarheidscriterium moeten er nog aan toegevoegd worden voordat iets wetenschappelijk is bij poppers visie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2018===&lt;br /&gt;
meerkeuze:&lt;br /&gt;
#belgië speelt tegen duitsland, ze kunnen winnen of verliezen, dit laatste kunnen ze doen door gelijk te spelen of te verliezen. Wat is de kans dat ze winnen?&lt;br /&gt;
#*1/2&lt;br /&gt;
#*1/3&lt;br /&gt;
#*1/2 of 1/3&lt;br /&gt;
#*1/2 en 1/3&lt;br /&gt;
#Wat was volgens Thales de oorzaak van aardbevingen&lt;br /&gt;
#*een schip door de woeste zee&lt;br /&gt;
#*het heel hard terecht komen van een drietand op de aarde&lt;br /&gt;
#*het waaien van de wind door de bomen&lt;br /&gt;
#*het open en toe gaan van een stoomklep&lt;br /&gt;
#Stel jij bent de natuur, hoe zou Bacon iets over jou te weten willen komen?&lt;br /&gt;
#*het 1 keer lief vragen&lt;br /&gt;
#*het meerdere keren lief vragen&lt;br /&gt;
#*je opsluiten in een kamer en het 1 keer vragen&lt;br /&gt;
#*je opsluiten in een kamer en het meerdere keren vragen&lt;br /&gt;
#De studenten die de les filosofie hebben gevolgd hebben last van een onvoelbaar, onruikbaar, onzichtbaar kriebelend beestje. Deze uitspraak is:&lt;br /&gt;
#*verifieerbaar en falsifieerbaar&lt;br /&gt;
#*verifieerbaar maar niet falsifieerbaar&lt;br /&gt;
#*niet verifieerbaar wel faslifieerbaar&lt;br /&gt;
#*niet verifieerbaar en neit falsifieerbaar&lt;br /&gt;
#Er zijn 170 miljoen nederlanders waarvan 60 duizend groter zijn dan 2 meter. Wat is de kans (volgens 1 of ander model) dat een nederlands kind groter dan 2 meter is?&lt;br /&gt;
#*1&lt;br /&gt;
#*3/850&lt;br /&gt;
#*0&lt;br /&gt;
#*onbepaald&lt;br /&gt;
#Hoe verwoorde Osiander het wereldbeeld van Copernicus voor de kerk?&lt;br /&gt;
#*instumenteel gebruikt&lt;br /&gt;
#* nog 3 antwoorden maar het bovenste is het juiste ;)&lt;br /&gt;
#Tot nu toe is altijd deductief waargenomen dat Natriumcarbonaat oplost. Waarom kunnen niet bewijzen dat natriumcarbonaat in 2100 ook zal oplossen?&lt;br /&gt;
#*Er bestaan geen axioma&#039;s in de chemie&lt;br /&gt;
#*het is mogelijk dat natriumcarbonaat oplost&lt;br /&gt;
#*in de toekomst gaat natriumcarbonaat niet oplossen&lt;br /&gt;
#*en nog eentje&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op elke vraag kon ook &amp;quot;weet niet&amp;quot; worden geantwoord!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Open vragen:&lt;br /&gt;
#modules, 1 van die vragen&lt;br /&gt;
#Wat was volgens Popper het probleem met de uitspraak dat wetenschap werkte volgens inductie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2017===&lt;br /&gt;
#leg uit hoe de opvattingen van Pythagoras en descartes hebben bijgedragen tot de huidige moderne natuurwetenschappen&lt;br /&gt;
#Leg het Quine-Duhem probleem uit aan de hand van een casus (een experiment in Cern gaf aan dat deeltjes sneller bewogen als licht, dit zou niet kunnen volgens Einsteins hypothese, uiteindelijk leek de fout te liggen aan het verkeerd verbonden zijn een kabel). Hierbij moet je ook ad hoc hypothese uitleggen, want dit wijst op het feit dat ze de fout steken op de kabel om de hoofdhyptose af te schermen&lt;br /&gt;
#Schijf van Pointcaré waarbij je dit moet reflecteren aan de Bayensiaanse confirmatietheorie; eigenlijk dus gewoon bayensiaanse confirmatietheorie uitleggen&lt;br /&gt;
#Hume en het probleeem van symmetrie + oplossing; ook nog iets met regulatriteit en causale afhankelijkheid&lt;br /&gt;
#leg uit: ceteris paribus wet + Ruse&#039;s 5 kenmerken van wetenschap&lt;br /&gt;
#beantwoord één van de volgende vragen:&lt;br /&gt;
#* -&lt;br /&gt;
#* - &lt;br /&gt;
#*Leg het biologisch soortenconcept uit en evalueer het kritisch&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen enerzijds elementen als ‘eenvoudige substanties’ en anderzijds&#039;reele elementen’ of fundamentele substanties? Wat is de relatie met de periodieke tabel van Mendelejev?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===voorbeeldexamen 2017===&lt;br /&gt;
#Leg uit: de mechanisering van het wereldbeeld ondersteunde de opgang van de experimentele methode.&lt;br /&gt;
#Leg het Quine-Duhem probleem uit.&lt;br /&gt;
#Wat is het nieuwe raadsel van Goodman en hoe verhoudt het zich tot Humes probleem van inductie?&lt;br /&gt;
#Hoe lost Lewis’ theorie van causale afhankelijkheid het probleem van symmetrie op? Leg kort uit wat het probleem van symmetrie is en wat de theorie van Lewis inhoudt.&lt;br /&gt;
#Beoordeel het volgende criterium: wetenschap is tentatief.&lt;br /&gt;
#Beantwoord één van de volgende vragen:&lt;br /&gt;
#*Wat zegt de eerste onvolledigheidsstelling van Godel?&lt;br /&gt;
#*In welke zin zijn observaties van oceaantemperatuur theoriegeladen?&lt;br /&gt;
#*Bespreek de relatie tussen de keuze voor een bepaald soortconcept en het aantal soorten lemuren op Madagascar.&lt;br /&gt;
#*Wat werd gezien als een belangrijke graadmeter van het succes van Mendelejev? Plaats hierbij kanttekeningen&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Larsceulemans</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Wijsbegeerte&amp;diff=1677</id>
		<title>Wijsbegeerte</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Wijsbegeerte&amp;diff=1677"/>
		<updated>2019-06-13T10:24:59Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Larsceulemans: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Sinds 2017 wordt dit vak gegeven door professor Jan Heylen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===13 juni 2019===&lt;br /&gt;
meerkeuze:&lt;br /&gt;
#er is geen planeet met een eenhoorn op&lt;br /&gt;
#*niet/wel falsifieerbaar en niet/wel verifieerbaar&lt;br /&gt;
#welke van de theoretische deugden werd niet voldaan bij ad-hoc hypothese?&lt;br /&gt;
#*empirische accuraatheid&lt;br /&gt;
#*eenvoud&lt;br /&gt;
#*vruchtbaarheid&lt;br /&gt;
#*reiwijdte&lt;br /&gt;
#neem aan dat de gravitatiewet van newton waar is, de wetten van kepler worden verklaard alleen aan de hand van de gravititiewet van newton. welk soort verklaring is dit?&lt;br /&gt;
#*elliptische verklaring&lt;br /&gt;
#*partiële verklaring&lt;br /&gt;
#*deductief-nomologische verklaring&lt;br /&gt;
#*een of ander gekke latijnse naam&lt;br /&gt;
#er wordt een soort gelijkaarde leeuw ontdekt op een andere planeet die lijkt op de aardse leeuw en die niet van elkaar afstammen. volgens wie horen ze tot dezelfde taxonomische groep&lt;br /&gt;
#*niet/wel pheneticisten niet/wel cladisten&lt;br /&gt;
#1 god, grootste onder goden en mensen, in lichaam noch geest aan de sterfelijken gelijk, wat is gerelateerd aan deze uitspraak?&lt;br /&gt;
#*de-antropomorfisering van goden&lt;br /&gt;
#*nog wat opties, maar bovenste is juist&lt;br /&gt;
#stel dat je het voorbeeld van de paradox van de pijl zou gebruiken op het voorbeeld van achilles en de schilpad, wat is een van de onderdelen van het argument.&lt;br /&gt;
#*achilles beweegt niet op een moment&lt;br /&gt;
#*nog opties maar bovenste is het juiste&lt;br /&gt;
#wie beweerde dat er 4 elementen bestaan&lt;br /&gt;
#*empedocles&lt;br /&gt;
#*anaximander&lt;br /&gt;
#*anaximenes&lt;br /&gt;
#*thales&lt;br /&gt;
#wie weerlegde het postulaat van plato&lt;br /&gt;
#*copernicus&lt;br /&gt;
#*galileo&lt;br /&gt;
#*kepler&lt;br /&gt;
#*laatste 2&lt;br /&gt;
#hoe beschreef proclus de astronomie van ptolemaeus&lt;br /&gt;
#*ze deed voorspellingen voor beweging en posities&lt;br /&gt;
#*bovenste is juiste&lt;br /&gt;
#waarom deed copernicus beroep op epicykels op epicykels&lt;br /&gt;
#*om het vereffiningspunt te verwijderen&lt;br /&gt;
#*om het postulaat van plato te blijven volgen&lt;br /&gt;
#*bovenste 2&lt;br /&gt;
#*nog een die zeker niet juist was&lt;br /&gt;
#wat was het probleem met de hypothese van de roterende aarde in combinatie met de fysica van aristoteles&lt;br /&gt;
#*geen sterrenparallax&lt;br /&gt;
#*voorwerpen vallen terug naast de toren&lt;br /&gt;
#*nog 2&lt;br /&gt;
#wat was de invloed van griekse natuurfilosofie op Lavoisier zijn theorieën&lt;br /&gt;
#*zuurstof behoud eigenschappen in water&lt;br /&gt;
#*bovenste juiste&lt;br /&gt;
#er is minsten 1 planeet die zich het verste van de aarde bevindt&lt;br /&gt;
#*niet/wel falsifieerbaar niet/wel verifieerbaar&lt;br /&gt;
#bij directe falsificatie van een hoofdhypothese kan je zeggen dat:&lt;br /&gt;
#*de hoofdhypothese is onwaar&lt;br /&gt;
#*de hulphypothese is onwaar&lt;br /&gt;
#*de hoofdhypothese en de observatiezinnen zijn onwaar&lt;br /&gt;
#*nog een&lt;br /&gt;
#bij het voorbeeld van de kubusfabriek is er inconsistentie als&lt;br /&gt;
#*minstens 2 keer principe van onvoldoende reden toepassen&lt;br /&gt;
#*minstens 3 keer principe van onvoldoende reden toepassen&lt;br /&gt;
#*minstens 2 keer veralgemeend principe van onvoldoende reden toepassen&lt;br /&gt;
#*minstens 3 keer veralgemeend principe van onvoldoende reden toepassen&lt;br /&gt;
#een vraag zoals voorbeeld van linda de bankbediende, waar je moest zeggen wat een gewone man op straat zou zeggen&lt;br /&gt;
#een vraag waar je moest zeggen welke premissen niet bij degene van hume horen in verband met uniformiteit van de natuur&lt;br /&gt;
#er vliegt een theepot met chinese motieven rond de zon, deze stelling kan&lt;br /&gt;
#*niet/wel geconfirmeerd niet/wel gecorrobereerd&lt;br /&gt;
#bij voorbeeld van harvard medical school test&lt;br /&gt;
#* het word niet/wel geconfirmeerd, maar de het is onwaarschijnlijk/waarschijnlijk dat de persoon ziek is&lt;br /&gt;
#een accidentele generalistie is &lt;br /&gt;
#*feitelijk onwaar&lt;br /&gt;
#*tegenfeitelijk onwaar&lt;br /&gt;
#*niet eenvoudig&lt;br /&gt;
#*nog een&lt;br /&gt;
#ceteris paribus wetten zijn&lt;br /&gt;
#*onfalsifierbaar&lt;br /&gt;
#*bovenste is juist&lt;br /&gt;
#theoretische vooruitgang in een onderzoeksprogramma is er als er&lt;br /&gt;
#*nieuwe voorspellingen gedaan worden&lt;br /&gt;
#*bovenste is juist&lt;br /&gt;
#volgens wittgensteins moeten de kenmerken van wetenschap opgevat worden als&lt;br /&gt;
#*niet/wel individuele noodzaak, niet/wel gezamenlijk voldoende voorwaarde&lt;br /&gt;
op elke vraag kon ik weet het niet geantwoord worden&lt;br /&gt;
open vragen&lt;br /&gt;
#wat is het verband tussen het probleem van inductie en zwakke onderdeterminatie&lt;br /&gt;
#welke elementen buiten het falsifierbaarheidscriterium moeten er nog aan toegevoegd worden voordat iets wetenschappelijk is bij poppers visie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2018===&lt;br /&gt;
meerkeuze:&lt;br /&gt;
#belgië speelt tegen duitsland, ze kunnen winnen of verliezen, dit laatste kunnen ze doen door gelijk te spelen of te verliezen. Wat is de kans dat ze winnen?&lt;br /&gt;
#*1/2&lt;br /&gt;
#*1/3&lt;br /&gt;
#*1/2 of 1/3&lt;br /&gt;
#*1/2 en 1/3&lt;br /&gt;
#Wat was volgens Thales de oorzaak van aardbevingen&lt;br /&gt;
#*een schip door de woeste zee&lt;br /&gt;
#*het heel hard terecht komen van een drietand op de aarde&lt;br /&gt;
#*het waaien van de wind door de bomen&lt;br /&gt;
#*het open en toe gaan van een stoomklep&lt;br /&gt;
#Stel jij bent de natuur, hoe zou Bacon iets over jou te weten willen komen?&lt;br /&gt;
#*het 1 keer lief vragen&lt;br /&gt;
#*het meerdere keren lief vragen&lt;br /&gt;
#*je opsluiten in een kamer en het 1 keer vragen&lt;br /&gt;
#*je opsluiten in een kamer en het meerdere keren vragen&lt;br /&gt;
#De studenten die de les filosofie hebben gevolgd hebben last van een onvoelbaar, onruikbaar, onzichtbaar kriebelend beestje. Deze uitspraak is:&lt;br /&gt;
#*verifieerbaar en falsifieerbaar&lt;br /&gt;
#*verifieerbaar maar niet falsifieerbaar&lt;br /&gt;
#*niet verifieerbaar wel faslifieerbaar&lt;br /&gt;
#*niet verifieerbaar en neit falsifieerbaar&lt;br /&gt;
#Er zijn 170 miljoen nederlanders waarvan 60 duizend groter zijn dan 2 meter. Wat is de kans (volgens 1 of ander model) dat een nederlands kind groter dan 2 meter is?&lt;br /&gt;
#*1&lt;br /&gt;
#*3/850&lt;br /&gt;
#*0&lt;br /&gt;
#*onbepaald&lt;br /&gt;
#Hoe verwoorde Osiander het wereldbeeld van Copernicus voor de kerk?&lt;br /&gt;
#*instumenteel gebruikt&lt;br /&gt;
#* nog 3 antwoorden maar het bovenste is het juiste ;)&lt;br /&gt;
#Tot nu toe is altijd deductief waargenomen dat Natriumcarbonaat oplost. Waarom kunnen niet bewijzen dat natriumcarbonaat in 2100 ook zal oplossen?&lt;br /&gt;
#*Er bestaan geen axioma&#039;s in de chemie&lt;br /&gt;
#*het is mogelijk dat natriumcarbonaat oplost&lt;br /&gt;
#*in de toekomst gaat natriumcarbonaat niet oplossen&lt;br /&gt;
#*en nog eentje&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op elke vraag kon ook &amp;quot;weet niet&amp;quot; worden geantwoord!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Open vragen:&lt;br /&gt;
#modules, 1 van die vragen&lt;br /&gt;
#Wat was volgens Popper het probleem met de uitspraak dat wetenschap werkte volgens inductie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2017===&lt;br /&gt;
#leg uit hoe de opvattingen van Pythagoras en descartes hebben bijgedragen tot de huidige moderne natuurwetenschappen&lt;br /&gt;
#Leg het Quine-Duhem probleem uit aan de hand van een casus (een experiment in Cern gaf aan dat deeltjes sneller bewogen als licht, dit zou niet kunnen volgens Einsteins hypothese, uiteindelijk leek de fout te liggen aan het verkeerd verbonden zijn een kabel). Hierbij moet je ook ad hoc hypothese uitleggen, want dit wijst op het feit dat ze de fout steken op de kabel om de hoofdhyptose af te schermen&lt;br /&gt;
#Schijf van Pointcaré waarbij je dit moet reflecteren aan de Bayensiaanse confirmatietheorie; eigenlijk dus gewoon bayensiaanse confirmatietheorie uitleggen&lt;br /&gt;
#Hume en het probleeem van symmetrie + oplossing; ook nog iets met regulatriteit en causale afhankelijkheid&lt;br /&gt;
#leg uit: ceteris paribus wet + Ruse&#039;s 5 kenmerken van wetenschap&lt;br /&gt;
#beantwoord één van de volgende vragen:&lt;br /&gt;
#* -&lt;br /&gt;
#* - &lt;br /&gt;
#*Leg het biologisch soortenconcept uit en evalueer het kritisch&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen enerzijds elementen als ‘eenvoudige substanties’ en anderzijds&#039;reele elementen’ of fundamentele substanties? Wat is de relatie met de periodieke tabel van Mendelejev?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===voorbeeldexamen 2017===&lt;br /&gt;
#Leg uit: de mechanisering van het wereldbeeld ondersteunde de opgang van de experimentele methode.&lt;br /&gt;
#Leg het Quine-Duhem probleem uit.&lt;br /&gt;
#Wat is het nieuwe raadsel van Goodman en hoe verhoudt het zich tot Humes probleem van inductie?&lt;br /&gt;
#Hoe lost Lewis’ theorie van causale afhankelijkheid het probleem van symmetrie op? Leg kort uit wat het probleem van symmetrie is en wat de theorie van Lewis inhoudt.&lt;br /&gt;
#Beoordeel het volgende criterium: wetenschap is tentatief.&lt;br /&gt;
#Beantwoord één van de volgende vragen:&lt;br /&gt;
#*Wat zegt de eerste onvolledigheidsstelling van Godel?&lt;br /&gt;
#*In welke zin zijn observaties van oceaantemperatuur theoriegeladen?&lt;br /&gt;
#*Bespreek de relatie tussen de keuze voor een bepaald soortconcept en het aantal soorten lemuren op Madagascar.&lt;br /&gt;
#*Wat werd gezien als een belangrijke graadmeter van het succes van Mendelejev? Plaats hierbij kanttekeningen&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Larsceulemans</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Geologie&amp;diff=1586</id>
		<title>Geologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Geologie&amp;diff=1586"/>
		<updated>2019-01-28T18:29:51Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Larsceulemans: /* 28 januari 2019 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Geologie van Prof. Robert Speijer is een verplicht vak in het eerste semester van het eerste jaar voor chemie en binnen de minor verbreding voor Biochemie.&lt;br /&gt;
Examen is mondeling. Er is ook een deeltje examen over het practicum (steentjes). Hiervoor mag je je practicumhandleiding gebruiken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 januari 2019===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) hoeveel bedraagt de gemiddelde geothermische gradiënt van de continentale korst en hoe warm was het dan in een voormalige limburgse mijnschacht op diept van 1000m&lt;br /&gt;
#*b) leg uit waarom water in een begrensde aquifer op die diepte vaak niet als drinkwater te gebruiken is en van welke factoren dit afhangt&lt;br /&gt;
#*C) leg uit waarom de geothermische gradiënt van de korst veel steiler (sterker) is dan die van de mantel&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) welke observaties in de oceaan hebben geleid tot de theorie van hotspots&lt;br /&gt;
#*b) wat veroorzaakt hotspots en wat is relatie met het model van platentektoniek&lt;br /&gt;
#*c) meeste hotspot vulkanen hebben voornamelijk magma met mafische samenstelling, de hotspot onder yellowstone park levert echter ook grote hoeveelheden felsische en intermediaire magma, hoe verklaar je dit verschil&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) door welke processen wordt schuine gelaagdheid veroorzaakt en in welk sedimentair afzettingsmilieu kan schuine gelaagdheid worden waargenomen&lt;br /&gt;
#*b) schets de manier hoe dat schuine gelaagdheid gevormd word en geef erbij uitleg&lt;br /&gt;
#*c) welke informatie kan men afleiden uit opeenvolgende schuine gelaagdheden die in verschillende richting hellen&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) magnesiet (formule gegeven) en sideriet vormen een vaste oplossing, magnesiet en calciet vormen geen vaste oplossing, verklaar dit verschil en verklaar ook dat dolomiet (formule gegeven) wel samen kan voorkomen met calciet&lt;br /&gt;
#*b) geeft een beknopte maar kenmerkende karakterisering voor 2 verschillende mariene afzetting milieus waarbij calciet en/of aragoniet belagrijke sedimentaire bestanddelen zijn&lt;br /&gt;
#*c) calciet wordt tijdens diagenese van carbonaten soms omgezet naar dolomiet, waardoor wordt dit proces vooral gestuurd&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 januari 2019 ===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Hoe worden zinklagen in bvb Florida gevormd&lt;br /&gt;
#*b) Hoe helpen zinkgaten bij de zoutwinning in bvb Nederland&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) In welke gesteenten zitten ketensilicaten zoals pyroxenen en amfibiolen&lt;br /&gt;
#*b) Geef mvb tekening het verschil tussen pyroxenen en amfibiolen&lt;br /&gt;
#*c) Wat is de verhouding van de O-atomen tov de Si-atomen in zowel pyroxenen als amfibiolen&lt;br /&gt;
#*d) Hoe verschillen deze ketensilicaten met veldspaat (Optische verschillen, niet chemisch)&lt;br /&gt;
# Een hele uitleg over visbeenderen (platte spiraalvormige fossielen) in het Jura. Ook iets over schalies&lt;br /&gt;
#*a Welk tijdperk voor en na het Jura, geef aan in # miljoen jaar in welke periode het Jura zich bevondt&lt;br /&gt;
#*b) Welke gesteenten zijn Schalies en tot welke groep fossielen behoren de visbeenderen&lt;br /&gt;
#*c) Hoe komt het dat de beenderen in tact zijn gebleven in de zee, welk milieu heerst er in de zee hiervoor&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Welk proces ondergaan gesteenten in bergketens in lage hoogte,  en welke processen ondergaan gesteenten die hoger gelegen zijn&lt;br /&gt;
#*b) Wat is de lithosfeer en waarom is de vervorming elastisch. Welke eenheid ligt er onder deze lithosfeer.&lt;br /&gt;
#*c) Waarin verschilt de lithosfeer met de onderliggende eenheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
#   Over de zoutlagen (evaporieten) uit het Perm in het Noorden van Nederland, Duitsland en Polen&lt;br /&gt;
#*a) Wanneer waren het Perm en Carboon? (in Ma)&lt;br /&gt;
#*b) Welke mineralen komen er hoofdzakelijk voor in zo&#039;n zoutlagen? Geef de naam en de chemische formule&lt;br /&gt;
#*c) Geef de reden(en) waarom er nauwelijks afzettingen uit het Perm in België terug te vinden zijn, terwijl er wel talrijke afzettingen uit het Carboon te vinden zijn. Wat is de relatie met de Variscische gebergtevorming?&lt;br /&gt;
#*d) Waarom is zo&#039;n zoutlaag eventueel geschikt voor de opslag van radioactief afval?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Leg uit waarom er wisselende seizoenen zijn op aarde&lt;br /&gt;
#*b) Onder welke condities, volgens de theorie van Milankovic, kon de Noordelijke ijskap stapsgewijs groeien? Bespreek de relevante parameters, je kan schetsen gebruiken om je antwoord te verduidelijken &lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Leg uit wat de geothermische gradiënt (geotherm) is. Geef de waarde(n) voor de geotherm van continentale korst en ook de warmte-uitstroom (heat flow) van continentale korst.&lt;br /&gt;
#*b) Verklaar waarom de geotherm van oceanische korst meer variabel is dan die van de continentale korst, verklaar ook het verschil in de heat flow die niet overal hetzelfde is bij oceanische korst&lt;br /&gt;
#*c) Leg uit hoe de geotherm in de ondiepe ondergrond varieert in functie van kortere en langere temperatuurcycli (dag/nacht, winter/zomer, glaciaal/interglaciaal)&lt;br /&gt;
#*d) Geef op basis van het vorige antwoord voor het volgende een verklaring: op hoge breedtegraden (bv. Canada) is het gesteente (of de bodem) op enkele honderden meters diepte bevroren, toch is de gemiddelde jaartemperatuur ruim boven 0°C&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Geef een definitie voor metamorfose, inclusief de reden waarom metamorfose plaatsvindt&lt;br /&gt;
#*b) Wat zijn de verschillen en overeenkomsten tussen contactmetamorfose en schokmetamorfose?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 31 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
#vraag 1:&lt;br /&gt;
#*a) Zure regen tast kalksteen aan. Geef de reactievergelijking en leg uit waarom kalksteen hierdoor sneller verweerd.&lt;br /&gt;
#*b) Verwering van pyriet, reactieproducten en nettoreactievergelijking geven. &lt;br /&gt;
#*c) Uitleggen hoe en in welke omgeving het nieuw gevormde mineraal in a op natuurlijke wijze wordt gevormd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 2:&lt;br /&gt;
#*a) Apollo missies naar maan. Wat heeft onderzoek van deze gesteenten geleerd over de vormingsgeschiedenis van de aarde?&lt;br /&gt;
#*b) Wat kan je afleiden over de evolutie van het zonnestelsel op basis van voorkomen ijzermeteorieten van 4,5 Ga?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 3:&lt;br /&gt;
#*a) Wanneer was het einde van het laatste glaciaal en welk tijdvak komt na dit glaciaal?&lt;br /&gt;
#*b) Hoe kan men uit de chemische samenstelling van kalkschalen van benthische foraminiferen afleiden dat de zeespiegel is gedaald in het laatste glaciaal?&lt;br /&gt;
#*c) Welke andere manier is er om te bepalen dat de zeespiegel wereldwijd steeg? Voor de periode vanaf het einde laatste glaciaal en deglaciatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 4: &lt;br /&gt;
#*Verbanden tussen de vorming van het Massief van Brabant, geschiedenis van Avalonia, ontstaan vulkaankraterpijp van Quenast, vorming van koraalriffen in de Ardennen. En dit ook plaatsen in het geologische tijdskader.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
#vraag 1:&lt;br /&gt;
#*a) Geef de processen en reacties die zorgen voor de vorming van zinkgaten&lt;br /&gt;
#*b) Zinkgaten kunnen ook ontstaan door zoutwinning verklaar&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 2:&lt;br /&gt;
#*a) wat is een caldera en hoe worden ze gevormd?&lt;br /&gt;
#*b) waarom is het extra gevaarlijk als een caldera zich vormt op een eiland?&lt;br /&gt;
#*c) Wat is de relatie met het soort magma en de vorming van een caldera?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 3:&lt;br /&gt;
#*a) Vlaanderen: aquifer op 700 meter diepte die parallel loopt met het aardoppervlak + met een aquitard boven + geen drinkbaar water, Chaudfontaine: syncline waarbij het water tot op 1600 meter diepte gaat met wel drinkbaar water. Teken beide.&lt;br /&gt;
#*b) Wat is de geotherm?&lt;br /&gt;
#*c) Bereken de temperatuur op de gegeven dieptes&lt;br /&gt;
#*d) verklaar het verschil in drinkbaarheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 4:&lt;br /&gt;
#*a) geef alle processen die in de diepere lagen van een gebergte plaatsvinden en geef het verschil met wat er gebeurt in de hogere lagen&lt;br /&gt;
#*b) wat is de lithosfeer?&lt;br /&gt;
#*c) de lithosfeer vervormt in zijn geheel elastisch. leg uit en geef een goed voorbeeld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== XX augustus 2016 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 1&lt;br /&gt;
#*a) Wat is een caldera en hoe worden ze gevormd&lt;br /&gt;
#*b) Waarom is het extra gevaarlijk wanneer een caldera gevormd wordt op een eiland dan op het continent&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 2&lt;br /&gt;
#*a) Wat is bauxiet&lt;br /&gt;
#*b) Hoe wordt een bauxietbodem gevormd&lt;br /&gt;
#*c) waarvoor wordt een bauxietbodem gebruikt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 3&lt;br /&gt;
iets met krijt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18januari 2016 VM ===&lt;br /&gt;
#Vraag 1&lt;br /&gt;
#*a) Waarom kan de koolstof 14-methode niet gebruikt worden voor het dateren van de botten van de dinoâ€™s?&lt;br /&gt;
#*b) Met welke methode kan dit wel gedateerd worden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Vraag 2&lt;br /&gt;
#*a) Wat bedoelt men met isostatisch evenwicht?&lt;br /&gt;
#*b) Maak een tekening van een gletsjer met de continentale korst, de mantel. Maak zo de inwendige structuur van de continentale korst duidelijk en de mantel. De dikte van de gletsjer in het centrum is 3 km. Welke veranderingen gebeuren er?&lt;br /&gt;
#*c) Wat is de dichtheid van de continentale korst en de mantel en waaruit bestaat het. Bereken hoe diep de ijsblok in de korst zit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Vraag 3&lt;br /&gt;
#*a) Een laag van anhydriet, gips en afzettingen van zoutlagen van haliet. (zoiets ) Geef de chemische formule&lt;br /&gt;
#*b) Hoe worden deze samen gevormd, wat is het verband?&lt;br /&gt;
#*c) Hoe geeft dit informatie over het paleoklimaat?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Vraag 4&lt;br /&gt;
#*a) Wat waren Wegners argumenten van continentendrift. Het geheel is nu aanvaard als platentektoniek. Waar ligt zijn fout?&lt;br /&gt;
#*b) Op basis van welke onderzoeken/ontdekkingen werd deze theorie aanvaard?&lt;br /&gt;
#*c) Is elke continentrand een plaatrand?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 januari 2016 NM ===&lt;br /&gt;
#vraag 1&lt;br /&gt;
#*A Metamorfose van kleicarbonaten en verwering van silcaatcarbonaten uitleggen met chemische formules (bij kleicarbonaten niet da van carbonaten geven ma dus ook iets van klei geen idee wat)&lt;br /&gt;
#*B Over het krijt : de invloed van MOR op het klimaat en de zeespiegel&lt;br /&gt;
#vraag 2&lt;br /&gt;
#*A Teken een afpompingskegel van een freatische aquifer en hoe deze een waterput die dichtbij ligt kan droogleggen&lt;br /&gt;
#*B ...&lt;br /&gt;
#*C Het water van een begrensde aquifer kan vaak niet meer gebruikt worden omdat 1g/L opgeloste stoffen aanwezig zijn, welke dingen beïnvloeden dit (dus over die opgeloste stoffen gaat het: soort gesteente, vervuiling, temperatuur [versneld verzouting] dieper = zouter [zeg ook waarom] )&lt;br /&gt;
#vraag 3: ...&lt;br /&gt;
#vraag 4&lt;br /&gt;
#*A In welk tijdvak en wanneer begon de Varisciden orogenese vorming (in België)?&lt;br /&gt;
#*B aan welk gebergtevorming kunnen we dit zien in België?&lt;br /&gt;
#*C Hoe weten we dat België toen in een tropisch klimaat lag?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 januari 2016===&lt;br /&gt;
#*Teken een hoekdiscordantie&lt;br /&gt;
#* Hoe wordt dit gevormd?&lt;br /&gt;
#*Aan het Massief van Brabant vinden we ganggesteenten en vulkanische gesteenten terug. Wat is het verband tussen gebergtevorming (aan het Massief van Brabant) en vulkanisme?&lt;br /&gt;
#*Wanneer vond dit plaats + jaartal&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#*Wat zegt een krijtlaag ons over het afzettingsmilieu?&lt;br /&gt;
#*Waarom bestaat een krijtlaag vaak uit vuurstenen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#*Waarom kan geothermie wel plaatsvinden aan een slenk maar niet aan het het Massief van Brabant?&lt;br /&gt;
#*Wat is de oorzaak van geothermie?&lt;br /&gt;
#*Soms ontstaan er problemen door geothermie. Er is bv. een dorp waarbij een laag met anhydriet in contact kwam met het grondwater waardoor schade ontstond. Leg uit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#*Wat vertellen maangesteenten ons over de ontstaansgeschiedenis van de aarde?&lt;br /&gt;
#*Wat vertelt een ijzermeteoriet van 4.5 Ga ons over het ontstaan van het zonnestelsel?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 januari 2015===&lt;br /&gt;
#Ontdekingen na wegner&#039;s dood die zijn hypothese bewezen. Moderne technieken die dit bevestigen. Wat is een continentrand en hoe komt het dat sommige naast een plaatrand liggen en andere niet.&lt;br /&gt;
#Welk soort breuken komen samen voor met geplooide lagen? Doorsnede tekenen. Welk soort laag wordt in Vlaanderen onderzocht voor de berging van nucleair afval. Wat is de invloed van een actieve of een inactieve breuk op de bergingscapaciteit?&lt;br /&gt;
#Hoe oud is de aarde en hoe weten we dit? Bespreek de vorming van de aarde tijdens het Hadeaan en Archeaan en het verband tussen stuctuur en mineralogie. Bijvraag: Wat zit er in een meteoriet.&lt;br /&gt;
