
<?xml version="1.0"?>
<feed xmlns="http://www.w3.org/2005/Atom" xml:lang="nl">
	<id>https://wiki.chemika.be/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=Marie</id>
	<title>Chemika Examenwiki - Gebruikersbijdragen [nl]</title>
	<link rel="self" type="application/atom+xml" href="https://wiki.chemika.be/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=Marie"/>
	<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Speciaal:Bijdragen/Marie"/>
	<updated>2026-07-28T09:07:38Z</updated>
	<subtitle>Gebruikersbijdragen</subtitle>
	<generator>MediaWiki 1.43.0</generator>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Oncobiologie&amp;diff=2217</id>
		<title>Oncobiologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Oncobiologie&amp;diff=2217"/>
		<updated>2020-06-23T13:34:15Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marie: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Samen met biologie, minor verbreding&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 juni 2020 NM===&lt;br /&gt;
#Geef de 10 hallmarks (gewoon oplijsten).&lt;br /&gt;
#Leg genomic instability uit en geef de link met kanker.&lt;br /&gt;
#Wat is metastase en welke factoren spelen er een rol? Geef 2 voorbeelden, gebruikmakend van alle kennis van de hallmarks, voor een therapie gericht tegen metastase.&lt;br /&gt;
#5 stellingen, juist of fout + verklaar:&lt;br /&gt;
#* p53 inactivatie is voordelig voor kankercellen.&lt;br /&gt;
#* VEGF is belangrijk voor stalk cells.&lt;br /&gt;
#* Inflammatie verhoogt het risico op kankerontwikkeling.&lt;br /&gt;
#* Kankercellen kunnen resistentie opbouwen tegen BCL-2 inhibitors.&lt;br /&gt;
#* Nog een.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2020 VM===&lt;br /&gt;
#Geef de 10 hallmarks (gewoon oplijsten)&lt;br /&gt;
#Leg angiogenese uit en geef de link met kanker.&lt;br /&gt;
#Hoe kunnen kankercellen het immuunsysteem ontsnappen? Geef 3 voorbeelden hoe dit toegepast kan worden voor kankertherapie.&lt;br /&gt;
#5 stellingen, juist of fout + verklaar:&lt;br /&gt;
#* Bax inactivatie is gunstig voor kankercellen&lt;br /&gt;
#* Tyrosine kinase inhibitoren kunnen apoptose induceren&lt;br /&gt;
#* Inflammatie vermindert het risico op kankerontwikkeling.&lt;br /&gt;
#* Zowel EMT als MET zijn belangrijk voor metastase.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===8 juni 2020 VM===&lt;br /&gt;
#Geef de 10 hallmarks.&lt;br /&gt;
#Leg genomic instability uit en geef de link met kanker.&lt;br /&gt;
#Hoe kunnen kankercellen het immuunsysteem ontsnappen? Geeft 3 voorbeelden hoe dit toegepast kan worden voor kankertherapie.&lt;br /&gt;
#5 stellingen, juist of fout + verklaar:&lt;br /&gt;
#* BCL2 inactivatie is voordelig voor kankercellen.&lt;br /&gt;
#* Kankercellen kunnen resistentie opbouwen tegen tyrosine kinase inhibitors.&lt;br /&gt;
#* Inflammatie verhoogt het risico op kankerontwikkeling.&lt;br /&gt;
#* VEGF is belangrijk voor stalk cells.&lt;br /&gt;
#* EMT is belangrijk voor metastase. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2019 NM===&lt;br /&gt;
#Geef de 10 hallmarks en geef een voorbeeld van een geneesmiddel (niet perse merknamen gewoon algemeen)&lt;br /&gt;
#Wat is metastase en welke factoren spelen er een rol?&lt;br /&gt;
#Hoe kunnen tumorcellen het immuunsysteem ontsnappen?&lt;br /&gt;
#Stellingen, waar of niet waar:&lt;br /&gt;
#* Kankercellen kunnen resistent worden tegen CAR Tcellen&lt;br /&gt;
#* BCL2 overexpressie is gunstig voor de kankercellen&lt;br /&gt;
#* Kankercellen kunnen geen dubble strand DNA breaks herstellen&lt;br /&gt;
#* De VEGF receptor kan worden uitgeschakeld met antibodies&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2019 VM===&lt;br /&gt;
# A) Geef de 10 hallmarks; B) Geef aan welke hallmarks belangrijk zijn voor initiatie van kanker (max 1 blz)&lt;br /&gt;
# Leg genomic instability uit en geef de link met kanker (max 2 blz)&lt;br /&gt;
# A) Leg apoptose uit en geef de link met kanker; B) Welke hallmarks kun je nog linken aan apoptose (max 2 blz)&lt;br /&gt;
# Stellingen:&lt;br /&gt;
#* VEGF zorgt voor generatie van stalk cellen&lt;br /&gt;
#* kankercellen kunnen resistent worden t.o.v. tyrosine kinase inhibitors&lt;br /&gt;
#* CAR T-cells kunnen de groei van kankercellen stimuleren&lt;br /&gt;
#* Nog 2 andere &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Geef de 10 hallmarks + geef een voorbeeld bij elke hallmark (met één regel plaats per voorbeeld)&lt;br /&gt;
# 5 stelling: waar of niet waar + verklaar:&lt;br /&gt;
#* BCL2 inactivatie is nodig voor een kankercel&lt;br /&gt;
#* Tyrosine kinase kan geactiveerd worden door een deletie van enkele aminozuren&lt;br /&gt;
#* Chromosomale translocatie kan een verandering in genexpressie meegeven&lt;br /&gt;
#* F notch beïnvloedt de richting van angiogenese&lt;br /&gt;
#* Glutamine wordt gebruikt om energie te maken&lt;br /&gt;
Mondeling (met schriftelijke voorbereiding):&lt;br /&gt;
# VEGF behandelingen uitleggen (leg 3 therapies uit + wat zijn de gevolgen).&lt;br /&gt;
# Hoe gaat een kankercel het immuunsysteem ontwijken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 juni 2018 VM===&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Geef de 10 hallmarks + geef een voorbeeld bij elke hallmark (met voorbeeld bedoelt hij hoe je kan zien dat een kankercel aan deze hallmark voldoet (bv. bij apoptose: p53 mutatie of bij deregulering energie metabolisme: aerobe glycolyse))&lt;br /&gt;
# 5 stelling: waar of niet waar + verklaar:&lt;br /&gt;
#* Deletion of BAX is beneficial to cancer cells.&lt;br /&gt;
#* All cells can become cancer cells.&lt;br /&gt;
#* Chromosomal translocation can inactivate genes.&lt;br /&gt;
#* Cancer cells can induce apoptosis of immune cells.&lt;br /&gt;
#* VEGF assists metastasis.&lt;br /&gt;
Mondeling (met schriftelijke voorbereiding):&lt;br /&gt;
# Wat is target cancer therapy en geef hier drie voorbeelden van.&lt;br /&gt;
# Wat is genomic instability en wat is de relatie met kankerontwikkeling.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16/06/2016 NM===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#4 stellingen:&lt;br /&gt;
#*De inactivatie van BCL2 is belangrijk voor kankercellen&lt;br /&gt;
#*Voor kankerstamcelonderzoek is het essentieel te werken op immunodeficiente muizen&lt;br /&gt;
#*Het Wahrung effect geeft aan dat er meer cytokine wordt geproduceerd&lt;br /&gt;
#*PARP-inhibitoren kunnen gebruikt worden tegen alle kankers&lt;br /&gt;
#Wat zijn de mogelijke therapieën voor het omzeilde immuunsysteem bij kankers?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Leg angiogenese uit, wat doet kanker hiermee? Wat zijn de mogelijke therapieën?&lt;br /&gt;
# Geef de 10 hallmarks + voorbeeld van een mogelijke therapie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16/06/2016 VM===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Leg de link tss apoptose en cellen die het imuunsysteem ontwijken.&lt;br /&gt;
#J/F vragen + verklaren&lt;br /&gt;
#*Tyrosine kinasen zijn belangrijk voor angiogenese&lt;br /&gt;
#*CAR-T-cellen zijn belangrijk voor inflammation&lt;br /&gt;
#*Kanker wordt veroorzaakt door mutaties in stamcellen&lt;br /&gt;
#*Een IDH1 mutatie heeft een effect op het genoom&lt;br /&gt;
Schirftelijk:&lt;br /&gt;
#Leg genome instability volledig uit.&lt;br /&gt;
#Geef de &#039;10 hallmarks of cancer&#039; met telkens een kort VB&lt;br /&gt;
===22/06/2015===&lt;br /&gt;
#Geef de &#039;10 hallmarks of cancer&#039; met telkens een specifiek voorbeeld (heel kort, voorbeeld in 1 zin)&lt;br /&gt;
#Wat weet je over het metabolisme van de cel? Leg de link met kanker.&lt;br /&gt;
#Leg uit (in max een halve pagina): BAX, VEGF, hoe kunnen kankercellen het aan het immuunsysteem ontsnappen?&lt;br /&gt;
===18/06/2015===&lt;br /&gt;
#Geef de 10 hallmarks van kanker en illustreer met een kort voorbeeld.&lt;br /&gt;
#Leg hallmark angiogenese uit en hoe kan men dit behandelen in kankers.&lt;br /&gt;
#woordjes: p53, FASS, exome sequencing, double stranded breaks&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===05/06/2015===&lt;br /&gt;
#Geef de 10 hallmarks van kanker, en illustreer met een kort voorbeeld&lt;br /&gt;
#Leg uit: Tyrosine-kinase en hoe dit meehelpt bij de ontwikkeling van kanker. Geef 2 voorbeelden om tyrosine kinasen te inhiberen&lt;br /&gt;
#Deel van de afbeelding van DNA Damage Repair: Leg uit, en hoe kan dit leiden tot de ontwikkeling van kanker&lt;br /&gt;
#Verrassingsvraag over een research article op het mondeling zelf: Afbeelding van Collecting Lymphatic Vessels. Leg deze figuur kort uit, hoe hebben we dit besproken in de les, wat heeft het te maken met kankerontwikkeling etc.&lt;br /&gt;
===16/06/2014===&lt;br /&gt;
#Geef de 10 hallmarks van kanker, illustreer aan de hand van een voorbeeld&lt;br /&gt;
#Leg een hallmark volledig uit&lt;br /&gt;
#korte bijvraagjes: p53, VEGF, wat is fullgenome secquencing,  hoe repareert het dna een dubbelstrengsbreuk (homologe en niet homologe end-repair, weten da als homologie wegvalt der door niet-homologe dus veel mutaties ontstaan), 5e bennek ff kwijt. hij vroeg mij bij p53 en VEGF specifiek wat voor soort eiwitten en voor VEGF wat voor soort receptor (transcriptiefactor van pro-apoptotische genen dus, en een tyrosinekinase receptor)&lt;br /&gt;
===16/06/2014===&lt;br /&gt;
#Geef de 10 hallmarks van kanker, illustreer aan de hand van een voorbeeld&lt;br /&gt;
#Leg een hallmark volledig uit (vb. wat is angiogenese en breng het in verband met kankerontwikkeling)&lt;br /&gt;
#Figuur of meer gerichte vraag die je moet uitleggen/beantwoorden&lt;br /&gt;
Alle aanwezigen op het examen kregen andere hallmarks en figuren om uit te leggen. Er waren geen twee examens exact hetzelfde.&lt;br /&gt;
===17/06/2013===&lt;br /&gt;
#Geef de 10 hallmarks van kanker, illustreer elke hallmark met een voorbeeld&lt;br /&gt;
#juist of fout:&lt;br /&gt;
#*Door RNA sequencing kan je mutaties in genen en fusiegenen ontdekken&lt;br /&gt;
#*In een tumor zijn slechts weinig stamcellen aanwezig&lt;br /&gt;
#*nog2&lt;br /&gt;
#tekening van metastase gegeven, uitleggen en gevolgen voor de progressie van de tumor uitleggen.&lt;br /&gt;
#Geef de oorzaken van kanker. Illustreer met voorbeelden en geef 2 mogelijke therapieën (proliferatie, angiogenese, apoptose, mutatie-repair systeem beschadigen, ...)&lt;br /&gt;
#Leg second generation sequencing uit. Hoe kunnen de resultaten gecontroleerd worden?&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marie</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Bioinformatica_en_Modelering&amp;diff=2127</id>
		<title>Bioinformatica en Modelering</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Bioinformatica_en_Modelering&amp;diff=2127"/>
		<updated>2020-06-12T13:40:14Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marie: /* 8 juni 2020 (volledig schriftelijk, corona) */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Derde bachelor biochemie. &lt;br /&gt;
Sinds 2016-2017 wordt het vak gedoceerd door A. Voet. De eerste vraag is steeds mondeling, de tweede vraag is een trekvraag. Bij de trekvraag is er geen voorbereiding, direct mondeling te beantwoorden. 25% van de totale eindscore staat op aanwezigheid in en verslagen van de oefenzitting, je moet hiervoor slagen anders faal je sowieso in eerste zit. Bij het examen wordt een formularium gegeven met (bijna) alle formules. Op het examen worden nog oefeningen getest voor 25% van de punten. Er staat dus slechts 50% van de punten op de theorie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===8 juni 2020 (volledig schriftelijk, corona)===&lt;br /&gt;
#Bespreek het CLUSTAL algoritme dat gebruikt wordt om multiple sequence alignment uit te voeren. Is dit een exact juist algoritme? Leg de stappen uit. Wat is het verband met fylogenetische analyse en evolutionaire afstand? Welke verbetering kunnen we doorvoeren om de eerste alignering te verbeteren? (10 ptn)&lt;br /&gt;
#Teken het tripeptide STW en duid de hoeken aan die van belang zijn voor de Ramachandran en de Rotameerplot. Waarvoor gebruiken we deze? (5 ptn)&lt;br /&gt;
#Bespreek de energievergelijking die opgenomen is in de Force Field. Bespreek zowel de gebonden als de ongebonden termen en leg uit waarvoor ze staan. (7 ptn)&lt;br /&gt;
#Juist en fout: (9 ptn)&lt;br /&gt;
#*Maximum parsimony is de enige methode om een fylogenetische boom op te stellen die de relatie met de sequentie van de voorouder weergeeft. &lt;br /&gt;
#*In een PDB-file kunnen enkel resultaten van experimenten (X-ray en NMR bijvoorbeeld) beschreven worden&lt;br /&gt;
#*Wanneer we een BLAST uitvoeren met een database met minder sequenties, zal de E-waarde groter zijn dan wanneer we een BLAST uitvoeren t.o.v. een database met veel sequenties&lt;br /&gt;
#Bespreek de verschillen tussen PAM en BLOSUM. (5 ptn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2019 NM===&lt;br /&gt;
#PAM matrix, wat is het, waarvoor gebruiken &amp;amp; hoe te construeren + bijvragen (12 ptn)&lt;br /&gt;
#trekvraag: leg uit folding funnel, leg uit Afinsen dogma &amp;amp; levinthal paradox (5 ptn)&lt;br /&gt;
#Benoem alle kolommen van de pdb file, teken residu … en duid de hoeken aan, waarvoor gebruiken we psi en phi (6 ptn)&lt;br /&gt;
#juist fout vragen: (9 ptn)&lt;br /&gt;
#* NJ en UPGMA maken allebei gebruik van sequence similarity&lt;br /&gt;
#* Slechts één oplossing voor NW en SW&lt;br /&gt;
#* In de formule van force fields is de term van waterstofbruggen altijd aanwezig&lt;br /&gt;
#Je hebt een nieuw virus gevonden en kent het volledige genoom, hoe ga je nagaan of er homologie is met andere virusgenomen? (3pt)&lt;br /&gt;
#oefeningen:&lt;br /&gt;
#* Geef kleinste chromosoom&lt;br /&gt;
#* Geef de pdb code voor het proteïne met het grootste aantal residuen waarvan … de auteur is&lt;br /&gt;
#* Gegeven is een nucleotidesequentie, omzetten naar AZ en moleculair gewicht, pI,... berekenen + peptidecutter&lt;br /&gt;
#* Gegeven is een AZ sequentie van een viraal proteïnen, maak een boom en bepaal het organisme waar die het meest aan verwant is&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2019 NM ===&lt;br /&gt;
# PAM-matrix, wat is het, waarvoor te gebruiken &amp;amp; hoe te construeren&lt;br /&gt;
# Trekvraag: Anfinsen dogma &amp;amp; Levinthal paradox (5pt)&lt;br /&gt;
# Schrifteijke vraag (6pt)&lt;br /&gt;
#*A: Alle kolommen van PDB-file toelichten&lt;br /&gt;
#*B: residu tekenen (ILE) en alle hoeken aanduiden (omega, phi, psi, chi1 &amp;amp; chi2)&lt;br /&gt;
#*C: waarvoor gebruiken we phi &amp;amp; psi? &lt;br /&gt;
# Juist/fout (9pt)&lt;br /&gt;
#* UPGMA &amp;amp; NJ maken beiden gebruik van sequence similarity.&lt;br /&gt;
#* Er is slechts 1 oplossing mogelijk voor SW en meerdere mogelijkheden voor NW.&lt;br /&gt;
#* Vergeten&lt;br /&gt;
# Je hebt een nieuwe virus gevonden en kent het volledige genoom. Van welk programma maak je gebruik (wees specifiek) om homologen virussen te vinden? (3pt)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2019 VM ===&lt;br /&gt;
# Leg forcefield uit en geef voor elke term ook de fysische achtergrond. Wat is het verband met potential energy surface? (10pt)&lt;br /&gt;
#* Bijvragen: de grafiek die voor elke term staat, waarom is cos in die term, waarom is alles tot de tweede, de formule stelt de energie voor terwijl het een &#039;force&#039;field is, &lt;br /&gt;
# Trekvraag: Leg CryoEM uit (wist ik niet, dus mocht ik een andere trekvraag nemen voor minder punten), leg alle kolommen uit van PDB file (5 pt)&lt;br /&gt;
# Teken GWG en duid phi, psy, omega en chi hoeken aan.&lt;br /&gt;
# Juist/fout (8pt)&lt;br /&gt;
#* TBlastX is de ideale methode om genoom naar proteïne te blasten als je een nieuwe virus ontdekt.&lt;br /&gt;
#* Er is slechts 1 oplossing mogelijk voor SW en meerdere mogelijkheden voor NW.&lt;br /&gt;
#* Een cladogram bevat nooit de tijdstip van divergentie of evolutionaire afstand.&lt;br /&gt;
#* Iets met als je een megablast hebt gedaan, wordt deze opgeslagen in een deltablast zodat andere onderzoekers het kunnen vinden.&lt;br /&gt;
# Je hebt een nieuwe proteïne gevonden met een nieuwe loop en je wilt dus de 3D structuur bepalen. Er zijn geen andere gelijke proteïnen tot nu toe gevonden. Dat wil zeggen dat je geen homologie modeling kan toepassen. Hoe kan je toch de 3D structuur bepalen als je enkel de sequentie kent? Welke stappen/algoritmes gebruik je? (7pt)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 juni 2018 NM ===&lt;br /&gt;
# Waarvoor wordt PAM gebruikt en hoe is deze opgebouwd? (12pt)&lt;br /&gt;
#* Bijvragen: wie heeft PAM ontwikkeld, wat is lambda in formule, vragen over BLOSUM, grafiek tekenen van logaritmisch verval en twilight zone&lt;br /&gt;
# Trekvraag (verschillend van persoon tot persoon): Chou-Fasman algoritme/moleculaire klok/... (5pt)&lt;br /&gt;
# PDB-file van 3 aminozuren gegeven en je moet kolommen benoemen. Teken residu 559 (isoleucine) en benoem psi, phi, omega, chi 1, chi 2. Waarvoor worden de psi en phi hoeken gebruikt? (6pt)&lt;br /&gt;
# Juist/fout (9pt)&lt;br /&gt;
#* Bij een fylogenetische boom maken NJ en UPGMA steeds gebruik van sequentie similariteit. &lt;br /&gt;
#* Bij FF-berekeningen is er altijd een extra term voor H-bruggen&lt;br /&gt;
#* Er is slechts 1 oplossing mogelijk bij NW en SW&lt;br /&gt;
# Ik heb een nieuw virus ontdekt en heb de volledige genomische sequentie. Welke methode (wees specifiek) gebruik ik om het nieuwe virus te vergelijken van andere virussen? (3pt)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2018 VM ===&lt;br /&gt;
# Waarvoor wordt PAM gebruikt en hoe is deze opgebouwd? (12pt)&lt;br /&gt;
#* Bijvragen: wie heeft PAM ontwikkeld, wat is lambda in formule, vragen over BLOSUM, grafiek tekenen van logaritmisch verval en twilight zone&lt;br /&gt;
# Trekvraag: Chou-Fasman algoritme (5pt)&lt;br /&gt;
# PDB-file van 3 aminozuren gegeven en je moet kolommen benoemen. Teken residu 559 (isoleucine) en benoem psi, phi, omega, chi 1, chi 2. Waarvoor worden de psi en phi hoeken gebruikt? (6pt)&lt;br /&gt;
# Juist/fout (9pt)&lt;br /&gt;
#* Bij een fylogenetische boom maken NJ en UPGMA steeds gebruik van sequentie similariteit. &lt;br /&gt;
#* Bij FF-berekeningen is er altijd een extra term voor H-bruggen&lt;br /&gt;
#* Er is slechts 1 oplossing mogelijk bij NW en SW&lt;br /&gt;
# Ik heb een nieuw virus ontdekt en heb de volledige genomische sequentie. Welke methode (wees specifiek) gebruik ik om het nieuwe virus te vergelijken van andere virussen? (3pt)&lt;br /&gt;
# Oefeningen USB stick 12&lt;br /&gt;
#* Op welk chromosoom ligt bepaalde receptor&lt;br /&gt;
#* Wat is de pdb code van de oudst uitgegeven ferritin proteinen&lt;br /&gt;
#* Nucleotide sequentie translateren naar AZ (langste leesraam kiezen) en MW, pI, extinctie coefficient geven. Ook number of cleavages geven van trypsine, caspase5 en pepsin (pH&amp;gt;2). &lt;br /&gt;
#* Is gegeven nuclaotide sequentie bruikbaar om te clonen? Geef het gen/de genen die hieruit worden getranslateerd. &lt;br /&gt;
#* Nieuw virus ontdekt (FASTA file gegeven), aligneren via CLUSTAL en boom van maken. Van welke voorouder stamt dit virus af?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 juni 2018 NM ===&lt;br /&gt;
# Leg PAM uit&lt;br /&gt;
#* Bijvragen: wie heeft PAM ontwikkeld?; ken je nog zo&#039;n matrices?; wat is de lambda in de formule; welke BLOSUM gebruik je voor sterk convergente proteïnes&lt;br /&gt;
# (Trekvraag) Leg contactplot uit [andere trekvragen waren o.a. rotameerplot, dotplot, fylogenetische boom]&lt;br /&gt;
# Gegeven is een PDB-file (van 3 aminozuren). Benoem de kolommen en bespreek bondig. Teken één residue (bv. residu 558) en geef psi, phi, omega, xhi1 en xhi2 hoeken aan.&lt;br /&gt;
# Juist of fout&lt;br /&gt;
#* Bij FF-berekeningen is er altijd een extra term voor H-bruggen&lt;br /&gt;
#* Bomen worden standaard opgesteld a.d.h.v. similariteit&lt;br /&gt;
#* Er zijn meerdere traceback-paden mogelijk bij N-W en S-W&lt;br /&gt;
# Ik heb een nieuwe DNA sequentie van een virus ontdekt (dat codeert in meerdere leesramen). &lt;br /&gt;
#* Hoe ga ik tewerk om homologe proteïnes te vinden tussen dit virus en andere organismen? Wees specifiek.&lt;br /&gt;
#* Je vermoedt sequentiehomologie met een voorouder, hoe kan je nagaan of er insertie of deleties plaatsvonden? Welk programma?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 juni 2018 VM ===&lt;br /&gt;
#Leg uit welk programma er gebruikt wordt om homologe sequenties te zoeken (12 pt):&lt;br /&gt;
#* Leg het algoritme uit.&lt;br /&gt;
#* Hoe/met welke waarde worden de resultaten geëvalueerd?&lt;br /&gt;
#* Bijvragen: &amp;quot;waarom doe je dit&amp;quot; bij verschillende stappen in het algoritme bv. bij stap 7: S-W alignement: &amp;quot;waarom nog eens local alignement, we hebben toch al HSPs gematched?&amp;quot;&lt;br /&gt;
# (Trekvraag) Leg het Chou Fasman-algoritme uit (5 pt)&lt;br /&gt;
# Leg volgende tekeningen uit: wat is het, hoe wordt het bekomen, waarvoor wordt het gebruikt (6 pt)&lt;br /&gt;
#* Tekening van dot-plot&lt;br /&gt;
#* Tekening van contact map&lt;br /&gt;
# Juist of fout (9 pt)&lt;br /&gt;
#* Cys en Trp hebben altijd de laagste score in een BLOSUM/PAM (log-odds) scoring matrix&lt;br /&gt;
#* De beste manier op een gewortelde boom te maken is met NJ&lt;br /&gt;
#* De laatste kolom van de pdb file is altijd de B factor&lt;br /&gt;
# Geef de verschillende oppervlakken die geanalyseerd kunnen worden en hoe worden deze bekomen?  (3 pt)&lt;br /&gt;
# Oefeningen (USB-stick 4):&lt;br /&gt;
#* Which chromosome of the domestic chicken is the smallest &lt;br /&gt;
#* What is the pdb code of the oldest released X-ray structure containing a manganese(II) ion?&lt;br /&gt;
#* Translate the nucleotide sequence and determine following parameters for the largest open reading frame (DNA seq gegeven). (MW, pI, extincitiecoëfficiënt, number of digestion (cutting) sites for following enzymes: trypsin, pepsin (pH &amp;gt; 2), caspase1&lt;br /&gt;
#* What is the name of the protein corresponding to the following amino acid sequence? Which Organism does it come from? Is it complete or just a fragment? (AZ seq gegeven)&lt;br /&gt;
#* A new virus targeting humans has been discovered that is potentially dangerous to human health. It belongs to a family of well known viruses targeting a variety of animals. Researchers want to trace the origin of the virus in order to prevent further spreading. They use the amino acid sequence of the matrix protein that determines host specificity. Using newhumanvirus3.fasta file (gegeven) which contains the unaligned sequences of the matrix protein create a tree and show to which host animal the new human virus  is most likely related and could be dangerous to spread the virus further.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 Juni 2018 ===&lt;br /&gt;
# Leg de algoritmes uit voor zowel een globale als lokale alignment en wat is het verschil(BLOSUM ook vermelden). Bijvragen:&lt;br /&gt;
#* Waarom introduceren we m+1 en n+1?&lt;br /&gt;
#* Wat is de score van het geheel?&lt;br /&gt;
#* Waarom is dit een dynamisch process? &lt;br /&gt;
#* Is de score bij meerdere paden dezelfde? &lt;br /&gt;
# (Trekvraag) Formule om similariteitsscore naar distancescore om te zetten is gegeven. Leg uit waarom deze wordt gebruikt en leg de termen die in de formule (werd gegeven) gebruikt worden uit + geef hun functie binnen de formule. &lt;br /&gt;
# Gegeven is een PDB-file (van 3 aminozuren). Benoem de kolommen en bespreek bondig. Is deze PDB-file bekomen door een NMR of een X-ray expermiment? Teken het tripeptide uit.&lt;br /&gt;
# Waar of onwaar? &lt;br /&gt;
#* Neighbour Joining is altijd de beste manier om een boom te maken. &lt;br /&gt;
#* In de formule van de totale energie is de bijdrage van de waterstof-bindingen niet persé nodig omdat deze toch al verwerkt is in de term van de vdW-kracht.&lt;br /&gt;
#* (vergeten)&lt;br /&gt;
# Ik heb een nieuwe DNA sequentie van een virus ontdekt (dat codeert in meerdere leesramen).Hoe ga ik tewerk om homologe proteïnes te vinden tussen dit virus en andere organismen? Wees specifiek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 Juni 2017 (VM) ===&lt;br /&gt;
# (mondeling) Bespreek CLUSTAL algoritme dat wordt gebruikt voor MSA. Wat kan je doen als er fouten opgetreden zijn in de eerste sequentie (zoeits, maar hij doelde op iteratieve procedure dus) (12 ptn)&lt;br /&gt;
# (mondeling) Trekvraag 1 vraag pp.: (5 ptn)&lt;br /&gt;
#* tripeptide GIG teken plus phi, psi, omega en Chi 1 en 2 aanduiden plus waarvoor worden ze gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Afbeelding van een phylogenetische boom: Wat voor boom is dit en wat zijn de cijfertjes bij de knooppunten.&lt;br /&gt;
#* Contactmap&lt;br /&gt;
# Bespreek de gebonden en niet-gebonden termen in de energie uitdrukking (FF). Waarvoor staan deze? (6ptn)&lt;br /&gt;
# Juist of fout (9 ptn)&lt;br /&gt;
#* Maximum parsimony is de enige methode die de relatie met de ancestrals reflecteert&lt;br /&gt;
#* PDB database bevat enkel experimentele structuren. Dus enkel structuren verkregen via Xray/Kristallografie of NMR.&lt;br /&gt;
#* Wanneer we een BLAST uitvoeren met een database met minder sequenties zal de E-waarde kleinzer zijn dan wanneer we een BLAST uitvoeren t.o.v. een database met veel sequenties&lt;br /&gt;
# Bespreek de verschillen tussen PAM en BLOSSUM matrices (3ptn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2017 (NM) ===&lt;br /&gt;
# (mondeling) Bespreek homology modelling&lt;br /&gt;
# (mondeling) Trekvraag: &lt;br /&gt;
#* Contact map&lt;br /&gt;
# Ramachandran en rotameerplot. &lt;br /&gt;
## Teken het tripeptide SYT &lt;br /&gt;
## Duid de belangrijke hoeken aan op het peptide&lt;br /&gt;
## Waarvoor worden deze plots gebruikt?&lt;br /&gt;
# Juist of fout:&lt;br /&gt;
#* BLOSUM250 kan gebruikt worden voor zeer similaire sequenties&lt;br /&gt;
#* TBLASTN wordt gebruikt om homologie te zoeken tussen non-coding regions in DNA &lt;br /&gt;
#* N-W kan gebruikt worden om multidomeinproteïnen te aligneren waarvan 1 domein evolutionair verwant is&lt;br /&gt;
# Hoe kan je een boom wortelen? Bij welke methode gebeurt dit automatisch?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2017 (VM) ===&lt;br /&gt;
# (mondeling) Hoe phylogenetische boom maken. Leg ook schematisch uit de methode die de voorkeur draagt afhankelijk van de sequentie-informatie&lt;br /&gt;
# (mondeling) Trekvraag: (verschillende bij iedereen hier zijn een paar vb.) &lt;br /&gt;
#* hamiltoiaan&lt;br /&gt;
#* moleculaire klok hypothese&lt;br /&gt;
#* Protein Surface Representation&lt;br /&gt;
# C en W (cys en trp)--&amp;gt; lage of hoge waarden in vergelijking met de andere residuen in PAM of BLOSUM?&lt;br /&gt;
## Verklaar biochemisch&lt;br /&gt;
## Duid de hoeken aan (omega, chi 1 chi 2, psi, phi) aan de dipeptide CW&lt;br /&gt;
## Waarvoor zijn deze hoeken belangrijk? (Ramanchandran plot dus)&lt;br /&gt;
# Juist en Fout&lt;br /&gt;
#* hoogste bitscore gelijk aan 4&lt;br /&gt;
#* met een FF kan de energie van de conformatie niet berekend worden voor kleine molecule&lt;br /&gt;
#* PSI-Blast (sorry ik weet niet meer wat die juist erover vroeg)&lt;br /&gt;
# Hoe kan je met behulp van MSA info krijgen over tertiaire en quaternaire structuur van een familie van proteïnen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 juni 2017 (NM) ===&lt;br /&gt;
# (mondeling) Globale en locale alignering van twee sequenties. Bespreek de algoritmen.&lt;br /&gt;
# (mondeling) Trekkaart&lt;br /&gt;
#* Kaartje 1: Benoem de verschillende surfaces van een proteinen in Pymol.&lt;br /&gt;
#* Kaartje 2: Bespreek de Hamiltoniaan.&lt;br /&gt;
# Benoem pdb kolommen. Gaat het om een kristalstructuur of NMR? Tekening peptide.&lt;br /&gt;
# Juist of fout:&lt;br /&gt;
#* H bruggen hoeven in een Force field niet weergegeven te worden omdat ze al vervat zitten in de Lennard Jones term van de VdW stralen.&lt;br /&gt;
#* Is Neighbor joining altijd de meest nauwkeurige methode bij een phylogenetische analyse.&lt;br /&gt;
#* Klopt het dat PAM 250 en BLOSUM92 samenhoren zoals PAM120 en BLOSUM62.&lt;br /&gt;
# Nieuw virus ontdekt. De genomische sequentie is gekend. Virussen coderen proteinen in meerdere leesramen. Met welk programma (wees precies!) kan je opzoek gaan naar een homoloog?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 juni 2017 (VM) ===&lt;br /&gt;
# (15ptn) mondeling: Bespreek PAM matrices, wat is het, hoe kom je eraan en waarvoor gebruikt men het?&lt;br /&gt;
# (5ptn) mondeling: Trekvraag (er liggen zeker 9 kaartjes)&lt;br /&gt;
#* Kaartje 1: Foto van contact map (bijvraag: zijn er nog andere manieren om tot deze map te komen? (doelt op correlated mutations)&lt;br /&gt;
#* Kaartje 2: een rotameerplot&lt;br /&gt;
# (6ptn schriftelijk) Foto van PDB-file &lt;br /&gt;
## Bespreek alle kolommen&lt;br /&gt;
## Teken residu 559 (was isoleucine). Duid volgende hoeken aan: phi, psi, omega, chi1 en chi2&lt;br /&gt;
## Waarvoor worden hoeken phi en psi gebruikt?&lt;br /&gt;
# (9ptn, schriftelijk) Juist of fout? Verklaar ook waarom &lt;br /&gt;
#* Bij het maken van een polygenetic tree (met DNA of proteinen) via NJ of UPGMA wordt er gebruikt gemaakt van sequence similarity.&lt;br /&gt;
#* In de formule van Force Fields is de term van de waterstofbruggen altijd aanwezig.&lt;br /&gt;
#* Bij de sequentie alignering via Needleman-Wunch of Smith-Waterman is er steeds één uitkomst mogelijk.&lt;br /&gt;
# (3ptn, schriftelijk) Ik wil onderzoeken of mijn nieuw ontdekte virusgenoom homologie vertoont met een ander virusgenoom. Welk programma gebruikt ik best (wees specifiek!)?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 6 juni 2016 (VM) ===&lt;br /&gt;
# (mondeling)Het berekenen van een krachtveld kan veel pc-tijd innemen omwille van de vele interacties die moeten worden beschouwd, welke termen in de vgl van het ff hangen het meest af van het aantal atomen (en hoe?) hoe wordt de pc tijd onder controle gehouden.&lt;br /&gt;
# je krijgt van een collega een model, hoe evalueer je de kwaliteit? &lt;br /&gt;
# Wat is het meest belangrijke gegeven dat je nodig hebt wanneer je een katalytisch centrum wil inbouwen door gerichte mutaties? &lt;br /&gt;
# Is de DEE methode een minimisatiemethode of niet? Waarom wel/niet?&lt;br /&gt;
# Bespreek de wiskundige vergelijking die de interactie van de waterstofbruggen weergeeft. &lt;br /&gt;
# Wat is het essentiÃ«le verschil tussen de steepest descent minimisatie en de conjugated gradient minimisatie. &lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen een Force Field en een Scoringsfunctie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
extra) tijdens mondeling krijgt ge nog een papier met drie AZ op (lange naam). Ge moet de 1lettercode en 3 lettercode geven en het peptide tekenen. Daarna hoe ge Ã©Ã©n van de AZ getekend hebt (cis of trans -&amp;amp;gt; kijken naar omega hoek)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de verschillende dihedrale hoeken die een proteÃ¯ne kenmerken. Wat kun je hieruit besluiten? Geef mogelijke toepassingen waarbij deze hoeken gebruikt worden.&lt;br /&gt;
# Bespreek minimaal 3 veel voorkomende 3-dimensionale organisaties in eiwitstructuren en geef eventuele uitzonderingen hierop.&lt;br /&gt;
# Hoe kan men de 3D-structuur van loops voorspellen?&lt;br /&gt;
# Waarom heeft een alfa-helix een dipoolmoment?&lt;br /&gt;
# Hoe kun je de locatie van een beta-plaat bepalen zonder de 3D-structuur te kennen?&lt;br /&gt;
# Hoe bekomt of bepaalt men de &#039;angle bending&#039; parameters?&lt;br /&gt;
# Bespreek het onderliggende principe van de steepest descent minimisatiemethode.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 6 juni 2014 (nm) ===&lt;br /&gt;
# (mondeling)De waterstofbrug is een belangrijke energie die kan gebruikt worden bij de ontwikkeling van biologische actieve stoffen. Bespreek de eigenschappen. Bespreek ook hoe we deze via berekeningen kunnen kwantificeren.&lt;br /&gt;
# (mondeling) Teken een tripeptide van volgende drie aminozuren: X,Y,Z (verschilt per persoon). Geef ook de drie-letter en de Ã©Ã©n-letter code. Bijvraag: Staan deze trans of cis?&lt;br /&gt;
# Hoe kan je de 3D structuur voorspellen van een eiwit sequentie die weinig sequentie homologie vertoont in vergelijking met gekende 3D structuren?&lt;br /&gt;
# Wat is een &amp;amp;quot;nulde-orde&amp;amp;quot; minimisatie methode? Verklaar m.b.v. voorbeelden.&lt;br /&gt;
# Bespreek hoe je een goede inschatting van de diÃ«lektrische constanten kon maken bij de berekening van de potentiÃ«le energie in een chemische structuur.&lt;br /&gt;
# Wat heb je nodig om een Force Field (FF) te kunnen definiÃ«ren?&lt;br /&gt;
# Wat is de &#039;Molecular Surface&#039; en hoe bereken je deze?&lt;br /&gt;
# Hoe kan je de locatie van een alfa-helix in een eiwit bepalen zonder de 3D structuur te kennen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 6 juni 2014 (vm) ===&lt;br /&gt;
# (mondeling)Het berekenen van een krachtveld kan veel pc-tijd innemen omwille van de vele interacties die moeten worden beschouwd, welke termen in de vgl van het ff hangen het meest af van het aantal atomen (en hoe?) hoe wordt de pc tijd onder controle gehouden.&lt;br /&gt;
# Je krijgt van een collega student een model. Hoe kan je en ga je na of dit een goed model is voor de 3D structuur van je echt eiwit?&lt;br /&gt;
# Bespreek de wiskundige vergelijking die de interactie van de waterstofbruggen weergeeft.&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen een Force Field en een Scoringsfunctie?&lt;br /&gt;
# Wat is het essentiÃ«le verschil tussen de steepest descent minimisatie en de conjugated gradient minimisatie.&lt;br /&gt;
# Wat is het meest belangrijke gegeven dat je nodig hebt wanneer je een katalytisch centrum wil inbouwen door gerichte mutaties?&lt;br /&gt;
# Is de DEE methode een minimisatiemethode of niet? Waarom wel/niet?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2013 ===&lt;br /&gt;
#(mondeling) Hoe kun je een proteÃ¯ne thermostabiliseren door mutaties in te voeren? Wat bereken je hiervoor?&lt;br /&gt;
#Fragment uit een pdb-file: 11 kolommen benoemen + uitleggen; en identificeren wat de bron was&lt;br /&gt;
#Rotameerconcept + toepassingen&lt;br /&gt;
#Ramachandramplot: tekenen + functie + gebruik en toepassingen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 juni 2013 ===&lt;br /&gt;
# (mondeling) 3 aminozuren + bijvragen over de hoeken: aanduiden op de getekende structuur&lt;br /&gt;
# (mondeling) je krijgt van een collega een model, hoe evalueer je de kwaliteit?&lt;br /&gt;
# welke termen zorgen voor veel rekenwerk in je krachtveldmethode, waarom en hoe kan je dat rekenwerk toch beperken&lt;br /&gt;
# bespreek de elektrostatische term&lt;br /&gt;
# je hebt een fold en je wil de beste sequentie hiervoor, wat moet je doen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 10 juni 2013 (nm) ===&lt;br /&gt;
# (mondeling) Hoe kunnen we het oppervlak van een molecule karakteriseren. Wat kunnen we hiermee doen?&lt;br /&gt;
# Hoe kan je een 3D model van een sequentie maken wanneer er weinig homologie is.&lt;br /&gt;
# Wat zijn de eigenschappen van de H-brug en hoe wordt de energie ervan gekwantiseerd?&lt;br /&gt;
# Welke gegevens heb je nodig wanneer je een katalytisch centrum wil inbouwen door gerichte mutaties?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 10 juni 2013 (vm) ===&lt;br /&gt;
# (mondeling)Het berekenen van een krachtveld kan veel pc-tijd innemen omwille van de vele interacties die moeten worden beschouwd, welke termen in de vgl van het ff hangen het meest af van het aantal atomen (en hoe?) hoe wordt de pc tijd onder controle gehouden.&lt;br /&gt;
# Je krijg van een collega student een model. Hoe kan je en ga je na of dit een goed model is voor de 3D structuur van je echt eiwit?&lt;br /&gt;
# bespreek de elektrostatische interacties van een krachtveld, de methoden om deze te bereken en voor- en nadelen.&lt;br /&gt;
# Hoe kan je de optimale sequentie bepalen uit een gegeven vouwing?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2012 (nm) ===&lt;br /&gt;
# (mondeling) Hoe kunnen we het oppervlak van een molecule karakteriseren. Wat kunnen we hiermee doen?&lt;br /&gt;
# Hoe kan je de 3D structuur voorspellen van een eiwit sequentie die weinig sequentie homologie  toont in vergelijking met gekende 3D structuren?&lt;br /&gt;
# Wat is het rotameer concept en waarvoor kunnen we dit gebruiken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 juni 2011 (nm) ===&lt;br /&gt;
# Hoe kan je een proteÃ¯ne thermostabiliseren? &lt;br /&gt;
# Bespreek de onderstaande PDB file (een stukje met ATOMS en dan moest je alle kolommen benoemen)&lt;br /&gt;
# Bespreek het rotameerconcept, waar kan je dit op toepassen? &lt;br /&gt;
# Kaartje: arginine, threonine en tryptofaan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 10 juni 2011 (vm) ===&lt;br /&gt;
# Voor energie van eiwit maken we gebruik van krachtvelden. Welke termen (en hoe? =&amp;amp;gt; formules !) zijn gevoelig voor het aantal atomen? Welke stappen kunnen we ondernemen om het rekenwerk toch onder -controle te houden?&lt;br /&gt;
# Je krijg van een collega student een model. Hoe kan je en ga je na of dit een goed model is voor de 3D structuur van je echt eiwit?&lt;br /&gt;
# Je slaagt er in het labo in om een proteÃ¯ne op te zuiveren. Je stuurt je proteÃ¯ne naar een bevriend labo om het te laten kristalliseren. Maar je vraagt al reeds de ruwe coÃ¶rdinaten op van haar proteÃ¯ne. Er waren ook nog geen kwantummechanische gegevens verkrijgbaar, dus nog geen elektronendensiteiten om de coÃ¶rdinaten juist in te situeren. Welke methode moet je gebruiken om de energie van haar proteÃ¯ne te minimaliseren. + leg uit hoe de methode werkt.&lt;br /&gt;
# Kaartje: arginine, histidine en aspargine&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 7 juni 2010 (nm) ===&lt;br /&gt;
# bouw zoutbrug in, thermostabiliteit blijft gelijk. Waarom? ( + formules )&lt;br /&gt;
# bespreek alles van alpha-helix&lt;br /&gt;
# bespreek belangrijkste stappen homologie modellering&lt;br /&gt;
# kaartje : tryptofaan, isoleucine, asparagine, methionine ( structuur, 1-lettercode en 3-lettercode )&lt;br /&gt;
=== 7 juni 2010 (vm) ===&lt;br /&gt;
#hoe kan je een proteÃ¯ne thermostabiliseren?&lt;br /&gt;
#bespreek de onderstaande PDB file (een stukje met ATOMS en dan moest je alle kolommen benoemen)&lt;br /&gt;
#energieminimalisatie van een organisch molecule, welke methodes zou je gebruiken en bespreek.&lt;br /&gt;
-aminozuren: tryptofaan, histidine, glutamine en proline&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
# hoe kan je het oppervlak van een molecule karakteriseren?&lt;br /&gt;
#bespreek de onderstaande PDB file (een stukje met ATOMS en dan moest je alle kolommen benoemen)&lt;br /&gt;
#bespreek het rotameer concept, waar kan je dit op toepassen?&lt;br /&gt;
-Bijvraagje: welke residu&#039;s komen het meest voor in B-strands?&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
# Om een de energie van een proteÃ¯ne te bepalen moeten we een krachtveld toepassen. Wanneer we echter proteÃ¯nes hebben met veel atomen zal er meer rekenwerk zijn dan bij proteines met minder atomen. Welke termen zijn vooral (en hoe) afhankelijk van het aantal atomen? Waarom is dit zo en wat kunnen we doen het rekenwerk toch vlugger te laten gaan? (Mondeling)&lt;br /&gt;
# Bijvraagje mondeling: bespreek in 2 zinnen verschil tussen PAM en BLOSUM&lt;br /&gt;
# Kaartje 3 AZ &lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Bespreek en geef eigenschappen van de alfa-helix als dipool.&lt;br /&gt;
# Je hebt je proteÃ¯ne naar een bevriend labo gestuurd om te kristaliseren... enz. Welke minimisatietechniek gebruikje en bespreek deze.&lt;br /&gt;
=== 8 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
# bouw zoutbrug in, thermostabiliteit blijft gelijk. Waarom? ( + formules )&lt;br /&gt;
# bespreek alles van alpha-helix&lt;br /&gt;
# bespreek belangrijkste stappen homologie modellering&lt;br /&gt;
# kaartje : histidine, isoleucine, asparaginezuur ( structuur, 1-lettercode en 3-lettercode )&lt;br /&gt;
=== 18 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
# Je wil een proteÃ¯ne thermostabiliseren en voert daarom een zoutbrug in. Dit blijkt echter geen effect te hebben. Leg de mogelijke oorzaken uit. Gebruik de formules.&lt;br /&gt;
# Leg de belangrijkste stappen in homologie modellering uit.&lt;br /&gt;
# Je hebt een proteÃ¯ne opgezuiverd en stuurt het naar een bevriend labo. Blablabla, zie vorig jaar.&lt;br /&gt;
=== 18 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
# Hoe kan je het oppervlak van een proteine karakteriseren, en wat kan je daarmee doen?&lt;br /&gt;
# Wat is het concept rotameren, en hoe kan je dit toepassen?&lt;br /&gt;
# Hoe voorspel je 2D structuur elementen, en als je een helix sequentie kent hoe kan je bepalen waar het zich zal bevinden in 3D structuur? &lt;br /&gt;
=== 1 feb 2007 ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de verschillende torsiehoeken die in een proteÃ¯ne kunnen voorkomen en zeg waar ze een toepassing hebben&lt;br /&gt;
# Bespreek secundaire structuurvoorspelling en zeg hoe je meer informatie kan krijgen over de positie van een (voorspelde) helix in het proteÃ¯ne.&lt;br /&gt;
# Je hebt je proteÃ¯ne naar een bevriend labo gestuurd om te kristaliseren... enz. Welke minimisatietechniek gebruikje en bespreek deze.&lt;br /&gt;
=== 1 feb 2007 ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de elektostatisch term van het krachtveld&lt;br /&gt;
# Bespreek beta sheet and beta strands&lt;br /&gt;
# van 2D naar 3D: welke minimisatiemethode? &lt;br /&gt;
=== 22 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
# Hoe kunnen we een proteine thermostabiliseren&lt;br /&gt;
# tabellen van pdb bespreken&lt;br /&gt;
# van 2D naar 3D: welke minimisatiemethode? &lt;br /&gt;
=== 22 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
# Hoe kan een oppervlak van een proteÃ¯ne gekarakteriseerd worden en hoe kan het worden toegepast &lt;br /&gt;
# Ge kreeg een PDB-file en daarvan moest ge al de kolommen bespreken, zeggen wat er in stond.&lt;br /&gt;
# Bespreek het rotameer-concept en waar wordt het gebruikt? &lt;br /&gt;
=== 19 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
# Om een de energie van een proteÃ¯ne te bepalen moeten we een krachtveld toepassen. Wanneer we echter proteÃ¯nes hebben met veel atomen zal er meer rekenwerk zijn dan bij proteines met minder atomen. Waarom is dit zo en wat kunnen we doen het rekenwerk toch vlugger te laten gaan?&lt;br /&gt;
# Bespreek en geef eigenschappen van de alfa-helix als dipool.&lt;br /&gt;
# Je slaagt er in het labo in om een proteÃ¯ne op te zuiveren. Je stuurt je proteÃ¯ne naar een bevriend labo om het te laten kristalliseren. Maar je vraagt al reeds de ruwe coÃ¶rdinaten op van haar proteÃ¯ne. Er waren ook nog geen kwantummechanische gegevens verkrijgbaar, dus nog geen elektronendensiteiten om de coÃ¶rdinaten juist in te situeren. Welke methode moet je gebruiken om de energie van haar proteÃ¯ne te minimaliseren. + leg uit hoe de methode werkt.&amp;lt;/text&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marie</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Chemie_Van_Natuurproducten&amp;diff=2107</id>
		<title>Chemie Van Natuurproducten</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Chemie_Van_Natuurproducten&amp;diff=2107"/>
		<updated>2020-06-06T13:16:01Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marie: /* 5 juni 2020 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===5 juni 2020===&lt;br /&gt;
#Vormen van humuleen uit farnesylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#Oefening van ornithine-achtig az maar dan naar 7-ring&lt;br /&gt;
#Leg anti-oxidante werking glutathion uit adhv H2O2&lt;br /&gt;
#Practica (door corona op examen)&lt;br /&gt;
##Mechanisme enamine-vorming met morfoline en cyclohexanon&lt;br /&gt;
##Chloraniltest uitleggen met structuren en reacties&lt;br /&gt;
##Structuur van: DMF, DIC, propionylchloride en pyrolidine&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 augustus 2019===&lt;br /&gt;
#Aan de hand van welk biomimetisch reagens gebeurt onderstaande reactie? (Stetter) Stel een mogelijk reactiemechanisme op.&lt;br /&gt;
#Stel een mogelijk reactiemechanisme op hoe B gemaakt wordt uit A. Hoe wordt A biosynthetisch gevormd? (A was polyketide en leek op de reactie met orsellinic acid maar met fenol groep ipv methylgroep)&lt;br /&gt;
#Oxidatie door NAD+ (Zie 21 juni ‘18 NM, vraag 2)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2019 VM===&lt;br /&gt;
#oefening van ornithine naar hygrine maar dan een 8-ring ipv 5-ring&lt;br /&gt;
#hoe zou je van molecule A naar molecule B gaan + geef een mogelijke biosynthese van molecule A (molecule A was een polyketide met een starter unit)&lt;br /&gt;
#2 moleculen gegeven en uitleggen welke van de 2 enantioselectief omgezet wordt door NADH naar een optisch actieve verbinding&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2019 NM===&lt;br /&gt;
#Vorming humuleen vanuit farnesylpyrofosfaat (Let op: hoe dit in de dropbox staat is niet 100% correct, de dubbele binding bovenaan kan direct aanvallen op het C-atoom waaraan OPP gebonden is om de ring te sluiten.)&lt;br /&gt;
#Hoe zou glutathione met dit molecule reageren?&lt;br /&gt;
#Bespreek de anti-oxidant werking van Vitamine C.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2019 VM===&lt;br /&gt;
#Aan de hand van welk biomimetisch reagens gebeurt onderstaande reactie? (Stetter) Stel een mogelijk reactiemechanisme op.&lt;br /&gt;
#oefening van ornithine naar hygrine maar dan een 7-ring ipv een 5-ring&lt;br /&gt;
#Bespreek de anti-oxidant werking van Vitamine C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2019 VM===&lt;br /&gt;
#Polyketide ringsluiting + synthese bioketide&lt;br /&gt;
#Pyridoxal fosfaat oefening&lt;br /&gt;
#Oxidatie door NAD+&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===7 juni 2019 NM===&lt;br /&gt;
#Aan de hand van welk biomimetisch reagens gebeurt onderstaande reactie? (Stetter) Stel een mogelijk reactiemechanisme op.&lt;br /&gt;
#Stel een mogelijk reactiemechanisme op hoe B gemaakt wordt uit A. Hoe wordt A biosynthetisch gevormd? (A was polyketide)&lt;br /&gt;
#Bespreek de anti-oxiderende werking van Vitamine C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===7 juni 2019 VM===&lt;br /&gt;
#Vorming humuleen vanuit farnesylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#bespreek anti-oxiderende werking van glutathion adhv H2O2&lt;br /&gt;
#oefening van ornithine naar hygrine maar dan een 7-ring ipv een 5-ring&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===4 september 2018 NM===&lt;br /&gt;
#Oefening van ornithine naar hygrine maar dan een 8-ring ipv een 5-ring&lt;br /&gt;
#Hoe zou glutathione met dit molecule reageren?&lt;br /&gt;
#Wat zijn inositolen? + geef de biosynthese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
#Stetter-reagens&lt;br /&gt;
#NAD+/NADH reductie&lt;br /&gt;
#biosynthese inositol&lt;br /&gt;
[[Bestand:Knipsel.jpg]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2018 VM===&lt;br /&gt;
#vorming 8 ring met pyridoxaal fosfaat&lt;br /&gt;
#ringsluiting van polyketide en de synthese van een polyketide geven&lt;br /&gt;
#stereospecifieke aanval bij reductie met NADH&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2018===&lt;br /&gt;
#bespreek synthese humuleen&lt;br /&gt;
#Oefening van ornithine naar hygrine maar dan een 7-ring ipv een 5-ring&lt;br /&gt;
#bespreek antioxiderende werking van glutathion adhv H2O2&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2018===&lt;br /&gt;
#Geef een mogelijk reactie mechanismen van molecule A naar B. Hoe zou molecule A biosynthetisch gemaakt kunnen worden. (A was een polyketide gemaakt aan de hand van een starter unit uit het deel &#039;other starter units&#039;)&lt;br /&gt;
#Deaminatie van tryptofaan. (m.b.v. pyridoxaalfosfaat)&lt;br /&gt;
#Oxidatie van een gegeven molecule m.b.v. NAD+.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2018 VM===&lt;br /&gt;
#Welk biomimetisch reagens werd er gebruikt bij deze synthese? (Stetter, bijvraag over zwak zure proton en functie van thiaminepyrofosfaat)&lt;br /&gt;
#Oefening van ornithine naar hygrine maar dan een 7-ring ipv een 5-ring&lt;br /&gt;
#Bespreek antioxiderende werking van vitamine C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2017 NM===&lt;br /&gt;
#hoe gebeurt volgende reactie (Stetter) + geef reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#reactievergelijking aanvullen: molecule + NAD+ --&amp;gt; ?                                                                      (oefening zoals die van appelzuur met NAD+)&lt;br /&gt;
#bespreek biosynthese van inositolen en wat zijn inositolen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2017 voormiddag===&lt;br /&gt;
#bespreek synthese humuleen&lt;br /&gt;
#bespreek antioxiderende werking van glutathion adhv H2O2&lt;br /&gt;
#oefening van ornithine naar hygrine maar dan een 7-ring ipv een 5-ring&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2017 namiddag===&lt;br /&gt;
# Welk biomimetisch reagens werd er gebruikt bij deze synthese? (Stetter, bijvraag over zwak zure proton en functie van thiaminepyrofosfaat&lt;br /&gt;
# een oefening van hoe je een L-aminozuur omzet naar een D-aminozuur (met pyridoxaalfosfaat)&lt;br /&gt;
# geef 2 manieren waar we de biosynthese van acetoacetyl CoA gezien hebben (bijvraag: waar hebben we deze reacties gezien)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2017 voormiddag===&lt;br /&gt;
# oefening van polyketiden&lt;br /&gt;
# gegeven structuur omvormen m.b.v. pyridoxaalfosfaat&lt;br /&gt;
# oefening zoals die van appelzuur met NAD+ maar met een andere gegeven structuur (COOH groep vervangen door benzeenring, maar dit komt op hetzelfde neer).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 juni 2017===&lt;br /&gt;
# Vorming humuleen vanuit farnesylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
# Reactie met glutathion (met Michaelacceptor C=C-C=O)&lt;br /&gt;
# Antioxidante werking van vitamine C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2017===&lt;br /&gt;
# Leg de werking van ascorbinezuur uit (vitamine C dus)&lt;br /&gt;
# Oefening gebaseerd op de theorie van de synthese uit ornithine en hygrine maar dan met een zesring ipv een vijfring. &lt;br /&gt;
# Stetteroefening.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2017===&lt;br /&gt;
# een oefening &amp;quot;met welk biomemtisch reagens gebeurt deze reactie&amp;quot; da was van 1 ring naar 2 ringen dus me stetter&lt;br /&gt;
# tweede oefening was van een aminozuur met een keten me een O in en een NH2 naar een 7ring (leek op ornithine naar hygrine) en da was mbv pyrodoxalfosfaat en ook claisen ester condensatie&lt;br /&gt;
# theorie: leg het anti-oxidans van vitamine C uit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2015===&lt;br /&gt;
#leg de werking van vitamine C uit als antioxidans&lt;br /&gt;
#Leg uit hoe humuleen gevormd wordt uit farnesylfosfaat&lt;br /&gt;
#Oefening gebaseerd is op de theorie van de synthese uit ornithine maar dan met een zevenring ipv een vijfring.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 agustus 2013===&lt;br /&gt;
#Terpenen: een gegeven molecule naar een nader molecule, geef het reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#Oxidaite van een gegeven molecule met NAD+&lt;br /&gt;
#Geef 2 manieren om aceto-acetyl CoA te maken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2013===&lt;br /&gt;
#Met welk biomimetrisch reagens kun je volgende reactie uitvoeren? Schrijf een mogelijk reactie mechanisme uit&lt;br /&gt;
#Hoe reageert glutathion met onderstaande molecule&lt;br /&gt;
#Bespreek de synthese van vitamine C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2013===&lt;br /&gt;
#In de natuur wordt Caryophylleen gemaakt met behulp van farnesylpyrofosfaat. Werk een mogelijk reactiemechanisme uit tot het bekomen van dit product.(de structuur formule van farnesylpyrofosfaat werd niet gegeven)&lt;br /&gt;
#Werk het mechanisme uit en becommentarieer. (Oplossing: met behulp van pyrodoxaal fosfaat)&lt;br /&gt;
#Bespreek de antioxidatieve werking van vitamine C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2013===&lt;br /&gt;
#Hoe glutathion met een bepaald vaag molecule reageert&lt;br /&gt;
#2 manieren om acetoacetyl CoA te vormen&lt;br /&gt;
#Polyketiden: ge moet weten dat dat via de mechanisme van vetzuursynthese aangemaakt werd en dan moest ge nog mechanisme van dat polyketide naar een ander gegeven molecule schrijven, het was aldolcondensatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2012 (namiddag)===&lt;br /&gt;
#Oefening met stetter reagens. Welk molecule bootst stetter na en voor wat wordt dit in de natuur gebruikt.&lt;br /&gt;
#Racematie met pyridoxalfosfaat uitleggen en mechanisme uitschrijven voor gegeven moleculen. Voorwat pyridoxalfosfaat gebruikt wordt in de natuur.&lt;br /&gt;
#Mechanisme antioxidans van vitamine C uitleggen. Hoe wordt dit gemaakt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2012 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
#Structuur van humuleen gegeven. Geef de biosynthese van humuleen, vertrekkende van farnesylfosfaat&lt;br /&gt;
#Gegeven: Hoe reageert glutathione met deze verbinding?&lt;br /&gt;
#Geef de 2 biosynthesewegen die in de cursus gezien zijn voor acetoacetyl-CoA&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2011 (namiddag)===&lt;br /&gt;
#Welk van deze 2 verbindingen geven een enkel enantiomeer? (enantioselectieve reactie: chiraal product) was reductie met NADH van 2-butaton en pyruvaat (+ appelzuur)&lt;br /&gt;
#Leg mechanisme van de anti-oxidantie werking uit van vitamine C. Geef ook de biosynthese.&lt;br /&gt;
#Geef een mogelijk mechanisme voor volgende reactie HOOC-(C=O)-C-C-C-(C=O)-C=C  (biomimetisch reagens en Et3N)  1,4 cycloheptadion&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2010===&lt;br /&gt;
#Omzetting van histidine naar histamine (histidine zonder CO2) (structuren gegeven)&lt;br /&gt;
#Welk biomimetisch reagens zou je gebruiken, en wat zou een mechanisme kunnen zijn? (stetter)&lt;br /&gt;
#Leg het mechanisme van de anti-oxidantie werking van vitamine C uit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2010===&lt;br /&gt;
#Omzetting van L-AZ naar D-AZ mbv pyridoxaalfosfaat&lt;br /&gt;
#Vetzuursynthese&lt;br /&gt;
#Radicale ortho-para-koppeling&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===September 2009===&lt;br /&gt;
#DOPA en DOPAMINE&lt;br /&gt;
#Synthese inositolen&lt;br /&gt;
#Stereospecificiteit LADH&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2009===&lt;br /&gt;
#Becommentarieer op mechanistische wijze de volgende reactie (vul de nodige reagentia zelf aan). In welke biosynthese is deze reactie belangrijk?&lt;br /&gt;
#Schrijf het mechanisme op van de volgende reactie&lt;br /&gt;
#Bespreek de structuur van fosfatidylcholine en geef de biosynthese ervan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===4 september 2008===&lt;br /&gt;
#De structuren van ornitine en hygrine waren gegeven en je moest heel de reactieweg geven.&lt;br /&gt;
#De 4e stap van de purine synthese was gegeven, begin- en eindproduct en hij moest zeggen hoe de reactie verliep&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2008===&lt;br /&gt;
#Bespreek decarboxylatie van phosphadityl serine naar phosphadityl ethanolamine (pyridoxalfosfaat). Ge kreeg de tekening van die molecules, hem vroeg dan de naam, vroeg ook nog achter choline en wat dat doet, hoe ge dat maakt&lt;br /&gt;
#Fructose: fisher =&amp;gt; hawordth omzetting&lt;br /&gt;
#Welk van deze 2 verbindingen geven een enkel enantiomer? (enantioselectieve reactie: chiraal product) was reductie met NADH, van 2-butanon en pyruvaat. Hij vroeg ook nog hoe ge bv appelzuur oxideert met NAD&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2007===&lt;br /&gt;
#Merhylering, waardoor gebeurt het en leg uit (SAM)&lt;br /&gt;
#Fructose fisher gegeven, geef haworth&lt;br /&gt;
#R-C-C-COSCoA  R-C=C-COSCoA (mbv FAD =&amp;gt; FADH2) leg uit + geef structuur van FAD&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2006===&lt;br /&gt;
#Omzetting van een ketocarbonzuur is AZ, hoe gaat dit in zijn werk in de cel, met welke reagentia, geef structuur + reacties&lt;br /&gt;
#Hoe worden verzadigde vetzuren opgebouwd in de natuur?&lt;br /&gt;
#Hoe wordt zuurstof in de cel getransporteerd, geef structuur + uitleg&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2006===&lt;br /&gt;
#Decarboxylatie van een aminozuur&lt;br /&gt;
#R-C-C-COSCoA  R-C=C-COSCoA (mbv FAD =&amp;gt; FADH2): leg uit + geef structuur van FAD&lt;br /&gt;
#Welk molecule zorgt voor spontane membraanvorming: geef structuur en leg uit&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marie</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Chemie_Van_Natuurproducten&amp;diff=2106</id>
		<title>Chemie Van Natuurproducten</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Chemie_Van_Natuurproducten&amp;diff=2106"/>
		<updated>2020-06-06T13:15:24Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marie: /* 5 juni 2020 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===5 juni 2020===&lt;br /&gt;
#Vormen van humuleen uit farnesylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#oefening van ornithine-achtig az maar dan naar 7-ring&lt;br /&gt;
#Leg anti-oxidante werking glutathion uit adhv H2O2&lt;br /&gt;
#practica&lt;br /&gt;
##mechanisme enamine-vorming met morfoline en cyclohexanon&lt;br /&gt;
##chloraniltest uitleggen met structuren en reacties&lt;br /&gt;
##structuur van: DMF, DIC, propionylchloride en pyrolidine&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 augustus 2019===&lt;br /&gt;
#Aan de hand van welk biomimetisch reagens gebeurt onderstaande reactie? (Stetter) Stel een mogelijk reactiemechanisme op.&lt;br /&gt;
#Stel een mogelijk reactiemechanisme op hoe B gemaakt wordt uit A. Hoe wordt A biosynthetisch gevormd? (A was polyketide en leek op de reactie met orsellinic acid maar met fenol groep ipv methylgroep)&lt;br /&gt;
#Oxidatie door NAD+ (Zie 21 juni ‘18 NM, vraag 2)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2019 VM===&lt;br /&gt;
#oefening van ornithine naar hygrine maar dan een 8-ring ipv 5-ring&lt;br /&gt;
#hoe zou je van molecule A naar molecule B gaan + geef een mogelijke biosynthese van molecule A (molecule A was een polyketide met een starter unit)&lt;br /&gt;
#2 moleculen gegeven en uitleggen welke van de 2 enantioselectief omgezet wordt door NADH naar een optisch actieve verbinding&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2019 NM===&lt;br /&gt;
#Vorming humuleen vanuit farnesylpyrofosfaat (Let op: hoe dit in de dropbox staat is niet 100% correct, de dubbele binding bovenaan kan direct aanvallen op het C-atoom waaraan OPP gebonden is om de ring te sluiten.)&lt;br /&gt;
#Hoe zou glutathione met dit molecule reageren?&lt;br /&gt;
#Bespreek de anti-oxidant werking van Vitamine C.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2019 VM===&lt;br /&gt;
#Aan de hand van welk biomimetisch reagens gebeurt onderstaande reactie? (Stetter) Stel een mogelijk reactiemechanisme op.&lt;br /&gt;
#oefening van ornithine naar hygrine maar dan een 7-ring ipv een 5-ring&lt;br /&gt;
#Bespreek de anti-oxidant werking van Vitamine C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2019 VM===&lt;br /&gt;
#Polyketide ringsluiting + synthese bioketide&lt;br /&gt;
#Pyridoxal fosfaat oefening&lt;br /&gt;
#Oxidatie door NAD+&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===7 juni 2019 NM===&lt;br /&gt;
#Aan de hand van welk biomimetisch reagens gebeurt onderstaande reactie? (Stetter) Stel een mogelijk reactiemechanisme op.&lt;br /&gt;
#Stel een mogelijk reactiemechanisme op hoe B gemaakt wordt uit A. Hoe wordt A biosynthetisch gevormd? (A was polyketide)&lt;br /&gt;
#Bespreek de anti-oxiderende werking van Vitamine C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===7 juni 2019 VM===&lt;br /&gt;
#Vorming humuleen vanuit farnesylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#bespreek anti-oxiderende werking van glutathion adhv H2O2&lt;br /&gt;
#oefening van ornithine naar hygrine maar dan een 7-ring ipv een 5-ring&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===4 september 2018 NM===&lt;br /&gt;
#Oefening van ornithine naar hygrine maar dan een 8-ring ipv een 5-ring&lt;br /&gt;
#Hoe zou glutathione met dit molecule reageren?&lt;br /&gt;
#Wat zijn inositolen? + geef de biosynthese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
#Stetter-reagens&lt;br /&gt;
#NAD+/NADH reductie&lt;br /&gt;
#biosynthese inositol&lt;br /&gt;
[[Bestand:Knipsel.jpg]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2018 VM===&lt;br /&gt;
#vorming 8 ring met pyridoxaal fosfaat&lt;br /&gt;
#ringsluiting van polyketide en de synthese van een polyketide geven&lt;br /&gt;
#stereospecifieke aanval bij reductie met NADH&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2018===&lt;br /&gt;
#bespreek synthese humuleen&lt;br /&gt;
#Oefening van ornithine naar hygrine maar dan een 7-ring ipv een 5-ring&lt;br /&gt;
#bespreek antioxiderende werking van glutathion adhv H2O2&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2018===&lt;br /&gt;
#Geef een mogelijk reactie mechanismen van molecule A naar B. Hoe zou molecule A biosynthetisch gemaakt kunnen worden. (A was een polyketide gemaakt aan de hand van een starter unit uit het deel &#039;other starter units&#039;)&lt;br /&gt;
#Deaminatie van tryptofaan. (m.b.v. pyridoxaalfosfaat)&lt;br /&gt;
#Oxidatie van een gegeven molecule m.b.v. NAD+.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2018 VM===&lt;br /&gt;
#Welk biomimetisch reagens werd er gebruikt bij deze synthese? (Stetter, bijvraag over zwak zure proton en functie van thiaminepyrofosfaat)&lt;br /&gt;
#Oefening van ornithine naar hygrine maar dan een 7-ring ipv een 5-ring&lt;br /&gt;
#Bespreek antioxiderende werking van vitamine C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2017 NM===&lt;br /&gt;
#hoe gebeurt volgende reactie (Stetter) + geef reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#reactievergelijking aanvullen: molecule + NAD+ --&amp;gt; ?                                                                      (oefening zoals die van appelzuur met NAD+)&lt;br /&gt;
#bespreek biosynthese van inositolen en wat zijn inositolen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2017 voormiddag===&lt;br /&gt;
#bespreek synthese humuleen&lt;br /&gt;
#bespreek antioxiderende werking van glutathion adhv H2O2&lt;br /&gt;
#oefening van ornithine naar hygrine maar dan een 7-ring ipv een 5-ring&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2017 namiddag===&lt;br /&gt;
# Welk biomimetisch reagens werd er gebruikt bij deze synthese? (Stetter, bijvraag over zwak zure proton en functie van thiaminepyrofosfaat&lt;br /&gt;
# een oefening van hoe je een L-aminozuur omzet naar een D-aminozuur (met pyridoxaalfosfaat)&lt;br /&gt;
# geef 2 manieren waar we de biosynthese van acetoacetyl CoA gezien hebben (bijvraag: waar hebben we deze reacties gezien)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2017 voormiddag===&lt;br /&gt;
# oefening van polyketiden&lt;br /&gt;
# gegeven structuur omvormen m.b.v. pyridoxaalfosfaat&lt;br /&gt;
# oefening zoals die van appelzuur met NAD+ maar met een andere gegeven structuur (COOH groep vervangen door benzeenring, maar dit komt op hetzelfde neer).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 juni 2017===&lt;br /&gt;
# Vorming humuleen vanuit farnesylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
# Reactie met glutathion (met Michaelacceptor C=C-C=O)&lt;br /&gt;
# Antioxidante werking van vitamine C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2017===&lt;br /&gt;
# Leg de werking van ascorbinezuur uit (vitamine C dus)&lt;br /&gt;
# Oefening gebaseerd op de theorie van de synthese uit ornithine en hygrine maar dan met een zesring ipv een vijfring. &lt;br /&gt;
# Stetteroefening.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2017===&lt;br /&gt;
# een oefening &amp;quot;met welk biomemtisch reagens gebeurt deze reactie&amp;quot; da was van 1 ring naar 2 ringen dus me stetter&lt;br /&gt;
# tweede oefening was van een aminozuur met een keten me een O in en een NH2 naar een 7ring (leek op ornithine naar hygrine) en da was mbv pyrodoxalfosfaat en ook claisen ester condensatie&lt;br /&gt;
# theorie: leg het anti-oxidans van vitamine C uit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2015===&lt;br /&gt;
#leg de werking van vitamine C uit als antioxidans&lt;br /&gt;
#Leg uit hoe humuleen gevormd wordt uit farnesylfosfaat&lt;br /&gt;
#Oefening gebaseerd is op de theorie van de synthese uit ornithine maar dan met een zevenring ipv een vijfring.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 agustus 2013===&lt;br /&gt;
#Terpenen: een gegeven molecule naar een nader molecule, geef het reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#Oxidaite van een gegeven molecule met NAD+&lt;br /&gt;
#Geef 2 manieren om aceto-acetyl CoA te maken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2013===&lt;br /&gt;
#Met welk biomimetrisch reagens kun je volgende reactie uitvoeren? Schrijf een mogelijk reactie mechanisme uit&lt;br /&gt;
#Hoe reageert glutathion met onderstaande molecule&lt;br /&gt;
#Bespreek de synthese van vitamine C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2013===&lt;br /&gt;
#In de natuur wordt Caryophylleen gemaakt met behulp van farnesylpyrofosfaat. Werk een mogelijk reactiemechanisme uit tot het bekomen van dit product.(de structuur formule van farnesylpyrofosfaat werd niet gegeven)&lt;br /&gt;
#Werk het mechanisme uit en becommentarieer. (Oplossing: met behulp van pyrodoxaal fosfaat)&lt;br /&gt;
#Bespreek de antioxidatieve werking van vitamine C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2013===&lt;br /&gt;
#Hoe glutathion met een bepaald vaag molecule reageert&lt;br /&gt;
#2 manieren om acetoacetyl CoA te vormen&lt;br /&gt;
#Polyketiden: ge moet weten dat dat via de mechanisme van vetzuursynthese aangemaakt werd en dan moest ge nog mechanisme van dat polyketide naar een ander gegeven molecule schrijven, het was aldolcondensatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2012 (namiddag)===&lt;br /&gt;
#Oefening met stetter reagens. Welk molecule bootst stetter na en voor wat wordt dit in de natuur gebruikt.&lt;br /&gt;
#Racematie met pyridoxalfosfaat uitleggen en mechanisme uitschrijven voor gegeven moleculen. Voorwat pyridoxalfosfaat gebruikt wordt in de natuur.&lt;br /&gt;
#Mechanisme antioxidans van vitamine C uitleggen. Hoe wordt dit gemaakt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2012 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
#Structuur van humuleen gegeven. Geef de biosynthese van humuleen, vertrekkende van farnesylfosfaat&lt;br /&gt;
#Gegeven: Hoe reageert glutathione met deze verbinding?&lt;br /&gt;
#Geef de 2 biosynthesewegen die in de cursus gezien zijn voor acetoacetyl-CoA&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2011 (namiddag)===&lt;br /&gt;
#Welk van deze 2 verbindingen geven een enkel enantiomeer? (enantioselectieve reactie: chiraal product) was reductie met NADH van 2-butaton en pyruvaat (+ appelzuur)&lt;br /&gt;
#Leg mechanisme van de anti-oxidantie werking uit van vitamine C. Geef ook de biosynthese.&lt;br /&gt;
#Geef een mogelijk mechanisme voor volgende reactie HOOC-(C=O)-C-C-C-(C=O)-C=C  (biomimetisch reagens en Et3N)  1,4 cycloheptadion&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2010===&lt;br /&gt;
#Omzetting van histidine naar histamine (histidine zonder CO2) (structuren gegeven)&lt;br /&gt;
#Welk biomimetisch reagens zou je gebruiken, en wat zou een mechanisme kunnen zijn? (stetter)&lt;br /&gt;
#Leg het mechanisme van de anti-oxidantie werking van vitamine C uit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2010===&lt;br /&gt;
#Omzetting van L-AZ naar D-AZ mbv pyridoxaalfosfaat&lt;br /&gt;
#Vetzuursynthese&lt;br /&gt;
#Radicale ortho-para-koppeling&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===September 2009===&lt;br /&gt;
#DOPA en DOPAMINE&lt;br /&gt;
#Synthese inositolen&lt;br /&gt;
#Stereospecificiteit LADH&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2009===&lt;br /&gt;
#Becommentarieer op mechanistische wijze de volgende reactie (vul de nodige reagentia zelf aan). In welke biosynthese is deze reactie belangrijk?&lt;br /&gt;
#Schrijf het mechanisme op van de volgende reactie&lt;br /&gt;
#Bespreek de structuur van fosfatidylcholine en geef de biosynthese ervan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===4 september 2008===&lt;br /&gt;
#De structuren van ornitine en hygrine waren gegeven en je moest heel de reactieweg geven.&lt;br /&gt;
#De 4e stap van de purine synthese was gegeven, begin- en eindproduct en hij moest zeggen hoe de reactie verliep&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2008===&lt;br /&gt;
#Bespreek decarboxylatie van phosphadityl serine naar phosphadityl ethanolamine (pyridoxalfosfaat). Ge kreeg de tekening van die molecules, hem vroeg dan de naam, vroeg ook nog achter choline en wat dat doet, hoe ge dat maakt&lt;br /&gt;
#Fructose: fisher =&amp;gt; hawordth omzetting&lt;br /&gt;
#Welk van deze 2 verbindingen geven een enkel enantiomer? (enantioselectieve reactie: chiraal product) was reductie met NADH, van 2-butanon en pyruvaat. Hij vroeg ook nog hoe ge bv appelzuur oxideert met NAD&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2007===&lt;br /&gt;
#Merhylering, waardoor gebeurt het en leg uit (SAM)&lt;br /&gt;
#Fructose fisher gegeven, geef haworth&lt;br /&gt;
#R-C-C-COSCoA  R-C=C-COSCoA (mbv FAD =&amp;gt; FADH2) leg uit + geef structuur van FAD&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2006===&lt;br /&gt;
#Omzetting van een ketocarbonzuur is AZ, hoe gaat dit in zijn werk in de cel, met welke reagentia, geef structuur + reacties&lt;br /&gt;
#Hoe worden verzadigde vetzuren opgebouwd in de natuur?&lt;br /&gt;
#Hoe wordt zuurstof in de cel getransporteerd, geef structuur + uitleg&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2006===&lt;br /&gt;
#Decarboxylatie van een aminozuur&lt;br /&gt;
#R-C-C-COSCoA  R-C=C-COSCoA (mbv FAD =&amp;gt; FADH2): leg uit + geef structuur van FAD&lt;br /&gt;
#Welk molecule zorgt voor spontane membraanvorming: geef structuur en leg uit&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marie</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Levensmiddelenchemie_en_-technologie&amp;diff=1954</id>
		<title>Levensmiddelenchemie en -technologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Levensmiddelenchemie_en_-technologie&amp;diff=1954"/>
		<updated>2020-01-20T17:24:55Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marie: /* 20 januari 2020 VM */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
 [[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2020 VM===&lt;br /&gt;
#Waarom is langere houdbaarheid zo belangrijk in onze maatschappij? Waarom en hoe hebben we dit aangepakt?&lt;br /&gt;
#Geef het productieproces van kaas.&lt;br /&gt;
#Korte vragen:&lt;br /&gt;
##Hoeveel van het familiaal inkomen geeft de Belg gemiddeld uit aan voeding?&lt;br /&gt;
##Wat is lactulose?&lt;br /&gt;
##Isohumulonen&lt;br /&gt;
##Waarvoor dient zwaveldioxide in de wijnproductie?&lt;br /&gt;
##Postgrandiale verzadiging&lt;br /&gt;
