
<?xml version="1.0"?>
<feed xmlns="http://www.w3.org/2005/Atom" xml:lang="nl">
	<id>https://wiki.chemika.be/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=Marike</id>
	<title>Chemika Examenwiki - Gebruikersbijdragen [nl]</title>
	<link rel="self" type="application/atom+xml" href="https://wiki.chemika.be/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=Marike"/>
	<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Speciaal:Bijdragen/Marike"/>
	<updated>2026-07-28T11:00:34Z</updated>
	<subtitle>Gebruikersbijdragen</subtitle>
	<generator>MediaWiki 1.43.0</generator>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Laboratory_Animal_Sciences&amp;diff=2422</id>
		<title>Laboratory Animal Sciences</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Laboratory_Animal_Sciences&amp;diff=2422"/>
		<updated>2021-01-27T13:43:19Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marike: /* 22 januari 2021 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
[[Categorie: Mabb]]&lt;br /&gt;
== Vakinformatie ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Keuzevak, gedoceerd door Prof. Erna Dewil, dat vaak gevolgd wordt door master biochemie en mensen die met een doctoraat bezig zijn (alsook biologie, farmacie, BMW, bio-ingenieurs studenten). &lt;br /&gt;
Door voor dit vak te slagen, krijg je een certificaat (=FELASA B) waardoor je experimenten mag uitvoeren op proefdieren. Schriftelijk voorbereiden, examen zelf was mondeling (dit was vroeger zo, dat zie je aan de oudere examenvragen). Nu is het examen volledig schriftelijk. De vragen staan in Nederlands en Engels geschreven. Er wordt verwacht dat de antwoorden in het Engels geformuleerd worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het examen vindt plaats in een grote aula en sinds het schriftelijk wordt afgenomen, zijn er per examenmoment twee verschillende examenversies. Elke even rij krijgt dezelfde vragen en elke oneven rij krijgt dezelfde vragenreeks.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
ECTS-fiche: https://onderwijsaanbod.kuleuven.be/syllabi/e/E05E6AE.htm&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Examenvragen ==&lt;br /&gt;
===22 januari 2021 ===&lt;br /&gt;
#Define:&lt;br /&gt;
#*Whitten effect&lt;br /&gt;
#*Zoocentrism&lt;br /&gt;
#*Co-isogenic strain&lt;br /&gt;
#*Zoonosis + give an example&lt;br /&gt;
# Describe natural feed.&lt;br /&gt;
# Explain local anaesthesia.&lt;br /&gt;
# What are the possible sources of infection in the animal facility? How can these be prevented?.&lt;br /&gt;
# What are the the 3 R&#039;s? Give 1 example of each one.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 Januari 2020 NM versie B===&lt;br /&gt;
#Define:&lt;br /&gt;
#*Lee-Boot effect&lt;br /&gt;
#*Severity assessment&lt;br /&gt;
#*Isolator&lt;br /&gt;
#*Zoonosis&lt;br /&gt;
#What are the effects of stress on the behaviour of a laboratory animal?&lt;br /&gt;
#Explain in detail: Consomic strain&lt;br /&gt;
#What are the possible sources of infection? How can we avoid them?&lt;br /&gt;
#Explain the 2 types of Analgesia. What are their possible side effects?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 Januari 2020 NM versie A===&lt;br /&gt;
#define:&lt;br /&gt;
#*bruce effect&lt;br /&gt;
#*gavage&lt;br /&gt;
#*reverse? orbital punction&lt;br /&gt;
#*Harderian gland&lt;br /&gt;
#Explain local anaesthesia&lt;br /&gt;
#Give 3 factors that can influence the severity score&lt;br /&gt;
#What is environmental enrichment and why is it important? &lt;br /&gt;
#Explain everything about natural feed&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2020 (NM, versie B)===&lt;br /&gt;
#Define:&lt;br /&gt;
#*Whitten effect&lt;br /&gt;
#*Animal welfare body&lt;br /&gt;
#*Humane endpoints&lt;br /&gt;
#*IVC&lt;br /&gt;
#Gasanaesthesia&lt;br /&gt;
#How is healthmonitoring done and why is this important?&lt;br /&gt;
#List all environmental factors that influence an animal&#039;s wellbeing and explain 2 in detail.&lt;br /&gt;
#Which formalities need to be in order before cunducting animal experiments?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 januari 2020 (NM, versie &amp;quot;&amp;quot;) ===&lt;br /&gt;
#What are the factors which determine the needed  nutrients in animal food?&lt;br /&gt;
#How can you check if an animal is under enough anaesthesia for a chirurgic procedure?&lt;br /&gt;
#Given: code for a kind of stem. Explain this type.&lt;br /&gt;
#Why are ventilation and odor important for the housing of lab animals?&lt;br /&gt;
#What can decrease blood loss during a chirurgic procedure? How can you provide good post-operative care for a lab animal?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 januari 2019 (NM) ===&lt;br /&gt;
Schriftelijk&lt;br /&gt;
Leg uit:&lt;br /&gt;
#*Harderian gland&lt;br /&gt;
#*Orbitapuncture&lt;br /&gt;
#*Bruce effect&lt;br /&gt;
#*Gavage&lt;br /&gt;
#Leg uit in detail: F1-hybride&lt;br /&gt;
#Leg uit in detail lokale anesthesie&lt;br /&gt;
#Leg uit in detail: Natuurlijk voeder&lt;br /&gt;
#Wat zijn mogelijke vormen van kooiverrijking, leg ze elk kort uit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 januari 2019 ===&lt;br /&gt;
Begrippen:&lt;br /&gt;
#*isolator&lt;br /&gt;
#*3 R’s&lt;br /&gt;
#*zoonose&lt;br /&gt;
#*lee-boot effect&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Grote vragen&lt;br /&gt;
#Consomic strain&lt;br /&gt;
#Geef alle mogelijke analgesia en bespreek hun neveneffecten&lt;br /&gt;
#Welke infectie oorzaken zijn er? Hoe kan je deze vermijden?&lt;br /&gt;
#Effect van stress op behaviour&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 31 januari 2018 versie A ===&lt;br /&gt;
Schriftelijk&lt;br /&gt;
#Welke factoren bepalen de nutriënten behoeften van proefdieren?&lt;br /&gt;
#Welke formaliteiten moeten in orde zijn alvorens dierproeven te mogen aanvatten?&lt;br /&gt;
#Welke invloed heeft licht en geluid op het welzijn van de proefdieren? &lt;br /&gt;
#Leg uit: premedicatie en sedatie&lt;br /&gt;
#Hoe kan bloedverlies bij chirurgische ingrepen vermeden worden? Wat zijn de belangrijkste postoperatieve zorgen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===31 januari 2018 versie B===&lt;br /&gt;
Schriftelijk&lt;br /&gt;
#Leg uit:&lt;br /&gt;
#*Whitten effect&lt;br /&gt;
#*3 R&#039;s&lt;br /&gt;
#*isolator&lt;br /&gt;
#*Zoonose&lt;br /&gt;
#Welke effecten kan stress hebben op gedrag?&lt;br /&gt;
#Leg uit (in detail): F1 hybride&lt;br /&gt;
#Hoe kan een ziekte ontstaan in een animal facility en hoe kun je dit voorkomen?&lt;br /&gt;
#Wat zijn mogelijke vormen van analgie, en wat zijn de bijwerkingen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 januari 2018===&lt;br /&gt;
Schriftelijk&lt;br /&gt;
#Leg uit:&lt;br /&gt;
#*Harderian gland&lt;br /&gt;
#*Orbitapuncture&lt;br /&gt;
#*Bruce effect&lt;br /&gt;
#*Gavage&lt;br /&gt;
#Leg uit in detail: congene stam&lt;br /&gt;
#Uitleggen lokale anesthesie&lt;br /&gt;
#Uitleggen natuurlijk voeder&lt;br /&gt;
#Wat zijn mogelijke vormen van kooiverrijking, leg kort uit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 februari 2017 (versie A)===&lt;br /&gt;
#Welke factoren bepalen de nutriënten behoeften van proefdieren?&lt;br /&gt;
#Welke formaliteiten moeten in orde zijn alvorens dierproeven te mogen aanvatten?&lt;br /&gt;
#Welke invloed heeft licht en geluid op het welzijn van de proefdieren? &lt;br /&gt;
#Leg uit: premedicatie en sedatie en geef een voorbeeld&lt;br /&gt;
#Hoe kan bloedverlies bij chirurgische ingrepen vermeden worden? Wat zijn de belangrijkste postoperatieve zorgen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===1 februari 2017 (versie B)===&lt;br /&gt;
#Leg uit:&lt;br /&gt;
#*Whitten effect&lt;br /&gt;
#*3 R&#039;s&lt;br /&gt;
#*isolator&lt;br /&gt;
#*Zoonose&lt;br /&gt;
#Welke effecten kan stress hebben op gedrag?&lt;br /&gt;
#Leg uit (in detail): Congene stam&lt;br /&gt;
#Hoe kan een ziekte ontstaan in een animal facility en hoe kun je dit voorkomen?&lt;br /&gt;
#Wat zijn mogelijke vormen van analgie, en wat zijn de bijwerkingen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 januari 2017===&lt;br /&gt;
#Leg uit:&lt;br /&gt;
#*Harderian gland&lt;br /&gt;
#*Orbitapuncture&lt;br /&gt;
#*Bruce effect&lt;br /&gt;
#*?&lt;br /&gt;
#Leg uit F1 hybriden in muizen&lt;br /&gt;
#Uitleggen Lokale anesthesie&lt;br /&gt;
#Uitleggen natuurlijk voeder&lt;br /&gt;
#Wat zijn mogelijke vormen van kooiverrijking, hoe toepassen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Leg uit:&lt;br /&gt;
#*whittin effect&lt;br /&gt;
#*co isogene stam&lt;br /&gt;
#*isolator&lt;br /&gt;
#*zoonose en voorbeeld&lt;br /&gt;
#bespreek gasanesthesie&lt;br /&gt;
#welke infexties kunnen optreden en hoe voorkomen?&lt;br /&gt;
#effect van stress op gedrag&lt;br /&gt;
#de 3R&#039;s en telkens 1 voorbeeld&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Geef definitie proefdier en dierproef&lt;br /&gt;
#Hoe controleer je de gezondheidstoestand van een dier? Waarom is dit belangrijk? &lt;br /&gt;
#Leg uit: congene stam =&amp;amp;gt; Bijvraag: hoe geef je de naam hiervan weer (schrijfwijze)&lt;br /&gt;
#Waarom zijn correcte temperatuur en vochtigheid belangrijk voor proefdieren?&lt;br /&gt;
#Wat is kooiverrijking en waarom doet men dit?&lt;br /&gt;
#Extra bijvraag: Geef de 3 R&#039;s.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 jan 2015 (nm)===&lt;br /&gt;
# Leg uit&lt;br /&gt;
#* Bruce effect&lt;br /&gt;
#* Gavage&lt;br /&gt;
#* IVC&lt;br /&gt;
# Wat zijn de eigenschappen van hypnotische stoffen? (bijvraag: waarom zou je urethaan gebruiken in plaats van thiopental/pentobarbital?)&lt;br /&gt;
# Welke formaliteiten moeten in orde zijn alvorens dierproeven te mogen aanvatten?&lt;br /&gt;
# Welke omgevingsfactoren spelen een rol voor het welzijn van proefdieren? Bespreek er 2 in detail.&lt;br /&gt;
# Hoe doet men een gezondheidsscreening? Waarom is dit belangrijk?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 jan 2015 (nm)===&lt;br /&gt;
# Definitie proefdier, definitie dierproef&lt;br /&gt;
# Wat is het belang van gezondheidsscreenings? Wat is het belang van quarantaine? Hoe wordt dit in de praktijk uitgevoerd? Wat zijn de opties/mogelijkheden bij een besmetting?&lt;br /&gt;
# Bespreek outbred stam.&lt;br /&gt;
# Wat is het belang van geur en ventilatie bij het huishouden van proefdieren? Wat kunnen de gevolgen zijn als er iets misgaat?&lt;br /&gt;
# Bespreek alpha-adrenergic agonists.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 jan 2014 (vm) ===&lt;br /&gt;
# Welke formaliteiten moeten in orde zijn alvorens dierproeven te mogen aanvatten?&lt;br /&gt;
# Welke invloed heeft licht en geluid op het welzijn van de proefdieren?&lt;br /&gt;
# Wat is het belang en risico van bloedverlies bij chirurgische ingrepen en hoe kan dit vermeden worden?&lt;br /&gt;
# Welke factoren bepalen de nutriÃ«ntenbehoeften behoefte van proefdieren?&lt;br /&gt;
# Bespreek: hypnotische stoffen &lt;br /&gt;
# Bijvraag 1: Stel je proefdier wilt een bepaalde stof niet innemen omdat het een slechte smaak heeft, wat kan je hieraan doen?&lt;br /&gt;
# Bijvraag 2: Wat is zoocentrisme?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 jan 2013 (nm) ===&lt;br /&gt;
==== reeks 1====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Bespreek inteeltstam&lt;br /&gt;
# Hoe infecties in de dierenfaciliteit vermijden?&lt;br /&gt;
# Hoe preventief allergieen vermijden?&lt;br /&gt;
# Wat is enrichment?&lt;br /&gt;
# Geef voorbeelden en stress bij een dier. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nog meer vragen te vinden in dit  bestand: [[Media:Extra_vragen_proefdierkunde.pdf]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== reeks 2 ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Leg uit:&lt;br /&gt;
#*IVC&lt;br /&gt;
#*chimeer&lt;br /&gt;
#*zoocentrisme&lt;br /&gt;
#*...&lt;br /&gt;
#Bespreek de eigenschappen van hypnotische stoffen&lt;br /&gt;
#Welke formaliteiten moeten in orde zijn alvorens dierproeven te mogen aanvatten?&lt;br /&gt;
#Welke omgevingsfactoren spelen een rol voor het welzijn van proefdieren? Bespreek er 2 in detail.&lt;br /&gt;
#Hoe doet men gezondheidsscreening? Waarom is dit belangrijk?&lt;br /&gt;
#Bijvraag: Bespreek housing van zebravis.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== reeks 3 ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Leg uit:&lt;br /&gt;
#*Bruce effect&lt;br /&gt;
#*Isolator&lt;br /&gt;
#*Isogene stam&lt;br /&gt;
#*Antropocentrisme&lt;br /&gt;
#Stress kan bij proefdieren zorgen voor een verandering in gedrag. Leg uit.&lt;br /&gt;
#Leg uit: Lokale anaesthesie&lt;br /&gt;
#Leg uit: A2-Faciliteit&lt;br /&gt;
#Welke maatregelen moeten er getroffen worden om allergieën tegen te gaan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 jan 2012 (vm) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Geef de definitie van een &amp;amp;quot;proefdier&amp;amp;quot; en een &amp;amp;quot;dierproef&amp;amp;quot;&lt;br /&gt;
# Wat is het belang van gezondheidsscreeningen en quarantaine? &lt;br /&gt;
# Bespreek: congene stam&lt;br /&gt;
# Wat zijn de invloeden van temperatuur en vochtigheid op een proefdier?&lt;br /&gt;
# Wat is kooiverrijking en welke vormen zijn er?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 jan 2011 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# leg uit: &lt;br /&gt;
#* Co-isogenic strain&lt;br /&gt;
#* Whitten effect&lt;br /&gt;
#* Isolator&lt;br /&gt;
#* zoÃ¶nose&lt;br /&gt;
# Welke producten kunnen allemaal gebruikt worden voor volledige Anaesthesie. Bespreek kort. (Bijvraag: Hoe kan je weten hoe diep het dier in de verdoving is gebracht?)&lt;br /&gt;
# Wat is de invloed van stress op laboratorium dieren? (Bijvraag: Hoe kan je abnormaal gedrag onderscheiden van normaal gedrag?)&lt;br /&gt;
# Hoe kan een infectie in een proefdierverblijf binnen gebracht worden? Wat kan je doen om dit te voorkomen?&lt;br /&gt;
# Geef de 3 R&#039;s en geef per R twee voorbeelden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 jan 2010 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# leg uit: &lt;br /&gt;
#* de 3R&#039;s&lt;br /&gt;
#* Whitten effect&lt;br /&gt;
#* gaveren&lt;br /&gt;
#* zoÃ¶nose&lt;br /&gt;
# bespreek lokale anaesthesie&lt;br /&gt;
# bespreek F1 hybride&lt;br /&gt;
# Waarom zijn temperatuur en relatieve vochtigheid belangrijk in huisvesting?&lt;br /&gt;
# de mogelijke contaminanten van natuurlijke voeders.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 jan 2010 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Factoren die nutriÃ«ntenbehoeften bepalen?&lt;br /&gt;
# Verschillende producten voor anesthesie en hun werking?&lt;br /&gt;
# Invloed van licht en geluid op proefdieren?&lt;br /&gt;
# Welke formaliteiten moeten in orde zijn voor een experiment van start kan gaan?&lt;br /&gt;
# Belang van bloedverlies tegengaan bij chirurgische ingrepen en methodes?&lt;br /&gt;
# Bijvraag: 3 R&#039;s&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marike</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Determination_of_Biomolecular_Structures&amp;diff=2321</id>
		<title>Determination of Biomolecular Structures</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Determination_of_Biomolecular_Structures&amp;diff=2321"/>
		<updated>2021-01-14T15:03:51Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marike: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie: Mabb]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Vakinformatie ==&lt;br /&gt;
Determination of Biomolecular Structures&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
ECTS-fiche: https://onderwijsaanbod.kuleuven.be/syllabi/e/G0G83AE.htm&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Examenvragen ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Geen klassiek examen, maar individueel gesprek van 30 minuten met elke prof. Voor elk deel moet je op voorhand een recent research artikel gekozen hebben met uitgebreide beschrijving van material and methods, structuurbepaling, en structure refinement. Het individuele gesprek draait dan rond dit zelfgekozen artikel, dat je enerzijds moet kunnen uitleggen, en waar je anderzijds theoretische vragen en bijvragen over krijgt toegepast op het artikel.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Deel Van Meervelt===&lt;br /&gt;
#Experimentele deel van een X-ray artikel bespreken (Ruimtegroep mag niet P1 zijn, moet afbeeldingen electrondensity map bevatten)&lt;br /&gt;
##Hoe kristallisatie gebeurd?&lt;br /&gt;
##Welk apparaat gebruikt bij metingen? Wat zijn hier voor/nadelen van? &lt;br /&gt;
##Hoe Fase-probleem opgelost? &lt;br /&gt;
##Bepaalde onderdelen structure refinement, wat zijn dit en waarom?&lt;br /&gt;
##...&lt;br /&gt;
#Validation report van PDB (X-ray structuur) kunnen verklaren&lt;br /&gt;
#Ruimtegroep pagina uit International Tables volume A kunnen uitleggen &lt;br /&gt;
#Homeworks bespreken/vraag over beantwoorden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Deel Lescrinier===&lt;br /&gt;
#Experimentele deel van een NMR artikel bespreken (Moet Solution State NMR zijn, en afbeeldingen van 2D-NMR bevatten)&lt;br /&gt;
##Geef general scheme van 2D NMR&lt;br /&gt;
##Chemical shift/J-coupling/NOE zoals in dit artikel, wat is dit? Wat in dit geval?&lt;br /&gt;
##Gebruikte apparatuur voor NMR metingen kunnen uitleggen de hoe en wat&lt;br /&gt;
##Experimentele condities verklaren (temperatuur? isotopic enrichment? D2O? ...)&lt;br /&gt;
##Stel je zou ... toepassen op dit experiment, wat is dan het effect op de data? &lt;br /&gt;
##...&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marike</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Biomolecular_Modelling&amp;diff=2299</id>
		<title>Biomolecular Modelling</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Biomolecular_Modelling&amp;diff=2299"/>
		<updated>2021-01-09T12:13:43Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marike: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie: Mabb]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Vakinformatie ==&lt;br /&gt;
Biomolecular modelling&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
ECTS-fiche: https://onderwijsaanbod.kuleuven.be/syllabi/e/G0G79AE.htm&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Examenvragen ==&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Exam of 09/01/2021&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&#039;&#039;   (This exam was written instead of oral, due to the Covid-19 restrictions)&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1. What is the concept of Monte Carlo Simulated Annealing? Which applications of this for biomolecular modelling have we seen in this course? (10)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. PDB file given as an image. What do each of the columns represent? How has this data been obtained? (X-ray or NMR) (4) - &#039;&#039;this image was missing on the exams so the question got removed, bringing the total of the exam from 50 to 46 &#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3. What is a scoring function? What are they used for, and which kinds exist? (10)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
4. You have a set of active ligands that inhibit a receptor, but they can not be used as drug, and the structure of the receptor is not known. There is a database of drug-like compounds which you need to computationally scan to find active ligands. Which methods could you use and how do they work? (8)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
5. True or false questions: &lt;br /&gt;
 a. All FF should have a term for hydrogen bonds. (2)&lt;br /&gt;
 b. Molecular dynamics is the best method to predict the structure of a protein. (2)&lt;br /&gt;
 c. The first step in the conjugated gradient method is the same as in the steepest descent. (2)&lt;br /&gt;
 d. The goal of the lead optimization phase is to increase the potency of the molecule. (2)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
   Two questions based on research articles (10)&lt;br /&gt;
 a. What is BEDROC used for, and how does it differ from ROC?&lt;br /&gt;
 b. You want to model a small protein that inhibits the protein-protein interaction of two larger proteins. There are two ways to do this discussed in the article, which one would you choose? Explain.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Exam of 21/01/2020&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
1. Describe the different methods for structure prediction and explain in which situation they are used.&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
2. Differences and  similarities between genetic algorithms and monte carlo simulated annealing. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3. You have a set of molecules able to bind a target, but they can not be used as drugs. There is a database of drug-like compounds. You have the structure of the active ligands, of the target but not of the complex. What would you do to find new drugs&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
4. Random question: describe the steps of molecular dynamics &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
5. True or false questions: &lt;br /&gt;
        a. The PDB is the best format to store data of protein-ligand complexes &lt;br /&gt;
        b. FF for small molecules can not be used for proteins&lt;br /&gt;
        c. The first step of conjugate gradient is steepest descent&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Exam of 20/01/2020&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
1. (Oral) Describe Monte Carlo simulation and what it is used for.&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
2. (Oral)Random question, possible questions are:&lt;br /&gt;
#explain the enrichment factor.&lt;br /&gt;
#describe the set-up of a MD simulation&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3. What is a scoring function and which types are there?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
4. You have a set of molecules able to bind a target, but they can not be used as drugs. There is a database of drug-like compounds. You have the structure of the active ligands, of the target but not of the complex. What would you do to find new drugs&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
5. 4 true or false questions:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
       a. All FF should have a term for hydrogen bonds.&lt;br /&gt;
       b. Molecular dynamics is the best method to predict the structure of a protein.&lt;br /&gt;
       c. The first step in the conjugated gradient method is the same as in the steepest descent.&lt;br /&gt;
       d. The goal of the lead optimization phase is to increase the potency of the molecule.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marike</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Advanced_Biological_Data_Analysis&amp;diff=2276</id>
		<title>Advanced Biological Data Analysis</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Advanced_Biological_Data_Analysis&amp;diff=2276"/>
		<updated>2020-11-26T13:03:04Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marike: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie: Mabb]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Vakinformatie ==&lt;br /&gt;
Keuze-truncus vak voor master Biochemie (verplicht voor master Biologie), gegeven door professors Tom Wenseleers en Hans Jacquemyn. Het examen is schriftelijk open boek, en bestaat uit het ter plekke statistisch analyseren van verschillende datasets op de computer. Hierbij staat het deel gegeven door Wenseleers en Jacquemyn elk op 10 van de 20 punten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
ECTS-fiche: https://onderwijsaanbod.kuleuven.be/syllabi/e/G0F87AE.htm&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Examenvragen ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 januari 2020 NM ===&lt;br /&gt;
====Tom Wenseleers - oral (you receive the questions in an R file)====&lt;br /&gt;
# The provided data file contains detailed data on the survival of the passengers of the titanic (survived=0/1 for passengers that died or not) as a function of, amongst others, their age (&amp;quot;age&amp;quot;), their sex (&amp;quot;sex&amp;quot;) and the price they paid for their ticket (&amp;quot;priceperticket&amp;quot;).&lt;br /&gt;
#* A. Fit a model of passenger survival in function of age, sex &amp;amp; priceperticket with the appropriate error structure. Start with a model that takes into account all possible higher-order interaction effects and then use stepwise backward model reduction and calculate the best model based on the bayesian information criterion bic. Test for the possible presence of outliers &amp;amp; influential observations and remove those if necessary.&lt;br /&gt;
#* B. Make effect plots of all the predictors in your best model (on the link scale but using y axis response plot labels, using type=&amp;quot;rescale&amp;quot;) and interpret the results.&lt;br /&gt;
#* C. Calculate the log(odds ratio) to survive for male passengers of average age that paid for the most expensive ticket vs those that paid for the cheapest one. Do the same for female passengers. Did the log odds of them surviving go up in proportion to the price they paid for their ticket, or was there an unfair advantage for those that paid for the most expensive one?&lt;br /&gt;
Paste all R code + all tabular &amp;amp; graphical output &amp;amp; interpretation in a word document and do the same for the part of hans jacquemyn and hand it over to the assistant saved as lastname_firstname.docx &amp;amp; lastname_firstname.r (zip these two files as lastname_firstname_exam.zip)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Hans Jacquemyn (in a Word document)====&lt;br /&gt;
#Orchids rely on mycorrhizal fungi to complete their life cycle. Recent research has shown that these fungi can be quite diverse and belong to different genera. Fungal communities are also likely to vary between orchid populations. Little,however, is known about the factors determining variation in fungal communities and whether this variation affects the population dynamics of orchids. It can be expected that differences in soil conditions have a significant impact on mycorrhizal communities and therefore impact on the population dynamics of the orchids. To test this hypothesis fungal communities were determined in a large number of populations of the terrestrial orchid Neottia ovata (Fig. 1). For each population a series of soil characteristics was measured and the change in population size was assessed by comparing the population size in 2003 with that in 2013. Data were collected in three separate plots in each population. The data have been summarized in two datasets, one that gives for each population the abundance (number of sequences) of all detected fungi (Neottia_fungi.xlsx), and one that gives an overview of the soil characteristics (Neottia_soil.xlsx). &lt;br /&gt;
#* The soil characteristics that were measured are soil moisture content (moist), organic matter (OM), phosphate concentration (P), nitrate concentration (NO3) and ammonium concentration (NH4). The last file also tells you whether a population has increased (1) or decreased in size (0) between 2003 and 2013.&lt;br /&gt;
#* A. Assess whether fungal communities vary among populations? &lt;br /&gt;
#* B. Investigate whether variation in fungal communities can be related to soil conditions. Which soil variables have the largest effect on fungal communities?&lt;br /&gt;
#* C. Investigate whether the observed changes in population size can be related to variation in mycorrhizal communities.  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 januari 2020 VM ===&lt;br /&gt;
====Tom Wenseleers - oral (you receive the questions in an R file)====&lt;br /&gt;
# Researchers were interested to test if queen pheromones of the honeybee, which in that species are emitted by the queen to stop the workers from reproducing, would also inhibit the reproduction of either workers or queens in the bumblebee. They hypothesized that such cross activity might be observed in the event that these compounds exploit conserved physiological pathways linked with the regulation of reproduction. To test this hypothesis, the researchers exposed bumblebee queens and bumblebee worker groups (groups of 20 workers each) to either a blank solvent-only control or a solution of honeybee queen pheromones for a period of 2 weeks. Subsequently, they dissected the queens and workers and measured the size of the largest oocyte in their ovaries to be able to test for any effects on ovary development. For each of the worker groups, these measurements were averaged over all individuals. In terms of experimental design, genetic background was controlled for by doing the experiment in a paired fashion, whereby the worker groups exposed to each replicate control and queen pheromone treatment were derived from the same source colony and similarly, the queens exposed to each replicate control and queen pheromone treatment were taken to be sisters of each other (colony or sibgroup is encoded as variable &amp;quot;id&amp;quot; in the dataset). In your analysis, take into account this non-independence through the inclusion of a random effect term, and use a model with the appropriate error distribution.&lt;br /&gt;
#* Aim: Test whether honeybee queen pheromones inhibit ovary development and whether this effect is caste dependent. (cf. dataset &amp;quot;data.csv&amp;quot;).&lt;br /&gt;
#* SPECIFIC QUESTIONS:&lt;br /&gt;
#** A. Display your data using &amp;quot;spaghetti plots&amp;quot;, i.e. plot oocyte size in function of treatment, using two different panels for caste, and connect points that are measured from individuals from the same colony (for workers) or sib-group (for queens). Make this plot both using lattice&#039;s xyplot and ggplot2.&lt;br /&gt;
#** B. Fit a model of oocyte size (SIZE_OOCYTE) in function of TREATMENT and CASTE, either considering a possible interaction effect between both or not, taking into account possible random effects and use a model with the appropriate error distribution. Decide which model is best based on the AIC criterion. What is the name of the type of model you fitted? (in this case a linear mixed effects model was ok, since the distribution or errors was normal: lme() or lmer())&lt;br /&gt;
#** C. Make effect plots of the effects in your model and explain what these imply.&lt;br /&gt;
#** D. Carry out the relevant tests for the significance of the different effects. What do these tell you? Also carry out Tukey posthoc tests to test the effect of treatment for each of the two castes. What would the conclusion have been if you would have ignored the dependency in your data (variable ID, i.e. colony or sibship)? WOuld the effect of TREATMENT have been more or less significant then and why? (just do a normal lm here)&lt;br /&gt;
#** E. Test whether the residuals of your model conform to your assumed error distribution.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Hans Jacquemyn (in a Word document)====&lt;br /&gt;
#The marsh orchid (Dactylorhiza sphagnicola) and the heat-spotted orchid (Dactylorhiza maculata) (Fig. 1) are two orchid species that are able to hybridize when they co-occur. In the Belgian Ardennes, both allopatric and sympatric populations of both orchids can be found and there are some indications that hybridization occurs in sympatric populations. In order to get better insights in the hybridization process, the morphology of a large number of plants was investigated in a large sympatric population where both species co-occurred. In total 28 morphological traits were measured (Table 1). The same characteristics were also measured for a large number of plants in allopatric populations (one for each species). The data have been summarized in two datasets. The dataset sympatric.xlsx contains all data for the sympatric population, the dataset allopatric.xlsx contains the data for the allopatric populations. &lt;br /&gt;
#*Given Vegetative traits: Plant height from soil level (cm), Number of cauline leaves, Lowermost leaf length (cm), Lowermost leaf maximum width (cm), Length of second leaf (cm), Maximum width of the second leaf (cm), Position of the second leaf greatest width (cm), Uppermost leaf length (cm), Uppermost internodium length (cm), Stem diameter under infl orescence (mm), Stem diameter above lowermost leaf (mm), Number of flowers, Inflorescence length (cm), Length of inflorescence axis between the bract insertion points of first and fifth flowers (cm)&lt;br /&gt;
#*Given Flower traits: Bract length (cm), Bract width (cm), Ovary length (cm), Lateral sepals length (cm), Lateral sepals width (cm), Petals length (cm), Petals width (cm), Labellum length (cm), Labellum lateral lobes length from base (cm), Labellum median lobe length (cm), Labellum width (cm), Labellum median lobe width at base (cm), Spur length (cm), Spur diameter at base (cm)&lt;br /&gt;
#* A. Investigate whether the two species can be unequivocally distinguished based on the measured characteristics?&lt;br /&gt;
#* B. Which traits are most important to distinguish the two species?&lt;br /&gt;
#* C. Are there indications that hybridization has occurred in the sympatric population? How can you deduce this from your analysis? Illustrate your answer with the appropriate figures and explain which analysis you have used and why.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 januari 2019===&lt;br /&gt;
====Tom Wenseleers - oral (you receive the questions in an R file)====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Researchers were interested to test if queen pheromones of the honeybee, which in that species are emitted by the queen to stop the workers from reproducing, would also inhibit the reproduction of either workers or queens in the bumblebee. They hypothesized that such cross activity might be observed in the event that these compounds exploit conserved physiological pathways linked with the regulation of reproduction. To test this hypothesis, the researchers exposed bumblebee queens and bumblebee worker groups (groups of 20 workers each) to either a blank solvent-only control or a solution of honeybee queen pheromones for a period of 2 weeks. Subsequently, they dissected the queens and workers and measured the size of the largest oocyte in their ovaries to be able to test for any effects on ovary development. For each of the worker groups, these measurements were averaged over all individuals. In terms of experimental design, genetic background was controlled for by doing the experiment in a paired fashion, whereby the worker groups exposed to each replicate control and queen pheromone treatment were derived from the same source colony and similarly, the queens exposed to each replicate control and queen pheromone treatment were taken to be sisters of each other (colony or sibgroup is encoded as variable &amp;quot;id&amp;quot; in the dataset). In your analysis, take into account this non-independence through the inclusion of a random effect term, and use a model with the appropriate error distribution.&lt;br /&gt;
#* Aim: Test whether honeybee queen pheromones inhibit ovary development and whether this effect is caste dependent. (cf. dataset &amp;quot;data.csv&amp;quot;).&lt;br /&gt;
#* Specific questions:&lt;br /&gt;
#** A. Display your data using &amp;quot;spaghetti plots&amp;quot;, i.e. plot oocyte size in function of treatment, using two different panels for caste, and connect points that are measured from individuals from the same colony (for workers) or sib-group (for queens). Make this plot both using lattice&#039;s xyplot and ggplot2.&lt;br /&gt;
#** B. Fit a model of oocyte size (SIZE_OOCYTE) in function of TREATMENT and CASTE, either considering a possible interaction effect between both or not, taking into account possible random effects and use a model with the appropriate error distribution. Decide which model is best based on the AIC criterion. What is the name of the type of model you fitted? (in this case a linear mixed effects model was ok, since the distribution or errors was normal: lme() or lmer())&lt;br /&gt;
#** C. Make effect plots of the effects in your model and explain what these imply.&lt;br /&gt;
#** D. Carry out the relevant tests for the significance of the different effects. What do these tell you? Also carry out Tukey posthoc tests to test the effect of treatment for each of the two castes. What would the conclusion have been if you would have ignored the dependency in your data (variable ID, i.e. colony or sibship)? WOuld the effect of TREATMENT have been more or less significant then and why? (just do a normal lm here)&lt;br /&gt;
#** E. Test whether the residuals of your model conform to your assumed error distribution. (he wanted to see a histogram of the residuals)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Hans Jacquemyn (in a Word document)====&lt;br /&gt;
# Evolutionary theory predicts that coexistence of two closely related plant species can have a major impact on floral morphology and plant mating systems. To test this prediction, floral morphology of a large number of individuals from both allopatric and sympatric populations of Common centaury (Centaurium erythraea) and Seaside centaury (C. littorale) (Fig. 1) were investigated along the Belgian coast. For each individual seven floral traits were measured (Table 1). (Data set: Centaurium.xlsx) (Table 1: &#039;&#039;Floral traits measured in allopatric and sympatric populations of Centaurium erythraea en C. littorale along the Belgian coast.&#039;&#039; (Given traits and variables were: Total length of the flower (mm), Total Petal length (mm), Petal width (mm), Ovary length (mm), Style length (mm), Length of the anthers (mm), Level of herkogamy (mm))&lt;br /&gt;
#* A. Investigate whether floral morphology differs significantly between flowers of Centaurium erythraea and C. littorale.&lt;br /&gt;
#* B. Illustrate graphically which variables best explain variation in floral morphology between both species and indicate which variable most determines the difference between the two species.&lt;br /&gt;
#* C. Can you notice a difference in floral morphology between allopatric and sympatric populations? Is this difference determined by the identity of the species? If yes, explain how and illustrate with the appropriate graph.&lt;br /&gt;
#* D. Based on your results, can you conclude that allopatric populations can as easily discerned from sympatric populations for C. erythraea as for C. littorale? And which floral traits are best suited to discern allopatric from sympatric populations?&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marike</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Advanced_Biological_Data_Analysis&amp;diff=2275</id>
		<title>Advanced Biological Data Analysis</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Advanced_Biological_Data_Analysis&amp;diff=2275"/>
		<updated>2020-11-26T12:55:23Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marike: /* Hans Jacquemyn (in a Word document) */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie: Mabb]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Vakinformatie ==&lt;br /&gt;
Keuze-truncus vak voor master Biochemie (verplicht voor master Biologie), gegeven door professors Tom Wenseleers en Hans Jacquemyn. Het examen is schriftelijk open boek, en bestaat uit het ter plekke statistisch analyseren van verschillende datasets op de computer. Hierbij staat het deel gegeven door Wenseleers en Jacquemyn elk op 10 van de 20 punten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
ECTS-fiche: https://onderwijsaanbod.kuleuven.be/syllabi/e/G0F87AE.htm&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Examenvragen ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 januari 2020 NM ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 januari 2020 VM ===&lt;br /&gt;
====Tom Wenseleers - oral (you receive the questions in an R file)====&lt;br /&gt;
# Researchers were interested to test if queen pheromones of the honeybee, which in that species are emitted by the queen to stop the workers from reproducing, would also inhibit the reproduction of either workers or queens in the bumblebee. They hypothesized that such cross activity might be observed in the event that these compounds exploit conserved physiological pathways linked with the regulation of reproduction. To test this hypothesis, the researchers exposed bumblebee queens and bumblebee worker groups (groups of 20 workers each) to either a blank solvent-only control or a solution of honeybee queen pheromones for a period of 2 weeks. Subsequently, they dissected the queens and workers and measured the size of the largest oocyte in their ovaries to be able to test for any effects on ovary development. For each of the worker groups, these measurements were averaged over all individuals. In terms of experimental design, genetic background was controlled for by doing the experiment in a paired fashion, whereby the worker groups exposed to each replicate control and queen pheromone treatment were derived from the same source colony and similarly, the queens exposed to each replicate control and queen pheromone treatment were taken to be sisters of each other (colony or sibgroup is encoded as variable &amp;quot;id&amp;quot; in the dataset). In your analysis, take into account this non-independence through the inclusion of a random effect term, and use a model with the appropriate error distribution.&lt;br /&gt;
#* Aim: Test whether honeybee queen pheromones inhibit ovary development and whether this effect is caste dependent. (cf. dataset &amp;quot;data.csv&amp;quot;).&lt;br /&gt;
#* SPECIFIC QUESTIONS:&lt;br /&gt;
#** A. Display your data using &amp;quot;spaghetti plots&amp;quot;, i.e. plot oocyte size in function of treatment, using two different panels for caste, and connect points that are measured from individuals from the same colony (for workers) or sib-group (for queens). Make this plot both using lattice&#039;s xyplot and ggplot2.&lt;br /&gt;
#** B. Fit a model of oocyte size (SIZE_OOCYTE) in function of TREATMENT and CASTE, either considering a possible interaction effect between both or not, taking into account possible random effects and use a model with the appropriate error distribution. Decide which model is best based on the AIC criterion. What is the name of the type of model you fitted? (in this case a linear mixed effects model was ok, since the distribution or errors was normal: lme() or lmer())&lt;br /&gt;
#** C. Make effect plots of the effects in your model and explain what these imply.&lt;br /&gt;
#** D. Carry out the relevant tests for the significance of the different effects. What do these tell you? Also carry out Tukey posthoc tests to test the effect of treatment for each of the two castes. What would the conclusion have been if you would have ignored the dependency in your data (variable ID, i.e. colony or sibship)? WOuld the effect of TREATMENT have been more or less significant then and why? (just do a normal lm here)&lt;br /&gt;
#** E. Test whether the residuals of your model conform to your assumed error distribution.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Hans Jacquemyn (in a Word document)====&lt;br /&gt;
#The marsh orchid (Dactylorhiza sphagnicola) and the heat-spotted orchid (Dactylorhiza maculata) (Fig. 1) are two orchid species that are able to hybridize when they co-occur. In the Belgian Ardennes, both allopatric and sympatric populations of both orchids can be found and there are some indications that hybridization occurs in sympatric populations. In order to get better insights in the hybridization process, the morphology of a large number of plants was investigated in a large sympatric population where both species co-occurred. In total 28 morphological traits were measured (Table 1). The same characteristics were also measured for a large number of plants in allopatric populations (one for each species). The data have been summarized in two datasets. The dataset sympatric.xlsx contains all data for the sympatric population, the dataset allopatric.xlsx contains the data for the allopatric populations. &lt;br /&gt;
#*Given Vegetative traits: Plant height from soil level (cm), Number of cauline leaves, Lowermost leaf length (cm), Lowermost leaf maximum width (cm), Length of second leaf (cm), Maximum width of the second leaf (cm), Position of the second leaf greatest width (cm), Uppermost leaf length (cm), Uppermost internodium length (cm), Stem diameter under infl orescence (mm), Stem diameter above lowermost leaf (mm), Number of flowers, Inflorescence length (cm), Length of inflorescence axis between the bract insertion points of first and fifth flowers (cm)&lt;br /&gt;
#*Given Flower traits: Bract length (cm), Bract width (cm), Ovary length (cm), Lateral sepals length (cm), Lateral sepals width (cm), Petals length (cm), Petals width (cm), Labellum length (cm), Labellum lateral lobes length from base (cm), Labellum median lobe length (cm), Labellum width (cm), Labellum median lobe width at base (cm), Spur length (cm), Spur diameter at base (cm)&lt;br /&gt;
#* A. Investigate whether the two species can be unequivocally distinguished based on the measured characteristics?&lt;br /&gt;
#* B. Which traits are most important to distinguish the two species?&lt;br /&gt;
#* C. Are there indications that hybridization has occurred in the sympatric population? How can you deduce this from your analysis? Illustrate your answer with the appropriate figures and explain which analysis you have used and why.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 januari 2019===&lt;br /&gt;
====Tom Wenseleers - oral (you receive the questions in an R file)====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Researchers were interested to test if queen pheromones of the honeybee, which in that species are emitted by the queen to stop the workers from reproducing, would also inhibit the reproduction of either workers or queens in the bumblebee. They hypothesized that such cross activity might be observed in the event that these compounds exploit conserved physiological pathways linked with the regulation of reproduction. To test this hypothesis, the researchers exposed bumblebee queens and bumblebee worker groups (groups of 20 workers each) to either a blank solvent-only control or a solution of honeybee queen pheromones for a period of 2 weeks. Subsequently, they dissected the queens and workers and measured the size of the largest oocyte in their ovaries to be able to test for any effects on ovary development. For each of the worker groups, these measurements were averaged over all individuals. In terms of experimental design, genetic background was controlled for by doing the experiment in a paired fashion, whereby the worker groups exposed to each replicate control and queen pheromone treatment were derived from the same source colony and similarly, the queens exposed to each replicate control and queen pheromone treatment were taken to be sisters of each other (colony or sibgroup is encoded as variable &amp;quot;id&amp;quot; in the dataset). In your analysis, take into account this non-independence through the inclusion of a random effect term, and use a model with the appropriate error distribution.&lt;br /&gt;
#* Aim: Test whether honeybee queen pheromones inhibit ovary development and whether this effect is caste dependent. (cf. dataset &amp;quot;data.csv&amp;quot;).&lt;br /&gt;
#* Specific questions:&lt;br /&gt;
#** A. Display your data using &amp;quot;spaghetti plots&amp;quot;, i.e. plot oocyte size in function of treatment, using two different panels for caste, and connect points that are measured from individuals from the same colony (for workers) or sib-group (for queens). Make this plot both using lattice&#039;s xyplot and ggplot2.&lt;br /&gt;
#** B. Fit a model of oocyte size (SIZE_OOCYTE) in function of TREATMENT and CASTE, either considering a possible interaction effect between both or not, taking into account possible random effects and use a model with the appropriate error distribution. Decide which model is best based on the AIC criterion. What is the name of the type of model you fitted? (in this case a linear mixed effects model was ok, since the distribution or errors was normal: lme() or lmer())&lt;br /&gt;
#** C. Make effect plots of the effects in your model and explain what these imply.&lt;br /&gt;
#** D. Carry out the relevant tests for the significance of the different effects. What do these tell you? Also carry out Tukey posthoc tests to test the effect of treatment for each of the two castes. What would the conclusion have been if you would have ignored the dependency in your data (variable ID, i.e. colony or sibship)? WOuld the effect of TREATMENT have been more or less significant then and why? (just do a normal lm here)&lt;br /&gt;
#** E. Test whether the residuals of your model conform to your assumed error distribution. (he wanted to see a histogram of the residuals)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Hans Jacquemyn (in a Word document)====&lt;br /&gt;
# Evolutionary theory predicts that coexistence of two closely related plant species can have a major impact on floral morphology and plant mating systems. To test this prediction, floral morphology of a large number of individuals from both allopatric and sympatric populations of Common centaury (Centaurium erythraea) and Seaside centaury (C. littorale) (Fig. 1) were investigated along the Belgian coast. For each individual seven floral traits were measured (Table 1). (Data set: Centaurium.xlsx) (Table 1: &#039;&#039;Floral traits measured in allopatric and sympatric populations of Centaurium erythraea en C. littorale along the Belgian coast.&#039;&#039; (Given traits and variables were: Total length of the flower (mm), Total Petal length (mm), Petal width (mm), Ovary length (mm), Style length (mm), Length of the anthers (mm), Level of herkogamy (mm))&lt;br /&gt;
#* A. Investigate whether floral morphology differs significantly between flowers of Centaurium erythraea and C. littorale.&lt;br /&gt;
#* B. Illustrate graphically which variables best explain variation in floral morphology between both species and indicate which variable most determines the difference between the two species.&lt;br /&gt;
#* C. Can you notice a difference in floral morphology between allopatric and sympatric populations? Is this difference determined by the identity of the species? If yes, explain how and illustrate with the appropriate graph.&lt;br /&gt;
#* D. Based on your results, can you conclude that allopatric populations can as easily discerned from sympatric populations for C. erythraea as for C. littorale? And which floral traits are best suited to discern allopatric from sympatric populations?&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marike</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Advanced_Biological_Data_Analysis&amp;diff=2274</id>
		<title>Advanced Biological Data Analysis</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Advanced_Biological_Data_Analysis&amp;diff=2274"/>
		<updated>2020-11-26T12:52:27Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marike: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie: Mabb]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Vakinformatie ==&lt;br /&gt;
Keuze-truncus vak voor master Biochemie (verplicht voor master Biologie), gegeven door professors Tom Wenseleers en Hans Jacquemyn. Het examen is schriftelijk open boek, en bestaat uit het ter plekke statistisch analyseren van verschillende datasets op de computer. Hierbij staat het deel gegeven door Wenseleers en Jacquemyn elk op 10 van de 20 punten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
ECTS-fiche: https://onderwijsaanbod.kuleuven.be/syllabi/e/G0F87AE.htm&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Examenvragen ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 januari 2020 NM ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 januari 2020 VM ===&lt;br /&gt;
====Tom Wenseleers - oral (you receive the questions in an R file)====&lt;br /&gt;
# Researchers were interested to test if queen pheromones of the honeybee, which in that species are emitted by the queen to stop the workers from reproducing, would also inhibit the reproduction of either workers or queens in the bumblebee. They hypothesized that such cross activity might be observed in the event that these compounds exploit conserved physiological pathways linked with the regulation of reproduction. To test this hypothesis, the researchers exposed bumblebee queens and bumblebee worker groups (groups of 20 workers each) to either a blank solvent-only control or a solution of honeybee queen pheromones for a period of 2 weeks. Subsequently, they dissected the queens and workers and measured the size of the largest oocyte in their ovaries to be able to test for any effects on ovary development. For each of the worker groups, these measurements were averaged over all individuals. In terms of experimental design, genetic background was controlled for by doing the experiment in a paired fashion, whereby the worker groups exposed to each replicate control and queen pheromone treatment were derived from the same source colony and similarly, the queens exposed to each replicate control and queen pheromone treatment were taken to be sisters of each other (colony or sibgroup is encoded as variable &amp;quot;id&amp;quot; in the dataset). In your analysis, take into account this non-independence through the inclusion of a random effect term, and use a model with the appropriate error distribution.&lt;br /&gt;
#* Aim: Test whether honeybee queen pheromones inhibit ovary development and whether this effect is caste dependent. (cf. dataset &amp;quot;data.csv&amp;quot;).&lt;br /&gt;
#* SPECIFIC QUESTIONS:&lt;br /&gt;
#** A. Display your data using &amp;quot;spaghetti plots&amp;quot;, i.e. plot oocyte size in function of treatment, using two different panels for caste, and connect points that are measured from individuals from the same colony (for workers) or sib-group (for queens). Make this plot both using lattice&#039;s xyplot and ggplot2.&lt;br /&gt;
#** B. Fit a model of oocyte size (SIZE_OOCYTE) in function of TREATMENT and CASTE, either considering a possible interaction effect between both or not, taking into account possible random effects and use a model with the appropriate error distribution. Decide which model is best based on the AIC criterion. What is the name of the type of model you fitted? (in this case a linear mixed effects model was ok, since the distribution or errors was normal: lme() or lmer())&lt;br /&gt;
#** C. Make effect plots of the effects in your model and explain what these imply.&lt;br /&gt;
#** D. Carry out the relevant tests for the significance of the different effects. What do these tell you? Also carry out Tukey posthoc tests to test the effect of treatment for each of the two castes. What would the conclusion have been if you would have ignored the dependency in your data (variable ID, i.e. colony or sibship)? WOuld the effect of TREATMENT have been more or less significant then and why? (just do a normal lm here)&lt;br /&gt;
#** E. Test whether the residuals of your model conform to your assumed error distribution.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Hans Jacquemyn (in a Word document)====&lt;br /&gt;
#The marsh orchid (Dactylorhiza sphagnicola) and the heat-spotted orchid (Dactylorhiza maculata) (Fig. 1) are two orchid species that are able to hybridize when they co-occur. In the Belgian Ardennes, both allopatric and sympatric populations of both orchids can be found and there are some indications that hybridization occurs in sympatric populations. In order to get better insights in the hybridization process, the morphology of a large number of plants was investigated in a large sympatric population where both species co-occurred. In total 28 morphological traits were measured (Table 1). The same characteristics were also measured for a large number of plants in allopatric populations (one for each species). The data have been summarized in two datasets. The dataset sympatric.xlsx contains all data for the sympatric population, the dataset allopatric.xlsx contains the data for the allopatric populations. (Given Vegetative traits: Plant height from soil level (cm), Number of cauline leaves, Lowermost leaf length (cm), Lowermost leaf maximum width (cm), Length of second leaf (cm), Maximum width of the second leaf (cm), Position of the second leaf greatest width (cm), Uppermost leaf length (cm), Uppermost internodium length (cm), Stem diameter under infl orescence (mm), Stem diameter above lowermost leaf (mm), Number of flowers, Inflorescence length (cm), Length of inflorescence axis between the bract insertion points of first and fifth flowers (cm); Given Flower traits: Bract length (cm), Bract width (cm), Ovary length (cm), Lateral sepals length (cm), Lateral sepals width (cm), Petals length (cm), Petals width (cm), Labellum length (cm), Labellum lateral lobes length from base (cm), Labellum median lobe length (cm), Labellum width (cm), Labellum median lobe width at base (cm), Spur length (cm), Spur diameter at base (cm))&lt;br /&gt;
#* A. Investigate whether the two species can be unequivocally distinguished based on the measured characteristics?&lt;br /&gt;
#* B. Which traits are most important to distinguish the two species?&lt;br /&gt;
#* C. Are there indications that hybridization has occurred in the sympatric population? How can you deduce this from your analysis? Illustrate your answer with the appropriate figures and explain which analysis you have used and why. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 januari 2019===&lt;br /&gt;
====Tom Wenseleers - oral (you receive the questions in an R file)====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Researchers were interested to test if queen pheromones of the honeybee, which in that species are emitted by the queen to stop the workers from reproducing, would also inhibit the reproduction of either workers or queens in the bumblebee. They hypothesized that such cross activity might be observed in the event that these compounds exploit conserved physiological pathways linked with the regulation of reproduction. To test this hypothesis, the researchers exposed bumblebee queens and bumblebee worker groups (groups of 20 workers each) to either a blank solvent-only control or a solution of honeybee queen pheromones for a period of 2 weeks. Subsequently, they dissected the queens and workers and measured the size of the largest oocyte in their ovaries to be able to test for any effects on ovary development. For each of the worker groups, these measurements were averaged over all individuals. In terms of experimental design, genetic background was controlled for by doing the experiment in a paired fashion, whereby the worker groups exposed to each replicate control and queen pheromone treatment were derived from the same source colony and similarly, the queens exposed to each replicate control and queen pheromone treatment were taken to be sisters of each other (colony or sibgroup is encoded as variable &amp;quot;id&amp;quot; in the dataset). In your analysis, take into account this non-independence through the inclusion of a random effect term, and use a model with the appropriate error distribution.&lt;br /&gt;
#* Aim: Test whether honeybee queen pheromones inhibit ovary development and whether this effect is caste dependent. (cf. dataset &amp;quot;data.csv&amp;quot;).&lt;br /&gt;
#* Specific questions:&lt;br /&gt;
#** A. Display your data using &amp;quot;spaghetti plots&amp;quot;, i.e. plot oocyte size in function of treatment, using two different panels for caste, and connect points that are measured from individuals from the same colony (for workers) or sib-group (for queens). Make this plot both using lattice&#039;s xyplot and ggplot2.&lt;br /&gt;
#** B. Fit a model of oocyte size (SIZE_OOCYTE) in function of TREATMENT and CASTE, either considering a possible interaction effect between both or not, taking into account possible random effects and use a model with the appropriate error distribution. Decide which model is best based on the AIC criterion. What is the name of the type of model you fitted? (in this case a linear mixed effects model was ok, since the distribution or errors was normal: lme() or lmer())&lt;br /&gt;
#** C. Make effect plots of the effects in your model and explain what these imply.&lt;br /&gt;
#** D. Carry out the relevant tests for the significance of the different effects. What do these tell you? Also carry out Tukey posthoc tests to test the effect of treatment for each of the two castes. What would the conclusion have been if you would have ignored the dependency in your data (variable ID, i.e. colony or sibship)? WOuld the effect of TREATMENT have been more or less significant then and why? (just do a normal lm here)&lt;br /&gt;
#** E. Test whether the residuals of your model conform to your assumed error distribution. (he wanted to see a histogram of the residuals)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Hans Jacquemyn (in a Word document)====&lt;br /&gt;
# Evolutionary theory predicts that coexistence of two closely related plant species can have a major impact on floral morphology and plant mating systems. To test this prediction, floral morphology of a large number of individuals from both allopatric and sympatric populations of Common centaury (Centaurium erythraea) and Seaside centaury (C. littorale) (Fig. 1) were investigated along the Belgian coast. For each individual seven floral traits were measured (Table 1). (Data set: Centaurium.xlsx) (Table 1: &#039;&#039;Floral traits measured in allopatric and sympatric populations of Centaurium erythraea en C. littorale along the Belgian coast.&#039;&#039; (Given traits and variables were: Total length of the flower (mm), Total Petal length (mm), Petal width (mm), Ovary length (mm), Style length (mm), Length of the anthers (mm), Level of herkogamy (mm))&lt;br /&gt;
#* A. Investigate whether floral morphology differs significantly between flowers of Centaurium erythraea and C. littorale.&lt;br /&gt;
#* B. Illustrate graphically which variables best explain variation in floral morphology between both species and indicate which variable most determines the difference between the two species.&lt;br /&gt;
#* C. Can you notice a difference in floral morphology between allopatric and sympatric populations? Is this difference determined by the identity of the species? If yes, explain how and illustrate with the appropriate graph.&lt;br /&gt;
#* D. Based on your results, can you conclude that allopatric populations can as easily discerned from sympatric populations for C. erythraea as for C. littorale? And which floral traits are best suited to discern allopatric from sympatric populations?&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marike</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Advanced_Biological_Data_Analysis&amp;diff=2273</id>
		<title>Advanced Biological Data Analysis</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Advanced_Biological_Data_Analysis&amp;diff=2273"/>
		<updated>2020-11-26T12:40:44Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marike: /* Vakinformatie */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie: Mabb]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Vakinformatie ==&lt;br /&gt;
Keuze-truncus vak voor master Biochemie (verplicht voor master Biologie), gegeven door professors Tom Wenseleers en Hans Jacquemyn. Het examen is schriftelijk open boek, en bestaat uit het ter plekke statistisch analyseren van verschillende datasets op de computer. Hierbij staat het deel gegeven door Wenseleers en Jacquemyn elk op 10 van de 20 punten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
ECTS-fiche: https://onderwijsaanbod.kuleuven.be/syllabi/e/G0F87AE.htm&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Examenvragen ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 januari 2019===&lt;br /&gt;
====Tom Wenseleers - oral (you receive the questions in an R file)====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Researchers were interested to test if queen pheromones of the honeybee, which in that species are emitted by the queen to stop the workers from reproducing, would also inhibit the reproduction of either workers or queens in the bumblebee. They hypothesized that such cross activity might be observed in the event that these compounds exploit conserved physiological pathways linked with the regulation of reproduction. To test this hypothesis, the researchers exposed bumblebee queens and bumblebee worker groups (groups of 20 workers each) to either a blank solvent-only control or a solution of honeybee queen pheromones for a period of 2 weeks. Subsequently, they dissected the queens and workers and measured the size of the largest oocyte in their ovaries to be able to test for any effects on ovary development. For each of the worker groups, these measurements were averaged over all individuals. In terms of experimental design, genetic background was controlled for by doing the experiment in a paired fashion, whereby the worker groups exposed to each replicate control and queen pheromone treatment were derived from the same source colony and similarly, the queens exposed to each replicate control and queen pheromone treatment were taken to be sisters of each other (colony or sibgroup is encoded as variable &amp;quot;id&amp;quot; in the dataset). In your analysis, take into account this non-independence through the inclusion of a random effect term, and use a model with the appropriate error distribution.&lt;br /&gt;
#* Aim: Test whether honeybee queen pheromones inhibit ovary development and whether this effect is caste dependent. (cf. dataset &amp;quot;data.csv&amp;quot;).&lt;br /&gt;
#* Specific questions:&lt;br /&gt;
#** A. Display your data using &amp;quot;spaghetti plots&amp;quot;, i.e. plot oocyte size in function of treatment, using two different panels for caste, and connect points that are measured from individuals from the same colony (for workers) or sib-group (for queens). Make this plot both using lattice&#039;s xyplot and ggplot2.&lt;br /&gt;
#** B. Fit a model of oocyte size (SIZE_OOCYTE) in function of TREATMENT and CASTE, either considering a possible interaction effect between both or not, taking into account possible random effects and use a model with the appropriate error distribution. Decide which model is best based on the AIC criterion. What is the name of the type of model you fitted? (in this case a linear mixed effects model was ok, since the distribution or errors was normal: lme() or lmer())&lt;br /&gt;
#** C. Make effect plots of the effects in your model and explain what these imply.&lt;br /&gt;
#** D. Carry out the relevant tests for the significance of the different effects. What do these tell you? Also carry out Tukey posthoc tests to test the effect of treatment for each of the two castes. What would the conclusion have been if you would have ignored the dependency in your data (variable ID, i.e. colony or sibship)? WOuld the effect of TREATMENT have been more or less significant then and why? (just do a normal lm here)&lt;br /&gt;
#** E. Test whether the residuals of your model conform to your assumed error distribution. (he wanted to see a histogram of the residuals)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Hans Jacquemyn (in a Word document)====&lt;br /&gt;
# Evolutionary theory predicts that coexistence of two closely related plant species can have a major impact on floral morphology and plant mating systems. To test this prediction, floral morphology of a large number of individuals from both allopatric and sympatric populations of Common centaury (Centaurium erythraea) and Seaside centaury (C. littorale) (Fig. 1) were investigated along the Belgian coast. For each individual seven floral traits were measured (Table 1). (Data set: Centaurium.xlsx) (Table 1: &#039;&#039;Floral traits measured in allopatric and sympatric populations of Centaurium erythraea en C. littorale along the Belgian coast.&#039;&#039; (Given traits and variables were: Total length of the flower (mm), Total Petal length (mm), Petal width (mm), Ovary length (mm), Style length (mm), Length of the anthers (mm), Level of herkogamy (mm))&lt;br /&gt;
#* A. Investigate whether floral morphology differs significantly between flowers of Centaurium erythraea and C. littorale.&lt;br /&gt;
#* B. Illustrate graphically which variables best explain variation in floral morphology between both species and indicate which variable most determines the difference between the two species.&lt;br /&gt;
#* C. Can you notice a difference in floral morphology between allopatric and sympatric populations? Is this difference determined by the identity of the species? If yes, explain how and illustrate with the appropriate graph.&lt;br /&gt;
#* D. Based on your results, can you conclude that allopatric populations can as easily discerned from sympatric populations for C. erythraea as for C. littorale? And which floral traits are best suited to discern allopatric from sympatric populations?&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marike</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Advanced_Biological_Data_Analysis&amp;diff=2272</id>
		<title>Advanced Biological Data Analysis</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Advanced_Biological_Data_Analysis&amp;diff=2272"/>
		<updated>2020-11-26T12:40:10Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marike: /* Vakinformatie */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie: Mabb]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Vakinformatie ==&lt;br /&gt;
Keuze-truncus vak voor master Biochemie (verplicht voor master Biologie), gegeven door professors Tom Wenseleers en Hans Jacquemyn. Het examen is schriftelijk open boek, en bestaat uit het ter plekke statistisch analyseren van verschillende datasets op de computer. Hierbij staat het deel gegeven door Tom Wenseleers en Hans Jacquemyn elk op 10 van de 20 punten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
ECTS-fiche: https://onderwijsaanbod.kuleuven.be/syllabi/e/G0F87AE.htm&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Examenvragen ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 januari 2019===&lt;br /&gt;
====Tom Wenseleers - oral (you receive the questions in an R file)====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Researchers were interested to test if queen pheromones of the honeybee, which in that species are emitted by the queen to stop the workers from reproducing, would also inhibit the reproduction of either workers or queens in the bumblebee. They hypothesized that such cross activity might be observed in the event that these compounds exploit conserved physiological pathways linked with the regulation of reproduction. To test this hypothesis, the researchers exposed bumblebee queens and bumblebee worker groups (groups of 20 workers each) to either a blank solvent-only control or a solution of honeybee queen pheromones for a period of 2 weeks. Subsequently, they dissected the queens and workers and measured the size of the largest oocyte in their ovaries to be able to test for any effects on ovary development. For each of the worker groups, these measurements were averaged over all individuals. In terms of experimental design, genetic background was controlled for by doing the experiment in a paired fashion, whereby the worker groups exposed to each replicate control and queen pheromone treatment were derived from the same source colony and similarly, the queens exposed to each replicate control and queen pheromone treatment were taken to be sisters of each other (colony or sibgroup is encoded as variable &amp;quot;id&amp;quot; in the dataset). In your analysis, take into account this non-independence through the inclusion of a random effect term, and use a model with the appropriate error distribution.&lt;br /&gt;
#* Aim: Test whether honeybee queen pheromones inhibit ovary development and whether this effect is caste dependent. (cf. dataset &amp;quot;data.csv&amp;quot;).&lt;br /&gt;
#* Specific questions:&lt;br /&gt;
#** A. Display your data using &amp;quot;spaghetti plots&amp;quot;, i.e. plot oocyte size in function of treatment, using two different panels for caste, and connect points that are measured from individuals from the same colony (for workers) or sib-group (for queens). Make this plot both using lattice&#039;s xyplot and ggplot2.&lt;br /&gt;
#** B. Fit a model of oocyte size (SIZE_OOCYTE) in function of TREATMENT and CASTE, either considering a possible interaction effect between both or not, taking into account possible random effects and use a model with the appropriate error distribution. Decide which model is best based on the AIC criterion. What is the name of the type of model you fitted? (in this case a linear mixed effects model was ok, since the distribution or errors was normal: lme() or lmer())&lt;br /&gt;
#** C. Make effect plots of the effects in your model and explain what these imply.&lt;br /&gt;
#** D. Carry out the relevant tests for the significance of the different effects. What do these tell you? Also carry out Tukey posthoc tests to test the effect of treatment for each of the two castes. What would the conclusion have been if you would have ignored the dependency in your data (variable ID, i.e. colony or sibship)? WOuld the effect of TREATMENT have been more or less significant then and why? (just do a normal lm here)&lt;br /&gt;
#** E. Test whether the residuals of your model conform to your assumed error distribution. (he wanted to see a histogram of the residuals)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Hans Jacquemyn (in a Word document)====&lt;br /&gt;
# Evolutionary theory predicts that coexistence of two closely related plant species can have a major impact on floral morphology and plant mating systems. To test this prediction, floral morphology of a large number of individuals from both allopatric and sympatric populations of Common centaury (Centaurium erythraea) and Seaside centaury (C. littorale) (Fig. 1) were investigated along the Belgian coast. For each individual seven floral traits were measured (Table 1). (Data set: Centaurium.xlsx) (Table 1: &#039;&#039;Floral traits measured in allopatric and sympatric populations of Centaurium erythraea en C. littorale along the Belgian coast.&#039;&#039; (Given traits and variables were: Total length of the flower (mm), Total Petal length (mm), Petal width (mm), Ovary length (mm), Style length (mm), Length of the anthers (mm), Level of herkogamy (mm))&lt;br /&gt;
#* A. Investigate whether floral morphology differs significantly between flowers of Centaurium erythraea and C. littorale.&lt;br /&gt;
#* B. Illustrate graphically which variables best explain variation in floral morphology between both species and indicate which variable most determines the difference between the two species.&lt;br /&gt;
#* C. Can you notice a difference in floral morphology between allopatric and sympatric populations? Is this difference determined by the identity of the species? If yes, explain how and illustrate with the appropriate graph.&lt;br /&gt;
#* D. Based on your results, can you conclude that allopatric populations can as easily discerned from sympatric populations for C. erythraea as for C. littorale? And which floral traits are best suited to discern allopatric from sympatric populations?&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marike</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Advanced_Biological_Data_Analysis&amp;diff=2271</id>
		<title>Advanced Biological Data Analysis</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Advanced_Biological_Data_Analysis&amp;diff=2271"/>
		<updated>2020-11-26T12:29:09Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marike: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie: Mabb]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Vakinformatie ==&lt;br /&gt;
Advanced Biological Data Analysis&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
ECTS-fiche: https://onderwijsaanbod.kuleuven.be/syllabi/e/G0F87AE.htm&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Examenvragen ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 januari 2019===&lt;br /&gt;
====Tom Wenseleers - oral (you receive the questions in an R file)====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Researchers were interested to test if queen pheromones of the honeybee, which in that species are emitted by the queen to stop the workers from reproducing, would also inhibit the reproduction of either workers or queens in the bumblebee. They hypothesized that such cross activity might be observed in the event that these compounds exploit conserved physiological pathways linked with the regulation of reproduction. To test this hypothesis, the researchers exposed bumblebee queens and bumblebee worker groups (groups of 20 workers each) to either a blank solvent-only control or a solution of honeybee queen pheromones for a period of 2 weeks. Subsequently, they dissected the queens and workers and measured the size of the largest oocyte in their ovaries to be able to test for any effects on ovary development. For each of the worker groups, these measurements were averaged over all individuals. In terms of experimental design, genetic background was controlled for by doing the experiment in a paired fashion, whereby the worker groups exposed to each replicate control and queen pheromone treatment were derived from the same source colony and similarly, the queens exposed to each replicate control and queen pheromone treatment were taken to be sisters of each other (colony or sibgroup is encoded as variable &amp;quot;id&amp;quot; in the dataset). In your analysis, take into account this non-independence through the inclusion of a random effect term, and use a model with the appropriate error distribution.&lt;br /&gt;
#* Aim: Test whether honeybee queen pheromones inhibit ovary development and whether this effect is caste dependent. (cf. dataset &amp;quot;data.csv&amp;quot;).&lt;br /&gt;
#* Specific questions:&lt;br /&gt;
#** A. Display your data using &amp;quot;spaghetti plots&amp;quot;, i.e. plot oocyte size in function of treatment, using two different panels for caste, and connect points that are measured from individuals from the same colony (for workers) or sib-group (for queens). Make this plot both using lattice&#039;s xyplot and ggplot2.&lt;br /&gt;
#** B. Fit a model of oocyte size (SIZE_OOCYTE) in function of TREATMENT and CASTE, either considering a possible interaction effect between both or not, taking into account possible random effects and use a model with the appropriate error distribution. Decide which model is best based on the AIC criterion. What is the name of the type of model you fitted? (in this case a linear mixed effects model was ok, since the distribution or errors was normal: lme() or lmer())&lt;br /&gt;
#** C. Make effect plots of the effects in your model and explain what these imply.&lt;br /&gt;
#** D. Carry out the relevant tests for the significance of the different effects. What do these tell you? Also carry out Tukey posthoc tests to test the effect of treatment for each of the two castes. What would the conclusion have been if you would have ignored the dependency in your data (variable ID, i.e. colony or sibship)? WOuld the effect of TREATMENT have been more or less significant then and why? (just do a normal lm here)&lt;br /&gt;
#** E. Test whether the residuals of your model conform to your assumed error distribution. (he wanted to see a histogram of the residuals)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Hans Jacquemyn (in a Word document)====&lt;br /&gt;
# Evolutionary theory predicts that coexistence of two closely related plant species can have a major impact on floral morphology and plant mating systems. To test this prediction, floral morphology of a large number of individuals from both allopatric and sympatric populations of Common centaury (Centaurium erythraea) and Seaside centaury (C. littorale) (Fig. 1) were investigated along the Belgian coast. For each individual seven floral traits were measured (Table 1). (Data set: Centaurium.xlsx) (Table 1: &#039;&#039;Floral traits measured in allopatric and sympatric populations of Centaurium erythraea en C. littorale along the Belgian coast.&#039;&#039; (Given traits and variables were: Total length of the flower (mm), Total Petal length (mm), Petal width (mm), Ovary length (mm), Style length (mm), Length of the anthers (mm), Level of herkogamy (mm))&lt;br /&gt;
#* A. Investigate whether floral morphology differs significantly between flowers of Centaurium erythraea and C. littorale.&lt;br /&gt;
#* B. Illustrate graphically which variables best explain variation in floral morphology between both species and indicate which variable most determines the difference between the two species.&lt;br /&gt;
#* C. Can you notice a difference in floral morphology between allopatric and sympatric populations? Is this difference determined by the identity of the species? If yes, explain how and illustrate with the appropriate graph.&lt;br /&gt;
#* D. Based on your results, can you conclude that allopatric populations can as easily discerned from sympatric populations for C. erythraea as for C. littorale? And which floral traits are best suited to discern allopatric from sympatric populations?&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marike</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Immunological_Biotechnology&amp;diff=2233</id>
		<title>Immunological Biotechnology</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Immunological_Biotechnology&amp;diff=2233"/>
		<updated>2020-07-02T12:54:17Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marike: /* Vakinformatie */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Vak van derde bachelor biochemie. Ook gevolgd door zij die willen van chemie en biologie. Het wordt gegeven door Prof. Liliane Schoofs en is een mondeling examen met schriftelijke voorbereiding. Ze leest je antwoord en stelt dan bijvragen. Door de corona maatregelen is het vak nu volledig schriftelijk, en bestaat uit een combinatie van kleine open vragen met beperkte ruimte (1/3e blad of max 5 lijnen), en meerkeuzevragen.&lt;br /&gt;
Er wordt een volledige en verplichte practicum week gehouden, je mag zelf je groepje kiezen (3personen max). Van het practicum wordt ook een schriftelijk examen gehouden, waarbij je enkel vragen krijgt over de proefjes die jij hebt uitgevoerd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
=== 2 juli 2020 (inhaalexamen) ===&lt;br /&gt;
# True/False en leg uit in max 5 lijnen: HIV valt de T helper cellen aan en daarom hebben patiënten met vergevorderde HIV geen enkel immuunsysteem meer.&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen cytotoxische T cellen en T helper cellen?&lt;br /&gt;
# Bij ... ziekte ontwikkelen de B cellen niet, en als gevolg hebben deze patiënten zeer veel infecties. Waarom? (max 5 lijnen)&lt;br /&gt;
# Door dit proces hebben gewervelden miljoenen verschillende lymphocyten. Over welk proces gaat het, en leg uit?&lt;br /&gt;
# Uitleggen waarom bij een transplantatie het orgaan afgestoten kan worden door de donor.&lt;br /&gt;
# Figuur: ontwikkeling van een B/T cel, zeggen welke cel het is, en kort per stap uitleggen wat er in de figuur gebeurt zowel op cellulair vlak als op schaal van het lichaam.&lt;br /&gt;
# 5 meerkeuzevragen (geen giscorrectie):&lt;br /&gt;
#* Mutant waarbij expressie van Rag1/Rag2 gewijzigd is, waar in het lichaam en welke eiwitten kun je allemaal controleren om dit vast te stellen? (9 opties: RAG1/RAG2 zelf in bone marrow/thyroid/of thymus, TCR in bone marrow/thyroid/of thymus, expressie van IgD en IgM in bone marrow/thyroid/of thymus)&lt;br /&gt;
#* Hoezo worden we nog steeds ziek als ons adaptive immuunsysteem zo geoptimaliseerd is? (zeer makkelijk)&lt;br /&gt;
#* Cytotoxische T cellen kunnen binden aan: MHCI, MHCII, foreign antigens,...&lt;br /&gt;
#* (lijst autoimmuunziektes) hebben allemaal gemeenschappelijk dat: (8 ofzo opties, alles aanduiden dat van toepassing was)&lt;br /&gt;
#* laatste vergeten&lt;br /&gt;
=== 24 januari 2020 ===&lt;br /&gt;
# Figuur: B cel die geactiveerd wordt door Helper T cel en door een bacterie met Ab. Dit ging verder naar de 3 technieken die Ab gebruiken in het humoral immunity (neutralisation, opsonization en complement activation)&lt;br /&gt;
# Figuur: MHC class 1 molecules worden geladen met Ag-peptiden in het ER&lt;br /&gt;
# Figuur: gekleurde T cel waarbij je moest zeggen welke delen gekleurd waren (granules en synaps van cytotoxic T cel) en wat de functie is&lt;br /&gt;
# 3 afbeeldingen van Ab waarbij je de verschillen moest aanhalen (somatic hypermutation en class switching)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2020 ===&lt;br /&gt;
# Figuur: differentiatie van naive T-cell naar actieve T-cellen en memory T-cellen&lt;br /&gt;
# Figuur Gelelektroforese van Germaine DNA en B-cell DNA &lt;br /&gt;
# Figuur DJ recombinatie met RAG en Artemis&lt;br /&gt;
# True/false vragen (+ 2 multiple choice):&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2020 ===&lt;br /&gt;
# Figuur: Infection and Immunity response can be divided in series of stages (aanvullen, uitleggen)&lt;br /&gt;
# Figuur: Experiment met nude en scid muis&lt;br /&gt;
# Figuur: T cell receptor alpha and beta chain gene rearrangement.&lt;br /&gt;
# True/false vragen (2) (+ 1 multiple choice):&lt;br /&gt;
#* een verhaaltje waar je moest zeggen of het: opsonisation, neutralisation, ... was&lt;br /&gt;
#* waar en niet waar vragen waren beiden over Tcell Receptor&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2020 ===&lt;br /&gt;
# Figuur van extravasation waarbij neutrofiel aankomt op plaats van infectie, slowing down door selectines en uiteindelijk full stop door integrins. Waarna deze in het geïnfecteerde weefsel binnendringt.&lt;br /&gt;
# Figuur waarbij je VDJ recombinatie moest uitleggen met elke stap. (vb bijvraag: Waarom heeft de light chain geen D segment)&lt;br /&gt;
# Figuur van MHC-restrictie (deze term moet je geven) + uitleggen&lt;br /&gt;
# True/false vragen (+ één multiple choice):&lt;br /&gt;
#* Eosinophils worden vooral tegen parasieten ingeschakeld&lt;br /&gt;
#* Progenitor Myeloids zijn voorgangers van T, B en NK cellen.&lt;br /&gt;
#* Lipopolysacchariden zijn proteïnen die worden gesecreteerd.&lt;br /&gt;
#* (Heel simpel) Nog iets over VDJ recombinatie waarbij je de zin moest aanvullen (je kon kiezen uit 4 termen), waarbij het ging over de DNA-segmenten, maar was heel makkelijk af te leiden welke term de juiste is zelfs al studeer je geen Biochemie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 januari 2019 ===&lt;br /&gt;
voor en namiddag hadden dezelfde vragen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Figuur van B cell die geactiveerd werd door Helper T cell en door een bacterie met Ab. Dit ging verder naar de 3 technieken die Ab gebruiken in het humoral immunity (neutralisation, opsonization en complement activation)&lt;br /&gt;
# Figuur waarbij je moest uitleggen hoe MHC class 1 molecules worden geladen met Ag-peptiden in het ER.&lt;br /&gt;
# Figuur van een MHC class 1 molcule die een peptide gebonden had, je zag dus de bèta-sheets en het peptide met zijn aminozuren. &lt;br /&gt;
# Figuur van B cellen die in het been merg matureren tot plasma en memory cellen. Je moest zeggen dat er VDJ rearrangement komt, selectie van de B cellen o.b.v. self Ag, dit moest ook allemaal geplaatst worden in het lichaam.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18/01/2019 NM===&lt;br /&gt;
# Figuur van het maturatie process van T cellen in de thymus. Vraag: In welk orgaan speelt dit zich af en leg uit hoe dit gebeurt.&lt;br /&gt;
# Figuur experiment van gel waarop germline DNA was geladen van C en V regio en van B cell DNA van C en V regio. Vraag: wat gebeurt er in dit experiment en wat kan je er uit afleiden (antwoord enkel op voorkant onder foto)&lt;br /&gt;
# Figuur van verloop recombinatie DNA tussen D en J regio. Vraag: een aantal koppen waren weggelaten en moesten worden aangevuld en elke stap in 1 zin uitleggen&lt;br /&gt;
# MC en juist fout vragen:&lt;br /&gt;
#* Wat gebeurt er niet tijdens inflammation? (mogelijke anwtoorden: expressie cytokines, expressie chemokines, innate en adaptive immunity activeren, vernouwen van bloedvaten)&lt;br /&gt;
#* Gebruiken NK cellen MHC class I? (mogelijke antwoorden: true or false)&lt;br /&gt;
#* Wat gebeurde er niet in de evolutie van adaptieve immuniteit? (een aantal antwoorden die ik niet meer weet)&lt;br /&gt;
#* Zorgen adaptieve immuniteitscellen voor specificiteit? (mogelijke antwoorden: true or false) &lt;br /&gt;
#* Hematopoietic cellen kunnen nog in elke cel van het lichaam veranderen (mogelijke antwoorden: antwoorden true or false)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17/01/2019 NM===&lt;br /&gt;
# Figuur, opname bacterie, alles uitleggen, MF, dendritische cel, lymfe knopen, maturatie, ... Heel het immuunsysteem&lt;br /&gt;
# Figuur, muizen SCID en Nude (alles staat op de afbeelding)&lt;br /&gt;
# Figuur, Recombinatie T-cel (zelf aanvullen)&lt;br /&gt;
# MP choice/ juist fout, 3 vraagjes eerste was over iemand die een ziekte had gekregen door het eten van fruit dat ze ingeblikt had. En dan moest ik zeggen welk mechanisme er het meest op ging reageren... Het ging om toxines dus had neutralisation gepakt, dat was juist. 2e snapte ik niets van, ging over bindingen tussen B- en T- cellen, het was complete nonsens, en dus fout. 3e was over recombinatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 januari 2019 NM===&lt;br /&gt;
# figuur uitleggen: virale infectie en laden van virale peptiden op MHC moleculen + wat daarna?&lt;br /&gt;
# figuur uitleggen: experiment waarin beenmerg wordt getransfereerd naar bestraalde muizen met verschillend MHC genotype &lt;br /&gt;
# figuur uitleggen: 3 manieren waarop Igs met rearranged V-region gewijzigd kunnen worden&lt;br /&gt;
# 5 (gemakkelijke) korte vraagjes: 4 meerkeuze en 1 juist/fout&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 augustus 2018 VM===&lt;br /&gt;
# costimulus op immuuncellen, welke receptor, waarom?&lt;br /&gt;
# class switching uitleggen: wat, wanneer,...&lt;br /&gt;
# NK cellen, waneer, hoe mechanisme, hoe virus MHC-I tegehoudt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===29 januari 2018 VM===&lt;br /&gt;
# Belang MHCI bij een niet geïnfecteerde cel&lt;br /&gt;
# Activatie van naïve T-cel&lt;br /&gt;
# geeft een verandering in de genen van een BCR uniek voor een b-cel&lt;br /&gt;
===18 januari 2018 VM===&lt;br /&gt;
# Vergelijk folliculaire dendritische cel met een gewone dendritische cel.&lt;br /&gt;
# Leg linked recognition uit en geef een medische toepassing.&lt;br /&gt;
# Leg de werking van interferon gamma uit bij T cel differentiatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 januari 2018 VM===&lt;br /&gt;
#Belang van Th1 cellen bij immuunrespons tegen intracellulaire bacterien&lt;br /&gt;
#Bespreek de gelijkenissen en verschillen NK en CTL cellen.&lt;br /&gt;
#Bespreek en verklaar de invloed van meerdere immunizaties bij hetzelfde antigen bij humorale respons&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 ===&lt;br /&gt;
#costimulus op immuuncellen, welke receptor, waarom?&lt;br /&gt;
#class switching uitleggen: wat, wanneer,...&lt;br /&gt;
#NK cellen, waneer, hoe mechanisme, hoe virus MHC-I tegehoudt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 augustus 2017 VM ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de immuunrespons tegen extracellulaire parasieten.&lt;br /&gt;
# Bespreek activatie van naïve B-cellen&lt;br /&gt;
# Bespreek 3 fundamenteel verschillende mechanismen die auto-immuniteit voorkomen op verschillende plaatsen in het lichaam.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 31 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
#immuunrespons tegen extracellulaire parasieten&lt;br /&gt;
#activatie van naïve B-cellen&lt;br /&gt;
#3 verdedigingsmechanisme om autoimmuniteit tegen te gaan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 januari 2017 VM ===&lt;br /&gt;
#Belang van Th1 cellen bij immuunrespons tegen intracellulaire bacterien&lt;br /&gt;
#Affinieteitmaturatie van B cellen&lt;br /&gt;
#Bespreek de cellen die belangrijk zijn bij negatieve selectie van T cellen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
#Immuunrespons endotheel&lt;br /&gt;
#Thymus onafhankelijke B cel activatie&lt;br /&gt;
#Centrale en perifere tolerantie T cellen a.d.h.v. voorbeeld&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2017 NM=== &lt;br /&gt;
#belang van MHC1 complex en gezonde lichaamscellen &lt;br /&gt;
#Iets van bcr en gentransformatie &lt;br /&gt;
#Activatie van Tcellen &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
#Bespreek de rol van IFN-alfa en beta bij een virale infectie &lt;br /&gt;
#Bespreek centrale en perifere tolerantie bij B CELLEN&lt;br /&gt;
#Bespreek waarom CD8 T cellen meer stimulatie nodig hebben ivm CD4 T cellen &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2017 NM ===&lt;br /&gt;
#Bespreek immuunrespons tegen extracellulaire parasieten (wormen dus)&lt;br /&gt;
#Bespreek activatie van naïeve B-cellen&lt;br /&gt;
#Bespreek drie fundamenteel verschillende mechanismen die ons beschermen tegen auto-immuniteit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 januari 2016 VM===&lt;br /&gt;
# Geef de verschillen tussen folliculaire en normale dendritische cellen&lt;br /&gt;
# Wat is linked recognition en geef een medische toepassing&lt;br /&gt;
# Welke rol speelt IFN-Î³ bij de T-cel differentiatie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 januari 2016 VM ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de immuunrespons op extracellulaire parasieten&lt;br /&gt;
#Hoe worden naïve B-cellen geactiveerd?&lt;br /&gt;
#Bespreek 3 fundamenteel verschillende mechanismen die autoimmuniteit voorkomen op verschillende plaatsen in het lichaam.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 januari 2016 NM ===&lt;br /&gt;
#Bespreek het belang en mechanisme van activatie van het vasculair endotheel in de immuunrespons&lt;br /&gt;
# Hoe kunnen B cellen geactiveerd worden als er geen T cellen aanwezig zijn&lt;br /&gt;
# Centrale en perifere tolerantie van T cellen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 Jan 2015 (VM)===&lt;br /&gt;
#Functie van interferon alfa en beta in virusinfectie&lt;br /&gt;
#Bespreek aan de hand van een voorbeeld de centrale en perifere tolerantie van B cellen&lt;br /&gt;
#Verklaar waarom CD8 meer costimulus nodig heeft dan CD4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===29 Jan 2014 (VM)===&lt;br /&gt;
#Bespreek de vasculaire immunorespons van endotheelcellen&lt;br /&gt;
#Bespreek thymus independent activation of B-cells&lt;br /&gt;
#Bespreek aan de hand van een voorbeeld de centrale en perifere tolerantie van B cellen (ze zegt voorbeeld, maar als je gewoon uitlegt hoe de tolerantie tot stand komt is het goed)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Jan 2014===&lt;br /&gt;
#Functie van interferon alfa en beta in virusinfectie &lt;br /&gt;
#Leg aan de hand van 1 voorbeeld de centrale en periferele tolerant van B cellen uit &lt;br /&gt;
#Verklaar wrm CD8 meer costimulus nodig heeft dan CD4&lt;br /&gt;
===28 Jan 2014 (VM)===&lt;br /&gt;
#Bespreek de expressie van een MHCI op een gezonde lichaamscel&lt;br /&gt;
#Bespreek een verandering in de genen van de BCR die de B-cellen uniek maakt&lt;br /&gt;
#Bespreek T cel priming.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 jan 2013 NM===&lt;br /&gt;
(cfr 27 aug 2012)&lt;br /&gt;
#Bespreek immuunrespons tegen extracellulaire parasieten&lt;br /&gt;
#Bespreek activatie van naÃ¯eve B-cellen&lt;br /&gt;
#Bespreek drie fundamenteel verschillende mechanismen die ons beschermen tegen auto-immuniteit.&lt;br /&gt;
===27 aug 2012===&lt;br /&gt;
#Bespreek immuunrespons tegen extracellulaire parasieten&lt;br /&gt;
#Bespreek activatie van naÃ¯eve B-cellen&lt;br /&gt;
#Bespreek drie fundamenteel verschillende mechanismen die ons beschermen tegen auto-immuniteit. &lt;br /&gt;
=== 27 jan 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Sommige micro-organismen kunnen enzymen synthetiseren die het Fc fragment van antilichamen kunnen degraderen. Waarom zou deze eigenschap een hogere graad van overleving kunnen opleveren voor het micro-organisme?&lt;br /&gt;
# Bewijs dat thymus-stromacellen essentieel zijn voor de ontwikkeling van T-cellen&lt;br /&gt;
# Bespreek hoe Th1-cellen de reactie tegen intracellulaire pathogenen via de macrofagen coÃ¶rdineren.&lt;br /&gt;
=== 27 jan 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Macrofagen zijn zowel in het aangeboren als het adaptief immuunsysteem belangrijk. Verklaar&lt;br /&gt;
# Bespreek de primaire en secundaire antistof reactie&lt;br /&gt;
# Vergelijk NK en CTL cel. Belangrijkste gelijkenissen en verschillen&lt;br /&gt;
=== 22 aug 2011 NM ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de rol van macrofagen in zowel de aangeboren en als de adaptieve immuunrespons. &lt;br /&gt;
# Vergelijk de primaire en de secundaire immuunrespons.&lt;br /&gt;
# Bespreek de gelijkenissen en verschillen NK en CTL cellen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 jan 2011 VM ===&lt;br /&gt;
# Sommige microorganismen kunnen enzymen synthetiseren die het Fc fragment van antilichamen kunnen degraderen. Waarom zou deze eigenschap een hogere graad van overleving kunnen opleveren voor het microorganisme?&lt;br /&gt;
# Bespreek het hapten-carrier effect en geef een medische toepassing. &lt;br /&gt;
# Hoe kan een T cel aangezet worden tot clonale expansie?&lt;br /&gt;
=== 29 jan 2010 NM ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de rol van macrofagen in zowel de aangeboren en als de adaptieve immuunrespons. &lt;br /&gt;
# Vergelijk de primaire en de secundaire immuunrespons.&lt;br /&gt;
# Bespreek de gelijkenissen en verschillen NK en CTL cellen.&lt;br /&gt;
=== 22 jan 2010 NM ===&lt;br /&gt;
# Sommige microorganismen kunnen enzymen synthetiseren die het Fc fragment van antilichamen kunnen degraderen. Waarom zou deze eigenschap een hogere graad van overleving kunnen opleveren voor het microorganisme?&lt;br /&gt;
# Bespreek het hapten-carrier effect en geef een medische toepassing. &lt;br /&gt;
# Hoe kan een T cel aangezet worden tot clonale expansie?&lt;br /&gt;
=== 12 jan 2009 ===&lt;br /&gt;
# Sommige organismen kunnen Fc fragmenten afbreken. waarom zou dit een hogere graad van overlevering opleveren?&lt;br /&gt;
# Bewijs dat thymus stroma cellen essentieel zijn voor de ontwikkeling van T-cellen&lt;br /&gt;
# Bespreek de interactie van Th1 cellen met macrofagen.&lt;br /&gt;
=== 12 jan 2009 ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de immunologische respons tegen een bacteriele infectie&lt;br /&gt;
# Bespreek activatie van naive B-cel&lt;br /&gt;
# 3 manieren om auto-immuniteit te omzeilen&lt;br /&gt;
=== 29 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
# Sommige pathogenen bevatten enzymen die die Fc fragmenten kunnen degraderen. Hoe kan dit een grotere overlevingskans opleveren voor dit pathogeen&lt;br /&gt;
# Leg het hapteen-carrier effect uit en geef een toepassing&lt;br /&gt;
# Hoe wordt een naÃ¯eve T-cel geactiveerd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
# Activatie naive B cel&lt;br /&gt;
# Immuunrespons tegen bacteriÃ«le infectie&lt;br /&gt;
# 3 vbn. hoe er gezorgd wordt dat er geen autoimmuniteit is&lt;br /&gt;
=== 24 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
# Macrofagen hebben een rol in zowel innate als adaptive immunity, leg uit.&lt;br /&gt;
# Leg de primaire en de secundaire antistofrespons uit.&lt;br /&gt;
# leg gelijkenissen en verschillen uit van NK en CTL cells&lt;br /&gt;
=== 14 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de immuunrespons tegen bacteriÃ«le infectie (neen niet tegen intracellulaire, gewoon baceteriÃ«n int algemeen)&lt;br /&gt;
# Bespreek activatie van naÃ¯eve B cel (neen niet T cel, goed lezen en vooral niet beginnen knallen van T cellen omdagu de voorbeeldvraag nog herinnert)&lt;br /&gt;
# Bespreek de drie mechanismen die het lichaam beschermt tegen autoimmuniteit (of voorkomt of gebruikt ofzo)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Practica:&lt;br /&gt;
# Teken en leg uit. Kan je ook doen me een antigen me maar 1 epitoop&lt;br /&gt;
# Wat leer je erdoor van de pI? Teken.&lt;br /&gt;
# Wat is passieve en actieve hemagluttinatie + tekenen. Bewijs dat de interactie reversibel is&lt;br /&gt;
# Leg het precipitatiemechanisme uit. Wat doet een PD10 kolom, naam + uitleg&lt;br /&gt;
# Welke PAP concentratie verkies je (paar vb getalletjes, je kiest natuurlijk de beste). Verschil passieve en competitieve ELISA&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
# bespreek de naieve Tcel en clonale expansie&lt;br /&gt;
# Fc fragment: sommige organismen kunnen het afbreken. Hoe levert dit een hogere overleving op voor het organisme?&lt;br /&gt;
# wat is het hapteen carrier-effect en geef toepasssingen.&lt;br /&gt;
=== 23 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
# bespreek de rol van macrofagen in aangeboren en adaptief immuunrespons&lt;br /&gt;
# vergelijk: Primair vs Secundair immuunrespons&lt;br /&gt;
# bespreek de gelijkenissen en verschillen NK - CTL.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marike</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Immunological_Biotechnology&amp;diff=2232</id>
		<title>Immunological Biotechnology</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Immunological_Biotechnology&amp;diff=2232"/>
		<updated>2020-07-02T12:53:04Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marike: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Vak van derde bachelor biochemie. Ook gevolgd door zij die willen van chemie en biologie. Het wordt gegeven door Prof. Liliane Schoofs en is een mondeling examen met schriftelijke voorbereiding. Ze leest je antwoord en stelt dan bijvragen. &lt;br /&gt;
Er wordt een volledige en verplichte practicum week gehouden, je mag zelf je groepje kiezen (3personen max). Van het practicum wordt ook een schriftelijk examen gehouden, waarbij je enkel vragen krijgt over de proefjes die jij hebt uitgevoerd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
=== 2 juli 2020 (inhaalexamen) ===&lt;br /&gt;
# True/False en leg uit in max 5 lijnen: HIV valt de T helper cellen aan en daarom hebben patiënten met vergevorderde HIV geen enkel immuunsysteem meer.&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen cytotoxische T cellen en T helper cellen?&lt;br /&gt;
# Bij ... ziekte ontwikkelen de B cellen niet, en als gevolg hebben deze patiënten zeer veel infecties. Waarom? (max 5 lijnen)&lt;br /&gt;
# Door dit proces hebben gewervelden miljoenen verschillende lymphocyten. Over welk proces gaat het, en leg uit?&lt;br /&gt;
# Uitleggen waarom bij een transplantatie het orgaan afgestoten kan worden door de donor.&lt;br /&gt;
# Figuur: ontwikkeling van een B/T cel, zeggen welke cel het is, en kort per stap uitleggen wat er in de figuur gebeurt zowel op cellulair vlak als op schaal van het lichaam.&lt;br /&gt;
# 5 meerkeuzevragen (geen giscorrectie):&lt;br /&gt;
#* Mutant waarbij expressie van Rag1/Rag2 gewijzigd is, waar in het lichaam en welke eiwitten kun je allemaal controleren om dit vast te stellen? (9 opties: RAG1/RAG2 zelf in bone marrow/thyroid/of thymus, TCR in bone marrow/thyroid/of thymus, expressie van IgD en IgM in bone marrow/thyroid/of thymus)&lt;br /&gt;
#* Hoezo worden we nog steeds ziek als ons adaptive immuunsysteem zo geoptimaliseerd is? (zeer makkelijk)&lt;br /&gt;
#* Cytotoxische T cellen kunnen binden aan: MHCI, MHCII, foreign antigens,...&lt;br /&gt;
#* (lijst autoimmuunziektes) hebben allemaal gemeenschappelijk dat: (8 ofzo opties, alles aanduiden dat van toepassing was)&lt;br /&gt;
#* laatste vergeten&lt;br /&gt;
=== 24 januari 2020 ===&lt;br /&gt;
# Figuur: B cel die geactiveerd wordt door Helper T cel en door een bacterie met Ab. Dit ging verder naar de 3 technieken die Ab gebruiken in het humoral immunity (neutralisation, opsonization en complement activation)&lt;br /&gt;
# Figuur: MHC class 1 molecules worden geladen met Ag-peptiden in het ER&lt;br /&gt;
# Figuur: gekleurde T cel waarbij je moest zeggen welke delen gekleurd waren (granules en synaps van cytotoxic T cel) en wat de functie is&lt;br /&gt;
# 3 afbeeldingen van Ab waarbij je de verschillen moest aanhalen (somatic hypermutation en class switching)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2020 ===&lt;br /&gt;
# Figuur: differentiatie van naive T-cell naar actieve T-cellen en memory T-cellen&lt;br /&gt;
# Figuur Gelelektroforese van Germaine DNA en B-cell DNA &lt;br /&gt;
# Figuur DJ recombinatie met RAG en Artemis&lt;br /&gt;
# True/false vragen (+ 2 multiple choice):&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2020 ===&lt;br /&gt;
# Figuur: Infection and Immunity response can be divided in series of stages (aanvullen, uitleggen)&lt;br /&gt;
# Figuur: Experiment met nude en scid muis&lt;br /&gt;
# Figuur: T cell receptor alpha and beta chain gene rearrangement.&lt;br /&gt;
# True/false vragen (2) (+ 1 multiple choice):&lt;br /&gt;
#* een verhaaltje waar je moest zeggen of het: opsonisation, neutralisation, ... was&lt;br /&gt;
#* waar en niet waar vragen waren beiden over Tcell Receptor&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2020 ===&lt;br /&gt;
# Figuur van extravasation waarbij neutrofiel aankomt op plaats van infectie, slowing down door selectines en uiteindelijk full stop door integrins. Waarna deze in het geïnfecteerde weefsel binnendringt.&lt;br /&gt;
# Figuur waarbij je VDJ recombinatie moest uitleggen met elke stap. (vb bijvraag: Waarom heeft de light chain geen D segment)&lt;br /&gt;
# Figuur van MHC-restrictie (deze term moet je geven) + uitleggen&lt;br /&gt;
# True/false vragen (+ één multiple choice):&lt;br /&gt;
#* Eosinophils worden vooral tegen parasieten ingeschakeld&lt;br /&gt;
#* Progenitor Myeloids zijn voorgangers van T, B en NK cellen.&lt;br /&gt;
#* Lipopolysacchariden zijn proteïnen die worden gesecreteerd.&lt;br /&gt;
#* (Heel simpel) Nog iets over VDJ recombinatie waarbij je de zin moest aanvullen (je kon kiezen uit 4 termen), waarbij het ging over de DNA-segmenten, maar was heel makkelijk af te leiden welke term de juiste is zelfs al studeer je geen Biochemie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 januari 2019 ===&lt;br /&gt;
voor en namiddag hadden dezelfde vragen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Figuur van B cell die geactiveerd werd door Helper T cell en door een bacterie met Ab. Dit ging verder naar de 3 technieken die Ab gebruiken in het humoral immunity (neutralisation, opsonization en complement activation)&lt;br /&gt;
# Figuur waarbij je moest uitleggen hoe MHC class 1 molecules worden geladen met Ag-peptiden in het ER.&lt;br /&gt;
# Figuur van een MHC class 1 molcule die een peptide gebonden had, je zag dus de bèta-sheets en het peptide met zijn aminozuren. &lt;br /&gt;
# Figuur van B cellen die in het been merg matureren tot plasma en memory cellen. Je moest zeggen dat er VDJ rearrangement komt, selectie van de B cellen o.b.v. self Ag, dit moest ook allemaal geplaatst worden in het lichaam.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18/01/2019 NM===&lt;br /&gt;
# Figuur van het maturatie process van T cellen in de thymus. Vraag: In welk orgaan speelt dit zich af en leg uit hoe dit gebeurt.&lt;br /&gt;
# Figuur experiment van gel waarop germline DNA was geladen van C en V regio en van B cell DNA van C en V regio. Vraag: wat gebeurt er in dit experiment en wat kan je er uit afleiden (antwoord enkel op voorkant onder foto)&lt;br /&gt;
# Figuur van verloop recombinatie DNA tussen D en J regio. Vraag: een aantal koppen waren weggelaten en moesten worden aangevuld en elke stap in 1 zin uitleggen&lt;br /&gt;
# MC en juist fout vragen:&lt;br /&gt;
#* Wat gebeurt er niet tijdens inflammation? (mogelijke anwtoorden: expressie cytokines, expressie chemokines, innate en adaptive immunity activeren, vernouwen van bloedvaten)&lt;br /&gt;
#* Gebruiken NK cellen MHC class I? (mogelijke antwoorden: true or false)&lt;br /&gt;
#* Wat gebeurde er niet in de evolutie van adaptieve immuniteit? (een aantal antwoorden die ik niet meer weet)&lt;br /&gt;
#* Zorgen adaptieve immuniteitscellen voor specificiteit? (mogelijke antwoorden: true or false) &lt;br /&gt;
#* Hematopoietic cellen kunnen nog in elke cel van het lichaam veranderen (mogelijke antwoorden: antwoorden true or false)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17/01/2019 NM===&lt;br /&gt;
# Figuur, opname bacterie, alles uitleggen, MF, dendritische cel, lymfe knopen, maturatie, ... Heel het immuunsysteem&lt;br /&gt;
# Figuur, muizen SCID en Nude (alles staat op de afbeelding)&lt;br /&gt;
# Figuur, Recombinatie T-cel (zelf aanvullen)&lt;br /&gt;
# MP choice/ juist fout, 3 vraagjes eerste was over iemand die een ziekte had gekregen door het eten van fruit dat ze ingeblikt had. En dan moest ik zeggen welk mechanisme er het meest op ging reageren... Het ging om toxines dus had neutralisation gepakt, dat was juist. 2e snapte ik niets van, ging over bindingen tussen B- en T- cellen, het was complete nonsens, en dus fout. 3e was over recombinatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 januari 2019 NM===&lt;br /&gt;
# figuur uitleggen: virale infectie en laden van virale peptiden op MHC moleculen + wat daarna?&lt;br /&gt;
# figuur uitleggen: experiment waarin beenmerg wordt getransfereerd naar bestraalde muizen met verschillend MHC genotype &lt;br /&gt;
# figuur uitleggen: 3 manieren waarop Igs met rearranged V-region gewijzigd kunnen worden&lt;br /&gt;
# 5 (gemakkelijke) korte vraagjes: 4 meerkeuze en 1 juist/fout&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 augustus 2018 VM===&lt;br /&gt;
# costimulus op immuuncellen, welke receptor, waarom?&lt;br /&gt;
# class switching uitleggen: wat, wanneer,...&lt;br /&gt;
# NK cellen, waneer, hoe mechanisme, hoe virus MHC-I tegehoudt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===29 januari 2018 VM===&lt;br /&gt;
# Belang MHCI bij een niet geïnfecteerde cel&lt;br /&gt;
# Activatie van naïve T-cel&lt;br /&gt;
# geeft een verandering in de genen van een BCR uniek voor een b-cel&lt;br /&gt;
===18 januari 2018 VM===&lt;br /&gt;
# Vergelijk folliculaire dendritische cel met een gewone dendritische cel.&lt;br /&gt;
# Leg linked recognition uit en geef een medische toepassing.&lt;br /&gt;
# Leg de werking van interferon gamma uit bij T cel differentiatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 januari 2018 VM===&lt;br /&gt;
#Belang van Th1 cellen bij immuunrespons tegen intracellulaire bacterien&lt;br /&gt;
#Bespreek de gelijkenissen en verschillen NK en CTL cellen.&lt;br /&gt;
#Bespreek en verklaar de invloed van meerdere immunizaties bij hetzelfde antigen bij humorale respons&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 ===&lt;br /&gt;
#costimulus op immuuncellen, welke receptor, waarom?&lt;br /&gt;
#class switching uitleggen: wat, wanneer,...&lt;br /&gt;
#NK cellen, waneer, hoe mechanisme, hoe virus MHC-I tegehoudt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 augustus 2017 VM ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de immuunrespons tegen extracellulaire parasieten.&lt;br /&gt;
# Bespreek activatie van naïve B-cellen&lt;br /&gt;
# Bespreek 3 fundamenteel verschillende mechanismen die auto-immuniteit voorkomen op verschillende plaatsen in het lichaam.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 31 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
#immuunrespons tegen extracellulaire parasieten&lt;br /&gt;
#activatie van naïve B-cellen&lt;br /&gt;
#3 verdedigingsmechanisme om autoimmuniteit tegen te gaan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 januari 2017 VM ===&lt;br /&gt;
#Belang van Th1 cellen bij immuunrespons tegen intracellulaire bacterien&lt;br /&gt;
#Affinieteitmaturatie van B cellen&lt;br /&gt;
#Bespreek de cellen die belangrijk zijn bij negatieve selectie van T cellen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
#Immuunrespons endotheel&lt;br /&gt;
#Thymus onafhankelijke B cel activatie&lt;br /&gt;
#Centrale en perifere tolerantie T cellen a.d.h.v. voorbeeld&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2017 NM=== &lt;br /&gt;
#belang van MHC1 complex en gezonde lichaamscellen &lt;br /&gt;
#Iets van bcr en gentransformatie &lt;br /&gt;
#Activatie van Tcellen &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
#Bespreek de rol van IFN-alfa en beta bij een virale infectie &lt;br /&gt;
#Bespreek centrale en perifere tolerantie bij B CELLEN&lt;br /&gt;
#Bespreek waarom CD8 T cellen meer stimulatie nodig hebben ivm CD4 T cellen &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2017 NM ===&lt;br /&gt;
#Bespreek immuunrespons tegen extracellulaire parasieten (wormen dus)&lt;br /&gt;
#Bespreek activatie van naïeve B-cellen&lt;br /&gt;
#Bespreek drie fundamenteel verschillende mechanismen die ons beschermen tegen auto-immuniteit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 januari 2016 VM===&lt;br /&gt;
# Geef de verschillen tussen folliculaire en normale dendritische cellen&lt;br /&gt;
# Wat is linked recognition en geef een medische toepassing&lt;br /&gt;
# Welke rol speelt IFN-Î³ bij de T-cel differentiatie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 januari 2016 VM ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de immuunrespons op extracellulaire parasieten&lt;br /&gt;
#Hoe worden naïve B-cellen geactiveerd?&lt;br /&gt;
#Bespreek 3 fundamenteel verschillende mechanismen die autoimmuniteit voorkomen op verschillende plaatsen in het lichaam.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 januari 2016 NM ===&lt;br /&gt;
#Bespreek het belang en mechanisme van activatie van het vasculair endotheel in de immuunrespons&lt;br /&gt;
# Hoe kunnen B cellen geactiveerd worden als er geen T cellen aanwezig zijn&lt;br /&gt;
# Centrale en perifere tolerantie van T cellen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 Jan 2015 (VM)===&lt;br /&gt;
#Functie van interferon alfa en beta in virusinfectie&lt;br /&gt;
#Bespreek aan de hand van een voorbeeld de centrale en perifere tolerantie van B cellen&lt;br /&gt;
#Verklaar waarom CD8 meer costimulus nodig heeft dan CD4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===29 Jan 2014 (VM)===&lt;br /&gt;
#Bespreek de vasculaire immunorespons van endotheelcellen&lt;br /&gt;
#Bespreek thymus independent activation of B-cells&lt;br /&gt;
#Bespreek aan de hand van een voorbeeld de centrale en perifere tolerantie van B cellen (ze zegt voorbeeld, maar als je gewoon uitlegt hoe de tolerantie tot stand komt is het goed)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Jan 2014===&lt;br /&gt;
#Functie van interferon alfa en beta in virusinfectie &lt;br /&gt;
#Leg aan de hand van 1 voorbeeld de centrale en periferele tolerant van B cellen uit &lt;br /&gt;
#Verklaar wrm CD8 meer costimulus nodig heeft dan CD4&lt;br /&gt;
===28 Jan 2014 (VM)===&lt;br /&gt;
#Bespreek de expressie van een MHCI op een gezonde lichaamscel&lt;br /&gt;
#Bespreek een verandering in de genen van de BCR die de B-cellen uniek maakt&lt;br /&gt;
#Bespreek T cel priming.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 jan 2013 NM===&lt;br /&gt;
(cfr 27 aug 2012)&lt;br /&gt;
#Bespreek immuunrespons tegen extracellulaire parasieten&lt;br /&gt;
#Bespreek activatie van naÃ¯eve B-cellen&lt;br /&gt;
#Bespreek drie fundamenteel verschillende mechanismen die ons beschermen tegen auto-immuniteit.&lt;br /&gt;
===27 aug 2012===&lt;br /&gt;
#Bespreek immuunrespons tegen extracellulaire parasieten&lt;br /&gt;
#Bespreek activatie van naÃ¯eve B-cellen&lt;br /&gt;
#Bespreek drie fundamenteel verschillende mechanismen die ons beschermen tegen auto-immuniteit. &lt;br /&gt;
=== 27 jan 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Sommige micro-organismen kunnen enzymen synthetiseren die het Fc fragment van antilichamen kunnen degraderen. Waarom zou deze eigenschap een hogere graad van overleving kunnen opleveren voor het micro-organisme?&lt;br /&gt;
# Bewijs dat thymus-stromacellen essentieel zijn voor de ontwikkeling van T-cellen&lt;br /&gt;
# Bespreek hoe Th1-cellen de reactie tegen intracellulaire pathogenen via de macrofagen coÃ¶rdineren.&lt;br /&gt;
=== 27 jan 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Macrofagen zijn zowel in het aangeboren als het adaptief immuunsysteem belangrijk. Verklaar&lt;br /&gt;
# Bespreek de primaire en secundaire antistof reactie&lt;br /&gt;
# Vergelijk NK en CTL cel. Belangrijkste gelijkenissen en verschillen&lt;br /&gt;
=== 22 aug 2011 NM ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de rol van macrofagen in zowel de aangeboren en als de adaptieve immuunrespons. &lt;br /&gt;
# Vergelijk de primaire en de secundaire immuunrespons.&lt;br /&gt;
# Bespreek de gelijkenissen en verschillen NK en CTL cellen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 jan 2011 VM ===&lt;br /&gt;
# Sommige microorganismen kunnen enzymen synthetiseren die het Fc fragment van antilichamen kunnen degraderen. Waarom zou deze eigenschap een hogere graad van overleving kunnen opleveren voor het microorganisme?&lt;br /&gt;
# Bespreek het hapten-carrier effect en geef een medische toepassing. &lt;br /&gt;
# Hoe kan een T cel aangezet worden tot clonale expansie?&lt;br /&gt;
=== 29 jan 2010 NM ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de rol van macrofagen in zowel de aangeboren en als de adaptieve immuunrespons. &lt;br /&gt;
# Vergelijk de primaire en de secundaire immuunrespons.&lt;br /&gt;
# Bespreek de gelijkenissen en verschillen NK en CTL cellen.&lt;br /&gt;
=== 22 jan 2010 NM ===&lt;br /&gt;
# Sommige microorganismen kunnen enzymen synthetiseren die het Fc fragment van antilichamen kunnen degraderen. Waarom zou deze eigenschap een hogere graad van overleving kunnen opleveren voor het microorganisme?&lt;br /&gt;
# Bespreek het hapten-carrier effect en geef een medische toepassing. &lt;br /&gt;
# Hoe kan een T cel aangezet worden tot clonale expansie?&lt;br /&gt;
=== 12 jan 2009 ===&lt;br /&gt;
# Sommige organismen kunnen Fc fragmenten afbreken. waarom zou dit een hogere graad van overlevering opleveren?&lt;br /&gt;
# Bewijs dat thymus stroma cellen essentieel zijn voor de ontwikkeling van T-cellen&lt;br /&gt;
# Bespreek de interactie van Th1 cellen met macrofagen.&lt;br /&gt;
=== 12 jan 2009 ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de immunologische respons tegen een bacteriele infectie&lt;br /&gt;
# Bespreek activatie van naive B-cel&lt;br /&gt;
# 3 manieren om auto-immuniteit te omzeilen&lt;br /&gt;
=== 29 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
# Sommige pathogenen bevatten enzymen die die Fc fragmenten kunnen degraderen. Hoe kan dit een grotere overlevingskans opleveren voor dit pathogeen&lt;br /&gt;
# Leg het hapteen-carrier effect uit en geef een toepassing&lt;br /&gt;
# Hoe wordt een naÃ¯eve T-cel geactiveerd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
# Activatie naive B cel&lt;br /&gt;
# Immuunrespons tegen bacteriÃ«le infectie&lt;br /&gt;
# 3 vbn. hoe er gezorgd wordt dat er geen autoimmuniteit is&lt;br /&gt;
=== 24 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
# Macrofagen hebben een rol in zowel innate als adaptive immunity, leg uit.&lt;br /&gt;
# Leg de primaire en de secundaire antistofrespons uit.&lt;br /&gt;
# leg gelijkenissen en verschillen uit van NK en CTL cells&lt;br /&gt;
=== 14 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de immuunrespons tegen bacteriÃ«le infectie (neen niet tegen intracellulaire, gewoon baceteriÃ«n int algemeen)&lt;br /&gt;
# Bespreek activatie van naÃ¯eve B cel (neen niet T cel, goed lezen en vooral niet beginnen knallen van T cellen omdagu de voorbeeldvraag nog herinnert)&lt;br /&gt;
# Bespreek de drie mechanismen die het lichaam beschermt tegen autoimmuniteit (of voorkomt of gebruikt ofzo)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Practica:&lt;br /&gt;
# Teken en leg uit. Kan je ook doen me een antigen me maar 1 epitoop&lt;br /&gt;
# Wat leer je erdoor van de pI? Teken.&lt;br /&gt;
# Wat is passieve en actieve hemagluttinatie + tekenen. Bewijs dat de interactie reversibel is&lt;br /&gt;
# Leg het precipitatiemechanisme uit. Wat doet een PD10 kolom, naam + uitleg&lt;br /&gt;
# Welke PAP concentratie verkies je (paar vb getalletjes, je kiest natuurlijk de beste). Verschil passieve en competitieve ELISA&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
# bespreek de naieve Tcel en clonale expansie&lt;br /&gt;
# Fc fragment: sommige organismen kunnen het afbreken. Hoe levert dit een hogere overleving op voor het organisme?&lt;br /&gt;
# wat is het hapteen carrier-effect en geef toepasssingen.&lt;br /&gt;
=== 23 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
# bespreek de rol van macrofagen in aangeboren en adaptief immuunrespons&lt;br /&gt;
# vergelijk: Primair vs Secundair immuunrespons&lt;br /&gt;
# bespreek de gelijkenissen en verschillen NK - CTL.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marike</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Dynamische_Biochemie&amp;diff=2188</id>
		<title>Dynamische Biochemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Dynamische_Biochemie&amp;diff=2188"/>
		<updated>2020-06-20T15:16:20Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marike: /* 19 juni 2020 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===19 juni 2020 namiddag===&lt;br /&gt;
#Hoe kan je experimenteel de kinetische parameters bepalen van inhibitie? En werk dit mathematisch uit voor een competitieve inhibitor. &#039;&#039;(6 punten)&#039;&#039;&lt;br /&gt;
#Bespreek de volledige metabolische afbraak van een lipide (triacylglycerol: 2 verzadigde en 1 meervoudig onverzadigd vetzuur, waren 2 palmitinezuren en eentje met omega 9 en omega 12 dubbele bindingen). &#039;&#039;(6 punten)&#039;&#039;&lt;br /&gt;
#Begrippen &#039;&#039;(8 punten)&#039;&#039;&lt;br /&gt;
##Tripeptide PIK bij pH 8&lt;br /&gt;
##Actine als motorproteïne&lt;br /&gt;
##Gefaciliteerd transport&lt;br /&gt;
##Grafiek van ATP homeostase&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2020 VM===&lt;br /&gt;
#leg uit hoe proteinen interageren met het membraam. leg uit met schema en diguren &lt;br /&gt;
#wat is het c1 metabolisme en connectie met nucleotide synthese&lt;br /&gt;
#begrippen&lt;br /&gt;
##RYS peptide&lt;br /&gt;
##serine-protease&lt;br /&gt;
##fructose-2,6-p&lt;br /&gt;
##glucose-alanine cyclus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===8 juni 2020 namiddag===&lt;br /&gt;
#Enzymatische regulatie glycogeenfosforylase + fysiologische context&lt;br /&gt;
#Welke weg legt stikstof af bij aminozuurafbraak + Wat gebeurt er met het koolstofskelet?&lt;br /&gt;
#Begrippen&lt;br /&gt;
##HEK tripeptide&lt;br /&gt;
##ribonucleotide reductase &lt;br /&gt;
##ES++&lt;br /&gt;
##grafiek van energy charge, (ATP homeostase?)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 augustus 2019 namiddag===&lt;br /&gt;
#Op welke manieren kunnen eiwitten met het membraan kunnen verbonden zijn, biochemisch en structureel? Verduidelijk met figuur/schema.&lt;br /&gt;
#Bespreek de reciproke regulatie van de gluconeogenese en glycolyse.&lt;br /&gt;
#Geef de afbraak van purinenucleotiden en welke metabolische stoornissen hiermee verband houden.&lt;br /&gt;
#Begrippen&lt;br /&gt;
##tripeptide bij pH 5: HSD&lt;br /&gt;
##F-actine&lt;br /&gt;
##carnithine shuttle&lt;br /&gt;
##figuur van ATP homeostase&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2019 voormiddag===&lt;br /&gt;
#Bespreek de concepten allosterie en coöperativiteit a.h.v hemoglobine en myoglobine (formule van Hill coëfficiënt uitwerken) Bijvraag: waar bindt CO2/2,3-BFG&lt;br /&gt;
#Bespreek met een overzichtelijke figuur de pentosefosfaatweg. Functie + regulatie&lt;br /&gt;
#Bespreek de synthese en afbraak van VLDL. Geef de fysiologische functie&lt;br /&gt;
#Begrippen&lt;br /&gt;
##tripeptide bij pH8: WEK&lt;br /&gt;
##jicht (bijvraag: allopurinol)&lt;br /&gt;
