
<?xml version="1.0"?>
<feed xmlns="http://www.w3.org/2005/Atom" xml:lang="nl">
	<id>https://wiki.chemika.be/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=R0883495</id>
	<title>Chemika Examenwiki - Gebruikersbijdragen [nl]</title>
	<link rel="self" type="application/atom+xml" href="https://wiki.chemika.be/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=R0883495"/>
	<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Speciaal:Bijdragen/R0883495"/>
	<updated>2026-07-28T11:54:44Z</updated>
	<subtitle>Gebruikersbijdragen</subtitle>
	<generator>MediaWiki 1.43.0</generator>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Organische_Chemie&amp;diff=3572</id>
		<title>Organische Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Organische_Chemie&amp;diff=3572"/>
		<updated>2023-06-27T07:50:42Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R0883495: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
NU&lt;br /&gt;
Vraag 1 (theorie) en vraag 4 (mechanismen) bij Wim De Borggraeve.&lt;br /&gt;
Vraag 5 (retrosynthese) bij Erik Van der Eycken.&lt;br /&gt;
Bekijk zeker het document met uitleg over de examenvragen op Toledo en de eerder gestelde vragen hier op de wiki.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
VROEGER&lt;br /&gt;
Mondeling examen. (Gedoceerd door N. Boens, die afwezigheid in zijn lessen consequent vergeldt op het examen, en wordt geleidelijk overgenomen door Wim De Borggraeve) Ondertussen wordt het vak volledig gegeven door Wim De Borggraeve en Erik Van der Eycken. Examen bestaat uit 5 vragen, vraag 1 en 2 mondeling bij (Boens) Van der Eycken, 3 en 4 bij De Borggraeve. Vraag 5 (synthesen) schriftelijk. Examenvragen komen telkens terug, kijk zeker naar de oude examens op Toledo.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Uitgewerkte retrosyntheses tot 2020 (Elisabeth I.): https://drive.google.com/file/d/1eE1tOGWKlEPHRD-KMIdMPXrVFA2_bY-H/view?usp=sharing&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
26 juni 2023&lt;br /&gt;
#  Bespreek de claisencondensatie van ethylpropanoaat&lt;br /&gt;
[[File:ethylpropanoaat.png|caption]]&lt;br /&gt;
# twee moleculen -&amp;gt; zelfde als (voorbeeld)examen juni 2017&lt;br /&gt;
[[File:stereochem.png|caption]]&lt;br /&gt;
# rangschikken:&lt;br /&gt;
## invloed reactiviteit substituenten bij SeAr: trifluormethyl, chloor, waterstof, propyl, methoxy(?)&lt;br /&gt;
## reactiviteit bij basiciteit:&lt;br /&gt;
[[File:ranschik enolaten.png|caption]] &lt;br /&gt;
## reactiviteit bij Sn2&lt;br /&gt;
# Verklaar volgende omzetting met behulp van een mechanisme&lt;br /&gt;
[[File:4a.png|caption]] &lt;br /&gt;
# Verklaar de volgorde van reactiviteit in solovlyse met mierenzuur: bromo-cyclopent-di-een, bromo-cyclopenteen, bromocyclopentaan -&amp;gt; anti-aromaat, allylische positie en 2° carbokation&lt;br /&gt;
# retrosynthese: &lt;br /&gt;
## iets zoals dit: &lt;br /&gt;
[[File:retro 1.png|caption]] &lt;br /&gt;
## van cyclohexanon naar molecule met stereochemie (grignard en epoxide) &lt;br /&gt;
[[File:retro 2.png|caption]] &lt;br /&gt;
foutje in figuur: er staat op de koolstof waar de -OH groep opstaat ook nog een methylgroep&lt;br /&gt;
## benzeen met twee methylgroepen naar benzeen met twee methylgroepen en een broom allemaal in meta -&amp;gt; dummiegroep&lt;br /&gt;
[[File:retro 3.png|caption]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2022===&lt;br /&gt;
#Verduidelijk via het mechanisme de rol van dicyclohexylcarbodiimide (DCC) in de nucleofiele acylsubstitutie van carbonzuren met aminen. Illustreer het mechanisme aan de hand van de reactie van azijnzuur met benzylamine. Welke producten worden er gevormd?&lt;br /&gt;
#Bespreek de stereochemie voor 2 paar moleculen. Geef voor elk stereogeen centrum de configuratie (S,R) en voor elke dubbele binding (E,Z). Geef de onderlinge relatie tussen de moleculen (enantiomeren, diastereomeren, verschillende conformaties, ...).&lt;br /&gt;
#Rangschik&lt;br /&gt;
##Van activerend naar deactiverend bij SeAr: methyl, H, fluor, trifluormethyl, methoxy&lt;br /&gt;
##volgens toenemende basiciteit: verschillende enol- en enolaat-ionen&lt;br /&gt;
##volgens afnemende reactiviteit in de solvolyse met mierenzuur: isopropylchloride, tert-butylchloride, joodbenzeen, 2-fenyl-2-chloor-propaan, methylchloride&lt;br /&gt;
#Verklaar aan de hand van een mechanisme&lt;br /&gt;
##Cl2 + (E)-2-penteen (geef mechanisme, producten en geef elk stereogeen centrum de configuratie (R,S)&lt;br /&gt;
## 2,2-dimethylpentaan-3-ol + HBr --&amp;gt; 2-broom-2,3-dimethylpentaan. Geef het mechanisme en leg uit wat er gebeurt (ze bedoelen omlegging van secundair carbokation naar tertiair kation).&lt;br /&gt;
#Geef aan hoe je de volgende chemische meerstapsconversies zou verwezenlijken. Schrijf alle stappen uit (GEEN mechanisme).&lt;br /&gt;
## ethyl-3-oxobutanoaat --&amp;gt; 2-cyclobutylethan-2-on&lt;br /&gt;
## Hoe zet je acetyleen om in hexan-2-on?&lt;br /&gt;
## Vraag 5(a) van 18 juni 2018&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===5 juni 2021===&lt;br /&gt;
#Vergelijk de reactie van cyclohexanon met aniline en met dibutylamine aan de hand van een mechanisme. &lt;br /&gt;
#Bespreek de stereochemie voor 2 paar moleculen. Geef voor elk stereogeen centrum de configuratie (S,R) en voor elke dubbele binding (E,Z). Geef de onderlinge relatie tussen de moleculen (enantiomeren, diastereomeren, constitutionele isomeren, verschillende conformaties).&lt;br /&gt;
#Rangschik&lt;br /&gt;
##volgens afnemende reactiviteit in SEAr: m-dicyanobenzeen, aniline, fenol, ...&lt;br /&gt;
##volgens toenemende basiciteit: verschillende enol- en enolaat-ionen&lt;br /&gt;
##volgens afnemende reactiviteit in de solvolyse met mierenzuur: isopropyljodide, tert-butyljodide, joodbenzeen, 2-fenyl-2-jood-propaan, methyljodide&lt;br /&gt;
#Verklaar aan de hand van een mechanisme&lt;br /&gt;
##Br2 + (Z) 3-noneen (geef voor elk stereogeen centrum de configuratie (S,R) )&lt;br /&gt;
##ROH + HBr (inclu. methylshift) &lt;br /&gt;
#Retrosynthese: &lt;br /&gt;
##acetoacetaatsynthese&lt;br /&gt;
##acetyleen omzetten in pentanal&lt;br /&gt;
##friedelcraftsacylering&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2020===&lt;br /&gt;
#Bespreek de Dieckmann-reactie aan de hand van het mechanisme. &lt;br /&gt;
#Bespreek de stereochemie voor 2 paar moleculen. Geef voor elk stereogeen centrum de configuratie (S,R) en voor elke dubbele binding (E,Z). Geef de onderlinge relatie tussen de moleculen (enantiomeren, diastereomeren, constitutionele isomeren, verschillende conformaties).&lt;br /&gt;
#Rangschik&lt;br /&gt;
##volgens afnemende reactiviteit in SN2: methylchloride, isopropylchloride...&lt;br /&gt;
##volgens toenemende basiciteit: aniline met verschillende groepen zoals nitro, methyl...&lt;br /&gt;
##volgens afnemende nucleofiliciteit in methanol?: jodide, chloride, fluoride, bromide&lt;br /&gt;
#Verklaar aan de hand van een mechanisme&lt;br /&gt;
##Verklaar de reactiviteit in solvolyse van bromocyclopentaan, bromocyclopenteen en bromocyclopentadieen. Waarbij Bromocyclopenteen het reactiefst en bromocyclopentadieen het minst. &lt;br /&gt;
##2,complex molecule dat in zuur milieu een OH-groep verliest en methylshift ondergaat tijdens eliminatie. &lt;br /&gt;
#Retrosynthese&lt;br /&gt;
##cyclohexeen naar COOH-groep op cyclohexeen op de plaats net naast de dubbele binding&lt;br /&gt;
##2-broom-3,3-dimethylbutaan naar 2,2-dimethylbutaancyanide&lt;br /&gt;
##Benzeen naar 1,3,5-tribromobenzeen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===9 juni 2020===&lt;br /&gt;
#Vergelijk de reactie van cyclohexanon met aniline en met dibutylamine aan de hand van een mechanisme. &lt;br /&gt;
#Bespreek de stereochemie voor 2 paar moleculen. Geef voor elk stereogeen centrum de configuratie (S,R) en voor elke dubbele binding (E,Z). Geef de onderlinge relatie tussen de moleculen (enantiomeren, diastereomeren, constitutionele isomeren, verschillende conformaties).&lt;br /&gt;
#Rangschik&lt;br /&gt;
##volgens afnemende reactiviteit in elektrofiele aromaatsubstituties: tolueen, m-dinitrobenzeen, benzoëzuur, anisol, chloorbenzeen&lt;br /&gt;
##volgens toenemende basiciteit: anionen van verschillende carbonzuurderivaten&lt;br /&gt;
##volgens afnemende reactiviteit in de solvolyse met mierenzuur: isopropyljodide, tert-butyljodide, joodbenzeen, 2-fenyl-2-jood-propaan, methyljodide&lt;br /&gt;
#Verklaar aan de hand van een mechanisme&lt;br /&gt;
##Cl2 addeert aan (Z) 3-noneen. Bespreek aan de hand van een mechanisme en geef voor elk stereogeen centrum de configuratie (S,R).&lt;br /&gt;
##2,2-methyl-hexaan-3-ol ondergaat nucleofiele substitutie met HBr ter vorming van 2-broom-2,3methyl-hexaan. Wat gebeurt er in deze reactie? Waarom gaat deze reactie op? &lt;br /&gt;
#Retrosynthese&lt;br /&gt;
##acetyleen omzetten tot 2-pentanon&lt;br /&gt;
##anisol omzetten tot p-propylanisol &lt;br /&gt;
##ethylacetoacetaat omzetten tot Cyclobutyl methyl ketone&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 augustus 2019===&lt;br /&gt;
#reactie van cyclohexanon met aniline en dibenzylamine&lt;br /&gt;
#stereochemie van 2 paar moleculen, E/Z en configuratie bepalen&lt;br /&gt;
#rangschikken volgens basiciteit, reactiviteit in Sn2, reactiviteit in elektrofiele aromatische substitutie&lt;br /&gt;
#verklaar stereochemie van producten bij reactie van Br2 met (E)-3-deceen, en grignardreactie waarbij een 4ring werd geopend en een 5ring gevormd&lt;br /&gt;
#retrosynthese: Vorming cyclobutaancarbonzuur uit diëthylmalonaat (met dihalogeenalkaan uit slides), acetyleen naar pentanal&lt;br /&gt;
[[Bestand:Organische.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2019===&lt;br /&gt;
#reactie van cyclohexanon met aniline en dibutylamine&lt;br /&gt;
#stereochemie van 2 paar moleculen, E/Z en configuratie bepalen&lt;br /&gt;
#rangschikken volgens basiciteit, reactiviteit in solvolyse met mierenzuur, reactiviteit in elektrofiele aromatische substitutie&lt;br /&gt;
#verklaar stereochemie van producten bij reactie van Br2 met (E)-3-deceen, en een reactie met een methylshift&lt;br /&gt;
#retrosynthese: acetoacetaatsynthese,acetyleen omzetten in pentanal, friedelcraftsacylering&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 augustus 2018===&lt;br /&gt;
#Dieckmannreactie&lt;br /&gt;
#stereochemie van 2 paar moleculen, configuratie en E/Z bepalen&lt;br /&gt;
#rangschikken op reactiviteit volgens basciteit, zuurheid, solvolyse&lt;br /&gt;
#Mechanismen toelichten: simpele alkylshift + grignardreactie&lt;br /&gt;
#retrosynthese&lt;br /&gt;
#*geen idee meer, maar je had grignard nodig&lt;br /&gt;
#*epoxide maken van tolueen&lt;br /&gt;
#*fiedelcrafts&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2018 nm===&lt;br /&gt;
# Vergelijk de reactie van cyclopentanon met a) aniline b) dibenzylamine. Welke producten worden gevormd?&lt;br /&gt;
# Stereochemie&lt;br /&gt;
# Reactiviteit Sn2, basiciteit en reactiviteit EAS rangschikken&lt;br /&gt;
# Geef bij a het volledige mechanisme en bij b enkel de opeenvolgende intermediairen zodat het mechanisme duidelijk wordt [[Bestand:Vraag 4.png]]&lt;br /&gt;
# Retrosynthese (geen mechanismen geven)&lt;br /&gt;
[[Bestand:Vraag_5.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2017 nm===&lt;br /&gt;
# Nucleofiele aromatische substitutie van nitrohalogenide&lt;br /&gt;
# Stereochemie&lt;br /&gt;
# Reactiviteit en basiciteit rangschikken&lt;br /&gt;
# Mechanisme geven; ene was een methylshift uitvoeren, andere was een acetaal in een ring (best moeilijke)&lt;br /&gt;
# Retrosynthese&lt;br /&gt;
#* Acetyleen tot een diol&lt;br /&gt;
#* Benzeen tot een benzeen met COOH para to alkylgroep&lt;br /&gt;
#* Malonaat ester tot cylcobutanol&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2017 vm===&lt;br /&gt;
# Hydrolyse butylacetaat in zuur en base, waarom verzeping onomkeerbaar&lt;br /&gt;
# Stereochemie&lt;br /&gt;
# Rangschik volgens&lt;br /&gt;
#* Basiciteit&lt;br /&gt;
#* Reactiviteit Sn2 (1-broompentaan, 1-chloor-3-methylpentaan, 1-chloor-2-methylpentaan, 1-chloorpentaan, joodbenzeen)&lt;br /&gt;
#* Reactiviteit solvolyse mierenzuur (isopropyljodide, mehtyljodide, tert-butyljodide, 2-fenyl-2joodpropaan)&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Ingewikkeldere ringvormige structuur, OH groep protoneert en H2O gaat weg als leaving group, carbokation vormt en veel alkylshiften&lt;br /&gt;
#* Verklaar solvolyse reactiviteit in mierenzuur, allylische positie vs gewoon vs anti aromaat&lt;br /&gt;
# Retrosynthese&lt;br /&gt;
#* Malonzuurestersynthese&lt;br /&gt;
#* Acetyleen naar pentaan-2-on&lt;br /&gt;
#* Van fluorbenzeen naar een benzeen met een amine en methoxy die para staan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2017===&lt;br /&gt;
# Bespreek de claisencondensatie van butylethanoaat &lt;br /&gt;
# Stereochemie&lt;br /&gt;
# Vragen over rangschikking volgens stijgende basiciteit en reactiviteit met Sn2 reacties en reactiviteit bij solvolyse met mierenzuur.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Moest gy het reactiemechanisme zeggen waarbij gy eerst moest verzepen en daarna decarboxyleren. &lt;br /&gt;
#* Het reactiemechanisme geven van 2,2-methyl-hexaan-3-ol tot 2-broom-2,3methyl-hexaan en met behulp van HBr&lt;br /&gt;
# Retrosynthese&lt;br /&gt;
#* Cyclohexeen en daarop moest gy COOH op plaatsen 1 plaats verder dan de dubbele binding.&lt;br /&gt;
#* van acetyleen tot pentanal&lt;br /&gt;
#* anisol tot p-propylanisol&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21/08/2015===&lt;br /&gt;
# Dieckmannreactie&lt;br /&gt;
# stereochemie&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* welke best aan elektrofiele aromatische substitutie doet&lt;br /&gt;
#* welke meest bascisch is&lt;br /&gt;
#* welke snelst aan SN2 doet&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* een mechanisme dat je moest maken: een acetaal hydroliseren en dan imine maken&lt;br /&gt;
#* iets van eliminatie dat je moest uitleggen, ging voornamelijk over de antiperiplanaire schikking&lt;br /&gt;
# [[Bestand:Retrosyntheses21aug2015orgchem.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15/06/2015 namiddag===&lt;br /&gt;
# Bespreek de chlorering van anisol en nitrobenzeen. (mondeling, 2 punten)&lt;br /&gt;
# Twee oefeningen waarbij je R en S moest bepalen en zeggen of het stereomeren/enantiomeren/... zijn (schrijftelijk, 2 x 1 punt)&lt;br /&gt;
# Drie oefeningetjes waarbij je moet rangschikken:&lt;br /&gt;
#* welke is het meest basisch&lt;br /&gt;
#* Welke gaat het snelst reageren in een SN2 reactie&lt;br /&gt;
#* Welke reageert het snelst in solvolyse met mierenzuur (schriftelijk, 3 x 1 punt)&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#* Een hele vage molecule die dmv zuur mileu omgezet wordt in een andere nog vagere molecule. (oplossing: was door heel veel hydrideshiften en sterische hinder)&lt;br /&gt;
[[bestand:Vaagmoleculeorgvragen.png]] &lt;br /&gt;
#* Een molecule A die trans stond en een molecule B die cis stond (of andersom) een van de twee gaf Ã©Ã©n molecule na eliminatie, de andere gaf er twee. Waarom? (oplossing: antiperiplanaire shizzle die bij eliminatie staat) (Mondeling 2 x 2 punten)&lt;br /&gt;
# Drie retrosyntheses (schrijftelijk, 3 x 3 punten)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15/6/2015 voormiddag===&lt;br /&gt;
# (mondeling): vergelijk de reactie van een primair en een secundair amine met een keton en wat zijn de verwachte producten.Ook de pH hierbij verklaren (2ptn)&lt;br /&gt;
# R en S geven 2x 2 moleculen + de relatie tussen de 2 moleculen (2x1 ptn)&lt;br /&gt;
# 3 rangschikvragen elk op 1 punt. Wat is het zuurst? Welke reageert het best met...? en nog ene die ik ni meer weet.&lt;br /&gt;
# (mondeling):&lt;br /&gt;
#* leg de additie van dibroom uit aan een (E)-1-noneen in waterig milieu. Geef alle producten en duid de stereocentra aan en geef R en S. (2ptn)&lt;br /&gt;
#* Substitutie van een secundair alcohol da een broomalkaan geeft. Hier staat de broom niet waar de OH groep stond waarom? (tertiare carbokationen zijn stabieler dan secondaire dus er was een omvorming) (2ptn)&lt;br /&gt;
# drie synthesen waarbij ge geen mechanismen moet geven. (3x 3ptn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 juni 2014===&lt;br /&gt;
# Vergelijk de bromering van anisol en nitrobenzeen.&lt;br /&gt;
# Geef aan of de volgende paren moleculen diastereomeren, enantiomeren of identieke verbindingen zijn. Bepaal R/S voor elk stereogeen centrum.&lt;br /&gt;
#* [[Bestand:2a.jpg]]&lt;br /&gt;
#* [[Bestand:2b.jpg]]&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende reactiviteit in S&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;N&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;2: 4-jood-anisol, 1-broom-2-methylhexaan, 1-broompentaan, 1-broom-2,2-dimethylhexaan, 1-broom-3-methylhexaan&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende basiciteit: &amp;amp;lt;center&amp;amp;gt;[[Bestand:3b.jpg]]&amp;amp;lt;/center&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens afnemende zuurheid: 2-hexeen, 1-butyn, dichloorazijnzuur, 5,5,5-trifluoropentanol, 2,4-pentaandion&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Geef een aanvaardbaar mechanisme voor de volgende omzetting. Welk product wordt er nog gevormd? &amp;amp;lt;center&amp;amp;gt;[[Bestand:4a.jpg]]&amp;amp;lt;/center&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
#* Verklaar voor de solvolyse met mierenzuur de waargenomen reactiviteit C &amp;amp;lt; A &amp;amp;lt; B aan de hand van een mechanisme. &amp;amp;lt;center&amp;amp;gt;[[Bestand:4b.jpg]]&amp;amp;lt;/center&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
# Synthese &amp;amp;lt;center&amp;amp;gt;[[Bestand:5.jpg]]&amp;amp;lt;/center&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2014===&lt;br /&gt;
# Vergelijk de bromering van anisol en nitrobenzeen.&lt;br /&gt;
# Enantiomeren, diastereomeren, bepaal R/S&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens afnemende reactiviteit in Sn2.: 1-chloorpentaan, 1-chloor-2-methylpentaan, 1-chloor-3-methylpentaan, 1-joodpentaan, chloorbenzeen&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende basiciteit: anion van keton, ester, diester, diketon, ketoester.&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens afnemende reactiviteit in solvolyse met mierenzuur: isopropyljodidi, tert-butyljodide, methyljodide, 2-fenyl-2-joodpropyl.&lt;br /&gt;
# Geef mechanisme&lt;br /&gt;
#* aldolcondensatie&lt;br /&gt;
#* substitutie van 2,2-dimethyl-3-hexanol met HBr (omlegging).&lt;br /&gt;
# Synthese&lt;br /&gt;
#* hexaandizuur tot 2-methylcyclopentanon&lt;br /&gt;
#* keton tot shiffbase&lt;br /&gt;
#* benzeen tot trichloorbenzeen in meta positie ten opzichte van elkaar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 juni 2011===&lt;br /&gt;
# Wat is de rol van DCC (cicyclohexylcarbodiimide) in de nucleofiele substitutie van een carbonzuur en een amine. Illustreer het mechanisme met de reactie tussen benzoÃ«zuur en dimethylamine. Wat is een alternatieve manier? (geen mechanisme).&lt;br /&gt;
# Zijn de volgende paren van moleculen verschillende manieren om hetzelfde molecule weer te geven of zijn het enantiomeren, diastereomeren, verschillende conformaties, ... [[Bestand:2a.png]] [[Bestand:2b.png]] [[Bestand:2c.png]]&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende zuurheid: 1-hexeen (A); dibroomazijnzuur (B); 2-butyn (C); 3,3,3-trifluorpropanol (D); pentaan-2,4-dion (E)&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende basiciteit: [[Bestand:3b.png]]&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens afnemende reactiviteit in een elektrofiele aromatische substitutiereactie: anisol (A); p-dinitrobenzeen (B); tolueen (C); benzonitril (D); chloorbenzeen (E)&lt;br /&gt;
# Geef een aanvaardbaar mechanisme voor volgende omzettingen:&lt;br /&gt;
#* HINT: het zuur reageert eerst met de C=C dubbele binding [[Bestand:4a.png]]&lt;br /&gt;
#* Geef het mechanisme en ook een volgorde voor X (=F, Cl, Br, I) qua reactiviteit: [[Bestand:4b.png]]&lt;br /&gt;
# Syntheses (geen mechanismen vereist):&lt;br /&gt;
#* Synthetiseer Ã©Ã©n van beide moleculen: [[Bestand:5a.png]]&lt;br /&gt;
#* Gebruik het weergegeven keton, butaanzuur en benzeen om volgende omzetting te verwezenlijken. De Wittigreactie is niet mogelijk wegens tetragesubstitueerd alkeen. [[Bestand:5b.png]]&lt;br /&gt;
#* Hoe kan men dit eindproduct maken uit cyclohexanon?&lt;br /&gt;
[[Bestand:5c.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2011===&lt;br /&gt;
# Wat is de rol van DCC (dicyclohexylcarbodiimide)in de nucleofile acylsubstitutie van een carbonzuur en een amine. (Mechanisme) Wat is een alternatief voor deze reactie? (geen mechanisme)&lt;br /&gt;
#Identificeer de stereochemische relatie tussen de moleculen van elk van de volgende paren. Stellen de tekeningen verbindingen voor die identiek zijn, of zijn ze enantiomeren, diastereomeren, constitutionele isomeren, verschillende conformaties? Voor elk stereocentrum in die moleculen, geef aan of de configuratie R of S is.&lt;br /&gt;
#* 2-methylcyclohexanol&lt;br /&gt;
#* newmanprojectie met zaagbokprojectie vergelijken van 2 enantiomeren (bijvraag: wat is de definitie van enantiomeren)&lt;br /&gt;
#* 2,3,4 pentaantriol&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Rangschikken naar toenemende zuurheid: 2-hexyn; 1-hexyn; 2,2,2 trifluorethanol;  een beta-diketon; dichloorazijnzuur&lt;br /&gt;
#*Rangschikken naar toenemende reactiviteit in een elektrofiele aromatische substitutie &#039;&#039;(tolueen, anisol, m-dinitrobenzeen, fluoorbenzeen en benzonitril)&#039;&#039;&lt;br /&gt;
#*Rangschikken naar toenemende basiciteit: anionen van esters en ketonen.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Verklaar de volgende reactie (Favorski-omlegging) met een aanvaardbaar mechanisme. Hint: Cyclopropanon is zeer reactief t.o.v. een nucleofiel [[Bestand:Organische Favorski 10 juni 2011.jpg]]&lt;br /&gt;
#*Geef een verklaarbaar mechanisme voor de volgende reactie: [[Bestand:Organische 4b 10 juni 2011.gif]]&lt;br /&gt;
#Syntheses: [[Bestand:Organische Retrosynthese 10 juni 2011.jpg]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2010===&lt;br /&gt;
#Bespreek de nucleofiele substitutie van nitrogesubstitueerde arylhalogeniden door natriummethoxide.&lt;br /&gt;
#Identificeer de stereochemische relatie tussen de moleculen van elk van de volgende paren. Stellen de tekeningen verbindingen voor die identiek zijn, of zijn ze enantiomeren, diastereomeren, constitutionele isomeren, verschillende conformaties? Voor elk stereocentrum in die moleculen, geef aan of de configuratie R of S is.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Rangschikken naar toenemende basiciteit&lt;br /&gt;
#*Rangschikken naar toenemende reactiviteit in een elektrofiele aromatische substitutie &#039;&#039;(tolueen, anisol, m-dinitrobenzeen, fluoorbenzeen en benzonitril)&#039;&#039;&lt;br /&gt;
#*Welke verbinding(en) is (zijn) aromatisch volgens de regel van HÃ¼ckel? De vrije elektronenparen zijn niet weergegeven maar zijn wel aanwezig. [[Bestand:Huckel.jpg]]&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Verklaar de volgende reactie met een aanvaardbaar mechanisme. Hint: Cyclopropanon is zeer reactief t.o.v. een nucleofiel                          [[Bestand:omzetting.gif]]&lt;br /&gt;
#*Menthylchloride en neomentylchloride (zie onderstaande figuur) ondergaan eliminatie bij behandeling met natriumethoxide in methanol. EÃ©n van de stereo-isomeren reageert veel sneller. Welke en waarom? [[Bestand:Menthyl.jpg]]&lt;br /&gt;
#Syntheses: &#039;&#039;Bij de derde stond gegeven dat het via een beta-keto-ester moest.&#039;&#039;&lt;br /&gt;
[[Bestand:Retro2010.gif]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2009===&lt;br /&gt;
# Claisencondensatie van ethylpropanoaat&lt;br /&gt;
# stereoisomeren en R/S aanduiden&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* is het molecule aromatisch&lt;br /&gt;
#* rangschik volgens basiciteit&lt;br /&gt;
#* rangschik de producten volgens reactiviteit in EAS&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* darzens reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#* reactie van natrium jodide op S 1-broom-2-methylbutaan&lt;br /&gt;
# 3 Synthesen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===8 juni 2009===&lt;br /&gt;
# NH2OH+aceton, waarom optimaal bij 4.5 pH&lt;br /&gt;
# stereoisomeren en R/S aanduiden&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* is het molecule aromatisch&lt;br /&gt;
#* rangschik anionen volgens stabiliteit&lt;br /&gt;
#* rangschik de producten volgens reactiviteit in EAS&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* darzens reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#*E2 eliminatie op (2S,3S)-2-broom-3-fenylbutaan: regioselectiviteit bespreken&lt;br /&gt;
# synthesen: [[Bestand:organische2009.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2008===&lt;br /&gt;
#Aceton en hydroxylamine. ph-afhankelijkheid. waarom niet te zuur/niet te basisch.&lt;br /&gt;
#R en S bepalen, zegge of het diastereomeren, enantiomeren ... zijn. &lt;br /&gt;
#aromatisch of niet? &lt;br /&gt;
#anionen naar basiciteit, waren moleculen met 1 of 2 carbonyls op&lt;br /&gt;
#Reactiviteit van aromaten bepalen in EAS&lt;br /&gt;
#carbonyls een chirale koolstof ernaast (alphapositie dus) ondergaan racemisatie via enol/enolaat in zuur/basisch milieu. Met   alpha-aminozuren gaat dat niet, noch in basisch noch in zuur milieu. waarom? gebruik l-phenylalanine (structuur gegeven) als voorbeeld.&lt;br /&gt;
#Bepalen van conformatie van het product na E2 van 2-broom-3-fenyl-butaan&lt;br /&gt;
#Synthesen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2008===&lt;br /&gt;
#Dieckmann reactie&lt;br /&gt;
#Bepalen of moleculen: enantiomeren, diastereomeren... zijn&lt;br /&gt;
#Amine naar basisiteit schikken&lt;br /&gt;
#Reactiviteit van aromaten bepalen in EAS&lt;br /&gt;
#Basiciteit van aminen bepalen&lt;br /&gt;
#Reactiemechanisme van een epoxidevorming&lt;br /&gt;
#Bepalen van conformatie van het product na E2 van 2-broom-3-fenyl-butaan&lt;br /&gt;
#Synthesen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===9 juni 2008===&lt;br /&gt;
#Dieckmann reactie&lt;br /&gt;
#Bepalen of moleculen: enantiomeren, diastereomeren,... zijn&lt;br /&gt;
#Stabiliteit van anion bepalen (er zat een aromaat op)&lt;br /&gt;
#Reactiviteit van aromaten bepalen in EAS&lt;br /&gt;
#Basiciteit van aminen bepalen&lt;br /&gt;
#Reactiemechanisme van een acetaalvorming en zeggen waar zuurstof en oorspronkelijke carbonylfunctie naar toe is&lt;br /&gt;
#Bepalen van conformatie van het product na E2 van (2R,3S)-2-broom-3-fenyl-butaan (niet meer zeker van absolute configuraties)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R0883495</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Organische_Chemie&amp;diff=3562</id>
		<title>Organische Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Organische_Chemie&amp;diff=3562"/>
		<updated>2023-06-26T17:43:50Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R0883495: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
NU&lt;br /&gt;
Vraag 1 (theorie) en vraag 4 (mechanismen) bij Wim De Borggraeve.&lt;br /&gt;
Vraag 5 (retrosynthese) bij Erik Van der Eycken.&lt;br /&gt;
Bekijk zeker het document met uitleg over de examenvragen op Toledo en de eerder gestelde vragen hier op de wiki.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
VROEGER&lt;br /&gt;
Mondeling examen. (Gedoceerd door N. Boens, die afwezigheid in zijn lessen consequent vergeldt op het examen, en wordt geleidelijk overgenomen door Wim De Borggraeve) Ondertussen wordt het vak volledig gegeven door Wim De Borggraeve en Erik Van der Eycken. Examen bestaat uit 5 vragen, vraag 1 en 2 mondeling bij (Boens) Van der Eycken, 3 en 4 bij De Borggraeve. Vraag 5 (synthesen) schriftelijk. Examenvragen komen telkens terug, kijk zeker naar de oude examens op Toledo.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Uitgewerkte retrosyntheses tot 2020 (Elisabeth I.): https://drive.google.com/file/d/1eE1tOGWKlEPHRD-KMIdMPXrVFA2_bY-H/view?usp=sharing&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
26 juni 2023&lt;br /&gt;
1. claisencondensatie &lt;br /&gt;
2. twee moleculen -&amp;gt; zelfde als (voorbeeld)examen juni 2017&lt;br /&gt;
3. rangschikken: reactiviteit bij SeAr, basisiteit en Sn2&lt;br /&gt;
4. &lt;br /&gt;
a. mechanisme van een acetaal met een carbonyl naast naar een carbonyl met twee Phe&#039;s naast (kan iemand dit beter verwoorden?)&lt;br /&gt;
b. reactiviteit bij solvolyse uitleggen -&amp;gt; anti-aromaat, allylische positie en 2° carbokation&lt;br /&gt;
5. retrosynthese: &lt;br /&gt;
a. alkyn -&amp;gt; cis alkeen (extra C toevoegen)&lt;br /&gt;
b. van cyclohexanon naar molecule met stereochemie (grignard en epoxide) &lt;br /&gt;
c. benzeen met twee methylgroepen naar benzeen met twee methylgroepen en een broom allemaal in meta -&amp;gt; dummiegroep&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2022===&lt;br /&gt;
#Verduidelijk via het mechanisme de rol van dicyclohexylcarbodiimide (DCC) in de nucleofiele acylsubstitutie van carbonzuren met aminen. Illustreer het mechanisme aan de hand van de reactie van azijnzuur met benzylamine. Welke producten worden er gevormd?&lt;br /&gt;
#Bespreek de stereochemie voor 2 paar moleculen. Geef voor elk stereogeen centrum de configuratie (S,R) en voor elke dubbele binding (E,Z). Geef de onderlinge relatie tussen de moleculen (enantiomeren, diastereomeren, verschillende conformaties, ...).&lt;br /&gt;
#Rangschik&lt;br /&gt;
##Van activerend naar deactiverend bij SeAr: methyl, H, fluor, trifluormethyl, methoxy&lt;br /&gt;
##volgens toenemende basiciteit: verschillende enol- en enolaat-ionen&lt;br /&gt;
##volgens afnemende reactiviteit in de solvolyse met mierenzuur: isopropylchloride, tert-butylchloride, joodbenzeen, 2-fenyl-2-chloor-propaan, methylchloride&lt;br /&gt;
#Verklaar aan de hand van een mechanisme&lt;br /&gt;
##Cl2 + (E)-2-penteen (geef mechanisme, producten en geef elk stereogeen centrum de configuratie (R,S)&lt;br /&gt;
## 2,2-dimethylpentaan-3-ol + HBr --&amp;gt; 2-broom-2,3-dimethylpentaan. Geef het mechanisme en leg uit wat er gebeurt (ze bedoelen omlegging van secundair carbokation naar tertiair kation).&lt;br /&gt;
#Geef aan hoe je de volgende chemische meerstapsconversies zou verwezenlijken. Schrijf alle stappen uit (GEEN mechanisme).&lt;br /&gt;
## ethyl-3-oxobutanoaat --&amp;gt; 2-cyclobutylethan-2-on&lt;br /&gt;
## Hoe zet je acetyleen om in hexan-2-on?&lt;br /&gt;
## Vraag 5(a) van 18 juni 2018&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===5 juni 2021===&lt;br /&gt;
#Vergelijk de reactie van cyclohexanon met aniline en met dibutylamine aan de hand van een mechanisme. &lt;br /&gt;
#Bespreek de stereochemie voor 2 paar moleculen. Geef voor elk stereogeen centrum de configuratie (S,R) en voor elke dubbele binding (E,Z). Geef de onderlinge relatie tussen de moleculen (enantiomeren, diastereomeren, constitutionele isomeren, verschillende conformaties).&lt;br /&gt;
#Rangschik&lt;br /&gt;
##volgens afnemende reactiviteit in SEAr: m-dicyanobenzeen, aniline, fenol, ...&lt;br /&gt;
##volgens toenemende basiciteit: verschillende enol- en enolaat-ionen&lt;br /&gt;
##volgens afnemende reactiviteit in de solvolyse met mierenzuur: isopropyljodide, tert-butyljodide, joodbenzeen, 2-fenyl-2-jood-propaan, methyljodide&lt;br /&gt;
#Verklaar aan de hand van een mechanisme&lt;br /&gt;
##Br2 + (Z) 3-noneen (geef voor elk stereogeen centrum de configuratie (S,R) )&lt;br /&gt;
##ROH + HBr (inclu. methylshift) &lt;br /&gt;
#Retrosynthese: &lt;br /&gt;
##acetoacetaatsynthese&lt;br /&gt;
##acetyleen omzetten in pentanal&lt;br /&gt;
##friedelcraftsacylering&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2020===&lt;br /&gt;
#Bespreek de Dieckmann-reactie aan de hand van het mechanisme. &lt;br /&gt;
#Bespreek de stereochemie voor 2 paar moleculen. Geef voor elk stereogeen centrum de configuratie (S,R) en voor elke dubbele binding (E,Z). Geef de onderlinge relatie tussen de moleculen (enantiomeren, diastereomeren, constitutionele isomeren, verschillende conformaties).&lt;br /&gt;
#Rangschik&lt;br /&gt;
##volgens afnemende reactiviteit in SN2: methylchloride, isopropylchloride...&lt;br /&gt;
##volgens toenemende basiciteit: aniline met verschillende groepen zoals nitro, methyl...&lt;br /&gt;
##volgens afnemende nucleofiliciteit in methanol?: jodide, chloride, fluoride, bromide&lt;br /&gt;
#Verklaar aan de hand van een mechanisme&lt;br /&gt;
##Verklaar de reactiviteit in solvolyse van bromocyclopentaan, bromocyclopenteen en bromocyclopentadieen. Waarbij Bromocyclopenteen het reactiefst en bromocyclopentadieen het minst. &lt;br /&gt;
##2,complex molecule dat in zuur milieu een OH-groep verliest en methylshift ondergaat tijdens eliminatie. &lt;br /&gt;
#Retrosynthese&lt;br /&gt;
##cyclohexeen naar COOH-groep op cyclohexeen op de plaats net naast de dubbele binding&lt;br /&gt;
##2-broom-3,3-dimethylbutaan naar 2,2-dimethylbutaancyanide&lt;br /&gt;
##Benzeen naar 1,3,5-tribromobenzeen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===9 juni 2020===&lt;br /&gt;
#Vergelijk de reactie van cyclohexanon met aniline en met dibutylamine aan de hand van een mechanisme. &lt;br /&gt;
#Bespreek de stereochemie voor 2 paar moleculen. Geef voor elk stereogeen centrum de configuratie (S,R) en voor elke dubbele binding (E,Z). Geef de onderlinge relatie tussen de moleculen (enantiomeren, diastereomeren, constitutionele isomeren, verschillende conformaties).&lt;br /&gt;
#Rangschik&lt;br /&gt;
##volgens afnemende reactiviteit in elektrofiele aromaatsubstituties: tolueen, m-dinitrobenzeen, benzoëzuur, anisol, chloorbenzeen&lt;br /&gt;
##volgens toenemende basiciteit: anionen van verschillende carbonzuurderivaten&lt;br /&gt;
##volgens afnemende reactiviteit in de solvolyse met mierenzuur: isopropyljodide, tert-butyljodide, joodbenzeen, 2-fenyl-2-jood-propaan, methyljodide&lt;br /&gt;
#Verklaar aan de hand van een mechanisme&lt;br /&gt;
##Cl2 addeert aan (Z) 3-noneen. Bespreek aan de hand van een mechanisme en geef voor elk stereogeen centrum de configuratie (S,R).&lt;br /&gt;
##2,2-methyl-hexaan-3-ol ondergaat nucleofiele substitutie met HBr ter vorming van 2-broom-2,3methyl-hexaan. Wat gebeurt er in deze reactie? Waarom gaat deze reactie op? &lt;br /&gt;
#Retrosynthese&lt;br /&gt;
##acetyleen omzetten tot 2-pentanon&lt;br /&gt;
##anisol omzetten tot p-propylanisol &lt;br /&gt;
##ethylacetoacetaat omzetten tot Cyclobutyl methyl ketone&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 augustus 2019===&lt;br /&gt;
#reactie van cyclohexanon met aniline en dibenzylamine&lt;br /&gt;
#stereochemie van 2 paar moleculen, E/Z en configuratie bepalen&lt;br /&gt;
#rangschikken volgens basiciteit, reactiviteit in Sn2, reactiviteit in elektrofiele aromatische substitutie&lt;br /&gt;
#verklaar stereochemie van producten bij reactie van Br2 met (E)-3-deceen, en grignardreactie waarbij een 4ring werd geopend en een 5ring gevormd&lt;br /&gt;
#retrosynthese: Vorming cyclobutaancarbonzuur uit diëthylmalonaat (met dihalogeenalkaan uit slides), acetyleen naar pentanal&lt;br /&gt;
[[Bestand:Organische.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2019===&lt;br /&gt;
#reactie van cyclohexanon met aniline en dibutylamine&lt;br /&gt;
#stereochemie van 2 paar moleculen, E/Z en configuratie bepalen&lt;br /&gt;
#rangschikken volgens basiciteit, reactiviteit in solvolyse met mierenzuur, reactiviteit in elektrofiele aromatische substitutie&lt;br /&gt;
#verklaar stereochemie van producten bij reactie van Br2 met (E)-3-deceen, en een reactie met een methylshift&lt;br /&gt;
#retrosynthese: acetoacetaatsynthese,acetyleen omzetten in pentanal, friedelcraftsacylering&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 augustus 2018===&lt;br /&gt;
#Dieckmannreactie&lt;br /&gt;
#stereochemie van 2 paar moleculen, configuratie en E/Z bepalen&lt;br /&gt;
#rangschikken op reactiviteit volgens basciteit, zuurheid, solvolyse&lt;br /&gt;
#Mechanismen toelichten: simpele alkylshift + grignardreactie&lt;br /&gt;
#retrosynthese&lt;br /&gt;
#*geen idee meer, maar je had grignard nodig&lt;br /&gt;
#*epoxide maken van tolueen&lt;br /&gt;
#*fiedelcrafts&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2018 nm===&lt;br /&gt;
# Vergelijk de reactie van cyclopentanon met a) aniline b) dibenzylamine. Welke producten worden gevormd?&lt;br /&gt;
# Stereochemie&lt;br /&gt;
# Reactiviteit Sn2, basiciteit en reactiviteit EAS rangschikken&lt;br /&gt;
# Geef bij a het volledige mechanisme en bij b enkel de opeenvolgende intermediairen zodat het mechanisme duidelijk wordt [[Bestand:Vraag 4.png]]&lt;br /&gt;
# Retrosynthese (geen mechanismen geven)&lt;br /&gt;
[[Bestand:Vraag_5.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2017 nm===&lt;br /&gt;
# Nucleofiele aromatische substitutie van nitrohalogenide&lt;br /&gt;
# Stereochemie&lt;br /&gt;
# Reactiviteit en basiciteit rangschikken&lt;br /&gt;
# Mechanisme geven; ene was een methylshift uitvoeren, andere was een acetaal in een ring (best moeilijke)&lt;br /&gt;
# Retrosynthese&lt;br /&gt;
#* Acetyleen tot een diol&lt;br /&gt;
#* Benzeen tot een benzeen met COOH para to alkylgroep&lt;br /&gt;
#* Malonaat ester tot cylcobutanol&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2017 vm===&lt;br /&gt;
# Hydrolyse butylacetaat in zuur en base, waarom verzeping onomkeerbaar&lt;br /&gt;
# Stereochemie&lt;br /&gt;
# Rangschik volgens&lt;br /&gt;
#* Basiciteit&lt;br /&gt;
#* Reactiviteit Sn2 (1-broompentaan, 1-chloor-3-methylpentaan, 1-chloor-2-methylpentaan, 1-chloorpentaan, joodbenzeen)&lt;br /&gt;
#* Reactiviteit solvolyse mierenzuur (isopropyljodide, mehtyljodide, tert-butyljodide, 2-fenyl-2joodpropaan)&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Ingewikkeldere ringvormige structuur, OH groep protoneert en H2O gaat weg als leaving group, carbokation vormt en veel alkylshiften&lt;br /&gt;
#* Verklaar solvolyse reactiviteit in mierenzuur, allylische positie vs gewoon vs anti aromaat&lt;br /&gt;
# Retrosynthese&lt;br /&gt;
#* Malonzuurestersynthese&lt;br /&gt;
#* Acetyleen naar pentaan-2-on&lt;br /&gt;
#* Van fluorbenzeen naar een benzeen met een amine en methoxy die para staan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2017===&lt;br /&gt;
# Bespreek de claisencondensatie van butylethanoaat &lt;br /&gt;
# Stereochemie&lt;br /&gt;
# Vragen over rangschikking volgens stijgende basiciteit en reactiviteit met Sn2 reacties en reactiviteit bij solvolyse met mierenzuur.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Moest gy het reactiemechanisme zeggen waarbij gy eerst moest verzepen en daarna decarboxyleren. &lt;br /&gt;
#* Het reactiemechanisme geven van 2,2-methyl-hexaan-3-ol tot 2-broom-2,3methyl-hexaan en met behulp van HBr&lt;br /&gt;
# Retrosynthese&lt;br /&gt;
#* Cyclohexeen en daarop moest gy COOH op plaatsen 1 plaats verder dan de dubbele binding.&lt;br /&gt;
#* van acetyleen tot pentanal&lt;br /&gt;
#* anisol tot p-propylanisol&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21/08/2015===&lt;br /&gt;
# Dieckmannreactie&lt;br /&gt;
# stereochemie&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* welke best aan elektrofiele aromatische substitutie doet&lt;br /&gt;
#* welke meest bascisch is&lt;br /&gt;
#* welke snelst aan SN2 doet&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* een mechanisme dat je moest maken: een acetaal hydroliseren en dan imine maken&lt;br /&gt;
#* iets van eliminatie dat je moest uitleggen, ging voornamelijk over de antiperiplanaire schikking&lt;br /&gt;
# [[Bestand:Retrosyntheses21aug2015orgchem.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15/06/2015 namiddag===&lt;br /&gt;
# Bespreek de chlorering van anisol en nitrobenzeen. (mondeling, 2 punten)&lt;br /&gt;
# Twee oefeningen waarbij je R en S moest bepalen en zeggen of het stereomeren/enantiomeren/... zijn (schrijftelijk, 2 x 1 punt)&lt;br /&gt;
# Drie oefeningetjes waarbij je moet rangschikken:&lt;br /&gt;
#* welke is het meest basisch&lt;br /&gt;
#* Welke gaat het snelst reageren in een SN2 reactie&lt;br /&gt;
#* Welke reageert het snelst in solvolyse met mierenzuur (schriftelijk, 3 x 1 punt)&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#* Een hele vage molecule die dmv zuur mileu omgezet wordt in een andere nog vagere molecule. (oplossing: was door heel veel hydrideshiften en sterische hinder)&lt;br /&gt;
[[bestand:Vaagmoleculeorgvragen.png]] &lt;br /&gt;
#* Een molecule A die trans stond en een molecule B die cis stond (of andersom) een van de twee gaf Ã©Ã©n molecule na eliminatie, de andere gaf er twee. Waarom? (oplossing: antiperiplanaire shizzle die bij eliminatie staat) (Mondeling 2 x 2 punten)&lt;br /&gt;
# Drie retrosyntheses (schrijftelijk, 3 x 3 punten)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15/6/2015 voormiddag===&lt;br /&gt;
# (mondeling): vergelijk de reactie van een primair en een secundair amine met een keton en wat zijn de verwachte producten.Ook de pH hierbij verklaren (2ptn)&lt;br /&gt;
# R en S geven 2x 2 moleculen + de relatie tussen de 2 moleculen (2x1 ptn)&lt;br /&gt;
# 3 rangschikvragen elk op 1 punt. Wat is het zuurst? Welke reageert het best met...? en nog ene die ik ni meer weet.&lt;br /&gt;
# (mondeling):&lt;br /&gt;
#* leg de additie van dibroom uit aan een (E)-1-noneen in waterig milieu. Geef alle producten en duid de stereocentra aan en geef R en S. (2ptn)&lt;br /&gt;
#* Substitutie van een secundair alcohol da een broomalkaan geeft. Hier staat de broom niet waar de OH groep stond waarom? (tertiare carbokationen zijn stabieler dan secondaire dus er was een omvorming) (2ptn)&lt;br /&gt;
# drie synthesen waarbij ge geen mechanismen moet geven. (3x 3ptn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 juni 2014===&lt;br /&gt;
# Vergelijk de bromering van anisol en nitrobenzeen.&lt;br /&gt;
# Geef aan of de volgende paren moleculen diastereomeren, enantiomeren of identieke verbindingen zijn. Bepaal R/S voor elk stereogeen centrum.&lt;br /&gt;
#* [[Bestand:2a.jpg]]&lt;br /&gt;
#* [[Bestand:2b.jpg]]&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende reactiviteit in S&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;N&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;2: 4-jood-anisol, 1-broom-2-methylhexaan, 1-broompentaan, 1-broom-2,2-dimethylhexaan, 1-broom-3-methylhexaan&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende basiciteit: &amp;amp;lt;center&amp;amp;gt;[[Bestand:3b.jpg]]&amp;amp;lt;/center&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens afnemende zuurheid: 2-hexeen, 1-butyn, dichloorazijnzuur, 5,5,5-trifluoropentanol, 2,4-pentaandion&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Geef een aanvaardbaar mechanisme voor de volgende omzetting. Welk product wordt er nog gevormd? &amp;amp;lt;center&amp;amp;gt;[[Bestand:4a.jpg]]&amp;amp;lt;/center&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
#* Verklaar voor de solvolyse met mierenzuur de waargenomen reactiviteit C &amp;amp;lt; A &amp;amp;lt; B aan de hand van een mechanisme. &amp;amp;lt;center&amp;amp;gt;[[Bestand:4b.jpg]]&amp;amp;lt;/center&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
# Synthese &amp;amp;lt;center&amp;amp;gt;[[Bestand:5.jpg]]&amp;amp;lt;/center&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2014===&lt;br /&gt;
# Vergelijk de bromering van anisol en nitrobenzeen.&lt;br /&gt;
# Enantiomeren, diastereomeren, bepaal R/S&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens afnemende reactiviteit in Sn2.: 1-chloorpentaan, 1-chloor-2-methylpentaan, 1-chloor-3-methylpentaan, 1-joodpentaan, chloorbenzeen&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende basiciteit: anion van keton, ester, diester, diketon, ketoester.&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens afnemende reactiviteit in solvolyse met mierenzuur: isopropyljodidi, tert-butyljodide, methyljodide, 2-fenyl-2-joodpropyl.&lt;br /&gt;
# Geef mechanisme&lt;br /&gt;
#* aldolcondensatie&lt;br /&gt;
#* substitutie van 2,2-dimethyl-3-hexanol met HBr (omlegging).&lt;br /&gt;
# Synthese&lt;br /&gt;
#* hexaandizuur tot 2-methylcyclopentanon&lt;br /&gt;
#* keton tot shiffbase&lt;br /&gt;
#* benzeen tot trichloorbenzeen in meta positie ten opzichte van elkaar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 juni 2011===&lt;br /&gt;
# Wat is de rol van DCC (cicyclohexylcarbodiimide) in de nucleofiele substitutie van een carbonzuur en een amine. Illustreer het mechanisme met de reactie tussen benzoÃ«zuur en dimethylamine. Wat is een alternatieve manier? (geen mechanisme).&lt;br /&gt;
# Zijn de volgende paren van moleculen verschillende manieren om hetzelfde molecule weer te geven of zijn het enantiomeren, diastereomeren, verschillende conformaties, ... [[Bestand:2a.png]] [[Bestand:2b.png]] [[Bestand:2c.png]]&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende zuurheid: 1-hexeen (A); dibroomazijnzuur (B); 2-butyn (C); 3,3,3-trifluorpropanol (D); pentaan-2,4-dion (E)&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende basiciteit: [[Bestand:3b.png]]&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens afnemende reactiviteit in een elektrofiele aromatische substitutiereactie: anisol (A); p-dinitrobenzeen (B); tolueen (C); benzonitril (D); chloorbenzeen (E)&lt;br /&gt;
# Geef een aanvaardbaar mechanisme voor volgende omzettingen:&lt;br /&gt;
#* HINT: het zuur reageert eerst met de C=C dubbele binding [[Bestand:4a.png]]&lt;br /&gt;
#* Geef het mechanisme en ook een volgorde voor X (=F, Cl, Br, I) qua reactiviteit: [[Bestand:4b.png]]&lt;br /&gt;
# Syntheses (geen mechanismen vereist):&lt;br /&gt;
#* Synthetiseer Ã©Ã©n van beide moleculen: [[Bestand:5a.png]]&lt;br /&gt;
#* Gebruik het weergegeven keton, butaanzuur en benzeen om volgende omzetting te verwezenlijken. De Wittigreactie is niet mogelijk wegens tetragesubstitueerd alkeen. [[Bestand:5b.png]]&lt;br /&gt;
#* Hoe kan men dit eindproduct maken uit cyclohexanon?&lt;br /&gt;
[[Bestand:5c.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2011===&lt;br /&gt;
# Wat is de rol van DCC (dicyclohexylcarbodiimide)in de nucleofile acylsubstitutie van een carbonzuur en een amine. (Mechanisme) Wat is een alternatief voor deze reactie? (geen mechanisme)&lt;br /&gt;
#Identificeer de stereochemische relatie tussen de moleculen van elk van de volgende paren. Stellen de tekeningen verbindingen voor die identiek zijn, of zijn ze enantiomeren, diastereomeren, constitutionele isomeren, verschillende conformaties? Voor elk stereocentrum in die moleculen, geef aan of de configuratie R of S is.&lt;br /&gt;
#* 2-methylcyclohexanol&lt;br /&gt;
#* newmanprojectie met zaagbokprojectie vergelijken van 2 enantiomeren (bijvraag: wat is de definitie van enantiomeren)&lt;br /&gt;
#* 2,3,4 pentaantriol&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Rangschikken naar toenemende zuurheid: 2-hexyn; 1-hexyn; 2,2,2 trifluorethanol;  een beta-diketon; dichloorazijnzuur&lt;br /&gt;
#*Rangschikken naar toenemende reactiviteit in een elektrofiele aromatische substitutie &#039;&#039;(tolueen, anisol, m-dinitrobenzeen, fluoorbenzeen en benzonitril)&#039;&#039;&lt;br /&gt;
#*Rangschikken naar toenemende basiciteit: anionen van esters en ketonen.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Verklaar de volgende reactie (Favorski-omlegging) met een aanvaardbaar mechanisme. Hint: Cyclopropanon is zeer reactief t.o.v. een nucleofiel [[Bestand:Organische Favorski 10 juni 2011.jpg]]&lt;br /&gt;
#*Geef een verklaarbaar mechanisme voor de volgende reactie: [[Bestand:Organische 4b 10 juni 2011.gif]]&lt;br /&gt;
#Syntheses: [[Bestand:Organische Retrosynthese 10 juni 2011.jpg]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2010===&lt;br /&gt;
#Bespreek de nucleofiele substitutie van nitrogesubstitueerde arylhalogeniden door natriummethoxide.&lt;br /&gt;
#Identificeer de stereochemische relatie tussen de moleculen van elk van de volgende paren. Stellen de tekeningen verbindingen voor die identiek zijn, of zijn ze enantiomeren, diastereomeren, constitutionele isomeren, verschillende conformaties? Voor elk stereocentrum in die moleculen, geef aan of de configuratie R of S is.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Rangschikken naar toenemende basiciteit&lt;br /&gt;
#*Rangschikken naar toenemende reactiviteit in een elektrofiele aromatische substitutie &#039;&#039;(tolueen, anisol, m-dinitrobenzeen, fluoorbenzeen en benzonitril)&#039;&#039;&lt;br /&gt;
#*Welke verbinding(en) is (zijn) aromatisch volgens de regel van HÃ¼ckel? De vrije elektronenparen zijn niet weergegeven maar zijn wel aanwezig. [[Bestand:Huckel.jpg]]&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Verklaar de volgende reactie met een aanvaardbaar mechanisme. Hint: Cyclopropanon is zeer reactief t.o.v. een nucleofiel                          [[Bestand:omzetting.gif]]&lt;br /&gt;
#*Menthylchloride en neomentylchloride (zie onderstaande figuur) ondergaan eliminatie bij behandeling met natriumethoxide in methanol. EÃ©n van de stereo-isomeren reageert veel sneller. Welke en waarom? [[Bestand:Menthyl.jpg]]&lt;br /&gt;
#Syntheses: &#039;&#039;Bij de derde stond gegeven dat het via een beta-keto-ester moest.&#039;&#039;&lt;br /&gt;
[[Bestand:Retro2010.gif]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2009===&lt;br /&gt;
# Claisencondensatie van ethylpropanoaat&lt;br /&gt;
# stereoisomeren en R/S aanduiden&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* is het molecule aromatisch&lt;br /&gt;
#* rangschik volgens basiciteit&lt;br /&gt;
#* rangschik de producten volgens reactiviteit in EAS&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* darzens reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#* reactie van natrium jodide op S 1-broom-2-methylbutaan&lt;br /&gt;
# 3 Synthesen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===8 juni 2009===&lt;br /&gt;
# NH2OH+aceton, waarom optimaal bij 4.5 pH&lt;br /&gt;
# stereoisomeren en R/S aanduiden&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* is het molecule aromatisch&lt;br /&gt;
#* rangschik anionen volgens stabiliteit&lt;br /&gt;
#* rangschik de producten volgens reactiviteit in EAS&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* darzens reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#*E2 eliminatie op (2S,3S)-2-broom-3-fenylbutaan: regioselectiviteit bespreken&lt;br /&gt;
# synthesen: [[Bestand:organische2009.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2008===&lt;br /&gt;
#Aceton en hydroxylamine. ph-afhankelijkheid. waarom niet te zuur/niet te basisch.&lt;br /&gt;
#R en S bepalen, zegge of het diastereomeren, enantiomeren ... zijn. &lt;br /&gt;
#aromatisch of niet? &lt;br /&gt;
#anionen naar basiciteit, waren moleculen met 1 of 2 carbonyls op&lt;br /&gt;
#Reactiviteit van aromaten bepalen in EAS&lt;br /&gt;
#carbonyls een chirale koolstof ernaast (alphapositie dus) ondergaan racemisatie via enol/enolaat in zuur/basisch milieu. Met   alpha-aminozuren gaat dat niet, noch in basisch noch in zuur milieu. waarom? gebruik l-phenylalanine (structuur gegeven) als voorbeeld.&lt;br /&gt;
#Bepalen van conformatie van het product na E2 van 2-broom-3-fenyl-butaan&lt;br /&gt;
#Synthesen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2008===&lt;br /&gt;
#Dieckmann reactie&lt;br /&gt;
#Bepalen of moleculen: enantiomeren, diastereomeren... zijn&lt;br /&gt;
#Amine naar basisiteit schikken&lt;br /&gt;
#Reactiviteit van aromaten bepalen in EAS&lt;br /&gt;
#Basiciteit van aminen bepalen&lt;br /&gt;
#Reactiemechanisme van een epoxidevorming&lt;br /&gt;
#Bepalen van conformatie van het product na E2 van 2-broom-3-fenyl-butaan&lt;br /&gt;
#Synthesen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===9 juni 2008===&lt;br /&gt;
#Dieckmann reactie&lt;br /&gt;
#Bepalen of moleculen: enantiomeren, diastereomeren,... zijn&lt;br /&gt;
#Stabiliteit van anion bepalen (er zat een aromaat op)&lt;br /&gt;
#Reactiviteit van aromaten bepalen in EAS&lt;br /&gt;
#Basiciteit van aminen bepalen&lt;br /&gt;
#Reactiemechanisme van een acetaalvorming en zeggen waar zuurstof en oorspronkelijke carbonylfunctie naar toe is&lt;br /&gt;
#Bepalen van conformatie van het product na E2 van (2R,3S)-2-broom-3-fenyl-butaan (niet meer zeker van absolute configuraties)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R0883495</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Organische_Chemie&amp;diff=3561</id>
		<title>Organische Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Organische_Chemie&amp;diff=3561"/>
		<updated>2023-06-26T17:41:51Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R0883495: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
NU&lt;br /&gt;
Vraag 1 (theorie) en vraag 4 (mechanismen) bij Wim De Borggraeve.&lt;br /&gt;
Vraag 5 (retrosynthese) bij Erik Van der Eycken.&lt;br /&gt;
Bekijk zeker het document met uitleg over de examenvragen op Toledo en de eerder gestelde vragen hier op de wiki.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
VROEGER&lt;br /&gt;
Mondeling examen. (Gedoceerd door N. Boens, die afwezigheid in zijn lessen consequent vergeldt op het examen, en wordt geleidelijk overgenomen door Wim De Borggraeve) Ondertussen wordt het vak volledig gegeven door Wim De Borggraeve en Erik Van der Eycken. Examen bestaat uit 5 vragen, vraag 1 en 2 mondeling bij (Boens) Van der Eycken, 3 en 4 bij De Borggraeve. Vraag 5 (synthesen) schriftelijk. Examenvragen komen telkens terug, kijk zeker naar de oude examens op Toledo.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Uitgewerkte retrosyntheses tot 2020 (Elisabeth I.): https://drive.google.com/file/d/1eE1tOGWKlEPHRD-KMIdMPXrVFA2_bY-H/view?usp=sharing&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===27 juni 2022===&lt;br /&gt;
#Verduidelijk via het mechanisme de rol van dicyclohexylcarbodiimide (DCC) in de nucleofiele acylsubstitutie van carbonzuren met aminen. Illustreer het mechanisme aan de hand van de reactie van azijnzuur met benzylamine. Welke producten worden er gevormd?&lt;br /&gt;
#Bespreek de stereochemie voor 2 paar moleculen. Geef voor elk stereogeen centrum de configuratie (S,R) en voor elke dubbele binding (E,Z). Geef de onderlinge relatie tussen de moleculen (enantiomeren, diastereomeren, verschillende conformaties, ...).&lt;br /&gt;
#Rangschik&lt;br /&gt;
##Van activerend naar deactiverend bij SeAr: methyl, H, fluor, trifluormethyl, methoxy&lt;br /&gt;
##volgens toenemende basiciteit: verschillende enol- en enolaat-ionen&lt;br /&gt;
##volgens afnemende reactiviteit in de solvolyse met mierenzuur: isopropylchloride, tert-butylchloride, joodbenzeen, 2-fenyl-2-chloor-propaan, methylchloride&lt;br /&gt;
#Verklaar aan de hand van een mechanisme&lt;br /&gt;
##Cl2 + (E)-2-penteen (geef mechanisme, producten en geef elk stereogeen centrum de configuratie (R,S)&lt;br /&gt;
## 2,2-dimethylpentaan-3-ol + HBr --&amp;gt; 2-broom-2,3-dimethylpentaan. Geef het mechanisme en leg uit wat er gebeurt (ze bedoelen omlegging van secundair carbokation naar tertiair kation).&lt;br /&gt;
#Geef aan hoe je de volgende chemische meerstapsconversies zou verwezenlijken. Schrijf alle stappen uit (GEEN mechanisme).&lt;br /&gt;
## ethyl-3-oxobutanoaat --&amp;gt; 2-cyclobutylethan-2-on&lt;br /&gt;
## Hoe zet je acetyleen om in hexan-2-on?&lt;br /&gt;
## Vraag 5(a) van 18 juni 2018&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===5 juni 2021===&lt;br /&gt;
#Vergelijk de reactie van cyclohexanon met aniline en met dibutylamine aan de hand van een mechanisme. &lt;br /&gt;
#Bespreek de stereochemie voor 2 paar moleculen. Geef voor elk stereogeen centrum de configuratie (S,R) en voor elke dubbele binding (E,Z). Geef de onderlinge relatie tussen de moleculen (enantiomeren, diastereomeren, constitutionele isomeren, verschillende conformaties).&lt;br /&gt;
#Rangschik&lt;br /&gt;
##volgens afnemende reactiviteit in SEAr: m-dicyanobenzeen, aniline, fenol, ...&lt;br /&gt;
##volgens toenemende basiciteit: verschillende enol- en enolaat-ionen&lt;br /&gt;
##volgens afnemende reactiviteit in de solvolyse met mierenzuur: isopropyljodide, tert-butyljodide, joodbenzeen, 2-fenyl-2-jood-propaan, methyljodide&lt;br /&gt;
#Verklaar aan de hand van een mechanisme&lt;br /&gt;
##Br2 + (Z) 3-noneen (geef voor elk stereogeen centrum de configuratie (S,R) )&lt;br /&gt;
##ROH + HBr (inclu. methylshift) &lt;br /&gt;
#Retrosynthese: &lt;br /&gt;
##acetoacetaatsynthese&lt;br /&gt;
##acetyleen omzetten in pentanal&lt;br /&gt;
##friedelcraftsacylering&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2020===&lt;br /&gt;
#Bespreek de Dieckmann-reactie aan de hand van het mechanisme. &lt;br /&gt;
#Bespreek de stereochemie voor 2 paar moleculen. Geef voor elk stereogeen centrum de configuratie (S,R) en voor elke dubbele binding (E,Z). Geef de onderlinge relatie tussen de moleculen (enantiomeren, diastereomeren, constitutionele isomeren, verschillende conformaties).&lt;br /&gt;
#Rangschik&lt;br /&gt;
##volgens afnemende reactiviteit in SN2: methylchloride, isopropylchloride...&lt;br /&gt;
##volgens toenemende basiciteit: aniline met verschillende groepen zoals nitro, methyl...&lt;br /&gt;
##volgens afnemende nucleofiliciteit in methanol?: jodide, chloride, fluoride, bromide&lt;br /&gt;
#Verklaar aan de hand van een mechanisme&lt;br /&gt;
##Verklaar de reactiviteit in solvolyse van bromocyclopentaan, bromocyclopenteen en bromocyclopentadieen. Waarbij Bromocyclopenteen het reactiefst en bromocyclopentadieen het minst. &lt;br /&gt;
##2,complex molecule dat in zuur milieu een OH-groep verliest en methylshift ondergaat tijdens eliminatie. &lt;br /&gt;
#Retrosynthese&lt;br /&gt;
##cyclohexeen naar COOH-groep op cyclohexeen op de plaats net naast de dubbele binding&lt;br /&gt;
##2-broom-3,3-dimethylbutaan naar 2,2-dimethylbutaancyanide&lt;br /&gt;
##Benzeen naar 1,3,5-tribromobenzeen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===9 juni 2020===&lt;br /&gt;
#Vergelijk de reactie van cyclohexanon met aniline en met dibutylamine aan de hand van een mechanisme. &lt;br /&gt;
#Bespreek de stereochemie voor 2 paar moleculen. Geef voor elk stereogeen centrum de configuratie (S,R) en voor elke dubbele binding (E,Z). Geef de onderlinge relatie tussen de moleculen (enantiomeren, diastereomeren, constitutionele isomeren, verschillende conformaties).&lt;br /&gt;
#Rangschik&lt;br /&gt;
##volgens afnemende reactiviteit in elektrofiele aromaatsubstituties: tolueen, m-dinitrobenzeen, benzoëzuur, anisol, chloorbenzeen&lt;br /&gt;
##volgens toenemende basiciteit: anionen van verschillende carbonzuurderivaten&lt;br /&gt;
##volgens afnemende reactiviteit in de solvolyse met mierenzuur: isopropyljodide, tert-butyljodide, joodbenzeen, 2-fenyl-2-jood-propaan, methyljodide&lt;br /&gt;
#Verklaar aan de hand van een mechanisme&lt;br /&gt;
##Cl2 addeert aan (Z) 3-noneen. Bespreek aan de hand van een mechanisme en geef voor elk stereogeen centrum de configuratie (S,R).&lt;br /&gt;
##2,2-methyl-hexaan-3-ol ondergaat nucleofiele substitutie met HBr ter vorming van 2-broom-2,3methyl-hexaan. Wat gebeurt er in deze reactie? Waarom gaat deze reactie op? &lt;br /&gt;
#Retrosynthese&lt;br /&gt;
##acetyleen omzetten tot 2-pentanon&lt;br /&gt;
##anisol omzetten tot p-propylanisol &lt;br /&gt;
##ethylacetoacetaat omzetten tot Cyclobutyl methyl ketone&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 augustus 2019===&lt;br /&gt;
#reactie van cyclohexanon met aniline en dibenzylamine&lt;br /&gt;
#stereochemie van 2 paar moleculen, E/Z en configuratie bepalen&lt;br /&gt;
#rangschikken volgens basiciteit, reactiviteit in Sn2, reactiviteit in elektrofiele aromatische substitutie&lt;br /&gt;
#verklaar stereochemie van producten bij reactie van Br2 met (E)-3-deceen, en grignardreactie waarbij een 4ring werd geopend en een 5ring gevormd&lt;br /&gt;
#retrosynthese: Vorming cyclobutaancarbonzuur uit diëthylmalonaat (met dihalogeenalkaan uit slides), acetyleen naar pentanal&lt;br /&gt;
[[Bestand:Organische.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2019===&lt;br /&gt;
#reactie van cyclohexanon met aniline en dibutylamine&lt;br /&gt;
#stereochemie van 2 paar moleculen, E/Z en configuratie bepalen&lt;br /&gt;
#rangschikken volgens basiciteit, reactiviteit in solvolyse met mierenzuur, reactiviteit in elektrofiele aromatische substitutie&lt;br /&gt;
#verklaar stereochemie van producten bij reactie van Br2 met (E)-3-deceen, en een reactie met een methylshift&lt;br /&gt;
#retrosynthese: acetoacetaatsynthese,acetyleen omzetten in pentanal, friedelcraftsacylering&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 augustus 2018===&lt;br /&gt;
#Dieckmannreactie&lt;br /&gt;
#stereochemie van 2 paar moleculen, configuratie en E/Z bepalen&lt;br /&gt;
#rangschikken op reactiviteit volgens basciteit, zuurheid, solvolyse&lt;br /&gt;
#Mechanismen toelichten: simpele alkylshift + grignardreactie&lt;br /&gt;
#retrosynthese&lt;br /&gt;
#*geen idee meer, maar je had grignard nodig&lt;br /&gt;
#*epoxide maken van tolueen&lt;br /&gt;
#*fiedelcrafts&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2018 nm===&lt;br /&gt;
# Vergelijk de reactie van cyclopentanon met a) aniline b) dibenzylamine. Welke producten worden gevormd?&lt;br /&gt;
# Stereochemie&lt;br /&gt;
# Reactiviteit Sn2, basiciteit en reactiviteit EAS rangschikken&lt;br /&gt;
# Geef bij a het volledige mechanisme en bij b enkel de opeenvolgende intermediairen zodat het mechanisme duidelijk wordt [[Bestand:Vraag 4.png]]&lt;br /&gt;
# Retrosynthese (geen mechanismen geven)&lt;br /&gt;
[[Bestand:Vraag_5.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2017 nm===&lt;br /&gt;
# Nucleofiele aromatische substitutie van nitrohalogenide&lt;br /&gt;
# Stereochemie&lt;br /&gt;
# Reactiviteit en basiciteit rangschikken&lt;br /&gt;
# Mechanisme geven; ene was een methylshift uitvoeren, andere was een acetaal in een ring (best moeilijke)&lt;br /&gt;
# Retrosynthese&lt;br /&gt;
#* Acetyleen tot een diol&lt;br /&gt;
#* Benzeen tot een benzeen met COOH para to alkylgroep&lt;br /&gt;
#* Malonaat ester tot cylcobutanol&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2017 vm===&lt;br /&gt;
# Hydrolyse butylacetaat in zuur en base, waarom verzeping onomkeerbaar&lt;br /&gt;
# Stereochemie&lt;br /&gt;
# Rangschik volgens&lt;br /&gt;
#* Basiciteit&lt;br /&gt;
#* Reactiviteit Sn2 (1-broompentaan, 1-chloor-3-methylpentaan, 1-chloor-2-methylpentaan, 1-chloorpentaan, joodbenzeen)&lt;br /&gt;
#* Reactiviteit solvolyse mierenzuur (isopropyljodide, mehtyljodide, tert-butyljodide, 2-fenyl-2joodpropaan)&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Ingewikkeldere ringvormige structuur, OH groep protoneert en H2O gaat weg als leaving group, carbokation vormt en veel alkylshiften&lt;br /&gt;
#* Verklaar solvolyse reactiviteit in mierenzuur, allylische positie vs gewoon vs anti aromaat&lt;br /&gt;
# Retrosynthese&lt;br /&gt;
#* Malonzuurestersynthese&lt;br /&gt;
#* Acetyleen naar pentaan-2-on&lt;br /&gt;
#* Van fluorbenzeen naar een benzeen met een amine en methoxy die para staan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2017===&lt;br /&gt;
# Bespreek de claisencondensatie van butylethanoaat &lt;br /&gt;
# Stereochemie&lt;br /&gt;
# Vragen over rangschikking volgens stijgende basiciteit en reactiviteit met Sn2 reacties en reactiviteit bij solvolyse met mierenzuur.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Moest gy het reactiemechanisme zeggen waarbij gy eerst moest verzepen en daarna decarboxyleren. &lt;br /&gt;
#* Het reactiemechanisme geven van 2,2-methyl-hexaan-3-ol tot 2-broom-2,3methyl-hexaan en met behulp van HBr&lt;br /&gt;
# Retrosynthese&lt;br /&gt;
#* Cyclohexeen en daarop moest gy COOH op plaatsen 1 plaats verder dan de dubbele binding.&lt;br /&gt;
#* van acetyleen tot pentanal&lt;br /&gt;
#* anisol tot p-propylanisol&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21/08/2015===&lt;br /&gt;
# Dieckmannreactie&lt;br /&gt;
# stereochemie&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* welke best aan elektrofiele aromatische substitutie doet&lt;br /&gt;
#* welke meest bascisch is&lt;br /&gt;
#* welke snelst aan SN2 doet&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* een mechanisme dat je moest maken: een acetaal hydroliseren en dan imine maken&lt;br /&gt;
#* iets van eliminatie dat je moest uitleggen, ging voornamelijk over de antiperiplanaire schikking&lt;br /&gt;
# [[Bestand:Retrosyntheses21aug2015orgchem.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15/06/2015 namiddag===&lt;br /&gt;
# Bespreek de chlorering van anisol en nitrobenzeen. (mondeling, 2 punten)&lt;br /&gt;
# Twee oefeningen waarbij je R en S moest bepalen en zeggen of het stereomeren/enantiomeren/... zijn (schrijftelijk, 2 x 1 punt)&lt;br /&gt;
# Drie oefeningetjes waarbij je moet rangschikken:&lt;br /&gt;
#* welke is het meest basisch&lt;br /&gt;
#* Welke gaat het snelst reageren in een SN2 reactie&lt;br /&gt;
#* Welke reageert het snelst in solvolyse met mierenzuur (schriftelijk, 3 x 1 punt)&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#* Een hele vage molecule die dmv zuur mileu omgezet wordt in een andere nog vagere molecule. (oplossing: was door heel veel hydrideshiften en sterische hinder)&lt;br /&gt;
[[bestand:Vaagmoleculeorgvragen.png]] &lt;br /&gt;
#* Een molecule A die trans stond en een molecule B die cis stond (of andersom) een van de twee gaf Ã©Ã©n molecule na eliminatie, de andere gaf er twee. Waarom? (oplossing: antiperiplanaire shizzle die bij eliminatie staat) (Mondeling 2 x 2 punten)&lt;br /&gt;
# Drie retrosyntheses (schrijftelijk, 3 x 3 punten)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15/6/2015 voormiddag===&lt;br /&gt;
# (mondeling): vergelijk de reactie van een primair en een secundair amine met een keton en wat zijn de verwachte producten.Ook de pH hierbij verklaren (2ptn)&lt;br /&gt;
# R en S geven 2x 2 moleculen + de relatie tussen de 2 moleculen (2x1 ptn)&lt;br /&gt;
# 3 rangschikvragen elk op 1 punt. Wat is het zuurst? Welke reageert het best met...? en nog ene die ik ni meer weet.&lt;br /&gt;
# (mondeling):&lt;br /&gt;
#* leg de additie van dibroom uit aan een (E)-1-noneen in waterig milieu. Geef alle producten en duid de stereocentra aan en geef R en S. (2ptn)&lt;br /&gt;
#* Substitutie van een secundair alcohol da een broomalkaan geeft. Hier staat de broom niet waar de OH groep stond waarom? (tertiare carbokationen zijn stabieler dan secondaire dus er was een omvorming) (2ptn)&lt;br /&gt;
# drie synthesen waarbij ge geen mechanismen moet geven. (3x 3ptn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 juni 2014===&lt;br /&gt;
# Vergelijk de bromering van anisol en nitrobenzeen.&lt;br /&gt;
# Geef aan of de volgende paren moleculen diastereomeren, enantiomeren of identieke verbindingen zijn. Bepaal R/S voor elk stereogeen centrum.&lt;br /&gt;
#* [[Bestand:2a.jpg]]&lt;br /&gt;
#* [[Bestand:2b.jpg]]&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende reactiviteit in S&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;N&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;2: 4-jood-anisol, 1-broom-2-methylhexaan, 1-broompentaan, 1-broom-2,2-dimethylhexaan, 1-broom-3-methylhexaan&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende basiciteit: &amp;amp;lt;center&amp;amp;gt;[[Bestand:3b.jpg]]&amp;amp;lt;/center&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens afnemende zuurheid: 2-hexeen, 1-butyn, dichloorazijnzuur, 5,5,5-trifluoropentanol, 2,4-pentaandion&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Geef een aanvaardbaar mechanisme voor de volgende omzetting. Welk product wordt er nog gevormd? &amp;amp;lt;center&amp;amp;gt;[[Bestand:4a.jpg]]&amp;amp;lt;/center&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
#* Verklaar voor de solvolyse met mierenzuur de waargenomen reactiviteit C &amp;amp;lt; A &amp;amp;lt; B aan de hand van een mechanisme. &amp;amp;lt;center&amp;amp;gt;[[Bestand:4b.jpg]]&amp;amp;lt;/center&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
# Synthese &amp;amp;lt;center&amp;amp;gt;[[Bestand:5.jpg]]&amp;amp;lt;/center&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2014===&lt;br /&gt;
# Vergelijk de bromering van anisol en nitrobenzeen.&lt;br /&gt;
# Enantiomeren, diastereomeren, bepaal R/S&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens afnemende reactiviteit in Sn2.: 1-chloorpentaan, 1-chloor-2-methylpentaan, 1-chloor-3-methylpentaan, 1-joodpentaan, chloorbenzeen&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende basiciteit: anion van keton, ester, diester, diketon, ketoester.&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens afnemende reactiviteit in solvolyse met mierenzuur: isopropyljodidi, tert-butyljodide, methyljodide, 2-fenyl-2-joodpropyl.&lt;br /&gt;
# Geef mechanisme&lt;br /&gt;
#* aldolcondensatie&lt;br /&gt;
#* substitutie van 2,2-dimethyl-3-hexanol met HBr (omlegging).&lt;br /&gt;
# Synthese&lt;br /&gt;
#* hexaandizuur tot 2-methylcyclopentanon&lt;br /&gt;
#* keton tot shiffbase&lt;br /&gt;
#* benzeen tot trichloorbenzeen in meta positie ten opzichte van elkaar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 juni 2011===&lt;br /&gt;
# Wat is de rol van DCC (cicyclohexylcarbodiimide) in de nucleofiele substitutie van een carbonzuur en een amine. Illustreer het mechanisme met de reactie tussen benzoÃ«zuur en dimethylamine. Wat is een alternatieve manier? (geen mechanisme).&lt;br /&gt;
# Zijn de volgende paren van moleculen verschillende manieren om hetzelfde molecule weer te geven of zijn het enantiomeren, diastereomeren, verschillende conformaties, ... [[Bestand:2a.png]] [[Bestand:2b.png]] [[Bestand:2c.png]]&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende zuurheid: 1-hexeen (A); dibroomazijnzuur (B); 2-butyn (C); 3,3,3-trifluorpropanol (D); pentaan-2,4-dion (E)&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende basiciteit: [[Bestand:3b.png]]&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens afnemende reactiviteit in een elektrofiele aromatische substitutiereactie: anisol (A); p-dinitrobenzeen (B); tolueen (C); benzonitril (D); chloorbenzeen (E)&lt;br /&gt;
# Geef een aanvaardbaar mechanisme voor volgende omzettingen:&lt;br /&gt;
#* HINT: het zuur reageert eerst met de C=C dubbele binding [[Bestand:4a.png]]&lt;br /&gt;
#* Geef het mechanisme en ook een volgorde voor X (=F, Cl, Br, I) qua reactiviteit: [[Bestand:4b.png]]&lt;br /&gt;
# Syntheses (geen mechanismen vereist):&lt;br /&gt;
#* Synthetiseer Ã©Ã©n van beide moleculen: [[Bestand:5a.png]]&lt;br /&gt;
#* Gebruik het weergegeven keton, butaanzuur en benzeen om volgende omzetting te verwezenlijken. De Wittigreactie is niet mogelijk wegens tetragesubstitueerd alkeen. [[Bestand:5b.png]]&lt;br /&gt;
#* Hoe kan men dit eindproduct maken uit cyclohexanon?&lt;br /&gt;
[[Bestand:5c.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2011===&lt;br /&gt;
# Wat is de rol van DCC (dicyclohexylcarbodiimide)in de nucleofile acylsubstitutie van een carbonzuur en een amine. (Mechanisme) Wat is een alternatief voor deze reactie? (geen mechanisme)&lt;br /&gt;
#Identificeer de stereochemische relatie tussen de moleculen van elk van de volgende paren. Stellen de tekeningen verbindingen voor die identiek zijn, of zijn ze enantiomeren, diastereomeren, constitutionele isomeren, verschillende conformaties? Voor elk stereocentrum in die moleculen, geef aan of de configuratie R of S is.&lt;br /&gt;
#* 2-methylcyclohexanol&lt;br /&gt;
#* newmanprojectie met zaagbokprojectie vergelijken van 2 enantiomeren (bijvraag: wat is de definitie van enantiomeren)&lt;br /&gt;
#* 2,3,4 pentaantriol&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Rangschikken naar toenemende zuurheid: 2-hexyn; 1-hexyn; 2,2,2 trifluorethanol;  een beta-diketon; dichloorazijnzuur&lt;br /&gt;
#*Rangschikken naar toenemende reactiviteit in een elektrofiele aromatische substitutie &#039;&#039;(tolueen, anisol, m-dinitrobenzeen, fluoorbenzeen en benzonitril)&#039;&#039;&lt;br /&gt;
#*Rangschikken naar toenemende basiciteit: anionen van esters en ketonen.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Verklaar de volgende reactie (Favorski-omlegging) met een aanvaardbaar mechanisme. Hint: Cyclopropanon is zeer reactief t.o.v. een nucleofiel [[Bestand:Organische Favorski 10 juni 2011.jpg]]&lt;br /&gt;
#*Geef een verklaarbaar mechanisme voor de volgende reactie: [[Bestand:Organische 4b 10 juni 2011.gif]]&lt;br /&gt;
#Syntheses: [[Bestand:Organische Retrosynthese 10 juni 2011.jpg]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2010===&lt;br /&gt;
#Bespreek de nucleofiele substitutie van nitrogesubstitueerde arylhalogeniden door natriummethoxide.&lt;br /&gt;
#Identificeer de stereochemische relatie tussen de moleculen van elk van de volgende paren. Stellen de tekeningen verbindingen voor die identiek zijn, of zijn ze enantiomeren, diastereomeren, constitutionele isomeren, verschillende conformaties? Voor elk stereocentrum in die moleculen, geef aan of de configuratie R of S is.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Rangschikken naar toenemende basiciteit&lt;br /&gt;
#*Rangschikken naar toenemende reactiviteit in een elektrofiele aromatische substitutie &#039;&#039;(tolueen, anisol, m-dinitrobenzeen, fluoorbenzeen en benzonitril)&#039;&#039;&lt;br /&gt;
#*Welke verbinding(en) is (zijn) aromatisch volgens de regel van HÃ¼ckel? De vrije elektronenparen zijn niet weergegeven maar zijn wel aanwezig. [[Bestand:Huckel.jpg]]&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Verklaar de volgende reactie met een aanvaardbaar mechanisme. Hint: Cyclopropanon is zeer reactief t.o.v. een nucleofiel                          [[Bestand:omzetting.gif]]&lt;br /&gt;
#*Menthylchloride en neomentylchloride (zie onderstaande figuur) ondergaan eliminatie bij behandeling met natriumethoxide in methanol. EÃ©n van de stereo-isomeren reageert veel sneller. Welke en waarom? [[Bestand:Menthyl.jpg]]&lt;br /&gt;
#Syntheses: &#039;&#039;Bij de derde stond gegeven dat het via een beta-keto-ester moest.&#039;&#039;&lt;br /&gt;
[[Bestand:Retro2010.gif]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2009===&lt;br /&gt;
# Claisencondensatie van ethylpropanoaat&lt;br /&gt;
# stereoisomeren en R/S aanduiden&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* is het molecule aromatisch&lt;br /&gt;
#* rangschik volgens basiciteit&lt;br /&gt;
#* rangschik de producten volgens reactiviteit in EAS&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* darzens reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#* reactie van natrium jodide op S 1-broom-2-methylbutaan&lt;br /&gt;
# 3 Synthesen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===8 juni 2009===&lt;br /&gt;
# NH2OH+aceton, waarom optimaal bij 4.5 pH&lt;br /&gt;
# stereoisomeren en R/S aanduiden&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* is het molecule aromatisch&lt;br /&gt;
#* rangschik anionen volgens stabiliteit&lt;br /&gt;
#* rangschik de producten volgens reactiviteit in EAS&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* darzens reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#*E2 eliminatie op (2S,3S)-2-broom-3-fenylbutaan: regioselectiviteit bespreken&lt;br /&gt;
# synthesen: [[Bestand:organische2009.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2008===&lt;br /&gt;
#Aceton en hydroxylamine. ph-afhankelijkheid. waarom niet te zuur/niet te basisch.&lt;br /&gt;
#R en S bepalen, zegge of het diastereomeren, enantiomeren ... zijn. &lt;br /&gt;
#aromatisch of niet? &lt;br /&gt;
#anionen naar basiciteit, waren moleculen met 1 of 2 carbonyls op&lt;br /&gt;
#Reactiviteit van aromaten bepalen in EAS&lt;br /&gt;
#carbonyls een chirale koolstof ernaast (alphapositie dus) ondergaan racemisatie via enol/enolaat in zuur/basisch milieu. Met   alpha-aminozuren gaat dat niet, noch in basisch noch in zuur milieu. waarom? gebruik l-phenylalanine (structuur gegeven) als voorbeeld.&lt;br /&gt;
#Bepalen van conformatie van het product na E2 van 2-broom-3-fenyl-butaan&lt;br /&gt;
#Synthesen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2008===&lt;br /&gt;
#Dieckmann reactie&lt;br /&gt;
#Bepalen of moleculen: enantiomeren, diastereomeren... zijn&lt;br /&gt;
#Amine naar basisiteit schikken&lt;br /&gt;
#Reactiviteit van aromaten bepalen in EAS&lt;br /&gt;
#Basiciteit van aminen bepalen&lt;br /&gt;
#Reactiemechanisme van een epoxidevorming&lt;br /&gt;
#Bepalen van conformatie van het product na E2 van 2-broom-3-fenyl-butaan&lt;br /&gt;
#Synthesen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===9 juni 2008===&lt;br /&gt;
#Dieckmann reactie&lt;br /&gt;
#Bepalen of moleculen: enantiomeren, diastereomeren,... zijn&lt;br /&gt;
#Stabiliteit van anion bepalen (er zat een aromaat op)&lt;br /&gt;
#Reactiviteit van aromaten bepalen in EAS&lt;br /&gt;
#Basiciteit van aminen bepalen&lt;br /&gt;
#Reactiemechanisme van een acetaalvorming en zeggen waar zuurstof en oorspronkelijke carbonylfunctie naar toe is&lt;br /&gt;
#Bepalen van conformatie van het product na E2 van (2R,3S)-2-broom-3-fenyl-butaan (niet meer zeker van absolute configuraties)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R0883495</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Organische_Chemie&amp;diff=3560</id>
		<title>Organische Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Organische_Chemie&amp;diff=3560"/>
		<updated>2023-06-26T17:40:52Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R0883495: /* =26 juni 2023 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
NU&lt;br /&gt;
Vraag 1 (theorie) en vraag 4 (mechanismen) bij Wim De Borggraeve.&lt;br /&gt;
Vraag 5 (retrosynthese) bij Erik Van der Eycken.&lt;br /&gt;
Bekijk zeker het document met uitleg over de examenvragen op Toledo en de eerder gestelde vragen hier op de wiki.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
VROEGER&lt;br /&gt;
Mondeling examen. (Gedoceerd door N. Boens, die afwezigheid in zijn lessen consequent vergeldt op het examen, en wordt geleidelijk overgenomen door Wim De Borggraeve) Ondertussen wordt het vak volledig gegeven door Wim De Borggraeve en Erik Van der Eycken. Examen bestaat uit 5 vragen, vraag 1 en 2 mondeling bij (Boens) Van der Eycken, 3 en 4 bij De Borggraeve. Vraag 5 (synthesen) schriftelijk. Examenvragen komen telkens terug, kijk zeker naar de oude examens op Toledo.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Uitgewerkte retrosyntheses tot 2020 (Elisabeth I.): https://drive.google.com/file/d/1eE1tOGWKlEPHRD-KMIdMPXrVFA2_bY-H/view?usp=sharing&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
26 juni 2023&lt;br /&gt;
1. claisencondensatie &lt;br /&gt;
2. twee moleculen -&amp;gt; zelfde als (voorbeeld)examen juni 2017&lt;br /&gt;
3. rangschikken: reactiviteit bij SeAr, basisiteit en Sn2&lt;br /&gt;
4. &lt;br /&gt;
a. mechanisme van een acetaal met een carbonyl naast naar een carbonyl met twee Phe&#039;s naast (kan iemand dit beter verwoorden?)&lt;br /&gt;
b. reactiviteit bij solvolyse uitleggen -&amp;gt; anti-aromaat, allylische positie en 2° carbokation&lt;br /&gt;
5. retrosynthese: &lt;br /&gt;
a. alkyn -&amp;gt; cis alkeen (extra C toevoegen)&lt;br /&gt;
b. van cyclohexanon naar molecule met stereochemie (grignard en epoxide) &lt;br /&gt;
c. benzeen met twee methylgroepen naar benzeen met twee methylgroepen en een broom allemaal in meta -&amp;gt; dummiegroep&lt;br /&gt;
===27 juni 2022===&lt;br /&gt;
#Verduidelijk via het mechanisme de rol van dicyclohexylcarbodiimide (DCC) in de nucleofiele acylsubstitutie van carbonzuren met aminen. Illustreer het mechanisme aan de hand van de reactie van azijnzuur met benzylamine. Welke producten worden er gevormd?&lt;br /&gt;
#Bespreek de stereochemie voor 2 paar moleculen. Geef voor elk stereogeen centrum de configuratie (S,R) en voor elke dubbele binding (E,Z). Geef de onderlinge relatie tussen de moleculen (enantiomeren, diastereomeren, verschillende conformaties, ...).&lt;br /&gt;
#Rangschik&lt;br /&gt;
##Van activerend naar deactiverend bij SeAr: methyl, H, fluor, trifluormethyl, methoxy&lt;br /&gt;
##volgens toenemende basiciteit: verschillende enol- en enolaat-ionen&lt;br /&gt;
##volgens afnemende reactiviteit in de solvolyse met mierenzuur: isopropylchloride, tert-butylchloride, joodbenzeen, 2-fenyl-2-chloor-propaan, methylchloride&lt;br /&gt;
#Verklaar aan de hand van een mechanisme&lt;br /&gt;
##Cl2 + (E)-2-penteen (geef mechanisme, producten en geef elk stereogeen centrum de configuratie (R,S)&lt;br /&gt;
## 2,2-dimethylpentaan-3-ol + HBr --&amp;gt; 2-broom-2,3-dimethylpentaan. Geef het mechanisme en leg uit wat er gebeurt (ze bedoelen omlegging van secundair carbokation naar tertiair kation).&lt;br /&gt;
#Geef aan hoe je de volgende chemische meerstapsconversies zou verwezenlijken. Schrijf alle stappen uit (GEEN mechanisme).&lt;br /&gt;
## ethyl-3-oxobutanoaat --&amp;gt; 2-cyclobutylethan-2-on&lt;br /&gt;
## Hoe zet je acetyleen om in hexan-2-on?&lt;br /&gt;
## Vraag 5(a) van 18 juni 2018&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===5 juni 2021===&lt;br /&gt;
#Vergelijk de reactie van cyclohexanon met aniline en met dibutylamine aan de hand van een mechanisme. &lt;br /&gt;
#Bespreek de stereochemie voor 2 paar moleculen. Geef voor elk stereogeen centrum de configuratie (S,R) en voor elke dubbele binding (E,Z). Geef de onderlinge relatie tussen de moleculen (enantiomeren, diastereomeren, constitutionele isomeren, verschillende conformaties).&lt;br /&gt;
#Rangschik&lt;br /&gt;
##volgens afnemende reactiviteit in SEAr: m-dicyanobenzeen, aniline, fenol, ...&lt;br /&gt;
##volgens toenemende basiciteit: verschillende enol- en enolaat-ionen&lt;br /&gt;
##volgens afnemende reactiviteit in de solvolyse met mierenzuur: isopropyljodide, tert-butyljodide, joodbenzeen, 2-fenyl-2-jood-propaan, methyljodide&lt;br /&gt;
#Verklaar aan de hand van een mechanisme&lt;br /&gt;
##Br2 + (Z) 3-noneen (geef voor elk stereogeen centrum de configuratie (S,R) )&lt;br /&gt;
##ROH + HBr (inclu. methylshift) &lt;br /&gt;
#Retrosynthese: &lt;br /&gt;
##acetoacetaatsynthese&lt;br /&gt;
##acetyleen omzetten in pentanal&lt;br /&gt;
##friedelcraftsacylering&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2020===&lt;br /&gt;
#Bespreek de Dieckmann-reactie aan de hand van het mechanisme. &lt;br /&gt;
#Bespreek de stereochemie voor 2 paar moleculen. Geef voor elk stereogeen centrum de configuratie (S,R) en voor elke dubbele binding (E,Z). Geef de onderlinge relatie tussen de moleculen (enantiomeren, diastereomeren, constitutionele isomeren, verschillende conformaties).&lt;br /&gt;
#Rangschik&lt;br /&gt;
##volgens afnemende reactiviteit in SN2: methylchloride, isopropylchloride...&lt;br /&gt;
##volgens toenemende basiciteit: aniline met verschillende groepen zoals nitro, methyl...&lt;br /&gt;
##volgens afnemende nucleofiliciteit in methanol?: jodide, chloride, fluoride, bromide&lt;br /&gt;
#Verklaar aan de hand van een mechanisme&lt;br /&gt;
##Verklaar de reactiviteit in solvolyse van bromocyclopentaan, bromocyclopenteen en bromocyclopentadieen. Waarbij Bromocyclopenteen het reactiefst en bromocyclopentadieen het minst. &lt;br /&gt;
##2,complex molecule dat in zuur milieu een OH-groep verliest en methylshift ondergaat tijdens eliminatie. &lt;br /&gt;
#Retrosynthese&lt;br /&gt;
##cyclohexeen naar COOH-groep op cyclohexeen op de plaats net naast de dubbele binding&lt;br /&gt;
##2-broom-3,3-dimethylbutaan naar 2,2-dimethylbutaancyanide&lt;br /&gt;
##Benzeen naar 1,3,5-tribromobenzeen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===9 juni 2020===&lt;br /&gt;
#Vergelijk de reactie van cyclohexanon met aniline en met dibutylamine aan de hand van een mechanisme. &lt;br /&gt;
#Bespreek de stereochemie voor 2 paar moleculen. Geef voor elk stereogeen centrum de configuratie (S,R) en voor elke dubbele binding (E,Z). Geef de onderlinge relatie tussen de moleculen (enantiomeren, diastereomeren, constitutionele isomeren, verschillende conformaties).&lt;br /&gt;
#Rangschik&lt;br /&gt;
##volgens afnemende reactiviteit in elektrofiele aromaatsubstituties: tolueen, m-dinitrobenzeen, benzoëzuur, anisol, chloorbenzeen&lt;br /&gt;
##volgens toenemende basiciteit: anionen van verschillende carbonzuurderivaten&lt;br /&gt;
##volgens afnemende reactiviteit in de solvolyse met mierenzuur: isopropyljodide, tert-butyljodide, joodbenzeen, 2-fenyl-2-jood-propaan, methyljodide&lt;br /&gt;
#Verklaar aan de hand van een mechanisme&lt;br /&gt;
##Cl2 addeert aan (Z) 3-noneen. Bespreek aan de hand van een mechanisme en geef voor elk stereogeen centrum de configuratie (S,R).&lt;br /&gt;
##2,2-methyl-hexaan-3-ol ondergaat nucleofiele substitutie met HBr ter vorming van 2-broom-2,3methyl-hexaan. Wat gebeurt er in deze reactie? Waarom gaat deze reactie op? &lt;br /&gt;
#Retrosynthese&lt;br /&gt;
##acetyleen omzetten tot 2-pentanon&lt;br /&gt;
##anisol omzetten tot p-propylanisol &lt;br /&gt;
##ethylacetoacetaat omzetten tot Cyclobutyl methyl ketone&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 augustus 2019===&lt;br /&gt;
#reactie van cyclohexanon met aniline en dibenzylamine&lt;br /&gt;
#stereochemie van 2 paar moleculen, E/Z en configuratie bepalen&lt;br /&gt;
#rangschikken volgens basiciteit, reactiviteit in Sn2, reactiviteit in elektrofiele aromatische substitutie&lt;br /&gt;
#verklaar stereochemie van producten bij reactie van Br2 met (E)-3-deceen, en grignardreactie waarbij een 4ring werd geopend en een 5ring gevormd&lt;br /&gt;
#retrosynthese: Vorming cyclobutaancarbonzuur uit diëthylmalonaat (met dihalogeenalkaan uit slides), acetyleen naar pentanal&lt;br /&gt;
[[Bestand:Organische.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2019===&lt;br /&gt;
#reactie van cyclohexanon met aniline en dibutylamine&lt;br /&gt;
#stereochemie van 2 paar moleculen, E/Z en configuratie bepalen&lt;br /&gt;
#rangschikken volgens basiciteit, reactiviteit in solvolyse met mierenzuur, reactiviteit in elektrofiele aromatische substitutie&lt;br /&gt;
#verklaar stereochemie van producten bij reactie van Br2 met (E)-3-deceen, en een reactie met een methylshift&lt;br /&gt;
#retrosynthese: acetoacetaatsynthese,acetyleen omzetten in pentanal, friedelcraftsacylering&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 augustus 2018===&lt;br /&gt;
#Dieckmannreactie&lt;br /&gt;
#stereochemie van 2 paar moleculen, configuratie en E/Z bepalen&lt;br /&gt;
#rangschikken op reactiviteit volgens basciteit, zuurheid, solvolyse&lt;br /&gt;
#Mechanismen toelichten: simpele alkylshift + grignardreactie&lt;br /&gt;
#retrosynthese&lt;br /&gt;
#*geen idee meer, maar je had grignard nodig&lt;br /&gt;
#*epoxide maken van tolueen&lt;br /&gt;
#*fiedelcrafts&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2018 nm===&lt;br /&gt;
