
<?xml version="1.0"?>
<feed xmlns="http://www.w3.org/2005/Atom" xml:lang="nl">
	<id>https://wiki.chemika.be/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=Maxime+vdB</id>
	<title>Chemika Examenwiki - Gebruikersbijdragen [nl]</title>
	<link rel="self" type="application/atom+xml" href="https://wiki.chemika.be/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=Maxime+vdB"/>
	<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Speciaal:Bijdragen/Maxime_vdB"/>
	<updated>2026-07-28T08:21:58Z</updated>
	<subtitle>Gebruikersbijdragen</subtitle>
	<generator>MediaWiki 1.43.0</generator>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Industri%C3%ABle_Chemie&amp;diff=2167</id>
		<title>Industriële Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Industri%C3%ABle_Chemie&amp;diff=2167"/>
		<updated>2020-06-16T10:10:40Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Maxime vdB: /* 15 juni 2020 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Machemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het vak Industrial Chemistry wordt nu gegeven door Alain Molinard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze info is niet meer relevant.Vak op 6 stp gedoceerd door Jan Remeysen (werkt bij BASF, maar dat zal vanzelf wel duidelijk worden). Het examen is mondeling met schriftelijke voorbereiding. Het mondeling zelf duurt wel lang, omdat Remeysen veel bijvragen stelt en graag over andere dingen praat (het mondeling is echt wel chill). Wat wel belangrijk is, is dat LETTERLIJK elk woord, concept of zin die in de cursus staat of in de les gezegd wordt (!!) een mogelijke vraag is op het examen. Opletten en zeer goed notities bijhouden is dus een must tijdens de lessen (en zeker niet te veel aan je thesis werken tijdens de lessen ;) ). De examenvragen worden vrijwel gerecycleerd, maar gaan dus vaak verder dan de vragen zelf op papier. In eenzelfde jaar stelt hij normaal niet dezelfde vragen op verschillende dagen (tenzij over energie en innovatie, zie verder), maar de reeks van de namiddag heeft wel steeds dezelfde vragen als die van de voormiddag (let wel, dit is tot nu toe zo geweest en kan mogelijks veranderen. Verantwoordelijkheid ligt uiteraard bij jezelf). Elk examen bevat minstens 3 vragen van een bepaalde soort: Rentabiliteit, Energie en Innovatie. De rentabiliteitsoefening is steeds gelijkaardig, maar wel een ander vraagstuk. De energie-vraag is vaak een artikel lezen en bespreken (soms wordt hetzelfde artikel gevraagd bij verschillende reeksen). De vraag over innovatie is de opdracht uit het hoorcollege waarbij je zelf een voorbeeld van innovatie meebrengt naar het examen en het bespreekt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2020 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Beargumenteer waarom vaste katalysatoren in de aanwezigheid van gasvormige reagentia zo populair zijn in de industrie. Beschrijf de 3 reactoren die gebruikt worden en vergelijk hun voordelen en nadelen.&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen vaste en variabele kosten en geen minstens twee voorbeelden van elk. &lt;br /&gt;
# Leg uit kort uit: off-line, online en inline analyse. Geef een korte beschrijving, en welke voordelen hebben inline en online t.o.v. off-line?&lt;br /&gt;
#Broeikasgas uitstoot (GHG emissie) is gedaald met 57%. Leg uit in het algemeen wat de grootste oorzaken zijn van GHG emissie in de chemische industrie, en wat de redenen kunnen zijn dat de uitstoot daalt ondanks dat het productie volume toeneemt.&lt;br /&gt;
# Leg volgend principe uit: methoden en concepten van EHSQ systemen focussen op continue verbetering, gebaseerd op het PDCA-principe&lt;br /&gt;
# Hoe definieer je: circulaire economie en de verschillen met lineaire en recycling economie &amp;amp; risico&#039;s en opportuniteiten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 Juni 2019 VM ===&lt;br /&gt;
alain&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 1: uitleggen online (bijvraag verschil off line, in line)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NIR als meetinstrument on line (waar staat de IR zelf, waarom (trillingen installatie enzo))&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 2: Talent management, waarom is het nuttig voor bedrijf en werknemer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
verschil talent en competence&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 3: wat is een sustainable company, waar houdt deze rekening mee, hoe doet deze dat (people profit planet etc)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
jan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 1: rent analyse&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 2: procesveiligheid. je krijgt een schema van die tank met veiligheidsmaatregelen (quenching tank enzo)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
waaruit komen de maatregelen voort, wat zijn de soorten maatregelen (primair, secundair)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 3: energiebeleid, hoe in een bedrijf. wat zijn de pijlers van energiebeleid in europa. (geen getallen, algemeen) Artikel over benchmarking. waarom is er een limiet aan co2 vermindering? (thermodynamisch optimum)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 Juni 2019 VM === &lt;br /&gt;
Deel Jan&lt;br /&gt;
#Bespreking rentabiliteit van je businessplan: vraagt vooral hoe je NPV etc hebt berekend.&lt;br /&gt;
#ammoniak synthese: 2 grafieken gegeven uit de slides en hiermee het effect van de temperatuur en druk uitleggen op de synthese.&lt;br /&gt;
Uitleggen hoe de Fe katalysator wordt gereduceerd en de rol van water hierin bespreken.&lt;br /&gt;
Uitleggen waarom de Fe katalysator zo belangrijk is voor je ammoniak synthese.&lt;br /&gt;
#Je krijgt een artikel over energiebeleid + Waarom is energiebeleid belangrijk en bespreek de algemene pijlers voor energiebeleid in Europa in de toekomst. (Zelfde als 21/06 VM)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deel Alain&lt;br /&gt;
#Wat is circulaire economie en wat is het verschil met recycling economie. Geef de opportunities en threats die het oplost.&lt;br /&gt;
#Vraag over EHSQ over energiemanagement, waarom je het moet doen en hoe, ISO 50001 uitleggen enzo, people planet profit.&lt;br /&gt;
#Wat is het verschil tussen talentmanagement en kijken naar competenties in HR. Welke voordelen geeft het voor het bedrijf en voor de werknemer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2019 voormiddag ===&lt;br /&gt;
ALAIN: &lt;br /&gt;
- een geïntegreerd zorgsysteem werkt volgens het principe van PDCA, leg dit uit. (EHSQ)&lt;br /&gt;
- near IR kan gebruikt worden als online techniek voor de kwaliteit van het staal te bepalen. Alles uitleggen, online, near IR, in welke toepassing we da gezien hebben (tekening best geven) (EHSQ)&lt;br /&gt;
- Waarom heeft een bedrijf een visie en hoe zorgen ze ervoor dat hun arbeiders dit naleven. (Strategie, visie en missie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JAN&lt;br /&gt;
- rentabiliteit van businessplan (payback time, NPV, NPI, Depreciation en Discount rate)&lt;br /&gt;
- wat is het verschil tussen gevaar en risico? Wat is een risicoanalyse en hoe zorgen ze ervoor dat deze correct uitgevoerd wordt? Efficiëntie van de mogelijke risico vermindering. (Occupational safety)&lt;br /&gt;
- een artikel rond energie: bespreek de zin die aangeduid is (energie), hoe wordt er in de chemische industrie gewerkt aan energie-efficiëntie (hoofdstukken gecombineerd), bespreek de pijlers waar men in Europa in de toekomst op richt (klimaat)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Apart bij een van hen: &lt;br /&gt;
businessplan bespreken: random vragen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
zie examen 27 juni 2017&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2018 voormiddag===&lt;br /&gt;
zie examen 24 juni 2017&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 juni 2018 voormiddag===&lt;br /&gt;
zie examen 23 juni 2017&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2017 namiddag===&lt;br /&gt;
#Geef de pijlers van talent management en geef enkele voorbeelden/concepten om deze pijlers te illustreren. &lt;br /&gt;
#Ethyleenoxide&lt;br /&gt;
##Uit welke 4 componenten bestaat de katalysator? Hoe wordt deze katalysator gemaakt en waarom op deze manier? Wat is het effect op de samenstelling van de katalysator? &lt;br /&gt;
##Bespreek het mechanisme voor de vorming van ethyleenoxide (TPR-massaspectrum gegeven).&lt;br /&gt;
##Waarom wordt een ethyleenoxide installatie vaak gecombineerd met een ethyleenglycol installatie?&lt;br /&gt;
#Procesveiligheid&lt;br /&gt;
##Bespreek de veiligheidsmaatregelen die genomen worden bij de ammoniumnitraat tank (afbeelding van de AN tank gegeven met ALLE veiligheidsmaatregelen al op getekend: primaire voor proces, primaire voor fouten en secundaire). &lt;br /&gt;
##Welk aanpak schuilt er achter deze maatregelen? &lt;br /&gt;
#Rentabiliteit (ingevulde tabel gegeven)&lt;br /&gt;
##Hoe komt men aan de kosten/baten?&lt;br /&gt;
##Bespreek de afschrijvingswaarden. &lt;br /&gt;
##Hoe gaat men van de netto cash flow naar de geactualiseerde netto cash flow in jaar 5?&lt;br /&gt;
##Is het project rendabel?&lt;br /&gt;
#Energie (heel kort artikel gegeven)&lt;br /&gt;
##Waarom is het verantwoord om van een veilingsysteem naar een benchmarksysteem over te schakelen?&lt;br /&gt;
##Wat is het energiebeleid in de chemie (staat los van het artikel)?&lt;br /&gt;
#Innovatie: eigen voorbeeld uit het hoorcollege.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 juni 2017 voormiddag en namiddag===&lt;br /&gt;
#Visie (zie andere jaren)&lt;br /&gt;
#NH3 synthese (zie andere jaren)&lt;br /&gt;
#Historische evolutie in arbeidsveiligheid, procesveiligheid en milieu (zie andere jaren)&lt;br /&gt;
#Artikel over energie (zie andere jaren)&lt;br /&gt;
#Rentabiliteit (zie andere jaren)&lt;br /&gt;
#Innovatie (zie andere jaren)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2017 voormiddag en namiddag===&lt;br /&gt;
#Wat is een zorgsysteem en wat is het nut voor een onderneming?&lt;br /&gt;
#Risicoanalyse&lt;br /&gt;
##Wat is het verschil tussen risico en gevaar?&lt;br /&gt;
##Hoe neem je juiste risico reductie maatregelen en de kosten efficiëntie?&lt;br /&gt;
##Wat is een risicoanalyse en hoe wordt er gezorgd dat deze juist gemaakt wordt?&lt;br /&gt;
#Kraken	&lt;br /&gt;
##Waarom wordt kraken toegepast?&lt;br /&gt;
##Wat zijn gelijkenissen en verschillen tussen thermisch en stoomkraken?&lt;br /&gt;
##Waarom wordt katalytisch kraken toegepast?&lt;br /&gt;
##Beschrijf kraakscherpte a.h.v. figuur&lt;br /&gt;
#Rentabiliteitsanalyse&lt;br /&gt;
##Hoe kom je aan kosten/baten?&lt;br /&gt;
##Hoe ga je van cashflow naar actuele cashflow?&lt;br /&gt;
##Is de onderneming rendabel?&lt;br /&gt;
##Leg de afschrijvingen uit&lt;br /&gt;
#Artikel over energie-efficiëntie: &lt;br /&gt;
##zin in aangeduid en uitleggen&lt;br /&gt;
##Hoe werken chemische bedrijven mee aan energie-efficiëntie&lt;br /&gt;
#Innovatie: oefening uit hoorcollege, breng je eigen voorbeeld mee&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2014 voormiddag en namiddag===&lt;br /&gt;
#Wat is een zorgsysteem? Wat is het nut ervan voor de onderneming?&lt;br /&gt;
#Synthese van ammoniak (2 grafieken uit cursus gegeven)&lt;br /&gt;
##Bespreek de invloed van temperatuur, druk en reactievoering op de keuze van de omstandigheden voor de ammoniaksynthesereactie. &lt;br /&gt;
##Hoe wordt de katalysator geactiveerd? Wat is de rol van waterdamp hierin?&lt;br /&gt;
##Bespreek volgende stelling &amp;quot;De katalysator is het hart van de ammoniakfabriek&amp;quot;. &lt;br /&gt;
#Bespreek de historische evolutie in het aanpakken van volgende problematieken:&lt;br /&gt;
##procesveiligheid&lt;br /&gt;
##arbeidsveiligheid&lt;br /&gt;
##milieu&lt;br /&gt;
#Rentabiliteitsanalyse: Een bedrijf wil het vullen van vaten automatiseren. Hierbij komt kijken een investeringskost, een negatieve kost vanwege verminderen van energieverbruik en ontslaan van 2 werknemers, en een positieve kost vanwege sociale bijdrage. Tabel gegeven.&lt;br /&gt;
##Is deze investering rendabel?&lt;br /&gt;
##Wat is het verschil tussen de waarden in de rij &#039;Totale cashflow&#039; en &#039;Verdisconteerde cashflow&#039;?&lt;br /&gt;
##Nog een paar kleine vraagjes&lt;br /&gt;
#Vraag over innovatie (die zelf naar het examen meegebracht moest worden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 juni 2014 voormiddag en namiddag===&lt;br /&gt;
#Waarom definieert een onderneming een visie? En hoe wordt deze nagestreefd?&lt;br /&gt;
#kraken&lt;br /&gt;
##Waarom wordt er gekraakt?&lt;br /&gt;
##Geef de gelijkenissen en verschillen tussen thermisch kraken en stoomkraken&lt;br /&gt;
##Waarom werd katalytisch kraken ontwikkeld?&lt;br /&gt;
##Geef aan de hand van de figuur weer wat er bedoeld wordt met kraakscherpte (figuur over kraakscherpte gegeven)&lt;br /&gt;
#Veiligheid&lt;br /&gt;
##Wat is een risico-analyse?&lt;br /&gt;
##Bespreek efficiëntie (kosten-effeciëntie/verhaal van kat en muis)&lt;br /&gt;
#Rentabiliteit (schema en opgave gegeven)&lt;br /&gt;
##Hoe kom je aan de kosten/baten?&lt;br /&gt;
##Bespreek wettelijke afschrijvingen&lt;br /&gt;
##Bespreek hoe je in jaar 5 aan de actuele waarde komt.&lt;br /&gt;
##Is het rendabel?&lt;br /&gt;
#energie-efficiëntie&lt;br /&gt;
##Artikel gegeven, bespreek daar een zin uit.&lt;br /&gt;
##Hoe wordt er in de chemische industrie zuinig omgegaan met energie?&lt;br /&gt;
#innovatie: oefening uit hoorcollege.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Maxime vdB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Industri%C3%ABle_Chemie&amp;diff=2166</id>
		<title>Industriële Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Industri%C3%ABle_Chemie&amp;diff=2166"/>
		<updated>2020-06-16T08:09:38Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Maxime vdB: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Machemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het vak Industrial Chemistry wordt nu gegeven door Alain Molinard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze info is niet meer relevant.Vak op 6 stp gedoceerd door Jan Remeysen (werkt bij BASF, maar dat zal vanzelf wel duidelijk worden). Het examen is mondeling met schriftelijke voorbereiding. Het mondeling zelf duurt wel lang, omdat Remeysen veel bijvragen stelt en graag over andere dingen praat (het mondeling is echt wel chill). Wat wel belangrijk is, is dat LETTERLIJK elk woord, concept of zin die in de cursus staat of in de les gezegd wordt (!!) een mogelijke vraag is op het examen. Opletten en zeer goed notities bijhouden is dus een must tijdens de lessen (en zeker niet te veel aan je thesis werken tijdens de lessen ;) ). De examenvragen worden vrijwel gerecycleerd, maar gaan dus vaak verder dan de vragen zelf op papier. In eenzelfde jaar stelt hij normaal niet dezelfde vragen op verschillende dagen (tenzij over energie en innovatie, zie verder), maar de reeks van de namiddag heeft wel steeds dezelfde vragen als die van de voormiddag (let wel, dit is tot nu toe zo geweest en kan mogelijks veranderen. Verantwoordelijkheid ligt uiteraard bij jezelf). Elk examen bevat minstens 3 vragen van een bepaalde soort: Rentabiliteit, Energie en Innovatie. De rentabiliteitsoefening is steeds gelijkaardig, maar wel een ander vraagstuk. De energie-vraag is vaak een artikel lezen en bespreken (soms wordt hetzelfde artikel gevraagd bij verschillende reeksen). De vraag over innovatie is de opdracht uit het hoorcollege waarbij je zelf een voorbeeld van innovatie meebrengt naar het examen en het bespreekt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2020 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Beargumenteer waarom vaste katalysatoren in de aanwezigheid van gasvormige reagentia zo populair zijn in de industrie. Beschrijf de 3 reactoren die gebruikt worden en vergelijk hun voordelen en nadelen.&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen vaste en variabele kosten en geen minstens twee voorbeelden van elk. &lt;br /&gt;
# Leg uit kort uit: off-line, online en inline analyse. Geef een korte beschrijving, en welke voordelen hebben inline en online t.o.v. off-line?&lt;br /&gt;
# Leg volgend principe uit: methoden en concepten van EHSQ systemen focussen op continue verbetering, gebaseerd op het PDCA-principe&lt;br /&gt;
# Hoe definieer je: circulaire economie en de verschillen met lineaire en recycling economie &amp;amp; risico&#039;s en opportuniteiten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 Juni 2019 VM ===&lt;br /&gt;
alain&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 1: uitleggen online (bijvraag verschil off line, in line)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NIR als meetinstrument on line (waar staat de IR zelf, waarom (trillingen installatie enzo))&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 2: Talent management, waarom is het nuttig voor bedrijf en werknemer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
verschil talent en competence&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 3: wat is een sustainable company, waar houdt deze rekening mee, hoe doet deze dat (people profit planet etc)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
jan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 1: rent analyse&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 2: procesveiligheid. je krijgt een schema van die tank met veiligheidsmaatregelen (quenching tank enzo)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
waaruit komen de maatregelen voort, wat zijn de soorten maatregelen (primair, secundair)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 3: energiebeleid, hoe in een bedrijf. wat zijn de pijlers van energiebeleid in europa. (geen getallen, algemeen) Artikel over benchmarking. waarom is er een limiet aan co2 vermindering? (thermodynamisch optimum)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 Juni 2019 VM === &lt;br /&gt;
Deel Jan&lt;br /&gt;
#Bespreking rentabiliteit van je businessplan: vraagt vooral hoe je NPV etc hebt berekend.&lt;br /&gt;
#ammoniak synthese: 2 grafieken gegeven uit de slides en hiermee het effect van de temperatuur en druk uitleggen op de synthese.&lt;br /&gt;
Uitleggen hoe de Fe katalysator wordt gereduceerd en de rol van water hierin bespreken.&lt;br /&gt;
Uitleggen waarom de Fe katalysator zo belangrijk is voor je ammoniak synthese.&lt;br /&gt;
#Je krijgt een artikel over energiebeleid + Waarom is energiebeleid belangrijk en bespreek de algemene pijlers voor energiebeleid in Europa in de toekomst. (Zelfde als 21/06 VM)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deel Alain&lt;br /&gt;
#Wat is circulaire economie en wat is het verschil met recycling economie. Geef de opportunities en threats die het oplost.&lt;br /&gt;
#Vraag over EHSQ over energiemanagement, waarom je het moet doen en hoe, ISO 50001 uitleggen enzo, people planet profit.&lt;br /&gt;
#Wat is het verschil tussen talentmanagement en kijken naar competenties in HR. Welke voordelen geeft het voor het bedrijf en voor de werknemer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2019 voormiddag ===&lt;br /&gt;
ALAIN: &lt;br /&gt;
- een geïntegreerd zorgsysteem werkt volgens het principe van PDCA, leg dit uit. (EHSQ)&lt;br /&gt;
- near IR kan gebruikt worden als online techniek voor de kwaliteit van het staal te bepalen. Alles uitleggen, online, near IR, in welke toepassing we da gezien hebben (tekening best geven) (EHSQ)&lt;br /&gt;
- Waarom heeft een bedrijf een visie en hoe zorgen ze ervoor dat hun arbeiders dit naleven. (Strategie, visie en missie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JAN&lt;br /&gt;
- rentabiliteit van businessplan (payback time, NPV, NPI, Depreciation en Discount rate)&lt;br /&gt;
- wat is het verschil tussen gevaar en risico? Wat is een risicoanalyse en hoe zorgen ze ervoor dat deze correct uitgevoerd wordt? Efficiëntie van de mogelijke risico vermindering. (Occupational safety)&lt;br /&gt;
- een artikel rond energie: bespreek de zin die aangeduid is (energie), hoe wordt er in de chemische industrie gewerkt aan energie-efficiëntie (hoofdstukken gecombineerd), bespreek de pijlers waar men in Europa in de toekomst op richt (klimaat)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Apart bij een van hen: &lt;br /&gt;
businessplan bespreken: random vragen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
zie examen 27 juni 2017&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2018 voormiddag===&lt;br /&gt;
zie examen 24 juni 2017&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 juni 2018 voormiddag===&lt;br /&gt;
zie examen 23 juni 2017&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2017 namiddag===&lt;br /&gt;
#Geef de pijlers van talent management en geef enkele voorbeelden/concepten om deze pijlers te illustreren. &lt;br /&gt;
#Ethyleenoxide&lt;br /&gt;
##Uit welke 4 componenten bestaat de katalysator? Hoe wordt deze katalysator gemaakt en waarom op deze manier? Wat is het effect op de samenstelling van de katalysator? &lt;br /&gt;
##Bespreek het mechanisme voor de vorming van ethyleenoxide (TPR-massaspectrum gegeven).&lt;br /&gt;
##Waarom wordt een ethyleenoxide installatie vaak gecombineerd met een ethyleenglycol installatie?&lt;br /&gt;
#Procesveiligheid&lt;br /&gt;
##Bespreek de veiligheidsmaatregelen die genomen worden bij de ammoniumnitraat tank (afbeelding van de AN tank gegeven met ALLE veiligheidsmaatregelen al op getekend: primaire voor proces, primaire voor fouten en secundaire). &lt;br /&gt;
##Welk aanpak schuilt er achter deze maatregelen? &lt;br /&gt;
#Rentabiliteit (ingevulde tabel gegeven)&lt;br /&gt;
##Hoe komt men aan de kosten/baten?&lt;br /&gt;
##Bespreek de afschrijvingswaarden. &lt;br /&gt;
##Hoe gaat men van de netto cash flow naar de geactualiseerde netto cash flow in jaar 5?&lt;br /&gt;
##Is het project rendabel?&lt;br /&gt;
#Energie (heel kort artikel gegeven)&lt;br /&gt;
##Waarom is het verantwoord om van een veilingsysteem naar een benchmarksysteem over te schakelen?&lt;br /&gt;
##Wat is het energiebeleid in de chemie (staat los van het artikel)?&lt;br /&gt;
#Innovatie: eigen voorbeeld uit het hoorcollege.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 juni 2017 voormiddag en namiddag===&lt;br /&gt;
#Visie (zie andere jaren)&lt;br /&gt;
#NH3 synthese (zie andere jaren)&lt;br /&gt;
#Historische evolutie in arbeidsveiligheid, procesveiligheid en milieu (zie andere jaren)&lt;br /&gt;
#Artikel over energie (zie andere jaren)&lt;br /&gt;
#Rentabiliteit (zie andere jaren)&lt;br /&gt;
#Innovatie (zie andere jaren)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2017 voormiddag en namiddag===&lt;br /&gt;
#Wat is een zorgsysteem en wat is het nut voor een onderneming?&lt;br /&gt;
#Risicoanalyse&lt;br /&gt;
##Wat is het verschil tussen risico en gevaar?&lt;br /&gt;
##Hoe neem je juiste risico reductie maatregelen en de kosten efficiëntie?&lt;br /&gt;
##Wat is een risicoanalyse en hoe wordt er gezorgd dat deze juist gemaakt wordt?&lt;br /&gt;
#Kraken	&lt;br /&gt;
##Waarom wordt kraken toegepast?&lt;br /&gt;
##Wat zijn gelijkenissen en verschillen tussen thermisch en stoomkraken?&lt;br /&gt;
##Waarom wordt katalytisch kraken toegepast?&lt;br /&gt;
##Beschrijf kraakscherpte a.h.v. figuur&lt;br /&gt;
#Rentabiliteitsanalyse&lt;br /&gt;
##Hoe kom je aan kosten/baten?&lt;br /&gt;
##Hoe ga je van cashflow naar actuele cashflow?&lt;br /&gt;
##Is de onderneming rendabel?&lt;br /&gt;
##Leg de afschrijvingen uit&lt;br /&gt;
#Artikel over energie-efficiëntie: &lt;br /&gt;
##zin in aangeduid en uitleggen&lt;br /&gt;
##Hoe werken chemische bedrijven mee aan energie-efficiëntie&lt;br /&gt;
#Innovatie: oefening uit hoorcollege, breng je eigen voorbeeld mee&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2014 voormiddag en namiddag===&lt;br /&gt;
#Wat is een zorgsysteem? Wat is het nut ervan voor de onderneming?&lt;br /&gt;
#Synthese van ammoniak (2 grafieken uit cursus gegeven)&lt;br /&gt;
##Bespreek de invloed van temperatuur, druk en reactievoering op de keuze van de omstandigheden voor de ammoniaksynthesereactie. &lt;br /&gt;
##Hoe wordt de katalysator geactiveerd? Wat is de rol van waterdamp hierin?&lt;br /&gt;
##Bespreek volgende stelling &amp;quot;De katalysator is het hart van de ammoniakfabriek&amp;quot;. &lt;br /&gt;
#Bespreek de historische evolutie in het aanpakken van volgende problematieken:&lt;br /&gt;
##procesveiligheid&lt;br /&gt;
##arbeidsveiligheid&lt;br /&gt;
##milieu&lt;br /&gt;
#Rentabiliteitsanalyse: Een bedrijf wil het vullen van vaten automatiseren. Hierbij komt kijken een investeringskost, een negatieve kost vanwege verminderen van energieverbruik en ontslaan van 2 werknemers, en een positieve kost vanwege sociale bijdrage. Tabel gegeven.&lt;br /&gt;
##Is deze investering rendabel?&lt;br /&gt;
##Wat is het verschil tussen de waarden in de rij &#039;Totale cashflow&#039; en &#039;Verdisconteerde cashflow&#039;?&lt;br /&gt;
##Nog een paar kleine vraagjes&lt;br /&gt;
#Vraag over innovatie (die zelf naar het examen meegebracht moest worden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 juni 2014 voormiddag en namiddag===&lt;br /&gt;
#Waarom definieert een onderneming een visie? En hoe wordt deze nagestreefd?&lt;br /&gt;
#kraken&lt;br /&gt;
##Waarom wordt er gekraakt?&lt;br /&gt;
##Geef de gelijkenissen en verschillen tussen thermisch kraken en stoomkraken&lt;br /&gt;
##Waarom werd katalytisch kraken ontwikkeld?&lt;br /&gt;
##Geef aan de hand van de figuur weer wat er bedoeld wordt met kraakscherpte (figuur over kraakscherpte gegeven)&lt;br /&gt;
#Veiligheid&lt;br /&gt;
##Wat is een risico-analyse?&lt;br /&gt;
##Bespreek efficiëntie (kosten-effeciëntie/verhaal van kat en muis)&lt;br /&gt;
#Rentabiliteit (schema en opgave gegeven)&lt;br /&gt;
##Hoe kom je aan de kosten/baten?&lt;br /&gt;
##Bespreek wettelijke afschrijvingen&lt;br /&gt;
##Bespreek hoe je in jaar 5 aan de actuele waarde komt.&lt;br /&gt;
##Is het rendabel?&lt;br /&gt;
#energie-efficiëntie&lt;br /&gt;
##Artikel gegeven, bespreek daar een zin uit.&lt;br /&gt;
##Hoe wordt er in de chemische industrie zuinig omgegaan met energie?&lt;br /&gt;
#innovatie: oefening uit hoorcollege.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Maxime vdB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Industri%C3%ABle_Chemie&amp;diff=2165</id>
		<title>Industriële Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Industri%C3%ABle_Chemie&amp;diff=2165"/>
		<updated>2020-06-16T08:08:52Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Maxime vdB: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Machemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het vak Industrial Chemistry wordt nu gegeven door Alain Molinard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze info is niet meer relevant.Vak op 6 stp gedoceerd door Jan Remeysen (werkt bij BASF, maar dat zal vanzelf wel duidelijk worden). Het examen is mondeling met schriftelijke voorbereiding. Het mondeling zelf duurt wel lang, omdat Remeysen veel bijvragen stelt en graag over andere dingen praat (het mondeling is echt wel chill). Wat wel belangrijk is, is dat LETTERLIJK elk woord, concept of zin die in de cursus staat of in de les gezegd wordt (!!) een mogelijke vraag is op het examen. Opletten en zeer goed notities bijhouden is dus een must tijdens de lessen (en zeker niet te veel aan je thesis werken tijdens de lessen ;) ). De examenvragen worden vrijwel gerecycleerd, maar gaan dus vaak verder dan de vragen zelf op papier. In eenzelfde jaar stelt hij normaal niet dezelfde vragen op verschillende dagen (tenzij over energie en innovatie, zie verder), maar de reeks van de namiddag heeft wel steeds dezelfde vragen als die van de voormiddag (let wel, dit is tot nu toe zo geweest en kan mogelijks veranderen. Verantwoordelijkheid ligt uiteraard bij jezelf). Elk examen bevat minstens 3 vragen van een bepaalde soort: Rentabiliteit, Energie en Innovatie. De rentabiliteitsoefening is steeds gelijkaardig, maar wel een ander vraagstuk. De energie-vraag is vaak een artikel lezen en bespreken (soms wordt hetzelfde artikel gevraagd bij verschillende reeksen). De vraag over innovatie is de opdracht uit het hoorcollege waarbij je zelf een voorbeeld van innovatie meebrengt naar het examen en het bespreekt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2020 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Beargumenteer waarom vaste katalysatoren in de aanwezigheid van gasvormige reagentia zo populair zijn in de industrie. Beschrijf de 3 reactoren die gebruikt worden en vergelijk hun voordelen en nadelen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen vaste en variabele kosten en geen minstens twee voorbeelden van elk. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Leg uit kort uit: off-line, online en inline analyse. Geef een korte beschrijving, en welke voordelen hebben inline en online t.o.v. off-line?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Leg volgend principe uit: methoden en concepten van EHSQ systemen focussen op continue verbetering, gebaseerd op het PDCA-principe&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Hoe definieer je: circulaire economie en de verschillen met lineaire en recycling economie &amp;amp; risico&#039;s en opportuniteiten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 Juni 2019 VM ===&lt;br /&gt;
alain&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 1: uitleggen online (bijvraag verschil off line, in line)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NIR als meetinstrument on line (waar staat de IR zelf, waarom (trillingen installatie enzo))&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 2: Talent management, waarom is het nuttig voor bedrijf en werknemer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
verschil talent en competence&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 3: wat is een sustainable company, waar houdt deze rekening mee, hoe doet deze dat (people profit planet etc)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
jan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 1: rent analyse&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 2: procesveiligheid. je krijgt een schema van die tank met veiligheidsmaatregelen (quenching tank enzo)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
waaruit komen de maatregelen voort, wat zijn de soorten maatregelen (primair, secundair)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 3: energiebeleid, hoe in een bedrijf. wat zijn de pijlers van energiebeleid in europa. (geen getallen, algemeen) Artikel over benchmarking. waarom is er een limiet aan co2 vermindering? (thermodynamisch optimum)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 Juni 2019 VM === &lt;br /&gt;
Deel Jan&lt;br /&gt;
#Bespreking rentabiliteit van je businessplan: vraagt vooral hoe je NPV etc hebt berekend.&lt;br /&gt;
#ammoniak synthese: 2 grafieken gegeven uit de slides en hiermee het effect van de temperatuur en druk uitleggen op de synthese.&lt;br /&gt;
Uitleggen hoe de Fe katalysator wordt gereduceerd en de rol van water hierin bespreken.&lt;br /&gt;
Uitleggen waarom de Fe katalysator zo belangrijk is voor je ammoniak synthese.&lt;br /&gt;
#Je krijgt een artikel over energiebeleid + Waarom is energiebeleid belangrijk en bespreek de algemene pijlers voor energiebeleid in Europa in de toekomst. (Zelfde als 21/06 VM)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deel Alain&lt;br /&gt;
#Wat is circulaire economie en wat is het verschil met recycling economie. Geef de opportunities en threats die het oplost.&lt;br /&gt;
#Vraag over EHSQ over energiemanagement, waarom je het moet doen en hoe, ISO 50001 uitleggen enzo, people planet profit.&lt;br /&gt;
#Wat is het verschil tussen talentmanagement en kijken naar competenties in HR. Welke voordelen geeft het voor het bedrijf en voor de werknemer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2019 voormiddag ===&lt;br /&gt;
ALAIN: &lt;br /&gt;
- een geïntegreerd zorgsysteem werkt volgens het principe van PDCA, leg dit uit. (EHSQ)&lt;br /&gt;
- near IR kan gebruikt worden als online techniek voor de kwaliteit van het staal te bepalen. Alles uitleggen, online, near IR, in welke toepassing we da gezien hebben (tekening best geven) (EHSQ)&lt;br /&gt;
- Waarom heeft een bedrijf een visie en hoe zorgen ze ervoor dat hun arbeiders dit naleven. (Strategie, visie en missie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JAN&lt;br /&gt;
- rentabiliteit van businessplan (payback time, NPV, NPI, Depreciation en Discount rate)&lt;br /&gt;
- wat is het verschil tussen gevaar en risico? Wat is een risicoanalyse en hoe zorgen ze ervoor dat deze correct uitgevoerd wordt? Efficiëntie van de mogelijke risico vermindering. (Occupational safety)&lt;br /&gt;
- een artikel rond energie: bespreek de zin die aangeduid is (energie), hoe wordt er in de chemische industrie gewerkt aan energie-efficiëntie (hoofdstukken gecombineerd), bespreek de pijlers waar men in Europa in de toekomst op richt (klimaat)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Apart bij een van hen: &lt;br /&gt;
businessplan bespreken: random vragen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
zie examen 27 juni 2017&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2018 voormiddag===&lt;br /&gt;
zie examen 24 juni 2017&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 juni 2018 voormiddag===&lt;br /&gt;
zie examen 23 juni 2017&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2017 namiddag===&lt;br /&gt;
#Geef de pijlers van talent management en geef enkele voorbeelden/concepten om deze pijlers te illustreren. &lt;br /&gt;
#Ethyleenoxide&lt;br /&gt;
##Uit welke 4 componenten bestaat de katalysator? Hoe wordt deze katalysator gemaakt en waarom op deze manier? Wat is het effect op de samenstelling van de katalysator? &lt;br /&gt;
##Bespreek het mechanisme voor de vorming van ethyleenoxide (TPR-massaspectrum gegeven).&lt;br /&gt;
##Waarom wordt een ethyleenoxide installatie vaak gecombineerd met een ethyleenglycol installatie?&lt;br /&gt;
#Procesveiligheid&lt;br /&gt;
##Bespreek de veiligheidsmaatregelen die genomen worden bij de ammoniumnitraat tank (afbeelding van de AN tank gegeven met ALLE veiligheidsmaatregelen al op getekend: primaire voor proces, primaire voor fouten en secundaire). &lt;br /&gt;
##Welk aanpak schuilt er achter deze maatregelen? &lt;br /&gt;
#Rentabiliteit (ingevulde tabel gegeven)&lt;br /&gt;
##Hoe komt men aan de kosten/baten?&lt;br /&gt;
##Bespreek de afschrijvingswaarden. &lt;br /&gt;
##Hoe gaat men van de netto cash flow naar de geactualiseerde netto cash flow in jaar 5?&lt;br /&gt;
##Is het project rendabel?&lt;br /&gt;
#Energie (heel kort artikel gegeven)&lt;br /&gt;
##Waarom is het verantwoord om van een veilingsysteem naar een benchmarksysteem over te schakelen?&lt;br /&gt;
##Wat is het energiebeleid in de chemie (staat los van het artikel)?&lt;br /&gt;
#Innovatie: eigen voorbeeld uit het hoorcollege.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 juni 2017 voormiddag en namiddag===&lt;br /&gt;
#Visie (zie andere jaren)&lt;br /&gt;
#NH3 synthese (zie andere jaren)&lt;br /&gt;
#Historische evolutie in arbeidsveiligheid, procesveiligheid en milieu (zie andere jaren)&lt;br /&gt;
#Artikel over energie (zie andere jaren)&lt;br /&gt;
#Rentabiliteit (zie andere jaren)&lt;br /&gt;
#Innovatie (zie andere jaren)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2017 voormiddag en namiddag===&lt;br /&gt;
#Wat is een zorgsysteem en wat is het nut voor een onderneming?&lt;br /&gt;
#Risicoanalyse&lt;br /&gt;
##Wat is het verschil tussen risico en gevaar?&lt;br /&gt;
##Hoe neem je juiste risico reductie maatregelen en de kosten efficiëntie?&lt;br /&gt;
##Wat is een risicoanalyse en hoe wordt er gezorgd dat deze juist gemaakt wordt?&lt;br /&gt;
#Kraken	&lt;br /&gt;
##Waarom wordt kraken toegepast?&lt;br /&gt;
##Wat zijn gelijkenissen en verschillen tussen thermisch en stoomkraken?&lt;br /&gt;
##Waarom wordt katalytisch kraken toegepast?&lt;br /&gt;
##Beschrijf kraakscherpte a.h.v. figuur&lt;br /&gt;
#Rentabiliteitsanalyse&lt;br /&gt;
##Hoe kom je aan kosten/baten?&lt;br /&gt;
##Hoe ga je van cashflow naar actuele cashflow?&lt;br /&gt;
##Is de onderneming rendabel?&lt;br /&gt;
##Leg de afschrijvingen uit&lt;br /&gt;
#Artikel over energie-efficiëntie: &lt;br /&gt;
##zin in aangeduid en uitleggen&lt;br /&gt;
##Hoe werken chemische bedrijven mee aan energie-efficiëntie&lt;br /&gt;
#Innovatie: oefening uit hoorcollege, breng je eigen voorbeeld mee&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2014 voormiddag en namiddag===&lt;br /&gt;
#Wat is een zorgsysteem? Wat is het nut ervan voor de onderneming?&lt;br /&gt;
#Synthese van ammoniak (2 grafieken uit cursus gegeven)&lt;br /&gt;
##Bespreek de invloed van temperatuur, druk en reactievoering op de keuze van de omstandigheden voor de ammoniaksynthesereactie. &lt;br /&gt;
##Hoe wordt de katalysator geactiveerd? Wat is de rol van waterdamp hierin?&lt;br /&gt;
##Bespreek volgende stelling &amp;quot;De katalysator is het hart van de ammoniakfabriek&amp;quot;. &lt;br /&gt;
#Bespreek de historische evolutie in het aanpakken van volgende problematieken:&lt;br /&gt;
##procesveiligheid&lt;br /&gt;
##arbeidsveiligheid&lt;br /&gt;
##milieu&lt;br /&gt;
#Rentabiliteitsanalyse: Een bedrijf wil het vullen van vaten automatiseren. Hierbij komt kijken een investeringskost, een negatieve kost vanwege verminderen van energieverbruik en ontslaan van 2 werknemers, en een positieve kost vanwege sociale bijdrage. Tabel gegeven.&lt;br /&gt;
##Is deze investering rendabel?&lt;br /&gt;
##Wat is het verschil tussen de waarden in de rij &#039;Totale cashflow&#039; en &#039;Verdisconteerde cashflow&#039;?&lt;br /&gt;
##Nog een paar kleine vraagjes&lt;br /&gt;
#Vraag over innovatie (die zelf naar het examen meegebracht moest worden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 juni 2014 voormiddag en namiddag===&lt;br /&gt;
#Waarom definieert een onderneming een visie? En hoe wordt deze nagestreefd?&lt;br /&gt;
#kraken&lt;br /&gt;
##Waarom wordt er gekraakt?&lt;br /&gt;
##Geef de gelijkenissen en verschillen tussen thermisch kraken en stoomkraken&lt;br /&gt;
##Waarom werd katalytisch kraken ontwikkeld?&lt;br /&gt;
##Geef aan de hand van de figuur weer wat er bedoeld wordt met kraakscherpte (figuur over kraakscherpte gegeven)&lt;br /&gt;
#Veiligheid&lt;br /&gt;
##Wat is een risico-analyse?&lt;br /&gt;
##Bespreek efficiëntie (kosten-effeciëntie/verhaal van kat en muis)&lt;br /&gt;
#Rentabiliteit (schema en opgave gegeven)&lt;br /&gt;
##Hoe kom je aan de kosten/baten?&lt;br /&gt;
##Bespreek wettelijke afschrijvingen&lt;br /&gt;
##Bespreek hoe je in jaar 5 aan de actuele waarde komt.&lt;br /&gt;
##Is het rendabel?&lt;br /&gt;
#energie-efficiëntie&lt;br /&gt;
##Artikel gegeven, bespreek daar een zin uit.&lt;br /&gt;
##Hoe wordt er in de chemische industrie zuinig omgegaan met energie?&lt;br /&gt;
#innovatie: oefening uit hoorcollege.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Maxime vdB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Industri%C3%ABle_Chemie&amp;diff=2164</id>
		<title>Industriële Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Industri%C3%ABle_Chemie&amp;diff=2164"/>
		<updated>2020-06-16T08:04:39Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Maxime vdB: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Machemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het vak Industrial Chemistry wordt nu gegeven door Alain Molinard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze info is niet meer relevant.Vak op 6 stp gedoceerd door Jan Remeysen (werkt bij BASF, maar dat zal vanzelf wel duidelijk worden). Het examen is mondeling met schriftelijke voorbereiding. Het mondeling zelf duurt wel lang, omdat Remeysen veel bijvragen stelt en graag over andere dingen praat (het mondeling is echt wel chill). Wat wel belangrijk is, is dat LETTERLIJK elk woord, concept of zin die in de cursus staat of in de les gezegd wordt (!!) een mogelijke vraag is op het examen. Opletten en zeer goed notities bijhouden is dus een must tijdens de lessen (en zeker niet te veel aan je thesis werken tijdens de lessen ;) ). De examenvragen worden vrijwel gerecycleerd, maar gaan dus vaak verder dan de vragen zelf op papier. In eenzelfde jaar stelt hij normaal niet dezelfde vragen op verschillende dagen (tenzij over energie en innovatie, zie verder), maar de reeks van de namiddag heeft wel steeds dezelfde vragen als die van de voormiddag (let wel, dit is tot nu toe zo geweest en kan mogelijks veranderen. Verantwoordelijkheid ligt uiteraard bij jezelf). Elk examen bevat minstens 3 vragen van een bepaalde soort: Rentabiliteit, Energie en Innovatie. De rentabiliteitsoefening is steeds gelijkaardig, maar wel een ander vraagstuk. De energie-vraag is vaak een artikel lezen en bespreken (soms wordt hetzelfde artikel gevraagd bij verschillende reeksen). De vraag over innovatie is de opdracht uit het hoorcollege waarbij je zelf een voorbeeld van innovatie meebrengt naar het examen en het bespreekt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2020 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#1. Beargumenteer waarom vaste katalysatoren in de aanwezigheid van gasvormige reagentia zo populair zijn in de industrie. Beschrijf de 3 reactoren die gebruikt worden en vergelijk hun voordelen en nadelen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#2. Wat is het verschil tussen vaste en variabele kosten en geen minstens twee voorbeelden van elk. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 Juni 2019 VM ===&lt;br /&gt;
alain&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 1: uitleggen online (bijvraag verschil off line, in line)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NIR als meetinstrument on line (waar staat de IR zelf, waarom (trillingen installatie enzo))&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 2: Talent management, waarom is het nuttig voor bedrijf en werknemer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
verschil talent en competence&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 3: wat is een sustainable company, waar houdt deze rekening mee, hoe doet deze dat (people profit planet etc)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
jan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 1: rent analyse&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 2: procesveiligheid. je krijgt een schema van die tank met veiligheidsmaatregelen (quenching tank enzo)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
waaruit komen de maatregelen voort, wat zijn de soorten maatregelen (primair, secundair)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 3: energiebeleid, hoe in een bedrijf. wat zijn de pijlers van energiebeleid in europa. (geen getallen, algemeen) Artikel over benchmarking. waarom is er een limiet aan co2 vermindering? (thermodynamisch optimum)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 Juni 2019 VM === &lt;br /&gt;
Deel Jan&lt;br /&gt;
#Bespreking rentabiliteit van je businessplan: vraagt vooral hoe je NPV etc hebt berekend.&lt;br /&gt;
#ammoniak synthese: 2 grafieken gegeven uit de slides en hiermee het effect van de temperatuur en druk uitleggen op de synthese.&lt;br /&gt;
Uitleggen hoe de Fe katalysator wordt gereduceerd en de rol van water hierin bespreken.&lt;br /&gt;
Uitleggen waarom de Fe katalysator zo belangrijk is voor je ammoniak synthese.&lt;br /&gt;
#Je krijgt een artikel over energiebeleid + Waarom is energiebeleid belangrijk en bespreek de algemene pijlers voor energiebeleid in Europa in de toekomst. (Zelfde als 21/06 VM)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deel Alain&lt;br /&gt;
#Wat is circulaire economie en wat is het verschil met recycling economie. Geef de opportunities en threats die het oplost.&lt;br /&gt;
#Vraag over EHSQ over energiemanagement, waarom je het moet doen en hoe, ISO 50001 uitleggen enzo, people planet profit.&lt;br /&gt;
#Wat is het verschil tussen talentmanagement en kijken naar competenties in HR. Welke voordelen geeft het voor het bedrijf en voor de werknemer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2019 voormiddag ===&lt;br /&gt;
ALAIN: &lt;br /&gt;
- een geïntegreerd zorgsysteem werkt volgens het principe van PDCA, leg dit uit. (EHSQ)&lt;br /&gt;
- near IR kan gebruikt worden als online techniek voor de kwaliteit van het staal te bepalen. Alles uitleggen, online, near IR, in welke toepassing we da gezien hebben (tekening best geven) (EHSQ)&lt;br /&gt;
- Waarom heeft een bedrijf een visie en hoe zorgen ze ervoor dat hun arbeiders dit naleven. (Strategie, visie en missie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JAN&lt;br /&gt;
- rentabiliteit van businessplan (payback time, NPV, NPI, Depreciation en Discount rate)&lt;br /&gt;
- wat is het verschil tussen gevaar en risico? Wat is een risicoanalyse en hoe zorgen ze ervoor dat deze correct uitgevoerd wordt? Efficiëntie van de mogelijke risico vermindering. (Occupational safety)&lt;br /&gt;
- een artikel rond energie: bespreek de zin die aangeduid is (energie), hoe wordt er in de chemische industrie gewerkt aan energie-efficiëntie (hoofdstukken gecombineerd), bespreek de pijlers waar men in Europa in de toekomst op richt (klimaat)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Apart bij een van hen: &lt;br /&gt;
businessplan bespreken: random vragen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
zie examen 27 juni 2017&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2018 voormiddag===&lt;br /&gt;
zie examen 24 juni 2017&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 juni 2018 voormiddag===&lt;br /&gt;
zie examen 23 juni 2017&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2017 namiddag===&lt;br /&gt;
#Geef de pijlers van talent management en geef enkele voorbeelden/concepten om deze pijlers te illustreren. &lt;br /&gt;
#Ethyleenoxide&lt;br /&gt;
##Uit welke 4 componenten bestaat de katalysator? Hoe wordt deze katalysator gemaakt en waarom op deze manier? Wat is het effect op de samenstelling van de katalysator? &lt;br /&gt;
##Bespreek het mechanisme voor de vorming van ethyleenoxide (TPR-massaspectrum gegeven).&lt;br /&gt;
##Waarom wordt een ethyleenoxide installatie vaak gecombineerd met een ethyleenglycol installatie?&lt;br /&gt;
#Procesveiligheid&lt;br /&gt;
##Bespreek de veiligheidsmaatregelen die genomen worden bij de ammoniumnitraat tank (afbeelding van de AN tank gegeven met ALLE veiligheidsmaatregelen al op getekend: primaire voor proces, primaire voor fouten en secundaire). &lt;br /&gt;
##Welk aanpak schuilt er achter deze maatregelen? &lt;br /&gt;
#Rentabiliteit (ingevulde tabel gegeven)&lt;br /&gt;
##Hoe komt men aan de kosten/baten?&lt;br /&gt;
##Bespreek de afschrijvingswaarden. &lt;br /&gt;
##Hoe gaat men van de netto cash flow naar de geactualiseerde netto cash flow in jaar 5?&lt;br /&gt;
##Is het project rendabel?&lt;br /&gt;
#Energie (heel kort artikel gegeven)&lt;br /&gt;
##Waarom is het verantwoord om van een veilingsysteem naar een benchmarksysteem over te schakelen?&lt;br /&gt;
##Wat is het energiebeleid in de chemie (staat los van het artikel)?&lt;br /&gt;
#Innovatie: eigen voorbeeld uit het hoorcollege.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 juni 2017 voormiddag en namiddag===&lt;br /&gt;
#Visie (zie andere jaren)&lt;br /&gt;
#NH3 synthese (zie andere jaren)&lt;br /&gt;
#Historische evolutie in arbeidsveiligheid, procesveiligheid en milieu (zie andere jaren)&lt;br /&gt;
#Artikel over energie (zie andere jaren)&lt;br /&gt;
#Rentabiliteit (zie andere jaren)&lt;br /&gt;
#Innovatie (zie andere jaren)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2017 voormiddag en namiddag===&lt;br /&gt;
#Wat is een zorgsysteem en wat is het nut voor een onderneming?&lt;br /&gt;
#Risicoanalyse&lt;br /&gt;
##Wat is het verschil tussen risico en gevaar?&lt;br /&gt;
##Hoe neem je juiste risico reductie maatregelen en de kosten efficiëntie?&lt;br /&gt;
##Wat is een risicoanalyse en hoe wordt er gezorgd dat deze juist gemaakt wordt?&lt;br /&gt;
#Kraken	&lt;br /&gt;
##Waarom wordt kraken toegepast?&lt;br /&gt;
##Wat zijn gelijkenissen en verschillen tussen thermisch en stoomkraken?&lt;br /&gt;
##Waarom wordt katalytisch kraken toegepast?&lt;br /&gt;
##Beschrijf kraakscherpte a.h.v. figuur&lt;br /&gt;
#Rentabiliteitsanalyse&lt;br /&gt;
##Hoe kom je aan kosten/baten?&lt;br /&gt;
##Hoe ga je van cashflow naar actuele cashflow?&lt;br /&gt;
##Is de onderneming rendabel?&lt;br /&gt;
##Leg de afschrijvingen uit&lt;br /&gt;
#Artikel over energie-efficiëntie: &lt;br /&gt;
##zin in aangeduid en uitleggen&lt;br /&gt;
##Hoe werken chemische bedrijven mee aan energie-efficiëntie&lt;br /&gt;
#Innovatie: oefening uit hoorcollege, breng je eigen voorbeeld mee&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2014 voormiddag en namiddag===&lt;br /&gt;
#Wat is een zorgsysteem? Wat is het nut ervan voor de onderneming?&lt;br /&gt;
#Synthese van ammoniak (2 grafieken uit cursus gegeven)&lt;br /&gt;
##Bespreek de invloed van temperatuur, druk en reactievoering op de keuze van de omstandigheden voor de ammoniaksynthesereactie. &lt;br /&gt;
##Hoe wordt de katalysator geactiveerd? Wat is de rol van waterdamp hierin?&lt;br /&gt;
##Bespreek volgende stelling &amp;quot;De katalysator is het hart van de ammoniakfabriek&amp;quot;. &lt;br /&gt;
#Bespreek de historische evolutie in het aanpakken van volgende problematieken:&lt;br /&gt;
##procesveiligheid&lt;br /&gt;
##arbeidsveiligheid&lt;br /&gt;
##milieu&lt;br /&gt;
#Rentabiliteitsanalyse: Een bedrijf wil het vullen van vaten automatiseren. Hierbij komt kijken een investeringskost, een negatieve kost vanwege verminderen van energieverbruik en ontslaan van 2 werknemers, en een positieve kost vanwege sociale bijdrage. Tabel gegeven.&lt;br /&gt;
##Is deze investering rendabel?&lt;br /&gt;
##Wat is het verschil tussen de waarden in de rij &#039;Totale cashflow&#039; en &#039;Verdisconteerde cashflow&#039;?&lt;br /&gt;
##Nog een paar kleine vraagjes&lt;br /&gt;
#Vraag over innovatie (die zelf naar het examen meegebracht moest worden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 juni 2014 voormiddag en namiddag===&lt;br /&gt;
#Waarom definieert een onderneming een visie? En hoe wordt deze nagestreefd?&lt;br /&gt;
#kraken&lt;br /&gt;
##Waarom wordt er gekraakt?&lt;br /&gt;
##Geef de gelijkenissen en verschillen tussen thermisch kraken en stoomkraken&lt;br /&gt;
##Waarom werd katalytisch kraken ontwikkeld?&lt;br /&gt;
##Geef aan de hand van de figuur weer wat er bedoeld wordt met kraakscherpte (figuur over kraakscherpte gegeven)&lt;br /&gt;
#Veiligheid&lt;br /&gt;
##Wat is een risico-analyse?&lt;br /&gt;
##Bespreek efficiëntie (kosten-effeciëntie/verhaal van kat en muis)&lt;br /&gt;
#Rentabiliteit (schema en opgave gegeven)&lt;br /&gt;
##Hoe kom je aan de kosten/baten?&lt;br /&gt;
##Bespreek wettelijke afschrijvingen&lt;br /&gt;
##Bespreek hoe je in jaar 5 aan de actuele waarde komt.&lt;br /&gt;
##Is het rendabel?&lt;br /&gt;
#energie-efficiëntie&lt;br /&gt;
##Artikel gegeven, bespreek daar een zin uit.&lt;br /&gt;
##Hoe wordt er in de chemische industrie zuinig omgegaan met energie?&lt;br /&gt;
#innovatie: oefening uit hoorcollege.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Maxime vdB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Industri%C3%ABle_Chemie&amp;diff=2163</id>
		<title>Industriële Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Industri%C3%ABle_Chemie&amp;diff=2163"/>
		<updated>2020-06-16T08:01:55Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Maxime vdB: /* Vakinformatie */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Machemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het vak Industrial Chemistry wordt nu gegeven door Alain Molinard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze info is niet meer relevant.Vak op 6 stp gedoceerd door Jan Remeysen (werkt bij BASF, maar dat zal vanzelf wel duidelijk worden). Het examen is mondeling met schriftelijke voorbereiding. Het mondeling zelf duurt wel lang, omdat Remeysen veel bijvragen stelt en graag over andere dingen praat (het mondeling is echt wel chill). Wat wel belangrijk is, is dat LETTERLIJK elk woord, concept of zin die in de cursus staat of in de les gezegd wordt (!!) een mogelijke vraag is op het examen. Opletten en zeer goed notities bijhouden is dus een must tijdens de lessen (en zeker niet te veel aan je thesis werken tijdens de lessen ;) ). De examenvragen worden vrijwel gerecycleerd, maar gaan dus vaak verder dan de vragen zelf op papier. In eenzelfde jaar stelt hij normaal niet dezelfde vragen op verschillende dagen (tenzij over energie en innovatie, zie verder), maar de reeks van de namiddag heeft wel steeds dezelfde vragen als die van de voormiddag (let wel, dit is tot nu toe zo geweest en kan mogelijks veranderen. Verantwoordelijkheid ligt uiteraard bij jezelf). Elk examen bevat minstens 3 vragen van een bepaalde soort: Rentabiliteit, Energie en Innovatie. De rentabiliteitsoefening is steeds gelijkaardig, maar wel een ander vraagstuk. De energie-vraag is vaak een artikel lezen en bespreken (soms wordt hetzelfde artikel gevraagd bij verschillende reeksen). De vraag over innovatie is de opdracht uit het hoorcollege waarbij je zelf een voorbeeld van innovatie meebrengt naar het examen en het bespreekt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 Juni 2019 VM ===&lt;br /&gt;
alain&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 1: uitleggen online (bijvraag verschil off line, in line)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NIR als meetinstrument on line (waar staat de IR zelf, waarom (trillingen installatie enzo))&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 2: Talent management, waarom is het nuttig voor bedrijf en werknemer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
verschil talent en competence&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 3: wat is een sustainable company, waar houdt deze rekening mee, hoe doet deze dat (people profit planet etc)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
jan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 1: rent analyse&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 2: procesveiligheid. je krijgt een schema van die tank met veiligheidsmaatregelen (quenching tank enzo)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
waaruit komen de maatregelen voort, wat zijn de soorten maatregelen (primair, secundair)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 3: energiebeleid, hoe in een bedrijf. wat zijn de pijlers van energiebeleid in europa. (geen getallen, algemeen) Artikel over benchmarking. waarom is er een limiet aan co2 vermindering? (thermodynamisch optimum)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 Juni 2019 VM === &lt;br /&gt;
Deel Jan&lt;br /&gt;
#Bespreking rentabiliteit van je businessplan: vraagt vooral hoe je NPV etc hebt berekend.&lt;br /&gt;
#ammoniak synthese: 2 grafieken gegeven uit de slides en hiermee het effect van de temperatuur en druk uitleggen op de synthese.&lt;br /&gt;
Uitleggen hoe de Fe katalysator wordt gereduceerd en de rol van water hierin bespreken.&lt;br /&gt;
Uitleggen waarom de Fe katalysator zo belangrijk is voor je ammoniak synthese.&lt;br /&gt;
#Je krijgt een artikel over energiebeleid + Waarom is energiebeleid belangrijk en bespreek de algemene pijlers voor energiebeleid in Europa in de toekomst. (Zelfde als 21/06 VM)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deel Alain&lt;br /&gt;
#Wat is circulaire economie en wat is het verschil met recycling economie. Geef de opportunities en threats die het oplost.&lt;br /&gt;
#Vraag over EHSQ over energiemanagement, waarom je het moet doen en hoe, ISO 50001 uitleggen enzo, people planet profit.&lt;br /&gt;
#Wat is het verschil tussen talentmanagement en kijken naar competenties in HR. Welke voordelen geeft het voor het bedrijf en voor de werknemer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2019 voormiddag ===&lt;br /&gt;
ALAIN: &lt;br /&gt;
- een geïntegreerd zorgsysteem werkt volgens het principe van PDCA, leg dit uit. (EHSQ)&lt;br /&gt;
- near IR kan gebruikt worden als online techniek voor de kwaliteit van het staal te bepalen. Alles uitleggen, online, near IR, in welke toepassing we da gezien hebben (tekening best geven) (EHSQ)&lt;br /&gt;
- Waarom heeft een bedrijf een visie en hoe zorgen ze ervoor dat hun arbeiders dit naleven. (Strategie, visie en missie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JAN&lt;br /&gt;
- rentabiliteit van businessplan (payback time, NPV, NPI, Depreciation en Discount rate)&lt;br /&gt;
- wat is het verschil tussen gevaar en risico? Wat is een risicoanalyse en hoe zorgen ze ervoor dat deze correct uitgevoerd wordt? Efficiëntie van de mogelijke risico vermindering. (Occupational safety)&lt;br /&gt;
- een artikel rond energie: bespreek de zin die aangeduid is (energie), hoe wordt er in de chemische industrie gewerkt aan energie-efficiëntie (hoofdstukken gecombineerd), bespreek de pijlers waar men in Europa in de toekomst op richt (klimaat)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Apart bij een van hen: &lt;br /&gt;
businessplan bespreken: random vragen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
zie examen 27 juni 2017&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2018 voormiddag===&lt;br /&gt;
zie examen 24 juni 2017&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 juni 2018 voormiddag===&lt;br /&gt;
zie examen 23 juni 2017&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2017 namiddag===&lt;br /&gt;
#Geef de pijlers van talent management en geef enkele voorbeelden/concepten om deze pijlers te illustreren. &lt;br /&gt;
#Ethyleenoxide&lt;br /&gt;
##Uit welke 4 componenten bestaat de katalysator? Hoe wordt deze katalysator gemaakt en waarom op deze manier? Wat is het effect op de samenstelling van de katalysator? &lt;br /&gt;
##Bespreek het mechanisme voor de vorming van ethyleenoxide (TPR-massaspectrum gegeven).&lt;br /&gt;
##Waarom wordt een ethyleenoxide installatie vaak gecombineerd met een ethyleenglycol installatie?&lt;br /&gt;
#Procesveiligheid&lt;br /&gt;
##Bespreek de veiligheidsmaatregelen die genomen worden bij de ammoniumnitraat tank (afbeelding van de AN tank gegeven met ALLE veiligheidsmaatregelen al op getekend: primaire voor proces, primaire voor fouten en secundaire). &lt;br /&gt;
##Welk aanpak schuilt er achter deze maatregelen? &lt;br /&gt;
#Rentabiliteit (ingevulde tabel gegeven)&lt;br /&gt;
##Hoe komt men aan de kosten/baten?&lt;br /&gt;
##Bespreek de afschrijvingswaarden. &lt;br /&gt;
##Hoe gaat men van de netto cash flow naar de geactualiseerde netto cash flow in jaar 5?&lt;br /&gt;
##Is het project rendabel?&lt;br /&gt;
#Energie (heel kort artikel gegeven)&lt;br /&gt;
##Waarom is het verantwoord om van een veilingsysteem naar een benchmarksysteem over te schakelen?&lt;br /&gt;
##Wat is het energiebeleid in de chemie (staat los van het artikel)?&lt;br /&gt;
#Innovatie: eigen voorbeeld uit het hoorcollege.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 juni 2017 voormiddag en namiddag===&lt;br /&gt;
#Visie (zie andere jaren)&lt;br /&gt;
#NH3 synthese (zie andere jaren)&lt;br /&gt;
#Historische evolutie in arbeidsveiligheid, procesveiligheid en milieu (zie andere jaren)&lt;br /&gt;
#Artikel over energie (zie andere jaren)&lt;br /&gt;
#Rentabiliteit (zie andere jaren)&lt;br /&gt;
#Innovatie (zie andere jaren)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2017 voormiddag en namiddag===&lt;br /&gt;
#Wat is een zorgsysteem en wat is het nut voor een onderneming?&lt;br /&gt;
#Risicoanalyse&lt;br /&gt;
##Wat is het verschil tussen risico en gevaar?&lt;br /&gt;
##Hoe neem je juiste risico reductie maatregelen en de kosten efficiëntie?&lt;br /&gt;
##Wat is een risicoanalyse en hoe wordt er gezorgd dat deze juist gemaakt wordt?&lt;br /&gt;
#Kraken	&lt;br /&gt;
##Waarom wordt kraken toegepast?&lt;br /&gt;
##Wat zijn gelijkenissen en verschillen tussen thermisch en stoomkraken?&lt;br /&gt;
##Waarom wordt katalytisch kraken toegepast?&lt;br /&gt;
##Beschrijf kraakscherpte a.h.v. figuur&lt;br /&gt;
#Rentabiliteitsanalyse&lt;br /&gt;
##Hoe kom je aan kosten/baten?&lt;br /&gt;
##Hoe ga je van cashflow naar actuele cashflow?&lt;br /&gt;
##Is de onderneming rendabel?&lt;br /&gt;
##Leg de afschrijvingen uit&lt;br /&gt;
#Artikel over energie-efficiëntie: &lt;br /&gt;
##zin in aangeduid en uitleggen&lt;br /&gt;
##Hoe werken chemische bedrijven mee aan energie-efficiëntie&lt;br /&gt;
#Innovatie: oefening uit hoorcollege, breng je eigen voorbeeld mee&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2014 voormiddag en namiddag===&lt;br /&gt;
#Wat is een zorgsysteem? Wat is het nut ervan voor de onderneming?&lt;br /&gt;
#Synthese van ammoniak (2 grafieken uit cursus gegeven)&lt;br /&gt;
##Bespreek de invloed van temperatuur, druk en reactievoering op de keuze van de omstandigheden voor de ammoniaksynthesereactie. &lt;br /&gt;
##Hoe wordt de katalysator geactiveerd? Wat is de rol van waterdamp hierin?&lt;br /&gt;
##Bespreek volgende stelling &amp;quot;De katalysator is het hart van de ammoniakfabriek&amp;quot;. &lt;br /&gt;
#Bespreek de historische evolutie in het aanpakken van volgende problematieken:&lt;br /&gt;
##procesveiligheid&lt;br /&gt;
##arbeidsveiligheid&lt;br /&gt;
##milieu&lt;br /&gt;
#Rentabiliteitsanalyse: Een bedrijf wil het vullen van vaten automatiseren. Hierbij komt kijken een investeringskost, een negatieve kost vanwege verminderen van energieverbruik en ontslaan van 2 werknemers, en een positieve kost vanwege sociale bijdrage. Tabel gegeven.&lt;br /&gt;
##Is deze investering rendabel?&lt;br /&gt;
##Wat is het verschil tussen de waarden in de rij &#039;Totale cashflow&#039; en &#039;Verdisconteerde cashflow&#039;?&lt;br /&gt;
##Nog een paar kleine vraagjes&lt;br /&gt;
#Vraag over innovatie (die zelf naar het examen meegebracht moest worden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 juni 2014 voormiddag en namiddag===&lt;br /&gt;
#Waarom definieert een onderneming een visie? En hoe wordt deze nagestreefd?&lt;br /&gt;
#kraken&lt;br /&gt;
##Waarom wordt er gekraakt?&lt;br /&gt;
##Geef de gelijkenissen en verschillen tussen thermisch kraken en stoomkraken&lt;br /&gt;
##Waarom werd katalytisch kraken ontwikkeld?&lt;br /&gt;
##Geef aan de hand van de figuur weer wat er bedoeld wordt met kraakscherpte (figuur over kraakscherpte gegeven)&lt;br /&gt;
#Veiligheid&lt;br /&gt;
##Wat is een risico-analyse?&lt;br /&gt;
##Bespreek efficiëntie (kosten-effeciëntie/verhaal van kat en muis)&lt;br /&gt;
#Rentabiliteit (schema en opgave gegeven)&lt;br /&gt;
##Hoe kom je aan de kosten/baten?&lt;br /&gt;
##Bespreek wettelijke afschrijvingen&lt;br /&gt;
##Bespreek hoe je in jaar 5 aan de actuele waarde komt.&lt;br /&gt;
##Is het rendabel?&lt;br /&gt;
#energie-efficiëntie&lt;br /&gt;
##Artikel gegeven, bespreek daar een zin uit.&lt;br /&gt;
##Hoe wordt er in de chemische industrie zuinig omgegaan met energie?&lt;br /&gt;
#innovatie: oefening uit hoorcollege.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Maxime vdB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Polymer_Sciences:_from_Synthesis_to_Polymer_Material&amp;diff=1405</id>
		<title>Polymer Sciences: from Synthesis to Polymer Material</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Polymer_Sciences:_from_Synthesis_to_Polymer_Material&amp;diff=1405"/>
		<updated>2019-01-18T13:41:21Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Maxime vdB: /* Prof. Nies */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Machemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Gedoceerd door Professor Nies en Professor Koeckelberghs. Lessen zijn altijd in het Engels. De verdeling is 2/3 op het deel van Nies en 1/3 op het deel van Koeckelberghs. Bij Nies zijn er ook verplichte assignments tijdens het jaar, die meetellen voor een fractie 4/(12-N) van de punten van zijn deel (met N aantal assignments, doorgaans 2). Nies zijn examen is gesloten boek en er moet maar één vraag bij hem mondeling besproken worden (deze wordt op voorhand aangeduid). Bij Koeckelberghs zijn alle vragen mondeling te bespreken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===17 januari 2019===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#Anionic, cationic en radical vinyl polymerisation vergelijken ivm monomeren, terminatie en mogelijkheid tot controlled/living&lt;br /&gt;
#Step growth en chain growth vergelijken en hoe je kan bepalen wanneer je welke hebt&lt;br /&gt;
#Metathese kort uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#Taak uitleggen (mondeling).&lt;br /&gt;
#Grafiek over Tg afhankelijkheid van de cooling rate, uitleggen op moleculair niveau (met betrekking tot mobiliteit)&lt;br /&gt;
#Afleiding radius of gyration geven (fjc), toon aan dat &amp;lt;s²&amp;gt;= lb² (N+1)(N-1)/6N en of de uitdrukking verandert als er interacties zijn tussen de massa&#039;s met Lennard Jones interactie potentiaal?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 januari 2019===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#living/controlled polymerization: definitie + uitleggen. Hoe kunt ge dat experimenteel kunt nagaan. Principe uitleggen hoe ge van free radical polymerization naar controlled polymerization gaat.&lt;br /&gt;
#De invloed van de moleculaire structuur van vinyl polymeren op polymerisatie en op de polymerisation rate en dan ook nog op inhibitie en retardatie&lt;br /&gt;
#bespreek emulsion polymerization&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#Bespreek uw taak: gewoon uw taak uitleggen aan Nies (mondelinge vraag)&lt;br /&gt;
#plot van volumeverandering i.f.v. de tijd (case2-figuur 25) gegeven, bespreek ... (physical ageing)&lt;br /&gt;
#afleiding voor de Thomson-Tammann smelttemperatuur van een eindig sfeer kristal, met de fusie Gibbs vrij energie van een oneindig groot kristal gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===31 januari 2018===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#Anionic versus cationic ring opening polymerization:&lt;br /&gt;
#*monomeer&lt;br /&gt;
#*intiator&lt;br /&gt;
#*general polymerization mechanism&lt;br /&gt;
#*termination + transfer&lt;br /&gt;
#*ceiling temperature&lt;br /&gt;
#Influence of the molecular structure of vinyl monomers on possibility to polymerize. Correlate the molecular structure with:&lt;br /&gt;
#*the way monomers can be polymerized&lt;br /&gt;
#*rate of polymerization&lt;br /&gt;
#*retardation + inhibition&lt;br /&gt;
#Influence of conversion on molar mass in step growth polymerization&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#Formula growth rate given (case 3 eq. 1.28)&lt;br /&gt;
#*discuss the origin of the exponential facors and the front factor in the given equation.&lt;br /&gt;
#*discuss dependence of the growth rate on the size of the crystal at a chosen crystallization temperature. Make a schematic plot of the predicted growth rate versus the crystal size for the chosen crystallization temperature.&lt;br /&gt;
#*what are the consequences for the predicted growth rate for crystallization behaviour at a particular crystallization temperature?&lt;br /&gt;
#Figure volume relaxation (case 2 figure 27)&lt;br /&gt;
#Rubbers&lt;br /&gt;
#*Define an ideal rubber&lt;br /&gt;
#*Derive expression for deltaG = G(deformed) - G(undeformed)&lt;br /&gt;
Expressions for the squared end-to-end distance for FJC and P(R)dR are given&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 januari 2018===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#ceiling temperature vergelijken bij vinyl polymerization en ring opening polymerization + kleine bijvragen daarover&lt;br /&gt;
#controlled radical polymerization (NMP en ATRP)&lt;br /&gt;
#living cationic polymerization&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#grafiek spinodal, binodal (die met Berghman&#039;s point) toegepast op PDLC, vorming van PDLC uitleggen aan de hand van grafiek&lt;br /&gt;
#physical ageing&lt;br /&gt;
#avrami plot&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2018===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#anionic, cationic en radical vinyl polymerisation vergelijken ivm monomeren, terminatie en mogelijkheid tot controlled/living&lt;br /&gt;
#step growth en chain growth vergelijken en hoe ge kunt bepalen wanneer ge wa hebt&lt;br /&gt;
#ROMP uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#taak bespreken (mondeling)&lt;br /&gt;
#Gibs-Thomson-Tammann afleiden voor lamellar crystal, vergelijking voor Gibbs fusie is gegeven&lt;br /&gt;
#spinodal en critical condition geven + afleiden helemaal en berekenen wat de critische waarden zijn voor &#039;chi&#039; en &#039;fi-2&#039;, vergelijking Gibbs gegeven&lt;br /&gt;
Huggings formule gegeven (niet in boek) is een uitbreiding van Flory-huggings vergelijking, wanneer zijn die aan elkaar gelijk en wat is de betekenis dan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2018===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#living/controlled polymerization: definitie + uitleggen. Hoe kunt ge dat experimenteel kunt nagaan. Principe uitleggen hoe ge van free radical polymerization naar controlled polymerization gaat.&lt;br /&gt;
#De invloed van de moleculaire structuur van vinyl polymeren op polymerisatie en op de polymerisation rate en dan ook nog op inhibitie en retardatie&lt;br /&gt;
#bespreek emulsion polymerization&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#Bespreek uw taak: gewoon uw taak uitleggen aan Nies (mondelinge vraag)&lt;br /&gt;
#plot van volumeverandering i.f.v. de tijd (case2-figuur 25) gegeven, bespreek ... (physical ageing)&lt;br /&gt;
#afleiding voor de Thomson-Tammann smelttemperatuur van een eindig sfeer kristal, met de fusie Gibbs vrij energie van een oneindig groot kristal gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 augustus 2017===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#Vergelijk anionische ring opening polymerizatie met kationische ring opening polymerizatie op vlak van&lt;br /&gt;
#*monomeer&lt;br /&gt;
#*intiator&lt;br /&gt;
#*mechanisme&lt;br /&gt;
#*terminatie/recombinatie&lt;br /&gt;
#*ceiling temperature&lt;br /&gt;
#Lewis Mayo en die R ratio&#039;s daar in. Welke dingen invloed daar op hebben en hoe + voorbeeld&lt;br /&gt;
#Welk invloed heeft de vorderingsgraad op molaire massa in step growth polymerizatie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#(mondelinge vraag) bespreek grafiek en waarom dat dit gebeurt (uitleggen op moleculair niveau), grafiek van physical ageing&lt;br /&gt;
#Afleiding van hoofdstuk 4 Gibbs vrije energie wanneer een ideaal rubber deformatie ondergaat&lt;br /&gt;
#vanalles van UCST en LCST, iets vaags.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2017===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#Anionische, kationische en frp uitleggen obv monomeer, terminatie en hoe ge het levend kunt maken&lt;br /&gt;
#Step growth en chain growth&lt;br /&gt;
#Ringopening methatese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
Vraag 1:&lt;br /&gt;
#Wat is de definitie van een FRC?&lt;br /&gt;
#Bij welke condities is de FRC gelijk aan de FJC&lt;br /&gt;
#Bereken Lk en Nk voor de limiet van een enorm lange FRC (&amp;lt;R2&amp;gt;frc gegeven)&lt;br /&gt;
#Leidt een vergelijking af voor de mean squared end-to-end distance van een ideaal lineair diblock copolymeer bestaande uit Nk1 Kuhn monomeren met lengte lk dat vasthangt via 1 einde aan Nk2 Kuhn monomeren met lengte lk2&lt;br /&gt;
Vraag 2:&lt;br /&gt;
#Mengsel van PS in methylcyclohexaan (Mw = 355kg/mol)&lt;br /&gt;
Bij T=350K bestaat het mengsel uit 1 homogene vloeibare fase. Deze T is 6K boven de flory T. Polymeer volume fractie in de homogene fase is O,2&lt;br /&gt;
Bij T=335K: twee vloeibare fases, de polymeer volume fracties van de coexistant fases zijn 0,003 en 0,435&lt;br /&gt;
In de compositie range {0,002-0,044} en {0,336-0,435} is de structuur van de initiele fase scheiding kleine druppels in een matrix fase&lt;br /&gt;
#*Schets het verloop van delta Gmix ifv de volledige compositierange bij T=333K&lt;br /&gt;
#*Duid de points of interest in deze curve aan en leg ze uit.&lt;br /&gt;
#*Leg tot he point uit waarom je vraag a zo geschetst hebt&lt;br /&gt;
#*Wat zal de morfologie zijn in de initiële fase van scheiding?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 Januari 2017===&lt;br /&gt;
====Prof. Koekcelberghs====&lt;br /&gt;
#Vergelijken ven anionische en kationische ringopeningpolymerisatie op vlak van&lt;br /&gt;
#*Initiatie/Initiatoren&lt;br /&gt;
#*Terminatie/transfer&lt;br /&gt;
#*Mechanisme&lt;br /&gt;
#*Mogelijke monomeren&lt;br /&gt;
#*Ceiling temperature&lt;br /&gt;
#Geef de factoren die een copolymerisatie beïnvloeden &lt;br /&gt;
#Geef de invloed van de conversie bij een step-growth polymerisatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#Vraag 1: bespreek je taak helemaal (mondeling)&lt;br /&gt;
#Vraag 2: Leid het verschil in Gibbs vrije energie voor een vervormd en onvervormd ideaal rubber af. End-to-end distance van een ideaal rubber en de Gaussische distributie zijn gegeven.&lt;br /&gt;
#Vraag 3: Gegeven een stelling die zegt dat er een closed-gap miscibility gap plaatsvindt, met een formule voor chi in functie van T. 2 kritische waarden voor de temperatuur zijn gegeven. De vraag is: kan deze stelling kloppen?  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 januari 2017===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#living/controlled polymerization: definitie + uitleggen. Hoe kunt ge dat experimenteel kunt nagaan. Principe uitleggen hoe ge van free radical polymerization naar controlled polymerization gaat.&lt;br /&gt;
#De invloed van de moleculaire structuur van vinyl polymeren op polymerisatie en op de polymerisation rate en dan ook nog op inhibitie en retardatie&lt;br /&gt;
#bespreek emulsion polymerization&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#Bespreek uw taak: gewoon uw taak uitleggen aan Nies (mondelinge vraag)&lt;br /&gt;
#zie theoretical questions doc case 3 vraag 13, maar alleen de excess Gibbs energy en de chemical potentials waren gegeven&lt;br /&gt;
#Vraag 3:&lt;br /&gt;
#*thermodynamische uitdrukking voor spinodal en critical conditions afleiden.&lt;br /&gt;
#*zie theoretical questions doc case 2 vraag 4 en de uitdrukking voor de Gibbs energy is gegeven&lt;br /&gt;
#*de verbeterde Huggins uitdrukking voor de Gibbs energy is gegeven en daarvoor de enthalipsche en entropische bijdragen bepalen.&lt;br /&gt;
#*De FH uitdrukking is een speciaal geval van de Huggins uitdrukking: bepaal de conditie van y waarvoor dit geld + geef de fysische betekenis van die conditie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 januari 2016===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#Vergelijk chemisch geïnitieerde FRP en ATR op vlak van:&lt;br /&gt;
#*Algemeen protocol&lt;br /&gt;
#*Snelheidsvergelijkingen&lt;br /&gt;
#*Invloed van de moleculaire structuur op de snelheid van polymerisatie&lt;br /&gt;
#Leg uit: step growth en chain growth polymerisatie. Hoe kan je experimenteel onderscheid maken tussen beide?&lt;br /&gt;
#Leg kort uit: Ziegler-Nattakatalysator&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#Gegeven: Tg in functie van cooling rate. Verklaar de moleculaire oorsprong van dit fenomeen. (oral)&lt;br /&gt;
#*Mondelinge bijvraag: wat bepaalt, naast de kinetische energie, ook mee het vrije volume?&lt;br /&gt;
#Leid een formule af voor het smeltpunt van een eindig sferisch kristal.&lt;br /&gt;
#Vrije energie van mengen volgens Flory-Huggins gegeven:&lt;br /&gt;
#*Wat zijn de spinodale en kristische voorwaarden?&lt;br /&gt;
#*Geef de betekenis en eenheiden van elke parameter in de vergelijking.&lt;br /&gt;
#*Geef een concrete uitdrukking voor de kritische en spinodale voorwaarden afgeleid uit de bovenstaande vergelijking.&lt;br /&gt;
#*Geef een concrete uitdrukking voor de kritische phi en chi.&lt;br /&gt;
#*Gegeven een uitgebreide variant van de vergelijking van Flory en Huggins. Wat zijn de enthalpische en entropische bijdragen?&lt;br /&gt;
#*De oorspronkelijke formule van Flory en Huggins is een bijzonder geval van de bovenstaande vergelijking. Onder welke voorwaarde is dit en waarmee komt dit fysisch overeen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 januari 2016===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#Define living/controlled polymerisation. Hoe neem je dit experimenteel waar? Hoe maak je free radical controlled?&lt;br /&gt;
#Wat is de invloed van moleculaire structuur van monomeer op manier vinylpolymerisatie, snelheid en retardation/inhibition?&lt;br /&gt;
#Bespreek emulsiepolymerisatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#Case 2, figuur 27 uitleggen (specifiek volume in functie van tijd) (oral)&lt;br /&gt;
#Leid Gibbs Thomson uitdrukking af voor smelttemperatuur van sferisch kristal.&lt;br /&gt;
#Uitdrukking s^2 en massacentrum gegeven:&lt;br /&gt;
#*Leid average radius of gyration af met alles massa&#039;s = m.&lt;br /&gt;
#*Toon aan dat average radius of gyration = lb^2 (N+1)(N-1)/6N als i=1,2,3,...,N-1.&lt;br /&gt;
#*Veranderen de uitdrukking als er interacties zijn tussen de massa&#039;s met Lennard Jones interactie potentiaal?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2013===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#Discuss the ceiling temperature and apply it on both the vinyl polymerization and ring opening polymerization. Is the ceiling temperature of a particular monomer dependent on the way it&#039;s polymerized?&lt;br /&gt;
Is it possible that a particular monomer, of which the ceiling temperature is such that only low-molar mass oligomers can be obtained via a living anionic polymerization at a certain temperature, can be polymerized into high-molar mass polymer using a free radical polymerization at the same temperature? Motivate your anwer.&lt;br /&gt;
#Explain the principle of a controlled radical polymerization and apply it on NMP and ATRP.&lt;br /&gt;
#Discuss briefly the living cationic vinyl polymerization.&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
Zie onderstaande afbeelding.&lt;br /&gt;
[ &lt;br /&gt;
#Assignment 1 (oral)&lt;br /&gt;
#The &amp;amp;lt;i&amp;amp;gt;free rotating chain&amp;amp;lt;/i&amp;amp;gt; (FRC) consists of N bonding vectors l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;i&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;, i=1,...,N with constant bond length |l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;i&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;| = l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;b&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; and constant bond angles Ï´&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;ii+1&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;=Ï´, i=1,...,N between the successive bonding vectors. The average quadratic end-to-end distance &amp;amp;lt;RÂ²&amp;amp;gt;, valid for all physically sensible values of N, l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;b&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; and Ï´, is given by [[Bestand:R-FRC.JPG]]&lt;br /&gt;
#*Show that the average quadratic end-to-end distance &amp;amp;lt;RÂ²&amp;amp;gt; of the FRC chain with very small bond angles also can be written in the Kratky-Porod chain form: &amp;amp;lt;RÂ²&amp;amp;gt; = 2l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;p&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;L-2l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;p&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;Â²(1-exp(-L/l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;p&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;),&lt;br /&gt;
with l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;p&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;=l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;b&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;L/(1-cosÏ´) the perstistence length and L the contour length.&lt;br /&gt;
#Derive from the general thermodynamic equilibrium conditions the melting point of a polymer crystal in equilibrium with a solution of the polymer.&lt;br /&gt;
For the polymer solution you can use the Flory-Huggins excess Gibbs-energy of mixing.&lt;br /&gt;
[[Bestand:G(mix).JPG]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
The chemical potentials of the components are given by:&lt;br /&gt;
[[Bestand:Chempot.JPG]] ]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Bestand:240113nies.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2013===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#Compare chemically initiated free radical polymerization and ATRP, for the following aspects:&lt;br /&gt;
#*general concept&lt;br /&gt;
#*rate of polymerization&lt;br /&gt;
#*influence of molecule structure on polymerization rate&lt;br /&gt;
#Discuss the differences in mechanism of chain growth and step growth polymerization. How can one investigate which type of polymerization he is dealing with?&lt;br /&gt;
#Explain briefly: Ziegler-Natta catalyst&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#Discussion of assignment 1 (oral)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zie onderstaande afbeelding.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#The expression of average squared end-to-end distance of the Kratky-Porod chain is given: &amp;amp;lt;RÂ²&amp;amp;gt; = 2l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;p&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;L - 2l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;p&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;Â²(1-exp(-L/l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;p&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;)&lt;br /&gt;
#*Derive expressions for the Kuhn segment length and the number of Kuhn segments for this chain.&lt;br /&gt;
#*Discuss your results. For instance, did you make any assumptions? Mention them explicitly.&lt;br /&gt;
#The excess Gibbs ebergy of mixing in the Flory-Huggins model is given: Î”G/N&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;l&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;kT = Î”g/kT = (Ï†&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;1&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;/s&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;1&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;)lnÏ†&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;1&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; + (Ï†&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;/s&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;)lnÏ†&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; + Ï‡Ï†&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;1&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;Ï†&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
#*Derive expressions for the spinodal and critical conditions.&lt;br /&gt;
#*Derive from these expressions the formulae for the critical composition Ï†&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2,cr&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; and critical value of Ï‡.&lt;br /&gt;
#*What is the relevance of the spinodal for material behaviour?&lt;br /&gt;
[[Bestand:180113nies.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2012===&lt;br /&gt;
====Professor Nies====&lt;br /&gt;
#Gegeven een fase-diagram uit Case II. Wat gebeurt er als er vanuit punt A (dat links van de critical point lag):&lt;br /&gt;
#* traag wordt afgekoeld&lt;br /&gt;
#* wordt gequenched (1000K/min)&lt;br /&gt;
#* Hoe ziet de oplossing er na koelen uit voor beide gevallen&lt;br /&gt;
#5 begrippen uitleggen:&lt;br /&gt;
#*Thermo-elastische inversie&lt;br /&gt;
#*Physical ageing&lt;br /&gt;
#*Second order transition&lt;br /&gt;
#*Effective pair potential&lt;br /&gt;
#*Nucleation &amp;amp;amp; growth&lt;br /&gt;
#Leidt de spinodal en critical conditions af en ook de waarden voor Fi(2,crit) en Chi(krit).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Professor Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#Wat is de ceiling temperatuur en correleer dit met vinylpolymerisatie en Ring opening polymerisatie. Is de ceiling temperatuur afhankelijk van hoe we polymeriseren? Stel we polymeriseren via een living anionische polymerisatie. Het monomeer heeft een lage ceiling temperatuur, wat ervoor zorgt dat er geen lange polymeerketens worden gevormd. Kan men dan langere ketens verkrijgen als men bij dezelfde temperatuur via een radicale polymerisatie polymeriseert?&lt;br /&gt;
#M1 en M2 worden gecopolymeriseerd. Geef de parameters voor beide monomeren en leg uit waarvan deze afhangen.&lt;br /&gt;
# Leg uit: (radicalaire)  emulsiepolymerisatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2011===&lt;br /&gt;
====Professor Nies====&lt;br /&gt;
# Teken het verloop van de de gibssvrij-energie in functie van volumefractie bij een temperatuur van 300K. Volumefracties = 0,2. Coexistence points en spinodal points gegeven. Ook de verschillende punten aanduiden en kort uitleggen. (deze vraag was mondeling)&lt;br /&gt;
# Formule p 50 case 1 gegeven (zonder 4e term)&lt;br /&gt;
#* leg de symbolen uit + dimensies + eenheden&lt;br /&gt;
#* wat bedoelt men met &amp;amp;quot;volgens de Flory benadering...&amp;amp;quot;&lt;br /&gt;
#* leg de twee verschillende termen uit&lt;br /&gt;
#* Bereken end-to-end distance in evenwicht bij een flory-solvent&lt;br /&gt;
#* Bereken end-to-end distance in evenwicht bij een goed solvent&lt;br /&gt;
# Avramiplot+vergelijking gegeven&lt;br /&gt;
#*leg de parameters uit&lt;br /&gt;
#*hoe kan je volumefractie kristallijne fase meten, leg kort techniek uit.&lt;br /&gt;
#*geef een kwalitatieve bespreking van de grafiek&lt;br /&gt;
#*wat kan je uit de parameters afleiden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Professor Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
# zie vragen vorig jaar&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2010===&lt;br /&gt;
====Professor Nies====&lt;br /&gt;
#Er was de grafiek gegeven met daarop de binodal, spinodal en Tg curve. Met daarop 3 punten aangegeven, telkens in het homogene gebied boven de binodal en boven Tg. Punt A: Links van kritische punt, punt B tussen kritische punt en Berghmans punt en punt C rechts van Berghmanspunt. (Alleen deze vraag mondeling)&lt;br /&gt;
#*Wat vindt plaats als je in punt A traag afkoelt?&lt;br /&gt;
#*Wat vindt plaats als je in punt A afkoelt met 1000K/min&lt;br /&gt;
#*Wat vindt plaats als je in punt B traag afkoelt&lt;br /&gt;
#*Wat vindt plaats als je in punt B afkoelt met 1000K/min&lt;br /&gt;
#*Wat vindt plaats als je in punt C traag afkoelt?&lt;br /&gt;
#*Wat vindt plaats als je in punt C afkoelt met 1000K/min&lt;br /&gt;
#Vergelijking van Groeisnelheid bij kristallisatie (U) gegeven: U=Fexp(A)exp(B)exp(C) Zowel F,A,B,C waren gegeven in symbolen(vergelijking onder 7.B case III)&lt;br /&gt;
#*Geef waarvoor de symbolen staan en wat hun eenheden zijn.&lt;br /&gt;
#*Verklaar waar de Frontfactor (F) en de drie exp&#039;s vandaan komen&lt;br /&gt;
#*Bespreek temperatuursafhankelijkheid en geef een schets&lt;br /&gt;
#Geef de definitie van een ideale Rubber&lt;br /&gt;
#* Leid de uitdrukking voor af voor S bij een willekeurige verandering. P(R) gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#Vergelijk radicalaire, anionische en kationische vinylpolymerisatie&lt;br /&gt;
#*Mogelijke monomere deeltjes (stabiliteit)&lt;br /&gt;
#*Terminatie reacties&lt;br /&gt;
#*Invloed van verschillende voorkomende deeltjes op sneldheid (hiermee bedoelde hij de associated ion pairs etc)&lt;br /&gt;
#*Mogelijke manier om ze &#039;levend&#039; te maken. (of quasi levend)&lt;br /&gt;
#*? dacht dat er nog 1 was&lt;br /&gt;
#Je wil een ideaal, perfect blockcopolymeer maken van MMA en MA op anionische wijze. Welk monomeer moet je eerst polymeriseren? Blijft indien je dit met ATRP wil doen de volgorde dezelfde?&lt;br /&gt;
#Bespreek kort Ring Opening Metathesis Polymerisatie.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Maxime vdB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Polymer_Sciences:_from_Synthesis_to_Polymer_Material&amp;diff=1404</id>
		<title>Polymer Sciences: from Synthesis to Polymer Material</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Polymer_Sciences:_from_Synthesis_to_Polymer_Material&amp;diff=1404"/>
		<updated>2019-01-18T13:41:12Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Maxime vdB: /* Prof. Nies */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Machemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Gedoceerd door Professor Nies en Professor Koeckelberghs. Lessen zijn altijd in het Engels. De verdeling is 2/3 op het deel van Nies en 1/3 op het deel van Koeckelberghs. Bij Nies zijn er ook verplichte assignments tijdens het jaar, die meetellen voor een fractie 4/(12-N) van de punten van zijn deel (met N aantal assignments, doorgaans 2). Nies zijn examen is gesloten boek en er moet maar één vraag bij hem mondeling besproken worden (deze wordt op voorhand aangeduid). Bij Koeckelberghs zijn alle vragen mondeling te bespreken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===17 januari 2019===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#Anionic, cationic en radical vinyl polymerisation vergelijken ivm monomeren, terminatie en mogelijkheid tot controlled/living&lt;br /&gt;
#Step growth en chain growth vergelijken en hoe je kan bepalen wanneer je welke hebt&lt;br /&gt;
#Metathese kort uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#Taak uitleggen (mondeling).&lt;br /&gt;
#Grafiek over Tg afhankelijkheid van de cooling rate, uitleggen op moleculair niveau (met betrekking tot mobiliteit)&lt;br /&gt;
#Afleiding radius of gyration geven (fjc), toon aan dat &amp;lt;s²&amp;gt;= lb^2 (N+1)(N-1)/6N en of de uitdrukking verandert als er interacties zijn tussen de massa&#039;s met Lennard Jones interactie potentiaal?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 januari 2019===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#living/controlled polymerization: definitie + uitleggen. Hoe kunt ge dat experimenteel kunt nagaan. Principe uitleggen hoe ge van free radical polymerization naar controlled polymerization gaat.&lt;br /&gt;
#De invloed van de moleculaire structuur van vinyl polymeren op polymerisatie en op de polymerisation rate en dan ook nog op inhibitie en retardatie&lt;br /&gt;
#bespreek emulsion polymerization&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#Bespreek uw taak: gewoon uw taak uitleggen aan Nies (mondelinge vraag)&lt;br /&gt;
#plot van volumeverandering i.f.v. de tijd (case2-figuur 25) gegeven, bespreek ... (physical ageing)&lt;br /&gt;
#afleiding voor de Thomson-Tammann smelttemperatuur van een eindig sfeer kristal, met de fusie Gibbs vrij energie van een oneindig groot kristal gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===31 januari 2018===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#Anionic versus cationic ring opening polymerization:&lt;br /&gt;
#*monomeer&lt;br /&gt;
#*intiator&lt;br /&gt;
#*general polymerization mechanism&lt;br /&gt;
#*termination + transfer&lt;br /&gt;
#*ceiling temperature&lt;br /&gt;
#Influence of the molecular structure of vinyl monomers on possibility to polymerize. Correlate the molecular structure with:&lt;br /&gt;
#*the way monomers can be polymerized&lt;br /&gt;
#*rate of polymerization&lt;br /&gt;
#*retardation + inhibition&lt;br /&gt;
#Influence of conversion on molar mass in step growth polymerization&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#Formula growth rate given (case 3 eq. 1.28)&lt;br /&gt;
#*discuss the origin of the exponential facors and the front factor in the given equation.&lt;br /&gt;
#*discuss dependence of the growth rate on the size of the crystal at a chosen crystallization temperature. Make a schematic plot of the predicted growth rate versus the crystal size for the chosen crystallization temperature.&lt;br /&gt;
#*what are the consequences for the predicted growth rate for crystallization behaviour at a particular crystallization temperature?&lt;br /&gt;
#Figure volume relaxation (case 2 figure 27)&lt;br /&gt;
#Rubbers&lt;br /&gt;
#*Define an ideal rubber&lt;br /&gt;
#*Derive expression for deltaG = G(deformed) - G(undeformed)&lt;br /&gt;
Expressions for the squared end-to-end distance for FJC and P(R)dR are given&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 januari 2018===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#ceiling temperature vergelijken bij vinyl polymerization en ring opening polymerization + kleine bijvragen daarover&lt;br /&gt;
#controlled radical polymerization (NMP en ATRP)&lt;br /&gt;
#living cationic polymerization&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#grafiek spinodal, binodal (die met Berghman&#039;s point) toegepast op PDLC, vorming van PDLC uitleggen aan de hand van grafiek&lt;br /&gt;
#physical ageing&lt;br /&gt;
#avrami plot&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2018===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#anionic, cationic en radical vinyl polymerisation vergelijken ivm monomeren, terminatie en mogelijkheid tot controlled/living&lt;br /&gt;
#step growth en chain growth vergelijken en hoe ge kunt bepalen wanneer ge wa hebt&lt;br /&gt;
#ROMP uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#taak bespreken (mondeling)&lt;br /&gt;
#Gibs-Thomson-Tammann afleiden voor lamellar crystal, vergelijking voor Gibbs fusie is gegeven&lt;br /&gt;
#spinodal en critical condition geven + afleiden helemaal en berekenen wat de critische waarden zijn voor &#039;chi&#039; en &#039;fi-2&#039;, vergelijking Gibbs gegeven&lt;br /&gt;
Huggings formule gegeven (niet in boek) is een uitbreiding van Flory-huggings vergelijking, wanneer zijn die aan elkaar gelijk en wat is de betekenis dan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2018===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#living/controlled polymerization: definitie + uitleggen. Hoe kunt ge dat experimenteel kunt nagaan. Principe uitleggen hoe ge van free radical polymerization naar controlled polymerization gaat.&lt;br /&gt;
#De invloed van de moleculaire structuur van vinyl polymeren op polymerisatie en op de polymerisation rate en dan ook nog op inhibitie en retardatie&lt;br /&gt;
#bespreek emulsion polymerization&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#Bespreek uw taak: gewoon uw taak uitleggen aan Nies (mondelinge vraag)&lt;br /&gt;
#plot van volumeverandering i.f.v. de tijd (case2-figuur 25) gegeven, bespreek ... (physical ageing)&lt;br /&gt;
#afleiding voor de Thomson-Tammann smelttemperatuur van een eindig sfeer kristal, met de fusie Gibbs vrij energie van een oneindig groot kristal gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 augustus 2017===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#Vergelijk anionische ring opening polymerizatie met kationische ring opening polymerizatie op vlak van&lt;br /&gt;
#*monomeer&lt;br /&gt;
#*intiator&lt;br /&gt;
#*mechanisme&lt;br /&gt;
#*terminatie/recombinatie&lt;br /&gt;
#*ceiling temperature&lt;br /&gt;
#Lewis Mayo en die R ratio&#039;s daar in. Welke dingen invloed daar op hebben en hoe + voorbeeld&lt;br /&gt;
#Welk invloed heeft de vorderingsgraad op molaire massa in step growth polymerizatie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#(mondelinge vraag) bespreek grafiek en waarom dat dit gebeurt (uitleggen op moleculair niveau), grafiek van physical ageing&lt;br /&gt;
#Afleiding van hoofdstuk 4 Gibbs vrije energie wanneer een ideaal rubber deformatie ondergaat&lt;br /&gt;
#vanalles van UCST en LCST, iets vaags.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2017===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#Anionische, kationische en frp uitleggen obv monomeer, terminatie en hoe ge het levend kunt maken&lt;br /&gt;
#Step growth en chain growth&lt;br /&gt;
#Ringopening methatese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
Vraag 1:&lt;br /&gt;
#Wat is de definitie van een FRC?&lt;br /&gt;
#Bij welke condities is de FRC gelijk aan de FJC&lt;br /&gt;
#Bereken Lk en Nk voor de limiet van een enorm lange FRC (&amp;lt;R2&amp;gt;frc gegeven)&lt;br /&gt;
#Leidt een vergelijking af voor de mean squared end-to-end distance van een ideaal lineair diblock copolymeer bestaande uit Nk1 Kuhn monomeren met lengte lk dat vasthangt via 1 einde aan Nk2 Kuhn monomeren met lengte lk2&lt;br /&gt;
Vraag 2:&lt;br /&gt;
#Mengsel van PS in methylcyclohexaan (Mw = 355kg/mol)&lt;br /&gt;
Bij T=350K bestaat het mengsel uit 1 homogene vloeibare fase. Deze T is 6K boven de flory T. Polymeer volume fractie in de homogene fase is O,2&lt;br /&gt;
Bij T=335K: twee vloeibare fases, de polymeer volume fracties van de coexistant fases zijn 0,003 en 0,435&lt;br /&gt;
In de compositie range {0,002-0,044} en {0,336-0,435} is de structuur van de initiele fase scheiding kleine druppels in een matrix fase&lt;br /&gt;
#*Schets het verloop van delta Gmix ifv de volledige compositierange bij T=333K&lt;br /&gt;
#*Duid de points of interest in deze curve aan en leg ze uit.&lt;br /&gt;
#*Leg tot he point uit waarom je vraag a zo geschetst hebt&lt;br /&gt;
#*Wat zal de morfologie zijn in de initiële fase van scheiding?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 Januari 2017===&lt;br /&gt;
====Prof. Koekcelberghs====&lt;br /&gt;
#Vergelijken ven anionische en kationische ringopeningpolymerisatie op vlak van&lt;br /&gt;
#*Initiatie/Initiatoren&lt;br /&gt;
#*Terminatie/transfer&lt;br /&gt;
#*Mechanisme&lt;br /&gt;
#*Mogelijke monomeren&lt;br /&gt;
#*Ceiling temperature&lt;br /&gt;
#Geef de factoren die een copolymerisatie beïnvloeden &lt;br /&gt;
#Geef de invloed van de conversie bij een step-growth polymerisatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#Vraag 1: bespreek je taak helemaal (mondeling)&lt;br /&gt;
#Vraag 2: Leid het verschil in Gibbs vrije energie voor een vervormd en onvervormd ideaal rubber af. End-to-end distance van een ideaal rubber en de Gaussische distributie zijn gegeven.&lt;br /&gt;
#Vraag 3: Gegeven een stelling die zegt dat er een closed-gap miscibility gap plaatsvindt, met een formule voor chi in functie van T. 2 kritische waarden voor de temperatuur zijn gegeven. De vraag is: kan deze stelling kloppen?  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 januari 2017===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#living/controlled polymerization: definitie + uitleggen. Hoe kunt ge dat experimenteel kunt nagaan. Principe uitleggen hoe ge van free radical polymerization naar controlled polymerization gaat.&lt;br /&gt;
#De invloed van de moleculaire structuur van vinyl polymeren op polymerisatie en op de polymerisation rate en dan ook nog op inhibitie en retardatie&lt;br /&gt;
#bespreek emulsion polymerization&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#Bespreek uw taak: gewoon uw taak uitleggen aan Nies (mondelinge vraag)&lt;br /&gt;
#zie theoretical questions doc case 3 vraag 13, maar alleen de excess Gibbs energy en de chemical potentials waren gegeven&lt;br /&gt;
#Vraag 3:&lt;br /&gt;
#*thermodynamische uitdrukking voor spinodal en critical conditions afleiden.&lt;br /&gt;
#*zie theoretical questions doc case 2 vraag 4 en de uitdrukking voor de Gibbs energy is gegeven&lt;br /&gt;
#*de verbeterde Huggins uitdrukking voor de Gibbs energy is gegeven en daarvoor de enthalipsche en entropische bijdragen bepalen.&lt;br /&gt;
#*De FH uitdrukking is een speciaal geval van de Huggins uitdrukking: bepaal de conditie van y waarvoor dit geld + geef de fysische betekenis van die conditie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 januari 2016===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#Vergelijk chemisch geïnitieerde FRP en ATR op vlak van:&lt;br /&gt;
#*Algemeen protocol&lt;br /&gt;
#*Snelheidsvergelijkingen&lt;br /&gt;
#*Invloed van de moleculaire structuur op de snelheid van polymerisatie&lt;br /&gt;
#Leg uit: step growth en chain growth polymerisatie. Hoe kan je experimenteel onderscheid maken tussen beide?&lt;br /&gt;
#Leg kort uit: Ziegler-Nattakatalysator&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#Gegeven: Tg in functie van cooling rate. Verklaar de moleculaire oorsprong van dit fenomeen. (oral)&lt;br /&gt;
#*Mondelinge bijvraag: wat bepaalt, naast de kinetische energie, ook mee het vrije volume?&lt;br /&gt;
#Leid een formule af voor het smeltpunt van een eindig sferisch kristal.&lt;br /&gt;
#Vrije energie van mengen volgens Flory-Huggins gegeven:&lt;br /&gt;
#*Wat zijn de spinodale en kristische voorwaarden?&lt;br /&gt;
#*Geef de betekenis en eenheiden van elke parameter in de vergelijking.&lt;br /&gt;
#*Geef een concrete uitdrukking voor de kritische en spinodale voorwaarden afgeleid uit de bovenstaande vergelijking.&lt;br /&gt;
#*Geef een concrete uitdrukking voor de kritische phi en chi.&lt;br /&gt;
#*Gegeven een uitgebreide variant van de vergelijking van Flory en Huggins. Wat zijn de enthalpische en entropische bijdragen?&lt;br /&gt;
#*De oorspronkelijke formule van Flory en Huggins is een bijzonder geval van de bovenstaande vergelijking. Onder welke voorwaarde is dit en waarmee komt dit fysisch overeen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 januari 2016===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#Define living/controlled polymerisation. Hoe neem je dit experimenteel waar? Hoe maak je free radical controlled?&lt;br /&gt;
#Wat is de invloed van moleculaire structuur van monomeer op manier vinylpolymerisatie, snelheid en retardation/inhibition?&lt;br /&gt;
#Bespreek emulsiepolymerisatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#Case 2, figuur 27 uitleggen (specifiek volume in functie van tijd) (oral)&lt;br /&gt;
#Leid Gibbs Thomson uitdrukking af voor smelttemperatuur van sferisch kristal.&lt;br /&gt;
#Uitdrukking s^2 en massacentrum gegeven:&lt;br /&gt;
#*Leid average radius of gyration af met alles massa&#039;s = m.&lt;br /&gt;
#*Toon aan dat average radius of gyration = lb^2 (N+1)(N-1)/6N als i=1,2,3,...,N-1.&lt;br /&gt;
#*Veranderen de uitdrukking als er interacties zijn tussen de massa&#039;s met Lennard Jones interactie potentiaal?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2013===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#Discuss the ceiling temperature and apply it on both the vinyl polymerization and ring opening polymerization. Is the ceiling temperature of a particular monomer dependent on the way it&#039;s polymerized?&lt;br /&gt;
Is it possible that a particular monomer, of which the ceiling temperature is such that only low-molar mass oligomers can be obtained via a living anionic polymerization at a certain temperature, can be polymerized into high-molar mass polymer using a free radical polymerization at the same temperature? Motivate your anwer.&lt;br /&gt;
#Explain the principle of a controlled radical polymerization and apply it on NMP and ATRP.&lt;br /&gt;
#Discuss briefly the living cationic vinyl polymerization.&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
Zie onderstaande afbeelding.&lt;br /&gt;
[ &lt;br /&gt;
#Assignment 1 (oral)&lt;br /&gt;
#The &amp;amp;lt;i&amp;amp;gt;free rotating chain&amp;amp;lt;/i&amp;amp;gt; (FRC) consists of N bonding vectors l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;i&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;, i=1,...,N with constant bond length |l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;i&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;| = l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;b&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; and constant bond angles Ï´&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;ii+1&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;=Ï´, i=1,...,N between the successive bonding vectors. The average quadratic end-to-end distance &amp;amp;lt;RÂ²&amp;amp;gt;, valid for all physically sensible values of N, l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;b&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; and Ï´, is given by [[Bestand:R-FRC.JPG]]&lt;br /&gt;
#*Show that the average quadratic end-to-end distance &amp;amp;lt;RÂ²&amp;amp;gt; of the FRC chain with very small bond angles also can be written in the Kratky-Porod chain form: &amp;amp;lt;RÂ²&amp;amp;gt; = 2l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;p&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;L-2l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;p&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;Â²(1-exp(-L/l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;p&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;),&lt;br /&gt;
with l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;p&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;=l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;b&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;L/(1-cosÏ´) the perstistence length and L the contour length.&lt;br /&gt;
#Derive from the general thermodynamic equilibrium conditions the melting point of a polymer crystal in equilibrium with a solution of the polymer.&lt;br /&gt;
For the polymer solution you can use the Flory-Huggins excess Gibbs-energy of mixing.&lt;br /&gt;
[[Bestand:G(mix).JPG]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
The chemical potentials of the components are given by:&lt;br /&gt;
[[Bestand:Chempot.JPG]] ]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Bestand:240113nies.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2013===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#Compare chemically initiated free radical polymerization and ATRP, for the following aspects:&lt;br /&gt;
#*general concept&lt;br /&gt;
#*rate of polymerization&lt;br /&gt;
#*influence of molecule structure on polymerization rate&lt;br /&gt;
#Discuss the differences in mechanism of chain growth and step growth polymerization. How can one investigate which type of polymerization he is dealing with?&lt;br /&gt;
#Explain briefly: Ziegler-Natta catalyst&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#Discussion of assignment 1 (oral)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zie onderstaande afbeelding.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#The expression of average squared end-to-end distance of the Kratky-Porod chain is given: &amp;amp;lt;RÂ²&amp;amp;gt; = 2l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;p&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;L - 2l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;p&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;Â²(1-exp(-L/l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;p&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;)&lt;br /&gt;
#*Derive expressions for the Kuhn segment length and the number of Kuhn segments for this chain.&lt;br /&gt;
#*Discuss your results. For instance, did you make any assumptions? Mention them explicitly.&lt;br /&gt;
#The excess Gibbs ebergy of mixing in the Flory-Huggins model is given: Î”G/N&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;l&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;kT = Î”g/kT = (Ï†&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;1&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;/s&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;1&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;)lnÏ†&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;1&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; + (Ï†&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;/s&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;)lnÏ†&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; + Ï‡Ï†&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;1&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;Ï†&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
#*Derive expressions for the spinodal and critical conditions.&lt;br /&gt;
#*Derive from these expressions the formulae for the critical composition Ï†&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2,cr&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; and critical value of Ï‡.&lt;br /&gt;
#*What is the relevance of the spinodal for material behaviour?&lt;br /&gt;
[[Bestand:180113nies.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2012===&lt;br /&gt;
====Professor Nies====&lt;br /&gt;
#Gegeven een fase-diagram uit Case II. Wat gebeurt er als er vanuit punt A (dat links van de critical point lag):&lt;br /&gt;
#* traag wordt afgekoeld&lt;br /&gt;
#* wordt gequenched (1000K/min)&lt;br /&gt;
#* Hoe ziet de oplossing er na koelen uit voor beide gevallen&lt;br /&gt;
#5 begrippen uitleggen:&lt;br /&gt;
#*Thermo-elastische inversie&lt;br /&gt;
#*Physical ageing&lt;br /&gt;
#*Second order transition&lt;br /&gt;
#*Effective pair potential&lt;br /&gt;
#*Nucleation &amp;amp;amp; growth&lt;br /&gt;
#Leidt de spinodal en critical conditions af en ook de waarden voor Fi(2,crit) en Chi(krit).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Professor Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#Wat is de ceiling temperatuur en correleer dit met vinylpolymerisatie en Ring opening polymerisatie. Is de ceiling temperatuur afhankelijk van hoe we polymeriseren? Stel we polymeriseren via een living anionische polymerisatie. Het monomeer heeft een lage ceiling temperatuur, wat ervoor zorgt dat er geen lange polymeerketens worden gevormd. Kan men dan langere ketens verkrijgen als men bij dezelfde temperatuur via een radicale polymerisatie polymeriseert?&lt;br /&gt;
#M1 en M2 worden gecopolymeriseerd. Geef de parameters voor beide monomeren en leg uit waarvan deze afhangen.&lt;br /&gt;
# Leg uit: (radicalaire)  emulsiepolymerisatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2011===&lt;br /&gt;
====Professor Nies====&lt;br /&gt;
# Teken het verloop van de de gibssvrij-energie in functie van volumefractie bij een temperatuur van 300K. Volumefracties = 0,2. Coexistence points en spinodal points gegeven. Ook de verschillende punten aanduiden en kort uitleggen. (deze vraag was mondeling)&lt;br /&gt;
# Formule p 50 case 1 gegeven (zonder 4e term)&lt;br /&gt;
#* leg de symbolen uit + dimensies + eenheden&lt;br /&gt;
#* wat bedoelt men met &amp;amp;quot;volgens de Flory benadering...&amp;amp;quot;&lt;br /&gt;
#* leg de twee verschillende termen uit&lt;br /&gt;
#* Bereken end-to-end distance in evenwicht bij een flory-solvent&lt;br /&gt;
#* Bereken end-to-end distance in evenwicht bij een goed solvent&lt;br /&gt;
# Avramiplot+vergelijking gegeven&lt;br /&gt;
#*leg de parameters uit&lt;br /&gt;
#*hoe kan je volumefractie kristallijne fase meten, leg kort techniek uit.&lt;br /&gt;
#*geef een kwalitatieve bespreking van de grafiek&lt;br /&gt;
#*wat kan je uit de parameters afleiden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Professor Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
# zie vragen vorig jaar&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2010===&lt;br /&gt;
====Professor Nies====&lt;br /&gt;
#Er was de grafiek gegeven met daarop de binodal, spinodal en Tg curve. Met daarop 3 punten aangegeven, telkens in het homogene gebied boven de binodal en boven Tg. Punt A: Links van kritische punt, punt B tussen kritische punt en Berghmans punt en punt C rechts van Berghmanspunt. (Alleen deze vraag mondeling)&lt;br /&gt;
#*Wat vindt plaats als je in punt A traag afkoelt?&lt;br /&gt;
#*Wat vindt plaats als je in punt A afkoelt met 1000K/min&lt;br /&gt;
#*Wat vindt plaats als je in punt B traag afkoelt&lt;br /&gt;
#*Wat vindt plaats als je in punt B afkoelt met 1000K/min&lt;br /&gt;
#*Wat vindt plaats als je in punt C traag afkoelt?&lt;br /&gt;
#*Wat vindt plaats als je in punt C afkoelt met 1000K/min&lt;br /&gt;
#Vergelijking van Groeisnelheid bij kristallisatie (U) gegeven: U=Fexp(A)exp(B)exp(C) Zowel F,A,B,C waren gegeven in symbolen(vergelijking onder 7.B case III)&lt;br /&gt;
#*Geef waarvoor de symbolen staan en wat hun eenheden zijn.&lt;br /&gt;
#*Verklaar waar de Frontfactor (F) en de drie exp&#039;s vandaan komen&lt;br /&gt;
#*Bespreek temperatuursafhankelijkheid en geef een schets&lt;br /&gt;
#Geef de definitie van een ideale Rubber&lt;br /&gt;
#* Leid de uitdrukking voor af voor S bij een willekeurige verandering. P(R) gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#Vergelijk radicalaire, anionische en kationische vinylpolymerisatie&lt;br /&gt;
#*Mogelijke monomere deeltjes (stabiliteit)&lt;br /&gt;
#*Terminatie reacties&lt;br /&gt;
#*Invloed van verschillende voorkomende deeltjes op sneldheid (hiermee bedoelde hij de associated ion pairs etc)&lt;br /&gt;
#*Mogelijke manier om ze &#039;levend&#039; te maken. (of quasi levend)&lt;br /&gt;
#*? dacht dat er nog 1 was&lt;br /&gt;
#Je wil een ideaal, perfect blockcopolymeer maken van MMA en MA op anionische wijze. Welk monomeer moet je eerst polymeriseren? Blijft indien je dit met ATRP wil doen de volgorde dezelfde?&lt;br /&gt;
#Bespreek kort Ring Opening Metathesis Polymerisatie.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Maxime vdB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Polymer_Sciences:_from_Synthesis_to_Polymer_Material&amp;diff=1403</id>
		<title>Polymer Sciences: from Synthesis to Polymer Material</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Polymer_Sciences:_from_Synthesis_to_Polymer_Material&amp;diff=1403"/>
		<updated>2019-01-18T13:40:42Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Maxime vdB: /* Prof. Nies */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Machemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Gedoceerd door Professor Nies en Professor Koeckelberghs. Lessen zijn altijd in het Engels. De verdeling is 2/3 op het deel van Nies en 1/3 op het deel van Koeckelberghs. Bij Nies zijn er ook verplichte assignments tijdens het jaar, die meetellen voor een fractie 4/(12-N) van de punten van zijn deel (met N aantal assignments, doorgaans 2). Nies zijn examen is gesloten boek en er moet maar één vraag bij hem mondeling besproken worden (deze wordt op voorhand aangeduid). Bij Koeckelberghs zijn alle vragen mondeling te bespreken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===17 januari 2019===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#Anionic, cationic en radical vinyl polymerisation vergelijken ivm monomeren, terminatie en mogelijkheid tot controlled/living&lt;br /&gt;
#Step growth en chain growth vergelijken en hoe je kan bepalen wanneer je welke hebt&lt;br /&gt;
#Metathese kort uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#Taak uitleggen (mondeling).&lt;br /&gt;
#Grafiek over Tg afhankelijkheid van de cooling rate, uitleggen op moleculair niveau (met betrekking tot mobiliteit)&lt;br /&gt;
#Afleiding radius of gyration geven (fjc), toon aan sat &amp;lt;s²)= lb^2 (N+1)(N-1)/6N en of de uitdrukking verandert als er interacties zijn tussen de massa&#039;s met Lennard Jones interactie potentiaal?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 januari 2019===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#living/controlled polymerization: definitie + uitleggen. Hoe kunt ge dat experimenteel kunt nagaan. Principe uitleggen hoe ge van free radical polymerization naar controlled polymerization gaat.&lt;br /&gt;
#De invloed van de moleculaire structuur van vinyl polymeren op polymerisatie en op de polymerisation rate en dan ook nog op inhibitie en retardatie&lt;br /&gt;
#bespreek emulsion polymerization&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#Bespreek uw taak: gewoon uw taak uitleggen aan Nies (mondelinge vraag)&lt;br /&gt;
#plot van volumeverandering i.f.v. de tijd (case2-figuur 25) gegeven, bespreek ... (physical ageing)&lt;br /&gt;