#Voor welk tijdsinterval worden ijkernen gebruikt? Wat is de meerwaarde boven sedimenten? 34 Ma geleden begon de glaciatie op Antarctica. Hoe kunnen sedimenten ons er iets over vertellen. Hoe komt het dat de glaciatie net dan begon?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2015===&lt;br /&gt;
#onstaan van de aarde, hoe oud en hoe is dit bepaald + geef structuur binnenkant van de aarde chemisch, mineralogisch,..&lt;br /&gt;
#lithostratigrafie: waarom gesteentelagen geen goede tijdsbetekenis geven altijd en dat bij biostratigrafie wel kan&lt;br /&gt;
#grondwater: bron van chaudfontaine (syncline wordt gegeven + tekenen) + uitleg geotherm en gemiddelde waarde voor korst geven&lt;br /&gt;
#wetenschappelijke methode: zeggen wat het is + geologisch vb naar keuze&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 JAN 2014 NM===&lt;br /&gt;
#Magnetische ompolingen en platentektoniek&lt;br /&gt;
# Hoe seizoenen werken en Milankovic theorie&lt;br /&gt;
# Verschil tussen diaklazen en breuken, hoe ze ontstaan en hoe je een diaklaze en een gelaagdheid kunt onderscheiden&lt;br /&gt;
# Algemene structuur bladsilicaent, afleiden wat de formule is voor de Si-laag en waarom havenslib behandeld moet worden als chemisch afval&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2014 NM===&lt;br /&gt;
#kalksteen in de grond: welke maatschappelijke problemen kunnen er zijn?&lt;br /&gt;
#*geef alle chemische reacties die mee doen/leg ze uit in het systeem&lt;br /&gt;
#*hoe worden druipstenen gevormd?&lt;br /&gt;
#diachroon en sedimentaire facies en het verband? (plus schets)&lt;br /&gt;
#veldspaten: orthoklaas naar albiet en albiet naar anorthiet, maar ge kunt niet van orthoklaas naar anorthiet: hoe komt dit, en wat heeft vaste oplossing hiermee te maken? wat is arkose?&lt;br /&gt;
#roodverschuiving uitleggen, hou oud is de aarde? het heelal? en leg uit hou we ouderdom aarde kunnen meten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 JAN 2014===&lt;br /&gt;
#Wat zijn evaporieten en in welke omstandigheden worden ze gevormd? Welke structuren worden er gevormd? Geef redenen om radioactief afval in evaporieten op te slaan en ook waarom het niet zo een goed idee is ?&lt;br /&gt;
#Welke observaties heeft men gedaan om hotspots te onderzoeken? VS heeft een zuur vulkanische, waarom?&lt;br /&gt;
#Geef de geologische tijdschaal van fanerozoÃ¯cum + ouderdommen. Geef de 3 belangrijkste ijstijdvakken en in welk ijstijdvak heeft Wegener aanwijzingen gevonden voor zijn theorie en welke zijn dat?&lt;br /&gt;
#Wat zijn de fundamentele eigenschappen van een begrensde aquifer? Wat zijn de redenen voor problematische concentratie aan opgeloste stoffen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 JAN 2014 VM=== &lt;br /&gt;
#  Verklaar : meteoor, meteoriet, asteroÃ¯de, komeet. Wat is het verschil tussen komeet en meteoorgroep? Waarom zijn er geen inslagen op de zeebodem?&lt;br /&gt;
# Wegener:  wat is zijn theorie en geef zijn bewijzen. In de jaren 50 kwamen er nieuwe technieken om dit nu echt te bewijzen, welke?&lt;br /&gt;
# Alles over quaternair. Hoe kunnen we met kalksedimenten het klimaat bepalen? Waarmee moeten we oppassen als we kalkskeletten gebruiken? Welke zijn de grote invloeden op de euraziatische zeespiegel? Waarom krijgen we hier een beter beeld van de klimaten dan met landafzetting?&lt;br /&gt;
# Kristallisatie van mineralen uit stollingsgesteenten, wat is het verband met deze kristallisatie en verwering (of erosie?)&lt;br /&gt;
# practicum (4p) en ze helpt u als ge hem fout heb (dan krijgt ge nog de helft van de punten). Soms krijgt ge er 2 maar van dezelfde plaats van de  excursie en ze stelt een klein theorievraagje. Voorbereiden mag met excursiebundel, nota&#039;s, slides en handleiding maar vanaf da je begint uit te leggen mag je niks meer gebruiken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 JAN 2014===&lt;br /&gt;
#Bauxiet, alles wat je erover weet.&lt;br /&gt;
#Hoe fosielen hebben kunnen helpen bij de kartering van de statigrafie.&lt;br /&gt;
#MOR van bovenaf tekenen en alle eigenschappen geven van de MOR + laterale beweging in MOR (scheuren ipv breuken).&lt;br /&gt;
#Bespreek porositeit van een grondlaag en hoe kan het dat een bron recht omhoog kan spuiten?&lt;br /&gt;
#Practicum: stenen!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* hoe wordt bauxiet gevormd&lt;br /&gt;
#*in welk klimaat?&lt;br /&gt;
#* uit welke mineralen bestaat het&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* duid aan op een tekening hoe je uit paleomagnetische gegevens van fossiel de lokatie kan bepalen&lt;br /&gt;
#* wat is polar wandering curve&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* hoe kan je met zuurstofisotopen in sedimenten ijstijd aantonen&lt;br /&gt;
#* hoe verklaar je het bestaan van ijstijdvak en broeikastijdvak&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* toekomst van gas-clathraten als energiedelfstof&lt;br /&gt;
#* situeer gas-clathraten in Mc-Kelvey diagram&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek hoe de kenmerken van de aarde die noodzakelijk zijn voor het leven speciefiek zijn voor de aarde: atmosfeerdruk en -samenstelling, magneetveld, temperatuur en temperatuursschommelingen&lt;br /&gt;
# Vlakken 222, 333 en 003 in een xyz-assenstelsel plaatsen zodanig dat de afgesneden stukken abc van de eenheidscel verschillend zijn.&lt;br /&gt;
# Hoe komt het dat zanden zelden isotroop zijn (meestal heterogeen zijn)? Welk soort mineraal is glauconiet? Welke kationen zitten erin?&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen een actieve en passieve plaatrand? Teken de doorsneden van elk en duidt dieptes en gesteenten aan. Hoe oud zijn de oceanen?&lt;br /&gt;
# practicumoefening: concentratieberekening&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# bespreek de relatie tussen het ontstaan van de aarde en de dingen die gekoppeld zijn aan leven (atmosfeer, magneetveld...)&lt;br /&gt;
# teken een xyz-assenstelsel en zet vlakken uit bv 1,1,1 die gegeven zijn in millerindices&lt;br /&gt;
# bespreek een vaste oplossing&lt;br /&gt;
# Hoe komt het dat een blauwschist en een hoornfells samen voorkomen, parralel in een gebergte, betrek hierbij subductie enz&lt;br /&gt;
# teken in da diagramma van die reserves waar teerzanden zich nu bevinden en waar ze zicht 20 jaar geleden bevonden&lt;br /&gt;
# welke voorwaarde zijn er in het verlede nodig geweest om nu olie op een welbepaalde plaats te vinden&lt;br /&gt;
# bij het practicum gedeelte een piper diagram invullen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# geef aanwijzingen waarom het vroeger kouder is geweest en b) hoe kunt ge met enkele van die aanwijzingen verklaren dat er afwisseling was met broeikastijden en niet gewoon een doorlopend ijstijdvlak&lt;br /&gt;
# mineralogie: bespreek waarom plagioklaas gezoneerd en ongezoneerd voorkomt, das met die tabel met verhoudingen&lt;br /&gt;
# laat zien hoe je weet naar welke kant het water gaat onder het waterspanningsvlak b) geef verschillende manieren om energie te winnen met grondwater&lt;br /&gt;
# de vraag over paleomagnetisme hoe ze daarmee over de oceaanvorming geleerd hebben&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe de Moho-discontinuÃ¯teit gevormd wordt bij de vorming van nieuwe oceaanbodem aan de MOR.&lt;br /&gt;
# Wat is de asthenosfeer?&lt;br /&gt;
# Waarom gaat pyriet makkelijk verweren? Welke verweringsproducten worden gevormd? Welk mineraal gaat men bekomen bij verwering van pyriet in kalkstenen?&lt;br /&gt;
# Welke soort plagioklaas zit er in graniet? Welke in gabbro?&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe men het probleem opgelost heeft dat men aan fossielen enkel relatieve ouderdommen kan koppelen. &lt;br /&gt;
# Geef aan dat je begrijpt waarom calibratie met dendrochronologie belangrijk is bij de koolstof 14-dateringsmeththode.&lt;br /&gt;
# Geef een samenvatting van de argumenten van de optimisten en de pessimisten over de eindigheid van de olievoorraden. (aka vat de argumenten van de 2 scholen samen)&lt;br /&gt;
# Welke geologische processen zijn nodig om anthraciet te kunnen vormen (aka in welk gebied ongeveer vinden we steenkool?)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 JAN 2010 VM===&lt;br /&gt;
#Hoe heeft het paleomagnetisme geholpen om het huidige model van de M.O.R. op te stellen.&lt;br /&gt;
#Is het klimaat in het verleden stabiel of variabel geweest? Geef oorzaken + tijdsgebieden.&lt;br /&gt;
#Waar moet men monitoringputten plaatsen in de buurt van stortplaatsen, zodat men polluenten kan ontdekken. Is de diepte van belang?&lt;br /&gt;
#Hoe wordt een zandsteen gevormd? Op welke diepte, en invloed van grondwater.&lt;br /&gt;
#Vraagje over zelfstudieopdracht: oorsprong van biomerkers en waarom moeten deze verklaard worden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 JAN 2010 NM===&lt;br /&gt;
#Hoe kwam de formule van Bragg tot stand? En hoe kan je hier mee bepalen welk mineraal je hebt?&lt;br /&gt;
#We steken kubusjes van gelijke grootte (bv. 1 cmÂ³) van kwartsiet en marmer in een cilindrische buis en laten deze ronddraaien, simuleren we dan verwering? welk van de twee gaat het meest verweerd worden?&lt;br /&gt;
#Hoe ga je van slib naar een schiefer? leg zo duidelijk mogelijk uit. Vanaf welke diepte heb je een schiefer met schieferige splijting?&lt;br /&gt;
#Paleopolen: leg uit hoe je aan de hand van paleopolen continentendrift en platentektoniek kunt verklaren. Maak ook een schets. Zeg ook welke dingen gemeten worden om het paleopool te bepalen en hoe dat dan bepaald wordt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 JAN 2010 VM===&lt;br /&gt;
#Vergelijk samenstelling van Aarde, maan, Mercurius, Jupiter, een planeet rond de eerste sterren, de aardkorts en -kern.&lt;br /&gt;
#Hoe gedragen gesteenten zich bij verschillende drukregimes? Wat zijn dekbladen? Bij welke tektonische activiteit vind je deze? (+schema)&lt;br /&gt;
#Waarom vindt men ook batholieten bij subductie? (schema&#039;s, grafiek van verandering smelttemperatuur)&lt;br /&gt;
#Hoe heeft paleomagnetisme geholpen bij het begrijpen van systeem van M.O.R.?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 JAN 2010===&lt;br /&gt;
#Bespreek roodverschuiving in het heelal. Kan dit dienen om een ouderdom te bepalen van het heelal?&lt;br /&gt;
#Bespreek de in de les besproken analogie tussen een watertoren en een spanningswaterlaag. Hoe komt het dat er in de afpompingsput maar een klein volume water zal zitten, terwijl de gehel spanningswaterlaag verzadigd is ? Kan er overproductie optreden van een spanningswaterlaag?&lt;br /&gt;
#Hoe ga je van slib naar een schiefer? Leg zo duidelijk mogelijk uit. Vanaf welke diepte heb je een schiefer met schieferige splijting?&lt;br /&gt;
#Beargumenteer het bestaan van subductiezones&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===AUG 2009===&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#*Bewijs dat een silicium in de tetraederlaag kan verbonden worden met een magnesium in een octaederlaag met zuurstof en hydroxylgroepen ertussen.&lt;br /&gt;
#* Waarin verschillen de verschillende kleimineraalspecies? Geef de verschillende met een voorbeeld&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#* Als we kubusjes van gelijke grootte van marmer en kwartsiet in een cilindrische buis laten afslijten, welke blijft dan het langst over en waarom?&lt;br /&gt;
#* Leg uit waarom bij een fyllade een druksplijting dwars op de gelaagdheid kan staan en waarom deze zo perfect is in vergelijking met een schieferige splijting.&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#* Hoe kan magnetisme zodanig opgeslaan worden in een sedimentsgesteente dat we het &#039;remanent&#039; mogen noemen?&lt;br /&gt;
#* Hoe kunnen we aan de hand van het paleomagnetisme de vroegere positie van een continent bepalen?&lt;br /&gt;
# betekent een boringskegel hetzelfde bij een freatische waterlaag en een artesische waterlaag? leg uit.&lt;br /&gt;
# Hoe komt het dat er bij de stratigrafie zo vaak gewerkt word met fosielen en paleomagnetisme terwijl de biostratigrafie ons een relatieve tijdschaal geeft, en magnetostratigrafie ons maar twee antwoorden kan geven, normale of tegengestelde polariteit?&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Larsceulemans</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Geologie&amp;diff=1585</id>
		<title>Geologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Geologie&amp;diff=1585"/>
		<updated>2019-01-28T18:28:54Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Larsceulemans: /* 28 januari 2019 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Geologie van Prof. Robert Speijer is een verplicht vak in het eerste semester van het eerste jaar voor chemie en binnen de minor verbreding voor Biochemie.&lt;br /&gt;
Examen is mondeling. Er is ook een deeltje examen over het practicum (steentjes). Hiervoor mag je je practicumhandleiding gebruiken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 januari 2019===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) hoeveel bedraagt de gemiddelde geothermische gradiënt van de continentale korst en hoe warm was het dan in een voormalige limburgse mijnschacht op diept van 1000m&lt;br /&gt;
#*b) leg uit waarom water in een begrensde aquifer op die diepte vaak niet als drinkwater te gebruiken is en van welke factoren hangt dit af&lt;br /&gt;
#*C) leg uit waarom de geothermische gradiënt van de korst veel steiler (sterker) is dan die van de mantel&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) welke observaties in de oceaan hebben geleid tot de theorie van hotspots&lt;br /&gt;
#*b) wat veroorzaakt hotspots en wat is relatie met het model van platentektoniek&lt;br /&gt;
#*c) meeste hotspot vulkanen hebben voornamelijk magma met mafische samenstelling, de hotspot onder yellowstone park levert echter ook grote hoeveelheden felsische en intermediaire magma, hoe verklaar je dit verschil&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) door welke processen wordt schuine gelaagdheid veroorzaakt en in welk sedimentair afzettingsmilieu kan schuine gelaagdheid worden waargenomen&lt;br /&gt;
#*b) schets de manier hoe dat schuine gelaagdheid gevormd word en geef erbij uitleg&lt;br /&gt;
#*c) welke informatie kan men afleiden uit opeenvolgende schuine gelaagdheden die in verschillende richting hellen&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) magnesiet (formule gegeven) en sideriet vormen een vaste oplossing, magnesiet en calciet vormen geen vaste oplossing, verklaar dit verschil en verklaar ook dat dolomiet (formule gegeven) wel samen kan voorkomen met calciet&lt;br /&gt;
#*b) geeft een beknopte maar kenmerkende karakterisering voor 2 verschillende mariene afzetting milieus waarbij calciet en/of aragoniet belagrijke sedimentaire bestanddelen zijn&lt;br /&gt;
#*c) calciet wordt tijdens diagenese van carbonaten soms omgezet naar dolomiet, waardoor wordt dit proces vooral gestuurd&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 januari 2019 ===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Hoe worden zinklagen in bvb Florida gevormd&lt;br /&gt;
#*b) Hoe helpen zinkgaten bij de zoutwinning in bvb Nederland&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) In welke gesteenten zitten ketensilicaten zoals pyroxenen en amfibiolen&lt;br /&gt;
#*b) Geef mvb tekening het verschil tussen pyroxenen en amfibiolen&lt;br /&gt;
#*c) Wat is de verhouding van de O-atomen tov de Si-atomen in zowel pyroxenen als amfibiolen&lt;br /&gt;
#*d) Hoe verschillen deze ketensilicaten met veldspaat (Optische verschillen, niet chemisch)&lt;br /&gt;
# Een hele uitleg over visbeenderen (platte spiraalvormige fossielen) in het Jura. Ook iets over schalies&lt;br /&gt;
#*a Welk tijdperk voor en na het Jura, geef aan in # miljoen jaar in welke periode het Jura zich bevondt&lt;br /&gt;
#*b) Welke gesteenten zijn Schalies en tot welke groep fossielen behoren de visbeenderen&lt;br /&gt;
#*c) Hoe komt het dat de beenderen in tact zijn gebleven in de zee, welk milieu heerst er in de zee hiervoor&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Welk proces ondergaan gesteenten in bergketens in lage hoogte,  en welke processen ondergaan gesteenten die hoger gelegen zijn&lt;br /&gt;
#*b) Wat is de lithosfeer en waarom is de vervorming elastisch. Welke eenheid ligt er onder deze lithosfeer.&lt;br /&gt;
#*c) Waarin verschilt de lithosfeer met de onderliggende eenheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
#   Over de zoutlagen (evaporieten) uit het Perm in het Noorden van Nederland, Duitsland en Polen&lt;br /&gt;
#*a) Wanneer waren het Perm en Carboon? (in Ma)&lt;br /&gt;
#*b) Welke mineralen komen er hoofdzakelijk voor in zo&#039;n zoutlagen? Geef de naam en de chemische formule&lt;br /&gt;
#*c) Geef de reden(en) waarom er nauwelijks afzettingen uit het Perm in België terug te vinden zijn, terwijl er wel talrijke afzettingen uit het Carboon te vinden zijn. Wat is de relatie met de Variscische gebergtevorming?&lt;br /&gt;
#*d) Waarom is zo&#039;n zoutlaag eventueel geschikt voor de opslag van radioactief afval?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Leg uit waarom er wisselende seizoenen zijn op aarde&lt;br /&gt;
#*b) Onder welke condities, volgens de theorie van Milankovic, kon de Noordelijke ijskap stapsgewijs groeien? Bespreek de relevante parameters, je kan schetsen gebruiken om je antwoord te verduidelijken &lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Leg uit wat de geothermische gradiënt (geotherm) is. Geef de waarde(n) voor de geotherm van continentale korst en ook de warmte-uitstroom (heat flow) van continentale korst.&lt;br /&gt;
#*b) Verklaar waarom de geotherm van oceanische korst meer variabel is dan die van de continentale korst, verklaar ook het verschil in de heat flow die niet overal hetzelfde is bij oceanische korst&lt;br /&gt;
#*c) Leg uit hoe de geotherm in de ondiepe ondergrond varieert in functie van kortere en langere temperatuurcycli (dag/nacht, winter/zomer, glaciaal/interglaciaal)&lt;br /&gt;
#*d) Geef op basis van het vorige antwoord voor het volgende een verklaring: op hoge breedtegraden (bv. Canada) is het gesteente (of de bodem) op enkele honderden meters diepte bevroren, toch is de gemiddelde jaartemperatuur ruim boven 0°C&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Geef een definitie voor metamorfose, inclusief de reden waarom metamorfose plaatsvindt&lt;br /&gt;
#*b) Wat zijn de verschillen en overeenkomsten tussen contactmetamorfose en schokmetamorfose?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 31 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
#vraag 1:&lt;br /&gt;
#*a) Zure regen tast kalksteen aan. Geef de reactievergelijking en leg uit waarom kalksteen hierdoor sneller verweerd.&lt;br /&gt;
#*b) Verwering van pyriet, reactieproducten en nettoreactievergelijking geven. &lt;br /&gt;
#*c) Uitleggen hoe en in welke omgeving het nieuw gevormde mineraal in a op natuurlijke wijze wordt gevormd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 2:&lt;br /&gt;
#*a) Apollo missies naar maan. Wat heeft onderzoek van deze gesteenten geleerd over de vormingsgeschiedenis van de aarde?&lt;br /&gt;
#*b) Wat kan je afleiden over de evolutie van het zonnestelsel op basis van voorkomen ijzermeteorieten van 4,5 Ga?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 3:&lt;br /&gt;
#*a) Wanneer was het einde van het laatste glaciaal en welk tijdvak komt na dit glaciaal?&lt;br /&gt;
#*b) Hoe kan men uit de chemische samenstelling van kalkschalen van benthische foraminiferen afleiden dat de zeespiegel is gedaald in het laatste glaciaal?&lt;br /&gt;
#*c) Welke andere manier is er om te bepalen dat de zeespiegel wereldwijd steeg? Voor de periode vanaf het einde laatste glaciaal en deglaciatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 4: &lt;br /&gt;
#*Verbanden tussen de vorming van het Massief van Brabant, geschiedenis van Avalonia, ontstaan vulkaankraterpijp van Quenast, vorming van koraalriffen in de Ardennen. En dit ook plaatsen in het geologische tijdskader.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
#vraag 1:&lt;br /&gt;
#*a) Geef de processen en reacties die zorgen voor de vorming van zinkgaten&lt;br /&gt;
#*b) Zinkgaten kunnen ook ontstaan door zoutwinning verklaar&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 2:&lt;br /&gt;
#*a) wat is een caldera en hoe worden ze gevormd?&lt;br /&gt;
#*b) waarom is het extra gevaarlijk als een caldera zich vormt op een eiland?&lt;br /&gt;
#*c) Wat is de relatie met het soort magma en de vorming van een caldera?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 3:&lt;br /&gt;
#*a) Vlaanderen: aquifer op 700 meter diepte die parallel loopt met het aardoppervlak + met een aquitard boven + geen drinkbaar water, Chaudfontaine: syncline waarbij het water tot op 1600 meter diepte gaat met wel drinkbaar water. Teken beide.&lt;br /&gt;
#*b) Wat is de geotherm?&lt;br /&gt;
#*c) Bereken de temperatuur op de gegeven dieptes&lt;br /&gt;
#*d) verklaar het verschil in drinkbaarheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 4:&lt;br /&gt;
#*a) geef alle processen die in de diepere lagen van een gebergte plaatsvinden en geef het verschil met wat er gebeurt in de hogere lagen&lt;br /&gt;
#*b) wat is de lithosfeer?&lt;br /&gt;
#*c) de lithosfeer vervormt in zijn geheel elastisch. leg uit en geef een goed voorbeeld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== XX augustus 2016 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 1&lt;br /&gt;
#*a) Wat is een caldera en hoe worden ze gevormd&lt;br /&gt;
#*b) Waarom is het extra gevaarlijk wanneer een caldera gevormd wordt op een eiland dan op het continent&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 2&lt;br /&gt;
#*a) Wat is bauxiet&lt;br /&gt;
#*b) Hoe wordt een bauxietbodem gevormd&lt;br /&gt;
#*c) waarvoor wordt een bauxietbodem gebruikt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 3&lt;br /&gt;
iets met krijt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18januari 2016 VM ===&lt;br /&gt;
#Vraag 1&lt;br /&gt;
#*a) Waarom kan de koolstof 14-methode niet gebruikt worden voor het dateren van de botten van de dinoâ€™s?&lt;br /&gt;
#*b) Met welke methode kan dit wel gedateerd worden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Vraag 2&lt;br /&gt;
#*a) Wat bedoelt men met isostatisch evenwicht?&lt;br /&gt;
#*b) Maak een tekening van een gletsjer met de continentale korst, de mantel. Maak zo de inwendige structuur van de continentale korst duidelijk en de mantel. De dikte van de gletsjer in het centrum is 3 km. Welke veranderingen gebeuren er?&lt;br /&gt;
#*c) Wat is de dichtheid van de continentale korst en de mantel en waaruit bestaat het. Bereken hoe diep de ijsblok in de korst zit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Vraag 3&lt;br /&gt;
#*a) Een laag van anhydriet, gips en afzettingen van zoutlagen van haliet. (zoiets ) Geef de chemische formule&lt;br /&gt;
#*b) Hoe worden deze samen gevormd, wat is het verband?&lt;br /&gt;
#*c) Hoe geeft dit informatie over het paleoklimaat?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Vraag 4&lt;br /&gt;
#*a) Wat waren Wegners argumenten van continentendrift. Het geheel is nu aanvaard als platentektoniek. Waar ligt zijn fout?&lt;br /&gt;
#*b) Op basis van welke onderzoeken/ontdekkingen werd deze theorie aanvaard?&lt;br /&gt;
#*c) Is elke continentrand een plaatrand?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 januari 2016 NM ===&lt;br /&gt;
#vraag 1&lt;br /&gt;
#*A Metamorfose van kleicarbonaten en verwering van silcaatcarbonaten uitleggen met chemische formules (bij kleicarbonaten niet da van carbonaten geven ma dus ook iets van klei geen idee wat)&lt;br /&gt;
#*B Over het krijt : de invloed van MOR op het klimaat en de zeespiegel&lt;br /&gt;
#vraag 2&lt;br /&gt;
#*A Teken een afpompingskegel van een freatische aquifer en hoe deze een waterput die dichtbij ligt kan droogleggen&lt;br /&gt;
#*B ...&lt;br /&gt;
#*C Het water van een begrensde aquifer kan vaak niet meer gebruikt worden omdat 1g/L opgeloste stoffen aanwezig zijn, welke dingen beïnvloeden dit (dus over die opgeloste stoffen gaat het: soort gesteente, vervuiling, temperatuur [versneld verzouting] dieper = zouter [zeg ook waarom] )&lt;br /&gt;
#vraag 3: ...&lt;br /&gt;
#vraag 4&lt;br /&gt;
#*A In welk tijdvak en wanneer begon de Varisciden orogenese vorming (in België)?&lt;br /&gt;
#*B aan welk gebergtevorming kunnen we dit zien in België?&lt;br /&gt;
#*C Hoe weten we dat België toen in een tropisch klimaat lag?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 januari 2016===&lt;br /&gt;
#*Teken een hoekdiscordantie&lt;br /&gt;
#* Hoe wordt dit gevormd?&lt;br /&gt;
#*Aan het Massief van Brabant vinden we ganggesteenten en vulkanische gesteenten terug. Wat is het verband tussen gebergtevorming (aan het Massief van Brabant) en vulkanisme?&lt;br /&gt;
#*Wanneer vond dit plaats + jaartal&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#*Wat zegt een krijtlaag ons over het afzettingsmilieu?&lt;br /&gt;
#*Waarom bestaat een krijtlaag vaak uit vuurstenen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#*Waarom kan geothermie wel plaatsvinden aan een slenk maar niet aan het het Massief van Brabant?&lt;br /&gt;
#*Wat is de oorzaak van geothermie?&lt;br /&gt;
#*Soms ontstaan er problemen door geothermie. Er is bv. een dorp waarbij een laag met anhydriet in contact kwam met het grondwater waardoor schade ontstond. Leg uit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#*Wat vertellen maangesteenten ons over de ontstaansgeschiedenis van de aarde?&lt;br /&gt;
#*Wat vertelt een ijzermeteoriet van 4.5 Ga ons over het ontstaan van het zonnestelsel?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 januari 2015===&lt;br /&gt;
#Ontdekingen na wegner&#039;s dood die zijn hypothese bewezen. Moderne technieken die dit bevestigen. Wat is een continentrand en hoe komt het dat sommige naast een plaatrand liggen en andere niet.&lt;br /&gt;
#Welk soort breuken komen samen voor met geplooide lagen? Doorsnede tekenen. Welk soort laag wordt in Vlaanderen onderzocht voor de berging van nucleair afval. Wat is de invloed van een actieve of een inactieve breuk op de bergingscapaciteit?&lt;br /&gt;
#Hoe oud is de aarde en hoe weten we dit? Bespreek de vorming van de aarde tijdens het Hadeaan en Archeaan en het verband tussen stuctuur en mineralogie. Bijvraag: Wat zit er in een meteoriet.&lt;br /&gt;
#Voor welk tijdsinterval worden ijkernen gebruikt? Wat is de meerwaarde boven sedimenten? 34 Ma geleden begon de glaciatie op Antarctica. Hoe kunnen sedimenten ons er iets over vertellen. Hoe komt het dat de glaciatie net dan begon?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2015===&lt;br /&gt;
#onstaan van de aarde, hoe oud en hoe is dit bepaald + geef structuur binnenkant van de aarde chemisch, mineralogisch,..&lt;br /&gt;
#lithostratigrafie: waarom gesteentelagen geen goede tijdsbetekenis geven altijd en dat bij biostratigrafie wel kan&lt;br /&gt;
#grondwater: bron van chaudfontaine (syncline wordt gegeven + tekenen) + uitleg geotherm en gemiddelde waarde voor korst geven&lt;br /&gt;
#wetenschappelijke methode: zeggen wat het is + geologisch vb naar keuze&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 JAN 2014 NM===&lt;br /&gt;
#Magnetische ompolingen en platentektoniek&lt;br /&gt;
# Hoe seizoenen werken en Milankovic theorie&lt;br /&gt;
# Verschil tussen diaklazen en breuken, hoe ze ontstaan en hoe je een diaklaze en een gelaagdheid kunt onderscheiden&lt;br /&gt;
# Algemene structuur bladsilicaent, afleiden wat de formule is voor de Si-laag en waarom havenslib behandeld moet worden als chemisch afval&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2014 NM===&lt;br /&gt;
#kalksteen in de grond: welke maatschappelijke problemen kunnen er zijn?&lt;br /&gt;
#*geef alle chemische reacties die mee doen/leg ze uit in het systeem&lt;br /&gt;
#*hoe worden druipstenen gevormd?&lt;br /&gt;
#diachroon en sedimentaire facies en het verband? (plus schets)&lt;br /&gt;
#veldspaten: orthoklaas naar albiet en albiet naar anorthiet, maar ge kunt niet van orthoklaas naar anorthiet: hoe komt dit, en wat heeft vaste oplossing hiermee te maken? wat is arkose?&lt;br /&gt;
#roodverschuiving uitleggen, hou oud is de aarde? het heelal? en leg uit hou we ouderdom aarde kunnen meten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 JAN 2014===&lt;br /&gt;
#Wat zijn evaporieten en in welke omstandigheden worden ze gevormd? Welke structuren worden er gevormd? Geef redenen om radioactief afval in evaporieten op te slaan en ook waarom het niet zo een goed idee is ?&lt;br /&gt;
#Welke observaties heeft men gedaan om hotspots te onderzoeken? VS heeft een zuur vulkanische, waarom?&lt;br /&gt;
#Geef de geologische tijdschaal van fanerozoÃ¯cum + ouderdommen. Geef de 3 belangrijkste ijstijdvakken en in welk ijstijdvak heeft Wegener aanwijzingen gevonden voor zijn theorie en welke zijn dat?&lt;br /&gt;
#Wat zijn de fundamentele eigenschappen van een begrensde aquifer? Wat zijn de redenen voor problematische concentratie aan opgeloste stoffen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 JAN 2014 VM=== &lt;br /&gt;