# Vergelijk de reactie van cyclopentanon met a) aniline b) dibenzylamine. Welke producten worden gevormd?&lt;br /&gt;
# Stereochemie&lt;br /&gt;
# Reactiviteit Sn2, basiciteit en reactiviteit EAS rangschikken&lt;br /&gt;
# Geef bij a het volledige mechanisme en bij b enkel de opeenvolgende intermediairen zodat het mechanisme duidelijk wordt [[Bestand:Vraag 4.png]]&lt;br /&gt;
# Retrosynthese (geen mechanismen geven)&lt;br /&gt;
[[Bestand:Vraag_5.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2017 nm===&lt;br /&gt;
# Nucleofiele aromatische substitutie van nitrohalogenide&lt;br /&gt;
# Stereochemie&lt;br /&gt;
# Reactiviteit en basiciteit rangschikken&lt;br /&gt;
# Mechanisme geven; ene was een methylshift uitvoeren, andere was een acetaal in een ring (best moeilijke)&lt;br /&gt;
# Retrosynthese&lt;br /&gt;
#* Acetyleen tot een diol&lt;br /&gt;
#* Benzeen tot een benzeen met COOH para to alkylgroep&lt;br /&gt;
#* Malonaat ester tot cylcobutanol&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2017 vm===&lt;br /&gt;
# Hydrolyse butylacetaat in zuur en base, waarom verzeping onomkeerbaar&lt;br /&gt;
# Stereochemie&lt;br /&gt;
# Rangschik volgens&lt;br /&gt;
#* Basiciteit&lt;br /&gt;
#* Reactiviteit Sn2 (1-broompentaan, 1-chloor-3-methylpentaan, 1-chloor-2-methylpentaan, 1-chloorpentaan, joodbenzeen)&lt;br /&gt;
#* Reactiviteit solvolyse mierenzuur (isopropyljodide, mehtyljodide, tert-butyljodide, 2-fenyl-2joodpropaan)&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Ingewikkeldere ringvormige structuur, OH groep protoneert en H2O gaat weg als leaving group, carbokation vormt en veel alkylshiften&lt;br /&gt;
#* Verklaar solvolyse reactiviteit in mierenzuur, allylische positie vs gewoon vs anti aromaat&lt;br /&gt;
# Retrosynthese&lt;br /&gt;
#* Malonzuurestersynthese&lt;br /&gt;
#* Acetyleen naar pentaan-2-on&lt;br /&gt;
#* Van fluorbenzeen naar een benzeen met een amine en methoxy die para staan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2017===&lt;br /&gt;
# Bespreek de claisencondensatie van butylethanoaat &lt;br /&gt;
# Stereochemie&lt;br /&gt;
# Vragen over rangschikking volgens stijgende basiciteit en reactiviteit met Sn2 reacties en reactiviteit bij solvolyse met mierenzuur.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Moest gy het reactiemechanisme zeggen waarbij gy eerst moest verzepen en daarna decarboxyleren. &lt;br /&gt;
#* Het reactiemechanisme geven van 2,2-methyl-hexaan-3-ol tot 2-broom-2,3methyl-hexaan en met behulp van HBr&lt;br /&gt;
# Retrosynthese&lt;br /&gt;
#* Cyclohexeen en daarop moest gy COOH op plaatsen 1 plaats verder dan de dubbele binding.&lt;br /&gt;
#* van acetyleen tot pentanal&lt;br /&gt;
#* anisol tot p-propylanisol&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21/08/2015===&lt;br /&gt;
# Dieckmannreactie&lt;br /&gt;
# stereochemie&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* welke best aan elektrofiele aromatische substitutie doet&lt;br /&gt;
#* welke meest bascisch is&lt;br /&gt;
#* welke snelst aan SN2 doet&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* een mechanisme dat je moest maken: een acetaal hydroliseren en dan imine maken&lt;br /&gt;
#* iets van eliminatie dat je moest uitleggen, ging voornamelijk over de antiperiplanaire schikking&lt;br /&gt;
# [[Bestand:Retrosyntheses21aug2015orgchem.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15/06/2015 namiddag===&lt;br /&gt;
# Bespreek de chlorering van anisol en nitrobenzeen. (mondeling, 2 punten)&lt;br /&gt;
# Twee oefeningen waarbij je R en S moest bepalen en zeggen of het stereomeren/enantiomeren/... zijn (schrijftelijk, 2 x 1 punt)&lt;br /&gt;
# Drie oefeningetjes waarbij je moet rangschikken:&lt;br /&gt;
#* welke is het meest basisch&lt;br /&gt;
#* Welke gaat het snelst reageren in een SN2 reactie&lt;br /&gt;
#* Welke reageert het snelst in solvolyse met mierenzuur (schriftelijk, 3 x 1 punt)&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#* Een hele vage molecule die dmv zuur mileu omgezet wordt in een andere nog vagere molecule. (oplossing: was door heel veel hydrideshiften en sterische hinder)&lt;br /&gt;
[[bestand:Vaagmoleculeorgvragen.png]] &lt;br /&gt;
#* Een molecule A die trans stond en een molecule B die cis stond (of andersom) een van de twee gaf Ã©Ã©n molecule na eliminatie, de andere gaf er twee. Waarom? (oplossing: antiperiplanaire shizzle die bij eliminatie staat) (Mondeling 2 x 2 punten)&lt;br /&gt;
# Drie retrosyntheses (schrijftelijk, 3 x 3 punten)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15/6/2015 voormiddag===&lt;br /&gt;
# (mondeling): vergelijk de reactie van een primair en een secundair amine met een keton en wat zijn de verwachte producten.Ook de pH hierbij verklaren (2ptn)&lt;br /&gt;
# R en S geven 2x 2 moleculen + de relatie tussen de 2 moleculen (2x1 ptn)&lt;br /&gt;
# 3 rangschikvragen elk op 1 punt. Wat is het zuurst? Welke reageert het best met...? en nog ene die ik ni meer weet.&lt;br /&gt;
# (mondeling):&lt;br /&gt;
#* leg de additie van dibroom uit aan een (E)-1-noneen in waterig milieu. Geef alle producten en duid de stereocentra aan en geef R en S. (2ptn)&lt;br /&gt;
#* Substitutie van een secundair alcohol da een broomalkaan geeft. Hier staat de broom niet waar de OH groep stond waarom? (tertiare carbokationen zijn stabieler dan secondaire dus er was een omvorming) (2ptn)&lt;br /&gt;
# drie synthesen waarbij ge geen mechanismen moet geven. (3x 3ptn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 juni 2014===&lt;br /&gt;
# Vergelijk de bromering van anisol en nitrobenzeen.&lt;br /&gt;
# Geef aan of de volgende paren moleculen diastereomeren, enantiomeren of identieke verbindingen zijn. Bepaal R/S voor elk stereogeen centrum.&lt;br /&gt;
#* [[Bestand:2a.jpg]]&lt;br /&gt;
#* [[Bestand:2b.jpg]]&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende reactiviteit in S&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;N&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;2: 4-jood-anisol, 1-broom-2-methylhexaan, 1-broompentaan, 1-broom-2,2-dimethylhexaan, 1-broom-3-methylhexaan&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende basiciteit: &amp;amp;lt;center&amp;amp;gt;[[Bestand:3b.jpg]]&amp;amp;lt;/center&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens afnemende zuurheid: 2-hexeen, 1-butyn, dichloorazijnzuur, 5,5,5-trifluoropentanol, 2,4-pentaandion&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Geef een aanvaardbaar mechanisme voor de volgende omzetting. Welk product wordt er nog gevormd? &amp;amp;lt;center&amp;amp;gt;[[Bestand:4a.jpg]]&amp;amp;lt;/center&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
#* Verklaar voor de solvolyse met mierenzuur de waargenomen reactiviteit C &amp;amp;lt; A &amp;amp;lt; B aan de hand van een mechanisme. &amp;amp;lt;center&amp;amp;gt;[[Bestand:4b.jpg]]&amp;amp;lt;/center&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
# Synthese &amp;amp;lt;center&amp;amp;gt;[[Bestand:5.jpg]]&amp;amp;lt;/center&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2014===&lt;br /&gt;
# Vergelijk de bromering van anisol en nitrobenzeen.&lt;br /&gt;
# Enantiomeren, diastereomeren, bepaal R/S&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens afnemende reactiviteit in Sn2.: 1-chloorpentaan, 1-chloor-2-methylpentaan, 1-chloor-3-methylpentaan, 1-joodpentaan, chloorbenzeen&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende basiciteit: anion van keton, ester, diester, diketon, ketoester.&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens afnemende reactiviteit in solvolyse met mierenzuur: isopropyljodidi, tert-butyljodide, methyljodide, 2-fenyl-2-joodpropyl.&lt;br /&gt;
# Geef mechanisme&lt;br /&gt;
#* aldolcondensatie&lt;br /&gt;
#* substitutie van 2,2-dimethyl-3-hexanol met HBr (omlegging).&lt;br /&gt;
# Synthese&lt;br /&gt;
#* hexaandizuur tot 2-methylcyclopentanon&lt;br /&gt;
#* keton tot shiffbase&lt;br /&gt;
#* benzeen tot trichloorbenzeen in meta positie ten opzichte van elkaar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 juni 2011===&lt;br /&gt;
# Wat is de rol van DCC (cicyclohexylcarbodiimide) in de nucleofiele substitutie van een carbonzuur en een amine. Illustreer het mechanisme met de reactie tussen benzoÃ«zuur en dimethylamine. Wat is een alternatieve manier? (geen mechanisme).&lt;br /&gt;
# Zijn de volgende paren van moleculen verschillende manieren om hetzelfde molecule weer te geven of zijn het enantiomeren, diastereomeren, verschillende conformaties, ... [[Bestand:2a.png]] [[Bestand:2b.png]] [[Bestand:2c.png]]&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende zuurheid: 1-hexeen (A); dibroomazijnzuur (B); 2-butyn (C); 3,3,3-trifluorpropanol (D); pentaan-2,4-dion (E)&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende basiciteit: [[Bestand:3b.png]]&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens afnemende reactiviteit in een elektrofiele aromatische substitutiereactie: anisol (A); p-dinitrobenzeen (B); tolueen (C); benzonitril (D); chloorbenzeen (E)&lt;br /&gt;
# Geef een aanvaardbaar mechanisme voor volgende omzettingen:&lt;br /&gt;
#* HINT: het zuur reageert eerst met de C=C dubbele binding [[Bestand:4a.png]]&lt;br /&gt;
#* Geef het mechanisme en ook een volgorde voor X (=F, Cl, Br, I) qua reactiviteit: [[Bestand:4b.png]]&lt;br /&gt;
# Syntheses (geen mechanismen vereist):&lt;br /&gt;
#* Synthetiseer Ã©Ã©n van beide moleculen: [[Bestand:5a.png]]&lt;br /&gt;
#* Gebruik het weergegeven keton, butaanzuur en benzeen om volgende omzetting te verwezenlijken. De Wittigreactie is niet mogelijk wegens tetragesubstitueerd alkeen. [[Bestand:5b.png]]&lt;br /&gt;
#* Hoe kan men dit eindproduct maken uit cyclohexanon?&lt;br /&gt;
[[Bestand:5c.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2011===&lt;br /&gt;
# Wat is de rol van DCC (dicyclohexylcarbodiimide)in de nucleofile acylsubstitutie van een carbonzuur en een amine. (Mechanisme) Wat is een alternatief voor deze reactie? (geen mechanisme)&lt;br /&gt;
#Identificeer de stereochemische relatie tussen de moleculen van elk van de volgende paren. Stellen de tekeningen verbindingen voor die identiek zijn, of zijn ze enantiomeren, diastereomeren, constitutionele isomeren, verschillende conformaties? Voor elk stereocentrum in die moleculen, geef aan of de configuratie R of S is.&lt;br /&gt;
#* 2-methylcyclohexanol&lt;br /&gt;
#* newmanprojectie met zaagbokprojectie vergelijken van 2 enantiomeren (bijvraag: wat is de definitie van enantiomeren)&lt;br /&gt;
#* 2,3,4 pentaantriol&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Rangschikken naar toenemende zuurheid: 2-hexyn; 1-hexyn; 2,2,2 trifluorethanol;  een beta-diketon; dichloorazijnzuur&lt;br /&gt;
#*Rangschikken naar toenemende reactiviteit in een elektrofiele aromatische substitutie &#039;&#039;(tolueen, anisol, m-dinitrobenzeen, fluoorbenzeen en benzonitril)&#039;&#039;&lt;br /&gt;
#*Rangschikken naar toenemende basiciteit: anionen van esters en ketonen.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Verklaar de volgende reactie (Favorski-omlegging) met een aanvaardbaar mechanisme. Hint: Cyclopropanon is zeer reactief t.o.v. een nucleofiel [[Bestand:Organische Favorski 10 juni 2011.jpg]]&lt;br /&gt;
#*Geef een verklaarbaar mechanisme voor de volgende reactie: [[Bestand:Organische 4b 10 juni 2011.gif]]&lt;br /&gt;
#Syntheses: [[Bestand:Organische Retrosynthese 10 juni 2011.jpg]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2010===&lt;br /&gt;
#Bespreek de nucleofiele substitutie van nitrogesubstitueerde arylhalogeniden door natriummethoxide.&lt;br /&gt;
#Identificeer de stereochemische relatie tussen de moleculen van elk van de volgende paren. Stellen de tekeningen verbindingen voor die identiek zijn, of zijn ze enantiomeren, diastereomeren, constitutionele isomeren, verschillende conformaties? Voor elk stereocentrum in die moleculen, geef aan of de configuratie R of S is.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Rangschikken naar toenemende basiciteit&lt;br /&gt;
#*Rangschikken naar toenemende reactiviteit in een elektrofiele aromatische substitutie &#039;&#039;(tolueen, anisol, m-dinitrobenzeen, fluoorbenzeen en benzonitril)&#039;&#039;&lt;br /&gt;
#*Welke verbinding(en) is (zijn) aromatisch volgens de regel van HÃ¼ckel? De vrije elektronenparen zijn niet weergegeven maar zijn wel aanwezig. [[Bestand:Huckel.jpg]]&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Verklaar de volgende reactie met een aanvaardbaar mechanisme. Hint: Cyclopropanon is zeer reactief t.o.v. een nucleofiel                          [[Bestand:omzetting.gif]]&lt;br /&gt;
#*Menthylchloride en neomentylchloride (zie onderstaande figuur) ondergaan eliminatie bij behandeling met natriumethoxide in methanol. EÃ©n van de stereo-isomeren reageert veel sneller. Welke en waarom? [[Bestand:Menthyl.jpg]]&lt;br /&gt;
#Syntheses: &#039;&#039;Bij de derde stond gegeven dat het via een beta-keto-ester moest.&#039;&#039;&lt;br /&gt;
[[Bestand:Retro2010.gif]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2009===&lt;br /&gt;
# Claisencondensatie van ethylpropanoaat&lt;br /&gt;
# stereoisomeren en R/S aanduiden&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* is het molecule aromatisch&lt;br /&gt;
#* rangschik volgens basiciteit&lt;br /&gt;
#* rangschik de producten volgens reactiviteit in EAS&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* darzens reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#* reactie van natrium jodide op S 1-broom-2-methylbutaan&lt;br /&gt;
# 3 Synthesen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===8 juni 2009===&lt;br /&gt;
# NH2OH+aceton, waarom optimaal bij 4.5 pH&lt;br /&gt;
# stereoisomeren en R/S aanduiden&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* is het molecule aromatisch&lt;br /&gt;
#* rangschik anionen volgens stabiliteit&lt;br /&gt;
#* rangschik de producten volgens reactiviteit in EAS&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* darzens reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#*E2 eliminatie op (2S,3S)-2-broom-3-fenylbutaan: regioselectiviteit bespreken&lt;br /&gt;
# synthesen: [[Bestand:organische2009.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2008===&lt;br /&gt;
#Aceton en hydroxylamine. ph-afhankelijkheid. waarom niet te zuur/niet te basisch.&lt;br /&gt;
#R en S bepalen, zegge of het diastereomeren, enantiomeren ... zijn. &lt;br /&gt;
#aromatisch of niet? &lt;br /&gt;
#anionen naar basiciteit, waren moleculen met 1 of 2 carbonyls op&lt;br /&gt;
#Reactiviteit van aromaten bepalen in EAS&lt;br /&gt;
#carbonyls een chirale koolstof ernaast (alphapositie dus) ondergaan racemisatie via enol/enolaat in zuur/basisch milieu. Met   alpha-aminozuren gaat dat niet, noch in basisch noch in zuur milieu. waarom? gebruik l-phenylalanine (structuur gegeven) als voorbeeld.&lt;br /&gt;
#Bepalen van conformatie van het product na E2 van 2-broom-3-fenyl-butaan&lt;br /&gt;
#Synthesen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2008===&lt;br /&gt;
#Dieckmann reactie&lt;br /&gt;
#Bepalen of moleculen: enantiomeren, diastereomeren... zijn&lt;br /&gt;
#Amine naar basisiteit schikken&lt;br /&gt;
#Reactiviteit van aromaten bepalen in EAS&lt;br /&gt;
#Basiciteit van aminen bepalen&lt;br /&gt;
#Reactiemechanisme van een epoxidevorming&lt;br /&gt;
#Bepalen van conformatie van het product na E2 van 2-broom-3-fenyl-butaan&lt;br /&gt;
#Synthesen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===9 juni 2008===&lt;br /&gt;
#Dieckmann reactie&lt;br /&gt;
#Bepalen of moleculen: enantiomeren, diastereomeren,... zijn&lt;br /&gt;
#Stabiliteit van anion bepalen (er zat een aromaat op)&lt;br /&gt;
#Reactiviteit van aromaten bepalen in EAS&lt;br /&gt;
#Basiciteit van aminen bepalen&lt;br /&gt;
#Reactiemechanisme van een acetaalvorming en zeggen waar zuurstof en oorspronkelijke carbonylfunctie naar toe is&lt;br /&gt;
#Bepalen van conformatie van het product na E2 van (2R,3S)-2-broom-3-fenyl-butaan (niet meer zeker van absolute configuraties)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R0883495</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Organische_Chemie&amp;diff=3559</id>
		<title>Organische Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Organische_Chemie&amp;diff=3559"/>
		<updated>2023-06-26T17:40:32Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R0883495: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
NU&lt;br /&gt;
Vraag 1 (theorie) en vraag 4 (mechanismen) bij Wim De Borggraeve.&lt;br /&gt;
Vraag 5 (retrosynthese) bij Erik Van der Eycken.&lt;br /&gt;
Bekijk zeker het document met uitleg over de examenvragen op Toledo en de eerder gestelde vragen hier op de wiki.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
VROEGER&lt;br /&gt;
Mondeling examen. (Gedoceerd door N. Boens, die afwezigheid in zijn lessen consequent vergeldt op het examen, en wordt geleidelijk overgenomen door Wim De Borggraeve) Ondertussen wordt het vak volledig gegeven door Wim De Borggraeve en Erik Van der Eycken. Examen bestaat uit 5 vragen, vraag 1 en 2 mondeling bij (Boens) Van der Eycken, 3 en 4 bij De Borggraeve. Vraag 5 (synthesen) schriftelijk. Examenvragen komen telkens terug, kijk zeker naar de oude examens op Toledo.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Uitgewerkte retrosyntheses tot 2020 (Elisabeth I.): https://drive.google.com/file/d/1eE1tOGWKlEPHRD-KMIdMPXrVFA2_bY-H/view?usp=sharing&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===26 juni 2023==&lt;br /&gt;
1. claisencondensatie &lt;br /&gt;
2. twee moleculen -&amp;gt; zelfde als (voorbeeld)examen juni 2017&lt;br /&gt;
3. rangschikken: reactiviteit bij SeAr, basisiteit en Sn2&lt;br /&gt;
4. &lt;br /&gt;
a. mechanisme van een acetaal met een carbonyl naast naar een carbonyl met twee Phe&#039;s naast (kan iemand dit beter verwoorden?)&lt;br /&gt;
b. reactiviteit bij solvolyse uitleggen -&amp;gt; anti-aromaat, allylische positie en 2° carbokation&lt;br /&gt;
5. retrosynthese: &lt;br /&gt;
a. alkyn -&amp;gt; cis alkeen (extra C toevoegen)&lt;br /&gt;
b. van cyclohexanon naar molecule met stereochemie (grignard en epoxide) &lt;br /&gt;
c. benzeen met twee methylgroepen naar benzeen met twee methylgroepen en een broom allemaal in meta -&amp;gt; dummiegroep&lt;br /&gt;
===27 juni 2022===&lt;br /&gt;
#Verduidelijk via het mechanisme de rol van dicyclohexylcarbodiimide (DCC) in de nucleofiele acylsubstitutie van carbonzuren met aminen. Illustreer het mechanisme aan de hand van de reactie van azijnzuur met benzylamine. Welke producten worden er gevormd?&lt;br /&gt;
#Bespreek de stereochemie voor 2 paar moleculen. Geef voor elk stereogeen centrum de configuratie (S,R) en voor elke dubbele binding (E,Z). Geef de onderlinge relatie tussen de moleculen (enantiomeren, diastereomeren, verschillende conformaties, ...).&lt;br /&gt;
#Rangschik&lt;br /&gt;
##Van activerend naar deactiverend bij SeAr: methyl, H, fluor, trifluormethyl, methoxy&lt;br /&gt;
##volgens toenemende basiciteit: verschillende enol- en enolaat-ionen&lt;br /&gt;
##volgens afnemende reactiviteit in de solvolyse met mierenzuur: isopropylchloride, tert-butylchloride, joodbenzeen, 2-fenyl-2-chloor-propaan, methylchloride&lt;br /&gt;
#Verklaar aan de hand van een mechanisme&lt;br /&gt;
##Cl2 + (E)-2-penteen (geef mechanisme, producten en geef elk stereogeen centrum de configuratie (R,S)&lt;br /&gt;
## 2,2-dimethylpentaan-3-ol + HBr --&amp;gt; 2-broom-2,3-dimethylpentaan. Geef het mechanisme en leg uit wat er gebeurt (ze bedoelen omlegging van secundair carbokation naar tertiair kation).&lt;br /&gt;
#Geef aan hoe je de volgende chemische meerstapsconversies zou verwezenlijken. Schrijf alle stappen uit (GEEN mechanisme).&lt;br /&gt;
## ethyl-3-oxobutanoaat --&amp;gt; 2-cyclobutylethan-2-on&lt;br /&gt;
## Hoe zet je acetyleen om in hexan-2-on?&lt;br /&gt;
## Vraag 5(a) van 18 juni 2018&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===5 juni 2021===&lt;br /&gt;
#Vergelijk de reactie van cyclohexanon met aniline en met dibutylamine aan de hand van een mechanisme. &lt;br /&gt;
#Bespreek de stereochemie voor 2 paar moleculen. Geef voor elk stereogeen centrum de configuratie (S,R) en voor elke dubbele binding (E,Z). Geef de onderlinge relatie tussen de moleculen (enantiomeren, diastereomeren, constitutionele isomeren, verschillende conformaties).&lt;br /&gt;
#Rangschik&lt;br /&gt;
##volgens afnemende reactiviteit in SEAr: m-dicyanobenzeen, aniline, fenol, ...&lt;br /&gt;
##volgens toenemende basiciteit: verschillende enol- en enolaat-ionen&lt;br /&gt;
##volgens afnemende reactiviteit in de solvolyse met mierenzuur: isopropyljodide, tert-butyljodide, joodbenzeen, 2-fenyl-2-jood-propaan, methyljodide&lt;br /&gt;
#Verklaar aan de hand van een mechanisme&lt;br /&gt;
##Br2 + (Z) 3-noneen (geef voor elk stereogeen centrum de configuratie (S,R) )&lt;br /&gt;
##ROH + HBr (inclu. methylshift) &lt;br /&gt;
#Retrosynthese: &lt;br /&gt;
##acetoacetaatsynthese&lt;br /&gt;
##acetyleen omzetten in pentanal&lt;br /&gt;
##friedelcraftsacylering&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2020===&lt;br /&gt;
#Bespreek de Dieckmann-reactie aan de hand van het mechanisme. &lt;br /&gt;
#Bespreek de stereochemie voor 2 paar moleculen. Geef voor elk stereogeen centrum de configuratie (S,R) en voor elke dubbele binding (E,Z). Geef de onderlinge relatie tussen de moleculen (enantiomeren, diastereomeren, constitutionele isomeren, verschillende conformaties).&lt;br /&gt;
#Rangschik&lt;br /&gt;
##volgens afnemende reactiviteit in SN2: methylchloride, isopropylchloride...&lt;br /&gt;
##volgens toenemende basiciteit: aniline met verschillende groepen zoals nitro, methyl...&lt;br /&gt;
##volgens afnemende nucleofiliciteit in methanol?: jodide, chloride, fluoride, bromide&lt;br /&gt;
#Verklaar aan de hand van een mechanisme&lt;br /&gt;
##Verklaar de reactiviteit in solvolyse van bromocyclopentaan, bromocyclopenteen en bromocyclopentadieen. Waarbij Bromocyclopenteen het reactiefst en bromocyclopentadieen het minst. &lt;br /&gt;
##2,complex molecule dat in zuur milieu een OH-groep verliest en methylshift ondergaat tijdens eliminatie. &lt;br /&gt;
#Retrosynthese&lt;br /&gt;
##cyclohexeen naar COOH-groep op cyclohexeen op de plaats net naast de dubbele binding&lt;br /&gt;
##2-broom-3,3-dimethylbutaan naar 2,2-dimethylbutaancyanide&lt;br /&gt;
##Benzeen naar 1,3,5-tribromobenzeen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===9 juni 2020===&lt;br /&gt;
#Vergelijk de reactie van cyclohexanon met aniline en met dibutylamine aan de hand van een mechanisme. &lt;br /&gt;
#Bespreek de stereochemie voor 2 paar moleculen. Geef voor elk stereogeen centrum de configuratie (S,R) en voor elke dubbele binding (E,Z). Geef de onderlinge relatie tussen de moleculen (enantiomeren, diastereomeren, constitutionele isomeren, verschillende conformaties).&lt;br /&gt;
#Rangschik&lt;br /&gt;
##volgens afnemende reactiviteit in elektrofiele aromaatsubstituties: tolueen, m-dinitrobenzeen, benzoëzuur, anisol, chloorbenzeen&lt;br /&gt;
##volgens toenemende basiciteit: anionen van verschillende carbonzuurderivaten&lt;br /&gt;
##volgens afnemende reactiviteit in de solvolyse met mierenzuur: isopropyljodide, tert-butyljodide, joodbenzeen, 2-fenyl-2-jood-propaan, methyljodide&lt;br /&gt;
#Verklaar aan de hand van een mechanisme&lt;br /&gt;
##Cl2 addeert aan (Z) 3-noneen. Bespreek aan de hand van een mechanisme en geef voor elk stereogeen centrum de configuratie (S,R).&lt;br /&gt;
##2,2-methyl-hexaan-3-ol ondergaat nucleofiele substitutie met HBr ter vorming van 2-broom-2,3methyl-hexaan. Wat gebeurt er in deze reactie? Waarom gaat deze reactie op? &lt;br /&gt;
#Retrosynthese&lt;br /&gt;
##acetyleen omzetten tot 2-pentanon&lt;br /&gt;
##anisol omzetten tot p-propylanisol &lt;br /&gt;
##ethylacetoacetaat omzetten tot Cyclobutyl methyl ketone&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 augustus 2019===&lt;br /&gt;
#reactie van cyclohexanon met aniline en dibenzylamine&lt;br /&gt;
#stereochemie van 2 paar moleculen, E/Z en configuratie bepalen&lt;br /&gt;
#rangschikken volgens basiciteit, reactiviteit in Sn2, reactiviteit in elektrofiele aromatische substitutie&lt;br /&gt;
#verklaar stereochemie van producten bij reactie van Br2 met (E)-3-deceen, en grignardreactie waarbij een 4ring werd geopend en een 5ring gevormd&lt;br /&gt;
#retrosynthese: Vorming cyclobutaancarbonzuur uit diëthylmalonaat (met dihalogeenalkaan uit slides), acetyleen naar pentanal&lt;br /&gt;
[[Bestand:Organische.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2019===&lt;br /&gt;
#reactie van cyclohexanon met aniline en dibutylamine&lt;br /&gt;
#stereochemie van 2 paar moleculen, E/Z en configuratie bepalen&lt;br /&gt;
#rangschikken volgens basiciteit, reactiviteit in solvolyse met mierenzuur, reactiviteit in elektrofiele aromatische substitutie&lt;br /&gt;
#verklaar stereochemie van producten bij reactie van Br2 met (E)-3-deceen, en een reactie met een methylshift&lt;br /&gt;
#retrosynthese: acetoacetaatsynthese,acetyleen omzetten in pentanal, friedelcraftsacylering&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 augustus 2018===&lt;br /&gt;
#Dieckmannreactie&lt;br /&gt;
#stereochemie van 2 paar moleculen, configuratie en E/Z bepalen&lt;br /&gt;
#rangschikken op reactiviteit volgens basciteit, zuurheid, solvolyse&lt;br /&gt;
#Mechanismen toelichten: simpele alkylshift + grignardreactie&lt;br /&gt;
#retrosynthese&lt;br /&gt;
#*geen idee meer, maar je had grignard nodig&lt;br /&gt;
#*epoxide maken van tolueen&lt;br /&gt;
#*fiedelcrafts&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2018 nm===&lt;br /&gt;
# Vergelijk de reactie van cyclopentanon met a) aniline b) dibenzylamine. Welke producten worden gevormd?&lt;br /&gt;
# Stereochemie&lt;br /&gt;
# Reactiviteit Sn2, basiciteit en reactiviteit EAS rangschikken&lt;br /&gt;
# Geef bij a het volledige mechanisme en bij b enkel de opeenvolgende intermediairen zodat het mechanisme duidelijk wordt [[Bestand:Vraag 4.png]]&lt;br /&gt;
# Retrosynthese (geen mechanismen geven)&lt;br /&gt;
[[Bestand:Vraag_5.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2017 nm===&lt;br /&gt;
# Nucleofiele aromatische substitutie van nitrohalogenide&lt;br /&gt;
# Stereochemie&lt;br /&gt;
# Reactiviteit en basiciteit rangschikken&lt;br /&gt;
# Mechanisme geven; ene was een methylshift uitvoeren, andere was een acetaal in een ring (best moeilijke)&lt;br /&gt;
# Retrosynthese&lt;br /&gt;
#* Acetyleen tot een diol&lt;br /&gt;
#* Benzeen tot een benzeen met COOH para to alkylgroep&lt;br /&gt;
#* Malonaat ester tot cylcobutanol&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2017 vm===&lt;br /&gt;
# Hydrolyse butylacetaat in zuur en base, waarom verzeping onomkeerbaar&lt;br /&gt;
# Stereochemie&lt;br /&gt;
# Rangschik volgens&lt;br /&gt;
#* Basiciteit&lt;br /&gt;
#* Reactiviteit Sn2 (1-broompentaan, 1-chloor-3-methylpentaan, 1-chloor-2-methylpentaan, 1-chloorpentaan, joodbenzeen)&lt;br /&gt;
#* Reactiviteit solvolyse mierenzuur (isopropyljodide, mehtyljodide, tert-butyljodide, 2-fenyl-2joodpropaan)&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Ingewikkeldere ringvormige structuur, OH groep protoneert en H2O gaat weg als leaving group, carbokation vormt en veel alkylshiften&lt;br /&gt;
#* Verklaar solvolyse reactiviteit in mierenzuur, allylische positie vs gewoon vs anti aromaat&lt;br /&gt;
# Retrosynthese&lt;br /&gt;
#* Malonzuurestersynthese&lt;br /&gt;
#* Acetyleen naar pentaan-2-on&lt;br /&gt;
#* Van fluorbenzeen naar een benzeen met een amine en methoxy die para staan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2017===&lt;br /&gt;
# Bespreek de claisencondensatie van butylethanoaat &lt;br /&gt;
# Stereochemie&lt;br /&gt;
# Vragen over rangschikking volgens stijgende basiciteit en reactiviteit met Sn2 reacties en reactiviteit bij solvolyse met mierenzuur.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Moest gy het reactiemechanisme zeggen waarbij gy eerst moest verzepen en daarna decarboxyleren. &lt;br /&gt;
#* Het reactiemechanisme geven van 2,2-methyl-hexaan-3-ol tot 2-broom-2,3methyl-hexaan en met behulp van HBr&lt;br /&gt;
# Retrosynthese&lt;br /&gt;
#* Cyclohexeen en daarop moest gy COOH op plaatsen 1 plaats verder dan de dubbele binding.&lt;br /&gt;
#* van acetyleen tot pentanal&lt;br /&gt;
#* anisol tot p-propylanisol&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21/08/2015===&lt;br /&gt;
# Dieckmannreactie&lt;br /&gt;
# stereochemie&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* welke best aan elektrofiele aromatische substitutie doet&lt;br /&gt;
#* welke meest bascisch is&lt;br /&gt;
#* welke snelst aan SN2 doet&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* een mechanisme dat je moest maken: een acetaal hydroliseren en dan imine maken&lt;br /&gt;
#* iets van eliminatie dat je moest uitleggen, ging voornamelijk over de antiperiplanaire schikking&lt;br /&gt;
# [[Bestand:Retrosyntheses21aug2015orgchem.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15/06/2015 namiddag===&lt;br /&gt;
# Bespreek de chlorering van anisol en nitrobenzeen. (mondeling, 2 punten)&lt;br /&gt;
# Twee oefeningen waarbij je R en S moest bepalen en zeggen of het stereomeren/enantiomeren/... zijn (schrijftelijk, 2 x 1 punt)&lt;br /&gt;
# Drie oefeningetjes waarbij je moet rangschikken:&lt;br /&gt;
#* welke is het meest basisch&lt;br /&gt;
#* Welke gaat het snelst reageren in een SN2 reactie&lt;br /&gt;
#* Welke reageert het snelst in solvolyse met mierenzuur (schriftelijk, 3 x 1 punt)&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#* Een hele vage molecule die dmv zuur mileu omgezet wordt in een andere nog vagere molecule. (oplossing: was door heel veel hydrideshiften en sterische hinder)&lt;br /&gt;
[[bestand:Vaagmoleculeorgvragen.png]] &lt;br /&gt;
#* Een molecule A die trans stond en een molecule B die cis stond (of andersom) een van de twee gaf Ã©Ã©n molecule na eliminatie, de andere gaf er twee. Waarom? (oplossing: antiperiplanaire shizzle die bij eliminatie staat) (Mondeling 2 x 2 punten)&lt;br /&gt;
# Drie retrosyntheses (schrijftelijk, 3 x 3 punten)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15/6/2015 voormiddag===&lt;br /&gt;
# (mondeling): vergelijk de reactie van een primair en een secundair amine met een keton en wat zijn de verwachte producten.Ook de pH hierbij verklaren (2ptn)&lt;br /&gt;
# R en S geven 2x 2 moleculen + de relatie tussen de 2 moleculen (2x1 ptn)&lt;br /&gt;
# 3 rangschikvragen elk op 1 punt. Wat is het zuurst? Welke reageert het best met...? en nog ene die ik ni meer weet.&lt;br /&gt;
# (mondeling):&lt;br /&gt;
#* leg de additie van dibroom uit aan een (E)-1-noneen in waterig milieu. Geef alle producten en duid de stereocentra aan en geef R en S. (2ptn)&lt;br /&gt;
#* Substitutie van een secundair alcohol da een broomalkaan geeft. Hier staat de broom niet waar de OH groep stond waarom? (tertiare carbokationen zijn stabieler dan secondaire dus er was een omvorming) (2ptn)&lt;br /&gt;
# drie synthesen waarbij ge geen mechanismen moet geven. (3x 3ptn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 juni 2014===&lt;br /&gt;
# Vergelijk de bromering van anisol en nitrobenzeen.&lt;br /&gt;
# Geef aan of de volgende paren moleculen diastereomeren, enantiomeren of identieke verbindingen zijn. Bepaal R/S voor elk stereogeen centrum.&lt;br /&gt;
#* [[Bestand:2a.jpg]]&lt;br /&gt;
#* [[Bestand:2b.jpg]]&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende reactiviteit in S&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;N&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;2: 4-jood-anisol, 1-broom-2-methylhexaan, 1-broompentaan, 1-broom-2,2-dimethylhexaan, 1-broom-3-methylhexaan&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende basiciteit: &amp;amp;lt;center&amp;amp;gt;[[Bestand:3b.jpg]]&amp;amp;lt;/center&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens afnemende zuurheid: 2-hexeen, 1-butyn, dichloorazijnzuur, 5,5,5-trifluoropentanol, 2,4-pentaandion&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Geef een aanvaardbaar mechanisme voor de volgende omzetting. Welk product wordt er nog gevormd? &amp;amp;lt;center&amp;amp;gt;[[Bestand:4a.jpg]]&amp;amp;lt;/center&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
#* Verklaar voor de solvolyse met mierenzuur de waargenomen reactiviteit C &amp;amp;lt; A &amp;amp;lt; B aan de hand van een mechanisme. &amp;amp;lt;center&amp;amp;gt;[[Bestand:4b.jpg]]&amp;amp;lt;/center&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
# Synthese &amp;amp;lt;center&amp;amp;gt;[[Bestand:5.jpg]]&amp;amp;lt;/center&amp;amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2014===&lt;br /&gt;
# Vergelijk de bromering van anisol en nitrobenzeen.&lt;br /&gt;
# Enantiomeren, diastereomeren, bepaal R/S&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens afnemende reactiviteit in Sn2.: 1-chloorpentaan, 1-chloor-2-methylpentaan, 1-chloor-3-methylpentaan, 1-joodpentaan, chloorbenzeen&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende basiciteit: anion van keton, ester, diester, diketon, ketoester.&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens afnemende reactiviteit in solvolyse met mierenzuur: isopropyljodidi, tert-butyljodide, methyljodide, 2-fenyl-2-joodpropyl.&lt;br /&gt;
# Geef mechanisme&lt;br /&gt;
#* aldolcondensatie&lt;br /&gt;
#* substitutie van 2,2-dimethyl-3-hexanol met HBr (omlegging).&lt;br /&gt;
# Synthese&lt;br /&gt;
#* hexaandizuur tot 2-methylcyclopentanon&lt;br /&gt;
#* keton tot shiffbase&lt;br /&gt;
#* benzeen tot trichloorbenzeen in meta positie ten opzichte van elkaar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 juni 2011===&lt;br /&gt;
# Wat is de rol van DCC (cicyclohexylcarbodiimide) in de nucleofiele substitutie van een carbonzuur en een amine. Illustreer het mechanisme met de reactie tussen benzoÃ«zuur en dimethylamine. Wat is een alternatieve manier? (geen mechanisme).&lt;br /&gt;
# Zijn de volgende paren van moleculen verschillende manieren om hetzelfde molecule weer te geven of zijn het enantiomeren, diastereomeren, verschillende conformaties, ... [[Bestand:2a.png]] [[Bestand:2b.png]] [[Bestand:2c.png]]&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende zuurheid: 1-hexeen (A); dibroomazijnzuur (B); 2-butyn (C); 3,3,3-trifluorpropanol (D); pentaan-2,4-dion (E)&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende basiciteit: [[Bestand:3b.png]]&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens afnemende reactiviteit in een elektrofiele aromatische substitutiereactie: anisol (A); p-dinitrobenzeen (B); tolueen (C); benzonitril (D); chloorbenzeen (E)&lt;br /&gt;
# Geef een aanvaardbaar mechanisme voor volgende omzettingen:&lt;br /&gt;
#* HINT: het zuur reageert eerst met de C=C dubbele binding [[Bestand:4a.png]]&lt;br /&gt;
#* Geef het mechanisme en ook een volgorde voor X (=F, Cl, Br, I) qua reactiviteit: [[Bestand:4b.png]]&lt;br /&gt;
# Syntheses (geen mechanismen vereist):&lt;br /&gt;
#* Synthetiseer Ã©Ã©n van beide moleculen: [[Bestand:5a.png]]&lt;br /&gt;
#* Gebruik het weergegeven keton, butaanzuur en benzeen om volgende omzetting te verwezenlijken. De Wittigreactie is niet mogelijk wegens tetragesubstitueerd alkeen. [[Bestand:5b.png]]&lt;br /&gt;
#* Hoe kan men dit eindproduct maken uit cyclohexanon?&lt;br /&gt;
[[Bestand:5c.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2011===&lt;br /&gt;
# Wat is de rol van DCC (dicyclohexylcarbodiimide)in de nucleofile acylsubstitutie van een carbonzuur en een amine. (Mechanisme) Wat is een alternatief voor deze reactie? (geen mechanisme)&lt;br /&gt;
#Identificeer de stereochemische relatie tussen de moleculen van elk van de volgende paren. Stellen de tekeningen verbindingen voor die identiek zijn, of zijn ze enantiomeren, diastereomeren, constitutionele isomeren, verschillende conformaties? Voor elk stereocentrum in die moleculen, geef aan of de configuratie R of S is.&lt;br /&gt;
#* 2-methylcyclohexanol&lt;br /&gt;
#* newmanprojectie met zaagbokprojectie vergelijken van 2 enantiomeren (bijvraag: wat is de definitie van enantiomeren)&lt;br /&gt;
#* 2,3,4 pentaantriol&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Rangschikken naar toenemende zuurheid: 2-hexyn; 1-hexyn; 2,2,2 trifluorethanol;  een beta-diketon; dichloorazijnzuur&lt;br /&gt;
#*Rangschikken naar toenemende reactiviteit in een elektrofiele aromatische substitutie &#039;&#039;(tolueen, anisol, m-dinitrobenzeen, fluoorbenzeen en benzonitril)&#039;&#039;&lt;br /&gt;
#*Rangschikken naar toenemende basiciteit: anionen van esters en ketonen.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Verklaar de volgende reactie (Favorski-omlegging) met een aanvaardbaar mechanisme. Hint: Cyclopropanon is zeer reactief t.o.v. een nucleofiel [[Bestand:Organische Favorski 10 juni 2011.jpg]]&lt;br /&gt;
#*Geef een verklaarbaar mechanisme voor de volgende reactie: [[Bestand:Organische 4b 10 juni 2011.gif]]&lt;br /&gt;
#Syntheses: [[Bestand:Organische Retrosynthese 10 juni 2011.jpg]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2010===&lt;br /&gt;
#Bespreek de nucleofiele substitutie van nitrogesubstitueerde arylhalogeniden door natriummethoxide.&lt;br /&gt;
#Identificeer de stereochemische relatie tussen de moleculen van elk van de volgende paren. Stellen de tekeningen verbindingen voor die identiek zijn, of zijn ze enantiomeren, diastereomeren, constitutionele isomeren, verschillende conformaties? Voor elk stereocentrum in die moleculen, geef aan of de configuratie R of S is.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Rangschikken naar toenemende basiciteit&lt;br /&gt;
#*Rangschikken naar toenemende reactiviteit in een elektrofiele aromatische substitutie &#039;&#039;(tolueen, anisol, m-dinitrobenzeen, fluoorbenzeen en benzonitril)&#039;&#039;&lt;br /&gt;
#*Welke verbinding(en) is (zijn) aromatisch volgens de regel van HÃ¼ckel? De vrije elektronenparen zijn niet weergegeven maar zijn wel aanwezig. [[Bestand:Huckel.jpg]]&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Verklaar de volgende reactie met een aanvaardbaar mechanisme. Hint: Cyclopropanon is zeer reactief t.o.v. een nucleofiel                          [[Bestand:omzetting.gif]]&lt;br /&gt;
#*Menthylchloride en neomentylchloride (zie onderstaande figuur) ondergaan eliminatie bij behandeling met natriumethoxide in methanol. EÃ©n van de stereo-isomeren reageert veel sneller. Welke en waarom? [[Bestand:Menthyl.jpg]]&lt;br /&gt;
#Syntheses: &#039;&#039;Bij de derde stond gegeven dat het via een beta-keto-ester moest.&#039;&#039;&lt;br /&gt;
[[Bestand:Retro2010.gif]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2009===&lt;br /&gt;
# Claisencondensatie van ethylpropanoaat&lt;br /&gt;
# stereoisomeren en R/S aanduiden&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* is het molecule aromatisch&lt;br /&gt;
#* rangschik volgens basiciteit&lt;br /&gt;
#* rangschik de producten volgens reactiviteit in EAS&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* darzens reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#* reactie van natrium jodide op S 1-broom-2-methylbutaan&lt;br /&gt;
# 3 Synthesen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===8 juni 2009===&lt;br /&gt;
# NH2OH+aceton, waarom optimaal bij 4.5 pH&lt;br /&gt;
# stereoisomeren en R/S aanduiden&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* is het molecule aromatisch&lt;br /&gt;
#* rangschik anionen volgens stabiliteit&lt;br /&gt;
#* rangschik de producten volgens reactiviteit in EAS&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* darzens reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#*E2 eliminatie op (2S,3S)-2-broom-3-fenylbutaan: regioselectiviteit bespreken&lt;br /&gt;
# synthesen: [[Bestand:organische2009.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2008===&lt;br /&gt;
#Aceton en hydroxylamine. ph-afhankelijkheid. waarom niet te zuur/niet te basisch.&lt;br /&gt;
#R en S bepalen, zegge of het diastereomeren, enantiomeren ... zijn. &lt;br /&gt;
#aromatisch of niet? &lt;br /&gt;
#anionen naar basiciteit, waren moleculen met 1 of 2 carbonyls op&lt;br /&gt;
#Reactiviteit van aromaten bepalen in EAS&lt;br /&gt;
#carbonyls een chirale koolstof ernaast (alphapositie dus) ondergaan racemisatie via enol/enolaat in zuur/basisch milieu. Met   alpha-aminozuren gaat dat niet, noch in basisch noch in zuur milieu. waarom? gebruik l-phenylalanine (structuur gegeven) als voorbeeld.&lt;br /&gt;
#Bepalen van conformatie van het product na E2 van 2-broom-3-fenyl-butaan&lt;br /&gt;
#Synthesen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2008===&lt;br /&gt;
#Dieckmann reactie&lt;br /&gt;
#Bepalen of moleculen: enantiomeren, diastereomeren... zijn&lt;br /&gt;
#Amine naar basisiteit schikken&lt;br /&gt;
#Reactiviteit van aromaten bepalen in EAS&lt;br /&gt;
#Basiciteit van aminen bepalen&lt;br /&gt;
#Reactiemechanisme van een epoxidevorming&lt;br /&gt;
#Bepalen van conformatie van het product na E2 van 2-broom-3-fenyl-butaan&lt;br /&gt;
#Synthesen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===9 juni 2008===&lt;br /&gt;
#Dieckmann reactie&lt;br /&gt;
#Bepalen of moleculen: enantiomeren, diastereomeren,... zijn&lt;br /&gt;
#Stabiliteit van anion bepalen (er zat een aromaat op)&lt;br /&gt;
#Reactiviteit van aromaten bepalen in EAS&lt;br /&gt;
#Basiciteit van aminen bepalen&lt;br /&gt;
#Reactiemechanisme van een acetaalvorming en zeggen waar zuurstof en oorspronkelijke carbonylfunctie naar toe is&lt;br /&gt;
#Bepalen van conformatie van het product na E2 van (2R,3S)-2-broom-3-fenyl-butaan (niet meer zeker van absolute configuraties)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R0883495</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Celbiologie_en_biochemie&amp;diff=2925</id>
		<title>Celbiologie en biochemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Celbiologie_en_biochemie&amp;diff=2925"/>
		<updated>2022-06-21T11:30:26Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R0883495: /* Examenvragen vanaf 2013 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Vanaf 2016-2017: Schriftelijk examen in plaats van mondeling examen zoals voordien.&lt;br /&gt;
Vanaf 2012-2013: Jaarvak voor zowel chemie als biochemie. Volledig gedoceerd door Patrick Van Dijck.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen vanaf 2013==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2022===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
vul ajb aan (vragen zijn duidelijker op het examen gesteld)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Lactose: tekenen, waar komt het voor, wat splitst het? + vergelijken met trehalose (6 ptn)&lt;br /&gt;
# 3e structuur proteïne: Wat is het? Waaraan is het gevoelig? (6 ptn)&lt;br /&gt;
# Microbody&#039;s: Wat doen ze? Waar komen ze voor? Welke metabolische wegen komen er in voor? (6 ptn)&lt;br /&gt;
# Hoe kan kationenuitwisselings chromatografie worden gebruikt om de 5 (gegeven) decapeptiden te scheiden. Welke elueert het eerst? (6 ptn)&lt;br /&gt;
# Sucrose omzetten in 4 molecule stearinezuur, hoeveel ATP bij het verademen van de restproducten? (10 ptn) (---&amp;gt; hier zijn er deelvragen)&lt;br /&gt;
# Twee microscoopfoto&#039;s (4 ptn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=&amp;gt; examen op 38 ptn&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2021===&lt;br /&gt;
#Teken een oligosaccharide dat D-galactose met een alfa-1,6 binding gebonden is aan een D-fructose (furanose-vorm) die vervolgens met een alfa-1,4 binding gebonden is aan beta-D-ribose.&lt;br /&gt;
#Beschrijf (en teken eventueel) volgende woorden: Desmosoom, apoptosoom, beta-vouwbladstructuur, Gs-proteine en snelheidscentrifuge.&lt;br /&gt;
#Wat is SDS PAGE, wat kan men ermee onderzoeken, hoe werkt het en wat is het verschil met Native PAGE.&lt;br /&gt;
#Beschrijf en teken de vetzuursynthese van stearinezuur.&lt;br /&gt;
#Hoeveel moleculen ribose-5-fosfaat kan een gistcel maken uitgaande van 10 moleculen glutaminezuur bij een tekort aan aminozuren, wat is de totale ATP en coenzym verhouding. Geef de reactievergelijking, Neem de weg met de minste CO2 productie.&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s. Alle onderdelen benoemen en de functies van deze onderdelen beschrijven. oa de kristalstructuren, R.E.R, ribosomen, celkern, Golgi apparaat.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2020===&lt;br /&gt;
#Teken de microtubuli van het cytoskelet en leg uit waarom het zo belangrijk is voor de deling van cellen. Wat zijn andere structuren van de cel waar microtubuli in voorkomen&lt;br /&gt;
#Teken Gram+-bacterie en Gram--bacterie en teken de celwand (mureïne). Leg het effect van peniciline uit op de celwand en waarom het geen effect heeft op ons&lt;br /&gt;
#Leg verschil uit tussen Instrinsieke en Extrinsieke signaalwegen. Waarom is apoptose zo belangrijk?&lt;br /&gt;
#Hoe kan men zonder de cel te denatureren de verschillende celonderdelen scheiden?&lt;br /&gt;
#Een gistcel maakt uit 4 moleculen stearinezuur, glucose-6-fosfaat. Hoeveel kan het er maken en hoeveel ATP blijft er over (Vetzuurafbraak, Gluconeogenese, Krebs-cyclus en Anaplerotische reacties)&lt;br /&gt;
#2 prentjes&lt;br /&gt;
#*Kristallen&lt;br /&gt;
#*Ribosomen&lt;br /&gt;
#*Nog dingen maar ik ben onzeker&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===7 juni 2020===&lt;br /&gt;
#teken gedetailleerd een alfa helix structuur en de binding, welk proteïne heeft vooral alfa helix structuren?&lt;br /&gt;
#trehalose en amylopectine tekenen, welke binding?&lt;br /&gt;
#geef functie van, een teken eventueel: mesosoom, protoplast, mycoplasma, chromomeer, middenlichaampje&lt;br /&gt;
#leg uit: actief transport&lt;br /&gt;
#hoe kun je een plasmamembraan goed zichtbaar maken onder een fluorescentiemicroscoop?&lt;br /&gt;
#hoeveel ATP verkrijg je bij het volledig verademen van 10 moleculen glycerol? (antwoord: 220 ATP)&lt;br /&gt;
#duidt structuren aan op foto&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 augustus 2019===&lt;br /&gt;
# Amylopectine is een belangrijk deel van zetmeel. Teken de structuur en alle atomen. Waar verschilt dit moleculen met glycogeen? &lt;br /&gt;
# Hoe wordt p53 geactiveerd? Wat heeft dit als resultaat? Wat is het gevolg indien het slecht functioneert? &lt;br /&gt;
# Hoe kan ionenuitwisselings chromatografie worden gebruikt om de 5 (gegeven) decapeptiden te scheiden. Welke elueert het eerst? &lt;br /&gt;
# Welke soort juncties zijn er? Teken en leg ze uit? &lt;br /&gt;
# Gistcellen kunnen groeien op een ethanol bodem. Hoeveel moleculen heeft een gistcel nodig om 12 moleculen ribose-5-P te maken. Hoeveel energiewinst is er? Geef alle stappen.&lt;br /&gt;
# 3 prenten:&lt;br /&gt;
## Ben ik vergeten&lt;br /&gt;
## Kliercel: benoem alle delen in de cel en geef hun functie. &lt;br /&gt;
## 2 Virussen(1 was Tabaksmozaïekvirus): wat is hun structuur en wat zijn het?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 juni 2019===&lt;br /&gt;
#leg gedetailleerd uit wat actief transport is&lt;br /&gt;
#geef de structuur van microtubuli, waarom zijn deze microtubuli belangrijk bij delende plantencellen? geef de structuur van flagellen bij eukaryote cellen en hoe zorgen deze voor beweging&lt;br /&gt;
#wat is Km?&lt;br /&gt;
#wat is een proplastide?&lt;br /&gt;
#wat is confocale fluorescentiemicroscopie en hoe kan deze gebruikt worden om een celmembraam te bekijken?&lt;br /&gt;
#hoeveel glycerol heb je nodig voor opbouw van 6 moleculen palmitinezuur? kan dit ook in anaerobe omstandigheden?&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s, geef alle structuren die je ziet + functie &lt;br /&gt;
## 1 foto van kristallen in een kern&lt;br /&gt;
## 1 foto van mucusvesikels die uit een darmepitheelcel komen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2019===&lt;br /&gt;
#Wat is de moleculaire structuur van een celwand van een bacterie? Wat is het verschil tussen een gram+ en een gram- bacterie? Hoe heeft dit effect met penicilline? Waarom gebeurt dit niet bij de mens? &lt;br /&gt;
#Hoe kan men een enzym isoleren en scheiden uit een dierlijke cel? &lt;br /&gt;
#Wat is covalente modificatie? Geef twee voorbeelden, een waarbij het enzym vertraagt en een waarbij het enzym versnelt. &lt;br /&gt;
#Hoeveel ATP geeft de afbraak van tripalmitine? Hoeveel tripalmitine moet er worden afgebroken om 10 moleculen glucose te maken in een dierlijke cel? &lt;br /&gt;
#Twee EM-foto&#039;s bespreken en vijf termen uitleggen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2018===&lt;br /&gt;
#Biosynthese van palmitinezuur geven (met structuren) en zeggen waar deze plaatsvindt.&lt;br /&gt;
#Teken een spiercel en benoem de elementen. Leg verder ook mbv tekeningen uit hoe een spiercel werkt.&lt;br /&gt;
#5 begrippen uitleggen/tekenen: mesosoom, operon, guanine, blefaroplast en mycoplasma.&lt;br /&gt;
#Leg uit hoe je mbv affiniteitschromatografie zuiver hexokinase uit een levercel kan scheiden. Zijn er nog andere technieken om zuiver hexokinase te krijgen, zo ja leg deze dan uit.&lt;br /&gt;
#Hoeveel moleculen glycerol zijn er nodig om 10 moleculen alanine te vormen. Geef de metabolische wegen in de juiste volgorde en geef de volledige synthese (inclusief structuren). Er is genoeg ammonium aanwezig maar geen oxaalazijnzuur.&lt;br /&gt;
#Van 2 E.M foto&#039;s de structuren en hun functies benoemen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2018===&lt;br /&gt;
#Gluconeogenese geven/uitleggen&lt;br /&gt;
#Welke aminozuren kunnen gefosforiliseerd worden, en welke geglycosyleerd. Teken een gefosforiliseerd aminozuur.&lt;br /&gt;
#Confocale fluoricentiemicroscoop uitleggen en tekenen. Hoe kan dit gebruikt worden om het plasmamembraan te tonen.&lt;br /&gt;
#BBegrippen: p53, desmosoom, N-acetylmureinezuur, cysteine, chiasma.&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol tripalmitinezuur heb je nodig voor 15 mol ribose?&lt;br /&gt;
#EM foto van glycocalyx met slijmbekercel en foto met peroxisoom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 augustus 2017===&lt;br /&gt;
#Ionenuitwisselingschromatografie uitleggen&lt;br /&gt;
#Een stuk DNA tekenen&lt;br /&gt;
#De verschillende juncties tussen cellen uitleggen&lt;br /&gt;
#Biosynthese en afbraak van vetten tekenen en uitleggen&lt;br /&gt;
#Hoeveel moleculen glutaminezuur heb je nodig om 6 moleculen ribose-5-P te maken&lt;br /&gt;
#Fotos van cellen: spiercel en plantencel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 augustus 2017===&lt;br /&gt;
#Koppel een fructosemolecule aan een galactose en deze aan een glucose op bepaalde manier (alpha,beta)&lt;br /&gt;
#Confocale fluorescentiemicroscopie&lt;br /&gt;
#Leg volgende termen uit: operon, plaques, cyclines, mesosoom, cystine&lt;br /&gt;
#Bespreek de lichtreacties (voorkomen, welke reacties gebeuren,...)&lt;br /&gt;
#Hoeveel sucrosemoleculen heb je nodig om 10 moleculen alanine te maken?&lt;br /&gt;
#2 E.M. foto&#039;s, de ene was een spiercel (actine en myosine), de andere weet ik niet zeker&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2017===&lt;br /&gt;
#Maak een (erg gedetailleerde) tekening van de secretieweg van DNA tot enzyme, voor een enzyme dat als functie heeft de celwand opbouwen. Leg hierbij alle belangrijke stappen uit.&lt;br /&gt;
#Actief transport bij bacteriën, schimmels en dieren uitleggen, met glucose als voorbeeld&lt;br /&gt;
#Je wil 6 proteïnen scheiden door een anionuitwisselingschromatografie uit te voeren, welke stappen zijn hierbij? Maak ook een tekening&lt;br /&gt;
#Hoeveel glycerol heb je nodig ter vorming van 4 moleculen tripalmitine? Hoeveel ATP is er over na volledige verademing van uw restproducten en reducerend vermogen? Geef op volgorde alle metabolische wegen die hierbij gebruikt werden. Geef schematisch alle stappen die doorlopen worden bij de vorming van tripalmitine uit glycerol, en geef de netto reactievergelijking (inclusief ATP).&lt;br /&gt;
#2 foto&#039;s aanduiden alles dat je herkent en de functie ervan geven, was een slijmbekercel en een heel erge close up van een plantencel&lt;br /&gt;
#5 termen verklaren: apoptosoom, DNA primase, N-acetylglucosamine, proplastide en Km&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2016===&lt;br /&gt;
#cytokinese dier &amp;amp; plant&lt;br /&gt;
#donkerracties en verschil C3,C4 en CAM &lt;br /&gt;
#adrenaline&lt;br /&gt;
#vriesbreuk en vriezers&lt;br /&gt;
#ato berekenen in cyclus&lt;br /&gt;
#fotokes van vet en golgi app&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2016 ===&lt;br /&gt;
#bespreek celwand van bacterien en schimmels op vlak van structuur, functie en chemische samenstelling&lt;br /&gt;
#inductie en repressie uitleggen adhv lac-operon en trp-operon&lt;br /&gt;
#oef: hoeveel mol ribose-5-P kan je maken uit glutaminezuur? bereken hoeveel ATP je over hebt en schrijf de volledige cycli uit (antwoord 3 mol ribose-5-P) &lt;br /&gt;
#fotos over juncties en chloroplast&lt;br /&gt;
#gelfiltratie uitleggen + hoe daaruit molecuulgewicht proteinen bepalen&lt;br /&gt;
#structuur en werking van een spiercel uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2016 ===&lt;br /&gt;
#bespreek celwand van schimmels en bacterie (moleculair, structuur, functie)&lt;br /&gt;
#bespreek gelfiltratie + hoe kan men de moleculaire massa berekenen van een proteine&lt;br /&gt;
#bespreek de spiercel (werking, structuur)&lt;br /&gt;
#Bespreek genrepressie en geninductie aan de hand van beta galactosidase en tryptofaan&lt;br /&gt;
#metabolisme: hoeveel ribulose 5 fosfaat uit 5 glutaminezuur (geef namen gebruikte wegen + theoretische ATP opbrengst)&lt;br /&gt;
#Structuren desmosoom/dichte junctie en chloroplas&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2016===&lt;br /&gt;
#bespreek de onderzoeken naar de regulatie van de celcyclus (MPF enzo...). Wat kan er misgaan wanneer de regulatie niet goed verloopt? (tumor, p53, oncogenen).. &lt;br /&gt;
#Bespreek oorsprong structuur en functie van glyoxisomen en peroxisomen (bijvraag: waar vind je vb glyoxisomen: noten,zaden) &lt;br /&gt;
# kationuitwisselingschromatografie uitleggen +methode om 4 peptiden te scheiden hiermee uitleggen&lt;br /&gt;
# bespreek: Gs proteine (algemeen, niet adrenaline), Km(enzyme),Prion&lt;br /&gt;
# Hoeveel ATP moeten de lichtreacties maken voor de synthese van 6 mol sucrose via donkerrracties (UDPG niet vergeten)&lt;br /&gt;
# 2 fotos: chloroplast, 10 structuren aanduiden, darmepitheelcel met glycocalix en veel mucus blijkbaar geen lysosomen dus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2016 NM===&lt;br /&gt;
#bespreek microtubuli en de structuren aan die in de cel voorkomen.&lt;br /&gt;
# Welk peptide wordt er gevormd (DNA gegeven)&lt;br /&gt;
# waaruit bestaat een spiercel en bespreek de werking ervan&lt;br /&gt;
# Bespreek de calvin-cyclus. Wat zijn de inputs en wat zijn de outputs? &lt;br /&gt;
#Hoeveel moleculen glycerol hebt je nodig om 9 moleculen ribose-5- fosfaat te maken? ( pentosefosfaat weg omkeren)&lt;br /&gt;
#em foto&#039;s &lt;br /&gt;
#*was een plantencel blaasjes golgi-apparaat aant afzetten was op de fragmoplast&lt;br /&gt;
#*De tweede foto was een slijmbekercel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2016 VM===&lt;br /&gt;
# Structuur glycogeen? Biosynthese er van en afbraak ervan? (Moest blijkbaar adrenaline bij betrekken)&lt;br /&gt;
# aminozuren uitleggen en de structuur van proteine&lt;br /&gt;
#structuur en functie van de celwand bij bacteriën&lt;br /&gt;
#de stappen nodig om een zuivere fractie van polysomen te verkrijgen. Das zo met differentiële centrifugatie &lt;br /&gt;
# hoeveel mol ethanol nodig om 6 mol ribos-6-fosfaat te vormen. &lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s ene was met peroxisoom (kristal in), mitochondrie en chloroplast. 2e was ook vormen van fragmoplast&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties&lt;br /&gt;
# Belangrijkste cel differentiaties bij Planten.&lt;br /&gt;
# Hoe kan men cellen in een oplossing tellen? Hoe gebeurd dit bij bacteriofagen?&lt;br /&gt;
#Teken en bespreek de structuur en functie van de glycocalix bij dieren&lt;br /&gt;
#hoeveel maltose moleculen zijn er nodig bij de synthese van alanine in een cel met een tekort aan energie&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s: een prokaryoot en een spiercel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de enkelvoudige en meervoudige suikers en teken de belangrijkste.&lt;br /&gt;
# apoptose&lt;br /&gt;
# Penicilline en chloramfenicol &lt;br /&gt;
# Opbouw en afbraak van vetten&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s eentje van een floeemcel de andere van een vetdruppels met glyoxisomen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Geef alle soorten lipiden, uitleg, tekening&lt;br /&gt;
# wat is een sarcomeer en leg werking uit,&lt;br /&gt;
# vier woorden: microsoom, beta-mercapto-ethanol, tonofilamenten en dna primase, &lt;br /&gt;
# Geef heel calvincyclus&lt;br /&gt;
# Oefening met al die metabolisme en ATP enzo. Iets mat stearinezuur afbreken tot pyrodruivenzuur ofzo tongue-emoticon&lt;br /&gt;
# 2 fotos : celkern met kristallen en dan blijkbaar een zeefvat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2015 NM ===&lt;br /&gt;
# Alles van de plantencelwand&lt;br /&gt;
# Oef met DNA sequentie en translatie&lt;br /&gt;
# Oxidatieve fosforylatie vs foto fosforylatie&lt;br /&gt;
# Hoe kan je polysomen en ribosomen scheiden&lt;br /&gt;
# Hoeveel mol glycerol heeft een gistcel, die in de G0-fase zit, nodig om met ademhaling 110 Mol ATP te synthetiseren&lt;br /&gt;
# Foto van openbarstende darmepitheelcel (met mucus) en van een plantencel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Structuur en functie van endoplasmatisch reticulum&lt;br /&gt;
# Hoe wordt de activiteit van fosfofructokinase geregeld?&lt;br /&gt;
# Cytoskelet bij planten en dieren&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties&lt;br /&gt;
# hoeveel mol ethanol nodig opdat gistcellen 4 mol ribose-5-P kunnen maken. Welke metabolische weg komen hierbij tussen? Hoeveel ATP blijft er over? &lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s: de eerste was een zenuwcel met microtubuli en de tweede met een peroxisoom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# bespreek suikers en polysacchariden en teken de belangrijkste&lt;br /&gt;
# welke reacties vinden plaats op het thelakoïdmembraan en wat zijn de inputs en outputs&lt;br /&gt;
# geef uitleg; middenlichaampje, callus, mitosis-promoting factor MPF, blefaroblast&lt;br /&gt;
# hoeveel mol glutaminezuur moet omgezet worden in oxaalazijnzuur om voldoende ATP te maken voor de afbraak van 5 mol stearinezuur&lt;br /&gt;
# bespreek SDS-page en waarvoor dient het&lt;br /&gt;
# foto van floëemcellen en foto van kern met kristallen p p295&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 juni 2014 ===&lt;br /&gt;
#IEP uitleggen en peptiden rangschikken op IEP&lt;br /&gt;
#Transport van voedingsstoffen over de celmembraan bespreken&lt;br /&gt;
#Methoden om de volgorde van enzymen in een metabolische pathway te bepalen&lt;br /&gt;
#Glyoxylzuurcyclus bespreken&lt;br /&gt;
#Hoevel mol glycerol nodig voor 2 mol palimitinezuur&lt;br /&gt;
#Foto van jonge plantencel en van peroxisoom&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2014===&lt;br /&gt;
#Transport van voeding door de membraan&lt;br /&gt;
#Plantencelwand bespreken&lt;br /&gt;
#Bespreek de pentosefosfaatweg (alles)&lt;br /&gt;
#Tellen van bacteriofagen&lt;br /&gt;
#1 mol tripalmitine (vergeet glycerol niet!)&lt;br /&gt;
#Foto van plantencel (chloroplast volledig en ook vacuole enzo) + floeemcel (gedifferentieerde plantencel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2014 ===&lt;br /&gt;
#Leg de rol van enzymen als katalysatoren uit in de metabolische reactie wegen&lt;br /&gt;
#Wat doe adrenaline in de levercellen als je schrikhebt?&lt;br /&gt;
#Leg de weg uit die katalase aflegt in de cel beginnende bij DNA.&lt;br /&gt;
#Leg ionenuitwisselingschromatografie uit.&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol maltose heb je nodig voor de aanmaak van 2 mol stearine? Welke metabolische reactiewegen komen hier bij te pas? Welke zijn de energieleverende/ energie verbruikende stappen?&lt;br /&gt;
#Prent van cel met glycogeenkorrels, RER, SER, mitochondrien etc&lt;br /&gt;
#Prent van plant cel in cytokinese --&amp;amp;gt; aanmaak van middenlamel door fragmoplast etc&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 juni 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Transport over celmembraan&lt;br /&gt;
#Kern met rer tekenen en functie uitleggen &lt;br /&gt;
#Wat doet adrenaline in levercellen&lt;br /&gt;
#Confocale fluorescentie microscopie uitleggen&lt;br /&gt;
#Hoeveel acetaat je nodig hebt voor 3 mol glycerol en waar wordt energie geproduceerd &lt;br /&gt;
#Foto van glycogeenkorrels en van kristallen in kern&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 juni 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#fosfofructokinase van dna tot enzyme de weg die het moet doen en regulatie&lt;br /&gt;
#plantencelwand opbouw componenten en functie&lt;br /&gt;
#tellen van cellen en bacteriofagen&lt;br /&gt;
#hoeveel glucose nodig voor 4 alanine te maken&lt;br /&gt;
#foto van zenuwuitlopers en vorming nieuwe celwand bij planten: fragmoplast&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2013 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de eenvoudige suikers en polysacchariden.&lt;br /&gt;
#Bespreek de biosynthese en afbraak van vetzuren.&lt;br /&gt;
#Wat is de functie van glyoxisomen? Hoe kan je deze zichtbaar maken bij fluorescentie microscopie?&lt;br /&gt;
#Een gistcel kan groeien op ethanol. Om te groeien moet de celwand groeien, deze is opgebouwd uit polymeren van suikers. &lt;br /&gt;
#*Hoeveel mol ethanol is er nodig om 10 mol glucose te maken? &lt;br /&gt;
#*Kan de gistcel groeien op ethanol in anaëroob milieu? (antwoord: p469 laatste 5 regels in middelste stuk)&lt;br /&gt;
#prent aanduiden: &lt;br /&gt;
#*desmosoom &lt;br /&gt;
#*peroxisoom met kristalstructuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2013 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Teken de overgang van kernmembraan naar R.E.R. Wat is de functie van dit laatste?&lt;br /&gt;
#Bespreek geprogrammeerde celdood. Is er een link met kanker?&lt;br /&gt;
#Geef de methode(n) hoe je proteïnen kan splitsen op basis van hun lading.&lt;br /&gt;
#Hoe werkt het B-galactosidase operon bij E. Coli?&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol glucose kan je maken met 3 mol palmitinezuur? Welke metabolische wegen worden er gevolgd? Hoeveel ATP kan er eventueel gevormd worden?&lt;br /&gt;
#Foto&#039;s:&lt;br /&gt;
#* p254&lt;br /&gt;
#*p218 (ongeveer)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 JUN 2013 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek de secretieweg in een cel van gen tot gesecreteerd eiwit.&lt;br /&gt;
# Als een mens schrik heeft komt er adrenaline vrij. Wat gebeurt er dan in de lever?&lt;br /&gt;
# Hoe werkt SDS-PAGE?&lt;br /&gt;
# Een uitgehongerde zoogdiercel maakt 4 glutaminezuurmoleculen en 2 asparaginezuurmoleculen. Hoeveel fructose is hier voor nodig en hoeveel CO2 wordt er door het organisme geproduceerd bij deze omzetting?&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s: chloroplast tegen celwand aangedrukt door vacuole en celkern met kristallen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 jun 2013 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de celwand vn de bacterie&lt;br /&gt;
#Uitleggen wat MFP met celcyclus te maken heeft en welke drie onderzoeken er toe geleid hebben&lt;br /&gt;
#Confocale fluorecentiemmicroscopie uitleggen&lt;br /&gt;
#Een oefening met hoeveel mol&lt;br /&gt;
#2 prentjes:&lt;br /&gt;
#*floëmcellen&lt;br /&gt;
#*gewoon RER, SER, Peroxisoom, mitochondrïen aanduiden (kan zijn nog iets)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Examenvragen vanaf 2009=&lt;br /&gt;
== Biochemie ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 27 jun 2011 ===&lt;br /&gt;
#elektronentransportketen uitleggen.&lt;br /&gt;
#Met welke methodes kan je glyoxisomen bestuderen (door microscopische analyse) in de cel?&lt;br /&gt;
#Vetzuren en lipiden bespreken&lt;br /&gt;
#Differentiaties in plantencellen&lt;br /&gt;
#Foto van spiercel + kern delen benoemen.&lt;br /&gt;
#C1 van een glucosemolecule wordt radioactief gemerkt. We zien dat C6 van een 1,6-bisfosfaatfructosemolecule ook radioactieve sporen vertoond. Verklaar dit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 jun 2010 ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de lichtreactie van de fotosynthese.&lt;br /&gt;
#Bespreek hoe je aminozuren en suikers kan scheiden en deze onderling kan scheiden.&lt;br /&gt;
#Bespreek: de weg die wordt afgelegd van DNA tot glycocalyx van een proteïne.&lt;br /&gt;
#Hoeveel ribose 5-P kunnen gevormd worden uit 5 moleculen glutaminezuur. Hoeveel ATP komt hierbij vrij?&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s waarbij alle structuren moeten aangeduid worden (chloroplast en jonge plantencel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 8 jun 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
#Bespreek de suikers&lt;br /&gt;
#Bespreek de pentosefosfaatweg (PPP)&lt;br /&gt;
#Bespreek SDS-PAGE&lt;br /&gt;
#Hoeveel molecule alpha-ketoglutaarzuur moeten er in de cel omgezet worden naar fumaarzuur om voldoende ATP te maken voor de synthese van 6 moleculen palmitinezuur (vertrekkende van Acetyl-Coa en uitgaand van het feit dat alle cofactoren aanwezig zijn) ? [Antwoord: 7]&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s waarbij alle structuren moeten aangeduid worden (levercel en prokaryote cel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Chemie == &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 JUN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# celdifferentiatie in ene plantencel&lt;br /&gt;
# transport voeding cel&lt;br /&gt;
# geef de verschillen tussen de glycolyse en de gluconeogenese daar waar de enzymen verschillend zijn&lt;br /&gt;
# 2 stearinezuur omvorme na ribose, er is geen NAD+, geef de cusclussen die je gebruikt, is er atp genoeg, kan het volledig worden omgezet?&lt;br /&gt;
# 2 tekeningen (darmwand en spiercel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 FEB 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek enkelvoudige en meervoudige suikers&lt;br /&gt;
# Welke soorten juncties zijn er en wat is hun functie?&lt;br /&gt;
# Bespreek ionenuitwisselingschromatogafie&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Bespreek aminozuren en ruimtelijke opbouw van proteïnen &lt;br /&gt;
# Rangschik 5 proteïnen volgens hun isoelektrisch punt, van hoog naar laag (je krijgt hier dan 5 aminozuursequenties) &lt;br /&gt;
# Teken de overgang tussen kernmembraan en het RER en bespreek de functie van het RER. &lt;br /&gt;
# Bespreek de verschillende centrifugatietechnieken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# bespreek de enkelvoudige en meervoudige suikers&lt;br /&gt;
# bespreek de celwand bij bacterien en schimmels&lt;br /&gt;
# leg uit ionenuitwisselingschromotografie&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s waar ge alles op moet aanduiden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Bespreek de celwand bij planten&lt;br /&gt;
# Bespreek microtubuli en hun structuren&lt;br /&gt;
# SDS-page (blijkbaar moest ge u practicumboek ook kennen :s)&lt;br /&gt;
# foto van kern me kristallen en een bacterie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek vetzuren en lipiden&lt;br /&gt;
# Bespreek wat er allemaal gebeurd en hoe het transport gebeurd van een specifiek proteïne vertrekkende van het genome DNA tot aan de glycocalyx (mss iets ander geformuleerd)&lt;br /&gt;
# Bespreek de technieken om een basaalkorrel zichtbaar te maken in de cel. -&amp;amp;gt; ECHT IN FUNCTIE VAN DE BASAALKORREL DOEN DUS adh van het proteïne tubuline!!!&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s 1 van die rozetstructuren van glycogeenpartikels en dieje andere was met gwn een celkern met kristalijne kristallen (2 foto&#039;s die hem duidelijk in de les heeft vermeld da ge daar moet op lette)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 JAN 2012 VM ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de nucleinezuren, als monomeer en macromolecule, en hun ruimtelijke structuur bij eukaryoten en prokaryoten.&lt;br /&gt;
#Bespreek het endoplasmatisch reticulum.&lt;br /&gt;
#Bespreek gelfiltratie en leg uit hoe het ka ngebruikt worden om het moleculaire gewicht van een proteine te bepalen.&lt;br /&gt;
#2 EM-fotos, alle structuren aanduiden en de functie ervan geven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 JUN 2011 NM===&lt;br /&gt;
#bespreek de vermenigvuldiging van virussen&lt;br /&gt;
#Bespreek de bio-synthese en afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
#Bespreek de vrijzetting van adrenaline in het bloed&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol ATP wordt er geproduceerd uit 5 mol glucose en 3 mol glycerol? Hoeveel mol glutaminezuur kan worden geproduceerd uit 5 mol glucose en 3 mol glycerol wanneer er genoeg ammoniak in de cel aanwezig is?&lt;br /&gt;
#twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 JUN 2011 VM===&lt;br /&gt;
#Bespreek de cytokinese bij planten.&lt;br /&gt;
#Bespreek het transport van voedingsstoffen naar binnen in de cel.&lt;br /&gt;
#Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese.&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol fructose is er nodig voor de synthese van 3 mol palmitinezuur?&lt;br /&gt;
#twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 JAN 2011===&lt;br /&gt;
#Bespreek de celwand bij planten.&lt;br /&gt;
#Bespreek de proteïnen en hoe ze zijn opgebouwd in een ruimtelijke structuur.&lt;br /&gt;
#Geef de belangrijkste verschillen tussen gram positieve en gram negatieve bacteriën en hoe kan je die van elkaar onderscheiden?&lt;br /&gt;
#Bespreek moleculaire exclusiechromatografie en hoe kan je hiermee het MW van een eiwit bepalen?&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 JUN 2010===&lt;br /&gt;
# Bespreek de structuur en werking van spiercellen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese.&lt;br /&gt;
# Hoeveel ATP wordt er geproduceerd bij afbraak van 5 mol glycerol en 2 mol glucose? stel: Glutaminezuur tekort in de cel, hoeveel mol glutaminezuur kan geproduceerd worden met 5 mol glycerol en 2 mol glucose?&lt;br /&gt;
# Hoe werkt adrenaline?&lt;br /&gt;
# Hoe werkt het tryptofaan operon bij aanwezigheid en afwezigheid van tryptofaan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 JUN 2010===&lt;br /&gt;
# Bespreek differentiatie van plantaardige cellen&lt;br /&gt;
# Bespreek gemedieerd transport&lt;br /&gt;
# Bespreek de glyoxyzuurcyclus (waar, in- en outputs en waar de producten verder naartoe gaan...)&lt;br /&gt;
# Hoeveel fructosemoleculen heb je nodig om 4 moleculen glutaminezuur en 2 moleculen asparaginezuur te maken. Hoeveel CO2 wordt hierbij gemaakt? Leg uit a.d.h.v. metabolische wegen.&lt;br /&gt;
# Bespreek hoe de enzymes elkaar opvolgen (niet in deze woorden, maar &#039;t komt erop neer)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 JAN 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
#Bespreek de structuur en de functie van microtubuli en de verschillende structuren die hieruit zijn opgebouwd. (p. 240-261)&lt;br /&gt;
#Bespreek de ruimtelijke structuur van eiwitten. (p. 53-60)&lt;br /&gt;
#Bespreek de verschillende centrifugatie methoden. (p. 285-290)&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 JAN 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
#Bespreek de celwand bij planten. (bijvragen over de chemische opbouw van (hemi)cellulose, extensises,...)&lt;br /&gt;
#Bespreek RNA transcriptie en DNA duplicatie.&lt;br /&gt;
#Bespreek de moleculaire exclusiechromatografie.&lt;br /&gt;
#2 foto&#039;s van cel(onderdelen). Alles benoemen, ook vanzelfsprekendheden (cytoplasma,...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 JAN 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
# Bespreek de enkelvoudige en de meervoudige sacchariden (bijvraag: hoe heeft men de L en D suikers bepaald, met welk suiker hebben ze dit gedaan)&lt;br /&gt;
# Bespreek de overgang van het kernmembraan en het RER en geef de functie van het RER&lt;br /&gt;
# Bespreek SDS PAGE&lt;br /&gt;
# Duid op de volgende 2 foto&#039;s de delen aan (ALLES aanduiden, cytoplasma en alles wat ook &#039;normaal&#039; lijkt!)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
leer ALLE details!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Examenvragen van 2007 - 2009=&lt;br /&gt;
=== 2 sept 2009 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Van Dijck&lt;br /&gt;
# Bespreek de enkelvoudige en meervoudige suikers.&lt;br /&gt;
# Bespreek de verschillende plastiden.&lt;br /&gt;
# Welke techniek kan men gebruiken om celmembranen te bestuderen onder de EM? Bespreek de twee varianten.&lt;br /&gt;
# Twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Thevelein&lt;br /&gt;
* Hoofdvraag&lt;br /&gt;
*# Bespreek het verband tussen de elektrontransportketen en oxidatieve fotofosforylatie.&lt;br /&gt;
* Bijvragen&lt;br /&gt;
*# Glyoxylzuurcyclus&lt;br /&gt;
*# Hoeveel glucosemoleculen heeft een schimmelcel nodig om 2 glutaminezuur en 4 asparaginezuur te maken? Wordt er hierbij ook CO2 geproduceerd en indien ja, hoeveel?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 Juni 2009 - Chemie - Thevelein ===&lt;br /&gt;
* hoofdvragen&lt;br /&gt;
*# Bespreek de Krebscyclus.&lt;br /&gt;
*# Bespreek de lichtreactie vd fotosynthese.&lt;br /&gt;
*# Leg genrepressie en geninductie uit aan de hand van klassieke voorbeelden.&lt;br /&gt;
* bijvragen&lt;br /&gt;
*# Wat is groepstranslocatie?&lt;br /&gt;
*# Bereken hoeveel mol ATP er wordt vrijgezet bij de volledige oxidatie van 1 mol tristearine.&lt;br /&gt;
*# Nog een oefening zoals hierboven maar nu met aminozuren enzo...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 Juni 2009 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Van Dijck &lt;br /&gt;
# bespreek de structuur van microtubuli en de structuren die eruit bestaan.&lt;br /&gt;
# Bespreek de nucleïnezuren en nucleotiden en hun ruimtelijke structuren.&lt;br /&gt;
# Leg gelchromatografie (??) (da met gelbollekes sorteren) uit en hoe je het molecuulgewicht v eiwitten hiermee kan berekenen.&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s uit oefenzittingen&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
Thevelein&lt;br /&gt;
* hoofdvraag&lt;br /&gt;
*# Vergelijk gluconeogenese en glycolyse (startproducten, plaats id cel,..)&lt;br /&gt;
* bijvragen&lt;br /&gt;
*# bespreek glyoxylzuurcyclus&lt;br /&gt;
*# Bereken hoeveel moleculen glucose een schimmelcel nodig heeft om 2 moleculen glutaminezuur en 4 moleculen asparaginezuur te produceren. Wordt hierbij CO2 gevormd en zo ja hoeveel? Leg uit adhv de gebruikte cycli.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 Juni 2009 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Van Dijck &lt;br /&gt;
# bespreek de celwand bij planten&lt;br /&gt;
# bespreek peroxisomen en glyoxisomen&lt;br /&gt;
# rankschik de volgende peptiden volgens iso-elektrisch punt. en wat is iso-elektrisch punt. vb.COOH-cysteïne-proline-histidine-cysteïne-lysine-methionine-asparaginezuur-NH2&lt;br /&gt;
# 2 fotos: 1 van een chloroplast, en 1 van een zenuwcel&lt;br /&gt;
Thevelein&lt;br /&gt;
*hoofdvraag&lt;br /&gt;
*# bespreek de lichtreacties van de fotosynthese&lt;br /&gt;
*bijvragen&lt;br /&gt;
*#geef volledige metabolische weg om asparaginezuur te vormen uit glycerol en NH3&lt;br /&gt;
*#Kan een cel in anaërobe omstandigheden het meest ATP halen uit glucose via de Glycolyse of eerst via PP(pentosfosfaatweg).en toon aan.-&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 jan 2009 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
# Bespreek nucleotiden en nucleïnezuren&lt;br /&gt;
# Welke soorten juncties zijn er en wat is hun functie?&lt;br /&gt;
# Hoe kan je aminozuren van suikers scheiden en hoe kan je ze verder opzuiveren?&lt;br /&gt;
# Teken het celmembraan (of was de vraag nu glycocalyx?) van een dierlijke cel en duidt de onderdelen aan.&lt;br /&gt;
# Wat is het iso-elektrisch punt van een proteïne en wat ben je ermee?&lt;br /&gt;
# 2 fotos: 1 van een prokaryote cel, en 1 van een plantencel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2009 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
# bespreek de enkelvoudige en de meervoudige sacchariden (bijvraag: hoe heeft men de L en D suikers bepaald, met welk suiker hebben ze dit gedaan)&lt;br /&gt;
# bespreek de overgang van het kernmembraan en het RER en geef de functie van het RER&lt;br /&gt;
# bespreek SDS PAGE&lt;br /&gt;
# duid op de volgende 2 foto&#039;s de delen aan (ALLES aanduiden, cytoplasma en alles wat ook &#039;normaal&#039; lijkt!)&lt;br /&gt;
leer ALLE details!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 aug 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Hoofdvraag:&lt;br /&gt;
*# Bespreek de samenstelling en mechanisme van elektronentransportketen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Bijvragen:&lt;br /&gt;
*# Welke reacties worden gekatalyseerd door volgende enzymes:&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat decarboxylase&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat dehydrogenase&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat kinase&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat carboxylase&lt;br /&gt;
*# een cel zet oxaalazijnzuur, citroenzuur en NH3 om in asparaginezuur en glutaminezuur, geef de reactie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# bespreek structuur en functies van de microtubuli en bespreek de structure waar ze voorkome (/3)&lt;br /&gt;
# bespreek structuur van de proteïnen en waar komen deze voor (/3)&lt;br /&gt;
# hoe kan je het molecuulgewicht van een proteïne bepalen met exclusiechromatografie (/2)&lt;br /&gt;
# wat is hemicellulose? (/1)&lt;br /&gt;
# duid celorganellen aan op de prent (/1) --&amp;amp;gt; twas een levercel met veel secretiepartikels&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 jun 2008 - Chemie - Thevelein ===&lt;br /&gt;
Hoofdvragen:&lt;br /&gt;
# e-transport&lt;br /&gt;
# pentosefosfaatweg&lt;br /&gt;
# regulatie van het metabolisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen:&lt;br /&gt;
# glyoxylzuurcyclus&lt;br /&gt;
# glucose+NH3--&amp;amp;gt;glutaminezuur+CO2 hoeveel ATP wordt er geproduceerd (aeroob organisme)&lt;br /&gt;
# synthese van trehalose uit glucose dat via symport in de cel komt. Hoeveel ATP moet er via melkzuurgisting gewonnen worden om 2 trehalose moleculen te vervaardigen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 jun 2008 - Chemie - Thevelein === &lt;br /&gt;
Hoofdvragen&lt;br /&gt;
# Bespreek de Krebscyclus&lt;br /&gt;
# Bespreek het membraantransport en de membraanpotentiaal&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen&lt;br /&gt;
# Adrenaline als glucosevrijzetter&lt;br /&gt;
# Bespreek in detail de biosynthese en afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
# Een bacteriële cel in aërobe omstandigheden zet glucose om in pyrodruivenzuur. Waar wordt het meeste ATP geproduceerd, via de glycolyse of via de pentosefosfaatweg?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2008 - Chemie - Thevelein===&lt;br /&gt;
Hoofdvragen:&lt;br /&gt;
# Bespreek de calvincyclus.&lt;br /&gt;
# Bespreek membraantransport en bespreek hoe membraanpotentiaal hierbij tussenkomt.&lt;br /&gt;
# Bespreek de regulatie van het metabolisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen:&lt;br /&gt;
# Glyoxylzuurcyclus.&lt;br /&gt;
# Adrenaline als glucose vrijzetter.&lt;br /&gt;
# Een denkvraag ivm proton-motive en dinitrofenol.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
# lichtreacties&lt;br /&gt;
# oefeningen:&lt;br /&gt;
#* tristearaat, hoeveel ATP wordt er gevormd&lt;br /&gt;
#* vorming van asparaginezuur en glyoxylzuur uit citroenzuur en NH3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* schriftelijk&lt;br /&gt;
*# soorten bindingen in macromolecules, tekenen +bespreken&lt;br /&gt;
*# wat is threhalose, mesozoom&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* mondeling&lt;br /&gt;
*# endoplasmatisch riticulum bespreken&lt;br /&gt;
*# microtubuli bespreken&lt;br /&gt;
*# plaatsbepaling van moleculen in de cel, methoden bespreken&lt;br /&gt;
*# 2 foto&#039;s herkennen+organellen benoemen: lever en oliehoudende zaden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 jun 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
* Grote vraag: &lt;br /&gt;
*# membraantransport bespreken&lt;br /&gt;
* Bijvragen: &lt;br /&gt;
*# ge hebt 24 glucosemoleculen, die ge via PP en dÃ¡n pas de glycolyse gaat afbreken tot acetyl-CoA, waarna ge X aantal palmitinemoleculen gaat opbouwen. Hoeveel ATP wordt er gevormd? En hoeveel NADPH hebt ge tekort?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Schriftelijk:&lt;br /&gt;
*# bespreek RNA en DNA&lt;br /&gt;
*# leg uit: &lt;br /&gt;
*#* isopycnische centrifugatie &lt;br /&gt;
*#* mycoplasma&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Mondeling:&lt;br /&gt;
*# bespreek mono- en polysachariden&lt;br /&gt;
*# celwand bij bacterien + Gram positieve en Gram negatieve bacterien&lt;br /&gt;
*# ionenuitwisselingschromatografie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 jun 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
* hoofdvraag:&lt;br /&gt;
*# Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese&lt;br /&gt;
* Bijvragen:&lt;br /&gt;
*# Bespreek hoe er geninductie en genexpressie bij Escheria coli plaatsvindt&lt;br /&gt;
*# Oefening ivm de metabolische wegen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Schriftelijk&lt;br /&gt;
*# teken (cyclisch) alfa-D-glucose, beta-D-Fructose, sucrose en nummer de koolstoffen&lt;br /&gt;
*# Leg uit: &lt;br /&gt;
*#* mesosoom &lt;br /&gt;
*#* connexon&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Mondeling&lt;br /&gt;
*# Teken hoe het kernmembraan in het RER overgaat, en geef de functie van dit RER&lt;br /&gt;
*# Bespreek de ruimtelijke structuur van proteïnen&lt;br /&gt;
*# Leg uit hoe men plasmiden kan identificeren met behulp van restrictie-enzymen aan de hand van een voorbeeld&lt;br /&gt;
*# Duid de organellen aan op de cel (chloroplast en bacteriofaag)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 jan 2008 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# geef de structuur en de functies van de mitochondrieën&lt;br /&gt;
# beschrijf de weg die een proteine X aflegt beginnend in de kern die voor de glycocalyx bestemd is.&lt;br /&gt;
# beschrijf de verschillende centrifugatietechnieken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# wat is het iso-elektrisch punt van proteïnen en rangschik de volgende proteïnen volgens stijgende theoretische waarde van het iso-elektrisch punt. De proteïnen werden gegeven door telkens een keten van 11 aminozuren.&lt;br /&gt;
# Beschrijf en teken schematisch de componenten van de glycocalyx&lt;br /&gt;
# verklaar: &lt;br /&gt;
#* mesosoom&lt;br /&gt;
#* connexon&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 jan 2008 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
Schriftelijk deel&lt;br /&gt;
# rangschik van polair naar apolair (aceton, 1-propanol, diethylether, fenol, benzylalcohol) [in de vraag werden prentjes van de moleculen gegeven, en niet de namen], en zeg wat apolariteit bepaalt.&lt;br /&gt;
# teken (cyclisch) alfa-D-glucose, beta-D-Fructose, sucrose.&lt;br /&gt;
# Leg uit:&lt;br /&gt;
#* Dictyosoom &lt;br /&gt;
#* Blefaroplast&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
# Teken hoe het kernmembraan in het RER overgaat, en geef de functie van dit RER&lt;br /&gt;
# Bespreek de ruimtelijke structuur van proteïnen&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe men plasmiden kan identificeren met behulp van restrictie-enzymen aan de hand van een voorbeeld&lt;br /&gt;
# Duid de organellen aan op de cel (de twee cellen waren een zenuwcel en een chloroplast)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Examenvragen tot en met 2006=&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
Hoofdvragen: theorie&lt;br /&gt;
# bespreek hoe een cel aan zijn membraanpotentiaal komt + hoe deze aangewend wordt bij het membraantransport&lt;br /&gt;
# bespreek de Calvin Cyclus (functie, intermedairen, ...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hoofdvragen oefeningen&lt;br /&gt;
# practicum: bespreek PAGE bij proteïnen en hoe we de molecuulgroote ervan kunnen afleiden&lt;br /&gt;
# duid zo veel mogelijk celstructuren aan&lt;br /&gt;
# duid de volgende processen aan waar ze voorkomen in de cel aan op de tekening: NADPH productie, energieproductie, chromatine en integrale proteïnen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen&lt;br /&gt;
# bespreek hoe adrenaline de glucoseproductie in de cel regelt&lt;br /&gt;
# Een cel maakt uit oxaalazijnzuur, citroenzuur en NH3 de aminozuren glutaminezuur en asparaginezuur. Geef een reactievergelijking en houd rekening met ATP, NAD, FAD, H2O en CO2.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R0883495</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Celbiologie_en_biochemie&amp;diff=2924</id>
		<title>Celbiologie en biochemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Celbiologie_en_biochemie&amp;diff=2924"/>
		<updated>2022-06-21T11:23:01Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R0883495: /* 21 juni 2021 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Vanaf 2016-2017: Schriftelijk examen in plaats van mondeling examen zoals voordien.&lt;br /&gt;
Vanaf 2012-2013: Jaarvak voor zowel chemie als biochemie. Volledig gedoceerd door Patrick Van Dijck.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen vanaf 2013==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2022===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
vul ajb aan (vragen zijn duidelijker op het examen gesteld)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Lactose: tekenen, waar komt het voor, wat splitst het? + vergelijken met trehalose (6 ptn)&lt;br /&gt;
# 3e structuur proteïne: Wat is het? Waaraan is het gevoelig? (6 ptn)&lt;br /&gt;
# Microbody&#039;s: Wat doen ze? Waar komen ze voor? Welke metabolische wegen komen er in voor? (6 ptn)&lt;br /&gt;
# Hoe kan kationenuitwisselings chromatografie worden gebruikt om de 5 (gegeven) decapeptiden te scheiden. Welke elueert het eerst? (6 ptn)&lt;br /&gt;
# Sucrose omzetten in 4 molecule stearinezuur, hoeveel ATP bij het verademen van de restproducten? (10 ptn) (-&amp;gt; hier zijn er deelvragen)&lt;br /&gt;
# Twee microscoopfoto&#039;s (4 ptn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-&amp;gt; totale examen op 38 ptn&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2021===&lt;br /&gt;
#Teken een oligosaccharide dat D-galactose met een alfa-1,6 binding gebonden is aan een D-fructose (furanose-vorm) die vervolgens met een alfa-1,4 binding gebonden is aan beta-D-ribose.&lt;br /&gt;