#Productbespreking&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===&#039;&#039;&#039;1 februari 2019 VM &#039;&#039;&#039;===&lt;br /&gt;
#Welke middelen heeft de levensmiddelenindustrie tot haar beschikking om te zorgen dat een levensmiddel de consument veilig bereikt?&lt;br /&gt;
#Geef bier proces schematisch en beschrijf kort de functies&lt;br /&gt;
#Korte vragen:&lt;br /&gt;
##miscella&lt;br /&gt;
##Hoeveel graan wordt er jaarlijks geproduceerd?&lt;br /&gt;
##flavour&lt;br /&gt;
##cellofaan&lt;br /&gt;
##isoflavonen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 januari 2019 VM===&lt;br /&gt;
#De afstand tussen landbouwer en consument is in de loop van de geschiedenis veel langer geworden. Wat waren hier de oorzaken van en waar leidde dit noodzakelijkerwijs toe?&lt;br /&gt;
#Bespreek de stabiliteit van lipiden in levensmiddelen.&lt;br /&gt;
#Korte vragen:&lt;br /&gt;
##Wat is ontgommen?&lt;br /&gt;
##Definieer de Queteletindex.&lt;br /&gt;
##Wat is de link tussen de Coca Cola-crisis en de PCB-crisis?&lt;br /&gt;
##Waarom slaat men het deeg door bij broodbereiding?&lt;br /&gt;
##In ons lichaam wordt energie voor 3 dingen gebruikt, dewelke? (basaal metabolisme, vertering en fysieke activiteit)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===1 februari 2018 VM===&lt;br /&gt;
#Op welke manier zijn enzymen belangrijk in de levensmiddelenproductie?&lt;br /&gt;
#Geef de stabiliteit van lipiden.&lt;br /&gt;
#korte vragen:&lt;br /&gt;
##wat is de belangrijkste enzymatische reactie in levensmiddelenproductie?&lt;br /&gt;
##wat is anandimide?&lt;br /&gt;
##wat is het belangrijkste om verhoogde welvaart te hebben?&lt;br /&gt;
##wat is het verschil tussen sojaproteïne bloem en sojaproteïneconcentraat? &lt;br /&gt;
#productbesprekeking&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 januari 2018 VM===&lt;br /&gt;
#Geef de directe en indirecte criteria van kwaliteit van een levensmiddel.Bespreek hoe verpakking en verpakkingstechnologie kan ingrijpen op genoemde aspecten van kwaliteit.&amp;lt;br /&amp;gt;Zie cursus/dropbox&lt;br /&gt;
#Bespreek de solventextractie van sojaolie&amp;lt;br /&amp;gt;Zie cursus&lt;br /&gt;
#Kleine vragen&lt;br /&gt;
##Wat betekent retronasaal?&amp;lt;br /&amp;gt;&#039;&#039;Vluchtige geurstoffen (aroma&#039;s) die door de keelholte naar de neusholte migreren | tegenhanger van orthonasaal met resp geuren.&#039;&#039;&lt;br /&gt;
##Wat is postgrandiale verzadiging?&amp;lt;br /&amp;gt;&#039;&#039;Verzadigingsgevoel door gevulde maag.&#039;&#039;&lt;br /&gt;
##Wat is chaplisatie?&amp;lt;br /&amp;gt;&#039;&#039;Suiker of druivenconcentraat toevoegen aan de most ter verhoging van suikergehalte | Mag enkel in noordelijke streken, verboden in zuidelijke gebieden.&#039;&#039;&lt;br /&gt;
##Waarom is vermouting zo belangrijk? &amp;lt;br /&amp;gt;&#039;&#039;Kiemen van de gerst zorgt voor &#039;&#039;&#039;aanmaak&#039;&#039;&#039; enzymen (amylasen en proteasen) die resp. zetmeel en proteïnen afbreken tijdens het maischen. tot resp. maltose (+ glucose) en aminozuren om deze beschikbaar te maken voor de gisten.&#039;&#039;&lt;br /&gt;
##Hoe zorgt fermentatie van melk voor een betere bewaarbaarheid?&amp;lt;br /&amp;gt;&#039;&#039;Afbraak van lactose tot lactaat: suikers niet meer beschikbaar voor andere MO en verlaging pH -&amp;gt; inhibitie van groei.&#039;&#039;&lt;br /&gt;
#Productbespreking&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
#Geef de directe en indirecte criteria van kwaliteit van een levensmiddel.Bespreek hoe verpakking en verpakkingstechnologie kan ingrijpen op genoemde aspecten van kwaliteit.&lt;br /&gt;
#Geef en bespreek 4 soorten van fermentatie die kunnen optreden bij de productie van wijn.&lt;br /&gt;
#Bespreek invloed van temperatuur en watergehalte op bederf. wat besluit je hieruit.&lt;br /&gt;
#Kleine vragen (max. 20 woorden per antwoord):&lt;br /&gt;
##Wat is meso?&lt;br /&gt;
##Hoeveel graan wordt er jaarlijks geproduceerd?&lt;br /&gt;
##Waarom wordt benzoëzuur gebruikt in levensmiddelen?&lt;br /&gt;
##Wat zijn polyolen?&lt;br /&gt;
##Wat verstaan we onder netto metaboliseerbare energie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
#bespreek zo volledig mogelijk hoe de voedingsindustrie de vraag van de consument naar een constante en hoge organoleptische kwaliteit tegemoet gaat. &lt;br /&gt;
#bespreek de productie van kaas&lt;br /&gt;
#Juist of fout? Analytisch sensorisch onderzoek is belangrijker dan affectief sensorisch onderzoek bij het produceren van een nieuw levensmiddel. Bespreek&lt;br /&gt;
#begrippen:&lt;br /&gt;
##sorbinezuur&lt;br /&gt;
##oorsprong Bt-toxine&lt;br /&gt;
##heterolactische fermentatie&lt;br /&gt;
##polyolen&lt;br /&gt;
##netto metabolariseerbaarde energie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 augustus 2016===&lt;br /&gt;
#Wat zijn de criteria van een kwalitatief product? Hoe werkt de verpakking hieraan mee?&lt;br /&gt;
#Bier, wijn en Sake party&lt;br /&gt;
#Je koelt sojaolie, wat komt eruit?&lt;br /&gt;
#begrippen:&lt;br /&gt;
##Suiker bij de wijn doen&lt;br /&gt;
##Eesten&lt;br /&gt;
##Melk+bacterie blijft lang goed, why?&lt;br /&gt;
##Dem maag signals of geen honger&lt;br /&gt;
##Restronasaal&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17/6 namiddag===&lt;br /&gt;
#De smaak van een levensmiddel verandert van gisteren op vandaag op morgen. Bespreek en geef voorbeelden vanuit de cursus. (alles dus van bederf tot toestand van de proever van vluchtige geurstoffen van stoffen in uw verpakking)&lt;br /&gt;
#Transvetzuren kom in de natuur niet voor. Juist of fout? verklaar&lt;br /&gt;
#Rijstwijn proces uitleggen&lt;br /&gt;
#Begrippen:&lt;br /&gt;
##Wanneer ben je zwaarlijvig?&lt;br /&gt;
##Verklaar BRC&lt;br /&gt;
##Gelijkenis tussen roken en zouten&lt;br /&gt;
##Wat is ontgommen van olie?&lt;br /&gt;
##Wat zijn PCB&#039;s?&lt;br /&gt;
#Productbespreking&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Examen vragen===&lt;br /&gt;
#geef de directe en indirecte criteria voor kwaliteit van producten en leg uit hoe verpakking en verpakkingsprocedure hier toe kan bijdragen (allee of zoiets toch) &lt;br /&gt;
#classificatie van koolhydraten en waar ze voorkomen&lt;br /&gt;
#winterisatie &lt;br /&gt;
#woordjes :&lt;br /&gt;
##chaptalisatie&lt;br /&gt;
##postgrandiaal &lt;br /&gt;
##retronasaal&lt;br /&gt;
##hoe fermentatie van melk bijdraagt tot bewaring&lt;br /&gt;
##ik denk nog een maar weet ik niet meer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2015===&lt;br /&gt;
#Bespreek de hoe de afstand tussen de landbouwer en de consument groter is geworden. Welke ontwikkelingen hebben hiertoe bijgedragen?&lt;br /&gt;
#GM voeder en voedsel &lt;br /&gt;
#Leg de fermentatie van groenten uit&lt;br /&gt;
#Begrippen &lt;br /&gt;
##homigeniseren als eenheidsbewerking &lt;br /&gt;
##ME &lt;br /&gt;
##pH van wijn &lt;br /&gt;
##halo-effect &lt;br /&gt;
##in welk proces worden PAKâ€™s gevormd?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2015 (nm)===&lt;br /&gt;
#Hoe kan men het probleem van lactose intolerantie oplossen in levensmiddelen?  &lt;br /&gt;
#Transvetten zijn slecht? Leg uit.&lt;br /&gt;
#Bespreek het hele productieproces van soja-olie&lt;br /&gt;
#Korte vragen, korte antwoorden:&lt;br /&gt;
##Stimulusfout&lt;br /&gt;
##malolactische fermentatie&lt;br /&gt;
##vermouten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2015 (vm)===&lt;br /&gt;
#Bespreek veranderingen die optreden bij bewaring en geed drie mogelijke (liefst beste) oplossingen voor problemen die daardoor veroorzaakt kunnen worden. /react-text &lt;br /&gt;
#Bespreek Pringles als voorbeeld van hyperindustrialisatie. /react-text &lt;br /&gt;
#Geef een overzicht (schema/tabel) van de verschillende koolhydraten en hun voorkomen. /react-text &lt;br /&gt;
#Verklaar kort: &lt;br /&gt;
##soutirage &lt;br /&gt;
##ligase /react-text &lt;br /&gt;
##fermentatietechnieken met melk&lt;br /&gt;
##basisprinpice enzymwerking &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2015===&lt;br /&gt;
#Bespreek chocoladeproductie van cacaopod tot product, refereer over de hele cursus. &lt;br /&gt;
#Welke risico&#039;s zijn verbonden aan GM op vlak van voedsel? &lt;br /&gt;
#Bespreek de voor- en nadelen van het verwerken van levensmiddelen. &lt;br /&gt;
#Verklaar kort: &lt;br /&gt;
##inleggen  &lt;br /&gt;
##waarom bepaalde delen van de plant van van industrieel belang zijn &lt;br /&gt;
##post-ontgommen &lt;br /&gt;
##chaptalisatie &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2014 (VM)===&lt;br /&gt;
#Bespreek Pringles als voorbeeld van hyperindustrialisatie&lt;br /&gt;
#Vergelijk de Dioxine crisis en Coca Cola Crisis in tabelvorm &lt;br /&gt;
#Bespreek de extractiestap in de productie van Sojaolie in detail &lt;br /&gt;
#Korte vragen, korte antwoorden: &lt;br /&gt;
##Waarom worden groenten ingelegd? &lt;br /&gt;
##Wat is flavour?  &lt;br /&gt;
##Wat is tristearine?  &lt;br /&gt;
##Wat is Nuruk? &lt;br /&gt;
##Product&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2014 (VM)===&lt;br /&gt;
#Waarom is houdbaarheid belangrijk? Wat zijn de mogelijke manieren om houdbaarheid te bekomen? &lt;br /&gt;
#Bespreek het verband tussen vleesconsumptie en een duurzame voedselproductie.&lt;br /&gt;
#Winterisatie bij sojaolie &lt;br /&gt;
#Korte vragen, korte antwoorden:&lt;br /&gt;
##Wat is postabsorptieve verzadiging?  &lt;br /&gt;
##Wat is daidzeine?  &lt;br /&gt;
##Wat is het doel van tempereren?   &lt;br /&gt;
##waaruit is inuline opgebouwd?   &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 januari 2014 (NM)===&lt;br /&gt;
#Welke middelen heeft de levensmiddelenindustrie tot haar beschikking om te zorgen dat een levensmiddel de consument veilig bereikt? &lt;br /&gt;
#Vergelijk de essentiele elementen in de productie van bier, wijn en rijstwijn in tabelvorm.&lt;br /&gt;
#Bespreek de voor- en nadelen van verwerking van levensmiddelen.&lt;br /&gt;
#Korte vragen, korte antwoorden: &lt;br /&gt;
##Welk soort chemische reactie is de meest gekatalyseerde door enzymen in de levensmiddelenproductie? &lt;br /&gt;
##Wat is daidzeine?&lt;br /&gt;
##Welke doel heeft blancheren?&lt;br /&gt;
##Wat verstaan we onder het &#039;halo&#039;-effect? &lt;br /&gt;
##Geef de criteria van kwalilteit van een levensmiddel in dalende volgorde van belangrijkheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 januari 2014 (VM)===&lt;br /&gt;
#Waarom is houdbaarheid zo belangrijk en wat doet de mens om voor langere houdbaarheid te zorgen + voorbeelden&lt;br /&gt;
#Technologische oplossingen voor lactose-intolerantie &lt;br /&gt;
#Bespreek fermentatie bij cacaobonen &lt;br /&gt;
#Woordjes: &lt;br /&gt;
##postabsorptieve verzadiging, &lt;br /&gt;
##maischen, &lt;br /&gt;
##belangrijkste bestanddeel verzerkt kaas, &lt;br /&gt;
##doel maceration carbonique,&lt;br /&gt;
## duo/trio test (korte uitleg)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 januari 2014===&lt;br /&gt;
#ranzigheid komt veel voor in voeding. welke technologische oplossingen bestaan er voor dit probleem? &lt;br /&gt;
#wat is de werking van rennet? &lt;br /&gt;
#wat zijn de voor- en nadelen van de Atwaterfactoren? &lt;br /&gt;
#vijf termen:&lt;br /&gt;
##hoe is inuline opgebouwd? &lt;br /&gt;
##wat is de quetelet-index &lt;br /&gt;
##welke zijn de twee belangrijkste natuurlijke bronnen van sucrose? &lt;br /&gt;
##wat is melamine&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
===29 januari 2013=== &lt;br /&gt;
#Waarom is houdbaarheid belangrijk? Wat doet de mens om voor langere houdbaarheid te zorgen en geef hierbij voorbeelden. We geven steeds minder uit aan voeding. Dit lijkt onlogisch. Bediscussieer. Geef de voor- en nadelen van verwerking. &lt;br /&gt;
#Korte vragen, korte antwoorden &lt;br /&gt;
##Hoeveel van het voedsel in ons land is geÃ¯mporteerd  &lt;br /&gt;
##Wat is de dierlijke variant van zetmeel  &lt;br /&gt;
##Wat betekent hedonisch&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marie</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Architectuur&amp;diff=1874</id>
		<title>Moleculaire Architectuur</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Architectuur&amp;diff=1874"/>
		<updated>2020-01-14T11:33:23Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marie: /* 13 januari 2020 - namiddag */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verplicht vak voor chemie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit vak wordt gegeven door professor Van Meervelt, hij is de aangenaamheid zelve op het examen!&lt;br /&gt;
Zijn bijvragen zijn wel aan de moeilijke kant.  Maar hij zal je altijd helpen de bijvragen beetje bij beetje op te lossen. Het examen duurt 4u.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kristallografie is het vak Moleculaire Architectuur, maar dan zonder NMR (het laatste hoofdstuk).  Dit is eigenlijk de voorloper van moleculaire architectuur.  Het wordt ook nu nog aan de geologen gegeven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===13 januari 2020 - namiddag===&lt;br /&gt;
#Theorie: Leg de contructie van Ewald uit. Welke factoren hebben hier invloed op? Bijvraag: moet je alle reciproke roosterpunten meten? (Neeh, n-tallige assen/symmetrie)&lt;br /&gt;
#Theorie: H-NMR gegeven van C10H13NO2. Bijvragen over welke pieken we zouden zien bij IR, hoe je de koppelingsconstante kan bepalen.&lt;br /&gt;
#Puntgroep Pcmb met gebruikelijke bijvragen&lt;br /&gt;
#Oefening: Verschillende puntgroepen geven van de isomeren van tetrachloorkubaan.&lt;br /&gt;
#Oefening: Platinacomplex met ruimtegroep Pc1/m, posities gegeven in de ruimtegroep ( xyz, -x-y-z...) en coördinaten gegeven van zwaarste atomen in Patterson. Bepaal de positie van Pt, wat is de fase bij structuurfactor F(020), geldt de wet van Friedel? &lt;br /&gt;
#Begrippen: McLafferty omlegging + hexagonale en kubische dichtste bolstapeling uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 januari 2020 - voormiddag===&lt;br /&gt;
#Theorie: Hoe wordt het principe van Fourier synthese toegepast in de kristalstructuurbepaling?&lt;br /&gt;
#Theorie: NOE, NOESY en COSY&lt;br /&gt;
#Puntgroep Pmcb met gebruikelijke bijvragen&lt;br /&gt;
#Oefening: Puntgroepen van vier structuren&lt;br /&gt;
#Oefening: CdI2: Bravaisrooster bepalen, voor structuurfactor fase bepalen en afbuigingshoek als CuK(alfa) straling gebruikt wordt, geldt wet van Friedel? &lt;br /&gt;
#Begrippen: ATR-IR + ESI uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 augustus 2019===&lt;br /&gt;
#Theorie: Hoe wordt het principe van Fourier synthese toegepast in de kristalstructuurbepaling?&lt;br /&gt;
#NMR-vraag: 3 verschillende H-NMR spectra van isomeren met brutoformule C6H8N2O2. Teken ook de opsplitsingspatronen.&lt;br /&gt;
#Puntgroep Pcnb met gebruikelijke bijvragen&lt;br /&gt;
#Oefening: Vlakgroep vlak 110 NaCl. Geef alle symmetrie-elementen.&lt;br /&gt;
#Oefening: Bepaal de fase en intensiteit van PoCl2 in de reflectie (110). Gegeven zijn de atoomposities en de karakteristieke straling.&lt;br /&gt;
#Begrippen: ESI + CuKalfa uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2019===&lt;br /&gt;
#Hoe kan je een model verbeteren na het oplossen van het faseprobleem?&lt;br /&gt;
#H-NMR van C5H8O2 bijvragen over IR.&lt;br /&gt;
#Pmcn met bijvragen.&lt;br /&gt;
#puntgroep van 4 isomeren van dioxine.&lt;br /&gt;
#AgI posities van de atomen gegeven (breuken) a=6.50 A. tabel met sin(theta)/lambda gegeven voor fAg en fI. Bravais rooster geven, fase, hoek en intensiteit berekenen.&lt;br /&gt;
#ATR-IR en ESI.&lt;br /&gt;
===17 januari 2019===&lt;br /&gt;
#Geef de afleiding van de structuurfactor. Is deze experimenteel te bepalen? &lt;br /&gt;
#H1-NMR van C10H13NO2 (Bijvragen over IR: wat als we van dit molecule een IR spectrum zouden opnemen? Waar zien we dan pieken? Welke zijn sterk? Welke niet?)&lt;br /&gt;
#Ruimtegroep Pnam met bijgvragen &lt;br /&gt;
#Puntgroep bepalen van de isomeren van tetrachloorkubaan (molecuulmodelletje gegeven)&lt;br /&gt;
#Rood loodoxide PbO kristalliseert in een tetragonale eenheidscel&lt;br /&gt;
a=3,975 A en c=5,023 Atomen liggen op de posities: &lt;br /&gt;
Pb(1): 0	½	0.2385 &lt;br /&gt;
Pb(2): ½	0	-0.2385 &lt;br /&gt;
O(1): 0	        0	0 &lt;br /&gt;
O(2): ½  	½	0 &lt;br /&gt;
Wat is het Bravaisrooster? Welke symmetrie-elementen gaan door O2? Construeer de pattersonfunctie. Waar vinden we de sterkste pieken? Toon aan dat de intenstiteit van reflectie 200 en 020 gelijk is. &lt;br /&gt;
#Mclafferty omlegging en kubische en hexagonale dichtste bolstapeling. &lt;br /&gt;
===14 januari 2019===&lt;br /&gt;
# Hoe kan men met de Pattersonfunctie het faseprobleem oplossen? (mondeling)&lt;br /&gt;
# NOE en NOESY, COSY (mondeling)&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pman met bijvragen&lt;br /&gt;
# Puntgroepen van 4 verschillende aromaten&lt;br /&gt;
# CdI2: Bravaisrooster bepalen, voor structuurfactor fase bepalen en afbuigingshoek als CuK(alfa) straling gebruikt wordt, maxima van de Pattersonfunctie geven&lt;br /&gt;
# MALDI-TOF uitleggen en golfgetallen vergelijken bij IR spectroscopie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 4 september 2018===&lt;br /&gt;
# Geef de contructie van Ewald&lt;br /&gt;
# H-NMR van C10H12O3&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pcnb&lt;br /&gt;
# Geef de puntgroep van 4 isomeren van tetrachloornaftaleen die aanleiding geven tot een andere puntgroep. &lt;br /&gt;
# PbO kristaliseert uit in eenheidscel met gegeven dimensies en atoomposities. Gevraagd: Construeer de pattersonfunctie, waar zijn de sterkste pieken? Tot welk Bravais rooster behoort dit? Wat is de afbuighoek van het 110 vlak met CuKalfa? &lt;br /&gt;
# Begrippen: Kubisch en hexagonale dichtste bolstapeling + McLafferty omlegging&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
===27 augustus 2018===&lt;br /&gt;
# Hoe kan men het faseprobleem oplossen met behulp van de Pattersonfunctie? (dus ook uitleggen wat faseprobleem is, formule van pattersonfunctie geven,...) (mondeling)&lt;br /&gt;
# Gegeven drie H-NMR spectra, alle drie C6H6N2O2, bepaal structuren, en verklaar de verschillende spectra (mondeling)&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pcmn met alle gebruikelijke vragen&lt;br /&gt;
# Bepaal tot welke puntgroepen de isomeren van trichloorbenzeen behoren, teken alle symmetrie-elementen&lt;br /&gt;
# Oefening met CdI2, bepaal fasehoek van de reflectie op (110) en afbuighoek theta, tot welk bravais rooster behoort dit? Waar bevinden zich de maxima bij de Pattersonfunctie?&lt;br /&gt;
# Begrippen: MALDI-TOF, Laue groep&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2018===&lt;br /&gt;
# Leid de structuurfactor af. Kan deze ook experimenteel bepaald worden? (mondeling)&lt;br /&gt;
# Gegeven een H-NMR spectrum, bepaal de structuur van de chemische stof die dit spectrum geeft. (mondeling)&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pmca, gebruikelijke bijvragen.&lt;br /&gt;
# Oefening met intensiteit enzo berekenen. Structuur was op eerste zicht niet centrosymmetrisch, maar was het wel met andere oorsprong.&lt;br /&gt;
# Wat is de vlakgroep van het (110) vlak van NaCl? Teken en geef alle symmetrie-elementen.&lt;br /&gt;
# Begrippen: MALDI-TOF, kubisch dichtste bolstapeling&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2018===&lt;br /&gt;
# Waarom Pattersonfunctie belangrijk bij het faseprobleem?&lt;br /&gt;
# NMR: C10H1202&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pbab met alle bijhorende vragen&lt;br /&gt;
# Puntgroepen geven van 4 verschillende aromatische verbindingen + symmetrie elementen aanduiden&lt;br /&gt;
# Oefening waarbij celparameters en 2 atomen gegeven zijn. Intensiteit en afbuighoek berekenen voor (001) en (002). Tot welk Bravais rooster gehoord deze kristalstructuur? &lt;br /&gt;
# Begrippen: CuKalfa en ESI&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2017===&lt;br /&gt;
# Stappen van kristalstructuurbepaling&lt;br /&gt;
# NMR, een piek waar bij stond deze verdwijnt bij schudden met D2O, bijvraag waarom deze piek verdwijnt, ook bijvragen over C13 NMR en IR&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pcmm en bijvragen&lt;br /&gt;
# Vlakgroep vlak 110 NaCl&lt;br /&gt;
# Bepalen van intensiteit reflectie van vlak 200, lengte en fractionele coördinaten gegeven&lt;br /&gt;
# Beschrijf MALDI-TOF en kubisch dichtste bolstapeling&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 juni 2017 NM===&lt;br /&gt;
# Structuurverfijning van kristalstructuurbepaling&lt;br /&gt;
# Leg uit: NOE en NOESY&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pcan met alle bijhorende vragen&lt;br /&gt;
# Oefening waar 4 moleculen stonden waarvan je de puntgroep moest bepalen&lt;br /&gt;
# Oefening met tabel Sintheta/golflengte- intensiteit en hoek 2theta bepalen&lt;br /&gt;
# begrippen: CuKalfa en Resolutie &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 NM===&lt;br /&gt;
#Hoe Faseprobleem oplossen met Patterson functie &lt;br /&gt;
#1H- Nmr ( bijvragen : welke piek is het belangrijkst bij IR-spectra , hoeveel pieken zullen er zijn bij C13,..) &lt;br /&gt;
#Ruimtegroep ( ik dacht Pbmn )&lt;br /&gt;
#Intensiteit bepalen en afbuighoek bepalen &lt;br /&gt;
#Puntgroep van tetrachloornaftaleen ( eerst isomeren geven en van elk isomeer puntgroep bepalen) &lt;br /&gt;
#Mc-lafferty omlegging&lt;br /&gt;
#chemische ionisatie&lt;br /&gt;
===16 juni 2017 VM===&lt;br /&gt;
#leid de formule voor de structuurfactor af en vertel hoe je deze experimenteel kan bepalen.&lt;br /&gt;
#Geef alle ionisatie technieken gebruikt in MS.&lt;br /&gt;
#Puntgroep Pbcm met gebruikelijke bijvragen&lt;br /&gt;
#Geef de puntgroepen van alle isomeren van tetrachloor kubaan en teken de symmetrie elementen&lt;br /&gt;
#verklaar chemische shift, koppelingsconstante en shift reagens&lt;br /&gt;
===12 juni 2017===&lt;br /&gt;
#leg constructie van Ewald uit&lt;br /&gt;
#nmr spectra (geef structuur molecule ) C10H12O3&lt;br /&gt;
#ruimtegroep Pncm met alle bijhorende vraagjes (asymmetrische eenheid, multipliciteit, equivaltente posities, patterson, puntgroep, systematische afwezigheden)&lt;br /&gt;
#Vlakgroep van (110) vlak van ijzer. Geef alle symmetrie elementen&lt;br /&gt;
#oefening ivm fase berekenen en intensiteit (CdI2, sin(theta)/golflengte is gegeven, bepaal fCd, fI en zo de rest)&lt;br /&gt;
#begrippen: ESI &amp;amp; Wet van Friedel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 augustus 2015===&lt;br /&gt;
# stappen van de kristalstructuur bepaling&lt;br /&gt;
# Welke methode voor ionisatie worden er gebruikt bij massaspectroscopie&lt;br /&gt;
# Pcan (met alle gebruikelijke bijvraagjes)&lt;br /&gt;
# Vlakgroep van (110) vlak van ijzer. Geef alle symmetrie elementen&lt;br /&gt;
# PoCL2: ge krijgt Sin theta/lambda en uw celafmetingen, geef Fhkl, Ihkl en uw hoek&lt;br /&gt;
# Bespreek de termen chemische shift, (vul hier in want ik kom er nie op) en shiftreagens&lt;br /&gt;
=== 18 augustus 2015 vm ===&lt;br /&gt;
# leg het principe van uit van verfijning van een kristalstructuur&lt;br /&gt;
# leg volgende begrippen uit: NOE en NOESY&lt;br /&gt;
# ruimtegroep Pbmn en alle vraagjes zoals altijd&lt;br /&gt;
# puntgroepen geven 4 isomeren van een of ander molecule&lt;br /&gt;
# voor een bepaalde reflectie de fase van de structuurfactor berekenen en de intensiteit&lt;br /&gt;
# 2 stellingen (juist of fout):&lt;br /&gt;
#* Bij een ESI spectrum zijn er geen fragmentaties&lt;br /&gt;
#* Bij kubische dichtste bolstapeling liggen alle atomen op speciale posities&lt;br /&gt;
=== 24 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# Nmr spectra&lt;br /&gt;
# verfijning van kristalstructuur&lt;br /&gt;
# Vlak groep van ijzer&lt;br /&gt;
# Ruimte groep Pcan + al die bijvragen&lt;br /&gt;
# Oefening sin theta/lambda. ..&lt;br /&gt;
# 2 stellingen: &lt;br /&gt;
#* esi heeft geen fragmentaties&lt;br /&gt;
#* In ccp liggen alle atomen op speciale posities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# Hoe kunnen we met behulp van de pattersonfunctie het faseprobleem oplossen?&lt;br /&gt;
# Leg uit NOE en NOESY&lt;br /&gt;
# puntgroep Pbmn&lt;br /&gt;
# Bepaal de puntgroep van de isomeren van tetrachloorkubaan en duid alle symmetrie-elementen aan&lt;br /&gt;
# Bereken de fase van de structuurfactor en de intensiteit voor CdI2 met &lt;br /&gt;
#* Eenheidscel a=4,24 A, c=6,86 A, gamma=120Â°&lt;br /&gt;
#* Posities: Cd 0 0 0, I(1) 2/3 1/3 1/4, I(2) 1/3 2/3 3/4&lt;br /&gt;
#* sin theta/lamba 0,0 0,1 0,2 0,3 fCd 48 44,58 38,44 33,22 fI 53 49,36 42,79 37,14&lt;br /&gt;
# Verklaar de begrippen CuKalfa en resolutie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2015 vm ===&lt;br /&gt;
# Leid de uitdrukking van de structuurfactor af. Hoe kan je de structuurfactor experimenteel bepalen?&lt;br /&gt;
# H-NMR spectra van 3 isomeren C6H6N2O2&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pncm&lt;br /&gt;
#* Equivalente posities&lt;br /&gt;
#* multipliciteit&lt;br /&gt;
#* asymmetrische eenheid&lt;br /&gt;
#* Geef 2 speciale posities (waarom speciaal?)&lt;br /&gt;
#* van welke puntgroep afgeleid?&lt;br /&gt;
#* Pattersongroep?&lt;br /&gt;
#*Systematische afwezigheden&lt;br /&gt;
# Bepaal de puntgroep van verschillende isomeren van tetrachloornaftaleen. Duid de symmetrie elementen aan.&lt;br /&gt;
# Rood Loodoxide PbO kristalliseert in tetragonale eenheidscel  a= 3.975  c= 5.023&lt;br /&gt;
#* Waar vind je in Pattersonfunctie sterkste pieken?&lt;br /&gt;
# Leg uit : ESI en ATR-IR&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2014===&lt;br /&gt;
#Geef de stappen voor kristalstructuurbepaling (mondeling)&lt;br /&gt;
#Wat is NOE? (mondeling)&lt;br /&gt;
#Ruimtegroep Pcnb&lt;br /&gt;
#Geef puntgroep van alle isomeren van tetrachloorkubaan&lt;br /&gt;
#Intensiteit van In en afbuighoek: vormfactor, atoomposities zijn gegeven&lt;br /&gt;
#Stellingen&lt;br /&gt;
#*Bij ESI is geen fragmentatie&lt;br /&gt;
#*Bij kubisch dichtste bolstapeling liggen de atomen op speciale posities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2014===&lt;br /&gt;
# Hoe kunnen we met behulp van de pattersonfunctie het faseprobleem oplossen? (mondeling)&lt;br /&gt;
# NMR spectrum met gesubstitueerde benzeenring (mondeling)&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pbnm met alle typische bijvragen (asymmetrische eenheid, speciale posities + waarom ze speciaal zijn, pattersongroep, puntgroep en systematische afwezigheden)&lt;br /&gt;
# Geef de vlakgroep van (110) van ijzer&lt;br /&gt;
# Oefening op structuurfactor. Vormfactoren met bijhorende sin(Î¸)/Î» zijn gegeven, net als de fractionele coÃ¶rdinaten en de grootte van de eenheidscel&lt;br /&gt;
# Wat is ESI?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2013===&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pbmb.&lt;br /&gt;
# Wat is de vlakgroep van het vlak (110) in de ijzerstructuur?&lt;br /&gt;
# NMR-spectrum gegeven. Stelling: Bevat dit spectrum een AX6 systeem?&lt;br /&gt;
# Leg volgende begrippen uit: Laue groep, resolutie, temperatuursfactor.&lt;br /&gt;
# Gegeven: posities van In en celparameters (a en c). Teken een a,b-projectie van de eenheidscel. Welk Bravais-rooster heeft de cel? Bepaal de afbuighoek 2theta en de intensiteit van de reflecties (001) en (002). Wat is de puntgroep rond de middelste In? Waar bevinden zich de hoogste Pattersonpieken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2013===&lt;br /&gt;
# Teken ruimtegroep Pbnb (ab-projectie) en geef equivalente posities, speciale posities, systematische afwezigheden, puntgroep waarvan de ruimtegroep is afgeleid en asymetrische eenheid. (Schriftelijk, na 1 uur af te geven.)&lt;br /&gt;
# Wat is de vlakgroep van het vlak (110) in de platina-strucuur? (Structuur is dus van buiten te kennen!) Bijvraag: is dit vlak de eenheidscel van de vlakgroep? (Mondeling)&lt;br /&gt;
# Bespreek: voor ethylisobutyraat (spectrum en structuur gegeven) is een ontkoppelingsexperiment niet mogelijk. Bijvragen: hoe bepalen we de frequentie die we moeten gebruiken voor het ontkoppelingsexperiment? Link de verschillende pieken aan de verschillende groepen. (Mondeling)&lt;br /&gt;
# Leg de Ewald-constructie uit. Bijvraag: wat gebeurt er als we het kristal draaien? (Mondeling)&lt;br /&gt;
# Gegeven: posities van Mo en Ni in een MoNi4-legering en parameters a en c. Teken een a,b-projectie van de eenheidscel. Welk Bravais-rooster heeft de cel? Bepaal de 2-theta en de intensiteit van de reflectie (002). Wat is de puntgroep rond Mo? Geef de hoogste pattersonpieken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 juni 2011===&lt;br /&gt;
# Teken ruimtegroep Pmcn (ab-projectie) en geef equivalente posities, puntgroep waar deze ruimtegroep van is afgeleid, asymmetrische eenheid, 2 speciale posities en bijhorende Pattersongroep. Zijn er systematische afwezigheden?&lt;br /&gt;
# Stellingen:&lt;br /&gt;
#* Het vlak (110) wordt bij Fe en bij NaCl beschreven door dezelfde vlakgroep&lt;br /&gt;
#* Bij een goed verfijnde structuur zijn de pieken op de verschilfourier te verwaarlozen&lt;br /&gt;
#* Voor de waterstofatomen met delta 6,8 is een ontkoppelingsexperiment niet mogelijk (NMR-spectrum van ethyl-4-methoxybenzoaat gegeven, het gaat om de waterstoffen op C3 en C5 van de benzeenring). &lt;br /&gt;
# Oefening: PbO kristalliseert in een tetragonale eenheidscel, a en c gegeven. Twee posities voor Pb en voor O gegeven. Teken de ab-projectie. Door welke puntgroep wordt de geometrie rond de Pb-atomen beschreven? Door welk Bravaisrooster wordt het kristal beschreven? Bepaal de fase van de intensiteit van afgebogen stralingsbundel voor het vlak (110) voor CuK-alpha (tabel met enkele waarden gegeven voor f van Pb en O ifv sin(theta)/lambda). Teken het vlak (110) en de invallende en afgebogen stralingsbundel op de tekening.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2010 (NM)===&lt;br /&gt;
# Teken ruimtegroep Pmnb en klassieke vragen: equivalente posities, 2 speciale posities, systematische afwezigheden, asymmetrische eenheid, puntgroep,..&lt;br /&gt;
# Stellingen:&lt;br /&gt;
#* De temperatuur heeft geen invloed op de kristalstructuurbepaling.&lt;br /&gt;
#* Het is niet mogelijk om P2 en Pm van elkaar te onderscheiden met behulp van intensiteitsmetingen.&lt;br /&gt;
# NMR-spectrum en bepalen of het overeenkomt met het gegeven molecule.&lt;br /&gt;
# Oefening: AgI kristal, a= 6,50 Angstrom, coordinaten van atomen zijn gegeven, en tabel van f ifv sin/lambda.&lt;br /&gt;
#* Geef a,b-projectie + Bravaisrooster&lt;br /&gt;
#* Bereken Intensiteit en bereken afbuighoek van vlak 004&lt;br /&gt;
#* Geef puntsymmetrie rond Ag en rond I&lt;br /&gt;
#* Waar verwacht je de hoogste Pattersonpieken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2009===&lt;br /&gt;
# teken ruimtegroep (Pnca dacht ik) &amp;amp;amp; geef eq. posities, 2 speciale posities, syst. afwezigheden, puntgroep, ...&lt;br /&gt;
# Stellingen:&lt;br /&gt;
#* rotatiesymmetrie kan bepaald worden via rotatiediffractie(dat een ding waar ge een kristal draait, ik ben niet meer zeker of dat zo heet)&lt;br /&gt;
#* bij verschilelektronendichtheidsmap gaat de hoogte van de pieken verloren bij verfijning (ofzoiets toch)&lt;br /&gt;
# NMR van 1,1-dimethoxyethaan&lt;br /&gt;
# Oefening: alfa-uranium heeft volgende coordinaten op speciale posities: +-(0,y,1/4) +-(1/2,1/2-y,-1/4) a b en c gegeven(3 verschillende waarden) 2 groottes van structuurfactoren gegeven en de fu in functie van sin(theta).&lt;br /&gt;
#* y is 0.10 of 0.15, bepaal dit met bhv de gegevens. &lt;br /&gt;
#* Teken een a,b-projectie. &lt;br /&gt;
#* Beschrijf de omringing van het U-atoom via de puntgroep van het atoom. &lt;br /&gt;
#* Teken de pattersongroep.&lt;br /&gt;
===17 juni 2009===&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pcan: equivalente posities, multipliciteit, asymmetrische eenheid, 2 speciale posities, puntgroep, systematische afwezigheden&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* De temperatuurfactoren van Pt in een Pt-kristal zijn isotroop (Antwoord: Waar want ze liggen op speciale posities)&lt;br /&gt;
#* De symmetrie van een diffractiepatroon van een kristal wordt bepaald door de ruimtegroep&lt;br /&gt;
#* NMR: aspirine&lt;br /&gt;
# Oefening: Nikkelarsenide (a, c en gamma=120Â° is gegeven) De posities van Nikkel en van arseen zijn ook gegeven. &lt;br /&gt;
#* Geef de ab-projectie, bravais rooster, wat is de stapeling van Arseen, puntgroep rond Arseen en rond nikkel &lt;br /&gt;
#* Bij reflecties (200), (300) en (030) en Cu K-alfa straling&lt;br /&gt;
#** Voorspel de hoogste intensiteit&lt;br /&gt;
#** Voorspel de grootste afbuighoeken&lt;br /&gt;
#* Wat is de resolutie bij een afbuighoek van 100Â° en bij Cu K-alfa straling&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep (ik denk Pbmn) met klassieke vragen&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* Pm en Cm hebben dezelfde Harkersecties&lt;br /&gt;
#* Cobalt kan geÃ¯oniseerd worden met Cu K alfa straling&lt;br /&gt;
#* NMR&lt;br /&gt;
# Oefening: HgS met coÃ¶rdinaten Hg en S gegeven. Alle elementen geven van 11 juni op uitzondering van de afbuighoek en dit voor de vlakken 200 en 400. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep + asymmetrische eenheid + 2 speciale posities + iets met systematische afwezigheden&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* Het 110 vlak van Fe vertoont C4v (Bijvragen: aantonen op modellekes)&lt;br /&gt;
#* De atomen bij hexagonale dichtste bolstapeling liggen allemaal op speciale posities (Bijvraag: Hij vraagt om de kubische bolstapeling te laten zien, met die pingpongballetjes en hoe heten de ruimtes tussen die pingpongballekes) &lt;br /&gt;
#* NMR: een benzeen met een chloor op en op para positie iets me een ethyl en een keton (Bijvraag: hoe zie je dat het een spectrum van de 1ste orde of 2de orde is)&lt;br /&gt;
# Oefening: ik kreeg een tabel met fractionele coÃ¶rdinaten van ReO3 en zo&#039;n tabel met sin (theta) / lamda en vormfactoren. Ik moest een ab projectie tekenen, bravais rooster geven, intensiteit berekenen, afbuighoek bepalen, hoogste pattersonpieken voorspellen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Pmca met klassieke vragen&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* Alle atomen van sfaleriet bezetten speciale posities&lt;br /&gt;
#* Een kristalrooster kan ondubbelzinnig bepaald worden adhv systematische afwezigheden&lt;br /&gt;
#* isopropyltolueen&lt;br /&gt;
# Wolfraam-rooster en CuKa straling, vlakken (211) en (310)&lt;br /&gt;
#* teken 3D-rooster en duidt [sic] vlakken aan&lt;br /&gt;
#* Welke intensiteit is sterkst, bij (221) of bij (310)&lt;br /&gt;
#* Welke reflectiehoek is grootst, bij (221) of bij (310)&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de sterkste Pattersonpieken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Pbmn tekenen + assym. eenheid + equi. pos. + multipliciteit + 2 speciale pos. + Systematische afwezigheden + van welke puntgroep&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* De temp. heeft geen invloed op het diffractiepatroon&lt;br /&gt;
#* De vlakken 001 en 110 van Fe hebben dezelfde vlakgroep (ook zeggen welke vlakgroep(en))&lt;br /&gt;
#* NMR&lt;br /&gt;
#De structuur van LiF en NaCl is dezelfde, a = ...., kristalafmeting 0,2mmx0,2mmx0,2mm en wordt bestraald met Cu kalfa. Bereken F003 en F004. Welke intensiteit is het hoogst? Wat gebeurt er met de diffractiehoek en de intensiteit als je:&lt;br /&gt;
#*F vervangt door I&lt;br /&gt;
#*de cel verdubbeld&lt;br /&gt;
#*Waar verwacht je de sterkste Pattersonpieken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# P nmb  tekenen + puntgroep + asymetrische eenheid + equi posities&lt;br /&gt;
# stellingen ( waar of niet waar )&lt;br /&gt;
#* Pm en Cm hebben dezelfde harkersecties&lt;br /&gt;
#* R staat voor de resolutie van een structuurbepaling&lt;br /&gt;
#* spectrum en molecule gegeven, horen ze bij elkaar?&lt;br /&gt;
# oefening : NH4HgCl3 heeft eenheidscel a = ... c =... en atoomposities N, Hg en 3 Cl-en gegeven: (ook alpha-Cu straling zoda je uw lambda ook kent) (tabel sin(theta)/lambda en f waarden van Cl, Hg en N gegeven)&lt;br /&gt;
#* geef (a,b) projectie van eenheidscel&lt;br /&gt;
#* bepaal Bravais rooster&lt;br /&gt;
#* bepaal intensiteit en afbuigrichting 2theta van de reflectie (004)&lt;br /&gt;
#* Hg door welke puntgroep omringt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2008===&lt;br /&gt;
#Ruimtegroep tekenen. In dit geval Pman. Geef equivalente posities, multipliciteit, twee speciale posities en de asymetrische eenheid. Van welke puntgroep is deze ruimtegroep afgeleid?  Welke Pattersongroep?&lt;br /&gt;
#Bespreek volgende stellingen. Geef telkens ook een korte motivatie:&lt;br /&gt;
#*Op basis van systematische afwezigheden kan geen verschil gemaakt worden tussen de ruimtegroepen P2 en P2/m.&lt;br /&gt;
#*De temperatuurfactoren van &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;\alpha&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt;-Fe zijn isotroop.&lt;br /&gt;
#*NMR-spectrum en molecule. Kunnen die bij elkaar horen?&lt;br /&gt;
#kristal met Li2O met Ã©Ã©n lengte gegeven (kubisch dus) &lt;br /&gt;
#*teken ab projectie gegeven zijn de posities van de atomen&lt;br /&gt;
#*geef puntgroep rond Li en O&lt;br /&gt;
#*geef bravais rooster&lt;br /&gt;
#*twee vlakken gegeven welke grootste hoek en welke grootste intensiteit&lt;br /&gt;
#*waar bevinden zich de grootste patterson pieken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2007===&lt;br /&gt;
#Ruimtegroep tekenen. Geef equivalente posities, multipliciteit, twee speciale posities en de asymetrische eenheid. Van welke puntgroep is deze ruimtegroep afgeleid?  Welke Pattersongroep?&lt;br /&gt;
#Bespreek volgende stellingen. Geef telkens ook een korte motivatie:&lt;br /&gt;
#*Op basis van systematische afwezigheden kan geen verschil gemaakt worden tussen de ruimtegroepen P2 en P2/m.&lt;br /&gt;
#*De temperatuurfactoren van &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;\alpha&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt;-Fe zijn isotroop.&lt;br /&gt;
#*NMR-spectrum en molecule. Kunnen die bij elkaar horen?&lt;br /&gt;
#Typische gecombineerde oefening. Diffractiemeting op wolfraam met Cu-&amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;\alpha&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; straling. Beschouw vlakken (211) en (310). Een tabel met &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;\frac{\sin \theta}{\lambda}&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; waarden is gegeven.&lt;br /&gt;
#*Teken het reÃ«le rooster en duidt de vlakken aan.&lt;br /&gt;
#*Teken ab-projectie van het reciproke rooster, en duidt hier ook de vlakken aan.&lt;br /&gt;
#*Voor welk vlak verwacht je de grootste reflectiehoek.&lt;br /&gt;
#*Voor welk vlak verwacht je de grootste intensiteit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Vragen eerste zit vrijdag 30 juni 2006 (Fysica)===&lt;br /&gt;
#Teken Pbna (ab-projectie).  Geef equivalente posities, multipliciteit, twee speciale posities en de asymetrische eenheid.  Van welke puntgroep is deze ruimtegroep afgeleid?  Welke Pattersongroep?&lt;br /&gt;
#Zijn volgende stellingen waar of vals?&lt;br /&gt;
#*Omgeving van een bol in hexagonaal dichtste bolstapeling is C3h.&lt;br /&gt;
#*&amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;P2_1&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; en &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;P2_1/m&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; zijn niet te onderscheiden met behulp van de speciale posities.&lt;br /&gt;
#*Dit is het NMR-spectrum van... (iets ingewikkeld)&lt;br /&gt;
#LiF kristalliseert zoals NaCl in kubische cel met parameter a = 0,4026 nm.  We gebruiken CuKa straling en een kristal met dimensie 0,2x0,2x0,2.&lt;br /&gt;
#*Geef de ab-projectie van de structuur.&lt;br /&gt;
#*Geef de reciproke parameters.&lt;br /&gt;
#*netvlakken 003 en 004: welke heeft grootste intensiteit van de gereflecteerde straal?&lt;br /&gt;
#*Wat gebeurt met deze reflecties (dus hoek, intensiteit, fase) als we F vervangen door I. Wat gebeurt er als we de afmetingen van het kristal verdubbelen?&lt;br /&gt;
#*Welke zijn de grootste pieken in de Pattersonfunctie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Vragen eerste zit dinsdag 27 juni 2006 (Geologie) ===&lt;br /&gt;
(dit waren vragen van geologie, zij hebben ook een deel poederdiffractie dat voor fysici niet gekend hoeft te zijn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*teken de ruimtegroep Pncm (a,b-projectie)&lt;br /&gt;
Geef equivalente posities, multipliciteit en assymmetrische eenheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van welke puntgroep is deze ruimtegroep afgeleid?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Geef twee speciale posities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*stellingen:&lt;br /&gt;
De atomen in perovskiet liggen allemaal op speciale posities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De ruimtegroepen P2/c en Pc behoren tot zelfde pattersongroep&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*loodoxide PbO kristalliseert in een tetragonale eenheidscel&lt;br /&gt;
a=3,975 A   en   c=5,023 A&lt;br /&gt;
atomen liggen op de posities:&lt;br /&gt;
Pb(1): 0	Â½	0.2385&lt;br /&gt;
Pb(2): Â½	0	-0.2385&lt;br /&gt;
O(1):   0	0	0&lt;br /&gt;
O(2):  Â½	Â½	0&lt;br /&gt;
Teken een a,b-projectie van de eenheidscel en beschrijf de omringing van de loodatomen met behulp van een puntgroep&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Welk Bravaisrooster?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bepaal voor de reflectie (110) de fase van de structuurfactor en intensiteit&lt;br /&gt;
Teken het vlak (110) en de invallende en afgebogen bundel bij op de a,b-projectie bij gebruik van CuKÎ± &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bereken de positie van de diffractielijn op een Debye-Scherrer film&lt;br /&gt;
(camerastraal=28,7mm en CuKÎ±)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Teken schematisch de film&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Vragen eerste zit donderdag 22 juni 2006 (Fysica) ===&lt;br /&gt;
*eerste vraag:&lt;br /&gt;
Teken een ab-projectie van de ruimtegroep Pmcb&lt;br /&gt;
en alles der op en der aan, puntgroep, patterson, equivalente posities...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Tweede vraag:&lt;br /&gt;
Zijn volgende stellingen waar, verklaar:&lt;br /&gt;
1. kan men uit een diffractie patroon de aanwezigheid opmaken van een S4 as?&lt;br /&gt;
2. Is de R-waarde een maat voor de resolutie van een diffractie?&lt;br /&gt;
3. Is dit het NMR spectrum van ... (een onuitspreekbare naam)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Derde vraag:&lt;br /&gt;
Oefeningen op een hexagonaal stelsel CadmiumdiJood met straling bepalen en uittekenen.&amp;lt;/text&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marie</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Architectuur&amp;diff=1871</id>
		<title>Moleculaire Architectuur</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Architectuur&amp;diff=1871"/>
		<updated>2020-01-14T11:16:13Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marie: /* 13 januari 2020 - namiddag */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verplicht vak voor chemie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit vak wordt gegeven door professor Van Meervelt, hij is de aangenaamheid zelve op het examen!&lt;br /&gt;
Zijn bijvragen zijn wel aan de moeilijke kant.  Maar hij zal je altijd helpen de bijvragen beetje bij beetje op te lossen. Het examen duurt 4u.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kristallografie is het vak Moleculaire Architectuur, maar dan zonder NMR (het laatste hoofdstuk).  Dit is eigenlijk de voorloper van moleculaire architectuur.  Het wordt ook nu nog aan de geologen gegeven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===13 januari 2020 - namiddag===&lt;br /&gt;
#Theorie: Leg de contructie van Ewald uit. Welke factoren hebben hier invloed op? Bijvraag: moet je alle reciproke roosterpunten meten? (Neeh, n-tallige assen/symmetrie)&lt;br /&gt;
#Theorie: H-NMR gegeven van C10H13NO2. Bijvragen over welke pieken we zouden zien bij IR, hoe je de koppelingsconstante kan bepalen.&lt;br /&gt;
#Puntgroep Pcmb met gebruikelijke bijvragen&lt;br /&gt;
#Oefening: Verschillende puntgroepen geven van de isomeren van tetrachloorkubaan.&lt;br /&gt;
#Oefening: Platinacomplex met ruimtegroep Pc1/m, posities gegeven in de ruimtegroep ( xyz, -x-y-z...) en coördinaten gegeven van zwaarste atomen in Patterson. Bepaal de positie van Pt, wat is de fase bij structuurfactor F(020), geldt de wet van Friedel? &lt;br /&gt;
#Begrippen: McLafferty omlegging + hexxagonale en kubische dichtste bolstapeling uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 januari 2020 - voormiddag===&lt;br /&gt;
#Theorie: Hoe wordt het principe van Fourier synthese toegepast in de kristalstructuurbepaling?&lt;br /&gt;
#Theorie: NOE, NOESY en COSY&lt;br /&gt;
#Puntgroep Pmcb met gebruikelijke bijvragen&lt;br /&gt;
#Oefening: Puntgroepen van vier structuren&lt;br /&gt;
#Oefening: CdI2: Bravaisrooster bepalen, voor structuurfactor fase bepalen en afbuigingshoek als CuK(alfa) straling gebruikt wordt, geldt wet van Friedel? &lt;br /&gt;
#Begrippen: ATR-IR + ESI uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 augustus 2019===&lt;br /&gt;
#Theorie: Hoe wordt het principe van Fourier synthese toegepast in de kristalstructuurbepaling?&lt;br /&gt;
#NMR-vraag: 3 verschillende H-NMR spectra van isomeren met brutoformule C6H8N2O2. Teken ook de opsplitsingspatronen.&lt;br /&gt;
#Puntgroep Pcnb met gebruikelijke bijvragen&lt;br /&gt;
#Oefening: Vlakgroep vlak 110 NaCl. Geef alle symmetrie-elementen.&lt;br /&gt;
#Oefening: Bepaal de fase en intensiteit van PoCl2 in de reflectie (110). Gegeven zijn de atoomposities en de karakteristieke straling.&lt;br /&gt;
#Begrippen: ESI + CuKalfa uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2019===&lt;br /&gt;
#Hoe kan je een model verbeteren na het oplossen van het faseprobleem?&lt;br /&gt;
#H-NMR van C5H8O2 bijvragen over IR.&lt;br /&gt;
#Pmcn met bijvragen.&lt;br /&gt;
#puntgroep van 4 isomeren van dioxine.&lt;br /&gt;
#AgI posities van de atomen gegeven (breuken) a=6.50 A. tabel met sin(theta)/lambda gegeven voor fAg en fI. Bravais rooster geven, fase, hoek en intensiteit berekenen.&lt;br /&gt;
#ATR-IR en ESI.&lt;br /&gt;
===17 januari 2019===&lt;br /&gt;
#Geef de afleiding van de structuurfactor. Is deze experimenteel te bepalen? &lt;br /&gt;
#H1-NMR van C10H13NO2 (Bijvragen over IR: wat als we van dit molecule een IR spectrum zouden opnemen? Waar zien we dan pieken? Welke zijn sterk? Welke niet?)&lt;br /&gt;
#Ruimtegroep Pnam met bijgvragen &lt;br /&gt;
#Puntgroep bepalen van de isomeren van tetrachloorkubaan (molecuulmodelletje gegeven)&lt;br /&gt;
#Rood loodoxide PbO kristalliseert in een tetragonale eenheidscel&lt;br /&gt;
a=3,975 A en c=5,023 Atomen liggen op de posities: &lt;br /&gt;
Pb(1): 0	½	0.2385 &lt;br /&gt;
Pb(2): ½	0	-0.2385 &lt;br /&gt;
O(1): 0	        0	0 &lt;br /&gt;
O(2): ½  	½	0 &lt;br /&gt;
Wat is het Bravaisrooster? Welke symmetrie-elementen gaan door O2? Construeer de pattersonfunctie. Waar vinden we de sterkste pieken? Toon aan dat de intenstiteit van reflectie 200 en 020 gelijk is. &lt;br /&gt;
#Mclafferty omlegging en kubische en hexagonale dichtste bolstapeling. &lt;br /&gt;
===14 januari 2019===&lt;br /&gt;
# Hoe kan men met de Pattersonfunctie het faseprobleem oplossen? (mondeling)&lt;br /&gt;
# NOE en NOESY, COSY (mondeling)&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pman met bijvragen&lt;br /&gt;
# Puntgroepen van 4 verschillende aromaten&lt;br /&gt;
# CdI2: Bravaisrooster bepalen, voor structuurfactor fase bepalen en afbuigingshoek als CuK(alfa) straling gebruikt wordt, maxima van de Pattersonfunctie geven&lt;br /&gt;
# MALDI-TOF uitleggen en golfgetallen vergelijken bij IR spectroscopie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 4 september 2018===&lt;br /&gt;
# Geef de contructie van Ewald&lt;br /&gt;
# H-NMR van C10H12O3&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pcnb&lt;br /&gt;
# Geef de puntgroep van 4 isomeren van tetrachloornaftaleen die aanleiding geven tot een andere puntgroep. &lt;br /&gt;
# PbO kristaliseert uit in eenheidscel met gegeven dimensies en atoomposities. Gevraagd: Construeer de pattersonfunctie, waar zijn de sterkste pieken? Tot welk Bravais rooster behoort dit? Wat is de afbuighoek van het 110 vlak met CuKalfa? &lt;br /&gt;
# Begrippen: Kubisch en hexagonale dichtste bolstapeling + McLafferty omlegging&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
===27 augustus 2018===&lt;br /&gt;
# Hoe kan men het faseprobleem oplossen met behulp van de Pattersonfunctie? (dus ook uitleggen wat faseprobleem is, formule van pattersonfunctie geven,...) (mondeling)&lt;br /&gt;
# Gegeven drie H-NMR spectra, alle drie C6H6N2O2, bepaal structuren, en verklaar de verschillende spectra (mondeling)&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pcmn met alle gebruikelijke vragen&lt;br /&gt;
# Bepaal tot welke puntgroepen de isomeren van trichloorbenzeen behoren, teken alle symmetrie-elementen&lt;br /&gt;
# Oefening met CdI2, bepaal fasehoek van de reflectie op (110) en afbuighoek theta, tot welk bravais rooster behoort dit? Waar bevinden zich de maxima bij de Pattersonfunctie?&lt;br /&gt;
# Begrippen: MALDI-TOF, Laue groep&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2018===&lt;br /&gt;
# Leid de structuurfactor af. Kan deze ook experimenteel bepaald worden? (mondeling)&lt;br /&gt;
# Gegeven een H-NMR spectrum, bepaal de structuur van de chemische stof die dit spectrum geeft. (mondeling)&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pmca, gebruikelijke bijvragen.&lt;br /&gt;
# Oefening met intensiteit enzo berekenen. Structuur was op eerste zicht niet centrosymmetrisch, maar was het wel met andere oorsprong.&lt;br /&gt;
# Wat is de vlakgroep van het (110) vlak van NaCl? Teken en geef alle symmetrie-elementen.&lt;br /&gt;
# Begrippen: MALDI-TOF, kubisch dichtste bolstapeling&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2018===&lt;br /&gt;
# Waarom Pattersonfunctie belangrijk bij het faseprobleem?&lt;br /&gt;
# NMR: C10H1202&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pbab met alle bijhorende vragen&lt;br /&gt;
# Puntgroepen geven van 4 verschillende aromatische verbindingen + symmetrie elementen aanduiden&lt;br /&gt;
# Oefening waarbij celparameters en 2 atomen gegeven zijn. Intensiteit en afbuighoek berekenen voor (001) en (002). Tot welk Bravais rooster gehoord deze kristalstructuur? &lt;br /&gt;
# Begrippen: CuKalfa en ESI&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2017===&lt;br /&gt;
# Stappen van kristalstructuurbepaling&lt;br /&gt;
# NMR, een piek waar bij stond deze verdwijnt bij schudden met D2O, bijvraag waarom deze piek verdwijnt, ook bijvragen over C13 NMR en IR&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pcmm en bijvragen&lt;br /&gt;
# Vlakgroep vlak 110 NaCl&lt;br /&gt;
# Bepalen van intensiteit reflectie van vlak 200, lengte en fractionele coördinaten gegeven&lt;br /&gt;
# Beschrijf MALDI-TOF en kubisch dichtste bolstapeling&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 juni 2017 NM===&lt;br /&gt;
# Structuurverfijning van kristalstructuurbepaling&lt;br /&gt;
# Leg uit: NOE en NOESY&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pcan met alle bijhorende vragen&lt;br /&gt;
# Oefening waar 4 moleculen stonden waarvan je de puntgroep moest bepalen&lt;br /&gt;
# Oefening met tabel Sintheta/golflengte- intensiteit en hoek 2theta bepalen&lt;br /&gt;
# begrippen: CuKalfa en Resolutie &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 NM===&lt;br /&gt;
#Hoe Faseprobleem oplossen met Patterson functie &lt;br /&gt;
#1H- Nmr ( bijvragen : welke piek is het belangrijkst bij IR-spectra , hoeveel pieken zullen er zijn bij C13,..) &lt;br /&gt;
#Ruimtegroep ( ik dacht Pbmn )&lt;br /&gt;
#Intensiteit bepalen en afbuighoek bepalen &lt;br /&gt;
#Puntgroep van tetrachloornaftaleen ( eerst isomeren geven en van elk isomeer puntgroep bepalen) &lt;br /&gt;
#Mc-lafferty omlegging&lt;br /&gt;
#chemische ionisatie&lt;br /&gt;
===16 juni 2017 VM===&lt;br /&gt;
#leid de formule voor de structuurfactor af en vertel hoe je deze experimenteel kan bepalen.&lt;br /&gt;
#Geef alle ionisatie technieken gebruikt in MS.&lt;br /&gt;
#Puntgroep Pbcm met gebruikelijke bijvragen&lt;br /&gt;
#Geef de puntgroepen van alle isomeren van tetrachloor kubaan en teken de symmetrie elementen&lt;br /&gt;
#verklaar chemische shift, koppelingsconstante en shift reagens&lt;br /&gt;
===12 juni 2017===&lt;br /&gt;
#leg constructie van Ewald uit&lt;br /&gt;
#nmr spectra (geef structuur molecule ) C10H12O3&lt;br /&gt;
#ruimtegroep Pncm met alle bijhorende vraagjes (asymmetrische eenheid, multipliciteit, equivaltente posities, patterson, puntgroep, systematische afwezigheden)&lt;br /&gt;
#Vlakgroep van (110) vlak van ijzer. Geef alle symmetrie elementen&lt;br /&gt;
#oefening ivm fase berekenen en intensiteit (CdI2, sin(theta)/golflengte is gegeven, bepaal fCd, fI en zo de rest)&lt;br /&gt;
#begrippen: ESI &amp;amp; Wet van Friedel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 augustus 2015===&lt;br /&gt;
# stappen van de kristalstructuur bepaling&lt;br /&gt;
# Welke methode voor ionisatie worden er gebruikt bij massaspectroscopie&lt;br /&gt;
# Pcan (met alle gebruikelijke bijvraagjes)&lt;br /&gt;
# Vlakgroep van (110) vlak van ijzer. Geef alle symmetrie elementen&lt;br /&gt;
# PoCL2: ge krijgt Sin theta/lambda en uw celafmetingen, geef Fhkl, Ihkl en uw hoek&lt;br /&gt;
# Bespreek de termen chemische shift, (vul hier in want ik kom er nie op) en shiftreagens&lt;br /&gt;
=== 18 augustus 2015 vm ===&lt;br /&gt;
# leg het principe van uit van verfijning van een kristalstructuur&lt;br /&gt;
# leg volgende begrippen uit: NOE en NOESY&lt;br /&gt;
# ruimtegroep Pbmn en alle vraagjes zoals altijd&lt;br /&gt;
# puntgroepen geven 4 isomeren van een of ander molecule&lt;br /&gt;
# voor een bepaalde reflectie de fase van de structuurfactor berekenen en de intensiteit&lt;br /&gt;
# 2 stellingen (juist of fout):&lt;br /&gt;
#* Bij een ESI spectrum zijn er geen fragmentaties&lt;br /&gt;
#* Bij kubische dichtste bolstapeling liggen alle atomen op speciale posities&lt;br /&gt;
=== 24 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# Nmr spectra&lt;br /&gt;
# verfijning van kristalstructuur&lt;br /&gt;
# Vlak groep van ijzer&lt;br /&gt;
# Ruimte groep Pcan + al die bijvragen&lt;br /&gt;
# Oefening sin theta/lambda. ..&lt;br /&gt;
# 2 stellingen: &lt;br /&gt;
#* esi heeft geen fragmentaties&lt;br /&gt;
#* In ccp liggen alle atomen op speciale posities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# Hoe kunnen we met behulp van de pattersonfunctie het faseprobleem oplossen?&lt;br /&gt;
# Leg uit NOE en NOESY&lt;br /&gt;
# puntgroep Pbmn&lt;br /&gt;
# Bepaal de puntgroep van de isomeren van tetrachloorkubaan en duid alle symmetrie-elementen aan&lt;br /&gt;
# Bereken de fase van de structuurfactor en de intensiteit voor CdI2 met &lt;br /&gt;
#* Eenheidscel a=4,24 A, c=6,86 A, gamma=120Â°&lt;br /&gt;
#* Posities: Cd 0 0 0, I(1) 2/3 1/3 1/4, I(2) 1/3 2/3 3/4&lt;br /&gt;
#* sin theta/lamba 0,0 0,1 0,2 0,3 fCd 48 44,58 38,44 33,22 fI 53 49,36 42,79 37,14&lt;br /&gt;
# Verklaar de begrippen CuKalfa en resolutie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2015 vm ===&lt;br /&gt;
# Leid de uitdrukking van de structuurfactor af. Hoe kan je de structuurfactor experimenteel bepalen?&lt;br /&gt;
# H-NMR spectra van 3 isomeren C6H6N2O2&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pncm&lt;br /&gt;
#* Equivalente posities&lt;br /&gt;
#* multipliciteit&lt;br /&gt;
#* asymmetrische eenheid&lt;br /&gt;
#* Geef 2 speciale posities (waarom speciaal?)&lt;br /&gt;
#* van welke puntgroep afgeleid?&lt;br /&gt;
#* Pattersongroep?&lt;br /&gt;
#*Systematische afwezigheden&lt;br /&gt;
# Bepaal de puntgroep van verschillende isomeren van tetrachloornaftaleen. Duid de symmetrie elementen aan.&lt;br /&gt;
# Rood Loodoxide PbO kristalliseert in tetragonale eenheidscel  a= 3.975  c= 5.023&lt;br /&gt;
#* Waar vind je in Pattersonfunctie sterkste pieken?&lt;br /&gt;
# Leg uit : ESI en ATR-IR&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2014===&lt;br /&gt;
#Geef de stappen voor kristalstructuurbepaling (mondeling)&lt;br /&gt;
#Wat is NOE? (mondeling)&lt;br /&gt;
#Ruimtegroep Pcnb&lt;br /&gt;
#Geef puntgroep van alle isomeren van tetrachloorkubaan&lt;br /&gt;
#Intensiteit van In en afbuighoek: vormfactor, atoomposities zijn gegeven&lt;br /&gt;
#Stellingen&lt;br /&gt;
#*Bij ESI is geen fragmentatie&lt;br /&gt;
#*Bij kubisch dichtste bolstapeling liggen de atomen op speciale posities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2014===&lt;br /&gt;
# Hoe kunnen we met behulp van de pattersonfunctie het faseprobleem oplossen? (mondeling)&lt;br /&gt;
# NMR spectrum met gesubstitueerde benzeenring (mondeling)&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pbnm met alle typische bijvragen (asymmetrische eenheid, speciale posities + waarom ze speciaal zijn, pattersongroep, puntgroep en systematische afwezigheden)&lt;br /&gt;
# Geef de vlakgroep van (110) van ijzer&lt;br /&gt;
# Oefening op structuurfactor. Vormfactoren met bijhorende sin(Î¸)/Î» zijn gegeven, net als de fractionele coÃ¶rdinaten en de grootte van de eenheidscel&lt;br /&gt;
# Wat is ESI?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2013===&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pbmb.&lt;br /&gt;
# Wat is de vlakgroep van het vlak (110) in de ijzerstructuur?&lt;br /&gt;
# NMR-spectrum gegeven. Stelling: Bevat dit spectrum een AX6 systeem?&lt;br /&gt;
# Leg volgende begrippen uit: Laue groep, resolutie, temperatuursfactor.&lt;br /&gt;
# Gegeven: posities van In en celparameters (a en c). Teken een a,b-projectie van de eenheidscel. Welk Bravais-rooster heeft de cel? Bepaal de afbuighoek 2theta en de intensiteit van de reflecties (001) en (002). Wat is de puntgroep rond de middelste In? Waar bevinden zich de hoogste Pattersonpieken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2013===&lt;br /&gt;
# Teken ruimtegroep Pbnb (ab-projectie) en geef equivalente posities, speciale posities, systematische afwezigheden, puntgroep waarvan de ruimtegroep is afgeleid en asymetrische eenheid. (Schriftelijk, na 1 uur af te geven.)&lt;br /&gt;
# Wat is de vlakgroep van het vlak (110) in de platina-strucuur? (Structuur is dus van buiten te kennen!) Bijvraag: is dit vlak de eenheidscel van de vlakgroep? (Mondeling)&lt;br /&gt;
# Bespreek: voor ethylisobutyraat (spectrum en structuur gegeven) is een ontkoppelingsexperiment niet mogelijk. Bijvragen: hoe bepalen we de frequentie die we moeten gebruiken voor het ontkoppelingsexperiment? Link de verschillende pieken aan de verschillende groepen. (Mondeling)&lt;br /&gt;
# Leg de Ewald-constructie uit. Bijvraag: wat gebeurt er als we het kristal draaien? (Mondeling)&lt;br /&gt;
# Gegeven: posities van Mo en Ni in een MoNi4-legering en parameters a en c. Teken een a,b-projectie van de eenheidscel. Welk Bravais-rooster heeft de cel? Bepaal de 2-theta en de intensiteit van de reflectie (002). Wat is de puntgroep rond Mo? Geef de hoogste pattersonpieken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 juni 2011===&lt;br /&gt;
# Teken ruimtegroep Pmcn (ab-projectie) en geef equivalente posities, puntgroep waar deze ruimtegroep van is afgeleid, asymmetrische eenheid, 2 speciale posities en bijhorende Pattersongroep. Zijn er systematische afwezigheden?&lt;br /&gt;
# Stellingen:&lt;br /&gt;
#* Het vlak (110) wordt bij Fe en bij NaCl beschreven door dezelfde vlakgroep&lt;br /&gt;
#* Bij een goed verfijnde structuur zijn de pieken op de verschilfourier te verwaarlozen&lt;br /&gt;
#* Voor de waterstofatomen met delta 6,8 is een ontkoppelingsexperiment niet mogelijk (NMR-spectrum van ethyl-4-methoxybenzoaat gegeven, het gaat om de waterstoffen op C3 en C5 van de benzeenring). &lt;br /&gt;
# Oefening: PbO kristalliseert in een tetragonale eenheidscel, a en c gegeven. Twee posities voor Pb en voor O gegeven. Teken de ab-projectie. Door welke puntgroep wordt de geometrie rond de Pb-atomen beschreven? Door welk Bravaisrooster wordt het kristal beschreven? Bepaal de fase van de intensiteit van afgebogen stralingsbundel voor het vlak (110) voor CuK-alpha (tabel met enkele waarden gegeven voor f van Pb en O ifv sin(theta)/lambda). Teken het vlak (110) en de invallende en afgebogen stralingsbundel op de tekening.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2010 (NM)===&lt;br /&gt;
# Teken ruimtegroep Pmnb en klassieke vragen: equivalente posities, 2 speciale posities, systematische afwezigheden, asymmetrische eenheid, puntgroep,..&lt;br /&gt;
# Stellingen:&lt;br /&gt;
#* De temperatuur heeft geen invloed op de kristalstructuurbepaling.&lt;br /&gt;
#* Het is niet mogelijk om P2 en Pm van elkaar te onderscheiden met behulp van intensiteitsmetingen.&lt;br /&gt;
# NMR-spectrum en bepalen of het overeenkomt met het gegeven molecule.&lt;br /&gt;
# Oefening: AgI kristal, a= 6,50 Angstrom, coordinaten van atomen zijn gegeven, en tabel van f ifv sin/lambda.&lt;br /&gt;
#* Geef a,b-projectie + Bravaisrooster&lt;br /&gt;
#* Bereken Intensiteit en bereken afbuighoek van vlak 004&lt;br /&gt;
#* Geef puntsymmetrie rond Ag en rond I&lt;br /&gt;
#* Waar verwacht je de hoogste Pattersonpieken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2009===&lt;br /&gt;
# teken ruimtegroep (Pnca dacht ik) &amp;amp;amp; geef eq. posities, 2 speciale posities, syst. afwezigheden, puntgroep, ...&lt;br /&gt;
# Stellingen:&lt;br /&gt;
#* rotatiesymmetrie kan bepaald worden via rotatiediffractie(dat een ding waar ge een kristal draait, ik ben niet meer zeker of dat zo heet)&lt;br /&gt;
#* bij verschilelektronendichtheidsmap gaat de hoogte van de pieken verloren bij verfijning (ofzoiets toch)&lt;br /&gt;
# NMR van 1,1-dimethoxyethaan&lt;br /&gt;
# Oefening: alfa-uranium heeft volgende coordinaten op speciale posities: +-(0,y,1/4) +-(1/2,1/2-y,-1/4) a b en c gegeven(3 verschillende waarden) 2 groottes van structuurfactoren gegeven en de fu in functie van sin(theta).&lt;br /&gt;
#* y is 0.10 of 0.15, bepaal dit met bhv de gegevens. &lt;br /&gt;
#* Teken een a,b-projectie. &lt;br /&gt;
#* Beschrijf de omringing van het U-atoom via de puntgroep van het atoom. &lt;br /&gt;
#* Teken de pattersongroep.&lt;br /&gt;
===17 juni 2009===&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pcan: equivalente posities, multipliciteit, asymmetrische eenheid, 2 speciale posities, puntgroep, systematische afwezigheden&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* De temperatuurfactoren van Pt in een Pt-kristal zijn isotroop (Antwoord: Waar want ze liggen op speciale posities)&lt;br /&gt;
#* De symmetrie van een diffractiepatroon van een kristal wordt bepaald door de ruimtegroep&lt;br /&gt;
#* NMR: aspirine&lt;br /&gt;
# Oefening: Nikkelarsenide (a, c en gamma=120Â° is gegeven) De posities van Nikkel en van arseen zijn ook gegeven. &lt;br /&gt;
#* Geef de ab-projectie, bravais rooster, wat is de stapeling van Arseen, puntgroep rond Arseen en rond nikkel &lt;br /&gt;
#* Bij reflecties (200), (300) en (030) en Cu K-alfa straling&lt;br /&gt;
#** Voorspel de hoogste intensiteit&lt;br /&gt;
#** Voorspel de grootste afbuighoeken&lt;br /&gt;
#* Wat is de resolutie bij een afbuighoek van 100Â° en bij Cu K-alfa straling&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep (ik denk Pbmn) met klassieke vragen&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* Pm en Cm hebben dezelfde Harkersecties&lt;br /&gt;
#* Cobalt kan geÃ¯oniseerd worden met Cu K alfa straling&lt;br /&gt;
#* NMR&lt;br /&gt;
# Oefening: HgS met coÃ¶rdinaten Hg en S gegeven. Alle elementen geven van 11 juni op uitzondering van de afbuighoek en dit voor de vlakken 200 en 400. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep + asymmetrische eenheid + 2 speciale posities + iets met systematische afwezigheden&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* Het 110 vlak van Fe vertoont C4v (Bijvragen: aantonen op modellekes)&lt;br /&gt;
#* De atomen bij hexagonale dichtste bolstapeling liggen allemaal op speciale posities (Bijvraag: Hij vraagt om de kubische bolstapeling te laten zien, met die pingpongballetjes en hoe heten de ruimtes tussen die pingpongballekes) &lt;br /&gt;
#* NMR: een benzeen met een chloor op en op para positie iets me een ethyl en een keton (Bijvraag: hoe zie je dat het een spectrum van de 1ste orde of 2de orde is)&lt;br /&gt;
# Oefening: ik kreeg een tabel met fractionele coÃ¶rdinaten van ReO3 en zo&#039;n tabel met sin (theta) / lamda en vormfactoren. Ik moest een ab projectie tekenen, bravais rooster geven, intensiteit berekenen, afbuighoek bepalen, hoogste pattersonpieken voorspellen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Pmca met klassieke vragen&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* Alle atomen van sfaleriet bezetten speciale posities&lt;br /&gt;
#* Een kristalrooster kan ondubbelzinnig bepaald worden adhv systematische afwezigheden&lt;br /&gt;
#* isopropyltolueen&lt;br /&gt;
# Wolfraam-rooster en CuKa straling, vlakken (211) en (310)&lt;br /&gt;
#* teken 3D-rooster en duidt [sic] vlakken aan&lt;br /&gt;
#* Welke intensiteit is sterkst, bij (221) of bij (310)&lt;br /&gt;
#* Welke reflectiehoek is grootst, bij (221) of bij (310)&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de sterkste Pattersonpieken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Pbmn tekenen + assym. eenheid + equi. pos. + multipliciteit + 2 speciale pos. + Systematische afwezigheden + van welke puntgroep&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* De temp. heeft geen invloed op het diffractiepatroon&lt;br /&gt;
#* De vlakken 001 en 110 van Fe hebben dezelfde vlakgroep (ook zeggen welke vlakgroep(en))&lt;br /&gt;
#* NMR&lt;br /&gt;
#De structuur van LiF en NaCl is dezelfde, a = ...., kristalafmeting 0,2mmx0,2mmx0,2mm en wordt bestraald met Cu kalfa. Bereken F003 en F004. Welke intensiteit is het hoogst? Wat gebeurt er met de diffractiehoek en de intensiteit als je:&lt;br /&gt;
#*F vervangt door I&lt;br /&gt;
#*de cel verdubbeld&lt;br /&gt;
#*Waar verwacht je de sterkste Pattersonpieken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# P nmb  tekenen + puntgroep + asymetrische eenheid + equi posities&lt;br /&gt;
# stellingen ( waar of niet waar )&lt;br /&gt;
#* Pm en Cm hebben dezelfde harkersecties&lt;br /&gt;
#* R staat voor de resolutie van een structuurbepaling&lt;br /&gt;
#* spectrum en molecule gegeven, horen ze bij elkaar?&lt;br /&gt;
# oefening : NH4HgCl3 heeft eenheidscel a = ... c =... en atoomposities N, Hg en 3 Cl-en gegeven: (ook alpha-Cu straling zoda je uw lambda ook kent) (tabel sin(theta)/lambda en f waarden van Cl, Hg en N gegeven)&lt;br /&gt;
#* geef (a,b) projectie van eenheidscel&lt;br /&gt;
#* bepaal Bravais rooster&lt;br /&gt;
#* bepaal intensiteit en afbuigrichting 2theta van de reflectie (004)&lt;br /&gt;
#* Hg door welke puntgroep omringt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2008===&lt;br /&gt;
#Ruimtegroep tekenen. In dit geval Pman. Geef equivalente posities, multipliciteit, twee speciale posities en de asymetrische eenheid. Van welke puntgroep is deze ruimtegroep afgeleid?  Welke Pattersongroep?&lt;br /&gt;
#Bespreek volgende stellingen. Geef telkens ook een korte motivatie:&lt;br /&gt;
#*Op basis van systematische afwezigheden kan geen verschil gemaakt worden tussen de ruimtegroepen P2 en P2/m.&lt;br /&gt;
#*De temperatuurfactoren van &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;\alpha&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt;-Fe zijn isotroop.&lt;br /&gt;
#*NMR-spectrum en molecule. Kunnen die bij elkaar horen?&lt;br /&gt;
#kristal met Li2O met Ã©Ã©n lengte gegeven (kubisch dus) &lt;br /&gt;
#*teken ab projectie gegeven zijn de posities van de atomen&lt;br /&gt;
#*geef puntgroep rond Li en O&lt;br /&gt;
#*geef bravais rooster&lt;br /&gt;
#*twee vlakken gegeven welke grootste hoek en welke grootste intensiteit&lt;br /&gt;
#*waar bevinden zich de grootste patterson pieken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2007===&lt;br /&gt;
#Ruimtegroep tekenen. Geef equivalente posities, multipliciteit, twee speciale posities en de asymetrische eenheid. Van welke puntgroep is deze ruimtegroep afgeleid?  Welke Pattersongroep?&lt;br /&gt;
#Bespreek volgende stellingen. Geef telkens ook een korte motivatie:&lt;br /&gt;
#*Op basis van systematische afwezigheden kan geen verschil gemaakt worden tussen de ruimtegroepen P2 en P2/m.&lt;br /&gt;
#*De temperatuurfactoren van &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;\alpha&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt;-Fe zijn isotroop.&lt;br /&gt;
#*NMR-spectrum en molecule. Kunnen die bij elkaar horen?&lt;br /&gt;
#Typische gecombineerde oefening. Diffractiemeting op wolfraam met Cu-&amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;\alpha&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; straling. Beschouw vlakken (211) en (310). Een tabel met &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;\frac{\sin \theta}{\lambda}&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; waarden is gegeven.&lt;br /&gt;
#*Teken het reÃ«le rooster en duidt de vlakken aan.&lt;br /&gt;
#*Teken ab-projectie van het reciproke rooster, en duidt hier ook de vlakken aan.&lt;br /&gt;
#*Voor welk vlak verwacht je de grootste reflectiehoek.&lt;br /&gt;
#*Voor welk vlak verwacht je de grootste intensiteit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Vragen eerste zit vrijdag 30 juni 2006 (Fysica)===&lt;br /&gt;
#Teken Pbna (ab-projectie).  Geef equivalente posities, multipliciteit, twee speciale posities en de asymetrische eenheid.  Van welke puntgroep is deze ruimtegroep afgeleid?  Welke Pattersongroep?&lt;br /&gt;
#Zijn volgende stellingen waar of vals?&lt;br /&gt;
#*Omgeving van een bol in hexagonaal dichtste bolstapeling is C3h.&lt;br /&gt;
#*&amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;P2_1&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; en &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;P2_1/m&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; zijn niet te onderscheiden met behulp van de speciale posities.&lt;br /&gt;
#*Dit is het NMR-spectrum van... (iets ingewikkeld)&lt;br /&gt;
#LiF kristalliseert zoals NaCl in kubische cel met parameter a = 0,4026 nm.  We gebruiken CuKa straling en een kristal met dimensie 0,2x0,2x0,2.&lt;br /&gt;
#*Geef de ab-projectie van de structuur.&lt;br /&gt;
#*Geef de reciproke parameters.&lt;br /&gt;
#*netvlakken 003 en 004: welke heeft grootste intensiteit van de gereflecteerde straal?&lt;br /&gt;
#*Wat gebeurt met deze reflecties (dus hoek, intensiteit, fase) als we F vervangen door I. Wat gebeurt er als we de afmetingen van het kristal verdubbelen?&lt;br /&gt;
#*Welke zijn de grootste pieken in de Pattersonfunctie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Vragen eerste zit dinsdag 27 juni 2006 (Geologie) ===&lt;br /&gt;
(dit waren vragen van geologie, zij hebben ook een deel poederdiffractie dat voor fysici niet gekend hoeft te zijn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*teken de ruimtegroep Pncm (a,b-projectie)&lt;br /&gt;