##THF (bijvraag: uit wat gemaakt? foliumzuur)&lt;br /&gt;
##Ken Dill&#039;s trechter (Bijvraag: waarom is de trechter open? omddat eiwitten dynamisch zijn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2019 namiddag===&lt;br /&gt;
#Bespreek de werking van een enzym aan de hand van de transitietoestand + toepassingen hierop. &lt;br /&gt;
#Geef de afbraak van purinenucleotiden en welke metabolische stoornissen hiermee verband houden. &lt;br /&gt;
#Vergelijk met een duidelijk schema de spier en lever bij 100m sprint ten opzichte van een langdurige aerobe inspanning (marathon).&lt;br /&gt;
#Begrippen:&lt;br /&gt;
##tripeptide QFD bij pH5&lt;br /&gt;
##HMG-CoA reductase&lt;br /&gt;
##Hill-coëfficiënt&lt;br /&gt;
##afbeelding ramachandran plot&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2019 voormiddag===&lt;br /&gt;
#Bespreek hoe de stikstof afkomstig van aminozuren verteerd wordt. Wat gebeurt er met het koolstofskelet? &lt;br /&gt;
#Welke factoren zijn van toepassing op de stabiliteit van de opvouwing en structuur van proteïnen? &lt;br /&gt;
#Vergelijk met een duidelijk schema de spier en lever in rust ten opzichte van bij langdurige aerobe inspanning. Wat is de link tussen de twee organen? &lt;br /&gt;
#Begrippen:&lt;br /&gt;
##tripeptide DHS bij pH8 (bijvraag: waaraan doet het samen voorkomen van deze drie aminozuren je aan denken?)&lt;br /&gt;
##CoA&lt;br /&gt;
##ribonucleotide reductase&lt;br /&gt;
##afbeelding Lineweaver-Burk plot van pure noncompetitieve inhibitie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2019 namiddag===&lt;br /&gt;
#Wanneer kunnen aminozuren omgezet worden in glucose? Verduidelijk met een schema. Geef enkele voorbeelden en in welke fysiologische context dit kan. (mondeling)&lt;br /&gt;
#Op welke manieren kunnen eiwitten met het membraan kunnen verbonden zijn, biochemisch en structureel? Verduidelijk met figuur/schema.&lt;br /&gt;
#Glycogeen metabolisme (synthese, afbraak, regulatie)&lt;br /&gt;
#Begrippen:&lt;br /&gt;
##tripeptide HIS bij pH8&lt;br /&gt;
##ketonen&lt;br /&gt;
##anaplerotische reactie&lt;br /&gt;
##grafiek van Hill equation&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2019 voormiddag===&lt;br /&gt;
#Beschrijf de volledige afbraak van volgend triacylglycerol (2 verzadigde, 1 onverzadigde).&lt;br /&gt;
#Hoe kan je experimenteel het inhibitiemechanisme bepalen en werk mathematisch uit voor een competitieve inhibitor.&lt;br /&gt;
#Bespreek de moleculaire activiteit van motorproteïnen bij spiercontractie.&lt;br /&gt;
#Begrippen:&lt;br /&gt;
##tripeptide PER bij pH 6&lt;br /&gt;
##NADPH&lt;br /&gt;
##aspartaattransaminase&lt;br /&gt;
##figuur van ATP homeostase&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 augustus 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
#Vergelijk wat er gebeurt in de lever, spieren en vetweefsel tijdens een korte, intense inspanning (sprint) en een lange marathon. Leg uit a.d.v. schema&#039;s/tekeningen.&lt;br /&gt;
#Hoe zoek je in de praktijk uit volgens welk werkingsmechanisme een inhibitor werkt. Onderbouw theoretisch.&lt;br /&gt;
#Leg uit hoe de moleculaire activiteit van motorproteïnen aan de basis ligt van spiercontractie.&lt;br /&gt;
#Begrippen:&lt;br /&gt;
##tripeptide REK bij pH 6&lt;br /&gt;
##glucose-6-fosfaatdehydrogenase&lt;br /&gt;
##transaminatie&lt;br /&gt;
##afbeelding van Kenn Dill’s tunnel &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 juni 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
#Geef het enzymmechanisme van serine proteasen. (ook reactiemechanisme tekenen)&lt;br /&gt;
#Geef de metabolisatie van glucose en vetzuren in de lever. Verduidelijk met een figuur/schema.&lt;br /&gt;
#Geef het C1 metabolisme en de link met aminozuren en nucleotiden. Verduidelijk met een figuur/schema&lt;br /&gt;
#Begrippen:&lt;br /&gt;
##tripeptide WIS bij pH6&lt;br /&gt;
##carnitine shuttle&lt;br /&gt;
##2,3bisfosfaatglyceraat&lt;br /&gt;
##Grafiek van ramachandran plot werd gegeven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 juni 2018 voormiddag===&lt;br /&gt;
#Glycogeen metabolisme (synthese, afbraak, regulatie en fysiologische context)&lt;br /&gt;
#Op welke manieren kunnen eiwitten met het membraan kunnen verbonden zijn? (verduidelijk met figuur/schema)&lt;br /&gt;
#Geef het C1 metabolisme en de link met aminozuren en nucleotiden (verduidelijk met figuur/schema)&lt;br /&gt;
#Begrippen&lt;br /&gt;
##tripeptide DHS &lt;br /&gt;
##alaninetransaminase&lt;br /&gt;
##anapleurotische reactie&lt;br /&gt;
##grafiek van hemoglobine&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===1 september 2017 namiddag===&lt;br /&gt;
#Bespreek met een duidelijke figuur hoe N het lichaam verlaat (krebs bicycle)&lt;br /&gt;
#Op welke manieren kunnen eiwitten met het membraan connecteren?&lt;br /&gt;
#Glycogeen fosforylase: welke reactie katalyseert het? Locatie? Fysiologische functie? regulatie?&lt;br /&gt;
#Begrippen&lt;br /&gt;
##tripeptide RIP&lt;br /&gt;
##kinesine&lt;br /&gt;
##alfa-oxidatie&lt;br /&gt;
##grafiek van ATP homeostasis.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 juni 2017 voormiddag=== &lt;br /&gt;
#Bespreek de motorproteïnen&lt;br /&gt;
#Geef C1 metabolisme en link met nucleotiden synthese&lt;br /&gt;
#Geef een schema van de opname, vertering, omzetting van lipiden in het lichaam&lt;br /&gt;
#Begrippen&lt;br /&gt;
##tripeptide&lt;br /&gt;
##grafiek van ATP homeostasis&lt;br /&gt;
##acetyl-CoA carboxylase&lt;br /&gt;
##?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2017 voormiddag===&lt;br /&gt;
#mondeling: geef de stabiliserende krachten van de vouwing en de structuur van eiwitten. Licht dit thermodynamisch toe.&lt;br /&gt;
#Bespreek met een overzichtelijke figuur de pentosefosfaatweg en geef die zijn functies. (We moesten niet de volledige pentosefosfaatweg geven, enkel de belangrijkste stappen)&lt;br /&gt;
#Bespreek met een figuur wat het verband is tussen eens suikerrijk dieet en zwaarlijvigheid.&lt;br /&gt;
#4 begrippen:&lt;br /&gt;
##Tripeptide CRF bij pH 6&lt;br /&gt;
## carnitineshuttle&lt;br /&gt;
##de structuur van carbamoyl fosfaat&lt;br /&gt;
## serine protease&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2017 namiddag===&lt;br /&gt;
#mondeling: manieren waarop eiwitten met het membraan kunnen verbonden zijn.&lt;br /&gt;
#cholesterol synthese + regulatie&lt;br /&gt;
#C1 metabolisme bij nucleotiden&lt;br /&gt;
#4 begrippen&lt;br /&gt;
##tripeptide KYV bij pH8&lt;br /&gt;
##actine&lt;br /&gt;
##citraat-pyruvaat-malaat shuttle&lt;br /&gt;
##structuur van creatinefosfaat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2017===&lt;br /&gt;
#Glycogeen fosforylase: werking, lokalisatie, regulatie, fysiologische omstandigheden&lt;br /&gt;
#Experimenteel type inhibitor bepalen + niet-competitieve inhibitor mathematisch uitwerken.&lt;br /&gt;
#Omzetting glucose tot aminozuren: voorbeelden en fysiologische omstandigheden&lt;br /&gt;
#4 begrippen&lt;br /&gt;
##MGD bij pH 6&lt;br /&gt;
## HMG-CoA&lt;br /&gt;
## ATP-homeostase&lt;br /&gt;
##Afbeelding ribonucleotide reductase&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2017===&lt;br /&gt;
#Allosterie en cooperativiteit hemoglobine (Bijvraag: grafiek allosterie zuurstof+Hb, hoe bindt Hb met zuurstof, haem-ring, Hill-coëfficiënt (+grafiek)) (mondeling)&lt;br /&gt;
#Afbraak vertakt vetzuur adhv fytaanzuur (molecule gegeven) (schriftelijk)&lt;br /&gt;
#N-Flow afbraak aminozuren, wat met koolstofskelet? (schriftelijk)&lt;br /&gt;
#4 termen (mondeling)&lt;br /&gt;
##Tripeptide FYD (bij pH = 7)&lt;br /&gt;
##ribunocleotidereductase&lt;br /&gt;
##katalytische efficiëntie&lt;br /&gt;
##Afbeelding Ramachandran plot&lt;br /&gt;
===28 augustus 2015===&lt;br /&gt;
#Bespreek allosterie en cooperativiteit aan de hand van Hemoglobine.&lt;br /&gt;
#Bespreek de regulatie van de afbraak en synthese van glycogeen&lt;br /&gt;
#Hoe worden aminozuren omgezet in glucose en in welke fysiologische omstandigheden kan dit gebeuren.&lt;br /&gt;
#kleine vraagjes:&lt;br /&gt;
##DIK&lt;br /&gt;
##algemene zuurbase catalase&lt;br /&gt;
##AcetylCoenzymeA carbocylase (ACC)&lt;br /&gt;
===23 juni 2015===&lt;br /&gt;
#bespreek schematisch de synthese en het export van lipiden in de lever.&lt;br /&gt;
#wat is 1c metabolisme en welke rol speelt het in de nucleotide synthese.&lt;br /&gt;
#Een vraagstuk waarin je formules over MM kinetiek moet toepassen (niet zo moeilijk. )&lt;br /&gt;
#bespreek:&lt;br /&gt;
##willekeurig tripeptide&lt;br /&gt;
##pepck&lt;br /&gt;
##foto met membraamverankerde proteines&lt;br /&gt;
##transaminatie&lt;br /&gt;
===19 juni 2015===&lt;br /&gt;
#Bespreek de glucose homeostase in het menselijk lichaam.&lt;br /&gt;
#Bespreek schematisch de N-flow bij afbraak van aminozuren, vertel ook wat er gebeurd met het koolstofgedeelte.&lt;br /&gt;
#Aspirine is een inhibitor voor het cyclo-oxygenase. Hoe kan je experimenteel te werk gaan om na te gaan of aspirine (I) op dezelfde plaats op het enzyume (E) bindt als het natuurlijke substraat arachidonzuur (S) dan wel op een plaats ver weg van de active site. Ondersteun je redenering met een vergelijking.&lt;br /&gt;
#bespreek:&lt;br /&gt;
##tripeptide TAK bij pH 7 (K is dus ook geprotoneerd)&lt;br /&gt;
##Serine protease&lt;br /&gt;
##Glycerolfosfaat-shuttle&lt;br /&gt;
===12 Juni 2015===&lt;br /&gt;
#Bespreek de enzymatische regulatie van glycogeenfosforylase en geef de fysiologische context (mondeling).&lt;br /&gt;
#Geef schematisch de N-flux die voorkomt bij de afbraak van aminozuren. Wat gebeurt er met de koolstof? (schriftelijk)&lt;br /&gt;
#Geef schematisch het metabolisme van de hersenen in goed gevoede staat en bij vasten. Welke rol spelen de lever en het vetweefsel? (schriftelijk)&lt;br /&gt;
#Verklaar:&lt;br /&gt;
##ATP synthase&lt;br /&gt;
##Aminozurensequentie DIP bij pH 7&lt;br /&gt;
##Hill CoÃ«fficiÃ«nt&lt;br /&gt;
===1 september 2014===&lt;br /&gt;
#Glycogeen fosfatase: enzymatische regulering en metabolische condities&lt;br /&gt;
#Wat zijn Ketone aminozuren en wanneer zijn ze van belang&lt;br /&gt;
#Metabolisme lever en spieren bij rust en langdurige (aerobe)inspanning. Wat is de functie van de lever?&lt;br /&gt;
#Bespreek:&lt;br /&gt;
##tripeptide: KAT&lt;br /&gt;
##Bohr effect&lt;br /&gt;
##Malonyl-Coa&lt;br /&gt;
##nucleotide dehydrogenase afbeelding&lt;br /&gt;
===24 Juni 2014===&lt;br /&gt;
#Het kan je experimenteel de kinetische factoren van inhibitors bepalen?&lt;br /&gt;
#Geef het C1 metabolisme van nucleotiden&lt;br /&gt;
#Vergelijk het metabolisme van de lever en de spier. Zowel in rust als bij langdurige (maar aerobe) inspanning&lt;br /&gt;
#verklaar de volgende termen:&lt;br /&gt;
##ATP synthase&lt;br /&gt;
##aminozuursequentie RAT&lt;br /&gt;
##het enzyme glycogeen fosforylase&lt;br /&gt;
##Bohr effect&lt;br /&gt;
===19 augustus 2013===&lt;br /&gt;
#Bespreek de concepten allosterie en coÃ¶perativiteit a.h.v hemoglobine en myoglobine&lt;br /&gt;
#Geef schematisch de stikstofflow bij afbraak aminozuren + wat gebeurt er met het koolstofgedeelte&lt;br /&gt;
##een lipideanker&lt;br /&gt;
##Glycogeenfosforylase&lt;br /&gt;
##Malaat-aspartaat shuttle&lt;br /&gt;
##Ramachandran plot&lt;br /&gt;
===21 juni 2013===&lt;br /&gt;
#Bespreek de regulatie van glycogeen fosforylase. Geef telkens de fysiologische context.&lt;br /&gt;
#Bespreek de omzetting van aminozuren in glucose. Geef de fysiologische context (bij de mens).&lt;br /&gt;
#Geef uitleg:&lt;br /&gt;
##Hill-coÃ«fficiÃ«nt&lt;br /&gt;
##Dyneine&lt;br /&gt;
##Afbeelding van structuur van S-adenosyl homocysteine&lt;br /&gt;
##Carnithine-shuttle&lt;br /&gt;
===25 juni 2012===&lt;br /&gt;
#Bespreek het belang van motorproteÃ¯nen bij de spiercontractie.&lt;br /&gt;
#Bespreek de rol van de lever in het triacylglyceridemetabolisme.&lt;br /&gt;
#Geef uitleg:&lt;br /&gt;
##Hill-coÃ«fficiÃ«nt&lt;br /&gt;
##Glutamine synthetase&lt;br /&gt;
##Sfingolipide&lt;br /&gt;
===25 juni 2011===&lt;br /&gt;
#Bespreek hoe je de Km van een enzymatische reactie in theorie en in de praktijk bepaalt.&lt;br /&gt;
#Leg uit hoe de concentratie van cholesterol in het cytosol wordt gereguleerd.&lt;br /&gt;
#Bespreek de volgende begrippen:&lt;br /&gt;
##Tekening van Ramachandronplot&lt;br /&gt;
##Structuur van PEP&lt;br /&gt;
##Propionyl-CoA&lt;br /&gt;
##Glycogeen phosphorylase&lt;br /&gt;
===27 augustus 2010===&lt;br /&gt;
#Bespreek van triacylglycerolen de vertering, opname, transport en metabolisme in het menselijk lichaam.&lt;br /&gt;
#Bespreek volgende begrippen:&lt;br /&gt;
##glucose-alaninecyclus&lt;br /&gt;
##structuur&lt;br /&gt;
##glycogeenfosforylase&lt;br /&gt;
##Stiksoffixatie&lt;br /&gt;
===18 juni 2010 (NM Chemie minor B&amp;amp;amp;B)===&lt;br /&gt;
#Bespreek de relatie tussen het suiker- en vetzuurmetabolisme.&lt;br /&gt;
#Bespreek volgende begrippen:&lt;br /&gt;
##Carbamoylfosfaat synthase&lt;br /&gt;
##Structuur van sfingomyeline was gegeven.&lt;br /&gt;
##Ornithine&lt;br /&gt;
##HDL&lt;br /&gt;
##Stiksoffixatie&lt;br /&gt;
===18 juni 2010 (VM)===&lt;br /&gt;
#Bespreek de reciproke regulatie van de gluconeogenese en glycolyse.&lt;br /&gt;
#Bespreek volgende begrippen:&lt;br /&gt;
##Acetyl-Coa-carboxylase&lt;br /&gt;
##Structuur van methionine is gegeven&lt;br /&gt;
##Fosfatidinezuur&lt;br /&gt;
##Alpha-oxidatie&lt;br /&gt;
##Energielading&lt;br /&gt;
===23 juni 2009===&lt;br /&gt;
#Glycogeenmetabolisme (synthese, afbraak en regulering)&lt;br /&gt;
#Bespreek de lipidebiosynthese in de lever&lt;br /&gt;
#Leg volgende begrippen uit:&lt;br /&gt;
##Ornithine-transcarbomylase&lt;br /&gt;
##Ceramide&lt;br /&gt;
##carnithine-shuttle&lt;br /&gt;
===19 juni 2009===&lt;br /&gt;
#Bespreek de homeostatische regulering van cholesterol in de levercel.&lt;br /&gt;
#Vergelijk aan de hand van een figuur of tekening de energiestatus van een levercel na een maaltijd en na langdurig vasten. Wat is de rol van de lever?&lt;br /&gt;
#Leg de volgende dingen uit:&lt;br /&gt;
##Pyruvaatcarboxylase&lt;br /&gt;
##Malonyl-CoA&lt;br /&gt;
##Ketonlichamen&lt;br /&gt;
===15 juni 2009===&lt;br /&gt;
#Synthese palmitinezuur geven en de regulering ervan.&lt;br /&gt;
#De ureumcyclus aanvullen (cofactoren, enzymen,...)&lt;br /&gt;
#Verklaar de volgende 4 termen:&lt;br /&gt;
##Propionyl CoA&lt;br /&gt;
##Vitamine B&lt;br /&gt;
##Â ?&lt;br /&gt;
##?&lt;br /&gt;
===27 juni 2008===&lt;br /&gt;
#Gluconeogenese en glycolyse met elkaar vergelijken qua regulatie etc.&lt;br /&gt;
#VLDL metabolisme bespreken.&lt;br /&gt;
#Korte vraagjes:&lt;br /&gt;
##Fosfatidine zuur&lt;br /&gt;
##Glutamaatdehydrogenase&lt;br /&gt;
##Nonsens repressie&lt;br /&gt;
##tructuur van propionyl-S-CoA&lt;br /&gt;
===26 juni 2008===&lt;br /&gt;
#Palmitinezuur: synthese + regulatie (relatie vetzuur/suikermetabolisme).&lt;br /&gt;
#Ureumcyclus/N-flow in de cel: zowat helft gegeven, hoop gaten in te vullen (producten, enzymes, structuren, cofactoren...).&lt;br /&gt;
#Korte vraagjes:&lt;br /&gt;
##Coricyclus&lt;br /&gt;
##Chilomicronen&lt;br /&gt;
##Sphingomyeline&lt;br /&gt;
##Amino-acyl-tRNAsynthase&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marike</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Gentechnologie&amp;diff=2029</id>
		<title>Gentechnologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Gentechnologie&amp;diff=2029"/>
		<updated>2020-01-25T11:50:18Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marike: /* 22 januari 2020 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Prof Lavigne. Biochemie volgt het samen met bio-ingenieurs. Oefenzittingen verplicht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2020 ===&lt;br /&gt;
# Leg PET en pPIC expressiesystemen uit. Vergelijk ze en wat zijn de voor- en nadelen? Welke parameters zijn er nog belangrijk bij de recombinante expressie? (geen paginalimiet)&lt;br /&gt;
# Leg BAC vectoren in detail uit en hoe maak je een kloonbank aan de hand van deze vectoren. Hoe bereken je het minimum aantal klonen die nodig zijn om een representatieve genoombank te hebben met de formule van Carbon en Clarke, welke voorwaarden moeten hiervoor voldaan zijn? (1 pagina + eventueel achterkant)&lt;br /&gt;
# Geef de PCR parameters en PCR varianten die de specificiteit van PCR amplificatie verhogen. Leg telkens kort uit. (1 pagina + eventueel achterkant)&lt;br /&gt;
# Definities (1/3e pagina voor elk)&lt;br /&gt;
#* Leg gatewayclonering uit, werking en principe geven.&lt;br /&gt;
#* Transposonmutagenese uitleggen en hoe dit gescreend wordt?&lt;br /&gt;
#* Leg uit hoe men gisten chemisch transformeert en wat de benodigde commponenten zijn.&lt;br /&gt;
# paeshuyse: humaan interferon lambda wil je produceren in een eukaryoot systeem. RNA sequentie is gegeven.&lt;br /&gt;
#* Welke gebruik je en beargumenteer.&lt;br /&gt;
#* Hoe ziet je vector en expressiecassette eruit? Benoem elke component + korte uitleg.&lt;br /&gt;
#* Teken primers met gegeven RE sites (Bamh1 &amp;amp; EcoR1) om de CDS in een vector te kloneren. Kozak sequentie ook gegeven.&lt;br /&gt;
#* Welke wijzigingen zijn nodig om dit gen in een plantenvector te kloneren? Teken de vector en de expressiecassette.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 augustus 2019 ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de factoren van een PCR die de gevoeligheid kunnen verhogen. Ook de PCR afgeleidde technieken die de gevoeligheid voor nucleïnezuurdetectie kunnen verhogen. &lt;br /&gt;
#Bespreek het PET expressie systeem in E. coli, geef ook de voor en nadelen van expressie in deze bacterie.&lt;br /&gt;
#(Paashuyse) Je wil Anti-IgE produceren in CHO cellen m.b.v. een eukaryoot expressie systeem (geen gist of schimmel).&lt;br /&gt;
#* welk expressie systeem gebruik je? beargumenteer.&lt;br /&gt;
#* Teken de vector en verklaar alle factoren die je gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat moet je veranderen aan de CHO cellen om de SV40 ori te kunnen gebruiken? wat is het voordeel van deze ori op replicatie.&lt;br /&gt;
#* Als je anti-IgE in planten cellen zou willen produceren, hoe ziet de vector er dan uit? leg alle factoren uit.&lt;br /&gt;
#Leg uit:&lt;br /&gt;
#* Definieer alles van BAC&#039;s&lt;br /&gt;
#* Gateway klonering&lt;br /&gt;
#* Capture techniek voor full length cDNA klonering&lt;br /&gt;
#Oefening: 2 exonen met sequentie waren gegeven, ook een tag met sequentie was gegeven. De bedoeling was om tag-exon1-exon2 te kloneren in een TOPO-T/A vector. Bespreek alle stappen van de klonering en beargumenteer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 Januari 2019 ===&lt;br /&gt;
# Welke parameters hebben een negatieve invloed op PCR in verband met mutagenese (geef hierbij ook PCR-gebaseerde technieken van random/directe mutagenese zoals mismatch priming, error-prone PCR..) &lt;br /&gt;
# Vergelijk cosmide en BAC klonering en  hoe bepaal je  de complexiteit van genoombank (carbon clark)&lt;br /&gt;
# (Paashuyse): Klonering van een bepaald eiwit in rat cellen&lt;br /&gt;
#* A. Leg expressiesysteem uit&lt;br /&gt;
#* B. Teken vector en benoem/verklaar alle factoren die je gebruikt&lt;br /&gt;
#* c. Wat moet je veranderen aan de rat cellen om SV40 ori te kunnen gebruiken? en bespreek het effect op de replicatie&lt;br /&gt;
#* d. Doe hetzelfde maar dan in een planten cel, wat moet je veranderen? En teken de vector opnieuw met alle componenten &lt;br /&gt;
# Geef uitleg over&lt;br /&gt;
#* Taqman probe&lt;br /&gt;
#* CTAB methode&lt;br /&gt;
#* PET&lt;br /&gt;
# Oefening waarbij je een ori moest insereren in DNA, dit moest in frame zitten, de RE sites waren gegeven, bespreek je techniek en teken PCR primers die je hiervoor zou gebruiken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===31 Augustus 2018 ===&lt;br /&gt;
# Leg PET en pPIC expressiesystemen uit.Vergelijk ze en wat zijn de voor en nadelen? Welke parameters zijn er nog belangrijk bij de recombinante expressie? (geen paginalimiet)&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* A. Geef de PCR parameters (en PCR varianten) die de specificiteit verhogen. Leg kort telkens kort uit. (1 bladzijde)&lt;br /&gt;
#* B. Bespreek in detail hoe cosmidebanken gemaakt worden. Hoe bereken je het minimum aantal klonen met de formule van Carbon en Clarke en welke voorwaarden moeten voldoen zijn? (1 bladzijde)&lt;br /&gt;
# Geef definities/uitleg voor volgende begrippen (1/3e van een blad antwoordruimte per begrip): &lt;br /&gt;
#* A. Alkalische Lyse&lt;br /&gt;
#* B. Wat is de definitie van Hybrid Selected Translation?&lt;br /&gt;
#* C. Leg uit hoe men gisten transformeert en wat de benodigde commponenten zijn.&lt;br /&gt;
# Deel Prof. J. Paeshuyse. Gegeven: sequentie van insert, knipplaatsen die niet in het insert knippen (met bijhorende sequentie) en een pENTR-vector met alle elementen (en knipplaatsen)&lt;br /&gt;
#* a. Welk eukaryoot expressiesysteem gebruik je en verklaar je keuze.&lt;br /&gt;
#* b. Teken eukaryote expressievector en verklaar alle gebruikte elementen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2018 ===&lt;br /&gt;
# Leg PET en pBAD expressiesystemen uit. Welke parameters zijn er nog belangrijk bij de recombinante expressie? (geen paginalimiet)&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* A. Geef de PCR parameters (en PCR varianten) die de specificiteit verhogen. Leg kort telkens kort uit. (1 bladzijde)&lt;br /&gt;
#* B. Bespreek in detail hoe cosmidebanken gemaakt worden. Geef ook uitleg bij Carbon &amp;amp; Clarke. (1 bladzijde)&lt;br /&gt;
# Geef definities/uitleg voor volgende begrippen (1/3e van een blad antwoordruimte per begrip): &lt;br /&gt;
#* A. CAPture techniek bij cDNA aanmaak&lt;br /&gt;
#* B. Taqman RT-PCR&lt;br /&gt;
#* C. Nodige elementen voor een episomaal shuttle-plasmide voor &#039;&#039;E. Coli&#039;&#039; en &#039;&#039;S. cerevesiae&#039;&#039;&lt;br /&gt;
# Deel Prof. J. Paeshuyse. Gegeven: sequentie van insert, knipplaatsen die niet in het insert knippen (met bijhorende sequentie) en een pENTR-vector met alle elementen (en knipplaatsen)&lt;br /&gt;
#* A. Geef strategie (maak primers, staarten, restrictie) om uw insert in de entry-vector te krijgen.&lt;br /&gt;
#* B. Welk eukaryoot expressiesysteem gebruik je en verklaar je keuze.&lt;br /&gt;
#* C. Teken eukaryote expressievector en verklaar alle gebruikte elementen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===1 september 2017 VM===&lt;br /&gt;
# Met welke factoren kun je de nauwkeurigheid van een PCR-reactie verbeteren en geef PCR afgeleide technieken voor nucleïnezuren.&lt;br /&gt;
# Bespreek in detail en vergelijk het mechanisme van P1 en cosmide vectoren.&lt;br /&gt;
# Bespreek de werking en schets het principe van PET-expressie systeem. Wat zijn de voor- en nadelen?&lt;br /&gt;
# Kort omschrijven &lt;br /&gt;
#* Definieer en bespreek CAPture techniek werking&lt;br /&gt;
#* Hoe kunnen we de URA3 merker gebruiken voor positieve en negatieve selectie?&lt;br /&gt;
#* Bespreek het principe van Gateway klonering.&lt;br /&gt;
# Vraag Paeshuyse (oefening in verwerkt): allerlei gegevens (cDNA, knipplaatsen e.d.) &lt;br /&gt;
#* Welke eukaryoot expressies systeem (geen schimmel of gist) zou jij gebruiken (voor dit humaan recombinant eiwit)? Beargumenteer.&lt;br /&gt;
#* Teken de vector enzo.. (?)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
# Met welke factoren kun je de nauwkeurigheid van een PCR-reactie verbeteren en geef afgeleide technieken met een hogere nauwkeurigheid&lt;br /&gt;
# Bespreek de BAC clonering voor de aanmaak van banken.&lt;br /&gt;
# Wat zijn de voordelen van recombinante expressie in gist? Vector pPIC wordt veel gebruikt in de industrie. Bespreek pPIC.&lt;br /&gt;
# Kort omschrijven&lt;br /&gt;
#*DNA shuffeling&lt;br /&gt;
#*CAPture techniek werking&lt;br /&gt;
#*Principe van TOPO-gemedieerde klonering&lt;br /&gt;
#oefening: Gegevens over enzymen, genoom van 1,6*^10-4, enzym knipt in 1 à 2 kb fragmenten, foto van gelleke. Hoeveel recombinante moet je hebben om met 99% zekerheid te zeggen dat je sequentie aanwezig is? Nog een vraag. (Rekenmachine nodig!)&lt;br /&gt;
#Vraag Paeshuyse: Creëer een humaan, recombinant faag lambda ding (?) Welk expressiesysteem zou je gebruiken? Teken de vector die je gebruikt. Nog iets...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===januari 2016===&lt;br /&gt;
# Met welke factoren kun je de nauwkeurigheid van een PCR-reactie verbeteren en geef afgeleide technieken met een hogere nauwkeurigheid&lt;br /&gt;
# Voordelen van recombinante expressie in gist, leg die ene gistvector uit (pPIC heette die dacht ik?)&lt;br /&gt;
#Strategie voor het opstellen van een cosmidebank&lt;br /&gt;
# Termen: CTAB DNA extractie, Taqman, manieren van transformatie van gist&lt;br /&gt;
# Oefening met inverse PCR: vinden van primers en uittekenen van de techniek&lt;br /&gt;
Volckaert: &lt;br /&gt;
# Relatie Tm/zoutconcentratie (monovalente kationen)&lt;br /&gt;
# De factoren die de renaturatie beinvloeden + verschil in gebruik van PNA, LNA en DNA als proben&lt;br /&gt;
# Geef structuur van guanidinium isothiocyanaat en guanidinium thiocyanaat, waarvoor wordt dit molecule gebruikt&lt;br /&gt;
# structuur van merker gegeven, leg uit waar onderdelen voor bedoeld zijn en benoem ze&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2015===&lt;br /&gt;
#Bespreek en vergelijk de verschillende PCR technieken voor zowel gerichte als random mutagenese.&lt;br /&gt;
#Bespreek in detail het mechanisme van P1 faag en een cosmide en vergelijk.&lt;br /&gt;
#Bespreek en schematiseer het principe van de capillaire Sanger sequentie.&lt;br /&gt;
#Kleine vraagjes:&lt;br /&gt;
##Belang van humanisering bijÂ Philia pastoris&lt;br /&gt;
##Definieer de CAPture techniek&lt;br /&gt;
##Hoe kunnen we de URA3 merker gebruiken voor positieve en negatieve selectie?&lt;br /&gt;
#Oefening: Je moet 2 exons (sequenties gegeven) van een bepaald gen aan elkaar ligeren (zonder een linker tussen). En deze C-terminaal aan een â€˜Strepâ€™-tag hangen (sequentie gegeven) en deze inbrengen in een vector die T-overhang heeft door TOPO. (verschillende stappen bespreken + primers geven!) (praktisch dezelfde oefening als de voorbije 2 jaar in januari)&lt;br /&gt;
Volckaert 1. Geef de structuurformule van guanidinium (iso)thiocyanaat en waar het voor wordt gebruikt. 2. Leg chemische synthese van oligonucleotiden met een 5â€™ fosfaat uit (of teken) + geef voordeel hiervan. 3. Leg uit hoe DNA probes niet-radioactief gelabeld (en eventueel onder welke voorwaarden) kunnen worden met behulp van een streptavidine-alkalisch fosfatase fusie-eiwit 4a. T4 polynucleotide kinase werd vroeger gebruikt om uiteinden te fosforyleren zodat fragmenten geligeerd kunnen worden. Nu kan dit direct gebeuren bij de oligonucleotide synthese. Hoe doen ze dit? Bespreek (en of teken) dit. 4b. Wat is het voordeel hiervan? 5. Bespreek de relatieve Tm van DNA en LNA met betrekking tot hun gebruik in hybridisatie en mismatchgevoeligheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 januari 2014 ===&lt;br /&gt;
#Bespreek algemeen principe van PCR en de reactiecomponenten. Bespreek afgeleide technieken die gebruikt worden om de specificiteit van de PCR-reactie te verhogen. (onbeperkte antwoordruimte) &lt;br /&gt;
#Bespreek achtergrond en werking van cosmide (1pag)&lt;br /&gt;
##Bespreek en vergelijk pET en pBAD (1pag)&lt;br /&gt;
#Korte vraagjes: Lavigne&lt;br /&gt;
##Bespreek CAPture techniek &lt;br /&gt;
##Bespreek de elementen die een YAC-kloneringsvector bevat. Bespreek Gateway klonering &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 januari 2013 ===&lt;br /&gt;
#Bespreek vectorsystemen voor het insereren van grote (&amp;amp;gt;30kb) DNA-sequenties. Bespreek de formule van Carbon &amp;amp;amp; Clarke. &lt;br /&gt;
#Technieken: Okayama &amp;amp;amp; Berg SAGE &lt;br /&gt;
#Kleine vragen (Lavigne): &lt;br /&gt;
##Wat is error-prone PCR en hoe kan je het gebruiken in &amp;amp;quot;directed evolution&amp;amp;quot;? &lt;br /&gt;
##Bespreek en schets het PET-expressie systeem. &lt;br /&gt;
##Hoe kunnen we de URA3 merker gebruiken voor positieve en negatieve selectie? &lt;br /&gt;
#SitueerÂ ???,Â ??? enÂ ??? in de historiek van de gentechnologie. Het rspL gen was Ã©Ã©n van de eerste genen die gebruikt werd voor positieve selectie. Leg uit waarvoor dit gen codeert en hoe de selectie gebeurt. Oefening: Sequentie met exons en introns gegeven. Ontwerp een techniek om de eerste twee exons aan elkaar te ligeren en in te bouwen in de gegeven vector (TOPO T/A vector), met een N-terminale STREP-tag (sequentie voor de STREP-tag was gegeven). Beschrijf en verantwoord elke stap.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 augustus 2012===&lt;br /&gt;
Â #Kunkel tot in detail bespreken Schets replicatie- en regulatie mechanisme van ColE1 in E. coli. Is dit hetzelfde bij de afgeleide vectors van ColE1? (pBR322,...) &lt;br /&gt;
#twee vraagjes Carbon en Clarke RAcE schetsen en uitleggen (beide)&lt;br /&gt;
#kleine vraagjes:&lt;br /&gt;
##Bespreek COS-cellen URA3 (waarom belangrijke merker) &lt;br /&gt;
##Inclusion bodies (wat, wanneer, gewenst?) &lt;br /&gt;
##Duid het juiste aan: de zoutconcentratie doet Tm stijgen/dalen/beÃ¯nvloedt Tm niet + uitleggen waarom. &lt;br /&gt;
##synthesevraag: biotine-merking bij nucleÃ¯nezuurhybridisatie, alles uitleggen (hoe probe maken, hybridisatie, detectie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 Jan 2012 NM===&lt;br /&gt;
#Kunkel Schets replicatie- en regulatie mechanisme van ColE1 in E. coli &lt;br /&gt;
#Bespreek de mogelijke kloneringsvectoren in gist &lt;br /&gt;
#Kleine vragen:&lt;br /&gt;
##Co-transformatie bij dieren &lt;br /&gt;
##Bespreek doel van de technieken: oligocapping en capture &lt;br /&gt;
##Hot-start PCR Chromosome jumping&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===31 Jan 2011 NM===&lt;br /&gt;
#Bespreek de filamentaire fagen(M13, F1,...), hun eigenschappen, hun replicatie in E.coli en hoe zijn ze aangepast voor het gebruik als vectoren. &lt;br /&gt;
#Bespreek het pMAL expressiesysteem voor de synthese van eiwitten via recombinanten. &lt;br /&gt;
#Bijvragen:&lt;br /&gt;
##Hoe kan je het nodige aantal klonen bepalen voor een goede genoombank &lt;br /&gt;
##Bespreek die PiAN vectoren Kleine vragen: &lt;br /&gt;
##Wat is de N-regel van Varshavsky COSvectoren &lt;br /&gt;
##Wat is Spi-selectie Waarvoor dient Capping bij de synthese van oligonucleotiden? &lt;br /&gt;
#Mondeling: cDNA synthese volgens Gubler en Hoffman Methode van Kunkel voor plaatsgerichte mutagenese Hoe wordt de smelttemperatuur bepaalt SAGE&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 Jan 2011 VM===&lt;br /&gt;
#Fosforamidietcyclus (cyclus, beschermgroepen, capping,...) &lt;br /&gt;
#Welke problemen bij aanmaken van cosmide vectoren en welke oplossingen hiervoor?&lt;br /&gt;
#Bijvragen: &lt;br /&gt;
##Okayama &amp;amp;amp; Berg &lt;br /&gt;
##cDNA klonering in een vector Methode van Henikoff voor systematische deleties &lt;br /&gt;
#Kleine vragen&lt;br /&gt;
##IPTG sacB &lt;br /&gt;
##Carbon &amp;amp;amp; Clarke vgl. (aantal klonen in een cDNA bank) &lt;br /&gt;
##Guanidiniumzouten&lt;br /&gt;
#Mondeling: pMal expressiesystemen Kunkel Eckstein Pyrosequencing SOE&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 Jan 2011 VM===&lt;br /&gt;
#Aanmaak genoombanken soorten gistvectoren &lt;br /&gt;
#Bijvragen: &lt;br /&gt;
##fotolithografische DNA synthese alkalische fosfatasen + toepassingen &lt;br /&gt;
#Kleine vragen&lt;br /&gt;
##&#039;hotstart&#039; PCR Guanidinium thiocyanide biotine merking bij hybridisatie &lt;br /&gt;
##URA3 Modeling: pyrosequencing &lt;br /&gt;
##Methode van Eckstein CAPture SOE pMAL&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 aug 2010 VM===&lt;br /&gt;
#pyrosequencing soorten faag lambda vectoren Bijvragen: methode van Gubler en Hoffman chromosoomwalking &lt;br /&gt;
#Kleine vragen: &lt;br /&gt;
##nested PCR capping in fosforamidietcyclus hoe het aantal klonen in een cDNA bank benaderen &lt;br /&gt;
##PNA Modeling: methode van Okyama en Berg &lt;br /&gt;
##biotine merking bij hybridisatie alkalische hydrolyse van RNA Spi selectie pMAL&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 jan 2010 VM===&lt;br /&gt;
#Bespreek cosmide vectoren en hoe ze efficient te gebruiken zijn. &lt;br /&gt;
#Leg de methode van Hoffman en Gubler voor cDNA synthese uit. &lt;br /&gt;
#Bijvragen: &lt;br /&gt;
##Welke vectorsystemen voor gist zijn er beschikbaar? &lt;br /&gt;
##Leg de pSC101 ori uit. &lt;br /&gt;
#Kleine vragen: &lt;br /&gt;
##Oclusion body&#039;s: wat, wanneer, nut? &lt;br /&gt;
##CI gen: wat en waarvoor gebruikt in de gentechnologie? &lt;br /&gt;
##Universele splicing van ssDNA met fokI. &lt;br /&gt;
##Modeling: Fosforamidiet versus fosfonaat methode. &lt;br /&gt;
##EtBr en SYBR. &lt;br /&gt;
##Methode van Eckstein voor plaatsgerichte mutagenese. &lt;br /&gt;
##Biotine merking. &lt;br /&gt;
##ZOO blot.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 jan 2010 VM===&lt;br /&gt;
#Bespreek de aanmaak van genoombanken (vectoren, inbouwmechanismen, enz.) &lt;br /&gt;
#Bespreek de methode van Kunkel voor plaatsgerichte mutagenese. &lt;br /&gt;
#Bijvragen: &lt;br /&gt;
##Welke vectoren voor klonering in gist? &lt;br /&gt;
##Wat zijn positieve en negatieve selectie voor klonering en geef voorbeelden. &lt;br /&gt;
#Kleine vragen: &lt;br /&gt;
##Nested PCR uitleggen. &lt;br /&gt;
##T4 en T7 zijn beide bacteriofaag polymerasen. &lt;br /&gt;
##Bespreek hun activiteit(en) en toepassingen. &lt;br /&gt;
##Type1, type2, type3, type2s, iso en neochizomeren, waarin verschillen deze restrictie enzymen? &lt;br /&gt;
##Hoeveel kloonen nodig in een genoom bank? &lt;br /&gt;
#Mondeling: Okyama en berg Spi selectie Alkalische hydrolyse van RNA pMAL &lt;br /&gt;
#Hoe wordt biotine gebruikt bij hybridisatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 jan 2010 VM===&lt;br /&gt;
#Okayama en Berg procedure voor cDNA klonering, detailleer elke reactiestap.&lt;br /&gt;
#Bijvragen: &lt;br /&gt;
##Fosforamidiet synthesecyclus &lt;br /&gt;
##Welke soorten alkalische fosfatase gebruiken we in de gentechnologie? &lt;br /&gt;
##Schets hun gebruik. &lt;br /&gt;
#Kleine vragen: &lt;br /&gt;
##Lamba ZAP vector &lt;br /&gt;
##Aan- en afwezigheid van rop in colE1-afgeleide plasmide en de invloed ervan op aantal plasmide in E.coli. &lt;br /&gt;
##Aantal kloons in een genoombank. &lt;br /&gt;
##Nested PCR Mondeling: pMAL expressiesysteem &lt;br /&gt;
##Pyrosequencing RDA Ligatiemechanisme Eckstein&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 jan 2010===&lt;br /&gt;
#Geef de belangrijkste biologische functies van de filamentaire faag vectoren en hoe deze gebruikt werden om vectoren mee te maken.Welke soorten faag lambda vectoren zijn er en schets kort hun gebruik &lt;br /&gt;
#Bijvragen: &lt;br /&gt;
##cDNA synthese volgens Gubler en Hoffman. &lt;br /&gt;
##Detailleer elke reactiestap. &lt;br /&gt;
##Wat is chromosome walking en hoe werkt het. &lt;br /&gt;
#Kleine vragen: &lt;br /&gt;
##Wat is en waarvoor dient de capping bij de synthese van oligonucleotiden. &lt;br /&gt;
##Exonuclease III &lt;br /&gt;
##Hoe bepalen we het aantal kloons dat nodig is bij het opstellen van een genoombank. &lt;br /&gt;
##Inverse PCR Mondeling: pMal &lt;br /&gt;
##LCR Puntmutaties volgens Eckstein Mu-2 gistvector &lt;br /&gt;
##Pyrosequencing&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 jan 2009===&lt;br /&gt;
#fosforamidiet synthesecyclus geven problemen klonering met cosmidevectoren + oplossingen&lt;br /&gt;
#Bijvragen: &lt;br /&gt;
##okyama en berg progressieve deleties met exonuclease III &lt;br /&gt;
#Kleine vragenÂ : &lt;br /&gt;
##IPTG sacB carbon en clarke vgl rol guanidinimun zouten + structuur &lt;br /&gt;
#Mondeling: RDA pyrosequencing eckstein pMal lambda zap&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 jan 2009===&lt;br /&gt;
#Soorten Bacteriofaag lamda vectoren pET expressie vector systeem&lt;br /&gt;
#Bijvragen&lt;br /&gt;
##Pyrosequencing Gubler-Hoffman cDNA synthese&lt;br /&gt;
# Kleine vragen&lt;br /&gt;
##Tm voor oligonucleotiden sacB en toepassing in Gentechnolgie Statistische benadering genoom insertie PNA + structuur &lt;br /&gt;
#Mondeling: inverse PCR Eckstein RDA SOE CAPture&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 jan 2009Â ===&lt;br /&gt;
#replicatiemechanisme, regulatie en aantal kopieÃ«n ColE1-afgeleide vectoren Soorten bacteriofaag lambda vectoren en hun werking schetsen &lt;br /&gt;
#Bijvragen: &lt;br /&gt;
##cDNA klonering (Gubler &amp;amp;amp; Hoffman, Okayama &amp;amp;amp; Berg) &lt;br /&gt;
##chromosoom walking &lt;br /&gt;
#Kleine vragen:&lt;br /&gt;
##inverse PCR Tth DNA polymerase (wat speciaal en welke extra mogelijkheden daardoor) &lt;br /&gt;
##capping in fosforamidiet, wat en waarom &lt;br /&gt;
##hoe bereken je aantal kloons in genomische DNA bank exonuclease III &lt;br /&gt;
#Mondeling: SOE SAGE pMAL plaatsgerichte mutagenese volgens Kunkel pyrosequencing&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 jan 2008===&lt;br /&gt;
#Bespreek het replicatiemechanisme van ColE1- en afgeleide vectoren, de regulatie en het aantal plasmiden &lt;br /&gt;
#Bespreek methoden om gen-gericht een genomische bank te screenen aan de hand van &#039;informatie&#039; &lt;br /&gt;
#Geef twee technieken voor positieve selectie van plasmiden &lt;br /&gt;
#Geef de methode van Eckstein voor plaatsgerichte mutagenese &lt;br /&gt;
#Kleine vragen&lt;br /&gt;
##Hoe kan de het cI gen voor positieve selectie zorgen?&lt;br /&gt;
##Wat is een moleculair baken (&#039;molecular beacon&#039;)?&lt;br /&gt;
##Bespreek de twee soorten SV40 vectoren en het verschil Touch-down PCR &lt;br /&gt;
##Hoe kunnen we er voor zorgen dat er geselecteerd wordt op de mogelijkheid om te transformeren (of zo)?&lt;br /&gt;
#Technieken: Pyrosequencing pET SOE Okyama-Berg ligatiemechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 jan 2008===&lt;br /&gt;
#Fotolithografische DNA synhtese: bescrhijf en verklaar. &lt;br /&gt;
#Okayama en Berg procedure voor cDNA klonering: wat zijn de voor/ nadelen? &lt;br /&gt;
#Middelgrote vragen: &lt;br /&gt;
##Welke problemen zijn er bij het kloneren in cosmidevectoren en hoe hebben ze dit opgelost? &lt;br /&gt;
##Pyrosequencing: beschrijf, wat zijn voor/nadelen tov dideoxymethode &lt;br /&gt;
#Kleine vragen: &lt;br /&gt;
##Wat is IPTG: structuur, gebruik &lt;br /&gt;
##Wat is de par locus &lt;br /&gt;
##Wat is PNA: structuur &lt;br /&gt;
##Wat is T4 polynucleotide kinase, waarom is dit belangrijk in gentechnologie, reactiemechanisme? &lt;br /&gt;
#Technieken: SOE CAPture EtBr pMAL Eckstein&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 jan 2008===&lt;br /&gt;
#Welke mogelijkheden zijn er om plaatsgerichte mutagenese te doen? &lt;br /&gt;
#Vertel alles over LITMUS vectoren (Waarom in godsnaam is dit een hoofdvraag?) &lt;br /&gt;
#Bijvragen: &lt;br /&gt;
##Welke problemen kunnen er zijn bij het kloneren in cosmidevectoren?&lt;br /&gt;
##Hoe hebben ze die omzeild? Schets de Okyama-Berg procedure. &lt;br /&gt;
##Wat zijn de voor- en nadelen? &lt;br /&gt;
#Bij-bijvragen: &lt;br /&gt;
##Hoe is sacB een positief selectiekenmerk? &lt;br /&gt;
##Waarvoor staat spi selectie? &lt;br /&gt;
##Geef de 2 soorten SV40 vectoren + leg het verschil uit waarom worden er andere Tm-uitdrukkingen gebruikt voor oligonucleotiden en hele strengen? &lt;br /&gt;
#Mondeling: RDA Pyrosequencing inteÃ¯ne verwerking inverse PCR cap selectie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===31 jan 2007===&lt;br /&gt;
#alles van cosmiden bespreken. alles van SV40 bespreken. &lt;br /&gt;
#Middelgrote vragen: &lt;br /&gt;
##pyrosequencing &lt;br /&gt;
##cassettemutagenese &lt;br /&gt;
#Kleine vragen: &lt;br /&gt;
##verschil southern en western blotting &lt;br /&gt;
##ethidiumbromide, structuur, problemen, &lt;br /&gt;
##gebruik Spi selectie inverse PCR&lt;br /&gt;
##wat is shearing &lt;br /&gt;
#Technieken: Formule om het aantal klones te berekenen voor gDNA bank Oligocapping SOE ligatiemechanisme Eckstein Okayama en Berg&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 jan 2007===&lt;br /&gt;
#bespreek belangrijkste methoden voor site directed mutagenese bespreek replicatiemechanisme in pBR322 &lt;br /&gt;
#welke verschillende strategien worden gebruikt met op lambda gebaseerde vectoren technieken met Ti vectoren &lt;br /&gt;
#Mondeling: nested PCR quenching hoe beinvloed de DNA concentratie het werken met cosmiden en verklaar &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 jan 2007===&lt;br /&gt;
#Geef en bespreek enkele voorbeelden van het gebruik van alkalische fosfatasen.&lt;br /&gt;
#Bespreek de eigenchappen en kenmerken van de pUC vectoren. &lt;br /&gt;
#Vectoren afgeleid van bacteriofaag lambda. &lt;br /&gt;
#SV40 vectoren. &lt;br /&gt;
#Kleine vragen:&lt;br /&gt;
##Genotype van een E.Coli stam opdat deze geÃ¯nfecteerd kan worden door M13. &lt;br /&gt;
##Bespreek incompatibiliteit van plasmiden. &lt;br /&gt;
#Mondeling voor te stellen technieken: SOE Pyrosequencing Methode van Eckstein voor plaatsgerichte mutagenese Nick translatie&amp;lt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marike</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Gentechnologie&amp;diff=2028</id>
		<title>Gentechnologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Gentechnologie&amp;diff=2028"/>
		<updated>2020-01-25T11:46:52Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marike: /* 22 januari 2020 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Prof Lavigne. Biochemie volgt het samen met bio-ingenieurs. Oefenzittingen verplicht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2020 ===&lt;br /&gt;
# Leg PET en pPIC expressiesystemen uit. Vergelijk ze en wat zijn de voor- en nadelen? Welke parameters zijn er nog belangrijk bij de recombinante expressie? (geen paginalimiet)&lt;br /&gt;
# Leg BAC vectoren in detail uit en hoe maak je een kloonbank aan de hand van deze vectoren. Hoe bereken je het minimum aantal klonen die nodig zijn om een representatieve genoombank te hebben met de formule van Carbon en Clarke, welke voorwaarden moeten hiervoor voldaan zijn? (1 pagina + eventueel achterkant)&lt;br /&gt;
# Geef de PCR parameters en PCR varianten die de specificiteit van PCR amplificatie verhogen. Leg telkens kort uit. (1 pagina + eventueel achterkant)&lt;br /&gt;
# Definities (1/3e pagina voor elk)&lt;br /&gt;
#* Leg gatewayclonering uit, werking en principe geven.&lt;br /&gt;
#* Transposonmutagenese uitleggen en hoe dit gescreend wordt?&lt;br /&gt;
#* Leg uit hoe men gisten chemisch transformeert en wat de benodigde commponenten zijn.&lt;br /&gt;
# paeshuyse: humaan interferon lambda wil je produceren in een eukaryoot systeem. Welke gebruik je en beargumenteer. Hoe ziet je vector eruit? Benoem elke component + korte uitleg. Teken primers met gegeven RE sites (Bamh1 &amp;amp; EcoR1) om de CDS in een vector te kloneren. Kozak sequentie ook gegeven. Hoe zou je expressie cassette er anders uitzien als je het in een plantenvector wilt steken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 augustus 2019 ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de factoren van een PCR die de gevoeligheid kunnen verhogen. Ook de PCR afgeleidde technieken die de gevoeligheid voor nucleïnezuurdetectie kunnen verhogen. &lt;br /&gt;
#Bespreek het PET expressie systeem in E. coli, geef ook de voor en nadelen van expressie in deze bacterie.&lt;br /&gt;
#(Paashuyse) Je wil Anti-IgE produceren in CHO cellen m.b.v. een eukaryoot expressie systeem (geen gist of schimmel).&lt;br /&gt;
#* welk expressie systeem gebruik je? beargumenteer.&lt;br /&gt;
#* Teken de vector en verklaar alle factoren die je gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat moet je veranderen aan de CHO cellen om de SV40 ori te kunnen gebruiken? wat is het voordeel van deze ori op replicatie.&lt;br /&gt;
#* Als je anti-IgE in planten cellen zou willen produceren, hoe ziet de vector er dan uit? leg alle factoren uit.&lt;br /&gt;
#Leg uit:&lt;br /&gt;
#* Definieer alles van BAC&#039;s&lt;br /&gt;
#* Gateway klonering&lt;br /&gt;
#* Capture techniek voor full length cDNA klonering&lt;br /&gt;
#Oefening: 2 exonen met sequentie waren gegeven, ook een tag met sequentie was gegeven. De bedoeling was om tag-exon1-exon2 te kloneren in een TOPO-T/A vector. Bespreek alle stappen van de klonering en beargumenteer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 Januari 2019 ===&lt;br /&gt;
# Welke parameters hebben een negatieve invloed op PCR in verband met mutagenese (geef hierbij ook PCR-gebaseerde technieken van random/directe mutagenese zoals mismatch priming, error-prone PCR..) &lt;br /&gt;
# Vergelijk cosmide en BAC klonering en  hoe bepaal je  de complexiteit van genoombank (carbon clark)&lt;br /&gt;
# (Paashuyse): Klonering van een bepaald eiwit in rat cellen&lt;br /&gt;
#* A. Leg expressiesysteem uit&lt;br /&gt;
#* B. Teken vector en benoem/verklaar alle factoren die je gebruikt&lt;br /&gt;
#* c. Wat moet je veranderen aan de rat cellen om SV40 ori te kunnen gebruiken? en bespreek het effect op de replicatie&lt;br /&gt;
#* d. Doe hetzelfde maar dan in een planten cel, wat moet je veranderen? En teken de vector opnieuw met alle componenten &lt;br /&gt;
# Geef uitleg over&lt;br /&gt;
#* Taqman probe&lt;br /&gt;
#* CTAB methode&lt;br /&gt;
#* PET&lt;br /&gt;
# Oefening waarbij je een ori moest insereren in DNA, dit moest in frame zitten, de RE sites waren gegeven, bespreek je techniek en teken PCR primers die je hiervoor zou gebruiken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===31 Augustus 2018 ===&lt;br /&gt;
# Leg PET en pPIC expressiesystemen uit.Vergelijk ze en wat zijn de voor en nadelen? Welke parameters zijn er nog belangrijk bij de recombinante expressie? (geen paginalimiet)&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* A. Geef de PCR parameters (en PCR varianten) die de specificiteit verhogen. Leg kort telkens kort uit. (1 bladzijde)&lt;br /&gt;
#* B. Bespreek in detail hoe cosmidebanken gemaakt worden. Hoe bereken je het minimum aantal klonen met de formule van Carbon en Clarke en welke voorwaarden moeten voldoen zijn? (1 bladzijde)&lt;br /&gt;
# Geef definities/uitleg voor volgende begrippen (1/3e van een blad antwoordruimte per begrip): &lt;br /&gt;
#* A. Alkalische Lyse&lt;br /&gt;
#* B. Wat is de definitie van Hybrid Selected Translation?&lt;br /&gt;
#* C. Leg uit hoe men gisten transformeert en wat de benodigde commponenten zijn.&lt;br /&gt;
# Deel Prof. J. Paeshuyse. Gegeven: sequentie van insert, knipplaatsen die niet in het insert knippen (met bijhorende sequentie) en een pENTR-vector met alle elementen (en knipplaatsen)&lt;br /&gt;
#* a. Welk eukaryoot expressiesysteem gebruik je en verklaar je keuze.&lt;br /&gt;
#* b. Teken eukaryote expressievector en verklaar alle gebruikte elementen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2018 ===&lt;br /&gt;
# Leg PET en pBAD expressiesystemen uit. Welke parameters zijn er nog belangrijk bij de recombinante expressie? (geen paginalimiet)&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* A. Geef de PCR parameters (en PCR varianten) die de specificiteit verhogen. Leg kort telkens kort uit. (1 bladzijde)&lt;br /&gt;
#* B. Bespreek in detail hoe cosmidebanken gemaakt worden. Geef ook uitleg bij Carbon &amp;amp; Clarke. (1 bladzijde)&lt;br /&gt;
# Geef definities/uitleg voor volgende begrippen (1/3e van een blad antwoordruimte per begrip): &lt;br /&gt;
#* A. CAPture techniek bij cDNA aanmaak&lt;br /&gt;
#* B. Taqman RT-PCR&lt;br /&gt;
#* C. Nodige elementen voor een episomaal shuttle-plasmide voor &#039;&#039;E. Coli&#039;&#039; en &#039;&#039;S. cerevesiae&#039;&#039;&lt;br /&gt;
# Deel Prof. J. Paeshuyse. Gegeven: sequentie van insert, knipplaatsen die niet in het insert knippen (met bijhorende sequentie) en een pENTR-vector met alle elementen (en knipplaatsen)&lt;br /&gt;
#* A. Geef strategie (maak primers, staarten, restrictie) om uw insert in de entry-vector te krijgen.&lt;br /&gt;
#* B. Welk eukaryoot expressiesysteem gebruik je en verklaar je keuze.&lt;br /&gt;
#* C. Teken eukaryote expressievector en verklaar alle gebruikte elementen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===1 september 2017 VM===&lt;br /&gt;
# Met welke factoren kun je de nauwkeurigheid van een PCR-reactie verbeteren en geef PCR afgeleide technieken voor nucleïnezuren.&lt;br /&gt;
# Bespreek in detail en vergelijk het mechanisme van P1 en cosmide vectoren.&lt;br /&gt;
# Bespreek de werking en schets het principe van PET-expressie systeem. Wat zijn de voor- en nadelen?&lt;br /&gt;
# Kort omschrijven &lt;br /&gt;
#* Definieer en bespreek CAPture techniek werking&lt;br /&gt;
#* Hoe kunnen we de URA3 merker gebruiken voor positieve en negatieve selectie?&lt;br /&gt;
#* Bespreek het principe van Gateway klonering.&lt;br /&gt;
# Vraag Paeshuyse (oefening in verwerkt): allerlei gegevens (cDNA, knipplaatsen e.d.) &lt;br /&gt;
#* Welke eukaryoot expressies systeem (geen schimmel of gist) zou jij gebruiken (voor dit humaan recombinant eiwit)? Beargumenteer.&lt;br /&gt;
#* Teken de vector enzo.. (?)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
# Met welke factoren kun je de nauwkeurigheid van een PCR-reactie verbeteren en geef afgeleide technieken met een hogere nauwkeurigheid&lt;br /&gt;
# Bespreek de BAC clonering voor de aanmaak van banken.&lt;br /&gt;
# Wat zijn de voordelen van recombinante expressie in gist? Vector pPIC wordt veel gebruikt in de industrie. Bespreek pPIC.&lt;br /&gt;
# Kort omschrijven&lt;br /&gt;
#*DNA shuffeling&lt;br /&gt;
#*CAPture techniek werking&lt;br /&gt;
#*Principe van TOPO-gemedieerde klonering&lt;br /&gt;
#oefening: Gegevens over enzymen, genoom van 1,6*^10-4, enzym knipt in 1 à 2 kb fragmenten, foto van gelleke. Hoeveel recombinante moet je hebben om met 99% zekerheid te zeggen dat je sequentie aanwezig is? Nog een vraag. (Rekenmachine nodig!)&lt;br /&gt;
#Vraag Paeshuyse: Creëer een humaan, recombinant faag lambda ding (?) Welk expressiesysteem zou je gebruiken? Teken de vector die je gebruikt. Nog iets...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===januari 2016===&lt;br /&gt;
# Met welke factoren kun je de nauwkeurigheid van een PCR-reactie verbeteren en geef afgeleide technieken met een hogere nauwkeurigheid&lt;br /&gt;
# Voordelen van recombinante expressie in gist, leg die ene gistvector uit (pPIC heette die dacht ik?)&lt;br /&gt;
#Strategie voor het opstellen van een cosmidebank&lt;br /&gt;
# Termen: CTAB DNA extractie, Taqman, manieren van transformatie van gist&lt;br /&gt;
# Oefening met inverse PCR: vinden van primers en uittekenen van de techniek&lt;br /&gt;
Volckaert: &lt;br /&gt;
# Relatie Tm/zoutconcentratie (monovalente kationen)&lt;br /&gt;
# De factoren die de renaturatie beinvloeden + verschil in gebruik van PNA, LNA en DNA als proben&lt;br /&gt;
# Geef structuur van guanidinium isothiocyanaat en guanidinium thiocyanaat, waarvoor wordt dit molecule gebruikt&lt;br /&gt;
# structuur van merker gegeven, leg uit waar onderdelen voor bedoeld zijn en benoem ze&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2015===&lt;br /&gt;
#Bespreek en vergelijk de verschillende PCR technieken voor zowel gerichte als random mutagenese.&lt;br /&gt;
#Bespreek in detail het mechanisme van P1 faag en een cosmide en vergelijk.&lt;br /&gt;
#Bespreek en schematiseer het principe van de capillaire Sanger sequentie.&lt;br /&gt;
#Kleine vraagjes:&lt;br /&gt;
##Belang van humanisering bijÂ Philia pastoris&lt;br /&gt;
##Definieer de CAPture techniek&lt;br /&gt;
##Hoe kunnen we de URA3 merker gebruiken voor positieve en negatieve selectie?&lt;br /&gt;
#Oefening: Je moet 2 exons (sequenties gegeven) van een bepaald gen aan elkaar ligeren (zonder een linker tussen). En deze C-terminaal aan een â€˜Strepâ€™-tag hangen (sequentie gegeven) en deze inbrengen in een vector die T-overhang heeft door TOPO. (verschillende stappen bespreken + primers geven!) (praktisch dezelfde oefening als de voorbije 2 jaar in januari)&lt;br /&gt;
Volckaert 1. Geef de structuurformule van guanidinium (iso)thiocyanaat en waar het voor wordt gebruikt. 2. Leg chemische synthese van oligonucleotiden met een 5â€™ fosfaat uit (of teken) + geef voordeel hiervan. 3. Leg uit hoe DNA probes niet-radioactief gelabeld (en eventueel onder welke voorwaarden) kunnen worden met behulp van een streptavidine-alkalisch fosfatase fusie-eiwit 4a. T4 polynucleotide kinase werd vroeger gebruikt om uiteinden te fosforyleren zodat fragmenten geligeerd kunnen worden. Nu kan dit direct gebeuren bij de oligonucleotide synthese. Hoe doen ze dit? Bespreek (en of teken) dit. 4b. Wat is het voordeel hiervan? 5. Bespreek de relatieve Tm van DNA en LNA met betrekking tot hun gebruik in hybridisatie en mismatchgevoeligheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 januari 2014 ===&lt;br /&gt;
#Bespreek algemeen principe van PCR en de reactiecomponenten. Bespreek afgeleide technieken die gebruikt worden om de specificiteit van de PCR-reactie te verhogen. (onbeperkte antwoordruimte) &lt;br /&gt;
#Bespreek achtergrond en werking van cosmide (1pag)&lt;br /&gt;
##Bespreek en vergelijk pET en pBAD (1pag)&lt;br /&gt;
#Korte vraagjes: Lavigne&lt;br /&gt;
##Bespreek CAPture techniek &lt;br /&gt;
##Bespreek de elementen die een YAC-kloneringsvector bevat. Bespreek Gateway klonering &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 januari 2013 ===&lt;br /&gt;
#Bespreek vectorsystemen voor het insereren van grote (&amp;amp;gt;30kb) DNA-sequenties. Bespreek de formule van Carbon &amp;amp;amp; Clarke. &lt;br /&gt;
#Technieken: Okayama &amp;amp;amp; Berg SAGE &lt;br /&gt;
#Kleine vragen (Lavigne): &lt;br /&gt;
##Wat is error-prone PCR en hoe kan je het gebruiken in &amp;amp;quot;directed evolution&amp;amp;quot;? &lt;br /&gt;
##Bespreek en schets het PET-expressie systeem. &lt;br /&gt;
##Hoe kunnen we de URA3 merker gebruiken voor positieve en negatieve selectie? &lt;br /&gt;
#SitueerÂ ???,Â ??? enÂ ??? in de historiek van de gentechnologie. Het rspL gen was Ã©Ã©n van de eerste genen die gebruikt werd voor positieve selectie. Leg uit waarvoor dit gen codeert en hoe de selectie gebeurt. Oefening: Sequentie met exons en introns gegeven. Ontwerp een techniek om de eerste twee exons aan elkaar te ligeren en in te bouwen in de gegeven vector (TOPO T/A vector), met een N-terminale STREP-tag (sequentie voor de STREP-tag was gegeven). Beschrijf en verantwoord elke stap.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 augustus 2012===&lt;br /&gt;
Â #Kunkel tot in detail bespreken Schets replicatie- en regulatie mechanisme van ColE1 in E. coli. Is dit hetzelfde bij de afgeleide vectors van ColE1? (pBR322,...) &lt;br /&gt;
#twee vraagjes Carbon en Clarke RAcE schetsen en uitleggen (beide)&lt;br /&gt;
#kleine vraagjes:&lt;br /&gt;
##Bespreek COS-cellen URA3 (waarom belangrijke merker) &lt;br /&gt;
##Inclusion bodies (wat, wanneer, gewenst?) &lt;br /&gt;
##Duid het juiste aan: de zoutconcentratie doet Tm stijgen/dalen/beÃ¯nvloedt Tm niet + uitleggen waarom. &lt;br /&gt;
##synthesevraag: biotine-merking bij nucleÃ¯nezuurhybridisatie, alles uitleggen (hoe probe maken, hybridisatie, detectie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 Jan 2012 NM===&lt;br /&gt;
#Kunkel Schets replicatie- en regulatie mechanisme van ColE1 in E. coli &lt;br /&gt;
#Bespreek de mogelijke kloneringsvectoren in gist &lt;br /&gt;
#Kleine vragen:&lt;br /&gt;
##Co-transformatie bij dieren &lt;br /&gt;
##Bespreek doel van de technieken: oligocapping en capture &lt;br /&gt;
##Hot-start PCR Chromosome jumping&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===31 Jan 2011 NM===&lt;br /&gt;
#Bespreek de filamentaire fagen(M13, F1,...), hun eigenschappen, hun replicatie in E.coli en hoe zijn ze aangepast voor het gebruik als vectoren. &lt;br /&gt;
#Bespreek het pMAL expressiesysteem voor de synthese van eiwitten via recombinanten. &lt;br /&gt;
#Bijvragen:&lt;br /&gt;
##Hoe kan je het nodige aantal klonen bepalen voor een goede genoombank &lt;br /&gt;
##Bespreek die PiAN vectoren Kleine vragen: &lt;br /&gt;
##Wat is de N-regel van Varshavsky COSvectoren &lt;br /&gt;
##Wat is Spi-selectie Waarvoor dient Capping bij de synthese van oligonucleotiden? &lt;br /&gt;
#Mondeling: cDNA synthese volgens Gubler en Hoffman Methode van Kunkel voor plaatsgerichte mutagenese Hoe wordt de smelttemperatuur bepaalt SAGE&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 Jan 2011 VM===&lt;br /&gt;
#Fosforamidietcyclus (cyclus, beschermgroepen, capping,...) &lt;br /&gt;
#Welke problemen bij aanmaken van cosmide vectoren en welke oplossingen hiervoor?&lt;br /&gt;
#Bijvragen: &lt;br /&gt;
##Okayama &amp;amp;amp; Berg &lt;br /&gt;
##cDNA klonering in een vector Methode van Henikoff voor systematische deleties &lt;br /&gt;
#Kleine vragen&lt;br /&gt;
##IPTG sacB &lt;br /&gt;
##Carbon &amp;amp;amp; Clarke vgl. (aantal klonen in een cDNA bank) &lt;br /&gt;
##Guanidiniumzouten&lt;br /&gt;
#Mondeling: pMal expressiesystemen Kunkel Eckstein Pyrosequencing SOE&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 Jan 2011 VM===&lt;br /&gt;
#Aanmaak genoombanken soorten gistvectoren &lt;br /&gt;
#Bijvragen: &lt;br /&gt;
##fotolithografische DNA synthese alkalische fosfatasen + toepassingen &lt;br /&gt;
#Kleine vragen&lt;br /&gt;
##&#039;hotstart&#039; PCR Guanidinium thiocyanide biotine merking bij hybridisatie &lt;br /&gt;
##URA3 Modeling: pyrosequencing &lt;br /&gt;
##Methode van Eckstein CAPture SOE pMAL&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 aug 2010 VM===&lt;br /&gt;
#pyrosequencing soorten faag lambda vectoren Bijvragen: methode van Gubler en Hoffman chromosoomwalking &lt;br /&gt;
#Kleine vragen: &lt;br /&gt;
##nested PCR capping in fosforamidietcyclus hoe het aantal klonen in een cDNA bank benaderen &lt;br /&gt;
##PNA Modeling: methode van Okyama en Berg &lt;br /&gt;
##biotine merking bij hybridisatie alkalische hydrolyse van RNA Spi selectie pMAL&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 jan 2010 VM===&lt;br /&gt;
#Bespreek cosmide vectoren en hoe ze efficient te gebruiken zijn. &lt;br /&gt;
#Leg de methode van Hoffman en Gubler voor cDNA synthese uit. &lt;br /&gt;
#Bijvragen: &lt;br /&gt;
##Welke vectorsystemen voor gist zijn er beschikbaar? &lt;br /&gt;
##Leg de pSC101 ori uit. &lt;br /&gt;
#Kleine vragen: &lt;br /&gt;
##Oclusion body&#039;s: wat, wanneer, nut? &lt;br /&gt;
##CI gen: wat en waarvoor gebruikt in de gentechnologie? &lt;br /&gt;
##Universele splicing van ssDNA met fokI. &lt;br /&gt;
##Modeling: Fosforamidiet versus fosfonaat methode. &lt;br /&gt;
##EtBr en SYBR. &lt;br /&gt;
##Methode van Eckstein voor plaatsgerichte mutagenese. &lt;br /&gt;
##Biotine merking. &lt;br /&gt;
##ZOO blot.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 jan 2010 VM===&lt;br /&gt;
#Bespreek de aanmaak van genoombanken (vectoren, inbouwmechanismen, enz.) &lt;br /&gt;
#Bespreek de methode van Kunkel voor plaatsgerichte mutagenese. &lt;br /&gt;
#Bijvragen: &lt;br /&gt;
##Welke vectoren voor klonering in gist? &lt;br /&gt;
##Wat zijn positieve en negatieve selectie voor klonering en geef voorbeelden. &lt;br /&gt;
#Kleine vragen: &lt;br /&gt;
##Nested PCR uitleggen. &lt;br /&gt;
##T4 en T7 zijn beide bacteriofaag polymerasen. &lt;br /&gt;
##Bespreek hun activiteit(en) en toepassingen. &lt;br /&gt;
##Type1, type2, type3, type2s, iso en neochizomeren, waarin verschillen deze restrictie enzymen? &lt;br /&gt;
##Hoeveel kloonen nodig in een genoom bank? &lt;br /&gt;
#Mondeling: Okyama en berg Spi selectie Alkalische hydrolyse van RNA pMAL &lt;br /&gt;
#Hoe wordt biotine gebruikt bij hybridisatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 jan 2010 VM===&lt;br /&gt;
#Okayama en Berg procedure voor cDNA klonering, detailleer elke reactiestap.&lt;br /&gt;
#Bijvragen: &lt;br /&gt;
##Fosforamidiet synthesecyclus &lt;br /&gt;
##Welke soorten alkalische fosfatase gebruiken we in de gentechnologie? &lt;br /&gt;
##Schets hun gebruik. &lt;br /&gt;
#Kleine vragen: &lt;br /&gt;
##Lamba ZAP vector &lt;br /&gt;
##Aan- en afwezigheid van rop in colE1-afgeleide plasmide en de invloed ervan op aantal plasmide in E.coli. &lt;br /&gt;
##Aantal kloons in een genoombank. &lt;br /&gt;
##Nested PCR Mondeling: pMAL expressiesysteem &lt;br /&gt;
##Pyrosequencing RDA Ligatiemechanisme Eckstein&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 jan 2010===&lt;br /&gt;
#Geef de belangrijkste biologische functies van de filamentaire faag vectoren en hoe deze gebruikt werden om vectoren mee te maken.Welke soorten faag lambda vectoren zijn er en schets kort hun gebruik &lt;br /&gt;
#Bijvragen: &lt;br /&gt;
##cDNA synthese volgens Gubler en Hoffman. &lt;br /&gt;
##Detailleer elke reactiestap. &lt;br /&gt;
##Wat is chromosome walking en hoe werkt het. &lt;br /&gt;
#Kleine vragen: &lt;br /&gt;
##Wat is en waarvoor dient de capping bij de synthese van oligonucleotiden. &lt;br /&gt;
##Exonuclease III &lt;br /&gt;
##Hoe bepalen we het aantal kloons dat nodig is bij het opstellen van een genoombank. &lt;br /&gt;
##Inverse PCR Mondeling: pMal &lt;br /&gt;
##LCR Puntmutaties volgens Eckstein Mu-2 gistvector &lt;br /&gt;
##Pyrosequencing&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 jan 2009===&lt;br /&gt;
#fosforamidiet synthesecyclus geven problemen klonering met cosmidevectoren + oplossingen&lt;br /&gt;
#Bijvragen: &lt;br /&gt;
##okyama en berg progressieve deleties met exonuclease III &lt;br /&gt;
#Kleine vragenÂ : &lt;br /&gt;
##IPTG sacB carbon en clarke vgl rol guanidinimun zouten + structuur &lt;br /&gt;
#Mondeling: RDA pyrosequencing eckstein pMal lambda zap&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 jan 2009===&lt;br /&gt;
#Soorten Bacteriofaag lamda vectoren pET expressie vector systeem&lt;br /&gt;
#Bijvragen&lt;br /&gt;
##Pyrosequencing Gubler-Hoffman cDNA synthese&lt;br /&gt;
# Kleine vragen&lt;br /&gt;
##Tm voor oligonucleotiden sacB en toepassing in Gentechnolgie Statistische benadering genoom insertie PNA + structuur &lt;br /&gt;
#Mondeling: inverse PCR Eckstein RDA SOE CAPture&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 jan 2009Â ===&lt;br /&gt;
#replicatiemechanisme, regulatie en aantal kopieÃ«n ColE1-afgeleide vectoren Soorten bacteriofaag lambda vectoren en hun werking schetsen &lt;br /&gt;
#Bijvragen: &lt;br /&gt;
##cDNA klonering (Gubler &amp;amp;amp; Hoffman, Okayama &amp;amp;amp; Berg) &lt;br /&gt;
##chromosoom walking &lt;br /&gt;
#Kleine vragen:&lt;br /&gt;
##inverse PCR Tth DNA polymerase (wat speciaal en welke extra mogelijkheden daardoor) &lt;br /&gt;
##capping in fosforamidiet, wat en waarom &lt;br /&gt;
##hoe bereken je aantal kloons in genomische DNA bank exonuclease III &lt;br /&gt;
#Mondeling: SOE SAGE pMAL plaatsgerichte mutagenese volgens Kunkel pyrosequencing&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 jan 2008===&lt;br /&gt;
#Bespreek het replicatiemechanisme van ColE1- en afgeleide vectoren, de regulatie en het aantal plasmiden &lt;br /&gt;
#Bespreek methoden om gen-gericht een genomische bank te screenen aan de hand van &#039;informatie&#039; &lt;br /&gt;
#Geef twee technieken voor positieve selectie van plasmiden &lt;br /&gt;
#Geef de methode van Eckstein voor plaatsgerichte mutagenese &lt;br /&gt;
#Kleine vragen&lt;br /&gt;
##Hoe kan de het cI gen voor positieve selectie zorgen?&lt;br /&gt;
##Wat is een moleculair baken (&#039;molecular beacon&#039;)?&lt;br /&gt;
##Bespreek de twee soorten SV40 vectoren en het verschil Touch-down PCR &lt;br /&gt;
##Hoe kunnen we er voor zorgen dat er geselecteerd wordt op de mogelijkheid om te transformeren (of zo)?&lt;br /&gt;
#Technieken: Pyrosequencing pET SOE Okyama-Berg ligatiemechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 jan 2008===&lt;br /&gt;
#Fotolithografische DNA synhtese: bescrhijf en verklaar. &lt;br /&gt;
#Okayama en Berg procedure voor cDNA klonering: wat zijn de voor/ nadelen? &lt;br /&gt;
#Middelgrote vragen: &lt;br /&gt;
##Welke problemen zijn er bij het kloneren in cosmidevectoren en hoe hebben ze dit opgelost? &lt;br /&gt;
##Pyrosequencing: beschrijf, wat zijn voor/nadelen tov dideoxymethode &lt;br /&gt;
#Kleine vragen: &lt;br /&gt;
##Wat is IPTG: structuur, gebruik &lt;br /&gt;
##Wat is de par locus &lt;br /&gt;
##Wat is PNA: structuur &lt;br /&gt;
##Wat is T4 polynucleotide kinase, waarom is dit belangrijk in gentechnologie, reactiemechanisme? &lt;br /&gt;
#Technieken: SOE CAPture EtBr pMAL Eckstein&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 jan 2008===&lt;br /&gt;
#Welke mogelijkheden zijn er om plaatsgerichte mutagenese te doen? &lt;br /&gt;
#Vertel alles over LITMUS vectoren (Waarom in godsnaam is dit een hoofdvraag?) &lt;br /&gt;
#Bijvragen: &lt;br /&gt;
##Welke problemen kunnen er zijn bij het kloneren in cosmidevectoren?&lt;br /&gt;
##Hoe hebben ze die omzeild? Schets de Okyama-Berg procedure. &lt;br /&gt;
##Wat zijn de voor- en nadelen? &lt;br /&gt;
#Bij-bijvragen: &lt;br /&gt;
##Hoe is sacB een positief selectiekenmerk? &lt;br /&gt;
##Waarvoor staat spi selectie? &lt;br /&gt;
##Geef de 2 soorten SV40 vectoren + leg het verschil uit waarom worden er andere Tm-uitdrukkingen gebruikt voor oligonucleotiden en hele strengen? &lt;br /&gt;
#Mondeling: RDA Pyrosequencing inteÃ¯ne verwerking inverse PCR cap selectie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===31 jan 2007===&lt;br /&gt;
#alles van cosmiden bespreken. alles van SV40 bespreken. &lt;br /&gt;
#Middelgrote vragen: &lt;br /&gt;
##pyrosequencing &lt;br /&gt;
##cassettemutagenese &lt;br /&gt;
#Kleine vragen: &lt;br /&gt;
##verschil southern en western blotting &lt;br /&gt;
##ethidiumbromide, structuur, problemen, &lt;br /&gt;
##gebruik Spi selectie inverse PCR&lt;br /&gt;
##wat is shearing &lt;br /&gt;
#Technieken: Formule om het aantal klones te berekenen voor gDNA bank Oligocapping SOE ligatiemechanisme Eckstein Okayama en Berg&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 jan 2007===&lt;br /&gt;
#bespreek belangrijkste methoden voor site directed mutagenese bespreek replicatiemechanisme in pBR322 &lt;br /&gt;
#welke verschillende strategien worden gebruikt met op lambda gebaseerde vectoren technieken met Ti vectoren &lt;br /&gt;
#Mondeling: nested PCR quenching hoe beinvloed de DNA concentratie het werken met cosmiden en verklaar &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 jan 2007===&lt;br /&gt;
#Geef en bespreek enkele voorbeelden van het gebruik van alkalische fosfatasen.&lt;br /&gt;
#Bespreek de eigenchappen en kenmerken van de pUC vectoren. &lt;br /&gt;
#Vectoren afgeleid van bacteriofaag lambda. &lt;br /&gt;
#SV40 vectoren. &lt;br /&gt;
#Kleine vragen:&lt;br /&gt;
##Genotype van een E.Coli stam opdat deze geÃ¯nfecteerd kan worden door M13. &lt;br /&gt;
##Bespreek incompatibiliteit van plasmiden. &lt;br /&gt;
#Mondeling voor te stellen technieken: SOE Pyrosequencing Methode van Eckstein voor plaatsgerichte mutagenese Nick translatie&amp;lt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marike</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Spectroscopie_van_biomoleculen&amp;diff=1663</id>
		<title>Spectroscopie van biomoleculen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Spectroscopie_van_biomoleculen&amp;diff=1663"/>
		<updated>2019-06-11T15:58:50Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marike: /* Vogt */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Dit vak wordt gegeven door Johan Hofkens en Tatjana Vogt. Het deel van Vogt is mondeling, Hofkens is schriftelijk. Je moet op beide delen minstens 4/10 halen om te slagen. Bij het herexamen kan je een vrijstelling aanvragen voor het deel dat je geslaagd bent.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===27 juni 2018===&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
# Oefening NMR (C8H19N) IOU = 0, symmetrisch molecule met NH groep in het midden&lt;br /&gt;
# wat is relaxatie bij cnmr spectroscopie, welke soorten en wat is het verband van relaxatie en bandverbreding&lt;br /&gt;
# 1D en 2D spectroscopie en proteïn ligand binding uitleggen (zowel fast als slow), uitleggen hoe je bepaald waar de binding van het ligand plaatsvind en hoe je de bindingsconstanten kan bepalen adv NMR&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# 3 molecules met vibraties gegeven. zeggen wat de voorwaarde zijn voor IR en raman spectroscopie. zeggen welke structuren IR actief zijn. zeggen welke structuren raman actief zijn en raman en Ir aanduiden op een jablonski diagram&lt;br /&gt;
#* oefening over fret, gegeven zijn intensiteit gebonden en ongebonden en R0. bepalen van efficientie FRET, bepaal R, wat is de intensiteit van het molecule indien de afstand kleiner is.&lt;br /&gt;
# Begrippen: excitatie spectrum, perrin vgl, balmer reeks, transitiedipoolmoment&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 juni 2018===&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
# Oefening NMR (C11H14O2) - benzeenring met para 2 substituenten: eerste substituent COOH en tweede substituent C met 3 gebonden CH3&lt;br /&gt;
# Figuur van slow en fast exchange limit uitleggen + waarom zijn spectra temperatuursafhankelijk + wat is de coalescentie temperatuur + bereken de exchange rate (k) voor de coalescentie temperatuur&lt;br /&gt;
# Fase 1 van spectrum naar structuur uitleggen, welke NMR worden daar gebruikt en wat kom je te weten + wat is het grootste probleem bij grote proteinen om een NMR te bekomen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# Je hebt een hypothetisch lineair molecule AB2 gegeven, maar de Lewisstructuur hiervan is onbekend. M.a.w. je weet niet of het ABB is of BAB. &lt;br /&gt;
#* Hoeveel vibratiemodes zijn er voor elke structuur?&lt;br /&gt;
#* Op het IR-spectrum zijn pieken te zien die overeenkomen met drie normale vibratiesmodes. Welke structuur is het (BAB of ABB) en waarom? &lt;br /&gt;
#* In IR ligt de piek voor H2O op 3560 cm-1, veronderstel dat de krachtconstante gelijk is. Bereken de frequentie van de rekking van D2O (zwaar water)? &lt;br /&gt;
# Oefening 5 van oefenzitting 4 met volgende gegevens: IgG bindt aan de kleurstof Fluorescein. Concentraties zijn 0, 1*10^(-5), overmaat voor IgG; drie keer 4*10^(-7) voor Fluorescein en P = 0.03, 0.1450 en 0.3913. De formule voor Kd is gegeven. &lt;br /&gt;
#* bereken Kd als de extinctiecoëfficiënt en het kwantumrendement niet verstoord worden door de binding.&lt;br /&gt;
#* het kwantumrendement halveert bij de binding, wat gaat er gebeuren met de fractie Fluorescein in complex.&lt;br /&gt;
#* hoe bepaalt men of de extinctiecoëfficiënt en/of het kwantumrendement verandert bij de binding?&lt;br /&gt;
# Begrippen: inner filter effect, limiting anisotropy, auxochroom effect, TCSPC&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2018===&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
# Oefening met NMR (C9H10O3 - benzeenring met aldehyde en 2 keer O-CH3 gesubsidieerd) + verklaar plaats van substitutie&lt;br /&gt;
# 31P NMR vergelijken met 1H NMR en 13C NMR. &lt;br /&gt;
#*Waarom gebruik je P-NMR hier. &lt;br /&gt;
#*Hoe is de sensitiviteit van de 3 NMR&#039;s en welke is hier het beste + wat zijn de algemene factoren die sensitiviteit bepalen&lt;br /&gt;
#* Welke NMR gebruik je om deze reactie te bestuderen en waarom? &lt;br /&gt;
#* Hoe zou je de aanwezige concentratie water berekenen in deze vergelijking&lt;br /&gt;
#* Hoe zou je de omzettingsratio van de producten naar reagentia berekenen&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom SAR by NMR een veelgebruikte techniek is voor de ontwikkelen van medicatie en leg werking uit&lt;br /&gt;
#* Leg uit wat de vereiste zijn van SAR&lt;br /&gt;
#* Leg uit wat voor-en nadelen zijn van SAR&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# Teken een Frank-Condon energiediagram van een hypothetisch molecule in grondtoestand en geëxciteerde toestand. Benoem S0 en S1 op de figuur.&lt;br /&gt;
#* Teken een vibratiobele overgang&lt;br /&gt;
#* Teken een vibrationele excitatie in de elektrisch aangeslagen toestand&lt;br /&gt;
#* Wat is de tijdschaal van fluorescerende en teken dit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Oefening over Stern-Volmer en quenchen instantende met volgende gegevens: unquenched lifetime is 26.3 ns. Concentratie Cl- (in mM) bedraagt 0-5-15-50 met bijhorende Intensiteiten 1-0.6-0.35 .15.Ook nog een grafiek gegeven van het molecule SPQ dat gequenched wordt met Cl- (grafiek toont intensiteit over golflengte bij verschillende (bovenstaande) concentraties&lt;br /&gt;
#* Bereken de quenchingconstante en teken de Stern-Volmer plot&lt;br /&gt;
#* In bloed bedraagt de concentratie van het aanwezige Cl- 103mM. Wat is de fluorescente leeftijd en fluorescerente intensiteit van het SPQ in het bloed.&lt;br /&gt;
#* Wat gebeurt er met de leeftijd als de concentratie Cl- daalt?&lt;br /&gt;
# Woordjes - max 1/2 blad uitleg per woord + verduidelijk eventueel met een figuur&lt;br /&gt;
#* TRES&lt;br /&gt;
#* Foto-elektrisch effect&lt;br /&gt;
#* Cotton- effect&lt;br /&gt;
#* Extinctie coëfficiënt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 september 2017===&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
# oefening met NMR (C9H10O3)&lt;br /&gt;
# spin spin coupeling, uitleggen aan de hand van voorbeeldmolecule en beschrijven hoe het signaal van ieder proton gesplits zal worden.&lt;br /&gt;
# SAR methode bij het ontwikkelen van medicijnen. interactie ligand-proteine enzo uitleggen.&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# (4pt) Spectra gegeven van Chryseen. Duid aan welk spectrum absorptie, fluorescentie en fosforescentie toont. De vervaltijd in regio 360-400nm is 10x kleiner dan die in de regio 500-600nm, leg uit waarom.Beschrijf alle waarnemingen van de spectra aan de hand van de geziene leerstof.&lt;br /&gt;
# (2pt) L-opstelling voor meting anisotropie, in propyleenglycol bij 233K ofzoiets. Gegeven Ivh, Ivv, Ihh en Ihv. Bereken de werkelijke anisotropie bij verticale excitatie. Hoe groot is de fout die je maakt als je niet corrigeert? Wat is de hoek tussen de excitatie en het emissie dipoolmoment? Stel dat we bij 293K werken en in ethanol, kunnen we de hoek dan nog steeds bepalen? wat gebeurt er met de anisotropie?&lt;br /&gt;
# (4pt) Woordjes&lt;br /&gt;
#* Foto-elektrisch effect&lt;br /&gt;
#* FRET&lt;br /&gt;
#* Single Photon Timing&lt;br /&gt;
#* Cottoneffect&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 juni 2017===&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
# oefening spectrum NMR&lt;br /&gt;
# COSY spectrum gegeven van molecule. Wijs elke functionele groep toe in het spectrum en leg uit waarom. Vertel de werking van COSY.&lt;br /&gt;
# Bespreek de drie fasen voor de structuurbepaling van proteïnen via NMR&lt;br /&gt;
==== Hofkens ====&lt;br /&gt;
# Gegeven is een simpele tekening van een hairpinstuctuur met donor en acceptor, deze is in evenwicht met zijn twee conformaties. De leeftijd van de donor in vrije oplossing is 10ns en acceptor is 2ns. Als de donor aan de hairpin hangt zien we een bi-exponentieel verval van 5ns en 1ns mer respectievelijk 95% en 5%. verklaar waarnemingen, bespreek de leeftijd van de acceptor in beide conformaties.&lt;br /&gt;
# Gegeven is die tekening vanuit de cursus over FMN en YMN en tabel met hoek teta. In tabel ook nog anisotropiewaarde van complex en zonder complex, alfa en de concentraie van FMN is niet gegeven. Bereken dissociatieconstante en verklaar de grafiek van die anisotropie. &lt;br /&gt;
# Woordjes:&lt;br /&gt;
#* Transitiedipoolmoment&lt;br /&gt;
#* Balmerreeks&lt;br /&gt;
#* Excitatiespectrum&lt;br /&gt;
#* Perrin vergelijking&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2017===&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
# H en C spectrum&lt;br /&gt;
# NOE&lt;br /&gt;
# fase 1 uitleggen van die fase 3 shit + probleem grote moleculen &lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# grafiek zoals in cursus van Eosin en Erytrosin (maar andere kleurstoffen). Alles bespreken wat je ziet. Tau en Q gegeven, bereken radioactieve en niet radiatieve snelheidsconstante. Als R= een of andere groep, waarom is dan de Tau en Q groter? En zou dit koppel een goed FRET paar zijn?&lt;br /&gt;
# anisotropie is 0,3 maar door scattering laat de filter 20% door, wat is de gemeten anisotropie&lt;br /&gt;
# woordjes: &lt;br /&gt;
#* foto-elektrisch effect&lt;br /&gt;
#* extinctie coefficient&lt;br /&gt;
#* TRES&lt;br /&gt;
#* cotton effect&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2017===&lt;br /&gt;
====Vogt:====&lt;br /&gt;
# zeeman effect&lt;br /&gt;
# H/C spectrum&lt;br /&gt;
# in vivo nmr&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# da van die even en oneven aantal dubbele bindingen en het effect daarvan op de golflengte, met cyanine en azocyanine.&lt;br /&gt;
# oef 5 van oefenzitting 4 denk ik (zoals vorig examen)&lt;br /&gt;
# woordjes: &lt;br /&gt;
#* Ro&lt;br /&gt;
#* Dynamic quenching&lt;br /&gt;
#* fluorescence quantum yield&lt;br /&gt;
#* resonance &lt;br /&gt;
#* Raman scattering&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2017===&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
# H- en IR spectrum gegeven van C11H14O2&lt;br /&gt;
# vraag2 &lt;br /&gt;
#* 2 soorten relaxatie, leg uit&lt;br /&gt;
#* hoe beinvloeden deze het C-NMR&lt;br /&gt;
#* weet ik ook niet meer&lt;br /&gt;
# 1D en 2D NMR spectra: &lt;br /&gt;
#* verschillen, voor - en nadelen geven. &lt;br /&gt;
#* Kan je er ligand proteine bindingen mee onderzoeken? &lt;br /&gt;
#* hoe ziet men dit? &lt;br /&gt;
#* kan men zien aan met welk aminozuur de binding gebeurt? (Alles zowel voor slow- als fast exchange)&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# membraanfusie experiment: gegeven structuur lipide met pyreen aan, fuseert met zelfde lipide zonder pyreen, absorptie spectra pyreen gegeven (voor de fusie). Hoe verandert het absorptie- en emissiespectra doorheen het experiment? Leg uit adhv zelf gemaakte tekeningen (grafieken).&lt;br /&gt;
# Oefening: zoals oefening 5 van oefenzitting 4&lt;br /&gt;
# 4 termen: &lt;br /&gt;
#* anti stokes &lt;br /&gt;
#* ramanscattering&lt;br /&gt;
#* emissiespectra&lt;br /&gt;
#* statische quencher&lt;br /&gt;
#* laatste weet ik niet meer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===7 juni 2016===&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
# H- en C-spectrum, structuur afleiden.&lt;br /&gt;
# Je krijgt spintoestanden&lt;br /&gt;
#* Geef het aantal mogelijke spin oriëntaties en geef het weer op een grafische manier. &lt;br /&gt;
#* Hoe wordt dit effect genoemd? Is de electronen verdeling gelijk tussen 2 toestanden? &lt;br /&gt;
#* Welke factoren beïnvloeden deze indeling? &lt;br /&gt;
#* Wat kun je hieraan doen om NMR spectroscopie efficiënter te maken?&lt;br /&gt;
# Leg in vivo H- en C-NMR spectroscopie uit, integreer een voorbeeld in je uitleg. &lt;br /&gt;
#* Waarom wordt dit niet veel gebruikt? &lt;br /&gt;
#* P-NMR is wel nuttig in vivo, waarom? &lt;br /&gt;
#* Geef een voorbeeld waarin deze techniek gebruikt kan worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# Tekening met DNA-hairpin in open- en gesloten vorm. Aan uiteinde hangt een donor en acceptor. Donor vrij heeft leeftijd van 10 ns, acceptor vrij een leeftijd van 2 ns. Wanneer de leeftijd van de donor wordt gemeten (in de gesloten vorm) bekomen ze een bi-exponentiele verdeling voor de leeftijd: 5 ns 95% en 1 ns 5%. &lt;br /&gt;
#* Verklaar de resultaten. &lt;br /&gt;
#* Geef de leeftijd van de gesloten- en de open DNA-hairpin vorm. &lt;br /&gt;
#* Wat zal de leeftijd van de acceptor zijn in de open vorm, en wat in de gesloten DNA-hairpin vorm?&lt;br /&gt;
# Tekening van anisotropie gegeven (uit cursus met 2x10-2M en 2x10^-5M). Verklaar de tekening aan de hand van de gezienen leerstof.&lt;br /&gt;
# Bespreek kort maar juist (1/2bladzijde max) &lt;br /&gt;
#* foto-effect &lt;br /&gt;
#* Balmer-reeks &lt;br /&gt;
#* ... &lt;br /&gt;
#* transitiedipoolmoment.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2015===&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
# H- en C-spectrum&lt;br /&gt;
# Slow en fast exchange uitleggen (waarom een spectrum bij hoge T slechts 1 signaal meer geeft i.p.v. 2) en de exchange constant berekenen.&lt;br /&gt;
# Hoe kan IR-Spectroscopy gebruikt worden om:&lt;br /&gt;
#* kwantitatief de concentratie van een staal te bepalen.&lt;br /&gt;
#* kwalitatief proteine structuur te bepalen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# Gegeven een absorptiespectrum van verschillende kleurstoffen (steeds met een  groter geconjungeerd systeem) verklaar alle waarnemingen, teken het fluorescentie spectrum van 2 van de stoffen, de quantumyield van kleurstof 1 is 0.9 hoe zal deze evolueren naarmate het molecule groter wordt?&lt;br /&gt;
# Atoommodel van Bohr uitleggen en op het belang voor de spectroscopie wijzen.&lt;br /&gt;
# Begrippen: &lt;br /&gt;
#* Cotton-effect&lt;br /&gt;
#* Inner filter effect&lt;br /&gt;
#* R0 &lt;br /&gt;
#* Excimeer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2015===&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
# H-spectrum+ IR-spectrum&lt;br /&gt;
# uitleg verdeling tussen de 2 spintoestanden. hoe onstaat deze verdeling en hoe kan je ze beïnvloeden.&lt;br /&gt;
# Leg uit de voor- en nadelen van 1D en 2D spectra en kan men aan de hand hiervan de ligand-proteïne interactie volgen. b. Kan je de snelheidsconstante K berekenen aan de hand van deze spectra? (zowel slow als fast exchange) c. kan je zien waar het ligand bind aan het proteïne? (zowel slow als fastexchange)&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# twee prentjes van twee membranen. Eerst een eximeer daarna niet meer. Het gaat over membraanfusie. Geef de absorptie-en emissiespectra van beide toestanden. Wat leert men hieruit over membraanfusie?(af te leiden uit prentjes)&lt;br /&gt;
# hoe kan men de transitieconstante berekenen?&lt;br /&gt;
# woordjes: &lt;br /&gt;
#* limiterende anisotropie&lt;br /&gt;
#* cotton effect&lt;br /&gt;
#* inner filter effect&lt;br /&gt;
#* statische quenching&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2013===&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
# simpele oefening over een C9H10O3 spectrum, bij mondeling vroeg ze waarom dat een doublet of triplet of multiplet was.&lt;br /&gt;
# verschillende COSY spectra matchen met verschillende aminozuren&lt;br /&gt;
# welke NMR-technieken kunnen worden gebruikt om ligand-proteïne interacties te onderzoeken. Bijvraag ging over SAR, welke stappen enzo.. ook uitleggen dat die interactie snel of traag kan gebeuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# oefening; gegeven tau-waarden en p waarden. Hieruit P0, de rotationele correlatietijd en nog iets berekenen.&lt;br /&gt;
# het atoommodel van bohr uit de doeken doen, postulaten, formules,.. en de link leggen met de spectroscopy van vandaag.&lt;br /&gt;
# begrippen uitleggen: &lt;br /&gt;
#* R0&lt;br /&gt;
#* cotton effect&lt;br /&gt;
#* inner filter effect&lt;br /&gt;
#* excimeer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2013===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# Oefening waarbij H en C spectrum gegeven werden&lt;br /&gt;
# IR spectroscopie:&lt;br /&gt;
#* is de amide band I de enige bruikbare band voor het bepalen van de secundaire structuur van eiwitten of zijn er nog?&lt;br /&gt;
#* Verklaring geven voor de verschillende waarde van de amide piek bij alfa helix of b sheet.&lt;br /&gt;
#* Vaak ziet men 1 grote band en niet de verschillende pieken binnen de amide I band, hoe lost men dit op?&lt;br /&gt;
#* Is IR zo ook een kwantitatieve methode voor de bepaling van de secundaire structuur?&lt;br /&gt;
# Bespreek HSQC in verband met studies van proteïnen.&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# oefening met 2 spectra gegeven van anisotropie-verval in de tijd van hetzelfde FP molecule. Het ene spectrum was bij lage concentratie FP, het andere bij hoge concentratie FP. Bij beiden werd het verval gemeten bij verschillende viscositeit en weergegeven in het spectrum (dus 5 vervalcurves in elk spectrum).&lt;br /&gt;
#* Verklaar de resultaten.&lt;br /&gt;
#* Wat kom je hierdoor te weten over het FP?&lt;br /&gt;
#* Bespreek in detail de meettechniek hoe men aan deze spectra komt. (4punten)&lt;br /&gt;
# Bespreek het foto-elektrisch effect van Einstein. Waarom is dit belangrijk voor spectroscopie? (2punten)&lt;br /&gt;
# Leg de volgende begrippen uit (max 1 blz per begrip) (4 punten):&lt;br /&gt;
#* circulair dichroïsme&lt;br /&gt;
#* magic angle&lt;br /&gt;
#* fosforescentie &lt;br /&gt;
#* J-aggregaat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 jun 2011===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# H-NMR en IR spectrum van C14H14 gegeven. (Het was 1,2-difenylethaan als structuur)&lt;br /&gt;
# Wat is NOE? Bereken de maximum signaalversterking bij 1H en 15N wanneer 15N de onderzochte kern is (gamma&#039;s gegeven).&lt;br /&gt;
# Bespreek kort de 3 fasen waarin men m.b.v. NMR de structuur van proteinen kan bepalen.&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# Bij het meten van lifetimes zijn er vaak problemen met depolarisatie. Hoe los je dit anisotropieprobleem op. Verwerk de formule van anisotropie in je antwoord (6 punten).&lt;br /&gt;
# Gegeven zijn gegevens van een quenching experiment. Je moest een Stern-volmer ervan maken. Verschillende quenchingconstanten berekenen. (Super moeilijke oefening !)&lt;br /&gt;
# Oefening over Raman (Stokes en anti-Stokes): (2 punten)&lt;br /&gt;
#* exciterende laserfrequenties en een paar spectrumwaarden gegeven&lt;br /&gt;
#* en dan een paar vraagjes waar je frequenties of golflengtes moest berekenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 jun 2011===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# H-NMR en IR spectrum van C11H14O2 gegeven.&lt;br /&gt;
# Vijf kernen (12C, 14N, 17O, 31P en 51V) met hun I-waarde (totale spin van de kern) gegeven.&lt;br /&gt;
#* Geef het aantal mogelijke spinoriëntaties van elke kern en stel grafisch voor.&lt;br /&gt;
#* Wat is de frequentie van een signaal van een 31P-kern bij een magneetveld van 1 Tesla? (gamma, constante van Planck, pi en abundantie gegeven)&lt;br /&gt;
#* Zelfde vraag en zelfde gegevens, maar dan voor 51V.&lt;br /&gt;
#* Bij welk van beide kernen (31P en 51V) verwacht je onder dezelfde condities (concentratie, magneetveldsterkte) de hoogste S/N ratio?&lt;br /&gt;
# Welke NMR methoden kan je gebruiken om de binding van een klein ligand aan een proteïne te bestuderen? Hou rekening met het verschil tussen trage en snelle uitwisseling ten opzichte van de NMR-tijdschaal.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# Gegeven was een structuur (twee naftaleenmoleculen gekoppeld via een linker) en het bijhorende emissiespectrum met 3 pieken (opgenomen bij -60°C). De eerste piek had een fluorescentieverval van 2 ns, de middelste een bi-exponentieel verval en de laatste een verval van 12000 ns. Een concentratieverhoging heeft geen invloed op de vorm van het spectrum, maar wel op de intensiteit. Verklaar alle waarnemingen mbv Jablonski-energiediagram. Schat ook de golflengte bij max. absorptie mbv van de Woodward-Fieser-Scott regels en teken het absorptiespectrum. (6 punten)&lt;br /&gt;
# Gegeven zijn twee structuren met als enige verschil de plaats van één dubbele binding (waardoor die binding bij de ene structuur geconjugeerd is en bij de andere niet). Je mag geen gebruik maken van de Woodward-Fieser-Scott regels om lambda max te bepalen, maar je hebt wel een UV-VIS absorptiemeter ter beschikking. Hoe kan je die gebruiken om beide stoffen te onderscheiden? (2 punten)&lt;br /&gt;
# Oefening over Raman (Stokes en anti-Stokes): exciterende laserfrequenties en een paar spectrumwaarden gegeven, en dan een paar vraagjes waar je frequenties of golflengtes moest berekenen. (2 punten)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 jun 2011===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# H- en C- NMRspectrum geven, C9H10O3. Mondelinge bijvragen:&lt;br /&gt;
#* Waarom is die piek bv een triplet?&lt;br /&gt;
#* Wat is er belangrijk voor het solvent voor NMR?&lt;br /&gt;
# Bij een NMR meting met een toestel van 60MHz is het ligt de piek van CH3NO2 op 259.8 Hz van de referentiestof.&lt;br /&gt;
#* bereken de chemische shift bij 60MHz&lt;br /&gt;
#* op welke afstand zou de piek liggen bij 500MHz&lt;br /&gt;
#* bereken de chemische shift bij 500MHz&lt;br /&gt;
#* bijvraag: Waarom is de chemische shift belangrijk&lt;br /&gt;
# Hoe kan je IR-spectrometrie gebruiken om info over de secundaire structuur van een proteïne te bekomen? Voor welk type van proteïnen is deze methode vooral bruikbaar?&lt;br /&gt;
====Hofkens:====&lt;br /&gt;
# Gegeven was een schema van een natriumlamp. De lamp werkt als volgt: als er spanning gezet wordt over de lamp, wordt het ontspanningsgas(neon) geioniseerd. Bij botsing van dit geioniseerd gas met het natrium-kwik amalgaam komt natrium vrij. Zo wordt een lage natrium druk gecreeerd. Typisch voor zo&#039;n lamp is de oranje kleur(zoals op de autosnelweg). Die kleur wordt veroorzaakt door het natrium. Verklaar dit aan de hand van concepten uit de cursus. Als de lamp net aangestoken is, is kleur niet oranje, maar roodachtig, verklaar. Een andere versie van zo&#039;n lamp werkt met een hoge natrium druk, dit soort lampen geeft een wit-gele kleur. Verklaar dit aan de hand van concepten uit de cursus.(6 punten)&lt;br /&gt;
# Geef een bondige uitleg voor volgend begrippen(5 zinnen) met indien nodig een wiskundige uitdrukking(2 punten)&lt;br /&gt;
#* Extinctiecoefficient&lt;br /&gt;
#* Woodward-Fieser-Scott-regels&lt;br /&gt;
#* Lambert-Beer&lt;br /&gt;
#* Fluorescentie quenching&lt;br /&gt;
# oef(2 punten) Gegeven is dat HBr een band geeft bij 2558 cm^-1.&lt;br /&gt;
#* bereken de golflengte&lt;br /&gt;
#* je krijgt de uitdrukking van een veer(die met Mred) en gevraagt: bereken welke band DBr zal geven.(gegeven zijn m van H, D en Br en getal van Avogadro)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 jun 2010===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# H- en IR- spectrum geven, C4H9Br. Mondelinge bijvragen:&lt;br /&gt;
#* Wat moet normaal de opsplitsing zijn van dit multiplet?&lt;br /&gt;
#* Is het IR-spectrum hier nuttig?&lt;br /&gt;
# Wat is NOE? Bereken de maximum signaalversterking bij 1H en 31P wanneer 31P de onderzochte kern is (gamma&#039;s gegeven).&lt;br /&gt;
# Welke NMR methode kan je gebruiken om een KWANTITATIEVE analyse te maken van protein-ligand binding? Hou rekening met snelle en trage uitwisseling.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 jun 2009===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# H en C - NMR gegeven. Structuur? C14H14.&lt;br /&gt;
# Gegeven: 12C (I=0), 14N (I=1), 17O (I=5/2), 31P (I=1/2).&lt;br /&gt;
#* Hoeveel spinoriëntaties zijn er in een magnetisch veld? Stel grafisch voor.&lt;br /&gt;
#* 31P in magneetveld van 1 Tesla. Bij welke frequentie moet je 31P meten? h, gamma en pi gegeven.&lt;br /&gt;
# Hoe kan je IR-spectrometrie gebruiken om info over de secundaire structuur van een proteïne te bekomen? Voor welk type van proteïnen is deze methode vooral bruikbaar?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 jun 2008===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# Bespreek de drie fasen voor de structuurbepaling van proteïnen via NMR&lt;br /&gt;
# 3 COSY&#039;s gegeven, 6 AZ. Ken de 3 COSY&#039;s toe en leg uit waarom&lt;br /&gt;
# H-NMR en IR-spectrum gegeven. Geef structuur (butylethanoaat (en geen methylpentanoaat!))&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 jun 2008===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# H en C spectrum van een molecule&lt;br /&gt;
# Je krijgt lysine en zijn H en C chemische shift waarden, teken DEPT, H-H COSY en C-H HSQC&lt;br /&gt;
# hoe kan je de binding van een ligand aan een proteïne bestuderen? Hou rekening met snelle en trage uitwisseling&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 jun 2008===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# Je hebt een oplossing vitamine C (structuur gegeven). Bespreek hoe je met IR-spectroscopie de concentratie van de oplossing kunt bepalen.&lt;br /&gt;
# Geef het aantal verschillende spintoestanden van 12C (I=0),31P (I=1/2), 14N (I=1), 17O (I=5/2) en stel grafisch voor.&lt;br /&gt;
# Bereken frequentie (B0, gamma, h en pi gegeven) voor 31P&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 jun 2007===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# Oefening, aromatische ring, twee O-CH3 en een keton erop&lt;br /&gt;
# Je kreeg een molecule en ge moest daar de zo&#039;n dynamische interactie bespreken, van draaiing rond een binding (met slow exchange, coalescentie en fast exchange) en dan moest je de uitwisselingssnelheid bij coalescentie berekenen.&lt;br /&gt;
# Toepassing van IR op biomoleculen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 jun 2007===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# Basic oefeningske&lt;br /&gt;
# De NH2 groep stretcht permanent bij een frequentie van 1013 Hz. hierdoor heeft deze N-H verschillende bindingslengtes. Ga na of de individuele bindingslengtes kunnen gedetecteerd worden op een NMR-instrument van a) 250 MHZ en b) 900 MHz.&lt;br /&gt;
# Wat is HSQC en hoe kan deze techniek bijdragen bij het onderzoek van eiwitten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 jun 2007===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# Je kreeg een tekening van een benzeenring met daar een groep boven en ge moest de upfield en downfield effecten bespreken van die groep en die van de benzeenring.&lt;br /&gt;
# Hoe is NMR belangrijk voor SAR en ook SAR bespreken&lt;br /&gt;
# Een oefening met een symmetrische aromatische ring en een carboonzuur en een ester daar ergens in.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 jun 2007===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# Oefening: Nen C4H9Br, gewoon, H spectrum en (nutteloos) IR gegeven, en ge moet de structuur geven (twas gewoon lineair, dus best wel &#039;makkelijk&amp;quot;)&lt;br /&gt;
# Theorie:&lt;br /&gt;
#* H @ 60MHz, zelfde toestel P @ ? MHz??? De &#039;gamma&#039; van H en P was gegeven&lt;br /&gt;
# In vivo NMR, bespreek, leg uit,...&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marike</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Spectroscopie_van_biomoleculen&amp;diff=1662</id>
		<title>Spectroscopie van biomoleculen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Spectroscopie_van_biomoleculen&amp;diff=1662"/>
		<updated>2019-06-11T15:58:37Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marike: /* Hofkens */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Dit vak wordt gegeven door Johan Hofkens en Tatjana Vogt. Het deel van Vogt is mondeling, Hofkens is schriftelijk. Je moet op beide delen minstens 4/10 halen om te slagen. Bij het herexamen kan je een vrijstelling aanvragen voor het deel dat je geslaagd bent.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===27 juni 2018===&lt;br /&gt;
===Vogt===&lt;br /&gt;
# Oefening NMR (C8H19N) IOU = 0, symmetrisch molecule met NH groep in het midden&lt;br /&gt;
# wat is relaxatie bij cnmr spectroscopie, welke soorten en wat is het verband van relaxatie en bandverbreding&lt;br /&gt;
# 1D en 2D spectroscopie en proteïn ligand binding uitleggen (zowel fast als slow), uitleggen hoe je bepaald waar de binding van het ligand plaatsvind en hoe je de bindingsconstanten kan bepalen adv NMR&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# 3 molecules met vibraties gegeven. zeggen wat de voorwaarde zijn voor IR en raman spectroscopie. zeggen welke structuren IR actief zijn. zeggen welke structuren raman actief zijn en raman en Ir aanduiden op een jablonski diagram&lt;br /&gt;
#* oefening over fret, gegeven zijn intensiteit gebonden en ongebonden en R0. bepalen van efficientie FRET, bepaal R, wat is de intensiteit van het molecule indien de afstand kleiner is.&lt;br /&gt;
# Begrippen: excitatie spectrum, perrin vgl, balmer reeks, transitiedipoolmoment&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 juni 2018===&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
# Oefening NMR (C11H14O2) - benzeenring met para 2 substituenten: eerste substituent COOH en tweede substituent C met 3 gebonden CH3&lt;br /&gt;
# Figuur van slow en fast exchange limit uitleggen + waarom zijn spectra temperatuursafhankelijk + wat is de coalescentie temperatuur + bereken de exchange rate (k) voor de coalescentie temperatuur&lt;br /&gt;
# Fase 1 van spectrum naar structuur uitleggen, welke NMR worden daar gebruikt en wat kom je te weten + wat is het grootste probleem bij grote proteinen om een NMR te bekomen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# Je hebt een hypothetisch lineair molecule AB2 gegeven, maar de Lewisstructuur hiervan is onbekend. M.a.w. je weet niet of het ABB is of BAB. &lt;br /&gt;
#* Hoeveel vibratiemodes zijn er voor elke structuur?&lt;br /&gt;
#* Op het IR-spectrum zijn pieken te zien die overeenkomen met drie normale vibratiesmodes. Welke structuur is het (BAB of ABB) en waarom? &lt;br /&gt;
#* In IR ligt de piek voor H2O op 3560 cm-1, veronderstel dat de krachtconstante gelijk is. Bereken de frequentie van de rekking van D2O (zwaar water)? &lt;br /&gt;
# Oefening 5 van oefenzitting 4 met volgende gegevens: IgG bindt aan de kleurstof Fluorescein. Concentraties zijn 0, 1*10^(-5), overmaat voor IgG; drie keer 4*10^(-7) voor Fluorescein en P = 0.03, 0.1450 en 0.3913. De formule voor Kd is gegeven. &lt;br /&gt;
#* bereken Kd als de extinctiecoëfficiënt en het kwantumrendement niet verstoord worden door de binding.&lt;br /&gt;
#* het kwantumrendement halveert bij de binding, wat gaat er gebeuren met de fractie Fluorescein in complex.&lt;br /&gt;
#* hoe bepaalt men of de extinctiecoëfficiënt en/of het kwantumrendement verandert bij de binding?&lt;br /&gt;
# Begrippen: inner filter effect, limiting anisotropy, auxochroom effect, TCSPC&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2018===&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
# Oefening met NMR (C9H10O3 - benzeenring met aldehyde en 2 keer O-CH3 gesubsidieerd) + verklaar plaats van substitutie&lt;br /&gt;
# 31P NMR vergelijken met 1H NMR en 13C NMR. &lt;br /&gt;
#*Waarom gebruik je P-NMR hier. &lt;br /&gt;
#*Hoe is de sensitiviteit van de 3 NMR&#039;s en welke is hier het beste + wat zijn de algemene factoren die sensitiviteit bepalen&lt;br /&gt;
#* Welke NMR gebruik je om deze reactie te bestuderen en waarom? &lt;br /&gt;
#* Hoe zou je de aanwezige concentratie water berekenen in deze vergelijking&lt;br /&gt;
#* Hoe zou je de omzettingsratio van de producten naar reagentia berekenen&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom SAR by NMR een veelgebruikte techniek is voor de ontwikkelen van medicatie en leg werking uit&lt;br /&gt;
#* Leg uit wat de vereiste zijn van SAR&lt;br /&gt;
#* Leg uit wat voor-en nadelen zijn van SAR&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# Teken een Frank-Condon energiediagram van een hypothetisch molecule in grondtoestand en geëxciteerde toestand. Benoem S0 en S1 op de figuur.&lt;br /&gt;
#* Teken een vibratiobele overgang&lt;br /&gt;
#* Teken een vibrationele excitatie in de elektrisch aangeslagen toestand&lt;br /&gt;
#* Wat is de tijdschaal van fluorescerende en teken dit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Oefening over Stern-Volmer en quenchen instantende met volgende gegevens: unquenched lifetime is 26.3 ns. Concentratie Cl- (in mM) bedraagt 0-5-15-50 met bijhorende Intensiteiten 1-0.6-0.35 .15.Ook nog een grafiek gegeven van het molecule SPQ dat gequenched wordt met Cl- (grafiek toont intensiteit over golflengte bij verschillende (bovenstaande) concentraties&lt;br /&gt;
#* Bereken de quenchingconstante en teken de Stern-Volmer plot&lt;br /&gt;
#* In bloed bedraagt de concentratie van het aanwezige Cl- 103mM. Wat is de fluorescente leeftijd en fluorescerente intensiteit van het SPQ in het bloed.&lt;br /&gt;
#* Wat gebeurt er met de leeftijd als de concentratie Cl- daalt?&lt;br /&gt;
# Woordjes - max 1/2 blad uitleg per woord + verduidelijk eventueel met een figuur&lt;br /&gt;
#* TRES&lt;br /&gt;
#* Foto-elektrisch effect&lt;br /&gt;
#* Cotton- effect&lt;br /&gt;
#* Extinctie coëfficiënt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 september 2017===&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
# oefening met NMR (C9H10O3)&lt;br /&gt;
# spin spin coupeling, uitleggen aan de hand van voorbeeldmolecule en beschrijven hoe het signaal van ieder proton gesplits zal worden.&lt;br /&gt;
# SAR methode bij het ontwikkelen van medicijnen. interactie ligand-proteine enzo uitleggen.&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# (4pt) Spectra gegeven van Chryseen. Duid aan welk spectrum absorptie, fluorescentie en fosforescentie toont. De vervaltijd in regio 360-400nm is 10x kleiner dan die in de regio 500-600nm, leg uit waarom.Beschrijf alle waarnemingen van de spectra aan de hand van de geziene leerstof.&lt;br /&gt;
# (2pt) L-opstelling voor meting anisotropie, in propyleenglycol bij 233K ofzoiets. Gegeven Ivh, Ivv, Ihh en Ihv. Bereken de werkelijke anisotropie bij verticale excitatie. Hoe groot is de fout die je maakt als je niet corrigeert? Wat is de hoek tussen de excitatie en het emissie dipoolmoment? Stel dat we bij 293K werken en in ethanol, kunnen we de hoek dan nog steeds bepalen? wat gebeurt er met de anisotropie?&lt;br /&gt;
# (4pt) Woordjes&lt;br /&gt;
#* Foto-elektrisch effect&lt;br /&gt;
#* FRET&lt;br /&gt;
#* Single Photon Timing&lt;br /&gt;
#* Cottoneffect&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 juni 2017===&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
# oefening spectrum NMR&lt;br /&gt;
# COSY spectrum gegeven van molecule. Wijs elke functionele groep toe in het spectrum en leg uit waarom. Vertel de werking van COSY.&lt;br /&gt;
# Bespreek de drie fasen voor de structuurbepaling van proteïnen via NMR&lt;br /&gt;
==== Hofkens ====&lt;br /&gt;
# Gegeven is een simpele tekening van een hairpinstuctuur met donor en acceptor, deze is in evenwicht met zijn twee conformaties. De leeftijd van de donor in vrije oplossing is 10ns en acceptor is 2ns. Als de donor aan de hairpin hangt zien we een bi-exponentieel verval van 5ns en 1ns mer respectievelijk 95% en 5%. verklaar waarnemingen, bespreek de leeftijd van de acceptor in beide conformaties.&lt;br /&gt;
# Gegeven is die tekening vanuit de cursus over FMN en YMN en tabel met hoek teta. In tabel ook nog anisotropiewaarde van complex en zonder complex, alfa en de concentraie van FMN is niet gegeven. Bereken dissociatieconstante en verklaar de grafiek van die anisotropie. &lt;br /&gt;
# Woordjes:&lt;br /&gt;
#* Transitiedipoolmoment&lt;br /&gt;
#* Balmerreeks&lt;br /&gt;
#* Excitatiespectrum&lt;br /&gt;
#* Perrin vergelijking&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2017===&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
# H en C spectrum&lt;br /&gt;
# NOE&lt;br /&gt;
# fase 1 uitleggen van die fase 3 shit + probleem grote moleculen &lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# grafiek zoals in cursus van Eosin en Erytrosin (maar andere kleurstoffen). Alles bespreken wat je ziet. Tau en Q gegeven, bereken radioactieve en niet radiatieve snelheidsconstante. Als R= een of andere groep, waarom is dan de Tau en Q groter? En zou dit koppel een goed FRET paar zijn?&lt;br /&gt;
# anisotropie is 0,3 maar door scattering laat de filter 20% door, wat is de gemeten anisotropie&lt;br /&gt;
# woordjes: &lt;br /&gt;
#* foto-elektrisch effect&lt;br /&gt;
#* extinctie coefficient&lt;br /&gt;
#* TRES&lt;br /&gt;
#* cotton effect&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2017===&lt;br /&gt;
====Vogt:====&lt;br /&gt;
# zeeman effect&lt;br /&gt;
# H/C spectrum&lt;br /&gt;
# in vivo nmr&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# da van die even en oneven aantal dubbele bindingen en het effect daarvan op de golflengte, met cyanine en azocyanine.&lt;br /&gt;
# oef 5 van oefenzitting 4 denk ik (zoals vorig examen)&lt;br /&gt;
# woordjes: &lt;br /&gt;
#* Ro&lt;br /&gt;
#* Dynamic quenching&lt;br /&gt;
#* fluorescence quantum yield&lt;br /&gt;
#* resonance &lt;br /&gt;
#* Raman scattering&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2017===&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
# H- en IR spectrum gegeven van C11H14O2&lt;br /&gt;
# vraag2 &lt;br /&gt;
#* 2 soorten relaxatie, leg uit&lt;br /&gt;
#* hoe beinvloeden deze het C-NMR&lt;br /&gt;
#* weet ik ook niet meer&lt;br /&gt;
# 1D en 2D NMR spectra: &lt;br /&gt;
#* verschillen, voor - en nadelen geven. &lt;br /&gt;
#* Kan je er ligand proteine bindingen mee onderzoeken? &lt;br /&gt;
#* hoe ziet men dit? &lt;br /&gt;
#* kan men zien aan met welk aminozuur de binding gebeurt? (Alles zowel voor slow- als fast exchange)&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# membraanfusie experiment: gegeven structuur lipide met pyreen aan, fuseert met zelfde lipide zonder pyreen, absorptie spectra pyreen gegeven (voor de fusie). Hoe verandert het absorptie- en emissiespectra doorheen het experiment? Leg uit adhv zelf gemaakte tekeningen (grafieken).&lt;br /&gt;
# Oefening: zoals oefening 5 van oefenzitting 4&lt;br /&gt;
# 4 termen: &lt;br /&gt;
#* anti stokes &lt;br /&gt;
#* ramanscattering&lt;br /&gt;
#* emissiespectra&lt;br /&gt;
#* statische quencher&lt;br /&gt;
#* laatste weet ik niet meer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===7 juni 2016===&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
# H- en C-spectrum, structuur afleiden.&lt;br /&gt;
# Je krijgt spintoestanden&lt;br /&gt;
#* Geef het aantal mogelijke spin oriëntaties en geef het weer op een grafische manier. &lt;br /&gt;
#* Hoe wordt dit effect genoemd? Is de electronen verdeling gelijk tussen 2 toestanden? &lt;br /&gt;
#* Welke factoren beïnvloeden deze indeling? &lt;br /&gt;
#* Wat kun je hieraan doen om NMR spectroscopie efficiënter te maken?&lt;br /&gt;
# Leg in vivo H- en C-NMR spectroscopie uit, integreer een voorbeeld in je uitleg. &lt;br /&gt;
#* Waarom wordt dit niet veel gebruikt? &lt;br /&gt;
#* P-NMR is wel nuttig in vivo, waarom? &lt;br /&gt;
#* Geef een voorbeeld waarin deze techniek gebruikt kan worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# Tekening met DNA-hairpin in open- en gesloten vorm. Aan uiteinde hangt een donor en acceptor. Donor vrij heeft leeftijd van 10 ns, acceptor vrij een leeftijd van 2 ns. Wanneer de leeftijd van de donor wordt gemeten (in de gesloten vorm) bekomen ze een bi-exponentiele verdeling voor de leeftijd: 5 ns 95% en 1 ns 5%. &lt;br /&gt;
#* Verklaar de resultaten. &lt;br /&gt;
#* Geef de leeftijd van de gesloten- en de open DNA-hairpin vorm. &lt;br /&gt;
#* Wat zal de leeftijd van de acceptor zijn in de open vorm, en wat in de gesloten DNA-hairpin vorm?&lt;br /&gt;
# Tekening van anisotropie gegeven (uit cursus met 2x10-2M en 2x10^-5M). Verklaar de tekening aan de hand van de gezienen leerstof.&lt;br /&gt;
# Bespreek kort maar juist (1/2bladzijde max) &lt;br /&gt;
#* foto-effect &lt;br /&gt;
#* Balmer-reeks &lt;br /&gt;
#* ... &lt;br /&gt;
#* transitiedipoolmoment.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2015===&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
# H- en C-spectrum&lt;br /&gt;
# Slow en fast exchange uitleggen (waarom een spectrum bij hoge T slechts 1 signaal meer geeft i.p.v. 2) en de exchange constant berekenen.&lt;br /&gt;
# Hoe kan IR-Spectroscopy gebruikt worden om:&lt;br /&gt;
#* kwantitatief de concentratie van een staal te bepalen.&lt;br /&gt;
#* kwalitatief proteine structuur te bepalen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# Gegeven een absorptiespectrum van verschillende kleurstoffen (steeds met een  groter geconjungeerd systeem) verklaar alle waarnemingen, teken het fluorescentie spectrum van 2 van de stoffen, de quantumyield van kleurstof 1 is 0.9 hoe zal deze evolueren naarmate het molecule groter wordt?&lt;br /&gt;
# Atoommodel van Bohr uitleggen en op het belang voor de spectroscopie wijzen.&lt;br /&gt;
# Begrippen: &lt;br /&gt;
#* Cotton-effect&lt;br /&gt;
#* Inner filter effect&lt;br /&gt;
#* R0 &lt;br /&gt;
#* Excimeer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2015===&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
# H-spectrum+ IR-spectrum&lt;br /&gt;
# uitleg verdeling tussen de 2 spintoestanden. hoe onstaat deze verdeling en hoe kan je ze beïnvloeden.&lt;br /&gt;
# Leg uit de voor- en nadelen van 1D en 2D spectra en kan men aan de hand hiervan de ligand-proteïne interactie volgen. b. Kan je de snelheidsconstante K berekenen aan de hand van deze spectra? (zowel slow als fast exchange) c. kan je zien waar het ligand bind aan het proteïne? (zowel slow als fastexchange)&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# twee prentjes van twee membranen. Eerst een eximeer daarna niet meer. Het gaat over membraanfusie. Geef de absorptie-en emissiespectra van beide toestanden. Wat leert men hieruit over membraanfusie?(af te leiden uit prentjes)&lt;br /&gt;
# hoe kan men de transitieconstante berekenen?&lt;br /&gt;
# woordjes: &lt;br /&gt;
#* limiterende anisotropie&lt;br /&gt;
#* cotton effect&lt;br /&gt;
#* inner filter effect&lt;br /&gt;
#* statische quenching&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2013===&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
# simpele oefening over een C9H10O3 spectrum, bij mondeling vroeg ze waarom dat een doublet of triplet of multiplet was.&lt;br /&gt;
# verschillende COSY spectra matchen met verschillende aminozuren&lt;br /&gt;
# welke NMR-technieken kunnen worden gebruikt om ligand-proteïne interacties te onderzoeken. Bijvraag ging over SAR, welke stappen enzo.. ook uitleggen dat die interactie snel of traag kan gebeuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# oefening; gegeven tau-waarden en p waarden. Hieruit P0, de rotationele correlatietijd en nog iets berekenen.&lt;br /&gt;
# het atoommodel van bohr uit de doeken doen, postulaten, formules,.. en de link leggen met de spectroscopy van vandaag.&lt;br /&gt;
# begrippen uitleggen: &lt;br /&gt;
#* R0&lt;br /&gt;
#* cotton effect&lt;br /&gt;
#* inner filter effect&lt;br /&gt;
#* excimeer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2013===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# Oefening waarbij H en C spectrum gegeven werden&lt;br /&gt;
# IR spectroscopie:&lt;br /&gt;
#* is de amide band I de enige bruikbare band voor het bepalen van de secundaire structuur van eiwitten of zijn er nog?&lt;br /&gt;
#* Verklaring geven voor de verschillende waarde van de amide piek bij alfa helix of b sheet.&lt;br /&gt;
#* Vaak ziet men 1 grote band en niet de verschillende pieken binnen de amide I band, hoe lost men dit op?&lt;br /&gt;
#* Is IR zo ook een kwantitatieve methode voor de bepaling van de secundaire structuur?&lt;br /&gt;
# Bespreek HSQC in verband met studies van proteïnen.&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# oefening met 2 spectra gegeven van anisotropie-verval in de tijd van hetzelfde FP molecule. Het ene spectrum was bij lage concentratie FP, het andere bij hoge concentratie FP. Bij beiden werd het verval gemeten bij verschillende viscositeit en weergegeven in het spectrum (dus 5 vervalcurves in elk spectrum).&lt;br /&gt;
#* Verklaar de resultaten.&lt;br /&gt;
#* Wat kom je hierdoor te weten over het FP?&lt;br /&gt;
#* Bespreek in detail de meettechniek hoe men aan deze spectra komt. (4punten)&lt;br /&gt;
# Bespreek het foto-elektrisch effect van Einstein. Waarom is dit belangrijk voor spectroscopie? (2punten)&lt;br /&gt;
# Leg de volgende begrippen uit (max 1 blz per begrip) (4 punten):&lt;br /&gt;
#* circulair dichroïsme&lt;br /&gt;
#* magic angle&lt;br /&gt;
#* fosforescentie &lt;br /&gt;
#* J-aggregaat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 jun 2011===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# H-NMR en IR spectrum van C14H14 gegeven. (Het was 1,2-difenylethaan als structuur)&lt;br /&gt;
# Wat is NOE? Bereken de maximum signaalversterking bij 1H en 15N wanneer 15N de onderzochte kern is (gamma&#039;s gegeven).&lt;br /&gt;
# Bespreek kort de 3 fasen waarin men m.b.v. NMR de structuur van proteinen kan bepalen.&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# Bij het meten van lifetimes zijn er vaak problemen met depolarisatie. Hoe los je dit anisotropieprobleem op. Verwerk de formule van anisotropie in je antwoord (6 punten).&lt;br /&gt;
# Gegeven zijn gegevens van een quenching experiment. Je moest een Stern-volmer ervan maken. Verschillende quenchingconstanten berekenen. (Super moeilijke oefening !)&lt;br /&gt;
# Oefening over Raman (Stokes en anti-Stokes): (2 punten)&lt;br /&gt;
#* exciterende laserfrequenties en een paar spectrumwaarden gegeven&lt;br /&gt;
#* en dan een paar vraagjes waar je frequenties of golflengtes moest berekenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 jun 2011===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# H-NMR en IR spectrum van C11H14O2 gegeven.&lt;br /&gt;
# Vijf kernen (12C, 14N, 17O, 31P en 51V) met hun I-waarde (totale spin van de kern) gegeven.&lt;br /&gt;
#* Geef het aantal mogelijke spinoriëntaties van elke kern en stel grafisch voor.&lt;br /&gt;
#* Wat is de frequentie van een signaal van een 31P-kern bij een magneetveld van 1 Tesla? (gamma, constante van Planck, pi en abundantie gegeven)&lt;br /&gt;
#* Zelfde vraag en zelfde gegevens, maar dan voor 51V.&lt;br /&gt;
#* Bij welk van beide kernen (31P en 51V) verwacht je onder dezelfde condities (concentratie, magneetveldsterkte) de hoogste S/N ratio?&lt;br /&gt;
# Welke NMR methoden kan je gebruiken om de binding van een klein ligand aan een proteïne te bestuderen? Hou rekening met het verschil tussen trage en snelle uitwisseling ten opzichte van de NMR-tijdschaal.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# Gegeven was een structuur (twee naftaleenmoleculen gekoppeld via een linker) en het bijhorende emissiespectrum met 3 pieken (opgenomen bij -60°C). De eerste piek had een fluorescentieverval van 2 ns, de middelste een bi-exponentieel verval en de laatste een verval van 12000 ns. Een concentratieverhoging heeft geen invloed op de vorm van het spectrum, maar wel op de intensiteit. Verklaar alle waarnemingen mbv Jablonski-energiediagram. Schat ook de golflengte bij max. absorptie mbv van de Woodward-Fieser-Scott regels en teken het absorptiespectrum. (6 punten)&lt;br /&gt;
# Gegeven zijn twee structuren met als enige verschil de plaats van één dubbele binding (waardoor die binding bij de ene structuur geconjugeerd is en bij de andere niet). Je mag geen gebruik maken van de Woodward-Fieser-Scott regels om lambda max te bepalen, maar je hebt wel een UV-VIS absorptiemeter ter beschikking. Hoe kan je die gebruiken om beide stoffen te onderscheiden? (2 punten)&lt;br /&gt;
# Oefening over Raman (Stokes en anti-Stokes): exciterende laserfrequenties en een paar spectrumwaarden gegeven, en dan een paar vraagjes waar je frequenties of golflengtes moest berekenen. (2 punten)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 jun 2011===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# H- en C- NMRspectrum geven, C9H10O3. Mondelinge bijvragen:&lt;br /&gt;
#* Waarom is die piek bv een triplet?&lt;br /&gt;
#* Wat is er belangrijk voor het solvent voor NMR?&lt;br /&gt;
# Bij een NMR meting met een toestel van 60MHz is het ligt de piek van CH3NO2 op 259.8 Hz van de referentiestof.&lt;br /&gt;
#* bereken de chemische shift bij 60MHz&lt;br /&gt;
#* op welke afstand zou de piek liggen bij 500MHz&lt;br /&gt;
#* bereken de chemische shift bij 500MHz&lt;br /&gt;
#* bijvraag: Waarom is de chemische shift belangrijk&lt;br /&gt;
# Hoe kan je IR-spectrometrie gebruiken om info over de secundaire structuur van een proteïne te bekomen? Voor welk type van proteïnen is deze methode vooral bruikbaar?&lt;br /&gt;
====Hofkens:====&lt;br /&gt;
# Gegeven was een schema van een natriumlamp. De lamp werkt als volgt: als er spanning gezet wordt over de lamp, wordt het ontspanningsgas(neon) geioniseerd. Bij botsing van dit geioniseerd gas met het natrium-kwik amalgaam komt natrium vrij. Zo wordt een lage natrium druk gecreeerd. Typisch voor zo&#039;n lamp is de oranje kleur(zoals op de autosnelweg). Die kleur wordt veroorzaakt door het natrium. Verklaar dit aan de hand van concepten uit de cursus. Als de lamp net aangestoken is, is kleur niet oranje, maar roodachtig, verklaar. Een andere versie van zo&#039;n lamp werkt met een hoge natrium druk, dit soort lampen geeft een wit-gele kleur. Verklaar dit aan de hand van concepten uit de cursus.(6 punten)&lt;br /&gt;
# Geef een bondige uitleg voor volgend begrippen(5 zinnen) met indien nodig een wiskundige uitdrukking(2 punten)&lt;br /&gt;
#* Extinctiecoefficient&lt;br /&gt;
#* Woodward-Fieser-Scott-regels&lt;br /&gt;
#* Lambert-Beer&lt;br /&gt;
#* Fluorescentie quenching&lt;br /&gt;
# oef(2 punten) Gegeven is dat HBr een band geeft bij 2558 cm^-1.&lt;br /&gt;
#* bereken de golflengte&lt;br /&gt;
#* je krijgt de uitdrukking van een veer(die met Mred) en gevraagt: bereken welke band DBr zal geven.(gegeven zijn m van H, D en Br en getal van Avogadro)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 jun 2010===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# H- en IR- spectrum geven, C4H9Br. Mondelinge bijvragen:&lt;br /&gt;
#* Wat moet normaal de opsplitsing zijn van dit multiplet?&lt;br /&gt;
#* Is het IR-spectrum hier nuttig?&lt;br /&gt;
# Wat is NOE? Bereken de maximum signaalversterking bij 1H en 31P wanneer 31P de onderzochte kern is (gamma&#039;s gegeven).&lt;br /&gt;
# Welke NMR methode kan je gebruiken om een KWANTITATIEVE analyse te maken van protein-ligand binding? Hou rekening met snelle en trage uitwisseling.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 jun 2009===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# H en C - NMR gegeven. Structuur? C14H14.&lt;br /&gt;
# Gegeven: 12C (I=0), 14N (I=1), 17O (I=5/2), 31P (I=1/2).&lt;br /&gt;
#* Hoeveel spinoriëntaties zijn er in een magnetisch veld? Stel grafisch voor.&lt;br /&gt;
#* 31P in magneetveld van 1 Tesla. Bij welke frequentie moet je 31P meten? h, gamma en pi gegeven.&lt;br /&gt;
# Hoe kan je IR-spectrometrie gebruiken om info over de secundaire structuur van een proteïne te bekomen? Voor welk type van proteïnen is deze methode vooral bruikbaar?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 jun 2008===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# Bespreek de drie fasen voor de structuurbepaling van proteïnen via NMR&lt;br /&gt;
# 3 COSY&#039;s gegeven, 6 AZ. Ken de 3 COSY&#039;s toe en leg uit waarom&lt;br /&gt;
# H-NMR en IR-spectrum gegeven. Geef structuur (butylethanoaat (en geen methylpentanoaat!))&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 jun 2008===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# H en C spectrum van een molecule&lt;br /&gt;
# Je krijgt lysine en zijn H en C chemische shift waarden, teken DEPT, H-H COSY en C-H HSQC&lt;br /&gt;
# hoe kan je de binding van een ligand aan een proteïne bestuderen? Hou rekening met snelle en trage uitwisseling&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 jun 2008===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# Je hebt een oplossing vitamine C (structuur gegeven). Bespreek hoe je met IR-spectroscopie de concentratie van de oplossing kunt bepalen.&lt;br /&gt;
# Geef het aantal verschillende spintoestanden van 12C (I=0),31P (I=1/2), 14N (I=1), 17O (I=5/2) en stel grafisch voor.&lt;br /&gt;
# Bereken frequentie (B0, gamma, h en pi gegeven) voor 31P&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 jun 2007===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# Oefening, aromatische ring, twee O-CH3 en een keton erop&lt;br /&gt;
# Je kreeg een molecule en ge moest daar de zo&#039;n dynamische interactie bespreken, van draaiing rond een binding (met slow exchange, coalescentie en fast exchange) en dan moest je de uitwisselingssnelheid bij coalescentie berekenen.&lt;br /&gt;
# Toepassing van IR op biomoleculen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 jun 2007===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# Basic oefeningske&lt;br /&gt;
# De NH2 groep stretcht permanent bij een frequentie van 1013 Hz. hierdoor heeft deze N-H verschillende bindingslengtes. Ga na of de individuele bindingslengtes kunnen gedetecteerd worden op een NMR-instrument van a) 250 MHZ en b) 900 MHz.&lt;br /&gt;
# Wat is HSQC en hoe kan deze techniek bijdragen bij het onderzoek van eiwitten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 jun 2007===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# Je kreeg een tekening van een benzeenring met daar een groep boven en ge moest de upfield en downfield effecten bespreken van die groep en die van de benzeenring.&lt;br /&gt;
# Hoe is NMR belangrijk voor SAR en ook SAR bespreken&lt;br /&gt;
# Een oefening met een symmetrische aromatische ring en een carboonzuur en een ester daar ergens in.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 jun 2007===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# Oefening: Nen C4H9Br, gewoon, H spectrum en (nutteloos) IR gegeven, en ge moet de structuur geven (twas gewoon lineair, dus best wel &#039;makkelijk&amp;quot;)&lt;br /&gt;
# Theorie:&lt;br /&gt;
#* H @ 60MHz, zelfde toestel P @ ? MHz??? De &#039;gamma&#039; van H en P was gegeven&lt;br /&gt;
# In vivo NMR, bespreek, leg uit,...&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marike</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Spectroscopie_van_biomoleculen&amp;diff=1661</id>
		<title>Spectroscopie van biomoleculen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Spectroscopie_van_biomoleculen&amp;diff=1661"/>
		<updated>2019-06-11T15:58:27Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marike: /* Hofkens */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Dit vak wordt gegeven door Johan Hofkens en Tatjana Vogt. Het deel van Vogt is mondeling, Hofkens is schriftelijk. Je moet op beide delen minstens 4/10 halen om te slagen. Bij het herexamen kan je een vrijstelling aanvragen voor het deel dat je geslaagd bent.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===27 juni 2018===&lt;br /&gt;
===Vogt===&lt;br /&gt;
# Oefening NMR (C8H19N) IOU = 0, symmetrisch molecule met NH groep in het midden&lt;br /&gt;
# wat is relaxatie bij cnmr spectroscopie, welke soorten en wat is het verband van relaxatie en bandverbreding&lt;br /&gt;
# 1D en 2D spectroscopie en proteïn ligand binding uitleggen (zowel fast als slow), uitleggen hoe je bepaald waar de binding van het ligand plaatsvind en hoe je de bindingsconstanten kan bepalen adv NMR&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Hofkens===&lt;br /&gt;
# 3 molecules met vibraties gegeven. zeggen wat de voorwaarde zijn voor IR en raman spectroscopie. zeggen welke structuren IR actief zijn. zeggen welke structuren raman actief zijn en raman en Ir aanduiden op een jablonski diagram&lt;br /&gt;
#* oefening over fret, gegeven zijn intensiteit gebonden en ongebonden en R0. bepalen van efficientie FRET, bepaal R, wat is de intensiteit van het molecule indien de afstand kleiner is.&lt;br /&gt;
# Begrippen: excitatie spectrum, perrin vgl, balmer reeks, transitiedipoolmoment&lt;br /&gt;
===26 juni 2018===&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
# Oefening NMR (C11H14O2) - benzeenring met para 2 substituenten: eerste substituent COOH en tweede substituent C met 3 gebonden CH3&lt;br /&gt;
# Figuur van slow en fast exchange limit uitleggen + waarom zijn spectra temperatuursafhankelijk + wat is de coalescentie temperatuur + bereken de exchange rate (k) voor de coalescentie temperatuur&lt;br /&gt;
# Fase 1 van spectrum naar structuur uitleggen, welke NMR worden daar gebruikt en wat kom je te weten + wat is het grootste probleem bij grote proteinen om een NMR te bekomen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# Je hebt een hypothetisch lineair molecule AB2 gegeven, maar de Lewisstructuur hiervan is onbekend. M.a.w. je weet niet of het ABB is of BAB. &lt;br /&gt;
#* Hoeveel vibratiemodes zijn er voor elke structuur?&lt;br /&gt;
#* Op het IR-spectrum zijn pieken te zien die overeenkomen met drie normale vibratiesmodes. Welke structuur is het (BAB of ABB) en waarom? &lt;br /&gt;
#* In IR ligt de piek voor H2O op 3560 cm-1, veronderstel dat de krachtconstante gelijk is. Bereken de frequentie van de rekking van D2O (zwaar water)? &lt;br /&gt;
# Oefening 5 van oefenzitting 4 met volgende gegevens: IgG bindt aan de kleurstof Fluorescein. Concentraties zijn 0, 1*10^(-5), overmaat voor IgG; drie keer 4*10^(-7) voor Fluorescein en P = 0.03, 0.1450 en 0.3913. De formule voor Kd is gegeven. &lt;br /&gt;
#* bereken Kd als de extinctiecoëfficiënt en het kwantumrendement niet verstoord worden door de binding.&lt;br /&gt;
#* het kwantumrendement halveert bij de binding, wat gaat er gebeuren met de fractie Fluorescein in complex.&lt;br /&gt;