#Beschrijf (en teken eventueel) volgende woorden: Desmosoom, apoptosoom, beta-vouwbladstructuur, Gs-proteine en snelheidscentrifuge.&lt;br /&gt;
#Wat is SDS PAGE, wat kan men ermee onderzoeken, hoe werkt het en wat is het verschil met Native PAGE.&lt;br /&gt;
#Beschrijf en teken de vetzuursynthese van stearinezuur.&lt;br /&gt;
#Hoeveel moleculen ribose-5-fosfaat kan een gistcel maken uitgaande van 10 moleculen glutaminezuur bij een tekort aan aminozuren, wat is de totale ATP en coenzym verhouding. Geef de reactievergelijking, Neem de weg met de minste CO2 productie.&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s. Alle onderdelen benoemen en de functies van deze onderdelen beschrijven. oa de kristalstructuren, R.E.R, ribosomen, celkern, Golgi apparaat.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2020===&lt;br /&gt;
#Teken de microtubuli van het cytoskelet en leg uit waarom het zo belangrijk is voor de deling van cellen. Wat zijn andere structuren van de cel waar microtubuli in voorkomen&lt;br /&gt;
#Teken Gram+-bacterie en Gram--bacterie en teken de celwand (mureïne). Leg het effect van peniciline uit op de celwand en waarom het geen effect heeft op ons&lt;br /&gt;
#Leg verschil uit tussen Instrinsieke en Extrinsieke signaalwegen. Waarom is apoptose zo belangrijk?&lt;br /&gt;
#Hoe kan men zonder de cel te denatureren de verschillende celonderdelen scheiden?&lt;br /&gt;
#Een gistcel maakt uit 4 moleculen stearinezuur, glucose-6-fosfaat. Hoeveel kan het er maken en hoeveel ATP blijft er over (Vetzuurafbraak, Gluconeogenese, Krebs-cyclus en Anaplerotische reacties)&lt;br /&gt;
#2 prentjes&lt;br /&gt;
#*Kristallen&lt;br /&gt;
#*Ribosomen&lt;br /&gt;
#*Nog dingen maar ik ben onzeker&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===7 juni 2020===&lt;br /&gt;
#teken gedetailleerd een alfa helix structuur en de binding, welk proteïne heeft vooral alfa helix structuren?&lt;br /&gt;
#trehalose en amylopectine tekenen, welke binding?&lt;br /&gt;
#geef functie van, een teken eventueel: mesosoom, protoplast, mycoplasma, chromomeer, middenlichaampje&lt;br /&gt;
#leg uit: actief transport&lt;br /&gt;
#hoe kun je een plasmamembraan goed zichtbaar maken onder een fluorescentiemicroscoop?&lt;br /&gt;
#hoeveel ATP verkrijg je bij het volledig verademen van 10 moleculen glycerol? (antwoord: 220 ATP)&lt;br /&gt;
#duidt structuren aan op foto&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 augustus 2019===&lt;br /&gt;
# Amylopectine is een belangrijk deel van zetmeel. Teken de structuur en alle atomen. Waar verschilt dit moleculen met glycogeen? &lt;br /&gt;
# Hoe wordt p53 geactiveerd? Wat heeft dit als resultaat? Wat is het gevolg indien het slecht functioneert? &lt;br /&gt;
# Hoe kan ionenuitwisselings chromatografie worden gebruikt om de 5 (gegeven) decapeptiden te scheiden. Welke elueert het eerst? &lt;br /&gt;
# Welke soort juncties zijn er? Teken en leg ze uit? &lt;br /&gt;
# Gistcellen kunnen groeien op een ethanol bodem. Hoeveel moleculen heeft een gistcel nodig om 12 moleculen ribose-5-P te maken. Hoeveel energiewinst is er? Geef alle stappen.&lt;br /&gt;
# 3 prenten:&lt;br /&gt;
## Ben ik vergeten&lt;br /&gt;
## Kliercel: benoem alle delen in de cel en geef hun functie. &lt;br /&gt;
## 2 Virussen(1 was Tabaksmozaïekvirus): wat is hun structuur en wat zijn het?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 juni 2019===&lt;br /&gt;
#leg gedetailleerd uit wat actief transport is&lt;br /&gt;
#geef de structuur van microtubuli, waarom zijn deze microtubuli belangrijk bij delende plantencellen? geef de structuur van flagellen bij eukaryote cellen en hoe zorgen deze voor beweging&lt;br /&gt;
#wat is Km?&lt;br /&gt;
#wat is een proplastide?&lt;br /&gt;
#wat is confocale fluorescentiemicroscopie en hoe kan deze gebruikt worden om een celmembraam te bekijken?&lt;br /&gt;
#hoeveel glycerol heb je nodig voor opbouw van 6 moleculen palmitinezuur? kan dit ook in anaerobe omstandigheden?&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s, geef alle structuren die je ziet + functie &lt;br /&gt;
## 1 foto van kristallen in een kern&lt;br /&gt;
## 1 foto van mucusvesikels die uit een darmepitheelcel komen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2019===&lt;br /&gt;
#Wat is de moleculaire structuur van een celwand van een bacterie? Wat is het verschil tussen een gram+ en een gram- bacterie? Hoe heeft dit effect met penicilline? Waarom gebeurt dit niet bij de mens? &lt;br /&gt;
#Hoe kan men een enzym isoleren en scheiden uit een dierlijke cel? &lt;br /&gt;
#Wat is covalente modificatie? Geef twee voorbeelden, een waarbij het enzym vertraagt en een waarbij het enzym versnelt. &lt;br /&gt;
#Hoeveel ATP geeft de afbraak van tripalmitine? Hoeveel tripalmitine moet er worden afgebroken om 10 moleculen glucose te maken in een dierlijke cel? &lt;br /&gt;
#Twee EM-foto&#039;s bespreken en vijf termen uitleggen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2018===&lt;br /&gt;
#Biosynthese van palmitinezuur geven (met structuren) en zeggen waar deze plaatsvindt.&lt;br /&gt;
#Teken een spiercel en benoem de elementen. Leg verder ook mbv tekeningen uit hoe een spiercel werkt.&lt;br /&gt;
#5 begrippen uitleggen/tekenen: mesosoom, operon, guanine, blefaroplast en mycoplasma.&lt;br /&gt;
#Leg uit hoe je mbv affiniteitschromatografie zuiver hexokinase uit een levercel kan scheiden. Zijn er nog andere technieken om zuiver hexokinase te krijgen, zo ja leg deze dan uit.&lt;br /&gt;
#Hoeveel moleculen glycerol zijn er nodig om 10 moleculen alanine te vormen. Geef de metabolische wegen in de juiste volgorde en geef de volledige synthese (inclusief structuren). Er is genoeg ammonium aanwezig maar geen oxaalazijnzuur.&lt;br /&gt;
#Van 2 E.M foto&#039;s de structuren en hun functies benoemen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2018===&lt;br /&gt;
#Gluconeogenese geven/uitleggen&lt;br /&gt;
#Welke aminozuren kunnen gefosforiliseerd worden, en welke geglycosyleerd. Teken een gefosforiliseerd aminozuur.&lt;br /&gt;
#Confocale fluoricentiemicroscoop uitleggen en tekenen. Hoe kan dit gebruikt worden om het plasmamembraan te tonen.&lt;br /&gt;
#BBegrippen: p53, desmosoom, N-acetylmureinezuur, cysteine, chiasma.&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol tripalmitinezuur heb je nodig voor 15 mol ribose?&lt;br /&gt;
#EM foto van glycocalyx met slijmbekercel en foto met peroxisoom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 augustus 2017===&lt;br /&gt;
#Ionenuitwisselingschromatografie uitleggen&lt;br /&gt;
#Een stuk DNA tekenen&lt;br /&gt;
#De verschillende juncties tussen cellen uitleggen&lt;br /&gt;
#Biosynthese en afbraak van vetten tekenen en uitleggen&lt;br /&gt;
#Hoeveel moleculen glutaminezuur heb je nodig om 6 moleculen ribose-5-P te maken&lt;br /&gt;
#Fotos van cellen: spiercel en plantencel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 augustus 2017===&lt;br /&gt;
#Koppel een fructosemolecule aan een galactose en deze aan een glucose op bepaalde manier (alpha,beta)&lt;br /&gt;
#Confocale fluorescentiemicroscopie&lt;br /&gt;
#Leg volgende termen uit: operon, plaques, cyclines, mesosoom, cystine&lt;br /&gt;
#Bespreek de lichtreacties (voorkomen, welke reacties gebeuren,...)&lt;br /&gt;
#Hoeveel sucrosemoleculen heb je nodig om 10 moleculen alanine te maken?&lt;br /&gt;
#2 E.M. foto&#039;s, de ene was een spiercel (actine en myosine), de andere weet ik niet zeker&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2017===&lt;br /&gt;
#Maak een (erg gedetailleerde) tekening van de secretieweg van DNA tot enzyme, voor een enzyme dat als functie heeft de celwand opbouwen. Leg hierbij alle belangrijke stappen uit.&lt;br /&gt;
#Actief transport bij bacteriën, schimmels en dieren uitleggen, met glucose als voorbeeld&lt;br /&gt;
#Je wil 6 proteïnen scheiden door een anionuitwisselingschromatografie uit te voeren, welke stappen zijn hierbij? Maak ook een tekening&lt;br /&gt;
#Hoeveel glycerol heb je nodig ter vorming van 4 moleculen tripalmitine? Hoeveel ATP is er over na volledige verademing van uw restproducten en reducerend vermogen? Geef op volgorde alle metabolische wegen die hierbij gebruikt werden. Geef schematisch alle stappen die doorlopen worden bij de vorming van tripalmitine uit glycerol, en geef de netto reactievergelijking (inclusief ATP).&lt;br /&gt;
#2 foto&#039;s aanduiden alles dat je herkent en de functie ervan geven, was een slijmbekercel en een heel erge close up van een plantencel&lt;br /&gt;
#5 termen verklaren: apoptosoom, DNA primase, N-acetylglucosamine, proplastide en Km&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2016===&lt;br /&gt;
#cytokinese dier &amp;amp; plant&lt;br /&gt;
#donkerracties en verschil C3,C4 en CAM &lt;br /&gt;
#adrenaline&lt;br /&gt;
#vriesbreuk en vriezers&lt;br /&gt;
#ato berekenen in cyclus&lt;br /&gt;
#fotokes van vet en golgi app&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2016 ===&lt;br /&gt;
#bespreek celwand van bacterien en schimmels op vlak van structuur, functie en chemische samenstelling&lt;br /&gt;
#inductie en repressie uitleggen adhv lac-operon en trp-operon&lt;br /&gt;
#oef: hoeveel mol ribose-5-P kan je maken uit glutaminezuur? bereken hoeveel ATP je over hebt en schrijf de volledige cycli uit (antwoord 3 mol ribose-5-P) &lt;br /&gt;
#fotos over juncties en chloroplast&lt;br /&gt;
#gelfiltratie uitleggen + hoe daaruit molecuulgewicht proteinen bepalen&lt;br /&gt;
#structuur en werking van een spiercel uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2016 ===&lt;br /&gt;
#bespreek celwand van schimmels en bacterie (moleculair, structuur, functie)&lt;br /&gt;
#bespreek gelfiltratie + hoe kan men de moleculaire massa berekenen van een proteine&lt;br /&gt;
#bespreek de spiercel (werking, structuur)&lt;br /&gt;
#Bespreek genrepressie en geninductie aan de hand van beta galactosidase en tryptofaan&lt;br /&gt;
#metabolisme: hoeveel ribulose 5 fosfaat uit 5 glutaminezuur (geef namen gebruikte wegen + theoretische ATP opbrengst)&lt;br /&gt;
#Structuren desmosoom/dichte junctie en chloroplas&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2016===&lt;br /&gt;
#bespreek de onderzoeken naar de regulatie van de celcyclus (MPF enzo...). Wat kan er misgaan wanneer de regulatie niet goed verloopt? (tumor, p53, oncogenen).. &lt;br /&gt;
#Bespreek oorsprong structuur en functie van glyoxisomen en peroxisomen (bijvraag: waar vind je vb glyoxisomen: noten,zaden) &lt;br /&gt;
# kationuitwisselingschromatografie uitleggen +methode om 4 peptiden te scheiden hiermee uitleggen&lt;br /&gt;
# bespreek: Gs proteine (algemeen, niet adrenaline), Km(enzyme),Prion&lt;br /&gt;
# Hoeveel ATP moeten de lichtreacties maken voor de synthese van 6 mol sucrose via donkerrracties (UDPG niet vergeten)&lt;br /&gt;
# 2 fotos: chloroplast, 10 structuren aanduiden, darmepitheelcel met glycocalix en veel mucus blijkbaar geen lysosomen dus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2016 NM===&lt;br /&gt;
#bespreek microtubuli en de structuren aan die in de cel voorkomen.&lt;br /&gt;
# Welk peptide wordt er gevormd (DNA gegeven)&lt;br /&gt;
# waaruit bestaat een spiercel en bespreek de werking ervan&lt;br /&gt;
# Bespreek de calvin-cyclus. Wat zijn de inputs en wat zijn de outputs? &lt;br /&gt;
#Hoeveel moleculen glycerol hebt je nodig om 9 moleculen ribose-5- fosfaat te maken? ( pentosefosfaat weg omkeren)&lt;br /&gt;
#em foto&#039;s &lt;br /&gt;
#*was een plantencel blaasjes golgi-apparaat aant afzetten was op de fragmoplast&lt;br /&gt;
#*De tweede foto was een slijmbekercel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2016 VM===&lt;br /&gt;
# Structuur glycogeen? Biosynthese er van en afbraak ervan? (Moest blijkbaar adrenaline bij betrekken)&lt;br /&gt;
# aminozuren uitleggen en de structuur van proteine&lt;br /&gt;
#structuur en functie van de celwand bij bacteriën&lt;br /&gt;
#de stappen nodig om een zuivere fractie van polysomen te verkrijgen. Das zo met differentiële centrifugatie &lt;br /&gt;
# hoeveel mol ethanol nodig om 6 mol ribos-6-fosfaat te vormen. &lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s ene was met peroxisoom (kristal in), mitochondrie en chloroplast. 2e was ook vormen van fragmoplast&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties&lt;br /&gt;
# Belangrijkste cel differentiaties bij Planten.&lt;br /&gt;
# Hoe kan men cellen in een oplossing tellen? Hoe gebeurd dit bij bacteriofagen?&lt;br /&gt;
#Teken en bespreek de structuur en functie van de glycocalix bij dieren&lt;br /&gt;
#hoeveel maltose moleculen zijn er nodig bij de synthese van alanine in een cel met een tekort aan energie&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s: een prokaryoot en een spiercel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de enkelvoudige en meervoudige suikers en teken de belangrijkste.&lt;br /&gt;
# apoptose&lt;br /&gt;
# Penicilline en chloramfenicol &lt;br /&gt;
# Opbouw en afbraak van vetten&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s eentje van een floeemcel de andere van een vetdruppels met glyoxisomen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Geef alle soorten lipiden, uitleg, tekening&lt;br /&gt;
# wat is een sarcomeer en leg werking uit,&lt;br /&gt;
# vier woorden: microsoom, beta-mercapto-ethanol, tonofilamenten en dna primase, &lt;br /&gt;
# Geef heel calvincyclus&lt;br /&gt;
# Oefening met al die metabolisme en ATP enzo. Iets mat stearinezuur afbreken tot pyrodruivenzuur ofzo tongue-emoticon&lt;br /&gt;
# 2 fotos : celkern met kristallen en dan blijkbaar een zeefvat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2015 NM ===&lt;br /&gt;
# Alles van de plantencelwand&lt;br /&gt;
# Oef met DNA sequentie en translatie&lt;br /&gt;
# Oxidatieve fosforylatie vs foto fosforylatie&lt;br /&gt;
# Hoe kan je polysomen en ribosomen scheiden&lt;br /&gt;
# Hoeveel mol glycerol heeft een gistcel, die in de G0-fase zit, nodig om met ademhaling 110 Mol ATP te synthetiseren&lt;br /&gt;
# Foto van openbarstende darmepitheelcel (met mucus) en van een plantencel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Structuur en functie van endoplasmatisch reticulum&lt;br /&gt;
# Hoe wordt de activiteit van fosfofructokinase geregeld?&lt;br /&gt;
# Cytoskelet bij planten en dieren&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties&lt;br /&gt;
# hoeveel mol ethanol nodig opdat gistcellen 4 mol ribose-5-P kunnen maken. Welke metabolische weg komen hierbij tussen? Hoeveel ATP blijft er over? &lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s: de eerste was een zenuwcel met microtubuli en de tweede met een peroxisoom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# bespreek suikers en polysacchariden en teken de belangrijkste&lt;br /&gt;
# welke reacties vinden plaats op het thelakoïdmembraan en wat zijn de inputs en outputs&lt;br /&gt;
# geef uitleg; middenlichaampje, callus, mitosis-promoting factor MPF, blefaroblast&lt;br /&gt;
# hoeveel mol glutaminezuur moet omgezet worden in oxaalazijnzuur om voldoende ATP te maken voor de afbraak van 5 mol stearinezuur&lt;br /&gt;
# bespreek SDS-page en waarvoor dient het&lt;br /&gt;
# foto van floëemcellen en foto van kern met kristallen p p295&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 juni 2014 ===&lt;br /&gt;
#IEP uitleggen en peptiden rangschikken op IEP&lt;br /&gt;
#Transport van voedingsstoffen over de celmembraan bespreken&lt;br /&gt;
#Methoden om de volgorde van enzymen in een metabolische pathway te bepalen&lt;br /&gt;
#Glyoxylzuurcyclus bespreken&lt;br /&gt;
#Hoevel mol glycerol nodig voor 2 mol palimitinezuur&lt;br /&gt;
#Foto van jonge plantencel en van peroxisoom&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2014===&lt;br /&gt;
#Transport van voeding door de membraan&lt;br /&gt;
#Plantencelwand bespreken&lt;br /&gt;
#Bespreek de pentosefosfaatweg (alles)&lt;br /&gt;
#Tellen van bacteriofagen&lt;br /&gt;
#1 mol tripalmitine (vergeet glycerol niet!)&lt;br /&gt;
#Foto van plantencel (chloroplast volledig en ook vacuole enzo) + floeemcel (gedifferentieerde plantencel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2014 ===&lt;br /&gt;
#Leg de rol van enzymen als katalysatoren uit in de metabolische reactie wegen&lt;br /&gt;
#Wat doe adrenaline in de levercellen als je schrikhebt?&lt;br /&gt;
#Leg de weg uit die katalase aflegt in de cel beginnende bij DNA.&lt;br /&gt;
#Leg ionenuitwisselingschromatografie uit.&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol maltose heb je nodig voor de aanmaak van 2 mol stearine? Welke metabolische reactiewegen komen hier bij te pas? Welke zijn de energieleverende/ energie verbruikende stappen?&lt;br /&gt;
#Prent van cel met glycogeenkorrels, RER, SER, mitochondrien etc&lt;br /&gt;
#Prent van plant cel in cytokinese --&amp;amp;gt; aanmaak van middenlamel door fragmoplast etc&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 juni 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Transport over celmembraan&lt;br /&gt;
#Kern met rer tekenen en functie uitleggen &lt;br /&gt;
#Wat doet adrenaline in levercellen&lt;br /&gt;
#Confocale fluorescentie microscopie uitleggen&lt;br /&gt;
#Hoeveel acetaat je nodig hebt voor 3 mol glycerol en waar wordt energie geproduceerd &lt;br /&gt;
#Foto van glycogeenkorrels en van kristallen in kern&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 juni 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#fosfofructokinase van dna tot enzyme de weg die het moet doen en regulatie&lt;br /&gt;
#plantencelwand opbouw componenten en functie&lt;br /&gt;
#tellen van cellen en bacteriofagen&lt;br /&gt;
#hoeveel glucose nodig voor 4 alanine te maken&lt;br /&gt;
#foto van zenuwuitlopers en vorming nieuwe celwand bij planten: fragmoplast&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2013 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de eenvoudige suikers en polysacchariden.&lt;br /&gt;
#Bespreek de biosynthese en afbraak van vetzuren.&lt;br /&gt;
#Wat is de functie van glyoxisomen? Hoe kan je deze zichtbaar maken bij fluorescentie microscopie?&lt;br /&gt;
#Een gistcel kan groeien op ethanol. Om te groeien moet de celwand groeien, deze is opgebouwd uit polymeren van suikers. &lt;br /&gt;
#*Hoeveel mol ethanol is er nodig om 10 mol glucose te maken? &lt;br /&gt;
#*Kan de gistcel groeien op ethanol in anaëroob milieu? (antwoord: p469 laatste 5 regels in middelste stuk)&lt;br /&gt;
#prent aanduiden: &lt;br /&gt;
#*desmosoom &lt;br /&gt;
#*peroxisoom met kristalstructuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2013 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Teken de overgang van kernmembraan naar R.E.R. Wat is de functie van dit laatste?&lt;br /&gt;
#Bespreek geprogrammeerde celdood. Is er een link met kanker?&lt;br /&gt;
#Geef de methode(n) hoe je proteïnen kan splitsen op basis van hun lading.&lt;br /&gt;
#Hoe werkt het B-galactosidase operon bij E. Coli?&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol glucose kan je maken met 3 mol palmitinezuur? Welke metabolische wegen worden er gevolgd? Hoeveel ATP kan er eventueel gevormd worden?&lt;br /&gt;
#Foto&#039;s:&lt;br /&gt;
#* p254&lt;br /&gt;
#*p218 (ongeveer)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 JUN 2013 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek de secretieweg in een cel van gen tot gesecreteerd eiwit.&lt;br /&gt;
# Als een mens schrik heeft komt er adrenaline vrij. Wat gebeurt er dan in de lever?&lt;br /&gt;
# Hoe werkt SDS-PAGE?&lt;br /&gt;
# Een uitgehongerde zoogdiercel maakt 4 glutaminezuurmoleculen en 2 asparaginezuurmoleculen. Hoeveel fructose is hier voor nodig en hoeveel CO2 wordt er door het organisme geproduceerd bij deze omzetting?&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s: chloroplast tegen celwand aangedrukt door vacuole en celkern met kristallen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 jun 2013 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de celwand vn de bacterie&lt;br /&gt;
#Uitleggen wat MFP met celcyclus te maken heeft en welke drie onderzoeken er toe geleid hebben&lt;br /&gt;
#Confocale fluorecentiemmicroscopie uitleggen&lt;br /&gt;
#Een oefening met hoeveel mol&lt;br /&gt;
#2 prentjes:&lt;br /&gt;
#*floëmcellen&lt;br /&gt;
#*gewoon RER, SER, Peroxisoom, mitochondrïen aanduiden (kan zijn nog iets)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Examenvragen vanaf 2009=&lt;br /&gt;
== Biochemie ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 27 jun 2011 ===&lt;br /&gt;
#elektronentransportketen uitleggen.&lt;br /&gt;
#Met welke methodes kan je glyoxisomen bestuderen (door microscopische analyse) in de cel?&lt;br /&gt;
#Vetzuren en lipiden bespreken&lt;br /&gt;
#Differentiaties in plantencellen&lt;br /&gt;
#Foto van spiercel + kern delen benoemen.&lt;br /&gt;
#C1 van een glucosemolecule wordt radioactief gemerkt. We zien dat C6 van een 1,6-bisfosfaatfructosemolecule ook radioactieve sporen vertoond. Verklaar dit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 jun 2010 ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de lichtreactie van de fotosynthese.&lt;br /&gt;
#Bespreek hoe je aminozuren en suikers kan scheiden en deze onderling kan scheiden.&lt;br /&gt;
#Bespreek: de weg die wordt afgelegd van DNA tot glycocalyx van een proteïne.&lt;br /&gt;
#Hoeveel ribose 5-P kunnen gevormd worden uit 5 moleculen glutaminezuur. Hoeveel ATP komt hierbij vrij?&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s waarbij alle structuren moeten aangeduid worden (chloroplast en jonge plantencel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 8 jun 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
#Bespreek de suikers&lt;br /&gt;
#Bespreek de pentosefosfaatweg (PPP)&lt;br /&gt;
#Bespreek SDS-PAGE&lt;br /&gt;
#Hoeveel molecule alpha-ketoglutaarzuur moeten er in de cel omgezet worden naar fumaarzuur om voldoende ATP te maken voor de synthese van 6 moleculen palmitinezuur (vertrekkende van Acetyl-Coa en uitgaand van het feit dat alle cofactoren aanwezig zijn) ? [Antwoord: 7]&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s waarbij alle structuren moeten aangeduid worden (levercel en prokaryote cel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Chemie == &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 JUN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# celdifferentiatie in ene plantencel&lt;br /&gt;
# transport voeding cel&lt;br /&gt;
# geef de verschillen tussen de glycolyse en de gluconeogenese daar waar de enzymen verschillend zijn&lt;br /&gt;
# 2 stearinezuur omvorme na ribose, er is geen NAD+, geef de cusclussen die je gebruikt, is er atp genoeg, kan het volledig worden omgezet?&lt;br /&gt;
# 2 tekeningen (darmwand en spiercel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 FEB 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek enkelvoudige en meervoudige suikers&lt;br /&gt;
# Welke soorten juncties zijn er en wat is hun functie?&lt;br /&gt;
# Bespreek ionenuitwisselingschromatogafie&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Bespreek aminozuren en ruimtelijke opbouw van proteïnen &lt;br /&gt;
# Rangschik 5 proteïnen volgens hun isoelektrisch punt, van hoog naar laag (je krijgt hier dan 5 aminozuursequenties) &lt;br /&gt;
# Teken de overgang tussen kernmembraan en het RER en bespreek de functie van het RER. &lt;br /&gt;
# Bespreek de verschillende centrifugatietechnieken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# bespreek de enkelvoudige en meervoudige suikers&lt;br /&gt;
# bespreek de celwand bij bacterien en schimmels&lt;br /&gt;
# leg uit ionenuitwisselingschromotografie&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s waar ge alles op moet aanduiden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Bespreek de celwand bij planten&lt;br /&gt;
# Bespreek microtubuli en hun structuren&lt;br /&gt;
# SDS-page (blijkbaar moest ge u practicumboek ook kennen :s)&lt;br /&gt;
# foto van kern me kristallen en een bacterie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek vetzuren en lipiden&lt;br /&gt;
# Bespreek wat er allemaal gebeurd en hoe het transport gebeurd van een specifiek proteïne vertrekkende van het genome DNA tot aan de glycocalyx (mss iets ander geformuleerd)&lt;br /&gt;
# Bespreek de technieken om een basaalkorrel zichtbaar te maken in de cel. -&amp;amp;gt; ECHT IN FUNCTIE VAN DE BASAALKORREL DOEN DUS adh van het proteïne tubuline!!!&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s 1 van die rozetstructuren van glycogeenpartikels en dieje andere was met gwn een celkern met kristalijne kristallen (2 foto&#039;s die hem duidelijk in de les heeft vermeld da ge daar moet op lette)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 JAN 2012 VM ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de nucleinezuren, als monomeer en macromolecule, en hun ruimtelijke structuur bij eukaryoten en prokaryoten.&lt;br /&gt;
#Bespreek het endoplasmatisch reticulum.&lt;br /&gt;
#Bespreek gelfiltratie en leg uit hoe het ka ngebruikt worden om het moleculaire gewicht van een proteine te bepalen.&lt;br /&gt;
#2 EM-fotos, alle structuren aanduiden en de functie ervan geven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 JUN 2011 NM===&lt;br /&gt;
#bespreek de vermenigvuldiging van virussen&lt;br /&gt;
#Bespreek de bio-synthese en afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
#Bespreek de vrijzetting van adrenaline in het bloed&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol ATP wordt er geproduceerd uit 5 mol glucose en 3 mol glycerol? Hoeveel mol glutaminezuur kan worden geproduceerd uit 5 mol glucose en 3 mol glycerol wanneer er genoeg ammoniak in de cel aanwezig is?&lt;br /&gt;
#twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 JUN 2011 VM===&lt;br /&gt;
#Bespreek de cytokinese bij planten.&lt;br /&gt;
#Bespreek het transport van voedingsstoffen naar binnen in de cel.&lt;br /&gt;
#Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese.&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol fructose is er nodig voor de synthese van 3 mol palmitinezuur?&lt;br /&gt;
#twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 JAN 2011===&lt;br /&gt;
#Bespreek de celwand bij planten.&lt;br /&gt;
#Bespreek de proteïnen en hoe ze zijn opgebouwd in een ruimtelijke structuur.&lt;br /&gt;
#Geef de belangrijkste verschillen tussen gram positieve en gram negatieve bacteriën en hoe kan je die van elkaar onderscheiden?&lt;br /&gt;
#Bespreek moleculaire exclusiechromatografie en hoe kan je hiermee het MW van een eiwit bepalen?&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 JUN 2010===&lt;br /&gt;
# Bespreek de structuur en werking van spiercellen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese.&lt;br /&gt;
# Hoeveel ATP wordt er geproduceerd bij afbraak van 5 mol glycerol en 2 mol glucose? stel: Glutaminezuur tekort in de cel, hoeveel mol glutaminezuur kan geproduceerd worden met 5 mol glycerol en 2 mol glucose?&lt;br /&gt;
# Hoe werkt adrenaline?&lt;br /&gt;
# Hoe werkt het tryptofaan operon bij aanwezigheid en afwezigheid van tryptofaan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 JUN 2010===&lt;br /&gt;
# Bespreek differentiatie van plantaardige cellen&lt;br /&gt;
# Bespreek gemedieerd transport&lt;br /&gt;
# Bespreek de glyoxyzuurcyclus (waar, in- en outputs en waar de producten verder naartoe gaan...)&lt;br /&gt;
# Hoeveel fructosemoleculen heb je nodig om 4 moleculen glutaminezuur en 2 moleculen asparaginezuur te maken. Hoeveel CO2 wordt hierbij gemaakt? Leg uit a.d.h.v. metabolische wegen.&lt;br /&gt;
# Bespreek hoe de enzymes elkaar opvolgen (niet in deze woorden, maar &#039;t komt erop neer)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 JAN 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
#Bespreek de structuur en de functie van microtubuli en de verschillende structuren die hieruit zijn opgebouwd. (p. 240-261)&lt;br /&gt;
#Bespreek de ruimtelijke structuur van eiwitten. (p. 53-60)&lt;br /&gt;
#Bespreek de verschillende centrifugatie methoden. (p. 285-290)&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 JAN 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
#Bespreek de celwand bij planten. (bijvragen over de chemische opbouw van (hemi)cellulose, extensises,...)&lt;br /&gt;
#Bespreek RNA transcriptie en DNA duplicatie.&lt;br /&gt;
#Bespreek de moleculaire exclusiechromatografie.&lt;br /&gt;
#2 foto&#039;s van cel(onderdelen). Alles benoemen, ook vanzelfsprekendheden (cytoplasma,...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 JAN 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
# Bespreek de enkelvoudige en de meervoudige sacchariden (bijvraag: hoe heeft men de L en D suikers bepaald, met welk suiker hebben ze dit gedaan)&lt;br /&gt;
# Bespreek de overgang van het kernmembraan en het RER en geef de functie van het RER&lt;br /&gt;
# Bespreek SDS PAGE&lt;br /&gt;
# Duid op de volgende 2 foto&#039;s de delen aan (ALLES aanduiden, cytoplasma en alles wat ook &#039;normaal&#039; lijkt!)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
leer ALLE details!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Examenvragen van 2007 - 2009=&lt;br /&gt;
=== 2 sept 2009 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Van Dijck&lt;br /&gt;
# Bespreek de enkelvoudige en meervoudige suikers.&lt;br /&gt;
# Bespreek de verschillende plastiden.&lt;br /&gt;
# Welke techniek kan men gebruiken om celmembranen te bestuderen onder de EM? Bespreek de twee varianten.&lt;br /&gt;
# Twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Thevelein&lt;br /&gt;
* Hoofdvraag&lt;br /&gt;
*# Bespreek het verband tussen de elektrontransportketen en oxidatieve fotofosforylatie.&lt;br /&gt;
* Bijvragen&lt;br /&gt;
*# Glyoxylzuurcyclus&lt;br /&gt;
*# Hoeveel glucosemoleculen heeft een schimmelcel nodig om 2 glutaminezuur en 4 asparaginezuur te maken? Wordt er hierbij ook CO2 geproduceerd en indien ja, hoeveel?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 Juni 2009 - Chemie - Thevelein ===&lt;br /&gt;
* hoofdvragen&lt;br /&gt;
*# Bespreek de Krebscyclus.&lt;br /&gt;
*# Bespreek de lichtreactie vd fotosynthese.&lt;br /&gt;
*# Leg genrepressie en geninductie uit aan de hand van klassieke voorbeelden.&lt;br /&gt;
* bijvragen&lt;br /&gt;
*# Wat is groepstranslocatie?&lt;br /&gt;
*# Bereken hoeveel mol ATP er wordt vrijgezet bij de volledige oxidatie van 1 mol tristearine.&lt;br /&gt;
*# Nog een oefening zoals hierboven maar nu met aminozuren enzo...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 Juni 2009 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Van Dijck &lt;br /&gt;
# bespreek de structuur van microtubuli en de structuren die eruit bestaan.&lt;br /&gt;
# Bespreek de nucleïnezuren en nucleotiden en hun ruimtelijke structuren.&lt;br /&gt;
# Leg gelchromatografie (??) (da met gelbollekes sorteren) uit en hoe je het molecuulgewicht v eiwitten hiermee kan berekenen.&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s uit oefenzittingen&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
Thevelein&lt;br /&gt;
* hoofdvraag&lt;br /&gt;
*# Vergelijk gluconeogenese en glycolyse (startproducten, plaats id cel,..)&lt;br /&gt;
* bijvragen&lt;br /&gt;
*# bespreek glyoxylzuurcyclus&lt;br /&gt;
*# Bereken hoeveel moleculen glucose een schimmelcel nodig heeft om 2 moleculen glutaminezuur en 4 moleculen asparaginezuur te produceren. Wordt hierbij CO2 gevormd en zo ja hoeveel? Leg uit adhv de gebruikte cycli.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 Juni 2009 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Van Dijck &lt;br /&gt;
# bespreek de celwand bij planten&lt;br /&gt;
# bespreek peroxisomen en glyoxisomen&lt;br /&gt;
# rankschik de volgende peptiden volgens iso-elektrisch punt. en wat is iso-elektrisch punt. vb.COOH-cysteïne-proline-histidine-cysteïne-lysine-methionine-asparaginezuur-NH2&lt;br /&gt;
# 2 fotos: 1 van een chloroplast, en 1 van een zenuwcel&lt;br /&gt;
Thevelein&lt;br /&gt;
*hoofdvraag&lt;br /&gt;
*# bespreek de lichtreacties van de fotosynthese&lt;br /&gt;
*bijvragen&lt;br /&gt;
*#geef volledige metabolische weg om asparaginezuur te vormen uit glycerol en NH3&lt;br /&gt;
*#Kan een cel in anaërobe omstandigheden het meest ATP halen uit glucose via de Glycolyse of eerst via PP(pentosfosfaatweg).en toon aan.-&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 jan 2009 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
# Bespreek nucleotiden en nucleïnezuren&lt;br /&gt;
# Welke soorten juncties zijn er en wat is hun functie?&lt;br /&gt;
# Hoe kan je aminozuren van suikers scheiden en hoe kan je ze verder opzuiveren?&lt;br /&gt;
# Teken het celmembraan (of was de vraag nu glycocalyx?) van een dierlijke cel en duidt de onderdelen aan.&lt;br /&gt;
# Wat is het iso-elektrisch punt van een proteïne en wat ben je ermee?&lt;br /&gt;
# 2 fotos: 1 van een prokaryote cel, en 1 van een plantencel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2009 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
# bespreek de enkelvoudige en de meervoudige sacchariden (bijvraag: hoe heeft men de L en D suikers bepaald, met welk suiker hebben ze dit gedaan)&lt;br /&gt;
# bespreek de overgang van het kernmembraan en het RER en geef de functie van het RER&lt;br /&gt;
# bespreek SDS PAGE&lt;br /&gt;
# duid op de volgende 2 foto&#039;s de delen aan (ALLES aanduiden, cytoplasma en alles wat ook &#039;normaal&#039; lijkt!)&lt;br /&gt;
leer ALLE details!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 aug 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Hoofdvraag:&lt;br /&gt;
*# Bespreek de samenstelling en mechanisme van elektronentransportketen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Bijvragen:&lt;br /&gt;
*# Welke reacties worden gekatalyseerd door volgende enzymes:&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat decarboxylase&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat dehydrogenase&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat kinase&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat carboxylase&lt;br /&gt;
*# een cel zet oxaalazijnzuur, citroenzuur en NH3 om in asparaginezuur en glutaminezuur, geef de reactie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# bespreek structuur en functies van de microtubuli en bespreek de structure waar ze voorkome (/3)&lt;br /&gt;
# bespreek structuur van de proteïnen en waar komen deze voor (/3)&lt;br /&gt;
# hoe kan je het molecuulgewicht van een proteïne bepalen met exclusiechromatografie (/2)&lt;br /&gt;
# wat is hemicellulose? (/1)&lt;br /&gt;
# duid celorganellen aan op de prent (/1) --&amp;amp;gt; twas een levercel met veel secretiepartikels&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 jun 2008 - Chemie - Thevelein ===&lt;br /&gt;
Hoofdvragen:&lt;br /&gt;
# e-transport&lt;br /&gt;
# pentosefosfaatweg&lt;br /&gt;
# regulatie van het metabolisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen:&lt;br /&gt;
# glyoxylzuurcyclus&lt;br /&gt;
# glucose+NH3--&amp;amp;gt;glutaminezuur+CO2 hoeveel ATP wordt er geproduceerd (aeroob organisme)&lt;br /&gt;
# synthese van trehalose uit glucose dat via symport in de cel komt. Hoeveel ATP moet er via melkzuurgisting gewonnen worden om 2 trehalose moleculen te vervaardigen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 jun 2008 - Chemie - Thevelein === &lt;br /&gt;
Hoofdvragen&lt;br /&gt;
# Bespreek de Krebscyclus&lt;br /&gt;
# Bespreek het membraantransport en de membraanpotentiaal&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen&lt;br /&gt;
# Adrenaline als glucosevrijzetter&lt;br /&gt;
# Bespreek in detail de biosynthese en afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
# Een bacteriële cel in aërobe omstandigheden zet glucose om in pyrodruivenzuur. Waar wordt het meeste ATP geproduceerd, via de glycolyse of via de pentosefosfaatweg?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2008 - Chemie - Thevelein===&lt;br /&gt;
Hoofdvragen:&lt;br /&gt;
# Bespreek de calvincyclus.&lt;br /&gt;
# Bespreek membraantransport en bespreek hoe membraanpotentiaal hierbij tussenkomt.&lt;br /&gt;
# Bespreek de regulatie van het metabolisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen:&lt;br /&gt;
# Glyoxylzuurcyclus.&lt;br /&gt;
# Adrenaline als glucose vrijzetter.&lt;br /&gt;
# Een denkvraag ivm proton-motive en dinitrofenol.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
# lichtreacties&lt;br /&gt;
# oefeningen:&lt;br /&gt;
#* tristearaat, hoeveel ATP wordt er gevormd&lt;br /&gt;
#* vorming van asparaginezuur en glyoxylzuur uit citroenzuur en NH3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* schriftelijk&lt;br /&gt;
*# soorten bindingen in macromolecules, tekenen +bespreken&lt;br /&gt;
*# wat is threhalose, mesozoom&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* mondeling&lt;br /&gt;
*# endoplasmatisch riticulum bespreken&lt;br /&gt;
*# microtubuli bespreken&lt;br /&gt;
*# plaatsbepaling van moleculen in de cel, methoden bespreken&lt;br /&gt;
*# 2 foto&#039;s herkennen+organellen benoemen: lever en oliehoudende zaden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 jun 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
* Grote vraag: &lt;br /&gt;
*# membraantransport bespreken&lt;br /&gt;
* Bijvragen: &lt;br /&gt;
*# ge hebt 24 glucosemoleculen, die ge via PP en dÃ¡n pas de glycolyse gaat afbreken tot acetyl-CoA, waarna ge X aantal palmitinemoleculen gaat opbouwen. Hoeveel ATP wordt er gevormd? En hoeveel NADPH hebt ge tekort?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Schriftelijk:&lt;br /&gt;
*# bespreek RNA en DNA&lt;br /&gt;
*# leg uit: &lt;br /&gt;
*#* isopycnische centrifugatie &lt;br /&gt;
*#* mycoplasma&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Mondeling:&lt;br /&gt;
*# bespreek mono- en polysachariden&lt;br /&gt;
*# celwand bij bacterien + Gram positieve en Gram negatieve bacterien&lt;br /&gt;
*# ionenuitwisselingschromatografie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 jun 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
* hoofdvraag:&lt;br /&gt;
*# Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese&lt;br /&gt;
* Bijvragen:&lt;br /&gt;
*# Bespreek hoe er geninductie en genexpressie bij Escheria coli plaatsvindt&lt;br /&gt;
*# Oefening ivm de metabolische wegen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Schriftelijk&lt;br /&gt;
*# teken (cyclisch) alfa-D-glucose, beta-D-Fructose, sucrose en nummer de koolstoffen&lt;br /&gt;
*# Leg uit: &lt;br /&gt;
*#* mesosoom &lt;br /&gt;
*#* connexon&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Mondeling&lt;br /&gt;
*# Teken hoe het kernmembraan in het RER overgaat, en geef de functie van dit RER&lt;br /&gt;
*# Bespreek de ruimtelijke structuur van proteïnen&lt;br /&gt;
*# Leg uit hoe men plasmiden kan identificeren met behulp van restrictie-enzymen aan de hand van een voorbeeld&lt;br /&gt;
*# Duid de organellen aan op de cel (chloroplast en bacteriofaag)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 jan 2008 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# geef de structuur en de functies van de mitochondrieën&lt;br /&gt;
# beschrijf de weg die een proteine X aflegt beginnend in de kern die voor de glycocalyx bestemd is.&lt;br /&gt;
# beschrijf de verschillende centrifugatietechnieken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# wat is het iso-elektrisch punt van proteïnen en rangschik de volgende proteïnen volgens stijgende theoretische waarde van het iso-elektrisch punt. De proteïnen werden gegeven door telkens een keten van 11 aminozuren.&lt;br /&gt;
# Beschrijf en teken schematisch de componenten van de glycocalyx&lt;br /&gt;
# verklaar: &lt;br /&gt;
#* mesosoom&lt;br /&gt;
#* connexon&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 jan 2008 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
Schriftelijk deel&lt;br /&gt;
# rangschik van polair naar apolair (aceton, 1-propanol, diethylether, fenol, benzylalcohol) [in de vraag werden prentjes van de moleculen gegeven, en niet de namen], en zeg wat apolariteit bepaalt.&lt;br /&gt;
# teken (cyclisch) alfa-D-glucose, beta-D-Fructose, sucrose.&lt;br /&gt;
# Leg uit:&lt;br /&gt;
#* Dictyosoom &lt;br /&gt;
#* Blefaroplast&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
# Teken hoe het kernmembraan in het RER overgaat, en geef de functie van dit RER&lt;br /&gt;
# Bespreek de ruimtelijke structuur van proteïnen&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe men plasmiden kan identificeren met behulp van restrictie-enzymen aan de hand van een voorbeeld&lt;br /&gt;
# Duid de organellen aan op de cel (de twee cellen waren een zenuwcel en een chloroplast)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Examenvragen tot en met 2006=&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
Hoofdvragen: theorie&lt;br /&gt;
# bespreek hoe een cel aan zijn membraanpotentiaal komt + hoe deze aangewend wordt bij het membraantransport&lt;br /&gt;
# bespreek de Calvin Cyclus (functie, intermedairen, ...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hoofdvragen oefeningen&lt;br /&gt;
# practicum: bespreek PAGE bij proteïnen en hoe we de molecuulgroote ervan kunnen afleiden&lt;br /&gt;
# duid zo veel mogelijk celstructuren aan&lt;br /&gt;
# duid de volgende processen aan waar ze voorkomen in de cel aan op de tekening: NADPH productie, energieproductie, chromatine en integrale proteïnen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen&lt;br /&gt;
# bespreek hoe adrenaline de glucoseproductie in de cel regelt&lt;br /&gt;
# Een cel maakt uit oxaalazijnzuur, citroenzuur en NH3 de aminozuren glutaminezuur en asparaginezuur. Geef een reactievergelijking en houd rekening met ATP, NAD, FAD, H2O en CO2.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R0883495</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Celbiologie_en_biochemie&amp;diff=2923</id>
		<title>Celbiologie en biochemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Celbiologie_en_biochemie&amp;diff=2923"/>
		<updated>2022-06-21T11:21:34Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R0883495: /* 21 juni 2021 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Vanaf 2016-2017: Schriftelijk examen in plaats van mondeling examen zoals voordien.&lt;br /&gt;
Vanaf 2012-2013: Jaarvak voor zowel chemie als biochemie. Volledig gedoceerd door Patrick Van Dijck.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen vanaf 2013==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2021===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
vul ajb aan (vragen zijn duidelijker op het examen gesteld)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Lactose: tekenen, waar komt het voor, wat splitst het? + vergelijken met trehalose (6 ptn)&lt;br /&gt;
# 3e structuur proteïne: Wat is het? Waaraan is het gevoelig? (6 ptn)&lt;br /&gt;
# Microbody&#039;s: Wat doen ze? Waar komen ze voor? Welke metabolische wegen komen er in voor? (6 ptn)&lt;br /&gt;
# Hoe kan kationenuitwisselings chromatografie worden gebruikt om de 5 (gegeven) decapeptiden te scheiden. Welke elueert het eerst? (6 ptn)&lt;br /&gt;
# Sucrose omzetten in 4 molecule stearinezuur, hoeveel ATP bij het verademen van de restproducten? (10 ptn) (-&amp;gt; hier zijn er deelvragen)&lt;br /&gt;
# Twee microscoopfoto&#039;s (4 ptn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-&amp;gt; totale examen op 38 ptn&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2021===&lt;br /&gt;
#Teken een oligosaccharide dat D-galactose met een alfa-1,6 binding gebonden is aan een D-fructose (furanose-vorm) die vervolgens met een alfa-1,4 binding gebonden is aan beta-D-ribose.&lt;br /&gt;
#Beschrijf (en teken eventueel) volgende woorden: Desmosoom, apoptosoom, beta-vouwbladstructuur, Gs-proteine en snelheidscentrifuge.&lt;br /&gt;
#Wat is SDS PAGE, wat kan men ermee onderzoeken, hoe werkt het en wat is het verschil met Native PAGE.&lt;br /&gt;
#Beschrijf en teken de vetzuursynthese van stearinezuur.&lt;br /&gt;
#Hoeveel moleculen ribose-5-fosfaat kan een gistcel maken uitgaande van 10 moleculen glutaminezuur bij een tekort aan aminozuren, wat is de totale ATP en coenzym verhouding. Geef de reactievergelijking, Neem de weg met de minste CO2 productie.&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s. Alle onderdelen benoemen en de functies van deze onderdelen beschrijven. oa de kristalstructuren, R.E.R, ribosomen, celkern, Golgi apparaat.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2020===&lt;br /&gt;
#Teken de microtubuli van het cytoskelet en leg uit waarom het zo belangrijk is voor de deling van cellen. Wat zijn andere structuren van de cel waar microtubuli in voorkomen&lt;br /&gt;
#Teken Gram+-bacterie en Gram--bacterie en teken de celwand (mureïne). Leg het effect van peniciline uit op de celwand en waarom het geen effect heeft op ons&lt;br /&gt;
#Leg verschil uit tussen Instrinsieke en Extrinsieke signaalwegen. Waarom is apoptose zo belangrijk?&lt;br /&gt;
#Hoe kan men zonder de cel te denatureren de verschillende celonderdelen scheiden?&lt;br /&gt;
#Een gistcel maakt uit 4 moleculen stearinezuur, glucose-6-fosfaat. Hoeveel kan het er maken en hoeveel ATP blijft er over (Vetzuurafbraak, Gluconeogenese, Krebs-cyclus en Anaplerotische reacties)&lt;br /&gt;
#2 prentjes&lt;br /&gt;
#*Kristallen&lt;br /&gt;
#*Ribosomen&lt;br /&gt;
#*Nog dingen maar ik ben onzeker&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===7 juni 2020===&lt;br /&gt;
#teken gedetailleerd een alfa helix structuur en de binding, welk proteïne heeft vooral alfa helix structuren?&lt;br /&gt;
#trehalose en amylopectine tekenen, welke binding?&lt;br /&gt;
#geef functie van, een teken eventueel: mesosoom, protoplast, mycoplasma, chromomeer, middenlichaampje&lt;br /&gt;
#leg uit: actief transport&lt;br /&gt;
#hoe kun je een plasmamembraan goed zichtbaar maken onder een fluorescentiemicroscoop?&lt;br /&gt;
#hoeveel ATP verkrijg je bij het volledig verademen van 10 moleculen glycerol? (antwoord: 220 ATP)&lt;br /&gt;
#duidt structuren aan op foto&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 augustus 2019===&lt;br /&gt;
# Amylopectine is een belangrijk deel van zetmeel. Teken de structuur en alle atomen. Waar verschilt dit moleculen met glycogeen? &lt;br /&gt;
# Hoe wordt p53 geactiveerd? Wat heeft dit als resultaat? Wat is het gevolg indien het slecht functioneert? &lt;br /&gt;
# Hoe kan ionenuitwisselings chromatografie worden gebruikt om de 5 (gegeven) decapeptiden te scheiden. Welke elueert het eerst? &lt;br /&gt;
# Welke soort juncties zijn er? Teken en leg ze uit? &lt;br /&gt;
# Gistcellen kunnen groeien op een ethanol bodem. Hoeveel moleculen heeft een gistcel nodig om 12 moleculen ribose-5-P te maken. Hoeveel energiewinst is er? Geef alle stappen.&lt;br /&gt;
# 3 prenten:&lt;br /&gt;
## Ben ik vergeten&lt;br /&gt;
## Kliercel: benoem alle delen in de cel en geef hun functie. &lt;br /&gt;
## 2 Virussen(1 was Tabaksmozaïekvirus): wat is hun structuur en wat zijn het?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 juni 2019===&lt;br /&gt;
#leg gedetailleerd uit wat actief transport is&lt;br /&gt;
#geef de structuur van microtubuli, waarom zijn deze microtubuli belangrijk bij delende plantencellen? geef de structuur van flagellen bij eukaryote cellen en hoe zorgen deze voor beweging&lt;br /&gt;
#wat is Km?&lt;br /&gt;
#wat is een proplastide?&lt;br /&gt;
#wat is confocale fluorescentiemicroscopie en hoe kan deze gebruikt worden om een celmembraam te bekijken?&lt;br /&gt;
#hoeveel glycerol heb je nodig voor opbouw van 6 moleculen palmitinezuur? kan dit ook in anaerobe omstandigheden?&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s, geef alle structuren die je ziet + functie &lt;br /&gt;
## 1 foto van kristallen in een kern&lt;br /&gt;
## 1 foto van mucusvesikels die uit een darmepitheelcel komen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2019===&lt;br /&gt;
#Wat is de moleculaire structuur van een celwand van een bacterie? Wat is het verschil tussen een gram+ en een gram- bacterie? Hoe heeft dit effect met penicilline? Waarom gebeurt dit niet bij de mens? &lt;br /&gt;
#Hoe kan men een enzym isoleren en scheiden uit een dierlijke cel? &lt;br /&gt;
#Wat is covalente modificatie? Geef twee voorbeelden, een waarbij het enzym vertraagt en een waarbij het enzym versnelt. &lt;br /&gt;
#Hoeveel ATP geeft de afbraak van tripalmitine? Hoeveel tripalmitine moet er worden afgebroken om 10 moleculen glucose te maken in een dierlijke cel? &lt;br /&gt;
#Twee EM-foto&#039;s bespreken en vijf termen uitleggen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2018===&lt;br /&gt;
#Biosynthese van palmitinezuur geven (met structuren) en zeggen waar deze plaatsvindt.&lt;br /&gt;
#Teken een spiercel en benoem de elementen. Leg verder ook mbv tekeningen uit hoe een spiercel werkt.&lt;br /&gt;
#5 begrippen uitleggen/tekenen: mesosoom, operon, guanine, blefaroplast en mycoplasma.&lt;br /&gt;
#Leg uit hoe je mbv affiniteitschromatografie zuiver hexokinase uit een levercel kan scheiden. Zijn er nog andere technieken om zuiver hexokinase te krijgen, zo ja leg deze dan uit.&lt;br /&gt;
#Hoeveel moleculen glycerol zijn er nodig om 10 moleculen alanine te vormen. Geef de metabolische wegen in de juiste volgorde en geef de volledige synthese (inclusief structuren). Er is genoeg ammonium aanwezig maar geen oxaalazijnzuur.&lt;br /&gt;
#Van 2 E.M foto&#039;s de structuren en hun functies benoemen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2018===&lt;br /&gt;
#Gluconeogenese geven/uitleggen&lt;br /&gt;
#Welke aminozuren kunnen gefosforiliseerd worden, en welke geglycosyleerd. Teken een gefosforiliseerd aminozuur.&lt;br /&gt;
#Confocale fluoricentiemicroscoop uitleggen en tekenen. Hoe kan dit gebruikt worden om het plasmamembraan te tonen.&lt;br /&gt;
#BBegrippen: p53, desmosoom, N-acetylmureinezuur, cysteine, chiasma.&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol tripalmitinezuur heb je nodig voor 15 mol ribose?&lt;br /&gt;
#EM foto van glycocalyx met slijmbekercel en foto met peroxisoom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 augustus 2017===&lt;br /&gt;
#Ionenuitwisselingschromatografie uitleggen&lt;br /&gt;
#Een stuk DNA tekenen&lt;br /&gt;
#De verschillende juncties tussen cellen uitleggen&lt;br /&gt;
#Biosynthese en afbraak van vetten tekenen en uitleggen&lt;br /&gt;
#Hoeveel moleculen glutaminezuur heb je nodig om 6 moleculen ribose-5-P te maken&lt;br /&gt;
#Fotos van cellen: spiercel en plantencel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 augustus 2017===&lt;br /&gt;
#Koppel een fructosemolecule aan een galactose en deze aan een glucose op bepaalde manier (alpha,beta)&lt;br /&gt;
#Confocale fluorescentiemicroscopie&lt;br /&gt;
#Leg volgende termen uit: operon, plaques, cyclines, mesosoom, cystine&lt;br /&gt;
#Bespreek de lichtreacties (voorkomen, welke reacties gebeuren,...)&lt;br /&gt;
#Hoeveel sucrosemoleculen heb je nodig om 10 moleculen alanine te maken?&lt;br /&gt;
#2 E.M. foto&#039;s, de ene was een spiercel (actine en myosine), de andere weet ik niet zeker&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2017===&lt;br /&gt;
#Maak een (erg gedetailleerde) tekening van de secretieweg van DNA tot enzyme, voor een enzyme dat als functie heeft de celwand opbouwen. Leg hierbij alle belangrijke stappen uit.&lt;br /&gt;
#Actief transport bij bacteriën, schimmels en dieren uitleggen, met glucose als voorbeeld&lt;br /&gt;
#Je wil 6 proteïnen scheiden door een anionuitwisselingschromatografie uit te voeren, welke stappen zijn hierbij? Maak ook een tekening&lt;br /&gt;
#Hoeveel glycerol heb je nodig ter vorming van 4 moleculen tripalmitine? Hoeveel ATP is er over na volledige verademing van uw restproducten en reducerend vermogen? Geef op volgorde alle metabolische wegen die hierbij gebruikt werden. Geef schematisch alle stappen die doorlopen worden bij de vorming van tripalmitine uit glycerol, en geef de netto reactievergelijking (inclusief ATP).&lt;br /&gt;
#2 foto&#039;s aanduiden alles dat je herkent en de functie ervan geven, was een slijmbekercel en een heel erge close up van een plantencel&lt;br /&gt;
#5 termen verklaren: apoptosoom, DNA primase, N-acetylglucosamine, proplastide en Km&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2016===&lt;br /&gt;
#cytokinese dier &amp;amp; plant&lt;br /&gt;
#donkerracties en verschil C3,C4 en CAM &lt;br /&gt;
#adrenaline&lt;br /&gt;
#vriesbreuk en vriezers&lt;br /&gt;
#ato berekenen in cyclus&lt;br /&gt;
#fotokes van vet en golgi app&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2016 ===&lt;br /&gt;
#bespreek celwand van bacterien en schimmels op vlak van structuur, functie en chemische samenstelling&lt;br /&gt;
#inductie en repressie uitleggen adhv lac-operon en trp-operon&lt;br /&gt;
#oef: hoeveel mol ribose-5-P kan je maken uit glutaminezuur? bereken hoeveel ATP je over hebt en schrijf de volledige cycli uit (antwoord 3 mol ribose-5-P) &lt;br /&gt;
#fotos over juncties en chloroplast&lt;br /&gt;
#gelfiltratie uitleggen + hoe daaruit molecuulgewicht proteinen bepalen&lt;br /&gt;
#structuur en werking van een spiercel uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2016 ===&lt;br /&gt;
#bespreek celwand van schimmels en bacterie (moleculair, structuur, functie)&lt;br /&gt;
#bespreek gelfiltratie + hoe kan men de moleculaire massa berekenen van een proteine&lt;br /&gt;
#bespreek de spiercel (werking, structuur)&lt;br /&gt;
#Bespreek genrepressie en geninductie aan de hand van beta galactosidase en tryptofaan&lt;br /&gt;
#metabolisme: hoeveel ribulose 5 fosfaat uit 5 glutaminezuur (geef namen gebruikte wegen + theoretische ATP opbrengst)&lt;br /&gt;
#Structuren desmosoom/dichte junctie en chloroplas&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2016===&lt;br /&gt;
#bespreek de onderzoeken naar de regulatie van de celcyclus (MPF enzo...). Wat kan er misgaan wanneer de regulatie niet goed verloopt? (tumor, p53, oncogenen).. &lt;br /&gt;
#Bespreek oorsprong structuur en functie van glyoxisomen en peroxisomen (bijvraag: waar vind je vb glyoxisomen: noten,zaden) &lt;br /&gt;
# kationuitwisselingschromatografie uitleggen +methode om 4 peptiden te scheiden hiermee uitleggen&lt;br /&gt;
# bespreek: Gs proteine (algemeen, niet adrenaline), Km(enzyme),Prion&lt;br /&gt;
# Hoeveel ATP moeten de lichtreacties maken voor de synthese van 6 mol sucrose via donkerrracties (UDPG niet vergeten)&lt;br /&gt;
# 2 fotos: chloroplast, 10 structuren aanduiden, darmepitheelcel met glycocalix en veel mucus blijkbaar geen lysosomen dus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2016 NM===&lt;br /&gt;
#bespreek microtubuli en de structuren aan die in de cel voorkomen.&lt;br /&gt;
# Welk peptide wordt er gevormd (DNA gegeven)&lt;br /&gt;
# waaruit bestaat een spiercel en bespreek de werking ervan&lt;br /&gt;
# Bespreek de calvin-cyclus. Wat zijn de inputs en wat zijn de outputs? &lt;br /&gt;
#Hoeveel moleculen glycerol hebt je nodig om 9 moleculen ribose-5- fosfaat te maken? ( pentosefosfaat weg omkeren)&lt;br /&gt;
#em foto&#039;s &lt;br /&gt;
#*was een plantencel blaasjes golgi-apparaat aant afzetten was op de fragmoplast&lt;br /&gt;
#*De tweede foto was een slijmbekercel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2016 VM===&lt;br /&gt;
# Structuur glycogeen? Biosynthese er van en afbraak ervan? (Moest blijkbaar adrenaline bij betrekken)&lt;br /&gt;
# aminozuren uitleggen en de structuur van proteine&lt;br /&gt;
#structuur en functie van de celwand bij bacteriën&lt;br /&gt;
#de stappen nodig om een zuivere fractie van polysomen te verkrijgen. Das zo met differentiële centrifugatie &lt;br /&gt;
# hoeveel mol ethanol nodig om 6 mol ribos-6-fosfaat te vormen. &lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s ene was met peroxisoom (kristal in), mitochondrie en chloroplast. 2e was ook vormen van fragmoplast&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties&lt;br /&gt;
# Belangrijkste cel differentiaties bij Planten.&lt;br /&gt;
# Hoe kan men cellen in een oplossing tellen? Hoe gebeurd dit bij bacteriofagen?&lt;br /&gt;
#Teken en bespreek de structuur en functie van de glycocalix bij dieren&lt;br /&gt;
#hoeveel maltose moleculen zijn er nodig bij de synthese van alanine in een cel met een tekort aan energie&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s: een prokaryoot en een spiercel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de enkelvoudige en meervoudige suikers en teken de belangrijkste.&lt;br /&gt;
# apoptose&lt;br /&gt;
# Penicilline en chloramfenicol &lt;br /&gt;
# Opbouw en afbraak van vetten&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s eentje van een floeemcel de andere van een vetdruppels met glyoxisomen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Geef alle soorten lipiden, uitleg, tekening&lt;br /&gt;
# wat is een sarcomeer en leg werking uit,&lt;br /&gt;
# vier woorden: microsoom, beta-mercapto-ethanol, tonofilamenten en dna primase, &lt;br /&gt;
# Geef heel calvincyclus&lt;br /&gt;
# Oefening met al die metabolisme en ATP enzo. Iets mat stearinezuur afbreken tot pyrodruivenzuur ofzo tongue-emoticon&lt;br /&gt;
# 2 fotos : celkern met kristallen en dan blijkbaar een zeefvat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2015 NM ===&lt;br /&gt;
# Alles van de plantencelwand&lt;br /&gt;
# Oef met DNA sequentie en translatie&lt;br /&gt;
# Oxidatieve fosforylatie vs foto fosforylatie&lt;br /&gt;
# Hoe kan je polysomen en ribosomen scheiden&lt;br /&gt;
# Hoeveel mol glycerol heeft een gistcel, die in de G0-fase zit, nodig om met ademhaling 110 Mol ATP te synthetiseren&lt;br /&gt;
# Foto van openbarstende darmepitheelcel (met mucus) en van een plantencel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Structuur en functie van endoplasmatisch reticulum&lt;br /&gt;
# Hoe wordt de activiteit van fosfofructokinase geregeld?&lt;br /&gt;
# Cytoskelet bij planten en dieren&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties&lt;br /&gt;
# hoeveel mol ethanol nodig opdat gistcellen 4 mol ribose-5-P kunnen maken. Welke metabolische weg komen hierbij tussen? Hoeveel ATP blijft er over? &lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s: de eerste was een zenuwcel met microtubuli en de tweede met een peroxisoom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# bespreek suikers en polysacchariden en teken de belangrijkste&lt;br /&gt;
# welke reacties vinden plaats op het thelakoïdmembraan en wat zijn de inputs en outputs&lt;br /&gt;
# geef uitleg; middenlichaampje, callus, mitosis-promoting factor MPF, blefaroblast&lt;br /&gt;
# hoeveel mol glutaminezuur moet omgezet worden in oxaalazijnzuur om voldoende ATP te maken voor de afbraak van 5 mol stearinezuur&lt;br /&gt;
# bespreek SDS-page en waarvoor dient het&lt;br /&gt;
# foto van floëemcellen en foto van kern met kristallen p p295&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 juni 2014 ===&lt;br /&gt;
#IEP uitleggen en peptiden rangschikken op IEP&lt;br /&gt;
#Transport van voedingsstoffen over de celmembraan bespreken&lt;br /&gt;
#Methoden om de volgorde van enzymen in een metabolische pathway te bepalen&lt;br /&gt;
#Glyoxylzuurcyclus bespreken&lt;br /&gt;
#Hoevel mol glycerol nodig voor 2 mol palimitinezuur&lt;br /&gt;
#Foto van jonge plantencel en van peroxisoom&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2014===&lt;br /&gt;
#Transport van voeding door de membraan&lt;br /&gt;
#Plantencelwand bespreken&lt;br /&gt;
#Bespreek de pentosefosfaatweg (alles)&lt;br /&gt;
#Tellen van bacteriofagen&lt;br /&gt;
#1 mol tripalmitine (vergeet glycerol niet!)&lt;br /&gt;
#Foto van plantencel (chloroplast volledig en ook vacuole enzo) + floeemcel (gedifferentieerde plantencel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2014 ===&lt;br /&gt;
#Leg de rol van enzymen als katalysatoren uit in de metabolische reactie wegen&lt;br /&gt;
#Wat doe adrenaline in de levercellen als je schrikhebt?&lt;br /&gt;
#Leg de weg uit die katalase aflegt in de cel beginnende bij DNA.&lt;br /&gt;
#Leg ionenuitwisselingschromatografie uit.&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol maltose heb je nodig voor de aanmaak van 2 mol stearine? Welke metabolische reactiewegen komen hier bij te pas? Welke zijn de energieleverende/ energie verbruikende stappen?&lt;br /&gt;
#Prent van cel met glycogeenkorrels, RER, SER, mitochondrien etc&lt;br /&gt;
#Prent van plant cel in cytokinese --&amp;amp;gt; aanmaak van middenlamel door fragmoplast etc&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 juni 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Transport over celmembraan&lt;br /&gt;
#Kern met rer tekenen en functie uitleggen &lt;br /&gt;
#Wat doet adrenaline in levercellen&lt;br /&gt;
#Confocale fluorescentie microscopie uitleggen&lt;br /&gt;
#Hoeveel acetaat je nodig hebt voor 3 mol glycerol en waar wordt energie geproduceerd &lt;br /&gt;
#Foto van glycogeenkorrels en van kristallen in kern&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 juni 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#fosfofructokinase van dna tot enzyme de weg die het moet doen en regulatie&lt;br /&gt;
#plantencelwand opbouw componenten en functie&lt;br /&gt;
#tellen van cellen en bacteriofagen&lt;br /&gt;
#hoeveel glucose nodig voor 4 alanine te maken&lt;br /&gt;
#foto van zenuwuitlopers en vorming nieuwe celwand bij planten: fragmoplast&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2013 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de eenvoudige suikers en polysacchariden.&lt;br /&gt;
#Bespreek de biosynthese en afbraak van vetzuren.&lt;br /&gt;
#Wat is de functie van glyoxisomen? Hoe kan je deze zichtbaar maken bij fluorescentie microscopie?&lt;br /&gt;
#Een gistcel kan groeien op ethanol. Om te groeien moet de celwand groeien, deze is opgebouwd uit polymeren van suikers. &lt;br /&gt;
#*Hoeveel mol ethanol is er nodig om 10 mol glucose te maken? &lt;br /&gt;
#*Kan de gistcel groeien op ethanol in anaëroob milieu? (antwoord: p469 laatste 5 regels in middelste stuk)&lt;br /&gt;
#prent aanduiden: &lt;br /&gt;
#*desmosoom &lt;br /&gt;
#*peroxisoom met kristalstructuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2013 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Teken de overgang van kernmembraan naar R.E.R. Wat is de functie van dit laatste?&lt;br /&gt;
#Bespreek geprogrammeerde celdood. Is er een link met kanker?&lt;br /&gt;
#Geef de methode(n) hoe je proteïnen kan splitsen op basis van hun lading.&lt;br /&gt;
#Hoe werkt het B-galactosidase operon bij E. Coli?&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol glucose kan je maken met 3 mol palmitinezuur? Welke metabolische wegen worden er gevolgd? Hoeveel ATP kan er eventueel gevormd worden?&lt;br /&gt;
#Foto&#039;s:&lt;br /&gt;
#* p254&lt;br /&gt;
#*p218 (ongeveer)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 JUN 2013 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek de secretieweg in een cel van gen tot gesecreteerd eiwit.&lt;br /&gt;
# Als een mens schrik heeft komt er adrenaline vrij. Wat gebeurt er dan in de lever?&lt;br /&gt;
# Hoe werkt SDS-PAGE?&lt;br /&gt;
# Een uitgehongerde zoogdiercel maakt 4 glutaminezuurmoleculen en 2 asparaginezuurmoleculen. Hoeveel fructose is hier voor nodig en hoeveel CO2 wordt er door het organisme geproduceerd bij deze omzetting?&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s: chloroplast tegen celwand aangedrukt door vacuole en celkern met kristallen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 jun 2013 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de celwand vn de bacterie&lt;br /&gt;
#Uitleggen wat MFP met celcyclus te maken heeft en welke drie onderzoeken er toe geleid hebben&lt;br /&gt;
#Confocale fluorecentiemmicroscopie uitleggen&lt;br /&gt;
#Een oefening met hoeveel mol&lt;br /&gt;
#2 prentjes:&lt;br /&gt;
#*floëmcellen&lt;br /&gt;
#*gewoon RER, SER, Peroxisoom, mitochondrïen aanduiden (kan zijn nog iets)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Examenvragen vanaf 2009=&lt;br /&gt;
== Biochemie ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 27 jun 2011 ===&lt;br /&gt;
#elektronentransportketen uitleggen.&lt;br /&gt;
#Met welke methodes kan je glyoxisomen bestuderen (door microscopische analyse) in de cel?&lt;br /&gt;
#Vetzuren en lipiden bespreken&lt;br /&gt;
#Differentiaties in plantencellen&lt;br /&gt;
#Foto van spiercel + kern delen benoemen.&lt;br /&gt;
#C1 van een glucosemolecule wordt radioactief gemerkt. We zien dat C6 van een 1,6-bisfosfaatfructosemolecule ook radioactieve sporen vertoond. Verklaar dit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 jun 2010 ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de lichtreactie van de fotosynthese.&lt;br /&gt;
#Bespreek hoe je aminozuren en suikers kan scheiden en deze onderling kan scheiden.&lt;br /&gt;
#Bespreek: de weg die wordt afgelegd van DNA tot glycocalyx van een proteïne.&lt;br /&gt;
#Hoeveel ribose 5-P kunnen gevormd worden uit 5 moleculen glutaminezuur. Hoeveel ATP komt hierbij vrij?&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s waarbij alle structuren moeten aangeduid worden (chloroplast en jonge plantencel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 8 jun 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
#Bespreek de suikers&lt;br /&gt;
#Bespreek de pentosefosfaatweg (PPP)&lt;br /&gt;
#Bespreek SDS-PAGE&lt;br /&gt;
#Hoeveel molecule alpha-ketoglutaarzuur moeten er in de cel omgezet worden naar fumaarzuur om voldoende ATP te maken voor de synthese van 6 moleculen palmitinezuur (vertrekkende van Acetyl-Coa en uitgaand van het feit dat alle cofactoren aanwezig zijn) ? [Antwoord: 7]&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s waarbij alle structuren moeten aangeduid worden (levercel en prokaryote cel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Chemie == &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 JUN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# celdifferentiatie in ene plantencel&lt;br /&gt;
# transport voeding cel&lt;br /&gt;
# geef de verschillen tussen de glycolyse en de gluconeogenese daar waar de enzymen verschillend zijn&lt;br /&gt;
# 2 stearinezuur omvorme na ribose, er is geen NAD+, geef de cusclussen die je gebruikt, is er atp genoeg, kan het volledig worden omgezet?&lt;br /&gt;
# 2 tekeningen (darmwand en spiercel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 FEB 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek enkelvoudige en meervoudige suikers&lt;br /&gt;
# Welke soorten juncties zijn er en wat is hun functie?&lt;br /&gt;
# Bespreek ionenuitwisselingschromatogafie&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Bespreek aminozuren en ruimtelijke opbouw van proteïnen &lt;br /&gt;
# Rangschik 5 proteïnen volgens hun isoelektrisch punt, van hoog naar laag (je krijgt hier dan 5 aminozuursequenties) &lt;br /&gt;
# Teken de overgang tussen kernmembraan en het RER en bespreek de functie van het RER. &lt;br /&gt;
# Bespreek de verschillende centrifugatietechnieken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# bespreek de enkelvoudige en meervoudige suikers&lt;br /&gt;
# bespreek de celwand bij bacterien en schimmels&lt;br /&gt;
# leg uit ionenuitwisselingschromotografie&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s waar ge alles op moet aanduiden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Bespreek de celwand bij planten&lt;br /&gt;
# Bespreek microtubuli en hun structuren&lt;br /&gt;
# SDS-page (blijkbaar moest ge u practicumboek ook kennen :s)&lt;br /&gt;
# foto van kern me kristallen en een bacterie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek vetzuren en lipiden&lt;br /&gt;
# Bespreek wat er allemaal gebeurd en hoe het transport gebeurd van een specifiek proteïne vertrekkende van het genome DNA tot aan de glycocalyx (mss iets ander geformuleerd)&lt;br /&gt;
# Bespreek de technieken om een basaalkorrel zichtbaar te maken in de cel. -&amp;amp;gt; ECHT IN FUNCTIE VAN DE BASAALKORREL DOEN DUS adh van het proteïne tubuline!!!&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s 1 van die rozetstructuren van glycogeenpartikels en dieje andere was met gwn een celkern met kristalijne kristallen (2 foto&#039;s die hem duidelijk in de les heeft vermeld da ge daar moet op lette)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 JAN 2012 VM ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de nucleinezuren, als monomeer en macromolecule, en hun ruimtelijke structuur bij eukaryoten en prokaryoten.&lt;br /&gt;
#Bespreek het endoplasmatisch reticulum.&lt;br /&gt;
#Bespreek gelfiltratie en leg uit hoe het ka ngebruikt worden om het moleculaire gewicht van een proteine te bepalen.&lt;br /&gt;
#2 EM-fotos, alle structuren aanduiden en de functie ervan geven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 JUN 2011 NM===&lt;br /&gt;
#bespreek de vermenigvuldiging van virussen&lt;br /&gt;
#Bespreek de bio-synthese en afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
#Bespreek de vrijzetting van adrenaline in het bloed&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol ATP wordt er geproduceerd uit 5 mol glucose en 3 mol glycerol? Hoeveel mol glutaminezuur kan worden geproduceerd uit 5 mol glucose en 3 mol glycerol wanneer er genoeg ammoniak in de cel aanwezig is?&lt;br /&gt;
#twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 JUN 2011 VM===&lt;br /&gt;
#Bespreek de cytokinese bij planten.&lt;br /&gt;
#Bespreek het transport van voedingsstoffen naar binnen in de cel.&lt;br /&gt;
#Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese.&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol fructose is er nodig voor de synthese van 3 mol palmitinezuur?&lt;br /&gt;
#twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 JAN 2011===&lt;br /&gt;
#Bespreek de celwand bij planten.&lt;br /&gt;
#Bespreek de proteïnen en hoe ze zijn opgebouwd in een ruimtelijke structuur.&lt;br /&gt;
#Geef de belangrijkste verschillen tussen gram positieve en gram negatieve bacteriën en hoe kan je die van elkaar onderscheiden?&lt;br /&gt;
#Bespreek moleculaire exclusiechromatografie en hoe kan je hiermee het MW van een eiwit bepalen?&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 JUN 2010===&lt;br /&gt;
# Bespreek de structuur en werking van spiercellen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese.&lt;br /&gt;
# Hoeveel ATP wordt er geproduceerd bij afbraak van 5 mol glycerol en 2 mol glucose? stel: Glutaminezuur tekort in de cel, hoeveel mol glutaminezuur kan geproduceerd worden met 5 mol glycerol en 2 mol glucose?&lt;br /&gt;
# Hoe werkt adrenaline?&lt;br /&gt;
# Hoe werkt het tryptofaan operon bij aanwezigheid en afwezigheid van tryptofaan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 JUN 2010===&lt;br /&gt;
# Bespreek differentiatie van plantaardige cellen&lt;br /&gt;
# Bespreek gemedieerd transport&lt;br /&gt;
# Bespreek de glyoxyzuurcyclus (waar, in- en outputs en waar de producten verder naartoe gaan...)&lt;br /&gt;
# Hoeveel fructosemoleculen heb je nodig om 4 moleculen glutaminezuur en 2 moleculen asparaginezuur te maken. Hoeveel CO2 wordt hierbij gemaakt? Leg uit a.d.h.v. metabolische wegen.&lt;br /&gt;
# Bespreek hoe de enzymes elkaar opvolgen (niet in deze woorden, maar &#039;t komt erop neer)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 JAN 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
#Bespreek de structuur en de functie van microtubuli en de verschillende structuren die hieruit zijn opgebouwd. (p. 240-261)&lt;br /&gt;
#Bespreek de ruimtelijke structuur van eiwitten. (p. 53-60)&lt;br /&gt;
#Bespreek de verschillende centrifugatie methoden. (p. 285-290)&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 JAN 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
#Bespreek de celwand bij planten. (bijvragen over de chemische opbouw van (hemi)cellulose, extensises,...)&lt;br /&gt;
#Bespreek RNA transcriptie en DNA duplicatie.&lt;br /&gt;
#Bespreek de moleculaire exclusiechromatografie.&lt;br /&gt;
#2 foto&#039;s van cel(onderdelen). Alles benoemen, ook vanzelfsprekendheden (cytoplasma,...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 JAN 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
# Bespreek de enkelvoudige en de meervoudige sacchariden (bijvraag: hoe heeft men de L en D suikers bepaald, met welk suiker hebben ze dit gedaan)&lt;br /&gt;
# Bespreek de overgang van het kernmembraan en het RER en geef de functie van het RER&lt;br /&gt;
# Bespreek SDS PAGE&lt;br /&gt;
# Duid op de volgende 2 foto&#039;s de delen aan (ALLES aanduiden, cytoplasma en alles wat ook &#039;normaal&#039; lijkt!)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
leer ALLE details!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Examenvragen van 2007 - 2009=&lt;br /&gt;
=== 2 sept 2009 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Van Dijck&lt;br /&gt;
# Bespreek de enkelvoudige en meervoudige suikers.&lt;br /&gt;
# Bespreek de verschillende plastiden.&lt;br /&gt;
# Welke techniek kan men gebruiken om celmembranen te bestuderen onder de EM? Bespreek de twee varianten.&lt;br /&gt;
# Twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Thevelein&lt;br /&gt;
* Hoofdvraag&lt;br /&gt;
*# Bespreek het verband tussen de elektrontransportketen en oxidatieve fotofosforylatie.&lt;br /&gt;
* Bijvragen&lt;br /&gt;
*# Glyoxylzuurcyclus&lt;br /&gt;
*# Hoeveel glucosemoleculen heeft een schimmelcel nodig om 2 glutaminezuur en 4 asparaginezuur te maken? Wordt er hierbij ook CO2 geproduceerd en indien ja, hoeveel?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 Juni 2009 - Chemie - Thevelein ===&lt;br /&gt;
* hoofdvragen&lt;br /&gt;
*# Bespreek de Krebscyclus.&lt;br /&gt;
*# Bespreek de lichtreactie vd fotosynthese.&lt;br /&gt;
*# Leg genrepressie en geninductie uit aan de hand van klassieke voorbeelden.&lt;br /&gt;
* bijvragen&lt;br /&gt;
*# Wat is groepstranslocatie?&lt;br /&gt;
*# Bereken hoeveel mol ATP er wordt vrijgezet bij de volledige oxidatie van 1 mol tristearine.&lt;br /&gt;
*# Nog een oefening zoals hierboven maar nu met aminozuren enzo...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 Juni 2009 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Van Dijck &lt;br /&gt;
# bespreek de structuur van microtubuli en de structuren die eruit bestaan.&lt;br /&gt;
# Bespreek de nucleïnezuren en nucleotiden en hun ruimtelijke structuren.&lt;br /&gt;
# Leg gelchromatografie (??) (da met gelbollekes sorteren) uit en hoe je het molecuulgewicht v eiwitten hiermee kan berekenen.&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s uit oefenzittingen&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
Thevelein&lt;br /&gt;
* hoofdvraag&lt;br /&gt;
*# Vergelijk gluconeogenese en glycolyse (startproducten, plaats id cel,..)&lt;br /&gt;
* bijvragen&lt;br /&gt;
*# bespreek glyoxylzuurcyclus&lt;br /&gt;
*# Bereken hoeveel moleculen glucose een schimmelcel nodig heeft om 2 moleculen glutaminezuur en 4 moleculen asparaginezuur te produceren. Wordt hierbij CO2 gevormd en zo ja hoeveel? Leg uit adhv de gebruikte cycli.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 Juni 2009 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Van Dijck &lt;br /&gt;
# bespreek de celwand bij planten&lt;br /&gt;
# bespreek peroxisomen en glyoxisomen&lt;br /&gt;
# rankschik de volgende peptiden volgens iso-elektrisch punt. en wat is iso-elektrisch punt. vb.COOH-cysteïne-proline-histidine-cysteïne-lysine-methionine-asparaginezuur-NH2&lt;br /&gt;
# 2 fotos: 1 van een chloroplast, en 1 van een zenuwcel&lt;br /&gt;
Thevelein&lt;br /&gt;
*hoofdvraag&lt;br /&gt;
*# bespreek de lichtreacties van de fotosynthese&lt;br /&gt;
*bijvragen&lt;br /&gt;
*#geef volledige metabolische weg om asparaginezuur te vormen uit glycerol en NH3&lt;br /&gt;
*#Kan een cel in anaërobe omstandigheden het meest ATP halen uit glucose via de Glycolyse of eerst via PP(pentosfosfaatweg).en toon aan.-&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 jan 2009 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
# Bespreek nucleotiden en nucleïnezuren&lt;br /&gt;
# Welke soorten juncties zijn er en wat is hun functie?&lt;br /&gt;
# Hoe kan je aminozuren van suikers scheiden en hoe kan je ze verder opzuiveren?&lt;br /&gt;
# Teken het celmembraan (of was de vraag nu glycocalyx?) van een dierlijke cel en duidt de onderdelen aan.&lt;br /&gt;
# Wat is het iso-elektrisch punt van een proteïne en wat ben je ermee?&lt;br /&gt;
# 2 fotos: 1 van een prokaryote cel, en 1 van een plantencel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2009 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
# bespreek de enkelvoudige en de meervoudige sacchariden (bijvraag: hoe heeft men de L en D suikers bepaald, met welk suiker hebben ze dit gedaan)&lt;br /&gt;
# bespreek de overgang van het kernmembraan en het RER en geef de functie van het RER&lt;br /&gt;
# bespreek SDS PAGE&lt;br /&gt;
# duid op de volgende 2 foto&#039;s de delen aan (ALLES aanduiden, cytoplasma en alles wat ook &#039;normaal&#039; lijkt!)&lt;br /&gt;
leer ALLE details!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 aug 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Hoofdvraag:&lt;br /&gt;
*# Bespreek de samenstelling en mechanisme van elektronentransportketen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Bijvragen:&lt;br /&gt;
*# Welke reacties worden gekatalyseerd door volgende enzymes:&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat decarboxylase&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat dehydrogenase&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat kinase&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat carboxylase&lt;br /&gt;
*# een cel zet oxaalazijnzuur, citroenzuur en NH3 om in asparaginezuur en glutaminezuur, geef de reactie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# bespreek structuur en functies van de microtubuli en bespreek de structure waar ze voorkome (/3)&lt;br /&gt;
# bespreek structuur van de proteïnen en waar komen deze voor (/3)&lt;br /&gt;
# hoe kan je het molecuulgewicht van een proteïne bepalen met exclusiechromatografie (/2)&lt;br /&gt;
# wat is hemicellulose? (/1)&lt;br /&gt;
# duid celorganellen aan op de prent (/1) --&amp;amp;gt; twas een levercel met veel secretiepartikels&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 jun 2008 - Chemie - Thevelein ===&lt;br /&gt;
Hoofdvragen:&lt;br /&gt;
# e-transport&lt;br /&gt;
# pentosefosfaatweg&lt;br /&gt;
# regulatie van het metabolisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen:&lt;br /&gt;
# glyoxylzuurcyclus&lt;br /&gt;
# glucose+NH3--&amp;amp;gt;glutaminezuur+CO2 hoeveel ATP wordt er geproduceerd (aeroob organisme)&lt;br /&gt;
# synthese van trehalose uit glucose dat via symport in de cel komt. Hoeveel ATP moet er via melkzuurgisting gewonnen worden om 2 trehalose moleculen te vervaardigen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 jun 2008 - Chemie - Thevelein === &lt;br /&gt;
Hoofdvragen&lt;br /&gt;
# Bespreek de Krebscyclus&lt;br /&gt;
# Bespreek het membraantransport en de membraanpotentiaal&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen&lt;br /&gt;
# Adrenaline als glucosevrijzetter&lt;br /&gt;
# Bespreek in detail de biosynthese en afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
# Een bacteriële cel in aërobe omstandigheden zet glucose om in pyrodruivenzuur. Waar wordt het meeste ATP geproduceerd, via de glycolyse of via de pentosefosfaatweg?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2008 - Chemie - Thevelein===&lt;br /&gt;
Hoofdvragen:&lt;br /&gt;
# Bespreek de calvincyclus.&lt;br /&gt;
# Bespreek membraantransport en bespreek hoe membraanpotentiaal hierbij tussenkomt.&lt;br /&gt;
# Bespreek de regulatie van het metabolisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen:&lt;br /&gt;
# Glyoxylzuurcyclus.&lt;br /&gt;
# Adrenaline als glucose vrijzetter.&lt;br /&gt;
# Een denkvraag ivm proton-motive en dinitrofenol.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
# lichtreacties&lt;br /&gt;
# oefeningen:&lt;br /&gt;
#* tristearaat, hoeveel ATP wordt er gevormd&lt;br /&gt;
#* vorming van asparaginezuur en glyoxylzuur uit citroenzuur en NH3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* schriftelijk&lt;br /&gt;
*# soorten bindingen in macromolecules, tekenen +bespreken&lt;br /&gt;
*# wat is threhalose, mesozoom&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* mondeling&lt;br /&gt;
*# endoplasmatisch riticulum bespreken&lt;br /&gt;
*# microtubuli bespreken&lt;br /&gt;
*# plaatsbepaling van moleculen in de cel, methoden bespreken&lt;br /&gt;
*# 2 foto&#039;s herkennen+organellen benoemen: lever en oliehoudende zaden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 jun 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
* Grote vraag: &lt;br /&gt;
*# membraantransport bespreken&lt;br /&gt;
* Bijvragen: &lt;br /&gt;
*# ge hebt 24 glucosemoleculen, die ge via PP en dÃ¡n pas de glycolyse gaat afbreken tot acetyl-CoA, waarna ge X aantal palmitinemoleculen gaat opbouwen. Hoeveel ATP wordt er gevormd? En hoeveel NADPH hebt ge tekort?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Schriftelijk:&lt;br /&gt;
*# bespreek RNA en DNA&lt;br /&gt;
*# leg uit: &lt;br /&gt;
*#* isopycnische centrifugatie &lt;br /&gt;
*#* mycoplasma&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Mondeling:&lt;br /&gt;
*# bespreek mono- en polysachariden&lt;br /&gt;
*# celwand bij bacterien + Gram positieve en Gram negatieve bacterien&lt;br /&gt;
*# ionenuitwisselingschromatografie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 jun 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
* hoofdvraag:&lt;br /&gt;
*# Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese&lt;br /&gt;
* Bijvragen:&lt;br /&gt;
*# Bespreek hoe er geninductie en genexpressie bij Escheria coli plaatsvindt&lt;br /&gt;
*# Oefening ivm de metabolische wegen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Schriftelijk&lt;br /&gt;
*# teken (cyclisch) alfa-D-glucose, beta-D-Fructose, sucrose en nummer de koolstoffen&lt;br /&gt;
*# Leg uit: &lt;br /&gt;
*#* mesosoom &lt;br /&gt;
*#* connexon&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Mondeling&lt;br /&gt;
*# Teken hoe het kernmembraan in het RER overgaat, en geef de functie van dit RER&lt;br /&gt;
*# Bespreek de ruimtelijke structuur van proteïnen&lt;br /&gt;
*# Leg uit hoe men plasmiden kan identificeren met behulp van restrictie-enzymen aan de hand van een voorbeeld&lt;br /&gt;
*# Duid de organellen aan op de cel (chloroplast en bacteriofaag)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 jan 2008 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# geef de structuur en de functies van de mitochondrieën&lt;br /&gt;
# beschrijf de weg die een proteine X aflegt beginnend in de kern die voor de glycocalyx bestemd is.&lt;br /&gt;
# beschrijf de verschillende centrifugatietechnieken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# wat is het iso-elektrisch punt van proteïnen en rangschik de volgende proteïnen volgens stijgende theoretische waarde van het iso-elektrisch punt. De proteïnen werden gegeven door telkens een keten van 11 aminozuren.&lt;br /&gt;
# Beschrijf en teken schematisch de componenten van de glycocalyx&lt;br /&gt;
# verklaar: &lt;br /&gt;
#* mesosoom&lt;br /&gt;
#* connexon&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 jan 2008 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
Schriftelijk deel&lt;br /&gt;
# rangschik van polair naar apolair (aceton, 1-propanol, diethylether, fenol, benzylalcohol) [in de vraag werden prentjes van de moleculen gegeven, en niet de namen], en zeg wat apolariteit bepaalt.&lt;br /&gt;
# teken (cyclisch) alfa-D-glucose, beta-D-Fructose, sucrose.&lt;br /&gt;
# Leg uit:&lt;br /&gt;
#* Dictyosoom &lt;br /&gt;
#* Blefaroplast&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
# Teken hoe het kernmembraan in het RER overgaat, en geef de functie van dit RER&lt;br /&gt;
# Bespreek de ruimtelijke structuur van proteïnen&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe men plasmiden kan identificeren met behulp van restrictie-enzymen aan de hand van een voorbeeld&lt;br /&gt;
# Duid de organellen aan op de cel (de twee cellen waren een zenuwcel en een chloroplast)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Examenvragen tot en met 2006=&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
Hoofdvragen: theorie&lt;br /&gt;
# bespreek hoe een cel aan zijn membraanpotentiaal komt + hoe deze aangewend wordt bij het membraantransport&lt;br /&gt;
# bespreek de Calvin Cyclus (functie, intermedairen, ...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hoofdvragen oefeningen&lt;br /&gt;
# practicum: bespreek PAGE bij proteïnen en hoe we de molecuulgroote ervan kunnen afleiden&lt;br /&gt;
# duid zo veel mogelijk celstructuren aan&lt;br /&gt;
# duid de volgende processen aan waar ze voorkomen in de cel aan op de tekening: NADPH productie, energieproductie, chromatine en integrale proteïnen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen&lt;br /&gt;
# bespreek hoe adrenaline de glucoseproductie in de cel regelt&lt;br /&gt;
# Een cel maakt uit oxaalazijnzuur, citroenzuur en NH3 de aminozuren glutaminezuur en asparaginezuur. Geef een reactievergelijking en houd rekening met ATP, NAD, FAD, H2O en CO2.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R0883495</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Celbiologie_en_biochemie&amp;diff=2922</id>
		<title>Celbiologie en biochemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Celbiologie_en_biochemie&amp;diff=2922"/>
		<updated>2022-06-21T11:19:13Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R0883495: /* 21 juni 2021 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Vanaf 2016-2017: Schriftelijk examen in plaats van mondeling examen zoals voordien.&lt;br /&gt;
Vanaf 2012-2013: Jaarvak voor zowel chemie als biochemie. Volledig gedoceerd door Patrick Van Dijck.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen vanaf 2013==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2021===&lt;br /&gt;
**vul ajb aan**&lt;br /&gt;
# Lactose: tekenen, waar komt het voor, wat splitst het? + vergelijken met trehalose (6 ptn)&lt;br /&gt;
# 3e structuur proteïne: Wat is het? Waaraan is het gevoelig? (6 ptn)&lt;br /&gt;
# Microbody&#039;s: Wat doen ze? Waar komen ze voor? Welke metabolische wegen komen er in voor? (6 ptn)&lt;br /&gt;
# Hoe kan kationenuitwisselings chromatografie worden gebruikt om de 5 (gegeven) decapeptiden te scheiden. Welke elueert het eerst? (6 ptn)&lt;br /&gt;
# Sucrose omzetten in 4 molecule stearinezuur, hoeveel ATP bij het verademen van de restproducten? (10 ptn)&lt;br /&gt;
# Twee microscoopfoto&#039;s (4 ptn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2021===&lt;br /&gt;
#Teken een oligosaccharide dat D-galactose met een alfa-1,6 binding gebonden is aan een D-fructose (furanose-vorm) die vervolgens met een alfa-1,4 binding gebonden is aan beta-D-ribose.&lt;br /&gt;