#  Verklaar : meteoor, meteoriet, asteroÃ¯de, komeet. Wat is het verschil tussen komeet en meteoorgroep? Waarom zijn er geen inslagen op de zeebodem?&lt;br /&gt;
# Wegener:  wat is zijn theorie en geef zijn bewijzen. In de jaren 50 kwamen er nieuwe technieken om dit nu echt te bewijzen, welke?&lt;br /&gt;
# Alles over quaternair. Hoe kunnen we met kalksedimenten het klimaat bepalen? Waarmee moeten we oppassen als we kalkskeletten gebruiken? Welke zijn de grote invloeden op de euraziatische zeespiegel? Waarom krijgen we hier een beter beeld van de klimaten dan met landafzetting?&lt;br /&gt;
# Kristallisatie van mineralen uit stollingsgesteenten, wat is het verband met deze kristallisatie en verwering (of erosie?)&lt;br /&gt;
# practicum (4p) en ze helpt u als ge hem fout heb (dan krijgt ge nog de helft van de punten). Soms krijgt ge er 2 maar van dezelfde plaats van de  excursie en ze stelt een klein theorievraagje. Voorbereiden mag met excursiebundel, nota&#039;s, slides en handleiding maar vanaf da je begint uit te leggen mag je niks meer gebruiken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 JAN 2014===&lt;br /&gt;
#Bauxiet, alles wat je erover weet.&lt;br /&gt;
#Hoe fosielen hebben kunnen helpen bij de kartering van de statigrafie.&lt;br /&gt;
#MOR van bovenaf tekenen en alle eigenschappen geven van de MOR + laterale beweging in MOR (scheuren ipv breuken).&lt;br /&gt;
#Bespreek porositeit van een grondlaag en hoe kan het dat een bron recht omhoog kan spuiten?&lt;br /&gt;
#Practicum: stenen!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* hoe wordt bauxiet gevormd&lt;br /&gt;
#*in welk klimaat?&lt;br /&gt;
#* uit welke mineralen bestaat het&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* duid aan op een tekening hoe je uit paleomagnetische gegevens van fossiel de lokatie kan bepalen&lt;br /&gt;
#* wat is polar wandering curve&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* hoe kan je met zuurstofisotopen in sedimenten ijstijd aantonen&lt;br /&gt;
#* hoe verklaar je het bestaan van ijstijdvak en broeikastijdvak&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* toekomst van gas-clathraten als energiedelfstof&lt;br /&gt;
#* situeer gas-clathraten in Mc-Kelvey diagram&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek hoe de kenmerken van de aarde die noodzakelijk zijn voor het leven speciefiek zijn voor de aarde: atmosfeerdruk en -samenstelling, magneetveld, temperatuur en temperatuursschommelingen&lt;br /&gt;
# Vlakken 222, 333 en 003 in een xyz-assenstelsel plaatsen zodanig dat de afgesneden stukken abc van de eenheidscel verschillend zijn.&lt;br /&gt;
# Hoe komt het dat zanden zelden isotroop zijn (meestal heterogeen zijn)? Welk soort mineraal is glauconiet? Welke kationen zitten erin?&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen een actieve en passieve plaatrand? Teken de doorsneden van elk en duidt dieptes en gesteenten aan. Hoe oud zijn de oceanen?&lt;br /&gt;
# practicumoefening: concentratieberekening&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# bespreek de relatie tussen het ontstaan van de aarde en de dingen die gekoppeld zijn aan leven (atmosfeer, magneetveld...)&lt;br /&gt;
# teken een xyz-assenstelsel en zet vlakken uit bv 1,1,1 die gegeven zijn in millerindices&lt;br /&gt;
# bespreek een vaste oplossing&lt;br /&gt;
# Hoe komt het dat een blauwschist en een hoornfells samen voorkomen, parralel in een gebergte, betrek hierbij subductie enz&lt;br /&gt;
# teken in da diagramma van die reserves waar teerzanden zich nu bevinden en waar ze zicht 20 jaar geleden bevonden&lt;br /&gt;
# welke voorwaarde zijn er in het verlede nodig geweest om nu olie op een welbepaalde plaats te vinden&lt;br /&gt;
# bij het practicum gedeelte een piper diagram invullen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# geef aanwijzingen waarom het vroeger kouder is geweest en b) hoe kunt ge met enkele van die aanwijzingen verklaren dat er afwisseling was met broeikastijden en niet gewoon een doorlopend ijstijdvlak&lt;br /&gt;
# mineralogie: bespreek waarom plagioklaas gezoneerd en ongezoneerd voorkomt, das met die tabel met verhoudingen&lt;br /&gt;
# laat zien hoe je weet naar welke kant het water gaat onder het waterspanningsvlak b) geef verschillende manieren om energie te winnen met grondwater&lt;br /&gt;
# de vraag over paleomagnetisme hoe ze daarmee over de oceaanvorming geleerd hebben&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe de Moho-discontinuÃ¯teit gevormd wordt bij de vorming van nieuwe oceaanbodem aan de MOR.&lt;br /&gt;
# Wat is de asthenosfeer?&lt;br /&gt;
# Waarom gaat pyriet makkelijk verweren? Welke verweringsproducten worden gevormd? Welk mineraal gaat men bekomen bij verwering van pyriet in kalkstenen?&lt;br /&gt;
# Welke soort plagioklaas zit er in graniet? Welke in gabbro?&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe men het probleem opgelost heeft dat men aan fossielen enkel relatieve ouderdommen kan koppelen. &lt;br /&gt;
# Geef aan dat je begrijpt waarom calibratie met dendrochronologie belangrijk is bij de koolstof 14-dateringsmeththode.&lt;br /&gt;
# Geef een samenvatting van de argumenten van de optimisten en de pessimisten over de eindigheid van de olievoorraden. (aka vat de argumenten van de 2 scholen samen)&lt;br /&gt;
# Welke geologische processen zijn nodig om anthraciet te kunnen vormen (aka in welk gebied ongeveer vinden we steenkool?)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 JAN 2010 VM===&lt;br /&gt;
#Hoe heeft het paleomagnetisme geholpen om het huidige model van de M.O.R. op te stellen.&lt;br /&gt;
#Is het klimaat in het verleden stabiel of variabel geweest? Geef oorzaken + tijdsgebieden.&lt;br /&gt;
#Waar moet men monitoringputten plaatsen in de buurt van stortplaatsen, zodat men polluenten kan ontdekken. Is de diepte van belang?&lt;br /&gt;
#Hoe wordt een zandsteen gevormd? Op welke diepte, en invloed van grondwater.&lt;br /&gt;
#Vraagje over zelfstudieopdracht: oorsprong van biomerkers en waarom moeten deze verklaard worden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 JAN 2010 NM===&lt;br /&gt;
#Hoe kwam de formule van Bragg tot stand? En hoe kan je hier mee bepalen welk mineraal je hebt?&lt;br /&gt;
#We steken kubusjes van gelijke grootte (bv. 1 cmÂ³) van kwartsiet en marmer in een cilindrische buis en laten deze ronddraaien, simuleren we dan verwering? welk van de twee gaat het meest verweerd worden?&lt;br /&gt;
#Hoe ga je van slib naar een schiefer? leg zo duidelijk mogelijk uit. Vanaf welke diepte heb je een schiefer met schieferige splijting?&lt;br /&gt;
#Paleopolen: leg uit hoe je aan de hand van paleopolen continentendrift en platentektoniek kunt verklaren. Maak ook een schets. Zeg ook welke dingen gemeten worden om het paleopool te bepalen en hoe dat dan bepaald wordt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 JAN 2010 VM===&lt;br /&gt;
#Vergelijk samenstelling van Aarde, maan, Mercurius, Jupiter, een planeet rond de eerste sterren, de aardkorts en -kern.&lt;br /&gt;
#Hoe gedragen gesteenten zich bij verschillende drukregimes? Wat zijn dekbladen? Bij welke tektonische activiteit vind je deze? (+schema)&lt;br /&gt;
#Waarom vindt men ook batholieten bij subductie? (schema&#039;s, grafiek van verandering smelttemperatuur)&lt;br /&gt;
#Hoe heeft paleomagnetisme geholpen bij het begrijpen van systeem van M.O.R.?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 JAN 2010===&lt;br /&gt;
#Bespreek roodverschuiving in het heelal. Kan dit dienen om een ouderdom te bepalen van het heelal?&lt;br /&gt;
#Bespreek de in de les besproken analogie tussen een watertoren en een spanningswaterlaag. Hoe komt het dat er in de afpompingsput maar een klein volume water zal zitten, terwijl de gehel spanningswaterlaag verzadigd is ? Kan er overproductie optreden van een spanningswaterlaag?&lt;br /&gt;
#Hoe ga je van slib naar een schiefer? Leg zo duidelijk mogelijk uit. Vanaf welke diepte heb je een schiefer met schieferige splijting?&lt;br /&gt;
#Beargumenteer het bestaan van subductiezones&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===AUG 2009===&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#*Bewijs dat een silicium in de tetraederlaag kan verbonden worden met een magnesium in een octaederlaag met zuurstof en hydroxylgroepen ertussen.&lt;br /&gt;
#* Waarin verschillen de verschillende kleimineraalspecies? Geef de verschillende met een voorbeeld&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#* Als we kubusjes van gelijke grootte van marmer en kwartsiet in een cilindrische buis laten afslijten, welke blijft dan het langst over en waarom?&lt;br /&gt;
#* Leg uit waarom bij een fyllade een druksplijting dwars op de gelaagdheid kan staan en waarom deze zo perfect is in vergelijking met een schieferige splijting.&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#* Hoe kan magnetisme zodanig opgeslaan worden in een sedimentsgesteente dat we het &#039;remanent&#039; mogen noemen?&lt;br /&gt;
#* Hoe kunnen we aan de hand van het paleomagnetisme de vroegere positie van een continent bepalen?&lt;br /&gt;
# betekent een boringskegel hetzelfde bij een freatische waterlaag en een artesische waterlaag? leg uit.&lt;br /&gt;
# Hoe komt het dat er bij de stratigrafie zo vaak gewerkt word met fosielen en paleomagnetisme terwijl de biostratigrafie ons een relatieve tijdschaal geeft, en magnetostratigrafie ons maar twee antwoorden kan geven, normale of tegengestelde polariteit?&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Larsceulemans</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Geologie&amp;diff=1584</id>
		<title>Geologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Geologie&amp;diff=1584"/>
		<updated>2019-01-28T18:28:24Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Larsceulemans: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Geologie van Prof. Robert Speijer is een verplicht vak in het eerste semester van het eerste jaar voor chemie en binnen de minor verbreding voor Biochemie.&lt;br /&gt;
Examen is mondeling. Er is ook een deeltje examen over het practicum (steentjes). Hiervoor mag je je practicumhandleiding gebruiken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 januari 2019===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) hoeveel bedraagt de gemiddelde geothermische gradiënt van de continentale korst en hoe warm was het dan in een voormalige limburgse mijnschacht op diept van 1000m&lt;br /&gt;
#*b) leg uit waarom water in een begrensde aquifer op die diepte vaak niet als drinkwater te gebruiken is en van welke factoren hangt dit af&lt;br /&gt;
#*C) leg uit waarom de geothermische gradiënt van de korst veel steiler (sterker) is dan die van de mantel&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) welke observaties in de oceaan hebben geleid tot de theorie van hotspots&lt;br /&gt;
#*b) wat veroorzaakt hotspots en wat is relatie met het model van platentektoniek&lt;br /&gt;
#*c) meeste hotspot vulkanen hebben voornamelijk magma met mafische samenstelling, de hotspot onder yellowstone park levert echter ook grote hoeveelheden felsische en intermediaire magma, hoe verklaar je dit verschil&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) door welke processen wordt schuine gelaagdheid veroorzaakt en in welk sedimentair afzettingsmilieu kan schuine gelaagdheid worden waargenomen&lt;br /&gt;
#*b) schets de manier hoe dat schuine gelaagdheid gevormd word en geef erbij uitleg&lt;br /&gt;
#*c) welke informatie kan men afleiden uit opeenvolgende schuine gelaagdheden die in verschillende richting hellen&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) magnesiet (formule gegeven) en sideriet vormen een vaste oplossing, magnesiet en calciet geen vaste oplossing, verklaar dit verschil en verklaar ook dat dolomiet (formule gegeven) wel samen kan voorkomen met calciet&lt;br /&gt;
#*b) geeft een beknopte maar kenmerkende karakterisering voor 2 verschillende mariene afzetting milieus waarbij calciet en/of aragoniet belagrijke sedimentaire bestanddelen zijn&lt;br /&gt;
#*c) calciet wordt tijdens diagenese van carbonaten soms omgezet naar dolomiet, waardoor wordt dit proces vooral gestuurd&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 januari 2019 ===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Hoe worden zinklagen in bvb Florida gevormd&lt;br /&gt;
#*b) Hoe helpen zinkgaten bij de zoutwinning in bvb Nederland&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) In welke gesteenten zitten ketensilicaten zoals pyroxenen en amfibiolen&lt;br /&gt;
#*b) Geef mvb tekening het verschil tussen pyroxenen en amfibiolen&lt;br /&gt;
#*c) Wat is de verhouding van de O-atomen tov de Si-atomen in zowel pyroxenen als amfibiolen&lt;br /&gt;
#*d) Hoe verschillen deze ketensilicaten met veldspaat (Optische verschillen, niet chemisch)&lt;br /&gt;
# Een hele uitleg over visbeenderen (platte spiraalvormige fossielen) in het Jura. Ook iets over schalies&lt;br /&gt;
#*a Welk tijdperk voor en na het Jura, geef aan in # miljoen jaar in welke periode het Jura zich bevondt&lt;br /&gt;
#*b) Welke gesteenten zijn Schalies en tot welke groep fossielen behoren de visbeenderen&lt;br /&gt;
#*c) Hoe komt het dat de beenderen in tact zijn gebleven in de zee, welk milieu heerst er in de zee hiervoor&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Welk proces ondergaan gesteenten in bergketens in lage hoogte,  en welke processen ondergaan gesteenten die hoger gelegen zijn&lt;br /&gt;
#*b) Wat is de lithosfeer en waarom is de vervorming elastisch. Welke eenheid ligt er onder deze lithosfeer.&lt;br /&gt;
#*c) Waarin verschilt de lithosfeer met de onderliggende eenheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
#   Over de zoutlagen (evaporieten) uit het Perm in het Noorden van Nederland, Duitsland en Polen&lt;br /&gt;
#*a) Wanneer waren het Perm en Carboon? (in Ma)&lt;br /&gt;
#*b) Welke mineralen komen er hoofdzakelijk voor in zo&#039;n zoutlagen? Geef de naam en de chemische formule&lt;br /&gt;
#*c) Geef de reden(en) waarom er nauwelijks afzettingen uit het Perm in België terug te vinden zijn, terwijl er wel talrijke afzettingen uit het Carboon te vinden zijn. Wat is de relatie met de Variscische gebergtevorming?&lt;br /&gt;
#*d) Waarom is zo&#039;n zoutlaag eventueel geschikt voor de opslag van radioactief afval?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Leg uit waarom er wisselende seizoenen zijn op aarde&lt;br /&gt;
#*b) Onder welke condities, volgens de theorie van Milankovic, kon de Noordelijke ijskap stapsgewijs groeien? Bespreek de relevante parameters, je kan schetsen gebruiken om je antwoord te verduidelijken &lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Leg uit wat de geothermische gradiënt (geotherm) is. Geef de waarde(n) voor de geotherm van continentale korst en ook de warmte-uitstroom (heat flow) van continentale korst.&lt;br /&gt;
#*b) Verklaar waarom de geotherm van oceanische korst meer variabel is dan die van de continentale korst, verklaar ook het verschil in de heat flow die niet overal hetzelfde is bij oceanische korst&lt;br /&gt;
#*c) Leg uit hoe de geotherm in de ondiepe ondergrond varieert in functie van kortere en langere temperatuurcycli (dag/nacht, winter/zomer, glaciaal/interglaciaal)&lt;br /&gt;
#*d) Geef op basis van het vorige antwoord voor het volgende een verklaring: op hoge breedtegraden (bv. Canada) is het gesteente (of de bodem) op enkele honderden meters diepte bevroren, toch is de gemiddelde jaartemperatuur ruim boven 0°C&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Geef een definitie voor metamorfose, inclusief de reden waarom metamorfose plaatsvindt&lt;br /&gt;
#*b) Wat zijn de verschillen en overeenkomsten tussen contactmetamorfose en schokmetamorfose?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 31 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
#vraag 1:&lt;br /&gt;
#*a) Zure regen tast kalksteen aan. Geef de reactievergelijking en leg uit waarom kalksteen hierdoor sneller verweerd.&lt;br /&gt;
#*b) Verwering van pyriet, reactieproducten en nettoreactievergelijking geven. &lt;br /&gt;
#*c) Uitleggen hoe en in welke omgeving het nieuw gevormde mineraal in a op natuurlijke wijze wordt gevormd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 2:&lt;br /&gt;
#*a) Apollo missies naar maan. Wat heeft onderzoek van deze gesteenten geleerd over de vormingsgeschiedenis van de aarde?&lt;br /&gt;
#*b) Wat kan je afleiden over de evolutie van het zonnestelsel op basis van voorkomen ijzermeteorieten van 4,5 Ga?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 3:&lt;br /&gt;
#*a) Wanneer was het einde van het laatste glaciaal en welk tijdvak komt na dit glaciaal?&lt;br /&gt;
#*b) Hoe kan men uit de chemische samenstelling van kalkschalen van benthische foraminiferen afleiden dat de zeespiegel is gedaald in het laatste glaciaal?&lt;br /&gt;
#*c) Welke andere manier is er om te bepalen dat de zeespiegel wereldwijd steeg? Voor de periode vanaf het einde laatste glaciaal en deglaciatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 4: &lt;br /&gt;
#*Verbanden tussen de vorming van het Massief van Brabant, geschiedenis van Avalonia, ontstaan vulkaankraterpijp van Quenast, vorming van koraalriffen in de Ardennen. En dit ook plaatsen in het geologische tijdskader.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
#vraag 1:&lt;br /&gt;
#*a) Geef de processen en reacties die zorgen voor de vorming van zinkgaten&lt;br /&gt;
#*b) Zinkgaten kunnen ook ontstaan door zoutwinning verklaar&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 2:&lt;br /&gt;
#*a) wat is een caldera en hoe worden ze gevormd?&lt;br /&gt;
#*b) waarom is het extra gevaarlijk als een caldera zich vormt op een eiland?&lt;br /&gt;
#*c) Wat is de relatie met het soort magma en de vorming van een caldera?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 3:&lt;br /&gt;
#*a) Vlaanderen: aquifer op 700 meter diepte die parallel loopt met het aardoppervlak + met een aquitard boven + geen drinkbaar water, Chaudfontaine: syncline waarbij het water tot op 1600 meter diepte gaat met wel drinkbaar water. Teken beide.&lt;br /&gt;
#*b) Wat is de geotherm?&lt;br /&gt;
#*c) Bereken de temperatuur op de gegeven dieptes&lt;br /&gt;
#*d) verklaar het verschil in drinkbaarheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 4:&lt;br /&gt;
#*a) geef alle processen die in de diepere lagen van een gebergte plaatsvinden en geef het verschil met wat er gebeurt in de hogere lagen&lt;br /&gt;
#*b) wat is de lithosfeer?&lt;br /&gt;
#*c) de lithosfeer vervormt in zijn geheel elastisch. leg uit en geef een goed voorbeeld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== XX augustus 2016 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 1&lt;br /&gt;
#*a) Wat is een caldera en hoe worden ze gevormd&lt;br /&gt;
#*b) Waarom is het extra gevaarlijk wanneer een caldera gevormd wordt op een eiland dan op het continent&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 2&lt;br /&gt;
#*a) Wat is bauxiet&lt;br /&gt;
#*b) Hoe wordt een bauxietbodem gevormd&lt;br /&gt;
#*c) waarvoor wordt een bauxietbodem gebruikt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 3&lt;br /&gt;
iets met krijt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18januari 2016 VM ===&lt;br /&gt;
#Vraag 1&lt;br /&gt;
#*a) Waarom kan de koolstof 14-methode niet gebruikt worden voor het dateren van de botten van de dinoâ€™s?&lt;br /&gt;
#*b) Met welke methode kan dit wel gedateerd worden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Vraag 2&lt;br /&gt;
#*a) Wat bedoelt men met isostatisch evenwicht?&lt;br /&gt;
#*b) Maak een tekening van een gletsjer met de continentale korst, de mantel. Maak zo de inwendige structuur van de continentale korst duidelijk en de mantel. De dikte van de gletsjer in het centrum is 3 km. Welke veranderingen gebeuren er?&lt;br /&gt;
#*c) Wat is de dichtheid van de continentale korst en de mantel en waaruit bestaat het. Bereken hoe diep de ijsblok in de korst zit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Vraag 3&lt;br /&gt;
#*a) Een laag van anhydriet, gips en afzettingen van zoutlagen van haliet. (zoiets ) Geef de chemische formule&lt;br /&gt;
#*b) Hoe worden deze samen gevormd, wat is het verband?&lt;br /&gt;
#*c) Hoe geeft dit informatie over het paleoklimaat?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Vraag 4&lt;br /&gt;
#*a) Wat waren Wegners argumenten van continentendrift. Het geheel is nu aanvaard als platentektoniek. Waar ligt zijn fout?&lt;br /&gt;
#*b) Op basis van welke onderzoeken/ontdekkingen werd deze theorie aanvaard?&lt;br /&gt;
#*c) Is elke continentrand een plaatrand?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 januari 2016 NM ===&lt;br /&gt;
#vraag 1&lt;br /&gt;
#*A Metamorfose van kleicarbonaten en verwering van silcaatcarbonaten uitleggen met chemische formules (bij kleicarbonaten niet da van carbonaten geven ma dus ook iets van klei geen idee wat)&lt;br /&gt;
#*B Over het krijt : de invloed van MOR op het klimaat en de zeespiegel&lt;br /&gt;
#vraag 2&lt;br /&gt;
#*A Teken een afpompingskegel van een freatische aquifer en hoe deze een waterput die dichtbij ligt kan droogleggen&lt;br /&gt;
#*B ...&lt;br /&gt;
#*C Het water van een begrensde aquifer kan vaak niet meer gebruikt worden omdat 1g/L opgeloste stoffen aanwezig zijn, welke dingen beïnvloeden dit (dus over die opgeloste stoffen gaat het: soort gesteente, vervuiling, temperatuur [versneld verzouting] dieper = zouter [zeg ook waarom] )&lt;br /&gt;
#vraag 3: ...&lt;br /&gt;
#vraag 4&lt;br /&gt;
#*A In welk tijdvak en wanneer begon de Varisciden orogenese vorming (in België)?&lt;br /&gt;
#*B aan welk gebergtevorming kunnen we dit zien in België?&lt;br /&gt;
#*C Hoe weten we dat België toen in een tropisch klimaat lag?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 januari 2016===&lt;br /&gt;
#*Teken een hoekdiscordantie&lt;br /&gt;
#* Hoe wordt dit gevormd?&lt;br /&gt;
#*Aan het Massief van Brabant vinden we ganggesteenten en vulkanische gesteenten terug. Wat is het verband tussen gebergtevorming (aan het Massief van Brabant) en vulkanisme?&lt;br /&gt;
#*Wanneer vond dit plaats + jaartal&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#*Wat zegt een krijtlaag ons over het afzettingsmilieu?&lt;br /&gt;
#*Waarom bestaat een krijtlaag vaak uit vuurstenen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#*Waarom kan geothermie wel plaatsvinden aan een slenk maar niet aan het het Massief van Brabant?&lt;br /&gt;
#*Wat is de oorzaak van geothermie?&lt;br /&gt;
#*Soms ontstaan er problemen door geothermie. Er is bv. een dorp waarbij een laag met anhydriet in contact kwam met het grondwater waardoor schade ontstond. Leg uit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#*Wat vertellen maangesteenten ons over de ontstaansgeschiedenis van de aarde?&lt;br /&gt;
#*Wat vertelt een ijzermeteoriet van 4.5 Ga ons over het ontstaan van het zonnestelsel?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 januari 2015===&lt;br /&gt;
#Ontdekingen na wegner&#039;s dood die zijn hypothese bewezen. Moderne technieken die dit bevestigen. Wat is een continentrand en hoe komt het dat sommige naast een plaatrand liggen en andere niet.&lt;br /&gt;
#Welk soort breuken komen samen voor met geplooide lagen? Doorsnede tekenen. Welk soort laag wordt in Vlaanderen onderzocht voor de berging van nucleair afval. Wat is de invloed van een actieve of een inactieve breuk op de bergingscapaciteit?&lt;br /&gt;
#Hoe oud is de aarde en hoe weten we dit? Bespreek de vorming van de aarde tijdens het Hadeaan en Archeaan en het verband tussen stuctuur en mineralogie. Bijvraag: Wat zit er in een meteoriet.&lt;br /&gt;
#Voor welk tijdsinterval worden ijkernen gebruikt? Wat is de meerwaarde boven sedimenten? 34 Ma geleden begon de glaciatie op Antarctica. Hoe kunnen sedimenten ons er iets over vertellen. Hoe komt het dat de glaciatie net dan begon?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2015===&lt;br /&gt;
#onstaan van de aarde, hoe oud en hoe is dit bepaald + geef structuur binnenkant van de aarde chemisch, mineralogisch,..&lt;br /&gt;
#lithostratigrafie: waarom gesteentelagen geen goede tijdsbetekenis geven altijd en dat bij biostratigrafie wel kan&lt;br /&gt;
#grondwater: bron van chaudfontaine (syncline wordt gegeven + tekenen) + uitleg geotherm en gemiddelde waarde voor korst geven&lt;br /&gt;
#wetenschappelijke methode: zeggen wat het is + geologisch vb naar keuze&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 JAN 2014 NM===&lt;br /&gt;
#Magnetische ompolingen en platentektoniek&lt;br /&gt;
# Hoe seizoenen werken en Milankovic theorie&lt;br /&gt;
# Verschil tussen diaklazen en breuken, hoe ze ontstaan en hoe je een diaklaze en een gelaagdheid kunt onderscheiden&lt;br /&gt;
# Algemene structuur bladsilicaent, afleiden wat de formule is voor de Si-laag en waarom havenslib behandeld moet worden als chemisch afval&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2014 NM===&lt;br /&gt;
#kalksteen in de grond: welke maatschappelijke problemen kunnen er zijn?&lt;br /&gt;
#*geef alle chemische reacties die mee doen/leg ze uit in het systeem&lt;br /&gt;
#*hoe worden druipstenen gevormd?&lt;br /&gt;
#diachroon en sedimentaire facies en het verband? (plus schets)&lt;br /&gt;
#veldspaten: orthoklaas naar albiet en albiet naar anorthiet, maar ge kunt niet van orthoklaas naar anorthiet: hoe komt dit, en wat heeft vaste oplossing hiermee te maken? wat is arkose?&lt;br /&gt;
#roodverschuiving uitleggen, hou oud is de aarde? het heelal? en leg uit hou we ouderdom aarde kunnen meten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 JAN 2014===&lt;br /&gt;
#Wat zijn evaporieten en in welke omstandigheden worden ze gevormd? Welke structuren worden er gevormd? Geef redenen om radioactief afval in evaporieten op te slaan en ook waarom het niet zo een goed idee is ?&lt;br /&gt;
#Welke observaties heeft men gedaan om hotspots te onderzoeken? VS heeft een zuur vulkanische, waarom?&lt;br /&gt;
#Geef de geologische tijdschaal van fanerozoÃ¯cum + ouderdommen. Geef de 3 belangrijkste ijstijdvakken en in welk ijstijdvak heeft Wegener aanwijzingen gevonden voor zijn theorie en welke zijn dat?&lt;br /&gt;
#Wat zijn de fundamentele eigenschappen van een begrensde aquifer? Wat zijn de redenen voor problematische concentratie aan opgeloste stoffen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 JAN 2014 VM=== &lt;br /&gt;
#  Verklaar : meteoor, meteoriet, asteroÃ¯de, komeet. Wat is het verschil tussen komeet en meteoorgroep? Waarom zijn er geen inslagen op de zeebodem?&lt;br /&gt;
# Wegener:  wat is zijn theorie en geef zijn bewijzen. In de jaren 50 kwamen er nieuwe technieken om dit nu echt te bewijzen, welke?&lt;br /&gt;
# Alles over quaternair. Hoe kunnen we met kalksedimenten het klimaat bepalen? Waarmee moeten we oppassen als we kalkskeletten gebruiken? Welke zijn de grote invloeden op de euraziatische zeespiegel? Waarom krijgen we hier een beter beeld van de klimaten dan met landafzetting?&lt;br /&gt;
# Kristallisatie van mineralen uit stollingsgesteenten, wat is het verband met deze kristallisatie en verwering (of erosie?)&lt;br /&gt;
# practicum (4p) en ze helpt u als ge hem fout heb (dan krijgt ge nog de helft van de punten). Soms krijgt ge er 2 maar van dezelfde plaats van de  excursie en ze stelt een klein theorievraagje. Voorbereiden mag met excursiebundel, nota&#039;s, slides en handleiding maar vanaf da je begint uit te leggen mag je niks meer gebruiken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 JAN 2014===&lt;br /&gt;
#Bauxiet, alles wat je erover weet.&lt;br /&gt;
#Hoe fosielen hebben kunnen helpen bij de kartering van de statigrafie.&lt;br /&gt;
#MOR van bovenaf tekenen en alle eigenschappen geven van de MOR + laterale beweging in MOR (scheuren ipv breuken).&lt;br /&gt;
#Bespreek porositeit van een grondlaag en hoe kan het dat een bron recht omhoog kan spuiten?&lt;br /&gt;
#Practicum: stenen!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* hoe wordt bauxiet gevormd&lt;br /&gt;
#*in welk klimaat?&lt;br /&gt;
#* uit welke mineralen bestaat het&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* duid aan op een tekening hoe je uit paleomagnetische gegevens van fossiel de lokatie kan bepalen&lt;br /&gt;
#* wat is polar wandering curve&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* hoe kan je met zuurstofisotopen in sedimenten ijstijd aantonen&lt;br /&gt;
#* hoe verklaar je het bestaan van ijstijdvak en broeikastijdvak&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* toekomst van gas-clathraten als energiedelfstof&lt;br /&gt;
#* situeer gas-clathraten in Mc-Kelvey diagram&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek hoe de kenmerken van de aarde die noodzakelijk zijn voor het leven speciefiek zijn voor de aarde: atmosfeerdruk en -samenstelling, magneetveld, temperatuur en temperatuursschommelingen&lt;br /&gt;