#* hoe bepaalt men of de extinctiecoëfficiënt en/of het kwantumrendement verandert bij de binding?&lt;br /&gt;
# Begrippen: inner filter effect, limiting anisotropy, auxochroom effect, TCSPC&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2018===&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
# Oefening met NMR (C9H10O3 - benzeenring met aldehyde en 2 keer O-CH3 gesubsidieerd) + verklaar plaats van substitutie&lt;br /&gt;
# 31P NMR vergelijken met 1H NMR en 13C NMR. &lt;br /&gt;
#*Waarom gebruik je P-NMR hier. &lt;br /&gt;
#*Hoe is de sensitiviteit van de 3 NMR&#039;s en welke is hier het beste + wat zijn de algemene factoren die sensitiviteit bepalen&lt;br /&gt;
#* Welke NMR gebruik je om deze reactie te bestuderen en waarom? &lt;br /&gt;
#* Hoe zou je de aanwezige concentratie water berekenen in deze vergelijking&lt;br /&gt;
#* Hoe zou je de omzettingsratio van de producten naar reagentia berekenen&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom SAR by NMR een veelgebruikte techniek is voor de ontwikkelen van medicatie en leg werking uit&lt;br /&gt;
#* Leg uit wat de vereiste zijn van SAR&lt;br /&gt;
#* Leg uit wat voor-en nadelen zijn van SAR&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# Teken een Frank-Condon energiediagram van een hypothetisch molecule in grondtoestand en geëxciteerde toestand. Benoem S0 en S1 op de figuur.&lt;br /&gt;
#* Teken een vibratiobele overgang&lt;br /&gt;
#* Teken een vibrationele excitatie in de elektrisch aangeslagen toestand&lt;br /&gt;
#* Wat is de tijdschaal van fluorescerende en teken dit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Oefening over Stern-Volmer en quenchen instantende met volgende gegevens: unquenched lifetime is 26.3 ns. Concentratie Cl- (in mM) bedraagt 0-5-15-50 met bijhorende Intensiteiten 1-0.6-0.35 .15.Ook nog een grafiek gegeven van het molecule SPQ dat gequenched wordt met Cl- (grafiek toont intensiteit over golflengte bij verschillende (bovenstaande) concentraties&lt;br /&gt;
#* Bereken de quenchingconstante en teken de Stern-Volmer plot&lt;br /&gt;
#* In bloed bedraagt de concentratie van het aanwezige Cl- 103mM. Wat is de fluorescente leeftijd en fluorescerente intensiteit van het SPQ in het bloed.&lt;br /&gt;
#* Wat gebeurt er met de leeftijd als de concentratie Cl- daalt?&lt;br /&gt;
# Woordjes - max 1/2 blad uitleg per woord + verduidelijk eventueel met een figuur&lt;br /&gt;
#* TRES&lt;br /&gt;
#* Foto-elektrisch effect&lt;br /&gt;
#* Cotton- effect&lt;br /&gt;
#* Extinctie coëfficiënt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 september 2017===&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
# oefening met NMR (C9H10O3)&lt;br /&gt;
# spin spin coupeling, uitleggen aan de hand van voorbeeldmolecule en beschrijven hoe het signaal van ieder proton gesplits zal worden.&lt;br /&gt;
# SAR methode bij het ontwikkelen van medicijnen. interactie ligand-proteine enzo uitleggen.&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# (4pt) Spectra gegeven van Chryseen. Duid aan welk spectrum absorptie, fluorescentie en fosforescentie toont. De vervaltijd in regio 360-400nm is 10x kleiner dan die in de regio 500-600nm, leg uit waarom.Beschrijf alle waarnemingen van de spectra aan de hand van de geziene leerstof.&lt;br /&gt;
# (2pt) L-opstelling voor meting anisotropie, in propyleenglycol bij 233K ofzoiets. Gegeven Ivh, Ivv, Ihh en Ihv. Bereken de werkelijke anisotropie bij verticale excitatie. Hoe groot is de fout die je maakt als je niet corrigeert? Wat is de hoek tussen de excitatie en het emissie dipoolmoment? Stel dat we bij 293K werken en in ethanol, kunnen we de hoek dan nog steeds bepalen? wat gebeurt er met de anisotropie?&lt;br /&gt;
# (4pt) Woordjes&lt;br /&gt;
#* Foto-elektrisch effect&lt;br /&gt;
#* FRET&lt;br /&gt;
#* Single Photon Timing&lt;br /&gt;
#* Cottoneffect&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 juni 2017===&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
# oefening spectrum NMR&lt;br /&gt;
# COSY spectrum gegeven van molecule. Wijs elke functionele groep toe in het spectrum en leg uit waarom. Vertel de werking van COSY.&lt;br /&gt;
# Bespreek de drie fasen voor de structuurbepaling van proteïnen via NMR&lt;br /&gt;
==== Hofkens ====&lt;br /&gt;
# Gegeven is een simpele tekening van een hairpinstuctuur met donor en acceptor, deze is in evenwicht met zijn twee conformaties. De leeftijd van de donor in vrije oplossing is 10ns en acceptor is 2ns. Als de donor aan de hairpin hangt zien we een bi-exponentieel verval van 5ns en 1ns mer respectievelijk 95% en 5%. verklaar waarnemingen, bespreek de leeftijd van de acceptor in beide conformaties.&lt;br /&gt;
# Gegeven is die tekening vanuit de cursus over FMN en YMN en tabel met hoek teta. In tabel ook nog anisotropiewaarde van complex en zonder complex, alfa en de concentraie van FMN is niet gegeven. Bereken dissociatieconstante en verklaar de grafiek van die anisotropie. &lt;br /&gt;
# Woordjes:&lt;br /&gt;
#* Transitiedipoolmoment&lt;br /&gt;
#* Balmerreeks&lt;br /&gt;
#* Excitatiespectrum&lt;br /&gt;
#* Perrin vergelijking&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2017===&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
# H en C spectrum&lt;br /&gt;
# NOE&lt;br /&gt;
# fase 1 uitleggen van die fase 3 shit + probleem grote moleculen &lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# grafiek zoals in cursus van Eosin en Erytrosin (maar andere kleurstoffen). Alles bespreken wat je ziet. Tau en Q gegeven, bereken radioactieve en niet radiatieve snelheidsconstante. Als R= een of andere groep, waarom is dan de Tau en Q groter? En zou dit koppel een goed FRET paar zijn?&lt;br /&gt;
# anisotropie is 0,3 maar door scattering laat de filter 20% door, wat is de gemeten anisotropie&lt;br /&gt;
# woordjes: &lt;br /&gt;
#* foto-elektrisch effect&lt;br /&gt;
#* extinctie coefficient&lt;br /&gt;
#* TRES&lt;br /&gt;
#* cotton effect&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2017===&lt;br /&gt;
====Vogt:====&lt;br /&gt;
# zeeman effect&lt;br /&gt;
# H/C spectrum&lt;br /&gt;
# in vivo nmr&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# da van die even en oneven aantal dubbele bindingen en het effect daarvan op de golflengte, met cyanine en azocyanine.&lt;br /&gt;
# oef 5 van oefenzitting 4 denk ik (zoals vorig examen)&lt;br /&gt;
# woordjes: &lt;br /&gt;
#* Ro&lt;br /&gt;
#* Dynamic quenching&lt;br /&gt;
#* fluorescence quantum yield&lt;br /&gt;
#* resonance &lt;br /&gt;
#* Raman scattering&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2017===&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
# H- en IR spectrum gegeven van C11H14O2&lt;br /&gt;
# vraag2 &lt;br /&gt;
#* 2 soorten relaxatie, leg uit&lt;br /&gt;
#* hoe beinvloeden deze het C-NMR&lt;br /&gt;
#* weet ik ook niet meer&lt;br /&gt;
# 1D en 2D NMR spectra: &lt;br /&gt;
#* verschillen, voor - en nadelen geven. &lt;br /&gt;
#* Kan je er ligand proteine bindingen mee onderzoeken? &lt;br /&gt;
#* hoe ziet men dit? &lt;br /&gt;
#* kan men zien aan met welk aminozuur de binding gebeurt? (Alles zowel voor slow- als fast exchange)&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# membraanfusie experiment: gegeven structuur lipide met pyreen aan, fuseert met zelfde lipide zonder pyreen, absorptie spectra pyreen gegeven (voor de fusie). Hoe verandert het absorptie- en emissiespectra doorheen het experiment? Leg uit adhv zelf gemaakte tekeningen (grafieken).&lt;br /&gt;
# Oefening: zoals oefening 5 van oefenzitting 4&lt;br /&gt;
# 4 termen: &lt;br /&gt;
#* anti stokes &lt;br /&gt;
#* ramanscattering&lt;br /&gt;
#* emissiespectra&lt;br /&gt;
#* statische quencher&lt;br /&gt;
#* laatste weet ik niet meer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===7 juni 2016===&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
# H- en C-spectrum, structuur afleiden.&lt;br /&gt;
# Je krijgt spintoestanden&lt;br /&gt;
#* Geef het aantal mogelijke spin oriëntaties en geef het weer op een grafische manier. &lt;br /&gt;
#* Hoe wordt dit effect genoemd? Is de electronen verdeling gelijk tussen 2 toestanden? &lt;br /&gt;
#* Welke factoren beïnvloeden deze indeling? &lt;br /&gt;
#* Wat kun je hieraan doen om NMR spectroscopie efficiënter te maken?&lt;br /&gt;
# Leg in vivo H- en C-NMR spectroscopie uit, integreer een voorbeeld in je uitleg. &lt;br /&gt;
#* Waarom wordt dit niet veel gebruikt? &lt;br /&gt;
#* P-NMR is wel nuttig in vivo, waarom? &lt;br /&gt;
#* Geef een voorbeeld waarin deze techniek gebruikt kan worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# Tekening met DNA-hairpin in open- en gesloten vorm. Aan uiteinde hangt een donor en acceptor. Donor vrij heeft leeftijd van 10 ns, acceptor vrij een leeftijd van 2 ns. Wanneer de leeftijd van de donor wordt gemeten (in de gesloten vorm) bekomen ze een bi-exponentiele verdeling voor de leeftijd: 5 ns 95% en 1 ns 5%. &lt;br /&gt;
#* Verklaar de resultaten. &lt;br /&gt;
#* Geef de leeftijd van de gesloten- en de open DNA-hairpin vorm. &lt;br /&gt;
#* Wat zal de leeftijd van de acceptor zijn in de open vorm, en wat in de gesloten DNA-hairpin vorm?&lt;br /&gt;
# Tekening van anisotropie gegeven (uit cursus met 2x10-2M en 2x10^-5M). Verklaar de tekening aan de hand van de gezienen leerstof.&lt;br /&gt;
# Bespreek kort maar juist (1/2bladzijde max) &lt;br /&gt;
#* foto-effect &lt;br /&gt;
#* Balmer-reeks &lt;br /&gt;
#* ... &lt;br /&gt;
#* transitiedipoolmoment.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2015===&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
# H- en C-spectrum&lt;br /&gt;
# Slow en fast exchange uitleggen (waarom een spectrum bij hoge T slechts 1 signaal meer geeft i.p.v. 2) en de exchange constant berekenen.&lt;br /&gt;
# Hoe kan IR-Spectroscopy gebruikt worden om:&lt;br /&gt;
#* kwantitatief de concentratie van een staal te bepalen.&lt;br /&gt;
#* kwalitatief proteine structuur te bepalen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# Gegeven een absorptiespectrum van verschillende kleurstoffen (steeds met een  groter geconjungeerd systeem) verklaar alle waarnemingen, teken het fluorescentie spectrum van 2 van de stoffen, de quantumyield van kleurstof 1 is 0.9 hoe zal deze evolueren naarmate het molecule groter wordt?&lt;br /&gt;
# Atoommodel van Bohr uitleggen en op het belang voor de spectroscopie wijzen.&lt;br /&gt;
# Begrippen: &lt;br /&gt;
#* Cotton-effect&lt;br /&gt;
#* Inner filter effect&lt;br /&gt;
#* R0 &lt;br /&gt;
#* Excimeer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2015===&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
# H-spectrum+ IR-spectrum&lt;br /&gt;
# uitleg verdeling tussen de 2 spintoestanden. hoe onstaat deze verdeling en hoe kan je ze beïnvloeden.&lt;br /&gt;
# Leg uit de voor- en nadelen van 1D en 2D spectra en kan men aan de hand hiervan de ligand-proteïne interactie volgen. b. Kan je de snelheidsconstante K berekenen aan de hand van deze spectra? (zowel slow als fast exchange) c. kan je zien waar het ligand bind aan het proteïne? (zowel slow als fastexchange)&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# twee prentjes van twee membranen. Eerst een eximeer daarna niet meer. Het gaat over membraanfusie. Geef de absorptie-en emissiespectra van beide toestanden. Wat leert men hieruit over membraanfusie?(af te leiden uit prentjes)&lt;br /&gt;
# hoe kan men de transitieconstante berekenen?&lt;br /&gt;
# woordjes: &lt;br /&gt;
#* limiterende anisotropie&lt;br /&gt;
#* cotton effect&lt;br /&gt;
#* inner filter effect&lt;br /&gt;
#* statische quenching&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2013===&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
# simpele oefening over een C9H10O3 spectrum, bij mondeling vroeg ze waarom dat een doublet of triplet of multiplet was.&lt;br /&gt;
# verschillende COSY spectra matchen met verschillende aminozuren&lt;br /&gt;
# welke NMR-technieken kunnen worden gebruikt om ligand-proteïne interacties te onderzoeken. Bijvraag ging over SAR, welke stappen enzo.. ook uitleggen dat die interactie snel of traag kan gebeuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# oefening; gegeven tau-waarden en p waarden. Hieruit P0, de rotationele correlatietijd en nog iets berekenen.&lt;br /&gt;
# het atoommodel van bohr uit de doeken doen, postulaten, formules,.. en de link leggen met de spectroscopy van vandaag.&lt;br /&gt;
# begrippen uitleggen: &lt;br /&gt;
#* R0&lt;br /&gt;
#* cotton effect&lt;br /&gt;
#* inner filter effect&lt;br /&gt;
#* excimeer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2013===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# Oefening waarbij H en C spectrum gegeven werden&lt;br /&gt;
# IR spectroscopie:&lt;br /&gt;
#* is de amide band I de enige bruikbare band voor het bepalen van de secundaire structuur van eiwitten of zijn er nog?&lt;br /&gt;
#* Verklaring geven voor de verschillende waarde van de amide piek bij alfa helix of b sheet.&lt;br /&gt;
#* Vaak ziet men 1 grote band en niet de verschillende pieken binnen de amide I band, hoe lost men dit op?&lt;br /&gt;
#* Is IR zo ook een kwantitatieve methode voor de bepaling van de secundaire structuur?&lt;br /&gt;
# Bespreek HSQC in verband met studies van proteïnen.&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# oefening met 2 spectra gegeven van anisotropie-verval in de tijd van hetzelfde FP molecule. Het ene spectrum was bij lage concentratie FP, het andere bij hoge concentratie FP. Bij beiden werd het verval gemeten bij verschillende viscositeit en weergegeven in het spectrum (dus 5 vervalcurves in elk spectrum).&lt;br /&gt;
#* Verklaar de resultaten.&lt;br /&gt;
#* Wat kom je hierdoor te weten over het FP?&lt;br /&gt;
#* Bespreek in detail de meettechniek hoe men aan deze spectra komt. (4punten)&lt;br /&gt;
# Bespreek het foto-elektrisch effect van Einstein. Waarom is dit belangrijk voor spectroscopie? (2punten)&lt;br /&gt;
# Leg de volgende begrippen uit (max 1 blz per begrip) (4 punten):&lt;br /&gt;
#* circulair dichroïsme&lt;br /&gt;
#* magic angle&lt;br /&gt;
#* fosforescentie &lt;br /&gt;
#* J-aggregaat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 jun 2011===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# H-NMR en IR spectrum van C14H14 gegeven. (Het was 1,2-difenylethaan als structuur)&lt;br /&gt;
# Wat is NOE? Bereken de maximum signaalversterking bij 1H en 15N wanneer 15N de onderzochte kern is (gamma&#039;s gegeven).&lt;br /&gt;
# Bespreek kort de 3 fasen waarin men m.b.v. NMR de structuur van proteinen kan bepalen.&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# Bij het meten van lifetimes zijn er vaak problemen met depolarisatie. Hoe los je dit anisotropieprobleem op. Verwerk de formule van anisotropie in je antwoord (6 punten).&lt;br /&gt;
# Gegeven zijn gegevens van een quenching experiment. Je moest een Stern-volmer ervan maken. Verschillende quenchingconstanten berekenen. (Super moeilijke oefening !)&lt;br /&gt;
# Oefening over Raman (Stokes en anti-Stokes): (2 punten)&lt;br /&gt;
#* exciterende laserfrequenties en een paar spectrumwaarden gegeven&lt;br /&gt;
#* en dan een paar vraagjes waar je frequenties of golflengtes moest berekenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 jun 2011===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# H-NMR en IR spectrum van C11H14O2 gegeven.&lt;br /&gt;
# Vijf kernen (12C, 14N, 17O, 31P en 51V) met hun I-waarde (totale spin van de kern) gegeven.&lt;br /&gt;
#* Geef het aantal mogelijke spinoriëntaties van elke kern en stel grafisch voor.&lt;br /&gt;
#* Wat is de frequentie van een signaal van een 31P-kern bij een magneetveld van 1 Tesla? (gamma, constante van Planck, pi en abundantie gegeven)&lt;br /&gt;
#* Zelfde vraag en zelfde gegevens, maar dan voor 51V.&lt;br /&gt;
#* Bij welk van beide kernen (31P en 51V) verwacht je onder dezelfde condities (concentratie, magneetveldsterkte) de hoogste S/N ratio?&lt;br /&gt;
# Welke NMR methoden kan je gebruiken om de binding van een klein ligand aan een proteïne te bestuderen? Hou rekening met het verschil tussen trage en snelle uitwisseling ten opzichte van de NMR-tijdschaal.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# Gegeven was een structuur (twee naftaleenmoleculen gekoppeld via een linker) en het bijhorende emissiespectrum met 3 pieken (opgenomen bij -60°C). De eerste piek had een fluorescentieverval van 2 ns, de middelste een bi-exponentieel verval en de laatste een verval van 12000 ns. Een concentratieverhoging heeft geen invloed op de vorm van het spectrum, maar wel op de intensiteit. Verklaar alle waarnemingen mbv Jablonski-energiediagram. Schat ook de golflengte bij max. absorptie mbv van de Woodward-Fieser-Scott regels en teken het absorptiespectrum. (6 punten)&lt;br /&gt;
# Gegeven zijn twee structuren met als enige verschil de plaats van één dubbele binding (waardoor die binding bij de ene structuur geconjugeerd is en bij de andere niet). Je mag geen gebruik maken van de Woodward-Fieser-Scott regels om lambda max te bepalen, maar je hebt wel een UV-VIS absorptiemeter ter beschikking. Hoe kan je die gebruiken om beide stoffen te onderscheiden? (2 punten)&lt;br /&gt;
# Oefening over Raman (Stokes en anti-Stokes): exciterende laserfrequenties en een paar spectrumwaarden gegeven, en dan een paar vraagjes waar je frequenties of golflengtes moest berekenen. (2 punten)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 jun 2011===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# H- en C- NMRspectrum geven, C9H10O3. Mondelinge bijvragen:&lt;br /&gt;
#* Waarom is die piek bv een triplet?&lt;br /&gt;
#* Wat is er belangrijk voor het solvent voor NMR?&lt;br /&gt;
# Bij een NMR meting met een toestel van 60MHz is het ligt de piek van CH3NO2 op 259.8 Hz van de referentiestof.&lt;br /&gt;
#* bereken de chemische shift bij 60MHz&lt;br /&gt;
#* op welke afstand zou de piek liggen bij 500MHz&lt;br /&gt;
#* bereken de chemische shift bij 500MHz&lt;br /&gt;
#* bijvraag: Waarom is de chemische shift belangrijk&lt;br /&gt;
# Hoe kan je IR-spectrometrie gebruiken om info over de secundaire structuur van een proteïne te bekomen? Voor welk type van proteïnen is deze methode vooral bruikbaar?&lt;br /&gt;
====Hofkens:====&lt;br /&gt;
# Gegeven was een schema van een natriumlamp. De lamp werkt als volgt: als er spanning gezet wordt over de lamp, wordt het ontspanningsgas(neon) geioniseerd. Bij botsing van dit geioniseerd gas met het natrium-kwik amalgaam komt natrium vrij. Zo wordt een lage natrium druk gecreeerd. Typisch voor zo&#039;n lamp is de oranje kleur(zoals op de autosnelweg). Die kleur wordt veroorzaakt door het natrium. Verklaar dit aan de hand van concepten uit de cursus. Als de lamp net aangestoken is, is kleur niet oranje, maar roodachtig, verklaar. Een andere versie van zo&#039;n lamp werkt met een hoge natrium druk, dit soort lampen geeft een wit-gele kleur. Verklaar dit aan de hand van concepten uit de cursus.(6 punten)&lt;br /&gt;
# Geef een bondige uitleg voor volgend begrippen(5 zinnen) met indien nodig een wiskundige uitdrukking(2 punten)&lt;br /&gt;
#* Extinctiecoefficient&lt;br /&gt;
#* Woodward-Fieser-Scott-regels&lt;br /&gt;
#* Lambert-Beer&lt;br /&gt;
#* Fluorescentie quenching&lt;br /&gt;
# oef(2 punten) Gegeven is dat HBr een band geeft bij 2558 cm^-1.&lt;br /&gt;
#* bereken de golflengte&lt;br /&gt;
#* je krijgt de uitdrukking van een veer(die met Mred) en gevraagt: bereken welke band DBr zal geven.(gegeven zijn m van H, D en Br en getal van Avogadro)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 jun 2010===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# H- en IR- spectrum geven, C4H9Br. Mondelinge bijvragen:&lt;br /&gt;
#* Wat moet normaal de opsplitsing zijn van dit multiplet?&lt;br /&gt;
#* Is het IR-spectrum hier nuttig?&lt;br /&gt;
# Wat is NOE? Bereken de maximum signaalversterking bij 1H en 31P wanneer 31P de onderzochte kern is (gamma&#039;s gegeven).&lt;br /&gt;
# Welke NMR methode kan je gebruiken om een KWANTITATIEVE analyse te maken van protein-ligand binding? Hou rekening met snelle en trage uitwisseling.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 jun 2009===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# H en C - NMR gegeven. Structuur? C14H14.&lt;br /&gt;
# Gegeven: 12C (I=0), 14N (I=1), 17O (I=5/2), 31P (I=1/2).&lt;br /&gt;
#* Hoeveel spinoriëntaties zijn er in een magnetisch veld? Stel grafisch voor.&lt;br /&gt;
#* 31P in magneetveld van 1 Tesla. Bij welke frequentie moet je 31P meten? h, gamma en pi gegeven.&lt;br /&gt;
# Hoe kan je IR-spectrometrie gebruiken om info over de secundaire structuur van een proteïne te bekomen? Voor welk type van proteïnen is deze methode vooral bruikbaar?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 jun 2008===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# Bespreek de drie fasen voor de structuurbepaling van proteïnen via NMR&lt;br /&gt;
# 3 COSY&#039;s gegeven, 6 AZ. Ken de 3 COSY&#039;s toe en leg uit waarom&lt;br /&gt;
# H-NMR en IR-spectrum gegeven. Geef structuur (butylethanoaat (en geen methylpentanoaat!))&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 jun 2008===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# H en C spectrum van een molecule&lt;br /&gt;
# Je krijgt lysine en zijn H en C chemische shift waarden, teken DEPT, H-H COSY en C-H HSQC&lt;br /&gt;
# hoe kan je de binding van een ligand aan een proteïne bestuderen? Hou rekening met snelle en trage uitwisseling&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 jun 2008===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# Je hebt een oplossing vitamine C (structuur gegeven). Bespreek hoe je met IR-spectroscopie de concentratie van de oplossing kunt bepalen.&lt;br /&gt;
# Geef het aantal verschillende spintoestanden van 12C (I=0),31P (I=1/2), 14N (I=1), 17O (I=5/2) en stel grafisch voor.&lt;br /&gt;
# Bereken frequentie (B0, gamma, h en pi gegeven) voor 31P&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 jun 2007===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# Oefening, aromatische ring, twee O-CH3 en een keton erop&lt;br /&gt;
# Je kreeg een molecule en ge moest daar de zo&#039;n dynamische interactie bespreken, van draaiing rond een binding (met slow exchange, coalescentie en fast exchange) en dan moest je de uitwisselingssnelheid bij coalescentie berekenen.&lt;br /&gt;
# Toepassing van IR op biomoleculen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 jun 2007===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# Basic oefeningske&lt;br /&gt;
# De NH2 groep stretcht permanent bij een frequentie van 1013 Hz. hierdoor heeft deze N-H verschillende bindingslengtes. Ga na of de individuele bindingslengtes kunnen gedetecteerd worden op een NMR-instrument van a) 250 MHZ en b) 900 MHz.&lt;br /&gt;
# Wat is HSQC en hoe kan deze techniek bijdragen bij het onderzoek van eiwitten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 jun 2007===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# Je kreeg een tekening van een benzeenring met daar een groep boven en ge moest de upfield en downfield effecten bespreken van die groep en die van de benzeenring.&lt;br /&gt;
# Hoe is NMR belangrijk voor SAR en ook SAR bespreken&lt;br /&gt;
# Een oefening met een symmetrische aromatische ring en een carboonzuur en een ester daar ergens in.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 jun 2007===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# Oefening: Nen C4H9Br, gewoon, H spectrum en (nutteloos) IR gegeven, en ge moet de structuur geven (twas gewoon lineair, dus best wel &#039;makkelijk&amp;quot;)&lt;br /&gt;
# Theorie:&lt;br /&gt;
#* H @ 60MHz, zelfde toestel P @ ? MHz??? De &#039;gamma&#039; van H en P was gegeven&lt;br /&gt;
# In vivo NMR, bespreek, leg uit,...&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marike</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Spectroscopie_van_biomoleculen&amp;diff=1660</id>
		<title>Spectroscopie van biomoleculen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Spectroscopie_van_biomoleculen&amp;diff=1660"/>
		<updated>2019-06-11T15:58:14Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marike: /* Vogt */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Dit vak wordt gegeven door Johan Hofkens en Tatjana Vogt. Het deel van Vogt is mondeling, Hofkens is schriftelijk. Je moet op beide delen minstens 4/10 halen om te slagen. Bij het herexamen kan je een vrijstelling aanvragen voor het deel dat je geslaagd bent.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===27 juni 2018===&lt;br /&gt;
===Vogt===&lt;br /&gt;
# Oefening NMR (C8H19N) IOU = 0, symmetrisch molecule met NH groep in het midden&lt;br /&gt;
# wat is relaxatie bij cnmr spectroscopie, welke soorten en wat is het verband van relaxatie en bandverbreding&lt;br /&gt;
# 1D en 2D spectroscopie en proteïn ligand binding uitleggen (zowel fast als slow), uitleggen hoe je bepaald waar de binding van het ligand plaatsvind en hoe je de bindingsconstanten kan bepalen adv NMR&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Hofkens===&lt;br /&gt;
# 3 molecules met vibraties gegeven. zeggen wat de voorwaarde zijn voor IR en raman spectroscopie. zeggen welke structuren IR actief zijn. zeggen welke structuren raman actief zijn en raman en Ir aanduiden op een jablonski diagram&lt;br /&gt;
#* oefening over fret, gegeven zijn intensiteit gebonden en ongebonden en R0. bepalen van efficientie FRET, bepaal R, wat is de intensiteit van het molecule indien de afstand kleiner is.&lt;br /&gt;
# Begrippen: excitatie spectrum, perrin vgl, balmer reeks, transitiedipoolmoment&lt;br /&gt;
===26 juni 2018===&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
# Oefening NMR (C11H14O2) - benzeenring met para 2 substituenten: eerste substituent COOH en tweede substituent C met 3 gebonden CH3&lt;br /&gt;
# Figuur van slow en fast exchange limit uitleggen + waarom zijn spectra temperatuursafhankelijk + wat is de coalescentie temperatuur + bereken de exchange rate (k) voor de coalescentie temperatuur&lt;br /&gt;
# Fase 1 van spectrum naar structuur uitleggen, welke NMR worden daar gebruikt en wat kom je te weten + wat is het grootste probleem bij grote proteinen om een NMR te bekomen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Hofkens===&lt;br /&gt;
# Je hebt een hypothetisch lineair molecule AB2 gegeven, maar de Lewisstructuur hiervan is onbekend. M.a.w. je weet niet of het ABB is of BAB. &lt;br /&gt;
#* Hoeveel vibratiemodes zijn er voor elke structuur?&lt;br /&gt;
#* Op het IR-spectrum zijn pieken te zien die overeenkomen met drie normale vibratiesmodes. Welke structuur is het (BAB of ABB) en waarom? &lt;br /&gt;
#* In IR ligt de piek voor H2O op 3560 cm-1, veronderstel dat de krachtconstante gelijk is. Bereken de frequentie van de rekking van D2O (zwaar water)? &lt;br /&gt;
# Oefening 5 van oefenzitting 4 met volgende gegevens: IgG bindt aan de kleurstof Fluorescein. Concentraties zijn 0, 1*10^(-5), overmaat voor IgG; drie keer 4*10^(-7) voor Fluorescein en P = 0.03, 0.1450 en 0.3913. De formule voor Kd is gegeven. &lt;br /&gt;
#* bereken Kd als de extinctiecoëfficiënt en het kwantumrendement niet verstoord worden door de binding.&lt;br /&gt;
#* het kwantumrendement halveert bij de binding, wat gaat er gebeuren met de fractie Fluorescein in complex.&lt;br /&gt;
#* hoe bepaalt men of de extinctiecoëfficiënt en/of het kwantumrendement verandert bij de binding?&lt;br /&gt;
# Begrippen: inner filter effect, limiting anisotropy, auxochroom effect, TCSPC&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2018===&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
# Oefening met NMR (C9H10O3 - benzeenring met aldehyde en 2 keer O-CH3 gesubsidieerd) + verklaar plaats van substitutie&lt;br /&gt;
# 31P NMR vergelijken met 1H NMR en 13C NMR. &lt;br /&gt;
#*Waarom gebruik je P-NMR hier. &lt;br /&gt;
#*Hoe is de sensitiviteit van de 3 NMR&#039;s en welke is hier het beste + wat zijn de algemene factoren die sensitiviteit bepalen&lt;br /&gt;
#* Welke NMR gebruik je om deze reactie te bestuderen en waarom? &lt;br /&gt;
#* Hoe zou je de aanwezige concentratie water berekenen in deze vergelijking&lt;br /&gt;
#* Hoe zou je de omzettingsratio van de producten naar reagentia berekenen&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom SAR by NMR een veelgebruikte techniek is voor de ontwikkelen van medicatie en leg werking uit&lt;br /&gt;
#* Leg uit wat de vereiste zijn van SAR&lt;br /&gt;
#* Leg uit wat voor-en nadelen zijn van SAR&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# Teken een Frank-Condon energiediagram van een hypothetisch molecule in grondtoestand en geëxciteerde toestand. Benoem S0 en S1 op de figuur.&lt;br /&gt;
#* Teken een vibratiobele overgang&lt;br /&gt;
#* Teken een vibrationele excitatie in de elektrisch aangeslagen toestand&lt;br /&gt;
#* Wat is de tijdschaal van fluorescerende en teken dit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Oefening over Stern-Volmer en quenchen instantende met volgende gegevens: unquenched lifetime is 26.3 ns. Concentratie Cl- (in mM) bedraagt 0-5-15-50 met bijhorende Intensiteiten 1-0.6-0.35 .15.Ook nog een grafiek gegeven van het molecule SPQ dat gequenched wordt met Cl- (grafiek toont intensiteit over golflengte bij verschillende (bovenstaande) concentraties&lt;br /&gt;
#* Bereken de quenchingconstante en teken de Stern-Volmer plot&lt;br /&gt;
#* In bloed bedraagt de concentratie van het aanwezige Cl- 103mM. Wat is de fluorescente leeftijd en fluorescerente intensiteit van het SPQ in het bloed.&lt;br /&gt;
#* Wat gebeurt er met de leeftijd als de concentratie Cl- daalt?&lt;br /&gt;
# Woordjes - max 1/2 blad uitleg per woord + verduidelijk eventueel met een figuur&lt;br /&gt;
#* TRES&lt;br /&gt;
#* Foto-elektrisch effect&lt;br /&gt;
#* Cotton- effect&lt;br /&gt;
#* Extinctie coëfficiënt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 september 2017===&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
# oefening met NMR (C9H10O3)&lt;br /&gt;
# spin spin coupeling, uitleggen aan de hand van voorbeeldmolecule en beschrijven hoe het signaal van ieder proton gesplits zal worden.&lt;br /&gt;
# SAR methode bij het ontwikkelen van medicijnen. interactie ligand-proteine enzo uitleggen.&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# (4pt) Spectra gegeven van Chryseen. Duid aan welk spectrum absorptie, fluorescentie en fosforescentie toont. De vervaltijd in regio 360-400nm is 10x kleiner dan die in de regio 500-600nm, leg uit waarom.Beschrijf alle waarnemingen van de spectra aan de hand van de geziene leerstof.&lt;br /&gt;
# (2pt) L-opstelling voor meting anisotropie, in propyleenglycol bij 233K ofzoiets. Gegeven Ivh, Ivv, Ihh en Ihv. Bereken de werkelijke anisotropie bij verticale excitatie. Hoe groot is de fout die je maakt als je niet corrigeert? Wat is de hoek tussen de excitatie en het emissie dipoolmoment? Stel dat we bij 293K werken en in ethanol, kunnen we de hoek dan nog steeds bepalen? wat gebeurt er met de anisotropie?&lt;br /&gt;
# (4pt) Woordjes&lt;br /&gt;
#* Foto-elektrisch effect&lt;br /&gt;
#* FRET&lt;br /&gt;
#* Single Photon Timing&lt;br /&gt;
#* Cottoneffect&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 juni 2017===&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
# oefening spectrum NMR&lt;br /&gt;
# COSY spectrum gegeven van molecule. Wijs elke functionele groep toe in het spectrum en leg uit waarom. Vertel de werking van COSY.&lt;br /&gt;
# Bespreek de drie fasen voor de structuurbepaling van proteïnen via NMR&lt;br /&gt;
==== Hofkens ====&lt;br /&gt;
# Gegeven is een simpele tekening van een hairpinstuctuur met donor en acceptor, deze is in evenwicht met zijn twee conformaties. De leeftijd van de donor in vrije oplossing is 10ns en acceptor is 2ns. Als de donor aan de hairpin hangt zien we een bi-exponentieel verval van 5ns en 1ns mer respectievelijk 95% en 5%. verklaar waarnemingen, bespreek de leeftijd van de acceptor in beide conformaties.&lt;br /&gt;
# Gegeven is die tekening vanuit de cursus over FMN en YMN en tabel met hoek teta. In tabel ook nog anisotropiewaarde van complex en zonder complex, alfa en de concentraie van FMN is niet gegeven. Bereken dissociatieconstante en verklaar de grafiek van die anisotropie. &lt;br /&gt;
# Woordjes:&lt;br /&gt;
#* Transitiedipoolmoment&lt;br /&gt;
#* Balmerreeks&lt;br /&gt;
#* Excitatiespectrum&lt;br /&gt;
#* Perrin vergelijking&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2017===&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
# H en C spectrum&lt;br /&gt;
# NOE&lt;br /&gt;
# fase 1 uitleggen van die fase 3 shit + probleem grote moleculen &lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# grafiek zoals in cursus van Eosin en Erytrosin (maar andere kleurstoffen). Alles bespreken wat je ziet. Tau en Q gegeven, bereken radioactieve en niet radiatieve snelheidsconstante. Als R= een of andere groep, waarom is dan de Tau en Q groter? En zou dit koppel een goed FRET paar zijn?&lt;br /&gt;
# anisotropie is 0,3 maar door scattering laat de filter 20% door, wat is de gemeten anisotropie&lt;br /&gt;
# woordjes: &lt;br /&gt;
#* foto-elektrisch effect&lt;br /&gt;
#* extinctie coefficient&lt;br /&gt;
#* TRES&lt;br /&gt;
#* cotton effect&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2017===&lt;br /&gt;
====Vogt:====&lt;br /&gt;
# zeeman effect&lt;br /&gt;
# H/C spectrum&lt;br /&gt;
# in vivo nmr&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# da van die even en oneven aantal dubbele bindingen en het effect daarvan op de golflengte, met cyanine en azocyanine.&lt;br /&gt;
# oef 5 van oefenzitting 4 denk ik (zoals vorig examen)&lt;br /&gt;
# woordjes: &lt;br /&gt;
#* Ro&lt;br /&gt;
#* Dynamic quenching&lt;br /&gt;
#* fluorescence quantum yield&lt;br /&gt;
#* resonance &lt;br /&gt;
#* Raman scattering&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2017===&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
# H- en IR spectrum gegeven van C11H14O2&lt;br /&gt;
# vraag2 &lt;br /&gt;
#* 2 soorten relaxatie, leg uit&lt;br /&gt;
#* hoe beinvloeden deze het C-NMR&lt;br /&gt;
#* weet ik ook niet meer&lt;br /&gt;
# 1D en 2D NMR spectra: &lt;br /&gt;
#* verschillen, voor - en nadelen geven. &lt;br /&gt;
#* Kan je er ligand proteine bindingen mee onderzoeken? &lt;br /&gt;
#* hoe ziet men dit? &lt;br /&gt;
#* kan men zien aan met welk aminozuur de binding gebeurt? (Alles zowel voor slow- als fast exchange)&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# membraanfusie experiment: gegeven structuur lipide met pyreen aan, fuseert met zelfde lipide zonder pyreen, absorptie spectra pyreen gegeven (voor de fusie). Hoe verandert het absorptie- en emissiespectra doorheen het experiment? Leg uit adhv zelf gemaakte tekeningen (grafieken).&lt;br /&gt;
# Oefening: zoals oefening 5 van oefenzitting 4&lt;br /&gt;
# 4 termen: &lt;br /&gt;
#* anti stokes &lt;br /&gt;
#* ramanscattering&lt;br /&gt;
#* emissiespectra&lt;br /&gt;
#* statische quencher&lt;br /&gt;
#* laatste weet ik niet meer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===7 juni 2016===&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
# H- en C-spectrum, structuur afleiden.&lt;br /&gt;
# Je krijgt spintoestanden&lt;br /&gt;
#* Geef het aantal mogelijke spin oriëntaties en geef het weer op een grafische manier. &lt;br /&gt;
#* Hoe wordt dit effect genoemd? Is de electronen verdeling gelijk tussen 2 toestanden? &lt;br /&gt;
#* Welke factoren beïnvloeden deze indeling? &lt;br /&gt;
#* Wat kun je hieraan doen om NMR spectroscopie efficiënter te maken?&lt;br /&gt;
# Leg in vivo H- en C-NMR spectroscopie uit, integreer een voorbeeld in je uitleg. &lt;br /&gt;
#* Waarom wordt dit niet veel gebruikt? &lt;br /&gt;
#* P-NMR is wel nuttig in vivo, waarom? &lt;br /&gt;
#* Geef een voorbeeld waarin deze techniek gebruikt kan worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# Tekening met DNA-hairpin in open- en gesloten vorm. Aan uiteinde hangt een donor en acceptor. Donor vrij heeft leeftijd van 10 ns, acceptor vrij een leeftijd van 2 ns. Wanneer de leeftijd van de donor wordt gemeten (in de gesloten vorm) bekomen ze een bi-exponentiele verdeling voor de leeftijd: 5 ns 95% en 1 ns 5%. &lt;br /&gt;
#* Verklaar de resultaten. &lt;br /&gt;
#* Geef de leeftijd van de gesloten- en de open DNA-hairpin vorm. &lt;br /&gt;
#* Wat zal de leeftijd van de acceptor zijn in de open vorm, en wat in de gesloten DNA-hairpin vorm?&lt;br /&gt;
# Tekening van anisotropie gegeven (uit cursus met 2x10-2M en 2x10^-5M). Verklaar de tekening aan de hand van de gezienen leerstof.&lt;br /&gt;
# Bespreek kort maar juist (1/2bladzijde max) &lt;br /&gt;
#* foto-effect &lt;br /&gt;
#* Balmer-reeks &lt;br /&gt;
#* ... &lt;br /&gt;
#* transitiedipoolmoment.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2015===&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
# H- en C-spectrum&lt;br /&gt;
# Slow en fast exchange uitleggen (waarom een spectrum bij hoge T slechts 1 signaal meer geeft i.p.v. 2) en de exchange constant berekenen.&lt;br /&gt;
# Hoe kan IR-Spectroscopy gebruikt worden om:&lt;br /&gt;
#* kwantitatief de concentratie van een staal te bepalen.&lt;br /&gt;
#* kwalitatief proteine structuur te bepalen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# Gegeven een absorptiespectrum van verschillende kleurstoffen (steeds met een  groter geconjungeerd systeem) verklaar alle waarnemingen, teken het fluorescentie spectrum van 2 van de stoffen, de quantumyield van kleurstof 1 is 0.9 hoe zal deze evolueren naarmate het molecule groter wordt?&lt;br /&gt;
# Atoommodel van Bohr uitleggen en op het belang voor de spectroscopie wijzen.&lt;br /&gt;
# Begrippen: &lt;br /&gt;
#* Cotton-effect&lt;br /&gt;
#* Inner filter effect&lt;br /&gt;
#* R0 &lt;br /&gt;
#* Excimeer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2015===&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
# H-spectrum+ IR-spectrum&lt;br /&gt;
# uitleg verdeling tussen de 2 spintoestanden. hoe onstaat deze verdeling en hoe kan je ze beïnvloeden.&lt;br /&gt;
# Leg uit de voor- en nadelen van 1D en 2D spectra en kan men aan de hand hiervan de ligand-proteïne interactie volgen. b. Kan je de snelheidsconstante K berekenen aan de hand van deze spectra? (zowel slow als fast exchange) c. kan je zien waar het ligand bind aan het proteïne? (zowel slow als fastexchange)&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# twee prentjes van twee membranen. Eerst een eximeer daarna niet meer. Het gaat over membraanfusie. Geef de absorptie-en emissiespectra van beide toestanden. Wat leert men hieruit over membraanfusie?(af te leiden uit prentjes)&lt;br /&gt;
# hoe kan men de transitieconstante berekenen?&lt;br /&gt;
# woordjes: &lt;br /&gt;
#* limiterende anisotropie&lt;br /&gt;
#* cotton effect&lt;br /&gt;
#* inner filter effect&lt;br /&gt;
#* statische quenching&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2013===&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
# simpele oefening over een C9H10O3 spectrum, bij mondeling vroeg ze waarom dat een doublet of triplet of multiplet was.&lt;br /&gt;
# verschillende COSY spectra matchen met verschillende aminozuren&lt;br /&gt;
# welke NMR-technieken kunnen worden gebruikt om ligand-proteïne interacties te onderzoeken. Bijvraag ging over SAR, welke stappen enzo.. ook uitleggen dat die interactie snel of traag kan gebeuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# oefening; gegeven tau-waarden en p waarden. Hieruit P0, de rotationele correlatietijd en nog iets berekenen.&lt;br /&gt;
# het atoommodel van bohr uit de doeken doen, postulaten, formules,.. en de link leggen met de spectroscopy van vandaag.&lt;br /&gt;
# begrippen uitleggen: &lt;br /&gt;
#* R0&lt;br /&gt;
#* cotton effect&lt;br /&gt;
#* inner filter effect&lt;br /&gt;
#* excimeer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2013===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# Oefening waarbij H en C spectrum gegeven werden&lt;br /&gt;
# IR spectroscopie:&lt;br /&gt;
#* is de amide band I de enige bruikbare band voor het bepalen van de secundaire structuur van eiwitten of zijn er nog?&lt;br /&gt;
#* Verklaring geven voor de verschillende waarde van de amide piek bij alfa helix of b sheet.&lt;br /&gt;
#* Vaak ziet men 1 grote band en niet de verschillende pieken binnen de amide I band, hoe lost men dit op?&lt;br /&gt;
#* Is IR zo ook een kwantitatieve methode voor de bepaling van de secundaire structuur?&lt;br /&gt;
# Bespreek HSQC in verband met studies van proteïnen.&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# oefening met 2 spectra gegeven van anisotropie-verval in de tijd van hetzelfde FP molecule. Het ene spectrum was bij lage concentratie FP, het andere bij hoge concentratie FP. Bij beiden werd het verval gemeten bij verschillende viscositeit en weergegeven in het spectrum (dus 5 vervalcurves in elk spectrum).&lt;br /&gt;
#* Verklaar de resultaten.&lt;br /&gt;
#* Wat kom je hierdoor te weten over het FP?&lt;br /&gt;
#* Bespreek in detail de meettechniek hoe men aan deze spectra komt. (4punten)&lt;br /&gt;
# Bespreek het foto-elektrisch effect van Einstein. Waarom is dit belangrijk voor spectroscopie? (2punten)&lt;br /&gt;
# Leg de volgende begrippen uit (max 1 blz per begrip) (4 punten):&lt;br /&gt;
#* circulair dichroïsme&lt;br /&gt;
#* magic angle&lt;br /&gt;
#* fosforescentie &lt;br /&gt;
#* J-aggregaat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 jun 2011===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# H-NMR en IR spectrum van C14H14 gegeven. (Het was 1,2-difenylethaan als structuur)&lt;br /&gt;
# Wat is NOE? Bereken de maximum signaalversterking bij 1H en 15N wanneer 15N de onderzochte kern is (gamma&#039;s gegeven).&lt;br /&gt;
# Bespreek kort de 3 fasen waarin men m.b.v. NMR de structuur van proteinen kan bepalen.&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# Bij het meten van lifetimes zijn er vaak problemen met depolarisatie. Hoe los je dit anisotropieprobleem op. Verwerk de formule van anisotropie in je antwoord (6 punten).&lt;br /&gt;
# Gegeven zijn gegevens van een quenching experiment. Je moest een Stern-volmer ervan maken. Verschillende quenchingconstanten berekenen. (Super moeilijke oefening !)&lt;br /&gt;
# Oefening over Raman (Stokes en anti-Stokes): (2 punten)&lt;br /&gt;
#* exciterende laserfrequenties en een paar spectrumwaarden gegeven&lt;br /&gt;
#* en dan een paar vraagjes waar je frequenties of golflengtes moest berekenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 jun 2011===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# H-NMR en IR spectrum van C11H14O2 gegeven.&lt;br /&gt;
# Vijf kernen (12C, 14N, 17O, 31P en 51V) met hun I-waarde (totale spin van de kern) gegeven.&lt;br /&gt;
#* Geef het aantal mogelijke spinoriëntaties van elke kern en stel grafisch voor.&lt;br /&gt;
#* Wat is de frequentie van een signaal van een 31P-kern bij een magneetveld van 1 Tesla? (gamma, constante van Planck, pi en abundantie gegeven)&lt;br /&gt;
#* Zelfde vraag en zelfde gegevens, maar dan voor 51V.&lt;br /&gt;
#* Bij welk van beide kernen (31P en 51V) verwacht je onder dezelfde condities (concentratie, magneetveldsterkte) de hoogste S/N ratio?&lt;br /&gt;
# Welke NMR methoden kan je gebruiken om de binding van een klein ligand aan een proteïne te bestuderen? Hou rekening met het verschil tussen trage en snelle uitwisseling ten opzichte van de NMR-tijdschaal.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# Gegeven was een structuur (twee naftaleenmoleculen gekoppeld via een linker) en het bijhorende emissiespectrum met 3 pieken (opgenomen bij -60°C). De eerste piek had een fluorescentieverval van 2 ns, de middelste een bi-exponentieel verval en de laatste een verval van 12000 ns. Een concentratieverhoging heeft geen invloed op de vorm van het spectrum, maar wel op de intensiteit. Verklaar alle waarnemingen mbv Jablonski-energiediagram. Schat ook de golflengte bij max. absorptie mbv van de Woodward-Fieser-Scott regels en teken het absorptiespectrum. (6 punten)&lt;br /&gt;
# Gegeven zijn twee structuren met als enige verschil de plaats van één dubbele binding (waardoor die binding bij de ene structuur geconjugeerd is en bij de andere niet). Je mag geen gebruik maken van de Woodward-Fieser-Scott regels om lambda max te bepalen, maar je hebt wel een UV-VIS absorptiemeter ter beschikking. Hoe kan je die gebruiken om beide stoffen te onderscheiden? (2 punten)&lt;br /&gt;
# Oefening over Raman (Stokes en anti-Stokes): exciterende laserfrequenties en een paar spectrumwaarden gegeven, en dan een paar vraagjes waar je frequenties of golflengtes moest berekenen. (2 punten)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 jun 2011===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# H- en C- NMRspectrum geven, C9H10O3. Mondelinge bijvragen:&lt;br /&gt;
#* Waarom is die piek bv een triplet?&lt;br /&gt;
#* Wat is er belangrijk voor het solvent voor NMR?&lt;br /&gt;
# Bij een NMR meting met een toestel van 60MHz is het ligt de piek van CH3NO2 op 259.8 Hz van de referentiestof.&lt;br /&gt;
#* bereken de chemische shift bij 60MHz&lt;br /&gt;
#* op welke afstand zou de piek liggen bij 500MHz&lt;br /&gt;
#* bereken de chemische shift bij 500MHz&lt;br /&gt;
#* bijvraag: Waarom is de chemische shift belangrijk&lt;br /&gt;
# Hoe kan je IR-spectrometrie gebruiken om info over de secundaire structuur van een proteïne te bekomen? Voor welk type van proteïnen is deze methode vooral bruikbaar?&lt;br /&gt;
====Hofkens:====&lt;br /&gt;
# Gegeven was een schema van een natriumlamp. De lamp werkt als volgt: als er spanning gezet wordt over de lamp, wordt het ontspanningsgas(neon) geioniseerd. Bij botsing van dit geioniseerd gas met het natrium-kwik amalgaam komt natrium vrij. Zo wordt een lage natrium druk gecreeerd. Typisch voor zo&#039;n lamp is de oranje kleur(zoals op de autosnelweg). Die kleur wordt veroorzaakt door het natrium. Verklaar dit aan de hand van concepten uit de cursus. Als de lamp net aangestoken is, is kleur niet oranje, maar roodachtig, verklaar. Een andere versie van zo&#039;n lamp werkt met een hoge natrium druk, dit soort lampen geeft een wit-gele kleur. Verklaar dit aan de hand van concepten uit de cursus.(6 punten)&lt;br /&gt;
# Geef een bondige uitleg voor volgend begrippen(5 zinnen) met indien nodig een wiskundige uitdrukking(2 punten)&lt;br /&gt;
#* Extinctiecoefficient&lt;br /&gt;
#* Woodward-Fieser-Scott-regels&lt;br /&gt;
#* Lambert-Beer&lt;br /&gt;
#* Fluorescentie quenching&lt;br /&gt;
# oef(2 punten) Gegeven is dat HBr een band geeft bij 2558 cm^-1.&lt;br /&gt;
#* bereken de golflengte&lt;br /&gt;
#* je krijgt de uitdrukking van een veer(die met Mred) en gevraagt: bereken welke band DBr zal geven.(gegeven zijn m van H, D en Br en getal van Avogadro)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 jun 2010===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# H- en IR- spectrum geven, C4H9Br. Mondelinge bijvragen:&lt;br /&gt;
#* Wat moet normaal de opsplitsing zijn van dit multiplet?&lt;br /&gt;
#* Is het IR-spectrum hier nuttig?&lt;br /&gt;
# Wat is NOE? Bereken de maximum signaalversterking bij 1H en 31P wanneer 31P de onderzochte kern is (gamma&#039;s gegeven).&lt;br /&gt;
# Welke NMR methode kan je gebruiken om een KWANTITATIEVE analyse te maken van protein-ligand binding? Hou rekening met snelle en trage uitwisseling.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 jun 2009===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# H en C - NMR gegeven. Structuur? C14H14.&lt;br /&gt;
# Gegeven: 12C (I=0), 14N (I=1), 17O (I=5/2), 31P (I=1/2).&lt;br /&gt;
#* Hoeveel spinoriëntaties zijn er in een magnetisch veld? Stel grafisch voor.&lt;br /&gt;
#* 31P in magneetveld van 1 Tesla. Bij welke frequentie moet je 31P meten? h, gamma en pi gegeven.&lt;br /&gt;
# Hoe kan je IR-spectrometrie gebruiken om info over de secundaire structuur van een proteïne te bekomen? Voor welk type van proteïnen is deze methode vooral bruikbaar?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 jun 2008===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# Bespreek de drie fasen voor de structuurbepaling van proteïnen via NMR&lt;br /&gt;
# 3 COSY&#039;s gegeven, 6 AZ. Ken de 3 COSY&#039;s toe en leg uit waarom&lt;br /&gt;
# H-NMR en IR-spectrum gegeven. Geef structuur (butylethanoaat (en geen methylpentanoaat!))&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 jun 2008===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# H en C spectrum van een molecule&lt;br /&gt;
# Je krijgt lysine en zijn H en C chemische shift waarden, teken DEPT, H-H COSY en C-H HSQC&lt;br /&gt;
# hoe kan je de binding van een ligand aan een proteïne bestuderen? Hou rekening met snelle en trage uitwisseling&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 jun 2008===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# Je hebt een oplossing vitamine C (structuur gegeven). Bespreek hoe je met IR-spectroscopie de concentratie van de oplossing kunt bepalen.&lt;br /&gt;
# Geef het aantal verschillende spintoestanden van 12C (I=0),31P (I=1/2), 14N (I=1), 17O (I=5/2) en stel grafisch voor.&lt;br /&gt;
# Bereken frequentie (B0, gamma, h en pi gegeven) voor 31P&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 jun 2007===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# Oefening, aromatische ring, twee O-CH3 en een keton erop&lt;br /&gt;
# Je kreeg een molecule en ge moest daar de zo&#039;n dynamische interactie bespreken, van draaiing rond een binding (met slow exchange, coalescentie en fast exchange) en dan moest je de uitwisselingssnelheid bij coalescentie berekenen.&lt;br /&gt;
# Toepassing van IR op biomoleculen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 jun 2007===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# Basic oefeningske&lt;br /&gt;
# De NH2 groep stretcht permanent bij een frequentie van 1013 Hz. hierdoor heeft deze N-H verschillende bindingslengtes. Ga na of de individuele bindingslengtes kunnen gedetecteerd worden op een NMR-instrument van a) 250 MHZ en b) 900 MHz.&lt;br /&gt;
# Wat is HSQC en hoe kan deze techniek bijdragen bij het onderzoek van eiwitten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 jun 2007===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# Je kreeg een tekening van een benzeenring met daar een groep boven en ge moest de upfield en downfield effecten bespreken van die groep en die van de benzeenring.&lt;br /&gt;
# Hoe is NMR belangrijk voor SAR en ook SAR bespreken&lt;br /&gt;
# Een oefening met een symmetrische aromatische ring en een carboonzuur en een ester daar ergens in.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 jun 2007===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# Oefening: Nen C4H9Br, gewoon, H spectrum en (nutteloos) IR gegeven, en ge moet de structuur geven (twas gewoon lineair, dus best wel &#039;makkelijk&amp;quot;)&lt;br /&gt;
# Theorie:&lt;br /&gt;
#* H @ 60MHz, zelfde toestel P @ ? MHz??? De &#039;gamma&#039; van H en P was gegeven&lt;br /&gt;
# In vivo NMR, bespreek, leg uit,...&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marike</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Chemie_Van_Natuurproducten&amp;diff=1659</id>
		<title>Chemie Van Natuurproducten</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Chemie_Van_Natuurproducten&amp;diff=1659"/>
		<updated>2019-06-11T15:56:07Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marike: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===7 juni 2019 NM===&lt;br /&gt;
#Aan de hand van welk biomimetisch reagens gebeurt onderstaande reactie? (Stetter) Stel een mogelijk reactiemechanisme op.&lt;br /&gt;
#Stel een mogelijk reactiemechanisme op hoe B gemaakt wordt uit A. Hoe wordt A biosynthetisch gevormd? (A was polyketide)&lt;br /&gt;
#Bespreek de anti-oxiderende werking van Vitamine C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===7 juni 2019 VM===&lt;br /&gt;
#Vorming humuleen vanuit farnesylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#bespreek anti-oxiderende werking van glutathion adhv H2O2&lt;br /&gt;
#oefening van ornithine naar hygrine maar dan een 7-ring ipv een 5-ring&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===4 september 2018 NM===&lt;br /&gt;
#Oefening van ornithine naar hygrine maar dan een 8-ring ipv een 5-ring&lt;br /&gt;
#Hoe zou glutathione met dit molecule reageren?&lt;br /&gt;
#Wat zijn inositolen? + geef de biosynthese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
#Stetter-reagens&lt;br /&gt;
#NAD+/NADH reductie&lt;br /&gt;
#biosynthese inositol&lt;br /&gt;
[[Bestand:Knipsel.jpg]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2018 VM===&lt;br /&gt;
#vorming 8 ring met pyridoxaal fosfaat&lt;br /&gt;
#ringsluiting van polyketide en de synthese van een polyketide geven&lt;br /&gt;
#stereospecifieke aanval bij reductie met NADH&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2018===&lt;br /&gt;
#bespreek synthese humuleen&lt;br /&gt;
#Oefening van ornithine naar hygrine maar dan een 7-ring ipv een 5-ring&lt;br /&gt;
#bespreek antioxiderende werking van glutathion adhv H2O2&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2018===&lt;br /&gt;
#Geef een mogelijk reactie mechanismen van molecule A naar B. Hoe zou molecule A biosynthetisch gemaakt kunnen worden. (A was een polyketide gemaakt aan de hand van een starter unit uit het deel &#039;other starter units&#039;)&lt;br /&gt;
#Deaminatie van tryptofaan. (m.b.v. pyridoxaalfosfaat)&lt;br /&gt;
#Oxidatie van een gegeven molecule m.b.v. NAD+.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2018 voormiddag===&lt;br /&gt;
#Welk biomimetisch reagens werd er gebruikt bij deze synthese? (Stetter, bijvraag over zwak zure proton en functie van thiaminepyrofosfaat)&lt;br /&gt;
#Oefening van ornithine naar hygrine maar dan een 7-ring ipv een 5-ring&lt;br /&gt;
#Bespreek antioxiderende werking van vitamine C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2017 namiddag===&lt;br /&gt;
#hoe gebeurt volgende reactie (Stetter) + geef reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#reactievergelijking aanvullen: molecule + NAD+ --&amp;gt; ?                                                                      (oefening zoals die van appelzuur met NAD+)&lt;br /&gt;
#bespreek biosynthese van inositolen en wat zijn inositolen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2017 voormiddag===&lt;br /&gt;
#bespreek synthese humuleen&lt;br /&gt;
#bespreek antioxiderende werking van glutathion adhv H2O2&lt;br /&gt;
#oefening van ornithine naar hygrine maar dan een 7-ring ipv een 5-ring&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2017 namiddag===&lt;br /&gt;
# Welk biomimetisch reagens werd er gebruikt bij deze synthese? (Stetter, bijvraag over zwak zure proton en functie van thiaminepyrofosfaat&lt;br /&gt;
# een oefening van hoe je een L-aminozuur omzet naar een D-aminozuur (met pyridoxaalfosfaat)&lt;br /&gt;
# geef 2 manieren waar we de biosynthese van acetoacetyl CoA gezien hebben (bijvraag: waar hebben we deze reacties gezien)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2017 voormiddag===&lt;br /&gt;
# oefening van polyketiden&lt;br /&gt;
# gegeven structuur omvormen m.b.v. pyridoxaalfosfaat&lt;br /&gt;
# oefening zoals die van appelzuur met NAD+ maar met een andere gegeven structuur (COOH groep vervangen door benzeenring, maar dit komt op hetzelfde neer).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 juni 2017===&lt;br /&gt;
# Vorming humuleen vanuit farnesylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
# Reactie met glutathion (met Michaelacceptor C=C-C=O)&lt;br /&gt;
# Antioxidante werking van vitamine C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2017===&lt;br /&gt;
# Leg de werking van ascorbinezuur uit (vitamine C dus)&lt;br /&gt;
# Oefening gebaseerd op de theorie van de synthese uit ornithine en hygrine maar dan met een zesring ipv een vijfring. &lt;br /&gt;
# Stetteroefening.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2017===&lt;br /&gt;
# een oefening &amp;quot;met welk biomemtisch reagens gebeurt deze reactie&amp;quot; da was van 1 ring naar 2 ringen dus me stetter&lt;br /&gt;
# tweede oefening was van een aminozuur met een keten me een O in en een NH2 naar een 7ring (leek op ornithine naar hygrine) en da was mbv pyrodoxalfosfaat en ook claisen ester condensatie&lt;br /&gt;
# theorie: leg het anti-oxidans van vitamine C uit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2015===&lt;br /&gt;
#leg de werking van vitamine C uit als antioxidans&lt;br /&gt;
#Leg uit hoe humuleen gevormd wordt uit farnesylfosfaat&lt;br /&gt;
#Oefening gebaseerd is op de theorie van de synthese uit ornithine maar dan met een zevenring ipv een vijfring.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 agustus 2013===&lt;br /&gt;
#Terpenen: een gegeven molecule naar een nader molecule, geef het reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#Oxidaite van een gegeven molecule met NAD+&lt;br /&gt;
#Geef 2 manieren om aceto-acetyl CoA te maken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2013===&lt;br /&gt;
#Met welk biomimetrisch reagens kun je volgende reactie uitvoeren? Schrijf een mogelijk reactie mechanisme uit&lt;br /&gt;
#Hoe reageert glutathion met onderstaande molecule&lt;br /&gt;
#Bespreek de synthese van vitamine C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2013===&lt;br /&gt;
#In de natuur wordt Caryophylleen gemaakt met behulp van farnesylpyrofosfaat. Werk een mogelijk reactiemechanisme uit tot het bekomen van dit product.(de structuur formule van farnesylpyrofosfaat werd niet gegeven)&lt;br /&gt;
#Werk het mechanisme uit en becommentarieer. (Oplossing: met behulp van pyrodoxaal fosfaat)&lt;br /&gt;
#Bespreek de antioxidatieve werking van vitamine C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2013===&lt;br /&gt;
#Hoe glutathion met een bepaald vaag molecule reageert&lt;br /&gt;
#2 manieren om acetoacetyl CoA te vormen&lt;br /&gt;
#Polyketiden: ge moet weten dat dat via de mechanisme van vetzuursynthese aangemaakt werd en dan moest ge nog mechanisme van dat polyketide naar een ander gegeven molecule schrijven, het was aldolcondensatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2012 (namiddag)===&lt;br /&gt;
#Oefening met stetter reagens. Welk molecule bootst stetter na en voor wat wordt dit in de natuur gebruikt.&lt;br /&gt;
#Racematie met pyridoxalfosfaat uitleggen en mechanisme uitschrijven voor gegeven moleculen. Voorwat pyridoxalfosfaat gebruikt wordt in de natuur.&lt;br /&gt;
#Mechanisme antioxidans van vitamine C uitleggen. Hoe wordt dit gemaakt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2012 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
#Structuur van humuleen gegeven. Geef de biosynthese van humuleen, vertrekkende van farnesylfosfaat&lt;br /&gt;
#Gegeven: Hoe reageert glutathione met deze verbinding?&lt;br /&gt;
#Geef de 2 biosynthesewegen die in de cursus gezien zijn voor acetoacetyl-CoA&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2011 (namiddag)===&lt;br /&gt;
#Welk van deze 2 verbindingen geven een enkel enantiomeer? (enantioselectieve reactie: chiraal product) was reductie met NADH van 2-butaton en pyruvaat (+ appelzuur)&lt;br /&gt;
#Leg mechanisme van de anti-oxidantie werking uit van vitamine C. Geef ook de biosynthese.&lt;br /&gt;
#Geef een mogelijk mechanisme voor volgende reactie HOOC-(C=O)-C-C-C-(C=O)-C=C  (biomimetisch reagens en Et3N)  1,4 cycloheptadion&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2010===&lt;br /&gt;
#Omzetting van histidine naar histamine (histidine zonder CO2) (structuren gegeven)&lt;br /&gt;
#Welk biomimetisch reagens zou je gebruiken, en wat zou een mechanisme kunnen zijn? (stetter)&lt;br /&gt;
#Leg het mechanisme van de anti-oxidantie werking van vitamine C uit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2010===&lt;br /&gt;
#Omzetting van L-AZ naar D-AZ mbv pyridoxaalfosfaat&lt;br /&gt;
#Vetzuursynthese&lt;br /&gt;
#Radicale ortho-para-koppeling&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===September 2009===&lt;br /&gt;
#DOPA en DOPAMINE&lt;br /&gt;
#Synthese inositolen&lt;br /&gt;
#Stereospecificiteit LADH&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2009===&lt;br /&gt;
#Becommentarieer op mechanistische wijze de volgende reactie (vul de nodige reagentia zelf aan). In welke biosynthese is deze reactie belangrijk?&lt;br /&gt;
#Schrijf het mechanisme op van de volgende reactie&lt;br /&gt;
#Bespreek de structuur van fosfatidylcholine en geef de biosynthese ervan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===4 september 2008===&lt;br /&gt;
#De structuren van ornitine en hygrine waren gegeven en je moest heel de reactieweg geven.&lt;br /&gt;
#De 4e stap van de purine synthese was gegeven, begin- en eindproduct en hij moest zeggen hoe de reactie verliep&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2008===&lt;br /&gt;
#Bespreek decarboxylatie van phosphadityl serine naar phosphadityl ethanolamine (pyridoxalfosfaat). Ge kreeg de tekening van die molecules, hem vroeg dan de naam, vroeg ook nog achter choline en wat dat doet, hoe ge dat maakt&lt;br /&gt;
#Fructose: fisher =&amp;gt; hawordth omzetting&lt;br /&gt;
#Welk van deze 2 verbindingen geven een enkel enantiomer? (enantioselectieve reactie: chiraal product) was reductie met NADH, van 2-butanon en pyruvaat. Hij vroeg ook nog hoe ge bv appelzuur oxideert met NAD&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2007===&lt;br /&gt;
#Merhylering, waardoor gebeurt het en leg uit (SAM)&lt;br /&gt;
#Fructose fisher gegeven, geef haworth&lt;br /&gt;
#R-C-C-COSCoA  R-C=C-COSCoA (mbv FAD =&amp;gt; FADH2) leg uit + geef structuur van FAD&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2006===&lt;br /&gt;
#Omzetting van een ketocarbonzuur is AZ, hoe gaat dit in zijn werk in de cel, met welke reagentia, geef structuur + reacties&lt;br /&gt;
#Hoe worden verzadigde vetzuren opgebouwd in de natuur?&lt;br /&gt;
#Hoe wordt zuurstof in de cel getransporteerd, geef structuur + uitleg&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2006===&lt;br /&gt;
#Decarboxylatie van een aminozuur&lt;br /&gt;
#R-C-C-COSCoA  R-C=C-COSCoA (mbv FAD =&amp;gt; FADH2): leg uit + geef structuur van FAD&lt;br /&gt;
#Welk molecule zorgt voor spontane membraanvorming: geef structuur en leg uit&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marike</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Chemie_Van_Natuurproducten&amp;diff=1312</id>
		<title>Chemie Van Natuurproducten</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Chemie_Van_Natuurproducten&amp;diff=1312"/>
		<updated>2018-09-06T21:18:44Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marike: /* 6 september 2018 NM */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===4 september 2018 NM===&lt;br /&gt;
#Oefening van ornithine naar hygrine maar dan een 8-ring ipv een 5-ring&lt;br /&gt;
#Hoe zou glutathione met dit molecule reageren?&lt;br /&gt;
#Wat zijn inositolen? + geef de biosynthese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
#Stetter-reagens&lt;br /&gt;
#NAD+/NADH reductie&lt;br /&gt;
#biosynthese insitol&lt;br /&gt;
[[Bestand:Knipsel.jpg]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2018 VM===&lt;br /&gt;
#vorming 8 ring met pyridoxaal fosfaat&lt;br /&gt;
#ringsluiting van polyketide en de synthese van een polyketide geven&lt;br /&gt;
#stereospecifieke aanval bij reductie met NADH&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2018===&lt;br /&gt;
#bespreek synthese humuleen&lt;br /&gt;
#Oefening van ornithine naar hygrine maar dan een 7-ring ipv een 5-ring&lt;br /&gt;
#bespreek antioxiderende werking van glutathion adhv H2O2&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2018===&lt;br /&gt;
#Geef een mogelijk reactie mechanismen van molecule A naar B. Hoe zou molecule A biosynthetisch gemaakt kunnen worden. (A was een polyketide gemaakt aan de hand van een starter unit uit het deel &#039;other starter units&#039;)&lt;br /&gt;
#Deaminatie van tryptofaan. (m.b.v. pyridoxaalfosfaat)&lt;br /&gt;
#Oxidatie van een gegeven molecule m.b.v. NAD+.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2018 voormiddag===&lt;br /&gt;
#Welk biomimetisch reagens werd er gebruikt bij deze synthese? (Stetter, bijvraag over zwak zure proton en functie van thiaminepyrofosfaat)&lt;br /&gt;
#Oefening van ornithine naar hygrine maar dan een 7-ring ipv een 5-ring&lt;br /&gt;
#Bespreek antioxiderende werking van vitamine C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2017 namiddag===&lt;br /&gt;
#hoe gebeurt volgende reactie (Stetter) + geef reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#reactievergelijking aanvullen: molecule + NAD+ --&amp;gt; ?                                                                      (oefening zoals die van appelzuur met NAD+)&lt;br /&gt;
#bespreek biosynthese van inositolen en wat zijn inositolen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2017 voormiddag===&lt;br /&gt;
#bespreek synthese humuleen&lt;br /&gt;
#bespreek antioxiderende werking van glutathion adhv H2O2&lt;br /&gt;
#oefening van ornithine naar hygrine maar dan een 7-ring ipv een 5-ring&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2017 namiddag===&lt;br /&gt;
# Welk biomimetisch reagens werd er gebruikt bij deze synthese? (Stetter, bijvraag over zwak zure proton en functie van thiaminepyrofosfaat&lt;br /&gt;
# een oefening van hoe je een L-aminozuur omzet naar een D-aminozuur (met pyridoxaalfosfaat)&lt;br /&gt;
# geef 2 manieren waar we de biosynthese van acetoacetyl CoA gezien hebben (bijvraag: waar hebben we deze reacties gezien)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2017 voormiddag===&lt;br /&gt;
# oefening van polyketiden&lt;br /&gt;
# gegeven structuur omvormen m.b.v. pyridoxaalfosfaat&lt;br /&gt;
# oefening zoals die van appelzuur met NAD+ maar met een andere gegeven structuur (COOH groep vervangen door benzeenring, maar dit komt op hetzelfde neer).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 juni 2017===&lt;br /&gt;
# Vorming humuleen vanuit farnesylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
# Reactie met glutathion (met Michaelacceptor C=C-C=O)&lt;br /&gt;
# Antioxidante werking van vitamine C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2017===&lt;br /&gt;
# Leg de werking van ascorbinezuur uit (vitamine C dus)&lt;br /&gt;
# Oefening gebaseerd op de theorie van de synthese uit ornithine en hygrine maar dan met een zesring ipv een vijfring. &lt;br /&gt;
# Stetteroefening.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2017===&lt;br /&gt;
# een oefening &amp;quot;met welk biomemtisch reagens gebeurt deze reactie&amp;quot; da was van 1 ring naar 2 ringen dus me stetter&lt;br /&gt;
# tweede oefening was van een aminozuur met een keten me een O in en een NH2 naar een 7ring (leek op ornithine naar hygrine) en da was mbv pyrodoxalfosfaat en ook claisen ester condensatie&lt;br /&gt;
# theorie: leg het anti-oxidans van vitamine C uit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2015===&lt;br /&gt;
#leg de werking van vitamine C uit als antioxidans&lt;br /&gt;
#Leg uit hoe humuleen gevormd wordt uit farnesylfosfaat&lt;br /&gt;
#Oefening gebaseerd is op de theorie van de synthese uit ornithine maar dan met een zevenring ipv een vijfring.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 agustus 2013===&lt;br /&gt;
#Terpenen: een gegeven molecule naar een nader molecule, geef het reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#Oxidaite van een gegeven molecule met NAD+&lt;br /&gt;
#Geef 2 manieren om aceto-acetyl CoA te maken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2013===&lt;br /&gt;
#Met welk biomimetrisch reagens kun je volgende reactie uitvoeren? Schrijf een mogelijk reactie mechanisme uit&lt;br /&gt;
#Hoe reageert glutathion met onderstaande molecule&lt;br /&gt;
#Bespreek de synthese van vitamine C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2013===&lt;br /&gt;
#In de natuur wordt Caryophylleen gemaakt met behulp van farnesylpyrofosfaat. Werk een mogelijk reactiemechanisme uit tot het bekomen van dit product.(de structuur formule van farnesylpyrofosfaat werd niet gegeven)&lt;br /&gt;
#Werk het mechanisme uit en becommentarieer. (Oplossing: met behulp van pyrodoxaal fosfaat)&lt;br /&gt;
#Bespreek de antioxidatieve werking van vitamine C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2013===&lt;br /&gt;
#Hoe glutathion met een bepaald vaag molecule reageert&lt;br /&gt;
#2 manieren om acetoacetyl CoA te vormen&lt;br /&gt;
#Polyketiden: ge moet weten dat dat via de mechanisme van vetzuursynthese aangemaakt werd en dan moest ge nog mechanisme van dat polyketide naar een ander gegeven molecule schrijven, het was aldolcondensatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2012 (namiddag)===&lt;br /&gt;
#Oefening met stetter reagens. Welk molecule bootst stetter na en voor wat wordt dit in de natuur gebruikt.&lt;br /&gt;
#Racematie met pyridoxalfosfaat uitleggen en mechanisme uitschrijven voor gegeven moleculen. Voorwat pyridoxalfosfaat gebruikt wordt in de natuur.&lt;br /&gt;
#Mechanisme antioxidans van vitamine C uitleggen. Hoe wordt dit gemaakt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2012 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
#Structuur van humuleen gegeven. Geef de biosynthese van humuleen, vertrekkende van farnesylfosfaat&lt;br /&gt;
#Gegeven: Hoe reageert glutathione met deze verbinding?&lt;br /&gt;
#Geef de 2 biosynthesewegen die in de cursus gezien zijn voor acetoacetyl-CoA&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2011 (namiddag)===&lt;br /&gt;
#Welk van deze 2 verbindingen geven een enkel enantiomeer? (enantioselectieve reactie: chiraal product) was reductie met NADH van 2-butaton en pyruvaat (+ appelzuur)&lt;br /&gt;
#Leg mechanisme van de anti-oxidantie werking uit van vitamine C. Geef ook de biosynthese.&lt;br /&gt;
#Geef een mogelijk mechanisme voor volgende reactie HOOC-(C=O)-C-C-C-(C=O)-C=C  (biomimetrisch reagens en Et3N)  1,4 cycloheptadion&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2010===&lt;br /&gt;
#Omzetting van histidine naar histidine zonder CO2 (structuren gegeven)&lt;br /&gt;
#Welk biomimetrisch reagens zou je gebruiken, en wat zou een mechanisme kunnen zijn? (stetter)&lt;br /&gt;
#Leg het mechanisme van de anti-oxidantie werking van vitamine C uit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2010===&lt;br /&gt;
#Omzetting van L-AZ naar D-AZ mbv pyridoxaalfosfaat&lt;br /&gt;
#Vetzuursynthese&lt;br /&gt;
#Radicale ortho-para-koppeling&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===September 2009===&lt;br /&gt;
#DOPA en DOPAMINE&lt;br /&gt;
#Synthese inositolen&lt;br /&gt;
#Stereospecificiteit LADH&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2009===&lt;br /&gt;
#Becommentarieer op mechanistische wijze de volgende reactie (vul de nodige reagentia zelf aan). In welke biosynthese is deze reactie belangrijk?&lt;br /&gt;
#Schrijf het mechanisme op van de volgende reactie&lt;br /&gt;
#Bespreek de structuur van fosfatidylcholine en geef de biosynthese ervan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===4 september 2008===&lt;br /&gt;
#De structuren van ornitine en hygrine waren gegeven en je moest heel de reactieweg geven.&lt;br /&gt;
#De 4e stap van de purine synthese was gegeven, begin- en eindproduct en hij moest zeggen hoe de reactie verliep&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2008===&lt;br /&gt;
#Bespreek decarboxylatie van phosphadityl serine naar phosphadityl ethanolamine (pyridoxalfosfaat). Ge kreeg de tekening van die molecules, hem vroeg dan de naam, vroeg ook nog achter choline en wat dat doet, hoe ge dat maakt&lt;br /&gt;
#Fructose: fisher =&amp;gt; hawordth omzetting&lt;br /&gt;
#Welk van deze 2 verbindingen geven een enkel enantiomer? (enantioselectieve reactie: chiraal product) was reductie met NADH, van 2-butanon en pyruvaat. Hij vroeg ook nog hoe ge bv appelzuur oxideert met NAD&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2007===&lt;br /&gt;
#Merhylering, waardoor gebeurt het en leg uit (SAM)&lt;br /&gt;
#Fructose fisher gegeven, geef haworth&lt;br /&gt;
#R-C-C-COSCoA  R-C=C-COSCoA (mbv FAD =&amp;gt; FADH2) leg uit + geef structuur van FAD&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2006===&lt;br /&gt;
#Omzetting van een ketocarbonzuur is AZ, hoe gaat dit in zijn werk in de cel, met welke reagentia, geef structuur + reacties&lt;br /&gt;
#Hoe worden verzadigde vetzuren opgebouwd in de natuur?&lt;br /&gt;
#Hoe wordt zuurstof in de cel getransporteerd, geef structuur + uitleg&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2006===&lt;br /&gt;
#Decarboxylatie van een aminozuur&lt;br /&gt;
#R-C-C-COSCoA  R-C=C-COSCoA (mbv FAD =&amp;gt; FADH2): leg uit + geef structuur van FAD&lt;br /&gt;
#Welk molecule zorgt voor spontane membraanvorming: geef structuur en leg uit&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marike</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Chemie_Van_Natuurproducten&amp;diff=1311</id>
		<title>Chemie Van Natuurproducten</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Chemie_Van_Natuurproducten&amp;diff=1311"/>
		<updated>2018-09-06T21:18:24Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marike: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===6 september 2018 NM===&lt;br /&gt;
#Oefening van ornithine naar hygrine maar dan een 8-ring ipv een 5-ring&lt;br /&gt;
#Hoe zou glutathione met dit molecule reageren?&lt;br /&gt;
#Wat zijn inositolen? + geef de biosynthese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
#Stetter-reagens&lt;br /&gt;
#NAD+/NADH reductie&lt;br /&gt;
#biosynthese insitol&lt;br /&gt;
[[Bestand:Knipsel.jpg]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2018 VM===&lt;br /&gt;
#vorming 8 ring met pyridoxaal fosfaat&lt;br /&gt;
#ringsluiting van polyketide en de synthese van een polyketide geven&lt;br /&gt;
#stereospecifieke aanval bij reductie met NADH&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2018===&lt;br /&gt;
#bespreek synthese humuleen&lt;br /&gt;
#Oefening van ornithine naar hygrine maar dan een 7-ring ipv een 5-ring&lt;br /&gt;
#bespreek antioxiderende werking van glutathion adhv H2O2&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2018===&lt;br /&gt;
#Geef een mogelijk reactie mechanismen van molecule A naar B. Hoe zou molecule A biosynthetisch gemaakt kunnen worden. (A was een polyketide gemaakt aan de hand van een starter unit uit het deel &#039;other starter units&#039;)&lt;br /&gt;
#Deaminatie van tryptofaan. (m.b.v. pyridoxaalfosfaat)&lt;br /&gt;
#Oxidatie van een gegeven molecule m.b.v. NAD+.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2018 voormiddag===&lt;br /&gt;
#Welk biomimetisch reagens werd er gebruikt bij deze synthese? (Stetter, bijvraag over zwak zure proton en functie van thiaminepyrofosfaat)&lt;br /&gt;
#Oefening van ornithine naar hygrine maar dan een 7-ring ipv een 5-ring&lt;br /&gt;
#Bespreek antioxiderende werking van vitamine C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2017 namiddag===&lt;br /&gt;
#hoe gebeurt volgende reactie (Stetter) + geef reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#reactievergelijking aanvullen: molecule + NAD+ --&amp;gt; ?                                                                      (oefening zoals die van appelzuur met NAD+)&lt;br /&gt;
#bespreek biosynthese van inositolen en wat zijn inositolen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2017 voormiddag===&lt;br /&gt;
#bespreek synthese humuleen&lt;br /&gt;
#bespreek antioxiderende werking van glutathion adhv H2O2&lt;br /&gt;
#oefening van ornithine naar hygrine maar dan een 7-ring ipv een 5-ring&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2017 namiddag===&lt;br /&gt;
# Welk biomimetisch reagens werd er gebruikt bij deze synthese? (Stetter, bijvraag over zwak zure proton en functie van thiaminepyrofosfaat&lt;br /&gt;
# een oefening van hoe je een L-aminozuur omzet naar een D-aminozuur (met pyridoxaalfosfaat)&lt;br /&gt;
# geef 2 manieren waar we de biosynthese van acetoacetyl CoA gezien hebben (bijvraag: waar hebben we deze reacties gezien)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2017 voormiddag===&lt;br /&gt;
# oefening van polyketiden&lt;br /&gt;
# gegeven structuur omvormen m.b.v. pyridoxaalfosfaat&lt;br /&gt;
# oefening zoals die van appelzuur met NAD+ maar met een andere gegeven structuur (COOH groep vervangen door benzeenring, maar dit komt op hetzelfde neer).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 juni 2017===&lt;br /&gt;
# Vorming humuleen vanuit farnesylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
# Reactie met glutathion (met Michaelacceptor C=C-C=O)&lt;br /&gt;
# Antioxidante werking van vitamine C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2017===&lt;br /&gt;
# Leg de werking van ascorbinezuur uit (vitamine C dus)&lt;br /&gt;
# Oefening gebaseerd op de theorie van de synthese uit ornithine en hygrine maar dan met een zesring ipv een vijfring. &lt;br /&gt;
# Stetteroefening.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2017===&lt;br /&gt;
# een oefening &amp;quot;met welk biomemtisch reagens gebeurt deze reactie&amp;quot; da was van 1 ring naar 2 ringen dus me stetter&lt;br /&gt;
# tweede oefening was van een aminozuur met een keten me een O in en een NH2 naar een 7ring (leek op ornithine naar hygrine) en da was mbv pyrodoxalfosfaat en ook claisen ester condensatie&lt;br /&gt;
# theorie: leg het anti-oxidans van vitamine C uit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2015===&lt;br /&gt;
#leg de werking van vitamine C uit als antioxidans&lt;br /&gt;
#Leg uit hoe humuleen gevormd wordt uit farnesylfosfaat&lt;br /&gt;
#Oefening gebaseerd is op de theorie van de synthese uit ornithine maar dan met een zevenring ipv een vijfring.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 agustus 2013===&lt;br /&gt;
#Terpenen: een gegeven molecule naar een nader molecule, geef het reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#Oxidaite van een gegeven molecule met NAD+&lt;br /&gt;
#Geef 2 manieren om aceto-acetyl CoA te maken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2013===&lt;br /&gt;
#Met welk biomimetrisch reagens kun je volgende reactie uitvoeren? Schrijf een mogelijk reactie mechanisme uit&lt;br /&gt;
#Hoe reageert glutathion met onderstaande molecule&lt;br /&gt;
#Bespreek de synthese van vitamine C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2013===&lt;br /&gt;
#In de natuur wordt Caryophylleen gemaakt met behulp van farnesylpyrofosfaat. Werk een mogelijk reactiemechanisme uit tot het bekomen van dit product.(de structuur formule van farnesylpyrofosfaat werd niet gegeven)&lt;br /&gt;
#Werk het mechanisme uit en becommentarieer. (Oplossing: met behulp van pyrodoxaal fosfaat)&lt;br /&gt;
#Bespreek de antioxidatieve werking van vitamine C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2013===&lt;br /&gt;
#Hoe glutathion met een bepaald vaag molecule reageert&lt;br /&gt;
#2 manieren om acetoacetyl CoA te vormen&lt;br /&gt;
#Polyketiden: ge moet weten dat dat via de mechanisme van vetzuursynthese aangemaakt werd en dan moest ge nog mechanisme van dat polyketide naar een ander gegeven molecule schrijven, het was aldolcondensatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2012 (namiddag)===&lt;br /&gt;
#Oefening met stetter reagens. Welk molecule bootst stetter na en voor wat wordt dit in de natuur gebruikt.&lt;br /&gt;
#Racematie met pyridoxalfosfaat uitleggen en mechanisme uitschrijven voor gegeven moleculen. Voorwat pyridoxalfosfaat gebruikt wordt in de natuur.&lt;br /&gt;
#Mechanisme antioxidans van vitamine C uitleggen. Hoe wordt dit gemaakt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2012 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
#Structuur van humuleen gegeven. Geef de biosynthese van humuleen, vertrekkende van farnesylfosfaat&lt;br /&gt;
#Gegeven: Hoe reageert glutathione met deze verbinding?&lt;br /&gt;
#Geef de 2 biosynthesewegen die in de cursus gezien zijn voor acetoacetyl-CoA&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2011 (namiddag)===&lt;br /&gt;
#Welk van deze 2 verbindingen geven een enkel enantiomeer? (enantioselectieve reactie: chiraal product) was reductie met NADH van 2-butaton en pyruvaat (+ appelzuur)&lt;br /&gt;
#Leg mechanisme van de anti-oxidantie werking uit van vitamine C. Geef ook de biosynthese.&lt;br /&gt;
#Geef een mogelijk mechanisme voor volgende reactie HOOC-(C=O)-C-C-C-(C=O)-C=C  (biomimetrisch reagens en Et3N)  1,4 cycloheptadion&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2010===&lt;br /&gt;
#Omzetting van histidine naar histidine zonder CO2 (structuren gegeven)&lt;br /&gt;
#Welk biomimetrisch reagens zou je gebruiken, en wat zou een mechanisme kunnen zijn? (stetter)&lt;br /&gt;
#Leg het mechanisme van de anti-oxidantie werking van vitamine C uit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2010===&lt;br /&gt;
#Omzetting van L-AZ naar D-AZ mbv pyridoxaalfosfaat&lt;br /&gt;
#Vetzuursynthese&lt;br /&gt;
#Radicale ortho-para-koppeling&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===September 2009===&lt;br /&gt;
#DOPA en DOPAMINE&lt;br /&gt;
#Synthese inositolen&lt;br /&gt;
#Stereospecificiteit LADH&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2009===&lt;br /&gt;
#Becommentarieer op mechanistische wijze de volgende reactie (vul de nodige reagentia zelf aan). In welke biosynthese is deze reactie belangrijk?&lt;br /&gt;
#Schrijf het mechanisme op van de volgende reactie&lt;br /&gt;
#Bespreek de structuur van fosfatidylcholine en geef de biosynthese ervan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===4 september 2008===&lt;br /&gt;
#De structuren van ornitine en hygrine waren gegeven en je moest heel de reactieweg geven.&lt;br /&gt;
#De 4e stap van de purine synthese was gegeven, begin- en eindproduct en hij moest zeggen hoe de reactie verliep&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2008===&lt;br /&gt;
#Bespreek decarboxylatie van phosphadityl serine naar phosphadityl ethanolamine (pyridoxalfosfaat). Ge kreeg de tekening van die molecules, hem vroeg dan de naam, vroeg ook nog achter choline en wat dat doet, hoe ge dat maakt&lt;br /&gt;
#Fructose: fisher =&amp;gt; hawordth omzetting&lt;br /&gt;
#Welk van deze 2 verbindingen geven een enkel enantiomer? (enantioselectieve reactie: chiraal product) was reductie met NADH, van 2-butanon en pyruvaat. Hij vroeg ook nog hoe ge bv appelzuur oxideert met NAD&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2007===&lt;br /&gt;
#Merhylering, waardoor gebeurt het en leg uit (SAM)&lt;br /&gt;
#Fructose fisher gegeven, geef haworth&lt;br /&gt;
#R-C-C-COSCoA  R-C=C-COSCoA (mbv FAD =&amp;gt; FADH2) leg uit + geef structuur van FAD&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2006===&lt;br /&gt;
#Omzetting van een ketocarbonzuur is AZ, hoe gaat dit in zijn werk in de cel, met welke reagentia, geef structuur + reacties&lt;br /&gt;
#Hoe worden verzadigde vetzuren opgebouwd in de natuur?&lt;br /&gt;
#Hoe wordt zuurstof in de cel getransporteerd, geef structuur + uitleg&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2006===&lt;br /&gt;
#Decarboxylatie van een aminozuur&lt;br /&gt;
#R-C-C-COSCoA  R-C=C-COSCoA (mbv FAD =&amp;gt; FADH2): leg uit + geef structuur van FAD&lt;br /&gt;
#Welk molecule zorgt voor spontane membraanvorming: geef structuur en leg uit&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marike</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Architectuur&amp;diff=1300</id>
		<title>Moleculaire Architectuur</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Architectuur&amp;diff=1300"/>
		<updated>2018-08-28T13:07:51Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marike: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verplicht vak voor chemie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit vak wordt gegeven door professor Van Meervelt, hij is de aangenaamheid zelve op het examen!&lt;br /&gt;
Zijn bijvragen zijn wel aan de moeilijke kant.  Maar hij zal je altijd helpen de bijvragen beetje bij beetje op te lossen. Het examen duurt 4u.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kristallografie is het vak Moleculaire Architectuur, maar dan zonder NMR (het laatste hoofdstuk).  Dit is eigenlijk de voorloper van moleculaire architectuur.  Het wordt ook nu nog aan de geologen gegeven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===27 augustus 2018===&lt;br /&gt;
# Hoe kan men het faseprobleem oplossen met behulp van de Pattersonfunctie? (dus ook uitleggen wat faseprobleem is, formule van pattersonfunctie geven,...) (mondeling)&lt;br /&gt;
# Gegeven drie H-NMR spectra, alle drie C6H6N2O2, bepaal structuren, en verklaar de verschillende spectra (mondeling)&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pcmn met alle gebruikelijke vragen&lt;br /&gt;
# Bepaal tot welke puntgroepen de isomeren van trichloorbenzeen behoren, teken alle symmetrie-elementen&lt;br /&gt;
# Oefening met CdI2, bepaal fasehoek van de reflectie op (110) en afbuighoek theta, tot welk bravais rooster behoort dit? Waar bevinden zich de maxima bij de Pattersonfunctie?&lt;br /&gt;
# Begrippen: MALDI-TOF, Laue groep&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2018===&lt;br /&gt;
# Leid de structuurfactor af. Kan deze ook experimenteel bepaald worden? (mondeling)&lt;br /&gt;
# Gegeven een H-NMR spectrum, bepaal de structuur van de chemische stof die dit spectrum geeft. (mondeling)&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pmca, gebruikelijke bijvragen.&lt;br /&gt;
# Oefening met intensiteit enzo berekenen. Structuur was op eerste zicht niet centrosymmetrisch, maar was het wel met andere oorsprong.&lt;br /&gt;
# Wat is de vlakgroep van het (110) vlak van NaCl? Teken en geef alle symmetrie-elementen.&lt;br /&gt;
# Begrippen: MALDI-TOF, kubisch dichtste bolstapeling&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2018===&lt;br /&gt;
# Waarom Pattersonfunctie belangrijk bij het faseprobleem?&lt;br /&gt;
# NMR: C10H1202&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pbab met alle bijhorende vragen&lt;br /&gt;
# Puntgroepen geven van 4 verschillende aromatische verbindingen + symmetrie elementen aanduiden&lt;br /&gt;
# Oefening waarbij celparameters en 2 atomen gegeven zijn. Intensiteit en afbuighoek berekenen voor (001) en (002). Tot welk Bravais rooster gehoord deze kristalstructuur? &lt;br /&gt;
# Begrippen: CuKalfa en ESI&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2017===&lt;br /&gt;
# Stappen van kristalstructuurbepaling&lt;br /&gt;
# NMR, een piek waar bij stond deze verdwijnt bij schudden met D2O, bijvraag waarom deze piek verdwijnt, ook bijvragen over C13 NMR en IR&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pcmm en bijvragen&lt;br /&gt;
# Vlakgroep vlak 110 NaCl&lt;br /&gt;
# Bepalen van intensiteit reflectie van vlak 200, lengte en fractionele coördinaten gegeven&lt;br /&gt;
# Beschrijf MALDI-TOF en kubisch dichtste bolstapeling&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 juni 2017 NM===&lt;br /&gt;
# Structuurverfijning van kristalstructuurbepaling&lt;br /&gt;
# Leg uit: NOE en NOESY&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pcan met alle bijhorende vragen&lt;br /&gt;
# Oefening waar 4 moleculen stonden waarvan je de puntgroep moest bepalen&lt;br /&gt;
# Oefening met tabel Sintheta/golflengte- intensiteit en hoek 2theta bepalen&lt;br /&gt;
# begrippen: CuKalfa en Resolutie &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 NM===&lt;br /&gt;
#Hoe Faseprobleem oplossen met Patterson functie &lt;br /&gt;
#1H- Nmr ( bijvragen : welke piek is het belangrijkst bij IR-spectra , hoeveel pieken zullen er zijn bij C13,..) &lt;br /&gt;
#Ruimtegroep ( ik dacht Pbmn )&lt;br /&gt;
#Intensiteit bepalen en afbuighoek bepalen &lt;br /&gt;
#Puntgroep van tetrachloornaftaleen ( eerst isomeren geven en van elk isomeer puntgroep bepalen) &lt;br /&gt;
#Mc-lafferty omlegging&lt;br /&gt;
#chemische ionisatie&lt;br /&gt;
===16 juni 2017 VM===&lt;br /&gt;
#leid de formule voor de structuurfactor af en vertel hoe je deze experimenteel kan bepalen.&lt;br /&gt;
#Geef alle ionisatie technieken gebruikt in MS.&lt;br /&gt;
#Puntgroep Pbcm met gebruikelijke bijvragen&lt;br /&gt;
#Geef de puntgroepen van alle isomeren van tetrachloor kubaan en teken de symmetrie elementen&lt;br /&gt;
#verklaar chemische shift, koppelingsconstante en shift reagens&lt;br /&gt;
===12 juni 2017===&lt;br /&gt;
#leg constructie van Ewald uit&lt;br /&gt;
#nmr spectra (geef structuur molecule ) C10H12O3&lt;br /&gt;
#ruimtegroep Pncm met alle bijhorende vraagjes (asymmetrische eenheid, multipliciteit, equivaltente posities, patterson, puntgroep, systematische afwezigheden)&lt;br /&gt;
#Vlakgroep van (110) vlak van ijzer. Geef alle symmetrie elementen&lt;br /&gt;
#oefening ivm fase berekenen en intensiteit (CdI2, sin(theta)/golflengte is gegeven, bepaal fCd, fI en zo de rest)&lt;br /&gt;
#begrippen: ESI &amp;amp; Wet van Friedel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 augustus 2015===&lt;br /&gt;
# stappen van de kristalstructuur bepaling&lt;br /&gt;
# Welke methode voor ionisatie worden er gebruikt bij massaspectroscopie&lt;br /&gt;
# Pcan (met alle gebruikelijke bijvraagjes)&lt;br /&gt;
# Vlakgroep van (110) vlak van ijzer. Geef alle symmetrie elementen&lt;br /&gt;
# PoCL2: ge krijgt Sin theta/lambda en uw celafmetingen, geef Fhkl, Ihkl en uw hoek&lt;br /&gt;
# Bespreek de termen chemische shift, (vul hier in want ik kom er nie op) en shiftreagens&lt;br /&gt;
=== 18 augustus 2015 vm ===&lt;br /&gt;
# leg het principe van uit van verfijning van een kristalstructuur&lt;br /&gt;
# leg volgende begrippen uit: NOE en NOESY&lt;br /&gt;
# ruimtegroep Pbmn en alle vraagjes zoals altijd&lt;br /&gt;
# puntgroepen geven 4 isomeren van een of ander molecule&lt;br /&gt;
# voor een bepaalde reflectie de fase van de structuurfactor berekenen en de intensiteit&lt;br /&gt;
# 2 stellingen (juist of fout):&lt;br /&gt;
#* Bij een ESI spectrum zijn er geen fragmentaties&lt;br /&gt;
#* Bij kubische dichtste bolstapeling liggen alle atomen op speciale posities&lt;br /&gt;
=== 24 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# Nmr spectra&lt;br /&gt;
# verfijning van kristalstructuur&lt;br /&gt;
# Vlak groep van ijzer&lt;br /&gt;
# Ruimte groep Pcan + al die bijvragen&lt;br /&gt;
# Oefening sin theta/lambda. ..&lt;br /&gt;
# 2 stellingen: &lt;br /&gt;
#* esi heeft geen fragmentaties&lt;br /&gt;
#* In ccp liggen alle atomen op speciale posities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# Hoe kunnen we met behulp van de pattersonfunctie het faseprobleem oplossen?&lt;br /&gt;
# Leg uit NOE en NOESY&lt;br /&gt;
# puntgroep Pbmn&lt;br /&gt;
# Bepaal de puntgroep van de isomeren van tetrachloorkubaan en duid alle symmetrie-elementen aan&lt;br /&gt;
# Bereken de fase van de structuurfactor en de intensiteit voor CdI2 met &lt;br /&gt;
#* Eenheidscel a=4,24 A, c=6,86 A, gamma=120Â°&lt;br /&gt;
#* Posities: Cd 0 0 0, I(1) 2/3 1/3 1/4, I(2) 1/3 2/3 3/4&lt;br /&gt;
#* sin theta/lamba 0,0 0,1 0,2 0,3 fCd 48 44,58 38,44 33,22 fI 53 49,36 42,79 37,14&lt;br /&gt;
# Verklaar de begrippen CuKalfa en resolutie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2015 vm ===&lt;br /&gt;
# Leid de uitdrukking van de structuurfactor af. Hoe kan je de structuurfactor experimenteel bepalen?&lt;br /&gt;
# H-NMR spectra van 3 isomeren C6H6N2O2&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pncm&lt;br /&gt;
#* Equivalente posities&lt;br /&gt;
#* multipliciteit&lt;br /&gt;
#* asymmetrische eenheid&lt;br /&gt;
#* Geef 2 speciale posities (waarom speciaal?)&lt;br /&gt;
#* van welke puntgroep afgeleid?&lt;br /&gt;
#* Pattersongroep?&lt;br /&gt;
#*Systematische afwezigheden&lt;br /&gt;
# Bepaal de puntgroep van verschillende isomeren van tetrachloornaftaleen. Duid de symmetrie elementen aan.&lt;br /&gt;
# Rood Loodoxide PbO kristalliseert in tetragonale eenheidscel  a= 3.975  c= 5.023&lt;br /&gt;
#* Waar vind je in Pattersonfunctie sterkste pieken?&lt;br /&gt;
# Leg uit : ESI en ATR-IR&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2014===&lt;br /&gt;
#Geef de stappen voor kristalstructuurbepaling (mondeling)&lt;br /&gt;
#Wat is NOE? (mondeling)&lt;br /&gt;
#Ruimtegroep Pcnb&lt;br /&gt;
#Geef puntgroep van alle isomeren van tetrachloorkubaan&lt;br /&gt;
#Intensiteit van In en afbuighoek: vormfactor, atoomposities zijn gegeven&lt;br /&gt;
#Stellingen&lt;br /&gt;
#*Bij ESI is geen fragmentatie&lt;br /&gt;
#*Bij kubisch dichtste bolstapeling liggen de atomen op speciale posities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2014===&lt;br /&gt;
# Hoe kunnen we met behulp van de pattersonfunctie het faseprobleem oplossen? (mondeling)&lt;br /&gt;
# NMR spectrum met gesubstitueerde benzeenring (mondeling)&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pbnm met alle typische bijvragen (asymmetrische eenheid, speciale posities + waarom ze speciaal zijn, pattersongroep, puntgroep en systematische afwezigheden)&lt;br /&gt;
# Geef de vlakgroep van (110) van ijzer&lt;br /&gt;
# Oefening op structuurfactor. Vormfactoren met bijhorende sin(Î¸)/Î» zijn gegeven, net als de fractionele coÃ¶rdinaten en de grootte van de eenheidscel&lt;br /&gt;
# Wat is ESI?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2013===&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pbmb.&lt;br /&gt;
# Wat is de vlakgroep van het vlak (110) in de ijzerstructuur?&lt;br /&gt;
# NMR-spectrum gegeven. Stelling: Bevat dit spectrum een AX6 systeem?&lt;br /&gt;
# Leg volgende begrippen uit: Laue groep, resolutie, temperatuursfactor.&lt;br /&gt;
# Gegeven: posities van In en celparameters (a en c). Teken een a,b-projectie van de eenheidscel. Welk Bravais-rooster heeft de cel? Bepaal de afbuighoek 2theta en de intensiteit van de reflecties (001) en (002). Wat is de puntgroep rond de middelste In? Waar bevinden zich de hoogste Pattersonpieken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2013===&lt;br /&gt;
# Teken ruimtegroep Pbnb (ab-projectie) en geef equivalente posities, speciale posities, systematische afwezigheden, puntgroep waarvan de ruimtegroep is afgeleid en asymetrische eenheid. (Schriftelijk, na 1 uur af te geven.)&lt;br /&gt;
# Wat is de vlakgroep van het vlak (110) in de platina-strucuur? (Structuur is dus van buiten te kennen!) Bijvraag: is dit vlak de eenheidscel van de vlakgroep? (Mondeling)&lt;br /&gt;
# Bespreek: voor ethylisobutyraat (spectrum en structuur gegeven) is een ontkoppelingsexperiment niet mogelijk. Bijvragen: hoe bepalen we de frequentie die we moeten gebruiken voor het ontkoppelingsexperiment? Link de verschillende pieken aan de verschillende groepen. (Mondeling)&lt;br /&gt;
# Leg de Ewald-constructie uit. Bijvraag: wat gebeurt er als we het kristal draaien? (Mondeling)&lt;br /&gt;
# Gegeven: posities van Mo en Ni in een MoNi4-legering en parameters a en c. Teken een a,b-projectie van de eenheidscel. Welk Bravais-rooster heeft de cel? Bepaal de 2-theta en de intensiteit van de reflectie (002). Wat is de puntgroep rond Mo? Geef de hoogste pattersonpieken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 juni 2011===&lt;br /&gt;
# Teken ruimtegroep Pmcn (ab-projectie) en geef equivalente posities, puntgroep waar deze ruimtegroep van is afgeleid, asymmetrische eenheid, 2 speciale posities en bijhorende Pattersongroep. Zijn er systematische afwezigheden?&lt;br /&gt;
# Stellingen:&lt;br /&gt;
#* Het vlak (110) wordt bij Fe en bij NaCl beschreven door dezelfde vlakgroep&lt;br /&gt;
#* Bij een goed verfijnde structuur zijn de pieken op de verschilfourier te verwaarlozen&lt;br /&gt;
#* Voor de waterstofatomen met delta 6,8 is een ontkoppelingsexperiment niet mogelijk (NMR-spectrum van ethyl-4-methoxybenzoaat gegeven, het gaat om de waterstoffen op C3 en C5 van de benzeenring). &lt;br /&gt;
# Oefening: PbO kristalliseert in een tetragonale eenheidscel, a en c gegeven. Twee posities voor Pb en voor O gegeven. Teken de ab-projectie. Door welke puntgroep wordt de geometrie rond de Pb-atomen beschreven? Door welk Bravaisrooster wordt het kristal beschreven? Bepaal de fase van de intensiteit van afgebogen stralingsbundel voor het vlak (110) voor CuK-alpha (tabel met enkele waarden gegeven voor f van Pb en O ifv sin(theta)/lambda). Teken het vlak (110) en de invallende en afgebogen stralingsbundel op de tekening.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2010 (NM)===&lt;br /&gt;
# Teken ruimtegroep Pmnb en klassieke vragen: equivalente posities, 2 speciale posities, systematische afwezigheden, asymmetrische eenheid, puntgroep,..&lt;br /&gt;
# Stellingen:&lt;br /&gt;
#* De temperatuur heeft geen invloed op de kristalstructuurbepaling.&lt;br /&gt;
#* Het is niet mogelijk om P2 en Pm van elkaar te onderscheiden met behulp van intensiteitsmetingen.&lt;br /&gt;
# NMR-spectrum en bepalen of het overeenkomt met het gegeven molecule.&lt;br /&gt;
# Oefening: AgI kristal, a= 6,50 Angstrom, coordinaten van atomen zijn gegeven, en tabel van f ifv sin/lambda.&lt;br /&gt;
#* Geef a,b-projectie + Bravaisrooster&lt;br /&gt;
#* Bereken Intensiteit en bereken afbuighoek van vlak 004&lt;br /&gt;
#* Geef puntsymmetrie rond Ag en rond I&lt;br /&gt;
#* Waar verwacht je de hoogste Pattersonpieken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2009===&lt;br /&gt;
# teken ruimtegroep (Pnca dacht ik) &amp;amp;amp; geef eq. posities, 2 speciale posities, syst. afwezigheden, puntgroep, ...&lt;br /&gt;
# Stellingen:&lt;br /&gt;
#* rotatiesymmetrie kan bepaald worden via rotatiediffractie(dat een ding waar ge een kristal draait, ik ben niet meer zeker of dat zo heet)&lt;br /&gt;
#* bij verschilelektronendichtheidsmap gaat de hoogte van de pieken verloren bij verfijning (ofzoiets toch)&lt;br /&gt;
# NMR van 1,1-dimethoxyethaan&lt;br /&gt;
# Oefening: alfa-uranium heeft volgende coordinaten op speciale posities: +-(0,y,1/4) +-(1/2,1/2-y,-1/4) a b en c gegeven(3 verschillende waarden) 2 groottes van structuurfactoren gegeven en de fu in functie van sin(theta).&lt;br /&gt;
#* y is 0.10 of 0.15, bepaal dit met bhv de gegevens. &lt;br /&gt;
#* Teken een a,b-projectie. &lt;br /&gt;
#* Beschrijf de omringing van het U-atoom via de puntgroep van het atoom. &lt;br /&gt;
#* Teken de pattersongroep.&lt;br /&gt;
===17 juni 2009===&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pcan: equivalente posities, multipliciteit, asymmetrische eenheid, 2 speciale posities, puntgroep, systematische afwezigheden&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* De temperatuurfactoren van Pt in een Pt-kristal zijn isotroop (Antwoord: Waar want ze liggen op speciale posities)&lt;br /&gt;
#* De symmetrie van een diffractiepatroon van een kristal wordt bepaald door de ruimtegroep&lt;br /&gt;
#* NMR: aspirine&lt;br /&gt;
# Oefening: Nikkelarsenide (a, c en gamma=120Â° is gegeven) De posities van Nikkel en van arseen zijn ook gegeven. &lt;br /&gt;
#* Geef de ab-projectie, bravais rooster, wat is de stapeling van Arseen, puntgroep rond Arseen en rond nikkel &lt;br /&gt;
#* Bij reflecties (200), (300) en (030) en Cu K-alfa straling&lt;br /&gt;
#** Voorspel de hoogste intensiteit&lt;br /&gt;
#** Voorspel de grootste afbuighoeken&lt;br /&gt;
#* Wat is de resolutie bij een afbuighoek van 100Â° en bij Cu K-alfa straling&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep (ik denk Pbmn) met klassieke vragen&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* Pm en Cm hebben dezelfde Harkersecties&lt;br /&gt;
#* Cobalt kan geÃ¯oniseerd worden met Cu K alfa straling&lt;br /&gt;
#* NMR&lt;br /&gt;
# Oefening: HgS met coÃ¶rdinaten Hg en S gegeven. Alle elementen geven van 11 juni op uitzondering van de afbuighoek en dit voor de vlakken 200 en 400. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep + asymmetrische eenheid + 2 speciale posities + iets met systematische afwezigheden&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* Het 110 vlak van Fe vertoont C4v (Bijvragen: aantonen op modellekes)&lt;br /&gt;
#* De atomen bij hexagonale dichtste bolstapeling liggen allemaal op speciale posities (Bijvraag: Hij vraagt om de kubische bolstapeling te laten zien, met die pingpongballetjes en hoe heten de ruimtes tussen die pingpongballekes) &lt;br /&gt;
#* NMR: een benzeen met een chloor op en op para positie iets me een ethyl en een keton (Bijvraag: hoe zie je dat het een spectrum van de 1ste orde of 2de orde is)&lt;br /&gt;
# Oefening: ik kreeg een tabel met fractionele coÃ¶rdinaten van ReO3 en zo&#039;n tabel met sin (theta) / lamda en vormfactoren. Ik moest een ab projectie tekenen, bravais rooster geven, intensiteit berekenen, afbuighoek bepalen, hoogste pattersonpieken voorspellen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Pmca met klassieke vragen&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* Alle atomen van sfaleriet bezetten speciale posities&lt;br /&gt;
#* Een kristalrooster kan ondubbelzinnig bepaald worden adhv systematische afwezigheden&lt;br /&gt;
#* isopropyltolueen&lt;br /&gt;
# Wolfraam-rooster en CuKa straling, vlakken (211) en (310)&lt;br /&gt;
#* teken 3D-rooster en duidt [sic] vlakken aan&lt;br /&gt;
#* Welke intensiteit is sterkst, bij (221) of bij (310)&lt;br /&gt;
#* Welke reflectiehoek is grootst, bij (221) of bij (310)&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de sterkste Pattersonpieken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Pbmn tekenen + assym. eenheid + equi. pos. + multipliciteit + 2 speciale pos. + Systematische afwezigheden + van welke puntgroep&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* De temp. heeft geen invloed op het diffractiepatroon&lt;br /&gt;
#* De vlakken 001 en 110 van Fe hebben dezelfde vlakgroep (ook zeggen welke vlakgroep(en))&lt;br /&gt;
#* NMR&lt;br /&gt;
#De structuur van LiF en NaCl is dezelfde, a = ...., kristalafmeting 0,2mmx0,2mmx0,2mm en wordt bestraald met Cu kalfa. Bereken F003 en F004. Welke intensiteit is het hoogst? Wat gebeurt er met de diffractiehoek en de intensiteit als je:&lt;br /&gt;
#*F vervangt door I&lt;br /&gt;
#*de cel verdubbeld&lt;br /&gt;
#*Waar verwacht je de sterkste Pattersonpieken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# P nmb  tekenen + puntgroep + asymetrische eenheid + equi posities&lt;br /&gt;
# stellingen ( waar of niet waar )&lt;br /&gt;
#* Pm en Cm hebben dezelfde harkersecties&lt;br /&gt;
#* R staat voor de resolutie van een structuurbepaling&lt;br /&gt;
#* spectrum en molecule gegeven, horen ze bij elkaar?&lt;br /&gt;
# oefening : NH4HgCl3 heeft eenheidscel a = ... c =... en atoomposities N, Hg en 3 Cl-en gegeven: (ook alpha-Cu straling zoda je uw lambda ook kent) (tabel sin(theta)/lambda en f waarden van Cl, Hg en N gegeven)&lt;br /&gt;
#* geef (a,b) projectie van eenheidscel&lt;br /&gt;
#* bepaal Bravais rooster&lt;br /&gt;
#* bepaal intensiteit en afbuigrichting 2theta van de reflectie (004)&lt;br /&gt;
#* Hg door welke puntgroep omringt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2008===&lt;br /&gt;
#Ruimtegroep tekenen. In dit geval Pman. Geef equivalente posities, multipliciteit, twee speciale posities en de asymetrische eenheid. Van welke puntgroep is deze ruimtegroep afgeleid?  Welke Pattersongroep?&lt;br /&gt;
#Bespreek volgende stellingen. Geef telkens ook een korte motivatie:&lt;br /&gt;
#*Op basis van systematische afwezigheden kan geen verschil gemaakt worden tussen de ruimtegroepen P2 en P2/m.&lt;br /&gt;
#*De temperatuurfactoren van &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;\alpha&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt;-Fe zijn isotroop.&lt;br /&gt;
#*NMR-spectrum en molecule. Kunnen die bij elkaar horen?&lt;br /&gt;
#kristal met Li2O met Ã©Ã©n lengte gegeven (kubisch dus) &lt;br /&gt;
#*teken ab projectie gegeven zijn de posities van de atomen&lt;br /&gt;
#*geef puntgroep rond Li en O&lt;br /&gt;
#*geef bravais rooster&lt;br /&gt;
#*twee vlakken gegeven welke grootste hoek en welke grootste intensiteit&lt;br /&gt;
#*waar bevinden zich de grootste patterson pieken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2007===&lt;br /&gt;
#Ruimtegroep tekenen. Geef equivalente posities, multipliciteit, twee speciale posities en de asymetrische eenheid. Van welke puntgroep is deze ruimtegroep afgeleid?  Welke Pattersongroep?&lt;br /&gt;
#Bespreek volgende stellingen. Geef telkens ook een korte motivatie:&lt;br /&gt;
#*Op basis van systematische afwezigheden kan geen verschil gemaakt worden tussen de ruimtegroepen P2 en P2/m.&lt;br /&gt;
#*De temperatuurfactoren van &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;\alpha&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt;-Fe zijn isotroop.&lt;br /&gt;
#*NMR-spectrum en molecule. Kunnen die bij elkaar horen?&lt;br /&gt;
#Typische gecombineerde oefening. Diffractiemeting op wolfraam met Cu-&amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;\alpha&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; straling. Beschouw vlakken (211) en (310). Een tabel met &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;\frac{\sin \theta}{\lambda}&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; waarden is gegeven.&lt;br /&gt;
#*Teken het reÃ«le rooster en duidt de vlakken aan.&lt;br /&gt;
#*Teken ab-projectie van het reciproke rooster, en duidt hier ook de vlakken aan.&lt;br /&gt;
#*Voor welk vlak verwacht je de grootste reflectiehoek.&lt;br /&gt;
#*Voor welk vlak verwacht je de grootste intensiteit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Vragen eerste zit vrijdag 30 juni 2006 (Fysica)===&lt;br /&gt;
#Teken Pbna (ab-projectie).  Geef equivalente posities, multipliciteit, twee speciale posities en de asymetrische eenheid.  Van welke puntgroep is deze ruimtegroep afgeleid?  Welke Pattersongroep?&lt;br /&gt;
#Zijn volgende stellingen waar of vals?&lt;br /&gt;
#*Omgeving van een bol in hexagonaal dichtste bolstapeling is C3h.&lt;br /&gt;
#*&amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;P2_1&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; en &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;P2_1/m&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; zijn niet te onderscheiden met behulp van de speciale posities.&lt;br /&gt;
#*Dit is het NMR-spectrum van... (iets ingewikkeld)&lt;br /&gt;
#LiF kristalliseert zoals NaCl in kubische cel met parameter a = 0,4026 nm.  We gebruiken CuKa straling en een kristal met dimensie 0,2x0,2x0,2.&lt;br /&gt;
#*Geef de ab-projectie van de structuur.&lt;br /&gt;
#*Geef de reciproke parameters.&lt;br /&gt;
#*netvlakken 003 en 004: welke heeft grootste intensiteit van de gereflecteerde straal?&lt;br /&gt;
#*Wat gebeurt met deze reflecties (dus hoek, intensiteit, fase) als we F vervangen door I. Wat gebeurt er als we de afmetingen van het kristal verdubbelen?&lt;br /&gt;
#*Welke zijn de grootste pieken in de Pattersonfunctie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Vragen eerste zit dinsdag 27 juni 2006 (Geologie) ===&lt;br /&gt;
(dit waren vragen van geologie, zij hebben ook een deel poederdiffractie dat voor fysici niet gekend hoeft te zijn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*teken de ruimtegroep Pncm (a,b-projectie)&lt;br /&gt;
Geef equivalente posities, multipliciteit en assymmetrische eenheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van welke puntgroep is deze ruimtegroep afgeleid?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Geef twee speciale posities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*stellingen:&lt;br /&gt;
De atomen in perovskiet liggen allemaal op speciale posities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De ruimtegroepen P2/c en Pc behoren tot zelfde pattersongroep&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*loodoxide PbO kristalliseert in een tetragonale eenheidscel&lt;br /&gt;
a=3,975 A   en   c=5,023 A&lt;br /&gt;
atomen liggen op de posities:&lt;br /&gt;
Pb(1): 0	Â½	0.2385&lt;br /&gt;
Pb(2): Â½	0	-0.2385&lt;br /&gt;
O(1):   0	0	0&lt;br /&gt;
O(2):  Â½	Â½	0&lt;br /&gt;
Teken een a,b-projectie van de eenheidscel en beschrijf de omringing van de loodatomen met behulp van een puntgroep&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Welk Bravaisrooster?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bepaal voor de reflectie (110) de fase van de structuurfactor en intensiteit&lt;br /&gt;
Teken het vlak (110) en de invallende en afgebogen bundel bij op de a,b-projectie bij gebruik van CuKÎ± &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bereken de positie van de diffractielijn op een Debye-Scherrer film&lt;br /&gt;
(camerastraal=28,7mm en CuKÎ±)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Teken schematisch de film&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Vragen eerste zit donderdag 22 juni 2006 (Fysica) ===&lt;br /&gt;
*eerste vraag:&lt;br /&gt;
Teken een ab-projectie van de ruimtegroep Pmcb&lt;br /&gt;
en alles der op en der aan, puntgroep, patterson, equivalente posities...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Tweede vraag:&lt;br /&gt;
Zijn volgende stellingen waar, verklaar:&lt;br /&gt;
1. kan men uit een diffractie patroon de aanwezigheid opmaken van een S4 as?&lt;br /&gt;
2. Is de R-waarde een maat voor de resolutie van een diffractie?&lt;br /&gt;
3. Is dit het NMR spectrum van ... (een onuitspreekbare naam)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Derde vraag:&lt;br /&gt;
Oefeningen op een hexagonaal stelsel CadmiumdiJood met straling bepalen en uittekenen.&amp;lt;/text&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marike</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Architectuur&amp;diff=1204</id>
		<title>Moleculaire Architectuur</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Architectuur&amp;diff=1204"/>
		<updated>2018-06-18T15:57:10Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marike: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verplicht vak voor chemie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit vak wordt gegeven door professor Van Meervelt, hij is de aangenaamheid zelve op het examen!&lt;br /&gt;
Zijn bijvragen zijn wel aan de moeilijke kant.  Maar hij zal je altijd helpen de bijvragen beetje bij beetje op te lossen. Het examen duurt 4u.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kristallografie is het vak Moleculaire Architectuur, maar dan zonder NMR (het laatste hoofdstuk).  Dit is eigenlijk de voorloper van moleculaire architectuur.  Het wordt ook nu nog aan de geologen gegeven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===15 juni 2018===&lt;br /&gt;
# Leid de structuurfactor af. Kan deze ook experimenteel bepaald worden? (mondeling)&lt;br /&gt;
# Gegeven een H-NMR spectrum, bepaal de structuur van de chemische stof die dit spectrum geeft. (mondeling)&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pmca, gebruikelijke bijvragen.&lt;br /&gt;
# Oefening met intensiteit enzo berekenen. Structuur was op eerste zicht niet centrosymmetrisch, maar was het wel met andere oorsprong.&lt;br /&gt;
# Wat is de vlakgroep van het (110) vlak van NaCl? Teken en geef alle symmetrie-elementen.&lt;br /&gt;
# Begrippen: MALDI-TOF, kubisch dichtste bolstapeling&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2018===&lt;br /&gt;
# Waarom Pattersonfunctie belangrijk bij het faseprobleem?&lt;br /&gt;
# NMR: C10H1202&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pbab met alle bijhorende vragen&lt;br /&gt;
# Puntgroepen geven van 4 verschillende aromatische verbindingen + symmetrie elementen aanduiden&lt;br /&gt;
# Oefening waarbij celparameters en 2 atomen gegeven zijn. Intensiteit en afbuighoek berekenen voor (001) en (002). Tot welk Bravais rooster gehoord deze kristalstructuur? &lt;br /&gt;
# Begrippen: CuKalfa en ESI&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2017===&lt;br /&gt;
# Stappen van kristalstructuurbepaling&lt;br /&gt;
# NMR, een piek waar bij stond deze verdwijnt bij schudden met D2O, bijvraag waarom deze piek verdwijnt, ook bijvragen over C13 NMR en IR&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pcmm en bijvragen&lt;br /&gt;
# Vlakgroep vlak 110 NaCl&lt;br /&gt;
# Bepalen van intensiteit reflectie van vlak 200, lengte en fractionele coördinaten gegeven&lt;br /&gt;
# Beschrijf MALDI-TOF en kubisch dichtste bolstapeling&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 juni 2017 NM===&lt;br /&gt;
# Structuurverfijning van kristalstructuurbepaling&lt;br /&gt;
# Leg uit: NOE en NOESY&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pcan met alle bijhorende vragen&lt;br /&gt;
# Oefening waar 4 moleculen stonden waarvan je de puntgroep moest bepalen&lt;br /&gt;
# Oefening met tabel Sintheta/golflengte- intensiteit en hoek 2theta bepalen&lt;br /&gt;
# begrippen: CuKalfa en Resolutie &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 NM===&lt;br /&gt;
#Hoe Faseprobleem oplossen met Patterson functie &lt;br /&gt;
#1H- Nmr ( bijvragen : welke piek is het belangrijkst bij IR-spectra , hoeveel pieken zullen er zijn bij C13,..) &lt;br /&gt;
#Ruimtegroep ( ik dacht Pbmn )&lt;br /&gt;
#Intensiteit bepalen en afbuighoek bepalen &lt;br /&gt;
#Puntgroep van tetrachloornaftaleen ( eerst isomeren geven en van elk isomeer puntgroep bepalen) &lt;br /&gt;
#Mc-lafferty omlegging&lt;br /&gt;
#chemische ionisatie&lt;br /&gt;
===16 juni 2017 VM===&lt;br /&gt;
#leid de formule voor de structuurfactor af en vertel hoe je deze experimenteel kan bepalen.&lt;br /&gt;
#Geef alle ionisatie technieken gebruikt in MS.&lt;br /&gt;
#Puntgroep Pbcm met gebruikelijke bijvragen&lt;br /&gt;
#Geef de puntgroepen van alle isomeren van tetrachloor kubaan en teken de symmetrie elementen&lt;br /&gt;
#verklaar chemische shift, koppelingsconstante en shift reagens&lt;br /&gt;
===12 juni 2017===&lt;br /&gt;
#leg constructie van Ewald uit&lt;br /&gt;
#nmr spectra (geef structuur molecule ) C10H12O3&lt;br /&gt;
#ruimtegroep Pncm met alle bijhorende vraagjes (asymmetrische eenheid, multipliciteit, equivaltente posities, patterson, puntgroep, systematische afwezigheden)&lt;br /&gt;
#Vlakgroep van (110) vlak van ijzer. Geef alle symmetrie elementen&lt;br /&gt;
#oefening ivm fase berekenen en intensiteit (CdI2, sin(theta)/golflengte is gegeven, bepaal fCd, fI en zo de rest)&lt;br /&gt;
#begrippen: ESI &amp;amp; Wet van Friedel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 augustus 2015===&lt;br /&gt;
# stappen van de kristalstructuur bepaling&lt;br /&gt;
# Welke methode voor ionisatie worden er gebruikt bij massaspectroscopie&lt;br /&gt;
# Pcan (met alle gebruikelijke bijvraagjes)&lt;br /&gt;
# Vlakgroep van (110) vlak van ijzer. Geef alle symmetrie elementen&lt;br /&gt;
# PoCL2: ge krijgt Sin theta/lambda en uw celafmetingen, geef Fhkl, Ihkl en uw hoek&lt;br /&gt;
# Bespreek de termen chemische shift, (vul hier in want ik kom er nie op) en shiftreagens&lt;br /&gt;
=== 18 augustus 2015 vm ===&lt;br /&gt;
# leg het principe van uit van verfijning van een kristalstructuur&lt;br /&gt;
# leg volgende begrippen uit: NOE en NOESY&lt;br /&gt;
# ruimtegroep Pbmn en alle vraagjes zoals altijd&lt;br /&gt;
# puntgroepen geven 4 isomeren van een of ander molecule&lt;br /&gt;
# voor een bepaalde reflectie de fase van de structuurfactor berekenen en de intensiteit&lt;br /&gt;
# 2 stellingen (juist of fout):&lt;br /&gt;
#* Bij een ESI spectrum zijn er geen fragmentaties&lt;br /&gt;
#* Bij kubische dichtste bolstapeling liggen alle atomen op speciale posities&lt;br /&gt;
=== 24 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# Nmr spectra&lt;br /&gt;
# verfijning van kristalstructuur&lt;br /&gt;
# Vlak groep van ijzer&lt;br /&gt;
# Ruimte groep Pcan + al die bijvragen&lt;br /&gt;
# Oefening sin theta/lambda. ..&lt;br /&gt;
# 2 stellingen: &lt;br /&gt;
#* esi heeft geen fragmentaties&lt;br /&gt;
#* In ccp liggen alle atomen op speciale posities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# Hoe kunnen we met behulp van de pattersonfunctie het faseprobleem oplossen?&lt;br /&gt;
# Leg uit NOE en NOESY&lt;br /&gt;
# puntgroep Pbmn&lt;br /&gt;
# Bepaal de puntgroep van de isomeren van tetrachloorkubaan en duid alle symmetrie-elementen aan&lt;br /&gt;
# Bereken de fase van de structuurfactor en de intensiteit voor CdI2 met &lt;br /&gt;
#* Eenheidscel a=4,24 A, c=6,86 A, gamma=120Â°&lt;br /&gt;
#* Posities: Cd 0 0 0, I(1) 2/3 1/3 1/4, I(2) 1/3 2/3 3/4&lt;br /&gt;
#* sin theta/lamba 0,0 0,1 0,2 0,3 fCd 48 44,58 38,44 33,22 fI 53 49,36 42,79 37,14&lt;br /&gt;
# Verklaar de begrippen CuKalfa en resolutie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2015 vm ===&lt;br /&gt;
# Leid de uitdrukking van de structuurfactor af. Hoe kan je de structuurfactor experimenteel bepalen?&lt;br /&gt;
# H-NMR spectra van 3 isomeren C6H6N2O2&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pncm&lt;br /&gt;
#* Equivalente posities&lt;br /&gt;
#* multipliciteit&lt;br /&gt;
#* asymmetrische eenheid&lt;br /&gt;
#* Geef 2 speciale posities (waarom speciaal?)&lt;br /&gt;
#* van welke puntgroep afgeleid?&lt;br /&gt;
#* Pattersongroep?&lt;br /&gt;
#*Systematische afwezigheden&lt;br /&gt;
# Bepaal de puntgroep van verschillende isomeren van tetrachloornaftaleen. Duid de symmetrie elementen aan.&lt;br /&gt;
# Rood Loodoxide PbO kristalliseert in tetragonale eenheidscel  a= 3.975  c= 5.023&lt;br /&gt;
#* Waar vind je in Pattersonfunctie sterkste pieken?&lt;br /&gt;
# Leg uit : ESI en ATR-IR&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2014===&lt;br /&gt;
#Geef de stappen voor kristalstructuurbepaling (mondeling)&lt;br /&gt;
#Wat is NOE? (mondeling)&lt;br /&gt;
#Ruimtegroep Pcnb&lt;br /&gt;
#Geef puntgroep van alle isomeren van tetrachloorkubaan&lt;br /&gt;
#Intensiteit van In en afbuighoek: vormfactor, atoomposities zijn gegeven&lt;br /&gt;
#Stellingen&lt;br /&gt;
#*Bij ESI is geen fragmentatie&lt;br /&gt;
#*Bij kubisch dichtste bolstapeling liggen de atomen op speciale posities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2014===&lt;br /&gt;
# Hoe kunnen we met behulp van de pattersonfunctie het faseprobleem oplossen? (mondeling)&lt;br /&gt;
# NMR spectrum met gesubstitueerde benzeenring (mondeling)&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pbnm met alle typische bijvragen (asymmetrische eenheid, speciale posities + waarom ze speciaal zijn, pattersongroep, puntgroep en systematische afwezigheden)&lt;br /&gt;
# Geef de vlakgroep van (110) van ijzer&lt;br /&gt;
# Oefening op structuurfactor. Vormfactoren met bijhorende sin(Î¸)/Î» zijn gegeven, net als de fractionele coÃ¶rdinaten en de grootte van de eenheidscel&lt;br /&gt;
# Wat is ESI?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2013===&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pbmb.&lt;br /&gt;
# Wat is de vlakgroep van het vlak (110) in de ijzerstructuur?&lt;br /&gt;
# NMR-spectrum gegeven. Stelling: Bevat dit spectrum een AX6 systeem?&lt;br /&gt;
# Leg volgende begrippen uit: Laue groep, resolutie, temperatuursfactor.&lt;br /&gt;
# Gegeven: posities van In en celparameters (a en c). Teken een a,b-projectie van de eenheidscel. Welk Bravais-rooster heeft de cel? Bepaal de afbuighoek 2theta en de intensiteit van de reflecties (001) en (002). Wat is de puntgroep rond de middelste In? Waar bevinden zich de hoogste Pattersonpieken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2013===&lt;br /&gt;
# Teken ruimtegroep Pbnb (ab-projectie) en geef equivalente posities, speciale posities, systematische afwezigheden, puntgroep waarvan de ruimtegroep is afgeleid en asymetrische eenheid. (Schriftelijk, na 1 uur af te geven.)&lt;br /&gt;
# Wat is de vlakgroep van het vlak (110) in de platina-strucuur? (Structuur is dus van buiten te kennen!) Bijvraag: is dit vlak de eenheidscel van de vlakgroep? (Mondeling)&lt;br /&gt;
# Bespreek: voor ethylisobutyraat (spectrum en structuur gegeven) is een ontkoppelingsexperiment niet mogelijk. Bijvragen: hoe bepalen we de frequentie die we moeten gebruiken voor het ontkoppelingsexperiment? Link de verschillende pieken aan de verschillende groepen. (Mondeling)&lt;br /&gt;
# Leg de Ewald-constructie uit. Bijvraag: wat gebeurt er als we het kristal draaien? (Mondeling)&lt;br /&gt;
# Gegeven: posities van Mo en Ni in een MoNi4-legering en parameters a en c. Teken een a,b-projectie van de eenheidscel. Welk Bravais-rooster heeft de cel? Bepaal de 2-theta en de intensiteit van de reflectie (002). Wat is de puntgroep rond Mo? Geef de hoogste pattersonpieken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 juni 2011===&lt;br /&gt;
# Teken ruimtegroep Pmcn (ab-projectie) en geef equivalente posities, puntgroep waar deze ruimtegroep van is afgeleid, asymmetrische eenheid, 2 speciale posities en bijhorende Pattersongroep. Zijn er systematische afwezigheden?&lt;br /&gt;
# Stellingen:&lt;br /&gt;
#* Het vlak (110) wordt bij Fe en bij NaCl beschreven door dezelfde vlakgroep&lt;br /&gt;
#* Bij een goed verfijnde structuur zijn de pieken op de verschilfourier te verwaarlozen&lt;br /&gt;
#* Voor de waterstofatomen met delta 6,8 is een ontkoppelingsexperiment niet mogelijk (NMR-spectrum van ethyl-4-methoxybenzoaat gegeven, het gaat om de waterstoffen op C3 en C5 van de benzeenring). &lt;br /&gt;
# Oefening: PbO kristalliseert in een tetragonale eenheidscel, a en c gegeven. Twee posities voor Pb en voor O gegeven. Teken de ab-projectie. Door welke puntgroep wordt de geometrie rond de Pb-atomen beschreven? Door welk Bravaisrooster wordt het kristal beschreven? Bepaal de fase van de intensiteit van afgebogen stralingsbundel voor het vlak (110) voor CuK-alpha (tabel met enkele waarden gegeven voor f van Pb en O ifv sin(theta)/lambda). Teken het vlak (110) en de invallende en afgebogen stralingsbundel op de tekening.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2010 (NM)===&lt;br /&gt;
# Teken ruimtegroep Pmnb en klassieke vragen: equivalente posities, 2 speciale posities, systematische afwezigheden, asymmetrische eenheid, puntgroep,..&lt;br /&gt;
# Stellingen:&lt;br /&gt;
#* De temperatuur heeft geen invloed op de kristalstructuurbepaling.&lt;br /&gt;
#* Het is niet mogelijk om P2 en Pm van elkaar te onderscheiden met behulp van intensiteitsmetingen.&lt;br /&gt;
# NMR-spectrum en bepalen of het overeenkomt met het gegeven molecule.&lt;br /&gt;
# Oefening: AgI kristal, a= 6,50 Angstrom, coordinaten van atomen zijn gegeven, en tabel van f ifv sin/lambda.&lt;br /&gt;
#* Geef a,b-projectie + Bravaisrooster&lt;br /&gt;
#* Bereken Intensiteit en bereken afbuighoek van vlak 004&lt;br /&gt;
#* Geef puntsymmetrie rond Ag en rond I&lt;br /&gt;
#* Waar verwacht je de hoogste Pattersonpieken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2009===&lt;br /&gt;
# teken ruimtegroep (Pnca dacht ik) &amp;amp;amp; geef eq. posities, 2 speciale posities, syst. afwezigheden, puntgroep, ...&lt;br /&gt;
# Stellingen:&lt;br /&gt;
#* rotatiesymmetrie kan bepaald worden via rotatiediffractie(dat een ding waar ge een kristal draait, ik ben niet meer zeker of dat zo heet)&lt;br /&gt;
#* bij verschilelektronendichtheidsmap gaat de hoogte van de pieken verloren bij verfijning (ofzoiets toch)&lt;br /&gt;
# NMR van 1,1-dimethoxyethaan&lt;br /&gt;
# Oefening: alfa-uranium heeft volgende coordinaten op speciale posities: +-(0,y,1/4) +-(1/2,1/2-y,-1/4) a b en c gegeven(3 verschillende waarden) 2 groottes van structuurfactoren gegeven en de fu in functie van sin(theta).&lt;br /&gt;
#* y is 0.10 of 0.15, bepaal dit met bhv de gegevens. &lt;br /&gt;
#* Teken een a,b-projectie. &lt;br /&gt;
#* Beschrijf de omringing van het U-atoom via de puntgroep van het atoom. &lt;br /&gt;
#* Teken de pattersongroep.&lt;br /&gt;
===17 juni 2009===&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pcan: equivalente posities, multipliciteit, asymmetrische eenheid, 2 speciale posities, puntgroep, systematische afwezigheden&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* De temperatuurfactoren van Pt in een Pt-kristal zijn isotroop (Antwoord: Waar want ze liggen op speciale posities)&lt;br /&gt;
#* De symmetrie van een diffractiepatroon van een kristal wordt bepaald door de ruimtegroep&lt;br /&gt;
#* NMR: aspirine&lt;br /&gt;
# Oefening: Nikkelarsenide (a, c en gamma=120Â° is gegeven) De posities van Nikkel en van arseen zijn ook gegeven. &lt;br /&gt;
#* Geef de ab-projectie, bravais rooster, wat is de stapeling van Arseen, puntgroep rond Arseen en rond nikkel &lt;br /&gt;
#* Bij reflecties (200), (300) en (030) en Cu K-alfa straling&lt;br /&gt;
#** Voorspel de hoogste intensiteit&lt;br /&gt;
#** Voorspel de grootste afbuighoeken&lt;br /&gt;
#* Wat is de resolutie bij een afbuighoek van 100Â° en bij Cu K-alfa straling&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep (ik denk Pbmn) met klassieke vragen&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* Pm en Cm hebben dezelfde Harkersecties&lt;br /&gt;