#Beschrijf (en teken eventueel) volgende woorden: Desmosoom, apoptosoom, beta-vouwbladstructuur, Gs-proteine en snelheidscentrifuge.&lt;br /&gt;
#Wat is SDS PAGE, wat kan men ermee onderzoeken, hoe werkt het en wat is het verschil met Native PAGE.&lt;br /&gt;
#Beschrijf en teken de vetzuursynthese van stearinezuur.&lt;br /&gt;
#Hoeveel moleculen ribose-5-fosfaat kan een gistcel maken uitgaande van 10 moleculen glutaminezuur bij een tekort aan aminozuren, wat is de totale ATP en coenzym verhouding. Geef de reactievergelijking, Neem de weg met de minste CO2 productie.&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s. Alle onderdelen benoemen en de functies van deze onderdelen beschrijven. oa de kristalstructuren, R.E.R, ribosomen, celkern, Golgi apparaat.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2020===&lt;br /&gt;
#Teken de microtubuli van het cytoskelet en leg uit waarom het zo belangrijk is voor de deling van cellen. Wat zijn andere structuren van de cel waar microtubuli in voorkomen&lt;br /&gt;
#Teken Gram+-bacterie en Gram--bacterie en teken de celwand (mureïne). Leg het effect van peniciline uit op de celwand en waarom het geen effect heeft op ons&lt;br /&gt;
#Leg verschil uit tussen Instrinsieke en Extrinsieke signaalwegen. Waarom is apoptose zo belangrijk?&lt;br /&gt;
#Hoe kan men zonder de cel te denatureren de verschillende celonderdelen scheiden?&lt;br /&gt;
#Een gistcel maakt uit 4 moleculen stearinezuur, glucose-6-fosfaat. Hoeveel kan het er maken en hoeveel ATP blijft er over (Vetzuurafbraak, Gluconeogenese, Krebs-cyclus en Anaplerotische reacties)&lt;br /&gt;
#2 prentjes&lt;br /&gt;
#*Kristallen&lt;br /&gt;
#*Ribosomen&lt;br /&gt;
#*Nog dingen maar ik ben onzeker&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===7 juni 2020===&lt;br /&gt;
#teken gedetailleerd een alfa helix structuur en de binding, welk proteïne heeft vooral alfa helix structuren?&lt;br /&gt;
#trehalose en amylopectine tekenen, welke binding?&lt;br /&gt;
#geef functie van, een teken eventueel: mesosoom, protoplast, mycoplasma, chromomeer, middenlichaampje&lt;br /&gt;
#leg uit: actief transport&lt;br /&gt;
#hoe kun je een plasmamembraan goed zichtbaar maken onder een fluorescentiemicroscoop?&lt;br /&gt;
#hoeveel ATP verkrijg je bij het volledig verademen van 10 moleculen glycerol? (antwoord: 220 ATP)&lt;br /&gt;
#duidt structuren aan op foto&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 augustus 2019===&lt;br /&gt;
# Amylopectine is een belangrijk deel van zetmeel. Teken de structuur en alle atomen. Waar verschilt dit moleculen met glycogeen? &lt;br /&gt;
# Hoe wordt p53 geactiveerd? Wat heeft dit als resultaat? Wat is het gevolg indien het slecht functioneert? &lt;br /&gt;
# Hoe kan ionenuitwisselings chromatografie worden gebruikt om de 5 (gegeven) decapeptiden te scheiden. Welke elueert het eerst? &lt;br /&gt;
# Welke soort juncties zijn er? Teken en leg ze uit? &lt;br /&gt;
# Gistcellen kunnen groeien op een ethanol bodem. Hoeveel moleculen heeft een gistcel nodig om 12 moleculen ribose-5-P te maken. Hoeveel energiewinst is er? Geef alle stappen.&lt;br /&gt;
# 3 prenten:&lt;br /&gt;
## Ben ik vergeten&lt;br /&gt;
## Kliercel: benoem alle delen in de cel en geef hun functie. &lt;br /&gt;
## 2 Virussen(1 was Tabaksmozaïekvirus): wat is hun structuur en wat zijn het?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 juni 2019===&lt;br /&gt;
#leg gedetailleerd uit wat actief transport is&lt;br /&gt;
#geef de structuur van microtubuli, waarom zijn deze microtubuli belangrijk bij delende plantencellen? geef de structuur van flagellen bij eukaryote cellen en hoe zorgen deze voor beweging&lt;br /&gt;
#wat is Km?&lt;br /&gt;
#wat is een proplastide?&lt;br /&gt;
#wat is confocale fluorescentiemicroscopie en hoe kan deze gebruikt worden om een celmembraam te bekijken?&lt;br /&gt;
#hoeveel glycerol heb je nodig voor opbouw van 6 moleculen palmitinezuur? kan dit ook in anaerobe omstandigheden?&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s, geef alle structuren die je ziet + functie &lt;br /&gt;
## 1 foto van kristallen in een kern&lt;br /&gt;
## 1 foto van mucusvesikels die uit een darmepitheelcel komen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2019===&lt;br /&gt;
#Wat is de moleculaire structuur van een celwand van een bacterie? Wat is het verschil tussen een gram+ en een gram- bacterie? Hoe heeft dit effect met penicilline? Waarom gebeurt dit niet bij de mens? &lt;br /&gt;
#Hoe kan men een enzym isoleren en scheiden uit een dierlijke cel? &lt;br /&gt;
#Wat is covalente modificatie? Geef twee voorbeelden, een waarbij het enzym vertraagt en een waarbij het enzym versnelt. &lt;br /&gt;
#Hoeveel ATP geeft de afbraak van tripalmitine? Hoeveel tripalmitine moet er worden afgebroken om 10 moleculen glucose te maken in een dierlijke cel? &lt;br /&gt;
#Twee EM-foto&#039;s bespreken en vijf termen uitleggen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2018===&lt;br /&gt;
#Biosynthese van palmitinezuur geven (met structuren) en zeggen waar deze plaatsvindt.&lt;br /&gt;
#Teken een spiercel en benoem de elementen. Leg verder ook mbv tekeningen uit hoe een spiercel werkt.&lt;br /&gt;
#5 begrippen uitleggen/tekenen: mesosoom, operon, guanine, blefaroplast en mycoplasma.&lt;br /&gt;
#Leg uit hoe je mbv affiniteitschromatografie zuiver hexokinase uit een levercel kan scheiden. Zijn er nog andere technieken om zuiver hexokinase te krijgen, zo ja leg deze dan uit.&lt;br /&gt;
#Hoeveel moleculen glycerol zijn er nodig om 10 moleculen alanine te vormen. Geef de metabolische wegen in de juiste volgorde en geef de volledige synthese (inclusief structuren). Er is genoeg ammonium aanwezig maar geen oxaalazijnzuur.&lt;br /&gt;
#Van 2 E.M foto&#039;s de structuren en hun functies benoemen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2018===&lt;br /&gt;
#Gluconeogenese geven/uitleggen&lt;br /&gt;
#Welke aminozuren kunnen gefosforiliseerd worden, en welke geglycosyleerd. Teken een gefosforiliseerd aminozuur.&lt;br /&gt;
#Confocale fluoricentiemicroscoop uitleggen en tekenen. Hoe kan dit gebruikt worden om het plasmamembraan te tonen.&lt;br /&gt;
#BBegrippen: p53, desmosoom, N-acetylmureinezuur, cysteine, chiasma.&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol tripalmitinezuur heb je nodig voor 15 mol ribose?&lt;br /&gt;
#EM foto van glycocalyx met slijmbekercel en foto met peroxisoom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 augustus 2017===&lt;br /&gt;
#Ionenuitwisselingschromatografie uitleggen&lt;br /&gt;
#Een stuk DNA tekenen&lt;br /&gt;
#De verschillende juncties tussen cellen uitleggen&lt;br /&gt;
#Biosynthese en afbraak van vetten tekenen en uitleggen&lt;br /&gt;
#Hoeveel moleculen glutaminezuur heb je nodig om 6 moleculen ribose-5-P te maken&lt;br /&gt;
#Fotos van cellen: spiercel en plantencel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 augustus 2017===&lt;br /&gt;
#Koppel een fructosemolecule aan een galactose en deze aan een glucose op bepaalde manier (alpha,beta)&lt;br /&gt;
#Confocale fluorescentiemicroscopie&lt;br /&gt;
#Leg volgende termen uit: operon, plaques, cyclines, mesosoom, cystine&lt;br /&gt;
#Bespreek de lichtreacties (voorkomen, welke reacties gebeuren,...)&lt;br /&gt;
#Hoeveel sucrosemoleculen heb je nodig om 10 moleculen alanine te maken?&lt;br /&gt;
#2 E.M. foto&#039;s, de ene was een spiercel (actine en myosine), de andere weet ik niet zeker&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2017===&lt;br /&gt;
#Maak een (erg gedetailleerde) tekening van de secretieweg van DNA tot enzyme, voor een enzyme dat als functie heeft de celwand opbouwen. Leg hierbij alle belangrijke stappen uit.&lt;br /&gt;
#Actief transport bij bacteriën, schimmels en dieren uitleggen, met glucose als voorbeeld&lt;br /&gt;
#Je wil 6 proteïnen scheiden door een anionuitwisselingschromatografie uit te voeren, welke stappen zijn hierbij? Maak ook een tekening&lt;br /&gt;
#Hoeveel glycerol heb je nodig ter vorming van 4 moleculen tripalmitine? Hoeveel ATP is er over na volledige verademing van uw restproducten en reducerend vermogen? Geef op volgorde alle metabolische wegen die hierbij gebruikt werden. Geef schematisch alle stappen die doorlopen worden bij de vorming van tripalmitine uit glycerol, en geef de netto reactievergelijking (inclusief ATP).&lt;br /&gt;
#2 foto&#039;s aanduiden alles dat je herkent en de functie ervan geven, was een slijmbekercel en een heel erge close up van een plantencel&lt;br /&gt;
#5 termen verklaren: apoptosoom, DNA primase, N-acetylglucosamine, proplastide en Km&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2016===&lt;br /&gt;
#cytokinese dier &amp;amp; plant&lt;br /&gt;
#donkerracties en verschil C3,C4 en CAM &lt;br /&gt;
#adrenaline&lt;br /&gt;
#vriesbreuk en vriezers&lt;br /&gt;
#ato berekenen in cyclus&lt;br /&gt;
#fotokes van vet en golgi app&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2016 ===&lt;br /&gt;
#bespreek celwand van bacterien en schimmels op vlak van structuur, functie en chemische samenstelling&lt;br /&gt;
#inductie en repressie uitleggen adhv lac-operon en trp-operon&lt;br /&gt;
#oef: hoeveel mol ribose-5-P kan je maken uit glutaminezuur? bereken hoeveel ATP je over hebt en schrijf de volledige cycli uit (antwoord 3 mol ribose-5-P) &lt;br /&gt;
#fotos over juncties en chloroplast&lt;br /&gt;
#gelfiltratie uitleggen + hoe daaruit molecuulgewicht proteinen bepalen&lt;br /&gt;
#structuur en werking van een spiercel uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2016 ===&lt;br /&gt;
#bespreek celwand van schimmels en bacterie (moleculair, structuur, functie)&lt;br /&gt;
#bespreek gelfiltratie + hoe kan men de moleculaire massa berekenen van een proteine&lt;br /&gt;
#bespreek de spiercel (werking, structuur)&lt;br /&gt;
#Bespreek genrepressie en geninductie aan de hand van beta galactosidase en tryptofaan&lt;br /&gt;
#metabolisme: hoeveel ribulose 5 fosfaat uit 5 glutaminezuur (geef namen gebruikte wegen + theoretische ATP opbrengst)&lt;br /&gt;
#Structuren desmosoom/dichte junctie en chloroplas&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2016===&lt;br /&gt;
#bespreek de onderzoeken naar de regulatie van de celcyclus (MPF enzo...). Wat kan er misgaan wanneer de regulatie niet goed verloopt? (tumor, p53, oncogenen).. &lt;br /&gt;
#Bespreek oorsprong structuur en functie van glyoxisomen en peroxisomen (bijvraag: waar vind je vb glyoxisomen: noten,zaden) &lt;br /&gt;
# kationuitwisselingschromatografie uitleggen +methode om 4 peptiden te scheiden hiermee uitleggen&lt;br /&gt;
# bespreek: Gs proteine (algemeen, niet adrenaline), Km(enzyme),Prion&lt;br /&gt;
# Hoeveel ATP moeten de lichtreacties maken voor de synthese van 6 mol sucrose via donkerrracties (UDPG niet vergeten)&lt;br /&gt;
# 2 fotos: chloroplast, 10 structuren aanduiden, darmepitheelcel met glycocalix en veel mucus blijkbaar geen lysosomen dus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2016 NM===&lt;br /&gt;
#bespreek microtubuli en de structuren aan die in de cel voorkomen.&lt;br /&gt;
# Welk peptide wordt er gevormd (DNA gegeven)&lt;br /&gt;
# waaruit bestaat een spiercel en bespreek de werking ervan&lt;br /&gt;
# Bespreek de calvin-cyclus. Wat zijn de inputs en wat zijn de outputs? &lt;br /&gt;
#Hoeveel moleculen glycerol hebt je nodig om 9 moleculen ribose-5- fosfaat te maken? ( pentosefosfaat weg omkeren)&lt;br /&gt;
#em foto&#039;s &lt;br /&gt;
#*was een plantencel blaasjes golgi-apparaat aant afzetten was op de fragmoplast&lt;br /&gt;
#*De tweede foto was een slijmbekercel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2016 VM===&lt;br /&gt;
# Structuur glycogeen? Biosynthese er van en afbraak ervan? (Moest blijkbaar adrenaline bij betrekken)&lt;br /&gt;
# aminozuren uitleggen en de structuur van proteine&lt;br /&gt;
#structuur en functie van de celwand bij bacteriën&lt;br /&gt;
#de stappen nodig om een zuivere fractie van polysomen te verkrijgen. Das zo met differentiële centrifugatie &lt;br /&gt;
# hoeveel mol ethanol nodig om 6 mol ribos-6-fosfaat te vormen. &lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s ene was met peroxisoom (kristal in), mitochondrie en chloroplast. 2e was ook vormen van fragmoplast&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties&lt;br /&gt;
# Belangrijkste cel differentiaties bij Planten.&lt;br /&gt;
# Hoe kan men cellen in een oplossing tellen? Hoe gebeurd dit bij bacteriofagen?&lt;br /&gt;
#Teken en bespreek de structuur en functie van de glycocalix bij dieren&lt;br /&gt;
#hoeveel maltose moleculen zijn er nodig bij de synthese van alanine in een cel met een tekort aan energie&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s: een prokaryoot en een spiercel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de enkelvoudige en meervoudige suikers en teken de belangrijkste.&lt;br /&gt;
# apoptose&lt;br /&gt;
# Penicilline en chloramfenicol &lt;br /&gt;
# Opbouw en afbraak van vetten&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s eentje van een floeemcel de andere van een vetdruppels met glyoxisomen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Geef alle soorten lipiden, uitleg, tekening&lt;br /&gt;
# wat is een sarcomeer en leg werking uit,&lt;br /&gt;
# vier woorden: microsoom, beta-mercapto-ethanol, tonofilamenten en dna primase, &lt;br /&gt;
# Geef heel calvincyclus&lt;br /&gt;
# Oefening met al die metabolisme en ATP enzo. Iets mat stearinezuur afbreken tot pyrodruivenzuur ofzo tongue-emoticon&lt;br /&gt;
# 2 fotos : celkern met kristallen en dan blijkbaar een zeefvat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2015 NM ===&lt;br /&gt;
# Alles van de plantencelwand&lt;br /&gt;
# Oef met DNA sequentie en translatie&lt;br /&gt;
# Oxidatieve fosforylatie vs foto fosforylatie&lt;br /&gt;
# Hoe kan je polysomen en ribosomen scheiden&lt;br /&gt;
# Hoeveel mol glycerol heeft een gistcel, die in de G0-fase zit, nodig om met ademhaling 110 Mol ATP te synthetiseren&lt;br /&gt;
# Foto van openbarstende darmepitheelcel (met mucus) en van een plantencel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Structuur en functie van endoplasmatisch reticulum&lt;br /&gt;
# Hoe wordt de activiteit van fosfofructokinase geregeld?&lt;br /&gt;
# Cytoskelet bij planten en dieren&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties&lt;br /&gt;
# hoeveel mol ethanol nodig opdat gistcellen 4 mol ribose-5-P kunnen maken. Welke metabolische weg komen hierbij tussen? Hoeveel ATP blijft er over? &lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s: de eerste was een zenuwcel met microtubuli en de tweede met een peroxisoom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# bespreek suikers en polysacchariden en teken de belangrijkste&lt;br /&gt;
# welke reacties vinden plaats op het thelakoïdmembraan en wat zijn de inputs en outputs&lt;br /&gt;
# geef uitleg; middenlichaampje, callus, mitosis-promoting factor MPF, blefaroblast&lt;br /&gt;
# hoeveel mol glutaminezuur moet omgezet worden in oxaalazijnzuur om voldoende ATP te maken voor de afbraak van 5 mol stearinezuur&lt;br /&gt;
# bespreek SDS-page en waarvoor dient het&lt;br /&gt;
# foto van floëemcellen en foto van kern met kristallen p p295&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 juni 2014 ===&lt;br /&gt;
#IEP uitleggen en peptiden rangschikken op IEP&lt;br /&gt;
#Transport van voedingsstoffen over de celmembraan bespreken&lt;br /&gt;
#Methoden om de volgorde van enzymen in een metabolische pathway te bepalen&lt;br /&gt;
#Glyoxylzuurcyclus bespreken&lt;br /&gt;
#Hoevel mol glycerol nodig voor 2 mol palimitinezuur&lt;br /&gt;
#Foto van jonge plantencel en van peroxisoom&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2014===&lt;br /&gt;
#Transport van voeding door de membraan&lt;br /&gt;
#Plantencelwand bespreken&lt;br /&gt;
#Bespreek de pentosefosfaatweg (alles)&lt;br /&gt;
#Tellen van bacteriofagen&lt;br /&gt;
#1 mol tripalmitine (vergeet glycerol niet!)&lt;br /&gt;
#Foto van plantencel (chloroplast volledig en ook vacuole enzo) + floeemcel (gedifferentieerde plantencel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2014 ===&lt;br /&gt;
#Leg de rol van enzymen als katalysatoren uit in de metabolische reactie wegen&lt;br /&gt;
#Wat doe adrenaline in de levercellen als je schrikhebt?&lt;br /&gt;
#Leg de weg uit die katalase aflegt in de cel beginnende bij DNA.&lt;br /&gt;
#Leg ionenuitwisselingschromatografie uit.&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol maltose heb je nodig voor de aanmaak van 2 mol stearine? Welke metabolische reactiewegen komen hier bij te pas? Welke zijn de energieleverende/ energie verbruikende stappen?&lt;br /&gt;
#Prent van cel met glycogeenkorrels, RER, SER, mitochondrien etc&lt;br /&gt;
#Prent van plant cel in cytokinese --&amp;amp;gt; aanmaak van middenlamel door fragmoplast etc&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 juni 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Transport over celmembraan&lt;br /&gt;
#Kern met rer tekenen en functie uitleggen &lt;br /&gt;
#Wat doet adrenaline in levercellen&lt;br /&gt;
#Confocale fluorescentie microscopie uitleggen&lt;br /&gt;
#Hoeveel acetaat je nodig hebt voor 3 mol glycerol en waar wordt energie geproduceerd &lt;br /&gt;
#Foto van glycogeenkorrels en van kristallen in kern&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 juni 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#fosfofructokinase van dna tot enzyme de weg die het moet doen en regulatie&lt;br /&gt;
#plantencelwand opbouw componenten en functie&lt;br /&gt;
#tellen van cellen en bacteriofagen&lt;br /&gt;
#hoeveel glucose nodig voor 4 alanine te maken&lt;br /&gt;
#foto van zenuwuitlopers en vorming nieuwe celwand bij planten: fragmoplast&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2013 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de eenvoudige suikers en polysacchariden.&lt;br /&gt;
#Bespreek de biosynthese en afbraak van vetzuren.&lt;br /&gt;
#Wat is de functie van glyoxisomen? Hoe kan je deze zichtbaar maken bij fluorescentie microscopie?&lt;br /&gt;
#Een gistcel kan groeien op ethanol. Om te groeien moet de celwand groeien, deze is opgebouwd uit polymeren van suikers. &lt;br /&gt;
#*Hoeveel mol ethanol is er nodig om 10 mol glucose te maken? &lt;br /&gt;
#*Kan de gistcel groeien op ethanol in anaëroob milieu? (antwoord: p469 laatste 5 regels in middelste stuk)&lt;br /&gt;
#prent aanduiden: &lt;br /&gt;
#*desmosoom &lt;br /&gt;
#*peroxisoom met kristalstructuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2013 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Teken de overgang van kernmembraan naar R.E.R. Wat is de functie van dit laatste?&lt;br /&gt;
#Bespreek geprogrammeerde celdood. Is er een link met kanker?&lt;br /&gt;
#Geef de methode(n) hoe je proteïnen kan splitsen op basis van hun lading.&lt;br /&gt;
#Hoe werkt het B-galactosidase operon bij E. Coli?&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol glucose kan je maken met 3 mol palmitinezuur? Welke metabolische wegen worden er gevolgd? Hoeveel ATP kan er eventueel gevormd worden?&lt;br /&gt;
#Foto&#039;s:&lt;br /&gt;
#* p254&lt;br /&gt;
#*p218 (ongeveer)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 JUN 2013 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek de secretieweg in een cel van gen tot gesecreteerd eiwit.&lt;br /&gt;
# Als een mens schrik heeft komt er adrenaline vrij. Wat gebeurt er dan in de lever?&lt;br /&gt;
# Hoe werkt SDS-PAGE?&lt;br /&gt;
# Een uitgehongerde zoogdiercel maakt 4 glutaminezuurmoleculen en 2 asparaginezuurmoleculen. Hoeveel fructose is hier voor nodig en hoeveel CO2 wordt er door het organisme geproduceerd bij deze omzetting?&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s: chloroplast tegen celwand aangedrukt door vacuole en celkern met kristallen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 jun 2013 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de celwand vn de bacterie&lt;br /&gt;
#Uitleggen wat MFP met celcyclus te maken heeft en welke drie onderzoeken er toe geleid hebben&lt;br /&gt;
#Confocale fluorecentiemmicroscopie uitleggen&lt;br /&gt;
#Een oefening met hoeveel mol&lt;br /&gt;
#2 prentjes:&lt;br /&gt;
#*floëmcellen&lt;br /&gt;
#*gewoon RER, SER, Peroxisoom, mitochondrïen aanduiden (kan zijn nog iets)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Examenvragen vanaf 2009=&lt;br /&gt;
== Biochemie ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 27 jun 2011 ===&lt;br /&gt;
#elektronentransportketen uitleggen.&lt;br /&gt;
#Met welke methodes kan je glyoxisomen bestuderen (door microscopische analyse) in de cel?&lt;br /&gt;
#Vetzuren en lipiden bespreken&lt;br /&gt;
#Differentiaties in plantencellen&lt;br /&gt;
#Foto van spiercel + kern delen benoemen.&lt;br /&gt;
#C1 van een glucosemolecule wordt radioactief gemerkt. We zien dat C6 van een 1,6-bisfosfaatfructosemolecule ook radioactieve sporen vertoond. Verklaar dit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 jun 2010 ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de lichtreactie van de fotosynthese.&lt;br /&gt;
#Bespreek hoe je aminozuren en suikers kan scheiden en deze onderling kan scheiden.&lt;br /&gt;
#Bespreek: de weg die wordt afgelegd van DNA tot glycocalyx van een proteïne.&lt;br /&gt;
#Hoeveel ribose 5-P kunnen gevormd worden uit 5 moleculen glutaminezuur. Hoeveel ATP komt hierbij vrij?&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s waarbij alle structuren moeten aangeduid worden (chloroplast en jonge plantencel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 8 jun 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
#Bespreek de suikers&lt;br /&gt;
#Bespreek de pentosefosfaatweg (PPP)&lt;br /&gt;
#Bespreek SDS-PAGE&lt;br /&gt;
#Hoeveel molecule alpha-ketoglutaarzuur moeten er in de cel omgezet worden naar fumaarzuur om voldoende ATP te maken voor de synthese van 6 moleculen palmitinezuur (vertrekkende van Acetyl-Coa en uitgaand van het feit dat alle cofactoren aanwezig zijn) ? [Antwoord: 7]&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s waarbij alle structuren moeten aangeduid worden (levercel en prokaryote cel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Chemie == &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 JUN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# celdifferentiatie in ene plantencel&lt;br /&gt;
# transport voeding cel&lt;br /&gt;
# geef de verschillen tussen de glycolyse en de gluconeogenese daar waar de enzymen verschillend zijn&lt;br /&gt;
# 2 stearinezuur omvorme na ribose, er is geen NAD+, geef de cusclussen die je gebruikt, is er atp genoeg, kan het volledig worden omgezet?&lt;br /&gt;
# 2 tekeningen (darmwand en spiercel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 FEB 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek enkelvoudige en meervoudige suikers&lt;br /&gt;
# Welke soorten juncties zijn er en wat is hun functie?&lt;br /&gt;
# Bespreek ionenuitwisselingschromatogafie&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Bespreek aminozuren en ruimtelijke opbouw van proteïnen &lt;br /&gt;
# Rangschik 5 proteïnen volgens hun isoelektrisch punt, van hoog naar laag (je krijgt hier dan 5 aminozuursequenties) &lt;br /&gt;
# Teken de overgang tussen kernmembraan en het RER en bespreek de functie van het RER. &lt;br /&gt;
# Bespreek de verschillende centrifugatietechnieken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# bespreek de enkelvoudige en meervoudige suikers&lt;br /&gt;
# bespreek de celwand bij bacterien en schimmels&lt;br /&gt;
# leg uit ionenuitwisselingschromotografie&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s waar ge alles op moet aanduiden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Bespreek de celwand bij planten&lt;br /&gt;
# Bespreek microtubuli en hun structuren&lt;br /&gt;
# SDS-page (blijkbaar moest ge u practicumboek ook kennen :s)&lt;br /&gt;
# foto van kern me kristallen en een bacterie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek vetzuren en lipiden&lt;br /&gt;
# Bespreek wat er allemaal gebeurd en hoe het transport gebeurd van een specifiek proteïne vertrekkende van het genome DNA tot aan de glycocalyx (mss iets ander geformuleerd)&lt;br /&gt;
# Bespreek de technieken om een basaalkorrel zichtbaar te maken in de cel. -&amp;amp;gt; ECHT IN FUNCTIE VAN DE BASAALKORREL DOEN DUS adh van het proteïne tubuline!!!&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s 1 van die rozetstructuren van glycogeenpartikels en dieje andere was met gwn een celkern met kristalijne kristallen (2 foto&#039;s die hem duidelijk in de les heeft vermeld da ge daar moet op lette)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 JAN 2012 VM ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de nucleinezuren, als monomeer en macromolecule, en hun ruimtelijke structuur bij eukaryoten en prokaryoten.&lt;br /&gt;
#Bespreek het endoplasmatisch reticulum.&lt;br /&gt;
#Bespreek gelfiltratie en leg uit hoe het ka ngebruikt worden om het moleculaire gewicht van een proteine te bepalen.&lt;br /&gt;
#2 EM-fotos, alle structuren aanduiden en de functie ervan geven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 JUN 2011 NM===&lt;br /&gt;
#bespreek de vermenigvuldiging van virussen&lt;br /&gt;
#Bespreek de bio-synthese en afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
#Bespreek de vrijzetting van adrenaline in het bloed&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol ATP wordt er geproduceerd uit 5 mol glucose en 3 mol glycerol? Hoeveel mol glutaminezuur kan worden geproduceerd uit 5 mol glucose en 3 mol glycerol wanneer er genoeg ammoniak in de cel aanwezig is?&lt;br /&gt;
#twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 JUN 2011 VM===&lt;br /&gt;
#Bespreek de cytokinese bij planten.&lt;br /&gt;
#Bespreek het transport van voedingsstoffen naar binnen in de cel.&lt;br /&gt;
#Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese.&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol fructose is er nodig voor de synthese van 3 mol palmitinezuur?&lt;br /&gt;
#twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 JAN 2011===&lt;br /&gt;
#Bespreek de celwand bij planten.&lt;br /&gt;
#Bespreek de proteïnen en hoe ze zijn opgebouwd in een ruimtelijke structuur.&lt;br /&gt;
#Geef de belangrijkste verschillen tussen gram positieve en gram negatieve bacteriën en hoe kan je die van elkaar onderscheiden?&lt;br /&gt;
#Bespreek moleculaire exclusiechromatografie en hoe kan je hiermee het MW van een eiwit bepalen?&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 JUN 2010===&lt;br /&gt;
# Bespreek de structuur en werking van spiercellen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese.&lt;br /&gt;
# Hoeveel ATP wordt er geproduceerd bij afbraak van 5 mol glycerol en 2 mol glucose? stel: Glutaminezuur tekort in de cel, hoeveel mol glutaminezuur kan geproduceerd worden met 5 mol glycerol en 2 mol glucose?&lt;br /&gt;
# Hoe werkt adrenaline?&lt;br /&gt;
# Hoe werkt het tryptofaan operon bij aanwezigheid en afwezigheid van tryptofaan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 JUN 2010===&lt;br /&gt;
# Bespreek differentiatie van plantaardige cellen&lt;br /&gt;
# Bespreek gemedieerd transport&lt;br /&gt;
# Bespreek de glyoxyzuurcyclus (waar, in- en outputs en waar de producten verder naartoe gaan...)&lt;br /&gt;
# Hoeveel fructosemoleculen heb je nodig om 4 moleculen glutaminezuur en 2 moleculen asparaginezuur te maken. Hoeveel CO2 wordt hierbij gemaakt? Leg uit a.d.h.v. metabolische wegen.&lt;br /&gt;
# Bespreek hoe de enzymes elkaar opvolgen (niet in deze woorden, maar &#039;t komt erop neer)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 JAN 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
#Bespreek de structuur en de functie van microtubuli en de verschillende structuren die hieruit zijn opgebouwd. (p. 240-261)&lt;br /&gt;
#Bespreek de ruimtelijke structuur van eiwitten. (p. 53-60)&lt;br /&gt;
#Bespreek de verschillende centrifugatie methoden. (p. 285-290)&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 JAN 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
#Bespreek de celwand bij planten. (bijvragen over de chemische opbouw van (hemi)cellulose, extensises,...)&lt;br /&gt;
#Bespreek RNA transcriptie en DNA duplicatie.&lt;br /&gt;
#Bespreek de moleculaire exclusiechromatografie.&lt;br /&gt;
#2 foto&#039;s van cel(onderdelen). Alles benoemen, ook vanzelfsprekendheden (cytoplasma,...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 JAN 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
# Bespreek de enkelvoudige en de meervoudige sacchariden (bijvraag: hoe heeft men de L en D suikers bepaald, met welk suiker hebben ze dit gedaan)&lt;br /&gt;
# Bespreek de overgang van het kernmembraan en het RER en geef de functie van het RER&lt;br /&gt;
# Bespreek SDS PAGE&lt;br /&gt;
# Duid op de volgende 2 foto&#039;s de delen aan (ALLES aanduiden, cytoplasma en alles wat ook &#039;normaal&#039; lijkt!)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
leer ALLE details!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Examenvragen van 2007 - 2009=&lt;br /&gt;
=== 2 sept 2009 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Van Dijck&lt;br /&gt;
# Bespreek de enkelvoudige en meervoudige suikers.&lt;br /&gt;
# Bespreek de verschillende plastiden.&lt;br /&gt;
# Welke techniek kan men gebruiken om celmembranen te bestuderen onder de EM? Bespreek de twee varianten.&lt;br /&gt;
# Twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Thevelein&lt;br /&gt;
* Hoofdvraag&lt;br /&gt;
*# Bespreek het verband tussen de elektrontransportketen en oxidatieve fotofosforylatie.&lt;br /&gt;
* Bijvragen&lt;br /&gt;
*# Glyoxylzuurcyclus&lt;br /&gt;
*# Hoeveel glucosemoleculen heeft een schimmelcel nodig om 2 glutaminezuur en 4 asparaginezuur te maken? Wordt er hierbij ook CO2 geproduceerd en indien ja, hoeveel?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 Juni 2009 - Chemie - Thevelein ===&lt;br /&gt;
* hoofdvragen&lt;br /&gt;
*# Bespreek de Krebscyclus.&lt;br /&gt;
*# Bespreek de lichtreactie vd fotosynthese.&lt;br /&gt;
*# Leg genrepressie en geninductie uit aan de hand van klassieke voorbeelden.&lt;br /&gt;
* bijvragen&lt;br /&gt;
*# Wat is groepstranslocatie?&lt;br /&gt;
*# Bereken hoeveel mol ATP er wordt vrijgezet bij de volledige oxidatie van 1 mol tristearine.&lt;br /&gt;
*# Nog een oefening zoals hierboven maar nu met aminozuren enzo...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 Juni 2009 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Van Dijck &lt;br /&gt;
# bespreek de structuur van microtubuli en de structuren die eruit bestaan.&lt;br /&gt;
# Bespreek de nucleïnezuren en nucleotiden en hun ruimtelijke structuren.&lt;br /&gt;
# Leg gelchromatografie (??) (da met gelbollekes sorteren) uit en hoe je het molecuulgewicht v eiwitten hiermee kan berekenen.&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s uit oefenzittingen&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
Thevelein&lt;br /&gt;
* hoofdvraag&lt;br /&gt;
*# Vergelijk gluconeogenese en glycolyse (startproducten, plaats id cel,..)&lt;br /&gt;
* bijvragen&lt;br /&gt;
*# bespreek glyoxylzuurcyclus&lt;br /&gt;
*# Bereken hoeveel moleculen glucose een schimmelcel nodig heeft om 2 moleculen glutaminezuur en 4 moleculen asparaginezuur te produceren. Wordt hierbij CO2 gevormd en zo ja hoeveel? Leg uit adhv de gebruikte cycli.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 Juni 2009 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Van Dijck &lt;br /&gt;
# bespreek de celwand bij planten&lt;br /&gt;
# bespreek peroxisomen en glyoxisomen&lt;br /&gt;
# rankschik de volgende peptiden volgens iso-elektrisch punt. en wat is iso-elektrisch punt. vb.COOH-cysteïne-proline-histidine-cysteïne-lysine-methionine-asparaginezuur-NH2&lt;br /&gt;
# 2 fotos: 1 van een chloroplast, en 1 van een zenuwcel&lt;br /&gt;
Thevelein&lt;br /&gt;
*hoofdvraag&lt;br /&gt;
*# bespreek de lichtreacties van de fotosynthese&lt;br /&gt;
*bijvragen&lt;br /&gt;
*#geef volledige metabolische weg om asparaginezuur te vormen uit glycerol en NH3&lt;br /&gt;
*#Kan een cel in anaërobe omstandigheden het meest ATP halen uit glucose via de Glycolyse of eerst via PP(pentosfosfaatweg).en toon aan.-&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 jan 2009 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
# Bespreek nucleotiden en nucleïnezuren&lt;br /&gt;
# Welke soorten juncties zijn er en wat is hun functie?&lt;br /&gt;
# Hoe kan je aminozuren van suikers scheiden en hoe kan je ze verder opzuiveren?&lt;br /&gt;
# Teken het celmembraan (of was de vraag nu glycocalyx?) van een dierlijke cel en duidt de onderdelen aan.&lt;br /&gt;
# Wat is het iso-elektrisch punt van een proteïne en wat ben je ermee?&lt;br /&gt;
# 2 fotos: 1 van een prokaryote cel, en 1 van een plantencel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2009 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
# bespreek de enkelvoudige en de meervoudige sacchariden (bijvraag: hoe heeft men de L en D suikers bepaald, met welk suiker hebben ze dit gedaan)&lt;br /&gt;
# bespreek de overgang van het kernmembraan en het RER en geef de functie van het RER&lt;br /&gt;
# bespreek SDS PAGE&lt;br /&gt;
# duid op de volgende 2 foto&#039;s de delen aan (ALLES aanduiden, cytoplasma en alles wat ook &#039;normaal&#039; lijkt!)&lt;br /&gt;
leer ALLE details!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 aug 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Hoofdvraag:&lt;br /&gt;
*# Bespreek de samenstelling en mechanisme van elektronentransportketen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Bijvragen:&lt;br /&gt;
*# Welke reacties worden gekatalyseerd door volgende enzymes:&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat decarboxylase&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat dehydrogenase&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat kinase&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat carboxylase&lt;br /&gt;
*# een cel zet oxaalazijnzuur, citroenzuur en NH3 om in asparaginezuur en glutaminezuur, geef de reactie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# bespreek structuur en functies van de microtubuli en bespreek de structure waar ze voorkome (/3)&lt;br /&gt;
# bespreek structuur van de proteïnen en waar komen deze voor (/3)&lt;br /&gt;
# hoe kan je het molecuulgewicht van een proteïne bepalen met exclusiechromatografie (/2)&lt;br /&gt;
# wat is hemicellulose? (/1)&lt;br /&gt;
# duid celorganellen aan op de prent (/1) --&amp;amp;gt; twas een levercel met veel secretiepartikels&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 jun 2008 - Chemie - Thevelein ===&lt;br /&gt;
Hoofdvragen:&lt;br /&gt;
# e-transport&lt;br /&gt;
# pentosefosfaatweg&lt;br /&gt;
# regulatie van het metabolisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen:&lt;br /&gt;
# glyoxylzuurcyclus&lt;br /&gt;
# glucose+NH3--&amp;amp;gt;glutaminezuur+CO2 hoeveel ATP wordt er geproduceerd (aeroob organisme)&lt;br /&gt;
# synthese van trehalose uit glucose dat via symport in de cel komt. Hoeveel ATP moet er via melkzuurgisting gewonnen worden om 2 trehalose moleculen te vervaardigen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 jun 2008 - Chemie - Thevelein === &lt;br /&gt;
Hoofdvragen&lt;br /&gt;
# Bespreek de Krebscyclus&lt;br /&gt;
# Bespreek het membraantransport en de membraanpotentiaal&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen&lt;br /&gt;
# Adrenaline als glucosevrijzetter&lt;br /&gt;
# Bespreek in detail de biosynthese en afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
# Een bacteriële cel in aërobe omstandigheden zet glucose om in pyrodruivenzuur. Waar wordt het meeste ATP geproduceerd, via de glycolyse of via de pentosefosfaatweg?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2008 - Chemie - Thevelein===&lt;br /&gt;
Hoofdvragen:&lt;br /&gt;
# Bespreek de calvincyclus.&lt;br /&gt;
# Bespreek membraantransport en bespreek hoe membraanpotentiaal hierbij tussenkomt.&lt;br /&gt;
# Bespreek de regulatie van het metabolisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen:&lt;br /&gt;
# Glyoxylzuurcyclus.&lt;br /&gt;
# Adrenaline als glucose vrijzetter.&lt;br /&gt;
# Een denkvraag ivm proton-motive en dinitrofenol.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
# lichtreacties&lt;br /&gt;
# oefeningen:&lt;br /&gt;
#* tristearaat, hoeveel ATP wordt er gevormd&lt;br /&gt;
#* vorming van asparaginezuur en glyoxylzuur uit citroenzuur en NH3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* schriftelijk&lt;br /&gt;
*# soorten bindingen in macromolecules, tekenen +bespreken&lt;br /&gt;
*# wat is threhalose, mesozoom&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* mondeling&lt;br /&gt;
*# endoplasmatisch riticulum bespreken&lt;br /&gt;
*# microtubuli bespreken&lt;br /&gt;
*# plaatsbepaling van moleculen in de cel, methoden bespreken&lt;br /&gt;
*# 2 foto&#039;s herkennen+organellen benoemen: lever en oliehoudende zaden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 jun 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
* Grote vraag: &lt;br /&gt;
*# membraantransport bespreken&lt;br /&gt;
* Bijvragen: &lt;br /&gt;
*# ge hebt 24 glucosemoleculen, die ge via PP en dÃ¡n pas de glycolyse gaat afbreken tot acetyl-CoA, waarna ge X aantal palmitinemoleculen gaat opbouwen. Hoeveel ATP wordt er gevormd? En hoeveel NADPH hebt ge tekort?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Schriftelijk:&lt;br /&gt;
*# bespreek RNA en DNA&lt;br /&gt;
*# leg uit: &lt;br /&gt;
*#* isopycnische centrifugatie &lt;br /&gt;
*#* mycoplasma&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Mondeling:&lt;br /&gt;
*# bespreek mono- en polysachariden&lt;br /&gt;
*# celwand bij bacterien + Gram positieve en Gram negatieve bacterien&lt;br /&gt;
*# ionenuitwisselingschromatografie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 jun 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
* hoofdvraag:&lt;br /&gt;
*# Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese&lt;br /&gt;
* Bijvragen:&lt;br /&gt;
*# Bespreek hoe er geninductie en genexpressie bij Escheria coli plaatsvindt&lt;br /&gt;
*# Oefening ivm de metabolische wegen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Schriftelijk&lt;br /&gt;
*# teken (cyclisch) alfa-D-glucose, beta-D-Fructose, sucrose en nummer de koolstoffen&lt;br /&gt;
*# Leg uit: &lt;br /&gt;
*#* mesosoom &lt;br /&gt;
*#* connexon&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Mondeling&lt;br /&gt;
*# Teken hoe het kernmembraan in het RER overgaat, en geef de functie van dit RER&lt;br /&gt;
*# Bespreek de ruimtelijke structuur van proteïnen&lt;br /&gt;
*# Leg uit hoe men plasmiden kan identificeren met behulp van restrictie-enzymen aan de hand van een voorbeeld&lt;br /&gt;
*# Duid de organellen aan op de cel (chloroplast en bacteriofaag)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 jan 2008 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# geef de structuur en de functies van de mitochondrieën&lt;br /&gt;
# beschrijf de weg die een proteine X aflegt beginnend in de kern die voor de glycocalyx bestemd is.&lt;br /&gt;
# beschrijf de verschillende centrifugatietechnieken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# wat is het iso-elektrisch punt van proteïnen en rangschik de volgende proteïnen volgens stijgende theoretische waarde van het iso-elektrisch punt. De proteïnen werden gegeven door telkens een keten van 11 aminozuren.&lt;br /&gt;
# Beschrijf en teken schematisch de componenten van de glycocalyx&lt;br /&gt;
# verklaar: &lt;br /&gt;
#* mesosoom&lt;br /&gt;
#* connexon&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 jan 2008 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
Schriftelijk deel&lt;br /&gt;
# rangschik van polair naar apolair (aceton, 1-propanol, diethylether, fenol, benzylalcohol) [in de vraag werden prentjes van de moleculen gegeven, en niet de namen], en zeg wat apolariteit bepaalt.&lt;br /&gt;
# teken (cyclisch) alfa-D-glucose, beta-D-Fructose, sucrose.&lt;br /&gt;
# Leg uit:&lt;br /&gt;
#* Dictyosoom &lt;br /&gt;
#* Blefaroplast&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
# Teken hoe het kernmembraan in het RER overgaat, en geef de functie van dit RER&lt;br /&gt;
# Bespreek de ruimtelijke structuur van proteïnen&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe men plasmiden kan identificeren met behulp van restrictie-enzymen aan de hand van een voorbeeld&lt;br /&gt;
# Duid de organellen aan op de cel (de twee cellen waren een zenuwcel en een chloroplast)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Examenvragen tot en met 2006=&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
Hoofdvragen: theorie&lt;br /&gt;
# bespreek hoe een cel aan zijn membraanpotentiaal komt + hoe deze aangewend wordt bij het membraantransport&lt;br /&gt;
# bespreek de Calvin Cyclus (functie, intermedairen, ...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hoofdvragen oefeningen&lt;br /&gt;
# practicum: bespreek PAGE bij proteïnen en hoe we de molecuulgroote ervan kunnen afleiden&lt;br /&gt;
# duid zo veel mogelijk celstructuren aan&lt;br /&gt;
# duid de volgende processen aan waar ze voorkomen in de cel aan op de tekening: NADPH productie, energieproductie, chromatine en integrale proteïnen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen&lt;br /&gt;
# bespreek hoe adrenaline de glucoseproductie in de cel regelt&lt;br /&gt;
# Een cel maakt uit oxaalazijnzuur, citroenzuur en NH3 de aminozuren glutaminezuur en asparaginezuur. Geef een reactievergelijking en houd rekening met ATP, NAD, FAD, H2O en CO2.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R0883495</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Celbiologie_en_biochemie&amp;diff=2921</id>
		<title>Celbiologie en biochemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Celbiologie_en_biochemie&amp;diff=2921"/>
		<updated>2022-06-21T11:18:54Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R0883495: /* Examenvragen vanaf 2013 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Vanaf 2016-2017: Schriftelijk examen in plaats van mondeling examen zoals voordien.&lt;br /&gt;
Vanaf 2012-2013: Jaarvak voor zowel chemie als biochemie. Volledig gedoceerd door Patrick Van Dijck.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen vanaf 2013==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2021===&lt;br /&gt;
*vul ajb aan*&lt;br /&gt;
# Lactose: tekenen, waar komt het voor, wat splitst het? + vergelijken met trehalose (6 ptn)&lt;br /&gt;
# 3e structuur proteïne: Wat is het? Waaraan is het gevoelig? (6 ptn)&lt;br /&gt;
# Microbody&#039;s: Wat doen ze? Waar komen ze voor? Welke metabolische wegen komen er in voor? (6 ptn)&lt;br /&gt;
# Hoe kan kationenuitwisselings chromatografie worden gebruikt om de 5 (gegeven) decapeptiden te scheiden. Welke elueert het eerst? (6 ptn)&lt;br /&gt;
# Sucrose omzetten in 4 molecule stearinezuur, hoeveel ATP bij het verademen van de restproducten? (10 ptn)&lt;br /&gt;
# Twee microscoopfoto&#039;s (4 ptn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2021===&lt;br /&gt;
#Teken een oligosaccharide dat D-galactose met een alfa-1,6 binding gebonden is aan een D-fructose (furanose-vorm) die vervolgens met een alfa-1,4 binding gebonden is aan beta-D-ribose.&lt;br /&gt;
#Beschrijf (en teken eventueel) volgende woorden: Desmosoom, apoptosoom, beta-vouwbladstructuur, Gs-proteine en snelheidscentrifuge.&lt;br /&gt;
#Wat is SDS PAGE, wat kan men ermee onderzoeken, hoe werkt het en wat is het verschil met Native PAGE.&lt;br /&gt;
#Beschrijf en teken de vetzuursynthese van stearinezuur.&lt;br /&gt;
#Hoeveel moleculen ribose-5-fosfaat kan een gistcel maken uitgaande van 10 moleculen glutaminezuur bij een tekort aan aminozuren, wat is de totale ATP en coenzym verhouding. Geef de reactievergelijking, Neem de weg met de minste CO2 productie.&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s. Alle onderdelen benoemen en de functies van deze onderdelen beschrijven. oa de kristalstructuren, R.E.R, ribosomen, celkern, Golgi apparaat.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2020===&lt;br /&gt;
#Teken de microtubuli van het cytoskelet en leg uit waarom het zo belangrijk is voor de deling van cellen. Wat zijn andere structuren van de cel waar microtubuli in voorkomen&lt;br /&gt;
#Teken Gram+-bacterie en Gram--bacterie en teken de celwand (mureïne). Leg het effect van peniciline uit op de celwand en waarom het geen effect heeft op ons&lt;br /&gt;
#Leg verschil uit tussen Instrinsieke en Extrinsieke signaalwegen. Waarom is apoptose zo belangrijk?&lt;br /&gt;
#Hoe kan men zonder de cel te denatureren de verschillende celonderdelen scheiden?&lt;br /&gt;
#Een gistcel maakt uit 4 moleculen stearinezuur, glucose-6-fosfaat. Hoeveel kan het er maken en hoeveel ATP blijft er over (Vetzuurafbraak, Gluconeogenese, Krebs-cyclus en Anaplerotische reacties)&lt;br /&gt;
#2 prentjes&lt;br /&gt;
#*Kristallen&lt;br /&gt;
#*Ribosomen&lt;br /&gt;
#*Nog dingen maar ik ben onzeker&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===7 juni 2020===&lt;br /&gt;
#teken gedetailleerd een alfa helix structuur en de binding, welk proteïne heeft vooral alfa helix structuren?&lt;br /&gt;
#trehalose en amylopectine tekenen, welke binding?&lt;br /&gt;
#geef functie van, een teken eventueel: mesosoom, protoplast, mycoplasma, chromomeer, middenlichaampje&lt;br /&gt;
#leg uit: actief transport&lt;br /&gt;
#hoe kun je een plasmamembraan goed zichtbaar maken onder een fluorescentiemicroscoop?&lt;br /&gt;
#hoeveel ATP verkrijg je bij het volledig verademen van 10 moleculen glycerol? (antwoord: 220 ATP)&lt;br /&gt;
#duidt structuren aan op foto&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 augustus 2019===&lt;br /&gt;
# Amylopectine is een belangrijk deel van zetmeel. Teken de structuur en alle atomen. Waar verschilt dit moleculen met glycogeen? &lt;br /&gt;
# Hoe wordt p53 geactiveerd? Wat heeft dit als resultaat? Wat is het gevolg indien het slecht functioneert? &lt;br /&gt;
# Hoe kan ionenuitwisselings chromatografie worden gebruikt om de 5 (gegeven) decapeptiden te scheiden. Welke elueert het eerst? &lt;br /&gt;
# Welke soort juncties zijn er? Teken en leg ze uit? &lt;br /&gt;
# Gistcellen kunnen groeien op een ethanol bodem. Hoeveel moleculen heeft een gistcel nodig om 12 moleculen ribose-5-P te maken. Hoeveel energiewinst is er? Geef alle stappen.&lt;br /&gt;
# 3 prenten:&lt;br /&gt;
## Ben ik vergeten&lt;br /&gt;
## Kliercel: benoem alle delen in de cel en geef hun functie. &lt;br /&gt;
## 2 Virussen(1 was Tabaksmozaïekvirus): wat is hun structuur en wat zijn het?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 juni 2019===&lt;br /&gt;
#leg gedetailleerd uit wat actief transport is&lt;br /&gt;
#geef de structuur van microtubuli, waarom zijn deze microtubuli belangrijk bij delende plantencellen? geef de structuur van flagellen bij eukaryote cellen en hoe zorgen deze voor beweging&lt;br /&gt;
#wat is Km?&lt;br /&gt;
#wat is een proplastide?&lt;br /&gt;
#wat is confocale fluorescentiemicroscopie en hoe kan deze gebruikt worden om een celmembraam te bekijken?&lt;br /&gt;
#hoeveel glycerol heb je nodig voor opbouw van 6 moleculen palmitinezuur? kan dit ook in anaerobe omstandigheden?&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s, geef alle structuren die je ziet + functie &lt;br /&gt;
## 1 foto van kristallen in een kern&lt;br /&gt;
## 1 foto van mucusvesikels die uit een darmepitheelcel komen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2019===&lt;br /&gt;
#Wat is de moleculaire structuur van een celwand van een bacterie? Wat is het verschil tussen een gram+ en een gram- bacterie? Hoe heeft dit effect met penicilline? Waarom gebeurt dit niet bij de mens? &lt;br /&gt;
#Hoe kan men een enzym isoleren en scheiden uit een dierlijke cel? &lt;br /&gt;
#Wat is covalente modificatie? Geef twee voorbeelden, een waarbij het enzym vertraagt en een waarbij het enzym versnelt. &lt;br /&gt;
#Hoeveel ATP geeft de afbraak van tripalmitine? Hoeveel tripalmitine moet er worden afgebroken om 10 moleculen glucose te maken in een dierlijke cel? &lt;br /&gt;
#Twee EM-foto&#039;s bespreken en vijf termen uitleggen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2018===&lt;br /&gt;
#Biosynthese van palmitinezuur geven (met structuren) en zeggen waar deze plaatsvindt.&lt;br /&gt;
#Teken een spiercel en benoem de elementen. Leg verder ook mbv tekeningen uit hoe een spiercel werkt.&lt;br /&gt;
#5 begrippen uitleggen/tekenen: mesosoom, operon, guanine, blefaroplast en mycoplasma.&lt;br /&gt;
#Leg uit hoe je mbv affiniteitschromatografie zuiver hexokinase uit een levercel kan scheiden. Zijn er nog andere technieken om zuiver hexokinase te krijgen, zo ja leg deze dan uit.&lt;br /&gt;
#Hoeveel moleculen glycerol zijn er nodig om 10 moleculen alanine te vormen. Geef de metabolische wegen in de juiste volgorde en geef de volledige synthese (inclusief structuren). Er is genoeg ammonium aanwezig maar geen oxaalazijnzuur.&lt;br /&gt;
#Van 2 E.M foto&#039;s de structuren en hun functies benoemen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2018===&lt;br /&gt;
#Gluconeogenese geven/uitleggen&lt;br /&gt;
#Welke aminozuren kunnen gefosforiliseerd worden, en welke geglycosyleerd. Teken een gefosforiliseerd aminozuur.&lt;br /&gt;
#Confocale fluoricentiemicroscoop uitleggen en tekenen. Hoe kan dit gebruikt worden om het plasmamembraan te tonen.&lt;br /&gt;
#BBegrippen: p53, desmosoom, N-acetylmureinezuur, cysteine, chiasma.&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol tripalmitinezuur heb je nodig voor 15 mol ribose?&lt;br /&gt;
#EM foto van glycocalyx met slijmbekercel en foto met peroxisoom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 augustus 2017===&lt;br /&gt;
#Ionenuitwisselingschromatografie uitleggen&lt;br /&gt;
#Een stuk DNA tekenen&lt;br /&gt;
#De verschillende juncties tussen cellen uitleggen&lt;br /&gt;
#Biosynthese en afbraak van vetten tekenen en uitleggen&lt;br /&gt;
#Hoeveel moleculen glutaminezuur heb je nodig om 6 moleculen ribose-5-P te maken&lt;br /&gt;
#Fotos van cellen: spiercel en plantencel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 augustus 2017===&lt;br /&gt;
#Koppel een fructosemolecule aan een galactose en deze aan een glucose op bepaalde manier (alpha,beta)&lt;br /&gt;
#Confocale fluorescentiemicroscopie&lt;br /&gt;
#Leg volgende termen uit: operon, plaques, cyclines, mesosoom, cystine&lt;br /&gt;
#Bespreek de lichtreacties (voorkomen, welke reacties gebeuren,...)&lt;br /&gt;
#Hoeveel sucrosemoleculen heb je nodig om 10 moleculen alanine te maken?&lt;br /&gt;
#2 E.M. foto&#039;s, de ene was een spiercel (actine en myosine), de andere weet ik niet zeker&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2017===&lt;br /&gt;
#Maak een (erg gedetailleerde) tekening van de secretieweg van DNA tot enzyme, voor een enzyme dat als functie heeft de celwand opbouwen. Leg hierbij alle belangrijke stappen uit.&lt;br /&gt;
#Actief transport bij bacteriën, schimmels en dieren uitleggen, met glucose als voorbeeld&lt;br /&gt;
#Je wil 6 proteïnen scheiden door een anionuitwisselingschromatografie uit te voeren, welke stappen zijn hierbij? Maak ook een tekening&lt;br /&gt;
#Hoeveel glycerol heb je nodig ter vorming van 4 moleculen tripalmitine? Hoeveel ATP is er over na volledige verademing van uw restproducten en reducerend vermogen? Geef op volgorde alle metabolische wegen die hierbij gebruikt werden. Geef schematisch alle stappen die doorlopen worden bij de vorming van tripalmitine uit glycerol, en geef de netto reactievergelijking (inclusief ATP).&lt;br /&gt;
#2 foto&#039;s aanduiden alles dat je herkent en de functie ervan geven, was een slijmbekercel en een heel erge close up van een plantencel&lt;br /&gt;
#5 termen verklaren: apoptosoom, DNA primase, N-acetylglucosamine, proplastide en Km&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2016===&lt;br /&gt;
#cytokinese dier &amp;amp; plant&lt;br /&gt;
#donkerracties en verschil C3,C4 en CAM &lt;br /&gt;
#adrenaline&lt;br /&gt;
#vriesbreuk en vriezers&lt;br /&gt;
#ato berekenen in cyclus&lt;br /&gt;
#fotokes van vet en golgi app&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2016 ===&lt;br /&gt;
#bespreek celwand van bacterien en schimmels op vlak van structuur, functie en chemische samenstelling&lt;br /&gt;
#inductie en repressie uitleggen adhv lac-operon en trp-operon&lt;br /&gt;
#oef: hoeveel mol ribose-5-P kan je maken uit glutaminezuur? bereken hoeveel ATP je over hebt en schrijf de volledige cycli uit (antwoord 3 mol ribose-5-P) &lt;br /&gt;
#fotos over juncties en chloroplast&lt;br /&gt;
#gelfiltratie uitleggen + hoe daaruit molecuulgewicht proteinen bepalen&lt;br /&gt;
#structuur en werking van een spiercel uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2016 ===&lt;br /&gt;
#bespreek celwand van schimmels en bacterie (moleculair, structuur, functie)&lt;br /&gt;
#bespreek gelfiltratie + hoe kan men de moleculaire massa berekenen van een proteine&lt;br /&gt;
#bespreek de spiercel (werking, structuur)&lt;br /&gt;
#Bespreek genrepressie en geninductie aan de hand van beta galactosidase en tryptofaan&lt;br /&gt;
#metabolisme: hoeveel ribulose 5 fosfaat uit 5 glutaminezuur (geef namen gebruikte wegen + theoretische ATP opbrengst)&lt;br /&gt;
#Structuren desmosoom/dichte junctie en chloroplas&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2016===&lt;br /&gt;
#bespreek de onderzoeken naar de regulatie van de celcyclus (MPF enzo...). Wat kan er misgaan wanneer de regulatie niet goed verloopt? (tumor, p53, oncogenen).. &lt;br /&gt;
#Bespreek oorsprong structuur en functie van glyoxisomen en peroxisomen (bijvraag: waar vind je vb glyoxisomen: noten,zaden) &lt;br /&gt;
# kationuitwisselingschromatografie uitleggen +methode om 4 peptiden te scheiden hiermee uitleggen&lt;br /&gt;
# bespreek: Gs proteine (algemeen, niet adrenaline), Km(enzyme),Prion&lt;br /&gt;
# Hoeveel ATP moeten de lichtreacties maken voor de synthese van 6 mol sucrose via donkerrracties (UDPG niet vergeten)&lt;br /&gt;
# 2 fotos: chloroplast, 10 structuren aanduiden, darmepitheelcel met glycocalix en veel mucus blijkbaar geen lysosomen dus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2016 NM===&lt;br /&gt;
#bespreek microtubuli en de structuren aan die in de cel voorkomen.&lt;br /&gt;
# Welk peptide wordt er gevormd (DNA gegeven)&lt;br /&gt;
# waaruit bestaat een spiercel en bespreek de werking ervan&lt;br /&gt;
# Bespreek de calvin-cyclus. Wat zijn de inputs en wat zijn de outputs? &lt;br /&gt;
#Hoeveel moleculen glycerol hebt je nodig om 9 moleculen ribose-5- fosfaat te maken? ( pentosefosfaat weg omkeren)&lt;br /&gt;
#em foto&#039;s &lt;br /&gt;
#*was een plantencel blaasjes golgi-apparaat aant afzetten was op de fragmoplast&lt;br /&gt;
#*De tweede foto was een slijmbekercel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2016 VM===&lt;br /&gt;
# Structuur glycogeen? Biosynthese er van en afbraak ervan? (Moest blijkbaar adrenaline bij betrekken)&lt;br /&gt;
# aminozuren uitleggen en de structuur van proteine&lt;br /&gt;
#structuur en functie van de celwand bij bacteriën&lt;br /&gt;
#de stappen nodig om een zuivere fractie van polysomen te verkrijgen. Das zo met differentiële centrifugatie &lt;br /&gt;
# hoeveel mol ethanol nodig om 6 mol ribos-6-fosfaat te vormen. &lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s ene was met peroxisoom (kristal in), mitochondrie en chloroplast. 2e was ook vormen van fragmoplast&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties&lt;br /&gt;
# Belangrijkste cel differentiaties bij Planten.&lt;br /&gt;
# Hoe kan men cellen in een oplossing tellen? Hoe gebeurd dit bij bacteriofagen?&lt;br /&gt;
#Teken en bespreek de structuur en functie van de glycocalix bij dieren&lt;br /&gt;
#hoeveel maltose moleculen zijn er nodig bij de synthese van alanine in een cel met een tekort aan energie&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s: een prokaryoot en een spiercel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de enkelvoudige en meervoudige suikers en teken de belangrijkste.&lt;br /&gt;
# apoptose&lt;br /&gt;
# Penicilline en chloramfenicol &lt;br /&gt;
# Opbouw en afbraak van vetten&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s eentje van een floeemcel de andere van een vetdruppels met glyoxisomen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Geef alle soorten lipiden, uitleg, tekening&lt;br /&gt;
# wat is een sarcomeer en leg werking uit,&lt;br /&gt;
# vier woorden: microsoom, beta-mercapto-ethanol, tonofilamenten en dna primase, &lt;br /&gt;
# Geef heel calvincyclus&lt;br /&gt;
# Oefening met al die metabolisme en ATP enzo. Iets mat stearinezuur afbreken tot pyrodruivenzuur ofzo tongue-emoticon&lt;br /&gt;
# 2 fotos : celkern met kristallen en dan blijkbaar een zeefvat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2015 NM ===&lt;br /&gt;
# Alles van de plantencelwand&lt;br /&gt;
# Oef met DNA sequentie en translatie&lt;br /&gt;
# Oxidatieve fosforylatie vs foto fosforylatie&lt;br /&gt;
# Hoe kan je polysomen en ribosomen scheiden&lt;br /&gt;
# Hoeveel mol glycerol heeft een gistcel, die in de G0-fase zit, nodig om met ademhaling 110 Mol ATP te synthetiseren&lt;br /&gt;
# Foto van openbarstende darmepitheelcel (met mucus) en van een plantencel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Structuur en functie van endoplasmatisch reticulum&lt;br /&gt;
# Hoe wordt de activiteit van fosfofructokinase geregeld?&lt;br /&gt;
# Cytoskelet bij planten en dieren&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties&lt;br /&gt;
# hoeveel mol ethanol nodig opdat gistcellen 4 mol ribose-5-P kunnen maken. Welke metabolische weg komen hierbij tussen? Hoeveel ATP blijft er over? &lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s: de eerste was een zenuwcel met microtubuli en de tweede met een peroxisoom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# bespreek suikers en polysacchariden en teken de belangrijkste&lt;br /&gt;
# welke reacties vinden plaats op het thelakoïdmembraan en wat zijn de inputs en outputs&lt;br /&gt;
# geef uitleg; middenlichaampje, callus, mitosis-promoting factor MPF, blefaroblast&lt;br /&gt;
# hoeveel mol glutaminezuur moet omgezet worden in oxaalazijnzuur om voldoende ATP te maken voor de afbraak van 5 mol stearinezuur&lt;br /&gt;
# bespreek SDS-page en waarvoor dient het&lt;br /&gt;
# foto van floëemcellen en foto van kern met kristallen p p295&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 juni 2014 ===&lt;br /&gt;
#IEP uitleggen en peptiden rangschikken op IEP&lt;br /&gt;
#Transport van voedingsstoffen over de celmembraan bespreken&lt;br /&gt;
#Methoden om de volgorde van enzymen in een metabolische pathway te bepalen&lt;br /&gt;
#Glyoxylzuurcyclus bespreken&lt;br /&gt;
#Hoevel mol glycerol nodig voor 2 mol palimitinezuur&lt;br /&gt;
#Foto van jonge plantencel en van peroxisoom&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2014===&lt;br /&gt;
#Transport van voeding door de membraan&lt;br /&gt;
#Plantencelwand bespreken&lt;br /&gt;
#Bespreek de pentosefosfaatweg (alles)&lt;br /&gt;
#Tellen van bacteriofagen&lt;br /&gt;
#1 mol tripalmitine (vergeet glycerol niet!)&lt;br /&gt;
#Foto van plantencel (chloroplast volledig en ook vacuole enzo) + floeemcel (gedifferentieerde plantencel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2014 ===&lt;br /&gt;
#Leg de rol van enzymen als katalysatoren uit in de metabolische reactie wegen&lt;br /&gt;
#Wat doe adrenaline in de levercellen als je schrikhebt?&lt;br /&gt;
#Leg de weg uit die katalase aflegt in de cel beginnende bij DNA.&lt;br /&gt;
#Leg ionenuitwisselingschromatografie uit.&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol maltose heb je nodig voor de aanmaak van 2 mol stearine? Welke metabolische reactiewegen komen hier bij te pas? Welke zijn de energieleverende/ energie verbruikende stappen?&lt;br /&gt;
#Prent van cel met glycogeenkorrels, RER, SER, mitochondrien etc&lt;br /&gt;
#Prent van plant cel in cytokinese --&amp;amp;gt; aanmaak van middenlamel door fragmoplast etc&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 juni 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Transport over celmembraan&lt;br /&gt;
#Kern met rer tekenen en functie uitleggen &lt;br /&gt;
#Wat doet adrenaline in levercellen&lt;br /&gt;
#Confocale fluorescentie microscopie uitleggen&lt;br /&gt;
#Hoeveel acetaat je nodig hebt voor 3 mol glycerol en waar wordt energie geproduceerd &lt;br /&gt;
#Foto van glycogeenkorrels en van kristallen in kern&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 juni 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#fosfofructokinase van dna tot enzyme de weg die het moet doen en regulatie&lt;br /&gt;
#plantencelwand opbouw componenten en functie&lt;br /&gt;
#tellen van cellen en bacteriofagen&lt;br /&gt;
#hoeveel glucose nodig voor 4 alanine te maken&lt;br /&gt;
#foto van zenuwuitlopers en vorming nieuwe celwand bij planten: fragmoplast&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2013 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de eenvoudige suikers en polysacchariden.&lt;br /&gt;
#Bespreek de biosynthese en afbraak van vetzuren.&lt;br /&gt;
#Wat is de functie van glyoxisomen? Hoe kan je deze zichtbaar maken bij fluorescentie microscopie?&lt;br /&gt;
#Een gistcel kan groeien op ethanol. Om te groeien moet de celwand groeien, deze is opgebouwd uit polymeren van suikers. &lt;br /&gt;
#*Hoeveel mol ethanol is er nodig om 10 mol glucose te maken? &lt;br /&gt;
#*Kan de gistcel groeien op ethanol in anaëroob milieu? (antwoord: p469 laatste 5 regels in middelste stuk)&lt;br /&gt;
#prent aanduiden: &lt;br /&gt;
#*desmosoom &lt;br /&gt;
#*peroxisoom met kristalstructuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2013 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Teken de overgang van kernmembraan naar R.E.R. Wat is de functie van dit laatste?&lt;br /&gt;
#Bespreek geprogrammeerde celdood. Is er een link met kanker?&lt;br /&gt;
#Geef de methode(n) hoe je proteïnen kan splitsen op basis van hun lading.&lt;br /&gt;
#Hoe werkt het B-galactosidase operon bij E. Coli?&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol glucose kan je maken met 3 mol palmitinezuur? Welke metabolische wegen worden er gevolgd? Hoeveel ATP kan er eventueel gevormd worden?&lt;br /&gt;
#Foto&#039;s:&lt;br /&gt;
#* p254&lt;br /&gt;
#*p218 (ongeveer)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 JUN 2013 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek de secretieweg in een cel van gen tot gesecreteerd eiwit.&lt;br /&gt;
# Als een mens schrik heeft komt er adrenaline vrij. Wat gebeurt er dan in de lever?&lt;br /&gt;
# Hoe werkt SDS-PAGE?&lt;br /&gt;
# Een uitgehongerde zoogdiercel maakt 4 glutaminezuurmoleculen en 2 asparaginezuurmoleculen. Hoeveel fructose is hier voor nodig en hoeveel CO2 wordt er door het organisme geproduceerd bij deze omzetting?&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s: chloroplast tegen celwand aangedrukt door vacuole en celkern met kristallen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 jun 2013 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de celwand vn de bacterie&lt;br /&gt;
#Uitleggen wat MFP met celcyclus te maken heeft en welke drie onderzoeken er toe geleid hebben&lt;br /&gt;
#Confocale fluorecentiemmicroscopie uitleggen&lt;br /&gt;
#Een oefening met hoeveel mol&lt;br /&gt;
#2 prentjes:&lt;br /&gt;
#*floëmcellen&lt;br /&gt;
#*gewoon RER, SER, Peroxisoom, mitochondrïen aanduiden (kan zijn nog iets)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Examenvragen vanaf 2009=&lt;br /&gt;
== Biochemie ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 27 jun 2011 ===&lt;br /&gt;
#elektronentransportketen uitleggen.&lt;br /&gt;
#Met welke methodes kan je glyoxisomen bestuderen (door microscopische analyse) in de cel?&lt;br /&gt;
#Vetzuren en lipiden bespreken&lt;br /&gt;
#Differentiaties in plantencellen&lt;br /&gt;
#Foto van spiercel + kern delen benoemen.&lt;br /&gt;
#C1 van een glucosemolecule wordt radioactief gemerkt. We zien dat C6 van een 1,6-bisfosfaatfructosemolecule ook radioactieve sporen vertoond. Verklaar dit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 jun 2010 ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de lichtreactie van de fotosynthese.&lt;br /&gt;
#Bespreek hoe je aminozuren en suikers kan scheiden en deze onderling kan scheiden.&lt;br /&gt;
#Bespreek: de weg die wordt afgelegd van DNA tot glycocalyx van een proteïne.&lt;br /&gt;
#Hoeveel ribose 5-P kunnen gevormd worden uit 5 moleculen glutaminezuur. Hoeveel ATP komt hierbij vrij?&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s waarbij alle structuren moeten aangeduid worden (chloroplast en jonge plantencel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 8 jun 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
#Bespreek de suikers&lt;br /&gt;
#Bespreek de pentosefosfaatweg (PPP)&lt;br /&gt;
#Bespreek SDS-PAGE&lt;br /&gt;
#Hoeveel molecule alpha-ketoglutaarzuur moeten er in de cel omgezet worden naar fumaarzuur om voldoende ATP te maken voor de synthese van 6 moleculen palmitinezuur (vertrekkende van Acetyl-Coa en uitgaand van het feit dat alle cofactoren aanwezig zijn) ? [Antwoord: 7]&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s waarbij alle structuren moeten aangeduid worden (levercel en prokaryote cel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Chemie == &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 JUN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# celdifferentiatie in ene plantencel&lt;br /&gt;
# transport voeding cel&lt;br /&gt;
# geef de verschillen tussen de glycolyse en de gluconeogenese daar waar de enzymen verschillend zijn&lt;br /&gt;
# 2 stearinezuur omvorme na ribose, er is geen NAD+, geef de cusclussen die je gebruikt, is er atp genoeg, kan het volledig worden omgezet?&lt;br /&gt;
# 2 tekeningen (darmwand en spiercel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 FEB 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek enkelvoudige en meervoudige suikers&lt;br /&gt;
# Welke soorten juncties zijn er en wat is hun functie?&lt;br /&gt;
# Bespreek ionenuitwisselingschromatogafie&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Bespreek aminozuren en ruimtelijke opbouw van proteïnen &lt;br /&gt;
# Rangschik 5 proteïnen volgens hun isoelektrisch punt, van hoog naar laag (je krijgt hier dan 5 aminozuursequenties) &lt;br /&gt;
# Teken de overgang tussen kernmembraan en het RER en bespreek de functie van het RER. &lt;br /&gt;
# Bespreek de verschillende centrifugatietechnieken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# bespreek de enkelvoudige en meervoudige suikers&lt;br /&gt;
# bespreek de celwand bij bacterien en schimmels&lt;br /&gt;
# leg uit ionenuitwisselingschromotografie&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s waar ge alles op moet aanduiden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Bespreek de celwand bij planten&lt;br /&gt;
# Bespreek microtubuli en hun structuren&lt;br /&gt;
# SDS-page (blijkbaar moest ge u practicumboek ook kennen :s)&lt;br /&gt;
# foto van kern me kristallen en een bacterie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek vetzuren en lipiden&lt;br /&gt;
# Bespreek wat er allemaal gebeurd en hoe het transport gebeurd van een specifiek proteïne vertrekkende van het genome DNA tot aan de glycocalyx (mss iets ander geformuleerd)&lt;br /&gt;
# Bespreek de technieken om een basaalkorrel zichtbaar te maken in de cel. -&amp;amp;gt; ECHT IN FUNCTIE VAN DE BASAALKORREL DOEN DUS adh van het proteïne tubuline!!!&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s 1 van die rozetstructuren van glycogeenpartikels en dieje andere was met gwn een celkern met kristalijne kristallen (2 foto&#039;s die hem duidelijk in de les heeft vermeld da ge daar moet op lette)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 JAN 2012 VM ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de nucleinezuren, als monomeer en macromolecule, en hun ruimtelijke structuur bij eukaryoten en prokaryoten.&lt;br /&gt;
#Bespreek het endoplasmatisch reticulum.&lt;br /&gt;
#Bespreek gelfiltratie en leg uit hoe het ka ngebruikt worden om het moleculaire gewicht van een proteine te bepalen.&lt;br /&gt;
#2 EM-fotos, alle structuren aanduiden en de functie ervan geven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 JUN 2011 NM===&lt;br /&gt;
#bespreek de vermenigvuldiging van virussen&lt;br /&gt;
#Bespreek de bio-synthese en afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
#Bespreek de vrijzetting van adrenaline in het bloed&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol ATP wordt er geproduceerd uit 5 mol glucose en 3 mol glycerol? Hoeveel mol glutaminezuur kan worden geproduceerd uit 5 mol glucose en 3 mol glycerol wanneer er genoeg ammoniak in de cel aanwezig is?&lt;br /&gt;
#twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 JUN 2011 VM===&lt;br /&gt;
#Bespreek de cytokinese bij planten.&lt;br /&gt;
#Bespreek het transport van voedingsstoffen naar binnen in de cel.&lt;br /&gt;
#Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese.&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol fructose is er nodig voor de synthese van 3 mol palmitinezuur?&lt;br /&gt;
#twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 JAN 2011===&lt;br /&gt;
#Bespreek de celwand bij planten.&lt;br /&gt;
#Bespreek de proteïnen en hoe ze zijn opgebouwd in een ruimtelijke structuur.&lt;br /&gt;
#Geef de belangrijkste verschillen tussen gram positieve en gram negatieve bacteriën en hoe kan je die van elkaar onderscheiden?&lt;br /&gt;
#Bespreek moleculaire exclusiechromatografie en hoe kan je hiermee het MW van een eiwit bepalen?&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 JUN 2010===&lt;br /&gt;
# Bespreek de structuur en werking van spiercellen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese.&lt;br /&gt;
# Hoeveel ATP wordt er geproduceerd bij afbraak van 5 mol glycerol en 2 mol glucose? stel: Glutaminezuur tekort in de cel, hoeveel mol glutaminezuur kan geproduceerd worden met 5 mol glycerol en 2 mol glucose?&lt;br /&gt;
# Hoe werkt adrenaline?&lt;br /&gt;
# Hoe werkt het tryptofaan operon bij aanwezigheid en afwezigheid van tryptofaan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 JUN 2010===&lt;br /&gt;
# Bespreek differentiatie van plantaardige cellen&lt;br /&gt;
# Bespreek gemedieerd transport&lt;br /&gt;
# Bespreek de glyoxyzuurcyclus (waar, in- en outputs en waar de producten verder naartoe gaan...)&lt;br /&gt;
# Hoeveel fructosemoleculen heb je nodig om 4 moleculen glutaminezuur en 2 moleculen asparaginezuur te maken. Hoeveel CO2 wordt hierbij gemaakt? Leg uit a.d.h.v. metabolische wegen.&lt;br /&gt;
# Bespreek hoe de enzymes elkaar opvolgen (niet in deze woorden, maar &#039;t komt erop neer)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 JAN 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
#Bespreek de structuur en de functie van microtubuli en de verschillende structuren die hieruit zijn opgebouwd. (p. 240-261)&lt;br /&gt;
#Bespreek de ruimtelijke structuur van eiwitten. (p. 53-60)&lt;br /&gt;
#Bespreek de verschillende centrifugatie methoden. (p. 285-290)&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 JAN 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
#Bespreek de celwand bij planten. (bijvragen over de chemische opbouw van (hemi)cellulose, extensises,...)&lt;br /&gt;
#Bespreek RNA transcriptie en DNA duplicatie.&lt;br /&gt;
#Bespreek de moleculaire exclusiechromatografie.&lt;br /&gt;
#2 foto&#039;s van cel(onderdelen). Alles benoemen, ook vanzelfsprekendheden (cytoplasma,...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 JAN 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
# Bespreek de enkelvoudige en de meervoudige sacchariden (bijvraag: hoe heeft men de L en D suikers bepaald, met welk suiker hebben ze dit gedaan)&lt;br /&gt;
# Bespreek de overgang van het kernmembraan en het RER en geef de functie van het RER&lt;br /&gt;
# Bespreek SDS PAGE&lt;br /&gt;
# Duid op de volgende 2 foto&#039;s de delen aan (ALLES aanduiden, cytoplasma en alles wat ook &#039;normaal&#039; lijkt!)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
leer ALLE details!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Examenvragen van 2007 - 2009=&lt;br /&gt;
=== 2 sept 2009 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Van Dijck&lt;br /&gt;
# Bespreek de enkelvoudige en meervoudige suikers.&lt;br /&gt;
# Bespreek de verschillende plastiden.&lt;br /&gt;
# Welke techniek kan men gebruiken om celmembranen te bestuderen onder de EM? Bespreek de twee varianten.&lt;br /&gt;
# Twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Thevelein&lt;br /&gt;
* Hoofdvraag&lt;br /&gt;
*# Bespreek het verband tussen de elektrontransportketen en oxidatieve fotofosforylatie.&lt;br /&gt;
* Bijvragen&lt;br /&gt;
*# Glyoxylzuurcyclus&lt;br /&gt;
*# Hoeveel glucosemoleculen heeft een schimmelcel nodig om 2 glutaminezuur en 4 asparaginezuur te maken? Wordt er hierbij ook CO2 geproduceerd en indien ja, hoeveel?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 Juni 2009 - Chemie - Thevelein ===&lt;br /&gt;
* hoofdvragen&lt;br /&gt;
*# Bespreek de Krebscyclus.&lt;br /&gt;
*# Bespreek de lichtreactie vd fotosynthese.&lt;br /&gt;
*# Leg genrepressie en geninductie uit aan de hand van klassieke voorbeelden.&lt;br /&gt;
* bijvragen&lt;br /&gt;
*# Wat is groepstranslocatie?&lt;br /&gt;
*# Bereken hoeveel mol ATP er wordt vrijgezet bij de volledige oxidatie van 1 mol tristearine.&lt;br /&gt;
*# Nog een oefening zoals hierboven maar nu met aminozuren enzo...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 Juni 2009 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Van Dijck &lt;br /&gt;
# bespreek de structuur van microtubuli en de structuren die eruit bestaan.&lt;br /&gt;
# Bespreek de nucleïnezuren en nucleotiden en hun ruimtelijke structuren.&lt;br /&gt;
# Leg gelchromatografie (??) (da met gelbollekes sorteren) uit en hoe je het molecuulgewicht v eiwitten hiermee kan berekenen.&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s uit oefenzittingen&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
Thevelein&lt;br /&gt;
* hoofdvraag&lt;br /&gt;
*# Vergelijk gluconeogenese en glycolyse (startproducten, plaats id cel,..)&lt;br /&gt;
* bijvragen&lt;br /&gt;
*# bespreek glyoxylzuurcyclus&lt;br /&gt;
*# Bereken hoeveel moleculen glucose een schimmelcel nodig heeft om 2 moleculen glutaminezuur en 4 moleculen asparaginezuur te produceren. Wordt hierbij CO2 gevormd en zo ja hoeveel? Leg uit adhv de gebruikte cycli.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 Juni 2009 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Van Dijck &lt;br /&gt;
# bespreek de celwand bij planten&lt;br /&gt;
# bespreek peroxisomen en glyoxisomen&lt;br /&gt;
# rankschik de volgende peptiden volgens iso-elektrisch punt. en wat is iso-elektrisch punt. vb.COOH-cysteïne-proline-histidine-cysteïne-lysine-methionine-asparaginezuur-NH2&lt;br /&gt;
# 2 fotos: 1 van een chloroplast, en 1 van een zenuwcel&lt;br /&gt;
Thevelein&lt;br /&gt;
*hoofdvraag&lt;br /&gt;
*# bespreek de lichtreacties van de fotosynthese&lt;br /&gt;
*bijvragen&lt;br /&gt;
*#geef volledige metabolische weg om asparaginezuur te vormen uit glycerol en NH3&lt;br /&gt;
*#Kan een cel in anaërobe omstandigheden het meest ATP halen uit glucose via de Glycolyse of eerst via PP(pentosfosfaatweg).en toon aan.-&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 jan 2009 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
# Bespreek nucleotiden en nucleïnezuren&lt;br /&gt;
# Welke soorten juncties zijn er en wat is hun functie?&lt;br /&gt;
# Hoe kan je aminozuren van suikers scheiden en hoe kan je ze verder opzuiveren?&lt;br /&gt;
# Teken het celmembraan (of was de vraag nu glycocalyx?) van een dierlijke cel en duidt de onderdelen aan.&lt;br /&gt;
# Wat is het iso-elektrisch punt van een proteïne en wat ben je ermee?&lt;br /&gt;
# 2 fotos: 1 van een prokaryote cel, en 1 van een plantencel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2009 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
# bespreek de enkelvoudige en de meervoudige sacchariden (bijvraag: hoe heeft men de L en D suikers bepaald, met welk suiker hebben ze dit gedaan)&lt;br /&gt;
# bespreek de overgang van het kernmembraan en het RER en geef de functie van het RER&lt;br /&gt;
# bespreek SDS PAGE&lt;br /&gt;
# duid op de volgende 2 foto&#039;s de delen aan (ALLES aanduiden, cytoplasma en alles wat ook &#039;normaal&#039; lijkt!)&lt;br /&gt;
leer ALLE details!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 aug 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Hoofdvraag:&lt;br /&gt;
*# Bespreek de samenstelling en mechanisme van elektronentransportketen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Bijvragen:&lt;br /&gt;
*# Welke reacties worden gekatalyseerd door volgende enzymes:&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat decarboxylase&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat dehydrogenase&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat kinase&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat carboxylase&lt;br /&gt;
*# een cel zet oxaalazijnzuur, citroenzuur en NH3 om in asparaginezuur en glutaminezuur, geef de reactie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# bespreek structuur en functies van de microtubuli en bespreek de structure waar ze voorkome (/3)&lt;br /&gt;
# bespreek structuur van de proteïnen en waar komen deze voor (/3)&lt;br /&gt;
# hoe kan je het molecuulgewicht van een proteïne bepalen met exclusiechromatografie (/2)&lt;br /&gt;
# wat is hemicellulose? (/1)&lt;br /&gt;
# duid celorganellen aan op de prent (/1) --&amp;amp;gt; twas een levercel met veel secretiepartikels&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 jun 2008 - Chemie - Thevelein ===&lt;br /&gt;
Hoofdvragen:&lt;br /&gt;
# e-transport&lt;br /&gt;
# pentosefosfaatweg&lt;br /&gt;
# regulatie van het metabolisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen:&lt;br /&gt;
# glyoxylzuurcyclus&lt;br /&gt;
# glucose+NH3--&amp;amp;gt;glutaminezuur+CO2 hoeveel ATP wordt er geproduceerd (aeroob organisme)&lt;br /&gt;
# synthese van trehalose uit glucose dat via symport in de cel komt. Hoeveel ATP moet er via melkzuurgisting gewonnen worden om 2 trehalose moleculen te vervaardigen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 jun 2008 - Chemie - Thevelein === &lt;br /&gt;
Hoofdvragen&lt;br /&gt;
# Bespreek de Krebscyclus&lt;br /&gt;
# Bespreek het membraantransport en de membraanpotentiaal&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen&lt;br /&gt;
# Adrenaline als glucosevrijzetter&lt;br /&gt;
# Bespreek in detail de biosynthese en afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
# Een bacteriële cel in aërobe omstandigheden zet glucose om in pyrodruivenzuur. Waar wordt het meeste ATP geproduceerd, via de glycolyse of via de pentosefosfaatweg?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2008 - Chemie - Thevelein===&lt;br /&gt;
Hoofdvragen:&lt;br /&gt;
# Bespreek de calvincyclus.&lt;br /&gt;
# Bespreek membraantransport en bespreek hoe membraanpotentiaal hierbij tussenkomt.&lt;br /&gt;
# Bespreek de regulatie van het metabolisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen:&lt;br /&gt;
# Glyoxylzuurcyclus.&lt;br /&gt;
# Adrenaline als glucose vrijzetter.&lt;br /&gt;
# Een denkvraag ivm proton-motive en dinitrofenol.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
# lichtreacties&lt;br /&gt;
# oefeningen:&lt;br /&gt;
#* tristearaat, hoeveel ATP wordt er gevormd&lt;br /&gt;
#* vorming van asparaginezuur en glyoxylzuur uit citroenzuur en NH3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* schriftelijk&lt;br /&gt;
*# soorten bindingen in macromolecules, tekenen +bespreken&lt;br /&gt;
*# wat is threhalose, mesozoom&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* mondeling&lt;br /&gt;
*# endoplasmatisch riticulum bespreken&lt;br /&gt;
*# microtubuli bespreken&lt;br /&gt;
*# plaatsbepaling van moleculen in de cel, methoden bespreken&lt;br /&gt;
*# 2 foto&#039;s herkennen+organellen benoemen: lever en oliehoudende zaden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 jun 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
* Grote vraag: &lt;br /&gt;
*# membraantransport bespreken&lt;br /&gt;
* Bijvragen: &lt;br /&gt;
*# ge hebt 24 glucosemoleculen, die ge via PP en dÃ¡n pas de glycolyse gaat afbreken tot acetyl-CoA, waarna ge X aantal palmitinemoleculen gaat opbouwen. Hoeveel ATP wordt er gevormd? En hoeveel NADPH hebt ge tekort?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Schriftelijk:&lt;br /&gt;
*# bespreek RNA en DNA&lt;br /&gt;
*# leg uit: &lt;br /&gt;
*#* isopycnische centrifugatie &lt;br /&gt;
*#* mycoplasma&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Mondeling:&lt;br /&gt;
*# bespreek mono- en polysachariden&lt;br /&gt;
*# celwand bij bacterien + Gram positieve en Gram negatieve bacterien&lt;br /&gt;
*# ionenuitwisselingschromatografie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 jun 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
* hoofdvraag:&lt;br /&gt;
*# Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese&lt;br /&gt;
* Bijvragen:&lt;br /&gt;
*# Bespreek hoe er geninductie en genexpressie bij Escheria coli plaatsvindt&lt;br /&gt;
*# Oefening ivm de metabolische wegen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Schriftelijk&lt;br /&gt;
*# teken (cyclisch) alfa-D-glucose, beta-D-Fructose, sucrose en nummer de koolstoffen&lt;br /&gt;
*# Leg uit: &lt;br /&gt;
*#* mesosoom &lt;br /&gt;
*#* connexon&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Mondeling&lt;br /&gt;
*# Teken hoe het kernmembraan in het RER overgaat, en geef de functie van dit RER&lt;br /&gt;
*# Bespreek de ruimtelijke structuur van proteïnen&lt;br /&gt;
*# Leg uit hoe men plasmiden kan identificeren met behulp van restrictie-enzymen aan de hand van een voorbeeld&lt;br /&gt;
*# Duid de organellen aan op de cel (chloroplast en bacteriofaag)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 jan 2008 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# geef de structuur en de functies van de mitochondrieën&lt;br /&gt;
# beschrijf de weg die een proteine X aflegt beginnend in de kern die voor de glycocalyx bestemd is.&lt;br /&gt;
# beschrijf de verschillende centrifugatietechnieken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# wat is het iso-elektrisch punt van proteïnen en rangschik de volgende proteïnen volgens stijgende theoretische waarde van het iso-elektrisch punt. De proteïnen werden gegeven door telkens een keten van 11 aminozuren.&lt;br /&gt;
# Beschrijf en teken schematisch de componenten van de glycocalyx&lt;br /&gt;
# verklaar: &lt;br /&gt;
#* mesosoom&lt;br /&gt;
#* connexon&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 jan 2008 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
Schriftelijk deel&lt;br /&gt;
# rangschik van polair naar apolair (aceton, 1-propanol, diethylether, fenol, benzylalcohol) [in de vraag werden prentjes van de moleculen gegeven, en niet de namen], en zeg wat apolariteit bepaalt.&lt;br /&gt;
# teken (cyclisch) alfa-D-glucose, beta-D-Fructose, sucrose.&lt;br /&gt;
# Leg uit:&lt;br /&gt;
#* Dictyosoom &lt;br /&gt;
#* Blefaroplast&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
# Teken hoe het kernmembraan in het RER overgaat, en geef de functie van dit RER&lt;br /&gt;
# Bespreek de ruimtelijke structuur van proteïnen&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe men plasmiden kan identificeren met behulp van restrictie-enzymen aan de hand van een voorbeeld&lt;br /&gt;
# Duid de organellen aan op de cel (de twee cellen waren een zenuwcel en een chloroplast)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Examenvragen tot en met 2006=&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
Hoofdvragen: theorie&lt;br /&gt;
# bespreek hoe een cel aan zijn membraanpotentiaal komt + hoe deze aangewend wordt bij het membraantransport&lt;br /&gt;
# bespreek de Calvin Cyclus (functie, intermedairen, ...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hoofdvragen oefeningen&lt;br /&gt;
# practicum: bespreek PAGE bij proteïnen en hoe we de molecuulgroote ervan kunnen afleiden&lt;br /&gt;
# duid zo veel mogelijk celstructuren aan&lt;br /&gt;
# duid de volgende processen aan waar ze voorkomen in de cel aan op de tekening: NADPH productie, energieproductie, chromatine en integrale proteïnen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen&lt;br /&gt;
# bespreek hoe adrenaline de glucoseproductie in de cel regelt&lt;br /&gt;
# Een cel maakt uit oxaalazijnzuur, citroenzuur en NH3 de aminozuren glutaminezuur en asparaginezuur. Geef een reactievergelijking en houd rekening met ATP, NAD, FAD, H2O en CO2.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R0883495</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Grondslagen_van_de_Chemie&amp;diff=2727</id>
		<title>Grondslagen van de Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Grondslagen_van_de_Chemie&amp;diff=2727"/>
		<updated>2022-01-19T13:45:23Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R0883495: /* 18 januari 2022 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Basisvak chemie voor 1e bachelor chemie, biochemie, biologie en geologie.&lt;br /&gt;
Gedoceerd door professor &amp;amp;lt;s&amp;amp;gt;Koen Clays&amp;amp;lt;/s&amp;amp;gt; &amp;amp;lt;s&amp;amp;gt;Bart Goderis (sinds academiejaar 2013-2014)&amp;amp;lt;/s&amp;amp;gt; Koen Clays. Het examen is deels mondeling, deels schriftelijk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2022 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1.	Hoe kan je de snelheid van een reactie verhogen, wat gebeurt er met het evenwicht?&lt;br /&gt;
2.	Buffers: vuistregels + afleiding, verband met titratie, is bloed een goede buffer?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefening 1:&lt;br /&gt;
a.	molaire oplosbaarheid van Ag2Cr2O7 in zuiver water&lt;br /&gt;
b.	hoeveel NH3 nodig om 0,100 mol AgI op te lossen in 0,500L (Ag(NH3)2^+ wordt gevormd)&lt;br /&gt;
c.	toon aan dat er geen AgOH neerslag gevormd wordt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefening 2:&lt;br /&gt;
a.	redoxreactie opstellen voor N2/NH2OH en Al(OH)4^-/Al&lt;br /&gt;
b.	toon aan dat de reactie aflopend is bij 25°C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 augustus 2021 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Op welke manieren kan je de snelheid van een reactie vergroten, leg uit wat er dan ook met de evenwichtsconstante gebeurt. Verandert hierbij de ligging van het evenwicht? Gebruik formules of figuren om dit aan te tonen&lt;br /&gt;