# Vlakken 222, 333 en 003 in een xyz-assenstelsel plaatsen zodanig dat de afgesneden stukken abc van de eenheidscel verschillend zijn.&lt;br /&gt;
# Hoe komt het dat zanden zelden isotroop zijn (meestal heterogeen zijn)? Welk soort mineraal is glauconiet? Welke kationen zitten erin?&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen een actieve en passieve plaatrand? Teken de doorsneden van elk en duidt dieptes en gesteenten aan. Hoe oud zijn de oceanen?&lt;br /&gt;
# practicumoefening: concentratieberekening&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# bespreek de relatie tussen het ontstaan van de aarde en de dingen die gekoppeld zijn aan leven (atmosfeer, magneetveld...)&lt;br /&gt;
# teken een xyz-assenstelsel en zet vlakken uit bv 1,1,1 die gegeven zijn in millerindices&lt;br /&gt;
# bespreek een vaste oplossing&lt;br /&gt;
# Hoe komt het dat een blauwschist en een hoornfells samen voorkomen, parralel in een gebergte, betrek hierbij subductie enz&lt;br /&gt;
# teken in da diagramma van die reserves waar teerzanden zich nu bevinden en waar ze zicht 20 jaar geleden bevonden&lt;br /&gt;
# welke voorwaarde zijn er in het verlede nodig geweest om nu olie op een welbepaalde plaats te vinden&lt;br /&gt;
# bij het practicum gedeelte een piper diagram invullen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# geef aanwijzingen waarom het vroeger kouder is geweest en b) hoe kunt ge met enkele van die aanwijzingen verklaren dat er afwisseling was met broeikastijden en niet gewoon een doorlopend ijstijdvlak&lt;br /&gt;
# mineralogie: bespreek waarom plagioklaas gezoneerd en ongezoneerd voorkomt, das met die tabel met verhoudingen&lt;br /&gt;
# laat zien hoe je weet naar welke kant het water gaat onder het waterspanningsvlak b) geef verschillende manieren om energie te winnen met grondwater&lt;br /&gt;
# de vraag over paleomagnetisme hoe ze daarmee over de oceaanvorming geleerd hebben&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe de Moho-discontinuÃ¯teit gevormd wordt bij de vorming van nieuwe oceaanbodem aan de MOR.&lt;br /&gt;
# Wat is de asthenosfeer?&lt;br /&gt;
# Waarom gaat pyriet makkelijk verweren? Welke verweringsproducten worden gevormd? Welk mineraal gaat men bekomen bij verwering van pyriet in kalkstenen?&lt;br /&gt;
# Welke soort plagioklaas zit er in graniet? Welke in gabbro?&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe men het probleem opgelost heeft dat men aan fossielen enkel relatieve ouderdommen kan koppelen. &lt;br /&gt;
# Geef aan dat je begrijpt waarom calibratie met dendrochronologie belangrijk is bij de koolstof 14-dateringsmeththode.&lt;br /&gt;
# Geef een samenvatting van de argumenten van de optimisten en de pessimisten over de eindigheid van de olievoorraden. (aka vat de argumenten van de 2 scholen samen)&lt;br /&gt;
# Welke geologische processen zijn nodig om anthraciet te kunnen vormen (aka in welk gebied ongeveer vinden we steenkool?)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 JAN 2010 VM===&lt;br /&gt;
#Hoe heeft het paleomagnetisme geholpen om het huidige model van de M.O.R. op te stellen.&lt;br /&gt;
#Is het klimaat in het verleden stabiel of variabel geweest? Geef oorzaken + tijdsgebieden.&lt;br /&gt;
#Waar moet men monitoringputten plaatsen in de buurt van stortplaatsen, zodat men polluenten kan ontdekken. Is de diepte van belang?&lt;br /&gt;
#Hoe wordt een zandsteen gevormd? Op welke diepte, en invloed van grondwater.&lt;br /&gt;
#Vraagje over zelfstudieopdracht: oorsprong van biomerkers en waarom moeten deze verklaard worden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 JAN 2010 NM===&lt;br /&gt;
#Hoe kwam de formule van Bragg tot stand? En hoe kan je hier mee bepalen welk mineraal je hebt?&lt;br /&gt;
#We steken kubusjes van gelijke grootte (bv. 1 cmÂ³) van kwartsiet en marmer in een cilindrische buis en laten deze ronddraaien, simuleren we dan verwering? welk van de twee gaat het meest verweerd worden?&lt;br /&gt;
#Hoe ga je van slib naar een schiefer? leg zo duidelijk mogelijk uit. Vanaf welke diepte heb je een schiefer met schieferige splijting?&lt;br /&gt;
#Paleopolen: leg uit hoe je aan de hand van paleopolen continentendrift en platentektoniek kunt verklaren. Maak ook een schets. Zeg ook welke dingen gemeten worden om het paleopool te bepalen en hoe dat dan bepaald wordt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 JAN 2010 VM===&lt;br /&gt;
#Vergelijk samenstelling van Aarde, maan, Mercurius, Jupiter, een planeet rond de eerste sterren, de aardkorts en -kern.&lt;br /&gt;
#Hoe gedragen gesteenten zich bij verschillende drukregimes? Wat zijn dekbladen? Bij welke tektonische activiteit vind je deze? (+schema)&lt;br /&gt;
#Waarom vindt men ook batholieten bij subductie? (schema&#039;s, grafiek van verandering smelttemperatuur)&lt;br /&gt;
#Hoe heeft paleomagnetisme geholpen bij het begrijpen van systeem van M.O.R.?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 JAN 2010===&lt;br /&gt;
#Bespreek roodverschuiving in het heelal. Kan dit dienen om een ouderdom te bepalen van het heelal?&lt;br /&gt;
#Bespreek de in de les besproken analogie tussen een watertoren en een spanningswaterlaag. Hoe komt het dat er in de afpompingsput maar een klein volume water zal zitten, terwijl de gehel spanningswaterlaag verzadigd is ? Kan er overproductie optreden van een spanningswaterlaag?&lt;br /&gt;
#Hoe ga je van slib naar een schiefer? Leg zo duidelijk mogelijk uit. Vanaf welke diepte heb je een schiefer met schieferige splijting?&lt;br /&gt;
#Beargumenteer het bestaan van subductiezones&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===AUG 2009===&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#*Bewijs dat een silicium in de tetraederlaag kan verbonden worden met een magnesium in een octaederlaag met zuurstof en hydroxylgroepen ertussen.&lt;br /&gt;
#* Waarin verschillen de verschillende kleimineraalspecies? Geef de verschillende met een voorbeeld&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#* Als we kubusjes van gelijke grootte van marmer en kwartsiet in een cilindrische buis laten afslijten, welke blijft dan het langst over en waarom?&lt;br /&gt;
#* Leg uit waarom bij een fyllade een druksplijting dwars op de gelaagdheid kan staan en waarom deze zo perfect is in vergelijking met een schieferige splijting.&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#* Hoe kan magnetisme zodanig opgeslaan worden in een sedimentsgesteente dat we het &#039;remanent&#039; mogen noemen?&lt;br /&gt;
#* Hoe kunnen we aan de hand van het paleomagnetisme de vroegere positie van een continent bepalen?&lt;br /&gt;
# betekent een boringskegel hetzelfde bij een freatische waterlaag en een artesische waterlaag? leg uit.&lt;br /&gt;
# Hoe komt het dat er bij de stratigrafie zo vaak gewerkt word met fosielen en paleomagnetisme terwijl de biostratigrafie ons een relatieve tijdschaal geeft, en magnetostratigrafie ons maar twee antwoorden kan geven, normale of tegengestelde polariteit?&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Larsceulemans</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Geologie&amp;diff=1583</id>
		<title>Geologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Geologie&amp;diff=1583"/>
		<updated>2019-01-28T18:27:20Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Larsceulemans: /* 28 januari 2019 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Geologie van Prof. Robert Speijer is een verplicht vak in het eerste semester van het eerste jaar voor chemie en binnen de minor verbreding voor Biochemie.&lt;br /&gt;
Examen is mondeling. Er is ook een deeltje examen over het practicum (steentjes). Hiervoor mag je je practicumhandleiding gebruiken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 januari 2019===&lt;br /&gt;
vraag 1:&lt;br /&gt;
#*a) hoeveel bedraagt de gemiddelde geothermische gradiënt van de continentale korst en hoe warm was het dan in een voormalige limburgse mijnschacht op diept van 1000m&lt;br /&gt;
#*b) leg uit waarom water in een begrensde aquifer op die diepte vaak niet als drinkwater te gebruiken is en van welke factoren hangt dit af&lt;br /&gt;
#*C) leg uit waarom de geothermische gradiënt van de korst veel steiler (sterker) is dan die van de mantel&lt;br /&gt;
vraag 2:&lt;br /&gt;
#*a) welke observaties in de oceaan hebben geleid tot de theorie van hotspots&lt;br /&gt;
#*b) wat veroorzaakt hotspots en wat is relatie met het model van platentektoniek&lt;br /&gt;
#*c) meeste hotspot vulkanen hebben voornamelijk magma met mafische samenstelling, de hotspot onder yellowstone park levert echter ook grote hoeveelheden felsische en intermediaire magma, hoe verklaar je dit verschil&lt;br /&gt;
vraag 3:&lt;br /&gt;
#*a) door welke processen wordt schuine gelaagdheid veroorzaakt en in welk sedimentair afzettingsmilieu kan schuine gelaagdheid worden waargenomen&lt;br /&gt;
#*b) schets de manier hoe dat schuine gelaagdheid gevormd word en geef erbij uitleg&lt;br /&gt;
#*c) welke informatie kan men afleiden uit opeenvolgende schuine gelaagdheden die in verschillende richting hellen&lt;br /&gt;
vraag 4:&lt;br /&gt;
#*a) magnesiet (formule gegeven) en sideriet vormen een vaste oplossing, magnesiet en calciet geen vaste oplossing, verklaar dit verschil en verklaar ook dat dolomiet (formule gegeven) wel samen kan voorkomen met calciet&lt;br /&gt;
#*b) geeft een beknopte maar kenmerkende karakterisering voor 2 verschillende mariene afzetting milieus waarbij calciet en/of aragoniet belagrijke sedimentaire bestanddelen zijn&lt;br /&gt;
#*c) calciet wordt tijdens diagenese van carbonaten soms omgezet naar dolomiet, waardoor wordt dit proces vooral gestuurd&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 januari 2019 ===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Hoe worden zinklagen in bvb Florida gevormd&lt;br /&gt;
#*b) Hoe helpen zinkgaten bij de zoutwinning in bvb Nederland&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) In welke gesteenten zitten ketensilicaten zoals pyroxenen en amfibiolen&lt;br /&gt;
#*b) Geef mvb tekening het verschil tussen pyroxenen en amfibiolen&lt;br /&gt;
#*c) Wat is de verhouding van de O-atomen tov de Si-atomen in zowel pyroxenen als amfibiolen&lt;br /&gt;
#*d) Hoe verschillen deze ketensilicaten met veldspaat (Optische verschillen, niet chemisch)&lt;br /&gt;
# Een hele uitleg over visbeenderen (platte spiraalvormige fossielen) in het Jura. Ook iets over schalies&lt;br /&gt;
#*a Welk tijdperk voor en na het Jura, geef aan in # miljoen jaar in welke periode het Jura zich bevondt&lt;br /&gt;
#*b) Welke gesteenten zijn Schalies en tot welke groep fossielen behoren de visbeenderen&lt;br /&gt;
#*c) Hoe komt het dat de beenderen in tact zijn gebleven in de zee, welk milieu heerst er in de zee hiervoor&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Welk proces ondergaan gesteenten in bergketens in lage hoogte,  en welke processen ondergaan gesteenten die hoger gelegen zijn&lt;br /&gt;
#*b) Wat is de lithosfeer en waarom is de vervorming elastisch. Welke eenheid ligt er onder deze lithosfeer.&lt;br /&gt;
#*c) Waarin verschilt de lithosfeer met de onderliggende eenheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
#   Over de zoutlagen (evaporieten) uit het Perm in het Noorden van Nederland, Duitsland en Polen&lt;br /&gt;
#*a) Wanneer waren het Perm en Carboon? (in Ma)&lt;br /&gt;
#*b) Welke mineralen komen er hoofdzakelijk voor in zo&#039;n zoutlagen? Geef de naam en de chemische formule&lt;br /&gt;
#*c) Geef de reden(en) waarom er nauwelijks afzettingen uit het Perm in België terug te vinden zijn, terwijl er wel talrijke afzettingen uit het Carboon te vinden zijn. Wat is de relatie met de Variscische gebergtevorming?&lt;br /&gt;
#*d) Waarom is zo&#039;n zoutlaag eventueel geschikt voor de opslag van radioactief afval?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Leg uit waarom er wisselende seizoenen zijn op aarde&lt;br /&gt;
#*b) Onder welke condities, volgens de theorie van Milankovic, kon de Noordelijke ijskap stapsgewijs groeien? Bespreek de relevante parameters, je kan schetsen gebruiken om je antwoord te verduidelijken &lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Leg uit wat de geothermische gradiënt (geotherm) is. Geef de waarde(n) voor de geotherm van continentale korst en ook de warmte-uitstroom (heat flow) van continentale korst.&lt;br /&gt;
#*b) Verklaar waarom de geotherm van oceanische korst meer variabel is dan die van de continentale korst, verklaar ook het verschil in de heat flow die niet overal hetzelfde is bij oceanische korst&lt;br /&gt;
#*c) Leg uit hoe de geotherm in de ondiepe ondergrond varieert in functie van kortere en langere temperatuurcycli (dag/nacht, winter/zomer, glaciaal/interglaciaal)&lt;br /&gt;
#*d) Geef op basis van het vorige antwoord voor het volgende een verklaring: op hoge breedtegraden (bv. Canada) is het gesteente (of de bodem) op enkele honderden meters diepte bevroren, toch is de gemiddelde jaartemperatuur ruim boven 0°C&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Geef een definitie voor metamorfose, inclusief de reden waarom metamorfose plaatsvindt&lt;br /&gt;
#*b) Wat zijn de verschillen en overeenkomsten tussen contactmetamorfose en schokmetamorfose?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 31 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
#vraag 1:&lt;br /&gt;
#*a) Zure regen tast kalksteen aan. Geef de reactievergelijking en leg uit waarom kalksteen hierdoor sneller verweerd.&lt;br /&gt;
#*b) Verwering van pyriet, reactieproducten en nettoreactievergelijking geven. &lt;br /&gt;
#*c) Uitleggen hoe en in welke omgeving het nieuw gevormde mineraal in a op natuurlijke wijze wordt gevormd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 2:&lt;br /&gt;
#*a) Apollo missies naar maan. Wat heeft onderzoek van deze gesteenten geleerd over de vormingsgeschiedenis van de aarde?&lt;br /&gt;
#*b) Wat kan je afleiden over de evolutie van het zonnestelsel op basis van voorkomen ijzermeteorieten van 4,5 Ga?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 3:&lt;br /&gt;
#*a) Wanneer was het einde van het laatste glaciaal en welk tijdvak komt na dit glaciaal?&lt;br /&gt;
#*b) Hoe kan men uit de chemische samenstelling van kalkschalen van benthische foraminiferen afleiden dat de zeespiegel is gedaald in het laatste glaciaal?&lt;br /&gt;
#*c) Welke andere manier is er om te bepalen dat de zeespiegel wereldwijd steeg? Voor de periode vanaf het einde laatste glaciaal en deglaciatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 4: &lt;br /&gt;
#*Verbanden tussen de vorming van het Massief van Brabant, geschiedenis van Avalonia, ontstaan vulkaankraterpijp van Quenast, vorming van koraalriffen in de Ardennen. En dit ook plaatsen in het geologische tijdskader.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
#vraag 1:&lt;br /&gt;
#*a) Geef de processen en reacties die zorgen voor de vorming van zinkgaten&lt;br /&gt;
#*b) Zinkgaten kunnen ook ontstaan door zoutwinning verklaar&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 2:&lt;br /&gt;
#*a) wat is een caldera en hoe worden ze gevormd?&lt;br /&gt;
#*b) waarom is het extra gevaarlijk als een caldera zich vormt op een eiland?&lt;br /&gt;
#*c) Wat is de relatie met het soort magma en de vorming van een caldera?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 3:&lt;br /&gt;
#*a) Vlaanderen: aquifer op 700 meter diepte die parallel loopt met het aardoppervlak + met een aquitard boven + geen drinkbaar water, Chaudfontaine: syncline waarbij het water tot op 1600 meter diepte gaat met wel drinkbaar water. Teken beide.&lt;br /&gt;
#*b) Wat is de geotherm?&lt;br /&gt;
#*c) Bereken de temperatuur op de gegeven dieptes&lt;br /&gt;
#*d) verklaar het verschil in drinkbaarheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 4:&lt;br /&gt;
#*a) geef alle processen die in de diepere lagen van een gebergte plaatsvinden en geef het verschil met wat er gebeurt in de hogere lagen&lt;br /&gt;
#*b) wat is de lithosfeer?&lt;br /&gt;
#*c) de lithosfeer vervormt in zijn geheel elastisch. leg uit en geef een goed voorbeeld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== XX augustus 2016 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 1&lt;br /&gt;
#*a) Wat is een caldera en hoe worden ze gevormd&lt;br /&gt;
#*b) Waarom is het extra gevaarlijk wanneer een caldera gevormd wordt op een eiland dan op het continent&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 2&lt;br /&gt;
#*a) Wat is bauxiet&lt;br /&gt;
#*b) Hoe wordt een bauxietbodem gevormd&lt;br /&gt;
#*c) waarvoor wordt een bauxietbodem gebruikt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 3&lt;br /&gt;
iets met krijt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18januari 2016 VM ===&lt;br /&gt;
#Vraag 1&lt;br /&gt;
#*a) Waarom kan de koolstof 14-methode niet gebruikt worden voor het dateren van de botten van de dinoâ€™s?&lt;br /&gt;
#*b) Met welke methode kan dit wel gedateerd worden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Vraag 2&lt;br /&gt;
#*a) Wat bedoelt men met isostatisch evenwicht?&lt;br /&gt;
#*b) Maak een tekening van een gletsjer met de continentale korst, de mantel. Maak zo de inwendige structuur van de continentale korst duidelijk en de mantel. De dikte van de gletsjer in het centrum is 3 km. Welke veranderingen gebeuren er?&lt;br /&gt;
#*c) Wat is de dichtheid van de continentale korst en de mantel en waaruit bestaat het. Bereken hoe diep de ijsblok in de korst zit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Vraag 3&lt;br /&gt;
#*a) Een laag van anhydriet, gips en afzettingen van zoutlagen van haliet. (zoiets ) Geef de chemische formule&lt;br /&gt;
#*b) Hoe worden deze samen gevormd, wat is het verband?&lt;br /&gt;
#*c) Hoe geeft dit informatie over het paleoklimaat?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Vraag 4&lt;br /&gt;
#*a) Wat waren Wegners argumenten van continentendrift. Het geheel is nu aanvaard als platentektoniek. Waar ligt zijn fout?&lt;br /&gt;
#*b) Op basis van welke onderzoeken/ontdekkingen werd deze theorie aanvaard?&lt;br /&gt;
#*c) Is elke continentrand een plaatrand?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 januari 2016 NM ===&lt;br /&gt;
#vraag 1&lt;br /&gt;
#*A Metamorfose van kleicarbonaten en verwering van silcaatcarbonaten uitleggen met chemische formules (bij kleicarbonaten niet da van carbonaten geven ma dus ook iets van klei geen idee wat)&lt;br /&gt;
#*B Over het krijt : de invloed van MOR op het klimaat en de zeespiegel&lt;br /&gt;
#vraag 2&lt;br /&gt;
#*A Teken een afpompingskegel van een freatische aquifer en hoe deze een waterput die dichtbij ligt kan droogleggen&lt;br /&gt;
#*B ...&lt;br /&gt;
#*C Het water van een begrensde aquifer kan vaak niet meer gebruikt worden omdat 1g/L opgeloste stoffen aanwezig zijn, welke dingen beïnvloeden dit (dus over die opgeloste stoffen gaat het: soort gesteente, vervuiling, temperatuur [versneld verzouting] dieper = zouter [zeg ook waarom] )&lt;br /&gt;
#vraag 3: ...&lt;br /&gt;
#vraag 4&lt;br /&gt;
#*A In welk tijdvak en wanneer begon de Varisciden orogenese vorming (in België)?&lt;br /&gt;
#*B aan welk gebergtevorming kunnen we dit zien in België?&lt;br /&gt;
#*C Hoe weten we dat België toen in een tropisch klimaat lag?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 januari 2016===&lt;br /&gt;
#*Teken een hoekdiscordantie&lt;br /&gt;
#* Hoe wordt dit gevormd?&lt;br /&gt;
#*Aan het Massief van Brabant vinden we ganggesteenten en vulkanische gesteenten terug. Wat is het verband tussen gebergtevorming (aan het Massief van Brabant) en vulkanisme?&lt;br /&gt;
#*Wanneer vond dit plaats + jaartal&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#*Wat zegt een krijtlaag ons over het afzettingsmilieu?&lt;br /&gt;
#*Waarom bestaat een krijtlaag vaak uit vuurstenen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#*Waarom kan geothermie wel plaatsvinden aan een slenk maar niet aan het het Massief van Brabant?&lt;br /&gt;
#*Wat is de oorzaak van geothermie?&lt;br /&gt;
#*Soms ontstaan er problemen door geothermie. Er is bv. een dorp waarbij een laag met anhydriet in contact kwam met het grondwater waardoor schade ontstond. Leg uit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#*Wat vertellen maangesteenten ons over de ontstaansgeschiedenis van de aarde?&lt;br /&gt;
#*Wat vertelt een ijzermeteoriet van 4.5 Ga ons over het ontstaan van het zonnestelsel?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 januari 2015===&lt;br /&gt;
#Ontdekingen na wegner&#039;s dood die zijn hypothese bewezen. Moderne technieken die dit bevestigen. Wat is een continentrand en hoe komt het dat sommige naast een plaatrand liggen en andere niet.&lt;br /&gt;
#Welk soort breuken komen samen voor met geplooide lagen? Doorsnede tekenen. Welk soort laag wordt in Vlaanderen onderzocht voor de berging van nucleair afval. Wat is de invloed van een actieve of een inactieve breuk op de bergingscapaciteit?&lt;br /&gt;
#Hoe oud is de aarde en hoe weten we dit? Bespreek de vorming van de aarde tijdens het Hadeaan en Archeaan en het verband tussen stuctuur en mineralogie. Bijvraag: Wat zit er in een meteoriet.&lt;br /&gt;
#Voor welk tijdsinterval worden ijkernen gebruikt? Wat is de meerwaarde boven sedimenten? 34 Ma geleden begon de glaciatie op Antarctica. Hoe kunnen sedimenten ons er iets over vertellen. Hoe komt het dat de glaciatie net dan begon?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2015===&lt;br /&gt;
#onstaan van de aarde, hoe oud en hoe is dit bepaald + geef structuur binnenkant van de aarde chemisch, mineralogisch,..&lt;br /&gt;
#lithostratigrafie: waarom gesteentelagen geen goede tijdsbetekenis geven altijd en dat bij biostratigrafie wel kan&lt;br /&gt;
#grondwater: bron van chaudfontaine (syncline wordt gegeven + tekenen) + uitleg geotherm en gemiddelde waarde voor korst geven&lt;br /&gt;
#wetenschappelijke methode: zeggen wat het is + geologisch vb naar keuze&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 JAN 2014 NM===&lt;br /&gt;
#Magnetische ompolingen en platentektoniek&lt;br /&gt;
# Hoe seizoenen werken en Milankovic theorie&lt;br /&gt;
# Verschil tussen diaklazen en breuken, hoe ze ontstaan en hoe je een diaklaze en een gelaagdheid kunt onderscheiden&lt;br /&gt;
# Algemene structuur bladsilicaent, afleiden wat de formule is voor de Si-laag en waarom havenslib behandeld moet worden als chemisch afval&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2014 NM===&lt;br /&gt;
#kalksteen in de grond: welke maatschappelijke problemen kunnen er zijn?&lt;br /&gt;
#*geef alle chemische reacties die mee doen/leg ze uit in het systeem&lt;br /&gt;
#*hoe worden druipstenen gevormd?&lt;br /&gt;
#diachroon en sedimentaire facies en het verband? (plus schets)&lt;br /&gt;
#veldspaten: orthoklaas naar albiet en albiet naar anorthiet, maar ge kunt niet van orthoklaas naar anorthiet: hoe komt dit, en wat heeft vaste oplossing hiermee te maken? wat is arkose?&lt;br /&gt;
#roodverschuiving uitleggen, hou oud is de aarde? het heelal? en leg uit hou we ouderdom aarde kunnen meten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 JAN 2014===&lt;br /&gt;
#Wat zijn evaporieten en in welke omstandigheden worden ze gevormd? Welke structuren worden er gevormd? Geef redenen om radioactief afval in evaporieten op te slaan en ook waarom het niet zo een goed idee is ?&lt;br /&gt;
#Welke observaties heeft men gedaan om hotspots te onderzoeken? VS heeft een zuur vulkanische, waarom?&lt;br /&gt;
#Geef de geologische tijdschaal van fanerozoÃ¯cum + ouderdommen. Geef de 3 belangrijkste ijstijdvakken en in welk ijstijdvak heeft Wegener aanwijzingen gevonden voor zijn theorie en welke zijn dat?&lt;br /&gt;
#Wat zijn de fundamentele eigenschappen van een begrensde aquifer? Wat zijn de redenen voor problematische concentratie aan opgeloste stoffen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 JAN 2014 VM=== &lt;br /&gt;
#  Verklaar : meteoor, meteoriet, asteroÃ¯de, komeet. Wat is het verschil tussen komeet en meteoorgroep? Waarom zijn er geen inslagen op de zeebodem?&lt;br /&gt;
# Wegener:  wat is zijn theorie en geef zijn bewijzen. In de jaren 50 kwamen er nieuwe technieken om dit nu echt te bewijzen, welke?&lt;br /&gt;
# Alles over quaternair. Hoe kunnen we met kalksedimenten het klimaat bepalen? Waarmee moeten we oppassen als we kalkskeletten gebruiken? Welke zijn de grote invloeden op de euraziatische zeespiegel? Waarom krijgen we hier een beter beeld van de klimaten dan met landafzetting?&lt;br /&gt;
# Kristallisatie van mineralen uit stollingsgesteenten, wat is het verband met deze kristallisatie en verwering (of erosie?)&lt;br /&gt;
# practicum (4p) en ze helpt u als ge hem fout heb (dan krijgt ge nog de helft van de punten). Soms krijgt ge er 2 maar van dezelfde plaats van de  excursie en ze stelt een klein theorievraagje. Voorbereiden mag met excursiebundel, nota&#039;s, slides en handleiding maar vanaf da je begint uit te leggen mag je niks meer gebruiken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 JAN 2014===&lt;br /&gt;
#Bauxiet, alles wat je erover weet.&lt;br /&gt;
#Hoe fosielen hebben kunnen helpen bij de kartering van de statigrafie.&lt;br /&gt;
#MOR van bovenaf tekenen en alle eigenschappen geven van de MOR + laterale beweging in MOR (scheuren ipv breuken).&lt;br /&gt;
#Bespreek porositeit van een grondlaag en hoe kan het dat een bron recht omhoog kan spuiten?&lt;br /&gt;
#Practicum: stenen!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* hoe wordt bauxiet gevormd&lt;br /&gt;
#*in welk klimaat?&lt;br /&gt;
#* uit welke mineralen bestaat het&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* duid aan op een tekening hoe je uit paleomagnetische gegevens van fossiel de lokatie kan bepalen&lt;br /&gt;
#* wat is polar wandering curve&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* hoe kan je met zuurstofisotopen in sedimenten ijstijd aantonen&lt;br /&gt;
#* hoe verklaar je het bestaan van ijstijdvak en broeikastijdvak&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* toekomst van gas-clathraten als energiedelfstof&lt;br /&gt;
#* situeer gas-clathraten in Mc-Kelvey diagram&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek hoe de kenmerken van de aarde die noodzakelijk zijn voor het leven speciefiek zijn voor de aarde: atmosfeerdruk en -samenstelling, magneetveld, temperatuur en temperatuursschommelingen&lt;br /&gt;
# Vlakken 222, 333 en 003 in een xyz-assenstelsel plaatsen zodanig dat de afgesneden stukken abc van de eenheidscel verschillend zijn.&lt;br /&gt;
# Hoe komt het dat zanden zelden isotroop zijn (meestal heterogeen zijn)? Welk soort mineraal is glauconiet? Welke kationen zitten erin?&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen een actieve en passieve plaatrand? Teken de doorsneden van elk en duidt dieptes en gesteenten aan. Hoe oud zijn de oceanen?&lt;br /&gt;
# practicumoefening: concentratieberekening&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# bespreek de relatie tussen het ontstaan van de aarde en de dingen die gekoppeld zijn aan leven (atmosfeer, magneetveld...)&lt;br /&gt;
# teken een xyz-assenstelsel en zet vlakken uit bv 1,1,1 die gegeven zijn in millerindices&lt;br /&gt;
# bespreek een vaste oplossing&lt;br /&gt;
# Hoe komt het dat een blauwschist en een hoornfells samen voorkomen, parralel in een gebergte, betrek hierbij subductie enz&lt;br /&gt;
# teken in da diagramma van die reserves waar teerzanden zich nu bevinden en waar ze zicht 20 jaar geleden bevonden&lt;br /&gt;
# welke voorwaarde zijn er in het verlede nodig geweest om nu olie op een welbepaalde plaats te vinden&lt;br /&gt;
# bij het practicum gedeelte een piper diagram invullen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# geef aanwijzingen waarom het vroeger kouder is geweest en b) hoe kunt ge met enkele van die aanwijzingen verklaren dat er afwisseling was met broeikastijden en niet gewoon een doorlopend ijstijdvlak&lt;br /&gt;
# mineralogie: bespreek waarom plagioklaas gezoneerd en ongezoneerd voorkomt, das met die tabel met verhoudingen&lt;br /&gt;
# laat zien hoe je weet naar welke kant het water gaat onder het waterspanningsvlak b) geef verschillende manieren om energie te winnen met grondwater&lt;br /&gt;
# de vraag over paleomagnetisme hoe ze daarmee over de oceaanvorming geleerd hebben&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe de Moho-discontinuÃ¯teit gevormd wordt bij de vorming van nieuwe oceaanbodem aan de MOR.&lt;br /&gt;
# Wat is de asthenosfeer?&lt;br /&gt;
# Waarom gaat pyriet makkelijk verweren? Welke verweringsproducten worden gevormd? Welk mineraal gaat men bekomen bij verwering van pyriet in kalkstenen?&lt;br /&gt;
# Welke soort plagioklaas zit er in graniet? Welke in gabbro?&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe men het probleem opgelost heeft dat men aan fossielen enkel relatieve ouderdommen kan koppelen. &lt;br /&gt;
# Geef aan dat je begrijpt waarom calibratie met dendrochronologie belangrijk is bij de koolstof 14-dateringsmeththode.&lt;br /&gt;
# Geef een samenvatting van de argumenten van de optimisten en de pessimisten over de eindigheid van de olievoorraden. (aka vat de argumenten van de 2 scholen samen)&lt;br /&gt;
# Welke geologische processen zijn nodig om anthraciet te kunnen vormen (aka in welk gebied ongeveer vinden we steenkool?)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 JAN 2010 VM===&lt;br /&gt;
#Hoe heeft het paleomagnetisme geholpen om het huidige model van de M.O.R. op te stellen.&lt;br /&gt;
#Is het klimaat in het verleden stabiel of variabel geweest? Geef oorzaken + tijdsgebieden.&lt;br /&gt;
#Waar moet men monitoringputten plaatsen in de buurt van stortplaatsen, zodat men polluenten kan ontdekken. Is de diepte van belang?&lt;br /&gt;
#Hoe wordt een zandsteen gevormd? Op welke diepte, en invloed van grondwater.&lt;br /&gt;
#Vraagje over zelfstudieopdracht: oorsprong van biomerkers en waarom moeten deze verklaard worden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 JAN 2010 NM===&lt;br /&gt;
#Hoe kwam de formule van Bragg tot stand? En hoe kan je hier mee bepalen welk mineraal je hebt?&lt;br /&gt;
#We steken kubusjes van gelijke grootte (bv. 1 cmÂ³) van kwartsiet en marmer in een cilindrische buis en laten deze ronddraaien, simuleren we dan verwering? welk van de twee gaat het meest verweerd worden?&lt;br /&gt;
#Hoe ga je van slib naar een schiefer? leg zo duidelijk mogelijk uit. Vanaf welke diepte heb je een schiefer met schieferige splijting?&lt;br /&gt;