#afleiding voor de Thomson-Tammann smelttemperatuur van een eindig sfeer kristal, met de fusie Gibbs vrij energie van een oneindig groot kristal gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===31 januari 2018===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#Anionic versus cationic ring opening polymerization:&lt;br /&gt;
#*monomeer&lt;br /&gt;
#*intiator&lt;br /&gt;
#*general polymerization mechanism&lt;br /&gt;
#*termination + transfer&lt;br /&gt;
#*ceiling temperature&lt;br /&gt;
#Influence of the molecular structure of vinyl monomers on possibility to polymerize. Correlate the molecular structure with:&lt;br /&gt;
#*the way monomers can be polymerized&lt;br /&gt;
#*rate of polymerization&lt;br /&gt;
#*retardation + inhibition&lt;br /&gt;
#Influence of conversion on molar mass in step growth polymerization&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#Formula growth rate given (case 3 eq. 1.28)&lt;br /&gt;
#*discuss the origin of the exponential facors and the front factor in the given equation.&lt;br /&gt;
#*discuss dependence of the growth rate on the size of the crystal at a chosen crystallization temperature. Make a schematic plot of the predicted growth rate versus the crystal size for the chosen crystallization temperature.&lt;br /&gt;
#*what are the consequences for the predicted growth rate for crystallization behaviour at a particular crystallization temperature?&lt;br /&gt;
#Figure volume relaxation (case 2 figure 27)&lt;br /&gt;
#Rubbers&lt;br /&gt;
#*Define an ideal rubber&lt;br /&gt;
#*Derive expression for deltaG = G(deformed) - G(undeformed)&lt;br /&gt;
Expressions for the squared end-to-end distance for FJC and P(R)dR are given&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 januari 2018===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#ceiling temperature vergelijken bij vinyl polymerization en ring opening polymerization + kleine bijvragen daarover&lt;br /&gt;
#controlled radical polymerization (NMP en ATRP)&lt;br /&gt;
#living cationic polymerization&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#grafiek spinodal, binodal (die met Berghman&#039;s point) toegepast op PDLC, vorming van PDLC uitleggen aan de hand van grafiek&lt;br /&gt;
#physical ageing&lt;br /&gt;
#avrami plot&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2018===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#anionic, cationic en radical vinyl polymerisation vergelijken ivm monomeren, terminatie en mogelijkheid tot controlled/living&lt;br /&gt;
#step growth en chain growth vergelijken en hoe ge kunt bepalen wanneer ge wa hebt&lt;br /&gt;
#ROMP uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#taak bespreken (mondeling)&lt;br /&gt;
#Gibs-Thomson-Tammann afleiden voor lamellar crystal, vergelijking voor Gibbs fusie is gegeven&lt;br /&gt;
#spinodal en critical condition geven + afleiden helemaal en berekenen wat de critische waarden zijn voor &#039;chi&#039; en &#039;fi-2&#039;, vergelijking Gibbs gegeven&lt;br /&gt;
Huggings formule gegeven (niet in boek) is een uitbreiding van Flory-huggings vergelijking, wanneer zijn die aan elkaar gelijk en wat is de betekenis dan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2018===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#living/controlled polymerization: definitie + uitleggen. Hoe kunt ge dat experimenteel kunt nagaan. Principe uitleggen hoe ge van free radical polymerization naar controlled polymerization gaat.&lt;br /&gt;
#De invloed van de moleculaire structuur van vinyl polymeren op polymerisatie en op de polymerisation rate en dan ook nog op inhibitie en retardatie&lt;br /&gt;
#bespreek emulsion polymerization&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#Bespreek uw taak: gewoon uw taak uitleggen aan Nies (mondelinge vraag)&lt;br /&gt;
#plot van volumeverandering i.f.v. de tijd (case2-figuur 25) gegeven, bespreek ... (physical ageing)&lt;br /&gt;
#afleiding voor de Thomson-Tammann smelttemperatuur van een eindig sfeer kristal, met de fusie Gibbs vrij energie van een oneindig groot kristal gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 augustus 2017===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#Vergelijk anionische ring opening polymerizatie met kationische ring opening polymerizatie op vlak van&lt;br /&gt;
#*monomeer&lt;br /&gt;
#*intiator&lt;br /&gt;
#*mechanisme&lt;br /&gt;
#*terminatie/recombinatie&lt;br /&gt;
#*ceiling temperature&lt;br /&gt;
#Lewis Mayo en die R ratio&#039;s daar in. Welke dingen invloed daar op hebben en hoe + voorbeeld&lt;br /&gt;
#Welk invloed heeft de vorderingsgraad op molaire massa in step growth polymerizatie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#(mondelinge vraag) bespreek grafiek en waarom dat dit gebeurt (uitleggen op moleculair niveau), grafiek van physical ageing&lt;br /&gt;
#Afleiding van hoofdstuk 4 Gibbs vrije energie wanneer een ideaal rubber deformatie ondergaat&lt;br /&gt;
#vanalles van UCST en LCST, iets vaags.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2017===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#Anionische, kationische en frp uitleggen obv monomeer, terminatie en hoe ge het levend kunt maken&lt;br /&gt;
#Step growth en chain growth&lt;br /&gt;
#Ringopening methatese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
Vraag 1:&lt;br /&gt;
#Wat is de definitie van een FRC?&lt;br /&gt;
#Bij welke condities is de FRC gelijk aan de FJC&lt;br /&gt;
#Bereken Lk en Nk voor de limiet van een enorm lange FRC (&amp;lt;R2&amp;gt;frc gegeven)&lt;br /&gt;
#Leidt een vergelijking af voor de mean squared end-to-end distance van een ideaal lineair diblock copolymeer bestaande uit Nk1 Kuhn monomeren met lengte lk dat vasthangt via 1 einde aan Nk2 Kuhn monomeren met lengte lk2&lt;br /&gt;
Vraag 2:&lt;br /&gt;
#Mengsel van PS in methylcyclohexaan (Mw = 355kg/mol)&lt;br /&gt;
Bij T=350K bestaat het mengsel uit 1 homogene vloeibare fase. Deze T is 6K boven de flory T. Polymeer volume fractie in de homogene fase is O,2&lt;br /&gt;
Bij T=335K: twee vloeibare fases, de polymeer volume fracties van de coexistant fases zijn 0,003 en 0,435&lt;br /&gt;
In de compositie range {0,002-0,044} en {0,336-0,435} is de structuur van de initiele fase scheiding kleine druppels in een matrix fase&lt;br /&gt;
#*Schets het verloop van delta Gmix ifv de volledige compositierange bij T=333K&lt;br /&gt;
#*Duid de points of interest in deze curve aan en leg ze uit.&lt;br /&gt;
#*Leg tot he point uit waarom je vraag a zo geschetst hebt&lt;br /&gt;
#*Wat zal de morfologie zijn in de initiële fase van scheiding?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 Januari 2017===&lt;br /&gt;
====Prof. Koekcelberghs====&lt;br /&gt;
#Vergelijken ven anionische en kationische ringopeningpolymerisatie op vlak van&lt;br /&gt;
#*Initiatie/Initiatoren&lt;br /&gt;
#*Terminatie/transfer&lt;br /&gt;
#*Mechanisme&lt;br /&gt;
#*Mogelijke monomeren&lt;br /&gt;
#*Ceiling temperature&lt;br /&gt;
#Geef de factoren die een copolymerisatie beïnvloeden &lt;br /&gt;
#Geef de invloed van de conversie bij een step-growth polymerisatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#Vraag 1: bespreek je taak helemaal (mondeling)&lt;br /&gt;
#Vraag 2: Leid het verschil in Gibbs vrije energie voor een vervormd en onvervormd ideaal rubber af. End-to-end distance van een ideaal rubber en de Gaussische distributie zijn gegeven.&lt;br /&gt;
#Vraag 3: Gegeven een stelling die zegt dat er een closed-gap miscibility gap plaatsvindt, met een formule voor chi in functie van T. 2 kritische waarden voor de temperatuur zijn gegeven. De vraag is: kan deze stelling kloppen?  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 januari 2017===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#living/controlled polymerization: definitie + uitleggen. Hoe kunt ge dat experimenteel kunt nagaan. Principe uitleggen hoe ge van free radical polymerization naar controlled polymerization gaat.&lt;br /&gt;
#De invloed van de moleculaire structuur van vinyl polymeren op polymerisatie en op de polymerisation rate en dan ook nog op inhibitie en retardatie&lt;br /&gt;
#bespreek emulsion polymerization&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#Bespreek uw taak: gewoon uw taak uitleggen aan Nies (mondelinge vraag)&lt;br /&gt;
#zie theoretical questions doc case 3 vraag 13, maar alleen de excess Gibbs energy en de chemical potentials waren gegeven&lt;br /&gt;
#Vraag 3:&lt;br /&gt;
#*thermodynamische uitdrukking voor spinodal en critical conditions afleiden.&lt;br /&gt;
#*zie theoretical questions doc case 2 vraag 4 en de uitdrukking voor de Gibbs energy is gegeven&lt;br /&gt;
#*de verbeterde Huggins uitdrukking voor de Gibbs energy is gegeven en daarvoor de enthalipsche en entropische bijdragen bepalen.&lt;br /&gt;
#*De FH uitdrukking is een speciaal geval van de Huggins uitdrukking: bepaal de conditie van y waarvoor dit geld + geef de fysische betekenis van die conditie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 januari 2016===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#Vergelijk chemisch geïnitieerde FRP en ATR op vlak van:&lt;br /&gt;
#*Algemeen protocol&lt;br /&gt;
#*Snelheidsvergelijkingen&lt;br /&gt;
#*Invloed van de moleculaire structuur op de snelheid van polymerisatie&lt;br /&gt;
#Leg uit: step growth en chain growth polymerisatie. Hoe kan je experimenteel onderscheid maken tussen beide?&lt;br /&gt;
#Leg kort uit: Ziegler-Nattakatalysator&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#Gegeven: Tg in functie van cooling rate. Verklaar de moleculaire oorsprong van dit fenomeen. (oral)&lt;br /&gt;
#*Mondelinge bijvraag: wat bepaalt, naast de kinetische energie, ook mee het vrije volume?&lt;br /&gt;
#Leid een formule af voor het smeltpunt van een eindig sferisch kristal.&lt;br /&gt;
#Vrije energie van mengen volgens Flory-Huggins gegeven:&lt;br /&gt;
#*Wat zijn de spinodale en kristische voorwaarden?&lt;br /&gt;
#*Geef de betekenis en eenheiden van elke parameter in de vergelijking.&lt;br /&gt;
#*Geef een concrete uitdrukking voor de kritische en spinodale voorwaarden afgeleid uit de bovenstaande vergelijking.&lt;br /&gt;
#*Geef een concrete uitdrukking voor de kritische phi en chi.&lt;br /&gt;
#*Gegeven een uitgebreide variant van de vergelijking van Flory en Huggins. Wat zijn de enthalpische en entropische bijdragen?&lt;br /&gt;
#*De oorspronkelijke formule van Flory en Huggins is een bijzonder geval van de bovenstaande vergelijking. Onder welke voorwaarde is dit en waarmee komt dit fysisch overeen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 januari 2016===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#Define living/controlled polymerisation. Hoe neem je dit experimenteel waar? Hoe maak je free radical controlled?&lt;br /&gt;
#Wat is de invloed van moleculaire structuur van monomeer op manier vinylpolymerisatie, snelheid en retardation/inhibition?&lt;br /&gt;
#Bespreek emulsiepolymerisatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#Case 2, figuur 27 uitleggen (specifiek volume in functie van tijd) (oral)&lt;br /&gt;
#Leid Gibbs Thomson uitdrukking af voor smelttemperatuur van sferisch kristal.&lt;br /&gt;
#Uitdrukking s^2 en massacentrum gegeven:&lt;br /&gt;
#*Leid average radius of gyration af met alles massa&#039;s = m.&lt;br /&gt;
#*Toon aan dat average radius of gyration = lb^2 (N+1)(N-1)/6N als i=1,2,3,...,N-1.&lt;br /&gt;
#*Veranderen de uitdrukking als er interacties zijn tussen de massa&#039;s met Lennard Jones interactie potentiaal?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2013===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#Discuss the ceiling temperature and apply it on both the vinyl polymerization and ring opening polymerization. Is the ceiling temperature of a particular monomer dependent on the way it&#039;s polymerized?&lt;br /&gt;
Is it possible that a particular monomer, of which the ceiling temperature is such that only low-molar mass oligomers can be obtained via a living anionic polymerization at a certain temperature, can be polymerized into high-molar mass polymer using a free radical polymerization at the same temperature? Motivate your anwer.&lt;br /&gt;
#Explain the principle of a controlled radical polymerization and apply it on NMP and ATRP.&lt;br /&gt;
#Discuss briefly the living cationic vinyl polymerization.&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
Zie onderstaande afbeelding.&lt;br /&gt;
[ &lt;br /&gt;
#Assignment 1 (oral)&lt;br /&gt;
#The &amp;amp;lt;i&amp;amp;gt;free rotating chain&amp;amp;lt;/i&amp;amp;gt; (FRC) consists of N bonding vectors l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;i&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;, i=1,...,N with constant bond length |l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;i&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;| = l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;b&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; and constant bond angles Ï´&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;ii+1&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;=Ï´, i=1,...,N between the successive bonding vectors. The average quadratic end-to-end distance &amp;amp;lt;RÂ²&amp;amp;gt;, valid for all physically sensible values of N, l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;b&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; and Ï´, is given by [[Bestand:R-FRC.JPG]]&lt;br /&gt;
#*Show that the average quadratic end-to-end distance &amp;amp;lt;RÂ²&amp;amp;gt; of the FRC chain with very small bond angles also can be written in the Kratky-Porod chain form: &amp;amp;lt;RÂ²&amp;amp;gt; = 2l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;p&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;L-2l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;p&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;Â²(1-exp(-L/l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;p&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;),&lt;br /&gt;
with l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;p&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;=l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;b&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;L/(1-cosÏ´) the perstistence length and L the contour length.&lt;br /&gt;
#Derive from the general thermodynamic equilibrium conditions the melting point of a polymer crystal in equilibrium with a solution of the polymer.&lt;br /&gt;
For the polymer solution you can use the Flory-Huggins excess Gibbs-energy of mixing.&lt;br /&gt;
[[Bestand:G(mix).JPG]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
The chemical potentials of the components are given by:&lt;br /&gt;
[[Bestand:Chempot.JPG]] ]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Bestand:240113nies.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2013===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#Compare chemically initiated free radical polymerization and ATRP, for the following aspects:&lt;br /&gt;
#*general concept&lt;br /&gt;
#*rate of polymerization&lt;br /&gt;
#*influence of molecule structure on polymerization rate&lt;br /&gt;
#Discuss the differences in mechanism of chain growth and step growth polymerization. How can one investigate which type of polymerization he is dealing with?&lt;br /&gt;
#Explain briefly: Ziegler-Natta catalyst&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#Discussion of assignment 1 (oral)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zie onderstaande afbeelding.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#The expression of average squared end-to-end distance of the Kratky-Porod chain is given: &amp;amp;lt;RÂ²&amp;amp;gt; = 2l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;p&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;L - 2l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;p&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;Â²(1-exp(-L/l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;p&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;)&lt;br /&gt;
#*Derive expressions for the Kuhn segment length and the number of Kuhn segments for this chain.&lt;br /&gt;
#*Discuss your results. For instance, did you make any assumptions? Mention them explicitly.&lt;br /&gt;
#The excess Gibbs ebergy of mixing in the Flory-Huggins model is given: Î”G/N&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;l&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;kT = Î”g/kT = (Ï†&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;1&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;/s&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;1&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;)lnÏ†&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;1&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; + (Ï†&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;/s&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;)lnÏ†&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; + Ï‡Ï†&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;1&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;Ï†&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
#*Derive expressions for the spinodal and critical conditions.&lt;br /&gt;
#*Derive from these expressions the formulae for the critical composition Ï†&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2,cr&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; and critical value of Ï‡.&lt;br /&gt;
#*What is the relevance of the spinodal for material behaviour?&lt;br /&gt;
[[Bestand:180113nies.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2012===&lt;br /&gt;
====Professor Nies====&lt;br /&gt;
#Gegeven een fase-diagram uit Case II. Wat gebeurt er als er vanuit punt A (dat links van de critical point lag):&lt;br /&gt;
#* traag wordt afgekoeld&lt;br /&gt;
#* wordt gequenched (1000K/min)&lt;br /&gt;
#* Hoe ziet de oplossing er na koelen uit voor beide gevallen&lt;br /&gt;
#5 begrippen uitleggen:&lt;br /&gt;
#*Thermo-elastische inversie&lt;br /&gt;
#*Physical ageing&lt;br /&gt;
#*Second order transition&lt;br /&gt;
#*Effective pair potential&lt;br /&gt;
#*Nucleation &amp;amp;amp; growth&lt;br /&gt;
#Leidt de spinodal en critical conditions af en ook de waarden voor Fi(2,crit) en Chi(krit).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Professor Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#Wat is de ceiling temperatuur en correleer dit met vinylpolymerisatie en Ring opening polymerisatie. Is de ceiling temperatuur afhankelijk van hoe we polymeriseren? Stel we polymeriseren via een living anionische polymerisatie. Het monomeer heeft een lage ceiling temperatuur, wat ervoor zorgt dat er geen lange polymeerketens worden gevormd. Kan men dan langere ketens verkrijgen als men bij dezelfde temperatuur via een radicale polymerisatie polymeriseert?&lt;br /&gt;
#M1 en M2 worden gecopolymeriseerd. Geef de parameters voor beide monomeren en leg uit waarvan deze afhangen.&lt;br /&gt;
# Leg uit: (radicalaire)  emulsiepolymerisatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2011===&lt;br /&gt;
====Professor Nies====&lt;br /&gt;
# Teken het verloop van de de gibssvrij-energie in functie van volumefractie bij een temperatuur van 300K. Volumefracties = 0,2. Coexistence points en spinodal points gegeven. Ook de verschillende punten aanduiden en kort uitleggen. (deze vraag was mondeling)&lt;br /&gt;
# Formule p 50 case 1 gegeven (zonder 4e term)&lt;br /&gt;
#* leg de symbolen uit + dimensies + eenheden&lt;br /&gt;
#* wat bedoelt men met &amp;amp;quot;volgens de Flory benadering...&amp;amp;quot;&lt;br /&gt;
#* leg de twee verschillende termen uit&lt;br /&gt;
#* Bereken end-to-end distance in evenwicht bij een flory-solvent&lt;br /&gt;
#* Bereken end-to-end distance in evenwicht bij een goed solvent&lt;br /&gt;
# Avramiplot+vergelijking gegeven&lt;br /&gt;
#*leg de parameters uit&lt;br /&gt;
#*hoe kan je volumefractie kristallijne fase meten, leg kort techniek uit.&lt;br /&gt;
#*geef een kwalitatieve bespreking van de grafiek&lt;br /&gt;
#*wat kan je uit de parameters afleiden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Professor Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
# zie vragen vorig jaar&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2010===&lt;br /&gt;
====Professor Nies====&lt;br /&gt;
#Er was de grafiek gegeven met daarop de binodal, spinodal en Tg curve. Met daarop 3 punten aangegeven, telkens in het homogene gebied boven de binodal en boven Tg. Punt A: Links van kritische punt, punt B tussen kritische punt en Berghmans punt en punt C rechts van Berghmanspunt. (Alleen deze vraag mondeling)&lt;br /&gt;
#*Wat vindt plaats als je in punt A traag afkoelt?&lt;br /&gt;
#*Wat vindt plaats als je in punt A afkoelt met 1000K/min&lt;br /&gt;
#*Wat vindt plaats als je in punt B traag afkoelt&lt;br /&gt;
#*Wat vindt plaats als je in punt B afkoelt met 1000K/min&lt;br /&gt;
#*Wat vindt plaats als je in punt C traag afkoelt?&lt;br /&gt;
#*Wat vindt plaats als je in punt C afkoelt met 1000K/min&lt;br /&gt;
#Vergelijking van Groeisnelheid bij kristallisatie (U) gegeven: U=Fexp(A)exp(B)exp(C) Zowel F,A,B,C waren gegeven in symbolen(vergelijking onder 7.B case III)&lt;br /&gt;
#*Geef waarvoor de symbolen staan en wat hun eenheden zijn.&lt;br /&gt;
#*Verklaar waar de Frontfactor (F) en de drie exp&#039;s vandaan komen&lt;br /&gt;
#*Bespreek temperatuursafhankelijkheid en geef een schets&lt;br /&gt;
#Geef de definitie van een ideale Rubber&lt;br /&gt;
#* Leid de uitdrukking voor af voor S bij een willekeurige verandering. P(R) gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#Vergelijk radicalaire, anionische en kationische vinylpolymerisatie&lt;br /&gt;
#*Mogelijke monomere deeltjes (stabiliteit)&lt;br /&gt;
#*Terminatie reacties&lt;br /&gt;
#*Invloed van verschillende voorkomende deeltjes op sneldheid (hiermee bedoelde hij de associated ion pairs etc)&lt;br /&gt;
#*Mogelijke manier om ze &#039;levend&#039; te maken. (of quasi levend)&lt;br /&gt;
#*? dacht dat er nog 1 was&lt;br /&gt;
#Je wil een ideaal, perfect blockcopolymeer maken van MMA en MA op anionische wijze. Welk monomeer moet je eerst polymeriseren? Blijft indien je dit met ATRP wil doen de volgorde dezelfde?&lt;br /&gt;
#Bespreek kort Ring Opening Metathesis Polymerisatie.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Maxime vdB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Polymer_Sciences:_from_Synthesis_to_Polymer_Material&amp;diff=1402</id>
		<title>Polymer Sciences: from Synthesis to Polymer Material</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Polymer_Sciences:_from_Synthesis_to_Polymer_Material&amp;diff=1402"/>
		<updated>2019-01-18T13:40:27Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Maxime vdB: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Machemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Gedoceerd door Professor Nies en Professor Koeckelberghs. Lessen zijn altijd in het Engels. De verdeling is 2/3 op het deel van Nies en 1/3 op het deel van Koeckelberghs. Bij Nies zijn er ook verplichte assignments tijdens het jaar, die meetellen voor een fractie 4/(12-N) van de punten van zijn deel (met N aantal assignments, doorgaans 2). Nies zijn examen is gesloten boek en er moet maar één vraag bij hem mondeling besproken worden (deze wordt op voorhand aangeduid). Bij Koeckelberghs zijn alle vragen mondeling te bespreken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===17 januari 2019===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#Anionic, cationic en radical vinyl polymerisation vergelijken ivm monomeren, terminatie en mogelijkheid tot controlled/living&lt;br /&gt;
#Step growth en chain growth vergelijken en hoe je kan bepalen wanneer je welke hebt&lt;br /&gt;
#Metathese kort uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#Taak uitleggen (mondeling).&lt;br /&gt;
Grafiek over Tg afhankelijkheid van de cooling rate, uitleggen op moleculair niveau (met betrekking tot mobiliteit)&lt;br /&gt;
#Afleiding radius of gyration geven (fjc), toon aan sat &amp;lt;s²)= lb^2 (N+1)(N-1)/6N en of de uitdrukking verandert als er interacties zijn tussen de massa&#039;s met Lennard Jones interactie potentiaal?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 januari 2019===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#living/controlled polymerization: definitie + uitleggen. Hoe kunt ge dat experimenteel kunt nagaan. Principe uitleggen hoe ge van free radical polymerization naar controlled polymerization gaat.&lt;br /&gt;
#De invloed van de moleculaire structuur van vinyl polymeren op polymerisatie en op de polymerisation rate en dan ook nog op inhibitie en retardatie&lt;br /&gt;
#bespreek emulsion polymerization&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#Bespreek uw taak: gewoon uw taak uitleggen aan Nies (mondelinge vraag)&lt;br /&gt;
#plot van volumeverandering i.f.v. de tijd (case2-figuur 25) gegeven, bespreek ... (physical ageing)&lt;br /&gt;
#afleiding voor de Thomson-Tammann smelttemperatuur van een eindig sfeer kristal, met de fusie Gibbs vrij energie van een oneindig groot kristal gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===31 januari 2018===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#Anionic versus cationic ring opening polymerization:&lt;br /&gt;
#*monomeer&lt;br /&gt;
#*intiator&lt;br /&gt;
#*general polymerization mechanism&lt;br /&gt;
#*termination + transfer&lt;br /&gt;
#*ceiling temperature&lt;br /&gt;
#Influence of the molecular structure of vinyl monomers on possibility to polymerize. Correlate the molecular structure with:&lt;br /&gt;
#*the way monomers can be polymerized&lt;br /&gt;
#*rate of polymerization&lt;br /&gt;
#*retardation + inhibition&lt;br /&gt;
#Influence of conversion on molar mass in step growth polymerization&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#Formula growth rate given (case 3 eq. 1.28)&lt;br /&gt;
#*discuss the origin of the exponential facors and the front factor in the given equation.&lt;br /&gt;
#*discuss dependence of the growth rate on the size of the crystal at a chosen crystallization temperature. Make a schematic plot of the predicted growth rate versus the crystal size for the chosen crystallization temperature.&lt;br /&gt;
#*what are the consequences for the predicted growth rate for crystallization behaviour at a particular crystallization temperature?&lt;br /&gt;
#Figure volume relaxation (case 2 figure 27)&lt;br /&gt;
#Rubbers&lt;br /&gt;
#*Define an ideal rubber&lt;br /&gt;
#*Derive expression for deltaG = G(deformed) - G(undeformed)&lt;br /&gt;
Expressions for the squared end-to-end distance for FJC and P(R)dR are given&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 januari 2018===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#ceiling temperature vergelijken bij vinyl polymerization en ring opening polymerization + kleine bijvragen daarover&lt;br /&gt;
#controlled radical polymerization (NMP en ATRP)&lt;br /&gt;
#living cationic polymerization&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#grafiek spinodal, binodal (die met Berghman&#039;s point) toegepast op PDLC, vorming van PDLC uitleggen aan de hand van grafiek&lt;br /&gt;
#physical ageing&lt;br /&gt;
#avrami plot&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2018===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#anionic, cationic en radical vinyl polymerisation vergelijken ivm monomeren, terminatie en mogelijkheid tot controlled/living&lt;br /&gt;
#step growth en chain growth vergelijken en hoe ge kunt bepalen wanneer ge wa hebt&lt;br /&gt;
#ROMP uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#taak bespreken (mondeling)&lt;br /&gt;
#Gibs-Thomson-Tammann afleiden voor lamellar crystal, vergelijking voor Gibbs fusie is gegeven&lt;br /&gt;
#spinodal en critical condition geven + afleiden helemaal en berekenen wat de critische waarden zijn voor &#039;chi&#039; en &#039;fi-2&#039;, vergelijking Gibbs gegeven&lt;br /&gt;
Huggings formule gegeven (niet in boek) is een uitbreiding van Flory-huggings vergelijking, wanneer zijn die aan elkaar gelijk en wat is de betekenis dan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2018===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#living/controlled polymerization: definitie + uitleggen. Hoe kunt ge dat experimenteel kunt nagaan. Principe uitleggen hoe ge van free radical polymerization naar controlled polymerization gaat.&lt;br /&gt;
#De invloed van de moleculaire structuur van vinyl polymeren op polymerisatie en op de polymerisation rate en dan ook nog op inhibitie en retardatie&lt;br /&gt;
#bespreek emulsion polymerization&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#Bespreek uw taak: gewoon uw taak uitleggen aan Nies (mondelinge vraag)&lt;br /&gt;
#plot van volumeverandering i.f.v. de tijd (case2-figuur 25) gegeven, bespreek ... (physical ageing)&lt;br /&gt;
#afleiding voor de Thomson-Tammann smelttemperatuur van een eindig sfeer kristal, met de fusie Gibbs vrij energie van een oneindig groot kristal gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 augustus 2017===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#Vergelijk anionische ring opening polymerizatie met kationische ring opening polymerizatie op vlak van&lt;br /&gt;
#*monomeer&lt;br /&gt;
#*intiator&lt;br /&gt;
#*mechanisme&lt;br /&gt;
#*terminatie/recombinatie&lt;br /&gt;
#*ceiling temperature&lt;br /&gt;
#Lewis Mayo en die R ratio&#039;s daar in. Welke dingen invloed daar op hebben en hoe + voorbeeld&lt;br /&gt;
#Welk invloed heeft de vorderingsgraad op molaire massa in step growth polymerizatie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#(mondelinge vraag) bespreek grafiek en waarom dat dit gebeurt (uitleggen op moleculair niveau), grafiek van physical ageing&lt;br /&gt;
#Afleiding van hoofdstuk 4 Gibbs vrije energie wanneer een ideaal rubber deformatie ondergaat&lt;br /&gt;
#vanalles van UCST en LCST, iets vaags.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2017===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#Anionische, kationische en frp uitleggen obv monomeer, terminatie en hoe ge het levend kunt maken&lt;br /&gt;
#Step growth en chain growth&lt;br /&gt;
#Ringopening methatese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
Vraag 1:&lt;br /&gt;
#Wat is de definitie van een FRC?&lt;br /&gt;
#Bij welke condities is de FRC gelijk aan de FJC&lt;br /&gt;
#Bereken Lk en Nk voor de limiet van een enorm lange FRC (&amp;lt;R2&amp;gt;frc gegeven)&lt;br /&gt;
#Leidt een vergelijking af voor de mean squared end-to-end distance van een ideaal lineair diblock copolymeer bestaande uit Nk1 Kuhn monomeren met lengte lk dat vasthangt via 1 einde aan Nk2 Kuhn monomeren met lengte lk2&lt;br /&gt;
Vraag 2:&lt;br /&gt;
#Mengsel van PS in methylcyclohexaan (Mw = 355kg/mol)&lt;br /&gt;
Bij T=350K bestaat het mengsel uit 1 homogene vloeibare fase. Deze T is 6K boven de flory T. Polymeer volume fractie in de homogene fase is O,2&lt;br /&gt;
Bij T=335K: twee vloeibare fases, de polymeer volume fracties van de coexistant fases zijn 0,003 en 0,435&lt;br /&gt;
In de compositie range {0,002-0,044} en {0,336-0,435} is de structuur van de initiele fase scheiding kleine druppels in een matrix fase&lt;br /&gt;
#*Schets het verloop van delta Gmix ifv de volledige compositierange bij T=333K&lt;br /&gt;
#*Duid de points of interest in deze curve aan en leg ze uit.&lt;br /&gt;
#*Leg tot he point uit waarom je vraag a zo geschetst hebt&lt;br /&gt;
#*Wat zal de morfologie zijn in de initiële fase van scheiding?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 Januari 2017===&lt;br /&gt;
====Prof. Koekcelberghs====&lt;br /&gt;
#Vergelijken ven anionische en kationische ringopeningpolymerisatie op vlak van&lt;br /&gt;
#*Initiatie/Initiatoren&lt;br /&gt;
#*Terminatie/transfer&lt;br /&gt;
#*Mechanisme&lt;br /&gt;
#*Mogelijke monomeren&lt;br /&gt;
#*Ceiling temperature&lt;br /&gt;
#Geef de factoren die een copolymerisatie beïnvloeden &lt;br /&gt;
#Geef de invloed van de conversie bij een step-growth polymerisatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#Vraag 1: bespreek je taak helemaal (mondeling)&lt;br /&gt;
#Vraag 2: Leid het verschil in Gibbs vrije energie voor een vervormd en onvervormd ideaal rubber af. End-to-end distance van een ideaal rubber en de Gaussische distributie zijn gegeven.&lt;br /&gt;
#Vraag 3: Gegeven een stelling die zegt dat er een closed-gap miscibility gap plaatsvindt, met een formule voor chi in functie van T. 2 kritische waarden voor de temperatuur zijn gegeven. De vraag is: kan deze stelling kloppen?  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 januari 2017===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#living/controlled polymerization: definitie + uitleggen. Hoe kunt ge dat experimenteel kunt nagaan. Principe uitleggen hoe ge van free radical polymerization naar controlled polymerization gaat.&lt;br /&gt;
#De invloed van de moleculaire structuur van vinyl polymeren op polymerisatie en op de polymerisation rate en dan ook nog op inhibitie en retardatie&lt;br /&gt;
#bespreek emulsion polymerization&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#Bespreek uw taak: gewoon uw taak uitleggen aan Nies (mondelinge vraag)&lt;br /&gt;
#zie theoretical questions doc case 3 vraag 13, maar alleen de excess Gibbs energy en de chemical potentials waren gegeven&lt;br /&gt;
#Vraag 3:&lt;br /&gt;
#*thermodynamische uitdrukking voor spinodal en critical conditions afleiden.&lt;br /&gt;
#*zie theoretical questions doc case 2 vraag 4 en de uitdrukking voor de Gibbs energy is gegeven&lt;br /&gt;
#*de verbeterde Huggins uitdrukking voor de Gibbs energy is gegeven en daarvoor de enthalipsche en entropische bijdragen bepalen.&lt;br /&gt;
#*De FH uitdrukking is een speciaal geval van de Huggins uitdrukking: bepaal de conditie van y waarvoor dit geld + geef de fysische betekenis van die conditie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 januari 2016===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#Vergelijk chemisch geïnitieerde FRP en ATR op vlak van:&lt;br /&gt;
#*Algemeen protocol&lt;br /&gt;
#*Snelheidsvergelijkingen&lt;br /&gt;
#*Invloed van de moleculaire structuur op de snelheid van polymerisatie&lt;br /&gt;
#Leg uit: step growth en chain growth polymerisatie. Hoe kan je experimenteel onderscheid maken tussen beide?&lt;br /&gt;
#Leg kort uit: Ziegler-Nattakatalysator&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#Gegeven: Tg in functie van cooling rate. Verklaar de moleculaire oorsprong van dit fenomeen. (oral)&lt;br /&gt;
#*Mondelinge bijvraag: wat bepaalt, naast de kinetische energie, ook mee het vrije volume?&lt;br /&gt;
#Leid een formule af voor het smeltpunt van een eindig sferisch kristal.&lt;br /&gt;
#Vrije energie van mengen volgens Flory-Huggins gegeven:&lt;br /&gt;
#*Wat zijn de spinodale en kristische voorwaarden?&lt;br /&gt;
#*Geef de betekenis en eenheiden van elke parameter in de vergelijking.&lt;br /&gt;
#*Geef een concrete uitdrukking voor de kritische en spinodale voorwaarden afgeleid uit de bovenstaande vergelijking.&lt;br /&gt;
#*Geef een concrete uitdrukking voor de kritische phi en chi.&lt;br /&gt;
#*Gegeven een uitgebreide variant van de vergelijking van Flory en Huggins. Wat zijn de enthalpische en entropische bijdragen?&lt;br /&gt;
#*De oorspronkelijke formule van Flory en Huggins is een bijzonder geval van de bovenstaande vergelijking. Onder welke voorwaarde is dit en waarmee komt dit fysisch overeen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 januari 2016===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#Define living/controlled polymerisation. Hoe neem je dit experimenteel waar? Hoe maak je free radical controlled?&lt;br /&gt;
#Wat is de invloed van moleculaire structuur van monomeer op manier vinylpolymerisatie, snelheid en retardation/inhibition?&lt;br /&gt;
#Bespreek emulsiepolymerisatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#Case 2, figuur 27 uitleggen (specifiek volume in functie van tijd) (oral)&lt;br /&gt;
#Leid Gibbs Thomson uitdrukking af voor smelttemperatuur van sferisch kristal.&lt;br /&gt;
#Uitdrukking s^2 en massacentrum gegeven:&lt;br /&gt;
#*Leid average radius of gyration af met alles massa&#039;s = m.&lt;br /&gt;
#*Toon aan dat average radius of gyration = lb^2 (N+1)(N-1)/6N als i=1,2,3,...,N-1.&lt;br /&gt;
#*Veranderen de uitdrukking als er interacties zijn tussen de massa&#039;s met Lennard Jones interactie potentiaal?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2013===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#Discuss the ceiling temperature and apply it on both the vinyl polymerization and ring opening polymerization. Is the ceiling temperature of a particular monomer dependent on the way it&#039;s polymerized?&lt;br /&gt;
Is it possible that a particular monomer, of which the ceiling temperature is such that only low-molar mass oligomers can be obtained via a living anionic polymerization at a certain temperature, can be polymerized into high-molar mass polymer using a free radical polymerization at the same temperature? Motivate your anwer.&lt;br /&gt;
#Explain the principle of a controlled radical polymerization and apply it on NMP and ATRP.&lt;br /&gt;
#Discuss briefly the living cationic vinyl polymerization.&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
Zie onderstaande afbeelding.&lt;br /&gt;
[ &lt;br /&gt;
#Assignment 1 (oral)&lt;br /&gt;
#The &amp;amp;lt;i&amp;amp;gt;free rotating chain&amp;amp;lt;/i&amp;amp;gt; (FRC) consists of N bonding vectors l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;i&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;, i=1,...,N with constant bond length |l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;i&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;| = l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;b&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; and constant bond angles Ï´&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;ii+1&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;=Ï´, i=1,...,N between the successive bonding vectors. The average quadratic end-to-end distance &amp;amp;lt;RÂ²&amp;amp;gt;, valid for all physically sensible values of N, l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;b&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; and Ï´, is given by [[Bestand:R-FRC.JPG]]&lt;br /&gt;
#*Show that the average quadratic end-to-end distance &amp;amp;lt;RÂ²&amp;amp;gt; of the FRC chain with very small bond angles also can be written in the Kratky-Porod chain form: &amp;amp;lt;RÂ²&amp;amp;gt; = 2l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;p&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;L-2l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;p&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;Â²(1-exp(-L/l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;p&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;),&lt;br /&gt;
with l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;p&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;=l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;b&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;L/(1-cosÏ´) the perstistence length and L the contour length.&lt;br /&gt;
#Derive from the general thermodynamic equilibrium conditions the melting point of a polymer crystal in equilibrium with a solution of the polymer.&lt;br /&gt;
For the polymer solution you can use the Flory-Huggins excess Gibbs-energy of mixing.&lt;br /&gt;
[[Bestand:G(mix).JPG]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
The chemical potentials of the components are given by:&lt;br /&gt;
[[Bestand:Chempot.JPG]] ]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Bestand:240113nies.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2013===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#Compare chemically initiated free radical polymerization and ATRP, for the following aspects:&lt;br /&gt;
#*general concept&lt;br /&gt;
#*rate of polymerization&lt;br /&gt;
#*influence of molecule structure on polymerization rate&lt;br /&gt;
#Discuss the differences in mechanism of chain growth and step growth polymerization. How can one investigate which type of polymerization he is dealing with?&lt;br /&gt;
#Explain briefly: Ziegler-Natta catalyst&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#Discussion of assignment 1 (oral)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zie onderstaande afbeelding.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#The expression of average squared end-to-end distance of the Kratky-Porod chain is given: &amp;amp;lt;RÂ²&amp;amp;gt; = 2l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;p&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;L - 2l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;p&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;Â²(1-exp(-L/l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;p&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;)&lt;br /&gt;
#*Derive expressions for the Kuhn segment length and the number of Kuhn segments for this chain.&lt;br /&gt;
#*Discuss your results. For instance, did you make any assumptions? Mention them explicitly.&lt;br /&gt;
#The excess Gibbs ebergy of mixing in the Flory-Huggins model is given: Î”G/N&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;l&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;kT = Î”g/kT = (Ï†&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;1&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;/s&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;1&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;)lnÏ†&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;1&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; + (Ï†&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;/s&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;)lnÏ†&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; + Ï‡Ï†&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;1&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;Ï†&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
#*Derive expressions for the spinodal and critical conditions.&lt;br /&gt;
#*Derive from these expressions the formulae for the critical composition Ï†&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2,cr&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; and critical value of Ï‡.&lt;br /&gt;
#*What is the relevance of the spinodal for material behaviour?&lt;br /&gt;
[[Bestand:180113nies.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2012===&lt;br /&gt;
====Professor Nies====&lt;br /&gt;
#Gegeven een fase-diagram uit Case II. Wat gebeurt er als er vanuit punt A (dat links van de critical point lag):&lt;br /&gt;
#* traag wordt afgekoeld&lt;br /&gt;
#* wordt gequenched (1000K/min)&lt;br /&gt;
#* Hoe ziet de oplossing er na koelen uit voor beide gevallen&lt;br /&gt;
#5 begrippen uitleggen:&lt;br /&gt;
#*Thermo-elastische inversie&lt;br /&gt;
#*Physical ageing&lt;br /&gt;
#*Second order transition&lt;br /&gt;
#*Effective pair potential&lt;br /&gt;
#*Nucleation &amp;amp;amp; growth&lt;br /&gt;
#Leidt de spinodal en critical conditions af en ook de waarden voor Fi(2,crit) en Chi(krit).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Professor Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#Wat is de ceiling temperatuur en correleer dit met vinylpolymerisatie en Ring opening polymerisatie. Is de ceiling temperatuur afhankelijk van hoe we polymeriseren? Stel we polymeriseren via een living anionische polymerisatie. Het monomeer heeft een lage ceiling temperatuur, wat ervoor zorgt dat er geen lange polymeerketens worden gevormd. Kan men dan langere ketens verkrijgen als men bij dezelfde temperatuur via een radicale polymerisatie polymeriseert?&lt;br /&gt;
#M1 en M2 worden gecopolymeriseerd. Geef de parameters voor beide monomeren en leg uit waarvan deze afhangen.&lt;br /&gt;
# Leg uit: (radicalaire)  emulsiepolymerisatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2011===&lt;br /&gt;
====Professor Nies====&lt;br /&gt;
# Teken het verloop van de de gibssvrij-energie in functie van volumefractie bij een temperatuur van 300K. Volumefracties = 0,2. Coexistence points en spinodal points gegeven. Ook de verschillende punten aanduiden en kort uitleggen. (deze vraag was mondeling)&lt;br /&gt;
# Formule p 50 case 1 gegeven (zonder 4e term)&lt;br /&gt;
#* leg de symbolen uit + dimensies + eenheden&lt;br /&gt;
#* wat bedoelt men met &amp;amp;quot;volgens de Flory benadering...&amp;amp;quot;&lt;br /&gt;
#* leg de twee verschillende termen uit&lt;br /&gt;
#* Bereken end-to-end distance in evenwicht bij een flory-solvent&lt;br /&gt;
#* Bereken end-to-end distance in evenwicht bij een goed solvent&lt;br /&gt;
# Avramiplot+vergelijking gegeven&lt;br /&gt;
#*leg de parameters uit&lt;br /&gt;
#*hoe kan je volumefractie kristallijne fase meten, leg kort techniek uit.&lt;br /&gt;
#*geef een kwalitatieve bespreking van de grafiek&lt;br /&gt;
#*wat kan je uit de parameters afleiden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Professor Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
# zie vragen vorig jaar&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2010===&lt;br /&gt;
====Professor Nies====&lt;br /&gt;
#Er was de grafiek gegeven met daarop de binodal, spinodal en Tg curve. Met daarop 3 punten aangegeven, telkens in het homogene gebied boven de binodal en boven Tg. Punt A: Links van kritische punt, punt B tussen kritische punt en Berghmans punt en punt C rechts van Berghmanspunt. (Alleen deze vraag mondeling)&lt;br /&gt;
#*Wat vindt plaats als je in punt A traag afkoelt?&lt;br /&gt;
#*Wat vindt plaats als je in punt A afkoelt met 1000K/min&lt;br /&gt;
#*Wat vindt plaats als je in punt B traag afkoelt&lt;br /&gt;
#*Wat vindt plaats als je in punt B afkoelt met 1000K/min&lt;br /&gt;
#*Wat vindt plaats als je in punt C traag afkoelt?&lt;br /&gt;
#*Wat vindt plaats als je in punt C afkoelt met 1000K/min&lt;br /&gt;
#Vergelijking van Groeisnelheid bij kristallisatie (U) gegeven: U=Fexp(A)exp(B)exp(C) Zowel F,A,B,C waren gegeven in symbolen(vergelijking onder 7.B case III)&lt;br /&gt;
#*Geef waarvoor de symbolen staan en wat hun eenheden zijn.&lt;br /&gt;
#*Verklaar waar de Frontfactor (F) en de drie exp&#039;s vandaan komen&lt;br /&gt;
#*Bespreek temperatuursafhankelijkheid en geef een schets&lt;br /&gt;
#Geef de definitie van een ideale Rubber&lt;br /&gt;
#* Leid de uitdrukking voor af voor S bij een willekeurige verandering. P(R) gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#Vergelijk radicalaire, anionische en kationische vinylpolymerisatie&lt;br /&gt;
#*Mogelijke monomere deeltjes (stabiliteit)&lt;br /&gt;
#*Terminatie reacties&lt;br /&gt;
#*Invloed van verschillende voorkomende deeltjes op sneldheid (hiermee bedoelde hij de associated ion pairs etc)&lt;br /&gt;
#*Mogelijke manier om ze &#039;levend&#039; te maken. (of quasi levend)&lt;br /&gt;
#*? dacht dat er nog 1 was&lt;br /&gt;
#Je wil een ideaal, perfect blockcopolymeer maken van MMA en MA op anionische wijze. Welk monomeer moet je eerst polymeriseren? Blijft indien je dit met ATRP wil doen de volgorde dezelfde?&lt;br /&gt;
#Bespreek kort Ring Opening Metathesis Polymerisatie.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Maxime vdB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Computationele_Chemie&amp;diff=1337</id>
		<title>Computationele Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Computationele_Chemie&amp;diff=1337"/>
		<updated>2019-01-14T16:03:59Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Maxime vdB: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
Een van de weinige vakken binnen de opleiding Chemie dat gedoceerd wordt door een vrouwelijke prof. Het zwaarste vak van de 3e bachelor in de eerste semester. Naast het mondelinge examen bij prof Pierloot zijn er computerpractica. Hierover moeten verslagen gemaakt worden en op het einde van het semester een computerexamen afgelegd worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===14 januari 2019 NM===&lt;br /&gt;
#Bespreek gerade &amp;amp; Ungerade.&lt;br /&gt;
#Bespreek dissociatie H2.&lt;br /&gt;
#Geef en bespreek Pauli prinicipe. BEwijs dat het ervoor zorgt dat er max 2 electronen in een orbitaal kunnen zitten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2019 VM===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Bespreek idempotente operatoren, compatibele grootheden, hermetische operatoren.&lt;br /&gt;
#* Bewijs dat 1/2 (AB+BA) hermitisch is als, A en B zelf hermitisch zijn. Moeten A en B hiervoor commuteren?&lt;br /&gt;
# Bespreek de toestandsfunctie horende bij de configuratie phi(a)phi(b) van een twee-elektronsysteem, en toon aan hoe het Pauliprincipe hierbij aanleiding geeft tot de constructie van (combinaties van) Slater determinanten. (phi(a) en phi(b) zijn orbitalen).&lt;br /&gt;
#Wat is Mulliken populatie-analyse en voor wat dient het? Leid de formules af + wat is het verschil tussen de gross en de netto Mulliken populatie van een atomaire basisfunctie resulterend uit een moleculaire LCAO-MO-SCF berekening (gesloten schil molecule)?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 januari 2018===&lt;br /&gt;
# Bespreek de toestandsfunctie horende bij de configuratie phi(a)phi(b) van een twee-elektronsysteem, en toon aan hoe het Pauliprincipe hierbij aanleiding geeft tot de constructie van (combinaties van) Slater determinanten. (phi(a) en phi(b) zijn orbitalen).&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Schrijf de HF toestandsfunctie voor een gesloten-schil molecule.&lt;br /&gt;
#* Wat versta je onder elektroncorrelatie? Waarom beschrijft de HF toestandsfunctie correlatie niet. Geef de definitie van correlatie-energie.&lt;br /&gt;
#* Beschrijf schematisch de vorm van de golffunctie die, binnen de LCAO-MO benadering, wel in staat is om elektroncorrelatie te beschrijven.&lt;br /&gt;
# Leid af hoe de kwantummechanische verwachtingswaarde van een moleculaire dipoolmoment berekend kan worden, vertrekkende van (a) de elektronische toestandsfunctie; (b) de elektronendensiteit. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===NM 23 januari 2018===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Geef de definitie en twee voorbeelden (met verantwoording) van elk van de volgende begrippen: (1) idempotente operatoren, (2) compatiebele grootheden en (3) hermitische operatoren.&lt;br /&gt;
#* Bewijs dat 1/2 (AB+BA) hermitisch is als, A en B zelf hermitisch zijn. Moeten A en B hiervoor commuteren?&lt;br /&gt;
#Vertrek van de exacte oplossing van de Schrödingervgl van het He+ ion om een benaderende oplossing te berekenen voor de grondtoestand van het He atoom. Werk een manier uit om deze benadering te verbeteren door gebruik te maken van het variatietheorema. Kan je op die manier een exacte uitkomst bekomen? Leg uit waarom (niet)/ hoe.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Geef de uitdrukking van de Hartree-Fock orbitaalenergie ε_HF en bespreek de betekenis van de verschillende termen in deze uitdrukking.&lt;br /&gt;
#*Komt de som van de HF energieën van alle bezette orbitalen van een molecule overeen met de totale HF energie E_HF? Indien niet, waarin verschillen beide grootheden?&lt;br /&gt;
#*Leg uit op welke manier de orbitaalenergie gebruikt kan worden als een benaderende waarde voor de moleculaire ionisatie-energie. Wat houdt deze benadering in en hoe kan de berekening van de ionisatie-potentiaal verder verbeterd worden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===VM 23 januari 2018===&lt;br /&gt;
#Toepassing van de LCAO-MO benadering op het H2+ molecule met een minimale basis bestaande uit twee genormaliseerde AO 1sA en 1sB geeft steeds de volgende twee MO&#039;s: Phi^b = N(1sA + 1sB) en Phi* = N&#039; (1sA - 1sB). Bereken de normalisatieconstanten N en N&#039;. Bewijs (op basis van de densiteit) dat, bij een voldoende kleine H-H afstand zodat beide atomaire orbitalen overlappen, phi(b) een binden MO en phi* een antibindend MO is.&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom de dissociatie van het H2 molecule niet correct beschreven kan worden met een RHF-type golffunctie. Geef aan welke gevolgen dit heeft voor de nauwkeurigheid van de RHF golfvergelijking (?) van covalente bindingen. Beschrijf in detail welke (minimale) voorbetering van de RHF golffunctie van H2 nodig is om een kwalitatief correcte dissociatiecurve te bekomen.&lt;br /&gt;
#Wat is Mulliken populatie-analyse en voor wat dient het? Leid de formules af + wat is het verschil tussen de gross en de netto Mulliken populatie van een atomaire basisfunctie resulterend uit een moleculaire LCAO-MO-SCF berekening (gesloten schil molecule)? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2018===&lt;br /&gt;
#Voorwaarden van een gerade/ ungerade systeem uitleggen en wanneer het kan voorkomen &lt;br /&gt;
#Vertrek van de exacte oplossing van de Schrödingervgl van het He+ ion om een benaderende oplossing te berekenen voor de grondtoestand van het He atoom. Werk een manier uit om deze benadering te verbeteren door gebruik te maken van het variatietheorema. Kan je op die manier een exacte uitkomst bekomen? Leg uit waarom (niet)/ hoe.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Hoe bereken je de electrondensiteit vertrekkende van de (exacte) elektronische toestandsfunctie van ene molecule? hoe hierbij ook rekening met de spin van de elektronen.&lt;br /&gt;
#*Hoe kan je bovenstaande uitdrukking herschrijven voor de Hartree-Fock golffunctie van een gesloten-schil molecule?&lt;br /&gt;
#*Hoe bereken je de moleculaire elektrostatische potentiaal MEP van een molecule uitgaande van de densiteit?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 januari 2017 (NM) ===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Geef de definitie en twee voorbeelden (met verantwoording) van elk van de volgende begrippen: (1) idempotente operatoren, (2) compatiebele grootheden en (3) hermitische operatoren.&lt;br /&gt;
#* Bewijs dat 1/2 (AB+BA) hermitisch is als, A en B zelf hermitisch zijn. Moeten A en B hiervoor commuteren?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Schrijf de HF toestandsfunctie voor een gesloten-schil molecule.&lt;br /&gt;
#* Wat versta je onder elektroncorrelatie? Waarom beschrijft de HF toestandsfunctie correlatie niet. Geef de definitie van correlatie-energie.&lt;br /&gt;
#* Beschrijf schematisch de vorm van de golffunctie die, binnen de LCAO-MO benadering, wel in staat is om elektroncorrelatie te beschrijven.&lt;br /&gt;
# De volgende complexe functies stellen twee van de oplossingen voor van de Schrödingervergelijking voor een één-elektron atoom met kernlading Z:functies voor (n=4, l=2 en ml = +/-2)&lt;br /&gt;
#* Ψ4,2,±2 (r,θ,φ)=R4,2 Θ2,±2(θ) Φ±2(φ)&lt;br /&gt;
#* met ρ=2Zr/na0&lt;br /&gt;
#* en: R4,2(r)=(((Z/a0)^(3/2))/96√5)*(6-ρ)ρ²e-ρ/2&lt;br /&gt;
#* Θ2,±2(θ)=√15/4 sin²θ&lt;br /&gt;
#* Φ±2(φ)=1/√2π e±2iφ&lt;br /&gt;
#* Zijn deze twee functies ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#* Vorm uit deze twee golffuncties via een orthonormale transformatie twee reële functies. Welke kwantumgetallen gaan hierbij verloren? Zijn de nieuwe functie nog steeds eigenfuncties van dezelfde hamiltoniaan (één-elektron atoom met kernlading Z)? Zo ja, hebben ze dezelfde eigenwaarden als de oorspronkelijke functies of niet? Zijn ze ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#* Hoeveel radiale nodale vlakken hebben de reële functies? Hoeveel angulaire nodale vlakken, en welke vlakken zijn dit?&lt;br /&gt;
#* Teken het angulaire deel van de twee reële orbitalen in twee dimensies. Kies hiervoor het vlak in een carthesisch assenstelsel waar de functies waar de functies hun maximale (absolute) waarde bereiken.&lt;br /&gt;
#* Teken ook (kwalitatief) de totale (reële) golffuncties in hetzelfde vlak, onder de vorm van hoogtelijnen. Teken twee hoogtelijnen met een verschillende absolute waarde en geef aan welke van de twee lijnen hoort bij de hoogste absolute waarde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 januarri 2017 ===&lt;br /&gt;
# Voorwaarden uitleggen voor wanneer een systeem geraden of ungeraden kan zijn.&lt;br /&gt;
# Uitleggen waarom UHF afwijkingen geeft bij de dissociatie van H2 en het covalente karakter van bindingen. Uiteggen hoe dit kan verbeterd worden ( in detail zoals H IV: p28-30)&lt;br /&gt;
# Afleiden van de totale elektronische energie na het in voeren van Kohn &amp;amp; Sham orbitalen in DFT.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 januari 2017 (NM)===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Geef en bewijs het variatietheorema&lt;br /&gt;
#* Situeer de orbitaalbenadering binnen dit theorema. Beschrijf hoe met deze methode benaderende oplossingen van de Schrödingervergelijking bekomen kunnen worden.&lt;br /&gt;
#* Situeer de LCAO-MO methode binnen dit theorema. Beschrijf hoe met deze methode beanderende oplossingen voor orbitalen bekomen kunnen worden.&lt;br /&gt;
# Bespreek de toestandsfunctie horende bij de configuratie phi(a)phi(b) van een twee-elektronsysteem, en toon aan hoe het Pauliprincipe hierbij aanleiding geeft tot de constructie van (combinaties van) Slater determinanten. (phi(a) en phi(b) zijn orbitalen).&lt;br /&gt;
# Leid af hoe de kwantummechanische verwachtingswaarde van een moleculaire dipoolmoment berekend kan worden, vertrekkende van (a) de elektronische toestandsfunctie; (b) de elektronendensiteit. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2016 (VM)===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Geef de definitie en twee voorbeelden (met verantwoording) van elk van de volgende begrippen: (1) idempotente operatoren, (2) compatiebele grootheden, (3) hermitische operatoren.&lt;br /&gt;
#* Bewijs dat 1/2(AB+BA) hermitisch is als A en B zelf hermitisch zijn. Moeten A en B hiervoor commuteren?&lt;br /&gt;
# Toepassing van de LCAO-MO benadering op het H2+ molecule met een minimale basis bestaande uit twee genormaliseerde AO 1sA en 1sB geeft steeds de volgende twee MO&#039;s: phi•b = N(1sA + 1sB) en phi•* = N&#039; (1sA - 1sB). &lt;br /&gt;
#* Bereken de normalisatieconstanten N en N&#039;. &lt;br /&gt;
#* Bewijs (op basis van de densiteit) dat, bij een voldoende kleine H-H afstand zodat beide atomaire orbitalen overlappen, phi(b) een binden MO en phi* een antibindend MO is.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Hoe bereken je de elektronendensiteit vertrekkende van de elektronische toestandfunctie van een molecule? Hou hierbij ook rekening met de spin van de elektronen. &lt;br /&gt;
#* Hoe bereken je de moleculaire elektrostatische potentiaal MEP van ee nmolecule uitgaande van de densiteit? &lt;br /&gt;
#* Leg uit hoe je een MSEP (molecular surface electrostatic potential) zou berekenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2016 (VM)===&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#* Wat zijn compatiebele grootheden? Wat zijn de voorwaarden? &lt;br /&gt;
#* Geef een voorbeeld van (i) twee compatiebele grootheden, (ii) twee niet-compatiebele grootheden. Bewijs dit met de voorwaarden die je in a) gesteld hebt.&lt;br /&gt;
# Leg uit waarom de dissociatie van het H2 molecule niet correct beschreven kan worden met een RHF type golffunctie. Leg uit hoe je dit kan verbeteren (in detail).&lt;br /&gt;
# Leid af hoe de kwantummechanische verwachtingswaarde van een moleculair dipoolmoment berekend kan worden met&lt;br /&gt;
#* elektronische toestandsfunctie&lt;br /&gt;
#* elektrondensiteit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2016 (VM)===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Geef en bewijs het variatietheorema.&lt;br /&gt;
#*Situeer de orbitaalbenadering binnen dit theorema. Beschrijf hoe met deze methode benaderende oplossingen van de Schrödingervergelijking bekomen kunnen worden. &lt;br /&gt;
#*Situeer de LCAO-MO methode binnen dit theorema. Beschrijf hoe met deze methode benaderende oplossingen voor orbitalen bekomen kunnen worden. &lt;br /&gt;
# Bespreek de toestandsfunctie horenden bij de aangeslagen configuratie van een twee-elektronensysteem en toon aan hoe het Pauliprincipe hierbij aanleiding geeft tot de constructie van (combinaties van) de Slater determinanten. &lt;br /&gt;
#De volgende complexe functies stellen twee van de oplossingen voor van de Schrödingernvergelijking voor een één-elektron atoom met kernlading Z:&lt;br /&gt;
#* Ψ4,2,±2 (r,θ,φ)=R4,2 Θ2,±2(θ) Φ±2(φ)&lt;br /&gt;
#* met ρ=2Zr/na0&lt;br /&gt;
#* en: R4,2(r)=(((Z/a0)^(3/2))/96√5)*(6-ρ)ρ²e-ρ/2&lt;br /&gt;
#* Θ2,±2(θ)=√15/4 sin²θ&lt;br /&gt;
#* Φ±2(φ)=1/√2π e±2iφ&lt;br /&gt;
#* Zijn deze twee functies ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#* Vorm uit deze twee golffuncties via een orthonormale transformatie twee reële functies. Welke kwantumgetallen gaan hierbij verloren? Zijn de nieuwe functie nog steeds eigenfuncties van dezelfde hamiltoniaan (één-elektron atoom met kernlading Z)? Zo ja, hebben ze dezelfde eigenwaarden als de oorspronkelijke functies of niet? Zijn ze ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#* Hoeveel radiale nodale vlakken hebben de reële functies? Hoeveel angulaire nodale vlakken, en welke vlakken zijn dit?&lt;br /&gt;
#* Teken het angulaire deel van de twee reële orbitalen in twee dimensies. Kies hiervoor het vlak in een carthesisch assenstelsel waar de functies waar de functies hun maximale (absolute) waarde bereiken.&lt;br /&gt;
#* Teken ook (kwalitatief) de totale (reële) golffuncties in hetzelfde vlak, onder de vorm van hoogtelijnen. Teken twee hoogtelijnen met een verschillende absolute waarde en geef aan welke van de twee lijnen hoort bij de hoogste absolute waarde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2015===&lt;br /&gt;
# Schrijf de hamiltoniaan voor het waterstofatoom. Beschrijf schematisch de eigenfuncties en bijbehorende eigenwaarden. Plaats nu het atoom in een magneetveld. Beschrijf hoe de eigenfuncties en eigenwaarden veranderen.&lt;br /&gt;
#Toepassing van de LCAO-MO benadering op het H2+ molecule met een minimale basis bestaande uit twee genormaliseerde AO 1sA en 1sB geeft steeds de volgende twee MO&#039;s: phi•b = N(1sA + 1sB) en phi•* = N&#039; (1sA - 1sB). Bereken de normalisatieconstanten N en N&#039;. Bewijs (op basis van de densiteit) dat, bij een voldoende kleine H-H afstand zodat beide atomaire orbitalen overlappen, phi(b) een binden MO en phi* een antibindend MO is.&lt;br /&gt;
#Bespreek het principe van een geometrie-optimalisatie van een molecule. Maak hierbij gebruik van de begrippen potentiaaloppervlak, stationair punt, gradient en hessiaan. Wat versta je onder een frequentie-analyse, en wat is het verband tussen de frequenties en de hessiaan? Leg uit waarom geometrie-optimalisatie best steeds gevolgd wordt door een frequentie-analyse. Op welke manier kan de symmetrie van het molecule hierbij een rol spelen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2015===&lt;br /&gt;
# Bespreek Rayleigh-Schrödinger perturbatietheorie voor niet-ontaarde systemen en situeer de MP2-methode binnen deze theorie.&lt;br /&gt;
# De volgende complexe functies stellen twee van de oplossingen voor van de Schrödingernvergelijking voor een één-elektron atoom met kernlading Z:&lt;br /&gt;
#* Ψ4,2,±2 (r,θ,φ)=R4,2 Θ2,±2(θ) Φ±2(φ)&lt;br /&gt;
#* met ρ=2Zr/na0&lt;br /&gt;
#* en: R4,2(r)=(((Z/a0)^(3/2))/96√5)*(6-ρ)ρ²e-ρ/2&lt;br /&gt;
#* Θ2,±2(θ)=√15/4 sin²θ&lt;br /&gt;
#* Φ±2(φ)=1/√2π e±2iφ&lt;br /&gt;
#* Zijn deze twee functies ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#* Vorm uit deze twee golffuncties via een orthonormale transformatie twee reële functies. Welke kwantumgetallen gaan hierbij verloren? Zijn de nieuwe functie nog steeds eigenfuncties van dezelfde hamiltoniaan (één-elektron atoom met kernlading Z)? Zo ja, hebben ze dezelfde eigenwaarden als de oorspronkelijke functies of niet? Zijn ze ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#* Hoeveel radiale nodale vlakken hebben de reële functies? Hoeveel angulaire nodale vlakken, en welke vlakken zijn dit?&lt;br /&gt;
#* Teken het angulaire deel van de twee reële orbitalen in twee dimensies. Kies hiervoor het vlak in een carthesisch assenstelsel waar de functies waar de functies hun maximale (absolute) waarde bereiken.&lt;br /&gt;
#* Teken ook (kwalitatief) de totale (reële) golffuncties in hetzelfde vlak, onder de vorm van hoogtelijnen. Teken twee hoogtelijnen met een verschillende absolute waarde en geef aan welke van de twee lijnen hoort bij de hoogste absolute waarde.&lt;br /&gt;
# Op basis van welk principe en onder welke omstandigheden kunnen de toestandsfuncties van een systeem geclassificeerd worden als gerade of ungerade?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2015 VM===&lt;br /&gt;
# Geef en bewijs het variatie theorema. Toon aan dat dit blijft gelden in de densiteitfunctionaal theorie&lt;br /&gt;
# Constructie van Slater determinanten vanuit het Pauli principe&lt;br /&gt;
#Duid in onderstaande tabel aan met een kruisje of de volgende waterstoforbitalen eigenfuncties zijn van de hamiltoniaan (H), en/of de orbitaaldraaiimpulsoperatoren (lÂ², lx, ly, lz). Hierbij moeten geen ingewikkelde afleidingen gegeven worden, maar je moet keuze wel kunnen uitleggen. (rood = oplossing)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 januari 2015===&lt;br /&gt;
# Schrijf de hamiltoniaan voor het waterstofatoom. Beschrijf schematisch de eigenfuncties en bijbehorende eigenwaarden. Plaats nu het atoom in een magneetveld. Beschrijf hoe de eigenfuncties en eigenwaarden veranderen.&lt;br /&gt;
# Geef grondig het Pauliprincipe en toon aan dat de golffunctie van het He atoom geschreven moet worden als een determinant, en geef deze determinant.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Wat versta je onder elektroncorrelatie&lt;br /&gt;
#* Geef de de definitie van correlatie energie&lt;br /&gt;
#* Beschrijf schematisch de vorm van de golffunctie die, binnen de LCAO-MO benadering, in staat is de elektron correlatie te beschrijven.&lt;br /&gt;
#* Noem 2 mogelijke methoden die gebruikt kunnen worden om deze golffunctie te berekenen. Geef de essentiële verschillen tussen beide methoden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 augustus 2014===&lt;br /&gt;
# Bewijs dat Pz een lineaire en hermitische operator is.&lt;br /&gt;
# Geef grondig het Pauliprincipe en voor een He atoom gebruik makend van de orbitaalbenadering dat de golffunctie geschreven kan worden in een determinant, en geef deze determinant.&lt;br /&gt;
# Leg uit Rayleigh perturbatie theorie en situeer MP2 hierin.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2014===&lt;br /&gt;
# Definieer&lt;br /&gt;
#*orbitaal en orbitaalbenadering&lt;br /&gt;
#*configuratie: open- en gesloten-schil-configuratie&lt;br /&gt;
#*slaterdeterminanten&lt;br /&gt;
#*toestand en toestandsfunctie; maak gebruik van een voorbeeld en leg het verband/preciseer het verschil tussen de verschillende begrippen&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen de gross en de netto Mulliken populatie van een atomaire basisfunctie resulterend uit een moleculaire LCAO-MO-SCF berekening? (leid de formules af)&lt;br /&gt;
# Bereken a) de meest waarschijnlijke kern-elektronafstand; b) de gemiddelde kern-elektronafstand, in de grondtoestand van het waterstof atoom met als toestandsfunctie (dan die functie uit de cursus)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2014===&lt;br /&gt;
# geef de definitie en twee voorbeelden (met verantwoording) van elk van de volgende begrippen:&lt;br /&gt;
#* Idempotente operatoren&lt;br /&gt;
#* Compatibele grootheden&lt;br /&gt;
#* Hermitische operatoren&lt;br /&gt;
# Geef en bespreek het Pauli principe (algemeen) en toon aan dat omwille van dit principe de maximale bezetting ven de ruimtelijke orbitalen 2 is, en die van de spin orbitalen 1.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Wat versta je onder elektroncorrelatie&lt;br /&gt;
#* Geef de de definitie van correlatie energie&lt;br /&gt;
#* Beschrijf schematisch de vorm van de golffunctie die, binnen de LCAO-MO benadering, in staat is de elektron correlatie te beschrijven (uit hoofdstuk 4 naar &#039;t schijnt!)&lt;br /&gt;
#* Noem 2 mogelijke methoden die gebruikt kunnen worden om deze golffunctie te berekenen. Geef de essentiële verschillen tussen beide methoden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2014===&lt;br /&gt;
# Bewijs compatiebele grootheden.&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom de dissociatie van het H2 molecule niet correct beschreven kan worden met een RHF type golffunctie.&lt;br /&gt;
#* Geef de 2 wijzen waarop de bindingsenergie van H2 theoretisch berekend kan worden en leg uit waarom, op Hartree-Fock niveau, de ene wijze steeds een te hoge, en de andere wijze steeds een te lage bindingsenergie oplevert.&lt;br /&gt;
#*Hoe kan de beschrijving van de golffunctie van H2, en dus ook van de bindingsenergie, verbeterd worden.&lt;br /&gt;
#Bespreek het principe van een geometrie-optimalisatie van een molecule.&lt;br /&gt;
#* Maak hierbij gebruik van de begrippen potentiaaloppervlak, stationair punt, gradient en hessiaan. Wat versta je onder een frequentie-analyse.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verband tussen de frequenties en de hessiaan?&lt;br /&gt;
#* Leg uit waarom geometrie-optimalisatie best steeds gevolgd wordt door een frequentie-analyse. Op welke manier kan de symmetrie van het molecule hierbij een rol spelen? &lt;br /&gt;
===17 januari 2014===&lt;br /&gt;
#Geef en bewijs het variatie theorema. Toon aan dat dit blijft gelden in de densiteitfunctionaal theorie&lt;br /&gt;
#Constructie van Slater determinanten vanuit het Pauli principe:&lt;br /&gt;
#Bespreek de mogelijke golffuncties en dat die aanleiding geven tot de constructie van  een Slater determinant/ combinatie van Slater determinanten&lt;br /&gt;
#Duid in onderstaande tabel aan met een kruisje of de volgende waterstoforbitalen eigenfuncties zijn van de hamiltoniaan (H), en/of de orbitaaldraaiimpulsoperatoren (l², lx, ly, lz). Hierbij moeten geen ingewikkelde afleidingen gegeven worden, maar je moet keuze wel kunnen uitleggen. (rood = oplossing) (zie 24 januari 2012)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 januari 2013 ===&lt;br /&gt;
#Geef en bespreek het Pauli-principe. Welke benaderende golffunctie zal men gebruiken om te voldoen aan dit principe?&lt;br /&gt;
#Definitie van elektroncorrelatie. Wat is de correlatie-energie? Beschrijf schematisch de vorm van de golffunctie die, binnen de LCAO-MO benadering, in staat is om elektronencorrelatie te beschrijven. Noem twee mogelijke methoden die gebruikt kunnen worden om deze golffunctie te berekenen. Geef de essentiële verschillen tussen de beide methoden.&lt;br /&gt;
#Toepassing van de LCAO-MO benadering op het H2+ molecule met een minimale basis bestaande uit twee genormaliseerde AO 1sA en 1sB geeft steeds de volgende twee MO&#039;s: phi•b = N(1sA + 1sB) en phi•* = N&#039; (1sA - 1sB). Bereken de normalisatieconstanten N en N&#039;. Bewijs (op basis van de densiteit) dat, bij een voldoende kleine H-H afstand zodat beide atomaire orbitalen overlappen, phi(b) een binden MO en phi* een antibindend MO is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 januari 2013===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Leid de uitdrukking af van de totale (elektronische) grondtoestandsenergie die bekomen wordt binnen DFT na de introductie van orbitalen zoals gesugereerd door Kohn &amp;amp;amp; Sham&lt;br /&gt;
#Geef de definitie van &amp;amp;quot;size consistency&amp;amp;quot;. Waarom is de CISD-methode niet size-consistent?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Wat zijn compatiebele grootheden?&lt;br /&gt;
#*Toon aan dat twee meetbare grootheden compatiebel zijn als de corresponderende kwantummechanische operatoren commuteren.&lt;br /&gt;
#*Geef een voorbeeld van (i) twee compatiebele grootheden, (ii) twee niet-compatiebele grootheden. Bewijs (i) en (ii) door de commutatierelatie tussen de bijhorende operatoren uit te werken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Augustus 2012===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Geef de definitie van een lineaire hermitische operator A en bewijs dat:&lt;br /&gt;
#*eigenwaarden van A altijd reël zijn&lt;br /&gt;
#*de eigenfuncties van A steeds orthonormaal gekozen kunnen worden.&lt;br /&gt;
#Bespreek Rayleigh-Schrödinger perturbatietheorie voor niet-ontaarde systemen en situeer de MP2-methode binnen deze theorie.&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom de dissociatie van H2 molecule niet correct beschreven kan worden met een RHF-type golffunctie. Geef de twee wijzen waarop de bindingsenergie van H2 theoretisch berekend kan worden en leg uit waarom, op Hartree-Fock niveau, de ene wijze een steeds te hoge en de andere steeds een te lage bindingsenergie oplevert? Hoe kan de beschrijving van de golffunctie van H2, en dus ook van bindingsenergie, verbeterd worden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2011 NM===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Definitie van elektroncorrelatie&lt;br /&gt;
#* Wat is de correlatie-energie&lt;br /&gt;
#* Beschrijf schematisch de vorm van de golffunctie die, binnen de LCAO-MO benadering, in staat is om elektronencorrelatie te beschrijven&lt;br /&gt;
#* Noem twee mogelijke methoden die gebruikt kunnen worden om deze golffunctie te berekenen. Geef de essentiële verschillen tussen de beide methoden&lt;br /&gt;
#Toepassing van de LCAO-MO benadering op het H2+ molecule met een minimale basis bestaande uit twee genormaliseerde AO 1sA en 1sB geeft steeds de volgende twee MO&#039;s: phi•b = N(1sA + 1sB) en phi•* = N&#039; (1sA - 1sB). &lt;br /&gt;
#* Bereken de normalisatieconstanten N en N&#039;&lt;br /&gt;
#* Bewijs (op basis van de densiteit) dat, bij een voldoende kleine H-H afstand zodat beide atomaire orbitalen overlappen, phi(b) een binden MO en phi* een antibindend MO is. &lt;br /&gt;
# Bewijs compatiebele grootheden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2012 VM===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Geef en bespreek het Pauli-principe&lt;br /&gt;
#*Welke benaderende golffunctie zal men gebruiken om te voldoen aan dit principe?&lt;br /&gt;
#Leid de uitdrukking af voor de totale (elektronische) grondtoestandsenergie binnen DFT, na de introductie van orbitalen zoals gesuggereerd door Kohn &amp;amp;amp; Sham.&lt;br /&gt;
#Duid in onderstaande tabel aan met een kruisje of de volgende waterstoforbitalen eigenfuncties zijn van de hamiltoniaan (H), en/of de orbitaaldraaiimpulsoperatoren (l², lx, ly, lz). Hierbij moeten geen ingewikkelde afleidingen gegeven worden, maar je moet keuze wel kunnen uitleggen. (rood = oplossing)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2012===&lt;br /&gt;
#Op basis van welk principe en onder welke omstandigheden kunnen de toestandsfunctie van een systeem geclassificeerd worden als gerade of ungerade?&lt;br /&gt;
#Wat is het verschil tussen de gross en de netto Mulliken populatie van een atomaire basisfunctie resulterend uit een moleculaire LCAO-MO-SCF berekening? (leid de formules af)&lt;br /&gt;
#De volgende complexe functies stellen twee van de oplossingen voor van de Schrödingernvergelijking voor een éé-elektron atoom met kernlading Z:&lt;br /&gt;
#* Ψ4,2,±2 (r,θ,φ)=R4,2 Θ2,±2(θ) Φ±2(φ)&lt;br /&gt;
#* met ρ=2Zr/na0&lt;br /&gt;
#* en: R4,2(r)=(((Z/a0)^(3/2))/96√5)*(6-ρ)ρ²e-ρ/2&lt;br /&gt;
#* Θ2,±2(θ)=√15/4 sin²θ&lt;br /&gt;
#* Φ±2(φ)=1/√2π e±2iφ&lt;br /&gt;
#*Zijn deze twee functies ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#*Vorm uit deze twee golffuncties via een orthonormale transformatie twee reële functies. Welke kwantumgetallen gaan hierbij verloren? Zijn de nieuwe functie nog steeds eigenfuncties van dezelfde hamiltoniaan (één-elektron atoom met kernlading Z)? Zo ja, hebben ze dezelfde eigenwaarden als de oorspronkelijke functies of niet? Zijn ze ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#*Hoeveel radiale nodale vlakken hebben de reële functies? Hoeveel angulaire nodale vlakken, en welke vlakken zijn dit?&lt;br /&gt;
#*Teken het angulaire deel van de twee reële orbitalen in twee dimensies. Kies hiervoor het vlak in een carthesisch assenstelsel waar de functies waar de functies hun maximale (absolute) waarde bereiken.&lt;br /&gt;
#*Teken ook (kwalitatief) de totale (reële) golffuncties in hetzelfde vlak, onder de vorm van hoogtelijnen. Teken twee hoogtelijnen met een verschillende absolute waarde en geef aan welke van de twee lijnen hoort bij de hoogste absolute waarde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2011 nm===&lt;br /&gt;
# Maak gebruik van de LCAO-MO benadering en het variatietheorema om de golffunctie en bijhorende energie te berekenen van de grondtoestand van het H2+-ion bij een H-H afstand van 2,2 a.u. Basisfuncties zijn de (genormaliseerde) 1sA en 1sB orbitalen op beide H atomen. De waarde van de verschillende integralen tussen beide functies bij de gegeven H-H afstand bedragen:    S(AB)= 0,533     ;  H(AA)= -0,937 a.u.      ;    H(AB)= -0,621 a.u.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Geef en bespreek het Pauli-principe&lt;br /&gt;
#* Hoe wordt dit principe gebruikt voor de constructie van een golffunctie binnnen de orbitaalbenadering.&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen de gross en de netto Mulliken populatie van een atomaire basisfunctie resulterend uit een moleculaire LCAO-MOSCF berekening (leid de formules af)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2011 vm===&lt;br /&gt;
# Op basis van welk principe en onder welke omstandigheden kunnen de toestandsfuncties van een systeem geclassificeerd worden als gerade of ungerade?&lt;br /&gt;
# Leidt de uitdrukking af van de totale elektronische grondtoestandsenergie die bekomen wordt binnen DFT na de introductie van orbitalen zoals gesuggereerd door Kohn &amp;amp;amp; Sham.&lt;br /&gt;
# Bereken a) de meest waarschijnlijke kern-elektronafstand; b) de gemiddelde kern-elektronafstand, in de grondtoestand van het waterstof atoom met als toestandsfunctie (dan die functie uit de cursus)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2010 nm===&lt;br /&gt;
#Niet compatiebele grootheden, bewijzen dat impuls en plaats niet compatiebel zijn, onzekerheidsprincipe Heisenberg geven en bewijzen met gegeven formule (uit cursus)&lt;br /&gt;
#H2+-ion, gegeven dat bindend orbitaal= N(sA+sB) en antibindend= N&#039;(sA-sB). Normalisatiefactoren berekenen en met de waarschijnlijkheidsdichtheid aantonen dat het ene bindend is en het andere antibindend.&lt;br /&gt;
#Vanalles over geometrie-optimalisatie en frequentie-analyse:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2010 vm===&lt;br /&gt;
#De golffunctie van waterstof gekregen. Bereken hoogst waarschijnlijke waarde van r en de gemiddelde waarde van r&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Variatietheorema geven en bewijzen en aantonen hoe dat da in de densiteitsfunctionaaltheorie ook blijft gelden&lt;br /&gt;
#* Het eerste Hohenberg-Kohn theorema geven en bewijzen&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Definitie van elektroncorrelatie&lt;br /&gt;
#* Wat is de correlatie-energie&lt;br /&gt;
#* Beschrijf schematisch de vorm van de golffunctie die, binnen de LCAO-MO benadering, in staat is om elektronencorrelatie te beschrijven&lt;br /&gt;
#* Noem twee mogelijke methoden die gebruikt kunnen worden om deze golffunctie te berekenen. Geef de essentiële verschillen tussen de beide methoden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2010 nm===&lt;br /&gt;
#Op basis van welk principe en onder welke omstandigheden kunnen de toestandsfuncties van een systeem geclassificeerd worden als gerade en ungerade&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom de dissociatie van het H2 molecule niet correct beschreven kan worden met een RHF type golffunctie. Geef de 2 wijzen waarop de bindingsenergie van H2 theoretisch berekend kan worden en leg uit waarom, op Hartree-Fock niveau de ene wijze steeds een te hoge, en de andere wijze steeds een te lage bindingsenergie oplevert. Hoe kan de beschrijving van de golffunctie van H2, en dus ook van de bindingsenergie, verbeterd worden.&lt;br /&gt;
#Bespreek het Pauli-principe (grondig en algemeen) en gebruik dit principe bij de constructie van de golffunctie voor de grondtoestand van he He atoom(binnen de orbitaalbenadering) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2010 vm===&lt;br /&gt;
#Bewijs compatiebele grootheden&lt;br /&gt;
#Geef de verschillende aangeslagen toestanden van een twee-elektronsysteem. Geef de slaterdeterminanten rekening houdend met het Pauliprincipe&lt;br /&gt;
#Tekenopdracht van n=4 l=2 en ml=+/-2 (zie oude examenvragen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===augustus 2009===&lt;br /&gt;
#Wat zijn incompatiebele grootheden? Toon aan dat positie en snelheid incompatiebel zijn. Geef en bewijs de Heisenberg onzekerheidsrelatie. Maak hierbij gebruik van de volgende vergelijking, geldend voor twee incompatiebele grootheden A en B: deltaA * deltaB &amp;amp;gt;= 1/2 |&amp;amp;lt;psi|[A, B]|psi&amp;amp;gt;|&lt;br /&gt;
#Toepassing van de LCAO-MO benadering op het H2+ molecule met een minimale basis bestaande uit twee genormaliseerde AO 1sA en 1sB geeft steeds de volgende twee MO&#039;s: phi•b = N(1sA + 1sB) en phi•* = N&#039; (1sA - 1sB). &lt;br /&gt;
* Bereken de normalisatieconstanten N en N&#039;&lt;br /&gt;
* Bewijs (op basis van de densiteit) dat, bij een voldoende kleine H-H afstand zodat beide atomaire orbitalen overlappen, phi•b een binden MO en phi•* een antibindend MO is. &lt;br /&gt;
#Bespreek het principe van een geometrie-optimalisatie van een molecule. Maak hierbij gebruik van de begrippen potentiaaloppervlak, stationair punt, gradient en hessiaan. Wat versta je onder een frequentie-analyse, en wat is het verband tussen de frequenties en de hessiaan? Leg uit waarom geometrie-optimalisatie best steeds gevolgd wordt door een frequentie-analyse. Op welke manier kan de symmetrie van het molecule hierbij een rol spelen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2009===&lt;br /&gt;
#Geef de definitie van een lineaire hermitische operator A en bewijs dat:&lt;br /&gt;
#*Eigenwaarden van A altijd reel zijn&lt;br /&gt;
#*De eigenfuncties van A steeds orthonormaal gekozen kunnen worden.&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom de dissociatie van het H2 molecule niet correct beschreven kan worden met een RHF type golffunctie. Geef de twee wijzen waarop de bindingsenergie van H2 theoretisch berekend kan worden en leg uit waarom, op Hartree-Fock niveau, de ene wijze steeds een te hoge en de andere wijze steeds een te lage bindingsenergie oplevert. Hoe kan de beschrijving van de golffunctie van H2, en dus ook van de bindingsenergie, verbeterd worden?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Geef en bewijs het variatietheorema&lt;br /&gt;
#*Geef en bewijs het eerste Hohenberg-Kohn theorema&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2009===&lt;br /&gt;
#Bespreek gerade/ungerade , afleiding en zeggen wat essentieel is.&lt;br /&gt;
#3 begrippen bespreken en met elkaar in verband brengen: orbitaal / open en gesloten schil / toestand en toestandsfunctie&lt;br /&gt;
#Orbitalen tekenen(letterlijk zoals ook op toledo staat)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 januari 2009===&lt;br /&gt;
#Commutatieregels H, L², Lx, Ly, Lz van meer-elektronatomen afleiden en bespreken wat ge daar mee kunt&lt;br /&gt;
#Perturbatietheorie geven &amp;amp;amp; MP2 daar in mengen&lt;br /&gt;
#Frequentie-analyse&lt;br /&gt;
#*A) frequentie-analyse op een stationair punt bespreken en de Hessiaan er in gebruiken&lt;br /&gt;
#*B) 3 eigenschappen bespreken van het molecule in een bepaalde geometrie die je met een frequentie analyse kan berekenen/bespreken&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Maxime vdB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Polymer_Sciences:_from_Synthesis_to_Polymer_Material&amp;diff=1335</id>
		<title>Polymer Sciences: from Synthesis to Polymer Material</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Polymer_Sciences:_from_Synthesis_to_Polymer_Material&amp;diff=1335"/>
		<updated>2019-01-14T15:39:42Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Maxime vdB: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Machemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Gedoceerd door Professor Nies en Professor Koeckelberghs. Lessen zijn altijd in het Engels. De verdeling is 2/3 op het deel van Nies en 1/3 op het deel van Koeckelberghs. Bij Nies zijn er ook verplichte assignments tijdens het jaar, die meetellen voor een fractie 4/(12-N) van de punten van zijn deel (met N aantal assignments, doorgaans 2). Nies zijn examen is gesloten boek en er moet maar één vraag bij hem mondeling besproken worden (deze wordt op voorhand aangeduid). Bij Koeckelberghs zijn alle vragen mondeling te bespreken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===14 januari 2019===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#living/controlled polymerization: definitie + uitleggen. Hoe kunt ge dat experimenteel kunt nagaan. Principe uitleggen hoe ge van free radical polymerization naar controlled polymerization gaat.&lt;br /&gt;
#De invloed van de moleculaire structuur van vinyl polymeren op polymerisatie en op de polymerisation rate en dan ook nog op inhibitie en retardatie&lt;br /&gt;
#bespreek emulsion polymerization&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#Bespreek uw taak: gewoon uw taak uitleggen aan Nies (mondelinge vraag)&lt;br /&gt;
#plot van volumeverandering i.f.v. de tijd (case2-figuur 25) gegeven, bespreek ... (physical ageing)&lt;br /&gt;
#afleiding voor de Thomson-Tammann smelttemperatuur van een eindig sfeer kristal, met de fusie Gibbs vrij energie van een oneindig groot kristal gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===31 januari 2018===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#Anionic versus cationic ring opening polymerization:&lt;br /&gt;
#*monomeer&lt;br /&gt;
#*intiator&lt;br /&gt;
#*general polymerization mechanism&lt;br /&gt;
#*termination + transfer&lt;br /&gt;
#*ceiling temperature&lt;br /&gt;
#Influence of the molecular structure of vinyl monomers on possibility to polymerize. Correlate the molecular structure with:&lt;br /&gt;
#*the way monomers can be polymerized&lt;br /&gt;
#*rate of polymerization&lt;br /&gt;
#*retardation + inhibition&lt;br /&gt;
#Influence of conversion on molar mass in step growth polymerization&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#Formula growth rate given (case 3 eq. 1.28)&lt;br /&gt;
#*discuss the origin of the exponential facors and the front factor in the given equation.&lt;br /&gt;
#*discuss dependence of the growth rate on the size of the crystal at a chosen crystallization temperature. Make a schematic plot of the predicted growth rate versus the crystal size for the chosen crystallization temperature.&lt;br /&gt;
#*what are the consequences for the predicted growth rate for crystallization behaviour at a particular crystallization temperature?&lt;br /&gt;
#Figure volume relaxation (case 2 figure 27)&lt;br /&gt;
#Rubbers&lt;br /&gt;
#*Define an ideal rubber&lt;br /&gt;
#*Derive expression for deltaG = G(deformed) - G(undeformed)&lt;br /&gt;
Expressions for the squared end-to-end distance for FJC and P(R)dR are given&lt;br /&gt;
===25 januari 2018===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#ceiling temperature vergelijken bij vinyl polymerization en ring opening polymerization + kleine bijvragen daarover&lt;br /&gt;
#controlled radical polymerization (NMP en ATRP)&lt;br /&gt;
#living cationic polymerization&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#grafiek spinodal, binodal (die met Berghman&#039;s point) toegepast op PDLC, vorming van PDLC uitleggen aan de hand van grafiek&lt;br /&gt;
#physical ageing&lt;br /&gt;
#avrami plot&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2018===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#anionic, cationic en radical vinyl polymerisation vergelijken ivm monomeren, terminatie en mogelijkheid tot controlled/living&lt;br /&gt;
#step growth en chain growth vergelijken en hoe ge kunt bepalen wanneer ge wa hebt&lt;br /&gt;
#ROMP uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#taak bespreken (mondeling)&lt;br /&gt;
#Gibs-Thomson-Tammann afleiden voor lamellar crystal, vergelijking voor Gibbs fusie is gegeven&lt;br /&gt;
#spinodal en critical condition geven + afleiden helemaal en berekenen wat de critische waarden zijn voor &#039;chi&#039; en &#039;fi-2&#039;, vergelijking Gibbs gegeven&lt;br /&gt;
Huggings formule gegeven (niet in boek) is een uitbreiding van Flory-huggings vergelijking, wanneer zijn die aan elkaar gelijk en wat is de betekenis dan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2018===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#living/controlled polymerization: definitie + uitleggen. Hoe kunt ge dat experimenteel kunt nagaan. Principe uitleggen hoe ge van free radical polymerization naar controlled polymerization gaat.&lt;br /&gt;
#De invloed van de moleculaire structuur van vinyl polymeren op polymerisatie en op de polymerisation rate en dan ook nog op inhibitie en retardatie&lt;br /&gt;
#bespreek emulsion polymerization&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#Bespreek uw taak: gewoon uw taak uitleggen aan Nies (mondelinge vraag)&lt;br /&gt;
#plot van volumeverandering i.f.v. de tijd (case2-figuur 25) gegeven, bespreek ... (physical ageing)&lt;br /&gt;
#afleiding voor de Thomson-Tammann smelttemperatuur van een eindig sfeer kristal, met de fusie Gibbs vrij energie van een oneindig groot kristal gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 augustus 2017===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#Vergelijk anionische ring opening polymerizatie met kationische ring opening polymerizatie op vlak van&lt;br /&gt;
#*monomeer&lt;br /&gt;
#*intiator&lt;br /&gt;
#*mechanisme&lt;br /&gt;
#*terminatie/recombinatie&lt;br /&gt;
#*ceiling temperature&lt;br /&gt;
#Lewis Mayo en die R ratio&#039;s daar in. Welke dingen invloed daar op hebben en hoe + voorbeeld&lt;br /&gt;
#Welk invloed heeft de vorderingsgraad op molaire massa in step growth polymerizatie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#(mondelinge vraag) bespreek grafiek en waarom dat dit gebeurt (uitleggen op moleculair niveau), grafiek van physical ageing&lt;br /&gt;
#Afleiding van hoofdstuk 4 Gibbs vrije energie wanneer een ideaal rubber deformatie ondergaat&lt;br /&gt;
#vanalles van UCST en LCST, iets vaags.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2017===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#Anionische, kationische en frp uitleggen obv monomeer, terminatie en hoe ge het levend kunt maken&lt;br /&gt;
#Step growth en chain growth&lt;br /&gt;
#Ringopening methatese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
Vraag 1:&lt;br /&gt;
#Wat is de definitie van een FRC?&lt;br /&gt;
#Bij welke condities is de FRC gelijk aan de FJC&lt;br /&gt;
#Bereken Lk en Nk voor de limiet van een enorm lange FRC (&amp;lt;R2&amp;gt;frc gegeven)&lt;br /&gt;
#Leidt een vergelijking af voor de mean squared end-to-end distance van een ideaal lineair diblock copolymeer bestaande uit Nk1 Kuhn monomeren met lengte lk dat vasthangt via 1 einde aan Nk2 Kuhn monomeren met lengte lk2&lt;br /&gt;
Vraag 2:&lt;br /&gt;
#Mengsel van PS in methylcyclohexaan (Mw = 355kg/mol)&lt;br /&gt;
Bij T=350K bestaat het mengsel uit 1 homogene vloeibare fase. Deze T is 6K boven de flory T. Polymeer volume fractie in de homogene fase is O,2&lt;br /&gt;
Bij T=335K: twee vloeibare fases, de polymeer volume fracties van de coexistant fases zijn 0,003 en 0,435&lt;br /&gt;
In de compositie range {0,002-0,044} en {0,336-0,435} is de structuur van de initiele fase scheiding kleine druppels in een matrix fase&lt;br /&gt;
#*Schets het verloop van delta Gmix ifv de volledige compositierange bij T=333K&lt;br /&gt;
#*Duid de points of interest in deze curve aan en leg ze uit.&lt;br /&gt;
#*Leg tot he point uit waarom je vraag a zo geschetst hebt&lt;br /&gt;
#*Wat zal de morfologie zijn in de initiële fase van scheiding?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 Januari 2017===&lt;br /&gt;
====Prof. Koekcelberghs====&lt;br /&gt;
#Vergelijken ven anionische en kationische ringopeningpolymerisatie op vlak van&lt;br /&gt;
#*Initiatie/Initiatoren&lt;br /&gt;
#*Terminatie/transfer&lt;br /&gt;
#*Mechanisme&lt;br /&gt;
#*Mogelijke monomeren&lt;br /&gt;
#*Ceiling temperature&lt;br /&gt;
#Geef de factoren die een copolymerisatie beïnvloeden &lt;br /&gt;
#Geef de invloed van de conversie bij een step-growth polymerisatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#Vraag 1: bespreek je taak helemaal (mondeling)&lt;br /&gt;
#Vraag 2: Leid het verschil in Gibbs vrije energie voor een vervormd en onvervormd ideaal rubber af. End-to-end distance van een ideaal rubber en de Gaussische distributie zijn gegeven.&lt;br /&gt;
#Vraag 3: Gegeven een stelling die zegt dat er een closed-gap miscibility gap plaatsvindt, met een formule voor chi in functie van T. 2 kritische waarden voor de temperatuur zijn gegeven. De vraag is: kan deze stelling kloppen?  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 januari 2017===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#living/controlled polymerization: definitie + uitleggen. Hoe kunt ge dat experimenteel kunt nagaan. Principe uitleggen hoe ge van free radical polymerization naar controlled polymerization gaat.&lt;br /&gt;
#De invloed van de moleculaire structuur van vinyl polymeren op polymerisatie en op de polymerisation rate en dan ook nog op inhibitie en retardatie&lt;br /&gt;
#bespreek emulsion polymerization&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#Bespreek uw taak: gewoon uw taak uitleggen aan Nies (mondelinge vraag)&lt;br /&gt;
#zie theoretical questions doc case 3 vraag 13, maar alleen de excess Gibbs energy en de chemical potentials waren gegeven&lt;br /&gt;
#Vraag 3:&lt;br /&gt;
#*thermodynamische uitdrukking voor spinodal en critical conditions afleiden.&lt;br /&gt;
#*zie theoretical questions doc case 2 vraag 4 en de uitdrukking voor de Gibbs energy is gegeven&lt;br /&gt;
#*de verbeterde Huggins uitdrukking voor de Gibbs energy is gegeven en daarvoor de enthalipsche en entropische bijdragen bepalen.&lt;br /&gt;
#*De FH uitdrukking is een speciaal geval van de Huggins uitdrukking: bepaal de conditie van y waarvoor dit geld + geef de fysische betekenis van die conditie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 januari 2016===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#Vergelijk chemisch geïnitieerde FRP en ATR op vlak van:&lt;br /&gt;
#*Algemeen protocol&lt;br /&gt;
#*Snelheidsvergelijkingen&lt;br /&gt;
#*Invloed van de moleculaire structuur op de snelheid van polymerisatie&lt;br /&gt;
#Leg uit: step growth en chain growth polymerisatie. Hoe kan je experimenteel onderscheid maken tussen beide?&lt;br /&gt;
#Leg kort uit: Ziegler-Nattakatalysator&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#Gegeven: Tg in functie van cooling rate. Verklaar de moleculaire oorsprong van dit fenomeen. (oral)&lt;br /&gt;
#*Mondelinge bijvraag: wat bepaalt, naast de kinetische energie, ook mee het vrije volume?&lt;br /&gt;
#Leid een formule af voor het smeltpunt van een eindig sferisch kristal.&lt;br /&gt;
#Vrije energie van mengen volgens Flory-Huggins gegeven:&lt;br /&gt;
#*Wat zijn de spinodale en kristische voorwaarden?&lt;br /&gt;
#*Geef de betekenis en eenheiden van elke parameter in de vergelijking.&lt;br /&gt;
#*Geef een concrete uitdrukking voor de kritische en spinodale voorwaarden afgeleid uit de bovenstaande vergelijking.&lt;br /&gt;
#*Geef een concrete uitdrukking voor de kritische phi en chi.&lt;br /&gt;
#*Gegeven een uitgebreide variant van de vergelijking van Flory en Huggins. Wat zijn de enthalpische en entropische bijdragen?&lt;br /&gt;
#*De oorspronkelijke formule van Flory en Huggins is een bijzonder geval van de bovenstaande vergelijking. Onder welke voorwaarde is dit en waarmee komt dit fysisch overeen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 januari 2016===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#Define living/controlled polymerisation. Hoe neem je dit experimenteel waar? Hoe maak je free radical controlled?&lt;br /&gt;
#Wat is de invloed van moleculaire structuur van monomeer op manier vinylpolymerisatie, snelheid en retardation/inhibition?&lt;br /&gt;
#Bespreek emulsiepolymerisatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#Case 2, figuur 27 uitleggen (specifiek volume in functie van tijd) (oral)&lt;br /&gt;
#Leid Gibbs Thomson uitdrukking af voor smelttemperatuur van sferisch kristal.&lt;br /&gt;
#Uitdrukking s^2 en massacentrum gegeven:&lt;br /&gt;
#*Leid average radius of gyration af met alles massa&#039;s = m.&lt;br /&gt;
#*Toon aan dat average radius of gyration = lb^2 (N+1)(N-1)/6N als i=1,2,3,...,N-1.&lt;br /&gt;
#*Veranderen de uitdrukking als er interacties zijn tussen de massa&#039;s met Lennard Jones interactie potentiaal?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2013===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#Discuss the ceiling temperature and apply it on both the vinyl polymerization and ring opening polymerization. Is the ceiling temperature of a particular monomer dependent on the way it&#039;s polymerized?&lt;br /&gt;
Is it possible that a particular monomer, of which the ceiling temperature is such that only low-molar mass oligomers can be obtained via a living anionic polymerization at a certain temperature, can be polymerized into high-molar mass polymer using a free radical polymerization at the same temperature? Motivate your anwer.&lt;br /&gt;
#Explain the principle of a controlled radical polymerization and apply it on NMP and ATRP.&lt;br /&gt;
#Discuss briefly the living cationic vinyl polymerization.&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
Zie onderstaande afbeelding.&lt;br /&gt;
[ &lt;br /&gt;
#Assignment 1 (oral)&lt;br /&gt;
#The &amp;amp;lt;i&amp;amp;gt;free rotating chain&amp;amp;lt;/i&amp;amp;gt; (FRC) consists of N bonding vectors l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;i&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;, i=1,...,N with constant bond length |l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;i&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;| = l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;b&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; and constant bond angles Ï´&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;ii+1&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;=Ï´, i=1,...,N between the successive bonding vectors. The average quadratic end-to-end distance &amp;amp;lt;RÂ²&amp;amp;gt;, valid for all physically sensible values of N, l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;b&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; and Ï´, is given by [[Bestand:R-FRC.JPG]]&lt;br /&gt;
#*Show that the average quadratic end-to-end distance &amp;amp;lt;RÂ²&amp;amp;gt; of the FRC chain with very small bond angles also can be written in the Kratky-Porod chain form: &amp;amp;lt;RÂ²&amp;amp;gt; = 2l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;p&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;L-2l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;p&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;Â²(1-exp(-L/l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;p&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;),&lt;br /&gt;
with l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;p&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;=l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;b&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;L/(1-cosÏ´) the perstistence length and L the contour length.&lt;br /&gt;
#Derive from the general thermodynamic equilibrium conditions the melting point of a polymer crystal in equilibrium with a solution of the polymer.&lt;br /&gt;
For the polymer solution you can use the Flory-Huggins excess Gibbs-energy of mixing.&lt;br /&gt;
[[Bestand:G(mix).JPG]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
The chemical potentials of the components are given by:&lt;br /&gt;
[[Bestand:Chempot.JPG]] ]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Bestand:240113nies.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2013===&lt;br /&gt;
====Prof. Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#Compare chemically initiated free radical polymerization and ATRP, for the following aspects:&lt;br /&gt;
#*general concept&lt;br /&gt;
#*rate of polymerization&lt;br /&gt;
#*influence of molecule structure on polymerization rate&lt;br /&gt;
#Discuss the differences in mechanism of chain growth and step growth polymerization. How can one investigate which type of polymerization he is dealing with?&lt;br /&gt;
#Explain briefly: Ziegler-Natta catalyst&lt;br /&gt;
====Prof. Nies====&lt;br /&gt;
#Discussion of assignment 1 (oral)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zie onderstaande afbeelding.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#The expression of average squared end-to-end distance of the Kratky-Porod chain is given: &amp;amp;lt;RÂ²&amp;amp;gt; = 2l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;p&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;L - 2l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;p&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;Â²(1-exp(-L/l&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;p&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;)&lt;br /&gt;
#*Derive expressions for the Kuhn segment length and the number of Kuhn segments for this chain.&lt;br /&gt;
#*Discuss your results. For instance, did you make any assumptions? Mention them explicitly.&lt;br /&gt;
#The excess Gibbs ebergy of mixing in the Flory-Huggins model is given: Î”G/N&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;l&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;kT = Î”g/kT = (Ï†&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;1&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;/s&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;1&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;)lnÏ†&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;1&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; + (Ï†&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;/s&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;)lnÏ†&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; + Ï‡Ï†&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;1&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;Ï†&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
#*Derive expressions for the spinodal and critical conditions.&lt;br /&gt;
#*Derive from these expressions the formulae for the critical composition Ï†&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2,cr&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; and critical value of Ï‡.&lt;br /&gt;
#*What is the relevance of the spinodal for material behaviour?&lt;br /&gt;
[[Bestand:180113nies.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2012===&lt;br /&gt;
====Professor Nies====&lt;br /&gt;
#Gegeven een fase-diagram uit Case II. Wat gebeurt er als er vanuit punt A (dat links van de critical point lag):&lt;br /&gt;
#* traag wordt afgekoeld&lt;br /&gt;
#* wordt gequenched (1000K/min)&lt;br /&gt;
#* Hoe ziet de oplossing er na koelen uit voor beide gevallen&lt;br /&gt;
#5 begrippen uitleggen:&lt;br /&gt;
#*Thermo-elastische inversie&lt;br /&gt;
#*Physical ageing&lt;br /&gt;
#*Second order transition&lt;br /&gt;
#*Effective pair potential&lt;br /&gt;
#*Nucleation &amp;amp;amp; growth&lt;br /&gt;
#Leidt de spinodal en critical conditions af en ook de waarden voor Fi(2,crit) en Chi(krit).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Professor Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#Wat is de ceiling temperatuur en correleer dit met vinylpolymerisatie en Ring opening polymerisatie. Is de ceiling temperatuur afhankelijk van hoe we polymeriseren? Stel we polymeriseren via een living anionische polymerisatie. Het monomeer heeft een lage ceiling temperatuur, wat ervoor zorgt dat er geen lange polymeerketens worden gevormd. Kan men dan langere ketens verkrijgen als men bij dezelfde temperatuur via een radicale polymerisatie polymeriseert?&lt;br /&gt;
#M1 en M2 worden gecopolymeriseerd. Geef de parameters voor beide monomeren en leg uit waarvan deze afhangen.&lt;br /&gt;
# Leg uit: (radicalaire)  emulsiepolymerisatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2011===&lt;br /&gt;
====Professor Nies====&lt;br /&gt;
# Teken het verloop van de de gibssvrij-energie in functie van volumefractie bij een temperatuur van 300K. Volumefracties = 0,2. Coexistence points en spinodal points gegeven. Ook de verschillende punten aanduiden en kort uitleggen. (deze vraag was mondeling)&lt;br /&gt;
# Formule p 50 case 1 gegeven (zonder 4e term)&lt;br /&gt;
#* leg de symbolen uit + dimensies + eenheden&lt;br /&gt;
#* wat bedoelt men met &amp;amp;quot;volgens de Flory benadering...&amp;amp;quot;&lt;br /&gt;
#* leg de twee verschillende termen uit&lt;br /&gt;
#* Bereken end-to-end distance in evenwicht bij een flory-solvent&lt;br /&gt;
#* Bereken end-to-end distance in evenwicht bij een goed solvent&lt;br /&gt;
# Avramiplot+vergelijking gegeven&lt;br /&gt;
#*leg de parameters uit&lt;br /&gt;
#*hoe kan je volumefractie kristallijne fase meten, leg kort techniek uit.&lt;br /&gt;
#*geef een kwalitatieve bespreking van de grafiek&lt;br /&gt;
#*wat kan je uit de parameters afleiden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Professor Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
# zie vragen vorig jaar&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2010===&lt;br /&gt;
====Professor Nies====&lt;br /&gt;
#Er was de grafiek gegeven met daarop de binodal, spinodal en Tg curve. Met daarop 3 punten aangegeven, telkens in het homogene gebied boven de binodal en boven Tg. Punt A: Links van kritische punt, punt B tussen kritische punt en Berghmans punt en punt C rechts van Berghmanspunt. (Alleen deze vraag mondeling)&lt;br /&gt;
#*Wat vindt plaats als je in punt A traag afkoelt?&lt;br /&gt;
#*Wat vindt plaats als je in punt A afkoelt met 1000K/min&lt;br /&gt;
#*Wat vindt plaats als je in punt B traag afkoelt&lt;br /&gt;
#*Wat vindt plaats als je in punt B afkoelt met 1000K/min&lt;br /&gt;
#*Wat vindt plaats als je in punt C traag afkoelt?&lt;br /&gt;
#*Wat vindt plaats als je in punt C afkoelt met 1000K/min&lt;br /&gt;
#Vergelijking van Groeisnelheid bij kristallisatie (U) gegeven: U=Fexp(A)exp(B)exp(C) Zowel F,A,B,C waren gegeven in symbolen(vergelijking onder 7.B case III)&lt;br /&gt;
#*Geef waarvoor de symbolen staan en wat hun eenheden zijn.&lt;br /&gt;
#*Verklaar waar de Frontfactor (F) en de drie exp&#039;s vandaan komen&lt;br /&gt;
#*Bespreek temperatuursafhankelijkheid en geef een schets&lt;br /&gt;
#Geef de definitie van een ideale Rubber&lt;br /&gt;
#* Leid de uitdrukking voor af voor S bij een willekeurige verandering. P(R) gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Koeckelberghs====&lt;br /&gt;
#Vergelijk radicalaire, anionische en kationische vinylpolymerisatie&lt;br /&gt;
#*Mogelijke monomere deeltjes (stabiliteit)&lt;br /&gt;
#*Terminatie reacties&lt;br /&gt;
#*Invloed van verschillende voorkomende deeltjes op sneldheid (hiermee bedoelde hij de associated ion pairs etc)&lt;br /&gt;
#*Mogelijke manier om ze &#039;levend&#039; te maken. (of quasi levend)&lt;br /&gt;
#*? dacht dat er nog 1 was&lt;br /&gt;
#Je wil een ideaal, perfect blockcopolymeer maken van MMA en MA op anionische wijze. Welk monomeer moet je eerst polymeriseren? Blijft indien je dit met ATRP wil doen de volgorde dezelfde?&lt;br /&gt;
#Bespreek kort Ring Opening Metathesis Polymerisatie.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Maxime vdB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=1234</id>
		<title>Moleculaire Herkenning</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=1234"/>
		<updated>2018-06-21T16:02:06Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Maxime vdB: /* 21 juni NM */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verplicht vak voor chemie. Moleculaire herkenning wordt gedoceerd door 2 proffen. Mario smet en Wim &amp;amp;quot;sandalen&amp;amp;quot; Dehaen. 50% van de punten staan op het examen, de andere 50% staan op een paper. Op het examen worden mondelinge vragen gesteld over de paper. Bij prof. Smet zijn dit normaal enkel de vragen die hij geeft bij de feedback op de paper,&lt;br /&gt;
prof. Dehaen stelt vaak ook extra vragen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
=== 21 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineer:&lt;br /&gt;
#** Gasten: trimethylhexadecylammoniumion, nitraation, 4-aminoboterzuur, naftaleensulfonzuur. &lt;br /&gt;
#** Gastheren: resorcinareen, benzokroonether met één N en op die N zat een keten (keten = CH2 C6H4 CH2 ... NH C=NH NH ... azole ring), twee speciale cyclodextrines (eentje was een ring van zes monomeren met een ammoniumfuntie op, de andere was een ring van zeven monomeren met een thia-amine keten op), een ring met drie benzenen en tussen elke benzeen de groep CH2 CH2 NH C=S NH CH2 CH2), nog eentje die ik me niet herinner&lt;br /&gt;
#** Solventen: de gewoonlijke&lt;br /&gt;
#* Effect rigide groepen op EM&lt;br /&gt;
#* Synthese thia analoog [2.2.2]cyrptand, hoe synthese verbeteren?&lt;br /&gt;
#*Pillarenen uitleggen, verband andere calixarenen&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welke reactie geeft de grootste entropie veranderingen? eentje is het azijnzuur dimeer, de andere is de cyclisatie van twee ringen (eentje is maleïnezuuranhydride en de ander cyclohexa-1,3-dieen) (volgens chemdraw heet het gevormde molecule (4R,7aS)-3a,4,7,7a-tetrahydro-4,7-ethanoisobenzofuran-1,3-dione). Bijvraag: iets met de deeltermen van de entropie, bij welke is welke het grootst? &lt;br /&gt;
#* Geef teken rho (Hammett) van de complexatie van K+ met een benzokroonether met aan die benzeenring een substituent R. Geldt deze redenering voor rho ook voor een tweede kroonether die aan een ethyleen eenheid een CH2R groep heeft hangen?&lt;br /&gt;
#* Bespreek relenza en tamiflu, over hun biobeschikbaarheid en mechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineren van gast, gastheer en solvent met als gasten: lanthaan, paraquat en nog een dicarbonzuur, als gastheren verschillende calixarenen in water ph 2,7,10, methanol of chloroform&lt;br /&gt;
#* Vraag welke het beste zou zijn voor ionentransport over een organisch membraan: diglyme of 2,2,2 kryptand&lt;br /&gt;
#* Een synthese van een 2,2,2 thiakryptand derivaat&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Ceiling &amp;amp; floortemperatuur + voorbeeld&lt;br /&gt;
#* Met de hammetvgl werken en teken van rho bepalen bij een complexvorming van pseudorotaxaan&lt;br /&gt;
#* Invloed van ... (cyclodextrine?) op transport van medicijnen en da linken aan de lipinskiregels&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 VM ===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze 1,3benzeenringen hebben geen buty meer, en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd. &lt;br /&gt;
#* Nonactine &amp;amp; valinomycine&lt;br /&gt;
#* Gast, gastheer, solvent: &lt;br /&gt;
#** H2O (pH = 3,7, 10), DCM, MeOH&lt;br /&gt;
#** Na+, ammoniumzout*, diamide*, benzoezuur (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
#** Calix[4]areen*, resorcinol uit acetaldehyde en 24u reflux, benzokroonether*, alfa-cyclodextrine, diamine* (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welk proces geeft de grootste entropieverandering met zich mee? &lt;br /&gt;
#** Furaan + H2C=COOR --&amp;gt; furaanring waarvan de twee dubbele bindingen weg zijn en er eentje bij is gekomen waar er eerst de enkele binding was, en de twee koolstoffen naast de zuurstof zijn nu verbonden met de koolstoffen van de dubbele binding van het ester&lt;br /&gt;
#** twee carbonzuren die een dimeer vormen&lt;br /&gt;
#* Bepaal teken rho, heeft pH invloed (R-C6H5 pi-pi stapeling met C6H5-NH2)&lt;br /&gt;
#* Relenza en tamiflu (orale beschikbaarheid en mechanisme)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel de synthese op voor het Lehn&#039;s sferand (structuur gegeven) vanuit (derivaten van) diëthyleenglycolen.&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge-verdunningsvoorwaarden en hoe werkt dit?&lt;br /&gt;
#* Combineer. Gastheren: cyclisch guanidine, cucurbit[8]uril, 30-kroon-10. Gasten: arginine, N-acetyltryptofaan, 1,4-bis(aminoimidazoline)butaan. Solventen: Chloroform, methanol, water pH 2, 7 en 10. (structuren gegeven)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: een pyrrool gesubstitueerd met een alkeen met twee R-substituenten (willekeurig). Dit molecule interageert met een onbekende receptor. Welke interactie veronderstel je? Bepaal het teken van rho. Wat gebeurt er met de absolute waarde van rho wanneer je een R-substituent vervangt door een H-atoom.&lt;br /&gt;
#* Wat is transfectie en hoe kan supramoleculaire chemie hierbij helpen?&lt;br /&gt;
#* Twee verbindingen gegeven, elk met 3 waterstofbindingen (structuren uit slides deel supramoleculaire polymeren). Welke verbinding heeft de grootse associatieconstante en waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke factoren beinvloeden de effectieve molariteit&lt;br /&gt;
#* synthese van hexathia18-kroon-6 vanuit ethyleenglycol en bis(2hydroxyethyl)sulfide op een veilige manier en wat doen we om de opbrengst zo hoog mogelijk te houden&lt;br /&gt;
#* wat zijn ansa-verbindingen en hoe kunnen ze meer inzicht geven over de ruimtevulling van de groepen&lt;br /&gt;
#* een structuur gegeven met 2 NH2 groepen een kroonether en een R (fenyl). 4-aminobutaanzuur is beter oplosbaar dan glycine (2-aminoazijnzuur) en 6-aminohexaanzuur. Hoe komt dit, welke interacties. De oplosbaarheid stijgt wanneer we R vervangen door (4-NO2-fenyl). Verklaar.&lt;br /&gt;
#* er zijn twee isomeren bij de synthese van resorcinarenen. Welke zijn dit?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#SMET:&lt;br /&gt;
#* gegeven een amide: RR&#039;C=CH-CO-N(CH3)2 met onbekende receptor gaat interageren:&lt;br /&gt;
Welke interactie verwachten we, teken van reactieparameter, plus redeneer. Wat gebeurt er met de absolite waarde van de reactieparameter als we een van de R groepen vervangen door een H.&lt;br /&gt;
#* lipskin regel geven en wat is het belang tegenwoordig in farmaceutische industrie &lt;br /&gt;
#* Bij synthese van rotaxanen volgens iemand (Stoddart ofzo)(tetrakationisch complex) zal threading een hogere opbrengst geven dan clipping waarom?&lt;br /&gt;
Waarom dan niet altijd threading?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze twee benzeenringen zijn ook gedebutyleerd en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd.&lt;br /&gt;
#* Bespreek aan de hand van hun structuurelementen de functie van nonactine en valinomycine (structuur gegeven).&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gastheren met de juiste gasten en solventen. Gasten: Natriumion, p-diaminobenzeen, p-diaminobenzeen met beide stikstoffen tetragebutyleerd, benzoÃ«zuur. Gastheren: calix[4]areen, een groot dibenzokroonether, een resorcinareen verkregen na 24 uur reflux, alfa-cyclodextrine en een aromatisch diamide. Solventen: water (pH 3, 7, 10), MeOH &amp;amp;amp; DCM.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* 4-R-pyridine. Deze gast bindt enkel aan de gastheer indien de stikstof geprotoneerd is. Bepaal het teken van de Hammett-parameter rho. Op welke interactie zou de complexatie kunnen berusten?&lt;br /&gt;
#* Geef de twee methoden die gebruikt kunnen worden om de associatieconstante te schrijven in functie van deelassociatieconstanten. Beschrijf de fysische basis van het probleem dat hierbij optreedt.&lt;br /&gt;