Geef equivalente posities, multipliciteit en assymmetrische eenheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van welke puntgroep is deze ruimtegroep afgeleid?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Geef twee speciale posities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*stellingen:&lt;br /&gt;
De atomen in perovskiet liggen allemaal op speciale posities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De ruimtegroepen P2/c en Pc behoren tot zelfde pattersongroep&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*loodoxide PbO kristalliseert in een tetragonale eenheidscel&lt;br /&gt;
a=3,975 A   en   c=5,023 A&lt;br /&gt;
atomen liggen op de posities:&lt;br /&gt;
Pb(1): 0	Â½	0.2385&lt;br /&gt;
Pb(2): Â½	0	-0.2385&lt;br /&gt;
O(1):   0	0	0&lt;br /&gt;
O(2):  Â½	Â½	0&lt;br /&gt;
Teken een a,b-projectie van de eenheidscel en beschrijf de omringing van de loodatomen met behulp van een puntgroep&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Welk Bravaisrooster?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bepaal voor de reflectie (110) de fase van de structuurfactor en intensiteit&lt;br /&gt;
Teken het vlak (110) en de invallende en afgebogen bundel bij op de a,b-projectie bij gebruik van CuKÎ± &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bereken de positie van de diffractielijn op een Debye-Scherrer film&lt;br /&gt;
(camerastraal=28,7mm en CuKÎ±)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Teken schematisch de film&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Vragen eerste zit donderdag 22 juni 2006 (Fysica) ===&lt;br /&gt;
*eerste vraag:&lt;br /&gt;
Teken een ab-projectie van de ruimtegroep Pmcb&lt;br /&gt;
en alles der op en der aan, puntgroep, patterson, equivalente posities...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Tweede vraag:&lt;br /&gt;
Zijn volgende stellingen waar, verklaar:&lt;br /&gt;
1. kan men uit een diffractie patroon de aanwezigheid opmaken van een S4 as?&lt;br /&gt;
2. Is de R-waarde een maat voor de resolutie van een diffractie?&lt;br /&gt;
3. Is dit het NMR spectrum van ... (een onuitspreekbare naam)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Derde vraag:&lt;br /&gt;
Oefeningen op een hexagonaal stelsel CadmiumdiJood met straling bepalen en uittekenen.&amp;lt;/text&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marie</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Architectuur&amp;diff=1870</id>
		<title>Moleculaire Architectuur</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Architectuur&amp;diff=1870"/>
		<updated>2020-01-14T11:14:56Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marie: /* 13 januari 2020 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verplicht vak voor chemie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit vak wordt gegeven door professor Van Meervelt, hij is de aangenaamheid zelve op het examen!&lt;br /&gt;
Zijn bijvragen zijn wel aan de moeilijke kant.  Maar hij zal je altijd helpen de bijvragen beetje bij beetje op te lossen. Het examen duurt 4u.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kristallografie is het vak Moleculaire Architectuur, maar dan zonder NMR (het laatste hoofdstuk).  Dit is eigenlijk de voorloper van moleculaire architectuur.  Het wordt ook nu nog aan de geologen gegeven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===13 januari 2020 - namiddag===&lt;br /&gt;
#Theorie: Leg de contructie van Ewald uit. Welke factoren hebben hier invloed op? Bijvraag: moet je alle reciproke roosterpunten meten? (Neeh, n-tallige assen/symmetrie)&lt;br /&gt;
#Theorie: H-NMR gegeven van C10H13NO2. Bijvragen over welke pieken we zouden zien bij IR, hoe je de koppelingsconstante kan bepalen.&lt;br /&gt;
#Puntgroep Pcmb met gebruikelijke bijvragen&lt;br /&gt;
#Oefening: Verschillende puntgroepen geven van de isomeren van tetrachloorkubaan.&lt;br /&gt;
#Oefening: Platinacomplex met ruimtegroep Pc1/m, posities gegeven in de ruimtegroep ( xyz, -x-y-z...) en coördinaten gegeven van zwaarste atomen in Patterson. Bepaal de positie van Pt. Wat is de fase bij structuurfactor F(020), geldt de wet van Friedel? &lt;br /&gt;
#Begrippen: McLafferty omlegging + hexxagonale en kubische dichtste bolstapeling uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 januari 2020 - voormiddag===&lt;br /&gt;
#Theorie: Hoe wordt het principe van Fourier synthese toegepast in de kristalstructuurbepaling?&lt;br /&gt;
#Theorie: NOE, NOESY en COSY&lt;br /&gt;
#Puntgroep Pmcb met gebruikelijke bijvragen&lt;br /&gt;
#Oefening: Puntgroepen van vier structuren&lt;br /&gt;
#Oefening: CdI2: Bravaisrooster bepalen, voor structuurfactor fase bepalen en afbuigingshoek als CuK(alfa) straling gebruikt wordt, geldt wet van Friedel? &lt;br /&gt;
#Begrippen: ATR-IR + ESI uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 augustus 2019===&lt;br /&gt;
#Theorie: Hoe wordt het principe van Fourier synthese toegepast in de kristalstructuurbepaling?&lt;br /&gt;
#NMR-vraag: 3 verschillende H-NMR spectra van isomeren met brutoformule C6H8N2O2. Teken ook de opsplitsingspatronen.&lt;br /&gt;
#Puntgroep Pcnb met gebruikelijke bijvragen&lt;br /&gt;
#Oefening: Vlakgroep vlak 110 NaCl. Geef alle symmetrie-elementen.&lt;br /&gt;
#Oefening: Bepaal de fase en intensiteit van PoCl2 in de reflectie (110). Gegeven zijn de atoomposities en de karakteristieke straling.&lt;br /&gt;
#Begrippen: ESI + CuKalfa uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2019===&lt;br /&gt;
#Hoe kan je een model verbeteren na het oplossen van het faseprobleem?&lt;br /&gt;
#H-NMR van C5H8O2 bijvragen over IR.&lt;br /&gt;
#Pmcn met bijvragen.&lt;br /&gt;
#puntgroep van 4 isomeren van dioxine.&lt;br /&gt;
#AgI posities van de atomen gegeven (breuken) a=6.50 A. tabel met sin(theta)/lambda gegeven voor fAg en fI. Bravais rooster geven, fase, hoek en intensiteit berekenen.&lt;br /&gt;
#ATR-IR en ESI.&lt;br /&gt;
===17 januari 2019===&lt;br /&gt;
#Geef de afleiding van de structuurfactor. Is deze experimenteel te bepalen? &lt;br /&gt;
#H1-NMR van C10H13NO2 (Bijvragen over IR: wat als we van dit molecule een IR spectrum zouden opnemen? Waar zien we dan pieken? Welke zijn sterk? Welke niet?)&lt;br /&gt;
#Ruimtegroep Pnam met bijgvragen &lt;br /&gt;
#Puntgroep bepalen van de isomeren van tetrachloorkubaan (molecuulmodelletje gegeven)&lt;br /&gt;
#Rood loodoxide PbO kristalliseert in een tetragonale eenheidscel&lt;br /&gt;
a=3,975 A en c=5,023 Atomen liggen op de posities: &lt;br /&gt;
Pb(1): 0	½	0.2385 &lt;br /&gt;
Pb(2): ½	0	-0.2385 &lt;br /&gt;
O(1): 0	        0	0 &lt;br /&gt;
O(2): ½  	½	0 &lt;br /&gt;
Wat is het Bravaisrooster? Welke symmetrie-elementen gaan door O2? Construeer de pattersonfunctie. Waar vinden we de sterkste pieken? Toon aan dat de intenstiteit van reflectie 200 en 020 gelijk is. &lt;br /&gt;
#Mclafferty omlegging en kubische en hexagonale dichtste bolstapeling. &lt;br /&gt;
===14 januari 2019===&lt;br /&gt;
# Hoe kan men met de Pattersonfunctie het faseprobleem oplossen? (mondeling)&lt;br /&gt;
# NOE en NOESY, COSY (mondeling)&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pman met bijvragen&lt;br /&gt;
# Puntgroepen van 4 verschillende aromaten&lt;br /&gt;
# CdI2: Bravaisrooster bepalen, voor structuurfactor fase bepalen en afbuigingshoek als CuK(alfa) straling gebruikt wordt, maxima van de Pattersonfunctie geven&lt;br /&gt;
# MALDI-TOF uitleggen en golfgetallen vergelijken bij IR spectroscopie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 4 september 2018===&lt;br /&gt;
# Geef de contructie van Ewald&lt;br /&gt;
# H-NMR van C10H12O3&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pcnb&lt;br /&gt;
# Geef de puntgroep van 4 isomeren van tetrachloornaftaleen die aanleiding geven tot een andere puntgroep. &lt;br /&gt;
# PbO kristaliseert uit in eenheidscel met gegeven dimensies en atoomposities. Gevraagd: Construeer de pattersonfunctie, waar zijn de sterkste pieken? Tot welk Bravais rooster behoort dit? Wat is de afbuighoek van het 110 vlak met CuKalfa? &lt;br /&gt;
# Begrippen: Kubisch en hexagonale dichtste bolstapeling + McLafferty omlegging&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
===27 augustus 2018===&lt;br /&gt;
# Hoe kan men het faseprobleem oplossen met behulp van de Pattersonfunctie? (dus ook uitleggen wat faseprobleem is, formule van pattersonfunctie geven,...) (mondeling)&lt;br /&gt;
# Gegeven drie H-NMR spectra, alle drie C6H6N2O2, bepaal structuren, en verklaar de verschillende spectra (mondeling)&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pcmn met alle gebruikelijke vragen&lt;br /&gt;
# Bepaal tot welke puntgroepen de isomeren van trichloorbenzeen behoren, teken alle symmetrie-elementen&lt;br /&gt;
# Oefening met CdI2, bepaal fasehoek van de reflectie op (110) en afbuighoek theta, tot welk bravais rooster behoort dit? Waar bevinden zich de maxima bij de Pattersonfunctie?&lt;br /&gt;
# Begrippen: MALDI-TOF, Laue groep&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2018===&lt;br /&gt;
# Leid de structuurfactor af. Kan deze ook experimenteel bepaald worden? (mondeling)&lt;br /&gt;
# Gegeven een H-NMR spectrum, bepaal de structuur van de chemische stof die dit spectrum geeft. (mondeling)&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pmca, gebruikelijke bijvragen.&lt;br /&gt;
# Oefening met intensiteit enzo berekenen. Structuur was op eerste zicht niet centrosymmetrisch, maar was het wel met andere oorsprong.&lt;br /&gt;
# Wat is de vlakgroep van het (110) vlak van NaCl? Teken en geef alle symmetrie-elementen.&lt;br /&gt;
# Begrippen: MALDI-TOF, kubisch dichtste bolstapeling&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2018===&lt;br /&gt;
# Waarom Pattersonfunctie belangrijk bij het faseprobleem?&lt;br /&gt;
# NMR: C10H1202&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pbab met alle bijhorende vragen&lt;br /&gt;
# Puntgroepen geven van 4 verschillende aromatische verbindingen + symmetrie elementen aanduiden&lt;br /&gt;
# Oefening waarbij celparameters en 2 atomen gegeven zijn. Intensiteit en afbuighoek berekenen voor (001) en (002). Tot welk Bravais rooster gehoord deze kristalstructuur? &lt;br /&gt;
# Begrippen: CuKalfa en ESI&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2017===&lt;br /&gt;
# Stappen van kristalstructuurbepaling&lt;br /&gt;
# NMR, een piek waar bij stond deze verdwijnt bij schudden met D2O, bijvraag waarom deze piek verdwijnt, ook bijvragen over C13 NMR en IR&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pcmm en bijvragen&lt;br /&gt;
# Vlakgroep vlak 110 NaCl&lt;br /&gt;
# Bepalen van intensiteit reflectie van vlak 200, lengte en fractionele coördinaten gegeven&lt;br /&gt;
# Beschrijf MALDI-TOF en kubisch dichtste bolstapeling&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 juni 2017 NM===&lt;br /&gt;
# Structuurverfijning van kristalstructuurbepaling&lt;br /&gt;
# Leg uit: NOE en NOESY&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pcan met alle bijhorende vragen&lt;br /&gt;
# Oefening waar 4 moleculen stonden waarvan je de puntgroep moest bepalen&lt;br /&gt;
# Oefening met tabel Sintheta/golflengte- intensiteit en hoek 2theta bepalen&lt;br /&gt;
# begrippen: CuKalfa en Resolutie &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 NM===&lt;br /&gt;
#Hoe Faseprobleem oplossen met Patterson functie &lt;br /&gt;
#1H- Nmr ( bijvragen : welke piek is het belangrijkst bij IR-spectra , hoeveel pieken zullen er zijn bij C13,..) &lt;br /&gt;
#Ruimtegroep ( ik dacht Pbmn )&lt;br /&gt;
#Intensiteit bepalen en afbuighoek bepalen &lt;br /&gt;
#Puntgroep van tetrachloornaftaleen ( eerst isomeren geven en van elk isomeer puntgroep bepalen) &lt;br /&gt;
#Mc-lafferty omlegging&lt;br /&gt;
#chemische ionisatie&lt;br /&gt;
===16 juni 2017 VM===&lt;br /&gt;
#leid de formule voor de structuurfactor af en vertel hoe je deze experimenteel kan bepalen.&lt;br /&gt;
#Geef alle ionisatie technieken gebruikt in MS.&lt;br /&gt;
#Puntgroep Pbcm met gebruikelijke bijvragen&lt;br /&gt;
#Geef de puntgroepen van alle isomeren van tetrachloor kubaan en teken de symmetrie elementen&lt;br /&gt;
#verklaar chemische shift, koppelingsconstante en shift reagens&lt;br /&gt;
===12 juni 2017===&lt;br /&gt;
#leg constructie van Ewald uit&lt;br /&gt;
#nmr spectra (geef structuur molecule ) C10H12O3&lt;br /&gt;
#ruimtegroep Pncm met alle bijhorende vraagjes (asymmetrische eenheid, multipliciteit, equivaltente posities, patterson, puntgroep, systematische afwezigheden)&lt;br /&gt;
#Vlakgroep van (110) vlak van ijzer. Geef alle symmetrie elementen&lt;br /&gt;
#oefening ivm fase berekenen en intensiteit (CdI2, sin(theta)/golflengte is gegeven, bepaal fCd, fI en zo de rest)&lt;br /&gt;
#begrippen: ESI &amp;amp; Wet van Friedel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 augustus 2015===&lt;br /&gt;
# stappen van de kristalstructuur bepaling&lt;br /&gt;
# Welke methode voor ionisatie worden er gebruikt bij massaspectroscopie&lt;br /&gt;
# Pcan (met alle gebruikelijke bijvraagjes)&lt;br /&gt;
# Vlakgroep van (110) vlak van ijzer. Geef alle symmetrie elementen&lt;br /&gt;
# PoCL2: ge krijgt Sin theta/lambda en uw celafmetingen, geef Fhkl, Ihkl en uw hoek&lt;br /&gt;
# Bespreek de termen chemische shift, (vul hier in want ik kom er nie op) en shiftreagens&lt;br /&gt;
=== 18 augustus 2015 vm ===&lt;br /&gt;
# leg het principe van uit van verfijning van een kristalstructuur&lt;br /&gt;
# leg volgende begrippen uit: NOE en NOESY&lt;br /&gt;
# ruimtegroep Pbmn en alle vraagjes zoals altijd&lt;br /&gt;
# puntgroepen geven 4 isomeren van een of ander molecule&lt;br /&gt;
# voor een bepaalde reflectie de fase van de structuurfactor berekenen en de intensiteit&lt;br /&gt;
# 2 stellingen (juist of fout):&lt;br /&gt;
#* Bij een ESI spectrum zijn er geen fragmentaties&lt;br /&gt;
#* Bij kubische dichtste bolstapeling liggen alle atomen op speciale posities&lt;br /&gt;
=== 24 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# Nmr spectra&lt;br /&gt;
# verfijning van kristalstructuur&lt;br /&gt;
# Vlak groep van ijzer&lt;br /&gt;
# Ruimte groep Pcan + al die bijvragen&lt;br /&gt;
# Oefening sin theta/lambda. ..&lt;br /&gt;
# 2 stellingen: &lt;br /&gt;
#* esi heeft geen fragmentaties&lt;br /&gt;
#* In ccp liggen alle atomen op speciale posities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# Hoe kunnen we met behulp van de pattersonfunctie het faseprobleem oplossen?&lt;br /&gt;
# Leg uit NOE en NOESY&lt;br /&gt;
# puntgroep Pbmn&lt;br /&gt;
# Bepaal de puntgroep van de isomeren van tetrachloorkubaan en duid alle symmetrie-elementen aan&lt;br /&gt;
# Bereken de fase van de structuurfactor en de intensiteit voor CdI2 met &lt;br /&gt;
#* Eenheidscel a=4,24 A, c=6,86 A, gamma=120Â°&lt;br /&gt;
#* Posities: Cd 0 0 0, I(1) 2/3 1/3 1/4, I(2) 1/3 2/3 3/4&lt;br /&gt;
#* sin theta/lamba 0,0 0,1 0,2 0,3 fCd 48 44,58 38,44 33,22 fI 53 49,36 42,79 37,14&lt;br /&gt;
# Verklaar de begrippen CuKalfa en resolutie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2015 vm ===&lt;br /&gt;
# Leid de uitdrukking van de structuurfactor af. Hoe kan je de structuurfactor experimenteel bepalen?&lt;br /&gt;
# H-NMR spectra van 3 isomeren C6H6N2O2&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pncm&lt;br /&gt;
#* Equivalente posities&lt;br /&gt;
#* multipliciteit&lt;br /&gt;
#* asymmetrische eenheid&lt;br /&gt;
#* Geef 2 speciale posities (waarom speciaal?)&lt;br /&gt;
#* van welke puntgroep afgeleid?&lt;br /&gt;
#* Pattersongroep?&lt;br /&gt;
#*Systematische afwezigheden&lt;br /&gt;
# Bepaal de puntgroep van verschillende isomeren van tetrachloornaftaleen. Duid de symmetrie elementen aan.&lt;br /&gt;
# Rood Loodoxide PbO kristalliseert in tetragonale eenheidscel  a= 3.975  c= 5.023&lt;br /&gt;
#* Waar vind je in Pattersonfunctie sterkste pieken?&lt;br /&gt;
# Leg uit : ESI en ATR-IR&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2014===&lt;br /&gt;
#Geef de stappen voor kristalstructuurbepaling (mondeling)&lt;br /&gt;
#Wat is NOE? (mondeling)&lt;br /&gt;
#Ruimtegroep Pcnb&lt;br /&gt;
#Geef puntgroep van alle isomeren van tetrachloorkubaan&lt;br /&gt;
#Intensiteit van In en afbuighoek: vormfactor, atoomposities zijn gegeven&lt;br /&gt;
#Stellingen&lt;br /&gt;
#*Bij ESI is geen fragmentatie&lt;br /&gt;
#*Bij kubisch dichtste bolstapeling liggen de atomen op speciale posities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2014===&lt;br /&gt;
# Hoe kunnen we met behulp van de pattersonfunctie het faseprobleem oplossen? (mondeling)&lt;br /&gt;
# NMR spectrum met gesubstitueerde benzeenring (mondeling)&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pbnm met alle typische bijvragen (asymmetrische eenheid, speciale posities + waarom ze speciaal zijn, pattersongroep, puntgroep en systematische afwezigheden)&lt;br /&gt;
# Geef de vlakgroep van (110) van ijzer&lt;br /&gt;
# Oefening op structuurfactor. Vormfactoren met bijhorende sin(Î¸)/Î» zijn gegeven, net als de fractionele coÃ¶rdinaten en de grootte van de eenheidscel&lt;br /&gt;
# Wat is ESI?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2013===&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pbmb.&lt;br /&gt;
# Wat is de vlakgroep van het vlak (110) in de ijzerstructuur?&lt;br /&gt;
# NMR-spectrum gegeven. Stelling: Bevat dit spectrum een AX6 systeem?&lt;br /&gt;
# Leg volgende begrippen uit: Laue groep, resolutie, temperatuursfactor.&lt;br /&gt;
# Gegeven: posities van In en celparameters (a en c). Teken een a,b-projectie van de eenheidscel. Welk Bravais-rooster heeft de cel? Bepaal de afbuighoek 2theta en de intensiteit van de reflecties (001) en (002). Wat is de puntgroep rond de middelste In? Waar bevinden zich de hoogste Pattersonpieken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2013===&lt;br /&gt;
# Teken ruimtegroep Pbnb (ab-projectie) en geef equivalente posities, speciale posities, systematische afwezigheden, puntgroep waarvan de ruimtegroep is afgeleid en asymetrische eenheid. (Schriftelijk, na 1 uur af te geven.)&lt;br /&gt;
# Wat is de vlakgroep van het vlak (110) in de platina-strucuur? (Structuur is dus van buiten te kennen!) Bijvraag: is dit vlak de eenheidscel van de vlakgroep? (Mondeling)&lt;br /&gt;
# Bespreek: voor ethylisobutyraat (spectrum en structuur gegeven) is een ontkoppelingsexperiment niet mogelijk. Bijvragen: hoe bepalen we de frequentie die we moeten gebruiken voor het ontkoppelingsexperiment? Link de verschillende pieken aan de verschillende groepen. (Mondeling)&lt;br /&gt;
# Leg de Ewald-constructie uit. Bijvraag: wat gebeurt er als we het kristal draaien? (Mondeling)&lt;br /&gt;
# Gegeven: posities van Mo en Ni in een MoNi4-legering en parameters a en c. Teken een a,b-projectie van de eenheidscel. Welk Bravais-rooster heeft de cel? Bepaal de 2-theta en de intensiteit van de reflectie (002). Wat is de puntgroep rond Mo? Geef de hoogste pattersonpieken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 juni 2011===&lt;br /&gt;
# Teken ruimtegroep Pmcn (ab-projectie) en geef equivalente posities, puntgroep waar deze ruimtegroep van is afgeleid, asymmetrische eenheid, 2 speciale posities en bijhorende Pattersongroep. Zijn er systematische afwezigheden?&lt;br /&gt;
# Stellingen:&lt;br /&gt;
#* Het vlak (110) wordt bij Fe en bij NaCl beschreven door dezelfde vlakgroep&lt;br /&gt;
#* Bij een goed verfijnde structuur zijn de pieken op de verschilfourier te verwaarlozen&lt;br /&gt;
#* Voor de waterstofatomen met delta 6,8 is een ontkoppelingsexperiment niet mogelijk (NMR-spectrum van ethyl-4-methoxybenzoaat gegeven, het gaat om de waterstoffen op C3 en C5 van de benzeenring). &lt;br /&gt;
# Oefening: PbO kristalliseert in een tetragonale eenheidscel, a en c gegeven. Twee posities voor Pb en voor O gegeven. Teken de ab-projectie. Door welke puntgroep wordt de geometrie rond de Pb-atomen beschreven? Door welk Bravaisrooster wordt het kristal beschreven? Bepaal de fase van de intensiteit van afgebogen stralingsbundel voor het vlak (110) voor CuK-alpha (tabel met enkele waarden gegeven voor f van Pb en O ifv sin(theta)/lambda). Teken het vlak (110) en de invallende en afgebogen stralingsbundel op de tekening.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2010 (NM)===&lt;br /&gt;
# Teken ruimtegroep Pmnb en klassieke vragen: equivalente posities, 2 speciale posities, systematische afwezigheden, asymmetrische eenheid, puntgroep,..&lt;br /&gt;
# Stellingen:&lt;br /&gt;
#* De temperatuur heeft geen invloed op de kristalstructuurbepaling.&lt;br /&gt;
#* Het is niet mogelijk om P2 en Pm van elkaar te onderscheiden met behulp van intensiteitsmetingen.&lt;br /&gt;
# NMR-spectrum en bepalen of het overeenkomt met het gegeven molecule.&lt;br /&gt;
# Oefening: AgI kristal, a= 6,50 Angstrom, coordinaten van atomen zijn gegeven, en tabel van f ifv sin/lambda.&lt;br /&gt;
#* Geef a,b-projectie + Bravaisrooster&lt;br /&gt;
#* Bereken Intensiteit en bereken afbuighoek van vlak 004&lt;br /&gt;
#* Geef puntsymmetrie rond Ag en rond I&lt;br /&gt;
#* Waar verwacht je de hoogste Pattersonpieken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2009===&lt;br /&gt;
# teken ruimtegroep (Pnca dacht ik) &amp;amp;amp; geef eq. posities, 2 speciale posities, syst. afwezigheden, puntgroep, ...&lt;br /&gt;
# Stellingen:&lt;br /&gt;
#* rotatiesymmetrie kan bepaald worden via rotatiediffractie(dat een ding waar ge een kristal draait, ik ben niet meer zeker of dat zo heet)&lt;br /&gt;
#* bij verschilelektronendichtheidsmap gaat de hoogte van de pieken verloren bij verfijning (ofzoiets toch)&lt;br /&gt;
# NMR van 1,1-dimethoxyethaan&lt;br /&gt;
# Oefening: alfa-uranium heeft volgende coordinaten op speciale posities: +-(0,y,1/4) +-(1/2,1/2-y,-1/4) a b en c gegeven(3 verschillende waarden) 2 groottes van structuurfactoren gegeven en de fu in functie van sin(theta).&lt;br /&gt;
#* y is 0.10 of 0.15, bepaal dit met bhv de gegevens. &lt;br /&gt;
#* Teken een a,b-projectie. &lt;br /&gt;
#* Beschrijf de omringing van het U-atoom via de puntgroep van het atoom. &lt;br /&gt;
#* Teken de pattersongroep.&lt;br /&gt;
===17 juni 2009===&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pcan: equivalente posities, multipliciteit, asymmetrische eenheid, 2 speciale posities, puntgroep, systematische afwezigheden&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* De temperatuurfactoren van Pt in een Pt-kristal zijn isotroop (Antwoord: Waar want ze liggen op speciale posities)&lt;br /&gt;
#* De symmetrie van een diffractiepatroon van een kristal wordt bepaald door de ruimtegroep&lt;br /&gt;
#* NMR: aspirine&lt;br /&gt;
# Oefening: Nikkelarsenide (a, c en gamma=120Â° is gegeven) De posities van Nikkel en van arseen zijn ook gegeven. &lt;br /&gt;
#* Geef de ab-projectie, bravais rooster, wat is de stapeling van Arseen, puntgroep rond Arseen en rond nikkel &lt;br /&gt;
#* Bij reflecties (200), (300) en (030) en Cu K-alfa straling&lt;br /&gt;
#** Voorspel de hoogste intensiteit&lt;br /&gt;
#** Voorspel de grootste afbuighoeken&lt;br /&gt;
#* Wat is de resolutie bij een afbuighoek van 100Â° en bij Cu K-alfa straling&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep (ik denk Pbmn) met klassieke vragen&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* Pm en Cm hebben dezelfde Harkersecties&lt;br /&gt;
#* Cobalt kan geÃ¯oniseerd worden met Cu K alfa straling&lt;br /&gt;
#* NMR&lt;br /&gt;
# Oefening: HgS met coÃ¶rdinaten Hg en S gegeven. Alle elementen geven van 11 juni op uitzondering van de afbuighoek en dit voor de vlakken 200 en 400. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep + asymmetrische eenheid + 2 speciale posities + iets met systematische afwezigheden&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* Het 110 vlak van Fe vertoont C4v (Bijvragen: aantonen op modellekes)&lt;br /&gt;
#* De atomen bij hexagonale dichtste bolstapeling liggen allemaal op speciale posities (Bijvraag: Hij vraagt om de kubische bolstapeling te laten zien, met die pingpongballetjes en hoe heten de ruimtes tussen die pingpongballekes) &lt;br /&gt;
#* NMR: een benzeen met een chloor op en op para positie iets me een ethyl en een keton (Bijvraag: hoe zie je dat het een spectrum van de 1ste orde of 2de orde is)&lt;br /&gt;
# Oefening: ik kreeg een tabel met fractionele coÃ¶rdinaten van ReO3 en zo&#039;n tabel met sin (theta) / lamda en vormfactoren. Ik moest een ab projectie tekenen, bravais rooster geven, intensiteit berekenen, afbuighoek bepalen, hoogste pattersonpieken voorspellen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Pmca met klassieke vragen&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* Alle atomen van sfaleriet bezetten speciale posities&lt;br /&gt;
#* Een kristalrooster kan ondubbelzinnig bepaald worden adhv systematische afwezigheden&lt;br /&gt;
#* isopropyltolueen&lt;br /&gt;
# Wolfraam-rooster en CuKa straling, vlakken (211) en (310)&lt;br /&gt;
#* teken 3D-rooster en duidt [sic] vlakken aan&lt;br /&gt;
#* Welke intensiteit is sterkst, bij (221) of bij (310)&lt;br /&gt;
#* Welke reflectiehoek is grootst, bij (221) of bij (310)&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de sterkste Pattersonpieken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Pbmn tekenen + assym. eenheid + equi. pos. + multipliciteit + 2 speciale pos. + Systematische afwezigheden + van welke puntgroep&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* De temp. heeft geen invloed op het diffractiepatroon&lt;br /&gt;
#* De vlakken 001 en 110 van Fe hebben dezelfde vlakgroep (ook zeggen welke vlakgroep(en))&lt;br /&gt;
#* NMR&lt;br /&gt;
#De structuur van LiF en NaCl is dezelfde, a = ...., kristalafmeting 0,2mmx0,2mmx0,2mm en wordt bestraald met Cu kalfa. Bereken F003 en F004. Welke intensiteit is het hoogst? Wat gebeurt er met de diffractiehoek en de intensiteit als je:&lt;br /&gt;
#*F vervangt door I&lt;br /&gt;
#*de cel verdubbeld&lt;br /&gt;
#*Waar verwacht je de sterkste Pattersonpieken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# P nmb  tekenen + puntgroep + asymetrische eenheid + equi posities&lt;br /&gt;
# stellingen ( waar of niet waar )&lt;br /&gt;
#* Pm en Cm hebben dezelfde harkersecties&lt;br /&gt;
#* R staat voor de resolutie van een structuurbepaling&lt;br /&gt;
#* spectrum en molecule gegeven, horen ze bij elkaar?&lt;br /&gt;
# oefening : NH4HgCl3 heeft eenheidscel a = ... c =... en atoomposities N, Hg en 3 Cl-en gegeven: (ook alpha-Cu straling zoda je uw lambda ook kent) (tabel sin(theta)/lambda en f waarden van Cl, Hg en N gegeven)&lt;br /&gt;
#* geef (a,b) projectie van eenheidscel&lt;br /&gt;
#* bepaal Bravais rooster&lt;br /&gt;
#* bepaal intensiteit en afbuigrichting 2theta van de reflectie (004)&lt;br /&gt;
#* Hg door welke puntgroep omringt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2008===&lt;br /&gt;
#Ruimtegroep tekenen. In dit geval Pman. Geef equivalente posities, multipliciteit, twee speciale posities en de asymetrische eenheid. Van welke puntgroep is deze ruimtegroep afgeleid?  Welke Pattersongroep?&lt;br /&gt;
#Bespreek volgende stellingen. Geef telkens ook een korte motivatie:&lt;br /&gt;
#*Op basis van systematische afwezigheden kan geen verschil gemaakt worden tussen de ruimtegroepen P2 en P2/m.&lt;br /&gt;
#*De temperatuurfactoren van &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;\alpha&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt;-Fe zijn isotroop.&lt;br /&gt;
#*NMR-spectrum en molecule. Kunnen die bij elkaar horen?&lt;br /&gt;
#kristal met Li2O met Ã©Ã©n lengte gegeven (kubisch dus) &lt;br /&gt;
#*teken ab projectie gegeven zijn de posities van de atomen&lt;br /&gt;
#*geef puntgroep rond Li en O&lt;br /&gt;
#*geef bravais rooster&lt;br /&gt;
#*twee vlakken gegeven welke grootste hoek en welke grootste intensiteit&lt;br /&gt;
#*waar bevinden zich de grootste patterson pieken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2007===&lt;br /&gt;
#Ruimtegroep tekenen. Geef equivalente posities, multipliciteit, twee speciale posities en de asymetrische eenheid. Van welke puntgroep is deze ruimtegroep afgeleid?  Welke Pattersongroep?&lt;br /&gt;
#Bespreek volgende stellingen. Geef telkens ook een korte motivatie:&lt;br /&gt;
#*Op basis van systematische afwezigheden kan geen verschil gemaakt worden tussen de ruimtegroepen P2 en P2/m.&lt;br /&gt;
#*De temperatuurfactoren van &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;\alpha&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt;-Fe zijn isotroop.&lt;br /&gt;
#*NMR-spectrum en molecule. Kunnen die bij elkaar horen?&lt;br /&gt;
#Typische gecombineerde oefening. Diffractiemeting op wolfraam met Cu-&amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;\alpha&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; straling. Beschouw vlakken (211) en (310). Een tabel met &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;\frac{\sin \theta}{\lambda}&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; waarden is gegeven.&lt;br /&gt;
#*Teken het reÃ«le rooster en duidt de vlakken aan.&lt;br /&gt;
#*Teken ab-projectie van het reciproke rooster, en duidt hier ook de vlakken aan.&lt;br /&gt;
#*Voor welk vlak verwacht je de grootste reflectiehoek.&lt;br /&gt;
#*Voor welk vlak verwacht je de grootste intensiteit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Vragen eerste zit vrijdag 30 juni 2006 (Fysica)===&lt;br /&gt;
#Teken Pbna (ab-projectie).  Geef equivalente posities, multipliciteit, twee speciale posities en de asymetrische eenheid.  Van welke puntgroep is deze ruimtegroep afgeleid?  Welke Pattersongroep?&lt;br /&gt;
#Zijn volgende stellingen waar of vals?&lt;br /&gt;
#*Omgeving van een bol in hexagonaal dichtste bolstapeling is C3h.&lt;br /&gt;
#*&amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;P2_1&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; en &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;P2_1/m&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; zijn niet te onderscheiden met behulp van de speciale posities.&lt;br /&gt;
#*Dit is het NMR-spectrum van... (iets ingewikkeld)&lt;br /&gt;
#LiF kristalliseert zoals NaCl in kubische cel met parameter a = 0,4026 nm.  We gebruiken CuKa straling en een kristal met dimensie 0,2x0,2x0,2.&lt;br /&gt;
#*Geef de ab-projectie van de structuur.&lt;br /&gt;
#*Geef de reciproke parameters.&lt;br /&gt;
#*netvlakken 003 en 004: welke heeft grootste intensiteit van de gereflecteerde straal?&lt;br /&gt;
#*Wat gebeurt met deze reflecties (dus hoek, intensiteit, fase) als we F vervangen door I. Wat gebeurt er als we de afmetingen van het kristal verdubbelen?&lt;br /&gt;
#*Welke zijn de grootste pieken in de Pattersonfunctie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Vragen eerste zit dinsdag 27 juni 2006 (Geologie) ===&lt;br /&gt;
(dit waren vragen van geologie, zij hebben ook een deel poederdiffractie dat voor fysici niet gekend hoeft te zijn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*teken de ruimtegroep Pncm (a,b-projectie)&lt;br /&gt;
Geef equivalente posities, multipliciteit en assymmetrische eenheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van welke puntgroep is deze ruimtegroep afgeleid?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Geef twee speciale posities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*stellingen:&lt;br /&gt;
De atomen in perovskiet liggen allemaal op speciale posities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De ruimtegroepen P2/c en Pc behoren tot zelfde pattersongroep&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*loodoxide PbO kristalliseert in een tetragonale eenheidscel&lt;br /&gt;
a=3,975 A   en   c=5,023 A&lt;br /&gt;
atomen liggen op de posities:&lt;br /&gt;
Pb(1): 0	Â½	0.2385&lt;br /&gt;
Pb(2): Â½	0	-0.2385&lt;br /&gt;
O(1):   0	0	0&lt;br /&gt;
O(2):  Â½	Â½	0&lt;br /&gt;
Teken een a,b-projectie van de eenheidscel en beschrijf de omringing van de loodatomen met behulp van een puntgroep&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Welk Bravaisrooster?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bepaal voor de reflectie (110) de fase van de structuurfactor en intensiteit&lt;br /&gt;
Teken het vlak (110) en de invallende en afgebogen bundel bij op de a,b-projectie bij gebruik van CuKÎ± &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bereken de positie van de diffractielijn op een Debye-Scherrer film&lt;br /&gt;
(camerastraal=28,7mm en CuKÎ±)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Teken schematisch de film&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Vragen eerste zit donderdag 22 juni 2006 (Fysica) ===&lt;br /&gt;
*eerste vraag:&lt;br /&gt;
Teken een ab-projectie van de ruimtegroep Pmcb&lt;br /&gt;
en alles der op en der aan, puntgroep, patterson, equivalente posities...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Tweede vraag:&lt;br /&gt;
Zijn volgende stellingen waar, verklaar:&lt;br /&gt;
1. kan men uit een diffractie patroon de aanwezigheid opmaken van een S4 as?&lt;br /&gt;
2. Is de R-waarde een maat voor de resolutie van een diffractie?&lt;br /&gt;
3. Is dit het NMR spectrum van ... (een onuitspreekbare naam)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Derde vraag:&lt;br /&gt;
Oefeningen op een hexagonaal stelsel CadmiumdiJood met straling bepalen en uittekenen.&amp;lt;/text&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marie</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Architectuur&amp;diff=1869</id>
		<title>Moleculaire Architectuur</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Architectuur&amp;diff=1869"/>
		<updated>2020-01-14T11:14:43Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marie: /* 13 januari 2020 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verplicht vak voor chemie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit vak wordt gegeven door professor Van Meervelt, hij is de aangenaamheid zelve op het examen!&lt;br /&gt;
Zijn bijvragen zijn wel aan de moeilijke kant.  Maar hij zal je altijd helpen de bijvragen beetje bij beetje op te lossen. Het examen duurt 4u.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kristallografie is het vak Moleculaire Architectuur, maar dan zonder NMR (het laatste hoofdstuk).  Dit is eigenlijk de voorloper van moleculaire architectuur.  Het wordt ook nu nog aan de geologen gegeven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===13 januari 2020===&lt;br /&gt;
#Theorie: Leg de contructie van Ewald uit. Welke factoren hebben hier invloed op? Bijvraag: moet je alle reciproke roosterpunten meten? (Neeh, n-tallige assen/symmetrie)&lt;br /&gt;
#Theorie: H-NMR gegeven van C10H13NO2. Bijvragen over welke pieken we zouden zien bij IR, hoe je de koppelingsconstante kan bepalen.&lt;br /&gt;
#Puntgroep Pcmb met gebruikelijke bijvragen&lt;br /&gt;
#Oefening: Verschillende puntgroepen geven van de isomeren van tetrachloorkubaan.&lt;br /&gt;
#Oefening: Platinacomplex met ruimtegroep Pc1/m, posities gegeven in de ruimtegroep ( xyz, -x-y-z...) en coördinaten gegeven van zwaarste atomen in Patterson. Bepaal de positie van Pt. Wat is de fase bij structuurfactor F(020), geldt de wet van Friedel? &lt;br /&gt;
#Begrippen: McLafferty omlegging + hexxagonale en kubische dichtste bolstapeling uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 januari 2020 - voormiddag===&lt;br /&gt;
#Theorie: Hoe wordt het principe van Fourier synthese toegepast in de kristalstructuurbepaling?&lt;br /&gt;
#Theorie: NOE, NOESY en COSY&lt;br /&gt;
#Puntgroep Pmcb met gebruikelijke bijvragen&lt;br /&gt;
#Oefening: Puntgroepen van vier structuren&lt;br /&gt;
#Oefening: CdI2: Bravaisrooster bepalen, voor structuurfactor fase bepalen en afbuigingshoek als CuK(alfa) straling gebruikt wordt, geldt wet van Friedel? &lt;br /&gt;
#Begrippen: ATR-IR + ESI uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 augustus 2019===&lt;br /&gt;
#Theorie: Hoe wordt het principe van Fourier synthese toegepast in de kristalstructuurbepaling?&lt;br /&gt;
#NMR-vraag: 3 verschillende H-NMR spectra van isomeren met brutoformule C6H8N2O2. Teken ook de opsplitsingspatronen.&lt;br /&gt;
#Puntgroep Pcnb met gebruikelijke bijvragen&lt;br /&gt;
#Oefening: Vlakgroep vlak 110 NaCl. Geef alle symmetrie-elementen.&lt;br /&gt;
#Oefening: Bepaal de fase en intensiteit van PoCl2 in de reflectie (110). Gegeven zijn de atoomposities en de karakteristieke straling.&lt;br /&gt;
#Begrippen: ESI + CuKalfa uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2019===&lt;br /&gt;
#Hoe kan je een model verbeteren na het oplossen van het faseprobleem?&lt;br /&gt;
#H-NMR van C5H8O2 bijvragen over IR.&lt;br /&gt;
#Pmcn met bijvragen.&lt;br /&gt;
#puntgroep van 4 isomeren van dioxine.&lt;br /&gt;
#AgI posities van de atomen gegeven (breuken) a=6.50 A. tabel met sin(theta)/lambda gegeven voor fAg en fI. Bravais rooster geven, fase, hoek en intensiteit berekenen.&lt;br /&gt;
#ATR-IR en ESI.&lt;br /&gt;
===17 januari 2019===&lt;br /&gt;
#Geef de afleiding van de structuurfactor. Is deze experimenteel te bepalen? &lt;br /&gt;
#H1-NMR van C10H13NO2 (Bijvragen over IR: wat als we van dit molecule een IR spectrum zouden opnemen? Waar zien we dan pieken? Welke zijn sterk? Welke niet?)&lt;br /&gt;
#Ruimtegroep Pnam met bijgvragen &lt;br /&gt;
#Puntgroep bepalen van de isomeren van tetrachloorkubaan (molecuulmodelletje gegeven)&lt;br /&gt;
#Rood loodoxide PbO kristalliseert in een tetragonale eenheidscel&lt;br /&gt;
a=3,975 A en c=5,023 Atomen liggen op de posities: &lt;br /&gt;
Pb(1): 0	½	0.2385 &lt;br /&gt;
Pb(2): ½	0	-0.2385 &lt;br /&gt;
O(1): 0	        0	0 &lt;br /&gt;
O(2): ½  	½	0 &lt;br /&gt;
Wat is het Bravaisrooster? Welke symmetrie-elementen gaan door O2? Construeer de pattersonfunctie. Waar vinden we de sterkste pieken? Toon aan dat de intenstiteit van reflectie 200 en 020 gelijk is. &lt;br /&gt;
#Mclafferty omlegging en kubische en hexagonale dichtste bolstapeling. &lt;br /&gt;
===14 januari 2019===&lt;br /&gt;
# Hoe kan men met de Pattersonfunctie het faseprobleem oplossen? (mondeling)&lt;br /&gt;
# NOE en NOESY, COSY (mondeling)&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pman met bijvragen&lt;br /&gt;
# Puntgroepen van 4 verschillende aromaten&lt;br /&gt;
# CdI2: Bravaisrooster bepalen, voor structuurfactor fase bepalen en afbuigingshoek als CuK(alfa) straling gebruikt wordt, maxima van de Pattersonfunctie geven&lt;br /&gt;
# MALDI-TOF uitleggen en golfgetallen vergelijken bij IR spectroscopie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 4 september 2018===&lt;br /&gt;
# Geef de contructie van Ewald&lt;br /&gt;
# H-NMR van C10H12O3&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pcnb&lt;br /&gt;
# Geef de puntgroep van 4 isomeren van tetrachloornaftaleen die aanleiding geven tot een andere puntgroep. &lt;br /&gt;
# PbO kristaliseert uit in eenheidscel met gegeven dimensies en atoomposities. Gevraagd: Construeer de pattersonfunctie, waar zijn de sterkste pieken? Tot welk Bravais rooster behoort dit? Wat is de afbuighoek van het 110 vlak met CuKalfa? &lt;br /&gt;
# Begrippen: Kubisch en hexagonale dichtste bolstapeling + McLafferty omlegging&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
===27 augustus 2018===&lt;br /&gt;
# Hoe kan men het faseprobleem oplossen met behulp van de Pattersonfunctie? (dus ook uitleggen wat faseprobleem is, formule van pattersonfunctie geven,...) (mondeling)&lt;br /&gt;
# Gegeven drie H-NMR spectra, alle drie C6H6N2O2, bepaal structuren, en verklaar de verschillende spectra (mondeling)&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pcmn met alle gebruikelijke vragen&lt;br /&gt;
# Bepaal tot welke puntgroepen de isomeren van trichloorbenzeen behoren, teken alle symmetrie-elementen&lt;br /&gt;
# Oefening met CdI2, bepaal fasehoek van de reflectie op (110) en afbuighoek theta, tot welk bravais rooster behoort dit? Waar bevinden zich de maxima bij de Pattersonfunctie?&lt;br /&gt;
# Begrippen: MALDI-TOF, Laue groep&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2018===&lt;br /&gt;
# Leid de structuurfactor af. Kan deze ook experimenteel bepaald worden? (mondeling)&lt;br /&gt;
# Gegeven een H-NMR spectrum, bepaal de structuur van de chemische stof die dit spectrum geeft. (mondeling)&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pmca, gebruikelijke bijvragen.&lt;br /&gt;
# Oefening met intensiteit enzo berekenen. Structuur was op eerste zicht niet centrosymmetrisch, maar was het wel met andere oorsprong.&lt;br /&gt;
# Wat is de vlakgroep van het (110) vlak van NaCl? Teken en geef alle symmetrie-elementen.&lt;br /&gt;
# Begrippen: MALDI-TOF, kubisch dichtste bolstapeling&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2018===&lt;br /&gt;
# Waarom Pattersonfunctie belangrijk bij het faseprobleem?&lt;br /&gt;
# NMR: C10H1202&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pbab met alle bijhorende vragen&lt;br /&gt;
# Puntgroepen geven van 4 verschillende aromatische verbindingen + symmetrie elementen aanduiden&lt;br /&gt;
# Oefening waarbij celparameters en 2 atomen gegeven zijn. Intensiteit en afbuighoek berekenen voor (001) en (002). Tot welk Bravais rooster gehoord deze kristalstructuur? &lt;br /&gt;
# Begrippen: CuKalfa en ESI&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2017===&lt;br /&gt;
# Stappen van kristalstructuurbepaling&lt;br /&gt;
# NMR, een piek waar bij stond deze verdwijnt bij schudden met D2O, bijvraag waarom deze piek verdwijnt, ook bijvragen over C13 NMR en IR&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pcmm en bijvragen&lt;br /&gt;
# Vlakgroep vlak 110 NaCl&lt;br /&gt;
# Bepalen van intensiteit reflectie van vlak 200, lengte en fractionele coördinaten gegeven&lt;br /&gt;
# Beschrijf MALDI-TOF en kubisch dichtste bolstapeling&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 juni 2017 NM===&lt;br /&gt;
# Structuurverfijning van kristalstructuurbepaling&lt;br /&gt;
# Leg uit: NOE en NOESY&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pcan met alle bijhorende vragen&lt;br /&gt;
# Oefening waar 4 moleculen stonden waarvan je de puntgroep moest bepalen&lt;br /&gt;
# Oefening met tabel Sintheta/golflengte- intensiteit en hoek 2theta bepalen&lt;br /&gt;
# begrippen: CuKalfa en Resolutie &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 NM===&lt;br /&gt;
#Hoe Faseprobleem oplossen met Patterson functie &lt;br /&gt;
#1H- Nmr ( bijvragen : welke piek is het belangrijkst bij IR-spectra , hoeveel pieken zullen er zijn bij C13,..) &lt;br /&gt;
#Ruimtegroep ( ik dacht Pbmn )&lt;br /&gt;
#Intensiteit bepalen en afbuighoek bepalen &lt;br /&gt;
#Puntgroep van tetrachloornaftaleen ( eerst isomeren geven en van elk isomeer puntgroep bepalen) &lt;br /&gt;
#Mc-lafferty omlegging&lt;br /&gt;
#chemische ionisatie&lt;br /&gt;
===16 juni 2017 VM===&lt;br /&gt;
#leid de formule voor de structuurfactor af en vertel hoe je deze experimenteel kan bepalen.&lt;br /&gt;
#Geef alle ionisatie technieken gebruikt in MS.&lt;br /&gt;
#Puntgroep Pbcm met gebruikelijke bijvragen&lt;br /&gt;
#Geef de puntgroepen van alle isomeren van tetrachloor kubaan en teken de symmetrie elementen&lt;br /&gt;
#verklaar chemische shift, koppelingsconstante en shift reagens&lt;br /&gt;
===12 juni 2017===&lt;br /&gt;
#leg constructie van Ewald uit&lt;br /&gt;
#nmr spectra (geef structuur molecule ) C10H12O3&lt;br /&gt;
#ruimtegroep Pncm met alle bijhorende vraagjes (asymmetrische eenheid, multipliciteit, equivaltente posities, patterson, puntgroep, systematische afwezigheden)&lt;br /&gt;
#Vlakgroep van (110) vlak van ijzer. Geef alle symmetrie elementen&lt;br /&gt;
#oefening ivm fase berekenen en intensiteit (CdI2, sin(theta)/golflengte is gegeven, bepaal fCd, fI en zo de rest)&lt;br /&gt;
#begrippen: ESI &amp;amp; Wet van Friedel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 augustus 2015===&lt;br /&gt;
# stappen van de kristalstructuur bepaling&lt;br /&gt;
# Welke methode voor ionisatie worden er gebruikt bij massaspectroscopie&lt;br /&gt;
# Pcan (met alle gebruikelijke bijvraagjes)&lt;br /&gt;
# Vlakgroep van (110) vlak van ijzer. Geef alle symmetrie elementen&lt;br /&gt;
# PoCL2: ge krijgt Sin theta/lambda en uw celafmetingen, geef Fhkl, Ihkl en uw hoek&lt;br /&gt;
# Bespreek de termen chemische shift, (vul hier in want ik kom er nie op) en shiftreagens&lt;br /&gt;
=== 18 augustus 2015 vm ===&lt;br /&gt;
# leg het principe van uit van verfijning van een kristalstructuur&lt;br /&gt;
# leg volgende begrippen uit: NOE en NOESY&lt;br /&gt;
# ruimtegroep Pbmn en alle vraagjes zoals altijd&lt;br /&gt;
# puntgroepen geven 4 isomeren van een of ander molecule&lt;br /&gt;
# voor een bepaalde reflectie de fase van de structuurfactor berekenen en de intensiteit&lt;br /&gt;
# 2 stellingen (juist of fout):&lt;br /&gt;
#* Bij een ESI spectrum zijn er geen fragmentaties&lt;br /&gt;
#* Bij kubische dichtste bolstapeling liggen alle atomen op speciale posities&lt;br /&gt;
=== 24 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# Nmr spectra&lt;br /&gt;
# verfijning van kristalstructuur&lt;br /&gt;
# Vlak groep van ijzer&lt;br /&gt;
# Ruimte groep Pcan + al die bijvragen&lt;br /&gt;
# Oefening sin theta/lambda. ..&lt;br /&gt;
# 2 stellingen: &lt;br /&gt;
#* esi heeft geen fragmentaties&lt;br /&gt;
#* In ccp liggen alle atomen op speciale posities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# Hoe kunnen we met behulp van de pattersonfunctie het faseprobleem oplossen?&lt;br /&gt;
# Leg uit NOE en NOESY&lt;br /&gt;
# puntgroep Pbmn&lt;br /&gt;
# Bepaal de puntgroep van de isomeren van tetrachloorkubaan en duid alle symmetrie-elementen aan&lt;br /&gt;
# Bereken de fase van de structuurfactor en de intensiteit voor CdI2 met &lt;br /&gt;
#* Eenheidscel a=4,24 A, c=6,86 A, gamma=120Â°&lt;br /&gt;
#* Posities: Cd 0 0 0, I(1) 2/3 1/3 1/4, I(2) 1/3 2/3 3/4&lt;br /&gt;
#* sin theta/lamba 0,0 0,1 0,2 0,3 fCd 48 44,58 38,44 33,22 fI 53 49,36 42,79 37,14&lt;br /&gt;
# Verklaar de begrippen CuKalfa en resolutie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2015 vm ===&lt;br /&gt;
# Leid de uitdrukking van de structuurfactor af. Hoe kan je de structuurfactor experimenteel bepalen?&lt;br /&gt;
# H-NMR spectra van 3 isomeren C6H6N2O2&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pncm&lt;br /&gt;
#* Equivalente posities&lt;br /&gt;
#* multipliciteit&lt;br /&gt;
#* asymmetrische eenheid&lt;br /&gt;
#* Geef 2 speciale posities (waarom speciaal?)&lt;br /&gt;
#* van welke puntgroep afgeleid?&lt;br /&gt;
#* Pattersongroep?&lt;br /&gt;
#*Systematische afwezigheden&lt;br /&gt;
# Bepaal de puntgroep van verschillende isomeren van tetrachloornaftaleen. Duid de symmetrie elementen aan.&lt;br /&gt;
# Rood Loodoxide PbO kristalliseert in tetragonale eenheidscel  a= 3.975  c= 5.023&lt;br /&gt;
#* Waar vind je in Pattersonfunctie sterkste pieken?&lt;br /&gt;
# Leg uit : ESI en ATR-IR&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2014===&lt;br /&gt;
#Geef de stappen voor kristalstructuurbepaling (mondeling)&lt;br /&gt;
#Wat is NOE? (mondeling)&lt;br /&gt;
#Ruimtegroep Pcnb&lt;br /&gt;
#Geef puntgroep van alle isomeren van tetrachloorkubaan&lt;br /&gt;
#Intensiteit van In en afbuighoek: vormfactor, atoomposities zijn gegeven&lt;br /&gt;
#Stellingen&lt;br /&gt;
#*Bij ESI is geen fragmentatie&lt;br /&gt;
#*Bij kubisch dichtste bolstapeling liggen de atomen op speciale posities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2014===&lt;br /&gt;
# Hoe kunnen we met behulp van de pattersonfunctie het faseprobleem oplossen? (mondeling)&lt;br /&gt;
# NMR spectrum met gesubstitueerde benzeenring (mondeling)&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pbnm met alle typische bijvragen (asymmetrische eenheid, speciale posities + waarom ze speciaal zijn, pattersongroep, puntgroep en systematische afwezigheden)&lt;br /&gt;
# Geef de vlakgroep van (110) van ijzer&lt;br /&gt;
# Oefening op structuurfactor. Vormfactoren met bijhorende sin(Î¸)/Î» zijn gegeven, net als de fractionele coÃ¶rdinaten en de grootte van de eenheidscel&lt;br /&gt;
# Wat is ESI?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2013===&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pbmb.&lt;br /&gt;
# Wat is de vlakgroep van het vlak (110) in de ijzerstructuur?&lt;br /&gt;
# NMR-spectrum gegeven. Stelling: Bevat dit spectrum een AX6 systeem?&lt;br /&gt;
# Leg volgende begrippen uit: Laue groep, resolutie, temperatuursfactor.&lt;br /&gt;
# Gegeven: posities van In en celparameters (a en c). Teken een a,b-projectie van de eenheidscel. Welk Bravais-rooster heeft de cel? Bepaal de afbuighoek 2theta en de intensiteit van de reflecties (001) en (002). Wat is de puntgroep rond de middelste In? Waar bevinden zich de hoogste Pattersonpieken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2013===&lt;br /&gt;
# Teken ruimtegroep Pbnb (ab-projectie) en geef equivalente posities, speciale posities, systematische afwezigheden, puntgroep waarvan de ruimtegroep is afgeleid en asymetrische eenheid. (Schriftelijk, na 1 uur af te geven.)&lt;br /&gt;
# Wat is de vlakgroep van het vlak (110) in de platina-strucuur? (Structuur is dus van buiten te kennen!) Bijvraag: is dit vlak de eenheidscel van de vlakgroep? (Mondeling)&lt;br /&gt;
# Bespreek: voor ethylisobutyraat (spectrum en structuur gegeven) is een ontkoppelingsexperiment niet mogelijk. Bijvragen: hoe bepalen we de frequentie die we moeten gebruiken voor het ontkoppelingsexperiment? Link de verschillende pieken aan de verschillende groepen. (Mondeling)&lt;br /&gt;
# Leg de Ewald-constructie uit. Bijvraag: wat gebeurt er als we het kristal draaien? (Mondeling)&lt;br /&gt;
# Gegeven: posities van Mo en Ni in een MoNi4-legering en parameters a en c. Teken een a,b-projectie van de eenheidscel. Welk Bravais-rooster heeft de cel? Bepaal de 2-theta en de intensiteit van de reflectie (002). Wat is de puntgroep rond Mo? Geef de hoogste pattersonpieken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 juni 2011===&lt;br /&gt;
# Teken ruimtegroep Pmcn (ab-projectie) en geef equivalente posities, puntgroep waar deze ruimtegroep van is afgeleid, asymmetrische eenheid, 2 speciale posities en bijhorende Pattersongroep. Zijn er systematische afwezigheden?&lt;br /&gt;
# Stellingen:&lt;br /&gt;
#* Het vlak (110) wordt bij Fe en bij NaCl beschreven door dezelfde vlakgroep&lt;br /&gt;
#* Bij een goed verfijnde structuur zijn de pieken op de verschilfourier te verwaarlozen&lt;br /&gt;
#* Voor de waterstofatomen met delta 6,8 is een ontkoppelingsexperiment niet mogelijk (NMR-spectrum van ethyl-4-methoxybenzoaat gegeven, het gaat om de waterstoffen op C3 en C5 van de benzeenring). &lt;br /&gt;
# Oefening: PbO kristalliseert in een tetragonale eenheidscel, a en c gegeven. Twee posities voor Pb en voor O gegeven. Teken de ab-projectie. Door welke puntgroep wordt de geometrie rond de Pb-atomen beschreven? Door welk Bravaisrooster wordt het kristal beschreven? Bepaal de fase van de intensiteit van afgebogen stralingsbundel voor het vlak (110) voor CuK-alpha (tabel met enkele waarden gegeven voor f van Pb en O ifv sin(theta)/lambda). Teken het vlak (110) en de invallende en afgebogen stralingsbundel op de tekening.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2010 (NM)===&lt;br /&gt;
# Teken ruimtegroep Pmnb en klassieke vragen: equivalente posities, 2 speciale posities, systematische afwezigheden, asymmetrische eenheid, puntgroep,..&lt;br /&gt;
# Stellingen:&lt;br /&gt;
#* De temperatuur heeft geen invloed op de kristalstructuurbepaling.&lt;br /&gt;
#* Het is niet mogelijk om P2 en Pm van elkaar te onderscheiden met behulp van intensiteitsmetingen.&lt;br /&gt;
# NMR-spectrum en bepalen of het overeenkomt met het gegeven molecule.&lt;br /&gt;
# Oefening: AgI kristal, a= 6,50 Angstrom, coordinaten van atomen zijn gegeven, en tabel van f ifv sin/lambda.&lt;br /&gt;
#* Geef a,b-projectie + Bravaisrooster&lt;br /&gt;
#* Bereken Intensiteit en bereken afbuighoek van vlak 004&lt;br /&gt;
#* Geef puntsymmetrie rond Ag en rond I&lt;br /&gt;
#* Waar verwacht je de hoogste Pattersonpieken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2009===&lt;br /&gt;
# teken ruimtegroep (Pnca dacht ik) &amp;amp;amp; geef eq. posities, 2 speciale posities, syst. afwezigheden, puntgroep, ...&lt;br /&gt;
# Stellingen:&lt;br /&gt;
#* rotatiesymmetrie kan bepaald worden via rotatiediffractie(dat een ding waar ge een kristal draait, ik ben niet meer zeker of dat zo heet)&lt;br /&gt;
#* bij verschilelektronendichtheidsmap gaat de hoogte van de pieken verloren bij verfijning (ofzoiets toch)&lt;br /&gt;
# NMR van 1,1-dimethoxyethaan&lt;br /&gt;
# Oefening: alfa-uranium heeft volgende coordinaten op speciale posities: +-(0,y,1/4) +-(1/2,1/2-y,-1/4) a b en c gegeven(3 verschillende waarden) 2 groottes van structuurfactoren gegeven en de fu in functie van sin(theta).&lt;br /&gt;
#* y is 0.10 of 0.15, bepaal dit met bhv de gegevens. &lt;br /&gt;
#* Teken een a,b-projectie. &lt;br /&gt;
#* Beschrijf de omringing van het U-atoom via de puntgroep van het atoom. &lt;br /&gt;
#* Teken de pattersongroep.&lt;br /&gt;
===17 juni 2009===&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pcan: equivalente posities, multipliciteit, asymmetrische eenheid, 2 speciale posities, puntgroep, systematische afwezigheden&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* De temperatuurfactoren van Pt in een Pt-kristal zijn isotroop (Antwoord: Waar want ze liggen op speciale posities)&lt;br /&gt;
#* De symmetrie van een diffractiepatroon van een kristal wordt bepaald door de ruimtegroep&lt;br /&gt;
#* NMR: aspirine&lt;br /&gt;
# Oefening: Nikkelarsenide (a, c en gamma=120Â° is gegeven) De posities van Nikkel en van arseen zijn ook gegeven. &lt;br /&gt;
#* Geef de ab-projectie, bravais rooster, wat is de stapeling van Arseen, puntgroep rond Arseen en rond nikkel &lt;br /&gt;
#* Bij reflecties (200), (300) en (030) en Cu K-alfa straling&lt;br /&gt;
#** Voorspel de hoogste intensiteit&lt;br /&gt;
#** Voorspel de grootste afbuighoeken&lt;br /&gt;
#* Wat is de resolutie bij een afbuighoek van 100Â° en bij Cu K-alfa straling&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep (ik denk Pbmn) met klassieke vragen&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* Pm en Cm hebben dezelfde Harkersecties&lt;br /&gt;
#* Cobalt kan geÃ¯oniseerd worden met Cu K alfa straling&lt;br /&gt;
#* NMR&lt;br /&gt;
# Oefening: HgS met coÃ¶rdinaten Hg en S gegeven. Alle elementen geven van 11 juni op uitzondering van de afbuighoek en dit voor de vlakken 200 en 400. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep + asymmetrische eenheid + 2 speciale posities + iets met systematische afwezigheden&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* Het 110 vlak van Fe vertoont C4v (Bijvragen: aantonen op modellekes)&lt;br /&gt;
#* De atomen bij hexagonale dichtste bolstapeling liggen allemaal op speciale posities (Bijvraag: Hij vraagt om de kubische bolstapeling te laten zien, met die pingpongballetjes en hoe heten de ruimtes tussen die pingpongballekes) &lt;br /&gt;
#* NMR: een benzeen met een chloor op en op para positie iets me een ethyl en een keton (Bijvraag: hoe zie je dat het een spectrum van de 1ste orde of 2de orde is)&lt;br /&gt;
# Oefening: ik kreeg een tabel met fractionele coÃ¶rdinaten van ReO3 en zo&#039;n tabel met sin (theta) / lamda en vormfactoren. Ik moest een ab projectie tekenen, bravais rooster geven, intensiteit berekenen, afbuighoek bepalen, hoogste pattersonpieken voorspellen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Pmca met klassieke vragen&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* Alle atomen van sfaleriet bezetten speciale posities&lt;br /&gt;
#* Een kristalrooster kan ondubbelzinnig bepaald worden adhv systematische afwezigheden&lt;br /&gt;
#* isopropyltolueen&lt;br /&gt;
# Wolfraam-rooster en CuKa straling, vlakken (211) en (310)&lt;br /&gt;
#* teken 3D-rooster en duidt [sic] vlakken aan&lt;br /&gt;
#* Welke intensiteit is sterkst, bij (221) of bij (310)&lt;br /&gt;
#* Welke reflectiehoek is grootst, bij (221) of bij (310)&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de sterkste Pattersonpieken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Pbmn tekenen + assym. eenheid + equi. pos. + multipliciteit + 2 speciale pos. + Systematische afwezigheden + van welke puntgroep&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* De temp. heeft geen invloed op het diffractiepatroon&lt;br /&gt;
#* De vlakken 001 en 110 van Fe hebben dezelfde vlakgroep (ook zeggen welke vlakgroep(en))&lt;br /&gt;
#* NMR&lt;br /&gt;
#De structuur van LiF en NaCl is dezelfde, a = ...., kristalafmeting 0,2mmx0,2mmx0,2mm en wordt bestraald met Cu kalfa. Bereken F003 en F004. Welke intensiteit is het hoogst? Wat gebeurt er met de diffractiehoek en de intensiteit als je:&lt;br /&gt;
#*F vervangt door I&lt;br /&gt;
#*de cel verdubbeld&lt;br /&gt;
#*Waar verwacht je de sterkste Pattersonpieken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# P nmb  tekenen + puntgroep + asymetrische eenheid + equi posities&lt;br /&gt;
# stellingen ( waar of niet waar )&lt;br /&gt;
#* Pm en Cm hebben dezelfde harkersecties&lt;br /&gt;
#* R staat voor de resolutie van een structuurbepaling&lt;br /&gt;
#* spectrum en molecule gegeven, horen ze bij elkaar?&lt;br /&gt;
# oefening : NH4HgCl3 heeft eenheidscel a = ... c =... en atoomposities N, Hg en 3 Cl-en gegeven: (ook alpha-Cu straling zoda je uw lambda ook kent) (tabel sin(theta)/lambda en f waarden van Cl, Hg en N gegeven)&lt;br /&gt;
#* geef (a,b) projectie van eenheidscel&lt;br /&gt;
#* bepaal Bravais rooster&lt;br /&gt;
#* bepaal intensiteit en afbuigrichting 2theta van de reflectie (004)&lt;br /&gt;
#* Hg door welke puntgroep omringt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2008===&lt;br /&gt;
#Ruimtegroep tekenen. In dit geval Pman. Geef equivalente posities, multipliciteit, twee speciale posities en de asymetrische eenheid. Van welke puntgroep is deze ruimtegroep afgeleid?  Welke Pattersongroep?&lt;br /&gt;
#Bespreek volgende stellingen. Geef telkens ook een korte motivatie:&lt;br /&gt;
#*Op basis van systematische afwezigheden kan geen verschil gemaakt worden tussen de ruimtegroepen P2 en P2/m.&lt;br /&gt;
#*De temperatuurfactoren van &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;\alpha&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt;-Fe zijn isotroop.&lt;br /&gt;
#*NMR-spectrum en molecule. Kunnen die bij elkaar horen?&lt;br /&gt;
#kristal met Li2O met Ã©Ã©n lengte gegeven (kubisch dus) &lt;br /&gt;
#*teken ab projectie gegeven zijn de posities van de atomen&lt;br /&gt;
#*geef puntgroep rond Li en O&lt;br /&gt;
#*geef bravais rooster&lt;br /&gt;
#*twee vlakken gegeven welke grootste hoek en welke grootste intensiteit&lt;br /&gt;
#*waar bevinden zich de grootste patterson pieken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2007===&lt;br /&gt;
#Ruimtegroep tekenen. Geef equivalente posities, multipliciteit, twee speciale posities en de asymetrische eenheid. Van welke puntgroep is deze ruimtegroep afgeleid?  Welke Pattersongroep?&lt;br /&gt;
#Bespreek volgende stellingen. Geef telkens ook een korte motivatie:&lt;br /&gt;
#*Op basis van systematische afwezigheden kan geen verschil gemaakt worden tussen de ruimtegroepen P2 en P2/m.&lt;br /&gt;
#*De temperatuurfactoren van &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;\alpha&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt;-Fe zijn isotroop.&lt;br /&gt;
#*NMR-spectrum en molecule. Kunnen die bij elkaar horen?&lt;br /&gt;
#Typische gecombineerde oefening. Diffractiemeting op wolfraam met Cu-&amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;\alpha&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; straling. Beschouw vlakken (211) en (310). Een tabel met &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;\frac{\sin \theta}{\lambda}&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; waarden is gegeven.&lt;br /&gt;
#*Teken het reÃ«le rooster en duidt de vlakken aan.&lt;br /&gt;
#*Teken ab-projectie van het reciproke rooster, en duidt hier ook de vlakken aan.&lt;br /&gt;
#*Voor welk vlak verwacht je de grootste reflectiehoek.&lt;br /&gt;
#*Voor welk vlak verwacht je de grootste intensiteit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Vragen eerste zit vrijdag 30 juni 2006 (Fysica)===&lt;br /&gt;
#Teken Pbna (ab-projectie).  Geef equivalente posities, multipliciteit, twee speciale posities en de asymetrische eenheid.  Van welke puntgroep is deze ruimtegroep afgeleid?  Welke Pattersongroep?&lt;br /&gt;
#Zijn volgende stellingen waar of vals?&lt;br /&gt;
#*Omgeving van een bol in hexagonaal dichtste bolstapeling is C3h.&lt;br /&gt;
#*&amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;P2_1&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; en &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;P2_1/m&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; zijn niet te onderscheiden met behulp van de speciale posities.&lt;br /&gt;
#*Dit is het NMR-spectrum van... (iets ingewikkeld)&lt;br /&gt;
#LiF kristalliseert zoals NaCl in kubische cel met parameter a = 0,4026 nm.  We gebruiken CuKa straling en een kristal met dimensie 0,2x0,2x0,2.&lt;br /&gt;
#*Geef de ab-projectie van de structuur.&lt;br /&gt;
#*Geef de reciproke parameters.&lt;br /&gt;
#*netvlakken 003 en 004: welke heeft grootste intensiteit van de gereflecteerde straal?&lt;br /&gt;
#*Wat gebeurt met deze reflecties (dus hoek, intensiteit, fase) als we F vervangen door I. Wat gebeurt er als we de afmetingen van het kristal verdubbelen?&lt;br /&gt;
#*Welke zijn de grootste pieken in de Pattersonfunctie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Vragen eerste zit dinsdag 27 juni 2006 (Geologie) ===&lt;br /&gt;
(dit waren vragen van geologie, zij hebben ook een deel poederdiffractie dat voor fysici niet gekend hoeft te zijn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*teken de ruimtegroep Pncm (a,b-projectie)&lt;br /&gt;
Geef equivalente posities, multipliciteit en assymmetrische eenheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van welke puntgroep is deze ruimtegroep afgeleid?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Geef twee speciale posities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*stellingen:&lt;br /&gt;
De atomen in perovskiet liggen allemaal op speciale posities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De ruimtegroepen P2/c en Pc behoren tot zelfde pattersongroep&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*loodoxide PbO kristalliseert in een tetragonale eenheidscel&lt;br /&gt;
a=3,975 A   en   c=5,023 A&lt;br /&gt;
atomen liggen op de posities:&lt;br /&gt;
Pb(1): 0	Â½	0.2385&lt;br /&gt;
Pb(2): Â½	0	-0.2385&lt;br /&gt;
O(1):   0	0	0&lt;br /&gt;
O(2):  Â½	Â½	0&lt;br /&gt;
Teken een a,b-projectie van de eenheidscel en beschrijf de omringing van de loodatomen met behulp van een puntgroep&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Welk Bravaisrooster?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bepaal voor de reflectie (110) de fase van de structuurfactor en intensiteit&lt;br /&gt;
Teken het vlak (110) en de invallende en afgebogen bundel bij op de a,b-projectie bij gebruik van CuKÎ± &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bereken de positie van de diffractielijn op een Debye-Scherrer film&lt;br /&gt;
(camerastraal=28,7mm en CuKÎ±)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Teken schematisch de film&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Vragen eerste zit donderdag 22 juni 2006 (Fysica) ===&lt;br /&gt;
*eerste vraag:&lt;br /&gt;
Teken een ab-projectie van de ruimtegroep Pmcb&lt;br /&gt;
en alles der op en der aan, puntgroep, patterson, equivalente posities...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Tweede vraag:&lt;br /&gt;
Zijn volgende stellingen waar, verklaar:&lt;br /&gt;
1. kan men uit een diffractie patroon de aanwezigheid opmaken van een S4 as?&lt;br /&gt;
2. Is de R-waarde een maat voor de resolutie van een diffractie?&lt;br /&gt;
3. Is dit het NMR spectrum van ... (een onuitspreekbare naam)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Derde vraag:&lt;br /&gt;
Oefeningen op een hexagonaal stelsel CadmiumdiJood met straling bepalen en uittekenen.&amp;lt;/text&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marie</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Architectuur&amp;diff=1868</id>
		<title>Moleculaire Architectuur</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Architectuur&amp;diff=1868"/>
		<updated>2020-01-14T11:14:16Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marie: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verplicht vak voor chemie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit vak wordt gegeven door professor Van Meervelt, hij is de aangenaamheid zelve op het examen!&lt;br /&gt;
Zijn bijvragen zijn wel aan de moeilijke kant.  Maar hij zal je altijd helpen de bijvragen beetje bij beetje op te lossen. Het examen duurt 4u.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kristallografie is het vak Moleculaire Architectuur, maar dan zonder NMR (het laatste hoofdstuk).  Dit is eigenlijk de voorloper van moleculaire architectuur.  Het wordt ook nu nog aan de geologen gegeven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===13 januari 2020===&lt;br /&gt;
#Theorie: Leg de contructie van Ewald uit. Welke factoren hebben hier invloed op? Bijvraag: moet je alle reciproke roosterpunten meten? (Neeh, n-tallige assen/symmetrie)&lt;br /&gt;
#Theorie: H-NMR gegeven van C10H13NO2. Bijvragen over welke pieken we zouden zien bij IR, hoe je de koppelingsconstante kan bepalen.&lt;br /&gt;
#Puntgroep Pcmb met gebruikelijke bijvragen&lt;br /&gt;
#Oefening: Verschillende puntgroepen geven van de isomeren van tetrachloorkubaan.&lt;br /&gt;
#Oefening: Platinacomplex met ruimtegroep Pc1/m, posities gegeven in de ruimtegroep ( xyz, -x-y-z...) en coördinaten gegeven van zwaarste atomen in Patterson. Bepaal de positie van Pt. Wat is de fase bij structuurfactor F(020), geldt de wet van Friedel? &lt;br /&gt;
#Begrippen: McLafferty omlegging + hexxagonale en kubische dichtste bolstapeling uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 januari 2020===&lt;br /&gt;
#Theorie: Hoe wordt het principe van Fourier synthese toegepast in de kristalstructuurbepaling?&lt;br /&gt;
#Theorie: NOE, NOESY en COSY&lt;br /&gt;
#Puntgroep Pmcb met gebruikelijke bijvragen&lt;br /&gt;
#Oefening: Puntgroepen van vier structuren&lt;br /&gt;
#Oefening: CdI2: Bravaisrooster bepalen, voor structuurfactor fase bepalen en afbuigingshoek als CuK(alfa) straling gebruikt wordt, geldt wet van Friedel? &lt;br /&gt;
#Begrippen: ATR-IR + ESI uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 augustus 2019===&lt;br /&gt;
#Theorie: Hoe wordt het principe van Fourier synthese toegepast in de kristalstructuurbepaling?&lt;br /&gt;
#NMR-vraag: 3 verschillende H-NMR spectra van isomeren met brutoformule C6H8N2O2. Teken ook de opsplitsingspatronen.&lt;br /&gt;
#Puntgroep Pcnb met gebruikelijke bijvragen&lt;br /&gt;
#Oefening: Vlakgroep vlak 110 NaCl. Geef alle symmetrie-elementen.&lt;br /&gt;
#Oefening: Bepaal de fase en intensiteit van PoCl2 in de reflectie (110). Gegeven zijn de atoomposities en de karakteristieke straling.&lt;br /&gt;
#Begrippen: ESI + CuKalfa uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2019===&lt;br /&gt;
#Hoe kan je een model verbeteren na het oplossen van het faseprobleem?&lt;br /&gt;
#H-NMR van C5H8O2 bijvragen over IR.&lt;br /&gt;
#Pmcn met bijvragen.&lt;br /&gt;
#puntgroep van 4 isomeren van dioxine.&lt;br /&gt;
#AgI posities van de atomen gegeven (breuken) a=6.50 A. tabel met sin(theta)/lambda gegeven voor fAg en fI. Bravais rooster geven, fase, hoek en intensiteit berekenen.&lt;br /&gt;
#ATR-IR en ESI.&lt;br /&gt;
===17 januari 2019===&lt;br /&gt;
#Geef de afleiding van de structuurfactor. Is deze experimenteel te bepalen? &lt;br /&gt;
#H1-NMR van C10H13NO2 (Bijvragen over IR: wat als we van dit molecule een IR spectrum zouden opnemen? Waar zien we dan pieken? Welke zijn sterk? Welke niet?)&lt;br /&gt;
#Ruimtegroep Pnam met bijgvragen &lt;br /&gt;
#Puntgroep bepalen van de isomeren van tetrachloorkubaan (molecuulmodelletje gegeven)&lt;br /&gt;
#Rood loodoxide PbO kristalliseert in een tetragonale eenheidscel&lt;br /&gt;
a=3,975 A en c=5,023 Atomen liggen op de posities: &lt;br /&gt;
Pb(1): 0	½	0.2385 &lt;br /&gt;
Pb(2): ½	0	-0.2385 &lt;br /&gt;
O(1): 0	        0	0 &lt;br /&gt;
O(2): ½  	½	0 &lt;br /&gt;
Wat is het Bravaisrooster? Welke symmetrie-elementen gaan door O2? Construeer de pattersonfunctie. Waar vinden we de sterkste pieken? Toon aan dat de intenstiteit van reflectie 200 en 020 gelijk is. &lt;br /&gt;
#Mclafferty omlegging en kubische en hexagonale dichtste bolstapeling. &lt;br /&gt;
===14 januari 2019===&lt;br /&gt;
# Hoe kan men met de Pattersonfunctie het faseprobleem oplossen? (mondeling)&lt;br /&gt;
# NOE en NOESY, COSY (mondeling)&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pman met bijvragen&lt;br /&gt;
# Puntgroepen van 4 verschillende aromaten&lt;br /&gt;
# CdI2: Bravaisrooster bepalen, voor structuurfactor fase bepalen en afbuigingshoek als CuK(alfa) straling gebruikt wordt, maxima van de Pattersonfunctie geven&lt;br /&gt;
# MALDI-TOF uitleggen en golfgetallen vergelijken bij IR spectroscopie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 4 september 2018===&lt;br /&gt;
# Geef de contructie van Ewald&lt;br /&gt;
# H-NMR van C10H12O3&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pcnb&lt;br /&gt;
# Geef de puntgroep van 4 isomeren van tetrachloornaftaleen die aanleiding geven tot een andere puntgroep. &lt;br /&gt;
# PbO kristaliseert uit in eenheidscel met gegeven dimensies en atoomposities. Gevraagd: Construeer de pattersonfunctie, waar zijn de sterkste pieken? Tot welk Bravais rooster behoort dit? Wat is de afbuighoek van het 110 vlak met CuKalfa? &lt;br /&gt;
# Begrippen: Kubisch en hexagonale dichtste bolstapeling + McLafferty omlegging&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
===27 augustus 2018===&lt;br /&gt;