#Op welke manier beïnvloedt complexatie het redoxpotentiaal van een metaal? Leg uit, geef een voorbeeld. In de natuur wordt Fe gebruikt voor reversibele redoxreacties. Waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
#Boven of onder welke temperatuur gaat deze reactie spontaan op: O2 (g) + N2 (g) —&amp;gt; 2NO (g)&lt;br /&gt;
#HCN verhoogt de oplosbaarheid van Fe(OH)2, hoe groot is de concentratie van HCN die je nodig hebt om 250 ml 3,37g Fe(OH)2 in oplossing te brengen?”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 6 januari 2021 ===&lt;br /&gt;
Theorie 1:&lt;br /&gt;
#Bespreek alle K’s die we hebben gezien in de cursus en geef een voorbeeld waarin hun definitie duidelijk wordt. Indien je iets kan zeggen over K&amp;gt;&amp;gt;1 K=1 en K&amp;lt;&amp;lt;1, voeg je dit hieraan toe.&lt;br /&gt;
#Gebruik een voorbeeld uit 1a en leg uit hoe je K puur theoretisch kunt vinden.&lt;br /&gt;
#Geef een mogelijk verband tussen K en k indien er een is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie 2:&lt;br /&gt;
Bespreek de elektrolyse van water zonder NaCl, met een beetje NaCl en met veel NaCl.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefening 1:&lt;br /&gt;
Bewijs dat dankzij de complexvorming, PbCl2 niet neerslaat, wanneer we 50ml Pb(NO3)2 (0,4M) bij 50ml BaCl2 (0,6M)doen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefening 2:&lt;br /&gt;
0,700M NaHSO3 en 0,450M Na2SO3&lt;br /&gt;
#Bereken de pH.&lt;br /&gt;
#Bereken de pH bij het toevoegen van 20ml KOH.&lt;br /&gt;
#Bij welke concentratie aan NaOH de buffer (100mL) niet meer werkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 augustus 2020 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) Leg homogene, heterogene en enzymatische katalyse uit. Geef ook telkens een voorbeeld. Leg de gelijkenis tussen heterogene en enzymatische katalyse uit. Leg de gelijkenis tussen homogene en enzymatische katalyse uit. /4&lt;br /&gt;
2) Vergelijk chroomvocht (dichromaat in zwavelzuur), piranhazuur (waterstofperoxide in zwavelzuur), koningswater en cyanide in base als oplosmiddelen voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1) Bereken de oplosbaarheid van AgBr in een 0.053M NH3 oplossing. Ag(NH3)2- wordt gevormd.&lt;br /&gt;
2) Is volgende reactie (reactie gegeven) aflopend bij 68 graden C? Toon aan met berekeningen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2020 voormiddag ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) Hoe evenwicht verschuiven naar kant van producten, verandert er iets aan de snelheid?&lt;br /&gt;
2) De ruimtelijke structuur van de covalente binding, 4 relevante voorbeelden geven en bespreken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1) Bereken Kd van complex Ag(CN)2 adhv thermodynamische eigenschap bij 25°C&lt;br /&gt;
2) Na3PO4 0.045 M: bereken werkelijke concentraties van PO43-, Na+, HPO42-, H2PO4-, H3PO4, H3O+, OH- en bereken de pH.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2020 namiddag ===&lt;br /&gt;
theorie:&lt;br /&gt;
#Hoe verklaar je de werking van een &amp;quot;hoog-rendements&amp;quot; brander voor een centrale verwarming? Welke aanpassingen dienen er te gebeuren in vergelijking met een klassieke brander&lt;br /&gt;
#Bespreek de dissociatie van HgCl2. Waarmee is dit te vergelijken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
#Je voegt 50 mL van een 0.0200M AgNO3 - oplossing toe aan 50 mL van een 0.0300M NaCN-oplossing. Zal AgCN neerslaan, ondanks de complexvorming (Kst Ag(CN)2- = 2.5 x 10^20). Verwaarloos de basische eigenschappen van CN-&lt;br /&gt;
#Bepaal grafisch orde van de reactie, de snelheidsconstante en halfwaardetijd. Je krijgt de beginconcentratie van het reagens gegeven, en het verloop van de concentratie van een product. (Dus je moet nog berekenen, hoe het verloop van de concentratie van het reagens gaat)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2020 namiddag ===&lt;br /&gt;
theorie:&lt;br /&gt;
1) bespreek de elektrolyse van water of in een waterige oplossing van zeezout (NaCl) voor volgende situaties: zonder toevoeging van zout, bij toevoeging van een beetje NaCl, bij toevoeging van veel NaCl&lt;br /&gt;
2) Bespreek homogene, heterogene en enzymatische katalyse: geef verschillen en gelijkenissen. Geef telkens een relevant voorbeeld ter illustratie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
1) reactie N2 + O2 --&amp;gt; 2NO gegeven en berekenen boven/onder welke temperatuur de reactie spontaan is&lt;br /&gt;
2) Berekenen hoeveel gram NaCl je moet toevoegen aan 0,448g Cu(OH)2 om dit volledig te kunnen oplossen in 100 ml water als je weet dat het complex [CuCl4]2- wordt gevormd&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2020 voormiddag ===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
# Buffer&lt;br /&gt;
# Reactiemechanisme van Broom&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===?===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) hoe kan men de snelheid van een chemische reactie vergroten? Verandert dit ook iets aan het evenwicht?&lt;br /&gt;
2) chemische eigenschappen ammoniak, hebben ze dan een zwakke of sterke functie? Geef voorbeeldreacties&lt;br /&gt;
3) bespreek de thermodynamische eigenschappen van de autoprotolyse van water. Zie hiervoor tabel 6.9 BOD&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1) bereken of neerslag wordt gevormd bij samenvoegen 2 stoffen&lt;br /&gt;
2) bereken potentiaal galvanische cel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 februari 2019 namiddag===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
#Leg uit hoe een biprotisch zuur dissocieert en geef een voorbeeld. Vergelijk deze dissociatie met die van HgCl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&lt;br /&gt;
#Broom in base&lt;br /&gt;
oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Bepaal de standaardreductiepotentiaal van het koppel Zn(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2 (s)&amp;lt;/sub&amp;gt;\ Zn&amp;lt;sub&amp;gt;(s)&amp;lt;/sub&amp;gt; met het oplosbaarheidsproduct van Zn(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en de standaardreductiepotentiaal van het koppel Zn&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;\ Zn&amp;lt;sub&amp;gt;(s)&amp;lt;/sub&amp;gt; &lt;br /&gt;
#Een klontje vast ethanol met een massa van 50 g wordt bij 155.80 K overgoten met 2.22 L (1 L = 0.79 kg) vloeibaar ethanol waardoor het klontje zal smelten. Wat is de begintemperatuur van het vloeibaar ethanol als je weet dat het systeem een eindtemperatuur van 287.80 K bereikt en als je weet dat er geen energie verloren gaat aan de omgeving?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 januari 2019 namiddag===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
#vervolledig de reactievergelijking ClO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; + Cl&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; -&amp;gt; Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O en geef een plausibel reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
#bespreek de elektrolyse van water of in een waterig milieu zonder toevoeging van zout, bij toevoeging van een beetje NaCl, bij toevoeging van veel NaCl. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen&lt;br /&gt;
#hoeveel natriumthiosulfaat is er nodig om 0,025 mol AgBr op te lossen in 500 ml? Het complex zilverthiosulfaat wordt gevormd. &lt;br /&gt;
#een ijsklontje met massa 56 gram wordt in 150 g water gedaan om dit af te koelen. Het ijsklontje heeft een begintemperatuur van 0°C en het geheel heeft een eindtemperatuur van 14°C. Bereken de begintemperatuur van het water.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2019 voormiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Bespreek de spontane ontbinding van waterstofperoxide. Welke parameters dragen bij tot de ontbinding en hoe kan je dit tegen gaan?&lt;br /&gt;
#De ruimtelijke structuur van de covalente binding, 4 relevante voorbeelden geven en bespreken.&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#0,040 M 100 mL H&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; bij 100 ml 4M Ca&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;-ionen. Wordt er neerslag gevormd?&lt;br /&gt;
#Een orde oefening met grafisch de halfwaarde tijd en k bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2019===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je het evenwicht naar de kant van de producten krijgen. Heeft dit ook invloed op de snelheid van de reactie? /6&lt;br /&gt;
#Stel een chemisch mechanisme op zodat citroenzuur (wat een bestandsdeel is van citroensap) kan ontgiften. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Bepaal de K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; uit de gegeven redoxkoppels (H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O/H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=1.76V) en HO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;−&amp;lt;/sup&amp;gt;/OH&amp;lt;sup&amp;gt;−&amp;lt;/sup&amp;gt;) (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=0.87V). Met welke andere 2 koppels kan je dit nog doen? /3&lt;br /&gt;
# Geef de lewisstructuur, hybridisatie, polariteit (+ uitleg), en geometrie van XeF&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en PBr&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2019===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Geef de twee vuistregels voor een goede buffer en leg ze uit adhv neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg uit bloed als buffer en waarom het geen ideale buffer is. Geef de relatie tussen een buffer en een pH- titratie(curve). /6&lt;br /&gt;
#Vervolledig deze reactie, BrO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;  +  Br&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; →   Br&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;  +  H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O, en geef een plausibel reactiemechanisme voor deze reactie (Staat niet in de cursus maar wel gezien als een extra voorbeeld). BOD Tabel 6.2 n.7 /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Welke verbindingen zijn zelf niet zuur of basisch, maar vertonen wel zure of basische eigenschappen als ze in water gebracht worden? /6&lt;br /&gt;
# Bespreek de voorwaarden en de gevolgen van het stationariteitsprincipe.  Geef een duidelijk en relevant voorbeeld. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#De stabiliteitsconstante voor de vorming van het complex Pb(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; is 1,0.1016. De standaardreductiepotentiaal voor het koppel Pb&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/Pb(s) is -0,12V. Bereken aan de hand van deze gegevens de standaardreductiepotentiaal voor het koppel Pb(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/Pb(s). / 3&lt;br /&gt;
#Er wordt een buffer met pH = 6,90 gemaakt uitgaande van NaH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; en Na&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;HPO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;. De eindconcentratie van NaH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; in 400 mL van deze oplossing is 0,020 M. Bereken hoeveel gram dinatriumwaterstoffosfaat er in deze oplossing moet zitten om de beoogde pH te realiseren. Aan deze oplossing wordt 100 mL 0,0080 M HI toegevoegd. Bereken ook de pH na toevoeging hiervan. Vanaf hoeveel mol NaOH toegevoegd zou de startbuffer niet meer werkzaam zijn? Licht kort toe. /3&lt;br /&gt;
&amp;lt;sup&amp;gt;&amp;lt;/sup&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Stel een mogelijk reactiemechanisme voor bij reactie 7 BOD tabel 6.2. /4&lt;br /&gt;
#Waarom mag men geen ontkalker bij javel doen? Geef alle relevante reacties. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Bepaal de baseconstante van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels. /3&lt;br /&gt;
#Geef de Lewisstructuur, hybridisatie en polariteit van XeF&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en HClO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Hoe kan men het evenwicht naar de producten doen verschuiven? Heeft dit dan ook gevolgen voor de reactiesnelheid? /4&lt;br /&gt;
# Vergelijk chroomvocht (dichromaat in zwavelzuur), piranhazuur (waterstofperoxide in zwavelzuur), koningswater en cyanide in base als oplosmiddelen voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Je wilt 0.488 g Cu(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossen in water tot een eindvolume van 100 mL. Bereken hoeveel gram NaCl er nodig is om ervoor te zorgen dat Cu(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; niet neerslaat. Het CuCl&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; complex wordt gevormd. /3&lt;br /&gt;
# Bepaal grafisch de activeringsenergie van de reactie (tabel met temperatuur en snelheidsconstantes gegeven). Bepaal ook de snelheidsconstante bij 37°C. Kan je hiermee iets zeggen over de orde van de reactie? /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2018 ===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Hoe kan de snelheid van de reactie beïnvloed worden? Verandert dan ook de ligging van het evenwicht van de reactie? /6&lt;br /&gt;
# Welke factoren bepalen of een molecule al dan niet een permanent dipoolmoment bezit? Geef duidelijke voorbeelden. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Je wilt 42.72 g Fe(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossen in water tot een eindvolume van 500 mL. Bereken welke concentratie waterstoffluoride (HF) er nodig is om ervoor te zorgen dat Fe(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; niet neerslaat. /3&lt;br /&gt;
# Stel de correcte redoxreactie op van de koppels Br&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;/Br&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; en AsO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;3-&amp;lt;/sup&amp;gt;/AsO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;. Toon aan met berekeningen dat het over een aflopende reactie gaat bij kamertemperatuur (25°C) /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2018 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van chloor in base. Geef een belangrijke toepassing.&lt;br /&gt;
# Vergelijk de ideale gaswet met de van der Waalsvergelijking voor reële gassen en bespreek de trend in co-volume b en cohesiedruk a (BOD p.141) voor H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, CO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en C&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;H&amp;lt;sub&amp;gt;10&amp;lt;/sub&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 namiddag ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# BOD tabel 6.2, reactie 8: stel een mogelijk reactiemachanisme voor&lt;br /&gt;
# Wat zijn de 2 vuistregels van een goeie buffer? Leidt deze af aan de hand van de begrippen neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg de link met pH-titratie. Leg uit: bloed als buffer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# bepaal de baseconstante van MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels&lt;br /&gt;
# lewisstructuur, hybridisatie en polariteit van 2 moleculen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 namiddag ===&lt;br /&gt;
(examen voor gedeeltelijke vrijstelling, enkel vragen deel E)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Wat zijn de drijvende krachten bij een complexatiereactie? Toon aan met goed gekozen voorbeelden, en leg uit aan de hand van de kenmerken van een hoge stabiliteitsconstante. /4&lt;br /&gt;
# Wat zijn de 2 vuistregels van een goeie buffer? Leidt deze af aan de hand van de begrippen neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg de link met pH-titratie. Leg uit: bloed als buffer. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Bepaal de baseconstante van MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels /3&lt;br /&gt;
# Hoeveel zilverbromide kan je oplossen in een 0.530M ammoniakoplossing. Verwaarloos de basische eigenschappen van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3 (Toepassing neerslag &amp;amp; complexatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 september 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Waarom zijn er diagonaalrelaties? Geef voorbeelden van chemische eigenschappen die gebruikt worden in chemische reacties. /5 &lt;br /&gt;
#Geef het verband tussen de redoxpotentiaal van een redoxhalfreactie en de evenwichtconstante van de gehele reactie. Geef ook de gevolgen. /5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of er neerslagvorming optreedt. &lt;br /&gt;
#Vrijgekomen warmte en energie uit een reactie berekenen. &lt;br /&gt;
=== 25 Augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Vergelijk het verschil van de invloed van temperatuur op de reactiesnelheid en het evenwicht - zowel in formulevorm als grafisch /6&lt;br /&gt;
k &amp;amp; K afleiden en grafisch weergeven met resp. ln k ~ 1/T en ln K ~ 1/T (voor dH&amp;gt;0 en dH&amp;lt;0)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Welke chemisch relevante eigenschappen van atomen kan je afleiden van de positie in het periodiek systeem? /4 &lt;br /&gt;
Zuur-base; oxidans-reductans (+verband), ... (atomen, niet ionen van het element!)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Hoeveel zilverbromide kan je oplossen in een 0.53M ammonium oplossing. Verwaarloos de basische eigenschappen van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
(Toepassing neerslag &amp;amp; complexatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Redoxreactie van SO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/SO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)- en MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/MnO(v). /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 Augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan het evenwicht in de richting van de producten worden verschoven? Heeft dit invloed op het evenwicht? /6&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;concentratie wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
principe van Le Chatelier&lt;br /&gt;
hogere concentratie → meer kans op botsingen → sneller&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;druk wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
bij drukverhoging → daalt volume → c=n/v dus concentratie stijgt (vanaf dan analoog aan Le Chatelier)&lt;br /&gt;
bij drukverlaging is gunstig voor reacties waarbij ΔN = (N&amp;lt;sub&amp;gt;producten&amp;lt;/sub&amp;gt; - N&amp;lt;sub&amp;gt;reagentia&amp;lt;/sub&amp;gt;) negatief is(N staat voor de coëfficiënten van de stoffen in de reactie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;temperatuur wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
K&amp;lt;sub&amp;gt;ev&amp;lt;/sub&amp;gt; is temperatuursafhankelijk → ΔG =-RTln(K) ↔ ln(k)=-ΔH/RT +ΔS/R (teken grafiek 1/T met ln(k))&lt;br /&gt;
endo → hoge T is gunstig&lt;br /&gt;
exo → lage T is gunstig&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Wat is het verband tussen neerslag- en complexatiereacties? /4&lt;br /&gt;
ionen met een hoge ladingsdichtheid kunnen niet zoals bijvoorbeeld Na&amp;lt;sup&amp;gt;+&amp;lt;/sup&amp;gt; en Cl&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; (afkomstig van goed oplosbaar zou NaCl) in oplossing voorkomen,&lt;br /&gt;
aangezien dit niet stabiel is.&lt;br /&gt;
gaan dus ofwel neerslaan ofwel complexeren&lt;br /&gt;
(K&amp;lt;sub&amp;gt;sp&amp;lt;/sub&amp;gt; en 1/K&amp;lt;sub&amp;gt;st&amp;lt;/sub&amp;gt; vergelijken → de stabielste toestand gaat zich dan voordoen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Teken de lewis-structuur, geef het sterisch getal, hybridisatie, geometrische en atoomstructuur van HCN en ICl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. Geef ook aan of ze polair zijn of niet. /3&lt;br /&gt;
#Leid de K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; af van AsO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van zijn standaarreductiepotentiaal. Kies zelf een goed redoxkoppel. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Welke verbindingen zijn zelf niet zuur of basisch, maar vertonen wel zure of basische eigenschappen als ze in water gebracht worden? /6&lt;br /&gt;
#Hoe kunnen meerdere verschillende kationen die samen in een mengsel voorkomen, van elkaar gescheiden worden? Waarop moet je letten om de scheiding zo volledig mogelijk te laten gebeuren? /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming /3&lt;br /&gt;
#correcte redoxreactie van 2 gegeven koppels schrijven en berekenen dat dit een aflopende reactie is. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Bij welke reacties is quenchen van toepassing? Leg goed uit en geef een voorbeeld. /4&lt;br /&gt;
#Vergelijk chroomvocht, piranhazuur, koningswater en cyanide in base als oplossmiddel voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Roosterenergie berekenen /2.5&lt;br /&gt;
#concentratie zout berekenen die toegevoegd moet worden om gegeven hoeveelheid neerslag op te doen lossen. /3.5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
VM&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je de reactiesnelheid beïnvloeden? Wat betekent dit voor het chemisch evenwicht? /4&lt;br /&gt;
#Wat gebeurt er bij de elektrolyse van water voor geen, een weinig en veel NaCL? /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#pH + werkelijke ionenconcentraties van een bioprotisch zuur berekenen /3&lt;br /&gt;
#een slecht oplosbaar zout oplossen aan de hand van complexatie door een te berekenen massa NaCl toe te voegen /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je het evenwicht naar de kant van de producten brengen? Heeft dit een invloed op de snelheid?&lt;br /&gt;
#Geef het verband tussen protontransferreacties en elektrontransferreacties. Geef voorbeelden die dit verduidelijken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming.&lt;br /&gt;
#Bepaal de hybridisatie en geometrie van PCl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; en SF&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;. Teken de atoomstructuur en zijn deze moleculen polair of apolair en een uitleg waarom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Vuistregels met afleiding van buffers geven, dit ook toepassen op pH titraties, bloed als buffer bespreken&lt;br /&gt;
#Hebben kationen basische of zure eigenschappen, zijn dit dan zwakke of sterke zuren of basen (voorbeelden kunnen helpen en verduidelijkend zijn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen &lt;br /&gt;
#Aantal mL en molair NiSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;-oplossing samenvoegen met een aantal ml en molair NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;, toon aan dat ondanks het gevormde complex nikkel (II) ammoniak er toch nog neerslag gevormd wordt&lt;br /&gt;
#Een tabel gegeven van temperatuur en snelheidsconstante, de opdracht is grafisch de activeringsenergie te berekenen en k te berekenen bij 250°C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== XX Augustus 2016 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leg de verschillende soorten isomerie uit + wat is tautomerie?&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom fluoride in tandpasta zit (alle 6 puntjes geven, dus ook vorming CaF uitleggen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Random oefening uit oefenzitting&lt;br /&gt;
#Berekend de K&amp;lt;sub&amp;gt;w&amp;lt;/sub&amp;gt; vertrekkende vanuit de standaardreductiepotentialen voor water in zuur/basisch milieu&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===XX januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leg de elementaire reactiestappen uit adhv voorbeelden (mono,bi,termoleculair, stationariteitsprincipe, vorming ozon)&lt;br /&gt;
#Geef de &#039;&#039;&#039;essentie&#039;&#039;&#039; van een titratie + grafieken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
#Oplosbaarheid van AgNO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; berekenen na toevoegen van een of ander zuur/base&lt;br /&gt;
#nog een oefening&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===  11 januari 2016 ===&lt;br /&gt;
#Hoe bepaal je de geometrische structuur bij covalent gebonden atomen en geef 3 voorbeelden &lt;br /&gt;
#bij welke reactie is quenching van toepassing?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===XX januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#heterogene en homogene en enzymatische katalysator + alles uitleggen hiervan&lt;br /&gt;
#loodbatterij&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Verschillen tussen Co en Fe en zeggen waarom Fe gebruikt wordt voor zuurstof transport &lt;br /&gt;
#het verschil tussen C dubbel gebonden en enkel gebonden &lt;br /&gt;
#bij de oefeningen was eentje E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; bepalen ahv K&amp;lt;sub&amp;gt;a&amp;lt;/sub&amp;gt; en een andere E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; &lt;br /&gt;
#andere grafisch de orde enzo bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 JAN 2014===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Roosterenergie van 2 roosters (NaCl en MgO) berekenen met de formule, zeggen of er nog een andere manier was om die te vinden (Hess) en of er een verschil in uitkomst te verwachten was tussen de twee manieren. Vergelijken van de pH van de twee oplossingen.&lt;br /&gt;
#Uitleggen waarom termoleculaire reactiestappen omwaarschijnlijk zijn. Reactiemechanisme van 2HI + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; → I&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O  geven. Stationariteitsprincipe uitleggen en zeggen of het op die reactie van toepassing was. &lt;br /&gt;
#Waar/soms waar/niet waar: Een proces is spontaan als de entropie in het systeem toeneemt. &lt;br /&gt;
#Uitleggen wat een buffer is en de vuistregels voor een goede buffer uitleggen zonder de hele wiskundige berekening te doen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen.&lt;br /&gt;
#Oplosbaarheid van AgBr, complexatie met thiosulfaat en alternatieve manier geven om oplosbaarheid te verhogen. Uitleggen waarom die laatste manier weinig effect zou hebben.&lt;br /&gt;
#Celpotentiaal berekenen van een gegeven schematische voorstelling.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 JAN 2013===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de elektronenstructuur van de atomen N en O met die van de moleculen N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;. Licht de hierbij essentiële principes toe.&lt;br /&gt;
# Geef de chemische functies van water. Geef bij iedere functie een voorbeeld in de vorm van een reactievergelijking. Is water sterk of zwak in deze functie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# CuSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing met NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing (grootheden gegeven). Laat zien dat er ondanks de complexatie toch nog neerslagvorming optreedt.&lt;br /&gt;
# Gegeven concentraties (van reactieproduct) in functie van de tijd. Bepaal grafisch de orde en de halfwaardetijd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 FEB 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Geef twee vuistregels voor een goede buffer en toon ze aan aan de hand van de neutralisatiegraad en de buffer capaciteit. &lt;br /&gt;
#* Geef het verband hiervan met pH- titratie &lt;br /&gt;
#* Is bloed een goede buffer ? Verklaar. &lt;br /&gt;
# Verklaar waarom men tandpasta fluorideert.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie.&lt;br /&gt;
# Broom in base.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Welke reacties kunnen optreden als katalysator bij redoxreacties?&lt;br /&gt;
# Leidt de halfreacties van een zwavelzure loodbatterij af&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# hoe bepaal je de elektronenconfiguratie van diatomaire moleculen en geef twee duidelijk verschillende voorbeelden&lt;br /&gt;
# vergelijk Al en Li voor batterijen, geef voor en nadelen en verklaar waarom er Li batterijen zijn en geen Al&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# staaf met enkele goed gekoze voorbeelden het belang van de ladingsdichtheid in de chemie&lt;br /&gt;
# welke reacties hebben er baat bij quenching toe te passen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie. &lt;br /&gt;
# Leg de elektrolyse van water uit in de volgende omstandigheden:1. zonder zout, 2. met een beetje zout en 3. met oplossing van veel zeezout. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
Theorie :&lt;br /&gt;
# geef de vuistregels voor bufferoplossing + afleiden buffercapaciteit en neutralisatiegraad. link met pH-titratie. vertellen over bloed als buffer, goede/slechte buffer?&lt;br /&gt;
# iets van Fe complexatie, waarom de natuur is aangepast aan ademhaling door complexvorming van Fe met zuurstof&lt;br /&gt;
Oefeningen :&lt;br /&gt;
# van deel C met een tabel met waarden, orde van reactie afleiden + grafisch k en t&amp;lt;sub&amp;gt;1/2&amp;lt;/sub&amp;gt; bepalen&lt;br /&gt;
# berekenen of PbOH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; neerslaat, uit een mengsel van PbSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; met NaOH geloof ik&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de bindingssterkte en reactiviteit van C=C en C - C (enkelvoudige binding) op 4 ptn&lt;br /&gt;
# Vergelijk de afhankelijkheid van de temperatuur voor de snelheidsconstante en de evenwichtsconstante&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===1 FEB 2011=== &lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek: Chroomvocht, Piranhazuur , koningswater en cyanide in base en hun werking op (edel)metalen. (/6)&lt;br /&gt;
# Wat is een indicator en hoe werkt het? (/4)&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# P&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; + BR&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; =&amp;amp;gt; PBR&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; vul aan met coefficienten en bereken de temperatuur waarvoor deze reactie spontaan zal verlopen. (/2.5)&lt;br /&gt;
# en een oefening over de combinatie van complexvorming van AlOH&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; en de neerslag van AlOH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. (/3.5)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 sep 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Verschillen en gelijkenissen tussen homogene, heterogene en enzymatische katalyse geven. Verduidelijken met vb.&lt;br /&gt;
# Bindingssterkte en reactiviteit vergelijken tussen C-C en C=C. Welke reacties ondergaan ze.&lt;br /&gt;
Oefingen:&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid&lt;br /&gt;
# Enthalpie &amp;amp;amp; Entropie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 jan 2010===&lt;br /&gt;
# bespreek de oplosbaarheid van metalen in zuur en basisch milieu (/6) &lt;br /&gt;
# bespreek &amp;amp;quot;quenching&amp;amp;quot; en voor welke reacties is dit toepasbaar? (/4) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen: &lt;br /&gt;
# bepaal de oplosbaarheid van AgBr in een molaire NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing (complexvorming) &lt;br /&gt;
# een reactie difluor en diwaterstof -&amp;amp;gt; 2HF. Gaat deze reactie op bij 500K ?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 jan 2010===&lt;br /&gt;
# vergelijk piranhazuur, koningswater, dichromaat en cyanide voor het oplossen van edelmetalen. (.../6)&lt;br /&gt;
# welke reacties kunnen als katalysator optreden bij een redoxreactie? (.../4)&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een oplossing van Ti(II)-ionen wordt in zuur midden getitreerd met een dichromaatoplossing (K&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;Cr&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;7-&amp;lt;/sub&amp;gt;oplossing). Hierbij worden het Cr(III)-ion en het Ti(III)-ion gevormd. Toon aan dat het gaat om een aflopende reactie.Het verloop van de titratie wordt potentiometrisch gevolgd en ook de pH wordt constant gemeten. In de oplossing zit nog een kalomelelektrode (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=0.25V) die aan de anode gekoppeld is en een platina-elektrode. Op zeker ogenblik - na het passeren van het equivalentiepunt - wordt een celpotentiaal van 0.95V gemeten en een pH van 1.2. Bereken de concentratie aan Cr&amp;lt;sup&amp;gt;3+&amp;lt;/sup&amp;gt; ionen, als je weet dat deze concentratie vier maal hoger ligt dan die van de dichromaationen. (.../3)&lt;br /&gt;
# Aan een oplossing van 70 ml 0.20 M nikkelsulfaat wordt 30 ml 0.60 M ammoniak toegevoegd. Toon aan dat er - ondanks de complexvorming - toch hydroxideneerslag gevormd zal worden. (.../3)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Toon het belang aan van ladingsdichtheid in de scheikunde. Geef telkens duidelijk verschillende voorbeelden als het over verschillende soorten reacties gaat.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van broom in base. Geef een relevante toepassing.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Bij 298 K gaat onderstaande reactie op. Men maakt een oplossing van 35,5 g van Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en 0,1 g van H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; in een totaal volume van 200 ml. Wat zijn de evenwichtsconcentraties van H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en HCl ?&lt;br /&gt;
#*H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) + Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) &amp;amp;lt;=&amp;amp;gt; 2HCl(g) &lt;br /&gt;
# Bereken de Kb van IO-, uitgaande van&lt;br /&gt;
#*IO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq) / HIO(l)   E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; = 1,13V&lt;br /&gt;
#*IO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq) / IO&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)  E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; = 0,15V&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Wat is een dipoolmoment?&lt;br /&gt;
# Vroeger werd kaliumpermanganaat e.a. veel gebruikt als goede oxidator. Tegenwoordig wordt pirhanazuur (mengsel waterstofperoxide/zwavelzuur) gebruikt. Waarom?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Temperatuurverandering berekenen van ijs (faseverandering,...)&lt;br /&gt;
# Nog zo&#039;n oefening in die aard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de temperatuursafhankelijkheid van de evenwichtsconstante en de snelheidsconstante.&lt;br /&gt;
# Waarom is een stof goed of slecht oplosbaar in water? En hoe kan je een slecht oplosbare stof beter oplosbaar maken?&lt;br /&gt;
# Maak een vergelijking tussen thermodinamica en kinetica van metathesereacties versus complexatiereacties.&lt;br /&gt;
# Geef de 2 hoofdregels voor het maken van een buffer en leid ze wiskundig af.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsconstante berekenen bij 45°C (je krijgt de reactie)&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is&lt;br /&gt;
# K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 feb 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reacties kunnen een redoxreactie katalyseren?&lt;br /&gt;
# Geef het verband tussen neerslagreacties en complexatiereacties en geef een goed gevonden voorbeeld.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsconstante berekenen bij 45°C (je krijgt de reactie)&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is&lt;br /&gt;
# K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg uit wat tautomerie is + vb.&lt;br /&gt;
# Voor het oxideren werden vroeger vaak de klassieke sterke oxidanten permanaat of dichromaat in zwavelzuur gebruikt, waarom is het gebruik van &amp;amp;quot;piranaha-zuur&amp;amp;quot; (waterstofperoxide in zwavelzuur) aan een opmars bezig?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# men wil 200 ml maken van een oplossing die 3,81g magnesiumcloride en 0,8g natriumhydroxide bevat. Hoeveel gram ammoniumbromide moet er ook in deze oplossing zitter, opdat er geen neerslag is?&lt;br /&gt;
# Boven/onder welke temperatuur gaat deze reactie spontaan op? &lt;br /&gt;
#* N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; (g) + O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) = 2NO (g)&lt;br /&gt;
#* Bereken ook de evenwichtsconstante bij 68°C.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# geef verband van de ionbinding en de covalente binding + verklaar&lt;br /&gt;
# geef verband pH en redoxpotentiaal&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# bereken kb van een stof aan hand van 2 redoxpotentialen &lt;br /&gt;
# oefenening waar je een eind temperatuur moest berekenen met warmtecapaciteit en latente verdampingswarmte (aangezien er een faseovergang is)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R0883495</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Grondslagen_van_de_Chemie&amp;diff=2726</id>
		<title>Grondslagen van de Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Grondslagen_van_de_Chemie&amp;diff=2726"/>
		<updated>2022-01-19T13:45:08Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R0883495: /* 18 januari 2022 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Basisvak chemie voor 1e bachelor chemie, biochemie, biologie en geologie.&lt;br /&gt;
Gedoceerd door professor &amp;amp;lt;s&amp;amp;gt;Koen Clays&amp;amp;lt;/s&amp;amp;gt; &amp;amp;lt;s&amp;amp;gt;Bart Goderis (sinds academiejaar 2013-2014)&amp;amp;lt;/s&amp;amp;gt; Koen Clays. Het examen is deels mondeling, deels schriftelijk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2022 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1.	Hoe kan je de snelheid van een reactie verhogen, wat gebeurt er met het evenwicht?&lt;br /&gt;
2.	Buffers: vuistregels + afleiding, verband met titratie, is bloed een goede buffer?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
oefening 1:&lt;br /&gt;
a.	molaire oplosbaarheid van Ag2Cr2O7 in zuiver water&lt;br /&gt;
b.	hoeveel NH3 nodig om 0,100 mol AgI op te lossen in 0,500L (Ag(NH3)2^+ wordt gevormd)&lt;br /&gt;
c.	toon aan dat er geen AgOH neerslag gevormd wordt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefening 2:&lt;br /&gt;
a.	redoxreactie opstellen voor N2/NH2OH en Al(OH)4^-/Al&lt;br /&gt;
b.	toon aan dat de reactie aflopend is bij 25°C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 augustus 2021 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Op welke manieren kan je de snelheid van een reactie vergroten, leg uit wat er dan ook met de evenwichtsconstante gebeurt. Verandert hierbij de ligging van het evenwicht? Gebruik formules of figuren om dit aan te tonen&lt;br /&gt;
#Op welke manier beïnvloedt complexatie het redoxpotentiaal van een metaal? Leg uit, geef een voorbeeld. In de natuur wordt Fe gebruikt voor reversibele redoxreacties. Waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
#Boven of onder welke temperatuur gaat deze reactie spontaan op: O2 (g) + N2 (g) —&amp;gt; 2NO (g)&lt;br /&gt;
#HCN verhoogt de oplosbaarheid van Fe(OH)2, hoe groot is de concentratie van HCN die je nodig hebt om 250 ml 3,37g Fe(OH)2 in oplossing te brengen?”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 6 januari 2021 ===&lt;br /&gt;
Theorie 1:&lt;br /&gt;
#Bespreek alle K’s die we hebben gezien in de cursus en geef een voorbeeld waarin hun definitie duidelijk wordt. Indien je iets kan zeggen over K&amp;gt;&amp;gt;1 K=1 en K&amp;lt;&amp;lt;1, voeg je dit hieraan toe.&lt;br /&gt;
#Gebruik een voorbeeld uit 1a en leg uit hoe je K puur theoretisch kunt vinden.&lt;br /&gt;
#Geef een mogelijk verband tussen K en k indien er een is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie 2:&lt;br /&gt;
Bespreek de elektrolyse van water zonder NaCl, met een beetje NaCl en met veel NaCl.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefening 1:&lt;br /&gt;
Bewijs dat dankzij de complexvorming, PbCl2 niet neerslaat, wanneer we 50ml Pb(NO3)2 (0,4M) bij 50ml BaCl2 (0,6M)doen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefening 2:&lt;br /&gt;
0,700M NaHSO3 en 0,450M Na2SO3&lt;br /&gt;
#Bereken de pH.&lt;br /&gt;
#Bereken de pH bij het toevoegen van 20ml KOH.&lt;br /&gt;
#Bij welke concentratie aan NaOH de buffer (100mL) niet meer werkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 augustus 2020 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) Leg homogene, heterogene en enzymatische katalyse uit. Geef ook telkens een voorbeeld. Leg de gelijkenis tussen heterogene en enzymatische katalyse uit. Leg de gelijkenis tussen homogene en enzymatische katalyse uit. /4&lt;br /&gt;
2) Vergelijk chroomvocht (dichromaat in zwavelzuur), piranhazuur (waterstofperoxide in zwavelzuur), koningswater en cyanide in base als oplosmiddelen voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1) Bereken de oplosbaarheid van AgBr in een 0.053M NH3 oplossing. Ag(NH3)2- wordt gevormd.&lt;br /&gt;
2) Is volgende reactie (reactie gegeven) aflopend bij 68 graden C? Toon aan met berekeningen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2020 voormiddag ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) Hoe evenwicht verschuiven naar kant van producten, verandert er iets aan de snelheid?&lt;br /&gt;
2) De ruimtelijke structuur van de covalente binding, 4 relevante voorbeelden geven en bespreken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1) Bereken Kd van complex Ag(CN)2 adhv thermodynamische eigenschap bij 25°C&lt;br /&gt;
2) Na3PO4 0.045 M: bereken werkelijke concentraties van PO43-, Na+, HPO42-, H2PO4-, H3PO4, H3O+, OH- en bereken de pH.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2020 namiddag ===&lt;br /&gt;
theorie:&lt;br /&gt;
#Hoe verklaar je de werking van een &amp;quot;hoog-rendements&amp;quot; brander voor een centrale verwarming? Welke aanpassingen dienen er te gebeuren in vergelijking met een klassieke brander&lt;br /&gt;
#Bespreek de dissociatie van HgCl2. Waarmee is dit te vergelijken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
#Je voegt 50 mL van een 0.0200M AgNO3 - oplossing toe aan 50 mL van een 0.0300M NaCN-oplossing. Zal AgCN neerslaan, ondanks de complexvorming (Kst Ag(CN)2- = 2.5 x 10^20). Verwaarloos de basische eigenschappen van CN-&lt;br /&gt;
#Bepaal grafisch orde van de reactie, de snelheidsconstante en halfwaardetijd. Je krijgt de beginconcentratie van het reagens gegeven, en het verloop van de concentratie van een product. (Dus je moet nog berekenen, hoe het verloop van de concentratie van het reagens gaat)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2020 namiddag ===&lt;br /&gt;
theorie:&lt;br /&gt;
1) bespreek de elektrolyse van water of in een waterige oplossing van zeezout (NaCl) voor volgende situaties: zonder toevoeging van zout, bij toevoeging van een beetje NaCl, bij toevoeging van veel NaCl&lt;br /&gt;
2) Bespreek homogene, heterogene en enzymatische katalyse: geef verschillen en gelijkenissen. Geef telkens een relevant voorbeeld ter illustratie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
1) reactie N2 + O2 --&amp;gt; 2NO gegeven en berekenen boven/onder welke temperatuur de reactie spontaan is&lt;br /&gt;
2) Berekenen hoeveel gram NaCl je moet toevoegen aan 0,448g Cu(OH)2 om dit volledig te kunnen oplossen in 100 ml water als je weet dat het complex [CuCl4]2- wordt gevormd&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2020 voormiddag ===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
# Buffer&lt;br /&gt;
# Reactiemechanisme van Broom&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===?===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) hoe kan men de snelheid van een chemische reactie vergroten? Verandert dit ook iets aan het evenwicht?&lt;br /&gt;
2) chemische eigenschappen ammoniak, hebben ze dan een zwakke of sterke functie? Geef voorbeeldreacties&lt;br /&gt;
3) bespreek de thermodynamische eigenschappen van de autoprotolyse van water. Zie hiervoor tabel 6.9 BOD&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1) bereken of neerslag wordt gevormd bij samenvoegen 2 stoffen&lt;br /&gt;
2) bereken potentiaal galvanische cel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 februari 2019 namiddag===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
#Leg uit hoe een biprotisch zuur dissocieert en geef een voorbeeld. Vergelijk deze dissociatie met die van HgCl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&lt;br /&gt;
#Broom in base&lt;br /&gt;
oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Bepaal de standaardreductiepotentiaal van het koppel Zn(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2 (s)&amp;lt;/sub&amp;gt;\ Zn&amp;lt;sub&amp;gt;(s)&amp;lt;/sub&amp;gt; met het oplosbaarheidsproduct van Zn(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en de standaardreductiepotentiaal van het koppel Zn&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;\ Zn&amp;lt;sub&amp;gt;(s)&amp;lt;/sub&amp;gt; &lt;br /&gt;
#Een klontje vast ethanol met een massa van 50 g wordt bij 155.80 K overgoten met 2.22 L (1 L = 0.79 kg) vloeibaar ethanol waardoor het klontje zal smelten. Wat is de begintemperatuur van het vloeibaar ethanol als je weet dat het systeem een eindtemperatuur van 287.80 K bereikt en als je weet dat er geen energie verloren gaat aan de omgeving?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 januari 2019 namiddag===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
#vervolledig de reactievergelijking ClO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; + Cl&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; -&amp;gt; Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O en geef een plausibel reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
#bespreek de elektrolyse van water of in een waterig milieu zonder toevoeging van zout, bij toevoeging van een beetje NaCl, bij toevoeging van veel NaCl. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen&lt;br /&gt;
#hoeveel natriumthiosulfaat is er nodig om 0,025 mol AgBr op te lossen in 500 ml? Het complex zilverthiosulfaat wordt gevormd. &lt;br /&gt;
#een ijsklontje met massa 56 gram wordt in 150 g water gedaan om dit af te koelen. Het ijsklontje heeft een begintemperatuur van 0°C en het geheel heeft een eindtemperatuur van 14°C. Bereken de begintemperatuur van het water.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2019 voormiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Bespreek de spontane ontbinding van waterstofperoxide. Welke parameters dragen bij tot de ontbinding en hoe kan je dit tegen gaan?&lt;br /&gt;
#De ruimtelijke structuur van de covalente binding, 4 relevante voorbeelden geven en bespreken.&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#0,040 M 100 mL H&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; bij 100 ml 4M Ca&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;-ionen. Wordt er neerslag gevormd?&lt;br /&gt;
#Een orde oefening met grafisch de halfwaarde tijd en k bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2019===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je het evenwicht naar de kant van de producten krijgen. Heeft dit ook invloed op de snelheid van de reactie? /6&lt;br /&gt;
#Stel een chemisch mechanisme op zodat citroenzuur (wat een bestandsdeel is van citroensap) kan ontgiften. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Bepaal de K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; uit de gegeven redoxkoppels (H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O/H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=1.76V) en HO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;−&amp;lt;/sup&amp;gt;/OH&amp;lt;sup&amp;gt;−&amp;lt;/sup&amp;gt;) (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=0.87V). Met welke andere 2 koppels kan je dit nog doen? /3&lt;br /&gt;
# Geef de lewisstructuur, hybridisatie, polariteit (+ uitleg), en geometrie van XeF&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en PBr&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2019===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Geef de twee vuistregels voor een goede buffer en leg ze uit adhv neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg uit bloed als buffer en waarom het geen ideale buffer is. Geef de relatie tussen een buffer en een pH- titratie(curve). /6&lt;br /&gt;
#Vervolledig deze reactie, BrO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;  +  Br&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; →   Br&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;  +  H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O, en geef een plausibel reactiemechanisme voor deze reactie (Staat niet in de cursus maar wel gezien als een extra voorbeeld). BOD Tabel 6.2 n.7 /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Welke verbindingen zijn zelf niet zuur of basisch, maar vertonen wel zure of basische eigenschappen als ze in water gebracht worden? /6&lt;br /&gt;
# Bespreek de voorwaarden en de gevolgen van het stationariteitsprincipe.  Geef een duidelijk en relevant voorbeeld. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#De stabiliteitsconstante voor de vorming van het complex Pb(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; is 1,0.1016. De standaardreductiepotentiaal voor het koppel Pb&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/Pb(s) is -0,12V. Bereken aan de hand van deze gegevens de standaardreductiepotentiaal voor het koppel Pb(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/Pb(s). / 3&lt;br /&gt;
#Er wordt een buffer met pH = 6,90 gemaakt uitgaande van NaH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; en Na&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;HPO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;. De eindconcentratie van NaH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; in 400 mL van deze oplossing is 0,020 M. Bereken hoeveel gram dinatriumwaterstoffosfaat er in deze oplossing moet zitten om de beoogde pH te realiseren. Aan deze oplossing wordt 100 mL 0,0080 M HI toegevoegd. Bereken ook de pH na toevoeging hiervan. Vanaf hoeveel mol NaOH toegevoegd zou de startbuffer niet meer werkzaam zijn? Licht kort toe. /3&lt;br /&gt;
&amp;lt;sup&amp;gt;&amp;lt;/sup&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Stel een mogelijk reactiemechanisme voor bij reactie 7 BOD tabel 6.2. /4&lt;br /&gt;
#Waarom mag men geen ontkalker bij javel doen? Geef alle relevante reacties. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Bepaal de baseconstante van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels. /3&lt;br /&gt;
#Geef de Lewisstructuur, hybridisatie en polariteit van XeF&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en HClO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Hoe kan men het evenwicht naar de producten doen verschuiven? Heeft dit dan ook gevolgen voor de reactiesnelheid? /4&lt;br /&gt;
# Vergelijk chroomvocht (dichromaat in zwavelzuur), piranhazuur (waterstofperoxide in zwavelzuur), koningswater en cyanide in base als oplosmiddelen voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Je wilt 0.488 g Cu(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossen in water tot een eindvolume van 100 mL. Bereken hoeveel gram NaCl er nodig is om ervoor te zorgen dat Cu(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; niet neerslaat. Het CuCl&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; complex wordt gevormd. /3&lt;br /&gt;
# Bepaal grafisch de activeringsenergie van de reactie (tabel met temperatuur en snelheidsconstantes gegeven). Bepaal ook de snelheidsconstante bij 37°C. Kan je hiermee iets zeggen over de orde van de reactie? /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2018 ===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Hoe kan de snelheid van de reactie beïnvloed worden? Verandert dan ook de ligging van het evenwicht van de reactie? /6&lt;br /&gt;
# Welke factoren bepalen of een molecule al dan niet een permanent dipoolmoment bezit? Geef duidelijke voorbeelden. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Je wilt 42.72 g Fe(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossen in water tot een eindvolume van 500 mL. Bereken welke concentratie waterstoffluoride (HF) er nodig is om ervoor te zorgen dat Fe(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; niet neerslaat. /3&lt;br /&gt;
# Stel de correcte redoxreactie op van de koppels Br&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;/Br&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; en AsO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;3-&amp;lt;/sup&amp;gt;/AsO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;. Toon aan met berekeningen dat het over een aflopende reactie gaat bij kamertemperatuur (25°C) /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2018 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van chloor in base. Geef een belangrijke toepassing.&lt;br /&gt;
# Vergelijk de ideale gaswet met de van der Waalsvergelijking voor reële gassen en bespreek de trend in co-volume b en cohesiedruk a (BOD p.141) voor H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, CO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en C&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;H&amp;lt;sub&amp;gt;10&amp;lt;/sub&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 namiddag ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# BOD tabel 6.2, reactie 8: stel een mogelijk reactiemachanisme voor&lt;br /&gt;
# Wat zijn de 2 vuistregels van een goeie buffer? Leidt deze af aan de hand van de begrippen neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg de link met pH-titratie. Leg uit: bloed als buffer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# bepaal de baseconstante van MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels&lt;br /&gt;
# lewisstructuur, hybridisatie en polariteit van 2 moleculen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 namiddag ===&lt;br /&gt;
(examen voor gedeeltelijke vrijstelling, enkel vragen deel E)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Wat zijn de drijvende krachten bij een complexatiereactie? Toon aan met goed gekozen voorbeelden, en leg uit aan de hand van de kenmerken van een hoge stabiliteitsconstante. /4&lt;br /&gt;
# Wat zijn de 2 vuistregels van een goeie buffer? Leidt deze af aan de hand van de begrippen neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg de link met pH-titratie. Leg uit: bloed als buffer. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Bepaal de baseconstante van MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels /3&lt;br /&gt;
# Hoeveel zilverbromide kan je oplossen in een 0.530M ammoniakoplossing. Verwaarloos de basische eigenschappen van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3 (Toepassing neerslag &amp;amp; complexatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 september 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Waarom zijn er diagonaalrelaties? Geef voorbeelden van chemische eigenschappen die gebruikt worden in chemische reacties. /5 &lt;br /&gt;
#Geef het verband tussen de redoxpotentiaal van een redoxhalfreactie en de evenwichtconstante van de gehele reactie. Geef ook de gevolgen. /5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of er neerslagvorming optreedt. &lt;br /&gt;
#Vrijgekomen warmte en energie uit een reactie berekenen. &lt;br /&gt;
=== 25 Augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Vergelijk het verschil van de invloed van temperatuur op de reactiesnelheid en het evenwicht - zowel in formulevorm als grafisch /6&lt;br /&gt;
k &amp;amp; K afleiden en grafisch weergeven met resp. ln k ~ 1/T en ln K ~ 1/T (voor dH&amp;gt;0 en dH&amp;lt;0)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Welke chemisch relevante eigenschappen van atomen kan je afleiden van de positie in het periodiek systeem? /4 &lt;br /&gt;
Zuur-base; oxidans-reductans (+verband), ... (atomen, niet ionen van het element!)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Hoeveel zilverbromide kan je oplossen in een 0.53M ammonium oplossing. Verwaarloos de basische eigenschappen van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
(Toepassing neerslag &amp;amp; complexatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Redoxreactie van SO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/SO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)- en MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/MnO(v). /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 Augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan het evenwicht in de richting van de producten worden verschoven? Heeft dit invloed op het evenwicht? /6&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;concentratie wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
principe van Le Chatelier&lt;br /&gt;
hogere concentratie → meer kans op botsingen → sneller&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;druk wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
bij drukverhoging → daalt volume → c=n/v dus concentratie stijgt (vanaf dan analoog aan Le Chatelier)&lt;br /&gt;
bij drukverlaging is gunstig voor reacties waarbij ΔN = (N&amp;lt;sub&amp;gt;producten&amp;lt;/sub&amp;gt; - N&amp;lt;sub&amp;gt;reagentia&amp;lt;/sub&amp;gt;) negatief is(N staat voor de coëfficiënten van de stoffen in de reactie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;temperatuur wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
K&amp;lt;sub&amp;gt;ev&amp;lt;/sub&amp;gt; is temperatuursafhankelijk → ΔG =-RTln(K) ↔ ln(k)=-ΔH/RT +ΔS/R (teken grafiek 1/T met ln(k))&lt;br /&gt;
endo → hoge T is gunstig&lt;br /&gt;
exo → lage T is gunstig&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Wat is het verband tussen neerslag- en complexatiereacties? /4&lt;br /&gt;
ionen met een hoge ladingsdichtheid kunnen niet zoals bijvoorbeeld Na&amp;lt;sup&amp;gt;+&amp;lt;/sup&amp;gt; en Cl&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; (afkomstig van goed oplosbaar zou NaCl) in oplossing voorkomen,&lt;br /&gt;
aangezien dit niet stabiel is.&lt;br /&gt;
gaan dus ofwel neerslaan ofwel complexeren&lt;br /&gt;
(K&amp;lt;sub&amp;gt;sp&amp;lt;/sub&amp;gt; en 1/K&amp;lt;sub&amp;gt;st&amp;lt;/sub&amp;gt; vergelijken → de stabielste toestand gaat zich dan voordoen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Teken de lewis-structuur, geef het sterisch getal, hybridisatie, geometrische en atoomstructuur van HCN en ICl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. Geef ook aan of ze polair zijn of niet. /3&lt;br /&gt;
#Leid de K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; af van AsO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van zijn standaarreductiepotentiaal. Kies zelf een goed redoxkoppel. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Welke verbindingen zijn zelf niet zuur of basisch, maar vertonen wel zure of basische eigenschappen als ze in water gebracht worden? /6&lt;br /&gt;
#Hoe kunnen meerdere verschillende kationen die samen in een mengsel voorkomen, van elkaar gescheiden worden? Waarop moet je letten om de scheiding zo volledig mogelijk te laten gebeuren? /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming /3&lt;br /&gt;
#correcte redoxreactie van 2 gegeven koppels schrijven en berekenen dat dit een aflopende reactie is. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Bij welke reacties is quenchen van toepassing? Leg goed uit en geef een voorbeeld. /4&lt;br /&gt;
#Vergelijk chroomvocht, piranhazuur, koningswater en cyanide in base als oplossmiddel voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Roosterenergie berekenen /2.5&lt;br /&gt;
#concentratie zout berekenen die toegevoegd moet worden om gegeven hoeveelheid neerslag op te doen lossen. /3.5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
VM&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je de reactiesnelheid beïnvloeden? Wat betekent dit voor het chemisch evenwicht? /4&lt;br /&gt;
#Wat gebeurt er bij de elektrolyse van water voor geen, een weinig en veel NaCL? /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#pH + werkelijke ionenconcentraties van een bioprotisch zuur berekenen /3&lt;br /&gt;
#een slecht oplosbaar zout oplossen aan de hand van complexatie door een te berekenen massa NaCl toe te voegen /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je het evenwicht naar de kant van de producten brengen? Heeft dit een invloed op de snelheid?&lt;br /&gt;
#Geef het verband tussen protontransferreacties en elektrontransferreacties. Geef voorbeelden die dit verduidelijken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming.&lt;br /&gt;
#Bepaal de hybridisatie en geometrie van PCl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; en SF&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;. Teken de atoomstructuur en zijn deze moleculen polair of apolair en een uitleg waarom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Vuistregels met afleiding van buffers geven, dit ook toepassen op pH titraties, bloed als buffer bespreken&lt;br /&gt;
#Hebben kationen basische of zure eigenschappen, zijn dit dan zwakke of sterke zuren of basen (voorbeelden kunnen helpen en verduidelijkend zijn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen &lt;br /&gt;
#Aantal mL en molair NiSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;-oplossing samenvoegen met een aantal ml en molair NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;, toon aan dat ondanks het gevormde complex nikkel (II) ammoniak er toch nog neerslag gevormd wordt&lt;br /&gt;
#Een tabel gegeven van temperatuur en snelheidsconstante, de opdracht is grafisch de activeringsenergie te berekenen en k te berekenen bij 250°C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== XX Augustus 2016 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leg de verschillende soorten isomerie uit + wat is tautomerie?&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom fluoride in tandpasta zit (alle 6 puntjes geven, dus ook vorming CaF uitleggen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Random oefening uit oefenzitting&lt;br /&gt;
#Berekend de K&amp;lt;sub&amp;gt;w&amp;lt;/sub&amp;gt; vertrekkende vanuit de standaardreductiepotentialen voor water in zuur/basisch milieu&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===XX januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leg de elementaire reactiestappen uit adhv voorbeelden (mono,bi,termoleculair, stationariteitsprincipe, vorming ozon)&lt;br /&gt;
#Geef de &#039;&#039;&#039;essentie&#039;&#039;&#039; van een titratie + grafieken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
#Oplosbaarheid van AgNO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; berekenen na toevoegen van een of ander zuur/base&lt;br /&gt;
#nog een oefening&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===  11 januari 2016 ===&lt;br /&gt;
#Hoe bepaal je de geometrische structuur bij covalent gebonden atomen en geef 3 voorbeelden &lt;br /&gt;
#bij welke reactie is quenching van toepassing?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===XX januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#heterogene en homogene en enzymatische katalysator + alles uitleggen hiervan&lt;br /&gt;
#loodbatterij&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Verschillen tussen Co en Fe en zeggen waarom Fe gebruikt wordt voor zuurstof transport &lt;br /&gt;
#het verschil tussen C dubbel gebonden en enkel gebonden &lt;br /&gt;
#bij de oefeningen was eentje E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; bepalen ahv K&amp;lt;sub&amp;gt;a&amp;lt;/sub&amp;gt; en een andere E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; &lt;br /&gt;
#andere grafisch de orde enzo bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 JAN 2014===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Roosterenergie van 2 roosters (NaCl en MgO) berekenen met de formule, zeggen of er nog een andere manier was om die te vinden (Hess) en of er een verschil in uitkomst te verwachten was tussen de twee manieren. Vergelijken van de pH van de twee oplossingen.&lt;br /&gt;
#Uitleggen waarom termoleculaire reactiestappen omwaarschijnlijk zijn. Reactiemechanisme van 2HI + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; → I&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O  geven. Stationariteitsprincipe uitleggen en zeggen of het op die reactie van toepassing was. &lt;br /&gt;
#Waar/soms waar/niet waar: Een proces is spontaan als de entropie in het systeem toeneemt. &lt;br /&gt;
#Uitleggen wat een buffer is en de vuistregels voor een goede buffer uitleggen zonder de hele wiskundige berekening te doen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen.&lt;br /&gt;
#Oplosbaarheid van AgBr, complexatie met thiosulfaat en alternatieve manier geven om oplosbaarheid te verhogen. Uitleggen waarom die laatste manier weinig effect zou hebben.&lt;br /&gt;
#Celpotentiaal berekenen van een gegeven schematische voorstelling.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 JAN 2013===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de elektronenstructuur van de atomen N en O met die van de moleculen N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;. Licht de hierbij essentiële principes toe.&lt;br /&gt;
# Geef de chemische functies van water. Geef bij iedere functie een voorbeeld in de vorm van een reactievergelijking. Is water sterk of zwak in deze functie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# CuSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing met NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing (grootheden gegeven). Laat zien dat er ondanks de complexatie toch nog neerslagvorming optreedt.&lt;br /&gt;
# Gegeven concentraties (van reactieproduct) in functie van de tijd. Bepaal grafisch de orde en de halfwaardetijd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 FEB 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Geef twee vuistregels voor een goede buffer en toon ze aan aan de hand van de neutralisatiegraad en de buffer capaciteit. &lt;br /&gt;
#* Geef het verband hiervan met pH- titratie &lt;br /&gt;
#* Is bloed een goede buffer ? Verklaar. &lt;br /&gt;
# Verklaar waarom men tandpasta fluorideert.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie.&lt;br /&gt;
# Broom in base.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Welke reacties kunnen optreden als katalysator bij redoxreacties?&lt;br /&gt;
# Leidt de halfreacties van een zwavelzure loodbatterij af&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# hoe bepaal je de elektronenconfiguratie van diatomaire moleculen en geef twee duidelijk verschillende voorbeelden&lt;br /&gt;
# vergelijk Al en Li voor batterijen, geef voor en nadelen en verklaar waarom er Li batterijen zijn en geen Al&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# staaf met enkele goed gekoze voorbeelden het belang van de ladingsdichtheid in de chemie&lt;br /&gt;
# welke reacties hebben er baat bij quenching toe te passen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie. &lt;br /&gt;
# Leg de elektrolyse van water uit in de volgende omstandigheden:1. zonder zout, 2. met een beetje zout en 3. met oplossing van veel zeezout. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
Theorie :&lt;br /&gt;
# geef de vuistregels voor bufferoplossing + afleiden buffercapaciteit en neutralisatiegraad. link met pH-titratie. vertellen over bloed als buffer, goede/slechte buffer?&lt;br /&gt;
# iets van Fe complexatie, waarom de natuur is aangepast aan ademhaling door complexvorming van Fe met zuurstof&lt;br /&gt;
Oefeningen :&lt;br /&gt;
# van deel C met een tabel met waarden, orde van reactie afleiden + grafisch k en t&amp;lt;sub&amp;gt;1/2&amp;lt;/sub&amp;gt; bepalen&lt;br /&gt;
# berekenen of PbOH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; neerslaat, uit een mengsel van PbSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; met NaOH geloof ik&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de bindingssterkte en reactiviteit van C=C en C - C (enkelvoudige binding) op 4 ptn&lt;br /&gt;
# Vergelijk de afhankelijkheid van de temperatuur voor de snelheidsconstante en de evenwichtsconstante&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===1 FEB 2011=== &lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek: Chroomvocht, Piranhazuur , koningswater en cyanide in base en hun werking op (edel)metalen. (/6)&lt;br /&gt;
# Wat is een indicator en hoe werkt het? (/4)&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# P&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; + BR&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; =&amp;amp;gt; PBR&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; vul aan met coefficienten en bereken de temperatuur waarvoor deze reactie spontaan zal verlopen. (/2.5)&lt;br /&gt;
# en een oefening over de combinatie van complexvorming van AlOH&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; en de neerslag van AlOH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. (/3.5)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 sep 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Verschillen en gelijkenissen tussen homogene, heterogene en enzymatische katalyse geven. Verduidelijken met vb.&lt;br /&gt;
# Bindingssterkte en reactiviteit vergelijken tussen C-C en C=C. Welke reacties ondergaan ze.&lt;br /&gt;
Oefingen:&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid&lt;br /&gt;
# Enthalpie &amp;amp;amp; Entropie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 jan 2010===&lt;br /&gt;
# bespreek de oplosbaarheid van metalen in zuur en basisch milieu (/6) &lt;br /&gt;
# bespreek &amp;amp;quot;quenching&amp;amp;quot; en voor welke reacties is dit toepasbaar? (/4) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen: &lt;br /&gt;
# bepaal de oplosbaarheid van AgBr in een molaire NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing (complexvorming) &lt;br /&gt;
# een reactie difluor en diwaterstof -&amp;amp;gt; 2HF. Gaat deze reactie op bij 500K ?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 jan 2010===&lt;br /&gt;
# vergelijk piranhazuur, koningswater, dichromaat en cyanide voor het oplossen van edelmetalen. (.../6)&lt;br /&gt;
# welke reacties kunnen als katalysator optreden bij een redoxreactie? (.../4)&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een oplossing van Ti(II)-ionen wordt in zuur midden getitreerd met een dichromaatoplossing (K&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;Cr&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;7-&amp;lt;/sub&amp;gt;oplossing). Hierbij worden het Cr(III)-ion en het Ti(III)-ion gevormd. Toon aan dat het gaat om een aflopende reactie.Het verloop van de titratie wordt potentiometrisch gevolgd en ook de pH wordt constant gemeten. In de oplossing zit nog een kalomelelektrode (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=0.25V) die aan de anode gekoppeld is en een platina-elektrode. Op zeker ogenblik - na het passeren van het equivalentiepunt - wordt een celpotentiaal van 0.95V gemeten en een pH van 1.2. Bereken de concentratie aan Cr&amp;lt;sup&amp;gt;3+&amp;lt;/sup&amp;gt; ionen, als je weet dat deze concentratie vier maal hoger ligt dan die van de dichromaationen. (.../3)&lt;br /&gt;
# Aan een oplossing van 70 ml 0.20 M nikkelsulfaat wordt 30 ml 0.60 M ammoniak toegevoegd. Toon aan dat er - ondanks de complexvorming - toch hydroxideneerslag gevormd zal worden. (.../3)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Toon het belang aan van ladingsdichtheid in de scheikunde. Geef telkens duidelijk verschillende voorbeelden als het over verschillende soorten reacties gaat.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van broom in base. Geef een relevante toepassing.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Bij 298 K gaat onderstaande reactie op. Men maakt een oplossing van 35,5 g van Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en 0,1 g van H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; in een totaal volume van 200 ml. Wat zijn de evenwichtsconcentraties van H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en HCl ?&lt;br /&gt;
#*H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) + Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) &amp;amp;lt;=&amp;amp;gt; 2HCl(g) &lt;br /&gt;
# Bereken de Kb van IO-, uitgaande van&lt;br /&gt;
#*IO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq) / HIO(l)   E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; = 1,13V&lt;br /&gt;
#*IO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq) / IO&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)  E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; = 0,15V&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Wat is een dipoolmoment?&lt;br /&gt;
# Vroeger werd kaliumpermanganaat e.a. veel gebruikt als goede oxidator. Tegenwoordig wordt pirhanazuur (mengsel waterstofperoxide/zwavelzuur) gebruikt. Waarom?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Temperatuurverandering berekenen van ijs (faseverandering,...)&lt;br /&gt;
# Nog zo&#039;n oefening in die aard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de temperatuursafhankelijkheid van de evenwichtsconstante en de snelheidsconstante.&lt;br /&gt;
# Waarom is een stof goed of slecht oplosbaar in water? En hoe kan je een slecht oplosbare stof beter oplosbaar maken?&lt;br /&gt;
# Maak een vergelijking tussen thermodinamica en kinetica van metathesereacties versus complexatiereacties.&lt;br /&gt;
# Geef de 2 hoofdregels voor het maken van een buffer en leid ze wiskundig af.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsconstante berekenen bij 45°C (je krijgt de reactie)&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is&lt;br /&gt;
# K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 feb 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reacties kunnen een redoxreactie katalyseren?&lt;br /&gt;
# Geef het verband tussen neerslagreacties en complexatiereacties en geef een goed gevonden voorbeeld.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsconstante berekenen bij 45°C (je krijgt de reactie)&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is&lt;br /&gt;
# K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg uit wat tautomerie is + vb.&lt;br /&gt;
# Voor het oxideren werden vroeger vaak de klassieke sterke oxidanten permanaat of dichromaat in zwavelzuur gebruikt, waarom is het gebruik van &amp;amp;quot;piranaha-zuur&amp;amp;quot; (waterstofperoxide in zwavelzuur) aan een opmars bezig?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# men wil 200 ml maken van een oplossing die 3,81g magnesiumcloride en 0,8g natriumhydroxide bevat. Hoeveel gram ammoniumbromide moet er ook in deze oplossing zitter, opdat er geen neerslag is?&lt;br /&gt;
# Boven/onder welke temperatuur gaat deze reactie spontaan op? &lt;br /&gt;
#* N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; (g) + O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) = 2NO (g)&lt;br /&gt;
#* Bereken ook de evenwichtsconstante bij 68°C.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# geef verband van de ionbinding en de covalente binding + verklaar&lt;br /&gt;
# geef verband pH en redoxpotentiaal&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# bereken kb van een stof aan hand van 2 redoxpotentialen &lt;br /&gt;
# oefenening waar je een eind temperatuur moest berekenen met warmtecapaciteit en latente verdampingswarmte (aangezien er een faseovergang is)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R0883495</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Grondslagen_van_de_Chemie&amp;diff=2725</id>
		<title>Grondslagen van de Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Grondslagen_van_de_Chemie&amp;diff=2725"/>
		<updated>2022-01-19T13:44:34Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R0883495: /* 18 januari 2022 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Basisvak chemie voor 1e bachelor chemie, biochemie, biologie en geologie.&lt;br /&gt;
Gedoceerd door professor &amp;amp;lt;s&amp;amp;gt;Koen Clays&amp;amp;lt;/s&amp;amp;gt; &amp;amp;lt;s&amp;amp;gt;Bart Goderis (sinds academiejaar 2013-2014)&amp;amp;lt;/s&amp;amp;gt; Koen Clays. Het examen is deels mondeling, deels schriftelijk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2022 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1.	Hoe kan je de snelheid van een reactie verhogen, wat gebeurt er met het evenwicht?&lt;br /&gt;
2.	Buffers: vuistregels + afleiding, verband met titratie, is bloed een goede buffer?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1.	oefening 1:&lt;br /&gt;
a.	molaire oplosbaarheid van Ag2Cr2O7 in zuiver water&lt;br /&gt;
b.	hoeveel NH3 nodig om 0,100 mol AgI op te lossen in 0,500L (Ag(NH3)2^+ wordt gevormd)&lt;br /&gt;
c.	toon aan dat er geen AgOH neerslag gevormd wordt&lt;br /&gt;
2.	oefening 2:&lt;br /&gt;
a.	redoxreactie opstellen voor N2/NH2OH en Al(OH)4^-/Al&lt;br /&gt;
b.	toon aan dat de reactie aflopend is bij 25°C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 augustus 2021 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Op welke manieren kan je de snelheid van een reactie vergroten, leg uit wat er dan ook met de evenwichtsconstante gebeurt. Verandert hierbij de ligging van het evenwicht? Gebruik formules of figuren om dit aan te tonen&lt;br /&gt;
#Op welke manier beïnvloedt complexatie het redoxpotentiaal van een metaal? Leg uit, geef een voorbeeld. In de natuur wordt Fe gebruikt voor reversibele redoxreacties. Waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
#Boven of onder welke temperatuur gaat deze reactie spontaan op: O2 (g) + N2 (g) —&amp;gt; 2NO (g)&lt;br /&gt;
#HCN verhoogt de oplosbaarheid van Fe(OH)2, hoe groot is de concentratie van HCN die je nodig hebt om 250 ml 3,37g Fe(OH)2 in oplossing te brengen?”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 6 januari 2021 ===&lt;br /&gt;
Theorie 1:&lt;br /&gt;
#Bespreek alle K’s die we hebben gezien in de cursus en geef een voorbeeld waarin hun definitie duidelijk wordt. Indien je iets kan zeggen over K&amp;gt;&amp;gt;1 K=1 en K&amp;lt;&amp;lt;1, voeg je dit hieraan toe.&lt;br /&gt;
#Gebruik een voorbeeld uit 1a en leg uit hoe je K puur theoretisch kunt vinden.&lt;br /&gt;
#Geef een mogelijk verband tussen K en k indien er een is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie 2:&lt;br /&gt;
Bespreek de elektrolyse van water zonder NaCl, met een beetje NaCl en met veel NaCl.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefening 1:&lt;br /&gt;
Bewijs dat dankzij de complexvorming, PbCl2 niet neerslaat, wanneer we 50ml Pb(NO3)2 (0,4M) bij 50ml BaCl2 (0,6M)doen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefening 2:&lt;br /&gt;
0,700M NaHSO3 en 0,450M Na2SO3&lt;br /&gt;
#Bereken de pH.&lt;br /&gt;
#Bereken de pH bij het toevoegen van 20ml KOH.&lt;br /&gt;
#Bij welke concentratie aan NaOH de buffer (100mL) niet meer werkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 augustus 2020 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) Leg homogene, heterogene en enzymatische katalyse uit. Geef ook telkens een voorbeeld. Leg de gelijkenis tussen heterogene en enzymatische katalyse uit. Leg de gelijkenis tussen homogene en enzymatische katalyse uit. /4&lt;br /&gt;
2) Vergelijk chroomvocht (dichromaat in zwavelzuur), piranhazuur (waterstofperoxide in zwavelzuur), koningswater en cyanide in base als oplosmiddelen voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1) Bereken de oplosbaarheid van AgBr in een 0.053M NH3 oplossing. Ag(NH3)2- wordt gevormd.&lt;br /&gt;
2) Is volgende reactie (reactie gegeven) aflopend bij 68 graden C? Toon aan met berekeningen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2020 voormiddag ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) Hoe evenwicht verschuiven naar kant van producten, verandert er iets aan de snelheid?&lt;br /&gt;
2) De ruimtelijke structuur van de covalente binding, 4 relevante voorbeelden geven en bespreken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1) Bereken Kd van complex Ag(CN)2 adhv thermodynamische eigenschap bij 25°C&lt;br /&gt;
2) Na3PO4 0.045 M: bereken werkelijke concentraties van PO43-, Na+, HPO42-, H2PO4-, H3PO4, H3O+, OH- en bereken de pH.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2020 namiddag ===&lt;br /&gt;
theorie:&lt;br /&gt;
#Hoe verklaar je de werking van een &amp;quot;hoog-rendements&amp;quot; brander voor een centrale verwarming? Welke aanpassingen dienen er te gebeuren in vergelijking met een klassieke brander&lt;br /&gt;
#Bespreek de dissociatie van HgCl2. Waarmee is dit te vergelijken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
#Je voegt 50 mL van een 0.0200M AgNO3 - oplossing toe aan 50 mL van een 0.0300M NaCN-oplossing. Zal AgCN neerslaan, ondanks de complexvorming (Kst Ag(CN)2- = 2.5 x 10^20). Verwaarloos de basische eigenschappen van CN-&lt;br /&gt;
#Bepaal grafisch orde van de reactie, de snelheidsconstante en halfwaardetijd. Je krijgt de beginconcentratie van het reagens gegeven, en het verloop van de concentratie van een product. (Dus je moet nog berekenen, hoe het verloop van de concentratie van het reagens gaat)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2020 namiddag ===&lt;br /&gt;
theorie:&lt;br /&gt;
1) bespreek de elektrolyse van water of in een waterige oplossing van zeezout (NaCl) voor volgende situaties: zonder toevoeging van zout, bij toevoeging van een beetje NaCl, bij toevoeging van veel NaCl&lt;br /&gt;
2) Bespreek homogene, heterogene en enzymatische katalyse: geef verschillen en gelijkenissen. Geef telkens een relevant voorbeeld ter illustratie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
1) reactie N2 + O2 --&amp;gt; 2NO gegeven en berekenen boven/onder welke temperatuur de reactie spontaan is&lt;br /&gt;
2) Berekenen hoeveel gram NaCl je moet toevoegen aan 0,448g Cu(OH)2 om dit volledig te kunnen oplossen in 100 ml water als je weet dat het complex [CuCl4]2- wordt gevormd&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2020 voormiddag ===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
# Buffer&lt;br /&gt;
# Reactiemechanisme van Broom&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===?===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) hoe kan men de snelheid van een chemische reactie vergroten? Verandert dit ook iets aan het evenwicht?&lt;br /&gt;
2) chemische eigenschappen ammoniak, hebben ze dan een zwakke of sterke functie? Geef voorbeeldreacties&lt;br /&gt;
3) bespreek de thermodynamische eigenschappen van de autoprotolyse van water. Zie hiervoor tabel 6.9 BOD&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1) bereken of neerslag wordt gevormd bij samenvoegen 2 stoffen&lt;br /&gt;
2) bereken potentiaal galvanische cel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 februari 2019 namiddag===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
#Leg uit hoe een biprotisch zuur dissocieert en geef een voorbeeld. Vergelijk deze dissociatie met die van HgCl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&lt;br /&gt;
#Broom in base&lt;br /&gt;
oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Bepaal de standaardreductiepotentiaal van het koppel Zn(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2 (s)&amp;lt;/sub&amp;gt;\ Zn&amp;lt;sub&amp;gt;(s)&amp;lt;/sub&amp;gt; met het oplosbaarheidsproduct van Zn(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en de standaardreductiepotentiaal van het koppel Zn&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;\ Zn&amp;lt;sub&amp;gt;(s)&amp;lt;/sub&amp;gt; &lt;br /&gt;
#Een klontje vast ethanol met een massa van 50 g wordt bij 155.80 K overgoten met 2.22 L (1 L = 0.79 kg) vloeibaar ethanol waardoor het klontje zal smelten. Wat is de begintemperatuur van het vloeibaar ethanol als je weet dat het systeem een eindtemperatuur van 287.80 K bereikt en als je weet dat er geen energie verloren gaat aan de omgeving?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 januari 2019 namiddag===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
#vervolledig de reactievergelijking ClO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; + Cl&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; -&amp;gt; Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O en geef een plausibel reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
#bespreek de elektrolyse van water of in een waterig milieu zonder toevoeging van zout, bij toevoeging van een beetje NaCl, bij toevoeging van veel NaCl. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen&lt;br /&gt;
#hoeveel natriumthiosulfaat is er nodig om 0,025 mol AgBr op te lossen in 500 ml? Het complex zilverthiosulfaat wordt gevormd. &lt;br /&gt;
#een ijsklontje met massa 56 gram wordt in 150 g water gedaan om dit af te koelen. Het ijsklontje heeft een begintemperatuur van 0°C en het geheel heeft een eindtemperatuur van 14°C. Bereken de begintemperatuur van het water.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2019 voormiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Bespreek de spontane ontbinding van waterstofperoxide. Welke parameters dragen bij tot de ontbinding en hoe kan je dit tegen gaan?&lt;br /&gt;
#De ruimtelijke structuur van de covalente binding, 4 relevante voorbeelden geven en bespreken.&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#0,040 M 100 mL H&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; bij 100 ml 4M Ca&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;-ionen. Wordt er neerslag gevormd?&lt;br /&gt;
#Een orde oefening met grafisch de halfwaarde tijd en k bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2019===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je het evenwicht naar de kant van de producten krijgen. Heeft dit ook invloed op de snelheid van de reactie? /6&lt;br /&gt;
#Stel een chemisch mechanisme op zodat citroenzuur (wat een bestandsdeel is van citroensap) kan ontgiften. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Bepaal de K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; uit de gegeven redoxkoppels (H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O/H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=1.76V) en HO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;−&amp;lt;/sup&amp;gt;/OH&amp;lt;sup&amp;gt;−&amp;lt;/sup&amp;gt;) (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=0.87V). Met welke andere 2 koppels kan je dit nog doen? /3&lt;br /&gt;