#* Bespreek de moleculaire basis van plaquevorming zoals die optreedt bij bijvoorbeeld de ziekte van Alzheimer. Wat zijn de therapeutische mogelijkheden om dit tegen te gaan? Bijvraag: op welke secundaire structuren en soorten interacties berust de associatie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven [2.2.2]cryptand uitgaande van chlooracetamide. Het cryptand heeft stikstoffen als bruggenhoofden, 2 ketens met telkens 2 zuurstoffen en 1 keten met 2 zwavelatomen. En hoe kan je de macroyclisatie bevorderen?&lt;br /&gt;
#* Transport van donor naar acceptorlaag via een organisch membraan? hoe gaat dit het beste met pentaglyme of met een [2.2.2]cryptand. Verklaar.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Je hebt een gesubstitueerd chinoline (onbekende substituent). Dit chinoline complexeert enkel met een gastheer als de N niet geprotoneerd is. wat is het teken van de hammet-parameter Rho? welke interactie zal er zijn tussen de gast en de gastheer?&lt;br /&gt;
#* Geef de 4 belangrijkste entropieveranderingen bij complexatie en bespreek. Welke is verantwoordelijk voor preorganisatie? Leg uit.&lt;br /&gt;
#* Invloed ketenlengte benzokroonether op rendement van een catenaan met een tetrakationisch cyclofaan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven calix[4]hemisferand uitgaande van 2 gegeven fenolen. De receprot bestond uit een calix[4]areen met een hemisferand aangehecht op de 1- en 3-posities.&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van valinomycine en nonactine: bespreek de functie  en hoe de verschillende structuurelementen hiertoe bijdragen.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#**solventen: zuur, neutraal of basisch water, methanol, dicchloormethaan&lt;br /&gt;
#**gastheren: cyclodextrine, een grote benzokroonether, een calyxareen, stoel resorcinareen en een heteroaromatische receptor met amidefuncties.&lt;br /&gt;
#**gasten: natriumion, aromatisch diamine, aromatisch diammoniumzout, benzoÃ«zuur&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Op welke 2 manieren kunnen we de totale associatieconstante beschouwen als een product van deelassociatieconstanten? Wat is bij elk het grootste fysisch probleem? Welk van deze 2 methoden is, op praktische gronden, te verkiezen en waarom?&lt;br /&gt;
#* Gegeven een amide met een para-gesubstitueerde fenylgroep op de N en de carbonyl. Dit molecule gaat waterstofbindingen aan met zowel de zuurstof als de NH. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho voor het substituent op elke benzeenring?&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van een receptor bestaande uit een porfyrinering, gekoppeld aan een calixareen met ketens die veel heteroatomen bevatten. De bindingsconstanten van KI is hoog, die voor NaI en NaClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; tussenin (en ongeveer gelijk), die van KClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; laag. Verklaar waarom. (Deze structuur staat in de cursus ter hoogte van het deel over coÃ¶perativiteit).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2012 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge verdunningsvoorwaarden en geef 2 voorbeelden hoe men dit in de praktijk bewerkstelligt.&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende affiniteit voor het kaliumkation en motiveer: 18-kroon-6, 1,10-dithia-18-kroon-6, benzo-18-kroon-6, [2.2.2]cryptand, 15-kroon-5, 21-kroon-7.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Voor een bepaald hydrofoob (gedeelte van een) gastmolecule werd aangetoond dat het de hydrofobe holte van de gastheer maar voor 55% vult in stabielste toestand. Verklaar thermodynamisch waarom het kan dat deze gedeeltelijk gevulde toestand meer bevoordeeld wordt dan de volledig gevulde holte.&lt;br /&gt;
#* &lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn van belang bij het catenaan gevormd uit &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039;, &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; en &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;?&lt;br /&gt;
#** Wat zou het effect zijn op de bindingsconstante moest het catenaan gevormd worden rond &#039;&#039;&#039;4&#039;&#039;&#039; i.p.v. &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039; en waarom?&lt;br /&gt;
#** Beredeneer het teken van de Hammett parameter Ï van de catenatiereactie van &#039;&#039;&#039;5&#039;&#039;&#039; met het monogealkyleerd derivaat van &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039; (hiermee wordt bedoeld, de open-ketenvorm van &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; enkelvoudig gebonden aan &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;). Sterische effecten van R mogen verwaarloosd worden [[Bestand:CatenaanSmet.png]]&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers synthetiseerden bovenste verbinding als receptor voor de onderste (tekening is &#039;&#039;ongeveer&#039;&#039; juist). Belangrijke interacties hierbij zijn H-bruggen, maar ook de Ï€-Ï€-interacties tussen de eindstandige benzeenringen spelen een beduidende rol. Om aard en sterkte van deze Ï€-Ï€-interacties te onderzoeken synthetiseerde men een aantal derivaten van beide, en mat men het verschil in bindingssterkte voor verschillende substituenten op de benzeenringen. [[Bestand:receptorSmet.png]]&lt;br /&gt;
#** Welke complicatie valt te verwachten bij deze metingen, vanwege de verschillende substituenten op de derivaten?&lt;br /&gt;
#** Verklaar de waargenomen tendensen in de gemeten energiebijdragen, weergegeven in de tabel (deze waarden zijn gecorrigeerd voor de complicaties waarnaar gevraagd in eerste subvraag dus zijn &#039;&#039;juist&#039;&#039;).&lt;br /&gt;
[[Bestand:tabelSmet.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Klassieke vraag. Verbind de juiste gast met gastheer en solvent. Licht toe en zeg welke interacties plaatsvinden.&lt;br /&gt;
#* Wat is de CAC? Waarom is het belangrijk dat deze gemeten wordt en hoe wordt deze gemeten?&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: [[Bestand:MolHerExamenMario.jpg]]&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;Bepaal het teken van &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;X&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep X en &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;R&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep R. Waarom gaat bij zÃ©Ã©r elektronenzuigende groepen, bv. X=F&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, de meting van de complexatieconstante met nucleofiele deeltjes niet meer correct verlopen?&lt;br /&gt;
#* Mag men de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de aromatische ring en de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de gedeprotoneerde carbonzuurfunctie zomaar optellen? Verklaar.&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenMario2.jpg]]&lt;br /&gt;
#* De synthese van rotaxanen op vaste drager kan handig zijn. Onwaar/waar en verklaar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* geef de structuur van cyclotriveratryleen en de synthese vanuit veratrol. Waarom zijn asymmetrisch gesubstitueerde CTV&#039;s chiraal?&lt;br /&gt;
#* hoe kunnen we eigenschappen van een gegeven cyclofaan gebruiken om de grootte van de substituent op de ring te bepalen&lt;br /&gt;
#* geef de synthese van de macroring 15 kroon 5 maar ipv met zuurstoffen met (NH , O , NH, S, S) vanuit HSCH2CH2SH en H2NCH2CH2OCH2CH2NH2&lt;br /&gt;
#* welke gast past in welk solvent bij welke gastheer? gasten: (Fe3+, Yb3+, tetramethylammonium, benzoaat) solventen: (methanol, DCM, water met pH=3,7,10) gastheren:(een resorcinareen, een [4]-calixareen met een -O-CH2COOH op elke ring, een [6]-calixareen met op de ring aan de ene kant een SO3H aan de andere kant een staart met een hydroxyamide rest aan, een [6]-calixareen met daaraan een staart met aan het uiteinde een fenylureum staart&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* gegeven: een receptor met daarop 2 groepen die waterstofbruggen vormen met een HO- en een -CHO op drie verschillende liganden. Welke complex zal het stabielste zijn, en verklaar dit energetisch en entropisch (ligand 1 is een bifenyl, ligand 2 is een bifenyl met een huge (triethylmethyl-)substituent op een van de ringen en ligand 3 is gewoon een alifatische keten met die oh en cho aan de uiteinden)&lt;br /&gt;
#* wat is de dubbele mutantcyclus een geef een voorbeeld dat de voordelen duidelijk maakt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (ochtend) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Bespreek de synthese van volgend cavitand, vertrekkende van resorcinareen. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#* Wat is [2,2]paracyclofaan? Geef de syntheses en eigenschappen (UV-spectrum).&lt;br /&gt;
#* Bespreek het kinetisch en thermodynamisch templaateffect.&lt;br /&gt;
#* 5 Macroringen gegeven; rangschik naar toenemende effectieve molariteit. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven 1-amino-5-R-naftaleen (met R een onbepaalde substituent). In een complex vormt deze aminogroep een waterstofbrug. Onderzoek wijst uit dat de &amp;amp;quot;reactie&amp;amp;quot;-parameter sterk positief is. Welke soort R-substituenten bevoordeligen de reactie? (leg uit met Hammett-vergelijking en de substituent-parameter) Bekleedt de aminogroep een donor- of acceptorfunctie bij het vormen van deze waterstofbrug?&lt;br /&gt;
#* Waarom is het entropieverlies van complexvorming in oplossing doorgaans kleiner dan in gasfase?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Verklaar waarom de effectieve molariteit stijgt bij een macrocysliche 10-ring, wanneer&lt;br /&gt;
#** a) rigide groepen worden gebruikt&lt;br /&gt;
#** b) heteroatomen worden gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verschil tussen een clathraat en een vaste stof-inclusie complex.&lt;br /&gt;
#* Schrijf de synthese op van dit cavitand (structuur is gegeven) vertrekkende van rescoriol. De cavitand is gelijkend op die in de cursus staat, maar op de 2&#039; plaats heeft deze een COOH groep.&lt;br /&gt;
#* VÃ¶gth synthetiseerde vele cryptanden met substituenten X (structuur is gegeven). Hoe kon hij daarmee de grootte van de caviteit bepalen? &lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Je krijgt een complexatie van een gast en gastheer die via pi-pi interacties complexeert en net naast deze aromatische ringen een waterstofbrug vormt met een amide op de gast.&lt;br /&gt;
#** Men wil d.m.v. substituenteffecten op de aromatische ringen ph1 (= op gast) en ph2 (= op gastheer) de bijdrage voor deze pi-pi interactie meten. Welke complicatie verwacht je echter met deze methode, bij dit specifieke complex?&lt;br /&gt;
#** Verklaar in de tabel (tabel met horizontaal de para-ph1 substituenten en vertikaal de para-ph 2 substituenten) de verlopen van de incrementen. (De incrementen zijn aangepast aan de complicatie die je in het eerste puntje moet geven en zijn dus correct)&lt;br /&gt;
#** Bepaal ook het teken van de Hammett rho parameters.&lt;br /&gt;
#* Trage complexen.&lt;br /&gt;
#** Hoe kan je in een NMR spectrum zien of je te maken hebt met een traag complex&lt;br /&gt;
#** Wat is het voordeel van een extreem traag complex? Geef een relevant voorbeeld van hoe we er gebruik van kunnen maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* match de gasten en de gastheren met de juiste solventen. Gast: 1,4-benzochinon, naftaleen-1,5-dicarbonzuur en 4-butylfenol (&amp;amp;quot;voor mensen die niet goed zijn in naamgeving, zal ik de moleculen even op bord tekenen&amp;amp;quot;). Solvent: water (ph= 2, 6, 10), MeOH, CCl4. Gasten: alpha-cyclodextrine, diazo-18-kroon-6, 18-kroon-6, [2,2]cyclofaan en 2 grote cyclofanen die getekend staan. Geef ook alle niet-covalente reacties en licht uw keuze toe&lt;br /&gt;
#* Wat is CAC, waarom belangrijk en hoe gemeten&lt;br /&gt;
#* reactie van een [2,2,1]cryptand opgebouwd uit bi en triÃ«thyleenglycolderivaten&lt;br /&gt;
#* Membraantransport  van kationen met kroonethers en de voorwaarden waaraan dat kroonether moet voldoen&lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Het teken van rho (Hammet) bepalen uit een tabel met stabiliteitsconstanten met verschillende gevers en zuigers. De link vinden met het reactiemechanisme. Bijkomende vraag: wat gebeurt er met een sterke base en een sterke elektronzuiger. (ja wat onduidelijk als je het molecule niet ziet natuurlijk...)&lt;br /&gt;
#* Stelling: voor het gegeven molecule mag ik zomaar de deltaG optellen om de totale deltaG te berekenen.&lt;br /&gt;
#* Waarom kan het voordelig zijn om synthese van rotaxanen uit te voeren op een vaste fase&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke ionen passen in welke macroringen? (K+, Ag+, Eu3+, Li+ en nog een vieze grote molecule) De macrocyclische verbindingen zijn ook gegeven. Welk solvent pak je best? (H2O, H2O pH 10, MeOH of chloroform) Vermeld welke interacties plaatsvinden&lt;br /&gt;
#* bespreek de synthese van: -een calix[4]areen met twee nitraten, twee n-propyloxy&#039;s en een azakroonetheroverbrugging-&lt;br /&gt;
#* Wat is zijn zelfassemblage en zelforganisatie en illustreer met een voorbeeld&lt;br /&gt;
# MS:&lt;br /&gt;
#* Tabel horende bij compensatie-effect gegeven. Welke interacties? Bespreek de tendens in de tabel en ook het verschil in \Delta S tussen gasfase en oplossing.&lt;br /&gt;
#* tekening van een catenaan met een cyclofaan met nogal wat N in rond een benzokroonether gegeven. Deze verbinding toont met H-NMR slechts twee signalen (3,45 en 6,26 ppm of zo) voor de hydrochinon-waterstoffen. Reden? Bespreek ook de multipliciteit van de signalen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Waarom is ethyleendioxy zo&#039;n populaire eenheid in kroonetherchemie&lt;br /&gt;
#* Welke 2 groepen zijn belangrijk bij de complexatie van Fe bij de sideroforen&lt;br /&gt;
#* 3 gasten (Lithium, azide, tetramethylammonium), 5 solventen (MeOH, H2O( pH 2,6,10), CCl4), gastheren ([2.2.2]-cryptand, all-cis resorcinareen, cram&#039;s sferand, 18-kroon-6,...)&lt;br /&gt;
# M.S.:&lt;br /&gt;
#* Synthese van tetrakationisch cyclofaan&lt;br /&gt;
#* Vraagje over receptor die interageert met gast, welk teken heeft de hammett parameter rho.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Maxime vdB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=1233</id>
		<title>Moleculaire Herkenning</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=1233"/>
		<updated>2018-06-21T16:01:55Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Maxime vdB: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verplicht vak voor chemie. Moleculaire herkenning wordt gedoceerd door 2 proffen. Mario smet en Wim &amp;amp;quot;sandalen&amp;amp;quot; Dehaen. 50% van de punten staan op het examen, de andere 50% staan op een paper. Op het examen worden mondelinge vragen gesteld over de paper. Bij prof. Smet zijn dit normaal enkel de vragen die hij geeft bij de feedback op de paper,&lt;br /&gt;
prof. Dehaen stelt vaak ook extra vragen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
=== 21 juni NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineer:&lt;br /&gt;
#** Gasten: trimethylhexadecylammoniumion, nitraation, 4-aminoboterzuur, naftaleensulfonzuur. &lt;br /&gt;
#** Gastheren: resorcinareen, benzokroonether met één N en op die N zat een keten (keten = CH2 C6H4 CH2 ... NH C=NH NH ... azole ring), twee speciale cyclodextrines (eentje was een ring van zes monomeren met een ammoniumfuntie op, de andere was een ring van zeven monomeren met een thia-amine keten op), een ring met drie benzenen en tussen elke benzeen de groep CH2 CH2 NH C=S NH CH2 CH2), nog eentje die ik me niet herinner&lt;br /&gt;
#** Solventen: de gewoonlijke&lt;br /&gt;
#* Effect rigide groepen op EM&lt;br /&gt;
#* Synthese thia analoog [2.2.2]cyrptand, hoe synthese verbeteren?&lt;br /&gt;
#*Pillarenen uitleggen, verband andere calixarenen&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welke reactie geeft de grootste entropie veranderingen? eentje is het azijnzuur dimeer, de andere is de cyclisatie van twee ringen (eentje is maleïnezuuranhydride en de ander cyclohexa-1,3-dieen) (volgens chemdraw heet het gevormde molecule (4R,7aS)-3a,4,7,7a-tetrahydro-4,7-ethanoisobenzofuran-1,3-dione). Bijvraag: iets met de deeltermen van de entropie, bij welke is welke het grootst? &lt;br /&gt;
#* Geef teken rho (Hammett) van de complexatie van K+ met een benzokroonether met aan die benzeenring een substituent R. Geldt deze redenering voor rho ook voor een tweede kroonether die aan een ethyleen eenheid een CH2R groep heeft hangen?&lt;br /&gt;
#* Bespreek relenza en tamiflu, over hun biobeschikbaarheid en mechanisme&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineren van gast, gastheer en solvent met als gasten: lanthaan, paraquat en nog een dicarbonzuur, als gastheren verschillende calixarenen in water ph 2,7,10, methanol of chloroform&lt;br /&gt;
#* Vraag welke het beste zou zijn voor ionentransport over een organisch membraan: diglyme of 2,2,2 kryptand&lt;br /&gt;
#* Een synthese van een 2,2,2 thiakryptand derivaat&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Ceiling &amp;amp; floortemperatuur + voorbeeld&lt;br /&gt;
#* Met de hammetvgl werken en teken van rho bepalen bij een complexvorming van pseudorotaxaan&lt;br /&gt;
#* Invloed van ... (cyclodextrine?) op transport van medicijnen en da linken aan de lipinskiregels&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 VM ===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze 1,3benzeenringen hebben geen buty meer, en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd. &lt;br /&gt;
#* Nonactine &amp;amp; valinomycine&lt;br /&gt;
#* Gast, gastheer, solvent: &lt;br /&gt;
#** H2O (pH = 3,7, 10), DCM, MeOH&lt;br /&gt;
#** Na+, ammoniumzout*, diamide*, benzoezuur (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
#** Calix[4]areen*, resorcinol uit acetaldehyde en 24u reflux, benzokroonether*, alfa-cyclodextrine, diamine* (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welk proces geeft de grootste entropieverandering met zich mee? &lt;br /&gt;
#** Furaan + H2C=COOR --&amp;gt; furaanring waarvan de twee dubbele bindingen weg zijn en er eentje bij is gekomen waar er eerst de enkele binding was, en de twee koolstoffen naast de zuurstof zijn nu verbonden met de koolstoffen van de dubbele binding van het ester&lt;br /&gt;
#** twee carbonzuren die een dimeer vormen&lt;br /&gt;
#* Bepaal teken rho, heeft pH invloed (R-C6H5 pi-pi stapeling met C6H5-NH2)&lt;br /&gt;
#* Relenza en tamiflu (orale beschikbaarheid en mechanisme)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel de synthese op voor het Lehn&#039;s sferand (structuur gegeven) vanuit (derivaten van) diëthyleenglycolen.&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge-verdunningsvoorwaarden en hoe werkt dit?&lt;br /&gt;
#* Combineer. Gastheren: cyclisch guanidine, cucurbit[8]uril, 30-kroon-10. Gasten: arginine, N-acetyltryptofaan, 1,4-bis(aminoimidazoline)butaan. Solventen: Chloroform, methanol, water pH 2, 7 en 10. (structuren gegeven)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: een pyrrool gesubstitueerd met een alkeen met twee R-substituenten (willekeurig). Dit molecule interageert met een onbekende receptor. Welke interactie veronderstel je? Bepaal het teken van rho. Wat gebeurt er met de absolute waarde van rho wanneer je een R-substituent vervangt door een H-atoom.&lt;br /&gt;
#* Wat is transfectie en hoe kan supramoleculaire chemie hierbij helpen?&lt;br /&gt;
#* Twee verbindingen gegeven, elk met 3 waterstofbindingen (structuren uit slides deel supramoleculaire polymeren). Welke verbinding heeft de grootse associatieconstante en waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke factoren beinvloeden de effectieve molariteit&lt;br /&gt;
#* synthese van hexathia18-kroon-6 vanuit ethyleenglycol en bis(2hydroxyethyl)sulfide op een veilige manier en wat doen we om de opbrengst zo hoog mogelijk te houden&lt;br /&gt;
#* wat zijn ansa-verbindingen en hoe kunnen ze meer inzicht geven over de ruimtevulling van de groepen&lt;br /&gt;
#* een structuur gegeven met 2 NH2 groepen een kroonether en een R (fenyl). 4-aminobutaanzuur is beter oplosbaar dan glycine (2-aminoazijnzuur) en 6-aminohexaanzuur. Hoe komt dit, welke interacties. De oplosbaarheid stijgt wanneer we R vervangen door (4-NO2-fenyl). Verklaar.&lt;br /&gt;
#* er zijn twee isomeren bij de synthese van resorcinarenen. Welke zijn dit?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#SMET:&lt;br /&gt;
#* gegeven een amide: RR&#039;C=CH-CO-N(CH3)2 met onbekende receptor gaat interageren:&lt;br /&gt;
Welke interactie verwachten we, teken van reactieparameter, plus redeneer. Wat gebeurt er met de absolite waarde van de reactieparameter als we een van de R groepen vervangen door een H.&lt;br /&gt;
#* lipskin regel geven en wat is het belang tegenwoordig in farmaceutische industrie &lt;br /&gt;
#* Bij synthese van rotaxanen volgens iemand (Stoddart ofzo)(tetrakationisch complex) zal threading een hogere opbrengst geven dan clipping waarom?&lt;br /&gt;
Waarom dan niet altijd threading?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze twee benzeenringen zijn ook gedebutyleerd en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd.&lt;br /&gt;
#* Bespreek aan de hand van hun structuurelementen de functie van nonactine en valinomycine (structuur gegeven).&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gastheren met de juiste gasten en solventen. Gasten: Natriumion, p-diaminobenzeen, p-diaminobenzeen met beide stikstoffen tetragebutyleerd, benzoÃ«zuur. Gastheren: calix[4]areen, een groot dibenzokroonether, een resorcinareen verkregen na 24 uur reflux, alfa-cyclodextrine en een aromatisch diamide. Solventen: water (pH 3, 7, 10), MeOH &amp;amp;amp; DCM.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* 4-R-pyridine. Deze gast bindt enkel aan de gastheer indien de stikstof geprotoneerd is. Bepaal het teken van de Hammett-parameter rho. Op welke interactie zou de complexatie kunnen berusten?&lt;br /&gt;
#* Geef de twee methoden die gebruikt kunnen worden om de associatieconstante te schrijven in functie van deelassociatieconstanten. Beschrijf de fysische basis van het probleem dat hierbij optreedt.&lt;br /&gt;
#* Bespreek de moleculaire basis van plaquevorming zoals die optreedt bij bijvoorbeeld de ziekte van Alzheimer. Wat zijn de therapeutische mogelijkheden om dit tegen te gaan? Bijvraag: op welke secundaire structuren en soorten interacties berust de associatie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven [2.2.2]cryptand uitgaande van chlooracetamide. Het cryptand heeft stikstoffen als bruggenhoofden, 2 ketens met telkens 2 zuurstoffen en 1 keten met 2 zwavelatomen. En hoe kan je de macroyclisatie bevorderen?&lt;br /&gt;
#* Transport van donor naar acceptorlaag via een organisch membraan? hoe gaat dit het beste met pentaglyme of met een [2.2.2]cryptand. Verklaar.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Je hebt een gesubstitueerd chinoline (onbekende substituent). Dit chinoline complexeert enkel met een gastheer als de N niet geprotoneerd is. wat is het teken van de hammet-parameter Rho? welke interactie zal er zijn tussen de gast en de gastheer?&lt;br /&gt;
#* Geef de 4 belangrijkste entropieveranderingen bij complexatie en bespreek. Welke is verantwoordelijk voor preorganisatie? Leg uit.&lt;br /&gt;
#* Invloed ketenlengte benzokroonether op rendement van een catenaan met een tetrakationisch cyclofaan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven calix[4]hemisferand uitgaande van 2 gegeven fenolen. De receprot bestond uit een calix[4]areen met een hemisferand aangehecht op de 1- en 3-posities.&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van valinomycine en nonactine: bespreek de functie  en hoe de verschillende structuurelementen hiertoe bijdragen.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#**solventen: zuur, neutraal of basisch water, methanol, dicchloormethaan&lt;br /&gt;
#**gastheren: cyclodextrine, een grote benzokroonether, een calyxareen, stoel resorcinareen en een heteroaromatische receptor met amidefuncties.&lt;br /&gt;
#**gasten: natriumion, aromatisch diamine, aromatisch diammoniumzout, benzoÃ«zuur&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Op welke 2 manieren kunnen we de totale associatieconstante beschouwen als een product van deelassociatieconstanten? Wat is bij elk het grootste fysisch probleem? Welk van deze 2 methoden is, op praktische gronden, te verkiezen en waarom?&lt;br /&gt;
#* Gegeven een amide met een para-gesubstitueerde fenylgroep op de N en de carbonyl. Dit molecule gaat waterstofbindingen aan met zowel de zuurstof als de NH. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho voor het substituent op elke benzeenring?&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van een receptor bestaande uit een porfyrinering, gekoppeld aan een calixareen met ketens die veel heteroatomen bevatten. De bindingsconstanten van KI is hoog, die voor NaI en NaClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; tussenin (en ongeveer gelijk), die van KClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; laag. Verklaar waarom. (Deze structuur staat in de cursus ter hoogte van het deel over coÃ¶perativiteit).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2012 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge verdunningsvoorwaarden en geef 2 voorbeelden hoe men dit in de praktijk bewerkstelligt.&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende affiniteit voor het kaliumkation en motiveer: 18-kroon-6, 1,10-dithia-18-kroon-6, benzo-18-kroon-6, [2.2.2]cryptand, 15-kroon-5, 21-kroon-7.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Voor een bepaald hydrofoob (gedeelte van een) gastmolecule werd aangetoond dat het de hydrofobe holte van de gastheer maar voor 55% vult in stabielste toestand. Verklaar thermodynamisch waarom het kan dat deze gedeeltelijk gevulde toestand meer bevoordeeld wordt dan de volledig gevulde holte.&lt;br /&gt;
#* &lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn van belang bij het catenaan gevormd uit &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039;, &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; en &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;?&lt;br /&gt;
#** Wat zou het effect zijn op de bindingsconstante moest het catenaan gevormd worden rond &#039;&#039;&#039;4&#039;&#039;&#039; i.p.v. &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039; en waarom?&lt;br /&gt;
#** Beredeneer het teken van de Hammett parameter Ï van de catenatiereactie van &#039;&#039;&#039;5&#039;&#039;&#039; met het monogealkyleerd derivaat van &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039; (hiermee wordt bedoeld, de open-ketenvorm van &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; enkelvoudig gebonden aan &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;). Sterische effecten van R mogen verwaarloosd worden [[Bestand:CatenaanSmet.png]]&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers synthetiseerden bovenste verbinding als receptor voor de onderste (tekening is &#039;&#039;ongeveer&#039;&#039; juist). Belangrijke interacties hierbij zijn H-bruggen, maar ook de Ï€-Ï€-interacties tussen de eindstandige benzeenringen spelen een beduidende rol. Om aard en sterkte van deze Ï€-Ï€-interacties te onderzoeken synthetiseerde men een aantal derivaten van beide, en mat men het verschil in bindingssterkte voor verschillende substituenten op de benzeenringen. [[Bestand:receptorSmet.png]]&lt;br /&gt;
#** Welke complicatie valt te verwachten bij deze metingen, vanwege de verschillende substituenten op de derivaten?&lt;br /&gt;
#** Verklaar de waargenomen tendensen in de gemeten energiebijdragen, weergegeven in de tabel (deze waarden zijn gecorrigeerd voor de complicaties waarnaar gevraagd in eerste subvraag dus zijn &#039;&#039;juist&#039;&#039;).&lt;br /&gt;
[[Bestand:tabelSmet.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Klassieke vraag. Verbind de juiste gast met gastheer en solvent. Licht toe en zeg welke interacties plaatsvinden.&lt;br /&gt;
#* Wat is de CAC? Waarom is het belangrijk dat deze gemeten wordt en hoe wordt deze gemeten?&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: [[Bestand:MolHerExamenMario.jpg]]&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;Bepaal het teken van &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;X&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep X en &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;R&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep R. Waarom gaat bij zÃ©Ã©r elektronenzuigende groepen, bv. X=F&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, de meting van de complexatieconstante met nucleofiele deeltjes niet meer correct verlopen?&lt;br /&gt;
#* Mag men de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de aromatische ring en de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de gedeprotoneerde carbonzuurfunctie zomaar optellen? Verklaar.&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenMario2.jpg]]&lt;br /&gt;
#* De synthese van rotaxanen op vaste drager kan handig zijn. Onwaar/waar en verklaar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* geef de structuur van cyclotriveratryleen en de synthese vanuit veratrol. Waarom zijn asymmetrisch gesubstitueerde CTV&#039;s chiraal?&lt;br /&gt;
#* hoe kunnen we eigenschappen van een gegeven cyclofaan gebruiken om de grootte van de substituent op de ring te bepalen&lt;br /&gt;
#* geef de synthese van de macroring 15 kroon 5 maar ipv met zuurstoffen met (NH , O , NH, S, S) vanuit HSCH2CH2SH en H2NCH2CH2OCH2CH2NH2&lt;br /&gt;
#* welke gast past in welk solvent bij welke gastheer? gasten: (Fe3+, Yb3+, tetramethylammonium, benzoaat) solventen: (methanol, DCM, water met pH=3,7,10) gastheren:(een resorcinareen, een [4]-calixareen met een -O-CH2COOH op elke ring, een [6]-calixareen met op de ring aan de ene kant een SO3H aan de andere kant een staart met een hydroxyamide rest aan, een [6]-calixareen met daaraan een staart met aan het uiteinde een fenylureum staart&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* gegeven: een receptor met daarop 2 groepen die waterstofbruggen vormen met een HO- en een -CHO op drie verschillende liganden. Welke complex zal het stabielste zijn, en verklaar dit energetisch en entropisch (ligand 1 is een bifenyl, ligand 2 is een bifenyl met een huge (triethylmethyl-)substituent op een van de ringen en ligand 3 is gewoon een alifatische keten met die oh en cho aan de uiteinden)&lt;br /&gt;
#* wat is de dubbele mutantcyclus een geef een voorbeeld dat de voordelen duidelijk maakt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (ochtend) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Bespreek de synthese van volgend cavitand, vertrekkende van resorcinareen. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#* Wat is [2,2]paracyclofaan? Geef de syntheses en eigenschappen (UV-spectrum).&lt;br /&gt;
#* Bespreek het kinetisch en thermodynamisch templaateffect.&lt;br /&gt;
#* 5 Macroringen gegeven; rangschik naar toenemende effectieve molariteit. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven 1-amino-5-R-naftaleen (met R een onbepaalde substituent). In een complex vormt deze aminogroep een waterstofbrug. Onderzoek wijst uit dat de &amp;amp;quot;reactie&amp;amp;quot;-parameter sterk positief is. Welke soort R-substituenten bevoordeligen de reactie? (leg uit met Hammett-vergelijking en de substituent-parameter) Bekleedt de aminogroep een donor- of acceptorfunctie bij het vormen van deze waterstofbrug?&lt;br /&gt;
#* Waarom is het entropieverlies van complexvorming in oplossing doorgaans kleiner dan in gasfase?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Verklaar waarom de effectieve molariteit stijgt bij een macrocysliche 10-ring, wanneer&lt;br /&gt;
#** a) rigide groepen worden gebruikt&lt;br /&gt;
#** b) heteroatomen worden gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verschil tussen een clathraat en een vaste stof-inclusie complex.&lt;br /&gt;
#* Schrijf de synthese op van dit cavitand (structuur is gegeven) vertrekkende van rescoriol. De cavitand is gelijkend op die in de cursus staat, maar op de 2&#039; plaats heeft deze een COOH groep.&lt;br /&gt;
#* VÃ¶gth synthetiseerde vele cryptanden met substituenten X (structuur is gegeven). Hoe kon hij daarmee de grootte van de caviteit bepalen? &lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Je krijgt een complexatie van een gast en gastheer die via pi-pi interacties complexeert en net naast deze aromatische ringen een waterstofbrug vormt met een amide op de gast.&lt;br /&gt;
#** Men wil d.m.v. substituenteffecten op de aromatische ringen ph1 (= op gast) en ph2 (= op gastheer) de bijdrage voor deze pi-pi interactie meten. Welke complicatie verwacht je echter met deze methode, bij dit specifieke complex?&lt;br /&gt;
#** Verklaar in de tabel (tabel met horizontaal de para-ph1 substituenten en vertikaal de para-ph 2 substituenten) de verlopen van de incrementen. (De incrementen zijn aangepast aan de complicatie die je in het eerste puntje moet geven en zijn dus correct)&lt;br /&gt;
#** Bepaal ook het teken van de Hammett rho parameters.&lt;br /&gt;
#* Trage complexen.&lt;br /&gt;
#** Hoe kan je in een NMR spectrum zien of je te maken hebt met een traag complex&lt;br /&gt;
#** Wat is het voordeel van een extreem traag complex? Geef een relevant voorbeeld van hoe we er gebruik van kunnen maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* match de gasten en de gastheren met de juiste solventen. Gast: 1,4-benzochinon, naftaleen-1,5-dicarbonzuur en 4-butylfenol (&amp;amp;quot;voor mensen die niet goed zijn in naamgeving, zal ik de moleculen even op bord tekenen&amp;amp;quot;). Solvent: water (ph= 2, 6, 10), MeOH, CCl4. Gasten: alpha-cyclodextrine, diazo-18-kroon-6, 18-kroon-6, [2,2]cyclofaan en 2 grote cyclofanen die getekend staan. Geef ook alle niet-covalente reacties en licht uw keuze toe&lt;br /&gt;
#* Wat is CAC, waarom belangrijk en hoe gemeten&lt;br /&gt;
#* reactie van een [2,2,1]cryptand opgebouwd uit bi en triÃ«thyleenglycolderivaten&lt;br /&gt;
#* Membraantransport  van kationen met kroonethers en de voorwaarden waaraan dat kroonether moet voldoen&lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Het teken van rho (Hammet) bepalen uit een tabel met stabiliteitsconstanten met verschillende gevers en zuigers. De link vinden met het reactiemechanisme. Bijkomende vraag: wat gebeurt er met een sterke base en een sterke elektronzuiger. (ja wat onduidelijk als je het molecule niet ziet natuurlijk...)&lt;br /&gt;
#* Stelling: voor het gegeven molecule mag ik zomaar de deltaG optellen om de totale deltaG te berekenen.&lt;br /&gt;
#* Waarom kan het voordelig zijn om synthese van rotaxanen uit te voeren op een vaste fase&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke ionen passen in welke macroringen? (K+, Ag+, Eu3+, Li+ en nog een vieze grote molecule) De macrocyclische verbindingen zijn ook gegeven. Welk solvent pak je best? (H2O, H2O pH 10, MeOH of chloroform) Vermeld welke interacties plaatsvinden&lt;br /&gt;
#* bespreek de synthese van: -een calix[4]areen met twee nitraten, twee n-propyloxy&#039;s en een azakroonetheroverbrugging-&lt;br /&gt;
#* Wat is zijn zelfassemblage en zelforganisatie en illustreer met een voorbeeld&lt;br /&gt;
# MS:&lt;br /&gt;
#* Tabel horende bij compensatie-effect gegeven. Welke interacties? Bespreek de tendens in de tabel en ook het verschil in \Delta S tussen gasfase en oplossing.&lt;br /&gt;
#* tekening van een catenaan met een cyclofaan met nogal wat N in rond een benzokroonether gegeven. Deze verbinding toont met H-NMR slechts twee signalen (3,45 en 6,26 ppm of zo) voor de hydrochinon-waterstoffen. Reden? Bespreek ook de multipliciteit van de signalen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Waarom is ethyleendioxy zo&#039;n populaire eenheid in kroonetherchemie&lt;br /&gt;
#* Welke 2 groepen zijn belangrijk bij de complexatie van Fe bij de sideroforen&lt;br /&gt;
#* 3 gasten (Lithium, azide, tetramethylammonium), 5 solventen (MeOH, H2O( pH 2,6,10), CCl4), gastheren ([2.2.2]-cryptand, all-cis resorcinareen, cram&#039;s sferand, 18-kroon-6,...)&lt;br /&gt;
# M.S.:&lt;br /&gt;
#* Synthese van tetrakationisch cyclofaan&lt;br /&gt;
#* Vraagje over receptor die interageert met gast, welk teken heeft de hammett parameter rho.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Maxime vdB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=1206</id>
		<title>Moleculaire Herkenning</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=1206"/>
		<updated>2018-06-18T20:30:54Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Maxime vdB: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verplicht vak voor chemie. Moleculaire herkenning wordt gedoceerd door 2 proffen. Mario smet en Wim &amp;amp;quot;sandalen&amp;amp;quot; Dehaen. 50% van de punten staan op het examen, de andere 50% staan op een paper. Op het examen worden mondelinge vragen gesteld over de paper. Bij prof. Smet zijn dit normaal enkel de vragen die hij geeft bij de feedback op de paper,&lt;br /&gt;
prof. Dehaen stelt vaak ook extra vragen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineren van gast, gastheer en solvent met als gasten: lanthaan, paraquat en nog een dicarbonzuur, als gastheren verschillende calixarenen in water ph 2,7,10, methanol of chloroform&lt;br /&gt;
#* Vraag welke het beste zou zijn voor ionentransport over een organisch membraan: diglyme of 2,2,2 kryptand&lt;br /&gt;
#* Een synthese van een 2,2,2 thiakryptand derivaat&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Ceiling &amp;amp; floortemperatuur + voorbeeld&lt;br /&gt;
#* Met de hammetvgl werken en teken van rho bepalen bij een complexvorming van pseudorotaxaan&lt;br /&gt;
#* Invloed van ... (cyclodextrine?) op transport van medicijnen en da linken aan de lipinskiregels&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 VM ===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze 1,3benzeenringen hebben geen buty meer, en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd. &lt;br /&gt;
#* Nonactine &amp;amp; valinomycine&lt;br /&gt;
#* Gast, gastheer, solvent: &lt;br /&gt;
#** H2O (pH = 3,7, 10), DCM, MeOH&lt;br /&gt;
#** Na+, ammoniumzout*, diamide*, benzoezuur (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
#** Calix[4]areen*, resorcinol uit acetaldehyde en 24u reflux, benzokroonether*, alfa-cyclodextrine, diamine* (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welk proces geeft de grootste entropieverandering met zich mee? &lt;br /&gt;
#** Furaan + H2C=COOR --&amp;gt; furaanring waarvan de twee dubbele bindingen weg zijn en er eentje bij is gekomen waar er eerst de enkele binding was, en de twee koolstoffen naast de zuurstof zijn nu verbonden met de koolstoffen van de dubbele binding van het ester&lt;br /&gt;
#** twee carbonzuren die een dimeer vormen&lt;br /&gt;
#* Bepaal teken rho, heeft pH invloed (R-C6H5 pi-pi stapeling met C6H5-NH2)&lt;br /&gt;
#* Relenza en tamiflu (orale beschikbaarheid en mechanisme)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel de synthese op voor het Lehn&#039;s sferand (structuur gegeven) vanuit (derivaten van) diëthyleenglycolen.&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge-verdunningsvoorwaarden en hoe werkt dit?&lt;br /&gt;
#* Combineer. Gastheren: cyclisch guanidine, cucurbit[8]uril, 30-kroon-10. Gasten: arginine, N-acetyltryptofaan, 1,4-bis(aminoimidazoline)butaan. Solventen: Chloroform, methanol, water pH 2, 7 en 10. (structuren gegeven)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: een pyrrool gesubstitueerd met een alkeen met twee R-substituenten (willekeurig). Dit molecule interageert met een onbekende receptor. Welke interactie veronderstel je? Bepaal het teken van rho. Wat gebeurt er met de absolute waarde van rho wanneer je een R-substituent vervangt door een H-atoom.&lt;br /&gt;
#* Wat is transfectie en hoe kan supramoleculaire chemie hierbij helpen?&lt;br /&gt;
#* Twee verbindingen gegeven, elk met 3 waterstofbindingen (structuren uit slides deel supramoleculaire polymeren). Welke verbinding heeft de grootse associatieconstante en waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke factoren beinvloeden de effectieve molariteit&lt;br /&gt;
#* synthese van hexathia18-kroon-6 vanuit ethyleenglycol en bis(2hydroxyethyl)sulfide op een veilige manier en wat doen we om de opbrengst zo hoog mogelijk te houden&lt;br /&gt;
#* wat zijn ansa-verbindingen en hoe kunnen ze meer inzicht geven over de ruimtevulling van de groepen&lt;br /&gt;
#* een structuur gegeven met 2 NH2 groepen een kroonether en een R (fenyl). 4-aminobutaanzuur is beter oplosbaar dan glycine (2-aminoazijnzuur) en 6-aminohexaanzuur. Hoe komt dit, welke interacties. De oplosbaarheid stijgt wanneer we R vervangen door (4-NO2-fenyl). Verklaar.&lt;br /&gt;
#* er zijn twee isomeren bij de synthese van resorcinarenen. Welke zijn dit?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#SMET:&lt;br /&gt;
#* gegeven een amide: RR&#039;C=CH-CO-N(CH3)2 met onbekende receptor gaat interageren:&lt;br /&gt;
Welke interactie verwachten we, teken van reactieparameter, plus redeneer. Wat gebeurt er met de absolite waarde van de reactieparameter als we een van de R groepen vervangen door een H.&lt;br /&gt;
#* lipskin regel geven en wat is het belang tegenwoordig in farmaceutische industrie &lt;br /&gt;
#* Bij synthese van rotaxanen volgens iemand (Stoddart ofzo)(tetrakationisch complex) zal threading een hogere opbrengst geven dan clipping waarom?&lt;br /&gt;
Waarom dan niet altijd threading?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze twee benzeenringen zijn ook gedebutyleerd en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd.&lt;br /&gt;
#* Bespreek aan de hand van hun structuurelementen de functie van nonactine en valinomycine (structuur gegeven).&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gastheren met de juiste gasten en solventen. Gasten: Natriumion, p-diaminobenzeen, p-diaminobenzeen met beide stikstoffen tetragebutyleerd, benzoÃ«zuur. Gastheren: calix[4]areen, een groot dibenzokroonether, een resorcinareen verkregen na 24 uur reflux, alfa-cyclodextrine en een aromatisch diamide. Solventen: water (pH 3, 7, 10), MeOH &amp;amp;amp; DCM.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* 4-R-pyridine. Deze gast bindt enkel aan de gastheer indien de stikstof geprotoneerd is. Bepaal het teken van de Hammett-parameter rho. Op welke interactie zou de complexatie kunnen berusten?&lt;br /&gt;
#* Geef de twee methoden die gebruikt kunnen worden om de associatieconstante te schrijven in functie van deelassociatieconstanten. Beschrijf de fysische basis van het probleem dat hierbij optreedt.&lt;br /&gt;
#* Bespreek de moleculaire basis van plaquevorming zoals die optreedt bij bijvoorbeeld de ziekte van Alzheimer. Wat zijn de therapeutische mogelijkheden om dit tegen te gaan? Bijvraag: op welke secundaire structuren en soorten interacties berust de associatie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven [2.2.2]cryptand uitgaande van chlooracetamide. Het cryptand heeft stikstoffen als bruggenhoofden, 2 ketens met telkens 2 zuurstoffen en 1 keten met 2 zwavelatomen. En hoe kan je de macroyclisatie bevorderen?&lt;br /&gt;
#* Transport van donor naar acceptorlaag via een organisch membraan? hoe gaat dit het beste met pentaglyme of met een [2.2.2]cryptand. Verklaar.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Je hebt een gesubstitueerd chinoline (onbekende substituent). Dit chinoline complexeert enkel met een gastheer als de N niet geprotoneerd is. wat is het teken van de hammet-parameter Rho? welke interactie zal er zijn tussen de gast en de gastheer?&lt;br /&gt;
#* Geef de 4 belangrijkste entropieveranderingen bij complexatie en bespreek. Welke is verantwoordelijk voor preorganisatie? Leg uit.&lt;br /&gt;
#* Invloed ketenlengte benzokroonether op rendement van een catenaan met een tetrakationisch cyclofaan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven calix[4]hemisferand uitgaande van 2 gegeven fenolen. De receprot bestond uit een calix[4]areen met een hemisferand aangehecht op de 1- en 3-posities.&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van valinomycine en nonactine: bespreek de functie  en hoe de verschillende structuurelementen hiertoe bijdragen.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#**solventen: zuur, neutraal of basisch water, methanol, dicchloormethaan&lt;br /&gt;
#**gastheren: cyclodextrine, een grote benzokroonether, een calyxareen, stoel resorcinareen en een heteroaromatische receptor met amidefuncties.&lt;br /&gt;
#**gasten: natriumion, aromatisch diamine, aromatisch diammoniumzout, benzoÃ«zuur&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Op welke 2 manieren kunnen we de totale associatieconstante beschouwen als een product van deelassociatieconstanten? Wat is bij elk het grootste fysisch probleem? Welk van deze 2 methoden is, op praktische gronden, te verkiezen en waarom?&lt;br /&gt;
#* Gegeven een amide met een para-gesubstitueerde fenylgroep op de N en de carbonyl. Dit molecule gaat waterstofbindingen aan met zowel de zuurstof als de NH. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho voor het substituent op elke benzeenring?&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van een receptor bestaande uit een porfyrinering, gekoppeld aan een calixareen met ketens die veel heteroatomen bevatten. De bindingsconstanten van KI is hoog, die voor NaI en NaClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; tussenin (en ongeveer gelijk), die van KClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; laag. Verklaar waarom. (Deze structuur staat in de cursus ter hoogte van het deel over coÃ¶perativiteit).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2012 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge verdunningsvoorwaarden en geef 2 voorbeelden hoe men dit in de praktijk bewerkstelligt.&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende affiniteit voor het kaliumkation en motiveer: 18-kroon-6, 1,10-dithia-18-kroon-6, benzo-18-kroon-6, [2.2.2]cryptand, 15-kroon-5, 21-kroon-7.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Voor een bepaald hydrofoob (gedeelte van een) gastmolecule werd aangetoond dat het de hydrofobe holte van de gastheer maar voor 55% vult in stabielste toestand. Verklaar thermodynamisch waarom het kan dat deze gedeeltelijk gevulde toestand meer bevoordeeld wordt dan de volledig gevulde holte.&lt;br /&gt;
#* &lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn van belang bij het catenaan gevormd uit &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039;, &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; en &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;?&lt;br /&gt;
#** Wat zou het effect zijn op de bindingsconstante moest het catenaan gevormd worden rond &#039;&#039;&#039;4&#039;&#039;&#039; i.p.v. &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039; en waarom?&lt;br /&gt;
#** Beredeneer het teken van de Hammett parameter Ï van de catenatiereactie van &#039;&#039;&#039;5&#039;&#039;&#039; met het monogealkyleerd derivaat van &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039; (hiermee wordt bedoeld, de open-ketenvorm van &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; enkelvoudig gebonden aan &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;). Sterische effecten van R mogen verwaarloosd worden [[Bestand:CatenaanSmet.png]]&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers synthetiseerden bovenste verbinding als receptor voor de onderste (tekening is &#039;&#039;ongeveer&#039;&#039; juist). Belangrijke interacties hierbij zijn H-bruggen, maar ook de Ï€-Ï€-interacties tussen de eindstandige benzeenringen spelen een beduidende rol. Om aard en sterkte van deze Ï€-Ï€-interacties te onderzoeken synthetiseerde men een aantal derivaten van beide, en mat men het verschil in bindingssterkte voor verschillende substituenten op de benzeenringen. [[Bestand:receptorSmet.png]]&lt;br /&gt;
#** Welke complicatie valt te verwachten bij deze metingen, vanwege de verschillende substituenten op de derivaten?&lt;br /&gt;
#** Verklaar de waargenomen tendensen in de gemeten energiebijdragen, weergegeven in de tabel (deze waarden zijn gecorrigeerd voor de complicaties waarnaar gevraagd in eerste subvraag dus zijn &#039;&#039;juist&#039;&#039;).&lt;br /&gt;
[[Bestand:tabelSmet.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Klassieke vraag. Verbind de juiste gast met gastheer en solvent. Licht toe en zeg welke interacties plaatsvinden.&lt;br /&gt;
#* Wat is de CAC? Waarom is het belangrijk dat deze gemeten wordt en hoe wordt deze gemeten?&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: [[Bestand:MolHerExamenMario.jpg]]&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;Bepaal het teken van &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;X&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep X en &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;R&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep R. Waarom gaat bij zÃ©Ã©r elektronenzuigende groepen, bv. X=F&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, de meting van de complexatieconstante met nucleofiele deeltjes niet meer correct verlopen?&lt;br /&gt;
#* Mag men de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de aromatische ring en de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de gedeprotoneerde carbonzuurfunctie zomaar optellen? Verklaar.&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenMario2.jpg]]&lt;br /&gt;
#* De synthese van rotaxanen op vaste drager kan handig zijn. Onwaar/waar en verklaar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* geef de structuur van cyclotriveratryleen en de synthese vanuit veratrol. Waarom zijn asymmetrisch gesubstitueerde CTV&#039;s chiraal?&lt;br /&gt;
#* hoe kunnen we eigenschappen van een gegeven cyclofaan gebruiken om de grootte van de substituent op de ring te bepalen&lt;br /&gt;
#* geef de synthese van de macroring 15 kroon 5 maar ipv met zuurstoffen met (NH , O , NH, S, S) vanuit HSCH2CH2SH en H2NCH2CH2OCH2CH2NH2&lt;br /&gt;
#* welke gast past in welk solvent bij welke gastheer? gasten: (Fe3+, Yb3+, tetramethylammonium, benzoaat) solventen: (methanol, DCM, water met pH=3,7,10) gastheren:(een resorcinareen, een [4]-calixareen met een -O-CH2COOH op elke ring, een [6]-calixareen met op de ring aan de ene kant een SO3H aan de andere kant een staart met een hydroxyamide rest aan, een [6]-calixareen met daaraan een staart met aan het uiteinde een fenylureum staart&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* gegeven: een receptor met daarop 2 groepen die waterstofbruggen vormen met een HO- en een -CHO op drie verschillende liganden. Welke complex zal het stabielste zijn, en verklaar dit energetisch en entropisch (ligand 1 is een bifenyl, ligand 2 is een bifenyl met een huge (triethylmethyl-)substituent op een van de ringen en ligand 3 is gewoon een alifatische keten met die oh en cho aan de uiteinden)&lt;br /&gt;
#* wat is de dubbele mutantcyclus een geef een voorbeeld dat de voordelen duidelijk maakt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (ochtend) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Bespreek de synthese van volgend cavitand, vertrekkende van resorcinareen. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#* Wat is [2,2]paracyclofaan? Geef de syntheses en eigenschappen (UV-spectrum).&lt;br /&gt;
#* Bespreek het kinetisch en thermodynamisch templaateffect.&lt;br /&gt;
#* 5 Macroringen gegeven; rangschik naar toenemende effectieve molariteit. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven 1-amino-5-R-naftaleen (met R een onbepaalde substituent). In een complex vormt deze aminogroep een waterstofbrug. Onderzoek wijst uit dat de &amp;amp;quot;reactie&amp;amp;quot;-parameter sterk positief is. Welke soort R-substituenten bevoordeligen de reactie? (leg uit met Hammett-vergelijking en de substituent-parameter) Bekleedt de aminogroep een donor- of acceptorfunctie bij het vormen van deze waterstofbrug?&lt;br /&gt;
#* Waarom is het entropieverlies van complexvorming in oplossing doorgaans kleiner dan in gasfase?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Verklaar waarom de effectieve molariteit stijgt bij een macrocysliche 10-ring, wanneer&lt;br /&gt;
#** a) rigide groepen worden gebruikt&lt;br /&gt;
#** b) heteroatomen worden gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verschil tussen een clathraat en een vaste stof-inclusie complex.&lt;br /&gt;
#* Schrijf de synthese op van dit cavitand (structuur is gegeven) vertrekkende van rescoriol. De cavitand is gelijkend op die in de cursus staat, maar op de 2&#039; plaats heeft deze een COOH groep.&lt;br /&gt;
#* VÃ¶gth synthetiseerde vele cryptanden met substituenten X (structuur is gegeven). Hoe kon hij daarmee de grootte van de caviteit bepalen? &lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Je krijgt een complexatie van een gast en gastheer die via pi-pi interacties complexeert en net naast deze aromatische ringen een waterstofbrug vormt met een amide op de gast.&lt;br /&gt;
#** Men wil d.m.v. substituenteffecten op de aromatische ringen ph1 (= op gast) en ph2 (= op gastheer) de bijdrage voor deze pi-pi interactie meten. Welke complicatie verwacht je echter met deze methode, bij dit specifieke complex?&lt;br /&gt;
#** Verklaar in de tabel (tabel met horizontaal de para-ph1 substituenten en vertikaal de para-ph 2 substituenten) de verlopen van de incrementen. (De incrementen zijn aangepast aan de complicatie die je in het eerste puntje moet geven en zijn dus correct)&lt;br /&gt;
#** Bepaal ook het teken van de Hammett rho parameters.&lt;br /&gt;
#* Trage complexen.&lt;br /&gt;
#** Hoe kan je in een NMR spectrum zien of je te maken hebt met een traag complex&lt;br /&gt;
#** Wat is het voordeel van een extreem traag complex? Geef een relevant voorbeeld van hoe we er gebruik van kunnen maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* match de gasten en de gastheren met de juiste solventen. Gast: 1,4-benzochinon, naftaleen-1,5-dicarbonzuur en 4-butylfenol (&amp;amp;quot;voor mensen die niet goed zijn in naamgeving, zal ik de moleculen even op bord tekenen&amp;amp;quot;). Solvent: water (ph= 2, 6, 10), MeOH, CCl4. Gasten: alpha-cyclodextrine, diazo-18-kroon-6, 18-kroon-6, [2,2]cyclofaan en 2 grote cyclofanen die getekend staan. Geef ook alle niet-covalente reacties en licht uw keuze toe&lt;br /&gt;
#* Wat is CAC, waarom belangrijk en hoe gemeten&lt;br /&gt;
#* reactie van een [2,2,1]cryptand opgebouwd uit bi en triÃ«thyleenglycolderivaten&lt;br /&gt;
#* Membraantransport  van kationen met kroonethers en de voorwaarden waaraan dat kroonether moet voldoen&lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Het teken van rho (Hammet) bepalen uit een tabel met stabiliteitsconstanten met verschillende gevers en zuigers. De link vinden met het reactiemechanisme. Bijkomende vraag: wat gebeurt er met een sterke base en een sterke elektronzuiger. (ja wat onduidelijk als je het molecule niet ziet natuurlijk...)&lt;br /&gt;
#* Stelling: voor het gegeven molecule mag ik zomaar de deltaG optellen om de totale deltaG te berekenen.&lt;br /&gt;
#* Waarom kan het voordelig zijn om synthese van rotaxanen uit te voeren op een vaste fase&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke ionen passen in welke macroringen? (K+, Ag+, Eu3+, Li+ en nog een vieze grote molecule) De macrocyclische verbindingen zijn ook gegeven. Welk solvent pak je best? (H2O, H2O pH 10, MeOH of chloroform) Vermeld welke interacties plaatsvinden&lt;br /&gt;
#* bespreek de synthese van: -een calix[4]areen met twee nitraten, twee n-propyloxy&#039;s en een azakroonetheroverbrugging-&lt;br /&gt;
#* Wat is zijn zelfassemblage en zelforganisatie en illustreer met een voorbeeld&lt;br /&gt;
# MS:&lt;br /&gt;
#* Tabel horende bij compensatie-effect gegeven. Welke interacties? Bespreek de tendens in de tabel en ook het verschil in \Delta S tussen gasfase en oplossing.&lt;br /&gt;
#* tekening van een catenaan met een cyclofaan met nogal wat N in rond een benzokroonether gegeven. Deze verbinding toont met H-NMR slechts twee signalen (3,45 en 6,26 ppm of zo) voor de hydrochinon-waterstoffen. Reden? Bespreek ook de multipliciteit van de signalen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Waarom is ethyleendioxy zo&#039;n populaire eenheid in kroonetherchemie&lt;br /&gt;
#* Welke 2 groepen zijn belangrijk bij de complexatie van Fe bij de sideroforen&lt;br /&gt;
#* 3 gasten (Lithium, azide, tetramethylammonium), 5 solventen (MeOH, H2O( pH 2,6,10), CCl4), gastheren ([2.2.2]-cryptand, all-cis resorcinareen, cram&#039;s sferand, 18-kroon-6,...)&lt;br /&gt;
# M.S.:&lt;br /&gt;
#* Synthese van tetrakationisch cyclofaan&lt;br /&gt;
#* Vraagje over receptor die interageert met gast, welk teken heeft de hammett parameter rho.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Maxime vdB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=1205</id>
		<title>Moleculaire Herkenning</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=1205"/>
		<updated>2018-06-18T17:47:32Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Maxime vdB: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verplicht vak voor chemie. Moleculaire herkenning wordt gedoceerd door 2 proffen. Mario smet en Wim &amp;amp;quot;sandalen&amp;amp;quot; Dehaen. 50% van de punten staan op het examen, de andere 50% staan op een paper. Op het examen worden mondelinge vragen gesteld over de paper. Bij prof. Smet zijn dit normaal enkel de vragen die hij geeft bij de feedback op de paper,&lt;br /&gt;
prof. Dehaen stelt vaak ook extra vragen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineren van gast, gastheer en solvent met als gasten: lanthaan, paraquat en nog een dicarbonzuur, als gastheren verschillende calixarenen in water ph 2,7,10, methanol of chloroform&lt;br /&gt;
#* Vraag welke het beste zou zijn voor ionentransport over een organisch membraan: diglyme of 2,2,2 kryptand&lt;br /&gt;
#* Een synthese van een 2,2,2 thiakryptand derivaat&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Ceiling &amp;amp; floortemperatuur + voorbeeld&lt;br /&gt;
#* Met de hammetvgl werken en teken van rho bepalen bij een complexvorming van pseudorotaxaan&lt;br /&gt;
#* Invloed van ... op transport van medicijnen en da linken aan de lipinskiregels&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 VM ===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze 1,3benzeenringen hebben geen buty meer, en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd. &lt;br /&gt;
#* Nonactine &amp;amp; valinomycine&lt;br /&gt;
#* Gast, gastheer, solvent: &lt;br /&gt;
#** H2O (pH = 3,7, 10), DCM, MeOH&lt;br /&gt;
#** Na+, ammoniumzout*, diamide*, benzoezuur (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
#** Calix[4]areen*, resorcinol uit acetaldehyde en 24u reflux, benzokroonether*, alfa-cyclodextrine, diamine* (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welk proces geeft de grootste entropieverandering met zich mee? &lt;br /&gt;
#** Furaan + H2C=COOR --&amp;gt; furaanring waarvan de twee dubbele bindingen weg zijn en er eentje bij is gekomen waar er eerst de enkele binding was, en de twee koolstoffen naast de zuurstof zijn nu verbonden met de koolstoffen van de dubbele binding van het ester&lt;br /&gt;
#** twee carbonzuren die een dimeer vormen&lt;br /&gt;
#* Bepaal teken rho, heeft pH invloed (R-C6H5 pi-pi stapeling met C6H5-NH2)&lt;br /&gt;
#* Relenza en tamiflu (orale beschikbaarheid en mechanisme)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel de synthese op voor het Lehn&#039;s sferand (structuur gegeven) vanuit (derivaten van) diëthyleenglycolen.&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge-verdunningsvoorwaarden en hoe werkt dit?&lt;br /&gt;
#* Combineer. Gastheren: cyclisch guanidine, cucurbit[8]uril, 30-kroon-10. Gasten: arginine, N-acetyltryptofaan, 1,4-bis(aminoimidazoline)butaan. Solventen: Chloroform, methanol, water pH 2, 7 en 10. (structuren gegeven)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: een pyrrool gesubstitueerd met een alkeen met twee R-substituenten (willekeurig). Dit molecule interageert met een onbekende receptor. Welke interactie veronderstel je? Bepaal het teken van rho. Wat gebeurt er met de absolute waarde van rho wanneer je een R-substituent vervangt door een H-atoom.&lt;br /&gt;
#* Wat is transfectie en hoe kan supramoleculaire chemie hierbij helpen?&lt;br /&gt;
#* Twee verbindingen gegeven, elk met 3 waterstofbindingen (structuren uit slides deel supramoleculaire polymeren). Welke verbinding heeft de grootse associatieconstante en waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke factoren beinvloeden de effectieve molariteit&lt;br /&gt;
#* synthese van hexathia18-kroon-6 vanuit ethyleenglycol en bis(2hydroxyethyl)sulfide op een veilige manier en wat doen we om de opbrengst zo hoog mogelijk te houden&lt;br /&gt;
#* wat zijn ansa-verbindingen en hoe kunnen ze meer inzicht geven over de ruimtevulling van de groepen&lt;br /&gt;
#* een structuur gegeven met 2 NH2 groepen een kroonether en een R (fenyl). 4-aminobutaanzuur is beter oplosbaar dan glycine (2-aminoazijnzuur) en 6-aminohexaanzuur. Hoe komt dit, welke interacties. De oplosbaarheid stijgt wanneer we R vervangen door (4-NO2-fenyl). Verklaar.&lt;br /&gt;
#* er zijn twee isomeren bij de synthese van resorcinarenen. Welke zijn dit?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#SMET:&lt;br /&gt;
#* gegeven een amide: RR&#039;C=CH-CO-N(CH3)2 met onbekende receptor gaat interageren:&lt;br /&gt;
Welke interactie verwachten we, teken van reactieparameter, plus redeneer. Wat gebeurt er met de absolite waarde van de reactieparameter als we een van de R groepen vervangen door een H.&lt;br /&gt;
#* lipskin regel geven en wat is het belang tegenwoordig in farmaceutische industrie &lt;br /&gt;
#* Bij synthese van rotaxanen volgens iemand (Stoddart ofzo)(tetrakationisch complex) zal threading een hogere opbrengst geven dan clipping waarom?&lt;br /&gt;
Waarom dan niet altijd threading?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze twee benzeenringen zijn ook gedebutyleerd en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd.&lt;br /&gt;
#* Bespreek aan de hand van hun structuurelementen de functie van nonactine en valinomycine (structuur gegeven).&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gastheren met de juiste gasten en solventen. Gasten: Natriumion, p-diaminobenzeen, p-diaminobenzeen met beide stikstoffen tetragebutyleerd, benzoÃ«zuur. Gastheren: calix[4]areen, een groot dibenzokroonether, een resorcinareen verkregen na 24 uur reflux, alfa-cyclodextrine en een aromatisch diamide. Solventen: water (pH 3, 7, 10), MeOH &amp;amp;amp; DCM.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* 4-R-pyridine. Deze gast bindt enkel aan de gastheer indien de stikstof geprotoneerd is. Bepaal het teken van de Hammett-parameter rho. Op welke interactie zou de complexatie kunnen berusten?&lt;br /&gt;
#* Geef de twee methoden die gebruikt kunnen worden om de associatieconstante te schrijven in functie van deelassociatieconstanten. Beschrijf de fysische basis van het probleem dat hierbij optreedt.&lt;br /&gt;
#* Bespreek de moleculaire basis van plaquevorming zoals die optreedt bij bijvoorbeeld de ziekte van Alzheimer. Wat zijn de therapeutische mogelijkheden om dit tegen te gaan? Bijvraag: op welke secundaire structuren en soorten interacties berust de associatie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven [2.2.2]cryptand uitgaande van chlooracetamide. Het cryptand heeft stikstoffen als bruggenhoofden, 2 ketens met telkens 2 zuurstoffen en 1 keten met 2 zwavelatomen. En hoe kan je de macroyclisatie bevorderen?&lt;br /&gt;
#* Transport van donor naar acceptorlaag via een organisch membraan? hoe gaat dit het beste met pentaglyme of met een [2.2.2]cryptand. Verklaar.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Je hebt een gesubstitueerd chinoline (onbekende substituent). Dit chinoline complexeert enkel met een gastheer als de N niet geprotoneerd is. wat is het teken van de hammet-parameter Rho? welke interactie zal er zijn tussen de gast en de gastheer?&lt;br /&gt;
#* Geef de 4 belangrijkste entropieveranderingen bij complexatie en bespreek. Welke is verantwoordelijk voor preorganisatie? Leg uit.&lt;br /&gt;
#* Invloed ketenlengte benzokroonether op rendement van een catenaan met een tetrakationisch cyclofaan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven calix[4]hemisferand uitgaande van 2 gegeven fenolen. De receprot bestond uit een calix[4]areen met een hemisferand aangehecht op de 1- en 3-posities.&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van valinomycine en nonactine: bespreek de functie  en hoe de verschillende structuurelementen hiertoe bijdragen.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#**solventen: zuur, neutraal of basisch water, methanol, dicchloormethaan&lt;br /&gt;
#**gastheren: cyclodextrine, een grote benzokroonether, een calyxareen, stoel resorcinareen en een heteroaromatische receptor met amidefuncties.&lt;br /&gt;
#**gasten: natriumion, aromatisch diamine, aromatisch diammoniumzout, benzoÃ«zuur&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Op welke 2 manieren kunnen we de totale associatieconstante beschouwen als een product van deelassociatieconstanten? Wat is bij elk het grootste fysisch probleem? Welk van deze 2 methoden is, op praktische gronden, te verkiezen en waarom?&lt;br /&gt;
#* Gegeven een amide met een para-gesubstitueerde fenylgroep op de N en de carbonyl. Dit molecule gaat waterstofbindingen aan met zowel de zuurstof als de NH. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho voor het substituent op elke benzeenring?&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van een receptor bestaande uit een porfyrinering, gekoppeld aan een calixareen met ketens die veel heteroatomen bevatten. De bindingsconstanten van KI is hoog, die voor NaI en NaClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; tussenin (en ongeveer gelijk), die van KClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; laag. Verklaar waarom. (Deze structuur staat in de cursus ter hoogte van het deel over coÃ¶perativiteit).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2012 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge verdunningsvoorwaarden en geef 2 voorbeelden hoe men dit in de praktijk bewerkstelligt.&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende affiniteit voor het kaliumkation en motiveer: 18-kroon-6, 1,10-dithia-18-kroon-6, benzo-18-kroon-6, [2.2.2]cryptand, 15-kroon-5, 21-kroon-7.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Voor een bepaald hydrofoob (gedeelte van een) gastmolecule werd aangetoond dat het de hydrofobe holte van de gastheer maar voor 55% vult in stabielste toestand. Verklaar thermodynamisch waarom het kan dat deze gedeeltelijk gevulde toestand meer bevoordeeld wordt dan de volledig gevulde holte.&lt;br /&gt;
#* &lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn van belang bij het catenaan gevormd uit &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039;, &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; en &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;?&lt;br /&gt;
#** Wat zou het effect zijn op de bindingsconstante moest het catenaan gevormd worden rond &#039;&#039;&#039;4&#039;&#039;&#039; i.p.v. &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039; en waarom?&lt;br /&gt;
#** Beredeneer het teken van de Hammett parameter Ï van de catenatiereactie van &#039;&#039;&#039;5&#039;&#039;&#039; met het monogealkyleerd derivaat van &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039; (hiermee wordt bedoeld, de open-ketenvorm van &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; enkelvoudig gebonden aan &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;). Sterische effecten van R mogen verwaarloosd worden [[Bestand:CatenaanSmet.png]]&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers synthetiseerden bovenste verbinding als receptor voor de onderste (tekening is &#039;&#039;ongeveer&#039;&#039; juist). Belangrijke interacties hierbij zijn H-bruggen, maar ook de Ï€-Ï€-interacties tussen de eindstandige benzeenringen spelen een beduidende rol. Om aard en sterkte van deze Ï€-Ï€-interacties te onderzoeken synthetiseerde men een aantal derivaten van beide, en mat men het verschil in bindingssterkte voor verschillende substituenten op de benzeenringen. [[Bestand:receptorSmet.png]]&lt;br /&gt;
#** Welke complicatie valt te verwachten bij deze metingen, vanwege de verschillende substituenten op de derivaten?&lt;br /&gt;
#** Verklaar de waargenomen tendensen in de gemeten energiebijdragen, weergegeven in de tabel (deze waarden zijn gecorrigeerd voor de complicaties waarnaar gevraagd in eerste subvraag dus zijn &#039;&#039;juist&#039;&#039;).&lt;br /&gt;
[[Bestand:tabelSmet.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Klassieke vraag. Verbind de juiste gast met gastheer en solvent. Licht toe en zeg welke interacties plaatsvinden.&lt;br /&gt;
#* Wat is de CAC? Waarom is het belangrijk dat deze gemeten wordt en hoe wordt deze gemeten?&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: [[Bestand:MolHerExamenMario.jpg]]&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;Bepaal het teken van &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;X&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep X en &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;R&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep R. Waarom gaat bij zÃ©Ã©r elektronenzuigende groepen, bv. X=F&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, de meting van de complexatieconstante met nucleofiele deeltjes niet meer correct verlopen?&lt;br /&gt;
#* Mag men de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de aromatische ring en de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de gedeprotoneerde carbonzuurfunctie zomaar optellen? Verklaar.&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenMario2.jpg]]&lt;br /&gt;
#* De synthese van rotaxanen op vaste drager kan handig zijn. Onwaar/waar en verklaar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* geef de structuur van cyclotriveratryleen en de synthese vanuit veratrol. Waarom zijn asymmetrisch gesubstitueerde CTV&#039;s chiraal?&lt;br /&gt;
#* hoe kunnen we eigenschappen van een gegeven cyclofaan gebruiken om de grootte van de substituent op de ring te bepalen&lt;br /&gt;
#* geef de synthese van de macroring 15 kroon 5 maar ipv met zuurstoffen met (NH , O , NH, S, S) vanuit HSCH2CH2SH en H2NCH2CH2OCH2CH2NH2&lt;br /&gt;
#* welke gast past in welk solvent bij welke gastheer? gasten: (Fe3+, Yb3+, tetramethylammonium, benzoaat) solventen: (methanol, DCM, water met pH=3,7,10) gastheren:(een resorcinareen, een [4]-calixareen met een -O-CH2COOH op elke ring, een [6]-calixareen met op de ring aan de ene kant een SO3H aan de andere kant een staart met een hydroxyamide rest aan, een [6]-calixareen met daaraan een staart met aan het uiteinde een fenylureum staart&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* gegeven: een receptor met daarop 2 groepen die waterstofbruggen vormen met een HO- en een -CHO op drie verschillende liganden. Welke complex zal het stabielste zijn, en verklaar dit energetisch en entropisch (ligand 1 is een bifenyl, ligand 2 is een bifenyl met een huge (triethylmethyl-)substituent op een van de ringen en ligand 3 is gewoon een alifatische keten met die oh en cho aan de uiteinden)&lt;br /&gt;
#* wat is de dubbele mutantcyclus een geef een voorbeeld dat de voordelen duidelijk maakt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (ochtend) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Bespreek de synthese van volgend cavitand, vertrekkende van resorcinareen. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#* Wat is [2,2]paracyclofaan? Geef de syntheses en eigenschappen (UV-spectrum).&lt;br /&gt;
#* Bespreek het kinetisch en thermodynamisch templaateffect.&lt;br /&gt;
#* 5 Macroringen gegeven; rangschik naar toenemende effectieve molariteit. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven 1-amino-5-R-naftaleen (met R een onbepaalde substituent). In een complex vormt deze aminogroep een waterstofbrug. Onderzoek wijst uit dat de &amp;amp;quot;reactie&amp;amp;quot;-parameter sterk positief is. Welke soort R-substituenten bevoordeligen de reactie? (leg uit met Hammett-vergelijking en de substituent-parameter) Bekleedt de aminogroep een donor- of acceptorfunctie bij het vormen van deze waterstofbrug?&lt;br /&gt;
#* Waarom is het entropieverlies van complexvorming in oplossing doorgaans kleiner dan in gasfase?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Verklaar waarom de effectieve molariteit stijgt bij een macrocysliche 10-ring, wanneer&lt;br /&gt;
#** a) rigide groepen worden gebruikt&lt;br /&gt;
#** b) heteroatomen worden gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verschil tussen een clathraat en een vaste stof-inclusie complex.&lt;br /&gt;
#* Schrijf de synthese op van dit cavitand (structuur is gegeven) vertrekkende van rescoriol. De cavitand is gelijkend op die in de cursus staat, maar op de 2&#039; plaats heeft deze een COOH groep.&lt;br /&gt;
#* VÃ¶gth synthetiseerde vele cryptanden met substituenten X (structuur is gegeven). Hoe kon hij daarmee de grootte van de caviteit bepalen? &lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Je krijgt een complexatie van een gast en gastheer die via pi-pi interacties complexeert en net naast deze aromatische ringen een waterstofbrug vormt met een amide op de gast.&lt;br /&gt;
#** Men wil d.m.v. substituenteffecten op de aromatische ringen ph1 (= op gast) en ph2 (= op gastheer) de bijdrage voor deze pi-pi interactie meten. Welke complicatie verwacht je echter met deze methode, bij dit specifieke complex?&lt;br /&gt;
#** Verklaar in de tabel (tabel met horizontaal de para-ph1 substituenten en vertikaal de para-ph 2 substituenten) de verlopen van de incrementen. (De incrementen zijn aangepast aan de complicatie die je in het eerste puntje moet geven en zijn dus correct)&lt;br /&gt;
#** Bepaal ook het teken van de Hammett rho parameters.&lt;br /&gt;
#* Trage complexen.&lt;br /&gt;
#** Hoe kan je in een NMR spectrum zien of je te maken hebt met een traag complex&lt;br /&gt;
#** Wat is het voordeel van een extreem traag complex? Geef een relevant voorbeeld van hoe we er gebruik van kunnen maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* match de gasten en de gastheren met de juiste solventen. Gast: 1,4-benzochinon, naftaleen-1,5-dicarbonzuur en 4-butylfenol (&amp;amp;quot;voor mensen die niet goed zijn in naamgeving, zal ik de moleculen even op bord tekenen&amp;amp;quot;). Solvent: water (ph= 2, 6, 10), MeOH, CCl4. Gasten: alpha-cyclodextrine, diazo-18-kroon-6, 18-kroon-6, [2,2]cyclofaan en 2 grote cyclofanen die getekend staan. Geef ook alle niet-covalente reacties en licht uw keuze toe&lt;br /&gt;
#* Wat is CAC, waarom belangrijk en hoe gemeten&lt;br /&gt;
#* reactie van een [2,2,1]cryptand opgebouwd uit bi en triÃ«thyleenglycolderivaten&lt;br /&gt;
#* Membraantransport  van kationen met kroonethers en de voorwaarden waaraan dat kroonether moet voldoen&lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Het teken van rho (Hammet) bepalen uit een tabel met stabiliteitsconstanten met verschillende gevers en zuigers. De link vinden met het reactiemechanisme. Bijkomende vraag: wat gebeurt er met een sterke base en een sterke elektronzuiger. (ja wat onduidelijk als je het molecule niet ziet natuurlijk...)&lt;br /&gt;
#* Stelling: voor het gegeven molecule mag ik zomaar de deltaG optellen om de totale deltaG te berekenen.&lt;br /&gt;
#* Waarom kan het voordelig zijn om synthese van rotaxanen uit te voeren op een vaste fase&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke ionen passen in welke macroringen? (K+, Ag+, Eu3+, Li+ en nog een vieze grote molecule) De macrocyclische verbindingen zijn ook gegeven. Welk solvent pak je best? (H2O, H2O pH 10, MeOH of chloroform) Vermeld welke interacties plaatsvinden&lt;br /&gt;
#* bespreek de synthese van: -een calix[4]areen met twee nitraten, twee n-propyloxy&#039;s en een azakroonetheroverbrugging-&lt;br /&gt;
#* Wat is zijn zelfassemblage en zelforganisatie en illustreer met een voorbeeld&lt;br /&gt;
# MS:&lt;br /&gt;
#* Tabel horende bij compensatie-effect gegeven. Welke interacties? Bespreek de tendens in de tabel en ook het verschil in \Delta S tussen gasfase en oplossing.&lt;br /&gt;
#* tekening van een catenaan met een cyclofaan met nogal wat N in rond een benzokroonether gegeven. Deze verbinding toont met H-NMR slechts twee signalen (3,45 en 6,26 ppm of zo) voor de hydrochinon-waterstoffen. Reden? Bespreek ook de multipliciteit van de signalen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Waarom is ethyleendioxy zo&#039;n populaire eenheid in kroonetherchemie&lt;br /&gt;
#* Welke 2 groepen zijn belangrijk bij de complexatie van Fe bij de sideroforen&lt;br /&gt;
#* 3 gasten (Lithium, azide, tetramethylammonium), 5 solventen (MeOH, H2O( pH 2,6,10), CCl4), gastheren ([2.2.2]-cryptand, all-cis resorcinareen, cram&#039;s sferand, 18-kroon-6,...)&lt;br /&gt;
# M.S.:&lt;br /&gt;
#* Synthese van tetrakationisch cyclofaan&lt;br /&gt;
#* Vraagje over receptor die interageert met gast, welk teken heeft de hammett parameter rho.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Maxime vdB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=1202</id>
		<title>Moleculaire Herkenning</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=1202"/>
		<updated>2018-06-18T13:52:27Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Maxime vdB: /* 15 juni 2018 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verplicht vak voor chemie. Moleculaire herkenning wordt gedoceerd door 2 proffen. Mario smet en Wim &amp;amp;quot;sandalen&amp;amp;quot; Dehaen. 50% van de punten staan op het examen, de andere 50% staan op een paper. Op het examen worden mondelinge vragen gesteld over de paper. Bij prof. Smet zijn dit normaal enkel de vragen die hij geeft bij de feedback op de paper,&lt;br /&gt;
prof. Dehaen stelt vaak ook extra vragen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 ===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze 1,3benzeenringen hebben geen buty meer, en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd. &lt;br /&gt;
#* Nonactine &amp;amp; valinomycine&lt;br /&gt;
#* Gast, gastheer, solvent: &lt;br /&gt;
#** H2O (pH = 3,7, 10), DCM, MeOH&lt;br /&gt;
#** Na+, ammoniumzout*, diamide*, benzoezuur (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
#** Calix[4]areen*, resorcinol uit acetaldehyde en 24u reflux, benzokroonether*, alfa-cyclodextrine, diamine* (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welk proces geeft de grootste entropieverandering met zich mee? &lt;br /&gt;
#** Furaan + H2C=COOR --&amp;gt; furaanring waarvan de twee dubbele bindingen weg zijn en er eentje bij is gekomen waar er eerst de enkele binding was, en de twee koolstoffen naast de zuurstof zijn nu verbonden met de koolstoffen van de dubbele binding van het ester&lt;br /&gt;
#** twee carbonzuren die een dimeer vormen&lt;br /&gt;
#* Bepaal teken rho, heeft pH invloed (R-C6H5 pi-pi stapeling met C6H5-NH2)&lt;br /&gt;
#* Relenza en tamiflu (orale beschikbaarheid en mechanisme)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel de synthese op voor het Lehn&#039;s sferand (structuur gegeven) vanuit (derivaten van) diëthyleenglycolen.&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge-verdunningsvoorwaarden en hoe werkt dit?&lt;br /&gt;
#* Combineer. Gastheren: cyclisch guanidine, cucurbit[8]uril, 30-kroon-10. Gasten: arginine, N-acetyltryptofaan, 1,4-bis(aminoimidazoline)butaan. Solventen: Chloroform, methanol, water pH 2, 7 en 10. (structuren gegeven)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: een pyrrool gesubstitueerd met een alkeen met twee R-substituenten (willekeurig). Dit molecule interageert met een onbekende receptor. Welke interactie veronderstel je? Bepaal het teken van rho. Wat gebeurt er met de absolute waarde van rho wanneer je een R-substituent vervangt door een H-atoom.&lt;br /&gt;
#* Wat is transfectie en hoe kan supramoleculaire chemie hierbij helpen?&lt;br /&gt;
#* Twee verbindingen gegeven, elk met 3 waterstofbindingen (structuren uit slides deel supramoleculaire polymeren). Welke verbinding heeft de grootse associatieconstante en waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke factoren beinvloeden de effectieve molariteit&lt;br /&gt;
#* synthese van hexathia18-kroon-6 vanuit ethyleenglycol en bis(2hydroxyethyl)sulfide op een veilige manier en wat doen we om de opbrengst zo hoog mogelijk te houden&lt;br /&gt;
#* wat zijn ansa-verbindingen en hoe kunnen ze meer inzicht geven over de ruimtevulling van de groepen&lt;br /&gt;
#* een structuur gegeven met 2 NH2 groepen een kroonether en een R (fenyl). 4-aminobutaanzuur is beter oplosbaar dan glycine (2-aminoazijnzuur) en 6-aminohexaanzuur. Hoe komt dit, welke interacties. De oplosbaarheid stijgt wanneer we R vervangen door (4-NO2-fenyl). Verklaar.&lt;br /&gt;
#* er zijn twee isomeren bij de synthese van resorcinarenen. Welke zijn dit?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#SMET:&lt;br /&gt;
#* gegeven een amide: RR&#039;C=CH-CO-N(CH3)2 met onbekende receptor gaat interageren:&lt;br /&gt;
Welke interactie verwachten we, teken van reactieparameter, plus redeneer. Wat gebeurt er met de absolite waarde van de reactieparameter als we een van de R groepen vervangen door een H.&lt;br /&gt;
#* lipskin regel geven en wat is het belang tegenwoordig in farmaceutische industrie &lt;br /&gt;
#* Bij synthese van rotaxanen volgens iemand (Stoddart ofzo)(tetrakationisch complex) zal threading een hogere opbrengst geven dan clipping waarom?&lt;br /&gt;
Waarom dan niet altijd threading?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze twee benzeenringen zijn ook gedebutyleerd en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd.&lt;br /&gt;
#* Bespreek aan de hand van hun structuurelementen de functie van nonactine en valinomycine (structuur gegeven).&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gastheren met de juiste gasten en solventen. Gasten: Natriumion, p-diaminobenzeen, p-diaminobenzeen met beide stikstoffen tetragebutyleerd, benzoÃ«zuur. Gastheren: calix[4]areen, een groot dibenzokroonether, een resorcinareen verkregen na 24 uur reflux, alfa-cyclodextrine en een aromatisch diamide. Solventen: water (pH 3, 7, 10), MeOH &amp;amp;amp; DCM.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* 4-R-pyridine. Deze gast bindt enkel aan de gastheer indien de stikstof geprotoneerd is. Bepaal het teken van de Hammett-parameter rho. Op welke interactie zou de complexatie kunnen berusten?&lt;br /&gt;
#* Geef de twee methoden die gebruikt kunnen worden om de associatieconstante te schrijven in functie van deelassociatieconstanten. Beschrijf de fysische basis van het probleem dat hierbij optreedt.&lt;br /&gt;
#* Bespreek de moleculaire basis van plaquevorming zoals die optreedt bij bijvoorbeeld de ziekte van Alzheimer. Wat zijn de therapeutische mogelijkheden om dit tegen te gaan? Bijvraag: op welke secundaire structuren en soorten interacties berust de associatie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven [2.2.2]cryptand uitgaande van chlooracetamide. Het cryptand heeft stikstoffen als bruggenhoofden, 2 ketens met telkens 2 zuurstoffen en 1 keten met 2 zwavelatomen. En hoe kan je de macroyclisatie bevorderen?&lt;br /&gt;
#* Transport van donor naar acceptorlaag via een organisch membraan? hoe gaat dit het beste met pentaglyme of met een [2.2.2]cryptand. Verklaar.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Je hebt een gesubstitueerd chinoline (onbekende substituent). Dit chinoline complexeert enkel met een gastheer als de N niet geprotoneerd is. wat is het teken van de hammet-parameter Rho? welke interactie zal er zijn tussen de gast en de gastheer?&lt;br /&gt;
#* Geef de 4 belangrijkste entropieveranderingen bij complexatie en bespreek. Welke is verantwoordelijk voor preorganisatie? Leg uit.&lt;br /&gt;
#* Invloed ketenlengte benzokroonether op rendement van een catenaan met een tetrakationisch cyclofaan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven calix[4]hemisferand uitgaande van 2 gegeven fenolen. De receprot bestond uit een calix[4]areen met een hemisferand aangehecht op de 1- en 3-posities.&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van valinomycine en nonactine: bespreek de functie  en hoe de verschillende structuurelementen hiertoe bijdragen.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#**solventen: zuur, neutraal of basisch water, methanol, dicchloormethaan&lt;br /&gt;
#**gastheren: cyclodextrine, een grote benzokroonether, een calyxareen, stoel resorcinareen en een heteroaromatische receptor met amidefuncties.&lt;br /&gt;
#**gasten: natriumion, aromatisch diamine, aromatisch diammoniumzout, benzoÃ«zuur&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Op welke 2 manieren kunnen we de totale associatieconstante beschouwen als een product van deelassociatieconstanten? Wat is bij elk het grootste fysisch probleem? Welk van deze 2 methoden is, op praktische gronden, te verkiezen en waarom?&lt;br /&gt;
#* Gegeven een amide met een para-gesubstitueerde fenylgroep op de N en de carbonyl. Dit molecule gaat waterstofbindingen aan met zowel de zuurstof als de NH. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho voor het substituent op elke benzeenring?&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van een receptor bestaande uit een porfyrinering, gekoppeld aan een calixareen met ketens die veel heteroatomen bevatten. De bindingsconstanten van KI is hoog, die voor NaI en NaClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; tussenin (en ongeveer gelijk), die van KClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; laag. Verklaar waarom. (Deze structuur staat in de cursus ter hoogte van het deel over coÃ¶perativiteit).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2012 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge verdunningsvoorwaarden en geef 2 voorbeelden hoe men dit in de praktijk bewerkstelligt.&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende affiniteit voor het kaliumkation en motiveer: 18-kroon-6, 1,10-dithia-18-kroon-6, benzo-18-kroon-6, [2.2.2]cryptand, 15-kroon-5, 21-kroon-7.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Voor een bepaald hydrofoob (gedeelte van een) gastmolecule werd aangetoond dat het de hydrofobe holte van de gastheer maar voor 55% vult in stabielste toestand. Verklaar thermodynamisch waarom het kan dat deze gedeeltelijk gevulde toestand meer bevoordeeld wordt dan de volledig gevulde holte.&lt;br /&gt;
#* &lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn van belang bij het catenaan gevormd uit &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039;, &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; en &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;?&lt;br /&gt;
#** Wat zou het effect zijn op de bindingsconstante moest het catenaan gevormd worden rond &#039;&#039;&#039;4&#039;&#039;&#039; i.p.v. &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039; en waarom?&lt;br /&gt;
#** Beredeneer het teken van de Hammett parameter Ï van de catenatiereactie van &#039;&#039;&#039;5&#039;&#039;&#039; met het monogealkyleerd derivaat van &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039; (hiermee wordt bedoeld, de open-ketenvorm van &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; enkelvoudig gebonden aan &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;). Sterische effecten van R mogen verwaarloosd worden [[Bestand:CatenaanSmet.png]]&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers synthetiseerden bovenste verbinding als receptor voor de onderste (tekening is &#039;&#039;ongeveer&#039;&#039; juist). Belangrijke interacties hierbij zijn H-bruggen, maar ook de Ï€-Ï€-interacties tussen de eindstandige benzeenringen spelen een beduidende rol. Om aard en sterkte van deze Ï€-Ï€-interacties te onderzoeken synthetiseerde men een aantal derivaten van beide, en mat men het verschil in bindingssterkte voor verschillende substituenten op de benzeenringen. [[Bestand:receptorSmet.png]]&lt;br /&gt;
#** Welke complicatie valt te verwachten bij deze metingen, vanwege de verschillende substituenten op de derivaten?&lt;br /&gt;
#** Verklaar de waargenomen tendensen in de gemeten energiebijdragen, weergegeven in de tabel (deze waarden zijn gecorrigeerd voor de complicaties waarnaar gevraagd in eerste subvraag dus zijn &#039;&#039;juist&#039;&#039;).&lt;br /&gt;
[[Bestand:tabelSmet.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Klassieke vraag. Verbind de juiste gast met gastheer en solvent. Licht toe en zeg welke interacties plaatsvinden.&lt;br /&gt;
#* Wat is de CAC? Waarom is het belangrijk dat deze gemeten wordt en hoe wordt deze gemeten?&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: [[Bestand:MolHerExamenMario.jpg]]&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;Bepaal het teken van &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;X&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep X en &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;R&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep R. Waarom gaat bij zÃ©Ã©r elektronenzuigende groepen, bv. X=F&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, de meting van de complexatieconstante met nucleofiele deeltjes niet meer correct verlopen?&lt;br /&gt;
#* Mag men de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de aromatische ring en de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de gedeprotoneerde carbonzuurfunctie zomaar optellen? Verklaar.&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenMario2.jpg]]&lt;br /&gt;
#* De synthese van rotaxanen op vaste drager kan handig zijn. Onwaar/waar en verklaar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* geef de structuur van cyclotriveratryleen en de synthese vanuit veratrol. Waarom zijn asymmetrisch gesubstitueerde CTV&#039;s chiraal?&lt;br /&gt;
#* hoe kunnen we eigenschappen van een gegeven cyclofaan gebruiken om de grootte van de substituent op de ring te bepalen&lt;br /&gt;
#* geef de synthese van de macroring 15 kroon 5 maar ipv met zuurstoffen met (NH , O , NH, S, S) vanuit HSCH2CH2SH en H2NCH2CH2OCH2CH2NH2&lt;br /&gt;
#* welke gast past in welk solvent bij welke gastheer? gasten: (Fe3+, Yb3+, tetramethylammonium, benzoaat) solventen: (methanol, DCM, water met pH=3,7,10) gastheren:(een resorcinareen, een [4]-calixareen met een -O-CH2COOH op elke ring, een [6]-calixareen met op de ring aan de ene kant een SO3H aan de andere kant een staart met een hydroxyamide rest aan, een [6]-calixareen met daaraan een staart met aan het uiteinde een fenylureum staart&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* gegeven: een receptor met daarop 2 groepen die waterstofbruggen vormen met een HO- en een -CHO op drie verschillende liganden. Welke complex zal het stabielste zijn, en verklaar dit energetisch en entropisch (ligand 1 is een bifenyl, ligand 2 is een bifenyl met een huge (triethylmethyl-)substituent op een van de ringen en ligand 3 is gewoon een alifatische keten met die oh en cho aan de uiteinden)&lt;br /&gt;
#* wat is de dubbele mutantcyclus een geef een voorbeeld dat de voordelen duidelijk maakt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (ochtend) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Bespreek de synthese van volgend cavitand, vertrekkende van resorcinareen. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#* Wat is [2,2]paracyclofaan? Geef de syntheses en eigenschappen (UV-spectrum).&lt;br /&gt;
#* Bespreek het kinetisch en thermodynamisch templaateffect.&lt;br /&gt;
#* 5 Macroringen gegeven; rangschik naar toenemende effectieve molariteit. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven 1-amino-5-R-naftaleen (met R een onbepaalde substituent). In een complex vormt deze aminogroep een waterstofbrug. Onderzoek wijst uit dat de &amp;amp;quot;reactie&amp;amp;quot;-parameter sterk positief is. Welke soort R-substituenten bevoordeligen de reactie? (leg uit met Hammett-vergelijking en de substituent-parameter) Bekleedt de aminogroep een donor- of acceptorfunctie bij het vormen van deze waterstofbrug?&lt;br /&gt;
#* Waarom is het entropieverlies van complexvorming in oplossing doorgaans kleiner dan in gasfase?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Verklaar waarom de effectieve molariteit stijgt bij een macrocysliche 10-ring, wanneer&lt;br /&gt;
#** a) rigide groepen worden gebruikt&lt;br /&gt;
#** b) heteroatomen worden gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verschil tussen een clathraat en een vaste stof-inclusie complex.&lt;br /&gt;
#* Schrijf de synthese op van dit cavitand (structuur is gegeven) vertrekkende van rescoriol. De cavitand is gelijkend op die in de cursus staat, maar op de 2&#039; plaats heeft deze een COOH groep.&lt;br /&gt;
#* VÃ¶gth synthetiseerde vele cryptanden met substituenten X (structuur is gegeven). Hoe kon hij daarmee de grootte van de caviteit bepalen? &lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Je krijgt een complexatie van een gast en gastheer die via pi-pi interacties complexeert en net naast deze aromatische ringen een waterstofbrug vormt met een amide op de gast.&lt;br /&gt;
#** Men wil d.m.v. substituenteffecten op de aromatische ringen ph1 (= op gast) en ph2 (= op gastheer) de bijdrage voor deze pi-pi interactie meten. Welke complicatie verwacht je echter met deze methode, bij dit specifieke complex?&lt;br /&gt;
#** Verklaar in de tabel (tabel met horizontaal de para-ph1 substituenten en vertikaal de para-ph 2 substituenten) de verlopen van de incrementen. (De incrementen zijn aangepast aan de complicatie die je in het eerste puntje moet geven en zijn dus correct)&lt;br /&gt;
#** Bepaal ook het teken van de Hammett rho parameters.&lt;br /&gt;
#* Trage complexen.&lt;br /&gt;
#** Hoe kan je in een NMR spectrum zien of je te maken hebt met een traag complex&lt;br /&gt;
#** Wat is het voordeel van een extreem traag complex? Geef een relevant voorbeeld van hoe we er gebruik van kunnen maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* match de gasten en de gastheren met de juiste solventen. Gast: 1,4-benzochinon, naftaleen-1,5-dicarbonzuur en 4-butylfenol (&amp;amp;quot;voor mensen die niet goed zijn in naamgeving, zal ik de moleculen even op bord tekenen&amp;amp;quot;). Solvent: water (ph= 2, 6, 10), MeOH, CCl4. Gasten: alpha-cyclodextrine, diazo-18-kroon-6, 18-kroon-6, [2,2]cyclofaan en 2 grote cyclofanen die getekend staan. Geef ook alle niet-covalente reacties en licht uw keuze toe&lt;br /&gt;
#* Wat is CAC, waarom belangrijk en hoe gemeten&lt;br /&gt;
#* reactie van een [2,2,1]cryptand opgebouwd uit bi en triÃ«thyleenglycolderivaten&lt;br /&gt;
#* Membraantransport  van kationen met kroonethers en de voorwaarden waaraan dat kroonether moet voldoen&lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Het teken van rho (Hammet) bepalen uit een tabel met stabiliteitsconstanten met verschillende gevers en zuigers. De link vinden met het reactiemechanisme. Bijkomende vraag: wat gebeurt er met een sterke base en een sterke elektronzuiger. (ja wat onduidelijk als je het molecule niet ziet natuurlijk...)&lt;br /&gt;
#* Stelling: voor het gegeven molecule mag ik zomaar de deltaG optellen om de totale deltaG te berekenen.&lt;br /&gt;
#* Waarom kan het voordelig zijn om synthese van rotaxanen uit te voeren op een vaste fase&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke ionen passen in welke macroringen? (K+, Ag+, Eu3+, Li+ en nog een vieze grote molecule) De macrocyclische verbindingen zijn ook gegeven. Welk solvent pak je best? (H2O, H2O pH 10, MeOH of chloroform) Vermeld welke interacties plaatsvinden&lt;br /&gt;
#* bespreek de synthese van: -een calix[4]areen met twee nitraten, twee n-propyloxy&#039;s en een azakroonetheroverbrugging-&lt;br /&gt;
#* Wat is zijn zelfassemblage en zelforganisatie en illustreer met een voorbeeld&lt;br /&gt;
# MS:&lt;br /&gt;
#* Tabel horende bij compensatie-effect gegeven. Welke interacties? Bespreek de tendens in de tabel en ook het verschil in \Delta S tussen gasfase en oplossing.&lt;br /&gt;
#* tekening van een catenaan met een cyclofaan met nogal wat N in rond een benzokroonether gegeven. Deze verbinding toont met H-NMR slechts twee signalen (3,45 en 6,26 ppm of zo) voor de hydrochinon-waterstoffen. Reden? Bespreek ook de multipliciteit van de signalen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Waarom is ethyleendioxy zo&#039;n populaire eenheid in kroonetherchemie&lt;br /&gt;
#* Welke 2 groepen zijn belangrijk bij de complexatie van Fe bij de sideroforen&lt;br /&gt;
#* 3 gasten (Lithium, azide, tetramethylammonium), 5 solventen (MeOH, H2O( pH 2,6,10), CCl4), gastheren ([2.2.2]-cryptand, all-cis resorcinareen, cram&#039;s sferand, 18-kroon-6,...)&lt;br /&gt;
# M.S.:&lt;br /&gt;
#* Synthese van tetrakationisch cyclofaan&lt;br /&gt;
#* Vraagje over receptor die interageert met gast, welk teken heeft de hammett parameter rho.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Maxime vdB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=1186</id>
		<title>Moleculaire Herkenning</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=1186"/>
		<updated>2018-06-18T11:52:43Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Maxime vdB: /* 15 juni 2018 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verplicht vak voor chemie. Moleculaire herkenning wordt gedoceerd door 2 proffen. Mario smet en Wim &amp;amp;quot;sandalen&amp;amp;quot; Dehaen. 50% van de punten staan op het examen, de andere 50% staan op een paper. Op het examen worden mondelinge vragen gesteld over de paper. Bij prof. Smet zijn dit normaal enkel de vragen die hij geeft bij de feedback op de paper,&lt;br /&gt;
prof. Dehaen stelt vaak ook extra vragen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 ===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze 1,3benzeenringen hebben geen buty meer, en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd. &lt;br /&gt;
#* Nonactine &amp;amp; valinomycine&lt;br /&gt;
#* Gast, gastheer, solvent: &lt;br /&gt;
#** H2O (pH = 3,7, 10), DCM, MeOH&lt;br /&gt;
#** Na+, ammoniumzout*, diamide*, benzoezuur (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
#** Calix[4]areen*, resorcinol uit acetaldehyde en 24u reflux, benzokroonether*, alfa-cyclodextrine, diamine* (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welk proces geeft de grootste entropieverandering met zich mee? &lt;br /&gt;
#** Furaan + H2C=COOR --&amp;gt; furaanring waarvan de twee dubbele bindingen weg zijn en er eentje bij is gekomen waar er eerst de enkele binding was, en de twee koolstoffen naast de zuurstof zijn nu verbonden met de koolstoffen van de dubbele binding van het ester&lt;br /&gt;
#** twee carbonzuren die een dimeer vormen&lt;br /&gt;
#* Bepaal teken rho, heeft pH invloed (molecule is R-C6H5...C6H5-NH2)&lt;br /&gt;
#* Relenza en tamiflu (orale beschikbaarheid en mechanisme)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel de synthese op voor het Lehn&#039;s sferand (structuur gegeven) vanuit (derivaten van) diëthyleenglycolen.&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge-verdunningsvoorwaarden en hoe werkt dit?&lt;br /&gt;
#* Combineer. Gastheren: cyclisch guanidine, cucurbit[8]uril, 30-kroon-10. Gasten: arginine, N-acetyltryptofaan, 1,4-bis(aminoimidazoline)butaan. Solventen: Chloroform, methanol, water pH 2, 7 en 10. (structuren gegeven)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: een pyrrool gesubstitueerd met een alkeen met twee R-substituenten (willekeurig). Dit molecule interageert met een onbekende receptor. Welke interactie veronderstel je? Bepaal het teken van rho. Wat gebeurt er met de absolute waarde van rho wanneer je een R-substituent vervangt door een H-atoom.&lt;br /&gt;
#* Wat is transfectie en hoe kan supramoleculaire chemie hierbij helpen?&lt;br /&gt;
#* Twee verbindingen gegeven, elk met 3 waterstofbindingen (structuren uit slides deel supramoleculaire polymeren). Welke verbinding heeft de grootse associatieconstante en waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke factoren beinvloeden de effectieve molariteit&lt;br /&gt;
#* synthese van hexathia18-kroon-6 vanuit ethyleenglycol en bis(2hydroxyethyl)sulfide op een veilige manier en wat doen we om de opbrengst zo hoog mogelijk te houden&lt;br /&gt;
#* wat zijn ansa-verbindingen en hoe kunnen ze meer inzicht geven over de ruimtevulling van de groepen&lt;br /&gt;
#* een structuur gegeven met 2 NH2 groepen een kroonether en een R (fenyl). 4-aminobutaanzuur is beter oplosbaar dan glycine (2-aminoazijnzuur) en 6-aminohexaanzuur. Hoe komt dit, welke interacties. De oplosbaarheid stijgt wanneer we R vervangen door (4-NO2-fenyl). Verklaar.&lt;br /&gt;
#* er zijn twee isomeren bij de synthese van resorcinarenen. Welke zijn dit?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#SMET:&lt;br /&gt;
#* gegeven een amide: RR&#039;C=CH-CO-N(CH3)2 met onbekende receptor gaat interageren:&lt;br /&gt;
Welke interactie verwachten we, teken van reactieparameter, plus redeneer. Wat gebeurt er met de absolite waarde van de reactieparameter als we een van de R groepen vervangen door een H.&lt;br /&gt;
#* lipskin regel geven en wat is het belang tegenwoordig in farmaceutische industrie &lt;br /&gt;
#* Bij synthese van rotaxanen volgens iemand (Stoddart ofzo)(tetrakationisch complex) zal threading een hogere opbrengst geven dan clipping waarom?&lt;br /&gt;
Waarom dan niet altijd threading?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze twee benzeenringen zijn ook gedebutyleerd en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd.&lt;br /&gt;
#* Bespreek aan de hand van hun structuurelementen de functie van nonactine en valinomycine (structuur gegeven).&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gastheren met de juiste gasten en solventen. Gasten: Natriumion, p-diaminobenzeen, p-diaminobenzeen met beide stikstoffen tetragebutyleerd, benzoÃ«zuur. Gastheren: calix[4]areen, een groot dibenzokroonether, een resorcinareen verkregen na 24 uur reflux, alfa-cyclodextrine en een aromatisch diamide. Solventen: water (pH 3, 7, 10), MeOH &amp;amp;amp; DCM.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* 4-R-pyridine. Deze gast bindt enkel aan de gastheer indien de stikstof geprotoneerd is. Bepaal het teken van de Hammett-parameter rho. Op welke interactie zou de complexatie kunnen berusten?&lt;br /&gt;
#* Geef de twee methoden die gebruikt kunnen worden om de associatieconstante te schrijven in functie van deelassociatieconstanten. Beschrijf de fysische basis van het probleem dat hierbij optreedt.&lt;br /&gt;
#* Bespreek de moleculaire basis van plaquevorming zoals die optreedt bij bijvoorbeeld de ziekte van Alzheimer. Wat zijn de therapeutische mogelijkheden om dit tegen te gaan? Bijvraag: op welke secundaire structuren en soorten interacties berust de associatie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven [2.2.2]cryptand uitgaande van chlooracetamide. Het cryptand heeft stikstoffen als bruggenhoofden, 2 ketens met telkens 2 zuurstoffen en 1 keten met 2 zwavelatomen. En hoe kan je de macroyclisatie bevorderen?&lt;br /&gt;
#* Transport van donor naar acceptorlaag via een organisch membraan? hoe gaat dit het beste met pentaglyme of met een [2.2.2]cryptand. Verklaar.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Je hebt een gesubstitueerd chinoline (onbekende substituent). Dit chinoline complexeert enkel met een gastheer als de N niet geprotoneerd is. wat is het teken van de hammet-parameter Rho? welke interactie zal er zijn tussen de gast en de gastheer?&lt;br /&gt;
#* Geef de 4 belangrijkste entropieveranderingen bij complexatie en bespreek. Welke is verantwoordelijk voor preorganisatie? Leg uit.&lt;br /&gt;
#* Invloed ketenlengte benzokroonether op rendement van een catenaan met een tetrakationisch cyclofaan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven calix[4]hemisferand uitgaande van 2 gegeven fenolen. De receprot bestond uit een calix[4]areen met een hemisferand aangehecht op de 1- en 3-posities.&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van valinomycine en nonactine: bespreek de functie  en hoe de verschillende structuurelementen hiertoe bijdragen.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#**solventen: zuur, neutraal of basisch water, methanol, dicchloormethaan&lt;br /&gt;
#**gastheren: cyclodextrine, een grote benzokroonether, een calyxareen, stoel resorcinareen en een heteroaromatische receptor met amidefuncties.&lt;br /&gt;
#**gasten: natriumion, aromatisch diamine, aromatisch diammoniumzout, benzoÃ«zuur&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Op welke 2 manieren kunnen we de totale associatieconstante beschouwen als een product van deelassociatieconstanten? Wat is bij elk het grootste fysisch probleem? Welk van deze 2 methoden is, op praktische gronden, te verkiezen en waarom?&lt;br /&gt;
#* Gegeven een amide met een para-gesubstitueerde fenylgroep op de N en de carbonyl. Dit molecule gaat waterstofbindingen aan met zowel de zuurstof als de NH. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho voor het substituent op elke benzeenring?&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van een receptor bestaande uit een porfyrinering, gekoppeld aan een calixareen met ketens die veel heteroatomen bevatten. De bindingsconstanten van KI is hoog, die voor NaI en NaClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; tussenin (en ongeveer gelijk), die van KClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; laag. Verklaar waarom. (Deze structuur staat in de cursus ter hoogte van het deel over coÃ¶perativiteit).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2012 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge verdunningsvoorwaarden en geef 2 voorbeelden hoe men dit in de praktijk bewerkstelligt.&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende affiniteit voor het kaliumkation en motiveer: 18-kroon-6, 1,10-dithia-18-kroon-6, benzo-18-kroon-6, [2.2.2]cryptand, 15-kroon-5, 21-kroon-7.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Voor een bepaald hydrofoob (gedeelte van een) gastmolecule werd aangetoond dat het de hydrofobe holte van de gastheer maar voor 55% vult in stabielste toestand. Verklaar thermodynamisch waarom het kan dat deze gedeeltelijk gevulde toestand meer bevoordeeld wordt dan de volledig gevulde holte.&lt;br /&gt;
#* &lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn van belang bij het catenaan gevormd uit &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039;, &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; en &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;?&lt;br /&gt;
#** Wat zou het effect zijn op de bindingsconstante moest het catenaan gevormd worden rond &#039;&#039;&#039;4&#039;&#039;&#039; i.p.v. &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039; en waarom?&lt;br /&gt;
#** Beredeneer het teken van de Hammett parameter Ï van de catenatiereactie van &#039;&#039;&#039;5&#039;&#039;&#039; met het monogealkyleerd derivaat van &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039; (hiermee wordt bedoeld, de open-ketenvorm van &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; enkelvoudig gebonden aan &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;). Sterische effecten van R mogen verwaarloosd worden [[Bestand:CatenaanSmet.png]]&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers synthetiseerden bovenste verbinding als receptor voor de onderste (tekening is &#039;&#039;ongeveer&#039;&#039; juist). Belangrijke interacties hierbij zijn H-bruggen, maar ook de Ï€-Ï€-interacties tussen de eindstandige benzeenringen spelen een beduidende rol. Om aard en sterkte van deze Ï€-Ï€-interacties te onderzoeken synthetiseerde men een aantal derivaten van beide, en mat men het verschil in bindingssterkte voor verschillende substituenten op de benzeenringen. [[Bestand:receptorSmet.png]]&lt;br /&gt;
#** Welke complicatie valt te verwachten bij deze metingen, vanwege de verschillende substituenten op de derivaten?&lt;br /&gt;
#** Verklaar de waargenomen tendensen in de gemeten energiebijdragen, weergegeven in de tabel (deze waarden zijn gecorrigeerd voor de complicaties waarnaar gevraagd in eerste subvraag dus zijn &#039;&#039;juist&#039;&#039;).&lt;br /&gt;
[[Bestand:tabelSmet.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Klassieke vraag. Verbind de juiste gast met gastheer en solvent. Licht toe en zeg welke interacties plaatsvinden.&lt;br /&gt;
#* Wat is de CAC? Waarom is het belangrijk dat deze gemeten wordt en hoe wordt deze gemeten?&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: [[Bestand:MolHerExamenMario.jpg]]&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;Bepaal het teken van &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;X&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep X en &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;R&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep R. Waarom gaat bij zÃ©Ã©r elektronenzuigende groepen, bv. X=F&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, de meting van de complexatieconstante met nucleofiele deeltjes niet meer correct verlopen?&lt;br /&gt;
#* Mag men de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de aromatische ring en de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de gedeprotoneerde carbonzuurfunctie zomaar optellen? Verklaar.&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenMario2.jpg]]&lt;br /&gt;
#* De synthese van rotaxanen op vaste drager kan handig zijn. Onwaar/waar en verklaar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* geef de structuur van cyclotriveratryleen en de synthese vanuit veratrol. Waarom zijn asymmetrisch gesubstitueerde CTV&#039;s chiraal?&lt;br /&gt;
#* hoe kunnen we eigenschappen van een gegeven cyclofaan gebruiken om de grootte van de substituent op de ring te bepalen&lt;br /&gt;
#* geef de synthese van de macroring 15 kroon 5 maar ipv met zuurstoffen met (NH , O , NH, S, S) vanuit HSCH2CH2SH en H2NCH2CH2OCH2CH2NH2&lt;br /&gt;
#* welke gast past in welk solvent bij welke gastheer? gasten: (Fe3+, Yb3+, tetramethylammonium, benzoaat) solventen: (methanol, DCM, water met pH=3,7,10) gastheren:(een resorcinareen, een [4]-calixareen met een -O-CH2COOH op elke ring, een [6]-calixareen met op de ring aan de ene kant een SO3H aan de andere kant een staart met een hydroxyamide rest aan, een [6]-calixareen met daaraan een staart met aan het uiteinde een fenylureum staart&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* gegeven: een receptor met daarop 2 groepen die waterstofbruggen vormen met een HO- en een -CHO op drie verschillende liganden. Welke complex zal het stabielste zijn, en verklaar dit energetisch en entropisch (ligand 1 is een bifenyl, ligand 2 is een bifenyl met een huge (triethylmethyl-)substituent op een van de ringen en ligand 3 is gewoon een alifatische keten met die oh en cho aan de uiteinden)&lt;br /&gt;
#* wat is de dubbele mutantcyclus een geef een voorbeeld dat de voordelen duidelijk maakt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (ochtend) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Bespreek de synthese van volgend cavitand, vertrekkende van resorcinareen. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#* Wat is [2,2]paracyclofaan? Geef de syntheses en eigenschappen (UV-spectrum).&lt;br /&gt;
#* Bespreek het kinetisch en thermodynamisch templaateffect.&lt;br /&gt;
#* 5 Macroringen gegeven; rangschik naar toenemende effectieve molariteit. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven 1-amino-5-R-naftaleen (met R een onbepaalde substituent). In een complex vormt deze aminogroep een waterstofbrug. Onderzoek wijst uit dat de &amp;amp;quot;reactie&amp;amp;quot;-parameter sterk positief is. Welke soort R-substituenten bevoordeligen de reactie? (leg uit met Hammett-vergelijking en de substituent-parameter) Bekleedt de aminogroep een donor- of acceptorfunctie bij het vormen van deze waterstofbrug?&lt;br /&gt;
#* Waarom is het entropieverlies van complexvorming in oplossing doorgaans kleiner dan in gasfase?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Verklaar waarom de effectieve molariteit stijgt bij een macrocysliche 10-ring, wanneer&lt;br /&gt;
#** a) rigide groepen worden gebruikt&lt;br /&gt;
#** b) heteroatomen worden gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verschil tussen een clathraat en een vaste stof-inclusie complex.&lt;br /&gt;
#* Schrijf de synthese op van dit cavitand (structuur is gegeven) vertrekkende van rescoriol. De cavitand is gelijkend op die in de cursus staat, maar op de 2&#039; plaats heeft deze een COOH groep.&lt;br /&gt;
#* VÃ¶gth synthetiseerde vele cryptanden met substituenten X (structuur is gegeven). Hoe kon hij daarmee de grootte van de caviteit bepalen? &lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Je krijgt een complexatie van een gast en gastheer die via pi-pi interacties complexeert en net naast deze aromatische ringen een waterstofbrug vormt met een amide op de gast.&lt;br /&gt;
#** Men wil d.m.v. substituenteffecten op de aromatische ringen ph1 (= op gast) en ph2 (= op gastheer) de bijdrage voor deze pi-pi interactie meten. Welke complicatie verwacht je echter met deze methode, bij dit specifieke complex?&lt;br /&gt;
#** Verklaar in de tabel (tabel met horizontaal de para-ph1 substituenten en vertikaal de para-ph 2 substituenten) de verlopen van de incrementen. (De incrementen zijn aangepast aan de complicatie die je in het eerste puntje moet geven en zijn dus correct)&lt;br /&gt;
#** Bepaal ook het teken van de Hammett rho parameters.&lt;br /&gt;
#* Trage complexen.&lt;br /&gt;
#** Hoe kan je in een NMR spectrum zien of je te maken hebt met een traag complex&lt;br /&gt;
#** Wat is het voordeel van een extreem traag complex? Geef een relevant voorbeeld van hoe we er gebruik van kunnen maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* match de gasten en de gastheren met de juiste solventen. Gast: 1,4-benzochinon, naftaleen-1,5-dicarbonzuur en 4-butylfenol (&amp;amp;quot;voor mensen die niet goed zijn in naamgeving, zal ik de moleculen even op bord tekenen&amp;amp;quot;). Solvent: water (ph= 2, 6, 10), MeOH, CCl4. Gasten: alpha-cyclodextrine, diazo-18-kroon-6, 18-kroon-6, [2,2]cyclofaan en 2 grote cyclofanen die getekend staan. Geef ook alle niet-covalente reacties en licht uw keuze toe&lt;br /&gt;
#* Wat is CAC, waarom belangrijk en hoe gemeten&lt;br /&gt;
#* reactie van een [2,2,1]cryptand opgebouwd uit bi en triÃ«thyleenglycolderivaten&lt;br /&gt;
#* Membraantransport  van kationen met kroonethers en de voorwaarden waaraan dat kroonether moet voldoen&lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Het teken van rho (Hammet) bepalen uit een tabel met stabiliteitsconstanten met verschillende gevers en zuigers. De link vinden met het reactiemechanisme. Bijkomende vraag: wat gebeurt er met een sterke base en een sterke elektronzuiger. (ja wat onduidelijk als je het molecule niet ziet natuurlijk...)&lt;br /&gt;
#* Stelling: voor het gegeven molecule mag ik zomaar de deltaG optellen om de totale deltaG te berekenen.&lt;br /&gt;
#* Waarom kan het voordelig zijn om synthese van rotaxanen uit te voeren op een vaste fase&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke ionen passen in welke macroringen? (K+, Ag+, Eu3+, Li+ en nog een vieze grote molecule) De macrocyclische verbindingen zijn ook gegeven. Welk solvent pak je best? (H2O, H2O pH 10, MeOH of chloroform) Vermeld welke interacties plaatsvinden&lt;br /&gt;