# Hoe kan men het faseprobleem oplossen met behulp van de Pattersonfunctie? (dus ook uitleggen wat faseprobleem is, formule van pattersonfunctie geven,...) (mondeling)&lt;br /&gt;
# Gegeven drie H-NMR spectra, alle drie C6H6N2O2, bepaal structuren, en verklaar de verschillende spectra (mondeling)&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pcmn met alle gebruikelijke vragen&lt;br /&gt;
# Bepaal tot welke puntgroepen de isomeren van trichloorbenzeen behoren, teken alle symmetrie-elementen&lt;br /&gt;
# Oefening met CdI2, bepaal fasehoek van de reflectie op (110) en afbuighoek theta, tot welk bravais rooster behoort dit? Waar bevinden zich de maxima bij de Pattersonfunctie?&lt;br /&gt;
# Begrippen: MALDI-TOF, Laue groep&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2018===&lt;br /&gt;
# Leid de structuurfactor af. Kan deze ook experimenteel bepaald worden? (mondeling)&lt;br /&gt;
# Gegeven een H-NMR spectrum, bepaal de structuur van de chemische stof die dit spectrum geeft. (mondeling)&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pmca, gebruikelijke bijvragen.&lt;br /&gt;
# Oefening met intensiteit enzo berekenen. Structuur was op eerste zicht niet centrosymmetrisch, maar was het wel met andere oorsprong.&lt;br /&gt;
# Wat is de vlakgroep van het (110) vlak van NaCl? Teken en geef alle symmetrie-elementen.&lt;br /&gt;
# Begrippen: MALDI-TOF, kubisch dichtste bolstapeling&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2018===&lt;br /&gt;
# Waarom Pattersonfunctie belangrijk bij het faseprobleem?&lt;br /&gt;
# NMR: C10H1202&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pbab met alle bijhorende vragen&lt;br /&gt;
# Puntgroepen geven van 4 verschillende aromatische verbindingen + symmetrie elementen aanduiden&lt;br /&gt;
# Oefening waarbij celparameters en 2 atomen gegeven zijn. Intensiteit en afbuighoek berekenen voor (001) en (002). Tot welk Bravais rooster gehoord deze kristalstructuur? &lt;br /&gt;
# Begrippen: CuKalfa en ESI&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2017===&lt;br /&gt;
# Stappen van kristalstructuurbepaling&lt;br /&gt;
# NMR, een piek waar bij stond deze verdwijnt bij schudden met D2O, bijvraag waarom deze piek verdwijnt, ook bijvragen over C13 NMR en IR&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pcmm en bijvragen&lt;br /&gt;
# Vlakgroep vlak 110 NaCl&lt;br /&gt;
# Bepalen van intensiteit reflectie van vlak 200, lengte en fractionele coördinaten gegeven&lt;br /&gt;
# Beschrijf MALDI-TOF en kubisch dichtste bolstapeling&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 juni 2017 NM===&lt;br /&gt;
# Structuurverfijning van kristalstructuurbepaling&lt;br /&gt;
# Leg uit: NOE en NOESY&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pcan met alle bijhorende vragen&lt;br /&gt;
# Oefening waar 4 moleculen stonden waarvan je de puntgroep moest bepalen&lt;br /&gt;
# Oefening met tabel Sintheta/golflengte- intensiteit en hoek 2theta bepalen&lt;br /&gt;
# begrippen: CuKalfa en Resolutie &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 NM===&lt;br /&gt;
#Hoe Faseprobleem oplossen met Patterson functie &lt;br /&gt;
#1H- Nmr ( bijvragen : welke piek is het belangrijkst bij IR-spectra , hoeveel pieken zullen er zijn bij C13,..) &lt;br /&gt;
#Ruimtegroep ( ik dacht Pbmn )&lt;br /&gt;
#Intensiteit bepalen en afbuighoek bepalen &lt;br /&gt;
#Puntgroep van tetrachloornaftaleen ( eerst isomeren geven en van elk isomeer puntgroep bepalen) &lt;br /&gt;
#Mc-lafferty omlegging&lt;br /&gt;
#chemische ionisatie&lt;br /&gt;
===16 juni 2017 VM===&lt;br /&gt;
#leid de formule voor de structuurfactor af en vertel hoe je deze experimenteel kan bepalen.&lt;br /&gt;
#Geef alle ionisatie technieken gebruikt in MS.&lt;br /&gt;
#Puntgroep Pbcm met gebruikelijke bijvragen&lt;br /&gt;
#Geef de puntgroepen van alle isomeren van tetrachloor kubaan en teken de symmetrie elementen&lt;br /&gt;
#verklaar chemische shift, koppelingsconstante en shift reagens&lt;br /&gt;
===12 juni 2017===&lt;br /&gt;
#leg constructie van Ewald uit&lt;br /&gt;
#nmr spectra (geef structuur molecule ) C10H12O3&lt;br /&gt;
#ruimtegroep Pncm met alle bijhorende vraagjes (asymmetrische eenheid, multipliciteit, equivaltente posities, patterson, puntgroep, systematische afwezigheden)&lt;br /&gt;
#Vlakgroep van (110) vlak van ijzer. Geef alle symmetrie elementen&lt;br /&gt;
#oefening ivm fase berekenen en intensiteit (CdI2, sin(theta)/golflengte is gegeven, bepaal fCd, fI en zo de rest)&lt;br /&gt;
#begrippen: ESI &amp;amp; Wet van Friedel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 augustus 2015===&lt;br /&gt;
# stappen van de kristalstructuur bepaling&lt;br /&gt;
# Welke methode voor ionisatie worden er gebruikt bij massaspectroscopie&lt;br /&gt;
# Pcan (met alle gebruikelijke bijvraagjes)&lt;br /&gt;
# Vlakgroep van (110) vlak van ijzer. Geef alle symmetrie elementen&lt;br /&gt;
# PoCL2: ge krijgt Sin theta/lambda en uw celafmetingen, geef Fhkl, Ihkl en uw hoek&lt;br /&gt;
# Bespreek de termen chemische shift, (vul hier in want ik kom er nie op) en shiftreagens&lt;br /&gt;
=== 18 augustus 2015 vm ===&lt;br /&gt;
# leg het principe van uit van verfijning van een kristalstructuur&lt;br /&gt;
# leg volgende begrippen uit: NOE en NOESY&lt;br /&gt;
# ruimtegroep Pbmn en alle vraagjes zoals altijd&lt;br /&gt;
# puntgroepen geven 4 isomeren van een of ander molecule&lt;br /&gt;
# voor een bepaalde reflectie de fase van de structuurfactor berekenen en de intensiteit&lt;br /&gt;
# 2 stellingen (juist of fout):&lt;br /&gt;
#* Bij een ESI spectrum zijn er geen fragmentaties&lt;br /&gt;
#* Bij kubische dichtste bolstapeling liggen alle atomen op speciale posities&lt;br /&gt;
=== 24 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# Nmr spectra&lt;br /&gt;
# verfijning van kristalstructuur&lt;br /&gt;
# Vlak groep van ijzer&lt;br /&gt;
# Ruimte groep Pcan + al die bijvragen&lt;br /&gt;
# Oefening sin theta/lambda. ..&lt;br /&gt;
# 2 stellingen: &lt;br /&gt;
#* esi heeft geen fragmentaties&lt;br /&gt;
#* In ccp liggen alle atomen op speciale posities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# Hoe kunnen we met behulp van de pattersonfunctie het faseprobleem oplossen?&lt;br /&gt;
# Leg uit NOE en NOESY&lt;br /&gt;
# puntgroep Pbmn&lt;br /&gt;
# Bepaal de puntgroep van de isomeren van tetrachloorkubaan en duid alle symmetrie-elementen aan&lt;br /&gt;
# Bereken de fase van de structuurfactor en de intensiteit voor CdI2 met &lt;br /&gt;
#* Eenheidscel a=4,24 A, c=6,86 A, gamma=120Â°&lt;br /&gt;
#* Posities: Cd 0 0 0, I(1) 2/3 1/3 1/4, I(2) 1/3 2/3 3/4&lt;br /&gt;
#* sin theta/lamba 0,0 0,1 0,2 0,3 fCd 48 44,58 38,44 33,22 fI 53 49,36 42,79 37,14&lt;br /&gt;
# Verklaar de begrippen CuKalfa en resolutie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2015 vm ===&lt;br /&gt;
# Leid de uitdrukking van de structuurfactor af. Hoe kan je de structuurfactor experimenteel bepalen?&lt;br /&gt;
# H-NMR spectra van 3 isomeren C6H6N2O2&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pncm&lt;br /&gt;
#* Equivalente posities&lt;br /&gt;
#* multipliciteit&lt;br /&gt;
#* asymmetrische eenheid&lt;br /&gt;
#* Geef 2 speciale posities (waarom speciaal?)&lt;br /&gt;
#* van welke puntgroep afgeleid?&lt;br /&gt;
#* Pattersongroep?&lt;br /&gt;
#*Systematische afwezigheden&lt;br /&gt;
# Bepaal de puntgroep van verschillende isomeren van tetrachloornaftaleen. Duid de symmetrie elementen aan.&lt;br /&gt;
# Rood Loodoxide PbO kristalliseert in tetragonale eenheidscel  a= 3.975  c= 5.023&lt;br /&gt;
#* Waar vind je in Pattersonfunctie sterkste pieken?&lt;br /&gt;
# Leg uit : ESI en ATR-IR&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2014===&lt;br /&gt;
#Geef de stappen voor kristalstructuurbepaling (mondeling)&lt;br /&gt;
#Wat is NOE? (mondeling)&lt;br /&gt;
#Ruimtegroep Pcnb&lt;br /&gt;
#Geef puntgroep van alle isomeren van tetrachloorkubaan&lt;br /&gt;
#Intensiteit van In en afbuighoek: vormfactor, atoomposities zijn gegeven&lt;br /&gt;
#Stellingen&lt;br /&gt;
#*Bij ESI is geen fragmentatie&lt;br /&gt;
#*Bij kubisch dichtste bolstapeling liggen de atomen op speciale posities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2014===&lt;br /&gt;
# Hoe kunnen we met behulp van de pattersonfunctie het faseprobleem oplossen? (mondeling)&lt;br /&gt;
# NMR spectrum met gesubstitueerde benzeenring (mondeling)&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pbnm met alle typische bijvragen (asymmetrische eenheid, speciale posities + waarom ze speciaal zijn, pattersongroep, puntgroep en systematische afwezigheden)&lt;br /&gt;
# Geef de vlakgroep van (110) van ijzer&lt;br /&gt;
# Oefening op structuurfactor. Vormfactoren met bijhorende sin(Î¸)/Î» zijn gegeven, net als de fractionele coÃ¶rdinaten en de grootte van de eenheidscel&lt;br /&gt;
# Wat is ESI?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2013===&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pbmb.&lt;br /&gt;
# Wat is de vlakgroep van het vlak (110) in de ijzerstructuur?&lt;br /&gt;
# NMR-spectrum gegeven. Stelling: Bevat dit spectrum een AX6 systeem?&lt;br /&gt;
# Leg volgende begrippen uit: Laue groep, resolutie, temperatuursfactor.&lt;br /&gt;
# Gegeven: posities van In en celparameters (a en c). Teken een a,b-projectie van de eenheidscel. Welk Bravais-rooster heeft de cel? Bepaal de afbuighoek 2theta en de intensiteit van de reflecties (001) en (002). Wat is de puntgroep rond de middelste In? Waar bevinden zich de hoogste Pattersonpieken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2013===&lt;br /&gt;
# Teken ruimtegroep Pbnb (ab-projectie) en geef equivalente posities, speciale posities, systematische afwezigheden, puntgroep waarvan de ruimtegroep is afgeleid en asymetrische eenheid. (Schriftelijk, na 1 uur af te geven.)&lt;br /&gt;
# Wat is de vlakgroep van het vlak (110) in de platina-strucuur? (Structuur is dus van buiten te kennen!) Bijvraag: is dit vlak de eenheidscel van de vlakgroep? (Mondeling)&lt;br /&gt;
# Bespreek: voor ethylisobutyraat (spectrum en structuur gegeven) is een ontkoppelingsexperiment niet mogelijk. Bijvragen: hoe bepalen we de frequentie die we moeten gebruiken voor het ontkoppelingsexperiment? Link de verschillende pieken aan de verschillende groepen. (Mondeling)&lt;br /&gt;
# Leg de Ewald-constructie uit. Bijvraag: wat gebeurt er als we het kristal draaien? (Mondeling)&lt;br /&gt;
# Gegeven: posities van Mo en Ni in een MoNi4-legering en parameters a en c. Teken een a,b-projectie van de eenheidscel. Welk Bravais-rooster heeft de cel? Bepaal de 2-theta en de intensiteit van de reflectie (002). Wat is de puntgroep rond Mo? Geef de hoogste pattersonpieken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 juni 2011===&lt;br /&gt;
# Teken ruimtegroep Pmcn (ab-projectie) en geef equivalente posities, puntgroep waar deze ruimtegroep van is afgeleid, asymmetrische eenheid, 2 speciale posities en bijhorende Pattersongroep. Zijn er systematische afwezigheden?&lt;br /&gt;
# Stellingen:&lt;br /&gt;
#* Het vlak (110) wordt bij Fe en bij NaCl beschreven door dezelfde vlakgroep&lt;br /&gt;
#* Bij een goed verfijnde structuur zijn de pieken op de verschilfourier te verwaarlozen&lt;br /&gt;
#* Voor de waterstofatomen met delta 6,8 is een ontkoppelingsexperiment niet mogelijk (NMR-spectrum van ethyl-4-methoxybenzoaat gegeven, het gaat om de waterstoffen op C3 en C5 van de benzeenring). &lt;br /&gt;
# Oefening: PbO kristalliseert in een tetragonale eenheidscel, a en c gegeven. Twee posities voor Pb en voor O gegeven. Teken de ab-projectie. Door welke puntgroep wordt de geometrie rond de Pb-atomen beschreven? Door welk Bravaisrooster wordt het kristal beschreven? Bepaal de fase van de intensiteit van afgebogen stralingsbundel voor het vlak (110) voor CuK-alpha (tabel met enkele waarden gegeven voor f van Pb en O ifv sin(theta)/lambda). Teken het vlak (110) en de invallende en afgebogen stralingsbundel op de tekening.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2010 (NM)===&lt;br /&gt;
# Teken ruimtegroep Pmnb en klassieke vragen: equivalente posities, 2 speciale posities, systematische afwezigheden, asymmetrische eenheid, puntgroep,..&lt;br /&gt;
# Stellingen:&lt;br /&gt;
#* De temperatuur heeft geen invloed op de kristalstructuurbepaling.&lt;br /&gt;
#* Het is niet mogelijk om P2 en Pm van elkaar te onderscheiden met behulp van intensiteitsmetingen.&lt;br /&gt;
# NMR-spectrum en bepalen of het overeenkomt met het gegeven molecule.&lt;br /&gt;
# Oefening: AgI kristal, a= 6,50 Angstrom, coordinaten van atomen zijn gegeven, en tabel van f ifv sin/lambda.&lt;br /&gt;
#* Geef a,b-projectie + Bravaisrooster&lt;br /&gt;
#* Bereken Intensiteit en bereken afbuighoek van vlak 004&lt;br /&gt;
#* Geef puntsymmetrie rond Ag en rond I&lt;br /&gt;
#* Waar verwacht je de hoogste Pattersonpieken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2009===&lt;br /&gt;
# teken ruimtegroep (Pnca dacht ik) &amp;amp;amp; geef eq. posities, 2 speciale posities, syst. afwezigheden, puntgroep, ...&lt;br /&gt;
# Stellingen:&lt;br /&gt;
#* rotatiesymmetrie kan bepaald worden via rotatiediffractie(dat een ding waar ge een kristal draait, ik ben niet meer zeker of dat zo heet)&lt;br /&gt;
#* bij verschilelektronendichtheidsmap gaat de hoogte van de pieken verloren bij verfijning (ofzoiets toch)&lt;br /&gt;
# NMR van 1,1-dimethoxyethaan&lt;br /&gt;
# Oefening: alfa-uranium heeft volgende coordinaten op speciale posities: +-(0,y,1/4) +-(1/2,1/2-y,-1/4) a b en c gegeven(3 verschillende waarden) 2 groottes van structuurfactoren gegeven en de fu in functie van sin(theta).&lt;br /&gt;
#* y is 0.10 of 0.15, bepaal dit met bhv de gegevens. &lt;br /&gt;
#* Teken een a,b-projectie. &lt;br /&gt;
#* Beschrijf de omringing van het U-atoom via de puntgroep van het atoom. &lt;br /&gt;
#* Teken de pattersongroep.&lt;br /&gt;
===17 juni 2009===&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pcan: equivalente posities, multipliciteit, asymmetrische eenheid, 2 speciale posities, puntgroep, systematische afwezigheden&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* De temperatuurfactoren van Pt in een Pt-kristal zijn isotroop (Antwoord: Waar want ze liggen op speciale posities)&lt;br /&gt;
#* De symmetrie van een diffractiepatroon van een kristal wordt bepaald door de ruimtegroep&lt;br /&gt;
#* NMR: aspirine&lt;br /&gt;
# Oefening: Nikkelarsenide (a, c en gamma=120Â° is gegeven) De posities van Nikkel en van arseen zijn ook gegeven. &lt;br /&gt;
#* Geef de ab-projectie, bravais rooster, wat is de stapeling van Arseen, puntgroep rond Arseen en rond nikkel &lt;br /&gt;
#* Bij reflecties (200), (300) en (030) en Cu K-alfa straling&lt;br /&gt;
#** Voorspel de hoogste intensiteit&lt;br /&gt;
#** Voorspel de grootste afbuighoeken&lt;br /&gt;
#* Wat is de resolutie bij een afbuighoek van 100Â° en bij Cu K-alfa straling&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep (ik denk Pbmn) met klassieke vragen&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* Pm en Cm hebben dezelfde Harkersecties&lt;br /&gt;
#* Cobalt kan geÃ¯oniseerd worden met Cu K alfa straling&lt;br /&gt;
#* NMR&lt;br /&gt;
# Oefening: HgS met coÃ¶rdinaten Hg en S gegeven. Alle elementen geven van 11 juni op uitzondering van de afbuighoek en dit voor de vlakken 200 en 400. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep + asymmetrische eenheid + 2 speciale posities + iets met systematische afwezigheden&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* Het 110 vlak van Fe vertoont C4v (Bijvragen: aantonen op modellekes)&lt;br /&gt;
#* De atomen bij hexagonale dichtste bolstapeling liggen allemaal op speciale posities (Bijvraag: Hij vraagt om de kubische bolstapeling te laten zien, met die pingpongballetjes en hoe heten de ruimtes tussen die pingpongballekes) &lt;br /&gt;
#* NMR: een benzeen met een chloor op en op para positie iets me een ethyl en een keton (Bijvraag: hoe zie je dat het een spectrum van de 1ste orde of 2de orde is)&lt;br /&gt;
# Oefening: ik kreeg een tabel met fractionele coÃ¶rdinaten van ReO3 en zo&#039;n tabel met sin (theta) / lamda en vormfactoren. Ik moest een ab projectie tekenen, bravais rooster geven, intensiteit berekenen, afbuighoek bepalen, hoogste pattersonpieken voorspellen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Pmca met klassieke vragen&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* Alle atomen van sfaleriet bezetten speciale posities&lt;br /&gt;
#* Een kristalrooster kan ondubbelzinnig bepaald worden adhv systematische afwezigheden&lt;br /&gt;
#* isopropyltolueen&lt;br /&gt;
# Wolfraam-rooster en CuKa straling, vlakken (211) en (310)&lt;br /&gt;
#* teken 3D-rooster en duidt [sic] vlakken aan&lt;br /&gt;
#* Welke intensiteit is sterkst, bij (221) of bij (310)&lt;br /&gt;
#* Welke reflectiehoek is grootst, bij (221) of bij (310)&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de sterkste Pattersonpieken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Pbmn tekenen + assym. eenheid + equi. pos. + multipliciteit + 2 speciale pos. + Systematische afwezigheden + van welke puntgroep&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* De temp. heeft geen invloed op het diffractiepatroon&lt;br /&gt;
#* De vlakken 001 en 110 van Fe hebben dezelfde vlakgroep (ook zeggen welke vlakgroep(en))&lt;br /&gt;
#* NMR&lt;br /&gt;
#De structuur van LiF en NaCl is dezelfde, a = ...., kristalafmeting 0,2mmx0,2mmx0,2mm en wordt bestraald met Cu kalfa. Bereken F003 en F004. Welke intensiteit is het hoogst? Wat gebeurt er met de diffractiehoek en de intensiteit als je:&lt;br /&gt;
#*F vervangt door I&lt;br /&gt;
#*de cel verdubbeld&lt;br /&gt;
#*Waar verwacht je de sterkste Pattersonpieken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# P nmb  tekenen + puntgroep + asymetrische eenheid + equi posities&lt;br /&gt;
# stellingen ( waar of niet waar )&lt;br /&gt;
#* Pm en Cm hebben dezelfde harkersecties&lt;br /&gt;
#* R staat voor de resolutie van een structuurbepaling&lt;br /&gt;
#* spectrum en molecule gegeven, horen ze bij elkaar?&lt;br /&gt;
# oefening : NH4HgCl3 heeft eenheidscel a = ... c =... en atoomposities N, Hg en 3 Cl-en gegeven: (ook alpha-Cu straling zoda je uw lambda ook kent) (tabel sin(theta)/lambda en f waarden van Cl, Hg en N gegeven)&lt;br /&gt;
#* geef (a,b) projectie van eenheidscel&lt;br /&gt;
#* bepaal Bravais rooster&lt;br /&gt;
#* bepaal intensiteit en afbuigrichting 2theta van de reflectie (004)&lt;br /&gt;
#* Hg door welke puntgroep omringt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2008===&lt;br /&gt;
#Ruimtegroep tekenen. In dit geval Pman. Geef equivalente posities, multipliciteit, twee speciale posities en de asymetrische eenheid. Van welke puntgroep is deze ruimtegroep afgeleid?  Welke Pattersongroep?&lt;br /&gt;
#Bespreek volgende stellingen. Geef telkens ook een korte motivatie:&lt;br /&gt;
#*Op basis van systematische afwezigheden kan geen verschil gemaakt worden tussen de ruimtegroepen P2 en P2/m.&lt;br /&gt;
#*De temperatuurfactoren van &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;\alpha&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt;-Fe zijn isotroop.&lt;br /&gt;
#*NMR-spectrum en molecule. Kunnen die bij elkaar horen?&lt;br /&gt;
#kristal met Li2O met Ã©Ã©n lengte gegeven (kubisch dus) &lt;br /&gt;
#*teken ab projectie gegeven zijn de posities van de atomen&lt;br /&gt;
#*geef puntgroep rond Li en O&lt;br /&gt;
#*geef bravais rooster&lt;br /&gt;
#*twee vlakken gegeven welke grootste hoek en welke grootste intensiteit&lt;br /&gt;
#*waar bevinden zich de grootste patterson pieken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2007===&lt;br /&gt;
#Ruimtegroep tekenen. Geef equivalente posities, multipliciteit, twee speciale posities en de asymetrische eenheid. Van welke puntgroep is deze ruimtegroep afgeleid?  Welke Pattersongroep?&lt;br /&gt;
#Bespreek volgende stellingen. Geef telkens ook een korte motivatie:&lt;br /&gt;
#*Op basis van systematische afwezigheden kan geen verschil gemaakt worden tussen de ruimtegroepen P2 en P2/m.&lt;br /&gt;
#*De temperatuurfactoren van &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;\alpha&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt;-Fe zijn isotroop.&lt;br /&gt;
#*NMR-spectrum en molecule. Kunnen die bij elkaar horen?&lt;br /&gt;
#Typische gecombineerde oefening. Diffractiemeting op wolfraam met Cu-&amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;\alpha&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; straling. Beschouw vlakken (211) en (310). Een tabel met &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;\frac{\sin \theta}{\lambda}&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; waarden is gegeven.&lt;br /&gt;
#*Teken het reÃ«le rooster en duidt de vlakken aan.&lt;br /&gt;
#*Teken ab-projectie van het reciproke rooster, en duidt hier ook de vlakken aan.&lt;br /&gt;
#*Voor welk vlak verwacht je de grootste reflectiehoek.&lt;br /&gt;
#*Voor welk vlak verwacht je de grootste intensiteit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Vragen eerste zit vrijdag 30 juni 2006 (Fysica)===&lt;br /&gt;
#Teken Pbna (ab-projectie).  Geef equivalente posities, multipliciteit, twee speciale posities en de asymetrische eenheid.  Van welke puntgroep is deze ruimtegroep afgeleid?  Welke Pattersongroep?&lt;br /&gt;
#Zijn volgende stellingen waar of vals?&lt;br /&gt;
#*Omgeving van een bol in hexagonaal dichtste bolstapeling is C3h.&lt;br /&gt;
#*&amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;P2_1&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; en &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;P2_1/m&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; zijn niet te onderscheiden met behulp van de speciale posities.&lt;br /&gt;
#*Dit is het NMR-spectrum van... (iets ingewikkeld)&lt;br /&gt;
#LiF kristalliseert zoals NaCl in kubische cel met parameter a = 0,4026 nm.  We gebruiken CuKa straling en een kristal met dimensie 0,2x0,2x0,2.&lt;br /&gt;
#*Geef de ab-projectie van de structuur.&lt;br /&gt;
#*Geef de reciproke parameters.&lt;br /&gt;
#*netvlakken 003 en 004: welke heeft grootste intensiteit van de gereflecteerde straal?&lt;br /&gt;
#*Wat gebeurt met deze reflecties (dus hoek, intensiteit, fase) als we F vervangen door I. Wat gebeurt er als we de afmetingen van het kristal verdubbelen?&lt;br /&gt;
#*Welke zijn de grootste pieken in de Pattersonfunctie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Vragen eerste zit dinsdag 27 juni 2006 (Geologie) ===&lt;br /&gt;
(dit waren vragen van geologie, zij hebben ook een deel poederdiffractie dat voor fysici niet gekend hoeft te zijn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*teken de ruimtegroep Pncm (a,b-projectie)&lt;br /&gt;
Geef equivalente posities, multipliciteit en assymmetrische eenheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van welke puntgroep is deze ruimtegroep afgeleid?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Geef twee speciale posities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*stellingen:&lt;br /&gt;
De atomen in perovskiet liggen allemaal op speciale posities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De ruimtegroepen P2/c en Pc behoren tot zelfde pattersongroep&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*loodoxide PbO kristalliseert in een tetragonale eenheidscel&lt;br /&gt;
a=3,975 A   en   c=5,023 A&lt;br /&gt;
atomen liggen op de posities:&lt;br /&gt;
Pb(1): 0	Â½	0.2385&lt;br /&gt;
Pb(2): Â½	0	-0.2385&lt;br /&gt;
O(1):   0	0	0&lt;br /&gt;
O(2):  Â½	Â½	0&lt;br /&gt;
Teken een a,b-projectie van de eenheidscel en beschrijf de omringing van de loodatomen met behulp van een puntgroep&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Welk Bravaisrooster?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bepaal voor de reflectie (110) de fase van de structuurfactor en intensiteit&lt;br /&gt;
Teken het vlak (110) en de invallende en afgebogen bundel bij op de a,b-projectie bij gebruik van CuKÎ± &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bereken de positie van de diffractielijn op een Debye-Scherrer film&lt;br /&gt;
(camerastraal=28,7mm en CuKÎ±)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Teken schematisch de film&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Vragen eerste zit donderdag 22 juni 2006 (Fysica) ===&lt;br /&gt;
*eerste vraag:&lt;br /&gt;
Teken een ab-projectie van de ruimtegroep Pmcb&lt;br /&gt;
en alles der op en der aan, puntgroep, patterson, equivalente posities...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Tweede vraag:&lt;br /&gt;
Zijn volgende stellingen waar, verklaar:&lt;br /&gt;
1. kan men uit een diffractie patroon de aanwezigheid opmaken van een S4 as?&lt;br /&gt;
2. Is de R-waarde een maat voor de resolutie van een diffractie?&lt;br /&gt;
3. Is dit het NMR spectrum van ... (een onuitspreekbare naam)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Derde vraag:&lt;br /&gt;
Oefeningen op een hexagonaal stelsel CadmiumdiJood met straling bepalen en uittekenen.&amp;lt;/text&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marie</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Architectuur&amp;diff=1867</id>
		<title>Moleculaire Architectuur</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Architectuur&amp;diff=1867"/>
		<updated>2020-01-14T11:13:40Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marie: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verplicht vak voor chemie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit vak wordt gegeven door professor Van Meervelt, hij is de aangenaamheid zelve op het examen!&lt;br /&gt;
Zijn bijvragen zijn wel aan de moeilijke kant.  Maar hij zal je altijd helpen de bijvragen beetje bij beetje op te lossen. Het examen duurt 4u.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kristallografie is het vak Moleculaire Architectuur, maar dan zonder NMR (het laatste hoofdstuk).  Dit is eigenlijk de voorloper van moleculaire architectuur.  Het wordt ook nu nog aan de geologen gegeven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
#Theorie: Leg de contructie van Ewald uit. Welke factoren hebben hier invloed op? Bijvraag: moet je alle reciproke roosterpunten meten? (Neeh, n-tallige assen/symmetrie)&lt;br /&gt;
#Theorie: H-NMR gegeven van C10H13NO2. Bijvragen over welke pieken we zouden zien bij IR, hoe je de koppelingsconstante kan bepalen.&lt;br /&gt;
#Puntgroep Pcmb met gebruikelijke bijvragen&lt;br /&gt;
#Oefening: Verschillende puntgroepen geven van de isomeren van tetrachloorkubaan.&lt;br /&gt;
#Oefening: Platinacomplex met ruimtegroep Pc1/m, posities gegeven in de ruimtegroep ( xyz, -x-y-z...) en coördinaten gegeven van zwaarste atomen in Patterson. Bepaal de positie van Pt. Wat is de fase bij structuurfactor F(020), geldt de wet van Friedel? &lt;br /&gt;
#Begrippen: McLafferty omlegging + hexxagonale en kubische dichtste bolstapeling uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 januari 2020===&lt;br /&gt;
#Theorie: Hoe wordt het principe van Fourier synthese toegepast in de kristalstructuurbepaling?&lt;br /&gt;
#Theorie: NOE, NOESY en COSY&lt;br /&gt;
#Puntgroep Pmcb met gebruikelijke bijvragen&lt;br /&gt;
#Oefening: Puntgroepen van vier structuren&lt;br /&gt;
#Oefening: CdI2: Bravaisrooster bepalen, voor structuurfactor fase bepalen en afbuigingshoek als CuK(alfa) straling gebruikt wordt, geldt wet van Friedel? &lt;br /&gt;
#Begrippen: ATR-IR + ESI uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 augustus 2019===&lt;br /&gt;
#Theorie: Hoe wordt het principe van Fourier synthese toegepast in de kristalstructuurbepaling?&lt;br /&gt;
#NMR-vraag: 3 verschillende H-NMR spectra van isomeren met brutoformule C6H8N2O2. Teken ook de opsplitsingspatronen.&lt;br /&gt;
#Puntgroep Pcnb met gebruikelijke bijvragen&lt;br /&gt;
#Oefening: Vlakgroep vlak 110 NaCl. Geef alle symmetrie-elementen.&lt;br /&gt;
#Oefening: Bepaal de fase en intensiteit van PoCl2 in de reflectie (110). Gegeven zijn de atoomposities en de karakteristieke straling.&lt;br /&gt;
#Begrippen: ESI + CuKalfa uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2019===&lt;br /&gt;
#Hoe kan je een model verbeteren na het oplossen van het faseprobleem?&lt;br /&gt;
#H-NMR van C5H8O2 bijvragen over IR.&lt;br /&gt;
#Pmcn met bijvragen.&lt;br /&gt;
#puntgroep van 4 isomeren van dioxine.&lt;br /&gt;
#AgI posities van de atomen gegeven (breuken) a=6.50 A. tabel met sin(theta)/lambda gegeven voor fAg en fI. Bravais rooster geven, fase, hoek en intensiteit berekenen.&lt;br /&gt;
#ATR-IR en ESI.&lt;br /&gt;
===17 januari 2019===&lt;br /&gt;
#Geef de afleiding van de structuurfactor. Is deze experimenteel te bepalen? &lt;br /&gt;
#H1-NMR van C10H13NO2 (Bijvragen over IR: wat als we van dit molecule een IR spectrum zouden opnemen? Waar zien we dan pieken? Welke zijn sterk? Welke niet?)&lt;br /&gt;
#Ruimtegroep Pnam met bijgvragen &lt;br /&gt;
#Puntgroep bepalen van de isomeren van tetrachloorkubaan (molecuulmodelletje gegeven)&lt;br /&gt;
#Rood loodoxide PbO kristalliseert in een tetragonale eenheidscel&lt;br /&gt;
a=3,975 A en c=5,023 Atomen liggen op de posities: &lt;br /&gt;
Pb(1): 0	½	0.2385 &lt;br /&gt;
Pb(2): ½	0	-0.2385 &lt;br /&gt;
O(1): 0	        0	0 &lt;br /&gt;
O(2): ½  	½	0 &lt;br /&gt;
Wat is het Bravaisrooster? Welke symmetrie-elementen gaan door O2? Construeer de pattersonfunctie. Waar vinden we de sterkste pieken? Toon aan dat de intenstiteit van reflectie 200 en 020 gelijk is. &lt;br /&gt;
#Mclafferty omlegging en kubische en hexagonale dichtste bolstapeling. &lt;br /&gt;
===14 januari 2019===&lt;br /&gt;
# Hoe kan men met de Pattersonfunctie het faseprobleem oplossen? (mondeling)&lt;br /&gt;
# NOE en NOESY, COSY (mondeling)&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pman met bijvragen&lt;br /&gt;
# Puntgroepen van 4 verschillende aromaten&lt;br /&gt;
# CdI2: Bravaisrooster bepalen, voor structuurfactor fase bepalen en afbuigingshoek als CuK(alfa) straling gebruikt wordt, maxima van de Pattersonfunctie geven&lt;br /&gt;
# MALDI-TOF uitleggen en golfgetallen vergelijken bij IR spectroscopie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 4 september 2018===&lt;br /&gt;
# Geef de contructie van Ewald&lt;br /&gt;
# H-NMR van C10H12O3&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pcnb&lt;br /&gt;
# Geef de puntgroep van 4 isomeren van tetrachloornaftaleen die aanleiding geven tot een andere puntgroep. &lt;br /&gt;
# PbO kristaliseert uit in eenheidscel met gegeven dimensies en atoomposities. Gevraagd: Construeer de pattersonfunctie, waar zijn de sterkste pieken? Tot welk Bravais rooster behoort dit? Wat is de afbuighoek van het 110 vlak met CuKalfa? &lt;br /&gt;
# Begrippen: Kubisch en hexagonale dichtste bolstapeling + McLafferty omlegging&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
===27 augustus 2018===&lt;br /&gt;
# Hoe kan men het faseprobleem oplossen met behulp van de Pattersonfunctie? (dus ook uitleggen wat faseprobleem is, formule van pattersonfunctie geven,...) (mondeling)&lt;br /&gt;
# Gegeven drie H-NMR spectra, alle drie C6H6N2O2, bepaal structuren, en verklaar de verschillende spectra (mondeling)&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pcmn met alle gebruikelijke vragen&lt;br /&gt;
# Bepaal tot welke puntgroepen de isomeren van trichloorbenzeen behoren, teken alle symmetrie-elementen&lt;br /&gt;
# Oefening met CdI2, bepaal fasehoek van de reflectie op (110) en afbuighoek theta, tot welk bravais rooster behoort dit? Waar bevinden zich de maxima bij de Pattersonfunctie?&lt;br /&gt;
# Begrippen: MALDI-TOF, Laue groep&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2018===&lt;br /&gt;
# Leid de structuurfactor af. Kan deze ook experimenteel bepaald worden? (mondeling)&lt;br /&gt;
# Gegeven een H-NMR spectrum, bepaal de structuur van de chemische stof die dit spectrum geeft. (mondeling)&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pmca, gebruikelijke bijvragen.&lt;br /&gt;
# Oefening met intensiteit enzo berekenen. Structuur was op eerste zicht niet centrosymmetrisch, maar was het wel met andere oorsprong.&lt;br /&gt;
# Wat is de vlakgroep van het (110) vlak van NaCl? Teken en geef alle symmetrie-elementen.&lt;br /&gt;
# Begrippen: MALDI-TOF, kubisch dichtste bolstapeling&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2018===&lt;br /&gt;
# Waarom Pattersonfunctie belangrijk bij het faseprobleem?&lt;br /&gt;
# NMR: C10H1202&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pbab met alle bijhorende vragen&lt;br /&gt;
# Puntgroepen geven van 4 verschillende aromatische verbindingen + symmetrie elementen aanduiden&lt;br /&gt;
# Oefening waarbij celparameters en 2 atomen gegeven zijn. Intensiteit en afbuighoek berekenen voor (001) en (002). Tot welk Bravais rooster gehoord deze kristalstructuur? &lt;br /&gt;
# Begrippen: CuKalfa en ESI&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2017===&lt;br /&gt;
# Stappen van kristalstructuurbepaling&lt;br /&gt;
# NMR, een piek waar bij stond deze verdwijnt bij schudden met D2O, bijvraag waarom deze piek verdwijnt, ook bijvragen over C13 NMR en IR&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pcmm en bijvragen&lt;br /&gt;
# Vlakgroep vlak 110 NaCl&lt;br /&gt;
# Bepalen van intensiteit reflectie van vlak 200, lengte en fractionele coördinaten gegeven&lt;br /&gt;
# Beschrijf MALDI-TOF en kubisch dichtste bolstapeling&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 juni 2017 NM===&lt;br /&gt;
# Structuurverfijning van kristalstructuurbepaling&lt;br /&gt;
# Leg uit: NOE en NOESY&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pcan met alle bijhorende vragen&lt;br /&gt;
# Oefening waar 4 moleculen stonden waarvan je de puntgroep moest bepalen&lt;br /&gt;
# Oefening met tabel Sintheta/golflengte- intensiteit en hoek 2theta bepalen&lt;br /&gt;
# begrippen: CuKalfa en Resolutie &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 NM===&lt;br /&gt;
#Hoe Faseprobleem oplossen met Patterson functie &lt;br /&gt;
#1H- Nmr ( bijvragen : welke piek is het belangrijkst bij IR-spectra , hoeveel pieken zullen er zijn bij C13,..) &lt;br /&gt;
#Ruimtegroep ( ik dacht Pbmn )&lt;br /&gt;
#Intensiteit bepalen en afbuighoek bepalen &lt;br /&gt;
#Puntgroep van tetrachloornaftaleen ( eerst isomeren geven en van elk isomeer puntgroep bepalen) &lt;br /&gt;
#Mc-lafferty omlegging&lt;br /&gt;
#chemische ionisatie&lt;br /&gt;
===16 juni 2017 VM===&lt;br /&gt;
#leid de formule voor de structuurfactor af en vertel hoe je deze experimenteel kan bepalen.&lt;br /&gt;
#Geef alle ionisatie technieken gebruikt in MS.&lt;br /&gt;
#Puntgroep Pbcm met gebruikelijke bijvragen&lt;br /&gt;
#Geef de puntgroepen van alle isomeren van tetrachloor kubaan en teken de symmetrie elementen&lt;br /&gt;
#verklaar chemische shift, koppelingsconstante en shift reagens&lt;br /&gt;
===12 juni 2017===&lt;br /&gt;
#leg constructie van Ewald uit&lt;br /&gt;
#nmr spectra (geef structuur molecule ) C10H12O3&lt;br /&gt;
#ruimtegroep Pncm met alle bijhorende vraagjes (asymmetrische eenheid, multipliciteit, equivaltente posities, patterson, puntgroep, systematische afwezigheden)&lt;br /&gt;
#Vlakgroep van (110) vlak van ijzer. Geef alle symmetrie elementen&lt;br /&gt;
#oefening ivm fase berekenen en intensiteit (CdI2, sin(theta)/golflengte is gegeven, bepaal fCd, fI en zo de rest)&lt;br /&gt;
#begrippen: ESI &amp;amp; Wet van Friedel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 augustus 2015===&lt;br /&gt;
# stappen van de kristalstructuur bepaling&lt;br /&gt;
# Welke methode voor ionisatie worden er gebruikt bij massaspectroscopie&lt;br /&gt;
# Pcan (met alle gebruikelijke bijvraagjes)&lt;br /&gt;
# Vlakgroep van (110) vlak van ijzer. Geef alle symmetrie elementen&lt;br /&gt;
# PoCL2: ge krijgt Sin theta/lambda en uw celafmetingen, geef Fhkl, Ihkl en uw hoek&lt;br /&gt;
# Bespreek de termen chemische shift, (vul hier in want ik kom er nie op) en shiftreagens&lt;br /&gt;
=== 18 augustus 2015 vm ===&lt;br /&gt;
# leg het principe van uit van verfijning van een kristalstructuur&lt;br /&gt;
# leg volgende begrippen uit: NOE en NOESY&lt;br /&gt;
# ruimtegroep Pbmn en alle vraagjes zoals altijd&lt;br /&gt;
# puntgroepen geven 4 isomeren van een of ander molecule&lt;br /&gt;
# voor een bepaalde reflectie de fase van de structuurfactor berekenen en de intensiteit&lt;br /&gt;
# 2 stellingen (juist of fout):&lt;br /&gt;
#* Bij een ESI spectrum zijn er geen fragmentaties&lt;br /&gt;
#* Bij kubische dichtste bolstapeling liggen alle atomen op speciale posities&lt;br /&gt;
=== 24 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# Nmr spectra&lt;br /&gt;
# verfijning van kristalstructuur&lt;br /&gt;
# Vlak groep van ijzer&lt;br /&gt;
# Ruimte groep Pcan + al die bijvragen&lt;br /&gt;
# Oefening sin theta/lambda. ..&lt;br /&gt;
# 2 stellingen: &lt;br /&gt;
#* esi heeft geen fragmentaties&lt;br /&gt;
#* In ccp liggen alle atomen op speciale posities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# Hoe kunnen we met behulp van de pattersonfunctie het faseprobleem oplossen?&lt;br /&gt;
# Leg uit NOE en NOESY&lt;br /&gt;
# puntgroep Pbmn&lt;br /&gt;
# Bepaal de puntgroep van de isomeren van tetrachloorkubaan en duid alle symmetrie-elementen aan&lt;br /&gt;
# Bereken de fase van de structuurfactor en de intensiteit voor CdI2 met &lt;br /&gt;
#* Eenheidscel a=4,24 A, c=6,86 A, gamma=120Â°&lt;br /&gt;
#* Posities: Cd 0 0 0, I(1) 2/3 1/3 1/4, I(2) 1/3 2/3 3/4&lt;br /&gt;
#* sin theta/lamba 0,0 0,1 0,2 0,3 fCd 48 44,58 38,44 33,22 fI 53 49,36 42,79 37,14&lt;br /&gt;
# Verklaar de begrippen CuKalfa en resolutie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2015 vm ===&lt;br /&gt;
# Leid de uitdrukking van de structuurfactor af. Hoe kan je de structuurfactor experimenteel bepalen?&lt;br /&gt;
# H-NMR spectra van 3 isomeren C6H6N2O2&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pncm&lt;br /&gt;
#* Equivalente posities&lt;br /&gt;
#* multipliciteit&lt;br /&gt;
#* asymmetrische eenheid&lt;br /&gt;
#* Geef 2 speciale posities (waarom speciaal?)&lt;br /&gt;
#* van welke puntgroep afgeleid?&lt;br /&gt;
#* Pattersongroep?&lt;br /&gt;
#*Systematische afwezigheden&lt;br /&gt;
# Bepaal de puntgroep van verschillende isomeren van tetrachloornaftaleen. Duid de symmetrie elementen aan.&lt;br /&gt;
# Rood Loodoxide PbO kristalliseert in tetragonale eenheidscel  a= 3.975  c= 5.023&lt;br /&gt;
#* Waar vind je in Pattersonfunctie sterkste pieken?&lt;br /&gt;
# Leg uit : ESI en ATR-IR&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2014===&lt;br /&gt;
#Geef de stappen voor kristalstructuurbepaling (mondeling)&lt;br /&gt;
#Wat is NOE? (mondeling)&lt;br /&gt;
#Ruimtegroep Pcnb&lt;br /&gt;
#Geef puntgroep van alle isomeren van tetrachloorkubaan&lt;br /&gt;
#Intensiteit van In en afbuighoek: vormfactor, atoomposities zijn gegeven&lt;br /&gt;
#Stellingen&lt;br /&gt;
#*Bij ESI is geen fragmentatie&lt;br /&gt;
#*Bij kubisch dichtste bolstapeling liggen de atomen op speciale posities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2014===&lt;br /&gt;
# Hoe kunnen we met behulp van de pattersonfunctie het faseprobleem oplossen? (mondeling)&lt;br /&gt;
# NMR spectrum met gesubstitueerde benzeenring (mondeling)&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pbnm met alle typische bijvragen (asymmetrische eenheid, speciale posities + waarom ze speciaal zijn, pattersongroep, puntgroep en systematische afwezigheden)&lt;br /&gt;
# Geef de vlakgroep van (110) van ijzer&lt;br /&gt;
# Oefening op structuurfactor. Vormfactoren met bijhorende sin(Î¸)/Î» zijn gegeven, net als de fractionele coÃ¶rdinaten en de grootte van de eenheidscel&lt;br /&gt;
# Wat is ESI?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2013===&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pbmb.&lt;br /&gt;
# Wat is de vlakgroep van het vlak (110) in de ijzerstructuur?&lt;br /&gt;
# NMR-spectrum gegeven. Stelling: Bevat dit spectrum een AX6 systeem?&lt;br /&gt;
# Leg volgende begrippen uit: Laue groep, resolutie, temperatuursfactor.&lt;br /&gt;
# Gegeven: posities van In en celparameters (a en c). Teken een a,b-projectie van de eenheidscel. Welk Bravais-rooster heeft de cel? Bepaal de afbuighoek 2theta en de intensiteit van de reflecties (001) en (002). Wat is de puntgroep rond de middelste In? Waar bevinden zich de hoogste Pattersonpieken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2013===&lt;br /&gt;
# Teken ruimtegroep Pbnb (ab-projectie) en geef equivalente posities, speciale posities, systematische afwezigheden, puntgroep waarvan de ruimtegroep is afgeleid en asymetrische eenheid. (Schriftelijk, na 1 uur af te geven.)&lt;br /&gt;
# Wat is de vlakgroep van het vlak (110) in de platina-strucuur? (Structuur is dus van buiten te kennen!) Bijvraag: is dit vlak de eenheidscel van de vlakgroep? (Mondeling)&lt;br /&gt;
# Bespreek: voor ethylisobutyraat (spectrum en structuur gegeven) is een ontkoppelingsexperiment niet mogelijk. Bijvragen: hoe bepalen we de frequentie die we moeten gebruiken voor het ontkoppelingsexperiment? Link de verschillende pieken aan de verschillende groepen. (Mondeling)&lt;br /&gt;
# Leg de Ewald-constructie uit. Bijvraag: wat gebeurt er als we het kristal draaien? (Mondeling)&lt;br /&gt;
# Gegeven: posities van Mo en Ni in een MoNi4-legering en parameters a en c. Teken een a,b-projectie van de eenheidscel. Welk Bravais-rooster heeft de cel? Bepaal de 2-theta en de intensiteit van de reflectie (002). Wat is de puntgroep rond Mo? Geef de hoogste pattersonpieken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 juni 2011===&lt;br /&gt;
# Teken ruimtegroep Pmcn (ab-projectie) en geef equivalente posities, puntgroep waar deze ruimtegroep van is afgeleid, asymmetrische eenheid, 2 speciale posities en bijhorende Pattersongroep. Zijn er systematische afwezigheden?&lt;br /&gt;
# Stellingen:&lt;br /&gt;
#* Het vlak (110) wordt bij Fe en bij NaCl beschreven door dezelfde vlakgroep&lt;br /&gt;
#* Bij een goed verfijnde structuur zijn de pieken op de verschilfourier te verwaarlozen&lt;br /&gt;
#* Voor de waterstofatomen met delta 6,8 is een ontkoppelingsexperiment niet mogelijk (NMR-spectrum van ethyl-4-methoxybenzoaat gegeven, het gaat om de waterstoffen op C3 en C5 van de benzeenring). &lt;br /&gt;
# Oefening: PbO kristalliseert in een tetragonale eenheidscel, a en c gegeven. Twee posities voor Pb en voor O gegeven. Teken de ab-projectie. Door welke puntgroep wordt de geometrie rond de Pb-atomen beschreven? Door welk Bravaisrooster wordt het kristal beschreven? Bepaal de fase van de intensiteit van afgebogen stralingsbundel voor het vlak (110) voor CuK-alpha (tabel met enkele waarden gegeven voor f van Pb en O ifv sin(theta)/lambda). Teken het vlak (110) en de invallende en afgebogen stralingsbundel op de tekening.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2010 (NM)===&lt;br /&gt;
# Teken ruimtegroep Pmnb en klassieke vragen: equivalente posities, 2 speciale posities, systematische afwezigheden, asymmetrische eenheid, puntgroep,..&lt;br /&gt;
# Stellingen:&lt;br /&gt;
#* De temperatuur heeft geen invloed op de kristalstructuurbepaling.&lt;br /&gt;
#* Het is niet mogelijk om P2 en Pm van elkaar te onderscheiden met behulp van intensiteitsmetingen.&lt;br /&gt;
# NMR-spectrum en bepalen of het overeenkomt met het gegeven molecule.&lt;br /&gt;
# Oefening: AgI kristal, a= 6,50 Angstrom, coordinaten van atomen zijn gegeven, en tabel van f ifv sin/lambda.&lt;br /&gt;
#* Geef a,b-projectie + Bravaisrooster&lt;br /&gt;
#* Bereken Intensiteit en bereken afbuighoek van vlak 004&lt;br /&gt;
#* Geef puntsymmetrie rond Ag en rond I&lt;br /&gt;
#* Waar verwacht je de hoogste Pattersonpieken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2009===&lt;br /&gt;
# teken ruimtegroep (Pnca dacht ik) &amp;amp;amp; geef eq. posities, 2 speciale posities, syst. afwezigheden, puntgroep, ...&lt;br /&gt;
# Stellingen:&lt;br /&gt;
#* rotatiesymmetrie kan bepaald worden via rotatiediffractie(dat een ding waar ge een kristal draait, ik ben niet meer zeker of dat zo heet)&lt;br /&gt;
#* bij verschilelektronendichtheidsmap gaat de hoogte van de pieken verloren bij verfijning (ofzoiets toch)&lt;br /&gt;
# NMR van 1,1-dimethoxyethaan&lt;br /&gt;
# Oefening: alfa-uranium heeft volgende coordinaten op speciale posities: +-(0,y,1/4) +-(1/2,1/2-y,-1/4) a b en c gegeven(3 verschillende waarden) 2 groottes van structuurfactoren gegeven en de fu in functie van sin(theta).&lt;br /&gt;
#* y is 0.10 of 0.15, bepaal dit met bhv de gegevens. &lt;br /&gt;
#* Teken een a,b-projectie. &lt;br /&gt;
#* Beschrijf de omringing van het U-atoom via de puntgroep van het atoom. &lt;br /&gt;
#* Teken de pattersongroep.&lt;br /&gt;
===17 juni 2009===&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pcan: equivalente posities, multipliciteit, asymmetrische eenheid, 2 speciale posities, puntgroep, systematische afwezigheden&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* De temperatuurfactoren van Pt in een Pt-kristal zijn isotroop (Antwoord: Waar want ze liggen op speciale posities)&lt;br /&gt;
#* De symmetrie van een diffractiepatroon van een kristal wordt bepaald door de ruimtegroep&lt;br /&gt;
#* NMR: aspirine&lt;br /&gt;
# Oefening: Nikkelarsenide (a, c en gamma=120Â° is gegeven) De posities van Nikkel en van arseen zijn ook gegeven. &lt;br /&gt;
#* Geef de ab-projectie, bravais rooster, wat is de stapeling van Arseen, puntgroep rond Arseen en rond nikkel &lt;br /&gt;
#* Bij reflecties (200), (300) en (030) en Cu K-alfa straling&lt;br /&gt;
#** Voorspel de hoogste intensiteit&lt;br /&gt;
#** Voorspel de grootste afbuighoeken&lt;br /&gt;
#* Wat is de resolutie bij een afbuighoek van 100Â° en bij Cu K-alfa straling&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep (ik denk Pbmn) met klassieke vragen&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* Pm en Cm hebben dezelfde Harkersecties&lt;br /&gt;
#* Cobalt kan geÃ¯oniseerd worden met Cu K alfa straling&lt;br /&gt;
#* NMR&lt;br /&gt;
# Oefening: HgS met coÃ¶rdinaten Hg en S gegeven. Alle elementen geven van 11 juni op uitzondering van de afbuighoek en dit voor de vlakken 200 en 400. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep + asymmetrische eenheid + 2 speciale posities + iets met systematische afwezigheden&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* Het 110 vlak van Fe vertoont C4v (Bijvragen: aantonen op modellekes)&lt;br /&gt;
#* De atomen bij hexagonale dichtste bolstapeling liggen allemaal op speciale posities (Bijvraag: Hij vraagt om de kubische bolstapeling te laten zien, met die pingpongballetjes en hoe heten de ruimtes tussen die pingpongballekes) &lt;br /&gt;
#* NMR: een benzeen met een chloor op en op para positie iets me een ethyl en een keton (Bijvraag: hoe zie je dat het een spectrum van de 1ste orde of 2de orde is)&lt;br /&gt;
# Oefening: ik kreeg een tabel met fractionele coÃ¶rdinaten van ReO3 en zo&#039;n tabel met sin (theta) / lamda en vormfactoren. Ik moest een ab projectie tekenen, bravais rooster geven, intensiteit berekenen, afbuighoek bepalen, hoogste pattersonpieken voorspellen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Pmca met klassieke vragen&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* Alle atomen van sfaleriet bezetten speciale posities&lt;br /&gt;
#* Een kristalrooster kan ondubbelzinnig bepaald worden adhv systematische afwezigheden&lt;br /&gt;
#* isopropyltolueen&lt;br /&gt;
# Wolfraam-rooster en CuKa straling, vlakken (211) en (310)&lt;br /&gt;
#* teken 3D-rooster en duidt [sic] vlakken aan&lt;br /&gt;
#* Welke intensiteit is sterkst, bij (221) of bij (310)&lt;br /&gt;
#* Welke reflectiehoek is grootst, bij (221) of bij (310)&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de sterkste Pattersonpieken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Pbmn tekenen + assym. eenheid + equi. pos. + multipliciteit + 2 speciale pos. + Systematische afwezigheden + van welke puntgroep&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* De temp. heeft geen invloed op het diffractiepatroon&lt;br /&gt;
#* De vlakken 001 en 110 van Fe hebben dezelfde vlakgroep (ook zeggen welke vlakgroep(en))&lt;br /&gt;
#* NMR&lt;br /&gt;
#De structuur van LiF en NaCl is dezelfde, a = ...., kristalafmeting 0,2mmx0,2mmx0,2mm en wordt bestraald met Cu kalfa. Bereken F003 en F004. Welke intensiteit is het hoogst? Wat gebeurt er met de diffractiehoek en de intensiteit als je:&lt;br /&gt;
#*F vervangt door I&lt;br /&gt;
#*de cel verdubbeld&lt;br /&gt;
#*Waar verwacht je de sterkste Pattersonpieken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# P nmb  tekenen + puntgroep + asymetrische eenheid + equi posities&lt;br /&gt;
# stellingen ( waar of niet waar )&lt;br /&gt;
#* Pm en Cm hebben dezelfde harkersecties&lt;br /&gt;
#* R staat voor de resolutie van een structuurbepaling&lt;br /&gt;
#* spectrum en molecule gegeven, horen ze bij elkaar?&lt;br /&gt;
# oefening : NH4HgCl3 heeft eenheidscel a = ... c =... en atoomposities N, Hg en 3 Cl-en gegeven: (ook alpha-Cu straling zoda je uw lambda ook kent) (tabel sin(theta)/lambda en f waarden van Cl, Hg en N gegeven)&lt;br /&gt;
#* geef (a,b) projectie van eenheidscel&lt;br /&gt;
#* bepaal Bravais rooster&lt;br /&gt;
#* bepaal intensiteit en afbuigrichting 2theta van de reflectie (004)&lt;br /&gt;
#* Hg door welke puntgroep omringt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2008===&lt;br /&gt;
#Ruimtegroep tekenen. In dit geval Pman. Geef equivalente posities, multipliciteit, twee speciale posities en de asymetrische eenheid. Van welke puntgroep is deze ruimtegroep afgeleid?  Welke Pattersongroep?&lt;br /&gt;
#Bespreek volgende stellingen. Geef telkens ook een korte motivatie:&lt;br /&gt;
#*Op basis van systematische afwezigheden kan geen verschil gemaakt worden tussen de ruimtegroepen P2 en P2/m.&lt;br /&gt;
#*De temperatuurfactoren van &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;\alpha&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt;-Fe zijn isotroop.&lt;br /&gt;
#*NMR-spectrum en molecule. Kunnen die bij elkaar horen?&lt;br /&gt;
#kristal met Li2O met Ã©Ã©n lengte gegeven (kubisch dus) &lt;br /&gt;
#*teken ab projectie gegeven zijn de posities van de atomen&lt;br /&gt;
#*geef puntgroep rond Li en O&lt;br /&gt;
#*geef bravais rooster&lt;br /&gt;
#*twee vlakken gegeven welke grootste hoek en welke grootste intensiteit&lt;br /&gt;
#*waar bevinden zich de grootste patterson pieken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2007===&lt;br /&gt;
#Ruimtegroep tekenen. Geef equivalente posities, multipliciteit, twee speciale posities en de asymetrische eenheid. Van welke puntgroep is deze ruimtegroep afgeleid?  Welke Pattersongroep?&lt;br /&gt;
#Bespreek volgende stellingen. Geef telkens ook een korte motivatie:&lt;br /&gt;
#*Op basis van systematische afwezigheden kan geen verschil gemaakt worden tussen de ruimtegroepen P2 en P2/m.&lt;br /&gt;
#*De temperatuurfactoren van &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;\alpha&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt;-Fe zijn isotroop.&lt;br /&gt;
#*NMR-spectrum en molecule. Kunnen die bij elkaar horen?&lt;br /&gt;
#Typische gecombineerde oefening. Diffractiemeting op wolfraam met Cu-&amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;\alpha&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; straling. Beschouw vlakken (211) en (310). Een tabel met &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;\frac{\sin \theta}{\lambda}&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; waarden is gegeven.&lt;br /&gt;
#*Teken het reÃ«le rooster en duidt de vlakken aan.&lt;br /&gt;
#*Teken ab-projectie van het reciproke rooster, en duidt hier ook de vlakken aan.&lt;br /&gt;
#*Voor welk vlak verwacht je de grootste reflectiehoek.&lt;br /&gt;
#*Voor welk vlak verwacht je de grootste intensiteit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Vragen eerste zit vrijdag 30 juni 2006 (Fysica)===&lt;br /&gt;
#Teken Pbna (ab-projectie).  Geef equivalente posities, multipliciteit, twee speciale posities en de asymetrische eenheid.  Van welke puntgroep is deze ruimtegroep afgeleid?  Welke Pattersongroep?&lt;br /&gt;
#Zijn volgende stellingen waar of vals?&lt;br /&gt;
#*Omgeving van een bol in hexagonaal dichtste bolstapeling is C3h.&lt;br /&gt;
#*&amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;P2_1&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; en &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;P2_1/m&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; zijn niet te onderscheiden met behulp van de speciale posities.&lt;br /&gt;
#*Dit is het NMR-spectrum van... (iets ingewikkeld)&lt;br /&gt;
#LiF kristalliseert zoals NaCl in kubische cel met parameter a = 0,4026 nm.  We gebruiken CuKa straling en een kristal met dimensie 0,2x0,2x0,2.&lt;br /&gt;
#*Geef de ab-projectie van de structuur.&lt;br /&gt;
#*Geef de reciproke parameters.&lt;br /&gt;
#*netvlakken 003 en 004: welke heeft grootste intensiteit van de gereflecteerde straal?&lt;br /&gt;
#*Wat gebeurt met deze reflecties (dus hoek, intensiteit, fase) als we F vervangen door I. Wat gebeurt er als we de afmetingen van het kristal verdubbelen?&lt;br /&gt;
#*Welke zijn de grootste pieken in de Pattersonfunctie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Vragen eerste zit dinsdag 27 juni 2006 (Geologie) ===&lt;br /&gt;
(dit waren vragen van geologie, zij hebben ook een deel poederdiffractie dat voor fysici niet gekend hoeft te zijn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*teken de ruimtegroep Pncm (a,b-projectie)&lt;br /&gt;
Geef equivalente posities, multipliciteit en assymmetrische eenheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van welke puntgroep is deze ruimtegroep afgeleid?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Geef twee speciale posities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*stellingen:&lt;br /&gt;
De atomen in perovskiet liggen allemaal op speciale posities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De ruimtegroepen P2/c en Pc behoren tot zelfde pattersongroep&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*loodoxide PbO kristalliseert in een tetragonale eenheidscel&lt;br /&gt;
a=3,975 A   en   c=5,023 A&lt;br /&gt;
atomen liggen op de posities:&lt;br /&gt;
Pb(1): 0	Â½	0.2385&lt;br /&gt;
Pb(2): Â½	0	-0.2385&lt;br /&gt;
O(1):   0	0	0&lt;br /&gt;
O(2):  Â½	Â½	0&lt;br /&gt;
Teken een a,b-projectie van de eenheidscel en beschrijf de omringing van de loodatomen met behulp van een puntgroep&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Welk Bravaisrooster?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bepaal voor de reflectie (110) de fase van de structuurfactor en intensiteit&lt;br /&gt;
Teken het vlak (110) en de invallende en afgebogen bundel bij op de a,b-projectie bij gebruik van CuKÎ± &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bereken de positie van de diffractielijn op een Debye-Scherrer film&lt;br /&gt;
(camerastraal=28,7mm en CuKÎ±)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Teken schematisch de film&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Vragen eerste zit donderdag 22 juni 2006 (Fysica) ===&lt;br /&gt;
*eerste vraag:&lt;br /&gt;
Teken een ab-projectie van de ruimtegroep Pmcb&lt;br /&gt;
en alles der op en der aan, puntgroep, patterson, equivalente posities...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Tweede vraag:&lt;br /&gt;
Zijn volgende stellingen waar, verklaar:&lt;br /&gt;
1. kan men uit een diffractie patroon de aanwezigheid opmaken van een S4 as?&lt;br /&gt;
2. Is de R-waarde een maat voor de resolutie van een diffractie?&lt;br /&gt;
3. Is dit het NMR spectrum van ... (een onuitspreekbare naam)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Derde vraag:&lt;br /&gt;
Oefeningen op een hexagonaal stelsel CadmiumdiJood met straling bepalen en uittekenen.&amp;lt;/text&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marie</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Wijsbegeerte&amp;diff=1806</id>
		<title>Wijsbegeerte</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Wijsbegeerte&amp;diff=1806"/>
		<updated>2019-08-30T09:15:31Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marie: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Sinds 2017 wordt dit vak gegeven door professor Jan Heylen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 augustus 2019===&lt;br /&gt;
open vragen:&lt;br /&gt;
#Leg het Goodman probleem met inductie uit.&lt;br /&gt;
#Leg uit: een hypothese die gefalsifieerd is, is nog steeds betrouwbaar. (zoiets)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2019===&lt;br /&gt;
meerkeuze:&lt;br /&gt;
#er is geen planeet met een eenhoorn op&lt;br /&gt;
#*niet/wel falsifieerbaar en niet/wel verifieerbaar&lt;br /&gt;
#Aan welk criterium moest er volgens Popper voldaan worden voor een ad hoc-hypothese?&lt;br /&gt;
#*empirische accuraatheid&lt;br /&gt;
#*eenvoud&lt;br /&gt;
#*vruchtbaarheid&lt;br /&gt;
#*reikwijdte&lt;br /&gt;
#neem aan dat de gravitatiewet van newton waar is, de wetten van kepler worden verklaard alleen aan de hand van de gravititiewet van newton. welk soort verklaring is dit?&lt;br /&gt;
#*elliptische verklaring&lt;br /&gt;
#*partiële verklaring&lt;br /&gt;
#*deductief-nomologische verklaring&lt;br /&gt;
#*ex ante factum verklaring&lt;br /&gt;
#er wordt een soort gelijkaarde leeuw ontdekt op een andere planeet die lijkt op de aardse leeuw en die niet van elkaar afstammen. volgens wie horen ze tot dezelfde taxonomische groep&lt;br /&gt;
#*niet/wel pheneticisten niet/wel cladisten&lt;br /&gt;
#1 god, grootste onder goden en mensen, in lichaam noch geest aan de sterfelijken gelijk, wat is gerelateerd aan deze uitspraak?&lt;br /&gt;
#*de-antropomorfisering van goden&lt;br /&gt;
#*nog wat opties, maar bovenste is juist&lt;br /&gt;
#stel dat je het voorbeeld van de paradox van de pijl zou gebruiken op het voorbeeld van achilles en de schilpad, wat is een van de onderdelen van het argument.&lt;br /&gt;
#*achilles beweegt niet op een moment&lt;br /&gt;
#*nog opties maar bovenste is het juiste&lt;br /&gt;
#wie beweerde dat er 4 elementen bestaan&lt;br /&gt;
#*empedocles&lt;br /&gt;
#*anaximander&lt;br /&gt;
#*anaximenes&lt;br /&gt;
#*thales&lt;br /&gt;
#wie weerlegde het postulaat van plato&lt;br /&gt;
#*copernicus&lt;br /&gt;
#*galileo&lt;br /&gt;
#*kepler&lt;br /&gt;
#*laatste 2&lt;br /&gt;
#hoe beschreef proclus de astronomie van ptolemaeus&lt;br /&gt;
#*ze deed voorspellingen voor beweging en posities&lt;br /&gt;
#*bovenste is juiste&lt;br /&gt;
#waarom deed copernicus beroep op epicykels op epicykels&lt;br /&gt;
#*om het vereffiningspunt te verwijderen&lt;br /&gt;
#*om het postulaat van plato te blijven volgen&lt;br /&gt;
#*bovenste 2&lt;br /&gt;
#*om de retrograde beweging van planeten te verklaren&lt;br /&gt;
#wat was het probleem met de hypothese van de roterende aarde in combinatie met de fysica van aristoteles&lt;br /&gt;
#*geen sterrenparallax&lt;br /&gt;
#*voorwerpen vallen terug naast de toren&lt;br /&gt;
#*nog 2&lt;br /&gt;
#wat was de invloed van griekse natuurfilosofie op Lavoisier zijn theorieën&lt;br /&gt;
#*zuurstof behoud eigenschappen in water&lt;br /&gt;
#*bovenste juiste&lt;br /&gt;
#er is minsten 1 planeet die zich het verste van de aarde bevindt&lt;br /&gt;
#*niet/wel falsifieerbaar niet/wel verifieerbaar&lt;br /&gt;
#bij directe falsificatie van een hoofdhypothese kan je zeggen dat:&lt;br /&gt;
#*de hoofdhypothese is onwaar&lt;br /&gt;
#*de hulphypothese is onwaar&lt;br /&gt;
#*de hoofdhypothese en de observatiezinnen zijn onwaar&lt;br /&gt;
#*geen van bovenstaande&lt;br /&gt;
#bij het voorbeeld van de kubusfabriek is er inconsistentie als&lt;br /&gt;
#*minstens 2 keer principe van onvoldoende reden toepassen&lt;br /&gt;
#*minstens 3 keer principe van onvoldoende reden toepassen&lt;br /&gt;
#*minstens 2 keer veralgemeend principe van onvoldoende reden toepassen&lt;br /&gt;
#*minstens 3 keer veralgemeend principe van onvoldoende reden toepassen&lt;br /&gt;
#een vraag zoals voorbeeld van linda de bankbediende, waar je moest zeggen wat een gewone man op straat zou zeggen&lt;br /&gt;
#een vraag waar je moest zeggen welke premissen niet bij degene van hume horen in verband met uniformiteit van de natuur&lt;br /&gt;
#er vliegt een theepot met chinese motieven rond de zon, deze stelling kan volgens welke theorie van confirmatie gedisconfirmeerd worde?&lt;br /&gt;
#*niet/wel hypothetisch deductieve niet/wel bayesiaanse confirmatie theorie&lt;br /&gt;
#bij voorbeeld van harvard medical school test&lt;br /&gt;
#* het word niet/wel geconfirmeerd, maar de het is onwaarschijnlijk/waarschijnlijk dat de persoon ziek is&lt;br /&gt;
#een accidentele generalistie is &lt;br /&gt;
#*feitelijk onwaar&lt;br /&gt;
#*tegenfeitelijk onwaar&lt;br /&gt;
#*niet eenvoudig&lt;br /&gt;
#*nog een&lt;br /&gt;
#ceteris paribus wetten zijn&lt;br /&gt;
#*onfalsifierbaar&lt;br /&gt;
#*bovenste is juist&lt;br /&gt;
#theoretische vooruitgang in een onderzoeksprogramma is er als er&lt;br /&gt;
#*nieuwe voorspellingen gedaan worden&lt;br /&gt;
#*bovenste is juist&lt;br /&gt;
#volgens wittgensteins moeten de kenmerken van wetenschap opgevat worden als&lt;br /&gt;
#*niet/wel individuele noodzaak, niet/wel gezamenlijk voldoende voorwaarde&lt;br /&gt;
#bij een kubusfabriek worden er 10000 kubussen gemaakt met zijde tussen 0 en 1 meter, de helft daarvan heeft een zijde tussen 0 en 1/2 meter, wat is de waarschijnlijkheid dat een kubus een zijde van 3/4 meter heeft? gebruik theorie van het eindig frequentisme&lt;br /&gt;
#*1&lt;br /&gt;
#*bovenste is juiste&lt;br /&gt;
Op elke vraag kon &amp;quot;ik weet het niet&amp;quot; geantwoord worden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Open vragen&lt;br /&gt;
#wat is het verband tussen het probleem van inductie en zwakke onderdeterminatie&lt;br /&gt;
#welke elementen buiten het falsifierbaarheidscriterium moeten er nog aan toegevoegd worden voordat iets wetenschappelijk is bij poppers visie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2018===&lt;br /&gt;
meerkeuze:&lt;br /&gt;
#belgië speelt tegen duitsland, ze kunnen winnen of verliezen, dit laatste kunnen ze doen door gelijk te spelen of te verliezen. Wat is de kans dat ze winnen?&lt;br /&gt;
#*1/2&lt;br /&gt;
#*1/3&lt;br /&gt;
#*1/2 of 1/3&lt;br /&gt;
#*1/2 en 1/3&lt;br /&gt;
#Wat was volgens Thales de oorzaak van aardbevingen&lt;br /&gt;
#*een schip door de woeste zee&lt;br /&gt;
#*het heel hard terecht komen van een drietand op de aarde&lt;br /&gt;
#*het waaien van de wind door de bomen&lt;br /&gt;
#*het open en toe gaan van een stoomklep&lt;br /&gt;
#Stel jij bent de natuur, hoe zou Bacon iets over jou te weten willen komen?&lt;br /&gt;
#*het 1 keer lief vragen&lt;br /&gt;
#*het meerdere keren lief vragen&lt;br /&gt;
#*je opsluiten in een kamer en het 1 keer vragen&lt;br /&gt;
#*je opsluiten in een kamer en het meerdere keren vragen&lt;br /&gt;
#De studenten die de les filosofie hebben gevolgd hebben last van een onvoelbaar, onruikbaar, onzichtbaar kriebelend beestje. Deze uitspraak is:&lt;br /&gt;
#*verifieerbaar en falsifieerbaar&lt;br /&gt;
#*verifieerbaar maar niet falsifieerbaar&lt;br /&gt;
#*niet verifieerbaar wel faslifieerbaar&lt;br /&gt;
#*niet verifieerbaar en neit falsifieerbaar&lt;br /&gt;
#Er zijn 170 miljoen nederlanders waarvan 60 duizend groter zijn dan 2 meter. Wat is de kans (volgens 1 of ander model) dat een nederlands kind groter dan 2 meter is?&lt;br /&gt;
#*1&lt;br /&gt;
#*3/850&lt;br /&gt;
#*0&lt;br /&gt;
#*onbepaald&lt;br /&gt;
#Hoe verwoorde Osiander het wereldbeeld van Copernicus voor de kerk?&lt;br /&gt;
#*instumenteel gebruikt&lt;br /&gt;
#* nog 3 antwoorden maar het bovenste is het juiste ;)&lt;br /&gt;
#Tot nu toe is altijd deductief waargenomen dat Natriumcarbonaat oplost. Waarom kunnen niet bewijzen dat natriumcarbonaat in 2100 ook zal oplossen?&lt;br /&gt;
#*Er bestaan geen axioma&#039;s in de chemie&lt;br /&gt;
#*het is mogelijk dat natriumcarbonaat oplost&lt;br /&gt;
#*in de toekomst gaat natriumcarbonaat niet oplossen&lt;br /&gt;
#*en nog eentje&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op elke vraag kon ook &amp;quot;weet niet&amp;quot; worden geantwoord!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Open vragen:&lt;br /&gt;
#modules, 1 van die vragen&lt;br /&gt;
#Wat was volgens Popper het probleem met de uitspraak dat wetenschap werkte volgens inductie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2017===&lt;br /&gt;
#leg uit hoe de opvattingen van Pythagoras en descartes hebben bijgedragen tot de huidige moderne natuurwetenschappen&lt;br /&gt;
#Leg het Quine-Duhem probleem uit aan de hand van een casus (een experiment in Cern gaf aan dat deeltjes sneller bewogen als licht, dit zou niet kunnen volgens Einsteins hypothese, uiteindelijk leek de fout te liggen aan het verkeerd verbonden zijn een kabel). Hierbij moet je ook ad hoc hypothese uitleggen, want dit wijst op het feit dat ze de fout steken op de kabel om de hoofdhyptose af te schermen&lt;br /&gt;
#Schijf van Pointcaré waarbij je dit moet reflecteren aan de Bayensiaanse confirmatietheorie; eigenlijk dus gewoon bayensiaanse confirmatietheorie uitleggen&lt;br /&gt;
#Hume en het probleeem van symmetrie + oplossing; ook nog iets met regulatriteit en causale afhankelijkheid&lt;br /&gt;
#leg uit: ceteris paribus wet + Ruse&#039;s 5 kenmerken van wetenschap&lt;br /&gt;
#beantwoord één van de volgende vragen:&lt;br /&gt;
#* -&lt;br /&gt;
#* - &lt;br /&gt;
#*Leg het biologisch soortenconcept uit en evalueer het kritisch&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen enerzijds elementen als ‘eenvoudige substanties’ en anderzijds&#039;reele elementen’ of fundamentele substanties? Wat is de relatie met de periodieke tabel van Mendelejev?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===voorbeeldexamen 2017===&lt;br /&gt;
#Leg uit: de mechanisering van het wereldbeeld ondersteunde de opgang van de experimentele methode.&lt;br /&gt;
#Leg het Quine-Duhem probleem uit.&lt;br /&gt;
#Wat is het nieuwe raadsel van Goodman en hoe verhoudt het zich tot Humes probleem van inductie?&lt;br /&gt;
#Hoe lost Lewis’ theorie van causale afhankelijkheid het probleem van symmetrie op? Leg kort uit wat het probleem van symmetrie is en wat de theorie van Lewis inhoudt.&lt;br /&gt;
#Beoordeel het volgende criterium: wetenschap is tentatief.&lt;br /&gt;
#Beantwoord één van de volgende vragen:&lt;br /&gt;
#*Wat zegt de eerste onvolledigheidsstelling van Godel?&lt;br /&gt;
#*In welke zin zijn observaties van oceaantemperatuur theoriegeladen?&lt;br /&gt;
#*Bespreek de relatie tussen de keuze voor een bepaald soortconcept en het aantal soorten lemuren op Madagascar.&lt;br /&gt;
#*Wat werd gezien als een belangrijke graadmeter van het succes van Mendelejev? Plaats hierbij kanttekeningen&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marie</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Wijsbegeerte&amp;diff=1714</id>
		<title>Wijsbegeerte</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Wijsbegeerte&amp;diff=1714"/>
		<updated>2019-06-15T14:11:32Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marie: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Sinds 2017 wordt dit vak gegeven door professor Jan Heylen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===13 juni 2019===&lt;br /&gt;
meerkeuze:&lt;br /&gt;
#er is geen planeet met een eenhoorn op&lt;br /&gt;
#*niet/wel falsifieerbaar en niet/wel verifieerbaar&lt;br /&gt;
#Aan welk criterium moest er volgens Popper voldaan worden voor een ad hoc-hypothese?&lt;br /&gt;
#*empirische accuraatheid&lt;br /&gt;
#*eenvoud&lt;br /&gt;
#*vruchtbaarheid&lt;br /&gt;
#*reikwijdte&lt;br /&gt;
#neem aan dat de gravitatiewet van newton waar is, de wetten van kepler worden verklaard alleen aan de hand van de gravititiewet van newton. welk soort verklaring is dit?&lt;br /&gt;
#*elliptische verklaring&lt;br /&gt;
#*partiële verklaring&lt;br /&gt;
#*deductief-nomologische verklaring&lt;br /&gt;
#*ex ante factum verklaring&lt;br /&gt;
#er wordt een soort gelijkaarde leeuw ontdekt op een andere planeet die lijkt op de aardse leeuw en die niet van elkaar afstammen. volgens wie horen ze tot dezelfde taxonomische groep&lt;br /&gt;
#*niet/wel pheneticisten niet/wel cladisten&lt;br /&gt;
#1 god, grootste onder goden en mensen, in lichaam noch geest aan de sterfelijken gelijk, wat is gerelateerd aan deze uitspraak?&lt;br /&gt;
#*de-antropomorfisering van goden&lt;br /&gt;
#*nog wat opties, maar bovenste is juist&lt;br /&gt;
#stel dat je het voorbeeld van de paradox van de pijl zou gebruiken op het voorbeeld van achilles en de schilpad, wat is een van de onderdelen van het argument.&lt;br /&gt;
#*achilles beweegt niet op een moment&lt;br /&gt;
#*nog opties maar bovenste is het juiste&lt;br /&gt;
#wie beweerde dat er 4 elementen bestaan&lt;br /&gt;
#*empedocles&lt;br /&gt;
#*anaximander&lt;br /&gt;
#*anaximenes&lt;br /&gt;
#*thales&lt;br /&gt;
#wie weerlegde het postulaat van plato&lt;br /&gt;
#*copernicus&lt;br /&gt;
#*galileo&lt;br /&gt;
#*kepler&lt;br /&gt;
#*laatste 2&lt;br /&gt;
#hoe beschreef proclus de astronomie van ptolemaeus&lt;br /&gt;
#*ze deed voorspellingen voor beweging en posities&lt;br /&gt;
#*bovenste is juiste&lt;br /&gt;
#waarom deed copernicus beroep op epicykels op epicykels&lt;br /&gt;
#*om het vereffiningspunt te verwijderen&lt;br /&gt;
#*om het postulaat van plato te blijven volgen&lt;br /&gt;
#*bovenste 2&lt;br /&gt;
#*om de retrograde beweging van planeten te verklaren&lt;br /&gt;
#wat was het probleem met de hypothese van de roterende aarde in combinatie met de fysica van aristoteles&lt;br /&gt;
#*geen sterrenparallax&lt;br /&gt;
#*voorwerpen vallen terug naast de toren&lt;br /&gt;
#*nog 2&lt;br /&gt;
#wat was de invloed van griekse natuurfilosofie op Lavoisier zijn theorieën&lt;br /&gt;
#*zuurstof behoud eigenschappen in water&lt;br /&gt;
#*bovenste juiste&lt;br /&gt;
#er is minsten 1 planeet die zich het verste van de aarde bevindt&lt;br /&gt;
#*niet/wel falsifieerbaar niet/wel verifieerbaar&lt;br /&gt;
#bij directe falsificatie van een hoofdhypothese kan je zeggen dat:&lt;br /&gt;
#*de hoofdhypothese is onwaar&lt;br /&gt;
#*de hulphypothese is onwaar&lt;br /&gt;
#*de hoofdhypothese en de observatiezinnen zijn onwaar&lt;br /&gt;
#*geen van bovenstaande&lt;br /&gt;
#bij het voorbeeld van de kubusfabriek is er inconsistentie als&lt;br /&gt;
#*minstens 2 keer principe van onvoldoende reden toepassen&lt;br /&gt;
#*minstens 3 keer principe van onvoldoende reden toepassen&lt;br /&gt;
#*minstens 2 keer veralgemeend principe van onvoldoende reden toepassen&lt;br /&gt;
#*minstens 3 keer veralgemeend principe van onvoldoende reden toepassen&lt;br /&gt;
#een vraag zoals voorbeeld van linda de bankbediende, waar je moest zeggen wat een gewone man op straat zou zeggen&lt;br /&gt;
#een vraag waar je moest zeggen welke premissen niet bij degene van hume horen in verband met uniformiteit van de natuur&lt;br /&gt;
#er vliegt een theepot met chinese motieven rond de zon, deze stelling kan volgens welke theorie van confirmatie gedisconfirmeerd worde?&lt;br /&gt;
#*niet/wel hypothetisch deductieve niet/wel bayesiaanse confirmatie theorie&lt;br /&gt;
#bij voorbeeld van harvard medical school test&lt;br /&gt;
#* het word niet/wel geconfirmeerd, maar de het is onwaarschijnlijk/waarschijnlijk dat de persoon ziek is&lt;br /&gt;
#een accidentele generalistie is &lt;br /&gt;
#*feitelijk onwaar&lt;br /&gt;
#*tegenfeitelijk onwaar&lt;br /&gt;
#*niet eenvoudig&lt;br /&gt;
#*nog een&lt;br /&gt;
#ceteris paribus wetten zijn&lt;br /&gt;
#*onfalsifierbaar&lt;br /&gt;
#*bovenste is juist&lt;br /&gt;
#theoretische vooruitgang in een onderzoeksprogramma is er als er&lt;br /&gt;
#*nieuwe voorspellingen gedaan worden&lt;br /&gt;
#*bovenste is juist&lt;br /&gt;
#volgens wittgensteins moeten de kenmerken van wetenschap opgevat worden als&lt;br /&gt;
#*niet/wel individuele noodzaak, niet/wel gezamenlijk voldoende voorwaarde&lt;br /&gt;
#bij een kubusfabriek worden er 10000 kubussen gemaakt met zijde tussen 0 en 1 meter, de helft daarvan heeft een zijde tussen 0 en 1/2 meter, wat is de waarschijnlijkheid dat een kubus een zijde van 3/4 meter heeft? gebruik theorie van het eindig frequentisme&lt;br /&gt;
#*1&lt;br /&gt;
#*bovenste is juiste&lt;br /&gt;
Op elke vraag kon &amp;quot;ik weet het niet&amp;quot; geantwoord worden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Open vragen&lt;br /&gt;
#wat is het verband tussen het probleem van inductie en zwakke onderdeterminatie&lt;br /&gt;
#welke elementen buiten het falsifierbaarheidscriterium moeten er nog aan toegevoegd worden voordat iets wetenschappelijk is bij poppers visie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2018===&lt;br /&gt;