#Paleopolen: leg uit hoe je aan de hand van paleopolen continentendrift en platentektoniek kunt verklaren. Maak ook een schets. Zeg ook welke dingen gemeten worden om het paleopool te bepalen en hoe dat dan bepaald wordt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 JAN 2010 VM===&lt;br /&gt;
#Vergelijk samenstelling van Aarde, maan, Mercurius, Jupiter, een planeet rond de eerste sterren, de aardkorts en -kern.&lt;br /&gt;
#Hoe gedragen gesteenten zich bij verschillende drukregimes? Wat zijn dekbladen? Bij welke tektonische activiteit vind je deze? (+schema)&lt;br /&gt;
#Waarom vindt men ook batholieten bij subductie? (schema&#039;s, grafiek van verandering smelttemperatuur)&lt;br /&gt;
#Hoe heeft paleomagnetisme geholpen bij het begrijpen van systeem van M.O.R.?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 JAN 2010===&lt;br /&gt;
#Bespreek roodverschuiving in het heelal. Kan dit dienen om een ouderdom te bepalen van het heelal?&lt;br /&gt;
#Bespreek de in de les besproken analogie tussen een watertoren en een spanningswaterlaag. Hoe komt het dat er in de afpompingsput maar een klein volume water zal zitten, terwijl de gehel spanningswaterlaag verzadigd is ? Kan er overproductie optreden van een spanningswaterlaag?&lt;br /&gt;
#Hoe ga je van slib naar een schiefer? Leg zo duidelijk mogelijk uit. Vanaf welke diepte heb je een schiefer met schieferige splijting?&lt;br /&gt;
#Beargumenteer het bestaan van subductiezones&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===AUG 2009===&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#*Bewijs dat een silicium in de tetraederlaag kan verbonden worden met een magnesium in een octaederlaag met zuurstof en hydroxylgroepen ertussen.&lt;br /&gt;
#* Waarin verschillen de verschillende kleimineraalspecies? Geef de verschillende met een voorbeeld&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#* Als we kubusjes van gelijke grootte van marmer en kwartsiet in een cilindrische buis laten afslijten, welke blijft dan het langst over en waarom?&lt;br /&gt;
#* Leg uit waarom bij een fyllade een druksplijting dwars op de gelaagdheid kan staan en waarom deze zo perfect is in vergelijking met een schieferige splijting.&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#* Hoe kan magnetisme zodanig opgeslaan worden in een sedimentsgesteente dat we het &#039;remanent&#039; mogen noemen?&lt;br /&gt;
#* Hoe kunnen we aan de hand van het paleomagnetisme de vroegere positie van een continent bepalen?&lt;br /&gt;
# betekent een boringskegel hetzelfde bij een freatische waterlaag en een artesische waterlaag? leg uit.&lt;br /&gt;
# Hoe komt het dat er bij de stratigrafie zo vaak gewerkt word met fosielen en paleomagnetisme terwijl de biostratigrafie ons een relatieve tijdschaal geeft, en magnetostratigrafie ons maar twee antwoorden kan geven, normale of tegengestelde polariteit?&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Larsceulemans</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Geologie&amp;diff=1582</id>
		<title>Geologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Geologie&amp;diff=1582"/>
		<updated>2019-01-28T18:26:59Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Larsceulemans: /* 28 januari 2019 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Geologie van Prof. Robert Speijer is een verplicht vak in het eerste semester van het eerste jaar voor chemie en binnen de minor verbreding voor Biochemie.&lt;br /&gt;
Examen is mondeling. Er is ook een deeltje examen over het practicum (steentjes). Hiervoor mag je je practicumhandleiding gebruiken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 januari 2019===&lt;br /&gt;
#vraag 1:&lt;br /&gt;
#*a) hoeveel bedraagt de gemiddelde geothermische gradiënt van de continentale korst en hoe warm was het dan in een voormalige limburgse mijnschacht op diept van 1000m&lt;br /&gt;
#*b) leg uit waarom water in een begrensde aquifer op die diepte vaak niet als drinkwater te gebruiken is en van welke factoren hangt dit af&lt;br /&gt;
#*C) leg uit waarom de geothermische gradiënt van de korst veel steiler (sterker) is dan die van de mantel&lt;br /&gt;
#vraag 2:&lt;br /&gt;
#*a) welke observaties in de oceaan hebben geleid tot de theorie van hotspots&lt;br /&gt;
#*b) wat veroorzaakt hotspots en wat is relatie met het model van platentektoniek&lt;br /&gt;
#*c) meeste hotspot vulkanen hebben voornamelijk magma met mafische samenstelling, de hotspot onder yellowstone park levert echter ook grote hoeveelheden felsische en intermediaire magma, hoe verklaar je dit verschil&lt;br /&gt;
#vraag 3:&lt;br /&gt;
#*a) door welke processen wordt schuine gelaagdheid veroorzaakt en in welk sedimentair afzettingsmilieu kan schuine gelaagdheid worden waargenomen&lt;br /&gt;
#*b) schets de manier hoe dat schuine gelaagdheid gevormd word en geef erbij uitleg&lt;br /&gt;
#*c) welke informatie kan men afleiden uit opeenvolgende schuine gelaagdheden die in verschillende richting hellen&lt;br /&gt;
#vraag 4:&lt;br /&gt;
#*a) magnesiet (formule gegeven) en sideriet vormen een vaste oplossing, magnesiet en calciet geen vaste oplossing, verklaar dit verschil en verklaar ook dat dolomiet (formule gegeven) wel samen kan voorkomen met calciet&lt;br /&gt;
#*b) geeft een beknopte maar kenmerkende karakterisering voor 2 verschillende mariene afzetting milieus waarbij calciet en/of aragoniet belagrijke sedimentaire bestanddelen zijn&lt;br /&gt;
#*c) calciet wordt tijdens diagenese van carbonaten soms omgezet naar dolomiet, waardoor wordt dit proces vooral gestuurd&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 januari 2019 ===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Hoe worden zinklagen in bvb Florida gevormd&lt;br /&gt;
#*b) Hoe helpen zinkgaten bij de zoutwinning in bvb Nederland&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) In welke gesteenten zitten ketensilicaten zoals pyroxenen en amfibiolen&lt;br /&gt;
#*b) Geef mvb tekening het verschil tussen pyroxenen en amfibiolen&lt;br /&gt;
#*c) Wat is de verhouding van de O-atomen tov de Si-atomen in zowel pyroxenen als amfibiolen&lt;br /&gt;
#*d) Hoe verschillen deze ketensilicaten met veldspaat (Optische verschillen, niet chemisch)&lt;br /&gt;
# Een hele uitleg over visbeenderen (platte spiraalvormige fossielen) in het Jura. Ook iets over schalies&lt;br /&gt;
#*a Welk tijdperk voor en na het Jura, geef aan in # miljoen jaar in welke periode het Jura zich bevondt&lt;br /&gt;
#*b) Welke gesteenten zijn Schalies en tot welke groep fossielen behoren de visbeenderen&lt;br /&gt;
#*c) Hoe komt het dat de beenderen in tact zijn gebleven in de zee, welk milieu heerst er in de zee hiervoor&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Welk proces ondergaan gesteenten in bergketens in lage hoogte,  en welke processen ondergaan gesteenten die hoger gelegen zijn&lt;br /&gt;
#*b) Wat is de lithosfeer en waarom is de vervorming elastisch. Welke eenheid ligt er onder deze lithosfeer.&lt;br /&gt;
#*c) Waarin verschilt de lithosfeer met de onderliggende eenheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
#   Over de zoutlagen (evaporieten) uit het Perm in het Noorden van Nederland, Duitsland en Polen&lt;br /&gt;
#*a) Wanneer waren het Perm en Carboon? (in Ma)&lt;br /&gt;
#*b) Welke mineralen komen er hoofdzakelijk voor in zo&#039;n zoutlagen? Geef de naam en de chemische formule&lt;br /&gt;
#*c) Geef de reden(en) waarom er nauwelijks afzettingen uit het Perm in België terug te vinden zijn, terwijl er wel talrijke afzettingen uit het Carboon te vinden zijn. Wat is de relatie met de Variscische gebergtevorming?&lt;br /&gt;
#*d) Waarom is zo&#039;n zoutlaag eventueel geschikt voor de opslag van radioactief afval?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Leg uit waarom er wisselende seizoenen zijn op aarde&lt;br /&gt;
#*b) Onder welke condities, volgens de theorie van Milankovic, kon de Noordelijke ijskap stapsgewijs groeien? Bespreek de relevante parameters, je kan schetsen gebruiken om je antwoord te verduidelijken &lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Leg uit wat de geothermische gradiënt (geotherm) is. Geef de waarde(n) voor de geotherm van continentale korst en ook de warmte-uitstroom (heat flow) van continentale korst.&lt;br /&gt;
#*b) Verklaar waarom de geotherm van oceanische korst meer variabel is dan die van de continentale korst, verklaar ook het verschil in de heat flow die niet overal hetzelfde is bij oceanische korst&lt;br /&gt;
#*c) Leg uit hoe de geotherm in de ondiepe ondergrond varieert in functie van kortere en langere temperatuurcycli (dag/nacht, winter/zomer, glaciaal/interglaciaal)&lt;br /&gt;
#*d) Geef op basis van het vorige antwoord voor het volgende een verklaring: op hoge breedtegraden (bv. Canada) is het gesteente (of de bodem) op enkele honderden meters diepte bevroren, toch is de gemiddelde jaartemperatuur ruim boven 0°C&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Geef een definitie voor metamorfose, inclusief de reden waarom metamorfose plaatsvindt&lt;br /&gt;
#*b) Wat zijn de verschillen en overeenkomsten tussen contactmetamorfose en schokmetamorfose?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 31 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
#vraag 1:&lt;br /&gt;
#*a) Zure regen tast kalksteen aan. Geef de reactievergelijking en leg uit waarom kalksteen hierdoor sneller verweerd.&lt;br /&gt;
#*b) Verwering van pyriet, reactieproducten en nettoreactievergelijking geven. &lt;br /&gt;
#*c) Uitleggen hoe en in welke omgeving het nieuw gevormde mineraal in a op natuurlijke wijze wordt gevormd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 2:&lt;br /&gt;
#*a) Apollo missies naar maan. Wat heeft onderzoek van deze gesteenten geleerd over de vormingsgeschiedenis van de aarde?&lt;br /&gt;
#*b) Wat kan je afleiden over de evolutie van het zonnestelsel op basis van voorkomen ijzermeteorieten van 4,5 Ga?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 3:&lt;br /&gt;
#*a) Wanneer was het einde van het laatste glaciaal en welk tijdvak komt na dit glaciaal?&lt;br /&gt;
#*b) Hoe kan men uit de chemische samenstelling van kalkschalen van benthische foraminiferen afleiden dat de zeespiegel is gedaald in het laatste glaciaal?&lt;br /&gt;
#*c) Welke andere manier is er om te bepalen dat de zeespiegel wereldwijd steeg? Voor de periode vanaf het einde laatste glaciaal en deglaciatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 4: &lt;br /&gt;
#*Verbanden tussen de vorming van het Massief van Brabant, geschiedenis van Avalonia, ontstaan vulkaankraterpijp van Quenast, vorming van koraalriffen in de Ardennen. En dit ook plaatsen in het geologische tijdskader.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
#vraag 1:&lt;br /&gt;
#*a) Geef de processen en reacties die zorgen voor de vorming van zinkgaten&lt;br /&gt;
#*b) Zinkgaten kunnen ook ontstaan door zoutwinning verklaar&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 2:&lt;br /&gt;
#*a) wat is een caldera en hoe worden ze gevormd?&lt;br /&gt;
#*b) waarom is het extra gevaarlijk als een caldera zich vormt op een eiland?&lt;br /&gt;
#*c) Wat is de relatie met het soort magma en de vorming van een caldera?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 3:&lt;br /&gt;
#*a) Vlaanderen: aquifer op 700 meter diepte die parallel loopt met het aardoppervlak + met een aquitard boven + geen drinkbaar water, Chaudfontaine: syncline waarbij het water tot op 1600 meter diepte gaat met wel drinkbaar water. Teken beide.&lt;br /&gt;
#*b) Wat is de geotherm?&lt;br /&gt;
#*c) Bereken de temperatuur op de gegeven dieptes&lt;br /&gt;
#*d) verklaar het verschil in drinkbaarheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 4:&lt;br /&gt;
#*a) geef alle processen die in de diepere lagen van een gebergte plaatsvinden en geef het verschil met wat er gebeurt in de hogere lagen&lt;br /&gt;
#*b) wat is de lithosfeer?&lt;br /&gt;
#*c) de lithosfeer vervormt in zijn geheel elastisch. leg uit en geef een goed voorbeeld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== XX augustus 2016 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 1&lt;br /&gt;
#*a) Wat is een caldera en hoe worden ze gevormd&lt;br /&gt;
#*b) Waarom is het extra gevaarlijk wanneer een caldera gevormd wordt op een eiland dan op het continent&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 2&lt;br /&gt;
#*a) Wat is bauxiet&lt;br /&gt;
#*b) Hoe wordt een bauxietbodem gevormd&lt;br /&gt;
#*c) waarvoor wordt een bauxietbodem gebruikt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 3&lt;br /&gt;
iets met krijt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18januari 2016 VM ===&lt;br /&gt;
#Vraag 1&lt;br /&gt;
#*a) Waarom kan de koolstof 14-methode niet gebruikt worden voor het dateren van de botten van de dinoâ€™s?&lt;br /&gt;
#*b) Met welke methode kan dit wel gedateerd worden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Vraag 2&lt;br /&gt;
#*a) Wat bedoelt men met isostatisch evenwicht?&lt;br /&gt;
#*b) Maak een tekening van een gletsjer met de continentale korst, de mantel. Maak zo de inwendige structuur van de continentale korst duidelijk en de mantel. De dikte van de gletsjer in het centrum is 3 km. Welke veranderingen gebeuren er?&lt;br /&gt;
#*c) Wat is de dichtheid van de continentale korst en de mantel en waaruit bestaat het. Bereken hoe diep de ijsblok in de korst zit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Vraag 3&lt;br /&gt;
#*a) Een laag van anhydriet, gips en afzettingen van zoutlagen van haliet. (zoiets ) Geef de chemische formule&lt;br /&gt;
#*b) Hoe worden deze samen gevormd, wat is het verband?&lt;br /&gt;
#*c) Hoe geeft dit informatie over het paleoklimaat?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Vraag 4&lt;br /&gt;
#*a) Wat waren Wegners argumenten van continentendrift. Het geheel is nu aanvaard als platentektoniek. Waar ligt zijn fout?&lt;br /&gt;
#*b) Op basis van welke onderzoeken/ontdekkingen werd deze theorie aanvaard?&lt;br /&gt;
#*c) Is elke continentrand een plaatrand?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 januari 2016 NM ===&lt;br /&gt;
#vraag 1&lt;br /&gt;
#*A Metamorfose van kleicarbonaten en verwering van silcaatcarbonaten uitleggen met chemische formules (bij kleicarbonaten niet da van carbonaten geven ma dus ook iets van klei geen idee wat)&lt;br /&gt;
#*B Over het krijt : de invloed van MOR op het klimaat en de zeespiegel&lt;br /&gt;
#vraag 2&lt;br /&gt;
#*A Teken een afpompingskegel van een freatische aquifer en hoe deze een waterput die dichtbij ligt kan droogleggen&lt;br /&gt;
#*B ...&lt;br /&gt;
#*C Het water van een begrensde aquifer kan vaak niet meer gebruikt worden omdat 1g/L opgeloste stoffen aanwezig zijn, welke dingen beïnvloeden dit (dus over die opgeloste stoffen gaat het: soort gesteente, vervuiling, temperatuur [versneld verzouting] dieper = zouter [zeg ook waarom] )&lt;br /&gt;
#vraag 3: ...&lt;br /&gt;
#vraag 4&lt;br /&gt;
#*A In welk tijdvak en wanneer begon de Varisciden orogenese vorming (in België)?&lt;br /&gt;
#*B aan welk gebergtevorming kunnen we dit zien in België?&lt;br /&gt;
#*C Hoe weten we dat België toen in een tropisch klimaat lag?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 januari 2016===&lt;br /&gt;
#*Teken een hoekdiscordantie&lt;br /&gt;
#* Hoe wordt dit gevormd?&lt;br /&gt;
#*Aan het Massief van Brabant vinden we ganggesteenten en vulkanische gesteenten terug. Wat is het verband tussen gebergtevorming (aan het Massief van Brabant) en vulkanisme?&lt;br /&gt;
#*Wanneer vond dit plaats + jaartal&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#*Wat zegt een krijtlaag ons over het afzettingsmilieu?&lt;br /&gt;
#*Waarom bestaat een krijtlaag vaak uit vuurstenen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#*Waarom kan geothermie wel plaatsvinden aan een slenk maar niet aan het het Massief van Brabant?&lt;br /&gt;
#*Wat is de oorzaak van geothermie?&lt;br /&gt;
#*Soms ontstaan er problemen door geothermie. Er is bv. een dorp waarbij een laag met anhydriet in contact kwam met het grondwater waardoor schade ontstond. Leg uit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#*Wat vertellen maangesteenten ons over de ontstaansgeschiedenis van de aarde?&lt;br /&gt;
#*Wat vertelt een ijzermeteoriet van 4.5 Ga ons over het ontstaan van het zonnestelsel?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 januari 2015===&lt;br /&gt;
#Ontdekingen na wegner&#039;s dood die zijn hypothese bewezen. Moderne technieken die dit bevestigen. Wat is een continentrand en hoe komt het dat sommige naast een plaatrand liggen en andere niet.&lt;br /&gt;
#Welk soort breuken komen samen voor met geplooide lagen? Doorsnede tekenen. Welk soort laag wordt in Vlaanderen onderzocht voor de berging van nucleair afval. Wat is de invloed van een actieve of een inactieve breuk op de bergingscapaciteit?&lt;br /&gt;
#Hoe oud is de aarde en hoe weten we dit? Bespreek de vorming van de aarde tijdens het Hadeaan en Archeaan en het verband tussen stuctuur en mineralogie. Bijvraag: Wat zit er in een meteoriet.&lt;br /&gt;
#Voor welk tijdsinterval worden ijkernen gebruikt? Wat is de meerwaarde boven sedimenten? 34 Ma geleden begon de glaciatie op Antarctica. Hoe kunnen sedimenten ons er iets over vertellen. Hoe komt het dat de glaciatie net dan begon?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2015===&lt;br /&gt;
#onstaan van de aarde, hoe oud en hoe is dit bepaald + geef structuur binnenkant van de aarde chemisch, mineralogisch,..&lt;br /&gt;
#lithostratigrafie: waarom gesteentelagen geen goede tijdsbetekenis geven altijd en dat bij biostratigrafie wel kan&lt;br /&gt;
#grondwater: bron van chaudfontaine (syncline wordt gegeven + tekenen) + uitleg geotherm en gemiddelde waarde voor korst geven&lt;br /&gt;
#wetenschappelijke methode: zeggen wat het is + geologisch vb naar keuze&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 JAN 2014 NM===&lt;br /&gt;
#Magnetische ompolingen en platentektoniek&lt;br /&gt;
# Hoe seizoenen werken en Milankovic theorie&lt;br /&gt;
# Verschil tussen diaklazen en breuken, hoe ze ontstaan en hoe je een diaklaze en een gelaagdheid kunt onderscheiden&lt;br /&gt;
# Algemene structuur bladsilicaent, afleiden wat de formule is voor de Si-laag en waarom havenslib behandeld moet worden als chemisch afval&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2014 NM===&lt;br /&gt;
#kalksteen in de grond: welke maatschappelijke problemen kunnen er zijn?&lt;br /&gt;
#*geef alle chemische reacties die mee doen/leg ze uit in het systeem&lt;br /&gt;
#*hoe worden druipstenen gevormd?&lt;br /&gt;
#diachroon en sedimentaire facies en het verband? (plus schets)&lt;br /&gt;
#veldspaten: orthoklaas naar albiet en albiet naar anorthiet, maar ge kunt niet van orthoklaas naar anorthiet: hoe komt dit, en wat heeft vaste oplossing hiermee te maken? wat is arkose?&lt;br /&gt;
#roodverschuiving uitleggen, hou oud is de aarde? het heelal? en leg uit hou we ouderdom aarde kunnen meten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 JAN 2014===&lt;br /&gt;
#Wat zijn evaporieten en in welke omstandigheden worden ze gevormd? Welke structuren worden er gevormd? Geef redenen om radioactief afval in evaporieten op te slaan en ook waarom het niet zo een goed idee is ?&lt;br /&gt;
#Welke observaties heeft men gedaan om hotspots te onderzoeken? VS heeft een zuur vulkanische, waarom?&lt;br /&gt;
#Geef de geologische tijdschaal van fanerozoÃ¯cum + ouderdommen. Geef de 3 belangrijkste ijstijdvakken en in welk ijstijdvak heeft Wegener aanwijzingen gevonden voor zijn theorie en welke zijn dat?&lt;br /&gt;
#Wat zijn de fundamentele eigenschappen van een begrensde aquifer? Wat zijn de redenen voor problematische concentratie aan opgeloste stoffen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 JAN 2014 VM=== &lt;br /&gt;
#  Verklaar : meteoor, meteoriet, asteroÃ¯de, komeet. Wat is het verschil tussen komeet en meteoorgroep? Waarom zijn er geen inslagen op de zeebodem?&lt;br /&gt;
# Wegener:  wat is zijn theorie en geef zijn bewijzen. In de jaren 50 kwamen er nieuwe technieken om dit nu echt te bewijzen, welke?&lt;br /&gt;
# Alles over quaternair. Hoe kunnen we met kalksedimenten het klimaat bepalen? Waarmee moeten we oppassen als we kalkskeletten gebruiken? Welke zijn de grote invloeden op de euraziatische zeespiegel? Waarom krijgen we hier een beter beeld van de klimaten dan met landafzetting?&lt;br /&gt;
# Kristallisatie van mineralen uit stollingsgesteenten, wat is het verband met deze kristallisatie en verwering (of erosie?)&lt;br /&gt;
# practicum (4p) en ze helpt u als ge hem fout heb (dan krijgt ge nog de helft van de punten). Soms krijgt ge er 2 maar van dezelfde plaats van de  excursie en ze stelt een klein theorievraagje. Voorbereiden mag met excursiebundel, nota&#039;s, slides en handleiding maar vanaf da je begint uit te leggen mag je niks meer gebruiken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 JAN 2014===&lt;br /&gt;
#Bauxiet, alles wat je erover weet.&lt;br /&gt;
#Hoe fosielen hebben kunnen helpen bij de kartering van de statigrafie.&lt;br /&gt;
#MOR van bovenaf tekenen en alle eigenschappen geven van de MOR + laterale beweging in MOR (scheuren ipv breuken).&lt;br /&gt;
#Bespreek porositeit van een grondlaag en hoe kan het dat een bron recht omhoog kan spuiten?&lt;br /&gt;
#Practicum: stenen!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* hoe wordt bauxiet gevormd&lt;br /&gt;
#*in welk klimaat?&lt;br /&gt;
#* uit welke mineralen bestaat het&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* duid aan op een tekening hoe je uit paleomagnetische gegevens van fossiel de lokatie kan bepalen&lt;br /&gt;
#* wat is polar wandering curve&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* hoe kan je met zuurstofisotopen in sedimenten ijstijd aantonen&lt;br /&gt;
#* hoe verklaar je het bestaan van ijstijdvak en broeikastijdvak&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* toekomst van gas-clathraten als energiedelfstof&lt;br /&gt;
#* situeer gas-clathraten in Mc-Kelvey diagram&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek hoe de kenmerken van de aarde die noodzakelijk zijn voor het leven speciefiek zijn voor de aarde: atmosfeerdruk en -samenstelling, magneetveld, temperatuur en temperatuursschommelingen&lt;br /&gt;
# Vlakken 222, 333 en 003 in een xyz-assenstelsel plaatsen zodanig dat de afgesneden stukken abc van de eenheidscel verschillend zijn.&lt;br /&gt;
# Hoe komt het dat zanden zelden isotroop zijn (meestal heterogeen zijn)? Welk soort mineraal is glauconiet? Welke kationen zitten erin?&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen een actieve en passieve plaatrand? Teken de doorsneden van elk en duidt dieptes en gesteenten aan. Hoe oud zijn de oceanen?&lt;br /&gt;
# practicumoefening: concentratieberekening&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# bespreek de relatie tussen het ontstaan van de aarde en de dingen die gekoppeld zijn aan leven (atmosfeer, magneetveld...)&lt;br /&gt;
# teken een xyz-assenstelsel en zet vlakken uit bv 1,1,1 die gegeven zijn in millerindices&lt;br /&gt;
# bespreek een vaste oplossing&lt;br /&gt;
# Hoe komt het dat een blauwschist en een hoornfells samen voorkomen, parralel in een gebergte, betrek hierbij subductie enz&lt;br /&gt;
# teken in da diagramma van die reserves waar teerzanden zich nu bevinden en waar ze zicht 20 jaar geleden bevonden&lt;br /&gt;
# welke voorwaarde zijn er in het verlede nodig geweest om nu olie op een welbepaalde plaats te vinden&lt;br /&gt;
# bij het practicum gedeelte een piper diagram invullen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# geef aanwijzingen waarom het vroeger kouder is geweest en b) hoe kunt ge met enkele van die aanwijzingen verklaren dat er afwisseling was met broeikastijden en niet gewoon een doorlopend ijstijdvlak&lt;br /&gt;
# mineralogie: bespreek waarom plagioklaas gezoneerd en ongezoneerd voorkomt, das met die tabel met verhoudingen&lt;br /&gt;
# laat zien hoe je weet naar welke kant het water gaat onder het waterspanningsvlak b) geef verschillende manieren om energie te winnen met grondwater&lt;br /&gt;
# de vraag over paleomagnetisme hoe ze daarmee over de oceaanvorming geleerd hebben&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe de Moho-discontinuÃ¯teit gevormd wordt bij de vorming van nieuwe oceaanbodem aan de MOR.&lt;br /&gt;
# Wat is de asthenosfeer?&lt;br /&gt;
# Waarom gaat pyriet makkelijk verweren? Welke verweringsproducten worden gevormd? Welk mineraal gaat men bekomen bij verwering van pyriet in kalkstenen?&lt;br /&gt;
# Welke soort plagioklaas zit er in graniet? Welke in gabbro?&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe men het probleem opgelost heeft dat men aan fossielen enkel relatieve ouderdommen kan koppelen. &lt;br /&gt;
# Geef aan dat je begrijpt waarom calibratie met dendrochronologie belangrijk is bij de koolstof 14-dateringsmeththode.&lt;br /&gt;
# Geef een samenvatting van de argumenten van de optimisten en de pessimisten over de eindigheid van de olievoorraden. (aka vat de argumenten van de 2 scholen samen)&lt;br /&gt;
# Welke geologische processen zijn nodig om anthraciet te kunnen vormen (aka in welk gebied ongeveer vinden we steenkool?)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 JAN 2010 VM===&lt;br /&gt;
#Hoe heeft het paleomagnetisme geholpen om het huidige model van de M.O.R. op te stellen.&lt;br /&gt;
#Is het klimaat in het verleden stabiel of variabel geweest? Geef oorzaken + tijdsgebieden.&lt;br /&gt;
#Waar moet men monitoringputten plaatsen in de buurt van stortplaatsen, zodat men polluenten kan ontdekken. Is de diepte van belang?&lt;br /&gt;
#Hoe wordt een zandsteen gevormd? Op welke diepte, en invloed van grondwater.&lt;br /&gt;
#Vraagje over zelfstudieopdracht: oorsprong van biomerkers en waarom moeten deze verklaard worden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 JAN 2010 NM===&lt;br /&gt;
#Hoe kwam de formule van Bragg tot stand? En hoe kan je hier mee bepalen welk mineraal je hebt?&lt;br /&gt;
#We steken kubusjes van gelijke grootte (bv. 1 cmÂ³) van kwartsiet en marmer in een cilindrische buis en laten deze ronddraaien, simuleren we dan verwering? welk van de twee gaat het meest verweerd worden?&lt;br /&gt;
#Hoe ga je van slib naar een schiefer? leg zo duidelijk mogelijk uit. Vanaf welke diepte heb je een schiefer met schieferige splijting?&lt;br /&gt;
#Paleopolen: leg uit hoe je aan de hand van paleopolen continentendrift en platentektoniek kunt verklaren. Maak ook een schets. Zeg ook welke dingen gemeten worden om het paleopool te bepalen en hoe dat dan bepaald wordt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 JAN 2010 VM===&lt;br /&gt;
#Vergelijk samenstelling van Aarde, maan, Mercurius, Jupiter, een planeet rond de eerste sterren, de aardkorts en -kern.&lt;br /&gt;
#Hoe gedragen gesteenten zich bij verschillende drukregimes? Wat zijn dekbladen? Bij welke tektonische activiteit vind je deze? (+schema)&lt;br /&gt;
#Waarom vindt men ook batholieten bij subductie? (schema&#039;s, grafiek van verandering smelttemperatuur)&lt;br /&gt;
#Hoe heeft paleomagnetisme geholpen bij het begrijpen van systeem van M.O.R.?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 JAN 2010===&lt;br /&gt;
#Bespreek roodverschuiving in het heelal. Kan dit dienen om een ouderdom te bepalen van het heelal?&lt;br /&gt;
#Bespreek de in de les besproken analogie tussen een watertoren en een spanningswaterlaag. Hoe komt het dat er in de afpompingsput maar een klein volume water zal zitten, terwijl de gehel spanningswaterlaag verzadigd is ? Kan er overproductie optreden van een spanningswaterlaag?&lt;br /&gt;
#Hoe ga je van slib naar een schiefer? Leg zo duidelijk mogelijk uit. Vanaf welke diepte heb je een schiefer met schieferige splijting?&lt;br /&gt;
#Beargumenteer het bestaan van subductiezones&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===AUG 2009===&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#*Bewijs dat een silicium in de tetraederlaag kan verbonden worden met een magnesium in een octaederlaag met zuurstof en hydroxylgroepen ertussen.&lt;br /&gt;
#* Waarin verschillen de verschillende kleimineraalspecies? Geef de verschillende met een voorbeeld&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#* Als we kubusjes van gelijke grootte van marmer en kwartsiet in een cilindrische buis laten afslijten, welke blijft dan het langst over en waarom?&lt;br /&gt;
#* Leg uit waarom bij een fyllade een druksplijting dwars op de gelaagdheid kan staan en waarom deze zo perfect is in vergelijking met een schieferige splijting.&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#* Hoe kan magnetisme zodanig opgeslaan worden in een sedimentsgesteente dat we het &#039;remanent&#039; mogen noemen?&lt;br /&gt;
#* Hoe kunnen we aan de hand van het paleomagnetisme de vroegere positie van een continent bepalen?&lt;br /&gt;
# betekent een boringskegel hetzelfde bij een freatische waterlaag en een artesische waterlaag? leg uit.&lt;br /&gt;
# Hoe komt het dat er bij de stratigrafie zo vaak gewerkt word met fosielen en paleomagnetisme terwijl de biostratigrafie ons een relatieve tijdschaal geeft, en magnetostratigrafie ons maar twee antwoorden kan geven, normale of tegengestelde polariteit?&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Larsceulemans</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Geologie&amp;diff=1581</id>
		<title>Geologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Geologie&amp;diff=1581"/>