#* Cobalt kan geÃ¯oniseerd worden met Cu K alfa straling&lt;br /&gt;
#* NMR&lt;br /&gt;
# Oefening: HgS met coÃ¶rdinaten Hg en S gegeven. Alle elementen geven van 11 juni op uitzondering van de afbuighoek en dit voor de vlakken 200 en 400. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep + asymmetrische eenheid + 2 speciale posities + iets met systematische afwezigheden&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* Het 110 vlak van Fe vertoont C4v (Bijvragen: aantonen op modellekes)&lt;br /&gt;
#* De atomen bij hexagonale dichtste bolstapeling liggen allemaal op speciale posities (Bijvraag: Hij vraagt om de kubische bolstapeling te laten zien, met die pingpongballetjes en hoe heten de ruimtes tussen die pingpongballekes) &lt;br /&gt;
#* NMR: een benzeen met een chloor op en op para positie iets me een ethyl en een keton (Bijvraag: hoe zie je dat het een spectrum van de 1ste orde of 2de orde is)&lt;br /&gt;
# Oefening: ik kreeg een tabel met fractionele coÃ¶rdinaten van ReO3 en zo&#039;n tabel met sin (theta) / lamda en vormfactoren. Ik moest een ab projectie tekenen, bravais rooster geven, intensiteit berekenen, afbuighoek bepalen, hoogste pattersonpieken voorspellen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Pmca met klassieke vragen&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* Alle atomen van sfaleriet bezetten speciale posities&lt;br /&gt;
#* Een kristalrooster kan ondubbelzinnig bepaald worden adhv systematische afwezigheden&lt;br /&gt;
#* isopropyltolueen&lt;br /&gt;
# Wolfraam-rooster en CuKa straling, vlakken (211) en (310)&lt;br /&gt;
#* teken 3D-rooster en duidt [sic] vlakken aan&lt;br /&gt;
#* Welke intensiteit is sterkst, bij (221) of bij (310)&lt;br /&gt;
#* Welke reflectiehoek is grootst, bij (221) of bij (310)&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de sterkste Pattersonpieken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Pbmn tekenen + assym. eenheid + equi. pos. + multipliciteit + 2 speciale pos. + Systematische afwezigheden + van welke puntgroep&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* De temp. heeft geen invloed op het diffractiepatroon&lt;br /&gt;
#* De vlakken 001 en 110 van Fe hebben dezelfde vlakgroep (ook zeggen welke vlakgroep(en))&lt;br /&gt;
#* NMR&lt;br /&gt;
#De structuur van LiF en NaCl is dezelfde, a = ...., kristalafmeting 0,2mmx0,2mmx0,2mm en wordt bestraald met Cu kalfa. Bereken F003 en F004. Welke intensiteit is het hoogst? Wat gebeurt er met de diffractiehoek en de intensiteit als je:&lt;br /&gt;
#*F vervangt door I&lt;br /&gt;
#*de cel verdubbeld&lt;br /&gt;
#*Waar verwacht je de sterkste Pattersonpieken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# P nmb  tekenen + puntgroep + asymetrische eenheid + equi posities&lt;br /&gt;
# stellingen ( waar of niet waar )&lt;br /&gt;
#* Pm en Cm hebben dezelfde harkersecties&lt;br /&gt;
#* R staat voor de resolutie van een structuurbepaling&lt;br /&gt;
#* spectrum en molecule gegeven, horen ze bij elkaar?&lt;br /&gt;
# oefening : NH4HgCl3 heeft eenheidscel a = ... c =... en atoomposities N, Hg en 3 Cl-en gegeven: (ook alpha-Cu straling zoda je uw lambda ook kent) (tabel sin(theta)/lambda en f waarden van Cl, Hg en N gegeven)&lt;br /&gt;
#* geef (a,b) projectie van eenheidscel&lt;br /&gt;
#* bepaal Bravais rooster&lt;br /&gt;
#* bepaal intensiteit en afbuigrichting 2theta van de reflectie (004)&lt;br /&gt;
#* Hg door welke puntgroep omringt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2008===&lt;br /&gt;
#Ruimtegroep tekenen. In dit geval Pman. Geef equivalente posities, multipliciteit, twee speciale posities en de asymetrische eenheid. Van welke puntgroep is deze ruimtegroep afgeleid?  Welke Pattersongroep?&lt;br /&gt;
#Bespreek volgende stellingen. Geef telkens ook een korte motivatie:&lt;br /&gt;
#*Op basis van systematische afwezigheden kan geen verschil gemaakt worden tussen de ruimtegroepen P2 en P2/m.&lt;br /&gt;
#*De temperatuurfactoren van &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;\alpha&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt;-Fe zijn isotroop.&lt;br /&gt;
#*NMR-spectrum en molecule. Kunnen die bij elkaar horen?&lt;br /&gt;
#kristal met Li2O met Ã©Ã©n lengte gegeven (kubisch dus) &lt;br /&gt;
#*teken ab projectie gegeven zijn de posities van de atomen&lt;br /&gt;
#*geef puntgroep rond Li en O&lt;br /&gt;
#*geef bravais rooster&lt;br /&gt;
#*twee vlakken gegeven welke grootste hoek en welke grootste intensiteit&lt;br /&gt;
#*waar bevinden zich de grootste patterson pieken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2007===&lt;br /&gt;
#Ruimtegroep tekenen. Geef equivalente posities, multipliciteit, twee speciale posities en de asymetrische eenheid. Van welke puntgroep is deze ruimtegroep afgeleid?  Welke Pattersongroep?&lt;br /&gt;
#Bespreek volgende stellingen. Geef telkens ook een korte motivatie:&lt;br /&gt;
#*Op basis van systematische afwezigheden kan geen verschil gemaakt worden tussen de ruimtegroepen P2 en P2/m.&lt;br /&gt;
#*De temperatuurfactoren van &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;\alpha&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt;-Fe zijn isotroop.&lt;br /&gt;
#*NMR-spectrum en molecule. Kunnen die bij elkaar horen?&lt;br /&gt;
#Typische gecombineerde oefening. Diffractiemeting op wolfraam met Cu-&amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;\alpha&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; straling. Beschouw vlakken (211) en (310). Een tabel met &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;\frac{\sin \theta}{\lambda}&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; waarden is gegeven.&lt;br /&gt;
#*Teken het reÃ«le rooster en duidt de vlakken aan.&lt;br /&gt;
#*Teken ab-projectie van het reciproke rooster, en duidt hier ook de vlakken aan.&lt;br /&gt;
#*Voor welk vlak verwacht je de grootste reflectiehoek.&lt;br /&gt;
#*Voor welk vlak verwacht je de grootste intensiteit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Vragen eerste zit vrijdag 30 juni 2006 (Fysica)===&lt;br /&gt;
#Teken Pbna (ab-projectie).  Geef equivalente posities, multipliciteit, twee speciale posities en de asymetrische eenheid.  Van welke puntgroep is deze ruimtegroep afgeleid?  Welke Pattersongroep?&lt;br /&gt;
#Zijn volgende stellingen waar of vals?&lt;br /&gt;
#*Omgeving van een bol in hexagonaal dichtste bolstapeling is C3h.&lt;br /&gt;
#*&amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;P2_1&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; en &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;P2_1/m&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; zijn niet te onderscheiden met behulp van de speciale posities.&lt;br /&gt;
#*Dit is het NMR-spectrum van... (iets ingewikkeld)&lt;br /&gt;
#LiF kristalliseert zoals NaCl in kubische cel met parameter a = 0,4026 nm.  We gebruiken CuKa straling en een kristal met dimensie 0,2x0,2x0,2.&lt;br /&gt;
#*Geef de ab-projectie van de structuur.&lt;br /&gt;
#*Geef de reciproke parameters.&lt;br /&gt;
#*netvlakken 003 en 004: welke heeft grootste intensiteit van de gereflecteerde straal?&lt;br /&gt;
#*Wat gebeurt met deze reflecties (dus hoek, intensiteit, fase) als we F vervangen door I. Wat gebeurt er als we de afmetingen van het kristal verdubbelen?&lt;br /&gt;
#*Welke zijn de grootste pieken in de Pattersonfunctie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Vragen eerste zit dinsdag 27 juni 2006 (Geologie) ===&lt;br /&gt;
(dit waren vragen van geologie, zij hebben ook een deel poederdiffractie dat voor fysici niet gekend hoeft te zijn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*teken de ruimtegroep Pncm (a,b-projectie)&lt;br /&gt;
Geef equivalente posities, multipliciteit en assymmetrische eenheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van welke puntgroep is deze ruimtegroep afgeleid?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Geef twee speciale posities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*stellingen:&lt;br /&gt;
De atomen in perovskiet liggen allemaal op speciale posities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De ruimtegroepen P2/c en Pc behoren tot zelfde pattersongroep&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*loodoxide PbO kristalliseert in een tetragonale eenheidscel&lt;br /&gt;
a=3,975 A   en   c=5,023 A&lt;br /&gt;
atomen liggen op de posities:&lt;br /&gt;
Pb(1): 0	Â½	0.2385&lt;br /&gt;
Pb(2): Â½	0	-0.2385&lt;br /&gt;
O(1):   0	0	0&lt;br /&gt;
O(2):  Â½	Â½	0&lt;br /&gt;
Teken een a,b-projectie van de eenheidscel en beschrijf de omringing van de loodatomen met behulp van een puntgroep&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Welk Bravaisrooster?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bepaal voor de reflectie (110) de fase van de structuurfactor en intensiteit&lt;br /&gt;
Teken het vlak (110) en de invallende en afgebogen bundel bij op de a,b-projectie bij gebruik van CuKÎ± &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bereken de positie van de diffractielijn op een Debye-Scherrer film&lt;br /&gt;
(camerastraal=28,7mm en CuKÎ±)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Teken schematisch de film&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Vragen eerste zit donderdag 22 juni 2006 (Fysica) ===&lt;br /&gt;
*eerste vraag:&lt;br /&gt;
Teken een ab-projectie van de ruimtegroep Pmcb&lt;br /&gt;
en alles der op en der aan, puntgroep, patterson, equivalente posities...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Tweede vraag:&lt;br /&gt;
Zijn volgende stellingen waar, verklaar:&lt;br /&gt;
1. kan men uit een diffractie patroon de aanwezigheid opmaken van een S4 as?&lt;br /&gt;
2. Is de R-waarde een maat voor de resolutie van een diffractie?&lt;br /&gt;
3. Is dit het NMR spectrum van ... (een onuitspreekbare naam)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Derde vraag:&lt;br /&gt;
Oefeningen op een hexagonaal stelsel CadmiumdiJood met straling bepalen en uittekenen.&amp;lt;/text&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marike</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=GIP&amp;diff=1130</id>
		<title>GIP</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=GIP&amp;diff=1130"/>
		<updated>2018-05-24T09:12:48Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marike: /* 23 mei 2018 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verplicht vak bij biochemie en keuzevak bij chemie. Het examen telt voor 50% mee.&lt;br /&gt;
Het practicum wordt door verschillende assistenten begeleid, maar Prof. Gielens is de coordinator.&lt;br /&gt;
Hij neemt ook het modeling gedeelte van het examen af.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 mei 2018===&lt;br /&gt;
#Geef de belangrijkste kenmerken van het pGLO plasmide (adhv tekening) + hoe weten we dat de transformatie van competente E.coli cellen met dit plasmide gelukt is? + bespreek de rol van het ara operon bij de expressie van GFPuv + oefening: absorbantiedata gegeven, bepaal DNA/RNA verhouding en concentratie nucleïnezuren (ga uit dat er geen proteïnen in het mengsel aanwezig zijn)&lt;br /&gt;
#Wat is de molariteit van borax en HCl bij een boraxbuffer met pH=pKa-1 en I=0.1M? + Gaat de pH van deze borax buffer wijzigen bij toevoegen van KSCN onder constante temperatuur?&lt;br /&gt;
#Opzuivering van GFPuv vanuit bacterieel cellysaat. Bespreek hoe we dit uitgevoerd hebben, en geef van elke stap het doel en het biochemisch werkingsmechanisme.&lt;br /&gt;
#Tekening van plasmidegel gegeven, zonder benamingen bij, vul aan op de stippellijntjes (welke laan is getransformeerd, welk bandje is wat, welk is de positieve en de negatieve pool,...)&lt;br /&gt;
#Enzymkinetiek: grafiek gegeven + hele hoop data, bepaal specifieke enzyme activiteit en Kcat (dus zoals bij trypsine, maar dan zonder tussenstappen)&lt;br /&gt;
#Meerkeuze met giscorrectie&lt;br /&gt;
#*waarvoor dient BSA bij bepaalde proef&lt;br /&gt;
#*welk alcohol wordt gebruikt bij de precipitatie van DNA&lt;br /&gt;
#*welk enzyme wordt gebruikt bij een standaard PCR reactie&lt;br /&gt;
#*welk 4bp stukje gaat het meest waarschijnlijke een herkenningsplek zijn voor restrictie-enzymes&lt;br /&gt;
#*wat is géén goede eigenschap voor een primer&lt;br /&gt;
#*geef het meest negatieve tetrapeptide (adhv drielettercode aminozuren)&lt;br /&gt;
#*wat gaat er wijzigen bij een Lineweaver Burke grafiek indien een competitieve inhibitor toegevoegd wordt?&lt;br /&gt;
#*welke uitspraak klopt niet voor een michaelis menten grafiek?&lt;br /&gt;
#*welk component van de STET buffer zorgt voor dodelijke wateropname bij bacteriën?&lt;br /&gt;
#*proteïne is stabiel bij pH 5.5, welk bufferkoppel kies je?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 mei 2017===&lt;br /&gt;
#Bespreek het pUC19 plasmide (blue-white screening) + oefening met DNA/RNA verhouding&lt;br /&gt;
#Tris-HCl buffer berekenen, invloed temperatuur en verdunning&lt;br /&gt;
#Opzuivering GFPuv vertrekkende van bacterieel cellysaat&lt;br /&gt;
#Oefening enzymekinetiek: berekenen van specifieke enzyme activiteit en molaire activiteit&lt;br /&gt;
#Er is een SDS PAGE van eiwit x met enkel SDS uitgevoerd. Hierbij zagen we 3 bandjes (160kDa, 100 kDa en 40 kDa). Daarna is er met hetzelfde eiwit x SDS PAGE uitgevoerd met SDS en DTT. Hierbij zagen we ook 3 bandjes (100 kDa, 80 kDa, 40 kDa). Verklaar wat er gebeurt is en uit hoeveel subeenheden eiwit x bestaat&lt;br /&gt;
#3 methoden om proteïnen te laten neerslaan + de zachtste methode van de 3 aanduiden&lt;br /&gt;
#Multiple choice&lt;br /&gt;
#*hoe DNA neerslaan&lt;br /&gt;
#*waarvoor dient BSA&lt;br /&gt;
#*proteine in pH 5.5, welke buffer kies je&lt;br /&gt;
#*iets over Michaelis-Menten&lt;br /&gt;
#*iets over Lineweaver-burk&lt;br /&gt;
#*STET (water onttrekking)&lt;br /&gt;
#*Primers (welke is geen goede eigenschap)&lt;br /&gt;
#*Restrictie-enzymen (welk fragment wordt het best herkend)&lt;br /&gt;
#*welk proteine is het meest negatief bij ph=7&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 mei 2016===&lt;br /&gt;
#Bespreek het pGLO plasmide (tekening gegeven), identificatie van transformanten&lt;br /&gt;
#Opzuiveren van GFP vertrekkende van bacterieel cellysaat&lt;br /&gt;
#Maak een buffer met borax, HCl en NaOH met I=0,1M en pH = Pka&#039;-1. Invloed KSCN &lt;br /&gt;
#Absorbantie bij 260 en 280 van nucleotidenmengsel gegeven, DNA/RNA-verhouding berekenen, concentraties berekenen&lt;br /&gt;
#oef met zeer veel gegevens om de specifieke activiteit en de moleculaire activiteit te berekenen.&lt;br /&gt;
#Er is een SDS PAGE van eiwit x met enkel SDS uitgevoerd. Hierbij zagen we 3 bandjes (160kDa, 100 kDa en 40 kDa). Daarna is er met hetzelfde eiwit x SDS PAGE uitgevoerd met SDS en DTT. Hierbij zagen we ook 3 bandjes (100 kDa, 80 kDa, 40 kDa). Verklaar wat er gebeurt is en uit hoeveel subeenheden eiwit x bestaat.&lt;br /&gt;
#3 proeven waarbij SDS gebruikt is&lt;br /&gt;
#Multiple choice, thema&#039;s:&lt;br /&gt;
#*STET (welk component zorgt voor water onttrekking)&lt;br /&gt;
#*Restrictie-enzymen ( welk fragment wordt het makkelijkst herkend)&lt;br /&gt;
#*Primers ( eigenschappen goede primers)&lt;br /&gt;
#*Welk proteÃ¯ne is het meest negatief bij pH 7&lt;br /&gt;
#*LB grafiek en MM&lt;br /&gt;
#*Welk alcohol werkt gebruikt voor DNA precipatie?&lt;br /&gt;
#*...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 mei 2015===&lt;br /&gt;
#Geef de functie van SDS in drie verschillende proeven waarin het gebruikt werd&lt;br /&gt;
#bespreek het pGLO-plasmide (tekening gegeven), identificatie van transformanten&lt;br /&gt;
#Opzuivering van GFP: welke stappen zijn er gebeurd en geef van elke stap het doel en het biochemisch werkingsmechanisme.&lt;br /&gt;
#Molaire en specifieke activiteit van een proteine berekenen obv absorbantiedata, analoog aan de oefening met trypsine maar je krijgt dus geen tussenstapjes&lt;br /&gt;
#Absorbantie bij 260 en 280 van nucleotidenmengsel gegeven, DNA/RNA-verhouding berekenen, concentraties berekenen&lt;br /&gt;
#Borax-HCl-buffer berekenen, invloed van KSCN&lt;br /&gt;
#Bandjes op een plasmidegel benoemen&lt;br /&gt;
#Een aantal multiple choice vraagjes met giscorrectie: thema&#039;s:&lt;br /&gt;
#*aminozuren (lading obv drielettercode)&lt;br /&gt;
#*MM-kinetica&lt;br /&gt;
#*STET-buffer&lt;br /&gt;
#*...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 mei 2009  ===&lt;br /&gt;
# SDS-PAGE&lt;br /&gt;
#* Bespreek de staalbuffer&lt;br /&gt;
#* Waarvoor dient het stacking gel&lt;br /&gt;
#* Vergelijk deze methode met die van gelchromatografie. Voor- en nadelen (beperkingen)&lt;br /&gt;
# Geef de procedure voor het afzonderen van een plasmide (Rapid boiling method)&lt;br /&gt;
# Berekening Tris/HCl buffer + invloed van verdunning bespreken.&lt;br /&gt;
# Thioldosage: bereken aan de hand van een hoop gegevens het aantal thiolgroepen&lt;br /&gt;
# Gegeven het tripeptide ADY en een stukje esDNA: geef het verband&lt;br /&gt;
# PCR: efficiÃ«ntie berekenen.&lt;br /&gt;
# Bereken uit de verhouding van de absorbantie bij 260 en 280 nm de zuiverheid van een nucleÃ¯nezuuroplossing + concentratie berekenen&lt;br /&gt;
# Mondeling:&lt;br /&gt;
#* Zonale centrifugatie + waarom is er een densiteitsgradiÃ«nt nodig&lt;br /&gt;
#* Benedictreagens + zetmeel reducerend?&lt;br /&gt;
#* Ampicilline + Tetracycline &lt;br /&gt;
#* BAPA + hoe activiteit bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 mei 2010  ===&lt;br /&gt;
# SDS-PAGE&lt;br /&gt;
#* Bespreek de staalbuffer&lt;br /&gt;
#* Waarvoor dient het stacking gel&lt;br /&gt;
#* Vergelijk deze methode met die van gelchromatografie. Voor- en nadelen (beperkingen)&lt;br /&gt;
# Geef de procedure voor het afzonderen van een plasmide (Rapid boiling method)&lt;br /&gt;
# Berekening Tris/HCl buffer + invloed van verdunning bespreken.&lt;br /&gt;
# Thioldosage: bereken aan de hand van een hoop gegevens het aantal thiolgroepen&lt;br /&gt;
# Gegeven het tripeptide ADY en een stukje esDNA: geef het verband&lt;br /&gt;
# PCR: efficiÃ«ntie berekenen.&lt;br /&gt;
# Bereken uit de verhouding van de absorbantie bij 260 en 280 nm de zuiverheid van een nucleÃ¯nezuuroplossing + concentratie berekenen&lt;br /&gt;
# Bereken welke massa van het gelyofiliseerd betalactoglobuline je moet afwegen om een bepaalde concentratie te bekomen&lt;br /&gt;
# Mondeling:&lt;br /&gt;
#* Zonale centrifugatie + waarom is er een densiteitsgradiÃ«nt nodig&lt;br /&gt;
#* Benedictreagens + zetmeel reducerend?&lt;br /&gt;
#* Ampicilline + Tetracycline &lt;br /&gt;
#* BAPA + hoe activiteit bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 mei 2010  ===&lt;br /&gt;
# Bespreek N-terminale AZ sequencing volgens DABITC/PITC-Methode &lt;br /&gt;
#*leg daarbij uit: Voordeel DABITC, Waarom koppeling bij pH 9, waarom dubbele koppeling, waarom doorbraak in watervrij midden en teken DABTH-threonine (zowel gehydrateerde als gedehydrateerde vorm)&lt;br /&gt;
# Bespreek het Sanger procede (alle stappen) en vergelijk met Maxam-Gilbert procede voor de DNA sequencing van wt/ob muizen&lt;br /&gt;
# Berekening Borax/NaOH buffer. Bereken de molariteit aan Borax en NaOH als PH=pKa&#039;+1 en I = 0.1M&lt;br /&gt;
# Bepaling activiteit Trypsine. Gegevens: 2.85 mL buffer, 25ÂµL BAPA (100 Âµmol/mL), 50 ÂµL Trypsine (o.335 g/L). A(405nm) stijgt 0.300 over 5 min. ExtinctiecoÃ«fficient bij 450 nm = 9620/M.cm. Mr = 23400&lt;br /&gt;
#*Bereken de Specifieke en de Moleculaire enzymactiviteit&lt;br /&gt;
#*Welke orde heeft de hydrolysereactie tov de BAPA concentratie? Waarom?&lt;br /&gt;
#*Schrijf de hydrolysereactie van BAPA&lt;br /&gt;
# PCR: Uit 0.5 mg plasmide (5162bp) haalt men na 25 cycli 30.5 Âµg DNA (800bp). Bereken de efficiÃ«ntie.&lt;br /&gt;
# Bereken het partieel specifiek volume van een eiwit met volgende gegevens:&lt;br /&gt;
#* d(20Â°C)= 1.00239  1.00456  1.00677  1.00899&lt;br /&gt;
#* Bij (respectievelijke) concentraties (mg/mL): 0  10  20  30&lt;br /&gt;
#Eiwitbereiding&lt;br /&gt;
#*Hoe kan men beta-lactoglobuline afzonderen uit koemelk? Bespreek.&lt;br /&gt;
#*Hoeveel moet je afwegen van een gelyofiliseerd beta-lactoglobulinepreparaat met 18% water om 5 mL oplossing te bereiden met een uiteindelijke concentratie van 0.25mM aan beta-lactoglobuline?&lt;br /&gt;
# NucleÃ¯nezuur oplossing: A(260nm) = 0.512 en A(280nm) = 0.277&lt;br /&gt;
#*Bepaal de zuiverheid van het DNA. (verhouding DNA/RNA), veronderstel dat het staal proteÃ¯nevrij is.&lt;br /&gt;
#*Schat uit de absorbantiewaarde bij 260 nm de totale concentratie aan nucleÃ¯nezuren in Âµg/mL (let op: geen extinctie of absorbantiecoÃ«fficiÃ«nt gegeven)&lt;br /&gt;
# Mondeling gedeelte:&lt;br /&gt;
#* Stel je hebt weinig eiwit en je wil eiwitconcentratie bepalen. Welke methode gebruik je ? (Biureet/Bradford/UV-spect.) + Bespreek (reagens, ...)&lt;br /&gt;
#* Benedictreagens + zetmeel reducerend?&lt;br /&gt;
#* Ampicilline + Tetracycline &lt;br /&gt;
#* Kd en Kav: bespreek&lt;br /&gt;
#* HPLC: Waarom en hoe ontgassen ?&amp;lt;/text&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marike</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=GIP&amp;diff=1129</id>
		<title>GIP</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=GIP&amp;diff=1129"/>
		<updated>2018-05-24T09:11:09Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marike: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verplicht vak bij biochemie en keuzevak bij chemie. Het examen telt voor 50% mee.&lt;br /&gt;
Het practicum wordt door verschillende assistenten begeleid, maar Prof. Gielens is de coordinator.&lt;br /&gt;
Hij neemt ook het modeling gedeelte van het examen af.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 mei 2018===&lt;br /&gt;
#Geef de belangrijkste kenmerken van het pGLO plasmide (adhv tekening) + bespreek de rol van het ara operon bij de expressie van GFPuv + oefening: absorbantiedata gegeven, bepaal DNA/RNA verhouding en concentratie nucleïnezuren (ga uit dat er geen proteïnen in het mengsel aanwezig zijn)&lt;br /&gt;
#Wat is de molariteit van borax en HCl bij een boraxbuffer met pH=pKa-1 en I=0.1M? + Gaat de pH van deze borax buffer wijzigen bij toevoegen van KSCN onder constante temperatuur?&lt;br /&gt;
#Opzuivering van GFPuv vanuit bacterieel cellysaat. Bespreek hoe we dit uitgevoerd hebben, en geef van elke stap het doel en het biochemisch werkingsmechanisme.&lt;br /&gt;
#Tekening van plasmidegel gegeven, zonder benamingen bij, vul aan op de stippellijntjes (welke laan is getransformeerd, welk bandje is wat, welk is de positieve en de negatieve pool,...)&lt;br /&gt;
#Enzymkinetiek: grafiek gegeven + hele hoop data, bepaal specifieke enzyme activiteit en Kcat (dus zoals bij trypsine, maar dan zonder tussenstappen)&lt;br /&gt;
#Meerkeuze met giscorrectie&lt;br /&gt;
#*waarvoor dient BSA bij bepaalde proef&lt;br /&gt;
#*welk alcohol wordt gebruikt bij de precipitatie van DNA&lt;br /&gt;
#*welk enzyme wordt gebruikt bij een standaard PCR reactie&lt;br /&gt;
#*welk 4bp stukje gaat het meest waarschijnlijke een herkenningsplek zijn voor restrictie-enzymes&lt;br /&gt;
#*wat is géén goede eigenschap voor een primer&lt;br /&gt;
#*geef het meest negatieve tetrapeptide (adhv drielettercode aminozuren)&lt;br /&gt;
#*wat gaat er wijzigen bij een Lineweaver Burke grafiek indien een competitieve inhibitor toegevoegd wordt?&lt;br /&gt;
#*welke uitspraak klopt niet voor een michaelis menten grafiek?&lt;br /&gt;
#*welk component van de STET buffer zorgt voor dodelijke wateropname bij bacteriën?&lt;br /&gt;
#*proteïne is stabiel bij pH 5.5, welk bufferkoppel kies je?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 mei 2017===&lt;br /&gt;
#Bespreek het pUC19 plasmide (blue-white screening) + oefening met DNA/RNA verhouding&lt;br /&gt;
#Tris-HCl buffer berekenen, invloed temperatuur en verdunning&lt;br /&gt;
#Opzuivering GFPuv vertrekkende van bacterieel cellysaat&lt;br /&gt;
#Oefening enzymekinetiek: berekenen van specifieke enzyme activiteit en molaire activiteit&lt;br /&gt;
#Er is een SDS PAGE van eiwit x met enkel SDS uitgevoerd. Hierbij zagen we 3 bandjes (160kDa, 100 kDa en 40 kDa). Daarna is er met hetzelfde eiwit x SDS PAGE uitgevoerd met SDS en DTT. Hierbij zagen we ook 3 bandjes (100 kDa, 80 kDa, 40 kDa). Verklaar wat er gebeurt is en uit hoeveel subeenheden eiwit x bestaat&lt;br /&gt;
#3 methoden om proteïnen te laten neerslaan + de zachtste methode van de 3 aanduiden&lt;br /&gt;
#Multiple choice&lt;br /&gt;
#*hoe DNA neerslaan&lt;br /&gt;
#*waarvoor dient BSA&lt;br /&gt;
#*proteine in pH 5.5, welke buffer kies je&lt;br /&gt;
#*iets over Michaelis-Menten&lt;br /&gt;
#*iets over Lineweaver-burk&lt;br /&gt;
#*STET (water onttrekking)&lt;br /&gt;
#*Primers (welke is geen goede eigenschap)&lt;br /&gt;
#*Restrictie-enzymen (welk fragment wordt het best herkend)&lt;br /&gt;
#*welk proteine is het meest negatief bij ph=7&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 mei 2016===&lt;br /&gt;
#Bespreek het pGLO plasmide (tekening gegeven), identificatie van transformanten&lt;br /&gt;
#Opzuiveren van GFP vertrekkende van bacterieel cellysaat&lt;br /&gt;
#Maak een buffer met borax, HCl en NaOH met I=0,1M en pH = Pka&#039;-1. Invloed KSCN &lt;br /&gt;
#Absorbantie bij 260 en 280 van nucleotidenmengsel gegeven, DNA/RNA-verhouding berekenen, concentraties berekenen&lt;br /&gt;
#oef met zeer veel gegevens om de specifieke activiteit en de moleculaire activiteit te berekenen.&lt;br /&gt;
#Er is een SDS PAGE van eiwit x met enkel SDS uitgevoerd. Hierbij zagen we 3 bandjes (160kDa, 100 kDa en 40 kDa). Daarna is er met hetzelfde eiwit x SDS PAGE uitgevoerd met SDS en DTT. Hierbij zagen we ook 3 bandjes (100 kDa, 80 kDa, 40 kDa). Verklaar wat er gebeurt is en uit hoeveel subeenheden eiwit x bestaat.&lt;br /&gt;
#3 proeven waarbij SDS gebruikt is&lt;br /&gt;
#Multiple choice, thema&#039;s:&lt;br /&gt;
#*STET (welk component zorgt voor water onttrekking)&lt;br /&gt;
#*Restrictie-enzymen ( welk fragment wordt het makkelijkst herkend)&lt;br /&gt;
#*Primers ( eigenschappen goede primers)&lt;br /&gt;
#*Welk proteÃ¯ne is het meest negatief bij pH 7&lt;br /&gt;
#*LB grafiek en MM&lt;br /&gt;
#*Welk alcohol werkt gebruikt voor DNA precipatie?&lt;br /&gt;
#*...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 mei 2015===&lt;br /&gt;
#Geef de functie van SDS in drie verschillende proeven waarin het gebruikt werd&lt;br /&gt;
#bespreek het pGLO-plasmide (tekening gegeven), identificatie van transformanten&lt;br /&gt;
#Opzuivering van GFP: welke stappen zijn er gebeurd en geef van elke stap het doel en het biochemisch werkingsmechanisme.&lt;br /&gt;
#Molaire en specifieke activiteit van een proteine berekenen obv absorbantiedata, analoog aan de oefening met trypsine maar je krijgt dus geen tussenstapjes&lt;br /&gt;
#Absorbantie bij 260 en 280 van nucleotidenmengsel gegeven, DNA/RNA-verhouding berekenen, concentraties berekenen&lt;br /&gt;
#Borax-HCl-buffer berekenen, invloed van KSCN&lt;br /&gt;
#Bandjes op een plasmidegel benoemen&lt;br /&gt;
#Een aantal multiple choice vraagjes met giscorrectie: thema&#039;s:&lt;br /&gt;
#*aminozuren (lading obv drielettercode)&lt;br /&gt;
#*MM-kinetica&lt;br /&gt;
#*STET-buffer&lt;br /&gt;
#*...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 mei 2009  ===&lt;br /&gt;
# SDS-PAGE&lt;br /&gt;
#* Bespreek de staalbuffer&lt;br /&gt;
#* Waarvoor dient het stacking gel&lt;br /&gt;
#* Vergelijk deze methode met die van gelchromatografie. Voor- en nadelen (beperkingen)&lt;br /&gt;
# Geef de procedure voor het afzonderen van een plasmide (Rapid boiling method)&lt;br /&gt;
# Berekening Tris/HCl buffer + invloed van verdunning bespreken.&lt;br /&gt;
# Thioldosage: bereken aan de hand van een hoop gegevens het aantal thiolgroepen&lt;br /&gt;
# Gegeven het tripeptide ADY en een stukje esDNA: geef het verband&lt;br /&gt;
# PCR: efficiÃ«ntie berekenen.&lt;br /&gt;
# Bereken uit de verhouding van de absorbantie bij 260 en 280 nm de zuiverheid van een nucleÃ¯nezuuroplossing + concentratie berekenen&lt;br /&gt;
# Mondeling:&lt;br /&gt;
#* Zonale centrifugatie + waarom is er een densiteitsgradiÃ«nt nodig&lt;br /&gt;
#* Benedictreagens + zetmeel reducerend?&lt;br /&gt;
#* Ampicilline + Tetracycline &lt;br /&gt;
#* BAPA + hoe activiteit bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 mei 2010  ===&lt;br /&gt;
# SDS-PAGE&lt;br /&gt;
#* Bespreek de staalbuffer&lt;br /&gt;
#* Waarvoor dient het stacking gel&lt;br /&gt;
#* Vergelijk deze methode met die van gelchromatografie. Voor- en nadelen (beperkingen)&lt;br /&gt;
# Geef de procedure voor het afzonderen van een plasmide (Rapid boiling method)&lt;br /&gt;
# Berekening Tris/HCl buffer + invloed van verdunning bespreken.&lt;br /&gt;
# Thioldosage: bereken aan de hand van een hoop gegevens het aantal thiolgroepen&lt;br /&gt;
# Gegeven het tripeptide ADY en een stukje esDNA: geef het verband&lt;br /&gt;
# PCR: efficiÃ«ntie berekenen.&lt;br /&gt;
# Bereken uit de verhouding van de absorbantie bij 260 en 280 nm de zuiverheid van een nucleÃ¯nezuuroplossing + concentratie berekenen&lt;br /&gt;
# Bereken welke massa van het gelyofiliseerd betalactoglobuline je moet afwegen om een bepaalde concentratie te bekomen&lt;br /&gt;
# Mondeling:&lt;br /&gt;
#* Zonale centrifugatie + waarom is er een densiteitsgradiÃ«nt nodig&lt;br /&gt;
#* Benedictreagens + zetmeel reducerend?&lt;br /&gt;
#* Ampicilline + Tetracycline &lt;br /&gt;
#* BAPA + hoe activiteit bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 mei 2010  ===&lt;br /&gt;
# Bespreek N-terminale AZ sequencing volgens DABITC/PITC-Methode &lt;br /&gt;
#*leg daarbij uit: Voordeel DABITC, Waarom koppeling bij pH 9, waarom dubbele koppeling, waarom doorbraak in watervrij midden en teken DABTH-threonine (zowel gehydrateerde als gedehydrateerde vorm)&lt;br /&gt;
# Bespreek het Sanger procede (alle stappen) en vergelijk met Maxam-Gilbert procede voor de DNA sequencing van wt/ob muizen&lt;br /&gt;
# Berekening Borax/NaOH buffer. Bereken de molariteit aan Borax en NaOH als PH=pKa&#039;+1 en I = 0.1M&lt;br /&gt;
# Bepaling activiteit Trypsine. Gegevens: 2.85 mL buffer, 25ÂµL BAPA (100 Âµmol/mL), 50 ÂµL Trypsine (o.335 g/L). A(405nm) stijgt 0.300 over 5 min. ExtinctiecoÃ«fficient bij 450 nm = 9620/M.cm. Mr = 23400&lt;br /&gt;
#*Bereken de Specifieke en de Moleculaire enzymactiviteit&lt;br /&gt;
#*Welke orde heeft de hydrolysereactie tov de BAPA concentratie? Waarom?&lt;br /&gt;
#*Schrijf de hydrolysereactie van BAPA&lt;br /&gt;
# PCR: Uit 0.5 mg plasmide (5162bp) haalt men na 25 cycli 30.5 Âµg DNA (800bp). Bereken de efficiÃ«ntie.&lt;br /&gt;
# Bereken het partieel specifiek volume van een eiwit met volgende gegevens:&lt;br /&gt;
#* d(20Â°C)= 1.00239  1.00456  1.00677  1.00899&lt;br /&gt;
#* Bij (respectievelijke) concentraties (mg/mL): 0  10  20  30&lt;br /&gt;
#Eiwitbereiding&lt;br /&gt;
#*Hoe kan men beta-lactoglobuline afzonderen uit koemelk? Bespreek.&lt;br /&gt;
#*Hoeveel moet je afwegen van een gelyofiliseerd beta-lactoglobulinepreparaat met 18% water om 5 mL oplossing te bereiden met een uiteindelijke concentratie van 0.25mM aan beta-lactoglobuline?&lt;br /&gt;
# NucleÃ¯nezuur oplossing: A(260nm) = 0.512 en A(280nm) = 0.277&lt;br /&gt;
#*Bepaal de zuiverheid van het DNA. (verhouding DNA/RNA), veronderstel dat het staal proteÃ¯nevrij is.&lt;br /&gt;
#*Schat uit de absorbantiewaarde bij 260 nm de totale concentratie aan nucleÃ¯nezuren in Âµg/mL (let op: geen extinctie of absorbantiecoÃ«fficiÃ«nt gegeven)&lt;br /&gt;
# Mondeling gedeelte:&lt;br /&gt;
#* Stel je hebt weinig eiwit en je wil eiwitconcentratie bepalen. Welke methode gebruik je ? (Biureet/Bradford/UV-spect.) + Bespreek (reagens, ...)&lt;br /&gt;
#* Benedictreagens + zetmeel reducerend?&lt;br /&gt;
#* Ampicilline + Tetracycline &lt;br /&gt;
#* Kd en Kav: bespreek&lt;br /&gt;
#* HPLC: Waarom en hoe ontgassen ?&amp;lt;/text&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marike</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Biologie&amp;diff=1088</id>
		<title>Moleculaire Biologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Biologie&amp;diff=1088"/>
		<updated>2018-01-29T13:26:48Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marike: /* 29 januari 2018 VM */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Vak gedoceerd door Prof. J.Robben sinds september 2009, vroeger gedoceerd door Prof. M. De Ley. Mondeling examen. Sinds 2013 3 grote vragen en de vierde vraag is kort enkele woordjes of een tekening bespreken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===29 januari 2018 VM===&lt;br /&gt;
#Welke rol spelen prokaryote sigma-factor(en) bij de transcriptie? Bespreek hun structuur en functie. (mondeling)&lt;br /&gt;
#Hoe kan men experimenteel de transcriptie-start van een gen bepalen voor een bepaalde promoter?&lt;br /&gt;
#Replicatie van lineair DNA (niet-circulair) met DNA polymerase vormt een probleem voor de cel. Wat is dit probleem? Hoe lost de cel dit probleem op?&lt;br /&gt;
#Begrippen: Riboschakelaar (riboswitch), cDNA-kloning, tekening van kozaksequentie, RecBCD reactieweg (mondeling)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2018 VM===&lt;br /&gt;
#Wat zijn histonen? Hoe zijn ze betrokken in de genexpressie? Bespreek het moleculaire niveau.&lt;br /&gt;
#Structuur en functie van catabolic activatior protein (cap)&lt;br /&gt;
#Waaorom past immunoglobine bij het hoofdstuk over transpositie?&lt;br /&gt;
#Begrippen: mRNA cap, tekening van backtracking, oriC, sanger-methode&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2018 NM===&lt;br /&gt;
#Met welke methode kun je op experimentele wijze de relatieve hoeveelheid van mRNA aantonen? &lt;br /&gt;
#Wat is alternative splicing? Wat is de functie voor de cel? Geef een concreet voorbeeld.&lt;br /&gt;
#Geef het mechanisme van translatie elongatie bij prokaryoten.&lt;br /&gt;
#Begrippen: Lacoperon met 3operatoren en CAPsite, Leu-zipper, peptidyltransfer en retrotransposon&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2018 NM===&lt;br /&gt;
#Geef de verschillen bij transcriptie initiatie tussen prokaryoten en eukaryoten.&lt;br /&gt;
#Geef de verschillende mogelijkheden voor transcriptie terminatie bij prokaryoten en eukaryoten.&lt;br /&gt;
#Wat is de functie van RuvC bij de Holliday Junction? Maak een schets en beschrijf het mechanisme.&lt;br /&gt;
#Begrippen: Sanger Sequencing, Zn-vingers, U2 (SNRNP), stopcoconsupressie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2018 VM===&lt;br /&gt;
#Wat is alternatieve splicing? Hoe werkt het en wat is de functie ervan. Geef een concreet voorbeeld. (Mondeling)&lt;br /&gt;
#Leg op moleculair niveau translatie-elongatie cyclus uit bij prokaryoten. (Schriftelijk)&lt;br /&gt;
#Welke transposons komen voor bij zoogdieren. Leg bondig uit hoe die eruit zien. Hoe frequent komt dit voor bij mensen?(Schriftelijk)&lt;br /&gt;
#Begrippen: DNA-footprinting, figuur zink vinger, polysoom, Holliday junctie (Mondeling)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 september 2017 NM===&lt;br /&gt;
#Bespreek de effecten van arabinose en glucose op de expressie van het ara-operon. Verduidelijk de onderliggende mechanismen.&lt;br /&gt;
#Bespreek de opvouwing van nucleair DNA bij eukaryoten en bespreek de effecten op de genexpressie. &lt;br /&gt;
#Het Ds en Ac mechanisme bij maïs uitleggen. Waarom was deze wetenschappelijke ontdekking zo belangrijk?&lt;br /&gt;
#Begrippen: figuur Zn-vinger, polysoom, Shine-Dalgarno box, klem lader (clamp loader)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 augustus 2017 VM===&lt;br /&gt;
#Structuur, biosynthese en functie van cap bij mRNA van eukaroyten. Hoe zit het bij 5&#039;-uiteinde van prokaroyten?&lt;br /&gt;
#Welke methode(n) worden gebruikt voor het bepalen van de relatieve hoeveelheid van specifiek mRNA? Leg de werkwijzen uit.&lt;br /&gt;
#Wat is homologe recombinatie? Welke moleculaire processen vinden plaats en welke eiwitten zijn betrokken?&lt;br /&gt;
#Begrippen: Leu-zipper, nucleosoom, startcodon met kozak sequentie, dubbelstrengbreuk&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
#Bespreek alternatieve splicing. Hoe werkt het en geef een concreet voorbeeld.&lt;br /&gt;
#Tabel van codons. Leg uit: dit wijzigt nooit maar toch is er sprake van evolutie. &lt;br /&gt;
#Het Ds en Ac mechanisme bij maïs uitleggen. Waarom was deze wetenschappelijke ontdekking zo belangrijk?&lt;br /&gt;
#Begrippen: DNA footprint, resolvase, Zink finger (op de tekening staan 3 zink fingers), polysoom&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
#Bespreek aan de hand van een figuur het trombonemodel van DNA-replicatie. Welke moleculaire structuren en processen van de DNA-replicatie komen in dit model naar voor.&lt;br /&gt;
#Bespreek de structuur, functie en regulatie van de prokaryote sigma-factor(en).&lt;br /&gt;
#Op welke experimentele manier kun je de transcriptiestart met een gegeven promotor bepalen. &lt;br /&gt;
#Begrippen:&lt;br /&gt;
#*enhancer&lt;br /&gt;
#*cDNA kloning&lt;br /&gt;
#*figuur van heatshock gen&lt;br /&gt;
#*RecBCD-reactieweg&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2017===&lt;br /&gt;
#transcriptie terminatie bij pro en eukaryoten uitleggen&lt;br /&gt;
#bespreek mRNA Cap-structuur bij eukaryoten (biosynthese, structuur, functie) en vergelijk met prokaryoten&lt;br /&gt;
#welke moleculaire processen helpen bij de start van translatie bij eukaryoten. (start van matuur mRNA)&lt;br /&gt;
#begrippen&lt;br /&gt;
#*enhancer&lt;br /&gt;
#*yeast two hybrid method&lt;br /&gt;
#*tRNA mimicry&lt;br /&gt;
#*herschikking van immunoglobinegenen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2017 NM===&lt;br /&gt;
#Hoe wordt het ara operon gereguleerd?&lt;br /&gt;
#Hoe beinvloeden histonen de genexpressie?&lt;br /&gt;
#Wat heeft immunoglobuline met transpositie te maken?&lt;br /&gt;
#begrippen&lt;br /&gt;
#*Sanger sequencing&lt;br /&gt;
#*zinkvinger (afbeelding)&lt;br /&gt;
#*polysoom&lt;br /&gt;
#*beta-klemlader&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2017 NM===&lt;br /&gt;
#Scanningscomplex van translatie initiatie bij eukaryoten&lt;br /&gt;
#Methoden om binding van eiwitten aan DNA te bestuderen&lt;br /&gt;
#recA welke functies en werking&lt;br /&gt;
#begrippen&lt;br /&gt;
#*sanger sequencing&lt;br /&gt;
#*tekening zink vingers&lt;br /&gt;
#*U2 snRNP&lt;br /&gt;
#*stopcodonsuppressie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
#telomeren&lt;br /&gt;
#transcriptie bij eukaryoten&lt;br /&gt;
#intron/extron splicing&lt;br /&gt;
#begrippen&lt;br /&gt;
#*cDNA&lt;br /&gt;
#*enhancer&lt;br /&gt;
#*tekening RNA mimicry&lt;br /&gt;
#*recombinatie bij hemoglobine&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 aug 2016 NM===&lt;br /&gt;
#Bespreek de regulatie  van het Trp operon. Wat wordt er bedoelt met attenuatie?&lt;br /&gt;
#Genetische code is onveranderlijk, maar evolutie laat wel sporen na. Verklaar. (tabel met DNA codons gegeven)&lt;br /&gt;
#Wat is homologe recombinatie? Wat zijn de moleculaire stappen in dit proces?  Welke zijn de belangrijkste eiwitten?&lt;br /&gt;
#Woordjes: &lt;br /&gt;
#*Sanger methode&lt;br /&gt;
#*Tekening Zinkvinger&lt;br /&gt;
#*histonacetyltransferase HAT&lt;br /&gt;
#*DNA-mismatch repair&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Bespreek opvouwing bij eukaryoot DNA en de invloed op de genexpressie&lt;br /&gt;
#Vergelijk translatie-intitiatie bij prokaryoten en eukaryoten&lt;br /&gt;
#Er is een probleem bij de replicatie van lineair DNA. Bespreek en wat kunnen we hieraan doen.&lt;br /&gt;
#Woordjes: Figuur 8.18, epitoop tagging, mRNA-cap, suppressor-tRNA&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 januari 2016===&lt;br /&gt;
#trp en attenuatie&lt;br /&gt;
#chromatinestructuur&lt;br /&gt;
#translatie initiatie eukaryoten + regulatie&lt;br /&gt;
#Woordjes: &lt;br /&gt;
#*foto footprinting&lt;br /&gt;
#*cap mRNA&lt;br /&gt;
#*base-excinsieherstel&lt;br /&gt;
#*retrotransposons&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2016 VM===&lt;br /&gt;
#Geef de structuur, functie, biosynthese van de 5&#039; cap en vergelijk dit met het 5&#039; einde van de prokaryoten.&lt;br /&gt;
#Bespreek de gelijkenissen en verschillen tussen pro- en eukaryoot RNA-polymerases.&lt;br /&gt;
#Wat is homologe recombinatie, welke moleculaire stappen vinden hierbij plaats en wat zijn de belangrijkste eiwitten die hierin meespelen.&lt;br /&gt;
#Woordjes: &lt;br /&gt;
#*Sanger-sequencing&lt;br /&gt;
#*Foto van antiterminatie â€“ terminatie&lt;br /&gt;
#*Nucleosoom&lt;br /&gt;
#*DNA-mismatch repair&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2016 NM===&lt;br /&gt;
#Leg aan de hand van een tekening uit wat het trombone effect is en welke moleculaire structuren en functies worden hier in dit mechanisme samen getrokken.&lt;br /&gt;
#Verklaar met een schema hoe de lysogene cyclus ontstaat bij faag lamba infectie van een E.Coli. Hoe behoud men dee lysogene cyclus en hoe kan deze worden verbroken.&lt;br /&gt;
#Geef de structuur, functie, biosynthese van de 5&#039; cap en vergelijk dit met het 5&#039; einde van de prokaryoten;&lt;br /&gt;
#Kleine vraagjes: &lt;br /&gt;
#*Tekening van lac operon met O1 O2, O3 en CAP en RNAP bindingsplaatsen.&lt;br /&gt;
#*Leu-zipper&lt;br /&gt;
#*Peptidyltransferase&lt;br /&gt;
#*Retrotransposons&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 januari 2016 NM===&lt;br /&gt;
#Welke experimentele methoden ken je om de interactie tussen dna en eiwit te bestuderen en hoe werken ze.&lt;br /&gt;
#Bespreek transcriptie van eukaryote rna polymerase 2 en de factoren die hierin meespelen. &lt;br /&gt;
#BacteriÃ«le transposons, hoe werken ze en wat zijn voor- en nadelen.&lt;br /&gt;
#Woordjes: &lt;br /&gt;
#*Northern blotting&lt;br /&gt;
#*wobble base paring&lt;br /&gt;
#*u6&lt;br /&gt;
#*en zo die haarspeld van heatshok&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Terminatie van transcriptie bij prokaryoten&lt;br /&gt;
#Functie en structuur van de C-terminaal van eukaryoot RNA pol II&lt;br /&gt;
#Terminatie en hervatting bij eukaryoten ribosomen&lt;br /&gt;
#Woordjes: &lt;br /&gt;
#*S1 mapping&lt;br /&gt;
#*RNA-DNA hybride met intron&lt;br /&gt;
#*eIF2 alfa&lt;br /&gt;
#*Holliday junctie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 januari 2015===&lt;br /&gt;
#5&#039;cap structuur, biosynthese en functie en vergelijken met 5&#039; van prokaryote mRna&lt;br /&gt;
#catabolic activator protein structuur en functie&lt;br /&gt;
#wat is het probleem bij replicatie van lineair dna en hoe lost de cel dit op &lt;br /&gt;
#tekening van lac operon (met de 3 operonen, structuur repressor uitleggen); enhanceosoom; peptidyl transfer; en v(d)j-recombination &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 januari 2015===&lt;br /&gt;
#verschillen en gelijkenissen tussen rna polymerase van prokaryoten en eukaryoten&lt;br /&gt;
#alternatieve splitsing, ook een voorbeeld ervan geven&lt;br /&gt;
#genconversie uitleggen aan de hand van een figuur&lt;br /&gt;
#woordjes: abortieve transcriptie, tekening van het trombone model, aminoacyl trna synthetase en cdna kloning&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2015 (NM)===&lt;br /&gt;
#Hoe kun je de binding tussen dna en eiwitten bestuderen &lt;br /&gt;
#Splicing &lt;br /&gt;
#RecBCD &lt;br /&gt;
#begrippen: sanger sequencing, zinkvingers afbeelding, histonmodelering, eif4e&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2015 (VM)===&lt;br /&gt;
#transcriptie-initiatie&lt;br /&gt;
#translate-elongatie&lt;br /&gt;
#transposons bacterie&lt;br /&gt;
#woordjes: anti-sigmafactor, epitoop tagging, splicingfiguur en genvonversie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 jan 2015===&lt;br /&gt;
#Bespreek de Trp operon regulatie. Wat is attenuatie?&lt;br /&gt;
#Geef de histonen en hun modificaties + het gevolg van deze modificaties op de genexpressie.&lt;br /&gt;
#Wat is V(D)J recombinatie en wat is het biologisch nut ervan?&lt;br /&gt;
#Kleine vragen:&lt;br /&gt;
#*Afbeelding van een Zn-Vinger&lt;br /&gt;
#*Wat is een replisoom?&lt;br /&gt;
#*Wat is stopcodon supressie.&lt;br /&gt;
#*Bespreek de beta klemlader.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 september 2014===&lt;br /&gt;
# Bespreek de effecten van arabinose en glucose op de expressie van het ara-operon. Verduidelijk de onderliggende mechanismen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de moleculaire processen die leiden tot het starten van de translatie bij eukaryoten (vertrekkende van matuur mRNA in het cytosol).&lt;br /&gt;
#* Op welke wijze(n) kan de cel deze translatie-initiatie regelen?&lt;br /&gt;
# Wat is homologe recombinatie? Wat zijn de moleculaire stappen in dit proces? Welke zijn de belangrijkste eiwitten?&lt;br /&gt;
# Termen:&lt;br /&gt;
#* Northern Blotting&lt;br /&gt;
#* topoisomerase&lt;br /&gt;
#* alternatieve splicing&lt;br /&gt;
#* RNA splicing afbeelding uitleggen (halverwege de splicing met de lariaat reeds gevormd.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 Augustus 2014===&lt;br /&gt;
# Bespreek de regulatie van het trp operon. Wat wordt er bedoeld met attenuatie?&lt;br /&gt;
# Bespreek op moleculair niveau de translatie elongatie cyclus bij prokaryoten.&lt;br /&gt;
#* Hoe wordt deze cyclus afgebroken? (terminatie)&lt;br /&gt;
# Wat is genconversie? Hoe algemeen komt dit voor?&lt;br /&gt;
# Termen:&lt;br /&gt;
#* DNA footprinting&lt;br /&gt;
#* telomerase&lt;br /&gt;
#* Rollende cirkel replicatie&lt;br /&gt;
#* RNA splicing afbeelding uitleggen (halverwege de splicing met de lariaat reeds gevormd.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 januari 2014 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
# hoe eiwitten ontdekken op DNA? meerder manieren (footprinting en nucleosoompositionering en hij vroeg dan nog naar CAP)&lt;br /&gt;
# waar zorgen histonen voor bij DNA en aanpassingen?&lt;br /&gt;
# translatie initiatie bij eukaryoten en geef de dingen die daarbij kunnen &lt;br /&gt;
# woordjes:&lt;br /&gt;
#*antiterminatie&lt;br /&gt;
#*ticketing hypothese ofzoiets&lt;br /&gt;
#*BER&lt;br /&gt;
#*van die eiwitten iets met die herschikkingen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 jan 2014 (namiddag)===&lt;br /&gt;
#bespreek de terminatie mechanismen bij prokaryoten&lt;br /&gt;
#bespreek de translatie elongatie cyclus&lt;br /&gt;
#bespreek RNA splicing&lt;br /&gt;
#woordjes: S1 mapping, enhancer, amino acetyl tRNA syntethase, genconversie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 jan 2014 (namiddag)===&lt;br /&gt;
# Bespreek de structuur en functie van kataboliet activerend proteÃ¯ne (CAP)&lt;br /&gt;
# Bespreek de invloed van histonen en hun modificaties op genexpressie&lt;br /&gt;
# Tijdens de replicatie van lineair DNA is er een probleem. Hoe lost de cel dit op?&lt;br /&gt;
# Leg uit: &lt;br /&gt;
#* nucleaire receptoren&lt;br /&gt;
#* polyadenylatiesignalen&lt;br /&gt;
#* stopcodonsuppressors&lt;br /&gt;
#* bacteriÃ«le transposons&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
# Geef de structuur en functies van de sigma(factoren) bij RNA polymerase van prokaryoten.&lt;br /&gt;
# Leg uit wat de structuur en functies zijn van het C terminale domein van eukaryotisch RNA polymerase II.&lt;br /&gt;
# De genetische code kan niet gewijzigd worden, toch zijn er sporen van evolutie. Bespreek deze stelling adhv de figuur. Gegeven figuur : tabel van alle mogelijke codons voor de verschillende aminozuren&lt;br /&gt;
# Verklaar binnen de aangegeven ruimte:&lt;br /&gt;
#* Epitoop tagging&lt;br /&gt;
#* Type II introns&lt;br /&gt;
#* Kozak sequentie &lt;br /&gt;
#* Holliday-verbinding&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 jan 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
# Transcriptie initiatie bij prokaryoten&lt;br /&gt;
# Splicing&lt;br /&gt;
# Leg uit:  &lt;br /&gt;
#*A-DNA  &lt;br /&gt;
#*Southern blotting &lt;br /&gt;
#*HAT &lt;br /&gt;
#*eIF4E&lt;br /&gt;
# Homologe recombinatie (enkel schriftelijk)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 jan 2014 (voormiddag)=== &lt;br /&gt;
# bespreek invloed glucose en arabinose op ara-operon + onderligende moleculaire mechanismen&lt;br /&gt;
# mRNA cap: bespreek de biosynthese, functie, vergelijk met 5&#039; prokaryoot&lt;br /&gt;
# wat hebben transposons en antilichamen gemeen? licht toe&lt;br /&gt;
# leg uit: &lt;br /&gt;
#*rho&lt;br /&gt;
#*zinkvinger&lt;br /&gt;
#*peptidyltransferase&lt;br /&gt;
#*splicingsignalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 jan 2013(voormiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Geef de verschillen en gelijkenissen tussen de regulaire van lac- en trp-operon.&lt;br /&gt;
# Bespreek hoe eukaryote ribosomen transcriptie temineren en hervatten.&lt;br /&gt;
# Verklaar binnen de aangegeven ruimte:&lt;br /&gt;
#* cDNA kloning&lt;br /&gt;
#* Figuur van polyadenyleringscomplex&lt;br /&gt;
#* Heat shock response&lt;br /&gt;
#* Rolling circle replicatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 jan 2012(voormiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Structuur en functie van de CTD bij eukaryoot RNA-polymerase II beschrijven.&lt;br /&gt;
# Sanger-methode voor sequentie-analyse bespreken.&lt;br /&gt;
# Verklaar binnen de aangegeven ruimte:&lt;br /&gt;
#* Zinkvinger&lt;br /&gt;
#* Ribozyme&lt;br /&gt;
#* Tekening van tRNA-mimicry&lt;br /&gt;
#* Telomerase&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 jan 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
idem 18 januari 2010&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 jan 2011 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe lactose en glucose het lac operon beÃ¯nvloeden&lt;br /&gt;
# Gen activiteit bij eukaryoten kan geanalyseerd worden aan de hand van DNase activiteit. &lt;br /&gt;
#* Leg uit &lt;br /&gt;
#* hoe doet men dit experimenteel&lt;br /&gt;
# Verklaar binnen de aangegeven ruimte &lt;br /&gt;
#* lariat &lt;br /&gt;
#* eIF2 alfa &lt;br /&gt;
#* wobble &lt;br /&gt;
#* tekening van rolling circle replicatie (tekening van faag lamda)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 jan 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Bespreek structuur en functie van prokaryoot RNA-polymerase (holoÃ«nzym)&lt;br /&gt;
# Maak een vergelijking tussen translatie-initiatie bij prokaryoten en eukaryoten&lt;br /&gt;
# Verklaar:&lt;br /&gt;
#* Lysogenie&lt;br /&gt;
#* Histon H1&lt;br /&gt;
#* RT-PCR&lt;br /&gt;
#* Fig. 21.34 (onderste deel alleen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 29 jan 2010 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Bespreek transcriptie-initiatie bij prokaryoten.&lt;br /&gt;
# Fig 21.18&lt;br /&gt;
# Bespreek kort:&lt;br /&gt;
#* C-waardeparadox&lt;br /&gt;
#* Kozak-sequentie&lt;br /&gt;
#* Epitope tagging&lt;br /&gt;
#* EF-Tu&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 jan 2010 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Bespreek het scanning-model bij eukaryote translatie-initiatie.&lt;br /&gt;
# Welke methode(s) ken je om de transcriptiestartplaats / het 5&#039; einde te bepalen?&lt;br /&gt;
# Bespreek kort:&lt;br /&gt;
#* Riboswitch&lt;br /&gt;
#* TATA&lt;br /&gt;
#* Zinkvinger&lt;br /&gt;
#* Figuur met vorming thÃ¨ta-structuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 jan 2010 ===&lt;br /&gt;
# Geef de overeenkomsten en verschillen tussen pro- en eukaryote promoters.&lt;br /&gt;
# Bespreek fig. 14.27&lt;br /&gt;
# bespreek kort:&lt;br /&gt;
#* Ribosoombindingsplaats&lt;br /&gt;
#* Moleculaire mimicrie&lt;br /&gt;
#* RACE&lt;br /&gt;
#* beta-clamp&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 jan 2010 ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de structuur en functie van prokaryoot RNA-polymerase(holoënzyme)&lt;br /&gt;
# Maak een vergelijking tussen translatie-initiatie bij pro-en eukaryoten.&lt;br /&gt;
# bespreek kort:&lt;br /&gt;
#* lysogenie&lt;br /&gt;
#* H1 histonen&lt;br /&gt;
#* RT-PCR&lt;br /&gt;
#* Fig 21.34&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 jan 2009 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Bespreek terminatie bij prokaryote transcriptie.&lt;br /&gt;
# RNA-editing&lt;br /&gt;
# fig 4.11&lt;br /&gt;
Kaartjes:&lt;br /&gt;
# Zink-vinger&lt;br /&gt;
# Nick-translatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 jan 2009 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Bespreek de methode van S1 mapping (5&#039; en 3&#039; einde) en primer extension.&lt;br /&gt;
# Structuur prokaryotisch RNA polymerase en bespreking sigma als specificiteitsfactor.&lt;br /&gt;
# fig. 14.1&lt;br /&gt;
Kaartjes:&lt;br /&gt;
# Bespreek MCS, valspositieven en directioneel klonen.&lt;br /&gt;
# Plaatsgerichte mutagenese.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2009 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# DNA:&lt;br /&gt;
#* Bespreek A, B en Z DNA (ook helemaal hoe DNA wordt opgebouwd).&lt;br /&gt;
#* Hoe kan het G-C gehalte van DNA bepaald worden.&lt;br /&gt;
# Bespreek de eukaryotische polymerases.&lt;br /&gt;
# Figuur van pBR322 bespreken.&lt;br /&gt;
Kaartjes:&lt;br /&gt;
# Zink-vinger&lt;br /&gt;
# fig 9.7&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jan 2008 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Plaats gerichte mutagenese.&lt;br /&gt;
# Trp operon.&lt;br /&gt;
# Stom figuur van dnase hypergevoeligheid bij actief/inactief dna.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 jan 2008 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Bespreek DNA fingerprinting en typing (+toepassingen en detectie)&lt;br /&gt;
# Bespreek de lytische reproductiecyclus van faag lambda.&lt;br /&gt;
# Foto van RNA editing.&lt;br /&gt;
Kaartjes: &lt;br /&gt;
# Figuurke van 30nm vezel van chromatine en dan zo verwijderen van histonen om dubbelstreng DNA te krijgen en dan nick van DNA.&lt;br /&gt;
# Verschil tussen DNase en DMS footprinting.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 jan 2008 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# S1 mapping ( 3&#039; en 5&#039;) + primer extension (verschillen, voor-en nadelen)&lt;br /&gt;
# Alles over prokaryotisch RNApol (subeenheden, functies, experimenten met sigmafactor + virussentranscriptie, ...)&lt;br /&gt;
# figuur: Intron-exon met die lus-structuur (vraagt ook hoe ge da beeld bekomt via EM)&lt;br /&gt;
Kaartjes:&lt;br /&gt;
# Merodiploid: constitutieve operator.&lt;br /&gt;
# ProteÃ¯ne - dna interactie figuur (met die helix-turn-helix).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 jan 2008 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Expressievectoren.&lt;br /&gt;
# Acetylatie en deacetylatie (+Histone acetyltransferase cloning of zoiets).&lt;br /&gt;
# fig 9.14 (vierde editie)&lt;br /&gt;
Kaartjes:&lt;br /&gt;
# Epitope tagging&lt;br /&gt;
# fig 13.10&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 jan 2008 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Bespreek het trp operon.&lt;br /&gt;
# Bespreek site-directed mutagenesis.&lt;br /&gt;
# vul tekening van DNAse hypersensitivity verder aan. Bespreek de gebruikte technieken.&lt;br /&gt;
Kaartjes:&lt;br /&gt;
# Zo&#039;n schematje van een merodiploid van het lac operon.&lt;br /&gt;
# De C-waarde paradox.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 jan 2007 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Prokaryoot RNApolymerase en sigma.&lt;br /&gt;
# Figuur van RNAlooping.&lt;br /&gt;
# S1mapping en primer extension.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jan 2007 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Transcriptieterminatie bij prokaryoten.&lt;br /&gt;
# RNAediting.&lt;br /&gt;
# Figuur van pBluescript.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jan 2007 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Reassociatie kinetica.&lt;br /&gt;
# Alles over chromatine en H1.&lt;br /&gt;
# Foto: P22 en 434 (lambda operator/repressor interacties).&lt;br /&gt;
Kaartjes:&lt;br /&gt;
# Bespreek de sigmacyclus.&lt;br /&gt;
# DNA transcriptie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 jan 2007 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Bespreek S1 mapping(zowel 3&#039;als 5&#039;einde) en primer extension.&lt;br /&gt;
# Bespreek de structuur van de prokarytische RNApolymerase en ook sigma als specifiteitsfactor.&lt;br /&gt;
# Foto van R-looping experiment.&lt;br /&gt;
Kaartjes: &lt;br /&gt;
# Plaque hybridisatie.&lt;br /&gt;
# Dnase(1)-hypergevoeligheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 jan 2007 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Geef de verschillende methoden voor expressie van gekloonde genen(inbegrepen fusieproteÃ¯nen en hun zuivering).&lt;br /&gt;
# Bespreek de acetylering en deacetylering van histonen (bespreek ook het kloneringsexperiment van histon-acetyl-transferase).&lt;br /&gt;
# Figuur 9.17 pag. 258 bespreken.&lt;br /&gt;
Kaartjes:&lt;br /&gt;
# Vergelijk DNase footprinting met gel mobility shift. Zijn er specifieke voordelen van de ene techniek tov. de andere.&lt;br /&gt;
# Figuur 9.18a pag 259 bespreken.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marike</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Biologie&amp;diff=1087</id>
		<title>Moleculaire Biologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Biologie&amp;diff=1087"/>
		<updated>2018-01-29T13:19:57Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marike: /* 29 januari 2018 VM */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Vak gedoceerd door Prof. J.Robben sinds september 2009, vroeger gedoceerd door Prof. M. De Ley. Mondeling examen. Sinds 2013 3 grote vragen en de vierde vraag is kort enkele woordjes of een tekening bespreken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===29 januari 2018 VM===&lt;br /&gt;
#Welke rol spelen prokaryote sigma-factor(en) bij de transcriptie? Bespreek hun structuur en functie. (mondeling)&lt;br /&gt;
#Hoe zou je experimenteel de transcriptie-start bepalen van een bepaalde promoter?&lt;br /&gt;
#Bij lineair DNA (dus niet-circulair) komt de DNA replicatie een probleem tegen. Welk probleem? En hoe lost de cel dit probleem op?&lt;br /&gt;
#Begrippen: Riboschakelaar (riboswitch), cDNA-kloning, tekening van kozaksequentie, RecBCD reactieweg (mondeling)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2018 VM===&lt;br /&gt;
#Wat zijn histonen? Hoe zijn ze betrokken in de genexpressie? Bespreek het moleculaire niveau.&lt;br /&gt;
#Structuur en functie van catabolic activatior protein (cap)&lt;br /&gt;
#Waaorom past immunoglobine bij het hoofdstuk over transpositie?&lt;br /&gt;
#Begrippen: mRNA cap, tekening van backtracking, oriC, sanger-methode&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2018 NM===&lt;br /&gt;
#Met welke methode kun je op experimentele wijze de relatieve hoeveelheid van mRNA aantonen? &lt;br /&gt;
#Wat is alternative splicing? Wat is de functie voor de cel? Geef een concreet voorbeeld.&lt;br /&gt;
#Geef het mechanisme van translatie elongatie bij prokaryoten.&lt;br /&gt;
#Begrippen: Lacoperon met 3operatoren en CAPsite, Leu-zipper, peptidyltransfer en retrotransposon&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2018 NM===&lt;br /&gt;
#Geef de verschillen bij transcriptie initiatie tussen prokaryoten en eukaryoten.&lt;br /&gt;
#Geef de verschillende mogelijkheden voor transcriptie terminatie bij prokaryoten en eukaryoten.&lt;br /&gt;
#Wat is de functie van RuvC bij de Holliday Junction? Maak een schets en beschrijf het mechanisme.&lt;br /&gt;
#Begrippen: Sanger Sequencing, Zn-vingers, U2 (SNRNP), stopcoconsupressie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2018 VM===&lt;br /&gt;
#Wat is alternatieve splicing? Hoe werkt het en wat is de functie ervan. Geef een concreet voorbeeld. (Mondeling)&lt;br /&gt;
#Leg op moleculair niveau translatie-elongatie cyclus uit bij prokaryoten. (Schriftelijk)&lt;br /&gt;
#Welke transposons komen voor bij zoogdieren. Leg bondig uit hoe die eruit zien. Hoe frequent komt dit voor bij mensen?(Schriftelijk)&lt;br /&gt;
#Begrippen: DNA-footprinting, figuur zink vinger, polysoom, Holliday junctie (Mondeling)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 september 2017 NM===&lt;br /&gt;
#Bespreek de effecten van arabinose en glucose op de expressie van het ara-operon. Verduidelijk de onderliggende mechanismen.&lt;br /&gt;
#Bespreek de opvouwing van nucleair DNA bij eukaryoten en bespreek de effecten op de genexpressie. &lt;br /&gt;
#Het Ds en Ac mechanisme bij maïs uitleggen. Waarom was deze wetenschappelijke ontdekking zo belangrijk?&lt;br /&gt;
#Begrippen: figuur Zn-vinger, polysoom, Shine-Dalgarno box, klem lader (clamp loader)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 augustus 2017 VM===&lt;br /&gt;
#Structuur, biosynthese en functie van cap bij mRNA van eukaroyten. Hoe zit het bij 5&#039;-uiteinde van prokaroyten?&lt;br /&gt;
#Welke methode(n) worden gebruikt voor het bepalen van de relatieve hoeveelheid van specifiek mRNA? Leg de werkwijzen uit.&lt;br /&gt;
#Wat is homologe recombinatie? Welke moleculaire processen vinden plaats en welke eiwitten zijn betrokken?&lt;br /&gt;
#Begrippen: Leu-zipper, nucleosoom, startcodon met kozak sequentie, dubbelstrengbreuk&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
#Bespreek alternatieve splicing. Hoe werkt het en geef een concreet voorbeeld.&lt;br /&gt;
#Tabel van codons. Leg uit: dit wijzigt nooit maar toch is er sprake van evolutie. &lt;br /&gt;
#Het Ds en Ac mechanisme bij maïs uitleggen. Waarom was deze wetenschappelijke ontdekking zo belangrijk?&lt;br /&gt;
#Begrippen: DNA footprint, resolvase, Zink finger (op de tekening staan 3 zink fingers), polysoom&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
#Bespreek aan de hand van een figuur het trombonemodel van DNA-replicatie. Welke moleculaire structuren en processen van de DNA-replicatie komen in dit model naar voor.&lt;br /&gt;
#Bespreek de structuur, functie en regulatie van de prokaryote sigma-factor(en).&lt;br /&gt;
#Op welke experimentele manier kun je de transcriptiestart met een gegeven promotor bepalen. &lt;br /&gt;
#Begrippen:&lt;br /&gt;
#*enhancer&lt;br /&gt;
#*cDNA kloning&lt;br /&gt;
#*figuur van heatshock gen&lt;br /&gt;
#*RecBCD-reactieweg&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2017===&lt;br /&gt;
#transcriptie terminatie bij pro en eukaryoten uitleggen&lt;br /&gt;
#bespreek mRNA Cap-structuur bij eukaryoten (biosynthese, structuur, functie) en vergelijk met prokaryoten&lt;br /&gt;
#welke moleculaire processen helpen bij de start van translatie bij eukaryoten. (start van matuur mRNA)&lt;br /&gt;
#begrippen&lt;br /&gt;
#*enhancer&lt;br /&gt;
#*yeast two hybrid method&lt;br /&gt;
#*tRNA mimicry&lt;br /&gt;
#*herschikking van immunoglobinegenen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2017 NM===&lt;br /&gt;
#Hoe wordt het ara operon gereguleerd?&lt;br /&gt;
#Hoe beinvloeden histonen de genexpressie?&lt;br /&gt;
#Wat heeft immunoglobuline met transpositie te maken?&lt;br /&gt;
#begrippen&lt;br /&gt;
#*Sanger sequencing&lt;br /&gt;
#*zinkvinger (afbeelding)&lt;br /&gt;
#*polysoom&lt;br /&gt;
#*beta-klemlader&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2017 NM===&lt;br /&gt;
#Scanningscomplex van translatie initiatie bij eukaryoten&lt;br /&gt;
#Methoden om binding van eiwitten aan DNA te bestuderen&lt;br /&gt;
#recA welke functies en werking&lt;br /&gt;
#begrippen&lt;br /&gt;
#*sanger sequencing&lt;br /&gt;
#*tekening zink vingers&lt;br /&gt;
#*U2 snRNP&lt;br /&gt;
#*stopcodonsuppressie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
#telomeren&lt;br /&gt;
#transcriptie bij eukaryoten&lt;br /&gt;
#intron/extron splicing&lt;br /&gt;
#begrippen&lt;br /&gt;
#*cDNA&lt;br /&gt;
#*enhancer&lt;br /&gt;
#*tekening RNA mimicry&lt;br /&gt;
#*recombinatie bij hemoglobine&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 aug 2016 NM===&lt;br /&gt;
#Bespreek de regulatie  van het Trp operon. Wat wordt er bedoelt met attenuatie?&lt;br /&gt;
#Genetische code is onveranderlijk, maar evolutie laat wel sporen na. Verklaar. (tabel met DNA codons gegeven)&lt;br /&gt;
#Wat is homologe recombinatie? Wat zijn de moleculaire stappen in dit proces?  Welke zijn de belangrijkste eiwitten?&lt;br /&gt;
#Woordjes: &lt;br /&gt;
#*Sanger methode&lt;br /&gt;
#*Tekening Zinkvinger&lt;br /&gt;
#*histonacetyltransferase HAT&lt;br /&gt;
#*DNA-mismatch repair&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Bespreek opvouwing bij eukaryoot DNA en de invloed op de genexpressie&lt;br /&gt;
#Vergelijk translatie-intitiatie bij prokaryoten en eukaryoten&lt;br /&gt;
#Er is een probleem bij de replicatie van lineair DNA. Bespreek en wat kunnen we hieraan doen.&lt;br /&gt;
#Woordjes: Figuur 8.18, epitoop tagging, mRNA-cap, suppressor-tRNA&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 januari 2016===&lt;br /&gt;
#trp en attenuatie&lt;br /&gt;
#chromatinestructuur&lt;br /&gt;
#translatie initiatie eukaryoten + regulatie&lt;br /&gt;
#Woordjes: &lt;br /&gt;
#*foto footprinting&lt;br /&gt;
#*cap mRNA&lt;br /&gt;
#*base-excinsieherstel&lt;br /&gt;
#*retrotransposons&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2016 VM===&lt;br /&gt;
#Geef de structuur, functie, biosynthese van de 5&#039; cap en vergelijk dit met het 5&#039; einde van de prokaryoten.&lt;br /&gt;
#Bespreek de gelijkenissen en verschillen tussen pro- en eukaryoot RNA-polymerases.&lt;br /&gt;
#Wat is homologe recombinatie, welke moleculaire stappen vinden hierbij plaats en wat zijn de belangrijkste eiwitten die hierin meespelen.&lt;br /&gt;
#Woordjes: &lt;br /&gt;
#*Sanger-sequencing&lt;br /&gt;
#*Foto van antiterminatie â€“ terminatie&lt;br /&gt;
#*Nucleosoom&lt;br /&gt;
#*DNA-mismatch repair&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2016 NM===&lt;br /&gt;
#Leg aan de hand van een tekening uit wat het trombone effect is en welke moleculaire structuren en functies worden hier in dit mechanisme samen getrokken.&lt;br /&gt;
#Verklaar met een schema hoe de lysogene cyclus ontstaat bij faag lamba infectie van een E.Coli. Hoe behoud men dee lysogene cyclus en hoe kan deze worden verbroken.&lt;br /&gt;
#Geef de structuur, functie, biosynthese van de 5&#039; cap en vergelijk dit met het 5&#039; einde van de prokaryoten;&lt;br /&gt;
#Kleine vraagjes: &lt;br /&gt;
#*Tekening van lac operon met O1 O2, O3 en CAP en RNAP bindingsplaatsen.&lt;br /&gt;
#*Leu-zipper&lt;br /&gt;
#*Peptidyltransferase&lt;br /&gt;
#*Retrotransposons&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 januari 2016 NM===&lt;br /&gt;
#Welke experimentele methoden ken je om de interactie tussen dna en eiwit te bestuderen en hoe werken ze.&lt;br /&gt;
#Bespreek transcriptie van eukaryote rna polymerase 2 en de factoren die hierin meespelen. &lt;br /&gt;
#BacteriÃ«le transposons, hoe werken ze en wat zijn voor- en nadelen.&lt;br /&gt;
#Woordjes: &lt;br /&gt;
#*Northern blotting&lt;br /&gt;
#*wobble base paring&lt;br /&gt;
#*u6&lt;br /&gt;
#*en zo die haarspeld van heatshok&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Terminatie van transcriptie bij prokaryoten&lt;br /&gt;
#Functie en structuur van de C-terminaal van eukaryoot RNA pol II&lt;br /&gt;
#Terminatie en hervatting bij eukaryoten ribosomen&lt;br /&gt;
#Woordjes: &lt;br /&gt;
#*S1 mapping&lt;br /&gt;
#*RNA-DNA hybride met intron&lt;br /&gt;
#*eIF2 alfa&lt;br /&gt;
#*Holliday junctie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 januari 2015===&lt;br /&gt;
#5&#039;cap structuur, biosynthese en functie en vergelijken met 5&#039; van prokaryote mRna&lt;br /&gt;
#catabolic activator protein structuur en functie&lt;br /&gt;
#wat is het probleem bij replicatie van lineair dna en hoe lost de cel dit op &lt;br /&gt;
#tekening van lac operon (met de 3 operonen, structuur repressor uitleggen); enhanceosoom; peptidyl transfer; en v(d)j-recombination &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 januari 2015===&lt;br /&gt;
#verschillen en gelijkenissen tussen rna polymerase van prokaryoten en eukaryoten&lt;br /&gt;
#alternatieve splitsing, ook een voorbeeld ervan geven&lt;br /&gt;
#genconversie uitleggen aan de hand van een figuur&lt;br /&gt;
#woordjes: abortieve transcriptie, tekening van het trombone model, aminoacyl trna synthetase en cdna kloning&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2015 (NM)===&lt;br /&gt;
#Hoe kun je de binding tussen dna en eiwitten bestuderen &lt;br /&gt;
#Splicing &lt;br /&gt;
#RecBCD &lt;br /&gt;
#begrippen: sanger sequencing, zinkvingers afbeelding, histonmodelering, eif4e&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2015 (VM)===&lt;br /&gt;
#transcriptie-initiatie&lt;br /&gt;
#translate-elongatie&lt;br /&gt;
#transposons bacterie&lt;br /&gt;
#woordjes: anti-sigmafactor, epitoop tagging, splicingfiguur en genvonversie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 jan 2015===&lt;br /&gt;
#Bespreek de Trp operon regulatie. Wat is attenuatie?&lt;br /&gt;
#Geef de histonen en hun modificaties + het gevolg van deze modificaties op de genexpressie.&lt;br /&gt;
#Wat is V(D)J recombinatie en wat is het biologisch nut ervan?&lt;br /&gt;
#Kleine vragen:&lt;br /&gt;
#*Afbeelding van een Zn-Vinger&lt;br /&gt;
#*Wat is een replisoom?&lt;br /&gt;
#*Wat is stopcodon supressie.&lt;br /&gt;
#*Bespreek de beta klemlader.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 september 2014===&lt;br /&gt;
# Bespreek de effecten van arabinose en glucose op de expressie van het ara-operon. Verduidelijk de onderliggende mechanismen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de moleculaire processen die leiden tot het starten van de translatie bij eukaryoten (vertrekkende van matuur mRNA in het cytosol).&lt;br /&gt;
#* Op welke wijze(n) kan de cel deze translatie-initiatie regelen?&lt;br /&gt;
# Wat is homologe recombinatie? Wat zijn de moleculaire stappen in dit proces? Welke zijn de belangrijkste eiwitten?&lt;br /&gt;
# Termen:&lt;br /&gt;
#* Northern Blotting&lt;br /&gt;
#* topoisomerase&lt;br /&gt;
#* alternatieve splicing&lt;br /&gt;
#* RNA splicing afbeelding uitleggen (halverwege de splicing met de lariaat reeds gevormd.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 Augustus 2014===&lt;br /&gt;
# Bespreek de regulatie van het trp operon. Wat wordt er bedoeld met attenuatie?&lt;br /&gt;
# Bespreek op moleculair niveau de translatie elongatie cyclus bij prokaryoten.&lt;br /&gt;
#* Hoe wordt deze cyclus afgebroken? (terminatie)&lt;br /&gt;
# Wat is genconversie? Hoe algemeen komt dit voor?&lt;br /&gt;
# Termen:&lt;br /&gt;
#* DNA footprinting&lt;br /&gt;
#* telomerase&lt;br /&gt;
#* Rollende cirkel replicatie&lt;br /&gt;
#* RNA splicing afbeelding uitleggen (halverwege de splicing met de lariaat reeds gevormd.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 januari 2014 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
# hoe eiwitten ontdekken op DNA? meerder manieren (footprinting en nucleosoompositionering en hij vroeg dan nog naar CAP)&lt;br /&gt;
# waar zorgen histonen voor bij DNA en aanpassingen?&lt;br /&gt;
# translatie initiatie bij eukaryoten en geef de dingen die daarbij kunnen &lt;br /&gt;
# woordjes:&lt;br /&gt;
#*antiterminatie&lt;br /&gt;
#*ticketing hypothese ofzoiets&lt;br /&gt;
#*BER&lt;br /&gt;
#*van die eiwitten iets met die herschikkingen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 jan 2014 (namiddag)===&lt;br /&gt;
#bespreek de terminatie mechanismen bij prokaryoten&lt;br /&gt;
#bespreek de translatie elongatie cyclus&lt;br /&gt;
#bespreek RNA splicing&lt;br /&gt;
#woordjes: S1 mapping, enhancer, amino acetyl tRNA syntethase, genconversie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 jan 2014 (namiddag)===&lt;br /&gt;
# Bespreek de structuur en functie van kataboliet activerend proteÃ¯ne (CAP)&lt;br /&gt;
# Bespreek de invloed van histonen en hun modificaties op genexpressie&lt;br /&gt;
# Tijdens de replicatie van lineair DNA is er een probleem. Hoe lost de cel dit op?&lt;br /&gt;
# Leg uit: &lt;br /&gt;
#* nucleaire receptoren&lt;br /&gt;
#* polyadenylatiesignalen&lt;br /&gt;
#* stopcodonsuppressors&lt;br /&gt;
#* bacteriÃ«le transposons&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
# Geef de structuur en functies van de sigma(factoren) bij RNA polymerase van prokaryoten.&lt;br /&gt;
# Leg uit wat de structuur en functies zijn van het C terminale domein van eukaryotisch RNA polymerase II.&lt;br /&gt;
# De genetische code kan niet gewijzigd worden, toch zijn er sporen van evolutie. Bespreek deze stelling adhv de figuur. Gegeven figuur : tabel van alle mogelijke codons voor de verschillende aminozuren&lt;br /&gt;
# Verklaar binnen de aangegeven ruimte:&lt;br /&gt;
#* Epitoop tagging&lt;br /&gt;
#* Type II introns&lt;br /&gt;
#* Kozak sequentie &lt;br /&gt;
#* Holliday-verbinding&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 jan 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
# Transcriptie initiatie bij prokaryoten&lt;br /&gt;
# Splicing&lt;br /&gt;
# Leg uit:  &lt;br /&gt;
#*A-DNA  &lt;br /&gt;
#*Southern blotting &lt;br /&gt;
#*HAT &lt;br /&gt;
#*eIF4E&lt;br /&gt;
# Homologe recombinatie (enkel schriftelijk)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 jan 2014 (voormiddag)=== &lt;br /&gt;
# bespreek invloed glucose en arabinose op ara-operon + onderligende moleculaire mechanismen&lt;br /&gt;
# mRNA cap: bespreek de biosynthese, functie, vergelijk met 5&#039; prokaryoot&lt;br /&gt;
# wat hebben transposons en antilichamen gemeen? licht toe&lt;br /&gt;
# leg uit: &lt;br /&gt;
#*rho&lt;br /&gt;
#*zinkvinger&lt;br /&gt;
#*peptidyltransferase&lt;br /&gt;
#*splicingsignalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 jan 2013(voormiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Geef de verschillen en gelijkenissen tussen de regulaire van lac- en trp-operon.&lt;br /&gt;
# Bespreek hoe eukaryote ribosomen transcriptie temineren en hervatten.&lt;br /&gt;
# Verklaar binnen de aangegeven ruimte:&lt;br /&gt;
#* cDNA kloning&lt;br /&gt;
#* Figuur van polyadenyleringscomplex&lt;br /&gt;
#* Heat shock response&lt;br /&gt;
#* Rolling circle replicatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 jan 2012(voormiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Structuur en functie van de CTD bij eukaryoot RNA-polymerase II beschrijven.&lt;br /&gt;
# Sanger-methode voor sequentie-analyse bespreken.&lt;br /&gt;
# Verklaar binnen de aangegeven ruimte:&lt;br /&gt;
#* Zinkvinger&lt;br /&gt;
#* Ribozyme&lt;br /&gt;
#* Tekening van tRNA-mimicry&lt;br /&gt;
#* Telomerase&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 jan 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
idem 18 januari 2010&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 jan 2011 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe lactose en glucose het lac operon beÃ¯nvloeden&lt;br /&gt;
# Gen activiteit bij eukaryoten kan geanalyseerd worden aan de hand van DNase activiteit. &lt;br /&gt;
#* Leg uit &lt;br /&gt;
#* hoe doet men dit experimenteel&lt;br /&gt;
# Verklaar binnen de aangegeven ruimte &lt;br /&gt;
#* lariat &lt;br /&gt;
#* eIF2 alfa &lt;br /&gt;
#* wobble &lt;br /&gt;
#* tekening van rolling circle replicatie (tekening van faag lamda)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 jan 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Bespreek structuur en functie van prokaryoot RNA-polymerase (holoÃ«nzym)&lt;br /&gt;
# Maak een vergelijking tussen translatie-initiatie bij prokaryoten en eukaryoten&lt;br /&gt;
# Verklaar:&lt;br /&gt;
#* Lysogenie&lt;br /&gt;
#* Histon H1&lt;br /&gt;
#* RT-PCR&lt;br /&gt;
#* Fig. 21.34 (onderste deel alleen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 29 jan 2010 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Bespreek transcriptie-initiatie bij prokaryoten.&lt;br /&gt;
# Fig 21.18&lt;br /&gt;
# Bespreek kort:&lt;br /&gt;
#* C-waardeparadox&lt;br /&gt;
#* Kozak-sequentie&lt;br /&gt;
#* Epitope tagging&lt;br /&gt;
#* EF-Tu&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 jan 2010 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Bespreek het scanning-model bij eukaryote translatie-initiatie.&lt;br /&gt;
# Welke methode(s) ken je om de transcriptiestartplaats / het 5&#039; einde te bepalen?&lt;br /&gt;
# Bespreek kort:&lt;br /&gt;
#* Riboswitch&lt;br /&gt;
#* TATA&lt;br /&gt;
#* Zinkvinger&lt;br /&gt;
#* Figuur met vorming thÃ¨ta-structuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 jan 2010 ===&lt;br /&gt;
# Geef de overeenkomsten en verschillen tussen pro- en eukaryote promoters.&lt;br /&gt;
# Bespreek fig. 14.27&lt;br /&gt;
# bespreek kort:&lt;br /&gt;
#* Ribosoombindingsplaats&lt;br /&gt;
#* Moleculaire mimicrie&lt;br /&gt;
#* RACE&lt;br /&gt;
#* beta-clamp&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 jan 2010 ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de structuur en functie van prokaryoot RNA-polymerase(holoënzyme)&lt;br /&gt;
# Maak een vergelijking tussen translatie-initiatie bij pro-en eukaryoten.&lt;br /&gt;
# bespreek kort:&lt;br /&gt;
#* lysogenie&lt;br /&gt;
#* H1 histonen&lt;br /&gt;
#* RT-PCR&lt;br /&gt;
#* Fig 21.34&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 jan 2009 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Bespreek terminatie bij prokaryote transcriptie.&lt;br /&gt;
# RNA-editing&lt;br /&gt;
# fig 4.11&lt;br /&gt;
Kaartjes:&lt;br /&gt;
# Zink-vinger&lt;br /&gt;
# Nick-translatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 jan 2009 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Bespreek de methode van S1 mapping (5&#039; en 3&#039; einde) en primer extension.&lt;br /&gt;
# Structuur prokaryotisch RNA polymerase en bespreking sigma als specificiteitsfactor.&lt;br /&gt;
# fig. 14.1&lt;br /&gt;
Kaartjes:&lt;br /&gt;
# Bespreek MCS, valspositieven en directioneel klonen.&lt;br /&gt;
# Plaatsgerichte mutagenese.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2009 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# DNA:&lt;br /&gt;
#* Bespreek A, B en Z DNA (ook helemaal hoe DNA wordt opgebouwd).&lt;br /&gt;
#* Hoe kan het G-C gehalte van DNA bepaald worden.&lt;br /&gt;
# Bespreek de eukaryotische polymerases.&lt;br /&gt;
# Figuur van pBR322 bespreken.&lt;br /&gt;
Kaartjes:&lt;br /&gt;
# Zink-vinger&lt;br /&gt;
# fig 9.7&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jan 2008 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Plaats gerichte mutagenese.&lt;br /&gt;
# Trp operon.&lt;br /&gt;
# Stom figuur van dnase hypergevoeligheid bij actief/inactief dna.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 jan 2008 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Bespreek DNA fingerprinting en typing (+toepassingen en detectie)&lt;br /&gt;
# Bespreek de lytische reproductiecyclus van faag lambda.&lt;br /&gt;
# Foto van RNA editing.&lt;br /&gt;
Kaartjes: &lt;br /&gt;
# Figuurke van 30nm vezel van chromatine en dan zo verwijderen van histonen om dubbelstreng DNA te krijgen en dan nick van DNA.&lt;br /&gt;
# Verschil tussen DNase en DMS footprinting.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 jan 2008 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# S1 mapping ( 3&#039; en 5&#039;) + primer extension (verschillen, voor-en nadelen)&lt;br /&gt;
# Alles over prokaryotisch RNApol (subeenheden, functies, experimenten met sigmafactor + virussentranscriptie, ...)&lt;br /&gt;
# figuur: Intron-exon met die lus-structuur (vraagt ook hoe ge da beeld bekomt via EM)&lt;br /&gt;
Kaartjes:&lt;br /&gt;
# Merodiploid: constitutieve operator.&lt;br /&gt;
# ProteÃ¯ne - dna interactie figuur (met die helix-turn-helix).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 jan 2008 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Expressievectoren.&lt;br /&gt;
# Acetylatie en deacetylatie (+Histone acetyltransferase cloning of zoiets).&lt;br /&gt;
# fig 9.14 (vierde editie)&lt;br /&gt;
Kaartjes:&lt;br /&gt;
# Epitope tagging&lt;br /&gt;
# fig 13.10&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 jan 2008 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Bespreek het trp operon.&lt;br /&gt;
# Bespreek site-directed mutagenesis.&lt;br /&gt;
# vul tekening van DNAse hypersensitivity verder aan. Bespreek de gebruikte technieken.&lt;br /&gt;
Kaartjes:&lt;br /&gt;
# Zo&#039;n schematje van een merodiploid van het lac operon.&lt;br /&gt;
# De C-waarde paradox.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 jan 2007 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Prokaryoot RNApolymerase en sigma.&lt;br /&gt;
# Figuur van RNAlooping.&lt;br /&gt;
# S1mapping en primer extension.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jan 2007 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Transcriptieterminatie bij prokaryoten.&lt;br /&gt;
# RNAediting.&lt;br /&gt;
# Figuur van pBluescript.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jan 2007 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Reassociatie kinetica.&lt;br /&gt;
# Alles over chromatine en H1.&lt;br /&gt;
# Foto: P22 en 434 (lambda operator/repressor interacties).&lt;br /&gt;
Kaartjes:&lt;br /&gt;
# Bespreek de sigmacyclus.&lt;br /&gt;
# DNA transcriptie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 jan 2007 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Bespreek S1 mapping(zowel 3&#039;als 5&#039;einde) en primer extension.&lt;br /&gt;
# Bespreek de structuur van de prokarytische RNApolymerase en ook sigma als specifiteitsfactor.&lt;br /&gt;
# Foto van R-looping experiment.&lt;br /&gt;
Kaartjes: &lt;br /&gt;
# Plaque hybridisatie.&lt;br /&gt;
# Dnase(1)-hypergevoeligheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 jan 2007 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Geef de verschillende methoden voor expressie van gekloonde genen(inbegrepen fusieproteÃ¯nen en hun zuivering).&lt;br /&gt;
# Bespreek de acetylering en deacetylering van histonen (bespreek ook het kloneringsexperiment van histon-acetyl-transferase).&lt;br /&gt;
# Figuur 9.17 pag. 258 bespreken.&lt;br /&gt;
Kaartjes:&lt;br /&gt;
# Vergelijk DNase footprinting met gel mobility shift. Zijn er specifieke voordelen van de ene techniek tov. de andere.&lt;br /&gt;
# Figuur 9.18a pag 259 bespreken.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marike</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Biologie&amp;diff=1086</id>
		<title>Moleculaire Biologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Biologie&amp;diff=1086"/>
		<updated>2018-01-29T13:19:42Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marike: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Vak gedoceerd door Prof. J.Robben sinds september 2009, vroeger gedoceerd door Prof. M. De Ley. Mondeling examen. Sinds 2013 3 grote vragen en de vierde vraag is kort enkele woordjes of een tekening bespreken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===29 januari 2018 VM===&lt;br /&gt;
#Welke rol spelen prokaryote sigma-factor(en) bij de transcriptie? Bespreek hun structuur en functie. (mondeling)&lt;br /&gt;
#Hoe zou je experimenteel de transcriptie-start bepalen van een bepaalde promoter?&lt;br /&gt;
#Bij lineair DNA (dus niet-circulair) komt de DNA replicatie een probleem tegen. Welk probleem? En hoe lost de cel dit probleem op?&lt;br /&gt;
#Begrippen: Riboschakelaar (riboswitch), cDNA-kloning, tekening van kozaksequentie, RecBCD reactieweg&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2018 VM===&lt;br /&gt;
#Wat zijn histonen? Hoe zijn ze betrokken in de genexpressie? Bespreek het moleculaire niveau.&lt;br /&gt;
#Structuur en functie van catabolic activatior protein (cap)&lt;br /&gt;
#Waaorom past immunoglobine bij het hoofdstuk over transpositie?&lt;br /&gt;
#Begrippen: mRNA cap, tekening van backtracking, oriC, sanger-methode&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2018 NM===&lt;br /&gt;
#Met welke methode kun je op experimentele wijze de relatieve hoeveelheid van mRNA aantonen? &lt;br /&gt;
#Wat is alternative splicing? Wat is de functie voor de cel? Geef een concreet voorbeeld.&lt;br /&gt;
#Geef het mechanisme van translatie elongatie bij prokaryoten.&lt;br /&gt;
#Begrippen: Lacoperon met 3operatoren en CAPsite, Leu-zipper, peptidyltransfer en retrotransposon&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2018 NM===&lt;br /&gt;
#Geef de verschillen bij transcriptie initiatie tussen prokaryoten en eukaryoten.&lt;br /&gt;
#Geef de verschillende mogelijkheden voor transcriptie terminatie bij prokaryoten en eukaryoten.&lt;br /&gt;
#Wat is de functie van RuvC bij de Holliday Junction? Maak een schets en beschrijf het mechanisme.&lt;br /&gt;
#Begrippen: Sanger Sequencing, Zn-vingers, U2 (SNRNP), stopcoconsupressie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2018 VM===&lt;br /&gt;
#Wat is alternatieve splicing? Hoe werkt het en wat is de functie ervan. Geef een concreet voorbeeld. (Mondeling)&lt;br /&gt;
#Leg op moleculair niveau translatie-elongatie cyclus uit bij prokaryoten. (Schriftelijk)&lt;br /&gt;
#Welke transposons komen voor bij zoogdieren. Leg bondig uit hoe die eruit zien. Hoe frequent komt dit voor bij mensen?(Schriftelijk)&lt;br /&gt;
#Begrippen: DNA-footprinting, figuur zink vinger, polysoom, Holliday junctie (Mondeling)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 september 2017 NM===&lt;br /&gt;
#Bespreek de effecten van arabinose en glucose op de expressie van het ara-operon. Verduidelijk de onderliggende mechanismen.&lt;br /&gt;
#Bespreek de opvouwing van nucleair DNA bij eukaryoten en bespreek de effecten op de genexpressie. &lt;br /&gt;
#Het Ds en Ac mechanisme bij maïs uitleggen. Waarom was deze wetenschappelijke ontdekking zo belangrijk?&lt;br /&gt;
#Begrippen: figuur Zn-vinger, polysoom, Shine-Dalgarno box, klem lader (clamp loader)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 augustus 2017 VM===&lt;br /&gt;
#Structuur, biosynthese en functie van cap bij mRNA van eukaroyten. Hoe zit het bij 5&#039;-uiteinde van prokaroyten?&lt;br /&gt;
#Welke methode(n) worden gebruikt voor het bepalen van de relatieve hoeveelheid van specifiek mRNA? Leg de werkwijzen uit.&lt;br /&gt;
#Wat is homologe recombinatie? Welke moleculaire processen vinden plaats en welke eiwitten zijn betrokken?&lt;br /&gt;
#Begrippen: Leu-zipper, nucleosoom, startcodon met kozak sequentie, dubbelstrengbreuk&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
#Bespreek alternatieve splicing. Hoe werkt het en geef een concreet voorbeeld.&lt;br /&gt;
#Tabel van codons. Leg uit: dit wijzigt nooit maar toch is er sprake van evolutie. &lt;br /&gt;
#Het Ds en Ac mechanisme bij maïs uitleggen. Waarom was deze wetenschappelijke ontdekking zo belangrijk?&lt;br /&gt;
#Begrippen: DNA footprint, resolvase, Zink finger (op de tekening staan 3 zink fingers), polysoom&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
#Bespreek aan de hand van een figuur het trombonemodel van DNA-replicatie. Welke moleculaire structuren en processen van de DNA-replicatie komen in dit model naar voor.&lt;br /&gt;
#Bespreek de structuur, functie en regulatie van de prokaryote sigma-factor(en).&lt;br /&gt;
#Op welke experimentele manier kun je de transcriptiestart met een gegeven promotor bepalen. &lt;br /&gt;
#Begrippen:&lt;br /&gt;
#*enhancer&lt;br /&gt;
#*cDNA kloning&lt;br /&gt;
#*figuur van heatshock gen&lt;br /&gt;
#*RecBCD-reactieweg&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2017===&lt;br /&gt;
#transcriptie terminatie bij pro en eukaryoten uitleggen&lt;br /&gt;
#bespreek mRNA Cap-structuur bij eukaryoten (biosynthese, structuur, functie) en vergelijk met prokaryoten&lt;br /&gt;
#welke moleculaire processen helpen bij de start van translatie bij eukaryoten. (start van matuur mRNA)&lt;br /&gt;
#begrippen&lt;br /&gt;
#*enhancer&lt;br /&gt;
#*yeast two hybrid method&lt;br /&gt;
#*tRNA mimicry&lt;br /&gt;
#*herschikking van immunoglobinegenen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2017 NM===&lt;br /&gt;
#Hoe wordt het ara operon gereguleerd?&lt;br /&gt;
#Hoe beinvloeden histonen de genexpressie?&lt;br /&gt;
#Wat heeft immunoglobuline met transpositie te maken?&lt;br /&gt;
#begrippen&lt;br /&gt;
#*Sanger sequencing&lt;br /&gt;
#*zinkvinger (afbeelding)&lt;br /&gt;
#*polysoom&lt;br /&gt;
#*beta-klemlader&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2017 NM===&lt;br /&gt;
#Scanningscomplex van translatie initiatie bij eukaryoten&lt;br /&gt;
#Methoden om binding van eiwitten aan DNA te bestuderen&lt;br /&gt;
#recA welke functies en werking&lt;br /&gt;
#begrippen&lt;br /&gt;
#*sanger sequencing&lt;br /&gt;
#*tekening zink vingers&lt;br /&gt;
#*U2 snRNP&lt;br /&gt;
#*stopcodonsuppressie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
#telomeren&lt;br /&gt;
#transcriptie bij eukaryoten&lt;br /&gt;
#intron/extron splicing&lt;br /&gt;
#begrippen&lt;br /&gt;
#*cDNA&lt;br /&gt;
#*enhancer&lt;br /&gt;
#*tekening RNA mimicry&lt;br /&gt;
#*recombinatie bij hemoglobine&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 aug 2016 NM===&lt;br /&gt;
#Bespreek de regulatie  van het Trp operon. Wat wordt er bedoelt met attenuatie?&lt;br /&gt;
#Genetische code is onveranderlijk, maar evolutie laat wel sporen na. Verklaar. (tabel met DNA codons gegeven)&lt;br /&gt;
#Wat is homologe recombinatie? Wat zijn de moleculaire stappen in dit proces?  Welke zijn de belangrijkste eiwitten?&lt;br /&gt;
#Woordjes: &lt;br /&gt;
#*Sanger methode&lt;br /&gt;
#*Tekening Zinkvinger&lt;br /&gt;
#*histonacetyltransferase HAT&lt;br /&gt;
#*DNA-mismatch repair&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Bespreek opvouwing bij eukaryoot DNA en de invloed op de genexpressie&lt;br /&gt;
#Vergelijk translatie-intitiatie bij prokaryoten en eukaryoten&lt;br /&gt;
#Er is een probleem bij de replicatie van lineair DNA. Bespreek en wat kunnen we hieraan doen.&lt;br /&gt;
#Woordjes: Figuur 8.18, epitoop tagging, mRNA-cap, suppressor-tRNA&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 januari 2016===&lt;br /&gt;
#trp en attenuatie&lt;br /&gt;
#chromatinestructuur&lt;br /&gt;
#translatie initiatie eukaryoten + regulatie&lt;br /&gt;
#Woordjes: &lt;br /&gt;
#*foto footprinting&lt;br /&gt;
#*cap mRNA&lt;br /&gt;
#*base-excinsieherstel&lt;br /&gt;
#*retrotransposons&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2016 VM===&lt;br /&gt;
#Geef de structuur, functie, biosynthese van de 5&#039; cap en vergelijk dit met het 5&#039; einde van de prokaryoten.&lt;br /&gt;
#Bespreek de gelijkenissen en verschillen tussen pro- en eukaryoot RNA-polymerases.&lt;br /&gt;
#Wat is homologe recombinatie, welke moleculaire stappen vinden hierbij plaats en wat zijn de belangrijkste eiwitten die hierin meespelen.&lt;br /&gt;
#Woordjes: &lt;br /&gt;
#*Sanger-sequencing&lt;br /&gt;
#*Foto van antiterminatie â€“ terminatie&lt;br /&gt;
#*Nucleosoom&lt;br /&gt;
#*DNA-mismatch repair&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2016 NM===&lt;br /&gt;
#Leg aan de hand van een tekening uit wat het trombone effect is en welke moleculaire structuren en functies worden hier in dit mechanisme samen getrokken.&lt;br /&gt;
#Verklaar met een schema hoe de lysogene cyclus ontstaat bij faag lamba infectie van een E.Coli. Hoe behoud men dee lysogene cyclus en hoe kan deze worden verbroken.&lt;br /&gt;
#Geef de structuur, functie, biosynthese van de 5&#039; cap en vergelijk dit met het 5&#039; einde van de prokaryoten;&lt;br /&gt;
#Kleine vraagjes: &lt;br /&gt;
#*Tekening van lac operon met O1 O2, O3 en CAP en RNAP bindingsplaatsen.&lt;br /&gt;
#*Leu-zipper&lt;br /&gt;
#*Peptidyltransferase&lt;br /&gt;
#*Retrotransposons&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 januari 2016 NM===&lt;br /&gt;
#Welke experimentele methoden ken je om de interactie tussen dna en eiwit te bestuderen en hoe werken ze.&lt;br /&gt;
#Bespreek transcriptie van eukaryote rna polymerase 2 en de factoren die hierin meespelen. &lt;br /&gt;
#BacteriÃ«le transposons, hoe werken ze en wat zijn voor- en nadelen.&lt;br /&gt;
#Woordjes: &lt;br /&gt;
#*Northern blotting&lt;br /&gt;
#*wobble base paring&lt;br /&gt;
#*u6&lt;br /&gt;
#*en zo die haarspeld van heatshok&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Terminatie van transcriptie bij prokaryoten&lt;br /&gt;
#Functie en structuur van de C-terminaal van eukaryoot RNA pol II&lt;br /&gt;
#Terminatie en hervatting bij eukaryoten ribosomen&lt;br /&gt;
#Woordjes: &lt;br /&gt;
#*S1 mapping&lt;br /&gt;
#*RNA-DNA hybride met intron&lt;br /&gt;
#*eIF2 alfa&lt;br /&gt;
#*Holliday junctie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 januari 2015===&lt;br /&gt;
#5&#039;cap structuur, biosynthese en functie en vergelijken met 5&#039; van prokaryote mRna&lt;br /&gt;
#catabolic activator protein structuur en functie&lt;br /&gt;
#wat is het probleem bij replicatie van lineair dna en hoe lost de cel dit op &lt;br /&gt;
#tekening van lac operon (met de 3 operonen, structuur repressor uitleggen); enhanceosoom; peptidyl transfer; en v(d)j-recombination &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 januari 2015===&lt;br /&gt;
#verschillen en gelijkenissen tussen rna polymerase van prokaryoten en eukaryoten&lt;br /&gt;
#alternatieve splitsing, ook een voorbeeld ervan geven&lt;br /&gt;
#genconversie uitleggen aan de hand van een figuur&lt;br /&gt;
#woordjes: abortieve transcriptie, tekening van het trombone model, aminoacyl trna synthetase en cdna kloning&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2015 (NM)===&lt;br /&gt;
#Hoe kun je de binding tussen dna en eiwitten bestuderen &lt;br /&gt;
#Splicing &lt;br /&gt;
#RecBCD &lt;br /&gt;
#begrippen: sanger sequencing, zinkvingers afbeelding, histonmodelering, eif4e&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2015 (VM)===&lt;br /&gt;
#transcriptie-initiatie&lt;br /&gt;
#translate-elongatie&lt;br /&gt;
#transposons bacterie&lt;br /&gt;
#woordjes: anti-sigmafactor, epitoop tagging, splicingfiguur en genvonversie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 jan 2015===&lt;br /&gt;
#Bespreek de Trp operon regulatie. Wat is attenuatie?&lt;br /&gt;
#Geef de histonen en hun modificaties + het gevolg van deze modificaties op de genexpressie.&lt;br /&gt;
#Wat is V(D)J recombinatie en wat is het biologisch nut ervan?&lt;br /&gt;
#Kleine vragen:&lt;br /&gt;
#*Afbeelding van een Zn-Vinger&lt;br /&gt;
#*Wat is een replisoom?&lt;br /&gt;
#*Wat is stopcodon supressie.&lt;br /&gt;
#*Bespreek de beta klemlader.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 september 2014===&lt;br /&gt;
# Bespreek de effecten van arabinose en glucose op de expressie van het ara-operon. Verduidelijk de onderliggende mechanismen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de moleculaire processen die leiden tot het starten van de translatie bij eukaryoten (vertrekkende van matuur mRNA in het cytosol).&lt;br /&gt;
#* Op welke wijze(n) kan de cel deze translatie-initiatie regelen?&lt;br /&gt;
# Wat is homologe recombinatie? Wat zijn de moleculaire stappen in dit proces? Welke zijn de belangrijkste eiwitten?&lt;br /&gt;
# Termen:&lt;br /&gt;
#* Northern Blotting&lt;br /&gt;
#* topoisomerase&lt;br /&gt;
#* alternatieve splicing&lt;br /&gt;
#* RNA splicing afbeelding uitleggen (halverwege de splicing met de lariaat reeds gevormd.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 Augustus 2014===&lt;br /&gt;
# Bespreek de regulatie van het trp operon. Wat wordt er bedoeld met attenuatie?&lt;br /&gt;
# Bespreek op moleculair niveau de translatie elongatie cyclus bij prokaryoten.&lt;br /&gt;
#* Hoe wordt deze cyclus afgebroken? (terminatie)&lt;br /&gt;
# Wat is genconversie? Hoe algemeen komt dit voor?&lt;br /&gt;
# Termen:&lt;br /&gt;
#* DNA footprinting&lt;br /&gt;
#* telomerase&lt;br /&gt;
#* Rollende cirkel replicatie&lt;br /&gt;
#* RNA splicing afbeelding uitleggen (halverwege de splicing met de lariaat reeds gevormd.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 januari 2014 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
# hoe eiwitten ontdekken op DNA? meerder manieren (footprinting en nucleosoompositionering en hij vroeg dan nog naar CAP)&lt;br /&gt;
# waar zorgen histonen voor bij DNA en aanpassingen?&lt;br /&gt;
# translatie initiatie bij eukaryoten en geef de dingen die daarbij kunnen &lt;br /&gt;
# woordjes:&lt;br /&gt;
#*antiterminatie&lt;br /&gt;
#*ticketing hypothese ofzoiets&lt;br /&gt;
#*BER&lt;br /&gt;
#*van die eiwitten iets met die herschikkingen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 jan 2014 (namiddag)===&lt;br /&gt;
#bespreek de terminatie mechanismen bij prokaryoten&lt;br /&gt;
#bespreek de translatie elongatie cyclus&lt;br /&gt;
#bespreek RNA splicing&lt;br /&gt;
#woordjes: S1 mapping, enhancer, amino acetyl tRNA syntethase, genconversie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 jan 2014 (namiddag)===&lt;br /&gt;
# Bespreek de structuur en functie van kataboliet activerend proteÃ¯ne (CAP)&lt;br /&gt;
# Bespreek de invloed van histonen en hun modificaties op genexpressie&lt;br /&gt;
# Tijdens de replicatie van lineair DNA is er een probleem. Hoe lost de cel dit op?&lt;br /&gt;
# Leg uit: &lt;br /&gt;
#* nucleaire receptoren&lt;br /&gt;
#* polyadenylatiesignalen&lt;br /&gt;
#* stopcodonsuppressors&lt;br /&gt;
#* bacteriÃ«le transposons&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
# Geef de structuur en functies van de sigma(factoren) bij RNA polymerase van prokaryoten.&lt;br /&gt;
# Leg uit wat de structuur en functies zijn van het C terminale domein van eukaryotisch RNA polymerase II.&lt;br /&gt;
# De genetische code kan niet gewijzigd worden, toch zijn er sporen van evolutie. Bespreek deze stelling adhv de figuur. Gegeven figuur : tabel van alle mogelijke codons voor de verschillende aminozuren&lt;br /&gt;
# Verklaar binnen de aangegeven ruimte:&lt;br /&gt;
#* Epitoop tagging&lt;br /&gt;
#* Type II introns&lt;br /&gt;
#* Kozak sequentie &lt;br /&gt;
#* Holliday-verbinding&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 jan 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
# Transcriptie initiatie bij prokaryoten&lt;br /&gt;
# Splicing&lt;br /&gt;
# Leg uit:  &lt;br /&gt;
#*A-DNA  &lt;br /&gt;
#*Southern blotting &lt;br /&gt;
#*HAT &lt;br /&gt;
#*eIF4E&lt;br /&gt;
# Homologe recombinatie (enkel schriftelijk)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 jan 2014 (voormiddag)=== &lt;br /&gt;
# bespreek invloed glucose en arabinose op ara-operon + onderligende moleculaire mechanismen&lt;br /&gt;
# mRNA cap: bespreek de biosynthese, functie, vergelijk met 5&#039; prokaryoot&lt;br /&gt;
# wat hebben transposons en antilichamen gemeen? licht toe&lt;br /&gt;
# leg uit: &lt;br /&gt;
#*rho&lt;br /&gt;
#*zinkvinger&lt;br /&gt;
#*peptidyltransferase&lt;br /&gt;
#*splicingsignalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 jan 2013(voormiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Geef de verschillen en gelijkenissen tussen de regulaire van lac- en trp-operon.&lt;br /&gt;
# Bespreek hoe eukaryote ribosomen transcriptie temineren en hervatten.&lt;br /&gt;
# Verklaar binnen de aangegeven ruimte:&lt;br /&gt;
#* cDNA kloning&lt;br /&gt;
#* Figuur van polyadenyleringscomplex&lt;br /&gt;
#* Heat shock response&lt;br /&gt;
#* Rolling circle replicatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 jan 2012(voormiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Structuur en functie van de CTD bij eukaryoot RNA-polymerase II beschrijven.&lt;br /&gt;
# Sanger-methode voor sequentie-analyse bespreken.&lt;br /&gt;
# Verklaar binnen de aangegeven ruimte:&lt;br /&gt;
#* Zinkvinger&lt;br /&gt;
#* Ribozyme&lt;br /&gt;
#* Tekening van tRNA-mimicry&lt;br /&gt;
#* Telomerase&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 jan 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
idem 18 januari 2010&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 jan 2011 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe lactose en glucose het lac operon beÃ¯nvloeden&lt;br /&gt;
# Gen activiteit bij eukaryoten kan geanalyseerd worden aan de hand van DNase activiteit. &lt;br /&gt;
#* Leg uit &lt;br /&gt;
#* hoe doet men dit experimenteel&lt;br /&gt;
# Verklaar binnen de aangegeven ruimte &lt;br /&gt;
#* lariat &lt;br /&gt;
#* eIF2 alfa &lt;br /&gt;
#* wobble &lt;br /&gt;
#* tekening van rolling circle replicatie (tekening van faag lamda)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 jan 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Bespreek structuur en functie van prokaryoot RNA-polymerase (holoÃ«nzym)&lt;br /&gt;
# Maak een vergelijking tussen translatie-initiatie bij prokaryoten en eukaryoten&lt;br /&gt;
# Verklaar:&lt;br /&gt;
#* Lysogenie&lt;br /&gt;
#* Histon H1&lt;br /&gt;
#* RT-PCR&lt;br /&gt;
#* Fig. 21.34 (onderste deel alleen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 29 jan 2010 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Bespreek transcriptie-initiatie bij prokaryoten.&lt;br /&gt;
# Fig 21.18&lt;br /&gt;
# Bespreek kort:&lt;br /&gt;
#* C-waardeparadox&lt;br /&gt;
#* Kozak-sequentie&lt;br /&gt;
#* Epitope tagging&lt;br /&gt;
#* EF-Tu&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 jan 2010 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Bespreek het scanning-model bij eukaryote translatie-initiatie.&lt;br /&gt;
# Welke methode(s) ken je om de transcriptiestartplaats / het 5&#039; einde te bepalen?&lt;br /&gt;
# Bespreek kort:&lt;br /&gt;
#* Riboswitch&lt;br /&gt;
#* TATA&lt;br /&gt;
#* Zinkvinger&lt;br /&gt;
#* Figuur met vorming thÃ¨ta-structuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 jan 2010 ===&lt;br /&gt;
# Geef de overeenkomsten en verschillen tussen pro- en eukaryote promoters.&lt;br /&gt;
# Bespreek fig. 14.27&lt;br /&gt;
# bespreek kort:&lt;br /&gt;
#* Ribosoombindingsplaats&lt;br /&gt;
#* Moleculaire mimicrie&lt;br /&gt;
#* RACE&lt;br /&gt;
#* beta-clamp&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 jan 2010 ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de structuur en functie van prokaryoot RNA-polymerase(holoënzyme)&lt;br /&gt;
# Maak een vergelijking tussen translatie-initiatie bij pro-en eukaryoten.&lt;br /&gt;
# bespreek kort:&lt;br /&gt;
#* lysogenie&lt;br /&gt;
#* H1 histonen&lt;br /&gt;
#* RT-PCR&lt;br /&gt;
#* Fig 21.34&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 jan 2009 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Bespreek terminatie bij prokaryote transcriptie.&lt;br /&gt;
# RNA-editing&lt;br /&gt;
# fig 4.11&lt;br /&gt;
Kaartjes:&lt;br /&gt;
# Zink-vinger&lt;br /&gt;
# Nick-translatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 jan 2009 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Bespreek de methode van S1 mapping (5&#039; en 3&#039; einde) en primer extension.&lt;br /&gt;
# Structuur prokaryotisch RNA polymerase en bespreking sigma als specificiteitsfactor.&lt;br /&gt;
# fig. 14.1&lt;br /&gt;
Kaartjes:&lt;br /&gt;
# Bespreek MCS, valspositieven en directioneel klonen.&lt;br /&gt;
# Plaatsgerichte mutagenese.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2009 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# DNA:&lt;br /&gt;
#* Bespreek A, B en Z DNA (ook helemaal hoe DNA wordt opgebouwd).&lt;br /&gt;
#* Hoe kan het G-C gehalte van DNA bepaald worden.&lt;br /&gt;
# Bespreek de eukaryotische polymerases.&lt;br /&gt;
# Figuur van pBR322 bespreken.&lt;br /&gt;
Kaartjes:&lt;br /&gt;
# Zink-vinger&lt;br /&gt;
# fig 9.7&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jan 2008 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Plaats gerichte mutagenese.&lt;br /&gt;
# Trp operon.&lt;br /&gt;
# Stom figuur van dnase hypergevoeligheid bij actief/inactief dna.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 jan 2008 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Bespreek DNA fingerprinting en typing (+toepassingen en detectie)&lt;br /&gt;
# Bespreek de lytische reproductiecyclus van faag lambda.&lt;br /&gt;
# Foto van RNA editing.&lt;br /&gt;
Kaartjes: &lt;br /&gt;
# Figuurke van 30nm vezel van chromatine en dan zo verwijderen van histonen om dubbelstreng DNA te krijgen en dan nick van DNA.&lt;br /&gt;
# Verschil tussen DNase en DMS footprinting.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 jan 2008 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# S1 mapping ( 3&#039; en 5&#039;) + primer extension (verschillen, voor-en nadelen)&lt;br /&gt;
# Alles over prokaryotisch RNApol (subeenheden, functies, experimenten met sigmafactor + virussentranscriptie, ...)&lt;br /&gt;
# figuur: Intron-exon met die lus-structuur (vraagt ook hoe ge da beeld bekomt via EM)&lt;br /&gt;
Kaartjes:&lt;br /&gt;
# Merodiploid: constitutieve operator.&lt;br /&gt;
# ProteÃ¯ne - dna interactie figuur (met die helix-turn-helix).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 jan 2008 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Expressievectoren.&lt;br /&gt;
# Acetylatie en deacetylatie (+Histone acetyltransferase cloning of zoiets).&lt;br /&gt;
# fig 9.14 (vierde editie)&lt;br /&gt;
Kaartjes:&lt;br /&gt;
# Epitope tagging&lt;br /&gt;
# fig 13.10&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 jan 2008 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Bespreek het trp operon.&lt;br /&gt;
# Bespreek site-directed mutagenesis.&lt;br /&gt;
# vul tekening van DNAse hypersensitivity verder aan. Bespreek de gebruikte technieken.&lt;br /&gt;
Kaartjes:&lt;br /&gt;
# Zo&#039;n schematje van een merodiploid van het lac operon.&lt;br /&gt;
# De C-waarde paradox.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 jan 2007 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Prokaryoot RNApolymerase en sigma.&lt;br /&gt;
# Figuur van RNAlooping.&lt;br /&gt;
# S1mapping en primer extension.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jan 2007 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Transcriptieterminatie bij prokaryoten.&lt;br /&gt;
# RNAediting.&lt;br /&gt;
# Figuur van pBluescript.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jan 2007 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Reassociatie kinetica.&lt;br /&gt;
# Alles over chromatine en H1.&lt;br /&gt;
# Foto: P22 en 434 (lambda operator/repressor interacties).&lt;br /&gt;
Kaartjes:&lt;br /&gt;
# Bespreek de sigmacyclus.&lt;br /&gt;
# DNA transcriptie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 jan 2007 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Bespreek S1 mapping(zowel 3&#039;als 5&#039;einde) en primer extension.&lt;br /&gt;
# Bespreek de structuur van de prokarytische RNApolymerase en ook sigma als specifiteitsfactor.&lt;br /&gt;
# Foto van R-looping experiment.&lt;br /&gt;
Kaartjes: &lt;br /&gt;
# Plaque hybridisatie.&lt;br /&gt;
# Dnase(1)-hypergevoeligheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 jan 2007 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Geef de verschillende methoden voor expressie van gekloonde genen(inbegrepen fusieproteÃ¯nen en hun zuivering).&lt;br /&gt;
# Bespreek de acetylering en deacetylering van histonen (bespreek ook het kloneringsexperiment van histon-acetyl-transferase).&lt;br /&gt;
# Figuur 9.17 pag. 258 bespreken.&lt;br /&gt;
Kaartjes:&lt;br /&gt;
# Vergelijk DNase footprinting met gel mobility shift. Zijn er specifieke voordelen van de ene techniek tov. de andere.&lt;br /&gt;
# Figuur 9.18a pag 259 bespreken.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marike</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Analytische_Biochemie&amp;diff=989</id>
		<title>Analytische Biochemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Analytische_Biochemie&amp;diff=989"/>
		<updated>2018-01-24T13:48:32Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marike: /* mondeling */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2018===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====mondeling====&lt;br /&gt;
#Een collega heeft een eiwitopzuivering uitgevoerd in het labo en wilt dit verder experimenteel gebruiken, je bent echter niet zeker van de zuiverheid van het staal. Hoe ga je te werk om deze zuiverheid te controleren? Hoe ga je te werk als je zeer grote zekerheid wilt over de zuiverheid? Bespreek hoe je te werk gaat, teken de meetopstelling(en) en benoem de onderdelen, en leg uit.&lt;br /&gt;
#Stel dat het eiwit uit meerdere peptideketens bestaat, hoe beïnvloed dit het resultaat bekomen uit voorgaande methode vergeleken met als het slechts uit één peptideketen bestaat?&lt;br /&gt;
#Je beslist om een preparatieve scheiding uit te voeren van het eiwit op basis van IEP, leg uit welke methode je kiest, hoe deze werkt, en teken de opstelling en benoem alle onderdelen. (hierbij bijvragen over resolutie en theoretische platen: van deemter vergelijking uitleggen en grafieken kunnen maken)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====oefeningen====&lt;br /&gt;
#Je wilt een ATP oplossing maken met radioactief gelabelde P, gegeven info over gewenste oplossing, de scintillatieteller, de hot stock, de cold stock, en Mr van ATP. Maak deze oplossing (dus letterlijk zoals in de oefenzitting)&lt;br /&gt;
#Van de gemaakte oplossing gebruik je 25ml direct, en 25ml pas 7 dagen later. Halfwaardetijd van 32P is 14.3 dagen. Hoe radioactief is de gemaakte oplossing nog na deze 7 dagen?&lt;br /&gt;
#Als buffer hierbij gebruiken we een natriumacetaat buffer. We wensen 100ml met een ionische sterkte van 0.1M. Verder nog info over Mr en dichtheid van HOAc gegeven. Bereid deze buffer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===5 september 2017===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====mondeling====&lt;br /&gt;
#Hoe kan je uitzoeken waar en in welke moleculaire vorm een geneesmiddel, toegediend aan een proefdier, aanwezig is. (verschillende technieken zijn nodig: radiolabeling, HPLC en massaspectometrie (zie &amp;amp;quot;toepassing&amp;amp;quot; bij slide analyse van biomoleculen))&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====schriftelijk====&lt;br /&gt;
#capillaire elektroforese uitleggen + theoretische platen + goede preparatieve methode? + verschil met klassieke gel elektroforese&lt;br /&gt;
#begrippen: PET, absorptiespectrum, scintillatieteller &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====oefeningen====&lt;br /&gt;
#8 proteïnen in een mengsel scheiden met gegeven technieken &lt;br /&gt;
#hoe zie je dat eiwitopzuivering gelukt is&lt;br /&gt;
#oef met wet van lambert-beer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
====mondeling====&lt;br /&gt;
#ELISE je hebt zika antigenen, deze kan je ook modificeren (fuseren met eiwit enzo)&lt;br /&gt;
#leg uit hoe je een test maakt tegen zika virus; hoe werkt je test; hoe wordt meetsignaal opgewekt; detectie + tekening&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====schriftelijk====&lt;br /&gt;
#eiwitten uit cel + eiwit X gebonden aan Hist-tag&lt;br /&gt;
#* leg uit hoe je deze tag kan gebruiken om eiwit X te zuiveren&lt;br /&gt;
#*wat als eiwit X complexen vormt met andere eiwitten en na de opzuivering (vorige vraag) de eiwitten nog steeds complexen vormen, hoe zou je dan de identiteit van de gebonden eiwitten achterhalen? Schets opstelling + leg onderdelen uit&lt;br /&gt;
#begrippen&lt;br /&gt;
#*vlam ionisatie detectie&lt;br /&gt;
#*isocratische elutie&lt;br /&gt;
#*brekingsindex detector&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====oefeningen====&lt;br /&gt;
#biureet tabel aanvullen&lt;br /&gt;
#absorptie oefening (bepaal c) met l=1cm, A=0.2, E=10.0dl/gcm&lt;br /&gt;
#standaardcurve en dan C bepalen van de onbekende eiwit&lt;br /&gt;
#*Na-fosfaatbuffer met pKa=6.9, pH=7.5, I=0.1mol dm^-3&lt;br /&gt;
#*Na2HPO4.7H20 met Mr=268.00 en NaH2PO4.2H20 met Mr=156.00&lt;br /&gt;
#* hoe maak ik een 1l buffer?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 januari 2017===&lt;br /&gt;
====mondeling====&lt;br /&gt;
#nagaan of er contaminatie is in een eiwitopzuivering van een collega (methode a), hoe kan je dit extra controleren? wat is het effect op de methode a als je proteïne complex uit meerder eenheden bestaat?&lt;br /&gt;
#voeg zelf een een nieuwe preparatieve eiwitzuivering uit op basis van iso-elektrisch punt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====schriftelijk====&lt;br /&gt;
#absorbantie uitleggen en een tekening + uitleg geven van apparaat dat dit kan meten. &lt;br /&gt;
#3 begrippen&lt;br /&gt;
##activiteitscoëfficiënt&lt;br /&gt;
##quadrupole mass analyzer&lt;br /&gt;
##...&lt;br /&gt;
====oefening====&lt;br /&gt;
#massa spectrometrie (bereken de molaire massa&#039;s, geef aminozuur volgorde, n-/c-terminus,...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25/01/2017 nm===&lt;br /&gt;
====Mondeling:====&lt;br /&gt;
- 3 manieren uitleggen om Mr van eiwit te bepalen (+ tekeningen)&lt;br /&gt;
====Schriftelijk: ====&lt;br /&gt;
- grafiek gegeven, hierover vanalles van de van deemter vergelijking uitleggen + een (chromatografische) techniek tekenen en uitleggen waarbij van deemter toepasbaar is&lt;br /&gt;
- begrippen: osmotische shock, fotonverminigvuldiger, ionische sterkte&lt;br /&gt;
====Oefening:====&lt;br /&gt;
- radioactieve oplossing maken&lt;br /&gt;
- radioactief verval berekenen &lt;br /&gt;
- borax buffer maken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 augustus NM===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
#je wilt een eiwit opzuiveren uit een cellysaat en je doet dit met Western blotting. &lt;br /&gt;
##leg uit hoe western blotting werkt &lt;br /&gt;
##hoe kan je de aanwezigheid aantonen en hoe meet je dit? &lt;br /&gt;
##hoe zorg je voor een goede controle voor je kan aantonen dat dit kwantitatief een goede techniek is? &lt;br /&gt;
##je wilt enkel de eiwitten uit 1 specifiek celorganel (bv mitochondriÃ«n), hoe ga je hiervoor te werk?&lt;br /&gt;
====Schriftelijk====&lt;br /&gt;
#grafiek van theoretische plaathoogte met 3 verschillende korrelgroottes (stationaire fase): uitleggen + waarbij gebruikt + teken een voorbeeld waarbij dit van toepassing is.&lt;br /&gt;
#retentietijd bij chromatografie, radiografie, potentiometrie&lt;br /&gt;
====oefening====&lt;br /&gt;
#op strategie: 6 proteÃ¯nen opzuiveren. Daarna ook nog absorbantie berekenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 augustus 2016 voormiddag===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
#Cocaïne werd opgespoord door de politie via een colorimetrische test, waarom is dit een goede methode? (How a $2 Roadside Drug Test Sends InnocentPeople to Jail) &lt;br /&gt;
#Hoe ga je te werk om cocaÃ¯ne aan te tonen in een complex mengsel? (stel je hebt alle apparatuur beschikbaar) + Structuur van cocaïne is gegeven!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Schriftelijk====&lt;br /&gt;
#Geef 3 technieken om de Mr van proteïnen te bepalen. (geen quaternaire structuur)&lt;br /&gt;
#Leg volgende begrippen uit: standaard additie, de wet van Lambert-Beer, nauwkeurigheid vs precisie&lt;br /&gt;
#Oefening: 4 proteïnen in 2D gel-elekroforese&lt;br /&gt;
##Wat kan je zeggen over de proteïnen op basis van deze gegevens? Hoe zouden deze elueren bij SEC + tekening? &lt;br /&gt;
##Hoe zouden deze elueren bij IEC + tekening, en hoe zou je te werk gaan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Oefening ====&lt;br /&gt;
#over buffer maken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===29 januari 2016 voormiddag===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
#Maak een ELISA test om antilichamen tegen een virus op te sporen in een bloedstaal. Je krijgt antigenen tegen dit antilichaam, en je hebt ook de mogelijkheid om aan deze antigenen een proteÃ¯ne te fuseren. Een eigenschap van het antilichaam is dat het 5 antigenen kan binden. Hoe werkt je test? Hoe wek je de detectie van de antilichamen op?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Schriftelijk====&lt;br /&gt;
#ICP-AES: waarvoor staat de afkorting? Schets opstelling en leg werking uit. Als er andere elementen aanwezig zijn dan het element dat je wil detecteren, is dit dan een probleem? Standaardadditie uitleggen en uitleggen hoe je hiermee een meettoestel kan ijken.&lt;br /&gt;
#Begrippen: &lt;br /&gt;
##Theoretische plaat&lt;br /&gt;
##Referentie-elektrode&lt;br /&gt;
##Positron Emissie Tomografie&lt;br /&gt;
====Oefening====&lt;br /&gt;
#3 proteÃ¯nen zijn gegeven&lt;br /&gt;
#uitleg geven over IEC-kationenwisselaar en SEC&lt;br /&gt;
#Chromatogram van kationenwisselaar geven&lt;br /&gt;
#chromatogram van SEC geven,...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2016 voormiddag===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
#Hoe kan je uitzoeken waar en in welke moleculaire vorm een geneesmiddel, toegediend aan een proefdier, aanwezig is. (verschillende technieken zijn nodig: radiolabeling, HPLC en massaspectometrie (zie &amp;amp;quot;toepassing&amp;amp;quot; bij slide analyse van biomoleculen))&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Schriftelijk====&lt;br /&gt;
#hoe werkt de pH-elektrode en leg uit. Wat moet je hieraan veranderen om deze werkzaam te maken voor stof X en wat moeten we aannemen over deze stof. Als stof X de lading n+ heeft wat is dan de relatie tussen de concentratie van stof X en het potentiaalverschil.&lt;br /&gt;
#Begrippen&lt;br /&gt;
##relatieve centrifugaalkracht&lt;br /&gt;
##osmotische shock&lt;br /&gt;
##activatiecoÃ«fficiÃ«nt&lt;br /&gt;
====Oefening====&lt;br /&gt;
#concentratie van eiwit berekenen uit absorptievergelijking&lt;br /&gt;
#tabel over biureet assay aanvullen&lt;br /&gt;
#curve opstellen waaruit je de concentratie van een onbekend eiwit kunt halen als je weet dat A= 0.44&lt;br /&gt;
#Na-acetaat-azijnzuur buffer maken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2016 voormiddag===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
#Stel zelf een massaspectrometer samen om eiwitten te identificeren. Alle onderdelen uitleggen en analysestappen uitleggen hoe je een eiwit gaat identificeren. (eigenlijk heel het hoofdstuk van massaspectrometrie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Schriftelijk====&lt;br /&gt;
#Hoeveelheid metaalionen bepalen via Coulometrie, Potentiometrie en Voltammetrie + verschil uitleggen&lt;br /&gt;
#Begrippen:&lt;br /&gt;
##Positieve en negatieve controle&lt;br /&gt;
##Holle kathode lamp&lt;br /&gt;
##surface plasmon resonance&lt;br /&gt;
====Oefening====&lt;br /&gt;
#radioactieve oplossing maken&lt;br /&gt;
#radioactief verval&lt;br /&gt;
#na-acetaat-azijnzuur buffer maken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2016 namiddag===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
#Geef 2 manieren om een eiwit op te zuiveren (je moet nagaan bij je collega of er geen contaminaties zijn van andere eiwitten). 1 manier moet heel simpel zijn en de andere wat nauwkeuriger en complex. Leg ook uit hoe IEF werkt.&lt;br /&gt;
====Schriftelijk====&lt;br /&gt;
#een grafiek van theoretische plaathoogte; uitleggen en formules geven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====schriftelijk====&lt;br /&gt;
#definities&lt;br /&gt;
##extinctiecoÃ«fficiÃ«nt&lt;br /&gt;
##osmotische shock&lt;br /&gt;
##retentietijd bij chromatografie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====oefening====&lt;br /&gt;
#massaspectrometrie: Mr waarden zoeken (individuele pieken + gemiddelde) en dan nog eens bij de dochterionen en het bijhorende eiwit eruit halen. (mbv de 3 letterige afkortingen van de aminozuren, je krijgt enkel alfabetische letters gegeven en de massa van de aminozuren (zonder water)).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2016 voormiddag===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
#Geef minstens 3 technieken om Mr van een eiwit te bepalen. Leg uit en maak een schets.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Schriftelijk====&lt;br /&gt;
#vraag over redoxreactie met stof A, en spectroscopie. &lt;br /&gt;
#Hoe je potentiaal kon vinden (Wet van Nernst). &lt;br /&gt;
#Hoe concentratie berekenen (stelsel oplossen). &lt;br /&gt;
#Schets van opstelling die dit kan meten.&lt;br /&gt;
#begrippen uitleggen in voorziene ruimte: &lt;br /&gt;
##surface plasmon resonance&lt;br /&gt;
##target vinden met affiniteits chromatografie en interne/externe standaard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Oefening====&lt;br /&gt;
 2 proteÃ¯ne zijn gegeven (DENK en SCHRYF) en een gel van IEF (4 en 8.9 waren pI ongeveer). Welk proteÃ¯ne is welke curve en waarom? (Tabel met pka&#039;s is gegeven met lettercode en afkorting van aminozuren.) Je wilt die proteÃ¯nen scheiden met anionenwisselaar bij pH 7,5. Teken bijhorende chromatogram en condities. Je wilt dit doen met 1L Na-fosfaatbuffer van pH 7,5 met pKa=6.9 en I=0,3 mol/dm. Hoe maak je deze beginnend met Na2HPO4.7H2O (Mr=...) en NaH2PO4.2H2O (Mr=...)?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
OPGELET: dit vak is volledig aangepast sinds academiejaar 2015-2016!&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marike</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Analytische_Biochemie&amp;diff=988</id>
		<title>Analytische Biochemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Analytische_Biochemie&amp;diff=988"/>
		<updated>2018-01-24T13:48:16Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marike: /* mondeling */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2018===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====mondeling====&lt;br /&gt;
#Een collega heeft een eiwitopzuivering uitgevoerd in het labo en wilt dit verder experimenteel gebruiken, je bent echter niet zeker van de zuiverheid van het staal. Hoe ga je te werk om deze zuiverheid te controleren? Hoe ga je te werk als je zeer grote zekerheid wilt over de zuiverheid? Bespreek hoe je te werk gaat, teken de meetopstelling(en) en benoem de onderdelen, en leg uit.&lt;br /&gt;
#Stel dat het eiwit uit meerdere peptideketens bestaat, hoe beïnvloed dit het resultaat bekomen uit voorgaande methode vergeleken met als het slechts uit één peptideketen bestaat?&lt;br /&gt;
#Je beslist om een preparatieve scheiding uit te voeren van het eiwit op basis van IEP, leg uit welke methode je kiest, hoe deze werkt, en teken de opstelling en benoem alle onderdelen. &lt;br /&gt;
(hierbij bijvragen over resolutie en theoretische platen: van deemter vergelijking uitleggen en grafieken kunnen maken)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====oefeningen====&lt;br /&gt;
#Je wilt een ATP oplossing maken met radioactief gelabelde P, gegeven info over gewenste oplossing, de scintillatieteller, de hot stock, de cold stock, en Mr van ATP. Maak deze oplossing (dus letterlijk zoals in de oefenzitting)&lt;br /&gt;
#Van de gemaakte oplossing gebruik je 25ml direct, en 25ml pas 7 dagen later. Halfwaardetijd van 32P is 14.3 dagen. Hoe radioactief is de gemaakte oplossing nog na deze 7 dagen?&lt;br /&gt;
#Als buffer hierbij gebruiken we een natriumacetaat buffer. We wensen 100ml met een ionische sterkte van 0.1M. Verder nog info over Mr en dichtheid van HOAc gegeven. Bereid deze buffer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===5 september 2017===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====mondeling====&lt;br /&gt;
#Hoe kan je uitzoeken waar en in welke moleculaire vorm een geneesmiddel, toegediend aan een proefdier, aanwezig is. (verschillende technieken zijn nodig: radiolabeling, HPLC en massaspectometrie (zie &amp;amp;quot;toepassing&amp;amp;quot; bij slide analyse van biomoleculen))&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====schriftelijk====&lt;br /&gt;
#capillaire elektroforese uitleggen + theoretische platen + goede preparatieve methode? + verschil met klassieke gel elektroforese&lt;br /&gt;
#begrippen: PET, absorptiespectrum, scintillatieteller &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====oefeningen====&lt;br /&gt;
#8 proteïnen in een mengsel scheiden met gegeven technieken &lt;br /&gt;
#hoe zie je dat eiwitopzuivering gelukt is&lt;br /&gt;
#oef met wet van lambert-beer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
====mondeling====&lt;br /&gt;
#ELISE je hebt zika antigenen, deze kan je ook modificeren (fuseren met eiwit enzo)&lt;br /&gt;
#leg uit hoe je een test maakt tegen zika virus; hoe werkt je test; hoe wordt meetsignaal opgewekt; detectie + tekening&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====schriftelijk====&lt;br /&gt;
#eiwitten uit cel + eiwit X gebonden aan Hist-tag&lt;br /&gt;
#* leg uit hoe je deze tag kan gebruiken om eiwit X te zuiveren&lt;br /&gt;
#*wat als eiwit X complexen vormt met andere eiwitten en na de opzuivering (vorige vraag) de eiwitten nog steeds complexen vormen, hoe zou je dan de identiteit van de gebonden eiwitten achterhalen? Schets opstelling + leg onderdelen uit&lt;br /&gt;
#begrippen&lt;br /&gt;
#*vlam ionisatie detectie&lt;br /&gt;
#*isocratische elutie&lt;br /&gt;
#*brekingsindex detector&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====oefeningen====&lt;br /&gt;
#biureet tabel aanvullen&lt;br /&gt;
#absorptie oefening (bepaal c) met l=1cm, A=0.2, E=10.0dl/gcm&lt;br /&gt;
#standaardcurve en dan C bepalen van de onbekende eiwit&lt;br /&gt;