meerkeuze:&lt;br /&gt;
#belgië speelt tegen duitsland, ze kunnen winnen of verliezen, dit laatste kunnen ze doen door gelijk te spelen of te verliezen. Wat is de kans dat ze winnen?&lt;br /&gt;
#*1/2&lt;br /&gt;
#*1/3&lt;br /&gt;
#*1/2 of 1/3&lt;br /&gt;
#*1/2 en 1/3&lt;br /&gt;
#Wat was volgens Thales de oorzaak van aardbevingen&lt;br /&gt;
#*een schip door de woeste zee&lt;br /&gt;
#*het heel hard terecht komen van een drietand op de aarde&lt;br /&gt;
#*het waaien van de wind door de bomen&lt;br /&gt;
#*het open en toe gaan van een stoomklep&lt;br /&gt;
#Stel jij bent de natuur, hoe zou Bacon iets over jou te weten willen komen?&lt;br /&gt;
#*het 1 keer lief vragen&lt;br /&gt;
#*het meerdere keren lief vragen&lt;br /&gt;
#*je opsluiten in een kamer en het 1 keer vragen&lt;br /&gt;
#*je opsluiten in een kamer en het meerdere keren vragen&lt;br /&gt;
#De studenten die de les filosofie hebben gevolgd hebben last van een onvoelbaar, onruikbaar, onzichtbaar kriebelend beestje. Deze uitspraak is:&lt;br /&gt;
#*verifieerbaar en falsifieerbaar&lt;br /&gt;
#*verifieerbaar maar niet falsifieerbaar&lt;br /&gt;
#*niet verifieerbaar wel faslifieerbaar&lt;br /&gt;
#*niet verifieerbaar en neit falsifieerbaar&lt;br /&gt;
#Er zijn 170 miljoen nederlanders waarvan 60 duizend groter zijn dan 2 meter. Wat is de kans (volgens 1 of ander model) dat een nederlands kind groter dan 2 meter is?&lt;br /&gt;
#*1&lt;br /&gt;
#*3/850&lt;br /&gt;
#*0&lt;br /&gt;
#*onbepaald&lt;br /&gt;
#Hoe verwoorde Osiander het wereldbeeld van Copernicus voor de kerk?&lt;br /&gt;
#*instumenteel gebruikt&lt;br /&gt;
#* nog 3 antwoorden maar het bovenste is het juiste ;)&lt;br /&gt;
#Tot nu toe is altijd deductief waargenomen dat Natriumcarbonaat oplost. Waarom kunnen niet bewijzen dat natriumcarbonaat in 2100 ook zal oplossen?&lt;br /&gt;
#*Er bestaan geen axioma&#039;s in de chemie&lt;br /&gt;
#*het is mogelijk dat natriumcarbonaat oplost&lt;br /&gt;
#*in de toekomst gaat natriumcarbonaat niet oplossen&lt;br /&gt;
#*en nog eentje&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op elke vraag kon ook &amp;quot;weet niet&amp;quot; worden geantwoord!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Open vragen:&lt;br /&gt;
#modules, 1 van die vragen&lt;br /&gt;
#Wat was volgens Popper het probleem met de uitspraak dat wetenschap werkte volgens inductie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2017===&lt;br /&gt;
#leg uit hoe de opvattingen van Pythagoras en descartes hebben bijgedragen tot de huidige moderne natuurwetenschappen&lt;br /&gt;
#Leg het Quine-Duhem probleem uit aan de hand van een casus (een experiment in Cern gaf aan dat deeltjes sneller bewogen als licht, dit zou niet kunnen volgens Einsteins hypothese, uiteindelijk leek de fout te liggen aan het verkeerd verbonden zijn een kabel). Hierbij moet je ook ad hoc hypothese uitleggen, want dit wijst op het feit dat ze de fout steken op de kabel om de hoofdhyptose af te schermen&lt;br /&gt;
#Schijf van Pointcaré waarbij je dit moet reflecteren aan de Bayensiaanse confirmatietheorie; eigenlijk dus gewoon bayensiaanse confirmatietheorie uitleggen&lt;br /&gt;
#Hume en het probleeem van symmetrie + oplossing; ook nog iets met regulatriteit en causale afhankelijkheid&lt;br /&gt;
#leg uit: ceteris paribus wet + Ruse&#039;s 5 kenmerken van wetenschap&lt;br /&gt;
#beantwoord één van de volgende vragen:&lt;br /&gt;
#* -&lt;br /&gt;
#* - &lt;br /&gt;
#*Leg het biologisch soortenconcept uit en evalueer het kritisch&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen enerzijds elementen als ‘eenvoudige substanties’ en anderzijds&#039;reele elementen’ of fundamentele substanties? Wat is de relatie met de periodieke tabel van Mendelejev?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===voorbeeldexamen 2017===&lt;br /&gt;
#Leg uit: de mechanisering van het wereldbeeld ondersteunde de opgang van de experimentele methode.&lt;br /&gt;
#Leg het Quine-Duhem probleem uit.&lt;br /&gt;
#Wat is het nieuwe raadsel van Goodman en hoe verhoudt het zich tot Humes probleem van inductie?&lt;br /&gt;
#Hoe lost Lewis’ theorie van causale afhankelijkheid het probleem van symmetrie op? Leg kort uit wat het probleem van symmetrie is en wat de theorie van Lewis inhoudt.&lt;br /&gt;
#Beoordeel het volgende criterium: wetenschap is tentatief.&lt;br /&gt;
#Beantwoord één van de volgende vragen:&lt;br /&gt;
#*Wat zegt de eerste onvolledigheidsstelling van Godel?&lt;br /&gt;
#*In welke zin zijn observaties van oceaantemperatuur theoriegeladen?&lt;br /&gt;
#*Bespreek de relatie tussen de keuze voor een bepaald soortconcept en het aantal soorten lemuren op Madagascar.&lt;br /&gt;
#*Wat werd gezien als een belangrijke graadmeter van het succes van Mendelejev? Plaats hierbij kanttekeningen&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marie</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=GIP&amp;diff=1621</id>
		<title>GIP</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=GIP&amp;diff=1621"/>
		<updated>2019-05-23T08:32:26Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marie: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verplicht vak bij biochemie en keuzevak bij chemie. Sinds 2019 telt het examen voor 30% mee.&lt;br /&gt;
Het practicum wordt door verschillende assistenten begeleid, maar Dr. Ir. Valerie De Groote is de coordinator.&lt;br /&gt;
Het examen is volledig schriftelijk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 mei 2019===&lt;br /&gt;
#Geef de belangrijkste kenmerken van het pUC19 plasmide (adhv tekening) + hoe weten we dat de transformatie van competente E.coli cellen met dit plasmide gelukt is? + wat verstaan we onder blauw/wit selectie bij klonering in het plasmide + oefening: absorbantiedata gegeven, bepaal DNA/RNA verhouding en concentratie nucleïnezuren (ga uit dat er geen proteïnen in het mengsel aanwezig zijn)&lt;br /&gt;
#Buffer berekenen (Tris-HCl met pH 8.5.) + invloed van verdunning en temperatuur beschrijven&lt;br /&gt;
#Opzuivering van GFPuv vanuit bacterieel cellysaat. Bespreek hoe we dit uitgevoerd hebben, en geef van elke stap het doel en het biochemisch werkingsmechanisme.&lt;br /&gt;
#Enzymkinetiek: verschil in absorbantie over 5 minuten gegeven, extinctiecoëfficiënt gegeven, Mr enzyme gegeven, bepaal specifieke enzyme activiteit en Kcat (dus zoals bij trypsine, maar dan zonder tussenstappen)&lt;br /&gt;
#Er is een SDS PAGE van eiwit x met enkel SDS uitgevoerd. Hierbij zagen we 3 bandjes (160kDa, 100 kDa en 40 kDa). Daarna is er met hetzelfde eiwit x SDS PAGE uitgevoerd met SDS en DTT. Hierbij zagen we ook 3 bandjes (100 kDa, 80 kDa, 40 kDa). Verklaar wat er gebeurt is en uit hoeveel subeenheden eiwit x bestaat&lt;br /&gt;
#3 methoden om proteïnen te laten neerslaan + de zachtste methode van de 3 aanduiden&lt;br /&gt;
#Multiple choice&lt;br /&gt;
#*proteine in pH 5.5, welke buffer kies je&lt;br /&gt;
#*Primers (welke is geen goede eigenschap)&lt;br /&gt;
#*Restrictie-enzymen (welk fragment wordt het best herkend)&lt;br /&gt;
#*met welk alcohol DNA neerslaan&lt;br /&gt;
#*STET (water onttrekking)&lt;br /&gt;
#*wat gaat er wijzigen bij een Lineweaver Burke grafiek indien een competitieve inhibitor toegevoegd wordt?&lt;br /&gt;
#*welke uitspraak klopt niet voor een michaelis menten grafiek?&lt;br /&gt;
#*welk proteine is het meest negatief bij ph=7 adhv drielettercode&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 mei 2018===&lt;br /&gt;
#Geef de belangrijkste kenmerken van het pGLO plasmide (adhv tekening) + hoe weten we dat de transformatie van competente E.coli cellen met dit plasmide gelukt is? + bespreek de rol van het ara operon bij de expressie van GFPuv + oefening: absorbantiedata gegeven, bepaal DNA/RNA verhouding en concentratie nucleïnezuren (ga uit dat er geen proteïnen in het mengsel aanwezig zijn)&lt;br /&gt;
#Wat is de molariteit van borax en HCl bij een boraxbuffer met pH=pKa-1 en I=0.1M? + Gaat de pH van deze borax buffer wijzigen bij toevoegen van KSCN onder constante temperatuur?&lt;br /&gt;
#Opzuivering van GFPuv vanuit bacterieel cellysaat. Bespreek hoe we dit uitgevoerd hebben, en geef van elke stap het doel en het biochemisch werkingsmechanisme.&lt;br /&gt;
#Tekening van plasmidegel gegeven, zonder benamingen bij, vul aan op de stippellijntjes (welke laan is getransformeerd, welk bandje is wat, welk is de positieve en de negatieve pool,...)&lt;br /&gt;
#Enzymkinetiek: grafiek gegeven + hele hoop data, bepaal specifieke enzyme activiteit en Kcat (dus zoals bij trypsine, maar dan zonder tussenstappen)&lt;br /&gt;
#Meerkeuze met giscorrectie&lt;br /&gt;
#*waarvoor dient BSA bij bepaalde proef&lt;br /&gt;
#*welk alcohol wordt gebruikt bij de precipitatie van DNA&lt;br /&gt;
#*welk enzyme wordt gebruikt bij een standaard PCR reactie&lt;br /&gt;
#*welk 4bp stukje gaat het meest waarschijnlijke een herkenningsplek zijn voor restrictie-enzymes&lt;br /&gt;
#*wat is géén goede eigenschap voor een primer&lt;br /&gt;
#*geef het meest negatieve tetrapeptide (adhv drielettercode aminozuren)&lt;br /&gt;
#*wat gaat er wijzigen bij een Lineweaver Burke grafiek indien een competitieve inhibitor toegevoegd wordt?&lt;br /&gt;
#*welke uitspraak klopt niet voor een michaelis menten grafiek?&lt;br /&gt;
#*welk component van de STET buffer zorgt voor dodelijke wateropname bij bacteriën?&lt;br /&gt;
#*proteïne is stabiel bij pH 5.5, welk bufferkoppel kies je?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 mei 2017===&lt;br /&gt;
#Bespreek het pUC19 plasmide (blue-white screening) + oefening met DNA/RNA verhouding&lt;br /&gt;
#Tris-HCl buffer berekenen, invloed temperatuur en verdunning&lt;br /&gt;
#Opzuivering GFPuv vertrekkende van bacterieel cellysaat&lt;br /&gt;
#Oefening enzymekinetiek: berekenen van specifieke enzyme activiteit en molaire activiteit&lt;br /&gt;
#Er is een SDS PAGE van eiwit x met enkel SDS uitgevoerd. Hierbij zagen we 3 bandjes (160kDa, 100 kDa en 40 kDa). Daarna is er met hetzelfde eiwit x SDS PAGE uitgevoerd met SDS en DTT. Hierbij zagen we ook 3 bandjes (100 kDa, 80 kDa, 40 kDa). Verklaar wat er gebeurt is en uit hoeveel subeenheden eiwit x bestaat&lt;br /&gt;
#3 methoden om proteïnen te laten neerslaan + de zachtste methode van de 3 aanduiden&lt;br /&gt;
#Multiple choice&lt;br /&gt;
#*hoe DNA neerslaan&lt;br /&gt;
#*waarvoor dient BSA&lt;br /&gt;
#*proteine in pH 5.5, welke buffer kies je&lt;br /&gt;
#*iets over Michaelis-Menten&lt;br /&gt;
#*iets over Lineweaver-burk&lt;br /&gt;
#*STET (water onttrekking)&lt;br /&gt;
#*Primers (welke is geen goede eigenschap)&lt;br /&gt;
#*Restrictie-enzymen (welk fragment wordt het best herkend)&lt;br /&gt;
#*welk proteine is het meest negatief bij ph=7&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 mei 2016===&lt;br /&gt;
#Bespreek het pGLO plasmide (tekening gegeven), identificatie van transformanten&lt;br /&gt;
#Opzuiveren van GFP vertrekkende van bacterieel cellysaat&lt;br /&gt;
#Maak een buffer met borax, HCl en NaOH met I=0,1M en pH = Pka&#039;-1. Invloed KSCN &lt;br /&gt;
#Absorbantie bij 260 en 280 van nucleotidenmengsel gegeven, DNA/RNA-verhouding berekenen, concentraties berekenen&lt;br /&gt;
#oef met zeer veel gegevens om de specifieke activiteit en de moleculaire activiteit te berekenen.&lt;br /&gt;
#Er is een SDS PAGE van eiwit x met enkel SDS uitgevoerd. Hierbij zagen we 3 bandjes (160kDa, 100 kDa en 40 kDa). Daarna is er met hetzelfde eiwit x SDS PAGE uitgevoerd met SDS en DTT. Hierbij zagen we ook 3 bandjes (100 kDa, 80 kDa, 40 kDa). Verklaar wat er gebeurt is en uit hoeveel subeenheden eiwit x bestaat.&lt;br /&gt;
#3 proeven waarbij SDS gebruikt is&lt;br /&gt;
#Multiple choice, thema&#039;s:&lt;br /&gt;
#*STET (welk component zorgt voor water onttrekking)&lt;br /&gt;
#*Restrictie-enzymen ( welk fragment wordt het makkelijkst herkend)&lt;br /&gt;
#*Primers ( eigenschappen goede primers)&lt;br /&gt;
#*Welk proteÃ¯ne is het meest negatief bij pH 7&lt;br /&gt;
#*LB grafiek en MM&lt;br /&gt;
#*Welk alcohol werkt gebruikt voor DNA precipatie?&lt;br /&gt;
#*...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 mei 2015===&lt;br /&gt;
#Geef de functie van SDS in drie verschillende proeven waarin het gebruikt werd&lt;br /&gt;
#bespreek het pGLO-plasmide (tekening gegeven), identificatie van transformanten&lt;br /&gt;
#Opzuivering van GFP: welke stappen zijn er gebeurd en geef van elke stap het doel en het biochemisch werkingsmechanisme.&lt;br /&gt;
#Molaire en specifieke activiteit van een proteine berekenen obv absorbantiedata, analoog aan de oefening met trypsine maar je krijgt dus geen tussenstapjes&lt;br /&gt;
#Absorbantie bij 260 en 280 van nucleotidenmengsel gegeven, DNA/RNA-verhouding berekenen, concentraties berekenen&lt;br /&gt;
#Borax-HCl-buffer berekenen, invloed van KSCN&lt;br /&gt;
#Bandjes op een plasmidegel benoemen&lt;br /&gt;
#Een aantal multiple choice vraagjes met giscorrectie: thema&#039;s:&lt;br /&gt;
#*aminozuren (lading obv drielettercode)&lt;br /&gt;
#*MM-kinetica&lt;br /&gt;
#*STET-buffer&lt;br /&gt;
#*...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 mei 2009  ===&lt;br /&gt;
# SDS-PAGE&lt;br /&gt;
#* Bespreek de staalbuffer&lt;br /&gt;
#* Waarvoor dient het stacking gel&lt;br /&gt;
#* Vergelijk deze methode met die van gelchromatografie. Voor- en nadelen (beperkingen)&lt;br /&gt;
# Geef de procedure voor het afzonderen van een plasmide (Rapid boiling method)&lt;br /&gt;
# Berekening Tris/HCl buffer + invloed van verdunning bespreken.&lt;br /&gt;
# Thioldosage: bereken aan de hand van een hoop gegevens het aantal thiolgroepen&lt;br /&gt;
# Gegeven het tripeptide ADY en een stukje esDNA: geef het verband&lt;br /&gt;
# PCR: efficiÃ«ntie berekenen.&lt;br /&gt;
# Bereken uit de verhouding van de absorbantie bij 260 en 280 nm de zuiverheid van een nucleÃ¯nezuuroplossing + concentratie berekenen&lt;br /&gt;
# Mondeling:&lt;br /&gt;
#* Zonale centrifugatie + waarom is er een densiteitsgradiÃ«nt nodig&lt;br /&gt;
#* Benedictreagens + zetmeel reducerend?&lt;br /&gt;
#* Ampicilline + Tetracycline &lt;br /&gt;
#* BAPA + hoe activiteit bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 mei 2010  ===&lt;br /&gt;
# SDS-PAGE&lt;br /&gt;
#* Bespreek de staalbuffer&lt;br /&gt;
#* Waarvoor dient het stacking gel&lt;br /&gt;
#* Vergelijk deze methode met die van gelchromatografie. Voor- en nadelen (beperkingen)&lt;br /&gt;
# Geef de procedure voor het afzonderen van een plasmide (Rapid boiling method)&lt;br /&gt;
# Berekening Tris/HCl buffer + invloed van verdunning bespreken.&lt;br /&gt;
# Thioldosage: bereken aan de hand van een hoop gegevens het aantal thiolgroepen&lt;br /&gt;
# Gegeven het tripeptide ADY en een stukje esDNA: geef het verband&lt;br /&gt;
# PCR: efficiÃ«ntie berekenen.&lt;br /&gt;
# Bereken uit de verhouding van de absorbantie bij 260 en 280 nm de zuiverheid van een nucleÃ¯nezuuroplossing + concentratie berekenen&lt;br /&gt;
# Bereken welke massa van het gelyofiliseerd betalactoglobuline je moet afwegen om een bepaalde concentratie te bekomen&lt;br /&gt;
# Mondeling:&lt;br /&gt;
#* Zonale centrifugatie + waarom is er een densiteitsgradiÃ«nt nodig&lt;br /&gt;
#* Benedictreagens + zetmeel reducerend?&lt;br /&gt;
#* Ampicilline + Tetracycline &lt;br /&gt;
#* BAPA + hoe activiteit bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 mei 2010  ===&lt;br /&gt;
# Bespreek N-terminale AZ sequencing volgens DABITC/PITC-Methode &lt;br /&gt;
#*leg daarbij uit: Voordeel DABITC, Waarom koppeling bij pH 9, waarom dubbele koppeling, waarom doorbraak in watervrij midden en teken DABTH-threonine (zowel gehydrateerde als gedehydrateerde vorm)&lt;br /&gt;
# Bespreek het Sanger procede (alle stappen) en vergelijk met Maxam-Gilbert procede voor de DNA sequencing van wt/ob muizen&lt;br /&gt;
# Berekening Borax/NaOH buffer. Bereken de molariteit aan Borax en NaOH als PH=pKa&#039;+1 en I = 0.1M&lt;br /&gt;
# Bepaling activiteit Trypsine. Gegevens: 2.85 mL buffer, 25ÂµL BAPA (100 Âµmol/mL), 50 ÂµL Trypsine (o.335 g/L). A(405nm) stijgt 0.300 over 5 min. ExtinctiecoÃ«fficient bij 450 nm = 9620/M.cm. Mr = 23400&lt;br /&gt;
#*Bereken de Specifieke en de Moleculaire enzymactiviteit&lt;br /&gt;
#*Welke orde heeft de hydrolysereactie tov de BAPA concentratie? Waarom?&lt;br /&gt;
#*Schrijf de hydrolysereactie van BAPA&lt;br /&gt;
# PCR: Uit 0.5 mg plasmide (5162bp) haalt men na 25 cycli 30.5 Âµg DNA (800bp). Bereken de efficiÃ«ntie.&lt;br /&gt;
# Bereken het partieel specifiek volume van een eiwit met volgende gegevens:&lt;br /&gt;
#* d(20Â°C)= 1.00239  1.00456  1.00677  1.00899&lt;br /&gt;
#* Bij (respectievelijke) concentraties (mg/mL): 0  10  20  30&lt;br /&gt;
#Eiwitbereiding&lt;br /&gt;
#*Hoe kan men beta-lactoglobuline afzonderen uit koemelk? Bespreek.&lt;br /&gt;
#*Hoeveel moet je afwegen van een gelyofiliseerd beta-lactoglobulinepreparaat met 18% water om 5 mL oplossing te bereiden met een uiteindelijke concentratie van 0.25mM aan beta-lactoglobuline?&lt;br /&gt;
# NucleÃ¯nezuur oplossing: A(260nm) = 0.512 en A(280nm) = 0.277&lt;br /&gt;
#*Bepaal de zuiverheid van het DNA. (verhouding DNA/RNA), veronderstel dat het staal proteÃ¯nevrij is.&lt;br /&gt;
#*Schat uit de absorbantiewaarde bij 260 nm de totale concentratie aan nucleÃ¯nezuren in Âµg/mL (let op: geen extinctie of absorbantiecoÃ«fficiÃ«nt gegeven)&lt;br /&gt;
# Mondeling gedeelte:&lt;br /&gt;
#* Stel je hebt weinig eiwit en je wil eiwitconcentratie bepalen. Welke methode gebruik je ? (Biureet/Bradford/UV-spect.) + Bespreek (reagens, ...)&lt;br /&gt;
#* Benedictreagens + zetmeel reducerend?&lt;br /&gt;
#* Ampicilline + Tetracycline &lt;br /&gt;
#* Kd en Kav: bespreek&lt;br /&gt;
#* HPLC: Waarom en hoe ontgassen ?&amp;lt;/text&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marie</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=GIP&amp;diff=1620</id>
		<title>GIP</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=GIP&amp;diff=1620"/>
		<updated>2019-05-23T08:30:53Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marie: /* 22 mei 2019 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verplicht vak bij biochemie en keuzevak bij chemie. Sinds 2019 telt het examen voor 30% mee.&lt;br /&gt;
Het practicum wordt door verschillende assistenten begeleid, maar Dr. Ir. Valerie De Groote is de coordinator.&lt;br /&gt;
Het examen is volledig schriftelijk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 mei 2019===&lt;br /&gt;
#Geef de belangrijkste kenmerken van het pUC19 plasmide (adhv tekening) + hoe weten we dat de transformatie van competente E.coli cellen met dit plasmide gelukt is? + wat verstaan we onder blauw/wit selectie bij klonering in het plasmide + oefening: absorbantiedata gegeven, bepaal DNA/RNA verhouding en concentratie nucleïnezuren (ga uit dat er geen proteïnen in het mengsel aanwezig zijn)&lt;br /&gt;
#Buffer berekenen (Tris-HCl met pH 8.5.) + invloed van verdunning en temperatuur beschrijven&lt;br /&gt;
#Opzuivering van GFPuv vanuit bacterieel cellysaat. Bespreek hoe we dit uitgevoerd hebben, en geef van elke stap het doel en het biochemisch werkingsmechanisme.&lt;br /&gt;
#Enzymkinetiek: verschil in absorbantie over 5 minuten gegeven, extinctiecoëfficiënt gegeven, Mr enzyme gegeven, bepaal specifieke enzyme activiteit en Kcat (dus zoals bij trypsine, maar dan zonder tussenstappen)&lt;br /&gt;
#Er is een SDS PAGE van eiwit x met enkel SDS uitgevoerd. Hierbij zagen we 3 bandjes (160kDa, 100 kDa en 40 kDa). Daarna is er met hetzelfde eiwit x SDS PAGE uitgevoerd met SDS en DTT. Hierbij zagen we ook 3 bandjes (100 kDa, 80 kDa, 40 kDa). Verklaar wat er gebeurt is en uit hoeveel subeenheden eiwit x bestaat&lt;br /&gt;
#3 methoden om proteïnen te laten neerslaan + de zachtste methode van de 3 aanduiden&lt;br /&gt;
#Multiple choice&lt;br /&gt;
#*proteine in pH 5.5, welke buffer kies je&lt;br /&gt;
#*Primers (welke is geen goede eigenschap)&lt;br /&gt;
#*Restrictie-enzymen (welk fragment wordt het best herkend)&lt;br /&gt;
#*met welk alcohol DNA neerslaan&lt;br /&gt;
#*STET (water onttrekking)&lt;br /&gt;
#*iets over Michaelis-Menten&lt;br /&gt;
#*iets over Lineweaver-burk&lt;br /&gt;
#*welk proteine is het meest negatief bij ph=7 adhv drielettercode&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 mei 2018===&lt;br /&gt;
#Geef de belangrijkste kenmerken van het pGLO plasmide (adhv tekening) + hoe weten we dat de transformatie van competente E.coli cellen met dit plasmide gelukt is? + bespreek de rol van het ara operon bij de expressie van GFPuv + oefening: absorbantiedata gegeven, bepaal DNA/RNA verhouding en concentratie nucleïnezuren (ga uit dat er geen proteïnen in het mengsel aanwezig zijn)&lt;br /&gt;
#Wat is de molariteit van borax en HCl bij een boraxbuffer met pH=pKa-1 en I=0.1M? + Gaat de pH van deze borax buffer wijzigen bij toevoegen van KSCN onder constante temperatuur?&lt;br /&gt;
#Opzuivering van GFPuv vanuit bacterieel cellysaat. Bespreek hoe we dit uitgevoerd hebben, en geef van elke stap het doel en het biochemisch werkingsmechanisme.&lt;br /&gt;
#Tekening van plasmidegel gegeven, zonder benamingen bij, vul aan op de stippellijntjes (welke laan is getransformeerd, welk bandje is wat, welk is de positieve en de negatieve pool,...)&lt;br /&gt;
#Enzymkinetiek: grafiek gegeven + hele hoop data, bepaal specifieke enzyme activiteit en Kcat (dus zoals bij trypsine, maar dan zonder tussenstappen)&lt;br /&gt;
#Meerkeuze met giscorrectie&lt;br /&gt;
#*waarvoor dient BSA bij bepaalde proef&lt;br /&gt;
#*welk alcohol wordt gebruikt bij de precipitatie van DNA&lt;br /&gt;
#*welk enzyme wordt gebruikt bij een standaard PCR reactie&lt;br /&gt;
#*welk 4bp stukje gaat het meest waarschijnlijke een herkenningsplek zijn voor restrictie-enzymes&lt;br /&gt;
#*wat is géén goede eigenschap voor een primer&lt;br /&gt;
#*geef het meest negatieve tetrapeptide (adhv drielettercode aminozuren)&lt;br /&gt;
#*wat gaat er wijzigen bij een Lineweaver Burke grafiek indien een competitieve inhibitor toegevoegd wordt?&lt;br /&gt;
#*welke uitspraak klopt niet voor een michaelis menten grafiek?&lt;br /&gt;
#*welk component van de STET buffer zorgt voor dodelijke wateropname bij bacteriën?&lt;br /&gt;
#*proteïne is stabiel bij pH 5.5, welk bufferkoppel kies je?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 mei 2017===&lt;br /&gt;
#Bespreek het pUC19 plasmide (blue-white screening) + oefening met DNA/RNA verhouding&lt;br /&gt;
#Tris-HCl buffer berekenen, invloed temperatuur en verdunning&lt;br /&gt;
#Opzuivering GFPuv vertrekkende van bacterieel cellysaat&lt;br /&gt;
#Oefening enzymekinetiek: berekenen van specifieke enzyme activiteit en molaire activiteit&lt;br /&gt;
#Er is een SDS PAGE van eiwit x met enkel SDS uitgevoerd. Hierbij zagen we 3 bandjes (160kDa, 100 kDa en 40 kDa). Daarna is er met hetzelfde eiwit x SDS PAGE uitgevoerd met SDS en DTT. Hierbij zagen we ook 3 bandjes (100 kDa, 80 kDa, 40 kDa). Verklaar wat er gebeurt is en uit hoeveel subeenheden eiwit x bestaat&lt;br /&gt;
#3 methoden om proteïnen te laten neerslaan + de zachtste methode van de 3 aanduiden&lt;br /&gt;
#Multiple choice&lt;br /&gt;
#*hoe DNA neerslaan&lt;br /&gt;
#*waarvoor dient BSA&lt;br /&gt;
#*proteine in pH 5.5, welke buffer kies je&lt;br /&gt;
#*iets over Michaelis-Menten&lt;br /&gt;
#*iets over Lineweaver-burk&lt;br /&gt;
#*STET (water onttrekking)&lt;br /&gt;
#*Primers (welke is geen goede eigenschap)&lt;br /&gt;
#*Restrictie-enzymen (welk fragment wordt het best herkend)&lt;br /&gt;
#*welk proteine is het meest negatief bij ph=7&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 mei 2016===&lt;br /&gt;
#Bespreek het pGLO plasmide (tekening gegeven), identificatie van transformanten&lt;br /&gt;
#Opzuiveren van GFP vertrekkende van bacterieel cellysaat&lt;br /&gt;
#Maak een buffer met borax, HCl en NaOH met I=0,1M en pH = Pka&#039;-1. Invloed KSCN &lt;br /&gt;
#Absorbantie bij 260 en 280 van nucleotidenmengsel gegeven, DNA/RNA-verhouding berekenen, concentraties berekenen&lt;br /&gt;
#oef met zeer veel gegevens om de specifieke activiteit en de moleculaire activiteit te berekenen.&lt;br /&gt;
#Er is een SDS PAGE van eiwit x met enkel SDS uitgevoerd. Hierbij zagen we 3 bandjes (160kDa, 100 kDa en 40 kDa). Daarna is er met hetzelfde eiwit x SDS PAGE uitgevoerd met SDS en DTT. Hierbij zagen we ook 3 bandjes (100 kDa, 80 kDa, 40 kDa). Verklaar wat er gebeurt is en uit hoeveel subeenheden eiwit x bestaat.&lt;br /&gt;
#3 proeven waarbij SDS gebruikt is&lt;br /&gt;
#Multiple choice, thema&#039;s:&lt;br /&gt;
#*STET (welk component zorgt voor water onttrekking)&lt;br /&gt;
#*Restrictie-enzymen ( welk fragment wordt het makkelijkst herkend)&lt;br /&gt;
#*Primers ( eigenschappen goede primers)&lt;br /&gt;
#*Welk proteÃ¯ne is het meest negatief bij pH 7&lt;br /&gt;
#*LB grafiek en MM&lt;br /&gt;
#*Welk alcohol werkt gebruikt voor DNA precipatie?&lt;br /&gt;
#*...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 mei 2015===&lt;br /&gt;
#Geef de functie van SDS in drie verschillende proeven waarin het gebruikt werd&lt;br /&gt;
#bespreek het pGLO-plasmide (tekening gegeven), identificatie van transformanten&lt;br /&gt;
#Opzuivering van GFP: welke stappen zijn er gebeurd en geef van elke stap het doel en het biochemisch werkingsmechanisme.&lt;br /&gt;
#Molaire en specifieke activiteit van een proteine berekenen obv absorbantiedata, analoog aan de oefening met trypsine maar je krijgt dus geen tussenstapjes&lt;br /&gt;
#Absorbantie bij 260 en 280 van nucleotidenmengsel gegeven, DNA/RNA-verhouding berekenen, concentraties berekenen&lt;br /&gt;
#Borax-HCl-buffer berekenen, invloed van KSCN&lt;br /&gt;
#Bandjes op een plasmidegel benoemen&lt;br /&gt;
#Een aantal multiple choice vraagjes met giscorrectie: thema&#039;s:&lt;br /&gt;
#*aminozuren (lading obv drielettercode)&lt;br /&gt;
#*MM-kinetica&lt;br /&gt;
#*STET-buffer&lt;br /&gt;
#*...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 mei 2009  ===&lt;br /&gt;
# SDS-PAGE&lt;br /&gt;
#* Bespreek de staalbuffer&lt;br /&gt;
#* Waarvoor dient het stacking gel&lt;br /&gt;
#* Vergelijk deze methode met die van gelchromatografie. Voor- en nadelen (beperkingen)&lt;br /&gt;
# Geef de procedure voor het afzonderen van een plasmide (Rapid boiling method)&lt;br /&gt;
# Berekening Tris/HCl buffer + invloed van verdunning bespreken.&lt;br /&gt;
# Thioldosage: bereken aan de hand van een hoop gegevens het aantal thiolgroepen&lt;br /&gt;
# Gegeven het tripeptide ADY en een stukje esDNA: geef het verband&lt;br /&gt;
# PCR: efficiÃ«ntie berekenen.&lt;br /&gt;
# Bereken uit de verhouding van de absorbantie bij 260 en 280 nm de zuiverheid van een nucleÃ¯nezuuroplossing + concentratie berekenen&lt;br /&gt;
# Mondeling:&lt;br /&gt;
#* Zonale centrifugatie + waarom is er een densiteitsgradiÃ«nt nodig&lt;br /&gt;
#* Benedictreagens + zetmeel reducerend?&lt;br /&gt;
#* Ampicilline + Tetracycline &lt;br /&gt;
#* BAPA + hoe activiteit bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 mei 2010  ===&lt;br /&gt;
# SDS-PAGE&lt;br /&gt;
#* Bespreek de staalbuffer&lt;br /&gt;
#* Waarvoor dient het stacking gel&lt;br /&gt;
#* Vergelijk deze methode met die van gelchromatografie. Voor- en nadelen (beperkingen)&lt;br /&gt;
# Geef de procedure voor het afzonderen van een plasmide (Rapid boiling method)&lt;br /&gt;
# Berekening Tris/HCl buffer + invloed van verdunning bespreken.&lt;br /&gt;
# Thioldosage: bereken aan de hand van een hoop gegevens het aantal thiolgroepen&lt;br /&gt;
# Gegeven het tripeptide ADY en een stukje esDNA: geef het verband&lt;br /&gt;
# PCR: efficiÃ«ntie berekenen.&lt;br /&gt;
# Bereken uit de verhouding van de absorbantie bij 260 en 280 nm de zuiverheid van een nucleÃ¯nezuuroplossing + concentratie berekenen&lt;br /&gt;
# Bereken welke massa van het gelyofiliseerd betalactoglobuline je moet afwegen om een bepaalde concentratie te bekomen&lt;br /&gt;
# Mondeling:&lt;br /&gt;
#* Zonale centrifugatie + waarom is er een densiteitsgradiÃ«nt nodig&lt;br /&gt;
#* Benedictreagens + zetmeel reducerend?&lt;br /&gt;
#* Ampicilline + Tetracycline &lt;br /&gt;
#* BAPA + hoe activiteit bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 mei 2010  ===&lt;br /&gt;
# Bespreek N-terminale AZ sequencing volgens DABITC/PITC-Methode &lt;br /&gt;
#*leg daarbij uit: Voordeel DABITC, Waarom koppeling bij pH 9, waarom dubbele koppeling, waarom doorbraak in watervrij midden en teken DABTH-threonine (zowel gehydrateerde als gedehydrateerde vorm)&lt;br /&gt;
# Bespreek het Sanger procede (alle stappen) en vergelijk met Maxam-Gilbert procede voor de DNA sequencing van wt/ob muizen&lt;br /&gt;
# Berekening Borax/NaOH buffer. Bereken de molariteit aan Borax en NaOH als PH=pKa&#039;+1 en I = 0.1M&lt;br /&gt;
# Bepaling activiteit Trypsine. Gegevens: 2.85 mL buffer, 25ÂµL BAPA (100 Âµmol/mL), 50 ÂµL Trypsine (o.335 g/L). A(405nm) stijgt 0.300 over 5 min. ExtinctiecoÃ«fficient bij 450 nm = 9620/M.cm. Mr = 23400&lt;br /&gt;
#*Bereken de Specifieke en de Moleculaire enzymactiviteit&lt;br /&gt;
#*Welke orde heeft de hydrolysereactie tov de BAPA concentratie? Waarom?&lt;br /&gt;
#*Schrijf de hydrolysereactie van BAPA&lt;br /&gt;
# PCR: Uit 0.5 mg plasmide (5162bp) haalt men na 25 cycli 30.5 Âµg DNA (800bp). Bereken de efficiÃ«ntie.&lt;br /&gt;
# Bereken het partieel specifiek volume van een eiwit met volgende gegevens:&lt;br /&gt;
#* d(20Â°C)= 1.00239  1.00456  1.00677  1.00899&lt;br /&gt;
#* Bij (respectievelijke) concentraties (mg/mL): 0  10  20  30&lt;br /&gt;
#Eiwitbereiding&lt;br /&gt;
#*Hoe kan men beta-lactoglobuline afzonderen uit koemelk? Bespreek.&lt;br /&gt;
#*Hoeveel moet je afwegen van een gelyofiliseerd beta-lactoglobulinepreparaat met 18% water om 5 mL oplossing te bereiden met een uiteindelijke concentratie van 0.25mM aan beta-lactoglobuline?&lt;br /&gt;
# NucleÃ¯nezuur oplossing: A(260nm) = 0.512 en A(280nm) = 0.277&lt;br /&gt;
#*Bepaal de zuiverheid van het DNA. (verhouding DNA/RNA), veronderstel dat het staal proteÃ¯nevrij is.&lt;br /&gt;
#*Schat uit de absorbantiewaarde bij 260 nm de totale concentratie aan nucleÃ¯nezuren in Âµg/mL (let op: geen extinctie of absorbantiecoÃ«fficiÃ«nt gegeven)&lt;br /&gt;
# Mondeling gedeelte:&lt;br /&gt;
#* Stel je hebt weinig eiwit en je wil eiwitconcentratie bepalen. Welke methode gebruik je ? (Biureet/Bradford/UV-spect.) + Bespreek (reagens, ...)&lt;br /&gt;
#* Benedictreagens + zetmeel reducerend?&lt;br /&gt;
#* Ampicilline + Tetracycline &lt;br /&gt;
#* Kd en Kav: bespreek&lt;br /&gt;
#* HPLC: Waarom en hoe ontgassen ?&amp;lt;/text&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marie</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=GIP&amp;diff=1615</id>
		<title>GIP</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=GIP&amp;diff=1615"/>
		<updated>2019-05-20T09:04:53Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marie: /* Vakinformatie */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verplicht vak bij biochemie en keuzevak bij chemie. Sinds 2019 telt het examen voor 30% mee.&lt;br /&gt;
Het practicum wordt door verschillende assistenten begeleid, maar Dr. Ir. Valerie De Groote is de coordinator.&lt;br /&gt;
Het examen is volledig schriftelijk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 mei 2018===&lt;br /&gt;
#Geef de belangrijkste kenmerken van het pGLO plasmide (adhv tekening) + hoe weten we dat de transformatie van competente E.coli cellen met dit plasmide gelukt is? + bespreek de rol van het ara operon bij de expressie van GFPuv + oefening: absorbantiedata gegeven, bepaal DNA/RNA verhouding en concentratie nucleïnezuren (ga uit dat er geen proteïnen in het mengsel aanwezig zijn)&lt;br /&gt;
#Wat is de molariteit van borax en HCl bij een boraxbuffer met pH=pKa-1 en I=0.1M? + Gaat de pH van deze borax buffer wijzigen bij toevoegen van KSCN onder constante temperatuur?&lt;br /&gt;
#Opzuivering van GFPuv vanuit bacterieel cellysaat. Bespreek hoe we dit uitgevoerd hebben, en geef van elke stap het doel en het biochemisch werkingsmechanisme.&lt;br /&gt;
#Tekening van plasmidegel gegeven, zonder benamingen bij, vul aan op de stippellijntjes (welke laan is getransformeerd, welk bandje is wat, welk is de positieve en de negatieve pool,...)&lt;br /&gt;
#Enzymkinetiek: grafiek gegeven + hele hoop data, bepaal specifieke enzyme activiteit en Kcat (dus zoals bij trypsine, maar dan zonder tussenstappen)&lt;br /&gt;
#Meerkeuze met giscorrectie&lt;br /&gt;
#*waarvoor dient BSA bij bepaalde proef&lt;br /&gt;
#*welk alcohol wordt gebruikt bij de precipitatie van DNA&lt;br /&gt;
#*welk enzyme wordt gebruikt bij een standaard PCR reactie&lt;br /&gt;
#*welk 4bp stukje gaat het meest waarschijnlijke een herkenningsplek zijn voor restrictie-enzymes&lt;br /&gt;
#*wat is géén goede eigenschap voor een primer&lt;br /&gt;
#*geef het meest negatieve tetrapeptide (adhv drielettercode aminozuren)&lt;br /&gt;
#*wat gaat er wijzigen bij een Lineweaver Burke grafiek indien een competitieve inhibitor toegevoegd wordt?&lt;br /&gt;
#*welke uitspraak klopt niet voor een michaelis menten grafiek?&lt;br /&gt;
#*welk component van de STET buffer zorgt voor dodelijke wateropname bij bacteriën?&lt;br /&gt;
#*proteïne is stabiel bij pH 5.5, welk bufferkoppel kies je?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 mei 2017===&lt;br /&gt;
#Bespreek het pUC19 plasmide (blue-white screening) + oefening met DNA/RNA verhouding&lt;br /&gt;
#Tris-HCl buffer berekenen, invloed temperatuur en verdunning&lt;br /&gt;
#Opzuivering GFPuv vertrekkende van bacterieel cellysaat&lt;br /&gt;
#Oefening enzymekinetiek: berekenen van specifieke enzyme activiteit en molaire activiteit&lt;br /&gt;
#Er is een SDS PAGE van eiwit x met enkel SDS uitgevoerd. Hierbij zagen we 3 bandjes (160kDa, 100 kDa en 40 kDa). Daarna is er met hetzelfde eiwit x SDS PAGE uitgevoerd met SDS en DTT. Hierbij zagen we ook 3 bandjes (100 kDa, 80 kDa, 40 kDa). Verklaar wat er gebeurt is en uit hoeveel subeenheden eiwit x bestaat&lt;br /&gt;
#3 methoden om proteïnen te laten neerslaan + de zachtste methode van de 3 aanduiden&lt;br /&gt;
#Multiple choice&lt;br /&gt;
#*hoe DNA neerslaan&lt;br /&gt;
#*waarvoor dient BSA&lt;br /&gt;
#*proteine in pH 5.5, welke buffer kies je&lt;br /&gt;
#*iets over Michaelis-Menten&lt;br /&gt;
#*iets over Lineweaver-burk&lt;br /&gt;
#*STET (water onttrekking)&lt;br /&gt;
#*Primers (welke is geen goede eigenschap)&lt;br /&gt;
#*Restrictie-enzymen (welk fragment wordt het best herkend)&lt;br /&gt;
#*welk proteine is het meest negatief bij ph=7&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 mei 2016===&lt;br /&gt;
#Bespreek het pGLO plasmide (tekening gegeven), identificatie van transformanten&lt;br /&gt;
#Opzuiveren van GFP vertrekkende van bacterieel cellysaat&lt;br /&gt;
#Maak een buffer met borax, HCl en NaOH met I=0,1M en pH = Pka&#039;-1. Invloed KSCN &lt;br /&gt;
#Absorbantie bij 260 en 280 van nucleotidenmengsel gegeven, DNA/RNA-verhouding berekenen, concentraties berekenen&lt;br /&gt;
#oef met zeer veel gegevens om de specifieke activiteit en de moleculaire activiteit te berekenen.&lt;br /&gt;
#Er is een SDS PAGE van eiwit x met enkel SDS uitgevoerd. Hierbij zagen we 3 bandjes (160kDa, 100 kDa en 40 kDa). Daarna is er met hetzelfde eiwit x SDS PAGE uitgevoerd met SDS en DTT. Hierbij zagen we ook 3 bandjes (100 kDa, 80 kDa, 40 kDa). Verklaar wat er gebeurt is en uit hoeveel subeenheden eiwit x bestaat.&lt;br /&gt;
#3 proeven waarbij SDS gebruikt is&lt;br /&gt;
#Multiple choice, thema&#039;s:&lt;br /&gt;
#*STET (welk component zorgt voor water onttrekking)&lt;br /&gt;
#*Restrictie-enzymen ( welk fragment wordt het makkelijkst herkend)&lt;br /&gt;
#*Primers ( eigenschappen goede primers)&lt;br /&gt;
#*Welk proteÃ¯ne is het meest negatief bij pH 7&lt;br /&gt;
#*LB grafiek en MM&lt;br /&gt;
#*Welk alcohol werkt gebruikt voor DNA precipatie?&lt;br /&gt;
#*...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 mei 2015===&lt;br /&gt;
#Geef de functie van SDS in drie verschillende proeven waarin het gebruikt werd&lt;br /&gt;
#bespreek het pGLO-plasmide (tekening gegeven), identificatie van transformanten&lt;br /&gt;
#Opzuivering van GFP: welke stappen zijn er gebeurd en geef van elke stap het doel en het biochemisch werkingsmechanisme.&lt;br /&gt;
#Molaire en specifieke activiteit van een proteine berekenen obv absorbantiedata, analoog aan de oefening met trypsine maar je krijgt dus geen tussenstapjes&lt;br /&gt;
#Absorbantie bij 260 en 280 van nucleotidenmengsel gegeven, DNA/RNA-verhouding berekenen, concentraties berekenen&lt;br /&gt;
#Borax-HCl-buffer berekenen, invloed van KSCN&lt;br /&gt;
#Bandjes op een plasmidegel benoemen&lt;br /&gt;
#Een aantal multiple choice vraagjes met giscorrectie: thema&#039;s:&lt;br /&gt;
#*aminozuren (lading obv drielettercode)&lt;br /&gt;
#*MM-kinetica&lt;br /&gt;
#*STET-buffer&lt;br /&gt;
#*...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 mei 2009  ===&lt;br /&gt;
# SDS-PAGE&lt;br /&gt;
#* Bespreek de staalbuffer&lt;br /&gt;
#* Waarvoor dient het stacking gel&lt;br /&gt;
#* Vergelijk deze methode met die van gelchromatografie. Voor- en nadelen (beperkingen)&lt;br /&gt;
# Geef de procedure voor het afzonderen van een plasmide (Rapid boiling method)&lt;br /&gt;
# Berekening Tris/HCl buffer + invloed van verdunning bespreken.&lt;br /&gt;
# Thioldosage: bereken aan de hand van een hoop gegevens het aantal thiolgroepen&lt;br /&gt;
# Gegeven het tripeptide ADY en een stukje esDNA: geef het verband&lt;br /&gt;
# PCR: efficiÃ«ntie berekenen.&lt;br /&gt;
# Bereken uit de verhouding van de absorbantie bij 260 en 280 nm de zuiverheid van een nucleÃ¯nezuuroplossing + concentratie berekenen&lt;br /&gt;
# Mondeling:&lt;br /&gt;
#* Zonale centrifugatie + waarom is er een densiteitsgradiÃ«nt nodig&lt;br /&gt;
#* Benedictreagens + zetmeel reducerend?&lt;br /&gt;
#* Ampicilline + Tetracycline &lt;br /&gt;
#* BAPA + hoe activiteit bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 mei 2010  ===&lt;br /&gt;
# SDS-PAGE&lt;br /&gt;
#* Bespreek de staalbuffer&lt;br /&gt;
#* Waarvoor dient het stacking gel&lt;br /&gt;
#* Vergelijk deze methode met die van gelchromatografie. Voor- en nadelen (beperkingen)&lt;br /&gt;
# Geef de procedure voor het afzonderen van een plasmide (Rapid boiling method)&lt;br /&gt;
# Berekening Tris/HCl buffer + invloed van verdunning bespreken.&lt;br /&gt;
# Thioldosage: bereken aan de hand van een hoop gegevens het aantal thiolgroepen&lt;br /&gt;
# Gegeven het tripeptide ADY en een stukje esDNA: geef het verband&lt;br /&gt;
# PCR: efficiÃ«ntie berekenen.&lt;br /&gt;
# Bereken uit de verhouding van de absorbantie bij 260 en 280 nm de zuiverheid van een nucleÃ¯nezuuroplossing + concentratie berekenen&lt;br /&gt;
# Bereken welke massa van het gelyofiliseerd betalactoglobuline je moet afwegen om een bepaalde concentratie te bekomen&lt;br /&gt;
# Mondeling:&lt;br /&gt;
#* Zonale centrifugatie + waarom is er een densiteitsgradiÃ«nt nodig&lt;br /&gt;
#* Benedictreagens + zetmeel reducerend?&lt;br /&gt;
#* Ampicilline + Tetracycline &lt;br /&gt;
#* BAPA + hoe activiteit bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 mei 2010  ===&lt;br /&gt;
# Bespreek N-terminale AZ sequencing volgens DABITC/PITC-Methode &lt;br /&gt;
#*leg daarbij uit: Voordeel DABITC, Waarom koppeling bij pH 9, waarom dubbele koppeling, waarom doorbraak in watervrij midden en teken DABTH-threonine (zowel gehydrateerde als gedehydrateerde vorm)&lt;br /&gt;
# Bespreek het Sanger procede (alle stappen) en vergelijk met Maxam-Gilbert procede voor de DNA sequencing van wt/ob muizen&lt;br /&gt;
# Berekening Borax/NaOH buffer. Bereken de molariteit aan Borax en NaOH als PH=pKa&#039;+1 en I = 0.1M&lt;br /&gt;
# Bepaling activiteit Trypsine. Gegevens: 2.85 mL buffer, 25ÂµL BAPA (100 Âµmol/mL), 50 ÂµL Trypsine (o.335 g/L). A(405nm) stijgt 0.300 over 5 min. ExtinctiecoÃ«fficient bij 450 nm = 9620/M.cm. Mr = 23400&lt;br /&gt;
#*Bereken de Specifieke en de Moleculaire enzymactiviteit&lt;br /&gt;
#*Welke orde heeft de hydrolysereactie tov de BAPA concentratie? Waarom?&lt;br /&gt;
#*Schrijf de hydrolysereactie van BAPA&lt;br /&gt;
# PCR: Uit 0.5 mg plasmide (5162bp) haalt men na 25 cycli 30.5 Âµg DNA (800bp). Bereken de efficiÃ«ntie.&lt;br /&gt;
# Bereken het partieel specifiek volume van een eiwit met volgende gegevens:&lt;br /&gt;
#* d(20Â°C)= 1.00239  1.00456  1.00677  1.00899&lt;br /&gt;
#* Bij (respectievelijke) concentraties (mg/mL): 0  10  20  30&lt;br /&gt;
#Eiwitbereiding&lt;br /&gt;
#*Hoe kan men beta-lactoglobuline afzonderen uit koemelk? Bespreek.&lt;br /&gt;
#*Hoeveel moet je afwegen van een gelyofiliseerd beta-lactoglobulinepreparaat met 18% water om 5 mL oplossing te bereiden met een uiteindelijke concentratie van 0.25mM aan beta-lactoglobuline?&lt;br /&gt;
# NucleÃ¯nezuur oplossing: A(260nm) = 0.512 en A(280nm) = 0.277&lt;br /&gt;
#*Bepaal de zuiverheid van het DNA. (verhouding DNA/RNA), veronderstel dat het staal proteÃ¯nevrij is.&lt;br /&gt;
#*Schat uit de absorbantiewaarde bij 260 nm de totale concentratie aan nucleÃ¯nezuren in Âµg/mL (let op: geen extinctie of absorbantiecoÃ«fficiÃ«nt gegeven)&lt;br /&gt;
# Mondeling gedeelte:&lt;br /&gt;
#* Stel je hebt weinig eiwit en je wil eiwitconcentratie bepalen. Welke methode gebruik je ? (Biureet/Bradford/UV-spect.) + Bespreek (reagens, ...)&lt;br /&gt;
#* Benedictreagens + zetmeel reducerend?&lt;br /&gt;
#* Ampicilline + Tetracycline &lt;br /&gt;
#* Kd en Kav: bespreek&lt;br /&gt;
#* HPLC: Waarom en hoe ontgassen ?&amp;lt;/text&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marie</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Statistiek_%26_Data-analyse&amp;diff=1594</id>
		<title>Statistiek &amp; Data-analyse</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Statistiek_%26_Data-analyse&amp;diff=1594"/>
		<updated>2019-01-30T08:34:27Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marie: /* 28 januari 2019 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt; [[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
 [[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2019===&lt;br /&gt;
#Bewijs dat S² een onvertekende schatter is van sigma².&lt;br /&gt;
#*Betekend dit dat S ook een overtekende schatter is van sigma? Verklaar kort.&lt;br /&gt;
#Nog iets...&lt;br /&gt;
#Een deel van het Lam gods was gestolen vroeger en enkele jaren geleden is het teruggevonden. De kans dat het om een authentiek deel gaat is 70%. 2 experts bekijken dit om na te gaan of het om een authentiek deel gaat of niet. De 1ste expert is correct in 80% van de gevallen en de 2de expert in 90% van de gevallen.&lt;br /&gt;
#*Wat is de kans dat de 1ste expert zegt dat het om een authentiek deel gaat en de 2de expert zegt dat het om een vals deel gaat.&lt;br /&gt;
#*Nog iets...&lt;br /&gt;
#Een bepaald soort hond? wordt geboren in 1 kleur maar tegen dat het volwassen is, heeft het witte vlekken gekregen. 98% van de volwassen honden hebben een witte punt aan hun staart. Er zijn net 12 pups geboren.&lt;br /&gt;
#*Wat is de kans dat hoogstens 10 van de 12 pups, later een witte punt aan hun staart gaan hebben?&lt;br /&gt;
#*Als er 1300 pups geboren worden, wat is de kans dat minstens 1280 pups later een witte punt aan hun staart krijgen?&lt;br /&gt;
#Het koopgedrag is onderzocht tijdens de feestperiode. Er is een gemiddelde en standaarddeviatie gegeven. Kan men besluiten, met een hypothesetest, of het gemiddelde uitgegeven bedrag minder dan 50 euro is.&lt;br /&gt;
#Nog iets...&lt;br /&gt;
#Anova script gegeven, zoals in de oefeningen de lege plaatsen opvullen. Regressievergelijking opstellen, hypothesetest of een regressie zinvol is. R² berekenen. Aantonen met een hypothesetest of er een monotoon verband is tussen X en Y.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 JANUARI 2018===&lt;br /&gt;
#* Bewijs de geheugenloosheid van de exponentiële verdeling.&lt;br /&gt;
#* Bewijs E[k(x)l(y)] waarbij x en y onafhankelijk en continu zijn.&lt;br /&gt;
#* Bereken E[(x)(y^2)] waarbij x exponentieel verdeeld is met verwachte waarde 0.5 en y~N&lt;br /&gt;
# De kans dat Anke naar statestiek gaat is 0.8 en de kans dat Bruno naar statestiek gaat is 0.6.&lt;br /&gt;
#* Bereken de kans dat minstens 1 van de 2 naar statestiek gaat wanneer deze variabelen onafhankelijk zijn.&lt;br /&gt;
#* De veriabelen zijn toch afhankelijk. De kans dat Anke aanwezig is en Bruno niet is 0.65. Bereken de kans dat Anke niet aanwezig is als gegeven dat Bruno aanwezig is.&lt;br /&gt;
#* Er zijn dubbel zoveel hoorcolleges dan oefenzittingen. Wat is de kans dat je willekeurig naar statestiek gaat en dit een hoorcollege is?&lt;br /&gt;
#* Bruno gaat naar elke oefenzitting. Wat is de kans dat hij aanwezig is tijdens een hoorcollege?&lt;br /&gt;
# Y-X is bivariaat normaal verdeeld met X de lengte van vrouwen in cm en Y de lengte van mannen in cm. Het gemiddelde van X is 165 en van Y is 175. Ze hebben beiden een variantie van 4 en de covariantie is 8.&lt;br /&gt;
#* Welke verdeling is dit? Bereken het gemiddelde en de variantie van de verschilfunctie.&lt;br /&gt;
#* Bereken de kans dat in een willekeurig koppel de vrouw groter is dan de man.&lt;br /&gt;
#* Bereken de kans dat in een willekeurig koppel de man en de vrouw groter zijn 170 cm.&lt;br /&gt;
# Een experiment wordt een 27 keer herhaald. Er is een gemiddelde en een standaardafwijking gegeven. &lt;br /&gt;
#* Bereken het betrouwbaarheidsinterval met alfa=0.05 en welke voorwaarden gelden er?&lt;br /&gt;
#* Bereken het betrouwbaarheidsinterval in het geval de standaardafwijking onbekend is en leg uit of dit breder wordt.&lt;br /&gt;
#* Bereken het betrouwbaarheidsinterval met alfa=0.01.&lt;br /&gt;
#* Hoevaak moet het experiment herhaald worden om een maximale foutenmarge van 0.001 te bekomen?&lt;br /&gt;
# 20 Cavia&#039;s krijgen 0.5 mg Calcium toegevoegd en 20 andere cavia&#039;s krijgen 2 mg Calcium toegediend.&lt;br /&gt;
#* Test of de hoeveelheid Calcium een invloed heeft op de lengte van de tanden waarvoor een gemiddelde en variantie voor beiden groepen gegeven is. Hier moet een volldedige hypothesetest uitgevoerd worden. &lt;br /&gt;
# Een examen bestaat uit 10 meerkeuzenvragen met 3 opties waarvan er telkens 1 juist is.&lt;br /&gt;
#* Wanneer je elke vraag gokt is de kans om te slagen gelijk aan 0.2131, toon dit aan.&lt;br /&gt;
#* Bepaal deze kans ook benaderend met een discrete verdeling en verklaar of dit een goede benadering is.&lt;br /&gt;
#* 200 studenten gokken bij elke vraag. Bereken de kans dat er strikt meer dan 50 geslaagd zijn.&lt;br /&gt;
# Er is een ANOVA-script gegeven.&lt;br /&gt;
#* Bepaal de regressierechte. Voor alfa was de t-waarde en de standaard fout gegeven. Voor beta niet, dit moest volgens mij met het gemiddelde van x en y die wel gegeven waren.&lt;br /&gt;
#* Test of dit een zinvolle regressierechte is met berekening teststatistiek, P-waarde en besluit.&lt;br /&gt;
#* R^2 berekenen en uitleggen.&lt;br /&gt;
#* Y berekenen met x=90.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JANUARI 2017===&lt;br /&gt;
# eerste vraag waren 4 juist/fout vragen &lt;br /&gt;
#* als X en Y normaal verdeeld zijn, is de som dan altijd normaal verdeeld&lt;br /&gt;
#* iets me benadering van steekproefgem en populatiegem&lt;br /&gt;
#* iets me E(X) of da bij toevalsvariabele gelijk is aan het gem &lt;br /&gt;
#* ... weet ik ni meer exact, ge moet gewoon juist of fout aanduiden, ni uitleggen&lt;br /&gt;
# tweede vraag waren twee bewijzen (me Var(a+bX+cY) en E(a+bX+cY) en dan altijd zo bijvragen van a-e zo Var en E uitrekenen en mediaan berekenen, cumulatieve frequentie tekenen.. en dan iets me X+Y en kansen daarvan berekenen beetje vaag haha&lt;br /&gt;
# dan twee vragen op kansen ook met altijd zo deelvraagjes, eerste was over dat er verschillende sets van 20 stuks zijn en ge ga na hoeveel defecte er zijn, ge hebt enkele gegevens gegeven vb. Kans op geen defecte elementen in uw set van 20 is 70%, kans op juist 1 defect element is 20% enz. Daar dan allemaal kans vragen op, vb. Wat is de kans da als ge willekeurig een lot van 20 neemt, en ge weet da er exact 1 defect is, wa is dan de kans da als ge er twee willekeurige uitneemt da die ni defect zijn enzovoort.. &lt;br /&gt;
# Dan een kansoefening met een kind da 10 keer me een dobbelsteen mag gooien en elke keer als die 6 gooit krijgt die een cadeau, wa is dan de kans da die meer als 3 cadeaus krijgt enzovoort, welke kansverdeling is da en bereken ook benaderend en zo van die deelvragen, ook nog als ze die traditie 35 jaar zouden doen en die jongen mag elke keer gooien op zijn bday wa is dan de kans da die meer dan 55 cadeaus krijgt&lt;br /&gt;
# en dan nog twee hypothesetesten waarvan ene met R output. De ene vraag was over herseninhoud, ze willen zien of de herseninhoud van een 75 jarige persoon gekropen is tov een 25 jarige persoon, ge hebt dan een lijst gekregen me gegevens en een R output waarin t waarde, P waarde, df ontbreken en aan de hand van die output moet ge dan dingen berekenen mbv hypothesetesten, ook output van een betrouwbaarheidsinterval en da interpreteren. De andere ging over het feit da er ooit gezegd is geweest da er dobbelstenen bestaan die &amp;quot;niet gelijk&amp;quot; zijn dus die ni eerlijk zijn, ge krijg een tabel me kansen en moet dan hypothesetesten uitvoeren om te zien of die dobbesltaan vervalst was of ni, weer Teststatistiek opstellen, testwaarde berekenen, interpreteren... en dan een tabel me ietske andere waardes van die dobbelstaan me de vraag of die P waarde dan hetzelfde blijft&lt;br /&gt;
# en nog een oefening over laatste hoofdstuk met die lineaire regressie ook me allemaal deelvraagjes ; de lineaire regressie opstellen en dan s^2 uitrekenen, ge hebt sx sy sxy enzo gegeven, en dan moet ge daar hypothese en teststatistiek ook doen dacht ik (bij elke hypothesetest vraagt ze teststatistiek, testwaarde , P waarde interpreteren etc) en dan geeft ze ook nog een R^2 waarde die ge moet interpreteren..&lt;br /&gt;
Ik denk da het zoiets ongeveer was haha, en ge had 3u30min tijd :)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Juist/fout, Var(bx)=b²Var(x) aantonen&lt;br /&gt;
#rekenen met kansen&lt;br /&gt;
#Exponentiele verdeling, laptop heeft een gemiddelde leeftijd van 4 jaar, geef verdelingsfunctie, bepaal kans dat laptop langer leeft...&lt;br /&gt;
#Hypothesetesten&lt;br /&gt;
#R script van ANOVA tabel, ontbrekende waardes aanvullen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 januari 2015===&lt;br /&gt;
#Beschouw twee toevalsvariabele X en Y = g(X) met g een monotone functie dan is:&lt;br /&gt;
##E(Y) = g (E (X)) ?&lt;br /&gt;
##Med(Y) = g ( Med (X)) ?&lt;br /&gt;
##Med(Y) = g( E (X))Â ?&lt;br /&gt;
##IQR (Y) = g (IQR (X)) ?&lt;br /&gt;
#In Vlaanderen verspreid de groothandel 2000 porties everzwijnsvlees over 15 restaurants. Neem aan dat exact 11 porties hiervan besmet zijn met een virus. In leuven leverde de groothandel 250 (onafh.) porties vlees:&lt;br /&gt;
##hoeveel besmette porties vlees verwacht men in Leuven?&lt;br /&gt;
##Hoe groot is de kans dat minstens 2 porties vlees in Leuven besmet zijn met het virus?&lt;br /&gt;
###Bereken deze kans exact&lt;br /&gt;
###Bereken een benadering van deze kans&lt;br /&gt;
###Is de benaderde kans die je vond een goede benadering voor de kans die je vond? Waarom wel/niet?&lt;br /&gt;
#Mannelijke radiologen worden blootgesteld aan straling. Onderzoekers beweren dat deze frequente blootstelling de kans op mannelijke nakomelingen zou beÃ¯nvloeden. Uit een studie van 31 radiologen, bleek dat 30 van de 87 nakomelingen mannen waren. Kan je op basis van deze studie besluiten dat een frequente blootstelling aan straling een significante invloed heeft op de kans op mannelijke nakomelingen voor een man? Î± = 0.05, normale omstandigheden de kans op mannelijke omstandigheden 50% bedraagt.&lt;br /&gt;
##Formuleer een geschikte H0 en H1 op deze vraag&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek, de (benaderde) verdeling ervan onder H0 en de testwaarde voor deze steekproef.&lt;br /&gt;
##Bereken de (benaderde) P-waarde. Geef de formule en de waarde ervan in deze steekproef.&lt;br /&gt;
##Formuleer een zo volledig mogelijk besluit op basis van de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Bepaal ook het 98% BI voor de kans op mannelijke nakomelingen. Wat besluit je?&lt;br /&gt;
##Wat is de betekenis van een type 2 fout bij deze hypothese test in deze situatie?&lt;br /&gt;
##R-script gegeven met ontbrekende gegevens. Deze worden gevraagd + andere vraagjes&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 januari 2016 (VM)===&lt;br /&gt;
Hier missen nog bijna gegarandeerd enkele deelvraagjes, dus als je dit examen ook gemaakt hebt (en je weet er nog iets van), vul dan aan a.u.b.&lt;br /&gt;
#Enkele vragen i.v.m. verdelingen, hun kenmerken, proporties en kansen.&lt;br /&gt;
#Zij (X, Y) een bivariate normaalverdeling met mu = (2, 2) en sigma = ((1, 0.4), (0.4, 1)). Is dan Var(2X - Y) = 3.4?&lt;br /&gt;
#Zij X een continu verdeelde variabele met frequentie f(x). Zij a en b reÃ«ele getallen, bewijs dan dat:   E(a + bX) = a + b*E(X)  en Var(a + bX) = b^2 * E(X)&lt;br /&gt;
#We hebben thuis een alarm geÃ¯nstalleerd. Bij inbraak gaat het met 96% zekerheid af, maar op andere nachten is er ook een kans van 0.3% dat het afgaat vanwege storingen. In onze buurt is er een kans van 3% dat er op een gegeven nacht in een gegeven huis wordt ingebroken. Vannacht gaat het alarm af, hoe groot is de kans dat er werkelijk een inbraak is?&lt;br /&gt;
#Gegeven: een 2x3 relatieve frequentietabel. Aan de ene kant: mannen en vrouwen, aan de andere kant of de groep een slecht, middelmatig of goed oriÃ«ntatievermogen heeft. Rij van de mannen = (1/10, 1/20, 1/2), rij van de vrouwen = (1/5, 1/10, 1/20). Waar of fout:&lt;br /&gt;
##De kans dat een willekeurige vrouw een goed oriÃ«ntatievermogen heeft is 1/7.&lt;br /&gt;
##De verwachte waarde voor mannen en vrouwen zijn gelijk.&lt;br /&gt;
#Gegeven: de gemiddelde Belgische vrouw heeft een lengte van 168.1cm, met een standaardafwijking van 5.3cm.&lt;br /&gt;
##Clara is 180.3cm groot. Hoeveel percent van de Belgische vrouwen is kleiner dan Clara?&lt;br /&gt;
##Stella is kleiner dan 95% van de Belgische vrouwen. Wat is haar maximale hoogte?&lt;br /&gt;
##Hier aan de faculteit zijn er 354 vrouwen. Hoe groot is de kans dat exact twee vrouwen kleiner zijn dan haar (neem hiervoor Stellas maximale mogelijke lengte). Bereken deze exact.&lt;br /&gt;
##Bereken de kans op benaderende wijze. Is dit een goede benadering?&lt;br /&gt;
#Gegeven: de uitslagen van de verkiezingen van mei 2014 en een peiling van 2013. Beiden zijn lijsten van zeven partijen en &amp;amp;quot;Overige&amp;amp;quot;, elk met een corresponderend percentage. Bepaal op significantieniveau 0.05 of deze peiling de verkiezingsresultaten kan voorstellen.&lt;br /&gt;
##Kies gepaste hypothesen voor je test uit te voeren.&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek, verdeling en testwaarde van je test.&lt;br /&gt;
##Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Vorm een besluit.&lt;br /&gt;
#In een fabriek worden er dagelijks 5000 dozen pralines geproduceerd. Elke doos beweert 250g te wegen. Een nieuwe kwaliteitscontroleur (&amp;amp;quot;een jonge snaak&amp;amp;quot; zoals zij het verwoordden) neemt op een dag lukraak 20 dozen uit de productie voor inspectie. Het gemiddelde van deze steekproef is 243.7g met een variantie van 6.91 g^2. Test op significantieniveau 0.05 of de fabriek systematisch te lichte dozen maakt.&lt;br /&gt;
#Kies gepaste hypothesen voor je test uit te voeren.&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek, verdeling en testwaarde van je test.&lt;br /&gt;
##Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Vorm een besluit.&lt;br /&gt;
#Geef het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde van de dagproductie. Geef de definitie van het 95%- betrouwbaarheidsinterval en leg uit wat dit concreet betekent in deze situatie.&lt;br /&gt;
#Leg uit wat een type-I en type-II fout concreet betekenen in deze situatie.&lt;br /&gt;
#Gegeven: output van summary en anova in R.&lt;br /&gt;
##Vul aan: SSM, MSM, MSE, F-waarde, P(F &amp;amp;gt; f) en voor de slope: t-waarde en P(T &amp;amp;gt; t).&lt;br /&gt;
##Voer een hypothesetest uit omtrent H0: alfa = 0 versus H1: alfaÂ != 0&lt;br /&gt;
##Geef de regressierechte.&lt;br /&gt;
##Geef R^2 en leg uit wat deze waarde betekent.&lt;br /&gt;
===26 Januari 2015 (nieuwe prof?) ===&lt;br /&gt;
#Duid aan welke stellingen kloppen en verantwoord: Van een kwantielplot kan je aflezen of:&lt;br /&gt;
##2 variabelen afhankelijk zij van elkaar.&lt;br /&gt;
##er een lineair verband is tussen 2 variabelen&lt;br /&gt;
##een variabale uit een bepaalde verdeling komt&lt;br /&gt;
##2 variabelen bivariaat normaal verdeeld zijn&lt;br /&gt;
#Duid aan welke stellingen kloppen en verantwoord: Indien (X,Y) bivariaatnormaal verdeelde toevalsvariabelen met populatiecorrelatiecoÃ«fficiÃ«nt p en:&lt;br /&gt;
##H0: p=0 vs H1:p=/=0&lt;br /&gt;
##Een p-waarde &amp;amp;lt;alfa oplevert kan je op significantieniveau alfa:&lt;br /&gt;
##besluiten dat er een lineair verband is tussen X en Y, mogelijks monitoon&lt;br /&gt;
##besluiten dat er een monotoon verband is tussen X en Y&lt;br /&gt;
##niet verwerpen dat er een lineair verband is tussen X en Y, mogelijks lieair&lt;br /&gt;
##niet verwerpen dat er een monotoon verband tussen X en Y.&lt;br /&gt;
#Levensduur van een laptop is exponentieel verdeeld. Verwacht wordt dat een laptop 3 jaar meegaat. Kans dat een laptop langers dan 3jaar meegaat voor een voorzichtige student is 55%, voor een slordige student is dit 30%.&lt;br /&gt;
##Toon aan dat de kans dat een laptop langer als 3jaar meegaat, zonder rekening te houden met voorzichtigheid = 36.79%&lt;br /&gt;
##HoeveelÂ % van de studenten is slordig?&lt;br /&gt;
##Jan heeft 3 jaar zijn laptop, wat is de kans dat hij er voorzichtig mee omgaat?&lt;br /&gt;
#Het aantal vogels dat voederplaatsen bezoekt wordt verwacht op 35 door Natuurpunt. Dit jaar werden in 100 tuinen gemiddeld 41 vogels per tuin waargenomen met een standaarddeviatie van 24. Is het gemiddeld aantal vogels per tuin dit jaar groter dan verwacht door Natuurpunt?&lt;br /&gt;
##H0 en H1?&lt;br /&gt;
##Welke teststatistiek gebruik je? Wat is de verdeling ervan onder H0?&lt;br /&gt;
##Welke veronderstellingen maak je om deze test te mogen uitvoeren?&lt;br /&gt;
##Bereken de testwaarde&lt;br /&gt;
##Bereken de (benaderende) p-waarde, geef de formule en de (benaderende) waarde ervan.in deze steekproef.&lt;br /&gt;
##Maak een schets en duid er de testwaarde en p-waarde op aan.&lt;br /&gt;
##Wat besluit je op basis van de p-waarde?&lt;br /&gt;
##Maak je hierbij mogelijk een type I of type II fout?&lt;br /&gt;
#De ontkieming van zaden werd onderzocht bij licht en schemerdonker. 86 van de 100 zaden ontkiemden bij licht, 60 van de 80 zaden ontkiemden bij schemerdonker. 4.1 Onderzoek als er meer zaden ontkiemen bij licht dan schemerdonker, formuleer besluit op significantieniveau 0.05.&lt;br /&gt;
##H0 en H1?&lt;br /&gt;
##Teststatistiek, benaderende verdeling onder H0 en testwaarde&lt;br /&gt;
##p-waarde? Geef uitdrukking met kans als de (benaderende) waarde.&lt;br /&gt;
##Formuleer een zo volledig mogelijk besluit.&lt;br /&gt;
#Stel een 80% betrouwbaarheidsinterval op voor de proportie van zaden die bij licht ontkiemen.&lt;br /&gt;
##Wat is de betekenis van dit betrouwbaarheidsinterval?&lt;br /&gt;
##Vraagjes met R-output (gegevens van ANOVA kunnen berekenen, RÂ² kunnen geven + betekenis,...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 januari 2014===&lt;br /&gt;
#Juist of fout. Leg uit en indien nodig verbeter.&lt;br /&gt;
#een exp (Î») met Î»&amp;amp;gt;0 geeftÂ Î£xi ~ N(n/Î» , n/Î»Â²)&lt;br /&gt;
#als X en Y normaal verdeeld zijn, dan is X - Y eveneens normaal verdeeld&lt;br /&gt;
#(weet ik niet meer)&lt;br /&gt;
#een symmetrische histogram is een grafische voorstelling van normaal verdeelde resultaten.&lt;br /&gt;
#Een kansberekeningsvraag: in een winkel geven klanten gemiddeld 70euro uit met een standaardeviatie van 20euro.&lt;br /&gt;
#Wat is de kans dat iemand in de winkel meer dan 40euro uitgeeft?&lt;br /&gt;
#Er staan 10 klanten in de rij aan te schuiven van de kassa. Wat is de kans dat 3 klanten minder dan 40euro uitgeven?&lt;br /&gt;
#Er staan nu 100 klanten in de rij van de kassa aan te schuiven. Wat is de kans dat minstens 30 klanten minder dan 40euro uitgeven?&lt;br /&gt;
#Betrouwbaarheidsinterval vraag:Er wordt een onderzoek gedaan naar de voorkeur van lezers, welke soort drager (papier, e-book, ...) zij verkiezen om te lezen. Er werden 1000 mensen ondervraagd, waarvan 93% zei dat ze het liefst papier als drager gebruiken om te lezen. 62% leest een krant het liefste met papier als drager. 8 op 10 zegt dat ze boeken het liefst lezen als papier de drager is.&lt;br /&gt;
#Zoek het 95% BI voor de mensen die het liefste lezen met papier als dragen&lt;br /&gt;
#Zoek het 99% BI voor de mensen die kranten het liefste lezen met papier als drager.&lt;br /&gt;
#Leg de betekenis van het laatste BI zo grondig mogelijk uit.&lt;br /&gt;
#Hypothesevraag met Î±= 0,05:Een schoenenverkoopster beweert dat vrouwen met een kleine schoenmaat schoenen kopen waarvan de hak gemiddeld hoger is dan de hak van vrouwen met een grote schoenmaat. De schoenverkoopster schrijft van 70 vrouwen die elk 1 paar schoenen kopen, de schoenmaat en de haklengte op. De schoenmaten worden onderverdeeld in kleine en grote schoenmaten. 31 vrouwen met kleine schoenmaat kopen schoenen met een gemiddelde haklengte van 4,39cm met een standaardvariantie van 3,14cmÂ² en 39 vrouwen met grote schoenmaat kopen schoenen met een gemiddelde haklengte van 3,45cm en een standaardvariantie van 5,16cmÂ².&lt;br /&gt;
##Stel een goede H0 en H1 op&lt;br /&gt;
##Welke veronderstellingen maak je en hoe kom je hieraan?&lt;br /&gt;
##Geeft de correcte test-statistiek&lt;br /&gt;
##Zoek de P-waarde&lt;br /&gt;
##Concludeer je resultaten en formuleer een goed antwoord.&lt;br /&gt;
##Welke fout wordt hier gemaakt, type I of type II en waarom?&lt;br /&gt;
#Hypothesevraag met Î±= 0,05: Tijdens de solden wordt een onderzoekbureau belast met de taak om te onderzoeken of er een verband bestaat tussen de gemiddelde kortingspercentages die worden gegeven door de winkels en het aantal dagen dat de solden al bezig zijn (van 3 januari tot 31 januari).(hier worden een aantal R - scripten en resultaten en grafieken van een aantal test gegeven: Pearson en Shapiro-Wilk test dacht ik. Er zijn 4 scripten gegeven: deze van de gemiddelde kortingspercanteges, van de aantal dagen dat de solden al bezig zijn, eentje waarin de 2 vorige gecombineerd zijn in een Pearson correlatie test en eentje waar ze gecombineerd zijn in een Shapiro - Wilk test)&lt;br /&gt;
##Vul de R-scripten aan door de juiste waarde in te vullen bij a) en b) (==&amp;amp;gt; a) was een getal bij df en b) was het getal bij p-value)&lt;br /&gt;
##Stel een goede H0 en H1 hypothese op&lt;br /&gt;
##Welke test statistiek gebruik je?&lt;br /&gt;
##Zoek de p-waarde aan de hand van de gegeven R-scripten&lt;br /&gt;
##Concludeer je resultaten en formuleer een goed antwoord.&lt;br /&gt;
===17 Januari 2014===&lt;br /&gt;
#Juist of fout. Leg uit en indien nodig verbeter.&lt;br /&gt;
##Als je 2 steekproeven hebt met dezelfde grote n en een gemiddelde kans p. Dan is het betrouwbaarheidsinterval van 90% het breedste bij de steekproef met de grootste p.&lt;br /&gt;
##Je hebt twee continue, afhankelijke toevalsvariabe X en Y met f(x,y) de gezamelijke dichtheid en f(x) en f(y) de marginale dichtheid voor respectievelijk X en Y. Dan geldt f(x,y) =/ f(x)f(y) voor elke mogelijke (x,y). (=/ staat voor: is niet gelijk aan)&lt;br /&gt;
##Als de whiskers van een boxplot ongeveer even groot zijn, dan is de variabele normaal verdeeld&lt;br /&gt;
##Je hebt kansmodel Exp(2). dan is P(x&amp;amp;gt;7|x&amp;amp;gt;3) = P(x&amp;amp;gt;4)&lt;br /&gt;
#Er werdt een onderzoek gedaan bij 3400 bestuurders die betrokken zijn geweest bij een ongeval. Van deze bestuurders waren 26.7% onder invloed van drugs enÂ  29.1% hadden overmatig alchol gebruikt. Men wil nagaan hoe correct de alcohol en drugtest zijn. Als je weet dan 65% positief test als ze drugs gebruikt hebbenÂ  en 80% test positief als ze overmatig alcohol gebruik. Je weet ook dat 40% negatief test en geen alchol en drugs gbruikt heeft. We nemen aan dat het samen gebruiken van alchol en drugs niet voor komt.&lt;br /&gt;
##Toon aan dat de kans dat men positief test gelijk is aan 44.8%&lt;br /&gt;
##Wat is de kans dat iemand die positief test drugs heeft gebruikt?&lt;br /&gt;
##Wat is de kans dat iemand niets gebruikt heeft indien die negatief test?&lt;br /&gt;
#Er werd een onderzoek uitgevoerd bij 5 cafÃ©gangers. Ze kregen elk 2 pijlen. De eerste keer mochten ze smijten met hun voorkeurs hand, de tweede keer moesten ze smijten met de andere hand. (Gegeven een tabel met scores) Onderzoek of de gemiddelde score met hun voorkeurshand hoger ligt dan de gemiddelde score met de andere hand.&lt;br /&gt;
##stel de hyphotheses op&lt;br /&gt;
##welke veronderstellingen maak je?&lt;br /&gt;
##welke teststatistiek gebruik je?&lt;br /&gt;
##wat is de T-waarde?&lt;br /&gt;
##wat is de P-waarde?&lt;br /&gt;
##Wat is het resultaat van deze test? Leg uit voor dit voorbeeld&lt;br /&gt;
##maak een voortstelling van de P-waarde&lt;br /&gt;
##stel dat je veronderstelling niet klopt. Welke teststatistiek gebruik je dan?&lt;br /&gt;
###Voer deze test uit:&lt;br /&gt;
###wat is de T-waarde&lt;br /&gt;
###wat is de P-waarde?&lt;br /&gt;
###Wat is het resultaat van deze test? Leg uit voor dit voorbeeld&lt;br /&gt;
##je hebt output gekregen in verband met regressie en daar wat vragen bij.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 Januari 2012===&lt;br /&gt;
#3 Meerkeuzevragen &amp;amp;amp; uitleggen waarom&lt;br /&gt;
##X1,...,X100 is Poisson verdeeld met n=51, variantie=4 --&amp;amp;gt; wat is E(X) en Var(X) van gemiddeldeXn bij normale verdeling.&lt;br /&gt;
##i.v.m. gemiddelde van steekproefgemiddelde als benadering van populatiegemiddelde --&amp;amp;gt; enkel bij normale verdeling of bij elke verdeling waar; is steekproefgemiddelde evengoed een benadering van populatiegemiddelde; ...&lt;br /&gt;
##X is niet normaal verdeeld, Y= sqrt(X) is wel normaal verdeeld: welke hypothesetesten kan je uitvoeren: H0:Âµ(X)=3 vs H1:Âµ(X)â‰ 3 en/of H0:Âµ(Y)=sqrt(3) vs H1:Âµ(Y)â‰ sqrt(3) en/of H0:Med(X)=3 vs H1:Med(X)â‰ 3 en/of H0:Med(Y)=sqrt(3) vs H1:Med(Y)â‰ sqrt(3) + teststatiestiek geven + zijn besluiten van beide testen equivalent&lt;br /&gt;
#Oefening 1: berekenen van een kans (binomiaal) exact en benaderend met continuiteitscorrectie&lt;br /&gt;
#Oefening 2: Hypothesetest vergelijken gemiddelden van 2 groepen (ongepaard, sigma&#039;s verschillend, ..)=&amp;amp;gt; De vragen hierbij waren:&lt;br /&gt;
##Formuleer de nulhypothese en de alternatieve hypothese.&lt;br /&gt;
##Welke teststatistiek gebruik je, wat is zijn waarde en welke verdeling volgt hij&lt;br /&gt;
##Bereken de p-waarde + definitie&lt;br /&gt;
##Teken deze p-waarde op een grafiek&lt;br /&gt;
##Besluit&lt;br /&gt;
##Welke aannames deed je voor deze hypothese en wordt er aan deze voldaan?&lt;br /&gt;
##Indien niet: wat zou je dan kunnen toepassen&lt;br /&gt;
##Wat betekenen type 1 en type 2 fout bij deze hypothese.&lt;br /&gt;
#Oefening 3: Je krijgt een heleboel statistica - output en een hoop vragen.&lt;br /&gt;
##Geef het regressiemodel&lt;br /&gt;
##Dan 5 vragen ivm anova tabellen, SSM SSE SST, ...&lt;br /&gt;
##Is de correlatie nuttig? stel een hypothese op&lt;br /&gt;
##BI berekenen van de rico&lt;br /&gt;
##definitie BI&lt;br /&gt;
##Aannames + nagaan modelveronderstellingen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18	Januari 2013 (VM)===&lt;br /&gt;
#Thomas Van Den Spiegel is 214 cm groot. Leg uit hoe men kan bepalen hoe groot (of hoe normaal) dit is.&lt;br /&gt;
#Gegeven een tabel met daarin de absolute frequenties van een steekproef naar het spijbelgedrag van leerlingen uit het ASO, BSO en TSO: nooit, soms, vaak. Dit is dus een 3x3 tabel.&lt;br /&gt;
#Test: meer dan 50% van de leerlingen uit het ASO spijbelt nooit.&lt;br /&gt;
##Geef H0.&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek onder H0 en de testwaarde.&lt;br /&gt;
##Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Besluit.&lt;br /&gt;
#Ga na of er een verband is tussen de waarden.&lt;br /&gt;
##Geef H0.&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek onder H0 en de testwaarde.&lt;br /&gt;
##Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Besluit&lt;br /&gt;
#Gegeven de functie  als  en anders 0. Deze stelt de tijd voor die ik nodig heb om op mijn werk te geraken.&lt;br /&gt;
##Ik moet om 9u op mijn werk zijn, wat is de kans dat ik te laat kom als ik om 7u40 vertrek?&lt;br /&gt;
##Over 200 dagen gezien als ik opnieuw om 7u40 vertrek: wat is de kans dat ik hoogstens 20 keer op die 200 dagen te laat kom?&lt;br /&gt;
#Voor een nieuw soort roomijs hebben 9 mensen geproefd en een score tussen 1 en 20 (kan ook tussen 0 en 20 zijn, ik hoop van niet). Er waren 2 scores onder 10 en 7 scores boven 10.&lt;br /&gt;
##Bepaal met een teststatistiek of het ijs lekker is (dus een score groter dan 10).&lt;br /&gt;
###Geef H0.&lt;br /&gt;
###Geef de teststatistiek onder H0 en de testwaarde.&lt;br /&gt;
###Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
###Besluit.&lt;br /&gt;
##Wat is het 95% betrouwbaarheidsinterval van de mediaan? Wat betekent dit interval concreet voor dit voorbeeld?&lt;br /&gt;
#Een lineair verband tussen de maandelijkse productie van windmolens en de hoeveelheid wind, gezien over 32 maanden. Gegeven de output van de lm-functie uit R, een paar Shapiro-Wilk tests, enkele QQ-plots en de residuplot.&lt;br /&gt;
##Is het een goed model? (of zoiets)&lt;br /&gt;
##Vul de ANOVA tabel in (enkel 1 en F zijn gegeven)&lt;br /&gt;
##Wat betekent Std. Error in die lm-functie&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marie</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Statistiek_%26_Data-analyse&amp;diff=1578</id>
		<title>Statistiek &amp; Data-analyse</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Statistiek_%26_Data-analyse&amp;diff=1578"/>
		<updated>2019-01-28T16:35:06Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marie: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt; [[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
 [[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2019===&lt;br /&gt;
#Bewijs dat S² een onvertekende schatter is van sigma².&lt;br /&gt;
#*Betekend dit dat S ook een overtekende schatter is van sigma? Verklaar kort.&lt;br /&gt;
#Nog iets...&lt;br /&gt;
#Een deel van het Lam gods was gestolen vroeger en enkele jaren geleden is het teruggevonden. De kans dat het om een authentiek deel gaat is 70%. 2 experts bekijken dit om na te gaan of het om een authentiek deel gaat of niet. De 1ste expert is correct in 80% van de gevallen en de 2de expert in 90% van de gevallen.&lt;br /&gt;
#*Wat is de kans dat de 1ste expert zegt dat het om een authentiek deel gaat en de 2de expert zegt dat het om een vals deel gaat.&lt;br /&gt;
#Nog iets...&lt;br /&gt;
#Een bepaald soort hond? wordt geboren in 1 kleur maar tegen dat het volwassen is, heeft het witte vlekken gekregen. 98% van de volwassen honden hebben een witte punt aan hun staart. Er zijn net 12 pups geboren.&lt;br /&gt;
#*Wat is de kans dat hoogstens 10 van de 12 pups, later een witte punt aan hun staart gaan hebben?&lt;br /&gt;