		<updated>2019-01-28T18:26:22Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Larsceulemans: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Geologie van Prof. Robert Speijer is een verplicht vak in het eerste semester van het eerste jaar voor chemie en binnen de minor verbreding voor Biochemie.&lt;br /&gt;
Examen is mondeling. Er is ook een deeltje examen over het practicum (steentjes). Hiervoor mag je je practicumhandleiding gebruiken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 januari 2019===&lt;br /&gt;
#vraag 1:&lt;br /&gt;
#*a) hoeveel bedraagt de gemiddelde geothermische gradiënt van de continentale korst en hoe warm was het dan in een voormalige limburgse mijnschacht op diept van 1000m&lt;br /&gt;
#*b) leg uit waarom water in een begrensde aquifer op die diepte vaak niet als drinkwater te gebruiken is en van welke factoren hangt dit af&lt;br /&gt;
#*C) leg uit waarom de geothermische gradiënt van de korst veel steiler (sterker) is dan die van de mantel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 2:&lt;br /&gt;
#*a) welke observaties in de oceaan hebben geleid tot de theorie van hotspots&lt;br /&gt;
#*b) wat veroorzaakt hotspots en wat is relatie met het model van platentektoniek&lt;br /&gt;
#*c) meeste hotspot vulkanen hebben voornamelijk magma met mafische samenstelling, de hotspot onder yellowstone park levert echter ook grote hoeveelheden felsische en intermediaire magma, hoe verklaar je dit verschil&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 3:&lt;br /&gt;
#*a) door welke processen wordt schuine gelaagdheid veroorzaakt en in welk sedimentair afzettingsmilieu kan schuine gelaagdheid worden waargenomen&lt;br /&gt;
#*b) schets de manier hoe dat schuine gelaagdheid gevormd word en geef erbij uitleg&lt;br /&gt;
#*c) welke informatie kan men afleiden uit opeenvolgende schuine gelaagdheden die in verschillende richting hellen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 4:&lt;br /&gt;
#*a) magnesiet (formule gegeven) en sideriet vormen een vaste oplossing, magnesiet en calciet geen vaste oplossing, verklaar dit verschil en verklaar ook dat dolomiet (formule gegeven) wel samen kan voorkomen met calciet&lt;br /&gt;
#*b) geeft een beknopte maar kenmerkende karakterisering voor 2 verschillende mariene afzetting milieus waarbij calciet en/of aragoniet belagrijke sedimentaire bestanddelen zijn&lt;br /&gt;
#*c) calciet wordt tijdens diagenese van carbonaten soms omgezet naar dolomiet, waardoor wordt dit proces vooral gestuurd&lt;br /&gt;
=== 21 januari 2019 ===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Hoe worden zinklagen in bvb Florida gevormd&lt;br /&gt;
#*b) Hoe helpen zinkgaten bij de zoutwinning in bvb Nederland&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) In welke gesteenten zitten ketensilicaten zoals pyroxenen en amfibiolen&lt;br /&gt;
#*b) Geef mvb tekening het verschil tussen pyroxenen en amfibiolen&lt;br /&gt;
#*c) Wat is de verhouding van de O-atomen tov de Si-atomen in zowel pyroxenen als amfibiolen&lt;br /&gt;
#*d) Hoe verschillen deze ketensilicaten met veldspaat (Optische verschillen, niet chemisch)&lt;br /&gt;
# Een hele uitleg over visbeenderen (platte spiraalvormige fossielen) in het Jura. Ook iets over schalies&lt;br /&gt;
#*a Welk tijdperk voor en na het Jura, geef aan in # miljoen jaar in welke periode het Jura zich bevondt&lt;br /&gt;
#*b) Welke gesteenten zijn Schalies en tot welke groep fossielen behoren de visbeenderen&lt;br /&gt;
#*c) Hoe komt het dat de beenderen in tact zijn gebleven in de zee, welk milieu heerst er in de zee hiervoor&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Welk proces ondergaan gesteenten in bergketens in lage hoogte,  en welke processen ondergaan gesteenten die hoger gelegen zijn&lt;br /&gt;
#*b) Wat is de lithosfeer en waarom is de vervorming elastisch. Welke eenheid ligt er onder deze lithosfeer.&lt;br /&gt;
#*c) Waarin verschilt de lithosfeer met de onderliggende eenheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
#   Over de zoutlagen (evaporieten) uit het Perm in het Noorden van Nederland, Duitsland en Polen&lt;br /&gt;
#*a) Wanneer waren het Perm en Carboon? (in Ma)&lt;br /&gt;
#*b) Welke mineralen komen er hoofdzakelijk voor in zo&#039;n zoutlagen? Geef de naam en de chemische formule&lt;br /&gt;
#*c) Geef de reden(en) waarom er nauwelijks afzettingen uit het Perm in België terug te vinden zijn, terwijl er wel talrijke afzettingen uit het Carboon te vinden zijn. Wat is de relatie met de Variscische gebergtevorming?&lt;br /&gt;
#*d) Waarom is zo&#039;n zoutlaag eventueel geschikt voor de opslag van radioactief afval?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Leg uit waarom er wisselende seizoenen zijn op aarde&lt;br /&gt;
#*b) Onder welke condities, volgens de theorie van Milankovic, kon de Noordelijke ijskap stapsgewijs groeien? Bespreek de relevante parameters, je kan schetsen gebruiken om je antwoord te verduidelijken &lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Leg uit wat de geothermische gradiënt (geotherm) is. Geef de waarde(n) voor de geotherm van continentale korst en ook de warmte-uitstroom (heat flow) van continentale korst.&lt;br /&gt;
#*b) Verklaar waarom de geotherm van oceanische korst meer variabel is dan die van de continentale korst, verklaar ook het verschil in de heat flow die niet overal hetzelfde is bij oceanische korst&lt;br /&gt;
#*c) Leg uit hoe de geotherm in de ondiepe ondergrond varieert in functie van kortere en langere temperatuurcycli (dag/nacht, winter/zomer, glaciaal/interglaciaal)&lt;br /&gt;
#*d) Geef op basis van het vorige antwoord voor het volgende een verklaring: op hoge breedtegraden (bv. Canada) is het gesteente (of de bodem) op enkele honderden meters diepte bevroren, toch is de gemiddelde jaartemperatuur ruim boven 0°C&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Geef een definitie voor metamorfose, inclusief de reden waarom metamorfose plaatsvindt&lt;br /&gt;
#*b) Wat zijn de verschillen en overeenkomsten tussen contactmetamorfose en schokmetamorfose?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 31 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
#vraag 1:&lt;br /&gt;
#*a) Zure regen tast kalksteen aan. Geef de reactievergelijking en leg uit waarom kalksteen hierdoor sneller verweerd.&lt;br /&gt;
#*b) Verwering van pyriet, reactieproducten en nettoreactievergelijking geven. &lt;br /&gt;
#*c) Uitleggen hoe en in welke omgeving het nieuw gevormde mineraal in a op natuurlijke wijze wordt gevormd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 2:&lt;br /&gt;
#*a) Apollo missies naar maan. Wat heeft onderzoek van deze gesteenten geleerd over de vormingsgeschiedenis van de aarde?&lt;br /&gt;
#*b) Wat kan je afleiden over de evolutie van het zonnestelsel op basis van voorkomen ijzermeteorieten van 4,5 Ga?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 3:&lt;br /&gt;
#*a) Wanneer was het einde van het laatste glaciaal en welk tijdvak komt na dit glaciaal?&lt;br /&gt;
#*b) Hoe kan men uit de chemische samenstelling van kalkschalen van benthische foraminiferen afleiden dat de zeespiegel is gedaald in het laatste glaciaal?&lt;br /&gt;
#*c) Welke andere manier is er om te bepalen dat de zeespiegel wereldwijd steeg? Voor de periode vanaf het einde laatste glaciaal en deglaciatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 4: &lt;br /&gt;
#*Verbanden tussen de vorming van het Massief van Brabant, geschiedenis van Avalonia, ontstaan vulkaankraterpijp van Quenast, vorming van koraalriffen in de Ardennen. En dit ook plaatsen in het geologische tijdskader.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
#vraag 1:&lt;br /&gt;
#*a) Geef de processen en reacties die zorgen voor de vorming van zinkgaten&lt;br /&gt;
#*b) Zinkgaten kunnen ook ontstaan door zoutwinning verklaar&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 2:&lt;br /&gt;
#*a) wat is een caldera en hoe worden ze gevormd?&lt;br /&gt;
#*b) waarom is het extra gevaarlijk als een caldera zich vormt op een eiland?&lt;br /&gt;
#*c) Wat is de relatie met het soort magma en de vorming van een caldera?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 3:&lt;br /&gt;
#*a) Vlaanderen: aquifer op 700 meter diepte die parallel loopt met het aardoppervlak + met een aquitard boven + geen drinkbaar water, Chaudfontaine: syncline waarbij het water tot op 1600 meter diepte gaat met wel drinkbaar water. Teken beide.&lt;br /&gt;
#*b) Wat is de geotherm?&lt;br /&gt;
#*c) Bereken de temperatuur op de gegeven dieptes&lt;br /&gt;
#*d) verklaar het verschil in drinkbaarheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 4:&lt;br /&gt;
#*a) geef alle processen die in de diepere lagen van een gebergte plaatsvinden en geef het verschil met wat er gebeurt in de hogere lagen&lt;br /&gt;
#*b) wat is de lithosfeer?&lt;br /&gt;
#*c) de lithosfeer vervormt in zijn geheel elastisch. leg uit en geef een goed voorbeeld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== XX augustus 2016 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 1&lt;br /&gt;
#*a) Wat is een caldera en hoe worden ze gevormd&lt;br /&gt;
#*b) Waarom is het extra gevaarlijk wanneer een caldera gevormd wordt op een eiland dan op het continent&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 2&lt;br /&gt;
#*a) Wat is bauxiet&lt;br /&gt;
#*b) Hoe wordt een bauxietbodem gevormd&lt;br /&gt;
#*c) waarvoor wordt een bauxietbodem gebruikt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 3&lt;br /&gt;
iets met krijt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18januari 2016 VM ===&lt;br /&gt;
#Vraag 1&lt;br /&gt;
#*a) Waarom kan de koolstof 14-methode niet gebruikt worden voor het dateren van de botten van de dinoâ€™s?&lt;br /&gt;
#*b) Met welke methode kan dit wel gedateerd worden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Vraag 2&lt;br /&gt;
#*a) Wat bedoelt men met isostatisch evenwicht?&lt;br /&gt;
#*b) Maak een tekening van een gletsjer met de continentale korst, de mantel. Maak zo de inwendige structuur van de continentale korst duidelijk en de mantel. De dikte van de gletsjer in het centrum is 3 km. Welke veranderingen gebeuren er?&lt;br /&gt;
#*c) Wat is de dichtheid van de continentale korst en de mantel en waaruit bestaat het. Bereken hoe diep de ijsblok in de korst zit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Vraag 3&lt;br /&gt;
#*a) Een laag van anhydriet, gips en afzettingen van zoutlagen van haliet. (zoiets ) Geef de chemische formule&lt;br /&gt;
#*b) Hoe worden deze samen gevormd, wat is het verband?&lt;br /&gt;
#*c) Hoe geeft dit informatie over het paleoklimaat?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Vraag 4&lt;br /&gt;
#*a) Wat waren Wegners argumenten van continentendrift. Het geheel is nu aanvaard als platentektoniek. Waar ligt zijn fout?&lt;br /&gt;
#*b) Op basis van welke onderzoeken/ontdekkingen werd deze theorie aanvaard?&lt;br /&gt;
#*c) Is elke continentrand een plaatrand?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 januari 2016 NM ===&lt;br /&gt;
#vraag 1&lt;br /&gt;
#*A Metamorfose van kleicarbonaten en verwering van silcaatcarbonaten uitleggen met chemische formules (bij kleicarbonaten niet da van carbonaten geven ma dus ook iets van klei geen idee wat)&lt;br /&gt;
#*B Over het krijt : de invloed van MOR op het klimaat en de zeespiegel&lt;br /&gt;
#vraag 2&lt;br /&gt;
#*A Teken een afpompingskegel van een freatische aquifer en hoe deze een waterput die dichtbij ligt kan droogleggen&lt;br /&gt;
#*B ...&lt;br /&gt;
#*C Het water van een begrensde aquifer kan vaak niet meer gebruikt worden omdat 1g/L opgeloste stoffen aanwezig zijn, welke dingen beïnvloeden dit (dus over die opgeloste stoffen gaat het: soort gesteente, vervuiling, temperatuur [versneld verzouting] dieper = zouter [zeg ook waarom] )&lt;br /&gt;
#vraag 3: ...&lt;br /&gt;
#vraag 4&lt;br /&gt;
#*A In welk tijdvak en wanneer begon de Varisciden orogenese vorming (in België)?&lt;br /&gt;
#*B aan welk gebergtevorming kunnen we dit zien in België?&lt;br /&gt;
#*C Hoe weten we dat België toen in een tropisch klimaat lag?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 januari 2016===&lt;br /&gt;
#*Teken een hoekdiscordantie&lt;br /&gt;
#* Hoe wordt dit gevormd?&lt;br /&gt;
#*Aan het Massief van Brabant vinden we ganggesteenten en vulkanische gesteenten terug. Wat is het verband tussen gebergtevorming (aan het Massief van Brabant) en vulkanisme?&lt;br /&gt;
#*Wanneer vond dit plaats + jaartal&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#*Wat zegt een krijtlaag ons over het afzettingsmilieu?&lt;br /&gt;
#*Waarom bestaat een krijtlaag vaak uit vuurstenen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#*Waarom kan geothermie wel plaatsvinden aan een slenk maar niet aan het het Massief van Brabant?&lt;br /&gt;
#*Wat is de oorzaak van geothermie?&lt;br /&gt;
#*Soms ontstaan er problemen door geothermie. Er is bv. een dorp waarbij een laag met anhydriet in contact kwam met het grondwater waardoor schade ontstond. Leg uit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#*Wat vertellen maangesteenten ons over de ontstaansgeschiedenis van de aarde?&lt;br /&gt;
#*Wat vertelt een ijzermeteoriet van 4.5 Ga ons over het ontstaan van het zonnestelsel?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 januari 2015===&lt;br /&gt;
#Ontdekingen na wegner&#039;s dood die zijn hypothese bewezen. Moderne technieken die dit bevestigen. Wat is een continentrand en hoe komt het dat sommige naast een plaatrand liggen en andere niet.&lt;br /&gt;
#Welk soort breuken komen samen voor met geplooide lagen? Doorsnede tekenen. Welk soort laag wordt in Vlaanderen onderzocht voor de berging van nucleair afval. Wat is de invloed van een actieve of een inactieve breuk op de bergingscapaciteit?&lt;br /&gt;
#Hoe oud is de aarde en hoe weten we dit? Bespreek de vorming van de aarde tijdens het Hadeaan en Archeaan en het verband tussen stuctuur en mineralogie. Bijvraag: Wat zit er in een meteoriet.&lt;br /&gt;
#Voor welk tijdsinterval worden ijkernen gebruikt? Wat is de meerwaarde boven sedimenten? 34 Ma geleden begon de glaciatie op Antarctica. Hoe kunnen sedimenten ons er iets over vertellen. Hoe komt het dat de glaciatie net dan begon?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2015===&lt;br /&gt;
#onstaan van de aarde, hoe oud en hoe is dit bepaald + geef structuur binnenkant van de aarde chemisch, mineralogisch,..&lt;br /&gt;
#lithostratigrafie: waarom gesteentelagen geen goede tijdsbetekenis geven altijd en dat bij biostratigrafie wel kan&lt;br /&gt;
#grondwater: bron van chaudfontaine (syncline wordt gegeven + tekenen) + uitleg geotherm en gemiddelde waarde voor korst geven&lt;br /&gt;
#wetenschappelijke methode: zeggen wat het is + geologisch vb naar keuze&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 JAN 2014 NM===&lt;br /&gt;
#Magnetische ompolingen en platentektoniek&lt;br /&gt;
# Hoe seizoenen werken en Milankovic theorie&lt;br /&gt;
# Verschil tussen diaklazen en breuken, hoe ze ontstaan en hoe je een diaklaze en een gelaagdheid kunt onderscheiden&lt;br /&gt;
# Algemene structuur bladsilicaent, afleiden wat de formule is voor de Si-laag en waarom havenslib behandeld moet worden als chemisch afval&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2014 NM===&lt;br /&gt;
#kalksteen in de grond: welke maatschappelijke problemen kunnen er zijn?&lt;br /&gt;
#*geef alle chemische reacties die mee doen/leg ze uit in het systeem&lt;br /&gt;
#*hoe worden druipstenen gevormd?&lt;br /&gt;
#diachroon en sedimentaire facies en het verband? (plus schets)&lt;br /&gt;
#veldspaten: orthoklaas naar albiet en albiet naar anorthiet, maar ge kunt niet van orthoklaas naar anorthiet: hoe komt dit, en wat heeft vaste oplossing hiermee te maken? wat is arkose?&lt;br /&gt;
#roodverschuiving uitleggen, hou oud is de aarde? het heelal? en leg uit hou we ouderdom aarde kunnen meten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 JAN 2014===&lt;br /&gt;
#Wat zijn evaporieten en in welke omstandigheden worden ze gevormd? Welke structuren worden er gevormd? Geef redenen om radioactief afval in evaporieten op te slaan en ook waarom het niet zo een goed idee is ?&lt;br /&gt;
#Welke observaties heeft men gedaan om hotspots te onderzoeken? VS heeft een zuur vulkanische, waarom?&lt;br /&gt;
#Geef de geologische tijdschaal van fanerozoÃ¯cum + ouderdommen. Geef de 3 belangrijkste ijstijdvakken en in welk ijstijdvak heeft Wegener aanwijzingen gevonden voor zijn theorie en welke zijn dat?&lt;br /&gt;
#Wat zijn de fundamentele eigenschappen van een begrensde aquifer? Wat zijn de redenen voor problematische concentratie aan opgeloste stoffen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 JAN 2014 VM=== &lt;br /&gt;
#  Verklaar : meteoor, meteoriet, asteroÃ¯de, komeet. Wat is het verschil tussen komeet en meteoorgroep? Waarom zijn er geen inslagen op de zeebodem?&lt;br /&gt;
# Wegener:  wat is zijn theorie en geef zijn bewijzen. In de jaren 50 kwamen er nieuwe technieken om dit nu echt te bewijzen, welke?&lt;br /&gt;
# Alles over quaternair. Hoe kunnen we met kalksedimenten het klimaat bepalen? Waarmee moeten we oppassen als we kalkskeletten gebruiken? Welke zijn de grote invloeden op de euraziatische zeespiegel? Waarom krijgen we hier een beter beeld van de klimaten dan met landafzetting?&lt;br /&gt;
# Kristallisatie van mineralen uit stollingsgesteenten, wat is het verband met deze kristallisatie en verwering (of erosie?)&lt;br /&gt;
# practicum (4p) en ze helpt u als ge hem fout heb (dan krijgt ge nog de helft van de punten). Soms krijgt ge er 2 maar van dezelfde plaats van de  excursie en ze stelt een klein theorievraagje. Voorbereiden mag met excursiebundel, nota&#039;s, slides en handleiding maar vanaf da je begint uit te leggen mag je niks meer gebruiken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 JAN 2014===&lt;br /&gt;
#Bauxiet, alles wat je erover weet.&lt;br /&gt;
#Hoe fosielen hebben kunnen helpen bij de kartering van de statigrafie.&lt;br /&gt;
#MOR van bovenaf tekenen en alle eigenschappen geven van de MOR + laterale beweging in MOR (scheuren ipv breuken).&lt;br /&gt;
#Bespreek porositeit van een grondlaag en hoe kan het dat een bron recht omhoog kan spuiten?&lt;br /&gt;
#Practicum: stenen!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* hoe wordt bauxiet gevormd&lt;br /&gt;
#*in welk klimaat?&lt;br /&gt;
#* uit welke mineralen bestaat het&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* duid aan op een tekening hoe je uit paleomagnetische gegevens van fossiel de lokatie kan bepalen&lt;br /&gt;
#* wat is polar wandering curve&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* hoe kan je met zuurstofisotopen in sedimenten ijstijd aantonen&lt;br /&gt;
#* hoe verklaar je het bestaan van ijstijdvak en broeikastijdvak&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* toekomst van gas-clathraten als energiedelfstof&lt;br /&gt;
#* situeer gas-clathraten in Mc-Kelvey diagram&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek hoe de kenmerken van de aarde die noodzakelijk zijn voor het leven speciefiek zijn voor de aarde: atmosfeerdruk en -samenstelling, magneetveld, temperatuur en temperatuursschommelingen&lt;br /&gt;
# Vlakken 222, 333 en 003 in een xyz-assenstelsel plaatsen zodanig dat de afgesneden stukken abc van de eenheidscel verschillend zijn.&lt;br /&gt;
# Hoe komt het dat zanden zelden isotroop zijn (meestal heterogeen zijn)? Welk soort mineraal is glauconiet? Welke kationen zitten erin?&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen een actieve en passieve plaatrand? Teken de doorsneden van elk en duidt dieptes en gesteenten aan. Hoe oud zijn de oceanen?&lt;br /&gt;
# practicumoefening: concentratieberekening&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# bespreek de relatie tussen het ontstaan van de aarde en de dingen die gekoppeld zijn aan leven (atmosfeer, magneetveld...)&lt;br /&gt;
# teken een xyz-assenstelsel en zet vlakken uit bv 1,1,1 die gegeven zijn in millerindices&lt;br /&gt;
# bespreek een vaste oplossing&lt;br /&gt;
# Hoe komt het dat een blauwschist en een hoornfells samen voorkomen, parralel in een gebergte, betrek hierbij subductie enz&lt;br /&gt;
# teken in da diagramma van die reserves waar teerzanden zich nu bevinden en waar ze zicht 20 jaar geleden bevonden&lt;br /&gt;
# welke voorwaarde zijn er in het verlede nodig geweest om nu olie op een welbepaalde plaats te vinden&lt;br /&gt;
# bij het practicum gedeelte een piper diagram invullen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# geef aanwijzingen waarom het vroeger kouder is geweest en b) hoe kunt ge met enkele van die aanwijzingen verklaren dat er afwisseling was met broeikastijden en niet gewoon een doorlopend ijstijdvlak&lt;br /&gt;
# mineralogie: bespreek waarom plagioklaas gezoneerd en ongezoneerd voorkomt, das met die tabel met verhoudingen&lt;br /&gt;
# laat zien hoe je weet naar welke kant het water gaat onder het waterspanningsvlak b) geef verschillende manieren om energie te winnen met grondwater&lt;br /&gt;
# de vraag over paleomagnetisme hoe ze daarmee over de oceaanvorming geleerd hebben&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe de Moho-discontinuÃ¯teit gevormd wordt bij de vorming van nieuwe oceaanbodem aan de MOR.&lt;br /&gt;
# Wat is de asthenosfeer?&lt;br /&gt;
# Waarom gaat pyriet makkelijk verweren? Welke verweringsproducten worden gevormd? Welk mineraal gaat men bekomen bij verwering van pyriet in kalkstenen?&lt;br /&gt;
# Welke soort plagioklaas zit er in graniet? Welke in gabbro?&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe men het probleem opgelost heeft dat men aan fossielen enkel relatieve ouderdommen kan koppelen. &lt;br /&gt;
# Geef aan dat je begrijpt waarom calibratie met dendrochronologie belangrijk is bij de koolstof 14-dateringsmeththode.&lt;br /&gt;
# Geef een samenvatting van de argumenten van de optimisten en de pessimisten over de eindigheid van de olievoorraden. (aka vat de argumenten van de 2 scholen samen)&lt;br /&gt;
# Welke geologische processen zijn nodig om anthraciet te kunnen vormen (aka in welk gebied ongeveer vinden we steenkool?)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 JAN 2010 VM===&lt;br /&gt;
#Hoe heeft het paleomagnetisme geholpen om het huidige model van de M.O.R. op te stellen.&lt;br /&gt;
#Is het klimaat in het verleden stabiel of variabel geweest? Geef oorzaken + tijdsgebieden.&lt;br /&gt;
#Waar moet men monitoringputten plaatsen in de buurt van stortplaatsen, zodat men polluenten kan ontdekken. Is de diepte van belang?&lt;br /&gt;
#Hoe wordt een zandsteen gevormd? Op welke diepte, en invloed van grondwater.&lt;br /&gt;
#Vraagje over zelfstudieopdracht: oorsprong van biomerkers en waarom moeten deze verklaard worden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 JAN 2010 NM===&lt;br /&gt;
#Hoe kwam de formule van Bragg tot stand? En hoe kan je hier mee bepalen welk mineraal je hebt?&lt;br /&gt;
#We steken kubusjes van gelijke grootte (bv. 1 cmÂ³) van kwartsiet en marmer in een cilindrische buis en laten deze ronddraaien, simuleren we dan verwering? welk van de twee gaat het meest verweerd worden?&lt;br /&gt;
#Hoe ga je van slib naar een schiefer? leg zo duidelijk mogelijk uit. Vanaf welke diepte heb je een schiefer met schieferige splijting?&lt;br /&gt;
#Paleopolen: leg uit hoe je aan de hand van paleopolen continentendrift en platentektoniek kunt verklaren. Maak ook een schets. Zeg ook welke dingen gemeten worden om het paleopool te bepalen en hoe dat dan bepaald wordt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 JAN 2010 VM===&lt;br /&gt;
#Vergelijk samenstelling van Aarde, maan, Mercurius, Jupiter, een planeet rond de eerste sterren, de aardkorts en -kern.&lt;br /&gt;
#Hoe gedragen gesteenten zich bij verschillende drukregimes? Wat zijn dekbladen? Bij welke tektonische activiteit vind je deze? (+schema)&lt;br /&gt;
#Waarom vindt men ook batholieten bij subductie? (schema&#039;s, grafiek van verandering smelttemperatuur)&lt;br /&gt;
#Hoe heeft paleomagnetisme geholpen bij het begrijpen van systeem van M.O.R.?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 JAN 2010===&lt;br /&gt;
#Bespreek roodverschuiving in het heelal. Kan dit dienen om een ouderdom te bepalen van het heelal?&lt;br /&gt;
#Bespreek de in de les besproken analogie tussen een watertoren en een spanningswaterlaag. Hoe komt het dat er in de afpompingsput maar een klein volume water zal zitten, terwijl de gehel spanningswaterlaag verzadigd is ? Kan er overproductie optreden van een spanningswaterlaag?&lt;br /&gt;
#Hoe ga je van slib naar een schiefer? Leg zo duidelijk mogelijk uit. Vanaf welke diepte heb je een schiefer met schieferige splijting?&lt;br /&gt;
#Beargumenteer het bestaan van subductiezones&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===AUG 2009===&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#*Bewijs dat een silicium in de tetraederlaag kan verbonden worden met een magnesium in een octaederlaag met zuurstof en hydroxylgroepen ertussen.&lt;br /&gt;
#* Waarin verschillen de verschillende kleimineraalspecies? Geef de verschillende met een voorbeeld&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#* Als we kubusjes van gelijke grootte van marmer en kwartsiet in een cilindrische buis laten afslijten, welke blijft dan het langst over en waarom?&lt;br /&gt;
#* Leg uit waarom bij een fyllade een druksplijting dwars op de gelaagdheid kan staan en waarom deze zo perfect is in vergelijking met een schieferige splijting.&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#* Hoe kan magnetisme zodanig opgeslaan worden in een sedimentsgesteente dat we het &#039;remanent&#039; mogen noemen?&lt;br /&gt;
#* Hoe kunnen we aan de hand van het paleomagnetisme de vroegere positie van een continent bepalen?&lt;br /&gt;
# betekent een boringskegel hetzelfde bij een freatische waterlaag en een artesische waterlaag? leg uit.&lt;br /&gt;
# Hoe komt het dat er bij de stratigrafie zo vaak gewerkt word met fosielen en paleomagnetisme terwijl de biostratigrafie ons een relatieve tijdschaal geeft, en magnetostratigrafie ons maar twee antwoorden kan geven, normale of tegengestelde polariteit?&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Larsceulemans</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Grondslagen_van_de_Chemie&amp;diff=1484</id>
		<title>Grondslagen van de Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Grondslagen_van_de_Chemie&amp;diff=1484"/>
		<updated>2019-01-22T16:48:12Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Larsceulemans: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Basisvak chemie voor 1e bachelor chemie, biochemie en biologie.&lt;br /&gt;
Gedoceerd door professor &amp;amp;lt;s&amp;amp;gt;Koen Clays&amp;amp;lt;/s&amp;amp;gt; &amp;amp;lt;s&amp;amp;gt;Bart Goderis (sinds academiejaar 2013-2014)&amp;amp;lt;/s&amp;amp;gt; Koen Clays&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 januari 2019 namiddag===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
#ClO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; + Cl&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; -&amp;gt; Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; schrijf reactievergelijking en geef een plausibel reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#leidt de halfreacties van loodbatterij af en geef werking van dergelijke batterij&lt;br /&gt;
oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#hoeveel gram NaCl moet je toevoegen aan 0,488 gram Cu(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; in 100 ml om het volledig op te lossen, als je weet dat het CuCl&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; complex gevormd wordt&lt;br /&gt;
#NH&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;NO&amp;lt;sub&amp;gt;3(s)&amp;lt;/sub&amp;gt; -&amp;gt; 2N&amp;lt;sub&amp;gt;2(g)&amp;lt;/sub&amp;gt; + 2O&amp;lt;sub&amp;gt;2(g)&amp;lt;/sub&amp;gt; + 4H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;(g)&amp;lt;/sub&amp;gt; is de reactie aflopend bij 40 graden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2019 voormiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Bespreek de spontane ontbinding van waterstofperoxide. Welke parameters dragen bij tot de ontbinding en hoe kan je dit tegen gaan?&lt;br /&gt;
#De ruimtelijke structuur van de covalente binding, 4 relevante voorbeelden geven en bespreken.&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#0,040 M 100 mL H&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; bij 100 ml 4M Ca&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;-ionen. Wordt er neerslag gevormd?&lt;br /&gt;
#Een orde oefening met grafisch de halfwaarde tijd en k bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2019===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je het evenwicht naar de kant van de producten krijgen. Heeft dit ook invloed op de snelheid van de reactie? /6&lt;br /&gt;
#Stel een chemisch mechanisme op zodat citroenzuur (wat een bestandsdeel is van citroensap) kan ontgiften. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Bepaal de K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; uit de gegeven redoxkoppels (H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O/HO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;−&amp;lt;/sup&amp;gt; en HO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;−&amp;lt;/sup&amp;gt;/OH&amp;lt;sup&amp;gt;−&amp;lt;/sup&amp;gt;) (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;-waarden zijn gegeven). Met welke andere 2 koppels kan je dit nog doen? /3&lt;br /&gt;