#* bespreek de synthese van: -een calix[4]areen met twee nitraten, twee n-propyloxy&#039;s en een azakroonetheroverbrugging-&lt;br /&gt;
#* Wat is zijn zelfassemblage en zelforganisatie en illustreer met een voorbeeld&lt;br /&gt;
# MS:&lt;br /&gt;
#* Tabel horende bij compensatie-effect gegeven. Welke interacties? Bespreek de tendens in de tabel en ook het verschil in \Delta S tussen gasfase en oplossing.&lt;br /&gt;
#* tekening van een catenaan met een cyclofaan met nogal wat N in rond een benzokroonether gegeven. Deze verbinding toont met H-NMR slechts twee signalen (3,45 en 6,26 ppm of zo) voor de hydrochinon-waterstoffen. Reden? Bespreek ook de multipliciteit van de signalen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Waarom is ethyleendioxy zo&#039;n populaire eenheid in kroonetherchemie&lt;br /&gt;
#* Welke 2 groepen zijn belangrijk bij de complexatie van Fe bij de sideroforen&lt;br /&gt;
#* 3 gasten (Lithium, azide, tetramethylammonium), 5 solventen (MeOH, H2O( pH 2,6,10), CCl4), gastheren ([2.2.2]-cryptand, all-cis resorcinareen, cram&#039;s sferand, 18-kroon-6,...)&lt;br /&gt;
# M.S.:&lt;br /&gt;
#* Synthese van tetrakationisch cyclofaan&lt;br /&gt;
#* Vraagje over receptor die interageert met gast, welk teken heeft de hammett parameter rho.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Maxime vdB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=1185</id>
		<title>Moleculaire Herkenning</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=1185"/>
		<updated>2018-06-18T11:49:50Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Maxime vdB: /* 15 juni 2018 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verplicht vak voor chemie. Moleculaire herkenning wordt gedoceerd door 2 proffen. Mario smet en Wim &amp;amp;quot;sandalen&amp;amp;quot; Dehaen. 50% van de punten staan op het examen, de andere 50% staan op een paper. Op het examen worden mondelinge vragen gesteld over de paper. Bij prof. Smet zijn dit normaal enkel de vragen die hij geeft bij de feedback op de paper,&lt;br /&gt;
prof. Dehaen stelt vaak ook extra vragen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 ===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze twee benzeenringen hebben geen methylvanboven, en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd. De tertbutyls zijn er nog wel&lt;br /&gt;
#* Nonactine &amp;amp; valinomycine&lt;br /&gt;
#* Gast, gastheer, solvent: &lt;br /&gt;
#** H2O (pH = 3,7, 10), DCM, MeOH&lt;br /&gt;
#** Na+, ammoniumzout*, diamide*, benzoezuur (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
#** Calix[4]areen*, resorcinol uit acetaldehyde en 24u reflux, benzokroonether*, alfa-cyclodextrine, diamine* (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welk proces geeft de grootste entropieverandering met zich mee? &lt;br /&gt;
#** Furaan + H2C=COOR --&amp;gt; furaanring waarvan de twee dubbele bindingen weg zijn en er eentje bij is gekomen waar er eerst de enkele binding was, en de twee koolstoffen naast de zuurstof zijn nu verbonden met de koolstoffen van de dubbele binding van het ester&lt;br /&gt;
#** twee carbonzuren die een dimeer vormen&lt;br /&gt;
#* Bepaal teken rho, heeft pH invloed (molecule is R-C6H5...C6H5-NH2)&lt;br /&gt;
#* Relenza en tamiflu (orale beschikbaarheid en mechanisme)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel de synthese op voor het Lehn&#039;s sferand (structuur gegeven) vanuit (derivaten van) diëthyleenglycolen.&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge-verdunningsvoorwaarden en hoe werkt dit?&lt;br /&gt;
#* Combineer. Gastheren: cyclisch guanidine, cucurbit[8]uril, 30-kroon-10. Gasten: arginine, N-acetyltryptofaan, 1,4-bis(aminoimidazoline)butaan. Solventen: Chloroform, methanol, water pH 2, 7 en 10. (structuren gegeven)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: een pyrrool gesubstitueerd met een alkeen met twee R-substituenten (willekeurig). Dit molecule interageert met een onbekende receptor. Welke interactie veronderstel je? Bepaal het teken van rho. Wat gebeurt er met de absolute waarde van rho wanneer je een R-substituent vervangt door een H-atoom.&lt;br /&gt;
#* Wat is transfectie en hoe kan supramoleculaire chemie hierbij helpen?&lt;br /&gt;
#* Twee verbindingen gegeven, elk met 3 waterstofbindingen (structuren uit slides deel supramoleculaire polymeren). Welke verbinding heeft de grootse associatieconstante en waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke factoren beinvloeden de effectieve molariteit&lt;br /&gt;
#* synthese van hexathia18-kroon-6 vanuit ethyleenglycol en bis(2hydroxyethyl)sulfide op een veilige manier en wat doen we om de opbrengst zo hoog mogelijk te houden&lt;br /&gt;
#* wat zijn ansa-verbindingen en hoe kunnen ze meer inzicht geven over de ruimtevulling van de groepen&lt;br /&gt;
#* een structuur gegeven met 2 NH2 groepen een kroonether en een R (fenyl). 4-aminobutaanzuur is beter oplosbaar dan glycine (2-aminoazijnzuur) en 6-aminohexaanzuur. Hoe komt dit, welke interacties. De oplosbaarheid stijgt wanneer we R vervangen door (4-NO2-fenyl). Verklaar.&lt;br /&gt;
#* er zijn twee isomeren bij de synthese van resorcinarenen. Welke zijn dit?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#SMET:&lt;br /&gt;
#* gegeven een amide: RR&#039;C=CH-CO-N(CH3)2 met onbekende receptor gaat interageren:&lt;br /&gt;
Welke interactie verwachten we, teken van reactieparameter, plus redeneer. Wat gebeurt er met de absolite waarde van de reactieparameter als we een van de R groepen vervangen door een H.&lt;br /&gt;
#* lipskin regel geven en wat is het belang tegenwoordig in farmaceutische industrie &lt;br /&gt;
#* Bij synthese van rotaxanen volgens iemand (Stoddart ofzo)(tetrakationisch complex) zal threading een hogere opbrengst geven dan clipping waarom?&lt;br /&gt;
Waarom dan niet altijd threading?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze twee benzeenringen zijn ook gedebutyleerd en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd.&lt;br /&gt;
#* Bespreek aan de hand van hun structuurelementen de functie van nonactine en valinomycine (structuur gegeven).&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gastheren met de juiste gasten en solventen. Gasten: Natriumion, p-diaminobenzeen, p-diaminobenzeen met beide stikstoffen tetragebutyleerd, benzoÃ«zuur. Gastheren: calix[4]areen, een groot dibenzokroonether, een resorcinareen verkregen na 24 uur reflux, alfa-cyclodextrine en een aromatisch diamide. Solventen: water (pH 3, 7, 10), MeOH &amp;amp;amp; DCM.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* 4-R-pyridine. Deze gast bindt enkel aan de gastheer indien de stikstof geprotoneerd is. Bepaal het teken van de Hammett-parameter rho. Op welke interactie zou de complexatie kunnen berusten?&lt;br /&gt;
#* Geef de twee methoden die gebruikt kunnen worden om de associatieconstante te schrijven in functie van deelassociatieconstanten. Beschrijf de fysische basis van het probleem dat hierbij optreedt.&lt;br /&gt;
#* Bespreek de moleculaire basis van plaquevorming zoals die optreedt bij bijvoorbeeld de ziekte van Alzheimer. Wat zijn de therapeutische mogelijkheden om dit tegen te gaan? Bijvraag: op welke secundaire structuren en soorten interacties berust de associatie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven [2.2.2]cryptand uitgaande van chlooracetamide. Het cryptand heeft stikstoffen als bruggenhoofden, 2 ketens met telkens 2 zuurstoffen en 1 keten met 2 zwavelatomen. En hoe kan je de macroyclisatie bevorderen?&lt;br /&gt;
#* Transport van donor naar acceptorlaag via een organisch membraan? hoe gaat dit het beste met pentaglyme of met een [2.2.2]cryptand. Verklaar.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Je hebt een gesubstitueerd chinoline (onbekende substituent). Dit chinoline complexeert enkel met een gastheer als de N niet geprotoneerd is. wat is het teken van de hammet-parameter Rho? welke interactie zal er zijn tussen de gast en de gastheer?&lt;br /&gt;
#* Geef de 4 belangrijkste entropieveranderingen bij complexatie en bespreek. Welke is verantwoordelijk voor preorganisatie? Leg uit.&lt;br /&gt;
#* Invloed ketenlengte benzokroonether op rendement van een catenaan met een tetrakationisch cyclofaan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven calix[4]hemisferand uitgaande van 2 gegeven fenolen. De receprot bestond uit een calix[4]areen met een hemisferand aangehecht op de 1- en 3-posities.&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van valinomycine en nonactine: bespreek de functie  en hoe de verschillende structuurelementen hiertoe bijdragen.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#**solventen: zuur, neutraal of basisch water, methanol, dicchloormethaan&lt;br /&gt;
#**gastheren: cyclodextrine, een grote benzokroonether, een calyxareen, stoel resorcinareen en een heteroaromatische receptor met amidefuncties.&lt;br /&gt;
#**gasten: natriumion, aromatisch diamine, aromatisch diammoniumzout, benzoÃ«zuur&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Op welke 2 manieren kunnen we de totale associatieconstante beschouwen als een product van deelassociatieconstanten? Wat is bij elk het grootste fysisch probleem? Welk van deze 2 methoden is, op praktische gronden, te verkiezen en waarom?&lt;br /&gt;
#* Gegeven een amide met een para-gesubstitueerde fenylgroep op de N en de carbonyl. Dit molecule gaat waterstofbindingen aan met zowel de zuurstof als de NH. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho voor het substituent op elke benzeenring?&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van een receptor bestaande uit een porfyrinering, gekoppeld aan een calixareen met ketens die veel heteroatomen bevatten. De bindingsconstanten van KI is hoog, die voor NaI en NaClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; tussenin (en ongeveer gelijk), die van KClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; laag. Verklaar waarom. (Deze structuur staat in de cursus ter hoogte van het deel over coÃ¶perativiteit).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2012 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge verdunningsvoorwaarden en geef 2 voorbeelden hoe men dit in de praktijk bewerkstelligt.&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende affiniteit voor het kaliumkation en motiveer: 18-kroon-6, 1,10-dithia-18-kroon-6, benzo-18-kroon-6, [2.2.2]cryptand, 15-kroon-5, 21-kroon-7.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Voor een bepaald hydrofoob (gedeelte van een) gastmolecule werd aangetoond dat het de hydrofobe holte van de gastheer maar voor 55% vult in stabielste toestand. Verklaar thermodynamisch waarom het kan dat deze gedeeltelijk gevulde toestand meer bevoordeeld wordt dan de volledig gevulde holte.&lt;br /&gt;
#* &lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn van belang bij het catenaan gevormd uit &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039;, &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; en &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;?&lt;br /&gt;
#** Wat zou het effect zijn op de bindingsconstante moest het catenaan gevormd worden rond &#039;&#039;&#039;4&#039;&#039;&#039; i.p.v. &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039; en waarom?&lt;br /&gt;
#** Beredeneer het teken van de Hammett parameter Ï van de catenatiereactie van &#039;&#039;&#039;5&#039;&#039;&#039; met het monogealkyleerd derivaat van &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039; (hiermee wordt bedoeld, de open-ketenvorm van &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; enkelvoudig gebonden aan &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;). Sterische effecten van R mogen verwaarloosd worden [[Bestand:CatenaanSmet.png]]&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers synthetiseerden bovenste verbinding als receptor voor de onderste (tekening is &#039;&#039;ongeveer&#039;&#039; juist). Belangrijke interacties hierbij zijn H-bruggen, maar ook de Ï€-Ï€-interacties tussen de eindstandige benzeenringen spelen een beduidende rol. Om aard en sterkte van deze Ï€-Ï€-interacties te onderzoeken synthetiseerde men een aantal derivaten van beide, en mat men het verschil in bindingssterkte voor verschillende substituenten op de benzeenringen. [[Bestand:receptorSmet.png]]&lt;br /&gt;
#** Welke complicatie valt te verwachten bij deze metingen, vanwege de verschillende substituenten op de derivaten?&lt;br /&gt;
#** Verklaar de waargenomen tendensen in de gemeten energiebijdragen, weergegeven in de tabel (deze waarden zijn gecorrigeerd voor de complicaties waarnaar gevraagd in eerste subvraag dus zijn &#039;&#039;juist&#039;&#039;).&lt;br /&gt;
[[Bestand:tabelSmet.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Klassieke vraag. Verbind de juiste gast met gastheer en solvent. Licht toe en zeg welke interacties plaatsvinden.&lt;br /&gt;
#* Wat is de CAC? Waarom is het belangrijk dat deze gemeten wordt en hoe wordt deze gemeten?&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: [[Bestand:MolHerExamenMario.jpg]]&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;Bepaal het teken van &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;X&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep X en &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;R&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep R. Waarom gaat bij zÃ©Ã©r elektronenzuigende groepen, bv. X=F&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, de meting van de complexatieconstante met nucleofiele deeltjes niet meer correct verlopen?&lt;br /&gt;
#* Mag men de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de aromatische ring en de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de gedeprotoneerde carbonzuurfunctie zomaar optellen? Verklaar.&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenMario2.jpg]]&lt;br /&gt;
#* De synthese van rotaxanen op vaste drager kan handig zijn. Onwaar/waar en verklaar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* geef de structuur van cyclotriveratryleen en de synthese vanuit veratrol. Waarom zijn asymmetrisch gesubstitueerde CTV&#039;s chiraal?&lt;br /&gt;
#* hoe kunnen we eigenschappen van een gegeven cyclofaan gebruiken om de grootte van de substituent op de ring te bepalen&lt;br /&gt;
#* geef de synthese van de macroring 15 kroon 5 maar ipv met zuurstoffen met (NH , O , NH, S, S) vanuit HSCH2CH2SH en H2NCH2CH2OCH2CH2NH2&lt;br /&gt;
#* welke gast past in welk solvent bij welke gastheer? gasten: (Fe3+, Yb3+, tetramethylammonium, benzoaat) solventen: (methanol, DCM, water met pH=3,7,10) gastheren:(een resorcinareen, een [4]-calixareen met een -O-CH2COOH op elke ring, een [6]-calixareen met op de ring aan de ene kant een SO3H aan de andere kant een staart met een hydroxyamide rest aan, een [6]-calixareen met daaraan een staart met aan het uiteinde een fenylureum staart&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* gegeven: een receptor met daarop 2 groepen die waterstofbruggen vormen met een HO- en een -CHO op drie verschillende liganden. Welke complex zal het stabielste zijn, en verklaar dit energetisch en entropisch (ligand 1 is een bifenyl, ligand 2 is een bifenyl met een huge (triethylmethyl-)substituent op een van de ringen en ligand 3 is gewoon een alifatische keten met die oh en cho aan de uiteinden)&lt;br /&gt;
#* wat is de dubbele mutantcyclus een geef een voorbeeld dat de voordelen duidelijk maakt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (ochtend) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Bespreek de synthese van volgend cavitand, vertrekkende van resorcinareen. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#* Wat is [2,2]paracyclofaan? Geef de syntheses en eigenschappen (UV-spectrum).&lt;br /&gt;
#* Bespreek het kinetisch en thermodynamisch templaateffect.&lt;br /&gt;
#* 5 Macroringen gegeven; rangschik naar toenemende effectieve molariteit. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven 1-amino-5-R-naftaleen (met R een onbepaalde substituent). In een complex vormt deze aminogroep een waterstofbrug. Onderzoek wijst uit dat de &amp;amp;quot;reactie&amp;amp;quot;-parameter sterk positief is. Welke soort R-substituenten bevoordeligen de reactie? (leg uit met Hammett-vergelijking en de substituent-parameter) Bekleedt de aminogroep een donor- of acceptorfunctie bij het vormen van deze waterstofbrug?&lt;br /&gt;
#* Waarom is het entropieverlies van complexvorming in oplossing doorgaans kleiner dan in gasfase?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Verklaar waarom de effectieve molariteit stijgt bij een macrocysliche 10-ring, wanneer&lt;br /&gt;
#** a) rigide groepen worden gebruikt&lt;br /&gt;
#** b) heteroatomen worden gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verschil tussen een clathraat en een vaste stof-inclusie complex.&lt;br /&gt;
#* Schrijf de synthese op van dit cavitand (structuur is gegeven) vertrekkende van rescoriol. De cavitand is gelijkend op die in de cursus staat, maar op de 2&#039; plaats heeft deze een COOH groep.&lt;br /&gt;
#* VÃ¶gth synthetiseerde vele cryptanden met substituenten X (structuur is gegeven). Hoe kon hij daarmee de grootte van de caviteit bepalen? &lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Je krijgt een complexatie van een gast en gastheer die via pi-pi interacties complexeert en net naast deze aromatische ringen een waterstofbrug vormt met een amide op de gast.&lt;br /&gt;
#** Men wil d.m.v. substituenteffecten op de aromatische ringen ph1 (= op gast) en ph2 (= op gastheer) de bijdrage voor deze pi-pi interactie meten. Welke complicatie verwacht je echter met deze methode, bij dit specifieke complex?&lt;br /&gt;
#** Verklaar in de tabel (tabel met horizontaal de para-ph1 substituenten en vertikaal de para-ph 2 substituenten) de verlopen van de incrementen. (De incrementen zijn aangepast aan de complicatie die je in het eerste puntje moet geven en zijn dus correct)&lt;br /&gt;
#** Bepaal ook het teken van de Hammett rho parameters.&lt;br /&gt;
#* Trage complexen.&lt;br /&gt;
#** Hoe kan je in een NMR spectrum zien of je te maken hebt met een traag complex&lt;br /&gt;
#** Wat is het voordeel van een extreem traag complex? Geef een relevant voorbeeld van hoe we er gebruik van kunnen maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* match de gasten en de gastheren met de juiste solventen. Gast: 1,4-benzochinon, naftaleen-1,5-dicarbonzuur en 4-butylfenol (&amp;amp;quot;voor mensen die niet goed zijn in naamgeving, zal ik de moleculen even op bord tekenen&amp;amp;quot;). Solvent: water (ph= 2, 6, 10), MeOH, CCl4. Gasten: alpha-cyclodextrine, diazo-18-kroon-6, 18-kroon-6, [2,2]cyclofaan en 2 grote cyclofanen die getekend staan. Geef ook alle niet-covalente reacties en licht uw keuze toe&lt;br /&gt;
#* Wat is CAC, waarom belangrijk en hoe gemeten&lt;br /&gt;
#* reactie van een [2,2,1]cryptand opgebouwd uit bi en triÃ«thyleenglycolderivaten&lt;br /&gt;
#* Membraantransport  van kationen met kroonethers en de voorwaarden waaraan dat kroonether moet voldoen&lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Het teken van rho (Hammet) bepalen uit een tabel met stabiliteitsconstanten met verschillende gevers en zuigers. De link vinden met het reactiemechanisme. Bijkomende vraag: wat gebeurt er met een sterke base en een sterke elektronzuiger. (ja wat onduidelijk als je het molecule niet ziet natuurlijk...)&lt;br /&gt;
#* Stelling: voor het gegeven molecule mag ik zomaar de deltaG optellen om de totale deltaG te berekenen.&lt;br /&gt;
#* Waarom kan het voordelig zijn om synthese van rotaxanen uit te voeren op een vaste fase&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke ionen passen in welke macroringen? (K+, Ag+, Eu3+, Li+ en nog een vieze grote molecule) De macrocyclische verbindingen zijn ook gegeven. Welk solvent pak je best? (H2O, H2O pH 10, MeOH of chloroform) Vermeld welke interacties plaatsvinden&lt;br /&gt;
#* bespreek de synthese van: -een calix[4]areen met twee nitraten, twee n-propyloxy&#039;s en een azakroonetheroverbrugging-&lt;br /&gt;
#* Wat is zijn zelfassemblage en zelforganisatie en illustreer met een voorbeeld&lt;br /&gt;
# MS:&lt;br /&gt;
#* Tabel horende bij compensatie-effect gegeven. Welke interacties? Bespreek de tendens in de tabel en ook het verschil in \Delta S tussen gasfase en oplossing.&lt;br /&gt;
#* tekening van een catenaan met een cyclofaan met nogal wat N in rond een benzokroonether gegeven. Deze verbinding toont met H-NMR slechts twee signalen (3,45 en 6,26 ppm of zo) voor de hydrochinon-waterstoffen. Reden? Bespreek ook de multipliciteit van de signalen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Waarom is ethyleendioxy zo&#039;n populaire eenheid in kroonetherchemie&lt;br /&gt;
#* Welke 2 groepen zijn belangrijk bij de complexatie van Fe bij de sideroforen&lt;br /&gt;
#* 3 gasten (Lithium, azide, tetramethylammonium), 5 solventen (MeOH, H2O( pH 2,6,10), CCl4), gastheren ([2.2.2]-cryptand, all-cis resorcinareen, cram&#039;s sferand, 18-kroon-6,...)&lt;br /&gt;
# M.S.:&lt;br /&gt;
#* Synthese van tetrakationisch cyclofaan&lt;br /&gt;
#* Vraagje over receptor die interageert met gast, welk teken heeft de hammett parameter rho.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Maxime vdB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=1184</id>
		<title>Moleculaire Herkenning</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=1184"/>
		<updated>2018-06-18T11:24:06Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Maxime vdB: /* juni 2018 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verplicht vak voor chemie. Moleculaire herkenning wordt gedoceerd door 2 proffen. Mario smet en Wim &amp;amp;quot;sandalen&amp;amp;quot; Dehaen. 50% van de punten staan op het examen, de andere 50% staan op een paper. Op het examen worden mondelinge vragen gesteld over de paper. Bij prof. Smet zijn dit normaal enkel de vragen die hij geeft bij de feedback op de paper,&lt;br /&gt;
prof. Dehaen stelt vaak ook extra vragen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 ===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze twee benzeenringen zijn ook gedebutyleerd en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd.&lt;br /&gt;
#* Nonactine &amp;amp; valinomycine&lt;br /&gt;
#* Gast, gastheer, solvent: &lt;br /&gt;
#** H2O (pH = 3,7, 10), DCM, MeOH&lt;br /&gt;
#** Na+, ammoniumzout*, diamide*, benzoezuur (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
#** Calix[4]areen*, resorcinol uit acetaldehyde en 24u reflux, benzokroonether*, alfa-cyclodextrine, diamine* (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welk proces geeft de grootste entropieverandering met zich mee? &lt;br /&gt;
#** Furaan + H2C=COOR --&amp;gt; furaanring waarvan de twee dubbele bindingen weg zijn en er eentje bij is gekomen waar er eerst de enkele binding was, en de twee koolstoffen naast de zuurstof zijn nu verbonden met de koolstoffen van de dubbele binding van het ester&lt;br /&gt;
#** twee carbonzuren die een dimeer vormen&lt;br /&gt;
#* Bepaal teken rho, heeft pH invloed (molecule is R-C6H5...C6H5-NH2)&lt;br /&gt;
#* Relenza en tamiflu (orale beschikbaarheid en mechanisme)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel de synthese op voor het Lehn&#039;s sferand (structuur gegeven) vanuit (derivaten van) diëthyleenglycolen.&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge-verdunningsvoorwaarden en hoe werkt dit?&lt;br /&gt;
#* Combineer. Gastheren: cyclisch guanidine, cucurbit[8]uril, 30-kroon-10. Gasten: arginine, N-acetyltryptofaan, 1,4-bis(aminoimidazoline)butaan. Solventen: Chloroform, methanol, water pH 2, 7 en 10. (structuren gegeven)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: een pyrrool gesubstitueerd met een alkeen met twee R-substituenten (willekeurig). Dit molecule interageert met een onbekende receptor. Welke interactie veronderstel je? Bepaal het teken van rho. Wat gebeurt er met de absolute waarde van rho wanneer je een R-substituent vervangt door een H-atoom.&lt;br /&gt;
#* Wat is transfectie en hoe kan supramoleculaire chemie hierbij helpen?&lt;br /&gt;
#* Twee verbindingen gegeven, elk met 3 waterstofbindingen (structuren uit slides deel supramoleculaire polymeren). Welke verbinding heeft de grootse associatieconstante en waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke factoren beinvloeden de effectieve molariteit&lt;br /&gt;
#* synthese van hexathia18-kroon-6 vanuit ethyleenglycol en bis(2hydroxyethyl)sulfide op een veilige manier en wat doen we om de opbrengst zo hoog mogelijk te houden&lt;br /&gt;
#* wat zijn ansa-verbindingen en hoe kunnen ze meer inzicht geven over de ruimtevulling van de groepen&lt;br /&gt;
#* een structuur gegeven met 2 NH2 groepen een kroonether en een R (fenyl). 4-aminobutaanzuur is beter oplosbaar dan glycine (2-aminoazijnzuur) en 6-aminohexaanzuur. Hoe komt dit, welke interacties. De oplosbaarheid stijgt wanneer we R vervangen door (4-NO2-fenyl). Verklaar.&lt;br /&gt;
#* er zijn twee isomeren bij de synthese van resorcinarenen. Welke zijn dit?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#SMET:&lt;br /&gt;
#* gegeven een amide: RR&#039;C=CH-CO-N(CH3)2 met onbekende receptor gaat interageren:&lt;br /&gt;
Welke interactie verwachten we, teken van reactieparameter, plus redeneer. Wat gebeurt er met de absolite waarde van de reactieparameter als we een van de R groepen vervangen door een H.&lt;br /&gt;
#* lipskin regel geven en wat is het belang tegenwoordig in farmaceutische industrie &lt;br /&gt;
#* Bij synthese van rotaxanen volgens iemand (Stoddart ofzo)(tetrakationisch complex) zal threading een hogere opbrengst geven dan clipping waarom?&lt;br /&gt;
Waarom dan niet altijd threading?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze twee benzeenringen zijn ook gedebutyleerd en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd.&lt;br /&gt;
#* Bespreek aan de hand van hun structuurelementen de functie van nonactine en valinomycine (structuur gegeven).&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gastheren met de juiste gasten en solventen. Gasten: Natriumion, p-diaminobenzeen, p-diaminobenzeen met beide stikstoffen tetragebutyleerd, benzoÃ«zuur. Gastheren: calix[4]areen, een groot dibenzokroonether, een resorcinareen verkregen na 24 uur reflux, alfa-cyclodextrine en een aromatisch diamide. Solventen: water (pH 3, 7, 10), MeOH &amp;amp;amp; DCM.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* 4-R-pyridine. Deze gast bindt enkel aan de gastheer indien de stikstof geprotoneerd is. Bepaal het teken van de Hammett-parameter rho. Op welke interactie zou de complexatie kunnen berusten?&lt;br /&gt;
#* Geef de twee methoden die gebruikt kunnen worden om de associatieconstante te schrijven in functie van deelassociatieconstanten. Beschrijf de fysische basis van het probleem dat hierbij optreedt.&lt;br /&gt;
#* Bespreek de moleculaire basis van plaquevorming zoals die optreedt bij bijvoorbeeld de ziekte van Alzheimer. Wat zijn de therapeutische mogelijkheden om dit tegen te gaan? Bijvraag: op welke secundaire structuren en soorten interacties berust de associatie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven [2.2.2]cryptand uitgaande van chlooracetamide. Het cryptand heeft stikstoffen als bruggenhoofden, 2 ketens met telkens 2 zuurstoffen en 1 keten met 2 zwavelatomen. En hoe kan je de macroyclisatie bevorderen?&lt;br /&gt;
#* Transport van donor naar acceptorlaag via een organisch membraan? hoe gaat dit het beste met pentaglyme of met een [2.2.2]cryptand. Verklaar.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Je hebt een gesubstitueerd chinoline (onbekende substituent). Dit chinoline complexeert enkel met een gastheer als de N niet geprotoneerd is. wat is het teken van de hammet-parameter Rho? welke interactie zal er zijn tussen de gast en de gastheer?&lt;br /&gt;
#* Geef de 4 belangrijkste entropieveranderingen bij complexatie en bespreek. Welke is verantwoordelijk voor preorganisatie? Leg uit.&lt;br /&gt;
#* Invloed ketenlengte benzokroonether op rendement van een catenaan met een tetrakationisch cyclofaan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven calix[4]hemisferand uitgaande van 2 gegeven fenolen. De receprot bestond uit een calix[4]areen met een hemisferand aangehecht op de 1- en 3-posities.&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van valinomycine en nonactine: bespreek de functie  en hoe de verschillende structuurelementen hiertoe bijdragen.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#**solventen: zuur, neutraal of basisch water, methanol, dicchloormethaan&lt;br /&gt;
#**gastheren: cyclodextrine, een grote benzokroonether, een calyxareen, stoel resorcinareen en een heteroaromatische receptor met amidefuncties.&lt;br /&gt;
#**gasten: natriumion, aromatisch diamine, aromatisch diammoniumzout, benzoÃ«zuur&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Op welke 2 manieren kunnen we de totale associatieconstante beschouwen als een product van deelassociatieconstanten? Wat is bij elk het grootste fysisch probleem? Welk van deze 2 methoden is, op praktische gronden, te verkiezen en waarom?&lt;br /&gt;
#* Gegeven een amide met een para-gesubstitueerde fenylgroep op de N en de carbonyl. Dit molecule gaat waterstofbindingen aan met zowel de zuurstof als de NH. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho voor het substituent op elke benzeenring?&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van een receptor bestaande uit een porfyrinering, gekoppeld aan een calixareen met ketens die veel heteroatomen bevatten. De bindingsconstanten van KI is hoog, die voor NaI en NaClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; tussenin (en ongeveer gelijk), die van KClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; laag. Verklaar waarom. (Deze structuur staat in de cursus ter hoogte van het deel over coÃ¶perativiteit).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2012 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge verdunningsvoorwaarden en geef 2 voorbeelden hoe men dit in de praktijk bewerkstelligt.&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende affiniteit voor het kaliumkation en motiveer: 18-kroon-6, 1,10-dithia-18-kroon-6, benzo-18-kroon-6, [2.2.2]cryptand, 15-kroon-5, 21-kroon-7.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Voor een bepaald hydrofoob (gedeelte van een) gastmolecule werd aangetoond dat het de hydrofobe holte van de gastheer maar voor 55% vult in stabielste toestand. Verklaar thermodynamisch waarom het kan dat deze gedeeltelijk gevulde toestand meer bevoordeeld wordt dan de volledig gevulde holte.&lt;br /&gt;
#* &lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn van belang bij het catenaan gevormd uit &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039;, &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; en &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;?&lt;br /&gt;
#** Wat zou het effect zijn op de bindingsconstante moest het catenaan gevormd worden rond &#039;&#039;&#039;4&#039;&#039;&#039; i.p.v. &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039; en waarom?&lt;br /&gt;
#** Beredeneer het teken van de Hammett parameter Ï van de catenatiereactie van &#039;&#039;&#039;5&#039;&#039;&#039; met het monogealkyleerd derivaat van &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039; (hiermee wordt bedoeld, de open-ketenvorm van &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; enkelvoudig gebonden aan &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;). Sterische effecten van R mogen verwaarloosd worden [[Bestand:CatenaanSmet.png]]&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers synthetiseerden bovenste verbinding als receptor voor de onderste (tekening is &#039;&#039;ongeveer&#039;&#039; juist). Belangrijke interacties hierbij zijn H-bruggen, maar ook de Ï€-Ï€-interacties tussen de eindstandige benzeenringen spelen een beduidende rol. Om aard en sterkte van deze Ï€-Ï€-interacties te onderzoeken synthetiseerde men een aantal derivaten van beide, en mat men het verschil in bindingssterkte voor verschillende substituenten op de benzeenringen. [[Bestand:receptorSmet.png]]&lt;br /&gt;
#** Welke complicatie valt te verwachten bij deze metingen, vanwege de verschillende substituenten op de derivaten?&lt;br /&gt;
#** Verklaar de waargenomen tendensen in de gemeten energiebijdragen, weergegeven in de tabel (deze waarden zijn gecorrigeerd voor de complicaties waarnaar gevraagd in eerste subvraag dus zijn &#039;&#039;juist&#039;&#039;).&lt;br /&gt;
[[Bestand:tabelSmet.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Klassieke vraag. Verbind de juiste gast met gastheer en solvent. Licht toe en zeg welke interacties plaatsvinden.&lt;br /&gt;
#* Wat is de CAC? Waarom is het belangrijk dat deze gemeten wordt en hoe wordt deze gemeten?&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: [[Bestand:MolHerExamenMario.jpg]]&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;Bepaal het teken van &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;X&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep X en &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;R&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep R. Waarom gaat bij zÃ©Ã©r elektronenzuigende groepen, bv. X=F&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, de meting van de complexatieconstante met nucleofiele deeltjes niet meer correct verlopen?&lt;br /&gt;
#* Mag men de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de aromatische ring en de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de gedeprotoneerde carbonzuurfunctie zomaar optellen? Verklaar.&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenMario2.jpg]]&lt;br /&gt;
#* De synthese van rotaxanen op vaste drager kan handig zijn. Onwaar/waar en verklaar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* geef de structuur van cyclotriveratryleen en de synthese vanuit veratrol. Waarom zijn asymmetrisch gesubstitueerde CTV&#039;s chiraal?&lt;br /&gt;
#* hoe kunnen we eigenschappen van een gegeven cyclofaan gebruiken om de grootte van de substituent op de ring te bepalen&lt;br /&gt;
#* geef de synthese van de macroring 15 kroon 5 maar ipv met zuurstoffen met (NH , O , NH, S, S) vanuit HSCH2CH2SH en H2NCH2CH2OCH2CH2NH2&lt;br /&gt;
#* welke gast past in welk solvent bij welke gastheer? gasten: (Fe3+, Yb3+, tetramethylammonium, benzoaat) solventen: (methanol, DCM, water met pH=3,7,10) gastheren:(een resorcinareen, een [4]-calixareen met een -O-CH2COOH op elke ring, een [6]-calixareen met op de ring aan de ene kant een SO3H aan de andere kant een staart met een hydroxyamide rest aan, een [6]-calixareen met daaraan een staart met aan het uiteinde een fenylureum staart&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* gegeven: een receptor met daarop 2 groepen die waterstofbruggen vormen met een HO- en een -CHO op drie verschillende liganden. Welke complex zal het stabielste zijn, en verklaar dit energetisch en entropisch (ligand 1 is een bifenyl, ligand 2 is een bifenyl met een huge (triethylmethyl-)substituent op een van de ringen en ligand 3 is gewoon een alifatische keten met die oh en cho aan de uiteinden)&lt;br /&gt;
#* wat is de dubbele mutantcyclus een geef een voorbeeld dat de voordelen duidelijk maakt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (ochtend) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Bespreek de synthese van volgend cavitand, vertrekkende van resorcinareen. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#* Wat is [2,2]paracyclofaan? Geef de syntheses en eigenschappen (UV-spectrum).&lt;br /&gt;
#* Bespreek het kinetisch en thermodynamisch templaateffect.&lt;br /&gt;
#* 5 Macroringen gegeven; rangschik naar toenemende effectieve molariteit. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven 1-amino-5-R-naftaleen (met R een onbepaalde substituent). In een complex vormt deze aminogroep een waterstofbrug. Onderzoek wijst uit dat de &amp;amp;quot;reactie&amp;amp;quot;-parameter sterk positief is. Welke soort R-substituenten bevoordeligen de reactie? (leg uit met Hammett-vergelijking en de substituent-parameter) Bekleedt de aminogroep een donor- of acceptorfunctie bij het vormen van deze waterstofbrug?&lt;br /&gt;
#* Waarom is het entropieverlies van complexvorming in oplossing doorgaans kleiner dan in gasfase?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Verklaar waarom de effectieve molariteit stijgt bij een macrocysliche 10-ring, wanneer&lt;br /&gt;
#** a) rigide groepen worden gebruikt&lt;br /&gt;
#** b) heteroatomen worden gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verschil tussen een clathraat en een vaste stof-inclusie complex.&lt;br /&gt;
#* Schrijf de synthese op van dit cavitand (structuur is gegeven) vertrekkende van rescoriol. De cavitand is gelijkend op die in de cursus staat, maar op de 2&#039; plaats heeft deze een COOH groep.&lt;br /&gt;
#* VÃ¶gth synthetiseerde vele cryptanden met substituenten X (structuur is gegeven). Hoe kon hij daarmee de grootte van de caviteit bepalen? &lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Je krijgt een complexatie van een gast en gastheer die via pi-pi interacties complexeert en net naast deze aromatische ringen een waterstofbrug vormt met een amide op de gast.&lt;br /&gt;
#** Men wil d.m.v. substituenteffecten op de aromatische ringen ph1 (= op gast) en ph2 (= op gastheer) de bijdrage voor deze pi-pi interactie meten. Welke complicatie verwacht je echter met deze methode, bij dit specifieke complex?&lt;br /&gt;
#** Verklaar in de tabel (tabel met horizontaal de para-ph1 substituenten en vertikaal de para-ph 2 substituenten) de verlopen van de incrementen. (De incrementen zijn aangepast aan de complicatie die je in het eerste puntje moet geven en zijn dus correct)&lt;br /&gt;
#** Bepaal ook het teken van de Hammett rho parameters.&lt;br /&gt;
#* Trage complexen.&lt;br /&gt;
#** Hoe kan je in een NMR spectrum zien of je te maken hebt met een traag complex&lt;br /&gt;
#** Wat is het voordeel van een extreem traag complex? Geef een relevant voorbeeld van hoe we er gebruik van kunnen maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* match de gasten en de gastheren met de juiste solventen. Gast: 1,4-benzochinon, naftaleen-1,5-dicarbonzuur en 4-butylfenol (&amp;amp;quot;voor mensen die niet goed zijn in naamgeving, zal ik de moleculen even op bord tekenen&amp;amp;quot;). Solvent: water (ph= 2, 6, 10), MeOH, CCl4. Gasten: alpha-cyclodextrine, diazo-18-kroon-6, 18-kroon-6, [2,2]cyclofaan en 2 grote cyclofanen die getekend staan. Geef ook alle niet-covalente reacties en licht uw keuze toe&lt;br /&gt;
#* Wat is CAC, waarom belangrijk en hoe gemeten&lt;br /&gt;
#* reactie van een [2,2,1]cryptand opgebouwd uit bi en triÃ«thyleenglycolderivaten&lt;br /&gt;
#* Membraantransport  van kationen met kroonethers en de voorwaarden waaraan dat kroonether moet voldoen&lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Het teken van rho (Hammet) bepalen uit een tabel met stabiliteitsconstanten met verschillende gevers en zuigers. De link vinden met het reactiemechanisme. Bijkomende vraag: wat gebeurt er met een sterke base en een sterke elektronzuiger. (ja wat onduidelijk als je het molecule niet ziet natuurlijk...)&lt;br /&gt;
#* Stelling: voor het gegeven molecule mag ik zomaar de deltaG optellen om de totale deltaG te berekenen.&lt;br /&gt;
#* Waarom kan het voordelig zijn om synthese van rotaxanen uit te voeren op een vaste fase&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke ionen passen in welke macroringen? (K+, Ag+, Eu3+, Li+ en nog een vieze grote molecule) De macrocyclische verbindingen zijn ook gegeven. Welk solvent pak je best? (H2O, H2O pH 10, MeOH of chloroform) Vermeld welke interacties plaatsvinden&lt;br /&gt;
#* bespreek de synthese van: -een calix[4]areen met twee nitraten, twee n-propyloxy&#039;s en een azakroonetheroverbrugging-&lt;br /&gt;
#* Wat is zijn zelfassemblage en zelforganisatie en illustreer met een voorbeeld&lt;br /&gt;
# MS:&lt;br /&gt;
#* Tabel horende bij compensatie-effect gegeven. Welke interacties? Bespreek de tendens in de tabel en ook het verschil in \Delta S tussen gasfase en oplossing.&lt;br /&gt;
#* tekening van een catenaan met een cyclofaan met nogal wat N in rond een benzokroonether gegeven. Deze verbinding toont met H-NMR slechts twee signalen (3,45 en 6,26 ppm of zo) voor de hydrochinon-waterstoffen. Reden? Bespreek ook de multipliciteit van de signalen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Waarom is ethyleendioxy zo&#039;n populaire eenheid in kroonetherchemie&lt;br /&gt;
#* Welke 2 groepen zijn belangrijk bij de complexatie van Fe bij de sideroforen&lt;br /&gt;
#* 3 gasten (Lithium, azide, tetramethylammonium), 5 solventen (MeOH, H2O( pH 2,6,10), CCl4), gastheren ([2.2.2]-cryptand, all-cis resorcinareen, cram&#039;s sferand, 18-kroon-6,...)&lt;br /&gt;
# M.S.:&lt;br /&gt;
#* Synthese van tetrakationisch cyclofaan&lt;br /&gt;
#* Vraagje over receptor die interageert met gast, welk teken heeft de hammett parameter rho.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Maxime vdB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=1183</id>
		<title>Moleculaire Herkenning</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=1183"/>
		<updated>2018-06-18T11:22:51Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Maxime vdB: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verplicht vak voor chemie. Moleculaire herkenning wordt gedoceerd door 2 proffen. Mario smet en Wim &amp;amp;quot;sandalen&amp;amp;quot; Dehaen. 50% van de punten staan op het examen, de andere 50% staan op een paper. Op het examen worden mondelinge vragen gesteld over de paper. Bij prof. Smet zijn dit normaal enkel de vragen die hij geeft bij de feedback op de paper,&lt;br /&gt;
prof. Dehaen stelt vaak ook extra vragen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== juni 2018 ===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze twee benzeenringen zijn ook gedebutyleerd en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd.&lt;br /&gt;
#* Nonactine &amp;amp; valinomycine&lt;br /&gt;
#* Gast, gastheer, solvent: &lt;br /&gt;
#** H2O (pH = 3,7, 10), DCM, MeOH&lt;br /&gt;
#** Na+, ammoniumzout*, diamide*, benzoezuur (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
#** Calix[4]areen*, resorcinol uit acetaldehyde en 24u reflux, benzokroonether*, alfa-cyclodextrine, diamine* (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welk proces geeft de grootste entropieverandering met zich mee? &lt;br /&gt;
#** Furaan + H2C=COOR --&amp;gt; furaanring waarvan de twee dubbele bindingen weg zijn en er eentje bij is gekomen waar er eerst de enkele binding was, en de twee koolstoffen naast de zuurstof zijn nu verbonden met de koolstoffen van de dubbele binding van het ester&lt;br /&gt;
#** twee carbonzuren die een dimeer vormen&lt;br /&gt;
#* Bepaal teken rho, heeft pH invloed (molecule is R-C6H5...C6H5-NH2)&lt;br /&gt;
#* Relenza en tamiflu (orale beschikbaarheid en mechanisme)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel de synthese op voor het Lehn&#039;s sferand (structuur gegeven) vanuit (derivaten van) diëthyleenglycolen.&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge-verdunningsvoorwaarden en hoe werkt dit?&lt;br /&gt;
#* Combineer. Gastheren: cyclisch guanidine, cucurbit[8]uril, 30-kroon-10. Gasten: arginine, N-acetyltryptofaan, 1,4-bis(aminoimidazoline)butaan. Solventen: Chloroform, methanol, water pH 2, 7 en 10. (structuren gegeven)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: een pyrrool gesubstitueerd met een alkeen met twee R-substituenten (willekeurig). Dit molecule interageert met een onbekende receptor. Welke interactie veronderstel je? Bepaal het teken van rho. Wat gebeurt er met de absolute waarde van rho wanneer je een R-substituent vervangt door een H-atoom.&lt;br /&gt;
#* Wat is transfectie en hoe kan supramoleculaire chemie hierbij helpen?&lt;br /&gt;
#* Twee verbindingen gegeven, elk met 3 waterstofbindingen (structuren uit slides deel supramoleculaire polymeren). Welke verbinding heeft de grootse associatieconstante en waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke factoren beinvloeden de effectieve molariteit&lt;br /&gt;
#* synthese van hexathia18-kroon-6 vanuit ethyleenglycol en bis(2hydroxyethyl)sulfide op een veilige manier en wat doen we om de opbrengst zo hoog mogelijk te houden&lt;br /&gt;
#* wat zijn ansa-verbindingen en hoe kunnen ze meer inzicht geven over de ruimtevulling van de groepen&lt;br /&gt;
#* een structuur gegeven met 2 NH2 groepen een kroonether en een R (fenyl). 4-aminobutaanzuur is beter oplosbaar dan glycine (2-aminoazijnzuur) en 6-aminohexaanzuur. Hoe komt dit, welke interacties. De oplosbaarheid stijgt wanneer we R vervangen door (4-NO2-fenyl). Verklaar.&lt;br /&gt;
#* er zijn twee isomeren bij de synthese van resorcinarenen. Welke zijn dit?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#SMET:&lt;br /&gt;
#* gegeven een amide: RR&#039;C=CH-CO-N(CH3)2 met onbekende receptor gaat interageren:&lt;br /&gt;
Welke interactie verwachten we, teken van reactieparameter, plus redeneer. Wat gebeurt er met de absolite waarde van de reactieparameter als we een van de R groepen vervangen door een H.&lt;br /&gt;
#* lipskin regel geven en wat is het belang tegenwoordig in farmaceutische industrie &lt;br /&gt;
#* Bij synthese van rotaxanen volgens iemand (Stoddart ofzo)(tetrakationisch complex) zal threading een hogere opbrengst geven dan clipping waarom?&lt;br /&gt;
Waarom dan niet altijd threading?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze twee benzeenringen zijn ook gedebutyleerd en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd.&lt;br /&gt;
#* Bespreek aan de hand van hun structuurelementen de functie van nonactine en valinomycine (structuur gegeven).&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gastheren met de juiste gasten en solventen. Gasten: Natriumion, p-diaminobenzeen, p-diaminobenzeen met beide stikstoffen tetragebutyleerd, benzoÃ«zuur. Gastheren: calix[4]areen, een groot dibenzokroonether, een resorcinareen verkregen na 24 uur reflux, alfa-cyclodextrine en een aromatisch diamide. Solventen: water (pH 3, 7, 10), MeOH &amp;amp;amp; DCM.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* 4-R-pyridine. Deze gast bindt enkel aan de gastheer indien de stikstof geprotoneerd is. Bepaal het teken van de Hammett-parameter rho. Op welke interactie zou de complexatie kunnen berusten?&lt;br /&gt;
#* Geef de twee methoden die gebruikt kunnen worden om de associatieconstante te schrijven in functie van deelassociatieconstanten. Beschrijf de fysische basis van het probleem dat hierbij optreedt.&lt;br /&gt;
#* Bespreek de moleculaire basis van plaquevorming zoals die optreedt bij bijvoorbeeld de ziekte van Alzheimer. Wat zijn de therapeutische mogelijkheden om dit tegen te gaan? Bijvraag: op welke secundaire structuren en soorten interacties berust de associatie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven [2.2.2]cryptand uitgaande van chlooracetamide. Het cryptand heeft stikstoffen als bruggenhoofden, 2 ketens met telkens 2 zuurstoffen en 1 keten met 2 zwavelatomen. En hoe kan je de macroyclisatie bevorderen?&lt;br /&gt;
#* Transport van donor naar acceptorlaag via een organisch membraan? hoe gaat dit het beste met pentaglyme of met een [2.2.2]cryptand. Verklaar.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Je hebt een gesubstitueerd chinoline (onbekende substituent). Dit chinoline complexeert enkel met een gastheer als de N niet geprotoneerd is. wat is het teken van de hammet-parameter Rho? welke interactie zal er zijn tussen de gast en de gastheer?&lt;br /&gt;
#* Geef de 4 belangrijkste entropieveranderingen bij complexatie en bespreek. Welke is verantwoordelijk voor preorganisatie? Leg uit.&lt;br /&gt;
#* Invloed ketenlengte benzokroonether op rendement van een catenaan met een tetrakationisch cyclofaan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven calix[4]hemisferand uitgaande van 2 gegeven fenolen. De receprot bestond uit een calix[4]areen met een hemisferand aangehecht op de 1- en 3-posities.&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van valinomycine en nonactine: bespreek de functie  en hoe de verschillende structuurelementen hiertoe bijdragen.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#**solventen: zuur, neutraal of basisch water, methanol, dicchloormethaan&lt;br /&gt;
#**gastheren: cyclodextrine, een grote benzokroonether, een calyxareen, stoel resorcinareen en een heteroaromatische receptor met amidefuncties.&lt;br /&gt;
#**gasten: natriumion, aromatisch diamine, aromatisch diammoniumzout, benzoÃ«zuur&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Op welke 2 manieren kunnen we de totale associatieconstante beschouwen als een product van deelassociatieconstanten? Wat is bij elk het grootste fysisch probleem? Welk van deze 2 methoden is, op praktische gronden, te verkiezen en waarom?&lt;br /&gt;
#* Gegeven een amide met een para-gesubstitueerde fenylgroep op de N en de carbonyl. Dit molecule gaat waterstofbindingen aan met zowel de zuurstof als de NH. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho voor het substituent op elke benzeenring?&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van een receptor bestaande uit een porfyrinering, gekoppeld aan een calixareen met ketens die veel heteroatomen bevatten. De bindingsconstanten van KI is hoog, die voor NaI en NaClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; tussenin (en ongeveer gelijk), die van KClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; laag. Verklaar waarom. (Deze structuur staat in de cursus ter hoogte van het deel over coÃ¶perativiteit).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2012 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge verdunningsvoorwaarden en geef 2 voorbeelden hoe men dit in de praktijk bewerkstelligt.&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende affiniteit voor het kaliumkation en motiveer: 18-kroon-6, 1,10-dithia-18-kroon-6, benzo-18-kroon-6, [2.2.2]cryptand, 15-kroon-5, 21-kroon-7.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Voor een bepaald hydrofoob (gedeelte van een) gastmolecule werd aangetoond dat het de hydrofobe holte van de gastheer maar voor 55% vult in stabielste toestand. Verklaar thermodynamisch waarom het kan dat deze gedeeltelijk gevulde toestand meer bevoordeeld wordt dan de volledig gevulde holte.&lt;br /&gt;
#* &lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn van belang bij het catenaan gevormd uit &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039;, &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; en &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;?&lt;br /&gt;
#** Wat zou het effect zijn op de bindingsconstante moest het catenaan gevormd worden rond &#039;&#039;&#039;4&#039;&#039;&#039; i.p.v. &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039; en waarom?&lt;br /&gt;
#** Beredeneer het teken van de Hammett parameter Ï van de catenatiereactie van &#039;&#039;&#039;5&#039;&#039;&#039; met het monogealkyleerd derivaat van &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039; (hiermee wordt bedoeld, de open-ketenvorm van &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; enkelvoudig gebonden aan &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;). Sterische effecten van R mogen verwaarloosd worden [[Bestand:CatenaanSmet.png]]&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers synthetiseerden bovenste verbinding als receptor voor de onderste (tekening is &#039;&#039;ongeveer&#039;&#039; juist). Belangrijke interacties hierbij zijn H-bruggen, maar ook de Ï€-Ï€-interacties tussen de eindstandige benzeenringen spelen een beduidende rol. Om aard en sterkte van deze Ï€-Ï€-interacties te onderzoeken synthetiseerde men een aantal derivaten van beide, en mat men het verschil in bindingssterkte voor verschillende substituenten op de benzeenringen. [[Bestand:receptorSmet.png]]&lt;br /&gt;
#** Welke complicatie valt te verwachten bij deze metingen, vanwege de verschillende substituenten op de derivaten?&lt;br /&gt;
#** Verklaar de waargenomen tendensen in de gemeten energiebijdragen, weergegeven in de tabel (deze waarden zijn gecorrigeerd voor de complicaties waarnaar gevraagd in eerste subvraag dus zijn &#039;&#039;juist&#039;&#039;).&lt;br /&gt;
[[Bestand:tabelSmet.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Klassieke vraag. Verbind de juiste gast met gastheer en solvent. Licht toe en zeg welke interacties plaatsvinden.&lt;br /&gt;
#* Wat is de CAC? Waarom is het belangrijk dat deze gemeten wordt en hoe wordt deze gemeten?&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: [[Bestand:MolHerExamenMario.jpg]]&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;Bepaal het teken van &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;X&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep X en &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;R&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep R. Waarom gaat bij zÃ©Ã©r elektronenzuigende groepen, bv. X=F&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, de meting van de complexatieconstante met nucleofiele deeltjes niet meer correct verlopen?&lt;br /&gt;
#* Mag men de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de aromatische ring en de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de gedeprotoneerde carbonzuurfunctie zomaar optellen? Verklaar.&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenMario2.jpg]]&lt;br /&gt;
#* De synthese van rotaxanen op vaste drager kan handig zijn. Onwaar/waar en verklaar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* geef de structuur van cyclotriveratryleen en de synthese vanuit veratrol. Waarom zijn asymmetrisch gesubstitueerde CTV&#039;s chiraal?&lt;br /&gt;
#* hoe kunnen we eigenschappen van een gegeven cyclofaan gebruiken om de grootte van de substituent op de ring te bepalen&lt;br /&gt;
#* geef de synthese van de macroring 15 kroon 5 maar ipv met zuurstoffen met (NH , O , NH, S, S) vanuit HSCH2CH2SH en H2NCH2CH2OCH2CH2NH2&lt;br /&gt;
#* welke gast past in welk solvent bij welke gastheer? gasten: (Fe3+, Yb3+, tetramethylammonium, benzoaat) solventen: (methanol, DCM, water met pH=3,7,10) gastheren:(een resorcinareen, een [4]-calixareen met een -O-CH2COOH op elke ring, een [6]-calixareen met op de ring aan de ene kant een SO3H aan de andere kant een staart met een hydroxyamide rest aan, een [6]-calixareen met daaraan een staart met aan het uiteinde een fenylureum staart&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* gegeven: een receptor met daarop 2 groepen die waterstofbruggen vormen met een HO- en een -CHO op drie verschillende liganden. Welke complex zal het stabielste zijn, en verklaar dit energetisch en entropisch (ligand 1 is een bifenyl, ligand 2 is een bifenyl met een huge (triethylmethyl-)substituent op een van de ringen en ligand 3 is gewoon een alifatische keten met die oh en cho aan de uiteinden)&lt;br /&gt;
#* wat is de dubbele mutantcyclus een geef een voorbeeld dat de voordelen duidelijk maakt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (ochtend) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Bespreek de synthese van volgend cavitand, vertrekkende van resorcinareen. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#* Wat is [2,2]paracyclofaan? Geef de syntheses en eigenschappen (UV-spectrum).&lt;br /&gt;
#* Bespreek het kinetisch en thermodynamisch templaateffect.&lt;br /&gt;
#* 5 Macroringen gegeven; rangschik naar toenemende effectieve molariteit. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven 1-amino-5-R-naftaleen (met R een onbepaalde substituent). In een complex vormt deze aminogroep een waterstofbrug. Onderzoek wijst uit dat de &amp;amp;quot;reactie&amp;amp;quot;-parameter sterk positief is. Welke soort R-substituenten bevoordeligen de reactie? (leg uit met Hammett-vergelijking en de substituent-parameter) Bekleedt de aminogroep een donor- of acceptorfunctie bij het vormen van deze waterstofbrug?&lt;br /&gt;
#* Waarom is het entropieverlies van complexvorming in oplossing doorgaans kleiner dan in gasfase?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Verklaar waarom de effectieve molariteit stijgt bij een macrocysliche 10-ring, wanneer&lt;br /&gt;
#** a) rigide groepen worden gebruikt&lt;br /&gt;
#** b) heteroatomen worden gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verschil tussen een clathraat en een vaste stof-inclusie complex.&lt;br /&gt;
#* Schrijf de synthese op van dit cavitand (structuur is gegeven) vertrekkende van rescoriol. De cavitand is gelijkend op die in de cursus staat, maar op de 2&#039; plaats heeft deze een COOH groep.&lt;br /&gt;
#* VÃ¶gth synthetiseerde vele cryptanden met substituenten X (structuur is gegeven). Hoe kon hij daarmee de grootte van de caviteit bepalen? &lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Je krijgt een complexatie van een gast en gastheer die via pi-pi interacties complexeert en net naast deze aromatische ringen een waterstofbrug vormt met een amide op de gast.&lt;br /&gt;
#** Men wil d.m.v. substituenteffecten op de aromatische ringen ph1 (= op gast) en ph2 (= op gastheer) de bijdrage voor deze pi-pi interactie meten. Welke complicatie verwacht je echter met deze methode, bij dit specifieke complex?&lt;br /&gt;
#** Verklaar in de tabel (tabel met horizontaal de para-ph1 substituenten en vertikaal de para-ph 2 substituenten) de verlopen van de incrementen. (De incrementen zijn aangepast aan de complicatie die je in het eerste puntje moet geven en zijn dus correct)&lt;br /&gt;
#** Bepaal ook het teken van de Hammett rho parameters.&lt;br /&gt;
#* Trage complexen.&lt;br /&gt;
#** Hoe kan je in een NMR spectrum zien of je te maken hebt met een traag complex&lt;br /&gt;
#** Wat is het voordeel van een extreem traag complex? Geef een relevant voorbeeld van hoe we er gebruik van kunnen maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* match de gasten en de gastheren met de juiste solventen. Gast: 1,4-benzochinon, naftaleen-1,5-dicarbonzuur en 4-butylfenol (&amp;amp;quot;voor mensen die niet goed zijn in naamgeving, zal ik de moleculen even op bord tekenen&amp;amp;quot;). Solvent: water (ph= 2, 6, 10), MeOH, CCl4. Gasten: alpha-cyclodextrine, diazo-18-kroon-6, 18-kroon-6, [2,2]cyclofaan en 2 grote cyclofanen die getekend staan. Geef ook alle niet-covalente reacties en licht uw keuze toe&lt;br /&gt;
#* Wat is CAC, waarom belangrijk en hoe gemeten&lt;br /&gt;
#* reactie van een [2,2,1]cryptand opgebouwd uit bi en triÃ«thyleenglycolderivaten&lt;br /&gt;
#* Membraantransport  van kationen met kroonethers en de voorwaarden waaraan dat kroonether moet voldoen&lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Het teken van rho (Hammet) bepalen uit een tabel met stabiliteitsconstanten met verschillende gevers en zuigers. De link vinden met het reactiemechanisme. Bijkomende vraag: wat gebeurt er met een sterke base en een sterke elektronzuiger. (ja wat onduidelijk als je het molecule niet ziet natuurlijk...)&lt;br /&gt;
#* Stelling: voor het gegeven molecule mag ik zomaar de deltaG optellen om de totale deltaG te berekenen.&lt;br /&gt;
#* Waarom kan het voordelig zijn om synthese van rotaxanen uit te voeren op een vaste fase&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke ionen passen in welke macroringen? (K+, Ag+, Eu3+, Li+ en nog een vieze grote molecule) De macrocyclische verbindingen zijn ook gegeven. Welk solvent pak je best? (H2O, H2O pH 10, MeOH of chloroform) Vermeld welke interacties plaatsvinden&lt;br /&gt;
#* bespreek de synthese van: -een calix[4]areen met twee nitraten, twee n-propyloxy&#039;s en een azakroonetheroverbrugging-&lt;br /&gt;
#* Wat is zijn zelfassemblage en zelforganisatie en illustreer met een voorbeeld&lt;br /&gt;
# MS:&lt;br /&gt;
#* Tabel horende bij compensatie-effect gegeven. Welke interacties? Bespreek de tendens in de tabel en ook het verschil in \Delta S tussen gasfase en oplossing.&lt;br /&gt;
#* tekening van een catenaan met een cyclofaan met nogal wat N in rond een benzokroonether gegeven. Deze verbinding toont met H-NMR slechts twee signalen (3,45 en 6,26 ppm of zo) voor de hydrochinon-waterstoffen. Reden? Bespreek ook de multipliciteit van de signalen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Waarom is ethyleendioxy zo&#039;n populaire eenheid in kroonetherchemie&lt;br /&gt;
#* Welke 2 groepen zijn belangrijk bij de complexatie van Fe bij de sideroforen&lt;br /&gt;
#* 3 gasten (Lithium, azide, tetramethylammonium), 5 solventen (MeOH, H2O( pH 2,6,10), CCl4), gastheren ([2.2.2]-cryptand, all-cis resorcinareen, cram&#039;s sferand, 18-kroon-6,...)&lt;br /&gt;
# M.S.:&lt;br /&gt;
#* Synthese van tetrakationisch cyclofaan&lt;br /&gt;
#* Vraagje over receptor die interageert met gast, welk teken heeft de hammett parameter rho.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Maxime vdB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Computationele_Chemie&amp;diff=1055</id>
		<title>Computationele Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Computationele_Chemie&amp;diff=1055"/>
		<updated>2018-01-25T22:14:51Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Maxime vdB: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
Een van de weinige vakken binnen de opleiding Chemie dat gedoceerd wordt door een vrouwelijke prof. Het zwaarste vak van de 3&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;e&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt; bachelor in de eerste semester. Naast het mondelinge examen bij prof Pierloot zijn er computerpractica. Hierover moeten verslagen gemaakt worden en op het einde van het semester een computerexamen afgelegd worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 januari 2018===&lt;br /&gt;
# Bespreek de toestandsfunctie horende bij de configuratie phi(a)phi(b) van een twee-elektronsysteem, en toon aan hoe het Pauliprincipe hierbij aanleiding geeft tot de constructie van (combinaties van) Slater determinanten. (phi(a) en phi(b) zijn orbitalen).&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Schrijf de HF toestandsfunctie voor een gesloten-schil molecule.&lt;br /&gt;
#* Wat versta je onder elektroncorrelatie? Waarom beschrijft de HF toestandsfunctie correlatie niet. Geef de definitie van correlatie-energie.&lt;br /&gt;
#* Beschrijf schematisch de vorm van de golffunctie die, binnen de LCAO-MO benadering, wel in staat is om elektroncorrelatie te beschrijven.&lt;br /&gt;
# Leid af hoe de kwantummechanische verwachtingswaarde van een moleculaire dipoolmoment berekend kan worden, vertrekkende van (a) de elektronische toestandsfunctie; (b) de elektronendensiteit. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===NM 23 januari 2018===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Geef de definitie en twee voorbeelden (met verantwoording) van elk van de volgende begrippen: (1) idempotente operatoren, (2) compatiebele grootheden en (3) hermitische operatoren.&lt;br /&gt;
#* Bewijs dat 1/2 (AB+BA) hermitisch is als, A en B zelf hermitisch zijn. Moeten A en B hiervoor commuteren?&lt;br /&gt;
#Vertrek van de exacte oplossing van de Schrödingervgl van het He+ ion om een benaderende oplossing te berekenen voor de grondtoestand van het He atoom. Werk een manier uit om deze benadering te verbeteren door gebruik te maken van het variatietheorema. Kan je op die manier een exacte uitkomst bekomen? Leg uit waarom (niet)/ hoe.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Geef de uitdrukking van de Hartree-Fock orbitaalenergie ε_HF en bespreek de betekenis van de verschillende termen in deze uitdrukking.&lt;br /&gt;
#*Komt de som van de HF energieën van alle bezette orbitalen van een molecule overeen met de totale HF energie E_HF? Indien niet, waarin verschillen beide grootheden?&lt;br /&gt;
#*Leg uit op welke manier de orbitaalenergie gebruikt kan worden als een benaderende waarde voor de moleculaire ionisatie-energie. Wat houdt deze benadering in en hoe kan de berekening van de ionisatie-potentiaal verder verbeterd worden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===VM 23 januari 2018===&lt;br /&gt;
#Toepassing van de LCAO-MO benadering op het H2+ molecule met een minimale basis bestaande uit twee genormaliseerde AO 1sA en 1sB geeft steeds de volgende twee MO&#039;s: Phi^b = N(1sA + 1sB) en Phi* = N&#039; (1sA - 1sB). Bereken de normalisatieconstanten N en N&#039;. Bewijs (op basis van de densiteit) dat, bij een voldoende kleine H-H afstand zodat beide atomaire orbitalen overlappen, phi(b) een binden MO en phi* een antibindend MO is.&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom de dissociatie van het H2 molecule niet correct beschreven kan worden met een RHF-type golffunctie. Geef aan welke gevolgen dit heeft voor de nauwkeurigheid van de RHF golfvergelijking (?) van covalente bindingen. Beschrijf in detail welke (minimale) voorbetering van de RHF golffunctie van H2 nodig is om een kwalitatief correcte dissociatiecurve te bekomen.&lt;br /&gt;
#Wat is Mulliken populatie-analyse en voor wat dient het? Leid de formules af + wat is het verschil tussen de gross en de netto Mulliken populatie van een atomaire basisfunctie resulterend uit een moleculaire LCAO-MO-SCF berekening (gesloten schil molecule)? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2018===&lt;br /&gt;
#Voorwaarden van een gerade/ ungerade systeem uitleggen en wanneer het kan voorkomen &lt;br /&gt;
#Vertrek van de exacte oplossing van de Schrödingervgl van het He+ ion om een benaderende oplossing te berekenen voor de grondtoestand van het He atoom. Werk een manier uit om deze benadering te verbeteren door gebruik te maken van het variatietheorema. Kan je op die manier een exacte uitkomst bekomen? Leg uit waarom (niet)/ hoe.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Hoe bereken je de electrondensiteit vertrekkende van de (exacte) elektronische toestandsfunctie van ene molecule? hoe hierbij ook rekening met de spin van de elektronen.&lt;br /&gt;
#*Hoe kan je bovenstaande uitdrukking herschrijven voor de Hartree-Fock golffunctie van een gesloten-schil molecule?&lt;br /&gt;
#*Hoe bereken je de moleculaire elektrostatische potentiaal MEP van een molecule uitgaande van de densiteit?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 januari 2017 (NM) ===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Geef de definitie en twee voorbeelden (met verantwoording) van elk van de volgende begrippen: (1) idempotente operatoren, (2) compatiebele grootheden en (3) hermitische operatoren.&lt;br /&gt;
#* Bewijs dat 1/2 (AB+BA) hermitisch is als, A en B zelf hermitisch zijn. Moeten A en B hiervoor commuteren?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Schrijf de HF toestandsfunctie voor een gesloten-schil molecule.&lt;br /&gt;
#* Wat versta je onder elektroncorrelatie? Waarom beschrijft de HF toestandsfunctie correlatie niet. Geef de definitie van correlatie-energie.&lt;br /&gt;
#* Beschrijf schematisch de vorm van de golffunctie die, binnen de LCAO-MO benadering, wel in staat is om elektroncorrelatie te beschrijven.&lt;br /&gt;
# De volgende complexe functies stellen twee van de oplossingen voor van de Schrödingervergelijking voor een één-elektron atoom met kernlading Z:functies voor (n=4, l=2 en ml = +/-2)&lt;br /&gt;
#* Ψ4,2,±2 (r,θ,φ)=R4,2 Θ2,±2(θ) Φ±2(φ)&lt;br /&gt;
#* met ρ=2Zr/na0&lt;br /&gt;
#* en: R4,2(r)=(((Z/a0)^(3/2))/96√5)*(6-ρ)ρ²e-ρ/2&lt;br /&gt;
#* Θ2,±2(θ)=√15/4 sin²θ&lt;br /&gt;
#* Φ±2(φ)=1/√2π e±2iφ&lt;br /&gt;
#* Zijn deze twee functies ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#* Vorm uit deze twee golffuncties via een orthonormale transformatie twee reële functies. Welke kwantumgetallen gaan hierbij verloren? Zijn de nieuwe functie nog steeds eigenfuncties van dezelfde hamiltoniaan (één-elektron atoom met kernlading Z)? Zo ja, hebben ze dezelfde eigenwaarden als de oorspronkelijke functies of niet? Zijn ze ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#* Hoeveel radiale nodale vlakken hebben de reële functies? Hoeveel angulaire nodale vlakken, en welke vlakken zijn dit?&lt;br /&gt;
#* Teken het angulaire deel van de twee reële orbitalen in twee dimensies. Kies hiervoor het vlak in een carthesisch assenstelsel waar de functies waar de functies hun maximale (absolute) waarde bereiken.&lt;br /&gt;
#* Teken ook (kwalitatief) de totale (reële) golffuncties in hetzelfde vlak, onder de vorm van hoogtelijnen. Teken twee hoogtelijnen met een verschillende absolute waarde en geef aan welke van de twee lijnen hoort bij de hoogste absolute waarde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 januarri 2017 ===&lt;br /&gt;
# Voorwaarden uitleggen voor wanneer een systeem geraden of ungeraden kan zijn.&lt;br /&gt;
# Uitleggen waarom UHF afwijkingen geeft bij de dissociatie van H2 en het covalente karakter van bindingen. Uiteggen hoe dit kan verbeterd worden ( in detail zoals H IV: p28-30)&lt;br /&gt;
# Afleiden van de totale elektronische energie na het in voeren van Kohn &amp;amp; Sham orbitalen in DFT.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 januari 2017 (NM)===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Geef en bewijs het variatietheorema&lt;br /&gt;
#* Situeer de orbitaalbenadering binnen dit theorema. Beschrijf hoe met deze methode benaderende oplossingen van de Schrödingervergelijking bekomen kunnen worden.&lt;br /&gt;
#* Situeer de LCAO-MO methode binnen dit theorema. Beschrijf hoe met deze methode beanderende oplossingen voor orbitalen bekomen kunnen worden.&lt;br /&gt;
# Bespreek de toestandsfunctie horende bij de configuratie phi(a)phi(b) van een twee-elektronsysteem, en toon aan hoe het Pauliprincipe hierbij aanleiding geeft tot de constructie van (combinaties van) Slater determinanten. (phi(a) en phi(b) zijn orbitalen).&lt;br /&gt;
# Leid af hoe de kwantummechanische verwachtingswaarde van een moleculaire dipoolmoment berekend kan worden, vertrekkende van (a) de elektronische toestandsfunctie; (b) de elektronendensiteit. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2016 (VM)===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Geef de definitie en twee voorbeelden (met verantwoording) van elk van de volgende begrippen: (1) idempotente operatoren, (2) compatiebele grootheden, (3) hermitische operatoren.&lt;br /&gt;
#* Bewijs dat 1/2(AB+BA) hermitisch is als A en B zelf hermitisch zijn. Moeten A en B hiervoor commuteren?&lt;br /&gt;
# Toepassing van de LCAO-MO benadering op het H2+ molecule met een minimale basis bestaande uit twee genormaliseerde AO 1sA en 1sB geeft steeds de volgende twee MO&#039;s: Ï•b = N(1sA + 1sB) en Ï•* = N&#039; (1sA - 1sB). &lt;br /&gt;
#* Bereken de normalisatieconstanten N en N&#039;. &lt;br /&gt;
#* Bewijs (op basis van de densiteit) dat, bij een voldoende kleine H-H afstand zodat beide atomaire orbitalen overlappen, phi(b) een binden MO en phi* een antibindend MO is.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Hoe bereken je de elektronendensiteit vertrekkende van de elektronische toestandfunctie van een molecule? Hou hierbij ook rekening met de spin van de elektronen. &lt;br /&gt;
#* Hoe bereken je de moleculaire elektrostatische potentiaal MEP van ee nmolecule uitgaande van de densiteit? &lt;br /&gt;
#* Leg uit hoe je een MSEP (molecular surface electrostatic potential) zou berekenen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2016 (VM)===&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#* Wat zijn compatiebele grootheden? Wat zijn de voorwaarden? &lt;br /&gt;
#* Geef een voorbeeld van (i) twee compatiebele grootheden, (ii) twee niet-compatiebele grootheden. Bewijs dit met de voorwaarden die je in a) gesteld hebt.&lt;br /&gt;
# Leg uit waarom de dissociatie van het H2 molecule niet correct beschreven kan worden met een RHF type golffunctie. Leg uit hoe je dit kan verbeteren (in detail).&lt;br /&gt;
# Leid af hoe de kwantummechanische verwachtingswaarde van een moleculair dipoolmoment berekend kan worden met&lt;br /&gt;
#* elektronische toestandsfunctie&lt;br /&gt;
#* elektrondensiteit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2016 (VM)===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Geef en bewijs het variatietheorema.&lt;br /&gt;
#*Situeer de orbitaalbenadering binnen dit theorema. Beschrijf hoe met deze methode benaderende oplossingen van de Schrödingervergelijking bekomen kunnen worden. &lt;br /&gt;
#*Situeer de LCAO-MO methode binnen dit theorema. Beschrijf hoe met deze methode benaderende oplossingen voor orbitalen bekomen kunnen worden. &lt;br /&gt;
# Bespreek de toestandsfunctie horenden bij de aangeslagen configuratie van een twee-elektronensysteem en toon aan hoe het Pauliprincipe hierbij aanleiding geeft tot de constructie van (combinaties van) de Slater determinanten. &lt;br /&gt;
#De volgende complexe functies stellen twee van de oplossingen voor van de Schrödingernvergelijking voor een één-elektron atoom met kernlading Z:&lt;br /&gt;
#* Ψ4,2,±2 (r,θ,φ)=R4,2 Θ2,±2(θ) Φ±2(φ)&lt;br /&gt;
#* met ρ=2Zr/na0&lt;br /&gt;
#* en: R4,2(r)=(((Z/a0)^(3/2))/96√5)*(6-ρ)ρ²e-ρ/2&lt;br /&gt;
#* Θ2,±2(θ)=√15/4 sin²θ&lt;br /&gt;
#* Φ±2(φ)=1/√2π e±2iφ&lt;br /&gt;
#* Zijn deze twee functies ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#* Vorm uit deze twee golffuncties via een orthonormale transformatie twee reële functies. Welke kwantumgetallen gaan hierbij verloren? Zijn de nieuwe functie nog steeds eigenfuncties van dezelfde hamiltoniaan (één-elektron atoom met kernlading Z)? Zo ja, hebben ze dezelfde eigenwaarden als de oorspronkelijke functies of niet? Zijn ze ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#* Hoeveel radiale nodale vlakken hebben de reële functies? Hoeveel angulaire nodale vlakken, en welke vlakken zijn dit?&lt;br /&gt;
#* Teken het angulaire deel van de twee reële orbitalen in twee dimensies. Kies hiervoor het vlak in een carthesisch assenstelsel waar de functies waar de functies hun maximale (absolute) waarde bereiken.&lt;br /&gt;
#* Teken ook (kwalitatief) de totale (reële) golffuncties in hetzelfde vlak, onder de vorm van hoogtelijnen. Teken twee hoogtelijnen met een verschillende absolute waarde en geef aan welke van de twee lijnen hoort bij de hoogste absolute waarde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2015===&lt;br /&gt;
# Schrijf de hamiltoniaan voor het waterstofatoom. Beschrijf schematisch de eigenfuncties en bijbehorende eigenwaarden. Plaats nu het atoom in een magneetveld. Beschrijf hoe de eigenfuncties en eigenwaarden veranderen.&lt;br /&gt;
#Toepassing van de LCAO-MO benadering op het H2+ molecule met een minimale basis bestaande uit twee genormaliseerde AO 1sA en 1sB geeft steeds de volgende twee MO&#039;s: Ï•b = N(1sA + 1sB) en Ï•* = N&#039; (1sA - 1sB). Bereken de normalisatieconstanten N en N&#039;. Bewijs (op basis van de densiteit) dat, bij een voldoende kleine H-H afstand zodat beide atomaire orbitalen overlappen, phi(b) een binden MO en phi* een antibindend MO is.&lt;br /&gt;
#Bespreek het principe van een geometrie-optimalisatie van een molecule. Maak hierbij gebruik van de begrippen potentiaaloppervlak, stationair punt, gradient en hessiaan. Wat versta je onder een frequentie-analyse, en wat is het verband tussen de frequenties en de hessiaan? Leg uit waarom geometrie-optimalisatie best steeds gevolgd wordt door een frequentie-analyse. Op welke manier kan de symmetrie van het molecule hierbij een rol spelen? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2015===&lt;br /&gt;
# Bespreek Rayleigh-Schrödinger perturbatietheorie voor niet-ontaarde systemen en situeer de MP2-methode binnen deze theorie.&lt;br /&gt;
# De volgende complexe functies stellen twee van de oplossingen voor van de Schrödingernvergelijking voor een één-elektron atoom met kernlading Z:&lt;br /&gt;
#* Ψ4,2,±2 (r,θ,φ)=R4,2 Θ2,±2(θ) Φ±2(φ)&lt;br /&gt;
#* met ρ=2Zr/na0&lt;br /&gt;
#* en: R4,2(r)=(((Z/a0)^(3/2))/96√5)*(6-ρ)ρ²e-ρ/2&lt;br /&gt;
#* Θ2,±2(θ)=√15/4 sin²θ&lt;br /&gt;
#* Φ±2(φ)=1/√2π e±2iφ&lt;br /&gt;
#* Zijn deze twee functies ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#* Vorm uit deze twee golffuncties via een orthonormale transformatie twee reële functies. Welke kwantumgetallen gaan hierbij verloren? Zijn de nieuwe functie nog steeds eigenfuncties van dezelfde hamiltoniaan (één-elektron atoom met kernlading Z)? Zo ja, hebben ze dezelfde eigenwaarden als de oorspronkelijke functies of niet? Zijn ze ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#* Hoeveel radiale nodale vlakken hebben de reële functies? Hoeveel angulaire nodale vlakken, en welke vlakken zijn dit?&lt;br /&gt;
#* Teken het angulaire deel van de twee reële orbitalen in twee dimensies. Kies hiervoor het vlak in een carthesisch assenstelsel waar de functies waar de functies hun maximale (absolute) waarde bereiken.&lt;br /&gt;
#* Teken ook (kwalitatief) de totale (reële) golffuncties in hetzelfde vlak, onder de vorm van hoogtelijnen. Teken twee hoogtelijnen met een verschillende absolute waarde en geef aan welke van de twee lijnen hoort bij de hoogste absolute waarde.&lt;br /&gt;
# Op basis van welk principe en onder welke omstandigheden kunnen de toestandsfuncties van een systeem geclassificeerd worden als gerade of ungerade?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2015 VM===&lt;br /&gt;
# Geef en bewijs het variatie theorema. Toon aan dat dit blijft gelden in de densiteitfunctionaal theorie&lt;br /&gt;
# Constructie van Slater determinanten vanuit het Pauli principe&lt;br /&gt;
#Duid in onderstaande tabel aan met een kruisje of de volgende waterstoforbitalen eigenfuncties zijn van de hamiltoniaan (H), en/of de orbitaaldraaiimpulsoperatoren (lÂ², lx, ly, lz). Hierbij moeten geen ingewikkelde afleidingen gegeven worden, maar je moet keuze wel kunnen uitleggen. (rood = oplossing)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 januari 2015===&lt;br /&gt;
# Schrijf de hamiltoniaan voor het waterstofatoom. Beschrijf schematisch de eigenfuncties en bijbehorende eigenwaarden. Plaats nu het atoom in een magneetveld. Beschrijf hoe de eigenfuncties en eigenwaarden veranderen.&lt;br /&gt;
# Geef grondig het Pauliprincipe en toon aan dat de golffunctie van het He atoom geschreven moet worden als een determinant, en geef deze determinant.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Wat versta je onder elektroncorrelatie&lt;br /&gt;
#* Geef de de definitie van correlatie energie&lt;br /&gt;
#* Beschrijf schematisch de vorm van de golffunctie die, binnen de LCAO-MO benadering, in staat is de elektron correlatie te beschrijven.&lt;br /&gt;
#* Noem 2 mogelijke methoden die gebruikt kunnen worden om deze golffunctie te berekenen. Geef de essentiële verschillen tussen beide methoden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 augustus 2014===&lt;br /&gt;
# Bewijs dat Pz een lineaire en hermitische operator is.&lt;br /&gt;
# Geef grondig het Pauliprincipe en voor een He atoom gebruik makend van de orbitaalbenadering dat de golffunctie geschreven kan worden in een determinant, en geef deze determinant.&lt;br /&gt;
# Leg uit Rayleigh perturbatie theorie en situeer MP2 hierin.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2014===&lt;br /&gt;
# Definieer&lt;br /&gt;
#*orbitaal en orbitaalbenadering&lt;br /&gt;
#*configuratie: open- en gesloten-schil-configuratie&lt;br /&gt;
#*slaterdeterminanten&lt;br /&gt;
#*toestand en toestandsfunctie; maak gebruik van een voorbeeld en leg het verband/preciseer het verschil tussen de verschillende begrippen&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen de gross en de netto Mulliken populatie van een atomaire basisfunctie resulterend uit een moleculaire LCAO-MO-SCF berekening? (leid de formules af)&lt;br /&gt;
# Bereken a) de meest waarschijnlijke kern-elektronafstand; b) de gemiddelde kern-elektronafstand, in de grondtoestand van het waterstof atoom met als toestandsfunctie (dan die functie uit de cursus)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2014===&lt;br /&gt;
# geef de definitie en twee voorbeelden (met verantwoording) van elk van de volgende begrippen:&lt;br /&gt;
#* Idempotente operatoren&lt;br /&gt;
#* Compatibele grootheden&lt;br /&gt;
#* Hermitische operatoren&lt;br /&gt;
# Geef en bespreek het Pauli principe (algemeen) en toon aan dat omwille van dit principe de maximale bezetting ven de ruimtelijke orbitalen 2 is, en die van de spin orbitalen 1.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Wat versta je onder elektroncorrelatie&lt;br /&gt;
#* Geef de de definitie van correlatie energie&lt;br /&gt;
#* Beschrijf schematisch de vorm van de golffunctie die, binnen de LCAO-MO benadering, in staat is de elektron correlatie te beschrijven (uit hoofdstuk 4 naar &#039;t schijnt!)&lt;br /&gt;
#* Noem 2 mogelijke methoden die gebruikt kunnen worden om deze golffunctie te berekenen. Geef de essentiële verschillen tussen beide methoden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2014===&lt;br /&gt;
# Bewijs compatiebele grootheden.&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom de dissociatie van het H2 molecule niet correct beschreven kan worden met een RHF type golffunctie.&lt;br /&gt;
#* Geef de 2 wijzen waarop de bindingsenergie van H2 theoretisch berekend kan worden en leg uit waarom, op Hartree-Fock niveau, de ene wijze steeds een te hoge, en de andere wijze steeds een te lage bindingsenergie oplevert.&lt;br /&gt;
#*Hoe kan de beschrijving van de golffunctie van H2, en dus ook van de bindingsenergie, verbeterd worden.&lt;br /&gt;
#Bespreek het principe van een geometrie-optimalisatie van een molecule.&lt;br /&gt;
#* Maak hierbij gebruik van de begrippen potentiaaloppervlak, stationair punt, gradient en hessiaan. Wat versta je onder een frequentie-analyse.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verband tussen de frequenties en de hessiaan?&lt;br /&gt;
#* Leg uit waarom geometrie-optimalisatie best steeds gevolgd wordt door een frequentie-analyse. Op welke manier kan de symmetrie van het molecule hierbij een rol spelen? &lt;br /&gt;
===17 januari 2014===&lt;br /&gt;
#Geef en bewijs het variatie theorema. Toon aan dat dit blijft gelden in de densiteitfunctionaal theorie&lt;br /&gt;
#Constructie van Slater determinanten vanuit het Pauli principe:&lt;br /&gt;
#Bespreek de mogelijke golffuncties en dat die aanleiding geven tot de constructie van  een Slater determinant/ combinatie van Slater determinanten&lt;br /&gt;
#Duid in onderstaande tabel aan met een kruisje of de volgende waterstoforbitalen eigenfuncties zijn van de hamiltoniaan (H), en/of de orbitaaldraaiimpulsoperatoren (lÂ², lx, ly, lz). Hierbij moeten geen ingewikkelde afleidingen gegeven worden, maar je moet keuze wel kunnen uitleggen. (rood = oplossing) (zie 24 januari 2012)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 januari 2013 ===&lt;br /&gt;
#Geef en bespreek het Pauli-principe. Welke benaderende golffunctie zal men gebruiken om te voldoen aan dit principe?&lt;br /&gt;
#Definitie van elektroncorrelatie. Wat is de correlatie-energie? Beschrijf schematisch de vorm van de golffunctie die, binnen de LCAO-MO benadering, in staat is om elektronencorrelatie te beschrijven. Noem twee mogelijke methoden die gebruikt kunnen worden om deze golffunctie te berekenen. Geef de essentiële verschillen tussen de beide methoden.&lt;br /&gt;
#Toepassing van de LCAO-MO benadering op het H2+ molecule met een minimale basis bestaande uit twee genormaliseerde AO 1sA en 1sB geeft steeds de volgende twee MO&#039;s: Ï•b = N(1sA + 1sB) en Ï•* = N&#039; (1sA - 1sB). Bereken de normalisatieconstanten N en N&#039;. Bewijs (op basis van de densiteit) dat, bij een voldoende kleine H-H afstand zodat beide atomaire orbitalen overlappen, phi(b) een binden MO en phi* een antibindend MO is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 januari 2013===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Leid de uitdrukking af van de totale (elektronische) grondtoestandsenergie die bekomen wordt binnen DFT na de introductie van orbitalen zoals gesugereerd door Kohn &amp;amp;amp; Sham&lt;br /&gt;
#Geef de definitie van &amp;amp;quot;size consistency&amp;amp;quot;. Waarom is de CISD-methode niet size-consistent?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Wat zijn compatiebele grootheden?&lt;br /&gt;
#*Toon aan dat twee meetbare grootheden compatiebel zijn als de corresponderende kwantummechanische operatoren commuteren.&lt;br /&gt;
#*Geef een voorbeeld van (i) twee compatiebele grootheden, (ii) twee niet-compatiebele grootheden. Bewijs (i) en (ii) door de commutatierelatie tussen de bijhorende operatoren uit te werken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Augustus 2012===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Geef de definitie van een lineaire hermitische operator A en bewijs dat:&lt;br /&gt;
#*eigenwaarden van A altijd reël zijn&lt;br /&gt;
#*de eigenfuncties van A steeds orthonormaal gekozen kunnen worden.&lt;br /&gt;
#Bespreek Rayleigh-Schrödinger perturbatietheorie voor niet-ontaarde systemen en situeer de MP2-methode binnen deze theorie.&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom de dissociatie van H2 molecule niet correct beschreven kan worden met een RHF-type golffunctie. Geef de twee wijzen waarop de bindingsenergie van H{{sub|2}} theoretisch berekend kan worden en leg uit waarom, op Hartree-Fock niveau, de ene wijze een steeds te hoge en de andere steeds een te lage bindingsenergie oplevert? Hoe kan de beschrijving van de golffunctie van H2, en dus ook van bindingsenergie, verbeterd worden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2011 NM===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Definitie van elektroncorrelatie&lt;br /&gt;
#* Wat is de correlatie-energie&lt;br /&gt;
#* Beschrijf schematisch de vorm van de golffunctie die, binnen de LCAO-MO benadering, in staat is om elektronencorrelatie te beschrijven&lt;br /&gt;
#* Noem twee mogelijke methoden die gebruikt kunnen worden om deze golffunctie te berekenen. Geef de essentiële verschillen tussen de beide methoden&lt;br /&gt;
#Toepassing van de LCAO-MO benadering op het H2+ molecule met een minimale basis bestaande uit twee genormaliseerde AO 1sA en 1sB geeft steeds de volgende twee MO&#039;s: Ï•&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;b&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; = N(1sA + 1sB) en Ï•* = N&#039; (1sA - 1sB). &lt;br /&gt;
#* Bereken de normalisatieconstanten N en N&#039;&lt;br /&gt;
#* Bewijs (op basis van de densiteit) dat, bij een voldoende kleine H-H afstand zodat beide atomaire orbitalen overlappen, phi(b) een binden MO en phi* een antibindend MO is. &lt;br /&gt;
# Bewijs compatiebele grootheden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2012 VM===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Geef en bespreek het Pauli-principe&lt;br /&gt;
#*Welke benaderende golffunctie zal men gebruiken om te voldoen aan dit principe?&lt;br /&gt;
#Leid de uitdrukking af voor de totale (elektronische) grondtoestandsenergie binnen DFT, na de introductie van orbitalen zoals gesuggereerd door Kohn &amp;amp;amp; Sham.&lt;br /&gt;
#Duid in onderstaande tabel aan met een kruisje of de volgende waterstoforbitalen eigenfuncties zijn van de hamiltoniaan (H), en/of de orbitaaldraaiimpulsoperatoren (lÂ², lx, ly, lz). Hierbij moeten geen ingewikkelde afleidingen gegeven worden, maar je moet keuze wel kunnen uitleggen. (rood = oplossing)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2012===&lt;br /&gt;
#Op basis van welk principe en onder welke omstandigheden kunnen de toestandsfunctie van een systeem geclassificeerd worden als gerade of ungerade?&lt;br /&gt;
#Wat is het verschil tussen de gross en de netto Mulliken populatie van een atomaire basisfunctie resulterend uit een moleculaire LCAO-MO-SCF berekening? (leid de formules af)&lt;br /&gt;
#De volgende complexe functies stellen twee van de oplossingen voor van de Schrödingernvergelijking voor een éé-elektron atoom met kernlading Z:&lt;br /&gt;
#* Ψ4,2,±2 (r,θ,φ)=R4,2 Θ2,±2(θ) Φ±2(φ)&lt;br /&gt;
#* met ρ=2Zr/na0&lt;br /&gt;
#* en: R4,2(r)=(((Z/a0)^(3/2))/96√5)*(6-ρ)ρ²e-ρ/2&lt;br /&gt;
#* Θ2,±2(θ)=√15/4 sin²θ&lt;br /&gt;
#* Φ±2(φ)=1/√2π e±2iφ&lt;br /&gt;
#*Zijn deze twee functies ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#*Vorm uit deze twee golffuncties via een orthonormale transformatie twee reële functies. Welke kwantumgetallen gaan hierbij verloren? Zijn de nieuwe functie nog steeds eigenfuncties van dezelfde hamiltoniaan (Ã©Ã©n-elektron atoom met kernlading Z)? Zo ja, hebben ze dezelfde eigenwaarden als de oorspronkelijke functies of niet? Zijn ze ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#*Hoeveel radiale nodale vlakken hebben de reële functies? Hoeveel angulaire nodale vlakken, en welke vlakken zijn dit?&lt;br /&gt;
#*Teken het angulaire deel van de twee reële orbitalen in twee dimensies. Kies hiervoor het vlak in een carthesisch assenstelsel waar de functies waar de functies hun maximale (absolute) waarde bereiken.&lt;br /&gt;
#*Teken ook (kwalitatief) de totale (reële) golffuncties in hetzelfde vlak, onder de vorm van hoogtelijnen. Teken twee hoogtelijnen met een verschillende absolute waarde en geef aan welke van de twee lijnen hoort bij de hoogste absolute waarde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2011 nm===&lt;br /&gt;
# Maak gebruik van de LCAO-MO benadering en het variatietheorema om de golï¬€unctie en bijhorende energie te berekenen van de grondtoestand van het H&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;+&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;-ion bij een H-H afstand van 2,2 a.u. Basisfuncties zijn de (genormaliseerde) 1sA en 1sB orbitalen op beide H atomen. De waarde van de verschillende integralen tussen beide functies bij de gegeven H-H afstand bedragen:    S(AB)= 0,533     ;  H(AA)= -0,937 a.u.      ;    H(AB)= -0,621 a.u.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Geef en bespreek het Pauli-principe&lt;br /&gt;
#* Hoe wordt dit principe gebruikt voor de constructie van een golffunctie binnnen de orbitaalbenadering.&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen de gross en de netto Mulliken populatie van een atomaire basisfunctie resulterend uit een moleculaire LCAO-MOSCF berekening (leid de formules af)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2011 vm===&lt;br /&gt;
# Op basis van welk principe en onder welke omstandigheden kunnen de toestandsfuncties van een systeem geclassificeerd worden als gerade of ungerade?&lt;br /&gt;
# Leidt de uitdrukking af van de totale elektronische grondtoestandsenergie die bekomen wordt binnen DFT na de introductie van orbitalen zoals gesuggereerd door Kohn &amp;amp;amp; Sham.&lt;br /&gt;
# Bereken a) de meest waarschijnlijke kern-elektronafstand; b) de gemiddelde kern-elektronafstand, in de grondtoestand van het waterstof atoom met als toestandsfunctie (dan die functie uit de cursus)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2010 nm===&lt;br /&gt;
#Niet compatiebele grootheden, bewijzen dat impuls en plaats niet compatiebel zijn, onzekerheidsprincipe Heisenberg geven en bewijzen met gegeven formule (uit cursus)&lt;br /&gt;
#H&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;+&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;-ion, gegeven dat bindend orbitaal= N(sA+sB) en antibindend= N&#039;(sA-sB). Normalisatiefactoren berekenen en met de waarschijnlijkheidsdichtheid aantonen dat het ene bindend is en het andere antibindend.&lt;br /&gt;
#Vanalles over geometrie-optimalisatie en frequentie-analyse:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2010 vm===&lt;br /&gt;
#De golffunctie van waterstof gekregen. Bereken hoogst waarschijnlijke waarde van r en de gemiddelde waarde van r&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Variatietheorema geven en bewijzen en aantonen hoe dat da in de densiteitsfunctionaaltheorie ook blijft gelden&lt;br /&gt;
#* Het eerste Hohenberg-Kohn theorema geven en bewijzen&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Definitie van elektroncorrelatie&lt;br /&gt;
#* Wat is de correlatie-energie&lt;br /&gt;
#* Beschrijf schematisch de vorm van de golffunctie die, binnen de LCAO-MO benadering, in staat is om elektronencorrelatie te beschrijven&lt;br /&gt;
#* Noem twee mogelijke methoden die gebruikt kunnen worden om deze golffunctie te berekenen. Geef de essentiële verschillen tussen de beide methoden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2010 nm===&lt;br /&gt;
#Op basis van welk principe en onder welke omstandigheden kunnen de toestandsfuncties van een systeem geclassificeerd worden als gerade en ungerade&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom de dissociatie van het H2 molecule niet correct beschreven kan worden met een RHF type golffunctie. Geef de 2 wijzen waarop de bindingsenergie van H2 theoretisch berekend kan worden en leg uit waarom, op Hartree-Fock niveau de ene wijze steeds een te hoge, en de andere wijze steeds een te lage bindingsenergie oplevert. Hoe kan de beschrijving van de golffunctie van H2, en dus ook van de bindingsenergie, verbeterd worden.&lt;br /&gt;
#Bespreek het Pauli-principe (grondig en algemeen) en gebruik dit principe bij de constructie van de golffunctie voor de grondtoestand van he He atoom(binnen de orbitaalbenadering) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2010 vm===&lt;br /&gt;
#Bewijs compatiebele grootheden&lt;br /&gt;
#Geef de verschillende aangeslagen toestanden van een twee-elektronsysteem. Geef de slaterdeterminanten rekening houdend met het Pauliprincipe&lt;br /&gt;
#Tekenopdracht van n=4 l=2 en ml=+/-2 (zie oude examenvragen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===augustus 2009===&lt;br /&gt;
#Wat zijn incompatiebele grootheden? Toon aan dat positie en snelheid incompatiebel zijn. Geef en bewijs de Heisenberg onzekerheidsrelatie. Maak hierbij gebruik van de volgende vergelijking, geldend voor twee incompatiebele grootheden A en B: deltaA * deltaB &amp;amp;gt;= 1/2 |&amp;amp;lt;psi|[A, B]|psi&amp;amp;gt;|&lt;br /&gt;
#Toepassing van de LCAO-MO benadering op het H2+ molecule met een minimale basis bestaande uit twee genormaliseerde AO 1sA en 1sB geeft steeds de volgende twee MO&#039;s: Ï•{{sub|b}} = N(1sA + 1sB) en Ï•* = N&#039; (1sA - 1sB). &lt;br /&gt;
* Bereken de normalisatieconstanten N en N&#039;&lt;br /&gt;
* Bewijs (op basis van de densiteit) dat, bij een voldoende kleine H-H afstand zodat beide atomaire orbitalen overlappen, Ï•{{sub|b}} een binden MO en Ï•* een antibindend MO is. &lt;br /&gt;
#Bespreek het principe van een geometrie-optimalisatie van een molecule. Maak hierbij gebruik van de begrippen potentiaaloppervlak, stationair punt, gradient en hessiaan. Wat versta je onder een frequentie-analyse, en wat is het verband tussen de frequenties en de hessiaan? Leg uit waarom geometrie-optimalisatie best steeds gevolgd wordt door een frequentie-analyse. Op welke manier kan de symmetrie van het molecule hierbij een rol spelen? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2009===&lt;br /&gt;
#Geef de definitie van een lineaire hermitische operator A en bewijs dat:&lt;br /&gt;
#*Eigenwaarden van A altijd reel zijn&lt;br /&gt;
#*De eigenfuncties van A steeds orthonormaal gekozen kunnen worden.&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom de dissociatie van het H2 molecule niet correct beschreven kan worden met een RHF type golffunctie. Geef de twee wijzen waarop de bindingsenergie van H2 theoretisch berekend kan worden en leg uit waarom, op Hartree-Fock niveau, de ene wijze steeds een te hoge en de andere wijze steeds een te lage bindingsenergie oplevert. Hoe kan de beschrijving van de golffunctie van H2, en dus ook van de bindingsenergie, verbeterd worden?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Geef en bewijs het variatietheorema&lt;br /&gt;
#*Geef en bewijs het eerste Hohenberg-Kohn theorema&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2009===&lt;br /&gt;
#Bespreek gerade/ungerade , afleiding en zeggen wat essentieel is.&lt;br /&gt;
#3 begrippen bespreken en met elkaar in verband brengen: orbitaal / open en gesloten schil / toestand en toestandsfunctie&lt;br /&gt;
#Orbitalen tekenen(letterlijk zoals ook op toledo staat)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 januari 2009===&lt;br /&gt;
#Commutatieregels H, LÂ², Lx, Ly, Lz van meer-elektronatomen afleiden en bespreken wat ge daar mee kunt&lt;br /&gt;
#Perturbatietheorie geven &amp;amp;amp; MP2 daar in mengen&lt;br /&gt;
#Frequentie-analyse&lt;br /&gt;
#*A) frequentie-analyse op een stationair punt bespreken en de Hessiaan er in gebruiken&lt;br /&gt;
#*B) 3 eigenschappen bespreken van het molecule in een bepaalde geometrie die je met een frequentie analyse kan berekenen/bespreken&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Maxime vdB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Computationele_Chemie&amp;diff=1054</id>
		<title>Computationele Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Computationele_Chemie&amp;diff=1054"/>
		<updated>2018-01-25T22:14:41Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Maxime vdB: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
Een van de weinige vakken binnen de opleiding Chemie dat gedoceerd wordt door een vrouwelijke prof. Het zwaarste vak van de 3&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;e&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt; bachelor in de eerste semester. Naast het mondelinge examen bij prof Pierloot zijn er computerpractica. Hierover moeten verslagen gemaakt worden en op het einde van het semester een computerexamen afgelegd worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 januari 2018===&lt;br /&gt;
# Bespreek de toestandsfunctie horende bij de configuratie phi(a)phi(b) van een twee-elektronsysteem, en toon aan hoe het Pauliprincipe hierbij aanleiding geeft tot de constructie van (combinaties van) Slater determinanten. (phi(a) en phi(b) zijn orbitalen).&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Schrijf de HF toestandsfunctie voor een gesloten-schil molecule.&lt;br /&gt;
#* Wat versta je onder elektroncorrelatie? Waarom beschrijft de HF toestandsfunctie correlatie niet. Geef de definitie van correlatie-energie.&lt;br /&gt;
#* Beschrijf schematisch de vorm van de golffunctie die, binnen de LCAO-MO benadering, wel in staat is om elektroncorrelatie te beschrijven.&lt;br /&gt;
# Leid af hoe de kwantummechanische verwachtingswaarde van een moleculaire dipoolmoment berekend kan worden, vertrekkende van (a) de elektronische toestandsfunctie; (b) de elektronendensiteit. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===NM 23 januari 2018===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Geef de definitie en twee voorbeelden (met verantwoording) van elk van de volgende begrippen: (1) idempotente operatoren, (2) compatiebele grootheden en (3) hermitische operatoren.&lt;br /&gt;
#* Bewijs dat 1/2 (AB+BA) hermitisch is als, A en B zelf hermitisch zijn. Moeten A en B hiervoor commuteren?&lt;br /&gt;
#Vertrek van de exacte oplossing van de Schrödingervgl van het He+ ion om een benaderende oplossing te berekenen voor de grondtoestand van het He atoom. Werk een manier uit om deze benadering te verbeteren door gebruik te maken van het variatietheorema. Kan je op die manier een exacte uitkomst bekomen? Leg uit waarom (niet)/ hoe.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Geef de uitdrukking van de Hartree-Fock orbitaalenergie ε_HF en bespreek de betekenis van de verschillende termen in deze uitdrukking.&lt;br /&gt;
#*Komt de som van de HF energieën van alle bezette orbitalen van een molecule overeen met de totale HF energie E_HF? Indien niet, waarin verschillen beide grootheden?&lt;br /&gt;
#*Leg uit op welke manier de orbitaalenergie gebruikt kan worden als een benaderende waarde voor de moleculaire ionisatie-energie. Wat houdt deze benadering in en hoe kan de berekening van de ionisatie-potentiaal verder verbeterd worden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===VM 23 januari 2018===&lt;br /&gt;
#Toepassing van de LCAO-MO benadering op het H2+ molecule met een minimale basis bestaande uit twee genormaliseerde AO 1sA en 1sB geeft steeds de volgende twee MO&#039;s: Phi^b = N(1sA + 1sB) en Phi* = N&#039; (1sA - 1sB). Bereken de normalisatieconstanten N en N&#039;. Bewijs (op basis van de densiteit) dat, bij een voldoende kleine H-H afstand zodat beide atomaire orbitalen overlappen, phi(b) een binden MO en phi* een antibindend MO is.&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom de dissociatie van het H2 molecule niet correct beschreven kan worden met een RHF-type golffunctie. Geef aan welke gevolgen dit heeft voor de nauwkeurigheid van de RHF golfvergelijking (?) van covalente bindingen. Beschrijf in detail welke (minimale) voorbetering van de RHF golffunctie van H2 nodig is om een kwalitatief correcte dissociatiecurve te bekomen.&lt;br /&gt;
#Wat is Mulliken populatie-analyse en voor wat dient het? Leid de formules af + wat is het verschil tussen de gross en de netto Mulliken populatie van een atomaire basisfunctie resulterend uit een moleculaire LCAO-MO-SCF berekening (gesloten schil molecule)? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2018===&lt;br /&gt;
#Voorwaarden van een gerade/ ungerade systeem uitleggen en wanneer het kan voorkomen &lt;br /&gt;
#Vertrek van de exacte oplossing van de Schrödingervgl van het He+ ion om een benaderende oplossing te berekenen voor de grondtoestand van het He atoom. Werk een manier uit om deze benadering te verbeteren door gebruik te maken van het variatietheorema. Kan je op die manier een exacte uitkomst bekomen? Leg uit waarom (niet)/ hoe.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Hoe bereken je de electrondensiteit vertrekkende van de (exacte) elektronische toestandsfunctie van ene molecule? hoe hierbij ook rekening met de spin van de elektronen.&lt;br /&gt;
#*Hoe kan je bovenstaande uitdrukking herschrijven voor de Hartree-Fock golffunctie van een gesloten-schil molecule?&lt;br /&gt;
#*Hoe bereken je de moleculaire elektrostatische potentiaal MEP van een molecule uitgaande van de densiteit?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 januari 2017 (NM) ===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Geef de definitie en twee voorbeelden (met verantwoording) van elk van de volgende begrippen: (1) idempotente operatoren, (2) compatiebele grootheden en (3) hermitische operatoren.&lt;br /&gt;
#* Bewijs dat 1/2 (AB+BA) hermitisch is als, A en B zelf hermitisch zijn. Moeten A en B hiervoor commuteren?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Schrijf de HF toestandsfunctie voor een gesloten-schil molecule.&lt;br /&gt;
#* Wat versta je onder elektroncorrelatie? Waarom beschrijft de HF toestandsfunctie correlatie niet. Geef de definitie van correlatie-energie.&lt;br /&gt;
#* Beschrijf schematisch de vorm van de golffunctie die, binnen de LCAO-MO benadering, wel in staat is om elektroncorrelatie te beschrijven.&lt;br /&gt;
# De volgende complexe functies stellen twee van de oplossingen voor van de Schrödingervergelijking voor een één-elektron atoom met kernlading Z:functies voor (n=4, l=2 en ml = +/-2)&lt;br /&gt;
#* Ψ4,2,±2 (r,θ,φ)=R4,2 Θ2,±2(θ) Φ±2(φ)&lt;br /&gt;
#* met ρ=2Zr/na0&lt;br /&gt;
#* en: R4,2(r)=(((Z/a0)^(3/2))/96√5)*(6-ρ)ρ²e-ρ/2&lt;br /&gt;
#* Θ2,±2(θ)=√15/4 sin²θ&lt;br /&gt;
#* Φ±2(φ)=1/√2π e±2iφ&lt;br /&gt;
#* Zijn deze twee functies ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#* Vorm uit deze twee golffuncties via een orthonormale transformatie twee reële functies. Welke kwantumgetallen gaan hierbij verloren? Zijn de nieuwe functie nog steeds eigenfuncties van dezelfde hamiltoniaan (één-elektron atoom met kernlading Z)? Zo ja, hebben ze dezelfde eigenwaarden als de oorspronkelijke functies of niet? Zijn ze ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#* Hoeveel radiale nodale vlakken hebben de reële functies? Hoeveel angulaire nodale vlakken, en welke vlakken zijn dit?&lt;br /&gt;
#* Teken het angulaire deel van de twee reële orbitalen in twee dimensies. Kies hiervoor het vlak in een carthesisch assenstelsel waar de functies waar de functies hun maximale (absolute) waarde bereiken.&lt;br /&gt;
#* Teken ook (kwalitatief) de totale (reële) golffuncties in hetzelfde vlak, onder de vorm van hoogtelijnen. Teken twee hoogtelijnen met een verschillende absolute waarde en geef aan welke van de twee lijnen hoort bij de hoogste absolute waarde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 januarri 2017 ===&lt;br /&gt;
# Voorwaarden uitleggen voor wanneer een systeem geraden of ungeraden kan zijn.&lt;br /&gt;
# Uitleggen waarom UHF afwijkingen geeft bij de dissociatie van H2 en het covalente karakter van bindingen. Uiteggen hoe dit kan verbeterd worden ( in detail zoals H IV: p28-30)&lt;br /&gt;
# Afleiden van de totale elektronische energie na het in voeren van Kohn &amp;amp; Sham orbitalen in DFT.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 januari 2017 (NM)===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Geef en bewijs het variatietheorema&lt;br /&gt;
#* Situeer de orbitaalbenadering binnen dit theorema. Beschrijf hoe met deze methode benaderende oplossingen van de Schrödingervergelijking bekomen kunnen worden.&lt;br /&gt;
#* Situeer de LCAO-MO methode binnen dit theorema. Beschrijf hoe met deze methode beanderende oplossingen voor orbitalen bekomen kunnen worden.&lt;br /&gt;
# Bespreek de toestandsfunctie horende bij de configuratie phi(a)phi(b) van een twee-elektronsysteem, en toon aan hoe het Pauliprincipe hierbij aanleiding geeft tot de constructie van (combinaties van) Slater determinanten. (phi(a) en phi(b) zijn orbitalen).&lt;br /&gt;
# Leid af hoe de kwantummechanische verwachtingswaarde van een moleculaire dipoolmoment berekend kan worden, vertrekkende van (a) de elektronische toestandsfunctie; (b) de elektronendensiteit. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2016 (VM)===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Geef de definitie en twee voorbeelden (met verantwoording) van elk van de volgende begrippen: (1) idempotente operatoren, (2) compatiebele grootheden, (3) hermitische operatoren.&lt;br /&gt;
#* Bewijs dat 1/2(AB+BA) hermitisch is als A en B zelf hermitisch zijn. Moeten A en B hiervoor commuteren?&lt;br /&gt;
# Toepassing van de LCAO-MO benadering op het H2+ molecule met een minimale basis bestaande uit twee genormaliseerde AO 1sA en 1sB geeft steeds de volgende twee MO&#039;s: Ï•b = N(1sA + 1sB) en Ï•* = N&#039; (1sA - 1sB). &lt;br /&gt;
#* Bereken de normalisatieconstanten N en N&#039;. &lt;br /&gt;
#* Bewijs (op basis van de densiteit) dat, bij een voldoende kleine H-H afstand zodat beide atomaire orbitalen overlappen, phi(b) een binden MO en phi* een antibindend MO is.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Hoe bereken je de elektronendensiteit vertrekkende van de elektronische toestandfunctie van een molecule? Hou hierbij ook rekening met de spin van de elektronen. &lt;br /&gt;
#* Hoe bereken je de moleculaire elektrostatische potentiaal MEP van ee nmolecule uitgaande van de densiteit? &lt;br /&gt;
#* Leg uit hoe je een MSEP (molecular surface electrostatic potential) zou berekenen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2016 (VM)===&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#* Wat zijn compatiebele grootheden? Wat zijn de voorwaarden? &lt;br /&gt;
#* Geef een voorbeeld van (i) twee compatiebele grootheden, (ii) twee niet-compatiebele grootheden. Bewijs dit met de voorwaarden die je in a) gesteld hebt.&lt;br /&gt;
# Leg uit waarom de dissociatie van het H2 molecule niet correct beschreven kan worden met een RHF type golffunctie. Leg uit hoe je dit kan verbeteren (in detail).&lt;br /&gt;
# Leid af hoe de kwantummechanische verwachtingswaarde van een moleculair dipoolmoment berekend kan worden met&lt;br /&gt;
#* elektronische toestandsfunctie&lt;br /&gt;
#* elektrondensiteit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2016 (VM)===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Geef en bewijs het variatietheorema.&lt;br /&gt;
#*Situeer de orbitaalbenadering binnen dit theorema. Beschrijf hoe met deze methode benaderende oplossingen van de Schrödingervergelijking bekomen kunnen worden. &lt;br /&gt;
#*Situeer de LCAO-MO methode binnen dit theorema. Beschrijf hoe met deze methode benaderende oplossingen voor orbitalen bekomen kunnen worden. &lt;br /&gt;
# Bespreek de toestandsfunctie horenden bij de aangeslagen configuratie van een twee-elektronensysteem en toon aan hoe het Pauliprincipe hierbij aanleiding geeft tot de constructie van (combinaties van) de Slater determinanten. &lt;br /&gt;
#De volgende complexe functies stellen twee van de oplossingen voor van de Schrödingernvergelijking voor een één-elektron atoom met kernlading Z:&lt;br /&gt;
#* Ψ4,2,±2 (r,θ,φ)=R4,2 Θ2,±2(θ) Φ±2(φ)&lt;br /&gt;
#* met ρ=2Zr/na0&lt;br /&gt;
#* en: R4,2(r)=(((Z/a0)^(3/2))/96√5)*(6-ρ)ρ²e-ρ/2&lt;br /&gt;
#* Θ2,±2(θ)=√15/4 sin²θ&lt;br /&gt;
#* Φ±2(φ)=1/√2π e±2iφ&lt;br /&gt;
#* Zijn deze twee functies ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#* Vorm uit deze twee golffuncties via een orthonormale transformatie twee reële functies. Welke kwantumgetallen gaan hierbij verloren? Zijn de nieuwe functie nog steeds eigenfuncties van dezelfde hamiltoniaan (één-elektron atoom met kernlading Z)? Zo ja, hebben ze dezelfde eigenwaarden als de oorspronkelijke functies of niet? Zijn ze ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#* Hoeveel radiale nodale vlakken hebben de reële functies? Hoeveel angulaire nodale vlakken, en welke vlakken zijn dit?&lt;br /&gt;
#* Teken het angulaire deel van de twee reële orbitalen in twee dimensies. Kies hiervoor het vlak in een carthesisch assenstelsel waar de functies waar de functies hun maximale (absolute) waarde bereiken.&lt;br /&gt;
#* Teken ook (kwalitatief) de totale (reële) golffuncties in hetzelfde vlak, onder de vorm van hoogtelijnen. Teken twee hoogtelijnen met een verschillende absolute waarde en geef aan welke van de twee lijnen hoort bij de hoogste absolute waarde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2015===&lt;br /&gt;
# Schrijf de hamiltoniaan voor het waterstofatoom. Beschrijf schematisch de eigenfuncties en bijbehorende eigenwaarden. Plaats nu het atoom in een magneetveld. Beschrijf hoe de eigenfuncties en eigenwaarden veranderen.&lt;br /&gt;
#Toepassing van de LCAO-MO benadering op het H2+ molecule met een minimale basis bestaande uit twee genormaliseerde AO 1sA en 1sB geeft steeds de volgende twee MO&#039;s: Ï•b = N(1sA + 1sB) en Ï•* = N&#039; (1sA - 1sB). Bereken de normalisatieconstanten N en N&#039;. Bewijs (op basis van de densiteit) dat, bij een voldoende kleine H-H afstand zodat beide atomaire orbitalen overlappen, phi(b) een binden MO en phi* een antibindend MO is.&lt;br /&gt;
#Bespreek het principe van een geometrie-optimalisatie van een molecule. Maak hierbij gebruik van de begrippen potentiaaloppervlak, stationair punt, gradient en hessiaan. Wat versta je onder een frequentie-analyse, en wat is het verband tussen de frequenties en de hessiaan? Leg uit waarom geometrie-optimalisatie best steeds gevolgd wordt door een frequentie-analyse. Op welke manier kan de symmetrie van het molecule hierbij een rol spelen? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2015===&lt;br /&gt;
# Bespreek Rayleigh-Schrödinger perturbatietheorie voor niet-ontaarde systemen en situeer de MP2-methode binnen deze theorie.&lt;br /&gt;
# De volgende complexe functies stellen twee van de oplossingen voor van de Schrödingernvergelijking voor een één-elektron atoom met kernlading Z:&lt;br /&gt;
#* Ψ4,2,±2 (r,θ,φ)=R4,2 Θ2,±2(θ) Φ±2(φ)&lt;br /&gt;
#* met ρ=2Zr/na0&lt;br /&gt;
#* en: R4,2(r)=(((Z/a0)^(3/2))/96√5)*(6-ρ)ρ²e-ρ/2&lt;br /&gt;
#* Θ2,±2(θ)=√15/4 sin²θ&lt;br /&gt;
#* Φ±2(φ)=1/√2π e±2iφ&lt;br /&gt;
#* Zijn deze twee functies ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#* Vorm uit deze twee golffuncties via een orthonormale transformatie twee reële functies. Welke kwantumgetallen gaan hierbij verloren? Zijn de nieuwe functie nog steeds eigenfuncties van dezelfde hamiltoniaan (één-elektron atoom met kernlading Z)? Zo ja, hebben ze dezelfde eigenwaarden als de oorspronkelijke functies of niet? Zijn ze ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#* Hoeveel radiale nodale vlakken hebben de reële functies? Hoeveel angulaire nodale vlakken, en welke vlakken zijn dit?&lt;br /&gt;
#* Teken het angulaire deel van de twee reële orbitalen in twee dimensies. Kies hiervoor het vlak in een carthesisch assenstelsel waar de functies waar de functies hun maximale (absolute) waarde bereiken.&lt;br /&gt;
#* Teken ook (kwalitatief) de totale (reële) golffuncties in hetzelfde vlak, onder de vorm van hoogtelijnen. Teken twee hoogtelijnen met een verschillende absolute waarde en geef aan welke van de twee lijnen hoort bij de hoogste absolute waarde.&lt;br /&gt;
# Op basis van welk principe en onder welke omstandigheden kunnen de toestandsfuncties van een systeem geclassificeerd worden als gerade of ungerade?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2015 VM===&lt;br /&gt;
# Geef en bewijs het variatie theorema. Toon aan dat dit blijft gelden in de densiteitfunctionaal theorie&lt;br /&gt;
# Constructie van Slater determinanten vanuit het Pauli principe&lt;br /&gt;
#Duid in onderstaande tabel aan met een kruisje of de volgende waterstoforbitalen eigenfuncties zijn van de hamiltoniaan (H), en/of de orbitaaldraaiimpulsoperatoren (lÂ², lx, ly, lz). Hierbij moeten geen ingewikkelde afleidingen gegeven worden, maar je moet keuze wel kunnen uitleggen. (rood = oplossing)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 januari 2015===&lt;br /&gt;
# Schrijf de hamiltoniaan voor het waterstofatoom. Beschrijf schematisch de eigenfuncties en bijbehorende eigenwaarden. Plaats nu het atoom in een magneetveld. Beschrijf hoe de eigenfuncties en eigenwaarden veranderen.&lt;br /&gt;
# Geef grondig het Pauliprincipe en toon aan dat de golffunctie van het He atoom geschreven moet worden als een determinant, en geef deze determinant.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Wat versta je onder elektroncorrelatie&lt;br /&gt;
#* Geef de de definitie van correlatie energie&lt;br /&gt;
#* Beschrijf schematisch de vorm van de golffunctie die, binnen de LCAO-MO benadering, in staat is de elektron correlatie te beschrijven.&lt;br /&gt;
#* Noem 2 mogelijke methoden die gebruikt kunnen worden om deze golffunctie te berekenen. Geef de essentiële verschillen tussen beide methoden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 augustus 2014===&lt;br /&gt;
# Bewijs dat Pz een lineaire en hermitische operator is.&lt;br /&gt;
# Geef grondig het Pauliprincipe en voor een He atoom gebruik makend van de orbitaalbenadering dat de golffunctie geschreven kan worden in een determinant, en geef deze determinant.&lt;br /&gt;
# Leg uit Rayleigh perturbatie theorie en situeer MP2 hierin.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2014===&lt;br /&gt;
# Definieer&lt;br /&gt;
#*orbitaal en orbitaalbenadering&lt;br /&gt;
#*configuratie: open- en gesloten-schil-configuratie&lt;br /&gt;
#*slaterdeterminanten&lt;br /&gt;
#*toestand en toestandsfunctie; maak gebruik van een voorbeeld en leg het verband/preciseer het verschil tussen de verschillende begrippen&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen de gross en de netto Mulliken populatie van een atomaire basisfunctie resulterend uit een moleculaire LCAO-MO-SCF berekening? (leid de formules af)&lt;br /&gt;