#*Na-fosfaatbuffer met pKa=6.9, pH=7.5, I=0.1mol dm^-3&lt;br /&gt;
#*Na2HPO4.7H20 met Mr=268.00 en NaH2PO4.2H20 met Mr=156.00&lt;br /&gt;
#* hoe maak ik een 1l buffer?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 januari 2017===&lt;br /&gt;
====mondeling====&lt;br /&gt;
#nagaan of er contaminatie is in een eiwitopzuivering van een collega (methode a), hoe kan je dit extra controleren? wat is het effect op de methode a als je proteïne complex uit meerder eenheden bestaat?&lt;br /&gt;
#voeg zelf een een nieuwe preparatieve eiwitzuivering uit op basis van iso-elektrisch punt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====schriftelijk====&lt;br /&gt;
#absorbantie uitleggen en een tekening + uitleg geven van apparaat dat dit kan meten. &lt;br /&gt;
#3 begrippen&lt;br /&gt;
##activiteitscoëfficiënt&lt;br /&gt;
##quadrupole mass analyzer&lt;br /&gt;
##...&lt;br /&gt;
====oefening====&lt;br /&gt;
#massa spectrometrie (bereken de molaire massa&#039;s, geef aminozuur volgorde, n-/c-terminus,...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25/01/2017 nm===&lt;br /&gt;
====Mondeling:====&lt;br /&gt;
- 3 manieren uitleggen om Mr van eiwit te bepalen (+ tekeningen)&lt;br /&gt;
====Schriftelijk: ====&lt;br /&gt;
- grafiek gegeven, hierover vanalles van de van deemter vergelijking uitleggen + een (chromatografische) techniek tekenen en uitleggen waarbij van deemter toepasbaar is&lt;br /&gt;
- begrippen: osmotische shock, fotonverminigvuldiger, ionische sterkte&lt;br /&gt;
====Oefening:====&lt;br /&gt;
- radioactieve oplossing maken&lt;br /&gt;
- radioactief verval berekenen &lt;br /&gt;
- borax buffer maken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 augustus NM===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
#je wilt een eiwit opzuiveren uit een cellysaat en je doet dit met Western blotting. &lt;br /&gt;
##leg uit hoe western blotting werkt &lt;br /&gt;
##hoe kan je de aanwezigheid aantonen en hoe meet je dit? &lt;br /&gt;
##hoe zorg je voor een goede controle voor je kan aantonen dat dit kwantitatief een goede techniek is? &lt;br /&gt;
##je wilt enkel de eiwitten uit 1 specifiek celorganel (bv mitochondriÃ«n), hoe ga je hiervoor te werk?&lt;br /&gt;
====Schriftelijk====&lt;br /&gt;
#grafiek van theoretische plaathoogte met 3 verschillende korrelgroottes (stationaire fase): uitleggen + waarbij gebruikt + teken een voorbeeld waarbij dit van toepassing is.&lt;br /&gt;
#retentietijd bij chromatografie, radiografie, potentiometrie&lt;br /&gt;
====oefening====&lt;br /&gt;
#op strategie: 6 proteÃ¯nen opzuiveren. Daarna ook nog absorbantie berekenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 augustus 2016 voormiddag===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
#Cocaïne werd opgespoord door de politie via een colorimetrische test, waarom is dit een goede methode? (How a $2 Roadside Drug Test Sends InnocentPeople to Jail) &lt;br /&gt;
#Hoe ga je te werk om cocaÃ¯ne aan te tonen in een complex mengsel? (stel je hebt alle apparatuur beschikbaar) + Structuur van cocaïne is gegeven!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Schriftelijk====&lt;br /&gt;
#Geef 3 technieken om de Mr van proteïnen te bepalen. (geen quaternaire structuur)&lt;br /&gt;
#Leg volgende begrippen uit: standaard additie, de wet van Lambert-Beer, nauwkeurigheid vs precisie&lt;br /&gt;
#Oefening: 4 proteïnen in 2D gel-elekroforese&lt;br /&gt;
##Wat kan je zeggen over de proteïnen op basis van deze gegevens? Hoe zouden deze elueren bij SEC + tekening? &lt;br /&gt;
##Hoe zouden deze elueren bij IEC + tekening, en hoe zou je te werk gaan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Oefening ====&lt;br /&gt;
#over buffer maken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===29 januari 2016 voormiddag===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
#Maak een ELISA test om antilichamen tegen een virus op te sporen in een bloedstaal. Je krijgt antigenen tegen dit antilichaam, en je hebt ook de mogelijkheid om aan deze antigenen een proteÃ¯ne te fuseren. Een eigenschap van het antilichaam is dat het 5 antigenen kan binden. Hoe werkt je test? Hoe wek je de detectie van de antilichamen op?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Schriftelijk====&lt;br /&gt;
#ICP-AES: waarvoor staat de afkorting? Schets opstelling en leg werking uit. Als er andere elementen aanwezig zijn dan het element dat je wil detecteren, is dit dan een probleem? Standaardadditie uitleggen en uitleggen hoe je hiermee een meettoestel kan ijken.&lt;br /&gt;
#Begrippen: &lt;br /&gt;
##Theoretische plaat&lt;br /&gt;
##Referentie-elektrode&lt;br /&gt;
##Positron Emissie Tomografie&lt;br /&gt;
====Oefening====&lt;br /&gt;
#3 proteÃ¯nen zijn gegeven&lt;br /&gt;
#uitleg geven over IEC-kationenwisselaar en SEC&lt;br /&gt;
#Chromatogram van kationenwisselaar geven&lt;br /&gt;
#chromatogram van SEC geven,...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2016 voormiddag===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
#Hoe kan je uitzoeken waar en in welke moleculaire vorm een geneesmiddel, toegediend aan een proefdier, aanwezig is. (verschillende technieken zijn nodig: radiolabeling, HPLC en massaspectometrie (zie &amp;amp;quot;toepassing&amp;amp;quot; bij slide analyse van biomoleculen))&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Schriftelijk====&lt;br /&gt;
#hoe werkt de pH-elektrode en leg uit. Wat moet je hieraan veranderen om deze werkzaam te maken voor stof X en wat moeten we aannemen over deze stof. Als stof X de lading n+ heeft wat is dan de relatie tussen de concentratie van stof X en het potentiaalverschil.&lt;br /&gt;
#Begrippen&lt;br /&gt;
##relatieve centrifugaalkracht&lt;br /&gt;
##osmotische shock&lt;br /&gt;
##activatiecoÃ«fficiÃ«nt&lt;br /&gt;
====Oefening====&lt;br /&gt;
#concentratie van eiwit berekenen uit absorptievergelijking&lt;br /&gt;
#tabel over biureet assay aanvullen&lt;br /&gt;
#curve opstellen waaruit je de concentratie van een onbekend eiwit kunt halen als je weet dat A= 0.44&lt;br /&gt;
#Na-acetaat-azijnzuur buffer maken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2016 voormiddag===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
#Stel zelf een massaspectrometer samen om eiwitten te identificeren. Alle onderdelen uitleggen en analysestappen uitleggen hoe je een eiwit gaat identificeren. (eigenlijk heel het hoofdstuk van massaspectrometrie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Schriftelijk====&lt;br /&gt;
#Hoeveelheid metaalionen bepalen via Coulometrie, Potentiometrie en Voltammetrie + verschil uitleggen&lt;br /&gt;
#Begrippen:&lt;br /&gt;
##Positieve en negatieve controle&lt;br /&gt;
##Holle kathode lamp&lt;br /&gt;
##surface plasmon resonance&lt;br /&gt;
====Oefening====&lt;br /&gt;
#radioactieve oplossing maken&lt;br /&gt;
#radioactief verval&lt;br /&gt;
#na-acetaat-azijnzuur buffer maken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2016 namiddag===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
#Geef 2 manieren om een eiwit op te zuiveren (je moet nagaan bij je collega of er geen contaminaties zijn van andere eiwitten). 1 manier moet heel simpel zijn en de andere wat nauwkeuriger en complex. Leg ook uit hoe IEF werkt.&lt;br /&gt;
====Schriftelijk====&lt;br /&gt;
#een grafiek van theoretische plaathoogte; uitleggen en formules geven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====schriftelijk====&lt;br /&gt;
#definities&lt;br /&gt;
##extinctiecoÃ«fficiÃ«nt&lt;br /&gt;
##osmotische shock&lt;br /&gt;
##retentietijd bij chromatografie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====oefening====&lt;br /&gt;
#massaspectrometrie: Mr waarden zoeken (individuele pieken + gemiddelde) en dan nog eens bij de dochterionen en het bijhorende eiwit eruit halen. (mbv de 3 letterige afkortingen van de aminozuren, je krijgt enkel alfabetische letters gegeven en de massa van de aminozuren (zonder water)).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2016 voormiddag===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
#Geef minstens 3 technieken om Mr van een eiwit te bepalen. Leg uit en maak een schets.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Schriftelijk====&lt;br /&gt;
#vraag over redoxreactie met stof A, en spectroscopie. &lt;br /&gt;
#Hoe je potentiaal kon vinden (Wet van Nernst). &lt;br /&gt;
#Hoe concentratie berekenen (stelsel oplossen). &lt;br /&gt;
#Schets van opstelling die dit kan meten.&lt;br /&gt;
#begrippen uitleggen in voorziene ruimte: &lt;br /&gt;
##surface plasmon resonance&lt;br /&gt;
##target vinden met affiniteits chromatografie en interne/externe standaard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Oefening====&lt;br /&gt;
 2 proteÃ¯ne zijn gegeven (DENK en SCHRYF) en een gel van IEF (4 en 8.9 waren pI ongeveer). Welk proteÃ¯ne is welke curve en waarom? (Tabel met pka&#039;s is gegeven met lettercode en afkorting van aminozuren.) Je wilt die proteÃ¯nen scheiden met anionenwisselaar bij pH 7,5. Teken bijhorende chromatogram en condities. Je wilt dit doen met 1L Na-fosfaatbuffer van pH 7,5 met pKa=6.9 en I=0,3 mol/dm. Hoe maak je deze beginnend met Na2HPO4.7H2O (Mr=...) en NaH2PO4.2H2O (Mr=...)?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
OPGELET: dit vak is volledig aangepast sinds academiejaar 2015-2016!&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marike</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Analytische_Biochemie&amp;diff=987</id>
		<title>Analytische Biochemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Analytische_Biochemie&amp;diff=987"/>
		<updated>2018-01-24T13:47:59Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marike: /* mondeling */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2018===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====mondeling====&lt;br /&gt;
#Een collega heeft een eiwitopzuivering uitgevoerd in het labo en wilt dit verder experimenteel gebruiken, je bent echter niet zeker van de zuiverheid van het staal. Hoe ga je te werk om deze zuiverheid te controleren? Hoe ga je te werk als je zeer grote zekerheid wilt over de zuiverheid? Bespreek hoe je te werk gaat, teken de meetopstelling(en) en benoem de onderdelen, en leg uit.&lt;br /&gt;
#Stel dat het eiwit uit meerdere peptideketens bestaat, hoe beïnvloed dit het resultaat bekomen uit voorgaande methode vergeleken met als het slechts uit één peptideketen bestaat?&lt;br /&gt;
#Je beslist om een preparatieve scheiding uit te voeren van het eiwit op basis van IEP, leg uit welke methode je kiest, hoe deze werkt, en teken de opstelling en benoem alle onderdelen. (hierbij bijvragen over resolutie en theoretische platen: van deemter vergelijking uitleggen en grafieken kunnen maken)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====oefeningen====&lt;br /&gt;
#Je wilt een ATP oplossing maken met radioactief gelabelde P, gegeven info over gewenste oplossing, de scintillatieteller, de hot stock, de cold stock, en Mr van ATP. Maak deze oplossing (dus letterlijk zoals in de oefenzitting)&lt;br /&gt;
#Van de gemaakte oplossing gebruik je 25ml direct, en 25ml pas 7 dagen later. Halfwaardetijd van 32P is 14.3 dagen. Hoe radioactief is de gemaakte oplossing nog na deze 7 dagen?&lt;br /&gt;
#Als buffer hierbij gebruiken we een natriumacetaat buffer. We wensen 100ml met een ionische sterkte van 0.1M. Verder nog info over Mr en dichtheid van HOAc gegeven. Bereid deze buffer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===5 september 2017===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====mondeling====&lt;br /&gt;
#Hoe kan je uitzoeken waar en in welke moleculaire vorm een geneesmiddel, toegediend aan een proefdier, aanwezig is. (verschillende technieken zijn nodig: radiolabeling, HPLC en massaspectometrie (zie &amp;amp;quot;toepassing&amp;amp;quot; bij slide analyse van biomoleculen))&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====schriftelijk====&lt;br /&gt;
#capillaire elektroforese uitleggen + theoretische platen + goede preparatieve methode? + verschil met klassieke gel elektroforese&lt;br /&gt;
#begrippen: PET, absorptiespectrum, scintillatieteller &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====oefeningen====&lt;br /&gt;
#8 proteïnen in een mengsel scheiden met gegeven technieken &lt;br /&gt;
#hoe zie je dat eiwitopzuivering gelukt is&lt;br /&gt;
#oef met wet van lambert-beer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
====mondeling====&lt;br /&gt;
#ELISE je hebt zika antigenen, deze kan je ook modificeren (fuseren met eiwit enzo)&lt;br /&gt;
#leg uit hoe je een test maakt tegen zika virus; hoe werkt je test; hoe wordt meetsignaal opgewekt; detectie + tekening&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====schriftelijk====&lt;br /&gt;
#eiwitten uit cel + eiwit X gebonden aan Hist-tag&lt;br /&gt;
#* leg uit hoe je deze tag kan gebruiken om eiwit X te zuiveren&lt;br /&gt;
#*wat als eiwit X complexen vormt met andere eiwitten en na de opzuivering (vorige vraag) de eiwitten nog steeds complexen vormen, hoe zou je dan de identiteit van de gebonden eiwitten achterhalen? Schets opstelling + leg onderdelen uit&lt;br /&gt;
#begrippen&lt;br /&gt;
#*vlam ionisatie detectie&lt;br /&gt;
#*isocratische elutie&lt;br /&gt;
#*brekingsindex detector&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====oefeningen====&lt;br /&gt;
#biureet tabel aanvullen&lt;br /&gt;
#absorptie oefening (bepaal c) met l=1cm, A=0.2, E=10.0dl/gcm&lt;br /&gt;
#standaardcurve en dan C bepalen van de onbekende eiwit&lt;br /&gt;
#*Na-fosfaatbuffer met pKa=6.9, pH=7.5, I=0.1mol dm^-3&lt;br /&gt;
#*Na2HPO4.7H20 met Mr=268.00 en NaH2PO4.2H20 met Mr=156.00&lt;br /&gt;
#* hoe maak ik een 1l buffer?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 januari 2017===&lt;br /&gt;
====mondeling====&lt;br /&gt;
#nagaan of er contaminatie is in een eiwitopzuivering van een collega (methode a), hoe kan je dit extra controleren? wat is het effect op de methode a als je proteïne complex uit meerder eenheden bestaat?&lt;br /&gt;
#voeg zelf een een nieuwe preparatieve eiwitzuivering uit op basis van iso-elektrisch punt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====schriftelijk====&lt;br /&gt;
#absorbantie uitleggen en een tekening + uitleg geven van apparaat dat dit kan meten. &lt;br /&gt;
#3 begrippen&lt;br /&gt;
##activiteitscoëfficiënt&lt;br /&gt;
##quadrupole mass analyzer&lt;br /&gt;
##...&lt;br /&gt;
====oefening====&lt;br /&gt;
#massa spectrometrie (bereken de molaire massa&#039;s, geef aminozuur volgorde, n-/c-terminus,...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25/01/2017 nm===&lt;br /&gt;
====Mondeling:====&lt;br /&gt;
- 3 manieren uitleggen om Mr van eiwit te bepalen (+ tekeningen)&lt;br /&gt;
====Schriftelijk: ====&lt;br /&gt;
- grafiek gegeven, hierover vanalles van de van deemter vergelijking uitleggen + een (chromatografische) techniek tekenen en uitleggen waarbij van deemter toepasbaar is&lt;br /&gt;
- begrippen: osmotische shock, fotonverminigvuldiger, ionische sterkte&lt;br /&gt;
====Oefening:====&lt;br /&gt;
- radioactieve oplossing maken&lt;br /&gt;
- radioactief verval berekenen &lt;br /&gt;
- borax buffer maken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 augustus NM===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
#je wilt een eiwit opzuiveren uit een cellysaat en je doet dit met Western blotting. &lt;br /&gt;
##leg uit hoe western blotting werkt &lt;br /&gt;
##hoe kan je de aanwezigheid aantonen en hoe meet je dit? &lt;br /&gt;
##hoe zorg je voor een goede controle voor je kan aantonen dat dit kwantitatief een goede techniek is? &lt;br /&gt;
##je wilt enkel de eiwitten uit 1 specifiek celorganel (bv mitochondriÃ«n), hoe ga je hiervoor te werk?&lt;br /&gt;
====Schriftelijk====&lt;br /&gt;
#grafiek van theoretische plaathoogte met 3 verschillende korrelgroottes (stationaire fase): uitleggen + waarbij gebruikt + teken een voorbeeld waarbij dit van toepassing is.&lt;br /&gt;
#retentietijd bij chromatografie, radiografie, potentiometrie&lt;br /&gt;
====oefening====&lt;br /&gt;
#op strategie: 6 proteÃ¯nen opzuiveren. Daarna ook nog absorbantie berekenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 augustus 2016 voormiddag===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
#Cocaïne werd opgespoord door de politie via een colorimetrische test, waarom is dit een goede methode? (How a $2 Roadside Drug Test Sends InnocentPeople to Jail) &lt;br /&gt;
#Hoe ga je te werk om cocaÃ¯ne aan te tonen in een complex mengsel? (stel je hebt alle apparatuur beschikbaar) + Structuur van cocaïne is gegeven!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Schriftelijk====&lt;br /&gt;
#Geef 3 technieken om de Mr van proteïnen te bepalen. (geen quaternaire structuur)&lt;br /&gt;
#Leg volgende begrippen uit: standaard additie, de wet van Lambert-Beer, nauwkeurigheid vs precisie&lt;br /&gt;
#Oefening: 4 proteïnen in 2D gel-elekroforese&lt;br /&gt;
##Wat kan je zeggen over de proteïnen op basis van deze gegevens? Hoe zouden deze elueren bij SEC + tekening? &lt;br /&gt;
##Hoe zouden deze elueren bij IEC + tekening, en hoe zou je te werk gaan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Oefening ====&lt;br /&gt;
#over buffer maken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===29 januari 2016 voormiddag===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
#Maak een ELISA test om antilichamen tegen een virus op te sporen in een bloedstaal. Je krijgt antigenen tegen dit antilichaam, en je hebt ook de mogelijkheid om aan deze antigenen een proteÃ¯ne te fuseren. Een eigenschap van het antilichaam is dat het 5 antigenen kan binden. Hoe werkt je test? Hoe wek je de detectie van de antilichamen op?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Schriftelijk====&lt;br /&gt;
#ICP-AES: waarvoor staat de afkorting? Schets opstelling en leg werking uit. Als er andere elementen aanwezig zijn dan het element dat je wil detecteren, is dit dan een probleem? Standaardadditie uitleggen en uitleggen hoe je hiermee een meettoestel kan ijken.&lt;br /&gt;
#Begrippen: &lt;br /&gt;
##Theoretische plaat&lt;br /&gt;
##Referentie-elektrode&lt;br /&gt;
##Positron Emissie Tomografie&lt;br /&gt;
====Oefening====&lt;br /&gt;
#3 proteÃ¯nen zijn gegeven&lt;br /&gt;
#uitleg geven over IEC-kationenwisselaar en SEC&lt;br /&gt;
#Chromatogram van kationenwisselaar geven&lt;br /&gt;
#chromatogram van SEC geven,...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2016 voormiddag===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
#Hoe kan je uitzoeken waar en in welke moleculaire vorm een geneesmiddel, toegediend aan een proefdier, aanwezig is. (verschillende technieken zijn nodig: radiolabeling, HPLC en massaspectometrie (zie &amp;amp;quot;toepassing&amp;amp;quot; bij slide analyse van biomoleculen))&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Schriftelijk====&lt;br /&gt;
#hoe werkt de pH-elektrode en leg uit. Wat moet je hieraan veranderen om deze werkzaam te maken voor stof X en wat moeten we aannemen over deze stof. Als stof X de lading n+ heeft wat is dan de relatie tussen de concentratie van stof X en het potentiaalverschil.&lt;br /&gt;
#Begrippen&lt;br /&gt;
##relatieve centrifugaalkracht&lt;br /&gt;
##osmotische shock&lt;br /&gt;
##activatiecoÃ«fficiÃ«nt&lt;br /&gt;
====Oefening====&lt;br /&gt;
#concentratie van eiwit berekenen uit absorptievergelijking&lt;br /&gt;
#tabel over biureet assay aanvullen&lt;br /&gt;
#curve opstellen waaruit je de concentratie van een onbekend eiwit kunt halen als je weet dat A= 0.44&lt;br /&gt;
#Na-acetaat-azijnzuur buffer maken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2016 voormiddag===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
#Stel zelf een massaspectrometer samen om eiwitten te identificeren. Alle onderdelen uitleggen en analysestappen uitleggen hoe je een eiwit gaat identificeren. (eigenlijk heel het hoofdstuk van massaspectrometrie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Schriftelijk====&lt;br /&gt;
#Hoeveelheid metaalionen bepalen via Coulometrie, Potentiometrie en Voltammetrie + verschil uitleggen&lt;br /&gt;
#Begrippen:&lt;br /&gt;
##Positieve en negatieve controle&lt;br /&gt;
##Holle kathode lamp&lt;br /&gt;
##surface plasmon resonance&lt;br /&gt;
====Oefening====&lt;br /&gt;
#radioactieve oplossing maken&lt;br /&gt;
#radioactief verval&lt;br /&gt;
#na-acetaat-azijnzuur buffer maken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2016 namiddag===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
#Geef 2 manieren om een eiwit op te zuiveren (je moet nagaan bij je collega of er geen contaminaties zijn van andere eiwitten). 1 manier moet heel simpel zijn en de andere wat nauwkeuriger en complex. Leg ook uit hoe IEF werkt.&lt;br /&gt;
====Schriftelijk====&lt;br /&gt;
#een grafiek van theoretische plaathoogte; uitleggen en formules geven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====schriftelijk====&lt;br /&gt;
#definities&lt;br /&gt;
##extinctiecoÃ«fficiÃ«nt&lt;br /&gt;
##osmotische shock&lt;br /&gt;
##retentietijd bij chromatografie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====oefening====&lt;br /&gt;
#massaspectrometrie: Mr waarden zoeken (individuele pieken + gemiddelde) en dan nog eens bij de dochterionen en het bijhorende eiwit eruit halen. (mbv de 3 letterige afkortingen van de aminozuren, je krijgt enkel alfabetische letters gegeven en de massa van de aminozuren (zonder water)).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2016 voormiddag===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
#Geef minstens 3 technieken om Mr van een eiwit te bepalen. Leg uit en maak een schets.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Schriftelijk====&lt;br /&gt;
#vraag over redoxreactie met stof A, en spectroscopie. &lt;br /&gt;
#Hoe je potentiaal kon vinden (Wet van Nernst). &lt;br /&gt;
#Hoe concentratie berekenen (stelsel oplossen). &lt;br /&gt;
#Schets van opstelling die dit kan meten.&lt;br /&gt;
#begrippen uitleggen in voorziene ruimte: &lt;br /&gt;
##surface plasmon resonance&lt;br /&gt;
##target vinden met affiniteits chromatografie en interne/externe standaard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Oefening====&lt;br /&gt;
 2 proteÃ¯ne zijn gegeven (DENK en SCHRYF) en een gel van IEF (4 en 8.9 waren pI ongeveer). Welk proteÃ¯ne is welke curve en waarom? (Tabel met pka&#039;s is gegeven met lettercode en afkorting van aminozuren.) Je wilt die proteÃ¯nen scheiden met anionenwisselaar bij pH 7,5. Teken bijhorende chromatogram en condities. Je wilt dit doen met 1L Na-fosfaatbuffer van pH 7,5 met pKa=6.9 en I=0,3 mol/dm. Hoe maak je deze beginnend met Na2HPO4.7H2O (Mr=...) en NaH2PO4.2H2O (Mr=...)?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
OPGELET: dit vak is volledig aangepast sinds academiejaar 2015-2016!&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marike</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Analytische_Biochemie&amp;diff=986</id>
		<title>Analytische Biochemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Analytische_Biochemie&amp;diff=986"/>
		<updated>2018-01-24T13:46:18Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marike: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2018===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====mondeling====&lt;br /&gt;
#Een collega heeft een eiwitopzuivering uitgevoerd in het labo en wilt dit verder experimenteel gebruiken, je bent echter niet zeker van de zuiverheid van het staal. Hoe ga je te werk om deze zuiverheid te controleren? Hoe ga je te werk als je zeer grote zekerheid wilt over de zuiverheid? Bespreek hoe je te werk gaat, teken de meetopstelling(en) en benoem de onderdelen, en leg uit.&lt;br /&gt;
#Stel dat het eiwit uit meerdere peptideketens bestaat, hoe beïnvloed dit het resultaat bekomen uit voorgaande methode vergeleken met als het slechts uit één peptideketen bestaat?&lt;br /&gt;
#Je beslist om een preparatieve scheiding uit te voeren van het eiwit op basis van IEP, leg uit welke methode je kiest, hoe deze werkt, en teken de opstelling en benoem alle onderdelen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====oefeningen====&lt;br /&gt;
#Je wilt een ATP oplossing maken met radioactief gelabelde P, gegeven info over gewenste oplossing, de scintillatieteller, de hot stock, de cold stock, en Mr van ATP. Maak deze oplossing (dus letterlijk zoals in de oefenzitting)&lt;br /&gt;
#Van de gemaakte oplossing gebruik je 25ml direct, en 25ml pas 7 dagen later. Halfwaardetijd van 32P is 14.3 dagen. Hoe radioactief is de gemaakte oplossing nog na deze 7 dagen?&lt;br /&gt;
#Als buffer hierbij gebruiken we een natriumacetaat buffer. We wensen 100ml met een ionische sterkte van 0.1M. Verder nog info over Mr en dichtheid van HOAc gegeven. Bereid deze buffer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===5 september 2017===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====mondeling====&lt;br /&gt;
#Hoe kan je uitzoeken waar en in welke moleculaire vorm een geneesmiddel, toegediend aan een proefdier, aanwezig is. (verschillende technieken zijn nodig: radiolabeling, HPLC en massaspectometrie (zie &amp;amp;quot;toepassing&amp;amp;quot; bij slide analyse van biomoleculen))&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====schriftelijk====&lt;br /&gt;
#capillaire elektroforese uitleggen + theoretische platen + goede preparatieve methode? + verschil met klassieke gel elektroforese&lt;br /&gt;
#begrippen: PET, absorptiespectrum, scintillatieteller &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====oefeningen====&lt;br /&gt;
#8 proteïnen in een mengsel scheiden met gegeven technieken &lt;br /&gt;
#hoe zie je dat eiwitopzuivering gelukt is&lt;br /&gt;
#oef met wet van lambert-beer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
====mondeling====&lt;br /&gt;
#ELISE je hebt zika antigenen, deze kan je ook modificeren (fuseren met eiwit enzo)&lt;br /&gt;
#leg uit hoe je een test maakt tegen zika virus; hoe werkt je test; hoe wordt meetsignaal opgewekt; detectie + tekening&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====schriftelijk====&lt;br /&gt;
#eiwitten uit cel + eiwit X gebonden aan Hist-tag&lt;br /&gt;
#* leg uit hoe je deze tag kan gebruiken om eiwit X te zuiveren&lt;br /&gt;
#*wat als eiwit X complexen vormt met andere eiwitten en na de opzuivering (vorige vraag) de eiwitten nog steeds complexen vormen, hoe zou je dan de identiteit van de gebonden eiwitten achterhalen? Schets opstelling + leg onderdelen uit&lt;br /&gt;
#begrippen&lt;br /&gt;
#*vlam ionisatie detectie&lt;br /&gt;
#*isocratische elutie&lt;br /&gt;
#*brekingsindex detector&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====oefeningen====&lt;br /&gt;
#biureet tabel aanvullen&lt;br /&gt;
#absorptie oefening (bepaal c) met l=1cm, A=0.2, E=10.0dl/gcm&lt;br /&gt;
#standaardcurve en dan C bepalen van de onbekende eiwit&lt;br /&gt;
#*Na-fosfaatbuffer met pKa=6.9, pH=7.5, I=0.1mol dm^-3&lt;br /&gt;
#*Na2HPO4.7H20 met Mr=268.00 en NaH2PO4.2H20 met Mr=156.00&lt;br /&gt;
#* hoe maak ik een 1l buffer?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 januari 2017===&lt;br /&gt;
====mondeling====&lt;br /&gt;
#nagaan of er contaminatie is in een eiwitopzuivering van een collega (methode a), hoe kan je dit extra controleren? wat is het effect op de methode a als je proteïne complex uit meerder eenheden bestaat?&lt;br /&gt;
#voeg zelf een een nieuwe preparatieve eiwitzuivering uit op basis van iso-elektrisch punt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====schriftelijk====&lt;br /&gt;
#absorbantie uitleggen en een tekening + uitleg geven van apparaat dat dit kan meten. &lt;br /&gt;
#3 begrippen&lt;br /&gt;
##activiteitscoëfficiënt&lt;br /&gt;
##quadrupole mass analyzer&lt;br /&gt;
##...&lt;br /&gt;
====oefening====&lt;br /&gt;
#massa spectrometrie (bereken de molaire massa&#039;s, geef aminozuur volgorde, n-/c-terminus,...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25/01/2017 nm===&lt;br /&gt;
====Mondeling:====&lt;br /&gt;
- 3 manieren uitleggen om Mr van eiwit te bepalen (+ tekeningen)&lt;br /&gt;
====Schriftelijk: ====&lt;br /&gt;
- grafiek gegeven, hierover vanalles van de van deemter vergelijking uitleggen + een (chromatografische) techniek tekenen en uitleggen waarbij van deemter toepasbaar is&lt;br /&gt;
- begrippen: osmotische shock, fotonverminigvuldiger, ionische sterkte&lt;br /&gt;
====Oefening:====&lt;br /&gt;
- radioactieve oplossing maken&lt;br /&gt;
- radioactief verval berekenen &lt;br /&gt;
- borax buffer maken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 augustus NM===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
#je wilt een eiwit opzuiveren uit een cellysaat en je doet dit met Western blotting. &lt;br /&gt;
##leg uit hoe western blotting werkt &lt;br /&gt;
##hoe kan je de aanwezigheid aantonen en hoe meet je dit? &lt;br /&gt;
##hoe zorg je voor een goede controle voor je kan aantonen dat dit kwantitatief een goede techniek is? &lt;br /&gt;
##je wilt enkel de eiwitten uit 1 specifiek celorganel (bv mitochondriÃ«n), hoe ga je hiervoor te werk?&lt;br /&gt;
====Schriftelijk====&lt;br /&gt;
#grafiek van theoretische plaathoogte met 3 verschillende korrelgroottes (stationaire fase): uitleggen + waarbij gebruikt + teken een voorbeeld waarbij dit van toepassing is.&lt;br /&gt;
#retentietijd bij chromatografie, radiografie, potentiometrie&lt;br /&gt;
====oefening====&lt;br /&gt;
#op strategie: 6 proteÃ¯nen opzuiveren. Daarna ook nog absorbantie berekenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 augustus 2016 voormiddag===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
#Cocaïne werd opgespoord door de politie via een colorimetrische test, waarom is dit een goede methode? (How a $2 Roadside Drug Test Sends InnocentPeople to Jail) &lt;br /&gt;
#Hoe ga je te werk om cocaÃ¯ne aan te tonen in een complex mengsel? (stel je hebt alle apparatuur beschikbaar) + Structuur van cocaïne is gegeven!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Schriftelijk====&lt;br /&gt;
#Geef 3 technieken om de Mr van proteïnen te bepalen. (geen quaternaire structuur)&lt;br /&gt;
#Leg volgende begrippen uit: standaard additie, de wet van Lambert-Beer, nauwkeurigheid vs precisie&lt;br /&gt;
#Oefening: 4 proteïnen in 2D gel-elekroforese&lt;br /&gt;
##Wat kan je zeggen over de proteïnen op basis van deze gegevens? Hoe zouden deze elueren bij SEC + tekening? &lt;br /&gt;
##Hoe zouden deze elueren bij IEC + tekening, en hoe zou je te werk gaan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Oefening ====&lt;br /&gt;
#over buffer maken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===29 januari 2016 voormiddag===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
#Maak een ELISA test om antilichamen tegen een virus op te sporen in een bloedstaal. Je krijgt antigenen tegen dit antilichaam, en je hebt ook de mogelijkheid om aan deze antigenen een proteÃ¯ne te fuseren. Een eigenschap van het antilichaam is dat het 5 antigenen kan binden. Hoe werkt je test? Hoe wek je de detectie van de antilichamen op?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Schriftelijk====&lt;br /&gt;
#ICP-AES: waarvoor staat de afkorting? Schets opstelling en leg werking uit. Als er andere elementen aanwezig zijn dan het element dat je wil detecteren, is dit dan een probleem? Standaardadditie uitleggen en uitleggen hoe je hiermee een meettoestel kan ijken.&lt;br /&gt;
#Begrippen: &lt;br /&gt;
##Theoretische plaat&lt;br /&gt;
##Referentie-elektrode&lt;br /&gt;
##Positron Emissie Tomografie&lt;br /&gt;
====Oefening====&lt;br /&gt;
#3 proteÃ¯nen zijn gegeven&lt;br /&gt;
#uitleg geven over IEC-kationenwisselaar en SEC&lt;br /&gt;
#Chromatogram van kationenwisselaar geven&lt;br /&gt;
#chromatogram van SEC geven,...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2016 voormiddag===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
#Hoe kan je uitzoeken waar en in welke moleculaire vorm een geneesmiddel, toegediend aan een proefdier, aanwezig is. (verschillende technieken zijn nodig: radiolabeling, HPLC en massaspectometrie (zie &amp;amp;quot;toepassing&amp;amp;quot; bij slide analyse van biomoleculen))&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Schriftelijk====&lt;br /&gt;
#hoe werkt de pH-elektrode en leg uit. Wat moet je hieraan veranderen om deze werkzaam te maken voor stof X en wat moeten we aannemen over deze stof. Als stof X de lading n+ heeft wat is dan de relatie tussen de concentratie van stof X en het potentiaalverschil.&lt;br /&gt;
#Begrippen&lt;br /&gt;
##relatieve centrifugaalkracht&lt;br /&gt;
##osmotische shock&lt;br /&gt;
##activatiecoÃ«fficiÃ«nt&lt;br /&gt;
====Oefening====&lt;br /&gt;
#concentratie van eiwit berekenen uit absorptievergelijking&lt;br /&gt;
#tabel over biureet assay aanvullen&lt;br /&gt;
#curve opstellen waaruit je de concentratie van een onbekend eiwit kunt halen als je weet dat A= 0.44&lt;br /&gt;
#Na-acetaat-azijnzuur buffer maken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2016 voormiddag===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
#Stel zelf een massaspectrometer samen om eiwitten te identificeren. Alle onderdelen uitleggen en analysestappen uitleggen hoe je een eiwit gaat identificeren. (eigenlijk heel het hoofdstuk van massaspectrometrie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Schriftelijk====&lt;br /&gt;
#Hoeveelheid metaalionen bepalen via Coulometrie, Potentiometrie en Voltammetrie + verschil uitleggen&lt;br /&gt;
#Begrippen:&lt;br /&gt;
##Positieve en negatieve controle&lt;br /&gt;
##Holle kathode lamp&lt;br /&gt;
##surface plasmon resonance&lt;br /&gt;
====Oefening====&lt;br /&gt;
#radioactieve oplossing maken&lt;br /&gt;
#radioactief verval&lt;br /&gt;
#na-acetaat-azijnzuur buffer maken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2016 namiddag===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
#Geef 2 manieren om een eiwit op te zuiveren (je moet nagaan bij je collega of er geen contaminaties zijn van andere eiwitten). 1 manier moet heel simpel zijn en de andere wat nauwkeuriger en complex. Leg ook uit hoe IEF werkt.&lt;br /&gt;
====Schriftelijk====&lt;br /&gt;
#een grafiek van theoretische plaathoogte; uitleggen en formules geven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====schriftelijk====&lt;br /&gt;
#definities&lt;br /&gt;
##extinctiecoÃ«fficiÃ«nt&lt;br /&gt;
##osmotische shock&lt;br /&gt;
##retentietijd bij chromatografie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====oefening====&lt;br /&gt;
#massaspectrometrie: Mr waarden zoeken (individuele pieken + gemiddelde) en dan nog eens bij de dochterionen en het bijhorende eiwit eruit halen. (mbv de 3 letterige afkortingen van de aminozuren, je krijgt enkel alfabetische letters gegeven en de massa van de aminozuren (zonder water)).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2016 voormiddag===&lt;br /&gt;
====Mondeling====&lt;br /&gt;
#Geef minstens 3 technieken om Mr van een eiwit te bepalen. Leg uit en maak een schets.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Schriftelijk====&lt;br /&gt;
#vraag over redoxreactie met stof A, en spectroscopie. &lt;br /&gt;
#Hoe je potentiaal kon vinden (Wet van Nernst). &lt;br /&gt;
#Hoe concentratie berekenen (stelsel oplossen). &lt;br /&gt;
#Schets van opstelling die dit kan meten.&lt;br /&gt;
#begrippen uitleggen in voorziene ruimte: &lt;br /&gt;
##surface plasmon resonance&lt;br /&gt;
##target vinden met affiniteits chromatografie en interne/externe standaard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Oefening====&lt;br /&gt;
 2 proteÃ¯ne zijn gegeven (DENK en SCHRYF) en een gel van IEF (4 en 8.9 waren pI ongeveer). Welk proteÃ¯ne is welke curve en waarom? (Tabel met pka&#039;s is gegeven met lettercode en afkorting van aminozuren.) Je wilt die proteÃ¯nen scheiden met anionenwisselaar bij pH 7,5. Teken bijhorende chromatogram en condities. Je wilt dit doen met 1L Na-fosfaatbuffer van pH 7,5 met pKa=6.9 en I=0,3 mol/dm. Hoe maak je deze beginnend met Na2HPO4.7H2O (Mr=...) en NaH2PO4.2H2O (Mr=...)?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
OPGELET: dit vak is volledig aangepast sinds academiejaar 2015-2016!&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marike</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Microbiologie&amp;diff=895</id>
		<title>Microbiologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Microbiologie&amp;diff=895"/>
		<updated>2018-01-20T14:21:04Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marike: /* 19 januari 2018 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Microbiologie wordt tegenwoordig in het tweede jaar gegeven. Vroeger was dit het derde jaar. Ook verhuisd van tweede naar eerste semester. Wordt gevolgd door studenten biologie en biochemie. Gedoceerd door Prof. Joris Winderickx. Mondeling examen. Practicum wordt geÃ«valueerd via een examen practicumsessie.&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2018===&lt;br /&gt;
#Bespreek de structuur, werking en inplanting van bacteriële flagellen (met tekening). Wat is het mechanisme van chemotaxis? Wat zijn de verschillen met eukaryote flagellen.&lt;br /&gt;
#Welke detoxificatiemechanismen zijn er van toxische zuurstof. Geef de enzymen en hun reacties. Hij wilt ook dat je een extra voorbeeld geeft. Wat is het belang van zuurstof in een microbiële ecosysteem.&lt;br /&gt;
#8 termen: cycloheximide, sulfonilamide, aw, lysozymen, amensalisme, phycobiline, acetyl-CoA pathway en hepadnavirus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2018===&lt;br /&gt;
#Bespreek kort de oxygene en anoxygene fotosynthese van micro-organismen en hun reducerend vermogen. Leg fermentaties van micro-organismen uit, hoe wordt hiermee energie gewonnen? /5&lt;br /&gt;
#A)Waarvoor staat HxNx? B) Leg de Baltimore-classificatie uit. Welke types virussen hebben eigen polymerasen? C) weet ik niet meer, maar ook iets met virussen /5&lt;br /&gt;
#8 stellingen, per juist antwoord 0,5 1)cyloheximine werkt niet op gramnnegatieve bacteriën 2)antibiotica-resistentie wordt aspecies-specifiek doorgegeven en voornamelijk via transductie 3)een guilde is een groep van klonaal verwante cellen 4)bij een peristenta infectie komen viruspartikels niet vrij en blijft de gastheer leven 5)bij amensalisme hebben beide partners altijd een voordeel 6)bij een hydrogenosoom wordt ATP geproduceerd via hydrolyse en H+ 7)een virion reffereert naar de extrcellulaire vorm van een virus 8)ben ik vergeten /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 augustus 2017 NM===&lt;br /&gt;
#bespreek de structuur en werking van de flagel bij bacteriële cellen + bespreek chemotaxis&lt;br /&gt;
#detoxificatie van zuurstof&lt;br /&gt;
#8 stelling juist/fout + verklaar&lt;br /&gt;
#*gramnegatieve bachteriën zijn niet gevoelig voor beta-lactam ring &lt;br /&gt;
#*antibiotica-resistentie is species-specifiek&lt;br /&gt;
#*decimale reductietijd neemt af bij toenemende verhittingstemperatuur&lt;br /&gt;
#*hydrogenosomen bij prokaryoten halen hun energie uit de oxidatie van pyruvaat&lt;br /&gt;
#*stikstoffixatie komt vooral voor in anoxygene condities&lt;br /&gt;
#*persistentie infectie van viruspartikels vernietigd de gastheercel&lt;br /&gt;
#*geen enkele bacterie (Bacteria + Archaea) kan leven zonder celwand&lt;br /&gt;
#*energiewinst bij fermentatie komt altijd van substraatfosforylatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2017 NM===&lt;br /&gt;
#bespreek hoe het kleine virale genoom toch een volledige functie qua replicatie en assemblage van een virus kan veroorzaken. geef voorbeelden en leg uit&lt;br /&gt;
#virussen zijn niet altijd negatief. Bespreek en geef een voorbeeld ivm humaan microbioom&lt;br /&gt;
#je hebt een bodemstaal met micro-organismen, hoe ga je na dat deze micro-organismen een fungistatische werking hebben? + leg uit micro-organismen die groeien in het labo en micro-organismen laten groeien die niet in het labo kunnen groeien.&lt;br /&gt;
#vancomycine slaat niet aan, welke combinatie is het beste? keuze uit: vancomycine + cycloheximide/amphotericini/isoniazide/sulfanilamide&lt;br /&gt;
#leg verschil en gelijkenis uit + bespreek&lt;br /&gt;
#*mesofiel-pathogeen&lt;br /&gt;
#*antiseptica-desinfectans&lt;br /&gt;
#*fermentatie-chemoorganotroof anaeroobe respiratie&lt;br /&gt;
#*chemoorganotroof-chemolithotroof&lt;br /&gt;
#*generatietijd-delingscoefficient&lt;br /&gt;
#*sporecortex-bacteriele celwand&lt;br /&gt;
#*guilde-gemeenschap&lt;br /&gt;
#*commensalisme-amensalisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
#bespreek de celwand bij gram - en gram + bacteriën en archaea. geef een manier om bacteria, archaea en eukaryoten te scheiden. geef minstens 3 manieren hoe je gram + en gram - bacteriën kan onderscheiden (zonder gram kleuring) &lt;br /&gt;
#afbeelding cel met onderdelen aangeduid (celwand, 50S,...) geef voorbeelden van antibiotica die hier op inwerken en leg hun werking uit.&lt;br /&gt;
#8 juist of fout vragen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Gegeven een tekening van een virtuele cel van een micro-organisme (aangeduid: DNA synthese, RNA synthese, mitotische spoelfiguur en microtubuli, celwand, plasmamembraan,  translatie, foliumzuursynthese). Geef alle antimicrobiÃ«le middelen die erbij horen. Bespreek de mechanismen van de antimicrobiÃ«le middelen bij een verschillende manier van inwerking. &lt;br /&gt;
#Flagellen pro-en eukaryoten (ook tekenen!). Welke andere bewegingsvormen ken je nog? Leg taxis uit. &lt;br /&gt;
#Leg uit en bespreek de gelijkenissen en/of verschillen:&lt;br /&gt;
#*halofielen - osmiofielen&lt;br /&gt;
#*autotroof - heterotroof&lt;br /&gt;
#*bacteriÃ«le celwand - sporeprotoplast&lt;br /&gt;
#*chemoorganotroof - ...&lt;br /&gt;
#*chemoorganofiel - ...&lt;br /&gt;
#*chemooragnofiel anaeroobe respiratie - ...&lt;br /&gt;
#* ...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2015===&lt;br /&gt;
#Flagellen en cirri bij pro- en eukaryoten, bespreek chemo- en fototaxis.&lt;br /&gt;
#Detoxificatiemechanismen&lt;br /&gt;
#Acht stellingen, juist/niet juist en waarom (ieder op 0,5 punt)&lt;br /&gt;
#*B-lactam werkt alleen op gram +&lt;br /&gt;
#*Resistentie is species-specifiek&lt;br /&gt;
#*Decimale reductietijd daalt altijd bij hogere T&lt;br /&gt;
#*Bij fermentatie vindt de energiewinning altijd plaats door substraatfosforylatie&lt;br /&gt;
#*Bacteria en Archaea kunnen nooit leven zonder celwand&lt;br /&gt;
#*Stikstoffixatie is vooral anoxisch&lt;br /&gt;
#*Hydrogenosomen komen voor bij prokaryoten waar ze pyruvaat oxideren tot -&lt;br /&gt;
#*en nog een die ik me niet meer herinner.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 januari 2015===&lt;br /&gt;
#verschil oxygene en anoxygene fototrofie + energie bij fermentatie&lt;br /&gt;
#welke manieren van voortbeweging, verschil in pro en eukaryoten, (sex)pili, welk competitief voordeel?&lt;br /&gt;
#juist/fout vragen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2015 (NM)===&lt;br /&gt;
#Mechanismen van restentie en resistentie overdracht. Is resistentie speciesspecifiek? Methoden voor het post-antibioticatijdperk.&lt;br /&gt;
#Photosynthese bij purperbacterien, groenzwavelbacteren en cyanobacterien schematisch tekenen en verschillen uitleggen. Linken met morfologie en ecologie. &lt;br /&gt;
#8 juist-fout vraagjes&lt;br /&gt;
#*Gram-negatieve bactierien zijn vatbaar voor ampicilline en amoxicilline.&lt;br /&gt;
#*Ergosterolsynthese is geen goede target voor antifungale drugs.&lt;br /&gt;
#*Bij een latente infectie komen er geen virusgenen tot expressie en komen er geen virussen vrij.&lt;br /&gt;
#*Het nitrogenasecomplex werkt vooral in anoxische omstandigheden&lt;br /&gt;
#*Een hydrogenosoom komt voor bij prokaryoten en oxideert pyruvaat tot AcCoA.&lt;br /&gt;
#*...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2015 (VM)===&lt;br /&gt;
#koolstofcyclus schematisch tekenen en alle metabole processen uitleggen (reacties zijn niet zo belangrijk)&lt;br /&gt;
#Wat is de beste combinatie en slechtste combinatie? flucytosine + polyeen, griseofuline en polyeen, vancomycine en polyeen, en er was dan nog eentje maar die weet ik niet meer &lt;br /&gt;
#woordjes uitleggen: &lt;br /&gt;
#*exosporium &lt;br /&gt;
#*evolutionaire chronometers &lt;br /&gt;
#*omgekeerde citroencyclus&lt;br /&gt;
#*...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2014===&lt;br /&gt;
#Virussen zijn gekenmerkt door een klein genoom. Toch hebben ze alles om te voorzien in hun replicatie. Verklaar aan de hand van enkele voorbeelden. Sommige virussen hebben echter ook eigen polymerase enzymes nodig, identificeer hen aan de hand van de baltimore classificatie.&lt;br /&gt;
#Je wordt gevraagd onbekende micro-organismen uit een staal water te identificeren; welke technieken gebruik je en hoe ga je te werk om te kijken of sommigen de mogelijkheid bezitten tot de productie van een fungistatisch middel om het te commercialiseren.&lt;br /&gt;
#O2 kan giftig zijn; geef de detoxificatiemechanismen die micro-organismen bezitten om dit te bestrijden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2014===&lt;br /&gt;
#de koolstofcyclus en metabole processen &lt;br /&gt;
#detoxificatie mechanisme van zuurstofderivaten die door metabole processen geproduceerd worden en dan ne fungus bestrijden met een combinatie. &lt;br /&gt;
#combinaties werden gegeven allemaal met myconazol: uitleggen welk het beste werkte en welk het minst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jan 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#koolstofcyclus&lt;br /&gt;
#mechanismen van detoxificatie&lt;br /&gt;
#patient is besmet met Candida, een syntetische azool werkt niet goed. Welke antibiotica mengeling is de beste? Gegeven = telkens een syntetische azool in combinatie met flucytosine, griseofulin, vancomycine, en nog 1 dat ik niet meer weet&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2014 voormiddag===&lt;br /&gt;
#antibioticaresistentie: hoe, verschillende mechanisme, hoe krijgen we dat in het lichaam&lt;br /&gt;
#fungistatische drugs in natuurlijke bodem, hoe herkennen en er uit halen&lt;br /&gt;
#virussen: verklaar HxNx, antigendrift en antigenenschift en waarom gaat antigenenschift zo gemakkelijk en baltimoreklassen van influenza + verklaren&lt;br /&gt;
#woordjes&lt;br /&gt;
#*hopanoide (hier moet ge dat dan vergelijken met sterol in eukaryoten enzo)&lt;br /&gt;
#*hydrosoom&lt;br /&gt;
#*viroiden&lt;br /&gt;
#*endotoxine&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 31 jan 2012 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
# Geef de koolstofcyclus en leg kort alle processen uit die hierin voorkomen. (mondeling)&lt;br /&gt;
# Een schema van een cel waarop verschillende delen aangeduid stonden (celwand, membraan, DNA+RNA-synthese, 50S ribosoon-subunit, 30 S ribosoom-subunit). Geef bij elk deel de antibiotica die hierop inwerken en leg, als er meerdere antibiotica bij bij Ã©Ã©n passen, hun actiemechanismen uit.&lt;br /&gt;
# Verklaar:&lt;br /&gt;
#* Fenol-coÃ«fficiÃ«nt methode&lt;br /&gt;
#* Virion&lt;br /&gt;
#* Rolling-circle replicatie&lt;br /&gt;
#* O-anitgen&lt;br /&gt;
#* Fermentatiebalans&lt;br /&gt;
#* Anamoxosoom&lt;br /&gt;
#* Decimale Reductietijd&lt;br /&gt;
#* HopanoÃ¯de&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 jan 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Anoxigene fotosynthese bij purperbacterien en oxygene bij cyanobacteriÃ«n: Een schets geven en vergelijken.&lt;br /&gt;
# Celwandstructuur bij bacteria(grampos en gram negatief)en archaea bespreken en vergelijken. En met welke techniek zou je deze kunnen onderscheiden&lt;br /&gt;
# Een patiÃ«nt met een bacteriÃ«le infectie werd behandeld met chloramphenicol maar dit was niet erg werkzaam. Men zou kunnen combineren met vancomycine, tetracycline en cephalosporine. Wat gaat het minst werkzaam zijn? en welk het meeste?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jan 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Wat is metagenomics, wat kun je met deze techniek doen en beschrijf de voordelen aan de hand van een creatief (zelfverzonnen)voorbeeld&lt;br /&gt;
# Stikstoffixatie: Bespreek en wat heeft zuurstof hiermee te maken?&lt;br /&gt;
# Geef de biochemische werkingsmechanismen van: quinolones, aminoglycosiden, synthetische azolen en sulfonamides&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 jan 2011 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Wat is metagenomics, wat kun je met deze techniek doen en beschrijf de voordelen aan de hand van een creatief (zelfverzonnen)voorbeeld&lt;br /&gt;
# nitrificatie, denitrificatie en stikstoffixatie zijn belangrijke processen. Bespreek bondig de reacties en plaats in de stikstofcyclus. Wat heeft zuurstof hiermee te maken?&lt;br /&gt;
# vergelijk de opbouw van de celwand van gram positieve en negatieve bacteriÃ«n met behulp van een schema, hoe zou je eenvoudig een onderscheid kunnen maken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 jan 2010 ===&lt;br /&gt;
# Geef de schematische voorstelling van de anoxigene fotosynthese bij purperbacteriÃ«n en de oxigene fotosynthese bij cyanobacteriÃ«n. Bespreek verschillen, incl. morfologische kenmerken en plaats dit in een algemeen microbiÃ«le context.&lt;br /&gt;
# Hoe weet je of een medicijn bacteriostatisch, bacteriolytisch, bacteriocide, fungistatisch, fungicide is. (bijvraag: hoe zou jij dat bepalen als biochemist?) Wat is MIC en hoe bepaal je dat, fenolcoÃ«fficient bespreken. De criteria bespreken voor een medicijn, antiseptica, desinfectans.&lt;br /&gt;
# Mexicaanse griep is van het type H1N1. Leg uit wat HxNx is en leg antigene shift en antigene drift uit. Tot welke baltimore klasse behoort influenza.(bijvraag: middelen tegen influenza)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 jan 2010 ===&lt;br /&gt;
# zuurstof kan toxisch zijn voor micro-organisme. Welke reactie zorgen voor de omzetting van deze toxische zuurstof?&lt;br /&gt;
# bespreek de biochemische werkingsmechanisme van ampiciline en cephalosporine&lt;br /&gt;
# geef alle pathways voor C02 fixatie? (het zijn er btw 8 en geen 5 zoals de meeste denken)&lt;br /&gt;
=== 27 jan 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Verklaar:&lt;br /&gt;
#* Baltimore classificatie&lt;br /&gt;
#* tegument&lt;br /&gt;
#* psychrotolerante mesofiel&lt;br /&gt;
#* peritrieche flagelaat&lt;br /&gt;
# Methanotrofen en methylotrofen, geef energiewinning en koolstof assimilatie&lt;br /&gt;
# antifungale drugs; waarom moeilijker te maken dan antibacterieel en bespreek de reactiemechanismen van &lt;br /&gt;
=== 23 jan 2009 ===&lt;br /&gt;
# C02 fixatie&lt;br /&gt;
# hoe ga je te werk om uit een bodemstaal 1) alle micro-organismen te identificeren 2) een fungistatisch metaboliet te zoeken&lt;br /&gt;
# Termpjes:&lt;br /&gt;
#* aw&lt;br /&gt;
#* serine pathway&lt;br /&gt;
=== 23 jan 2009 ===&lt;br /&gt;
# Een gistcultuur is geÃ¯nfecteerd met cyanobacteriÃ«n. Geef een aantal manieren om weer een zuivere gistcultuur te verkrijgen.&lt;br /&gt;
# Juist of fout vragen:&lt;br /&gt;
#* S-lagen&lt;br /&gt;
#* iets over pseudopeptidoglycaan van Archaea&lt;br /&gt;
#* phycobilines&lt;br /&gt;
#* de manier van vrijstelling van naakte vs &#039;enveloped&#039; virussen&lt;br /&gt;
#* cephalosporine&lt;br /&gt;
# Nitraatreductie. En bespreek deze bij E.coli en Pseudomonas stutzeri.&lt;br /&gt;
=== 16 jan 2009 ===&lt;br /&gt;
# 5 woorden verklaren:&lt;br /&gt;
#* cephalosporine&lt;br /&gt;
#* phycobilisoom&lt;br /&gt;
#* hepadnavirussen&lt;br /&gt;
#* serine pathway&lt;br /&gt;
#* wateractiviteit aw&lt;br /&gt;
# Waarom is het moeilijker om antiviraal middel te vinden dan een antibacterieel?&lt;br /&gt;
# Biogeochemische cycli en stikstof-cyclus&lt;br /&gt;
=== 15 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
# bespreek de acetyl coA pathway en welke organisme gebruiken deze...&lt;br /&gt;
# glycocalyx, hydrogenosoom, wateractiviteit, mutualisme, protocooperatie uitleggen&lt;br /&gt;
# wat zijn fylogenetische merkers, wat doen ze en geef meerdere voorbeelden en leg uit&lt;br /&gt;
=== 13 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
# Denitrificatie en nitrificatie + waterzuivering&lt;br /&gt;
# Hou zou je ALLE organismen in een bodemstaal classificeren en metabolisme nagaan?&lt;br /&gt;
# wateractiviteit + welke organismen kunnen tegen lage + oplossing&lt;br /&gt;
# Termen:&lt;br /&gt;
#* amensalisme&lt;br /&gt;
#* protocoÃ¶peratie&lt;br /&gt;
#* S.cerevisiae geÃ¯nfecteerd met groen zwavel bacteriÃ«n... hoe los je dit op&lt;br /&gt;
#* Verschil groenzwavel- en purperbacteriÃ«n op vlak van productie reducerend vermogen&lt;br /&gt;
#* Antibioticaresistentiemechanismen&lt;br /&gt;
#* fermentatie...hoe energie en reducerend vermogen verzorgen&lt;br /&gt;
#* mutualisme&lt;br /&gt;
#* syntrofie&lt;br /&gt;
#* verschil antiseptica en desinfectantia&lt;br /&gt;
=== 13 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
# acetyl coA cyclus en welke organismen deze gebruiken&lt;br /&gt;
# voorwaarden voor goede fylogenetische merkers en enkele voorbeelden&lt;br /&gt;
# begrippen: pleiomorfie,monomorfie,chemostaat,....&lt;br /&gt;
=== 10 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
# penicillines hebben geen effect op Archaea en Gram negatieve bacterien. Juist of fout, leg uit ahv biochemische werking penicilline&lt;br /&gt;
# wat is metagenomics, voordelen en toekomstperspectieven in toegepaste microbiologie&lt;br /&gt;
# manieren van C02 fixatie&lt;br /&gt;
=== 27 aug 2007 ===&lt;br /&gt;
# Stel men vraagt je om een antifungaal middel te ontwikkelen tegen gistinfecties bij mensen. Op welke principes zou je dit kunnen baseren en staaf met een voorbeeld. Hoe ga je te werk om te bepalen of je product een bacteriostatische of bacteriocide werking heeft? &lt;br /&gt;
# Bespreek bondig de anoxische fotosynthese bij purperbacterieÃ«n&lt;br /&gt;
# Wat zijn psychrofiele organismen? Hoe zijn ze aangepast aan hun milieu? Waarin verschillen ze met psychrotolerante organismen?&lt;br /&gt;
# Practicumvraag: Geef met behulp van een schema het verschil tussen gram-positieve en gram-negatieve bacteriÃ«n. Met welke technieken kun je beide groepen onderscheiden?&lt;br /&gt;
=== 18 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
# De toxische producten die vanuit zuurstof gevormd worden en hoe de cel die onschadelijk maakt.&lt;br /&gt;
# Geef alle manieren om CO2 te fixeren.&lt;br /&gt;
# Termen: &lt;br /&gt;
#* chemostaat&lt;br /&gt;
#* glycocalyx&lt;br /&gt;
#* micronutrienten&lt;br /&gt;
#* macronutrienten&lt;br /&gt;
#* hydrogenosoom&lt;br /&gt;
#* monomorfisch&lt;br /&gt;
#* pleiomorfisch&lt;br /&gt;
=== 15 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
# Leg de structuur en de werking van de bacteriÃ«le flagel uit en bespreek chemotaxis.&lt;br /&gt;
# Hoe gaat u te werk om te bepalen of een stof een bacteriostatische of bactericide werking heeft?&lt;br /&gt;
# Vergelijk de energie en reducerend vermogen vorming bij fototrofen en fermentatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 jun Z007 ===&lt;br /&gt;
# bespreek de vorming en structuur van endosporen, welke zijn de voordelen hiervan voor de overleving van de bacterie en hoe moeten we daar mee omgaan als we de groei van zulde organismen willen onder controle houden&lt;br /&gt;
# ken je manieren voor incorporatie van C02, zoja welke en beschrijf bondig de pathways &lt;br /&gt;
# stel je hebt een bodemstaal met daarin nieuwe &#039;ongekende&#039; organismen, beschrijf hoe je te werk zou gaan om deze te identificeren en welke manieren je zou gebruiken voor de classificatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
# Hoe onstaat resistentie tegen antibiotica bij micro-organismen? Bespreek de verschillende mechanismen van resistentie. In een post-antibiotica tijdperk, welke methoden zou je gebruiken om bacteriele infecties tegen te gaan?&lt;br /&gt;
# Bespreek de verschillende methodes die micro-organismen hebben om zich te beschermen tegen toxische zuurstof producten (door fotochemische reacties ontstaan).&lt;br /&gt;
# Wat zijn biogeochemische cycli? Bespreek aan de hand van een schematische voorstelling van de koolstof cyclus.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marike</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Grondslagen_van_de_Chemie&amp;diff=818</id>
		<title>Grondslagen van de Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Grondslagen_van_de_Chemie&amp;diff=818"/>
		<updated>2018-01-15T19:18:14Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marike: /* 15 januari 2018 namiddag */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Basisvak chemie voor 1e bachelor chemie, biochemie en biologie.&lt;br /&gt;
Gedoceerd door professor &amp;amp;lt;s&amp;amp;gt;Koen Clays&amp;amp;lt;/s&amp;amp;gt; &amp;amp;lt;s&amp;amp;gt;Bart Goderis (sinds academiejaar 2013-2014)&amp;amp;lt;/s&amp;amp;gt; Koen Clays&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 namiddag ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# BOD tabel 6.2, reactie 8: stel een mogelijk reactiemachanisme voor&lt;br /&gt;
# Wat zijn de 2 vuistregels van een goeie buffer? Leidt deze af aan de hand van de begrippen neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg de link met pH-titratie. Leg uit: bloed als buffer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# bepaal de baseconstante van MnO4^2- aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels&lt;br /&gt;
# lewisstructuur, hybridisatie en polariteit van 2 moleculen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 namiddag ===&lt;br /&gt;
(examen voor gedeeltelijke vrijstelling, enkel vragen deel E)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Wat zijn de drijvende krachten bij een complexatiereactie? Toon aan met goed gekozen voorbeelden, en leg uit aan de hand van de kenmerken van een hoge stabiliteitsconstante. /4&lt;br /&gt;
# Wat zijn de 2 vuistregels van een goeie buffer? Leidt deze af aan de hand van de begrippen neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg de link met pH-titratie. Leg uit: bloed als buffer. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Bepaal de baseconstante van MnO4^2- aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels /3&lt;br /&gt;
# Hoeveel zilverbromide kan je oplossen in een 0.530M ammoniakoplossing. Verwaarloos de basische eigenschappen van NH3. /3 (Toepassing neerslag &amp;amp; complexatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 september 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Waarom zijn er diagonaalrelaties? Geef voorbeelden van chemische eigenschappen die gebruikt worden in chemische reacties. /5 &lt;br /&gt;
#Geef het verband tussen de redoxpotentiaal van een redoxhalfreactie en de evenwichtconstante van de gehele reactie. Geef ook de gevolgen. /5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of er neerslagvorming optreedt. &lt;br /&gt;
#Vrijgekomen warmte en energie uit een reactie berekenen. &lt;br /&gt;
=== 25 Augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Vergelijk het verschil van de invloed van temperatuur op de reactiesnelheid en het evenwicht - zowel in formulevorm als grafisch /6&lt;br /&gt;
k &amp;amp; K afleiden en grafisch weergeven met resp. ln k ~ 1/T en ln K ~ 1/T (voor dH&amp;gt;0 en dH&amp;lt;0)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Welke chemisch relevante eigenschappen van atomen kan je afleiden van de positie in het periodiek systeem? /4 &lt;br /&gt;
Zuur-base; oxidans-reductans (+verband), ... (atomen, niet ionen van het element!)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Hoeveel zilverbromide kan je oplossen in een 0.53M ammonium oplossing. Verwaarloos de basische eigenschappen van NH3. /3&lt;br /&gt;
(Toepassing neerslag &amp;amp; complexatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Redoxreactie van SO4^2-(aq)/SO3^2-(aq)- en MnO4-(aq)/MnO(v). /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 Augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan het evenwicht in de richting van de producten worden verschoven? Heeft dit invloed op het evenwicht? /6&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;concentratie wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
principe van Le Chatelier&lt;br /&gt;
hogere concentratie -&amp;gt; meer kans op botsingen -&amp;gt; sneller&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;druk wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
bij drukverhoging -&amp;gt; daalt volume -&amp;gt; c=n/v dus concentratie stijgt (vanaf dan analoog aan Le Chatelier)&lt;br /&gt;
bij drukverlaging is gunstig voor reacties waarbij delta(N) = (Nproducten - Nreagentia) negetief is(N staat voor de coëfficiënten van de stoffen in de reactie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;temperatuur wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
Kev is temperatuursafhankelijk -&amp;gt; delta(G) =-RT.ln(K) &amp;lt;-&amp;gt; ln(k)=-delta(H)/RT +delta(S)/R (teken grafiek 1/T met ln(k))&lt;br /&gt;
endo -&amp;gt; hoge T is gunstig&lt;br /&gt;
exo -&amp;gt; lage T is gunstig&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Wat is het verband tussen neerslag- en complexatiereacties? /4&lt;br /&gt;
ionen met een hoge ladingsdichtheid kunnen niet zoals bijvoorbeeld Na+ en Cl- (afkomstig van goed oplosbaar zou NaCl) in oplossing voorkomen,&lt;br /&gt;
aangezien dit niet stabiel is.&lt;br /&gt;
gaan dus ofwel neerslaan ofwel complexeren&lt;br /&gt;
(Ksp en 1/Kst vergelijken -&amp;gt; de stabielste toestand gaat zich dan voordoen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Teken de lewis-structuur, geef het sterisch getal, hybridisatie, geometrische en atoomstructuur van HCN en ICL3. Geef ook aan of ze polair zijn of niet. /3&lt;br /&gt;
#Leid de Kb af van (AsO2)- aan de hand van zijn standaarreductiepotentiaal. Kies zelf een goed redoxkoppel. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Welke verbindingen zijn zelf niet zuur of basisch, maar vertonen wel zure of basische eigenschappen als ze in water gebracht worden? /6&lt;br /&gt;
#Hoe kunnen meerdere verschillende kationen die samen in een mengsel voorkomen, van elkaar gescheiden worden? Waarop moet je letten om de scheiding zo volledig mogelijk te laten gebeuren? /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming /3&lt;br /&gt;
#correcte redoxreactie van 2 gegeven koppels schrijven en berekenen dat dit een aflopende reactie is. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Bij welke reacties is quenchen van toepassing? Leg goed uit en geef een voorbeeld. /4&lt;br /&gt;
#Vergelijk chroomvocht, piranhazuur, koningswater en cyanide in base als oplossmiddel voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Roosterenergie berekenen /2.5&lt;br /&gt;
#concentratie zout berekenen die toegevoegd moet worden om gegeven hoeveelheid neerslag op te doen lossen. /3.5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
VM&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je de reactiesnelheid beïnvloeden? Wat betekent dit voor het chemisch evenwicht? /4&lt;br /&gt;
#Wat gebeurt er bij de elektrolyse van water voor geen, een weinig en veel NaCL? /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#pH + werkelijke ionenconcentraties van een bioprotisch zuur berekenen /3&lt;br /&gt;
#een slecht oplosbaar zout oplossen aan de hand van complexatie door een te berekenen massa NaCl toe te voegen /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je het evenwicht naar de kant van de producten brengen? Heeft dit een invloed op de snelheid?&lt;br /&gt;
#Geef het verband tussen protontransferreacties en elektrontransferreacties. Geef voorbeelden die dit verduidelijken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming.&lt;br /&gt;
#Bepaal de hybridisatie en geometrie van PCl3 en SF4. Teken de atoomstructuur en zijn deze moleculen polair of apolair en een uitleg waarom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Vuistregels met afleiding van buffers geven, dit ook toepassen op pH titraties, bloed als buffer bespreken&lt;br /&gt;
#Hebben kationen basische of zure eigenschappen, zijn dit dan zwakke of sterke zuren of basen (voorbeelden kunnen helpen en verduidelijkend zijn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen &lt;br /&gt;
#Aantal ml en molair NiSO4-oplossing samenvoegen met een aantal ml en molair NH3, toon aan dat ondanks het gevormde complex nikkel (II) ammoniak er toch nog neerslag gevormd wordt&lt;br /&gt;
#Een tabel gegeven van temperatuur en snelheidsconstante, de opdracht is grafisch de activeringsenergie te berekenen en k te berekenen bij 250°C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== XX Augustus 2016 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leg de verschillende soorten isomerie uit + wat is tautomerie?&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom fluoride in tandpasta zit (alle 6 puntjes geven, dus ook vorming CaF uitleggen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Random oefening uit oefenzitting&lt;br /&gt;
#Berekend de Kw vertrekkende vanuit de standaardreductiepotentialen voor water in zuur/basisch milieu&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===XX januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leg de elementaire reactiestappen uit adhv voorbeelden (mono,bi,termoleculair, stationariteitsprincipe, vorming ozon)&lt;br /&gt;
#Geef de &#039;&#039;&#039;essentie&#039;&#039;&#039; van een titratie + grafieken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
#Oplosbaarheid van AgNO3 berekenen na toevoegen van een of ander zuur/base&lt;br /&gt;
#nog een oefening&lt;br /&gt;
===  11 januari 2016 ===&lt;br /&gt;
#Hoe bepaal je de geometrische structuur bij covalent gebonden atomen en geef 3 voorbeelden &lt;br /&gt;
#bij welke reactie is quenching van toepassing?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===XX januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#heterogene en homogene en enzymatische katalysator + alles uitleggen hiervan&lt;br /&gt;
#loodbatterij&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januarie 2016===&lt;br /&gt;
#Verschillen tussen Co en Fe en zeggen waarom Fe gebruikt wordt voor zuurstof transport &lt;br /&gt;
#het verschil tussen c dubbel gebonden en enkel gebonden &lt;br /&gt;
#bij de oefeningen was eentje E0 bepalen ahv Ka en een andere E0 &lt;br /&gt;
#andere grafisch de orde enzo bepalen &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 JAN 2014===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Roosterenergie van 2 roosters (NaCl en MgO) berekenen met de formule, zeggen of er nog een andere manier was om die te vinden (Hess) en of er een verschil in uitkomst te verwachten was tussen de twee manieren. Vergelijken van de pH van de twee oplossingen.&lt;br /&gt;
#Uitleggen waarom termoleculaire reactiestappen omwaarschijnlijk zijn. Reactiemechanisme van 2HI + H&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;O&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; -&amp;amp;gt; I&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; + H&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;O geven. Stationariteitsprincipe uitleggen en zeggen of het op die reactie van toepassing was. &lt;br /&gt;
#Waar/soms waar/niet waar: Een proces is spontaan als de entropie in het systeem toeneemt. &lt;br /&gt;
#Uitleggen wat een buffer is en de vuistregels voor een goede buffer uitleggen zonder de hele wiskundige berekening te doen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen.&lt;br /&gt;
#Oplosbaarheid van AgBr, complexatie met thiosulfaat en alternatieve manier geven om oplosbaarheid te verhogen. Uitleggen waarom die laatste manier weinig effect zou hebben.&lt;br /&gt;
#Celpotentiaal berekenen van een gegeven schematische voorstelling.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 JAN 2013===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de elektronenstructuur van de atomen N en O met die van de moleculen N2 en O2. Licht de hierbij essentiÃ«le principes toe.&lt;br /&gt;
# Geef de chemische functies van water. Geef bij iedere functie een voorbeeld in de vorm van een reactievergelijking. Is water sterk of zwak in deze functie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# CuSO4 oplossing met NH3 oplossing (grootheden gegeven). Laat zien dat er ondanks de complexatie toch nog neerslagvorming optreedt.&lt;br /&gt;
# Gegeven concentraties (van reactieproduct) in functie van de tijd. Bepaal grafisch de orde en de halfwaardetijd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 FEB 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Geef twee vuistregels voor een goede buffer en toon ze aan aan de hand van de neutralisatiegraad en de buffer capaciteit. &lt;br /&gt;
#* Geef het verband hiervan met pH- titratie &lt;br /&gt;
#* Is bloed een goede buffer ? Verklaar. &lt;br /&gt;
# Verklaar waarom men tandpasta fluorideert.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie.&lt;br /&gt;
# Broom in base.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Welke reacties kunnen optreden als katalysator bij redoxreacties?&lt;br /&gt;
# Leidt de halfreacties van een zwavelzure loodbatterij af&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# hoe bepaal je de elektronenconfiguratie van diatomaire moleculen en geef twee duidelijk verschillende voorbeelden&lt;br /&gt;
# vergelijk Al en Li voor batterijen, geef voor en nadelen en verklaar waarom er Li batterijen zijn en geen Al&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# staaf met enkele goed gekoze voorbeelden het belang van de ladingsdichtheid in de chemie&lt;br /&gt;
# welke reacties hebben er baat bij quenching toe te passen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie. &lt;br /&gt;
# Leg de elektrolyse van water uit in de volgende omstandigheden:1. zonder zout, 2. met een beetje zout en 3. met oplossing van veel zeezout. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
Theorie :&lt;br /&gt;
# geef de vuistregels vr bufferopl + afleiden buffercapaciteit en neutralisatiegraad. link met pHtitratie. vertellen over bloed als buffer, goede/slechte buffer?&lt;br /&gt;
# iets van Fe complexatie, waarom de natuur is aangepast aan ademhaling door complexvorming van Fe met zuurstof&lt;br /&gt;
Oefeningen :&lt;br /&gt;
# van deel C met een tabel met waarden, orde van reactie afleiden + grafisch k en t1/2 bepalen&lt;br /&gt;
# berekenen of PbOH2 neerslaat, uit een mengsel van PbSO4 met NaOH geloof ik&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de bindingssterkte en reactiviteit van C=C en C - C (enkelvoudige binding) op 4 ptn&lt;br /&gt;
# Vergelijk de afhankelijkheid van de temperatuur voor de snelheidsconstante en de evenwichtsconstante&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===1 FEB 2011=== &lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek: Chroomvocht, Piranhazuur , koningswater en cyanide in base en hun werking op (edel)metalen. (/6)&lt;br /&gt;
# Wat is een indicator en hoe werkt het? (/4)&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# P4 + BR2 =&amp;amp;gt; PBR3 vul aan met coefficienten en bereken de temperatuur waarvoor deze reactie spontaan zal verlopen. (/2.5)&lt;br /&gt;
# en een oefening over de combinatie van complexvorming van Al(OH4)- en de neerslag van Al(OH)3. (/3.5)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 sep 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Verschillen en gelijkenissen tussen homogene, heterogene en enzymatische katalyse geven. Verduidelijken met vb.&lt;br /&gt;
# Bindingssterkte en reactiviteit vergelijken tussen C-C en C=C. Welke reacties ondergaan ze.&lt;br /&gt;
Oefingen:&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid&lt;br /&gt;
# Enthalpie &amp;amp;amp; Entropie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 jan 2010===&lt;br /&gt;
# bespreek de oplosbaarheid van metalen in zuur en basisch milieu (/6) &lt;br /&gt;
# bespreek &amp;amp;quot;quenching&amp;amp;quot; en voor welke reacties is dit toepasbaar? (/4) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen: &lt;br /&gt;
# bepaal de oplosbaarheid van AgBr in een molaire NH3 oplossing (complexvorming) &lt;br /&gt;
# een reactie difluor en diwaterstof -&amp;amp;gt; 2HF. Gaat deze reactie op bij 500K ?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 jan 2010===&lt;br /&gt;
# vergelijk piranhazuur, koningswater, dichromaat en cyanide voor het oplossen van edelmetalen. (.../6)&lt;br /&gt;
# welke reacties kunnen als katalysator optreden bij een redoxreactie? (.../4)&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een oplossing van Ti(II)-ionen wordt in zuur midden getitreerd met een dichromaatoplossing (K2Cr2O7-oplossing). Hierbij worden het Cr(III)-ion en het Ti(III)-ion gevormd. Toon aan dat het gaat om een aflopende reactie.Het verloop van de titratie wordt potentiometrisch gevolgd en ook de pH wordt constant gemeten. In de oplossing zit nog een kalomelelektrode (EÂ°=0.25V) die aan de anode gekoppeld is en een platina-elektrode. Op zeker ogenblik - na het passeren van het equivalentiepunt - wordt een celpotentiaal van 0.95V gemeten en een pH van 1.2. Bereken de concentratie aan Cr3+ ionen, als je weet dat deze concentratie vier maal hoger ligt dan die van de dichromaationen. (.../3)&lt;br /&gt;
# Aan een oplossing van 70 ml 0.20 M nikkelsulfaat wordt 30 ml 0.60 M ammoniak toegevoegd. Toon aan dat er - ondanks de complexvorming - toch hydroxideneerslag gevormd zal worden. (.../3)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Toon het belang aan van ladingsdichtheid in de scheikunde. Geef telkens duidelijk verschillende voorbeelden als het over verschillende soorten reacties gaat.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van broom in base. Geef een relevante toepassing.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Bij 298 K gaat onderstaande reactie op. Men maakt een oplossing van 35,5 g van Cl2 en 0,1 g van H2 in een totaal volume van 200 ml. Wat zijn de evenwichtsconcentraties van H2, Cl2 en HCl ?&lt;br /&gt;
#*H2(g) + Cl2(g) &amp;amp;lt;=&amp;amp;gt; 2HCl(g) &lt;br /&gt;
# Bereken de Kb van IO-, uitgaande van&lt;br /&gt;
#*IO3-(aq) / HIO(l)   EÂ° = 1,13V&lt;br /&gt;
#*IO3-(aq) / IO-(aq)  EÂ° = 0,15V&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Wat is een dipoolmoment?&lt;br /&gt;
# Vroeger werd kaliumpermanganaat e.a. veel gebruikt als goede oxidator. Tegenwoordig wordt pirhanazuur (mengsel waterstofperoxide/zwavelzuur) gebruikt. Waarom?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Temperatuurverandering berekenen van ijs (faseverandering,...)&lt;br /&gt;
# Nog zo&#039;n oefening in die aard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de temperatuursafhankelijkheid van de evenwichtsconstante en de snelheidsconstante.&lt;br /&gt;
# Waarom is een stof goed of slecht oplosbaar in water? En hoe kan je een slecht oplosbare stof beter oplosbaar maken?&lt;br /&gt;
# Maak een vergelijking tussen thermodinamica en kinetica van metathesereacties versus complexatiereacties.&lt;br /&gt;
# Geef de 2 hoofdregels voor het maken van een buffer en leid ze wiskundig af.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsconstante berekenen bij 45Â°C (je krijgt de reactie)&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is&lt;br /&gt;
# Kb geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 feb 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reacties kunnen een redoxreactie katalyseren?&lt;br /&gt;
# Geef het verband tussen neerslagreacties en complexatiereacties en geef een goed gevonden voorbeeld.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsconstante berekenen bij 45Â°C (je krijgt de reactie)&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is&lt;br /&gt;
# Kb geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg uit wat tautomerie is + vb.&lt;br /&gt;
# Voor het oxideren werden vroeger vaak de klassieke sterke oxidanten permanaat of dichromaat in zwavelzuur gebruikt, waarom is het gebruik van &amp;amp;quot;piranaha-zuur&amp;amp;quot; (waterstofperoxide in zwavelzuur) aan een opmars bezig?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# men wil 200 ml maken van een oplossing die 3,81g magnesiumcloride en 0,8g natriumhydroxide bevat. Hoeveel gram ammoniumbromide moet er ook in deze oplossing zitter, opdat er geen neerslag is?&lt;br /&gt;
# Boven/onder welke temperatuur gaat deze reactie spontaan op? &lt;br /&gt;
#* N2 (g) + O2(g) = 2NO (g)&lt;br /&gt;
#* Bereken ook de evenwichtsconstante bij 68Â°C.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# geef verband van de ionbinding en de covalente binding + verklaar&lt;br /&gt;
# geef verband pH en redoxpotentiaal&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# bereken kb van een stof aan hand van 2 redoxpotentialen &lt;br /&gt;
# oefenening waar je een eind temperatuur moest berekenen met warmtecapaciteit en latente verdampingswarmte (aangezien er een faseovergang is)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marike</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Grondslagen_van_de_Chemie&amp;diff=817</id>
		<title>Grondslagen van de Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Grondslagen_van_de_Chemie&amp;diff=817"/>
		<updated>2018-01-15T19:18:04Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marike: /* 15 januari 2018 namiddag */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Basisvak chemie voor 1e bachelor chemie, biochemie en biologie.&lt;br /&gt;
Gedoceerd door professor &amp;amp;lt;s&amp;amp;gt;Koen Clays&amp;amp;lt;/s&amp;amp;gt; &amp;amp;lt;s&amp;amp;gt;Bart Goderis (sinds academiejaar 2013-2014)&amp;amp;lt;/s&amp;amp;gt; Koen Clays&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 namiddag ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# BOD tabel 6.2, reactie 8: stel een mogelijk reactiemachanisme voor&lt;br /&gt;
# Wat zijn de 2 vuistregels van een goeie buffer? Leidt deze af aan de hand van de begrippen neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg de link met pH-titratie. Leg uit: bloed als buffer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# bepaal de baseconstante van MnO4^2- aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels&lt;br /&gt;
# lewisstructuur, hybridisatie en polariteit van 2 moleculen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 namiddag ===&lt;br /&gt;
(examen voor gedeeltelijke vrijstelling, enkel vragen deel E)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Wat zijn de drijvende krachten bij een complexatiereactie? Toon aan met goed gekozen voorbeelden, en leg uit aan de hand van de kenmerken van een hoge stabiliteitsconstante. /4&lt;br /&gt;
# Wat zijn de 2 vuistregels van een goeie buffer? Leidt deze af aan de hand van de begrippen neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg de link met pH-titratie. Leg uit: bloed als buffer. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Bepaal de baseconstante van MnO4^2- aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels /3&lt;br /&gt;
# Hoeveel zilverbromide kan je oplossen in een 0.530M ammoniakoplossing. Verwaarloos de basische eigenschappen van NH3. /3&lt;br /&gt;
   (Toepassing neerslag &amp;amp; complexatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 september 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Waarom zijn er diagonaalrelaties? Geef voorbeelden van chemische eigenschappen die gebruikt worden in chemische reacties. /5 &lt;br /&gt;
#Geef het verband tussen de redoxpotentiaal van een redoxhalfreactie en de evenwichtconstante van de gehele reactie. Geef ook de gevolgen. /5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of er neerslagvorming optreedt. &lt;br /&gt;
#Vrijgekomen warmte en energie uit een reactie berekenen. &lt;br /&gt;
=== 25 Augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Vergelijk het verschil van de invloed van temperatuur op de reactiesnelheid en het evenwicht - zowel in formulevorm als grafisch /6&lt;br /&gt;
k &amp;amp; K afleiden en grafisch weergeven met resp. ln k ~ 1/T en ln K ~ 1/T (voor dH&amp;gt;0 en dH&amp;lt;0)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Welke chemisch relevante eigenschappen van atomen kan je afleiden van de positie in het periodiek systeem? /4 &lt;br /&gt;
Zuur-base; oxidans-reductans (+verband), ... (atomen, niet ionen van het element!)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Hoeveel zilverbromide kan je oplossen in een 0.53M ammonium oplossing. Verwaarloos de basische eigenschappen van NH3. /3&lt;br /&gt;
(Toepassing neerslag &amp;amp; complexatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Redoxreactie van SO4^2-(aq)/SO3^2-(aq)- en MnO4-(aq)/MnO(v). /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 Augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan het evenwicht in de richting van de producten worden verschoven? Heeft dit invloed op het evenwicht? /6&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;concentratie wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
principe van Le Chatelier&lt;br /&gt;
hogere concentratie -&amp;gt; meer kans op botsingen -&amp;gt; sneller&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;druk wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
bij drukverhoging -&amp;gt; daalt volume -&amp;gt; c=n/v dus concentratie stijgt (vanaf dan analoog aan Le Chatelier)&lt;br /&gt;
bij drukverlaging is gunstig voor reacties waarbij delta(N) = (Nproducten - Nreagentia) negetief is(N staat voor de coëfficiënten van de stoffen in de reactie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;temperatuur wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
Kev is temperatuursafhankelijk -&amp;gt; delta(G) =-RT.ln(K) &amp;lt;-&amp;gt; ln(k)=-delta(H)/RT +delta(S)/R (teken grafiek 1/T met ln(k))&lt;br /&gt;
endo -&amp;gt; hoge T is gunstig&lt;br /&gt;
exo -&amp;gt; lage T is gunstig&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Wat is het verband tussen neerslag- en complexatiereacties? /4&lt;br /&gt;
ionen met een hoge ladingsdichtheid kunnen niet zoals bijvoorbeeld Na+ en Cl- (afkomstig van goed oplosbaar zou NaCl) in oplossing voorkomen,&lt;br /&gt;
aangezien dit niet stabiel is.&lt;br /&gt;
gaan dus ofwel neerslaan ofwel complexeren&lt;br /&gt;
(Ksp en 1/Kst vergelijken -&amp;gt; de stabielste toestand gaat zich dan voordoen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Teken de lewis-structuur, geef het sterisch getal, hybridisatie, geometrische en atoomstructuur van HCN en ICL3. Geef ook aan of ze polair zijn of niet. /3&lt;br /&gt;
#Leid de Kb af van (AsO2)- aan de hand van zijn standaarreductiepotentiaal. Kies zelf een goed redoxkoppel. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Welke verbindingen zijn zelf niet zuur of basisch, maar vertonen wel zure of basische eigenschappen als ze in water gebracht worden? /6&lt;br /&gt;
#Hoe kunnen meerdere verschillende kationen die samen in een mengsel voorkomen, van elkaar gescheiden worden? Waarop moet je letten om de scheiding zo volledig mogelijk te laten gebeuren? /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming /3&lt;br /&gt;
#correcte redoxreactie van 2 gegeven koppels schrijven en berekenen dat dit een aflopende reactie is. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Bij welke reacties is quenchen van toepassing? Leg goed uit en geef een voorbeeld. /4&lt;br /&gt;
#Vergelijk chroomvocht, piranhazuur, koningswater en cyanide in base als oplossmiddel voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Roosterenergie berekenen /2.5&lt;br /&gt;
#concentratie zout berekenen die toegevoegd moet worden om gegeven hoeveelheid neerslag op te doen lossen. /3.5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
VM&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je de reactiesnelheid beïnvloeden? Wat betekent dit voor het chemisch evenwicht? /4&lt;br /&gt;
#Wat gebeurt er bij de elektrolyse van water voor geen, een weinig en veel NaCL? /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#pH + werkelijke ionenconcentraties van een bioprotisch zuur berekenen /3&lt;br /&gt;
#een slecht oplosbaar zout oplossen aan de hand van complexatie door een te berekenen massa NaCl toe te voegen /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je het evenwicht naar de kant van de producten brengen? Heeft dit een invloed op de snelheid?&lt;br /&gt;
#Geef het verband tussen protontransferreacties en elektrontransferreacties. Geef voorbeelden die dit verduidelijken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming.&lt;br /&gt;
#Bepaal de hybridisatie en geometrie van PCl3 en SF4. Teken de atoomstructuur en zijn deze moleculen polair of apolair en een uitleg waarom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Vuistregels met afleiding van buffers geven, dit ook toepassen op pH titraties, bloed als buffer bespreken&lt;br /&gt;
#Hebben kationen basische of zure eigenschappen, zijn dit dan zwakke of sterke zuren of basen (voorbeelden kunnen helpen en verduidelijkend zijn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen &lt;br /&gt;
#Aantal ml en molair NiSO4-oplossing samenvoegen met een aantal ml en molair NH3, toon aan dat ondanks het gevormde complex nikkel (II) ammoniak er toch nog neerslag gevormd wordt&lt;br /&gt;
#Een tabel gegeven van temperatuur en snelheidsconstante, de opdracht is grafisch de activeringsenergie te berekenen en k te berekenen bij 250°C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== XX Augustus 2016 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leg de verschillende soorten isomerie uit + wat is tautomerie?&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom fluoride in tandpasta zit (alle 6 puntjes geven, dus ook vorming CaF uitleggen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Random oefening uit oefenzitting&lt;br /&gt;
#Berekend de Kw vertrekkende vanuit de standaardreductiepotentialen voor water in zuur/basisch milieu&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===XX januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leg de elementaire reactiestappen uit adhv voorbeelden (mono,bi,termoleculair, stationariteitsprincipe, vorming ozon)&lt;br /&gt;
#Geef de &#039;&#039;&#039;essentie&#039;&#039;&#039; van een titratie + grafieken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
#Oplosbaarheid van AgNO3 berekenen na toevoegen van een of ander zuur/base&lt;br /&gt;
#nog een oefening&lt;br /&gt;
===  11 januari 2016 ===&lt;br /&gt;
#Hoe bepaal je de geometrische structuur bij covalent gebonden atomen en geef 3 voorbeelden &lt;br /&gt;
#bij welke reactie is quenching van toepassing?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===XX januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#heterogene en homogene en enzymatische katalysator + alles uitleggen hiervan&lt;br /&gt;
#loodbatterij&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januarie 2016===&lt;br /&gt;
#Verschillen tussen Co en Fe en zeggen waarom Fe gebruikt wordt voor zuurstof transport &lt;br /&gt;
#het verschil tussen c dubbel gebonden en enkel gebonden &lt;br /&gt;
#bij de oefeningen was eentje E0 bepalen ahv Ka en een andere E0 &lt;br /&gt;
#andere grafisch de orde enzo bepalen &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 JAN 2014===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Roosterenergie van 2 roosters (NaCl en MgO) berekenen met de formule, zeggen of er nog een andere manier was om die te vinden (Hess) en of er een verschil in uitkomst te verwachten was tussen de twee manieren. Vergelijken van de pH van de twee oplossingen.&lt;br /&gt;
#Uitleggen waarom termoleculaire reactiestappen omwaarschijnlijk zijn. Reactiemechanisme van 2HI + H&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;O&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; -&amp;amp;gt; I&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; + H&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;O geven. Stationariteitsprincipe uitleggen en zeggen of het op die reactie van toepassing was. &lt;br /&gt;
#Waar/soms waar/niet waar: Een proces is spontaan als de entropie in het systeem toeneemt. &lt;br /&gt;
#Uitleggen wat een buffer is en de vuistregels voor een goede buffer uitleggen zonder de hele wiskundige berekening te doen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen.&lt;br /&gt;
#Oplosbaarheid van AgBr, complexatie met thiosulfaat en alternatieve manier geven om oplosbaarheid te verhogen. Uitleggen waarom die laatste manier weinig effect zou hebben.&lt;br /&gt;
#Celpotentiaal berekenen van een gegeven schematische voorstelling.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 JAN 2013===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de elektronenstructuur van de atomen N en O met die van de moleculen N2 en O2. Licht de hierbij essentiÃ«le principes toe.&lt;br /&gt;
# Geef de chemische functies van water. Geef bij iedere functie een voorbeeld in de vorm van een reactievergelijking. Is water sterk of zwak in deze functie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# CuSO4 oplossing met NH3 oplossing (grootheden gegeven). Laat zien dat er ondanks de complexatie toch nog neerslagvorming optreedt.&lt;br /&gt;
# Gegeven concentraties (van reactieproduct) in functie van de tijd. Bepaal grafisch de orde en de halfwaardetijd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 FEB 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Geef twee vuistregels voor een goede buffer en toon ze aan aan de hand van de neutralisatiegraad en de buffer capaciteit. &lt;br /&gt;
#* Geef het verband hiervan met pH- titratie &lt;br /&gt;
#* Is bloed een goede buffer ? Verklaar. &lt;br /&gt;
# Verklaar waarom men tandpasta fluorideert.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie.&lt;br /&gt;
# Broom in base.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Welke reacties kunnen optreden als katalysator bij redoxreacties?&lt;br /&gt;
# Leidt de halfreacties van een zwavelzure loodbatterij af&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# hoe bepaal je de elektronenconfiguratie van diatomaire moleculen en geef twee duidelijk verschillende voorbeelden&lt;br /&gt;
# vergelijk Al en Li voor batterijen, geef voor en nadelen en verklaar waarom er Li batterijen zijn en geen Al&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# staaf met enkele goed gekoze voorbeelden het belang van de ladingsdichtheid in de chemie&lt;br /&gt;
# welke reacties hebben er baat bij quenching toe te passen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie. &lt;br /&gt;
# Leg de elektrolyse van water uit in de volgende omstandigheden:1. zonder zout, 2. met een beetje zout en 3. met oplossing van veel zeezout. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
Theorie :&lt;br /&gt;
# geef de vuistregels vr bufferopl + afleiden buffercapaciteit en neutralisatiegraad. link met pHtitratie. vertellen over bloed als buffer, goede/slechte buffer?&lt;br /&gt;
# iets van Fe complexatie, waarom de natuur is aangepast aan ademhaling door complexvorming van Fe met zuurstof&lt;br /&gt;
Oefeningen :&lt;br /&gt;
# van deel C met een tabel met waarden, orde van reactie afleiden + grafisch k en t1/2 bepalen&lt;br /&gt;
# berekenen of PbOH2 neerslaat, uit een mengsel van PbSO4 met NaOH geloof ik&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de bindingssterkte en reactiviteit van C=C en C - C (enkelvoudige binding) op 4 ptn&lt;br /&gt;
# Vergelijk de afhankelijkheid van de temperatuur voor de snelheidsconstante en de evenwichtsconstante&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===1 FEB 2011=== &lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek: Chroomvocht, Piranhazuur , koningswater en cyanide in base en hun werking op (edel)metalen. (/6)&lt;br /&gt;
# Wat is een indicator en hoe werkt het? (/4)&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# P4 + BR2 =&amp;amp;gt; PBR3 vul aan met coefficienten en bereken de temperatuur waarvoor deze reactie spontaan zal verlopen. (/2.5)&lt;br /&gt;
# en een oefening over de combinatie van complexvorming van Al(OH4)- en de neerslag van Al(OH)3. (/3.5)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 sep 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Verschillen en gelijkenissen tussen homogene, heterogene en enzymatische katalyse geven. Verduidelijken met vb.&lt;br /&gt;
# Bindingssterkte en reactiviteit vergelijken tussen C-C en C=C. Welke reacties ondergaan ze.&lt;br /&gt;
Oefingen:&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid&lt;br /&gt;
# Enthalpie &amp;amp;amp; Entropie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 jan 2010===&lt;br /&gt;
# bespreek de oplosbaarheid van metalen in zuur en basisch milieu (/6) &lt;br /&gt;
# bespreek &amp;amp;quot;quenching&amp;amp;quot; en voor welke reacties is dit toepasbaar? (/4) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen: &lt;br /&gt;
# bepaal de oplosbaarheid van AgBr in een molaire NH3 oplossing (complexvorming) &lt;br /&gt;
# een reactie difluor en diwaterstof -&amp;amp;gt; 2HF. Gaat deze reactie op bij 500K ?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 jan 2010===&lt;br /&gt;
# vergelijk piranhazuur, koningswater, dichromaat en cyanide voor het oplossen van edelmetalen. (.../6)&lt;br /&gt;
# welke reacties kunnen als katalysator optreden bij een redoxreactie? (.../4)&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een oplossing van Ti(II)-ionen wordt in zuur midden getitreerd met een dichromaatoplossing (K2Cr2O7-oplossing). Hierbij worden het Cr(III)-ion en het Ti(III)-ion gevormd. Toon aan dat het gaat om een aflopende reactie.Het verloop van de titratie wordt potentiometrisch gevolgd en ook de pH wordt constant gemeten. In de oplossing zit nog een kalomelelektrode (EÂ°=0.25V) die aan de anode gekoppeld is en een platina-elektrode. Op zeker ogenblik - na het passeren van het equivalentiepunt - wordt een celpotentiaal van 0.95V gemeten en een pH van 1.2. Bereken de concentratie aan Cr3+ ionen, als je weet dat deze concentratie vier maal hoger ligt dan die van de dichromaationen. (.../3)&lt;br /&gt;
# Aan een oplossing van 70 ml 0.20 M nikkelsulfaat wordt 30 ml 0.60 M ammoniak toegevoegd. Toon aan dat er - ondanks de complexvorming - toch hydroxideneerslag gevormd zal worden. (.../3)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Toon het belang aan van ladingsdichtheid in de scheikunde. Geef telkens duidelijk verschillende voorbeelden als het over verschillende soorten reacties gaat.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van broom in base. Geef een relevante toepassing.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Bij 298 K gaat onderstaande reactie op. Men maakt een oplossing van 35,5 g van Cl2 en 0,1 g van H2 in een totaal volume van 200 ml. Wat zijn de evenwichtsconcentraties van H2, Cl2 en HCl ?&lt;br /&gt;
#*H2(g) + Cl2(g) &amp;amp;lt;=&amp;amp;gt; 2HCl(g) &lt;br /&gt;
# Bereken de Kb van IO-, uitgaande van&lt;br /&gt;
#*IO3-(aq) / HIO(l)   EÂ° = 1,13V&lt;br /&gt;
#*IO3-(aq) / IO-(aq)  EÂ° = 0,15V&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Wat is een dipoolmoment?&lt;br /&gt;
# Vroeger werd kaliumpermanganaat e.a. veel gebruikt als goede oxidator. Tegenwoordig wordt pirhanazuur (mengsel waterstofperoxide/zwavelzuur) gebruikt. Waarom?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Temperatuurverandering berekenen van ijs (faseverandering,...)&lt;br /&gt;
# Nog zo&#039;n oefening in die aard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de temperatuursafhankelijkheid van de evenwichtsconstante en de snelheidsconstante.&lt;br /&gt;
# Waarom is een stof goed of slecht oplosbaar in water? En hoe kan je een slecht oplosbare stof beter oplosbaar maken?&lt;br /&gt;
# Maak een vergelijking tussen thermodinamica en kinetica van metathesereacties versus complexatiereacties.&lt;br /&gt;
# Geef de 2 hoofdregels voor het maken van een buffer en leid ze wiskundig af.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsconstante berekenen bij 45Â°C (je krijgt de reactie)&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is&lt;br /&gt;
# Kb geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 feb 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reacties kunnen een redoxreactie katalyseren?&lt;br /&gt;
# Geef het verband tussen neerslagreacties en complexatiereacties en geef een goed gevonden voorbeeld.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsconstante berekenen bij 45Â°C (je krijgt de reactie)&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is&lt;br /&gt;
# Kb geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg uit wat tautomerie is + vb.&lt;br /&gt;
# Voor het oxideren werden vroeger vaak de klassieke sterke oxidanten permanaat of dichromaat in zwavelzuur gebruikt, waarom is het gebruik van &amp;amp;quot;piranaha-zuur&amp;amp;quot; (waterstofperoxide in zwavelzuur) aan een opmars bezig?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# men wil 200 ml maken van een oplossing die 3,81g magnesiumcloride en 0,8g natriumhydroxide bevat. Hoeveel gram ammoniumbromide moet er ook in deze oplossing zitter, opdat er geen neerslag is?&lt;br /&gt;
# Boven/onder welke temperatuur gaat deze reactie spontaan op? &lt;br /&gt;
#* N2 (g) + O2(g) = 2NO (g)&lt;br /&gt;
#* Bereken ook de evenwichtsconstante bij 68Â°C.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# geef verband van de ionbinding en de covalente binding + verklaar&lt;br /&gt;
# geef verband pH en redoxpotentiaal&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# bereken kb van een stof aan hand van 2 redoxpotentialen &lt;br /&gt;
# oefenening waar je een eind temperatuur moest berekenen met warmtecapaciteit en latente verdampingswarmte (aangezien er een faseovergang is)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marike</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Grondslagen_van_de_Chemie&amp;diff=816</id>
		<title>Grondslagen van de Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Grondslagen_van_de_Chemie&amp;diff=816"/>
		<updated>2018-01-15T19:17:08Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marike: /* 15 januari 2018 namiddag (speciaal examen enkel deel E!! Niet standaard examen!) */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Basisvak chemie voor 1e bachelor chemie, biochemie en biologie.&lt;br /&gt;
Gedoceerd door professor &amp;amp;lt;s&amp;amp;gt;Koen Clays&amp;amp;lt;/s&amp;amp;gt; &amp;amp;lt;s&amp;amp;gt;Bart Goderis (sinds academiejaar 2013-2014)&amp;amp;lt;/s&amp;amp;gt; Koen Clays&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 namiddag ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# BOD tabel 6.2, reactie 8: stel een mogelijk reactiemachanisme voor&lt;br /&gt;
# Wat zijn de 2 vuistregels van een goeie buffer? Leidt deze af aan de hand van de begrippen neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg de link met pH-titratie. Leg uit: bloed als buffer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# bepaal de baseconstante van MnO4^2- aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels&lt;br /&gt;
# lewisstructuur, hybridisatie en polariteit van 2 moleculen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 namiddag ===&lt;br /&gt;
(examen voor gedeeltelijke vrijstelling, enkel vragen deel E)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Wat zijn de drijvende krachten bij een complexatiereactie? Toon aan met goed gekozen voorbeelden, en leg uit aan de hand van de kenmerken van een hoge stabiliteitsconstante. /4&lt;br /&gt;
# Wat zijn de 2 vuistregels van een goeie buffer? Leidt deze af aan de hand van de begrippen neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg de link met pH-titratie. Leg uit: bloed als buffer. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Bepaal de baseconstante van MnO4^2- aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels /3&lt;br /&gt;
# Hoeveel zilverbromide kan je oplossen in een 0.530M ammoniakoplossing. Verwaarloos de basische eigenschappen van NH3. /3&lt;br /&gt;
(Toepassing neerslag &amp;amp; complexatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 september 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Waarom zijn er diagonaalrelaties? Geef voorbeelden van chemische eigenschappen die gebruikt worden in chemische reacties. /5 &lt;br /&gt;
#Geef het verband tussen de redoxpotentiaal van een redoxhalfreactie en de evenwichtconstante van de gehele reactie. Geef ook de gevolgen. /5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of er neerslagvorming optreedt. &lt;br /&gt;
#Vrijgekomen warmte en energie uit een reactie berekenen. &lt;br /&gt;
=== 25 Augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Vergelijk het verschil van de invloed van temperatuur op de reactiesnelheid en het evenwicht - zowel in formulevorm als grafisch /6&lt;br /&gt;
k &amp;amp; K afleiden en grafisch weergeven met resp. ln k ~ 1/T en ln K ~ 1/T (voor dH&amp;gt;0 en dH&amp;lt;0)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Welke chemisch relevante eigenschappen van atomen kan je afleiden van de positie in het periodiek systeem? /4 &lt;br /&gt;
Zuur-base; oxidans-reductans (+verband), ... (atomen, niet ionen van het element!)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Hoeveel zilverbromide kan je oplossen in een 0.53M ammonium oplossing. Verwaarloos de basische eigenschappen van NH3. /3&lt;br /&gt;
(Toepassing neerslag &amp;amp; complexatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Redoxreactie van SO4^2-(aq)/SO3^2-(aq)- en MnO4-(aq)/MnO(v). /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 Augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan het evenwicht in de richting van de producten worden verschoven? Heeft dit invloed op het evenwicht? /6&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;concentratie wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
principe van Le Chatelier&lt;br /&gt;
hogere concentratie -&amp;gt; meer kans op botsingen -&amp;gt; sneller&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;druk wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
bij drukverhoging -&amp;gt; daalt volume -&amp;gt; c=n/v dus concentratie stijgt (vanaf dan analoog aan Le Chatelier)&lt;br /&gt;
bij drukverlaging is gunstig voor reacties waarbij delta(N) = (Nproducten - Nreagentia) negetief is(N staat voor de coëfficiënten van de stoffen in de reactie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;temperatuur wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
Kev is temperatuursafhankelijk -&amp;gt; delta(G) =-RT.ln(K) &amp;lt;-&amp;gt; ln(k)=-delta(H)/RT +delta(S)/R (teken grafiek 1/T met ln(k))&lt;br /&gt;
endo -&amp;gt; hoge T is gunstig&lt;br /&gt;
exo -&amp;gt; lage T is gunstig&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Wat is het verband tussen neerslag- en complexatiereacties? /4&lt;br /&gt;
ionen met een hoge ladingsdichtheid kunnen niet zoals bijvoorbeeld Na+ en Cl- (afkomstig van goed oplosbaar zou NaCl) in oplossing voorkomen,&lt;br /&gt;
aangezien dit niet stabiel is.&lt;br /&gt;
gaan dus ofwel neerslaan ofwel complexeren&lt;br /&gt;
(Ksp en 1/Kst vergelijken -&amp;gt; de stabielste toestand gaat zich dan voordoen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Teken de lewis-structuur, geef het sterisch getal, hybridisatie, geometrische en atoomstructuur van HCN en ICL3. Geef ook aan of ze polair zijn of niet. /3&lt;br /&gt;
#Leid de Kb af van (AsO2)- aan de hand van zijn standaarreductiepotentiaal. Kies zelf een goed redoxkoppel. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Welke verbindingen zijn zelf niet zuur of basisch, maar vertonen wel zure of basische eigenschappen als ze in water gebracht worden? /6&lt;br /&gt;
#Hoe kunnen meerdere verschillende kationen die samen in een mengsel voorkomen, van elkaar gescheiden worden? Waarop moet je letten om de scheiding zo volledig mogelijk te laten gebeuren? /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming /3&lt;br /&gt;
#correcte redoxreactie van 2 gegeven koppels schrijven en berekenen dat dit een aflopende reactie is. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Bij welke reacties is quenchen van toepassing? Leg goed uit en geef een voorbeeld. /4&lt;br /&gt;
#Vergelijk chroomvocht, piranhazuur, koningswater en cyanide in base als oplossmiddel voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Roosterenergie berekenen /2.5&lt;br /&gt;
#concentratie zout berekenen die toegevoegd moet worden om gegeven hoeveelheid neerslag op te doen lossen. /3.5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
VM&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je de reactiesnelheid beïnvloeden? Wat betekent dit voor het chemisch evenwicht? /4&lt;br /&gt;
#Wat gebeurt er bij de elektrolyse van water voor geen, een weinig en veel NaCL? /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#pH + werkelijke ionenconcentraties van een bioprotisch zuur berekenen /3&lt;br /&gt;
#een slecht oplosbaar zout oplossen aan de hand van complexatie door een te berekenen massa NaCl toe te voegen /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je het evenwicht naar de kant van de producten brengen? Heeft dit een invloed op de snelheid?&lt;br /&gt;
#Geef het verband tussen protontransferreacties en elektrontransferreacties. Geef voorbeelden die dit verduidelijken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming.&lt;br /&gt;
#Bepaal de hybridisatie en geometrie van PCl3 en SF4. Teken de atoomstructuur en zijn deze moleculen polair of apolair en een uitleg waarom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Vuistregels met afleiding van buffers geven, dit ook toepassen op pH titraties, bloed als buffer bespreken&lt;br /&gt;
#Hebben kationen basische of zure eigenschappen, zijn dit dan zwakke of sterke zuren of basen (voorbeelden kunnen helpen en verduidelijkend zijn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen &lt;br /&gt;
#Aantal ml en molair NiSO4-oplossing samenvoegen met een aantal ml en molair NH3, toon aan dat ondanks het gevormde complex nikkel (II) ammoniak er toch nog neerslag gevormd wordt&lt;br /&gt;
#Een tabel gegeven van temperatuur en snelheidsconstante, de opdracht is grafisch de activeringsenergie te berekenen en k te berekenen bij 250°C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== XX Augustus 2016 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leg de verschillende soorten isomerie uit + wat is tautomerie?&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom fluoride in tandpasta zit (alle 6 puntjes geven, dus ook vorming CaF uitleggen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Random oefening uit oefenzitting&lt;br /&gt;
#Berekend de Kw vertrekkende vanuit de standaardreductiepotentialen voor water in zuur/basisch milieu&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===XX januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leg de elementaire reactiestappen uit adhv voorbeelden (mono,bi,termoleculair, stationariteitsprincipe, vorming ozon)&lt;br /&gt;
#Geef de &#039;&#039;&#039;essentie&#039;&#039;&#039; van een titratie + grafieken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
#Oplosbaarheid van AgNO3 berekenen na toevoegen van een of ander zuur/base&lt;br /&gt;
#nog een oefening&lt;br /&gt;
===  11 januari 2016 ===&lt;br /&gt;
#Hoe bepaal je de geometrische structuur bij covalent gebonden atomen en geef 3 voorbeelden &lt;br /&gt;
#bij welke reactie is quenching van toepassing?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===XX januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#heterogene en homogene en enzymatische katalysator + alles uitleggen hiervan&lt;br /&gt;
#loodbatterij&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januarie 2016===&lt;br /&gt;
#Verschillen tussen Co en Fe en zeggen waarom Fe gebruikt wordt voor zuurstof transport &lt;br /&gt;
#het verschil tussen c dubbel gebonden en enkel gebonden &lt;br /&gt;
#bij de oefeningen was eentje E0 bepalen ahv Ka en een andere E0 &lt;br /&gt;
#andere grafisch de orde enzo bepalen &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 JAN 2014===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Roosterenergie van 2 roosters (NaCl en MgO) berekenen met de formule, zeggen of er nog een andere manier was om die te vinden (Hess) en of er een verschil in uitkomst te verwachten was tussen de twee manieren. Vergelijken van de pH van de twee oplossingen.&lt;br /&gt;
#Uitleggen waarom termoleculaire reactiestappen omwaarschijnlijk zijn. Reactiemechanisme van 2HI + H&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;O&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; -&amp;amp;gt; I&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; + H&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;O geven. Stationariteitsprincipe uitleggen en zeggen of het op die reactie van toepassing was. &lt;br /&gt;
#Waar/soms waar/niet waar: Een proces is spontaan als de entropie in het systeem toeneemt. &lt;br /&gt;
#Uitleggen wat een buffer is en de vuistregels voor een goede buffer uitleggen zonder de hele wiskundige berekening te doen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen.&lt;br /&gt;
#Oplosbaarheid van AgBr, complexatie met thiosulfaat en alternatieve manier geven om oplosbaarheid te verhogen. Uitleggen waarom die laatste manier weinig effect zou hebben.&lt;br /&gt;
#Celpotentiaal berekenen van een gegeven schematische voorstelling.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 JAN 2013===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de elektronenstructuur van de atomen N en O met die van de moleculen N2 en O2. Licht de hierbij essentiÃ«le principes toe.&lt;br /&gt;
# Geef de chemische functies van water. Geef bij iedere functie een voorbeeld in de vorm van een reactievergelijking. Is water sterk of zwak in deze functie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# CuSO4 oplossing met NH3 oplossing (grootheden gegeven). Laat zien dat er ondanks de complexatie toch nog neerslagvorming optreedt.&lt;br /&gt;
# Gegeven concentraties (van reactieproduct) in functie van de tijd. Bepaal grafisch de orde en de halfwaardetijd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 FEB 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Geef twee vuistregels voor een goede buffer en toon ze aan aan de hand van de neutralisatiegraad en de buffer capaciteit. &lt;br /&gt;
#* Geef het verband hiervan met pH- titratie &lt;br /&gt;
#* Is bloed een goede buffer ? Verklaar. &lt;br /&gt;
# Verklaar waarom men tandpasta fluorideert.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie.&lt;br /&gt;
# Broom in base.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Welke reacties kunnen optreden als katalysator bij redoxreacties?&lt;br /&gt;
# Leidt de halfreacties van een zwavelzure loodbatterij af&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# hoe bepaal je de elektronenconfiguratie van diatomaire moleculen en geef twee duidelijk verschillende voorbeelden&lt;br /&gt;
# vergelijk Al en Li voor batterijen, geef voor en nadelen en verklaar waarom er Li batterijen zijn en geen Al&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# staaf met enkele goed gekoze voorbeelden het belang van de ladingsdichtheid in de chemie&lt;br /&gt;
# welke reacties hebben er baat bij quenching toe te passen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie. &lt;br /&gt;
# Leg de elektrolyse van water uit in de volgende omstandigheden:1. zonder zout, 2. met een beetje zout en 3. met oplossing van veel zeezout. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
Theorie :&lt;br /&gt;
# geef de vuistregels vr bufferopl + afleiden buffercapaciteit en neutralisatiegraad. link met pHtitratie. vertellen over bloed als buffer, goede/slechte buffer?&lt;br /&gt;
# iets van Fe complexatie, waarom de natuur is aangepast aan ademhaling door complexvorming van Fe met zuurstof&lt;br /&gt;
Oefeningen :&lt;br /&gt;
# van deel C met een tabel met waarden, orde van reactie afleiden + grafisch k en t1/2 bepalen&lt;br /&gt;
# berekenen of PbOH2 neerslaat, uit een mengsel van PbSO4 met NaOH geloof ik&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de bindingssterkte en reactiviteit van C=C en C - C (enkelvoudige binding) op 4 ptn&lt;br /&gt;
# Vergelijk de afhankelijkheid van de temperatuur voor de snelheidsconstante en de evenwichtsconstante&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===1 FEB 2011=== &lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek: Chroomvocht, Piranhazuur , koningswater en cyanide in base en hun werking op (edel)metalen. (/6)&lt;br /&gt;
# Wat is een indicator en hoe werkt het? (/4)&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# P4 + BR2 =&amp;amp;gt; PBR3 vul aan met coefficienten en bereken de temperatuur waarvoor deze reactie spontaan zal verlopen. (/2.5)&lt;br /&gt;
# en een oefening over de combinatie van complexvorming van Al(OH4)- en de neerslag van Al(OH)3. (/3.5)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 sep 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Verschillen en gelijkenissen tussen homogene, heterogene en enzymatische katalyse geven. Verduidelijken met vb.&lt;br /&gt;
# Bindingssterkte en reactiviteit vergelijken tussen C-C en C=C. Welke reacties ondergaan ze.&lt;br /&gt;
Oefingen:&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid&lt;br /&gt;
# Enthalpie &amp;amp;amp; Entropie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 jan 2010===&lt;br /&gt;
# bespreek de oplosbaarheid van metalen in zuur en basisch milieu (/6) &lt;br /&gt;
# bespreek &amp;amp;quot;quenching&amp;amp;quot; en voor welke reacties is dit toepasbaar? (/4) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen: &lt;br /&gt;
# bepaal de oplosbaarheid van AgBr in een molaire NH3 oplossing (complexvorming) &lt;br /&gt;
# een reactie difluor en diwaterstof -&amp;amp;gt; 2HF. Gaat deze reactie op bij 500K ?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 jan 2010===&lt;br /&gt;
# vergelijk piranhazuur, koningswater, dichromaat en cyanide voor het oplossen van edelmetalen. (.../6)&lt;br /&gt;
# welke reacties kunnen als katalysator optreden bij een redoxreactie? (.../4)&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een oplossing van Ti(II)-ionen wordt in zuur midden getitreerd met een dichromaatoplossing (K2Cr2O7-oplossing). Hierbij worden het Cr(III)-ion en het Ti(III)-ion gevormd. Toon aan dat het gaat om een aflopende reactie.Het verloop van de titratie wordt potentiometrisch gevolgd en ook de pH wordt constant gemeten. In de oplossing zit nog een kalomelelektrode (EÂ°=0.25V) die aan de anode gekoppeld is en een platina-elektrode. Op zeker ogenblik - na het passeren van het equivalentiepunt - wordt een celpotentiaal van 0.95V gemeten en een pH van 1.2. Bereken de concentratie aan Cr3+ ionen, als je weet dat deze concentratie vier maal hoger ligt dan die van de dichromaationen. (.../3)&lt;br /&gt;
# Aan een oplossing van 70 ml 0.20 M nikkelsulfaat wordt 30 ml 0.60 M ammoniak toegevoegd. Toon aan dat er - ondanks de complexvorming - toch hydroxideneerslag gevormd zal worden. (.../3)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Toon het belang aan van ladingsdichtheid in de scheikunde. Geef telkens duidelijk verschillende voorbeelden als het over verschillende soorten reacties gaat.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van broom in base. Geef een relevante toepassing.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Bij 298 K gaat onderstaande reactie op. Men maakt een oplossing van 35,5 g van Cl2 en 0,1 g van H2 in een totaal volume van 200 ml. Wat zijn de evenwichtsconcentraties van H2, Cl2 en HCl ?&lt;br /&gt;
#*H2(g) + Cl2(g) &amp;amp;lt;=&amp;amp;gt; 2HCl(g) &lt;br /&gt;
# Bereken de Kb van IO-, uitgaande van&lt;br /&gt;
#*IO3-(aq) / HIO(l)   EÂ° = 1,13V&lt;br /&gt;
#*IO3-(aq) / IO-(aq)  EÂ° = 0,15V&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Wat is een dipoolmoment?&lt;br /&gt;
# Vroeger werd kaliumpermanganaat e.a. veel gebruikt als goede oxidator. Tegenwoordig wordt pirhanazuur (mengsel waterstofperoxide/zwavelzuur) gebruikt. Waarom?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Temperatuurverandering berekenen van ijs (faseverandering,...)&lt;br /&gt;
# Nog zo&#039;n oefening in die aard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de temperatuursafhankelijkheid van de evenwichtsconstante en de snelheidsconstante.&lt;br /&gt;
# Waarom is een stof goed of slecht oplosbaar in water? En hoe kan je een slecht oplosbare stof beter oplosbaar maken?&lt;br /&gt;
# Maak een vergelijking tussen thermodinamica en kinetica van metathesereacties versus complexatiereacties.&lt;br /&gt;
# Geef de 2 hoofdregels voor het maken van een buffer en leid ze wiskundig af.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsconstante berekenen bij 45Â°C (je krijgt de reactie)&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is&lt;br /&gt;
# Kb geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 feb 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reacties kunnen een redoxreactie katalyseren?&lt;br /&gt;
# Geef het verband tussen neerslagreacties en complexatiereacties en geef een goed gevonden voorbeeld.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsconstante berekenen bij 45Â°C (je krijgt de reactie)&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is&lt;br /&gt;
# Kb geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg uit wat tautomerie is + vb.&lt;br /&gt;
# Voor het oxideren werden vroeger vaak de klassieke sterke oxidanten permanaat of dichromaat in zwavelzuur gebruikt, waarom is het gebruik van &amp;amp;quot;piranaha-zuur&amp;amp;quot; (waterstofperoxide in zwavelzuur) aan een opmars bezig?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# men wil 200 ml maken van een oplossing die 3,81g magnesiumcloride en 0,8g natriumhydroxide bevat. Hoeveel gram ammoniumbromide moet er ook in deze oplossing zitter, opdat er geen neerslag is?&lt;br /&gt;
# Boven/onder welke temperatuur gaat deze reactie spontaan op? &lt;br /&gt;
#* N2 (g) + O2(g) = 2NO (g)&lt;br /&gt;
#* Bereken ook de evenwichtsconstante bij 68Â°C.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# geef verband van de ionbinding en de covalente binding + verklaar&lt;br /&gt;
# geef verband pH en redoxpotentiaal&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# bereken kb van een stof aan hand van 2 redoxpotentialen &lt;br /&gt;
# oefenening waar je een eind temperatuur moest berekenen met warmtecapaciteit en latente verdampingswarmte (aangezien er een faseovergang is)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marike</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Grondslagen_van_de_Chemie&amp;diff=815</id>
		<title>Grondslagen van de Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Grondslagen_van_de_Chemie&amp;diff=815"/>
		<updated>2018-01-15T19:15:41Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marike: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Basisvak chemie voor 1e bachelor chemie, biochemie en biologie.&lt;br /&gt;
Gedoceerd door professor &amp;amp;lt;s&amp;amp;gt;Koen Clays&amp;amp;lt;/s&amp;amp;gt; &amp;amp;lt;s&amp;amp;gt;Bart Goderis (sinds academiejaar 2013-2014)&amp;amp;lt;/s&amp;amp;gt; Koen Clays&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 namiddag ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# BOD tabel 6.2, reactie 8: stel een mogelijk reactiemachanisme voor&lt;br /&gt;
# Wat zijn de 2 vuistregels van een goeie buffer? Leidt deze af aan de hand van de begrippen neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg de link met pH-titratie. Leg uit: bloed als buffer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# bepaal de baseconstante van MnO4^2- aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels&lt;br /&gt;
# lewisstructuur, hybridisatie en polariteit van 2 moleculen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 namiddag (speciaal examen enkel deel E!! Niet standaard examen!) ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Wat zijn de drijvende krachten bij een complexatiereactie? Toon aan met goed gekozen voorbeelden, en leg uit aan de hand van de kenmerken van een hoge stabiliteitsconstante. /4&lt;br /&gt;
# Wat zijn de 2 vuistregels van een goeie buffer? Leidt deze af aan de hand van de begrippen neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg de link met pH-titratie. Leg uit: bloed als buffer. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Bepaal de baseconstante van MnO4^2- aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels /3&lt;br /&gt;
# Hoeveel zilverbromide kan je oplossen in een 0.530M ammoniakoplossing. Verwaarloos de basische eigenschappen van NH3. /3&lt;br /&gt;
(Toepassing neerslag &amp;amp; complexatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 september 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Waarom zijn er diagonaalrelaties? Geef voorbeelden van chemische eigenschappen die gebruikt worden in chemische reacties. /5 &lt;br /&gt;
#Geef het verband tussen de redoxpotentiaal van een redoxhalfreactie en de evenwichtconstante van de gehele reactie. Geef ook de gevolgen. /5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of er neerslagvorming optreedt. &lt;br /&gt;
#Vrijgekomen warmte en energie uit een reactie berekenen. &lt;br /&gt;
=== 25 Augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Vergelijk het verschil van de invloed van temperatuur op de reactiesnelheid en het evenwicht - zowel in formulevorm als grafisch /6&lt;br /&gt;
k &amp;amp; K afleiden en grafisch weergeven met resp. ln k ~ 1/T en ln K ~ 1/T (voor dH&amp;gt;0 en dH&amp;lt;0)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Welke chemisch relevante eigenschappen van atomen kan je afleiden van de positie in het periodiek systeem? /4 &lt;br /&gt;
Zuur-base; oxidans-reductans (+verband), ... (atomen, niet ionen van het element!)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Hoeveel zilverbromide kan je oplossen in een 0.53M ammonium oplossing. Verwaarloos de basische eigenschappen van NH3. /3&lt;br /&gt;
(Toepassing neerslag &amp;amp; complexatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Redoxreactie van SO4^2-(aq)/SO3^2-(aq)- en MnO4-(aq)/MnO(v). /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 Augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan het evenwicht in de richting van de producten worden verschoven? Heeft dit invloed op het evenwicht? /6&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;concentratie wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
principe van Le Chatelier&lt;br /&gt;
hogere concentratie -&amp;gt; meer kans op botsingen -&amp;gt; sneller&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;druk wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
bij drukverhoging -&amp;gt; daalt volume -&amp;gt; c=n/v dus concentratie stijgt (vanaf dan analoog aan Le Chatelier)&lt;br /&gt;
bij drukverlaging is gunstig voor reacties waarbij delta(N) = (Nproducten - Nreagentia) negetief is(N staat voor de coëfficiënten van de stoffen in de reactie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;temperatuur wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
Kev is temperatuursafhankelijk -&amp;gt; delta(G) =-RT.ln(K) &amp;lt;-&amp;gt; ln(k)=-delta(H)/RT +delta(S)/R (teken grafiek 1/T met ln(k))&lt;br /&gt;
endo -&amp;gt; hoge T is gunstig&lt;br /&gt;
exo -&amp;gt; lage T is gunstig&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Wat is het verband tussen neerslag- en complexatiereacties? /4&lt;br /&gt;
ionen met een hoge ladingsdichtheid kunnen niet zoals bijvoorbeeld Na+ en Cl- (afkomstig van goed oplosbaar zou NaCl) in oplossing voorkomen,&lt;br /&gt;
aangezien dit niet stabiel is.&lt;br /&gt;
gaan dus ofwel neerslaan ofwel complexeren&lt;br /&gt;
(Ksp en 1/Kst vergelijken -&amp;gt; de stabielste toestand gaat zich dan voordoen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Teken de lewis-structuur, geef het sterisch getal, hybridisatie, geometrische en atoomstructuur van HCN en ICL3. Geef ook aan of ze polair zijn of niet. /3&lt;br /&gt;
#Leid de Kb af van (AsO2)- aan de hand van zijn standaarreductiepotentiaal. Kies zelf een goed redoxkoppel. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Welke verbindingen zijn zelf niet zuur of basisch, maar vertonen wel zure of basische eigenschappen als ze in water gebracht worden? /6&lt;br /&gt;
#Hoe kunnen meerdere verschillende kationen die samen in een mengsel voorkomen, van elkaar gescheiden worden? Waarop moet je letten om de scheiding zo volledig mogelijk te laten gebeuren? /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming /3&lt;br /&gt;
#correcte redoxreactie van 2 gegeven koppels schrijven en berekenen dat dit een aflopende reactie is. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Bij welke reacties is quenchen van toepassing? Leg goed uit en geef een voorbeeld. /4&lt;br /&gt;