# Geef de lewisstructuur, hybridisatie, polariteit (+ uitleg), en geometrie van XeF&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en PBr&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2019===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Geef de twee vuistregels voor een goede buffer en leg ze uit adhv neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg uit bloed als buffer en waarom het geen ideale buffer is. Geef de relatie tussen een buffer en een pH- titratie(curve). /6&lt;br /&gt;
#Vervolledig deze reactie, BrO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;  +  Br&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; →   Br&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;  +  H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O, en geef een plausibel reactiemechanisme voor deze reactie (Staat niet in de cursus maar wel gezien als een extra voorbeeld). BOD Tabel 6.2 n.7 /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Welke verbindingen zijn zelf niet zuur of basisch, maar vertonen wel zure of basische eigenschappen als ze in water gebracht worden? /6&lt;br /&gt;
# Bespreek de voorwaarden en de gevolgen van het stationariteitsprincipe.  Geef een duidelijk en relevant voorbeeld. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#De stabiliteitsconstante voor de vorming van het complex Pb(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; is 1,0.1016. De standaardreductiepotentiaal voor het koppel Pb&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/Pb(s) is -0,12V. Bereken aan de hand van deze gegevens de standaardreductiepotentiaal voor het koppel Pb(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/Pb(s). / 3&lt;br /&gt;
#Er wordt een buffer met pH = 6,90 gemaakt uitgaande van NaH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; en Na&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;HPO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;. De eindconcentratie van NaH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; in 400 mL van deze oplossing is 0,020 M. Bereken hoeveel gram dinatriumwaterstoffosfaat er in deze oplossing moet zitten om de beoogde pH te realiseren. Aan deze oplossing wordt 100 mL 0,0080 M HI toegevoegd. Bereken ook de pH na toevoeging hiervan. Vanaf hoeveel mol NaOH toegevoegd zou de startbuffer niet meer werkzaam zijn? Licht kort toe. /3&lt;br /&gt;
&amp;lt;sup&amp;gt;&amp;lt;/sup&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Stel een mogelijk reactiemechanisme voor bij reactie 7 BOD tabel 6.2. /4&lt;br /&gt;
#Waarom mag men geen ontkalker bij javel doen? Geef alle relevante reacties. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Bepaal de baseconstante van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels. /3&lt;br /&gt;
#Geef de Lewisstructuur, hybridisatie en polariteit van XeF&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en HClO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Hoe kan men het evenwicht naar de producten doen verschuiven? Heeft dit dan ook gevolgen voor de reactiesnelheid? /4&lt;br /&gt;
# Vergelijk chroomvocht (dichromaat in zwavelzuur), piranhazuur (waterstofperoxide in zwavelzuur), koningswater en cyanide in base als oplosmiddelen voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Je wilt 0.488 g Cu(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossen in water tot een eindvolume van 100 mL. Bereken hoeveel gram NaCl er nodig is om ervoor te zorgen dat Cu(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; niet neerslaat. Het CuCl&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; complex wordt gevormd. /3&lt;br /&gt;
# Bepaal grafisch de activeringsenergie van de reactie (tabel met temperatuur en snelheidsconstantes gegeven). Bepaal ook de snelheidsconstante bij 37°C. Kan je hiermee iets zeggen over de orde van de reactie? /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2018 ===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Hoe kan de snelheid van de reactie beïnvloed worden? Verandert dan ook de ligging van het evenwicht van de reactie? /6&lt;br /&gt;
# Welke factoren bepalen of een molecule al dan niet een permanent dipoolmoment bezit? Geef duidelijke voorbeelden. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Je wilt 42.72 g Fe(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossen in water tot een eindvolume van 500 mL. Bereken welke concentratie waterstoffluoride (HF) er nodig is om ervoor te zorgen dat Fe(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; niet neerslaat. /3&lt;br /&gt;
# Stel de correcte redoxreactie op van de koppels Br&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;/Br&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; en AsO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;3-&amp;lt;/sup&amp;gt;/AsO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;. Toon aan met berekeningen dat het over een aflopende reactie gaat bij kamertemperatuur (25°C) /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2018 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van chloor in base. Geef een belangrijke toepassing.&lt;br /&gt;
# Vergelijk de ideale gaswet met de van der Waalsvergelijking voor reële gassen en bespreek de trend in co-volume b en cohesiedruk a (BOD p.141) voor H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, CO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en C&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;H&amp;lt;sub&amp;gt;10&amp;lt;/sub&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 namiddag ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# BOD tabel 6.2, reactie 8: stel een mogelijk reactiemachanisme voor&lt;br /&gt;
# Wat zijn de 2 vuistregels van een goeie buffer? Leidt deze af aan de hand van de begrippen neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg de link met pH-titratie. Leg uit: bloed als buffer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# bepaal de baseconstante van MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels&lt;br /&gt;
# lewisstructuur, hybridisatie en polariteit van 2 moleculen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 namiddag ===&lt;br /&gt;
(examen voor gedeeltelijke vrijstelling, enkel vragen deel E)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Wat zijn de drijvende krachten bij een complexatiereactie? Toon aan met goed gekozen voorbeelden, en leg uit aan de hand van de kenmerken van een hoge stabiliteitsconstante. /4&lt;br /&gt;
# Wat zijn de 2 vuistregels van een goeie buffer? Leidt deze af aan de hand van de begrippen neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg de link met pH-titratie. Leg uit: bloed als buffer. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Bepaal de baseconstante van MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels /3&lt;br /&gt;
# Hoeveel zilverbromide kan je oplossen in een 0.530M ammoniakoplossing. Verwaarloos de basische eigenschappen van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3 (Toepassing neerslag &amp;amp; complexatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 september 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Waarom zijn er diagonaalrelaties? Geef voorbeelden van chemische eigenschappen die gebruikt worden in chemische reacties. /5 &lt;br /&gt;
#Geef het verband tussen de redoxpotentiaal van een redoxhalfreactie en de evenwichtconstante van de gehele reactie. Geef ook de gevolgen. /5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of er neerslagvorming optreedt. &lt;br /&gt;
#Vrijgekomen warmte en energie uit een reactie berekenen. &lt;br /&gt;
=== 25 Augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Vergelijk het verschil van de invloed van temperatuur op de reactiesnelheid en het evenwicht - zowel in formulevorm als grafisch /6&lt;br /&gt;
k &amp;amp; K afleiden en grafisch weergeven met resp. ln k ~ 1/T en ln K ~ 1/T (voor dH&amp;gt;0 en dH&amp;lt;0)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Welke chemisch relevante eigenschappen van atomen kan je afleiden van de positie in het periodiek systeem? /4 &lt;br /&gt;
Zuur-base; oxidans-reductans (+verband), ... (atomen, niet ionen van het element!)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Hoeveel zilverbromide kan je oplossen in een 0.53M ammonium oplossing. Verwaarloos de basische eigenschappen van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
(Toepassing neerslag &amp;amp; complexatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Redoxreactie van SO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/SO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)- en MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/MnO(v). /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 Augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan het evenwicht in de richting van de producten worden verschoven? Heeft dit invloed op het evenwicht? /6&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;concentratie wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
principe van Le Chatelier&lt;br /&gt;
hogere concentratie → meer kans op botsingen → sneller&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;druk wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
bij drukverhoging → daalt volume → c=n/v dus concentratie stijgt (vanaf dan analoog aan Le Chatelier)&lt;br /&gt;
bij drukverlaging is gunstig voor reacties waarbij ΔN = (N&amp;lt;sub&amp;gt;producten&amp;lt;/sub&amp;gt; - N&amp;lt;sub&amp;gt;reagentia&amp;lt;/sub&amp;gt;) negatief is(N staat voor de coëfficiënten van de stoffen in de reactie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;temperatuur wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
K&amp;lt;sub&amp;gt;ev&amp;lt;/sub&amp;gt; is temperatuursafhankelijk → ΔG =-RTln(K) ↔ ln(k)=-ΔH/RT +ΔS/R (teken grafiek 1/T met ln(k))&lt;br /&gt;
endo → hoge T is gunstig&lt;br /&gt;
exo → lage T is gunstig&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Wat is het verband tussen neerslag- en complexatiereacties? /4&lt;br /&gt;
ionen met een hoge ladingsdichtheid kunnen niet zoals bijvoorbeeld Na&amp;lt;sup&amp;gt;+&amp;lt;/sup&amp;gt; en Cl&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; (afkomstig van goed oplosbaar zou NaCl) in oplossing voorkomen,&lt;br /&gt;
aangezien dit niet stabiel is.&lt;br /&gt;
gaan dus ofwel neerslaan ofwel complexeren&lt;br /&gt;
(K&amp;lt;sub&amp;gt;sp&amp;lt;/sub&amp;gt; en 1/K&amp;lt;sub&amp;gt;st&amp;lt;/sub&amp;gt; vergelijken → de stabielste toestand gaat zich dan voordoen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Teken de lewis-structuur, geef het sterisch getal, hybridisatie, geometrische en atoomstructuur van HCN en ICl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. Geef ook aan of ze polair zijn of niet. /3&lt;br /&gt;
#Leid de K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; af van AsO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van zijn standaarreductiepotentiaal. Kies zelf een goed redoxkoppel. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Welke verbindingen zijn zelf niet zuur of basisch, maar vertonen wel zure of basische eigenschappen als ze in water gebracht worden? /6&lt;br /&gt;
#Hoe kunnen meerdere verschillende kationen die samen in een mengsel voorkomen, van elkaar gescheiden worden? Waarop moet je letten om de scheiding zo volledig mogelijk te laten gebeuren? /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming /3&lt;br /&gt;
#correcte redoxreactie van 2 gegeven koppels schrijven en berekenen dat dit een aflopende reactie is. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Bij welke reacties is quenchen van toepassing? Leg goed uit en geef een voorbeeld. /4&lt;br /&gt;
#Vergelijk chroomvocht, piranhazuur, koningswater en cyanide in base als oplossmiddel voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Roosterenergie berekenen /2.5&lt;br /&gt;
#concentratie zout berekenen die toegevoegd moet worden om gegeven hoeveelheid neerslag op te doen lossen. /3.5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
VM&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je de reactiesnelheid beïnvloeden? Wat betekent dit voor het chemisch evenwicht? /4&lt;br /&gt;
#Wat gebeurt er bij de elektrolyse van water voor geen, een weinig en veel NaCL? /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#pH + werkelijke ionenconcentraties van een bioprotisch zuur berekenen /3&lt;br /&gt;
#een slecht oplosbaar zout oplossen aan de hand van complexatie door een te berekenen massa NaCl toe te voegen /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je het evenwicht naar de kant van de producten brengen? Heeft dit een invloed op de snelheid?&lt;br /&gt;
#Geef het verband tussen protontransferreacties en elektrontransferreacties. Geef voorbeelden die dit verduidelijken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming.&lt;br /&gt;
#Bepaal de hybridisatie en geometrie van PCl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; en SF&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;. Teken de atoomstructuur en zijn deze moleculen polair of apolair en een uitleg waarom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Vuistregels met afleiding van buffers geven, dit ook toepassen op pH titraties, bloed als buffer bespreken&lt;br /&gt;
#Hebben kationen basische of zure eigenschappen, zijn dit dan zwakke of sterke zuren of basen (voorbeelden kunnen helpen en verduidelijkend zijn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen &lt;br /&gt;
#Aantal mL en molair NiSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;-oplossing samenvoegen met een aantal ml en molair NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;, toon aan dat ondanks het gevormde complex nikkel (II) ammoniak er toch nog neerslag gevormd wordt&lt;br /&gt;
#Een tabel gegeven van temperatuur en snelheidsconstante, de opdracht is grafisch de activeringsenergie te berekenen en k te berekenen bij 250°C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== XX Augustus 2016 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leg de verschillende soorten isomerie uit + wat is tautomerie?&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom fluoride in tandpasta zit (alle 6 puntjes geven, dus ook vorming CaF uitleggen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Random oefening uit oefenzitting&lt;br /&gt;
#Berekend de K&amp;lt;sub&amp;gt;w&amp;lt;/sub&amp;gt; vertrekkende vanuit de standaardreductiepotentialen voor water in zuur/basisch milieu&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===XX januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leg de elementaire reactiestappen uit adhv voorbeelden (mono,bi,termoleculair, stationariteitsprincipe, vorming ozon)&lt;br /&gt;
#Geef de &#039;&#039;&#039;essentie&#039;&#039;&#039; van een titratie + grafieken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
#Oplosbaarheid van AgNO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; berekenen na toevoegen van een of ander zuur/base&lt;br /&gt;
#nog een oefening&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===  11 januari 2016 ===&lt;br /&gt;
#Hoe bepaal je de geometrische structuur bij covalent gebonden atomen en geef 3 voorbeelden &lt;br /&gt;
#bij welke reactie is quenching van toepassing?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===XX januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#heterogene en homogene en enzymatische katalysator + alles uitleggen hiervan&lt;br /&gt;
#loodbatterij&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Verschillen tussen Co en Fe en zeggen waarom Fe gebruikt wordt voor zuurstof transport &lt;br /&gt;
#het verschil tussen C dubbel gebonden en enkel gebonden &lt;br /&gt;
#bij de oefeningen was eentje E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; bepalen ahv K&amp;lt;sub&amp;gt;a&amp;lt;/sub&amp;gt; en een andere E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; &lt;br /&gt;
#andere grafisch de orde enzo bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 JAN 2014===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Roosterenergie van 2 roosters (NaCl en MgO) berekenen met de formule, zeggen of er nog een andere manier was om die te vinden (Hess) en of er een verschil in uitkomst te verwachten was tussen de twee manieren. Vergelijken van de pH van de twee oplossingen.&lt;br /&gt;
#Uitleggen waarom termoleculaire reactiestappen omwaarschijnlijk zijn. Reactiemechanisme van 2HI + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; → I&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O  geven. Stationariteitsprincipe uitleggen en zeggen of het op die reactie van toepassing was. &lt;br /&gt;
#Waar/soms waar/niet waar: Een proces is spontaan als de entropie in het systeem toeneemt. &lt;br /&gt;
#Uitleggen wat een buffer is en de vuistregels voor een goede buffer uitleggen zonder de hele wiskundige berekening te doen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen.&lt;br /&gt;
#Oplosbaarheid van AgBr, complexatie met thiosulfaat en alternatieve manier geven om oplosbaarheid te verhogen. Uitleggen waarom die laatste manier weinig effect zou hebben.&lt;br /&gt;
#Celpotentiaal berekenen van een gegeven schematische voorstelling.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 JAN 2013===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de elektronenstructuur van de atomen N en O met die van de moleculen N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;. Licht de hierbij essentiële principes toe.&lt;br /&gt;
# Geef de chemische functies van water. Geef bij iedere functie een voorbeeld in de vorm van een reactievergelijking. Is water sterk of zwak in deze functie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# CuSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing met NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing (grootheden gegeven). Laat zien dat er ondanks de complexatie toch nog neerslagvorming optreedt.&lt;br /&gt;
# Gegeven concentraties (van reactieproduct) in functie van de tijd. Bepaal grafisch de orde en de halfwaardetijd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 FEB 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Geef twee vuistregels voor een goede buffer en toon ze aan aan de hand van de neutralisatiegraad en de buffer capaciteit. &lt;br /&gt;
#* Geef het verband hiervan met pH- titratie &lt;br /&gt;
#* Is bloed een goede buffer ? Verklaar. &lt;br /&gt;
# Verklaar waarom men tandpasta fluorideert.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie.&lt;br /&gt;
# Broom in base.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Welke reacties kunnen optreden als katalysator bij redoxreacties?&lt;br /&gt;
# Leidt de halfreacties van een zwavelzure loodbatterij af&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# hoe bepaal je de elektronenconfiguratie van diatomaire moleculen en geef twee duidelijk verschillende voorbeelden&lt;br /&gt;
# vergelijk Al en Li voor batterijen, geef voor en nadelen en verklaar waarom er Li batterijen zijn en geen Al&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# staaf met enkele goed gekoze voorbeelden het belang van de ladingsdichtheid in de chemie&lt;br /&gt;
# welke reacties hebben er baat bij quenching toe te passen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie. &lt;br /&gt;
# Leg de elektrolyse van water uit in de volgende omstandigheden:1. zonder zout, 2. met een beetje zout en 3. met oplossing van veel zeezout. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
Theorie :&lt;br /&gt;
# geef de vuistregels voor bufferoplossing + afleiden buffercapaciteit en neutralisatiegraad. link met pH-titratie. vertellen over bloed als buffer, goede/slechte buffer?&lt;br /&gt;
# iets van Fe complexatie, waarom de natuur is aangepast aan ademhaling door complexvorming van Fe met zuurstof&lt;br /&gt;
Oefeningen :&lt;br /&gt;
# van deel C met een tabel met waarden, orde van reactie afleiden + grafisch k en t&amp;lt;sub&amp;gt;1/2&amp;lt;/sub&amp;gt; bepalen&lt;br /&gt;
# berekenen of PbOH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; neerslaat, uit een mengsel van PbSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; met NaOH geloof ik&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de bindingssterkte en reactiviteit van C=C en C - C (enkelvoudige binding) op 4 ptn&lt;br /&gt;
# Vergelijk de afhankelijkheid van de temperatuur voor de snelheidsconstante en de evenwichtsconstante&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===1 FEB 2011=== &lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek: Chroomvocht, Piranhazuur , koningswater en cyanide in base en hun werking op (edel)metalen. (/6)&lt;br /&gt;
# Wat is een indicator en hoe werkt het? (/4)&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# P&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; + BR&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; =&amp;amp;gt; PBR&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; vul aan met coefficienten en bereken de temperatuur waarvoor deze reactie spontaan zal verlopen. (/2.5)&lt;br /&gt;
# en een oefening over de combinatie van complexvorming van AlOH&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; en de neerslag van AlOH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. (/3.5)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 sep 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Verschillen en gelijkenissen tussen homogene, heterogene en enzymatische katalyse geven. Verduidelijken met vb.&lt;br /&gt;
# Bindingssterkte en reactiviteit vergelijken tussen C-C en C=C. Welke reacties ondergaan ze.&lt;br /&gt;
Oefingen:&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid&lt;br /&gt;
# Enthalpie &amp;amp;amp; Entropie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 jan 2010===&lt;br /&gt;
# bespreek de oplosbaarheid van metalen in zuur en basisch milieu (/6) &lt;br /&gt;
# bespreek &amp;amp;quot;quenching&amp;amp;quot; en voor welke reacties is dit toepasbaar? (/4) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen: &lt;br /&gt;
# bepaal de oplosbaarheid van AgBr in een molaire NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing (complexvorming) &lt;br /&gt;
# een reactie difluor en diwaterstof -&amp;amp;gt; 2HF. Gaat deze reactie op bij 500K ?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 jan 2010===&lt;br /&gt;
# vergelijk piranhazuur, koningswater, dichromaat en cyanide voor het oplossen van edelmetalen. (.../6)&lt;br /&gt;
# welke reacties kunnen als katalysator optreden bij een redoxreactie? (.../4)&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een oplossing van Ti(II)-ionen wordt in zuur midden getitreerd met een dichromaatoplossing (K&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;Cr&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;7-&amp;lt;/sub&amp;gt;oplossing). Hierbij worden het Cr(III)-ion en het Ti(III)-ion gevormd. Toon aan dat het gaat om een aflopende reactie.Het verloop van de titratie wordt potentiometrisch gevolgd en ook de pH wordt constant gemeten. In de oplossing zit nog een kalomelelektrode (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=0.25V) die aan de anode gekoppeld is en een platina-elektrode. Op zeker ogenblik - na het passeren van het equivalentiepunt - wordt een celpotentiaal van 0.95V gemeten en een pH van 1.2. Bereken de concentratie aan Cr&amp;lt;sup&amp;gt;3+&amp;lt;/sup&amp;gt; ionen, als je weet dat deze concentratie vier maal hoger ligt dan die van de dichromaationen. (.../3)&lt;br /&gt;
# Aan een oplossing van 70 ml 0.20 M nikkelsulfaat wordt 30 ml 0.60 M ammoniak toegevoegd. Toon aan dat er - ondanks de complexvorming - toch hydroxideneerslag gevormd zal worden. (.../3)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Toon het belang aan van ladingsdichtheid in de scheikunde. Geef telkens duidelijk verschillende voorbeelden als het over verschillende soorten reacties gaat.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van broom in base. Geef een relevante toepassing.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Bij 298 K gaat onderstaande reactie op. Men maakt een oplossing van 35,5 g van Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en 0,1 g van H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; in een totaal volume van 200 ml. Wat zijn de evenwichtsconcentraties van H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en HCl ?&lt;br /&gt;
#*H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) + Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) &amp;amp;lt;=&amp;amp;gt; 2HCl(g) &lt;br /&gt;
# Bereken de Kb van IO-, uitgaande van&lt;br /&gt;
#*IO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq) / HIO(l)   E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; = 1,13V&lt;br /&gt;
#*IO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq) / IO&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)  E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; = 0,15V&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Wat is een dipoolmoment?&lt;br /&gt;
# Vroeger werd kaliumpermanganaat e.a. veel gebruikt als goede oxidator. Tegenwoordig wordt pirhanazuur (mengsel waterstofperoxide/zwavelzuur) gebruikt. Waarom?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Temperatuurverandering berekenen van ijs (faseverandering,...)&lt;br /&gt;
# Nog zo&#039;n oefening in die aard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de temperatuursafhankelijkheid van de evenwichtsconstante en de snelheidsconstante.&lt;br /&gt;
# Waarom is een stof goed of slecht oplosbaar in water? En hoe kan je een slecht oplosbare stof beter oplosbaar maken?&lt;br /&gt;
# Maak een vergelijking tussen thermodinamica en kinetica van metathesereacties versus complexatiereacties.&lt;br /&gt;
# Geef de 2 hoofdregels voor het maken van een buffer en leid ze wiskundig af.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsconstante berekenen bij 45°C (je krijgt de reactie)&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is&lt;br /&gt;
# K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 feb 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reacties kunnen een redoxreactie katalyseren?&lt;br /&gt;
# Geef het verband tussen neerslagreacties en complexatiereacties en geef een goed gevonden voorbeeld.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsconstante berekenen bij 45°C (je krijgt de reactie)&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is&lt;br /&gt;
# K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg uit wat tautomerie is + vb.&lt;br /&gt;
# Voor het oxideren werden vroeger vaak de klassieke sterke oxidanten permanaat of dichromaat in zwavelzuur gebruikt, waarom is het gebruik van &amp;amp;quot;piranaha-zuur&amp;amp;quot; (waterstofperoxide in zwavelzuur) aan een opmars bezig?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# men wil 200 ml maken van een oplossing die 3,81g magnesiumcloride en 0,8g natriumhydroxide bevat. Hoeveel gram ammoniumbromide moet er ook in deze oplossing zitter, opdat er geen neerslag is?&lt;br /&gt;
# Boven/onder welke temperatuur gaat deze reactie spontaan op? &lt;br /&gt;
#* N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; (g) + O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) = 2NO (g)&lt;br /&gt;
#* Bereken ook de evenwichtsconstante bij 68°C.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# geef verband van de ionbinding en de covalente binding + verklaar&lt;br /&gt;
# geef verband pH en redoxpotentiaal&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# bereken kb van een stof aan hand van 2 redoxpotentialen &lt;br /&gt;
# oefenening waar je een eind temperatuur moest berekenen met warmtecapaciteit en latente verdampingswarmte (aangezien er een faseovergang is)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Larsceulemans</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Grondslagen_van_de_Chemie&amp;diff=1483</id>
		<title>Grondslagen van de Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Grondslagen_van_de_Chemie&amp;diff=1483"/>
		<updated>2019-01-22T16:44:35Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Larsceulemans: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Basisvak chemie voor 1e bachelor chemie, biochemie en biologie.&lt;br /&gt;
Gedoceerd door professor &amp;amp;lt;s&amp;amp;gt;Koen Clays&amp;amp;lt;/s&amp;amp;gt; &amp;amp;lt;s&amp;amp;gt;Bart Goderis (sinds academiejaar 2013-2014)&amp;amp;lt;/s&amp;amp;gt; Koen Clays&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 januari 2019 voormiddag===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
#ClO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; + Cl&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; -&amp;gt; Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; schrijf reactievergelijking en geef een plausibel reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#leidt halfreacties loodbatterij af en geef werking van dergelijke batterij&lt;br /&gt;
oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#hoeveel gram NaCl moet je toevoegen aan 0,488 gram Cu(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; in 100 ml om het volledig op te lossen, als je weet dat het CuCl&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; complex gevormd wordt&lt;br /&gt;