# Bereken a) de meest waarschijnlijke kern-elektronafstand; b) de gemiddelde kern-elektronafstand, in de grondtoestand van het waterstof atoom met als toestandsfunctie (dan die functie uit de cursus)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2014===&lt;br /&gt;
# geef de definitie en twee voorbeelden (met verantwoording) van elk van de volgende begrippen:&lt;br /&gt;
#* Idempotente operatoren&lt;br /&gt;
#* Compatibele grootheden&lt;br /&gt;
#* Hermitische operatoren&lt;br /&gt;
# Geef en bespreek het Pauli principe (algemeen) en toon aan dat omwille van dit principe de maximale bezetting ven de ruimtelijke orbitalen 2 is, en die van de spin orbitalen 1.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Wat versta je onder elektroncorrelatie&lt;br /&gt;
#* Geef de de definitie van correlatie energie&lt;br /&gt;
#* Beschrijf schematisch de vorm van de golffunctie die, binnen de LCAO-MO benadering, in staat is de elektron correlatie te beschrijven (uit hoofdstuk 4 naar &#039;t schijnt!)&lt;br /&gt;
#* Noem 2 mogelijke methoden die gebruikt kunnen worden om deze golffunctie te berekenen. Geef de essentiële verschillen tussen beide methoden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2014===&lt;br /&gt;
# Bewijs compatiebele grootheden.&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom de dissociatie van het H2 molecule niet correct beschreven kan worden met een RHF type golffunctie.&lt;br /&gt;
#* Geef de 2 wijzen waarop de bindingsenergie van H2 theoretisch berekend kan worden en leg uit waarom, op Hartree-Fock niveau, de ene wijze steeds een te hoge, en de andere wijze steeds een te lage bindingsenergie oplevert.&lt;br /&gt;
#*Hoe kan de beschrijving van de golffunctie van H2, en dus ook van de bindingsenergie, verbeterd worden.&lt;br /&gt;
#Bespreek het principe van een geometrie-optimalisatie van een molecule.&lt;br /&gt;
#* Maak hierbij gebruik van de begrippen potentiaaloppervlak, stationair punt, gradient en hessiaan. Wat versta je onder een frequentie-analyse.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verband tussen de frequenties en de hessiaan?&lt;br /&gt;
#* Leg uit waarom geometrie-optimalisatie best steeds gevolgd wordt door een frequentie-analyse. Op welke manier kan de symmetrie van het molecule hierbij een rol spelen? &lt;br /&gt;
===17 januari 2014===&lt;br /&gt;
#Geef en bewijs het variatie theorema. Toon aan dat dit blijft gelden in de densiteitfunctionaal theorie&lt;br /&gt;
#Constructie van Slater determinanten vanuit het Pauli principe:&lt;br /&gt;
#Bespreek de mogelijke golffuncties en dat die aanleiding geven tot de constructie van  een Slater determinant/ combinatie van Slater determinanten&lt;br /&gt;
#Duid in onderstaande tabel aan met een kruisje of de volgende waterstoforbitalen eigenfuncties zijn van de hamiltoniaan (H), en/of de orbitaaldraaiimpulsoperatoren (lÂ², lx, ly, lz). Hierbij moeten geen ingewikkelde afleidingen gegeven worden, maar je moet keuze wel kunnen uitleggen. (rood = oplossing) (zie 24 januari 2012)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 januari 2013 ===&lt;br /&gt;
#Geef en bespreek het Pauli-principe. Welke benaderende golffunctie zal men gebruiken om te voldoen aan dit principe?&lt;br /&gt;
#Definitie van elektroncorrelatie. Wat is de correlatie-energie? Beschrijf schematisch de vorm van de golffunctie die, binnen de LCAO-MO benadering, in staat is om elektronencorrelatie te beschrijven. Noem twee mogelijke methoden die gebruikt kunnen worden om deze golffunctie te berekenen. Geef de essentiële verschillen tussen de beide methoden.&lt;br /&gt;
#Toepassing van de LCAO-MO benadering op het H2+ molecule met een minimale basis bestaande uit twee genormaliseerde AO 1sA en 1sB geeft steeds de volgende twee MO&#039;s: Ï•b = N(1sA + 1sB) en Ï•* = N&#039; (1sA - 1sB). Bereken de normalisatieconstanten N en N&#039;. Bewijs (op basis van de densiteit) dat, bij een voldoende kleine H-H afstand zodat beide atomaire orbitalen overlappen, phi(b) een binden MO en phi* een antibindend MO is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 januari 2013===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Leid de uitdrukking af van de totale (elektronische) grondtoestandsenergie die bekomen wordt binnen DFT na de introductie van orbitalen zoals gesugereerd door Kohn &amp;amp;amp; Sham&lt;br /&gt;
#Geef de definitie van &amp;amp;quot;size consistency&amp;amp;quot;. Waarom is de CISD-methode niet size-consistent?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Wat zijn compatiebele grootheden?&lt;br /&gt;
#*Toon aan dat twee meetbare grootheden compatiebel zijn als de corresponderende kwantummechanische operatoren commuteren.&lt;br /&gt;
#*Geef een voorbeeld van (i) twee compatiebele grootheden, (ii) twee niet-compatiebele grootheden. Bewijs (i) en (ii) door de commutatierelatie tussen de bijhorende operatoren uit te werken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Augustus 2012===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Geef de definitie van een lineaire hermitische operator A en bewijs dat:&lt;br /&gt;
#*eigenwaarden van A altijd reël zijn&lt;br /&gt;
#*de eigenfuncties van A steeds orthonormaal gekozen kunnen worden.&lt;br /&gt;
#Bespreek Rayleigh-Schrödinger perturbatietheorie voor niet-ontaarde systemen en situeer de MP2-methode binnen deze theorie.&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom de dissociatie van H2 molecule niet correct beschreven kan worden met een RHF-type golffunctie. Geef de twee wijzen waarop de bindingsenergie van H{{sub|2}} theoretisch berekend kan worden en leg uit waarom, op Hartree-Fock niveau, de ene wijze een steeds te hoge en de andere steeds een te lage bindingsenergie oplevert? Hoe kan de beschrijving van de golffunctie van H2, en dus ook van bindingsenergie, verbeterd worden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2011 NM===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Definitie van elektroncorrelatie&lt;br /&gt;
#* Wat is de correlatie-energie&lt;br /&gt;
#* Beschrijf schematisch de vorm van de golffunctie die, binnen de LCAO-MO benadering, in staat is om elektronencorrelatie te beschrijven&lt;br /&gt;
#* Noem twee mogelijke methoden die gebruikt kunnen worden om deze golffunctie te berekenen. Geef de essentiële verschillen tussen de beide methoden&lt;br /&gt;
#Toepassing van de LCAO-MO benadering op het H2+ molecule met een minimale basis bestaande uit twee genormaliseerde AO 1sA en 1sB geeft steeds de volgende twee MO&#039;s: Ï•&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;b&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; = N(1sA + 1sB) en Ï•* = N&#039; (1sA - 1sB). &lt;br /&gt;
#* Bereken de normalisatieconstanten N en N&#039;&lt;br /&gt;
#* Bewijs (op basis van de densiteit) dat, bij een voldoende kleine H-H afstand zodat beide atomaire orbitalen overlappen, phi(b) een binden MO en phi* een antibindend MO is. &lt;br /&gt;
# Bewijs compatiebele grootheden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2012 VM===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Geef en bespreek het Pauli-principe&lt;br /&gt;
#*Welke benaderende golffunctie zal men gebruiken om te voldoen aan dit principe?&lt;br /&gt;
#Leid de uitdrukking af voor de totale (elektronische) grondtoestandsenergie binnen DFT, na de introductie van orbitalen zoals gesuggereerd door Kohn &amp;amp;amp; Sham.&lt;br /&gt;
#Duid in onderstaande tabel aan met een kruisje of de volgende waterstoforbitalen eigenfuncties zijn van de hamiltoniaan (H), en/of de orbitaaldraaiimpulsoperatoren (lÂ², lx, ly, lz). Hierbij moeten geen ingewikkelde afleidingen gegeven worden, maar je moet keuze wel kunnen uitleggen. (rood = oplossing)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2012===&lt;br /&gt;
#Op basis van welk principe en onder welke omstandigheden kunnen de toestandsfunctie van een systeem geclassificeerd worden als gerade of ungerade?&lt;br /&gt;
#Wat is het verschil tussen de gross en de netto Mulliken populatie van een atomaire basisfunctie resulterend uit een moleculaire LCAO-MO-SCF berekening? (leid de formules af)&lt;br /&gt;
#De volgende complexe functies stellen twee van de oplossingen voor van de Schrödingernvergelijking voor een éé-elektron atoom met kernlading Z:&lt;br /&gt;
#* Ψ4,2,±2 (r,θ,φ)=R4,2 Θ2,±2(θ) Φ±2(φ)&lt;br /&gt;
#* met ρ=2Zr/na0&lt;br /&gt;
#* en: R4,2(r)=(((Z/a0)^(3/2))/96√5)*(6-ρ)ρ²e-ρ/2&lt;br /&gt;
#* Θ2,±2(θ)=√15/4 sin²θ&lt;br /&gt;
#* Φ±2(φ)=1/√2π e±2iφ&lt;br /&gt;
#*Zijn deze twee functies ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#*Vorm uit deze twee golffuncties via een orthonormale transformatie twee reële functies. Welke kwantumgetallen gaan hierbij verloren? Zijn de nieuwe functie nog steeds eigenfuncties van dezelfde hamiltoniaan (Ã©Ã©n-elektron atoom met kernlading Z)? Zo ja, hebben ze dezelfde eigenwaarden als de oorspronkelijke functies of niet? Zijn ze ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#*Hoeveel radiale nodale vlakken hebben de reële functies? Hoeveel angulaire nodale vlakken, en welke vlakken zijn dit?&lt;br /&gt;
#*Teken het angulaire deel van de twee reële orbitalen in twee dimensies. Kies hiervoor het vlak in een carthesisch assenstelsel waar de functies waar de functies hun maximale (absolute) waarde bereiken.&lt;br /&gt;
#*Teken ook (kwalitatief) de totale (reële) golffuncties in hetzelfde vlak, onder de vorm van hoogtelijnen. Teken twee hoogtelijnen met een verschillende absolute waarde en geef aan welke van de twee lijnen hoort bij de hoogste absolute waarde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2011 nm===&lt;br /&gt;
# Maak gebruik van de LCAO-MO benadering en het variatietheorema om de golï¬€unctie en bijhorende energie te berekenen van de grondtoestand van het H&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;+&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;-ion bij een H-H afstand van 2,2 a.u. Basisfuncties zijn de (genormaliseerde) 1sA en 1sB orbitalen op beide H atomen. De waarde van de verschillende integralen tussen beide functies bij de gegeven H-H afstand bedragen:    S(AB)= 0,533     ;  H(AA)= -0,937 a.u.      ;    H(AB)= -0,621 a.u.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Geef en bespreek het Pauli-principe&lt;br /&gt;
#* Hoe wordt dit principe gebruikt voor de constructie van een golffunctie binnnen de orbitaalbenadering.&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen de gross en de netto Mulliken populatie van een atomaire basisfunctie resulterend uit een moleculaire LCAO-MOSCF berekening (leid de formules af)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2011 vm===&lt;br /&gt;
# Op basis van welk principe en onder welke omstandigheden kunnen de toestandsfuncties van een systeem geclassificeerd worden als gerade of ungerade?&lt;br /&gt;
# Leidt de uitdrukking af van de totale elektronische grondtoestandsenergie die bekomen wordt binnen DFT na de introductie van orbitalen zoals gesuggereerd door Kohn &amp;amp;amp; Sham.&lt;br /&gt;
# Bereken a) de meest waarschijnlijke kern-elektronafstand; b) de gemiddelde kern-elektronafstand, in de grondtoestand van het waterstof atoom met als toestandsfunctie (dan die functie uit de cursus)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2010 nm===&lt;br /&gt;
#Niet compatiebele grootheden, bewijzen dat impuls en plaats niet compatiebel zijn, onzekerheidsprincipe Heisenberg geven en bewijzen met gegeven formule (uit cursus)&lt;br /&gt;
#H&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;+&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;-ion, gegeven dat bindend orbitaal= N(sA+sB) en antibindend= N&#039;(sA-sB). Normalisatiefactoren berekenen en met de waarschijnlijkheidsdichtheid aantonen dat het ene bindend is en het andere antibindend.&lt;br /&gt;
#Vanalles over geometrie-optimalisatie en frequentie-analyse:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2010 vm===&lt;br /&gt;
#De golffunctie van waterstof gekregen. Bereken hoogst waarschijnlijke waarde van r en de gemiddelde waarde van r&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Variatietheorema geven en bewijzen en aantonen hoe dat da in de densiteitsfunctionaaltheorie ook blijft gelden&lt;br /&gt;
#* Het eerste Hohenberg-Kohn theorema geven en bewijzen&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Definitie van elektroncorrelatie&lt;br /&gt;
#* Wat is de correlatie-energie&lt;br /&gt;
#* Beschrijf schematisch de vorm van de golffunctie die, binnen de LCAO-MO benadering, in staat is om elektronencorrelatie te beschrijven&lt;br /&gt;
#* Noem twee mogelijke methoden die gebruikt kunnen worden om deze golffunctie te berekenen. Geef de essentiële verschillen tussen de beide methoden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2010 nm===&lt;br /&gt;
#Op basis van welk principe en onder welke omstandigheden kunnen de toestandsfuncties van een systeem geclassificeerd worden als gerade en ungerade&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom de dissociatie van het H2 molecule niet correct beschreven kan worden met een RHF type golffunctie. Geef de 2 wijzen waarop de bindingsenergie van H2 theoretisch berekend kan worden en leg uit waarom, op Hartree-Fock niveau de ene wijze steeds een te hoge, en de andere wijze steeds een te lage bindingsenergie oplevert. Hoe kan de beschrijving van de golffunctie van H2, en dus ook van de bindingsenergie, verbeterd worden.&lt;br /&gt;
#Bespreek het Pauli-principe (grondig en algemeen) en gebruik dit principe bij de constructie van de golffunctie voor de grondtoestand van he He atoom(binnen de orbitaalbenadering) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2010 vm===&lt;br /&gt;
#Bewijs compatiebele grootheden&lt;br /&gt;
#Geef de verschillende aangeslagen toestanden van een twee-elektronsysteem. Geef de slaterdeterminanten rekening houdend met het Pauliprincipe&lt;br /&gt;
#Tekenopdracht van n=4 l=2 en ml=+/-2 (zie oude examenvragen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===augustus 2009===&lt;br /&gt;
#Wat zijn incompatiebele grootheden? Toon aan dat positie en snelheid incompatiebel zijn. Geef en bewijs de Heisenberg onzekerheidsrelatie. Maak hierbij gebruik van de volgende vergelijking, geldend voor twee incompatiebele grootheden A en B: deltaA * deltaB &amp;amp;gt;= 1/2 |&amp;amp;lt;psi|[A, B]|psi&amp;amp;gt;|&lt;br /&gt;
#Toepassing van de LCAO-MO benadering op het H2+ molecule met een minimale basis bestaande uit twee genormaliseerde AO 1sA en 1sB geeft steeds de volgende twee MO&#039;s: Ï•{{sub|b}} = N(1sA + 1sB) en Ï•* = N&#039; (1sA - 1sB). &lt;br /&gt;
* Bereken de normalisatieconstanten N en N&#039;&lt;br /&gt;
* Bewijs (op basis van de densiteit) dat, bij een voldoende kleine H-H afstand zodat beide atomaire orbitalen overlappen, Ï•{{sub|b}} een binden MO en Ï•* een antibindend MO is. &lt;br /&gt;
#Bespreek het principe van een geometrie-optimalisatie van een molecule. Maak hierbij gebruik van de begrippen potentiaaloppervlak, stationair punt, gradient en hessiaan. Wat versta je onder een frequentie-analyse, en wat is het verband tussen de frequenties en de hessiaan? Leg uit waarom geometrie-optimalisatie best steeds gevolgd wordt door een frequentie-analyse. Op welke manier kan de symmetrie van het molecule hierbij een rol spelen? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2009===&lt;br /&gt;
#Geef de definitie van een lineaire hermitische operator A en bewijs dat:&lt;br /&gt;
#*Eigenwaarden van A altijd reel zijn&lt;br /&gt;
#*De eigenfuncties van A steeds orthonormaal gekozen kunnen worden.&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom de dissociatie van het H2 molecule niet correct beschreven kan worden met een RHF type golffunctie. Geef de twee wijzen waarop de bindingsenergie van H2 theoretisch berekend kan worden en leg uit waarom, op Hartree-Fock niveau, de ene wijze steeds een te hoge en de andere wijze steeds een te lage bindingsenergie oplevert. Hoe kan de beschrijving van de golffunctie van H2, en dus ook van de bindingsenergie, verbeterd worden?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Geef en bewijs het variatietheorema&lt;br /&gt;
#*Geef en bewijs het eerste Hohenberg-Kohn theorema&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2009===&lt;br /&gt;
#Bespreek gerade/ungerade , afleiding en zeggen wat essentieel is.&lt;br /&gt;
#3 begrippen bespreken en met elkaar in verband brengen: orbitaal / open en gesloten schil / toestand en toestandsfunctie&lt;br /&gt;
#Orbitalen tekenen(letterlijk zoals ook op toledo staat)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 januari 2009===&lt;br /&gt;
#Commutatieregels H, LÂ², Lx, Ly, Lz van meer-elektronatomen afleiden en bespreken wat ge daar mee kunt&lt;br /&gt;
#Perturbatietheorie geven &amp;amp;amp; MP2 daar in mengen&lt;br /&gt;
#Frequentie-analyse&lt;br /&gt;
#*A) frequentie-analyse op een stationair punt bespreken en de Hessiaan er in gebruiken&lt;br /&gt;
#*B) 3 eigenschappen bespreken van het molecule in een bepaalde geometrie die je met een frequentie analyse kan berekenen/bespreken&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Maxime vdB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Computationele_Chemie&amp;diff=994</id>
		<title>Computationele Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Computationele_Chemie&amp;diff=994"/>
		<updated>2018-01-24T18:27:47Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Maxime vdB: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
Een van de weinige vakken binnen de opleiding Chemie dat gedoceerd wordt door een vrouwelijke prof. Het zwaarste vak van de 3&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;e&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt; bachelor in de eerste semester. Naast het mondelinge examen bij prof Pierloot zijn er computerpractica. Hierover moeten verslagen gemaakt worden en op het einde van het semester een computerexamen afgelegd worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== NM 23 januari 2018===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Geef de definitie en twee voorbeelden (met verantwoording) van elk van de volgende begrippen: (1) idempotente operatoren, (2) compatiebele grootheden en (3) hermitische operatoren.&lt;br /&gt;
#* Bewijs dat 1/2 (AB+BA) hermitisch is als, A en B zelf hermitisch zijn. Moeten A en B hiervoor commuteren?&lt;br /&gt;
#Vertrek van de exacte oplossing van de Schrödingervgl van het He+ ion om een benaderende oplossing te berekenen voor de grondtoestand van het He atoom. Werk een manier uit om deze benadering te verbeteren door gebruik te maken van het variatietheorema. Kan je op die manier een exacte uitkomst bekomen? Leg uit waarom (niet)/ hoe.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Geef de uitdrukking van de Hartree-Fock orbitaalenergie ε_HF en bespreek de betekenis van de verschillende termen in deze uitdrukking.&lt;br /&gt;
#*Komt de som van de HF energieën van alle bezette orbitalen van een molecule overeen met de totale HF energie E_HF? Indien niet, waarin verschillen beide grootheden?&lt;br /&gt;
#*Leg uit op welke manier de orbitaalenergie gebruikt kan worden als een benaderende waarde voor de moleculaire ionisatie-energie. Wat houdt deze benadering in en hoe kan de berekening van de ionisatie-potentiaal verder verbeterd worden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===VM 23 januari 2018===&lt;br /&gt;
#Toepassing van de LCAO-MO benadering op het H2+ molecule met een minimale basis bestaande uit twee genormaliseerde AO 1sA en 1sB geeft steeds de volgende twee MO&#039;s: Phi^b = N(1sA + 1sB) en Phi* = N&#039; (1sA - 1sB). Bereken de normalisatieconstanten N en N&#039;. Bewijs (op basis van de densiteit) dat, bij een voldoende kleine H-H afstand zodat beide atomaire orbitalen overlappen, phi(b) een binden MO en phi* een antibindend MO is.&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom de dissociatie van het H2 molecule niet correct beschreven kan worden met een RHF-type golffunctie. Geef aan welke gevolgen dit heeft voor de nauwkeurigheid van de RHF golfvergelijking (?) van covalente bindingen. Beschrijf in detail welke (minimale) voorbetering van de RHF golffunctie van H2 nodig is om een kwalitatief correcte dissociatiecurve te bekomen.&lt;br /&gt;
#Wat is Mulliken populatie-analyse en voor wat dient het? Leid de formules af + wat is het verschil tussen de gross en de netto Mulliken populatie van een atomaire basisfunctie resulterend uit een moleculaire LCAO-MO-SCF berekening (gesloten schil molecule)? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2018===&lt;br /&gt;
#Voorwaarden van een gerade/ ungerade systeem uitleggen en wanneer het kan voorkomen &lt;br /&gt;
#Vertrek van de exacte oplossing van de Schrödingervgl van het He+ ion om een benaderende oplossing te berekenen voor de grondtoestand van het He atoom. Werk een manier uit om deze benadering te verbeteren door gebruik te maken van het variatietheorema. Kan je op die manier een exacte uitkomst bekomen? Leg uit waarom (niet)/ hoe.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Hoe bereken je de electrondensiteit vertrekkende van de (exacte) elektronische toestandsfunctie van ene molecule? hoe hierbij ook rekening met de spin van de elektronen.&lt;br /&gt;
#*Hoe kan je bovenstaande uitdrukking herschrijven voor de Hartree-Fock golffunctie van een gesloten-schil molecule?&lt;br /&gt;
#*Hoe bereken je de moleculaire elektrostatische potentiaal MEP van een molecule uitgaande van de densiteit?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 januari 2017 (NM) ===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Geef de definitie en twee voorbeelden (met verantwoording) van elk van de volgende begrippen: (1) idempotente operatoren, (2) compatiebele grootheden en (3) hermitische operatoren.&lt;br /&gt;
#* Bewijs dat 1/2 (AB+BA) hermitisch is als, A en B zelf hermitisch zijn. Moeten A en B hiervoor commuteren?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Schrijf de HF toestandsfunctie voor een gesloten-schil molecule.&lt;br /&gt;
#* Wat versta je onder elektroncorrelatie? Waarom beschrijft de HF toestandsfunctie correlatie niet. Geef de definitie van correlatie-energie.&lt;br /&gt;
#* Beschrijf schematisch de vorm van de golffunctie die, binnen de LCAO-MO benadering, wel in staat is om elektroncorrelatie te beschrijven.&lt;br /&gt;
# De volgende complexe functies stellen twee van de oplossingen voor van de Schrödingervergelijking voor een één-elektron atoom met kernlading Z:functies voor (n=4, l=2 en ml = +/-2)&lt;br /&gt;
#* Ψ4,2,±2 (r,θ,φ)=R4,2 Θ2,±2(θ) Φ±2(φ)&lt;br /&gt;
#* met ρ=2Zr/na0&lt;br /&gt;
#* en: R4,2(r)=(((Z/a0)^(3/2))/96√5)*(6-ρ)ρ²e-ρ/2&lt;br /&gt;
#* Θ2,±2(θ)=√15/4 sin²θ&lt;br /&gt;
#* Φ±2(φ)=1/√2π e±2iφ&lt;br /&gt;
#* Zijn deze twee functies ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#* Vorm uit deze twee golffuncties via een orthonormale transformatie twee reële functies. Welke kwantumgetallen gaan hierbij verloren? Zijn de nieuwe functie nog steeds eigenfuncties van dezelfde hamiltoniaan (één-elektron atoom met kernlading Z)? Zo ja, hebben ze dezelfde eigenwaarden als de oorspronkelijke functies of niet? Zijn ze ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#* Hoeveel radiale nodale vlakken hebben de reële functies? Hoeveel angulaire nodale vlakken, en welke vlakken zijn dit?&lt;br /&gt;
#* Teken het angulaire deel van de twee reële orbitalen in twee dimensies. Kies hiervoor het vlak in een carthesisch assenstelsel waar de functies waar de functies hun maximale (absolute) waarde bereiken.&lt;br /&gt;
#* Teken ook (kwalitatief) de totale (reële) golffuncties in hetzelfde vlak, onder de vorm van hoogtelijnen. Teken twee hoogtelijnen met een verschillende absolute waarde en geef aan welke van de twee lijnen hoort bij de hoogste absolute waarde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 januarri 2017 ===&lt;br /&gt;
# Voorwaarden uitleggen voor wanneer een systeem geraden of ungeraden kan zijn.&lt;br /&gt;
# Uitleggen waarom UHF afwijkingen geeft bij de dissociatie van H2 en het covalente karakter van bindingen. Uiteggen hoe dit kan verbeterd worden ( in detail zoals H IV: p28-30)&lt;br /&gt;
# Afleiden van de totale elektronische energie na het in voeren van Kohn &amp;amp; Sham orbitalen in DFT.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 januari 2017 (NM)===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Geef en bewijs het variatietheorema&lt;br /&gt;
#* Situeer de orbitaalbenadering binnen dit theorema. Beschrijf hoe met deze methode benaderende oplossingen van de Schrödingervergelijking bekomen kunnen worden.&lt;br /&gt;
#* Situeer de LCAO-MO methode binnen dit theorema. Beschrijf hoe met deze methode beanderende oplossingen voor orbitalen bekomen kunnen worden.&lt;br /&gt;
# Bespreek de toestandsfunctie horende bij de configuratie phi(a)phi(b) van een twee-elektronsysteem, en toon aan hoe het Pauliprincipe hierbij aanleiding geeft tot de constructie van (combinaties van) Slater determinanten. (phi(a) en phi(b) zijn orbitalen).&lt;br /&gt;
# Leid af hoe de kwantummechanische verwachtingswaarde van een moleculaire dipoolmoment berekend kan worden, vertrekkende van (a) de elektronische toestandsfunctie; (b) de elektronendensiteit. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2016 (VM)===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Geef de definitie en twee voorbeelden (met verantwoording) van elk van de volgende begrippen: (1) idempotente operatoren, (2) compatiebele grootheden, (3) hermitische operatoren.&lt;br /&gt;
#* Bewijs dat 1/2(AB+BA) hermitisch is als A en B zelf hermitisch zijn. Moeten A en B hiervoor commuteren?&lt;br /&gt;
# Toepassing van de LCAO-MO benadering op het H2+ molecule met een minimale basis bestaande uit twee genormaliseerde AO 1sA en 1sB geeft steeds de volgende twee MO&#039;s: Ï•b = N(1sA + 1sB) en Ï•* = N&#039; (1sA - 1sB). &lt;br /&gt;
#* Bereken de normalisatieconstanten N en N&#039;. &lt;br /&gt;
#* Bewijs (op basis van de densiteit) dat, bij een voldoende kleine H-H afstand zodat beide atomaire orbitalen overlappen, phi(b) een binden MO en phi* een antibindend MO is.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Hoe bereken je de elektronendensiteit vertrekkende van de elektronische toestandfunctie van een molecule? Hou hierbij ook rekening met de spin van de elektronen. &lt;br /&gt;
#* Hoe bereken je de moleculaire elektrostatische potentiaal MEP van ee nmolecule uitgaande van de densiteit? &lt;br /&gt;
#* Leg uit hoe je een MSEP (molecular surface electrostatic potential) zou berekenen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2016 (VM)===&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#* Wat zijn compatiebele grootheden? Wat zijn de voorwaarden? &lt;br /&gt;
#* Geef een voorbeeld van (i) twee compatiebele grootheden, (ii) twee niet-compatiebele grootheden. Bewijs dit met de voorwaarden die je in a) gesteld hebt.&lt;br /&gt;
# Leg uit waarom de dissociatie van het H2 molecule niet correct beschreven kan worden met een RHF type golffunctie. Leg uit hoe je dit kan verbeteren (in detail).&lt;br /&gt;
# Leid af hoe de kwantummechanische verwachtingswaarde van een moleculair dipoolmoment berekend kan worden met&lt;br /&gt;
#* elektronische toestandsfunctie&lt;br /&gt;
#* elektrondensiteit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2016 (VM)===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Geef en bewijs het variatietheorema.&lt;br /&gt;
#*Situeer de orbitaalbenadering binnen dit theorema. Beschrijf hoe met deze methode benaderende oplossingen van de Schrödingervergelijking bekomen kunnen worden. &lt;br /&gt;
#*Situeer de LCAO-MO methode binnen dit theorema. Beschrijf hoe met deze methode benaderende oplossingen voor orbitalen bekomen kunnen worden. &lt;br /&gt;
# Bespreek de toestandsfunctie horenden bij de aangeslagen configuratie van een twee-elektronensysteem en toon aan hoe het Pauliprincipe hierbij aanleiding geeft tot de constructie van (combinaties van) de Slater determinanten. &lt;br /&gt;
#De volgende complexe functies stellen twee van de oplossingen voor van de Schrödingernvergelijking voor een één-elektron atoom met kernlading Z:&lt;br /&gt;
#* Ψ4,2,±2 (r,θ,φ)=R4,2 Θ2,±2(θ) Φ±2(φ)&lt;br /&gt;
#* met ρ=2Zr/na0&lt;br /&gt;
#* en: R4,2(r)=(((Z/a0)^(3/2))/96√5)*(6-ρ)ρ²e-ρ/2&lt;br /&gt;
#* Θ2,±2(θ)=√15/4 sin²θ&lt;br /&gt;
#* Φ±2(φ)=1/√2π e±2iφ&lt;br /&gt;
#* Zijn deze twee functies ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#* Vorm uit deze twee golffuncties via een orthonormale transformatie twee reële functies. Welke kwantumgetallen gaan hierbij verloren? Zijn de nieuwe functie nog steeds eigenfuncties van dezelfde hamiltoniaan (één-elektron atoom met kernlading Z)? Zo ja, hebben ze dezelfde eigenwaarden als de oorspronkelijke functies of niet? Zijn ze ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#* Hoeveel radiale nodale vlakken hebben de reële functies? Hoeveel angulaire nodale vlakken, en welke vlakken zijn dit?&lt;br /&gt;
#* Teken het angulaire deel van de twee reële orbitalen in twee dimensies. Kies hiervoor het vlak in een carthesisch assenstelsel waar de functies waar de functies hun maximale (absolute) waarde bereiken.&lt;br /&gt;
#* Teken ook (kwalitatief) de totale (reële) golffuncties in hetzelfde vlak, onder de vorm van hoogtelijnen. Teken twee hoogtelijnen met een verschillende absolute waarde en geef aan welke van de twee lijnen hoort bij de hoogste absolute waarde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2015===&lt;br /&gt;
# Schrijf de hamiltoniaan voor het waterstofatoom. Beschrijf schematisch de eigenfuncties en bijbehorende eigenwaarden. Plaats nu het atoom in een magneetveld. Beschrijf hoe de eigenfuncties en eigenwaarden veranderen.&lt;br /&gt;
#Toepassing van de LCAO-MO benadering op het H2+ molecule met een minimale basis bestaande uit twee genormaliseerde AO 1sA en 1sB geeft steeds de volgende twee MO&#039;s: Ï•b = N(1sA + 1sB) en Ï•* = N&#039; (1sA - 1sB). Bereken de normalisatieconstanten N en N&#039;. Bewijs (op basis van de densiteit) dat, bij een voldoende kleine H-H afstand zodat beide atomaire orbitalen overlappen, phi(b) een binden MO en phi* een antibindend MO is.&lt;br /&gt;
#Bespreek het principe van een geometrie-optimalisatie van een molecule. Maak hierbij gebruik van de begrippen potentiaaloppervlak, stationair punt, gradient en hessiaan. Wat versta je onder een frequentie-analyse, en wat is het verband tussen de frequenties en de hessiaan? Leg uit waarom geometrie-optimalisatie best steeds gevolgd wordt door een frequentie-analyse. Op welke manier kan de symmetrie van het molecule hierbij een rol spelen? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2015===&lt;br /&gt;
# Bespreek Rayleigh-Schrödinger perturbatietheorie voor niet-ontaarde systemen en situeer de MP2-methode binnen deze theorie.&lt;br /&gt;
# De volgende complexe functies stellen twee van de oplossingen voor van de Schrödingernvergelijking voor een één-elektron atoom met kernlading Z:&lt;br /&gt;
#* Ψ4,2,±2 (r,θ,φ)=R4,2 Θ2,±2(θ) Φ±2(φ)&lt;br /&gt;
#* met ρ=2Zr/na0&lt;br /&gt;
#* en: R4,2(r)=(((Z/a0)^(3/2))/96√5)*(6-ρ)ρ²e-ρ/2&lt;br /&gt;
#* Θ2,±2(θ)=√15/4 sin²θ&lt;br /&gt;
#* Φ±2(φ)=1/√2π e±2iφ&lt;br /&gt;
#* Zijn deze twee functies ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#* Vorm uit deze twee golffuncties via een orthonormale transformatie twee reële functies. Welke kwantumgetallen gaan hierbij verloren? Zijn de nieuwe functie nog steeds eigenfuncties van dezelfde hamiltoniaan (één-elektron atoom met kernlading Z)? Zo ja, hebben ze dezelfde eigenwaarden als de oorspronkelijke functies of niet? Zijn ze ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#* Hoeveel radiale nodale vlakken hebben de reële functies? Hoeveel angulaire nodale vlakken, en welke vlakken zijn dit?&lt;br /&gt;
#* Teken het angulaire deel van de twee reële orbitalen in twee dimensies. Kies hiervoor het vlak in een carthesisch assenstelsel waar de functies waar de functies hun maximale (absolute) waarde bereiken.&lt;br /&gt;
#* Teken ook (kwalitatief) de totale (reële) golffuncties in hetzelfde vlak, onder de vorm van hoogtelijnen. Teken twee hoogtelijnen met een verschillende absolute waarde en geef aan welke van de twee lijnen hoort bij de hoogste absolute waarde.&lt;br /&gt;
# Op basis van welk principe en onder welke omstandigheden kunnen de toestandsfuncties van een systeem geclassificeerd worden als gerade of ungerade?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2015 VM===&lt;br /&gt;
# Geef en bewijs het variatie theorema. Toon aan dat dit blijft gelden in de densiteitfunctionaal theorie&lt;br /&gt;
# Constructie van Slater determinanten vanuit het Pauli principe&lt;br /&gt;
#Duid in onderstaande tabel aan met een kruisje of de volgende waterstoforbitalen eigenfuncties zijn van de hamiltoniaan (H), en/of de orbitaaldraaiimpulsoperatoren (lÂ², lx, ly, lz). Hierbij moeten geen ingewikkelde afleidingen gegeven worden, maar je moet keuze wel kunnen uitleggen. (rood = oplossing)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 januari 2015===&lt;br /&gt;
# Schrijf de hamiltoniaan voor het waterstofatoom. Beschrijf schematisch de eigenfuncties en bijbehorende eigenwaarden. Plaats nu het atoom in een magneetveld. Beschrijf hoe de eigenfuncties en eigenwaarden veranderen.&lt;br /&gt;
# Geef grondig het Pauliprincipe en toon aan dat de golffunctie van het He atoom geschreven moet worden als een determinant, en geef deze determinant.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Wat versta je onder elektroncorrelatie&lt;br /&gt;
#* Geef de de definitie van correlatie energie&lt;br /&gt;
#* Beschrijf schematisch de vorm van de golffunctie die, binnen de LCAO-MO benadering, in staat is de elektron correlatie te beschrijven.&lt;br /&gt;
#* Noem 2 mogelijke methoden die gebruikt kunnen worden om deze golffunctie te berekenen. Geef de essentiële verschillen tussen beide methoden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 augustus 2014===&lt;br /&gt;
# Bewijs dat Pz een lineaire en hermitische operator is.&lt;br /&gt;
# Geef grondig het Pauliprincipe en voor een He atoom gebruik makend van de orbitaalbenadering dat de golffunctie geschreven kan worden in een determinant, en geef deze determinant.&lt;br /&gt;
# Leg uit Rayleigh perturbatie theorie en situeer MP2 hierin.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2014===&lt;br /&gt;
# Definieer&lt;br /&gt;
#*orbitaal en orbitaalbenadering&lt;br /&gt;
#*configuratie: open- en gesloten-schil-configuratie&lt;br /&gt;
#*slaterdeterminanten&lt;br /&gt;
#*toestand en toestandsfunctie; maak gebruik van een voorbeeld en leg het verband/preciseer het verschil tussen de verschillende begrippen&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen de gross en de netto Mulliken populatie van een atomaire basisfunctie resulterend uit een moleculaire LCAO-MO-SCF berekening? (leid de formules af)&lt;br /&gt;
# Bereken a) de meest waarschijnlijke kern-elektronafstand; b) de gemiddelde kern-elektronafstand, in de grondtoestand van het waterstof atoom met als toestandsfunctie (dan die functie uit de cursus)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2014===&lt;br /&gt;
# geef de definitie en twee voorbeelden (met verantwoording) van elk van de volgende begrippen:&lt;br /&gt;
#* Idempotente operatoren&lt;br /&gt;
#* Compatibele grootheden&lt;br /&gt;
#* Hermitische operatoren&lt;br /&gt;
# Geef en bespreek het Pauli principe (algemeen) en toon aan dat omwille van dit principe de maximale bezetting ven de ruimtelijke orbitalen 2 is, en die van de spin orbitalen 1.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Wat versta je onder elektroncorrelatie&lt;br /&gt;
#* Geef de de definitie van correlatie energie&lt;br /&gt;
#* Beschrijf schematisch de vorm van de golffunctie die, binnen de LCAO-MO benadering, in staat is de elektron correlatie te beschrijven (uit hoofdstuk 4 naar &#039;t schijnt!)&lt;br /&gt;
#* Noem 2 mogelijke methoden die gebruikt kunnen worden om deze golffunctie te berekenen. Geef de essentiële verschillen tussen beide methoden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2014===&lt;br /&gt;
# Bewijs compatiebele grootheden.&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom de dissociatie van het H2 molecule niet correct beschreven kan worden met een RHF type golffunctie.&lt;br /&gt;
#* Geef de 2 wijzen waarop de bindingsenergie van H2 theoretisch berekend kan worden en leg uit waarom, op Hartree-Fock niveau, de ene wijze steeds een te hoge, en de andere wijze steeds een te lage bindingsenergie oplevert.&lt;br /&gt;
#*Hoe kan de beschrijving van de golffunctie van H2, en dus ook van de bindingsenergie, verbeterd worden.&lt;br /&gt;
#Bespreek het principe van een geometrie-optimalisatie van een molecule.&lt;br /&gt;
#* Maak hierbij gebruik van de begrippen potentiaaloppervlak, stationair punt, gradient en hessiaan. Wat versta je onder een frequentie-analyse.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verband tussen de frequenties en de hessiaan?&lt;br /&gt;
#* Leg uit waarom geometrie-optimalisatie best steeds gevolgd wordt door een frequentie-analyse. Op welke manier kan de symmetrie van het molecule hierbij een rol spelen? &lt;br /&gt;
===17 januari 2014===&lt;br /&gt;
#Geef en bewijs het variatie theorema. Toon aan dat dit blijft gelden in de densiteitfunctionaal theorie&lt;br /&gt;
#Constructie van Slater determinanten vanuit het Pauli principe:&lt;br /&gt;
#Bespreek de mogelijke golffuncties en dat die aanleiding geven tot de constructie van  een Slater determinant/ combinatie van Slater determinanten&lt;br /&gt;
#Duid in onderstaande tabel aan met een kruisje of de volgende waterstoforbitalen eigenfuncties zijn van de hamiltoniaan (H), en/of de orbitaaldraaiimpulsoperatoren (lÂ², lx, ly, lz). Hierbij moeten geen ingewikkelde afleidingen gegeven worden, maar je moet keuze wel kunnen uitleggen. (rood = oplossing) (zie 24 januari 2012)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 januari 2013 ===&lt;br /&gt;
#Geef en bespreek het Pauli-principe. Welke benaderende golffunctie zal men gebruiken om te voldoen aan dit principe?&lt;br /&gt;
#Definitie van elektroncorrelatie. Wat is de correlatie-energie? Beschrijf schematisch de vorm van de golffunctie die, binnen de LCAO-MO benadering, in staat is om elektronencorrelatie te beschrijven. Noem twee mogelijke methoden die gebruikt kunnen worden om deze golffunctie te berekenen. Geef de essentiële verschillen tussen de beide methoden.&lt;br /&gt;
#Toepassing van de LCAO-MO benadering op het H2+ molecule met een minimale basis bestaande uit twee genormaliseerde AO 1sA en 1sB geeft steeds de volgende twee MO&#039;s: Ï•b = N(1sA + 1sB) en Ï•* = N&#039; (1sA - 1sB). Bereken de normalisatieconstanten N en N&#039;. Bewijs (op basis van de densiteit) dat, bij een voldoende kleine H-H afstand zodat beide atomaire orbitalen overlappen, phi(b) een binden MO en phi* een antibindend MO is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 januari 2013===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Leid de uitdrukking af van de totale (elektronische) grondtoestandsenergie die bekomen wordt binnen DFT na de introductie van orbitalen zoals gesugereerd door Kohn &amp;amp;amp; Sham&lt;br /&gt;
#Geef de definitie van &amp;amp;quot;size consistency&amp;amp;quot;. Waarom is de CISD-methode niet size-consistent?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Wat zijn compatiebele grootheden?&lt;br /&gt;
#*Toon aan dat twee meetbare grootheden compatiebel zijn als de corresponderende kwantummechanische operatoren commuteren.&lt;br /&gt;
#*Geef een voorbeeld van (i) twee compatiebele grootheden, (ii) twee niet-compatiebele grootheden. Bewijs (i) en (ii) door de commutatierelatie tussen de bijhorende operatoren uit te werken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Augustus 2012===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Geef de definitie van een lineaire hermitische operator A en bewijs dat:&lt;br /&gt;
#*eigenwaarden van A altijd reël zijn&lt;br /&gt;
#*de eigenfuncties van A steeds orthonormaal gekozen kunnen worden.&lt;br /&gt;
#Bespreek Rayleigh-Schrödinger perturbatietheorie voor niet-ontaarde systemen en situeer de MP2-methode binnen deze theorie.&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom de dissociatie van H2 molecule niet correct beschreven kan worden met een RHF-type golffunctie. Geef de twee wijzen waarop de bindingsenergie van H{{sub|2}} theoretisch berekend kan worden en leg uit waarom, op Hartree-Fock niveau, de ene wijze een steeds te hoge en de andere steeds een te lage bindingsenergie oplevert? Hoe kan de beschrijving van de golffunctie van H2, en dus ook van bindingsenergie, verbeterd worden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2011 NM===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Definitie van elektroncorrelatie&lt;br /&gt;
#* Wat is de correlatie-energie&lt;br /&gt;
#* Beschrijf schematisch de vorm van de golffunctie die, binnen de LCAO-MO benadering, in staat is om elektronencorrelatie te beschrijven&lt;br /&gt;
#* Noem twee mogelijke methoden die gebruikt kunnen worden om deze golffunctie te berekenen. Geef de essentiële verschillen tussen de beide methoden&lt;br /&gt;
#Toepassing van de LCAO-MO benadering op het H2+ molecule met een minimale basis bestaande uit twee genormaliseerde AO 1sA en 1sB geeft steeds de volgende twee MO&#039;s: Ï•&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;b&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; = N(1sA + 1sB) en Ï•* = N&#039; (1sA - 1sB). &lt;br /&gt;
#* Bereken de normalisatieconstanten N en N&#039;&lt;br /&gt;
#* Bewijs (op basis van de densiteit) dat, bij een voldoende kleine H-H afstand zodat beide atomaire orbitalen overlappen, phi(b) een binden MO en phi* een antibindend MO is. &lt;br /&gt;
# Bewijs compatiebele grootheden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2012 VM===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Geef en bespreek het Pauli-principe&lt;br /&gt;
#*Welke benaderende golffunctie zal men gebruiken om te voldoen aan dit principe?&lt;br /&gt;
#Leid de uitdrukking af voor de totale (elektronische) grondtoestandsenergie binnen DFT, na de introductie van orbitalen zoals gesuggereerd door Kohn &amp;amp;amp; Sham.&lt;br /&gt;
#Duid in onderstaande tabel aan met een kruisje of de volgende waterstoforbitalen eigenfuncties zijn van de hamiltoniaan (H), en/of de orbitaaldraaiimpulsoperatoren (lÂ², lx, ly, lz). Hierbij moeten geen ingewikkelde afleidingen gegeven worden, maar je moet keuze wel kunnen uitleggen. (rood = oplossing)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2012===&lt;br /&gt;
#Op basis van welk principe en onder welke omstandigheden kunnen de toestandsfunctie van een systeem geclassificeerd worden als gerade of ungerade?&lt;br /&gt;
#Wat is het verschil tussen de gross en de netto Mulliken populatie van een atomaire basisfunctie resulterend uit een moleculaire LCAO-MO-SCF berekening? (leid de formules af)&lt;br /&gt;
#De volgende complexe functies stellen twee van de oplossingen voor van de Schrödingernvergelijking voor een éé-elektron atoom met kernlading Z:&lt;br /&gt;
#* Ψ4,2,±2 (r,θ,φ)=R4,2 Θ2,±2(θ) Φ±2(φ)&lt;br /&gt;
#* met ρ=2Zr/na0&lt;br /&gt;
#* en: R4,2(r)=(((Z/a0)^(3/2))/96√5)*(6-ρ)ρ²e-ρ/2&lt;br /&gt;
#* Θ2,±2(θ)=√15/4 sin²θ&lt;br /&gt;
#* Φ±2(φ)=1/√2π e±2iφ&lt;br /&gt;
#*Zijn deze twee functies ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#*Vorm uit deze twee golffuncties via een orthonormale transformatie twee reële functies. Welke kwantumgetallen gaan hierbij verloren? Zijn de nieuwe functie nog steeds eigenfuncties van dezelfde hamiltoniaan (Ã©Ã©n-elektron atoom met kernlading Z)? Zo ja, hebben ze dezelfde eigenwaarden als de oorspronkelijke functies of niet? Zijn ze ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#*Hoeveel radiale nodale vlakken hebben de reële functies? Hoeveel angulaire nodale vlakken, en welke vlakken zijn dit?&lt;br /&gt;
#*Teken het angulaire deel van de twee reële orbitalen in twee dimensies. Kies hiervoor het vlak in een carthesisch assenstelsel waar de functies waar de functies hun maximale (absolute) waarde bereiken.&lt;br /&gt;
#*Teken ook (kwalitatief) de totale (reële) golffuncties in hetzelfde vlak, onder de vorm van hoogtelijnen. Teken twee hoogtelijnen met een verschillende absolute waarde en geef aan welke van de twee lijnen hoort bij de hoogste absolute waarde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2011 nm===&lt;br /&gt;
# Maak gebruik van de LCAO-MO benadering en het variatietheorema om de golï¬€unctie en bijhorende energie te berekenen van de grondtoestand van het H&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;+&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;-ion bij een H-H afstand van 2,2 a.u. Basisfuncties zijn de (genormaliseerde) 1sA en 1sB orbitalen op beide H atomen. De waarde van de verschillende integralen tussen beide functies bij de gegeven H-H afstand bedragen:    S(AB)= 0,533     ;  H(AA)= -0,937 a.u.      ;    H(AB)= -0,621 a.u.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Geef en bespreek het Pauli-principe&lt;br /&gt;
#* Hoe wordt dit principe gebruikt voor de constructie van een golffunctie binnnen de orbitaalbenadering.&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen de gross en de netto Mulliken populatie van een atomaire basisfunctie resulterend uit een moleculaire LCAO-MOSCF berekening (leid de formules af)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2011 vm===&lt;br /&gt;
# Op basis van welk principe en onder welke omstandigheden kunnen de toestandsfuncties van een systeem geclassificeerd worden als gerade of ungerade?&lt;br /&gt;
# Leidt de uitdrukking af van de totale elektronische grondtoestandsenergie die bekomen wordt binnen DFT na de introductie van orbitalen zoals gesuggereerd door Kohn &amp;amp;amp; Sham.&lt;br /&gt;
# Bereken a) de meest waarschijnlijke kern-elektronafstand; b) de gemiddelde kern-elektronafstand, in de grondtoestand van het waterstof atoom met als toestandsfunctie (dan die functie uit de cursus)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2010 nm===&lt;br /&gt;
#Niet compatiebele grootheden, bewijzen dat impuls en plaats niet compatiebel zijn, onzekerheidsprincipe Heisenberg geven en bewijzen met gegeven formule (uit cursus)&lt;br /&gt;
#H&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;+&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;-ion, gegeven dat bindend orbitaal= N(sA+sB) en antibindend= N&#039;(sA-sB). Normalisatiefactoren berekenen en met de waarschijnlijkheidsdichtheid aantonen dat het ene bindend is en het andere antibindend.&lt;br /&gt;
#Vanalles over geometrie-optimalisatie en frequentie-analyse:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2010 vm===&lt;br /&gt;
#De golffunctie van waterstof gekregen. Bereken hoogst waarschijnlijke waarde van r en de gemiddelde waarde van r&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Variatietheorema geven en bewijzen en aantonen hoe dat da in de densiteitsfunctionaaltheorie ook blijft gelden&lt;br /&gt;
#* Het eerste Hohenberg-Kohn theorema geven en bewijzen&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Definitie van elektroncorrelatie&lt;br /&gt;
#* Wat is de correlatie-energie&lt;br /&gt;
#* Beschrijf schematisch de vorm van de golffunctie die, binnen de LCAO-MO benadering, in staat is om elektronencorrelatie te beschrijven&lt;br /&gt;
#* Noem twee mogelijke methoden die gebruikt kunnen worden om deze golffunctie te berekenen. Geef de essentiële verschillen tussen de beide methoden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2010 nm===&lt;br /&gt;
#Op basis van welk principe en onder welke omstandigheden kunnen de toestandsfuncties van een systeem geclassificeerd worden als gerade en ungerade&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom de dissociatie van het H2 molecule niet correct beschreven kan worden met een RHF type golffunctie. Geef de 2 wijzen waarop de bindingsenergie van H2 theoretisch berekend kan worden en leg uit waarom, op Hartree-Fock niveau de ene wijze steeds een te hoge, en de andere wijze steeds een te lage bindingsenergie oplevert. Hoe kan de beschrijving van de golffunctie van H2, en dus ook van de bindingsenergie, verbeterd worden.&lt;br /&gt;
#Bespreek het Pauli-principe (grondig en algemeen) en gebruik dit principe bij de constructie van de golffunctie voor de grondtoestand van he He atoom(binnen de orbitaalbenadering) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2010 vm===&lt;br /&gt;
#Bewijs compatiebele grootheden&lt;br /&gt;
#Geef de verschillende aangeslagen toestanden van een twee-elektronsysteem. Geef de slaterdeterminanten rekening houdend met het Pauliprincipe&lt;br /&gt;
#Tekenopdracht van n=4 l=2 en ml=+/-2 (zie oude examenvragen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===augustus 2009===&lt;br /&gt;
#Wat zijn incompatiebele grootheden? Toon aan dat positie en snelheid incompatiebel zijn. Geef en bewijs de Heisenberg onzekerheidsrelatie. Maak hierbij gebruik van de volgende vergelijking, geldend voor twee incompatiebele grootheden A en B: deltaA * deltaB &amp;amp;gt;= 1/2 |&amp;amp;lt;psi|[A, B]|psi&amp;amp;gt;|&lt;br /&gt;
#Toepassing van de LCAO-MO benadering op het H2+ molecule met een minimale basis bestaande uit twee genormaliseerde AO 1sA en 1sB geeft steeds de volgende twee MO&#039;s: Ï•{{sub|b}} = N(1sA + 1sB) en Ï•* = N&#039; (1sA - 1sB). &lt;br /&gt;
* Bereken de normalisatieconstanten N en N&#039;&lt;br /&gt;
* Bewijs (op basis van de densiteit) dat, bij een voldoende kleine H-H afstand zodat beide atomaire orbitalen overlappen, Ï•{{sub|b}} een binden MO en Ï•* een antibindend MO is. &lt;br /&gt;
#Bespreek het principe van een geometrie-optimalisatie van een molecule. Maak hierbij gebruik van de begrippen potentiaaloppervlak, stationair punt, gradient en hessiaan. Wat versta je onder een frequentie-analyse, en wat is het verband tussen de frequenties en de hessiaan? Leg uit waarom geometrie-optimalisatie best steeds gevolgd wordt door een frequentie-analyse. Op welke manier kan de symmetrie van het molecule hierbij een rol spelen? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2009===&lt;br /&gt;
#Geef de definitie van een lineaire hermitische operator A en bewijs dat:&lt;br /&gt;
#*Eigenwaarden van A altijd reel zijn&lt;br /&gt;
#*De eigenfuncties van A steeds orthonormaal gekozen kunnen worden.&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom de dissociatie van het H2 molecule niet correct beschreven kan worden met een RHF type golffunctie. Geef de twee wijzen waarop de bindingsenergie van H2 theoretisch berekend kan worden en leg uit waarom, op Hartree-Fock niveau, de ene wijze steeds een te hoge en de andere wijze steeds een te lage bindingsenergie oplevert. Hoe kan de beschrijving van de golffunctie van H2, en dus ook van de bindingsenergie, verbeterd worden?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Geef en bewijs het variatietheorema&lt;br /&gt;
#*Geef en bewijs het eerste Hohenberg-Kohn theorema&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2009===&lt;br /&gt;
#Bespreek gerade/ungerade , afleiding en zeggen wat essentieel is.&lt;br /&gt;
#3 begrippen bespreken en met elkaar in verband brengen: orbitaal / open en gesloten schil / toestand en toestandsfunctie&lt;br /&gt;
#Orbitalen tekenen(letterlijk zoals ook op toledo staat)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 januari 2009===&lt;br /&gt;
#Commutatieregels H, LÂ², Lx, Ly, Lz van meer-elektronatomen afleiden en bespreken wat ge daar mee kunt&lt;br /&gt;
#Perturbatietheorie geven &amp;amp;amp; MP2 daar in mengen&lt;br /&gt;
#Frequentie-analyse&lt;br /&gt;
#*A) frequentie-analyse op een stationair punt bespreken en de Hessiaan er in gebruiken&lt;br /&gt;
#*B) 3 eigenschappen bespreken van het molecule in een bepaalde geometrie die je met een frequentie analyse kan berekenen/bespreken&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Maxime vdB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Computationele_Chemie&amp;diff=981</id>
		<title>Computationele Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Computationele_Chemie&amp;diff=981"/>
		<updated>2018-01-24T09:58:23Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Maxime vdB: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
Een van de weinige vakken binnen de opleiding Chemie dat gedoceerd wordt door een vrouwelijke prof. Het zwaarste vak van de 3&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;e&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt; bachelor in de eerste semester. Naast het mondelinge examen bij prof Pierloot zijn er computerpractica. Hierover moeten verslagen gemaakt worden en op het einde van het semester een computerexamen afgelegd worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== NM 23 januari 2018===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Geef de definitie en twee voorbeelden (met verantwoording) van elk van de volgende begrippen: (1) idempotente operatoren, (2) compatiebele grootheden en (3) hermitische operatoren.&lt;br /&gt;
#* Bewijs dat 1/2 (AB+BA) hermitisch is als, A en B zelf hermitisch zijn. Moeten A en B hiervoor commuteren?&lt;br /&gt;
#Vertrek van de exacte oplossing van de Schrödingervgl van het He+ ion om een benaderende oplossing te berekenen voor de grondtoestand van het He atoom. Werk een manier uit om deze benadering te verbeteren door gebruik te maken van het variatietheorema. Kan je op die manier een exacte uitkomst bekomen? Leg uit waarom (niet)/ hoe.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Geef de uitdrukking van de Hartree-Fock orbitaalenergie ε_HF en bespreek de betekenis van de verschillende termen in deze uitdrukking.&lt;br /&gt;
#*Komt de som van de HF energieën van alle bezette orbitalen van een molecule overeen met de totale HF energie E_HF? Indien niet, waarin verschillen beide grootheden?&lt;br /&gt;
#*Leg uit op welke manier de orbitaalenergie gebruikt kan worden als een benaderende waarde voor de moleculaire ionisatie-energie. Wat houdt deze benadering in en hoe kan de berekening van de ionisatie-potentiaal verder verbeterd worden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===VM 23 januari 2018===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2018===&lt;br /&gt;
#Voorwaarden van een gerade/ ungerade systeem uitleggen en wanneer het kan voorkomen &lt;br /&gt;
#Vertrek van de exacte oplossing van de Schrödingervgl van het He+ ion om een benaderende oplossing te berekenen voor de grondtoestand van het He atoom. Werk een manier uit om deze benadering te verbeteren door gebruik te maken van het variatietheorema. Kan je op die manier een exacte uitkomst bekomen? Leg uit waarom (niet)/ hoe.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Hoe bereken je de electrondensiteit vertrekkende van de (exacte) elektronische toestandsfunctie van ene molecule? hoe hierbij ook rekening met de spin van de elektronen.&lt;br /&gt;
#*Hoe kan je bovenstaande uitdrukking herschrijven voor de Hartree-Fock golffunctie van een gesloten-schil molecule?&lt;br /&gt;
#*Hoe bereken je de moleculaire elektrostatische potentiaal MEP van een molecule uitgaande van de densiteit?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 januari 2017 (NM) ===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Geef de definitie en twee voorbeelden (met verantwoording) van elk van de volgende begrippen: (1) idempotente operatoren, (2) compatiebele grootheden en (3) hermitische operatoren.&lt;br /&gt;
#* Bewijs dat 1/2 (AB+BA) hermitisch is als, A en B zelf hermitisch zijn. Moeten A en B hiervoor commuteren?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Schrijf de HF toestandsfunctie voor een gesloten-schil molecule.&lt;br /&gt;
#* Wat versta je onder elektroncorrelatie? Waarom beschrijft de HF toestandsfunctie correlatie niet. Geef de definitie van correlatie-energie.&lt;br /&gt;
#* Beschrijf schematisch de vorm van de golffunctie die, binnen de LCAO-MO benadering, wel in staat is om elektroncorrelatie te beschrijven.&lt;br /&gt;
# De volgende complexe functies stellen twee van de oplossingen voor van de Schrödingervergelijking voor een één-elektron atoom met kernlading Z:functies voor (n=4, l=2 en ml = +/-2)&lt;br /&gt;
#* Ψ4,2,±2 (r,θ,φ)=R4,2 Θ2,±2(θ) Φ±2(φ)&lt;br /&gt;
#* met ρ=2Zr/na0&lt;br /&gt;
#* en: R4,2(r)=(((Z/a0)^(3/2))/96√5)*(6-ρ)ρ²e-ρ/2&lt;br /&gt;
#* Θ2,±2(θ)=√15/4 sin²θ&lt;br /&gt;
#* Φ±2(φ)=1/√2π e±2iφ&lt;br /&gt;
#* Zijn deze twee functies ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#* Vorm uit deze twee golffuncties via een orthonormale transformatie twee reële functies. Welke kwantumgetallen gaan hierbij verloren? Zijn de nieuwe functie nog steeds eigenfuncties van dezelfde hamiltoniaan (één-elektron atoom met kernlading Z)? Zo ja, hebben ze dezelfde eigenwaarden als de oorspronkelijke functies of niet? Zijn ze ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#* Hoeveel radiale nodale vlakken hebben de reële functies? Hoeveel angulaire nodale vlakken, en welke vlakken zijn dit?&lt;br /&gt;
#* Teken het angulaire deel van de twee reële orbitalen in twee dimensies. Kies hiervoor het vlak in een carthesisch assenstelsel waar de functies waar de functies hun maximale (absolute) waarde bereiken.&lt;br /&gt;
#* Teken ook (kwalitatief) de totale (reële) golffuncties in hetzelfde vlak, onder de vorm van hoogtelijnen. Teken twee hoogtelijnen met een verschillende absolute waarde en geef aan welke van de twee lijnen hoort bij de hoogste absolute waarde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 januarri 2017 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Voorwaarden uitleggen voor wanneer een systeem geraden of ungeraden kan zijn.&lt;br /&gt;
# Uitleggen waarom UHF afwijkingen geeft bij de dissociatie van H2 en het covalente karakter van bindingen. Uiteggen hoe dit kan verbeterd worden ( in detail zoals H IV: p28-30)&lt;br /&gt;
# Afleiden van de totale elektronische energie na het in voeren van Kohn &amp;amp; Sham orbitalen in DFT.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 januari 2017 (NM)===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Geef en bewijs het variatietheorema&lt;br /&gt;
#* Situeer de orbitaalbenadering binnen dit theorema. Beschrijf hoe met deze methode benaderende oplossingen van de Schrödingervergelijking bekomen kunnen worden.&lt;br /&gt;
#* Situeer de LCAO-MO methode binnen dit theorema. Beschrijf hoe met deze methode beanderende oplossingen voor orbitalen bekomen kunnen worden.&lt;br /&gt;
# Bespreek de toestandsfunctie horende bij de configuratie phi(a)phi(b) van een twee-elektronsysteem, en toon aan hoe het Pauliprincipe hierbij aanleiding geeft tot de constructie van (combinaties van) Slater determinanten. (phi(a) en phi(b) zijn orbitalen).&lt;br /&gt;
# Leid af hoe de kwantummechanische verwachtingswaarde van een moleculaire dipoolmoment berekend kan worden, vertrekkende van (a) de elektronische toestandsfunctie; (b) de elektronendensiteit. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2016 (VM)===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Geef de definitie en twee voorbeelden (met verantwoording) van elk van de volgende begrippen: (1) idempotente operatoren, (2) compatiebele grootheden, (3) hermitische operatoren.&lt;br /&gt;
#* Bewijs dat 1/2(AB+BA) hermitisch is als A en B zelf hermitisch zijn. Moeten A en B hiervoor commuteren?&lt;br /&gt;
# Toepassing van de LCAO-MO benadering op het H2+ molecule met een minimale basis bestaande uit twee genormaliseerde AO 1sA en 1sB geeft steeds de volgende twee MO&#039;s: Ï•b = N(1sA + 1sB) en Ï•* = N&#039; (1sA - 1sB). &lt;br /&gt;
#* Bereken de normalisatieconstanten N en N&#039;. &lt;br /&gt;
#* Bewijs (op basis van de densiteit) dat, bij een voldoende kleine H-H afstand zodat beide atomaire orbitalen overlappen, phi(b) een binden MO en phi* een antibindend MO is.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Hoe bereken je de elektronendensiteit vertrekkende van de elektronische toestandfunctie van een molecule? Hou hierbij ook rekening met de spin van de elektronen. &lt;br /&gt;
#* Hoe bereken je de moleculaire elektrostatische potentiaal MEP van ee nmolecule uitgaande van de densiteit? &lt;br /&gt;
#* Leg uit hoe je een MSEP (molecular surface electrostatic potential) zou berekenen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2016 (VM)===&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#* Wat zijn compatiebele grootheden? Wat zijn de voorwaarden? &lt;br /&gt;
#* Geef een voorbeeld van (i) twee compatiebele grootheden, (ii) twee niet-compatiebele grootheden. Bewijs dit met de voorwaarden die je in a) gesteld hebt.&lt;br /&gt;
# Leg uit waarom de dissociatie van het H2 molecule niet correct beschreven kan worden met een RHF type golffunctie. Leg uit hoe je dit kan verbeteren (in detail).&lt;br /&gt;
# Leid af hoe de kwantummechanische verwachtingswaarde van een moleculair dipoolmoment berekend kan worden met&lt;br /&gt;
#* elektronische toestandsfunctie&lt;br /&gt;
#* elektrondensiteit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2016 (VM)===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Geef en bewijs het variatietheorema.&lt;br /&gt;
#*Situeer de orbitaalbenadering binnen dit theorema. Beschrijf hoe met deze methode benaderende oplossingen van de Schrödingervergelijking bekomen kunnen worden. &lt;br /&gt;
#*Situeer de LCAO-MO methode binnen dit theorema. Beschrijf hoe met deze methode benaderende oplossingen voor orbitalen bekomen kunnen worden. &lt;br /&gt;
# Bespreek de toestandsfunctie horenden bij de aangeslagen configuratie van een twee-elektronensysteem en toon aan hoe het Pauliprincipe hierbij aanleiding geeft tot de constructie van (combinaties van) de Slater determinanten. &lt;br /&gt;
#De volgende complexe functies stellen twee van de oplossingen voor van de Schrödingernvergelijking voor een één-elektron atoom met kernlading Z:&lt;br /&gt;
#* Ψ4,2,±2 (r,θ,φ)=R4,2 Θ2,±2(θ) Φ±2(φ)&lt;br /&gt;
#* met ρ=2Zr/na0&lt;br /&gt;
#* en: R4,2(r)=(((Z/a0)^(3/2))/96√5)*(6-ρ)ρ²e-ρ/2&lt;br /&gt;
#* Θ2,±2(θ)=√15/4 sin²θ&lt;br /&gt;
#* Φ±2(φ)=1/√2π e±2iφ&lt;br /&gt;
#* Zijn deze twee functies ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#* Vorm uit deze twee golffuncties via een orthonormale transformatie twee reële functies. Welke kwantumgetallen gaan hierbij verloren? Zijn de nieuwe functie nog steeds eigenfuncties van dezelfde hamiltoniaan (één-elektron atoom met kernlading Z)? Zo ja, hebben ze dezelfde eigenwaarden als de oorspronkelijke functies of niet? Zijn ze ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#* Hoeveel radiale nodale vlakken hebben de reële functies? Hoeveel angulaire nodale vlakken, en welke vlakken zijn dit?&lt;br /&gt;
#* Teken het angulaire deel van de twee reële orbitalen in twee dimensies. Kies hiervoor het vlak in een carthesisch assenstelsel waar de functies waar de functies hun maximale (absolute) waarde bereiken.&lt;br /&gt;
#* Teken ook (kwalitatief) de totale (reële) golffuncties in hetzelfde vlak, onder de vorm van hoogtelijnen. Teken twee hoogtelijnen met een verschillende absolute waarde en geef aan welke van de twee lijnen hoort bij de hoogste absolute waarde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2015===&lt;br /&gt;
# Schrijf de hamiltoniaan voor het waterstofatoom. Beschrijf schematisch de eigenfuncties en bijbehorende eigenwaarden. Plaats nu het atoom in een magneetveld. Beschrijf hoe de eigenfuncties en eigenwaarden veranderen.&lt;br /&gt;
#Toepassing van de LCAO-MO benadering op het H2+ molecule met een minimale basis bestaande uit twee genormaliseerde AO 1sA en 1sB geeft steeds de volgende twee MO&#039;s: Ï•b = N(1sA + 1sB) en Ï•* = N&#039; (1sA - 1sB). Bereken de normalisatieconstanten N en N&#039;. Bewijs (op basis van de densiteit) dat, bij een voldoende kleine H-H afstand zodat beide atomaire orbitalen overlappen, phi(b) een binden MO en phi* een antibindend MO is.&lt;br /&gt;
#Bespreek het principe van een geometrie-optimalisatie van een molecule. Maak hierbij gebruik van de begrippen potentiaaloppervlak, stationair punt, gradient en hessiaan. Wat versta je onder een frequentie-analyse, en wat is het verband tussen de frequenties en de hessiaan? Leg uit waarom geometrie-optimalisatie best steeds gevolgd wordt door een frequentie-analyse. Op welke manier kan de symmetrie van het molecule hierbij een rol spelen? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2015===&lt;br /&gt;
# Bespreek Rayleigh-Schrödinger perturbatietheorie voor niet-ontaarde systemen en situeer de MP2-methode binnen deze theorie.&lt;br /&gt;
# De volgende complexe functies stellen twee van de oplossingen voor van de Schrödingernvergelijking voor een één-elektron atoom met kernlading Z:&lt;br /&gt;
#* Ψ4,2,±2 (r,θ,φ)=R4,2 Θ2,±2(θ) Φ±2(φ)&lt;br /&gt;
#* met ρ=2Zr/na0&lt;br /&gt;
#* en: R4,2(r)=(((Z/a0)^(3/2))/96√5)*(6-ρ)ρ²e-ρ/2&lt;br /&gt;
#* Θ2,±2(θ)=√15/4 sin²θ&lt;br /&gt;
#* Φ±2(φ)=1/√2π e±2iφ&lt;br /&gt;
#* Zijn deze twee functies ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#* Vorm uit deze twee golffuncties via een orthonormale transformatie twee reële functies. Welke kwantumgetallen gaan hierbij verloren? Zijn de nieuwe functie nog steeds eigenfuncties van dezelfde hamiltoniaan (één-elektron atoom met kernlading Z)? Zo ja, hebben ze dezelfde eigenwaarden als de oorspronkelijke functies of niet? Zijn ze ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#* Hoeveel radiale nodale vlakken hebben de reële functies? Hoeveel angulaire nodale vlakken, en welke vlakken zijn dit?&lt;br /&gt;
#* Teken het angulaire deel van de twee reële orbitalen in twee dimensies. Kies hiervoor het vlak in een carthesisch assenstelsel waar de functies waar de functies hun maximale (absolute) waarde bereiken.&lt;br /&gt;
#* Teken ook (kwalitatief) de totale (reële) golffuncties in hetzelfde vlak, onder de vorm van hoogtelijnen. Teken twee hoogtelijnen met een verschillende absolute waarde en geef aan welke van de twee lijnen hoort bij de hoogste absolute waarde.&lt;br /&gt;
# Op basis van welk principe en onder welke omstandigheden kunnen de toestandsfuncties van een systeem geclassificeerd worden als gerade of ungerade?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2015 VM===&lt;br /&gt;
# Geef en bewijs het variatie theorema. Toon aan dat dit blijft gelden in de densiteitfunctionaal theorie&lt;br /&gt;
# Constructie van Slater determinanten vanuit het Pauli principe&lt;br /&gt;
#Duid in onderstaande tabel aan met een kruisje of de volgende waterstoforbitalen eigenfuncties zijn van de hamiltoniaan (H), en/of de orbitaaldraaiimpulsoperatoren (lÂ², lx, ly, lz). Hierbij moeten geen ingewikkelde afleidingen gegeven worden, maar je moet keuze wel kunnen uitleggen. (rood = oplossing)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 januari 2015===&lt;br /&gt;
# Schrijf de hamiltoniaan voor het waterstofatoom. Beschrijf schematisch de eigenfuncties en bijbehorende eigenwaarden. Plaats nu het atoom in een magneetveld. Beschrijf hoe de eigenfuncties en eigenwaarden veranderen.&lt;br /&gt;
# Geef grondig het Pauliprincipe en toon aan dat de golffunctie van het He atoom geschreven moet worden als een determinant, en geef deze determinant.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Wat versta je onder elektroncorrelatie&lt;br /&gt;
#* Geef de de definitie van correlatie energie&lt;br /&gt;
#* Beschrijf schematisch de vorm van de golffunctie die, binnen de LCAO-MO benadering, in staat is de elektron correlatie te beschrijven.&lt;br /&gt;
#* Noem 2 mogelijke methoden die gebruikt kunnen worden om deze golffunctie te berekenen. Geef de essentiële verschillen tussen beide methoden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 augustus 2014===&lt;br /&gt;
# Bewijs dat Pz een lineaire en hermitische operator is.&lt;br /&gt;
# Geef grondig het Pauliprincipe en voor een He atoom gebruik makend van de orbitaalbenadering dat de golffunctie geschreven kan worden in een determinant, en geef deze determinant.&lt;br /&gt;
# Leg uit Rayleigh perturbatie theorie en situeer MP2 hierin.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2014===&lt;br /&gt;
# Definieer&lt;br /&gt;
#*orbitaal en orbitaalbenadering&lt;br /&gt;
#*configuratie: open- en gesloten-schil-configuratie&lt;br /&gt;
#*slaterdeterminanten&lt;br /&gt;
#*toestand en toestandsfunctie; maak gebruik van een voorbeeld en leg het verband/preciseer het verschil tussen de verschillende begrippen&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen de gross en de netto Mulliken populatie van een atomaire basisfunctie resulterend uit een moleculaire LCAO-MO-SCF berekening? (leid de formules af)&lt;br /&gt;
# Bereken a) de meest waarschijnlijke kern-elektronafstand; b) de gemiddelde kern-elektronafstand, in de grondtoestand van het waterstof atoom met als toestandsfunctie (dan die functie uit de cursus)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2014===&lt;br /&gt;
# geef de definitie en twee voorbeelden (met verantwoording) van elk van de volgende begrippen:&lt;br /&gt;
#* Idempotente operatoren&lt;br /&gt;
#* Compatibele grootheden&lt;br /&gt;
#* Hermitische operatoren&lt;br /&gt;
# Geef en bespreek het Pauli principe (algemeen) en toon aan dat omwille van dit principe de maximale bezetting ven de ruimtelijke orbitalen 2 is, en die van de spin orbitalen 1.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Wat versta je onder elektroncorrelatie&lt;br /&gt;
#* Geef de de definitie van correlatie energie&lt;br /&gt;
#* Beschrijf schematisch de vorm van de golffunctie die, binnen de LCAO-MO benadering, in staat is de elektron correlatie te beschrijven (uit hoofdstuk 4 naar &#039;t schijnt!)&lt;br /&gt;
#* Noem 2 mogelijke methoden die gebruikt kunnen worden om deze golffunctie te berekenen. Geef de essentiële verschillen tussen beide methoden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2014===&lt;br /&gt;
# Bewijs compatiebele grootheden.&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom de dissociatie van het H2 molecule niet correct beschreven kan worden met een RHF type golffunctie.&lt;br /&gt;
#* Geef de 2 wijzen waarop de bindingsenergie van H2 theoretisch berekend kan worden en leg uit waarom, op Hartree-Fock niveau, de ene wijze steeds een te hoge, en de andere wijze steeds een te lage bindingsenergie oplevert.&lt;br /&gt;
#*Hoe kan de beschrijving van de golffunctie van H2, en dus ook van de bindingsenergie, verbeterd worden.&lt;br /&gt;
#Bespreek het principe van een geometrie-optimalisatie van een molecule.&lt;br /&gt;
#* Maak hierbij gebruik van de begrippen potentiaaloppervlak, stationair punt, gradient en hessiaan. Wat versta je onder een frequentie-analyse.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verband tussen de frequenties en de hessiaan?&lt;br /&gt;
#* Leg uit waarom geometrie-optimalisatie best steeds gevolgd wordt door een frequentie-analyse. Op welke manier kan de symmetrie van het molecule hierbij een rol spelen? &lt;br /&gt;
===17 januari 2014===&lt;br /&gt;
#Geef en bewijs het variatie theorema. Toon aan dat dit blijft gelden in de densiteitfunctionaal theorie&lt;br /&gt;
#Constructie van Slater determinanten vanuit het Pauli principe:&lt;br /&gt;
#Bespreek de mogelijke golffuncties en dat die aanleiding geven tot de constructie van  een Slater determinant/ combinatie van Slater determinanten&lt;br /&gt;
#Duid in onderstaande tabel aan met een kruisje of de volgende waterstoforbitalen eigenfuncties zijn van de hamiltoniaan (H), en/of de orbitaaldraaiimpulsoperatoren (lÂ², lx, ly, lz). Hierbij moeten geen ingewikkelde afleidingen gegeven worden, maar je moet keuze wel kunnen uitleggen. (rood = oplossing) (zie 24 januari 2012)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 januari 2013 ===&lt;br /&gt;
#Geef en bespreek het Pauli-principe. Welke benaderende golffunctie zal men gebruiken om te voldoen aan dit principe?&lt;br /&gt;
#Definitie van elektroncorrelatie. Wat is de correlatie-energie? Beschrijf schematisch de vorm van de golffunctie die, binnen de LCAO-MO benadering, in staat is om elektronencorrelatie te beschrijven. Noem twee mogelijke methoden die gebruikt kunnen worden om deze golffunctie te berekenen. Geef de essentiële verschillen tussen de beide methoden.&lt;br /&gt;
#Toepassing van de LCAO-MO benadering op het H2+ molecule met een minimale basis bestaande uit twee genormaliseerde AO 1sA en 1sB geeft steeds de volgende twee MO&#039;s: Ï•b = N(1sA + 1sB) en Ï•* = N&#039; (1sA - 1sB). Bereken de normalisatieconstanten N en N&#039;. Bewijs (op basis van de densiteit) dat, bij een voldoende kleine H-H afstand zodat beide atomaire orbitalen overlappen, phi(b) een binden MO en phi* een antibindend MO is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 januari 2013===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Leid de uitdrukking af van de totale (elektronische) grondtoestandsenergie die bekomen wordt binnen DFT na de introductie van orbitalen zoals gesugereerd door Kohn &amp;amp;amp; Sham&lt;br /&gt;
#Geef de definitie van &amp;amp;quot;size consistency&amp;amp;quot;. Waarom is de CISD-methode niet size-consistent?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Wat zijn compatiebele grootheden?&lt;br /&gt;
#*Toon aan dat twee meetbare grootheden compatiebel zijn als de corresponderende kwantummechanische operatoren commuteren.&lt;br /&gt;
#*Geef een voorbeeld van (i) twee compatiebele grootheden, (ii) twee niet-compatiebele grootheden. Bewijs (i) en (ii) door de commutatierelatie tussen de bijhorende operatoren uit te werken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Augustus 2012===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Geef de definitie van een lineaire hermitische operator A en bewijs dat:&lt;br /&gt;
#*eigenwaarden van A altijd reël zijn&lt;br /&gt;
#*de eigenfuncties van A steeds orthonormaal gekozen kunnen worden.&lt;br /&gt;
#Bespreek Rayleigh-Schrödinger perturbatietheorie voor niet-ontaarde systemen en situeer de MP2-methode binnen deze theorie.&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom de dissociatie van H2 molecule niet correct beschreven kan worden met een RHF-type golffunctie. Geef de twee wijzen waarop de bindingsenergie van H{{sub|2}} theoretisch berekend kan worden en leg uit waarom, op Hartree-Fock niveau, de ene wijze een steeds te hoge en de andere steeds een te lage bindingsenergie oplevert? Hoe kan de beschrijving van de golffunctie van H2, en dus ook van bindingsenergie, verbeterd worden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2011 NM===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Definitie van elektroncorrelatie&lt;br /&gt;
#* Wat is de correlatie-energie&lt;br /&gt;
#* Beschrijf schematisch de vorm van de golffunctie die, binnen de LCAO-MO benadering, in staat is om elektronencorrelatie te beschrijven&lt;br /&gt;
#* Noem twee mogelijke methoden die gebruikt kunnen worden om deze golffunctie te berekenen. Geef de essentiële verschillen tussen de beide methoden&lt;br /&gt;
#Toepassing van de LCAO-MO benadering op het H2+ molecule met een minimale basis bestaande uit twee genormaliseerde AO 1sA en 1sB geeft steeds de volgende twee MO&#039;s: Ï•&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;b&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; = N(1sA + 1sB) en Ï•* = N&#039; (1sA - 1sB). &lt;br /&gt;
#* Bereken de normalisatieconstanten N en N&#039;&lt;br /&gt;
#* Bewijs (op basis van de densiteit) dat, bij een voldoende kleine H-H afstand zodat beide atomaire orbitalen overlappen, phi(b) een binden MO en phi* een antibindend MO is. &lt;br /&gt;
# Bewijs compatiebele grootheden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2012 VM===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Geef en bespreek het Pauli-principe&lt;br /&gt;
#*Welke benaderende golffunctie zal men gebruiken om te voldoen aan dit principe?&lt;br /&gt;
#Leid de uitdrukking af voor de totale (elektronische) grondtoestandsenergie binnen DFT, na de introductie van orbitalen zoals gesuggereerd door Kohn &amp;amp;amp; Sham.&lt;br /&gt;
#Duid in onderstaande tabel aan met een kruisje of de volgende waterstoforbitalen eigenfuncties zijn van de hamiltoniaan (H), en/of de orbitaaldraaiimpulsoperatoren (lÂ², lx, ly, lz). Hierbij moeten geen ingewikkelde afleidingen gegeven worden, maar je moet keuze wel kunnen uitleggen. (rood = oplossing)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2012===&lt;br /&gt;
#Op basis van welk principe en onder welke omstandigheden kunnen de toestandsfunctie van een systeem geclassificeerd worden als gerade of ungerade?&lt;br /&gt;
#Wat is het verschil tussen de gross en de netto Mulliken populatie van een atomaire basisfunctie resulterend uit een moleculaire LCAO-MO-SCF berekening? (leid de formules af)&lt;br /&gt;
#De volgende complexe functies stellen twee van de oplossingen voor van de Schrödingernvergelijking voor een éé-elektron atoom met kernlading Z:&lt;br /&gt;
#* Ψ4,2,±2 (r,θ,φ)=R4,2 Θ2,±2(θ) Φ±2(φ)&lt;br /&gt;
#* met ρ=2Zr/na0&lt;br /&gt;
#* en: R4,2(r)=(((Z/a0)^(3/2))/96√5)*(6-ρ)ρ²e-ρ/2&lt;br /&gt;
#* Θ2,±2(θ)=√15/4 sin²θ&lt;br /&gt;
#* Φ±2(φ)=1/√2π e±2iφ&lt;br /&gt;
#*Zijn deze twee functies ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#*Vorm uit deze twee golffuncties via een orthonormale transformatie twee reële functies. Welke kwantumgetallen gaan hierbij verloren? Zijn de nieuwe functie nog steeds eigenfuncties van dezelfde hamiltoniaan (Ã©Ã©n-elektron atoom met kernlading Z)? Zo ja, hebben ze dezelfde eigenwaarden als de oorspronkelijke functies of niet? Zijn ze ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#*Hoeveel radiale nodale vlakken hebben de reële functies? Hoeveel angulaire nodale vlakken, en welke vlakken zijn dit?&lt;br /&gt;
#*Teken het angulaire deel van de twee reële orbitalen in twee dimensies. Kies hiervoor het vlak in een carthesisch assenstelsel waar de functies waar de functies hun maximale (absolute) waarde bereiken.&lt;br /&gt;
#*Teken ook (kwalitatief) de totale (reële) golffuncties in hetzelfde vlak, onder de vorm van hoogtelijnen. Teken twee hoogtelijnen met een verschillende absolute waarde en geef aan welke van de twee lijnen hoort bij de hoogste absolute waarde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2011 nm===&lt;br /&gt;
# Maak gebruik van de LCAO-MO benadering en het variatietheorema om de golï¬€unctie en bijhorende energie te berekenen van de grondtoestand van het H&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;+&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;-ion bij een H-H afstand van 2,2 a.u. Basisfuncties zijn de (genormaliseerde) 1sA en 1sB orbitalen op beide H atomen. De waarde van de verschillende integralen tussen beide functies bij de gegeven H-H afstand bedragen:    S(AB)= 0,533     ;  H(AA)= -0,937 a.u.      ;    H(AB)= -0,621 a.u.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Geef en bespreek het Pauli-principe&lt;br /&gt;
#* Hoe wordt dit principe gebruikt voor de constructie van een golffunctie binnnen de orbitaalbenadering.&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen de gross en de netto Mulliken populatie van een atomaire basisfunctie resulterend uit een moleculaire LCAO-MOSCF berekening (leid de formules af)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2011 vm===&lt;br /&gt;
# Op basis van welk principe en onder welke omstandigheden kunnen de toestandsfuncties van een systeem geclassificeerd worden als gerade of ungerade?&lt;br /&gt;
# Leidt de uitdrukking af van de totale elektronische grondtoestandsenergie die bekomen wordt binnen DFT na de introductie van orbitalen zoals gesuggereerd door Kohn &amp;amp;amp; Sham.&lt;br /&gt;
# Bereken a) de meest waarschijnlijke kern-elektronafstand; b) de gemiddelde kern-elektronafstand, in de grondtoestand van het waterstof atoom met als toestandsfunctie (dan die functie uit de cursus)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2010 nm===&lt;br /&gt;
#Niet compatiebele grootheden, bewijzen dat impuls en plaats niet compatiebel zijn, onzekerheidsprincipe Heisenberg geven en bewijzen met gegeven formule (uit cursus)&lt;br /&gt;
#H&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;+&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;-ion, gegeven dat bindend orbitaal= N(sA+sB) en antibindend= N&#039;(sA-sB). Normalisatiefactoren berekenen en met de waarschijnlijkheidsdichtheid aantonen dat het ene bindend is en het andere antibindend.&lt;br /&gt;
#Vanalles over geometrie-optimalisatie en frequentie-analyse:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2010 vm===&lt;br /&gt;
#De golffunctie van waterstof gekregen. Bereken hoogst waarschijnlijke waarde van r en de gemiddelde waarde van r&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Variatietheorema geven en bewijzen en aantonen hoe dat da in de densiteitsfunctionaaltheorie ook blijft gelden&lt;br /&gt;
#* Het eerste Hohenberg-Kohn theorema geven en bewijzen&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Definitie van elektroncorrelatie&lt;br /&gt;
#* Wat is de correlatie-energie&lt;br /&gt;
#* Beschrijf schematisch de vorm van de golffunctie die, binnen de LCAO-MO benadering, in staat is om elektronencorrelatie te beschrijven&lt;br /&gt;
#* Noem twee mogelijke methoden die gebruikt kunnen worden om deze golffunctie te berekenen. Geef de essentiële verschillen tussen de beide methoden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2010 nm===&lt;br /&gt;
#Op basis van welk principe en onder welke omstandigheden kunnen de toestandsfuncties van een systeem geclassificeerd worden als gerade en ungerade&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom de dissociatie van het H2 molecule niet correct beschreven kan worden met een RHF type golffunctie. Geef de 2 wijzen waarop de bindingsenergie van H2 theoretisch berekend kan worden en leg uit waarom, op Hartree-Fock niveau de ene wijze steeds een te hoge, en de andere wijze steeds een te lage bindingsenergie oplevert. Hoe kan de beschrijving van de golffunctie van H2, en dus ook van de bindingsenergie, verbeterd worden.&lt;br /&gt;
#Bespreek het Pauli-principe (grondig en algemeen) en gebruik dit principe bij de constructie van de golffunctie voor de grondtoestand van he He atoom(binnen de orbitaalbenadering) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2010 vm===&lt;br /&gt;
#Bewijs compatiebele grootheden&lt;br /&gt;
#Geef de verschillende aangeslagen toestanden van een twee-elektronsysteem. Geef de slaterdeterminanten rekening houdend met het Pauliprincipe&lt;br /&gt;
#Tekenopdracht van n=4 l=2 en ml=+/-2 (zie oude examenvragen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===augustus 2009===&lt;br /&gt;
#Wat zijn incompatiebele grootheden? Toon aan dat positie en snelheid incompatiebel zijn. Geef en bewijs de Heisenberg onzekerheidsrelatie. Maak hierbij gebruik van de volgende vergelijking, geldend voor twee incompatiebele grootheden A en B: deltaA * deltaB &amp;amp;gt;= 1/2 |&amp;amp;lt;psi|[A, B]|psi&amp;amp;gt;|&lt;br /&gt;
#Toepassing van de LCAO-MO benadering op het H2+ molecule met een minimale basis bestaande uit twee genormaliseerde AO 1sA en 1sB geeft steeds de volgende twee MO&#039;s: Ï•{{sub|b}} = N(1sA + 1sB) en Ï•* = N&#039; (1sA - 1sB). &lt;br /&gt;
* Bereken de normalisatieconstanten N en N&#039;&lt;br /&gt;
* Bewijs (op basis van de densiteit) dat, bij een voldoende kleine H-H afstand zodat beide atomaire orbitalen overlappen, Ï•{{sub|b}} een binden MO en Ï•* een antibindend MO is. &lt;br /&gt;
#Bespreek het principe van een geometrie-optimalisatie van een molecule. Maak hierbij gebruik van de begrippen potentiaaloppervlak, stationair punt, gradient en hessiaan. Wat versta je onder een frequentie-analyse, en wat is het verband tussen de frequenties en de hessiaan? Leg uit waarom geometrie-optimalisatie best steeds gevolgd wordt door een frequentie-analyse. Op welke manier kan de symmetrie van het molecule hierbij een rol spelen? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2009===&lt;br /&gt;
#Geef de definitie van een lineaire hermitische operator A en bewijs dat:&lt;br /&gt;
#*Eigenwaarden van A altijd reel zijn&lt;br /&gt;
#*De eigenfuncties van A steeds orthonormaal gekozen kunnen worden.&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom de dissociatie van het H2 molecule niet correct beschreven kan worden met een RHF type golffunctie. Geef de twee wijzen waarop de bindingsenergie van H2 theoretisch berekend kan worden en leg uit waarom, op Hartree-Fock niveau, de ene wijze steeds een te hoge en de andere wijze steeds een te lage bindingsenergie oplevert. Hoe kan de beschrijving van de golffunctie van H2, en dus ook van de bindingsenergie, verbeterd worden?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Geef en bewijs het variatietheorema&lt;br /&gt;
#*Geef en bewijs het eerste Hohenberg-Kohn theorema&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2009===&lt;br /&gt;
#Bespreek gerade/ungerade , afleiding en zeggen wat essentieel is.&lt;br /&gt;
#3 begrippen bespreken en met elkaar in verband brengen: orbitaal / open en gesloten schil / toestand en toestandsfunctie&lt;br /&gt;
#Orbitalen tekenen(letterlijk zoals ook op toledo staat)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 januari 2009===&lt;br /&gt;
#Commutatieregels H, LÂ², Lx, Ly, Lz van meer-elektronatomen afleiden en bespreken wat ge daar mee kunt&lt;br /&gt;
#Perturbatietheorie geven &amp;amp;amp; MP2 daar in mengen&lt;br /&gt;
#Frequentie-analyse&lt;br /&gt;
#*A) frequentie-analyse op een stationair punt bespreken en de Hessiaan er in gebruiken&lt;br /&gt;
#*B) 3 eigenschappen bespreken van het molecule in een bepaalde geometrie die je met een frequentie analyse kan berekenen/bespreken&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Maxime vdB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Computationele_Chemie&amp;diff=980</id>
		<title>Computationele Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Computationele_Chemie&amp;diff=980"/>
		<updated>2018-01-24T09:57:50Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Maxime vdB: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
Een van de weinige vakken binnen de opleiding Chemie dat gedoceerd wordt door een vrouwelijke prof. Het zwaarste vak van de 3&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;e&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt; bachelor in de eerste semester. Naast het mondelinge examen bij prof Pierloot zijn er computerpractica. Hierover moeten verslagen gemaakt worden en op het einde van het semester een computerexamen afgelegd worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== NM 22 januari 2018===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Geef de definitie en twee voorbeelden (met verantwoording) van elk van de volgende begrippen: (1) idempotente operatoren, (2) compatiebele grootheden en (3) hermitische operatoren.&lt;br /&gt;
#* Bewijs dat 1/2 (AB+BA) hermitisch is als, A en B zelf hermitisch zijn. Moeten A en B hiervoor commuteren?&lt;br /&gt;
#Vertrek van de exacte oplossing van de Schrödingervgl van het He+ ion om een benaderende oplossing te berekenen voor de grondtoestand van het He atoom. Werk een manier uit om deze benadering te verbeteren door gebruik te maken van het variatietheorema. Kan je op die manier een exacte uitkomst bekomen? Leg uit waarom (niet)/ hoe.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Geef de uitdrukking van de Hartree-Fock orbitaalenergie ε_HF en bespreek de betekenis van de verschillende termen in deze uitdrukking.&lt;br /&gt;
#*Komt de som van de HF energieën van alle bezette orbitalen van een molecule overeen met de totale HF energie E_HF? Indien niet, waarin verschillen beide grootheden?&lt;br /&gt;
#*Leg uit op welke manier de orbitaalenergie gebruikt kan worden als een benaderende waarde voor de moleculaire ionisatie-energie. Wat houdt deze benadering in en hoe kan de berekening van de ionisatie-potentiaal verder verbeterd worden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2018===&lt;br /&gt;
#Voorwaarden van een gerade/ ungerade systeem uitleggen en wanneer het kan voorkomen &lt;br /&gt;
#Vertrek van de exacte oplossing van de Schrödingervgl van het He+ ion om een benaderende oplossing te berekenen voor de grondtoestand van het He atoom. Werk een manier uit om deze benadering te verbeteren door gebruik te maken van het variatietheorema. Kan je op die manier een exacte uitkomst bekomen? Leg uit waarom (niet)/ hoe.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Hoe bereken je de electrondensiteit vertrekkende van de (exacte) elektronische toestandsfunctie van ene molecule? hoe hierbij ook rekening met de spin van de elektronen.&lt;br /&gt;
#*Hoe kan je bovenstaande uitdrukking herschrijven voor de Hartree-Fock golffunctie van een gesloten-schil molecule?&lt;br /&gt;
#*Hoe bereken je de moleculaire elektrostatische potentiaal MEP van een molecule uitgaande van de densiteit?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 januari 2017 (NM) ===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Geef de definitie en twee voorbeelden (met verantwoording) van elk van de volgende begrippen: (1) idempotente operatoren, (2) compatiebele grootheden en (3) hermitische operatoren.&lt;br /&gt;
#* Bewijs dat 1/2 (AB+BA) hermitisch is als, A en B zelf hermitisch zijn. Moeten A en B hiervoor commuteren?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Schrijf de HF toestandsfunctie voor een gesloten-schil molecule.&lt;br /&gt;
#* Wat versta je onder elektroncorrelatie? Waarom beschrijft de HF toestandsfunctie correlatie niet. Geef de definitie van correlatie-energie.&lt;br /&gt;
#* Beschrijf schematisch de vorm van de golffunctie die, binnen de LCAO-MO benadering, wel in staat is om elektroncorrelatie te beschrijven.&lt;br /&gt;
# De volgende complexe functies stellen twee van de oplossingen voor van de Schrödingervergelijking voor een één-elektron atoom met kernlading Z:functies voor (n=4, l=2 en ml = +/-2)&lt;br /&gt;
#* Ψ4,2,±2 (r,θ,φ)=R4,2 Θ2,±2(θ) Φ±2(φ)&lt;br /&gt;
#* met ρ=2Zr/na0&lt;br /&gt;
#* en: R4,2(r)=(((Z/a0)^(3/2))/96√5)*(6-ρ)ρ²e-ρ/2&lt;br /&gt;
#* Θ2,±2(θ)=√15/4 sin²θ&lt;br /&gt;
#* Φ±2(φ)=1/√2π e±2iφ&lt;br /&gt;
#* Zijn deze twee functies ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#* Vorm uit deze twee golffuncties via een orthonormale transformatie twee reële functies. Welke kwantumgetallen gaan hierbij verloren? Zijn de nieuwe functie nog steeds eigenfuncties van dezelfde hamiltoniaan (één-elektron atoom met kernlading Z)? Zo ja, hebben ze dezelfde eigenwaarden als de oorspronkelijke functies of niet? Zijn ze ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#* Hoeveel radiale nodale vlakken hebben de reële functies? Hoeveel angulaire nodale vlakken, en welke vlakken zijn dit?&lt;br /&gt;
#* Teken het angulaire deel van de twee reële orbitalen in twee dimensies. Kies hiervoor het vlak in een carthesisch assenstelsel waar de functies waar de functies hun maximale (absolute) waarde bereiken.&lt;br /&gt;
#* Teken ook (kwalitatief) de totale (reële) golffuncties in hetzelfde vlak, onder de vorm van hoogtelijnen. Teken twee hoogtelijnen met een verschillende absolute waarde en geef aan welke van de twee lijnen hoort bij de hoogste absolute waarde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 januarri 2017 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Voorwaarden uitleggen voor wanneer een systeem geraden of ungeraden kan zijn.&lt;br /&gt;
# Uitleggen waarom UHF afwijkingen geeft bij de dissociatie van H2 en het covalente karakter van bindingen. Uiteggen hoe dit kan verbeterd worden ( in detail zoals H IV: p28-30)&lt;br /&gt;
# Afleiden van de totale elektronische energie na het in voeren van Kohn &amp;amp; Sham orbitalen in DFT.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 januari 2017 (NM)===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Geef en bewijs het variatietheorema&lt;br /&gt;
#* Situeer de orbitaalbenadering binnen dit theorema. Beschrijf hoe met deze methode benaderende oplossingen van de Schrödingervergelijking bekomen kunnen worden.&lt;br /&gt;
#* Situeer de LCAO-MO methode binnen dit theorema. Beschrijf hoe met deze methode beanderende oplossingen voor orbitalen bekomen kunnen worden.&lt;br /&gt;
# Bespreek de toestandsfunctie horende bij de configuratie phi(a)phi(b) van een twee-elektronsysteem, en toon aan hoe het Pauliprincipe hierbij aanleiding geeft tot de constructie van (combinaties van) Slater determinanten. (phi(a) en phi(b) zijn orbitalen).&lt;br /&gt;
# Leid af hoe de kwantummechanische verwachtingswaarde van een moleculaire dipoolmoment berekend kan worden, vertrekkende van (a) de elektronische toestandsfunctie; (b) de elektronendensiteit. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2016 (VM)===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Geef de definitie en twee voorbeelden (met verantwoording) van elk van de volgende begrippen: (1) idempotente operatoren, (2) compatiebele grootheden, (3) hermitische operatoren.&lt;br /&gt;
#* Bewijs dat 1/2(AB+BA) hermitisch is als A en B zelf hermitisch zijn. Moeten A en B hiervoor commuteren?&lt;br /&gt;
# Toepassing van de LCAO-MO benadering op het H2+ molecule met een minimale basis bestaande uit twee genormaliseerde AO 1sA en 1sB geeft steeds de volgende twee MO&#039;s: Ï•b = N(1sA + 1sB) en Ï•* = N&#039; (1sA - 1sB). &lt;br /&gt;
#* Bereken de normalisatieconstanten N en N&#039;. &lt;br /&gt;
#* Bewijs (op basis van de densiteit) dat, bij een voldoende kleine H-H afstand zodat beide atomaire orbitalen overlappen, phi(b) een binden MO en phi* een antibindend MO is.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Hoe bereken je de elektronendensiteit vertrekkende van de elektronische toestandfunctie van een molecule? Hou hierbij ook rekening met de spin van de elektronen. &lt;br /&gt;
#* Hoe bereken je de moleculaire elektrostatische potentiaal MEP van ee nmolecule uitgaande van de densiteit? &lt;br /&gt;
#* Leg uit hoe je een MSEP (molecular surface electrostatic potential) zou berekenen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2016 (VM)===&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#* Wat zijn compatiebele grootheden? Wat zijn de voorwaarden? &lt;br /&gt;
#* Geef een voorbeeld van (i) twee compatiebele grootheden, (ii) twee niet-compatiebele grootheden. Bewijs dit met de voorwaarden die je in a) gesteld hebt.&lt;br /&gt;
# Leg uit waarom de dissociatie van het H2 molecule niet correct beschreven kan worden met een RHF type golffunctie. Leg uit hoe je dit kan verbeteren (in detail).&lt;br /&gt;
# Leid af hoe de kwantummechanische verwachtingswaarde van een moleculair dipoolmoment berekend kan worden met&lt;br /&gt;
#* elektronische toestandsfunctie&lt;br /&gt;
#* elektrondensiteit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2016 (VM)===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Geef en bewijs het variatietheorema.&lt;br /&gt;
#*Situeer de orbitaalbenadering binnen dit theorema. Beschrijf hoe met deze methode benaderende oplossingen van de Schrödingervergelijking bekomen kunnen worden. &lt;br /&gt;
#*Situeer de LCAO-MO methode binnen dit theorema. Beschrijf hoe met deze methode benaderende oplossingen voor orbitalen bekomen kunnen worden. &lt;br /&gt;
# Bespreek de toestandsfunctie horenden bij de aangeslagen configuratie van een twee-elektronensysteem en toon aan hoe het Pauliprincipe hierbij aanleiding geeft tot de constructie van (combinaties van) de Slater determinanten. &lt;br /&gt;
#De volgende complexe functies stellen twee van de oplossingen voor van de Schrödingernvergelijking voor een één-elektron atoom met kernlading Z:&lt;br /&gt;
#* Ψ4,2,±2 (r,θ,φ)=R4,2 Θ2,±2(θ) Φ±2(φ)&lt;br /&gt;
#* met ρ=2Zr/na0&lt;br /&gt;
#* en: R4,2(r)=(((Z/a0)^(3/2))/96√5)*(6-ρ)ρ²e-ρ/2&lt;br /&gt;
#* Θ2,±2(θ)=√15/4 sin²θ&lt;br /&gt;
#* Φ±2(φ)=1/√2π e±2iφ&lt;br /&gt;
#* Zijn deze twee functies ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#* Vorm uit deze twee golffuncties via een orthonormale transformatie twee reële functies. Welke kwantumgetallen gaan hierbij verloren? Zijn de nieuwe functie nog steeds eigenfuncties van dezelfde hamiltoniaan (één-elektron atoom met kernlading Z)? Zo ja, hebben ze dezelfde eigenwaarden als de oorspronkelijke functies of niet? Zijn ze ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#* Hoeveel radiale nodale vlakken hebben de reële functies? Hoeveel angulaire nodale vlakken, en welke vlakken zijn dit?&lt;br /&gt;
#* Teken het angulaire deel van de twee reële orbitalen in twee dimensies. Kies hiervoor het vlak in een carthesisch assenstelsel waar de functies waar de functies hun maximale (absolute) waarde bereiken.&lt;br /&gt;
#* Teken ook (kwalitatief) de totale (reële) golffuncties in hetzelfde vlak, onder de vorm van hoogtelijnen. Teken twee hoogtelijnen met een verschillende absolute waarde en geef aan welke van de twee lijnen hoort bij de hoogste absolute waarde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2015===&lt;br /&gt;
# Schrijf de hamiltoniaan voor het waterstofatoom. Beschrijf schematisch de eigenfuncties en bijbehorende eigenwaarden. Plaats nu het atoom in een magneetveld. Beschrijf hoe de eigenfuncties en eigenwaarden veranderen.&lt;br /&gt;
#Toepassing van de LCAO-MO benadering op het H2+ molecule met een minimale basis bestaande uit twee genormaliseerde AO 1sA en 1sB geeft steeds de volgende twee MO&#039;s: Ï•b = N(1sA + 1sB) en Ï•* = N&#039; (1sA - 1sB). Bereken de normalisatieconstanten N en N&#039;. Bewijs (op basis van de densiteit) dat, bij een voldoende kleine H-H afstand zodat beide atomaire orbitalen overlappen, phi(b) een binden MO en phi* een antibindend MO is.&lt;br /&gt;
#Bespreek het principe van een geometrie-optimalisatie van een molecule. Maak hierbij gebruik van de begrippen potentiaaloppervlak, stationair punt, gradient en hessiaan. Wat versta je onder een frequentie-analyse, en wat is het verband tussen de frequenties en de hessiaan? Leg uit waarom geometrie-optimalisatie best steeds gevolgd wordt door een frequentie-analyse. Op welke manier kan de symmetrie van het molecule hierbij een rol spelen? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2015===&lt;br /&gt;
# Bespreek Rayleigh-Schrödinger perturbatietheorie voor niet-ontaarde systemen en situeer de MP2-methode binnen deze theorie.&lt;br /&gt;
# De volgende complexe functies stellen twee van de oplossingen voor van de Schrödingernvergelijking voor een één-elektron atoom met kernlading Z:&lt;br /&gt;
#* Ψ4,2,±2 (r,θ,φ)=R4,2 Θ2,±2(θ) Φ±2(φ)&lt;br /&gt;
#* met ρ=2Zr/na0&lt;br /&gt;
#* en: R4,2(r)=(((Z/a0)^(3/2))/96√5)*(6-ρ)ρ²e-ρ/2&lt;br /&gt;
#* Θ2,±2(θ)=√15/4 sin²θ&lt;br /&gt;
#* Φ±2(φ)=1/√2π e±2iφ&lt;br /&gt;
#* Zijn deze twee functies ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#* Vorm uit deze twee golffuncties via een orthonormale transformatie twee reële functies. Welke kwantumgetallen gaan hierbij verloren? Zijn de nieuwe functie nog steeds eigenfuncties van dezelfde hamiltoniaan (één-elektron atoom met kernlading Z)? Zo ja, hebben ze dezelfde eigenwaarden als de oorspronkelijke functies of niet? Zijn ze ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#* Hoeveel radiale nodale vlakken hebben de reële functies? Hoeveel angulaire nodale vlakken, en welke vlakken zijn dit?&lt;br /&gt;
#* Teken het angulaire deel van de twee reële orbitalen in twee dimensies. Kies hiervoor het vlak in een carthesisch assenstelsel waar de functies waar de functies hun maximale (absolute) waarde bereiken.&lt;br /&gt;
#* Teken ook (kwalitatief) de totale (reële) golffuncties in hetzelfde vlak, onder de vorm van hoogtelijnen. Teken twee hoogtelijnen met een verschillende absolute waarde en geef aan welke van de twee lijnen hoort bij de hoogste absolute waarde.&lt;br /&gt;
# Op basis van welk principe en onder welke omstandigheden kunnen de toestandsfuncties van een systeem geclassificeerd worden als gerade of ungerade?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2015 VM===&lt;br /&gt;
# Geef en bewijs het variatie theorema. Toon aan dat dit blijft gelden in de densiteitfunctionaal theorie&lt;br /&gt;
# Constructie van Slater determinanten vanuit het Pauli principe&lt;br /&gt;
#Duid in onderstaande tabel aan met een kruisje of de volgende waterstoforbitalen eigenfuncties zijn van de hamiltoniaan (H), en/of de orbitaaldraaiimpulsoperatoren (lÂ², lx, ly, lz). Hierbij moeten geen ingewikkelde afleidingen gegeven worden, maar je moet keuze wel kunnen uitleggen. (rood = oplossing)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 januari 2015===&lt;br /&gt;
# Schrijf de hamiltoniaan voor het waterstofatoom. Beschrijf schematisch de eigenfuncties en bijbehorende eigenwaarden. Plaats nu het atoom in een magneetveld. Beschrijf hoe de eigenfuncties en eigenwaarden veranderen.&lt;br /&gt;
# Geef grondig het Pauliprincipe en toon aan dat de golffunctie van het He atoom geschreven moet worden als een determinant, en geef deze determinant.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Wat versta je onder elektroncorrelatie&lt;br /&gt;
#* Geef de de definitie van correlatie energie&lt;br /&gt;
#* Beschrijf schematisch de vorm van de golffunctie die, binnen de LCAO-MO benadering, in staat is de elektron correlatie te beschrijven.&lt;br /&gt;
#* Noem 2 mogelijke methoden die gebruikt kunnen worden om deze golffunctie te berekenen. Geef de essentiële verschillen tussen beide methoden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 augustus 2014===&lt;br /&gt;
# Bewijs dat Pz een lineaire en hermitische operator is.&lt;br /&gt;
# Geef grondig het Pauliprincipe en voor een He atoom gebruik makend van de orbitaalbenadering dat de golffunctie geschreven kan worden in een determinant, en geef deze determinant.&lt;br /&gt;
# Leg uit Rayleigh perturbatie theorie en situeer MP2 hierin.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2014===&lt;br /&gt;
# Definieer&lt;br /&gt;
#*orbitaal en orbitaalbenadering&lt;br /&gt;
#*configuratie: open- en gesloten-schil-configuratie&lt;br /&gt;
#*slaterdeterminanten&lt;br /&gt;
#*toestand en toestandsfunctie; maak gebruik van een voorbeeld en leg het verband/preciseer het verschil tussen de verschillende begrippen&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen de gross en de netto Mulliken populatie van een atomaire basisfunctie resulterend uit een moleculaire LCAO-MO-SCF berekening? (leid de formules af)&lt;br /&gt;
# Bereken a) de meest waarschijnlijke kern-elektronafstand; b) de gemiddelde kern-elektronafstand, in de grondtoestand van het waterstof atoom met als toestandsfunctie (dan die functie uit de cursus)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2014===&lt;br /&gt;
# geef de definitie en twee voorbeelden (met verantwoording) van elk van de volgende begrippen:&lt;br /&gt;
#* Idempotente operatoren&lt;br /&gt;
#* Compatibele grootheden&lt;br /&gt;
#* Hermitische operatoren&lt;br /&gt;
# Geef en bespreek het Pauli principe (algemeen) en toon aan dat omwille van dit principe de maximale bezetting ven de ruimtelijke orbitalen 2 is, en die van de spin orbitalen 1.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Wat versta je onder elektroncorrelatie&lt;br /&gt;
#* Geef de de definitie van correlatie energie&lt;br /&gt;
#* Beschrijf schematisch de vorm van de golffunctie die, binnen de LCAO-MO benadering, in staat is de elektron correlatie te beschrijven (uit hoofdstuk 4 naar &#039;t schijnt!)&lt;br /&gt;
#* Noem 2 mogelijke methoden die gebruikt kunnen worden om deze golffunctie te berekenen. Geef de essentiële verschillen tussen beide methoden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2014===&lt;br /&gt;
# Bewijs compatiebele grootheden.&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom de dissociatie van het H2 molecule niet correct beschreven kan worden met een RHF type golffunctie.&lt;br /&gt;
#* Geef de 2 wijzen waarop de bindingsenergie van H2 theoretisch berekend kan worden en leg uit waarom, op Hartree-Fock niveau, de ene wijze steeds een te hoge, en de andere wijze steeds een te lage bindingsenergie oplevert.&lt;br /&gt;
#*Hoe kan de beschrijving van de golffunctie van H2, en dus ook van de bindingsenergie, verbeterd worden.&lt;br /&gt;
#Bespreek het principe van een geometrie-optimalisatie van een molecule.&lt;br /&gt;
#* Maak hierbij gebruik van de begrippen potentiaaloppervlak, stationair punt, gradient en hessiaan. Wat versta je onder een frequentie-analyse.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verband tussen de frequenties en de hessiaan?&lt;br /&gt;
#* Leg uit waarom geometrie-optimalisatie best steeds gevolgd wordt door een frequentie-analyse. Op welke manier kan de symmetrie van het molecule hierbij een rol spelen? &lt;br /&gt;
===17 januari 2014===&lt;br /&gt;
#Geef en bewijs het variatie theorema. Toon aan dat dit blijft gelden in de densiteitfunctionaal theorie&lt;br /&gt;
#Constructie van Slater determinanten vanuit het Pauli principe:&lt;br /&gt;
#Bespreek de mogelijke golffuncties en dat die aanleiding geven tot de constructie van  een Slater determinant/ combinatie van Slater determinanten&lt;br /&gt;
#Duid in onderstaande tabel aan met een kruisje of de volgende waterstoforbitalen eigenfuncties zijn van de hamiltoniaan (H), en/of de orbitaaldraaiimpulsoperatoren (lÂ², lx, ly, lz). Hierbij moeten geen ingewikkelde afleidingen gegeven worden, maar je moet keuze wel kunnen uitleggen. (rood = oplossing) (zie 24 januari 2012)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 januari 2013 ===&lt;br /&gt;
#Geef en bespreek het Pauli-principe. Welke benaderende golffunctie zal men gebruiken om te voldoen aan dit principe?&lt;br /&gt;
#Definitie van elektroncorrelatie. Wat is de correlatie-energie? Beschrijf schematisch de vorm van de golffunctie die, binnen de LCAO-MO benadering, in staat is om elektronencorrelatie te beschrijven. Noem twee mogelijke methoden die gebruikt kunnen worden om deze golffunctie te berekenen. Geef de essentiële verschillen tussen de beide methoden.&lt;br /&gt;
#Toepassing van de LCAO-MO benadering op het H2+ molecule met een minimale basis bestaande uit twee genormaliseerde AO 1sA en 1sB geeft steeds de volgende twee MO&#039;s: Ï•b = N(1sA + 1sB) en Ï•* = N&#039; (1sA - 1sB). Bereken de normalisatieconstanten N en N&#039;. Bewijs (op basis van de densiteit) dat, bij een voldoende kleine H-H afstand zodat beide atomaire orbitalen overlappen, phi(b) een binden MO en phi* een antibindend MO is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 januari 2013===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Leid de uitdrukking af van de totale (elektronische) grondtoestandsenergie die bekomen wordt binnen DFT na de introductie van orbitalen zoals gesugereerd door Kohn &amp;amp;amp; Sham&lt;br /&gt;
#Geef de definitie van &amp;amp;quot;size consistency&amp;amp;quot;. Waarom is de CISD-methode niet size-consistent?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Wat zijn compatiebele grootheden?&lt;br /&gt;
#*Toon aan dat twee meetbare grootheden compatiebel zijn als de corresponderende kwantummechanische operatoren commuteren.&lt;br /&gt;
#*Geef een voorbeeld van (i) twee compatiebele grootheden, (ii) twee niet-compatiebele grootheden. Bewijs (i) en (ii) door de commutatierelatie tussen de bijhorende operatoren uit te werken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Augustus 2012===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Geef de definitie van een lineaire hermitische operator A en bewijs dat:&lt;br /&gt;
#*eigenwaarden van A altijd reël zijn&lt;br /&gt;
#*de eigenfuncties van A steeds orthonormaal gekozen kunnen worden.&lt;br /&gt;
#Bespreek Rayleigh-Schrödinger perturbatietheorie voor niet-ontaarde systemen en situeer de MP2-methode binnen deze theorie.&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom de dissociatie van H2 molecule niet correct beschreven kan worden met een RHF-type golffunctie. Geef de twee wijzen waarop de bindingsenergie van H{{sub|2}} theoretisch berekend kan worden en leg uit waarom, op Hartree-Fock niveau, de ene wijze een steeds te hoge en de andere steeds een te lage bindingsenergie oplevert? Hoe kan de beschrijving van de golffunctie van H2, en dus ook van bindingsenergie, verbeterd worden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2011 NM===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Definitie van elektroncorrelatie&lt;br /&gt;
#* Wat is de correlatie-energie&lt;br /&gt;
#* Beschrijf schematisch de vorm van de golffunctie die, binnen de LCAO-MO benadering, in staat is om elektronencorrelatie te beschrijven&lt;br /&gt;
#* Noem twee mogelijke methoden die gebruikt kunnen worden om deze golffunctie te berekenen. Geef de essentiële verschillen tussen de beide methoden&lt;br /&gt;
#Toepassing van de LCAO-MO benadering op het H2+ molecule met een minimale basis bestaande uit twee genormaliseerde AO 1sA en 1sB geeft steeds de volgende twee MO&#039;s: Ï•&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;b&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; = N(1sA + 1sB) en Ï•* = N&#039; (1sA - 1sB). &lt;br /&gt;
#* Bereken de normalisatieconstanten N en N&#039;&lt;br /&gt;
#* Bewijs (op basis van de densiteit) dat, bij een voldoende kleine H-H afstand zodat beide atomaire orbitalen overlappen, phi(b) een binden MO en phi* een antibindend MO is. &lt;br /&gt;
# Bewijs compatiebele grootheden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2012 VM===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Geef en bespreek het Pauli-principe&lt;br /&gt;
#*Welke benaderende golffunctie zal men gebruiken om te voldoen aan dit principe?&lt;br /&gt;
#Leid de uitdrukking af voor de totale (elektronische) grondtoestandsenergie binnen DFT, na de introductie van orbitalen zoals gesuggereerd door Kohn &amp;amp;amp; Sham.&lt;br /&gt;
#Duid in onderstaande tabel aan met een kruisje of de volgende waterstoforbitalen eigenfuncties zijn van de hamiltoniaan (H), en/of de orbitaaldraaiimpulsoperatoren (lÂ², lx, ly, lz). Hierbij moeten geen ingewikkelde afleidingen gegeven worden, maar je moet keuze wel kunnen uitleggen. (rood = oplossing)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2012===&lt;br /&gt;
#Op basis van welk principe en onder welke omstandigheden kunnen de toestandsfunctie van een systeem geclassificeerd worden als gerade of ungerade?&lt;br /&gt;
#Wat is het verschil tussen de gross en de netto Mulliken populatie van een atomaire basisfunctie resulterend uit een moleculaire LCAO-MO-SCF berekening? (leid de formules af)&lt;br /&gt;
#De volgende complexe functies stellen twee van de oplossingen voor van de Schrödingernvergelijking voor een éé-elektron atoom met kernlading Z:&lt;br /&gt;
#* Ψ4,2,±2 (r,θ,φ)=R4,2 Θ2,±2(θ) Φ±2(φ)&lt;br /&gt;
#* met ρ=2Zr/na0&lt;br /&gt;
#* en: R4,2(r)=(((Z/a0)^(3/2))/96√5)*(6-ρ)ρ²e-ρ/2&lt;br /&gt;
#* Θ2,±2(θ)=√15/4 sin²θ&lt;br /&gt;
#* Φ±2(φ)=1/√2π e±2iφ&lt;br /&gt;
#*Zijn deze twee functies ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#*Vorm uit deze twee golffuncties via een orthonormale transformatie twee reële functies. Welke kwantumgetallen gaan hierbij verloren? Zijn de nieuwe functie nog steeds eigenfuncties van dezelfde hamiltoniaan (Ã©Ã©n-elektron atoom met kernlading Z)? Zo ja, hebben ze dezelfde eigenwaarden als de oorspronkelijke functies of niet? Zijn ze ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#*Hoeveel radiale nodale vlakken hebben de reële functies? Hoeveel angulaire nodale vlakken, en welke vlakken zijn dit?&lt;br /&gt;
#*Teken het angulaire deel van de twee reële orbitalen in twee dimensies. Kies hiervoor het vlak in een carthesisch assenstelsel waar de functies waar de functies hun maximale (absolute) waarde bereiken.&lt;br /&gt;
#*Teken ook (kwalitatief) de totale (reële) golffuncties in hetzelfde vlak, onder de vorm van hoogtelijnen. Teken twee hoogtelijnen met een verschillende absolute waarde en geef aan welke van de twee lijnen hoort bij de hoogste absolute waarde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2011 nm===&lt;br /&gt;
# Maak gebruik van de LCAO-MO benadering en het variatietheorema om de golï¬€unctie en bijhorende energie te berekenen van de grondtoestand van het H&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;+&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;-ion bij een H-H afstand van 2,2 a.u. Basisfuncties zijn de (genormaliseerde) 1sA en 1sB orbitalen op beide H atomen. De waarde van de verschillende integralen tussen beide functies bij de gegeven H-H afstand bedragen:    S(AB)= 0,533     ;  H(AA)= -0,937 a.u.      ;    H(AB)= -0,621 a.u.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Geef en bespreek het Pauli-principe&lt;br /&gt;
#* Hoe wordt dit principe gebruikt voor de constructie van een golffunctie binnnen de orbitaalbenadering.&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen de gross en de netto Mulliken populatie van een atomaire basisfunctie resulterend uit een moleculaire LCAO-MOSCF berekening (leid de formules af)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2011 vm===&lt;br /&gt;
# Op basis van welk principe en onder welke omstandigheden kunnen de toestandsfuncties van een systeem geclassificeerd worden als gerade of ungerade?&lt;br /&gt;
# Leidt de uitdrukking af van de totale elektronische grondtoestandsenergie die bekomen wordt binnen DFT na de introductie van orbitalen zoals gesuggereerd door Kohn &amp;amp;amp; Sham.&lt;br /&gt;
# Bereken a) de meest waarschijnlijke kern-elektronafstand; b) de gemiddelde kern-elektronafstand, in de grondtoestand van het waterstof atoom met als toestandsfunctie (dan die functie uit de cursus)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2010 nm===&lt;br /&gt;
#Niet compatiebele grootheden, bewijzen dat impuls en plaats niet compatiebel zijn, onzekerheidsprincipe Heisenberg geven en bewijzen met gegeven formule (uit cursus)&lt;br /&gt;
#H&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;+&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;-ion, gegeven dat bindend orbitaal= N(sA+sB) en antibindend= N&#039;(sA-sB). Normalisatiefactoren berekenen en met de waarschijnlijkheidsdichtheid aantonen dat het ene bindend is en het andere antibindend.&lt;br /&gt;
#Vanalles over geometrie-optimalisatie en frequentie-analyse:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2010 vm===&lt;br /&gt;
#De golffunctie van waterstof gekregen. Bereken hoogst waarschijnlijke waarde van r en de gemiddelde waarde van r&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Variatietheorema geven en bewijzen en aantonen hoe dat da in de densiteitsfunctionaaltheorie ook blijft gelden&lt;br /&gt;
#* Het eerste Hohenberg-Kohn theorema geven en bewijzen&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Definitie van elektroncorrelatie&lt;br /&gt;
#* Wat is de correlatie-energie&lt;br /&gt;
#* Beschrijf schematisch de vorm van de golffunctie die, binnen de LCAO-MO benadering, in staat is om elektronencorrelatie te beschrijven&lt;br /&gt;
#* Noem twee mogelijke methoden die gebruikt kunnen worden om deze golffunctie te berekenen. Geef de essentiële verschillen tussen de beide methoden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2010 nm===&lt;br /&gt;
#Op basis van welk principe en onder welke omstandigheden kunnen de toestandsfuncties van een systeem geclassificeerd worden als gerade en ungerade&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom de dissociatie van het H2 molecule niet correct beschreven kan worden met een RHF type golffunctie. Geef de 2 wijzen waarop de bindingsenergie van H2 theoretisch berekend kan worden en leg uit waarom, op Hartree-Fock niveau de ene wijze steeds een te hoge, en de andere wijze steeds een te lage bindingsenergie oplevert. Hoe kan de beschrijving van de golffunctie van H2, en dus ook van de bindingsenergie, verbeterd worden.&lt;br /&gt;
#Bespreek het Pauli-principe (grondig en algemeen) en gebruik dit principe bij de constructie van de golffunctie voor de grondtoestand van he He atoom(binnen de orbitaalbenadering) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2010 vm===&lt;br /&gt;