#Vergelijk chroomvocht, piranhazuur, koningswater en cyanide in base als oplossmiddel voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Roosterenergie berekenen /2.5&lt;br /&gt;
#concentratie zout berekenen die toegevoegd moet worden om gegeven hoeveelheid neerslag op te doen lossen. /3.5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
VM&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je de reactiesnelheid beïnvloeden? Wat betekent dit voor het chemisch evenwicht? /4&lt;br /&gt;
#Wat gebeurt er bij de elektrolyse van water voor geen, een weinig en veel NaCL? /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#pH + werkelijke ionenconcentraties van een bioprotisch zuur berekenen /3&lt;br /&gt;
#een slecht oplosbaar zout oplossen aan de hand van complexatie door een te berekenen massa NaCl toe te voegen /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je het evenwicht naar de kant van de producten brengen? Heeft dit een invloed op de snelheid?&lt;br /&gt;
#Geef het verband tussen protontransferreacties en elektrontransferreacties. Geef voorbeelden die dit verduidelijken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming.&lt;br /&gt;
#Bepaal de hybridisatie en geometrie van PCl3 en SF4. Teken de atoomstructuur en zijn deze moleculen polair of apolair en een uitleg waarom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Vuistregels met afleiding van buffers geven, dit ook toepassen op pH titraties, bloed als buffer bespreken&lt;br /&gt;
#Hebben kationen basische of zure eigenschappen, zijn dit dan zwakke of sterke zuren of basen (voorbeelden kunnen helpen en verduidelijkend zijn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen &lt;br /&gt;
#Aantal ml en molair NiSO4-oplossing samenvoegen met een aantal ml en molair NH3, toon aan dat ondanks het gevormde complex nikkel (II) ammoniak er toch nog neerslag gevormd wordt&lt;br /&gt;
#Een tabel gegeven van temperatuur en snelheidsconstante, de opdracht is grafisch de activeringsenergie te berekenen en k te berekenen bij 250°C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== XX Augustus 2016 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leg de verschillende soorten isomerie uit + wat is tautomerie?&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom fluoride in tandpasta zit (alle 6 puntjes geven, dus ook vorming CaF uitleggen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Random oefening uit oefenzitting&lt;br /&gt;
#Berekend de Kw vertrekkende vanuit de standaardreductiepotentialen voor water in zuur/basisch milieu&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===XX januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leg de elementaire reactiestappen uit adhv voorbeelden (mono,bi,termoleculair, stationariteitsprincipe, vorming ozon)&lt;br /&gt;
#Geef de &#039;&#039;&#039;essentie&#039;&#039;&#039; van een titratie + grafieken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
#Oplosbaarheid van AgNO3 berekenen na toevoegen van een of ander zuur/base&lt;br /&gt;
#nog een oefening&lt;br /&gt;
===  11 januari 2016 ===&lt;br /&gt;
#Hoe bepaal je de geometrische structuur bij covalent gebonden atomen en geef 3 voorbeelden &lt;br /&gt;
#bij welke reactie is quenching van toepassing?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===XX januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#heterogene en homogene en enzymatische katalysator + alles uitleggen hiervan&lt;br /&gt;
#loodbatterij&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januarie 2016===&lt;br /&gt;
#Verschillen tussen Co en Fe en zeggen waarom Fe gebruikt wordt voor zuurstof transport &lt;br /&gt;
#het verschil tussen c dubbel gebonden en enkel gebonden &lt;br /&gt;
#bij de oefeningen was eentje E0 bepalen ahv Ka en een andere E0 &lt;br /&gt;
#andere grafisch de orde enzo bepalen &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 JAN 2014===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Roosterenergie van 2 roosters (NaCl en MgO) berekenen met de formule, zeggen of er nog een andere manier was om die te vinden (Hess) en of er een verschil in uitkomst te verwachten was tussen de twee manieren. Vergelijken van de pH van de twee oplossingen.&lt;br /&gt;
#Uitleggen waarom termoleculaire reactiestappen omwaarschijnlijk zijn. Reactiemechanisme van 2HI + H&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;O&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; -&amp;amp;gt; I&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; + H&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;O geven. Stationariteitsprincipe uitleggen en zeggen of het op die reactie van toepassing was. &lt;br /&gt;
#Waar/soms waar/niet waar: Een proces is spontaan als de entropie in het systeem toeneemt. &lt;br /&gt;
#Uitleggen wat een buffer is en de vuistregels voor een goede buffer uitleggen zonder de hele wiskundige berekening te doen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen.&lt;br /&gt;
#Oplosbaarheid van AgBr, complexatie met thiosulfaat en alternatieve manier geven om oplosbaarheid te verhogen. Uitleggen waarom die laatste manier weinig effect zou hebben.&lt;br /&gt;
#Celpotentiaal berekenen van een gegeven schematische voorstelling.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 JAN 2013===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de elektronenstructuur van de atomen N en O met die van de moleculen N2 en O2. Licht de hierbij essentiÃ«le principes toe.&lt;br /&gt;
# Geef de chemische functies van water. Geef bij iedere functie een voorbeeld in de vorm van een reactievergelijking. Is water sterk of zwak in deze functie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# CuSO4 oplossing met NH3 oplossing (grootheden gegeven). Laat zien dat er ondanks de complexatie toch nog neerslagvorming optreedt.&lt;br /&gt;
# Gegeven concentraties (van reactieproduct) in functie van de tijd. Bepaal grafisch de orde en de halfwaardetijd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 FEB 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Geef twee vuistregels voor een goede buffer en toon ze aan aan de hand van de neutralisatiegraad en de buffer capaciteit. &lt;br /&gt;
#* Geef het verband hiervan met pH- titratie &lt;br /&gt;
#* Is bloed een goede buffer ? Verklaar. &lt;br /&gt;
# Verklaar waarom men tandpasta fluorideert.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie.&lt;br /&gt;
# Broom in base.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Welke reacties kunnen optreden als katalysator bij redoxreacties?&lt;br /&gt;
# Leidt de halfreacties van een zwavelzure loodbatterij af&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# hoe bepaal je de elektronenconfiguratie van diatomaire moleculen en geef twee duidelijk verschillende voorbeelden&lt;br /&gt;
# vergelijk Al en Li voor batterijen, geef voor en nadelen en verklaar waarom er Li batterijen zijn en geen Al&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# staaf met enkele goed gekoze voorbeelden het belang van de ladingsdichtheid in de chemie&lt;br /&gt;
# welke reacties hebben er baat bij quenching toe te passen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie. &lt;br /&gt;
# Leg de elektrolyse van water uit in de volgende omstandigheden:1. zonder zout, 2. met een beetje zout en 3. met oplossing van veel zeezout. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
Theorie :&lt;br /&gt;
# geef de vuistregels vr bufferopl + afleiden buffercapaciteit en neutralisatiegraad. link met pHtitratie. vertellen over bloed als buffer, goede/slechte buffer?&lt;br /&gt;
# iets van Fe complexatie, waarom de natuur is aangepast aan ademhaling door complexvorming van Fe met zuurstof&lt;br /&gt;
Oefeningen :&lt;br /&gt;
# van deel C met een tabel met waarden, orde van reactie afleiden + grafisch k en t1/2 bepalen&lt;br /&gt;
# berekenen of PbOH2 neerslaat, uit een mengsel van PbSO4 met NaOH geloof ik&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de bindingssterkte en reactiviteit van C=C en C - C (enkelvoudige binding) op 4 ptn&lt;br /&gt;
# Vergelijk de afhankelijkheid van de temperatuur voor de snelheidsconstante en de evenwichtsconstante&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===1 FEB 2011=== &lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek: Chroomvocht, Piranhazuur , koningswater en cyanide in base en hun werking op (edel)metalen. (/6)&lt;br /&gt;
# Wat is een indicator en hoe werkt het? (/4)&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# P4 + BR2 =&amp;amp;gt; PBR3 vul aan met coefficienten en bereken de temperatuur waarvoor deze reactie spontaan zal verlopen. (/2.5)&lt;br /&gt;
# en een oefening over de combinatie van complexvorming van Al(OH4)- en de neerslag van Al(OH)3. (/3.5)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 sep 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Verschillen en gelijkenissen tussen homogene, heterogene en enzymatische katalyse geven. Verduidelijken met vb.&lt;br /&gt;
# Bindingssterkte en reactiviteit vergelijken tussen C-C en C=C. Welke reacties ondergaan ze.&lt;br /&gt;
Oefingen:&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid&lt;br /&gt;
# Enthalpie &amp;amp;amp; Entropie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 jan 2010===&lt;br /&gt;
# bespreek de oplosbaarheid van metalen in zuur en basisch milieu (/6) &lt;br /&gt;
# bespreek &amp;amp;quot;quenching&amp;amp;quot; en voor welke reacties is dit toepasbaar? (/4) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen: &lt;br /&gt;
# bepaal de oplosbaarheid van AgBr in een molaire NH3 oplossing (complexvorming) &lt;br /&gt;
# een reactie difluor en diwaterstof -&amp;amp;gt; 2HF. Gaat deze reactie op bij 500K ?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 jan 2010===&lt;br /&gt;
# vergelijk piranhazuur, koningswater, dichromaat en cyanide voor het oplossen van edelmetalen. (.../6)&lt;br /&gt;
# welke reacties kunnen als katalysator optreden bij een redoxreactie? (.../4)&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een oplossing van Ti(II)-ionen wordt in zuur midden getitreerd met een dichromaatoplossing (K2Cr2O7-oplossing). Hierbij worden het Cr(III)-ion en het Ti(III)-ion gevormd. Toon aan dat het gaat om een aflopende reactie.Het verloop van de titratie wordt potentiometrisch gevolgd en ook de pH wordt constant gemeten. In de oplossing zit nog een kalomelelektrode (EÂ°=0.25V) die aan de anode gekoppeld is en een platina-elektrode. Op zeker ogenblik - na het passeren van het equivalentiepunt - wordt een celpotentiaal van 0.95V gemeten en een pH van 1.2. Bereken de concentratie aan Cr3+ ionen, als je weet dat deze concentratie vier maal hoger ligt dan die van de dichromaationen. (.../3)&lt;br /&gt;
# Aan een oplossing van 70 ml 0.20 M nikkelsulfaat wordt 30 ml 0.60 M ammoniak toegevoegd. Toon aan dat er - ondanks de complexvorming - toch hydroxideneerslag gevormd zal worden. (.../3)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Toon het belang aan van ladingsdichtheid in de scheikunde. Geef telkens duidelijk verschillende voorbeelden als het over verschillende soorten reacties gaat.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van broom in base. Geef een relevante toepassing.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Bij 298 K gaat onderstaande reactie op. Men maakt een oplossing van 35,5 g van Cl2 en 0,1 g van H2 in een totaal volume van 200 ml. Wat zijn de evenwichtsconcentraties van H2, Cl2 en HCl ?&lt;br /&gt;
#*H2(g) + Cl2(g) &amp;amp;lt;=&amp;amp;gt; 2HCl(g) &lt;br /&gt;
# Bereken de Kb van IO-, uitgaande van&lt;br /&gt;
#*IO3-(aq) / HIO(l)   EÂ° = 1,13V&lt;br /&gt;
#*IO3-(aq) / IO-(aq)  EÂ° = 0,15V&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Wat is een dipoolmoment?&lt;br /&gt;
# Vroeger werd kaliumpermanganaat e.a. veel gebruikt als goede oxidator. Tegenwoordig wordt pirhanazuur (mengsel waterstofperoxide/zwavelzuur) gebruikt. Waarom?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Temperatuurverandering berekenen van ijs (faseverandering,...)&lt;br /&gt;
# Nog zo&#039;n oefening in die aard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de temperatuursafhankelijkheid van de evenwichtsconstante en de snelheidsconstante.&lt;br /&gt;
# Waarom is een stof goed of slecht oplosbaar in water? En hoe kan je een slecht oplosbare stof beter oplosbaar maken?&lt;br /&gt;
# Maak een vergelijking tussen thermodinamica en kinetica van metathesereacties versus complexatiereacties.&lt;br /&gt;
# Geef de 2 hoofdregels voor het maken van een buffer en leid ze wiskundig af.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsconstante berekenen bij 45Â°C (je krijgt de reactie)&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is&lt;br /&gt;
# Kb geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 feb 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reacties kunnen een redoxreactie katalyseren?&lt;br /&gt;
# Geef het verband tussen neerslagreacties en complexatiereacties en geef een goed gevonden voorbeeld.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsconstante berekenen bij 45Â°C (je krijgt de reactie)&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is&lt;br /&gt;
# Kb geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg uit wat tautomerie is + vb.&lt;br /&gt;
# Voor het oxideren werden vroeger vaak de klassieke sterke oxidanten permanaat of dichromaat in zwavelzuur gebruikt, waarom is het gebruik van &amp;amp;quot;piranaha-zuur&amp;amp;quot; (waterstofperoxide in zwavelzuur) aan een opmars bezig?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# men wil 200 ml maken van een oplossing die 3,81g magnesiumcloride en 0,8g natriumhydroxide bevat. Hoeveel gram ammoniumbromide moet er ook in deze oplossing zitter, opdat er geen neerslag is?&lt;br /&gt;
# Boven/onder welke temperatuur gaat deze reactie spontaan op? &lt;br /&gt;
#* N2 (g) + O2(g) = 2NO (g)&lt;br /&gt;
#* Bereken ook de evenwichtsconstante bij 68Â°C.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# geef verband van de ionbinding en de covalente binding + verklaar&lt;br /&gt;
# geef verband pH en redoxpotentiaal&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# bereken kb van een stof aan hand van 2 redoxpotentialen &lt;br /&gt;
# oefenening waar je een eind temperatuur moest berekenen met warmtecapaciteit en latente verdampingswarmte (aangezien er een faseovergang is)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marike</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Grondslagen_van_de_Chemie&amp;diff=814</id>
		<title>Grondslagen van de Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Grondslagen_van_de_Chemie&amp;diff=814"/>
		<updated>2018-01-15T19:11:31Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marike: /* 15 januari 2018 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Basisvak chemie voor 1e bachelor chemie, biochemie en biologie.&lt;br /&gt;
Gedoceerd door professor &amp;amp;lt;s&amp;amp;gt;Koen Clays&amp;amp;lt;/s&amp;amp;gt; &amp;amp;lt;s&amp;amp;gt;Bart Goderis (sinds academiejaar 2013-2014)&amp;amp;lt;/s&amp;amp;gt; Koen Clays&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# BOD tabel 6.2, reactie 8: stel een mogelijk reactiemachanisme voor&lt;br /&gt;
# Wat zijn de 2 vuistregels van een goeie buffer? Leidt deze af aan de hand van de begrippen neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg de link met pH-titratie. Leg uit: bloed als buffer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# bepaal de baseconstante van MnO4^2- aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels&lt;br /&gt;
# lewisstructuur, hybridisatie en polatiteit van 2 moleculen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 september 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Waarom zijn er diagonaalrelaties? Geef voorbeelden van chemische eigenschappen die gebruikt worden in chemische reacties. /5 &lt;br /&gt;
#Geef het verband tussen de redoxpotentiaal van een redoxhalfreactie en de evenwichtconstante van de gehele reactie. Geef ook de gevolgen. /5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of er neerslagvorming optreedt. &lt;br /&gt;
#Vrijgekomen warmte en energie uit een reactie berekenen. &lt;br /&gt;
=== 25 Augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Vergelijk het verschil van de invloed van temperatuur op de reactiesnelheid en het evenwicht - zowel in formulevorm als grafisch /6&lt;br /&gt;
k &amp;amp; K afleiden en grafisch weergeven met resp. ln k ~ 1/T en ln K ~ 1/T (voor dH&amp;gt;0 en dH&amp;lt;0)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Welke chemisch relevante eigenschappen van atomen kan je afleiden van de positie in het periodiek systeem? /4 &lt;br /&gt;
Zuur-base; oxidans-reductans (+verband), ... (atomen, niet ionen van het element!)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Hoeveel zilverbromide kan je oplossen in een 0.53M ammonium oplossing. Verwaarloos de basische eigenschappen van NH3. /3&lt;br /&gt;
(Toepassing neerslag &amp;amp; complexatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Redoxreactie van SO4^2-(aq)/SO3^2-(aq)- en MnO4-(aq)/MnO(v). /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 Augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan het evenwicht in de richting van de producten worden verschoven? Heeft dit invloed op het evenwicht? /6&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;concentratie wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
principe van Le Chatelier&lt;br /&gt;
hogere concentratie -&amp;gt; meer kans op botsingen -&amp;gt; sneller&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;druk wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
bij drukverhoging -&amp;gt; daalt volume -&amp;gt; c=n/v dus concentratie stijgt (vanaf dan analoog aan Le Chatelier)&lt;br /&gt;
bij drukverlaging is gunstig voor reacties waarbij delta(N) = (Nproducten - Nreagentia) negetief is(N staat voor de coëfficiënten van de stoffen in de reactie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;temperatuur wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
Kev is temperatuursafhankelijk -&amp;gt; delta(G) =-RT.ln(K) &amp;lt;-&amp;gt; ln(k)=-delta(H)/RT +delta(S)/R (teken grafiek 1/T met ln(k))&lt;br /&gt;
endo -&amp;gt; hoge T is gunstig&lt;br /&gt;
exo -&amp;gt; lage T is gunstig&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Wat is het verband tussen neerslag- en complexatiereacties? /4&lt;br /&gt;
ionen met een hoge ladingsdichtheid kunnen niet zoals bijvoorbeeld Na+ en Cl- (afkomstig van goed oplosbaar zou NaCl) in oplossing voorkomen,&lt;br /&gt;
aangezien dit niet stabiel is.&lt;br /&gt;
gaan dus ofwel neerslaan ofwel complexeren&lt;br /&gt;
(Ksp en 1/Kst vergelijken -&amp;gt; de stabielste toestand gaat zich dan voordoen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Teken de lewis-structuur, geef het sterisch getal, hybridisatie, geometrische en atoomstructuur van HCN en ICL3. Geef ook aan of ze polair zijn of niet. /3&lt;br /&gt;
#Leid de Kb af van (AsO2)- aan de hand van zijn standaarreductiepotentiaal. Kies zelf een goed redoxkoppel. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Welke verbindingen zijn zelf niet zuur of basisch, maar vertonen wel zure of basische eigenschappen als ze in water gebracht worden? /6&lt;br /&gt;
#Hoe kunnen meerdere verschillende kationen die samen in een mengsel voorkomen, van elkaar gescheiden worden? Waarop moet je letten om de scheiding zo volledig mogelijk te laten gebeuren? /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming /3&lt;br /&gt;
#correcte redoxreactie van 2 gegeven koppels schrijven en berekenen dat dit een aflopende reactie is. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Bij welke reacties is quenchen van toepassing? Leg goed uit en geef een voorbeeld. /4&lt;br /&gt;
#Vergelijk chroomvocht, piranhazuur, koningswater en cyanide in base als oplossmiddel voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Roosterenergie berekenen /2.5&lt;br /&gt;
#concentratie zout berekenen die toegevoegd moet worden om gegeven hoeveelheid neerslag op te doen lossen. /3.5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
VM&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je de reactiesnelheid beïnvloeden? Wat betekent dit voor het chemisch evenwicht? /4&lt;br /&gt;
#Wat gebeurt er bij de elektrolyse van water voor geen, een weinig en veel NaCL? /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#pH + werkelijke ionenconcentraties van een bioprotisch zuur berekenen /3&lt;br /&gt;
#een slecht oplosbaar zout oplossen aan de hand van complexatie door een te berekenen massa NaCl toe te voegen /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je het evenwicht naar de kant van de producten brengen? Heeft dit een invloed op de snelheid?&lt;br /&gt;
#Geef het verband tussen protontransferreacties en elektrontransferreacties. Geef voorbeelden die dit verduidelijken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming.&lt;br /&gt;
#Bepaal de hybridisatie en geometrie van PCl3 en SF4. Teken de atoomstructuur en zijn deze moleculen polair of apolair en een uitleg waarom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Vuistregels met afleiding van buffers geven, dit ook toepassen op pH titraties, bloed als buffer bespreken&lt;br /&gt;
#Hebben kationen basische of zure eigenschappen, zijn dit dan zwakke of sterke zuren of basen (voorbeelden kunnen helpen en verduidelijkend zijn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen &lt;br /&gt;
#Aantal ml en molair NiSO4-oplossing samenvoegen met een aantal ml en molair NH3, toon aan dat ondanks het gevormde complex nikkel (II) ammoniak er toch nog neerslag gevormd wordt&lt;br /&gt;
#Een tabel gegeven van temperatuur en snelheidsconstante, de opdracht is grafisch de activeringsenergie te berekenen en k te berekenen bij 250°C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== XX Augustus 2016 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leg de verschillende soorten isomerie uit + wat is tautomerie?&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom fluoride in tandpasta zit (alle 6 puntjes geven, dus ook vorming CaF uitleggen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Random oefening uit oefenzitting&lt;br /&gt;
#Berekend de Kw vertrekkende vanuit de standaardreductiepotentialen voor water in zuur/basisch milieu&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===XX januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leg de elementaire reactiestappen uit adhv voorbeelden (mono,bi,termoleculair, stationariteitsprincipe, vorming ozon)&lt;br /&gt;
#Geef de &#039;&#039;&#039;essentie&#039;&#039;&#039; van een titratie + grafieken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
#Oplosbaarheid van AgNO3 berekenen na toevoegen van een of ander zuur/base&lt;br /&gt;
#nog een oefening&lt;br /&gt;
===  11 januari 2016 ===&lt;br /&gt;
#Hoe bepaal je de geometrische structuur bij covalent gebonden atomen en geef 3 voorbeelden &lt;br /&gt;
#bij welke reactie is quenching van toepassing?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===XX januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#heterogene en homogene en enzymatische katalysator + alles uitleggen hiervan&lt;br /&gt;
#loodbatterij&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januarie 2016===&lt;br /&gt;
#Verschillen tussen Co en Fe en zeggen waarom Fe gebruikt wordt voor zuurstof transport &lt;br /&gt;
#het verschil tussen c dubbel gebonden en enkel gebonden &lt;br /&gt;
#bij de oefeningen was eentje E0 bepalen ahv Ka en een andere E0 &lt;br /&gt;
#andere grafisch de orde enzo bepalen &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 JAN 2014===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Roosterenergie van 2 roosters (NaCl en MgO) berekenen met de formule, zeggen of er nog een andere manier was om die te vinden (Hess) en of er een verschil in uitkomst te verwachten was tussen de twee manieren. Vergelijken van de pH van de twee oplossingen.&lt;br /&gt;
#Uitleggen waarom termoleculaire reactiestappen omwaarschijnlijk zijn. Reactiemechanisme van 2HI + H&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;O&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; -&amp;amp;gt; I&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; + H&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;O geven. Stationariteitsprincipe uitleggen en zeggen of het op die reactie van toepassing was. &lt;br /&gt;
#Waar/soms waar/niet waar: Een proces is spontaan als de entropie in het systeem toeneemt. &lt;br /&gt;
#Uitleggen wat een buffer is en de vuistregels voor een goede buffer uitleggen zonder de hele wiskundige berekening te doen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen.&lt;br /&gt;
#Oplosbaarheid van AgBr, complexatie met thiosulfaat en alternatieve manier geven om oplosbaarheid te verhogen. Uitleggen waarom die laatste manier weinig effect zou hebben.&lt;br /&gt;
#Celpotentiaal berekenen van een gegeven schematische voorstelling.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 JAN 2013===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de elektronenstructuur van de atomen N en O met die van de moleculen N2 en O2. Licht de hierbij essentiÃ«le principes toe.&lt;br /&gt;
# Geef de chemische functies van water. Geef bij iedere functie een voorbeeld in de vorm van een reactievergelijking. Is water sterk of zwak in deze functie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# CuSO4 oplossing met NH3 oplossing (grootheden gegeven). Laat zien dat er ondanks de complexatie toch nog neerslagvorming optreedt.&lt;br /&gt;
# Gegeven concentraties (van reactieproduct) in functie van de tijd. Bepaal grafisch de orde en de halfwaardetijd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 FEB 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Geef twee vuistregels voor een goede buffer en toon ze aan aan de hand van de neutralisatiegraad en de buffer capaciteit. &lt;br /&gt;
#* Geef het verband hiervan met pH- titratie &lt;br /&gt;
#* Is bloed een goede buffer ? Verklaar. &lt;br /&gt;
# Verklaar waarom men tandpasta fluorideert.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie.&lt;br /&gt;
# Broom in base.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Welke reacties kunnen optreden als katalysator bij redoxreacties?&lt;br /&gt;
# Leidt de halfreacties van een zwavelzure loodbatterij af&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# hoe bepaal je de elektronenconfiguratie van diatomaire moleculen en geef twee duidelijk verschillende voorbeelden&lt;br /&gt;
# vergelijk Al en Li voor batterijen, geef voor en nadelen en verklaar waarom er Li batterijen zijn en geen Al&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# staaf met enkele goed gekoze voorbeelden het belang van de ladingsdichtheid in de chemie&lt;br /&gt;
# welke reacties hebben er baat bij quenching toe te passen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie. &lt;br /&gt;
# Leg de elektrolyse van water uit in de volgende omstandigheden:1. zonder zout, 2. met een beetje zout en 3. met oplossing van veel zeezout. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
Theorie :&lt;br /&gt;
# geef de vuistregels vr bufferopl + afleiden buffercapaciteit en neutralisatiegraad. link met pHtitratie. vertellen over bloed als buffer, goede/slechte buffer?&lt;br /&gt;
# iets van Fe complexatie, waarom de natuur is aangepast aan ademhaling door complexvorming van Fe met zuurstof&lt;br /&gt;
Oefeningen :&lt;br /&gt;
# van deel C met een tabel met waarden, orde van reactie afleiden + grafisch k en t1/2 bepalen&lt;br /&gt;
# berekenen of PbOH2 neerslaat, uit een mengsel van PbSO4 met NaOH geloof ik&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de bindingssterkte en reactiviteit van C=C en C - C (enkelvoudige binding) op 4 ptn&lt;br /&gt;
# Vergelijk de afhankelijkheid van de temperatuur voor de snelheidsconstante en de evenwichtsconstante&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===1 FEB 2011=== &lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek: Chroomvocht, Piranhazuur , koningswater en cyanide in base en hun werking op (edel)metalen. (/6)&lt;br /&gt;
# Wat is een indicator en hoe werkt het? (/4)&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# P4 + BR2 =&amp;amp;gt; PBR3 vul aan met coefficienten en bereken de temperatuur waarvoor deze reactie spontaan zal verlopen. (/2.5)&lt;br /&gt;
# en een oefening over de combinatie van complexvorming van Al(OH4)- en de neerslag van Al(OH)3. (/3.5)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 sep 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Verschillen en gelijkenissen tussen homogene, heterogene en enzymatische katalyse geven. Verduidelijken met vb.&lt;br /&gt;
# Bindingssterkte en reactiviteit vergelijken tussen C-C en C=C. Welke reacties ondergaan ze.&lt;br /&gt;
Oefingen:&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid&lt;br /&gt;
# Enthalpie &amp;amp;amp; Entropie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 jan 2010===&lt;br /&gt;
# bespreek de oplosbaarheid van metalen in zuur en basisch milieu (/6) &lt;br /&gt;
# bespreek &amp;amp;quot;quenching&amp;amp;quot; en voor welke reacties is dit toepasbaar? (/4) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen: &lt;br /&gt;
# bepaal de oplosbaarheid van AgBr in een molaire NH3 oplossing (complexvorming) &lt;br /&gt;
# een reactie difluor en diwaterstof -&amp;amp;gt; 2HF. Gaat deze reactie op bij 500K ?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 jan 2010===&lt;br /&gt;
# vergelijk piranhazuur, koningswater, dichromaat en cyanide voor het oplossen van edelmetalen. (.../6)&lt;br /&gt;
# welke reacties kunnen als katalysator optreden bij een redoxreactie? (.../4)&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een oplossing van Ti(II)-ionen wordt in zuur midden getitreerd met een dichromaatoplossing (K2Cr2O7-oplossing). Hierbij worden het Cr(III)-ion en het Ti(III)-ion gevormd. Toon aan dat het gaat om een aflopende reactie.Het verloop van de titratie wordt potentiometrisch gevolgd en ook de pH wordt constant gemeten. In de oplossing zit nog een kalomelelektrode (EÂ°=0.25V) die aan de anode gekoppeld is en een platina-elektrode. Op zeker ogenblik - na het passeren van het equivalentiepunt - wordt een celpotentiaal van 0.95V gemeten en een pH van 1.2. Bereken de concentratie aan Cr3+ ionen, als je weet dat deze concentratie vier maal hoger ligt dan die van de dichromaationen. (.../3)&lt;br /&gt;
# Aan een oplossing van 70 ml 0.20 M nikkelsulfaat wordt 30 ml 0.60 M ammoniak toegevoegd. Toon aan dat er - ondanks de complexvorming - toch hydroxideneerslag gevormd zal worden. (.../3)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Toon het belang aan van ladingsdichtheid in de scheikunde. Geef telkens duidelijk verschillende voorbeelden als het over verschillende soorten reacties gaat.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van broom in base. Geef een relevante toepassing.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Bij 298 K gaat onderstaande reactie op. Men maakt een oplossing van 35,5 g van Cl2 en 0,1 g van H2 in een totaal volume van 200 ml. Wat zijn de evenwichtsconcentraties van H2, Cl2 en HCl ?&lt;br /&gt;
#*H2(g) + Cl2(g) &amp;amp;lt;=&amp;amp;gt; 2HCl(g) &lt;br /&gt;
# Bereken de Kb van IO-, uitgaande van&lt;br /&gt;
#*IO3-(aq) / HIO(l)   EÂ° = 1,13V&lt;br /&gt;
#*IO3-(aq) / IO-(aq)  EÂ° = 0,15V&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Wat is een dipoolmoment?&lt;br /&gt;
# Vroeger werd kaliumpermanganaat e.a. veel gebruikt als goede oxidator. Tegenwoordig wordt pirhanazuur (mengsel waterstofperoxide/zwavelzuur) gebruikt. Waarom?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Temperatuurverandering berekenen van ijs (faseverandering,...)&lt;br /&gt;
# Nog zo&#039;n oefening in die aard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de temperatuursafhankelijkheid van de evenwichtsconstante en de snelheidsconstante.&lt;br /&gt;
# Waarom is een stof goed of slecht oplosbaar in water? En hoe kan je een slecht oplosbare stof beter oplosbaar maken?&lt;br /&gt;
# Maak een vergelijking tussen thermodinamica en kinetica van metathesereacties versus complexatiereacties.&lt;br /&gt;
# Geef de 2 hoofdregels voor het maken van een buffer en leid ze wiskundig af.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsconstante berekenen bij 45Â°C (je krijgt de reactie)&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is&lt;br /&gt;
# Kb geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 feb 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reacties kunnen een redoxreactie katalyseren?&lt;br /&gt;
# Geef het verband tussen neerslagreacties en complexatiereacties en geef een goed gevonden voorbeeld.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsconstante berekenen bij 45Â°C (je krijgt de reactie)&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is&lt;br /&gt;
# Kb geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg uit wat tautomerie is + vb.&lt;br /&gt;
# Voor het oxideren werden vroeger vaak de klassieke sterke oxidanten permanaat of dichromaat in zwavelzuur gebruikt, waarom is het gebruik van &amp;amp;quot;piranaha-zuur&amp;amp;quot; (waterstofperoxide in zwavelzuur) aan een opmars bezig?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# men wil 200 ml maken van een oplossing die 3,81g magnesiumcloride en 0,8g natriumhydroxide bevat. Hoeveel gram ammoniumbromide moet er ook in deze oplossing zitter, opdat er geen neerslag is?&lt;br /&gt;
# Boven/onder welke temperatuur gaat deze reactie spontaan op? &lt;br /&gt;
#* N2 (g) + O2(g) = 2NO (g)&lt;br /&gt;
#* Bereken ook de evenwichtsconstante bij 68Â°C.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# geef verband van de ionbinding en de covalente binding + verklaar&lt;br /&gt;
# geef verband pH en redoxpotentiaal&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# bereken kb van een stof aan hand van 2 redoxpotentialen &lt;br /&gt;
# oefenening waar je een eind temperatuur moest berekenen met warmtecapaciteit en latente verdampingswarmte (aangezien er een faseovergang is)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marike</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Structurele_en_Fysiologische_Biologie&amp;diff=640</id>
		<title>Structurele en Fysiologische Biologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Structurele_en_Fysiologische_Biologie&amp;diff=640"/>
		<updated>2017-08-31T13:25:50Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marike: /* Vakinformatie */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Eerstejaarsvak enkel aan biochemici en schakelstudenten gegeven, bestaat uit een deel plantkunde (Wim Van den Ende) en een deel dierkunde (Jozef Vanden Broeck). Deze delen hebben op dezelfde dag een examen, het ene mondeling en het andere schriftelijk, onbekend op voorhand dewelke mondeling en dewelke schriftelijk is. Beide examens hebben al jarenlang dezelfde opbouw van type vragen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen PLANT==&lt;br /&gt;
===21 aug 2017 NM===&lt;br /&gt;
#meerkeuzevragen&lt;br /&gt;
#Geef 3 manieren waarop een plant ATP aanmaakt en leg gedetailleerd uit&lt;br /&gt;
#gespvorming en CAM planten bondig uitleggen&lt;br /&gt;
#cyclus bedektzadigen aanvullen + is deze plant haplont, diplont, of diplohaplont? beargumenteer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 aug 2017 VM===&lt;br /&gt;
#meerkeuzevragen&lt;br /&gt;
#plantenhormonen met werking geven + uitleggen hoe hormoonsysteem in planten werkt&lt;br /&gt;
#guttatie en waterpotentiaal bondig uitleggen&lt;br /&gt;
#cyclus bedektzadigen aanvullen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===31 jan 2017===&lt;br /&gt;
#Meerkeuzevragen&lt;br /&gt;
#Waterpotentiaal met zijn 2 componenten uitleggen. Wat gebeurt er als je opgeloste stoffen toevoegt aan het omgevings water?&lt;br /&gt;
#Massastroming en SAR uitleggen.&lt;br /&gt;
#Cyclus van bedektzadigen aanvullen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 jan 2016===&lt;br /&gt;
#8 meerkeuze vragen&lt;br /&gt;
#Mondelinge hoofdvraag: hoe wordt sucrose gevormd, hoe komt het in cortexe cellen van de wortels en wat is de bijdrage voor de accumulatie van K+ &lt;br /&gt;
#Bijvraag: leg chemiosmose en fotorespiratie uit&lt;br /&gt;
#Bijvraag: cyclus aanvullen van de bedektzadigen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 jan 2014 nm===&lt;br /&gt;
#Meerkeuze&lt;br /&gt;
#Welke hormonen zijn er bij planten, welke staan in voor apicale dominantie en hoe werkt dit.&lt;br /&gt;
#Leg uit hoe herbicide resistentie werkt en leg het mechanisme van glyphosfaat uit. Levenscyclus.&lt;br /&gt;
===29 jan 2014 nm===&lt;br /&gt;
#Meerkeuze&lt;br /&gt;
#Bespreek de diversiteit van fungi en geef de levenscyclus van een ascomyceet.&lt;br /&gt;
#Bespreek de rol van mieren in commensalisme en de overdracht van parasieten.&lt;br /&gt;
#Levenscyclus van varens.&lt;br /&gt;
===28 jan 2014 nm===&lt;br /&gt;
#8 meerkeuzevragen (4 punten)&lt;br /&gt;
#Bespreek de huidige wereldproblemen en geef aan hoe plantenbiotechnologie/biologie zou kunnen bijdragen tot het aanreiken van van oplossingen (8 punten)&lt;br /&gt;
#Vul aan en verklaar dit ecologisch model (Bottom-up effect). Hoe kon dit model op experimentele wijze geverifieerd worden? (3 punten) &lt;br /&gt;
#Levenscyclus bedektzadige aanvullen (5 punten)&lt;br /&gt;
===28 jan 2014 vm===&lt;br /&gt;
#Meerkeuze&lt;br /&gt;
#Plantenhormonen welke types? regulatie? welke komen voor bij apicale dominantie? Regulatie? Werking?&lt;br /&gt;
#Levenscyclus bladmossen&lt;br /&gt;
#Tekening van de muis, mier, plant, zaad (interacties verklaren)&lt;br /&gt;
===27 jan 2014===&lt;br /&gt;
# 8 meerkeuzevragen.&lt;br /&gt;
#Bespreek de diversiteit en evolutie van prokaryoten en het onstaan van eukaryoten.&lt;br /&gt;
# Figuur uitleggen over bottom-upeffecten en ontbrekende termen aanvllen. &lt;br /&gt;
#Foto van doorsnede monocotyl blad: wat is het + delen benoemen.&lt;br /&gt;
===13 jan 2014===&lt;br /&gt;
# 5 meerkeuzevragen.&lt;br /&gt;
#Aanvullen van termen en processen (mitose/meiose) bij de levenscyvlus van gymnospermen. (Letterlijk uit het handboek fig. 31.12 p609)&lt;br /&gt;
#Een plantencel in zuiver water en geleidelijk aan zout toevoegen, wat gebeurt er? Leg uit a.d.h.v. een duidelijke grafiek.&lt;br /&gt;
#Wat is een preprofaseband? (en nog een term ?? uitleggen)&lt;br /&gt;
===23 jan 2012===&lt;br /&gt;
#Leg uit wat er zal gebeuren bij een plantencel in zuiver water en wat als je opgeloste stoffen toevoegt aan de omgeving. Maak een schema aan de hand van de waterpotentiaal en zijn 2 subcomponenten en leg uit hoe deze veranderen.&lt;br /&gt;
#Leg uit fotorespiratie: hoe wat waarom waar. &lt;br /&gt;
#Situeer:&lt;br /&gt;
##glyphosaat&lt;br /&gt;
##methanogeen&lt;br /&gt;
##guttatie&lt;br /&gt;
##Mycorrhiza&lt;br /&gt;
#Levenscyclus. Aangeven om welke levenscyclus het ging (bladmossen) en beargumenteren. Structuren en processen aanvullen op tekening. Aangeven of het een haplonte, diplonte of haplodiplonte levenscyclys was.&lt;br /&gt;
 ===1 feb 2011 VM===&lt;br /&gt;
#Volledige weg beschrijven die een C-atoom aflegt als CO2 indien ingebouwd in pectine in de celwand van rhizodermiscellen. Waaruit bestaat de celwand en wat is de functie?&lt;br /&gt;
#Bespreek in detail de signaalgeving en metabolische wegen van Rhizobium in symbiose met een plant.&lt;br /&gt;
#. Figuur: levenscyclus bedektzadigen &lt;br /&gt;
#Situeer:&lt;br /&gt;
##hexaploÃ¯die by tarwe&lt;br /&gt;
##cavitatieï‚§&lt;br /&gt;
##gespvorming by Basidiomyceten ï‚§ induceerbare mutaties&lt;br /&gt;
 ===27 jan 2011 NM===&lt;br /&gt;
#Volledige weg beschrijven die een N-atoom aflegt van de bodem tot inbouw als glycoproteÃ¯ne in een bladepidermiscel&lt;br /&gt;
#Vgl mossen en angiospermen. Zeggen hoe deze zijn aangepast aan leven op het land&lt;br /&gt;
#Figuur: &lt;br /&gt;
##structuur van een blad met huidmondjes &lt;br /&gt;
##hetzelfde -.- &lt;br /&gt;
#Situeer:&lt;br /&gt;
##allotetraploÃ¯die&lt;br /&gt;
##guttatie&lt;br /&gt;
##sterke vs zwakke sinks&lt;br /&gt;
##bespreek metabolisme Archaea&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 jan 2011 NM===&lt;br /&gt;
#De waterpotentiaal en de 2 componenten ervan bespreken als we een cel in zuiver water hebben en daar geleidelijk aan zout aan toevoegen. Schematisch weergeven en stap voor stap bespreken wat er met de cel gebeurt.&lt;br /&gt;
#Het verschil tussen gametofytische en sporofytische incompatibiliteit uitleggen. En een model geven voor gametofytische incompatibiliteit.&lt;br /&gt;
#Figuur: &lt;br /&gt;
##Doorsnede monocotyle stengel &lt;br /&gt;
##Vaatbundel en daarop floeem,&lt;br /&gt;
##xyleem en vezelschede benoemen&lt;br /&gt;
#Situeer:&lt;br /&gt;
##Endosymbiose&lt;br /&gt;
##ViroÃ¯den&lt;br /&gt;
##Soortkruisingen&lt;br /&gt;
##Lenticel&lt;br /&gt;
===24 jan 2011 VM===&lt;br /&gt;
#Bespreek structuur, samenstelling, functie en oorsprong van de plantencelwand.&lt;br /&gt;
#Bespreek de verschillen tussen C3, C4 en CAM&lt;br /&gt;
#Figuur: monokotyle stengel met vaatbundel&lt;br /&gt;
#Situeer:&lt;br /&gt;
##hydrogenosoom&lt;br /&gt;
##Agrobacterium tumefaciens&lt;br /&gt;
##massastroming (Munch hypothese) &lt;br /&gt;
##terminatortechnologie&lt;br /&gt;
===25 jan 2010 VM===&lt;br /&gt;
#Teken een dwarsdoorsnede van een wortel van een monokotyle plant. Wat is het verschil met een dikotyle plant?&lt;br /&gt;
#Bespreek (fysiologisch en chemisch) de weg die een CO2 molecule aflegt vanuit de lucht om ingebouwd de worden in de celwand van een&lt;br /&gt;
rhizodermiscel.&lt;br /&gt;
#Vergelijk CO2 fixatie bij C3 en C4 planten. Wat zijn de ethiologische implicaties?&lt;br /&gt;
#ABC van de bloemetjes&lt;br /&gt;
#Situeer:&lt;br /&gt;
#Soortkruising&lt;br /&gt;
#Isospore haplodiplont &lt;br /&gt;
#Worteldruk&lt;br /&gt;
#Basidiomyceten&lt;br /&gt;
#ï‚§Archebacteria&lt;br /&gt;
===18 jan 2010 NM===&lt;br /&gt;
#Bespreek de mogelijkheden voor overdracht van genetische informatie tussen individuen die tot een andere soort behoren.&lt;br /&gt;
#Vul volgende figuur aan en bespreek (die van potentiaal, niet met de kleurtjes, degene die ook in de cursus staat).&lt;br /&gt;
#Vergelijk CO2 fixatie bij CAM en C4 planten. 4. ABC van de bloemen.&lt;br /&gt;
#Situeer en bespreek:&lt;br /&gt;
##ascomyceten,&lt;br /&gt;
##heterospore haplodiplonten&lt;br /&gt;
##3 figuren: (een stengel ==&amp;amp;gt; figuur helemaal onderaan rechts in voorbeeldvragen, een blad ==&amp;amp;gt; die gele figuur zo :p en een wortel ==&amp;amp;gt; laatste blz, rechts bovenaan)&lt;br /&gt;
===18 jan 2010 VM===&lt;br /&gt;
#Bespreek autotrofie bij prokaryoten en eukaryoten.&lt;br /&gt;
#Gametofytische incompatibiliteit.&lt;br /&gt;
#Fotorespiratie: wat, waar, hoe, waarom?&lt;br /&gt;
#Vul aan en bespreek zodat duidelijk wordt of het om een haplont, diplont of haplodiplont organisme gaat. Is dit type organisme al goed aangepast aan het landleven? (figuur van varens, zie voorbeeldvragen) &lt;br /&gt;
#Situeer en bespreek:&lt;br /&gt;
##3 figuren (monokotyl blad, dikotyle verdikte stengel, monokotyle vaatbundel),&lt;br /&gt;
##agrobacterium tumefaciens&lt;br /&gt;
##basidiomyceten.&lt;br /&gt;
===26 jan 2009===&lt;br /&gt;
#Plantencelwand: Samenstelling? Structuur? Functie? Oorsprong?&lt;br /&gt;
#Transport in planten: Hoe? Waar? Waarom?&lt;br /&gt;
#C4 en CAM planten: Wat? Waarom? Hoe? Verschil?&lt;br /&gt;
#Afbeelding van een diplohaplonte cyclus, en zeggen of deze plant al goed&lt;br /&gt;
is aangepast aan het leven op het land. &lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Soortkruising&lt;br /&gt;
##Agrobacterium Tumefaciens&lt;br /&gt;
##Zelfincompatibiliteit&lt;br /&gt;
##Het ABC van de bloemetjes&lt;br /&gt;
##Fotoke van dwarse doorsnede van een plantenstengel, zeggen wa ge ziet en van die dinge..&lt;br /&gt;
===19 jan 2009===&lt;br /&gt;
#voortplantingscyclus (mos)&lt;br /&gt;
#bespreek zo goed mogelijk de opnamen van N uit nitraat (chemisch/fysisch) en inbouw in celwandprotÃ«ine epidermiscel 3. teken primaire stengel dikotyle plant + verschil monokotyle&lt;br /&gt;
#fotorespiratie: zin of onzin.&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##gametofytische zelfincompabiliteit &lt;br /&gt;
##ABC van bloemen&lt;br /&gt;
##worteldruk&lt;br /&gt;
##retrovirussen&lt;br /&gt;
===28 jan 2008===&lt;br /&gt;
#vergelijk autotrofie bij eukaryoten en prokaryoten&lt;br /&gt;
#fotorespiratie&lt;br /&gt;
#zelf-incompabiliteit&lt;br /&gt;
#cyclus van varen aanvullen + aangepassingen aan het land &lt;br /&gt;
#Situeer:&lt;br /&gt;
##drie foto&#039;s &lt;br /&gt;
##Agrobacterium tumefaciens  &lt;br /&gt;
##Basidiomyceet&lt;br /&gt;
===28 jan 2008===&lt;br /&gt;
#primaire dikotyle wortel tekenen en bespreken, vergelijken met monokotyle &lt;br /&gt;
#Welke fysische en chemische weg moet het N-atoom van NH4+ afleggen&lt;br /&gt;
om ingebouwd te kunnen worden in een celwandproteÃ¯ne van een blad&lt;br /&gt;
#Grafieken van CO2-opname van C3 en C4 planten. Zelf assen invullen en c3 en c4 aanduiden + uitleggen waarom&lt;br /&gt;
#Welke aanpassingen moet een landplant hebben ten opzichte van een wier&lt;br /&gt;
om te kunnen overleven op het land en is dit bij alle zo &lt;br /&gt;
#Bespreek:&lt;br /&gt;
##ascomyceten &lt;br /&gt;
##retrotransposons&lt;br /&gt;
##archeaebacteriÃ«n&lt;br /&gt;
##zelfincomptabiliteit&lt;br /&gt;
===21 jan 2008===&lt;br /&gt;
#Hoe genetische informatie overbrengen tussen individuen van verschillende soorten denk ik&lt;br /&gt;
#Bespreek en vul aan die figuur van de waterpotentiaal in een cel&lt;br /&gt;
#leg uit hoe CO2 wordt gefixeerd bij C4 planten en CAM planten en vergelijk &lt;br /&gt;
#geef een schematische voorstelling en een voorbeeld van een heterospore haplodiplont cyclus &lt;br /&gt;
#Situeer:&lt;br /&gt;
##Ascomyceten&lt;br /&gt;
##zelfincompatibiliteit&lt;br /&gt;
## 3 foto&#039;kes ( stengel, wortel en blad)&lt;br /&gt;
===18 jan 2008===&lt;br /&gt;
#teken structuur monocotyle wortel, vgl met dicotyle&lt;br /&gt;
#bespreek fixatie co2 bij C4-C3 planten, ahv voor en nadelen&lt;br /&gt;
#voortplantingscyclus (van ascomyceten, was wel niet gegeven da het over asco ging ) aanvullen en uitleggen waarom het haplont/diplont/diplohaplont is&lt;br /&gt;
#bespreek hoe C via co2 kan ingebouwd worden in de rizodhermiscellen (&lt;br /&gt;
zowel fysich als chemisch ) &lt;br /&gt;
#Situeer en bespreek:&lt;br /&gt;
##worteldruk&lt;br /&gt;
##basidiomyceten &lt;br /&gt;
##archeaebacteriÃ«n&lt;br /&gt;
##soortbestuiving&lt;br /&gt;
##retrovirussen&lt;br /&gt;
===14 jan 2008===&lt;br /&gt;
#Celwand: Samenstelling? Functie? Oorsprong? Structuur?&lt;br /&gt;
#Vergelijk het transport van mineralen en het transport van&lt;br /&gt;
fotosyntheseproducten&lt;br /&gt;
#Je gaat op excursie om C3/C4/CAM planten te inventariseren. Wat voor&lt;br /&gt;
materiaal neem je mee en leg uit.&lt;br /&gt;
#Tekening van een voortplantingscyclus: Is dit haplont/diplont/haplodiplont? Leg uit en geef aan of en hoe deze plant aan het landleven aangepast is. &lt;br /&gt;
#Situeer en bespreek:&lt;br /&gt;
##Zelfincopatibiliteit&lt;br /&gt;
##Agrobacterium tumefaciens&lt;br /&gt;
##3 tekeningen (doorsneden van stengel/wortel)&lt;br /&gt;
===2 feb 2007===&lt;br /&gt;
#twee grafieken zonder aanduidingen &amp;amp;quot;vul aan en verklaar&amp;amp;quot;&lt;br /&gt;
#genetische overdracht tussen individuen van dezelfde soort en verschillende soorten, leg uit&lt;br /&gt;
===15 jan 2007===&lt;br /&gt;
#Vul volgende grafiek aan en bespreek (die van de waterpotentiaal van de omgeving t o v die in de plantencel) en hoe zit dit in &#039;t xyleem? &lt;br /&gt;
#Fotorespiratie: wat? waar? hoe? waarom?&lt;br /&gt;
#Situeer:&lt;br /&gt;
##lenticellen&lt;br /&gt;
##heterospore&lt;br /&gt;
##haplodiplonten&lt;br /&gt;
##zygomyceten&lt;br /&gt;
##endodermis&lt;br /&gt;
##gametofytische incompatibiliteit&lt;br /&gt;
##agrobacterium tumefaciens&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen DIER== &lt;br /&gt;
===21 aug 2017 NM===&lt;br /&gt;
#Begrippen verklaren: Parafyletisch, Parthogenese, Eutelie&lt;br /&gt;
#Verbinden: exact dezelfde begrippen als vorige jaren&lt;br /&gt;
#Geen 3 bestrijdingsstrategiën tegen een insecten plaagsoort en leg uit&lt;br /&gt;
#Leg de menstruatiecyclus uit adhv de hormonen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 aug 2017 VM===&lt;br /&gt;
#verklaar: blastula, monocyt, convergete evolutie&lt;br /&gt;
#verbind, ongeveer zelfde begrippen als vorige jaren + zweetklier (mammalia), zijlijn (osteichthyes)&lt;br /&gt;
#Samenstelling van een spier + werking contractie&lt;br /&gt;
#hoe wordt het glucose gehalte in het bloed gereguleerd, welke hormonen werken hierbij en waar worden ze gemaakt&lt;br /&gt;
===31 jan 2017===&lt;br /&gt;
#Verklaar: dauer, ecdysis en filariasis.&lt;br /&gt;
#Verbind, zelfde begrippen als voorgaande jaren.&lt;br /&gt;
#Vergelijk zuurstof opname bij zoogdieren en insecten.&lt;br /&gt;
#Hoe werkt het doorgeven van zenuwimpulsen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 januarie 2016===&lt;br /&gt;
#Termen: RNA interferentie, epifyse, prothorax&lt;br /&gt;
#Verbinden&lt;br /&gt;
#Uitleggen: 3 voorbeelden van tegenstroomprincipe en impulsgeleiding&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 aug 2014===&lt;br /&gt;
#Begrippen:&lt;br /&gt;
##adaptieve radiatie&lt;br /&gt;
##gremmula&lt;br /&gt;
##eutelie&lt;br /&gt;
#Verbind:&lt;br /&gt;
##preenklier - spiraalplooi - pedipalpen - mesogloea - corpus alata - ambulacra - radula - citellum &lt;br /&gt;
##cnidaria - insecta - echinodermata - gestropoda - chondrichtys - hirunae - aves - chelicerata&lt;br /&gt;
#Geef het mechanisme van de bioluminescentie bij aquora victoria&lt;br /&gt;
#Bespreek de structuur, werking en regulatie van een nefron bij zoogdieren.&lt;br /&gt;
===30 jan 2014===&lt;br /&gt;
#Begrippen :&lt;br /&gt;
##Metanefridium&lt;br /&gt;
##Regeneratie&lt;br /&gt;
##Clitellum&lt;br /&gt;
#Verbinden: mesogloea, speenklier, kieuwdeksel, pedipalp, ambulacra, corpora allata, spiraalplooi, radula&lt;br /&gt;
#Leg de menstruatiecyclus uit en geef 3 voorbeelden van tegenstrooomprincipe&lt;br /&gt;
===29 jan 2014 NM===&lt;br /&gt;
#Begrippen:&lt;br /&gt;
##Filiarsis&lt;br /&gt;
##Mimicry &lt;br /&gt;
##Corpora cardiaca&lt;br /&gt;
#Verbinden: termen van de vorig jaren.&lt;br /&gt;
#Leg de werking van longen en tracheÃ«n uit en vergelijk. Vergelijk&lt;br /&gt;
osmoregulatie bij zoet-en zoutwatervissen.&lt;br /&gt;
===28 jan 2014 NM===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Lofofoor&lt;br /&gt;
##Adaptieve radiatie &lt;br /&gt;
##Protonefridium&lt;br /&gt;
#Verbind: parapodia(polychaeta), radula(Gastropoda), Antennae(Arthropoda), Mesogloea(cnidaria), clitellum(Oligochaeta), CleidoÃ¯sche ei(Reptilia), Ambulacra(Echinodermata), Gemmulae(Porifera)&lt;br /&gt;
#Illustreer aan de hand van drie voorbeelden het belang van het tegenstroomprincipe en leg uit.&lt;br /&gt;
#Leg het mechanisme uit van de elektrische impulsgeleiding door zenuwcellen.&lt;br /&gt;
===28 jan 2014 VM===&lt;br /&gt;
#Begrippen:&lt;br /&gt;
##Gemmula&lt;br /&gt;
##Radula&lt;br /&gt;
##Corpora allata&lt;br /&gt;
#Verbinden: termen van de vorig jaren.&lt;br /&gt;
#Bespreken en vergelijken het mechanisme van gasuitwisseling bij longen zoogdieren en vogels&lt;br /&gt;
#Welke hormonen worden gevormd in de gonaden bij de mens en regulatie.&lt;br /&gt;
===27 jan 2014===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Planula&lt;br /&gt;
##RNA interference&lt;br /&gt;
##Eutelie&lt;br /&gt;
#Verbinden, opnieuw combinaite die hieronder al staat&lt;br /&gt;
#Bespreek de structuur en het contractiemechanisme van skeletspieren. &lt;br /&gt;
#Wat zijn de belangrijkste hormonen die door de schildklier geproduceerd worden en hoe worden ze gereguleerd?&lt;br /&gt;
===13 jan 2012===&lt;br /&gt;
#Leg uit:&lt;br /&gt;
##Gremule&lt;br /&gt;
##Eutelie &lt;br /&gt;
##Amnion&lt;br /&gt;
#Verbindt Latijnse namen met Latijnse namen. (letterlijk als in het voorbeeld examen)&lt;br /&gt;
#Leg bondig uit: Skeletspier (structuur, werking en regulatie)&lt;br /&gt;
#Welke hormonen spelen welke rol in de vrouwelijke voortplantingscycus?&lt;br /&gt;
===25 juni 2012===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Nematocyst ï‚§?&lt;br /&gt;
##Metamorfose ï‚§ Lolofoo&lt;br /&gt;
##Amnion&lt;br /&gt;
#Verbinden (Combinatie van termen die al gegeven zijn in de vorige examens)&lt;br /&gt;
#Bespreek en vergelijk drie types spierweefsel bij dieren.&lt;br /&gt;
#Bespreek rol van gal en pancreas in de spijsvertering (in invertebraten). 5. Bespreek de regulatie van hartcyclus en bloeddruk (in zoogdieren).&lt;br /&gt;
===22 juni 2012===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Protonefridia&lt;br /&gt;
##Ecdysis&lt;br /&gt;
##Parthenogenese&lt;br /&gt;
##Mimicry&lt;br /&gt;
##Filariasis&lt;br /&gt;
#Verbinden ( was combinatie van termen die al gegeven zijn in de vorige examens)&lt;br /&gt;
#bestrijding van plaagsoorten uitleggen&lt;br /&gt;
#beschrijf en vergelijk de gasuitwisseling bij tracheeÃ«n en longen&lt;br /&gt;
#Bespreek het doorgeven van een elektrische impuls in een zenuwcel&lt;br /&gt;
===19 juni 2012===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Feromoon&lt;br /&gt;
##Dauer&lt;br /&gt;
##Regressieve evolutie&lt;br /&gt;
##Endostyl ï‚§&lt;br /&gt;
#Verbinden. Allemaal termen uit de vragen van vorige jaren.&lt;br /&gt;
#Geef de levenscyclus van de runderlintworm en bespreek.&lt;br /&gt;
#Leg het tegenstroomprincipe uit aan de hand van drie voorbeelden.&lt;br /&gt;
#Bespreek structuur en werking van de hypofyse. Welke hormonen zijn aanwezig in de hypofyse?&lt;br /&gt;
===24 juni 2011===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Protonefridia&lt;br /&gt;
##regressieve evolutie&lt;br /&gt;
##Pseudocoeloom &lt;br /&gt;
##Dauer &lt;br /&gt;
##oncosfeer&lt;br /&gt;
#Verbinden:&lt;br /&gt;
##spicula, proglottiden, Clitellum, lofofoor, endocuticula, choanen, lijmcellen, rhopalia&lt;br /&gt;
##Ctenophora, Cestoda, Ectoprocta, Arthropoda, porifera, Sarcopterygii, Cnidaria, oligochaeta&lt;br /&gt;
#bestrijding van plaagsoorten uitleggen&lt;br /&gt;
#beschrijf en vergelijk de gasuitwisseling bij tracheeÃ«n en longen&lt;br /&gt;
#welke hormonen reguleren het mannelijk voortplantingsstelsel (bij de mens)?&lt;br /&gt;
===23 juni 2011===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Planula&lt;br /&gt;
##Cephalisatie&lt;br /&gt;
##Enterocoel&lt;br /&gt;
##Ecdysis&lt;br /&gt;
##RNA interference&lt;br /&gt;
#Verbinden: Parapodia, Spiraalplooi, antennae, scolex, choanen, lofofoor, lijmcellen,osculum&lt;br /&gt;
#Bespreek de evolutie van de mens (bondig)&lt;br /&gt;
#Bespreek de structuur van een lichaamsspier en de contractie er van 5. Bespreek het doorgeven van een elektrische impuls in een zenuwcel&lt;br /&gt;
===21 juni 2011===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Gemmula&lt;br /&gt;
##Adaptieve radiatie&lt;br /&gt;
##Eutelie &lt;br /&gt;
##Rhopalia ï‚§&lt;br /&gt;
#Verbinden:&lt;br /&gt;
##Preenklier, Kieuwdeksel, Pedipalpen, Mesogloea, Endostyl, Ambulacra, Radula, Clitellum&lt;br /&gt;
##Aves, Osteichthyes, Chelicerata, Cnidaria, Cephalochordata, Echinodermata, Gastropoda, Hirudinea&lt;br /&gt;
#Bespreek bioluminiscentie.&lt;br /&gt;
#Hoe wordt de glucoseconcentratie in het plasma gereguleerd. 5. Bespreek de hormonen bij de menselijke voortplantingscyclus.&lt;br /&gt;
===21 juni 2010 NM===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Regeneratie&lt;br /&gt;
##Protonefridia&lt;br /&gt;
##Scolex&lt;br /&gt;
##Corpora allata&lt;br /&gt;
#Verbinden:&lt;br /&gt;
##Preenklier, Kieuwdeksel, Pedipalpen, Mesogloea, Endostyl, Ambulacra, Radula, Clitellum&lt;br /&gt;
##Aves, Osteichthyes, Chicerata, Cnidaria, Cephalochordata, Echinodermata, Gastropoda, Hirudinea&lt;br /&gt;
#Wat weet je over de evolutie van de mens. Bespreek bondig.&lt;br /&gt;
#Bespreek hartcyclus en bloedsomloop (bij zoogdieren) en de regulatie daarvan.&lt;br /&gt;
#Illustreer aan de hand van een voorbeeld het belang van het tegenstroomprincipe bij uitwisselingsprocessen.&lt;br /&gt;
===21 juni 2010 VM===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Pseudocoeloom &lt;br /&gt;
##Clitellum &lt;br /&gt;
##Dauer&lt;br /&gt;
##Endostyl&lt;br /&gt;
##Corpora cardiata&lt;br /&gt;
#Verbinden:&lt;br /&gt;
##Antennae, Osculum, Spiraalplooi, Choanen, Parapodia, Scolex, Lijmcellen, Lofofoor&lt;br /&gt;
##Ctenophora, Ectoprocta, Cestoda, Porifera, Sarcopterygii, Condrichtyes, Crustacea, Polychaeta&lt;br /&gt;
#Schets de levenscyclus van Schistosoma.&lt;br /&gt;
#Vergelijk 3 types spierweefsel en leg het mechanisme van contractie uit. 5. Bespreek de hormonale regulatie van de menstruele cyclus.&lt;br /&gt;
===18 juni 2010===&lt;br /&gt;
#woordjes:&lt;br /&gt;
##adaptieve radiatie ï‚§ ascon&lt;br /&gt;
##nematocyst&lt;br /&gt;
##eutelie&lt;br /&gt;
##lofofoor&lt;br /&gt;
#verbinden: spicula (porifera), ambulacra (echinodermata), antennae (insecta), melkklieren (mammalia), rhopalia (cnidaria), proglottiden (cestoda), pseudocoel (nematoda), clitellum (huridinae)&lt;br /&gt;
#bestrijding van plaagsoorten uitleggen&lt;br /&gt;
#vergelijken van osmoregulatie bij zout- en zoetwatervissen 5. principe van impulsgeleiding in zenuwcellen&lt;br /&gt;
===15 juni 2006===&lt;br /&gt;
#woordjes:&lt;br /&gt;
##regressieve evolutie &lt;br /&gt;
##mimicry&lt;br /&gt;
##filariasis&lt;br /&gt;
##ecdysis&lt;br /&gt;
##parthenogenese&lt;br /&gt;
#verbinden: radula (gastropoda), ambulacra (echinodermata), antennae (arthropoda), cloeidisch ei (reptilia), gemmulae (porifera), mesogloea (cnidaria), parapodium (polychaeta), lofofoor (brachiopoda)&lt;br /&gt;
#principe van bioluminiscentie in victoria aequorine uitleggen&lt;br /&gt;
#beschrijf en vergelijk de gasuitwisseling bij tracheeÃ«n en longen&lt;br /&gt;
#geef functie, structuur en regulatie van de hypofyse + welke hormonen komen erbij voor&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marike</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Bio-Organische_Chemie&amp;diff=639</id>
		<title>Bio-Organische Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Bio-Organische_Chemie&amp;diff=639"/>
		<updated>2017-08-31T13:14:07Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marike: /* 29 augustus 2017 (namiddag) - Mario Smet */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Basisvak organische chemie voor eerstejaars chemie, biochemie en biologie.&lt;br /&gt;
Gedoceerd door Professor Luc van Meervelt.&lt;br /&gt;
Het examen volgt al jaren dezelfde structuur.&lt;br /&gt;
Sinds 2017 wordt dit vak gegeven door professor Mario Smet&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===29 augustus 2017 (namiddag) - Mario Smet===&lt;br /&gt;
Mondeling&lt;br /&gt;
#4 stoffen zijn gegeven: een buteen, een butadieen, een fenyletheen, en een furyletheen. Voer een elektrofiele additie van water uit in zuur milieu: schrijf het reactiemechanisme compleet uit voor stof A + welke stof is het reactiefste leg uit adhv substituenteffecten + geef alle gevormde producten en hun IUPAC namen.&lt;br /&gt;
#Methionine wordt gebruikt bij de methylering in het lichaam maar moet eerst geactiveerd worden. Geef mechanisme van activering, mechanisme van methylering, geef biologisch voorbeeld van methylering + Mosterdgas is sterk alkylerend, waarom? En waarom zijn sterk alkylerende stoffen uiterst toxisch?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk&lt;br /&gt;
#oefeningen op koolhydraten: L-arabinose omvormen naar beta-L-arabinofuranose, hoe noemt deze reactie en welk type reactie is dit?, geef een anomeer van de beta vorm is dit een enantiomeer?, geef een diastereomeer dat geen epimeer is, is deze suiker reducerend?, newman projectie van meest stabiele configuratie bekeken vanaf C2 en C3, geef de absolute configuratie en oxidatietrap van C2 en C4,...)&lt;br /&gt;
#oefening op AZ: arginine, welke vorm heeft dit bij pH12.5 en waarom? Welk stikstofatoom is het meest basisch en waarom? valine, geef S configuratie (beiden dus structuur vanbuiten kennen)&lt;br /&gt;
#methyl-2-methylpropanoaat ondergaat een claisencondensatie in oplossing met methoxide. In tegenstelling tot andere claisencondensaties wordt het reactiemechanisme NIET naar rechts getrokken, waarom?&lt;br /&gt;
#3 verschillende reacties, verschillende zaken aanvullen telkens (mechanisme, welk type reactie, reactieproduct, reagentia,...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2017 (voormiddag) - Mario Smet===&lt;br /&gt;
Mondeling&lt;br /&gt;
#halogeenalkaan ondergaat een E1 + toelichten zaitsev&lt;br /&gt;
#vier moleculen ondergaan een E; welke is het reactiefst? Leg uit mbhv substituenteffecten + resonantievormen tekenen (indien nuttig)&lt;br /&gt;
#Waarom kan op een alcohol NIET goed een Sn uitgevoerd worden? (OH- is niet stabiel)&lt;br /&gt;
#2 voorbeelden geven hoe dat wel kan + werkt dit ook voor fenol? (protoneren of fosfaatgroep toevoegen)&lt;br /&gt;
#Voorbeeld geven van een nucleofiele substitutie van een alcohol in biologische systemen (acetaalvorming v/e reducerende suiker met methanol)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk&lt;br /&gt;
#oefeningen op koolhydraten (R/S; anomeer, epimeer, haworth en newman projecties&lt;br /&gt;
#oefeningen op reactiemechanismen (fiederlkraftsalkylering, nucleofiele acylsubstietutie)&lt;br /&gt;
#oefening op AZ (2 tekenen, titratie-oef, pKa vergelijken)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 Juni 2017 (namiddag) - Mario Smet===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Elektrofiele additie reactiemechanisme schrijven (regel markovnikov)&lt;br /&gt;
#4 moleculen bepalen welke het snelst aan een Ae doet (grensstructuren, inductieve effecten)&lt;br /&gt;
#naamgeving van enkele producten na de Ae&lt;br /&gt;
#isomerisatie in glycolyse van glucose-6-fosfaat naar fructose-6-fosfaat en uitleggen waarom dit base gekatalyseerd is&lt;br /&gt;
#verband uitleggen met Fehling&#039;s/ Tollen en Barfoed&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#gegeven moleculen Menthol aantal stereochemische oefeningen oplossen (R/S, diasteromeren, enantiomeren, newman...)&lt;br /&gt;
#oefening op AZ op papierelektroforese (waar komt elk AZ bij bepaalde ph)&lt;br /&gt;
#aceton+ methylanime wordt imine bij ph=7 laat zien&lt;br /&gt;
#enkele reactiemechanisme aanvullen of tekenen ( Nitrering, estercondensatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2017 (voormiddag) SINDS 2017 GEGEVEN DOOR MARIO SMET===&lt;br /&gt;
#op 4 structuren Sn1 toepassen en verklaren welke het meest reactief is + resomere vormen geven + naamgeving...&lt;br /&gt;
#retro aldolcondensatie bij glycolyse en zeggen hoe het katalytisch effect tot stand kwam&lt;br /&gt;
#een oefenig op suikers, op aminozuren en 3 reactiemechanismes&lt;br /&gt;
#vertellen hoe een alcohol test werkt met chroomzuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===9 juni 2016===&lt;br /&gt;
#beckman omlegging&lt;br /&gt;
#edman degradatie&lt;br /&gt;
#biosynthese geraniol en limoleen&lt;br /&gt;
#structuren = S.A.M &amp;amp; biotione&lt;br /&gt;
#naamgeving + 2 mechanismes&lt;br /&gt;
#oefening ivm stereochemie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===8 juni 2016===&lt;br /&gt;
#synthese vn peptiden&lt;br /&gt;
#hydrolyse, omestering en reductie van esters&lt;br /&gt;
#cannizaro reactie&lt;br /&gt;
#structuren: -2-isopentenylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#Trans decaline&lt;br /&gt;
#oef over suikers(suiker bepalen, chirale C&#039;s, newman projectie..)&lt;br /&gt;
#reactiemechanismen en naamgeving&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 juni 2016===&lt;br /&gt;
#Aldolcondensatie en waardat deze terugkomt in de glycolyse&lt;br /&gt;
#reactiviteit bij de substitutie reacties van benzeen, tolueen en pyridine vergelijken&lt;br /&gt;
#-verschil tussen reducerende suikers en nietreducerende suikers&lt;br /&gt;
#structuur van acetyl-choline en palitine&lt;br /&gt;
#pH van aminozuren bij een titratie&lt;br /&gt;
#reactimechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# Claisen condensatie + verband met afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van geconcentreerd zwavelzuur met:&lt;br /&gt;
#* Alkeen&lt;br /&gt;
#* Alcohol&lt;br /&gt;
#* Aromaat&lt;br /&gt;
# acetylcholine en fructose 6 fosfaat tekenen, optische zuiverheid uitleggen. &lt;br /&gt;
#Oefeningen over aminozuren (of glutamine en threonine te scheiden waren met elektroforese) fischer, newmann, stereo isomeren erover. &lt;br /&gt;
#En dan twee reacties natuurlijk&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2015 ( namiddag ) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg de reacties met benzeen uit en ook die van purine en fenol.&lt;br /&gt;
# Bespreek de hydrolyse en omestering van vetzuren in zuur en basisch milieu. Leg hierbij ook het broomgetal en verzepingsgetal uit.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Naamgeving ( c-AMP en mannose)&lt;br /&gt;
# Leg uit si en re&lt;br /&gt;
# Een hele lang oefening vergelijkbaar met de oefeningen van de oefenzitting ( verschil tussen D en L, chirale C, reacties, ...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2015 ( voormiddag ) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
mondeling:&lt;br /&gt;
#Aminen en halogeenalkanen &lt;br /&gt;
#Aminen en salpeterigzuur&lt;br /&gt;
#Laboratorium peptidesynthese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
#structuren&lt;br /&gt;
#*Limoneen&lt;br /&gt;
#*Sorbitol&lt;br /&gt;
#stereochemie+ reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#*aldolcondensatie&lt;br /&gt;
#leg uit:&lt;br /&gt;
#*reducerende en niet-reducerende suikers&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2015===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
mondeling:&lt;br /&gt;
#Wat is &#039;&#039;mutarotatie&#039;&#039;? Leg dit uit a.h.v glucose en fructose.&lt;br /&gt;
#Leg uit:&lt;br /&gt;
#* Fisher-verestering&lt;br /&gt;
#* Beckmann-omslag. Je moet ook weten hoe H2O addeert. Hij vraagt hoe je aan een oximen kunt komen. &lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC &lt;br /&gt;
#structuren&lt;br /&gt;
#*citroenzuur&lt;br /&gt;
#*ninhydrine&lt;br /&gt;
#structuur observeren&lt;br /&gt;
#* chirale C-atomen aanduiden&lt;br /&gt;
#* OG van aangeduid atoom geven&lt;br /&gt;
#* vermelden welke N in de molecule het stabielste is.&lt;br /&gt;
#* vermelden hoeveel stereo-isomeren er gevormd kunnen worden.&lt;br /&gt;
#* Ã©Ã©n stereomeer tekenen dat geen enantiomeer is.&lt;br /&gt;
#* oefening op pH-waarden binnen titraties. ( &#039;&#039;deze bij 200 mL als de molecule volledig geprotoneerd is&#039;&#039; )&lt;br /&gt;
#wat is &#039;&#039;fosforyleringspotentiaal&#039;&#039;? Leg uit.&lt;br /&gt;
#2 structuren gegeven. &lt;br /&gt;
#*Van elk de/het reactieproduct(en) geven en hiervan de juiste skeletnotatie. &lt;br /&gt;
#*Geef van Ã©Ã©n van de 2 tructuren het reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 juni 2014===&lt;br /&gt;
#Bespreek de reacties met alkenen (waterstof halogenen en perzuren)&lt;br /&gt;
#Iupac&lt;br /&gt;
#Bespreek reducerende suikers&lt;br /&gt;
#Peridoxalfosfaat en acetylcholine&lt;br /&gt;
#Stereochemie&lt;br /&gt;
#Reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 augustus 2013===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reactie kan D-mannose in een basisch milieu ondergaan?&lt;br /&gt;
# Leg de biosynthese van vetzuren uit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC&lt;br /&gt;
# Structuren: tBOC en ninhydrine&lt;br /&gt;
# Fosforylerings-potentiaal&lt;br /&gt;
# Random oefening&lt;br /&gt;
# Reacties: Ester+Amide en Alcohol+Zuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2013 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de elektrofiele en nucleofiele substitutie bij benzeen en pyridine.&lt;br /&gt;
# Bespreek eliminatiereacties bij halogeenalkanen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC.&lt;br /&gt;
# Structuur van glucaarzuur en tosylchloride.&lt;br /&gt;
# Leg optische zuiverheid uit.&lt;br /&gt;
# Tryptofaan: chirale koolstoffen, alle stereo-isomeren tekenen in Fischer en Newman, R/S bepalen.&lt;br /&gt;
# Reacties: Nucleofiele substitutie halogeenalkaan en Fischer estersynthese.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
#decarboxylatie alpha-aminozuur en decarboxylatie alpha-ketocarbonzuur&lt;br /&gt;
# amine + halogeenalkaan/salpeterigzuur&lt;br /&gt;
# iupac&lt;br /&gt;
# structuur beta-maltose en geranylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
# dean-stark&lt;br /&gt;
# molecule: chirale centra, R/S, enantiomere/diastereomere/epimeren/anomeren, oxidatie, welke OH zuurste?&lt;br /&gt;
# reactie aldehyd + OH/H2o, tetrahydropyraan met HI&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2013 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg de methoden uit om de volgorde van aminozuren in een peptide te achterhalen&lt;br /&gt;
# Leg uit: Halfacetaal- en acetaalvorming en pas toe op de vorming van beta-D-glucopyranose en methyl-beta-D-glucopyranoside&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Leg biodiesel uit&lt;br /&gt;
# Geef de structuur van limoneen en citroenzuur&lt;br /&gt;
# IUPAC-naamgeving&lt;br /&gt;
# Molecule gegeven: &lt;br /&gt;
#* Geef alle chirale C-atomen + R/S nomenclatuur&lt;br /&gt;
#* Newman projectie geven van bepaalde as&lt;br /&gt;
#* Is de stikstof erin basisch (verklaar met substituenteffecten)&lt;br /&gt;
#* Teken een stereomeer die geen epimeer is&lt;br /&gt;
# Reacties waarvan 1 uitwerken:&lt;br /&gt;
#* Sn1 van een alkaan met een broom erin&lt;br /&gt;
#* Claisen condensatie van een ester&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#bespreek reactie alkenen met perzuren, halogenen en H2.&lt;br /&gt;
#bespreek decarboxylatie van carbonzuren, pas toe op vb uit citroenzuurcyclus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#bespreek: reducerend/niet reducerend suiker&lt;br /&gt;
#molecules tekenen: biotine en SAM&lt;br /&gt;
#iupac naam&lt;br /&gt;
#chirale C: OT, R of S aangeven, diasteromeren van een AZ en fisher+newman&lt;br /&gt;
#oefening met ph berekening met titratie&lt;br /&gt;
#uitleggen waarom pka van 1 lager is dan een ander AZ&lt;br /&gt;
#2 ractiemechanismen geven, Ã©Ã©n ervan uitschrijven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# mutarotatie volledig uitleggen en illustreren voor D-fructose en D-glucose&lt;br /&gt;
# Joodgetal, verzepingsgetal, Hydrolyse en omestering (zuur en basisch) voor olie en vetten. (met TEKENINGEN van ELK mechanisme)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# fosforyleringspotentaal&lt;br /&gt;
# 2 mechanismes waarvan ge het mechanisme en het eindproduct moet geven en eentje moet ge tekenen (naar keuze).&lt;br /&gt;
# structuur gegeven: &lt;br /&gt;
#* geef alle chirale C-atomen &lt;br /&gt;
#* Stereo isomeren &lt;br /&gt;
#* R en S geven van de chirale C-atomen in de stereo isomeren &lt;br /&gt;
#* Zeggen of de dubbele bindingen E of Z zijn &lt;br /&gt;
#* bepaal oxidatiegetal van het aangeduide punt &lt;br /&gt;
#* verklaar waarom een stof hogere pka heeft als die gegeven is&lt;br /&gt;
# er is nog eentje maar die weet ik niet meer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling: &lt;br /&gt;
#synthese van peptiden in het labo&lt;br /&gt;
#de hydrolysereactie van esters en fosfaatesters&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk: &lt;br /&gt;
#iupac naam&lt;br /&gt;
#structuur van : cAMP en alpha keto glutaarzuur&lt;br /&gt;
#leg de Beckman omlegging uit&lt;br /&gt;
#suikers (ge krijgt een blad me alle suikers op) wij hadden xylulose&lt;br /&gt;
#* bepaal de absolute configuratie van alle chirale C-atomen&lt;br /&gt;
#*teken de meest stabiele open ketenvorm in een speciale projectie, kweet nimeer welke, volgens de C3-C4 as&lt;br /&gt;
#*bepaal het oxidatiegetal van C2&lt;br /&gt;
#*teken de overgang van L - xylulose naar L alpha xylulopentose&lt;br /&gt;
#*teken het anomeer van L alpha xylulopentose&lt;br /&gt;
#*welke soort reactie treed op bij een ringsluiting en welk soort katalysator bevordert dit proces&lt;br /&gt;
#dan nog twee reacties, waarvan ge een volledig moet uitwerken en van beide reacties moet ge het reactietype geven en reactieproduct(en)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2013 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#bespreek de claisencondensatie en bespreek het verband met de afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
#beschrijf de biosynthese van geraniol en limoneen(monoterpenen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#Bespreek de regel van Huckel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2012 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling: &lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van monoterpenen: geraniol (molecule krijg je) en limoneen (structuur wel kennen)&lt;br /&gt;
# Bespreek de aldolcondensatie en geef het verband met de glycolyse&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk: &lt;br /&gt;
# IUPAC naam geven&lt;br /&gt;
# structuren van acetylcholine en citroenzuur&lt;br /&gt;
# uitleggen wat reducerende en niet reducerende suikers zijn&lt;br /&gt;
# oefening met molecule met fenolen enz aan: fisherprojecties geven van de isomeren en ook de R/S en newmanprojecties van de stabielste moleculen.&lt;br /&gt;
# reactiemechanismes aanvullen: nucleofiele additie van H2SO4 aan alkeen en zuurgekatalyseerde claisencondensatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2012 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# bespreek de nucleofiele reacties van carbonylgroep en additie met H20 en alcohol&lt;br /&gt;
# Bespreek ninhydrine reactie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# ne iupac&lt;br /&gt;
# Limoneen en fosfoënolpyruvaat tekenen&lt;br /&gt;
# Bespreek optische zuiverheid&lt;br /&gt;
# oefening met suiker ( bij ons was die suiker L-tagatose dachtek) ma ge krijgt een blad om hem te herkennen (naam geven, fisher tekenen, R/S, een diastereomeer geven dat geen epimeer en geen anomeer is, + waarom suikercyclisatie zuur gekatalyseerd, en dan nog iets ma da wetek ni meer)&lt;br /&gt;
# 2 structuren ( 1 was zo cyclisch ether da met HI reageert )&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 juni 2011===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Labosynthese van peptiden&lt;br /&gt;
#Eliminatiereacties bij halogeenalkanen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPD-naam&lt;br /&gt;
#structuren:&lt;br /&gt;
#*Nylon-66&lt;br /&gt;
#*Palmitinezuur&lt;br /&gt;
#Leg uit: Dean Stark opstelling&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===24 Juni 2011 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Ninhydrinereactie&lt;br /&gt;
#bespreek reacties van amiden met halogeenalkanen en salpeterigzuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC-naam&lt;br /&gt;
#Structuren:&lt;br /&gt;
#*c-AMP&lt;br /&gt;
#*Sorbitol&lt;br /&gt;
#Leg uit: Cannizzaro-reactie&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#2 reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===24 Juni 2011 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Bio-synthese van vetzuren en het verband met de Claisencondensatie&lt;br /&gt;
#reacties van alkenen met waterstof, halogenen en perzuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC-naam&lt;br /&gt;
#structuren:&lt;br /&gt;
#*ATP&lt;br /&gt;
#*citroenzuur&lt;br /&gt;
#Leg uit: Diazokoppelingsreactie&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#2 reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===16 Juni 2011===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Leg uit: acetaal- en halfacetaalvorming.&lt;br /&gt;
#Reacties van anorganische zuren met alkenen en alkynen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC-naam&lt;br /&gt;
#structuren:&lt;br /&gt;
#*limoneen&lt;br /&gt;
#*D-mannose&lt;br /&gt;
#leg uit: Kolbe-Schmitt reactie&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#2 reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===23 augustus 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Ninhydrinereactie&lt;br /&gt;
# Welke reacties kan D-fructose in base ondergaan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren:&lt;br /&gt;
#* Pyridoxalfosfaat&lt;br /&gt;
#* SAM&lt;br /&gt;
# leg uit: Biodiesel&lt;br /&gt;
# stereochemie&lt;br /&gt;
# twee reactiemechanismen:&lt;br /&gt;
#* keton met alcohol&lt;br /&gt;
#* amide in water (zuurgekatalyseerd)&lt;br /&gt;
===18 juni 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Reactie van anorganische zuren met alkenen en alkynen.&lt;br /&gt;
# Alkylering, sulfonering en acylering van aromaten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren&lt;br /&gt;
#* (delta2)isopentenylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#* cellobiose&lt;br /&gt;
# leg uit: epoxyharsen en -lijmen&lt;br /&gt;
# stereochemie aminozuur met R = -CHOH-CH3&lt;br /&gt;
#* duid chirale koolstoffen aan&lt;br /&gt;
#* hoeveel conformaties zijn er? en teken deze&lt;br /&gt;
#* benoem (R,S)&lt;br /&gt;
#* welke zijn enantiomeren? diastereomeren?&lt;br /&gt;
#* bepaal het oxidatiegetal van de C-atomen&lt;br /&gt;
#* welk is het meest basisch en zeg waarom...&lt;br /&gt;
# twee reactiemechanismen waarvan 1 helemaal uitschrijven&lt;br /&gt;
===14 juni 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reacties gebeuren er met suikers in basisch milieu? (en dan bedoelt hij specifiek in basisch milieu)&lt;br /&gt;
# Bespreek de oxidatie van alcoholen in het labo met K2Cr2O7 en in de natuur met NAD+ en illustreer met een voorbeeld in de citroenzuurcyclus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
#* Biotine&lt;br /&gt;
# leg uit: reactie van Chichibabin&lt;br /&gt;
# stereochemie&lt;br /&gt;
#* duid chirale koolstoffen aan&lt;br /&gt;
#* hoeveel conformaties zijn er? en teken deze&lt;br /&gt;
#* benoem (R,S)&lt;br /&gt;
#* welke zijn enantiomeren? diastereomeren?&lt;br /&gt;
#* is er een mesovorm?&lt;br /&gt;
#* welk is het meest basisch: CH3CH2COO- of CH3CH2C=-C- (driedubbele binding) en zeg waarom&lt;br /&gt;
# twee reactiemechanismen waarvan 1 helemaal uitschrijven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Wat geven alkenen met &lt;br /&gt;
#* Anorganische zuren; &lt;br /&gt;
#* Perzuren (ook energieschema&#039;s kennen, effecten van concentraties enzo)&lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van vetzuren (Claisen-condensatiestap belangrijkst)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren&lt;br /&gt;
#*SAM (S-adenosylmethionine)&lt;br /&gt;
#*PET&lt;br /&gt;
# Leg uit: Kolbe-Schmidt-reactie (aspirine dus)&lt;br /&gt;
# Stereo-chemie:&lt;br /&gt;
#* teken (beta)-L-gulopyranose (lineaire vorm gegeven)&lt;br /&gt;
#* teken gunstigste Newman-projectie volgens C2-C3-as&lt;br /&gt;
#* wat is de oxidatietrap van C6?&lt;br /&gt;
#* geef de anomeer en een epimeer van L-gulose&lt;br /&gt;
# 2 reactiemechanismen (1 uitschrijven)&lt;br /&gt;
#* oxidatie van een alcohol en aldehyde met K2Cr2O7, H2SO4, koud&lt;br /&gt;
#* Friedel-Crafts-acylering&lt;br /&gt;
-&lt;br /&gt;
===22 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de aldolcondensatie. Bespreek ook de stap van de glycolyse die verband houdt met de aldolcondensatie.&lt;br /&gt;
# Bespreek de hydrolyse en omestering van vetten. Leg ook uit wat het verzepingsgetal en het joodgetal is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* dansylchloride&lt;br /&gt;
#* cellobiose&lt;br /&gt;
# Leg uit: De Beckmann-omlegging&lt;br /&gt;
# Je krijgt een molecule gegeven &lt;br /&gt;
#* Duid alle assymetrische koolstofatomen aan met een &amp;amp;quot;*&amp;amp;quot; en zeg of ze een R of S-configuratie hebben&lt;br /&gt;
#* Teken het enantiomeer en 2 epimeren&lt;br /&gt;
#* Van een N-atoom zeggen dat het basischer of zuurder is in vergelijking met ammoniak&lt;br /&gt;
#* 2 mesomeren vormen geven (buiten die van benzeenring)&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen (producten + soort reactie geven + Ã©Ã©n mechanisme helemaal uitschrijven)&lt;br /&gt;
#* tertair alcohol + zuurchloride&lt;br /&gt;
#* alkeen + zuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# bespreek de nucleofiele additie aan de carbonylgroep. Bespreek de factoren die de reactiviteit van aldehyden en ketonen beinvloed. geef de reactie met water en alcoholen&lt;br /&gt;
# bespreek de reactie van alkenen met waterstof, halogenen en perzuren&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* maltose&lt;br /&gt;
#* fosfoënolpyruvaat&lt;br /&gt;
# Leg uit: epoxyharsen en -lijmen&lt;br /&gt;
# gegeven: aminozuur met zijgroep: R=CH2-SH&lt;br /&gt;
#* Hoeveel stereoisomeren bestaan er van dit molecule+ welk aminozuur is dit&lt;br /&gt;
#* geef de fischerprojectie en de Newmanprojectie( volgens C2-C3 as) van stabielste conformatie van elk stereoisomeer.Geef van elke chirale C of het R of S is.&lt;br /&gt;
#* titratie: je begint met 100ml van O,2M oplossing van aminozuur(volledig geprotoneerd) en je titreert met 0,2M NaOH.(Pk1=1,9 Pk2=10,7 Pkr=8,4&lt;br /&gt;
#*# bereken PH als je 150ml NaOH toegevoegd hebt&lt;br /&gt;
#*# Bereken PH als je 300ml NaOH toegevoegd hebt&lt;br /&gt;
#*# wat is(zijn) de voornaamste vorm(en) van het aminozuur bij PH=8,4&lt;br /&gt;
# reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg de decarboxylering van carbonzuren uit en pas toe in een stap uit de citroenzuurcyclus&lt;br /&gt;
# Welke technieken ken je voor het bepalen van de aminozuurvolgorde in een peptideketen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Biotine&lt;br /&gt;
#* (delta)Â³ - isopentenylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
# Leg uit: de reactie van chichibabin&lt;br /&gt;
# Cyclische L-suiker gegeven:&lt;br /&gt;
#* Geef de naam en de lineaire structuur. (lijst met ongekende suikers gegeven)&lt;br /&gt;
#* Bepaal van CÂ² of het R of S - configuratie heeft&lt;br /&gt;
#* Duidt niet-chirale C-atomen in lineaire en cyclische structuur aan&lt;br /&gt;
#* Hoeveel 1,3-diaxiale interacties zijn er?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 8 juni 2008===&lt;br /&gt;
# Leg uit: de reactie van een zuur met een alkeen/alkyn.&lt;br /&gt;
# Leg uit: de Claisen-condensatie en breng dit in verband met de biosynthese van lipiden/vetten.&lt;br /&gt;
# Teken de structuur van S-adenosyl-methionine en van sacharose.&lt;br /&gt;
# Leg uit: optische zuiverheid.&lt;br /&gt;
# Oefeningen:&lt;br /&gt;
#* Stereochemie, invloed van substituenten op de zuurtegraad etc. &lt;br /&gt;
#* Reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 aug 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Geef de biosynthese van monoterpenen voor de vorming van geraniol en limoneen.&lt;br /&gt;
# Bespreek sulfonering, alkylering en acylering aan aromaten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* cyclisch AMP&lt;br /&gt;
#* Glucaarzuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de hydrolyse, omestering, aminolyse en reductie van esters.&lt;br /&gt;
# Welke methoden ken je om de volgorde van aminozuren in peptiden te bepalen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Moleculen:&lt;br /&gt;
#* Nerylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#* Cellobiose&lt;br /&gt;
# Wat zijn epoxylijmen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Licht toe wat acetalen en hemiacetalen zijn en pas dit toe op de vorming van beta-D-glucopyranose uit D-glucose en de vorming van methyl-beta-D-glucopyranoside.&lt;br /&gt;
# Bespreek de labosynthese van peptiden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Trans-decaline&lt;br /&gt;
#* Histamine&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek reactie alkenen met H2, halogenen en perzuren.&lt;br /&gt;
# Bespreek zure en base hydrolyse en omestering van vetten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* ADP&lt;br /&gt;
#* Maltose&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de eleminatiereacties bij halogeenalkanen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de testreactie van ninhydrine.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Geef de IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Teken de volgende structuren:&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
#* Thymidine&lt;br /&gt;
# Bespreek nylon 66.&lt;br /&gt;
# Cyclisch suiker: &lt;br /&gt;
#* Geef de naam.&lt;br /&gt;
#* Welk is het zuurste proton ?&lt;br /&gt;
#* Geef de configuratie (R/S).&lt;br /&gt;
#* Fisher&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de niet chirale C&#039;s ?&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de additie van zuren op alkenen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van vetzuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Geef de structuur van:&lt;br /&gt;
#* Geranylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#* Ninhydrine&lt;br /&gt;
# Bespreek de Beckmann omlegging.&lt;br /&gt;
# Aspartaam gegeven:&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de verschillende stereoisomeren ?&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de chirale koolstofatomen en duid aan of R/S zijn.&lt;br /&gt;
#* Schrijf de fisherprojectie van L-fenylalanine.&lt;br /&gt;
#* Vraag over elektroforese: aantonen waar fenylalanine en asparaginezuur zich bevinden.&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactiemechanisme bij ketonen en aldehyden en vermeld hierbij de factoren die deze reacties beinvloeden. Geef een voorbeeld van additie van alcohol en additie van water.  &lt;br /&gt;
# Bespreek de isomerisatie van D-glucose oiv van een base en geef een vb in de glycolyse cyclus.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Pyridoxalfosfaat&lt;br /&gt;
#* Tosylchloride&lt;br /&gt;
# Leg uit wat een kroonether is.&lt;br /&gt;
# Structuur asparagine gegeven:&lt;br /&gt;
#* Teken alle stereoisomeren (fisher en newman).&lt;br /&gt;
#* R/S configuratie&lt;br /&gt;
#* Waarom heeft de amine-groep in de structuur geen basische eigenschappen ?&lt;br /&gt;
#* Bereken het eerste equivalentiepunt en leg je methode uit.&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Nucleofiele additie aan de carbonylgroep bespreken/factoren reactiviteit/aantonen met additie van water en alcohol.&lt;br /&gt;
# Manieren om de AZ volgorde te bepalen uitleggen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC naam&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Pyridoxalfosfaat&lt;br /&gt;
#* Tosylchloride&lt;br /&gt;
# Leg Nylon 66 uit.&lt;br /&gt;
# Structuur Cysteïne gegeven:&lt;br /&gt;
#* Fisher&lt;br /&gt;
#* Newman&lt;br /&gt;
#* R-S&lt;br /&gt;
#* Enantiomeren...&lt;br /&gt;
#* Welk molecule &lt;br /&gt;
#* Welke vorm komt in de natuur het meeste voor ?&lt;br /&gt;
#* Welke is de mesovorm?&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Aminolyse/omestering/hydrolyse esters.&lt;br /&gt;
# Leg de decarboxylatie van carbonzuren uit en breng deze in verband met de Krebscyclus.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Regel van Zaitsev kort bespreken.&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* Biotine&lt;br /&gt;
#* Cellobiose&lt;br /&gt;
# Suikers: &lt;br /&gt;
#* Open-ketenstructuur&lt;br /&gt;
#* R en S&lt;br /&gt;
#* Chirale atomen.&lt;br /&gt;
#* 1,3-diaxiale interactie&lt;br /&gt;
# Reacties: &lt;br /&gt;
#* Alkeen + HCl =&amp;amp;gt; ... &lt;br /&gt;
#* Oxidatie van een alcohol.&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# De additie van zuren aan alkenen.&lt;br /&gt;
# Mutarotatie uitleggen en illustreren met glucose.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* Acetylcholine &lt;br /&gt;
#* cAMP&lt;br /&gt;
# Omega-3 en omega-6 vetzuren uitleggen.&lt;br /&gt;
# Een bepaald aminozuur:&lt;br /&gt;
#* Fisher&lt;br /&gt;
#* Newman&lt;br /&gt;
#* pH-berekeningen&lt;br /&gt;
# Reacties: Reactieproducten en soort reactie geven en uitwerken voor een van de twee.&lt;br /&gt;
#* Carbonylgroep met H2 en Pt&lt;br /&gt;
#* 2 ketonen met OH-&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Eliminatiereacties uitleggen.&lt;br /&gt;
# Beta-oxidatie + claisencondensatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam (carbonzuurgroep keton, 2 dubbele binden, methyl, en alkynbinding)&lt;br /&gt;
# Een suiker omzetten naar een ringstructuur, epimeren aanduiden op bijhorende tabel.&lt;br /&gt;
# Biodiesel uitleggen&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
#* Thymidine structuur geven&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de aldolcondensatie van aldehyden en ketonen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van waterstof/halogenen/perzuren aan alkenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren&lt;br /&gt;
#* Oliezuur&lt;br /&gt;
#* Adrenaline&lt;br /&gt;
# Leg kort uit: kroonethers.&lt;br /&gt;
# R-groep van lysine gegeven:&lt;br /&gt;
#* Stereoisomeren, R/S, L aanduiden.&lt;br /&gt;
#* Newman/fischer projecties.&lt;br /&gt;
#* Naam van het aminozuur.&lt;br /&gt;
#* Voorkomen bij pH 10 (welke vorm: geprotoneerd of niet?)&lt;br /&gt;
# Twee reacties: (je moet maar van 1 het hele mechanisme geven, ander gewoon zeggen welk type reactie en eindproduct)&lt;br /&gt;
#* Een keton reageert met HNO3 en H2SO4.&lt;br /&gt;
#* Reactie van tertiar alcohol met zuurchloride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 aug 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek peptidesynthese in het labo en vergelijk met die ter hoogte van de ribosomen.&lt;br /&gt;
# Bespreek additie van zuren aan alkenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuurformule van adrenaline en gluconzuur.&lt;br /&gt;
# Bespreek optische zuiverheid.&lt;br /&gt;
# Gegeven: structuurformule threonine.&lt;br /&gt;
#* Aantal stereo-isomeren&lt;br /&gt;
#* De chirale C-en&lt;br /&gt;
#* Fisher- en newman-projectie van elk.&lt;br /&gt;
#* Duidt R/S aan.&lt;br /&gt;
#* Naam van aminozuur.&lt;br /&gt;
#* Bij pH = 7: naar welke pool migreert dit AZ (pk1 en pk2 gegeven) ?&lt;br /&gt;
# Beschrijven van reactie: 2 esters (dezelfde) boven de pijl (H3O+ en OC3H7), boven de 2e pijl (H3O+ en NaBH4).&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
=== 26 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Hemiacetaal en acetaal, pas toe op de vorming van beta-D-glucopyranosyl uit D glucose en de vorming van methyl - beta - D - glucopyranoside.&lt;br /&gt;
# Oxidatie, hydrolyse ( in zuur en in basisch milieu) en omestering van olie en vet.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Cystine en adipinezuur structuur geven.&lt;br /&gt;
# Regel van Zaitsev uitleggen en illustreren met een voorbeeld.&lt;br /&gt;
# Oefening met stereo-isomeren, Fischer, Newman en R en S configuratie.&lt;br /&gt;
# Furan + HNO3 + H2SO4 reactie geven.&lt;br /&gt;
#* Stoffen geven die ge aan furan moet toevoegen om een ethylgroep op positie 2 (alfa) te induceren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de laboratoriumsynthese van peptideverbindingen en vergelijk met de manier waarop aminzuren binden met ribosomen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van alkenen met waterstof, halogenen en perzuren. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuurformule van oliezuur en adrenaline.&lt;br /&gt;
# Bespreek cannizaro reacties.&lt;br /&gt;
# Structuurformule van een suiker:&lt;br /&gt;
#* Geef de fisherprojectie van de ringstructuur.&lt;br /&gt;
#* R-S van de C2 bepalen&lt;br /&gt;
#* Leidt de naam af.&lt;br /&gt;
#* Geef het aantal chirale C&#039;s in de haworth aan.&lt;br /&gt;
# Reactiemechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de isomerisatie van D-glucose onder invloed van base en breng in verband met een stap uit de glycolyse (alleen deze stap opschrijven).&lt;br /&gt;
# Bespreek de afbraak van vetzuren en breng in verband met de Claisencondensatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Thymidine&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
# Verklaar kort het begrip &amp;amp;quot;optische zuiverheid&amp;amp;quot;.&lt;br /&gt;
# Een hepteen is gegeven:&lt;br /&gt;
#* Geef de verschillende stereovormen in Fisherprojectie.&lt;br /&gt;
#* Geef de Newman-projectie van het meest stabiele conformeer.&lt;br /&gt;
#* Noteer ook R- en S-conformatie.&lt;br /&gt;
# Reactie waarbij de producten, tussenstappen en mechanismen moeten worden aangevuld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de elektrofiele aromatische substitutie met als voorbeeld nitreerzuur, benzeen en gesubstitueerde benzeenderivaten.&lt;br /&gt;
# Bespreek hydrolyse, reductie, omestering en aminolyse van esters.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Sacharose &lt;br /&gt;
#* SAM&lt;br /&gt;
# Bespreek omega-3-vetzuren en omega-6-vetzuren.&lt;br /&gt;
# Gegeven: structuurformule arginine &lt;br /&gt;
#* Geef het aantal stereo-isomeren.&lt;br /&gt;
#* Duidt de cirale C&#039;s aan.&lt;br /&gt;
#* Fisher- en Newman-projectie van elk.&lt;br /&gt;
#* Duid R/S aan.&lt;br /&gt;
#* Geef de naam van het aminozuur.&lt;br /&gt;
#* Duid aan welke N het meest basisch is.&lt;br /&gt;
#* Welk stereo-isomeer is het L-aminozuur ?&lt;br /&gt;
# Beschrijven van reactie: 2 keer cyclopenteen met daaraan 2-hexanol (of pentanol ben het vergeten) keten op de pijl staat K2Cr2O7, H+ en koud, boven tweede pijl staat 1 OH- &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de additie van zuren aan alkenen (geen carbonzuren bedoeld).&lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van vetzuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* Kaneelzuur&lt;br /&gt;
#* Cellobiose&lt;br /&gt;
# 3-broom-4-cloorhexaan:&lt;br /&gt;
#* Stereo-isomeren: Fisher- en Newman-projectie.&lt;br /&gt;
#* R,S-configuratie&lt;br /&gt;
#* Diastereomeren/enantiomeren?&lt;br /&gt;
# Het reactietype en naam en mechanisme van benzeenring met OH aan, bij de pijl staan dibroom en ijzertribroom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Aldolcondensatie + glycolyse stap die met aldolcondensatie te maken heeft. &lt;br /&gt;
# Geef de verschillende methoden om de volgorde van AZ in peptide te vinden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren&lt;br /&gt;
#* Stearinezuur&lt;br /&gt;
#* Pyridine&lt;br /&gt;
# Leg uit: gauche en anti (bij alkanen).&lt;br /&gt;
# 2,3,4-hydroxybutanal:&lt;br /&gt;
#* Hoeveel stereoisomeren ?&lt;br /&gt;
#* Geef Fisher projectie en de Newmann projectie van de meest stabiele conformatie.&lt;br /&gt;
#* Geef R,S conformatie. &lt;br /&gt;
#* En zeg welke enantiomeren zijn, welke  diastereoisomeren zijn, mesovormen.&lt;br /&gt;
# Geef reactiemechanisme, reactieproduct (ook in skeletnotatie--&amp;amp;gt; reactieproduct) van:&lt;br /&gt;
#* Trans-1-fenyl-1-buteen met verdund zwavelzuur.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marike</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Bio-Organische_Chemie&amp;diff=638</id>
		<title>Bio-Organische Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Bio-Organische_Chemie&amp;diff=638"/>
		<updated>2017-08-31T13:13:32Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marike: /* 29 augustus 2017 (namiddag) - Mario Smet */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Basisvak organische chemie voor eerstejaars chemie, biochemie en biologie.&lt;br /&gt;
Gedoceerd door Professor Luc van Meervelt.&lt;br /&gt;
Het examen volgt al jaren dezelfde structuur.&lt;br /&gt;
Sinds 2017 wordt dit vak gegeven door professor Mario Smet&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===29 augustus 2017 (namiddag) - Mario Smet===&lt;br /&gt;
Mondeling&lt;br /&gt;
#(4 stoffen zijn gegeven: een buteen, een butadieen, fenyletheen, en furyletheen) Voer een elektrofiele additie van water uit in zuur milieu: schrijf het reactiemechanisme compleet uit voor stof A + welke stof is het reactiefste leg uit adhv substituenteffecten + geef alle gevormde producten en hun IUPAC namen.&lt;br /&gt;
#Methionine wordt gebruikt bij de methylering in het lichaam maar moet eerst geactiveerd worden. Geef mechanisme van activering, mechanisme van methylering, geef biologisch voorbeeld van methylering + Mosterdgas is sterk alkylerend, waarom? En waarom zijn sterk alkylerende stoffen uiterst toxisch?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk&lt;br /&gt;
#oefeningen op koolhydraten: L-arabinose omvormen naar beta-L-arabinofuranose, hoe noemt deze reactie en welk type reactie is dit?, geef een anomeer van de beta vorm is dit een enantiomeer?, geef een diastereomeer dat geen epimeer is, is deze suiker reducerend?, newman projectie van meest stabiele configuratie bekeken vanaf C2 en C3, geef de absolute configuratie en oxidatietrap van C2 en C4,...)&lt;br /&gt;
#oefening op AZ: arginine, welke vorm heeft dit bij pH12.5 en waarom? Welk stikstofatoom is het meest basisch en waarom? valine, geef S configuratie (beiden dus structuur vanbuiten kennen)&lt;br /&gt;
#methyl-2-methylpropanoaat ondergaat een claisencondensatie in oplossing met methoxide. In tegenstelling tot andere claisencondensaties wordt het reactiemechanisme NIET naar rechts getrokken, waarom?&lt;br /&gt;
#3 verschillende reacties, verschillende zaken aanvullen telkens (mechanisme, welk type reactie, reactieproduct, reagentia,...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2017 (voormiddag) - Mario Smet===&lt;br /&gt;
Mondeling&lt;br /&gt;
#halogeenalkaan ondergaat een E1 + toelichten zaitsev&lt;br /&gt;
#vier moleculen ondergaan een E; welke is het reactiefst? Leg uit mbhv substituenteffecten + resonantievormen tekenen (indien nuttig)&lt;br /&gt;
#Waarom kan op een alcohol NIET goed een Sn uitgevoerd worden? (OH- is niet stabiel)&lt;br /&gt;
#2 voorbeelden geven hoe dat wel kan + werkt dit ook voor fenol? (protoneren of fosfaatgroep toevoegen)&lt;br /&gt;
#Voorbeeld geven van een nucleofiele substitutie van een alcohol in biologische systemen (acetaalvorming v/e reducerende suiker met methanol)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk&lt;br /&gt;
#oefeningen op koolhydraten (R/S; anomeer, epimeer, haworth en newman projecties&lt;br /&gt;
#oefeningen op reactiemechanismen (fiederlkraftsalkylering, nucleofiele acylsubstietutie)&lt;br /&gt;
#oefening op AZ (2 tekenen, titratie-oef, pKa vergelijken)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 Juni 2017 (namiddag) - Mario Smet===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Elektrofiele additie reactiemechanisme schrijven (regel markovnikov)&lt;br /&gt;
#4 moleculen bepalen welke het snelst aan een Ae doet (grensstructuren, inductieve effecten)&lt;br /&gt;
#naamgeving van enkele producten na de Ae&lt;br /&gt;
#isomerisatie in glycolyse van glucose-6-fosfaat naar fructose-6-fosfaat en uitleggen waarom dit base gekatalyseerd is&lt;br /&gt;
#verband uitleggen met Fehling&#039;s/ Tollen en Barfoed&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#gegeven moleculen Menthol aantal stereochemische oefeningen oplossen (R/S, diasteromeren, enantiomeren, newman...)&lt;br /&gt;
#oefening op AZ op papierelektroforese (waar komt elk AZ bij bepaalde ph)&lt;br /&gt;
#aceton+ methylanime wordt imine bij ph=7 laat zien&lt;br /&gt;
#enkele reactiemechanisme aanvullen of tekenen ( Nitrering, estercondensatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2017 (voormiddag) SINDS 2017 GEGEVEN DOOR MARIO SMET===&lt;br /&gt;
#op 4 structuren Sn1 toepassen en verklaren welke het meest reactief is + resomere vormen geven + naamgeving...&lt;br /&gt;
#retro aldolcondensatie bij glycolyse en zeggen hoe het katalytisch effect tot stand kwam&lt;br /&gt;
#een oefenig op suikers, op aminozuren en 3 reactiemechanismes&lt;br /&gt;
#vertellen hoe een alcohol test werkt met chroomzuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===9 juni 2016===&lt;br /&gt;
#beckman omlegging&lt;br /&gt;
#edman degradatie&lt;br /&gt;
#biosynthese geraniol en limoleen&lt;br /&gt;
#structuren = S.A.M &amp;amp; biotione&lt;br /&gt;
#naamgeving + 2 mechanismes&lt;br /&gt;
#oefening ivm stereochemie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===8 juni 2016===&lt;br /&gt;
#synthese vn peptiden&lt;br /&gt;
#hydrolyse, omestering en reductie van esters&lt;br /&gt;
#cannizaro reactie&lt;br /&gt;
#structuren: -2-isopentenylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#Trans decaline&lt;br /&gt;
#oef over suikers(suiker bepalen, chirale C&#039;s, newman projectie..)&lt;br /&gt;
#reactiemechanismen en naamgeving&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 juni 2016===&lt;br /&gt;
#Aldolcondensatie en waardat deze terugkomt in de glycolyse&lt;br /&gt;
#reactiviteit bij de substitutie reacties van benzeen, tolueen en pyridine vergelijken&lt;br /&gt;
#-verschil tussen reducerende suikers en nietreducerende suikers&lt;br /&gt;
#structuur van acetyl-choline en palitine&lt;br /&gt;
#pH van aminozuren bij een titratie&lt;br /&gt;
#reactimechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# Claisen condensatie + verband met afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van geconcentreerd zwavelzuur met:&lt;br /&gt;
#* Alkeen&lt;br /&gt;
#* Alcohol&lt;br /&gt;
#* Aromaat&lt;br /&gt;
# acetylcholine en fructose 6 fosfaat tekenen, optische zuiverheid uitleggen. &lt;br /&gt;
#Oefeningen over aminozuren (of glutamine en threonine te scheiden waren met elektroforese) fischer, newmann, stereo isomeren erover. &lt;br /&gt;
#En dan twee reacties natuurlijk&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2015 ( namiddag ) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg de reacties met benzeen uit en ook die van purine en fenol.&lt;br /&gt;
# Bespreek de hydrolyse en omestering van vetzuren in zuur en basisch milieu. Leg hierbij ook het broomgetal en verzepingsgetal uit.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Naamgeving ( c-AMP en mannose)&lt;br /&gt;
# Leg uit si en re&lt;br /&gt;
# Een hele lang oefening vergelijkbaar met de oefeningen van de oefenzitting ( verschil tussen D en L, chirale C, reacties, ...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2015 ( voormiddag ) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
mondeling:&lt;br /&gt;
#Aminen en halogeenalkanen &lt;br /&gt;
#Aminen en salpeterigzuur&lt;br /&gt;
#Laboratorium peptidesynthese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
#structuren&lt;br /&gt;
#*Limoneen&lt;br /&gt;
#*Sorbitol&lt;br /&gt;
#stereochemie+ reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#*aldolcondensatie&lt;br /&gt;
#leg uit:&lt;br /&gt;
#*reducerende en niet-reducerende suikers&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2015===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
mondeling:&lt;br /&gt;
#Wat is &#039;&#039;mutarotatie&#039;&#039;? Leg dit uit a.h.v glucose en fructose.&lt;br /&gt;
#Leg uit:&lt;br /&gt;
#* Fisher-verestering&lt;br /&gt;
#* Beckmann-omslag. Je moet ook weten hoe H2O addeert. Hij vraagt hoe je aan een oximen kunt komen. &lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC &lt;br /&gt;
#structuren&lt;br /&gt;
#*citroenzuur&lt;br /&gt;
#*ninhydrine&lt;br /&gt;
#structuur observeren&lt;br /&gt;
#* chirale C-atomen aanduiden&lt;br /&gt;
#* OG van aangeduid atoom geven&lt;br /&gt;
#* vermelden welke N in de molecule het stabielste is.&lt;br /&gt;
#* vermelden hoeveel stereo-isomeren er gevormd kunnen worden.&lt;br /&gt;
#* Ã©Ã©n stereomeer tekenen dat geen enantiomeer is.&lt;br /&gt;
#* oefening op pH-waarden binnen titraties. ( &#039;&#039;deze bij 200 mL als de molecule volledig geprotoneerd is&#039;&#039; )&lt;br /&gt;
#wat is &#039;&#039;fosforyleringspotentiaal&#039;&#039;? Leg uit.&lt;br /&gt;
#2 structuren gegeven. &lt;br /&gt;
#*Van elk de/het reactieproduct(en) geven en hiervan de juiste skeletnotatie. &lt;br /&gt;
#*Geef van Ã©Ã©n van de 2 tructuren het reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 juni 2014===&lt;br /&gt;
#Bespreek de reacties met alkenen (waterstof halogenen en perzuren)&lt;br /&gt;
#Iupac&lt;br /&gt;
#Bespreek reducerende suikers&lt;br /&gt;
#Peridoxalfosfaat en acetylcholine&lt;br /&gt;
#Stereochemie&lt;br /&gt;
#Reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 augustus 2013===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reactie kan D-mannose in een basisch milieu ondergaan?&lt;br /&gt;
# Leg de biosynthese van vetzuren uit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC&lt;br /&gt;
# Structuren: tBOC en ninhydrine&lt;br /&gt;
# Fosforylerings-potentiaal&lt;br /&gt;
# Random oefening&lt;br /&gt;
# Reacties: Ester+Amide en Alcohol+Zuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2013 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de elektrofiele en nucleofiele substitutie bij benzeen en pyridine.&lt;br /&gt;
# Bespreek eliminatiereacties bij halogeenalkanen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC.&lt;br /&gt;
# Structuur van glucaarzuur en tosylchloride.&lt;br /&gt;
# Leg optische zuiverheid uit.&lt;br /&gt;
# Tryptofaan: chirale koolstoffen, alle stereo-isomeren tekenen in Fischer en Newman, R/S bepalen.&lt;br /&gt;
# Reacties: Nucleofiele substitutie halogeenalkaan en Fischer estersynthese.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
#decarboxylatie alpha-aminozuur en decarboxylatie alpha-ketocarbonzuur&lt;br /&gt;
# amine + halogeenalkaan/salpeterigzuur&lt;br /&gt;
# iupac&lt;br /&gt;
# structuur beta-maltose en geranylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
# dean-stark&lt;br /&gt;
# molecule: chirale centra, R/S, enantiomere/diastereomere/epimeren/anomeren, oxidatie, welke OH zuurste?&lt;br /&gt;
# reactie aldehyd + OH/H2o, tetrahydropyraan met HI&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2013 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg de methoden uit om de volgorde van aminozuren in een peptide te achterhalen&lt;br /&gt;
# Leg uit: Halfacetaal- en acetaalvorming en pas toe op de vorming van beta-D-glucopyranose en methyl-beta-D-glucopyranoside&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Leg biodiesel uit&lt;br /&gt;
# Geef de structuur van limoneen en citroenzuur&lt;br /&gt;
# IUPAC-naamgeving&lt;br /&gt;
# Molecule gegeven: &lt;br /&gt;
#* Geef alle chirale C-atomen + R/S nomenclatuur&lt;br /&gt;
#* Newman projectie geven van bepaalde as&lt;br /&gt;
#* Is de stikstof erin basisch (verklaar met substituenteffecten)&lt;br /&gt;
#* Teken een stereomeer die geen epimeer is&lt;br /&gt;
# Reacties waarvan 1 uitwerken:&lt;br /&gt;
#* Sn1 van een alkaan met een broom erin&lt;br /&gt;
#* Claisen condensatie van een ester&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#bespreek reactie alkenen met perzuren, halogenen en H2.&lt;br /&gt;
#bespreek decarboxylatie van carbonzuren, pas toe op vb uit citroenzuurcyclus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#bespreek: reducerend/niet reducerend suiker&lt;br /&gt;
#molecules tekenen: biotine en SAM&lt;br /&gt;
#iupac naam&lt;br /&gt;
#chirale C: OT, R of S aangeven, diasteromeren van een AZ en fisher+newman&lt;br /&gt;
#oefening met ph berekening met titratie&lt;br /&gt;
#uitleggen waarom pka van 1 lager is dan een ander AZ&lt;br /&gt;
#2 ractiemechanismen geven, Ã©Ã©n ervan uitschrijven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# mutarotatie volledig uitleggen en illustreren voor D-fructose en D-glucose&lt;br /&gt;
# Joodgetal, verzepingsgetal, Hydrolyse en omestering (zuur en basisch) voor olie en vetten. (met TEKENINGEN van ELK mechanisme)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# fosforyleringspotentaal&lt;br /&gt;
# 2 mechanismes waarvan ge het mechanisme en het eindproduct moet geven en eentje moet ge tekenen (naar keuze).&lt;br /&gt;
# structuur gegeven: &lt;br /&gt;
#* geef alle chirale C-atomen &lt;br /&gt;
#* Stereo isomeren &lt;br /&gt;
#* R en S geven van de chirale C-atomen in de stereo isomeren &lt;br /&gt;
#* Zeggen of de dubbele bindingen E of Z zijn &lt;br /&gt;
#* bepaal oxidatiegetal van het aangeduide punt &lt;br /&gt;
#* verklaar waarom een stof hogere pka heeft als die gegeven is&lt;br /&gt;
# er is nog eentje maar die weet ik niet meer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling: &lt;br /&gt;
#synthese van peptiden in het labo&lt;br /&gt;
#de hydrolysereactie van esters en fosfaatesters&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk: &lt;br /&gt;
#iupac naam&lt;br /&gt;
#structuur van : cAMP en alpha keto glutaarzuur&lt;br /&gt;
#leg de Beckman omlegging uit&lt;br /&gt;
#suikers (ge krijgt een blad me alle suikers op) wij hadden xylulose&lt;br /&gt;
#* bepaal de absolute configuratie van alle chirale C-atomen&lt;br /&gt;
#*teken de meest stabiele open ketenvorm in een speciale projectie, kweet nimeer welke, volgens de C3-C4 as&lt;br /&gt;
#*bepaal het oxidatiegetal van C2&lt;br /&gt;
#*teken de overgang van L - xylulose naar L alpha xylulopentose&lt;br /&gt;
#*teken het anomeer van L alpha xylulopentose&lt;br /&gt;
#*welke soort reactie treed op bij een ringsluiting en welk soort katalysator bevordert dit proces&lt;br /&gt;
#dan nog twee reacties, waarvan ge een volledig moet uitwerken en van beide reacties moet ge het reactietype geven en reactieproduct(en)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2013 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#bespreek de claisencondensatie en bespreek het verband met de afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
#beschrijf de biosynthese van geraniol en limoneen(monoterpenen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#Bespreek de regel van Huckel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2012 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling: &lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van monoterpenen: geraniol (molecule krijg je) en limoneen (structuur wel kennen)&lt;br /&gt;
# Bespreek de aldolcondensatie en geef het verband met de glycolyse&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk: &lt;br /&gt;
# IUPAC naam geven&lt;br /&gt;
# structuren van acetylcholine en citroenzuur&lt;br /&gt;
# uitleggen wat reducerende en niet reducerende suikers zijn&lt;br /&gt;
# oefening met molecule met fenolen enz aan: fisherprojecties geven van de isomeren en ook de R/S en newmanprojecties van de stabielste moleculen.&lt;br /&gt;
# reactiemechanismes aanvullen: nucleofiele additie van H2SO4 aan alkeen en zuurgekatalyseerde claisencondensatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2012 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# bespreek de nucleofiele reacties van carbonylgroep en additie met H20 en alcohol&lt;br /&gt;
# Bespreek ninhydrine reactie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# ne iupac&lt;br /&gt;
# Limoneen en fosfoënolpyruvaat tekenen&lt;br /&gt;
# Bespreek optische zuiverheid&lt;br /&gt;
# oefening met suiker ( bij ons was die suiker L-tagatose dachtek) ma ge krijgt een blad om hem te herkennen (naam geven, fisher tekenen, R/S, een diastereomeer geven dat geen epimeer en geen anomeer is, + waarom suikercyclisatie zuur gekatalyseerd, en dan nog iets ma da wetek ni meer)&lt;br /&gt;
# 2 structuren ( 1 was zo cyclisch ether da met HI reageert )&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 juni 2011===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Labosynthese van peptiden&lt;br /&gt;
#Eliminatiereacties bij halogeenalkanen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPD-naam&lt;br /&gt;
#structuren:&lt;br /&gt;
#*Nylon-66&lt;br /&gt;
#*Palmitinezuur&lt;br /&gt;
#Leg uit: Dean Stark opstelling&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===24 Juni 2011 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Ninhydrinereactie&lt;br /&gt;
#bespreek reacties van amiden met halogeenalkanen en salpeterigzuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC-naam&lt;br /&gt;
#Structuren:&lt;br /&gt;
#*c-AMP&lt;br /&gt;
#*Sorbitol&lt;br /&gt;
#Leg uit: Cannizzaro-reactie&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#2 reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===24 Juni 2011 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Bio-synthese van vetzuren en het verband met de Claisencondensatie&lt;br /&gt;
#reacties van alkenen met waterstof, halogenen en perzuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC-naam&lt;br /&gt;
#structuren:&lt;br /&gt;
#*ATP&lt;br /&gt;
#*citroenzuur&lt;br /&gt;
#Leg uit: Diazokoppelingsreactie&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#2 reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===16 Juni 2011===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Leg uit: acetaal- en halfacetaalvorming.&lt;br /&gt;
#Reacties van anorganische zuren met alkenen en alkynen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC-naam&lt;br /&gt;
#structuren:&lt;br /&gt;
#*limoneen&lt;br /&gt;
#*D-mannose&lt;br /&gt;
#leg uit: Kolbe-Schmitt reactie&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#2 reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===23 augustus 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Ninhydrinereactie&lt;br /&gt;
# Welke reacties kan D-fructose in base ondergaan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren:&lt;br /&gt;
#* Pyridoxalfosfaat&lt;br /&gt;
#* SAM&lt;br /&gt;
# leg uit: Biodiesel&lt;br /&gt;
# stereochemie&lt;br /&gt;
# twee reactiemechanismen:&lt;br /&gt;
#* keton met alcohol&lt;br /&gt;
#* amide in water (zuurgekatalyseerd)&lt;br /&gt;
===18 juni 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Reactie van anorganische zuren met alkenen en alkynen.&lt;br /&gt;
# Alkylering, sulfonering en acylering van aromaten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren&lt;br /&gt;
#* (delta2)isopentenylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#* cellobiose&lt;br /&gt;
# leg uit: epoxyharsen en -lijmen&lt;br /&gt;
# stereochemie aminozuur met R = -CHOH-CH3&lt;br /&gt;
#* duid chirale koolstoffen aan&lt;br /&gt;
#* hoeveel conformaties zijn er? en teken deze&lt;br /&gt;
#* benoem (R,S)&lt;br /&gt;
#* welke zijn enantiomeren? diastereomeren?&lt;br /&gt;
#* bepaal het oxidatiegetal van de C-atomen&lt;br /&gt;
#* welk is het meest basisch en zeg waarom...&lt;br /&gt;
# twee reactiemechanismen waarvan 1 helemaal uitschrijven&lt;br /&gt;
===14 juni 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reacties gebeuren er met suikers in basisch milieu? (en dan bedoelt hij specifiek in basisch milieu)&lt;br /&gt;
# Bespreek de oxidatie van alcoholen in het labo met K2Cr2O7 en in de natuur met NAD+ en illustreer met een voorbeeld in de citroenzuurcyclus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
#* Biotine&lt;br /&gt;
# leg uit: reactie van Chichibabin&lt;br /&gt;
# stereochemie&lt;br /&gt;
#* duid chirale koolstoffen aan&lt;br /&gt;
#* hoeveel conformaties zijn er? en teken deze&lt;br /&gt;
#* benoem (R,S)&lt;br /&gt;
#* welke zijn enantiomeren? diastereomeren?&lt;br /&gt;
#* is er een mesovorm?&lt;br /&gt;
#* welk is het meest basisch: CH3CH2COO- of CH3CH2C=-C- (driedubbele binding) en zeg waarom&lt;br /&gt;
# twee reactiemechanismen waarvan 1 helemaal uitschrijven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Wat geven alkenen met &lt;br /&gt;
#* Anorganische zuren; &lt;br /&gt;
#* Perzuren (ook energieschema&#039;s kennen, effecten van concentraties enzo)&lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van vetzuren (Claisen-condensatiestap belangrijkst)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren&lt;br /&gt;
#*SAM (S-adenosylmethionine)&lt;br /&gt;
#*PET&lt;br /&gt;
# Leg uit: Kolbe-Schmidt-reactie (aspirine dus)&lt;br /&gt;
# Stereo-chemie:&lt;br /&gt;
#* teken (beta)-L-gulopyranose (lineaire vorm gegeven)&lt;br /&gt;
#* teken gunstigste Newman-projectie volgens C2-C3-as&lt;br /&gt;
#* wat is de oxidatietrap van C6?&lt;br /&gt;
#* geef de anomeer en een epimeer van L-gulose&lt;br /&gt;
# 2 reactiemechanismen (1 uitschrijven)&lt;br /&gt;
#* oxidatie van een alcohol en aldehyde met K2Cr2O7, H2SO4, koud&lt;br /&gt;
#* Friedel-Crafts-acylering&lt;br /&gt;
-&lt;br /&gt;
===22 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de aldolcondensatie. Bespreek ook de stap van de glycolyse die verband houdt met de aldolcondensatie.&lt;br /&gt;
# Bespreek de hydrolyse en omestering van vetten. Leg ook uit wat het verzepingsgetal en het joodgetal is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* dansylchloride&lt;br /&gt;
#* cellobiose&lt;br /&gt;
# Leg uit: De Beckmann-omlegging&lt;br /&gt;
# Je krijgt een molecule gegeven &lt;br /&gt;
#* Duid alle assymetrische koolstofatomen aan met een &amp;amp;quot;*&amp;amp;quot; en zeg of ze een R of S-configuratie hebben&lt;br /&gt;
#* Teken het enantiomeer en 2 epimeren&lt;br /&gt;
#* Van een N-atoom zeggen dat het basischer of zuurder is in vergelijking met ammoniak&lt;br /&gt;
#* 2 mesomeren vormen geven (buiten die van benzeenring)&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen (producten + soort reactie geven + Ã©Ã©n mechanisme helemaal uitschrijven)&lt;br /&gt;
#* tertair alcohol + zuurchloride&lt;br /&gt;
#* alkeen + zuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# bespreek de nucleofiele additie aan de carbonylgroep. Bespreek de factoren die de reactiviteit van aldehyden en ketonen beinvloed. geef de reactie met water en alcoholen&lt;br /&gt;
# bespreek de reactie van alkenen met waterstof, halogenen en perzuren&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* maltose&lt;br /&gt;
#* fosfoënolpyruvaat&lt;br /&gt;
# Leg uit: epoxyharsen en -lijmen&lt;br /&gt;
# gegeven: aminozuur met zijgroep: R=CH2-SH&lt;br /&gt;
#* Hoeveel stereoisomeren bestaan er van dit molecule+ welk aminozuur is dit&lt;br /&gt;
#* geef de fischerprojectie en de Newmanprojectie( volgens C2-C3 as) van stabielste conformatie van elk stereoisomeer.Geef van elke chirale C of het R of S is.&lt;br /&gt;
#* titratie: je begint met 100ml van O,2M oplossing van aminozuur(volledig geprotoneerd) en je titreert met 0,2M NaOH.(Pk1=1,9 Pk2=10,7 Pkr=8,4&lt;br /&gt;
#*# bereken PH als je 150ml NaOH toegevoegd hebt&lt;br /&gt;
#*# Bereken PH als je 300ml NaOH toegevoegd hebt&lt;br /&gt;
#*# wat is(zijn) de voornaamste vorm(en) van het aminozuur bij PH=8,4&lt;br /&gt;
# reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg de decarboxylering van carbonzuren uit en pas toe in een stap uit de citroenzuurcyclus&lt;br /&gt;
# Welke technieken ken je voor het bepalen van de aminozuurvolgorde in een peptideketen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Biotine&lt;br /&gt;
#* (delta)Â³ - isopentenylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
# Leg uit: de reactie van chichibabin&lt;br /&gt;
# Cyclische L-suiker gegeven:&lt;br /&gt;
#* Geef de naam en de lineaire structuur. (lijst met ongekende suikers gegeven)&lt;br /&gt;
#* Bepaal van CÂ² of het R of S - configuratie heeft&lt;br /&gt;
#* Duidt niet-chirale C-atomen in lineaire en cyclische structuur aan&lt;br /&gt;
#* Hoeveel 1,3-diaxiale interacties zijn er?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 8 juni 2008===&lt;br /&gt;
# Leg uit: de reactie van een zuur met een alkeen/alkyn.&lt;br /&gt;
# Leg uit: de Claisen-condensatie en breng dit in verband met de biosynthese van lipiden/vetten.&lt;br /&gt;
# Teken de structuur van S-adenosyl-methionine en van sacharose.&lt;br /&gt;
# Leg uit: optische zuiverheid.&lt;br /&gt;
# Oefeningen:&lt;br /&gt;
#* Stereochemie, invloed van substituenten op de zuurtegraad etc. &lt;br /&gt;
#* Reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 aug 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Geef de biosynthese van monoterpenen voor de vorming van geraniol en limoneen.&lt;br /&gt;
# Bespreek sulfonering, alkylering en acylering aan aromaten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* cyclisch AMP&lt;br /&gt;
#* Glucaarzuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de hydrolyse, omestering, aminolyse en reductie van esters.&lt;br /&gt;
# Welke methoden ken je om de volgorde van aminozuren in peptiden te bepalen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Moleculen:&lt;br /&gt;
#* Nerylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#* Cellobiose&lt;br /&gt;
# Wat zijn epoxylijmen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Licht toe wat acetalen en hemiacetalen zijn en pas dit toe op de vorming van beta-D-glucopyranose uit D-glucose en de vorming van methyl-beta-D-glucopyranoside.&lt;br /&gt;
# Bespreek de labosynthese van peptiden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Trans-decaline&lt;br /&gt;
#* Histamine&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek reactie alkenen met H2, halogenen en perzuren.&lt;br /&gt;
# Bespreek zure en base hydrolyse en omestering van vetten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* ADP&lt;br /&gt;
#* Maltose&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de eleminatiereacties bij halogeenalkanen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de testreactie van ninhydrine.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Geef de IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Teken de volgende structuren:&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
#* Thymidine&lt;br /&gt;
# Bespreek nylon 66.&lt;br /&gt;
# Cyclisch suiker: &lt;br /&gt;
#* Geef de naam.&lt;br /&gt;
#* Welk is het zuurste proton ?&lt;br /&gt;
#* Geef de configuratie (R/S).&lt;br /&gt;
#* Fisher&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de niet chirale C&#039;s ?&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de additie van zuren op alkenen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van vetzuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Geef de structuur van:&lt;br /&gt;
#* Geranylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#* Ninhydrine&lt;br /&gt;
# Bespreek de Beckmann omlegging.&lt;br /&gt;
# Aspartaam gegeven:&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de verschillende stereoisomeren ?&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de chirale koolstofatomen en duid aan of R/S zijn.&lt;br /&gt;
#* Schrijf de fisherprojectie van L-fenylalanine.&lt;br /&gt;
#* Vraag over elektroforese: aantonen waar fenylalanine en asparaginezuur zich bevinden.&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactiemechanisme bij ketonen en aldehyden en vermeld hierbij de factoren die deze reacties beinvloeden. Geef een voorbeeld van additie van alcohol en additie van water.  &lt;br /&gt;
# Bespreek de isomerisatie van D-glucose oiv van een base en geef een vb in de glycolyse cyclus.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Pyridoxalfosfaat&lt;br /&gt;
#* Tosylchloride&lt;br /&gt;
# Leg uit wat een kroonether is.&lt;br /&gt;
# Structuur asparagine gegeven:&lt;br /&gt;
#* Teken alle stereoisomeren (fisher en newman).&lt;br /&gt;
#* R/S configuratie&lt;br /&gt;
#* Waarom heeft de amine-groep in de structuur geen basische eigenschappen ?&lt;br /&gt;
#* Bereken het eerste equivalentiepunt en leg je methode uit.&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Nucleofiele additie aan de carbonylgroep bespreken/factoren reactiviteit/aantonen met additie van water en alcohol.&lt;br /&gt;
# Manieren om de AZ volgorde te bepalen uitleggen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC naam&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Pyridoxalfosfaat&lt;br /&gt;
#* Tosylchloride&lt;br /&gt;
# Leg Nylon 66 uit.&lt;br /&gt;
# Structuur Cysteïne gegeven:&lt;br /&gt;
#* Fisher&lt;br /&gt;
#* Newman&lt;br /&gt;
#* R-S&lt;br /&gt;
#* Enantiomeren...&lt;br /&gt;
#* Welk molecule &lt;br /&gt;
#* Welke vorm komt in de natuur het meeste voor ?&lt;br /&gt;
#* Welke is de mesovorm?&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Aminolyse/omestering/hydrolyse esters.&lt;br /&gt;
# Leg de decarboxylatie van carbonzuren uit en breng deze in verband met de Krebscyclus.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Regel van Zaitsev kort bespreken.&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* Biotine&lt;br /&gt;
#* Cellobiose&lt;br /&gt;
# Suikers: &lt;br /&gt;
#* Open-ketenstructuur&lt;br /&gt;
#* R en S&lt;br /&gt;
#* Chirale atomen.&lt;br /&gt;
#* 1,3-diaxiale interactie&lt;br /&gt;
# Reacties: &lt;br /&gt;
#* Alkeen + HCl =&amp;amp;gt; ... &lt;br /&gt;
#* Oxidatie van een alcohol.&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# De additie van zuren aan alkenen.&lt;br /&gt;
# Mutarotatie uitleggen en illustreren met glucose.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* Acetylcholine &lt;br /&gt;
#* cAMP&lt;br /&gt;
# Omega-3 en omega-6 vetzuren uitleggen.&lt;br /&gt;
# Een bepaald aminozuur:&lt;br /&gt;
#* Fisher&lt;br /&gt;
#* Newman&lt;br /&gt;
#* pH-berekeningen&lt;br /&gt;
# Reacties: Reactieproducten en soort reactie geven en uitwerken voor een van de twee.&lt;br /&gt;
#* Carbonylgroep met H2 en Pt&lt;br /&gt;
#* 2 ketonen met OH-&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Eliminatiereacties uitleggen.&lt;br /&gt;