#NH&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;NO&amp;lt;sub&amp;gt;3(s)&amp;lt;/sub&amp;gt; -&amp;gt; 2N&amp;lt;sub&amp;gt;2(g)&amp;lt;/sub&amp;gt; + 2O&amp;lt;sub&amp;gt;2(g)&amp;lt;/sub&amp;gt; + 4H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;(g)&amp;lt;/sub&amp;gt; is de reactie aflopend bij 40 graden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2019 voormiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Bespreek de spontane ontbinding van waterstofperoxide. Welke parameters dragen bij tot de ontbinding en hoe kan je dit tegen gaan?&lt;br /&gt;
#De ruimtelijke structuur van de covalente binding, 4 relevante voorbeelden geven en bespreken.&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#0,040 M 100 mL H&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; bij 100 ml 4M Ca&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;-ionen. Wordt er neerslag gevormd?&lt;br /&gt;
#Een orde oefening met grafisch de halfwaarde tijd en k bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2019===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je het evenwicht naar de kant van de producten krijgen. Heeft dit ook invloed op de snelheid van de reactie? /6&lt;br /&gt;
#Stel een chemisch mechanisme op zodat citroenzuur (wat een bestandsdeel is van citroensap) kan ontgiften. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Bepaal de K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; uit de gegeven redoxkoppels (H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O/HO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;−&amp;lt;/sup&amp;gt; en HO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;−&amp;lt;/sup&amp;gt;/OH&amp;lt;sup&amp;gt;−&amp;lt;/sup&amp;gt;) (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;-waarden zijn gegeven). Met welke andere 2 koppels kan je dit nog doen? /3&lt;br /&gt;
# Geef de lewisstructuur, hybridisatie, polariteit (+ uitleg), en geometrie van XeF&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en PBr&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2019===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Geef de twee vuistregels voor een goede buffer en leg ze uit adhv neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg uit bloed als buffer en waarom het geen ideale buffer is. Geef de relatie tussen een buffer en een pH- titratie(curve). /6&lt;br /&gt;
#Vervolledig deze reactie, BrO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;  +  Br&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; →   Br&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;  +  H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O, en geef een plausibel reactiemechanisme voor deze reactie (Staat niet in de cursus maar wel gezien als een extra voorbeeld). BOD Tabel 6.2 n.7 /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Welke verbindingen zijn zelf niet zuur of basisch, maar vertonen wel zure of basische eigenschappen als ze in water gebracht worden? /6&lt;br /&gt;
# Bespreek de voorwaarden en de gevolgen van het stationariteitsprincipe.  Geef een duidelijk en relevant voorbeeld. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#De stabiliteitsconstante voor de vorming van het complex Pb(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; is 1,0.1016. De standaardreductiepotentiaal voor het koppel Pb&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/Pb(s) is -0,12V. Bereken aan de hand van deze gegevens de standaardreductiepotentiaal voor het koppel Pb(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/Pb(s). / 3&lt;br /&gt;
#Er wordt een buffer met pH = 6,90 gemaakt uitgaande van NaH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; en Na&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;HPO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;. De eindconcentratie van NaH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; in 400 mL van deze oplossing is 0,020 M. Bereken hoeveel gram dinatriumwaterstoffosfaat er in deze oplossing moet zitten om de beoogde pH te realiseren. Aan deze oplossing wordt 100 mL 0,0080 M HI toegevoegd. Bereken ook de pH na toevoeging hiervan. Vanaf hoeveel mol NaOH toegevoegd zou de startbuffer niet meer werkzaam zijn? Licht kort toe. /3&lt;br /&gt;
&amp;lt;sup&amp;gt;&amp;lt;/sup&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Stel een mogelijk reactiemechanisme voor bij reactie 7 BOD tabel 6.2. /4&lt;br /&gt;
#Waarom mag men geen ontkalker bij javel doen? Geef alle relevante reacties. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Bepaal de baseconstante van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels. /3&lt;br /&gt;
#Geef de Lewisstructuur, hybridisatie en polariteit van XeF&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en HClO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Hoe kan men het evenwicht naar de producten doen verschuiven? Heeft dit dan ook gevolgen voor de reactiesnelheid? /4&lt;br /&gt;
# Vergelijk chroomvocht (dichromaat in zwavelzuur), piranhazuur (waterstofperoxide in zwavelzuur), koningswater en cyanide in base als oplosmiddelen voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Je wilt 0.488 g Cu(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossen in water tot een eindvolume van 100 mL. Bereken hoeveel gram NaCl er nodig is om ervoor te zorgen dat Cu(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; niet neerslaat. Het CuCl&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; complex wordt gevormd. /3&lt;br /&gt;
# Bepaal grafisch de activeringsenergie van de reactie (tabel met temperatuur en snelheidsconstantes gegeven). Bepaal ook de snelheidsconstante bij 37°C. Kan je hiermee iets zeggen over de orde van de reactie? /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2018 ===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Hoe kan de snelheid van de reactie beïnvloed worden? Verandert dan ook de ligging van het evenwicht van de reactie? /6&lt;br /&gt;
# Welke factoren bepalen of een molecule al dan niet een permanent dipoolmoment bezit? Geef duidelijke voorbeelden. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Je wilt 42.72 g Fe(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossen in water tot een eindvolume van 500 mL. Bereken welke concentratie waterstoffluoride (HF) er nodig is om ervoor te zorgen dat Fe(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; niet neerslaat. /3&lt;br /&gt;
# Stel de correcte redoxreactie op van de koppels Br&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;/Br&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; en AsO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;3-&amp;lt;/sup&amp;gt;/AsO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;. Toon aan met berekeningen dat het over een aflopende reactie gaat bij kamertemperatuur (25°C) /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2018 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van chloor in base. Geef een belangrijke toepassing.&lt;br /&gt;
# Vergelijk de ideale gaswet met de van der Waalsvergelijking voor reële gassen en bespreek de trend in co-volume b en cohesiedruk a (BOD p.141) voor H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, CO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en C&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;H&amp;lt;sub&amp;gt;10&amp;lt;/sub&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 namiddag ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# BOD tabel 6.2, reactie 8: stel een mogelijk reactiemachanisme voor&lt;br /&gt;
# Wat zijn de 2 vuistregels van een goeie buffer? Leidt deze af aan de hand van de begrippen neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg de link met pH-titratie. Leg uit: bloed als buffer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# bepaal de baseconstante van MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels&lt;br /&gt;
# lewisstructuur, hybridisatie en polariteit van 2 moleculen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 namiddag ===&lt;br /&gt;
(examen voor gedeeltelijke vrijstelling, enkel vragen deel E)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Wat zijn de drijvende krachten bij een complexatiereactie? Toon aan met goed gekozen voorbeelden, en leg uit aan de hand van de kenmerken van een hoge stabiliteitsconstante. /4&lt;br /&gt;
# Wat zijn de 2 vuistregels van een goeie buffer? Leidt deze af aan de hand van de begrippen neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg de link met pH-titratie. Leg uit: bloed als buffer. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Bepaal de baseconstante van MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels /3&lt;br /&gt;
# Hoeveel zilverbromide kan je oplossen in een 0.530M ammoniakoplossing. Verwaarloos de basische eigenschappen van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3 (Toepassing neerslag &amp;amp; complexatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 september 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Waarom zijn er diagonaalrelaties? Geef voorbeelden van chemische eigenschappen die gebruikt worden in chemische reacties. /5 &lt;br /&gt;
#Geef het verband tussen de redoxpotentiaal van een redoxhalfreactie en de evenwichtconstante van de gehele reactie. Geef ook de gevolgen. /5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of er neerslagvorming optreedt. &lt;br /&gt;
#Vrijgekomen warmte en energie uit een reactie berekenen. &lt;br /&gt;
=== 25 Augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Vergelijk het verschil van de invloed van temperatuur op de reactiesnelheid en het evenwicht - zowel in formulevorm als grafisch /6&lt;br /&gt;
k &amp;amp; K afleiden en grafisch weergeven met resp. ln k ~ 1/T en ln K ~ 1/T (voor dH&amp;gt;0 en dH&amp;lt;0)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Welke chemisch relevante eigenschappen van atomen kan je afleiden van de positie in het periodiek systeem? /4 &lt;br /&gt;
Zuur-base; oxidans-reductans (+verband), ... (atomen, niet ionen van het element!)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Hoeveel zilverbromide kan je oplossen in een 0.53M ammonium oplossing. Verwaarloos de basische eigenschappen van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
(Toepassing neerslag &amp;amp; complexatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Redoxreactie van SO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/SO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)- en MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/MnO(v). /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 Augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan het evenwicht in de richting van de producten worden verschoven? Heeft dit invloed op het evenwicht? /6&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;concentratie wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
principe van Le Chatelier&lt;br /&gt;
hogere concentratie → meer kans op botsingen → sneller&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;druk wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
bij drukverhoging → daalt volume → c=n/v dus concentratie stijgt (vanaf dan analoog aan Le Chatelier)&lt;br /&gt;
bij drukverlaging is gunstig voor reacties waarbij ΔN = (N&amp;lt;sub&amp;gt;producten&amp;lt;/sub&amp;gt; - N&amp;lt;sub&amp;gt;reagentia&amp;lt;/sub&amp;gt;) negatief is(N staat voor de coëfficiënten van de stoffen in de reactie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;temperatuur wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
K&amp;lt;sub&amp;gt;ev&amp;lt;/sub&amp;gt; is temperatuursafhankelijk → ΔG =-RTln(K) ↔ ln(k)=-ΔH/RT +ΔS/R (teken grafiek 1/T met ln(k))&lt;br /&gt;
endo → hoge T is gunstig&lt;br /&gt;
exo → lage T is gunstig&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Wat is het verband tussen neerslag- en complexatiereacties? /4&lt;br /&gt;
ionen met een hoge ladingsdichtheid kunnen niet zoals bijvoorbeeld Na&amp;lt;sup&amp;gt;+&amp;lt;/sup&amp;gt; en Cl&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; (afkomstig van goed oplosbaar zou NaCl) in oplossing voorkomen,&lt;br /&gt;
aangezien dit niet stabiel is.&lt;br /&gt;
gaan dus ofwel neerslaan ofwel complexeren&lt;br /&gt;
(K&amp;lt;sub&amp;gt;sp&amp;lt;/sub&amp;gt; en 1/K&amp;lt;sub&amp;gt;st&amp;lt;/sub&amp;gt; vergelijken → de stabielste toestand gaat zich dan voordoen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Teken de lewis-structuur, geef het sterisch getal, hybridisatie, geometrische en atoomstructuur van HCN en ICl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. Geef ook aan of ze polair zijn of niet. /3&lt;br /&gt;
#Leid de K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; af van AsO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van zijn standaarreductiepotentiaal. Kies zelf een goed redoxkoppel. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Welke verbindingen zijn zelf niet zuur of basisch, maar vertonen wel zure of basische eigenschappen als ze in water gebracht worden? /6&lt;br /&gt;
#Hoe kunnen meerdere verschillende kationen die samen in een mengsel voorkomen, van elkaar gescheiden worden? Waarop moet je letten om de scheiding zo volledig mogelijk te laten gebeuren? /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming /3&lt;br /&gt;
#correcte redoxreactie van 2 gegeven koppels schrijven en berekenen dat dit een aflopende reactie is. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Bij welke reacties is quenchen van toepassing? Leg goed uit en geef een voorbeeld. /4&lt;br /&gt;
#Vergelijk chroomvocht, piranhazuur, koningswater en cyanide in base als oplossmiddel voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Roosterenergie berekenen /2.5&lt;br /&gt;
#concentratie zout berekenen die toegevoegd moet worden om gegeven hoeveelheid neerslag op te doen lossen. /3.5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
VM&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je de reactiesnelheid beïnvloeden? Wat betekent dit voor het chemisch evenwicht? /4&lt;br /&gt;
#Wat gebeurt er bij de elektrolyse van water voor geen, een weinig en veel NaCL? /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#pH + werkelijke ionenconcentraties van een bioprotisch zuur berekenen /3&lt;br /&gt;
#een slecht oplosbaar zout oplossen aan de hand van complexatie door een te berekenen massa NaCl toe te voegen /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je het evenwicht naar de kant van de producten brengen? Heeft dit een invloed op de snelheid?&lt;br /&gt;
#Geef het verband tussen protontransferreacties en elektrontransferreacties. Geef voorbeelden die dit verduidelijken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming.&lt;br /&gt;
#Bepaal de hybridisatie en geometrie van PCl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; en SF&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;. Teken de atoomstructuur en zijn deze moleculen polair of apolair en een uitleg waarom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Vuistregels met afleiding van buffers geven, dit ook toepassen op pH titraties, bloed als buffer bespreken&lt;br /&gt;
#Hebben kationen basische of zure eigenschappen, zijn dit dan zwakke of sterke zuren of basen (voorbeelden kunnen helpen en verduidelijkend zijn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen &lt;br /&gt;
#Aantal mL en molair NiSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;-oplossing samenvoegen met een aantal ml en molair NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;, toon aan dat ondanks het gevormde complex nikkel (II) ammoniak er toch nog neerslag gevormd wordt&lt;br /&gt;
#Een tabel gegeven van temperatuur en snelheidsconstante, de opdracht is grafisch de activeringsenergie te berekenen en k te berekenen bij 250°C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== XX Augustus 2016 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leg de verschillende soorten isomerie uit + wat is tautomerie?&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom fluoride in tandpasta zit (alle 6 puntjes geven, dus ook vorming CaF uitleggen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Random oefening uit oefenzitting&lt;br /&gt;
#Berekend de K&amp;lt;sub&amp;gt;w&amp;lt;/sub&amp;gt; vertrekkende vanuit de standaardreductiepotentialen voor water in zuur/basisch milieu&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===XX januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leg de elementaire reactiestappen uit adhv voorbeelden (mono,bi,termoleculair, stationariteitsprincipe, vorming ozon)&lt;br /&gt;
#Geef de &#039;&#039;&#039;essentie&#039;&#039;&#039; van een titratie + grafieken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
#Oplosbaarheid van AgNO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; berekenen na toevoegen van een of ander zuur/base&lt;br /&gt;
#nog een oefening&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===  11 januari 2016 ===&lt;br /&gt;
#Hoe bepaal je de geometrische structuur bij covalent gebonden atomen en geef 3 voorbeelden &lt;br /&gt;
#bij welke reactie is quenching van toepassing?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===XX januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#heterogene en homogene en enzymatische katalysator + alles uitleggen hiervan&lt;br /&gt;
#loodbatterij&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Verschillen tussen Co en Fe en zeggen waarom Fe gebruikt wordt voor zuurstof transport &lt;br /&gt;
#het verschil tussen C dubbel gebonden en enkel gebonden &lt;br /&gt;
#bij de oefeningen was eentje E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; bepalen ahv K&amp;lt;sub&amp;gt;a&amp;lt;/sub&amp;gt; en een andere E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; &lt;br /&gt;
#andere grafisch de orde enzo bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 JAN 2014===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Roosterenergie van 2 roosters (NaCl en MgO) berekenen met de formule, zeggen of er nog een andere manier was om die te vinden (Hess) en of er een verschil in uitkomst te verwachten was tussen de twee manieren. Vergelijken van de pH van de twee oplossingen.&lt;br /&gt;
#Uitleggen waarom termoleculaire reactiestappen omwaarschijnlijk zijn. Reactiemechanisme van 2HI + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; → I&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O  geven. Stationariteitsprincipe uitleggen en zeggen of het op die reactie van toepassing was. &lt;br /&gt;
#Waar/soms waar/niet waar: Een proces is spontaan als de entropie in het systeem toeneemt. &lt;br /&gt;
#Uitleggen wat een buffer is en de vuistregels voor een goede buffer uitleggen zonder de hele wiskundige berekening te doen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen.&lt;br /&gt;
#Oplosbaarheid van AgBr, complexatie met thiosulfaat en alternatieve manier geven om oplosbaarheid te verhogen. Uitleggen waarom die laatste manier weinig effect zou hebben.&lt;br /&gt;
#Celpotentiaal berekenen van een gegeven schematische voorstelling.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 JAN 2013===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de elektronenstructuur van de atomen N en O met die van de moleculen N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;. Licht de hierbij essentiële principes toe.&lt;br /&gt;
# Geef de chemische functies van water. Geef bij iedere functie een voorbeeld in de vorm van een reactievergelijking. Is water sterk of zwak in deze functie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# CuSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing met NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing (grootheden gegeven). Laat zien dat er ondanks de complexatie toch nog neerslagvorming optreedt.&lt;br /&gt;
# Gegeven concentraties (van reactieproduct) in functie van de tijd. Bepaal grafisch de orde en de halfwaardetijd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 FEB 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Geef twee vuistregels voor een goede buffer en toon ze aan aan de hand van de neutralisatiegraad en de buffer capaciteit. &lt;br /&gt;
#* Geef het verband hiervan met pH- titratie &lt;br /&gt;
#* Is bloed een goede buffer ? Verklaar. &lt;br /&gt;
# Verklaar waarom men tandpasta fluorideert.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie.&lt;br /&gt;
# Broom in base.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Welke reacties kunnen optreden als katalysator bij redoxreacties?&lt;br /&gt;
# Leidt de halfreacties van een zwavelzure loodbatterij af&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# hoe bepaal je de elektronenconfiguratie van diatomaire moleculen en geef twee duidelijk verschillende voorbeelden&lt;br /&gt;
# vergelijk Al en Li voor batterijen, geef voor en nadelen en verklaar waarom er Li batterijen zijn en geen Al&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# staaf met enkele goed gekoze voorbeelden het belang van de ladingsdichtheid in de chemie&lt;br /&gt;
# welke reacties hebben er baat bij quenching toe te passen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie. &lt;br /&gt;
# Leg de elektrolyse van water uit in de volgende omstandigheden:1. zonder zout, 2. met een beetje zout en 3. met oplossing van veel zeezout. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
Theorie :&lt;br /&gt;
# geef de vuistregels voor bufferoplossing + afleiden buffercapaciteit en neutralisatiegraad. link met pH-titratie. vertellen over bloed als buffer, goede/slechte buffer?&lt;br /&gt;
# iets van Fe complexatie, waarom de natuur is aangepast aan ademhaling door complexvorming van Fe met zuurstof&lt;br /&gt;
Oefeningen :&lt;br /&gt;
# van deel C met een tabel met waarden, orde van reactie afleiden + grafisch k en t&amp;lt;sub&amp;gt;1/2&amp;lt;/sub&amp;gt; bepalen&lt;br /&gt;
# berekenen of PbOH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; neerslaat, uit een mengsel van PbSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; met NaOH geloof ik&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de bindingssterkte en reactiviteit van C=C en C - C (enkelvoudige binding) op 4 ptn&lt;br /&gt;
# Vergelijk de afhankelijkheid van de temperatuur voor de snelheidsconstante en de evenwichtsconstante&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===1 FEB 2011=== &lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek: Chroomvocht, Piranhazuur , koningswater en cyanide in base en hun werking op (edel)metalen. (/6)&lt;br /&gt;
# Wat is een indicator en hoe werkt het? (/4)&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# P&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; + BR&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; =&amp;amp;gt; PBR&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; vul aan met coefficienten en bereken de temperatuur waarvoor deze reactie spontaan zal verlopen. (/2.5)&lt;br /&gt;
# en een oefening over de combinatie van complexvorming van AlOH&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; en de neerslag van AlOH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. (/3.5)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 sep 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Verschillen en gelijkenissen tussen homogene, heterogene en enzymatische katalyse geven. Verduidelijken met vb.&lt;br /&gt;
# Bindingssterkte en reactiviteit vergelijken tussen C-C en C=C. Welke reacties ondergaan ze.&lt;br /&gt;
Oefingen:&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid&lt;br /&gt;
# Enthalpie &amp;amp;amp; Entropie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 jan 2010===&lt;br /&gt;
# bespreek de oplosbaarheid van metalen in zuur en basisch milieu (/6) &lt;br /&gt;
# bespreek &amp;amp;quot;quenching&amp;amp;quot; en voor welke reacties is dit toepasbaar? (/4) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen: &lt;br /&gt;
# bepaal de oplosbaarheid van AgBr in een molaire NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing (complexvorming) &lt;br /&gt;
# een reactie difluor en diwaterstof -&amp;amp;gt; 2HF. Gaat deze reactie op bij 500K ?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 jan 2010===&lt;br /&gt;
# vergelijk piranhazuur, koningswater, dichromaat en cyanide voor het oplossen van edelmetalen. (.../6)&lt;br /&gt;
# welke reacties kunnen als katalysator optreden bij een redoxreactie? (.../4)&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een oplossing van Ti(II)-ionen wordt in zuur midden getitreerd met een dichromaatoplossing (K&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;Cr&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;7-&amp;lt;/sub&amp;gt;oplossing). Hierbij worden het Cr(III)-ion en het Ti(III)-ion gevormd. Toon aan dat het gaat om een aflopende reactie.Het verloop van de titratie wordt potentiometrisch gevolgd en ook de pH wordt constant gemeten. In de oplossing zit nog een kalomelelektrode (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=0.25V) die aan de anode gekoppeld is en een platina-elektrode. Op zeker ogenblik - na het passeren van het equivalentiepunt - wordt een celpotentiaal van 0.95V gemeten en een pH van 1.2. Bereken de concentratie aan Cr&amp;lt;sup&amp;gt;3+&amp;lt;/sup&amp;gt; ionen, als je weet dat deze concentratie vier maal hoger ligt dan die van de dichromaationen. (.../3)&lt;br /&gt;
# Aan een oplossing van 70 ml 0.20 M nikkelsulfaat wordt 30 ml 0.60 M ammoniak toegevoegd. Toon aan dat er - ondanks de complexvorming - toch hydroxideneerslag gevormd zal worden. (.../3)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Toon het belang aan van ladingsdichtheid in de scheikunde. Geef telkens duidelijk verschillende voorbeelden als het over verschillende soorten reacties gaat.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van broom in base. Geef een relevante toepassing.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Bij 298 K gaat onderstaande reactie op. Men maakt een oplossing van 35,5 g van Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en 0,1 g van H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; in een totaal volume van 200 ml. Wat zijn de evenwichtsconcentraties van H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en HCl ?&lt;br /&gt;
#*H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) + Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) &amp;amp;lt;=&amp;amp;gt; 2HCl(g) &lt;br /&gt;
# Bereken de Kb van IO-, uitgaande van&lt;br /&gt;
#*IO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq) / HIO(l)   E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; = 1,13V&lt;br /&gt;
#*IO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq) / IO&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)  E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; = 0,15V&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Wat is een dipoolmoment?&lt;br /&gt;
# Vroeger werd kaliumpermanganaat e.a. veel gebruikt als goede oxidator. Tegenwoordig wordt pirhanazuur (mengsel waterstofperoxide/zwavelzuur) gebruikt. Waarom?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Temperatuurverandering berekenen van ijs (faseverandering,...)&lt;br /&gt;
# Nog zo&#039;n oefening in die aard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de temperatuursafhankelijkheid van de evenwichtsconstante en de snelheidsconstante.&lt;br /&gt;
# Waarom is een stof goed of slecht oplosbaar in water? En hoe kan je een slecht oplosbare stof beter oplosbaar maken?&lt;br /&gt;
# Maak een vergelijking tussen thermodinamica en kinetica van metathesereacties versus complexatiereacties.&lt;br /&gt;
# Geef de 2 hoofdregels voor het maken van een buffer en leid ze wiskundig af.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsconstante berekenen bij 45°C (je krijgt de reactie)&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is&lt;br /&gt;
# K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 feb 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reacties kunnen een redoxreactie katalyseren?&lt;br /&gt;
# Geef het verband tussen neerslagreacties en complexatiereacties en geef een goed gevonden voorbeeld.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsconstante berekenen bij 45°C (je krijgt de reactie)&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is&lt;br /&gt;
# K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg uit wat tautomerie is + vb.&lt;br /&gt;
# Voor het oxideren werden vroeger vaak de klassieke sterke oxidanten permanaat of dichromaat in zwavelzuur gebruikt, waarom is het gebruik van &amp;amp;quot;piranaha-zuur&amp;amp;quot; (waterstofperoxide in zwavelzuur) aan een opmars bezig?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# men wil 200 ml maken van een oplossing die 3,81g magnesiumcloride en 0,8g natriumhydroxide bevat. Hoeveel gram ammoniumbromide moet er ook in deze oplossing zitter, opdat er geen neerslag is?&lt;br /&gt;
# Boven/onder welke temperatuur gaat deze reactie spontaan op? &lt;br /&gt;
#* N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; (g) + O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) = 2NO (g)&lt;br /&gt;
#* Bereken ook de evenwichtsconstante bij 68°C.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# geef verband van de ionbinding en de covalente binding + verklaar&lt;br /&gt;
# geef verband pH en redoxpotentiaal&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# bereken kb van een stof aan hand van 2 redoxpotentialen &lt;br /&gt;
# oefenening waar je een eind temperatuur moest berekenen met warmtecapaciteit en latente verdampingswarmte (aangezien er een faseovergang is)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Larsceulemans</name></author>
	</entry>
</feed>