# Geef de lewisstructuur, hybridisatie, polariteit (+ uitleg), en geometrie van XeF&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en PBr&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2019===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Geef de twee vuistregels voor een goede buffer en leg ze uit adhv neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg uit bloed als buffer en waarom het geen ideale buffer is. Geef de relatie tussen een buffer en een pH- titratie(curve). /6&lt;br /&gt;
#Vervolledig deze reactie, BrO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;  +  Br&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; →   Br&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;  +  H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O, en geef een plausibel reactiemechanisme voor deze reactie (Staat niet in de cursus maar wel gezien als een extra voorbeeld). BOD Tabel 6.2 n.7 /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Welke verbindingen zijn zelf niet zuur of basisch, maar vertonen wel zure of basische eigenschappen als ze in water gebracht worden? /6&lt;br /&gt;
# Bespreek de voorwaarden en de gevolgen van het stationariteitsprincipe.  Geef een duidelijk en relevant voorbeeld. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#De stabiliteitsconstante voor de vorming van het complex Pb(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; is 1,0.1016. De standaardreductiepotentiaal voor het koppel Pb&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/Pb(s) is -0,12V. Bereken aan de hand van deze gegevens de standaardreductiepotentiaal voor het koppel Pb(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/Pb(s). / 3&lt;br /&gt;
#Er wordt een buffer met pH = 6,90 gemaakt uitgaande van NaH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; en Na&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;HPO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;. De eindconcentratie van NaH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; in 400 mL van deze oplossing is 0,020 M. Bereken hoeveel gram dinatriumwaterstoffosfaat er in deze oplossing moet zitten om de beoogde pH te realiseren. Aan deze oplossing wordt 100 mL 0,0080 M HI toegevoegd. Bereken ook de pH na toevoeging hiervan. Vanaf hoeveel mol NaOH toegevoegd zou de startbuffer niet meer werkzaam zijn? Licht kort toe. /3&lt;br /&gt;
&amp;lt;sup&amp;gt;&amp;lt;/sup&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Stel een mogelijk reactiemechanisme voor bij reactie 7 BOD tabel 6.2. /4&lt;br /&gt;
#Waarom mag men geen ontkalker bij javel doen? Geef alle relevante reacties. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Bepaal de baseconstante van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels. /3&lt;br /&gt;
#Geef de Lewisstructuur, hybridisatie en polariteit van XeF&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en HClO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Hoe kan men het evenwicht naar de producten doen verschuiven? Heeft dit dan ook gevolgen voor de reactiesnelheid? /4&lt;br /&gt;
# Vergelijk chroomvocht (dichromaat in zwavelzuur), piranhazuur (waterstofperoxide in zwavelzuur), koningswater en cyanide in base als oplosmiddelen voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Je wilt 0.488 g Cu(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossen in water tot een eindvolume van 100 mL. Bereken hoeveel gram NaCl er nodig is om ervoor te zorgen dat Cu(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; niet neerslaat. Het CuCl&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; complex wordt gevormd. /3&lt;br /&gt;
# Bepaal grafisch de activeringsenergie van de reactie (tabel met temperatuur en snelheidsconstantes gegeven). Bepaal ook de snelheidsconstante bij 37°C. Kan je hiermee iets zeggen over de orde van de reactie? /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2018 ===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Hoe kan de snelheid van de reactie beïnvloed worden? Verandert dan ook de ligging van het evenwicht van de reactie? /6&lt;br /&gt;
# Welke factoren bepalen of een molecule al dan niet een permanent dipoolmoment bezit? Geef duidelijke voorbeelden. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Je wilt 42.72 g Fe(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossen in water tot een eindvolume van 500 mL. Bereken welke concentratie waterstoffluoride (HF) er nodig is om ervoor te zorgen dat Fe(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; niet neerslaat. /3&lt;br /&gt;
# Stel de correcte redoxreactie op van de koppels Br&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;/Br&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; en AsO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;3-&amp;lt;/sup&amp;gt;/AsO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;. Toon aan met berekeningen dat het over een aflopende reactie gaat bij kamertemperatuur (25°C) /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2018 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van chloor in base. Geef een belangrijke toepassing.&lt;br /&gt;
# Vergelijk de ideale gaswet met de van der Waalsvergelijking voor reële gassen en bespreek de trend in co-volume b en cohesiedruk a (BOD p.141) voor H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, CO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en C&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;H&amp;lt;sub&amp;gt;10&amp;lt;/sub&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 namiddag ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# BOD tabel 6.2, reactie 8: stel een mogelijk reactiemachanisme voor&lt;br /&gt;
# Wat zijn de 2 vuistregels van een goeie buffer? Leidt deze af aan de hand van de begrippen neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg de link met pH-titratie. Leg uit: bloed als buffer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# bepaal de baseconstante van MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels&lt;br /&gt;
# lewisstructuur, hybridisatie en polariteit van 2 moleculen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 namiddag ===&lt;br /&gt;
(examen voor gedeeltelijke vrijstelling, enkel vragen deel E)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Wat zijn de drijvende krachten bij een complexatiereactie? Toon aan met goed gekozen voorbeelden, en leg uit aan de hand van de kenmerken van een hoge stabiliteitsconstante. /4&lt;br /&gt;
# Wat zijn de 2 vuistregels van een goeie buffer? Leidt deze af aan de hand van de begrippen neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg de link met pH-titratie. Leg uit: bloed als buffer. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Bepaal de baseconstante van MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels /3&lt;br /&gt;
# Hoeveel zilverbromide kan je oplossen in een 0.530M ammoniakoplossing. Verwaarloos de basische eigenschappen van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3 (Toepassing neerslag &amp;amp; complexatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 september 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Waarom zijn er diagonaalrelaties? Geef voorbeelden van chemische eigenschappen die gebruikt worden in chemische reacties. /5 &lt;br /&gt;
#Geef het verband tussen de redoxpotentiaal van een redoxhalfreactie en de evenwichtconstante van de gehele reactie. Geef ook de gevolgen. /5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of er neerslagvorming optreedt. &lt;br /&gt;
#Vrijgekomen warmte en energie uit een reactie berekenen. &lt;br /&gt;
=== 25 Augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Vergelijk het verschil van de invloed van temperatuur op de reactiesnelheid en het evenwicht - zowel in formulevorm als grafisch /6&lt;br /&gt;
k &amp;amp; K afleiden en grafisch weergeven met resp. ln k ~ 1/T en ln K ~ 1/T (voor dH&amp;gt;0 en dH&amp;lt;0)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Welke chemisch relevante eigenschappen van atomen kan je afleiden van de positie in het periodiek systeem? /4 &lt;br /&gt;
Zuur-base; oxidans-reductans (+verband), ... (atomen, niet ionen van het element!)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Hoeveel zilverbromide kan je oplossen in een 0.53M ammonium oplossing. Verwaarloos de basische eigenschappen van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
(Toepassing neerslag &amp;amp; complexatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Redoxreactie van SO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/SO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)- en MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/MnO(v). /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 Augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan het evenwicht in de richting van de producten worden verschoven? Heeft dit invloed op het evenwicht? /6&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;concentratie wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
principe van Le Chatelier&lt;br /&gt;
hogere concentratie → meer kans op botsingen → sneller&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;druk wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
bij drukverhoging → daalt volume → c=n/v dus concentratie stijgt (vanaf dan analoog aan Le Chatelier)&lt;br /&gt;
bij drukverlaging is gunstig voor reacties waarbij ΔN = (N&amp;lt;sub&amp;gt;producten&amp;lt;/sub&amp;gt; - N&amp;lt;sub&amp;gt;reagentia&amp;lt;/sub&amp;gt;) negatief is(N staat voor de coëfficiënten van de stoffen in de reactie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;temperatuur wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
K&amp;lt;sub&amp;gt;ev&amp;lt;/sub&amp;gt; is temperatuursafhankelijk → ΔG =-RTln(K) ↔ ln(k)=-ΔH/RT +ΔS/R (teken grafiek 1/T met ln(k))&lt;br /&gt;
endo → hoge T is gunstig&lt;br /&gt;
exo → lage T is gunstig&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Wat is het verband tussen neerslag- en complexatiereacties? /4&lt;br /&gt;
ionen met een hoge ladingsdichtheid kunnen niet zoals bijvoorbeeld Na&amp;lt;sup&amp;gt;+&amp;lt;/sup&amp;gt; en Cl&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; (afkomstig van goed oplosbaar zou NaCl) in oplossing voorkomen,&lt;br /&gt;
aangezien dit niet stabiel is.&lt;br /&gt;
gaan dus ofwel neerslaan ofwel complexeren&lt;br /&gt;
(K&amp;lt;sub&amp;gt;sp&amp;lt;/sub&amp;gt; en 1/K&amp;lt;sub&amp;gt;st&amp;lt;/sub&amp;gt; vergelijken → de stabielste toestand gaat zich dan voordoen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Teken de lewis-structuur, geef het sterisch getal, hybridisatie, geometrische en atoomstructuur van HCN en ICl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. Geef ook aan of ze polair zijn of niet. /3&lt;br /&gt;
#Leid de K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; af van AsO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van zijn standaarreductiepotentiaal. Kies zelf een goed redoxkoppel. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Welke verbindingen zijn zelf niet zuur of basisch, maar vertonen wel zure of basische eigenschappen als ze in water gebracht worden? /6&lt;br /&gt;
#Hoe kunnen meerdere verschillende kationen die samen in een mengsel voorkomen, van elkaar gescheiden worden? Waarop moet je letten om de scheiding zo volledig mogelijk te laten gebeuren? /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming /3&lt;br /&gt;
#correcte redoxreactie van 2 gegeven koppels schrijven en berekenen dat dit een aflopende reactie is. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Bij welke reacties is quenchen van toepassing? Leg goed uit en geef een voorbeeld. /4&lt;br /&gt;
#Vergelijk chroomvocht, piranhazuur, koningswater en cyanide in base als oplossmiddel voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Roosterenergie berekenen /2.5&lt;br /&gt;
#concentratie zout berekenen die toegevoegd moet worden om gegeven hoeveelheid neerslag op te doen lossen. /3.5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
VM&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je de reactiesnelheid beïnvloeden? Wat betekent dit voor het chemisch evenwicht? /4&lt;br /&gt;
#Wat gebeurt er bij de elektrolyse van water voor geen, een weinig en veel NaCL? /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#pH + werkelijke ionenconcentraties van een bioprotisch zuur berekenen /3&lt;br /&gt;
#een slecht oplosbaar zout oplossen aan de hand van complexatie door een te berekenen massa NaCl toe te voegen /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je het evenwicht naar de kant van de producten brengen? Heeft dit een invloed op de snelheid?&lt;br /&gt;
#Geef het verband tussen protontransferreacties en elektrontransferreacties. Geef voorbeelden die dit verduidelijken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming.&lt;br /&gt;
#Bepaal de hybridisatie en geometrie van PCl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; en SF&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;. Teken de atoomstructuur en zijn deze moleculen polair of apolair en een uitleg waarom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Vuistregels met afleiding van buffers geven, dit ook toepassen op pH titraties, bloed als buffer bespreken&lt;br /&gt;
#Hebben kationen basische of zure eigenschappen, zijn dit dan zwakke of sterke zuren of basen (voorbeelden kunnen helpen en verduidelijkend zijn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen &lt;br /&gt;
#Aantal mL en molair NiSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;-oplossing samenvoegen met een aantal ml en molair NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;, toon aan dat ondanks het gevormde complex nikkel (II) ammoniak er toch nog neerslag gevormd wordt&lt;br /&gt;
#Een tabel gegeven van temperatuur en snelheidsconstante, de opdracht is grafisch de activeringsenergie te berekenen en k te berekenen bij 250°C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== XX Augustus 2016 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leg de verschillende soorten isomerie uit + wat is tautomerie?&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom fluoride in tandpasta zit (alle 6 puntjes geven, dus ook vorming CaF uitleggen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Random oefening uit oefenzitting&lt;br /&gt;
#Berekend de K&amp;lt;sub&amp;gt;w&amp;lt;/sub&amp;gt; vertrekkende vanuit de standaardreductiepotentialen voor water in zuur/basisch milieu&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===XX januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leg de elementaire reactiestappen uit adhv voorbeelden (mono,bi,termoleculair, stationariteitsprincipe, vorming ozon)&lt;br /&gt;
#Geef de &#039;&#039;&#039;essentie&#039;&#039;&#039; van een titratie + grafieken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
#Oplosbaarheid van AgNO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; berekenen na toevoegen van een of ander zuur/base&lt;br /&gt;
#nog een oefening&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===  11 januari 2016 ===&lt;br /&gt;
#Hoe bepaal je de geometrische structuur bij covalent gebonden atomen en geef 3 voorbeelden &lt;br /&gt;
#bij welke reactie is quenching van toepassing?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===XX januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#heterogene en homogene en enzymatische katalysator + alles uitleggen hiervan&lt;br /&gt;
#loodbatterij&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Verschillen tussen Co en Fe en zeggen waarom Fe gebruikt wordt voor zuurstof transport &lt;br /&gt;
#het verschil tussen C dubbel gebonden en enkel gebonden &lt;br /&gt;
#bij de oefeningen was eentje E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; bepalen ahv K&amp;lt;sub&amp;gt;a&amp;lt;/sub&amp;gt; en een andere E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; &lt;br /&gt;
#andere grafisch de orde enzo bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 JAN 2014===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Roosterenergie van 2 roosters (NaCl en MgO) berekenen met de formule, zeggen of er nog een andere manier was om die te vinden (Hess) en of er een verschil in uitkomst te verwachten was tussen de twee manieren. Vergelijken van de pH van de twee oplossingen.&lt;br /&gt;
#Uitleggen waarom termoleculaire reactiestappen omwaarschijnlijk zijn. Reactiemechanisme van 2HI + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; → I&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O  geven. Stationariteitsprincipe uitleggen en zeggen of het op die reactie van toepassing was. &lt;br /&gt;
#Waar/soms waar/niet waar: Een proces is spontaan als de entropie in het systeem toeneemt. &lt;br /&gt;
#Uitleggen wat een buffer is en de vuistregels voor een goede buffer uitleggen zonder de hele wiskundige berekening te doen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen.&lt;br /&gt;
#Oplosbaarheid van AgBr, complexatie met thiosulfaat en alternatieve manier geven om oplosbaarheid te verhogen. Uitleggen waarom die laatste manier weinig effect zou hebben.&lt;br /&gt;
#Celpotentiaal berekenen van een gegeven schematische voorstelling.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 JAN 2013===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de elektronenstructuur van de atomen N en O met die van de moleculen N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;. Licht de hierbij essentiële principes toe.&lt;br /&gt;
# Geef de chemische functies van water. Geef bij iedere functie een voorbeeld in de vorm van een reactievergelijking. Is water sterk of zwak in deze functie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# CuSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing met NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing (grootheden gegeven). Laat zien dat er ondanks de complexatie toch nog neerslagvorming optreedt.&lt;br /&gt;
# Gegeven concentraties (van reactieproduct) in functie van de tijd. Bepaal grafisch de orde en de halfwaardetijd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 FEB 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Geef twee vuistregels voor een goede buffer en toon ze aan aan de hand van de neutralisatiegraad en de buffer capaciteit. &lt;br /&gt;
#* Geef het verband hiervan met pH- titratie &lt;br /&gt;
#* Is bloed een goede buffer ? Verklaar. &lt;br /&gt;
# Verklaar waarom men tandpasta fluorideert.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie.&lt;br /&gt;
# Broom in base.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Welke reacties kunnen optreden als katalysator bij redoxreacties?&lt;br /&gt;
# Leidt de halfreacties van een zwavelzure loodbatterij af&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# hoe bepaal je de elektronenconfiguratie van diatomaire moleculen en geef twee duidelijk verschillende voorbeelden&lt;br /&gt;
# vergelijk Al en Li voor batterijen, geef voor en nadelen en verklaar waarom er Li batterijen zijn en geen Al&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# staaf met enkele goed gekoze voorbeelden het belang van de ladingsdichtheid in de chemie&lt;br /&gt;
# welke reacties hebben er baat bij quenching toe te passen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie. &lt;br /&gt;
# Leg de elektrolyse van water uit in de volgende omstandigheden:1. zonder zout, 2. met een beetje zout en 3. met oplossing van veel zeezout. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
Theorie :&lt;br /&gt;
# geef de vuistregels voor bufferoplossing + afleiden buffercapaciteit en neutralisatiegraad. link met pH-titratie. vertellen over bloed als buffer, goede/slechte buffer?&lt;br /&gt;
# iets van Fe complexatie, waarom de natuur is aangepast aan ademhaling door complexvorming van Fe met zuurstof&lt;br /&gt;
Oefeningen :&lt;br /&gt;
# van deel C met een tabel met waarden, orde van reactie afleiden + grafisch k en t&amp;lt;sub&amp;gt;1/2&amp;lt;/sub&amp;gt; bepalen&lt;br /&gt;
# berekenen of PbOH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; neerslaat, uit een mengsel van PbSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; met NaOH geloof ik&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de bindingssterkte en reactiviteit van C=C en C - C (enkelvoudige binding) op 4 ptn&lt;br /&gt;
# Vergelijk de afhankelijkheid van de temperatuur voor de snelheidsconstante en de evenwichtsconstante&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===1 FEB 2011=== &lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek: Chroomvocht, Piranhazuur , koningswater en cyanide in base en hun werking op (edel)metalen. (/6)&lt;br /&gt;
# Wat is een indicator en hoe werkt het? (/4)&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# P&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; + BR&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; =&amp;amp;gt; PBR&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; vul aan met coefficienten en bereken de temperatuur waarvoor deze reactie spontaan zal verlopen. (/2.5)&lt;br /&gt;
# en een oefening over de combinatie van complexvorming van AlOH&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; en de neerslag van AlOH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. (/3.5)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 sep 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Verschillen en gelijkenissen tussen homogene, heterogene en enzymatische katalyse geven. Verduidelijken met vb.&lt;br /&gt;
# Bindingssterkte en reactiviteit vergelijken tussen C-C en C=C. Welke reacties ondergaan ze.&lt;br /&gt;
Oefingen:&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid&lt;br /&gt;
# Enthalpie &amp;amp;amp; Entropie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 jan 2010===&lt;br /&gt;
# bespreek de oplosbaarheid van metalen in zuur en basisch milieu (/6) &lt;br /&gt;
# bespreek &amp;amp;quot;quenching&amp;amp;quot; en voor welke reacties is dit toepasbaar? (/4) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen: &lt;br /&gt;
# bepaal de oplosbaarheid van AgBr in een molaire NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing (complexvorming) &lt;br /&gt;
# een reactie difluor en diwaterstof -&amp;amp;gt; 2HF. Gaat deze reactie op bij 500K ?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 jan 2010===&lt;br /&gt;
# vergelijk piranhazuur, koningswater, dichromaat en cyanide voor het oplossen van edelmetalen. (.../6)&lt;br /&gt;
# welke reacties kunnen als katalysator optreden bij een redoxreactie? (.../4)&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een oplossing van Ti(II)-ionen wordt in zuur midden getitreerd met een dichromaatoplossing (K&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;Cr&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;7-&amp;lt;/sub&amp;gt;oplossing). Hierbij worden het Cr(III)-ion en het Ti(III)-ion gevormd. Toon aan dat het gaat om een aflopende reactie.Het verloop van de titratie wordt potentiometrisch gevolgd en ook de pH wordt constant gemeten. In de oplossing zit nog een kalomelelektrode (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=0.25V) die aan de anode gekoppeld is en een platina-elektrode. Op zeker ogenblik - na het passeren van het equivalentiepunt - wordt een celpotentiaal van 0.95V gemeten en een pH van 1.2. Bereken de concentratie aan Cr&amp;lt;sup&amp;gt;3+&amp;lt;/sup&amp;gt; ionen, als je weet dat deze concentratie vier maal hoger ligt dan die van de dichromaationen. (.../3)&lt;br /&gt;
# Aan een oplossing van 70 ml 0.20 M nikkelsulfaat wordt 30 ml 0.60 M ammoniak toegevoegd. Toon aan dat er - ondanks de complexvorming - toch hydroxideneerslag gevormd zal worden. (.../3)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Toon het belang aan van ladingsdichtheid in de scheikunde. Geef telkens duidelijk verschillende voorbeelden als het over verschillende soorten reacties gaat.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van broom in base. Geef een relevante toepassing.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Bij 298 K gaat onderstaande reactie op. Men maakt een oplossing van 35,5 g van Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en 0,1 g van H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; in een totaal volume van 200 ml. Wat zijn de evenwichtsconcentraties van H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en HCl ?&lt;br /&gt;
#*H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) + Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) &amp;amp;lt;=&amp;amp;gt; 2HCl(g) &lt;br /&gt;
# Bereken de Kb van IO-, uitgaande van&lt;br /&gt;
#*IO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq) / HIO(l)   E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; = 1,13V&lt;br /&gt;
#*IO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq) / IO&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)  E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; = 0,15V&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Wat is een dipoolmoment?&lt;br /&gt;
# Vroeger werd kaliumpermanganaat e.a. veel gebruikt als goede oxidator. Tegenwoordig wordt pirhanazuur (mengsel waterstofperoxide/zwavelzuur) gebruikt. Waarom?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Temperatuurverandering berekenen van ijs (faseverandering,...)&lt;br /&gt;
# Nog zo&#039;n oefening in die aard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de temperatuursafhankelijkheid van de evenwichtsconstante en de snelheidsconstante.&lt;br /&gt;
# Waarom is een stof goed of slecht oplosbaar in water? En hoe kan je een slecht oplosbare stof beter oplosbaar maken?&lt;br /&gt;
# Maak een vergelijking tussen thermodinamica en kinetica van metathesereacties versus complexatiereacties.&lt;br /&gt;
# Geef de 2 hoofdregels voor het maken van een buffer en leid ze wiskundig af.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsconstante berekenen bij 45°C (je krijgt de reactie)&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is&lt;br /&gt;
# K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 feb 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reacties kunnen een redoxreactie katalyseren?&lt;br /&gt;
# Geef het verband tussen neerslagreacties en complexatiereacties en geef een goed gevonden voorbeeld.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsconstante berekenen bij 45°C (je krijgt de reactie)&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is&lt;br /&gt;
# K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg uit wat tautomerie is + vb.&lt;br /&gt;
# Voor het oxideren werden vroeger vaak de klassieke sterke oxidanten permanaat of dichromaat in zwavelzuur gebruikt, waarom is het gebruik van &amp;amp;quot;piranaha-zuur&amp;amp;quot; (waterstofperoxide in zwavelzuur) aan een opmars bezig?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# men wil 200 ml maken van een oplossing die 3,81g magnesiumcloride en 0,8g natriumhydroxide bevat. Hoeveel gram ammoniumbromide moet er ook in deze oplossing zitter, opdat er geen neerslag is?&lt;br /&gt;
# Boven/onder welke temperatuur gaat deze reactie spontaan op? &lt;br /&gt;
#* N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; (g) + O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) = 2NO (g)&lt;br /&gt;
#* Bereken ook de evenwichtsconstante bij 68°C.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# geef verband van de ionbinding en de covalente binding + verklaar&lt;br /&gt;
# geef verband pH en redoxpotentiaal&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# bereken kb van een stof aan hand van 2 redoxpotentialen &lt;br /&gt;
# oefenening waar je een eind temperatuur moest berekenen met warmtecapaciteit en latente verdampingswarmte (aangezien er een faseovergang is)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R0883495</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Grondslagen_van_de_Chemie&amp;diff=2724</id>
		<title>Grondslagen van de Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Grondslagen_van_de_Chemie&amp;diff=2724"/>
		<updated>2022-01-19T13:42:19Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R0883495: /* 18 januari 2022 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Basisvak chemie voor 1e bachelor chemie, biochemie, biologie en geologie.&lt;br /&gt;
Gedoceerd door professor &amp;amp;lt;s&amp;amp;gt;Koen Clays&amp;amp;lt;/s&amp;amp;gt; &amp;amp;lt;s&amp;amp;gt;Bart Goderis (sinds academiejaar 2013-2014)&amp;amp;lt;/s&amp;amp;gt; Koen Clays. Het examen is deels mondeling, deels schriftelijk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2022 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1) Hoe kan je de snelheid van een reactie verhogen, wat gebeurt er met het evenwicht?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) buffers: vuistregels + afleiding, verband met titratie, is bloed een goede buffer?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3a) molaire oplosbaarheid van Ag2Cr2O7 in zuiver water&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3b) hoeveel NH3 nodig om 0,100 mol AgI op te lossen in 0,500L (Ag(NH3)2^+ wordt gevormd)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3c) toon aan dat er geen AgOH neerslag gevormd wordt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
4a) redoxreactie opstellen voor N2/NH2OH en Al(OH)4^-/Al&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
4b) toon aan dat de reactie aflopend is bij 25°C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 augustus 2021 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Op welke manieren kan je de snelheid van een reactie vergroten, leg uit wat er dan ook met de evenwichtsconstante gebeurt. Verandert hierbij de ligging van het evenwicht? Gebruik formules of figuren om dit aan te tonen&lt;br /&gt;
#Op welke manier beïnvloedt complexatie het redoxpotentiaal van een metaal? Leg uit, geef een voorbeeld. In de natuur wordt Fe gebruikt voor reversibele redoxreacties. Waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
#Boven of onder welke temperatuur gaat deze reactie spontaan op: O2 (g) + N2 (g) —&amp;gt; 2NO (g)&lt;br /&gt;
#HCN verhoogt de oplosbaarheid van Fe(OH)2, hoe groot is de concentratie van HCN die je nodig hebt om 250 ml 3,37g Fe(OH)2 in oplossing te brengen?”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 6 januari 2021 ===&lt;br /&gt;
Theorie 1:&lt;br /&gt;
#Bespreek alle K’s die we hebben gezien in de cursus en geef een voorbeeld waarin hun definitie duidelijk wordt. Indien je iets kan zeggen over K&amp;gt;&amp;gt;1 K=1 en K&amp;lt;&amp;lt;1, voeg je dit hieraan toe.&lt;br /&gt;
#Gebruik een voorbeeld uit 1a en leg uit hoe je K puur theoretisch kunt vinden.&lt;br /&gt;
#Geef een mogelijk verband tussen K en k indien er een is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie 2:&lt;br /&gt;
Bespreek de elektrolyse van water zonder NaCl, met een beetje NaCl en met veel NaCl.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefening 1:&lt;br /&gt;
Bewijs dat dankzij de complexvorming, PbCl2 niet neerslaat, wanneer we 50ml Pb(NO3)2 (0,4M) bij 50ml BaCl2 (0,6M)doen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefening 2:&lt;br /&gt;
0,700M NaHSO3 en 0,450M Na2SO3&lt;br /&gt;
#Bereken de pH.&lt;br /&gt;
#Bereken de pH bij het toevoegen van 20ml KOH.&lt;br /&gt;
#Bij welke concentratie aan NaOH de buffer (100mL) niet meer werkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 augustus 2020 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) Leg homogene, heterogene en enzymatische katalyse uit. Geef ook telkens een voorbeeld. Leg de gelijkenis tussen heterogene en enzymatische katalyse uit. Leg de gelijkenis tussen homogene en enzymatische katalyse uit. /4&lt;br /&gt;
2) Vergelijk chroomvocht (dichromaat in zwavelzuur), piranhazuur (waterstofperoxide in zwavelzuur), koningswater en cyanide in base als oplosmiddelen voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1) Bereken de oplosbaarheid van AgBr in een 0.053M NH3 oplossing. Ag(NH3)2- wordt gevormd.&lt;br /&gt;
2) Is volgende reactie (reactie gegeven) aflopend bij 68 graden C? Toon aan met berekeningen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2020 voormiddag ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) Hoe evenwicht verschuiven naar kant van producten, verandert er iets aan de snelheid?&lt;br /&gt;
2) De ruimtelijke structuur van de covalente binding, 4 relevante voorbeelden geven en bespreken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1) Bereken Kd van complex Ag(CN)2 adhv thermodynamische eigenschap bij 25°C&lt;br /&gt;
2) Na3PO4 0.045 M: bereken werkelijke concentraties van PO43-, Na+, HPO42-, H2PO4-, H3PO4, H3O+, OH- en bereken de pH.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2020 namiddag ===&lt;br /&gt;
theorie:&lt;br /&gt;
#Hoe verklaar je de werking van een &amp;quot;hoog-rendements&amp;quot; brander voor een centrale verwarming? Welke aanpassingen dienen er te gebeuren in vergelijking met een klassieke brander&lt;br /&gt;
#Bespreek de dissociatie van HgCl2. Waarmee is dit te vergelijken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
#Je voegt 50 mL van een 0.0200M AgNO3 - oplossing toe aan 50 mL van een 0.0300M NaCN-oplossing. Zal AgCN neerslaan, ondanks de complexvorming (Kst Ag(CN)2- = 2.5 x 10^20). Verwaarloos de basische eigenschappen van CN-&lt;br /&gt;
#Bepaal grafisch orde van de reactie, de snelheidsconstante en halfwaardetijd. Je krijgt de beginconcentratie van het reagens gegeven, en het verloop van de concentratie van een product. (Dus je moet nog berekenen, hoe het verloop van de concentratie van het reagens gaat)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2020 namiddag ===&lt;br /&gt;
theorie:&lt;br /&gt;
1) bespreek de elektrolyse van water of in een waterige oplossing van zeezout (NaCl) voor volgende situaties: zonder toevoeging van zout, bij toevoeging van een beetje NaCl, bij toevoeging van veel NaCl&lt;br /&gt;
2) Bespreek homogene, heterogene en enzymatische katalyse: geef verschillen en gelijkenissen. Geef telkens een relevant voorbeeld ter illustratie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
1) reactie N2 + O2 --&amp;gt; 2NO gegeven en berekenen boven/onder welke temperatuur de reactie spontaan is&lt;br /&gt;
2) Berekenen hoeveel gram NaCl je moet toevoegen aan 0,448g Cu(OH)2 om dit volledig te kunnen oplossen in 100 ml water als je weet dat het complex [CuCl4]2- wordt gevormd&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2020 voormiddag ===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
# Buffer&lt;br /&gt;
# Reactiemechanisme van Broom&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===?===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) hoe kan men de snelheid van een chemische reactie vergroten? Verandert dit ook iets aan het evenwicht?&lt;br /&gt;
2) chemische eigenschappen ammoniak, hebben ze dan een zwakke of sterke functie? Geef voorbeeldreacties&lt;br /&gt;
3) bespreek de thermodynamische eigenschappen van de autoprotolyse van water. Zie hiervoor tabel 6.9 BOD&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1) bereken of neerslag wordt gevormd bij samenvoegen 2 stoffen&lt;br /&gt;
2) bereken potentiaal galvanische cel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 februari 2019 namiddag===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
#Leg uit hoe een biprotisch zuur dissocieert en geef een voorbeeld. Vergelijk deze dissociatie met die van HgCl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&lt;br /&gt;
#Broom in base&lt;br /&gt;
oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Bepaal de standaardreductiepotentiaal van het koppel Zn(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2 (s)&amp;lt;/sub&amp;gt;\ Zn&amp;lt;sub&amp;gt;(s)&amp;lt;/sub&amp;gt; met het oplosbaarheidsproduct van Zn(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en de standaardreductiepotentiaal van het koppel Zn&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;\ Zn&amp;lt;sub&amp;gt;(s)&amp;lt;/sub&amp;gt; &lt;br /&gt;
#Een klontje vast ethanol met een massa van 50 g wordt bij 155.80 K overgoten met 2.22 L (1 L = 0.79 kg) vloeibaar ethanol waardoor het klontje zal smelten. Wat is de begintemperatuur van het vloeibaar ethanol als je weet dat het systeem een eindtemperatuur van 287.80 K bereikt en als je weet dat er geen energie verloren gaat aan de omgeving?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 januari 2019 namiddag===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
#vervolledig de reactievergelijking ClO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; + Cl&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; -&amp;gt; Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O en geef een plausibel reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
#bespreek de elektrolyse van water of in een waterig milieu zonder toevoeging van zout, bij toevoeging van een beetje NaCl, bij toevoeging van veel NaCl. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen&lt;br /&gt;
#hoeveel natriumthiosulfaat is er nodig om 0,025 mol AgBr op te lossen in 500 ml? Het complex zilverthiosulfaat wordt gevormd. &lt;br /&gt;
#een ijsklontje met massa 56 gram wordt in 150 g water gedaan om dit af te koelen. Het ijsklontje heeft een begintemperatuur van 0°C en het geheel heeft een eindtemperatuur van 14°C. Bereken de begintemperatuur van het water.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2019 voormiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Bespreek de spontane ontbinding van waterstofperoxide. Welke parameters dragen bij tot de ontbinding en hoe kan je dit tegen gaan?&lt;br /&gt;
#De ruimtelijke structuur van de covalente binding, 4 relevante voorbeelden geven en bespreken.&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#0,040 M 100 mL H&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; bij 100 ml 4M Ca&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;-ionen. Wordt er neerslag gevormd?&lt;br /&gt;
#Een orde oefening met grafisch de halfwaarde tijd en k bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2019===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je het evenwicht naar de kant van de producten krijgen. Heeft dit ook invloed op de snelheid van de reactie? /6&lt;br /&gt;
#Stel een chemisch mechanisme op zodat citroenzuur (wat een bestandsdeel is van citroensap) kan ontgiften. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Bepaal de K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; uit de gegeven redoxkoppels (H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O/H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=1.76V) en HO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;−&amp;lt;/sup&amp;gt;/OH&amp;lt;sup&amp;gt;−&amp;lt;/sup&amp;gt;) (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=0.87V). Met welke andere 2 koppels kan je dit nog doen? /3&lt;br /&gt;
# Geef de lewisstructuur, hybridisatie, polariteit (+ uitleg), en geometrie van XeF&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en PBr&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2019===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Geef de twee vuistregels voor een goede buffer en leg ze uit adhv neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg uit bloed als buffer en waarom het geen ideale buffer is. Geef de relatie tussen een buffer en een pH- titratie(curve). /6&lt;br /&gt;
#Vervolledig deze reactie, BrO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;  +  Br&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; →   Br&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;  +  H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O, en geef een plausibel reactiemechanisme voor deze reactie (Staat niet in de cursus maar wel gezien als een extra voorbeeld). BOD Tabel 6.2 n.7 /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Welke verbindingen zijn zelf niet zuur of basisch, maar vertonen wel zure of basische eigenschappen als ze in water gebracht worden? /6&lt;br /&gt;
# Bespreek de voorwaarden en de gevolgen van het stationariteitsprincipe.  Geef een duidelijk en relevant voorbeeld. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#De stabiliteitsconstante voor de vorming van het complex Pb(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; is 1,0.1016. De standaardreductiepotentiaal voor het koppel Pb&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/Pb(s) is -0,12V. Bereken aan de hand van deze gegevens de standaardreductiepotentiaal voor het koppel Pb(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/Pb(s). / 3&lt;br /&gt;
#Er wordt een buffer met pH = 6,90 gemaakt uitgaande van NaH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; en Na&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;HPO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;. De eindconcentratie van NaH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; in 400 mL van deze oplossing is 0,020 M. Bereken hoeveel gram dinatriumwaterstoffosfaat er in deze oplossing moet zitten om de beoogde pH te realiseren. Aan deze oplossing wordt 100 mL 0,0080 M HI toegevoegd. Bereken ook de pH na toevoeging hiervan. Vanaf hoeveel mol NaOH toegevoegd zou de startbuffer niet meer werkzaam zijn? Licht kort toe. /3&lt;br /&gt;
&amp;lt;sup&amp;gt;&amp;lt;/sup&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Stel een mogelijk reactiemechanisme voor bij reactie 7 BOD tabel 6.2. /4&lt;br /&gt;
#Waarom mag men geen ontkalker bij javel doen? Geef alle relevante reacties. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Bepaal de baseconstante van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels. /3&lt;br /&gt;
#Geef de Lewisstructuur, hybridisatie en polariteit van XeF&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en HClO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Hoe kan men het evenwicht naar de producten doen verschuiven? Heeft dit dan ook gevolgen voor de reactiesnelheid? /4&lt;br /&gt;
# Vergelijk chroomvocht (dichromaat in zwavelzuur), piranhazuur (waterstofperoxide in zwavelzuur), koningswater en cyanide in base als oplosmiddelen voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Je wilt 0.488 g Cu(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossen in water tot een eindvolume van 100 mL. Bereken hoeveel gram NaCl er nodig is om ervoor te zorgen dat Cu(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; niet neerslaat. Het CuCl&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; complex wordt gevormd. /3&lt;br /&gt;
# Bepaal grafisch de activeringsenergie van de reactie (tabel met temperatuur en snelheidsconstantes gegeven). Bepaal ook de snelheidsconstante bij 37°C. Kan je hiermee iets zeggen over de orde van de reactie? /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2018 ===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Hoe kan de snelheid van de reactie beïnvloed worden? Verandert dan ook de ligging van het evenwicht van de reactie? /6&lt;br /&gt;
# Welke factoren bepalen of een molecule al dan niet een permanent dipoolmoment bezit? Geef duidelijke voorbeelden. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Je wilt 42.72 g Fe(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossen in water tot een eindvolume van 500 mL. Bereken welke concentratie waterstoffluoride (HF) er nodig is om ervoor te zorgen dat Fe(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; niet neerslaat. /3&lt;br /&gt;
# Stel de correcte redoxreactie op van de koppels Br&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;/Br&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; en AsO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;3-&amp;lt;/sup&amp;gt;/AsO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;. Toon aan met berekeningen dat het over een aflopende reactie gaat bij kamertemperatuur (25°C) /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2018 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van chloor in base. Geef een belangrijke toepassing.&lt;br /&gt;
# Vergelijk de ideale gaswet met de van der Waalsvergelijking voor reële gassen en bespreek de trend in co-volume b en cohesiedruk a (BOD p.141) voor H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, CO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en C&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;H&amp;lt;sub&amp;gt;10&amp;lt;/sub&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 namiddag ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# BOD tabel 6.2, reactie 8: stel een mogelijk reactiemachanisme voor&lt;br /&gt;
# Wat zijn de 2 vuistregels van een goeie buffer? Leidt deze af aan de hand van de begrippen neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg de link met pH-titratie. Leg uit: bloed als buffer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# bepaal de baseconstante van MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels&lt;br /&gt;
# lewisstructuur, hybridisatie en polariteit van 2 moleculen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 namiddag ===&lt;br /&gt;
(examen voor gedeeltelijke vrijstelling, enkel vragen deel E)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Wat zijn de drijvende krachten bij een complexatiereactie? Toon aan met goed gekozen voorbeelden, en leg uit aan de hand van de kenmerken van een hoge stabiliteitsconstante. /4&lt;br /&gt;
# Wat zijn de 2 vuistregels van een goeie buffer? Leidt deze af aan de hand van de begrippen neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg de link met pH-titratie. Leg uit: bloed als buffer. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Bepaal de baseconstante van MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels /3&lt;br /&gt;
# Hoeveel zilverbromide kan je oplossen in een 0.530M ammoniakoplossing. Verwaarloos de basische eigenschappen van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3 (Toepassing neerslag &amp;amp; complexatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 september 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Waarom zijn er diagonaalrelaties? Geef voorbeelden van chemische eigenschappen die gebruikt worden in chemische reacties. /5 &lt;br /&gt;
#Geef het verband tussen de redoxpotentiaal van een redoxhalfreactie en de evenwichtconstante van de gehele reactie. Geef ook de gevolgen. /5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of er neerslagvorming optreedt. &lt;br /&gt;
#Vrijgekomen warmte en energie uit een reactie berekenen. &lt;br /&gt;
=== 25 Augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Vergelijk het verschil van de invloed van temperatuur op de reactiesnelheid en het evenwicht - zowel in formulevorm als grafisch /6&lt;br /&gt;
k &amp;amp; K afleiden en grafisch weergeven met resp. ln k ~ 1/T en ln K ~ 1/T (voor dH&amp;gt;0 en dH&amp;lt;0)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Welke chemisch relevante eigenschappen van atomen kan je afleiden van de positie in het periodiek systeem? /4 &lt;br /&gt;
Zuur-base; oxidans-reductans (+verband), ... (atomen, niet ionen van het element!)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Hoeveel zilverbromide kan je oplossen in een 0.53M ammonium oplossing. Verwaarloos de basische eigenschappen van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
(Toepassing neerslag &amp;amp; complexatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Redoxreactie van SO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/SO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)- en MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/MnO(v). /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 Augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan het evenwicht in de richting van de producten worden verschoven? Heeft dit invloed op het evenwicht? /6&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;concentratie wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
principe van Le Chatelier&lt;br /&gt;
hogere concentratie → meer kans op botsingen → sneller&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;druk wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
bij drukverhoging → daalt volume → c=n/v dus concentratie stijgt (vanaf dan analoog aan Le Chatelier)&lt;br /&gt;
bij drukverlaging is gunstig voor reacties waarbij ΔN = (N&amp;lt;sub&amp;gt;producten&amp;lt;/sub&amp;gt; - N&amp;lt;sub&amp;gt;reagentia&amp;lt;/sub&amp;gt;) negatief is(N staat voor de coëfficiënten van de stoffen in de reactie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;temperatuur wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
K&amp;lt;sub&amp;gt;ev&amp;lt;/sub&amp;gt; is temperatuursafhankelijk → ΔG =-RTln(K) ↔ ln(k)=-ΔH/RT +ΔS/R (teken grafiek 1/T met ln(k))&lt;br /&gt;
endo → hoge T is gunstig&lt;br /&gt;
exo → lage T is gunstig&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Wat is het verband tussen neerslag- en complexatiereacties? /4&lt;br /&gt;
ionen met een hoge ladingsdichtheid kunnen niet zoals bijvoorbeeld Na&amp;lt;sup&amp;gt;+&amp;lt;/sup&amp;gt; en Cl&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; (afkomstig van goed oplosbaar zou NaCl) in oplossing voorkomen,&lt;br /&gt;
aangezien dit niet stabiel is.&lt;br /&gt;
gaan dus ofwel neerslaan ofwel complexeren&lt;br /&gt;
(K&amp;lt;sub&amp;gt;sp&amp;lt;/sub&amp;gt; en 1/K&amp;lt;sub&amp;gt;st&amp;lt;/sub&amp;gt; vergelijken → de stabielste toestand gaat zich dan voordoen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Teken de lewis-structuur, geef het sterisch getal, hybridisatie, geometrische en atoomstructuur van HCN en ICl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. Geef ook aan of ze polair zijn of niet. /3&lt;br /&gt;
#Leid de K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; af van AsO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van zijn standaarreductiepotentiaal. Kies zelf een goed redoxkoppel. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Welke verbindingen zijn zelf niet zuur of basisch, maar vertonen wel zure of basische eigenschappen als ze in water gebracht worden? /6&lt;br /&gt;
#Hoe kunnen meerdere verschillende kationen die samen in een mengsel voorkomen, van elkaar gescheiden worden? Waarop moet je letten om de scheiding zo volledig mogelijk te laten gebeuren? /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming /3&lt;br /&gt;
#correcte redoxreactie van 2 gegeven koppels schrijven en berekenen dat dit een aflopende reactie is. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Bij welke reacties is quenchen van toepassing? Leg goed uit en geef een voorbeeld. /4&lt;br /&gt;
#Vergelijk chroomvocht, piranhazuur, koningswater en cyanide in base als oplossmiddel voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Roosterenergie berekenen /2.5&lt;br /&gt;
#concentratie zout berekenen die toegevoegd moet worden om gegeven hoeveelheid neerslag op te doen lossen. /3.5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
VM&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je de reactiesnelheid beïnvloeden? Wat betekent dit voor het chemisch evenwicht? /4&lt;br /&gt;
#Wat gebeurt er bij de elektrolyse van water voor geen, een weinig en veel NaCL? /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#pH + werkelijke ionenconcentraties van een bioprotisch zuur berekenen /3&lt;br /&gt;
#een slecht oplosbaar zout oplossen aan de hand van complexatie door een te berekenen massa NaCl toe te voegen /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je het evenwicht naar de kant van de producten brengen? Heeft dit een invloed op de snelheid?&lt;br /&gt;
#Geef het verband tussen protontransferreacties en elektrontransferreacties. Geef voorbeelden die dit verduidelijken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming.&lt;br /&gt;
#Bepaal de hybridisatie en geometrie van PCl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; en SF&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;. Teken de atoomstructuur en zijn deze moleculen polair of apolair en een uitleg waarom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Vuistregels met afleiding van buffers geven, dit ook toepassen op pH titraties, bloed als buffer bespreken&lt;br /&gt;
#Hebben kationen basische of zure eigenschappen, zijn dit dan zwakke of sterke zuren of basen (voorbeelden kunnen helpen en verduidelijkend zijn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen &lt;br /&gt;
#Aantal mL en molair NiSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;-oplossing samenvoegen met een aantal ml en molair NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;, toon aan dat ondanks het gevormde complex nikkel (II) ammoniak er toch nog neerslag gevormd wordt&lt;br /&gt;
#Een tabel gegeven van temperatuur en snelheidsconstante, de opdracht is grafisch de activeringsenergie te berekenen en k te berekenen bij 250°C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== XX Augustus 2016 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leg de verschillende soorten isomerie uit + wat is tautomerie?&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom fluoride in tandpasta zit (alle 6 puntjes geven, dus ook vorming CaF uitleggen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Random oefening uit oefenzitting&lt;br /&gt;
#Berekend de K&amp;lt;sub&amp;gt;w&amp;lt;/sub&amp;gt; vertrekkende vanuit de standaardreductiepotentialen voor water in zuur/basisch milieu&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===XX januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leg de elementaire reactiestappen uit adhv voorbeelden (mono,bi,termoleculair, stationariteitsprincipe, vorming ozon)&lt;br /&gt;
#Geef de &#039;&#039;&#039;essentie&#039;&#039;&#039; van een titratie + grafieken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
#Oplosbaarheid van AgNO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; berekenen na toevoegen van een of ander zuur/base&lt;br /&gt;
#nog een oefening&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===  11 januari 2016 ===&lt;br /&gt;
#Hoe bepaal je de geometrische structuur bij covalent gebonden atomen en geef 3 voorbeelden &lt;br /&gt;
#bij welke reactie is quenching van toepassing?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===XX januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#heterogene en homogene en enzymatische katalysator + alles uitleggen hiervan&lt;br /&gt;
#loodbatterij&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Verschillen tussen Co en Fe en zeggen waarom Fe gebruikt wordt voor zuurstof transport &lt;br /&gt;
#het verschil tussen C dubbel gebonden en enkel gebonden &lt;br /&gt;
#bij de oefeningen was eentje E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; bepalen ahv K&amp;lt;sub&amp;gt;a&amp;lt;/sub&amp;gt; en een andere E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; &lt;br /&gt;
#andere grafisch de orde enzo bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 JAN 2014===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Roosterenergie van 2 roosters (NaCl en MgO) berekenen met de formule, zeggen of er nog een andere manier was om die te vinden (Hess) en of er een verschil in uitkomst te verwachten was tussen de twee manieren. Vergelijken van de pH van de twee oplossingen.&lt;br /&gt;
#Uitleggen waarom termoleculaire reactiestappen omwaarschijnlijk zijn. Reactiemechanisme van 2HI + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; → I&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O  geven. Stationariteitsprincipe uitleggen en zeggen of het op die reactie van toepassing was. &lt;br /&gt;
#Waar/soms waar/niet waar: Een proces is spontaan als de entropie in het systeem toeneemt. &lt;br /&gt;
#Uitleggen wat een buffer is en de vuistregels voor een goede buffer uitleggen zonder de hele wiskundige berekening te doen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen.&lt;br /&gt;
#Oplosbaarheid van AgBr, complexatie met thiosulfaat en alternatieve manier geven om oplosbaarheid te verhogen. Uitleggen waarom die laatste manier weinig effect zou hebben.&lt;br /&gt;
#Celpotentiaal berekenen van een gegeven schematische voorstelling.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 JAN 2013===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de elektronenstructuur van de atomen N en O met die van de moleculen N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;. Licht de hierbij essentiële principes toe.&lt;br /&gt;
# Geef de chemische functies van water. Geef bij iedere functie een voorbeeld in de vorm van een reactievergelijking. Is water sterk of zwak in deze functie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# CuSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing met NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing (grootheden gegeven). Laat zien dat er ondanks de complexatie toch nog neerslagvorming optreedt.&lt;br /&gt;
# Gegeven concentraties (van reactieproduct) in functie van de tijd. Bepaal grafisch de orde en de halfwaardetijd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 FEB 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Geef twee vuistregels voor een goede buffer en toon ze aan aan de hand van de neutralisatiegraad en de buffer capaciteit. &lt;br /&gt;
#* Geef het verband hiervan met pH- titratie &lt;br /&gt;
#* Is bloed een goede buffer ? Verklaar. &lt;br /&gt;
# Verklaar waarom men tandpasta fluorideert.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie.&lt;br /&gt;
# Broom in base.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Welke reacties kunnen optreden als katalysator bij redoxreacties?&lt;br /&gt;
# Leidt de halfreacties van een zwavelzure loodbatterij af&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# hoe bepaal je de elektronenconfiguratie van diatomaire moleculen en geef twee duidelijk verschillende voorbeelden&lt;br /&gt;
# vergelijk Al en Li voor batterijen, geef voor en nadelen en verklaar waarom er Li batterijen zijn en geen Al&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# staaf met enkele goed gekoze voorbeelden het belang van de ladingsdichtheid in de chemie&lt;br /&gt;
# welke reacties hebben er baat bij quenching toe te passen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie. &lt;br /&gt;
# Leg de elektrolyse van water uit in de volgende omstandigheden:1. zonder zout, 2. met een beetje zout en 3. met oplossing van veel zeezout. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
Theorie :&lt;br /&gt;
# geef de vuistregels voor bufferoplossing + afleiden buffercapaciteit en neutralisatiegraad. link met pH-titratie. vertellen over bloed als buffer, goede/slechte buffer?&lt;br /&gt;
# iets van Fe complexatie, waarom de natuur is aangepast aan ademhaling door complexvorming van Fe met zuurstof&lt;br /&gt;
Oefeningen :&lt;br /&gt;
# van deel C met een tabel met waarden, orde van reactie afleiden + grafisch k en t&amp;lt;sub&amp;gt;1/2&amp;lt;/sub&amp;gt; bepalen&lt;br /&gt;
# berekenen of PbOH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; neerslaat, uit een mengsel van PbSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; met NaOH geloof ik&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de bindingssterkte en reactiviteit van C=C en C - C (enkelvoudige binding) op 4 ptn&lt;br /&gt;
# Vergelijk de afhankelijkheid van de temperatuur voor de snelheidsconstante en de evenwichtsconstante&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===1 FEB 2011=== &lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek: Chroomvocht, Piranhazuur , koningswater en cyanide in base en hun werking op (edel)metalen. (/6)&lt;br /&gt;
# Wat is een indicator en hoe werkt het? (/4)&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# P&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; + BR&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; =&amp;amp;gt; PBR&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; vul aan met coefficienten en bereken de temperatuur waarvoor deze reactie spontaan zal verlopen. (/2.5)&lt;br /&gt;
# en een oefening over de combinatie van complexvorming van AlOH&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; en de neerslag van AlOH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. (/3.5)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 sep 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Verschillen en gelijkenissen tussen homogene, heterogene en enzymatische katalyse geven. Verduidelijken met vb.&lt;br /&gt;
# Bindingssterkte en reactiviteit vergelijken tussen C-C en C=C. Welke reacties ondergaan ze.&lt;br /&gt;
Oefingen:&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid&lt;br /&gt;
# Enthalpie &amp;amp;amp; Entropie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 jan 2010===&lt;br /&gt;
# bespreek de oplosbaarheid van metalen in zuur en basisch milieu (/6) &lt;br /&gt;
# bespreek &amp;amp;quot;quenching&amp;amp;quot; en voor welke reacties is dit toepasbaar? (/4) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen: &lt;br /&gt;
# bepaal de oplosbaarheid van AgBr in een molaire NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing (complexvorming) &lt;br /&gt;
# een reactie difluor en diwaterstof -&amp;amp;gt; 2HF. Gaat deze reactie op bij 500K ?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 jan 2010===&lt;br /&gt;
# vergelijk piranhazuur, koningswater, dichromaat en cyanide voor het oplossen van edelmetalen. (.../6)&lt;br /&gt;
# welke reacties kunnen als katalysator optreden bij een redoxreactie? (.../4)&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een oplossing van Ti(II)-ionen wordt in zuur midden getitreerd met een dichromaatoplossing (K&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;Cr&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;7-&amp;lt;/sub&amp;gt;oplossing). Hierbij worden het Cr(III)-ion en het Ti(III)-ion gevormd. Toon aan dat het gaat om een aflopende reactie.Het verloop van de titratie wordt potentiometrisch gevolgd en ook de pH wordt constant gemeten. In de oplossing zit nog een kalomelelektrode (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=0.25V) die aan de anode gekoppeld is en een platina-elektrode. Op zeker ogenblik - na het passeren van het equivalentiepunt - wordt een celpotentiaal van 0.95V gemeten en een pH van 1.2. Bereken de concentratie aan Cr&amp;lt;sup&amp;gt;3+&amp;lt;/sup&amp;gt; ionen, als je weet dat deze concentratie vier maal hoger ligt dan die van de dichromaationen. (.../3)&lt;br /&gt;
# Aan een oplossing van 70 ml 0.20 M nikkelsulfaat wordt 30 ml 0.60 M ammoniak toegevoegd. Toon aan dat er - ondanks de complexvorming - toch hydroxideneerslag gevormd zal worden. (.../3)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Toon het belang aan van ladingsdichtheid in de scheikunde. Geef telkens duidelijk verschillende voorbeelden als het over verschillende soorten reacties gaat.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van broom in base. Geef een relevante toepassing.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Bij 298 K gaat onderstaande reactie op. Men maakt een oplossing van 35,5 g van Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en 0,1 g van H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; in een totaal volume van 200 ml. Wat zijn de evenwichtsconcentraties van H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en HCl ?&lt;br /&gt;
#*H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) + Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) &amp;amp;lt;=&amp;amp;gt; 2HCl(g) &lt;br /&gt;
# Bereken de Kb van IO-, uitgaande van&lt;br /&gt;
#*IO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq) / HIO(l)   E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; = 1,13V&lt;br /&gt;
#*IO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq) / IO&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)  E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; = 0,15V&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Wat is een dipoolmoment?&lt;br /&gt;
# Vroeger werd kaliumpermanganaat e.a. veel gebruikt als goede oxidator. Tegenwoordig wordt pirhanazuur (mengsel waterstofperoxide/zwavelzuur) gebruikt. Waarom?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Temperatuurverandering berekenen van ijs (faseverandering,...)&lt;br /&gt;
# Nog zo&#039;n oefening in die aard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de temperatuursafhankelijkheid van de evenwichtsconstante en de snelheidsconstante.&lt;br /&gt;
# Waarom is een stof goed of slecht oplosbaar in water? En hoe kan je een slecht oplosbare stof beter oplosbaar maken?&lt;br /&gt;
# Maak een vergelijking tussen thermodinamica en kinetica van metathesereacties versus complexatiereacties.&lt;br /&gt;
# Geef de 2 hoofdregels voor het maken van een buffer en leid ze wiskundig af.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsconstante berekenen bij 45°C (je krijgt de reactie)&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is&lt;br /&gt;
# K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 feb 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reacties kunnen een redoxreactie katalyseren?&lt;br /&gt;
# Geef het verband tussen neerslagreacties en complexatiereacties en geef een goed gevonden voorbeeld.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsconstante berekenen bij 45°C (je krijgt de reactie)&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is&lt;br /&gt;
# K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg uit wat tautomerie is + vb.&lt;br /&gt;
# Voor het oxideren werden vroeger vaak de klassieke sterke oxidanten permanaat of dichromaat in zwavelzuur gebruikt, waarom is het gebruik van &amp;amp;quot;piranaha-zuur&amp;amp;quot; (waterstofperoxide in zwavelzuur) aan een opmars bezig?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# men wil 200 ml maken van een oplossing die 3,81g magnesiumcloride en 0,8g natriumhydroxide bevat. Hoeveel gram ammoniumbromide moet er ook in deze oplossing zitter, opdat er geen neerslag is?&lt;br /&gt;
# Boven/onder welke temperatuur gaat deze reactie spontaan op? &lt;br /&gt;
#* N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; (g) + O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) = 2NO (g)&lt;br /&gt;
#* Bereken ook de evenwichtsconstante bij 68°C.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# geef verband van de ionbinding en de covalente binding + verklaar&lt;br /&gt;
# geef verband pH en redoxpotentiaal&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# bereken kb van een stof aan hand van 2 redoxpotentialen &lt;br /&gt;
# oefenening waar je een eind temperatuur moest berekenen met warmtecapaciteit en latente verdampingswarmte (aangezien er een faseovergang is)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R0883495</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Grondslagen_van_de_Chemie&amp;diff=2723</id>
		<title>Grondslagen van de Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Grondslagen_van_de_Chemie&amp;diff=2723"/>
		<updated>2022-01-19T13:41:36Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R0883495: /* 18 januari 2022 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Basisvak chemie voor 1e bachelor chemie, biochemie, biologie en geologie.&lt;br /&gt;
Gedoceerd door professor &amp;amp;lt;s&amp;amp;gt;Koen Clays&amp;amp;lt;/s&amp;amp;gt; &amp;amp;lt;s&amp;amp;gt;Bart Goderis (sinds academiejaar 2013-2014)&amp;amp;lt;/s&amp;amp;gt; Koen Clays. Het examen is deels mondeling, deels schriftelijk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2022 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Hoe kan je de snelheid van een reactie verhogen, wat gebeurt er met het evenwicht?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#buffers: vuistregels + afleiding, verband met titratie, is bloed een goede buffer?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3a) molaire oplosbaarheid van Ag2Cr2O7 in zuiver water&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3b) hoeveel NH3 nodig om 0,100 mol AgI op te lossen in 0,500L (Ag(NH3)2^+ wordt gevormd)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3c) toon aan dat er geen AgOH neerslag gevormd wordt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
4a) redoxreactie opstellen voor N2/NH2OH en Al(OH)4^-/Al&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
4b) toon aan dat de reactie aflopend is bij 25°C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 augustus 2021 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Op welke manieren kan je de snelheid van een reactie vergroten, leg uit wat er dan ook met de evenwichtsconstante gebeurt. Verandert hierbij de ligging van het evenwicht? Gebruik formules of figuren om dit aan te tonen&lt;br /&gt;
#Op welke manier beïnvloedt complexatie het redoxpotentiaal van een metaal? Leg uit, geef een voorbeeld. In de natuur wordt Fe gebruikt voor reversibele redoxreacties. Waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
#Boven of onder welke temperatuur gaat deze reactie spontaan op: O2 (g) + N2 (g) —&amp;gt; 2NO (g)&lt;br /&gt;
#HCN verhoogt de oplosbaarheid van Fe(OH)2, hoe groot is de concentratie van HCN die je nodig hebt om 250 ml 3,37g Fe(OH)2 in oplossing te brengen?”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 6 januari 2021 ===&lt;br /&gt;
Theorie 1:&lt;br /&gt;
#Bespreek alle K’s die we hebben gezien in de cursus en geef een voorbeeld waarin hun definitie duidelijk wordt. Indien je iets kan zeggen over K&amp;gt;&amp;gt;1 K=1 en K&amp;lt;&amp;lt;1, voeg je dit hieraan toe.&lt;br /&gt;
#Gebruik een voorbeeld uit 1a en leg uit hoe je K puur theoretisch kunt vinden.&lt;br /&gt;
#Geef een mogelijk verband tussen K en k indien er een is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie 2:&lt;br /&gt;
Bespreek de elektrolyse van water zonder NaCl, met een beetje NaCl en met veel NaCl.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefening 1:&lt;br /&gt;
Bewijs dat dankzij de complexvorming, PbCl2 niet neerslaat, wanneer we 50ml Pb(NO3)2 (0,4M) bij 50ml BaCl2 (0,6M)doen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefening 2:&lt;br /&gt;
0,700M NaHSO3 en 0,450M Na2SO3&lt;br /&gt;
#Bereken de pH.&lt;br /&gt;
#Bereken de pH bij het toevoegen van 20ml KOH.&lt;br /&gt;
#Bij welke concentratie aan NaOH de buffer (100mL) niet meer werkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 augustus 2020 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) Leg homogene, heterogene en enzymatische katalyse uit. Geef ook telkens een voorbeeld. Leg de gelijkenis tussen heterogene en enzymatische katalyse uit. Leg de gelijkenis tussen homogene en enzymatische katalyse uit. /4&lt;br /&gt;
2) Vergelijk chroomvocht (dichromaat in zwavelzuur), piranhazuur (waterstofperoxide in zwavelzuur), koningswater en cyanide in base als oplosmiddelen voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1) Bereken de oplosbaarheid van AgBr in een 0.053M NH3 oplossing. Ag(NH3)2- wordt gevormd.&lt;br /&gt;
2) Is volgende reactie (reactie gegeven) aflopend bij 68 graden C? Toon aan met berekeningen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2020 voormiddag ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) Hoe evenwicht verschuiven naar kant van producten, verandert er iets aan de snelheid?&lt;br /&gt;
2) De ruimtelijke structuur van de covalente binding, 4 relevante voorbeelden geven en bespreken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1) Bereken Kd van complex Ag(CN)2 adhv thermodynamische eigenschap bij 25°C&lt;br /&gt;
2) Na3PO4 0.045 M: bereken werkelijke concentraties van PO43-, Na+, HPO42-, H2PO4-, H3PO4, H3O+, OH- en bereken de pH.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2020 namiddag ===&lt;br /&gt;
theorie:&lt;br /&gt;
#Hoe verklaar je de werking van een &amp;quot;hoog-rendements&amp;quot; brander voor een centrale verwarming? Welke aanpassingen dienen er te gebeuren in vergelijking met een klassieke brander&lt;br /&gt;
#Bespreek de dissociatie van HgCl2. Waarmee is dit te vergelijken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
#Je voegt 50 mL van een 0.0200M AgNO3 - oplossing toe aan 50 mL van een 0.0300M NaCN-oplossing. Zal AgCN neerslaan, ondanks de complexvorming (Kst Ag(CN)2- = 2.5 x 10^20). Verwaarloos de basische eigenschappen van CN-&lt;br /&gt;
#Bepaal grafisch orde van de reactie, de snelheidsconstante en halfwaardetijd. Je krijgt de beginconcentratie van het reagens gegeven, en het verloop van de concentratie van een product. (Dus je moet nog berekenen, hoe het verloop van de concentratie van het reagens gaat)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2020 namiddag ===&lt;br /&gt;
theorie:&lt;br /&gt;
1) bespreek de elektrolyse van water of in een waterige oplossing van zeezout (NaCl) voor volgende situaties: zonder toevoeging van zout, bij toevoeging van een beetje NaCl, bij toevoeging van veel NaCl&lt;br /&gt;
2) Bespreek homogene, heterogene en enzymatische katalyse: geef verschillen en gelijkenissen. Geef telkens een relevant voorbeeld ter illustratie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
1) reactie N2 + O2 --&amp;gt; 2NO gegeven en berekenen boven/onder welke temperatuur de reactie spontaan is&lt;br /&gt;
2) Berekenen hoeveel gram NaCl je moet toevoegen aan 0,448g Cu(OH)2 om dit volledig te kunnen oplossen in 100 ml water als je weet dat het complex [CuCl4]2- wordt gevormd&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2020 voormiddag ===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
# Buffer&lt;br /&gt;
# Reactiemechanisme van Broom&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===?===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) hoe kan men de snelheid van een chemische reactie vergroten? Verandert dit ook iets aan het evenwicht?&lt;br /&gt;
2) chemische eigenschappen ammoniak, hebben ze dan een zwakke of sterke functie? Geef voorbeeldreacties&lt;br /&gt;
3) bespreek de thermodynamische eigenschappen van de autoprotolyse van water. Zie hiervoor tabel 6.9 BOD&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1) bereken of neerslag wordt gevormd bij samenvoegen 2 stoffen&lt;br /&gt;
2) bereken potentiaal galvanische cel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 februari 2019 namiddag===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
#Leg uit hoe een biprotisch zuur dissocieert en geef een voorbeeld. Vergelijk deze dissociatie met die van HgCl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&lt;br /&gt;
#Broom in base&lt;br /&gt;
oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Bepaal de standaardreductiepotentiaal van het koppel Zn(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2 (s)&amp;lt;/sub&amp;gt;\ Zn&amp;lt;sub&amp;gt;(s)&amp;lt;/sub&amp;gt; met het oplosbaarheidsproduct van Zn(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en de standaardreductiepotentiaal van het koppel Zn&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;\ Zn&amp;lt;sub&amp;gt;(s)&amp;lt;/sub&amp;gt; &lt;br /&gt;
#Een klontje vast ethanol met een massa van 50 g wordt bij 155.80 K overgoten met 2.22 L (1 L = 0.79 kg) vloeibaar ethanol waardoor het klontje zal smelten. Wat is de begintemperatuur van het vloeibaar ethanol als je weet dat het systeem een eindtemperatuur van 287.80 K bereikt en als je weet dat er geen energie verloren gaat aan de omgeving?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 januari 2019 namiddag===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
#vervolledig de reactievergelijking ClO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; + Cl&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; -&amp;gt; Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O en geef een plausibel reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
#bespreek de elektrolyse van water of in een waterig milieu zonder toevoeging van zout, bij toevoeging van een beetje NaCl, bij toevoeging van veel NaCl. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen&lt;br /&gt;
#hoeveel natriumthiosulfaat is er nodig om 0,025 mol AgBr op te lossen in 500 ml? Het complex zilverthiosulfaat wordt gevormd. &lt;br /&gt;
#een ijsklontje met massa 56 gram wordt in 150 g water gedaan om dit af te koelen. Het ijsklontje heeft een begintemperatuur van 0°C en het geheel heeft een eindtemperatuur van 14°C. Bereken de begintemperatuur van het water.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2019 voormiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Bespreek de spontane ontbinding van waterstofperoxide. Welke parameters dragen bij tot de ontbinding en hoe kan je dit tegen gaan?&lt;br /&gt;
#De ruimtelijke structuur van de covalente binding, 4 relevante voorbeelden geven en bespreken.&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#0,040 M 100 mL H&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; bij 100 ml 4M Ca&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;-ionen. Wordt er neerslag gevormd?&lt;br /&gt;
#Een orde oefening met grafisch de halfwaarde tijd en k bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2019===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je het evenwicht naar de kant van de producten krijgen. Heeft dit ook invloed op de snelheid van de reactie? /6&lt;br /&gt;
#Stel een chemisch mechanisme op zodat citroenzuur (wat een bestandsdeel is van citroensap) kan ontgiften. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Bepaal de K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; uit de gegeven redoxkoppels (H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O/H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=1.76V) en HO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;−&amp;lt;/sup&amp;gt;/OH&amp;lt;sup&amp;gt;−&amp;lt;/sup&amp;gt;) (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=0.87V). Met welke andere 2 koppels kan je dit nog doen? /3&lt;br /&gt;
# Geef de lewisstructuur, hybridisatie, polariteit (+ uitleg), en geometrie van XeF&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en PBr&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2019===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Geef de twee vuistregels voor een goede buffer en leg ze uit adhv neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg uit bloed als buffer en waarom het geen ideale buffer is. Geef de relatie tussen een buffer en een pH- titratie(curve). /6&lt;br /&gt;
#Vervolledig deze reactie, BrO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;  +  Br&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; →   Br&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;  +  H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O, en geef een plausibel reactiemechanisme voor deze reactie (Staat niet in de cursus maar wel gezien als een extra voorbeeld). BOD Tabel 6.2 n.7 /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Welke verbindingen zijn zelf niet zuur of basisch, maar vertonen wel zure of basische eigenschappen als ze in water gebracht worden? /6&lt;br /&gt;
# Bespreek de voorwaarden en de gevolgen van het stationariteitsprincipe.  Geef een duidelijk en relevant voorbeeld. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#De stabiliteitsconstante voor de vorming van het complex Pb(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; is 1,0.1016. De standaardreductiepotentiaal voor het koppel Pb&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/Pb(s) is -0,12V. Bereken aan de hand van deze gegevens de standaardreductiepotentiaal voor het koppel Pb(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/Pb(s). / 3&lt;br /&gt;
#Er wordt een buffer met pH = 6,90 gemaakt uitgaande van NaH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; en Na&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;HPO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;. De eindconcentratie van NaH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; in 400 mL van deze oplossing is 0,020 M. Bereken hoeveel gram dinatriumwaterstoffosfaat er in deze oplossing moet zitten om de beoogde pH te realiseren. Aan deze oplossing wordt 100 mL 0,0080 M HI toegevoegd. Bereken ook de pH na toevoeging hiervan. Vanaf hoeveel mol NaOH toegevoegd zou de startbuffer niet meer werkzaam zijn? Licht kort toe. /3&lt;br /&gt;
&amp;lt;sup&amp;gt;&amp;lt;/sup&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Stel een mogelijk reactiemechanisme voor bij reactie 7 BOD tabel 6.2. /4&lt;br /&gt;
#Waarom mag men geen ontkalker bij javel doen? Geef alle relevante reacties. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Bepaal de baseconstante van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels. /3&lt;br /&gt;
#Geef de Lewisstructuur, hybridisatie en polariteit van XeF&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en HClO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Hoe kan men het evenwicht naar de producten doen verschuiven? Heeft dit dan ook gevolgen voor de reactiesnelheid? /4&lt;br /&gt;
# Vergelijk chroomvocht (dichromaat in zwavelzuur), piranhazuur (waterstofperoxide in zwavelzuur), koningswater en cyanide in base als oplosmiddelen voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Je wilt 0.488 g Cu(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossen in water tot een eindvolume van 100 mL. Bereken hoeveel gram NaCl er nodig is om ervoor te zorgen dat Cu(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; niet neerslaat. Het CuCl&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; complex wordt gevormd. /3&lt;br /&gt;
# Bepaal grafisch de activeringsenergie van de reactie (tabel met temperatuur en snelheidsconstantes gegeven). Bepaal ook de snelheidsconstante bij 37°C. Kan je hiermee iets zeggen over de orde van de reactie? /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2018 ===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Hoe kan de snelheid van de reactie beïnvloed worden? Verandert dan ook de ligging van het evenwicht van de reactie? /6&lt;br /&gt;
# Welke factoren bepalen of een molecule al dan niet een permanent dipoolmoment bezit? Geef duidelijke voorbeelden. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Je wilt 42.72 g Fe(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossen in water tot een eindvolume van 500 mL. Bereken welke concentratie waterstoffluoride (HF) er nodig is om ervoor te zorgen dat Fe(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; niet neerslaat. /3&lt;br /&gt;
# Stel de correcte redoxreactie op van de koppels Br&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;/Br&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; en AsO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;3-&amp;lt;/sup&amp;gt;/AsO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;. Toon aan met berekeningen dat het over een aflopende reactie gaat bij kamertemperatuur (25°C) /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2018 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van chloor in base. Geef een belangrijke toepassing.&lt;br /&gt;
# Vergelijk de ideale gaswet met de van der Waalsvergelijking voor reële gassen en bespreek de trend in co-volume b en cohesiedruk a (BOD p.141) voor H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, CO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en C&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;H&amp;lt;sub&amp;gt;10&amp;lt;/sub&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 namiddag ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# BOD tabel 6.2, reactie 8: stel een mogelijk reactiemachanisme voor&lt;br /&gt;
# Wat zijn de 2 vuistregels van een goeie buffer? Leidt deze af aan de hand van de begrippen neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg de link met pH-titratie. Leg uit: bloed als buffer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# bepaal de baseconstante van MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels&lt;br /&gt;
# lewisstructuur, hybridisatie en polariteit van 2 moleculen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 namiddag ===&lt;br /&gt;
(examen voor gedeeltelijke vrijstelling, enkel vragen deel E)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Wat zijn de drijvende krachten bij een complexatiereactie? Toon aan met goed gekozen voorbeelden, en leg uit aan de hand van de kenmerken van een hoge stabiliteitsconstante. /4&lt;br /&gt;
# Wat zijn de 2 vuistregels van een goeie buffer? Leidt deze af aan de hand van de begrippen neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg de link met pH-titratie. Leg uit: bloed als buffer. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Bepaal de baseconstante van MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels /3&lt;br /&gt;
# Hoeveel zilverbromide kan je oplossen in een 0.530M ammoniakoplossing. Verwaarloos de basische eigenschappen van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3 (Toepassing neerslag &amp;amp; complexatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 september 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Waarom zijn er diagonaalrelaties? Geef voorbeelden van chemische eigenschappen die gebruikt worden in chemische reacties. /5 &lt;br /&gt;
#Geef het verband tussen de redoxpotentiaal van een redoxhalfreactie en de evenwichtconstante van de gehele reactie. Geef ook de gevolgen. /5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of er neerslagvorming optreedt. &lt;br /&gt;
#Vrijgekomen warmte en energie uit een reactie berekenen. &lt;br /&gt;
=== 25 Augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Vergelijk het verschil van de invloed van temperatuur op de reactiesnelheid en het evenwicht - zowel in formulevorm als grafisch /6&lt;br /&gt;
k &amp;amp; K afleiden en grafisch weergeven met resp. ln k ~ 1/T en ln K ~ 1/T (voor dH&amp;gt;0 en dH&amp;lt;0)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Welke chemisch relevante eigenschappen van atomen kan je afleiden van de positie in het periodiek systeem? /4 &lt;br /&gt;
Zuur-base; oxidans-reductans (+verband), ... (atomen, niet ionen van het element!)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Hoeveel zilverbromide kan je oplossen in een 0.53M ammonium oplossing. Verwaarloos de basische eigenschappen van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
(Toepassing neerslag &amp;amp; complexatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Redoxreactie van SO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/SO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)- en MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/MnO(v). /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 Augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan het evenwicht in de richting van de producten worden verschoven? Heeft dit invloed op het evenwicht? /6&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;concentratie wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
principe van Le Chatelier&lt;br /&gt;