# Beta-oxidatie + claisencondensatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam (carbonzuurgroep keton, 2 dubbele binden, methyl, en alkynbinding)&lt;br /&gt;
# Een suiker omzetten naar een ringstructuur, epimeren aanduiden op bijhorende tabel.&lt;br /&gt;
# Biodiesel uitleggen&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
#* Thymidine structuur geven&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de aldolcondensatie van aldehyden en ketonen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van waterstof/halogenen/perzuren aan alkenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren&lt;br /&gt;
#* Oliezuur&lt;br /&gt;
#* Adrenaline&lt;br /&gt;
# Leg kort uit: kroonethers.&lt;br /&gt;
# R-groep van lysine gegeven:&lt;br /&gt;
#* Stereoisomeren, R/S, L aanduiden.&lt;br /&gt;
#* Newman/fischer projecties.&lt;br /&gt;
#* Naam van het aminozuur.&lt;br /&gt;
#* Voorkomen bij pH 10 (welke vorm: geprotoneerd of niet?)&lt;br /&gt;
# Twee reacties: (je moet maar van 1 het hele mechanisme geven, ander gewoon zeggen welk type reactie en eindproduct)&lt;br /&gt;
#* Een keton reageert met HNO3 en H2SO4.&lt;br /&gt;
#* Reactie van tertiar alcohol met zuurchloride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 aug 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek peptidesynthese in het labo en vergelijk met die ter hoogte van de ribosomen.&lt;br /&gt;
# Bespreek additie van zuren aan alkenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuurformule van adrenaline en gluconzuur.&lt;br /&gt;
# Bespreek optische zuiverheid.&lt;br /&gt;
# Gegeven: structuurformule threonine.&lt;br /&gt;
#* Aantal stereo-isomeren&lt;br /&gt;
#* De chirale C-en&lt;br /&gt;
#* Fisher- en newman-projectie van elk.&lt;br /&gt;
#* Duidt R/S aan.&lt;br /&gt;
#* Naam van aminozuur.&lt;br /&gt;
#* Bij pH = 7: naar welke pool migreert dit AZ (pk1 en pk2 gegeven) ?&lt;br /&gt;
# Beschrijven van reactie: 2 esters (dezelfde) boven de pijl (H3O+ en OC3H7), boven de 2e pijl (H3O+ en NaBH4).&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
=== 26 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Hemiacetaal en acetaal, pas toe op de vorming van beta-D-glucopyranosyl uit D glucose en de vorming van methyl - beta - D - glucopyranoside.&lt;br /&gt;
# Oxidatie, hydrolyse ( in zuur en in basisch milieu) en omestering van olie en vet.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Cystine en adipinezuur structuur geven.&lt;br /&gt;
# Regel van Zaitsev uitleggen en illustreren met een voorbeeld.&lt;br /&gt;
# Oefening met stereo-isomeren, Fischer, Newman en R en S configuratie.&lt;br /&gt;
# Furan + HNO3 + H2SO4 reactie geven.&lt;br /&gt;
#* Stoffen geven die ge aan furan moet toevoegen om een ethylgroep op positie 2 (alfa) te induceren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de laboratoriumsynthese van peptideverbindingen en vergelijk met de manier waarop aminzuren binden met ribosomen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van alkenen met waterstof, halogenen en perzuren. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuurformule van oliezuur en adrenaline.&lt;br /&gt;
# Bespreek cannizaro reacties.&lt;br /&gt;
# Structuurformule van een suiker:&lt;br /&gt;
#* Geef de fisherprojectie van de ringstructuur.&lt;br /&gt;
#* R-S van de C2 bepalen&lt;br /&gt;
#* Leidt de naam af.&lt;br /&gt;
#* Geef het aantal chirale C&#039;s in de haworth aan.&lt;br /&gt;
# Reactiemechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de isomerisatie van D-glucose onder invloed van base en breng in verband met een stap uit de glycolyse (alleen deze stap opschrijven).&lt;br /&gt;
# Bespreek de afbraak van vetzuren en breng in verband met de Claisencondensatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Thymidine&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
# Verklaar kort het begrip &amp;amp;quot;optische zuiverheid&amp;amp;quot;.&lt;br /&gt;
# Een hepteen is gegeven:&lt;br /&gt;
#* Geef de verschillende stereovormen in Fisherprojectie.&lt;br /&gt;
#* Geef de Newman-projectie van het meest stabiele conformeer.&lt;br /&gt;
#* Noteer ook R- en S-conformatie.&lt;br /&gt;
# Reactie waarbij de producten, tussenstappen en mechanismen moeten worden aangevuld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de elektrofiele aromatische substitutie met als voorbeeld nitreerzuur, benzeen en gesubstitueerde benzeenderivaten.&lt;br /&gt;
# Bespreek hydrolyse, reductie, omestering en aminolyse van esters.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Sacharose &lt;br /&gt;
#* SAM&lt;br /&gt;
# Bespreek omega-3-vetzuren en omega-6-vetzuren.&lt;br /&gt;
# Gegeven: structuurformule arginine &lt;br /&gt;
#* Geef het aantal stereo-isomeren.&lt;br /&gt;
#* Duidt de cirale C&#039;s aan.&lt;br /&gt;
#* Fisher- en Newman-projectie van elk.&lt;br /&gt;
#* Duid R/S aan.&lt;br /&gt;
#* Geef de naam van het aminozuur.&lt;br /&gt;
#* Duid aan welke N het meest basisch is.&lt;br /&gt;
#* Welk stereo-isomeer is het L-aminozuur ?&lt;br /&gt;
# Beschrijven van reactie: 2 keer cyclopenteen met daaraan 2-hexanol (of pentanol ben het vergeten) keten op de pijl staat K2Cr2O7, H+ en koud, boven tweede pijl staat 1 OH- &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de additie van zuren aan alkenen (geen carbonzuren bedoeld).&lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van vetzuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* Kaneelzuur&lt;br /&gt;
#* Cellobiose&lt;br /&gt;
# 3-broom-4-cloorhexaan:&lt;br /&gt;
#* Stereo-isomeren: Fisher- en Newman-projectie.&lt;br /&gt;
#* R,S-configuratie&lt;br /&gt;
#* Diastereomeren/enantiomeren?&lt;br /&gt;
# Het reactietype en naam en mechanisme van benzeenring met OH aan, bij de pijl staan dibroom en ijzertribroom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Aldolcondensatie + glycolyse stap die met aldolcondensatie te maken heeft. &lt;br /&gt;
# Geef de verschillende methoden om de volgorde van AZ in peptide te vinden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren&lt;br /&gt;
#* Stearinezuur&lt;br /&gt;
#* Pyridine&lt;br /&gt;
# Leg uit: gauche en anti (bij alkanen).&lt;br /&gt;
# 2,3,4-hydroxybutanal:&lt;br /&gt;
#* Hoeveel stereoisomeren ?&lt;br /&gt;
#* Geef Fisher projectie en de Newmann projectie van de meest stabiele conformatie.&lt;br /&gt;
#* Geef R,S conformatie. &lt;br /&gt;
#* En zeg welke enantiomeren zijn, welke  diastereoisomeren zijn, mesovormen.&lt;br /&gt;
# Geef reactiemechanisme, reactieproduct (ook in skeletnotatie--&amp;amp;gt; reactieproduct) van:&lt;br /&gt;
#* Trans-1-fenyl-1-buteen met verdund zwavelzuur.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marike</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Bio-Organische_Chemie&amp;diff=637</id>
		<title>Bio-Organische Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Bio-Organische_Chemie&amp;diff=637"/>
		<updated>2017-08-31T13:04:11Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marike: /* 29 juni 2017 (namiddag) - Mario Smet */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Basisvak organische chemie voor eerstejaars chemie, biochemie en biologie.&lt;br /&gt;
Gedoceerd door Professor Luc van Meervelt.&lt;br /&gt;
Het examen volgt al jaren dezelfde structuur.&lt;br /&gt;
Sinds 2017 wordt dit vak gegeven door professor Mario Smet&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===29 augustus 2017 (namiddag) - Mario Smet===&lt;br /&gt;
Mondeling&lt;br /&gt;
#(4 stoffen zijn gegeven: een buteen, een butadieen, fenyletheen, en furyletheen) Voer een elektrofiele additie van water uit in zuur milieu: schrijf het reactiemechanisme compleet uit voor stof A + welke stof is het reactiefste leg uit adhv substituenteffecten + geef alle gevormde producten en hun IUPAC namen.&lt;br /&gt;
#Methionine wordt gebruikt bij de methylering in het lichaam maar moet eerst geactiveerd worden. Geef mechanisme van activering, mechanisme van methylering, geef biologisch voorbeeld van methylering + Mosterdgas is sterk alkylerend, waarom? En waarom zijn sterk alkylerende stoffen uiterst toxisch?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk&lt;br /&gt;
#oefeningen op koolhydraten: L-arabinose omvorming naar beta-L-arabinofuranose, welk type reactie is dit?, geef een anomeer, is dit een enantiomeer?, epimeer, reducerend?, newman projectie, enantiomeer, diastereomeer,...)&lt;br /&gt;
#oefening op AZ: arginine, welke vorm bij pH12.5 en waarom? Welk stikstofatoom is het meest basisch en waarom? valine, geef S configuratie (beiden dus structuur vanbuiten kennen)&lt;br /&gt;
#methyl-2-methylpropanoaat ondergaat een claisencondensatie in oplossing met methoxide. In tegenstelling tot andere claisencondensaties wordt het reactiemechanisme NIET naar rechts getrokken, waarom?&lt;br /&gt;
#3 verschillende reacties, verschillende zaken aanvullen (mechanisme, welk type reactie, reactieproduct, reagentia,...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2017 (voormiddag) - Mario Smet===&lt;br /&gt;
Mondeling&lt;br /&gt;
#halogeenalkaan ondergaat een E1 + toelichten zaitsev&lt;br /&gt;
#vier moleculen ondergaan een E; welke is het reactiefst? Leg uit mbhv substituenteffecten + resonantievormen tekenen (indien nuttig)&lt;br /&gt;
#Waarom kan op een alcohol NIET goed een Sn uitgevoerd worden? (OH- is niet stabiel)&lt;br /&gt;
#2 voorbeelden geven hoe dat wel kan + werkt dit ook voor fenol? (protoneren of fosfaatgroep toevoegen)&lt;br /&gt;
#Voorbeeld geven van een nucleofiele substitutie van een alcohol in biologische systemen (acetaalvorming v/e reducerende suiker met methanol)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk&lt;br /&gt;
#oefeningen op koolhydraten (R/S; anomeer, epimeer, haworth en newman projecties&lt;br /&gt;
#oefeningen op reactiemechanismen (fiederlkraftsalkylering, nucleofiele acylsubstietutie)&lt;br /&gt;
#oefening op AZ (2 tekenen, titratie-oef, pKa vergelijken)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 Juni 2017 (namiddag) - Mario Smet===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Elektrofiele additie reactiemechanisme schrijven (regel markovnikov)&lt;br /&gt;
#4 moleculen bepalen welke het snelst aan een Ae doet (grensstructuren, inductieve effecten)&lt;br /&gt;
#naamgeving van enkele producten na de Ae&lt;br /&gt;
#isomerisatie in glycolyse van glucose-6-fosfaat naar fructose-6-fosfaat en uitleggen waarom dit base gekatalyseerd is&lt;br /&gt;
#verband uitleggen met Fehling&#039;s/ Tollen en Barfoed&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#gegeven moleculen Menthol aantal stereochemische oefeningen oplossen (R/S, diasteromeren, enantiomeren, newman...)&lt;br /&gt;
#oefening op AZ op papierelektroforese (waar komt elk AZ bij bepaalde ph)&lt;br /&gt;
#aceton+ methylanime wordt imine bij ph=7 laat zien&lt;br /&gt;
#enkele reactiemechanisme aanvullen of tekenen ( Nitrering, estercondensatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2017 (voormiddag) SINDS 2017 GEGEVEN DOOR MARIO SMET===&lt;br /&gt;
#op 4 structuren Sn1 toepassen en verklaren welke het meest reactief is + resomere vormen geven + naamgeving...&lt;br /&gt;
#retro aldolcondensatie bij glycolyse en zeggen hoe het katalytisch effect tot stand kwam&lt;br /&gt;
#een oefenig op suikers, op aminozuren en 3 reactiemechanismes&lt;br /&gt;
#vertellen hoe een alcohol test werkt met chroomzuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===9 juni 2016===&lt;br /&gt;
#beckman omlegging&lt;br /&gt;
#edman degradatie&lt;br /&gt;
#biosynthese geraniol en limoleen&lt;br /&gt;
#structuren = S.A.M &amp;amp; biotione&lt;br /&gt;
#naamgeving + 2 mechanismes&lt;br /&gt;
#oefening ivm stereochemie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===8 juni 2016===&lt;br /&gt;
#synthese vn peptiden&lt;br /&gt;
#hydrolyse, omestering en reductie van esters&lt;br /&gt;
#cannizaro reactie&lt;br /&gt;
#structuren: -2-isopentenylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#Trans decaline&lt;br /&gt;
#oef over suikers(suiker bepalen, chirale C&#039;s, newman projectie..)&lt;br /&gt;
#reactiemechanismen en naamgeving&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 juni 2016===&lt;br /&gt;
#Aldolcondensatie en waardat deze terugkomt in de glycolyse&lt;br /&gt;
#reactiviteit bij de substitutie reacties van benzeen, tolueen en pyridine vergelijken&lt;br /&gt;
#-verschil tussen reducerende suikers en nietreducerende suikers&lt;br /&gt;
#structuur van acetyl-choline en palitine&lt;br /&gt;
#pH van aminozuren bij een titratie&lt;br /&gt;
#reactimechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# Claisen condensatie + verband met afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van geconcentreerd zwavelzuur met:&lt;br /&gt;
#* Alkeen&lt;br /&gt;
#* Alcohol&lt;br /&gt;
#* Aromaat&lt;br /&gt;
# acetylcholine en fructose 6 fosfaat tekenen, optische zuiverheid uitleggen. &lt;br /&gt;
#Oefeningen over aminozuren (of glutamine en threonine te scheiden waren met elektroforese) fischer, newmann, stereo isomeren erover. &lt;br /&gt;
#En dan twee reacties natuurlijk&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2015 ( namiddag ) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg de reacties met benzeen uit en ook die van purine en fenol.&lt;br /&gt;
# Bespreek de hydrolyse en omestering van vetzuren in zuur en basisch milieu. Leg hierbij ook het broomgetal en verzepingsgetal uit.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Naamgeving ( c-AMP en mannose)&lt;br /&gt;
# Leg uit si en re&lt;br /&gt;
# Een hele lang oefening vergelijkbaar met de oefeningen van de oefenzitting ( verschil tussen D en L, chirale C, reacties, ...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2015 ( voormiddag ) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
mondeling:&lt;br /&gt;
#Aminen en halogeenalkanen &lt;br /&gt;
#Aminen en salpeterigzuur&lt;br /&gt;
#Laboratorium peptidesynthese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
#structuren&lt;br /&gt;
#*Limoneen&lt;br /&gt;
#*Sorbitol&lt;br /&gt;
#stereochemie+ reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#*aldolcondensatie&lt;br /&gt;
#leg uit:&lt;br /&gt;
#*reducerende en niet-reducerende suikers&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2015===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
mondeling:&lt;br /&gt;
#Wat is &#039;&#039;mutarotatie&#039;&#039;? Leg dit uit a.h.v glucose en fructose.&lt;br /&gt;
#Leg uit:&lt;br /&gt;
#* Fisher-verestering&lt;br /&gt;
#* Beckmann-omslag. Je moet ook weten hoe H2O addeert. Hij vraagt hoe je aan een oximen kunt komen. &lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC &lt;br /&gt;
#structuren&lt;br /&gt;
#*citroenzuur&lt;br /&gt;
#*ninhydrine&lt;br /&gt;
#structuur observeren&lt;br /&gt;
#* chirale C-atomen aanduiden&lt;br /&gt;
#* OG van aangeduid atoom geven&lt;br /&gt;
#* vermelden welke N in de molecule het stabielste is.&lt;br /&gt;
#* vermelden hoeveel stereo-isomeren er gevormd kunnen worden.&lt;br /&gt;
#* Ã©Ã©n stereomeer tekenen dat geen enantiomeer is.&lt;br /&gt;
#* oefening op pH-waarden binnen titraties. ( &#039;&#039;deze bij 200 mL als de molecule volledig geprotoneerd is&#039;&#039; )&lt;br /&gt;
#wat is &#039;&#039;fosforyleringspotentiaal&#039;&#039;? Leg uit.&lt;br /&gt;
#2 structuren gegeven. &lt;br /&gt;
#*Van elk de/het reactieproduct(en) geven en hiervan de juiste skeletnotatie. &lt;br /&gt;
#*Geef van Ã©Ã©n van de 2 tructuren het reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 juni 2014===&lt;br /&gt;
#Bespreek de reacties met alkenen (waterstof halogenen en perzuren)&lt;br /&gt;
#Iupac&lt;br /&gt;
#Bespreek reducerende suikers&lt;br /&gt;
#Peridoxalfosfaat en acetylcholine&lt;br /&gt;
#Stereochemie&lt;br /&gt;
#Reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 augustus 2013===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reactie kan D-mannose in een basisch milieu ondergaan?&lt;br /&gt;
# Leg de biosynthese van vetzuren uit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC&lt;br /&gt;
# Structuren: tBOC en ninhydrine&lt;br /&gt;
# Fosforylerings-potentiaal&lt;br /&gt;
# Random oefening&lt;br /&gt;
# Reacties: Ester+Amide en Alcohol+Zuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2013 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de elektrofiele en nucleofiele substitutie bij benzeen en pyridine.&lt;br /&gt;
# Bespreek eliminatiereacties bij halogeenalkanen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC.&lt;br /&gt;
# Structuur van glucaarzuur en tosylchloride.&lt;br /&gt;
# Leg optische zuiverheid uit.&lt;br /&gt;
# Tryptofaan: chirale koolstoffen, alle stereo-isomeren tekenen in Fischer en Newman, R/S bepalen.&lt;br /&gt;
# Reacties: Nucleofiele substitutie halogeenalkaan en Fischer estersynthese.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
#decarboxylatie alpha-aminozuur en decarboxylatie alpha-ketocarbonzuur&lt;br /&gt;
# amine + halogeenalkaan/salpeterigzuur&lt;br /&gt;
# iupac&lt;br /&gt;
# structuur beta-maltose en geranylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
# dean-stark&lt;br /&gt;
# molecule: chirale centra, R/S, enantiomere/diastereomere/epimeren/anomeren, oxidatie, welke OH zuurste?&lt;br /&gt;
# reactie aldehyd + OH/H2o, tetrahydropyraan met HI&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2013 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg de methoden uit om de volgorde van aminozuren in een peptide te achterhalen&lt;br /&gt;
# Leg uit: Halfacetaal- en acetaalvorming en pas toe op de vorming van beta-D-glucopyranose en methyl-beta-D-glucopyranoside&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Leg biodiesel uit&lt;br /&gt;
# Geef de structuur van limoneen en citroenzuur&lt;br /&gt;
# IUPAC-naamgeving&lt;br /&gt;
# Molecule gegeven: &lt;br /&gt;
#* Geef alle chirale C-atomen + R/S nomenclatuur&lt;br /&gt;
#* Newman projectie geven van bepaalde as&lt;br /&gt;
#* Is de stikstof erin basisch (verklaar met substituenteffecten)&lt;br /&gt;
#* Teken een stereomeer die geen epimeer is&lt;br /&gt;
# Reacties waarvan 1 uitwerken:&lt;br /&gt;
#* Sn1 van een alkaan met een broom erin&lt;br /&gt;
#* Claisen condensatie van een ester&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#bespreek reactie alkenen met perzuren, halogenen en H2.&lt;br /&gt;
#bespreek decarboxylatie van carbonzuren, pas toe op vb uit citroenzuurcyclus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#bespreek: reducerend/niet reducerend suiker&lt;br /&gt;
#molecules tekenen: biotine en SAM&lt;br /&gt;
#iupac naam&lt;br /&gt;
#chirale C: OT, R of S aangeven, diasteromeren van een AZ en fisher+newman&lt;br /&gt;
#oefening met ph berekening met titratie&lt;br /&gt;
#uitleggen waarom pka van 1 lager is dan een ander AZ&lt;br /&gt;
#2 ractiemechanismen geven, Ã©Ã©n ervan uitschrijven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# mutarotatie volledig uitleggen en illustreren voor D-fructose en D-glucose&lt;br /&gt;
# Joodgetal, verzepingsgetal, Hydrolyse en omestering (zuur en basisch) voor olie en vetten. (met TEKENINGEN van ELK mechanisme)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# fosforyleringspotentaal&lt;br /&gt;
# 2 mechanismes waarvan ge het mechanisme en het eindproduct moet geven en eentje moet ge tekenen (naar keuze).&lt;br /&gt;
# structuur gegeven: &lt;br /&gt;
#* geef alle chirale C-atomen &lt;br /&gt;
#* Stereo isomeren &lt;br /&gt;
#* R en S geven van de chirale C-atomen in de stereo isomeren &lt;br /&gt;
#* Zeggen of de dubbele bindingen E of Z zijn &lt;br /&gt;
#* bepaal oxidatiegetal van het aangeduide punt &lt;br /&gt;
#* verklaar waarom een stof hogere pka heeft als die gegeven is&lt;br /&gt;
# er is nog eentje maar die weet ik niet meer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling: &lt;br /&gt;
#synthese van peptiden in het labo&lt;br /&gt;
#de hydrolysereactie van esters en fosfaatesters&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk: &lt;br /&gt;
#iupac naam&lt;br /&gt;
#structuur van : cAMP en alpha keto glutaarzuur&lt;br /&gt;
#leg de Beckman omlegging uit&lt;br /&gt;
#suikers (ge krijgt een blad me alle suikers op) wij hadden xylulose&lt;br /&gt;
#* bepaal de absolute configuratie van alle chirale C-atomen&lt;br /&gt;
#*teken de meest stabiele open ketenvorm in een speciale projectie, kweet nimeer welke, volgens de C3-C4 as&lt;br /&gt;
#*bepaal het oxidatiegetal van C2&lt;br /&gt;
#*teken de overgang van L - xylulose naar L alpha xylulopentose&lt;br /&gt;
#*teken het anomeer van L alpha xylulopentose&lt;br /&gt;
#*welke soort reactie treed op bij een ringsluiting en welk soort katalysator bevordert dit proces&lt;br /&gt;
#dan nog twee reacties, waarvan ge een volledig moet uitwerken en van beide reacties moet ge het reactietype geven en reactieproduct(en)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2013 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#bespreek de claisencondensatie en bespreek het verband met de afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
#beschrijf de biosynthese van geraniol en limoneen(monoterpenen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#Bespreek de regel van Huckel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2012 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling: &lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van monoterpenen: geraniol (molecule krijg je) en limoneen (structuur wel kennen)&lt;br /&gt;
# Bespreek de aldolcondensatie en geef het verband met de glycolyse&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk: &lt;br /&gt;
# IUPAC naam geven&lt;br /&gt;
# structuren van acetylcholine en citroenzuur&lt;br /&gt;
# uitleggen wat reducerende en niet reducerende suikers zijn&lt;br /&gt;
# oefening met molecule met fenolen enz aan: fisherprojecties geven van de isomeren en ook de R/S en newmanprojecties van de stabielste moleculen.&lt;br /&gt;
# reactiemechanismes aanvullen: nucleofiele additie van H2SO4 aan alkeen en zuurgekatalyseerde claisencondensatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2012 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# bespreek de nucleofiele reacties van carbonylgroep en additie met H20 en alcohol&lt;br /&gt;
# Bespreek ninhydrine reactie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# ne iupac&lt;br /&gt;
# Limoneen en fosfoënolpyruvaat tekenen&lt;br /&gt;
# Bespreek optische zuiverheid&lt;br /&gt;
# oefening met suiker ( bij ons was die suiker L-tagatose dachtek) ma ge krijgt een blad om hem te herkennen (naam geven, fisher tekenen, R/S, een diastereomeer geven dat geen epimeer en geen anomeer is, + waarom suikercyclisatie zuur gekatalyseerd, en dan nog iets ma da wetek ni meer)&lt;br /&gt;
# 2 structuren ( 1 was zo cyclisch ether da met HI reageert )&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 juni 2011===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Labosynthese van peptiden&lt;br /&gt;
#Eliminatiereacties bij halogeenalkanen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPD-naam&lt;br /&gt;
#structuren:&lt;br /&gt;
#*Nylon-66&lt;br /&gt;
#*Palmitinezuur&lt;br /&gt;
#Leg uit: Dean Stark opstelling&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===24 Juni 2011 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Ninhydrinereactie&lt;br /&gt;
#bespreek reacties van amiden met halogeenalkanen en salpeterigzuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC-naam&lt;br /&gt;
#Structuren:&lt;br /&gt;
#*c-AMP&lt;br /&gt;
#*Sorbitol&lt;br /&gt;
#Leg uit: Cannizzaro-reactie&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#2 reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===24 Juni 2011 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Bio-synthese van vetzuren en het verband met de Claisencondensatie&lt;br /&gt;
#reacties van alkenen met waterstof, halogenen en perzuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC-naam&lt;br /&gt;
#structuren:&lt;br /&gt;
#*ATP&lt;br /&gt;
#*citroenzuur&lt;br /&gt;
#Leg uit: Diazokoppelingsreactie&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#2 reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===16 Juni 2011===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Leg uit: acetaal- en halfacetaalvorming.&lt;br /&gt;
#Reacties van anorganische zuren met alkenen en alkynen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC-naam&lt;br /&gt;
#structuren:&lt;br /&gt;
#*limoneen&lt;br /&gt;
#*D-mannose&lt;br /&gt;
#leg uit: Kolbe-Schmitt reactie&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#2 reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===23 augustus 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Ninhydrinereactie&lt;br /&gt;
# Welke reacties kan D-fructose in base ondergaan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren:&lt;br /&gt;
#* Pyridoxalfosfaat&lt;br /&gt;
#* SAM&lt;br /&gt;
# leg uit: Biodiesel&lt;br /&gt;
# stereochemie&lt;br /&gt;
# twee reactiemechanismen:&lt;br /&gt;
#* keton met alcohol&lt;br /&gt;
#* amide in water (zuurgekatalyseerd)&lt;br /&gt;
===18 juni 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Reactie van anorganische zuren met alkenen en alkynen.&lt;br /&gt;
# Alkylering, sulfonering en acylering van aromaten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren&lt;br /&gt;
#* (delta2)isopentenylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#* cellobiose&lt;br /&gt;
# leg uit: epoxyharsen en -lijmen&lt;br /&gt;
# stereochemie aminozuur met R = -CHOH-CH3&lt;br /&gt;
#* duid chirale koolstoffen aan&lt;br /&gt;
#* hoeveel conformaties zijn er? en teken deze&lt;br /&gt;
#* benoem (R,S)&lt;br /&gt;
#* welke zijn enantiomeren? diastereomeren?&lt;br /&gt;
#* bepaal het oxidatiegetal van de C-atomen&lt;br /&gt;
#* welk is het meest basisch en zeg waarom...&lt;br /&gt;
# twee reactiemechanismen waarvan 1 helemaal uitschrijven&lt;br /&gt;
===14 juni 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reacties gebeuren er met suikers in basisch milieu? (en dan bedoelt hij specifiek in basisch milieu)&lt;br /&gt;
# Bespreek de oxidatie van alcoholen in het labo met K2Cr2O7 en in de natuur met NAD+ en illustreer met een voorbeeld in de citroenzuurcyclus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
#* Biotine&lt;br /&gt;
# leg uit: reactie van Chichibabin&lt;br /&gt;
# stereochemie&lt;br /&gt;
#* duid chirale koolstoffen aan&lt;br /&gt;
#* hoeveel conformaties zijn er? en teken deze&lt;br /&gt;
#* benoem (R,S)&lt;br /&gt;
#* welke zijn enantiomeren? diastereomeren?&lt;br /&gt;
#* is er een mesovorm?&lt;br /&gt;
#* welk is het meest basisch: CH3CH2COO- of CH3CH2C=-C- (driedubbele binding) en zeg waarom&lt;br /&gt;
# twee reactiemechanismen waarvan 1 helemaal uitschrijven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Wat geven alkenen met &lt;br /&gt;
#* Anorganische zuren; &lt;br /&gt;
#* Perzuren (ook energieschema&#039;s kennen, effecten van concentraties enzo)&lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van vetzuren (Claisen-condensatiestap belangrijkst)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren&lt;br /&gt;
#*SAM (S-adenosylmethionine)&lt;br /&gt;
#*PET&lt;br /&gt;
# Leg uit: Kolbe-Schmidt-reactie (aspirine dus)&lt;br /&gt;
# Stereo-chemie:&lt;br /&gt;
#* teken (beta)-L-gulopyranose (lineaire vorm gegeven)&lt;br /&gt;
#* teken gunstigste Newman-projectie volgens C2-C3-as&lt;br /&gt;
#* wat is de oxidatietrap van C6?&lt;br /&gt;
#* geef de anomeer en een epimeer van L-gulose&lt;br /&gt;
# 2 reactiemechanismen (1 uitschrijven)&lt;br /&gt;
#* oxidatie van een alcohol en aldehyde met K2Cr2O7, H2SO4, koud&lt;br /&gt;
#* Friedel-Crafts-acylering&lt;br /&gt;
-&lt;br /&gt;
===22 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de aldolcondensatie. Bespreek ook de stap van de glycolyse die verband houdt met de aldolcondensatie.&lt;br /&gt;
# Bespreek de hydrolyse en omestering van vetten. Leg ook uit wat het verzepingsgetal en het joodgetal is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* dansylchloride&lt;br /&gt;
#* cellobiose&lt;br /&gt;
# Leg uit: De Beckmann-omlegging&lt;br /&gt;
# Je krijgt een molecule gegeven &lt;br /&gt;
#* Duid alle assymetrische koolstofatomen aan met een &amp;amp;quot;*&amp;amp;quot; en zeg of ze een R of S-configuratie hebben&lt;br /&gt;
#* Teken het enantiomeer en 2 epimeren&lt;br /&gt;
#* Van een N-atoom zeggen dat het basischer of zuurder is in vergelijking met ammoniak&lt;br /&gt;
#* 2 mesomeren vormen geven (buiten die van benzeenring)&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen (producten + soort reactie geven + Ã©Ã©n mechanisme helemaal uitschrijven)&lt;br /&gt;
#* tertair alcohol + zuurchloride&lt;br /&gt;
#* alkeen + zuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# bespreek de nucleofiele additie aan de carbonylgroep. Bespreek de factoren die de reactiviteit van aldehyden en ketonen beinvloed. geef de reactie met water en alcoholen&lt;br /&gt;
# bespreek de reactie van alkenen met waterstof, halogenen en perzuren&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* maltose&lt;br /&gt;
#* fosfoënolpyruvaat&lt;br /&gt;
# Leg uit: epoxyharsen en -lijmen&lt;br /&gt;
# gegeven: aminozuur met zijgroep: R=CH2-SH&lt;br /&gt;
#* Hoeveel stereoisomeren bestaan er van dit molecule+ welk aminozuur is dit&lt;br /&gt;
#* geef de fischerprojectie en de Newmanprojectie( volgens C2-C3 as) van stabielste conformatie van elk stereoisomeer.Geef van elke chirale C of het R of S is.&lt;br /&gt;
#* titratie: je begint met 100ml van O,2M oplossing van aminozuur(volledig geprotoneerd) en je titreert met 0,2M NaOH.(Pk1=1,9 Pk2=10,7 Pkr=8,4&lt;br /&gt;
#*# bereken PH als je 150ml NaOH toegevoegd hebt&lt;br /&gt;
#*# Bereken PH als je 300ml NaOH toegevoegd hebt&lt;br /&gt;
#*# wat is(zijn) de voornaamste vorm(en) van het aminozuur bij PH=8,4&lt;br /&gt;
# reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg de decarboxylering van carbonzuren uit en pas toe in een stap uit de citroenzuurcyclus&lt;br /&gt;
# Welke technieken ken je voor het bepalen van de aminozuurvolgorde in een peptideketen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Biotine&lt;br /&gt;
#* (delta)Â³ - isopentenylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
# Leg uit: de reactie van chichibabin&lt;br /&gt;
# Cyclische L-suiker gegeven:&lt;br /&gt;
#* Geef de naam en de lineaire structuur. (lijst met ongekende suikers gegeven)&lt;br /&gt;
#* Bepaal van CÂ² of het R of S - configuratie heeft&lt;br /&gt;
#* Duidt niet-chirale C-atomen in lineaire en cyclische structuur aan&lt;br /&gt;
#* Hoeveel 1,3-diaxiale interacties zijn er?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 8 juni 2008===&lt;br /&gt;
# Leg uit: de reactie van een zuur met een alkeen/alkyn.&lt;br /&gt;
# Leg uit: de Claisen-condensatie en breng dit in verband met de biosynthese van lipiden/vetten.&lt;br /&gt;
# Teken de structuur van S-adenosyl-methionine en van sacharose.&lt;br /&gt;
# Leg uit: optische zuiverheid.&lt;br /&gt;
# Oefeningen:&lt;br /&gt;
#* Stereochemie, invloed van substituenten op de zuurtegraad etc. &lt;br /&gt;
#* Reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 aug 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Geef de biosynthese van monoterpenen voor de vorming van geraniol en limoneen.&lt;br /&gt;
# Bespreek sulfonering, alkylering en acylering aan aromaten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* cyclisch AMP&lt;br /&gt;
#* Glucaarzuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de hydrolyse, omestering, aminolyse en reductie van esters.&lt;br /&gt;
# Welke methoden ken je om de volgorde van aminozuren in peptiden te bepalen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Moleculen:&lt;br /&gt;
#* Nerylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#* Cellobiose&lt;br /&gt;
# Wat zijn epoxylijmen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Licht toe wat acetalen en hemiacetalen zijn en pas dit toe op de vorming van beta-D-glucopyranose uit D-glucose en de vorming van methyl-beta-D-glucopyranoside.&lt;br /&gt;
# Bespreek de labosynthese van peptiden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Trans-decaline&lt;br /&gt;
#* Histamine&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek reactie alkenen met H2, halogenen en perzuren.&lt;br /&gt;
# Bespreek zure en base hydrolyse en omestering van vetten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* ADP&lt;br /&gt;
#* Maltose&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de eleminatiereacties bij halogeenalkanen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de testreactie van ninhydrine.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Geef de IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Teken de volgende structuren:&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
#* Thymidine&lt;br /&gt;
# Bespreek nylon 66.&lt;br /&gt;
# Cyclisch suiker: &lt;br /&gt;
#* Geef de naam.&lt;br /&gt;
#* Welk is het zuurste proton ?&lt;br /&gt;
#* Geef de configuratie (R/S).&lt;br /&gt;
#* Fisher&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de niet chirale C&#039;s ?&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de additie van zuren op alkenen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van vetzuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Geef de structuur van:&lt;br /&gt;
#* Geranylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#* Ninhydrine&lt;br /&gt;
# Bespreek de Beckmann omlegging.&lt;br /&gt;
# Aspartaam gegeven:&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de verschillende stereoisomeren ?&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de chirale koolstofatomen en duid aan of R/S zijn.&lt;br /&gt;
#* Schrijf de fisherprojectie van L-fenylalanine.&lt;br /&gt;
#* Vraag over elektroforese: aantonen waar fenylalanine en asparaginezuur zich bevinden.&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactiemechanisme bij ketonen en aldehyden en vermeld hierbij de factoren die deze reacties beinvloeden. Geef een voorbeeld van additie van alcohol en additie van water.  &lt;br /&gt;
# Bespreek de isomerisatie van D-glucose oiv van een base en geef een vb in de glycolyse cyclus.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Pyridoxalfosfaat&lt;br /&gt;
#* Tosylchloride&lt;br /&gt;
# Leg uit wat een kroonether is.&lt;br /&gt;
# Structuur asparagine gegeven:&lt;br /&gt;
#* Teken alle stereoisomeren (fisher en newman).&lt;br /&gt;
#* R/S configuratie&lt;br /&gt;
#* Waarom heeft de amine-groep in de structuur geen basische eigenschappen ?&lt;br /&gt;
#* Bereken het eerste equivalentiepunt en leg je methode uit.&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Nucleofiele additie aan de carbonylgroep bespreken/factoren reactiviteit/aantonen met additie van water en alcohol.&lt;br /&gt;
# Manieren om de AZ volgorde te bepalen uitleggen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC naam&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Pyridoxalfosfaat&lt;br /&gt;
#* Tosylchloride&lt;br /&gt;
# Leg Nylon 66 uit.&lt;br /&gt;
# Structuur Cysteïne gegeven:&lt;br /&gt;
#* Fisher&lt;br /&gt;
#* Newman&lt;br /&gt;
#* R-S&lt;br /&gt;
#* Enantiomeren...&lt;br /&gt;
#* Welk molecule &lt;br /&gt;
#* Welke vorm komt in de natuur het meeste voor ?&lt;br /&gt;
#* Welke is de mesovorm?&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Aminolyse/omestering/hydrolyse esters.&lt;br /&gt;
# Leg de decarboxylatie van carbonzuren uit en breng deze in verband met de Krebscyclus.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Regel van Zaitsev kort bespreken.&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* Biotine&lt;br /&gt;
#* Cellobiose&lt;br /&gt;
# Suikers: &lt;br /&gt;
#* Open-ketenstructuur&lt;br /&gt;
#* R en S&lt;br /&gt;
#* Chirale atomen.&lt;br /&gt;
#* 1,3-diaxiale interactie&lt;br /&gt;
# Reacties: &lt;br /&gt;
#* Alkeen + HCl =&amp;amp;gt; ... &lt;br /&gt;
#* Oxidatie van een alcohol.&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# De additie van zuren aan alkenen.&lt;br /&gt;
# Mutarotatie uitleggen en illustreren met glucose.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* Acetylcholine &lt;br /&gt;
#* cAMP&lt;br /&gt;
# Omega-3 en omega-6 vetzuren uitleggen.&lt;br /&gt;
# Een bepaald aminozuur:&lt;br /&gt;
#* Fisher&lt;br /&gt;
#* Newman&lt;br /&gt;
#* pH-berekeningen&lt;br /&gt;
# Reacties: Reactieproducten en soort reactie geven en uitwerken voor een van de twee.&lt;br /&gt;
#* Carbonylgroep met H2 en Pt&lt;br /&gt;
#* 2 ketonen met OH-&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Eliminatiereacties uitleggen.&lt;br /&gt;
# Beta-oxidatie + claisencondensatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam (carbonzuurgroep keton, 2 dubbele binden, methyl, en alkynbinding)&lt;br /&gt;
# Een suiker omzetten naar een ringstructuur, epimeren aanduiden op bijhorende tabel.&lt;br /&gt;
# Biodiesel uitleggen&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
#* Thymidine structuur geven&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de aldolcondensatie van aldehyden en ketonen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van waterstof/halogenen/perzuren aan alkenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren&lt;br /&gt;
#* Oliezuur&lt;br /&gt;
#* Adrenaline&lt;br /&gt;
# Leg kort uit: kroonethers.&lt;br /&gt;
# R-groep van lysine gegeven:&lt;br /&gt;
#* Stereoisomeren, R/S, L aanduiden.&lt;br /&gt;
#* Newman/fischer projecties.&lt;br /&gt;
#* Naam van het aminozuur.&lt;br /&gt;
#* Voorkomen bij pH 10 (welke vorm: geprotoneerd of niet?)&lt;br /&gt;
# Twee reacties: (je moet maar van 1 het hele mechanisme geven, ander gewoon zeggen welk type reactie en eindproduct)&lt;br /&gt;
#* Een keton reageert met HNO3 en H2SO4.&lt;br /&gt;
#* Reactie van tertiar alcohol met zuurchloride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 aug 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek peptidesynthese in het labo en vergelijk met die ter hoogte van de ribosomen.&lt;br /&gt;
# Bespreek additie van zuren aan alkenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuurformule van adrenaline en gluconzuur.&lt;br /&gt;
# Bespreek optische zuiverheid.&lt;br /&gt;
# Gegeven: structuurformule threonine.&lt;br /&gt;
#* Aantal stereo-isomeren&lt;br /&gt;
#* De chirale C-en&lt;br /&gt;
#* Fisher- en newman-projectie van elk.&lt;br /&gt;
#* Duidt R/S aan.&lt;br /&gt;
#* Naam van aminozuur.&lt;br /&gt;
#* Bij pH = 7: naar welke pool migreert dit AZ (pk1 en pk2 gegeven) ?&lt;br /&gt;
# Beschrijven van reactie: 2 esters (dezelfde) boven de pijl (H3O+ en OC3H7), boven de 2e pijl (H3O+ en NaBH4).&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
=== 26 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Hemiacetaal en acetaal, pas toe op de vorming van beta-D-glucopyranosyl uit D glucose en de vorming van methyl - beta - D - glucopyranoside.&lt;br /&gt;
# Oxidatie, hydrolyse ( in zuur en in basisch milieu) en omestering van olie en vet.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Cystine en adipinezuur structuur geven.&lt;br /&gt;
# Regel van Zaitsev uitleggen en illustreren met een voorbeeld.&lt;br /&gt;
# Oefening met stereo-isomeren, Fischer, Newman en R en S configuratie.&lt;br /&gt;
# Furan + HNO3 + H2SO4 reactie geven.&lt;br /&gt;
#* Stoffen geven die ge aan furan moet toevoegen om een ethylgroep op positie 2 (alfa) te induceren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de laboratoriumsynthese van peptideverbindingen en vergelijk met de manier waarop aminzuren binden met ribosomen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van alkenen met waterstof, halogenen en perzuren. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuurformule van oliezuur en adrenaline.&lt;br /&gt;
# Bespreek cannizaro reacties.&lt;br /&gt;
# Structuurformule van een suiker:&lt;br /&gt;
#* Geef de fisherprojectie van de ringstructuur.&lt;br /&gt;
#* R-S van de C2 bepalen&lt;br /&gt;
#* Leidt de naam af.&lt;br /&gt;
#* Geef het aantal chirale C&#039;s in de haworth aan.&lt;br /&gt;
# Reactiemechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de isomerisatie van D-glucose onder invloed van base en breng in verband met een stap uit de glycolyse (alleen deze stap opschrijven).&lt;br /&gt;
# Bespreek de afbraak van vetzuren en breng in verband met de Claisencondensatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Thymidine&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
# Verklaar kort het begrip &amp;amp;quot;optische zuiverheid&amp;amp;quot;.&lt;br /&gt;
# Een hepteen is gegeven:&lt;br /&gt;
#* Geef de verschillende stereovormen in Fisherprojectie.&lt;br /&gt;
#* Geef de Newman-projectie van het meest stabiele conformeer.&lt;br /&gt;
#* Noteer ook R- en S-conformatie.&lt;br /&gt;
# Reactie waarbij de producten, tussenstappen en mechanismen moeten worden aangevuld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de elektrofiele aromatische substitutie met als voorbeeld nitreerzuur, benzeen en gesubstitueerde benzeenderivaten.&lt;br /&gt;
# Bespreek hydrolyse, reductie, omestering en aminolyse van esters.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Sacharose &lt;br /&gt;
#* SAM&lt;br /&gt;
# Bespreek omega-3-vetzuren en omega-6-vetzuren.&lt;br /&gt;
# Gegeven: structuurformule arginine &lt;br /&gt;
#* Geef het aantal stereo-isomeren.&lt;br /&gt;
#* Duidt de cirale C&#039;s aan.&lt;br /&gt;
#* Fisher- en Newman-projectie van elk.&lt;br /&gt;
#* Duid R/S aan.&lt;br /&gt;
#* Geef de naam van het aminozuur.&lt;br /&gt;
#* Duid aan welke N het meest basisch is.&lt;br /&gt;
#* Welk stereo-isomeer is het L-aminozuur ?&lt;br /&gt;
# Beschrijven van reactie: 2 keer cyclopenteen met daaraan 2-hexanol (of pentanol ben het vergeten) keten op de pijl staat K2Cr2O7, H+ en koud, boven tweede pijl staat 1 OH- &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de additie van zuren aan alkenen (geen carbonzuren bedoeld).&lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van vetzuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* Kaneelzuur&lt;br /&gt;
#* Cellobiose&lt;br /&gt;
# 3-broom-4-cloorhexaan:&lt;br /&gt;
#* Stereo-isomeren: Fisher- en Newman-projectie.&lt;br /&gt;
#* R,S-configuratie&lt;br /&gt;
#* Diastereomeren/enantiomeren?&lt;br /&gt;
# Het reactietype en naam en mechanisme van benzeenring met OH aan, bij de pijl staan dibroom en ijzertribroom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Aldolcondensatie + glycolyse stap die met aldolcondensatie te maken heeft. &lt;br /&gt;
# Geef de verschillende methoden om de volgorde van AZ in peptide te vinden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren&lt;br /&gt;
#* Stearinezuur&lt;br /&gt;
#* Pyridine&lt;br /&gt;
# Leg uit: gauche en anti (bij alkanen).&lt;br /&gt;
# 2,3,4-hydroxybutanal:&lt;br /&gt;
#* Hoeveel stereoisomeren ?&lt;br /&gt;
#* Geef Fisher projectie en de Newmann projectie van de meest stabiele conformatie.&lt;br /&gt;
#* Geef R,S conformatie. &lt;br /&gt;
#* En zeg welke enantiomeren zijn, welke  diastereoisomeren zijn, mesovormen.&lt;br /&gt;
# Geef reactiemechanisme, reactieproduct (ook in skeletnotatie--&amp;amp;gt; reactieproduct) van:&lt;br /&gt;
#* Trans-1-fenyl-1-buteen met verdund zwavelzuur.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marike</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Bio-Organische_Chemie&amp;diff=635</id>
		<title>Bio-Organische Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Bio-Organische_Chemie&amp;diff=635"/>
		<updated>2017-08-31T10:32:33Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marike: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Basisvak organische chemie voor eerstejaars chemie, biochemie en biologie.&lt;br /&gt;
Gedoceerd door Professor Luc van Meervelt.&lt;br /&gt;
Het examen volgt al jaren dezelfde structuur.&lt;br /&gt;
Sinds 2017 wordt dit vak gegeven door professor Mario Smet&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===29 juni 2017 (namiddag) - Mario Smet===&lt;br /&gt;
Mondeling&lt;br /&gt;
#(4 stoffen zijn gegeven) Voer een elektrofiele additie van water uit in zuur milieu: schrijf het reactiemechanisme compleet uit voor stof C + welke stof is het reactiefste leg uit adhv substituenteffecten + geef de gevormde producten en de IUPAC namen.&lt;br /&gt;
#Methionine wordt gebruikt bij de methylering in het lichaam maar moet eerst geactiveerd worden. Geef mechanisme van activering, mechanisme van methylering, geef biologisch voorbeeld van methylering + Mosterdgas is sterk alkylerend, waarom? En waarom zijn sterk alkylerende stoffen uiterst toxisch?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk&lt;br /&gt;
#oefeningen op koolhydraten: L-arabinose omvorming naar beta-L-arabinofuranose, welk type reactie is dit?, geef een anomeer, is dit een enantiomeer?, epimeer, reducerend?, newman projectie, enantiomeer, diastereomeer,...)&lt;br /&gt;
#oefening op AZ: arginine, welke vorm bij pH12.5 en waarom? Welk stikstofatoom is het meest basisch en waarom? valine, geef S configuratie (beiden dus structuur vanbuiten kennen)&lt;br /&gt;
#methyl-2-methylpropanoaat ondergaat een claisencondensatie in oplossing met methoxide. In tegenstelling tot andere claisencondensaties wordt het reactiemechanisme NIET naar rechts getrokken, waarom?&lt;br /&gt;
#3 verschillende reacties, verschillende zaken aanvullen (mechanisme, welk type reactie, reactieproduct, reagentia,...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2017 (voormiddag) - Mario Smet===&lt;br /&gt;
Mondeling&lt;br /&gt;
#halogeenalkaan ondergaat een E1 + toelichten zaitsev&lt;br /&gt;
#vier moleculen ondergaan een E; welke is het reactiefst? Leg uit mbhv substituenteffecten + resonantievormen tekenen (indien nuttig)&lt;br /&gt;
#Waarom kan op een alcohol NIET goed een Sn uitgevoerd worden? (OH- is niet stabiel)&lt;br /&gt;
#2 voorbeelden geven hoe dat wel kan + werkt dit ook voor fenol? (protoneren of fosfaatgroep toevoegen)&lt;br /&gt;
#Voorbeeld geven van een nucleofiele substitutie van een alcohol in biologische systemen (acetaalvorming v/e reducerende suiker met methanol)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk&lt;br /&gt;
#oefeningen op koolhydraten (R/S; anomeer, epimeer, haworth en newman projecties&lt;br /&gt;
#oefeningen op reactiemechanismen (fiederlkraftsalkylering, nucleofiele acylsubstietutie)&lt;br /&gt;
#oefening op AZ (2 tekenen, titratie-oef, pKa vergelijken)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 Juni 2017 (namiddag) - Mario Smet===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Elektrofiele additie reactiemechanisme schrijven (regel markovnikov)&lt;br /&gt;
#4 moleculen bepalen welke het snelst aan een Ae doet (grensstructuren, inductieve effecten)&lt;br /&gt;
#naamgeving van enkele producten na de Ae&lt;br /&gt;
#isomerisatie in glycolyse van glucose-6-fosfaat naar fructose-6-fosfaat en uitleggen waarom dit base gekatalyseerd is&lt;br /&gt;
#verband uitleggen met Fehling&#039;s/ Tollen en Barfoed&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#gegeven moleculen Menthol aantal stereochemische oefeningen oplossen (R/S, diasteromeren, enantiomeren, newman...)&lt;br /&gt;
#oefening op AZ op papierelektroforese (waar komt elk AZ bij bepaalde ph)&lt;br /&gt;
#aceton+ methylanime wordt imine bij ph=7 laat zien&lt;br /&gt;
#enkele reactiemechanisme aanvullen of tekenen ( Nitrering, estercondensatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2017 (voormiddag) SINDS 2017 GEGEVEN DOOR MARIO SMET===&lt;br /&gt;
#op 4 structuren Sn1 toepassen en verklaren welke het meest reactief is + resomere vormen geven + naamgeving...&lt;br /&gt;
#retro aldolcondensatie bij glycolyse en zeggen hoe het katalytisch effect tot stand kwam&lt;br /&gt;
#een oefenig op suikers, op aminozuren en 3 reactiemechanismes&lt;br /&gt;
#vertellen hoe een alcohol test werkt met chroomzuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===9 juni 2016===&lt;br /&gt;
#beckman omlegging&lt;br /&gt;
#edman degradatie&lt;br /&gt;
#biosynthese geraniol en limoleen&lt;br /&gt;
#structuren = S.A.M &amp;amp; biotione&lt;br /&gt;
#naamgeving + 2 mechanismes&lt;br /&gt;
#oefening ivm stereochemie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===8 juni 2016===&lt;br /&gt;
#synthese vn peptiden&lt;br /&gt;
#hydrolyse, omestering en reductie van esters&lt;br /&gt;
#cannizaro reactie&lt;br /&gt;
#structuren: -2-isopentenylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#Trans decaline&lt;br /&gt;
#oef over suikers(suiker bepalen, chirale C&#039;s, newman projectie..)&lt;br /&gt;
#reactiemechanismen en naamgeving&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 juni 2016===&lt;br /&gt;
#Aldolcondensatie en waardat deze terugkomt in de glycolyse&lt;br /&gt;
#reactiviteit bij de substitutie reacties van benzeen, tolueen en pyridine vergelijken&lt;br /&gt;
#-verschil tussen reducerende suikers en nietreducerende suikers&lt;br /&gt;
#structuur van acetyl-choline en palitine&lt;br /&gt;
#pH van aminozuren bij een titratie&lt;br /&gt;
#reactimechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# Claisen condensatie + verband met afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van geconcentreerd zwavelzuur met:&lt;br /&gt;
#* Alkeen&lt;br /&gt;
#* Alcohol&lt;br /&gt;
#* Aromaat&lt;br /&gt;
# acetylcholine en fructose 6 fosfaat tekenen, optische zuiverheid uitleggen. &lt;br /&gt;
#Oefeningen over aminozuren (of glutamine en threonine te scheiden waren met elektroforese) fischer, newmann, stereo isomeren erover. &lt;br /&gt;
#En dan twee reacties natuurlijk&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2015 ( namiddag ) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg de reacties met benzeen uit en ook die van purine en fenol.&lt;br /&gt;
# Bespreek de hydrolyse en omestering van vetzuren in zuur en basisch milieu. Leg hierbij ook het broomgetal en verzepingsgetal uit.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Naamgeving ( c-AMP en mannose)&lt;br /&gt;
# Leg uit si en re&lt;br /&gt;
# Een hele lang oefening vergelijkbaar met de oefeningen van de oefenzitting ( verschil tussen D en L, chirale C, reacties, ...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2015 ( voormiddag ) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
mondeling:&lt;br /&gt;
#Aminen en halogeenalkanen &lt;br /&gt;
#Aminen en salpeterigzuur&lt;br /&gt;
#Laboratorium peptidesynthese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
#structuren&lt;br /&gt;
#*Limoneen&lt;br /&gt;
#*Sorbitol&lt;br /&gt;
#stereochemie+ reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#*aldolcondensatie&lt;br /&gt;
#leg uit:&lt;br /&gt;
#*reducerende en niet-reducerende suikers&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2015===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
mondeling:&lt;br /&gt;
#Wat is &#039;&#039;mutarotatie&#039;&#039;? Leg dit uit a.h.v glucose en fructose.&lt;br /&gt;
#Leg uit:&lt;br /&gt;
#* Fisher-verestering&lt;br /&gt;
#* Beckmann-omslag. Je moet ook weten hoe H2O addeert. Hij vraagt hoe je aan een oximen kunt komen. &lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC &lt;br /&gt;
#structuren&lt;br /&gt;
#*citroenzuur&lt;br /&gt;
#*ninhydrine&lt;br /&gt;
#structuur observeren&lt;br /&gt;
#* chirale C-atomen aanduiden&lt;br /&gt;
#* OG van aangeduid atoom geven&lt;br /&gt;
#* vermelden welke N in de molecule het stabielste is.&lt;br /&gt;
#* vermelden hoeveel stereo-isomeren er gevormd kunnen worden.&lt;br /&gt;
#* Ã©Ã©n stereomeer tekenen dat geen enantiomeer is.&lt;br /&gt;
#* oefening op pH-waarden binnen titraties. ( &#039;&#039;deze bij 200 mL als de molecule volledig geprotoneerd is&#039;&#039; )&lt;br /&gt;
#wat is &#039;&#039;fosforyleringspotentiaal&#039;&#039;? Leg uit.&lt;br /&gt;
#2 structuren gegeven. &lt;br /&gt;
#*Van elk de/het reactieproduct(en) geven en hiervan de juiste skeletnotatie. &lt;br /&gt;
#*Geef van Ã©Ã©n van de 2 tructuren het reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 juni 2014===&lt;br /&gt;
#Bespreek de reacties met alkenen (waterstof halogenen en perzuren)&lt;br /&gt;
#Iupac&lt;br /&gt;
#Bespreek reducerende suikers&lt;br /&gt;
#Peridoxalfosfaat en acetylcholine&lt;br /&gt;
#Stereochemie&lt;br /&gt;
#Reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 augustus 2013===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reactie kan D-mannose in een basisch milieu ondergaan?&lt;br /&gt;
# Leg de biosynthese van vetzuren uit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC&lt;br /&gt;
# Structuren: tBOC en ninhydrine&lt;br /&gt;
# Fosforylerings-potentiaal&lt;br /&gt;
# Random oefening&lt;br /&gt;
# Reacties: Ester+Amide en Alcohol+Zuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2013 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de elektrofiele en nucleofiele substitutie bij benzeen en pyridine.&lt;br /&gt;
# Bespreek eliminatiereacties bij halogeenalkanen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC.&lt;br /&gt;
# Structuur van glucaarzuur en tosylchloride.&lt;br /&gt;
# Leg optische zuiverheid uit.&lt;br /&gt;
# Tryptofaan: chirale koolstoffen, alle stereo-isomeren tekenen in Fischer en Newman, R/S bepalen.&lt;br /&gt;
# Reacties: Nucleofiele substitutie halogeenalkaan en Fischer estersynthese.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
#decarboxylatie alpha-aminozuur en decarboxylatie alpha-ketocarbonzuur&lt;br /&gt;
# amine + halogeenalkaan/salpeterigzuur&lt;br /&gt;
# iupac&lt;br /&gt;
# structuur beta-maltose en geranylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
# dean-stark&lt;br /&gt;
# molecule: chirale centra, R/S, enantiomere/diastereomere/epimeren/anomeren, oxidatie, welke OH zuurste?&lt;br /&gt;
# reactie aldehyd + OH/H2o, tetrahydropyraan met HI&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2013 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg de methoden uit om de volgorde van aminozuren in een peptide te achterhalen&lt;br /&gt;
# Leg uit: Halfacetaal- en acetaalvorming en pas toe op de vorming van beta-D-glucopyranose en methyl-beta-D-glucopyranoside&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Leg biodiesel uit&lt;br /&gt;
# Geef de structuur van limoneen en citroenzuur&lt;br /&gt;
# IUPAC-naamgeving&lt;br /&gt;
# Molecule gegeven: &lt;br /&gt;
#* Geef alle chirale C-atomen + R/S nomenclatuur&lt;br /&gt;
#* Newman projectie geven van bepaalde as&lt;br /&gt;
#* Is de stikstof erin basisch (verklaar met substituenteffecten)&lt;br /&gt;
#* Teken een stereomeer die geen epimeer is&lt;br /&gt;
# Reacties waarvan 1 uitwerken:&lt;br /&gt;
#* Sn1 van een alkaan met een broom erin&lt;br /&gt;
#* Claisen condensatie van een ester&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#bespreek reactie alkenen met perzuren, halogenen en H2.&lt;br /&gt;
#bespreek decarboxylatie van carbonzuren, pas toe op vb uit citroenzuurcyclus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#bespreek: reducerend/niet reducerend suiker&lt;br /&gt;
#molecules tekenen: biotine en SAM&lt;br /&gt;
#iupac naam&lt;br /&gt;
#chirale C: OT, R of S aangeven, diasteromeren van een AZ en fisher+newman&lt;br /&gt;
#oefening met ph berekening met titratie&lt;br /&gt;
#uitleggen waarom pka van 1 lager is dan een ander AZ&lt;br /&gt;
#2 ractiemechanismen geven, Ã©Ã©n ervan uitschrijven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# mutarotatie volledig uitleggen en illustreren voor D-fructose en D-glucose&lt;br /&gt;
# Joodgetal, verzepingsgetal, Hydrolyse en omestering (zuur en basisch) voor olie en vetten. (met TEKENINGEN van ELK mechanisme)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# fosforyleringspotentaal&lt;br /&gt;
# 2 mechanismes waarvan ge het mechanisme en het eindproduct moet geven en eentje moet ge tekenen (naar keuze).&lt;br /&gt;
# structuur gegeven: &lt;br /&gt;
#* geef alle chirale C-atomen &lt;br /&gt;
#* Stereo isomeren &lt;br /&gt;
#* R en S geven van de chirale C-atomen in de stereo isomeren &lt;br /&gt;
#* Zeggen of de dubbele bindingen E of Z zijn &lt;br /&gt;
#* bepaal oxidatiegetal van het aangeduide punt &lt;br /&gt;
#* verklaar waarom een stof hogere pka heeft als die gegeven is&lt;br /&gt;
# er is nog eentje maar die weet ik niet meer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling: &lt;br /&gt;
#synthese van peptiden in het labo&lt;br /&gt;
#de hydrolysereactie van esters en fosfaatesters&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk: &lt;br /&gt;
#iupac naam&lt;br /&gt;
#structuur van : cAMP en alpha keto glutaarzuur&lt;br /&gt;
#leg de Beckman omlegging uit&lt;br /&gt;
#suikers (ge krijgt een blad me alle suikers op) wij hadden xylulose&lt;br /&gt;
#* bepaal de absolute configuratie van alle chirale C-atomen&lt;br /&gt;
#*teken de meest stabiele open ketenvorm in een speciale projectie, kweet nimeer welke, volgens de C3-C4 as&lt;br /&gt;
#*bepaal het oxidatiegetal van C2&lt;br /&gt;
#*teken de overgang van L - xylulose naar L alpha xylulopentose&lt;br /&gt;
#*teken het anomeer van L alpha xylulopentose&lt;br /&gt;
#*welke soort reactie treed op bij een ringsluiting en welk soort katalysator bevordert dit proces&lt;br /&gt;
#dan nog twee reacties, waarvan ge een volledig moet uitwerken en van beide reacties moet ge het reactietype geven en reactieproduct(en)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2013 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#bespreek de claisencondensatie en bespreek het verband met de afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
#beschrijf de biosynthese van geraniol en limoneen(monoterpenen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#Bespreek de regel van Huckel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2012 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling: &lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van monoterpenen: geraniol (molecule krijg je) en limoneen (structuur wel kennen)&lt;br /&gt;
# Bespreek de aldolcondensatie en geef het verband met de glycolyse&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk: &lt;br /&gt;
# IUPAC naam geven&lt;br /&gt;
# structuren van acetylcholine en citroenzuur&lt;br /&gt;
# uitleggen wat reducerende en niet reducerende suikers zijn&lt;br /&gt;
# oefening met molecule met fenolen enz aan: fisherprojecties geven van de isomeren en ook de R/S en newmanprojecties van de stabielste moleculen.&lt;br /&gt;
# reactiemechanismes aanvullen: nucleofiele additie van H2SO4 aan alkeen en zuurgekatalyseerde claisencondensatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2012 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# bespreek de nucleofiele reacties van carbonylgroep en additie met H20 en alcohol&lt;br /&gt;
# Bespreek ninhydrine reactie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# ne iupac&lt;br /&gt;
# Limoneen en fosfoënolpyruvaat tekenen&lt;br /&gt;
# Bespreek optische zuiverheid&lt;br /&gt;
# oefening met suiker ( bij ons was die suiker L-tagatose dachtek) ma ge krijgt een blad om hem te herkennen (naam geven, fisher tekenen, R/S, een diastereomeer geven dat geen epimeer en geen anomeer is, + waarom suikercyclisatie zuur gekatalyseerd, en dan nog iets ma da wetek ni meer)&lt;br /&gt;
# 2 structuren ( 1 was zo cyclisch ether da met HI reageert )&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 juni 2011===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Labosynthese van peptiden&lt;br /&gt;
#Eliminatiereacties bij halogeenalkanen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPD-naam&lt;br /&gt;
#structuren:&lt;br /&gt;
#*Nylon-66&lt;br /&gt;
#*Palmitinezuur&lt;br /&gt;
#Leg uit: Dean Stark opstelling&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===24 Juni 2011 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Ninhydrinereactie&lt;br /&gt;
#bespreek reacties van amiden met halogeenalkanen en salpeterigzuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC-naam&lt;br /&gt;
#Structuren:&lt;br /&gt;
#*c-AMP&lt;br /&gt;
#*Sorbitol&lt;br /&gt;
#Leg uit: Cannizzaro-reactie&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#2 reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===24 Juni 2011 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Bio-synthese van vetzuren en het verband met de Claisencondensatie&lt;br /&gt;
#reacties van alkenen met waterstof, halogenen en perzuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC-naam&lt;br /&gt;
#structuren:&lt;br /&gt;
#*ATP&lt;br /&gt;
#*citroenzuur&lt;br /&gt;
#Leg uit: Diazokoppelingsreactie&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#2 reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===16 Juni 2011===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Leg uit: acetaal- en halfacetaalvorming.&lt;br /&gt;
#Reacties van anorganische zuren met alkenen en alkynen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC-naam&lt;br /&gt;
#structuren:&lt;br /&gt;
#*limoneen&lt;br /&gt;
#*D-mannose&lt;br /&gt;
#leg uit: Kolbe-Schmitt reactie&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#2 reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===23 augustus 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Ninhydrinereactie&lt;br /&gt;
# Welke reacties kan D-fructose in base ondergaan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren:&lt;br /&gt;
#* Pyridoxalfosfaat&lt;br /&gt;
#* SAM&lt;br /&gt;
# leg uit: Biodiesel&lt;br /&gt;
# stereochemie&lt;br /&gt;
# twee reactiemechanismen:&lt;br /&gt;
#* keton met alcohol&lt;br /&gt;
#* amide in water (zuurgekatalyseerd)&lt;br /&gt;
===18 juni 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Reactie van anorganische zuren met alkenen en alkynen.&lt;br /&gt;
# Alkylering, sulfonering en acylering van aromaten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren&lt;br /&gt;
#* (delta2)isopentenylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#* cellobiose&lt;br /&gt;
# leg uit: epoxyharsen en -lijmen&lt;br /&gt;
# stereochemie aminozuur met R = -CHOH-CH3&lt;br /&gt;
#* duid chirale koolstoffen aan&lt;br /&gt;
#* hoeveel conformaties zijn er? en teken deze&lt;br /&gt;
#* benoem (R,S)&lt;br /&gt;
#* welke zijn enantiomeren? diastereomeren?&lt;br /&gt;
#* bepaal het oxidatiegetal van de C-atomen&lt;br /&gt;
#* welk is het meest basisch en zeg waarom...&lt;br /&gt;
# twee reactiemechanismen waarvan 1 helemaal uitschrijven&lt;br /&gt;
===14 juni 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reacties gebeuren er met suikers in basisch milieu? (en dan bedoelt hij specifiek in basisch milieu)&lt;br /&gt;
# Bespreek de oxidatie van alcoholen in het labo met K2Cr2O7 en in de natuur met NAD+ en illustreer met een voorbeeld in de citroenzuurcyclus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
#* Biotine&lt;br /&gt;
# leg uit: reactie van Chichibabin&lt;br /&gt;
# stereochemie&lt;br /&gt;
#* duid chirale koolstoffen aan&lt;br /&gt;
#* hoeveel conformaties zijn er? en teken deze&lt;br /&gt;
#* benoem (R,S)&lt;br /&gt;
#* welke zijn enantiomeren? diastereomeren?&lt;br /&gt;
#* is er een mesovorm?&lt;br /&gt;
#* welk is het meest basisch: CH3CH2COO- of CH3CH2C=-C- (driedubbele binding) en zeg waarom&lt;br /&gt;
# twee reactiemechanismen waarvan 1 helemaal uitschrijven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Wat geven alkenen met &lt;br /&gt;
#* Anorganische zuren; &lt;br /&gt;
#* Perzuren (ook energieschema&#039;s kennen, effecten van concentraties enzo)&lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van vetzuren (Claisen-condensatiestap belangrijkst)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren&lt;br /&gt;
#*SAM (S-adenosylmethionine)&lt;br /&gt;
#*PET&lt;br /&gt;
# Leg uit: Kolbe-Schmidt-reactie (aspirine dus)&lt;br /&gt;
# Stereo-chemie:&lt;br /&gt;
#* teken (beta)-L-gulopyranose (lineaire vorm gegeven)&lt;br /&gt;
#* teken gunstigste Newman-projectie volgens C2-C3-as&lt;br /&gt;
#* wat is de oxidatietrap van C6?&lt;br /&gt;
#* geef de anomeer en een epimeer van L-gulose&lt;br /&gt;
# 2 reactiemechanismen (1 uitschrijven)&lt;br /&gt;
#* oxidatie van een alcohol en aldehyde met K2Cr2O7, H2SO4, koud&lt;br /&gt;
#* Friedel-Crafts-acylering&lt;br /&gt;
-&lt;br /&gt;
===22 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de aldolcondensatie. Bespreek ook de stap van de glycolyse die verband houdt met de aldolcondensatie.&lt;br /&gt;
# Bespreek de hydrolyse en omestering van vetten. Leg ook uit wat het verzepingsgetal en het joodgetal is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* dansylchloride&lt;br /&gt;
#* cellobiose&lt;br /&gt;
# Leg uit: De Beckmann-omlegging&lt;br /&gt;
# Je krijgt een molecule gegeven &lt;br /&gt;
#* Duid alle assymetrische koolstofatomen aan met een &amp;amp;quot;*&amp;amp;quot; en zeg of ze een R of S-configuratie hebben&lt;br /&gt;
#* Teken het enantiomeer en 2 epimeren&lt;br /&gt;
#* Van een N-atoom zeggen dat het basischer of zuurder is in vergelijking met ammoniak&lt;br /&gt;
#* 2 mesomeren vormen geven (buiten die van benzeenring)&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen (producten + soort reactie geven + Ã©Ã©n mechanisme helemaal uitschrijven)&lt;br /&gt;
#* tertair alcohol + zuurchloride&lt;br /&gt;
#* alkeen + zuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# bespreek de nucleofiele additie aan de carbonylgroep. Bespreek de factoren die de reactiviteit van aldehyden en ketonen beinvloed. geef de reactie met water en alcoholen&lt;br /&gt;
# bespreek de reactie van alkenen met waterstof, halogenen en perzuren&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* maltose&lt;br /&gt;
#* fosfoënolpyruvaat&lt;br /&gt;
# Leg uit: epoxyharsen en -lijmen&lt;br /&gt;
# gegeven: aminozuur met zijgroep: R=CH2-SH&lt;br /&gt;
#* Hoeveel stereoisomeren bestaan er van dit molecule+ welk aminozuur is dit&lt;br /&gt;
#* geef de fischerprojectie en de Newmanprojectie( volgens C2-C3 as) van stabielste conformatie van elk stereoisomeer.Geef van elke chirale C of het R of S is.&lt;br /&gt;
#* titratie: je begint met 100ml van O,2M oplossing van aminozuur(volledig geprotoneerd) en je titreert met 0,2M NaOH.(Pk1=1,9 Pk2=10,7 Pkr=8,4&lt;br /&gt;
#*# bereken PH als je 150ml NaOH toegevoegd hebt&lt;br /&gt;
#*# Bereken PH als je 300ml NaOH toegevoegd hebt&lt;br /&gt;
#*# wat is(zijn) de voornaamste vorm(en) van het aminozuur bij PH=8,4&lt;br /&gt;
# reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg de decarboxylering van carbonzuren uit en pas toe in een stap uit de citroenzuurcyclus&lt;br /&gt;
# Welke technieken ken je voor het bepalen van de aminozuurvolgorde in een peptideketen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Biotine&lt;br /&gt;
#* (delta)Â³ - isopentenylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
# Leg uit: de reactie van chichibabin&lt;br /&gt;
# Cyclische L-suiker gegeven:&lt;br /&gt;
#* Geef de naam en de lineaire structuur. (lijst met ongekende suikers gegeven)&lt;br /&gt;
#* Bepaal van CÂ² of het R of S - configuratie heeft&lt;br /&gt;
#* Duidt niet-chirale C-atomen in lineaire en cyclische structuur aan&lt;br /&gt;
#* Hoeveel 1,3-diaxiale interacties zijn er?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 8 juni 2008===&lt;br /&gt;
# Leg uit: de reactie van een zuur met een alkeen/alkyn.&lt;br /&gt;
# Leg uit: de Claisen-condensatie en breng dit in verband met de biosynthese van lipiden/vetten.&lt;br /&gt;
# Teken de structuur van S-adenosyl-methionine en van sacharose.&lt;br /&gt;
# Leg uit: optische zuiverheid.&lt;br /&gt;
# Oefeningen:&lt;br /&gt;
#* Stereochemie, invloed van substituenten op de zuurtegraad etc. &lt;br /&gt;
#* Reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 aug 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Geef de biosynthese van monoterpenen voor de vorming van geraniol en limoneen.&lt;br /&gt;
# Bespreek sulfonering, alkylering en acylering aan aromaten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* cyclisch AMP&lt;br /&gt;
#* Glucaarzuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de hydrolyse, omestering, aminolyse en reductie van esters.&lt;br /&gt;
# Welke methoden ken je om de volgorde van aminozuren in peptiden te bepalen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Moleculen:&lt;br /&gt;
#* Nerylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#* Cellobiose&lt;br /&gt;
# Wat zijn epoxylijmen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Licht toe wat acetalen en hemiacetalen zijn en pas dit toe op de vorming van beta-D-glucopyranose uit D-glucose en de vorming van methyl-beta-D-glucopyranoside.&lt;br /&gt;
# Bespreek de labosynthese van peptiden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Trans-decaline&lt;br /&gt;
#* Histamine&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek reactie alkenen met H2, halogenen en perzuren.&lt;br /&gt;
# Bespreek zure en base hydrolyse en omestering van vetten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* ADP&lt;br /&gt;
#* Maltose&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de eleminatiereacties bij halogeenalkanen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de testreactie van ninhydrine.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Geef de IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Teken de volgende structuren:&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
#* Thymidine&lt;br /&gt;
# Bespreek nylon 66.&lt;br /&gt;
# Cyclisch suiker: &lt;br /&gt;
#* Geef de naam.&lt;br /&gt;
#* Welk is het zuurste proton ?&lt;br /&gt;
#* Geef de configuratie (R/S).&lt;br /&gt;
#* Fisher&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de niet chirale C&#039;s ?&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de additie van zuren op alkenen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van vetzuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Geef de structuur van:&lt;br /&gt;
#* Geranylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#* Ninhydrine&lt;br /&gt;
# Bespreek de Beckmann omlegging.&lt;br /&gt;
# Aspartaam gegeven:&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de verschillende stereoisomeren ?&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de chirale koolstofatomen en duid aan of R/S zijn.&lt;br /&gt;
#* Schrijf de fisherprojectie van L-fenylalanine.&lt;br /&gt;
#* Vraag over elektroforese: aantonen waar fenylalanine en asparaginezuur zich bevinden.&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactiemechanisme bij ketonen en aldehyden en vermeld hierbij de factoren die deze reacties beinvloeden. Geef een voorbeeld van additie van alcohol en additie van water.  &lt;br /&gt;
# Bespreek de isomerisatie van D-glucose oiv van een base en geef een vb in de glycolyse cyclus.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Pyridoxalfosfaat&lt;br /&gt;
#* Tosylchloride&lt;br /&gt;
# Leg uit wat een kroonether is.&lt;br /&gt;
# Structuur asparagine gegeven:&lt;br /&gt;
#* Teken alle stereoisomeren (fisher en newman).&lt;br /&gt;
#* R/S configuratie&lt;br /&gt;
#* Waarom heeft de amine-groep in de structuur geen basische eigenschappen ?&lt;br /&gt;
#* Bereken het eerste equivalentiepunt en leg je methode uit.&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Nucleofiele additie aan de carbonylgroep bespreken/factoren reactiviteit/aantonen met additie van water en alcohol.&lt;br /&gt;
# Manieren om de AZ volgorde te bepalen uitleggen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC naam&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Pyridoxalfosfaat&lt;br /&gt;
#* Tosylchloride&lt;br /&gt;
# Leg Nylon 66 uit.&lt;br /&gt;
# Structuur Cysteïne gegeven:&lt;br /&gt;
#* Fisher&lt;br /&gt;
#* Newman&lt;br /&gt;
#* R-S&lt;br /&gt;
#* Enantiomeren...&lt;br /&gt;
#* Welk molecule &lt;br /&gt;
#* Welke vorm komt in de natuur het meeste voor ?&lt;br /&gt;
#* Welke is de mesovorm?&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Aminolyse/omestering/hydrolyse esters.&lt;br /&gt;
# Leg de decarboxylatie van carbonzuren uit en breng deze in verband met de Krebscyclus.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Regel van Zaitsev kort bespreken.&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* Biotine&lt;br /&gt;
#* Cellobiose&lt;br /&gt;
# Suikers: &lt;br /&gt;
#* Open-ketenstructuur&lt;br /&gt;
#* R en S&lt;br /&gt;
#* Chirale atomen.&lt;br /&gt;
#* 1,3-diaxiale interactie&lt;br /&gt;
# Reacties: &lt;br /&gt;
#* Alkeen + HCl =&amp;amp;gt; ... &lt;br /&gt;
#* Oxidatie van een alcohol.&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# De additie van zuren aan alkenen.&lt;br /&gt;
# Mutarotatie uitleggen en illustreren met glucose.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* Acetylcholine &lt;br /&gt;
#* cAMP&lt;br /&gt;
# Omega-3 en omega-6 vetzuren uitleggen.&lt;br /&gt;
# Een bepaald aminozuur:&lt;br /&gt;
#* Fisher&lt;br /&gt;
#* Newman&lt;br /&gt;
#* pH-berekeningen&lt;br /&gt;
# Reacties: Reactieproducten en soort reactie geven en uitwerken voor een van de twee.&lt;br /&gt;
#* Carbonylgroep met H2 en Pt&lt;br /&gt;
#* 2 ketonen met OH-&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Eliminatiereacties uitleggen.&lt;br /&gt;
# Beta-oxidatie + claisencondensatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam (carbonzuurgroep keton, 2 dubbele binden, methyl, en alkynbinding)&lt;br /&gt;
# Een suiker omzetten naar een ringstructuur, epimeren aanduiden op bijhorende tabel.&lt;br /&gt;
# Biodiesel uitleggen&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
#* Thymidine structuur geven&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de aldolcondensatie van aldehyden en ketonen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van waterstof/halogenen/perzuren aan alkenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren&lt;br /&gt;
#* Oliezuur&lt;br /&gt;
#* Adrenaline&lt;br /&gt;
# Leg kort uit: kroonethers.&lt;br /&gt;
# R-groep van lysine gegeven:&lt;br /&gt;
#* Stereoisomeren, R/S, L aanduiden.&lt;br /&gt;
#* Newman/fischer projecties.&lt;br /&gt;
#* Naam van het aminozuur.&lt;br /&gt;
#* Voorkomen bij pH 10 (welke vorm: geprotoneerd of niet?)&lt;br /&gt;
# Twee reacties: (je moet maar van 1 het hele mechanisme geven, ander gewoon zeggen welk type reactie en eindproduct)&lt;br /&gt;
#* Een keton reageert met HNO3 en H2SO4.&lt;br /&gt;
#* Reactie van tertiar alcohol met zuurchloride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 aug 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek peptidesynthese in het labo en vergelijk met die ter hoogte van de ribosomen.&lt;br /&gt;
# Bespreek additie van zuren aan alkenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuurformule van adrenaline en gluconzuur.&lt;br /&gt;
# Bespreek optische zuiverheid.&lt;br /&gt;
# Gegeven: structuurformule threonine.&lt;br /&gt;
#* Aantal stereo-isomeren&lt;br /&gt;
#* De chirale C-en&lt;br /&gt;
#* Fisher- en newman-projectie van elk.&lt;br /&gt;
#* Duidt R/S aan.&lt;br /&gt;
#* Naam van aminozuur.&lt;br /&gt;
#* Bij pH = 7: naar welke pool migreert dit AZ (pk1 en pk2 gegeven) ?&lt;br /&gt;
# Beschrijven van reactie: 2 esters (dezelfde) boven de pijl (H3O+ en OC3H7), boven de 2e pijl (H3O+ en NaBH4).&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
=== 26 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Hemiacetaal en acetaal, pas toe op de vorming van beta-D-glucopyranosyl uit D glucose en de vorming van methyl - beta - D - glucopyranoside.&lt;br /&gt;
# Oxidatie, hydrolyse ( in zuur en in basisch milieu) en omestering van olie en vet.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Cystine en adipinezuur structuur geven.&lt;br /&gt;
# Regel van Zaitsev uitleggen en illustreren met een voorbeeld.&lt;br /&gt;
# Oefening met stereo-isomeren, Fischer, Newman en R en S configuratie.&lt;br /&gt;
# Furan + HNO3 + H2SO4 reactie geven.&lt;br /&gt;
#* Stoffen geven die ge aan furan moet toevoegen om een ethylgroep op positie 2 (alfa) te induceren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de laboratoriumsynthese van peptideverbindingen en vergelijk met de manier waarop aminzuren binden met ribosomen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van alkenen met waterstof, halogenen en perzuren. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuurformule van oliezuur en adrenaline.&lt;br /&gt;
# Bespreek cannizaro reacties.&lt;br /&gt;
# Structuurformule van een suiker:&lt;br /&gt;
#* Geef de fisherprojectie van de ringstructuur.&lt;br /&gt;
#* R-S van de C2 bepalen&lt;br /&gt;
#* Leidt de naam af.&lt;br /&gt;
#* Geef het aantal chirale C&#039;s in de haworth aan.&lt;br /&gt;
# Reactiemechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de isomerisatie van D-glucose onder invloed van base en breng in verband met een stap uit de glycolyse (alleen deze stap opschrijven).&lt;br /&gt;
# Bespreek de afbraak van vetzuren en breng in verband met de Claisencondensatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Thymidine&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
# Verklaar kort het begrip &amp;amp;quot;optische zuiverheid&amp;amp;quot;.&lt;br /&gt;
# Een hepteen is gegeven:&lt;br /&gt;
#* Geef de verschillende stereovormen in Fisherprojectie.&lt;br /&gt;
#* Geef de Newman-projectie van het meest stabiele conformeer.&lt;br /&gt;
#* Noteer ook R- en S-conformatie.&lt;br /&gt;
# Reactie waarbij de producten, tussenstappen en mechanismen moeten worden aangevuld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de elektrofiele aromatische substitutie met als voorbeeld nitreerzuur, benzeen en gesubstitueerde benzeenderivaten.&lt;br /&gt;
# Bespreek hydrolyse, reductie, omestering en aminolyse van esters.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Sacharose &lt;br /&gt;
#* SAM&lt;br /&gt;
# Bespreek omega-3-vetzuren en omega-6-vetzuren.&lt;br /&gt;
# Gegeven: structuurformule arginine &lt;br /&gt;
#* Geef het aantal stereo-isomeren.&lt;br /&gt;
#* Duidt de cirale C&#039;s aan.&lt;br /&gt;
#* Fisher- en Newman-projectie van elk.&lt;br /&gt;
#* Duid R/S aan.&lt;br /&gt;
#* Geef de naam van het aminozuur.&lt;br /&gt;
#* Duid aan welke N het meest basisch is.&lt;br /&gt;
#* Welk stereo-isomeer is het L-aminozuur ?&lt;br /&gt;
# Beschrijven van reactie: 2 keer cyclopenteen met daaraan 2-hexanol (of pentanol ben het vergeten) keten op de pijl staat K2Cr2O7, H+ en koud, boven tweede pijl staat 1 OH- &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de additie van zuren aan alkenen (geen carbonzuren bedoeld).&lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van vetzuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* Kaneelzuur&lt;br /&gt;
#* Cellobiose&lt;br /&gt;
# 3-broom-4-cloorhexaan:&lt;br /&gt;
#* Stereo-isomeren: Fisher- en Newman-projectie.&lt;br /&gt;
#* R,S-configuratie&lt;br /&gt;
#* Diastereomeren/enantiomeren?&lt;br /&gt;
# Het reactietype en naam en mechanisme van benzeenring met OH aan, bij de pijl staan dibroom en ijzertribroom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Aldolcondensatie + glycolyse stap die met aldolcondensatie te maken heeft. &lt;br /&gt;
# Geef de verschillende methoden om de volgorde van AZ in peptide te vinden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren&lt;br /&gt;
#* Stearinezuur&lt;br /&gt;
#* Pyridine&lt;br /&gt;
# Leg uit: gauche en anti (bij alkanen).&lt;br /&gt;
# 2,3,4-hydroxybutanal:&lt;br /&gt;
#* Hoeveel stereoisomeren ?&lt;br /&gt;
#* Geef Fisher projectie en de Newmann projectie van de meest stabiele conformatie.&lt;br /&gt;
#* Geef R,S conformatie. &lt;br /&gt;
#* En zeg welke enantiomeren zijn, welke  diastereoisomeren zijn, mesovormen.&lt;br /&gt;
# Geef reactiemechanisme, reactieproduct (ook in skeletnotatie--&amp;amp;gt; reactieproduct) van:&lt;br /&gt;
#* Trans-1-fenyl-1-buteen met verdund zwavelzuur.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marike</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Structurele_en_Fysiologische_Biologie&amp;diff=590</id>
		<title>Structurele en Fysiologische Biologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Structurele_en_Fysiologische_Biologie&amp;diff=590"/>
		<updated>2017-08-21T16:48:31Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marike: /* Examenvragen DIER */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen PLANT==&lt;br /&gt;
===21 aug 2017 NM===&lt;br /&gt;
#meerkeuzevragen&lt;br /&gt;
#Geef 3 manieren waarop een plant ATP aanmaakt en leg gedetailleerd uit&lt;br /&gt;
#gespvorming en CAM planten bondig uitleggen&lt;br /&gt;
#cyclus bedektzadigen aanvullen + is deze plant haplont, diplont, of diplohaplont? beargumenteer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 aug 2017 VM===&lt;br /&gt;
#meerkeuzevragen&lt;br /&gt;
#plantenhormonen met werking geven + uitleggen hoe hormoonsysteem in planten werkt&lt;br /&gt;
#guttatie en waterpotentiaal bondig uitleggen&lt;br /&gt;
#cyclus bedektzadigen aanvullen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===31 jan 2017===&lt;br /&gt;
#Meerkeuzevragen&lt;br /&gt;
#Waterpotentiaal met zijn 2 componenten uitleggen. Wat gebeurt er als je opgeloste stoffen toevoegt aan het omgevings water?&lt;br /&gt;
#Massastroming en SAR uitleggen.&lt;br /&gt;
#Cyclus van bedektzadigen aanvullen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 jan 2016===&lt;br /&gt;
#8 meerkeuze vragen&lt;br /&gt;
#Mondelinge hoofdvraag: hoe wordt sucrose gevormd, hoe komt het in cortexe cellen van de wortels en wat is de bijdrage voor de accumulatie van K+ &lt;br /&gt;
#Bijvraag: leg chemiosmose en fotorespiratie uit&lt;br /&gt;
#Bijvraag: cyclus aanvullen van de bedektzadigen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 jan 2014 nm===&lt;br /&gt;
#Meerkeuze&lt;br /&gt;
#Welke hormonen zijn er bij planten, welke staan in voor apicale dominantie en hoe werkt dit.&lt;br /&gt;
#Leg uit hoe herbicide resistentie werkt en leg het mechanisme van glyphosfaat uit. Levenscyclus.&lt;br /&gt;
===29 jan 2014 nm===&lt;br /&gt;
#Meerkeuze&lt;br /&gt;
#Bespreek de diversiteit van fungi en geef de levenscyclus van een ascomyceet.&lt;br /&gt;
#Bespreek de rol van mieren in commensalisme en de overdracht van parasieten.&lt;br /&gt;
#Levenscyclus van varens.&lt;br /&gt;
===28 jan 2014 nm===&lt;br /&gt;
#8 meerkeuzevragen (4 punten)&lt;br /&gt;
#Bespreek de huidige wereldproblemen en geef aan hoe plantenbiotechnologie/biologie zou kunnen bijdragen tot het aanreiken van van oplossingen (8 punten)&lt;br /&gt;
#Vul aan en verklaar dit ecologisch model (Bottom-up effect). Hoe kon dit model op experimentele wijze geverifieerd worden? (3 punten) &lt;br /&gt;
#Levenscyclus bedektzadige aanvullen (5 punten)&lt;br /&gt;
===28 jan 2014 vm===&lt;br /&gt;
#Meerkeuze&lt;br /&gt;
#Plantenhormonen welke types? regulatie? welke komen voor bij apicale dominantie? Regulatie? Werking?&lt;br /&gt;
#Levenscyclus bladmossen&lt;br /&gt;
#Tekening van de muis, mier, plant, zaad (interacties verklaren)&lt;br /&gt;
===27 jan 2014===&lt;br /&gt;
# 8 meerkeuzevragen.&lt;br /&gt;
#Bespreek de diversiteit en evolutie van prokaryoten en het onstaan van eukaryoten.&lt;br /&gt;
# Figuur uitleggen over bottom-upeffecten en ontbrekende termen aanvllen. &lt;br /&gt;
#Foto van doorsnede monocotyl blad: wat is het + delen benoemen.&lt;br /&gt;
===13 jan 2014===&lt;br /&gt;
# 5 meerkeuzevragen.&lt;br /&gt;
#Aanvullen van termen en processen (mitose/meiose) bij de levenscyvlus van gymnospermen. (Letterlijk uit het handboek fig. 31.12 p609)&lt;br /&gt;
#Een plantencel in zuiver water en geleidelijk aan zout toevoegen, wat gebeurt er? Leg uit a.d.h.v. een duidelijke grafiek.&lt;br /&gt;
#Wat is een preprofaseband? (en nog een term ?? uitleggen)&lt;br /&gt;
===23 jan 2012===&lt;br /&gt;
#Leg uit wat er zal gebeuren bij een plantencel in zuiver water en wat als je opgeloste stoffen toevoegt aan de omgeving. Maak een schema aan de hand van de waterpotentiaal en zijn 2 subcomponenten en leg uit hoe deze veranderen.&lt;br /&gt;
#Leg uit fotorespiratie: hoe wat waarom waar. &lt;br /&gt;
#Situeer:&lt;br /&gt;
##glyphosaat&lt;br /&gt;
##methanogeen&lt;br /&gt;
##guttatie&lt;br /&gt;
##Mycorrhiza&lt;br /&gt;
#Levenscyclus. Aangeven om welke levenscyclus het ging (bladmossen) en beargumenteren. Structuren en processen aanvullen op tekening. Aangeven of het een haplonte, diplonte of haplodiplonte levenscyclys was.&lt;br /&gt;
 ===1 feb 2011 VM===&lt;br /&gt;
#Volledige weg beschrijven die een C-atoom aflegt als CO2 indien ingebouwd in pectine in de celwand van rhizodermiscellen. Waaruit bestaat de celwand en wat is de functie?&lt;br /&gt;
#Bespreek in detail de signaalgeving en metabolische wegen van Rhizobium in symbiose met een plant.&lt;br /&gt;
#. Figuur: levenscyclus bedektzadigen &lt;br /&gt;
#Situeer:&lt;br /&gt;
##hexaploÃ¯die by tarwe&lt;br /&gt;
##cavitatieï‚§&lt;br /&gt;
##gespvorming by Basidiomyceten ï‚§ induceerbare mutaties&lt;br /&gt;
 ===27 jan 2011 NM===&lt;br /&gt;
#Volledige weg beschrijven die een N-atoom aflegt van de bodem tot inbouw als glycoproteÃ¯ne in een bladepidermiscel&lt;br /&gt;
#Vgl mossen en angiospermen. Zeggen hoe deze zijn aangepast aan leven op het land&lt;br /&gt;
#Figuur: &lt;br /&gt;
##structuur van een blad met huidmondjes &lt;br /&gt;
##hetzelfde -.- &lt;br /&gt;
#Situeer:&lt;br /&gt;
##allotetraploÃ¯die&lt;br /&gt;
##guttatie&lt;br /&gt;
##sterke vs zwakke sinks&lt;br /&gt;
##bespreek metabolisme Archaea&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 jan 2011 NM===&lt;br /&gt;
#De waterpotentiaal en de 2 componenten ervan bespreken als we een cel in zuiver water hebben en daar geleidelijk aan zout aan toevoegen. Schematisch weergeven en stap voor stap bespreken wat er met de cel gebeurt.&lt;br /&gt;
#Het verschil tussen gametofytische en sporofytische incompatibiliteit uitleggen. En een model geven voor gametofytische incompatibiliteit.&lt;br /&gt;
#Figuur: &lt;br /&gt;
##Doorsnede monocotyle stengel &lt;br /&gt;
##Vaatbundel en daarop floeem,&lt;br /&gt;
##xyleem en vezelschede benoemen&lt;br /&gt;
#Situeer:&lt;br /&gt;
##Endosymbiose&lt;br /&gt;
##ViroÃ¯den&lt;br /&gt;
##Soortkruisingen&lt;br /&gt;
##Lenticel&lt;br /&gt;
===24 jan 2011 VM===&lt;br /&gt;
#Bespreek structuur, samenstelling, functie en oorsprong van de plantencelwand.&lt;br /&gt;
#Bespreek de verschillen tussen C3, C4 en CAM&lt;br /&gt;
#Figuur: monokotyle stengel met vaatbundel&lt;br /&gt;
#Situeer:&lt;br /&gt;
##hydrogenosoom&lt;br /&gt;
##Agrobacterium tumefaciens&lt;br /&gt;
##massastroming (Munch hypothese) &lt;br /&gt;
##terminatortechnologie&lt;br /&gt;
===25 jan 2010 VM===&lt;br /&gt;
#Teken een dwarsdoorsnede van een wortel van een monokotyle plant. Wat is het verschil met een dikotyle plant?&lt;br /&gt;
#Bespreek (fysiologisch en chemisch) de weg die een CO2 molecule aflegt vanuit de lucht om ingebouwd de worden in de celwand van een&lt;br /&gt;
rhizodermiscel.&lt;br /&gt;
#Vergelijk CO2 fixatie bij C3 en C4 planten. Wat zijn de ethiologische implicaties?&lt;br /&gt;
#ABC van de bloemetjes&lt;br /&gt;
#Situeer:&lt;br /&gt;
#Soortkruising&lt;br /&gt;
#Isospore haplodiplont &lt;br /&gt;
#Worteldruk&lt;br /&gt;
#Basidiomyceten&lt;br /&gt;
#ï‚§Archebacteria&lt;br /&gt;
===18 jan 2010 NM===&lt;br /&gt;
#Bespreek de mogelijkheden voor overdracht van genetische informatie tussen individuen die tot een andere soort behoren.&lt;br /&gt;
#Vul volgende figuur aan en bespreek (die van potentiaal, niet met de kleurtjes, degene die ook in de cursus staat).&lt;br /&gt;
#Vergelijk CO2 fixatie bij CAM en C4 planten. 4. ABC van de bloemen.&lt;br /&gt;
#Situeer en bespreek:&lt;br /&gt;
##ascomyceten,&lt;br /&gt;
##heterospore haplodiplonten&lt;br /&gt;
##3 figuren: (een stengel ==&amp;amp;gt; figuur helemaal onderaan rechts in voorbeeldvragen, een blad ==&amp;amp;gt; die gele figuur zo :p en een wortel ==&amp;amp;gt; laatste blz, rechts bovenaan)&lt;br /&gt;
===18 jan 2010 VM===&lt;br /&gt;
#Bespreek autotrofie bij prokaryoten en eukaryoten.&lt;br /&gt;
#Gametofytische incompatibiliteit.&lt;br /&gt;
#Fotorespiratie: wat, waar, hoe, waarom?&lt;br /&gt;
#Vul aan en bespreek zodat duidelijk wordt of het om een haplont, diplont of haplodiplont organisme gaat. Is dit type organisme al goed aangepast aan het landleven? (figuur van varens, zie voorbeeldvragen) &lt;br /&gt;
#Situeer en bespreek:&lt;br /&gt;
##3 figuren (monokotyl blad, dikotyle verdikte stengel, monokotyle vaatbundel),&lt;br /&gt;
##agrobacterium tumefaciens&lt;br /&gt;
##basidiomyceten.&lt;br /&gt;
===26 jan 2009===&lt;br /&gt;
#Plantencelwand: Samenstelling? Structuur? Functie? Oorsprong?&lt;br /&gt;
#Transport in planten: Hoe? Waar? Waarom?&lt;br /&gt;
#C4 en CAM planten: Wat? Waarom? Hoe? Verschil?&lt;br /&gt;
#Afbeelding van een diplohaplonte cyclus, en zeggen of deze plant al goed&lt;br /&gt;
is aangepast aan het leven op het land. &lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Soortkruising&lt;br /&gt;
##Agrobacterium Tumefaciens&lt;br /&gt;
##Zelfincompatibiliteit&lt;br /&gt;
##Het ABC van de bloemetjes&lt;br /&gt;
##Fotoke van dwarse doorsnede van een plantenstengel, zeggen wa ge ziet en van die dinge..&lt;br /&gt;
===19 jan 2009===&lt;br /&gt;
#voortplantingscyclus (mos)&lt;br /&gt;
#bespreek zo goed mogelijk de opnamen van N uit nitraat (chemisch/fysisch) en inbouw in celwandprotÃ«ine epidermiscel 3. teken primaire stengel dikotyle plant + verschil monokotyle&lt;br /&gt;
#fotorespiratie: zin of onzin.&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##gametofytische zelfincompabiliteit &lt;br /&gt;
##ABC van bloemen&lt;br /&gt;
##worteldruk&lt;br /&gt;
##retrovirussen&lt;br /&gt;
===28 jan 2008===&lt;br /&gt;
#vergelijk autotrofie bij eukaryoten en prokaryoten&lt;br /&gt;
#fotorespiratie&lt;br /&gt;
#zelf-incompabiliteit&lt;br /&gt;
#cyclus van varen aanvullen + aangepassingen aan het land &lt;br /&gt;
#Situeer:&lt;br /&gt;
##drie foto&#039;s &lt;br /&gt;
##Agrobacterium tumefaciens  &lt;br /&gt;
##Basidiomyceet&lt;br /&gt;
===28 jan 2008===&lt;br /&gt;
#primaire dikotyle wortel tekenen en bespreken, vergelijken met monokotyle &lt;br /&gt;
#Welke fysische en chemische weg moet het N-atoom van NH4+ afleggen&lt;br /&gt;
om ingebouwd te kunnen worden in een celwandproteÃ¯ne van een blad&lt;br /&gt;
#Grafieken van CO2-opname van C3 en C4 planten. Zelf assen invullen en c3 en c4 aanduiden + uitleggen waarom&lt;br /&gt;
#Welke aanpassingen moet een landplant hebben ten opzichte van een wier&lt;br /&gt;
om te kunnen overleven op het land en is dit bij alle zo &lt;br /&gt;
#Bespreek:&lt;br /&gt;
##ascomyceten &lt;br /&gt;
##retrotransposons&lt;br /&gt;
##archeaebacteriÃ«n&lt;br /&gt;
##zelfincomptabiliteit&lt;br /&gt;
===21 jan 2008===&lt;br /&gt;
#Hoe genetische informatie overbrengen tussen individuen van verschillende soorten denk ik&lt;br /&gt;
#Bespreek en vul aan die figuur van de waterpotentiaal in een cel&lt;br /&gt;
#leg uit hoe CO2 wordt gefixeerd bij C4 planten en CAM planten en vergelijk &lt;br /&gt;
#geef een schematische voorstelling en een voorbeeld van een heterospore haplodiplont cyclus &lt;br /&gt;
#Situeer:&lt;br /&gt;
##Ascomyceten&lt;br /&gt;
##zelfincompatibiliteit&lt;br /&gt;
## 3 foto&#039;kes ( stengel, wortel en blad)&lt;br /&gt;
===18 jan 2008===&lt;br /&gt;
#teken structuur monocotyle wortel, vgl met dicotyle&lt;br /&gt;
#bespreek fixatie co2 bij C4-C3 planten, ahv voor en nadelen&lt;br /&gt;
#voortplantingscyclus (van ascomyceten, was wel niet gegeven da het over asco ging ) aanvullen en uitleggen waarom het haplont/diplont/diplohaplont is&lt;br /&gt;
#bespreek hoe C via co2 kan ingebouwd worden in de rizodhermiscellen (&lt;br /&gt;
zowel fysich als chemisch ) &lt;br /&gt;
#Situeer en bespreek:&lt;br /&gt;
##worteldruk&lt;br /&gt;
##basidiomyceten &lt;br /&gt;
##archeaebacteriÃ«n&lt;br /&gt;
##soortbestuiving&lt;br /&gt;
##retrovirussen&lt;br /&gt;
===14 jan 2008===&lt;br /&gt;
#Celwand: Samenstelling? Functie? Oorsprong? Structuur?&lt;br /&gt;
#Vergelijk het transport van mineralen en het transport van&lt;br /&gt;
fotosyntheseproducten&lt;br /&gt;
#Je gaat op excursie om C3/C4/CAM planten te inventariseren. Wat voor&lt;br /&gt;
materiaal neem je mee en leg uit.&lt;br /&gt;
#Tekening van een voortplantingscyclus: Is dit haplont/diplont/haplodiplont? Leg uit en geef aan of en hoe deze plant aan het landleven aangepast is. &lt;br /&gt;
#Situeer en bespreek:&lt;br /&gt;
##Zelfincopatibiliteit&lt;br /&gt;
##Agrobacterium tumefaciens&lt;br /&gt;
##3 tekeningen (doorsneden van stengel/wortel)&lt;br /&gt;
===2 feb 2007===&lt;br /&gt;
#twee grafieken zonder aanduidingen &amp;amp;quot;vul aan en verklaar&amp;amp;quot;&lt;br /&gt;
#genetische overdracht tussen individuen van dezelfde soort en verschillende soorten, leg uit&lt;br /&gt;
===15 jan 2007===&lt;br /&gt;
#Vul volgende grafiek aan en bespreek (die van de waterpotentiaal van de omgeving t o v die in de plantencel) en hoe zit dit in &#039;t xyleem? &lt;br /&gt;
#Fotorespiratie: wat? waar? hoe? waarom?&lt;br /&gt;
#Situeer:&lt;br /&gt;
##lenticellen&lt;br /&gt;
##heterospore&lt;br /&gt;
##haplodiplonten&lt;br /&gt;
##zygomyceten&lt;br /&gt;
##endodermis&lt;br /&gt;
##gametofytische incompatibiliteit&lt;br /&gt;
##agrobacterium tumefaciens&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen DIER== &lt;br /&gt;
===21 aug 2017 NM===&lt;br /&gt;
#Begrippen verklaren: Parafyletisch, Parthogenese, Eutelie&lt;br /&gt;
#Verbinden: exact dezelfde begrippen als vorige jaren&lt;br /&gt;
#Geen 3 bestrijdingsstrategiën tegen een insecten plaagsoort en leg uit&lt;br /&gt;
#Leg de menstruatiecyclus uit adhv de hormonen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 aug 2017 VM===&lt;br /&gt;
#verklaar: blastula, monocyt, convergete evolutie&lt;br /&gt;
#verbind, ongeveer zelfde begrippen als vorige jaren + zweetklier (mammalia), zijlijn (osteichthyes)&lt;br /&gt;
#Samenstelling van een spier + werking contractie&lt;br /&gt;
#hoe wordt het glucose gehalte in het bloed gereguleerd, welke hormonen werken hierbij en waar worden ze gemaakt&lt;br /&gt;
===31 jan 2017===&lt;br /&gt;
#Verklaar: dauer, ecdysis en filariasis.&lt;br /&gt;
#Verbind, zelfde begrippen als voorgaande jaren.&lt;br /&gt;
#Vergelijk zuurstof opname bij zoogdieren en insecten.&lt;br /&gt;
#Hoe werkt het doorgeven van zenuwimpulsen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 januarie 2016===&lt;br /&gt;
#Termen: RNA interferentie, epifyse, prothorax&lt;br /&gt;
#Verbinden&lt;br /&gt;
#Uitleggen: 3 voorbeelden van tegenstroomprincipe en impulsgeleiding&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 aug 2014===&lt;br /&gt;
#Begrippen:&lt;br /&gt;
##adaptieve radiatie&lt;br /&gt;
##gremmula&lt;br /&gt;
##eutelie&lt;br /&gt;
#Verbind:&lt;br /&gt;
##preenklier - spiraalplooi - pedipalpen - mesogloea - corpus alata - ambulacra - radula - citellum &lt;br /&gt;
##cnidaria - insecta - echinodermata - gestropoda - chondrichtys - hirunae - aves - chelicerata&lt;br /&gt;
#Geef het mechanisme van de bioluminescentie bij aquora victoria&lt;br /&gt;
#Bespreek de structuur, werking en regulatie van een nefron bij zoogdieren.&lt;br /&gt;
===30 jan 2014===&lt;br /&gt;
#Begrippen :&lt;br /&gt;
##Metanefridium&lt;br /&gt;
##Regeneratie&lt;br /&gt;
##Clitellum&lt;br /&gt;
#Verbinden: mesogloea, speenklier, kieuwdeksel, pedipalp, ambulacra, corpora allata, spiraalplooi, radula&lt;br /&gt;
#Leg de menstruatiecyclus uit en geef 3 voorbeelden van tegenstrooomprincipe&lt;br /&gt;
===29 jan 2014 NM===&lt;br /&gt;
#Begrippen:&lt;br /&gt;
##Filiarsis&lt;br /&gt;
##Mimicry &lt;br /&gt;
##Corpora cardiaca&lt;br /&gt;
#Verbinden: termen van de vorig jaren.&lt;br /&gt;
#Leg de werking van longen en tracheÃ«n uit en vergelijk. Vergelijk&lt;br /&gt;
osmoregulatie bij zoet-en zoutwatervissen.&lt;br /&gt;
===28 jan 2014 NM===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Lofofoor&lt;br /&gt;
##Adaptieve radiatie &lt;br /&gt;
##Protonefridium&lt;br /&gt;
#Verbind: parapodia(polychaeta), radula(Gastropoda), Antennae(Arthropoda), Mesogloea(cnidaria), clitellum(Oligochaeta), CleidoÃ¯sche ei(Reptilia), Ambulacra(Echinodermata), Gemmulae(Porifera)&lt;br /&gt;
#Illustreer aan de hand van drie voorbeelden het belang van het tegenstroomprincipe en leg uit.&lt;br /&gt;
#Leg het mechanisme uit van de elektrische impulsgeleiding door zenuwcellen.&lt;br /&gt;
===28 jan 2014 VM===&lt;br /&gt;
#Begrippen:&lt;br /&gt;
##Gemmula&lt;br /&gt;
##Radula&lt;br /&gt;
##Corpora allata&lt;br /&gt;
#Verbinden: termen van de vorig jaren.&lt;br /&gt;
#Bespreken en vergelijken het mechanisme van gasuitwisseling bij longen zoogdieren en vogels&lt;br /&gt;
#Welke hormonen worden gevormd in de gonaden bij de mens en regulatie.&lt;br /&gt;
===27 jan 2014===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Planula&lt;br /&gt;
##RNA interference&lt;br /&gt;
##Eutelie&lt;br /&gt;
#Verbinden, opnieuw combinaite die hieronder al staat&lt;br /&gt;
#Bespreek de structuur en het contractiemechanisme van skeletspieren. &lt;br /&gt;
#Wat zijn de belangrijkste hormonen die door de schildklier geproduceerd worden en hoe worden ze gereguleerd?&lt;br /&gt;
===13 jan 2012===&lt;br /&gt;
#Leg uit:&lt;br /&gt;
##Gremule&lt;br /&gt;
##Eutelie &lt;br /&gt;
##Amnion&lt;br /&gt;
#Verbindt Latijnse namen met Latijnse namen. (letterlijk als in het voorbeeld examen)&lt;br /&gt;
#Leg bondig uit: Skeletspier (structuur, werking en regulatie)&lt;br /&gt;
#Welke hormonen spelen welke rol in de vrouwelijke voortplantingscycus?&lt;br /&gt;
===25 juni 2012===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Nematocyst ï‚§?&lt;br /&gt;
##Metamorfose ï‚§ Lolofoo&lt;br /&gt;
##Amnion&lt;br /&gt;
#Verbinden (Combinatie van termen die al gegeven zijn in de vorige examens)&lt;br /&gt;
#Bespreek en vergelijk drie types spierweefsel bij dieren.&lt;br /&gt;
#Bespreek rol van gal en pancreas in de spijsvertering (in invertebraten). 5. Bespreek de regulatie van hartcyclus en bloeddruk (in zoogdieren).&lt;br /&gt;
===22 juni 2012===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Protonefridia&lt;br /&gt;
##Ecdysis&lt;br /&gt;
##Parthenogenese&lt;br /&gt;
##Mimicry&lt;br /&gt;
##Filariasis&lt;br /&gt;
#Verbinden ( was combinatie van termen die al gegeven zijn in de vorige examens)&lt;br /&gt;
#bestrijding van plaagsoorten uitleggen&lt;br /&gt;
#beschrijf en vergelijk de gasuitwisseling bij tracheeÃ«n en longen&lt;br /&gt;
#Bespreek het doorgeven van een elektrische impuls in een zenuwcel&lt;br /&gt;
===19 juni 2012===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Feromoon&lt;br /&gt;
##Dauer&lt;br /&gt;
##Regressieve evolutie&lt;br /&gt;
##Endostyl ï‚§&lt;br /&gt;
#Verbinden. Allemaal termen uit de vragen van vorige jaren.&lt;br /&gt;
#Geef de levenscyclus van de runderlintworm en bespreek.&lt;br /&gt;
#Leg het tegenstroomprincipe uit aan de hand van drie voorbeelden.&lt;br /&gt;
#Bespreek structuur en werking van de hypofyse. Welke hormonen zijn aanwezig in de hypofyse?&lt;br /&gt;
===24 juni 2011===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Protonefridia&lt;br /&gt;
##regressieve evolutie&lt;br /&gt;
##Pseudocoeloom &lt;br /&gt;
##Dauer &lt;br /&gt;
##oncosfeer&lt;br /&gt;
#Verbinden:&lt;br /&gt;
##spicula, proglottiden, Clitellum, lofofoor, endocuticula, choanen, lijmcellen, rhopalia&lt;br /&gt;
##Ctenophora, Cestoda, Ectoprocta, Arthropoda, porifera, Sarcopterygii, Cnidaria, oligochaeta&lt;br /&gt;
#bestrijding van plaagsoorten uitleggen&lt;br /&gt;
#beschrijf en vergelijk de gasuitwisseling bij tracheeÃ«n en longen&lt;br /&gt;
#welke hormonen reguleren het mannelijk voortplantingsstelsel (bij de mens)?&lt;br /&gt;
===23 juni 2011===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Planula&lt;br /&gt;
##Cephalisatie&lt;br /&gt;
##Enterocoel&lt;br /&gt;
##Ecdysis&lt;br /&gt;
##RNA interference&lt;br /&gt;
#Verbinden: Parapodia, Spiraalplooi, antennae, scolex, choanen, lofofoor, lijmcellen,osculum&lt;br /&gt;
#Bespreek de evolutie van de mens (bondig)&lt;br /&gt;
#Bespreek de structuur van een lichaamsspier en de contractie er van 5. Bespreek het doorgeven van een elektrische impuls in een zenuwcel&lt;br /&gt;
===21 juni 2011===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Gemmula&lt;br /&gt;
##Adaptieve radiatie&lt;br /&gt;
##Eutelie &lt;br /&gt;
##Rhopalia ï‚§&lt;br /&gt;
#Verbinden:&lt;br /&gt;
##Preenklier, Kieuwdeksel, Pedipalpen, Mesogloea, Endostyl, Ambulacra, Radula, Clitellum&lt;br /&gt;
##Aves, Osteichthyes, Chelicerata, Cnidaria, Cephalochordata, Echinodermata, Gastropoda, Hirudinea&lt;br /&gt;
#Bespreek bioluminiscentie.&lt;br /&gt;
#Hoe wordt de glucoseconcentratie in het plasma gereguleerd. 5. Bespreek de hormonen bij de menselijke voortplantingscyclus.&lt;br /&gt;
===21 juni 2010 NM===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Regeneratie&lt;br /&gt;
##Protonefridia&lt;br /&gt;
##Scolex&lt;br /&gt;
##Corpora allata&lt;br /&gt;
#Verbinden:&lt;br /&gt;
##Preenklier, Kieuwdeksel, Pedipalpen, Mesogloea, Endostyl, Ambulacra, Radula, Clitellum&lt;br /&gt;
##Aves, Osteichthyes, Chicerata, Cnidaria, Cephalochordata, Echinodermata, Gastropoda, Hirudinea&lt;br /&gt;
#Wat weet je over de evolutie van de mens. Bespreek bondig.&lt;br /&gt;
#Bespreek hartcyclus en bloedsomloop (bij zoogdieren) en de regulatie daarvan.&lt;br /&gt;
#Illustreer aan de hand van een voorbeeld het belang van het tegenstroomprincipe bij uitwisselingsprocessen.&lt;br /&gt;
===21 juni 2010 VM===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Pseudocoeloom &lt;br /&gt;
##Clitellum &lt;br /&gt;
##Dauer&lt;br /&gt;
##Endostyl&lt;br /&gt;
##Corpora cardiata&lt;br /&gt;
#Verbinden:&lt;br /&gt;
##Antennae, Osculum, Spiraalplooi, Choanen, Parapodia, Scolex, Lijmcellen, Lofofoor&lt;br /&gt;
##Ctenophora, Ectoprocta, Cestoda, Porifera, Sarcopterygii, Condrichtyes, Crustacea, Polychaeta&lt;br /&gt;
#Schets de levenscyclus van Schistosoma.&lt;br /&gt;
#Vergelijk 3 types spierweefsel en leg het mechanisme van contractie uit. 5. Bespreek de hormonale regulatie van de menstruele cyclus.&lt;br /&gt;
===18 juni 2010===&lt;br /&gt;
#woordjes:&lt;br /&gt;
##adaptieve radiatie ï‚§ ascon&lt;br /&gt;
##nematocyst&lt;br /&gt;
##eutelie&lt;br /&gt;
##lofofoor&lt;br /&gt;
#verbinden: spicula (porifera), ambulacra (echinodermata), antennae (insecta), melkklieren (mammalia), rhopalia (cnidaria), proglottiden (cestoda), pseudocoel (nematoda), clitellum (huridinae)&lt;br /&gt;
#bestrijding van plaagsoorten uitleggen&lt;br /&gt;
#vergelijken van osmoregulatie bij zout- en zoetwatervissen 5. principe van impulsgeleiding in zenuwcellen&lt;br /&gt;
===15 juni 2006===&lt;br /&gt;
#woordjes:&lt;br /&gt;
##regressieve evolutie &lt;br /&gt;
##mimicry&lt;br /&gt;
##filariasis&lt;br /&gt;
##ecdysis&lt;br /&gt;
##parthenogenese&lt;br /&gt;
#verbinden: radula (gastropoda), ambulacra (echinodermata), antennae (arthropoda), cloeidisch ei (reptilia), gemmulae (porifera), mesogloea (cnidaria), parapodium (polychaeta), lofofoor (brachiopoda)&lt;br /&gt;
#principe van bioluminiscentie in victoria aequorine uitleggen&lt;br /&gt;
#beschrijf en vergelijk de gasuitwisseling bij tracheeÃ«n en longen&lt;br /&gt;
#geef functie, structuur en regulatie van de hypofyse + welke hormonen komen erbij voor&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marike</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Structurele_en_Fysiologische_Biologie&amp;diff=589</id>
		<title>Structurele en Fysiologische Biologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Structurele_en_Fysiologische_Biologie&amp;diff=589"/>
		<updated>2017-08-21T16:45:13Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marike: /* Examenvragen PLANT */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen PLANT==&lt;br /&gt;
===21 aug 2017 NM===&lt;br /&gt;
#meerkeuzevragen&lt;br /&gt;
#Geef 3 manieren waarop een plant ATP aanmaakt en leg gedetailleerd uit&lt;br /&gt;
#gespvorming en CAM planten bondig uitleggen&lt;br /&gt;
#cyclus bedektzadigen aanvullen + is deze plant haplont, diplont, of diplohaplont? beargumenteer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 aug 2017 VM===&lt;br /&gt;
#meerkeuzevragen&lt;br /&gt;
#plantenhormonen met werking geven + uitleggen hoe hormoonsysteem in planten werkt&lt;br /&gt;
#guttatie en waterpotentiaal bondig uitleggen&lt;br /&gt;
#cyclus bedektzadigen aanvullen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===31 jan 2017===&lt;br /&gt;
#Meerkeuzevragen&lt;br /&gt;
#Waterpotentiaal met zijn 2 componenten uitleggen. Wat gebeurt er als je opgeloste stoffen toevoegt aan het omgevings water?&lt;br /&gt;
#Massastroming en SAR uitleggen.&lt;br /&gt;
#Cyclus van bedektzadigen aanvullen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 jan 2016===&lt;br /&gt;
#8 meerkeuze vragen&lt;br /&gt;
#Mondelinge hoofdvraag: hoe wordt sucrose gevormd, hoe komt het in cortexe cellen van de wortels en wat is de bijdrage voor de accumulatie van K+ &lt;br /&gt;
#Bijvraag: leg chemiosmose en fotorespiratie uit&lt;br /&gt;
#Bijvraag: cyclus aanvullen van de bedektzadigen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 jan 2014 nm===&lt;br /&gt;
#Meerkeuze&lt;br /&gt;
#Welke hormonen zijn er bij planten, welke staan in voor apicale dominantie en hoe werkt dit.&lt;br /&gt;
#Leg uit hoe herbicide resistentie werkt en leg het mechanisme van glyphosfaat uit. Levenscyclus.&lt;br /&gt;
===29 jan 2014 nm===&lt;br /&gt;
#Meerkeuze&lt;br /&gt;
#Bespreek de diversiteit van fungi en geef de levenscyclus van een ascomyceet.&lt;br /&gt;
#Bespreek de rol van mieren in commensalisme en de overdracht van parasieten.&lt;br /&gt;
#Levenscyclus van varens.&lt;br /&gt;
===28 jan 2014 nm===&lt;br /&gt;
#8 meerkeuzevragen (4 punten)&lt;br /&gt;
#Bespreek de huidige wereldproblemen en geef aan hoe plantenbiotechnologie/biologie zou kunnen bijdragen tot het aanreiken van van oplossingen (8 punten)&lt;br /&gt;
#Vul aan en verklaar dit ecologisch model (Bottom-up effect). Hoe kon dit model op experimentele wijze geverifieerd worden? (3 punten) &lt;br /&gt;
#Levenscyclus bedektzadige aanvullen (5 punten)&lt;br /&gt;
===28 jan 2014 vm===&lt;br /&gt;
#Meerkeuze&lt;br /&gt;
#Plantenhormonen welke types? regulatie? welke komen voor bij apicale dominantie? Regulatie? Werking?&lt;br /&gt;
#Levenscyclus bladmossen&lt;br /&gt;
#Tekening van de muis, mier, plant, zaad (interacties verklaren)&lt;br /&gt;
===27 jan 2014===&lt;br /&gt;
# 8 meerkeuzevragen.&lt;br /&gt;
#Bespreek de diversiteit en evolutie van prokaryoten en het onstaan van eukaryoten.&lt;br /&gt;
# Figuur uitleggen over bottom-upeffecten en ontbrekende termen aanvllen. &lt;br /&gt;
#Foto van doorsnede monocotyl blad: wat is het + delen benoemen.&lt;br /&gt;
===13 jan 2014===&lt;br /&gt;
# 5 meerkeuzevragen.&lt;br /&gt;
#Aanvullen van termen en processen (mitose/meiose) bij de levenscyvlus van gymnospermen. (Letterlijk uit het handboek fig. 31.12 p609)&lt;br /&gt;
#Een plantencel in zuiver water en geleidelijk aan zout toevoegen, wat gebeurt er? Leg uit a.d.h.v. een duidelijke grafiek.&lt;br /&gt;
#Wat is een preprofaseband? (en nog een term ?? uitleggen)&lt;br /&gt;
===23 jan 2012===&lt;br /&gt;
#Leg uit wat er zal gebeuren bij een plantencel in zuiver water en wat als je opgeloste stoffen toevoegt aan de omgeving. Maak een schema aan de hand van de waterpotentiaal en zijn 2 subcomponenten en leg uit hoe deze veranderen.&lt;br /&gt;
#Leg uit fotorespiratie: hoe wat waarom waar. &lt;br /&gt;
#Situeer:&lt;br /&gt;
##glyphosaat&lt;br /&gt;
##methanogeen&lt;br /&gt;
##guttatie&lt;br /&gt;
##Mycorrhiza&lt;br /&gt;
#Levenscyclus. Aangeven om welke levenscyclus het ging (bladmossen) en beargumenteren. Structuren en processen aanvullen op tekening. Aangeven of het een haplonte, diplonte of haplodiplonte levenscyclys was.&lt;br /&gt;
 ===1 feb 2011 VM===&lt;br /&gt;
#Volledige weg beschrijven die een C-atoom aflegt als CO2 indien ingebouwd in pectine in de celwand van rhizodermiscellen. Waaruit bestaat de celwand en wat is de functie?&lt;br /&gt;
#Bespreek in detail de signaalgeving en metabolische wegen van Rhizobium in symbiose met een plant.&lt;br /&gt;
#. Figuur: levenscyclus bedektzadigen &lt;br /&gt;
#Situeer:&lt;br /&gt;
##hexaploÃ¯die by tarwe&lt;br /&gt;
##cavitatieï‚§&lt;br /&gt;
##gespvorming by Basidiomyceten ï‚§ induceerbare mutaties&lt;br /&gt;
 ===27 jan 2011 NM===&lt;br /&gt;
#Volledige weg beschrijven die een N-atoom aflegt van de bodem tot inbouw als glycoproteÃ¯ne in een bladepidermiscel&lt;br /&gt;
#Vgl mossen en angiospermen. Zeggen hoe deze zijn aangepast aan leven op het land&lt;br /&gt;
#Figuur: &lt;br /&gt;
##structuur van een blad met huidmondjes &lt;br /&gt;
##hetzelfde -.- &lt;br /&gt;
#Situeer:&lt;br /&gt;
##allotetraploÃ¯die&lt;br /&gt;
##guttatie&lt;br /&gt;
##sterke vs zwakke sinks&lt;br /&gt;
##bespreek metabolisme Archaea&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 jan 2011 NM===&lt;br /&gt;
#De waterpotentiaal en de 2 componenten ervan bespreken als we een cel in zuiver water hebben en daar geleidelijk aan zout aan toevoegen. Schematisch weergeven en stap voor stap bespreken wat er met de cel gebeurt.&lt;br /&gt;
#Het verschil tussen gametofytische en sporofytische incompatibiliteit uitleggen. En een model geven voor gametofytische incompatibiliteit.&lt;br /&gt;
#Figuur: &lt;br /&gt;
##Doorsnede monocotyle stengel &lt;br /&gt;
##Vaatbundel en daarop floeem,&lt;br /&gt;
##xyleem en vezelschede benoemen&lt;br /&gt;
#Situeer:&lt;br /&gt;
##Endosymbiose&lt;br /&gt;
##ViroÃ¯den&lt;br /&gt;
##Soortkruisingen&lt;br /&gt;
##Lenticel&lt;br /&gt;
===24 jan 2011 VM===&lt;br /&gt;
#Bespreek structuur, samenstelling, functie en oorsprong van de plantencelwand.&lt;br /&gt;
#Bespreek de verschillen tussen C3, C4 en CAM&lt;br /&gt;
#Figuur: monokotyle stengel met vaatbundel&lt;br /&gt;
#Situeer:&lt;br /&gt;
##hydrogenosoom&lt;br /&gt;
##Agrobacterium tumefaciens&lt;br /&gt;
##massastroming (Munch hypothese) &lt;br /&gt;
##terminatortechnologie&lt;br /&gt;
===25 jan 2010 VM===&lt;br /&gt;
#Teken een dwarsdoorsnede van een wortel van een monokotyle plant. Wat is het verschil met een dikotyle plant?&lt;br /&gt;
#Bespreek (fysiologisch en chemisch) de weg die een CO2 molecule aflegt vanuit de lucht om ingebouwd de worden in de celwand van een&lt;br /&gt;
rhizodermiscel.&lt;br /&gt;
#Vergelijk CO2 fixatie bij C3 en C4 planten. Wat zijn de ethiologische implicaties?&lt;br /&gt;
#ABC van de bloemetjes&lt;br /&gt;
#Situeer:&lt;br /&gt;
#Soortkruising&lt;br /&gt;
#Isospore haplodiplont &lt;br /&gt;
#Worteldruk&lt;br /&gt;
#Basidiomyceten&lt;br /&gt;
#ï‚§Archebacteria&lt;br /&gt;
===18 jan 2010 NM===&lt;br /&gt;
#Bespreek de mogelijkheden voor overdracht van genetische informatie tussen individuen die tot een andere soort behoren.&lt;br /&gt;
#Vul volgende figuur aan en bespreek (die van potentiaal, niet met de kleurtjes, degene die ook in de cursus staat).&lt;br /&gt;
#Vergelijk CO2 fixatie bij CAM en C4 planten. 4. ABC van de bloemen.&lt;br /&gt;
#Situeer en bespreek:&lt;br /&gt;
##ascomyceten,&lt;br /&gt;
##heterospore haplodiplonten&lt;br /&gt;
##3 figuren: (een stengel ==&amp;amp;gt; figuur helemaal onderaan rechts in voorbeeldvragen, een blad ==&amp;amp;gt; die gele figuur zo :p en een wortel ==&amp;amp;gt; laatste blz, rechts bovenaan)&lt;br /&gt;
===18 jan 2010 VM===&lt;br /&gt;
#Bespreek autotrofie bij prokaryoten en eukaryoten.&lt;br /&gt;
#Gametofytische incompatibiliteit.&lt;br /&gt;
#Fotorespiratie: wat, waar, hoe, waarom?&lt;br /&gt;
#Vul aan en bespreek zodat duidelijk wordt of het om een haplont, diplont of haplodiplont organisme gaat. Is dit type organisme al goed aangepast aan het landleven? (figuur van varens, zie voorbeeldvragen) &lt;br /&gt;
#Situeer en bespreek:&lt;br /&gt;
##3 figuren (monokotyl blad, dikotyle verdikte stengel, monokotyle vaatbundel),&lt;br /&gt;
##agrobacterium tumefaciens&lt;br /&gt;
##basidiomyceten.&lt;br /&gt;
===26 jan 2009===&lt;br /&gt;
#Plantencelwand: Samenstelling? Structuur? Functie? Oorsprong?&lt;br /&gt;
#Transport in planten: Hoe? Waar? Waarom?&lt;br /&gt;
#C4 en CAM planten: Wat? Waarom? Hoe? Verschil?&lt;br /&gt;
#Afbeelding van een diplohaplonte cyclus, en zeggen of deze plant al goed&lt;br /&gt;
is aangepast aan het leven op het land. &lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Soortkruising&lt;br /&gt;
##Agrobacterium Tumefaciens&lt;br /&gt;
##Zelfincompatibiliteit&lt;br /&gt;
##Het ABC van de bloemetjes&lt;br /&gt;
##Fotoke van dwarse doorsnede van een plantenstengel, zeggen wa ge ziet en van die dinge..&lt;br /&gt;
===19 jan 2009===&lt;br /&gt;
#voortplantingscyclus (mos)&lt;br /&gt;
#bespreek zo goed mogelijk de opnamen van N uit nitraat (chemisch/fysisch) en inbouw in celwandprotÃ«ine epidermiscel 3. teken primaire stengel dikotyle plant + verschil monokotyle&lt;br /&gt;
#fotorespiratie: zin of onzin.&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##gametofytische zelfincompabiliteit &lt;br /&gt;
##ABC van bloemen&lt;br /&gt;
##worteldruk&lt;br /&gt;
##retrovirussen&lt;br /&gt;
===28 jan 2008===&lt;br /&gt;
#vergelijk autotrofie bij eukaryoten en prokaryoten&lt;br /&gt;
#fotorespiratie&lt;br /&gt;
#zelf-incompabiliteit&lt;br /&gt;
#cyclus van varen aanvullen + aangepassingen aan het land &lt;br /&gt;
#Situeer:&lt;br /&gt;
##drie foto&#039;s &lt;br /&gt;
##Agrobacterium tumefaciens  &lt;br /&gt;
##Basidiomyceet&lt;br /&gt;
===28 jan 2008===&lt;br /&gt;
#primaire dikotyle wortel tekenen en bespreken, vergelijken met monokotyle &lt;br /&gt;
#Welke fysische en chemische weg moet het N-atoom van NH4+ afleggen&lt;br /&gt;
om ingebouwd te kunnen worden in een celwandproteÃ¯ne van een blad&lt;br /&gt;
#Grafieken van CO2-opname van C3 en C4 planten. Zelf assen invullen en c3 en c4 aanduiden + uitleggen waarom&lt;br /&gt;
#Welke aanpassingen moet een landplant hebben ten opzichte van een wier&lt;br /&gt;
om te kunnen overleven op het land en is dit bij alle zo &lt;br /&gt;
#Bespreek:&lt;br /&gt;
##ascomyceten &lt;br /&gt;
##retrotransposons&lt;br /&gt;
##archeaebacteriÃ«n&lt;br /&gt;
##zelfincomptabiliteit&lt;br /&gt;
===21 jan 2008===&lt;br /&gt;
#Hoe genetische informatie overbrengen tussen individuen van verschillende soorten denk ik&lt;br /&gt;
#Bespreek en vul aan die figuur van de waterpotentiaal in een cel&lt;br /&gt;
#leg uit hoe CO2 wordt gefixeerd bij C4 planten en CAM planten en vergelijk &lt;br /&gt;
#geef een schematische voorstelling en een voorbeeld van een heterospore haplodiplont cyclus &lt;br /&gt;
#Situeer:&lt;br /&gt;
##Ascomyceten&lt;br /&gt;
##zelfincompatibiliteit&lt;br /&gt;
## 3 foto&#039;kes ( stengel, wortel en blad)&lt;br /&gt;
===18 jan 2008===&lt;br /&gt;
#teken structuur monocotyle wortel, vgl met dicotyle&lt;br /&gt;
#bespreek fixatie co2 bij C4-C3 planten, ahv voor en nadelen&lt;br /&gt;
#voortplantingscyclus (van ascomyceten, was wel niet gegeven da het over asco ging ) aanvullen en uitleggen waarom het haplont/diplont/diplohaplont is&lt;br /&gt;
#bespreek hoe C via co2 kan ingebouwd worden in de rizodhermiscellen (&lt;br /&gt;
zowel fysich als chemisch ) &lt;br /&gt;
#Situeer en bespreek:&lt;br /&gt;
##worteldruk&lt;br /&gt;
##basidiomyceten &lt;br /&gt;
##archeaebacteriÃ«n&lt;br /&gt;
##soortbestuiving&lt;br /&gt;
##retrovirussen&lt;br /&gt;
===14 jan 2008===&lt;br /&gt;
#Celwand: Samenstelling? Functie? Oorsprong? Structuur?&lt;br /&gt;
#Vergelijk het transport van mineralen en het transport van&lt;br /&gt;
fotosyntheseproducten&lt;br /&gt;
#Je gaat op excursie om C3/C4/CAM planten te inventariseren. Wat voor&lt;br /&gt;
materiaal neem je mee en leg uit.&lt;br /&gt;
#Tekening van een voortplantingscyclus: Is dit haplont/diplont/haplodiplont? Leg uit en geef aan of en hoe deze plant aan het landleven aangepast is. &lt;br /&gt;
#Situeer en bespreek:&lt;br /&gt;
##Zelfincopatibiliteit&lt;br /&gt;
##Agrobacterium tumefaciens&lt;br /&gt;
##3 tekeningen (doorsneden van stengel/wortel)&lt;br /&gt;
===2 feb 2007===&lt;br /&gt;
#twee grafieken zonder aanduidingen &amp;amp;quot;vul aan en verklaar&amp;amp;quot;&lt;br /&gt;
#genetische overdracht tussen individuen van dezelfde soort en verschillende soorten, leg uit&lt;br /&gt;
===15 jan 2007===&lt;br /&gt;
#Vul volgende grafiek aan en bespreek (die van de waterpotentiaal van de omgeving t o v die in de plantencel) en hoe zit dit in &#039;t xyleem? &lt;br /&gt;
#Fotorespiratie: wat? waar? hoe? waarom?&lt;br /&gt;
#Situeer:&lt;br /&gt;
##lenticellen&lt;br /&gt;
##heterospore&lt;br /&gt;
##haplodiplonten&lt;br /&gt;
##zygomyceten&lt;br /&gt;
##endodermis&lt;br /&gt;
##gametofytische incompatibiliteit&lt;br /&gt;
##agrobacterium tumefaciens&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen DIER== &lt;br /&gt;
===21 aug 2017 VM===&lt;br /&gt;
#verklaar: blastula, monocyt, convergete evolutie&lt;br /&gt;
#verbind, ongeveer zelfde begrippen als vorige jaren + zweetklier (mammalia), zijlijn (osteichthyes)&lt;br /&gt;
#Samenstelling van een spier + werking contractie&lt;br /&gt;
#hoe wordt het glucose gehalte in het bloed gereguleerd, welke hormonen werken hierbij en waar worden ze gemaakt&lt;br /&gt;
===31 jan 2017===&lt;br /&gt;
#Verklaar: dauer, ecdysis en filariasis.&lt;br /&gt;
#Verbind, zelfde begrippen als voorgaande jaren.&lt;br /&gt;
#Vergelijk zuurstof opname bij zoogdieren en insecten.&lt;br /&gt;
#Hoe werkt het doorgeven van zenuwimpulsen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 januarie 2016===&lt;br /&gt;
#Termen: RNA interferentie, epifyse, prothorax&lt;br /&gt;
#Verbinden&lt;br /&gt;
#Uitleggen: 3 voorbeelden van tegenstroomprincipe en impulsgeleiding&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 aug 2014===&lt;br /&gt;
#Begrippen:&lt;br /&gt;
##adaptieve radiatie&lt;br /&gt;
##gremmula&lt;br /&gt;
##eutelie&lt;br /&gt;
#Verbind:&lt;br /&gt;
##preenklier - spiraalplooi - pedipalpen - mesogloea - corpus alata - ambulacra - radula - citellum &lt;br /&gt;
##cnidaria - insecta - echinodermata - gestropoda - chondrichtys - hirunae - aves - chelicerata&lt;br /&gt;
#Geef het mechanisme van de bioluminescentie bij aquora victoria&lt;br /&gt;
#Bespreek de structuur, werking en regulatie van een nefron bij zoogdieren.&lt;br /&gt;
===30 jan 2014===&lt;br /&gt;
#Begrippen :&lt;br /&gt;
##Metanefridium&lt;br /&gt;
##Regeneratie&lt;br /&gt;
##Clitellum&lt;br /&gt;
#Verbinden: mesogloea, speenklier, kieuwdeksel, pedipalp, ambulacra, corpora allata, spiraalplooi, radula&lt;br /&gt;
#Leg de menstruatiecyclus uit en geef 3 voorbeelden van tegenstrooomprincipe&lt;br /&gt;
===29 jan 2014 NM===&lt;br /&gt;
#Begrippen:&lt;br /&gt;
##Filiarsis&lt;br /&gt;
##Mimicry &lt;br /&gt;
##Corpora cardiaca&lt;br /&gt;
#Verbinden: termen van de vorig jaren.&lt;br /&gt;
#Leg de werking van longen en tracheÃ«n uit en vergelijk. Vergelijk&lt;br /&gt;
osmoregulatie bij zoet-en zoutwatervissen.&lt;br /&gt;
===28 jan 2014 NM===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Lofofoor&lt;br /&gt;
##Adaptieve radiatie &lt;br /&gt;
##Protonefridium&lt;br /&gt;
#Verbind: parapodia(polychaeta), radula(Gastropoda), Antennae(Arthropoda), Mesogloea(cnidaria), clitellum(Oligochaeta), CleidoÃ¯sche ei(Reptilia), Ambulacra(Echinodermata), Gemmulae(Porifera)&lt;br /&gt;
#Illustreer aan de hand van drie voorbeelden het belang van het tegenstroomprincipe en leg uit.&lt;br /&gt;
#Leg het mechanisme uit van de elektrische impulsgeleiding door zenuwcellen.&lt;br /&gt;
===28 jan 2014 VM===&lt;br /&gt;
#Begrippen:&lt;br /&gt;
##Gemmula&lt;br /&gt;
##Radula&lt;br /&gt;
##Corpora allata&lt;br /&gt;
#Verbinden: termen van de vorig jaren.&lt;br /&gt;
#Bespreken en vergelijken het mechanisme van gasuitwisseling bij longen zoogdieren en vogels&lt;br /&gt;
#Welke hormonen worden gevormd in de gonaden bij de mens en regulatie.&lt;br /&gt;
===27 jan 2014===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Planula&lt;br /&gt;
##RNA interference&lt;br /&gt;
##Eutelie&lt;br /&gt;
#Verbinden, opnieuw combinaite die hieronder al staat&lt;br /&gt;
#Bespreek de structuur en het contractiemechanisme van skeletspieren. &lt;br /&gt;
#Wat zijn de belangrijkste hormonen die door de schildklier geproduceerd worden en hoe worden ze gereguleerd?&lt;br /&gt;
===13 jan 2012===&lt;br /&gt;
#Leg uit:&lt;br /&gt;
##Gremule&lt;br /&gt;
##Eutelie &lt;br /&gt;
##Amnion&lt;br /&gt;
#Verbindt Latijnse namen met Latijnse namen. (letterlijk als in het voorbeeld examen)&lt;br /&gt;
#Leg bondig uit: Skeletspier (structuur, werking en regulatie)&lt;br /&gt;
#Welke hormonen spelen welke rol in de vrouwelijke voortplantingscycus?&lt;br /&gt;
===25 juni 2012===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Nematocyst ï‚§?&lt;br /&gt;
##Metamorfose ï‚§ Lolofoo&lt;br /&gt;
##Amnion&lt;br /&gt;
#Verbinden (Combinatie van termen die al gegeven zijn in de vorige examens)&lt;br /&gt;
#Bespreek en vergelijk drie types spierweefsel bij dieren.&lt;br /&gt;
#Bespreek rol van gal en pancreas in de spijsvertering (in invertebraten). 5. Bespreek de regulatie van hartcyclus en bloeddruk (in zoogdieren).&lt;br /&gt;
===22 juni 2012===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Protonefridia&lt;br /&gt;
##Ecdysis&lt;br /&gt;
##Parthenogenese&lt;br /&gt;
##Mimicry&lt;br /&gt;
##Filariasis&lt;br /&gt;
#Verbinden ( was combinatie van termen die al gegeven zijn in de vorige examens)&lt;br /&gt;
#bestrijding van plaagsoorten uitleggen&lt;br /&gt;
#beschrijf en vergelijk de gasuitwisseling bij tracheeÃ«n en longen&lt;br /&gt;
#Bespreek het doorgeven van een elektrische impuls in een zenuwcel&lt;br /&gt;
===19 juni 2012===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Feromoon&lt;br /&gt;
##Dauer&lt;br /&gt;
##Regressieve evolutie&lt;br /&gt;
##Endostyl ï‚§&lt;br /&gt;
#Verbinden. Allemaal termen uit de vragen van vorige jaren.&lt;br /&gt;
#Geef de levenscyclus van de runderlintworm en bespreek.&lt;br /&gt;
#Leg het tegenstroomprincipe uit aan de hand van drie voorbeelden.&lt;br /&gt;
#Bespreek structuur en werking van de hypofyse. Welke hormonen zijn aanwezig in de hypofyse?&lt;br /&gt;
===24 juni 2011===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Protonefridia&lt;br /&gt;
##regressieve evolutie&lt;br /&gt;
##Pseudocoeloom &lt;br /&gt;
##Dauer &lt;br /&gt;
##oncosfeer&lt;br /&gt;
#Verbinden:&lt;br /&gt;
##spicula, proglottiden, Clitellum, lofofoor, endocuticula, choanen, lijmcellen, rhopalia&lt;br /&gt;
##Ctenophora, Cestoda, Ectoprocta, Arthropoda, porifera, Sarcopterygii, Cnidaria, oligochaeta&lt;br /&gt;
#bestrijding van plaagsoorten uitleggen&lt;br /&gt;
#beschrijf en vergelijk de gasuitwisseling bij tracheeÃ«n en longen&lt;br /&gt;
#welke hormonen reguleren het mannelijk voortplantingsstelsel (bij de mens)?&lt;br /&gt;
===23 juni 2011===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Planula&lt;br /&gt;
##Cephalisatie&lt;br /&gt;
##Enterocoel&lt;br /&gt;
##Ecdysis&lt;br /&gt;
##RNA interference&lt;br /&gt;
#Verbinden: Parapodia, Spiraalplooi, antennae, scolex, choanen, lofofoor, lijmcellen,osculum&lt;br /&gt;
#Bespreek de evolutie van de mens (bondig)&lt;br /&gt;
#Bespreek de structuur van een lichaamsspier en de contractie er van 5. Bespreek het doorgeven van een elektrische impuls in een zenuwcel&lt;br /&gt;
===21 juni 2011===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Gemmula&lt;br /&gt;
##Adaptieve radiatie&lt;br /&gt;
##Eutelie &lt;br /&gt;
##Rhopalia ï‚§&lt;br /&gt;
#Verbinden:&lt;br /&gt;
##Preenklier, Kieuwdeksel, Pedipalpen, Mesogloea, Endostyl, Ambulacra, Radula, Clitellum&lt;br /&gt;
##Aves, Osteichthyes, Chelicerata, Cnidaria, Cephalochordata, Echinodermata, Gastropoda, Hirudinea&lt;br /&gt;
#Bespreek bioluminiscentie.&lt;br /&gt;
#Hoe wordt de glucoseconcentratie in het plasma gereguleerd. 5. Bespreek de hormonen bij de menselijke voortplantingscyclus.&lt;br /&gt;
===21 juni 2010 NM===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Regeneratie&lt;br /&gt;
##Protonefridia&lt;br /&gt;
##Scolex&lt;br /&gt;
##Corpora allata&lt;br /&gt;
#Verbinden:&lt;br /&gt;
##Preenklier, Kieuwdeksel, Pedipalpen, Mesogloea, Endostyl, Ambulacra, Radula, Clitellum&lt;br /&gt;
##Aves, Osteichthyes, Chicerata, Cnidaria, Cephalochordata, Echinodermata, Gastropoda, Hirudinea&lt;br /&gt;
#Wat weet je over de evolutie van de mens. Bespreek bondig.&lt;br /&gt;
#Bespreek hartcyclus en bloedsomloop (bij zoogdieren) en de regulatie daarvan.&lt;br /&gt;
#Illustreer aan de hand van een voorbeeld het belang van het tegenstroomprincipe bij uitwisselingsprocessen.&lt;br /&gt;
===21 juni 2010 VM===&lt;br /&gt;
#Termen:&lt;br /&gt;
##Pseudocoeloom &lt;br /&gt;
##Clitellum &lt;br /&gt;
##Dauer&lt;br /&gt;
##Endostyl&lt;br /&gt;
##Corpora cardiata&lt;br /&gt;
#Verbinden:&lt;br /&gt;
##Antennae, Osculum, Spiraalplooi, Choanen, Parapodia, Scolex, Lijmcellen, Lofofoor&lt;br /&gt;
##Ctenophora, Ectoprocta, Cestoda, Porifera, Sarcopterygii, Condrichtyes, Crustacea, Polychaeta&lt;br /&gt;
#Schets de levenscyclus van Schistosoma.&lt;br /&gt;
#Vergelijk 3 types spierweefsel en leg het mechanisme van contractie uit. 5. Bespreek de hormonale regulatie van de menstruele cyclus.&lt;br /&gt;
===18 juni 2010===&lt;br /&gt;
#woordjes:&lt;br /&gt;
##adaptieve radiatie ï‚§ ascon&lt;br /&gt;
##nematocyst&lt;br /&gt;
##eutelie&lt;br /&gt;
##lofofoor&lt;br /&gt;