#*Als er 1300 pups geboren worden, wat is de kans dat minstens 1280 pups later een witte punt aan hun staart krijgen?&lt;br /&gt;
#Het koopgedrag is onderzocht tijdens de feestperiode. Er is een gemiddelde en standaarddeviatie gegeven. Kan men besluiten, met een hypothesetest, of het gemiddelde uitgegeven bedrag minder dan 50 euro is.&lt;br /&gt;
#Nog iets...&lt;br /&gt;
#Anova script gegeven, zoals in de oefeningen de lege plaatsen opvullen. Regressievergelijking opstellen, hypothesetest of een regressie zinvol is. R² berekenen. Aantonen met een hypothesetest of er een monotoon verband is tussen X en Y.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 JANUARI 2018===&lt;br /&gt;
#* Bewijs de geheugenloosheid van de exponentiële verdeling.&lt;br /&gt;
#* Bewijs E[k(x)l(y)] waarbij x en y onafhankelijk en continu zijn.&lt;br /&gt;
#* Bereken E[(x)(y^2)] waarbij x exponentieel verdeeld is met verwachte waarde 0.5 en y~N&lt;br /&gt;
# De kans dat Anke naar statestiek gaat is 0.8 en de kans dat Bruno naar statestiek gaat is 0.6.&lt;br /&gt;
#* Bereken de kans dat minstens 1 van de 2 naar statestiek gaat wanneer deze variabelen onafhankelijk zijn.&lt;br /&gt;
#* De veriabelen zijn toch afhankelijk. De kans dat Anke aanwezig is en Bruno niet is 0.65. Bereken de kans dat Anke niet aanwezig is als gegeven dat Bruno aanwezig is.&lt;br /&gt;
#* Er zijn dubbel zoveel hoorcolleges dan oefenzittingen. Wat is de kans dat je willekeurig naar statestiek gaat en dit een hoorcollege is?&lt;br /&gt;
#* Bruno gaat naar elke oefenzitting. Wat is de kans dat hij aanwezig is tijdens een hoorcollege?&lt;br /&gt;
# Y-X is bivariaat normaal verdeeld met X de lengte van vrouwen in cm en Y de lengte van mannen in cm. Het gemiddelde van X is 165 en van Y is 175. Ze hebben beiden een variantie van 4 en de covariantie is 8.&lt;br /&gt;
#* Welke verdeling is dit? Bereken het gemiddelde en de variantie van de verschilfunctie.&lt;br /&gt;
#* Bereken de kans dat in een willekeurig koppel de vrouw groter is dan de man.&lt;br /&gt;
#* Bereken de kans dat in een willekeurig koppel de man en de vrouw groter zijn 170 cm.&lt;br /&gt;
# Een experiment wordt een 27 keer herhaald. Er is een gemiddelde en een standaardafwijking gegeven. &lt;br /&gt;
#* Bereken het betrouwbaarheidsinterval met alfa=0.05 en welke voorwaarden gelden er?&lt;br /&gt;
#* Bereken het betrouwbaarheidsinterval in het geval de standaardafwijking onbekend is en leg uit of dit breder wordt.&lt;br /&gt;
#* Bereken het betrouwbaarheidsinterval met alfa=0.01.&lt;br /&gt;
#* Hoevaak moet het experiment herhaald worden om een maximale foutenmarge van 0.001 te bekomen?&lt;br /&gt;
# 20 Cavia&#039;s krijgen 0.5 mg Calcium toegevoegd en 20 andere cavia&#039;s krijgen 2 mg Calcium toegediend.&lt;br /&gt;
#* Test of de hoeveelheid Calcium een invloed heeft op de lengte van de tanden waarvoor een gemiddelde en variantie voor beiden groepen gegeven is. Hier moet een volldedige hypothesetest uitgevoerd worden. &lt;br /&gt;
# Een examen bestaat uit 10 meerkeuzenvragen met 3 opties waarvan er telkens 1 juist is.&lt;br /&gt;
#* Wanneer je elke vraag gokt is de kans om te slagen gelijk aan 0.2131, toon dit aan.&lt;br /&gt;
#* Bepaal deze kans ook benaderend met een discrete verdeling en verklaar of dit een goede benadering is.&lt;br /&gt;
#* 200 studenten gokken bij elke vraag. Bereken de kans dat er strikt meer dan 50 geslaagd zijn.&lt;br /&gt;
# Er is een ANOVA-script gegeven.&lt;br /&gt;
#* Bepaal de regressierechte. Voor alfa was de t-waarde en de standaard fout gegeven. Voor beta niet, dit moest volgens mij met het gemiddelde van x en y die wel gegeven waren.&lt;br /&gt;
#* Test of dit een zinvolle regressierechte is met berekening teststatistiek, P-waarde en besluit.&lt;br /&gt;
#* R^2 berekenen en uitleggen.&lt;br /&gt;
#* Y berekenen met x=90.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JANUARI 2017===&lt;br /&gt;
# eerste vraag waren 4 juist/fout vragen &lt;br /&gt;
#* als X en Y normaal verdeeld zijn, is de som dan altijd normaal verdeeld&lt;br /&gt;
#* iets me benadering van steekproefgem en populatiegem&lt;br /&gt;
#* iets me E(X) of da bij toevalsvariabele gelijk is aan het gem &lt;br /&gt;
#* ... weet ik ni meer exact, ge moet gewoon juist of fout aanduiden, ni uitleggen&lt;br /&gt;
# tweede vraag waren twee bewijzen (me Var(a+bX+cY) en E(a+bX+cY) en dan altijd zo bijvragen van a-e zo Var en E uitrekenen en mediaan berekenen, cumulatieve frequentie tekenen.. en dan iets me X+Y en kansen daarvan berekenen beetje vaag haha&lt;br /&gt;
# dan twee vragen op kansen ook met altijd zo deelvraagjes, eerste was over dat er verschillende sets van 20 stuks zijn en ge ga na hoeveel defecte er zijn, ge hebt enkele gegevens gegeven vb. Kans op geen defecte elementen in uw set van 20 is 70%, kans op juist 1 defect element is 20% enz. Daar dan allemaal kans vragen op, vb. Wat is de kans da als ge willekeurig een lot van 20 neemt, en ge weet da er exact 1 defect is, wa is dan de kans da als ge er twee willekeurige uitneemt da die ni defect zijn enzovoort.. &lt;br /&gt;
# Dan een kansoefening met een kind da 10 keer me een dobbelsteen mag gooien en elke keer als die 6 gooit krijgt die een cadeau, wa is dan de kans da die meer als 3 cadeaus krijgt enzovoort, welke kansverdeling is da en bereken ook benaderend en zo van die deelvragen, ook nog als ze die traditie 35 jaar zouden doen en die jongen mag elke keer gooien op zijn bday wa is dan de kans da die meer dan 55 cadeaus krijgt&lt;br /&gt;
# en dan nog twee hypothesetesten waarvan ene met R output. De ene vraag was over herseninhoud, ze willen zien of de herseninhoud van een 75 jarige persoon gekropen is tov een 25 jarige persoon, ge hebt dan een lijst gekregen me gegevens en een R output waarin t waarde, P waarde, df ontbreken en aan de hand van die output moet ge dan dingen berekenen mbv hypothesetesten, ook output van een betrouwbaarheidsinterval en da interpreteren. De andere ging over het feit da er ooit gezegd is geweest da er dobbelstenen bestaan die &amp;quot;niet gelijk&amp;quot; zijn dus die ni eerlijk zijn, ge krijg een tabel me kansen en moet dan hypothesetesten uitvoeren om te zien of die dobbesltaan vervalst was of ni, weer Teststatistiek opstellen, testwaarde berekenen, interpreteren... en dan een tabel me ietske andere waardes van die dobbelstaan me de vraag of die P waarde dan hetzelfde blijft&lt;br /&gt;
# en nog een oefening over laatste hoofdstuk met die lineaire regressie ook me allemaal deelvraagjes ; de lineaire regressie opstellen en dan s^2 uitrekenen, ge hebt sx sy sxy enzo gegeven, en dan moet ge daar hypothese en teststatistiek ook doen dacht ik (bij elke hypothesetest vraagt ze teststatistiek, testwaarde , P waarde interpreteren etc) en dan geeft ze ook nog een R^2 waarde die ge moet interpreteren..&lt;br /&gt;
Ik denk da het zoiets ongeveer was haha, en ge had 3u30min tijd :)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Juist/fout, Var(bx)=b²Var(x) aantonen&lt;br /&gt;
#rekenen met kansen&lt;br /&gt;
#Exponentiele verdeling, laptop heeft een gemiddelde leeftijd van 4 jaar, geef verdelingsfunctie, bepaal kans dat laptop langer leeft...&lt;br /&gt;
#Hypothesetesten&lt;br /&gt;
#R script van ANOVA tabel, ontbrekende waardes aanvullen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 januari 2015===&lt;br /&gt;
#Beschouw twee toevalsvariabele X en Y = g(X) met g een monotone functie dan is:&lt;br /&gt;
##E(Y) = g (E (X)) ?&lt;br /&gt;
##Med(Y) = g ( Med (X)) ?&lt;br /&gt;
##Med(Y) = g( E (X))Â ?&lt;br /&gt;
##IQR (Y) = g (IQR (X)) ?&lt;br /&gt;
#In Vlaanderen verspreid de groothandel 2000 porties everzwijnsvlees over 15 restaurants. Neem aan dat exact 11 porties hiervan besmet zijn met een virus. In leuven leverde de groothandel 250 (onafh.) porties vlees:&lt;br /&gt;
##hoeveel besmette porties vlees verwacht men in Leuven?&lt;br /&gt;
##Hoe groot is de kans dat minstens 2 porties vlees in Leuven besmet zijn met het virus?&lt;br /&gt;
###Bereken deze kans exact&lt;br /&gt;
###Bereken een benadering van deze kans&lt;br /&gt;
###Is de benaderde kans die je vond een goede benadering voor de kans die je vond? Waarom wel/niet?&lt;br /&gt;
#Mannelijke radiologen worden blootgesteld aan straling. Onderzoekers beweren dat deze frequente blootstelling de kans op mannelijke nakomelingen zou beÃ¯nvloeden. Uit een studie van 31 radiologen, bleek dat 30 van de 87 nakomelingen mannen waren. Kan je op basis van deze studie besluiten dat een frequente blootstelling aan straling een significante invloed heeft op de kans op mannelijke nakomelingen voor een man? Î± = 0.05, normale omstandigheden de kans op mannelijke omstandigheden 50% bedraagt.&lt;br /&gt;
##Formuleer een geschikte H0 en H1 op deze vraag&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek, de (benaderde) verdeling ervan onder H0 en de testwaarde voor deze steekproef.&lt;br /&gt;
##Bereken de (benaderde) P-waarde. Geef de formule en de waarde ervan in deze steekproef.&lt;br /&gt;
##Formuleer een zo volledig mogelijk besluit op basis van de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Bepaal ook het 98% BI voor de kans op mannelijke nakomelingen. Wat besluit je?&lt;br /&gt;
##Wat is de betekenis van een type 2 fout bij deze hypothese test in deze situatie?&lt;br /&gt;
##R-script gegeven met ontbrekende gegevens. Deze worden gevraagd + andere vraagjes&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 januari 2016 (VM)===&lt;br /&gt;
Hier missen nog bijna gegarandeerd enkele deelvraagjes, dus als je dit examen ook gemaakt hebt (en je weet er nog iets van), vul dan aan a.u.b.&lt;br /&gt;
#Enkele vragen i.v.m. verdelingen, hun kenmerken, proporties en kansen.&lt;br /&gt;
#Zij (X, Y) een bivariate normaalverdeling met mu = (2, 2) en sigma = ((1, 0.4), (0.4, 1)). Is dan Var(2X - Y) = 3.4?&lt;br /&gt;
#Zij X een continu verdeelde variabele met frequentie f(x). Zij a en b reÃ«ele getallen, bewijs dan dat:   E(a + bX) = a + b*E(X)  en Var(a + bX) = b^2 * E(X)&lt;br /&gt;
#We hebben thuis een alarm geÃ¯nstalleerd. Bij inbraak gaat het met 96% zekerheid af, maar op andere nachten is er ook een kans van 0.3% dat het afgaat vanwege storingen. In onze buurt is er een kans van 3% dat er op een gegeven nacht in een gegeven huis wordt ingebroken. Vannacht gaat het alarm af, hoe groot is de kans dat er werkelijk een inbraak is?&lt;br /&gt;
#Gegeven: een 2x3 relatieve frequentietabel. Aan de ene kant: mannen en vrouwen, aan de andere kant of de groep een slecht, middelmatig of goed oriÃ«ntatievermogen heeft. Rij van de mannen = (1/10, 1/20, 1/2), rij van de vrouwen = (1/5, 1/10, 1/20). Waar of fout:&lt;br /&gt;
##De kans dat een willekeurige vrouw een goed oriÃ«ntatievermogen heeft is 1/7.&lt;br /&gt;
##De verwachte waarde voor mannen en vrouwen zijn gelijk.&lt;br /&gt;
#Gegeven: de gemiddelde Belgische vrouw heeft een lengte van 168.1cm, met een standaardafwijking van 5.3cm.&lt;br /&gt;
##Clara is 180.3cm groot. Hoeveel percent van de Belgische vrouwen is kleiner dan Clara?&lt;br /&gt;
##Stella is kleiner dan 95% van de Belgische vrouwen. Wat is haar maximale hoogte?&lt;br /&gt;
##Hier aan de faculteit zijn er 354 vrouwen. Hoe groot is de kans dat exact twee vrouwen kleiner zijn dan haar (neem hiervoor Stellas maximale mogelijke lengte). Bereken deze exact.&lt;br /&gt;
##Bereken de kans op benaderende wijze. Is dit een goede benadering?&lt;br /&gt;
#Gegeven: de uitslagen van de verkiezingen van mei 2014 en een peiling van 2013. Beiden zijn lijsten van zeven partijen en &amp;amp;quot;Overige&amp;amp;quot;, elk met een corresponderend percentage. Bepaal op significantieniveau 0.05 of deze peiling de verkiezingsresultaten kan voorstellen.&lt;br /&gt;
##Kies gepaste hypothesen voor je test uit te voeren.&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek, verdeling en testwaarde van je test.&lt;br /&gt;
##Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Vorm een besluit.&lt;br /&gt;
#In een fabriek worden er dagelijks 5000 dozen pralines geproduceerd. Elke doos beweert 250g te wegen. Een nieuwe kwaliteitscontroleur (&amp;amp;quot;een jonge snaak&amp;amp;quot; zoals zij het verwoordden) neemt op een dag lukraak 20 dozen uit de productie voor inspectie. Het gemiddelde van deze steekproef is 243.7g met een variantie van 6.91 g^2. Test op significantieniveau 0.05 of de fabriek systematisch te lichte dozen maakt.&lt;br /&gt;
#Kies gepaste hypothesen voor je test uit te voeren.&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek, verdeling en testwaarde van je test.&lt;br /&gt;
##Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Vorm een besluit.&lt;br /&gt;
#Geef het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde van de dagproductie. Geef de definitie van het 95%- betrouwbaarheidsinterval en leg uit wat dit concreet betekent in deze situatie.&lt;br /&gt;
#Leg uit wat een type-I en type-II fout concreet betekenen in deze situatie.&lt;br /&gt;
#Gegeven: output van summary en anova in R.&lt;br /&gt;
##Vul aan: SSM, MSM, MSE, F-waarde, P(F &amp;amp;gt; f) en voor de slope: t-waarde en P(T &amp;amp;gt; t).&lt;br /&gt;
##Voer een hypothesetest uit omtrent H0: alfa = 0 versus H1: alfaÂ != 0&lt;br /&gt;
##Geef de regressierechte.&lt;br /&gt;
##Geef R^2 en leg uit wat deze waarde betekent.&lt;br /&gt;
===26 Januari 2015 (nieuwe prof?) ===&lt;br /&gt;
#Duid aan welke stellingen kloppen en verantwoord: Van een kwantielplot kan je aflezen of:&lt;br /&gt;
##2 variabelen afhankelijk zij van elkaar.&lt;br /&gt;
##er een lineair verband is tussen 2 variabelen&lt;br /&gt;
##een variabale uit een bepaalde verdeling komt&lt;br /&gt;
##2 variabelen bivariaat normaal verdeeld zijn&lt;br /&gt;
#Duid aan welke stellingen kloppen en verantwoord: Indien (X,Y) bivariaatnormaal verdeelde toevalsvariabelen met populatiecorrelatiecoÃ«fficiÃ«nt p en:&lt;br /&gt;
##H0: p=0 vs H1:p=/=0&lt;br /&gt;
##Een p-waarde &amp;amp;lt;alfa oplevert kan je op significantieniveau alfa:&lt;br /&gt;
##besluiten dat er een lineair verband is tussen X en Y, mogelijks monitoon&lt;br /&gt;
##besluiten dat er een monotoon verband is tussen X en Y&lt;br /&gt;
##niet verwerpen dat er een lineair verband is tussen X en Y, mogelijks lieair&lt;br /&gt;
##niet verwerpen dat er een monotoon verband tussen X en Y.&lt;br /&gt;
#Levensduur van een laptop is exponentieel verdeeld. Verwacht wordt dat een laptop 3 jaar meegaat. Kans dat een laptop langers dan 3jaar meegaat voor een voorzichtige student is 55%, voor een slordige student is dit 30%.&lt;br /&gt;
##Toon aan dat de kans dat een laptop langer als 3jaar meegaat, zonder rekening te houden met voorzichtigheid = 36.79%&lt;br /&gt;
##HoeveelÂ % van de studenten is slordig?&lt;br /&gt;
##Jan heeft 3 jaar zijn laptop, wat is de kans dat hij er voorzichtig mee omgaat?&lt;br /&gt;
#Het aantal vogels dat voederplaatsen bezoekt wordt verwacht op 35 door Natuurpunt. Dit jaar werden in 100 tuinen gemiddeld 41 vogels per tuin waargenomen met een standaarddeviatie van 24. Is het gemiddeld aantal vogels per tuin dit jaar groter dan verwacht door Natuurpunt?&lt;br /&gt;
##H0 en H1?&lt;br /&gt;
##Welke teststatistiek gebruik je? Wat is de verdeling ervan onder H0?&lt;br /&gt;
##Welke veronderstellingen maak je om deze test te mogen uitvoeren?&lt;br /&gt;
##Bereken de testwaarde&lt;br /&gt;
##Bereken de (benaderende) p-waarde, geef de formule en de (benaderende) waarde ervan.in deze steekproef.&lt;br /&gt;
##Maak een schets en duid er de testwaarde en p-waarde op aan.&lt;br /&gt;
##Wat besluit je op basis van de p-waarde?&lt;br /&gt;
##Maak je hierbij mogelijk een type I of type II fout?&lt;br /&gt;
#De ontkieming van zaden werd onderzocht bij licht en schemerdonker. 86 van de 100 zaden ontkiemden bij licht, 60 van de 80 zaden ontkiemden bij schemerdonker. 4.1 Onderzoek als er meer zaden ontkiemen bij licht dan schemerdonker, formuleer besluit op significantieniveau 0.05.&lt;br /&gt;
##H0 en H1?&lt;br /&gt;
##Teststatistiek, benaderende verdeling onder H0 en testwaarde&lt;br /&gt;
##p-waarde? Geef uitdrukking met kans als de (benaderende) waarde.&lt;br /&gt;
##Formuleer een zo volledig mogelijk besluit.&lt;br /&gt;
#Stel een 80% betrouwbaarheidsinterval op voor de proportie van zaden die bij licht ontkiemen.&lt;br /&gt;
##Wat is de betekenis van dit betrouwbaarheidsinterval?&lt;br /&gt;
##Vraagjes met R-output (gegevens van ANOVA kunnen berekenen, RÂ² kunnen geven + betekenis,...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 januari 2014===&lt;br /&gt;
#Juist of fout. Leg uit en indien nodig verbeter.&lt;br /&gt;
#een exp (Î») met Î»&amp;amp;gt;0 geeftÂ Î£xi ~ N(n/Î» , n/Î»Â²)&lt;br /&gt;
#als X en Y normaal verdeeld zijn, dan is X - Y eveneens normaal verdeeld&lt;br /&gt;
#(weet ik niet meer)&lt;br /&gt;
#een symmetrische histogram is een grafische voorstelling van normaal verdeelde resultaten.&lt;br /&gt;
#Een kansberekeningsvraag: in een winkel geven klanten gemiddeld 70euro uit met een standaardeviatie van 20euro.&lt;br /&gt;
#Wat is de kans dat iemand in de winkel meer dan 40euro uitgeeft?&lt;br /&gt;
#Er staan 10 klanten in de rij aan te schuiven van de kassa. Wat is de kans dat 3 klanten minder dan 40euro uitgeven?&lt;br /&gt;
#Er staan nu 100 klanten in de rij van de kassa aan te schuiven. Wat is de kans dat minstens 30 klanten minder dan 40euro uitgeven?&lt;br /&gt;
#Betrouwbaarheidsinterval vraag:Er wordt een onderzoek gedaan naar de voorkeur van lezers, welke soort drager (papier, e-book, ...) zij verkiezen om te lezen. Er werden 1000 mensen ondervraagd, waarvan 93% zei dat ze het liefst papier als drager gebruiken om te lezen. 62% leest een krant het liefste met papier als drager. 8 op 10 zegt dat ze boeken het liefst lezen als papier de drager is.&lt;br /&gt;
#Zoek het 95% BI voor de mensen die het liefste lezen met papier als dragen&lt;br /&gt;
#Zoek het 99% BI voor de mensen die kranten het liefste lezen met papier als drager.&lt;br /&gt;
#Leg de betekenis van het laatste BI zo grondig mogelijk uit.&lt;br /&gt;
#Hypothesevraag met Î±= 0,05:Een schoenenverkoopster beweert dat vrouwen met een kleine schoenmaat schoenen kopen waarvan de hak gemiddeld hoger is dan de hak van vrouwen met een grote schoenmaat. De schoenverkoopster schrijft van 70 vrouwen die elk 1 paar schoenen kopen, de schoenmaat en de haklengte op. De schoenmaten worden onderverdeeld in kleine en grote schoenmaten. 31 vrouwen met kleine schoenmaat kopen schoenen met een gemiddelde haklengte van 4,39cm met een standaardvariantie van 3,14cmÂ² en 39 vrouwen met grote schoenmaat kopen schoenen met een gemiddelde haklengte van 3,45cm en een standaardvariantie van 5,16cmÂ².&lt;br /&gt;
##Stel een goede H0 en H1 op&lt;br /&gt;
##Welke veronderstellingen maak je en hoe kom je hieraan?&lt;br /&gt;
##Geeft de correcte test-statistiek&lt;br /&gt;
##Zoek de P-waarde&lt;br /&gt;
##Concludeer je resultaten en formuleer een goed antwoord.&lt;br /&gt;
##Welke fout wordt hier gemaakt, type I of type II en waarom?&lt;br /&gt;
#Hypothesevraag met Î±= 0,05: Tijdens de solden wordt een onderzoekbureau belast met de taak om te onderzoeken of er een verband bestaat tussen de gemiddelde kortingspercentages die worden gegeven door de winkels en het aantal dagen dat de solden al bezig zijn (van 3 januari tot 31 januari).(hier worden een aantal R - scripten en resultaten en grafieken van een aantal test gegeven: Pearson en Shapiro-Wilk test dacht ik. Er zijn 4 scripten gegeven: deze van de gemiddelde kortingspercanteges, van de aantal dagen dat de solden al bezig zijn, eentje waarin de 2 vorige gecombineerd zijn in een Pearson correlatie test en eentje waar ze gecombineerd zijn in een Shapiro - Wilk test)&lt;br /&gt;
##Vul de R-scripten aan door de juiste waarde in te vullen bij a) en b) (==&amp;amp;gt; a) was een getal bij df en b) was het getal bij p-value)&lt;br /&gt;
##Stel een goede H0 en H1 hypothese op&lt;br /&gt;
##Welke test statistiek gebruik je?&lt;br /&gt;
##Zoek de p-waarde aan de hand van de gegeven R-scripten&lt;br /&gt;
##Concludeer je resultaten en formuleer een goed antwoord.&lt;br /&gt;
===17 Januari 2014===&lt;br /&gt;
#Juist of fout. Leg uit en indien nodig verbeter.&lt;br /&gt;
##Als je 2 steekproeven hebt met dezelfde grote n en een gemiddelde kans p. Dan is het betrouwbaarheidsinterval van 90% het breedste bij de steekproef met de grootste p.&lt;br /&gt;
##Je hebt twee continue, afhankelijke toevalsvariabe X en Y met f(x,y) de gezamelijke dichtheid en f(x) en f(y) de marginale dichtheid voor respectievelijk X en Y. Dan geldt f(x,y) =/ f(x)f(y) voor elke mogelijke (x,y). (=/ staat voor: is niet gelijk aan)&lt;br /&gt;
##Als de whiskers van een boxplot ongeveer even groot zijn, dan is de variabele normaal verdeeld&lt;br /&gt;
##Je hebt kansmodel Exp(2). dan is P(x&amp;amp;gt;7|x&amp;amp;gt;3) = P(x&amp;amp;gt;4)&lt;br /&gt;
#Er werdt een onderzoek gedaan bij 3400 bestuurders die betrokken zijn geweest bij een ongeval. Van deze bestuurders waren 26.7% onder invloed van drugs enÂ  29.1% hadden overmatig alchol gebruikt. Men wil nagaan hoe correct de alcohol en drugtest zijn. Als je weet dan 65% positief test als ze drugs gebruikt hebbenÂ  en 80% test positief als ze overmatig alcohol gebruik. Je weet ook dat 40% negatief test en geen alchol en drugs gbruikt heeft. We nemen aan dat het samen gebruiken van alchol en drugs niet voor komt.&lt;br /&gt;
##Toon aan dat de kans dat men positief test gelijk is aan 44.8%&lt;br /&gt;
##Wat is de kans dat iemand die positief test drugs heeft gebruikt?&lt;br /&gt;
##Wat is de kans dat iemand niets gebruikt heeft indien die negatief test?&lt;br /&gt;
#Er werd een onderzoek uitgevoerd bij 5 cafÃ©gangers. Ze kregen elk 2 pijlen. De eerste keer mochten ze smijten met hun voorkeurs hand, de tweede keer moesten ze smijten met de andere hand. (Gegeven een tabel met scores) Onderzoek of de gemiddelde score met hun voorkeurshand hoger ligt dan de gemiddelde score met de andere hand.&lt;br /&gt;
##stel de hyphotheses op&lt;br /&gt;
##welke veronderstellingen maak je?&lt;br /&gt;
##welke teststatistiek gebruik je?&lt;br /&gt;
##wat is de T-waarde?&lt;br /&gt;
##wat is de P-waarde?&lt;br /&gt;
##Wat is het resultaat van deze test? Leg uit voor dit voorbeeld&lt;br /&gt;
##maak een voortstelling van de P-waarde&lt;br /&gt;
##stel dat je veronderstelling niet klopt. Welke teststatistiek gebruik je dan?&lt;br /&gt;
###Voer deze test uit:&lt;br /&gt;
###wat is de T-waarde&lt;br /&gt;
###wat is de P-waarde?&lt;br /&gt;
###Wat is het resultaat van deze test? Leg uit voor dit voorbeeld&lt;br /&gt;
##je hebt output gekregen in verband met regressie en daar wat vragen bij.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 Januari 2012===&lt;br /&gt;
#3 Meerkeuzevragen &amp;amp;amp; uitleggen waarom&lt;br /&gt;
##X1,...,X100 is Poisson verdeeld met n=51, variantie=4 --&amp;amp;gt; wat is E(X) en Var(X) van gemiddeldeXn bij normale verdeling.&lt;br /&gt;
##i.v.m. gemiddelde van steekproefgemiddelde als benadering van populatiegemiddelde --&amp;amp;gt; enkel bij normale verdeling of bij elke verdeling waar; is steekproefgemiddelde evengoed een benadering van populatiegemiddelde; ...&lt;br /&gt;
##X is niet normaal verdeeld, Y= sqrt(X) is wel normaal verdeeld: welke hypothesetesten kan je uitvoeren: H0:Âµ(X)=3 vs H1:Âµ(X)â‰ 3 en/of H0:Âµ(Y)=sqrt(3) vs H1:Âµ(Y)â‰ sqrt(3) en/of H0:Med(X)=3 vs H1:Med(X)â‰ 3 en/of H0:Med(Y)=sqrt(3) vs H1:Med(Y)â‰ sqrt(3) + teststatiestiek geven + zijn besluiten van beide testen equivalent&lt;br /&gt;
#Oefening 1: berekenen van een kans (binomiaal) exact en benaderend met continuiteitscorrectie&lt;br /&gt;
#Oefening 2: Hypothesetest vergelijken gemiddelden van 2 groepen (ongepaard, sigma&#039;s verschillend, ..)=&amp;amp;gt; De vragen hierbij waren:&lt;br /&gt;
##Formuleer de nulhypothese en de alternatieve hypothese.&lt;br /&gt;
##Welke teststatistiek gebruik je, wat is zijn waarde en welke verdeling volgt hij&lt;br /&gt;
##Bereken de p-waarde + definitie&lt;br /&gt;
##Teken deze p-waarde op een grafiek&lt;br /&gt;
##Besluit&lt;br /&gt;
##Welke aannames deed je voor deze hypothese en wordt er aan deze voldaan?&lt;br /&gt;
##Indien niet: wat zou je dan kunnen toepassen&lt;br /&gt;
##Wat betekenen type 1 en type 2 fout bij deze hypothese.&lt;br /&gt;
#Oefening 3: Je krijgt een heleboel statistica - output en een hoop vragen.&lt;br /&gt;
##Geef het regressiemodel&lt;br /&gt;
##Dan 5 vragen ivm anova tabellen, SSM SSE SST, ...&lt;br /&gt;
##Is de correlatie nuttig? stel een hypothese op&lt;br /&gt;
##BI berekenen van de rico&lt;br /&gt;
##definitie BI&lt;br /&gt;
##Aannames + nagaan modelveronderstellingen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18	Januari 2013 (VM)===&lt;br /&gt;
#Thomas Van Den Spiegel is 214 cm groot. Leg uit hoe men kan bepalen hoe groot (of hoe normaal) dit is.&lt;br /&gt;
#Gegeven een tabel met daarin de absolute frequenties van een steekproef naar het spijbelgedrag van leerlingen uit het ASO, BSO en TSO: nooit, soms, vaak. Dit is dus een 3x3 tabel.&lt;br /&gt;
#Test: meer dan 50% van de leerlingen uit het ASO spijbelt nooit.&lt;br /&gt;
##Geef H0.&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek onder H0 en de testwaarde.&lt;br /&gt;
##Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Besluit.&lt;br /&gt;
#Ga na of er een verband is tussen de waarden.&lt;br /&gt;
##Geef H0.&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek onder H0 en de testwaarde.&lt;br /&gt;
##Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Besluit&lt;br /&gt;
#Gegeven de functie  als  en anders 0. Deze stelt de tijd voor die ik nodig heb om op mijn werk te geraken.&lt;br /&gt;
##Ik moet om 9u op mijn werk zijn, wat is de kans dat ik te laat kom als ik om 7u40 vertrek?&lt;br /&gt;
##Over 200 dagen gezien als ik opnieuw om 7u40 vertrek: wat is de kans dat ik hoogstens 20 keer op die 200 dagen te laat kom?&lt;br /&gt;
#Voor een nieuw soort roomijs hebben 9 mensen geproefd en een score tussen 1 en 20 (kan ook tussen 0 en 20 zijn, ik hoop van niet). Er waren 2 scores onder 10 en 7 scores boven 10.&lt;br /&gt;
##Bepaal met een teststatistiek of het ijs lekker is (dus een score groter dan 10).&lt;br /&gt;
###Geef H0.&lt;br /&gt;
###Geef de teststatistiek onder H0 en de testwaarde.&lt;br /&gt;
###Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
###Besluit.&lt;br /&gt;
##Wat is het 95% betrouwbaarheidsinterval van de mediaan? Wat betekent dit interval concreet voor dit voorbeeld?&lt;br /&gt;
#Een lineair verband tussen de maandelijkse productie van windmolens en de hoeveelheid wind, gezien over 32 maanden. Gegeven de output van de lm-functie uit R, een paar Shapiro-Wilk tests, enkele QQ-plots en de residuplot.&lt;br /&gt;
##Is het een goed model? (of zoiets)&lt;br /&gt;
##Vul de ANOVA tabel in (enkel 1 en F zijn gegeven)&lt;br /&gt;
##Wat betekent Std. Error in die lm-functie&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marie</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Analytische_Biochemie&amp;diff=1577</id>
		<title>Analytische Biochemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Analytische_Biochemie&amp;diff=1577"/>
		<updated>2019-01-28T16:13:35Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marie: /* Oefeningen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 januari 2019 NM===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
Een test maken om te zien of een persoon aan een bepaalde ziekte lijd (bv. HIV). Je krijgt een staal van de patiënt met de antilichamen. Ontwerp de test, je hebt alles voorhande van antilichamen, antigenen en je kan deze modificeren om een bepaalde functionele groep te hebben (signaal uitzenden)... Zorg ervoor dat de test colorimetrisch gedetecteerd kan worden, welk apparaat hebben we hier voor nodig? Teken dit en duid de onderdelen aan, schets kort de functie van de onderdelen (fotospectrometer). Vergeet niet dat je antilichamen tegen andere antilichamen kan hebben. Zoals konijn anti-rat, kat anti-muis, ... en zo dus ook anti-homo sapiens.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Oefeningen====&lt;br /&gt;
#Een peptide werd onderzocht met massaspectrometrie. MALDI-TOF leverde twee signalen (zie figuur A). De waargenomen ionen zijn ontstaan ten gevolge van protenering (in verschillende graad) van het peptide. Na trypsine behandeling ontstonden 3 fragmenten. Met [M+H]+ moleculion van één van deze driefragmenten is gekenmerkt door m/z-waarde van 611 (zie figuur B). MS/MS van deze component leverde 4 Y+ c-terminale dochterionen (zie figuur C)&lt;br /&gt;
#*Leid de Mr-waarde af van het peptide. Geef de waarde bekomen voor iedere piek en de gemiddelde waarde (5 significantie cijfers).&lt;br /&gt;
#*Bepaal de Mr-waarde voor de 2 trypsine-fragmenten en vergelijk de som van deze waarden met de Mr-waarde van het intacte polypeptide. Hoe is het verschil in massa te verklaren?&lt;br /&gt;
#*Leid de aminozuursequentie van de &#039;611&#039; component wetende dat de aangegeven ionen, die onstaant bij MS/MS, Y+ splitsingsproducten zijn (zie figuur). Gebruik voor identificatie van de aminozuurresidu&#039;s de molmassa&#039;s zijn gegeven. Komt dit fragment aan de N-, C-terminaal of er tussen in voor?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 januari 2019 VM===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leg uit: Potentiometrie, Conductometrie en Voltametrie (amperometrie met variërende potentiaal) en leg uit hoe je de concentratie bepaalt voor een analiet M+&lt;br /&gt;
Stel dat de reactie voor M+ niet specifiek kan opgaan. Hoe kan je de concentratie bepalen? (selectieve elektrode; haal hier de pH elektrode aan)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Oefeningen====&lt;br /&gt;
Mengsel met monomere proteïnen A,B,C en D gescheiden met 2D elektroforese; Mr en pI gegeven. Geef de eigenschappen van de proteïnen, hoe ze elueren/retentie ondervinden bij gelfiltratiechromatografie en anionenuitwisselingschromatografie en een oefening over de buffers&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 januari 2018===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
#Een nieuw gesneesmiddel is gevonden, dit werkt in op een eiwit, je wil testen op welk eiwit dit inspeelt. Stel dat de binding tussen eiwit en molecule stabiel is (dus komt niet los tijdens de experimenten). Hoe ga je dit eiwit vinden en hoe kan je vinden welk eiwit dit is? Schrijf uit welke stappen je onderneemt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Oefeningen====&lt;br /&gt;
#Een peptide werd onderzocht met massaspectrometrie. MALDI-TOF leverde twee signalen (zie figuur A). De waargenomen ionen zijn ontstaan ten gevolge van protenering (in verschillende graad) van het peptide. Na trypsine behandeling ontstonden 2 fragmenten. Met [M+H]+ moleculion van één van deze twee fragmenten is gekenmerkt door m/z-waarde van 611 (zie figuur B). MS/MS van deze component leverde 4 Y+ c-terminale dochterionen (zie figuur C)&lt;br /&gt;
#*Leid de Mr-waarde af van het peptide. Geef de waarde bekomen voor iedere piek en de gemiddelde waarde (5 significantie cijfers).&lt;br /&gt;
#*Bepaal de Mr-waarde voor de 2 trypsine-fragmenten en vergelijk de som van deze waarden met de Mr-waarde van het intacte polypeptide. Hoe is het verschil in massa te verklaren?&lt;br /&gt;
#*Leid de aminozuursequentie van de &#039;611&#039; component wetende dat de aangegeven ionen, die onstaant bij MS/MS, Y+ splitsingsproducten zijn (zie figuur). Gebruik voor identificatie van de aminozuurresidu&#039;s de molmassa&#039;s zijn gegeven. Komt dit fragment aan de N- of C-terminaal?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 januari 2018===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
#Een team van chemici heeft een organisch geneesmiddel gemaakt en ingebracht in een proefdier. Hoe ga je te werk om te achterhalen in welke vormen (moleculaire structuren) het geneesmiddel voorkomt? Bespreek de techniek(en) die je gebruikt en maak er een schema van.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Oefeningen====&lt;br /&gt;
#Een IEF curve van 2 peptiden zijn gegeven en de 1letter codes van de peptiden (SCHEPEN en PRACHT). Bepaal welke curve bij welk peptide hoort. (Een tabel met alle pKa&#039;s zijn gegeven).&lt;br /&gt;
#De peptiden worden onderworpen aan een anionenwisselaar die geijkt is met een buffer met pH 7.5. Wat zijn de bindings- en elutiecondities en maak een schematische voorstelling van het chromatogram.&lt;br /&gt;
#De buffer is een Na-fosfaatbuffer (pKa&#039;=6.7) met pH7.5 en I=0.1mol/dm^3. Er wordt Na2HPO4*7H2O (Mr=268) en NaH2PO4*2H2O (Mr=156) gebruikt. We willen 1L buffer maken. Laat je denkwijze zien en voer alle berekeningen uit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2018===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====mondeling====&lt;br /&gt;
#Een collega heeft een eiwitopzuivering uitgevoerd in het labo en wilt dit verder experimenteel gebruiken, je bent echter niet zeker van de zuiverheid van het staal. Hoe ga je te werk om deze zuiverheid te controleren? Hoe ga je te werk als je zeer grote zekerheid wilt over de zuiverheid? Bespreek hoe je te werk gaat, teken de meetopstelling(en) en benoem de onderdelen, en leg uit.&lt;br /&gt;
#Stel dat het eiwit uit meerdere peptideketens bestaat, hoe beïnvloed dit het resultaat bekomen uit voorgaande methode vergeleken met als het slechts uit één peptideketen bestaat?&lt;br /&gt;
#Je beslist om een preparatieve scheiding uit te voeren van het eiwit op basis van IEP, leg uit welke methode je kiest, hoe deze werkt, en teken de opstelling en benoem alle onderdelen. (hierbij bijvragen over resolutie en theoretische platen: van deemter vergelijking uitleggen en grafieken kunnen maken)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====oefeningen====&lt;br /&gt;
#Je wilt een ATP oplossing maken met radioactief gelabelde P, gegeven info over gewenste oplossing, de scintillatieteller, de hot stock, de cold stock, en Mr van ATP. Maak deze oplossing (dus letterlijk zoals in de oefenzitting)&lt;br /&gt;
#Van de gemaakte oplossing gebruik je 25ml direct, en 25ml pas 7 dagen later. Halfwaardetijd van 32P is 14.3 dagen. Hoe radioactief is de gemaakte oplossing nog na deze 7 dagen?&lt;br /&gt;
#Als buffer hierbij gebruiken we een natriumacetaat buffer. We wensen 100ml met een ionische sterkte van 0.1M. Verder nog info over Mr en dichtheid van HOAc gegeven. Bereid deze buffer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===5 september 2017===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====mondeling====&lt;br /&gt;
#Hoe kan je uitzoeken waar en in welke moleculaire vorm een geneesmiddel, toegediend aan een proefdier, aanwezig is. (verschillende technieken zijn nodig: radiolabeling, HPLC en massaspectometrie (zie &amp;amp;quot;toepassing&amp;amp;quot; bij slide analyse van biomoleculen))&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====schriftelijk====&lt;br /&gt;
#capillaire elektroforese uitleggen + theoretische platen + goede preparatieve methode? + verschil met klassieke gel elektroforese&lt;br /&gt;
#begrippen: PET, absorptiespectrum, scintillatieteller &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====oefeningen====&lt;br /&gt;
#8 proteïnen in een mengsel scheiden met gegeven technieken &lt;br /&gt;
#hoe zie je dat eiwitopzuivering gelukt is&lt;br /&gt;
#oef met wet van lambert-beer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
====mondeling====&lt;br /&gt;
#ELISE je hebt zika antigenen, deze kan je ook modificeren (fuseren met eiwit enzo)&lt;br /&gt;
#leg uit hoe je een test maakt tegen zika virus; hoe werkt je test; hoe wordt meetsignaal opgewekt; detectie + tekening&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====schriftelijk====&lt;br /&gt;
#eiwitten uit cel + eiwit X gebonden aan Hist-tag&lt;br /&gt;
#* leg uit hoe je deze tag kan gebruiken om eiwit X te zuiveren&lt;br /&gt;
#*wat als eiwit X complexen vormt met andere eiwitten en na de opzuivering (vorige vraag) de eiwitten nog steeds complexen vormen, hoe zou je dan de identiteit van de gebonden eiwitten achterhalen? Schets opstelling + leg onderdelen uit&lt;br /&gt;
#begrippen&lt;br /&gt;
#*vlam ionisatie detectie&lt;br /&gt;
#*isocratische elutie&lt;br /&gt;
#*brekingsindex detector&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====oefeningen====&lt;br /&gt;
#biureet tabel aanvullen&lt;br /&gt;
#absorptie oefening (bepaal c) met l=1cm, A=0.2, E=10.0dl/gcm&lt;br /&gt;
#standaardcurve en dan C bepalen van de onbekende eiwit&lt;br /&gt;
#*Na-fosfaatbuffer met pKa=6.9, pH=7.5, I=0.1mol dm^-3&lt;br /&gt;
#*Na2HPO4.7H20 met Mr=268.00 en NaH2PO4.2H20 met Mr=156.00&lt;br /&gt;
#* hoe maak ik een 1l buffer?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 januari 2017===&lt;br /&gt;
====mondeling====&lt;br /&gt;
#nagaan of er contaminatie is in een eiwitopzuivering van een collega (methode a), hoe kan je dit extra controleren? wat is het effect op de methode a als je proteïne complex uit meerder eenheden bestaat?&lt;br /&gt;
#voeg zelf een een nieuwe preparatieve eiwitzuivering uit op basis van iso-elektrisch punt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====schriftelijk====&lt;br /&gt;
#absorbantie uitleggen en een tekening + uitleg geven van apparaat dat dit kan meten. &lt;br /&gt;
#3 begrippen&lt;br /&gt;
##activiteitscoëfficiënt&lt;br /&gt;
##quadrupole mass analyzer&lt;br /&gt;
##...&lt;br /&gt;
====oefening====&lt;br /&gt;
#massa spectrometrie (bereken de molaire massa&#039;s, geef aminozuur volgorde, n-/c-terminus,...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25/01/2017 nm===&lt;br /&gt;
====Mondeling:====&lt;br /&gt;
- 3 manieren uitleggen om Mr van eiwit te bepalen (+ tekeningen)&lt;br /&gt;
====Schriftelijk: ====&lt;br /&gt;
- grafiek gegeven, hierover vanalles van de van deemter vergelijking uitleggen + een (chromatografische) techniek tekenen en uitleggen waarbij van deemter toepasbaar is&lt;br /&gt;
- begrippen: osmotische shock, fotonverminigvuldiger, ionische sterkte&lt;br /&gt;
====Oefening:====&lt;br /&gt;
- radioactieve oplossing maken&lt;br /&gt;
- radioactief verval berekenen &lt;br /&gt;
- borax buffer maken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 augustus NM===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
#je wilt een eiwit opzuiveren uit een cellysaat en je doet dit met Western blotting. &lt;br /&gt;
##leg uit hoe western blotting werkt &lt;br /&gt;
##hoe kan je de aanwezigheid aantonen en hoe meet je dit? &lt;br /&gt;
##hoe zorg je voor een goede controle voor je kan aantonen dat dit kwantitatief een goede techniek is? &lt;br /&gt;
##je wilt enkel de eiwitten uit 1 specifiek celorganel (bv mitochondriÃ«n), hoe ga je hiervoor te werk?&lt;br /&gt;
====Schriftelijk====&lt;br /&gt;
#grafiek van theoretische plaathoogte met 3 verschillende korrelgroottes (stationaire fase): uitleggen + waarbij gebruikt + teken een voorbeeld waarbij dit van toepassing is.&lt;br /&gt;
#retentietijd bij chromatografie, radiografie, potentiometrie&lt;br /&gt;
====oefening====&lt;br /&gt;
#op strategie: 6 proteÃ¯nen opzuiveren. Daarna ook nog absorbantie berekenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 augustus 2016 voormiddag===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
#Cocaïne werd opgespoord door de politie via een colorimetrische test, waarom is dit een goede methode? (How a $2 Roadside Drug Test Sends InnocentPeople to Jail) &lt;br /&gt;
#Hoe ga je te werk om cocaÃ¯ne aan te tonen in een complex mengsel? (stel je hebt alle apparatuur beschikbaar) + Structuur van cocaïne is gegeven!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Schriftelijk====&lt;br /&gt;
#Geef 3 technieken om de Mr van proteïnen te bepalen. (geen quaternaire structuur)&lt;br /&gt;
#Leg volgende begrippen uit: standaard additie, de wet van Lambert-Beer, nauwkeurigheid vs precisie&lt;br /&gt;
#Oefening: 4 proteïnen in 2D gel-elekroforese&lt;br /&gt;
##Wat kan je zeggen over de proteïnen op basis van deze gegevens? Hoe zouden deze elueren bij SEC + tekening? &lt;br /&gt;
##Hoe zouden deze elueren bij IEC + tekening, en hoe zou je te werk gaan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Oefening ====&lt;br /&gt;
#over buffer maken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===29 januari 2016 voormiddag===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
#Maak een ELISA test om antilichamen tegen een virus op te sporen in een bloedstaal. Je krijgt antigenen tegen dit antilichaam, en je hebt ook de mogelijkheid om aan deze antigenen een proteÃ¯ne te fuseren. Een eigenschap van het antilichaam is dat het 5 antigenen kan binden. Hoe werkt je test? Hoe wek je de detectie van de antilichamen op?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Schriftelijk====&lt;br /&gt;
#ICP-AES: waarvoor staat de afkorting? Schets opstelling en leg werking uit. Als er andere elementen aanwezig zijn dan het element dat je wil detecteren, is dit dan een probleem? Standaardadditie uitleggen en uitleggen hoe je hiermee een meettoestel kan ijken.&lt;br /&gt;
#Begrippen: &lt;br /&gt;
##Theoretische plaat&lt;br /&gt;
##Referentie-elektrode&lt;br /&gt;
##Positron Emissie Tomografie&lt;br /&gt;
====Oefening====&lt;br /&gt;
#3 proteÃ¯nen zijn gegeven&lt;br /&gt;
#uitleg geven over IEC-kationenwisselaar en SEC&lt;br /&gt;
#Chromatogram van kationenwisselaar geven&lt;br /&gt;
#chromatogram van SEC geven,...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2016 voormiddag===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
#Hoe kan je uitzoeken waar en in welke moleculaire vorm een geneesmiddel, toegediend aan een proefdier, aanwezig is. (verschillende technieken zijn nodig: radiolabeling, HPLC en massaspectometrie (zie &amp;amp;quot;toepassing&amp;amp;quot; bij slide analyse van biomoleculen))&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Schriftelijk====&lt;br /&gt;
#hoe werkt de pH-elektrode en leg uit. Wat moet je hieraan veranderen om deze werkzaam te maken voor stof X en wat moeten we aannemen over deze stof. Als stof X de lading n+ heeft wat is dan de relatie tussen de concentratie van stof X en het potentiaalverschil.&lt;br /&gt;
#Begrippen&lt;br /&gt;
##relatieve centrifugaalkracht&lt;br /&gt;
##osmotische shock&lt;br /&gt;
##activatiecoÃ«fficiÃ«nt&lt;br /&gt;
====Oefening====&lt;br /&gt;
#concentratie van eiwit berekenen uit absorptievergelijking&lt;br /&gt;
#tabel over biureet assay aanvullen&lt;br /&gt;
#curve opstellen waaruit je de concentratie van een onbekend eiwit kunt halen als je weet dat A= 0.44&lt;br /&gt;
#Na-acetaat-azijnzuur buffer maken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2016 voormiddag===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
#Stel zelf een massaspectrometer samen om eiwitten te identificeren. Alle onderdelen uitleggen en analysestappen uitleggen hoe je een eiwit gaat identificeren. (eigenlijk heel het hoofdstuk van massaspectrometrie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Schriftelijk====&lt;br /&gt;
#Hoeveelheid metaalionen bepalen via Coulometrie, Potentiometrie en Voltammetrie + verschil uitleggen&lt;br /&gt;
#Begrippen:&lt;br /&gt;
##Positieve en negatieve controle&lt;br /&gt;
##Holle kathode lamp&lt;br /&gt;
##surface plasmon resonance&lt;br /&gt;
====Oefening====&lt;br /&gt;
#radioactieve oplossing maken&lt;br /&gt;
#radioactief verval&lt;br /&gt;
#na-acetaat-azijnzuur buffer maken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2016 namiddag===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
#Geef 2 manieren om een eiwit op te zuiveren (je moet nagaan bij je collega of er geen contaminaties zijn van andere eiwitten). 1 manier moet heel simpel zijn en de andere wat nauwkeuriger en complex. Leg ook uit hoe IEF werkt.&lt;br /&gt;
====Schriftelijk====&lt;br /&gt;
#een grafiek van theoretische plaathoogte; uitleggen en formules geven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====schriftelijk====&lt;br /&gt;
#definities&lt;br /&gt;
##extinctiecoÃ«fficiÃ«nt&lt;br /&gt;
##osmotische shock&lt;br /&gt;
##retentietijd bij chromatografie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====oefening====&lt;br /&gt;
#massaspectrometrie: Mr waarden zoeken (individuele pieken + gemiddelde) en dan nog eens bij de dochterionen en het bijhorende eiwit eruit halen. (mbv de 3 letterige afkortingen van de aminozuren, je krijgt enkel alfabetische letters gegeven en de massa van de aminozuren (zonder water)).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2016 voormiddag===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
#Geef minstens 3 technieken om Mr van een eiwit te bepalen. Leg uit en maak een schets.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Schriftelijk====&lt;br /&gt;
#vraag over redoxreactie met stof A, en spectroscopie. &lt;br /&gt;
#Hoe je potentiaal kon vinden (Wet van Nernst). &lt;br /&gt;
#Hoe concentratie berekenen (stelsel oplossen). &lt;br /&gt;
#Schets van opstelling die dit kan meten.&lt;br /&gt;
#begrippen uitleggen in voorziene ruimte: &lt;br /&gt;
##surface plasmon resonance&lt;br /&gt;
##target vinden met affiniteits chromatografie en interne/externe standaard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Oefening====&lt;br /&gt;
 2 proteÃ¯ne zijn gegeven (DENK en SCHRYF) en een gel van IEF (4 en 8.9 waren pI ongeveer). Welk proteÃ¯ne is welke curve en waarom? (Tabel met pka&#039;s is gegeven met lettercode en afkorting van aminozuren.) Je wilt die proteÃ¯nen scheiden met anionenwisselaar bij pH 7,5. Teken bijhorende chromatogram en condities. Je wilt dit doen met 1L Na-fosfaatbuffer van pH 7,5 met pKa=6.9 en I=0,3 mol/dm. Hoe maak je deze beginnend met Na2HPO4.7H2O (Mr=...) en NaH2PO4.2H2O (Mr=...)?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
OPGELET: dit vak is volledig aangepast sinds academiejaar 2015-2016!&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marie</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Analytische_Biochemie&amp;diff=1576</id>
		<title>Analytische Biochemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Analytische_Biochemie&amp;diff=1576"/>
		<updated>2019-01-28T16:13:22Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marie: /* Oefeningen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 januari 2019 NM===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
Een test maken om te zien of een persoon aan een bepaalde ziekte lijd (bv. HIV). Je krijgt een staal van de patiënt met de antilichamen. Ontwerp de test, je hebt alles voorhande van antilichamen, antigenen en je kan deze modificeren om een bepaalde functionele groep te hebben (signaal uitzenden)... Zorg ervoor dat de test colorimetrisch gedetecteerd kan worden, welk apparaat hebben we hier voor nodig? Teken dit en duid de onderdelen aan, schets kort de functie van de onderdelen (fotospectrometer). Vergeet niet dat je antilichamen tegen andere antilichamen kan hebben. Zoals konijn anti-rat, kat anti-muis, ... en zo dus ook anti-homo sapiens.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Oefeningen====&lt;br /&gt;
#Een peptide werd onderzocht met massaspectrometrie. MALDI-TOF leverde twee signalen (zie figuur A). De waargenomen ionen zijn ontstaan ten gevolge van protenering (in verschillende graad) van het peptide. Na trypsine behandeling ontstonden 3 fragmenten. Met [M+H]+ moleculion van één van deze driefragmenten is gekenmerkt door m/z-waarde van 611 (zie figuur B). MS/MS van deze component leverde 4 Y+ c-terminale dochterionen (zie figuur C)&lt;br /&gt;
#*Leid de Mr-waarde af van het peptide. Geef de waarde bekomen voor iedere piek en de gemiddelde waarde (5 significantie cijfers).&lt;br /&gt;
#*Bepaal de Mr-waarde voor de 2 trypsine-fragmenten en vergelijk de som van deze waarden met de Mr-waarde van het intacte polypeptide. Hoe is het verschil in massa te verklaren?&lt;br /&gt;
#*Leid de aminozuursequentie van de &#039;611&#039; component wetende dat de aangegeven ionen, die onstaant bij MS/MS, Y+ splitsingsproducten zijn (zie figuur). Gebruik voor identificatie van de aminozuurresidu&#039;s de molmassa&#039;s zijn gegeven. Komt dit fragment aan de N-, C-terminaal of er tussen in voor?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 januari 2019 VM===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leg uit: Potentiometrie, Conductometrie en Voltametrie (amperometrie met variërende potentiaal) en leg uit hoe je de concentratie bepaalt voor een analiet M+&lt;br /&gt;
Stel dat de reactie voor M+ niet specifiek kan opgaan. Hoe kan je de concentratie bepalen? (selectieve elektrode; haal hier de pH elektrode aan)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Oefeningen====&lt;br /&gt;
Mengsel met monomere proteïnen A,B,C en D gescheiden met 2D elektroforese; Mr en pI gegeven. Geef de eigenschappen van de proteïnen, hoe ze elueren/retentie ondervinden bij gelfiltratiechromatografie en anionenuitwisselingschromatografie en een oefening over de buffers&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 januari 2018===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
#Een nieuw gesneesmiddel is gevonden, dit werkt in op een eiwit, je wil testen op welk eiwit dit inspeelt. Stel dat de binding tussen eiwit en molecule stabiel is (dus komt niet los tijdens de experimenten). Hoe ga je dit eiwit vinden en hoe kan je vinden welk eiwit dit is? Schrijf uit welke stappen je onderneemt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Oefeningen====&lt;br /&gt;
#Eeen peptide werd onderzocht met massaspectrometrie. MALDI-TOF leverde twee signalen (zie figuur A). De waargenomen ionen zijn ontstaan ten gevolge van protenering (in verschillende graad) van het peptide. Na trypsine behandeling ontstonden 2 fragmenten. Met [M+H]+ moleculion van één van deze twee fragmenten is gekenmerkt door m/z-waarde van 611 (zie figuur B). MS/MS van deze component leverde 4 Y+ c-terminale dochterionen (zie figuur C)&lt;br /&gt;
#*Leid de Mr-waarde af van het peptide. Geef de waarde bekomen voor iedere piek en de gemiddelde waarde (5 significantie cijfers).&lt;br /&gt;
#*Bepaal de Mr-waarde voor de 2 trypsine-fragmenten en vergelijk de som van deze waarden met de Mr-waarde van het intacte polypeptide. Hoe is het verschil in massa te verklaren?&lt;br /&gt;
#*Leid de aminozuursequentie van de &#039;611&#039; component wetende dat de aangegeven ionen, die onstaant bij MS/MS, Y+ splitsingsproducten zijn (zie figuur). Gebruik voor identificatie van de aminozuurresidu&#039;s de molmassa&#039;s zijn gegeven. Komt dit fragment aan de N- of C-terminaal?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 januari 2018===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
#Een team van chemici heeft een organisch geneesmiddel gemaakt en ingebracht in een proefdier. Hoe ga je te werk om te achterhalen in welke vormen (moleculaire structuren) het geneesmiddel voorkomt? Bespreek de techniek(en) die je gebruikt en maak er een schema van.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Oefeningen====&lt;br /&gt;
#Een IEF curve van 2 peptiden zijn gegeven en de 1letter codes van de peptiden (SCHEPEN en PRACHT). Bepaal welke curve bij welk peptide hoort. (Een tabel met alle pKa&#039;s zijn gegeven).&lt;br /&gt;
#De peptiden worden onderworpen aan een anionenwisselaar die geijkt is met een buffer met pH 7.5. Wat zijn de bindings- en elutiecondities en maak een schematische voorstelling van het chromatogram.&lt;br /&gt;
#De buffer is een Na-fosfaatbuffer (pKa&#039;=6.7) met pH7.5 en I=0.1mol/dm^3. Er wordt Na2HPO4*7H2O (Mr=268) en NaH2PO4*2H2O (Mr=156) gebruikt. We willen 1L buffer maken. Laat je denkwijze zien en voer alle berekeningen uit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2018===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====mondeling====&lt;br /&gt;
#Een collega heeft een eiwitopzuivering uitgevoerd in het labo en wilt dit verder experimenteel gebruiken, je bent echter niet zeker van de zuiverheid van het staal. Hoe ga je te werk om deze zuiverheid te controleren? Hoe ga je te werk als je zeer grote zekerheid wilt over de zuiverheid? Bespreek hoe je te werk gaat, teken de meetopstelling(en) en benoem de onderdelen, en leg uit.&lt;br /&gt;
#Stel dat het eiwit uit meerdere peptideketens bestaat, hoe beïnvloed dit het resultaat bekomen uit voorgaande methode vergeleken met als het slechts uit één peptideketen bestaat?&lt;br /&gt;
#Je beslist om een preparatieve scheiding uit te voeren van het eiwit op basis van IEP, leg uit welke methode je kiest, hoe deze werkt, en teken de opstelling en benoem alle onderdelen. (hierbij bijvragen over resolutie en theoretische platen: van deemter vergelijking uitleggen en grafieken kunnen maken)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====oefeningen====&lt;br /&gt;
#Je wilt een ATP oplossing maken met radioactief gelabelde P, gegeven info over gewenste oplossing, de scintillatieteller, de hot stock, de cold stock, en Mr van ATP. Maak deze oplossing (dus letterlijk zoals in de oefenzitting)&lt;br /&gt;
#Van de gemaakte oplossing gebruik je 25ml direct, en 25ml pas 7 dagen later. Halfwaardetijd van 32P is 14.3 dagen. Hoe radioactief is de gemaakte oplossing nog na deze 7 dagen?&lt;br /&gt;
#Als buffer hierbij gebruiken we een natriumacetaat buffer. We wensen 100ml met een ionische sterkte van 0.1M. Verder nog info over Mr en dichtheid van HOAc gegeven. Bereid deze buffer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===5 september 2017===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====mondeling====&lt;br /&gt;
#Hoe kan je uitzoeken waar en in welke moleculaire vorm een geneesmiddel, toegediend aan een proefdier, aanwezig is. (verschillende technieken zijn nodig: radiolabeling, HPLC en massaspectometrie (zie &amp;amp;quot;toepassing&amp;amp;quot; bij slide analyse van biomoleculen))&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====schriftelijk====&lt;br /&gt;
#capillaire elektroforese uitleggen + theoretische platen + goede preparatieve methode? + verschil met klassieke gel elektroforese&lt;br /&gt;
#begrippen: PET, absorptiespectrum, scintillatieteller &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====oefeningen====&lt;br /&gt;
#8 proteïnen in een mengsel scheiden met gegeven technieken &lt;br /&gt;
#hoe zie je dat eiwitopzuivering gelukt is&lt;br /&gt;
#oef met wet van lambert-beer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
====mondeling====&lt;br /&gt;
#ELISE je hebt zika antigenen, deze kan je ook modificeren (fuseren met eiwit enzo)&lt;br /&gt;
#leg uit hoe je een test maakt tegen zika virus; hoe werkt je test; hoe wordt meetsignaal opgewekt; detectie + tekening&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====schriftelijk====&lt;br /&gt;
#eiwitten uit cel + eiwit X gebonden aan Hist-tag&lt;br /&gt;
#* leg uit hoe je deze tag kan gebruiken om eiwit X te zuiveren&lt;br /&gt;
#*wat als eiwit X complexen vormt met andere eiwitten en na de opzuivering (vorige vraag) de eiwitten nog steeds complexen vormen, hoe zou je dan de identiteit van de gebonden eiwitten achterhalen? Schets opstelling + leg onderdelen uit&lt;br /&gt;
#begrippen&lt;br /&gt;
#*vlam ionisatie detectie&lt;br /&gt;
#*isocratische elutie&lt;br /&gt;
#*brekingsindex detector&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====oefeningen====&lt;br /&gt;
#biureet tabel aanvullen&lt;br /&gt;
#absorptie oefening (bepaal c) met l=1cm, A=0.2, E=10.0dl/gcm&lt;br /&gt;
#standaardcurve en dan C bepalen van de onbekende eiwit&lt;br /&gt;
#*Na-fosfaatbuffer met pKa=6.9, pH=7.5, I=0.1mol dm^-3&lt;br /&gt;
#*Na2HPO4.7H20 met Mr=268.00 en NaH2PO4.2H20 met Mr=156.00&lt;br /&gt;
#* hoe maak ik een 1l buffer?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 januari 2017===&lt;br /&gt;
====mondeling====&lt;br /&gt;
#nagaan of er contaminatie is in een eiwitopzuivering van een collega (methode a), hoe kan je dit extra controleren? wat is het effect op de methode a als je proteïne complex uit meerder eenheden bestaat?&lt;br /&gt;
#voeg zelf een een nieuwe preparatieve eiwitzuivering uit op basis van iso-elektrisch punt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====schriftelijk====&lt;br /&gt;
#absorbantie uitleggen en een tekening + uitleg geven van apparaat dat dit kan meten. &lt;br /&gt;
#3 begrippen&lt;br /&gt;
##activiteitscoëfficiënt&lt;br /&gt;
##quadrupole mass analyzer&lt;br /&gt;
##...&lt;br /&gt;
====oefening====&lt;br /&gt;
#massa spectrometrie (bereken de molaire massa&#039;s, geef aminozuur volgorde, n-/c-terminus,...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25/01/2017 nm===&lt;br /&gt;
====Mondeling:====&lt;br /&gt;
- 3 manieren uitleggen om Mr van eiwit te bepalen (+ tekeningen)&lt;br /&gt;
====Schriftelijk: ====&lt;br /&gt;
- grafiek gegeven, hierover vanalles van de van deemter vergelijking uitleggen + een (chromatografische) techniek tekenen en uitleggen waarbij van deemter toepasbaar is&lt;br /&gt;
- begrippen: osmotische shock, fotonverminigvuldiger, ionische sterkte&lt;br /&gt;
====Oefening:====&lt;br /&gt;
- radioactieve oplossing maken&lt;br /&gt;
- radioactief verval berekenen &lt;br /&gt;
- borax buffer maken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 augustus NM===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
#je wilt een eiwit opzuiveren uit een cellysaat en je doet dit met Western blotting. &lt;br /&gt;
##leg uit hoe western blotting werkt &lt;br /&gt;
##hoe kan je de aanwezigheid aantonen en hoe meet je dit? &lt;br /&gt;
##hoe zorg je voor een goede controle voor je kan aantonen dat dit kwantitatief een goede techniek is? &lt;br /&gt;
##je wilt enkel de eiwitten uit 1 specifiek celorganel (bv mitochondriÃ«n), hoe ga je hiervoor te werk?&lt;br /&gt;
====Schriftelijk====&lt;br /&gt;
#grafiek van theoretische plaathoogte met 3 verschillende korrelgroottes (stationaire fase): uitleggen + waarbij gebruikt + teken een voorbeeld waarbij dit van toepassing is.&lt;br /&gt;
#retentietijd bij chromatografie, radiografie, potentiometrie&lt;br /&gt;
====oefening====&lt;br /&gt;
#op strategie: 6 proteÃ¯nen opzuiveren. Daarna ook nog absorbantie berekenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 augustus 2016 voormiddag===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
#Cocaïne werd opgespoord door de politie via een colorimetrische test, waarom is dit een goede methode? (How a $2 Roadside Drug Test Sends InnocentPeople to Jail) &lt;br /&gt;
#Hoe ga je te werk om cocaÃ¯ne aan te tonen in een complex mengsel? (stel je hebt alle apparatuur beschikbaar) + Structuur van cocaïne is gegeven!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Schriftelijk====&lt;br /&gt;
#Geef 3 technieken om de Mr van proteïnen te bepalen. (geen quaternaire structuur)&lt;br /&gt;
#Leg volgende begrippen uit: standaard additie, de wet van Lambert-Beer, nauwkeurigheid vs precisie&lt;br /&gt;
#Oefening: 4 proteïnen in 2D gel-elekroforese&lt;br /&gt;
##Wat kan je zeggen over de proteïnen op basis van deze gegevens? Hoe zouden deze elueren bij SEC + tekening? &lt;br /&gt;
##Hoe zouden deze elueren bij IEC + tekening, en hoe zou je te werk gaan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Oefening ====&lt;br /&gt;
#over buffer maken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===29 januari 2016 voormiddag===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
#Maak een ELISA test om antilichamen tegen een virus op te sporen in een bloedstaal. Je krijgt antigenen tegen dit antilichaam, en je hebt ook de mogelijkheid om aan deze antigenen een proteÃ¯ne te fuseren. Een eigenschap van het antilichaam is dat het 5 antigenen kan binden. Hoe werkt je test? Hoe wek je de detectie van de antilichamen op?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Schriftelijk====&lt;br /&gt;
#ICP-AES: waarvoor staat de afkorting? Schets opstelling en leg werking uit. Als er andere elementen aanwezig zijn dan het element dat je wil detecteren, is dit dan een probleem? Standaardadditie uitleggen en uitleggen hoe je hiermee een meettoestel kan ijken.&lt;br /&gt;
#Begrippen: &lt;br /&gt;
##Theoretische plaat&lt;br /&gt;
##Referentie-elektrode&lt;br /&gt;
##Positron Emissie Tomografie&lt;br /&gt;
====Oefening====&lt;br /&gt;
#3 proteÃ¯nen zijn gegeven&lt;br /&gt;
#uitleg geven over IEC-kationenwisselaar en SEC&lt;br /&gt;
#Chromatogram van kationenwisselaar geven&lt;br /&gt;
#chromatogram van SEC geven,...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2016 voormiddag===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
#Hoe kan je uitzoeken waar en in welke moleculaire vorm een geneesmiddel, toegediend aan een proefdier, aanwezig is. (verschillende technieken zijn nodig: radiolabeling, HPLC en massaspectometrie (zie &amp;amp;quot;toepassing&amp;amp;quot; bij slide analyse van biomoleculen))&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Schriftelijk====&lt;br /&gt;
#hoe werkt de pH-elektrode en leg uit. Wat moet je hieraan veranderen om deze werkzaam te maken voor stof X en wat moeten we aannemen over deze stof. Als stof X de lading n+ heeft wat is dan de relatie tussen de concentratie van stof X en het potentiaalverschil.&lt;br /&gt;
#Begrippen&lt;br /&gt;
##relatieve centrifugaalkracht&lt;br /&gt;
##osmotische shock&lt;br /&gt;
##activatiecoÃ«fficiÃ«nt&lt;br /&gt;
====Oefening====&lt;br /&gt;
#concentratie van eiwit berekenen uit absorptievergelijking&lt;br /&gt;
#tabel over biureet assay aanvullen&lt;br /&gt;
#curve opstellen waaruit je de concentratie van een onbekend eiwit kunt halen als je weet dat A= 0.44&lt;br /&gt;
#Na-acetaat-azijnzuur buffer maken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2016 voormiddag===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
#Stel zelf een massaspectrometer samen om eiwitten te identificeren. Alle onderdelen uitleggen en analysestappen uitleggen hoe je een eiwit gaat identificeren. (eigenlijk heel het hoofdstuk van massaspectrometrie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Schriftelijk====&lt;br /&gt;
#Hoeveelheid metaalionen bepalen via Coulometrie, Potentiometrie en Voltammetrie + verschil uitleggen&lt;br /&gt;
#Begrippen:&lt;br /&gt;
##Positieve en negatieve controle&lt;br /&gt;
##Holle kathode lamp&lt;br /&gt;
##surface plasmon resonance&lt;br /&gt;
====Oefening====&lt;br /&gt;
#radioactieve oplossing maken&lt;br /&gt;
#radioactief verval&lt;br /&gt;
#na-acetaat-azijnzuur buffer maken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2016 namiddag===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
#Geef 2 manieren om een eiwit op te zuiveren (je moet nagaan bij je collega of er geen contaminaties zijn van andere eiwitten). 1 manier moet heel simpel zijn en de andere wat nauwkeuriger en complex. Leg ook uit hoe IEF werkt.&lt;br /&gt;
====Schriftelijk====&lt;br /&gt;
#een grafiek van theoretische plaathoogte; uitleggen en formules geven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====schriftelijk====&lt;br /&gt;
#definities&lt;br /&gt;
##extinctiecoÃ«fficiÃ«nt&lt;br /&gt;
##osmotische shock&lt;br /&gt;
##retentietijd bij chromatografie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====oefening====&lt;br /&gt;
#massaspectrometrie: Mr waarden zoeken (individuele pieken + gemiddelde) en dan nog eens bij de dochterionen en het bijhorende eiwit eruit halen. (mbv de 3 letterige afkortingen van de aminozuren, je krijgt enkel alfabetische letters gegeven en de massa van de aminozuren (zonder water)).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2016 voormiddag===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
#Geef minstens 3 technieken om Mr van een eiwit te bepalen. Leg uit en maak een schets.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Schriftelijk====&lt;br /&gt;
#vraag over redoxreactie met stof A, en spectroscopie. &lt;br /&gt;
#Hoe je potentiaal kon vinden (Wet van Nernst). &lt;br /&gt;
#Hoe concentratie berekenen (stelsel oplossen). &lt;br /&gt;
#Schets van opstelling die dit kan meten.&lt;br /&gt;
#begrippen uitleggen in voorziene ruimte: &lt;br /&gt;
##surface plasmon resonance&lt;br /&gt;
##target vinden met affiniteits chromatografie en interne/externe standaard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Oefening====&lt;br /&gt;
 2 proteÃ¯ne zijn gegeven (DENK en SCHRYF) en een gel van IEF (4 en 8.9 waren pI ongeveer). Welk proteÃ¯ne is welke curve en waarom? (Tabel met pka&#039;s is gegeven met lettercode en afkorting van aminozuren.) Je wilt die proteÃ¯nen scheiden met anionenwisselaar bij pH 7,5. Teken bijhorende chromatogram en condities. Je wilt dit doen met 1L Na-fosfaatbuffer van pH 7,5 met pKa=6.9 en I=0,3 mol/dm. Hoe maak je deze beginnend met Na2HPO4.7H2O (Mr=...) en NaH2PO4.2H2O (Mr=...)?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
OPGELET: dit vak is volledig aangepast sinds academiejaar 2015-2016!&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marie</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Analytische_Biochemie&amp;diff=1575</id>
		<title>Analytische Biochemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Analytische_Biochemie&amp;diff=1575"/>
		<updated>2019-01-28T16:12:36Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marie: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 januari 2019 NM===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
Een test maken om te zien of een persoon aan een bepaalde ziekte lijd (bv. HIV). Je krijgt een staal van de patiënt met de antilichamen. Ontwerp de test, je hebt alles voorhande van antilichamen, antigenen en je kan deze modificeren om een bepaalde functionele groep te hebben (signaal uitzenden)... Zorg ervoor dat de test colorimetrisch gedetecteerd kan worden, welk apparaat hebben we hier voor nodig? Teken dit en duid de onderdelen aan, schets kort de functie van de onderdelen (fotospectrometer). Vergeet niet dat je antilichamen tegen andere antilichamen kan hebben. Zoals konijn anti-rat, kat anti-muis, ... en zo dus ook anti-homo sapiens.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Oefeningen====&lt;br /&gt;
#Eeen peptide werd onderzocht met massaspectrometrie. MALDI-TOF leverde twee signalen (zie figuur A). De waargenomen ionen zijn ontstaan ten gevolge van protenering (in verschillende graad) van het peptide. Na trypsine behandeling ontstonden 3 fragmenten. Met [M+H]+ moleculion van één van deze driefragmenten is gekenmerkt door m/z-waarde van 611 (zie figuur B). MS/MS van deze component leverde 4 Y+ c-terminale dochterionen (zie figuur C)&lt;br /&gt;
#*Leid de Mr-waarde af van het peptide. Geef de waarde bekomen voor iedere piek en de gemiddelde waarde (5 significantie cijfers).&lt;br /&gt;
#*Bepaal de Mr-waarde voor de 2 trypsine-fragmenten en vergelijk de som van deze waarden met de Mr-waarde van het intacte polypeptide. Hoe is het verschil in massa te verklaren?&lt;br /&gt;
#*Leid de aminozuursequentie van de &#039;611&#039; component wetende dat de aangegeven ionen, die onstaant bij MS/MS, Y+ splitsingsproducten zijn (zie figuur). Gebruik voor identificatie van de aminozuurresidu&#039;s de molmassa&#039;s zijn gegeven. Komt dit fragment aan de N-, C-terminaal of er tussen in voor?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 januari 2019 VM===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leg uit: Potentiometrie, Conductometrie en Voltametrie (amperometrie met variërende potentiaal) en leg uit hoe je de concentratie bepaalt voor een analiet M+&lt;br /&gt;
Stel dat de reactie voor M+ niet specifiek kan opgaan. Hoe kan je de concentratie bepalen? (selectieve elektrode; haal hier de pH elektrode aan)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Oefeningen====&lt;br /&gt;
Mengsel met monomere proteïnen A,B,C en D gescheiden met 2D elektroforese; Mr en pI gegeven. Geef de eigenschappen van de proteïnen, hoe ze elueren/retentie ondervinden bij gelfiltratiechromatografie en anionenuitwisselingschromatografie en een oefening over de buffers&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 januari 2018===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
#Een nieuw gesneesmiddel is gevonden, dit werkt in op een eiwit, je wil testen op welk eiwit dit inspeelt. Stel dat de binding tussen eiwit en molecule stabiel is (dus komt niet los tijdens de experimenten). Hoe ga je dit eiwit vinden en hoe kan je vinden welk eiwit dit is? Schrijf uit welke stappen je onderneemt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Oefeningen====&lt;br /&gt;
#Eeen peptide werd onderzocht met massaspectrometrie. MALDI-TOF leverde twee signalen (zie figuur A). De waargenomen ionen zijn ontstaan ten gevolge van protenering (in verschillende graad) van het peptide. Na trypsine behandeling ontstonden 2 fragmenten. Met [M+H]+ moleculion van één van deze twee fragmenten is gekenmerkt door m/z-waarde van 611 (zie figuur B). MS/MS van deze component leverde 4 Y+ c-terminale dochterionen (zie figuur C)&lt;br /&gt;
#*Leid de Mr-waarde af van het peptide. Geef de waarde bekomen voor iedere piek en de gemiddelde waarde (5 significantie cijfers).&lt;br /&gt;
#*Bepaal de Mr-waarde voor de 2 trypsine-fragmenten en vergelijk de som van deze waarden met de Mr-waarde van het intacte polypeptide. Hoe is het verschil in massa te verklaren?&lt;br /&gt;
#*Leid de aminozuursequentie van de &#039;611&#039; component wetende dat de aangegeven ionen, die onstaant bij MS/MS, Y+ splitsingsproducten zijn (zie figuur). Gebruik voor identificatie van de aminozuurresidu&#039;s de molmassa&#039;s zijn gegeven. Komt dit fragment aan de N- of C-terminaal?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 januari 2018===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
#Een team van chemici heeft een organisch geneesmiddel gemaakt en ingebracht in een proefdier. Hoe ga je te werk om te achterhalen in welke vormen (moleculaire structuren) het geneesmiddel voorkomt? Bespreek de techniek(en) die je gebruikt en maak er een schema van.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Oefeningen====&lt;br /&gt;
#Een IEF curve van 2 peptiden zijn gegeven en de 1letter codes van de peptiden (SCHEPEN en PRACHT). Bepaal welke curve bij welk peptide hoort. (Een tabel met alle pKa&#039;s zijn gegeven).&lt;br /&gt;
#De peptiden worden onderworpen aan een anionenwisselaar die geijkt is met een buffer met pH 7.5. Wat zijn de bindings- en elutiecondities en maak een schematische voorstelling van het chromatogram.&lt;br /&gt;
#De buffer is een Na-fosfaatbuffer (pKa&#039;=6.7) met pH7.5 en I=0.1mol/dm^3. Er wordt Na2HPO4*7H2O (Mr=268) en NaH2PO4*2H2O (Mr=156) gebruikt. We willen 1L buffer maken. Laat je denkwijze zien en voer alle berekeningen uit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2018===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====mondeling====&lt;br /&gt;
#Een collega heeft een eiwitopzuivering uitgevoerd in het labo en wilt dit verder experimenteel gebruiken, je bent echter niet zeker van de zuiverheid van het staal. Hoe ga je te werk om deze zuiverheid te controleren? Hoe ga je te werk als je zeer grote zekerheid wilt over de zuiverheid? Bespreek hoe je te werk gaat, teken de meetopstelling(en) en benoem de onderdelen, en leg uit.&lt;br /&gt;
#Stel dat het eiwit uit meerdere peptideketens bestaat, hoe beïnvloed dit het resultaat bekomen uit voorgaande methode vergeleken met als het slechts uit één peptideketen bestaat?&lt;br /&gt;
#Je beslist om een preparatieve scheiding uit te voeren van het eiwit op basis van IEP, leg uit welke methode je kiest, hoe deze werkt, en teken de opstelling en benoem alle onderdelen. (hierbij bijvragen over resolutie en theoretische platen: van deemter vergelijking uitleggen en grafieken kunnen maken)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====oefeningen====&lt;br /&gt;