#Bewijs compatiebele grootheden&lt;br /&gt;
#Geef de verschillende aangeslagen toestanden van een twee-elektronsysteem. Geef de slaterdeterminanten rekening houdend met het Pauliprincipe&lt;br /&gt;
#Tekenopdracht van n=4 l=2 en ml=+/-2 (zie oude examenvragen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===augustus 2009===&lt;br /&gt;
#Wat zijn incompatiebele grootheden? Toon aan dat positie en snelheid incompatiebel zijn. Geef en bewijs de Heisenberg onzekerheidsrelatie. Maak hierbij gebruik van de volgende vergelijking, geldend voor twee incompatiebele grootheden A en B: deltaA * deltaB &amp;amp;gt;= 1/2 |&amp;amp;lt;psi|[A, B]|psi&amp;amp;gt;|&lt;br /&gt;
#Toepassing van de LCAO-MO benadering op het H2+ molecule met een minimale basis bestaande uit twee genormaliseerde AO 1sA en 1sB geeft steeds de volgende twee MO&#039;s: Ï•{{sub|b}} = N(1sA + 1sB) en Ï•* = N&#039; (1sA - 1sB). &lt;br /&gt;
* Bereken de normalisatieconstanten N en N&#039;&lt;br /&gt;
* Bewijs (op basis van de densiteit) dat, bij een voldoende kleine H-H afstand zodat beide atomaire orbitalen overlappen, Ï•{{sub|b}} een binden MO en Ï•* een antibindend MO is. &lt;br /&gt;
#Bespreek het principe van een geometrie-optimalisatie van een molecule. Maak hierbij gebruik van de begrippen potentiaaloppervlak, stationair punt, gradient en hessiaan. Wat versta je onder een frequentie-analyse, en wat is het verband tussen de frequenties en de hessiaan? Leg uit waarom geometrie-optimalisatie best steeds gevolgd wordt door een frequentie-analyse. Op welke manier kan de symmetrie van het molecule hierbij een rol spelen? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2009===&lt;br /&gt;
#Geef de definitie van een lineaire hermitische operator A en bewijs dat:&lt;br /&gt;
#*Eigenwaarden van A altijd reel zijn&lt;br /&gt;
#*De eigenfuncties van A steeds orthonormaal gekozen kunnen worden.&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom de dissociatie van het H2 molecule niet correct beschreven kan worden met een RHF type golffunctie. Geef de twee wijzen waarop de bindingsenergie van H2 theoretisch berekend kan worden en leg uit waarom, op Hartree-Fock niveau, de ene wijze steeds een te hoge en de andere wijze steeds een te lage bindingsenergie oplevert. Hoe kan de beschrijving van de golffunctie van H2, en dus ook van de bindingsenergie, verbeterd worden?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Geef en bewijs het variatietheorema&lt;br /&gt;
#*Geef en bewijs het eerste Hohenberg-Kohn theorema&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2009===&lt;br /&gt;
#Bespreek gerade/ungerade , afleiding en zeggen wat essentieel is.&lt;br /&gt;
#3 begrippen bespreken en met elkaar in verband brengen: orbitaal / open en gesloten schil / toestand en toestandsfunctie&lt;br /&gt;
#Orbitalen tekenen(letterlijk zoals ook op toledo staat)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 januari 2009===&lt;br /&gt;
#Commutatieregels H, LÂ², Lx, Ly, Lz van meer-elektronatomen afleiden en bespreken wat ge daar mee kunt&lt;br /&gt;
#Perturbatietheorie geven &amp;amp;amp; MP2 daar in mengen&lt;br /&gt;
#Frequentie-analyse&lt;br /&gt;
#*A) frequentie-analyse op een stationair punt bespreken en de Hessiaan er in gebruiken&lt;br /&gt;
#*B) 3 eigenschappen bespreken van het molecule in een bepaalde geometrie die je met een frequentie analyse kan berekenen/bespreken&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Maxime vdB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Computationele_Chemie&amp;diff=953</id>
		<title>Computationele Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Computationele_Chemie&amp;diff=953"/>
		<updated>2018-01-22T08:27:25Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Maxime vdB: /* 19 januari 2018 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
Een van de weinige vakken binnen de opleiding Chemie dat gedoceerd wordt door een vrouwelijke prof. Het zwaarste vak van de 3&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;e&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt; bachelor in de eerste semester. Naast het mondelinge examen bij prof Pierloot zijn er computerpractica. Hierover moeten verslagen gemaakt worden en op het einde van het semester een computerexamen afgelegd worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2018===&lt;br /&gt;
#Voorwaarden van een gerade/ ungerade systeem uitleggen en wanneer het kan voorkomen &lt;br /&gt;
#Vertrek van de exacte oplossing van de Schrödingervgl van het He+ ion om een benaderende oplossing te berekenen voor de gondtoestand van het He atoom. Wer een manier uit om deze benadering te verbeteren door gebruik te maken van het variatietheorema. Kan je op die maniet een exacte uitkomst bekomen? Leg uit waarom (niet)/ hoe.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Hoe bereken je de electrondensiteit vertrekkende van de (exacte) elektronische toestandsfunctie van ene molecule? hoe hierbij ook rekening met de spin van de elektronen.&lt;br /&gt;
#*Hoe kan je bovenstaande uitdrukking herschrijven voor de Hartree-Fock golffunctie van een gesloten-schil molecule?&lt;br /&gt;
#*Hoe bereken je de moleculaire elektrostatische potentiaal MEP van een molecule uitgaande van de densiteit?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 januari 2017 (NM) ===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Geef de definitie en twee voorbeelden (met verantwoording) van elk van de volgende begrippen: (1) idempotente operatoren, (2) compatiebele grootheden en (3) hermitische operatoren.&lt;br /&gt;
#* Bewijs dat 1/2 (AB+BA) hermitisch is als, A en B zelf hermitisch zijn. Moeten A en B hiervoor commuteren?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Schrijf de HF toestandsfunctie voor een gesloten-schil molecule.&lt;br /&gt;
#* Wat versta je onder elektroncorrelatie? Waarom beschrijft de HF toestandsfunctie correlatie niet. Geef de definitie van correlatie-energie.&lt;br /&gt;
#* Beschrijf schematisch de vorm van de golffunctie die, binnen de LCAO-MO benadering, wel in staat is om elektroncorrelatie te beschrijven.&lt;br /&gt;
# De volgende complexe functies stellen twee van de oplossingen voor van de Schrödingervergelijking voor een één-elektron atoom met kernlading Z:functies voor (n=4, l=2 en ml = +/-2)&lt;br /&gt;
#* Ψ4,2,±2 (r,θ,φ)=R4,2 Θ2,±2(θ) Φ±2(φ)&lt;br /&gt;
#* met ρ=2Zr/na0&lt;br /&gt;
#* en: R4,2(r)=(((Z/a0)^(3/2))/96√5)*(6-ρ)ρ²e-ρ/2&lt;br /&gt;
#* Θ2,±2(θ)=√15/4 sin²θ&lt;br /&gt;
#* Φ±2(φ)=1/√2π e±2iφ&lt;br /&gt;
#* Zijn deze twee functies ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#* Vorm uit deze twee golffuncties via een orthonormale transformatie twee reële functies. Welke kwantumgetallen gaan hierbij verloren? Zijn de nieuwe functie nog steeds eigenfuncties van dezelfde hamiltoniaan (één-elektron atoom met kernlading Z)? Zo ja, hebben ze dezelfde eigenwaarden als de oorspronkelijke functies of niet? Zijn ze ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#* Hoeveel radiale nodale vlakken hebben de reële functies? Hoeveel angulaire nodale vlakken, en welke vlakken zijn dit?&lt;br /&gt;
#* Teken het angulaire deel van de twee reële orbitalen in twee dimensies. Kies hiervoor het vlak in een carthesisch assenstelsel waar de functies waar de functies hun maximale (absolute) waarde bereiken.&lt;br /&gt;
#* Teken ook (kwalitatief) de totale (reële) golffuncties in hetzelfde vlak, onder de vorm van hoogtelijnen. Teken twee hoogtelijnen met een verschillende absolute waarde en geef aan welke van de twee lijnen hoort bij de hoogste absolute waarde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 januarri 2017 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Voorwaarden uitleggen voor wanneer een systeem geraden of ungeraden kan zijn.&lt;br /&gt;
# Uitleggen waarom UHF afwijkingen geeft bij de dissociatie van H2 en het covalente karakter van bindingen. Uiteggen hoe dit kan verbeterd worden ( in detail zoals H IV: p28-30)&lt;br /&gt;
# Afleiden van de totale elektronische energie na het in voeren van Kohn &amp;amp; Sham orbitalen in DFT.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 januari 2017 (NM)===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Geef en bewijs het variatietheorema&lt;br /&gt;
#* Situeer de orbitaalbenadering binnen dit theorema. Beschrijf hoe met deze methode benaderende oplossingen van de Schrödingervergelijking bekomen kunnen worden.&lt;br /&gt;
#* Situeer de LCAO-MO methode binnen dit theorema. Beschrijf hoe met deze methode beanderende oplossingen voor orbitalen bekomen kunnen worden.&lt;br /&gt;
# Bespreek de toestandsfunctie horende bij de configuratie phi(a)phi(b) van een twee-elektronsysteem, en toon aan hoe het Pauliprincipe hierbij aanleiding geeft tot de constructie van (combinaties van) Slater determinanten. (phi(a) en phi(b) zijn orbitalen).&lt;br /&gt;
# Leid af hoe de kwantummechanische verwachtingswaarde van een moleculaire dipoolmoment berekend kan worden, vertrekkende van (a) de elektronische toestandsfunctie; (b) de elektronendensiteit. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2016 (VM)===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Geef de definitie en twee voorbeelden (met verantwoording) van elk van de volgende begrippen: (1) idempotente operatoren, (2) compatiebele grootheden, (3) hermitische operatoren.&lt;br /&gt;
#* Bewijs dat 1/2(AB+BA) hermitisch is als A en B zelf hermitisch zijn. Moeten A en B hiervoor commuteren?&lt;br /&gt;
# Toepassing van de LCAO-MO benadering op het H2+ molecule met een minimale basis bestaande uit twee genormaliseerde AO 1sA en 1sB geeft steeds de volgende twee MO&#039;s: Ï•b = N(1sA + 1sB) en Ï•* = N&#039; (1sA - 1sB). &lt;br /&gt;
#* Bereken de normalisatieconstanten N en N&#039;. &lt;br /&gt;
#* Bewijs (op basis van de densiteit) dat, bij een voldoende kleine H-H afstand zodat beide atomaire orbitalen overlappen, phi(b) een binden MO en phi* een antibindend MO is.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Hoe bereken je de elektronendensiteit vertrekkende van de elektronische toestandfunctie van een molecule? Hou hierbij ook rekening met de spin van de elektronen. &lt;br /&gt;
#* Hoe bereken je de moleculaire elektrostatische potentiaal MEP van ee nmolecule uitgaande van de densiteit? &lt;br /&gt;
#* Leg uit hoe je een MSEP (molecular surface electrostatic potential) zou berekenen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2016 (VM)===&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#* Wat zijn compatiebele grootheden? Wat zijn de voorwaarden? &lt;br /&gt;
#* Geef een voorbeeld van (i) twee compatiebele grootheden, (ii) twee niet-compatiebele grootheden. Bewijs dit met de voorwaarden die je in a) gesteld hebt.&lt;br /&gt;
# Leg uit waarom de dissociatie van het H2 molecule niet correct beschreven kan worden met een RHF type golffunctie. Leg uit hoe je dit kan verbeteren (in detail).&lt;br /&gt;
# Leid af hoe de kwantummechanische verwachtingswaarde van een moleculair dipoolmoment berekend kan worden met&lt;br /&gt;
#* elektronische toestandsfunctie&lt;br /&gt;
#* elektrondensiteit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2016 (VM)===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Geef en bewijs het variatietheorema.&lt;br /&gt;
#*Situeer de orbitaalbenadering binnen dit theorema. Beschrijf hoe met deze methode benaderende oplossingen van de Schrödingervergelijking bekomen kunnen worden. &lt;br /&gt;
#*Situeer de LCAO-MO methode binnen dit theorema. Beschrijf hoe met deze methode benaderende oplossingen voor orbitalen bekomen kunnen worden. &lt;br /&gt;
# Bespreek de toestandsfunctie horenden bij de aangeslagen configuratie van een twee-elektronensysteem en toon aan hoe het Pauliprincipe hierbij aanleiding geeft tot de constructie van (combinaties van) de Slater determinanten. &lt;br /&gt;
#De volgende complexe functies stellen twee van de oplossingen voor van de Schrödingernvergelijking voor een één-elektron atoom met kernlading Z:&lt;br /&gt;
#* Ψ4,2,±2 (r,θ,φ)=R4,2 Θ2,±2(θ) Φ±2(φ)&lt;br /&gt;
#* met ρ=2Zr/na0&lt;br /&gt;
#* en: R4,2(r)=(((Z/a0)^(3/2))/96√5)*(6-ρ)ρ²e-ρ/2&lt;br /&gt;
#* Θ2,±2(θ)=√15/4 sin²θ&lt;br /&gt;
#* Φ±2(φ)=1/√2π e±2iφ&lt;br /&gt;
#* Zijn deze twee functies ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#* Vorm uit deze twee golffuncties via een orthonormale transformatie twee reële functies. Welke kwantumgetallen gaan hierbij verloren? Zijn de nieuwe functie nog steeds eigenfuncties van dezelfde hamiltoniaan (één-elektron atoom met kernlading Z)? Zo ja, hebben ze dezelfde eigenwaarden als de oorspronkelijke functies of niet? Zijn ze ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#* Hoeveel radiale nodale vlakken hebben de reële functies? Hoeveel angulaire nodale vlakken, en welke vlakken zijn dit?&lt;br /&gt;
#* Teken het angulaire deel van de twee reële orbitalen in twee dimensies. Kies hiervoor het vlak in een carthesisch assenstelsel waar de functies waar de functies hun maximale (absolute) waarde bereiken.&lt;br /&gt;
#* Teken ook (kwalitatief) de totale (reële) golffuncties in hetzelfde vlak, onder de vorm van hoogtelijnen. Teken twee hoogtelijnen met een verschillende absolute waarde en geef aan welke van de twee lijnen hoort bij de hoogste absolute waarde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2015===&lt;br /&gt;
# Schrijf de hamiltoniaan voor het waterstofatoom. Beschrijf schematisch de eigenfuncties en bijbehorende eigenwaarden. Plaats nu het atoom in een magneetveld. Beschrijf hoe de eigenfuncties en eigenwaarden veranderen.&lt;br /&gt;
#Toepassing van de LCAO-MO benadering op het H2+ molecule met een minimale basis bestaande uit twee genormaliseerde AO 1sA en 1sB geeft steeds de volgende twee MO&#039;s: Ï•b = N(1sA + 1sB) en Ï•* = N&#039; (1sA - 1sB). Bereken de normalisatieconstanten N en N&#039;. Bewijs (op basis van de densiteit) dat, bij een voldoende kleine H-H afstand zodat beide atomaire orbitalen overlappen, phi(b) een binden MO en phi* een antibindend MO is.&lt;br /&gt;
#Bespreek het principe van een geometrie-optimalisatie van een molecule. Maak hierbij gebruik van de begrippen potentiaaloppervlak, stationair punt, gradient en hessiaan. Wat versta je onder een frequentie-analyse, en wat is het verband tussen de frequenties en de hessiaan? Leg uit waarom geometrie-optimalisatie best steeds gevolgd wordt door een frequentie-analyse. Op welke manier kan de symmetrie van het molecule hierbij een rol spelen? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2015===&lt;br /&gt;
# Bespreek Rayleigh-Schrödinger perturbatietheorie voor niet-ontaarde systemen en situeer de MP2-methode binnen deze theorie.&lt;br /&gt;
# De volgende complexe functies stellen twee van de oplossingen voor van de Schrödingernvergelijking voor een één-elektron atoom met kernlading Z:&lt;br /&gt;
#* Ψ4,2,±2 (r,θ,φ)=R4,2 Θ2,±2(θ) Φ±2(φ)&lt;br /&gt;
#* met ρ=2Zr/na0&lt;br /&gt;
#* en: R4,2(r)=(((Z/a0)^(3/2))/96√5)*(6-ρ)ρ²e-ρ/2&lt;br /&gt;
#* Θ2,±2(θ)=√15/4 sin²θ&lt;br /&gt;
#* Φ±2(φ)=1/√2π e±2iφ&lt;br /&gt;
#* Zijn deze twee functies ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#* Vorm uit deze twee golffuncties via een orthonormale transformatie twee reële functies. Welke kwantumgetallen gaan hierbij verloren? Zijn de nieuwe functie nog steeds eigenfuncties van dezelfde hamiltoniaan (één-elektron atoom met kernlading Z)? Zo ja, hebben ze dezelfde eigenwaarden als de oorspronkelijke functies of niet? Zijn ze ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#* Hoeveel radiale nodale vlakken hebben de reële functies? Hoeveel angulaire nodale vlakken, en welke vlakken zijn dit?&lt;br /&gt;
#* Teken het angulaire deel van de twee reële orbitalen in twee dimensies. Kies hiervoor het vlak in een carthesisch assenstelsel waar de functies waar de functies hun maximale (absolute) waarde bereiken.&lt;br /&gt;
#* Teken ook (kwalitatief) de totale (reële) golffuncties in hetzelfde vlak, onder de vorm van hoogtelijnen. Teken twee hoogtelijnen met een verschillende absolute waarde en geef aan welke van de twee lijnen hoort bij de hoogste absolute waarde.&lt;br /&gt;
# Op basis van welk principe en onder welke omstandigheden kunnen de toestandsfuncties van een systeem geclassificeerd worden als gerade of ungerade?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2015 VM===&lt;br /&gt;
# Geef en bewijs het variatie theorema. Toon aan dat dit blijft gelden in de densiteitfunctionaal theorie&lt;br /&gt;
# Constructie van Slater determinanten vanuit het Pauli principe&lt;br /&gt;
#Duid in onderstaande tabel aan met een kruisje of de volgende waterstoforbitalen eigenfuncties zijn van de hamiltoniaan (H), en/of de orbitaaldraaiimpulsoperatoren (lÂ², lx, ly, lz). Hierbij moeten geen ingewikkelde afleidingen gegeven worden, maar je moet keuze wel kunnen uitleggen. (rood = oplossing)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 januari 2015===&lt;br /&gt;
# Schrijf de hamiltoniaan voor het waterstofatoom. Beschrijf schematisch de eigenfuncties en bijbehorende eigenwaarden. Plaats nu het atoom in een magneetveld. Beschrijf hoe de eigenfuncties en eigenwaarden veranderen.&lt;br /&gt;
# Geef grondig het Pauliprincipe en toon aan dat de golffunctie van het He atoom geschreven moet worden als een determinant, en geef deze determinant.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Wat versta je onder elektroncorrelatie&lt;br /&gt;
#* Geef de de definitie van correlatie energie&lt;br /&gt;
#* Beschrijf schematisch de vorm van de golffunctie die, binnen de LCAO-MO benadering, in staat is de elektron correlatie te beschrijven.&lt;br /&gt;
#* Noem 2 mogelijke methoden die gebruikt kunnen worden om deze golffunctie te berekenen. Geef de essentiële verschillen tussen beide methoden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 augustus 2014===&lt;br /&gt;
# Bewijs dat Pz een lineaire en hermitische operator is.&lt;br /&gt;
# Geef grondig het Pauliprincipe en voor een He atoom gebruik makend van de orbitaalbenadering dat de golffunctie geschreven kan worden in een determinant, en geef deze determinant.&lt;br /&gt;
# Leg uit Rayleigh perturbatie theorie en situeer MP2 hierin.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2014===&lt;br /&gt;
# Definieer&lt;br /&gt;
#*orbitaal en orbitaalbenadering&lt;br /&gt;
#*configuratie: open- en gesloten-schil-configuratie&lt;br /&gt;
#*slaterdeterminanten&lt;br /&gt;
#*toestand en toestandsfunctie; maak gebruik van een voorbeeld en leg het verband/preciseer het verschil tussen de verschillende begrippen&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen de gross en de netto Mulliken populatie van een atomaire basisfunctie resulterend uit een moleculaire LCAO-MO-SCF berekening? (leid de formules af)&lt;br /&gt;
# Bereken a) de meest waarschijnlijke kern-elektronafstand; b) de gemiddelde kern-elektronafstand, in de grondtoestand van het waterstof atoom met als toestandsfunctie (dan die functie uit de cursus)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2014===&lt;br /&gt;
# geef de definitie en twee voorbeelden (met verantwoording) van elk van de volgende begrippen:&lt;br /&gt;
#* Idempotente operatoren&lt;br /&gt;
#* Compatibele grootheden&lt;br /&gt;
#* Hermitische operatoren&lt;br /&gt;
# Geef en bespreek het Pauli principe (algemeen) en toon aan dat omwille van dit principe de maximale bezetting ven de ruimtelijke orbitalen 2 is, en die van de spin orbitalen 1.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Wat versta je onder elektroncorrelatie&lt;br /&gt;
#* Geef de de definitie van correlatie energie&lt;br /&gt;
#* Beschrijf schematisch de vorm van de golffunctie die, binnen de LCAO-MO benadering, in staat is de elektron correlatie te beschrijven (uit hoofdstuk 4 naar &#039;t schijnt!)&lt;br /&gt;
#* Noem 2 mogelijke methoden die gebruikt kunnen worden om deze golffunctie te berekenen. Geef de essentiële verschillen tussen beide methoden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2014===&lt;br /&gt;
# Bewijs compatiebele grootheden.&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom de dissociatie van het H2 molecule niet correct beschreven kan worden met een RHF type golffunctie.&lt;br /&gt;
#* Geef de 2 wijzen waarop de bindingsenergie van H2 theoretisch berekend kan worden en leg uit waarom, op Hartree-Fock niveau, de ene wijze steeds een te hoge, en de andere wijze steeds een te lage bindingsenergie oplevert.&lt;br /&gt;
#*Hoe kan de beschrijving van de golffunctie van H2, en dus ook van de bindingsenergie, verbeterd worden.&lt;br /&gt;
#Bespreek het principe van een geometrie-optimalisatie van een molecule.&lt;br /&gt;
#* Maak hierbij gebruik van de begrippen potentiaaloppervlak, stationair punt, gradient en hessiaan. Wat versta je onder een frequentie-analyse.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verband tussen de frequenties en de hessiaan?&lt;br /&gt;
#* Leg uit waarom geometrie-optimalisatie best steeds gevolgd wordt door een frequentie-analyse. Op welke manier kan de symmetrie van het molecule hierbij een rol spelen? &lt;br /&gt;
===17 januari 2014===&lt;br /&gt;
#Geef en bewijs het variatie theorema. Toon aan dat dit blijft gelden in de densiteitfunctionaal theorie&lt;br /&gt;
#Constructie van Slater determinanten vanuit het Pauli principe:&lt;br /&gt;
#Bespreek de mogelijke golffuncties en dat die aanleiding geven tot de constructie van  een Slater determinant/ combinatie van Slater determinanten&lt;br /&gt;
#Duid in onderstaande tabel aan met een kruisje of de volgende waterstoforbitalen eigenfuncties zijn van de hamiltoniaan (H), en/of de orbitaaldraaiimpulsoperatoren (lÂ², lx, ly, lz). Hierbij moeten geen ingewikkelde afleidingen gegeven worden, maar je moet keuze wel kunnen uitleggen. (rood = oplossing) (zie 24 januari 2012)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 januari 2013 ===&lt;br /&gt;
#Geef en bespreek het Pauli-principe. Welke benaderende golffunctie zal men gebruiken om te voldoen aan dit principe?&lt;br /&gt;
#Definitie van elektroncorrelatie. Wat is de correlatie-energie? Beschrijf schematisch de vorm van de golffunctie die, binnen de LCAO-MO benadering, in staat is om elektronencorrelatie te beschrijven. Noem twee mogelijke methoden die gebruikt kunnen worden om deze golffunctie te berekenen. Geef de essentiële verschillen tussen de beide methoden.&lt;br /&gt;
#Toepassing van de LCAO-MO benadering op het H2+ molecule met een minimale basis bestaande uit twee genormaliseerde AO 1sA en 1sB geeft steeds de volgende twee MO&#039;s: Ï•b = N(1sA + 1sB) en Ï•* = N&#039; (1sA - 1sB). Bereken de normalisatieconstanten N en N&#039;. Bewijs (op basis van de densiteit) dat, bij een voldoende kleine H-H afstand zodat beide atomaire orbitalen overlappen, phi(b) een binden MO en phi* een antibindend MO is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 januari 2013===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Leid de uitdrukking af van de totale (elektronische) grondtoestandsenergie die bekomen wordt binnen DFT na de introductie van orbitalen zoals gesugereerd door Kohn &amp;amp;amp; Sham&lt;br /&gt;
#Geef de definitie van &amp;amp;quot;size consistency&amp;amp;quot;. Waarom is de CISD-methode niet size-consistent?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Wat zijn compatiebele grootheden?&lt;br /&gt;
#*Toon aan dat twee meetbare grootheden compatiebel zijn als de corresponderende kwantummechanische operatoren commuteren.&lt;br /&gt;
#*Geef een voorbeeld van (i) twee compatiebele grootheden, (ii) twee niet-compatiebele grootheden. Bewijs (i) en (ii) door de commutatierelatie tussen de bijhorende operatoren uit te werken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Augustus 2012===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Geef de definitie van een lineaire hermitische operator A en bewijs dat:&lt;br /&gt;
#*eigenwaarden van A altijd reël zijn&lt;br /&gt;
#*de eigenfuncties van A steeds orthonormaal gekozen kunnen worden.&lt;br /&gt;
#Bespreek Rayleigh-Schrödinger perturbatietheorie voor niet-ontaarde systemen en situeer de MP2-methode binnen deze theorie.&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom de dissociatie van H2 molecule niet correct beschreven kan worden met een RHF-type golffunctie. Geef de twee wijzen waarop de bindingsenergie van H{{sub|2}} theoretisch berekend kan worden en leg uit waarom, op Hartree-Fock niveau, de ene wijze een steeds te hoge en de andere steeds een te lage bindingsenergie oplevert? Hoe kan de beschrijving van de golffunctie van H2, en dus ook van bindingsenergie, verbeterd worden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2011 NM===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Definitie van elektroncorrelatie&lt;br /&gt;
#* Wat is de correlatie-energie&lt;br /&gt;
#* Beschrijf schematisch de vorm van de golffunctie die, binnen de LCAO-MO benadering, in staat is om elektronencorrelatie te beschrijven&lt;br /&gt;
#* Noem twee mogelijke methoden die gebruikt kunnen worden om deze golffunctie te berekenen. Geef de essentiële verschillen tussen de beide methoden&lt;br /&gt;
#Toepassing van de LCAO-MO benadering op het H2+ molecule met een minimale basis bestaande uit twee genormaliseerde AO 1sA en 1sB geeft steeds de volgende twee MO&#039;s: Ï•&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;b&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; = N(1sA + 1sB) en Ï•* = N&#039; (1sA - 1sB). &lt;br /&gt;
#* Bereken de normalisatieconstanten N en N&#039;&lt;br /&gt;
#* Bewijs (op basis van de densiteit) dat, bij een voldoende kleine H-H afstand zodat beide atomaire orbitalen overlappen, phi(b) een binden MO en phi* een antibindend MO is. &lt;br /&gt;
# Bewijs compatiebele grootheden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2012 VM===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Geef en bespreek het Pauli-principe&lt;br /&gt;
#*Welke benaderende golffunctie zal men gebruiken om te voldoen aan dit principe?&lt;br /&gt;
#Leid de uitdrukking af voor de totale (elektronische) grondtoestandsenergie binnen DFT, na de introductie van orbitalen zoals gesuggereerd door Kohn &amp;amp;amp; Sham.&lt;br /&gt;
#Duid in onderstaande tabel aan met een kruisje of de volgende waterstoforbitalen eigenfuncties zijn van de hamiltoniaan (H), en/of de orbitaaldraaiimpulsoperatoren (lÂ², lx, ly, lz). Hierbij moeten geen ingewikkelde afleidingen gegeven worden, maar je moet keuze wel kunnen uitleggen. (rood = oplossing)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2012===&lt;br /&gt;
#Op basis van welk principe en onder welke omstandigheden kunnen de toestandsfunctie van een systeem geclassificeerd worden als gerade of ungerade?&lt;br /&gt;
#Wat is het verschil tussen de gross en de netto Mulliken populatie van een atomaire basisfunctie resulterend uit een moleculaire LCAO-MO-SCF berekening? (leid de formules af)&lt;br /&gt;
#De volgende complexe functies stellen twee van de oplossingen voor van de Schrödingernvergelijking voor een éé-elektron atoom met kernlading Z:&lt;br /&gt;
#* Ψ4,2,±2 (r,θ,φ)=R4,2 Θ2,±2(θ) Φ±2(φ)&lt;br /&gt;
#* met ρ=2Zr/na0&lt;br /&gt;
#* en: R4,2(r)=(((Z/a0)^(3/2))/96√5)*(6-ρ)ρ²e-ρ/2&lt;br /&gt;
#* Θ2,±2(θ)=√15/4 sin²θ&lt;br /&gt;
#* Φ±2(φ)=1/√2π e±2iφ&lt;br /&gt;
#*Zijn deze twee functies ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#*Vorm uit deze twee golffuncties via een orthonormale transformatie twee reële functies. Welke kwantumgetallen gaan hierbij verloren? Zijn de nieuwe functie nog steeds eigenfuncties van dezelfde hamiltoniaan (Ã©Ã©n-elektron atoom met kernlading Z)? Zo ja, hebben ze dezelfde eigenwaarden als de oorspronkelijke functies of niet? Zijn ze ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#*Hoeveel radiale nodale vlakken hebben de reële functies? Hoeveel angulaire nodale vlakken, en welke vlakken zijn dit?&lt;br /&gt;
#*Teken het angulaire deel van de twee reële orbitalen in twee dimensies. Kies hiervoor het vlak in een carthesisch assenstelsel waar de functies waar de functies hun maximale (absolute) waarde bereiken.&lt;br /&gt;
#*Teken ook (kwalitatief) de totale (reële) golffuncties in hetzelfde vlak, onder de vorm van hoogtelijnen. Teken twee hoogtelijnen met een verschillende absolute waarde en geef aan welke van de twee lijnen hoort bij de hoogste absolute waarde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2011 nm===&lt;br /&gt;
# Maak gebruik van de LCAO-MO benadering en het variatietheorema om de golï¬€unctie en bijhorende energie te berekenen van de grondtoestand van het H&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;+&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;-ion bij een H-H afstand van 2,2 a.u. Basisfuncties zijn de (genormaliseerde) 1sA en 1sB orbitalen op beide H atomen. De waarde van de verschillende integralen tussen beide functies bij de gegeven H-H afstand bedragen:    S(AB)= 0,533     ;  H(AA)= -0,937 a.u.      ;    H(AB)= -0,621 a.u.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Geef en bespreek het Pauli-principe&lt;br /&gt;
#* Hoe wordt dit principe gebruikt voor de constructie van een golffunctie binnnen de orbitaalbenadering.&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen de gross en de netto Mulliken populatie van een atomaire basisfunctie resulterend uit een moleculaire LCAO-MOSCF berekening (leid de formules af)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2011 vm===&lt;br /&gt;
# Op basis van welk principe en onder welke omstandigheden kunnen de toestandsfuncties van een systeem geclassificeerd worden als gerade of ungerade?&lt;br /&gt;
# Leidt de uitdrukking af van de totale elektronische grondtoestandsenergie die bekomen wordt binnen DFT na de introductie van orbitalen zoals gesuggereerd door Kohn &amp;amp;amp; Sham.&lt;br /&gt;
# Bereken a) de meest waarschijnlijke kern-elektronafstand; b) de gemiddelde kern-elektronafstand, in de grondtoestand van het waterstof atoom met als toestandsfunctie (dan die functie uit de cursus)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2010 nm===&lt;br /&gt;
#Niet compatiebele grootheden, bewijzen dat impuls en plaats niet compatiebel zijn, onzekerheidsprincipe Heisenberg geven en bewijzen met gegeven formule (uit cursus)&lt;br /&gt;
#H&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;+&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;-ion, gegeven dat bindend orbitaal= N(sA+sB) en antibindend= N&#039;(sA-sB). Normalisatiefactoren berekenen en met de waarschijnlijkheidsdichtheid aantonen dat het ene bindend is en het andere antibindend.&lt;br /&gt;
#Vanalles over geometrie-optimalisatie en frequentie-analyse:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2010 vm===&lt;br /&gt;
#De golffunctie van waterstof gekregen. Bereken hoogst waarschijnlijke waarde van r en de gemiddelde waarde van r&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Variatietheorema geven en bewijzen en aantonen hoe dat da in de densiteitsfunctionaaltheorie ook blijft gelden&lt;br /&gt;
#* Het eerste Hohenberg-Kohn theorema geven en bewijzen&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Definitie van elektroncorrelatie&lt;br /&gt;
#* Wat is de correlatie-energie&lt;br /&gt;
#* Beschrijf schematisch de vorm van de golffunctie die, binnen de LCAO-MO benadering, in staat is om elektronencorrelatie te beschrijven&lt;br /&gt;
#* Noem twee mogelijke methoden die gebruikt kunnen worden om deze golffunctie te berekenen. Geef de essentiële verschillen tussen de beide methoden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2010 nm===&lt;br /&gt;
#Op basis van welk principe en onder welke omstandigheden kunnen de toestandsfuncties van een systeem geclassificeerd worden als gerade en ungerade&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom de dissociatie van het H2 molecule niet correct beschreven kan worden met een RHF type golffunctie. Geef de 2 wijzen waarop de bindingsenergie van H2 theoretisch berekend kan worden en leg uit waarom, op Hartree-Fock niveau de ene wijze steeds een te hoge, en de andere wijze steeds een te lage bindingsenergie oplevert. Hoe kan de beschrijving van de golffunctie van H2, en dus ook van de bindingsenergie, verbeterd worden.&lt;br /&gt;
#Bespreek het Pauli-principe (grondig en algemeen) en gebruik dit principe bij de constructie van de golffunctie voor de grondtoestand van he He atoom(binnen de orbitaalbenadering) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2010 vm===&lt;br /&gt;
#Bewijs compatiebele grootheden&lt;br /&gt;
#Geef de verschillende aangeslagen toestanden van een twee-elektronsysteem. Geef de slaterdeterminanten rekening houdend met het Pauliprincipe&lt;br /&gt;
#Tekenopdracht van n=4 l=2 en ml=+/-2 (zie oude examenvragen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===augustus 2009===&lt;br /&gt;
#Wat zijn incompatiebele grootheden? Toon aan dat positie en snelheid incompatiebel zijn. Geef en bewijs de Heisenberg onzekerheidsrelatie. Maak hierbij gebruik van de volgende vergelijking, geldend voor twee incompatiebele grootheden A en B: deltaA * deltaB &amp;amp;gt;= 1/2 |&amp;amp;lt;psi|[A, B]|psi&amp;amp;gt;|&lt;br /&gt;
#Toepassing van de LCAO-MO benadering op het H2+ molecule met een minimale basis bestaande uit twee genormaliseerde AO 1sA en 1sB geeft steeds de volgende twee MO&#039;s: Ï•{{sub|b}} = N(1sA + 1sB) en Ï•* = N&#039; (1sA - 1sB). &lt;br /&gt;
* Bereken de normalisatieconstanten N en N&#039;&lt;br /&gt;
* Bewijs (op basis van de densiteit) dat, bij een voldoende kleine H-H afstand zodat beide atomaire orbitalen overlappen, Ï•{{sub|b}} een binden MO en Ï•* een antibindend MO is. &lt;br /&gt;
#Bespreek het principe van een geometrie-optimalisatie van een molecule. Maak hierbij gebruik van de begrippen potentiaaloppervlak, stationair punt, gradient en hessiaan. Wat versta je onder een frequentie-analyse, en wat is het verband tussen de frequenties en de hessiaan? Leg uit waarom geometrie-optimalisatie best steeds gevolgd wordt door een frequentie-analyse. Op welke manier kan de symmetrie van het molecule hierbij een rol spelen? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2009===&lt;br /&gt;
#Geef de definitie van een lineaire hermitische operator A en bewijs dat:&lt;br /&gt;
#*Eigenwaarden van A altijd reel zijn&lt;br /&gt;
#*De eigenfuncties van A steeds orthonormaal gekozen kunnen worden.&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom de dissociatie van het H2 molecule niet correct beschreven kan worden met een RHF type golffunctie. Geef de twee wijzen waarop de bindingsenergie van H2 theoretisch berekend kan worden en leg uit waarom, op Hartree-Fock niveau, de ene wijze steeds een te hoge en de andere wijze steeds een te lage bindingsenergie oplevert. Hoe kan de beschrijving van de golffunctie van H2, en dus ook van de bindingsenergie, verbeterd worden?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Geef en bewijs het variatietheorema&lt;br /&gt;
#*Geef en bewijs het eerste Hohenberg-Kohn theorema&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2009===&lt;br /&gt;
#Bespreek gerade/ungerade , afleiding en zeggen wat essentieel is.&lt;br /&gt;
#3 begrippen bespreken en met elkaar in verband brengen: orbitaal / open en gesloten schil / toestand en toestandsfunctie&lt;br /&gt;
#Orbitalen tekenen(letterlijk zoals ook op toledo staat)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 januari 2009===&lt;br /&gt;
#Commutatieregels H, LÂ², Lx, Ly, Lz van meer-elektronatomen afleiden en bespreken wat ge daar mee kunt&lt;br /&gt;
#Perturbatietheorie geven &amp;amp;amp; MP2 daar in mengen&lt;br /&gt;
#Frequentie-analyse&lt;br /&gt;
#*A) frequentie-analyse op een stationair punt bespreken en de Hessiaan er in gebruiken&lt;br /&gt;
#*B) 3 eigenschappen bespreken van het molecule in een bepaalde geometrie die je met een frequentie analyse kan berekenen/bespreken&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Maxime vdB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Computationele_Chemie&amp;diff=952</id>
		<title>Computationele Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Computationele_Chemie&amp;diff=952"/>
		<updated>2018-01-21T20:34:27Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Maxime vdB: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
Een van de weinige vakken binnen de opleiding Chemie dat gedoceerd wordt door een vrouwelijke prof. Het zwaarste vak van de 3&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;e&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt; bachelor in de eerste semester. Naast het mondelinge examen bij prof Pierloot zijn er computerpractica. Hierover moeten verslagen gemaakt worden en op het einde van het semester een computerexamen afgelegd worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2018===&lt;br /&gt;
#Voorwaarden van een gerade/ ungerade systeem uitleggen en wanneer het kan voorkomen &lt;br /&gt;
#Vertrekkende vanuit de oplossingen van een He+ ion van de schrodingervgl de oplossingen bepalen voor het He atoom + mogelijk om een exacte uitkomst te bekomen voor deze vergelijking?&lt;br /&gt;
#Elektrondensiteit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 januari 2017 (NM) ===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Geef de definitie en twee voorbeelden (met verantwoording) van elk van de volgende begrippen: (1) idempotente operatoren, (2) compatiebele grootheden en (3) hermitische operatoren.&lt;br /&gt;
#* Bewijs dat 1/2 (AB+BA) hermitisch is als, A en B zelf hermitisch zijn. Moeten A en B hiervoor commuteren?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Schrijf de HF toestandsfunctie voor een gesloten-schil molecule.&lt;br /&gt;
#* Wat versta je onder elektroncorrelatie? Waarom beschrijft de HF toestandsfunctie correlatie niet. Geef de definitie van correlatie-energie.&lt;br /&gt;
#* Beschrijf schematisch de vorm van de golffunctie die, binnen de LCAO-MO benadering, wel in staat is om elektroncorrelatie te beschrijven.&lt;br /&gt;
# De volgende complexe functies stellen twee van de oplossingen voor van de Schrödingervergelijking voor een één-elektron atoom met kernlading Z:functies voor (n=4, l=2 en ml = +/-2)&lt;br /&gt;
#* Ψ4,2,±2 (r,θ,φ)=R4,2 Θ2,±2(θ) Φ±2(φ)&lt;br /&gt;
#* met ρ=2Zr/na0&lt;br /&gt;
#* en: R4,2(r)=(((Z/a0)^(3/2))/96√5)*(6-ρ)ρ²e-ρ/2&lt;br /&gt;
#* Θ2,±2(θ)=√15/4 sin²θ&lt;br /&gt;
#* Φ±2(φ)=1/√2π e±2iφ&lt;br /&gt;
#* Zijn deze twee functies ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#* Vorm uit deze twee golffuncties via een orthonormale transformatie twee reële functies. Welke kwantumgetallen gaan hierbij verloren? Zijn de nieuwe functie nog steeds eigenfuncties van dezelfde hamiltoniaan (één-elektron atoom met kernlading Z)? Zo ja, hebben ze dezelfde eigenwaarden als de oorspronkelijke functies of niet? Zijn ze ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#* Hoeveel radiale nodale vlakken hebben de reële functies? Hoeveel angulaire nodale vlakken, en welke vlakken zijn dit?&lt;br /&gt;
#* Teken het angulaire deel van de twee reële orbitalen in twee dimensies. Kies hiervoor het vlak in een carthesisch assenstelsel waar de functies waar de functies hun maximale (absolute) waarde bereiken.&lt;br /&gt;
#* Teken ook (kwalitatief) de totale (reële) golffuncties in hetzelfde vlak, onder de vorm van hoogtelijnen. Teken twee hoogtelijnen met een verschillende absolute waarde en geef aan welke van de twee lijnen hoort bij de hoogste absolute waarde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 januarri 2017 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Voorwaarden uitleggen voor wanneer een systeem geraden of ungeraden kan zijn.&lt;br /&gt;
# Uitleggen waarom UHF afwijkingen geeft bij de dissociatie van H2 en het covalente karakter van bindingen. Uiteggen hoe dit kan verbeterd worden ( in detail zoals H IV: p28-30)&lt;br /&gt;
# Afleiden van de totale elektronische energie na het in voeren van Kohn &amp;amp; Sham orbitalen in DFT.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 januari 2017 (NM)===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Geef en bewijs het variatietheorema&lt;br /&gt;
#* Situeer de orbitaalbenadering binnen dit theorema. Beschrijf hoe met deze methode benaderende oplossingen van de Schrödingervergelijking bekomen kunnen worden.&lt;br /&gt;
#* Situeer de LCAO-MO methode binnen dit theorema. Beschrijf hoe met deze methode beanderende oplossingen voor orbitalen bekomen kunnen worden.&lt;br /&gt;
# Bespreek de toestandsfunctie horende bij de configuratie phi(a)phi(b) van een twee-elektronsysteem, en toon aan hoe het Pauliprincipe hierbij aanleiding geeft tot de constructie van (combinaties van) Slater determinanten. (phi(a) en phi(b) zijn orbitalen).&lt;br /&gt;
# Leid af hoe de kwantummechanische verwachtingswaarde van een moleculaire dipoolmoment berekend kan worden, vertrekkende van (a) de elektronische toestandsfunctie; (b) de elektronendensiteit. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2016 (VM)===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Geef de definitie en twee voorbeelden (met verantwoording) van elk van de volgende begrippen: (1) idempotente operatoren, (2) compatiebele grootheden, (3) hermitische operatoren.&lt;br /&gt;
#* Bewijs dat 1/2(AB+BA) hermitisch is als A en B zelf hermitisch zijn. Moeten A en B hiervoor commuteren?&lt;br /&gt;
# Toepassing van de LCAO-MO benadering op het H2+ molecule met een minimale basis bestaande uit twee genormaliseerde AO 1sA en 1sB geeft steeds de volgende twee MO&#039;s: Ï•b = N(1sA + 1sB) en Ï•* = N&#039; (1sA - 1sB). &lt;br /&gt;
#* Bereken de normalisatieconstanten N en N&#039;. &lt;br /&gt;
#* Bewijs (op basis van de densiteit) dat, bij een voldoende kleine H-H afstand zodat beide atomaire orbitalen overlappen, phi(b) een binden MO en phi* een antibindend MO is.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Hoe bereken je de elektronendensiteit vertrekkende van de elektronische toestandfunctie van een molecule? Hou hierbij ook rekening met de spin van de elektronen. &lt;br /&gt;
#* Hoe bereken je de moleculaire elektrostatische potentiaal MEP van ee nmolecule uitgaande van de densiteit? &lt;br /&gt;
#* Leg uit hoe je een MSEP (molecular surface electrostatic potential) zou berekenen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2016 (VM)===&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#* Wat zijn compatiebele grootheden? Wat zijn de voorwaarden? &lt;br /&gt;
#* Geef een voorbeeld van (i) twee compatiebele grootheden, (ii) twee niet-compatiebele grootheden. Bewijs dit met de voorwaarden die je in a) gesteld hebt.&lt;br /&gt;
# Leg uit waarom de dissociatie van het H2 molecule niet correct beschreven kan worden met een RHF type golffunctie. Leg uit hoe je dit kan verbeteren (in detail).&lt;br /&gt;
# Leid af hoe de kwantummechanische verwachtingswaarde van een moleculair dipoolmoment berekend kan worden met&lt;br /&gt;
#* elektronische toestandsfunctie&lt;br /&gt;
#* elektrondensiteit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2016 (VM)===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Geef en bewijs het variatietheorema.&lt;br /&gt;
#*Situeer de orbitaalbenadering binnen dit theorema. Beschrijf hoe met deze methode benaderende oplossingen van de Schrödingervergelijking bekomen kunnen worden. &lt;br /&gt;
#*Situeer de LCAO-MO methode binnen dit theorema. Beschrijf hoe met deze methode benaderende oplossingen voor orbitalen bekomen kunnen worden. &lt;br /&gt;
# Bespreek de toestandsfunctie horenden bij de aangeslagen configuratie van een twee-elektronensysteem en toon aan hoe het Pauliprincipe hierbij aanleiding geeft tot de constructie van (combinaties van) de Slater determinanten. &lt;br /&gt;
#De volgende complexe functies stellen twee van de oplossingen voor van de Schrödingernvergelijking voor een één-elektron atoom met kernlading Z:&lt;br /&gt;
#* Ψ4,2,±2 (r,θ,φ)=R4,2 Θ2,±2(θ) Φ±2(φ)&lt;br /&gt;
#* met ρ=2Zr/na0&lt;br /&gt;
#* en: R4,2(r)=(((Z/a0)^(3/2))/96√5)*(6-ρ)ρ²e-ρ/2&lt;br /&gt;
#* Θ2,±2(θ)=√15/4 sin²θ&lt;br /&gt;
#* Φ±2(φ)=1/√2π e±2iφ&lt;br /&gt;
#* Zijn deze twee functies ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#* Vorm uit deze twee golffuncties via een orthonormale transformatie twee reële functies. Welke kwantumgetallen gaan hierbij verloren? Zijn de nieuwe functie nog steeds eigenfuncties van dezelfde hamiltoniaan (één-elektron atoom met kernlading Z)? Zo ja, hebben ze dezelfde eigenwaarden als de oorspronkelijke functies of niet? Zijn ze ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#* Hoeveel radiale nodale vlakken hebben de reële functies? Hoeveel angulaire nodale vlakken, en welke vlakken zijn dit?&lt;br /&gt;
#* Teken het angulaire deel van de twee reële orbitalen in twee dimensies. Kies hiervoor het vlak in een carthesisch assenstelsel waar de functies waar de functies hun maximale (absolute) waarde bereiken.&lt;br /&gt;
#* Teken ook (kwalitatief) de totale (reële) golffuncties in hetzelfde vlak, onder de vorm van hoogtelijnen. Teken twee hoogtelijnen met een verschillende absolute waarde en geef aan welke van de twee lijnen hoort bij de hoogste absolute waarde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2015===&lt;br /&gt;
# Schrijf de hamiltoniaan voor het waterstofatoom. Beschrijf schematisch de eigenfuncties en bijbehorende eigenwaarden. Plaats nu het atoom in een magneetveld. Beschrijf hoe de eigenfuncties en eigenwaarden veranderen.&lt;br /&gt;
#Toepassing van de LCAO-MO benadering op het H2+ molecule met een minimale basis bestaande uit twee genormaliseerde AO 1sA en 1sB geeft steeds de volgende twee MO&#039;s: Ï•b = N(1sA + 1sB) en Ï•* = N&#039; (1sA - 1sB). Bereken de normalisatieconstanten N en N&#039;. Bewijs (op basis van de densiteit) dat, bij een voldoende kleine H-H afstand zodat beide atomaire orbitalen overlappen, phi(b) een binden MO en phi* een antibindend MO is.&lt;br /&gt;
#Bespreek het principe van een geometrie-optimalisatie van een molecule. Maak hierbij gebruik van de begrippen potentiaaloppervlak, stationair punt, gradient en hessiaan. Wat versta je onder een frequentie-analyse, en wat is het verband tussen de frequenties en de hessiaan? Leg uit waarom geometrie-optimalisatie best steeds gevolgd wordt door een frequentie-analyse. Op welke manier kan de symmetrie van het molecule hierbij een rol spelen? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2015===&lt;br /&gt;
# Bespreek Rayleigh-Schrödinger perturbatietheorie voor niet-ontaarde systemen en situeer de MP2-methode binnen deze theorie.&lt;br /&gt;
# De volgende complexe functies stellen twee van de oplossingen voor van de Schrödingernvergelijking voor een één-elektron atoom met kernlading Z:&lt;br /&gt;
#* Ψ4,2,±2 (r,θ,φ)=R4,2 Θ2,±2(θ) Φ±2(φ)&lt;br /&gt;
#* met ρ=2Zr/na0&lt;br /&gt;
#* en: R4,2(r)=(((Z/a0)^(3/2))/96√5)*(6-ρ)ρ²e-ρ/2&lt;br /&gt;
#* Θ2,±2(θ)=√15/4 sin²θ&lt;br /&gt;
#* Φ±2(φ)=1/√2π e±2iφ&lt;br /&gt;
#* Zijn deze twee functies ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#* Vorm uit deze twee golffuncties via een orthonormale transformatie twee reële functies. Welke kwantumgetallen gaan hierbij verloren? Zijn de nieuwe functie nog steeds eigenfuncties van dezelfde hamiltoniaan (één-elektron atoom met kernlading Z)? Zo ja, hebben ze dezelfde eigenwaarden als de oorspronkelijke functies of niet? Zijn ze ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#* Hoeveel radiale nodale vlakken hebben de reële functies? Hoeveel angulaire nodale vlakken, en welke vlakken zijn dit?&lt;br /&gt;
#* Teken het angulaire deel van de twee reële orbitalen in twee dimensies. Kies hiervoor het vlak in een carthesisch assenstelsel waar de functies waar de functies hun maximale (absolute) waarde bereiken.&lt;br /&gt;
#* Teken ook (kwalitatief) de totale (reële) golffuncties in hetzelfde vlak, onder de vorm van hoogtelijnen. Teken twee hoogtelijnen met een verschillende absolute waarde en geef aan welke van de twee lijnen hoort bij de hoogste absolute waarde.&lt;br /&gt;
# Op basis van welk principe en onder welke omstandigheden kunnen de toestandsfuncties van een systeem geclassificeerd worden als gerade of ungerade?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2015 VM===&lt;br /&gt;
# Geef en bewijs het variatie theorema. Toon aan dat dit blijft gelden in de densiteitfunctionaal theorie&lt;br /&gt;
# Constructie van Slater determinanten vanuit het Pauli principe&lt;br /&gt;
#Duid in onderstaande tabel aan met een kruisje of de volgende waterstoforbitalen eigenfuncties zijn van de hamiltoniaan (H), en/of de orbitaaldraaiimpulsoperatoren (lÂ², lx, ly, lz). Hierbij moeten geen ingewikkelde afleidingen gegeven worden, maar je moet keuze wel kunnen uitleggen. (rood = oplossing)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 januari 2015===&lt;br /&gt;
# Schrijf de hamiltoniaan voor het waterstofatoom. Beschrijf schematisch de eigenfuncties en bijbehorende eigenwaarden. Plaats nu het atoom in een magneetveld. Beschrijf hoe de eigenfuncties en eigenwaarden veranderen.&lt;br /&gt;
# Geef grondig het Pauliprincipe en toon aan dat de golffunctie van het He atoom geschreven moet worden als een determinant, en geef deze determinant.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Wat versta je onder elektroncorrelatie&lt;br /&gt;
#* Geef de de definitie van correlatie energie&lt;br /&gt;
#* Beschrijf schematisch de vorm van de golffunctie die, binnen de LCAO-MO benadering, in staat is de elektron correlatie te beschrijven.&lt;br /&gt;
#* Noem 2 mogelijke methoden die gebruikt kunnen worden om deze golffunctie te berekenen. Geef de essentiële verschillen tussen beide methoden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 augustus 2014===&lt;br /&gt;
# Bewijs dat Pz een lineaire en hermitische operator is.&lt;br /&gt;
# Geef grondig het Pauliprincipe en voor een He atoom gebruik makend van de orbitaalbenadering dat de golffunctie geschreven kan worden in een determinant, en geef deze determinant.&lt;br /&gt;
# Leg uit Rayleigh perturbatie theorie en situeer MP2 hierin.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2014===&lt;br /&gt;
# Definieer&lt;br /&gt;
#*orbitaal en orbitaalbenadering&lt;br /&gt;
#*configuratie: open- en gesloten-schil-configuratie&lt;br /&gt;
#*slaterdeterminanten&lt;br /&gt;
#*toestand en toestandsfunctie; maak gebruik van een voorbeeld en leg het verband/preciseer het verschil tussen de verschillende begrippen&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen de gross en de netto Mulliken populatie van een atomaire basisfunctie resulterend uit een moleculaire LCAO-MO-SCF berekening? (leid de formules af)&lt;br /&gt;
# Bereken a) de meest waarschijnlijke kern-elektronafstand; b) de gemiddelde kern-elektronafstand, in de grondtoestand van het waterstof atoom met als toestandsfunctie (dan die functie uit de cursus)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2014===&lt;br /&gt;
# geef de definitie en twee voorbeelden (met verantwoording) van elk van de volgende begrippen:&lt;br /&gt;
#* Idempotente operatoren&lt;br /&gt;
#* Compatibele grootheden&lt;br /&gt;
#* Hermitische operatoren&lt;br /&gt;
# Geef en bespreek het Pauli principe (algemeen) en toon aan dat omwille van dit principe de maximale bezetting ven de ruimtelijke orbitalen 2 is, en die van de spin orbitalen 1.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Wat versta je onder elektroncorrelatie&lt;br /&gt;
#* Geef de de definitie van correlatie energie&lt;br /&gt;
#* Beschrijf schematisch de vorm van de golffunctie die, binnen de LCAO-MO benadering, in staat is de elektron correlatie te beschrijven (uit hoofdstuk 4 naar &#039;t schijnt!)&lt;br /&gt;
#* Noem 2 mogelijke methoden die gebruikt kunnen worden om deze golffunctie te berekenen. Geef de essentiële verschillen tussen beide methoden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2014===&lt;br /&gt;
# Bewijs compatiebele grootheden.&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom de dissociatie van het H2 molecule niet correct beschreven kan worden met een RHF type golffunctie.&lt;br /&gt;
#* Geef de 2 wijzen waarop de bindingsenergie van H2 theoretisch berekend kan worden en leg uit waarom, op Hartree-Fock niveau, de ene wijze steeds een te hoge, en de andere wijze steeds een te lage bindingsenergie oplevert.&lt;br /&gt;
#*Hoe kan de beschrijving van de golffunctie van H2, en dus ook van de bindingsenergie, verbeterd worden.&lt;br /&gt;
#Bespreek het principe van een geometrie-optimalisatie van een molecule.&lt;br /&gt;
#* Maak hierbij gebruik van de begrippen potentiaaloppervlak, stationair punt, gradient en hessiaan. Wat versta je onder een frequentie-analyse.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verband tussen de frequenties en de hessiaan?&lt;br /&gt;
#* Leg uit waarom geometrie-optimalisatie best steeds gevolgd wordt door een frequentie-analyse. Op welke manier kan de symmetrie van het molecule hierbij een rol spelen? &lt;br /&gt;
===17 januari 2014===&lt;br /&gt;
#Geef en bewijs het variatie theorema. Toon aan dat dit blijft gelden in de densiteitfunctionaal theorie&lt;br /&gt;
#Constructie van Slater determinanten vanuit het Pauli principe:&lt;br /&gt;
#Bespreek de mogelijke golffuncties en dat die aanleiding geven tot de constructie van  een Slater determinant/ combinatie van Slater determinanten&lt;br /&gt;
#Duid in onderstaande tabel aan met een kruisje of de volgende waterstoforbitalen eigenfuncties zijn van de hamiltoniaan (H), en/of de orbitaaldraaiimpulsoperatoren (lÂ², lx, ly, lz). Hierbij moeten geen ingewikkelde afleidingen gegeven worden, maar je moet keuze wel kunnen uitleggen. (rood = oplossing) (zie 24 januari 2012)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 januari 2013 ===&lt;br /&gt;
#Geef en bespreek het Pauli-principe. Welke benaderende golffunctie zal men gebruiken om te voldoen aan dit principe?&lt;br /&gt;
#Definitie van elektroncorrelatie. Wat is de correlatie-energie? Beschrijf schematisch de vorm van de golffunctie die, binnen de LCAO-MO benadering, in staat is om elektronencorrelatie te beschrijven. Noem twee mogelijke methoden die gebruikt kunnen worden om deze golffunctie te berekenen. Geef de essentiële verschillen tussen de beide methoden.&lt;br /&gt;
#Toepassing van de LCAO-MO benadering op het H2+ molecule met een minimale basis bestaande uit twee genormaliseerde AO 1sA en 1sB geeft steeds de volgende twee MO&#039;s: Ï•b = N(1sA + 1sB) en Ï•* = N&#039; (1sA - 1sB). Bereken de normalisatieconstanten N en N&#039;. Bewijs (op basis van de densiteit) dat, bij een voldoende kleine H-H afstand zodat beide atomaire orbitalen overlappen, phi(b) een binden MO en phi* een antibindend MO is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 januari 2013===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Leid de uitdrukking af van de totale (elektronische) grondtoestandsenergie die bekomen wordt binnen DFT na de introductie van orbitalen zoals gesugereerd door Kohn &amp;amp;amp; Sham&lt;br /&gt;
#Geef de definitie van &amp;amp;quot;size consistency&amp;amp;quot;. Waarom is de CISD-methode niet size-consistent?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Wat zijn compatiebele grootheden?&lt;br /&gt;
#*Toon aan dat twee meetbare grootheden compatiebel zijn als de corresponderende kwantummechanische operatoren commuteren.&lt;br /&gt;
#*Geef een voorbeeld van (i) twee compatiebele grootheden, (ii) twee niet-compatiebele grootheden. Bewijs (i) en (ii) door de commutatierelatie tussen de bijhorende operatoren uit te werken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Augustus 2012===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Geef de definitie van een lineaire hermitische operator A en bewijs dat:&lt;br /&gt;
#*eigenwaarden van A altijd reël zijn&lt;br /&gt;
#*de eigenfuncties van A steeds orthonormaal gekozen kunnen worden.&lt;br /&gt;
#Bespreek Rayleigh-Schrödinger perturbatietheorie voor niet-ontaarde systemen en situeer de MP2-methode binnen deze theorie.&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom de dissociatie van H2 molecule niet correct beschreven kan worden met een RHF-type golffunctie. Geef de twee wijzen waarop de bindingsenergie van H{{sub|2}} theoretisch berekend kan worden en leg uit waarom, op Hartree-Fock niveau, de ene wijze een steeds te hoge en de andere steeds een te lage bindingsenergie oplevert? Hoe kan de beschrijving van de golffunctie van H2, en dus ook van bindingsenergie, verbeterd worden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2011 NM===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Definitie van elektroncorrelatie&lt;br /&gt;
#* Wat is de correlatie-energie&lt;br /&gt;
#* Beschrijf schematisch de vorm van de golffunctie die, binnen de LCAO-MO benadering, in staat is om elektronencorrelatie te beschrijven&lt;br /&gt;
#* Noem twee mogelijke methoden die gebruikt kunnen worden om deze golffunctie te berekenen. Geef de essentiële verschillen tussen de beide methoden&lt;br /&gt;
#Toepassing van de LCAO-MO benadering op het H2+ molecule met een minimale basis bestaande uit twee genormaliseerde AO 1sA en 1sB geeft steeds de volgende twee MO&#039;s: Ï•&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;b&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; = N(1sA + 1sB) en Ï•* = N&#039; (1sA - 1sB). &lt;br /&gt;
#* Bereken de normalisatieconstanten N en N&#039;&lt;br /&gt;
#* Bewijs (op basis van de densiteit) dat, bij een voldoende kleine H-H afstand zodat beide atomaire orbitalen overlappen, phi(b) een binden MO en phi* een antibindend MO is. &lt;br /&gt;
# Bewijs compatiebele grootheden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2012 VM===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Geef en bespreek het Pauli-principe&lt;br /&gt;
#*Welke benaderende golffunctie zal men gebruiken om te voldoen aan dit principe?&lt;br /&gt;
#Leid de uitdrukking af voor de totale (elektronische) grondtoestandsenergie binnen DFT, na de introductie van orbitalen zoals gesuggereerd door Kohn &amp;amp;amp; Sham.&lt;br /&gt;
#Duid in onderstaande tabel aan met een kruisje of de volgende waterstoforbitalen eigenfuncties zijn van de hamiltoniaan (H), en/of de orbitaaldraaiimpulsoperatoren (lÂ², lx, ly, lz). Hierbij moeten geen ingewikkelde afleidingen gegeven worden, maar je moet keuze wel kunnen uitleggen. (rood = oplossing)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2012===&lt;br /&gt;
#Op basis van welk principe en onder welke omstandigheden kunnen de toestandsfunctie van een systeem geclassificeerd worden als gerade of ungerade?&lt;br /&gt;
#Wat is het verschil tussen de gross en de netto Mulliken populatie van een atomaire basisfunctie resulterend uit een moleculaire LCAO-MO-SCF berekening? (leid de formules af)&lt;br /&gt;
#De volgende complexe functies stellen twee van de oplossingen voor van de Schrödingernvergelijking voor een éé-elektron atoom met kernlading Z:&lt;br /&gt;
#* Ψ4,2,±2 (r,θ,φ)=R4,2 Θ2,±2(θ) Φ±2(φ)&lt;br /&gt;
#* met ρ=2Zr/na0&lt;br /&gt;
#* en: R4,2(r)=(((Z/a0)^(3/2))/96√5)*(6-ρ)ρ²e-ρ/2&lt;br /&gt;
#* Θ2,±2(θ)=√15/4 sin²θ&lt;br /&gt;
#* Φ±2(φ)=1/√2π e±2iφ&lt;br /&gt;
#*Zijn deze twee functies ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#*Vorm uit deze twee golffuncties via een orthonormale transformatie twee reële functies. Welke kwantumgetallen gaan hierbij verloren? Zijn de nieuwe functie nog steeds eigenfuncties van dezelfde hamiltoniaan (Ã©Ã©n-elektron atoom met kernlading Z)? Zo ja, hebben ze dezelfde eigenwaarden als de oorspronkelijke functies of niet? Zijn ze ontaard of niet?&lt;br /&gt;
#*Hoeveel radiale nodale vlakken hebben de reële functies? Hoeveel angulaire nodale vlakken, en welke vlakken zijn dit?&lt;br /&gt;
#*Teken het angulaire deel van de twee reële orbitalen in twee dimensies. Kies hiervoor het vlak in een carthesisch assenstelsel waar de functies waar de functies hun maximale (absolute) waarde bereiken.&lt;br /&gt;
#*Teken ook (kwalitatief) de totale (reële) golffuncties in hetzelfde vlak, onder de vorm van hoogtelijnen. Teken twee hoogtelijnen met een verschillende absolute waarde en geef aan welke van de twee lijnen hoort bij de hoogste absolute waarde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2011 nm===&lt;br /&gt;
# Maak gebruik van de LCAO-MO benadering en het variatietheorema om de golï¬€unctie en bijhorende energie te berekenen van de grondtoestand van het H&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;+&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;-ion bij een H-H afstand van 2,2 a.u. Basisfuncties zijn de (genormaliseerde) 1sA en 1sB orbitalen op beide H atomen. De waarde van de verschillende integralen tussen beide functies bij de gegeven H-H afstand bedragen:    S(AB)= 0,533     ;  H(AA)= -0,937 a.u.      ;    H(AB)= -0,621 a.u.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Geef en bespreek het Pauli-principe&lt;br /&gt;
#* Hoe wordt dit principe gebruikt voor de constructie van een golffunctie binnnen de orbitaalbenadering.&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen de gross en de netto Mulliken populatie van een atomaire basisfunctie resulterend uit een moleculaire LCAO-MOSCF berekening (leid de formules af)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2011 vm===&lt;br /&gt;
# Op basis van welk principe en onder welke omstandigheden kunnen de toestandsfuncties van een systeem geclassificeerd worden als gerade of ungerade?&lt;br /&gt;
# Leidt de uitdrukking af van de totale elektronische grondtoestandsenergie die bekomen wordt binnen DFT na de introductie van orbitalen zoals gesuggereerd door Kohn &amp;amp;amp; Sham.&lt;br /&gt;
# Bereken a) de meest waarschijnlijke kern-elektronafstand; b) de gemiddelde kern-elektronafstand, in de grondtoestand van het waterstof atoom met als toestandsfunctie (dan die functie uit de cursus)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2010 nm===&lt;br /&gt;
#Niet compatiebele grootheden, bewijzen dat impuls en plaats niet compatiebel zijn, onzekerheidsprincipe Heisenberg geven en bewijzen met gegeven formule (uit cursus)&lt;br /&gt;
#H&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;+&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;-ion, gegeven dat bindend orbitaal= N(sA+sB) en antibindend= N&#039;(sA-sB). Normalisatiefactoren berekenen en met de waarschijnlijkheidsdichtheid aantonen dat het ene bindend is en het andere antibindend.&lt;br /&gt;
#Vanalles over geometrie-optimalisatie en frequentie-analyse:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2010 vm===&lt;br /&gt;
#De golffunctie van waterstof gekregen. Bereken hoogst waarschijnlijke waarde van r en de gemiddelde waarde van r&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Variatietheorema geven en bewijzen en aantonen hoe dat da in de densiteitsfunctionaaltheorie ook blijft gelden&lt;br /&gt;
#* Het eerste Hohenberg-Kohn theorema geven en bewijzen&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Definitie van elektroncorrelatie&lt;br /&gt;
#* Wat is de correlatie-energie&lt;br /&gt;
#* Beschrijf schematisch de vorm van de golffunctie die, binnen de LCAO-MO benadering, in staat is om elektronencorrelatie te beschrijven&lt;br /&gt;
#* Noem twee mogelijke methoden die gebruikt kunnen worden om deze golffunctie te berekenen. Geef de essentiële verschillen tussen de beide methoden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2010 nm===&lt;br /&gt;
#Op basis van welk principe en onder welke omstandigheden kunnen de toestandsfuncties van een systeem geclassificeerd worden als gerade en ungerade&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom de dissociatie van het H2 molecule niet correct beschreven kan worden met een RHF type golffunctie. Geef de 2 wijzen waarop de bindingsenergie van H2 theoretisch berekend kan worden en leg uit waarom, op Hartree-Fock niveau de ene wijze steeds een te hoge, en de andere wijze steeds een te lage bindingsenergie oplevert. Hoe kan de beschrijving van de golffunctie van H2, en dus ook van de bindingsenergie, verbeterd worden.&lt;br /&gt;
#Bespreek het Pauli-principe (grondig en algemeen) en gebruik dit principe bij de constructie van de golffunctie voor de grondtoestand van he He atoom(binnen de orbitaalbenadering) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2010 vm===&lt;br /&gt;
#Bewijs compatiebele grootheden&lt;br /&gt;
#Geef de verschillende aangeslagen toestanden van een twee-elektronsysteem. Geef de slaterdeterminanten rekening houdend met het Pauliprincipe&lt;br /&gt;
#Tekenopdracht van n=4 l=2 en ml=+/-2 (zie oude examenvragen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===augustus 2009===&lt;br /&gt;
#Wat zijn incompatiebele grootheden? Toon aan dat positie en snelheid incompatiebel zijn. Geef en bewijs de Heisenberg onzekerheidsrelatie. Maak hierbij gebruik van de volgende vergelijking, geldend voor twee incompatiebele grootheden A en B: deltaA * deltaB &amp;amp;gt;= 1/2 |&amp;amp;lt;psi|[A, B]|psi&amp;amp;gt;|&lt;br /&gt;
#Toepassing van de LCAO-MO benadering op het H2+ molecule met een minimale basis bestaande uit twee genormaliseerde AO 1sA en 1sB geeft steeds de volgende twee MO&#039;s: Ï•{{sub|b}} = N(1sA + 1sB) en Ï•* = N&#039; (1sA - 1sB). &lt;br /&gt;
* Bereken de normalisatieconstanten N en N&#039;&lt;br /&gt;
* Bewijs (op basis van de densiteit) dat, bij een voldoende kleine H-H afstand zodat beide atomaire orbitalen overlappen, Ï•{{sub|b}} een binden MO en Ï•* een antibindend MO is. &lt;br /&gt;
#Bespreek het principe van een geometrie-optimalisatie van een molecule. Maak hierbij gebruik van de begrippen potentiaaloppervlak, stationair punt, gradient en hessiaan. Wat versta je onder een frequentie-analyse, en wat is het verband tussen de frequenties en de hessiaan? Leg uit waarom geometrie-optimalisatie best steeds gevolgd wordt door een frequentie-analyse. Op welke manier kan de symmetrie van het molecule hierbij een rol spelen? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2009===&lt;br /&gt;
#Geef de definitie van een lineaire hermitische operator A en bewijs dat:&lt;br /&gt;
#*Eigenwaarden van A altijd reel zijn&lt;br /&gt;
#*De eigenfuncties van A steeds orthonormaal gekozen kunnen worden.&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom de dissociatie van het H2 molecule niet correct beschreven kan worden met een RHF type golffunctie. Geef de twee wijzen waarop de bindingsenergie van H2 theoretisch berekend kan worden en leg uit waarom, op Hartree-Fock niveau, de ene wijze steeds een te hoge en de andere wijze steeds een te lage bindingsenergie oplevert. Hoe kan de beschrijving van de golffunctie van H2, en dus ook van de bindingsenergie, verbeterd worden?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Geef en bewijs het variatietheorema&lt;br /&gt;
#*Geef en bewijs het eerste Hohenberg-Kohn theorema&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2009===&lt;br /&gt;
#Bespreek gerade/ungerade , afleiding en zeggen wat essentieel is.&lt;br /&gt;
#3 begrippen bespreken en met elkaar in verband brengen: orbitaal / open en gesloten schil / toestand en toestandsfunctie&lt;br /&gt;
#Orbitalen tekenen(letterlijk zoals ook op toledo staat)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 januari 2009===&lt;br /&gt;
#Commutatieregels H, LÂ², Lx, Ly, Lz van meer-elektronatomen afleiden en bespreken wat ge daar mee kunt&lt;br /&gt;
#Perturbatietheorie geven &amp;amp;amp; MP2 daar in mengen&lt;br /&gt;
#Frequentie-analyse&lt;br /&gt;
#*A) frequentie-analyse op een stationair punt bespreken en de Hessiaan er in gebruiken&lt;br /&gt;
#*B) 3 eigenschappen bespreken van het molecule in een bepaalde geometrie die je met een frequentie analyse kan berekenen/bespreken&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Maxime vdB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Polymer_Materials&amp;diff=862</id>
		<title>Polymer Materials</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Polymer_Materials&amp;diff=862"/>
		<updated>2018-01-17T10:58:04Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Maxime vdB: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Het vak wordt gegeven door Prof. Erik Nies. Het is een erg vriendelijke man, ook tijdens het mondeling. De eerste twee vragen zijn open boek (maak je oefeningen dus allemaal) en eentje ervan verdedig je mondeling. De laatste twee vragen zijn gesloten boek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16/01/2018===&lt;br /&gt;
#Hoe polymeriseert methylvinylether? (open boek)&lt;br /&gt;
#Oefening elongatie nylon 66 vezel in centrifuge experiment (open boek, mondeling)&lt;br /&gt;
#*welke verband tussen stress en strain&lt;br /&gt;
#*Bereken stress en strain&lt;br /&gt;
#*Bereken diameter draad&lt;br /&gt;
#*Uitrekken bij andere T (onder Tg)&lt;br /&gt;
#Vanalles over newtioniaanse viscositeit (def., te zien in shear thinning, verband met molaire massa)&lt;br /&gt;
#Wat zijn thermoplastische elastomeren&lt;br /&gt;
#Experiment met stelling (van voorbeeld examen blijkbaar)&lt;br /&gt;
#*Klopt stelling&lt;br /&gt;
#*Bewijs je redenering &lt;br /&gt;
#*Geef alle variabelen en hun eenheden gebruikt in bewijs&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15/01/2018===&lt;br /&gt;
#Polymerisatie van acrylonitril (radicaal, kationisch, anionisch) (open boek)&lt;br /&gt;
#Oefening van rubber (analoog aan laatste (set 5, ex 2) oefeningen, rubber wordt uitgerokken door een kracht, dit wordt gevolg bij temperaturen van 50 °C tot -50 °C, bespreek plot) (open boek, mondeling)&lt;br /&gt;
#Leg het verschil uit tussen&lt;br /&gt;
#*Performance &amp;amp; property&lt;br /&gt;
#*Entanglements &amp;amp; cross-links&lt;br /&gt;
#Extruder&lt;br /&gt;
#*Geef vergelijk volumetrische flow&lt;br /&gt;
#*Leg alle symbolen uit en geef de eenheden&lt;br /&gt;
#*Een mould wordt aan een extruder gezet voor een rod-shaped object te maken,teken dit, geef werkings punt (Qextr=Qdie)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Maxime vdB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Polymer_Materials&amp;diff=828</id>
		<title>Polymer Materials</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Polymer_Materials&amp;diff=828"/>
		<updated>2018-01-16T07:32:31Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Maxime vdB: /* Vakinformatie */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Het vak wordt gegeven door Prof. Erik Nies. Het is een erg vriendelijke man, ook tijdens het mondeling. De eerste twee vragen zijn open boek (maak je oefeningen dus allemaal) en eentje ervan verdedig je mondeling. De laatste twee vragen zijn gesloten boek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15/01/2018===&lt;br /&gt;
#Polymerisatie van acrylonitril (radicaal, kationisch, anionisch)&lt;br /&gt;
#Oefening van rubber (analoog aan laatste (set 5, ex 2) oefeningen, rubber wordt uitgerokken door een kracht, dit wordt gevolg bij temperaturen van 50 °C tot -50 °C, bespreek plot) (mondeling)&lt;br /&gt;
#Leg het verschil uit tussen&lt;br /&gt;
#*Performance &amp;amp; property&lt;br /&gt;
#*Entanglements &amp;amp; cross-links&lt;br /&gt;
#Extruder&lt;br /&gt;
#*Geef vergelijk volumetrische flow&lt;br /&gt;
#*Leg alle symbolen uit en geef de eenheden&lt;br /&gt;
#*Een mould wordt aan een extruder gezet voor een rod-shaped object te maken,teken dit, geef werkings punt (Qextr=Qdie)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Maxime vdB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Polymer_Materials&amp;diff=827</id>
		<title>Polymer Materials</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Polymer_Materials&amp;diff=827"/>
		<updated>2018-01-16T07:29:47Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Maxime vdB: /* 15/01/2018 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Schrijf hier een beetje uitleg over het vak a.u.b. :) Als in wordt gegeven door Prof. Nies, hij is best een chille kerel en geeft wel graag punten. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15/01/2018===&lt;br /&gt;
#Polymerisatie van acrylonitril (radicaal, kationisch, anionisch)&lt;br /&gt;
#Oefening van rubber (analoog aan laatste (set 5, ex 2) oefeningen, rubber wordt uitgerokken door een kracht, dit wordt gevolg bij temperaturen van 50 °C tot -50 °C, bespreek plot) (mondeling)&lt;br /&gt;
#Leg het verschil uit tussen&lt;br /&gt;
#*Performance &amp;amp; property&lt;br /&gt;
#*Entanglements &amp;amp; cross-links&lt;br /&gt;
#Extruder&lt;br /&gt;
#*Geef vergelijk volumetrische flow&lt;br /&gt;
#*Leg alle symbolen uit en geef de eenheden&lt;br /&gt;
#*Een mould wordt aan een extruder gezet voor een rod-shaped object te maken,teken dit, geef werkings punt (Qextr=Qdie)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Maxime vdB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Polymer_Materials&amp;diff=826</id>
		<title>Polymer Materials</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Polymer_Materials&amp;diff=826"/>
		<updated>2018-01-16T07:29:32Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Maxime vdB: /* 15/01/2018 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Schrijf hier een beetje uitleg over het vak a.u.b. :) Als in wordt gegeven door Prof. Nies, hij is best een chille kerel en geeft wel graag punten. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15/01/2018===&lt;br /&gt;
#Polymerisatie van acrylonitril (radicaal, kationisch, anionisch)&lt;br /&gt;
#Oefening van rubber (analoog aan laatste (set 5, ex 2) oefeningen, rubber wordt uitgerokken door een kracht, dit wordt gevolg bij temperaturen van 50 °C tot -50 °C, bespreek plot) (mondeling)&lt;br /&gt;
#Leg het verschil uit tussen&lt;br /&gt;
#*Performance &amp;amp; property&lt;br /&gt;
#Entanglements &amp;amp; cross-links&lt;br /&gt;
#Extruder&lt;br /&gt;
#*Geef vergelijk volumetrische flow&lt;br /&gt;
#*Leg alle symbolen uit en geef de eenheden&lt;br /&gt;
#*Een mould wordt aan een extruder gezet voor een rod-shaped object te maken,teken dit, geef werkings punt (Qextr=Qdie)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Maxime vdB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Polymer_Materials&amp;diff=825</id>
		<title>Polymer Materials</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Polymer_Materials&amp;diff=825"/>
		<updated>2018-01-16T07:29:20Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Maxime vdB: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Schrijf hier een beetje uitleg over het vak a.u.b. :) Als in wordt gegeven door Prof. Nies, hij is best een chille kerel en geeft wel graag punten. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15/01/2018===&lt;br /&gt;
#Polimerisatie van acrylonitril (radicaal, kationisch, anionisch)&lt;br /&gt;
#Oefening van rubber (analoog aan laatste (set 5, ex 2) oefeningen, rubber wordt uitgerokken door een kracht, dit wordt gevolg bij temperaturen van 50 °C tot -50 °C, bespreek plot) (mondeling)&lt;br /&gt;
#Leg het verschil uit tussen&lt;br /&gt;
#*Performance &amp;amp; property&lt;br /&gt;
#Entanglements &amp;amp; cross-links&lt;br /&gt;
#Extruder&lt;br /&gt;
#*Geef vergelijk volumetrische flow&lt;br /&gt;
#*Leg alle symbolen uit en geef de eenheden&lt;br /&gt;
#*Een mould wordt aan een extruder gezet voor een rod-shaped object te maken,teken dit, geef werkings punt (Qextr=Qdie)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Maxime vdB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Analytische_Basistechnieken&amp;diff=648</id>
		<title>Analytische Basistechnieken</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Analytische_Basistechnieken&amp;diff=648"/>
		<updated>2017-09-01T12:46:22Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Maxime vdB: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Analytische basistechnieken is verplicht voor de chemici. Het wordt gedoceerd door prof Hendrickx. Meestal beperkt hij zich tot het aflezen van zijn slides, edoch hier en daar geeft hij extra informatie, die op het examen gevraagd kan worden. (De examenvragen worden aan het eind van elk hoofdstuk gegeven -&amp;gt; niet meer sinds 2010-2011)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Augustus 2017===&lt;br /&gt;
# Titratie van NaCl met AgNO3 met de vorderingsgraad. Ook de afleiding van ladingsbalans&lt;br /&gt;
# 3 methodes voor bepalen van metaal en ligand verhouding, 1 van kiezen en uitleggen &lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid LiF iteratief uitwerken, rekening houden met ionische sterkte (oefeningen van in de les) &lt;br /&gt;
# Oefening ivm oplosbaarheid zilveroxalaat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2017 NM===&lt;br /&gt;
# Detectielimieten + formules, standaardadditie formules&lt;br /&gt;
# Alfa(1): definieren en formule van ph afhankelijkheid, titratiecurve voor zwak zuur en NaOH afleiden met vorderingsgraad&lt;br /&gt;
# Meest gebruikte vorm gaschromatografie?, 2 manieren voor kwalitatief onderzoek, 2 meest efficiënte manieren voor kwantitatief onderzoek, destructieve en niet destructieve detectoren uitleggen&lt;br /&gt;
# Oefening op buffer van triprotonisch zuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
# Ppm bewijzen bij gas, specifiek gewicht, temperatuursafhankelijkheid&lt;br /&gt;
# Afleiding van extractie, ionenchromatografie met supressorkolom en alternatieven&lt;br /&gt;
# sigmoidale en lineair segement, Gran plot&lt;br /&gt;
# oefening met oplosbaarheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2016 VM===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Wat bepaalt of we een colloïdale of kristallijnen neerslag krijgen wanneer we 2 reagentia samenvoegen? Wat ligt aan de basis van stabilisatie van een colloïdale neerslag? Hoe kunnen we deze neerslag toch filtreerbaar maken? Wat is het gevaar bij wassen van deze neerslag en hoe kan dit probleem opgelost worden?&lt;br /&gt;
#absorptiemeting&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen het absorptiespectrum bij atomaire absorptie en moleculaire absorptie? Wat zijn de praktische gevolgen voor metingen bij atomaire absorptie?&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen de spectra van moleculaire absorptie in gasfase of in oplossing? Welke methode van deze twee is het best bruikbaar voor kwalitatieve analyse?&lt;br /&gt;
#*Wet van Beer afleiden&lt;br /&gt;
#*Dit is een &#039;limiting law&#039;, verklaar.&lt;br /&gt;
#*Verklaar de invloed van strooilicht &lt;br /&gt;
#grafieken van in cursus fosforzuur/oxaalzuur/zwavelzuur&lt;br /&gt;
#*Welke curve hoort bij welk zuur?&lt;br /&gt;
#*Bespreek de equivalentiepunten (duidelijk voorkomen, afwezigheid van punten...)&lt;br /&gt;
#*Duid voor de curve van fosforzuur aan welke deeltjes in elk gebied belangrijk zijn voor de pH-bepaling (beging,vlak gebied (buffer), EP...)&lt;br /&gt;
#*Bereken voor de curve van fosforzuur de pH enkel met eenvoudige formules in de verschillende gebieden (start, midden vlak gebied, EP...)&lt;br /&gt;
Oefening&lt;br /&gt;
# Maak een buffer met een totaal volume van 1,00L en pH = 9,60 met 0,300 M Na2CO3 en 0,200 HCl. Ka1(H2CO3) = 4,45.10-7 en Ka2(H2CO3) = 4,69.10-11&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2016 NM ===&lt;br /&gt;
#titratie NaCl met AgNO3. leid formules die het verloop van de titratiecurves geven mbv vorderringsgraad. Hoe wordt deze formule gebruikt.&lt;br /&gt;
#Definiïer de plaathoogte en bespreek de fysische invloeden op de factoren die de plaathoogte beïnvloeden en geef de grafiek hiervan.&lt;br /&gt;
#Belangrijkste eigenschappen van activiteitscoëfficiënten en leid de molaire oplosbaarheid af van LiF met de activiteiten te beschouwen.&lt;br /&gt;
#titratie van HCL en H2SO3 met NaOH, geef de grafiek en bespreek welke deeltjes er te vinden zijn waar en bereken de pH na toevoeging van 37,5mL van NaOH door systematisch te werken en toon aan dat de vereenvoudigingen kloppen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2016 VM ===&lt;br /&gt;
#pH amfiprotisch deeltje&lt;br /&gt;
#ppm bij gassen en oplossingen, specifiek gewicht + temperatuursafhankelijk of niet&lt;br /&gt;
#3 methodes vr stoichiometrie van complex met absorbantie&lt;br /&gt;
#oefening: oplosbaarheid Ag2C2O4 in oplossing met pH=4, Ksp en Ka&#039;s gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 augustus voormiddag===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*wat bepaalt of we een colloïdale of kristellijnen neerslag krijgen wanneer we 2 reagentia samenvoegen?&lt;br /&gt;
#*wat ligt aan de basis van de stabilisatie van een colloïdale neerslag.&lt;br /&gt;
#*hoe kunnen we deze neerslag verbeteren zodat deze toch te filteren is.&lt;br /&gt;
#*wat gebeurd er als we zo een verbeterde neerslag wassen en hoe kan dit soms opgelost worden.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*leg uit wat aan de grondslag ligt van de scheiding van metaalkationen volgens de historische H2S methode.&lt;br /&gt;
#*Ka1 en Ka2 van H2S gegeven en dan uitleggen waarom de ene groter is dan de andere.&lt;br /&gt;
#*Grafiek uit de cursus van bij dit stukje en dan de helling van die rechte berekenen.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*wat is het meest voorkomende type gaschromatografie.&lt;br /&gt;
#*op welke 2 manieren kan aan kwalitatieve analyse gedaan worden met gaschromatografie.&lt;br /&gt;
#*kwantitatieve analyse met gaschromatografie: uitleggen van interne standaard en standaardadditie.&lt;br /&gt;
#*bondig bespreken van de destructieve en niet-destructieve detector gebruikt bij gaschromatografie die we gezien hebben in de les&lt;br /&gt;
#oefening waarbij ge de pH van een mengsel van 2 stoffen moet bepalen en daarna de oplosbaarheid van een andere stof bepalen die in dat mengsel gedaan wordt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2014 NM===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Omschrijf met woorden het concept standaardfout precies?&lt;br /&gt;
#* Beschrijft een gauss-curve perfect de verdeling van de meetresultaten in de analytische chemie? (uitleg)&lt;br /&gt;
#* Wat is het grote nut van s-pooled in de analytische chemie?&lt;br /&gt;
#* Wat is het verband tussen t (two tailed) en t (one tailed)? Leg uit m.b.v. Gauss-curves.&lt;br /&gt;
#* Indien een chemische analysemethode een normaaldistributie volgt die gekenmerkt wordt door een straalgemiddelde µ en een populatiestandaarddeviatie sigma. Geef dan de formule die toelaat de fractie F van het totaal aantal metingen te berekenen dat, bij een zeer groot aantal metingen, gelegen is tussen µ+a en µ+b. Toon met deze formule aan dat voor om het even welke analysemethode die een normaaldistributie volgt, er eenzelfde fractie van metingen  zich bevindt tussen µ-2sigma; en µ+2sigma. Hoe groot is deze fractie?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Op wat berust de scheiding van metaalkationen op basis van de historisch belangrijke H2S methode?&lt;br /&gt;
#*Voor dit zwakke zuur zijn de numerieke warde voor de dissociatieconstanten gegeven. Waarom is Ka1 &amp;gt; Ka2?&lt;br /&gt;
#* Leid aan de hand van berekeningen de richtingscoëfficiënt af van de bijgevoegde grafiek. (=dalende rechte)&lt;br /&gt;
# Hoe wordt de plaathoogte H in chromatografie gedefinieerd? Schets de grafiek van de plaathoogte in functie van de stroomsnelheid van de mobiele fase. De afhankelijk kan gevat worden in een bepaalde vergelijking.&lt;br /&gt;
Schrijf en benoem deze en verklaar de verschillende componenten ervan aan de hand van de fysische verschijnselen zoals die zich voordoen in een kolom. Wat is het belangrijkste verschil tussen gaschromatografie en vloeistrofchromatografie in deze context?&lt;br /&gt;
# We lossen 445 mg AlCl&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;3&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; (133,34 g/mol) op in 200 mL water. Het kation complexeert volledig met water tot Al(H&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;0)&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;6&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;3+&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt; en heeft zure eigenschappen: K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;a&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;(Al(H&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;O)&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;6&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;3+&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;) = 1,4 x 10&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-5&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
[[Bestand:AL(H2O)vergelijking.jpg]]&lt;br /&gt;
(a) Bereken de pH als -log a&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;H&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;+&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;.&lt;br /&gt;
(b) Wat is de molaire oplosbaarheid van zilver wanneer we aan deze oplossing 860 mg aan AgNO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;3&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; (169,873 g/mol) toevoegen (K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;sp&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;AgCl)= 1,82 x 10&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-8&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;)?&lt;br /&gt;
Houd bij de berekeningen steeds rekening met de ionische sterkte van de oplossingen. De effectieve diameter van gehydrateerd AI(H&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;0)&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;5&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;(OH)&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;2+&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt; bedraagt 0.6 nm.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2014 VM===&lt;br /&gt;
# Wat bepaald of er een colloïdale of kristallijnen neerslag vormt? Omschrijf de oorsprong van de stabilisatie van een colloïdale neerslag en hoe men dergelijke neerslag kan behandelen om een filtreerbare neerslag te krijgen. Wat zijn de gevaren bij het wassen en hoe kunnen deze vermeden worden? Waarom is Fe(OH)3 of zijn waterige oxide niet filtreerbaar in gewone omstandigheden, en wat kan je eraan doen? Plaat de Fajansmethode in de context van deze vraag.&lt;br /&gt;
# Leid de eenvoudigste formule af om de pH te schatten van amfiprotische deeltjes NaHA met cNaHA.&lt;br /&gt;
# Scheiding door extractie: Leid een formule af om te berekenen wat de concentratie is na i extracties van component A in een bepaalde hoeveelheid waterige fase door middel van telkens dezelfde hoeveelheid organische fase te gebruiken. - Waarom gebruikt men bij ionenchromatografie een suppressorkolom? Omschrijf de werking adhv een voorbeeld. Geef de twee alternatieven voor een suppressorkolom (+uitleg).&lt;br /&gt;
# Gegeven is een oplossing van 50,0mL met 0.10M HCl en 0.10M H2SO3 met pKa1=1.23*10-2 en pKa2=6.6*10-8. Er wordt getitreerd met 0.20M NaOH (a) Teken de titratiecurve en beschrijf de samenstelling van elk gebied (zwakke base, amfiprotisch zout,â€¦) (b) Bereken de pH na toevoegen van 37.5mL base. [Tip bij (b): gebruik de systematische methode, en zorg dat de relatieve fout op [H3O+] minder blijft dan 5%]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 Januari 2013 NM===&lt;br /&gt;
#wat is het verband tussen slitbreedte en kwalitatieve analyse?&lt;br /&gt;
#wat is de rol van strooilicht en niet effectief monochromatisch licht bij kwantitatieve analyse?&lt;br /&gt;
#bespreek de 3 methodes (continue variatie, mol-ratio en helling-ratio) om de stoichiometrie van een complex te bepalen aan de hand van de gegeven grafieken. Kunnen we hier nog andere informatie uithalen?&lt;br /&gt;
#leid 2 formules af die de titratiecurve van NaCl met AgNO3 beschrijven. Hoe gebruikt men ze?&lt;br /&gt;
#toon aan dat het equivalentiepunt steeds bij dezelfde pAg ligt&lt;br /&gt;
#geef 3 fysische methodes om het equivalentiepunt waar te nemen&lt;br /&gt;
# 0,1g H3PO4 (pKA&#039;s gegeven) wordt in 100 ml water opgelost en met 0,01M NaOH neutraal gemaakt. Wat zijn de molfracties aan H3PO4 en de geconjugeerde basen?&lt;br /&gt;
# Een staal bevat enkel KCl en FeCl2, molmassa&#039;s en totale zijn gegeven. Een Mohr-titratie wordt toegepast, gebruikte hoeveelheid AgNO3 en concentratie zijn gegeven. Bepaal de massa FeCl2 en het massapercentage aan Fe (atoommassa gegeven) in het staal.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 Januari 2012 NM===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Zuur/base&lt;br /&gt;
#* Differentierend / Leveling solvent&lt;br /&gt;
#* verband tussen Ka en Kb bij diprotisch afleiden&lt;br /&gt;
#* toon aan dat de alfa-waardes enkel afhankelijk zijn van de pH van de oplossing &lt;br /&gt;
#* afleiden titratiecurve van zwak zuur &amp;amp;amp; sterke base a.d.h.v. vorderingsgraad. Hoe stel je vanuit deze formule diegene op van een sterk zuur en een sterke base? Zelfde vraag voor polyprotisch zwak zuur en sterke base. &lt;br /&gt;
# Chromatografie &lt;br /&gt;
#* wat is de meest gebruikte gaschromatografie? wat is de andere?) &lt;br /&gt;
#* hoe kan je bij gaschromatografie kwalitatief en staal analyseren &lt;br /&gt;
#* leg uit hoe je bij kwantitatieve analyse hier interne standaard en standaardadditie toepast &lt;br /&gt;
#* twee detectoren: destructieve en niet-destructieve voor gaschromatografie. Leg bondig uit &lt;br /&gt;
# Oefeningen &lt;br /&gt;
#* een combinatie oefening van het bepalen van een concentratie tijdens een titratie en statistische methodes &lt;br /&gt;
#* wat is het effect op de ionische sterkte als je NaOH bij a) MgCl2 b) HCL c) CH3COOH doet. (bespreken)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 augustus 2011===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Beschouw titratie van een zwak zuur met een sterke base. Hoe bepaal de titratiecurve a.d.h.v. de vorderingsgraad. Geef de afleiding voor vorderingsgraad. Hoe zit het dan voor titratie van een sterk zuur met een sterke base?&lt;br /&gt;
# Instrumenten&lt;br /&gt;
#* Wat is het verschil tussen de concentratiebepaling bij fluorescentie, absorptie en chemoluminescentie? &lt;br /&gt;
#* Wat is een interferentiefilter? Geef de afleding voor de formule \lambda=2\eta t&lt;br /&gt;
#* leg uit: fotodiode en fotomultiplier&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# standaardoefening op selectief neerslagen (is het mogelijk om bv Sr2+ en Hf4+ neer te slaan door OH- toe te voegen&lt;br /&gt;
# ook standaard: geef verhouding van 2 ionen in oplossing, Ksp&#039;s, Ka enz gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 januari 2011 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(Misschien niet in die woorden,maar het kwam wel op deze vragen neer)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Chromatografie: &lt;br /&gt;
#*Wat is de plaathoogte, geef een definitie en leid de formule af.&lt;br /&gt;
#*Bespreek de plaathoogte ifv de stroomsnelheid van de mobiele fase. Met welke functie kan deze omschreven worden? Ontleed en bespreek de onderdelen van deze functie. Welke factor zorgt voor het verschil tussen de plaathoogte ifv de mobiele fase bij gas en bij vloeistof?&lt;br /&gt;
# Standaardadditie etc&lt;br /&gt;
#* Hoe wordt de enkelvoudige standaardadditiemethode gebruikt? Leid de formule af.&lt;br /&gt;
#* Bespreek bondig de interne standaardmethode. &lt;br /&gt;
#* Welke detectielimieten zijn er? Leid de formules af en bespreek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#oefening met Volhard-titratie.&lt;br /&gt;
#* 100.0ML staal, hoeveel miligram monochloroazijnzuur zit er in als je weet dat men het staal bewerkt met 1M NaOH zodat men een waterige oplossing van ClCh3COO- krijgt. Deze zuurt men aan en men voegt (concentratie gegeven) AgNO3 toe. De neerslag wordt afgefilterd en vervolgens voegt men 10.43 ml NH4SCN toe tot aan het neutralisatiepunt. Bij de blancotitratie moest men 22.98ml NH4SCN toevoegen.&lt;br /&gt;
#oefening met ionische sterkte&lt;br /&gt;
#* Wat is de oplosbaarheid van CaSO4 in 0.0333M Na2SO4? Bereken eerst de ionische sterkte van deze elektrolyt(dus alleen van Na2SO4) en bereken aan de hand van die waarde de oplosbaarheid van CaSO4.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2011 ===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
# Betrouwbaarheidsintervallen:&lt;br /&gt;
#* Verklaar volgende begrippen uit betrouwbaarheidsintervallen: s, Ïƒ, N, z, t, x Ì… (gem.), Âµ   (uitgebreid verklaren)&lt;br /&gt;
#* Leid Ã©Ã©n van de definities af voor een betrouwbaarheidsinterval, vetrekkende van de basisprincipes van de statistiek&lt;br /&gt;
#* We hebben in de cursus minstens twee lichtjes afwijkende versies van het betrouwbaarheidsinterval gezien, geef die en leg uit wanneer die worden gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verband met t-testen?&lt;br /&gt;
#Spectrofotometer: In een spectrofotometer wordt elektromagnetische straling met bepaalde golflengte Î» doorheen een oplossing van een analiet met goed gekozen solvent gestuurd. Vertrekkende van de bron is de intensiteit van de straling P, als het doorheen de cuvet (optische weglengte b) met alleen solvent is gepasseerd is de intensiteit P&#039;. Met precies Ã©Ã©n chromofoor in de oplossing heeft de uitgaande straal een intensiteit P&amp;amp;quot;. Extinctiecoëfficiënt is Îµ(Î»)&lt;br /&gt;
#* Wat bedoelt men met goed gekozen solvent?&lt;br /&gt;
#* Is P=P&#039;? (motivatie)&lt;br /&gt;
#* Is concentratie c evenredig met P-P&amp;amp;quot; of met P&#039;-P&amp;amp;quot;? (leg uit adhv basisprincipes)&lt;br /&gt;
#* Wat is strooistraling? Wat zijn de gevolgen hiervan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een staal weegt 27,73mg en bestaat alleen maar uit KCl(MG 74,55) en FeCl2(MG 126,75). Met de Mohrmethode is er 18,48mL nodig van een 0,02237M AgNO3-oplossing om het chloride te neutraliseren. Bepaal massa van FeCl2 en massapercent van ijzer in het staal. (oplossing: 0,01761g en 27,98%)&lt;br /&gt;
# Bereken molaire oplosbaarheid van Ag3PO4 (Ksp=2,8E-18) gebufferd bij pH 6. De 3 Ka&#039;s van fosforzuur zijn gegeven. (oplossing 1,40E-3 M)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Omschrijf aan de hand van een voorbeeld de termen precisie en nauwkeurigheid. Wat is hun oorsprong in de analytische scheikunde en tot welke types van fout en corresponderende mathematisch termen geven ze aanleiding?&lt;br /&gt;
# Gegeven oplossing van AgCl-neerslag in evenwicht met een bepaalde analytische concentratie aan KCl. Leid de formule af die de oplosbaarheid van AgCl geeft in functie van de analytische concentratie aan KCl. Bespreek het resulaat aan de hand van een grafiek. (Die 4 reactievergelijkingen krijg je ook gegeven)&lt;br /&gt;
# Bespreek de meest voorkomende detectoren in optische instrumenten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefening:&lt;br /&gt;
# Hoe maak je een buffer van 1L met een pH van 9,6 wanneer je 0,200M HCl gebruikt en 0,300M Na2CO3. (Ka1 en Ka2 van H2CO3 ook gegeven)&lt;br /&gt;
# Teken kwalitatief de titratiecurve van een mengsel van Na2CO3 en HCO3- met een sterk zuur. Duid ook de delen aan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 januari 2009 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Gauss-distributie:&lt;br /&gt;
#* Omschrijf met woorden een Gauss-distributie. Welke factoren bepalen een Gauss-distributie?&lt;br /&gt;
#* Definieer standaardfout. Waarom is de standaardfout steeds kleiner dan de standaarddeviatie?&lt;br /&gt;
#* Voor een Gauss-distributie, wat is de kans dat een meting gelegen is tussen 0 en +1Ïƒ, tussen +1Ïƒ en +2Ïƒ? Wat is de kans dat een meting buiten de limieten Â±2Ïƒ van het gemiddelde gelegen is en kleiner is dan Î¼-2Ïƒ?&lt;br /&gt;
# Leid de formule af die toelaat om aan de hand van de vorderingsgraad de titratiecurve op te stellen voor een oplossing die Cl- bevat. Hoe moet deze formule gebruikt worden?&lt;br /&gt;
# Bespreek de verschillende aspecten van HPLC, aan de hand van de volgende vragen:&lt;br /&gt;
#*Gradiënt- en isocratische elutie.&lt;br /&gt;
#*Partitiechromatografie (normale en omgekeerde fase).&lt;br /&gt;
#*Ionenuitwisselingschromatografie (suppressorkolommen).&lt;br /&gt;
#*Size exclusion chromatografie (gelfiltratie en gelpermeatie).&lt;br /&gt;
#*Affiniteitschromatografie.&lt;br /&gt;
#*Chirale chromatografie.&lt;br /&gt;
Oefening (3 delen):&lt;br /&gt;
* Berekenen van standaarddeviatie en CV.&lt;br /&gt;
* Iets van oplosbaarheid.&lt;br /&gt;
* Titratiecurve opstellen voor 3 basen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Wat is het verband tussen betrouwbaarheidsintervallen en de z- en t-test?&lt;br /&gt;
# Bespreek de wet van Beer qua afleiding, toepassing en beperkingen.&lt;br /&gt;
# Chromatografie. Wat is de plaathoogte van een kolom en hoe wordt deze beÃ¯nvloed door de stroomsnelheid van de mobiele fase?&lt;br /&gt;
Oefening:&lt;br /&gt;
# Bereken de pH voor de titratie van 50,0 mL van een 0,10 M ethyleendiamine-oplossing met een 0,20 M oplossing van HCl na toevoegen van de volgende hoeveelheden zuur: &lt;br /&gt;
a) 0,0 mL HCl&lt;br /&gt;
b) 37,5 mL HCl&lt;br /&gt;
c) 50,0 mL HCl&lt;br /&gt;
Verantwoord steeds eventueel gemaakte benaderingen in je berekeningen. &lt;br /&gt;
Teken kwalitatief de titratiekurve en omschrijf de samenstelling van de oplossing in de verschillende gebieden (bv. Buffer van X en Y, sterk zuur Z, ...)&lt;br /&gt;
Voor Ethyleendiamine (H2NCH2CH2NH2 afgekort B) zijn de numerieke waarden van de opeenvolgende zuurdissociatieconstanten van BH2(2+) als volgt. Ka1 = 1,42 x 10^-7 en Ka2 = 1,18 x 10^-10&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Gran Plot vraag.&lt;br /&gt;
# Moleculaire Fluoriscentie vraag.&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid AgCl met concentratie aan KCl.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# De Volhard titratie wordt algemeen aangeraden voor de analyse van het heptachloor insecticide C10H5Cl7. Er is geen chloride of chloor in de matrix aanwezig. Het percentage van heptachloor wordt gegeven door: %hepatachloor = ((mlAg x cAg - mlSCN x cSCN) x 37.33)/staalmassa. Wat zegt deze berekening over de stoechimoterie van deze titratie (m.a.w. hoeveel chloride-ionen per molecule heptachloor reageren met 1 AgNO3)M = 373,22 g/mol?&lt;br /&gt;
# Bereken de oplosbaarheid van Mg(OH)2 in een 0.0167M oplossing van Ba(NO3)2 door gebruik te maken van:&lt;br /&gt;
#*Activiteiten.&lt;br /&gt;
#*Molaire concentraties.&lt;br /&gt;
#*Bereken ook de procentuele fout die gemaakt wordt door geen rekening te houden met de activiteiten. Ksp Mg(OH)2 = 7.1x10^-12 Neerslag Ba(OH)2 mag je verwaarlozen (tabel activiteitscoeffictien en ionische sterkte gegeven).&lt;br /&gt;
# Schrijf de uitdrukking voor [H3O+] in functie van enkele andere evenwichtscocentraties voor een 0.01M oplossig van HCl die in evenwicht is met een overmaat aan vast BaSO4.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek soorten gevoeligheid+detectielimiet.&lt;br /&gt;
# Mengsel van NaOH NaHCO3 en Na2CO3.&lt;br /&gt;
# Kwantitatieve en kwalitatieve analyse bij gaschromatografie.&lt;br /&gt;
Oefening:&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid van MnS in buffer (Ka&#039;s en conc. H30+ gegeven).&amp;lt;/text&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Maxime vdB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Architectuur&amp;diff=542</id>
		<title>Moleculaire Architectuur</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Architectuur&amp;diff=542"/>
		<updated>2017-06-27T17:42:18Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Maxime vdB: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verplicht vak voor chemie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit vak wordt gegeven door professor Van Meervelt, hij is de aangenaamheid zelve op het examen!&lt;br /&gt;
Zijn bijvragen zijn wel aan de moeilijke kant.  Maar hij zal je altijd helpen de bijvragen beetje bij beetje op te lossen. Het examen duurt 4u.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kristallografie is het vak Moleculaire Architectuur, maar dan zonder NMR (het laatste hoofdstuk).  Dit is eigenlijk de voorloper van moleculaire architectuur.  Het wordt ook nu nog aan de geologen gegeven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===27 juni 2017===&lt;br /&gt;
# Stappen van kristalstructuurbepaling&lt;br /&gt;
# NMR, een piek waar bij stond deze verdwijnt bij schudden met D2O, bijvraag waarom deze piek verdwijnt, ook bijvragen over C13 NMR en IR&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pcmm en bijvragen&lt;br /&gt;
# Vlakgroep vlak 110 NaCl&lt;br /&gt;
# Bepalen van intensiteit reflectie van vlak 200, lengte en fractionele coördinaten gegeven&lt;br /&gt;
# Beschrijf MALDI-TOF en kubisch dichtste bolstapeling&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 juni 2017 NM===&lt;br /&gt;
# Structuurverfijning van kristalstructuurbepaling&lt;br /&gt;
# Leg uit: NOE en NOESY&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pcan met alle bijhorende vragen&lt;br /&gt;
# Oefening waar 4 moleculen stonden waarvan je de puntgroep moest bepalen&lt;br /&gt;
# Oefening met tabel Sintheta/golflengte- intensiteit en hoek 2theta bepalen&lt;br /&gt;
# begrippen: CuKalfa en Resolutie &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 NM===&lt;br /&gt;
#Hoe Faseprobleem oplossen met Patterson functie &lt;br /&gt;
#1H- Nmr ( bijvragen : welke piek is het belangrijkst bij IR-spectra , hoeveel pieken zullen er zijn bij C13,..) &lt;br /&gt;
#Ruimtegroep ( ik dacht Pbmn )&lt;br /&gt;
#Intensiteit bepalen en afbuighoek bepalen &lt;br /&gt;
#Puntgroep van tetrachloornaftaleen ( eerst isomeren geven en van elk isomeer puntgroep bepalen) &lt;br /&gt;
#Mc-lafferty omlegging&lt;br /&gt;
#chemische ionisatie&lt;br /&gt;
===16 juni 2017 VM===&lt;br /&gt;
#leid de formule voor de structuurfactor af en vertel hoe je deze experimenteel kan bepalen.&lt;br /&gt;
#Geef alle ionisatie technieken gebruikt in MS.&lt;br /&gt;
#Puntgroep Pbcm met gebruikelijke bijvragen&lt;br /&gt;
#Geef de puntgroepen van alle isomeren van tetrachloor kubaan en teken de symmetrie elementen&lt;br /&gt;
#verklaar chemische shift, koppelingsconstante en shift reagens&lt;br /&gt;
===12 juni 2017===&lt;br /&gt;
#leg constructie van Ewald uit&lt;br /&gt;
#nmr spectra (geef structuur molecule ) C10H12O3&lt;br /&gt;
#ruimtegroep Pncm met alle bijhorende vraagjes (asymmetrische eenheid, multipliciteit, equivaltente posities, patterson, puntgroep, systematische afwezigheden)&lt;br /&gt;
#Vlakgroep van (110) vlak van ijzer. Geef alle symmetrie elementen&lt;br /&gt;
#oefening ivm fase berekenen en intensiteit (CdI2, sin(theta)/golflengte is gegeven, bepaal fCd, fI en zo de rest)&lt;br /&gt;
#begrippen: ESI &amp;amp; Wet van Friedel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 augustus 2015===&lt;br /&gt;
# stappen van de kristalstructuur bepaling&lt;br /&gt;
# Welke methode voor ionisatie worden er gebruikt bij massaspectroscopie&lt;br /&gt;
# Pcan (met alle gebruikelijke bijvraagjes)&lt;br /&gt;
# Vlakgroep van (110) vlak van ijzer. Geef alle symmetrie elementen&lt;br /&gt;
# PoCL2: ge krijgt Sin theta/lambda en uw celafmetingen, geef Fhkl, Ihkl en uw hoek&lt;br /&gt;
# Bespreek de termen chemische shift, (vul hier in want ik kom er nie op) en shiftreagens&lt;br /&gt;
=== 18 augustus 2015 vm ===&lt;br /&gt;
# leg het principe van uit van verfijning van een kristalstructuur&lt;br /&gt;
# leg volgende begrippen uit: NOE en NOESY&lt;br /&gt;
# ruimtegroep Pbmn en alle vraagjes zoals altijd&lt;br /&gt;
# puntgroepen geven 4 isomeren van een of ander molecule&lt;br /&gt;
# voor een bepaalde reflectie de fase van de structuurfactor berekenen en de intensiteit&lt;br /&gt;
# 2 stellingen (juist of fout):&lt;br /&gt;
#* Bij een ESI spectrum zijn er geen fragmentaties&lt;br /&gt;
#* Bij kubische dichtste bolstapeling liggen alle atomen op speciale posities&lt;br /&gt;
=== 24 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# Nmr spectra&lt;br /&gt;
# verfijning van kristalstructuur&lt;br /&gt;
# Vlak groep van ijzer&lt;br /&gt;
# Ruimte groep Pcan + al die bijvragen&lt;br /&gt;
# Oefening sin theta/lambda. ..&lt;br /&gt;
# 2 stellingen: &lt;br /&gt;
#* esi heeft geen fragmentaties&lt;br /&gt;
#* In ccp liggen alle atomen op speciale posities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# Hoe kunnen we met behulp van de pattersonfunctie het faseprobleem oplossen?&lt;br /&gt;
# Leg uit NOE en NOESY&lt;br /&gt;
# puntgroep Pbmn&lt;br /&gt;
# Bepaal de puntgroep van de isomeren van tetrachloorkubaan en duid alle symmetrie-elementen aan&lt;br /&gt;
# Bereken de fase van de structuurfactor en de intensiteit voor CdI2 met &lt;br /&gt;
#* Eenheidscel a=4,24 A, c=6,86 A, gamma=120Â°&lt;br /&gt;
#* Posities: Cd 0 0 0, I(1) 2/3 1/3 1/4, I(2) 1/3 2/3 3/4&lt;br /&gt;
#* sin theta/lamba 0,0 0,1 0,2 0,3 fCd 48 44,58 38,44 33,22 fI 53 49,36 42,79 37,14&lt;br /&gt;
# Verklaar de begrippen CuKalfa en resolutie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2015 vm ===&lt;br /&gt;
# Leid de uitdrukking van de structuurfactor af. Hoe kan je de structuurfactor experimenteel bepalen?&lt;br /&gt;
# H-NMR spectra van 3 isomeren C6H6N2O2&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pncm&lt;br /&gt;
#* Equivalente posities&lt;br /&gt;
#* multipliciteit&lt;br /&gt;
#* asymmetrische eenheid&lt;br /&gt;
#* Geef 2 speciale posities (waarom speciaal?)&lt;br /&gt;
#* van welke puntgroep afgeleid?&lt;br /&gt;
#* Pattersongroep?&lt;br /&gt;
#*Systematische afwezigheden&lt;br /&gt;
# Bepaal de puntgroep van verschillende isomeren van tetrachloornaftaleen. Duid de symmetrie elementen aan.&lt;br /&gt;
# Rood Loodoxide PbO kristalliseert in tetragonale eenheidscel  a= 3.975  c= 5.023&lt;br /&gt;
#* Waar vind je in Pattersonfunctie sterkste pieken?&lt;br /&gt;
# Leg uit : ESI en ATR-IR&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2014===&lt;br /&gt;
#Geef de stappen voor kristalstructuurbepaling (mondeling)&lt;br /&gt;
#Wat is NOE? (mondeling)&lt;br /&gt;
#Ruimtegroep Pcnb&lt;br /&gt;
#Geef puntgroep van alle isomeren van tetrachloorkubaan&lt;br /&gt;
#Intensiteit van In en afbuighoek: vormfactor, atoomposities zijn gegeven&lt;br /&gt;
#Stellingen&lt;br /&gt;
#*Bij ESI is geen fragmentatie&lt;br /&gt;
#*Bij kubisch dichtste bolstapeling liggen de atomen op speciale posities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2014===&lt;br /&gt;
# Hoe kunnen we met behulp van de pattersonfunctie het faseprobleem oplossen? (mondeling)&lt;br /&gt;
# NMR spectrum met gesubstitueerde benzeenring (mondeling)&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pbnm met alle typische bijvragen (asymmetrische eenheid, speciale posities + waarom ze speciaal zijn, pattersongroep, puntgroep en systematische afwezigheden)&lt;br /&gt;
# Geef de vlakgroep van (110) van ijzer&lt;br /&gt;
# Oefening op structuurfactor. Vormfactoren met bijhorende sin(Î¸)/Î» zijn gegeven, net als de fractionele coÃ¶rdinaten en de grootte van de eenheidscel&lt;br /&gt;
# Wat is ESI?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2013===&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pbmb.&lt;br /&gt;
# Wat is de vlakgroep van het vlak (110) in de ijzerstructuur?&lt;br /&gt;
# NMR-spectrum gegeven. Stelling: Bevat dit spectrum een AX6 systeem?&lt;br /&gt;
# Leg volgende begrippen uit: Laue groep, resolutie, temperatuursfactor.&lt;br /&gt;
# Gegeven: posities van In en celparameters (a en c). Teken een a,b-projectie van de eenheidscel. Welk Bravais-rooster heeft de cel? Bepaal de afbuighoek 2theta en de intensiteit van de reflecties (001) en (002). Wat is de puntgroep rond de middelste In? Waar bevinden zich de hoogste Pattersonpieken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2013===&lt;br /&gt;
# Teken ruimtegroep Pbnb (ab-projectie) en geef equivalente posities, speciale posities, systematische afwezigheden, puntgroep waarvan de ruimtegroep is afgeleid en asymetrische eenheid. (Schriftelijk, na 1 uur af te geven.)&lt;br /&gt;
# Wat is de vlakgroep van het vlak (110) in de platina-strucuur? (Structuur is dus van buiten te kennen!) Bijvraag: is dit vlak de eenheidscel van de vlakgroep? (Mondeling)&lt;br /&gt;
# Bespreek: voor ethylisobutyraat (spectrum en structuur gegeven) is een ontkoppelingsexperiment niet mogelijk. Bijvragen: hoe bepalen we de frequentie die we moeten gebruiken voor het ontkoppelingsexperiment? Link de verschillende pieken aan de verschillende groepen. (Mondeling)&lt;br /&gt;
# Leg de Ewald-constructie uit. Bijvraag: wat gebeurt er als we het kristal draaien? (Mondeling)&lt;br /&gt;
# Gegeven: posities van Mo en Ni in een MoNi4-legering en parameters a en c. Teken een a,b-projectie van de eenheidscel. Welk Bravais-rooster heeft de cel? Bepaal de 2-theta en de intensiteit van de reflectie (002). Wat is de puntgroep rond Mo? Geef de hoogste pattersonpieken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 juni 2011===&lt;br /&gt;
# Teken ruimtegroep Pmcn (ab-projectie) en geef equivalente posities, puntgroep waar deze ruimtegroep van is afgeleid, asymmetrische eenheid, 2 speciale posities en bijhorende Pattersongroep. Zijn er systematische afwezigheden?&lt;br /&gt;
# Stellingen:&lt;br /&gt;
#* Het vlak (110) wordt bij Fe en bij NaCl beschreven door dezelfde vlakgroep&lt;br /&gt;
#* Bij een goed verfijnde structuur zijn de pieken op de verschilfourier te verwaarlozen&lt;br /&gt;
#* Voor de waterstofatomen met delta 6,8 is een ontkoppelingsexperiment niet mogelijk (NMR-spectrum van ethyl-4-methoxybenzoaat gegeven, het gaat om de waterstoffen op C3 en C5 van de benzeenring). &lt;br /&gt;
# Oefening: PbO kristalliseert in een tetragonale eenheidscel, a en c gegeven. Twee posities voor Pb en voor O gegeven. Teken de ab-projectie. Door welke puntgroep wordt de geometrie rond de Pb-atomen beschreven? Door welk Bravaisrooster wordt het kristal beschreven? Bepaal de fase van de intensiteit van afgebogen stralingsbundel voor het vlak (110) voor CuK-alpha (tabel met enkele waarden gegeven voor f van Pb en O ifv sin(theta)/lambda). Teken het vlak (110) en de invallende en afgebogen stralingsbundel op de tekening.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2010 (NM)===&lt;br /&gt;
# Teken ruimtegroep Pmnb en klassieke vragen: equivalente posities, 2 speciale posities, systematische afwezigheden, asymmetrische eenheid, puntgroep,..&lt;br /&gt;
# Stellingen:&lt;br /&gt;
#* De temperatuur heeft geen invloed op de kristalstructuurbepaling.&lt;br /&gt;
#* Het is niet mogelijk om P2 en Pm van elkaar te onderscheiden met behulp van intensiteitsmetingen.&lt;br /&gt;
# NMR-spectrum en bepalen of het overeenkomt met het gegeven molecule.&lt;br /&gt;
# Oefening: AgI kristal, a= 6,50 Angstrom, coordinaten van atomen zijn gegeven, en tabel van f ifv sin/lambda.&lt;br /&gt;
#* Geef a,b-projectie + Bravaisrooster&lt;br /&gt;
#* Bereken Intensiteit en bereken afbuighoek van vlak 004&lt;br /&gt;
#* Geef puntsymmetrie rond Ag en rond I&lt;br /&gt;
#* Waar verwacht je de hoogste Pattersonpieken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2009===&lt;br /&gt;
# teken ruimtegroep (Pnca dacht ik) &amp;amp;amp; geef eq. posities, 2 speciale posities, syst. afwezigheden, puntgroep, ...&lt;br /&gt;
# Stellingen:&lt;br /&gt;
#* rotatiesymmetrie kan bepaald worden via rotatiediffractie(dat een ding waar ge een kristal draait, ik ben niet meer zeker of dat zo heet)&lt;br /&gt;
#* bij verschilelektronendichtheidsmap gaat de hoogte van de pieken verloren bij verfijning (ofzoiets toch)&lt;br /&gt;
# NMR van 1,1-dimethoxyethaan&lt;br /&gt;
# Oefening: alfa-uranium heeft volgende coordinaten op speciale posities: +-(0,y,1/4) +-(1/2,1/2-y,-1/4) a b en c gegeven(3 verschillende waarden) 2 groottes van structuurfactoren gegeven en de fu in functie van sin(theta).&lt;br /&gt;
#* y is 0.10 of 0.15, bepaal dit met bhv de gegevens. &lt;br /&gt;
#* Teken een a,b-projectie. &lt;br /&gt;
#* Beschrijf de omringing van het U-atoom via de puntgroep van het atoom. &lt;br /&gt;
#* Teken de pattersongroep.&lt;br /&gt;
===17 juni 2009===&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pcan: equivalente posities, multipliciteit, asymmetrische eenheid, 2 speciale posities, puntgroep, systematische afwezigheden&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* De temperatuurfactoren van Pt in een Pt-kristal zijn isotroop (Antwoord: Waar want ze liggen op speciale posities)&lt;br /&gt;
#* De symmetrie van een diffractiepatroon van een kristal wordt bepaald door de ruimtegroep&lt;br /&gt;
#* NMR: aspirine&lt;br /&gt;
# Oefening: Nikkelarsenide (a, c en gamma=120Â° is gegeven) De posities van Nikkel en van arseen zijn ook gegeven. &lt;br /&gt;
#* Geef de ab-projectie, bravais rooster, wat is de stapeling van Arseen, puntgroep rond Arseen en rond nikkel &lt;br /&gt;
#* Bij reflecties (200), (300) en (030) en Cu K-alfa straling&lt;br /&gt;
#** Voorspel de hoogste intensiteit&lt;br /&gt;
#** Voorspel de grootste afbuighoeken&lt;br /&gt;
#* Wat is de resolutie bij een afbuighoek van 100Â° en bij Cu K-alfa straling&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep (ik denk Pbmn) met klassieke vragen&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* Pm en Cm hebben dezelfde Harkersecties&lt;br /&gt;
#* Cobalt kan geÃ¯oniseerd worden met Cu K alfa straling&lt;br /&gt;
#* NMR&lt;br /&gt;
# Oefening: HgS met coÃ¶rdinaten Hg en S gegeven. Alle elementen geven van 11 juni op uitzondering van de afbuighoek en dit voor de vlakken 200 en 400. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep + asymmetrische eenheid + 2 speciale posities + iets met systematische afwezigheden&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* Het 110 vlak van Fe vertoont C4v (Bijvragen: aantonen op modellekes)&lt;br /&gt;
#* De atomen bij hexagonale dichtste bolstapeling liggen allemaal op speciale posities (Bijvraag: Hij vraagt om de kubische bolstapeling te laten zien, met die pingpongballetjes en hoe heten de ruimtes tussen die pingpongballekes) &lt;br /&gt;
#* NMR: een benzeen met een chloor op en op para positie iets me een ethyl en een keton (Bijvraag: hoe zie je dat het een spectrum van de 1ste orde of 2de orde is)&lt;br /&gt;
# Oefening: ik kreeg een tabel met fractionele coÃ¶rdinaten van ReO3 en zo&#039;n tabel met sin (theta) / lamda en vormfactoren. Ik moest een ab projectie tekenen, bravais rooster geven, intensiteit berekenen, afbuighoek bepalen, hoogste pattersonpieken voorspellen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Pmca met klassieke vragen&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* Alle atomen van sfaleriet bezetten speciale posities&lt;br /&gt;
#* Een kristalrooster kan ondubbelzinnig bepaald worden adhv systematische afwezigheden&lt;br /&gt;
#* isopropyltolueen&lt;br /&gt;
# Wolfraam-rooster en CuKa straling, vlakken (211) en (310)&lt;br /&gt;
#* teken 3D-rooster en duidt [sic] vlakken aan&lt;br /&gt;
#* Welke intensiteit is sterkst, bij (221) of bij (310)&lt;br /&gt;
#* Welke reflectiehoek is grootst, bij (221) of bij (310)&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de sterkste Pattersonpieken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Pbmn tekenen + assym. eenheid + equi. pos. + multipliciteit + 2 speciale pos. + Systematische afwezigheden + van welke puntgroep&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* De temp. heeft geen invloed op het diffractiepatroon&lt;br /&gt;
#* De vlakken 001 en 110 van Fe hebben dezelfde vlakgroep (ook zeggen welke vlakgroep(en))&lt;br /&gt;
#* NMR&lt;br /&gt;
#De structuur van LiF en NaCl is dezelfde, a = ...., kristalafmeting 0,2mmx0,2mmx0,2mm en wordt bestraald met Cu kalfa. Bereken F003 en F004. Welke intensiteit is het hoogst? Wat gebeurt er met de diffractiehoek en de intensiteit als je:&lt;br /&gt;
#*F vervangt door I&lt;br /&gt;
#*de cel verdubbeld&lt;br /&gt;
#*Waar verwacht je de sterkste Pattersonpieken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# P nmb  tekenen + puntgroep + asymetrische eenheid + equi posities&lt;br /&gt;
# stellingen ( waar of niet waar )&lt;br /&gt;
#* Pm en Cm hebben dezelfde harkersecties&lt;br /&gt;
#* R staat voor de resolutie van een structuurbepaling&lt;br /&gt;
#* spectrum en molecule gegeven, horen ze bij elkaar?&lt;br /&gt;