#verbinden: spicula (porifera), ambulacra (echinodermata), antennae (insecta), melkklieren (mammalia), rhopalia (cnidaria), proglottiden (cestoda), pseudocoel (nematoda), clitellum (huridinae)&lt;br /&gt;
#bestrijding van plaagsoorten uitleggen&lt;br /&gt;
#vergelijken van osmoregulatie bij zout- en zoetwatervissen 5. principe van impulsgeleiding in zenuwcellen&lt;br /&gt;
===15 juni 2006===&lt;br /&gt;
#woordjes:&lt;br /&gt;
##regressieve evolutie &lt;br /&gt;
##mimicry&lt;br /&gt;
##filariasis&lt;br /&gt;
##ecdysis&lt;br /&gt;
##parthenogenese&lt;br /&gt;
#verbinden: radula (gastropoda), ambulacra (echinodermata), antennae (arthropoda), cloeidisch ei (reptilia), gemmulae (porifera), mesogloea (cnidaria), parapodium (polychaeta), lofofoor (brachiopoda)&lt;br /&gt;
#principe van bioluminiscentie in victoria aequorine uitleggen&lt;br /&gt;
#beschrijf en vergelijk de gasuitwisseling bij tracheeÃ«n en longen&lt;br /&gt;
#geef functie, structuur en regulatie van de hypofyse + welke hormonen komen erbij voor&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marike</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Genetica&amp;diff=527</id>
		<title>Genetica</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Genetica&amp;diff=527"/>
		<updated>2017-06-23T14:38:13Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marike: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Vak van het tweede semester 1e jaar biochemie en biologie. Ook tweedejaars chemisten en geologen kunnen hier zitten.&lt;br /&gt;
Gedoceerd door Prof. Filip Volckaert.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===23 juni 2017 nm===&lt;br /&gt;
#stelling &amp;quot;de celdelingen bij een embryo duren veel langer dan die bij een volwassen organisme&amp;quot;&lt;br /&gt;
#tekening van een haai, tonijn, ichtyosaurus, en dolfijn&lt;br /&gt;
#oefening met intermediaire overerving waarbij allelfrequentie gegeven was, en een populatie naar een gebied verplaatst wordt met andere fitnessvoorwaarden -&amp;gt; nieuwe allelfrequentie bepalen&lt;br /&gt;
#oefening met 4 (ja vier) puntskruising, bepaal welke genen gekoppeld zijn + genotype van heterozygote ouder + koppelingskaart&lt;br /&gt;
#begrippen uitleggen: amniocentese, anafase, aneuploïd, anticodon, apoptose&lt;br /&gt;
===19 juni 2017 vm===&lt;br /&gt;
#stelling &amp;quot;koppelingskaarten geven goed de afstand weer&amp;quot; juist/fout&lt;br /&gt;
#tekening van DNA-replicatie aanvullen&lt;br /&gt;
#oefening dihybride kruising&lt;br /&gt;
#uitleg &#039;chimeren&#039;; denkvraag over toepassing&lt;br /&gt;
#begrippen uitleggen: promotor, proteasoom, proteomica, prokaryoot, Punnett-vierkant&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
# stelling over meiose en mitose&lt;br /&gt;
# tekening van trp operon&lt;br /&gt;
# oefening van overkruising, x-gebonden allelen&lt;br /&gt;
# hunchback, antennepedia (?) en engrailed bij drosophilia, waar denk je aan en waarin verschillen ze&lt;br /&gt;
# operon, openleesraam, pleiotropie, overkruising en gap genes&lt;br /&gt;
=== juni 2016===&lt;br /&gt;
#foto plasmide&lt;br /&gt;
#hoeveelheid enkelstrengig en dubbelstrengig DNA bepalen&lt;br /&gt;
#weet rest neit meer (pfff zwak)&lt;br /&gt;
=== juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# Kan genetische clonering helpen in de veredeling van planten?&lt;br /&gt;
# Een foto van een Himalaya kat&lt;br /&gt;
# Een hele moeilijke oefening over de afstanden op chromosomen&lt;br /&gt;
# Een diploÃ¯de cel heeft 16 chromosomen, hoeveel zijn dit er na de metafase van meiose I? En hoeveel na de anafase? Teken de anafase.&lt;br /&gt;
# Begrippen waaronder codon, conservatief, replicate,...&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2014 ===&lt;br /&gt;
#DNA banken zijn uitermate geschikt om het genoom te onderzoeken&lt;br /&gt;
#Tekening verklaren (epistasie : maiskolf die paars kleurde door 2 enzymen)&lt;br /&gt;
#Oefening stamboom maken+ chromosomen uitleggen (klinefeltersyndroom)&lt;br /&gt;
#Oefening op mitose/meiose&lt;br /&gt;
#repressor, regulatorisch eiwit, replicatie, replisoom en restrictie endonulease&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 juni 2014 namiddag===&lt;br /&gt;
#Stelling: meiose heeft dezelfde rol in de levencycli van een bacterie, Neurospora en Arabidopsis.&lt;br /&gt;
#Tekeningetje van Translatie-initiatie&lt;br /&gt;
#Oef over het Lac-operon &lt;br /&gt;
#Een origineel peptide en een gemuteerd (1deletie en 1 insertie) Bepaal de base in weg en erbij is, en bepaal de mRNA sequentie van beide.&lt;br /&gt;
#Woordjes: domesticatie, ras, homologe structuren, morfogenese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 juni 2014 voormiddag ===&lt;br /&gt;
#stelling: Neaderthalers hebben geen sexueel contact gehad met de moderne mens&lt;br /&gt;
#foto van nucleosome die verschuift op dna streng (pg 317)&lt;br /&gt;
#oefening over driepuntskruising&lt;br /&gt;
#oefening openleesraam zoeken en bijhorende polypeptide&lt;br /&gt;
#woordjes: translocatie, tRNA, transciptoom, transcriptieplaats &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 Juni 2013 NM===&lt;br /&gt;
# Stelling: Genetische kaarten zijn hetzelfde als fysieke kaarten van het genoom.&lt;br /&gt;
# Foto van een 3D-tRNA molecule: bespreek de figuur&lt;br /&gt;
# Vraagstuk over recombinante genen en de allelpositie bepalen aan de hand van hoeveel vliegen van een bepaalde recombinant er zijn.&lt;br /&gt;
# Vraagstuk over een zeldzame ziekte met stamboom: enkele kansberekeningen etc.&lt;br /&gt;
# Woordjes: Deletie, Excisie-reparatie-resynthese, DNA bindingsdomein, Cytokinese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 Juni 2013 VM===&lt;br /&gt;
#Vergelijken van Meiose II met mitose. Heel goed de nadruk leggen op het verschil in functie &lt;br /&gt;
#tryptofaan operon&lt;br /&gt;
#Zo een oefeningetje met Lac-operon zoals op de taak&lt;br /&gt;
#Nog een oefeningetje op een X-gebonden recessieve ziekte (niet moeilijk) &lt;br /&gt;
#wat begrippen verklaren&lt;br /&gt;
Prof helpt u goed op weg als ge het niet weet&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 10 Juni 2013 VM===&lt;br /&gt;
# Stelling: Het niet-nucleale genoom is identiek voor planten en dieren.&lt;br /&gt;
# Karyogram van iemand met trisomie 21 (syndroom van Down). Bespreek.&lt;br /&gt;
# Vraagstuk: a)De kans op een meisje is 0.5, hoe groot is dan de kans dat een gezin van 4 kinderen bestaat uit 3 meisjes en 1 jongen. b) De eigenlijke kans op een meisje is 0.49, hoe groot is nu de kans dat een gezin bestaat uit 3 meisjes en 1 jongen. c) Hoe groot is de kans als het eerste kind een jongen is en de 3 andere meisjes.&lt;br /&gt;
# Gegeven: DNA-sequentie en 2 mutaties op deze sequentie. a)Geef de aminozuursequentie gecodeerd door het DNA. b) Benoem de mutaties.&lt;br /&gt;
# 5 begrippen:&lt;br /&gt;
#* Alternatieve splitsing&lt;br /&gt;
#* Barr-lichaampje&lt;br /&gt;
#* Aminoacyl-tRNA synthetase&lt;br /&gt;
#* Apoptose&lt;br /&gt;
#* Basesubstitutie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===31 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Stelling: TATA-box is een transcriptiefactor die een rol speelt bij de selectie van de juiste startplaats bij eukaryoten bij de transcriptie door RNA polymerase II.&lt;br /&gt;
# Cirkelvormig tekeningetje van de celcyclus (zo van G1, G2, S, M maar dan zonder de letters). Bespreek.&lt;br /&gt;
# Vraagstuk: kaart+afstanden van genen op het chromosoom bepalen a.h.v tabelletje met de fenotypes van de nakomelingen.&lt;br /&gt;
# Bepalen of genen in HWE staan a.h.v chiÂ².&lt;br /&gt;
# polyploÃ¯d, polyteen chromosoom, segment-polariteit gen, selectie, semisteriliteit, stamboomanalyse, standaardafwijking, stukuitwisseling en subeenheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2011 VM===&lt;br /&gt;
# Stelling: Enkel diploÃ¯de genetische informatie is overerfbaar.&lt;br /&gt;
# Bespreek: figuur 12-10 a en b (afbeelding van de hox-genen bij een muis op de 4 chromosomen en de expressie ervan tijdens de ontwikkeling) &lt;br /&gt;
# Oefening over chromosoomtransformaties: je kreeg het oorspronkelijk chromosoom 123.456789 en moest dan de transformaties benoemen en de oorspronkelijke chromosomen in synaps tekenen om te laten zien wat er gebeurd is.&lt;br /&gt;
# Moeilijke oefening over een experiment mbt facetogen bij Drosophila ifv de temperatuur(2 genotypes). De genetische variantie en de fenotypische verdeling worden geschat. Je moest bij 4 experimentele situaties &#039;paren van reactie-normen&#039; tekenen die horen bij de 2 genotypes. Een experimentele vaststelling was bijvoorbeeld: &#039;wanneer de erfelijkheid verhoogde, verlaagde de genetische variantie&#039; of &#039;bij het verlagen van de variantie van de temperatuur ging de unimodale verdeling van het fenotype over in een bimodale verdeling&#039; ...&lt;br /&gt;
# Begrippen:&lt;br /&gt;
#* weifelaar&lt;br /&gt;
#* X-chromosoom&lt;br /&gt;
#* X-koppeling&lt;br /&gt;
#* ...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 JAN 2010===&lt;br /&gt;
# Stelling: de waterstofbruggen gevormd door nucleotiden hebben geen invloed op de structuur van DNA.&lt;br /&gt;
# Afbeelding van het gal-systeem bij gist. (Gal4 bespreken, enhancing, UAR&#039;s, beetje eukaryote transcriptie-initiatie,...)&lt;br /&gt;
# Oefening van staartlengte bij varkentjes. Eentje heeft een lengte van 6cm, de andere van 30cm, en de nakomeling een van 18cm. Voor de F2-generatie 1/64 met staart van 6cm, en 1/64 met een staart van 30cm, en daartussen worden de lengtes 10,14,18,22,26 waargenomen, met het meeste nakomeling een staart van 18cm. En daar een aantal vragen over, die voortbouwen op &amp;amp;quot;van hoeveel genen hangt de staartlengte af&amp;amp;quot;.&lt;br /&gt;
# Een welhaast analoge oefening van 5 soorten tarwe (wit, lichtrood, half rood, half donkerrood, donkerrrood).&lt;br /&gt;
# Begrippen:&lt;br /&gt;
#* Enhanceosoom&lt;br /&gt;
#* Epigenetisch stilleggen of &amp;amp;quot;silencing&amp;amp;quot;&lt;br /&gt;
#* Epistasie&lt;br /&gt;
#* Epigenetische merker&lt;br /&gt;
#* Erfelijkheid in de ruime zin&lt;br /&gt;
#* Homeologe chromosomen&lt;br /&gt;
#* Homoloog chromosoom&lt;br /&gt;
#* Homologie-afhankelijk herstel&lt;br /&gt;
#* Homogametisch geslacht&lt;br /&gt;
#* en nog 1...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2010===&lt;br /&gt;
# Wat gebeurt er met RNA nadat het is afgeschreven van DNA dankzij RNA polymerase. Is er een verschil tussen pro en eukaryoten. &lt;br /&gt;
# foto van menselijk genoom. Beschrijf wat je ziet. &lt;br /&gt;
# makkelijk vraagstuk over autosomaal resessieve aandoening &lt;br /&gt;
# Ne moeilijke over Hardy-Weinberg. &lt;br /&gt;
# Begrippen. &lt;br /&gt;
#* heterozygon&lt;br /&gt;
#* hetersis&lt;br /&gt;
#* Hfr&lt;br /&gt;
#* hexaploid&lt;br /&gt;
#* polypoide&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 JAN 2010===&lt;br /&gt;
# stelling: Bicoid eiwit heeft een invloed op de paarrolgenen&lt;br /&gt;
# fig 11.2&lt;br /&gt;
# oefening op allelfrequentie bij een gegeven populatie met fenotypes van bloedgroepen&lt;br /&gt;
# chiÂ²-oefening met hypothesetest, p-waarde,...&lt;br /&gt;
# woordjes: &lt;br /&gt;
#* genconversie&lt;br /&gt;
#* topoisomerase&lt;br /&gt;
#* inversielussen&lt;br /&gt;
#* homozygoot inversie&lt;br /&gt;
#* kandidaatgen&lt;br /&gt;
#* tetraploÃ¯d&lt;br /&gt;
#* tetrade&lt;br /&gt;
#* nog drie andere...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 JAN 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Figuur van het fragiel-X syndroom&lt;br /&gt;
# de evolutie van genen gaat aan constante snelheid en houdt geen rekening met de gedegenereerde code.. &lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# een stamboom&lt;br /&gt;
# vraag over HÂ² en hÂ² &lt;br /&gt;
# pak definities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===JAN 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Gaat genevolutie met een constante snelheid? (zonder rekening te houden met gedegenereerde codes)&lt;br /&gt;
# tekening van fragile X syndroom&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Oefening met een stamboom &lt;br /&gt;
# een oefening op erfelijkheid&lt;br /&gt;
# hele hoop begrippen waar bijna allemaal gen of genetisch in voor kwamen....&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===JAN 2009===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Stelling: Klinefelter-,turner- en downsyndroom zijn het gevolg van foute recombinatie&lt;br /&gt;
# Figuur bespreken: fig 10-4 in boek&lt;br /&gt;
# Juist of fout: de meiose speelt dezelfde rol in de levenscyclus van een bacterie, neurospora en een plant&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Een ziekte, veroorzaakt door een mutatie op het 7de chromosoom vetoont bij de mensen met deze ziekte ernstige botafwijkingen in het gelaat. Beschouw de volgende waarnemingen en trek bij elke een conclusie:&lt;br /&gt;
a.	75% van de mannen , cariotype 23 vertoont bij deze afwijking ernstige tekenen van het andere geslacht&lt;br /&gt;
b.	Vrouwen , heterozygoot voor deze ziekte vertonen geen afwijkingen&lt;br /&gt;
c.	Het ziektegen vertoont 75% gemeenschappelijkheid met een gend dat ligt op het X chromosoom en bepalend is voor de ontwikkeling van de vrouwelijke geslachtskenmerken.&lt;br /&gt;
# Woordjes&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===29 JAN 2008===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Stelling: operons hebben enkel negatieve regulatie.&lt;br /&gt;
# Figuur: 8.4 boek, over transcriptie algemeen&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# In 1931 vond Stern twee verschillende translocaties in drosophila. Hij ontdekte vrouwtjes met een extra stuk van het Y-chromosoom op hun X-chromosoom en andere vrouwtjes met een extra stuk chromosoom IV op hun X. Hij bestudeerde twee geslachtsgekoppelde genen: vleeskleurig (vle recessief) en staafvormig (St dominant). We kruisen dihybride staafvormige vrouwtjes met heteromorfe chromosomen (mutante allelen gelegen op X stuk van X-IV) met hemizygote vleeskleurige mannetjes met normale chromosomen. Teken de cytogenetische resultaten en beschrijf de genotypes/fenotypes van de nakomelingen.&lt;br /&gt;
# Een fruitvlieg is heterozygoot voor een paracentrische inversie. Na vele pogingen bleek het onmogelijk homozygoten voor de inversie te kweken. Wat is de meest waarschijnlijke verklaring hiervoor?&lt;br /&gt;
# Woordjes: A-plaats, cosupressie, dna-transposon, enol, epigenetische overerving, interferentie, klinefeltersyndroom, oncogen, plaque, silencer &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 JAN 2008===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Stelling: Transcriptie en replicatie zijn genetisch gelijkaardige processen.&lt;br /&gt;
# Figuur 9-11 uitleggen (figuur over ribosomen).&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Een oefening op recombinanten waarbij je moest zeggen of de genen gekoppeld waren en de kaartafstanden moest weergeven op een kaart. Ook moest je de genotypes van de ouders geven.&lt;br /&gt;
# Je kreeg zo&#039;n tabelleke zoals bij lac operon en je moest zelf de + en - aanvullen.&lt;br /&gt;
# 10 woordjes: provirus, penetrantie, proto-oncogen, epigenetisch stilgelegd, F-, enzovoort&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marike</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Microbiologie&amp;diff=509</id>
		<title>Microbiologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Microbiologie&amp;diff=509"/>
		<updated>2017-06-20T12:52:51Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marike: /* 23 januari 2017 NM */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Microbiologie wordt tegenwoordig in het tweede jaar gegeven. Vroeger was dit het derde jaar. Ook verhuisd van tweede naar eerste semester. Wordt gevolgd door studenten biologie en biochemie. Gedoceerd door Prof. Joris Winderickx. Mondeling examen. Practicum wordt geÃ«valueerd via een examen practicumsessie.&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===23 januari 2017 NM===&lt;br /&gt;
#bespreek hoe het kleine virale genoom toch een volledige functie qua replicatie en assemblage van een virus kan veroorzaken. geef voorbeelden en leg uit&lt;br /&gt;
#virussen zijn niet altijd negatief. Bespreek en geef een voorbeeld ivm humaan microbioom&lt;br /&gt;
#je hebt een bodemstaal met micro-organismen, hoe ga je na dat deze micro-organismen een fungistatische werking hebben? + leg uit micro-organismen die groeien in het labo en micro-organismen laten groeien die niet in het labo kunnen groeien.&lt;br /&gt;
#vancomycine slaat niet aan, welke combinatie is het beste? keuze uit: vancomycine + cycloheximide/amphotericini/isoniazide/sulfanilamide&lt;br /&gt;
#leg verschil en gelijkenis uit + bespreek&lt;br /&gt;
#*mesofiel-pathogeen&lt;br /&gt;
#*antiseptica-desinfectans&lt;br /&gt;
#*fermentatie-chemoorganotroof anaeroobe respiratie&lt;br /&gt;
#*chemoorganotroof-chemolithotroof&lt;br /&gt;
#*generatietijd-delingscoefficient&lt;br /&gt;
#*sporecortex-bacteriele celwand&lt;br /&gt;
#*guilde-gemeenschap&lt;br /&gt;
#*commensalisme-amensalisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
#bespreek de celwand bij gram - en gram + bacteriën en archaea. geef een manier om bacteria, archaea en eukaryoten te scheiden. geef minstens 3 manieren hoe je gram + en gram - bacteriën kan onderscheiden (zonder gram kleuring) &lt;br /&gt;
#afbeelding cel met onderdelen aangeduid (celwand, 50S,...) geef voorbeelden van antibiotica die hier op inwerken en leg hun werking uit.&lt;br /&gt;
#8 juist of fout vragen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Gegeven een tekening van een virtuele cel van een micro-organisme (aangeduid: DNA synthese, RNA synthese, mitotische spoelfiguur en microtubuli, celwand, plasmamembraan,  translatie, foliumzuursynthese). Geef alle antimicrobiÃ«le middelen die erbij horen. Bespreek de mechanismen van de antimicrobiÃ«le middelen bij een verschillende manier van inwerking. &lt;br /&gt;
#Flagellen pro-en eukaryoten (ook tekenen!). Welke andere bewegingsvormen ken je nog? Leg taxis uit. &lt;br /&gt;
#Leg uit en bespreek de gelijkenissen en/of verschillen:&lt;br /&gt;
#*halofielen - osmiofielen&lt;br /&gt;
#*autotroof - heterotroof&lt;br /&gt;
#*bacteriÃ«le celwand - sporeprotoplast&lt;br /&gt;
#*chemoorganotroof - ...&lt;br /&gt;
#*chemoorganofiel - ...&lt;br /&gt;
#*chemooragnofiel anaeroobe respiratie - ...&lt;br /&gt;
#* ...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2015===&lt;br /&gt;
#Flagellen en cirri bij pro- en eukaryoten, bespreek chemo- en fototaxis.&lt;br /&gt;
#Detoxificatiemechanismen&lt;br /&gt;
#Acht stellingen, juist/niet juist en waarom (ieder op 0,5 punt)&lt;br /&gt;
#*B-lactam werkt alleen op gram +&lt;br /&gt;
#*Resistentie is species-specifiek&lt;br /&gt;
#*Decimale reductietijd daalt altijd bij hogere T&lt;br /&gt;
#*Bij fermentatie vindt de energiewinning altijd plaats door substraatfosforylatie&lt;br /&gt;
#*Bacteria en Archaea kunnen nooit leven zonder celwand&lt;br /&gt;
#*Stikstoffixatie is vooral anoxisch&lt;br /&gt;
#*Hydrogenosomen komen voor bij prokaryoten waar ze pyruvaat oxideren tot -&lt;br /&gt;
#*en nog een die ik me niet meer herinner.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 januari 2015===&lt;br /&gt;
#verschil oxygene en anoxygene fototrofie + energie bij fermentatie&lt;br /&gt;
#welke manieren van voortbeweging, verschil in pro en eukaryoten, (sex)pili, welk competitief voordeel?&lt;br /&gt;
#juist/fout vragen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2015 (NM)===&lt;br /&gt;
#Mechanismen van restentie en resistentie overdracht. Is resistentie speciesspecifiek? Methoden voor het post-antibioticatijdperk.&lt;br /&gt;
#Photosynthese bij purperbacterien, groenzwavelbacteren en cyanobacterien schematisch tekenen en verschillen uitleggen. Linken met morfologie en ecologie. &lt;br /&gt;
#8 juist-fout vraagjes&lt;br /&gt;
#*Gram-negatieve bactierien zijn vatbaar voor ampicilline en amoxicilline.&lt;br /&gt;
#*Ergosterolsynthese is geen goede target voor antifungale drugs.&lt;br /&gt;
#*Bij een latente infectie komen er geen virusgenen tot expressie en komen er geen virussen vrij.&lt;br /&gt;
#*Het nitrogenasecomplex werkt vooral in anoxische omstandigheden&lt;br /&gt;
#*Een hydrogenosoom komt voor bij prokaryoten en oxideert pyruvaat tot AcCoA.&lt;br /&gt;
#*...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2015 (VM)===&lt;br /&gt;
#koolstofcyclus schematisch tekenen en alle metabole processen uitleggen (reacties zijn niet zo belangrijk)&lt;br /&gt;
#Wat is de beste combinatie en slechtste combinatie? flucytosine + polyeen, griseofuline en polyeen, vancomycine en polyeen, en er was dan nog eentje maar die weet ik niet meer &lt;br /&gt;
#woordjes uitleggen: &lt;br /&gt;
#*exosporium &lt;br /&gt;
#*evolutionaire chronometers &lt;br /&gt;
#*omgekeerde citroencyclus&lt;br /&gt;
#*...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2014===&lt;br /&gt;
#Virussen zijn gekenmerkt door een klein genoom. Toch hebben ze alles om te voorzien in hun replicatie. Verklaar aan de hand van enkele voorbeelden. Sommige virussen hebben echter ook eigen polymerase enzymes nodig, identificeer hen aan de hand van de baltimore classificatie.&lt;br /&gt;
#Je wordt gevraagd onbekende micro-organismen uit een staal water te identificeren; welke technieken gebruik je en hoe ga je te werk om te kijken of sommigen de mogelijkheid bezitten tot de productie van een fungistatisch middel om het te commercialiseren.&lt;br /&gt;
#O2 kan giftig zijn; geef de detoxificatiemechanismen die micro-organismen bezitten om dit te bestrijden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 214===&lt;br /&gt;
#de koolstofcyclus en metabole processen &lt;br /&gt;
#detoxificatie mechanisme van zuurstofderivaten die door metabole processen geproduceerd worden en dan ne fungus bestrijden met een combinatie. &lt;br /&gt;
#combinaties werden gegeven allemaal met myconazol: uitleggen welk het beste werkte en welk het minst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jan 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#koolstofcyclus&lt;br /&gt;
#mechanismen van detoxificatie&lt;br /&gt;
#patient is besmet met Candida, een syntetische azool werkt niet goed. Welke antibiotica mengeling is de beste? Gegeven = telkens een syntetische azool in combinatie met flucytosine, griseofulin, vancomycine, en nog 1 dat ik niet meer weet&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2014 voormiddag===&lt;br /&gt;
#antibioticaresistentie: hoe, verschillende mechanisme, hoe krijgen we dat in het lichaam&lt;br /&gt;
#fungistatische drugs in natuurlijke bodem, hoe herkennen en er uit halen&lt;br /&gt;
#virussen: verklaar HxNx, antigendrift en antigenenschift en waarom gaat antigenenschift zo gemakkelijk en baltimoreklassen van influenza + verklaren&lt;br /&gt;
#woordjes&lt;br /&gt;
#*hopanoide (hier moet ge dat dan vergelijken met sterol in eukaryoten enzo)&lt;br /&gt;
#*hydrosoom&lt;br /&gt;
#*viroiden&lt;br /&gt;
#*endotoxine&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 31 jan 2012 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
# Geef de koolstofcyclus en leg kort alle processen uit die hierin voorkomen. (mondeling)&lt;br /&gt;
# Een schema van een cel waarop verschillende delen aangeduid stonden (celwand, membraan, DNA+RNA-synthese, 50S ribosoon-subunit, 30 S ribosoom-subunit). Geef bij elk deel de antibiotica die hierop inwerken en leg, als er meerdere antibiotica bij bij Ã©Ã©n passen, hun actiemechanismen uit.&lt;br /&gt;
# Verklaar:&lt;br /&gt;
#* Fenol-coÃ«fficiÃ«nt methode&lt;br /&gt;
#* Virion&lt;br /&gt;
#* Rolling-circle replicatie&lt;br /&gt;
#* O-anitgen&lt;br /&gt;
#* Fermentatiebalans&lt;br /&gt;
#* Anamoxosoom&lt;br /&gt;
#* Decimale Reductietijd&lt;br /&gt;
#* HopanoÃ¯de&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 jan 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Anoxigene fotosynthese bij purperbacterien en oxygene bij cyanobacteriÃ«n: Een schets geven en vergelijken.&lt;br /&gt;
# Celwandstructuur bij bacteria(grampos en gram negatief)en archaea bespreken en vergelijken. En met welke techniek zou je deze kunnen onderscheiden&lt;br /&gt;
# Een patiÃ«nt met een bacteriÃ«le infectie werd behandeld met chloramphenicol maar dit was niet erg werkzaam. Men zou kunnen combineren met vancomycine, tetracycline en cephalosporine. Wat gaat het minst werkzaam zijn? en welk het meeste?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jan 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Wat is metagenomics, wat kun je met deze techniek doen en beschrijf de voordelen aan de hand van een creatief (zelfverzonnen)voorbeeld&lt;br /&gt;
# Stikstoffixatie: Bespreek en wat heeft zuurstof hiermee te maken?&lt;br /&gt;
# Geef de biochemische werkingsmechanismen van: quinolones, aminoglycosiden, synthetische azolen en sulfonamides&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 jan 2011 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Wat is metagenomics, wat kun je met deze techniek doen en beschrijf de voordelen aan de hand van een creatief (zelfverzonnen)voorbeeld&lt;br /&gt;
# nitrificatie, denitrificatie en stikstoffixatie zijn belangrijke processen. Bespreek bondig de reacties en plaats in de stikstofcyclus. Wat heeft zuurstof hiermee te maken?&lt;br /&gt;
# vergelijk de opbouw van de celwand van gram positieve en negatieve bacteriÃ«n met behulp van een schema, hoe zou je eenvoudig een onderscheid kunnen maken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 jan 2010 ===&lt;br /&gt;
# Geef de schematische voorstelling van de anoxigene fotosynthese bij purperbacteriÃ«n en de oxigene fotosynthese bij cyanobacteriÃ«n. Bespreek verschillen, incl. morfologische kenmerken en plaats dit in een algemeen microbiÃ«le context.&lt;br /&gt;
# Hoe weet je of een medicijn bacteriostatisch, bacteriolytisch, bacteriocide, fungistatisch, fungicide is. (bijvraag: hoe zou jij dat bepalen als biochemist?) Wat is MIC en hoe bepaal je dat, fenolcoÃ«fficient bespreken. De criteria bespreken voor een medicijn, antiseptica, desinfectans.&lt;br /&gt;
# Mexicaanse griep is van het type H1N1. Leg uit wat HxNx is en leg antigene shift en antigene drift uit. Tot welke baltimore klasse behoort influenza.(bijvraag: middelen tegen influenza)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 jan 2010 ===&lt;br /&gt;
# zuurstof kan toxisch zijn voor micro-organisme. Welke reactie zorgen voor de omzetting van deze toxische zuurstof?&lt;br /&gt;
# bespreek de biochemische werkingsmechanisme van ampiciline en cephalosporine&lt;br /&gt;
# geef alle pathways voor C02 fixatie? (het zijn er btw 8 en geen 5 zoals de meeste denken)&lt;br /&gt;
=== 27 jan 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Verklaar:&lt;br /&gt;
#* Baltimore classificatie&lt;br /&gt;
#* tegument&lt;br /&gt;
#* psychrotolerante mesofiel&lt;br /&gt;
#* peritrieche flagelaat&lt;br /&gt;
# Methanotrofen en methylotrofen, geef energiewinning en koolstof assimilatie&lt;br /&gt;
# antifungale drugs; waarom moeilijker te maken dan antibacterieel en bespreek de reactiemechanismen van &lt;br /&gt;
=== 23 jan 2009 ===&lt;br /&gt;
# C02 fixatie&lt;br /&gt;
# hoe ga je te werk om uit een bodemstaal 1) alle micro-organismen te identificeren 2) een fungistatisch metaboliet te zoeken&lt;br /&gt;
# Termpjes:&lt;br /&gt;
#* aw&lt;br /&gt;
#* serine pathway&lt;br /&gt;
=== 23 jan 2009 ===&lt;br /&gt;
# Een gistcultuur is geÃ¯nfecteerd met cyanobacteriÃ«n. Geef een aantal manieren om weer een zuivere gistcultuur te verkrijgen.&lt;br /&gt;
# Juist of fout vragen:&lt;br /&gt;
#* S-lagen&lt;br /&gt;
#* iets over pseudopeptidoglycaan van Archaea&lt;br /&gt;
#* phycobilines&lt;br /&gt;
#* de manier van vrijstelling van naakte vs &#039;enveloped&#039; virussen&lt;br /&gt;
#* cephalosporine&lt;br /&gt;
# Nitraatreductie. En bespreek deze bij E.coli en Pseudomonas stutzeri.&lt;br /&gt;
=== 16 jan 2009 ===&lt;br /&gt;
# 5 woorden verklaren:&lt;br /&gt;
#* cephalosporine&lt;br /&gt;
#* phycobilisoom&lt;br /&gt;
#* hepadnavirussen&lt;br /&gt;
#* serine pathway&lt;br /&gt;
#* wateractiviteit aw&lt;br /&gt;
# Waarom is het moeilijker om antiviraal middel te vinden dan een antibacterieel?&lt;br /&gt;
# Biogeochemische cycli en stikstof-cyclus&lt;br /&gt;
=== 15 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
# bespreek de acetyl coA pathway en welke organisme gebruiken deze...&lt;br /&gt;
# glycocalyx, hydrogenosoom, wateractiviteit, mutualisme, protocooperatie uitleggen&lt;br /&gt;
# wat zijn fylogenetische merkers, wat doen ze en geef meerdere voorbeelden en leg uit&lt;br /&gt;
=== 13 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
# Denitrificatie en nitrificatie + waterzuivering&lt;br /&gt;
# Hou zou je ALLE organismen in een bodemstaal classificeren en metabolisme nagaan?&lt;br /&gt;
# wateractiviteit + welke organismen kunnen tegen lage + oplossing&lt;br /&gt;
# Termen:&lt;br /&gt;
#* amensalisme&lt;br /&gt;
#* protocoÃ¶peratie&lt;br /&gt;
#* S.cerevisiae geÃ¯nfecteerd met groen zwavel bacteriÃ«n... hoe los je dit op&lt;br /&gt;
#* Verschil groenzwavel- en purperbacteriÃ«n op vlak van productie reducerend vermogen&lt;br /&gt;
#* Antibioticaresistentiemechanismen&lt;br /&gt;
#* fermentatie...hoe energie en reducerend vermogen verzorgen&lt;br /&gt;
#* mutualisme&lt;br /&gt;
#* syntrofie&lt;br /&gt;
#* verschil antiseptica en desinfectantia&lt;br /&gt;
=== 13 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
# acetyl coA cyclus en welke organismen deze gebruiken&lt;br /&gt;
# voorwaarden voor goede fylogenetische merkers en enkele voorbeelden&lt;br /&gt;
# begrippen: pleiomorfie,monomorfie,chemostaat,....&lt;br /&gt;
=== 10 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
# penicillines hebben geen effect op Archaea en Gram negatieve bacterien. Juist of fout, leg uit ahv biochemische werking penicilline&lt;br /&gt;
# wat is metagenomics, voordelen en toekomstperspectieven in toegepaste microbiologie&lt;br /&gt;
# manieren van C02 fixatie&lt;br /&gt;
=== 27 aug 2007 ===&lt;br /&gt;
# Stel men vraagt je om een antifungaal middel te ontwikkelen tegen gistinfecties bij mensen. Op welke principes zou je dit kunnen baseren en staaf met een voorbeeld. Hoe ga je te werk om te bepalen of je product een bacteriostatische of bacteriocide werking heeft? &lt;br /&gt;
# Bespreek bondig de anoxische fotosynthese bij purperbacterieÃ«n&lt;br /&gt;
# Wat zijn psychrofiele organismen? Hoe zijn ze aangepast aan hun milieu? Waarin verschillen ze met psychrotolerante organismen?&lt;br /&gt;
# Practicumvraag: Geef met behulp van een schema het verschil tussen gram-positieve en gram-negatieve bacteriÃ«n. Met welke technieken kun je beide groepen onderscheiden?&lt;br /&gt;
=== 18 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
# De toxische producten die vanuit zuurstof gevormd worden en hoe de cel die onschadelijk maakt.&lt;br /&gt;
# Geef alle manieren om CO2 te fixeren.&lt;br /&gt;
# Termen: &lt;br /&gt;
#* chemostaat&lt;br /&gt;
#* glycocalyx&lt;br /&gt;
#* micronutrienten&lt;br /&gt;
#* macronutrienten&lt;br /&gt;
#* hydrogenosoom&lt;br /&gt;
#* monomorfisch&lt;br /&gt;
#* pleiomorfisch&lt;br /&gt;
=== 15 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
# Leg de structuur en de werking van de bacteriÃ«le flagel uit en bespreek chemotaxis.&lt;br /&gt;
# Hoe gaat u te werk om te bepalen of een stof een bacteriostatische of bactericide werking heeft?&lt;br /&gt;
# Vergelijk de energie en reducerend vermogen vorming bij fototrofen en fermentatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 jun Z007 ===&lt;br /&gt;
# bespreek de vorming en structuur van endosporen, welke zijn de voordelen hiervan voor de overleving van de bacterie en hoe moeten we daar mee omgaan als we de groei van zulde organismen willen onder controle houden&lt;br /&gt;
# ken je manieren voor incorporatie van C02, zoja welke en beschrijf bondig de pathways &lt;br /&gt;
# stel je hebt een bodemstaal met daarin nieuwe &#039;ongekende&#039; organismen, beschrijf hoe je te werk zou gaan om deze te identificeren en welke manieren je zou gebruiken voor de classificatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
# Hoe onstaat resistentie tegen antibiotica bij micro-organismen? Bespreek de verschillende mechanismen van resistentie. In een post-antibiotica tijdperk, welke methoden zou je gebruiken om bacteriele infecties tegen te gaan?&lt;br /&gt;
# Bespreek de verschillende methodes die micro-organismen hebben om zich te beschermen tegen toxische zuurstof producten (door fotochemische reacties ontstaan).&lt;br /&gt;
# Wat zijn biogeochemische cycli? Bespreek aan de hand van een schematische voorstelling van de koolstof cyclus.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marike</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Biologie&amp;diff=508</id>
		<title>Moleculaire Biologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Biologie&amp;diff=508"/>
		<updated>2017-06-20T12:50:55Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marike: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Vak gedoceerd door Prof. J.Robben sinds september 2009, vroeger gedoceerd door Prof. M. De Ley. Mondeling examen. Sinds 2013 3 grote vragen en de vierde vraag is kort enkele woordjes of een tekening bespreken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
#Bespreek alternatieve splicing. Hoe werkt het en geef een concreet voorbeeld.&lt;br /&gt;
#Tabel van codons. Leg uit: dit wijzigt nooit maar toch is er sprake van evolutie. &lt;br /&gt;
#Het Ds en Ac mechanisme bij maïs uitleggen. Waarom was deze wetenschappelijke ontdekking zo belangrijk?&lt;br /&gt;
#Begrippen: DNA footprint, resolvase, Zink finger (op de tekening staan 3 zink fingers), polysoom&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
#Bespreek aan de hand van een figuur het trombonemodel van DNA-replicatie. Welke moleculaire structuren en processen van de DNA-replicatie komen in dit model naar voor.&lt;br /&gt;
#Bespreek de structuur, functie en regulatie van de prokaryote sigma-factor(en).&lt;br /&gt;
#Op welke experimentele manier kun je de transcriptiestart met een gegeven promotor bepalen. &lt;br /&gt;
#Begrippen:&lt;br /&gt;
#*enhancer&lt;br /&gt;
#*cDNA kloning&lt;br /&gt;
#*figuur van heatshock gen&lt;br /&gt;
#*RecBCD-reactieweg&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2017===&lt;br /&gt;
#transcriptie terminatie bij pro en eukaryoten uitleggen&lt;br /&gt;
#bespreek mRNA Cap-structuur bij eukaryoten (biosynthese, structuur, functie) en vergelijk met prokaryoten&lt;br /&gt;
#welke moleculaire processen helpen bij de start van translatie bij eukaryoten. (start van matuur mRNA)&lt;br /&gt;
#begrippen&lt;br /&gt;
#*enhancer&lt;br /&gt;
#*yeast two hybrid method&lt;br /&gt;
#*tRNA mimicry&lt;br /&gt;
#*herschikking van immunoglobinegenen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2017 NM===&lt;br /&gt;
#Hoe wordt het ara operon gereguleerd?&lt;br /&gt;
#Hoe beinvloeden histonen de genexpressie?&lt;br /&gt;
#Wat heeft immunoglobuline met transpositie te maken?&lt;br /&gt;
#begrippen&lt;br /&gt;
#*Sanger sequencing&lt;br /&gt;
#*zinkvinger (afbeelding)&lt;br /&gt;
#*polysoom&lt;br /&gt;
#*beta-klemlader&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2017 NM===&lt;br /&gt;
#Scanningscomplex van translatie initiatie bij eukaryoten&lt;br /&gt;
#Methoden om binding van eiwitten aan DNA te bestuderen&lt;br /&gt;
#recA welke functies en werking&lt;br /&gt;
#begrippen&lt;br /&gt;
#*sanger sequencing&lt;br /&gt;
#*tekening zink vingers&lt;br /&gt;
#*U2 snRNP&lt;br /&gt;
#*stopcodonsuppressie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
#telomeren&lt;br /&gt;
#transcriptie bij eukaryoten&lt;br /&gt;
#intron/extron splicing&lt;br /&gt;
#begrippen&lt;br /&gt;
#*cDNA&lt;br /&gt;
#*enhancer&lt;br /&gt;
#*tekening RNA mimicry&lt;br /&gt;
#*recombinatie bij hemoglobine&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 aug 2016 NM===&lt;br /&gt;
#Bespreek de regulatie  van het Trp operon. Wat wordt er bedoelt met attenuatie?&lt;br /&gt;
#Genetische code is onveranderlijk, maar evolutie laat wel sporen na. Verklaar. (tabel met DNA codons gegeven)&lt;br /&gt;
#Wat is homologe recombinatie? Wat zijn de moleculaire stappen in dit proces?  Welke zijn de belangrijkste eiwitten?&lt;br /&gt;
#Woordjes: &lt;br /&gt;
#*Sanger methode&lt;br /&gt;
#*Tekening Zinkvinger&lt;br /&gt;
#*histonacetyltransferase HAT&lt;br /&gt;
#*DNA-mismatch repair&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Bespreek opvouwing bij eukaryoot DNA en de invloed op de genexpressie&lt;br /&gt;
#Vergelijk translatie-intitiatie bij prokaryoten en eukaryoten&lt;br /&gt;
#Er is een probleem bij de replicatie van lineair DNA. Bespreek en wat kunnen we hieraan doen.&lt;br /&gt;
#Woordjes: Figuur 8.18, epitoop tagging, mRNA-cap, suppressor-tRNA&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 januari 2016===&lt;br /&gt;
#trp en attenuatie&lt;br /&gt;
#chromatinestructuur&lt;br /&gt;
#translatie initiatie eukaryoten + regulatie&lt;br /&gt;
#Woordjes: &lt;br /&gt;
#*foto footprinting&lt;br /&gt;
#*cap mRNA&lt;br /&gt;
#*base-excinsieherstel&lt;br /&gt;
#*retrotransposons&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2016 VM===&lt;br /&gt;
#Geef de structuur, functie, biosynthese van de 5&#039; cap en vergelijk dit met het 5&#039; einde van de prokaryoten.&lt;br /&gt;
#Bespreek de gelijkenissen en verschillen tussen pro- en eukaryoot RNA-polymerases.&lt;br /&gt;
#Wat is homologe recombinatie, welke moleculaire stappen vinden hierbij plaats en wat zijn de belangrijkste eiwitten die hierin meespelen.&lt;br /&gt;
#Woordjes: &lt;br /&gt;
#*Sanger-sequencing&lt;br /&gt;
#*Foto van antiterminatie â€“ terminatie&lt;br /&gt;
#*Nucleosoom&lt;br /&gt;
#*DNA-mismatch repair&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2016 NM===&lt;br /&gt;
#Leg aan de hand van een tekening uit wat het trombone effect is en welke moleculaire structuren en functies worden hier in dit mechanisme samen getrokken.&lt;br /&gt;
#Verklaar met een schema hoe de lysogene cyclus ontstaat bij faag lamba infectie van een E.Coli. Hoe behoud men dee lysogene cyclus en hoe kan deze worden verbroken.&lt;br /&gt;
#Geef de structuur, functie, biosynthese van de 5&#039; cap en vergelijk dit met het 5&#039; einde van de prokaryoten;&lt;br /&gt;
#Kleine vraagjes: &lt;br /&gt;
#*Tekening van lac operon met O1 O2, O3 en CAP en RNAP bindingsplaatsen.&lt;br /&gt;
#*Leu-zipper&lt;br /&gt;
#*Peptidyltransferase&lt;br /&gt;
#*Retrotransposons&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 januari 2016 NM===&lt;br /&gt;
#Welke experimentele methoden ken je om de interactie tussen dna en eiwit te bestuderen en hoe werken ze.&lt;br /&gt;
#Bespreek transcriptie van eukaryote rna polymerase 2 en de factoren die hierin meespelen. &lt;br /&gt;
#BacteriÃ«le transposons, hoe werken ze en wat zijn voor- en nadelen.&lt;br /&gt;
#Woordjes: &lt;br /&gt;
#*Northern blotting&lt;br /&gt;
#*wobble base paring&lt;br /&gt;
#*u6&lt;br /&gt;
#*en zo die haarspeld van heatshok&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Terminatie van transcriptie bij prokaryoten&lt;br /&gt;
#Functie en structuur van de C-terminaal van eukaryoot RNA pol II&lt;br /&gt;
#Terminatie en hervatting bij eukaryoten ribosomen&lt;br /&gt;
#Woordjes: &lt;br /&gt;
#*S1 mapping&lt;br /&gt;
#*RNA-DNA hybride met intron&lt;br /&gt;
#*eIF2 alfa&lt;br /&gt;
#*Holliday junctie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 januari 2015===&lt;br /&gt;
#5&#039;cap structuur, biosynthese en functie en vergelijken met 5&#039; van prokaryote mRna&lt;br /&gt;
#catabolic activator protein structuur en functie&lt;br /&gt;
#wat is het probleem bij replicatie van lineair dna en hoe lost de cel dit op &lt;br /&gt;
#tekening van lac operon (met de 3 operonen, structuur repressor uitleggen); enhanceosoom; peptidyl transfer; en v(d)j-recombination &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 januari 2015===&lt;br /&gt;
#verschillen en gelijkenissen tussen rna polymerase van prokaryoten en eukaryoten&lt;br /&gt;
#alternatieve splitsing, ook een voorbeeld ervan geven&lt;br /&gt;
#genconversie uitleggen aan de hand van een figuur&lt;br /&gt;
#woordjes: abortieve transcriptie, tekening van het trombone model, aminoacyl trna synthetase en cdna kloning&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2015 (NM)===&lt;br /&gt;
#Hoe kun je de binding tussen dna en eiwitten bestuderen &lt;br /&gt;
#Splicing &lt;br /&gt;
#RecBCD &lt;br /&gt;
#begrippen: sanger sequencing, zinkvingers afbeelding, histonmodelering, eif4e&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2015 (VM)===&lt;br /&gt;
#transcriptie-initiatie&lt;br /&gt;
#translate-elongatie&lt;br /&gt;
#transposons bacterie&lt;br /&gt;
#woordjes: anti-sigmafactor, epitoop tagging, splicingfiguur en genvonversie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 jan 2015===&lt;br /&gt;
#Bespreek de Trp operon regulatie. Wat is attenuatie?&lt;br /&gt;
#Geef de histonen en hun modificaties + het gevolg van deze modificaties op de genexpressie.&lt;br /&gt;
#Wat is V(D)J recombinatie en wat is het biologisch nut ervan?&lt;br /&gt;
#Kleine vragen:&lt;br /&gt;
#*Afbeelding van een Zn-Vinger&lt;br /&gt;
#*Wat is een replisoom?&lt;br /&gt;
#*Wat is stopcodon supressie.&lt;br /&gt;
#*Bespreek de beta klemlader.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 september 2014===&lt;br /&gt;
# Bespreek de effecten van arabinose en glucose op de expressie van het ara-operon. Verduidelijk de onderliggende mechanismen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de moleculaire processen die leiden tot het starten van de translatie bij eukaryoten (vertrekkende van matuur mRNA in het cytosol).&lt;br /&gt;
#* Op welke wijze(n) kan de cel deze translatie-initiatie regelen?&lt;br /&gt;
# Wat is homologe recombinatie? Wat zijn de moleculaire stappen in dit proces? Welke zijn de belangrijkste eiwitten?&lt;br /&gt;
# Termen:&lt;br /&gt;
#* Northern Blotting&lt;br /&gt;
#* topoisomerase&lt;br /&gt;
#* alternatieve splicing&lt;br /&gt;
#* RNA splicing afbeelding uitleggen (halverwege de splicing met de lariaat reeds gevormd.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 Augustus 2014===&lt;br /&gt;
# Bespreek de regulatie van het trp operon. Wat wordt er bedoeld met attenuatie?&lt;br /&gt;
# Bespreek op moleculair niveau de translatie elongatie cyclus bij prokaryoten.&lt;br /&gt;
#* Hoe wordt deze cyclus afgebroken? (terminatie)&lt;br /&gt;
# Wat is genconversie? Hoe algemeen komt dit voor?&lt;br /&gt;
# Termen:&lt;br /&gt;
#* DNA footprinting&lt;br /&gt;
#* telomerase&lt;br /&gt;
#* Rollende cirkel replicatie&lt;br /&gt;
#* RNA splicing afbeelding uitleggen (halverwege de splicing met de lariaat reeds gevormd.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 januari 2014 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
# hoe eiwitten ontdekken op DNA? meerder manieren (footprinting en nucleosoompositionering en hij vroeg dan nog naar CAP)&lt;br /&gt;
# waar zorgen histonen voor bij DNA en aanpassingen?&lt;br /&gt;
# translatie initiatie bij eukaryoten en geef de dingen die daarbij kunnen &lt;br /&gt;
# woordjes:&lt;br /&gt;
#*antiterminatie&lt;br /&gt;
#*ticketing hypothese ofzoiets&lt;br /&gt;
#*BER&lt;br /&gt;
#*van die eiwitten iets met die herschikkingen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 jan 2014 (namiddag)===&lt;br /&gt;
#bespreek de terminatie mechanismen bij prokaryoten&lt;br /&gt;
#bespreek de translatie elongatie cyclus&lt;br /&gt;
#bespreek RNA splicing&lt;br /&gt;
#woordjes: S1 mapping, enhancer, amino acetyl tRNA syntethase, genconversie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 jan 2014 (namiddag)===&lt;br /&gt;
# Bespreek de structuur en functie van kataboliet activerend proteÃ¯ne (CAP)&lt;br /&gt;
# Bespreek de invloed van histonen en hun modificaties op genexpressie&lt;br /&gt;
# Tijdens de replicatie van lineair DNA is er een probleem. Hoe lost de cel dit op?&lt;br /&gt;
# Leg uit: &lt;br /&gt;
#* nucleaire receptoren&lt;br /&gt;
#* polyadenylatiesignalen&lt;br /&gt;
#* stopcodonsuppressors&lt;br /&gt;
#* bacteriÃ«le transposons&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
# Geef de structuur en functies van de sigma(factoren) bij RNA polymerase van prokaryoten.&lt;br /&gt;
# Leg uit wat de structuur en functies zijn van het C terminale domein van eukaryotisch RNA polymerase II.&lt;br /&gt;
# De genetische code kan niet gewijzigd worden, toch zijn er sporen van evolutie. Bespreek deze stelling adhv de figuur. Gegeven figuur : tabel van alle mogelijke codons voor de verschillende aminozuren&lt;br /&gt;
# Verklaar binnen de aangegeven ruimte:&lt;br /&gt;
#* Epitoop tagging&lt;br /&gt;
#* Type II introns&lt;br /&gt;
#* Kozak sequentie &lt;br /&gt;
#* Holliday-verbinding&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 jan 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
# Transcriptie initiatie bij prokaryoten&lt;br /&gt;
# Splicing&lt;br /&gt;
# Leg uit:  &lt;br /&gt;
#*A-DNA  &lt;br /&gt;
#*Southern blotting &lt;br /&gt;
#*HAT &lt;br /&gt;
#*eIF4E&lt;br /&gt;
# Homologe recombinatie (enkel schriftelijk)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 jan 2014 (voormiddag)=== &lt;br /&gt;
# bespreek invloed glucose en arabinose op ara-operon + onderligende moleculaire mechanismen&lt;br /&gt;
# mRNA cap: bespreek de biosynthese, functie, vergelijk met 5&#039; prokaryoot&lt;br /&gt;
# wat hebben transposons en antilichamen gemeen? licht toe&lt;br /&gt;
# leg uit: &lt;br /&gt;
#*rho&lt;br /&gt;
#*zinkvinger&lt;br /&gt;
#*peptidyltransferase&lt;br /&gt;
#*splicingsignalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 jan 2013(voormiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Geef de verschillen en gelijkenissen tussen de regulaire van lac- en trp-operon.&lt;br /&gt;
# Bespreek hoe eukaryote ribosomen transcriptie temineren en hervatten.&lt;br /&gt;
# Verklaar binnen de aangegeven ruimte:&lt;br /&gt;
#* cDNA kloning&lt;br /&gt;
#* Figuur van polyadenyleringscomplex&lt;br /&gt;
#* Heat shock response&lt;br /&gt;
#* Rolling circle replicatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 jan 2012(voormiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Structuur en functie van de CTD bij eukaryoot RNA-polymerase II beschrijven.&lt;br /&gt;
# Sanger-methode voor sequentie-analyse bespreken.&lt;br /&gt;
# Verklaar binnen de aangegeven ruimte:&lt;br /&gt;
#* Zinkvinger&lt;br /&gt;
#* Ribozyme&lt;br /&gt;
#* Tekening van tRNA-mimicry&lt;br /&gt;
#* Telomerase&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 jan 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
idem 18 januari 2010&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 jan 2011 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe lactose en glucose het lac operon beÃ¯nvloeden&lt;br /&gt;
# Gen activiteit bij eukaryoten kan geanalyseerd worden aan de hand van DNase activiteit. &lt;br /&gt;
#* Leg uit &lt;br /&gt;
#* hoe doet men dit experimenteel&lt;br /&gt;
# Verklaar binnen de aangegeven ruimte &lt;br /&gt;
#* lariat &lt;br /&gt;
#* eIF2 alfa &lt;br /&gt;
#* wobble &lt;br /&gt;
#* tekening van rolling circle replicatie (tekening van faag lamda)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 jan 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Bespreek structuur en functie van prokaryoot RNA-polymerase (holoÃ«nzym)&lt;br /&gt;
# Maak een vergelijking tussen translatie-initiatie bij prokaryoten en eukaryoten&lt;br /&gt;
# Verklaar:&lt;br /&gt;
#* Lysogenie&lt;br /&gt;
#* Histon H1&lt;br /&gt;
#* RT-PCR&lt;br /&gt;
#* Fig. 21.34 (onderste deel alleen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 29 jan 2010 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Bespreek transcriptie-initiatie bij prokaryoten.&lt;br /&gt;
# Fig 21.18&lt;br /&gt;
# Bespreek kort:&lt;br /&gt;
#* C-waardeparadox&lt;br /&gt;
#* Kozak-sequentie&lt;br /&gt;
#* Epitope tagging&lt;br /&gt;
#* EF-Tu&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 jan 2010 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Bespreek het scanning-model bij eukaryote translatie-initiatie.&lt;br /&gt;
# Welke methode(s) ken je om de transcriptiestartplaats / het 5&#039; einde te bepalen?&lt;br /&gt;
# Bespreek kort:&lt;br /&gt;
#* Riboswitch&lt;br /&gt;
#* TATA&lt;br /&gt;
#* Zinkvinger&lt;br /&gt;
#* Figuur met vorming thÃ¨ta-structuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 jan 2010 ===&lt;br /&gt;
# Geef de overeenkomsten en verschillen tussen pro- en eukaryote promoters.&lt;br /&gt;
# Bespreek fig. 14.27&lt;br /&gt;
# bespreek kort:&lt;br /&gt;
#* Ribosoombindingsplaats&lt;br /&gt;
#* Moleculaire mimicrie&lt;br /&gt;
#* RACE&lt;br /&gt;
#* beta-clamp&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 jan 2010 ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de structuur en functie van prokaryoot RNA-polymerase(holoënzyme)&lt;br /&gt;
# Maak een vergelijking tussen translatie-initiatie bij pro-en eukaryoten.&lt;br /&gt;
# bespreek kort:&lt;br /&gt;
#* lysogenie&lt;br /&gt;
#* H1 histonen&lt;br /&gt;
#* RT-PCR&lt;br /&gt;
#* Fig 21.34&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 jan 2009 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Bespreek terminatie bij prokaryote transcriptie.&lt;br /&gt;
# RNA-editing&lt;br /&gt;
# fig 4.11&lt;br /&gt;
Kaartjes:&lt;br /&gt;
# Zink-vinger&lt;br /&gt;
# Nick-translatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 jan 2009 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Bespreek de methode van S1 mapping (5&#039; en 3&#039; einde) en primer extension.&lt;br /&gt;
# Structuur prokaryotisch RNA polymerase en bespreking sigma als specificiteitsfactor.&lt;br /&gt;
# fig. 14.1&lt;br /&gt;
Kaartjes:&lt;br /&gt;
# Bespreek MCS, valspositieven en directioneel klonen.&lt;br /&gt;
# Plaatsgerichte mutagenese.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2009 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# DNA:&lt;br /&gt;
#* Bespreek A, B en Z DNA (ook helemaal hoe DNA wordt opgebouwd).&lt;br /&gt;
#* Hoe kan het G-C gehalte van DNA bepaald worden.&lt;br /&gt;
# Bespreek de eukaryotische polymerases.&lt;br /&gt;
# Figuur van pBR322 bespreken.&lt;br /&gt;
Kaartjes:&lt;br /&gt;
# Zink-vinger&lt;br /&gt;
# fig 9.7&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jan 2008 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Plaats gerichte mutagenese.&lt;br /&gt;
# Trp operon.&lt;br /&gt;
# Stom figuur van dnase hypergevoeligheid bij actief/inactief dna.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 jan 2008 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Bespreek DNA fingerprinting en typing (+toepassingen en detectie)&lt;br /&gt;
# Bespreek de lytische reproductiecyclus van faag lambda.&lt;br /&gt;
# Foto van RNA editing.&lt;br /&gt;
Kaartjes: &lt;br /&gt;
# Figuurke van 30nm vezel van chromatine en dan zo verwijderen van histonen om dubbelstreng DNA te krijgen en dan nick van DNA.&lt;br /&gt;
# Verschil tussen DNase en DMS footprinting.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 jan 2008 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# S1 mapping ( 3&#039; en 5&#039;) + primer extension (verschillen, voor-en nadelen)&lt;br /&gt;
# Alles over prokaryotisch RNApol (subeenheden, functies, experimenten met sigmafactor + virussentranscriptie, ...)&lt;br /&gt;
# figuur: Intron-exon met die lus-structuur (vraagt ook hoe ge da beeld bekomt via EM)&lt;br /&gt;
Kaartjes:&lt;br /&gt;
# Merodiploid: constitutieve operator.&lt;br /&gt;
# ProteÃ¯ne - dna interactie figuur (met die helix-turn-helix).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 jan 2008 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Expressievectoren.&lt;br /&gt;
# Acetylatie en deacetylatie (+Histone acetyltransferase cloning of zoiets).&lt;br /&gt;
# fig 9.14 (vierde editie)&lt;br /&gt;
Kaartjes:&lt;br /&gt;
# Epitope tagging&lt;br /&gt;
# fig 13.10&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 jan 2008 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Bespreek het trp operon.&lt;br /&gt;
# Bespreek site-directed mutagenesis.&lt;br /&gt;
# vul tekening van DNAse hypersensitivity verder aan. Bespreek de gebruikte technieken.&lt;br /&gt;
Kaartjes:&lt;br /&gt;
# Zo&#039;n schematje van een merodiploid van het lac operon.&lt;br /&gt;
# De C-waarde paradox.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 jan 2007 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Prokaryoot RNApolymerase en sigma.&lt;br /&gt;
# Figuur van RNAlooping.&lt;br /&gt;
# S1mapping en primer extension.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jan 2007 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Transcriptieterminatie bij prokaryoten.&lt;br /&gt;
# RNAediting.&lt;br /&gt;
# Figuur van pBluescript.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jan 2007 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Reassociatie kinetica.&lt;br /&gt;
# Alles over chromatine en H1.&lt;br /&gt;
# Foto: P22 en 434 (lambda operator/repressor interacties).&lt;br /&gt;
Kaartjes:&lt;br /&gt;
# Bespreek de sigmacyclus.&lt;br /&gt;
# DNA transcriptie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 jan 2007 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Bespreek S1 mapping(zowel 3&#039;als 5&#039;einde) en primer extension.&lt;br /&gt;
# Bespreek de structuur van de prokarytische RNApolymerase en ook sigma als specifiteitsfactor.&lt;br /&gt;
# Foto van R-looping experiment.&lt;br /&gt;
Kaartjes: &lt;br /&gt;
# Plaque hybridisatie.&lt;br /&gt;
# Dnase(1)-hypergevoeligheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 jan 2007 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Geef de verschillende methoden voor expressie van gekloonde genen(inbegrepen fusieproteÃ¯nen en hun zuivering).&lt;br /&gt;
# Bespreek de acetylering en deacetylering van histonen (bespreek ook het kloneringsexperiment van histon-acetyl-transferase).&lt;br /&gt;
# Figuur 9.17 pag. 258 bespreken.&lt;br /&gt;
Kaartjes:&lt;br /&gt;
# Vergelijk DNase footprinting met gel mobility shift. Zijn er specifieke voordelen van de ene techniek tov. de andere.&lt;br /&gt;
# Figuur 9.18a pag 259 bespreken.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marike</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Celbiologie_en_biochemie&amp;diff=507</id>
		<title>Celbiologie en biochemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Celbiologie_en_biochemie&amp;diff=507"/>
		<updated>2017-06-20T12:31:06Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marike: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vanaf 2016-2017: Schriftelijk examen in plaats van mondeling examen zoals voordien.&lt;br /&gt;
Vanaf 2012-2013: Jaarvak voor zowel chemie als biochemie. Volledig gedoceerd door Patrick Van Dijck.&lt;br /&gt;
Vanaf 2009-2010: Voor de chemisten zijn het twee vakken, voor de biochemisten 1 jaarvak.  &lt;br /&gt;
De chemisten hebben dus examen in januari en juni, de biochemisten enkel in juni.&lt;br /&gt;
Tussen 2007-2009: Voor de chemisten zijn het twee vakken, voor de biochemisten 1 jaarvak.&lt;br /&gt;
Voor 2006-2007: Semestervak, gedoceerd door Johan Thevelein.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Examenvragen vanaf 2013=&lt;br /&gt;
===20 juni 2017===&lt;br /&gt;
#Maak een (erg gedetailleerde) tekening van de secretieweg van DNA tot enzyme, voor een enzyme dat als functie heeft de celwand opbouwen. Leg hierbij alle belangrijke stappen uit.&lt;br /&gt;
#Actief transport bij bacteriën, schimmels en dieren uitleggen, met glucose als voorbeeld&lt;br /&gt;
#Je wil 6 proteïnen scheiden door een anionuitwisselingschromatografie uit te voeren, welke stappen zijn hierbij? Maak ook een tekening&lt;br /&gt;
#Hoeveel glycerol heb je nodig ter vorming van 4 moleculen tripalmitine? Hoeveel ATP is er over na volledige verademing van uw restproducten en reducerend vermogen? Geef op volgorde alle metabolische wegen die hierbij gebruikt werden. Geef schematisch alle stappen die doorlopen worden bij de vorming van tripalmitine uit glycerol, en geef de netto reactievergelijking (inclusief ATP).&lt;br /&gt;
#2 foto&#039;s aanduiden alles dat je herkent en de functie ervan geven, was een slijmbekercel en een heel erge close up van een plantencel&lt;br /&gt;
#5 termen verklaren: apoptosoom, DNA primase, N-acetylglucosamine, proplastide en Km&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2016===&lt;br /&gt;
#cytokinese dier &amp;amp; plant&lt;br /&gt;
#donkerracties en verschil C3,C4 en CAM &lt;br /&gt;
#adrenaline&lt;br /&gt;
#vriesbreuk en vriezers&lt;br /&gt;
#ato berekenen in cyclus&lt;br /&gt;
#fotokes van vet en golgi app&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2016 ===&lt;br /&gt;
#bespreek celwand van bacterien en schimmels op vlak van structuur, functie en chemische samenstelling&lt;br /&gt;
#inductie en repressie uitleggen adhv lac-operon en trp-operon&lt;br /&gt;
#oef: hoeveel mol ribose-5-P kan je maken uit glutaminezuur? bereken hoeveel ATP je over hebt en schrijf de volledige cycli uit (antwoord 3 mol ribose-5-P) &lt;br /&gt;
#fotos over juncties en chloroplast&lt;br /&gt;
#gelfiltratie uitleggen + hoe daaruit molecuulgewicht proteinen bepalen&lt;br /&gt;
#structuur en werking van een spiercel uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2016 ===&lt;br /&gt;
#bespreek celwand van schimmels en bacterie (moleculair, structuur, functie)&lt;br /&gt;
#bespreek gelfiltratie + hoe kan men de moleculaire massa berekenen van een proteine&lt;br /&gt;
#bespreek de spiercel (werking, structuur)&lt;br /&gt;
#Bespreek genrepressie en geninductie aan de hand van beta galactosidase en tryptofaan&lt;br /&gt;
#metabolisme: hoeveel ribulose 5 fosfaat uit 5 glutaminezuur (geef namen gebruikte wegen + theoretische ATP opbrengst)&lt;br /&gt;
#Structuren desmosoom/dichte junctie en chloroplas&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2016===&lt;br /&gt;
#bespreek de onderzoeken naar de regulatie van de celcyclus (MPF enzo...). Wat kan er misgaan wanneer de regulatie niet goed verloopt? (tumor, p53, oncogenen).. &lt;br /&gt;
#Bespreek oorsprong structuur en functie van glyoxisomen en peroxisomen (bijvraag: waar vind je vb glyoxisomen: noten,zaden) &lt;br /&gt;
# kationuitwisselingschromatografie uitleggen +methode om 4 peptiden te scheiden hiermee uitleggen&lt;br /&gt;
# bespreek: Gs proteine (algemeen, niet adrenaline), Km(enzyme),Prion&lt;br /&gt;
# Hoeveel ATP moeten de lichtreacties maken voor de synthese van 6 mol sucrose via donkerrracties (UDPG niet vergeten)&lt;br /&gt;
# 2 fotos: chloroplast, 10 structuren aanduiden, darmepitheelcel met glycocalix en veel mucus blijkbaar geen lysosomen dus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2016 NM===&lt;br /&gt;
#bespreek microtubuli en de structuren aan die in de cel voorkomen.&lt;br /&gt;
# Welk peptide wordt er gevormd (DNA gegeven)&lt;br /&gt;
# waaruit bestaat een spiercel en bespreek de werking ervan&lt;br /&gt;
# Bespreek de calvin-cyclus. Wat zijn de inputs en wat zijn de outputs? &lt;br /&gt;
#Hoeveel moleculen glycerol hebt je nodig om 9 moleculen ribose-5- fosfaat te maken? ( pentosefosfaat weg omkeren)&lt;br /&gt;
#em foto&#039;s &lt;br /&gt;
#*was een plantencel blaasjes golgi-apparaat aant afzetten was op de fragmoplast&lt;br /&gt;
#*De tweede foto was een slijmbekercel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2016 VM===&lt;br /&gt;
# Structuur glycogeen? Biosynthese er van en afbraak ervan? (Moest blijkbaar adrenaline bij betrekken)&lt;br /&gt;
# aminozuren uitleggen en de structuur van proteine&lt;br /&gt;
#structuur en functie van de celwand bij bacteriën&lt;br /&gt;
#de stappen nodig om een zuivere fractie van polysomen te verkrijgen. Das zo met differentiële centrifugatie &lt;br /&gt;
# hoeveel mol ethanol nodig om 6 mol ribos-6-fosfaat te vormen. &lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s ene was met peroxisoom (kristal in), mitochondrie en chloroplast. 2e was ook vormen van fragmoplast&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties&lt;br /&gt;
# Belangrijkste cel differentiaties bij Planten.&lt;br /&gt;
# Hoe kan men cellen in een oplossing tellen? Hoe gebeurd dit bij bacteriofagen?&lt;br /&gt;
#Teken en bespreek de structuur en functie van de glycocalix bij dieren&lt;br /&gt;
#hoeveel maltose moleculen zijn er nodig bij de synthese van alanine in een cel met een tekort aan energie&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s: een prokaryoot en een spiercel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de enkelvoudige en meervoudige suikers en teken de belangrijkste.&lt;br /&gt;
# apoptose&lt;br /&gt;
# Penicilline en chloramfenicol &lt;br /&gt;
# Opbouw en afbraak van vetten&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s eentje van een floeemcel de andere van een vetdruppels met glyoxisomen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Geef alle soorten lipiden, uitleg, tekening&lt;br /&gt;
# wat is een sarcomeer en leg werking uit,&lt;br /&gt;
# vier woorden: microsoom, beta-mercapto-ethanol, tonofilamenten en dna primase, &lt;br /&gt;
# Geef heel calvincyclus&lt;br /&gt;
# Oefening met al die metabolisme en ATP enzo. Iets mat stearinezuur afbreken tot pyrodruivenzuur ofzo tongue-emoticon&lt;br /&gt;
# 2 fotos : celkern met kristallen en dan blijkbaar een zeefvat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2015 NM ===&lt;br /&gt;
# Alles van de plantencelwand&lt;br /&gt;
# Oef met DNA sequentie en translatie&lt;br /&gt;
# Oxidatieve fosforylatie vs foto fosforylatie&lt;br /&gt;
# Hoe kan je polysomen en ribosomen scheiden&lt;br /&gt;
# Hoeveel mol glycerol heeft een gistcel, die in de G0-fase zit, nodig om met ademhaling 110 Mol ATP te synthetiseren&lt;br /&gt;
# Foto van openbarstende darmepitheelcel (met mucus) en van een plantencel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Structuur en functie van endoplasmatisch reticulum&lt;br /&gt;
# Hoe wordt de activiteit van fosfofructokinase geregeld?&lt;br /&gt;
# Cytoskelet bij planten en dieren&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties&lt;br /&gt;
# hoeveel mol ethanol nodig opdat gistcellen 4 mol ribose-5-P kunnen maken. Welke metabolische weg komen hierbij tussen? Hoeveel ATP blijft er over? &lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s: de eerste was een zenuwcel met microtubuli en de tweede met een peroxisoom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# bespreek suikers en polysacchariden en teken de belangrijkste&lt;br /&gt;
# welke reacties vinden plaats op het thelakoÃ¯dmembraan en wat zijn de inputs en outputs&lt;br /&gt;
# geef uitleg; middenlichaampje, callus, mitosis-promoting factor MPF, blefaroblast&lt;br /&gt;
# hoeveel mol glutaminezuur moet omgezet worden in oxaalazijnzuur om voldoende ATP te maken voor de afbraak van 5 mol stearinezuur&lt;br /&gt;
# bespreek SDS-page en waarvoor dient het&lt;br /&gt;
# foto van floÃ«emcellen en foto van kern met kristallen p p295&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 juni 2014 ===&lt;br /&gt;
#IEP uitleggen en peptiden rangschikken op IEP&lt;br /&gt;
#Transport van voedingsstoffen over de celmembraan bespreken&lt;br /&gt;
#Methoden om de volgorde van enzymen in een metabolische pathway te bepalen&lt;br /&gt;
#Glyoxylzuurcyclus bespreken&lt;br /&gt;
#Hoevel mol glycerol nodig voor 2 mol palimitinezuur&lt;br /&gt;
#Foto van jonge plantencel en van peroxisoom&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2014===&lt;br /&gt;
#Transport van voeding door de membraan&lt;br /&gt;
#Plantencelwand bespreken&lt;br /&gt;
#Bespreek de pentosefosfaatweg (alles)&lt;br /&gt;
#Tellen van bacteriofagen&lt;br /&gt;
#1 mol tripalmitine (vergeet glycerol niet!)&lt;br /&gt;
#Foto van plantencel (chloroplast volledig en ook vacuole enzo) + floeemcel (gedifferentieerde plantencel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2014 ===&lt;br /&gt;
#Leg de rol van enzymen als katalysatoren uit in de metabolische reactie wegen&lt;br /&gt;
#Wat doe adrenaline in de levercellen als je schrikhebt?&lt;br /&gt;
#Leg de weg uit die katalase aflegt in de cel beginnende bij DNA.&lt;br /&gt;
#Leg ionenuitwisselingschromatografie uit.&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol maltose heb je nodig voor de aanmaak van 2 mol stearine? Welke metabolische reactiewegen komen hier bij te pas? Welke zijn de energieleverende/ energie verbruikende stappen?&lt;br /&gt;
#Prent van cel met glycogeenkorrels, RER, SER, mitochondrien etc&lt;br /&gt;
#Prent van plant cel in cytokinese --&amp;amp;gt; aanmaak van middenlamel door fragmoplast etc&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 juni 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Transport over celmembraan&lt;br /&gt;
#Kern met rer tekenen en functie uitleggen &lt;br /&gt;
#Wat doet adrenaline in levercellen&lt;br /&gt;
#Confocale fluorescentie microscopie uitleggen&lt;br /&gt;
#Hoeveel acetaat je nodig hebt voor 3 mol glycerol en waar wordt energie geproduceerd &lt;br /&gt;
#Foto van glycogeenkorrels en van kristallen in kern&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 juni 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#fosfofructokinase van dna tot enzyme de weg die het moet doen en regulatie&lt;br /&gt;
#plantencelwand opbouw componenten en functie&lt;br /&gt;
#tellen van cellen en bacteriofagen&lt;br /&gt;
#hoeveel glucose nodig voor 4 alanine te maken&lt;br /&gt;
#foto van zenuwuitlopers en vorming nieuwe celwand bij planten: fragmoplast&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2013 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de eenvoudige suikers en polysacchariden.&lt;br /&gt;
#Bespreek de biosynthese en afbraak van vetzuren.&lt;br /&gt;
#Wat is de functie van glyoxisomen? Hoe kan je deze zichtbaar maken bij fluorescentie microscopie?&lt;br /&gt;
#Een gistcel kan groeien op ethanol. Om te groeien moet de celwand groeien, deze is opgebouwd uit polymeren van suikers. &lt;br /&gt;
#*Hoeveel mol ethanol is er nodig om 10 mol glucose te maken? &lt;br /&gt;
#*Kan de gistcel groeien op ethanol in anaÃ«roob milieu? (antwoord: p469 laatste 5 regels in middelste stuk)&lt;br /&gt;
#prent aanduiden: &lt;br /&gt;
#*desmosoom &lt;br /&gt;
#*peroxisoom met kristalstructuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2013 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Teken de overgang van kernmembraan naar R.E.R. Wat is de functie van dit laatste?&lt;br /&gt;
#Bespreek geprogrammeerde celdood. Is er een link met kanker?&lt;br /&gt;
#Geef de methode(n) hoe je proteÃ¯nen kan splitsen op basis van hun lading.&lt;br /&gt;
#Hoe werkt het B-galactosidase operon bij E. Coli?&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol glucose kan je maken met 3 mol palmitinezuur? Welke metabolische wegen worden er gevolgd? Hoeveel ATP kan er eventueel gevormd worden?&lt;br /&gt;
#Foto&#039;s:&lt;br /&gt;
#* p254&lt;br /&gt;
#*p218 (ongeveer)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 JUN 2013 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek de secretieweg in een cel van gen tot gesecreteerd eiwit.&lt;br /&gt;
# Als een mens schrik heeft komt er adrenaline vrij. Wat gebeurt er dan in de lever?&lt;br /&gt;
# Hoe werkt SDS-PAGE?&lt;br /&gt;
# Een uitgehongerde zoogdiercel maakt 4 glutaminezuurmoleculen en 2 asparaginezuurmoleculen. Hoeveel fructose is hier voor nodig en hoeveel CO2 wordt er door het organisme geproduceerd bij deze omzetting?&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s: chloroplast tegen celwand aangedrukt door vacuole en celkern met kristallen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 jun 2013 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de celwand vn de bacterie&lt;br /&gt;
#Uitleggen wat MFP met celcyclus te maken heeft en welke drie onderzoeken er toe geleid hebben&lt;br /&gt;
#Confocale fluorecentiemmicroscopie uitleggen&lt;br /&gt;
#Een oefening met hoeveel mol&lt;br /&gt;
#2 prentjes:&lt;br /&gt;
#*floÃ«mcellen&lt;br /&gt;
#*gewoon RER, SER, Peroxisoom, mitochondrÃ¯en aanduiden (kan zijn nog iets)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Examenvragen vanaf 2009=&lt;br /&gt;
== Biochemie ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 27 jun 2011 ===&lt;br /&gt;
#elektronentransportketen uitleggen.&lt;br /&gt;
#Met welke methodes kan je glyoxisomen bestuderen (door microscopische analyse) in de cel?&lt;br /&gt;
#Vetzuren en lipiden bespreken&lt;br /&gt;
#Differentiaties in plantencellen&lt;br /&gt;
#Foto van spiercel + kern delen benoemen.&lt;br /&gt;
#C1 van een glucosemolecule wordt radioactief gemerkt. We zien dat C6 van een 1,6-bisfosfaatfructosemolecule ook radioactieve sporen vertoond. Verklaar dit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 jun 2010 ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de lichtreactie van de fotosynthese.&lt;br /&gt;
#Bespreek hoe je aminozuren en suikers kan scheiden en deze onderling kan scheiden.&lt;br /&gt;
#Bespreek: de weg die wordt afgelegd van DNA tot glycocalyx van een proteÃ¯ne.&lt;br /&gt;
#Hoeveel ribose 5-P kunnen gevormd worden uit 5 moleculen glutaminezuur. Hoeveel ATP komt hierbij vrij?&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s waarbij alle structuren moeten aangeduid worden (chloroplast en jonge plantencel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 8 jun 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
#Bespreek de suikers&lt;br /&gt;
#Bespreek de pentosefosfaatweg (PPP)&lt;br /&gt;
#Bespreek SDS-PAGE&lt;br /&gt;
#Hoeveel molecule alpha-ketoglutaarzuur moeten er in de cel omgezet worden naar fumaarzuur om voldoende ATP te maken voor de synthese van 6 moleculen palmitinezuur (vertrekkende van Acetyl-Coa en uitgaand van het feit dat alle cofactoren aanwezig zijn) ? [Antwoord: 7]&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s waarbij alle structuren moeten aangeduid worden (levercel en prokaryote cel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Chemie == &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 JUN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# celdifferentiatie in ene plantencel&lt;br /&gt;
# transport voeding cel&lt;br /&gt;
# geef de verschillen tussen de glycolyse en de gluconeogenese daar waar de enzymen verschillend zijn&lt;br /&gt;
# 2 stearinezuur omvorme na ribose, er is geen NAD+, geef de cusclussen die je gebruikt, is er atp genoeg, kan het volledig worden omgezet?&lt;br /&gt;
# 2 tekeningen (darmwand en spiercel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 FEB 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek enkelvoudige en meervoudige suikers&lt;br /&gt;
# Welke soorten juncties zijn er en wat is hun functie?&lt;br /&gt;
# Bespreek ionenuitwisselingschromatogafie&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Bespreek aminozuren en ruimtelijke opbouw van proteÃ¯nen &lt;br /&gt;
# Rangschik 5 proteÃ¯nen volgens hun isoelektrisch punt, van hoog naar laag (je krijgt hier dan 5 aminozuursequenties) &lt;br /&gt;
# Teken de overgang tussen kernmembraan en het RER en bespreek de functie van het RER. &lt;br /&gt;
# Bespreek de verschillende centrifugatietechnieken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# bespreek de enkelvoudige en meervoudige suikers&lt;br /&gt;
# bespreek de celwand bij bacterien en schimmels&lt;br /&gt;
# leg uit ionenuitwisselingschromotografie&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s waar ge alles op moet aanduiden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Bespreek de celwand bij planten&lt;br /&gt;
# Bespreek microtubuli en hun structuren&lt;br /&gt;
# SDS-page (blijkbaar moest ge u practicumboek ook kennen :s)&lt;br /&gt;
# foto van kern me kristallen en een bacterie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek vetzuren en lipiden&lt;br /&gt;
# Bespreek wat er allemaal gebeurd en hoe het transport gebeurd van een specifiek proteÃ¯ne vertrekkende van het genome DNA tot aan de glycocalyx (mss iets ander geformuleerd)&lt;br /&gt;
# Bespreek de technieken om een basaalkorrel zichtbaar te maken in de cel. -&amp;amp;gt; ECHT IN FUNCTIE VAN DE BASAALKORREL DOEN DUS adh van het proteÃ¯ne tubuline!!!&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s 1 van die rozetstructuren van glycogeenpartikels en dieje andere was met gwn een celkern met kristalijne kristallen (2 foto&#039;s die hem duidelijk in de les heeft vermeld da ge daar moet op lette)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 JAN 2012 VM ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de nucleinezuren, als monomeer en macromolecule, en hun ruimtelijke structuur bij eukaryoten en prokaryoten.&lt;br /&gt;
#Bespreek het endoplasmatisch reticulum.&lt;br /&gt;
#Bespreek gelfiltratie en leg uit hoe het ka ngebruikt worden om het moleculaire gewicht van een proteine te bepalen.&lt;br /&gt;
#2 EM-fotos, alle structuren aanduiden en de functie ervan geven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 JUN 2011 NM===&lt;br /&gt;
#bespreek de vermenigvuldiging van virussen&lt;br /&gt;
#Bespreek de bio-synthese en afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
#Bespreek de vrijzetting van adrenaline in het bloed&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol ATP wordt er geproduceerd uit 5 mol glucose en 3 mol glycerol? Hoeveel mol glutaminezuur kan worden geproduceerd uit 5 mol glucose en 3 mol glycerol wanneer er genoeg ammoniak in de cel aanwezig is?&lt;br /&gt;
#twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 JUN 2011 VM===&lt;br /&gt;
#Bespreek de cytokinese bij planten.&lt;br /&gt;
#Bespreek het transport van voedingsstoffen naar binnen in de cel.&lt;br /&gt;
#Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese.&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol fructose is er nodig voor de synthese van 3 mol palmitinezuur?&lt;br /&gt;
#twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 JAN 2011===&lt;br /&gt;
#Bespreek de celwand bij planten.&lt;br /&gt;
#Bespreek de proteÃ¯nen en hoe ze zijn opgebouwd in een ruimtelijke structuur.&lt;br /&gt;
#Geef de belangrijkste verschillen tussen gram positieve en gram negatieve bacteriÃ«n en hoe kan je die van elkaar onderscheiden?&lt;br /&gt;
#Bespreek moleculaire exclusiechromatografie en hoe kan je hiermee het MW van een eiwit bepalen?&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 JUN 2010===&lt;br /&gt;
# Bespreek de structuur en werking van spiercellen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese.&lt;br /&gt;
# Hoeveel ATP wordt er geproduceerd bij afbraak van 5 mol glycerol en 2 mol glucose? stel: Glutaminezuur tekort in de cel, hoeveel mol glutaminezuur kan geproduceerd worden met 5 mol glycerol en 2 mol glucose?&lt;br /&gt;
# Hoe werkt adrenaline?&lt;br /&gt;
# Hoe werkt het tryptofaan operon bij aanwezigheid en afwezigheid van tryptofaan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 JUN 2010===&lt;br /&gt;
# Bespreek differentiatie van plantaardige cellen&lt;br /&gt;
# Bespreek gemedieerd transport&lt;br /&gt;
# Bespreek de glyoxyzuurcyclus (waar, in- en outputs en waar de producten verder naartoe gaan...)&lt;br /&gt;
# Hoeveel fructosemoleculen heb je nodig om 4 moleculen glutaminezuur en 2 moleculen asparaginezuur te maken. Hoeveel CO2 wordt hierbij gemaakt? Leg uit a.d.h.v. metabolische wegen.&lt;br /&gt;
# Bespreek hoe de enzymes elkaar opvolgen (niet in deze woorden, maar &#039;t komt erop neer)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 JAN 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
#Bespreek de structuur en de functie van microtubuli en de verschillende structuren die hieruit zijn opgebouwd. (p. 240-261)&lt;br /&gt;
#Bespreek de ruimtelijke structuur van eiwitten. (p. 53-60)&lt;br /&gt;
#Bespreek de verschillende centrifugatie methoden. (p. 285-290)&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 JAN 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
#Bespreek de celwand bij planten. (bijvragen over de chemische opbouw van (hemi)cellulose, extensises,...)&lt;br /&gt;
#Bespreek RNA transcriptie en DNA duplicatie.&lt;br /&gt;
#Bespreek de moleculaire exclusiechromatografie.&lt;br /&gt;
#2 foto&#039;s van cel(onderdelen). Alles benoemen, ook vanzelfsprekendheden (cytoplasma,...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 JAN 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
# Bespreek de enkelvoudige en de meervoudige sacchariden (bijvraag: hoe heeft men de L en D suikers bepaald, met welk suiker hebben ze dit gedaan)&lt;br /&gt;
# Bespreek de overgang van het kernmembraan en het RER en geef de functie van het RER&lt;br /&gt;
# Bespreek SDS PAGE&lt;br /&gt;
# Duid op de volgende 2 foto&#039;s de delen aan (ALLES aanduiden, cytoplasma en alles wat ook &#039;normaal&#039; lijkt!)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
leer ALLE details!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Examenvragen van 2007 - 2009=&lt;br /&gt;
=== 2 sept 2009 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Van Dijck&lt;br /&gt;
# Bespreek de enkelvoudige en meervoudige suikers.&lt;br /&gt;
# Bespreek de verschillende plastiden.&lt;br /&gt;
# Welke techniek kan men gebruiken om celmembranen te bestuderen onder de EM? Bespreek de twee varianten.&lt;br /&gt;
# Twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Thevelein&lt;br /&gt;
* Hoofdvraag&lt;br /&gt;
*# Bespreek het verband tussen de elektrontransportketen en oxidatieve fotofosforylatie.&lt;br /&gt;
* Bijvragen&lt;br /&gt;
*# Glyoxylzuurcyclus&lt;br /&gt;
*# Hoeveel glucosemoleculen heeft een schimmelcel nodig om 2 glutaminezuur en 4 asparaginezuur te maken? Wordt er hierbij ook CO2 geproduceerd en indien ja, hoeveel?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 Juni 2009 - Chemie - Thevelein ===&lt;br /&gt;
* hoofdvragen&lt;br /&gt;
*# Bespreek de Krebscyclus.&lt;br /&gt;
*# Bespreek de lichtreactie vd fotosynthese.&lt;br /&gt;
*# Leg genrepressie en geninductie uit aan de hand van klassieke voorbeelden.&lt;br /&gt;
* bijvragen&lt;br /&gt;
*# Wat is groepstranslocatie?&lt;br /&gt;
*# Bereken hoeveel mol ATP er wordt vrijgezet bij de volledige oxidatie van 1 mol tristearine.&lt;br /&gt;
*# Nog een oefening zoals hierboven maar nu met aminozuren enzo...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 Juni 2009 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Van Dijck &lt;br /&gt;
# bespreek de structuur van microtubuli en de structuren die eruit bestaan.&lt;br /&gt;
# Bespreek de nucleÃ¯nezuren en nucleotiden en hun ruimtelijke structuren.&lt;br /&gt;
# Leg gelchromatografie (??) (da met gelbollekes sorteren) uit en hoe je het molecuulgewicht v eiwitten hiermee kan berekenen.&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s uit oefenzittingen&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
Thevelein&lt;br /&gt;
* hoofdvraag&lt;br /&gt;
*# Vergelijk gluconeogenese en glycolyse (startproducten, plaats id cel,..)&lt;br /&gt;
* bijvragen&lt;br /&gt;
*# bespreek glyoxylzuurcyclus&lt;br /&gt;
*# Bereken hoeveel moleculen glucose een schimmelcel nodig heeft om 2 moleculen glutaminezuur en 4 moleculen asparaginezuur te produceren. Wordt hierbij CO2 gevormd en zo ja hoeveel? Leg uit adhv de gebruikte cycli.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 Juni 2009 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Van Dijck &lt;br /&gt;
# bespreek de celwand bij planten&lt;br /&gt;
# bespreek peroxisomen en glyoxisomen&lt;br /&gt;
# rankschik de volgende peptiden volgens iso-elektrisch punt. en wat is iso-elektrisch punt. vb.COOH-cysteÃ¯ne-proline-histidine-cysteÃ¯ne-lysine-methionine-asparaginezuur-NH2&lt;br /&gt;
# 2 fotos: 1 van een chloroplast, en 1 van een zenuwcel&lt;br /&gt;
Thevelein&lt;br /&gt;
*hoofdvraag&lt;br /&gt;
*# bespreek de lichtreacties van de fotosynthese&lt;br /&gt;
*bijvragen&lt;br /&gt;
*#geef volledige metabolische weg om asparaginezuur te vormen uit glycerol en NH3&lt;br /&gt;
*#Kan een cel in anaÃ«robe omstandigheden het meest ATP halen uit glucose via de Glycolyse of eerst via PP(pentosfosfaatweg).en toon aan.-&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 jan 2009 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
# Bespreek nucleotiden en nucleÃ¯nezuren&lt;br /&gt;
# Welke soorten juncties zijn er en wat is hun functie?&lt;br /&gt;
# Hoe kan je aminozuren van suikers scheiden en hoe kan je ze verder opzuiveren?&lt;br /&gt;
# Teken het celmembraan (of was de vraag nu glycocalyx?) van een dierlijke cel en duidt de onderdelen aan.&lt;br /&gt;
# Wat is het iso-elektrisch punt van een proteÃ¯ne en wat ben je ermee?&lt;br /&gt;
# 2 fotos: 1 van een prokaryote cel, en 1 van een plantencel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2009 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
# bespreek de enkelvoudige en de meervoudige sacchariden (bijvraag: hoe heeft men de L en D suikers bepaald, met welk suiker hebben ze dit gedaan)&lt;br /&gt;
# bespreek de overgang van het kernmembraan en het RER en geef de functie van het RER&lt;br /&gt;
# bespreek SDS PAGE&lt;br /&gt;
# duid op de volgende 2 foto&#039;s de delen aan (ALLES aanduiden, cytoplasma en alles wat ook &#039;normaal&#039; lijkt!)&lt;br /&gt;
leer ALLE details!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 aug 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Hoofdvraag:&lt;br /&gt;
*# Bespreek de samenstelling en mechanisme van elektronentransportketen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Bijvragen:&lt;br /&gt;
*# Welke reacties worden gekatalyseerd door volgende enzymes:&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat decarboxylase&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat dehydrogenase&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat kinase&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat carboxylase&lt;br /&gt;
*# een cel zet oxaalazijnzuur, citroenzuur en NH3 om in asparaginezuur en glutaminezuur, geef de reactie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# bespreek structuur en functies van de microtubuli en bespreek de structure waar ze voorkome (/3)&lt;br /&gt;
# bespreek structuur van de proteÃ¯nen en waar komen deze voor (/3)&lt;br /&gt;
# hoe kan je het molecuulgewicht van een proteÃ¯ne bepalen met exclusiechromatografie (/2)&lt;br /&gt;
# wat is hemicellulose? (/1)&lt;br /&gt;
# duid celorganellen aan op de prent (/1) --&amp;amp;gt; twas een levercel met veel secretiepartikels&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 jun 2008 - Chemie - Thevelein ===&lt;br /&gt;
Hoofdvragen:&lt;br /&gt;
# e-transport&lt;br /&gt;
# pentosefosfaatweg&lt;br /&gt;
# regulatie van het metabolisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen:&lt;br /&gt;
# glyoxylzuurcyclus&lt;br /&gt;
# glucose+NH3--&amp;amp;gt;glutaminezuur+CO2 hoeveel ATP wordt er geproduceerd (aeroob organisme)&lt;br /&gt;
# synthese van trehalose uit glucose dat via symport in de cel komt. Hoeveel ATP moet er via melkzuurgisting gewonnen worden om 2 trehalose moleculen te vervaardigen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 jun 2008 - Chemie - Thevelein === &lt;br /&gt;
Hoofdvragen&lt;br /&gt;
# Bespreek de Krebscyclus&lt;br /&gt;
# Bespreek het membraantransport en de membraanpotentiaal&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen&lt;br /&gt;
# Adrenaline als glucosevrijzetter&lt;br /&gt;
# Bespreek in detail de biosynthese en afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
# Een bacteriÃ«le cel in aÃ«robe omstandigheden zet glucose om in pyrodruivenzuur. Waar wordt het meeste ATP geproduceerd, via de glycolyse of via de pentosefosfaatweg?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2008 - Chemie - Thevelein===&lt;br /&gt;
Hoofdvragen:&lt;br /&gt;
# Bespreek de calvincyclus.&lt;br /&gt;
# Bespreek membraantransport en bespreek hoe membraanpotentiaal hierbij tussenkomt.&lt;br /&gt;
# Bespreek de regulatie van het metabolisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen:&lt;br /&gt;
# Glyoxylzuurcyclus.&lt;br /&gt;
# Adrenaline als glucose vrijzetter.&lt;br /&gt;
# Een denkvraag ivm proton-motive en dinitrofenol.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
# lichtreacties&lt;br /&gt;
# oefeningen:&lt;br /&gt;
#* tristearaat, hoeveel ATP wordt er gevormd&lt;br /&gt;
#* vorming van asparaginezuur en glyoxylzuur uit citroenzuur en NH3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* schriftelijk&lt;br /&gt;
*# soorten bindingen in macromolecules, tekenen +bespreken&lt;br /&gt;
*# wat is threhalose, mesozoom&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* mondeling&lt;br /&gt;
*# endoplasmatisch riticulum bespreken&lt;br /&gt;
*# microtubuli bespreken&lt;br /&gt;
*# plaatsbepaling van moleculen in de cel, methoden bespreken&lt;br /&gt;
*# 2 foto&#039;s herkennen+organellen benoemen: lever en oliehoudende zaden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 jun 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
* Grote vraag: &lt;br /&gt;
*# membraantransport bespreken&lt;br /&gt;
* Bijvragen: &lt;br /&gt;
*# ge hebt 24 glucosemoleculen, die ge via PP en dÃ¡n pas de glycolyse gaat afbreken tot acetyl-CoA, waarna ge X aantal palmitinemoleculen gaat opbouwen. Hoeveel ATP wordt er gevormd? En hoeveel NADPH hebt ge tekort?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Schriftelijk:&lt;br /&gt;
*# bespreek RNA en DNA&lt;br /&gt;
*# leg uit: &lt;br /&gt;
*#* isopycnische centrifugatie &lt;br /&gt;
*#* mycoplasma&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Mondeling:&lt;br /&gt;
*# bespreek mono- en polysachariden&lt;br /&gt;
*# celwand bij bacterien + Gram positieve en Gram negatieve bacterien&lt;br /&gt;
*# ionenuitwisselingschromatografie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 jun 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
* hoofdvraag:&lt;br /&gt;
*# Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese&lt;br /&gt;
* Bijvragen:&lt;br /&gt;
*# Bespreek hoe er geninductie en genexpressie bij Escheria coli plaatsvindt&lt;br /&gt;
*# Oefening ivm de metabolische wegen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Schriftelijk&lt;br /&gt;
*# teken (cyclisch) alfa-D-glucose, beta-D-Fructose, sucrose en nummer de koolstoffen&lt;br /&gt;
*# Leg uit: &lt;br /&gt;
*#* mesosoom &lt;br /&gt;
*#* connexon&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Mondeling&lt;br /&gt;
*# Teken hoe het kernmembraan in het RER overgaat, en geef de functie van dit RER&lt;br /&gt;
*# Bespreek de ruimtelijke structuur van proteÃ¯nen&lt;br /&gt;
*# Leg uit hoe men plasmiden kan identificeren met behulp van restrictie-enzymen aan de hand van een voorbeeld&lt;br /&gt;
*# Duid de organellen aan op de cel (chloroplast en bacteriofaag)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 jan 2008 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# geef de structuur en de functies van de mitochondrieÃ«n&lt;br /&gt;
# beschrijf de weg die een proteine X aflegt beginnend in de kern die voor de glycocalyx bestemd is.&lt;br /&gt;
# beschrijf de verschillende centrifugatietechnieken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# wat is het iso-elektrisch punt van proteÃ¯nen en rangschik de volgende proteÃ¯nen volgens stijgende theoretische waarde van het iso-elektrisch punt. De proteÃ¯nen werden gegeven door telkens een keten van 11 aminozuren.&lt;br /&gt;
# Beschrijf en teken schematisch de componenten van de glycocalyx&lt;br /&gt;
# verklaar: &lt;br /&gt;
#* mesosoom&lt;br /&gt;
#* connexon&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 jan 2008 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
Schriftelijk deel&lt;br /&gt;
# rangschik van polair naar apolair (aceton, 1-propanol, diethylether, fenol, benzylalcohol) [in de vraag werden prentjes van de moleculen gegeven, en niet de namen], en zeg wat apolariteit bepaalt.&lt;br /&gt;
# teken (cyclisch) alfa-D-glucose, beta-D-Fructose, sucrose.&lt;br /&gt;
# Leg uit:&lt;br /&gt;
#* Dictyosoom &lt;br /&gt;
#* Blefaroplast&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
# Teken hoe het kernmembraan in het RER overgaat, en geef de functie van dit RER&lt;br /&gt;
# Bespreek de ruimtelijke structuur van proteÃ¯nen&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe men plasmiden kan identificeren met behulp van restrictie-enzymen aan de hand van een voorbeeld&lt;br /&gt;
# Duid de organellen aan op de cel (de twee cellen waren een zenuwcel en een chloroplast)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Examenvragen tot en met 2006=&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
Hoofdvragen: theorie&lt;br /&gt;
# bespreek hoe een cel aan zijn membraanpotentiaal komt + hoe deze aangewend wordt bij het membraantransport&lt;br /&gt;
# bespreek de Calvin Cyclus (functie, intermedairen, ...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hoofdvragen oefeningen&lt;br /&gt;
# practicum: bespreek PAGE bij proteÃ¯nen en hoe we de molecuulgroote ervan kunnen afleiden&lt;br /&gt;
# duid zo veel mogelijk celstructuren aan&lt;br /&gt;
# duid de volgende processen aan waar ze voorkomen in de cel aan op de tekening: NADPH productie, energieproductie, chromatine en integrale proteÃ¯nen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen&lt;br /&gt;
# bespreek hoe adrenaline de glucoseproductie in de cel regelt&lt;br /&gt;
# Een cel maakt uit oxaalazijnzuur, citroenzuur en NH3 de aminozuren glutaminezuur en asparaginezuur. Geef een reactievergelijking en houd rekening met ATP, NAD, FAD, H2O en CO2.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marike</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Celbiologie_en_biochemie&amp;diff=506</id>
		<title>Celbiologie en biochemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Celbiologie_en_biochemie&amp;diff=506"/>
		<updated>2017-06-20T12:29:45Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marike: /* 20 juni 2017 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vanaf 2012-2013: Jaarvak voor zowel chemie als biochemie. Volledig gedoceerd door Patrick Van Dijck.&lt;br /&gt;
Vanaf 2009-2010: Voor de chemisten zijn het twee vakken, voor de biochemisten 1 jaarvak.  &lt;br /&gt;
De chemisten hebben dus examen in januari en juni, de biochemisten enkel in juni.&lt;br /&gt;
Tussen 2007-2009: Voor de chemisten zijn het twee vakken, voor de biochemisten 1 jaarvak.&lt;br /&gt;
Voor 2006-2007: Semestervak, gedoceerd door Johan Thevelein.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Examenvragen vanaf 2013=&lt;br /&gt;
===20 juni 2017===&lt;br /&gt;
#Maak een (erg gedetailleerde) tekening van de secretieweg van DNA tot enzyme, voor een enzyme dat als functie heeft de celwand opbouwen. Leg hierbij alle belangrijke stappen uit.&lt;br /&gt;
#Actief transport bij bacteriën, schimmels en dieren uitleggen, met glucose als voorbeeld&lt;br /&gt;
#Je wil 6 proteïnen scheiden door een anionuitwisselingschromatografie uit te voeren, welke stappen zijn hierbij? Maak ook een tekening&lt;br /&gt;
#Hoeveel glycerol heb je nodig ter vorming van 4 moleculen tripalmitine? Hoeveel ATP is er over na volledige verademing van uw restproducten en reducerend vermogen? Geef op volgorde alle metabolische wegen die hierbij gebruikt werden. Geef schematisch alle stappen die doorlopen worden bij de vorming van tripalmitine uit glycerol, en geef de netto reactievergelijking (inclusief ATP).&lt;br /&gt;
#2 foto&#039;s aanduiden alles dat je herkent en de functie ervan geven, was een slijmbekercel en een heel erge close up van een plantencel&lt;br /&gt;
#5 termen verklaren: apoptosoom, DNA primase, N-acetylglucosamine, proplastide en Km&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2016===&lt;br /&gt;
#cytokinese dier &amp;amp; plant&lt;br /&gt;
#donkerracties en verschil C3,C4 en CAM &lt;br /&gt;
#adrenaline&lt;br /&gt;
#vriesbreuk en vriezers&lt;br /&gt;
#ato berekenen in cyclus&lt;br /&gt;
#fotokes van vet en golgi app&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2016 ===&lt;br /&gt;
#bespreek celwand van bacterien en schimmels op vlak van structuur, functie en chemische samenstelling&lt;br /&gt;
#inductie en repressie uitleggen adhv lac-operon en trp-operon&lt;br /&gt;
#oef: hoeveel mol ribose-5-P kan je maken uit glutaminezuur? bereken hoeveel ATP je over hebt en schrijf de volledige cycli uit (antwoord 3 mol ribose-5-P) &lt;br /&gt;
#fotos over juncties en chloroplast&lt;br /&gt;
#gelfiltratie uitleggen + hoe daaruit molecuulgewicht proteinen bepalen&lt;br /&gt;
#structuur en werking van een spiercel uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2016 ===&lt;br /&gt;
#bespreek celwand van schimmels en bacterie (moleculair, structuur, functie)&lt;br /&gt;
#bespreek gelfiltratie + hoe kan men de moleculaire massa berekenen van een proteine&lt;br /&gt;
#bespreek de spiercel (werking, structuur)&lt;br /&gt;
#Bespreek genrepressie en geninductie aan de hand van beta galactosidase en tryptofaan&lt;br /&gt;
#metabolisme: hoeveel ribulose 5 fosfaat uit 5 glutaminezuur (geef namen gebruikte wegen + theoretische ATP opbrengst)&lt;br /&gt;
#Structuren desmosoom/dichte junctie en chloroplas&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2016===&lt;br /&gt;
#bespreek de onderzoeken naar de regulatie van de celcyclus (MPF enzo...). Wat kan er misgaan wanneer de regulatie niet goed verloopt? (tumor, p53, oncogenen).. &lt;br /&gt;
#Bespreek oorsprong structuur en functie van glyoxisomen en peroxisomen (bijvraag: waar vind je vb glyoxisomen: noten,zaden) &lt;br /&gt;
# kationuitwisselingschromatografie uitleggen +methode om 4 peptiden te scheiden hiermee uitleggen&lt;br /&gt;
# bespreek: Gs proteine (algemeen, niet adrenaline), Km(enzyme),Prion&lt;br /&gt;
# Hoeveel ATP moeten de lichtreacties maken voor de synthese van 6 mol sucrose via donkerrracties (UDPG niet vergeten)&lt;br /&gt;
# 2 fotos: chloroplast, 10 structuren aanduiden, darmepitheelcel met glycocalix en veel mucus blijkbaar geen lysosomen dus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2016 NM===&lt;br /&gt;
#bespreek microtubuli en de structuren aan die in de cel voorkomen.&lt;br /&gt;
# Welk peptide wordt er gevormd (DNA gegeven)&lt;br /&gt;
# waaruit bestaat een spiercel en bespreek de werking ervan&lt;br /&gt;
# Bespreek de calvin-cyclus. Wat zijn de inputs en wat zijn de outputs? &lt;br /&gt;
#Hoeveel moleculen glycerol hebt je nodig om 9 moleculen ribose-5- fosfaat te maken? ( pentosefosfaat weg omkeren)&lt;br /&gt;
#em foto&#039;s &lt;br /&gt;
#*was een plantencel blaasjes golgi-apparaat aant afzetten was op de fragmoplast&lt;br /&gt;
#*De tweede foto was een slijmbekercel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2016 VM===&lt;br /&gt;
# Structuur glycogeen? Biosynthese er van en afbraak ervan? (Moest blijkbaar adrenaline bij betrekken)&lt;br /&gt;
# aminozuren uitleggen en de structuur van proteine&lt;br /&gt;
#structuur en functie van de celwand bij bacteriën&lt;br /&gt;
#de stappen nodig om een zuivere fractie van polysomen te verkrijgen. Das zo met differentiële centrifugatie &lt;br /&gt;
# hoeveel mol ethanol nodig om 6 mol ribos-6-fosfaat te vormen. &lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s ene was met peroxisoom (kristal in), mitochondrie en chloroplast. 2e was ook vormen van fragmoplast&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties&lt;br /&gt;
# Belangrijkste cel differentiaties bij Planten.&lt;br /&gt;
# Hoe kan men cellen in een oplossing tellen? Hoe gebeurd dit bij bacteriofagen?&lt;br /&gt;
#Teken en bespreek de structuur en functie van de glycocalix bij dieren&lt;br /&gt;
#hoeveel maltose moleculen zijn er nodig bij de synthese van alanine in een cel met een tekort aan energie&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s: een prokaryoot en een spiercel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de enkelvoudige en meervoudige suikers en teken de belangrijkste.&lt;br /&gt;
# apoptose&lt;br /&gt;
# Penicilline en chloramfenicol &lt;br /&gt;
# Opbouw en afbraak van vetten&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s eentje van een floeemcel de andere van een vetdruppels met glyoxisomen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Geef alle soorten lipiden, uitleg, tekening&lt;br /&gt;
# wat is een sarcomeer en leg werking uit,&lt;br /&gt;
# vier woorden: microsoom, beta-mercapto-ethanol, tonofilamenten en dna primase, &lt;br /&gt;
# Geef heel calvincyclus&lt;br /&gt;
# Oefening met al die metabolisme en ATP enzo. Iets mat stearinezuur afbreken tot pyrodruivenzuur ofzo tongue-emoticon&lt;br /&gt;
# 2 fotos : celkern met kristallen en dan blijkbaar een zeefvat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2015 NM ===&lt;br /&gt;
# Alles van de plantencelwand&lt;br /&gt;
# Oef met DNA sequentie en translatie&lt;br /&gt;
# Oxidatieve fosforylatie vs foto fosforylatie&lt;br /&gt;
# Hoe kan je polysomen en ribosomen scheiden&lt;br /&gt;
# Hoeveel mol glycerol heeft een gistcel, die in de G0-fase zit, nodig om met ademhaling 110 Mol ATP te synthetiseren&lt;br /&gt;
# Foto van openbarstende darmepitheelcel (met mucus) en van een plantencel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Structuur en functie van endoplasmatisch reticulum&lt;br /&gt;
# Hoe wordt de activiteit van fosfofructokinase geregeld?&lt;br /&gt;
# Cytoskelet bij planten en dieren&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties&lt;br /&gt;
# hoeveel mol ethanol nodig opdat gistcellen 4 mol ribose-5-P kunnen maken. Welke metabolische weg komen hierbij tussen? Hoeveel ATP blijft er over? &lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s: de eerste was een zenuwcel met microtubuli en de tweede met een peroxisoom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# bespreek suikers en polysacchariden en teken de belangrijkste&lt;br /&gt;
# welke reacties vinden plaats op het thelakoÃ¯dmembraan en wat zijn de inputs en outputs&lt;br /&gt;
# geef uitleg; middenlichaampje, callus, mitosis-promoting factor MPF, blefaroblast&lt;br /&gt;
# hoeveel mol glutaminezuur moet omgezet worden in oxaalazijnzuur om voldoende ATP te maken voor de afbraak van 5 mol stearinezuur&lt;br /&gt;
# bespreek SDS-page en waarvoor dient het&lt;br /&gt;
# foto van floÃ«emcellen en foto van kern met kristallen p p295&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 juni 2014 ===&lt;br /&gt;
#IEP uitleggen en peptiden rangschikken op IEP&lt;br /&gt;
#Transport van voedingsstoffen over de celmembraan bespreken&lt;br /&gt;
#Methoden om de volgorde van enzymen in een metabolische pathway te bepalen&lt;br /&gt;
#Glyoxylzuurcyclus bespreken&lt;br /&gt;
#Hoevel mol glycerol nodig voor 2 mol palimitinezuur&lt;br /&gt;
#Foto van jonge plantencel en van peroxisoom&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2014===&lt;br /&gt;
#Transport van voeding door de membraan&lt;br /&gt;
#Plantencelwand bespreken&lt;br /&gt;
#Bespreek de pentosefosfaatweg (alles)&lt;br /&gt;
#Tellen van bacteriofagen&lt;br /&gt;
#1 mol tripalmitine (vergeet glycerol niet!)&lt;br /&gt;
#Foto van plantencel (chloroplast volledig en ook vacuole enzo) + floeemcel (gedifferentieerde plantencel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2014 ===&lt;br /&gt;
#Leg de rol van enzymen als katalysatoren uit in de metabolische reactie wegen&lt;br /&gt;
#Wat doe adrenaline in de levercellen als je schrikhebt?&lt;br /&gt;
#Leg de weg uit die katalase aflegt in de cel beginnende bij DNA.&lt;br /&gt;
#Leg ionenuitwisselingschromatografie uit.&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol maltose heb je nodig voor de aanmaak van 2 mol stearine? Welke metabolische reactiewegen komen hier bij te pas? Welke zijn de energieleverende/ energie verbruikende stappen?&lt;br /&gt;
#Prent van cel met glycogeenkorrels, RER, SER, mitochondrien etc&lt;br /&gt;
#Prent van plant cel in cytokinese --&amp;amp;gt; aanmaak van middenlamel door fragmoplast etc&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 juni 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Transport over celmembraan&lt;br /&gt;
#Kern met rer tekenen en functie uitleggen &lt;br /&gt;
#Wat doet adrenaline in levercellen&lt;br /&gt;
#Confocale fluorescentie microscopie uitleggen&lt;br /&gt;
#Hoeveel acetaat je nodig hebt voor 3 mol glycerol en waar wordt energie geproduceerd &lt;br /&gt;
#Foto van glycogeenkorrels en van kristallen in kern&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 juni 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#fosfofructokinase van dna tot enzyme de weg die het moet doen en regulatie&lt;br /&gt;
#plantencelwand opbouw componenten en functie&lt;br /&gt;
#tellen van cellen en bacteriofagen&lt;br /&gt;
#hoeveel glucose nodig voor 4 alanine te maken&lt;br /&gt;
#foto van zenuwuitlopers en vorming nieuwe celwand bij planten: fragmoplast&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2013 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de eenvoudige suikers en polysacchariden.&lt;br /&gt;
#Bespreek de biosynthese en afbraak van vetzuren.&lt;br /&gt;
#Wat is de functie van glyoxisomen? Hoe kan je deze zichtbaar maken bij fluorescentie microscopie?&lt;br /&gt;
#Een gistcel kan groeien op ethanol. Om te groeien moet de celwand groeien, deze is opgebouwd uit polymeren van suikers. &lt;br /&gt;
#*Hoeveel mol ethanol is er nodig om 10 mol glucose te maken? &lt;br /&gt;
#*Kan de gistcel groeien op ethanol in anaÃ«roob milieu? (antwoord: p469 laatste 5 regels in middelste stuk)&lt;br /&gt;
#prent aanduiden: &lt;br /&gt;
#*desmosoom &lt;br /&gt;
#*peroxisoom met kristalstructuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2013 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Teken de overgang van kernmembraan naar R.E.R. Wat is de functie van dit laatste?&lt;br /&gt;
#Bespreek geprogrammeerde celdood. Is er een link met kanker?&lt;br /&gt;
#Geef de methode(n) hoe je proteÃ¯nen kan splitsen op basis van hun lading.&lt;br /&gt;
#Hoe werkt het B-galactosidase operon bij E. Coli?&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol glucose kan je maken met 3 mol palmitinezuur? Welke metabolische wegen worden er gevolgd? Hoeveel ATP kan er eventueel gevormd worden?&lt;br /&gt;
#Foto&#039;s:&lt;br /&gt;
#* p254&lt;br /&gt;
#*p218 (ongeveer)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 JUN 2013 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek de secretieweg in een cel van gen tot gesecreteerd eiwit.&lt;br /&gt;
# Als een mens schrik heeft komt er adrenaline vrij. Wat gebeurt er dan in de lever?&lt;br /&gt;
# Hoe werkt SDS-PAGE?&lt;br /&gt;
# Een uitgehongerde zoogdiercel maakt 4 glutaminezuurmoleculen en 2 asparaginezuurmoleculen. Hoeveel fructose is hier voor nodig en hoeveel CO2 wordt er door het organisme geproduceerd bij deze omzetting?&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s: chloroplast tegen celwand aangedrukt door vacuole en celkern met kristallen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 jun 2013 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de celwand vn de bacterie&lt;br /&gt;
#Uitleggen wat MFP met celcyclus te maken heeft en welke drie onderzoeken er toe geleid hebben&lt;br /&gt;
#Confocale fluorecentiemmicroscopie uitleggen&lt;br /&gt;
#Een oefening met hoeveel mol&lt;br /&gt;
#2 prentjes:&lt;br /&gt;
#*floÃ«mcellen&lt;br /&gt;
#*gewoon RER, SER, Peroxisoom, mitochondrÃ¯en aanduiden (kan zijn nog iets)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Examenvragen vanaf 2009=&lt;br /&gt;
== Biochemie ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 27 jun 2011 ===&lt;br /&gt;
#elektronentransportketen uitleggen.&lt;br /&gt;
#Met welke methodes kan je glyoxisomen bestuderen (door microscopische analyse) in de cel?&lt;br /&gt;
#Vetzuren en lipiden bespreken&lt;br /&gt;
#Differentiaties in plantencellen&lt;br /&gt;
#Foto van spiercel + kern delen benoemen.&lt;br /&gt;
#C1 van een glucosemolecule wordt radioactief gemerkt. We zien dat C6 van een 1,6-bisfosfaatfructosemolecule ook radioactieve sporen vertoond. Verklaar dit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 jun 2010 ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de lichtreactie van de fotosynthese.&lt;br /&gt;
#Bespreek hoe je aminozuren en suikers kan scheiden en deze onderling kan scheiden.&lt;br /&gt;
#Bespreek: de weg die wordt afgelegd van DNA tot glycocalyx van een proteÃ¯ne.&lt;br /&gt;
#Hoeveel ribose 5-P kunnen gevormd worden uit 5 moleculen glutaminezuur. Hoeveel ATP komt hierbij vrij?&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s waarbij alle structuren moeten aangeduid worden (chloroplast en jonge plantencel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 8 jun 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
#Bespreek de suikers&lt;br /&gt;
#Bespreek de pentosefosfaatweg (PPP)&lt;br /&gt;
#Bespreek SDS-PAGE&lt;br /&gt;
#Hoeveel molecule alpha-ketoglutaarzuur moeten er in de cel omgezet worden naar fumaarzuur om voldoende ATP te maken voor de synthese van 6 moleculen palmitinezuur (vertrekkende van Acetyl-Coa en uitgaand van het feit dat alle cofactoren aanwezig zijn) ? [Antwoord: 7]&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s waarbij alle structuren moeten aangeduid worden (levercel en prokaryote cel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Chemie == &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 JUN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# celdifferentiatie in ene plantencel&lt;br /&gt;
# transport voeding cel&lt;br /&gt;
# geef de verschillen tussen de glycolyse en de gluconeogenese daar waar de enzymen verschillend zijn&lt;br /&gt;
# 2 stearinezuur omvorme na ribose, er is geen NAD+, geef de cusclussen die je gebruikt, is er atp genoeg, kan het volledig worden omgezet?&lt;br /&gt;
# 2 tekeningen (darmwand en spiercel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 FEB 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek enkelvoudige en meervoudige suikers&lt;br /&gt;
# Welke soorten juncties zijn er en wat is hun functie?&lt;br /&gt;
# Bespreek ionenuitwisselingschromatogafie&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Bespreek aminozuren en ruimtelijke opbouw van proteÃ¯nen &lt;br /&gt;
# Rangschik 5 proteÃ¯nen volgens hun isoelektrisch punt, van hoog naar laag (je krijgt hier dan 5 aminozuursequenties) &lt;br /&gt;
# Teken de overgang tussen kernmembraan en het RER en bespreek de functie van het RER. &lt;br /&gt;
# Bespreek de verschillende centrifugatietechnieken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# bespreek de enkelvoudige en meervoudige suikers&lt;br /&gt;
# bespreek de celwand bij bacterien en schimmels&lt;br /&gt;
# leg uit ionenuitwisselingschromotografie&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s waar ge alles op moet aanduiden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Bespreek de celwand bij planten&lt;br /&gt;
# Bespreek microtubuli en hun structuren&lt;br /&gt;
# SDS-page (blijkbaar moest ge u practicumboek ook kennen :s)&lt;br /&gt;
# foto van kern me kristallen en een bacterie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek vetzuren en lipiden&lt;br /&gt;
# Bespreek wat er allemaal gebeurd en hoe het transport gebeurd van een specifiek proteÃ¯ne vertrekkende van het genome DNA tot aan de glycocalyx (mss iets ander geformuleerd)&lt;br /&gt;
# Bespreek de technieken om een basaalkorrel zichtbaar te maken in de cel. -&amp;amp;gt; ECHT IN FUNCTIE VAN DE BASAALKORREL DOEN DUS adh van het proteÃ¯ne tubuline!!!&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s 1 van die rozetstructuren van glycogeenpartikels en dieje andere was met gwn een celkern met kristalijne kristallen (2 foto&#039;s die hem duidelijk in de les heeft vermeld da ge daar moet op lette)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 JAN 2012 VM ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de nucleinezuren, als monomeer en macromolecule, en hun ruimtelijke structuur bij eukaryoten en prokaryoten.&lt;br /&gt;
#Bespreek het endoplasmatisch reticulum.&lt;br /&gt;
#Bespreek gelfiltratie en leg uit hoe het ka ngebruikt worden om het moleculaire gewicht van een proteine te bepalen.&lt;br /&gt;
#2 EM-fotos, alle structuren aanduiden en de functie ervan geven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 JUN 2011 NM===&lt;br /&gt;
#bespreek de vermenigvuldiging van virussen&lt;br /&gt;
#Bespreek de bio-synthese en afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
#Bespreek de vrijzetting van adrenaline in het bloed&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol ATP wordt er geproduceerd uit 5 mol glucose en 3 mol glycerol? Hoeveel mol glutaminezuur kan worden geproduceerd uit 5 mol glucose en 3 mol glycerol wanneer er genoeg ammoniak in de cel aanwezig is?&lt;br /&gt;
#twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 JUN 2011 VM===&lt;br /&gt;
#Bespreek de cytokinese bij planten.&lt;br /&gt;
#Bespreek het transport van voedingsstoffen naar binnen in de cel.&lt;br /&gt;
#Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese.&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol fructose is er nodig voor de synthese van 3 mol palmitinezuur?&lt;br /&gt;
#twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 JAN 2011===&lt;br /&gt;
#Bespreek de celwand bij planten.&lt;br /&gt;
#Bespreek de proteÃ¯nen en hoe ze zijn opgebouwd in een ruimtelijke structuur.&lt;br /&gt;
#Geef de belangrijkste verschillen tussen gram positieve en gram negatieve bacteriÃ«n en hoe kan je die van elkaar onderscheiden?&lt;br /&gt;
#Bespreek moleculaire exclusiechromatografie en hoe kan je hiermee het MW van een eiwit bepalen?&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 JUN 2010===&lt;br /&gt;
# Bespreek de structuur en werking van spiercellen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese.&lt;br /&gt;
# Hoeveel ATP wordt er geproduceerd bij afbraak van 5 mol glycerol en 2 mol glucose? stel: Glutaminezuur tekort in de cel, hoeveel mol glutaminezuur kan geproduceerd worden met 5 mol glycerol en 2 mol glucose?&lt;br /&gt;
# Hoe werkt adrenaline?&lt;br /&gt;
# Hoe werkt het tryptofaan operon bij aanwezigheid en afwezigheid van tryptofaan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 JUN 2010===&lt;br /&gt;
# Bespreek differentiatie van plantaardige cellen&lt;br /&gt;
# Bespreek gemedieerd transport&lt;br /&gt;
# Bespreek de glyoxyzuurcyclus (waar, in- en outputs en waar de producten verder naartoe gaan...)&lt;br /&gt;
# Hoeveel fructosemoleculen heb je nodig om 4 moleculen glutaminezuur en 2 moleculen asparaginezuur te maken. Hoeveel CO2 wordt hierbij gemaakt? Leg uit a.d.h.v. metabolische wegen.&lt;br /&gt;
# Bespreek hoe de enzymes elkaar opvolgen (niet in deze woorden, maar &#039;t komt erop neer)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 JAN 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
#Bespreek de structuur en de functie van microtubuli en de verschillende structuren die hieruit zijn opgebouwd. (p. 240-261)&lt;br /&gt;
#Bespreek de ruimtelijke structuur van eiwitten. (p. 53-60)&lt;br /&gt;
#Bespreek de verschillende centrifugatie methoden. (p. 285-290)&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 JAN 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
#Bespreek de celwand bij planten. (bijvragen over de chemische opbouw van (hemi)cellulose, extensises,...)&lt;br /&gt;
#Bespreek RNA transcriptie en DNA duplicatie.&lt;br /&gt;
#Bespreek de moleculaire exclusiechromatografie.&lt;br /&gt;
#2 foto&#039;s van cel(onderdelen). Alles benoemen, ook vanzelfsprekendheden (cytoplasma,...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 JAN 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
# Bespreek de enkelvoudige en de meervoudige sacchariden (bijvraag: hoe heeft men de L en D suikers bepaald, met welk suiker hebben ze dit gedaan)&lt;br /&gt;
# Bespreek de overgang van het kernmembraan en het RER en geef de functie van het RER&lt;br /&gt;
# Bespreek SDS PAGE&lt;br /&gt;
# Duid op de volgende 2 foto&#039;s de delen aan (ALLES aanduiden, cytoplasma en alles wat ook &#039;normaal&#039; lijkt!)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
leer ALLE details!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Examenvragen van 2007 - 2009=&lt;br /&gt;
=== 2 sept 2009 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Van Dijck&lt;br /&gt;
# Bespreek de enkelvoudige en meervoudige suikers.&lt;br /&gt;
# Bespreek de verschillende plastiden.&lt;br /&gt;
# Welke techniek kan men gebruiken om celmembranen te bestuderen onder de EM? Bespreek de twee varianten.&lt;br /&gt;
# Twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Thevelein&lt;br /&gt;
* Hoofdvraag&lt;br /&gt;
*# Bespreek het verband tussen de elektrontransportketen en oxidatieve fotofosforylatie.&lt;br /&gt;
* Bijvragen&lt;br /&gt;
*# Glyoxylzuurcyclus&lt;br /&gt;
*# Hoeveel glucosemoleculen heeft een schimmelcel nodig om 2 glutaminezuur en 4 asparaginezuur te maken? Wordt er hierbij ook CO2 geproduceerd en indien ja, hoeveel?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 Juni 2009 - Chemie - Thevelein ===&lt;br /&gt;
* hoofdvragen&lt;br /&gt;
*# Bespreek de Krebscyclus.&lt;br /&gt;
*# Bespreek de lichtreactie vd fotosynthese.&lt;br /&gt;
*# Leg genrepressie en geninductie uit aan de hand van klassieke voorbeelden.&lt;br /&gt;
* bijvragen&lt;br /&gt;
*# Wat is groepstranslocatie?&lt;br /&gt;
*# Bereken hoeveel mol ATP er wordt vrijgezet bij de volledige oxidatie van 1 mol tristearine.&lt;br /&gt;
*# Nog een oefening zoals hierboven maar nu met aminozuren enzo...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 Juni 2009 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Van Dijck &lt;br /&gt;
# bespreek de structuur van microtubuli en de structuren die eruit bestaan.&lt;br /&gt;
# Bespreek de nucleÃ¯nezuren en nucleotiden en hun ruimtelijke structuren.&lt;br /&gt;
# Leg gelchromatografie (??) (da met gelbollekes sorteren) uit en hoe je het molecuulgewicht v eiwitten hiermee kan berekenen.&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s uit oefenzittingen&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
Thevelein&lt;br /&gt;
* hoofdvraag&lt;br /&gt;
*# Vergelijk gluconeogenese en glycolyse (startproducten, plaats id cel,..)&lt;br /&gt;
* bijvragen&lt;br /&gt;
*# bespreek glyoxylzuurcyclus&lt;br /&gt;
*# Bereken hoeveel moleculen glucose een schimmelcel nodig heeft om 2 moleculen glutaminezuur en 4 moleculen asparaginezuur te produceren. Wordt hierbij CO2 gevormd en zo ja hoeveel? Leg uit adhv de gebruikte cycli.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 Juni 2009 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Van Dijck &lt;br /&gt;
# bespreek de celwand bij planten&lt;br /&gt;
# bespreek peroxisomen en glyoxisomen&lt;br /&gt;
# rankschik de volgende peptiden volgens iso-elektrisch punt. en wat is iso-elektrisch punt. vb.COOH-cysteÃ¯ne-proline-histidine-cysteÃ¯ne-lysine-methionine-asparaginezuur-NH2&lt;br /&gt;
# 2 fotos: 1 van een chloroplast, en 1 van een zenuwcel&lt;br /&gt;
Thevelein&lt;br /&gt;
*hoofdvraag&lt;br /&gt;
*# bespreek de lichtreacties van de fotosynthese&lt;br /&gt;
*bijvragen&lt;br /&gt;
*#geef volledige metabolische weg om asparaginezuur te vormen uit glycerol en NH3&lt;br /&gt;
*#Kan een cel in anaÃ«robe omstandigheden het meest ATP halen uit glucose via de Glycolyse of eerst via PP(pentosfosfaatweg).en toon aan.-&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 jan 2009 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
# Bespreek nucleotiden en nucleÃ¯nezuren&lt;br /&gt;
# Welke soorten juncties zijn er en wat is hun functie?&lt;br /&gt;
# Hoe kan je aminozuren van suikers scheiden en hoe kan je ze verder opzuiveren?&lt;br /&gt;
# Teken het celmembraan (of was de vraag nu glycocalyx?) van een dierlijke cel en duidt de onderdelen aan.&lt;br /&gt;
# Wat is het iso-elektrisch punt van een proteÃ¯ne en wat ben je ermee?&lt;br /&gt;
# 2 fotos: 1 van een prokaryote cel, en 1 van een plantencel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2009 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
# bespreek de enkelvoudige en de meervoudige sacchariden (bijvraag: hoe heeft men de L en D suikers bepaald, met welk suiker hebben ze dit gedaan)&lt;br /&gt;
# bespreek de overgang van het kernmembraan en het RER en geef de functie van het RER&lt;br /&gt;
# bespreek SDS PAGE&lt;br /&gt;
# duid op de volgende 2 foto&#039;s de delen aan (ALLES aanduiden, cytoplasma en alles wat ook &#039;normaal&#039; lijkt!)&lt;br /&gt;
leer ALLE details!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 aug 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Hoofdvraag:&lt;br /&gt;
*# Bespreek de samenstelling en mechanisme van elektronentransportketen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Bijvragen:&lt;br /&gt;
*# Welke reacties worden gekatalyseerd door volgende enzymes:&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat decarboxylase&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat dehydrogenase&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat kinase&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat carboxylase&lt;br /&gt;
*# een cel zet oxaalazijnzuur, citroenzuur en NH3 om in asparaginezuur en glutaminezuur, geef de reactie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# bespreek structuur en functies van de microtubuli en bespreek de structure waar ze voorkome (/3)&lt;br /&gt;
# bespreek structuur van de proteÃ¯nen en waar komen deze voor (/3)&lt;br /&gt;
# hoe kan je het molecuulgewicht van een proteÃ¯ne bepalen met exclusiechromatografie (/2)&lt;br /&gt;
# wat is hemicellulose? (/1)&lt;br /&gt;
# duid celorganellen aan op de prent (/1) --&amp;amp;gt; twas een levercel met veel secretiepartikels&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 jun 2008 - Chemie - Thevelein ===&lt;br /&gt;
Hoofdvragen:&lt;br /&gt;
# e-transport&lt;br /&gt;
# pentosefosfaatweg&lt;br /&gt;
# regulatie van het metabolisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen:&lt;br /&gt;
# glyoxylzuurcyclus&lt;br /&gt;
# glucose+NH3--&amp;amp;gt;glutaminezuur+CO2 hoeveel ATP wordt er geproduceerd (aeroob organisme)&lt;br /&gt;
# synthese van trehalose uit glucose dat via symport in de cel komt. Hoeveel ATP moet er via melkzuurgisting gewonnen worden om 2 trehalose moleculen te vervaardigen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 jun 2008 - Chemie - Thevelein === &lt;br /&gt;
Hoofdvragen&lt;br /&gt;
# Bespreek de Krebscyclus&lt;br /&gt;
# Bespreek het membraantransport en de membraanpotentiaal&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen&lt;br /&gt;
# Adrenaline als glucosevrijzetter&lt;br /&gt;
# Bespreek in detail de biosynthese en afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
# Een bacteriÃ«le cel in aÃ«robe omstandigheden zet glucose om in pyrodruivenzuur. Waar wordt het meeste ATP geproduceerd, via de glycolyse of via de pentosefosfaatweg?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2008 - Chemie - Thevelein===&lt;br /&gt;
Hoofdvragen:&lt;br /&gt;
# Bespreek de calvincyclus.&lt;br /&gt;
# Bespreek membraantransport en bespreek hoe membraanpotentiaal hierbij tussenkomt.&lt;br /&gt;
# Bespreek de regulatie van het metabolisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen:&lt;br /&gt;
# Glyoxylzuurcyclus.&lt;br /&gt;
# Adrenaline als glucose vrijzetter.&lt;br /&gt;
# Een denkvraag ivm proton-motive en dinitrofenol.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
# lichtreacties&lt;br /&gt;
# oefeningen:&lt;br /&gt;
#* tristearaat, hoeveel ATP wordt er gevormd&lt;br /&gt;
#* vorming van asparaginezuur en glyoxylzuur uit citroenzuur en NH3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* schriftelijk&lt;br /&gt;
*# soorten bindingen in macromolecules, tekenen +bespreken&lt;br /&gt;
*# wat is threhalose, mesozoom&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* mondeling&lt;br /&gt;
*# endoplasmatisch riticulum bespreken&lt;br /&gt;
*# microtubuli bespreken&lt;br /&gt;
*# plaatsbepaling van moleculen in de cel, methoden bespreken&lt;br /&gt;
*# 2 foto&#039;s herkennen+organellen benoemen: lever en oliehoudende zaden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 jun 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
* Grote vraag: &lt;br /&gt;
*# membraantransport bespreken&lt;br /&gt;
* Bijvragen: &lt;br /&gt;
*# ge hebt 24 glucosemoleculen, die ge via PP en dÃ¡n pas de glycolyse gaat afbreken tot acetyl-CoA, waarna ge X aantal palmitinemoleculen gaat opbouwen. Hoeveel ATP wordt er gevormd? En hoeveel NADPH hebt ge tekort?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Schriftelijk:&lt;br /&gt;
*# bespreek RNA en DNA&lt;br /&gt;
*# leg uit: &lt;br /&gt;
*#* isopycnische centrifugatie &lt;br /&gt;
*#* mycoplasma&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Mondeling:&lt;br /&gt;
*# bespreek mono- en polysachariden&lt;br /&gt;
*# celwand bij bacterien + Gram positieve en Gram negatieve bacterien&lt;br /&gt;
*# ionenuitwisselingschromatografie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 jun 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
* hoofdvraag:&lt;br /&gt;
*# Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese&lt;br /&gt;
* Bijvragen:&lt;br /&gt;
*# Bespreek hoe er geninductie en genexpressie bij Escheria coli plaatsvindt&lt;br /&gt;
*# Oefening ivm de metabolische wegen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Schriftelijk&lt;br /&gt;
*# teken (cyclisch) alfa-D-glucose, beta-D-Fructose, sucrose en nummer de koolstoffen&lt;br /&gt;
*# Leg uit: &lt;br /&gt;
*#* mesosoom &lt;br /&gt;
*#* connexon&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Mondeling&lt;br /&gt;
*# Teken hoe het kernmembraan in het RER overgaat, en geef de functie van dit RER&lt;br /&gt;
*# Bespreek de ruimtelijke structuur van proteÃ¯nen&lt;br /&gt;
*# Leg uit hoe men plasmiden kan identificeren met behulp van restrictie-enzymen aan de hand van een voorbeeld&lt;br /&gt;
*# Duid de organellen aan op de cel (chloroplast en bacteriofaag)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 jan 2008 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# geef de structuur en de functies van de mitochondrieÃ«n&lt;br /&gt;
# beschrijf de weg die een proteine X aflegt beginnend in de kern die voor de glycocalyx bestemd is.&lt;br /&gt;
# beschrijf de verschillende centrifugatietechnieken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# wat is het iso-elektrisch punt van proteÃ¯nen en rangschik de volgende proteÃ¯nen volgens stijgende theoretische waarde van het iso-elektrisch punt. De proteÃ¯nen werden gegeven door telkens een keten van 11 aminozuren.&lt;br /&gt;
# Beschrijf en teken schematisch de componenten van de glycocalyx&lt;br /&gt;
# verklaar: &lt;br /&gt;
#* mesosoom&lt;br /&gt;
#* connexon&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 jan 2008 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
Schriftelijk deel&lt;br /&gt;
# rangschik van polair naar apolair (aceton, 1-propanol, diethylether, fenol, benzylalcohol) [in de vraag werden prentjes van de moleculen gegeven, en niet de namen], en zeg wat apolariteit bepaalt.&lt;br /&gt;
# teken (cyclisch) alfa-D-glucose, beta-D-Fructose, sucrose.&lt;br /&gt;
# Leg uit:&lt;br /&gt;
#* Dictyosoom &lt;br /&gt;
#* Blefaroplast&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
# Teken hoe het kernmembraan in het RER overgaat, en geef de functie van dit RER&lt;br /&gt;
# Bespreek de ruimtelijke structuur van proteÃ¯nen&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe men plasmiden kan identificeren met behulp van restrictie-enzymen aan de hand van een voorbeeld&lt;br /&gt;
# Duid de organellen aan op de cel (de twee cellen waren een zenuwcel en een chloroplast)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Examenvragen tot en met 2006=&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
Hoofdvragen: theorie&lt;br /&gt;
# bespreek hoe een cel aan zijn membraanpotentiaal komt + hoe deze aangewend wordt bij het membraantransport&lt;br /&gt;
# bespreek de Calvin Cyclus (functie, intermedairen, ...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hoofdvragen oefeningen&lt;br /&gt;
# practicum: bespreek PAGE bij proteÃ¯nen en hoe we de molecuulgroote ervan kunnen afleiden&lt;br /&gt;
# duid zo veel mogelijk celstructuren aan&lt;br /&gt;
# duid de volgende processen aan waar ze voorkomen in de cel aan op de tekening: NADPH productie, energieproductie, chromatine en integrale proteÃ¯nen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen&lt;br /&gt;
# bespreek hoe adrenaline de glucoseproductie in de cel regelt&lt;br /&gt;
# Een cel maakt uit oxaalazijnzuur, citroenzuur en NH3 de aminozuren glutaminezuur en asparaginezuur. Geef een reactievergelijking en houd rekening met ATP, NAD, FAD, H2O en CO2.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marike</name></author>
	</entry>
</feed>