#Je wilt een ATP oplossing maken met radioactief gelabelde P, gegeven info over gewenste oplossing, de scintillatieteller, de hot stock, de cold stock, en Mr van ATP. Maak deze oplossing (dus letterlijk zoals in de oefenzitting)&lt;br /&gt;
#Van de gemaakte oplossing gebruik je 25ml direct, en 25ml pas 7 dagen later. Halfwaardetijd van 32P is 14.3 dagen. Hoe radioactief is de gemaakte oplossing nog na deze 7 dagen?&lt;br /&gt;
#Als buffer hierbij gebruiken we een natriumacetaat buffer. We wensen 100ml met een ionische sterkte van 0.1M. Verder nog info over Mr en dichtheid van HOAc gegeven. Bereid deze buffer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===5 september 2017===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====mondeling====&lt;br /&gt;
#Hoe kan je uitzoeken waar en in welke moleculaire vorm een geneesmiddel, toegediend aan een proefdier, aanwezig is. (verschillende technieken zijn nodig: radiolabeling, HPLC en massaspectometrie (zie &amp;amp;quot;toepassing&amp;amp;quot; bij slide analyse van biomoleculen))&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====schriftelijk====&lt;br /&gt;
#capillaire elektroforese uitleggen + theoretische platen + goede preparatieve methode? + verschil met klassieke gel elektroforese&lt;br /&gt;
#begrippen: PET, absorptiespectrum, scintillatieteller &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====oefeningen====&lt;br /&gt;
#8 proteïnen in een mengsel scheiden met gegeven technieken &lt;br /&gt;
#hoe zie je dat eiwitopzuivering gelukt is&lt;br /&gt;
#oef met wet van lambert-beer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
====mondeling====&lt;br /&gt;
#ELISE je hebt zika antigenen, deze kan je ook modificeren (fuseren met eiwit enzo)&lt;br /&gt;
#leg uit hoe je een test maakt tegen zika virus; hoe werkt je test; hoe wordt meetsignaal opgewekt; detectie + tekening&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====schriftelijk====&lt;br /&gt;
#eiwitten uit cel + eiwit X gebonden aan Hist-tag&lt;br /&gt;
#* leg uit hoe je deze tag kan gebruiken om eiwit X te zuiveren&lt;br /&gt;
#*wat als eiwit X complexen vormt met andere eiwitten en na de opzuivering (vorige vraag) de eiwitten nog steeds complexen vormen, hoe zou je dan de identiteit van de gebonden eiwitten achterhalen? Schets opstelling + leg onderdelen uit&lt;br /&gt;
#begrippen&lt;br /&gt;
#*vlam ionisatie detectie&lt;br /&gt;
#*isocratische elutie&lt;br /&gt;
#*brekingsindex detector&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====oefeningen====&lt;br /&gt;
#biureet tabel aanvullen&lt;br /&gt;
#absorptie oefening (bepaal c) met l=1cm, A=0.2, E=10.0dl/gcm&lt;br /&gt;
#standaardcurve en dan C bepalen van de onbekende eiwit&lt;br /&gt;
#*Na-fosfaatbuffer met pKa=6.9, pH=7.5, I=0.1mol dm^-3&lt;br /&gt;
#*Na2HPO4.7H20 met Mr=268.00 en NaH2PO4.2H20 met Mr=156.00&lt;br /&gt;
#* hoe maak ik een 1l buffer?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 januari 2017===&lt;br /&gt;
====mondeling====&lt;br /&gt;
#nagaan of er contaminatie is in een eiwitopzuivering van een collega (methode a), hoe kan je dit extra controleren? wat is het effect op de methode a als je proteïne complex uit meerder eenheden bestaat?&lt;br /&gt;
#voeg zelf een een nieuwe preparatieve eiwitzuivering uit op basis van iso-elektrisch punt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====schriftelijk====&lt;br /&gt;
#absorbantie uitleggen en een tekening + uitleg geven van apparaat dat dit kan meten. &lt;br /&gt;
#3 begrippen&lt;br /&gt;
##activiteitscoëfficiënt&lt;br /&gt;
##quadrupole mass analyzer&lt;br /&gt;
##...&lt;br /&gt;
====oefening====&lt;br /&gt;
#massa spectrometrie (bereken de molaire massa&#039;s, geef aminozuur volgorde, n-/c-terminus,...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25/01/2017 nm===&lt;br /&gt;
====Mondeling:====&lt;br /&gt;
- 3 manieren uitleggen om Mr van eiwit te bepalen (+ tekeningen)&lt;br /&gt;
====Schriftelijk: ====&lt;br /&gt;
- grafiek gegeven, hierover vanalles van de van deemter vergelijking uitleggen + een (chromatografische) techniek tekenen en uitleggen waarbij van deemter toepasbaar is&lt;br /&gt;
- begrippen: osmotische shock, fotonverminigvuldiger, ionische sterkte&lt;br /&gt;
====Oefening:====&lt;br /&gt;
- radioactieve oplossing maken&lt;br /&gt;
- radioactief verval berekenen &lt;br /&gt;
- borax buffer maken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 augustus NM===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
#je wilt een eiwit opzuiveren uit een cellysaat en je doet dit met Western blotting. &lt;br /&gt;
##leg uit hoe western blotting werkt &lt;br /&gt;
##hoe kan je de aanwezigheid aantonen en hoe meet je dit? &lt;br /&gt;
##hoe zorg je voor een goede controle voor je kan aantonen dat dit kwantitatief een goede techniek is? &lt;br /&gt;
##je wilt enkel de eiwitten uit 1 specifiek celorganel (bv mitochondriÃ«n), hoe ga je hiervoor te werk?&lt;br /&gt;
====Schriftelijk====&lt;br /&gt;
#grafiek van theoretische plaathoogte met 3 verschillende korrelgroottes (stationaire fase): uitleggen + waarbij gebruikt + teken een voorbeeld waarbij dit van toepassing is.&lt;br /&gt;
#retentietijd bij chromatografie, radiografie, potentiometrie&lt;br /&gt;
====oefening====&lt;br /&gt;
#op strategie: 6 proteÃ¯nen opzuiveren. Daarna ook nog absorbantie berekenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 augustus 2016 voormiddag===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
#Cocaïne werd opgespoord door de politie via een colorimetrische test, waarom is dit een goede methode? (How a $2 Roadside Drug Test Sends InnocentPeople to Jail) &lt;br /&gt;
#Hoe ga je te werk om cocaÃ¯ne aan te tonen in een complex mengsel? (stel je hebt alle apparatuur beschikbaar) + Structuur van cocaïne is gegeven!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Schriftelijk====&lt;br /&gt;
#Geef 3 technieken om de Mr van proteïnen te bepalen. (geen quaternaire structuur)&lt;br /&gt;
#Leg volgende begrippen uit: standaard additie, de wet van Lambert-Beer, nauwkeurigheid vs precisie&lt;br /&gt;
#Oefening: 4 proteïnen in 2D gel-elekroforese&lt;br /&gt;
##Wat kan je zeggen over de proteïnen op basis van deze gegevens? Hoe zouden deze elueren bij SEC + tekening? &lt;br /&gt;
##Hoe zouden deze elueren bij IEC + tekening, en hoe zou je te werk gaan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Oefening ====&lt;br /&gt;
#over buffer maken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===29 januari 2016 voormiddag===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
#Maak een ELISA test om antilichamen tegen een virus op te sporen in een bloedstaal. Je krijgt antigenen tegen dit antilichaam, en je hebt ook de mogelijkheid om aan deze antigenen een proteÃ¯ne te fuseren. Een eigenschap van het antilichaam is dat het 5 antigenen kan binden. Hoe werkt je test? Hoe wek je de detectie van de antilichamen op?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Schriftelijk====&lt;br /&gt;
#ICP-AES: waarvoor staat de afkorting? Schets opstelling en leg werking uit. Als er andere elementen aanwezig zijn dan het element dat je wil detecteren, is dit dan een probleem? Standaardadditie uitleggen en uitleggen hoe je hiermee een meettoestel kan ijken.&lt;br /&gt;
#Begrippen: &lt;br /&gt;
##Theoretische plaat&lt;br /&gt;
##Referentie-elektrode&lt;br /&gt;
##Positron Emissie Tomografie&lt;br /&gt;
====Oefening====&lt;br /&gt;
#3 proteÃ¯nen zijn gegeven&lt;br /&gt;
#uitleg geven over IEC-kationenwisselaar en SEC&lt;br /&gt;
#Chromatogram van kationenwisselaar geven&lt;br /&gt;
#chromatogram van SEC geven,...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2016 voormiddag===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
#Hoe kan je uitzoeken waar en in welke moleculaire vorm een geneesmiddel, toegediend aan een proefdier, aanwezig is. (verschillende technieken zijn nodig: radiolabeling, HPLC en massaspectometrie (zie &amp;amp;quot;toepassing&amp;amp;quot; bij slide analyse van biomoleculen))&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Schriftelijk====&lt;br /&gt;
#hoe werkt de pH-elektrode en leg uit. Wat moet je hieraan veranderen om deze werkzaam te maken voor stof X en wat moeten we aannemen over deze stof. Als stof X de lading n+ heeft wat is dan de relatie tussen de concentratie van stof X en het potentiaalverschil.&lt;br /&gt;
#Begrippen&lt;br /&gt;
##relatieve centrifugaalkracht&lt;br /&gt;
##osmotische shock&lt;br /&gt;
##activatiecoÃ«fficiÃ«nt&lt;br /&gt;
====Oefening====&lt;br /&gt;
#concentratie van eiwit berekenen uit absorptievergelijking&lt;br /&gt;
#tabel over biureet assay aanvullen&lt;br /&gt;
#curve opstellen waaruit je de concentratie van een onbekend eiwit kunt halen als je weet dat A= 0.44&lt;br /&gt;
#Na-acetaat-azijnzuur buffer maken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2016 voormiddag===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
#Stel zelf een massaspectrometer samen om eiwitten te identificeren. Alle onderdelen uitleggen en analysestappen uitleggen hoe je een eiwit gaat identificeren. (eigenlijk heel het hoofdstuk van massaspectrometrie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Schriftelijk====&lt;br /&gt;
#Hoeveelheid metaalionen bepalen via Coulometrie, Potentiometrie en Voltammetrie + verschil uitleggen&lt;br /&gt;
#Begrippen:&lt;br /&gt;
##Positieve en negatieve controle&lt;br /&gt;
##Holle kathode lamp&lt;br /&gt;
##surface plasmon resonance&lt;br /&gt;
====Oefening====&lt;br /&gt;
#radioactieve oplossing maken&lt;br /&gt;
#radioactief verval&lt;br /&gt;
#na-acetaat-azijnzuur buffer maken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2016 namiddag===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
#Geef 2 manieren om een eiwit op te zuiveren (je moet nagaan bij je collega of er geen contaminaties zijn van andere eiwitten). 1 manier moet heel simpel zijn en de andere wat nauwkeuriger en complex. Leg ook uit hoe IEF werkt.&lt;br /&gt;
====Schriftelijk====&lt;br /&gt;
#een grafiek van theoretische plaathoogte; uitleggen en formules geven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====schriftelijk====&lt;br /&gt;
#definities&lt;br /&gt;
##extinctiecoÃ«fficiÃ«nt&lt;br /&gt;
##osmotische shock&lt;br /&gt;
##retentietijd bij chromatografie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====oefening====&lt;br /&gt;
#massaspectrometrie: Mr waarden zoeken (individuele pieken + gemiddelde) en dan nog eens bij de dochterionen en het bijhorende eiwit eruit halen. (mbv de 3 letterige afkortingen van de aminozuren, je krijgt enkel alfabetische letters gegeven en de massa van de aminozuren (zonder water)).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2016 voormiddag===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
#Geef minstens 3 technieken om Mr van een eiwit te bepalen. Leg uit en maak een schets.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Schriftelijk====&lt;br /&gt;
#vraag over redoxreactie met stof A, en spectroscopie. &lt;br /&gt;
#Hoe je potentiaal kon vinden (Wet van Nernst). &lt;br /&gt;
#Hoe concentratie berekenen (stelsel oplossen). &lt;br /&gt;
#Schets van opstelling die dit kan meten.&lt;br /&gt;
#begrippen uitleggen in voorziene ruimte: &lt;br /&gt;
##surface plasmon resonance&lt;br /&gt;
##target vinden met affiniteits chromatografie en interne/externe standaard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Oefening====&lt;br /&gt;
 2 proteÃ¯ne zijn gegeven (DENK en SCHRYF) en een gel van IEF (4 en 8.9 waren pI ongeveer). Welk proteÃ¯ne is welke curve en waarom? (Tabel met pka&#039;s is gegeven met lettercode en afkorting van aminozuren.) Je wilt die proteÃ¯nen scheiden met anionenwisselaar bij pH 7,5. Teken bijhorende chromatogram en condities. Je wilt dit doen met 1L Na-fosfaatbuffer van pH 7,5 met pKa=6.9 en I=0,3 mol/dm. Hoe maak je deze beginnend met Na2HPO4.7H2O (Mr=...) en NaH2PO4.2H2O (Mr=...)?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
OPGELET: dit vak is volledig aangepast sinds academiejaar 2015-2016!&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marie</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Algemene_Natuurkunde_II&amp;diff=1428</id>
		<title>Algemene Natuurkunde II</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Algemene_Natuurkunde_II&amp;diff=1428"/>
		<updated>2019-01-21T19:28:25Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marie: /* 18 januari 2019 NM */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Vervolgvak op Algemene natuurkunde I. Vanaf het academiejaar 2009-2010 gedoceerd door prof Wübbenhorst.(&#039;&#039;&#039;Let dus op, de oudere vragen komen van prof. Janssen&#039;&#039;&#039;)  Het is geen jaarvak meer, enkel examen in januari dus. Het betreft een mondeling examen met schriftelijke voorbereiding.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2019 NM===&lt;br /&gt;
#Wet van Biot-Savart vergelijken met wet van Coulomb, + magnetische inductie rond oneindig lange draad geven&lt;br /&gt;
#Straling van een zwart lichaam&lt;br /&gt;
#Condensator waarvan de afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt&lt;br /&gt;
#Er zijn twee verschillende stukken glas, met lengte l1 = 4 micrometer, l2 = 3,5 micrometer, n1 = 1,4, n2 = 1,6. Je stuurt er een lichtstraal door met golflengte lambda = 600 nm. Ze komen in dezelfde fase toe op de stukken glas, loodrecht, en gaan dan door naar een scherm. Wat is het faseverschil tussen de twee golven wanneer ze op het scherm komen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2019 VM===&lt;br /&gt;
#Wet van Biot-Savart vergelijken met wet van Coulomb, + magnetische inductie rond oneindig lange draad geven&lt;br /&gt;
#Verschil tussen intrinsieke en gedopeerde halfgeleider, tijdsafhankelijkheid van weerstanden&lt;br /&gt;
#Condensator waarvan de afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt&lt;br /&gt;
#Twee glasplaatjes met verschillende lengte en n. bepaal het faseverschil van twee loodrechte stralen (initieel in fase)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 januari 2019 NM===&lt;br /&gt;
#Wet van Faraday en Lens bespreken, transformator + toepassing, foucaultstromen&lt;br /&gt;
#Laser, straling van een zwart lichaam (bijvraag: grafiek tekenen I(lamda) (brede klokvorm voor zwart lichaam vs dunne voor laser)&lt;br /&gt;
#Twee bolschillen: potentiaal en capaciteit&lt;br /&gt;
#Twee glasplaatjes met verschillende lengte en n. bepaal het faseverschil van twee loodrechte stralen (initieel in fase)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 januari 2019 VM===&lt;br /&gt;
#Wet van Biot-Savart vergelijken met wet van Coulomb, + magnetische inductie rond oneindig lange draad geven&lt;br /&gt;
#straling van een zwart lichaam&lt;br /&gt;
#Dikte micaplaatje proef van Young&lt;br /&gt;
#Condensator waarvan de afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 augustus 2018===&lt;br /&gt;
#halfgeleiders + pn-juncite&lt;br /&gt;
#wet Biot-Savart toepassen op oneindig lange rechte draad&lt;br /&gt;
#condensator gevuld met water, oppervlakte lading en E berkekenen&lt;br /&gt;
#dikte miccaplaatje met proef van Young bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2018 vm===&lt;br /&gt;
Zelfde als 15 januari 2018&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2018 vm===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#De wet van Biot-Savart&lt;br /&gt;
#Verschil tussen intrinsieke en gedopeerde halfgeleider + pn-junctie&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#2 bolschillen met lading q en -q, straal r1 en r2, bereken het potentiaalverschil en capaciteit.&lt;br /&gt;
#er zijn twee verschillende stukken glas, met lengte l1 = 4 micrometer, l2 = 3,5 micrometer, n1 = 1,4, n2 = 1,6. Je stuurt er een lichtstraal door met golflengte lambda = 600 nm. Ze komen in dezelfde fase toe op de stukken glas, loodrecht, en gaan dan door naar een scherm. Wat is het faseverschil tussen de twee golven wanneer ze op het scherm komen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2018 vm===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zie examen 17 januari 2017&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Er werd ook nog gevraagd naar ferromagnetisme bij vraag 1&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2018 nm===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Beweging van een geladen deeltje in een magneetveld + massaspectrometer en cyclotron uitleggen&lt;br /&gt;
#RLC-keten uitleggen &lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 µm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor één van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje?&lt;br /&gt;
#De ruimte tussen de platen tussen een condensator wordt helemaal opgevuld met zuiver water. Het dipoolmoment van een watermolecule is 6.10x10^-30Cm. Water heeft een dichtheid van 1.00g/cm³ en een molaire massa van 18g. De diëlektrische constante van water is 80. Het getal van Avogadro is 6.02x10^23. &lt;br /&gt;
#* Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen zou kunnen worden dat alle elektrische dipolen perfect uitgelijnd zijn met het elektrisch veld. Wat zou dan de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid aan het wateroppervlak zijn? &lt;br /&gt;
#* Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen wordt, dat die geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid één duizendste bedraagt van de hierboven berekende waarde. Hoe groot is dan het elektrisch veld in de condensator?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2017 nm===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Polarisatie toestanden&lt;br /&gt;
#Gedopeerde halfgeleiders vs zuivere halfgeleiders en de PN-junctie&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#2 bolschillen. Potentiaal verschil en Electrisch veld berekenen van R naar oneindig.&lt;br /&gt;
#Solenoïde: magnetisch kracht na lange tijd en wanneer is deze half zo groot? (vermogen berekenen en hoeveel procent van het vermogen heeft het de 2e dan verbruikt)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2017 vm===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Rlc keten uitleggen&lt;br /&gt;
#Wet van ampere (tijdsafhankelijk en onafhankelijk)&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
#een bol met 2 stralen en een elektrisch veld waarvan de lading en de potentiaal berekend moeten worden &lt;br /&gt;
#de oefening met licht dat door een gat moet op een hoogte van 50mm, gat zelf is 10mm groot en staat op 30 cm van de bron, wat zijn de golflengtes die aankomen bij het gat?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2017 nm===&lt;br /&gt;
helemaal hetzelfde als de voormiddag&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2017 vm===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
#Halfgeleiders (+grafieken temperatuursafhankelijkheid van n-en p-types)&lt;br /&gt;
#Biot-savart (eindig en oneindig)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#2 bolschillen: potentiaalverschil en capaciteit berekenen&lt;br /&gt;
#2 stukjes glas met lichtstraal (zelfde golflengte) erdoor: faseverschil berekenen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2017===&lt;br /&gt;
Zie examen 18 januari 2016. &lt;br /&gt;
#Magnetisatie en magnetische suceptibiliteit&lt;br /&gt;
#LASER&lt;br /&gt;
Bijvragen bij de werking van de LASER: wat zijn de eigenschappen van laserlicht? Wat zorgt voor de overgang van niveau 2 naar niveau1?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen&lt;br /&gt;
#oefening van condensator waarvan afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt&lt;br /&gt;
#micaplaatje&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2017===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
#RLC-keten&lt;br /&gt;
#Beschrijf de beweging van een geladen deeltje in een magnetisch veld, cyclotron en massaspectrometer&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#mica&lt;br /&gt;
#water in condensator&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Magnetisatie en magnetische suceptibiliteit&lt;br /&gt;
#LASER&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#oef van condensator waarvan afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt&lt;br /&gt;
#oef van het mica plaatje met dikte tussen 6 en 7 micro meter&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2016 NM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Magnetisatie en magnetische suceptibiliteit&lt;br /&gt;
#LASER&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#oef van condensator waarvan afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt&lt;br /&gt;
#oef van het mica plaatje met dikte tussen 6 en 7 micro meter&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2016 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#laser&lt;br /&gt;
#magnetisatie en magnetische susceptibiliteit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#mica plaatje&lt;br /&gt;
#RC keten V1, V2 en V3 bepalen plus tijd waarop V het gemiddelde is van 2&amp;amp;amp;3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2016 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#zuivere vs gedopeerde halfgeleiders (nog iets extra, we moesten nog een grafiek geven die in de slides staan maar niet in het boek: elektrische geleiding ifv temperatuur, maja dat was gewoon een bijvraag) + pn-junctie&lt;br /&gt;
#Geef de wet van Biot Savart en pas dit toe op een oneindig lange stroomvoerende draad&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
#2 geleidende bolschillen met zelfde middelpunt, verschillende stralen (R1, R2, respectievelijk kleinste en grootste). Op de kleinste zit een lading q, op de grootste een lading -q. Bepaal het potentiaalverschil tussen R2 en R1. Bepaal ook de capaciteit van deze condensator.&lt;br /&gt;
#er zijn twee verschillende stukken glas, met lengte l1 = 4 micrometer, l2 = 3,5 micrometer, n1 = 1,4, n2 = 1,6. Je stuurt er een lichtstraal door met golflengte lambda = 600 nm. Ze komen in dezelfde fase toe op de stukken glas, loodrecht, en gaan dan door naar een scherm. Wat is het faseverschil tussen de twee golven wanneer ze op het scherm komen?&lt;br /&gt;
(check oefeningen van examen 10 juni 2011)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Wet van Ampère (uitbreiding) en daarbij ook de B rond een gesloten kromme.&lt;br /&gt;
#RLC uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Bol met bolschil errond en zo diffractie, door da scherm met 200 lijnen / mm en dan een vierkantje op het waarnemingsscherm. (welke golflengten gaan door da vierkantje?)&lt;br /&gt;
===16 januari 2015===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#magnetisatie&lt;br /&gt;
#LASER&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#RC-keten en V1,V2,V3 bepalen&lt;br /&gt;
#mica&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2015===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Wet van Ampère&lt;br /&gt;
#RLC in serie&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#een bol en een bolschil, elektrisch veld en stralen gegeven en dan moest je de lading en de potentiaal aan het opp van de bol berekenen&lt;br /&gt;
#spleet, berekenen welke golflengtes er in het vierkant vallen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2015===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
#zuivere vs gedopeerde halfgeleiders + pn-junctie &lt;br /&gt;
#de wet van Biot-Savart en de oneindige rechte geleider afleiden.&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
#bolvormige condensator (V + C berekenen)&lt;br /&gt;
#lichtstralen van dezelfde golflengte die door 2 glasblokjes gaan, faseverschil berekenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 januari 2015===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Beschrijf de beweging van een geladen deeltje in een magnetisch veld, cyclotron en massaspectrometer&lt;br /&gt;
#LRC-kring&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Water in condensator&lt;br /&gt;
#Micaplaatje&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2014 voormiddag===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Magnetisatie en magnetische susceptibiliteit.&lt;br /&gt;
#LASER&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen: exact zoals 10 juni 2013 (voormiddag)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2014 voormiddag ===&lt;br /&gt;
Exact hetzelfde examen als 14 juni 2013. Zelfs de oefeningen waren dezelfde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2013 namiddag ===&lt;br /&gt;
Exact hetzelfde examen als 10 juni 2013 namiddag. Zelfs de oefeningen waren dezelfde&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 juni 2013 (zowel voor- als namiddag!)===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Bespreek de beweging van een geladen deeltje in een magneetveld, plus uitleg cyclotron en massaspectrometer.&lt;br /&gt;
#Bespreek de RLC kring&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 Âµm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor één van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje?&lt;br /&gt;
#De ruimte tussen de platen tussen een condensator wordt helemaal opgevuld met zuiver water. Het dipoolmoment van een watermolecule is 6.10x10-30Cm. Water heeft een dichtheid van 1.00g/cmÂ³ en een molaire massa van 18g. De diëlektrische constante van water is 80. Het getal van Avogadro is 6.02x1023. &lt;br /&gt;
#* Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen zou kunnen worden dat alle elektrische dipolen perfect uitgelijnd zijn met het elektrisch veld. Wat zou dan de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid aan het wateroppervlak zijn? &lt;br /&gt;
#* Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen wordt, dat die geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid één duizendste bedraagt van de hierboven berekende waarde. Hoe groot is dan het elektrisch veld in de condensator?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2013 (zowel voor- als namiddag!)===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Leg uit, wet van Ampère zowel tijds als niet tijdsafhankelijk.&lt;br /&gt;
# Leg RLC kring uit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Gegeven een bol met een lading en daar rond een bolschil, samen zijn ze ongeladen maar elk apart bezitten ze een lading. Geef hiervoor de lading van de bol en zijn potentiaal aan zijn oppervlak. Gegeven zijn de stralen van de bollen en de grootte van het elektrische veld.&lt;br /&gt;
# Golflengten tussen 400 en 700nm worden op een diffractierooster gestuurd met 200 lijnen/mm. Waarnemingsscherm staat op 0.3m. Op dit scherm is op een afstand van 0.05m een gat geknipt, een vierkant met zijden 0.01m. Welke golflengten zullen door dit gat vallen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 10 juni 2013 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Geef de wet van Biot Savart en pas dit toe op een oneindig lange stroomvoerende draad&lt;br /&gt;
#Wat is een virtueel beeld? Kan je dat vormen met een vlakken spiegel? Holle spiegel? Bolle spiegel? Welke omstandigheden? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Dieje kubus (zie oude examenvragen)&lt;br /&gt;
#Iets met een RLC kring met uitzonderlijke omstandigheden, R gegeven, wat is de capaciteit en de inductie in de kring. Uitzondelijke omstandighede dus da de amplitude van uw weerstand = amplitude zelfinductie = amplitude condensator = amplitude van de bron, en ge had ook een frequentie gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 10 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek polarisatietechnieken (verstrooiing, dichroïsme etc...)&lt;br /&gt;
# Magnetisatie &amp;amp;amp; magnetische susceptibiliteit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Gegeven is een RC-kring met R=100 kOhm; C=9,40 ÂµF; en V(bron)=15,0 V. Na lang wachten (de condensator eerst helemaal laten opladen) verminderen we de afstand tussen condensatorplaten met 20%, in verwaarloosbaar tijdsinterval. &lt;br /&gt;
#*Bereken potentiaalverschil over de condensator vlak voor (V1) en vlak na die verandering (V2)&lt;br /&gt;
#*Bereken het potentiaalverschil over de condensator op lange tijd na de verandering (V3). &lt;br /&gt;
#*Op welk tijdstip na de verandering zal de spanning over de weerstand gelijk zijn aan het gemiddelde van V2 en V3?&lt;br /&gt;
#We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 Âµm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor één van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 juni 2012===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
# Wet van Ampere bespreken voor stationaire en niet stationaire stromen&lt;br /&gt;
# RLC kring bespreken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Er is een kubus gegeven met zijde a die in de oorsprong ligt van het xyz assenstelsel. Er is een elektrisch veld E_(=vector) = c*x*y*i_(i_ is de eenheidsvector) en c=844 N/(C*m^2). dit elektrisch veld is evenwijdig met de x-as. hoe groot moet zijde a zijn zodat de kubus 7nC bevat?&lt;br /&gt;
# ?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2012===&lt;br /&gt;
Exact dezelfde vragen als 27 juni 2011. Zelfs de waarden bij de oefeningen waren hetzelfde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 27 juni 2011===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Leg uit: magnetisatie en magnetische susceptibiliteit&lt;br /&gt;
# Bespreek de werking van een LASER&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Gegeven is een RC-kring met R=100 kOhm; C=9,40 ÂµF; en V(bron)=15,0 V. Na lang wachten (de condensator eerst helemaal laten opladen) verminderen we de afstand tussen condensatorplaten met 20%, in verwaarloosbaar tijdsinterval. a) Bereken potentiaalverschil over de condensator vlak voor (V1) en vlak na die verandering (V2). b) Bereken het potentiaalverschil over de condensator op lange tijd na de verandering (V3). c) Op welk tijdstip na de verandering zal de spanning over de weerstand gelijk zijn aan het gemiddelde van V2 en V3?&lt;br /&gt;
# We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 Âµm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor Ã©Ã©n van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2011 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek de beweging van een geladen deeltje in een magneetveld, plus uitleg cyclotron en massaspectrometer.&lt;br /&gt;
# Effectiefspanning uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 juni 2011 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Geef wet van Biot-Savart en leid af voor een oneindig lange stroomvoerende draad&lt;br /&gt;
# Wat zijn mogelijke polarisatietoestanden van EM-straling? (geen polarisatietechnieken)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een kring met een solenoïde met 35mH en een weerstand van 0,35 Ohm, aangesloten op een batterij van 12V. Wat is de magnetische energie die de batterij heeft na een lange tijd? Hoeveel vermogen moet het batterij dan nog leveren? Na hoeveel tijd is de energie half zo groot? Wa is dan het vermogen v.d. batterij en hoeveel procent vraagt het opwekken van magnetische arbeid dan?&lt;br /&gt;
# Een tweespleten systeem met lambda = 500nm, d = 0,150mm en a = 30,0Âµm. Hoe vaak komen maxima voor? (enzovoort)&lt;br /&gt;
=== 10 juni 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen een zuivere halfgeleider en een gedopeerde halfgeleider? geef uitleg over de pn-junctie.&lt;br /&gt;
# Leg uit wat een virtueel beeld is. Is het mogelijk om dit van een reëel voorwerp te bekomen bij een vlakke/holle/bolle spiegel. Onder welke omstandigheden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
# Er is een kubus gegeven met zijde a die in de oorsprong ligt van het xyz assenstelsel. Er is een elektrisch veld E_(=vector) = c*x*y*i_(i_ is de eenheidsvector) en c=844 N/(C*m^2). dit elektrisch veld is evenwijdig met de x-as. hoe groot moet zijde a zijn zodat de kubus 7nC bevat?&lt;br /&gt;
# Je hebt een wisselspanningskring gegeven met V0 = 30,0V; omega = 314rad/s; I0=620mA ;en v=V0sin(omega*t-pi/4) en i=-I0cos(omega*t-pi/4). In de kring zit alleen nog een element X.&lt;br /&gt;
* identificeer dit element volledig&lt;br /&gt;
* door welk ander element kan je dit vervangen zodat de stroomamplitude gelijk blijft(de fase mag verschillen) en identificeer dat element. Je moet er maar 1 geven maar er zijn er 2 mogelijk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 10 juni 2011 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek de RLC-keten waarop een wisselspanning is aangesloten&lt;br /&gt;
# Wet van Ampère uitleggen (stationair en niet-stationair) Hij zegt er ook bij dat het gaat om het magneetveld rond een gesloten kromme, dus juiste formule vinden niet moeilijk&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# 2 geleidende bolschillen met zelfde middelpunt, verschillende stralen (R1, R2, respectievelijk kleinste en grootste). Op de kleinste zit een lading q, op de grootste een lading -q. Bepaal het potentiaalverschil tussen R2 en R1. Bepaal ook de capaciteit van deze condensator.&lt;br /&gt;
# er zijn twee verschillende stukken glas, met lengte l1 = 4 micrometer, l2 = 3,5 micrometer, n1 = 1,4, n2 = 1,6. Je stuurt er een lichtstraal door met golflengte lambda = 600 nm. Ze komen in dezelfde fase toe op de stukken glas, loodrecht, en gaan dan door naar een scherm. Wat is het faseverschil tussen de twee golven wanneer ze op het scherm komen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Bespreek de beweging van een geladen deeltje in een magneetveld, plus uitleg cyclotron en massaspectrometer.&lt;br /&gt;
#Bespreek alle mogelijke polarisatie-toestanden van een EM-golf, manieren om polarisatie te bekomen niet beschrijven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Men laadt een condensator met een capaciteit 17mF volledig op en men koppelt hem dan los van de bron. Hierna is er een arbeid van 18,5 joule nodig om een extra lading van 13 mC van de ene plaat van de condensator naar de andere over te brengen. Wat was de EMK van de bron?&lt;br /&gt;
# Een spoel van 100 windingen wordt rond een cilinder gewikkeld met een doorsnede van 12 cmÂ². De cilinder is van een middenstof met Âµr = 1. Er wordt een magneetveld aangelegd van 1,6 T dat in de tijd omwisselt van de ene naar de andere richting maar altijd evenwijdig loopt met de symmetrieas van de spoel. Een weerstand van 13 Ohm wordt op de spoel aangesloten. Geef de lading die door deze weerstand stroomt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 7 juni 2010 (WÃ¼bbenhorst dus) ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# RLC-keten met wisselspanning uitleggen&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen een zuivere halfgeleider en een gedopeerde halfgeleider? geef uitleg over de pn-junctie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# over een solenoïde met een L en een R die verbonden zijn aan een batterij. L, R en V waren gegeven en men vroeg de energie van de spoel op t= oneindig en vermogen dat de batterij moest leven&lt;br /&gt;
# ging over 2 stralen door glas met 2 verschillende n, met uiteindelijk de vraag: wat is het faseverschil van de 2 stralen aan het scherm achter het doorlopen van het glas?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 augustus 2009===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Bespreek Foucaultstromen&lt;br /&gt;
#Effectiefspanning en effectiefstroom uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
(Iemand aub?)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 augustus 2009===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leid een formule af voor de capaciteit van een vlakke en een cilindrische condensator&lt;br /&gt;
#Bespreek ferromagnetisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Een lading zit vast op een gegeven positie (x,y,z). Een andere lading beweegt van positie 1 (X1,Y1,Z1) naar 2 (X2,Y2,Z2). De ladingen zijn gegeven, de coordinaten ook. Hoeveel energie kost het om deze lading van positie 1 naar 2 te verplaatsen?&lt;br /&gt;
#Een oefening analoog aan weerkaatsing aan een zeepbel, of iets dergelijks. Opgave weet ik niet meer goed. (Iemand?)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2009===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
# Vergelijk de gelijkstroom RC- en LR-kring.&lt;br /&gt;
# Bespreek alle mogelijke polarisatietoestanden van EM-straling. Methoden om dit te bereiken hoeven niet besproken te worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# We beschouwen een niet geleidende plaat van grote afmetingen. Op de ene zijde staat een positieve oppervlaktelading, op de andere zijde een negatieve (getallen gegeven uiteraard). Een proton wordt op 1mm afstand van de plaat vanuit rust losgelaten. Wat is de snelheid op 2 mm van de plaat?&lt;br /&gt;
# Effectiefspanning berekenen adhv. een gegeven v(t)-curve.&lt;br /&gt;
:[[Bestand:driehoekspanning.gif]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2009===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
# LASER.&lt;br /&gt;
# Wederzijdse inductie en zelfinductie.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# ?&lt;br /&gt;
# ?&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
===12 juni 2009===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Geef de wet van Ampère voor stationaire stromen + voorbeeld. Leg uit welke aanpassing gedaan moet worden zodat deze wet ook geldig is voor tijdsafhankelijke stromen.&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe men oscillerende .. kunt krijgen in een LC-kring.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een puntlading q bevindt zich op een afstand x op de middelloodlijn van een niet geleidende draad (2l) waar een homogeen verdeelde lading Q op zit. Wat is de kracht dat deze puntlading ondervindt?&lt;br /&gt;
# Zender op hoogte 70m, lengte van 1km en een ontvanger op hoogte x. Wat is kleinste x waar een maximum van straling invalt. Houd rekening met de rechtstreekse stralen en de gereflecteerde stralen op water.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===8 jun 2009===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Leidt een formule af voor de capaciteit van een vlakke en een cilindrische condensator.&lt;br /&gt;
# Wat wordt er bedoeld met magnetisatie? Leg uit: relatieve permeabileit en magnetische susceptibiteit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Twee spoelen staan of vaste afstand van elkaar. Door de ene spoel loopt een stroom van 1A en de flux erdoor is 0.010Wb. Indien men nu een stroom van 2A door de tweede spoel stuurt, bedraagt de flux door de eerste spoel 0.012Wb.&lt;br /&gt;
#* Bereken de magnetische flux door de 2de spoel, gegeven dat de zelfinductie ervan gelijk is aan 0.003 (iets in die aard).&lt;br /&gt;
#* Bereken de wederzijdse inductiecoefficient.&lt;br /&gt;
#* Bereken de zelfinductie van de eerste spoel.&lt;br /&gt;
# Een radiogolf zendmast in punt B staat op 20km afstand van huis H. De intensiteit in H wordt gegeven door een gekende I[sup]0[/sup]. Op 100m afstand van mast B bouwt men een 2de mast A, die een hoek &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;&amp;amp;amp;\X\theta \widehat{B A H}&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; is 30Â° (geen idee hoeveel het juist was).&lt;br /&gt;
#* Bereken de intensiteit in H.&lt;br /&gt;
#:[[Bestand:ANII-8.6.2009-oef2.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===8 jun 2009===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek RC-filters.&lt;br /&gt;
# Bespreek diffractie bij een oneindig lange spleet en (beknopt) bij een rechthoekige spleet.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Twee RC-kringen gegeven, constructie van vanalle condensatoren in serie en parallel; V en R gegeven bij de ene kring; stroom door beide spanningsbronnen is gelijk; bereken Vx en R van de andere kring.&lt;br /&gt;
# Oneindig lange draad en in hetzelfde vlak evenwijdig ermee een vierkant. Bereken de wederzijdse inductiecoëfficiënt (afstand draad tot vierkant gegeven + lengte zijde vierkant).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 jun 2008===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek de beweging van een geladen deeltje in een magneetveld. Leg, bij wijze van voorbeeld, de werking uit van een massaspectrometer of van een cyclotron.&lt;br /&gt;
# Bespreek de mogelijke polarisatietoestanden van em-straling (niet de methodes om tot polarisatie te komen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Condensator ( C= 17 microF) wordt een een onbekende batterij geschakeld en volledig opgeladen. Dan losgekoppeld. Er is aan arbeid 18,5J nodig om een bijkomende lading van 13,0 mC van de ene plaat naar de andere te verplaatsen. Bepaal emk van de batterij.&lt;br /&gt;
# spoel met 100 windingen wordt rond een metalen cilinder gewikkeld met een doorsnede van 12 cmÂ² en mu r = 1. Er wordt een weerstand over de spoel geplaatste van 13 ohm. Er is een magneet veld die door de spoel loopt (parallel met de as). Dit magneetveld varieert gedurende een bepaalde tijd van 1,6T in de ene richting naar 1,6T in de andere richting. Hoeveel lading loopt er in die tijd door de weerstand.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 jun 2008===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek een geleider in elektrostatisch evenwicht.&lt;br /&gt;
# Bespreek hoe men een oscillerende ... kan maken in een LC-kring. (LC-kring uitleggen dus)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# 2 draden in tegengestelde stroomzin, stroom neemt lineair toe van 0 naar 100A in 7s, bereken emk in de lus tussen die draden &lt;br /&gt;
# een ongepolariseerd licht kan worden opgedeeld in een deel gepolariseerd en een deel ongepolariseerd, intensiteiten mag je optellen, een polarisator wordt 360Â° gedraaid, men merkt dat op een bepaald punt de intensiteit 5 keer groter is, hoeveel procent is maakt de gepolariseerde golf uit?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 jun 2008===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek de begrippen magnetisatie en magnetische susceptibiliteit.&lt;br /&gt;
# Bespreek de proef van Young.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# iets met een geleidende bol en daarrond een geleidende bolschil en dan een elektrisch veld gegeven en zo de lading op de bol berekenen. &lt;br /&gt;
#een kring gegeven met een X waarvan ge moet zeggen of het een condensator of weerstand of zelfinductie moet zijn, vergelijkingen van i en v gegeven. En dan ook nog zeggen of je de X kan vervangen door iets anders waardoor de amplitude hetzelfde blijft maar de i en v niet in fase zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 jun 2008===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil in elektrische geleiding bij zuivere halfgeleiders en gedopeerde halfgeleiders. Leg uit de werking van pn-junctie&lt;br /&gt;
# Bespreek de LRC-keten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# LC keten&lt;br /&gt;
# Fase verschil berekenen 2 gelijke golven die elk door een blokje gaan met andere lengte en brekingsindex&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===9 jun 2008===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek wet Biot-Savart en gebruik om magneetveld rond oneindig lange draad met stroom af te leiden.&lt;br /&gt;
# Leg uit wat een virtueel beeld is. Is het mogelijk om dit van een reëel voorwerp te bekomen bij een vlakke/holle/bolle spiegel. Onder welke omstandigheden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# De ruimte tussen een condensator is helemaal gevuld met water. Water heeft een dipoolmoment 6.10*10^-30 Cm. De molaire massa van water is 18. De dichtheid is 1g/cm^3. Water heeft een di-elektrische constante van 80.&lt;br /&gt;
#* bepaal de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid wanneer alle dipolen zich volgens E uitlijnen.&lt;br /&gt;
#* stel dat de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid 1/1000 is van die hierboven, wat is dan het elektrisch veld?&lt;br /&gt;
# In een RLC-kring is de frequentie 1.73kHz. De amplitude van de spanning over de weerstand, de amplitude van de spanning over de condensator, de amplitude van de inductie en de amplitude van de bronspanning zijn allen gelijk. R = 700 ohm. Bepaal L en C.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 jun 2007===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek magnetisch moment + richting van magnetisch moment in magneetveld&lt;br /&gt;
# Serie RLC keten bespreken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Stroom van 27A in begin, straal eerste cirkel R, straal tweede cirkel 2r, r = 0.1m, en bereken magnetische inductie in punt P. Draad overal even dik en overal even grote soortelijke weerstand&lt;br /&gt;
# Tweede is kurkje drijft op water, hoe lang moet de naald zijn opdat het zichtbaar is boven water. Brekingsindex water=1.33, lucht=1 Afmetingen staan erbij.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 jun 2007===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Leg uit: elektrische stroom, stroomdichtheid en leid de wet van Ohm af.&lt;br /&gt;
# De wet van Ampère afleiden voor stationaire stromen en vertellen wat ge aan de basisformule moet veranderen als de stromen tijdsafhankelijk worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Berekenen hoeveel lading er door een weerstand gaat die aangesloten is op een geleidende lus die altijd maar kleiner en kleiner wordt. Loodrecht op de lus heerst er een magnetische inductie.&lt;br /&gt;
# Een typisch optica-vraagstukje: je hebt een schilderijtje en wil dat vastleggen op een gevoelige plaat, met een bolle lens met brandpunt= + 5 cm. Hoe ver moet het schilderijtje van de lens en hoe ver moet de lens van de gevoelige plaat.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marie</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Algemene_Natuurkunde_II&amp;diff=1422</id>
		<title>Algemene Natuurkunde II</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Algemene_Natuurkunde_II&amp;diff=1422"/>
		<updated>2019-01-20T12:01:01Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marie: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Vervolgvak op Algemene natuurkunde I. Vanaf het academiejaar 2009-2010 gedoceerd door prof Wübbenhorst.(&#039;&#039;&#039;Let dus op, de oudere vragen komen van prof. Janssen&#039;&#039;&#039;)  Het is geen jaarvak meer, enkel examen in januari dus. Het betreft een mondeling examen met schriftelijke voorbereiding.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2019 NM===&lt;br /&gt;
#Wet van Biot-Savart vergelijken met wet van Coulomb, + magnetische inductie rond oneindig lange draad geven&lt;br /&gt;
#Straling van een zwart lichaam&lt;br /&gt;
#Condensator waarvan de afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt&lt;br /&gt;
#Twee glasplaatjes met verschillende lengte en n. Bepaal het faseverschil van twee loodrechte stralen (initieel in fase)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2019 VM===&lt;br /&gt;
#Wet van Biot-Savart vergelijken met wet van Coulomb, + magnetische inductie rond oneindig lange draad geven&lt;br /&gt;
#Verschil tussen intrinsieke en gedopeerde halfgeleider, tijdsafhankelijkheid van weerstanden&lt;br /&gt;
#Condensator waarvan de afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt&lt;br /&gt;
#Twee glasplaatjes met verschillende lengte en n. bepaal het faseverschil van twee loodrechte stralen (initieel in fase)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 januari 2019 NM===&lt;br /&gt;
#Wet van Faraday en Lens bespreken, transformator + toepassing, foucaultstromen&lt;br /&gt;
#Laser, straling van een zwart lichaam (bijvraag: grafiek tekenen I(lamda) (brede klokvorm voor zwart lichaam vs dunne voor laser)&lt;br /&gt;
#Twee bolschillen: potentiaal en capaciteit&lt;br /&gt;
#Twee glasplaatjes met verschillende lengte en n. bepaal het faseverschil van twee loodrechte stralen (initieel in fase)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 januari 2019 VM===&lt;br /&gt;
#Wet van Biot-Savart vergelijken met wet van Coulomb, + magnetische inductie rond oneindig lange draad geven&lt;br /&gt;
#straling van een zwart lichaam&lt;br /&gt;
#Dikte micaplaatje proef van Young&lt;br /&gt;
#Condensator waarvan de afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 augustus 2018===&lt;br /&gt;
#halfgeleiders + pn-juncite&lt;br /&gt;
#wet Biot-Savart toepassen op oneindig lange rechte draad&lt;br /&gt;
#condensator gevuld met water, oppervlakte lading en E berkekenen&lt;br /&gt;
#dikte miccaplaatje met proef van Young bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2018 vm===&lt;br /&gt;
Zelfde als 15 januari 2018&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2018 vm===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#De wet van Biot-Savart&lt;br /&gt;
#Verschil tussen intrinsieke en gedopeerde halfgeleider + pn-junctie&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#2 bolschillen met lading q en -q, straal r1 en r2, bereken het potentiaalverschil en capaciteit.&lt;br /&gt;
#er zijn twee verschillende stukken glas, met lengte l1 = 4 micrometer, l2 = 3,5 micrometer, n1 = 1,4, n2 = 1,6. Je stuurt er een lichtstraal door met golflengte lambda = 600 nm. Ze komen in dezelfde fase toe op de stukken glas, loodrecht, en gaan dan door naar een scherm. Wat is het faseverschil tussen de twee golven wanneer ze op het scherm komen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2018 vm===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zie examen 17 januari 2017&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Er werd ook nog gevraagd naar ferromagnetisme bij vraag 1&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2018 nm===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Beweging van een geladen deeltje in een magneetveld + massaspectrometer en cyclotron uitleggen&lt;br /&gt;
#RLC-keten uitleggen &lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 µm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor één van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje?&lt;br /&gt;
#De ruimte tussen de platen tussen een condensator wordt helemaal opgevuld met zuiver water. Het dipoolmoment van een watermolecule is 6.10x10^-30Cm. Water heeft een dichtheid van 1.00g/cm³ en een molaire massa van 18g. De diëlektrische constante van water is 80. Het getal van Avogadro is 6.02x10^23. &lt;br /&gt;
#* Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen zou kunnen worden dat alle elektrische dipolen perfect uitgelijnd zijn met het elektrisch veld. Wat zou dan de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid aan het wateroppervlak zijn? &lt;br /&gt;
#* Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen wordt, dat die geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid één duizendste bedraagt van de hierboven berekende waarde. Hoe groot is dan het elektrisch veld in de condensator?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2017 nm===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Polarisatie toestanden&lt;br /&gt;
#Gedopeerde halfgeleiders vs zuivere halfgeleiders en de PN-junctie&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#2 bolschillen. Potentiaal verschil en Electrisch veld berekenen van R naar oneindig.&lt;br /&gt;
#Solenoïde: magnetisch kracht na lange tijd en wanneer is deze half zo groot? (vermogen berekenen en hoeveel procent van het vermogen heeft het de 2e dan verbruikt)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2017 vm===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Rlc keten uitleggen&lt;br /&gt;
#Wet van ampere (tijdsafhankelijk en onafhankelijk)&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
#een bol met 2 stralen en een elektrisch veld waarvan de lading en de potentiaal berekend moeten worden &lt;br /&gt;
#de oefening met licht dat door een gat moet op een hoogte van 50mm, gat zelf is 10mm groot en staat op 30 cm van de bron, wat zijn de golflengtes die aankomen bij het gat?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2017 nm===&lt;br /&gt;
helemaal hetzelfde als de voormiddag&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2017 vm===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
#Halfgeleiders (+grafieken temperatuursafhankelijkheid van n-en p-types)&lt;br /&gt;
#Biot-savart (eindig en oneindig)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#2 bolschillen: potentiaalverschil en capaciteit berekenen&lt;br /&gt;
#2 stukjes glas met lichtstraal (zelfde golflengte) erdoor: faseverschil berekenen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2017===&lt;br /&gt;
Zie examen 18 januari 2016. &lt;br /&gt;
#Magnetisatie en magnetische suceptibiliteit&lt;br /&gt;
#LASER&lt;br /&gt;
Bijvragen bij de werking van de LASER: wat zijn de eigenschappen van laserlicht? Wat zorgt voor de overgang van niveau 2 naar niveau1?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen&lt;br /&gt;
#oefening van condensator waarvan afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt&lt;br /&gt;
#micaplaatje&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2017===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
#RLC-keten&lt;br /&gt;
#Beschrijf de beweging van een geladen deeltje in een magnetisch veld, cyclotron en massaspectrometer&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#mica&lt;br /&gt;
#water in condensator&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Magnetisatie en magnetische suceptibiliteit&lt;br /&gt;
#LASER&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#oef van condensator waarvan afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt&lt;br /&gt;
#oef van het mica plaatje met dikte tussen 6 en 7 micro meter&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2016 NM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Magnetisatie en magnetische suceptibiliteit&lt;br /&gt;
#LASER&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#oef van condensator waarvan afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt&lt;br /&gt;
#oef van het mica plaatje met dikte tussen 6 en 7 micro meter&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2016 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#laser&lt;br /&gt;
#magnetisatie en magnetische susceptibiliteit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#mica plaatje&lt;br /&gt;
#RC keten V1, V2 en V3 bepalen plus tijd waarop V het gemiddelde is van 2&amp;amp;amp;3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2016 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#zuivere vs gedopeerde halfgeleiders (nog iets extra, we moesten nog een grafiek geven die in de slides staan maar niet in het boek: elektrische geleiding ifv temperatuur, maja dat was gewoon een bijvraag) + pn-junctie&lt;br /&gt;
#Geef de wet van Biot Savart en pas dit toe op een oneindig lange stroomvoerende draad&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
#2 geleidende bolschillen met zelfde middelpunt, verschillende stralen (R1, R2, respectievelijk kleinste en grootste). Op de kleinste zit een lading q, op de grootste een lading -q. Bepaal het potentiaalverschil tussen R2 en R1. Bepaal ook de capaciteit van deze condensator.&lt;br /&gt;
#er zijn twee verschillende stukken glas, met lengte l1 = 4 micrometer, l2 = 3,5 micrometer, n1 = 1,4, n2 = 1,6. Je stuurt er een lichtstraal door met golflengte lambda = 600 nm. Ze komen in dezelfde fase toe op de stukken glas, loodrecht, en gaan dan door naar een scherm. Wat is het faseverschil tussen de twee golven wanneer ze op het scherm komen?&lt;br /&gt;
(check oefeningen van examen 10 juni 2011)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Wet van Ampère (uitbreiding) en daarbij ook de B rond een gesloten kromme.&lt;br /&gt;
#RLC uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Bol met bolschil errond en zo diffractie, door da scherm met 200 lijnen / mm en dan een vierkantje op het waarnemingsscherm. (welke golflengten gaan door da vierkantje?)&lt;br /&gt;
===16 januari 2015===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#magnetisatie&lt;br /&gt;
#LASER&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#RC-keten en V1,V2,V3 bepalen&lt;br /&gt;
#mica&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2015===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Wet van Ampère&lt;br /&gt;
#RLC in serie&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#een bol en een bolschil, elektrisch veld en stralen gegeven en dan moest je de lading en de potentiaal aan het opp van de bol berekenen&lt;br /&gt;
#spleet, berekenen welke golflengtes er in het vierkant vallen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2015===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
#zuivere vs gedopeerde halfgeleiders + pn-junctie &lt;br /&gt;
#de wet van Biot-Savart en de oneindige rechte geleider afleiden.&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
#bolvormige condensator (V + C berekenen)&lt;br /&gt;
#lichtstralen van dezelfde golflengte die door 2 glasblokjes gaan, faseverschil berekenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 januari 2015===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Beschrijf de beweging van een geladen deeltje in een magnetisch veld, cyclotron en massaspectrometer&lt;br /&gt;
#LRC-kring&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Water in condensator&lt;br /&gt;
#Micaplaatje&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2014 voormiddag===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Magnetisatie en magnetische susceptibiliteit.&lt;br /&gt;
#LASER&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen: exact zoals 10 juni 2013 (voormiddag)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2014 voormiddag ===&lt;br /&gt;
Exact hetzelfde examen als 14 juni 2013. Zelfs de oefeningen waren dezelfde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2013 namiddag ===&lt;br /&gt;
Exact hetzelfde examen als 10 juni 2013 namiddag. Zelfs de oefeningen waren dezelfde&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 juni 2013 (zowel voor- als namiddag!)===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Bespreek de beweging van een geladen deeltje in een magneetveld, plus uitleg cyclotron en massaspectrometer.&lt;br /&gt;
#Bespreek de RLC kring&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 Âµm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor één van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje?&lt;br /&gt;
#De ruimte tussen de platen tussen een condensator wordt helemaal opgevuld met zuiver water. Het dipoolmoment van een watermolecule is 6.10x10-30Cm. Water heeft een dichtheid van 1.00g/cmÂ³ en een molaire massa van 18g. De diëlektrische constante van water is 80. Het getal van Avogadro is 6.02x1023. &lt;br /&gt;
#* Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen zou kunnen worden dat alle elektrische dipolen perfect uitgelijnd zijn met het elektrisch veld. Wat zou dan de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid aan het wateroppervlak zijn? &lt;br /&gt;
#* Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen wordt, dat die geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid één duizendste bedraagt van de hierboven berekende waarde. Hoe groot is dan het elektrisch veld in de condensator?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2013 (zowel voor- als namiddag!)===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Leg uit, wet van Ampère zowel tijds als niet tijdsafhankelijk.&lt;br /&gt;
# Leg RLC kring uit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Gegeven een bol met een lading en daar rond een bolschil, samen zijn ze ongeladen maar elk apart bezitten ze een lading. Geef hiervoor de lading van de bol en zijn potentiaal aan zijn oppervlak. Gegeven zijn de stralen van de bollen en de grootte van het elektrische veld.&lt;br /&gt;
# Golflengten tussen 400 en 700nm worden op een diffractierooster gestuurd met 200 lijnen/mm. Waarnemingsscherm staat op 0.3m. Op dit scherm is op een afstand van 0.05m een gat geknipt, een vierkant met zijden 0.01m. Welke golflengten zullen door dit gat vallen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 10 juni 2013 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Geef de wet van Biot Savart en pas dit toe op een oneindig lange stroomvoerende draad&lt;br /&gt;
#Wat is een virtueel beeld? Kan je dat vormen met een vlakken spiegel? Holle spiegel? Bolle spiegel? Welke omstandigheden? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Dieje kubus (zie oude examenvragen)&lt;br /&gt;
#Iets met een RLC kring met uitzonderlijke omstandigheden, R gegeven, wat is de capaciteit en de inductie in de kring. Uitzondelijke omstandighede dus da de amplitude van uw weerstand = amplitude zelfinductie = amplitude condensator = amplitude van de bron, en ge had ook een frequentie gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 10 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek polarisatietechnieken (verstrooiing, dichroïsme etc...)&lt;br /&gt;
# Magnetisatie &amp;amp;amp; magnetische susceptibiliteit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Gegeven is een RC-kring met R=100 kOhm; C=9,40 ÂµF; en V(bron)=15,0 V. Na lang wachten (de condensator eerst helemaal laten opladen) verminderen we de afstand tussen condensatorplaten met 20%, in verwaarloosbaar tijdsinterval. &lt;br /&gt;
#*Bereken potentiaalverschil over de condensator vlak voor (V1) en vlak na die verandering (V2)&lt;br /&gt;
#*Bereken het potentiaalverschil over de condensator op lange tijd na de verandering (V3). &lt;br /&gt;
#*Op welk tijdstip na de verandering zal de spanning over de weerstand gelijk zijn aan het gemiddelde van V2 en V3?&lt;br /&gt;
#We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 Âµm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor één van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 juni 2012===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
# Wet van Ampere bespreken voor stationaire en niet stationaire stromen&lt;br /&gt;
# RLC kring bespreken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Er is een kubus gegeven met zijde a die in de oorsprong ligt van het xyz assenstelsel. Er is een elektrisch veld E_(=vector) = c*x*y*i_(i_ is de eenheidsvector) en c=844 N/(C*m^2). dit elektrisch veld is evenwijdig met de x-as. hoe groot moet zijde a zijn zodat de kubus 7nC bevat?&lt;br /&gt;
# ?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2012===&lt;br /&gt;
Exact dezelfde vragen als 27 juni 2011. Zelfs de waarden bij de oefeningen waren hetzelfde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 27 juni 2011===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Leg uit: magnetisatie en magnetische susceptibiliteit&lt;br /&gt;
# Bespreek de werking van een LASER&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Gegeven is een RC-kring met R=100 kOhm; C=9,40 ÂµF; en V(bron)=15,0 V. Na lang wachten (de condensator eerst helemaal laten opladen) verminderen we de afstand tussen condensatorplaten met 20%, in verwaarloosbaar tijdsinterval. a) Bereken potentiaalverschil over de condensator vlak voor (V1) en vlak na die verandering (V2). b) Bereken het potentiaalverschil over de condensator op lange tijd na de verandering (V3). c) Op welk tijdstip na de verandering zal de spanning over de weerstand gelijk zijn aan het gemiddelde van V2 en V3?&lt;br /&gt;
# We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 Âµm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor Ã©Ã©n van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2011 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek de beweging van een geladen deeltje in een magneetveld, plus uitleg cyclotron en massaspectrometer.&lt;br /&gt;
# Effectiefspanning uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 juni 2011 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Geef wet van Biot-Savart en leid af voor een oneindig lange stroomvoerende draad&lt;br /&gt;
# Wat zijn mogelijke polarisatietoestanden van EM-straling? (geen polarisatietechnieken)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een kring met een solenoïde met 35mH en een weerstand van 0,35 Ohm, aangesloten op een batterij van 12V. Wat is de magnetische energie die de batterij heeft na een lange tijd? Hoeveel vermogen moet het batterij dan nog leveren? Na hoeveel tijd is de energie half zo groot? Wa is dan het vermogen v.d. batterij en hoeveel procent vraagt het opwekken van magnetische arbeid dan?&lt;br /&gt;
# Een tweespleten systeem met lambda = 500nm, d = 0,150mm en a = 30,0Âµm. Hoe vaak komen maxima voor? (enzovoort)&lt;br /&gt;
=== 10 juni 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen een zuivere halfgeleider en een gedopeerde halfgeleider? geef uitleg over de pn-junctie.&lt;br /&gt;
# Leg uit wat een virtueel beeld is. Is het mogelijk om dit van een reëel voorwerp te bekomen bij een vlakke/holle/bolle spiegel. Onder welke omstandigheden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
# Er is een kubus gegeven met zijde a die in de oorsprong ligt van het xyz assenstelsel. Er is een elektrisch veld E_(=vector) = c*x*y*i_(i_ is de eenheidsvector) en c=844 N/(C*m^2). dit elektrisch veld is evenwijdig met de x-as. hoe groot moet zijde a zijn zodat de kubus 7nC bevat?&lt;br /&gt;
# Je hebt een wisselspanningskring gegeven met V0 = 30,0V; omega = 314rad/s; I0=620mA ;en v=V0sin(omega*t-pi/4) en i=-I0cos(omega*t-pi/4). In de kring zit alleen nog een element X.&lt;br /&gt;
* identificeer dit element volledig&lt;br /&gt;
* door welk ander element kan je dit vervangen zodat de stroomamplitude gelijk blijft(de fase mag verschillen) en identificeer dat element. Je moet er maar 1 geven maar er zijn er 2 mogelijk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 10 juni 2011 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek de RLC-keten waarop een wisselspanning is aangesloten&lt;br /&gt;
# Wet van Ampère uitleggen (stationair en niet-stationair) Hij zegt er ook bij dat het gaat om het magneetveld rond een gesloten kromme, dus juiste formule vinden niet moeilijk&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# 2 geleidende bolschillen met zelfde middelpunt, verschillende stralen (R1, R2, respectievelijk kleinste en grootste). Op de kleinste zit een lading q, op de grootste een lading -q. Bepaal het potentiaalverschil tussen R2 en R1. Bepaal ook de capaciteit van deze condensator.&lt;br /&gt;
# er zijn twee verschillende stukken glas, met lengte l1 = 4 micrometer, l2 = 3,5 micrometer, n1 = 1,4, n2 = 1,6. Je stuurt er een lichtstraal door met golflengte lambda = 600 nm. Ze komen in dezelfde fase toe op de stukken glas, loodrecht, en gaan dan door naar een scherm. Wat is het faseverschil tussen de twee golven wanneer ze op het scherm komen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Bespreek de beweging van een geladen deeltje in een magneetveld, plus uitleg cyclotron en massaspectrometer.&lt;br /&gt;
#Bespreek alle mogelijke polarisatie-toestanden van een EM-golf, manieren om polarisatie te bekomen niet beschrijven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Men laadt een condensator met een capaciteit 17mF volledig op en men koppelt hem dan los van de bron. Hierna is er een arbeid van 18,5 joule nodig om een extra lading van 13 mC van de ene plaat van de condensator naar de andere over te brengen. Wat was de EMK van de bron?&lt;br /&gt;
# Een spoel van 100 windingen wordt rond een cilinder gewikkeld met een doorsnede van 12 cmÂ². De cilinder is van een middenstof met Âµr = 1. Er wordt een magneetveld aangelegd van 1,6 T dat in de tijd omwisselt van de ene naar de andere richting maar altijd evenwijdig loopt met de symmetrieas van de spoel. Een weerstand van 13 Ohm wordt op de spoel aangesloten. Geef de lading die door deze weerstand stroomt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 7 juni 2010 (WÃ¼bbenhorst dus) ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# RLC-keten met wisselspanning uitleggen&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen een zuivere halfgeleider en een gedopeerde halfgeleider? geef uitleg over de pn-junctie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# over een solenoïde met een L en een R die verbonden zijn aan een batterij. L, R en V waren gegeven en men vroeg de energie van de spoel op t= oneindig en vermogen dat de batterij moest leven&lt;br /&gt;
# ging over 2 stralen door glas met 2 verschillende n, met uiteindelijk de vraag: wat is het faseverschil van de 2 stralen aan het scherm achter het doorlopen van het glas?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 augustus 2009===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Bespreek Foucaultstromen&lt;br /&gt;
#Effectiefspanning en effectiefstroom uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
(Iemand aub?)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 augustus 2009===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leid een formule af voor de capaciteit van een vlakke en een cilindrische condensator&lt;br /&gt;
#Bespreek ferromagnetisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Een lading zit vast op een gegeven positie (x,y,z). Een andere lading beweegt van positie 1 (X1,Y1,Z1) naar 2 (X2,Y2,Z2). De ladingen zijn gegeven, de coordinaten ook. Hoeveel energie kost het om deze lading van positie 1 naar 2 te verplaatsen?&lt;br /&gt;
#Een oefening analoog aan weerkaatsing aan een zeepbel, of iets dergelijks. Opgave weet ik niet meer goed. (Iemand?)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2009===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
# Vergelijk de gelijkstroom RC- en LR-kring.&lt;br /&gt;
# Bespreek alle mogelijke polarisatietoestanden van EM-straling. Methoden om dit te bereiken hoeven niet besproken te worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# We beschouwen een niet geleidende plaat van grote afmetingen. Op de ene zijde staat een positieve oppervlaktelading, op de andere zijde een negatieve (getallen gegeven uiteraard). Een proton wordt op 1mm afstand van de plaat vanuit rust losgelaten. Wat is de snelheid op 2 mm van de plaat?&lt;br /&gt;
# Effectiefspanning berekenen adhv. een gegeven v(t)-curve.&lt;br /&gt;
:[[Bestand:driehoekspanning.gif]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2009===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
# LASER.&lt;br /&gt;
# Wederzijdse inductie en zelfinductie.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# ?&lt;br /&gt;
# ?&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
===12 juni 2009===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Geef de wet van Ampère voor stationaire stromen + voorbeeld. Leg uit welke aanpassing gedaan moet worden zodat deze wet ook geldig is voor tijdsafhankelijke stromen.&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe men oscillerende .. kunt krijgen in een LC-kring.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een puntlading q bevindt zich op een afstand x op de middelloodlijn van een niet geleidende draad (2l) waar een homogeen verdeelde lading Q op zit. Wat is de kracht dat deze puntlading ondervindt?&lt;br /&gt;