# oefening : NH4HgCl3 heeft eenheidscel a = ... c =... en atoomposities N, Hg en 3 Cl-en gegeven: (ook alpha-Cu straling zoda je uw lambda ook kent) (tabel sin(theta)/lambda en f waarden van Cl, Hg en N gegeven)&lt;br /&gt;
#* geef (a,b) projectie van eenheidscel&lt;br /&gt;
#* bepaal Bravais rooster&lt;br /&gt;
#* bepaal intensiteit en afbuigrichting 2theta van de reflectie (004)&lt;br /&gt;
#* Hg door welke puntgroep omringt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2008===&lt;br /&gt;
#Ruimtegroep tekenen. In dit geval Pman. Geef equivalente posities, multipliciteit, twee speciale posities en de asymetrische eenheid. Van welke puntgroep is deze ruimtegroep afgeleid?  Welke Pattersongroep?&lt;br /&gt;
#Bespreek volgende stellingen. Geef telkens ook een korte motivatie:&lt;br /&gt;
#*Op basis van systematische afwezigheden kan geen verschil gemaakt worden tussen de ruimtegroepen P2 en P2/m.&lt;br /&gt;
#*De temperatuurfactoren van &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;\alpha&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt;-Fe zijn isotroop.&lt;br /&gt;
#*NMR-spectrum en molecule. Kunnen die bij elkaar horen?&lt;br /&gt;
#kristal met Li2O met Ã©Ã©n lengte gegeven (kubisch dus) &lt;br /&gt;
#*teken ab projectie gegeven zijn de posities van de atomen&lt;br /&gt;
#*geef puntgroep rond Li en O&lt;br /&gt;
#*geef bravais rooster&lt;br /&gt;
#*twee vlakken gegeven welke grootste hoek en welke grootste intensiteit&lt;br /&gt;
#*waar bevinden zich de grootste patterson pieken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2007===&lt;br /&gt;
#Ruimtegroep tekenen. Geef equivalente posities, multipliciteit, twee speciale posities en de asymetrische eenheid. Van welke puntgroep is deze ruimtegroep afgeleid?  Welke Pattersongroep?&lt;br /&gt;
#Bespreek volgende stellingen. Geef telkens ook een korte motivatie:&lt;br /&gt;
#*Op basis van systematische afwezigheden kan geen verschil gemaakt worden tussen de ruimtegroepen P2 en P2/m.&lt;br /&gt;
#*De temperatuurfactoren van &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;\alpha&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt;-Fe zijn isotroop.&lt;br /&gt;
#*NMR-spectrum en molecule. Kunnen die bij elkaar horen?&lt;br /&gt;
#Typische gecombineerde oefening. Diffractiemeting op wolfraam met Cu-&amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;\alpha&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; straling. Beschouw vlakken (211) en (310). Een tabel met &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;\frac{\sin \theta}{\lambda}&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; waarden is gegeven.&lt;br /&gt;
#*Teken het reÃ«le rooster en duidt de vlakken aan.&lt;br /&gt;
#*Teken ab-projectie van het reciproke rooster, en duidt hier ook de vlakken aan.&lt;br /&gt;
#*Voor welk vlak verwacht je de grootste reflectiehoek.&lt;br /&gt;
#*Voor welk vlak verwacht je de grootste intensiteit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Vragen eerste zit vrijdag 30 juni 2006 (Fysica)===&lt;br /&gt;
#Teken Pbna (ab-projectie).  Geef equivalente posities, multipliciteit, twee speciale posities en de asymetrische eenheid.  Van welke puntgroep is deze ruimtegroep afgeleid?  Welke Pattersongroep?&lt;br /&gt;
#Zijn volgende stellingen waar of vals?&lt;br /&gt;
#*Omgeving van een bol in hexagonaal dichtste bolstapeling is C3h.&lt;br /&gt;
#*&amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;P2_1&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; en &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;P2_1/m&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; zijn niet te onderscheiden met behulp van de speciale posities.&lt;br /&gt;
#*Dit is het NMR-spectrum van... (iets ingewikkeld)&lt;br /&gt;
#LiF kristalliseert zoals NaCl in kubische cel met parameter a = 0,4026 nm.  We gebruiken CuKa straling en een kristal met dimensie 0,2x0,2x0,2.&lt;br /&gt;
#*Geef de ab-projectie van de structuur.&lt;br /&gt;
#*Geef de reciproke parameters.&lt;br /&gt;
#*netvlakken 003 en 004: welke heeft grootste intensiteit van de gereflecteerde straal?&lt;br /&gt;
#*Wat gebeurt met deze reflecties (dus hoek, intensiteit, fase) als we F vervangen door I. Wat gebeurt er als we de afmetingen van het kristal verdubbelen?&lt;br /&gt;
#*Welke zijn de grootste pieken in de Pattersonfunctie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Vragen eerste zit dinsdag 27 juni 2006 (Geologie) ===&lt;br /&gt;
(dit waren vragen van geologie, zij hebben ook een deel poederdiffractie dat voor fysici niet gekend hoeft te zijn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*teken de ruimtegroep Pncm (a,b-projectie)&lt;br /&gt;
Geef equivalente posities, multipliciteit en assymmetrische eenheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van welke puntgroep is deze ruimtegroep afgeleid?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Geef twee speciale posities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*stellingen:&lt;br /&gt;
De atomen in perovskiet liggen allemaal op speciale posities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De ruimtegroepen P2/c en Pc behoren tot zelfde pattersongroep&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*loodoxide PbO kristalliseert in een tetragonale eenheidscel&lt;br /&gt;
a=3,975 A   en   c=5,023 A&lt;br /&gt;
atomen liggen op de posities:&lt;br /&gt;
Pb(1): 0	Â½	0.2385&lt;br /&gt;
Pb(2): Â½	0	-0.2385&lt;br /&gt;
O(1):   0	0	0&lt;br /&gt;
O(2):  Â½	Â½	0&lt;br /&gt;
Teken een a,b-projectie van de eenheidscel en beschrijf de omringing van de loodatomen met behulp van een puntgroep&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Welk Bravaisrooster?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bepaal voor de reflectie (110) de fase van de structuurfactor en intensiteit&lt;br /&gt;
Teken het vlak (110) en de invallende en afgebogen bundel bij op de a,b-projectie bij gebruik van CuKÎ± &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bereken de positie van de diffractielijn op een Debye-Scherrer film&lt;br /&gt;
(camerastraal=28,7mm en CuKÎ±)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Teken schematisch de film&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Vragen eerste zit donderdag 22 juni 2006 (Fysica) ===&lt;br /&gt;
*eerste vraag:&lt;br /&gt;
Teken een ab-projectie van de ruimtegroep Pmcb&lt;br /&gt;
en alles der op en der aan, puntgroep, patterson, equivalente posities...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Tweede vraag:&lt;br /&gt;
Zijn volgende stellingen waar, verklaar:&lt;br /&gt;
1. kan men uit een diffractie patroon de aanwezigheid opmaken van een S4 as?&lt;br /&gt;
2. Is de R-waarde een maat voor de resolutie van een diffractie?&lt;br /&gt;
3. Is dit het NMR spectrum van ... (een onuitspreekbare naam)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Derde vraag:&lt;br /&gt;
Oefeningen op een hexagonaal stelsel CadmiumdiJood met straling bepalen en uittekenen.&amp;lt;/text&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Maxime vdB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Organische_Chemie&amp;diff=534</id>
		<title>Organische Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Organische_Chemie&amp;diff=534"/>
		<updated>2017-06-26T12:04:17Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Maxime vdB: /* 23 juni 2017 vm */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Mondeling examen. (Gedoceerd door N. Boens, die afwezigheid in zijn lessen consequent vergeldt op het examen, en wordt geleidelijk overgenomen door Wim De Borggraeve) Ondertussen wordt het vak volledig gegeven door Wim De Borggraeve en Erik Van der Eycken. Examen bestaat uit 5 vragen, vraag 1 en 2 mondeling bij (Boens) Van der Eycken, 3 en 4 bij De Borggraeve. Vraag 5 (synthesen) schriftelijk. Examenvragen komen telkens terug, kijk zeker naar de oude examens op Toledo.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===23 juni 2017 nm===&lt;br /&gt;
# Nucleofiele aromatische substitutie van nitrohalogenide&lt;br /&gt;
# Stereochemie&lt;br /&gt;
# Reactiviteit en basiciteit rangschikken&lt;br /&gt;
# Mechanisme geven; ene was een methylshift uitvoeren, andere was een acetaal in een ring (best moeilijke)&lt;br /&gt;
# Retrosynthese&lt;br /&gt;
#* Acetyleen tot een diol&lt;br /&gt;
#* Benzeen tot een benzeen met COOH para to alkylgroep&lt;br /&gt;
#* Malonaat ester tot cylcobutanol&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2017 vm===&lt;br /&gt;
# Hydrolyse butylacetaat in zuur en base, waarom verzeping onomkeerbaar&lt;br /&gt;
# Stereochemie&lt;br /&gt;
# Rangschik volgens&lt;br /&gt;
#* Basiciteit&lt;br /&gt;
#* Reactiviteit Sn2 (1-broompentaan, 1-chloor-3-methylpentaan, 1-chloor-2-methylpentaan, 1-chloorpentaan, joodbenzeen)&lt;br /&gt;
#* Reactiviteit solvolyse mierenzuur (isopropyljodide, mehtyljodide, tert-butyljodide, 2-fenyl-2joodpropaan)&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Ingewikkeldere ringvormige structuur, OH groep protoneert en H2O gaat weg als leaving group, carbokation vormt en veel alkylshiften&lt;br /&gt;
#* Verklaar solvolyse reactiviteit in mierenzuur, allylische positie vs gewoon vs anti aromaat&lt;br /&gt;
# Retrosynthese&lt;br /&gt;
#* Malonzuurestersynthese&lt;br /&gt;
#* Acetyleen naar pentaan-2-on&lt;br /&gt;
#* Van fluorbenzeen naar een benzeen met een amine en methoxy die para staan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2017===&lt;br /&gt;
# Bespreek de claisencondensatie van butylethanoaat &lt;br /&gt;
# Stereochemie&lt;br /&gt;
# Vragen over rangschikking volgens stijgende basiciteit en reactiviteit met Sn2 reacties en reactiviteit bij solvolyse met mierenzuur.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Moest gy het reactiemechanisme zeggen waarbij gy eerst moest verzepen en daarna decarboxyleren. &lt;br /&gt;
#* Het reactiemechanisme geven van 2,2-methyl-hexaan-3-ol tot 2-broom-2,3methyl-hexaan en met behulp van HBr&lt;br /&gt;
# Retrosynthese&lt;br /&gt;
#* Cyclohexeen en daarop moest gy COOH op plaatsen 1 plaats verder dan de dubbele binding.&lt;br /&gt;
#* van acetyleen tot pentanal&lt;br /&gt;
#* anisol tot p-propylanisol&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21/08/2015===&lt;br /&gt;
# Dieckmannreactie&lt;br /&gt;
# stereochemie&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* welke best aan elektrofiele aromatische substitutie doet&lt;br /&gt;
#* welke meest bascisch is&lt;br /&gt;
#* welke snelst aan SN2 doet&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* een mechanisme dat je moest maken: een acetaal hydroliseren en dan imine maken&lt;br /&gt;
#* iets van eliminatie dat je moest uitleggen, ging voornamelijk over de antiperiplanaire schikking&lt;br /&gt;
# [[Bestand:Retrosyntheses21aug2015orgchem.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15/06/2015 namiddag===&lt;br /&gt;
# Bespreek de chlorering van anisol en nitrobenzeen. (mondeling, 2 punten)&lt;br /&gt;
# Twee oefeningen waarbij je R en S moest bepalen en zeggen of het stereomeren/enantiomeren/... zijn (schrijftelijk, 2 x 1 punt)&lt;br /&gt;
# Drie oefeningetjes waarbij je moet rangschikken:&lt;br /&gt;
#* welke is het meest basisch&lt;br /&gt;
#* Welke gaat het snelst reageren in een SN2 reactie&lt;br /&gt;
#* Welke reageert het snelst in solvolyse met mierenzuur (schriftelijk, 3 x 1 punt)&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#* Een hele vage molecule die dmv zuur mileu omgezet wordt in een andere nog vagere molecule. (oplossing: was door heel veel hydrideshiften en sterische hinder)&lt;br /&gt;
[[bestand:Vaagmoleculeorgvragen.png]] &lt;br /&gt;
#* Een molecule A die trans stond en een molecule B die cis stond (of andersom) een van de twee gaf Ã©Ã©n molecule na eliminatie, de andere gaf er twee. Waarom? (oplossing: antiperiplanaire shizzle die bij eliminatie staat) (Mondeling 2 x 2 punten)&lt;br /&gt;
# Drie retrosyntheses (schrijftelijk, 3 x 3 punten)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15/6/2015 voormiddag===&lt;br /&gt;
# (mondeling): vergelijk de reactie van een primair en een secundair amine met een keton en wat zijn de verwachte producten.Ook de pH hierbij verklaren (2ptn)&lt;br /&gt;
# R en S geven 2x 2 moleculen + de relatie tussen de 2 moleculen (2x1 ptn)&lt;br /&gt;
# 3 rangschikvragen elk op 1 punt. Wat is het zuurst? Welke reageert het best met...? en nog ene die ik ni meer weet.&lt;br /&gt;
# (mondeling):&lt;br /&gt;
#* leg de additie van dibroom uit aan een (E)-1-noneen in waterig milieu. Geef alle producten en duid de stereocentra aan en geef R en S. (2ptn)&lt;br /&gt;
#* Substitutie van een secundair alcohol da een broomalkaan geeft. Hier staat de broom niet waar de OH groep stond waarom? (tertiare carbokationen zijn stabieler dan secondaire dus er was een omvorming) (2ptn)&lt;br /&gt;
# drie synthesen waarbij ge geen mechanismen moet geven. (3x 3ptn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 juni 2014===&lt;br /&gt;
# Vergelijk de bromering van anisol en nitrobenzeen.&lt;br /&gt;
# Geef aan of de volgende paren moleculen diastereomeren, enantiomeren of identieke verbindingen zijn. Bepaal R/S voor elk stereogeen centrum.&lt;br /&gt;
#* [[Bestand:2a.jpg]]&lt;br /&gt;
#* [[Bestand:2b.jpg]]&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende reactiviteit in S&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;N&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;2: 4-jood-anisol, 1-broom-2-methylhexaan, 1-broompentaan, 1-broom-2,2-dimethylhexaan, 1-broom-3-methylhexaan&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende basiciteit: &amp;amp;lt;center&amp;amp;gt;[[Bestand:3b.jpg]]&amp;amp;lt;/center&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens afnemende zuurheid: 2-hexeen, 1-butyn, dichloorazijnzuur, 5,5,5-trifluoropentanol, 2,4-pentaandion&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Geef een aanvaardbaar mechanisme voor de volgende omzetting. Welk product wordt er nog gevormd? &amp;amp;lt;center&amp;amp;gt;[[Bestand:4a.jpg]]&amp;amp;lt;/center&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
#* Verklaar voor de solvolyse met mierenzuur de waargenomen reactiviteit C &amp;amp;lt; A &amp;amp;lt; B aan de hand van een mechanisme. &amp;amp;lt;center&amp;amp;gt;[[Bestand:4b.jpg]]&amp;amp;lt;/center&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
# Synthese &amp;amp;lt;center&amp;amp;gt;[[Bestand:5.jpg]]&amp;amp;lt;/center&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2014===&lt;br /&gt;
# Vergelijk de bromering van anisol en nitrobenzeen.&lt;br /&gt;
# Enantiomeren, diastereomeren, bepaal R/S&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens afnemende reactiviteit in Sn2.: 1-chloorpentaan, 1-chloor-2-methylpentaan, 1-chloor-3-methylpentaan, 1-joodpentaan, chloorbenzeen&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende basiciteit: anion van keton, ester, diester, diketon, ketoester.&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens afnemende reactiviteit in solvolyse met mierenzuur: isopropyljodidi, tert-butyljodide, methyljodide, 2-fenyl-2-joodpropyl.&lt;br /&gt;
# Geef mechanisme&lt;br /&gt;
#* aldolcondensatie&lt;br /&gt;
#* substitutie van 2,2-dimethyl-3-hexanol met HBr (omlegging).&lt;br /&gt;
# Synthese&lt;br /&gt;
#* hexaandizuur tot 2-methylcyclopentanon&lt;br /&gt;
#* keton tot shiffbase&lt;br /&gt;
#* benzeen tot trichloorbenzeen in meta positie ten opzichte van elkaar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 juni 2011===&lt;br /&gt;
# Wat is de rol van DCC (cicyclohexylcarbodiimide) in de nucleofiele substitutie van een carbonzuur en een amine. Illustreer het mechanisme met de reactie tussen benzoÃ«zuur en dimethylamine. Wat is een alternatieve manier? (geen mechanisme).&lt;br /&gt;
# Zijn de volgende paren van moleculen verschillende manieren om hetzelfde molecule weer te geven of zijn het enantiomeren, diastereomeren, verschillende conformaties, ... [[Bestand:2a.png]] [[Bestand:2b.png]] [[Bestand:2c.png]]&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende zuurheid: 1-hexeen (A); dibroomazijnzuur (B); 2-butyn (C); 3,3,3-trifluorpropanol (D); pentaan-2,4-dion (E)&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende basiciteit: [[Bestand:3b.png]]&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens afnemende reactiviteit in een elektrofiele aromatische substitutiereactie: anisol (A); p-dinitrobenzeen (B); tolueen (C); benzonitril (D); chloorbenzeen (E)&lt;br /&gt;
# Geef een aanvaardbaar mechanisme voor volgende omzettingen:&lt;br /&gt;
#* HINT: het zuur reageert eerst met de C=C dubbele binding [[Bestand:4a.png]]&lt;br /&gt;
#* Geef het mechanisme en ook een volgorde voor X (=F, Cl, Br, I) qua reactiviteit: [[Bestand:4b.png]]&lt;br /&gt;
# Syntheses (geen mechanismen vereist):&lt;br /&gt;
#* Synthetiseer Ã©Ã©n van beide moleculen: [[Bestand:5a.png]]&lt;br /&gt;
#* Gebruik het weergegeven keton, butaanzuur en benzeen om volgende omzetting te verwezenlijken. De Wittigreactie is niet mogelijk wegens tetragesubstitueerd alkeen. [[Bestand:5b.png]]&lt;br /&gt;
#* Hoe kan men dit eindproduct maken uit cyclohexanon?&lt;br /&gt;
[[Bestand:5c.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2011===&lt;br /&gt;
# Wat is de rol van DCC (dicyclohexylcarbodiimide)in de nucleofile acylsubstitutie van een carbonzuur en een amine. (Mechanisme) Wat is een alternatief voor deze reactie? (geen mechanisme)&lt;br /&gt;
#Identificeer de stereochemische relatie tussen de moleculen van elk van de volgende paren. Stellen de tekeningen verbindingen voor die identiek zijn, of zijn ze enantiomeren, diastereomeren, constitutionele isomeren, verschillende conformaties? Voor elk stereocentrum in die moleculen, geef aan of de configuratie R of S is.&lt;br /&gt;
#* 2-methylcyclohexanol&lt;br /&gt;
#* newmanprojectie met zaagbokprojectie vergelijken van 2 enantiomeren (bijvraag: wat is de definitie van enantiomeren)&lt;br /&gt;
#* 2,3,4 pentaantriol&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Rangschikken naar toenemende zuurheid: 2-hexyn; 1-hexyn; 2,2,2 trifluorethanol;  een beta-diketon; dichloorazijnzuur&lt;br /&gt;
#*Rangschikken naar toenemende reactiviteit in een elektrofiele aromatische substitutie &#039;&#039;(tolueen, anisol, m-dinitrobenzeen, fluoorbenzeen en benzonitril)&#039;&#039;&lt;br /&gt;
#*Rangschikken naar toenemende basiciteit: anionen van esters en ketonen.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Verklaar de volgende reactie (Favorski-omlegging) met een aanvaardbaar mechanisme. Hint: Cyclopropanon is zeer reactief t.o.v. een nucleofiel [[Bestand:Organische Favorski 10 juni 2011.jpg]]&lt;br /&gt;
#*Geef een verklaarbaar mechanisme voor de volgende reactie: [[Bestand:Organische 4b 10 juni 2011.gif]]&lt;br /&gt;
#Syntheses: [[Bestand:Organische Retrosynthese 10 juni 2011.jpg]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2010===&lt;br /&gt;
#Bespreek de nucleofiele substitutie van nitrogesubstitueerde arylhalogeniden door natriummethoxide.&lt;br /&gt;
#Identificeer de stereochemische relatie tussen de moleculen van elk van de volgende paren. Stellen de tekeningen verbindingen voor die identiek zijn, of zijn ze enantiomeren, diastereomeren, constitutionele isomeren, verschillende conformaties? Voor elk stereocentrum in die moleculen, geef aan of de configuratie R of S is.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Rangschikken naar toenemende basiciteit&lt;br /&gt;
#*Rangschikken naar toenemende reactiviteit in een elektrofiele aromatische substitutie &#039;&#039;(tolueen, anisol, m-dinitrobenzeen, fluoorbenzeen en benzonitril)&#039;&#039;&lt;br /&gt;
#*Welke verbinding(en) is (zijn) aromatisch volgens de regel van HÃ¼ckel? De vrije elektronenparen zijn niet weergegeven maar zijn wel aanwezig. [[Bestand:Huckel.jpg]]&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Verklaar de volgende reactie met een aanvaardbaar mechanisme. Hint: Cyclopropanon is zeer reactief t.o.v. een nucleofiel                          [[Bestand:omzetting.gif]]&lt;br /&gt;
#*Menthylchloride en neomentylchloride (zie onderstaande figuur) ondergaan eliminatie bij behandeling met natriumethoxide in methanol. EÃ©n van de stereo-isomeren reageert veel sneller. Welke en waarom? [[Bestand:Menthyl.jpg]]&lt;br /&gt;
#Syntheses: &#039;&#039;Bij de derde stond gegeven dat het via een beta-keto-ester moest.&#039;&#039;&lt;br /&gt;
[[Bestand:Retro2010.gif]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2009===&lt;br /&gt;
# Claisencondensatie van ethylpropanoaat&lt;br /&gt;
# stereoisomeren en R/S aanduiden&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* is het molecule aromatisch&lt;br /&gt;
#* rangschik volgens basiciteit&lt;br /&gt;
#* rangschik de producten volgens reactiviteit in EAS&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* darzens reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#* reactie van natrium jodide op S 1-broom-2-methylbutaan&lt;br /&gt;
# 3 Synthesen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===8 juni 2009===&lt;br /&gt;
# NH2OH+aceton, waarom optimaal bij 4.5 pH&lt;br /&gt;
# stereoisomeren en R/S aanduiden&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* is het molecule aromatisch&lt;br /&gt;
#* rangschik anionen volgens stabiliteit&lt;br /&gt;
#* rangschik de producten volgens reactiviteit in EAS&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* darzens reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#*E2 eliminatie op (2S,3S)-2-broom-3-fenylbutaan: regioselectiviteit bespreken&lt;br /&gt;
# synthesen: [[Bestand:organische2009.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2008===&lt;br /&gt;
#Aceton en hydroxylamine. ph-afhankelijkheid. waarom niet te zuur/niet te basisch.&lt;br /&gt;
#R en S bepalen, zegge of het diastereomeren, enantiomeren ... zijn. &lt;br /&gt;
#aromatisch of niet? &lt;br /&gt;
#anionen naar basiciteit, waren moleculen met 1 of 2 carbonyls op&lt;br /&gt;
#Reactiviteit van aromaten bepalen in EAS&lt;br /&gt;
#carbonyls een chirale koolstof ernaast (alphapositie dus) ondergaan racemisatie via enol/enolaat in zuur/basisch milieu. Met   alpha-aminozuren gaat dat niet, noch in basisch noch in zuur milieu. waarom? gebruik l-phenylalanine (structuur gegeven) als voorbeeld.&lt;br /&gt;
#Bepalen van conformatie van het product na E2 van 2-broom-3-fenyl-butaan&lt;br /&gt;
#Synthesen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2008===&lt;br /&gt;
#Dieckmann reactie&lt;br /&gt;
#Bepalen of moleculen: enantiomeren, diastereomeren... zijn&lt;br /&gt;
#Amine naar basisiteit schikken&lt;br /&gt;
#Reactiviteit van aromaten bepalen in EAS&lt;br /&gt;
#Basiciteit van aminen bepalen&lt;br /&gt;
#Reactiemechanisme van een epoxidevorming&lt;br /&gt;
#Bepalen van conformatie van het product na E2 van 2-broom-3-fenyl-butaan&lt;br /&gt;
#Synthesen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===9 juni 2008===&lt;br /&gt;
#Dieckmann reactie&lt;br /&gt;
#Bepalen of moleculen: enantiomeren, diastereomeren,... zijn&lt;br /&gt;
#Stabiliteit van anion bepalen (er zat een aromaat op)&lt;br /&gt;
#Reactiviteit van aromaten bepalen in EAS&lt;br /&gt;
#Basiciteit van aminen bepalen&lt;br /&gt;
#Reactiemechanisme van een acetaalvorming en zeggen waar zuurstof en oorspronkelijke carbonylfunctie naar toe is&lt;br /&gt;
#Bepalen van conformatie van het product na E2 van (2R,3S)-2-broom-3-fenyl-butaan (niet meer zeker van absolute configuraties)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Maxime vdB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Organische_Chemie&amp;diff=533</id>
		<title>Organische Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Organische_Chemie&amp;diff=533"/>
		<updated>2017-06-26T12:02:53Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Maxime vdB: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Mondeling examen. (Gedoceerd door N. Boens, die afwezigheid in zijn lessen consequent vergeldt op het examen, en wordt geleidelijk overgenomen door Wim De Borggraeve) Ondertussen wordt het vak volledig gegeven door Wim De Borggraeve en Erik Van der Eycken. Examen bestaat uit 5 vragen, vraag 1 en 2 mondeling bij (Boens) Van der Eycken, 3 en 4 bij De Borggraeve. Vraag 5 (synthesen) schriftelijk. Examenvragen komen telkens terug, kijk zeker naar de oude examens op Toledo.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===23 juni 2017 nm===&lt;br /&gt;
# Nucleofiele aromatische substitutie van nitrohalogenide&lt;br /&gt;
# Stereochemie&lt;br /&gt;
# Reactiviteit en basiciteit rangschikken&lt;br /&gt;
# Mechanisme geven; ene was een methylshift uitvoeren, andere was een acetaal in een ring (best moeilijke)&lt;br /&gt;
# Retrosynthese&lt;br /&gt;
#* Acetyleen tot een diol&lt;br /&gt;
#* Benzeen tot een benzeen met COOH para to alkylgroep&lt;br /&gt;
#* Malonaat ester tot cylcobutanol&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2017 vm===&lt;br /&gt;
# Hydrolyse butylacetaat in zuur en base, waarom verzeping onomkeerbaar&lt;br /&gt;
# Stereochemie&lt;br /&gt;
# Rangschik volgens&lt;br /&gt;
#* Basiciteit&lt;br /&gt;
#* Reactiviteit Sn2 (1-broompentaan, 1-chloor-3-methylpentaan, 1-chloor-2-methylpentaan, 1-chloorpentaan, joodbenzeen)&lt;br /&gt;
#* Reactiviteit solvolyse mierenzuur (isopropyljodide, mehtyljodide, tert-butyljodide, 2-fenyl-2joodpropaan)&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Ingewikkeldere ringvormige structuur, OH groep protoneert en H2O gaat weg als leaving group, karbokation vormt en veel alkylshiften&lt;br /&gt;
#* Verklaar solvolyse reactiviteit in mierenzuur, allylische positie vs gewoon vs anti aromaat&lt;br /&gt;
# Retrosynthese&lt;br /&gt;
#* Malonzuurestersynthese&lt;br /&gt;
#* Acetyleen naar pentaan-2-on&lt;br /&gt;
#* Van fluorbenzeen naar een benzeen met een amine en methoxy die para staan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2017===&lt;br /&gt;
# Bespreek de claisencondensatie van butylethanoaat &lt;br /&gt;
# Stereochemie&lt;br /&gt;
# Vragen over rangschikking volgens stijgende basiciteit en reactiviteit met Sn2 reacties en reactiviteit bij solvolyse met mierenzuur.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Moest gy het reactiemechanisme zeggen waarbij gy eerst moest verzepen en daarna decarboxyleren. &lt;br /&gt;
#* Het reactiemechanisme geven van 2,2-methyl-hexaan-3-ol tot 2-broom-2,3methyl-hexaan en met behulp van HBr&lt;br /&gt;
# Retrosynthese&lt;br /&gt;
#* Cyclohexeen en daarop moest gy COOH op plaatsen 1 plaats verder dan de dubbele binding.&lt;br /&gt;
#* van acetyleen tot pentanal&lt;br /&gt;
#* anisol tot p-propylanisol&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21/08/2015===&lt;br /&gt;
# Dieckmannreactie&lt;br /&gt;
# stereochemie&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* welke best aan elektrofiele aromatische substitutie doet&lt;br /&gt;
#* welke meest bascisch is&lt;br /&gt;
#* welke snelst aan SN2 doet&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* een mechanisme dat je moest maken: een acetaal hydroliseren en dan imine maken&lt;br /&gt;
#* iets van eliminatie dat je moest uitleggen, ging voornamelijk over de antiperiplanaire schikking&lt;br /&gt;
# [[Bestand:Retrosyntheses21aug2015orgchem.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15/06/2015 namiddag===&lt;br /&gt;
# Bespreek de chlorering van anisol en nitrobenzeen. (mondeling, 2 punten)&lt;br /&gt;
# Twee oefeningen waarbij je R en S moest bepalen en zeggen of het stereomeren/enantiomeren/... zijn (schrijftelijk, 2 x 1 punt)&lt;br /&gt;
# Drie oefeningetjes waarbij je moet rangschikken:&lt;br /&gt;
#* welke is het meest basisch&lt;br /&gt;
#* Welke gaat het snelst reageren in een SN2 reactie&lt;br /&gt;
#* Welke reageert het snelst in solvolyse met mierenzuur (schriftelijk, 3 x 1 punt)&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#* Een hele vage molecule die dmv zuur mileu omgezet wordt in een andere nog vagere molecule. (oplossing: was door heel veel hydrideshiften en sterische hinder)&lt;br /&gt;
[[bestand:Vaagmoleculeorgvragen.png]] &lt;br /&gt;
#* Een molecule A die trans stond en een molecule B die cis stond (of andersom) een van de twee gaf Ã©Ã©n molecule na eliminatie, de andere gaf er twee. Waarom? (oplossing: antiperiplanaire shizzle die bij eliminatie staat) (Mondeling 2 x 2 punten)&lt;br /&gt;
# Drie retrosyntheses (schrijftelijk, 3 x 3 punten)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15/6/2015 voormiddag===&lt;br /&gt;
# (mondeling): vergelijk de reactie van een primair en een secundair amine met een keton en wat zijn de verwachte producten.Ook de pH hierbij verklaren (2ptn)&lt;br /&gt;
# R en S geven 2x 2 moleculen + de relatie tussen de 2 moleculen (2x1 ptn)&lt;br /&gt;
# 3 rangschikvragen elk op 1 punt. Wat is het zuurst? Welke reageert het best met...? en nog ene die ik ni meer weet.&lt;br /&gt;
# (mondeling):&lt;br /&gt;
#* leg de additie van dibroom uit aan een (E)-1-noneen in waterig milieu. Geef alle producten en duid de stereocentra aan en geef R en S. (2ptn)&lt;br /&gt;
#* Substitutie van een secundair alcohol da een broomalkaan geeft. Hier staat de broom niet waar de OH groep stond waarom? (tertiare carbokationen zijn stabieler dan secondaire dus er was een omvorming) (2ptn)&lt;br /&gt;
# drie synthesen waarbij ge geen mechanismen moet geven. (3x 3ptn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 juni 2014===&lt;br /&gt;
# Vergelijk de bromering van anisol en nitrobenzeen.&lt;br /&gt;
# Geef aan of de volgende paren moleculen diastereomeren, enantiomeren of identieke verbindingen zijn. Bepaal R/S voor elk stereogeen centrum.&lt;br /&gt;
#* [[Bestand:2a.jpg]]&lt;br /&gt;
#* [[Bestand:2b.jpg]]&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende reactiviteit in S&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;N&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;2: 4-jood-anisol, 1-broom-2-methylhexaan, 1-broompentaan, 1-broom-2,2-dimethylhexaan, 1-broom-3-methylhexaan&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende basiciteit: &amp;amp;lt;center&amp;amp;gt;[[Bestand:3b.jpg]]&amp;amp;lt;/center&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens afnemende zuurheid: 2-hexeen, 1-butyn, dichloorazijnzuur, 5,5,5-trifluoropentanol, 2,4-pentaandion&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Geef een aanvaardbaar mechanisme voor de volgende omzetting. Welk product wordt er nog gevormd? &amp;amp;lt;center&amp;amp;gt;[[Bestand:4a.jpg]]&amp;amp;lt;/center&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
#* Verklaar voor de solvolyse met mierenzuur de waargenomen reactiviteit C &amp;amp;lt; A &amp;amp;lt; B aan de hand van een mechanisme. &amp;amp;lt;center&amp;amp;gt;[[Bestand:4b.jpg]]&amp;amp;lt;/center&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
# Synthese &amp;amp;lt;center&amp;amp;gt;[[Bestand:5.jpg]]&amp;amp;lt;/center&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2014===&lt;br /&gt;
# Vergelijk de bromering van anisol en nitrobenzeen.&lt;br /&gt;
# Enantiomeren, diastereomeren, bepaal R/S&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens afnemende reactiviteit in Sn2.: 1-chloorpentaan, 1-chloor-2-methylpentaan, 1-chloor-3-methylpentaan, 1-joodpentaan, chloorbenzeen&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende basiciteit: anion van keton, ester, diester, diketon, ketoester.&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens afnemende reactiviteit in solvolyse met mierenzuur: isopropyljodidi, tert-butyljodide, methyljodide, 2-fenyl-2-joodpropyl.&lt;br /&gt;
# Geef mechanisme&lt;br /&gt;
#* aldolcondensatie&lt;br /&gt;
#* substitutie van 2,2-dimethyl-3-hexanol met HBr (omlegging).&lt;br /&gt;
# Synthese&lt;br /&gt;
#* hexaandizuur tot 2-methylcyclopentanon&lt;br /&gt;
#* keton tot shiffbase&lt;br /&gt;
#* benzeen tot trichloorbenzeen in meta positie ten opzichte van elkaar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 juni 2011===&lt;br /&gt;
# Wat is de rol van DCC (cicyclohexylcarbodiimide) in de nucleofiele substitutie van een carbonzuur en een amine. Illustreer het mechanisme met de reactie tussen benzoÃ«zuur en dimethylamine. Wat is een alternatieve manier? (geen mechanisme).&lt;br /&gt;
# Zijn de volgende paren van moleculen verschillende manieren om hetzelfde molecule weer te geven of zijn het enantiomeren, diastereomeren, verschillende conformaties, ... [[Bestand:2a.png]] [[Bestand:2b.png]] [[Bestand:2c.png]]&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende zuurheid: 1-hexeen (A); dibroomazijnzuur (B); 2-butyn (C); 3,3,3-trifluorpropanol (D); pentaan-2,4-dion (E)&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende basiciteit: [[Bestand:3b.png]]&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens afnemende reactiviteit in een elektrofiele aromatische substitutiereactie: anisol (A); p-dinitrobenzeen (B); tolueen (C); benzonitril (D); chloorbenzeen (E)&lt;br /&gt;
# Geef een aanvaardbaar mechanisme voor volgende omzettingen:&lt;br /&gt;
#* HINT: het zuur reageert eerst met de C=C dubbele binding [[Bestand:4a.png]]&lt;br /&gt;
#* Geef het mechanisme en ook een volgorde voor X (=F, Cl, Br, I) qua reactiviteit: [[Bestand:4b.png]]&lt;br /&gt;
# Syntheses (geen mechanismen vereist):&lt;br /&gt;
#* Synthetiseer Ã©Ã©n van beide moleculen: [[Bestand:5a.png]]&lt;br /&gt;
#* Gebruik het weergegeven keton, butaanzuur en benzeen om volgende omzetting te verwezenlijken. De Wittigreactie is niet mogelijk wegens tetragesubstitueerd alkeen. [[Bestand:5b.png]]&lt;br /&gt;
#* Hoe kan men dit eindproduct maken uit cyclohexanon?&lt;br /&gt;
[[Bestand:5c.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2011===&lt;br /&gt;
# Wat is de rol van DCC (dicyclohexylcarbodiimide)in de nucleofile acylsubstitutie van een carbonzuur en een amine. (Mechanisme) Wat is een alternatief voor deze reactie? (geen mechanisme)&lt;br /&gt;
#Identificeer de stereochemische relatie tussen de moleculen van elk van de volgende paren. Stellen de tekeningen verbindingen voor die identiek zijn, of zijn ze enantiomeren, diastereomeren, constitutionele isomeren, verschillende conformaties? Voor elk stereocentrum in die moleculen, geef aan of de configuratie R of S is.&lt;br /&gt;
#* 2-methylcyclohexanol&lt;br /&gt;
#* newmanprojectie met zaagbokprojectie vergelijken van 2 enantiomeren (bijvraag: wat is de definitie van enantiomeren)&lt;br /&gt;
#* 2,3,4 pentaantriol&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Rangschikken naar toenemende zuurheid: 2-hexyn; 1-hexyn; 2,2,2 trifluorethanol;  een beta-diketon; dichloorazijnzuur&lt;br /&gt;
#*Rangschikken naar toenemende reactiviteit in een elektrofiele aromatische substitutie &#039;&#039;(tolueen, anisol, m-dinitrobenzeen, fluoorbenzeen en benzonitril)&#039;&#039;&lt;br /&gt;
#*Rangschikken naar toenemende basiciteit: anionen van esters en ketonen.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Verklaar de volgende reactie (Favorski-omlegging) met een aanvaardbaar mechanisme. Hint: Cyclopropanon is zeer reactief t.o.v. een nucleofiel [[Bestand:Organische Favorski 10 juni 2011.jpg]]&lt;br /&gt;
#*Geef een verklaarbaar mechanisme voor de volgende reactie: [[Bestand:Organische 4b 10 juni 2011.gif]]&lt;br /&gt;
#Syntheses: [[Bestand:Organische Retrosynthese 10 juni 2011.jpg]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2010===&lt;br /&gt;
#Bespreek de nucleofiele substitutie van nitrogesubstitueerde arylhalogeniden door natriummethoxide.&lt;br /&gt;
#Identificeer de stereochemische relatie tussen de moleculen van elk van de volgende paren. Stellen de tekeningen verbindingen voor die identiek zijn, of zijn ze enantiomeren, diastereomeren, constitutionele isomeren, verschillende conformaties? Voor elk stereocentrum in die moleculen, geef aan of de configuratie R of S is.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Rangschikken naar toenemende basiciteit&lt;br /&gt;
#*Rangschikken naar toenemende reactiviteit in een elektrofiele aromatische substitutie &#039;&#039;(tolueen, anisol, m-dinitrobenzeen, fluoorbenzeen en benzonitril)&#039;&#039;&lt;br /&gt;
#*Welke verbinding(en) is (zijn) aromatisch volgens de regel van HÃ¼ckel? De vrije elektronenparen zijn niet weergegeven maar zijn wel aanwezig. [[Bestand:Huckel.jpg]]&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Verklaar de volgende reactie met een aanvaardbaar mechanisme. Hint: Cyclopropanon is zeer reactief t.o.v. een nucleofiel                          [[Bestand:omzetting.gif]]&lt;br /&gt;
#*Menthylchloride en neomentylchloride (zie onderstaande figuur) ondergaan eliminatie bij behandeling met natriumethoxide in methanol. EÃ©n van de stereo-isomeren reageert veel sneller. Welke en waarom? [[Bestand:Menthyl.jpg]]&lt;br /&gt;
#Syntheses: &#039;&#039;Bij de derde stond gegeven dat het via een beta-keto-ester moest.&#039;&#039;&lt;br /&gt;
[[Bestand:Retro2010.gif]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2009===&lt;br /&gt;
# Claisencondensatie van ethylpropanoaat&lt;br /&gt;
# stereoisomeren en R/S aanduiden&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* is het molecule aromatisch&lt;br /&gt;
#* rangschik volgens basiciteit&lt;br /&gt;
#* rangschik de producten volgens reactiviteit in EAS&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* darzens reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#* reactie van natrium jodide op S 1-broom-2-methylbutaan&lt;br /&gt;
# 3 Synthesen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===8 juni 2009===&lt;br /&gt;
# NH2OH+aceton, waarom optimaal bij 4.5 pH&lt;br /&gt;
# stereoisomeren en R/S aanduiden&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* is het molecule aromatisch&lt;br /&gt;
#* rangschik anionen volgens stabiliteit&lt;br /&gt;
#* rangschik de producten volgens reactiviteit in EAS&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* darzens reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#*E2 eliminatie op (2S,3S)-2-broom-3-fenylbutaan: regioselectiviteit bespreken&lt;br /&gt;
# synthesen: [[Bestand:organische2009.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2008===&lt;br /&gt;
#Aceton en hydroxylamine. ph-afhankelijkheid. waarom niet te zuur/niet te basisch.&lt;br /&gt;
#R en S bepalen, zegge of het diastereomeren, enantiomeren ... zijn. &lt;br /&gt;
#aromatisch of niet? &lt;br /&gt;
#anionen naar basiciteit, waren moleculen met 1 of 2 carbonyls op&lt;br /&gt;
#Reactiviteit van aromaten bepalen in EAS&lt;br /&gt;
#carbonyls een chirale koolstof ernaast (alphapositie dus) ondergaan racemisatie via enol/enolaat in zuur/basisch milieu. Met   alpha-aminozuren gaat dat niet, noch in basisch noch in zuur milieu. waarom? gebruik l-phenylalanine (structuur gegeven) als voorbeeld.&lt;br /&gt;
#Bepalen van conformatie van het product na E2 van 2-broom-3-fenyl-butaan&lt;br /&gt;
#Synthesen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2008===&lt;br /&gt;
#Dieckmann reactie&lt;br /&gt;
#Bepalen of moleculen: enantiomeren, diastereomeren... zijn&lt;br /&gt;
#Amine naar basisiteit schikken&lt;br /&gt;
#Reactiviteit van aromaten bepalen in EAS&lt;br /&gt;
#Basiciteit van aminen bepalen&lt;br /&gt;
#Reactiemechanisme van een epoxidevorming&lt;br /&gt;
#Bepalen van conformatie van het product na E2 van 2-broom-3-fenyl-butaan&lt;br /&gt;
#Synthesen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===9 juni 2008===&lt;br /&gt;
#Dieckmann reactie&lt;br /&gt;
#Bepalen of moleculen: enantiomeren, diastereomeren,... zijn&lt;br /&gt;
#Stabiliteit van anion bepalen (er zat een aromaat op)&lt;br /&gt;
#Reactiviteit van aromaten bepalen in EAS&lt;br /&gt;
#Basiciteit van aminen bepalen&lt;br /&gt;
#Reactiemechanisme van een acetaalvorming en zeggen waar zuurstof en oorspronkelijke carbonylfunctie naar toe is&lt;br /&gt;
#Bepalen van conformatie van het product na E2 van (2R,3S)-2-broom-3-fenyl-butaan (niet meer zeker van absolute configuraties)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Maxime vdB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Organische_Chemie&amp;diff=532</id>
		<title>Organische Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Organische_Chemie&amp;diff=532"/>
		<updated>2017-06-25T18:07:16Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Maxime vdB: /* 23 juni 2017 vm */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Mondeling examen. (Gedoceerd door N. Boens, die afwezigheid in zijn lessen consequent vergeldt op het examen, en wordt geleidelijk overgenomen door Wim De Borggraeve) Ondertussen wordt het vak volledig gegeven door Wim De Borggraeve en Erik Van der Eycken. Examen bestaat uit 5 vragen, vraag 1 en 2 mondeling bij (Boens) Van der Eycken, 3 en 4 bij De Borggraeve. Vraag 5 (synthesen) schriftelijk. Examenvragen komen telkens terug, kijk zeker naar de oude examens op Toledo.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===23 juni 2017 vm===&lt;br /&gt;
# Hydrolyse butylacetaat in zuur en base, waarom verzeping onomkeerbaar&lt;br /&gt;
# Stereochemie&lt;br /&gt;
# Rangschik volgens&lt;br /&gt;
#* Basiciteit&lt;br /&gt;
#* Reactiviteit Sn2 (1-broompentaan, 1-chloor-3-methylpentaan, 1-chloor-2-methylpentaan, 1-chloorpentaan, joodbenzeen)&lt;br /&gt;
#* Reactiviteit solvolyse mierenzuur (isopropyljodide, mehtyljodide, tert-butyljodide, 2-fenyl-2joodpropaan)&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Ingewikkeldere ringvormige structuur, OH groep protoneert en H2O gaat weg als leaving group, karbokation vormt en veel alkylshiften&lt;br /&gt;
#* Verklaar solvolyse reactiviteit in mierenzuur, allylische positie vs gewoon vs anti aromaat&lt;br /&gt;
# Retrosynthese&lt;br /&gt;
#* Malonzuurestersynthese&lt;br /&gt;
#* Acetyleen naar pentaan-2-on&lt;br /&gt;
#* Van fluorbenzeen naar een benzeen met een amine en methoxy die para staan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2017===&lt;br /&gt;
# Bespreek de claisencondensatie van butylethanoaat &lt;br /&gt;
# Stereochemie&lt;br /&gt;
# Vragen over rangschikking volgens stijgende basiciteit en reactiviteit met Sn2 reacties en reactiviteit bij solvolyse met mierenzuur.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Moest gy het reactiemechanisme zeggen waarbij gy eerst moest verzepen en daarna decarboxyleren. &lt;br /&gt;
#* Het reactiemechanisme geven van 2,2-methyl-hexaan-3-ol tot 2-broom-2,3methyl-hexaan en met behulp van HBr&lt;br /&gt;
# Retrosynthese&lt;br /&gt;
#* Cyclohexeen en daarop moest gy COOH op plaatsen 1 plaats verder dan de dubbele binding.&lt;br /&gt;
#* van acetyleen tot pentanal&lt;br /&gt;
#* anisol tot p-propylanisol&lt;br /&gt;
===21/08/2015===&lt;br /&gt;
# Dieckmannreactie&lt;br /&gt;
# stereochemie&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* welke best aan elektrofiele aromatische substitutie doet&lt;br /&gt;
#* welke meest bascisch is&lt;br /&gt;
#* welke snelst aan SN2 doet&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* een mechanisme dat je moest maken: een acetaal hydroliseren en dan imine maken&lt;br /&gt;
#* iets van eliminatie dat je moest uitleggen, ging voornamelijk over de antiperiplanaire schikking&lt;br /&gt;
# [[Bestand:Retrosyntheses21aug2015orgchem.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15/06/2015 namiddag===&lt;br /&gt;
# Bespreek de chlorering van anisol en nitrobenzeen. (mondeling, 2 punten)&lt;br /&gt;
# Twee oefeningen waarbij je R en S moest bepalen en zeggen of het stereomeren/enantiomeren/... zijn (schrijftelijk, 2 x 1 punt)&lt;br /&gt;
# Drie oefeningetjes waarbij je moet rangschikken:&lt;br /&gt;
#* welke is het meest basisch&lt;br /&gt;
#* Welke gaat het snelst reageren in een SN2 reactie&lt;br /&gt;
#* Welke reageert het snelst in solvolyse met mierenzuur (schriftelijk, 3 x 1 punt)&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#* Een hele vage molecule die dmv zuur mileu omgezet wordt in een andere nog vagere molecule. (oplossing: was door heel veel hydrideshiften en sterische hinder)&lt;br /&gt;
[[bestand:Vaagmoleculeorgvragen.png]] &lt;br /&gt;
#* Een molecule A die trans stond en een molecule B die cis stond (of andersom) een van de twee gaf Ã©Ã©n molecule na eliminatie, de andere gaf er twee. Waarom? (oplossing: antiperiplanaire shizzle die bij eliminatie staat) (Mondeling 2 x 2 punten)&lt;br /&gt;
# Drie retrosyntheses (schrijftelijk, 3 x 3 punten)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15/6/2015 voormiddag===&lt;br /&gt;
# (mondeling): vergelijk de reactie van een primair en een secundair amine met een keton en wat zijn de verwachte producten.Ook de pH hierbij verklaren (2ptn)&lt;br /&gt;
# R en S geven 2x 2 moleculen + de relatie tussen de 2 moleculen (2x1 ptn)&lt;br /&gt;
# 3 rangschikvragen elk op 1 punt. Wat is het zuurst? Welke reageert het best met...? en nog ene die ik ni meer weet.&lt;br /&gt;
# (mondeling):&lt;br /&gt;
#* leg de additie van dibroom uit aan een (E)-1-noneen in waterig milieu. Geef alle producten en duid de stereocentra aan en geef R en S. (2ptn)&lt;br /&gt;
#* Substitutie van een secundair alcohol da een broomalkaan geeft. Hier staat de broom niet waar de OH groep stond waarom? (tertiare carbokationen zijn stabieler dan secondaire dus er was een omvorming) (2ptn)&lt;br /&gt;
# drie synthesen waarbij ge geen mechanismen moet geven. (3x 3ptn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 juni 2014===&lt;br /&gt;
# Vergelijk de bromering van anisol en nitrobenzeen.&lt;br /&gt;
# Geef aan of de volgende paren moleculen diastereomeren, enantiomeren of identieke verbindingen zijn. Bepaal R/S voor elk stereogeen centrum.&lt;br /&gt;
#* [[Bestand:2a.jpg]]&lt;br /&gt;
#* [[Bestand:2b.jpg]]&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende reactiviteit in S&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;N&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;2: 4-jood-anisol, 1-broom-2-methylhexaan, 1-broompentaan, 1-broom-2,2-dimethylhexaan, 1-broom-3-methylhexaan&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende basiciteit: &amp;amp;lt;center&amp;amp;gt;[[Bestand:3b.jpg]]&amp;amp;lt;/center&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens afnemende zuurheid: 2-hexeen, 1-butyn, dichloorazijnzuur, 5,5,5-trifluoropentanol, 2,4-pentaandion&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Geef een aanvaardbaar mechanisme voor de volgende omzetting. Welk product wordt er nog gevormd? &amp;amp;lt;center&amp;amp;gt;[[Bestand:4a.jpg]]&amp;amp;lt;/center&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
#* Verklaar voor de solvolyse met mierenzuur de waargenomen reactiviteit C &amp;amp;lt; A &amp;amp;lt; B aan de hand van een mechanisme. &amp;amp;lt;center&amp;amp;gt;[[Bestand:4b.jpg]]&amp;amp;lt;/center&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
# Synthese &amp;amp;lt;center&amp;amp;gt;[[Bestand:5.jpg]]&amp;amp;lt;/center&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2014===&lt;br /&gt;
# Vergelijk de bromering van anisol en nitrobenzeen.&lt;br /&gt;
# Enantiomeren, diastereomeren, bepaal R/S&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens afnemende reactiviteit in Sn2.: 1-chloorpentaan, 1-chloor-2-methylpentaan, 1-chloor-3-methylpentaan, 1-joodpentaan, chloorbenzeen&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende basiciteit: anion van keton, ester, diester, diketon, ketoester.&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens afnemende reactiviteit in solvolyse met mierenzuur: isopropyljodidi, tert-butyljodide, methyljodide, 2-fenyl-2-joodpropyl.&lt;br /&gt;
# Geef mechanisme&lt;br /&gt;
#* aldolcondensatie&lt;br /&gt;
#* substitutie van 2,2-dimethyl-3-hexanol met HBr (omlegging).&lt;br /&gt;
# Synthese&lt;br /&gt;
#* hexaandizuur tot 2-methylcyclopentanon&lt;br /&gt;
#* keton tot shiffbase&lt;br /&gt;
#* benzeen tot trichloorbenzeen in meta positie ten opzichte van elkaar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 juni 2011===&lt;br /&gt;
# Wat is de rol van DCC (cicyclohexylcarbodiimide) in de nucleofiele substitutie van een carbonzuur en een amine. Illustreer het mechanisme met de reactie tussen benzoÃ«zuur en dimethylamine. Wat is een alternatieve manier? (geen mechanisme).&lt;br /&gt;
# Zijn de volgende paren van moleculen verschillende manieren om hetzelfde molecule weer te geven of zijn het enantiomeren, diastereomeren, verschillende conformaties, ... [[Bestand:2a.png]] [[Bestand:2b.png]] [[Bestand:2c.png]]&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende zuurheid: 1-hexeen (A); dibroomazijnzuur (B); 2-butyn (C); 3,3,3-trifluorpropanol (D); pentaan-2,4-dion (E)&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende basiciteit: [[Bestand:3b.png]]&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens afnemende reactiviteit in een elektrofiele aromatische substitutiereactie: anisol (A); p-dinitrobenzeen (B); tolueen (C); benzonitril (D); chloorbenzeen (E)&lt;br /&gt;
# Geef een aanvaardbaar mechanisme voor volgende omzettingen:&lt;br /&gt;
#* HINT: het zuur reageert eerst met de C=C dubbele binding [[Bestand:4a.png]]&lt;br /&gt;
#* Geef het mechanisme en ook een volgorde voor X (=F, Cl, Br, I) qua reactiviteit: [[Bestand:4b.png]]&lt;br /&gt;
# Syntheses (geen mechanismen vereist):&lt;br /&gt;
#* Synthetiseer Ã©Ã©n van beide moleculen: [[Bestand:5a.png]]&lt;br /&gt;
#* Gebruik het weergegeven keton, butaanzuur en benzeen om volgende omzetting te verwezenlijken. De Wittigreactie is niet mogelijk wegens tetragesubstitueerd alkeen. [[Bestand:5b.png]]&lt;br /&gt;
#* Hoe kan men dit eindproduct maken uit cyclohexanon?&lt;br /&gt;
[[Bestand:5c.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2011===&lt;br /&gt;
# Wat is de rol van DCC (dicyclohexylcarbodiimide)in de nucleofile acylsubstitutie van een carbonzuur en een amine. (Mechanisme) Wat is een alternatief voor deze reactie? (geen mechanisme)&lt;br /&gt;
#Identificeer de stereochemische relatie tussen de moleculen van elk van de volgende paren. Stellen de tekeningen verbindingen voor die identiek zijn, of zijn ze enantiomeren, diastereomeren, constitutionele isomeren, verschillende conformaties? Voor elk stereocentrum in die moleculen, geef aan of de configuratie R of S is.&lt;br /&gt;
#* 2-methylcyclohexanol&lt;br /&gt;
#* newmanprojectie met zaagbokprojectie vergelijken van 2 enantiomeren (bijvraag: wat is de definitie van enantiomeren)&lt;br /&gt;
#* 2,3,4 pentaantriol&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Rangschikken naar toenemende zuurheid: 2-hexyn; 1-hexyn; 2,2,2 trifluorethanol;  een beta-diketon; dichloorazijnzuur&lt;br /&gt;
#*Rangschikken naar toenemende reactiviteit in een elektrofiele aromatische substitutie &#039;&#039;(tolueen, anisol, m-dinitrobenzeen, fluoorbenzeen en benzonitril)&#039;&#039;&lt;br /&gt;
#*Rangschikken naar toenemende basiciteit: anionen van esters en ketonen.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Verklaar de volgende reactie (Favorski-omlegging) met een aanvaardbaar mechanisme. Hint: Cyclopropanon is zeer reactief t.o.v. een nucleofiel [[Bestand:Organische Favorski 10 juni 2011.jpg]]&lt;br /&gt;
#*Geef een verklaarbaar mechanisme voor de volgende reactie: [[Bestand:Organische 4b 10 juni 2011.gif]]&lt;br /&gt;
#Syntheses: [[Bestand:Organische Retrosynthese 10 juni 2011.jpg]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2010===&lt;br /&gt;
#Bespreek de nucleofiele substitutie van nitrogesubstitueerde arylhalogeniden door natriummethoxide.&lt;br /&gt;
#Identificeer de stereochemische relatie tussen de moleculen van elk van de volgende paren. Stellen de tekeningen verbindingen voor die identiek zijn, of zijn ze enantiomeren, diastereomeren, constitutionele isomeren, verschillende conformaties? Voor elk stereocentrum in die moleculen, geef aan of de configuratie R of S is.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Rangschikken naar toenemende basiciteit&lt;br /&gt;
#*Rangschikken naar toenemende reactiviteit in een elektrofiele aromatische substitutie &#039;&#039;(tolueen, anisol, m-dinitrobenzeen, fluoorbenzeen en benzonitril)&#039;&#039;&lt;br /&gt;
#*Welke verbinding(en) is (zijn) aromatisch volgens de regel van HÃ¼ckel? De vrije elektronenparen zijn niet weergegeven maar zijn wel aanwezig. [[Bestand:Huckel.jpg]]&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Verklaar de volgende reactie met een aanvaardbaar mechanisme. Hint: Cyclopropanon is zeer reactief t.o.v. een nucleofiel                          [[Bestand:omzetting.gif]]&lt;br /&gt;
#*Menthylchloride en neomentylchloride (zie onderstaande figuur) ondergaan eliminatie bij behandeling met natriumethoxide in methanol. EÃ©n van de stereo-isomeren reageert veel sneller. Welke en waarom? [[Bestand:Menthyl.jpg]]&lt;br /&gt;
#Syntheses: &#039;&#039;Bij de derde stond gegeven dat het via een beta-keto-ester moest.&#039;&#039;&lt;br /&gt;
[[Bestand:Retro2010.gif]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2009===&lt;br /&gt;
# Claisencondensatie van ethylpropanoaat&lt;br /&gt;
# stereoisomeren en R/S aanduiden&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* is het molecule aromatisch&lt;br /&gt;
#* rangschik volgens basiciteit&lt;br /&gt;
#* rangschik de producten volgens reactiviteit in EAS&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* darzens reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#* reactie van natrium jodide op S 1-broom-2-methylbutaan&lt;br /&gt;
# 3 Synthesen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===8 juni 2009===&lt;br /&gt;
# NH2OH+aceton, waarom optimaal bij 4.5 pH&lt;br /&gt;
# stereoisomeren en R/S aanduiden&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* is het molecule aromatisch&lt;br /&gt;
#* rangschik anionen volgens stabiliteit&lt;br /&gt;
#* rangschik de producten volgens reactiviteit in EAS&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* darzens reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#*E2 eliminatie op (2S,3S)-2-broom-3-fenylbutaan: regioselectiviteit bespreken&lt;br /&gt;
# synthesen: [[Bestand:organische2009.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2008===&lt;br /&gt;
#Aceton en hydroxylamine. ph-afhankelijkheid. waarom niet te zuur/niet te basisch.&lt;br /&gt;
#R en S bepalen, zegge of het diastereomeren, enantiomeren ... zijn. &lt;br /&gt;
#aromatisch of niet? &lt;br /&gt;
#anionen naar basiciteit, waren moleculen met 1 of 2 carbonyls op&lt;br /&gt;
#Reactiviteit van aromaten bepalen in EAS&lt;br /&gt;
#carbonyls een chirale koolstof ernaast (alphapositie dus) ondergaan racemisatie via enol/enolaat in zuur/basisch milieu. Met   alpha-aminozuren gaat dat niet, noch in basisch noch in zuur milieu. waarom? gebruik l-phenylalanine (structuur gegeven) als voorbeeld.&lt;br /&gt;
#Bepalen van conformatie van het product na E2 van 2-broom-3-fenyl-butaan&lt;br /&gt;
#Synthesen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2008===&lt;br /&gt;
#Dieckmann reactie&lt;br /&gt;
#Bepalen of moleculen: enantiomeren, diastereomeren... zijn&lt;br /&gt;
#Amine naar basisiteit schikken&lt;br /&gt;
#Reactiviteit van aromaten bepalen in EAS&lt;br /&gt;
#Basiciteit van aminen bepalen&lt;br /&gt;
#Reactiemechanisme van een epoxidevorming&lt;br /&gt;
#Bepalen van conformatie van het product na E2 van 2-broom-3-fenyl-butaan&lt;br /&gt;
#Synthesen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===9 juni 2008===&lt;br /&gt;
#Dieckmann reactie&lt;br /&gt;
#Bepalen of moleculen: enantiomeren, diastereomeren,... zijn&lt;br /&gt;
#Stabiliteit van anion bepalen (er zat een aromaat op)&lt;br /&gt;
#Reactiviteit van aromaten bepalen in EAS&lt;br /&gt;
#Basiciteit van aminen bepalen&lt;br /&gt;
#Reactiemechanisme van een acetaalvorming en zeggen waar zuurstof en oorspronkelijke carbonylfunctie naar toe is&lt;br /&gt;
#Bepalen van conformatie van het product na E2 van (2R,3S)-2-broom-3-fenyl-butaan (niet meer zeker van absolute configuraties)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Maxime vdB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Organische_Chemie&amp;diff=531</id>
		<title>Organische Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Organische_Chemie&amp;diff=531"/>
		<updated>2017-06-25T18:06:45Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Maxime vdB: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Mondeling examen. (Gedoceerd door N. Boens, die afwezigheid in zijn lessen consequent vergeldt op het examen, en wordt geleidelijk overgenomen door Wim De Borggraeve) Ondertussen wordt het vak volledig gegeven door Wim De Borggraeve en Erik Van der Eycken. Examen bestaat uit 5 vragen, vraag 1 en 2 mondeling bij (Boens) Van der Eycken, 3 en 4 bij De Borggraeve. Vraag 5 (synthesen) schriftelijk. Examenvragen komen telkens terug, kijk zeker naar de oude examens op Toledo.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===23 juni 2017 vm===&lt;br /&gt;
# Hydrolyse butylacetaat in zuur en base, waarom verzeping onomkeerbaar&lt;br /&gt;
# Stereochemie&lt;br /&gt;
# Rangschik volgens&lt;br /&gt;
#* Basiciteit&lt;br /&gt;
#* Reactiviteit Sn2 (1-broompentaan, 1-chloor-3-methylpentaan, 1-chloor-2-methylpentaan, 1-chloorpentaan, joodbenzeen)&lt;br /&gt;
#* Reactiviteit solvolyse mierenzuur (isopropyljodide, mehtyljodide, tert-butyljodide, 2-fenyl-2joodpropaan)&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Ingewikkeldere ringvormige structuur, OH groep protoneert en H2O gaat weg als leaving group, karbokation vormt en veel alkylshiften&lt;br /&gt;
#* Verklaar solvolyse reactiviteit in mierenzuur, allylische positie vs gewoon vs anti aromaat&lt;br /&gt;
# Retrosynthese&lt;br /&gt;
#* Malonzuurestersynthese&lt;br /&gt;
#* Acetyleer naar pentaan-2-on&lt;br /&gt;
#* Van fluorbenzeen naar een benzeen met een amine en methoxy die para staan&lt;br /&gt;
===19 juni 2017===&lt;br /&gt;
# Bespreek de claisencondensatie van butylethanoaat &lt;br /&gt;
# Stereochemie&lt;br /&gt;
# Vragen over rangschikking volgens stijgende basiciteit en reactiviteit met Sn2 reacties en reactiviteit bij solvolyse met mierenzuur.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Moest gy het reactiemechanisme zeggen waarbij gy eerst moest verzepen en daarna decarboxyleren. &lt;br /&gt;
#* Het reactiemechanisme geven van 2,2-methyl-hexaan-3-ol tot 2-broom-2,3methyl-hexaan en met behulp van HBr&lt;br /&gt;
# Retrosynthese&lt;br /&gt;
#* Cyclohexeen en daarop moest gy COOH op plaatsen 1 plaats verder dan de dubbele binding.&lt;br /&gt;
#* van acetyleen tot pentanal&lt;br /&gt;
#* anisol tot p-propylanisol&lt;br /&gt;
===21/08/2015===&lt;br /&gt;
# Dieckmannreactie&lt;br /&gt;
# stereochemie&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* welke best aan elektrofiele aromatische substitutie doet&lt;br /&gt;
#* welke meest bascisch is&lt;br /&gt;
#* welke snelst aan SN2 doet&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* een mechanisme dat je moest maken: een acetaal hydroliseren en dan imine maken&lt;br /&gt;
#* iets van eliminatie dat je moest uitleggen, ging voornamelijk over de antiperiplanaire schikking&lt;br /&gt;
# [[Bestand:Retrosyntheses21aug2015orgchem.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15/06/2015 namiddag===&lt;br /&gt;
# Bespreek de chlorering van anisol en nitrobenzeen. (mondeling, 2 punten)&lt;br /&gt;
# Twee oefeningen waarbij je R en S moest bepalen en zeggen of het stereomeren/enantiomeren/... zijn (schrijftelijk, 2 x 1 punt)&lt;br /&gt;
# Drie oefeningetjes waarbij je moet rangschikken:&lt;br /&gt;
#* welke is het meest basisch&lt;br /&gt;
#* Welke gaat het snelst reageren in een SN2 reactie&lt;br /&gt;
#* Welke reageert het snelst in solvolyse met mierenzuur (schriftelijk, 3 x 1 punt)&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#* Een hele vage molecule die dmv zuur mileu omgezet wordt in een andere nog vagere molecule. (oplossing: was door heel veel hydrideshiften en sterische hinder)&lt;br /&gt;
[[bestand:Vaagmoleculeorgvragen.png]] &lt;br /&gt;
#* Een molecule A die trans stond en een molecule B die cis stond (of andersom) een van de twee gaf Ã©Ã©n molecule na eliminatie, de andere gaf er twee. Waarom? (oplossing: antiperiplanaire shizzle die bij eliminatie staat) (Mondeling 2 x 2 punten)&lt;br /&gt;
# Drie retrosyntheses (schrijftelijk, 3 x 3 punten)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15/6/2015 voormiddag===&lt;br /&gt;
# (mondeling): vergelijk de reactie van een primair en een secundair amine met een keton en wat zijn de verwachte producten.Ook de pH hierbij verklaren (2ptn)&lt;br /&gt;
# R en S geven 2x 2 moleculen + de relatie tussen de 2 moleculen (2x1 ptn)&lt;br /&gt;
# 3 rangschikvragen elk op 1 punt. Wat is het zuurst? Welke reageert het best met...? en nog ene die ik ni meer weet.&lt;br /&gt;
# (mondeling):&lt;br /&gt;
#* leg de additie van dibroom uit aan een (E)-1-noneen in waterig milieu. Geef alle producten en duid de stereocentra aan en geef R en S. (2ptn)&lt;br /&gt;
#* Substitutie van een secundair alcohol da een broomalkaan geeft. Hier staat de broom niet waar de OH groep stond waarom? (tertiare carbokationen zijn stabieler dan secondaire dus er was een omvorming) (2ptn)&lt;br /&gt;
# drie synthesen waarbij ge geen mechanismen moet geven. (3x 3ptn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 juni 2014===&lt;br /&gt;
# Vergelijk de bromering van anisol en nitrobenzeen.&lt;br /&gt;
# Geef aan of de volgende paren moleculen diastereomeren, enantiomeren of identieke verbindingen zijn. Bepaal R/S voor elk stereogeen centrum.&lt;br /&gt;
#* [[Bestand:2a.jpg]]&lt;br /&gt;
#* [[Bestand:2b.jpg]]&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende reactiviteit in S&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;N&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;2: 4-jood-anisol, 1-broom-2-methylhexaan, 1-broompentaan, 1-broom-2,2-dimethylhexaan, 1-broom-3-methylhexaan&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende basiciteit: &amp;amp;lt;center&amp;amp;gt;[[Bestand:3b.jpg]]&amp;amp;lt;/center&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens afnemende zuurheid: 2-hexeen, 1-butyn, dichloorazijnzuur, 5,5,5-trifluoropentanol, 2,4-pentaandion&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Geef een aanvaardbaar mechanisme voor de volgende omzetting. Welk product wordt er nog gevormd? &amp;amp;lt;center&amp;amp;gt;[[Bestand:4a.jpg]]&amp;amp;lt;/center&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
#* Verklaar voor de solvolyse met mierenzuur de waargenomen reactiviteit C &amp;amp;lt; A &amp;amp;lt; B aan de hand van een mechanisme. &amp;amp;lt;center&amp;amp;gt;[[Bestand:4b.jpg]]&amp;amp;lt;/center&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
# Synthese &amp;amp;lt;center&amp;amp;gt;[[Bestand:5.jpg]]&amp;amp;lt;/center&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2014===&lt;br /&gt;
# Vergelijk de bromering van anisol en nitrobenzeen.&lt;br /&gt;
# Enantiomeren, diastereomeren, bepaal R/S&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens afnemende reactiviteit in Sn2.: 1-chloorpentaan, 1-chloor-2-methylpentaan, 1-chloor-3-methylpentaan, 1-joodpentaan, chloorbenzeen&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende basiciteit: anion van keton, ester, diester, diketon, ketoester.&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens afnemende reactiviteit in solvolyse met mierenzuur: isopropyljodidi, tert-butyljodide, methyljodide, 2-fenyl-2-joodpropyl.&lt;br /&gt;
# Geef mechanisme&lt;br /&gt;
#* aldolcondensatie&lt;br /&gt;
#* substitutie van 2,2-dimethyl-3-hexanol met HBr (omlegging).&lt;br /&gt;
# Synthese&lt;br /&gt;
#* hexaandizuur tot 2-methylcyclopentanon&lt;br /&gt;
#* keton tot shiffbase&lt;br /&gt;
#* benzeen tot trichloorbenzeen in meta positie ten opzichte van elkaar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 juni 2011===&lt;br /&gt;
# Wat is de rol van DCC (cicyclohexylcarbodiimide) in de nucleofiele substitutie van een carbonzuur en een amine. Illustreer het mechanisme met de reactie tussen benzoÃ«zuur en dimethylamine. Wat is een alternatieve manier? (geen mechanisme).&lt;br /&gt;
# Zijn de volgende paren van moleculen verschillende manieren om hetzelfde molecule weer te geven of zijn het enantiomeren, diastereomeren, verschillende conformaties, ... [[Bestand:2a.png]] [[Bestand:2b.png]] [[Bestand:2c.png]]&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende zuurheid: 1-hexeen (A); dibroomazijnzuur (B); 2-butyn (C); 3,3,3-trifluorpropanol (D); pentaan-2,4-dion (E)&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende basiciteit: [[Bestand:3b.png]]&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens afnemende reactiviteit in een elektrofiele aromatische substitutiereactie: anisol (A); p-dinitrobenzeen (B); tolueen (C); benzonitril (D); chloorbenzeen (E)&lt;br /&gt;
# Geef een aanvaardbaar mechanisme voor volgende omzettingen:&lt;br /&gt;
#* HINT: het zuur reageert eerst met de C=C dubbele binding [[Bestand:4a.png]]&lt;br /&gt;
#* Geef het mechanisme en ook een volgorde voor X (=F, Cl, Br, I) qua reactiviteit: [[Bestand:4b.png]]&lt;br /&gt;
# Syntheses (geen mechanismen vereist):&lt;br /&gt;
#* Synthetiseer Ã©Ã©n van beide moleculen: [[Bestand:5a.png]]&lt;br /&gt;
#* Gebruik het weergegeven keton, butaanzuur en benzeen om volgende omzetting te verwezenlijken. De Wittigreactie is niet mogelijk wegens tetragesubstitueerd alkeen. [[Bestand:5b.png]]&lt;br /&gt;
#* Hoe kan men dit eindproduct maken uit cyclohexanon?&lt;br /&gt;
[[Bestand:5c.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2011===&lt;br /&gt;
# Wat is de rol van DCC (dicyclohexylcarbodiimide)in de nucleofile acylsubstitutie van een carbonzuur en een amine. (Mechanisme) Wat is een alternatief voor deze reactie? (geen mechanisme)&lt;br /&gt;
#Identificeer de stereochemische relatie tussen de moleculen van elk van de volgende paren. Stellen de tekeningen verbindingen voor die identiek zijn, of zijn ze enantiomeren, diastereomeren, constitutionele isomeren, verschillende conformaties? Voor elk stereocentrum in die moleculen, geef aan of de configuratie R of S is.&lt;br /&gt;
#* 2-methylcyclohexanol&lt;br /&gt;
#* newmanprojectie met zaagbokprojectie vergelijken van 2 enantiomeren (bijvraag: wat is de definitie van enantiomeren)&lt;br /&gt;
#* 2,3,4 pentaantriol&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Rangschikken naar toenemende zuurheid: 2-hexyn; 1-hexyn; 2,2,2 trifluorethanol;  een beta-diketon; dichloorazijnzuur&lt;br /&gt;
#*Rangschikken naar toenemende reactiviteit in een elektrofiele aromatische substitutie &#039;&#039;(tolueen, anisol, m-dinitrobenzeen, fluoorbenzeen en benzonitril)&#039;&#039;&lt;br /&gt;
#*Rangschikken naar toenemende basiciteit: anionen van esters en ketonen.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Verklaar de volgende reactie (Favorski-omlegging) met een aanvaardbaar mechanisme. Hint: Cyclopropanon is zeer reactief t.o.v. een nucleofiel [[Bestand:Organische Favorski 10 juni 2011.jpg]]&lt;br /&gt;
#*Geef een verklaarbaar mechanisme voor de volgende reactie: [[Bestand:Organische 4b 10 juni 2011.gif]]&lt;br /&gt;
#Syntheses: [[Bestand:Organische Retrosynthese 10 juni 2011.jpg]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2010===&lt;br /&gt;
#Bespreek de nucleofiele substitutie van nitrogesubstitueerde arylhalogeniden door natriummethoxide.&lt;br /&gt;
#Identificeer de stereochemische relatie tussen de moleculen van elk van de volgende paren. Stellen de tekeningen verbindingen voor die identiek zijn, of zijn ze enantiomeren, diastereomeren, constitutionele isomeren, verschillende conformaties? Voor elk stereocentrum in die moleculen, geef aan of de configuratie R of S is.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Rangschikken naar toenemende basiciteit&lt;br /&gt;
#*Rangschikken naar toenemende reactiviteit in een elektrofiele aromatische substitutie &#039;&#039;(tolueen, anisol, m-dinitrobenzeen, fluoorbenzeen en benzonitril)&#039;&#039;&lt;br /&gt;
#*Welke verbinding(en) is (zijn) aromatisch volgens de regel van HÃ¼ckel? De vrije elektronenparen zijn niet weergegeven maar zijn wel aanwezig. [[Bestand:Huckel.jpg]]&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Verklaar de volgende reactie met een aanvaardbaar mechanisme. Hint: Cyclopropanon is zeer reactief t.o.v. een nucleofiel                          [[Bestand:omzetting.gif]]&lt;br /&gt;
#*Menthylchloride en neomentylchloride (zie onderstaande figuur) ondergaan eliminatie bij behandeling met natriumethoxide in methanol. EÃ©n van de stereo-isomeren reageert veel sneller. Welke en waarom? [[Bestand:Menthyl.jpg]]&lt;br /&gt;
#Syntheses: &#039;&#039;Bij de derde stond gegeven dat het via een beta-keto-ester moest.&#039;&#039;&lt;br /&gt;
[[Bestand:Retro2010.gif]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2009===&lt;br /&gt;
# Claisencondensatie van ethylpropanoaat&lt;br /&gt;
# stereoisomeren en R/S aanduiden&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* is het molecule aromatisch&lt;br /&gt;
#* rangschik volgens basiciteit&lt;br /&gt;
#* rangschik de producten volgens reactiviteit in EAS&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* darzens reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#* reactie van natrium jodide op S 1-broom-2-methylbutaan&lt;br /&gt;
# 3 Synthesen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===8 juni 2009===&lt;br /&gt;
# NH2OH+aceton, waarom optimaal bij 4.5 pH&lt;br /&gt;
# stereoisomeren en R/S aanduiden&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* is het molecule aromatisch&lt;br /&gt;
#* rangschik anionen volgens stabiliteit&lt;br /&gt;
#* rangschik de producten volgens reactiviteit in EAS&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* darzens reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#*E2 eliminatie op (2S,3S)-2-broom-3-fenylbutaan: regioselectiviteit bespreken&lt;br /&gt;
# synthesen: [[Bestand:organische2009.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2008===&lt;br /&gt;
#Aceton en hydroxylamine. ph-afhankelijkheid. waarom niet te zuur/niet te basisch.&lt;br /&gt;
#R en S bepalen, zegge of het diastereomeren, enantiomeren ... zijn. &lt;br /&gt;
#aromatisch of niet? &lt;br /&gt;
#anionen naar basiciteit, waren moleculen met 1 of 2 carbonyls op&lt;br /&gt;
#Reactiviteit van aromaten bepalen in EAS&lt;br /&gt;
#carbonyls een chirale koolstof ernaast (alphapositie dus) ondergaan racemisatie via enol/enolaat in zuur/basisch milieu. Met   alpha-aminozuren gaat dat niet, noch in basisch noch in zuur milieu. waarom? gebruik l-phenylalanine (structuur gegeven) als voorbeeld.&lt;br /&gt;
#Bepalen van conformatie van het product na E2 van 2-broom-3-fenyl-butaan&lt;br /&gt;
#Synthesen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2008===&lt;br /&gt;
#Dieckmann reactie&lt;br /&gt;
#Bepalen of moleculen: enantiomeren, diastereomeren... zijn&lt;br /&gt;
#Amine naar basisiteit schikken&lt;br /&gt;
#Reactiviteit van aromaten bepalen in EAS&lt;br /&gt;
#Basiciteit van aminen bepalen&lt;br /&gt;
#Reactiemechanisme van een epoxidevorming&lt;br /&gt;
#Bepalen van conformatie van het product na E2 van 2-broom-3-fenyl-butaan&lt;br /&gt;
#Synthesen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===9 juni 2008===&lt;br /&gt;
#Dieckmann reactie&lt;br /&gt;
#Bepalen of moleculen: enantiomeren, diastereomeren,... zijn&lt;br /&gt;
#Stabiliteit van anion bepalen (er zat een aromaat op)&lt;br /&gt;
#Reactiviteit van aromaten bepalen in EAS&lt;br /&gt;
#Basiciteit van aminen bepalen&lt;br /&gt;
#Reactiemechanisme van een acetaalvorming en zeggen waar zuurstof en oorspronkelijke carbonylfunctie naar toe is&lt;br /&gt;
#Bepalen van conformatie van het product na E2 van (2R,3S)-2-broom-3-fenyl-butaan (niet meer zeker van absolute configuraties)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Maxime vdB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Organische_Chemie&amp;diff=523</id>
		<title>Organische Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Organische_Chemie&amp;diff=523"/>
		<updated>2017-06-22T18:41:30Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Maxime vdB: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Mondeling examen. (Gedoceerd door N. Boens, die afwezigheid in zijn lessen consequent vergeldt op het examen, en wordt geleidelijk overgenomen door Wim De Borggraeve) Ondertussen wordt het vak volledig gegeven door Wim De Borggraeve en Erik Van der Eycken. Examen bestaat uit 5 vragen, vraag 1 en 2 mondeling bij (Boens) Van der Eycken, 3 en 4 bij De Borggraeve. Vraag 5 (synthesen) schriftelijk. Examenvragen komen telkens terug, kijk zeker naar de oude examens op Toledo.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===19 juni 2017===&lt;br /&gt;
# Bespreek de claisencondensatie van butylethanoaat &lt;br /&gt;
# Stereochemie&lt;br /&gt;
# Vragen over rangschikking volgens stijgende basiciteit en reactiviteit met Sn2 reacties en reactiviteit bij solvolyse met mierenzuur.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Moest gy het reactiemechanisme zeggen waarbij gy eerst moest verzepen en daarna decarboxyleren. &lt;br /&gt;
#* Het reactiemechanisme geven van 2,2-methyl-hexaan-3-ol tot 2-broom-2,3methyl-hexaan en met behulp van HBr&lt;br /&gt;
# Retrosynthese&lt;br /&gt;
#* Cyclohexeen en daarop moest gy COOH op plaatsen 1 plaats verder dan de dubbele binding.&lt;br /&gt;
#* van acetyleen tot pentanal&lt;br /&gt;
#* anisol tot p-propylanisol&lt;br /&gt;
===21/08/2015===&lt;br /&gt;
# Dieckmannreactie&lt;br /&gt;
# stereochemie&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* welke best aan elektrofiele aromatische substitutie doet&lt;br /&gt;
#* welke meest bascisch is&lt;br /&gt;
#* welke snelst aan SN2 doet&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* een mechanisme dat je moest maken: een acetaal hydroliseren en dan imine maken&lt;br /&gt;
#* iets van eliminatie dat je moest uitleggen, ging voornamelijk over de antiperiplanaire schikking&lt;br /&gt;
# [[Bestand:Retrosyntheses21aug2015orgchem.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15/06/2015 namiddag===&lt;br /&gt;
# Bespreek de chlorering van anisol en nitrobenzeen. (mondeling, 2 punten)&lt;br /&gt;
# Twee oefeningen waarbij je R en S moest bepalen en zeggen of het stereomeren/enantiomeren/... zijn (schrijftelijk, 2 x 1 punt)&lt;br /&gt;
# Drie oefeningetjes waarbij je moet rangschikken:&lt;br /&gt;
#* welke is het meest basisch&lt;br /&gt;
#* Welke gaat het snelst reageren in een SN2 reactie&lt;br /&gt;
#* Welke reageert het snelst in solvolyse met mierenzuur (schriftelijk, 3 x 1 punt)&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#* Een hele vage molecule die dmv zuur mileu omgezet wordt in een andere nog vagere molecule. (oplossing: was door heel veel hydrideshiften en sterische hinder)&lt;br /&gt;
[[bestand:Vaagmoleculeorgvragen.png]] &lt;br /&gt;
#* Een molecule A die trans stond en een molecule B die cis stond (of andersom) een van de twee gaf Ã©Ã©n molecule na eliminatie, de andere gaf er twee. Waarom? (oplossing: antiperiplanaire shizzle die bij eliminatie staat) (Mondeling 2 x 2 punten)&lt;br /&gt;
# Drie retrosyntheses (schrijftelijk, 3 x 3 punten)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15/6/2015 voormiddag===&lt;br /&gt;
# (mondeling): vergelijk de reactie van een primair en een secundair amine met een keton en wat zijn de verwachte producten.Ook de pH hierbij verklaren (2ptn)&lt;br /&gt;
# R en S geven 2x 2 moleculen + de relatie tussen de 2 moleculen (2x1 ptn)&lt;br /&gt;
# 3 rangschikvragen elk op 1 punt. Wat is het zuurst? Welke reageert het best met...? en nog ene die ik ni meer weet.&lt;br /&gt;
# (mondeling):&lt;br /&gt;
#* leg de additie van dibroom uit aan een (E)-1-noneen in waterig milieu. Geef alle producten en duid de stereocentra aan en geef R en S. (2ptn)&lt;br /&gt;
#* Substitutie van een secundair alcohol da een broomalkaan geeft. Hier staat de broom niet waar de OH groep stond waarom? (tertiare carbokationen zijn stabieler dan secondaire dus er was een omvorming) (2ptn)&lt;br /&gt;
# drie synthesen waarbij ge geen mechanismen moet geven. (3x 3ptn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 juni 2014===&lt;br /&gt;
# Vergelijk de bromering van anisol en nitrobenzeen.&lt;br /&gt;
# Geef aan of de volgende paren moleculen diastereomeren, enantiomeren of identieke verbindingen zijn. Bepaal R/S voor elk stereogeen centrum.&lt;br /&gt;
#* [[Bestand:2a.jpg]]&lt;br /&gt;
#* [[Bestand:2b.jpg]]&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende reactiviteit in S&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;N&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;2: 4-jood-anisol, 1-broom-2-methylhexaan, 1-broompentaan, 1-broom-2,2-dimethylhexaan, 1-broom-3-methylhexaan&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende basiciteit: &amp;amp;lt;center&amp;amp;gt;[[Bestand:3b.jpg]]&amp;amp;lt;/center&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens afnemende zuurheid: 2-hexeen, 1-butyn, dichloorazijnzuur, 5,5,5-trifluoropentanol, 2,4-pentaandion&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Geef een aanvaardbaar mechanisme voor de volgende omzetting. Welk product wordt er nog gevormd? &amp;amp;lt;center&amp;amp;gt;[[Bestand:4a.jpg]]&amp;amp;lt;/center&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
#* Verklaar voor de solvolyse met mierenzuur de waargenomen reactiviteit C &amp;amp;lt; A &amp;amp;lt; B aan de hand van een mechanisme. &amp;amp;lt;center&amp;amp;gt;[[Bestand:4b.jpg]]&amp;amp;lt;/center&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
# Synthese &amp;amp;lt;center&amp;amp;gt;[[Bestand:5.jpg]]&amp;amp;lt;/center&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2014===&lt;br /&gt;
# Vergelijk de bromering van anisol en nitrobenzeen.&lt;br /&gt;
# Enantiomeren, diastereomeren, bepaal R/S&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens afnemende reactiviteit in Sn2.: 1-chloorpentaan, 1-chloor-2-methylpentaan, 1-chloor-3-methylpentaan, 1-joodpentaan, chloorbenzeen&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende basiciteit: anion van keton, ester, diester, diketon, ketoester.&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens afnemende reactiviteit in solvolyse met mierenzuur: isopropyljodidi, tert-butyljodide, methyljodide, 2-fenyl-2-joodpropyl.&lt;br /&gt;
# Geef mechanisme&lt;br /&gt;
#* aldolcondensatie&lt;br /&gt;
#* substitutie van 2,2-dimethyl-3-hexanol met HBr (omlegging).&lt;br /&gt;
# Synthese&lt;br /&gt;
#* hexaandizuur tot 2-methylcyclopentanon&lt;br /&gt;
#* keton tot shiffbase&lt;br /&gt;
#* benzeen tot trichloorbenzeen in meta positie ten opzichte van elkaar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 juni 2011===&lt;br /&gt;
# Wat is de rol van DCC (cicyclohexylcarbodiimide) in de nucleofiele substitutie van een carbonzuur en een amine. Illustreer het mechanisme met de reactie tussen benzoÃ«zuur en dimethylamine. Wat is een alternatieve manier? (geen mechanisme).&lt;br /&gt;
# Zijn de volgende paren van moleculen verschillende manieren om hetzelfde molecule weer te geven of zijn het enantiomeren, diastereomeren, verschillende conformaties, ... [[Bestand:2a.png]] [[Bestand:2b.png]] [[Bestand:2c.png]]&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende zuurheid: 1-hexeen (A); dibroomazijnzuur (B); 2-butyn (C); 3,3,3-trifluorpropanol (D); pentaan-2,4-dion (E)&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende basiciteit: [[Bestand:3b.png]]&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens afnemende reactiviteit in een elektrofiele aromatische substitutiereactie: anisol (A); p-dinitrobenzeen (B); tolueen (C); benzonitril (D); chloorbenzeen (E)&lt;br /&gt;
# Geef een aanvaardbaar mechanisme voor volgende omzettingen:&lt;br /&gt;
#* HINT: het zuur reageert eerst met de C=C dubbele binding [[Bestand:4a.png]]&lt;br /&gt;
#* Geef het mechanisme en ook een volgorde voor X (=F, Cl, Br, I) qua reactiviteit: [[Bestand:4b.png]]&lt;br /&gt;
# Syntheses (geen mechanismen vereist):&lt;br /&gt;
#* Synthetiseer Ã©Ã©n van beide moleculen: [[Bestand:5a.png]]&lt;br /&gt;
#* Gebruik het weergegeven keton, butaanzuur en benzeen om volgende omzetting te verwezenlijken. De Wittigreactie is niet mogelijk wegens tetragesubstitueerd alkeen. [[Bestand:5b.png]]&lt;br /&gt;
#* Hoe kan men dit eindproduct maken uit cyclohexanon?&lt;br /&gt;
[[Bestand:5c.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2011===&lt;br /&gt;
# Wat is de rol van DCC (dicyclohexylcarbodiimide)in de nucleofile acylsubstitutie van een carbonzuur en een amine. (Mechanisme) Wat is een alternatief voor deze reactie? (geen mechanisme)&lt;br /&gt;
#Identificeer de stereochemische relatie tussen de moleculen van elk van de volgende paren. Stellen de tekeningen verbindingen voor die identiek zijn, of zijn ze enantiomeren, diastereomeren, constitutionele isomeren, verschillende conformaties? Voor elk stereocentrum in die moleculen, geef aan of de configuratie R of S is.&lt;br /&gt;
#* 2-methylcyclohexanol&lt;br /&gt;
#* newmanprojectie met zaagbokprojectie vergelijken van 2 enantiomeren (bijvraag: wat is de definitie van enantiomeren)&lt;br /&gt;
#* 2,3,4 pentaantriol&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Rangschikken naar toenemende zuurheid: 2-hexyn; 1-hexyn; 2,2,2 trifluorethanol;  een beta-diketon; dichloorazijnzuur&lt;br /&gt;
#*Rangschikken naar toenemende reactiviteit in een elektrofiele aromatische substitutie &#039;&#039;(tolueen, anisol, m-dinitrobenzeen, fluoorbenzeen en benzonitril)&#039;&#039;&lt;br /&gt;
#*Rangschikken naar toenemende basiciteit: anionen van esters en ketonen.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Verklaar de volgende reactie (Favorski-omlegging) met een aanvaardbaar mechanisme. Hint: Cyclopropanon is zeer reactief t.o.v. een nucleofiel [[Bestand:Organische Favorski 10 juni 2011.jpg]]&lt;br /&gt;
#*Geef een verklaarbaar mechanisme voor de volgende reactie: [[Bestand:Organische 4b 10 juni 2011.gif]]&lt;br /&gt;
#Syntheses: [[Bestand:Organische Retrosynthese 10 juni 2011.jpg]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2010===&lt;br /&gt;
#Bespreek de nucleofiele substitutie van nitrogesubstitueerde arylhalogeniden door natriummethoxide.&lt;br /&gt;
#Identificeer de stereochemische relatie tussen de moleculen van elk van de volgende paren. Stellen de tekeningen verbindingen voor die identiek zijn, of zijn ze enantiomeren, diastereomeren, constitutionele isomeren, verschillende conformaties? Voor elk stereocentrum in die moleculen, geef aan of de configuratie R of S is.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Rangschikken naar toenemende basiciteit&lt;br /&gt;
#*Rangschikken naar toenemende reactiviteit in een elektrofiele aromatische substitutie &#039;&#039;(tolueen, anisol, m-dinitrobenzeen, fluoorbenzeen en benzonitril)&#039;&#039;&lt;br /&gt;
#*Welke verbinding(en) is (zijn) aromatisch volgens de regel van HÃ¼ckel? De vrije elektronenparen zijn niet weergegeven maar zijn wel aanwezig. [[Bestand:Huckel.jpg]]&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Verklaar de volgende reactie met een aanvaardbaar mechanisme. Hint: Cyclopropanon is zeer reactief t.o.v. een nucleofiel                          [[Bestand:omzetting.gif]]&lt;br /&gt;
#*Menthylchloride en neomentylchloride (zie onderstaande figuur) ondergaan eliminatie bij behandeling met natriumethoxide in methanol. EÃ©n van de stereo-isomeren reageert veel sneller. Welke en waarom? [[Bestand:Menthyl.jpg]]&lt;br /&gt;
#Syntheses: &#039;&#039;Bij de derde stond gegeven dat het via een beta-keto-ester moest.&#039;&#039;&lt;br /&gt;
[[Bestand:Retro2010.gif]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2009===&lt;br /&gt;
# Claisencondensatie van ethylpropanoaat&lt;br /&gt;
# stereoisomeren en R/S aanduiden&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* is het molecule aromatisch&lt;br /&gt;
#* rangschik volgens basiciteit&lt;br /&gt;
#* rangschik de producten volgens reactiviteit in EAS&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* darzens reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#* reactie van natrium jodide op S 1-broom-2-methylbutaan&lt;br /&gt;
# 3 Synthesen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===8 juni 2009===&lt;br /&gt;
# NH2OH+aceton, waarom optimaal bij 4.5 pH&lt;br /&gt;
# stereoisomeren en R/S aanduiden&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* is het molecule aromatisch&lt;br /&gt;
#* rangschik anionen volgens stabiliteit&lt;br /&gt;
#* rangschik de producten volgens reactiviteit in EAS&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* darzens reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#*E2 eliminatie op (2S,3S)-2-broom-3-fenylbutaan: regioselectiviteit bespreken&lt;br /&gt;
# synthesen: [[Bestand:organische2009.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2008===&lt;br /&gt;
#Aceton en hydroxylamine. ph-afhankelijkheid. waarom niet te zuur/niet te basisch.&lt;br /&gt;
#R en S bepalen, zegge of het diastereomeren, enantiomeren ... zijn. &lt;br /&gt;
#aromatisch of niet? &lt;br /&gt;
#anionen naar basiciteit, waren moleculen met 1 of 2 carbonyls op&lt;br /&gt;
#Reactiviteit van aromaten bepalen in EAS&lt;br /&gt;
#carbonyls een chirale koolstof ernaast (alphapositie dus) ondergaan racemisatie via enol/enolaat in zuur/basisch milieu. Met   alpha-aminozuren gaat dat niet, noch in basisch noch in zuur milieu. waarom? gebruik l-phenylalanine (structuur gegeven) als voorbeeld.&lt;br /&gt;
#Bepalen van conformatie van het product na E2 van 2-broom-3-fenyl-butaan&lt;br /&gt;
#Synthesen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2008===&lt;br /&gt;
#Dieckmann reactie&lt;br /&gt;
#Bepalen of moleculen: enantiomeren, diastereomeren... zijn&lt;br /&gt;
#Amine naar basisiteit schikken&lt;br /&gt;
#Reactiviteit van aromaten bepalen in EAS&lt;br /&gt;
#Basiciteit van aminen bepalen&lt;br /&gt;
#Reactiemechanisme van een epoxidevorming&lt;br /&gt;
#Bepalen van conformatie van het product na E2 van 2-broom-3-fenyl-butaan&lt;br /&gt;
#Synthesen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===9 juni 2008===&lt;br /&gt;
#Dieckmann reactie&lt;br /&gt;
#Bepalen of moleculen: enantiomeren, diastereomeren,... zijn&lt;br /&gt;
#Stabiliteit van anion bepalen (er zat een aromaat op)&lt;br /&gt;
#Reactiviteit van aromaten bepalen in EAS&lt;br /&gt;
#Basiciteit van aminen bepalen&lt;br /&gt;
#Reactiemechanisme van een acetaalvorming en zeggen waar zuurstof en oorspronkelijke carbonylfunctie naar toe is&lt;br /&gt;
#Bepalen van conformatie van het product na E2 van (2R,3S)-2-broom-3-fenyl-butaan (niet meer zeker van absolute configuraties)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Maxime vdB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Architectuur&amp;diff=516</id>
		<title>Moleculaire Architectuur</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Architectuur&amp;diff=516"/>
		<updated>2017-06-21T08:24:33Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Maxime vdB: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verplicht vak voor chemie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit vak wordt gegeven door professor Van Meervelt, hij is de aangenaamheid zelve op het examen!&lt;br /&gt;
Zijn bijvragen zijn wel aan de moeilijke kant.  Maar hij zal je altijd helpen de bijvragen beetje bij beetje op te lossen. Het examen duurt 4u.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kristallografie is het vak Moleculaire Architectuur, maar dan zonder NMR (het laatste hoofdstuk).  Dit is eigenlijk de voorloper van moleculaire architectuur.  Het wordt ook nu nog aan de geologen gegeven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 NM===&lt;br /&gt;
#Hoe Faseprobleem oplossen met Patterson functie &lt;br /&gt;
#1H- Nmr ( bijvragen : welke piek is het belangrijkst bij IR-spectra , hoeveel pieken zullen er zijn bij massaspectroscopie,..) &lt;br /&gt;
#Ruimtegroep ( ik dacht Pbmn )&lt;br /&gt;
#Intensiteit bepalen en afbuighoek bepalen &lt;br /&gt;
#Puntgroep van tetrachloornaftaleen ( eerst isomeren geven en van elk isomeer puntgroep bepalen) &lt;br /&gt;
#Mc-lafferty omlegging&lt;br /&gt;
#chemische ionisatie&lt;br /&gt;
===16 juni 2017 VM===&lt;br /&gt;
#leid de formule voor de structuurfactor af en vertel hoe je deze experimenteel kan bepalen.&lt;br /&gt;
#Geef alle ionisatie technieken gebruikt in MS.&lt;br /&gt;
#Puntgroep Pbcm met gebruikelijke bijvragen&lt;br /&gt;
#Geef de puntgroepen van alle isomeren van tetrachloor kubaan en teken de symmetrie elementen&lt;br /&gt;
#verklaar chemische shift, koppelingsconstante en shift reagens&lt;br /&gt;
===12 juni 2017===&lt;br /&gt;
#leg constructie van Ewald uit&lt;br /&gt;
#nmr spectra (geef structuur molecule ) C10H12O3&lt;br /&gt;
#ruimtegroep Pncm met alle bijhorende vraagjes (asymmetrische eenheid, multipliciteit, equivaltente posities, patterson, puntgroep, systematische afwezigheden)&lt;br /&gt;
#Vlakgroep van (110) vlak van ijzer. Geef alle symmetrie elementen&lt;br /&gt;
#oefening ivm fase berekenen en intensiteit (CdI2, sin(theta)/golflengte is gegeven, bepaal fCd, fI en zo de rest)&lt;br /&gt;
#begrippen: ESI &amp;amp; Wet van Friedel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 augustus 2015===&lt;br /&gt;
# stappen van de kristalstructuur bepaling&lt;br /&gt;
# Welke methode voor ionisatie worden er gebruikt bij massaspectroscopie&lt;br /&gt;
# Pcan (met alle gebruikelijke bijvraagjes)&lt;br /&gt;
# Vlakgroep van (110) vlak van ijzer. Geef alle symmetrie elementen&lt;br /&gt;
# PoCL2: ge krijgt Sin theta/lambda en uw celafmetingen, geef Fhkl, Ihkl en uw hoek&lt;br /&gt;
# Bespreek de termen chemische shift, (vul hier in want ik kom er nie op) en shiftreagens&lt;br /&gt;
=== 18 augustus 2015 vm ===&lt;br /&gt;
# leg het principe van uit van verfijning van een kristalstructuur&lt;br /&gt;
# leg volgende begrippen uit: NOE en NOESY&lt;br /&gt;
# ruimtegroep Pbmn en alle vraagjes zoals altijd&lt;br /&gt;
# puntgroepen geven 4 isomeren van een of ander molecule&lt;br /&gt;
# voor een bepaalde reflectie de fase van de structuurfactor berekenen en de intensiteit&lt;br /&gt;
# 2 stellingen (juist of fout):&lt;br /&gt;
#* Bij een ESI spectrum zijn er geen fragmentaties&lt;br /&gt;
#* Bij kubische dichtste bolstapeling liggen alle atomen op speciale posities&lt;br /&gt;
=== 24 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# Nmr spectra&lt;br /&gt;
# verfijning van kristalstructuur&lt;br /&gt;
# Vlak groep van ijzer&lt;br /&gt;
# Ruimte groep Pcan + al die bijvragen&lt;br /&gt;
# Oefening sin theta/lambda. ..&lt;br /&gt;
# 2 stellingen: &lt;br /&gt;
#* esi heeft geen fragmentaties&lt;br /&gt;
#* In ccp liggen alle atomen op speciale posities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# Hoe kunnen we met behulp van de pattersonfunctie het faseprobleem oplossen?&lt;br /&gt;
# Leg uit NOE en NOESY&lt;br /&gt;
# puntgroep Pbmn&lt;br /&gt;
# Bepaal de puntgroep van de isomeren van tetrachloorkubaan en duid alle symmetrie-elementen aan&lt;br /&gt;
# Bereken de fase van de structuurfactor en de intensiteit voor CdI2 met &lt;br /&gt;
#* Eenheidscel a=4,24 A, c=6,86 A, gamma=120Â°&lt;br /&gt;
#* Posities: Cd 0 0 0, I(1) 2/3 1/3 1/4, I(2) 1/3 2/3 3/4&lt;br /&gt;
#* sin theta/lamba 0,0 0,1 0,2 0,3 fCd 48 44,58 38,44 33,22 fI 53 49,36 42,79 37,14&lt;br /&gt;
# Verklaar de begrippen CuKalfa en resolutie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2015 vm ===&lt;br /&gt;
# Leid de uitdrukking van de structuurfactor af. Hoe kan je de structuurfactor experimenteel bepalen?&lt;br /&gt;
# H-NMR spectra van 3 isomeren C6H6N2O2&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pncm&lt;br /&gt;
#* Equivalente posities&lt;br /&gt;
#* multipliciteit&lt;br /&gt;
#* asymmetrische eenheid&lt;br /&gt;
#* Geef 2 speciale posities (waarom speciaal?)&lt;br /&gt;
#* van welke puntgroep afgeleid?&lt;br /&gt;
#* Pattersongroep?&lt;br /&gt;
#*Systematische afwezigheden&lt;br /&gt;
# Bepaal de puntgroep van verschillende isomeren van tetrachloornaftaleen. Duid de symmetrie elementen aan.&lt;br /&gt;
# Rood Loodoxide PbO kristalliseert in tetragonale eenheidscel  a= 3.975  c= 5.023&lt;br /&gt;
#* Waar vind je in Pattersonfunctie sterkste pieken?&lt;br /&gt;
# Leg uit : ESI en ATR-IR&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2014===&lt;br /&gt;
#Geef de stappen voor kristalstructuurbepaling (mondeling)&lt;br /&gt;
#Wat is NOE? (mondeling)&lt;br /&gt;
#Ruimtegroep Pcnb&lt;br /&gt;
#Geef puntgroep van alle isomeren van tetrachloorkubaan&lt;br /&gt;
#Intensiteit van In en afbuighoek: vormfactor, atoomposities zijn gegeven&lt;br /&gt;
#Stellingen&lt;br /&gt;
#*Bij ESI is geen fragmentatie&lt;br /&gt;
#*Bij kubisch dichtste bolstapeling liggen de atomen op speciale posities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2014===&lt;br /&gt;
# Hoe kunnen we met behulp van de pattersonfunctie het faseprobleem oplossen? (mondeling)&lt;br /&gt;
# NMR spectrum met gesubstitueerde benzeenring (mondeling)&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pbnm met alle typische bijvragen (asymmetrische eenheid, speciale posities + waarom ze speciaal zijn, pattersongroep, puntgroep en systematische afwezigheden)&lt;br /&gt;
# Geef de vlakgroep van (110) van ijzer&lt;br /&gt;
# Oefening op structuurfactor. Vormfactoren met bijhorende sin(Î¸)/Î» zijn gegeven, net als de fractionele coÃ¶rdinaten en de grootte van de eenheidscel&lt;br /&gt;
# Wat is ESI?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2013===&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pbmb.&lt;br /&gt;
# Wat is de vlakgroep van het vlak (110) in de ijzerstructuur?&lt;br /&gt;
# NMR-spectrum gegeven. Stelling: Bevat dit spectrum een AX6 systeem?&lt;br /&gt;
# Leg volgende begrippen uit: Laue groep, resolutie, temperatuursfactor.&lt;br /&gt;
# Gegeven: posities van In en celparameters (a en c). Teken een a,b-projectie van de eenheidscel. Welk Bravais-rooster heeft de cel? Bepaal de afbuighoek 2theta en de intensiteit van de reflecties (001) en (002). Wat is de puntgroep rond de middelste In? Waar bevinden zich de hoogste Pattersonpieken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2013===&lt;br /&gt;
# Teken ruimtegroep Pbnb (ab-projectie) en geef equivalente posities, speciale posities, systematische afwezigheden, puntgroep waarvan de ruimtegroep is afgeleid en asymetrische eenheid. (Schriftelijk, na 1 uur af te geven.)&lt;br /&gt;
# Wat is de vlakgroep van het vlak (110) in de platina-strucuur? (Structuur is dus van buiten te kennen!) Bijvraag: is dit vlak de eenheidscel van de vlakgroep? (Mondeling)&lt;br /&gt;
# Bespreek: voor ethylisobutyraat (spectrum en structuur gegeven) is een ontkoppelingsexperiment niet mogelijk. Bijvragen: hoe bepalen we de frequentie die we moeten gebruiken voor het ontkoppelingsexperiment? Link de verschillende pieken aan de verschillende groepen. (Mondeling)&lt;br /&gt;
# Leg de Ewald-constructie uit. Bijvraag: wat gebeurt er als we het kristal draaien? (Mondeling)&lt;br /&gt;
# Gegeven: posities van Mo en Ni in een MoNi4-legering en parameters a en c. Teken een a,b-projectie van de eenheidscel. Welk Bravais-rooster heeft de cel? Bepaal de 2-theta en de intensiteit van de reflectie (002). Wat is de puntgroep rond Mo? Geef de hoogste pattersonpieken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 juni 2011===&lt;br /&gt;
# Teken ruimtegroep Pmcn (ab-projectie) en geef equivalente posities, puntgroep waar deze ruimtegroep van is afgeleid, asymmetrische eenheid, 2 speciale posities en bijhorende Pattersongroep. Zijn er systematische afwezigheden?&lt;br /&gt;
# Stellingen:&lt;br /&gt;
#* Het vlak (110) wordt bij Fe en bij NaCl beschreven door dezelfde vlakgroep&lt;br /&gt;
#* Bij een goed verfijnde structuur zijn de pieken op de verschilfourier te verwaarlozen&lt;br /&gt;
#* Voor de waterstofatomen met delta 6,8 is een ontkoppelingsexperiment niet mogelijk (NMR-spectrum van ethyl-4-methoxybenzoaat gegeven, het gaat om de waterstoffen op C3 en C5 van de benzeenring). &lt;br /&gt;
# Oefening: PbO kristalliseert in een tetragonale eenheidscel, a en c gegeven. Twee posities voor Pb en voor O gegeven. Teken de ab-projectie. Door welke puntgroep wordt de geometrie rond de Pb-atomen beschreven? Door welk Bravaisrooster wordt het kristal beschreven? Bepaal de fase van de intensiteit van afgebogen stralingsbundel voor het vlak (110) voor CuK-alpha (tabel met enkele waarden gegeven voor f van Pb en O ifv sin(theta)/lambda). Teken het vlak (110) en de invallende en afgebogen stralingsbundel op de tekening.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2010 (NM)===&lt;br /&gt;
# Teken ruimtegroep Pmnb en klassieke vragen: equivalente posities, 2 speciale posities, systematische afwezigheden, asymmetrische eenheid, puntgroep,..&lt;br /&gt;
# Stellingen:&lt;br /&gt;
#* De temperatuur heeft geen invloed op de kristalstructuurbepaling.&lt;br /&gt;
#* Het is niet mogelijk om P2 en Pm van elkaar te onderscheiden met behulp van intensiteitsmetingen.&lt;br /&gt;
# NMR-spectrum en bepalen of het overeenkomt met het gegeven molecule.&lt;br /&gt;
# Oefening: AgI kristal, a= 6,50 Angstrom, coordinaten van atomen zijn gegeven, en tabel van f ifv sin/lambda.&lt;br /&gt;
#* Geef a,b-projectie + Bravaisrooster&lt;br /&gt;
#* Bereken Intensiteit en bereken afbuighoek van vlak 004&lt;br /&gt;
#* Geef puntsymmetrie rond Ag en rond I&lt;br /&gt;
#* Waar verwacht je de hoogste Pattersonpieken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2009===&lt;br /&gt;
# teken ruimtegroep (Pnca dacht ik) &amp;amp;amp; geef eq. posities, 2 speciale posities, syst. afwezigheden, puntgroep, ...&lt;br /&gt;
# Stellingen:&lt;br /&gt;
#* rotatiesymmetrie kan bepaald worden via rotatiediffractie(dat een ding waar ge een kristal draait, ik ben niet meer zeker of dat zo heet)&lt;br /&gt;
#* bij verschilelektronendichtheidsmap gaat de hoogte van de pieken verloren bij verfijning (ofzoiets toch)&lt;br /&gt;
# NMR van 1,1-dimethoxyethaan&lt;br /&gt;
# Oefening: alfa-uranium heeft volgende coordinaten op speciale posities: +-(0,y,1/4) +-(1/2,1/2-y,-1/4) a b en c gegeven(3 verschillende waarden) 2 groottes van structuurfactoren gegeven en de fu in functie van sin(theta).&lt;br /&gt;
#* y is 0.10 of 0.15, bepaal dit met bhv de gegevens. &lt;br /&gt;
#* Teken een a,b-projectie. &lt;br /&gt;
#* Beschrijf de omringing van het U-atoom via de puntgroep van het atoom. &lt;br /&gt;
#* Teken de pattersongroep.&lt;br /&gt;
===17 juni 2009===&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pcan: equivalente posities, multipliciteit, asymmetrische eenheid, 2 speciale posities, puntgroep, systematische afwezigheden&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* De temperatuurfactoren van Pt in een Pt-kristal zijn isotroop (Antwoord: Waar want ze liggen op speciale posities)&lt;br /&gt;
#* De symmetrie van een diffractiepatroon van een kristal wordt bepaald door de ruimtegroep&lt;br /&gt;
#* NMR: aspirine&lt;br /&gt;
# Oefening: Nikkelarsenide (a, c en gamma=120Â° is gegeven) De posities van Nikkel en van arseen zijn ook gegeven. &lt;br /&gt;
#* Geef de ab-projectie, bravais rooster, wat is de stapeling van Arseen, puntgroep rond Arseen en rond nikkel &lt;br /&gt;
#* Bij reflecties (200), (300) en (030) en Cu K-alfa straling&lt;br /&gt;
#** Voorspel de hoogste intensiteit&lt;br /&gt;
#** Voorspel de grootste afbuighoeken&lt;br /&gt;
#* Wat is de resolutie bij een afbuighoek van 100Â° en bij Cu K-alfa straling&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep (ik denk Pbmn) met klassieke vragen&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* Pm en Cm hebben dezelfde Harkersecties&lt;br /&gt;
#* Cobalt kan geÃ¯oniseerd worden met Cu K alfa straling&lt;br /&gt;
#* NMR&lt;br /&gt;
# Oefening: HgS met coÃ¶rdinaten Hg en S gegeven. Alle elementen geven van 11 juni op uitzondering van de afbuighoek en dit voor de vlakken 200 en 400. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep + asymmetrische eenheid + 2 speciale posities + iets met systematische afwezigheden&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* Het 110 vlak van Fe vertoont C4v (Bijvragen: aantonen op modellekes)&lt;br /&gt;
#* De atomen bij hexagonale dichtste bolstapeling liggen allemaal op speciale posities (Bijvraag: Hij vraagt om de kubische bolstapeling te laten zien, met die pingpongballetjes en hoe heten de ruimtes tussen die pingpongballekes) &lt;br /&gt;
#* NMR: een benzeen met een chloor op en op para positie iets me een ethyl en een keton (Bijvraag: hoe zie je dat het een spectrum van de 1ste orde of 2de orde is)&lt;br /&gt;
# Oefening: ik kreeg een tabel met fractionele coÃ¶rdinaten van ReO3 en zo&#039;n tabel met sin (theta) / lamda en vormfactoren. Ik moest een ab projectie tekenen, bravais rooster geven, intensiteit berekenen, afbuighoek bepalen, hoogste pattersonpieken voorspellen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Pmca met klassieke vragen&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* Alle atomen van sfaleriet bezetten speciale posities&lt;br /&gt;
#* Een kristalrooster kan ondubbelzinnig bepaald worden adhv systematische afwezigheden&lt;br /&gt;
#* isopropyltolueen&lt;br /&gt;
# Wolfraam-rooster en CuKa straling, vlakken (211) en (310)&lt;br /&gt;
#* teken 3D-rooster en duidt [sic] vlakken aan&lt;br /&gt;
#* Welke intensiteit is sterkst, bij (221) of bij (310)&lt;br /&gt;
#* Welke reflectiehoek is grootst, bij (221) of bij (310)&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de sterkste Pattersonpieken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Pbmn tekenen + assym. eenheid + equi. pos. + multipliciteit + 2 speciale pos. + Systematische afwezigheden + van welke puntgroep&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* De temp. heeft geen invloed op het diffractiepatroon&lt;br /&gt;
#* De vlakken 001 en 110 van Fe hebben dezelfde vlakgroep (ook zeggen welke vlakgroep(en))&lt;br /&gt;
#* NMR&lt;br /&gt;
#De structuur van LiF en NaCl is dezelfde, a = ...., kristalafmeting 0,2mmx0,2mmx0,2mm en wordt bestraald met Cu kalfa. Bereken F003 en F004. Welke intensiteit is het hoogst? Wat gebeurt er met de diffractiehoek en de intensiteit als je:&lt;br /&gt;
#*F vervangt door I&lt;br /&gt;
#*de cel verdubbeld&lt;br /&gt;
#*Waar verwacht je de sterkste Pattersonpieken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# P nmb  tekenen + puntgroep + asymetrische eenheid + equi posities&lt;br /&gt;
# stellingen ( waar of niet waar )&lt;br /&gt;
#* Pm en Cm hebben dezelfde harkersecties&lt;br /&gt;
#* R staat voor de resolutie van een structuurbepaling&lt;br /&gt;
#* spectrum en molecule gegeven, horen ze bij elkaar?&lt;br /&gt;
# oefening : NH4HgCl3 heeft eenheidscel a = ... c =... en atoomposities N, Hg en 3 Cl-en gegeven: (ook alpha-Cu straling zoda je uw lambda ook kent) (tabel sin(theta)/lambda en f waarden van Cl, Hg en N gegeven)&lt;br /&gt;
#* geef (a,b) projectie van eenheidscel&lt;br /&gt;
#* bepaal Bravais rooster&lt;br /&gt;
#* bepaal intensiteit en afbuigrichting 2theta van de reflectie (004)&lt;br /&gt;
#* Hg door welke puntgroep omringt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2008===&lt;br /&gt;
#Ruimtegroep tekenen. In dit geval Pman. Geef equivalente posities, multipliciteit, twee speciale posities en de asymetrische eenheid. Van welke puntgroep is deze ruimtegroep afgeleid?  Welke Pattersongroep?&lt;br /&gt;
#Bespreek volgende stellingen. Geef telkens ook een korte motivatie:&lt;br /&gt;
#*Op basis van systematische afwezigheden kan geen verschil gemaakt worden tussen de ruimtegroepen P2 en P2/m.&lt;br /&gt;
#*De temperatuurfactoren van &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;\alpha&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt;-Fe zijn isotroop.&lt;br /&gt;
#*NMR-spectrum en molecule. Kunnen die bij elkaar horen?&lt;br /&gt;
#kristal met Li2O met Ã©Ã©n lengte gegeven (kubisch dus) &lt;br /&gt;
#*teken ab projectie gegeven zijn de posities van de atomen&lt;br /&gt;
#*geef puntgroep rond Li en O&lt;br /&gt;
#*geef bravais rooster&lt;br /&gt;
#*twee vlakken gegeven welke grootste hoek en welke grootste intensiteit&lt;br /&gt;
#*waar bevinden zich de grootste patterson pieken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2007===&lt;br /&gt;
#Ruimtegroep tekenen. Geef equivalente posities, multipliciteit, twee speciale posities en de asymetrische eenheid. Van welke puntgroep is deze ruimtegroep afgeleid?  Welke Pattersongroep?&lt;br /&gt;
#Bespreek volgende stellingen. Geef telkens ook een korte motivatie:&lt;br /&gt;
#*Op basis van systematische afwezigheden kan geen verschil gemaakt worden tussen de ruimtegroepen P2 en P2/m.&lt;br /&gt;
#*De temperatuurfactoren van &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;\alpha&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt;-Fe zijn isotroop.&lt;br /&gt;
#*NMR-spectrum en molecule. Kunnen die bij elkaar horen?&lt;br /&gt;
#Typische gecombineerde oefening. Diffractiemeting op wolfraam met Cu-&amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;\alpha&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; straling. Beschouw vlakken (211) en (310). Een tabel met &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;\frac{\sin \theta}{\lambda}&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; waarden is gegeven.&lt;br /&gt;
#*Teken het reÃ«le rooster en duidt de vlakken aan.&lt;br /&gt;
#*Teken ab-projectie van het reciproke rooster, en duidt hier ook de vlakken aan.&lt;br /&gt;
#*Voor welk vlak verwacht je de grootste reflectiehoek.&lt;br /&gt;
#*Voor welk vlak verwacht je de grootste intensiteit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Vragen eerste zit vrijdag 30 juni 2006 (Fysica)===&lt;br /&gt;
#Teken Pbna (ab-projectie).  Geef equivalente posities, multipliciteit, twee speciale posities en de asymetrische eenheid.  Van welke puntgroep is deze ruimtegroep afgeleid?  Welke Pattersongroep?&lt;br /&gt;
#Zijn volgende stellingen waar of vals?&lt;br /&gt;
#*Omgeving van een bol in hexagonaal dichtste bolstapeling is C3h.&lt;br /&gt;
#*&amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;P2_1&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; en &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;P2_1/m&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; zijn niet te onderscheiden met behulp van de speciale posities.&lt;br /&gt;
#*Dit is het NMR-spectrum van... (iets ingewikkeld)&lt;br /&gt;
#LiF kristalliseert zoals NaCl in kubische cel met parameter a = 0,4026 nm.  We gebruiken CuKa straling en een kristal met dimensie 0,2x0,2x0,2.&lt;br /&gt;
#*Geef de ab-projectie van de structuur.&lt;br /&gt;
#*Geef de reciproke parameters.&lt;br /&gt;
#*netvlakken 003 en 004: welke heeft grootste intensiteit van de gereflecteerde straal?&lt;br /&gt;
#*Wat gebeurt met deze reflecties (dus hoek, intensiteit, fase) als we F vervangen door I. Wat gebeurt er als we de afmetingen van het kristal verdubbelen?&lt;br /&gt;
#*Welke zijn de grootste pieken in de Pattersonfunctie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Vragen eerste zit dinsdag 27 juni 2006 (Geologie) ===&lt;br /&gt;
(dit waren vragen van geologie, zij hebben ook een deel poederdiffractie dat voor fysici niet gekend hoeft te zijn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*teken de ruimtegroep Pncm (a,b-projectie)&lt;br /&gt;
Geef equivalente posities, multipliciteit en assymmetrische eenheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van welke puntgroep is deze ruimtegroep afgeleid?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Geef twee speciale posities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*stellingen:&lt;br /&gt;
De atomen in perovskiet liggen allemaal op speciale posities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De ruimtegroepen P2/c en Pc behoren tot zelfde pattersongroep&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*loodoxide PbO kristalliseert in een tetragonale eenheidscel&lt;br /&gt;
a=3,975 A   en   c=5,023 A&lt;br /&gt;
atomen liggen op de posities:&lt;br /&gt;
Pb(1): 0	Â½	0.2385&lt;br /&gt;
Pb(2): Â½	0	-0.2385&lt;br /&gt;
O(1):   0	0	0&lt;br /&gt;
O(2):  Â½	Â½	0&lt;br /&gt;
Teken een a,b-projectie van de eenheidscel en beschrijf de omringing van de loodatomen met behulp van een puntgroep&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Welk Bravaisrooster?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bepaal voor de reflectie (110) de fase van de structuurfactor en intensiteit&lt;br /&gt;
Teken het vlak (110) en de invallende en afgebogen bundel bij op de a,b-projectie bij gebruik van CuKÎ± &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bereken de positie van de diffractielijn op een Debye-Scherrer film&lt;br /&gt;
(camerastraal=28,7mm en CuKÎ±)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Teken schematisch de film&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Vragen eerste zit donderdag 22 juni 2006 (Fysica) ===&lt;br /&gt;
*eerste vraag:&lt;br /&gt;
Teken een ab-projectie van de ruimtegroep Pmcb&lt;br /&gt;
en alles der op en der aan, puntgroep, patterson, equivalente posities...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Tweede vraag:&lt;br /&gt;
Zijn volgende stellingen waar, verklaar:&lt;br /&gt;
1. kan men uit een diffractie patroon de aanwezigheid opmaken van een S4 as?&lt;br /&gt;
2. Is de R-waarde een maat voor de resolutie van een diffractie?&lt;br /&gt;
3. Is dit het NMR spectrum van ... (een onuitspreekbare naam)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Derde vraag:&lt;br /&gt;
Oefeningen op een hexagonaal stelsel CadmiumdiJood met straling bepalen en uittekenen.&amp;lt;/text&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Maxime vdB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Geschiedenis_van_de_wetenschappen&amp;diff=501</id>
		<title>Geschiedenis van de wetenschappen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Geschiedenis_van_de_wetenschappen&amp;diff=501"/>
		<updated>2017-06-19T10:44:03Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Maxime vdB: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinfo==&lt;br /&gt;
Een aangenaam 3 studiepunten vak dat wordt gegeven door Geert Vanpaemel.&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===19 juni 2017===&lt;br /&gt;
#Waarom was er zo weinig aandacht voor Copernicus&#039; werk in de 16e eeuw?&lt;br /&gt;
#Vergelijk het Newtonianisme in Frankrijk en en Engeland&lt;br /&gt;
#bespreek het &#039;Duitste model&#039; van de universiteit en de verandering voor de natuurwetenschappen&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Maxime vdB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Geschiedenis_van_de_wetenschappen&amp;diff=500</id>
		<title>Geschiedenis van de wetenschappen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Geschiedenis_van_de_wetenschappen&amp;diff=500"/>
		<updated>2017-06-19T10:43:08Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Maxime vdB: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===19 juni 2017===&lt;br /&gt;
#Waarom was er zo weinig aandacht voor Copernicus&#039; werk in de 16e eeuw?&lt;br /&gt;
#Vergelijk het Newtonianisme in Frankrijk en en Engeland&lt;br /&gt;
#bespreek het &#039;Duitste model&#039; van de universiteit en de verandering voor de natuurwetenschappen&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Maxime vdB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Genetica&amp;diff=490</id>
		<title>Genetica</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Genetica&amp;diff=490"/>
		<updated>2017-06-17T11:59:35Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Maxime vdB: /* Vakinformatie */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Vak van het tweede semester 1e jaar biochemie en biologie. Ook tweedejaars chemisten en geologen kunnen hier zitten.&lt;br /&gt;
Gedoceerd door Prof. Filip Volckaert.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
# stelling over meiose en mitose&lt;br /&gt;
# tekening van trp operon&lt;br /&gt;
# oefening van overkruising, x-gebonden allelen&lt;br /&gt;
# hunchback, antennepedia (?) en engrailed bij drosophilia, waar denk je aan en waarin verschillen ze&lt;br /&gt;
# operon, openleesraam, pleiotropie, overkruising en gap genes&lt;br /&gt;
=== juni 2016===&lt;br /&gt;
#foto plasmide&lt;br /&gt;
#hoeveelheid enkelstrengig en dubbelstrengig DNA bepalen&lt;br /&gt;
#weet rest neit meer (pfff zwak)&lt;br /&gt;
=== juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# Kan genetische clonering helpen in de veredeling van planten?&lt;br /&gt;
# Een foto van een Himalaya kat&lt;br /&gt;
# Een hele moeilijke oefening over de afstanden op chromosomen&lt;br /&gt;
# Een diploÃ¯de cel heeft 16 chromosomen, hoeveel zijn dit er na de metafase van meiose I? En hoeveel na de anafase? Teken de anafase.&lt;br /&gt;
# Begrippen waaronder codon, conservatief, replicate,...&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2014 ===&lt;br /&gt;
#DNA banken zijn uitermate geschikt om het genoom te onderzoeken&lt;br /&gt;
#Tekening verklaren (epistasie : maiskolf die paars kleurde door 2 enzymen)&lt;br /&gt;
#Oefening stamboom maken+ chromosomen uitleggen (klinefeltersyndroom)&lt;br /&gt;
#Oefening op mitose/meiose&lt;br /&gt;
#repressor, regulatorisch eiwit, replicatie, replisoom en restrictie endonulease&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 juni 2014 namiddag===&lt;br /&gt;
#Stelling: meiose heeft dezelfde rol in de levencycli van een bacterie, Neurospora en Arabidopsis.&lt;br /&gt;
#Tekeningetje van Translatie-initiatie&lt;br /&gt;
#Oef over het Lac-operon &lt;br /&gt;
#Een origineel peptide en een gemuteerd (1deletie en 1 insertie) Bepaal de base in weg en erbij is, en bepaal de mRNA sequentie van beide.&lt;br /&gt;
#Woordjes: domesticatie, ras, homologe structuren, morfogenese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 juni 2014 voormiddag ===&lt;br /&gt;
#stelling: Neaderthalers hebben geen sexueel contact gehad met de moderne mens&lt;br /&gt;
#foto van nucleosome die verschuift op dna streng (pg 317)&lt;br /&gt;
#oefening over driepuntskruising&lt;br /&gt;
#oefening openleesraam zoeken en bijhorende polypeptide&lt;br /&gt;
#woordjes: translocatie, tRNA, transciptoom, transcriptieplaats &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 Juni 2013 NM===&lt;br /&gt;
# Stelling: Genetische kaarten zijn hetzelfde als fysieke kaarten van het genoom.&lt;br /&gt;
# Foto van een 3D-tRNA molecule: bespreek de figuur&lt;br /&gt;
# Vraagstuk over recombinante genen en de allelpositie bepalen aan de hand van hoeveel vliegen van een bepaalde recombinant er zijn.&lt;br /&gt;
# Vraagstuk over een zeldzame ziekte met stamboom: enkele kansberekeningen etc.&lt;br /&gt;
# Woordjes: Deletie, Excisie-reparatie-resynthese, DNA bindingsdomein, Cytokinese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 Juni 2013 VM===&lt;br /&gt;
#Vergelijken van Meiose II met mitose. Heel goed de nadruk leggen op het verschil in functie &lt;br /&gt;
#tryptofaan operon&lt;br /&gt;
#Zo een oefeningetje met Lac-operon zoals op de taak&lt;br /&gt;
#Nog een oefeningetje op een X-gebonden recessieve ziekte (niet moeilijk) &lt;br /&gt;
#wat begrippen verklaren&lt;br /&gt;
Prof helpt u goed op weg als ge het niet weet&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 10 Juni 2013 VM===&lt;br /&gt;
# Stelling: Het niet-nucleale genoom is identiek voor planten en dieren.&lt;br /&gt;
# Karyogram van iemand met trisomie 21 (syndroom van Down). Bespreek.&lt;br /&gt;
# Vraagstuk: a)De kans op een meisje is 0.5, hoe groot is dan de kans dat een gezin van 4 kinderen bestaat uit 3 meisjes en 1 jongen. b) De eigenlijke kans op een meisje is 0.49, hoe groot is nu de kans dat een gezin bestaat uit 3 meisjes en 1 jongen. c) Hoe groot is de kans als het eerste kind een jongen is en de 3 andere meisjes.&lt;br /&gt;
# Gegeven: DNA-sequentie en 2 mutaties op deze sequentie. a)Geef de aminozuursequentie gecodeerd door het DNA. b) Benoem de mutaties.&lt;br /&gt;
# 5 begrippen:&lt;br /&gt;
#* Alternatieve splitsing&lt;br /&gt;
#* Barr-lichaampje&lt;br /&gt;
#* Aminoacyl-tRNA synthetase&lt;br /&gt;
#* Apoptose&lt;br /&gt;
#* Basesubstitutie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===31 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Stelling: TATA-box is een transcriptiefactor die een rol speelt bij de selectie van de juiste startplaats bij eukaryoten bij de transcriptie door RNA polymerase II.&lt;br /&gt;