hogere concentratie → meer kans op botsingen → sneller&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;druk wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
bij drukverhoging → daalt volume → c=n/v dus concentratie stijgt (vanaf dan analoog aan Le Chatelier)&lt;br /&gt;
bij drukverlaging is gunstig voor reacties waarbij ΔN = (N&amp;lt;sub&amp;gt;producten&amp;lt;/sub&amp;gt; - N&amp;lt;sub&amp;gt;reagentia&amp;lt;/sub&amp;gt;) negatief is(N staat voor de coëfficiënten van de stoffen in de reactie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;temperatuur wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
K&amp;lt;sub&amp;gt;ev&amp;lt;/sub&amp;gt; is temperatuursafhankelijk → ΔG =-RTln(K) ↔ ln(k)=-ΔH/RT +ΔS/R (teken grafiek 1/T met ln(k))&lt;br /&gt;
endo → hoge T is gunstig&lt;br /&gt;
exo → lage T is gunstig&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Wat is het verband tussen neerslag- en complexatiereacties? /4&lt;br /&gt;
ionen met een hoge ladingsdichtheid kunnen niet zoals bijvoorbeeld Na&amp;lt;sup&amp;gt;+&amp;lt;/sup&amp;gt; en Cl&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; (afkomstig van goed oplosbaar zou NaCl) in oplossing voorkomen,&lt;br /&gt;
aangezien dit niet stabiel is.&lt;br /&gt;
gaan dus ofwel neerslaan ofwel complexeren&lt;br /&gt;
(K&amp;lt;sub&amp;gt;sp&amp;lt;/sub&amp;gt; en 1/K&amp;lt;sub&amp;gt;st&amp;lt;/sub&amp;gt; vergelijken → de stabielste toestand gaat zich dan voordoen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Teken de lewis-structuur, geef het sterisch getal, hybridisatie, geometrische en atoomstructuur van HCN en ICl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. Geef ook aan of ze polair zijn of niet. /3&lt;br /&gt;
#Leid de K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; af van AsO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van zijn standaarreductiepotentiaal. Kies zelf een goed redoxkoppel. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Welke verbindingen zijn zelf niet zuur of basisch, maar vertonen wel zure of basische eigenschappen als ze in water gebracht worden? /6&lt;br /&gt;
#Hoe kunnen meerdere verschillende kationen die samen in een mengsel voorkomen, van elkaar gescheiden worden? Waarop moet je letten om de scheiding zo volledig mogelijk te laten gebeuren? /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming /3&lt;br /&gt;
#correcte redoxreactie van 2 gegeven koppels schrijven en berekenen dat dit een aflopende reactie is. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Bij welke reacties is quenchen van toepassing? Leg goed uit en geef een voorbeeld. /4&lt;br /&gt;
#Vergelijk chroomvocht, piranhazuur, koningswater en cyanide in base als oplossmiddel voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Roosterenergie berekenen /2.5&lt;br /&gt;
#concentratie zout berekenen die toegevoegd moet worden om gegeven hoeveelheid neerslag op te doen lossen. /3.5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
VM&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je de reactiesnelheid beïnvloeden? Wat betekent dit voor het chemisch evenwicht? /4&lt;br /&gt;
#Wat gebeurt er bij de elektrolyse van water voor geen, een weinig en veel NaCL? /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#pH + werkelijke ionenconcentraties van een bioprotisch zuur berekenen /3&lt;br /&gt;
#een slecht oplosbaar zout oplossen aan de hand van complexatie door een te berekenen massa NaCl toe te voegen /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je het evenwicht naar de kant van de producten brengen? Heeft dit een invloed op de snelheid?&lt;br /&gt;
#Geef het verband tussen protontransferreacties en elektrontransferreacties. Geef voorbeelden die dit verduidelijken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming.&lt;br /&gt;
#Bepaal de hybridisatie en geometrie van PCl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; en SF&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;. Teken de atoomstructuur en zijn deze moleculen polair of apolair en een uitleg waarom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Vuistregels met afleiding van buffers geven, dit ook toepassen op pH titraties, bloed als buffer bespreken&lt;br /&gt;
#Hebben kationen basische of zure eigenschappen, zijn dit dan zwakke of sterke zuren of basen (voorbeelden kunnen helpen en verduidelijkend zijn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen &lt;br /&gt;
#Aantal mL en molair NiSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;-oplossing samenvoegen met een aantal ml en molair NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;, toon aan dat ondanks het gevormde complex nikkel (II) ammoniak er toch nog neerslag gevormd wordt&lt;br /&gt;
#Een tabel gegeven van temperatuur en snelheidsconstante, de opdracht is grafisch de activeringsenergie te berekenen en k te berekenen bij 250°C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== XX Augustus 2016 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leg de verschillende soorten isomerie uit + wat is tautomerie?&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom fluoride in tandpasta zit (alle 6 puntjes geven, dus ook vorming CaF uitleggen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Random oefening uit oefenzitting&lt;br /&gt;
#Berekend de K&amp;lt;sub&amp;gt;w&amp;lt;/sub&amp;gt; vertrekkende vanuit de standaardreductiepotentialen voor water in zuur/basisch milieu&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===XX januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leg de elementaire reactiestappen uit adhv voorbeelden (mono,bi,termoleculair, stationariteitsprincipe, vorming ozon)&lt;br /&gt;
#Geef de &#039;&#039;&#039;essentie&#039;&#039;&#039; van een titratie + grafieken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
#Oplosbaarheid van AgNO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; berekenen na toevoegen van een of ander zuur/base&lt;br /&gt;
#nog een oefening&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===  11 januari 2016 ===&lt;br /&gt;
#Hoe bepaal je de geometrische structuur bij covalent gebonden atomen en geef 3 voorbeelden &lt;br /&gt;
#bij welke reactie is quenching van toepassing?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===XX januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#heterogene en homogene en enzymatische katalysator + alles uitleggen hiervan&lt;br /&gt;
#loodbatterij&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Verschillen tussen Co en Fe en zeggen waarom Fe gebruikt wordt voor zuurstof transport &lt;br /&gt;
#het verschil tussen C dubbel gebonden en enkel gebonden &lt;br /&gt;
#bij de oefeningen was eentje E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; bepalen ahv K&amp;lt;sub&amp;gt;a&amp;lt;/sub&amp;gt; en een andere E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; &lt;br /&gt;
#andere grafisch de orde enzo bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 JAN 2014===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Roosterenergie van 2 roosters (NaCl en MgO) berekenen met de formule, zeggen of er nog een andere manier was om die te vinden (Hess) en of er een verschil in uitkomst te verwachten was tussen de twee manieren. Vergelijken van de pH van de twee oplossingen.&lt;br /&gt;
#Uitleggen waarom termoleculaire reactiestappen omwaarschijnlijk zijn. Reactiemechanisme van 2HI + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; → I&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O  geven. Stationariteitsprincipe uitleggen en zeggen of het op die reactie van toepassing was. &lt;br /&gt;
#Waar/soms waar/niet waar: Een proces is spontaan als de entropie in het systeem toeneemt. &lt;br /&gt;
#Uitleggen wat een buffer is en de vuistregels voor een goede buffer uitleggen zonder de hele wiskundige berekening te doen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen.&lt;br /&gt;
#Oplosbaarheid van AgBr, complexatie met thiosulfaat en alternatieve manier geven om oplosbaarheid te verhogen. Uitleggen waarom die laatste manier weinig effect zou hebben.&lt;br /&gt;
#Celpotentiaal berekenen van een gegeven schematische voorstelling.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 JAN 2013===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de elektronenstructuur van de atomen N en O met die van de moleculen N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;. Licht de hierbij essentiële principes toe.&lt;br /&gt;
# Geef de chemische functies van water. Geef bij iedere functie een voorbeeld in de vorm van een reactievergelijking. Is water sterk of zwak in deze functie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# CuSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing met NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing (grootheden gegeven). Laat zien dat er ondanks de complexatie toch nog neerslagvorming optreedt.&lt;br /&gt;
# Gegeven concentraties (van reactieproduct) in functie van de tijd. Bepaal grafisch de orde en de halfwaardetijd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 FEB 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Geef twee vuistregels voor een goede buffer en toon ze aan aan de hand van de neutralisatiegraad en de buffer capaciteit. &lt;br /&gt;
#* Geef het verband hiervan met pH- titratie &lt;br /&gt;
#* Is bloed een goede buffer ? Verklaar. &lt;br /&gt;
# Verklaar waarom men tandpasta fluorideert.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie.&lt;br /&gt;
# Broom in base.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Welke reacties kunnen optreden als katalysator bij redoxreacties?&lt;br /&gt;
# Leidt de halfreacties van een zwavelzure loodbatterij af&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# hoe bepaal je de elektronenconfiguratie van diatomaire moleculen en geef twee duidelijk verschillende voorbeelden&lt;br /&gt;
# vergelijk Al en Li voor batterijen, geef voor en nadelen en verklaar waarom er Li batterijen zijn en geen Al&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# staaf met enkele goed gekoze voorbeelden het belang van de ladingsdichtheid in de chemie&lt;br /&gt;
# welke reacties hebben er baat bij quenching toe te passen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie. &lt;br /&gt;
# Leg de elektrolyse van water uit in de volgende omstandigheden:1. zonder zout, 2. met een beetje zout en 3. met oplossing van veel zeezout. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
Theorie :&lt;br /&gt;
# geef de vuistregels voor bufferoplossing + afleiden buffercapaciteit en neutralisatiegraad. link met pH-titratie. vertellen over bloed als buffer, goede/slechte buffer?&lt;br /&gt;
# iets van Fe complexatie, waarom de natuur is aangepast aan ademhaling door complexvorming van Fe met zuurstof&lt;br /&gt;
Oefeningen :&lt;br /&gt;
# van deel C met een tabel met waarden, orde van reactie afleiden + grafisch k en t&amp;lt;sub&amp;gt;1/2&amp;lt;/sub&amp;gt; bepalen&lt;br /&gt;
# berekenen of PbOH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; neerslaat, uit een mengsel van PbSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; met NaOH geloof ik&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de bindingssterkte en reactiviteit van C=C en C - C (enkelvoudige binding) op 4 ptn&lt;br /&gt;
# Vergelijk de afhankelijkheid van de temperatuur voor de snelheidsconstante en de evenwichtsconstante&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===1 FEB 2011=== &lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek: Chroomvocht, Piranhazuur , koningswater en cyanide in base en hun werking op (edel)metalen. (/6)&lt;br /&gt;
# Wat is een indicator en hoe werkt het? (/4)&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# P&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; + BR&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; =&amp;amp;gt; PBR&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; vul aan met coefficienten en bereken de temperatuur waarvoor deze reactie spontaan zal verlopen. (/2.5)&lt;br /&gt;
# en een oefening over de combinatie van complexvorming van AlOH&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; en de neerslag van AlOH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. (/3.5)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 sep 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Verschillen en gelijkenissen tussen homogene, heterogene en enzymatische katalyse geven. Verduidelijken met vb.&lt;br /&gt;
# Bindingssterkte en reactiviteit vergelijken tussen C-C en C=C. Welke reacties ondergaan ze.&lt;br /&gt;
Oefingen:&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid&lt;br /&gt;
# Enthalpie &amp;amp;amp; Entropie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 jan 2010===&lt;br /&gt;
# bespreek de oplosbaarheid van metalen in zuur en basisch milieu (/6) &lt;br /&gt;
# bespreek &amp;amp;quot;quenching&amp;amp;quot; en voor welke reacties is dit toepasbaar? (/4) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen: &lt;br /&gt;
# bepaal de oplosbaarheid van AgBr in een molaire NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing (complexvorming) &lt;br /&gt;
# een reactie difluor en diwaterstof -&amp;amp;gt; 2HF. Gaat deze reactie op bij 500K ?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 jan 2010===&lt;br /&gt;
# vergelijk piranhazuur, koningswater, dichromaat en cyanide voor het oplossen van edelmetalen. (.../6)&lt;br /&gt;
# welke reacties kunnen als katalysator optreden bij een redoxreactie? (.../4)&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een oplossing van Ti(II)-ionen wordt in zuur midden getitreerd met een dichromaatoplossing (K&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;Cr&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;7-&amp;lt;/sub&amp;gt;oplossing). Hierbij worden het Cr(III)-ion en het Ti(III)-ion gevormd. Toon aan dat het gaat om een aflopende reactie.Het verloop van de titratie wordt potentiometrisch gevolgd en ook de pH wordt constant gemeten. In de oplossing zit nog een kalomelelektrode (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=0.25V) die aan de anode gekoppeld is en een platina-elektrode. Op zeker ogenblik - na het passeren van het equivalentiepunt - wordt een celpotentiaal van 0.95V gemeten en een pH van 1.2. Bereken de concentratie aan Cr&amp;lt;sup&amp;gt;3+&amp;lt;/sup&amp;gt; ionen, als je weet dat deze concentratie vier maal hoger ligt dan die van de dichromaationen. (.../3)&lt;br /&gt;
# Aan een oplossing van 70 ml 0.20 M nikkelsulfaat wordt 30 ml 0.60 M ammoniak toegevoegd. Toon aan dat er - ondanks de complexvorming - toch hydroxideneerslag gevormd zal worden. (.../3)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Toon het belang aan van ladingsdichtheid in de scheikunde. Geef telkens duidelijk verschillende voorbeelden als het over verschillende soorten reacties gaat.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van broom in base. Geef een relevante toepassing.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Bij 298 K gaat onderstaande reactie op. Men maakt een oplossing van 35,5 g van Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en 0,1 g van H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; in een totaal volume van 200 ml. Wat zijn de evenwichtsconcentraties van H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en HCl ?&lt;br /&gt;
#*H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) + Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) &amp;amp;lt;=&amp;amp;gt; 2HCl(g) &lt;br /&gt;
# Bereken de Kb van IO-, uitgaande van&lt;br /&gt;
#*IO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq) / HIO(l)   E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; = 1,13V&lt;br /&gt;
#*IO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq) / IO&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)  E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; = 0,15V&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Wat is een dipoolmoment?&lt;br /&gt;
# Vroeger werd kaliumpermanganaat e.a. veel gebruikt als goede oxidator. Tegenwoordig wordt pirhanazuur (mengsel waterstofperoxide/zwavelzuur) gebruikt. Waarom?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Temperatuurverandering berekenen van ijs (faseverandering,...)&lt;br /&gt;
# Nog zo&#039;n oefening in die aard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de temperatuursafhankelijkheid van de evenwichtsconstante en de snelheidsconstante.&lt;br /&gt;
# Waarom is een stof goed of slecht oplosbaar in water? En hoe kan je een slecht oplosbare stof beter oplosbaar maken?&lt;br /&gt;
# Maak een vergelijking tussen thermodinamica en kinetica van metathesereacties versus complexatiereacties.&lt;br /&gt;
# Geef de 2 hoofdregels voor het maken van een buffer en leid ze wiskundig af.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsconstante berekenen bij 45°C (je krijgt de reactie)&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is&lt;br /&gt;
# K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 feb 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reacties kunnen een redoxreactie katalyseren?&lt;br /&gt;
# Geef het verband tussen neerslagreacties en complexatiereacties en geef een goed gevonden voorbeeld.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsconstante berekenen bij 45°C (je krijgt de reactie)&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is&lt;br /&gt;
# K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg uit wat tautomerie is + vb.&lt;br /&gt;
# Voor het oxideren werden vroeger vaak de klassieke sterke oxidanten permanaat of dichromaat in zwavelzuur gebruikt, waarom is het gebruik van &amp;amp;quot;piranaha-zuur&amp;amp;quot; (waterstofperoxide in zwavelzuur) aan een opmars bezig?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# men wil 200 ml maken van een oplossing die 3,81g magnesiumcloride en 0,8g natriumhydroxide bevat. Hoeveel gram ammoniumbromide moet er ook in deze oplossing zitter, opdat er geen neerslag is?&lt;br /&gt;
# Boven/onder welke temperatuur gaat deze reactie spontaan op? &lt;br /&gt;
#* N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; (g) + O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) = 2NO (g)&lt;br /&gt;
#* Bereken ook de evenwichtsconstante bij 68°C.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# geef verband van de ionbinding en de covalente binding + verklaar&lt;br /&gt;
# geef verband pH en redoxpotentiaal&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# bereken kb van een stof aan hand van 2 redoxpotentialen &lt;br /&gt;
# oefenening waar je een eind temperatuur moest berekenen met warmtecapaciteit en latente verdampingswarmte (aangezien er een faseovergang is)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R0883495</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Grondslagen_van_de_Chemie&amp;diff=2722</id>
		<title>Grondslagen van de Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Grondslagen_van_de_Chemie&amp;diff=2722"/>
		<updated>2022-01-19T13:41:13Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R0883495: /* 18 januari 2022 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Basisvak chemie voor 1e bachelor chemie, biochemie, biologie en geologie.&lt;br /&gt;
Gedoceerd door professor &amp;amp;lt;s&amp;amp;gt;Koen Clays&amp;amp;lt;/s&amp;amp;gt; &amp;amp;lt;s&amp;amp;gt;Bart Goderis (sinds academiejaar 2013-2014)&amp;amp;lt;/s&amp;amp;gt; Koen Clays. Het examen is deels mondeling, deels schriftelijk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2022 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1) Hoe kan je de snelheid van een reactie verhogen, wat gebeurt er met het evenwicht?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) buffers: vuistregels + afleiding, verband met titratie, is bloed een goede buffer?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3a) molaire oplosbaarheid van Ag2Cr2O7 in zuiver water&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3b) hoeveel NH3 nodig om 0,100 mol AgI op te lossen in 0,500L (Ag(NH3)2^+ wordt gevormd)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3c) toon aan dat er geen AgOH neerslag gevormd wordt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
4a) redoxreactie opstellen voor N2/NH2OH en Al(OH)4^-/Al&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
4b) toon aan dat de reactie aflopend is bij 25°C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 augustus 2021 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Op welke manieren kan je de snelheid van een reactie vergroten, leg uit wat er dan ook met de evenwichtsconstante gebeurt. Verandert hierbij de ligging van het evenwicht? Gebruik formules of figuren om dit aan te tonen&lt;br /&gt;
#Op welke manier beïnvloedt complexatie het redoxpotentiaal van een metaal? Leg uit, geef een voorbeeld. In de natuur wordt Fe gebruikt voor reversibele redoxreacties. Waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
#Boven of onder welke temperatuur gaat deze reactie spontaan op: O2 (g) + N2 (g) —&amp;gt; 2NO (g)&lt;br /&gt;
#HCN verhoogt de oplosbaarheid van Fe(OH)2, hoe groot is de concentratie van HCN die je nodig hebt om 250 ml 3,37g Fe(OH)2 in oplossing te brengen?”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 6 januari 2021 ===&lt;br /&gt;
Theorie 1:&lt;br /&gt;
#Bespreek alle K’s die we hebben gezien in de cursus en geef een voorbeeld waarin hun definitie duidelijk wordt. Indien je iets kan zeggen over K&amp;gt;&amp;gt;1 K=1 en K&amp;lt;&amp;lt;1, voeg je dit hieraan toe.&lt;br /&gt;
#Gebruik een voorbeeld uit 1a en leg uit hoe je K puur theoretisch kunt vinden.&lt;br /&gt;
#Geef een mogelijk verband tussen K en k indien er een is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie 2:&lt;br /&gt;
Bespreek de elektrolyse van water zonder NaCl, met een beetje NaCl en met veel NaCl.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefening 1:&lt;br /&gt;
Bewijs dat dankzij de complexvorming, PbCl2 niet neerslaat, wanneer we 50ml Pb(NO3)2 (0,4M) bij 50ml BaCl2 (0,6M)doen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefening 2:&lt;br /&gt;
0,700M NaHSO3 en 0,450M Na2SO3&lt;br /&gt;
#Bereken de pH.&lt;br /&gt;
#Bereken de pH bij het toevoegen van 20ml KOH.&lt;br /&gt;
#Bij welke concentratie aan NaOH de buffer (100mL) niet meer werkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 augustus 2020 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) Leg homogene, heterogene en enzymatische katalyse uit. Geef ook telkens een voorbeeld. Leg de gelijkenis tussen heterogene en enzymatische katalyse uit. Leg de gelijkenis tussen homogene en enzymatische katalyse uit. /4&lt;br /&gt;
2) Vergelijk chroomvocht (dichromaat in zwavelzuur), piranhazuur (waterstofperoxide in zwavelzuur), koningswater en cyanide in base als oplosmiddelen voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1) Bereken de oplosbaarheid van AgBr in een 0.053M NH3 oplossing. Ag(NH3)2- wordt gevormd.&lt;br /&gt;
2) Is volgende reactie (reactie gegeven) aflopend bij 68 graden C? Toon aan met berekeningen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2020 voormiddag ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) Hoe evenwicht verschuiven naar kant van producten, verandert er iets aan de snelheid?&lt;br /&gt;
2) De ruimtelijke structuur van de covalente binding, 4 relevante voorbeelden geven en bespreken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1) Bereken Kd van complex Ag(CN)2 adhv thermodynamische eigenschap bij 25°C&lt;br /&gt;
2) Na3PO4 0.045 M: bereken werkelijke concentraties van PO43-, Na+, HPO42-, H2PO4-, H3PO4, H3O+, OH- en bereken de pH.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2020 namiddag ===&lt;br /&gt;
theorie:&lt;br /&gt;
#Hoe verklaar je de werking van een &amp;quot;hoog-rendements&amp;quot; brander voor een centrale verwarming? Welke aanpassingen dienen er te gebeuren in vergelijking met een klassieke brander&lt;br /&gt;
#Bespreek de dissociatie van HgCl2. Waarmee is dit te vergelijken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
#Je voegt 50 mL van een 0.0200M AgNO3 - oplossing toe aan 50 mL van een 0.0300M NaCN-oplossing. Zal AgCN neerslaan, ondanks de complexvorming (Kst Ag(CN)2- = 2.5 x 10^20). Verwaarloos de basische eigenschappen van CN-&lt;br /&gt;
#Bepaal grafisch orde van de reactie, de snelheidsconstante en halfwaardetijd. Je krijgt de beginconcentratie van het reagens gegeven, en het verloop van de concentratie van een product. (Dus je moet nog berekenen, hoe het verloop van de concentratie van het reagens gaat)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2020 namiddag ===&lt;br /&gt;
theorie:&lt;br /&gt;
1) bespreek de elektrolyse van water of in een waterige oplossing van zeezout (NaCl) voor volgende situaties: zonder toevoeging van zout, bij toevoeging van een beetje NaCl, bij toevoeging van veel NaCl&lt;br /&gt;
2) Bespreek homogene, heterogene en enzymatische katalyse: geef verschillen en gelijkenissen. Geef telkens een relevant voorbeeld ter illustratie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
1) reactie N2 + O2 --&amp;gt; 2NO gegeven en berekenen boven/onder welke temperatuur de reactie spontaan is&lt;br /&gt;
2) Berekenen hoeveel gram NaCl je moet toevoegen aan 0,448g Cu(OH)2 om dit volledig te kunnen oplossen in 100 ml water als je weet dat het complex [CuCl4]2- wordt gevormd&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2020 voormiddag ===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
# Buffer&lt;br /&gt;
# Reactiemechanisme van Broom&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===?===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) hoe kan men de snelheid van een chemische reactie vergroten? Verandert dit ook iets aan het evenwicht?&lt;br /&gt;
2) chemische eigenschappen ammoniak, hebben ze dan een zwakke of sterke functie? Geef voorbeeldreacties&lt;br /&gt;
3) bespreek de thermodynamische eigenschappen van de autoprotolyse van water. Zie hiervoor tabel 6.9 BOD&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1) bereken of neerslag wordt gevormd bij samenvoegen 2 stoffen&lt;br /&gt;
2) bereken potentiaal galvanische cel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 februari 2019 namiddag===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
#Leg uit hoe een biprotisch zuur dissocieert en geef een voorbeeld. Vergelijk deze dissociatie met die van HgCl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&lt;br /&gt;
#Broom in base&lt;br /&gt;
oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Bepaal de standaardreductiepotentiaal van het koppel Zn(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2 (s)&amp;lt;/sub&amp;gt;\ Zn&amp;lt;sub&amp;gt;(s)&amp;lt;/sub&amp;gt; met het oplosbaarheidsproduct van Zn(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en de standaardreductiepotentiaal van het koppel Zn&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;\ Zn&amp;lt;sub&amp;gt;(s)&amp;lt;/sub&amp;gt; &lt;br /&gt;
#Een klontje vast ethanol met een massa van 50 g wordt bij 155.80 K overgoten met 2.22 L (1 L = 0.79 kg) vloeibaar ethanol waardoor het klontje zal smelten. Wat is de begintemperatuur van het vloeibaar ethanol als je weet dat het systeem een eindtemperatuur van 287.80 K bereikt en als je weet dat er geen energie verloren gaat aan de omgeving?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 januari 2019 namiddag===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
#vervolledig de reactievergelijking ClO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; + Cl&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; -&amp;gt; Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O en geef een plausibel reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
#bespreek de elektrolyse van water of in een waterig milieu zonder toevoeging van zout, bij toevoeging van een beetje NaCl, bij toevoeging van veel NaCl. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen&lt;br /&gt;
#hoeveel natriumthiosulfaat is er nodig om 0,025 mol AgBr op te lossen in 500 ml? Het complex zilverthiosulfaat wordt gevormd. &lt;br /&gt;
#een ijsklontje met massa 56 gram wordt in 150 g water gedaan om dit af te koelen. Het ijsklontje heeft een begintemperatuur van 0°C en het geheel heeft een eindtemperatuur van 14°C. Bereken de begintemperatuur van het water.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2019 voormiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Bespreek de spontane ontbinding van waterstofperoxide. Welke parameters dragen bij tot de ontbinding en hoe kan je dit tegen gaan?&lt;br /&gt;
#De ruimtelijke structuur van de covalente binding, 4 relevante voorbeelden geven en bespreken.&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#0,040 M 100 mL H&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; bij 100 ml 4M Ca&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;-ionen. Wordt er neerslag gevormd?&lt;br /&gt;
#Een orde oefening met grafisch de halfwaarde tijd en k bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2019===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je het evenwicht naar de kant van de producten krijgen. Heeft dit ook invloed op de snelheid van de reactie? /6&lt;br /&gt;
#Stel een chemisch mechanisme op zodat citroenzuur (wat een bestandsdeel is van citroensap) kan ontgiften. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Bepaal de K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; uit de gegeven redoxkoppels (H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O/H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=1.76V) en HO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;−&amp;lt;/sup&amp;gt;/OH&amp;lt;sup&amp;gt;−&amp;lt;/sup&amp;gt;) (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=0.87V). Met welke andere 2 koppels kan je dit nog doen? /3&lt;br /&gt;
# Geef de lewisstructuur, hybridisatie, polariteit (+ uitleg), en geometrie van XeF&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en PBr&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2019===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Geef de twee vuistregels voor een goede buffer en leg ze uit adhv neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg uit bloed als buffer en waarom het geen ideale buffer is. Geef de relatie tussen een buffer en een pH- titratie(curve). /6&lt;br /&gt;
#Vervolledig deze reactie, BrO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;  +  Br&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; →   Br&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;  +  H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O, en geef een plausibel reactiemechanisme voor deze reactie (Staat niet in de cursus maar wel gezien als een extra voorbeeld). BOD Tabel 6.2 n.7 /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Welke verbindingen zijn zelf niet zuur of basisch, maar vertonen wel zure of basische eigenschappen als ze in water gebracht worden? /6&lt;br /&gt;
# Bespreek de voorwaarden en de gevolgen van het stationariteitsprincipe.  Geef een duidelijk en relevant voorbeeld. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#De stabiliteitsconstante voor de vorming van het complex Pb(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; is 1,0.1016. De standaardreductiepotentiaal voor het koppel Pb&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/Pb(s) is -0,12V. Bereken aan de hand van deze gegevens de standaardreductiepotentiaal voor het koppel Pb(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/Pb(s). / 3&lt;br /&gt;
#Er wordt een buffer met pH = 6,90 gemaakt uitgaande van NaH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; en Na&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;HPO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;. De eindconcentratie van NaH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; in 400 mL van deze oplossing is 0,020 M. Bereken hoeveel gram dinatriumwaterstoffosfaat er in deze oplossing moet zitten om de beoogde pH te realiseren. Aan deze oplossing wordt 100 mL 0,0080 M HI toegevoegd. Bereken ook de pH na toevoeging hiervan. Vanaf hoeveel mol NaOH toegevoegd zou de startbuffer niet meer werkzaam zijn? Licht kort toe. /3&lt;br /&gt;
&amp;lt;sup&amp;gt;&amp;lt;/sup&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Stel een mogelijk reactiemechanisme voor bij reactie 7 BOD tabel 6.2. /4&lt;br /&gt;
#Waarom mag men geen ontkalker bij javel doen? Geef alle relevante reacties. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Bepaal de baseconstante van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels. /3&lt;br /&gt;
#Geef de Lewisstructuur, hybridisatie en polariteit van XeF&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en HClO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Hoe kan men het evenwicht naar de producten doen verschuiven? Heeft dit dan ook gevolgen voor de reactiesnelheid? /4&lt;br /&gt;
# Vergelijk chroomvocht (dichromaat in zwavelzuur), piranhazuur (waterstofperoxide in zwavelzuur), koningswater en cyanide in base als oplosmiddelen voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Je wilt 0.488 g Cu(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossen in water tot een eindvolume van 100 mL. Bereken hoeveel gram NaCl er nodig is om ervoor te zorgen dat Cu(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; niet neerslaat. Het CuCl&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; complex wordt gevormd. /3&lt;br /&gt;
# Bepaal grafisch de activeringsenergie van de reactie (tabel met temperatuur en snelheidsconstantes gegeven). Bepaal ook de snelheidsconstante bij 37°C. Kan je hiermee iets zeggen over de orde van de reactie? /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2018 ===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Hoe kan de snelheid van de reactie beïnvloed worden? Verandert dan ook de ligging van het evenwicht van de reactie? /6&lt;br /&gt;
# Welke factoren bepalen of een molecule al dan niet een permanent dipoolmoment bezit? Geef duidelijke voorbeelden. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Je wilt 42.72 g Fe(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossen in water tot een eindvolume van 500 mL. Bereken welke concentratie waterstoffluoride (HF) er nodig is om ervoor te zorgen dat Fe(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; niet neerslaat. /3&lt;br /&gt;
# Stel de correcte redoxreactie op van de koppels Br&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;/Br&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; en AsO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;3-&amp;lt;/sup&amp;gt;/AsO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;. Toon aan met berekeningen dat het over een aflopende reactie gaat bij kamertemperatuur (25°C) /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2018 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van chloor in base. Geef een belangrijke toepassing.&lt;br /&gt;
# Vergelijk de ideale gaswet met de van der Waalsvergelijking voor reële gassen en bespreek de trend in co-volume b en cohesiedruk a (BOD p.141) voor H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, CO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en C&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;H&amp;lt;sub&amp;gt;10&amp;lt;/sub&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 namiddag ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# BOD tabel 6.2, reactie 8: stel een mogelijk reactiemachanisme voor&lt;br /&gt;
# Wat zijn de 2 vuistregels van een goeie buffer? Leidt deze af aan de hand van de begrippen neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg de link met pH-titratie. Leg uit: bloed als buffer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# bepaal de baseconstante van MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels&lt;br /&gt;
# lewisstructuur, hybridisatie en polariteit van 2 moleculen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 namiddag ===&lt;br /&gt;
(examen voor gedeeltelijke vrijstelling, enkel vragen deel E)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Wat zijn de drijvende krachten bij een complexatiereactie? Toon aan met goed gekozen voorbeelden, en leg uit aan de hand van de kenmerken van een hoge stabiliteitsconstante. /4&lt;br /&gt;
# Wat zijn de 2 vuistregels van een goeie buffer? Leidt deze af aan de hand van de begrippen neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg de link met pH-titratie. Leg uit: bloed als buffer. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Bepaal de baseconstante van MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels /3&lt;br /&gt;
# Hoeveel zilverbromide kan je oplossen in een 0.530M ammoniakoplossing. Verwaarloos de basische eigenschappen van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3 (Toepassing neerslag &amp;amp; complexatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 september 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Waarom zijn er diagonaalrelaties? Geef voorbeelden van chemische eigenschappen die gebruikt worden in chemische reacties. /5 &lt;br /&gt;
#Geef het verband tussen de redoxpotentiaal van een redoxhalfreactie en de evenwichtconstante van de gehele reactie. Geef ook de gevolgen. /5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of er neerslagvorming optreedt. &lt;br /&gt;
#Vrijgekomen warmte en energie uit een reactie berekenen. &lt;br /&gt;
=== 25 Augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Vergelijk het verschil van de invloed van temperatuur op de reactiesnelheid en het evenwicht - zowel in formulevorm als grafisch /6&lt;br /&gt;
k &amp;amp; K afleiden en grafisch weergeven met resp. ln k ~ 1/T en ln K ~ 1/T (voor dH&amp;gt;0 en dH&amp;lt;0)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Welke chemisch relevante eigenschappen van atomen kan je afleiden van de positie in het periodiek systeem? /4 &lt;br /&gt;
Zuur-base; oxidans-reductans (+verband), ... (atomen, niet ionen van het element!)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Hoeveel zilverbromide kan je oplossen in een 0.53M ammonium oplossing. Verwaarloos de basische eigenschappen van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
(Toepassing neerslag &amp;amp; complexatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Redoxreactie van SO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/SO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)- en MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/MnO(v). /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 Augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan het evenwicht in de richting van de producten worden verschoven? Heeft dit invloed op het evenwicht? /6&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;concentratie wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
principe van Le Chatelier&lt;br /&gt;
hogere concentratie → meer kans op botsingen → sneller&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;druk wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
bij drukverhoging → daalt volume → c=n/v dus concentratie stijgt (vanaf dan analoog aan Le Chatelier)&lt;br /&gt;
bij drukverlaging is gunstig voor reacties waarbij ΔN = (N&amp;lt;sub&amp;gt;producten&amp;lt;/sub&amp;gt; - N&amp;lt;sub&amp;gt;reagentia&amp;lt;/sub&amp;gt;) negatief is(N staat voor de coëfficiënten van de stoffen in de reactie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;temperatuur wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
K&amp;lt;sub&amp;gt;ev&amp;lt;/sub&amp;gt; is temperatuursafhankelijk → ΔG =-RTln(K) ↔ ln(k)=-ΔH/RT +ΔS/R (teken grafiek 1/T met ln(k))&lt;br /&gt;
endo → hoge T is gunstig&lt;br /&gt;
exo → lage T is gunstig&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Wat is het verband tussen neerslag- en complexatiereacties? /4&lt;br /&gt;
ionen met een hoge ladingsdichtheid kunnen niet zoals bijvoorbeeld Na&amp;lt;sup&amp;gt;+&amp;lt;/sup&amp;gt; en Cl&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; (afkomstig van goed oplosbaar zou NaCl) in oplossing voorkomen,&lt;br /&gt;
aangezien dit niet stabiel is.&lt;br /&gt;
gaan dus ofwel neerslaan ofwel complexeren&lt;br /&gt;
(K&amp;lt;sub&amp;gt;sp&amp;lt;/sub&amp;gt; en 1/K&amp;lt;sub&amp;gt;st&amp;lt;/sub&amp;gt; vergelijken → de stabielste toestand gaat zich dan voordoen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Teken de lewis-structuur, geef het sterisch getal, hybridisatie, geometrische en atoomstructuur van HCN en ICl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. Geef ook aan of ze polair zijn of niet. /3&lt;br /&gt;
#Leid de K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; af van AsO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van zijn standaarreductiepotentiaal. Kies zelf een goed redoxkoppel. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Welke verbindingen zijn zelf niet zuur of basisch, maar vertonen wel zure of basische eigenschappen als ze in water gebracht worden? /6&lt;br /&gt;
#Hoe kunnen meerdere verschillende kationen die samen in een mengsel voorkomen, van elkaar gescheiden worden? Waarop moet je letten om de scheiding zo volledig mogelijk te laten gebeuren? /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming /3&lt;br /&gt;
#correcte redoxreactie van 2 gegeven koppels schrijven en berekenen dat dit een aflopende reactie is. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Bij welke reacties is quenchen van toepassing? Leg goed uit en geef een voorbeeld. /4&lt;br /&gt;
#Vergelijk chroomvocht, piranhazuur, koningswater en cyanide in base als oplossmiddel voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Roosterenergie berekenen /2.5&lt;br /&gt;
#concentratie zout berekenen die toegevoegd moet worden om gegeven hoeveelheid neerslag op te doen lossen. /3.5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
VM&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je de reactiesnelheid beïnvloeden? Wat betekent dit voor het chemisch evenwicht? /4&lt;br /&gt;
#Wat gebeurt er bij de elektrolyse van water voor geen, een weinig en veel NaCL? /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#pH + werkelijke ionenconcentraties van een bioprotisch zuur berekenen /3&lt;br /&gt;
#een slecht oplosbaar zout oplossen aan de hand van complexatie door een te berekenen massa NaCl toe te voegen /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je het evenwicht naar de kant van de producten brengen? Heeft dit een invloed op de snelheid?&lt;br /&gt;
#Geef het verband tussen protontransferreacties en elektrontransferreacties. Geef voorbeelden die dit verduidelijken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming.&lt;br /&gt;
#Bepaal de hybridisatie en geometrie van PCl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; en SF&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;. Teken de atoomstructuur en zijn deze moleculen polair of apolair en een uitleg waarom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Vuistregels met afleiding van buffers geven, dit ook toepassen op pH titraties, bloed als buffer bespreken&lt;br /&gt;
#Hebben kationen basische of zure eigenschappen, zijn dit dan zwakke of sterke zuren of basen (voorbeelden kunnen helpen en verduidelijkend zijn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen &lt;br /&gt;
#Aantal mL en molair NiSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;-oplossing samenvoegen met een aantal ml en molair NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;, toon aan dat ondanks het gevormde complex nikkel (II) ammoniak er toch nog neerslag gevormd wordt&lt;br /&gt;
#Een tabel gegeven van temperatuur en snelheidsconstante, de opdracht is grafisch de activeringsenergie te berekenen en k te berekenen bij 250°C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== XX Augustus 2016 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leg de verschillende soorten isomerie uit + wat is tautomerie?&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom fluoride in tandpasta zit (alle 6 puntjes geven, dus ook vorming CaF uitleggen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Random oefening uit oefenzitting&lt;br /&gt;
#Berekend de K&amp;lt;sub&amp;gt;w&amp;lt;/sub&amp;gt; vertrekkende vanuit de standaardreductiepotentialen voor water in zuur/basisch milieu&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===XX januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leg de elementaire reactiestappen uit adhv voorbeelden (mono,bi,termoleculair, stationariteitsprincipe, vorming ozon)&lt;br /&gt;
#Geef de &#039;&#039;&#039;essentie&#039;&#039;&#039; van een titratie + grafieken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
#Oplosbaarheid van AgNO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; berekenen na toevoegen van een of ander zuur/base&lt;br /&gt;
#nog een oefening&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===  11 januari 2016 ===&lt;br /&gt;
#Hoe bepaal je de geometrische structuur bij covalent gebonden atomen en geef 3 voorbeelden &lt;br /&gt;
#bij welke reactie is quenching van toepassing?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===XX januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#heterogene en homogene en enzymatische katalysator + alles uitleggen hiervan&lt;br /&gt;
#loodbatterij&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Verschillen tussen Co en Fe en zeggen waarom Fe gebruikt wordt voor zuurstof transport &lt;br /&gt;
#het verschil tussen C dubbel gebonden en enkel gebonden &lt;br /&gt;
#bij de oefeningen was eentje E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; bepalen ahv K&amp;lt;sub&amp;gt;a&amp;lt;/sub&amp;gt; en een andere E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; &lt;br /&gt;
#andere grafisch de orde enzo bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 JAN 2014===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Roosterenergie van 2 roosters (NaCl en MgO) berekenen met de formule, zeggen of er nog een andere manier was om die te vinden (Hess) en of er een verschil in uitkomst te verwachten was tussen de twee manieren. Vergelijken van de pH van de twee oplossingen.&lt;br /&gt;
#Uitleggen waarom termoleculaire reactiestappen omwaarschijnlijk zijn. Reactiemechanisme van 2HI + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; → I&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O  geven. Stationariteitsprincipe uitleggen en zeggen of het op die reactie van toepassing was. &lt;br /&gt;
#Waar/soms waar/niet waar: Een proces is spontaan als de entropie in het systeem toeneemt. &lt;br /&gt;
#Uitleggen wat een buffer is en de vuistregels voor een goede buffer uitleggen zonder de hele wiskundige berekening te doen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen.&lt;br /&gt;
#Oplosbaarheid van AgBr, complexatie met thiosulfaat en alternatieve manier geven om oplosbaarheid te verhogen. Uitleggen waarom die laatste manier weinig effect zou hebben.&lt;br /&gt;
#Celpotentiaal berekenen van een gegeven schematische voorstelling.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 JAN 2013===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de elektronenstructuur van de atomen N en O met die van de moleculen N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;. Licht de hierbij essentiële principes toe.&lt;br /&gt;
# Geef de chemische functies van water. Geef bij iedere functie een voorbeeld in de vorm van een reactievergelijking. Is water sterk of zwak in deze functie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# CuSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing met NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing (grootheden gegeven). Laat zien dat er ondanks de complexatie toch nog neerslagvorming optreedt.&lt;br /&gt;
# Gegeven concentraties (van reactieproduct) in functie van de tijd. Bepaal grafisch de orde en de halfwaardetijd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 FEB 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Geef twee vuistregels voor een goede buffer en toon ze aan aan de hand van de neutralisatiegraad en de buffer capaciteit. &lt;br /&gt;
#* Geef het verband hiervan met pH- titratie &lt;br /&gt;
#* Is bloed een goede buffer ? Verklaar. &lt;br /&gt;
# Verklaar waarom men tandpasta fluorideert.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie.&lt;br /&gt;
# Broom in base.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Welke reacties kunnen optreden als katalysator bij redoxreacties?&lt;br /&gt;
# Leidt de halfreacties van een zwavelzure loodbatterij af&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# hoe bepaal je de elektronenconfiguratie van diatomaire moleculen en geef twee duidelijk verschillende voorbeelden&lt;br /&gt;
# vergelijk Al en Li voor batterijen, geef voor en nadelen en verklaar waarom er Li batterijen zijn en geen Al&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# staaf met enkele goed gekoze voorbeelden het belang van de ladingsdichtheid in de chemie&lt;br /&gt;
# welke reacties hebben er baat bij quenching toe te passen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie. &lt;br /&gt;
# Leg de elektrolyse van water uit in de volgende omstandigheden:1. zonder zout, 2. met een beetje zout en 3. met oplossing van veel zeezout. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
Theorie :&lt;br /&gt;
# geef de vuistregels voor bufferoplossing + afleiden buffercapaciteit en neutralisatiegraad. link met pH-titratie. vertellen over bloed als buffer, goede/slechte buffer?&lt;br /&gt;
# iets van Fe complexatie, waarom de natuur is aangepast aan ademhaling door complexvorming van Fe met zuurstof&lt;br /&gt;
Oefeningen :&lt;br /&gt;
# van deel C met een tabel met waarden, orde van reactie afleiden + grafisch k en t&amp;lt;sub&amp;gt;1/2&amp;lt;/sub&amp;gt; bepalen&lt;br /&gt;
# berekenen of PbOH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; neerslaat, uit een mengsel van PbSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; met NaOH geloof ik&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de bindingssterkte en reactiviteit van C=C en C - C (enkelvoudige binding) op 4 ptn&lt;br /&gt;
# Vergelijk de afhankelijkheid van de temperatuur voor de snelheidsconstante en de evenwichtsconstante&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===1 FEB 2011=== &lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek: Chroomvocht, Piranhazuur , koningswater en cyanide in base en hun werking op (edel)metalen. (/6)&lt;br /&gt;
# Wat is een indicator en hoe werkt het? (/4)&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# P&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; + BR&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; =&amp;amp;gt; PBR&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; vul aan met coefficienten en bereken de temperatuur waarvoor deze reactie spontaan zal verlopen. (/2.5)&lt;br /&gt;
# en een oefening over de combinatie van complexvorming van AlOH&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; en de neerslag van AlOH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. (/3.5)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 sep 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Verschillen en gelijkenissen tussen homogene, heterogene en enzymatische katalyse geven. Verduidelijken met vb.&lt;br /&gt;
# Bindingssterkte en reactiviteit vergelijken tussen C-C en C=C. Welke reacties ondergaan ze.&lt;br /&gt;
Oefingen:&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid&lt;br /&gt;
# Enthalpie &amp;amp;amp; Entropie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 jan 2010===&lt;br /&gt;
# bespreek de oplosbaarheid van metalen in zuur en basisch milieu (/6) &lt;br /&gt;
# bespreek &amp;amp;quot;quenching&amp;amp;quot; en voor welke reacties is dit toepasbaar? (/4) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen: &lt;br /&gt;
# bepaal de oplosbaarheid van AgBr in een molaire NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing (complexvorming) &lt;br /&gt;
# een reactie difluor en diwaterstof -&amp;amp;gt; 2HF. Gaat deze reactie op bij 500K ?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 jan 2010===&lt;br /&gt;
# vergelijk piranhazuur, koningswater, dichromaat en cyanide voor het oplossen van edelmetalen. (.../6)&lt;br /&gt;
# welke reacties kunnen als katalysator optreden bij een redoxreactie? (.../4)&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een oplossing van Ti(II)-ionen wordt in zuur midden getitreerd met een dichromaatoplossing (K&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;Cr&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;7-&amp;lt;/sub&amp;gt;oplossing). Hierbij worden het Cr(III)-ion en het Ti(III)-ion gevormd. Toon aan dat het gaat om een aflopende reactie.Het verloop van de titratie wordt potentiometrisch gevolgd en ook de pH wordt constant gemeten. In de oplossing zit nog een kalomelelektrode (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=0.25V) die aan de anode gekoppeld is en een platina-elektrode. Op zeker ogenblik - na het passeren van het equivalentiepunt - wordt een celpotentiaal van 0.95V gemeten en een pH van 1.2. Bereken de concentratie aan Cr&amp;lt;sup&amp;gt;3+&amp;lt;/sup&amp;gt; ionen, als je weet dat deze concentratie vier maal hoger ligt dan die van de dichromaationen. (.../3)&lt;br /&gt;
# Aan een oplossing van 70 ml 0.20 M nikkelsulfaat wordt 30 ml 0.60 M ammoniak toegevoegd. Toon aan dat er - ondanks de complexvorming - toch hydroxideneerslag gevormd zal worden. (.../3)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Toon het belang aan van ladingsdichtheid in de scheikunde. Geef telkens duidelijk verschillende voorbeelden als het over verschillende soorten reacties gaat.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van broom in base. Geef een relevante toepassing.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Bij 298 K gaat onderstaande reactie op. Men maakt een oplossing van 35,5 g van Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en 0,1 g van H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; in een totaal volume van 200 ml. Wat zijn de evenwichtsconcentraties van H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en HCl ?&lt;br /&gt;
#*H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) + Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) &amp;amp;lt;=&amp;amp;gt; 2HCl(g) &lt;br /&gt;
# Bereken de Kb van IO-, uitgaande van&lt;br /&gt;
#*IO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq) / HIO(l)   E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; = 1,13V&lt;br /&gt;
#*IO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq) / IO&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)  E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; = 0,15V&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Wat is een dipoolmoment?&lt;br /&gt;
# Vroeger werd kaliumpermanganaat e.a. veel gebruikt als goede oxidator. Tegenwoordig wordt pirhanazuur (mengsel waterstofperoxide/zwavelzuur) gebruikt. Waarom?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Temperatuurverandering berekenen van ijs (faseverandering,...)&lt;br /&gt;
# Nog zo&#039;n oefening in die aard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de temperatuursafhankelijkheid van de evenwichtsconstante en de snelheidsconstante.&lt;br /&gt;
# Waarom is een stof goed of slecht oplosbaar in water? En hoe kan je een slecht oplosbare stof beter oplosbaar maken?&lt;br /&gt;
# Maak een vergelijking tussen thermodinamica en kinetica van metathesereacties versus complexatiereacties.&lt;br /&gt;
# Geef de 2 hoofdregels voor het maken van een buffer en leid ze wiskundig af.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsconstante berekenen bij 45°C (je krijgt de reactie)&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is&lt;br /&gt;
# K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 feb 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reacties kunnen een redoxreactie katalyseren?&lt;br /&gt;
# Geef het verband tussen neerslagreacties en complexatiereacties en geef een goed gevonden voorbeeld.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsconstante berekenen bij 45°C (je krijgt de reactie)&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is&lt;br /&gt;
# K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg uit wat tautomerie is + vb.&lt;br /&gt;
# Voor het oxideren werden vroeger vaak de klassieke sterke oxidanten permanaat of dichromaat in zwavelzuur gebruikt, waarom is het gebruik van &amp;amp;quot;piranaha-zuur&amp;amp;quot; (waterstofperoxide in zwavelzuur) aan een opmars bezig?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# men wil 200 ml maken van een oplossing die 3,81g magnesiumcloride en 0,8g natriumhydroxide bevat. Hoeveel gram ammoniumbromide moet er ook in deze oplossing zitter, opdat er geen neerslag is?&lt;br /&gt;
# Boven/onder welke temperatuur gaat deze reactie spontaan op? &lt;br /&gt;
#* N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; (g) + O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) = 2NO (g)&lt;br /&gt;
#* Bereken ook de evenwichtsconstante bij 68°C.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# geef verband van de ionbinding en de covalente binding + verklaar&lt;br /&gt;
# geef verband pH en redoxpotentiaal&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# bereken kb van een stof aan hand van 2 redoxpotentialen &lt;br /&gt;
# oefenening waar je een eind temperatuur moest berekenen met warmtecapaciteit en latente verdampingswarmte (aangezien er een faseovergang is)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R0883495</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Grondslagen_van_de_Chemie&amp;diff=2710</id>
		<title>Grondslagen van de Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Grondslagen_van_de_Chemie&amp;diff=2710"/>
		<updated>2022-01-18T11:22:25Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R0883495: /* 18/01/2022 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Basisvak chemie voor 1e bachelor chemie, biochemie, biologie en geologie.&lt;br /&gt;
Gedoceerd door professor &amp;amp;lt;s&amp;amp;gt;Koen Clays&amp;amp;lt;/s&amp;amp;gt; &amp;amp;lt;s&amp;amp;gt;Bart Goderis (sinds academiejaar 2013-2014)&amp;amp;lt;/s&amp;amp;gt; Koen Clays. Het examen is deels mondeling, deels schriftelijk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
=== 18/01/2022 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1) Hoe kan je de snelheid van een reactie verhogen, wat gebeurt er met het evenwicht?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) buffers: afleiding, verband met titratie, is bloed een goede buffer?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 augustus 2021 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Op welke manieren kan je de snelheid van een reactie vergroten, leg uit wat er dan ook met de evenwichtsconstante gebeurt. Verandert hierbij de ligging van het evenwicht? Gebruik formules of figuren om dit aan te tonen&lt;br /&gt;
#Op welke manier beïnvloedt complexatie het redoxpotentiaal van een metaal? Leg uit, geef een voorbeeld. In de natuur wordt Fe gebruikt voor reversibele redoxreacties. Waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
#Boven of onder welke temperatuur gaat deze reactie spontaan op: O2 (g) + N2 (g) —&amp;gt; 2NO (g)&lt;br /&gt;
#HCN verhoogt de oplosbaarheid van Fe(OH)2, hoe groot is de concentratie van HCN die je nodig hebt om 250 ml 3,37g Fe(OH)2 in oplossing te brengen?”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 6 januari 2021 ===&lt;br /&gt;
Theorie 1:&lt;br /&gt;
#Bespreek alle K’s die we hebben gezien in de cursus en geef een voorbeeld waarin hun definitie duidelijk wordt. Indien je iets kan zeggen over K&amp;gt;&amp;gt;1 K=1 en K&amp;lt;&amp;lt;1, voeg je dit hieraan toe.&lt;br /&gt;
#Gebruik een voorbeeld uit 1a en leg uit hoe je K puur theoretisch kunt vinden.&lt;br /&gt;
#Geef een mogelijk verband tussen K en k indien er een is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie 2:&lt;br /&gt;
Bespreek de elektrolyse van water zonder NaCl, met een beetje NaCl en met veel NaCl.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefening 1:&lt;br /&gt;
Bewijs dat dankzij de complexvorming, PbCl2 niet neerslaat, wanneer we 50ml Pb(NO3)2 (0,4M) bij 50ml BaCl2 (0,6M)doen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefening 2:&lt;br /&gt;
0,700M NaHSO3 en 0,450M Na2SO3&lt;br /&gt;
#Bereken de pH.&lt;br /&gt;
#Bereken de pH bij het toevoegen van 20ml KOH.&lt;br /&gt;
#Bij welke concentratie aan NaOH de buffer (100mL) niet meer werkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 augustus 2020 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) Leg homogene, heterogene en enzymatische katalyse uit. Geef ook telkens een voorbeeld. Leg de gelijkenis tussen heterogene en enzymatische katalyse uit. Leg de gelijkenis tussen homogene en enzymatische katalyse uit. /4&lt;br /&gt;
2) Vergelijk chroomvocht (dichromaat in zwavelzuur), piranhazuur (waterstofperoxide in zwavelzuur), koningswater en cyanide in base als oplosmiddelen voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1) Bereken de oplosbaarheid van AgBr in een 0.053M NH3 oplossing. Ag(NH3)2- wordt gevormd.&lt;br /&gt;
2) Is volgende reactie (reactie gegeven) aflopend bij 68 graden C? Toon aan met berekeningen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2020 voormiddag ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) Hoe evenwicht verschuiven naar kant van producten, verandert er iets aan de snelheid?&lt;br /&gt;
2) De ruimtelijke structuur van de covalente binding, 4 relevante voorbeelden geven en bespreken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1) Bereken Kd van complex Ag(CN)2 adhv thermodynamische eigenschap bij 25°C&lt;br /&gt;
2) Na3PO4 0.045 M: bereken werkelijke concentraties van PO43-, Na+, HPO42-, H2PO4-, H3PO4, H3O+, OH- en bereken de pH.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2020 namiddag ===&lt;br /&gt;
theorie:&lt;br /&gt;
#Hoe verklaar je de werking van een &amp;quot;hoog-rendements&amp;quot; brander voor een centrale verwarming? Welke aanpassingen dienen er te gebeuren in vergelijking met een klassieke brander&lt;br /&gt;
#Bespreek de dissociatie van HgCl2. Waarmee is dit te vergelijken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
#Je voegt 50 mL van een 0.0200M AgNO3 - oplossing toe aan 50 mL van een 0.0300M NaCN-oplossing. Zal AgCN neerslaan, ondanks de complexvorming (Kst Ag(CN)2- = 2.5 x 10^20). Verwaarloos de basische eigenschappen van CN-&lt;br /&gt;
#Bepaal grafisch orde van de reactie, de snelheidsconstante en halfwaardetijd. Je krijgt de beginconcentratie van het reagens gegeven, en het verloop van de concentratie van een product. (Dus je moet nog berekenen, hoe het verloop van de concentratie van het reagens gaat)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2020 namiddag ===&lt;br /&gt;
theorie:&lt;br /&gt;
1) bespreek de elektrolyse van water of in een waterige oplossing van zeezout (NaCl) voor volgende situaties: zonder toevoeging van zout, bij toevoeging van een beetje NaCl, bij toevoeging van veel NaCl&lt;br /&gt;
2) Bespreek homogene, heterogene en enzymatische katalyse: geef verschillen en gelijkenissen. Geef telkens een relevant voorbeeld ter illustratie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
1) reactie N2 + O2 --&amp;gt; 2NO gegeven en berekenen boven/onder welke temperatuur de reactie spontaan is&lt;br /&gt;
2) Berekenen hoeveel gram NaCl je moet toevoegen aan 0,448g Cu(OH)2 om dit volledig te kunnen oplossen in 100 ml water als je weet dat het complex [CuCl4]2- wordt gevormd&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2020 voormiddag ===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
# Buffer&lt;br /&gt;
# Reactiemechanisme van Broom&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===?===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) hoe kan men de snelheid van een chemische reactie vergroten? Verandert dit ook iets aan het evenwicht?&lt;br /&gt;
2) chemische eigenschappen ammoniak, hebben ze dan een zwakke of sterke functie? Geef voorbeeldreacties&lt;br /&gt;
3) bespreek de thermodynamische eigenschappen van de autoprotolyse van water. Zie hiervoor tabel 6.9 BOD&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1) bereken of neerslag wordt gevormd bij samenvoegen 2 stoffen&lt;br /&gt;
2) bereken potentiaal galvanische cel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 februari 2019 namiddag===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
#Leg uit hoe een biprotisch zuur dissocieert en geef een voorbeeld. Vergelijk deze dissociatie met die van HgCl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&lt;br /&gt;
#Broom in base&lt;br /&gt;
oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Bepaal de standaardreductiepotentiaal van het koppel Zn(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2 (s)&amp;lt;/sub&amp;gt;\ Zn&amp;lt;sub&amp;gt;(s)&amp;lt;/sub&amp;gt; met het oplosbaarheidsproduct van Zn(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en de standaardreductiepotentiaal van het koppel Zn&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;\ Zn&amp;lt;sub&amp;gt;(s)&amp;lt;/sub&amp;gt; &lt;br /&gt;
#Een klontje vast ethanol met een massa van 50 g wordt bij 155.80 K overgoten met 2.22 L (1 L = 0.79 kg) vloeibaar ethanol waardoor het klontje zal smelten. Wat is de begintemperatuur van het vloeibaar ethanol als je weet dat het systeem een eindtemperatuur van 287.80 K bereikt en als je weet dat er geen energie verloren gaat aan de omgeving?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 januari 2019 namiddag===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
#vervolledig de reactievergelijking ClO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; + Cl&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; -&amp;gt; Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O en geef een plausibel reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
#bespreek de elektrolyse van water of in een waterig milieu zonder toevoeging van zout, bij toevoeging van een beetje NaCl, bij toevoeging van veel NaCl. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen&lt;br /&gt;
#hoeveel natriumthiosulfaat is er nodig om 0,025 mol AgBr op te lossen in 500 ml? Het complex zilverthiosulfaat wordt gevormd. &lt;br /&gt;
#een ijsklontje met massa 56 gram wordt in 150 g water gedaan om dit af te koelen. Het ijsklontje heeft een begintemperatuur van 0°C en het geheel heeft een eindtemperatuur van 14°C. Bereken de begintemperatuur van het water.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2019 voormiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Bespreek de spontane ontbinding van waterstofperoxide. Welke parameters dragen bij tot de ontbinding en hoe kan je dit tegen gaan?&lt;br /&gt;
#De ruimtelijke structuur van de covalente binding, 4 relevante voorbeelden geven en bespreken.&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#0,040 M 100 mL H&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; bij 100 ml 4M Ca&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;-ionen. Wordt er neerslag gevormd?&lt;br /&gt;
#Een orde oefening met grafisch de halfwaarde tijd en k bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2019===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je het evenwicht naar de kant van de producten krijgen. Heeft dit ook invloed op de snelheid van de reactie? /6&lt;br /&gt;
#Stel een chemisch mechanisme op zodat citroenzuur (wat een bestandsdeel is van citroensap) kan ontgiften. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Bepaal de K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; uit de gegeven redoxkoppels (H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O/H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=1.76V) en HO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;−&amp;lt;/sup&amp;gt;/OH&amp;lt;sup&amp;gt;−&amp;lt;/sup&amp;gt;) (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=0.87V). Met welke andere 2 koppels kan je dit nog doen? /3&lt;br /&gt;
# Geef de lewisstructuur, hybridisatie, polariteit (+ uitleg), en geometrie van XeF&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en PBr&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2019===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Geef de twee vuistregels voor een goede buffer en leg ze uit adhv neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg uit bloed als buffer en waarom het geen ideale buffer is. Geef de relatie tussen een buffer en een pH- titratie(curve). /6&lt;br /&gt;
#Vervolledig deze reactie, BrO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;  +  Br&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; →   Br&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;  +  H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O, en geef een plausibel reactiemechanisme voor deze reactie (Staat niet in de cursus maar wel gezien als een extra voorbeeld). BOD Tabel 6.2 n.7 /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Welke verbindingen zijn zelf niet zuur of basisch, maar vertonen wel zure of basische eigenschappen als ze in water gebracht worden? /6&lt;br /&gt;
# Bespreek de voorwaarden en de gevolgen van het stationariteitsprincipe.  Geef een duidelijk en relevant voorbeeld. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#De stabiliteitsconstante voor de vorming van het complex Pb(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; is 1,0.1016. De standaardreductiepotentiaal voor het koppel Pb&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/Pb(s) is -0,12V. Bereken aan de hand van deze gegevens de standaardreductiepotentiaal voor het koppel Pb(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/Pb(s). / 3&lt;br /&gt;
#Er wordt een buffer met pH = 6,90 gemaakt uitgaande van NaH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; en Na&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;HPO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;. De eindconcentratie van NaH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; in 400 mL van deze oplossing is 0,020 M. Bereken hoeveel gram dinatriumwaterstoffosfaat er in deze oplossing moet zitten om de beoogde pH te realiseren. Aan deze oplossing wordt 100 mL 0,0080 M HI toegevoegd. Bereken ook de pH na toevoeging hiervan. Vanaf hoeveel mol NaOH toegevoegd zou de startbuffer niet meer werkzaam zijn? Licht kort toe. /3&lt;br /&gt;
&amp;lt;sup&amp;gt;&amp;lt;/sup&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Stel een mogelijk reactiemechanisme voor bij reactie 7 BOD tabel 6.2. /4&lt;br /&gt;
#Waarom mag men geen ontkalker bij javel doen? Geef alle relevante reacties. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Bepaal de baseconstante van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels. /3&lt;br /&gt;
#Geef de Lewisstructuur, hybridisatie en polariteit van XeF&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en HClO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Hoe kan men het evenwicht naar de producten doen verschuiven? Heeft dit dan ook gevolgen voor de reactiesnelheid? /4&lt;br /&gt;
# Vergelijk chroomvocht (dichromaat in zwavelzuur), piranhazuur (waterstofperoxide in zwavelzuur), koningswater en cyanide in base als oplosmiddelen voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Je wilt 0.488 g Cu(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossen in water tot een eindvolume van 100 mL. Bereken hoeveel gram NaCl er nodig is om ervoor te zorgen dat Cu(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; niet neerslaat. Het CuCl&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; complex wordt gevormd. /3&lt;br /&gt;
# Bepaal grafisch de activeringsenergie van de reactie (tabel met temperatuur en snelheidsconstantes gegeven). Bepaal ook de snelheidsconstante bij 37°C. Kan je hiermee iets zeggen over de orde van de reactie? /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2018 ===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Hoe kan de snelheid van de reactie beïnvloed worden? Verandert dan ook de ligging van het evenwicht van de reactie? /6&lt;br /&gt;
# Welke factoren bepalen of een molecule al dan niet een permanent dipoolmoment bezit? Geef duidelijke voorbeelden. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Je wilt 42.72 g Fe(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossen in water tot een eindvolume van 500 mL. Bereken welke concentratie waterstoffluoride (HF) er nodig is om ervoor te zorgen dat Fe(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; niet neerslaat. /3&lt;br /&gt;
# Stel de correcte redoxreactie op van de koppels Br&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;/Br&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; en AsO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;3-&amp;lt;/sup&amp;gt;/AsO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;. Toon aan met berekeningen dat het over een aflopende reactie gaat bij kamertemperatuur (25°C) /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2018 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van chloor in base. Geef een belangrijke toepassing.&lt;br /&gt;
# Vergelijk de ideale gaswet met de van der Waalsvergelijking voor reële gassen en bespreek de trend in co-volume b en cohesiedruk a (BOD p.141) voor H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, CO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en C&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;H&amp;lt;sub&amp;gt;10&amp;lt;/sub&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 namiddag ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# BOD tabel 6.2, reactie 8: stel een mogelijk reactiemachanisme voor&lt;br /&gt;
# Wat zijn de 2 vuistregels van een goeie buffer? Leidt deze af aan de hand van de begrippen neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg de link met pH-titratie. Leg uit: bloed als buffer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# bepaal de baseconstante van MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels&lt;br /&gt;
# lewisstructuur, hybridisatie en polariteit van 2 moleculen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 namiddag ===&lt;br /&gt;
(examen voor gedeeltelijke vrijstelling, enkel vragen deel E)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Wat zijn de drijvende krachten bij een complexatiereactie? Toon aan met goed gekozen voorbeelden, en leg uit aan de hand van de kenmerken van een hoge stabiliteitsconstante. /4&lt;br /&gt;
# Wat zijn de 2 vuistregels van een goeie buffer? Leidt deze af aan de hand van de begrippen neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg de link met pH-titratie. Leg uit: bloed als buffer. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Bepaal de baseconstante van MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels /3&lt;br /&gt;
# Hoeveel zilverbromide kan je oplossen in een 0.530M ammoniakoplossing. Verwaarloos de basische eigenschappen van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3 (Toepassing neerslag &amp;amp; complexatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 september 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Waarom zijn er diagonaalrelaties? Geef voorbeelden van chemische eigenschappen die gebruikt worden in chemische reacties. /5 &lt;br /&gt;
#Geef het verband tussen de redoxpotentiaal van een redoxhalfreactie en de evenwichtconstante van de gehele reactie. Geef ook de gevolgen. /5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of er neerslagvorming optreedt. &lt;br /&gt;
#Vrijgekomen warmte en energie uit een reactie berekenen. &lt;br /&gt;
=== 25 Augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Vergelijk het verschil van de invloed van temperatuur op de reactiesnelheid en het evenwicht - zowel in formulevorm als grafisch /6&lt;br /&gt;
k &amp;amp; K afleiden en grafisch weergeven met resp. ln k ~ 1/T en ln K ~ 1/T (voor dH&amp;gt;0 en dH&amp;lt;0)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Welke chemisch relevante eigenschappen van atomen kan je afleiden van de positie in het periodiek systeem? /4 &lt;br /&gt;
Zuur-base; oxidans-reductans (+verband), ... (atomen, niet ionen van het element!)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Hoeveel zilverbromide kan je oplossen in een 0.53M ammonium oplossing. Verwaarloos de basische eigenschappen van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
(Toepassing neerslag &amp;amp; complexatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Redoxreactie van SO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/SO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)- en MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/MnO(v). /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 Augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan het evenwicht in de richting van de producten worden verschoven? Heeft dit invloed op het evenwicht? /6&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;concentratie wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
principe van Le Chatelier&lt;br /&gt;
hogere concentratie → meer kans op botsingen → sneller&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;druk wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
bij drukverhoging → daalt volume → c=n/v dus concentratie stijgt (vanaf dan analoog aan Le Chatelier)&lt;br /&gt;
bij drukverlaging is gunstig voor reacties waarbij ΔN = (N&amp;lt;sub&amp;gt;producten&amp;lt;/sub&amp;gt; - N&amp;lt;sub&amp;gt;reagentia&amp;lt;/sub&amp;gt;) negatief is(N staat voor de coëfficiënten van de stoffen in de reactie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;temperatuur wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
K&amp;lt;sub&amp;gt;ev&amp;lt;/sub&amp;gt; is temperatuursafhankelijk → ΔG =-RTln(K) ↔ ln(k)=-ΔH/RT +ΔS/R (teken grafiek 1/T met ln(k))&lt;br /&gt;
endo → hoge T is gunstig&lt;br /&gt;
exo → lage T is gunstig&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Wat is het verband tussen neerslag- en complexatiereacties? /4&lt;br /&gt;
ionen met een hoge ladingsdichtheid kunnen niet zoals bijvoorbeeld Na&amp;lt;sup&amp;gt;+&amp;lt;/sup&amp;gt; en Cl&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; (afkomstig van goed oplosbaar zou NaCl) in oplossing voorkomen,&lt;br /&gt;
aangezien dit niet stabiel is.&lt;br /&gt;
gaan dus ofwel neerslaan ofwel complexeren&lt;br /&gt;
(K&amp;lt;sub&amp;gt;sp&amp;lt;/sub&amp;gt; en 1/K&amp;lt;sub&amp;gt;st&amp;lt;/sub&amp;gt; vergelijken → de stabielste toestand gaat zich dan voordoen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Teken de lewis-structuur, geef het sterisch getal, hybridisatie, geometrische en atoomstructuur van HCN en ICl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. Geef ook aan of ze polair zijn of niet. /3&lt;br /&gt;
#Leid de K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; af van AsO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van zijn standaarreductiepotentiaal. Kies zelf een goed redoxkoppel. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Welke verbindingen zijn zelf niet zuur of basisch, maar vertonen wel zure of basische eigenschappen als ze in water gebracht worden? /6&lt;br /&gt;
#Hoe kunnen meerdere verschillende kationen die samen in een mengsel voorkomen, van elkaar gescheiden worden? Waarop moet je letten om de scheiding zo volledig mogelijk te laten gebeuren? /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming /3&lt;br /&gt;
#correcte redoxreactie van 2 gegeven koppels schrijven en berekenen dat dit een aflopende reactie is. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Bij welke reacties is quenchen van toepassing? Leg goed uit en geef een voorbeeld. /4&lt;br /&gt;
#Vergelijk chroomvocht, piranhazuur, koningswater en cyanide in base als oplossmiddel voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Roosterenergie berekenen /2.5&lt;br /&gt;
#concentratie zout berekenen die toegevoegd moet worden om gegeven hoeveelheid neerslag op te doen lossen. /3.5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
VM&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je de reactiesnelheid beïnvloeden? Wat betekent dit voor het chemisch evenwicht? /4&lt;br /&gt;
#Wat gebeurt er bij de elektrolyse van water voor geen, een weinig en veel NaCL? /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#pH + werkelijke ionenconcentraties van een bioprotisch zuur berekenen /3&lt;br /&gt;
#een slecht oplosbaar zout oplossen aan de hand van complexatie door een te berekenen massa NaCl toe te voegen /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je het evenwicht naar de kant van de producten brengen? Heeft dit een invloed op de snelheid?&lt;br /&gt;
#Geef het verband tussen protontransferreacties en elektrontransferreacties. Geef voorbeelden die dit verduidelijken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming.&lt;br /&gt;
#Bepaal de hybridisatie en geometrie van PCl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; en SF&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;. Teken de atoomstructuur en zijn deze moleculen polair of apolair en een uitleg waarom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Vuistregels met afleiding van buffers geven, dit ook toepassen op pH titraties, bloed als buffer bespreken&lt;br /&gt;
#Hebben kationen basische of zure eigenschappen, zijn dit dan zwakke of sterke zuren of basen (voorbeelden kunnen helpen en verduidelijkend zijn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen &lt;br /&gt;
#Aantal mL en molair NiSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;-oplossing samenvoegen met een aantal ml en molair NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;, toon aan dat ondanks het gevormde complex nikkel (II) ammoniak er toch nog neerslag gevormd wordt&lt;br /&gt;
#Een tabel gegeven van temperatuur en snelheidsconstante, de opdracht is grafisch de activeringsenergie te berekenen en k te berekenen bij 250°C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== XX Augustus 2016 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leg de verschillende soorten isomerie uit + wat is tautomerie?&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom fluoride in tandpasta zit (alle 6 puntjes geven, dus ook vorming CaF uitleggen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Random oefening uit oefenzitting&lt;br /&gt;
#Berekend de K&amp;lt;sub&amp;gt;w&amp;lt;/sub&amp;gt; vertrekkende vanuit de standaardreductiepotentialen voor water in zuur/basisch milieu&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===XX januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leg de elementaire reactiestappen uit adhv voorbeelden (mono,bi,termoleculair, stationariteitsprincipe, vorming ozon)&lt;br /&gt;
#Geef de &#039;&#039;&#039;essentie&#039;&#039;&#039; van een titratie + grafieken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
#Oplosbaarheid van AgNO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; berekenen na toevoegen van een of ander zuur/base&lt;br /&gt;
#nog een oefening&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===  11 januari 2016 ===&lt;br /&gt;
#Hoe bepaal je de geometrische structuur bij covalent gebonden atomen en geef 3 voorbeelden &lt;br /&gt;
#bij welke reactie is quenching van toepassing?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===XX januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#heterogene en homogene en enzymatische katalysator + alles uitleggen hiervan&lt;br /&gt;
#loodbatterij&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Verschillen tussen Co en Fe en zeggen waarom Fe gebruikt wordt voor zuurstof transport &lt;br /&gt;
#het verschil tussen C dubbel gebonden en enkel gebonden &lt;br /&gt;
#bij de oefeningen was eentje E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; bepalen ahv K&amp;lt;sub&amp;gt;a&amp;lt;/sub&amp;gt; en een andere E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; &lt;br /&gt;
#andere grafisch de orde enzo bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 JAN 2014===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Roosterenergie van 2 roosters (NaCl en MgO) berekenen met de formule, zeggen of er nog een andere manier was om die te vinden (Hess) en of er een verschil in uitkomst te verwachten was tussen de twee manieren. Vergelijken van de pH van de twee oplossingen.&lt;br /&gt;
#Uitleggen waarom termoleculaire reactiestappen omwaarschijnlijk zijn. Reactiemechanisme van 2HI + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; → I&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O  geven. Stationariteitsprincipe uitleggen en zeggen of het op die reactie van toepassing was. &lt;br /&gt;
#Waar/soms waar/niet waar: Een proces is spontaan als de entropie in het systeem toeneemt. &lt;br /&gt;
#Uitleggen wat een buffer is en de vuistregels voor een goede buffer uitleggen zonder de hele wiskundige berekening te doen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen.&lt;br /&gt;
#Oplosbaarheid van AgBr, complexatie met thiosulfaat en alternatieve manier geven om oplosbaarheid te verhogen. Uitleggen waarom die laatste manier weinig effect zou hebben.&lt;br /&gt;
#Celpotentiaal berekenen van een gegeven schematische voorstelling.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 JAN 2013===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de elektronenstructuur van de atomen N en O met die van de moleculen N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;. Licht de hierbij essentiële principes toe.&lt;br /&gt;
# Geef de chemische functies van water. Geef bij iedere functie een voorbeeld in de vorm van een reactievergelijking. Is water sterk of zwak in deze functie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# CuSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing met NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing (grootheden gegeven). Laat zien dat er ondanks de complexatie toch nog neerslagvorming optreedt.&lt;br /&gt;
# Gegeven concentraties (van reactieproduct) in functie van de tijd. Bepaal grafisch de orde en de halfwaardetijd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 FEB 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Geef twee vuistregels voor een goede buffer en toon ze aan aan de hand van de neutralisatiegraad en de buffer capaciteit. &lt;br /&gt;
#* Geef het verband hiervan met pH- titratie &lt;br /&gt;
#* Is bloed een goede buffer ? Verklaar. &lt;br /&gt;