# Zender op hoogte 70m, lengte van 1km en een ontvanger op hoogte x. Wat is kleinste x waar een maximum van straling invalt. Houd rekening met de rechtstreekse stralen en de gereflecteerde stralen op water.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===8 jun 2009===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Leidt een formule af voor de capaciteit van een vlakke en een cilindrische condensator.&lt;br /&gt;
# Wat wordt er bedoeld met magnetisatie? Leg uit: relatieve permeabileit en magnetische susceptibiteit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Twee spoelen staan of vaste afstand van elkaar. Door de ene spoel loopt een stroom van 1A en de flux erdoor is 0.010Wb. Indien men nu een stroom van 2A door de tweede spoel stuurt, bedraagt de flux door de eerste spoel 0.012Wb.&lt;br /&gt;
#* Bereken de magnetische flux door de 2de spoel, gegeven dat de zelfinductie ervan gelijk is aan 0.003 (iets in die aard).&lt;br /&gt;
#* Bereken de wederzijdse inductiecoefficient.&lt;br /&gt;
#* Bereken de zelfinductie van de eerste spoel.&lt;br /&gt;
# Een radiogolf zendmast in punt B staat op 20km afstand van huis H. De intensiteit in H wordt gegeven door een gekende I[sup]0[/sup]. Op 100m afstand van mast B bouwt men een 2de mast A, die een hoek &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;&amp;amp;amp;\X\theta \widehat{B A H}&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; is 30Â° (geen idee hoeveel het juist was).&lt;br /&gt;
#* Bereken de intensiteit in H.&lt;br /&gt;
#:[[Bestand:ANII-8.6.2009-oef2.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===8 jun 2009===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek RC-filters.&lt;br /&gt;
# Bespreek diffractie bij een oneindig lange spleet en (beknopt) bij een rechthoekige spleet.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Twee RC-kringen gegeven, constructie van vanalle condensatoren in serie en parallel; V en R gegeven bij de ene kring; stroom door beide spanningsbronnen is gelijk; bereken Vx en R van de andere kring.&lt;br /&gt;
# Oneindig lange draad en in hetzelfde vlak evenwijdig ermee een vierkant. Bereken de wederzijdse inductiecoëfficiënt (afstand draad tot vierkant gegeven + lengte zijde vierkant).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 jun 2008===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek de beweging van een geladen deeltje in een magneetveld. Leg, bij wijze van voorbeeld, de werking uit van een massaspectrometer of van een cyclotron.&lt;br /&gt;
# Bespreek de mogelijke polarisatietoestanden van em-straling (niet de methodes om tot polarisatie te komen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Condensator ( C= 17 microF) wordt een een onbekende batterij geschakeld en volledig opgeladen. Dan losgekoppeld. Er is aan arbeid 18,5J nodig om een bijkomende lading van 13,0 mC van de ene plaat naar de andere te verplaatsen. Bepaal emk van de batterij.&lt;br /&gt;
# spoel met 100 windingen wordt rond een metalen cilinder gewikkeld met een doorsnede van 12 cmÂ² en mu r = 1. Er wordt een weerstand over de spoel geplaatste van 13 ohm. Er is een magneet veld die door de spoel loopt (parallel met de as). Dit magneetveld varieert gedurende een bepaalde tijd van 1,6T in de ene richting naar 1,6T in de andere richting. Hoeveel lading loopt er in die tijd door de weerstand.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 jun 2008===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek een geleider in elektrostatisch evenwicht.&lt;br /&gt;
# Bespreek hoe men een oscillerende ... kan maken in een LC-kring. (LC-kring uitleggen dus)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# 2 draden in tegengestelde stroomzin, stroom neemt lineair toe van 0 naar 100A in 7s, bereken emk in de lus tussen die draden &lt;br /&gt;
# een ongepolariseerd licht kan worden opgedeeld in een deel gepolariseerd en een deel ongepolariseerd, intensiteiten mag je optellen, een polarisator wordt 360Â° gedraaid, men merkt dat op een bepaald punt de intensiteit 5 keer groter is, hoeveel procent is maakt de gepolariseerde golf uit?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 jun 2008===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek de begrippen magnetisatie en magnetische susceptibiliteit.&lt;br /&gt;
# Bespreek de proef van Young.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# iets met een geleidende bol en daarrond een geleidende bolschil en dan een elektrisch veld gegeven en zo de lading op de bol berekenen. &lt;br /&gt;
#een kring gegeven met een X waarvan ge moet zeggen of het een condensator of weerstand of zelfinductie moet zijn, vergelijkingen van i en v gegeven. En dan ook nog zeggen of je de X kan vervangen door iets anders waardoor de amplitude hetzelfde blijft maar de i en v niet in fase zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 jun 2008===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil in elektrische geleiding bij zuivere halfgeleiders en gedopeerde halfgeleiders. Leg uit de werking van pn-junctie&lt;br /&gt;
# Bespreek de LRC-keten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# LC keten&lt;br /&gt;
# Fase verschil berekenen 2 gelijke golven die elk door een blokje gaan met andere lengte en brekingsindex&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===9 jun 2008===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek wet Biot-Savart en gebruik om magneetveld rond oneindig lange draad met stroom af te leiden.&lt;br /&gt;
# Leg uit wat een virtueel beeld is. Is het mogelijk om dit van een reëel voorwerp te bekomen bij een vlakke/holle/bolle spiegel. Onder welke omstandigheden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# De ruimte tussen een condensator is helemaal gevuld met water. Water heeft een dipoolmoment 6.10*10^-30 Cm. De molaire massa van water is 18. De dichtheid is 1g/cm^3. Water heeft een di-elektrische constante van 80.&lt;br /&gt;
#* bepaal de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid wanneer alle dipolen zich volgens E uitlijnen.&lt;br /&gt;
#* stel dat de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid 1/1000 is van die hierboven, wat is dan het elektrisch veld?&lt;br /&gt;
# In een RLC-kring is de frequentie 1.73kHz. De amplitude van de spanning over de weerstand, de amplitude van de spanning over de condensator, de amplitude van de inductie en de amplitude van de bronspanning zijn allen gelijk. R = 700 ohm. Bepaal L en C.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 jun 2007===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek magnetisch moment + richting van magnetisch moment in magneetveld&lt;br /&gt;
# Serie RLC keten bespreken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Stroom van 27A in begin, straal eerste cirkel R, straal tweede cirkel 2r, r = 0.1m, en bereken magnetische inductie in punt P. Draad overal even dik en overal even grote soortelijke weerstand&lt;br /&gt;
# Tweede is kurkje drijft op water, hoe lang moet de naald zijn opdat het zichtbaar is boven water. Brekingsindex water=1.33, lucht=1 Afmetingen staan erbij.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 jun 2007===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Leg uit: elektrische stroom, stroomdichtheid en leid de wet van Ohm af.&lt;br /&gt;
# De wet van Ampère afleiden voor stationaire stromen en vertellen wat ge aan de basisformule moet veranderen als de stromen tijdsafhankelijk worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Berekenen hoeveel lading er door een weerstand gaat die aangesloten is op een geleidende lus die altijd maar kleiner en kleiner wordt. Loodrecht op de lus heerst er een magnetische inductie.&lt;br /&gt;
# Een typisch optica-vraagstukje: je hebt een schilderijtje en wil dat vastleggen op een gevoelige plaat, met een bolle lens met brandpunt= + 5 cm. Hoe ver moet het schilderijtje van de lens en hoe ver moet de lens van de gevoelige plaat.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marie</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Microbiologie&amp;diff=1358</id>
		<title>Microbiologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Microbiologie&amp;diff=1358"/>
		<updated>2019-01-15T10:03:02Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marie: /* 14 januari 2019 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Microbiologie wordt tegenwoordig in het tweede jaar gegeven. Vroeger was dit het derde jaar. Ook verhuisd van tweede naar eerste semester. Wordt gevolgd door studenten biologie en biochemie. Gedoceerd door Prof. Joris Winderickx. Mondeling examen. Practicum wordt geÃ«valueerd via een examen practicumsessie.&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 januari 2019===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Hoe worden micro-organismen resistent? Welke mechanismen zorgen ervoor dat resistent zijn? Hoe wordt dit overgedragen? Welke van deze manieren zijn species-specifiek en welke species-aspecifiek?&lt;br /&gt;
#*Je hebt een bodemstaal met micro-organismen, hoe ga je na dat deze micro-organismen een fungistatische werking hebben? + leg uit micro-organismen die groeien in het labo en micro-organismen laten groeien die niet in het labo kunnen groeien. Leg kort uit.&lt;br /&gt;
#Leg uit HxNx, antigene drift en shift, waarom kan dit laatste zo snel gebeuren bij het influenzavirus? Tot welke klasse van Baltimore behoort Influenza. Geef het schema van de Baltimore classificatie en leg de principes uit.&lt;br /&gt;
#Begrippen&lt;br /&gt;
#*Syntrofie&lt;br /&gt;
#*Evolutionaire chronometers&lt;br /&gt;
#*Hydrogenosoom (+ reacties)&lt;br /&gt;
#*Streptomycine&lt;br /&gt;
#*Heterotroof&lt;br /&gt;
#*Annamox&lt;br /&gt;
#*Viroïde&lt;br /&gt;
#*Endo- en exotoxines&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 augustus 2018===&lt;br /&gt;
#Je krijgt een waterstaal, hoe weet je welke GEKENDE micro-organismen hier inzitten waarvan je een metabool product wil onderzoeken. Hoe kan je testen dat dit een fungicide is?&lt;br /&gt;
#Bespreek flagellen bij pro- en eukaryoten en leg chemotaxis uit&lt;br /&gt;
#begrippen&lt;br /&gt;
#*Surfactant&lt;br /&gt;
#*tegument&lt;br /&gt;
#*bacilli&lt;br /&gt;
#*hydrogenosoom&lt;br /&gt;
#*wateractiviteit&lt;br /&gt;
#*phycobillisoom&lt;br /&gt;
#*hopanoïde&lt;br /&gt;
#*nog eentje maar ben ik vergeten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===29 januari 2018 VM===&lt;br /&gt;
#Wat is een biogeochemische cycli? Geef schematisch de stikstofcyclus en beschrijf de voornaamste processen.&lt;br /&gt;
#Bespreek de structuur, inplanting en werking van prokaryote flagellen en aanverwante structuren als ook het mechanisme van chemotaxis. Welke verschillen zijn er met een eukaryote flagel?&lt;br /&gt;
#Begrippen: axiaal filament, griseofulin, peplomeren, quinolones, evolutionaire chronometers, mechanisme voor CO2 fixatie door de acetyl CoA pathway, viroïde, hopanoïde&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2018 VM===&lt;br /&gt;
#Leg uit: biogeochemische cycli. Geef schematisch de stikstofcyclus weer en bespreek de belangrijkste reacties. &lt;br /&gt;
#Je krijgt een bodemstaal waaruit je onbekende micro-organismen moet identificeren, hierin zit een organisme dat metabole producten maakt die antifungicidaal werken, deze kunnen dienen voor een nieuw middel. Hoe ga je (zo efficiënt mogelijk) te werk?&lt;br /&gt;
#begrippen: PFU en CFU, MIC en fenolcoëfficiënt, latente en persistente infectie, cirri, Aw, cycloheximide, commensalisme en ammensalisme en teichoïnezuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2018===&lt;br /&gt;
#Bespreek de structuur, werking en inplanting van bacteriële flagellen (met tekening). Wat is het mechanisme van chemotaxis? Wat zijn de verschillen met eukaryote flagellen.&lt;br /&gt;
#Welke detoxificatiemechanismen zijn er van toxische zuurstof. Geef de enzymen en hun reacties. Hij wilt ook dat je een extra voorbeeld geeft. Wat is het belang van zuurstof in een microbiële ecosysteem.&lt;br /&gt;
#8 termen: cycloheximide, sulfonilamide, aw, lysozymen, amensalisme, phycobiline, acetyl-CoA pathway en hepadnavirus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2018===&lt;br /&gt;
#Bespreek kort de oxygene en anoxygene fotosynthese van micro-organismen en hun reducerend vermogen. Leg fermentaties van micro-organismen uit, hoe wordt hiermee energie gewonnen? /5&lt;br /&gt;
#A)Waarvoor staat HxNx? B) Leg de Baltimore-classificatie uit. Welke types virussen hebben eigen polymerasen? C) weet ik niet meer, maar ook iets met virussen /5&lt;br /&gt;
#8 stellingen, per juist antwoord 0,5 1)cyloheximine werkt niet op gramnnegatieve bacteriën 2)antibiotica-resistentie wordt aspecies-specifiek doorgegeven en voornamelijk via transductie 3)een guilde is een groep van klonaal verwante cellen 4)bij een peristenta infectie komen viruspartikels niet vrij en blijft de gastheer leven 5)bij amensalisme hebben beide partners altijd een voordeel 6)bij een hydrogenosoom wordt ATP geproduceerd via hydrolyse en H+ 7)een virion reffereert naar de extrcellulaire vorm van een virus 8)ben ik vergeten /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 augustus 2017 NM===&lt;br /&gt;
#bespreek de structuur en werking van de flagel bij bacteriële cellen + bespreek chemotaxis&lt;br /&gt;
#detoxificatie van zuurstof&lt;br /&gt;
#8 stelling juist/fout + verklaar&lt;br /&gt;
#*gramnegatieve bachteriën zijn niet gevoelig voor beta-lactam ring &lt;br /&gt;
#*antibiotica-resistentie is species-specifiek&lt;br /&gt;
#*decimale reductietijd neemt af bij toenemende verhittingstemperatuur&lt;br /&gt;
#*hydrogenosomen bij prokaryoten halen hun energie uit de oxidatie van pyruvaat&lt;br /&gt;
#*stikstoffixatie komt vooral voor in anoxygene condities&lt;br /&gt;
#*persistentie infectie van viruspartikels vernietigd de gastheercel&lt;br /&gt;
#*geen enkele bacterie (Bacteria + Archaea) kan leven zonder celwand&lt;br /&gt;
#*energiewinst bij fermentatie komt altijd van substraatfosforylatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2017 NM===&lt;br /&gt;
#bespreek hoe het kleine virale genoom toch een volledige functie qua replicatie en assemblage van een virus kan veroorzaken. geef voorbeelden en leg uit&lt;br /&gt;
#virussen zijn niet altijd negatief. Bespreek en geef een voorbeeld ivm humaan microbioom&lt;br /&gt;
#je hebt een bodemstaal met micro-organismen, hoe ga je na dat deze micro-organismen een fungistatische werking hebben? + leg uit micro-organismen die groeien in het labo en micro-organismen laten groeien die niet in het labo kunnen groeien.&lt;br /&gt;
#vancomycine slaat niet aan, welke combinatie is het beste? keuze uit: vancomycine + cycloheximide/amphotericini/isoniazide/sulfanilamide&lt;br /&gt;
#leg verschil en gelijkenis uit + bespreek&lt;br /&gt;
#*mesofiel-pathogeen&lt;br /&gt;
#*antiseptica-desinfectans&lt;br /&gt;
#*fermentatie-chemoorganotroof anaeroobe respiratie&lt;br /&gt;
#*chemoorganotroof-chemolithotroof&lt;br /&gt;
#*generatietijd-delingscoefficient&lt;br /&gt;
#*sporecortex-bacteriele celwand&lt;br /&gt;
#*guilde-gemeenschap&lt;br /&gt;
#*commensalisme-amensalisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
#bespreek de celwand bij gram - en gram + bacteriën en archaea. geef een manier om bacteria, archaea en eukaryoten te scheiden. geef minstens 3 manieren hoe je gram + en gram - bacteriën kan onderscheiden (zonder gram kleuring) &lt;br /&gt;
#afbeelding cel met onderdelen aangeduid (celwand, 50S,...) geef voorbeelden van antibiotica die hier op inwerken en leg hun werking uit.&lt;br /&gt;
#8 juist of fout vragen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Gegeven een tekening van een virtuele cel van een micro-organisme (aangeduid: DNA synthese, RNA synthese, mitotische spoelfiguur en microtubuli, celwand, plasmamembraan,  translatie, foliumzuursynthese). Geef alle antimicrobiÃ«le middelen die erbij horen. Bespreek de mechanismen van de antimicrobiÃ«le middelen bij een verschillende manier van inwerking. &lt;br /&gt;
#Flagellen pro-en eukaryoten (ook tekenen!). Welke andere bewegingsvormen ken je nog? Leg taxis uit. &lt;br /&gt;
#Leg uit en bespreek de gelijkenissen en/of verschillen:&lt;br /&gt;
#*halofielen - osmiofielen&lt;br /&gt;
#*autotroof - heterotroof&lt;br /&gt;
#*bacteriÃ«le celwand - sporeprotoplast&lt;br /&gt;
#*chemoorganotroof - ...&lt;br /&gt;
#*chemoorganofiel - ...&lt;br /&gt;
#*chemooragnofiel anaeroobe respiratie - ...&lt;br /&gt;
#* ...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2015===&lt;br /&gt;
#Flagellen en cirri bij pro- en eukaryoten, bespreek chemo- en fototaxis.&lt;br /&gt;
#Detoxificatiemechanismen&lt;br /&gt;
#Acht stellingen, juist/niet juist en waarom (ieder op 0,5 punt)&lt;br /&gt;
#*B-lactam werkt alleen op gram +&lt;br /&gt;
#*Resistentie is species-specifiek&lt;br /&gt;
#*Decimale reductietijd daalt altijd bij hogere T&lt;br /&gt;
#*Bij fermentatie vindt de energiewinning altijd plaats door substraatfosforylatie&lt;br /&gt;
#*Bacteria en Archaea kunnen nooit leven zonder celwand&lt;br /&gt;
#*Stikstoffixatie is vooral anoxisch&lt;br /&gt;
#*Hydrogenosomen komen voor bij prokaryoten waar ze pyruvaat oxideren tot -&lt;br /&gt;
#*en nog een die ik me niet meer herinner.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 januari 2015===&lt;br /&gt;
#verschil oxygene en anoxygene fototrofie + energie bij fermentatie&lt;br /&gt;
#welke manieren van voortbeweging, verschil in pro en eukaryoten, (sex)pili, welk competitief voordeel?&lt;br /&gt;
#juist/fout vragen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2015 (NM)===&lt;br /&gt;
#Mechanismen van restentie en resistentie overdracht. Is resistentie speciesspecifiek? Methoden voor het post-antibioticatijdperk.&lt;br /&gt;
#Photosynthese bij purperbacterien, groenzwavelbacteren en cyanobacterien schematisch tekenen en verschillen uitleggen. Linken met morfologie en ecologie. &lt;br /&gt;
#8 juist-fout vraagjes&lt;br /&gt;
#*Gram-negatieve bactierien zijn vatbaar voor ampicilline en amoxicilline.&lt;br /&gt;
#*Ergosterolsynthese is geen goede target voor antifungale drugs.&lt;br /&gt;
#*Bij een latente infectie komen er geen virusgenen tot expressie en komen er geen virussen vrij.&lt;br /&gt;
#*Het nitrogenasecomplex werkt vooral in anoxische omstandigheden&lt;br /&gt;
#*Een hydrogenosoom komt voor bij prokaryoten en oxideert pyruvaat tot AcCoA.&lt;br /&gt;
#*...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2015 (VM)===&lt;br /&gt;
#koolstofcyclus schematisch tekenen en alle metabole processen uitleggen (reacties zijn niet zo belangrijk)&lt;br /&gt;
#Wat is de beste combinatie en slechtste combinatie? flucytosine + polyeen, griseofuline en polyeen, vancomycine en polyeen, en er was dan nog eentje maar die weet ik niet meer &lt;br /&gt;
#woordjes uitleggen: &lt;br /&gt;
#*exosporium &lt;br /&gt;
#*evolutionaire chronometers &lt;br /&gt;
#*omgekeerde citroencyclus&lt;br /&gt;
#*...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2014===&lt;br /&gt;
#Virussen zijn gekenmerkt door een klein genoom. Toch hebben ze alles om te voorzien in hun replicatie. Verklaar aan de hand van enkele voorbeelden. Sommige virussen hebben echter ook eigen polymerase enzymes nodig, identificeer hen aan de hand van de baltimore classificatie.&lt;br /&gt;
#Je wordt gevraagd onbekende micro-organismen uit een staal water te identificeren; welke technieken gebruik je en hoe ga je te werk om te kijken of sommigen de mogelijkheid bezitten tot de productie van een fungistatisch middel om het te commercialiseren.&lt;br /&gt;
#O2 kan giftig zijn; geef de detoxificatiemechanismen die micro-organismen bezitten om dit te bestrijden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2014===&lt;br /&gt;
#de koolstofcyclus en metabole processen &lt;br /&gt;
#detoxificatie mechanisme van zuurstofderivaten die door metabole processen geproduceerd worden en dan ne fungus bestrijden met een combinatie. &lt;br /&gt;
#combinaties werden gegeven allemaal met myconazol: uitleggen welk het beste werkte en welk het minst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jan 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#koolstofcyclus&lt;br /&gt;
#mechanismen van detoxificatie&lt;br /&gt;
#patient is besmet met Candida, een syntetische azool werkt niet goed. Welke antibiotica mengeling is de beste? Gegeven = telkens een syntetische azool in combinatie met flucytosine, griseofulin, vancomycine, en nog 1 dat ik niet meer weet&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2014 voormiddag===&lt;br /&gt;
#antibioticaresistentie: hoe, verschillende mechanisme, hoe krijgen we dat in het lichaam&lt;br /&gt;
#fungistatische drugs in natuurlijke bodem, hoe herkennen en er uit halen&lt;br /&gt;
#virussen: verklaar HxNx, antigendrift en antigenenschift en waarom gaat antigenenschift zo gemakkelijk en baltimoreklassen van influenza + verklaren&lt;br /&gt;
#woordjes&lt;br /&gt;
#*hopanoide (hier moet ge dat dan vergelijken met sterol in eukaryoten enzo)&lt;br /&gt;
#*hydrosoom&lt;br /&gt;
#*viroiden&lt;br /&gt;
#*endotoxine&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 31 jan 2012 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
# Geef de koolstofcyclus en leg kort alle processen uit die hierin voorkomen. (mondeling)&lt;br /&gt;
# Een schema van een cel waarop verschillende delen aangeduid stonden (celwand, membraan, DNA+RNA-synthese, 50S ribosoon-subunit, 30 S ribosoom-subunit). Geef bij elk deel de antibiotica die hierop inwerken en leg, als er meerdere antibiotica bij bij Ã©Ã©n passen, hun actiemechanismen uit.&lt;br /&gt;
# Verklaar:&lt;br /&gt;
#* Fenol-coÃ«fficiÃ«nt methode&lt;br /&gt;
#* Virion&lt;br /&gt;
#* Rolling-circle replicatie&lt;br /&gt;
#* O-anitgen&lt;br /&gt;
#* Fermentatiebalans&lt;br /&gt;
#* Anamoxosoom&lt;br /&gt;
#* Decimale Reductietijd&lt;br /&gt;
#* HopanoÃ¯de&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 jan 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Anoxigene fotosynthese bij purperbacterien en oxygene bij cyanobacteriÃ«n: Een schets geven en vergelijken.&lt;br /&gt;
# Celwandstructuur bij bacteria(grampos en gram negatief)en archaea bespreken en vergelijken. En met welke techniek zou je deze kunnen onderscheiden&lt;br /&gt;
# Een patiÃ«nt met een bacteriÃ«le infectie werd behandeld met chloramphenicol maar dit was niet erg werkzaam. Men zou kunnen combineren met vancomycine, tetracycline en cephalosporine. Wat gaat het minst werkzaam zijn? en welk het meeste?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jan 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Wat is metagenomics, wat kun je met deze techniek doen en beschrijf de voordelen aan de hand van een creatief (zelfverzonnen)voorbeeld&lt;br /&gt;
# Stikstoffixatie: Bespreek en wat heeft zuurstof hiermee te maken?&lt;br /&gt;
# Geef de biochemische werkingsmechanismen van: quinolones, aminoglycosiden, synthetische azolen en sulfonamides&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 jan 2011 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Wat is metagenomics, wat kun je met deze techniek doen en beschrijf de voordelen aan de hand van een creatief (zelfverzonnen)voorbeeld&lt;br /&gt;
# nitrificatie, denitrificatie en stikstoffixatie zijn belangrijke processen. Bespreek bondig de reacties en plaats in de stikstofcyclus. Wat heeft zuurstof hiermee te maken?&lt;br /&gt;
# vergelijk de opbouw van de celwand van gram positieve en negatieve bacteriÃ«n met behulp van een schema, hoe zou je eenvoudig een onderscheid kunnen maken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 jan 2010 ===&lt;br /&gt;
# Geef de schematische voorstelling van de anoxigene fotosynthese bij purperbacteriÃ«n en de oxigene fotosynthese bij cyanobacteriÃ«n. Bespreek verschillen, incl. morfologische kenmerken en plaats dit in een algemeen microbiÃ«le context.&lt;br /&gt;
# Hoe weet je of een medicijn bacteriostatisch, bacteriolytisch, bacteriocide, fungistatisch, fungicide is. (bijvraag: hoe zou jij dat bepalen als biochemist?) Wat is MIC en hoe bepaal je dat, fenolcoÃ«fficient bespreken. De criteria bespreken voor een medicijn, antiseptica, desinfectans.&lt;br /&gt;
# Mexicaanse griep is van het type H1N1. Leg uit wat HxNx is en leg antigene shift en antigene drift uit. Tot welke baltimore klasse behoort influenza.(bijvraag: middelen tegen influenza)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 jan 2010 ===&lt;br /&gt;
# zuurstof kan toxisch zijn voor micro-organisme. Welke reactie zorgen voor de omzetting van deze toxische zuurstof?&lt;br /&gt;
# bespreek de biochemische werkingsmechanisme van ampiciline en cephalosporine&lt;br /&gt;
# geef alle pathways voor C02 fixatie? (het zijn er btw 8 en geen 5 zoals de meeste denken)&lt;br /&gt;
=== 27 jan 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Verklaar:&lt;br /&gt;
#* Baltimore classificatie&lt;br /&gt;
#* tegument&lt;br /&gt;
#* psychrotolerante mesofiel&lt;br /&gt;
#* peritrieche flagelaat&lt;br /&gt;
# Methanotrofen en methylotrofen, geef energiewinning en koolstof assimilatie&lt;br /&gt;
# antifungale drugs; waarom moeilijker te maken dan antibacterieel en bespreek de reactiemechanismen van &lt;br /&gt;
=== 23 jan 2009 ===&lt;br /&gt;
# C02 fixatie&lt;br /&gt;
# hoe ga je te werk om uit een bodemstaal 1) alle micro-organismen te identificeren 2) een fungistatisch metaboliet te zoeken&lt;br /&gt;
# Termpjes:&lt;br /&gt;
#* aw&lt;br /&gt;
#* serine pathway&lt;br /&gt;
=== 23 jan 2009 ===&lt;br /&gt;
# Een gistcultuur is geÃ¯nfecteerd met cyanobacteriÃ«n. Geef een aantal manieren om weer een zuivere gistcultuur te verkrijgen.&lt;br /&gt;
# Juist of fout vragen:&lt;br /&gt;
#* S-lagen&lt;br /&gt;
#* iets over pseudopeptidoglycaan van Archaea&lt;br /&gt;
#* phycobilines&lt;br /&gt;
#* de manier van vrijstelling van naakte vs &#039;enveloped&#039; virussen&lt;br /&gt;
#* cephalosporine&lt;br /&gt;
# Nitraatreductie. En bespreek deze bij E.coli en Pseudomonas stutzeri.&lt;br /&gt;
=== 16 jan 2009 ===&lt;br /&gt;
# 5 woorden verklaren:&lt;br /&gt;
#* cephalosporine&lt;br /&gt;
#* phycobilisoom&lt;br /&gt;
#* hepadnavirussen&lt;br /&gt;
#* serine pathway&lt;br /&gt;
#* wateractiviteit aw&lt;br /&gt;
# Waarom is het moeilijker om antiviraal middel te vinden dan een antibacterieel?&lt;br /&gt;
# Biogeochemische cycli en stikstof-cyclus&lt;br /&gt;
=== 15 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
# bespreek de acetyl coA pathway en welke organisme gebruiken deze...&lt;br /&gt;
# glycocalyx, hydrogenosoom, wateractiviteit, mutualisme, protocooperatie uitleggen&lt;br /&gt;
# wat zijn fylogenetische merkers, wat doen ze en geef meerdere voorbeelden en leg uit&lt;br /&gt;
=== 13 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
# Denitrificatie en nitrificatie + waterzuivering&lt;br /&gt;
# Hou zou je ALLE organismen in een bodemstaal classificeren en metabolisme nagaan?&lt;br /&gt;
# wateractiviteit + welke organismen kunnen tegen lage + oplossing&lt;br /&gt;
# Termen:&lt;br /&gt;
#* amensalisme&lt;br /&gt;
#* protocoÃ¶peratie&lt;br /&gt;
#* S.cerevisiae geÃ¯nfecteerd met groen zwavel bacteriÃ«n... hoe los je dit op&lt;br /&gt;
#* Verschil groenzwavel- en purperbacteriÃ«n op vlak van productie reducerend vermogen&lt;br /&gt;
#* Antibioticaresistentiemechanismen&lt;br /&gt;
#* fermentatie...hoe energie en reducerend vermogen verzorgen&lt;br /&gt;
#* mutualisme&lt;br /&gt;
#* syntrofie&lt;br /&gt;
#* verschil antiseptica en desinfectantia&lt;br /&gt;
=== 13 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
# acetyl coA cyclus en welke organismen deze gebruiken&lt;br /&gt;
# voorwaarden voor goede fylogenetische merkers en enkele voorbeelden&lt;br /&gt;
# begrippen: pleiomorfie,monomorfie,chemostaat,....&lt;br /&gt;
=== 10 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
# penicillines hebben geen effect op Archaea en Gram negatieve bacterien. Juist of fout, leg uit ahv biochemische werking penicilline&lt;br /&gt;
# wat is metagenomics, voordelen en toekomstperspectieven in toegepaste microbiologie&lt;br /&gt;
# manieren van C02 fixatie&lt;br /&gt;
=== 27 aug 2007 ===&lt;br /&gt;
# Stel men vraagt je om een antifungaal middel te ontwikkelen tegen gistinfecties bij mensen. Op welke principes zou je dit kunnen baseren en staaf met een voorbeeld. Hoe ga je te werk om te bepalen of je product een bacteriostatische of bacteriocide werking heeft? &lt;br /&gt;
# Bespreek bondig de anoxische fotosynthese bij purperbacterieÃ«n&lt;br /&gt;
# Wat zijn psychrofiele organismen? Hoe zijn ze aangepast aan hun milieu? Waarin verschillen ze met psychrotolerante organismen?&lt;br /&gt;
# Practicumvraag: Geef met behulp van een schema het verschil tussen gram-positieve en gram-negatieve bacteriÃ«n. Met welke technieken kun je beide groepen onderscheiden?&lt;br /&gt;
=== 18 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
# De toxische producten die vanuit zuurstof gevormd worden en hoe de cel die onschadelijk maakt.&lt;br /&gt;
# Geef alle manieren om CO2 te fixeren.&lt;br /&gt;
# Termen: &lt;br /&gt;
#* chemostaat&lt;br /&gt;
#* glycocalyx&lt;br /&gt;
#* micronutrienten&lt;br /&gt;
#* macronutrienten&lt;br /&gt;
#* hydrogenosoom&lt;br /&gt;
#* monomorfisch&lt;br /&gt;
#* pleiomorfisch&lt;br /&gt;
=== 15 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
# Leg de structuur en de werking van de bacteriÃ«le flagel uit en bespreek chemotaxis.&lt;br /&gt;
# Hoe gaat u te werk om te bepalen of een stof een bacteriostatische of bactericide werking heeft?&lt;br /&gt;
# Vergelijk de energie en reducerend vermogen vorming bij fototrofen en fermentatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 jun Z007 ===&lt;br /&gt;
# bespreek de vorming en structuur van endosporen, welke zijn de voordelen hiervan voor de overleving van de bacterie en hoe moeten we daar mee omgaan als we de groei van zulde organismen willen onder controle houden&lt;br /&gt;
# ken je manieren voor incorporatie van C02, zoja welke en beschrijf bondig de pathways &lt;br /&gt;
# stel je hebt een bodemstaal met daarin nieuwe &#039;ongekende&#039; organismen, beschrijf hoe je te werk zou gaan om deze te identificeren en welke manieren je zou gebruiken voor de classificatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
# Hoe onstaat resistentie tegen antibiotica bij micro-organismen? Bespreek de verschillende mechanismen van resistentie. In een post-antibiotica tijdperk, welke methoden zou je gebruiken om bacteriele infecties tegen te gaan?&lt;br /&gt;
# Bespreek de verschillende methodes die micro-organismen hebben om zich te beschermen tegen toxische zuurstof producten (door fotochemische reacties ontstaan).&lt;br /&gt;
# Wat zijn biogeochemische cycli? Bespreek aan de hand van een schematische voorstelling van de koolstof cyclus.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marie</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Microbiologie&amp;diff=1357</id>
		<title>Microbiologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Microbiologie&amp;diff=1357"/>
		<updated>2019-01-15T10:01:19Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marie: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Microbiologie wordt tegenwoordig in het tweede jaar gegeven. Vroeger was dit het derde jaar. Ook verhuisd van tweede naar eerste semester. Wordt gevolgd door studenten biologie en biochemie. Gedoceerd door Prof. Joris Winderickx. Mondeling examen. Practicum wordt geÃ«valueerd via een examen practicumsessie.&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 januari 2019===&lt;br /&gt;
#Hoe worden micro-organismen resistent? Welke mechanismen zorgen ervoor dat resistent zijn? Hoe wordt dit overgedragen? Welke van deze manieren zijn species-specifiek en welke species-aspecifiek?&lt;br /&gt;
#Je hebt een bodemstaal met micro-organismen, hoe ga je na dat deze micro-organismen een fungistatische werking hebben? + leg uit micro-organismen die groeien in het labo en micro-organismen laten groeien die niet in het labo kunnen groeien. Leg kort uit.&lt;br /&gt;
#Leg uit HxNx, antigene drift en shift, waarom kan dit laatste zo snel gebeuren bij het influenzavirus? Tot welke klasse van Baltimore behoort Influenza. Geef het scheme van de Baltimore classificatie en leg de principes uit.&lt;br /&gt;
#Begrippen&lt;br /&gt;
#*Syntrofie&lt;br /&gt;
#*Evolutionaire chronometers&lt;br /&gt;
#*Hydrogenosoom (+ reacties)&lt;br /&gt;
#*Streptomycine&lt;br /&gt;
#*Heterotroof&lt;br /&gt;
#*Annamox&lt;br /&gt;
#*Viroïde&lt;br /&gt;
#*Endo- en exotoxines&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 augustus 2018===&lt;br /&gt;
#Je krijgt een waterstaal, hoe weet je welke GEKENDE micro-organismen hier inzitten waarvan je een metabool product wil onderzoeken. Hoe kan je testen dat dit een fungicide is?&lt;br /&gt;
#Bespreek flagellen bij pro- en eukaryoten en leg chemotaxis uit&lt;br /&gt;
#begrippen&lt;br /&gt;
#*Surfactant&lt;br /&gt;
#*tegument&lt;br /&gt;
#*bacilli&lt;br /&gt;
#*hydrogenosoom&lt;br /&gt;
#*wateractiviteit&lt;br /&gt;
#*phycobillisoom&lt;br /&gt;
#*hopanoïde&lt;br /&gt;
#*nog eentje maar ben ik vergeten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===29 januari 2018 VM===&lt;br /&gt;
#Wat is een biogeochemische cycli? Geef schematisch de stikstofcyclus en beschrijf de voornaamste processen.&lt;br /&gt;
#Bespreek de structuur, inplanting en werking van prokaryote flagellen en aanverwante structuren als ook het mechanisme van chemotaxis. Welke verschillen zijn er met een eukaryote flagel?&lt;br /&gt;
#Begrippen: axiaal filament, griseofulin, peplomeren, quinolones, evolutionaire chronometers, mechanisme voor CO2 fixatie door de acetyl CoA pathway, viroïde, hopanoïde&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2018 VM===&lt;br /&gt;
#Leg uit: biogeochemische cycli. Geef schematisch de stikstofcyclus weer en bespreek de belangrijkste reacties. &lt;br /&gt;
#Je krijgt een bodemstaal waaruit je onbekende micro-organismen moet identificeren, hierin zit een organisme dat metabole producten maakt die antifungicidaal werken, deze kunnen dienen voor een nieuw middel. Hoe ga je (zo efficiënt mogelijk) te werk?&lt;br /&gt;
#begrippen: PFU en CFU, MIC en fenolcoëfficiënt, latente en persistente infectie, cirri, Aw, cycloheximide, commensalisme en ammensalisme en teichoïnezuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2018===&lt;br /&gt;
#Bespreek de structuur, werking en inplanting van bacteriële flagellen (met tekening). Wat is het mechanisme van chemotaxis? Wat zijn de verschillen met eukaryote flagellen.&lt;br /&gt;
#Welke detoxificatiemechanismen zijn er van toxische zuurstof. Geef de enzymen en hun reacties. Hij wilt ook dat je een extra voorbeeld geeft. Wat is het belang van zuurstof in een microbiële ecosysteem.&lt;br /&gt;
#8 termen: cycloheximide, sulfonilamide, aw, lysozymen, amensalisme, phycobiline, acetyl-CoA pathway en hepadnavirus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2018===&lt;br /&gt;
#Bespreek kort de oxygene en anoxygene fotosynthese van micro-organismen en hun reducerend vermogen. Leg fermentaties van micro-organismen uit, hoe wordt hiermee energie gewonnen? /5&lt;br /&gt;
#A)Waarvoor staat HxNx? B) Leg de Baltimore-classificatie uit. Welke types virussen hebben eigen polymerasen? C) weet ik niet meer, maar ook iets met virussen /5&lt;br /&gt;
#8 stellingen, per juist antwoord 0,5 1)cyloheximine werkt niet op gramnnegatieve bacteriën 2)antibiotica-resistentie wordt aspecies-specifiek doorgegeven en voornamelijk via transductie 3)een guilde is een groep van klonaal verwante cellen 4)bij een peristenta infectie komen viruspartikels niet vrij en blijft de gastheer leven 5)bij amensalisme hebben beide partners altijd een voordeel 6)bij een hydrogenosoom wordt ATP geproduceerd via hydrolyse en H+ 7)een virion reffereert naar de extrcellulaire vorm van een virus 8)ben ik vergeten /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 augustus 2017 NM===&lt;br /&gt;
#bespreek de structuur en werking van de flagel bij bacteriële cellen + bespreek chemotaxis&lt;br /&gt;
#detoxificatie van zuurstof&lt;br /&gt;
#8 stelling juist/fout + verklaar&lt;br /&gt;
#*gramnegatieve bachteriën zijn niet gevoelig voor beta-lactam ring &lt;br /&gt;
#*antibiotica-resistentie is species-specifiek&lt;br /&gt;
#*decimale reductietijd neemt af bij toenemende verhittingstemperatuur&lt;br /&gt;
#*hydrogenosomen bij prokaryoten halen hun energie uit de oxidatie van pyruvaat&lt;br /&gt;
#*stikstoffixatie komt vooral voor in anoxygene condities&lt;br /&gt;
#*persistentie infectie van viruspartikels vernietigd de gastheercel&lt;br /&gt;
#*geen enkele bacterie (Bacteria + Archaea) kan leven zonder celwand&lt;br /&gt;
#*energiewinst bij fermentatie komt altijd van substraatfosforylatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2017 NM===&lt;br /&gt;
#bespreek hoe het kleine virale genoom toch een volledige functie qua replicatie en assemblage van een virus kan veroorzaken. geef voorbeelden en leg uit&lt;br /&gt;
#virussen zijn niet altijd negatief. Bespreek en geef een voorbeeld ivm humaan microbioom&lt;br /&gt;
#je hebt een bodemstaal met micro-organismen, hoe ga je na dat deze micro-organismen een fungistatische werking hebben? + leg uit micro-organismen die groeien in het labo en micro-organismen laten groeien die niet in het labo kunnen groeien.&lt;br /&gt;
#vancomycine slaat niet aan, welke combinatie is het beste? keuze uit: vancomycine + cycloheximide/amphotericini/isoniazide/sulfanilamide&lt;br /&gt;
#leg verschil en gelijkenis uit + bespreek&lt;br /&gt;
#*mesofiel-pathogeen&lt;br /&gt;
#*antiseptica-desinfectans&lt;br /&gt;
#*fermentatie-chemoorganotroof anaeroobe respiratie&lt;br /&gt;
#*chemoorganotroof-chemolithotroof&lt;br /&gt;
#*generatietijd-delingscoefficient&lt;br /&gt;
#*sporecortex-bacteriele celwand&lt;br /&gt;
#*guilde-gemeenschap&lt;br /&gt;
#*commensalisme-amensalisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
#bespreek de celwand bij gram - en gram + bacteriën en archaea. geef een manier om bacteria, archaea en eukaryoten te scheiden. geef minstens 3 manieren hoe je gram + en gram - bacteriën kan onderscheiden (zonder gram kleuring) &lt;br /&gt;
#afbeelding cel met onderdelen aangeduid (celwand, 50S,...) geef voorbeelden van antibiotica die hier op inwerken en leg hun werking uit.&lt;br /&gt;
#8 juist of fout vragen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Gegeven een tekening van een virtuele cel van een micro-organisme (aangeduid: DNA synthese, RNA synthese, mitotische spoelfiguur en microtubuli, celwand, plasmamembraan,  translatie, foliumzuursynthese). Geef alle antimicrobiÃ«le middelen die erbij horen. Bespreek de mechanismen van de antimicrobiÃ«le middelen bij een verschillende manier van inwerking. &lt;br /&gt;
#Flagellen pro-en eukaryoten (ook tekenen!). Welke andere bewegingsvormen ken je nog? Leg taxis uit. &lt;br /&gt;
#Leg uit en bespreek de gelijkenissen en/of verschillen:&lt;br /&gt;
#*halofielen - osmiofielen&lt;br /&gt;
#*autotroof - heterotroof&lt;br /&gt;
#*bacteriÃ«le celwand - sporeprotoplast&lt;br /&gt;
#*chemoorganotroof - ...&lt;br /&gt;
#*chemoorganofiel - ...&lt;br /&gt;
#*chemooragnofiel anaeroobe respiratie - ...&lt;br /&gt;
#* ...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2015===&lt;br /&gt;
#Flagellen en cirri bij pro- en eukaryoten, bespreek chemo- en fototaxis.&lt;br /&gt;
#Detoxificatiemechanismen&lt;br /&gt;
#Acht stellingen, juist/niet juist en waarom (ieder op 0,5 punt)&lt;br /&gt;
#*B-lactam werkt alleen op gram +&lt;br /&gt;
#*Resistentie is species-specifiek&lt;br /&gt;
#*Decimale reductietijd daalt altijd bij hogere T&lt;br /&gt;
#*Bij fermentatie vindt de energiewinning altijd plaats door substraatfosforylatie&lt;br /&gt;
#*Bacteria en Archaea kunnen nooit leven zonder celwand&lt;br /&gt;
#*Stikstoffixatie is vooral anoxisch&lt;br /&gt;
#*Hydrogenosomen komen voor bij prokaryoten waar ze pyruvaat oxideren tot -&lt;br /&gt;
#*en nog een die ik me niet meer herinner.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 januari 2015===&lt;br /&gt;
#verschil oxygene en anoxygene fototrofie + energie bij fermentatie&lt;br /&gt;
#welke manieren van voortbeweging, verschil in pro en eukaryoten, (sex)pili, welk competitief voordeel?&lt;br /&gt;
#juist/fout vragen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2015 (NM)===&lt;br /&gt;
#Mechanismen van restentie en resistentie overdracht. Is resistentie speciesspecifiek? Methoden voor het post-antibioticatijdperk.&lt;br /&gt;
#Photosynthese bij purperbacterien, groenzwavelbacteren en cyanobacterien schematisch tekenen en verschillen uitleggen. Linken met morfologie en ecologie. &lt;br /&gt;
#8 juist-fout vraagjes&lt;br /&gt;
#*Gram-negatieve bactierien zijn vatbaar voor ampicilline en amoxicilline.&lt;br /&gt;
#*Ergosterolsynthese is geen goede target voor antifungale drugs.&lt;br /&gt;
#*Bij een latente infectie komen er geen virusgenen tot expressie en komen er geen virussen vrij.&lt;br /&gt;
#*Het nitrogenasecomplex werkt vooral in anoxische omstandigheden&lt;br /&gt;
#*Een hydrogenosoom komt voor bij prokaryoten en oxideert pyruvaat tot AcCoA.&lt;br /&gt;
#*...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2015 (VM)===&lt;br /&gt;
#koolstofcyclus schematisch tekenen en alle metabole processen uitleggen (reacties zijn niet zo belangrijk)&lt;br /&gt;
#Wat is de beste combinatie en slechtste combinatie? flucytosine + polyeen, griseofuline en polyeen, vancomycine en polyeen, en er was dan nog eentje maar die weet ik niet meer &lt;br /&gt;
#woordjes uitleggen: &lt;br /&gt;
#*exosporium &lt;br /&gt;
#*evolutionaire chronometers &lt;br /&gt;
#*omgekeerde citroencyclus&lt;br /&gt;
#*...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2014===&lt;br /&gt;
#Virussen zijn gekenmerkt door een klein genoom. Toch hebben ze alles om te voorzien in hun replicatie. Verklaar aan de hand van enkele voorbeelden. Sommige virussen hebben echter ook eigen polymerase enzymes nodig, identificeer hen aan de hand van de baltimore classificatie.&lt;br /&gt;
#Je wordt gevraagd onbekende micro-organismen uit een staal water te identificeren; welke technieken gebruik je en hoe ga je te werk om te kijken of sommigen de mogelijkheid bezitten tot de productie van een fungistatisch middel om het te commercialiseren.&lt;br /&gt;
#O2 kan giftig zijn; geef de detoxificatiemechanismen die micro-organismen bezitten om dit te bestrijden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2014===&lt;br /&gt;
#de koolstofcyclus en metabole processen &lt;br /&gt;
#detoxificatie mechanisme van zuurstofderivaten die door metabole processen geproduceerd worden en dan ne fungus bestrijden met een combinatie. &lt;br /&gt;
#combinaties werden gegeven allemaal met myconazol: uitleggen welk het beste werkte en welk het minst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jan 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#koolstofcyclus&lt;br /&gt;
#mechanismen van detoxificatie&lt;br /&gt;
#patient is besmet met Candida, een syntetische azool werkt niet goed. Welke antibiotica mengeling is de beste? Gegeven = telkens een syntetische azool in combinatie met flucytosine, griseofulin, vancomycine, en nog 1 dat ik niet meer weet&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2014 voormiddag===&lt;br /&gt;
#antibioticaresistentie: hoe, verschillende mechanisme, hoe krijgen we dat in het lichaam&lt;br /&gt;
#fungistatische drugs in natuurlijke bodem, hoe herkennen en er uit halen&lt;br /&gt;
#virussen: verklaar HxNx, antigendrift en antigenenschift en waarom gaat antigenenschift zo gemakkelijk en baltimoreklassen van influenza + verklaren&lt;br /&gt;
#woordjes&lt;br /&gt;
#*hopanoide (hier moet ge dat dan vergelijken met sterol in eukaryoten enzo)&lt;br /&gt;
#*hydrosoom&lt;br /&gt;
#*viroiden&lt;br /&gt;
#*endotoxine&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 31 jan 2012 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
# Geef de koolstofcyclus en leg kort alle processen uit die hierin voorkomen. (mondeling)&lt;br /&gt;
# Een schema van een cel waarop verschillende delen aangeduid stonden (celwand, membraan, DNA+RNA-synthese, 50S ribosoon-subunit, 30 S ribosoom-subunit). Geef bij elk deel de antibiotica die hierop inwerken en leg, als er meerdere antibiotica bij bij Ã©Ã©n passen, hun actiemechanismen uit.&lt;br /&gt;
# Verklaar:&lt;br /&gt;
#* Fenol-coÃ«fficiÃ«nt methode&lt;br /&gt;
#* Virion&lt;br /&gt;
#* Rolling-circle replicatie&lt;br /&gt;
#* O-anitgen&lt;br /&gt;
#* Fermentatiebalans&lt;br /&gt;
#* Anamoxosoom&lt;br /&gt;
#* Decimale Reductietijd&lt;br /&gt;
#* HopanoÃ¯de&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 jan 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Anoxigene fotosynthese bij purperbacterien en oxygene bij cyanobacteriÃ«n: Een schets geven en vergelijken.&lt;br /&gt;
# Celwandstructuur bij bacteria(grampos en gram negatief)en archaea bespreken en vergelijken. En met welke techniek zou je deze kunnen onderscheiden&lt;br /&gt;
# Een patiÃ«nt met een bacteriÃ«le infectie werd behandeld met chloramphenicol maar dit was niet erg werkzaam. Men zou kunnen combineren met vancomycine, tetracycline en cephalosporine. Wat gaat het minst werkzaam zijn? en welk het meeste?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jan 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Wat is metagenomics, wat kun je met deze techniek doen en beschrijf de voordelen aan de hand van een creatief (zelfverzonnen)voorbeeld&lt;br /&gt;
# Stikstoffixatie: Bespreek en wat heeft zuurstof hiermee te maken?&lt;br /&gt;
# Geef de biochemische werkingsmechanismen van: quinolones, aminoglycosiden, synthetische azolen en sulfonamides&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 jan 2011 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Wat is metagenomics, wat kun je met deze techniek doen en beschrijf de voordelen aan de hand van een creatief (zelfverzonnen)voorbeeld&lt;br /&gt;
# nitrificatie, denitrificatie en stikstoffixatie zijn belangrijke processen. Bespreek bondig de reacties en plaats in de stikstofcyclus. Wat heeft zuurstof hiermee te maken?&lt;br /&gt;
# vergelijk de opbouw van de celwand van gram positieve en negatieve bacteriÃ«n met behulp van een schema, hoe zou je eenvoudig een onderscheid kunnen maken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 jan 2010 ===&lt;br /&gt;
# Geef de schematische voorstelling van de anoxigene fotosynthese bij purperbacteriÃ«n en de oxigene fotosynthese bij cyanobacteriÃ«n. Bespreek verschillen, incl. morfologische kenmerken en plaats dit in een algemeen microbiÃ«le context.&lt;br /&gt;
# Hoe weet je of een medicijn bacteriostatisch, bacteriolytisch, bacteriocide, fungistatisch, fungicide is. (bijvraag: hoe zou jij dat bepalen als biochemist?) Wat is MIC en hoe bepaal je dat, fenolcoÃ«fficient bespreken. De criteria bespreken voor een medicijn, antiseptica, desinfectans.&lt;br /&gt;
# Mexicaanse griep is van het type H1N1. Leg uit wat HxNx is en leg antigene shift en antigene drift uit. Tot welke baltimore klasse behoort influenza.(bijvraag: middelen tegen influenza)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 jan 2010 ===&lt;br /&gt;
# zuurstof kan toxisch zijn voor micro-organisme. Welke reactie zorgen voor de omzetting van deze toxische zuurstof?&lt;br /&gt;
# bespreek de biochemische werkingsmechanisme van ampiciline en cephalosporine&lt;br /&gt;
# geef alle pathways voor C02 fixatie? (het zijn er btw 8 en geen 5 zoals de meeste denken)&lt;br /&gt;
=== 27 jan 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Verklaar:&lt;br /&gt;
#* Baltimore classificatie&lt;br /&gt;
#* tegument&lt;br /&gt;
#* psychrotolerante mesofiel&lt;br /&gt;
#* peritrieche flagelaat&lt;br /&gt;
# Methanotrofen en methylotrofen, geef energiewinning en koolstof assimilatie&lt;br /&gt;
# antifungale drugs; waarom moeilijker te maken dan antibacterieel en bespreek de reactiemechanismen van &lt;br /&gt;
=== 23 jan 2009 ===&lt;br /&gt;
# C02 fixatie&lt;br /&gt;
# hoe ga je te werk om uit een bodemstaal 1) alle micro-organismen te identificeren 2) een fungistatisch metaboliet te zoeken&lt;br /&gt;
# Termpjes:&lt;br /&gt;
#* aw&lt;br /&gt;
#* serine pathway&lt;br /&gt;
=== 23 jan 2009 ===&lt;br /&gt;
# Een gistcultuur is geÃ¯nfecteerd met cyanobacteriÃ«n. Geef een aantal manieren om weer een zuivere gistcultuur te verkrijgen.&lt;br /&gt;
# Juist of fout vragen:&lt;br /&gt;
#* S-lagen&lt;br /&gt;
#* iets over pseudopeptidoglycaan van Archaea&lt;br /&gt;
#* phycobilines&lt;br /&gt;
#* de manier van vrijstelling van naakte vs &#039;enveloped&#039; virussen&lt;br /&gt;
#* cephalosporine&lt;br /&gt;
# Nitraatreductie. En bespreek deze bij E.coli en Pseudomonas stutzeri.&lt;br /&gt;
=== 16 jan 2009 ===&lt;br /&gt;
# 5 woorden verklaren:&lt;br /&gt;
#* cephalosporine&lt;br /&gt;
#* phycobilisoom&lt;br /&gt;
#* hepadnavirussen&lt;br /&gt;
#* serine pathway&lt;br /&gt;
#* wateractiviteit aw&lt;br /&gt;
# Waarom is het moeilijker om antiviraal middel te vinden dan een antibacterieel?&lt;br /&gt;
# Biogeochemische cycli en stikstof-cyclus&lt;br /&gt;
=== 15 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
# bespreek de acetyl coA pathway en welke organisme gebruiken deze...&lt;br /&gt;
# glycocalyx, hydrogenosoom, wateractiviteit, mutualisme, protocooperatie uitleggen&lt;br /&gt;
# wat zijn fylogenetische merkers, wat doen ze en geef meerdere voorbeelden en leg uit&lt;br /&gt;
=== 13 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
# Denitrificatie en nitrificatie + waterzuivering&lt;br /&gt;
# Hou zou je ALLE organismen in een bodemstaal classificeren en metabolisme nagaan?&lt;br /&gt;
# wateractiviteit + welke organismen kunnen tegen lage + oplossing&lt;br /&gt;
# Termen:&lt;br /&gt;
#* amensalisme&lt;br /&gt;
#* protocoÃ¶peratie&lt;br /&gt;
#* S.cerevisiae geÃ¯nfecteerd met groen zwavel bacteriÃ«n... hoe los je dit op&lt;br /&gt;
#* Verschil groenzwavel- en purperbacteriÃ«n op vlak van productie reducerend vermogen&lt;br /&gt;
#* Antibioticaresistentiemechanismen&lt;br /&gt;
#* fermentatie...hoe energie en reducerend vermogen verzorgen&lt;br /&gt;
#* mutualisme&lt;br /&gt;
#* syntrofie&lt;br /&gt;
#* verschil antiseptica en desinfectantia&lt;br /&gt;
=== 13 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
# acetyl coA cyclus en welke organismen deze gebruiken&lt;br /&gt;
# voorwaarden voor goede fylogenetische merkers en enkele voorbeelden&lt;br /&gt;
# begrippen: pleiomorfie,monomorfie,chemostaat,....&lt;br /&gt;
=== 10 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
# penicillines hebben geen effect op Archaea en Gram negatieve bacterien. Juist of fout, leg uit ahv biochemische werking penicilline&lt;br /&gt;
# wat is metagenomics, voordelen en toekomstperspectieven in toegepaste microbiologie&lt;br /&gt;
# manieren van C02 fixatie&lt;br /&gt;
=== 27 aug 2007 ===&lt;br /&gt;
# Stel men vraagt je om een antifungaal middel te ontwikkelen tegen gistinfecties bij mensen. Op welke principes zou je dit kunnen baseren en staaf met een voorbeeld. Hoe ga je te werk om te bepalen of je product een bacteriostatische of bacteriocide werking heeft? &lt;br /&gt;
# Bespreek bondig de anoxische fotosynthese bij purperbacterieÃ«n&lt;br /&gt;
# Wat zijn psychrofiele organismen? Hoe zijn ze aangepast aan hun milieu? Waarin verschillen ze met psychrotolerante organismen?&lt;br /&gt;
# Practicumvraag: Geef met behulp van een schema het verschil tussen gram-positieve en gram-negatieve bacteriÃ«n. Met welke technieken kun je beide groepen onderscheiden?&lt;br /&gt;
=== 18 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
# De toxische producten die vanuit zuurstof gevormd worden en hoe de cel die onschadelijk maakt.&lt;br /&gt;
# Geef alle manieren om CO2 te fixeren.&lt;br /&gt;
# Termen: &lt;br /&gt;
#* chemostaat&lt;br /&gt;
#* glycocalyx&lt;br /&gt;
#* micronutrienten&lt;br /&gt;
#* macronutrienten&lt;br /&gt;
#* hydrogenosoom&lt;br /&gt;
#* monomorfisch&lt;br /&gt;
#* pleiomorfisch&lt;br /&gt;
=== 15 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
# Leg de structuur en de werking van de bacteriÃ«le flagel uit en bespreek chemotaxis.&lt;br /&gt;
# Hoe gaat u te werk om te bepalen of een stof een bacteriostatische of bactericide werking heeft?&lt;br /&gt;
# Vergelijk de energie en reducerend vermogen vorming bij fototrofen en fermentatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 jun Z007 ===&lt;br /&gt;
# bespreek de vorming en structuur van endosporen, welke zijn de voordelen hiervan voor de overleving van de bacterie en hoe moeten we daar mee omgaan als we de groei van zulde organismen willen onder controle houden&lt;br /&gt;
# ken je manieren voor incorporatie van C02, zoja welke en beschrijf bondig de pathways &lt;br /&gt;
# stel je hebt een bodemstaal met daarin nieuwe &#039;ongekende&#039; organismen, beschrijf hoe je te werk zou gaan om deze te identificeren en welke manieren je zou gebruiken voor de classificatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
# Hoe onstaat resistentie tegen antibiotica bij micro-organismen? Bespreek de verschillende mechanismen van resistentie. In een post-antibiotica tijdperk, welke methoden zou je gebruiken om bacteriele infecties tegen te gaan?&lt;br /&gt;
# Bespreek de verschillende methodes die micro-organismen hebben om zich te beschermen tegen toxische zuurstof producten (door fotochemische reacties ontstaan).&lt;br /&gt;
# Wat zijn biogeochemische cycli? Bespreek aan de hand van een schematische voorstelling van de koolstof cyclus.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marie</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Genetica&amp;diff=1231</id>
		<title>Genetica</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Genetica&amp;diff=1231"/>
		<updated>2018-06-21T07:41:53Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marie: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Vak van het tweede semester 1e jaar biochemie en biologie. Ook tweedejaars chemisten en geologen kunnen hier zitten.&lt;br /&gt;
Gedoceerd door Prof. Filip Volckaert.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
#Stelling: &amp;quot;STS, sequenced tagged sites, hebben bijgedragen aan het bestuderen van het genoom op microscopisch niveau&amp;quot;&lt;br /&gt;
#Geef uitleg bij de figuur: een tekening van DNA. &lt;br /&gt;
#Oefening met stamboom van een zeldzame erfelijke ziekte. Is het een X-gebonden recessieve afwijking of een autosomaal gebonden allel dat alleen bij mannen tot uiting komt. Geef het genotype van generatie 5 voor beide gevallen.&lt;br /&gt;
#Vage vraag over welke nucleotide substituties niet konden worden waargenomen via elektroforetische studies.&lt;br /&gt;
#Begrippen: dominant, domesticatie, DNA-vingerafdruk, doseringscompensatie (en nog 1 iets met een d)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2018 VM===&lt;br /&gt;
#Stelling: &amp;quot;Evolutie heeft ervoor gezorgd dat organismen structuren hebben die perfect werken, zoals bijvoorbeeld het oog bij vertebraten&amp;quot;&lt;br /&gt;
#Tekening over epistasie, afbeelding van kruising witte varianten mais wat witte en paarse F2 oplevert. &lt;br /&gt;
#Oefening over overerving waarbij gegeven wordt dat er twee genen coderen voor de oogkleur en dat men twee heterozygote organismen voor beide genen gaat kruisen. Het fenotype dat deze beide organismen hebben is rood. Vervolgens wordt het fenotype van de nakomelingen gegeven en moet je verklaren hoe het kan dat deze fenotypen ontstaan. + verklaren waarom de term &#039;nieuw fenotype&#039; bij deze nakomelingen gebruikt kan worden &lt;br /&gt;
#Oefening over het lac operon waar je een tabel moet aanvullen met +&#039;jes en -&#039;etjes&lt;br /&gt;
#Begrippen: chromatine, chromatide, chloroplast (en nog twee dingen die beginnen met ch)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
#stelling:&#039;Vrouwelijkheid, groei en gedrag zijn genetische kenmerken bij een bacterie.&#039;&lt;br /&gt;
#foto van gelelectroforese&lt;br /&gt;
#Kruising met 4 fenotypes en 4 verschillende kruisingen gegeven&lt;br /&gt;
#Een kader gegeven met info over aantal basenparen, genen, interons... Vragen over hoeveel interons er gemiddeld per gen waren enzo. Uitleg geven over genen die niet voor een eiwit coderen.&lt;br /&gt;
#begrippen: transcriptiebel, transcriptiefactor, torsiespanning, terminatie en totipotent&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2018 vm===&lt;br /&gt;
#stelling:&#039;Is de rol van meiose bij een gist, Neurospora en een plant (Arabidopsis) identiek?&lt;br /&gt;
#tekening van een nucleosoom&lt;br /&gt;
#vraagstuk: Steven heeft spierziekte van Duchenne (recessieve X-gekoppelde aandoening) en heeft als geslachtschromosomen XXY. Susanne (moeder van Steven) heeft de ziekte niet en haar man ook niet. Vader van Susanna had de ziekte wel. Verklaar waarom Steven beide aandoeningen heeft&lt;br /&gt;
#vraagstuk: Een vraagstuk over een stof die RNA-productie blokkeert, maar toch kan een embryo de eerste 6 uur delen. Maar als deze stof na 6 uur wordt weggenomen, kan de gastrulatie niet plaatsvinden. Wat kan je besluiten over de genexpressie?&lt;br /&gt;
#begrippen: wederkerige kruising, achterliggende streng, x-stralen diffractie, zink vinger motief en wiebelparing&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===5 september 2017 vm===&lt;br /&gt;
# stelling &#039;waterstofbruggen tussen nucleotiden hebben invloed op de structuur van DNA&#039;&lt;br /&gt;
# tekening over stamboom van het oerpaard tot het huidig paard; leg de tekening uit (evolutie)&lt;br /&gt;
# kruising: parentale en F1 generatie gegeven, met frequentie. Welke stelling is juist. (hij wou niet zeggen als er meerdere antwoorden juist waren)&lt;br /&gt;
# bespreek 2 methoden voor DNA sequentie bepaling en geef de voor- en nadelen ervan.&lt;br /&gt;
# begrippen: polygene overerving, polymerase kettingractie, profase, poly-A-staart&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2017 nm===&lt;br /&gt;
#stelling &amp;quot;de celdelingen bij een embryo duren veel langer dan die bij een volwassen organisme&amp;quot;&lt;br /&gt;
#tekening van een haai, tonijn, ichtyosaurus, en dolfijn&lt;br /&gt;
#oefening met intermediaire overerving waarbij allelfrequentie gegeven was, en een populatie naar een gebied verplaatst wordt met andere fitnessvoorwaarden -&amp;gt; nieuwe allelfrequentie bepalen&lt;br /&gt;
#oefening met 4 (ja vier) puntskruising, bepaal welke genen gekoppeld zijn + genotype van heterozygote ouder + koppelingskaart&lt;br /&gt;
#begrippen uitleggen: amniocentese, anafase, aneuploïd, anticodon, apoptose&lt;br /&gt;
===19 juni 2017 vm===&lt;br /&gt;
#stelling &amp;quot;koppelingskaarten geven goed de afstand weer&amp;quot; juist/fout&lt;br /&gt;
#tekening van DNA-replicatie aanvullen&lt;br /&gt;
#oefening dihybride kruising&lt;br /&gt;
#uitleg &#039;chimeren&#039;; denkvraag over toepassing&lt;br /&gt;
#begrippen uitleggen: promotor, proteasoom, proteomica, prokaryoot, Punnett-vierkant&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
# stelling over meiose en mitose&lt;br /&gt;
# tekening van trp operon&lt;br /&gt;
# oefening van overkruising, x-gebonden allelen&lt;br /&gt;
# hunchback, antennepedia (?) en engrailed bij drosophilia, waar denk je aan en waarin verschillen ze&lt;br /&gt;
# operon, openleesraam, pleiotropie, overkruising en gap genes&lt;br /&gt;
=== juni 2016===&lt;br /&gt;
#foto plasmide&lt;br /&gt;
#hoeveelheid enkelstrengig en dubbelstrengig DNA bepalen&lt;br /&gt;
#weet rest neit meer (pfff zwak)&lt;br /&gt;
=== juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# Kan genetische clonering helpen in de veredeling van planten?&lt;br /&gt;
# Een foto van een Himalaya kat&lt;br /&gt;
# Een hele moeilijke oefening over de afstanden op chromosomen&lt;br /&gt;
# Een diploÃ¯de cel heeft 16 chromosomen, hoeveel zijn dit er na de metafase van meiose I? En hoeveel na de anafase? Teken de anafase.&lt;br /&gt;
# Begrippen waaronder codon, conservatief, replicate,...&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2014 ===&lt;br /&gt;
#DNA banken zijn uitermate geschikt om het genoom te onderzoeken&lt;br /&gt;
#Tekening verklaren (epistasie : maiskolf die paars kleurde door 2 enzymen)&lt;br /&gt;
#Oefening stamboom maken+ chromosomen uitleggen (klinefeltersyndroom)&lt;br /&gt;
#Oefening op mitose/meiose&lt;br /&gt;
#repressor, regulatorisch eiwit, replicatie, replisoom en restrictie endonulease&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 juni 2014 namiddag===&lt;br /&gt;
#Stelling: meiose heeft dezelfde rol in de levencycli van een bacterie, Neurospora en Arabidopsis.&lt;br /&gt;
#Tekeningetje van Translatie-initiatie&lt;br /&gt;
#Oef over het Lac-operon &lt;br /&gt;
#Een origineel peptide en een gemuteerd (1deletie en 1 insertie) Bepaal de base in weg en erbij is, en bepaal de mRNA sequentie van beide.&lt;br /&gt;
#Woordjes: domesticatie, ras, homologe structuren, morfogenese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 juni 2014 voormiddag ===&lt;br /&gt;
#stelling: Neaderthalers hebben geen sexueel contact gehad met de moderne mens&lt;br /&gt;
#foto van nucleosome die verschuift op dna streng (pg 317)&lt;br /&gt;
#oefening over driepuntskruising&lt;br /&gt;
#oefening openleesraam zoeken en bijhorende polypeptide&lt;br /&gt;
#woordjes: translocatie, tRNA, transciptoom, transcriptieplaats &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 Juni 2013 NM===&lt;br /&gt;
# Stelling: Genetische kaarten zijn hetzelfde als fysieke kaarten van het genoom.&lt;br /&gt;
# Foto van een 3D-tRNA molecule: bespreek de figuur&lt;br /&gt;
# Vraagstuk over recombinante genen en de allelpositie bepalen aan de hand van hoeveel vliegen van een bepaalde recombinant er zijn.&lt;br /&gt;
# Vraagstuk over een zeldzame ziekte met stamboom: enkele kansberekeningen etc.&lt;br /&gt;
# Woordjes: Deletie, Excisie-reparatie-resynthese, DNA bindingsdomein, Cytokinese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 Juni 2013 VM===&lt;br /&gt;
#Vergelijken van Meiose II met mitose. Heel goed de nadruk leggen op het verschil in functie &lt;br /&gt;
#tryptofaan operon&lt;br /&gt;
#Zo een oefeningetje met Lac-operon zoals op de taak&lt;br /&gt;
#Nog een oefeningetje op een X-gebonden recessieve ziekte (niet moeilijk) &lt;br /&gt;
#wat begrippen verklaren&lt;br /&gt;
Prof helpt u goed op weg als ge het niet weet&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 10 Juni 2013 VM===&lt;br /&gt;
# Stelling: Het niet-nucleale genoom is identiek voor planten en dieren.&lt;br /&gt;
# Karyogram van iemand met trisomie 21 (syndroom van Down). Bespreek.&lt;br /&gt;
# Vraagstuk: a)De kans op een meisje is 0.5, hoe groot is dan de kans dat een gezin van 4 kinderen bestaat uit 3 meisjes en 1 jongen. b) De eigenlijke kans op een meisje is 0.49, hoe groot is nu de kans dat een gezin bestaat uit 3 meisjes en 1 jongen. c) Hoe groot is de kans als het eerste kind een jongen is en de 3 andere meisjes.&lt;br /&gt;
# Gegeven: DNA-sequentie en 2 mutaties op deze sequentie. a)Geef de aminozuursequentie gecodeerd door het DNA. b) Benoem de mutaties.&lt;br /&gt;
# 5 begrippen:&lt;br /&gt;
#* Alternatieve splitsing&lt;br /&gt;
#* Barr-lichaampje&lt;br /&gt;
#* Aminoacyl-tRNA synthetase&lt;br /&gt;
#* Apoptose&lt;br /&gt;
#* Basesubstitutie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===31 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Stelling: TATA-box is een transcriptiefactor die een rol speelt bij de selectie van de juiste startplaats bij eukaryoten bij de transcriptie door RNA polymerase II.&lt;br /&gt;
# Cirkelvormig tekeningetje van de celcyclus (zo van G1, G2, S, M maar dan zonder de letters). Bespreek.&lt;br /&gt;
# Vraagstuk: kaart+afstanden van genen op het chromosoom bepalen a.h.v tabelletje met de fenotypes van de nakomelingen.&lt;br /&gt;
# Bepalen of genen in HWE staan a.h.v chiÂ².&lt;br /&gt;
# polyploÃ¯d, polyteen chromosoom, segment-polariteit gen, selectie, semisteriliteit, stamboomanalyse, standaardafwijking, stukuitwisseling en subeenheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2011 VM===&lt;br /&gt;
# Stelling: Enkel diploÃ¯de genetische informatie is overerfbaar.&lt;br /&gt;
# Bespreek: figuur 12-10 a en b (afbeelding van de hox-genen bij een muis op de 4 chromosomen en de expressie ervan tijdens de ontwikkeling) &lt;br /&gt;
# Oefening over chromosoomtransformaties: je kreeg het oorspronkelijk chromosoom 123.456789 en moest dan de transformaties benoemen en de oorspronkelijke chromosomen in synaps tekenen om te laten zien wat er gebeurd is.&lt;br /&gt;
# Moeilijke oefening over een experiment mbt facetogen bij Drosophila ifv de temperatuur(2 genotypes). De genetische variantie en de fenotypische verdeling worden geschat. Je moest bij 4 experimentele situaties &#039;paren van reactie-normen&#039; tekenen die horen bij de 2 genotypes. Een experimentele vaststelling was bijvoorbeeld: &#039;wanneer de erfelijkheid verhoogde, verlaagde de genetische variantie&#039; of &#039;bij het verlagen van de variantie van de temperatuur ging de unimodale verdeling van het fenotype over in een bimodale verdeling&#039; ...&lt;br /&gt;
# Begrippen:&lt;br /&gt;
#* weifelaar&lt;br /&gt;
#* X-chromosoom&lt;br /&gt;
#* X-koppeling&lt;br /&gt;
#* ...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 JAN 2010===&lt;br /&gt;
# Stelling: de waterstofbruggen gevormd door nucleotiden hebben geen invloed op de structuur van DNA.&lt;br /&gt;
# Afbeelding van het gal-systeem bij gist. (Gal4 bespreken, enhancing, UAR&#039;s, beetje eukaryote transcriptie-initiatie,...)&lt;br /&gt;
# Oefening van staartlengte bij varkentjes. Eentje heeft een lengte van 6cm, de andere van 30cm, en de nakomeling een van 18cm. Voor de F2-generatie 1/64 met staart van 6cm, en 1/64 met een staart van 30cm, en daartussen worden de lengtes 10,14,18,22,26 waargenomen, met het meeste nakomeling een staart van 18cm. En daar een aantal vragen over, die voortbouwen op &amp;amp;quot;van hoeveel genen hangt de staartlengte af&amp;amp;quot;.&lt;br /&gt;
# Een welhaast analoge oefening van 5 soorten tarwe (wit, lichtrood, half rood, half donkerrood, donkerrrood).&lt;br /&gt;
# Begrippen:&lt;br /&gt;
#* Enhanceosoom&lt;br /&gt;
#* Epigenetisch stilleggen of &amp;amp;quot;silencing&amp;amp;quot;&lt;br /&gt;
#* Epistasie&lt;br /&gt;
#* Epigenetische merker&lt;br /&gt;
#* Erfelijkheid in de ruime zin&lt;br /&gt;
#* Homeologe chromosomen&lt;br /&gt;
#* Homoloog chromosoom&lt;br /&gt;
#* Homologie-afhankelijk herstel&lt;br /&gt;
#* Homogametisch geslacht&lt;br /&gt;
#* en nog 1...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2010===&lt;br /&gt;
# Wat gebeurt er met RNA nadat het is afgeschreven van DNA dankzij RNA polymerase. Is er een verschil tussen pro en eukaryoten. &lt;br /&gt;
# foto van menselijk genoom. Beschrijf wat je ziet. &lt;br /&gt;
# makkelijk vraagstuk over autosomaal resessieve aandoening &lt;br /&gt;
# Ne moeilijke over Hardy-Weinberg. &lt;br /&gt;
# Begrippen. &lt;br /&gt;
#* heterozygon&lt;br /&gt;
#* hetersis&lt;br /&gt;
#* Hfr&lt;br /&gt;
#* hexaploid&lt;br /&gt;
#* polypoide&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 JAN 2010===&lt;br /&gt;
# stelling: Bicoid eiwit heeft een invloed op de paarrolgenen&lt;br /&gt;
# fig 11.2&lt;br /&gt;
# oefening op allelfrequentie bij een gegeven populatie met fenotypes van bloedgroepen&lt;br /&gt;
# chiÂ²-oefening met hypothesetest, p-waarde,...&lt;br /&gt;
# woordjes: &lt;br /&gt;
#* genconversie&lt;br /&gt;
#* topoisomerase&lt;br /&gt;
#* inversielussen&lt;br /&gt;
#* homozygoot inversie&lt;br /&gt;
#* kandidaatgen&lt;br /&gt;
#* tetraploÃ¯d&lt;br /&gt;
#* tetrade&lt;br /&gt;
#* nog drie andere...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 JAN 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Figuur van het fragiel-X syndroom&lt;br /&gt;
# de evolutie van genen gaat aan constante snelheid en houdt geen rekening met de gedegenereerde code.. &lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# een stamboom&lt;br /&gt;
# vraag over HÂ² en hÂ² &lt;br /&gt;
# pak definities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===JAN 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Gaat genevolutie met een constante snelheid? (zonder rekening te houden met gedegenereerde codes)&lt;br /&gt;
# tekening van fragile X syndroom&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Oefening met een stamboom &lt;br /&gt;
# een oefening op erfelijkheid&lt;br /&gt;
# hele hoop begrippen waar bijna allemaal gen of genetisch in voor kwamen....&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===JAN 2009===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Stelling: Klinefelter-,turner- en downsyndroom zijn het gevolg van foute recombinatie&lt;br /&gt;
# Figuur bespreken: fig 10-4 in boek&lt;br /&gt;
# Juist of fout: de meiose speelt dezelfde rol in de levenscyclus van een bacterie, neurospora en een plant&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Een ziekte, veroorzaakt door een mutatie op het 7de chromosoom vetoont bij de mensen met deze ziekte ernstige botafwijkingen in het gelaat. Beschouw de volgende waarnemingen en trek bij elke een conclusie:&lt;br /&gt;
a.	75% van de mannen , cariotype 23 vertoont bij deze afwijking ernstige tekenen van het andere geslacht&lt;br /&gt;
b.	Vrouwen , heterozygoot voor deze ziekte vertonen geen afwijkingen&lt;br /&gt;
c.	Het ziektegen vertoont 75% gemeenschappelijkheid met een gend dat ligt op het X chromosoom en bepalend is voor de ontwikkeling van de vrouwelijke geslachtskenmerken.&lt;br /&gt;
# Woordjes&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===29 JAN 2008===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Stelling: operons hebben enkel negatieve regulatie.&lt;br /&gt;
# Figuur: 8.4 boek, over transcriptie algemeen&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# In 1931 vond Stern twee verschillende translocaties in drosophila. Hij ontdekte vrouwtjes met een extra stuk van het Y-chromosoom op hun X-chromosoom en andere vrouwtjes met een extra stuk chromosoom IV op hun X. Hij bestudeerde twee geslachtsgekoppelde genen: vleeskleurig (vle recessief) en staafvormig (St dominant). We kruisen dihybride staafvormige vrouwtjes met heteromorfe chromosomen (mutante allelen gelegen op X stuk van X-IV) met hemizygote vleeskleurige mannetjes met normale chromosomen. Teken de cytogenetische resultaten en beschrijf de genotypes/fenotypes van de nakomelingen.&lt;br /&gt;
# Een fruitvlieg is heterozygoot voor een paracentrische inversie. Na vele pogingen bleek het onmogelijk homozygoten voor de inversie te kweken. Wat is de meest waarschijnlijke verklaring hiervoor?&lt;br /&gt;
# Woordjes: A-plaats, cosupressie, dna-transposon, enol, epigenetische overerving, interferentie, klinefeltersyndroom, oncogen, plaque, silencer &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 JAN 2008===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Stelling: Transcriptie en replicatie zijn genetisch gelijkaardige processen.&lt;br /&gt;
# Figuur 9-11 uitleggen (figuur over ribosomen).&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Een oefening op recombinanten waarbij je moest zeggen of de genen gekoppeld waren en de kaartafstanden moest weergeven op een kaart. Ook moest je de genotypes van de ouders geven.&lt;br /&gt;
# Je kreeg zo&#039;n tabelleke zoals bij lac operon en je moest zelf de + en - aanvullen.&lt;br /&gt;
# 10 woordjes: provirus, penetrantie, proto-oncogen, epigenetisch stilgelegd, F-, enzovoort&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marie</name></author>
	</entry>
</feed>