# Cirkelvormig tekeningetje van de celcyclus (zo van G1, G2, S, M maar dan zonder de letters). Bespreek.&lt;br /&gt;
# Vraagstuk: kaart+afstanden van genen op het chromosoom bepalen a.h.v tabelletje met de fenotypes van de nakomelingen.&lt;br /&gt;
# Bepalen of genen in HWE staan a.h.v chiÂ².&lt;br /&gt;
# polyploÃ¯d, polyteen chromosoom, segment-polariteit gen, selectie, semisteriliteit, stamboomanalyse, standaardafwijking, stukuitwisseling en subeenheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2011 VM===&lt;br /&gt;
# Stelling: Enkel diploÃ¯de genetische informatie is overerfbaar.&lt;br /&gt;
# Bespreek: figuur 12-10 a en b (afbeelding van de hox-genen bij een muis op de 4 chromosomen en de expressie ervan tijdens de ontwikkeling) &lt;br /&gt;
# Oefening over chromosoomtransformaties: je kreeg het oorspronkelijk chromosoom 123.456789 en moest dan de transformaties benoemen en de oorspronkelijke chromosomen in synaps tekenen om te laten zien wat er gebeurd is.&lt;br /&gt;
# Moeilijke oefening over een experiment mbt facetogen bij Drosophila ifv de temperatuur(2 genotypes). De genetische variantie en de fenotypische verdeling worden geschat. Je moest bij 4 experimentele situaties &#039;paren van reactie-normen&#039; tekenen die horen bij de 2 genotypes. Een experimentele vaststelling was bijvoorbeeld: &#039;wanneer de erfelijkheid verhoogde, verlaagde de genetische variantie&#039; of &#039;bij het verlagen van de variantie van de temperatuur ging de unimodale verdeling van het fenotype over in een bimodale verdeling&#039; ...&lt;br /&gt;
# Begrippen:&lt;br /&gt;
#* weifelaar&lt;br /&gt;
#* X-chromosoom&lt;br /&gt;
#* X-koppeling&lt;br /&gt;
#* ...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 JAN 2010===&lt;br /&gt;
# Stelling: de waterstofbruggen gevormd door nucleotiden hebben geen invloed op de structuur van DNA.&lt;br /&gt;
# Afbeelding van het gal-systeem bij gist. (Gal4 bespreken, enhancing, UAR&#039;s, beetje eukaryote transcriptie-initiatie,...)&lt;br /&gt;
# Oefening van staartlengte bij varkentjes. Eentje heeft een lengte van 6cm, de andere van 30cm, en de nakomeling een van 18cm. Voor de F2-generatie 1/64 met staart van 6cm, en 1/64 met een staart van 30cm, en daartussen worden de lengtes 10,14,18,22,26 waargenomen, met het meeste nakomeling een staart van 18cm. En daar een aantal vragen over, die voortbouwen op &amp;amp;quot;van hoeveel genen hangt de staartlengte af&amp;amp;quot;.&lt;br /&gt;
# Een welhaast analoge oefening van 5 soorten tarwe (wit, lichtrood, half rood, half donkerrood, donkerrrood).&lt;br /&gt;
# Begrippen:&lt;br /&gt;
#* Enhanceosoom&lt;br /&gt;
#* Epigenetisch stilleggen of &amp;amp;quot;silencing&amp;amp;quot;&lt;br /&gt;
#* Epistasie&lt;br /&gt;
#* Epigenetische merker&lt;br /&gt;
#* Erfelijkheid in de ruime zin&lt;br /&gt;
#* Homeologe chromosomen&lt;br /&gt;
#* Homoloog chromosoom&lt;br /&gt;
#* Homologie-afhankelijk herstel&lt;br /&gt;
#* Homogametisch geslacht&lt;br /&gt;
#* en nog 1...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2010===&lt;br /&gt;
# Wat gebeurt er met RNA nadat het is afgeschreven van DNA dankzij RNA polymerase. Is er een verschil tussen pro en eukaryoten. &lt;br /&gt;
# foto van menselijk genoom. Beschrijf wat je ziet. &lt;br /&gt;
# makkelijk vraagstuk over autosomaal resessieve aandoening &lt;br /&gt;
# Ne moeilijke over Hardy-Weinberg. &lt;br /&gt;
# Begrippen. &lt;br /&gt;
#* heterozygon&lt;br /&gt;
#* hetersis&lt;br /&gt;
#* Hfr&lt;br /&gt;
#* hexaploid&lt;br /&gt;
#* polypoide&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 JAN 2010===&lt;br /&gt;
# stelling: Bicoid eiwit heeft een invloed op de paarrolgenen&lt;br /&gt;
# fig 11.2&lt;br /&gt;
# oefening op allelfrequentie bij een gegeven populatie met fenotypes van bloedgroepen&lt;br /&gt;
# chiÂ²-oefening met hypothesetest, p-waarde,...&lt;br /&gt;
# woordjes: &lt;br /&gt;
#* genconversie&lt;br /&gt;
#* topoisomerase&lt;br /&gt;
#* inversielussen&lt;br /&gt;
#* homozygoot inversie&lt;br /&gt;
#* kandidaatgen&lt;br /&gt;
#* tetraploÃ¯d&lt;br /&gt;
#* tetrade&lt;br /&gt;
#* nog drie andere...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 JAN 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Figuur van het fragiel-X syndroom&lt;br /&gt;
# de evolutie van genen gaat aan constante snelheid en houdt geen rekening met de gedegenereerde code.. &lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# een stamboom&lt;br /&gt;
# vraag over HÂ² en hÂ² &lt;br /&gt;
# pak definities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===JAN 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Gaat genevolutie met een constante snelheid? (zonder rekening te houden met gedegenereerde codes)&lt;br /&gt;
# tekening van fragile X syndroom&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Oefening met een stamboom &lt;br /&gt;
# een oefening op erfelijkheid&lt;br /&gt;
# hele hoop begrippen waar bijna allemaal gen of genetisch in voor kwamen....&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===JAN 2009===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Stelling: Klinefelter-,turner- en downsyndroom zijn het gevolg van foute recombinatie&lt;br /&gt;
# Figuur bespreken: fig 10-4 in boek&lt;br /&gt;
# Juist of fout: de meiose speelt dezelfde rol in de levenscyclus van een bacterie, neurospora en een plant&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Een ziekte, veroorzaakt door een mutatie op het 7de chromosoom vetoont bij de mensen met deze ziekte ernstige botafwijkingen in het gelaat. Beschouw de volgende waarnemingen en trek bij elke een conclusie:&lt;br /&gt;
a.	75% van de mannen , cariotype 23 vertoont bij deze afwijking ernstige tekenen van het andere geslacht&lt;br /&gt;
b.	Vrouwen , heterozygoot voor deze ziekte vertonen geen afwijkingen&lt;br /&gt;
c.	Het ziektegen vertoont 75% gemeenschappelijkheid met een gend dat ligt op het X chromosoom en bepalend is voor de ontwikkeling van de vrouwelijke geslachtskenmerken.&lt;br /&gt;
# Woordjes&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===29 JAN 2008===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Stelling: operons hebben enkel negatieve regulatie.&lt;br /&gt;
# Figuur: 8.4 boek, over transcriptie algemeen&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# In 1931 vond Stern twee verschillende translocaties in drosophila. Hij ontdekte vrouwtjes met een extra stuk van het Y-chromosoom op hun X-chromosoom en andere vrouwtjes met een extra stuk chromosoom IV op hun X. Hij bestudeerde twee geslachtsgekoppelde genen: vleeskleurig (vle recessief) en staafvormig (St dominant). We kruisen dihybride staafvormige vrouwtjes met heteromorfe chromosomen (mutante allelen gelegen op X stuk van X-IV) met hemizygote vleeskleurige mannetjes met normale chromosomen. Teken de cytogenetische resultaten en beschrijf de genotypes/fenotypes van de nakomelingen.&lt;br /&gt;
# Een fruitvlieg is heterozygoot voor een paracentrische inversie. Na vele pogingen bleek het onmogelijk homozygoten voor de inversie te kweken. Wat is de meest waarschijnlijke verklaring hiervoor?&lt;br /&gt;
# Woordjes: A-plaats, cosupressie, dna-transposon, enol, epigenetische overerving, interferentie, klinefeltersyndroom, oncogen, plaque, silencer &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 JAN 2008===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Stelling: Transcriptie en replicatie zijn genetisch gelijkaardige processen.&lt;br /&gt;
# Figuur 9-11 uitleggen (figuur over ribosomen).&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Een oefening op recombinanten waarbij je moest zeggen of de genen gekoppeld waren en de kaartafstanden moest weergeven op een kaart. Ook moest je de genotypes van de ouders geven.&lt;br /&gt;
# Je kreeg zo&#039;n tabelleke zoals bij lac operon en je moest zelf de + en - aanvullen.&lt;br /&gt;
# 10 woordjes: provirus, penetrantie, proto-oncogen, epigenetisch stilgelegd, F-, enzovoort&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Maxime vdB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Genetica&amp;diff=489</id>
		<title>Genetica</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Genetica&amp;diff=489"/>
		<updated>2017-06-17T11:59:00Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Maxime vdB: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Vak van het tweede semester 1e jaar biochemie en biologie.&lt;br /&gt;
Gedoceerd door Prof. Filip Volckaert.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
# stelling over meiose en mitose&lt;br /&gt;
# tekening van trp operon&lt;br /&gt;
# oefening van overkruising, x-gebonden allelen&lt;br /&gt;
# hunchback, antennepedia (?) en engrailed bij drosophilia, waar denk je aan en waarin verschillen ze&lt;br /&gt;
# operon, openleesraam, pleiotropie, overkruising en gap genes&lt;br /&gt;
=== juni 2016===&lt;br /&gt;
#foto plasmide&lt;br /&gt;
#hoeveelheid enkelstrengig en dubbelstrengig DNA bepalen&lt;br /&gt;
#weet rest neit meer (pfff zwak)&lt;br /&gt;
=== juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# Kan genetische clonering helpen in de veredeling van planten?&lt;br /&gt;
# Een foto van een Himalaya kat&lt;br /&gt;
# Een hele moeilijke oefening over de afstanden op chromosomen&lt;br /&gt;
# Een diploÃ¯de cel heeft 16 chromosomen, hoeveel zijn dit er na de metafase van meiose I? En hoeveel na de anafase? Teken de anafase.&lt;br /&gt;
# Begrippen waaronder codon, conservatief, replicate,...&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2014 ===&lt;br /&gt;
#DNA banken zijn uitermate geschikt om het genoom te onderzoeken&lt;br /&gt;
#Tekening verklaren (epistasie : maiskolf die paars kleurde door 2 enzymen)&lt;br /&gt;
#Oefening stamboom maken+ chromosomen uitleggen (klinefeltersyndroom)&lt;br /&gt;
#Oefening op mitose/meiose&lt;br /&gt;
#repressor, regulatorisch eiwit, replicatie, replisoom en restrictie endonulease&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 juni 2014 namiddag===&lt;br /&gt;
#Stelling: meiose heeft dezelfde rol in de levencycli van een bacterie, Neurospora en Arabidopsis.&lt;br /&gt;
#Tekeningetje van Translatie-initiatie&lt;br /&gt;
#Oef over het Lac-operon &lt;br /&gt;
#Een origineel peptide en een gemuteerd (1deletie en 1 insertie) Bepaal de base in weg en erbij is, en bepaal de mRNA sequentie van beide.&lt;br /&gt;
#Woordjes: domesticatie, ras, homologe structuren, morfogenese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 juni 2014 voormiddag ===&lt;br /&gt;
#stelling: Neaderthalers hebben geen sexueel contact gehad met de moderne mens&lt;br /&gt;
#foto van nucleosome die verschuift op dna streng (pg 317)&lt;br /&gt;
#oefening over driepuntskruising&lt;br /&gt;
#oefening openleesraam zoeken en bijhorende polypeptide&lt;br /&gt;
#woordjes: translocatie, tRNA, transciptoom, transcriptieplaats &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 Juni 2013 NM===&lt;br /&gt;
# Stelling: Genetische kaarten zijn hetzelfde als fysieke kaarten van het genoom.&lt;br /&gt;
# Foto van een 3D-tRNA molecule: bespreek de figuur&lt;br /&gt;
# Vraagstuk over recombinante genen en de allelpositie bepalen aan de hand van hoeveel vliegen van een bepaalde recombinant er zijn.&lt;br /&gt;
# Vraagstuk over een zeldzame ziekte met stamboom: enkele kansberekeningen etc.&lt;br /&gt;
# Woordjes: Deletie, Excisie-reparatie-resynthese, DNA bindingsdomein, Cytokinese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 Juni 2013 VM===&lt;br /&gt;
#Vergelijken van Meiose II met mitose. Heel goed de nadruk leggen op het verschil in functie &lt;br /&gt;
#tryptofaan operon&lt;br /&gt;
#Zo een oefeningetje met Lac-operon zoals op de taak&lt;br /&gt;
#Nog een oefeningetje op een X-gebonden recessieve ziekte (niet moeilijk) &lt;br /&gt;
#wat begrippen verklaren&lt;br /&gt;
Prof helpt u goed op weg als ge het niet weet&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 10 Juni 2013 VM===&lt;br /&gt;
# Stelling: Het niet-nucleale genoom is identiek voor planten en dieren.&lt;br /&gt;
# Karyogram van iemand met trisomie 21 (syndroom van Down). Bespreek.&lt;br /&gt;
# Vraagstuk: a)De kans op een meisje is 0.5, hoe groot is dan de kans dat een gezin van 4 kinderen bestaat uit 3 meisjes en 1 jongen. b) De eigenlijke kans op een meisje is 0.49, hoe groot is nu de kans dat een gezin bestaat uit 3 meisjes en 1 jongen. c) Hoe groot is de kans als het eerste kind een jongen is en de 3 andere meisjes.&lt;br /&gt;
# Gegeven: DNA-sequentie en 2 mutaties op deze sequentie. a)Geef de aminozuursequentie gecodeerd door het DNA. b) Benoem de mutaties.&lt;br /&gt;
# 5 begrippen:&lt;br /&gt;
#* Alternatieve splitsing&lt;br /&gt;
#* Barr-lichaampje&lt;br /&gt;
#* Aminoacyl-tRNA synthetase&lt;br /&gt;
#* Apoptose&lt;br /&gt;
#* Basesubstitutie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===31 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Stelling: TATA-box is een transcriptiefactor die een rol speelt bij de selectie van de juiste startplaats bij eukaryoten bij de transcriptie door RNA polymerase II.&lt;br /&gt;
# Cirkelvormig tekeningetje van de celcyclus (zo van G1, G2, S, M maar dan zonder de letters). Bespreek.&lt;br /&gt;
# Vraagstuk: kaart+afstanden van genen op het chromosoom bepalen a.h.v tabelletje met de fenotypes van de nakomelingen.&lt;br /&gt;
# Bepalen of genen in HWE staan a.h.v chiÂ².&lt;br /&gt;
# polyploÃ¯d, polyteen chromosoom, segment-polariteit gen, selectie, semisteriliteit, stamboomanalyse, standaardafwijking, stukuitwisseling en subeenheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2011 VM===&lt;br /&gt;
# Stelling: Enkel diploÃ¯de genetische informatie is overerfbaar.&lt;br /&gt;
# Bespreek: figuur 12-10 a en b (afbeelding van de hox-genen bij een muis op de 4 chromosomen en de expressie ervan tijdens de ontwikkeling) &lt;br /&gt;
# Oefening over chromosoomtransformaties: je kreeg het oorspronkelijk chromosoom 123.456789 en moest dan de transformaties benoemen en de oorspronkelijke chromosomen in synaps tekenen om te laten zien wat er gebeurd is.&lt;br /&gt;
# Moeilijke oefening over een experiment mbt facetogen bij Drosophila ifv de temperatuur(2 genotypes). De genetische variantie en de fenotypische verdeling worden geschat. Je moest bij 4 experimentele situaties &#039;paren van reactie-normen&#039; tekenen die horen bij de 2 genotypes. Een experimentele vaststelling was bijvoorbeeld: &#039;wanneer de erfelijkheid verhoogde, verlaagde de genetische variantie&#039; of &#039;bij het verlagen van de variantie van de temperatuur ging de unimodale verdeling van het fenotype over in een bimodale verdeling&#039; ...&lt;br /&gt;
# Begrippen:&lt;br /&gt;
#* weifelaar&lt;br /&gt;
#* X-chromosoom&lt;br /&gt;
#* X-koppeling&lt;br /&gt;
#* ...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 JAN 2010===&lt;br /&gt;
# Stelling: de waterstofbruggen gevormd door nucleotiden hebben geen invloed op de structuur van DNA.&lt;br /&gt;
# Afbeelding van het gal-systeem bij gist. (Gal4 bespreken, enhancing, UAR&#039;s, beetje eukaryote transcriptie-initiatie,...)&lt;br /&gt;
# Oefening van staartlengte bij varkentjes. Eentje heeft een lengte van 6cm, de andere van 30cm, en de nakomeling een van 18cm. Voor de F2-generatie 1/64 met staart van 6cm, en 1/64 met een staart van 30cm, en daartussen worden de lengtes 10,14,18,22,26 waargenomen, met het meeste nakomeling een staart van 18cm. En daar een aantal vragen over, die voortbouwen op &amp;amp;quot;van hoeveel genen hangt de staartlengte af&amp;amp;quot;.&lt;br /&gt;
# Een welhaast analoge oefening van 5 soorten tarwe (wit, lichtrood, half rood, half donkerrood, donkerrrood).&lt;br /&gt;
# Begrippen:&lt;br /&gt;
#* Enhanceosoom&lt;br /&gt;
#* Epigenetisch stilleggen of &amp;amp;quot;silencing&amp;amp;quot;&lt;br /&gt;
#* Epistasie&lt;br /&gt;
#* Epigenetische merker&lt;br /&gt;
#* Erfelijkheid in de ruime zin&lt;br /&gt;
#* Homeologe chromosomen&lt;br /&gt;
#* Homoloog chromosoom&lt;br /&gt;
#* Homologie-afhankelijk herstel&lt;br /&gt;
#* Homogametisch geslacht&lt;br /&gt;
#* en nog 1...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2010===&lt;br /&gt;
# Wat gebeurt er met RNA nadat het is afgeschreven van DNA dankzij RNA polymerase. Is er een verschil tussen pro en eukaryoten. &lt;br /&gt;
# foto van menselijk genoom. Beschrijf wat je ziet. &lt;br /&gt;
# makkelijk vraagstuk over autosomaal resessieve aandoening &lt;br /&gt;
# Ne moeilijke over Hardy-Weinberg. &lt;br /&gt;
# Begrippen. &lt;br /&gt;
#* heterozygon&lt;br /&gt;
#* hetersis&lt;br /&gt;
#* Hfr&lt;br /&gt;
#* hexaploid&lt;br /&gt;
#* polypoide&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 JAN 2010===&lt;br /&gt;
# stelling: Bicoid eiwit heeft een invloed op de paarrolgenen&lt;br /&gt;
# fig 11.2&lt;br /&gt;
# oefening op allelfrequentie bij een gegeven populatie met fenotypes van bloedgroepen&lt;br /&gt;
# chiÂ²-oefening met hypothesetest, p-waarde,...&lt;br /&gt;
# woordjes: &lt;br /&gt;
#* genconversie&lt;br /&gt;
#* topoisomerase&lt;br /&gt;
#* inversielussen&lt;br /&gt;
#* homozygoot inversie&lt;br /&gt;
#* kandidaatgen&lt;br /&gt;
#* tetraploÃ¯d&lt;br /&gt;
#* tetrade&lt;br /&gt;
#* nog drie andere...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 JAN 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Figuur van het fragiel-X syndroom&lt;br /&gt;
# de evolutie van genen gaat aan constante snelheid en houdt geen rekening met de gedegenereerde code.. &lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# een stamboom&lt;br /&gt;
# vraag over HÂ² en hÂ² &lt;br /&gt;
# pak definities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===JAN 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Gaat genevolutie met een constante snelheid? (zonder rekening te houden met gedegenereerde codes)&lt;br /&gt;
# tekening van fragile X syndroom&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Oefening met een stamboom &lt;br /&gt;
# een oefening op erfelijkheid&lt;br /&gt;
# hele hoop begrippen waar bijna allemaal gen of genetisch in voor kwamen....&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===JAN 2009===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Stelling: Klinefelter-,turner- en downsyndroom zijn het gevolg van foute recombinatie&lt;br /&gt;
# Figuur bespreken: fig 10-4 in boek&lt;br /&gt;
# Juist of fout: de meiose speelt dezelfde rol in de levenscyclus van een bacterie, neurospora en een plant&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Een ziekte, veroorzaakt door een mutatie op het 7de chromosoom vetoont bij de mensen met deze ziekte ernstige botafwijkingen in het gelaat. Beschouw de volgende waarnemingen en trek bij elke een conclusie:&lt;br /&gt;
a.	75% van de mannen , cariotype 23 vertoont bij deze afwijking ernstige tekenen van het andere geslacht&lt;br /&gt;
b.	Vrouwen , heterozygoot voor deze ziekte vertonen geen afwijkingen&lt;br /&gt;
c.	Het ziektegen vertoont 75% gemeenschappelijkheid met een gend dat ligt op het X chromosoom en bepalend is voor de ontwikkeling van de vrouwelijke geslachtskenmerken.&lt;br /&gt;
# Woordjes&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===29 JAN 2008===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Stelling: operons hebben enkel negatieve regulatie.&lt;br /&gt;
# Figuur: 8.4 boek, over transcriptie algemeen&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# In 1931 vond Stern twee verschillende translocaties in drosophila. Hij ontdekte vrouwtjes met een extra stuk van het Y-chromosoom op hun X-chromosoom en andere vrouwtjes met een extra stuk chromosoom IV op hun X. Hij bestudeerde twee geslachtsgekoppelde genen: vleeskleurig (vle recessief) en staafvormig (St dominant). We kruisen dihybride staafvormige vrouwtjes met heteromorfe chromosomen (mutante allelen gelegen op X stuk van X-IV) met hemizygote vleeskleurige mannetjes met normale chromosomen. Teken de cytogenetische resultaten en beschrijf de genotypes/fenotypes van de nakomelingen.&lt;br /&gt;
# Een fruitvlieg is heterozygoot voor een paracentrische inversie. Na vele pogingen bleek het onmogelijk homozygoten voor de inversie te kweken. Wat is de meest waarschijnlijke verklaring hiervoor?&lt;br /&gt;
# Woordjes: A-plaats, cosupressie, dna-transposon, enol, epigenetische overerving, interferentie, klinefeltersyndroom, oncogen, plaque, silencer &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 JAN 2008===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Stelling: Transcriptie en replicatie zijn genetisch gelijkaardige processen.&lt;br /&gt;
# Figuur 9-11 uitleggen (figuur over ribosomen).&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Een oefening op recombinanten waarbij je moest zeggen of de genen gekoppeld waren en de kaartafstanden moest weergeven op een kaart. Ook moest je de genotypes van de ouders geven.&lt;br /&gt;
# Je kreeg zo&#039;n tabelleke zoals bij lac operon en je moest zelf de + en - aanvullen.&lt;br /&gt;
# 10 woordjes: provirus, penetrantie, proto-oncogen, epigenetisch stilgelegd, F-, enzovoort&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Maxime vdB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Organische_Chemie&amp;diff=453</id>
		<title>Organische Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Organische_Chemie&amp;diff=453"/>
		<updated>2017-06-09T19:15:57Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Maxime vdB: /* Vakinformatie */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Mondeling examen. (Gedoceerd door N. Boens, die afwezigheid in zijn lessen consequent vergeldt op het examen, en wordt geleidelijk overgenomen door Wim De Borggraeve) Ondertussen wordt het vak volledig gegeven door Wim De Borggraeve en Erik Van der Eycken. Examen bestaat uit 5 vragen, vraag 1 en 2 mondeling bij (Boens) Van der Eycken, 3 en 4 bij De Borggraeve. Vraag 5 (synthesen) schriftelijk. Examenvragen komen telkens terug, kijk zeker naar de oude examens op Toledo.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===21/08/2015===&lt;br /&gt;
# Dieckmannreactie&lt;br /&gt;
# stereochemie&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* welke best aan elektrofiele aromatische substitutie doet&lt;br /&gt;
#* welke meest bascisch is&lt;br /&gt;
#* welke snelst aan SN2 doet&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* een mechanisme dat je moest maken: een acetaal hydroliseren en dan imine maken&lt;br /&gt;
#* iets van eliminatie dat je moest uitleggen, ging voornamelijk over de antiperiplanaire schikking&lt;br /&gt;
# [[Bestand:Retrosyntheses21aug2015orgchem.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15/06/2015 namiddag===&lt;br /&gt;
# Bespreek de chlorering van anisol en nitrobenzeen. (mondeling, 2 punten)&lt;br /&gt;
# Twee oefeningen waarbij je R en S moest bepalen en zeggen of het stereomeren/enantiomeren/... zijn (schrijftelijk, 2 x 1 punt)&lt;br /&gt;
# Drie oefeningetjes waarbij je moet rangschikken:&lt;br /&gt;
#* welke is het meest basisch&lt;br /&gt;
#* Welke gaat het snelst reageren in een SN2 reactie&lt;br /&gt;
#* Welke reageert het snelst in solvolyse met mierenzuur (schriftelijk, 3 x 1 punt)&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#* Een hele vage molecule die dmv zuur mileu omgezet wordt in een andere nog vagere molecule. (oplossing: was door heel veel hydrideshiften en sterische hinder)&lt;br /&gt;
[[bestand:Vaagmoleculeorgvragen.png]] &lt;br /&gt;
#* Een molecule A die trans stond en een molecule B die cis stond (of andersom) een van de twee gaf Ã©Ã©n molecule na eliminatie, de andere gaf er twee. Waarom? (oplossing: antiperiplanaire shizzle die bij eliminatie staat) (Mondeling 2 x 2 punten)&lt;br /&gt;
# Drie retrosyntheses (schrijftelijk, 3 x 3 punten)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15/6/2015 voormiddag===&lt;br /&gt;
# (mondeling): vergelijk de reactie van een primair en een secundair amine met een keton en wat zijn de verwachte producten.Ook de pH hierbij verklaren (2ptn)&lt;br /&gt;
# R en S geven 2x 2 moleculen + de relatie tussen de 2 moleculen (2x1 ptn)&lt;br /&gt;
# 3 rangschikvragen elk op 1 punt. Wat is het zuurst? Welke reageert het best met...? en nog ene die ik ni meer weet.&lt;br /&gt;
# (mondeling):&lt;br /&gt;
#* leg de additie van dibroom uit aan een (E)-1-noneen in waterig milieu. Geef alle producten en duid de stereocentra aan en geef R en S. (2ptn)&lt;br /&gt;
#* Substitutie van een secundair alcohol da een broomalkaan geeft. Hier staat de broom niet waar de OH groep stond waarom? (tertiare carbokationen zijn stabieler dan secondaire dus er was een omvorming) (2ptn)&lt;br /&gt;
# drie synthesen waarbij ge geen mechanismen moet geven. (3x 3ptn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 juni 2014===&lt;br /&gt;
# Vergelijk de bromering van anisol en nitrobenzeen.&lt;br /&gt;
# Geef aan of de volgende paren moleculen diastereomeren, enantiomeren of identieke verbindingen zijn. Bepaal R/S voor elk stereogeen centrum.&lt;br /&gt;
#* [[Bestand:2a.jpg]]&lt;br /&gt;
#* [[Bestand:2b.jpg]]&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende reactiviteit in S&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;N&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;2: 4-jood-anisol, 1-broom-2-methylhexaan, 1-broompentaan, 1-broom-2,2-dimethylhexaan, 1-broom-3-methylhexaan&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende basiciteit: &amp;amp;lt;center&amp;amp;gt;[[Bestand:3b.jpg]]&amp;amp;lt;/center&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens afnemende zuurheid: 2-hexeen, 1-butyn, dichloorazijnzuur, 5,5,5-trifluoropentanol, 2,4-pentaandion&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Geef een aanvaardbaar mechanisme voor de volgende omzetting. Welk product wordt er nog gevormd? &amp;amp;lt;center&amp;amp;gt;[[Bestand:4a.jpg]]&amp;amp;lt;/center&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
#* Verklaar voor de solvolyse met mierenzuur de waargenomen reactiviteit C &amp;amp;lt; A &amp;amp;lt; B aan de hand van een mechanisme. &amp;amp;lt;center&amp;amp;gt;[[Bestand:4b.jpg]]&amp;amp;lt;/center&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
# Synthese &amp;amp;lt;center&amp;amp;gt;[[Bestand:5.jpg]]&amp;amp;lt;/center&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2014===&lt;br /&gt;
# Vergelijk de bromering van anisol en nitrobenzeen.&lt;br /&gt;
# Enantiomeren, diastereomeren, bepaal R/S&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens afnemende reactiviteit in Sn2.: 1-chloorpentaan, 1-chloor-2-methylpentaan, 1-chloor-3-methylpentaan, 1-joodpentaan, chloorbenzeen&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende basiciteit: anion van keton, ester, diester, diketon, ketoester.&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens afnemende reactiviteit in solvolyse met mierenzuur: isopropyljodidi, tert-butyljodide, methyljodide, 2-fenyl-2-joodpropyl.&lt;br /&gt;
# Geef mechanisme&lt;br /&gt;
#* aldolcondensatie&lt;br /&gt;
#* substitutie van 2,2-dimethyl-3-hexanol met HBr (omlegging).&lt;br /&gt;
# Synthese&lt;br /&gt;
#* hexaandizuur tot 2-methylcyclopentanon&lt;br /&gt;
#* keton tot shiffbase&lt;br /&gt;
#* benzeen tot trichloorbenzeen in meta positie ten opzichte van elkaar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 juni 2011===&lt;br /&gt;
# Wat is de rol van DCC (cicyclohexylcarbodiimide) in de nucleofiele substitutie van een carbonzuur en een amine. Illustreer het mechanisme met de reactie tussen benzoÃ«zuur en dimethylamine. Wat is een alternatieve manier? (geen mechanisme).&lt;br /&gt;
# Zijn de volgende paren van moleculen verschillende manieren om hetzelfde molecule weer te geven of zijn het enantiomeren, diastereomeren, verschillende conformaties, ... [[Bestand:2a.png]] [[Bestand:2b.png]] [[Bestand:2c.png]]&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende zuurheid: 1-hexeen (A); dibroomazijnzuur (B); 2-butyn (C); 3,3,3-trifluorpropanol (D); pentaan-2,4-dion (E)&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende basiciteit: [[Bestand:3b.png]]&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens afnemende reactiviteit in een elektrofiele aromatische substitutiereactie: anisol (A); p-dinitrobenzeen (B); tolueen (C); benzonitril (D); chloorbenzeen (E)&lt;br /&gt;
# Geef een aanvaardbaar mechanisme voor volgende omzettingen:&lt;br /&gt;
#* HINT: het zuur reageert eerst met de C=C dubbele binding [[Bestand:4a.png]]&lt;br /&gt;
#* Geef het mechanisme en ook een volgorde voor X (=F, Cl, Br, I) qua reactiviteit: [[Bestand:4b.png]]&lt;br /&gt;
# Syntheses (geen mechanismen vereist):&lt;br /&gt;
#* Synthetiseer Ã©Ã©n van beide moleculen: [[Bestand:5a.png]]&lt;br /&gt;
#* Gebruik het weergegeven keton, butaanzuur en benzeen om volgende omzetting te verwezenlijken. De Wittigreactie is niet mogelijk wegens tetragesubstitueerd alkeen. [[Bestand:5b.png]]&lt;br /&gt;
#* Hoe kan men dit eindproduct maken uit cyclohexanon?&lt;br /&gt;
[[Bestand:5c.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2011===&lt;br /&gt;
# Wat is de rol van DCC (dicyclohexylcarbodiimide)in de nucleofile acylsubstitutie van een carbonzuur en een amine. (Mechanisme) Wat is een alternatief voor deze reactie? (geen mechanisme)&lt;br /&gt;
#Identificeer de stereochemische relatie tussen de moleculen van elk van de volgende paren. Stellen de tekeningen verbindingen voor die identiek zijn, of zijn ze enantiomeren, diastereomeren, constitutionele isomeren, verschillende conformaties? Voor elk stereocentrum in die moleculen, geef aan of de configuratie R of S is.&lt;br /&gt;
#* 2-methylcyclohexanol&lt;br /&gt;
#* newmanprojectie met zaagbokprojectie vergelijken van 2 enantiomeren (bijvraag: wat is de definitie van enantiomeren)&lt;br /&gt;
#* 2,3,4 pentaantriol&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Rangschikken naar toenemende zuurheid: 2-hexyn; 1-hexyn; 2,2,2 trifluorethanol;  een beta-diketon; dichloorazijnzuur&lt;br /&gt;
#*Rangschikken naar toenemende reactiviteit in een elektrofiele aromatische substitutie &#039;&#039;(tolueen, anisol, m-dinitrobenzeen, fluoorbenzeen en benzonitril)&#039;&#039;&lt;br /&gt;
#*Rangschikken naar toenemende basiciteit: anionen van esters en ketonen.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Verklaar de volgende reactie (Favorski-omlegging) met een aanvaardbaar mechanisme. Hint: Cyclopropanon is zeer reactief t.o.v. een nucleofiel [[Bestand:Organische Favorski 10 juni 2011.jpg]]&lt;br /&gt;
#*Geef een verklaarbaar mechanisme voor de volgende reactie: [[Bestand:Organische 4b 10 juni 2011.gif]]&lt;br /&gt;
#Syntheses: [[Bestand:Organische Retrosynthese 10 juni 2011.jpg]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2010===&lt;br /&gt;
#Bespreek de nucleofiele substitutie van nitrogesubstitueerde arylhalogeniden door natriummethoxide.&lt;br /&gt;
#Identificeer de stereochemische relatie tussen de moleculen van elk van de volgende paren. Stellen de tekeningen verbindingen voor die identiek zijn, of zijn ze enantiomeren, diastereomeren, constitutionele isomeren, verschillende conformaties? Voor elk stereocentrum in die moleculen, geef aan of de configuratie R of S is.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Rangschikken naar toenemende basiciteit&lt;br /&gt;
#*Rangschikken naar toenemende reactiviteit in een elektrofiele aromatische substitutie &#039;&#039;(tolueen, anisol, m-dinitrobenzeen, fluoorbenzeen en benzonitril)&#039;&#039;&lt;br /&gt;
#*Welke verbinding(en) is (zijn) aromatisch volgens de regel van HÃ¼ckel? De vrije elektronenparen zijn niet weergegeven maar zijn wel aanwezig. [[Bestand:Huckel.jpg]]&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Verklaar de volgende reactie met een aanvaardbaar mechanisme. Hint: Cyclopropanon is zeer reactief t.o.v. een nucleofiel                          [[Bestand:omzetting.gif]]&lt;br /&gt;
#*Menthylchloride en neomentylchloride (zie onderstaande figuur) ondergaan eliminatie bij behandeling met natriumethoxide in methanol. EÃ©n van de stereo-isomeren reageert veel sneller. Welke en waarom? [[Bestand:Menthyl.jpg]]&lt;br /&gt;
#Syntheses: &#039;&#039;Bij de derde stond gegeven dat het via een beta-keto-ester moest.&#039;&#039;&lt;br /&gt;
[[Bestand:Retro2010.gif]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2009===&lt;br /&gt;
# Claisencondensatie van ethylpropanoaat&lt;br /&gt;
# stereoisomeren en R/S aanduiden&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* is het molecule aromatisch&lt;br /&gt;
#* rangschik volgens basiciteit&lt;br /&gt;
#* rangschik de producten volgens reactiviteit in EAS&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* darzens reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#* reactie van natrium jodide op S 1-broom-2-methylbutaan&lt;br /&gt;
# 3 Synthesen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===8 juni 2009===&lt;br /&gt;
# NH2OH+aceton, waarom optimaal bij 4.5 pH&lt;br /&gt;
# stereoisomeren en R/S aanduiden&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* is het molecule aromatisch&lt;br /&gt;
#* rangschik anionen volgens stabiliteit&lt;br /&gt;
#* rangschik de producten volgens reactiviteit in EAS&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* darzens reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#*E2 eliminatie op (2S,3S)-2-broom-3-fenylbutaan: regioselectiviteit bespreken&lt;br /&gt;
# synthesen: [[Bestand:organische2009.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2008===&lt;br /&gt;
#Aceton en hydroxylamine. ph-afhankelijkheid. waarom niet te zuur/niet te basisch.&lt;br /&gt;
#R en S bepalen, zegge of het diastereomeren, enantiomeren ... zijn. &lt;br /&gt;
#aromatisch of niet? &lt;br /&gt;
#anionen naar basiciteit, waren moleculen met 1 of 2 carbonyls op&lt;br /&gt;
#Reactiviteit van aromaten bepalen in EAS&lt;br /&gt;
#carbonyls een chirale koolstof ernaast (alphapositie dus) ondergaan racemisatie via enol/enolaat in zuur/basisch milieu. Met   alpha-aminozuren gaat dat niet, noch in basisch noch in zuur milieu. waarom? gebruik l-phenylalanine (structuur gegeven) als voorbeeld.&lt;br /&gt;
#Bepalen van conformatie van het product na E2 van 2-broom-3-fenyl-butaan&lt;br /&gt;
#Synthesen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2008===&lt;br /&gt;
#Dieckmann reactie&lt;br /&gt;
#Bepalen of moleculen: enantiomeren, diastereomeren... zijn&lt;br /&gt;
#Amine naar basisiteit schikken&lt;br /&gt;
#Reactiviteit van aromaten bepalen in EAS&lt;br /&gt;
#Basiciteit van aminen bepalen&lt;br /&gt;
#Reactiemechanisme van een epoxidevorming&lt;br /&gt;
#Bepalen van conformatie van het product na E2 van 2-broom-3-fenyl-butaan&lt;br /&gt;
#Synthesen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===9 juni 2008===&lt;br /&gt;
#Dieckmann reactie&lt;br /&gt;
#Bepalen of moleculen: enantiomeren, diastereomeren,... zijn&lt;br /&gt;
#Stabiliteit van anion bepalen (er zat een aromaat op)&lt;br /&gt;
#Reactiviteit van aromaten bepalen in EAS&lt;br /&gt;
#Basiciteit van aminen bepalen&lt;br /&gt;
#Reactiemechanisme van een acetaalvorming en zeggen waar zuurstof en oorspronkelijke carbonylfunctie naar toe is&lt;br /&gt;
#Bepalen van conformatie van het product na E2 van (2R,3S)-2-broom-3-fenyl-butaan (niet meer zeker van absolute configuraties)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Maxime vdB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Analytische_Basistechnieken&amp;diff=345</id>
		<title>Analytische Basistechnieken</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Analytische_Basistechnieken&amp;diff=345"/>
		<updated>2017-02-01T07:54:21Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Maxime vdB: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Analytische basistechnieken is verplicht voor de chemici. Het wordt gedoceerd door prof Hendrickx. Meestal beperkt hij zich tot het aflezen van zijn slides, edoch hier en daar geeft hij extra informatie, die op het examen gevraagd kan worden. (De examenvragen worden aan het eind van elk hoofdstuk gegeven -&amp;gt; niet meer sinds 2010-2011)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2017 NM===&lt;br /&gt;
#Detectielimieten + formules, standaardadditie formules&lt;br /&gt;
#Alfa(1): definieren en formule van ph afhankelijkheid, titratiecurve voor zwak zuur en NaOH afleiden met vorderingsgraad&lt;br /&gt;
#Meest gebruikte vorm gaschromatografie?, 2 manieren voor kwalitatief onderzoek, 2 meest efficiënte manieren voor kwantitatief onderzoek, destructieve en niet destructieve detectoren uitleggen&lt;br /&gt;
#Oefening op buffer van triprotonisch zuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
#Ppm bewijzen bij gas, specifiek gewicht, temperatuursafhankelijkheid&lt;br /&gt;
#Afleiding van extractie, ionenchromatografie met supressorkolom en alternatieven&lt;br /&gt;
#sigmoidale en lineair segement, Gran plot&lt;br /&gt;
#oefening met oplosbaarheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2016 VM===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Wat bepaalt of we een colloïdale of kristallijnen neerslag krijgen wanneer we 2 reagentia samenvoegen? Wat ligt aan de basis van stabilisatie van een colloïdale neerslag? Hoe kunnen we deze neerslag toch filtreerbaar maken? Wat is het gevaar bij wassen van deze neerslag en hoe kan dit probleem opgelost worden?&lt;br /&gt;
#absorptiemeting&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen het absorptiespectrum bij atomaire absorptie en moleculaire absorptie? Wat zijn de praktische gevolgen voor metingen bij atomaire absorptie?&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen de spectra van moleculaire absorptie in gasfase of in oplossing? Welke methode van deze twee is het best bruikbaar voor kwalitatieve analyse?&lt;br /&gt;
#*Wet van Beer afleiden&lt;br /&gt;
#*Dit is een &#039;limiting law&#039;, verklaar.&lt;br /&gt;
#*Verklaar de invloed van strooilicht &lt;br /&gt;
#grafieken van in cursus fosforzuur/oxaalzuur/zwavelzuur&lt;br /&gt;
#*Welke curve hoort bij welk zuur?&lt;br /&gt;
#*Bespreek de equivalentiepunten (duidelijk voorkomen, afwezigheid van punten...)&lt;br /&gt;
#*Duid voor de curve van fosforzuur aan welke deeltjes in elk gebied belangrijk zijn voor de pH-bepaling (beging,vlak gebied (buffer), EP...)&lt;br /&gt;
#*Bereken voor de curve van fosforzuur de pH enkel met eenvoudige formules in de verschillende gebieden (start, midden vlak gebied, EP...)&lt;br /&gt;
Oefening&lt;br /&gt;
# Maak een buffer met een totaal volume van 1,00L en pH = 9,60 met 0,300 M Na2CO3 en 0,200 HCl. Ka1(H2CO3) = 4,45.10-7 en Ka2(H2CO3) = 4,69.10-11&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2016 NM ===&lt;br /&gt;
#titratie NaCl met AgNO3. leid formules die het verloop van de titratiecurves geven mbv vorderringsgraad. Hoe wordt deze formule gebruikt.&lt;br /&gt;
#Definiïer de plaathoogte en bespreek de fysische invloeden op de factoren die de plaathoogte beïnvloeden en geef de grafiek hiervan.&lt;br /&gt;
#Belangrijkste eigenschappen van activiteitscoëfficiënten en leid de molaire oplosbaarheid af van LiF met de activiteiten te beschouwen.&lt;br /&gt;
#titratie van HCL en H2SO3 met NaOH, geef de grafiek en bespreek welke deeltjes er te vinden zijn waar en bereken de pH na toevoeging van 37,5mL van NaOH door systematisch te werken en toon aan dat de vereenvoudigingen kloppen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2016 VM ===&lt;br /&gt;
#pH amfiprotisch deeltje&lt;br /&gt;
#ppm bij gassen en oplossingen, specifiek gewicht + temperatuursafhankelijk of niet&lt;br /&gt;
#3 methodes vr stoichiometrie van complex met absorbantie&lt;br /&gt;
#oefening: oplosbaarheid Ag2C2O4 in oplossing met pH=4, Ksp en Ka&#039;s gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 augustus voormiddag===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*wat bepaalt of we een colloïdale of kristellijnen neerslag krijgen wanneer we 2 reagentia samenvoegen?&lt;br /&gt;
#*wat ligt aan de basis van de stabilisatie van een colloïdale neerslag.&lt;br /&gt;
#*hoe kunnen we deze neerslag verbeteren zodat deze toch te filteren is.&lt;br /&gt;
#*wat gebeurd er als we zo een verbeterde neerslag wassen en hoe kan dit soms opgelost worden.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*leg uit wat aan de grondslag ligt van de scheiding van metaalkationen volgens de historische H2S methode.&lt;br /&gt;
#*Ka1 en Ka2 van H2S gegeven en dan uitleggen waarom de ene groter is dan de andere.&lt;br /&gt;
#*Grafiek uit de cursus van bij dit stukje en dan de helling van die rechte berekenen.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*wat is het meest voorkomende type gaschromatografie.&lt;br /&gt;
#*op welke 2 manieren kan aan kwalitatieve analyse gedaan worden met gaschromatografie.&lt;br /&gt;
#*kwantitatieve analyse met gaschromatografie: uitleggen van interne standaard en standaardadditie.&lt;br /&gt;
#*bondig bespreken van de destructieve en niet-destructieve detector gebruikt bij gaschromatografie die we gezien hebben in de les&lt;br /&gt;
#oefening waarbij ge de pH van een mengsel van 2 stoffen moet bepalen en daarna de oplosbaarheid van een andere stof bepalen die in dat mengsel gedaan wordt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2014 NM===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Omschrijf met woorden het concept standaardfout precies?&lt;br /&gt;
#* Beschrijft een gauss-curve perfect de verdeling van de meetresultaten in de analytische chemie? (uitleg)&lt;br /&gt;
#* Wat is het grote nut van s-pooled in de analytische chemie?&lt;br /&gt;
#* Wat is het verband tussen t (two tailed) en t (one tailed)? Leg uit m.b.v. Gauss-curves.&lt;br /&gt;
#* Indien een chemische analysemethode een normaaldistributie volgt die gekenmerkt wordt door een straalgemiddelde µ en een populatiestandaarddeviatie sigma. Geef dan de formule die toelaat de fractie F van het totaal aantal metingen te berekenen dat, bij een zeer groot aantal metingen, gelegen is tussen µ+a en µ+b. Toon met deze formule aan dat voor om het even welke analysemethode die een normaaldistributie volgt, er eenzelfde fractie van metingen  zich bevindt tussen µ-2sigma; en µ+2sigma. Hoe groot is deze fractie?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Op wat berust de scheiding van metaalkationen op basis van de historisch belangrijke H2S methode?&lt;br /&gt;
#*Voor dit zwakke zuur zijn de numerieke warde voor de dissociatieconstanten gegeven. Waarom is Ka1 &amp;gt; Ka2?&lt;br /&gt;
#* Leid aan de hand van berekeningen de richtingscoëfficiënt af van de bijgevoegde grafiek. (=dalende rechte)&lt;br /&gt;
# Hoe wordt de plaathoogte H in chromatografie gedefinieerd? Schets de grafiek van de plaathoogte in functie van de stroomsnelheid van de mobiele fase. De afhankelijk kan gevat worden in een bepaalde vergelijking.&lt;br /&gt;
Schrijf en benoem deze en verklaar de verschillende componenten ervan aan de hand van de fysische verschijnselen zoals die zich voordoen in een kolom. Wat is het belangrijkste verschil tussen gaschromatografie en vloeistrofchromatografie in deze context?&lt;br /&gt;
# We lossen 445 mg AlCl&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;3&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; (133,34 g/mol) op in 200 mL water. Het kation complexeert volledig met water tot Al(H&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;0)&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;6&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;3+&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt; en heeft zure eigenschappen: K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;a&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;(Al(H&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;O)&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;6&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;3+&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;) = 1,4 x 10&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-5&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
[[Bestand:AL(H2O)vergelijking.jpg]]&lt;br /&gt;
(a) Bereken de pH als -log a&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;H&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;+&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;.&lt;br /&gt;
(b) Wat is de molaire oplosbaarheid van zilver wanneer we aan deze oplossing 860 mg aan AgNO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;3&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; (169,873 g/mol) toevoegen (K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;sp&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;AgCl)= 1,82 x 10&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-8&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;)?&lt;br /&gt;
Houd bij de berekeningen steeds rekening met de ionische sterkte van de oplossingen. De effectieve diameter van gehydrateerd AI(H&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;2&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;0)&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;5&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;(OH)&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;2+&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt; bedraagt 0.6 nm.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2014 VM===&lt;br /&gt;
# Wat bepaald of er een colloïdale of kristallijnen neerslag vormt? Omschrijf de oorsprong van de stabilisatie van een colloïdale neerslag en hoe men dergelijke neerslag kan behandelen om een filtreerbare neerslag te krijgen. Wat zijn de gevaren bij het wassen en hoe kunnen deze vermeden worden? Waarom is Fe(OH)3 of zijn waterige oxide niet filtreerbaar in gewone omstandigheden, en wat kan je eraan doen? Plaat de Fajansmethode in de context van deze vraag.&lt;br /&gt;
# Leid de eenvoudigste formule af om de pH te schatten van amfiprotische deeltjes NaHA met cNaHA.&lt;br /&gt;
# Scheiding door extractie: Leid een formule af om te berekenen wat de concentratie is na i extracties van component A in een bepaalde hoeveelheid waterige fase door middel van telkens dezelfde hoeveelheid organische fase te gebruiken. - Waarom gebruikt men bij ionenchromatografie een suppressorkolom? Omschrijf de werking adhv een voorbeeld. Geef de twee alternatieven voor een suppressorkolom (+uitleg).&lt;br /&gt;
# Gegeven is een oplossing van 50,0mL met 0.10M HCl en 0.10M H2SO3 met pKa1=1.23*10-2 en pKa2=6.6*10-8. Er wordt getitreerd met 0.20M NaOH (a) Teken de titratiecurve en beschrijf de samenstelling van elk gebied (zwakke base, amfiprotisch zout,â€¦) (b) Bereken de pH na toevoegen van 37.5mL base. [Tip bij (b): gebruik de systematische methode, en zorg dat de relatieve fout op [H3O+] minder blijft dan 5%]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 Januari 2013 NM===&lt;br /&gt;
#wat is het verband tussen slitbreedte en kwalitatieve analyse?&lt;br /&gt;
#wat is de rol van strooilicht en niet effectief monochromatisch licht bij kwantitatieve analyse?&lt;br /&gt;
#bespreek de 3 methodes (continue variatie, mol-ratio en helling-ratio) om de stoichiometrie van een complex te bepalen aan de hand van de gegeven grafieken. Kunnen we hier nog andere informatie uithalen?&lt;br /&gt;
#leid 2 formules af die de titratiecurve van NaCl met AgNO3 beschrijven. Hoe gebruikt men ze?&lt;br /&gt;
#toon aan dat het equivalentiepunt steeds bij dezelfde pAg ligt&lt;br /&gt;
#geef 3 fysische methodes om het equivalentiepunt waar te nemen&lt;br /&gt;
# 0,1g H3PO4 (pKA&#039;s gegeven) wordt in 100 ml water opgelost en met 0,01M NaOH neutraal gemaakt. Wat zijn de molfracties aan H3PO4 en de geconjugeerde basen?&lt;br /&gt;
# Een staal bevat enkel KCl en FeCl2, molmassa&#039;s en totale zijn gegeven. Een Mohr-titratie wordt toegepast, gebruikte hoeveelheid AgNO3 en concentratie zijn gegeven. Bepaal de massa FeCl2 en het massapercentage aan Fe (atoommassa gegeven) in het staal.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 Januari 2012 NM===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Zuur/base&lt;br /&gt;
#* Differentierend / Leveling solvent&lt;br /&gt;
#* verband tussen Ka en Kb bij diprotisch afleiden&lt;br /&gt;
#* toon aan dat de alfa-waardes enkel afhankelijk zijn van de pH van de oplossing &lt;br /&gt;
#* afleiden titratiecurve van zwak zuur &amp;amp;amp; sterke base a.d.h.v. vorderingsgraad. Hoe stel je vanuit deze formule diegene op van een sterk zuur en een sterke base? Zelfde vraag voor polyprotisch zwak zuur en sterke base. &lt;br /&gt;
# Chromatografie &lt;br /&gt;
#* wat is de meest gebruikte gaschromatografie? wat is de andere?) &lt;br /&gt;
#* hoe kan je bij gaschromatografie kwalitatief en staal analyseren &lt;br /&gt;
#* leg uit hoe je bij kwantitatieve analyse hier interne standaard en standaardadditie toepast &lt;br /&gt;
#* twee detectoren: destructieve en niet-destructieve voor gaschromatografie. Leg bondig uit &lt;br /&gt;
# Oefeningen &lt;br /&gt;
#* een combinatie oefening van het bepalen van een concentratie tijdens een titratie en statistische methodes &lt;br /&gt;
#* wat is het effect op de ionische sterkte als je NaOH bij a) MgCl2 b) HCL c) CH3COOH doet. (bespreken)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 augustus 2011===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Beschouw titratie van een zwak zuur met een sterke base. Hoe bepaal de titratiecurve a.d.h.v. de vorderingsgraad. Geef de afleiding voor vorderingsgraad. Hoe zit het dan voor titratie van een sterk zuur met een sterke base?&lt;br /&gt;
# Instrumenten&lt;br /&gt;
#* Wat is het verschil tussen de concentratiebepaling bij fluorescentie, absorptie en chemoluminescentie? &lt;br /&gt;
#* Wat is een interferentiefilter? Geef de afleding voor de formule \lambda=2\eta t&lt;br /&gt;
#* leg uit: fotodiode en fotomultiplier&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# standaardoefening op selectief neerslagen (is het mogelijk om bv Sr2+ en Hf4+ neer te slaan door OH- toe te voegen&lt;br /&gt;
# ook standaard: geef verhouding van 2 ionen in oplossing, Ksp&#039;s, Ka enz gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 januari 2011 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(Misschien niet in die woorden,maar het kwam wel op deze vragen neer)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Chromatografie: &lt;br /&gt;
#*Wat is de plaathoogte, geef een definitie en leid de formule af.&lt;br /&gt;
#*Bespreek de plaathoogte ifv de stroomsnelheid van de mobiele fase. Met welke functie kan deze omschreven worden? Ontleed en bespreek de onderdelen van deze functie. Welke factor zorgt voor het verschil tussen de plaathoogte ifv de mobiele fase bij gas en bij vloeistof?&lt;br /&gt;
# Standaardadditie etc&lt;br /&gt;
#* Hoe wordt de enkelvoudige standaardadditiemethode gebruikt? Leid de formule af.&lt;br /&gt;
#* Bespreek bondig de interne standaardmethode. &lt;br /&gt;
#* Welke detectielimieten zijn er? Leid de formules af en bespreek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#oefening met Volhard-titratie.&lt;br /&gt;
#* 100.0ML staal, hoeveel miligram monochloroazijnzuur zit er in als je weet dat men het staal bewerkt met 1M NaOH zodat men een waterige oplossing van ClCh3COO- krijgt. Deze zuurt men aan en men voegt (concentratie gegeven) AgNO3 toe. De neerslag wordt afgefilterd en vervolgens voegt men 10.43 ml NH4SCN toe tot aan het neutralisatiepunt. Bij de blancotitratie moest men 22.98ml NH4SCN toevoegen.&lt;br /&gt;
#oefening met ionische sterkte&lt;br /&gt;
#* Wat is de oplosbaarheid van CaSO4 in 0.0333M Na2SO4? Bereken eerst de ionische sterkte van deze elektrolyt(dus alleen van Na2SO4) en bereken aan de hand van die waarde de oplosbaarheid van CaSO4.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2011 ===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
# Betrouwbaarheidsintervallen:&lt;br /&gt;
#* Verklaar volgende begrippen uit betrouwbaarheidsintervallen: s, Ïƒ, N, z, t, x Ì… (gem.), Âµ   (uitgebreid verklaren)&lt;br /&gt;
#* Leid Ã©Ã©n van de definities af voor een betrouwbaarheidsinterval, vetrekkende van de basisprincipes van de statistiek&lt;br /&gt;
#* We hebben in de cursus minstens twee lichtjes afwijkende versies van het betrouwbaarheidsinterval gezien, geef die en leg uit wanneer die worden gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verband met t-testen?&lt;br /&gt;
#Spectrofotometer: In een spectrofotometer wordt elektromagnetische straling met bepaalde golflengte Î» doorheen een oplossing van een analiet met goed gekozen solvent gestuurd. Vertrekkende van de bron is de intensiteit van de straling P, als het doorheen de cuvet (optische weglengte b) met alleen solvent is gepasseerd is de intensiteit P&#039;. Met precies Ã©Ã©n chromofoor in de oplossing heeft de uitgaande straal een intensiteit P&amp;amp;quot;. ExtinctiecoÃ«fficiÃ«nt is Îµ(Î»)&lt;br /&gt;
#* Wat bedoelt men met goed gekozen solvent?&lt;br /&gt;
#* Is P=P&#039;? (motivatie)&lt;br /&gt;
#* Is concentratie c evenredig met P-P&amp;amp;quot; of met P&#039;-P&amp;amp;quot;? (leg uit adhv basisprincipes)&lt;br /&gt;
#* Wat is strooistraling? Wat zijn de gevolgen hiervan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een staal weegt 27,73mg en bestaat alleen maar uit KCl(MG 74,55) en FeCl2(MG 126,75). Met de Mohrmethode is er 18,48mL nodig van een 0,02237M AgNO3-oplossing om het chloride te neutraliseren. Bepaal massa van FeCl2 en massapercent van ijzer in het staal. (oplossing: 0,01761g en 27,98%)&lt;br /&gt;
# Bereken molaire oplosbaarheid van Ag3PO4 (Ksp=2,8E-18) gebufferd bij pH 6. De 3 Ka&#039;s van fosforzuur zijn gegeven. (oplossing 1,40E-3 M)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Omschrijf aan de hand van een voorbeeld de termen precisie en nauwkeurigheid. Wat is hun oorsprong in de analytische scheikunde en tot welke types van fout en corresponderende mathematisch termen geven ze aanleiding?&lt;br /&gt;
# Gegeven oplossing van AgCl-neerslag in evenwicht met een bepaalde analytische concentratie aan KCl. Leid de formule af die de oplosbaarheid van AgCl geeft in functie van de analytische concentratie aan KCl. Bespreek het resulaat aan de hand van een grafiek. (Die 4 reactievergelijkingen krijg je ook gegeven)&lt;br /&gt;
# Bespreek de meest voorkomende detectoren in optische instrumenten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefening:&lt;br /&gt;
# Hoe maak je een buffer van 1L met een pH van 9,6 wanneer je 0,200M HCl gebruikt en 0,300M Na2CO3. (Ka1 en Ka2 van H2CO3 ook gegeven)&lt;br /&gt;
# Teken kwalitatief de titratiecurve van een mengsel van Na2CO3 en HCO3- met een sterk zuur. Duid ook de delen aan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 januari 2009 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Gauss-distributie:&lt;br /&gt;
#* Omschrijf met woorden een Gauss-distributie. Welke factoren bepalen een Gauss-distributie?&lt;br /&gt;
#* Definieer standaardfout. Waarom is de standaardfout steeds kleiner dan de standaarddeviatie?&lt;br /&gt;
#* Voor een Gauss-distributie, wat is de kans dat een meting gelegen is tussen 0 en +1Ïƒ, tussen +1Ïƒ en +2Ïƒ? Wat is de kans dat een meting buiten de limieten Â±2Ïƒ van het gemiddelde gelegen is en kleiner is dan Î¼-2Ïƒ?&lt;br /&gt;
# Leid de formule af die toelaat om aan de hand van de vorderingsgraad de titratiecurve op te stellen voor een oplossing die Cl- bevat. Hoe moet deze formule gebruikt worden?&lt;br /&gt;
# Bespreek de verschillende aspecten van HPLC, aan de hand van de volgende vragen:&lt;br /&gt;
#*GradiÃ«nt- en isocratische elutie.&lt;br /&gt;
#*Partitiechromatografie (normale en omgekeerde fase).&lt;br /&gt;
#*Ionenuitwisselingschromatografie (suppressorkolommen).&lt;br /&gt;
#*Size exclusion chromatografie (gelfiltratie en gelpermeatie).&lt;br /&gt;
#*Affiniteitschromatografie.&lt;br /&gt;
#*Chirale chromatografie.&lt;br /&gt;
Oefening (3 delen):&lt;br /&gt;
* Berekenen van standaarddeviatie en CV.&lt;br /&gt;
* Iets van oplosbaarheid.&lt;br /&gt;
* Titratiecurve opstellen voor 3 basen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Wat is het verband tussen betrouwbaarheidsintervallen en de z- en t-test?&lt;br /&gt;
# Bespreek de wet van Beer qua afleiding, toepassing en beperkingen.&lt;br /&gt;
# Chromatografie. Wat is de plaathoogte van een kolom en hoe wordt deze beÃ¯nvloed door de stroomsnelheid van de mobiele fase?&lt;br /&gt;
Oefening:&lt;br /&gt;
# Bereken de pH voor de titratie van 50,0 mL van een 0,10 M ethyleendiamine-oplossing met een 0,20 M oplossing van HCl na toevoegen van de volgende hoeveelheden zuur: &lt;br /&gt;
a) 0,0 mL HCl&lt;br /&gt;
b) 37,5 mL HCl&lt;br /&gt;
c) 50,0 mL HCl&lt;br /&gt;
Verantwoord steeds eventueel gemaakte benaderingen in je berekeningen. &lt;br /&gt;
Teken kwalitatief de titratiekurve en omschrijf de samenstelling van de oplossing in de verschillende gebieden (bv. Buffer van X en Y, sterk zuur Z, ...)&lt;br /&gt;
Voor Ethyleendiamine (H2NCH2CH2NH2 afgekort B) zijn de numerieke waarden van de opeenvolgende zuurdissociatieconstanten van BH2(2+) als volgt. Ka1 = 1,42 x 10^-7 en Ka2 = 1,18 x 10^-10&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Gran Plot vraag.&lt;br /&gt;
# Moleculaire Fluoriscentie vraag.&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid AgCl met concentratie aan KCl.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# De Volhard titratie wordt algemeen aangeraden voor de analyse van het heptachloor insecticide C10H5Cl7. Er is geen chloride of chloor in de matrix aanwezig. Het percentage van heptachloor wordt gegeven door: %hepatachloor = ((mlAg x cAg - mlSCN x cSCN) x 37.33)/staalmassa. Wat zegt deze berekening over de stoechimoterie van deze titratie (m.a.w. hoeveel chloride-ionen per molecule heptachloor reageren met 1 AgNO3)M = 373,22 g/mol?&lt;br /&gt;
# Bereken de oplosbaarheid van Mg(OH)2 in een 0.0167M oplossing van Ba(NO3)2 door gebruik te maken van:&lt;br /&gt;
#*Activiteiten.&lt;br /&gt;
#*Molaire concentraties.&lt;br /&gt;
#*Bereken ook de procentuele fout die gemaakt wordt door geen rekening te houden met de activiteiten. Ksp Mg(OH)2 = 7.1x10^-12 Neerslag Ba(OH)2 mag je verwaarlozen (tabel activiteitscoeffictien en ionische sterkte gegeven).&lt;br /&gt;
# Schrijf de uitdrukking voor [H3O+] in functie van enkele andere evenwichtscocentraties voor een 0.01M oplossig van HCl die in evenwicht is met een overmaat aan vast BaSO4.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek soorten gevoeligheid+detectielimiet.&lt;br /&gt;
# Mengsel van NaOH NaHCO3 en Na2CO3.&lt;br /&gt;
# Kwantitatieve en kwalitatieve analyse bij gaschromatografie.&lt;br /&gt;
Oefening:&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid van MnS in buffer (Ka&#039;s en conc. H30+ gegeven).&amp;lt;/text&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Maxime vdB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Kosmische_Evolutie&amp;diff=344</id>
		<title>Kosmische Evolutie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Kosmische_Evolutie&amp;diff=344"/>
		<updated>2017-02-01T07:47:46Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Maxime vdB: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Dit vak is een deel van minor verbreding. Het wordt gegeven door prof Waelkens Christoffel. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===31 januari 2017 NM===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Wat zijn supernovae en waarom zijn ze van nut?&lt;br /&gt;
#Leg de oerknal en haar argumenten uit&lt;br /&gt;
#Leg uit:&lt;br /&gt;
#*Bruine dwerg&lt;br /&gt;
#*Cepheïden&lt;br /&gt;
#*Interstellaire verroding&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2017===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Bespreek hoe men afstanden bepaalt in het heelal van dicht bij ons tot heel ver.&lt;br /&gt;
#Bespreek het ontstaan van de elementen&lt;br /&gt;
#Leg uit:&lt;br /&gt;
#*Effectieve temperatuur van sterren&lt;br /&gt;
#*Kosmologische achtergrondstraling&lt;br /&gt;
#*Bruine dwerg&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Maxime vdB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Chemische_Thermodynamica&amp;diff=316</id>
		<title>Chemische Thermodynamica</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Chemische_Thermodynamica&amp;diff=316"/>
		<updated>2017-01-27T19:22:24Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Maxime vdB: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Zowel gevolgd door chemie als biochemie, tegenwoordig in het derde jaar voor biochemie en tweede jaar chemie. Een &#039;mondeling&#039; examen met schriftelijke voorbereiding. In theorie want in praktijk verloopt het examen zonder veel woorden. De examenstructuur is altijd dezelfde: 2 theorievragen en 2 oefeningen, waarvan één altijd gaat over entropieverandering. Sinds 2012-2013 komt één van de theorievragen uit één van de artikels die je vooraf moest lezen.&lt;br /&gt;
Het vak wordt gedoceerd door professor Thierry Verbiest, oefenzittingen werden vroeger gegeven door de zo mogelijk nog sympathiekere Maarten Vanbel.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 27 januari 2017 NM ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Artikel over proteïne&lt;br /&gt;
# Oefening tripelpunt en kooktemperatuur&lt;br /&gt;
# Oefening entropie berkenen&lt;br /&gt;
# Chemisch potentiaal mengsel vloeistoffen, uitdrukking G en aantonen dat het entropie gedreven is&lt;br /&gt;
# Kinetisch gasmodel en fotongas&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 27 januari 2017 VM ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Artikel over proteïnen&lt;br /&gt;
# Geef q, U en W voor volgende processen met ideale gassen&lt;br /&gt;
#* isotherme expansie in vacuum&lt;br /&gt;
#* adiabatische expansie in vacuum&lt;br /&gt;
#* isotherme expansie tegen constante druk&lt;br /&gt;
#* adiabatische expansie tegen constante druk&lt;br /&gt;
#* reversibele isotherme expansie&lt;br /&gt;
#* reversibele adiabatische expansie&lt;br /&gt;
#* isochoor proces (weet niet meer exact)&lt;br /&gt;
# Chemische potentiaal kort uitleggen, geef afleiding metaal/metaalion electrode&lt;br /&gt;
# Oefening triplepunt en kooktemperatuur&lt;br /&gt;
# Oefening entropie berekening&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 januari 2017 NM ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Vuurpomp vertrekkende van de eerste hoofdwet van de thermodynamica&lt;br /&gt;
#entropie (van systeem, universum en omgeving) als je een gas opwarmt van 768 tot 1028 K en samendrukt door het veranderen van de druk van 1 atm tot 6 atm. je mocht dit beschouwen als een reversibel proces. Wat is de entropie?&lt;br /&gt;
#een mol gas (argon) ontspant zich bij 273K adiabatisch van 1L naar 10L, wat is de eindtemperatuur? gebruik voor warmtecapaciteit C(v)= 3/2R&lt;br /&gt;
#leidt een formule af voor chemische potentiaal bij het mengen van twee stoffen. leidt dan ook de gibbsfunctie af en toon aan dat dit entropisch gedreven is.&lt;br /&gt;
#Toon aan dat stoffen aan de oppervlakte van een stof de oppervlaktespanning doen dalen. Leidt de formule van Young-Laplace af.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2017 VM ===&lt;br /&gt;
#Werking van de vuurpomp beschrijven m.b.v. de eerste hoofdwet van de thermodynamica.&lt;br /&gt;
#Bereken een reactie-enthalpie bij 1000K (de reactie en de reactie-enthalpie bij 298K is gegeven).&lt;br /&gt;
#Een gas bij 25°C wordt verwarmd bij constante druk tot het verdubbeld is in volume. Bereken de verandering in enthalpie, entropie en vrije energie.&lt;br /&gt;
#Mengen van ideale gassen, formule afleiden. (en nog dingen maar die ben ik vergeten omda ik ze nie kon :&#039;( )&lt;br /&gt;
#Leid de Clapeyron af en pas toe op Vast-Vloeistof en Vloeistof-Damp.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 januari 2016 NM ===&lt;br /&gt;
#vuurpomp&lt;br /&gt;
#colligatieve eigenschappen, kookpuntsverhoging, osmose&lt;br /&gt;
#clapeyron afleiden en toepassen op smelten en verdampen&lt;br /&gt;
#entropie (sys, omg, univ) berekenen reversibel, irreversibel en enthalpie van systeem berekenen met T1, T2, Cp gegeven&lt;br /&gt;
#entropie, enthalpie en inwendige energie berekenen waarbij een systeem verwarmd word tot het volume verdubbelt is met P constant en Ti, P en n gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2016 (VM) ===&lt;br /&gt;
#Het artikel over het vouwen van eiwitten bespreken.&lt;br /&gt;
#De dampspanning van een zuivere stof op twee verschillende temperaturen krijg je. Bereken de verdampingsenthalpie, ebullioscopische constante (molaire massa gegeven.), de temperatuur waarop de vloeistof verdampt en de entropie van dit proces. &lt;br /&gt;
#Een (zeer eenvoudige) oefening waarin de entropie moet berekend worden van een expansie.&lt;br /&gt;
#Bespreek de carnot cyclus.&lt;br /&gt;
#De laplace vergelijking uitleggen en verklaren waarom stoffen die aan het oppervlakte opstapelen de oppervlaktespanning verlagen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 januari 2016 NM ===&lt;br /&gt;
Hetzelfde als 11 januari VM&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 januari 2016 VM ===&lt;br /&gt;
#vuurpomp (opdracht)&lt;br /&gt;
#tripelpunt oefening: gegeven temperatuur bij tripelpunt, Pvap(T1), Pvap(T2) te berekenen enthalpie(vap), kooktemp. bij normaaldruk en druk op tripelpunt.&lt;br /&gt;
#entropie en enthalpie bij reversibel en irreversibel oefening: gegeven T1, T2, Cp&lt;br /&gt;
#colligatieve eigenschappen bespreken (wat is het + invloed van de opgeloste stof op de chemische potentiaal van de vloeistof) en kookpuntsverhoging en osmose&lt;br /&gt;
#elektrochemische potentiaal en metaal/metaalionelectrode + Nernstvergelijking (kort) afleiden + (heel kort) bespreken hoe enthalpie en entropie bepaald kan worden uit elektrochemie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 januari 2015 (NM) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# 1. Dat vuur pomp stuff.&lt;br /&gt;
# 2. Bereken tripel punt shit.&lt;br /&gt;
# 3. Wat met entropie spelen n stuff.&lt;br /&gt;
# 4. Een of ander carnot cyclus... komt dat iemand bekend voor?&lt;br /&gt;
# 5. Wat shit met oppervlakte spanning en Young en een van zijn Franse maatjes afleiden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2014 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# vraag over enthalpie bij peptide vouwen, vraag 1 van da document&lt;br /&gt;
# Oefening om enthalpie te bereken bij 1000K terwijl de enthalpie is gegeven bij 298K van een reactievgl&lt;br /&gt;
# Entropie berekening voor irreversibel en reversibel proces &lt;br /&gt;
# leidt de formule van de oppervlaktespanning af, bewijs dat stoffen die de oppervlaktespanning verlagen de nijging hebben om zich aan de oppervlakte op te stapelen, Leidt de vergelijking van Young-dupre af&lt;br /&gt;
# leg te elektrochemische potentiaal uit( gewoon de vergelijking uitleggen), leg membraanpotentiaal uit, leg metaal/metaan-ion elektrode uit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 januari 2013 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Bespreek de electrochemische potentiaal en pas dit toe op een metaal/metaalionelektrode.&lt;br /&gt;
# Toon aan dat een adiabatische expansie kan leiden tot mistvorming in een erlenmeyer (artikel).&lt;br /&gt;
# Oefening: bepaling van de molaire entropieverandering bij verwarmen en compresseren. Warmtecapaciteit bij constant volume is geggeven.&lt;br /&gt;
# Oefening: bereken delta H bij 1000 K van de reactie: CO + H2O -&amp;amp;gt; CO2 + H2. delta H bij 298 K is gegeven, als ook de Cp&#039;s van de stoffen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 januari 2013 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# bewijs: bij adiabatisch proces is p1V1^(lambda)=p2V2^(lambda)&lt;br /&gt;
# bespreek de rol van enthalpie en entropie bij het hydrofoob effect&lt;br /&gt;
# bepaling van de tempperatuursverandering bij adiabatische compressie (begin- en einddruk, begintemp gegeven)&lt;br /&gt;
# bepaling van delta U en delta H bij een opwarming bij constante druk (cv, massa, molaire massa en begin- en eindtemp gegeven)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2013 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Toon aan dat de gemiddelde kinetische energie van een mol gas gelijk is aan 3/2 RT&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe een adiabatische expansie kan leiden tot mistvorming in een erlenmeyer (vraag uit artikel).&lt;br /&gt;
# Oefening: entropieverandering van 298 K en 2 atm naar 233 K en 0.4 atm. Warmtecapaciteit bij constant volume is gegeven.&lt;br /&gt;
# Oefening: geef temperatuur en druk bij het tripelpunt van een bepaalde stof, twee vergelijkingen met p en T zijn al gegeven, je moet alleen nog maar het stelsel van twee vergelijkingen en twee onbekenden oplossen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 3 feb 2012 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Geef het verschil tussen een isotherme en een adiabatische expansie. &lt;br /&gt;
# Toon aan dat de gemiddelde kinetische energie van een mol gas gelijk is aan 3/2 RT&lt;br /&gt;
# Oefening: entropieverandering van 298 K en 2 atm naar 233 K en 0.4 atm&lt;br /&gt;
# Oefening: geef temperatuur en druk bij het tripelpunt van een bepaalde stof, twee vergelijkingen met p en T zijn al gegeven, je moet alleen nog maar het stelsel van twee vergelijkingen en twee onbekenden oplossen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 27 jan 2012 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Toon aan dat stoffen die de oppervlaktespanning verlagen, de neiging hebben om zich aan het oppervlak op te stapelen.&lt;br /&gt;
# Leg uit, elektrochemische potentiaal en pas toe op de membraanpotentiaal.&lt;br /&gt;
# Oefening op entropieverandering&lt;br /&gt;
# Bereken q, U en H bij verwarming bij constante druk.&lt;br /&gt;
=== 20 jan 2012 VM ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Bespreek osmose (bijvragen: geldt deze formule altijd, hoe aanpassen voor grotere C, hoe noem je dit?)&lt;br /&gt;
# Geef de formules voor de warmte, arbeid en verandering in inwendige energie voor volgende processen met ideale gassen:&lt;br /&gt;
#* isotherme expansie in vacuÃ¼m&lt;br /&gt;
#* adiabatische expansie in vacuÃ¼m&lt;br /&gt;
#* isotherme expansie tegen constante druk&lt;br /&gt;
#* adiabatisch expansie tegen constante druk&lt;br /&gt;
#* reversibele isotherme expansie&lt;br /&gt;
#* reversibele adiabatische expansie&lt;br /&gt;
#* (bijvraag: een stok met aan het uiteinde een stuk katoen in een omhulsel duwen (past perfect): hierna brandt het katoen, hoe verklaar je dit?)&lt;br /&gt;
# Oef: zie oef 3 bij oude examenvragen&lt;br /&gt;
# Oef: zie oef 7 bij oude examenvragen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 jan 2012 VM ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Geef de carnotcyclus en bespreek U, w &amp;amp;amp; q bij elk proces&lt;br /&gt;
# Bespreek de electrochemische potentiaal en leg uit a.d.h.v. een metaal/metaalionelektrode.&lt;br /&gt;
# Oefening over verandering Gibbs van reactie bij 1298K als Cp, H &amp;amp;amp; S van alle reagentia en producten gegeven bij 298K &lt;br /&gt;
# Oefening over entropieverandering van expansie (systeem, omgeving, universum) zowel a) reversibel b) irreversibel bij uitwendige druk van 0,1Atm&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 jan 2011 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Bespreek osmose en hoe kan je hieruit molecuulgewicht bepalen (3de keer!!!)&lt;br /&gt;
#Bespreek membraanpotentiaal&lt;br /&gt;
#IJs wordt van -10Â°C tot +10Â°C verwarmd: wat is de entropietoename &amp;amp;lt;u&amp;amp;gt;van het systeem&amp;amp;lt;/u&amp;amp;gt;? (enthalpie en warmtecapaciteiten gegeven)&lt;br /&gt;
#Bereken eindtemperatuur, q, W en U van een reversibele adiabatische compressie van 28l naar 10l. (C&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;v&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; = 5/2R)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 jan 2011 VM ===&lt;br /&gt;
# Geef de carnotcyclus en bespreek U, w &amp;amp;amp; q bij elk proces&lt;br /&gt;
# Bespreek de electrochemische potentiaal en leg uit a.d.h.v. een metaal/metaalionelektrode.&lt;br /&gt;
# Oefening over verandering inwendige energie (delta U)&lt;br /&gt;
# Oefening over entropieverandering&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 jan 2011 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Bespreek osmose en leg uit hoe je hieruit molecuulgewichten kunt bekomen &lt;br /&gt;
# Clapeyron afleiden + toepassen op fasediagramma (m.a.w. vgl vast-&amp;amp;gt; vl., vl. -&amp;amp;gt; gas en vast -&amp;amp;gt; gas berekenen)&lt;br /&gt;
# Oefening over entropieverandering &lt;br /&gt;
# Oefening over verandering in gibbsfunctie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2010 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# bespreek de adiabatische expansie &lt;br /&gt;
# bespreek osmose en geef een toepassing &lt;br /&gt;
# oefening over entropieverandering &lt;br /&gt;
# oefening over verandering in gibbsfunctie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 jan 2010 VM ===&lt;br /&gt;
# Bespreek het kinetischgasmodel en de gemiddelde Etr.&lt;br /&gt;
# Bespreek de electrochemische potentiaal en leg uit a.d.h.v. een metaal/metaalionelektrode.&lt;br /&gt;
# ?&lt;br /&gt;
# ?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 jan 2010 NM ===&lt;br /&gt;
# Toon aan met formules dat een stof die de oppervlaktespanning verlaagt de neiging heeft om zich aan het oppervlak op te stapelen.&lt;br /&gt;
# Bewijs dat de totale entropie voor een Carnotcyclus gelijk is aan nul.&lt;br /&gt;
# Entropieverandering berekenen van gas bij bepaalde gebeurtenis.&lt;br /&gt;
# Veranderingen in U en H berekenen bij de opwarming van een ideaal gas bij constante druk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 jan 2009 ===&lt;br /&gt;
# Clapeyron afleiden+toepassen op vloeibaar-gas.&lt;br /&gt;
# Kookpuntverhoging.&lt;br /&gt;
# Adiabatische compressie van een gas met de volumes en de begin T en de Cv gegeven.&lt;br /&gt;
# Entropieverandering van 25 C naar 1000 C met Cv gegeven.&lt;br /&gt;
=== 16 jan 2009 ===&lt;br /&gt;
# bij mengen verandering in gibbs, entropie, enthalpie en volume&lt;br /&gt;
# carnot bespreken, q, W en U bij elk proces, en efficientie berekenen&lt;br /&gt;
# verandering in entropie berekenen wanneer een ideaal gas expandeert van 1l bij 12K naar 2l bij 24K &lt;br /&gt;
# verandering in enthalpie en inwendige energie berekenen van een reactie, enkele vormingsenthalpieÃ«n gegeven en een verbrandingsenthalpie, en we mochten veronderstellen dat de gassen ideaal waren&lt;br /&gt;
=== 21 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
# clayperon+ toep. op verdampen&lt;br /&gt;
# kookpuntsverhoging bespreken&lt;br /&gt;
# adiabatische expansie 1L naar 10L, Ti = 273K, bereken eindtem Cv gegeven&lt;br /&gt;
# compresie van 1atm naar 2atm en verwarmen van 300k naar 1000k. Cp gegeven. bereken entropieverandering.&lt;br /&gt;
=== 21 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
# geef de carnotcyclus en bespreek U, w &amp;amp;amp; q bij elk proces&lt;br /&gt;
# Bespreek de membraam potentiaal&lt;br /&gt;
# adiabtische compressie gas (1 mol) van 48,4l naar 44,4 l en begin temp = 0Â°C. Eindtemperatuur berekenen&lt;br /&gt;
# entropieverandering van verwarmen gas 25Â°C--&amp;amp;gt;1000Â°C. Cp gegeven&lt;br /&gt;
=== 18 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
# druk en temperatuursafhankelijkheid van evenwichtsconstante&lt;br /&gt;
# isotherme en adiabatische expansie van een ideaal gas bespreken&lt;br /&gt;
# inwendige energie berekenen, vormingsenthalpie en temperatuur gegeven&lt;br /&gt;
# enthalpie en entropie berekenen van faseovergang van water bij T = 263K, H(273K) gegeven en Cp&#039;s gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
# clapeyron afleiden en toepassen op vast/vloeistof&lt;br /&gt;
# osmose bespreken&lt;br /&gt;
# vormingsenthalpie berekenen bij 125Â°C van HBr uit H2 en Br2. met de HfÂ°bij 25Â°C gegeven. bereken ook de inwendige energieverandering. (Cp ook gegeven dacht ik (iemand die nog exact weet?) )&lt;br /&gt;
# entropieverandering bij 1 mol ideaal gas met T1= 12K, T2= 24K en V1=1L en V2=2L. en Cv = 3/2 R&lt;br /&gt;
=== 14 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
# twee ideale gassen, bepaal deltaG, S, H, V na mengen&lt;br /&gt;
# kookpuntsverhoging bespreken&lt;br /&gt;
# CO(g) + H20 (g) =&amp;amp;gt; CO2(g) + H2(g) delta H (298K) = -10 kcal. zoek delta H (1000K) Cp&#039;s gegeven&lt;br /&gt;
# bespreek de carnotcyclus in een STdiagramma&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 aug 2008 ===&lt;br /&gt;
# mengen van ideale gassen, bespreek delta G, delta H, delta S, delta U en delta V&lt;br /&gt;
# geef q, U en W voor volgende processen met ideale gassen&lt;br /&gt;
#* isotherme expansie in vacuum&lt;br /&gt;
#* adiabatische expansie in vacuum&lt;br /&gt;
#* isotherme exp tegen constante druk&lt;br /&gt;
#* adiab exp cte P&lt;br /&gt;
#* reversibele isoth exp&lt;br /&gt;
#* rev adiab exp&lt;br /&gt;
# ideaal gas bij 12K en 1L, bereken delta S bij het omzetten naar 24K en 2L. C=2/3R &lt;br /&gt;
=== 29 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
# bespreek de druk- en temperatuursafh van de evenwichtsconstante&lt;br /&gt;
# de henryconstante van CO2 in H2O is 1,...*10^6, die in benzeen 8,...*10^4. In welke stof is CO2 het best oplosbaar?&lt;br /&gt;
# Een oefening waarbij een ideaal gas van T en V veranderd. Bereken DeltaS.&lt;br /&gt;
=== 23 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
# bespreek osmose&lt;br /&gt;
# oefening waar ge bij reversibele isotherme compressie U, q, H en W moet berekenen&lt;br /&gt;
# een ideaal gas gaat van T1-&amp;amp;gt;T2 en V1-&amp;amp;gt; V2. Laat zien dat geldt: Delta S= Cv. ln(T2/T1)+n.R. ln(V2/V1) Cv mag onafhankelijk van de temperatuur genomen worden. &lt;br /&gt;
=== 20 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
# Geef de afleiding voor de vergelijking van clapeyron en pas dit toe op smelten&lt;br /&gt;
# Geef een S-T diagramma van de Carnotcyclus&lt;br /&gt;
# Bereken deltaH bij 1000K, je kreeg deltaH(298), de reactie en alle Cp&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
# het mengen van ideale gassen. Bespreek de gibs functie de entalpie, entropie, en volume verandering.&lt;br /&gt;
# de carnot cyclus wordt meestal weergeven in een pv-diagrama, geef hem nu weer in een TS-diagramma&lt;br /&gt;
=== 18 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
# bewijs dat de evenwichtsconstante niet drukafhankelijk is, maar wel temperatuursafhankelijk&lt;br /&gt;
# bewijs volgende uitdrukking voor de entropieverandering van een gas dat van temperatuur en volume verandert:&lt;br /&gt;
#: deltaS = Cv*ln(T2/T1) + nR*ln(V2/V1)&lt;br /&gt;
Oefening:&lt;br /&gt;
# bereken molecuulmassa van een proteÃ¯ne&lt;br /&gt;
# oplossing en osmotische druk gegeven, bereken ??&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Maxime vdB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Chemische_Thermodynamica&amp;diff=315</id>
		<title>Chemische Thermodynamica</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Chemische_Thermodynamica&amp;diff=315"/>
		<updated>2017-01-27T18:59:27Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Maxime vdB: /* 27 januari 2017 VM */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Zowel gevolgd door chemie als biochemie, tegenwoordig in het derde jaar voor biochemie en tweede jaar chemie. Een &#039;mondeling&#039; examen met schriftelijke voorbereiding. In theorie want in praktijk verloopt het examen zonder veel woorden. De examenstructuur is altijd dezelfde: 2 theorievragen en 2 oefeningen, waarvan één altijd gaat over entropieverandering. Sinds 2012-2013 komt één van de theorievragen uit één van de artikels die je vooraf moest lezen.&lt;br /&gt;
Het vak wordt gedoceerd door professor Thierry Verbiest, oefenzittingen werden vroeger gegeven door de zo mogelijk nog sympathiekere Maarten Vanbel.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 27 januari 2017 VM ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Artikel over proteïnen&lt;br /&gt;
# Geef q, U en W voor volgende processen met ideale gassen&lt;br /&gt;
#* isotherme expansie in vacuum&lt;br /&gt;
#* adiabatische expansie in vacuum&lt;br /&gt;
#* isotherme expansie tegen constante druk&lt;br /&gt;
#* adiabatische expansie tegen constante druk&lt;br /&gt;
#* reversibele isotherme expansie&lt;br /&gt;
#* reversibele adiabatische expansie&lt;br /&gt;
#* isochoor proces (weet niet meer exact)&lt;br /&gt;
# Chemische potentiaal kort uitleggen, geef afleiding metaal/metaalion electrode&lt;br /&gt;
# Oefening triplepunt&lt;br /&gt;
# Oefening entropie berekening&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 januari 2017 NM ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Vuurpomp vertrekkende van de eerste hoofdwet van de thermodynamica&lt;br /&gt;
#entropie (van systeem, universum en omgeving) als je een gas opwarmt van 768 tot 1028 K en samendrukt door het veranderen van de druk van 1 atm tot 6 atm. je mocht dit beschouwen als een reversibel proces. Wat is de entropie?&lt;br /&gt;
#een mol gas (argon) ontspant zich bij 273K adiabatisch van 1L naar 10L, wat is de eindtemperatuur? gebruik voor warmtecapaciteit C(v)= 3/2R&lt;br /&gt;
#leidt een formule af voor chemische potentiaal bij het mengen van twee stoffen. leidt dan ook de gibbsfunctie af en toon aan dat dit entropisch gedreven is.&lt;br /&gt;
#Toon aan dat stoffen aan de oppervlakte van een stof de oppervlaktespanning doen dalen. Leidt de formule van Young-Laplace af.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2017 VM ===&lt;br /&gt;
#Werking van de vuurpomp beschrijven m.b.v. de eerste hoofdwet van de thermodynamica.&lt;br /&gt;
#Bereken een reactie-enthalpie bij 1000K (de reactie en de reactie-enthalpie bij 298K is gegeven).&lt;br /&gt;
#Een gas bij 25°C wordt verwarmd bij constante druk tot het verdubbeld is in volume. Bereken de verandering in enthalpie, entropie en vrije energie.&lt;br /&gt;
#Mengen van ideale gassen, formule afleiden. (en nog dingen maar die ben ik vergeten omda ik ze nie kon :&#039;( )&lt;br /&gt;
#Leid de Clapeyron af en pas toe op Vast-Vloeistof en Vloeistof-Damp.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 januari 2016 NM ===&lt;br /&gt;
#vuurpomp&lt;br /&gt;
#colligatieve eigenschappen, kookpuntsverhoging, osmose&lt;br /&gt;
#clapeyron afleiden en toepassen op smelten en verdampen&lt;br /&gt;
#entropie (sys, omg, univ) berekenen reversibel, irreversibel en enthalpie van systeem berekenen met T1, T2, Cp gegeven&lt;br /&gt;
#entropie, enthalpie en inwendige energie berekenen waarbij een systeem verwarmd word tot het volume verdubbelt is met P constant en Ti, P en n gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2016 (VM) ===&lt;br /&gt;
#Het artikel over het vouwen van eiwitten bespreken.&lt;br /&gt;
#De dampspanning van een zuivere stof op twee verschillende temperaturen krijg je. Bereken de verdampingsenthalpie, ebullioscopische constante (molaire massa gegeven.), de temperatuur waarop de vloeistof verdampt en de entropie van dit proces. &lt;br /&gt;
#Een (zeer eenvoudige) oefening waarin de entropie moet berekend worden van een expansie.&lt;br /&gt;
#Bespreek de carnot cyclus.&lt;br /&gt;
#De laplace vergelijking uitleggen en verklaren waarom stoffen die aan het oppervlakte opstapelen de oppervlaktespanning verlagen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 januari 2016 NM ===&lt;br /&gt;
Hetzelfde als 11 januari VM&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 januari 2016 VM ===&lt;br /&gt;
#vuurpomp (opdracht)&lt;br /&gt;
#tripelpunt oefening: gegeven temperatuur bij tripelpunt, Pvap(T1), Pvap(T2) te berekenen enthalpie(vap), kooktemp. bij normaaldruk en druk op tripelpunt.&lt;br /&gt;
#entropie en enthalpie bij reversibel en irreversibel oefening: gegeven T1, T2, Cp&lt;br /&gt;
#colligatieve eigenschappen bespreken (wat is het + invloed van de opgeloste stof op de chemische potentiaal van de vloeistof) en kookpuntsverhoging en osmose&lt;br /&gt;
#elektrochemische potentiaal en metaal/metaalionelectrode + Nernstvergelijking (kort) afleiden + (heel kort) bespreken hoe enthalpie en entropie bepaald kan worden uit elektrochemie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 januari 2015 (NM) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# 1. Dat vuur pomp stuff.&lt;br /&gt;
# 2. Bereken tripel punt shit.&lt;br /&gt;
# 3. Wat met entropie spelen n stuff.&lt;br /&gt;
# 4. Een of ander carnot cyclus... komt dat iemand bekend voor?&lt;br /&gt;
# 5. Wat shit met oppervlakte spanning en Young en een van zijn Franse maatjes afleiden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2014 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# vraag over enthalpie bij peptide vouwen, vraag 1 van da document&lt;br /&gt;
# Oefening om enthalpie te bereken bij 1000K terwijl de enthalpie is gegeven bij 298K van een reactievgl&lt;br /&gt;
# Entropie berekening voor irreversibel en reversibel proces &lt;br /&gt;
# leidt de formule van de oppervlaktespanning af, bewijs dat stoffen die de oppervlaktespanning verlagen de nijging hebben om zich aan de oppervlakte op te stapelen, Leidt de vergelijking van Young-dupre af&lt;br /&gt;
# leg te elektrochemische potentiaal uit( gewoon de vergelijking uitleggen), leg membraanpotentiaal uit, leg metaal/metaan-ion elektrode uit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 januari 2013 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Bespreek de electrochemische potentiaal en pas dit toe op een metaal/metaalionelektrode.&lt;br /&gt;
# Toon aan dat een adiabatische expansie kan leiden tot mistvorming in een erlenmeyer (artikel).&lt;br /&gt;
# Oefening: bepaling van de molaire entropieverandering bij verwarmen en compresseren. Warmtecapaciteit bij constant volume is geggeven.&lt;br /&gt;
# Oefening: bereken delta H bij 1000 K van de reactie: CO + H2O -&amp;amp;gt; CO2 + H2. delta H bij 298 K is gegeven, als ook de Cp&#039;s van de stoffen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 januari 2013 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# bewijs: bij adiabatisch proces is p1V1^(lambda)=p2V2^(lambda)&lt;br /&gt;
# bespreek de rol van enthalpie en entropie bij het hydrofoob effect&lt;br /&gt;
# bepaling van de tempperatuursverandering bij adiabatische compressie (begin- en einddruk, begintemp gegeven)&lt;br /&gt;
# bepaling van delta U en delta H bij een opwarming bij constante druk (cv, massa, molaire massa en begin- en eindtemp gegeven)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2013 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Toon aan dat de gemiddelde kinetische energie van een mol gas gelijk is aan 3/2 RT&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe een adiabatische expansie kan leiden tot mistvorming in een erlenmeyer (vraag uit artikel).&lt;br /&gt;
# Oefening: entropieverandering van 298 K en 2 atm naar 233 K en 0.4 atm. Warmtecapaciteit bij constant volume is gegeven.&lt;br /&gt;
# Oefening: geef temperatuur en druk bij het tripelpunt van een bepaalde stof, twee vergelijkingen met p en T zijn al gegeven, je moet alleen nog maar het stelsel van twee vergelijkingen en twee onbekenden oplossen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 3 feb 2012 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Geef het verschil tussen een isotherme en een adiabatische expansie. &lt;br /&gt;
# Toon aan dat de gemiddelde kinetische energie van een mol gas gelijk is aan 3/2 RT&lt;br /&gt;
# Oefening: entropieverandering van 298 K en 2 atm naar 233 K en 0.4 atm&lt;br /&gt;
# Oefening: geef temperatuur en druk bij het tripelpunt van een bepaalde stof, twee vergelijkingen met p en T zijn al gegeven, je moet alleen nog maar het stelsel van twee vergelijkingen en twee onbekenden oplossen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 27 jan 2012 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Toon aan dat stoffen die de oppervlaktespanning verlagen, de neiging hebben om zich aan het oppervlak op te stapelen.&lt;br /&gt;
# Leg uit, elektrochemische potentiaal en pas toe op de membraanpotentiaal.&lt;br /&gt;
# Oefening op entropieverandering&lt;br /&gt;
# Bereken q, U en H bij verwarming bij constante druk.&lt;br /&gt;
=== 20 jan 2012 VM ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Bespreek osmose (bijvragen: geldt deze formule altijd, hoe aanpassen voor grotere C, hoe noem je dit?)&lt;br /&gt;
# Geef de formules voor de warmte, arbeid en verandering in inwendige energie voor volgende processen met ideale gassen:&lt;br /&gt;
#* isotherme expansie in vacuÃ¼m&lt;br /&gt;
#* adiabatische expansie in vacuÃ¼m&lt;br /&gt;
#* isotherme expansie tegen constante druk&lt;br /&gt;
#* adiabatisch expansie tegen constante druk&lt;br /&gt;
#* reversibele isotherme expansie&lt;br /&gt;
#* reversibele adiabatische expansie&lt;br /&gt;
#* (bijvraag: een stok met aan het uiteinde een stuk katoen in een omhulsel duwen (past perfect): hierna brandt het katoen, hoe verklaar je dit?)&lt;br /&gt;
# Oef: zie oef 3 bij oude examenvragen&lt;br /&gt;
# Oef: zie oef 7 bij oude examenvragen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 jan 2012 VM ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Geef de carnotcyclus en bespreek U, w &amp;amp;amp; q bij elk proces&lt;br /&gt;
# Bespreek de electrochemische potentiaal en leg uit a.d.h.v. een metaal/metaalionelektrode.&lt;br /&gt;
# Oefening over verandering Gibbs van reactie bij 1298K als Cp, H &amp;amp;amp; S van alle reagentia en producten gegeven bij 298K &lt;br /&gt;
# Oefening over entropieverandering van expansie (systeem, omgeving, universum) zowel a) reversibel b) irreversibel bij uitwendige druk van 0,1Atm&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 jan 2011 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Bespreek osmose en hoe kan je hieruit molecuulgewicht bepalen (3de keer!!!)&lt;br /&gt;
#Bespreek membraanpotentiaal&lt;br /&gt;
#IJs wordt van -10Â°C tot +10Â°C verwarmd: wat is de entropietoename &amp;amp;lt;u&amp;amp;gt;van het systeem&amp;amp;lt;/u&amp;amp;gt;? (enthalpie en warmtecapaciteiten gegeven)&lt;br /&gt;
#Bereken eindtemperatuur, q, W en U van een reversibele adiabatische compressie van 28l naar 10l. (C&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;v&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; = 5/2R)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 jan 2011 VM ===&lt;br /&gt;
# Geef de carnotcyclus en bespreek U, w &amp;amp;amp; q bij elk proces&lt;br /&gt;
# Bespreek de electrochemische potentiaal en leg uit a.d.h.v. een metaal/metaalionelektrode.&lt;br /&gt;
# Oefening over verandering inwendige energie (delta U)&lt;br /&gt;
# Oefening over entropieverandering&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 jan 2011 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Bespreek osmose en leg uit hoe je hieruit molecuulgewichten kunt bekomen &lt;br /&gt;
# Clapeyron afleiden + toepassen op fasediagramma (m.a.w. vgl vast-&amp;amp;gt; vl., vl. -&amp;amp;gt; gas en vast -&amp;amp;gt; gas berekenen)&lt;br /&gt;
# Oefening over entropieverandering &lt;br /&gt;
# Oefening over verandering in gibbsfunctie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2010 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# bespreek de adiabatische expansie &lt;br /&gt;
# bespreek osmose en geef een toepassing &lt;br /&gt;
# oefening over entropieverandering &lt;br /&gt;
# oefening over verandering in gibbsfunctie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 jan 2010 VM ===&lt;br /&gt;
# Bespreek het kinetischgasmodel en de gemiddelde Etr.&lt;br /&gt;
# Bespreek de electrochemische potentiaal en leg uit a.d.h.v. een metaal/metaalionelektrode.&lt;br /&gt;
# ?&lt;br /&gt;
# ?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 jan 2010 NM ===&lt;br /&gt;
# Toon aan met formules dat een stof die de oppervlaktespanning verlaagt de neiging heeft om zich aan het oppervlak op te stapelen.&lt;br /&gt;
# Bewijs dat de totale entropie voor een Carnotcyclus gelijk is aan nul.&lt;br /&gt;
# Entropieverandering berekenen van gas bij bepaalde gebeurtenis.&lt;br /&gt;
# Veranderingen in U en H berekenen bij de opwarming van een ideaal gas bij constante druk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 jan 2009 ===&lt;br /&gt;
# Clapeyron afleiden+toepassen op vloeibaar-gas.&lt;br /&gt;
# Kookpuntverhoging.&lt;br /&gt;
# Adiabatische compressie van een gas met de volumes en de begin T en de Cv gegeven.&lt;br /&gt;
# Entropieverandering van 25 C naar 1000 C met Cv gegeven.&lt;br /&gt;
=== 16 jan 2009 ===&lt;br /&gt;
# bij mengen verandering in gibbs, entropie, enthalpie en volume&lt;br /&gt;
# carnot bespreken, q, W en U bij elk proces, en efficientie berekenen&lt;br /&gt;
# verandering in entropie berekenen wanneer een ideaal gas expandeert van 1l bij 12K naar 2l bij 24K &lt;br /&gt;
# verandering in enthalpie en inwendige energie berekenen van een reactie, enkele vormingsenthalpieÃ«n gegeven en een verbrandingsenthalpie, en we mochten veronderstellen dat de gassen ideaal waren&lt;br /&gt;
=== 21 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
# clayperon+ toep. op verdampen&lt;br /&gt;
# kookpuntsverhoging bespreken&lt;br /&gt;
# adiabatische expansie 1L naar 10L, Ti = 273K, bereken eindtem Cv gegeven&lt;br /&gt;
# compresie van 1atm naar 2atm en verwarmen van 300k naar 1000k. Cp gegeven. bereken entropieverandering.&lt;br /&gt;
=== 21 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
# geef de carnotcyclus en bespreek U, w &amp;amp;amp; q bij elk proces&lt;br /&gt;
# Bespreek de membraam potentiaal&lt;br /&gt;
# adiabtische compressie gas (1 mol) van 48,4l naar 44,4 l en begin temp = 0Â°C. Eindtemperatuur berekenen&lt;br /&gt;
# entropieverandering van verwarmen gas 25Â°C--&amp;amp;gt;1000Â°C. Cp gegeven&lt;br /&gt;
=== 18 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
# druk en temperatuursafhankelijkheid van evenwichtsconstante&lt;br /&gt;
# isotherme en adiabatische expansie van een ideaal gas bespreken&lt;br /&gt;
# inwendige energie berekenen, vormingsenthalpie en temperatuur gegeven&lt;br /&gt;
# enthalpie en entropie berekenen van faseovergang van water bij T = 263K, H(273K) gegeven en Cp&#039;s gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
# clapeyron afleiden en toepassen op vast/vloeistof&lt;br /&gt;
# osmose bespreken&lt;br /&gt;
# vormingsenthalpie berekenen bij 125Â°C van HBr uit H2 en Br2. met de HfÂ°bij 25Â°C gegeven. bereken ook de inwendige energieverandering. (Cp ook gegeven dacht ik (iemand die nog exact weet?) )&lt;br /&gt;
# entropieverandering bij 1 mol ideaal gas met T1= 12K, T2= 24K en V1=1L en V2=2L. en Cv = 3/2 R&lt;br /&gt;
=== 14 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
# twee ideale gassen, bepaal deltaG, S, H, V na mengen&lt;br /&gt;
# kookpuntsverhoging bespreken&lt;br /&gt;
# CO(g) + H20 (g) =&amp;amp;gt; CO2(g) + H2(g) delta H (298K) = -10 kcal. zoek delta H (1000K) Cp&#039;s gegeven&lt;br /&gt;
# bespreek de carnotcyclus in een STdiagramma&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 aug 2008 ===&lt;br /&gt;
# mengen van ideale gassen, bespreek delta G, delta H, delta S, delta U en delta V&lt;br /&gt;
# geef q, U en W voor volgende processen met ideale gassen&lt;br /&gt;
#* isotherme expansie in vacuum&lt;br /&gt;
#* adiabatische expansie in vacuum&lt;br /&gt;
#* isotherme exp tegen constante druk&lt;br /&gt;
#* adiab exp cte P&lt;br /&gt;
#* reversibele isoth exp&lt;br /&gt;
#* rev adiab exp&lt;br /&gt;
# ideaal gas bij 12K en 1L, bereken delta S bij het omzetten naar 24K en 2L. C=2/3R &lt;br /&gt;
=== 29 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
# bespreek de druk- en temperatuursafh van de evenwichtsconstante&lt;br /&gt;
# de henryconstante van CO2 in H2O is 1,...*10^6, die in benzeen 8,...*10^4. In welke stof is CO2 het best oplosbaar?&lt;br /&gt;
# Een oefening waarbij een ideaal gas van T en V veranderd. Bereken DeltaS.&lt;br /&gt;
=== 23 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
# bespreek osmose&lt;br /&gt;
# oefening waar ge bij reversibele isotherme compressie U, q, H en W moet berekenen&lt;br /&gt;
# een ideaal gas gaat van T1-&amp;amp;gt;T2 en V1-&amp;amp;gt; V2. Laat zien dat geldt: Delta S= Cv. ln(T2/T1)+n.R. ln(V2/V1) Cv mag onafhankelijk van de temperatuur genomen worden. &lt;br /&gt;
=== 20 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
# Geef de afleiding voor de vergelijking van clapeyron en pas dit toe op smelten&lt;br /&gt;
# Geef een S-T diagramma van de Carnotcyclus&lt;br /&gt;
# Bereken deltaH bij 1000K, je kreeg deltaH(298), de reactie en alle Cp&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
# het mengen van ideale gassen. Bespreek de gibs functie de entalpie, entropie, en volume verandering.&lt;br /&gt;
# de carnot cyclus wordt meestal weergeven in een pv-diagrama, geef hem nu weer in een TS-diagramma&lt;br /&gt;
=== 18 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
# bewijs dat de evenwichtsconstante niet drukafhankelijk is, maar wel temperatuursafhankelijk&lt;br /&gt;
# bewijs volgende uitdrukking voor de entropieverandering van een gas dat van temperatuur en volume verandert:&lt;br /&gt;
#: deltaS = Cv*ln(T2/T1) + nR*ln(V2/V1)&lt;br /&gt;
Oefening:&lt;br /&gt;
# bereken molecuulmassa van een proteÃ¯ne&lt;br /&gt;
# oplossing en osmotische druk gegeven, bereken ??&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Maxime vdB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Chemische_Thermodynamica&amp;diff=314</id>
		<title>Chemische Thermodynamica</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Chemische_Thermodynamica&amp;diff=314"/>
		<updated>2017-01-27T18:59:13Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Maxime vdB: /* 27 januari 2017 VM */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Zowel gevolgd door chemie als biochemie, tegenwoordig in het derde jaar voor biochemie en tweede jaar chemie. Een &#039;mondeling&#039; examen met schriftelijke voorbereiding. In theorie want in praktijk verloopt het examen zonder veel woorden. De examenstructuur is altijd dezelfde: 2 theorievragen en 2 oefeningen, waarvan één altijd gaat over entropieverandering. Sinds 2012-2013 komt één van de theorievragen uit één van de artikels die je vooraf moest lezen.&lt;br /&gt;
Het vak wordt gedoceerd door professor Thierry Verbiest, oefenzittingen werden vroeger gegeven door de zo mogelijk nog sympathiekere Maarten Vanbel.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 27 januari 2017 VM ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Artikel over proteïnen&lt;br /&gt;
# Geef q, U en W voor volgende processen met ideale gassen&lt;br /&gt;
#* isotherme expansie in vacuum&lt;br /&gt;
#* adiabatische expansie in vacuum&lt;br /&gt;
#* isotherme expansie tegen constante druk&lt;br /&gt;
#* adiabatische expansie tegen constante druk&lt;br /&gt;
#* reversibele isotherme expansie&lt;br /&gt;
#* reversibele adiabatische expansie&lt;br /&gt;
#* isochore proces (weet niet meer exact)&lt;br /&gt;
# Chemische potentiaal kort uitleggen, geef afleiding metaal/metaalion electrode&lt;br /&gt;
# Oefening triplepunt&lt;br /&gt;
# Oefening entropie berekening&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 januari 2017 NM ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Vuurpomp vertrekkende van de eerste hoofdwet van de thermodynamica&lt;br /&gt;
#entropie (van systeem, universum en omgeving) als je een gas opwarmt van 768 tot 1028 K en samendrukt door het veranderen van de druk van 1 atm tot 6 atm. je mocht dit beschouwen als een reversibel proces. Wat is de entropie?&lt;br /&gt;
#een mol gas (argon) ontspant zich bij 273K adiabatisch van 1L naar 10L, wat is de eindtemperatuur? gebruik voor warmtecapaciteit C(v)= 3/2R&lt;br /&gt;
#leidt een formule af voor chemische potentiaal bij het mengen van twee stoffen. leidt dan ook de gibbsfunctie af en toon aan dat dit entropisch gedreven is.&lt;br /&gt;
#Toon aan dat stoffen aan de oppervlakte van een stof de oppervlaktespanning doen dalen. Leidt de formule van Young-Laplace af.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2017 VM ===&lt;br /&gt;
#Werking van de vuurpomp beschrijven m.b.v. de eerste hoofdwet van de thermodynamica.&lt;br /&gt;
#Bereken een reactie-enthalpie bij 1000K (de reactie en de reactie-enthalpie bij 298K is gegeven).&lt;br /&gt;
#Een gas bij 25°C wordt verwarmd bij constante druk tot het verdubbeld is in volume. Bereken de verandering in enthalpie, entropie en vrije energie.&lt;br /&gt;
#Mengen van ideale gassen, formule afleiden. (en nog dingen maar die ben ik vergeten omda ik ze nie kon :&#039;( )&lt;br /&gt;
#Leid de Clapeyron af en pas toe op Vast-Vloeistof en Vloeistof-Damp.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 januari 2016 NM ===&lt;br /&gt;
#vuurpomp&lt;br /&gt;
#colligatieve eigenschappen, kookpuntsverhoging, osmose&lt;br /&gt;
#clapeyron afleiden en toepassen op smelten en verdampen&lt;br /&gt;
#entropie (sys, omg, univ) berekenen reversibel, irreversibel en enthalpie van systeem berekenen met T1, T2, Cp gegeven&lt;br /&gt;
#entropie, enthalpie en inwendige energie berekenen waarbij een systeem verwarmd word tot het volume verdubbelt is met P constant en Ti, P en n gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2016 (VM) ===&lt;br /&gt;
#Het artikel over het vouwen van eiwitten bespreken.&lt;br /&gt;
#De dampspanning van een zuivere stof op twee verschillende temperaturen krijg je. Bereken de verdampingsenthalpie, ebullioscopische constante (molaire massa gegeven.), de temperatuur waarop de vloeistof verdampt en de entropie van dit proces. &lt;br /&gt;
#Een (zeer eenvoudige) oefening waarin de entropie moet berekend worden van een expansie.&lt;br /&gt;
#Bespreek de carnot cyclus.&lt;br /&gt;
#De laplace vergelijking uitleggen en verklaren waarom stoffen die aan het oppervlakte opstapelen de oppervlaktespanning verlagen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 januari 2016 NM ===&lt;br /&gt;
Hetzelfde als 11 januari VM&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 januari 2016 VM ===&lt;br /&gt;
#vuurpomp (opdracht)&lt;br /&gt;
#tripelpunt oefening: gegeven temperatuur bij tripelpunt, Pvap(T1), Pvap(T2) te berekenen enthalpie(vap), kooktemp. bij normaaldruk en druk op tripelpunt.&lt;br /&gt;
#entropie en enthalpie bij reversibel en irreversibel oefening: gegeven T1, T2, Cp&lt;br /&gt;
#colligatieve eigenschappen bespreken (wat is het + invloed van de opgeloste stof op de chemische potentiaal van de vloeistof) en kookpuntsverhoging en osmose&lt;br /&gt;
#elektrochemische potentiaal en metaal/metaalionelectrode + Nernstvergelijking (kort) afleiden + (heel kort) bespreken hoe enthalpie en entropie bepaald kan worden uit elektrochemie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 januari 2015 (NM) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# 1. Dat vuur pomp stuff.&lt;br /&gt;
# 2. Bereken tripel punt shit.&lt;br /&gt;
# 3. Wat met entropie spelen n stuff.&lt;br /&gt;
# 4. Een of ander carnot cyclus... komt dat iemand bekend voor?&lt;br /&gt;
# 5. Wat shit met oppervlakte spanning en Young en een van zijn Franse maatjes afleiden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2014 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# vraag over enthalpie bij peptide vouwen, vraag 1 van da document&lt;br /&gt;
# Oefening om enthalpie te bereken bij 1000K terwijl de enthalpie is gegeven bij 298K van een reactievgl&lt;br /&gt;
# Entropie berekening voor irreversibel en reversibel proces &lt;br /&gt;
# leidt de formule van de oppervlaktespanning af, bewijs dat stoffen die de oppervlaktespanning verlagen de nijging hebben om zich aan de oppervlakte op te stapelen, Leidt de vergelijking van Young-dupre af&lt;br /&gt;
# leg te elektrochemische potentiaal uit( gewoon de vergelijking uitleggen), leg membraanpotentiaal uit, leg metaal/metaan-ion elektrode uit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 januari 2013 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Bespreek de electrochemische potentiaal en pas dit toe op een metaal/metaalionelektrode.&lt;br /&gt;
# Toon aan dat een adiabatische expansie kan leiden tot mistvorming in een erlenmeyer (artikel).&lt;br /&gt;
# Oefening: bepaling van de molaire entropieverandering bij verwarmen en compresseren. Warmtecapaciteit bij constant volume is geggeven.&lt;br /&gt;
# Oefening: bereken delta H bij 1000 K van de reactie: CO + H2O -&amp;amp;gt; CO2 + H2. delta H bij 298 K is gegeven, als ook de Cp&#039;s van de stoffen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 januari 2013 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# bewijs: bij adiabatisch proces is p1V1^(lambda)=p2V2^(lambda)&lt;br /&gt;
# bespreek de rol van enthalpie en entropie bij het hydrofoob effect&lt;br /&gt;
# bepaling van de tempperatuursverandering bij adiabatische compressie (begin- en einddruk, begintemp gegeven)&lt;br /&gt;
# bepaling van delta U en delta H bij een opwarming bij constante druk (cv, massa, molaire massa en begin- en eindtemp gegeven)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2013 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Toon aan dat de gemiddelde kinetische energie van een mol gas gelijk is aan 3/2 RT&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe een adiabatische expansie kan leiden tot mistvorming in een erlenmeyer (vraag uit artikel).&lt;br /&gt;
# Oefening: entropieverandering van 298 K en 2 atm naar 233 K en 0.4 atm. Warmtecapaciteit bij constant volume is gegeven.&lt;br /&gt;
# Oefening: geef temperatuur en druk bij het tripelpunt van een bepaalde stof, twee vergelijkingen met p en T zijn al gegeven, je moet alleen nog maar het stelsel van twee vergelijkingen en twee onbekenden oplossen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 3 feb 2012 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Geef het verschil tussen een isotherme en een adiabatische expansie. &lt;br /&gt;
# Toon aan dat de gemiddelde kinetische energie van een mol gas gelijk is aan 3/2 RT&lt;br /&gt;
# Oefening: entropieverandering van 298 K en 2 atm naar 233 K en 0.4 atm&lt;br /&gt;
# Oefening: geef temperatuur en druk bij het tripelpunt van een bepaalde stof, twee vergelijkingen met p en T zijn al gegeven, je moet alleen nog maar het stelsel van twee vergelijkingen en twee onbekenden oplossen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 27 jan 2012 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Toon aan dat stoffen die de oppervlaktespanning verlagen, de neiging hebben om zich aan het oppervlak op te stapelen.&lt;br /&gt;
# Leg uit, elektrochemische potentiaal en pas toe op de membraanpotentiaal.&lt;br /&gt;
# Oefening op entropieverandering&lt;br /&gt;
# Bereken q, U en H bij verwarming bij constante druk.&lt;br /&gt;
=== 20 jan 2012 VM ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Bespreek osmose (bijvragen: geldt deze formule altijd, hoe aanpassen voor grotere C, hoe noem je dit?)&lt;br /&gt;
# Geef de formules voor de warmte, arbeid en verandering in inwendige energie voor volgende processen met ideale gassen:&lt;br /&gt;
#* isotherme expansie in vacuÃ¼m&lt;br /&gt;
#* adiabatische expansie in vacuÃ¼m&lt;br /&gt;
#* isotherme expansie tegen constante druk&lt;br /&gt;
#* adiabatisch expansie tegen constante druk&lt;br /&gt;
#* reversibele isotherme expansie&lt;br /&gt;
#* reversibele adiabatische expansie&lt;br /&gt;
#* (bijvraag: een stok met aan het uiteinde een stuk katoen in een omhulsel duwen (past perfect): hierna brandt het katoen, hoe verklaar je dit?)&lt;br /&gt;
# Oef: zie oef 3 bij oude examenvragen&lt;br /&gt;
# Oef: zie oef 7 bij oude examenvragen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 jan 2012 VM ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Geef de carnotcyclus en bespreek U, w &amp;amp;amp; q bij elk proces&lt;br /&gt;
# Bespreek de electrochemische potentiaal en leg uit a.d.h.v. een metaal/metaalionelektrode.&lt;br /&gt;
# Oefening over verandering Gibbs van reactie bij 1298K als Cp, H &amp;amp;amp; S van alle reagentia en producten gegeven bij 298K &lt;br /&gt;
# Oefening over entropieverandering van expansie (systeem, omgeving, universum) zowel a) reversibel b) irreversibel bij uitwendige druk van 0,1Atm&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 jan 2011 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Bespreek osmose en hoe kan je hieruit molecuulgewicht bepalen (3de keer!!!)&lt;br /&gt;
#Bespreek membraanpotentiaal&lt;br /&gt;
#IJs wordt van -10Â°C tot +10Â°C verwarmd: wat is de entropietoename &amp;amp;lt;u&amp;amp;gt;van het systeem&amp;amp;lt;/u&amp;amp;gt;? (enthalpie en warmtecapaciteiten gegeven)&lt;br /&gt;
#Bereken eindtemperatuur, q, W en U van een reversibele adiabatische compressie van 28l naar 10l. (C&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;v&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; = 5/2R)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 jan 2011 VM ===&lt;br /&gt;
# Geef de carnotcyclus en bespreek U, w &amp;amp;amp; q bij elk proces&lt;br /&gt;
# Bespreek de electrochemische potentiaal en leg uit a.d.h.v. een metaal/metaalionelektrode.&lt;br /&gt;
# Oefening over verandering inwendige energie (delta U)&lt;br /&gt;
# Oefening over entropieverandering&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 jan 2011 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Bespreek osmose en leg uit hoe je hieruit molecuulgewichten kunt bekomen &lt;br /&gt;
# Clapeyron afleiden + toepassen op fasediagramma (m.a.w. vgl vast-&amp;amp;gt; vl., vl. -&amp;amp;gt; gas en vast -&amp;amp;gt; gas berekenen)&lt;br /&gt;
# Oefening over entropieverandering &lt;br /&gt;
# Oefening over verandering in gibbsfunctie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2010 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# bespreek de adiabatische expansie &lt;br /&gt;
# bespreek osmose en geef een toepassing &lt;br /&gt;
# oefening over entropieverandering &lt;br /&gt;
# oefening over verandering in gibbsfunctie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 jan 2010 VM ===&lt;br /&gt;
# Bespreek het kinetischgasmodel en de gemiddelde Etr.&lt;br /&gt;
# Bespreek de electrochemische potentiaal en leg uit a.d.h.v. een metaal/metaalionelektrode.&lt;br /&gt;
# ?&lt;br /&gt;
# ?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 jan 2010 NM ===&lt;br /&gt;
# Toon aan met formules dat een stof die de oppervlaktespanning verlaagt de neiging heeft om zich aan het oppervlak op te stapelen.&lt;br /&gt;
# Bewijs dat de totale entropie voor een Carnotcyclus gelijk is aan nul.&lt;br /&gt;
# Entropieverandering berekenen van gas bij bepaalde gebeurtenis.&lt;br /&gt;
# Veranderingen in U en H berekenen bij de opwarming van een ideaal gas bij constante druk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 jan 2009 ===&lt;br /&gt;
# Clapeyron afleiden+toepassen op vloeibaar-gas.&lt;br /&gt;
# Kookpuntverhoging.&lt;br /&gt;
# Adiabatische compressie van een gas met de volumes en de begin T en de Cv gegeven.&lt;br /&gt;
# Entropieverandering van 25 C naar 1000 C met Cv gegeven.&lt;br /&gt;
=== 16 jan 2009 ===&lt;br /&gt;
# bij mengen verandering in gibbs, entropie, enthalpie en volume&lt;br /&gt;
# carnot bespreken, q, W en U bij elk proces, en efficientie berekenen&lt;br /&gt;
# verandering in entropie berekenen wanneer een ideaal gas expandeert van 1l bij 12K naar 2l bij 24K &lt;br /&gt;
# verandering in enthalpie en inwendige energie berekenen van een reactie, enkele vormingsenthalpieÃ«n gegeven en een verbrandingsenthalpie, en we mochten veronderstellen dat de gassen ideaal waren&lt;br /&gt;
=== 21 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
# clayperon+ toep. op verdampen&lt;br /&gt;
# kookpuntsverhoging bespreken&lt;br /&gt;
# adiabatische expansie 1L naar 10L, Ti = 273K, bereken eindtem Cv gegeven&lt;br /&gt;
# compresie van 1atm naar 2atm en verwarmen van 300k naar 1000k. Cp gegeven. bereken entropieverandering.&lt;br /&gt;
=== 21 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
# geef de carnotcyclus en bespreek U, w &amp;amp;amp; q bij elk proces&lt;br /&gt;
# Bespreek de membraam potentiaal&lt;br /&gt;
# adiabtische compressie gas (1 mol) van 48,4l naar 44,4 l en begin temp = 0Â°C. Eindtemperatuur berekenen&lt;br /&gt;
# entropieverandering van verwarmen gas 25Â°C--&amp;amp;gt;1000Â°C. Cp gegeven&lt;br /&gt;
=== 18 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
# druk en temperatuursafhankelijkheid van evenwichtsconstante&lt;br /&gt;
# isotherme en adiabatische expansie van een ideaal gas bespreken&lt;br /&gt;
# inwendige energie berekenen, vormingsenthalpie en temperatuur gegeven&lt;br /&gt;
# enthalpie en entropie berekenen van faseovergang van water bij T = 263K, H(273K) gegeven en Cp&#039;s gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
# clapeyron afleiden en toepassen op vast/vloeistof&lt;br /&gt;
# osmose bespreken&lt;br /&gt;
# vormingsenthalpie berekenen bij 125Â°C van HBr uit H2 en Br2. met de HfÂ°bij 25Â°C gegeven. bereken ook de inwendige energieverandering. (Cp ook gegeven dacht ik (iemand die nog exact weet?) )&lt;br /&gt;
# entropieverandering bij 1 mol ideaal gas met T1= 12K, T2= 24K en V1=1L en V2=2L. en Cv = 3/2 R&lt;br /&gt;
=== 14 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
# twee ideale gassen, bepaal deltaG, S, H, V na mengen&lt;br /&gt;
# kookpuntsverhoging bespreken&lt;br /&gt;
# CO(g) + H20 (g) =&amp;amp;gt; CO2(g) + H2(g) delta H (298K) = -10 kcal. zoek delta H (1000K) Cp&#039;s gegeven&lt;br /&gt;
# bespreek de carnotcyclus in een STdiagramma&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 aug 2008 ===&lt;br /&gt;
# mengen van ideale gassen, bespreek delta G, delta H, delta S, delta U en delta V&lt;br /&gt;
# geef q, U en W voor volgende processen met ideale gassen&lt;br /&gt;
#* isotherme expansie in vacuum&lt;br /&gt;
#* adiabatische expansie in vacuum&lt;br /&gt;
#* isotherme exp tegen constante druk&lt;br /&gt;
#* adiab exp cte P&lt;br /&gt;
#* reversibele isoth exp&lt;br /&gt;
#* rev adiab exp&lt;br /&gt;
# ideaal gas bij 12K en 1L, bereken delta S bij het omzetten naar 24K en 2L. C=2/3R &lt;br /&gt;
=== 29 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
# bespreek de druk- en temperatuursafh van de evenwichtsconstante&lt;br /&gt;
# de henryconstante van CO2 in H2O is 1,...*10^6, die in benzeen 8,...*10^4. In welke stof is CO2 het best oplosbaar?&lt;br /&gt;
# Een oefening waarbij een ideaal gas van T en V veranderd. Bereken DeltaS.&lt;br /&gt;
=== 23 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
# bespreek osmose&lt;br /&gt;
# oefening waar ge bij reversibele isotherme compressie U, q, H en W moet berekenen&lt;br /&gt;
# een ideaal gas gaat van T1-&amp;amp;gt;T2 en V1-&amp;amp;gt; V2. Laat zien dat geldt: Delta S= Cv. ln(T2/T1)+n.R. ln(V2/V1) Cv mag onafhankelijk van de temperatuur genomen worden. &lt;br /&gt;
=== 20 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
# Geef de afleiding voor de vergelijking van clapeyron en pas dit toe op smelten&lt;br /&gt;
# Geef een S-T diagramma van de Carnotcyclus&lt;br /&gt;
# Bereken deltaH bij 1000K, je kreeg deltaH(298), de reactie en alle Cp&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
# het mengen van ideale gassen. Bespreek de gibs functie de entalpie, entropie, en volume verandering.&lt;br /&gt;
# de carnot cyclus wordt meestal weergeven in een pv-diagrama, geef hem nu weer in een TS-diagramma&lt;br /&gt;
=== 18 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
# bewijs dat de evenwichtsconstante niet drukafhankelijk is, maar wel temperatuursafhankelijk&lt;br /&gt;
# bewijs volgende uitdrukking voor de entropieverandering van een gas dat van temperatuur en volume verandert:&lt;br /&gt;
#: deltaS = Cv*ln(T2/T1) + nR*ln(V2/V1)&lt;br /&gt;
Oefening:&lt;br /&gt;
# bereken molecuulmassa van een proteÃ¯ne&lt;br /&gt;
# oplossing en osmotische druk gegeven, bereken ??&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Maxime vdB</name></author>
	</entry>
</feed>