# Verklaar waarom men tandpasta fluorideert.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie.&lt;br /&gt;
# Broom in base.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Welke reacties kunnen optreden als katalysator bij redoxreacties?&lt;br /&gt;
# Leidt de halfreacties van een zwavelzure loodbatterij af&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# hoe bepaal je de elektronenconfiguratie van diatomaire moleculen en geef twee duidelijk verschillende voorbeelden&lt;br /&gt;
# vergelijk Al en Li voor batterijen, geef voor en nadelen en verklaar waarom er Li batterijen zijn en geen Al&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# staaf met enkele goed gekoze voorbeelden het belang van de ladingsdichtheid in de chemie&lt;br /&gt;
# welke reacties hebben er baat bij quenching toe te passen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie. &lt;br /&gt;
# Leg de elektrolyse van water uit in de volgende omstandigheden:1. zonder zout, 2. met een beetje zout en 3. met oplossing van veel zeezout. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
Theorie :&lt;br /&gt;
# geef de vuistregels voor bufferoplossing + afleiden buffercapaciteit en neutralisatiegraad. link met pH-titratie. vertellen over bloed als buffer, goede/slechte buffer?&lt;br /&gt;
# iets van Fe complexatie, waarom de natuur is aangepast aan ademhaling door complexvorming van Fe met zuurstof&lt;br /&gt;
Oefeningen :&lt;br /&gt;
# van deel C met een tabel met waarden, orde van reactie afleiden + grafisch k en t&amp;lt;sub&amp;gt;1/2&amp;lt;/sub&amp;gt; bepalen&lt;br /&gt;
# berekenen of PbOH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; neerslaat, uit een mengsel van PbSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; met NaOH geloof ik&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de bindingssterkte en reactiviteit van C=C en C - C (enkelvoudige binding) op 4 ptn&lt;br /&gt;
# Vergelijk de afhankelijkheid van de temperatuur voor de snelheidsconstante en de evenwichtsconstante&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===1 FEB 2011=== &lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek: Chroomvocht, Piranhazuur , koningswater en cyanide in base en hun werking op (edel)metalen. (/6)&lt;br /&gt;
# Wat is een indicator en hoe werkt het? (/4)&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# P&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; + BR&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; =&amp;amp;gt; PBR&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; vul aan met coefficienten en bereken de temperatuur waarvoor deze reactie spontaan zal verlopen. (/2.5)&lt;br /&gt;
# en een oefening over de combinatie van complexvorming van AlOH&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; en de neerslag van AlOH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. (/3.5)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 sep 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Verschillen en gelijkenissen tussen homogene, heterogene en enzymatische katalyse geven. Verduidelijken met vb.&lt;br /&gt;
# Bindingssterkte en reactiviteit vergelijken tussen C-C en C=C. Welke reacties ondergaan ze.&lt;br /&gt;
Oefingen:&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid&lt;br /&gt;
# Enthalpie &amp;amp;amp; Entropie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 jan 2010===&lt;br /&gt;
# bespreek de oplosbaarheid van metalen in zuur en basisch milieu (/6) &lt;br /&gt;
# bespreek &amp;amp;quot;quenching&amp;amp;quot; en voor welke reacties is dit toepasbaar? (/4) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen: &lt;br /&gt;
# bepaal de oplosbaarheid van AgBr in een molaire NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing (complexvorming) &lt;br /&gt;
# een reactie difluor en diwaterstof -&amp;amp;gt; 2HF. Gaat deze reactie op bij 500K ?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 jan 2010===&lt;br /&gt;
# vergelijk piranhazuur, koningswater, dichromaat en cyanide voor het oplossen van edelmetalen. (.../6)&lt;br /&gt;
# welke reacties kunnen als katalysator optreden bij een redoxreactie? (.../4)&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een oplossing van Ti(II)-ionen wordt in zuur midden getitreerd met een dichromaatoplossing (K&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;Cr&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;7-&amp;lt;/sub&amp;gt;oplossing). Hierbij worden het Cr(III)-ion en het Ti(III)-ion gevormd. Toon aan dat het gaat om een aflopende reactie.Het verloop van de titratie wordt potentiometrisch gevolgd en ook de pH wordt constant gemeten. In de oplossing zit nog een kalomelelektrode (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=0.25V) die aan de anode gekoppeld is en een platina-elektrode. Op zeker ogenblik - na het passeren van het equivalentiepunt - wordt een celpotentiaal van 0.95V gemeten en een pH van 1.2. Bereken de concentratie aan Cr&amp;lt;sup&amp;gt;3+&amp;lt;/sup&amp;gt; ionen, als je weet dat deze concentratie vier maal hoger ligt dan die van de dichromaationen. (.../3)&lt;br /&gt;
# Aan een oplossing van 70 ml 0.20 M nikkelsulfaat wordt 30 ml 0.60 M ammoniak toegevoegd. Toon aan dat er - ondanks de complexvorming - toch hydroxideneerslag gevormd zal worden. (.../3)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Toon het belang aan van ladingsdichtheid in de scheikunde. Geef telkens duidelijk verschillende voorbeelden als het over verschillende soorten reacties gaat.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van broom in base. Geef een relevante toepassing.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Bij 298 K gaat onderstaande reactie op. Men maakt een oplossing van 35,5 g van Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en 0,1 g van H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; in een totaal volume van 200 ml. Wat zijn de evenwichtsconcentraties van H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en HCl ?&lt;br /&gt;
#*H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) + Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) &amp;amp;lt;=&amp;amp;gt; 2HCl(g) &lt;br /&gt;
# Bereken de Kb van IO-, uitgaande van&lt;br /&gt;
#*IO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq) / HIO(l)   E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; = 1,13V&lt;br /&gt;
#*IO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq) / IO&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)  E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; = 0,15V&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Wat is een dipoolmoment?&lt;br /&gt;
# Vroeger werd kaliumpermanganaat e.a. veel gebruikt als goede oxidator. Tegenwoordig wordt pirhanazuur (mengsel waterstofperoxide/zwavelzuur) gebruikt. Waarom?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Temperatuurverandering berekenen van ijs (faseverandering,...)&lt;br /&gt;
# Nog zo&#039;n oefening in die aard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de temperatuursafhankelijkheid van de evenwichtsconstante en de snelheidsconstante.&lt;br /&gt;
# Waarom is een stof goed of slecht oplosbaar in water? En hoe kan je een slecht oplosbare stof beter oplosbaar maken?&lt;br /&gt;
# Maak een vergelijking tussen thermodinamica en kinetica van metathesereacties versus complexatiereacties.&lt;br /&gt;
# Geef de 2 hoofdregels voor het maken van een buffer en leid ze wiskundig af.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsconstante berekenen bij 45°C (je krijgt de reactie)&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is&lt;br /&gt;
# K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 feb 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reacties kunnen een redoxreactie katalyseren?&lt;br /&gt;
# Geef het verband tussen neerslagreacties en complexatiereacties en geef een goed gevonden voorbeeld.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsconstante berekenen bij 45°C (je krijgt de reactie)&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is&lt;br /&gt;
# K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg uit wat tautomerie is + vb.&lt;br /&gt;
# Voor het oxideren werden vroeger vaak de klassieke sterke oxidanten permanaat of dichromaat in zwavelzuur gebruikt, waarom is het gebruik van &amp;amp;quot;piranaha-zuur&amp;amp;quot; (waterstofperoxide in zwavelzuur) aan een opmars bezig?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# men wil 200 ml maken van een oplossing die 3,81g magnesiumcloride en 0,8g natriumhydroxide bevat. Hoeveel gram ammoniumbromide moet er ook in deze oplossing zitter, opdat er geen neerslag is?&lt;br /&gt;
# Boven/onder welke temperatuur gaat deze reactie spontaan op? &lt;br /&gt;
#* N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; (g) + O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) = 2NO (g)&lt;br /&gt;
#* Bereken ook de evenwichtsconstante bij 68°C.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# geef verband van de ionbinding en de covalente binding + verklaar&lt;br /&gt;
# geef verband pH en redoxpotentiaal&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# bereken kb van een stof aan hand van 2 redoxpotentialen &lt;br /&gt;
# oefenening waar je een eind temperatuur moest berekenen met warmtecapaciteit en latente verdampingswarmte (aangezien er een faseovergang is)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R0883495</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Grondslagen_van_de_Chemie&amp;diff=2709</id>
		<title>Grondslagen van de Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Grondslagen_van_de_Chemie&amp;diff=2709"/>
		<updated>2022-01-18T11:21:51Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R0883495: /* 18/01/2022 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Basisvak chemie voor 1e bachelor chemie, biochemie, biologie en geologie.&lt;br /&gt;
Gedoceerd door professor &amp;amp;lt;s&amp;amp;gt;Koen Clays&amp;amp;lt;/s&amp;amp;gt; &amp;amp;lt;s&amp;amp;gt;Bart Goderis (sinds academiejaar 2013-2014)&amp;amp;lt;/s&amp;amp;gt; Koen Clays. Het examen is deels mondeling, deels schriftelijk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
=== 18/01/2022 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1) Hoe kan je de snelheid van een reactie verhogen, wat gebeurt er met het evenwicht?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) buffers: afleiding, verband met titratie en bloed&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 augustus 2021 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Op welke manieren kan je de snelheid van een reactie vergroten, leg uit wat er dan ook met de evenwichtsconstante gebeurt. Verandert hierbij de ligging van het evenwicht? Gebruik formules of figuren om dit aan te tonen&lt;br /&gt;
#Op welke manier beïnvloedt complexatie het redoxpotentiaal van een metaal? Leg uit, geef een voorbeeld. In de natuur wordt Fe gebruikt voor reversibele redoxreacties. Waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
#Boven of onder welke temperatuur gaat deze reactie spontaan op: O2 (g) + N2 (g) —&amp;gt; 2NO (g)&lt;br /&gt;
#HCN verhoogt de oplosbaarheid van Fe(OH)2, hoe groot is de concentratie van HCN die je nodig hebt om 250 ml 3,37g Fe(OH)2 in oplossing te brengen?”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 6 januari 2021 ===&lt;br /&gt;
Theorie 1:&lt;br /&gt;
#Bespreek alle K’s die we hebben gezien in de cursus en geef een voorbeeld waarin hun definitie duidelijk wordt. Indien je iets kan zeggen over K&amp;gt;&amp;gt;1 K=1 en K&amp;lt;&amp;lt;1, voeg je dit hieraan toe.&lt;br /&gt;
#Gebruik een voorbeeld uit 1a en leg uit hoe je K puur theoretisch kunt vinden.&lt;br /&gt;
#Geef een mogelijk verband tussen K en k indien er een is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie 2:&lt;br /&gt;
Bespreek de elektrolyse van water zonder NaCl, met een beetje NaCl en met veel NaCl.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefening 1:&lt;br /&gt;
Bewijs dat dankzij de complexvorming, PbCl2 niet neerslaat, wanneer we 50ml Pb(NO3)2 (0,4M) bij 50ml BaCl2 (0,6M)doen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefening 2:&lt;br /&gt;
0,700M NaHSO3 en 0,450M Na2SO3&lt;br /&gt;
#Bereken de pH.&lt;br /&gt;
#Bereken de pH bij het toevoegen van 20ml KOH.&lt;br /&gt;
#Bij welke concentratie aan NaOH de buffer (100mL) niet meer werkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 augustus 2020 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) Leg homogene, heterogene en enzymatische katalyse uit. Geef ook telkens een voorbeeld. Leg de gelijkenis tussen heterogene en enzymatische katalyse uit. Leg de gelijkenis tussen homogene en enzymatische katalyse uit. /4&lt;br /&gt;
2) Vergelijk chroomvocht (dichromaat in zwavelzuur), piranhazuur (waterstofperoxide in zwavelzuur), koningswater en cyanide in base als oplosmiddelen voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1) Bereken de oplosbaarheid van AgBr in een 0.053M NH3 oplossing. Ag(NH3)2- wordt gevormd.&lt;br /&gt;
2) Is volgende reactie (reactie gegeven) aflopend bij 68 graden C? Toon aan met berekeningen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2020 voormiddag ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) Hoe evenwicht verschuiven naar kant van producten, verandert er iets aan de snelheid?&lt;br /&gt;
2) De ruimtelijke structuur van de covalente binding, 4 relevante voorbeelden geven en bespreken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1) Bereken Kd van complex Ag(CN)2 adhv thermodynamische eigenschap bij 25°C&lt;br /&gt;
2) Na3PO4 0.045 M: bereken werkelijke concentraties van PO43-, Na+, HPO42-, H2PO4-, H3PO4, H3O+, OH- en bereken de pH.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2020 namiddag ===&lt;br /&gt;
theorie:&lt;br /&gt;
#Hoe verklaar je de werking van een &amp;quot;hoog-rendements&amp;quot; brander voor een centrale verwarming? Welke aanpassingen dienen er te gebeuren in vergelijking met een klassieke brander&lt;br /&gt;
#Bespreek de dissociatie van HgCl2. Waarmee is dit te vergelijken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
#Je voegt 50 mL van een 0.0200M AgNO3 - oplossing toe aan 50 mL van een 0.0300M NaCN-oplossing. Zal AgCN neerslaan, ondanks de complexvorming (Kst Ag(CN)2- = 2.5 x 10^20). Verwaarloos de basische eigenschappen van CN-&lt;br /&gt;
#Bepaal grafisch orde van de reactie, de snelheidsconstante en halfwaardetijd. Je krijgt de beginconcentratie van het reagens gegeven, en het verloop van de concentratie van een product. (Dus je moet nog berekenen, hoe het verloop van de concentratie van het reagens gaat)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2020 namiddag ===&lt;br /&gt;
theorie:&lt;br /&gt;
1) bespreek de elektrolyse van water of in een waterige oplossing van zeezout (NaCl) voor volgende situaties: zonder toevoeging van zout, bij toevoeging van een beetje NaCl, bij toevoeging van veel NaCl&lt;br /&gt;
2) Bespreek homogene, heterogene en enzymatische katalyse: geef verschillen en gelijkenissen. Geef telkens een relevant voorbeeld ter illustratie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
1) reactie N2 + O2 --&amp;gt; 2NO gegeven en berekenen boven/onder welke temperatuur de reactie spontaan is&lt;br /&gt;
2) Berekenen hoeveel gram NaCl je moet toevoegen aan 0,448g Cu(OH)2 om dit volledig te kunnen oplossen in 100 ml water als je weet dat het complex [CuCl4]2- wordt gevormd&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2020 voormiddag ===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
# Buffer&lt;br /&gt;
# Reactiemechanisme van Broom&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===?===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) hoe kan men de snelheid van een chemische reactie vergroten? Verandert dit ook iets aan het evenwicht?&lt;br /&gt;
2) chemische eigenschappen ammoniak, hebben ze dan een zwakke of sterke functie? Geef voorbeeldreacties&lt;br /&gt;
3) bespreek de thermodynamische eigenschappen van de autoprotolyse van water. Zie hiervoor tabel 6.9 BOD&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1) bereken of neerslag wordt gevormd bij samenvoegen 2 stoffen&lt;br /&gt;
2) bereken potentiaal galvanische cel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 februari 2019 namiddag===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
#Leg uit hoe een biprotisch zuur dissocieert en geef een voorbeeld. Vergelijk deze dissociatie met die van HgCl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&lt;br /&gt;
#Broom in base&lt;br /&gt;
oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Bepaal de standaardreductiepotentiaal van het koppel Zn(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2 (s)&amp;lt;/sub&amp;gt;\ Zn&amp;lt;sub&amp;gt;(s)&amp;lt;/sub&amp;gt; met het oplosbaarheidsproduct van Zn(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en de standaardreductiepotentiaal van het koppel Zn&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;\ Zn&amp;lt;sub&amp;gt;(s)&amp;lt;/sub&amp;gt; &lt;br /&gt;
#Een klontje vast ethanol met een massa van 50 g wordt bij 155.80 K overgoten met 2.22 L (1 L = 0.79 kg) vloeibaar ethanol waardoor het klontje zal smelten. Wat is de begintemperatuur van het vloeibaar ethanol als je weet dat het systeem een eindtemperatuur van 287.80 K bereikt en als je weet dat er geen energie verloren gaat aan de omgeving?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 januari 2019 namiddag===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
#vervolledig de reactievergelijking ClO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; + Cl&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; -&amp;gt; Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O en geef een plausibel reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
#bespreek de elektrolyse van water of in een waterig milieu zonder toevoeging van zout, bij toevoeging van een beetje NaCl, bij toevoeging van veel NaCl. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen&lt;br /&gt;
#hoeveel natriumthiosulfaat is er nodig om 0,025 mol AgBr op te lossen in 500 ml? Het complex zilverthiosulfaat wordt gevormd. &lt;br /&gt;
#een ijsklontje met massa 56 gram wordt in 150 g water gedaan om dit af te koelen. Het ijsklontje heeft een begintemperatuur van 0°C en het geheel heeft een eindtemperatuur van 14°C. Bereken de begintemperatuur van het water.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2019 voormiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Bespreek de spontane ontbinding van waterstofperoxide. Welke parameters dragen bij tot de ontbinding en hoe kan je dit tegen gaan?&lt;br /&gt;
#De ruimtelijke structuur van de covalente binding, 4 relevante voorbeelden geven en bespreken.&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#0,040 M 100 mL H&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; bij 100 ml 4M Ca&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;-ionen. Wordt er neerslag gevormd?&lt;br /&gt;
#Een orde oefening met grafisch de halfwaarde tijd en k bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2019===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je het evenwicht naar de kant van de producten krijgen. Heeft dit ook invloed op de snelheid van de reactie? /6&lt;br /&gt;
#Stel een chemisch mechanisme op zodat citroenzuur (wat een bestandsdeel is van citroensap) kan ontgiften. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Bepaal de K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; uit de gegeven redoxkoppels (H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O/H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=1.76V) en HO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;−&amp;lt;/sup&amp;gt;/OH&amp;lt;sup&amp;gt;−&amp;lt;/sup&amp;gt;) (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=0.87V). Met welke andere 2 koppels kan je dit nog doen? /3&lt;br /&gt;
# Geef de lewisstructuur, hybridisatie, polariteit (+ uitleg), en geometrie van XeF&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en PBr&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2019===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Geef de twee vuistregels voor een goede buffer en leg ze uit adhv neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg uit bloed als buffer en waarom het geen ideale buffer is. Geef de relatie tussen een buffer en een pH- titratie(curve). /6&lt;br /&gt;
#Vervolledig deze reactie, BrO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;  +  Br&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; →   Br&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;  +  H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O, en geef een plausibel reactiemechanisme voor deze reactie (Staat niet in de cursus maar wel gezien als een extra voorbeeld). BOD Tabel 6.2 n.7 /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Welke verbindingen zijn zelf niet zuur of basisch, maar vertonen wel zure of basische eigenschappen als ze in water gebracht worden? /6&lt;br /&gt;
# Bespreek de voorwaarden en de gevolgen van het stationariteitsprincipe.  Geef een duidelijk en relevant voorbeeld. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#De stabiliteitsconstante voor de vorming van het complex Pb(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; is 1,0.1016. De standaardreductiepotentiaal voor het koppel Pb&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/Pb(s) is -0,12V. Bereken aan de hand van deze gegevens de standaardreductiepotentiaal voor het koppel Pb(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/Pb(s). / 3&lt;br /&gt;
#Er wordt een buffer met pH = 6,90 gemaakt uitgaande van NaH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; en Na&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;HPO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;. De eindconcentratie van NaH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; in 400 mL van deze oplossing is 0,020 M. Bereken hoeveel gram dinatriumwaterstoffosfaat er in deze oplossing moet zitten om de beoogde pH te realiseren. Aan deze oplossing wordt 100 mL 0,0080 M HI toegevoegd. Bereken ook de pH na toevoeging hiervan. Vanaf hoeveel mol NaOH toegevoegd zou de startbuffer niet meer werkzaam zijn? Licht kort toe. /3&lt;br /&gt;
&amp;lt;sup&amp;gt;&amp;lt;/sup&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Stel een mogelijk reactiemechanisme voor bij reactie 7 BOD tabel 6.2. /4&lt;br /&gt;
#Waarom mag men geen ontkalker bij javel doen? Geef alle relevante reacties. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Bepaal de baseconstante van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels. /3&lt;br /&gt;
#Geef de Lewisstructuur, hybridisatie en polariteit van XeF&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en HClO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Hoe kan men het evenwicht naar de producten doen verschuiven? Heeft dit dan ook gevolgen voor de reactiesnelheid? /4&lt;br /&gt;
# Vergelijk chroomvocht (dichromaat in zwavelzuur), piranhazuur (waterstofperoxide in zwavelzuur), koningswater en cyanide in base als oplosmiddelen voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Je wilt 0.488 g Cu(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossen in water tot een eindvolume van 100 mL. Bereken hoeveel gram NaCl er nodig is om ervoor te zorgen dat Cu(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; niet neerslaat. Het CuCl&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; complex wordt gevormd. /3&lt;br /&gt;
# Bepaal grafisch de activeringsenergie van de reactie (tabel met temperatuur en snelheidsconstantes gegeven). Bepaal ook de snelheidsconstante bij 37°C. Kan je hiermee iets zeggen over de orde van de reactie? /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2018 ===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Hoe kan de snelheid van de reactie beïnvloed worden? Verandert dan ook de ligging van het evenwicht van de reactie? /6&lt;br /&gt;
# Welke factoren bepalen of een molecule al dan niet een permanent dipoolmoment bezit? Geef duidelijke voorbeelden. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Je wilt 42.72 g Fe(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossen in water tot een eindvolume van 500 mL. Bereken welke concentratie waterstoffluoride (HF) er nodig is om ervoor te zorgen dat Fe(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; niet neerslaat. /3&lt;br /&gt;
# Stel de correcte redoxreactie op van de koppels Br&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;/Br&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; en AsO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;3-&amp;lt;/sup&amp;gt;/AsO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;. Toon aan met berekeningen dat het over een aflopende reactie gaat bij kamertemperatuur (25°C) /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2018 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van chloor in base. Geef een belangrijke toepassing.&lt;br /&gt;
# Vergelijk de ideale gaswet met de van der Waalsvergelijking voor reële gassen en bespreek de trend in co-volume b en cohesiedruk a (BOD p.141) voor H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, CO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en C&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;H&amp;lt;sub&amp;gt;10&amp;lt;/sub&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 namiddag ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# BOD tabel 6.2, reactie 8: stel een mogelijk reactiemachanisme voor&lt;br /&gt;
# Wat zijn de 2 vuistregels van een goeie buffer? Leidt deze af aan de hand van de begrippen neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg de link met pH-titratie. Leg uit: bloed als buffer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# bepaal de baseconstante van MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels&lt;br /&gt;
# lewisstructuur, hybridisatie en polariteit van 2 moleculen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 namiddag ===&lt;br /&gt;
(examen voor gedeeltelijke vrijstelling, enkel vragen deel E)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Wat zijn de drijvende krachten bij een complexatiereactie? Toon aan met goed gekozen voorbeelden, en leg uit aan de hand van de kenmerken van een hoge stabiliteitsconstante. /4&lt;br /&gt;
# Wat zijn de 2 vuistregels van een goeie buffer? Leidt deze af aan de hand van de begrippen neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg de link met pH-titratie. Leg uit: bloed als buffer. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Bepaal de baseconstante van MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels /3&lt;br /&gt;
# Hoeveel zilverbromide kan je oplossen in een 0.530M ammoniakoplossing. Verwaarloos de basische eigenschappen van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3 (Toepassing neerslag &amp;amp; complexatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 september 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Waarom zijn er diagonaalrelaties? Geef voorbeelden van chemische eigenschappen die gebruikt worden in chemische reacties. /5 &lt;br /&gt;
#Geef het verband tussen de redoxpotentiaal van een redoxhalfreactie en de evenwichtconstante van de gehele reactie. Geef ook de gevolgen. /5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of er neerslagvorming optreedt. &lt;br /&gt;
#Vrijgekomen warmte en energie uit een reactie berekenen. &lt;br /&gt;
=== 25 Augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Vergelijk het verschil van de invloed van temperatuur op de reactiesnelheid en het evenwicht - zowel in formulevorm als grafisch /6&lt;br /&gt;
k &amp;amp; K afleiden en grafisch weergeven met resp. ln k ~ 1/T en ln K ~ 1/T (voor dH&amp;gt;0 en dH&amp;lt;0)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Welke chemisch relevante eigenschappen van atomen kan je afleiden van de positie in het periodiek systeem? /4 &lt;br /&gt;
Zuur-base; oxidans-reductans (+verband), ... (atomen, niet ionen van het element!)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Hoeveel zilverbromide kan je oplossen in een 0.53M ammonium oplossing. Verwaarloos de basische eigenschappen van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
(Toepassing neerslag &amp;amp; complexatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Redoxreactie van SO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/SO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)- en MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/MnO(v). /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 Augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan het evenwicht in de richting van de producten worden verschoven? Heeft dit invloed op het evenwicht? /6&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;concentratie wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
principe van Le Chatelier&lt;br /&gt;
hogere concentratie → meer kans op botsingen → sneller&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;druk wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
bij drukverhoging → daalt volume → c=n/v dus concentratie stijgt (vanaf dan analoog aan Le Chatelier)&lt;br /&gt;
bij drukverlaging is gunstig voor reacties waarbij ΔN = (N&amp;lt;sub&amp;gt;producten&amp;lt;/sub&amp;gt; - N&amp;lt;sub&amp;gt;reagentia&amp;lt;/sub&amp;gt;) negatief is(N staat voor de coëfficiënten van de stoffen in de reactie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;temperatuur wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
K&amp;lt;sub&amp;gt;ev&amp;lt;/sub&amp;gt; is temperatuursafhankelijk → ΔG =-RTln(K) ↔ ln(k)=-ΔH/RT +ΔS/R (teken grafiek 1/T met ln(k))&lt;br /&gt;
endo → hoge T is gunstig&lt;br /&gt;
exo → lage T is gunstig&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Wat is het verband tussen neerslag- en complexatiereacties? /4&lt;br /&gt;
ionen met een hoge ladingsdichtheid kunnen niet zoals bijvoorbeeld Na&amp;lt;sup&amp;gt;+&amp;lt;/sup&amp;gt; en Cl&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; (afkomstig van goed oplosbaar zou NaCl) in oplossing voorkomen,&lt;br /&gt;
aangezien dit niet stabiel is.&lt;br /&gt;
gaan dus ofwel neerslaan ofwel complexeren&lt;br /&gt;
(K&amp;lt;sub&amp;gt;sp&amp;lt;/sub&amp;gt; en 1/K&amp;lt;sub&amp;gt;st&amp;lt;/sub&amp;gt; vergelijken → de stabielste toestand gaat zich dan voordoen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Teken de lewis-structuur, geef het sterisch getal, hybridisatie, geometrische en atoomstructuur van HCN en ICl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. Geef ook aan of ze polair zijn of niet. /3&lt;br /&gt;
#Leid de K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; af van AsO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van zijn standaarreductiepotentiaal. Kies zelf een goed redoxkoppel. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Welke verbindingen zijn zelf niet zuur of basisch, maar vertonen wel zure of basische eigenschappen als ze in water gebracht worden? /6&lt;br /&gt;
#Hoe kunnen meerdere verschillende kationen die samen in een mengsel voorkomen, van elkaar gescheiden worden? Waarop moet je letten om de scheiding zo volledig mogelijk te laten gebeuren? /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming /3&lt;br /&gt;
#correcte redoxreactie van 2 gegeven koppels schrijven en berekenen dat dit een aflopende reactie is. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Bij welke reacties is quenchen van toepassing? Leg goed uit en geef een voorbeeld. /4&lt;br /&gt;
#Vergelijk chroomvocht, piranhazuur, koningswater en cyanide in base als oplossmiddel voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Roosterenergie berekenen /2.5&lt;br /&gt;
#concentratie zout berekenen die toegevoegd moet worden om gegeven hoeveelheid neerslag op te doen lossen. /3.5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
VM&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je de reactiesnelheid beïnvloeden? Wat betekent dit voor het chemisch evenwicht? /4&lt;br /&gt;
#Wat gebeurt er bij de elektrolyse van water voor geen, een weinig en veel NaCL? /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#pH + werkelijke ionenconcentraties van een bioprotisch zuur berekenen /3&lt;br /&gt;
#een slecht oplosbaar zout oplossen aan de hand van complexatie door een te berekenen massa NaCl toe te voegen /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je het evenwicht naar de kant van de producten brengen? Heeft dit een invloed op de snelheid?&lt;br /&gt;
#Geef het verband tussen protontransferreacties en elektrontransferreacties. Geef voorbeelden die dit verduidelijken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming.&lt;br /&gt;
#Bepaal de hybridisatie en geometrie van PCl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; en SF&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;. Teken de atoomstructuur en zijn deze moleculen polair of apolair en een uitleg waarom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Vuistregels met afleiding van buffers geven, dit ook toepassen op pH titraties, bloed als buffer bespreken&lt;br /&gt;
#Hebben kationen basische of zure eigenschappen, zijn dit dan zwakke of sterke zuren of basen (voorbeelden kunnen helpen en verduidelijkend zijn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen &lt;br /&gt;
#Aantal mL en molair NiSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;-oplossing samenvoegen met een aantal ml en molair NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;, toon aan dat ondanks het gevormde complex nikkel (II) ammoniak er toch nog neerslag gevormd wordt&lt;br /&gt;
#Een tabel gegeven van temperatuur en snelheidsconstante, de opdracht is grafisch de activeringsenergie te berekenen en k te berekenen bij 250°C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== XX Augustus 2016 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leg de verschillende soorten isomerie uit + wat is tautomerie?&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom fluoride in tandpasta zit (alle 6 puntjes geven, dus ook vorming CaF uitleggen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Random oefening uit oefenzitting&lt;br /&gt;
#Berekend de K&amp;lt;sub&amp;gt;w&amp;lt;/sub&amp;gt; vertrekkende vanuit de standaardreductiepotentialen voor water in zuur/basisch milieu&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===XX januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leg de elementaire reactiestappen uit adhv voorbeelden (mono,bi,termoleculair, stationariteitsprincipe, vorming ozon)&lt;br /&gt;
#Geef de &#039;&#039;&#039;essentie&#039;&#039;&#039; van een titratie + grafieken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
#Oplosbaarheid van AgNO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; berekenen na toevoegen van een of ander zuur/base&lt;br /&gt;
#nog een oefening&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===  11 januari 2016 ===&lt;br /&gt;
#Hoe bepaal je de geometrische structuur bij covalent gebonden atomen en geef 3 voorbeelden &lt;br /&gt;
#bij welke reactie is quenching van toepassing?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===XX januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#heterogene en homogene en enzymatische katalysator + alles uitleggen hiervan&lt;br /&gt;
#loodbatterij&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Verschillen tussen Co en Fe en zeggen waarom Fe gebruikt wordt voor zuurstof transport &lt;br /&gt;
#het verschil tussen C dubbel gebonden en enkel gebonden &lt;br /&gt;
#bij de oefeningen was eentje E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; bepalen ahv K&amp;lt;sub&amp;gt;a&amp;lt;/sub&amp;gt; en een andere E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; &lt;br /&gt;
#andere grafisch de orde enzo bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 JAN 2014===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Roosterenergie van 2 roosters (NaCl en MgO) berekenen met de formule, zeggen of er nog een andere manier was om die te vinden (Hess) en of er een verschil in uitkomst te verwachten was tussen de twee manieren. Vergelijken van de pH van de twee oplossingen.&lt;br /&gt;
#Uitleggen waarom termoleculaire reactiestappen omwaarschijnlijk zijn. Reactiemechanisme van 2HI + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; → I&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O  geven. Stationariteitsprincipe uitleggen en zeggen of het op die reactie van toepassing was. &lt;br /&gt;
#Waar/soms waar/niet waar: Een proces is spontaan als de entropie in het systeem toeneemt. &lt;br /&gt;
#Uitleggen wat een buffer is en de vuistregels voor een goede buffer uitleggen zonder de hele wiskundige berekening te doen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen.&lt;br /&gt;
#Oplosbaarheid van AgBr, complexatie met thiosulfaat en alternatieve manier geven om oplosbaarheid te verhogen. Uitleggen waarom die laatste manier weinig effect zou hebben.&lt;br /&gt;
#Celpotentiaal berekenen van een gegeven schematische voorstelling.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 JAN 2013===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de elektronenstructuur van de atomen N en O met die van de moleculen N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;. Licht de hierbij essentiële principes toe.&lt;br /&gt;
# Geef de chemische functies van water. Geef bij iedere functie een voorbeeld in de vorm van een reactievergelijking. Is water sterk of zwak in deze functie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# CuSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing met NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing (grootheden gegeven). Laat zien dat er ondanks de complexatie toch nog neerslagvorming optreedt.&lt;br /&gt;
# Gegeven concentraties (van reactieproduct) in functie van de tijd. Bepaal grafisch de orde en de halfwaardetijd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 FEB 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Geef twee vuistregels voor een goede buffer en toon ze aan aan de hand van de neutralisatiegraad en de buffer capaciteit. &lt;br /&gt;
#* Geef het verband hiervan met pH- titratie &lt;br /&gt;
#* Is bloed een goede buffer ? Verklaar. &lt;br /&gt;
# Verklaar waarom men tandpasta fluorideert.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie.&lt;br /&gt;
# Broom in base.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Welke reacties kunnen optreden als katalysator bij redoxreacties?&lt;br /&gt;
# Leidt de halfreacties van een zwavelzure loodbatterij af&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# hoe bepaal je de elektronenconfiguratie van diatomaire moleculen en geef twee duidelijk verschillende voorbeelden&lt;br /&gt;
# vergelijk Al en Li voor batterijen, geef voor en nadelen en verklaar waarom er Li batterijen zijn en geen Al&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# staaf met enkele goed gekoze voorbeelden het belang van de ladingsdichtheid in de chemie&lt;br /&gt;
# welke reacties hebben er baat bij quenching toe te passen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie. &lt;br /&gt;
# Leg de elektrolyse van water uit in de volgende omstandigheden:1. zonder zout, 2. met een beetje zout en 3. met oplossing van veel zeezout. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
Theorie :&lt;br /&gt;
# geef de vuistregels voor bufferoplossing + afleiden buffercapaciteit en neutralisatiegraad. link met pH-titratie. vertellen over bloed als buffer, goede/slechte buffer?&lt;br /&gt;
# iets van Fe complexatie, waarom de natuur is aangepast aan ademhaling door complexvorming van Fe met zuurstof&lt;br /&gt;
Oefeningen :&lt;br /&gt;
# van deel C met een tabel met waarden, orde van reactie afleiden + grafisch k en t&amp;lt;sub&amp;gt;1/2&amp;lt;/sub&amp;gt; bepalen&lt;br /&gt;
# berekenen of PbOH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; neerslaat, uit een mengsel van PbSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; met NaOH geloof ik&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de bindingssterkte en reactiviteit van C=C en C - C (enkelvoudige binding) op 4 ptn&lt;br /&gt;
# Vergelijk de afhankelijkheid van de temperatuur voor de snelheidsconstante en de evenwichtsconstante&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===1 FEB 2011=== &lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek: Chroomvocht, Piranhazuur , koningswater en cyanide in base en hun werking op (edel)metalen. (/6)&lt;br /&gt;
# Wat is een indicator en hoe werkt het? (/4)&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# P&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; + BR&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; =&amp;amp;gt; PBR&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; vul aan met coefficienten en bereken de temperatuur waarvoor deze reactie spontaan zal verlopen. (/2.5)&lt;br /&gt;
# en een oefening over de combinatie van complexvorming van AlOH&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; en de neerslag van AlOH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. (/3.5)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 sep 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Verschillen en gelijkenissen tussen homogene, heterogene en enzymatische katalyse geven. Verduidelijken met vb.&lt;br /&gt;
# Bindingssterkte en reactiviteit vergelijken tussen C-C en C=C. Welke reacties ondergaan ze.&lt;br /&gt;
Oefingen:&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid&lt;br /&gt;
# Enthalpie &amp;amp;amp; Entropie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 jan 2010===&lt;br /&gt;
# bespreek de oplosbaarheid van metalen in zuur en basisch milieu (/6) &lt;br /&gt;
# bespreek &amp;amp;quot;quenching&amp;amp;quot; en voor welke reacties is dit toepasbaar? (/4) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen: &lt;br /&gt;
# bepaal de oplosbaarheid van AgBr in een molaire NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing (complexvorming) &lt;br /&gt;
# een reactie difluor en diwaterstof -&amp;amp;gt; 2HF. Gaat deze reactie op bij 500K ?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 jan 2010===&lt;br /&gt;
# vergelijk piranhazuur, koningswater, dichromaat en cyanide voor het oplossen van edelmetalen. (.../6)&lt;br /&gt;
# welke reacties kunnen als katalysator optreden bij een redoxreactie? (.../4)&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een oplossing van Ti(II)-ionen wordt in zuur midden getitreerd met een dichromaatoplossing (K&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;Cr&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;7-&amp;lt;/sub&amp;gt;oplossing). Hierbij worden het Cr(III)-ion en het Ti(III)-ion gevormd. Toon aan dat het gaat om een aflopende reactie.Het verloop van de titratie wordt potentiometrisch gevolgd en ook de pH wordt constant gemeten. In de oplossing zit nog een kalomelelektrode (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=0.25V) die aan de anode gekoppeld is en een platina-elektrode. Op zeker ogenblik - na het passeren van het equivalentiepunt - wordt een celpotentiaal van 0.95V gemeten en een pH van 1.2. Bereken de concentratie aan Cr&amp;lt;sup&amp;gt;3+&amp;lt;/sup&amp;gt; ionen, als je weet dat deze concentratie vier maal hoger ligt dan die van de dichromaationen. (.../3)&lt;br /&gt;
# Aan een oplossing van 70 ml 0.20 M nikkelsulfaat wordt 30 ml 0.60 M ammoniak toegevoegd. Toon aan dat er - ondanks de complexvorming - toch hydroxideneerslag gevormd zal worden. (.../3)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Toon het belang aan van ladingsdichtheid in de scheikunde. Geef telkens duidelijk verschillende voorbeelden als het over verschillende soorten reacties gaat.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van broom in base. Geef een relevante toepassing.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Bij 298 K gaat onderstaande reactie op. Men maakt een oplossing van 35,5 g van Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en 0,1 g van H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; in een totaal volume van 200 ml. Wat zijn de evenwichtsconcentraties van H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en HCl ?&lt;br /&gt;
#*H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) + Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) &amp;amp;lt;=&amp;amp;gt; 2HCl(g) &lt;br /&gt;
# Bereken de Kb van IO-, uitgaande van&lt;br /&gt;
#*IO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq) / HIO(l)   E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; = 1,13V&lt;br /&gt;
#*IO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq) / IO&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)  E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; = 0,15V&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Wat is een dipoolmoment?&lt;br /&gt;
# Vroeger werd kaliumpermanganaat e.a. veel gebruikt als goede oxidator. Tegenwoordig wordt pirhanazuur (mengsel waterstofperoxide/zwavelzuur) gebruikt. Waarom?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Temperatuurverandering berekenen van ijs (faseverandering,...)&lt;br /&gt;
# Nog zo&#039;n oefening in die aard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de temperatuursafhankelijkheid van de evenwichtsconstante en de snelheidsconstante.&lt;br /&gt;
# Waarom is een stof goed of slecht oplosbaar in water? En hoe kan je een slecht oplosbare stof beter oplosbaar maken?&lt;br /&gt;
# Maak een vergelijking tussen thermodinamica en kinetica van metathesereacties versus complexatiereacties.&lt;br /&gt;
# Geef de 2 hoofdregels voor het maken van een buffer en leid ze wiskundig af.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsconstante berekenen bij 45°C (je krijgt de reactie)&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is&lt;br /&gt;
# K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 feb 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reacties kunnen een redoxreactie katalyseren?&lt;br /&gt;
# Geef het verband tussen neerslagreacties en complexatiereacties en geef een goed gevonden voorbeeld.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsconstante berekenen bij 45°C (je krijgt de reactie)&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is&lt;br /&gt;
# K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg uit wat tautomerie is + vb.&lt;br /&gt;
# Voor het oxideren werden vroeger vaak de klassieke sterke oxidanten permanaat of dichromaat in zwavelzuur gebruikt, waarom is het gebruik van &amp;amp;quot;piranaha-zuur&amp;amp;quot; (waterstofperoxide in zwavelzuur) aan een opmars bezig?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# men wil 200 ml maken van een oplossing die 3,81g magnesiumcloride en 0,8g natriumhydroxide bevat. Hoeveel gram ammoniumbromide moet er ook in deze oplossing zitter, opdat er geen neerslag is?&lt;br /&gt;
# Boven/onder welke temperatuur gaat deze reactie spontaan op? &lt;br /&gt;
#* N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; (g) + O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) = 2NO (g)&lt;br /&gt;
#* Bereken ook de evenwichtsconstante bij 68°C.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# geef verband van de ionbinding en de covalente binding + verklaar&lt;br /&gt;
# geef verband pH en redoxpotentiaal&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# bereken kb van een stof aan hand van 2 redoxpotentialen &lt;br /&gt;
# oefenening waar je een eind temperatuur moest berekenen met warmtecapaciteit en latente verdampingswarmte (aangezien er een faseovergang is)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R0883495</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Grondslagen_van_de_Chemie&amp;diff=2708</id>
		<title>Grondslagen van de Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Grondslagen_van_de_Chemie&amp;diff=2708"/>
		<updated>2022-01-18T11:21:22Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R0883495: /* 18/01/2022 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Basisvak chemie voor 1e bachelor chemie, biochemie, biologie en geologie.&lt;br /&gt;
Gedoceerd door professor &amp;amp;lt;s&amp;amp;gt;Koen Clays&amp;amp;lt;/s&amp;amp;gt; &amp;amp;lt;s&amp;amp;gt;Bart Goderis (sinds academiejaar 2013-2014)&amp;amp;lt;/s&amp;amp;gt; Koen Clays. Het examen is deels mondeling, deels schriftelijk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
=== 18/01/2022 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) Hoe kan je de snelheid van een reactie verhogen, wat gebeurt er met het evenwicht?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) buffers: afleiding, verband met titratie en bloed&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 augustus 2021 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Op welke manieren kan je de snelheid van een reactie vergroten, leg uit wat er dan ook met de evenwichtsconstante gebeurt. Verandert hierbij de ligging van het evenwicht? Gebruik formules of figuren om dit aan te tonen&lt;br /&gt;
#Op welke manier beïnvloedt complexatie het redoxpotentiaal van een metaal? Leg uit, geef een voorbeeld. In de natuur wordt Fe gebruikt voor reversibele redoxreacties. Waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
#Boven of onder welke temperatuur gaat deze reactie spontaan op: O2 (g) + N2 (g) —&amp;gt; 2NO (g)&lt;br /&gt;
#HCN verhoogt de oplosbaarheid van Fe(OH)2, hoe groot is de concentratie van HCN die je nodig hebt om 250 ml 3,37g Fe(OH)2 in oplossing te brengen?”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 6 januari 2021 ===&lt;br /&gt;
Theorie 1:&lt;br /&gt;
#Bespreek alle K’s die we hebben gezien in de cursus en geef een voorbeeld waarin hun definitie duidelijk wordt. Indien je iets kan zeggen over K&amp;gt;&amp;gt;1 K=1 en K&amp;lt;&amp;lt;1, voeg je dit hieraan toe.&lt;br /&gt;
#Gebruik een voorbeeld uit 1a en leg uit hoe je K puur theoretisch kunt vinden.&lt;br /&gt;
#Geef een mogelijk verband tussen K en k indien er een is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie 2:&lt;br /&gt;
Bespreek de elektrolyse van water zonder NaCl, met een beetje NaCl en met veel NaCl.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefening 1:&lt;br /&gt;
Bewijs dat dankzij de complexvorming, PbCl2 niet neerslaat, wanneer we 50ml Pb(NO3)2 (0,4M) bij 50ml BaCl2 (0,6M)doen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefening 2:&lt;br /&gt;
0,700M NaHSO3 en 0,450M Na2SO3&lt;br /&gt;
#Bereken de pH.&lt;br /&gt;
#Bereken de pH bij het toevoegen van 20ml KOH.&lt;br /&gt;
#Bij welke concentratie aan NaOH de buffer (100mL) niet meer werkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 augustus 2020 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) Leg homogene, heterogene en enzymatische katalyse uit. Geef ook telkens een voorbeeld. Leg de gelijkenis tussen heterogene en enzymatische katalyse uit. Leg de gelijkenis tussen homogene en enzymatische katalyse uit. /4&lt;br /&gt;
2) Vergelijk chroomvocht (dichromaat in zwavelzuur), piranhazuur (waterstofperoxide in zwavelzuur), koningswater en cyanide in base als oplosmiddelen voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1) Bereken de oplosbaarheid van AgBr in een 0.053M NH3 oplossing. Ag(NH3)2- wordt gevormd.&lt;br /&gt;
2) Is volgende reactie (reactie gegeven) aflopend bij 68 graden C? Toon aan met berekeningen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2020 voormiddag ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) Hoe evenwicht verschuiven naar kant van producten, verandert er iets aan de snelheid?&lt;br /&gt;
2) De ruimtelijke structuur van de covalente binding, 4 relevante voorbeelden geven en bespreken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1) Bereken Kd van complex Ag(CN)2 adhv thermodynamische eigenschap bij 25°C&lt;br /&gt;
2) Na3PO4 0.045 M: bereken werkelijke concentraties van PO43-, Na+, HPO42-, H2PO4-, H3PO4, H3O+, OH- en bereken de pH.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2020 namiddag ===&lt;br /&gt;
theorie:&lt;br /&gt;
#Hoe verklaar je de werking van een &amp;quot;hoog-rendements&amp;quot; brander voor een centrale verwarming? Welke aanpassingen dienen er te gebeuren in vergelijking met een klassieke brander&lt;br /&gt;
#Bespreek de dissociatie van HgCl2. Waarmee is dit te vergelijken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
#Je voegt 50 mL van een 0.0200M AgNO3 - oplossing toe aan 50 mL van een 0.0300M NaCN-oplossing. Zal AgCN neerslaan, ondanks de complexvorming (Kst Ag(CN)2- = 2.5 x 10^20). Verwaarloos de basische eigenschappen van CN-&lt;br /&gt;
#Bepaal grafisch orde van de reactie, de snelheidsconstante en halfwaardetijd. Je krijgt de beginconcentratie van het reagens gegeven, en het verloop van de concentratie van een product. (Dus je moet nog berekenen, hoe het verloop van de concentratie van het reagens gaat)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2020 namiddag ===&lt;br /&gt;
theorie:&lt;br /&gt;
1) bespreek de elektrolyse van water of in een waterige oplossing van zeezout (NaCl) voor volgende situaties: zonder toevoeging van zout, bij toevoeging van een beetje NaCl, bij toevoeging van veel NaCl&lt;br /&gt;
2) Bespreek homogene, heterogene en enzymatische katalyse: geef verschillen en gelijkenissen. Geef telkens een relevant voorbeeld ter illustratie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
1) reactie N2 + O2 --&amp;gt; 2NO gegeven en berekenen boven/onder welke temperatuur de reactie spontaan is&lt;br /&gt;
2) Berekenen hoeveel gram NaCl je moet toevoegen aan 0,448g Cu(OH)2 om dit volledig te kunnen oplossen in 100 ml water als je weet dat het complex [CuCl4]2- wordt gevormd&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2020 voormiddag ===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
# Buffer&lt;br /&gt;
# Reactiemechanisme van Broom&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===?===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) hoe kan men de snelheid van een chemische reactie vergroten? Verandert dit ook iets aan het evenwicht?&lt;br /&gt;
2) chemische eigenschappen ammoniak, hebben ze dan een zwakke of sterke functie? Geef voorbeeldreacties&lt;br /&gt;
3) bespreek de thermodynamische eigenschappen van de autoprotolyse van water. Zie hiervoor tabel 6.9 BOD&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1) bereken of neerslag wordt gevormd bij samenvoegen 2 stoffen&lt;br /&gt;
2) bereken potentiaal galvanische cel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 februari 2019 namiddag===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
#Leg uit hoe een biprotisch zuur dissocieert en geef een voorbeeld. Vergelijk deze dissociatie met die van HgCl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&lt;br /&gt;
#Broom in base&lt;br /&gt;
oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Bepaal de standaardreductiepotentiaal van het koppel Zn(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2 (s)&amp;lt;/sub&amp;gt;\ Zn&amp;lt;sub&amp;gt;(s)&amp;lt;/sub&amp;gt; met het oplosbaarheidsproduct van Zn(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en de standaardreductiepotentiaal van het koppel Zn&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;\ Zn&amp;lt;sub&amp;gt;(s)&amp;lt;/sub&amp;gt; &lt;br /&gt;
#Een klontje vast ethanol met een massa van 50 g wordt bij 155.80 K overgoten met 2.22 L (1 L = 0.79 kg) vloeibaar ethanol waardoor het klontje zal smelten. Wat is de begintemperatuur van het vloeibaar ethanol als je weet dat het systeem een eindtemperatuur van 287.80 K bereikt en als je weet dat er geen energie verloren gaat aan de omgeving?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 januari 2019 namiddag===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
#vervolledig de reactievergelijking ClO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; + Cl&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; -&amp;gt; Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O en geef een plausibel reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
#bespreek de elektrolyse van water of in een waterig milieu zonder toevoeging van zout, bij toevoeging van een beetje NaCl, bij toevoeging van veel NaCl. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen&lt;br /&gt;
#hoeveel natriumthiosulfaat is er nodig om 0,025 mol AgBr op te lossen in 500 ml? Het complex zilverthiosulfaat wordt gevormd. &lt;br /&gt;
#een ijsklontje met massa 56 gram wordt in 150 g water gedaan om dit af te koelen. Het ijsklontje heeft een begintemperatuur van 0°C en het geheel heeft een eindtemperatuur van 14°C. Bereken de begintemperatuur van het water.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2019 voormiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Bespreek de spontane ontbinding van waterstofperoxide. Welke parameters dragen bij tot de ontbinding en hoe kan je dit tegen gaan?&lt;br /&gt;
#De ruimtelijke structuur van de covalente binding, 4 relevante voorbeelden geven en bespreken.&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#0,040 M 100 mL H&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; bij 100 ml 4M Ca&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;-ionen. Wordt er neerslag gevormd?&lt;br /&gt;
#Een orde oefening met grafisch de halfwaarde tijd en k bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2019===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je het evenwicht naar de kant van de producten krijgen. Heeft dit ook invloed op de snelheid van de reactie? /6&lt;br /&gt;
#Stel een chemisch mechanisme op zodat citroenzuur (wat een bestandsdeel is van citroensap) kan ontgiften. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Bepaal de K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; uit de gegeven redoxkoppels (H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O/H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=1.76V) en HO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;−&amp;lt;/sup&amp;gt;/OH&amp;lt;sup&amp;gt;−&amp;lt;/sup&amp;gt;) (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=0.87V). Met welke andere 2 koppels kan je dit nog doen? /3&lt;br /&gt;
# Geef de lewisstructuur, hybridisatie, polariteit (+ uitleg), en geometrie van XeF&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en PBr&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2019===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Geef de twee vuistregels voor een goede buffer en leg ze uit adhv neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg uit bloed als buffer en waarom het geen ideale buffer is. Geef de relatie tussen een buffer en een pH- titratie(curve). /6&lt;br /&gt;
#Vervolledig deze reactie, BrO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;  +  Br&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; →   Br&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;  +  H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O, en geef een plausibel reactiemechanisme voor deze reactie (Staat niet in de cursus maar wel gezien als een extra voorbeeld). BOD Tabel 6.2 n.7 /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Welke verbindingen zijn zelf niet zuur of basisch, maar vertonen wel zure of basische eigenschappen als ze in water gebracht worden? /6&lt;br /&gt;
# Bespreek de voorwaarden en de gevolgen van het stationariteitsprincipe.  Geef een duidelijk en relevant voorbeeld. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#De stabiliteitsconstante voor de vorming van het complex Pb(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; is 1,0.1016. De standaardreductiepotentiaal voor het koppel Pb&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/Pb(s) is -0,12V. Bereken aan de hand van deze gegevens de standaardreductiepotentiaal voor het koppel Pb(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/Pb(s). / 3&lt;br /&gt;
#Er wordt een buffer met pH = 6,90 gemaakt uitgaande van NaH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; en Na&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;HPO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;. De eindconcentratie van NaH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; in 400 mL van deze oplossing is 0,020 M. Bereken hoeveel gram dinatriumwaterstoffosfaat er in deze oplossing moet zitten om de beoogde pH te realiseren. Aan deze oplossing wordt 100 mL 0,0080 M HI toegevoegd. Bereken ook de pH na toevoeging hiervan. Vanaf hoeveel mol NaOH toegevoegd zou de startbuffer niet meer werkzaam zijn? Licht kort toe. /3&lt;br /&gt;
&amp;lt;sup&amp;gt;&amp;lt;/sup&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Stel een mogelijk reactiemechanisme voor bij reactie 7 BOD tabel 6.2. /4&lt;br /&gt;
#Waarom mag men geen ontkalker bij javel doen? Geef alle relevante reacties. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Bepaal de baseconstante van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels. /3&lt;br /&gt;
#Geef de Lewisstructuur, hybridisatie en polariteit van XeF&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en HClO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Hoe kan men het evenwicht naar de producten doen verschuiven? Heeft dit dan ook gevolgen voor de reactiesnelheid? /4&lt;br /&gt;
# Vergelijk chroomvocht (dichromaat in zwavelzuur), piranhazuur (waterstofperoxide in zwavelzuur), koningswater en cyanide in base als oplosmiddelen voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Je wilt 0.488 g Cu(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossen in water tot een eindvolume van 100 mL. Bereken hoeveel gram NaCl er nodig is om ervoor te zorgen dat Cu(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; niet neerslaat. Het CuCl&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; complex wordt gevormd. /3&lt;br /&gt;
# Bepaal grafisch de activeringsenergie van de reactie (tabel met temperatuur en snelheidsconstantes gegeven). Bepaal ook de snelheidsconstante bij 37°C. Kan je hiermee iets zeggen over de orde van de reactie? /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2018 ===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Hoe kan de snelheid van de reactie beïnvloed worden? Verandert dan ook de ligging van het evenwicht van de reactie? /6&lt;br /&gt;
# Welke factoren bepalen of een molecule al dan niet een permanent dipoolmoment bezit? Geef duidelijke voorbeelden. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Je wilt 42.72 g Fe(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossen in water tot een eindvolume van 500 mL. Bereken welke concentratie waterstoffluoride (HF) er nodig is om ervoor te zorgen dat Fe(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; niet neerslaat. /3&lt;br /&gt;
# Stel de correcte redoxreactie op van de koppels Br&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;/Br&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; en AsO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;3-&amp;lt;/sup&amp;gt;/AsO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;. Toon aan met berekeningen dat het over een aflopende reactie gaat bij kamertemperatuur (25°C) /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2018 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van chloor in base. Geef een belangrijke toepassing.&lt;br /&gt;
# Vergelijk de ideale gaswet met de van der Waalsvergelijking voor reële gassen en bespreek de trend in co-volume b en cohesiedruk a (BOD p.141) voor H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, CO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en C&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;H&amp;lt;sub&amp;gt;10&amp;lt;/sub&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 namiddag ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# BOD tabel 6.2, reactie 8: stel een mogelijk reactiemachanisme voor&lt;br /&gt;
# Wat zijn de 2 vuistregels van een goeie buffer? Leidt deze af aan de hand van de begrippen neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg de link met pH-titratie. Leg uit: bloed als buffer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# bepaal de baseconstante van MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels&lt;br /&gt;
# lewisstructuur, hybridisatie en polariteit van 2 moleculen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 namiddag ===&lt;br /&gt;
(examen voor gedeeltelijke vrijstelling, enkel vragen deel E)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Wat zijn de drijvende krachten bij een complexatiereactie? Toon aan met goed gekozen voorbeelden, en leg uit aan de hand van de kenmerken van een hoge stabiliteitsconstante. /4&lt;br /&gt;
# Wat zijn de 2 vuistregels van een goeie buffer? Leidt deze af aan de hand van de begrippen neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg de link met pH-titratie. Leg uit: bloed als buffer. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Bepaal de baseconstante van MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels /3&lt;br /&gt;
# Hoeveel zilverbromide kan je oplossen in een 0.530M ammoniakoplossing. Verwaarloos de basische eigenschappen van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3 (Toepassing neerslag &amp;amp; complexatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 september 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Waarom zijn er diagonaalrelaties? Geef voorbeelden van chemische eigenschappen die gebruikt worden in chemische reacties. /5 &lt;br /&gt;
#Geef het verband tussen de redoxpotentiaal van een redoxhalfreactie en de evenwichtconstante van de gehele reactie. Geef ook de gevolgen. /5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of er neerslagvorming optreedt. &lt;br /&gt;
#Vrijgekomen warmte en energie uit een reactie berekenen. &lt;br /&gt;
=== 25 Augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Vergelijk het verschil van de invloed van temperatuur op de reactiesnelheid en het evenwicht - zowel in formulevorm als grafisch /6&lt;br /&gt;
k &amp;amp; K afleiden en grafisch weergeven met resp. ln k ~ 1/T en ln K ~ 1/T (voor dH&amp;gt;0 en dH&amp;lt;0)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Welke chemisch relevante eigenschappen van atomen kan je afleiden van de positie in het periodiek systeem? /4 &lt;br /&gt;
Zuur-base; oxidans-reductans (+verband), ... (atomen, niet ionen van het element!)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Hoeveel zilverbromide kan je oplossen in een 0.53M ammonium oplossing. Verwaarloos de basische eigenschappen van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
(Toepassing neerslag &amp;amp; complexatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Redoxreactie van SO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/SO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)- en MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/MnO(v). /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 Augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan het evenwicht in de richting van de producten worden verschoven? Heeft dit invloed op het evenwicht? /6&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;concentratie wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
principe van Le Chatelier&lt;br /&gt;
hogere concentratie → meer kans op botsingen → sneller&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;druk wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
bij drukverhoging → daalt volume → c=n/v dus concentratie stijgt (vanaf dan analoog aan Le Chatelier)&lt;br /&gt;
bij drukverlaging is gunstig voor reacties waarbij ΔN = (N&amp;lt;sub&amp;gt;producten&amp;lt;/sub&amp;gt; - N&amp;lt;sub&amp;gt;reagentia&amp;lt;/sub&amp;gt;) negatief is(N staat voor de coëfficiënten van de stoffen in de reactie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;temperatuur wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
K&amp;lt;sub&amp;gt;ev&amp;lt;/sub&amp;gt; is temperatuursafhankelijk → ΔG =-RTln(K) ↔ ln(k)=-ΔH/RT +ΔS/R (teken grafiek 1/T met ln(k))&lt;br /&gt;
endo → hoge T is gunstig&lt;br /&gt;
exo → lage T is gunstig&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Wat is het verband tussen neerslag- en complexatiereacties? /4&lt;br /&gt;
ionen met een hoge ladingsdichtheid kunnen niet zoals bijvoorbeeld Na&amp;lt;sup&amp;gt;+&amp;lt;/sup&amp;gt; en Cl&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; (afkomstig van goed oplosbaar zou NaCl) in oplossing voorkomen,&lt;br /&gt;
aangezien dit niet stabiel is.&lt;br /&gt;
gaan dus ofwel neerslaan ofwel complexeren&lt;br /&gt;
(K&amp;lt;sub&amp;gt;sp&amp;lt;/sub&amp;gt; en 1/K&amp;lt;sub&amp;gt;st&amp;lt;/sub&amp;gt; vergelijken → de stabielste toestand gaat zich dan voordoen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Teken de lewis-structuur, geef het sterisch getal, hybridisatie, geometrische en atoomstructuur van HCN en ICl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. Geef ook aan of ze polair zijn of niet. /3&lt;br /&gt;
#Leid de K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; af van AsO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van zijn standaarreductiepotentiaal. Kies zelf een goed redoxkoppel. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Welke verbindingen zijn zelf niet zuur of basisch, maar vertonen wel zure of basische eigenschappen als ze in water gebracht worden? /6&lt;br /&gt;
#Hoe kunnen meerdere verschillende kationen die samen in een mengsel voorkomen, van elkaar gescheiden worden? Waarop moet je letten om de scheiding zo volledig mogelijk te laten gebeuren? /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming /3&lt;br /&gt;
#correcte redoxreactie van 2 gegeven koppels schrijven en berekenen dat dit een aflopende reactie is. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Bij welke reacties is quenchen van toepassing? Leg goed uit en geef een voorbeeld. /4&lt;br /&gt;
#Vergelijk chroomvocht, piranhazuur, koningswater en cyanide in base als oplossmiddel voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Roosterenergie berekenen /2.5&lt;br /&gt;
#concentratie zout berekenen die toegevoegd moet worden om gegeven hoeveelheid neerslag op te doen lossen. /3.5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
VM&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je de reactiesnelheid beïnvloeden? Wat betekent dit voor het chemisch evenwicht? /4&lt;br /&gt;
#Wat gebeurt er bij de elektrolyse van water voor geen, een weinig en veel NaCL? /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#pH + werkelijke ionenconcentraties van een bioprotisch zuur berekenen /3&lt;br /&gt;
#een slecht oplosbaar zout oplossen aan de hand van complexatie door een te berekenen massa NaCl toe te voegen /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je het evenwicht naar de kant van de producten brengen? Heeft dit een invloed op de snelheid?&lt;br /&gt;
#Geef het verband tussen protontransferreacties en elektrontransferreacties. Geef voorbeelden die dit verduidelijken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming.&lt;br /&gt;
#Bepaal de hybridisatie en geometrie van PCl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; en SF&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;. Teken de atoomstructuur en zijn deze moleculen polair of apolair en een uitleg waarom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Vuistregels met afleiding van buffers geven, dit ook toepassen op pH titraties, bloed als buffer bespreken&lt;br /&gt;
#Hebben kationen basische of zure eigenschappen, zijn dit dan zwakke of sterke zuren of basen (voorbeelden kunnen helpen en verduidelijkend zijn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen &lt;br /&gt;
#Aantal mL en molair NiSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;-oplossing samenvoegen met een aantal ml en molair NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;, toon aan dat ondanks het gevormde complex nikkel (II) ammoniak er toch nog neerslag gevormd wordt&lt;br /&gt;
#Een tabel gegeven van temperatuur en snelheidsconstante, de opdracht is grafisch de activeringsenergie te berekenen en k te berekenen bij 250°C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== XX Augustus 2016 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leg de verschillende soorten isomerie uit + wat is tautomerie?&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom fluoride in tandpasta zit (alle 6 puntjes geven, dus ook vorming CaF uitleggen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Random oefening uit oefenzitting&lt;br /&gt;
#Berekend de K&amp;lt;sub&amp;gt;w&amp;lt;/sub&amp;gt; vertrekkende vanuit de standaardreductiepotentialen voor water in zuur/basisch milieu&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===XX januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leg de elementaire reactiestappen uit adhv voorbeelden (mono,bi,termoleculair, stationariteitsprincipe, vorming ozon)&lt;br /&gt;
#Geef de &#039;&#039;&#039;essentie&#039;&#039;&#039; van een titratie + grafieken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
#Oplosbaarheid van AgNO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; berekenen na toevoegen van een of ander zuur/base&lt;br /&gt;
#nog een oefening&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===  11 januari 2016 ===&lt;br /&gt;
#Hoe bepaal je de geometrische structuur bij covalent gebonden atomen en geef 3 voorbeelden &lt;br /&gt;
#bij welke reactie is quenching van toepassing?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===XX januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#heterogene en homogene en enzymatische katalysator + alles uitleggen hiervan&lt;br /&gt;
#loodbatterij&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Verschillen tussen Co en Fe en zeggen waarom Fe gebruikt wordt voor zuurstof transport &lt;br /&gt;
#het verschil tussen C dubbel gebonden en enkel gebonden &lt;br /&gt;
#bij de oefeningen was eentje E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; bepalen ahv K&amp;lt;sub&amp;gt;a&amp;lt;/sub&amp;gt; en een andere E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; &lt;br /&gt;
#andere grafisch de orde enzo bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 JAN 2014===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Roosterenergie van 2 roosters (NaCl en MgO) berekenen met de formule, zeggen of er nog een andere manier was om die te vinden (Hess) en of er een verschil in uitkomst te verwachten was tussen de twee manieren. Vergelijken van de pH van de twee oplossingen.&lt;br /&gt;
#Uitleggen waarom termoleculaire reactiestappen omwaarschijnlijk zijn. Reactiemechanisme van 2HI + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; → I&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O  geven. Stationariteitsprincipe uitleggen en zeggen of het op die reactie van toepassing was. &lt;br /&gt;
#Waar/soms waar/niet waar: Een proces is spontaan als de entropie in het systeem toeneemt. &lt;br /&gt;
#Uitleggen wat een buffer is en de vuistregels voor een goede buffer uitleggen zonder de hele wiskundige berekening te doen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen.&lt;br /&gt;
#Oplosbaarheid van AgBr, complexatie met thiosulfaat en alternatieve manier geven om oplosbaarheid te verhogen. Uitleggen waarom die laatste manier weinig effect zou hebben.&lt;br /&gt;
#Celpotentiaal berekenen van een gegeven schematische voorstelling.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 JAN 2013===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de elektronenstructuur van de atomen N en O met die van de moleculen N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;. Licht de hierbij essentiële principes toe.&lt;br /&gt;
# Geef de chemische functies van water. Geef bij iedere functie een voorbeeld in de vorm van een reactievergelijking. Is water sterk of zwak in deze functie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# CuSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing met NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing (grootheden gegeven). Laat zien dat er ondanks de complexatie toch nog neerslagvorming optreedt.&lt;br /&gt;
# Gegeven concentraties (van reactieproduct) in functie van de tijd. Bepaal grafisch de orde en de halfwaardetijd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 FEB 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Geef twee vuistregels voor een goede buffer en toon ze aan aan de hand van de neutralisatiegraad en de buffer capaciteit. &lt;br /&gt;
#* Geef het verband hiervan met pH- titratie &lt;br /&gt;
#* Is bloed een goede buffer ? Verklaar. &lt;br /&gt;
# Verklaar waarom men tandpasta fluorideert.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie.&lt;br /&gt;
# Broom in base.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Welke reacties kunnen optreden als katalysator bij redoxreacties?&lt;br /&gt;
# Leidt de halfreacties van een zwavelzure loodbatterij af&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# hoe bepaal je de elektronenconfiguratie van diatomaire moleculen en geef twee duidelijk verschillende voorbeelden&lt;br /&gt;
# vergelijk Al en Li voor batterijen, geef voor en nadelen en verklaar waarom er Li batterijen zijn en geen Al&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# staaf met enkele goed gekoze voorbeelden het belang van de ladingsdichtheid in de chemie&lt;br /&gt;
# welke reacties hebben er baat bij quenching toe te passen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie. &lt;br /&gt;
# Leg de elektrolyse van water uit in de volgende omstandigheden:1. zonder zout, 2. met een beetje zout en 3. met oplossing van veel zeezout. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
Theorie :&lt;br /&gt;
# geef de vuistregels voor bufferoplossing + afleiden buffercapaciteit en neutralisatiegraad. link met pH-titratie. vertellen over bloed als buffer, goede/slechte buffer?&lt;br /&gt;
# iets van Fe complexatie, waarom de natuur is aangepast aan ademhaling door complexvorming van Fe met zuurstof&lt;br /&gt;
Oefeningen :&lt;br /&gt;
# van deel C met een tabel met waarden, orde van reactie afleiden + grafisch k en t&amp;lt;sub&amp;gt;1/2&amp;lt;/sub&amp;gt; bepalen&lt;br /&gt;
# berekenen of PbOH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; neerslaat, uit een mengsel van PbSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; met NaOH geloof ik&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de bindingssterkte en reactiviteit van C=C en C - C (enkelvoudige binding) op 4 ptn&lt;br /&gt;
# Vergelijk de afhankelijkheid van de temperatuur voor de snelheidsconstante en de evenwichtsconstante&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===1 FEB 2011=== &lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek: Chroomvocht, Piranhazuur , koningswater en cyanide in base en hun werking op (edel)metalen. (/6)&lt;br /&gt;
# Wat is een indicator en hoe werkt het? (/4)&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# P&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; + BR&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; =&amp;amp;gt; PBR&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; vul aan met coefficienten en bereken de temperatuur waarvoor deze reactie spontaan zal verlopen. (/2.5)&lt;br /&gt;
# en een oefening over de combinatie van complexvorming van AlOH&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; en de neerslag van AlOH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. (/3.5)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 sep 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Verschillen en gelijkenissen tussen homogene, heterogene en enzymatische katalyse geven. Verduidelijken met vb.&lt;br /&gt;
# Bindingssterkte en reactiviteit vergelijken tussen C-C en C=C. Welke reacties ondergaan ze.&lt;br /&gt;
Oefingen:&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid&lt;br /&gt;
# Enthalpie &amp;amp;amp; Entropie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 jan 2010===&lt;br /&gt;
# bespreek de oplosbaarheid van metalen in zuur en basisch milieu (/6) &lt;br /&gt;
# bespreek &amp;amp;quot;quenching&amp;amp;quot; en voor welke reacties is dit toepasbaar? (/4) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen: &lt;br /&gt;
# bepaal de oplosbaarheid van AgBr in een molaire NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing (complexvorming) &lt;br /&gt;
# een reactie difluor en diwaterstof -&amp;amp;gt; 2HF. Gaat deze reactie op bij 500K ?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 jan 2010===&lt;br /&gt;
# vergelijk piranhazuur, koningswater, dichromaat en cyanide voor het oplossen van edelmetalen. (.../6)&lt;br /&gt;
# welke reacties kunnen als katalysator optreden bij een redoxreactie? (.../4)&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een oplossing van Ti(II)-ionen wordt in zuur midden getitreerd met een dichromaatoplossing (K&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;Cr&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;7-&amp;lt;/sub&amp;gt;oplossing). Hierbij worden het Cr(III)-ion en het Ti(III)-ion gevormd. Toon aan dat het gaat om een aflopende reactie.Het verloop van de titratie wordt potentiometrisch gevolgd en ook de pH wordt constant gemeten. In de oplossing zit nog een kalomelelektrode (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=0.25V) die aan de anode gekoppeld is en een platina-elektrode. Op zeker ogenblik - na het passeren van het equivalentiepunt - wordt een celpotentiaal van 0.95V gemeten en een pH van 1.2. Bereken de concentratie aan Cr&amp;lt;sup&amp;gt;3+&amp;lt;/sup&amp;gt; ionen, als je weet dat deze concentratie vier maal hoger ligt dan die van de dichromaationen. (.../3)&lt;br /&gt;
# Aan een oplossing van 70 ml 0.20 M nikkelsulfaat wordt 30 ml 0.60 M ammoniak toegevoegd. Toon aan dat er - ondanks de complexvorming - toch hydroxideneerslag gevormd zal worden. (.../3)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Toon het belang aan van ladingsdichtheid in de scheikunde. Geef telkens duidelijk verschillende voorbeelden als het over verschillende soorten reacties gaat.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van broom in base. Geef een relevante toepassing.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Bij 298 K gaat onderstaande reactie op. Men maakt een oplossing van 35,5 g van Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en 0,1 g van H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; in een totaal volume van 200 ml. Wat zijn de evenwichtsconcentraties van H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en HCl ?&lt;br /&gt;
#*H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) + Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) &amp;amp;lt;=&amp;amp;gt; 2HCl(g) &lt;br /&gt;
# Bereken de Kb van IO-, uitgaande van&lt;br /&gt;
#*IO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq) / HIO(l)   E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; = 1,13V&lt;br /&gt;
#*IO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq) / IO&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)  E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; = 0,15V&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Wat is een dipoolmoment?&lt;br /&gt;
# Vroeger werd kaliumpermanganaat e.a. veel gebruikt als goede oxidator. Tegenwoordig wordt pirhanazuur (mengsel waterstofperoxide/zwavelzuur) gebruikt. Waarom?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Temperatuurverandering berekenen van ijs (faseverandering,...)&lt;br /&gt;
# Nog zo&#039;n oefening in die aard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de temperatuursafhankelijkheid van de evenwichtsconstante en de snelheidsconstante.&lt;br /&gt;
# Waarom is een stof goed of slecht oplosbaar in water? En hoe kan je een slecht oplosbare stof beter oplosbaar maken?&lt;br /&gt;
# Maak een vergelijking tussen thermodinamica en kinetica van metathesereacties versus complexatiereacties.&lt;br /&gt;
# Geef de 2 hoofdregels voor het maken van een buffer en leid ze wiskundig af.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsconstante berekenen bij 45°C (je krijgt de reactie)&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is&lt;br /&gt;
# K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 feb 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reacties kunnen een redoxreactie katalyseren?&lt;br /&gt;
# Geef het verband tussen neerslagreacties en complexatiereacties en geef een goed gevonden voorbeeld.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsconstante berekenen bij 45°C (je krijgt de reactie)&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is&lt;br /&gt;
# K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg uit wat tautomerie is + vb.&lt;br /&gt;
# Voor het oxideren werden vroeger vaak de klassieke sterke oxidanten permanaat of dichromaat in zwavelzuur gebruikt, waarom is het gebruik van &amp;amp;quot;piranaha-zuur&amp;amp;quot; (waterstofperoxide in zwavelzuur) aan een opmars bezig?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# men wil 200 ml maken van een oplossing die 3,81g magnesiumcloride en 0,8g natriumhydroxide bevat. Hoeveel gram ammoniumbromide moet er ook in deze oplossing zitter, opdat er geen neerslag is?&lt;br /&gt;
# Boven/onder welke temperatuur gaat deze reactie spontaan op? &lt;br /&gt;
#* N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; (g) + O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) = 2NO (g)&lt;br /&gt;
#* Bereken ook de evenwichtsconstante bij 68°C.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# geef verband van de ionbinding en de covalente binding + verklaar&lt;br /&gt;
# geef verband pH en redoxpotentiaal&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# bereken kb van een stof aan hand van 2 redoxpotentialen &lt;br /&gt;
# oefenening waar je een eind temperatuur moest berekenen met warmtecapaciteit en latente verdampingswarmte (aangezien er een faseovergang is)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R0883495</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Grondslagen_van_de_Chemie&amp;diff=2707</id>
		<title>Grondslagen van de Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Grondslagen_van_de_Chemie&amp;diff=2707"/>
		<updated>2022-01-18T11:21:06Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R0883495: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Basisvak chemie voor 1e bachelor chemie, biochemie, biologie en geologie.&lt;br /&gt;
Gedoceerd door professor &amp;amp;lt;s&amp;amp;gt;Koen Clays&amp;amp;lt;/s&amp;amp;gt; &amp;amp;lt;s&amp;amp;gt;Bart Goderis (sinds academiejaar 2013-2014)&amp;amp;lt;/s&amp;amp;gt; Koen Clays. Het examen is deels mondeling, deels schriftelijk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
=== 18/01/2022 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) Hoe kan je de snelheid van een reactie verhogen, wat gebeurt er met het evenwicht? &lt;br /&gt;
2) buffers: afleiding, verband met titratie en bloed&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 augustus 2021 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Op welke manieren kan je de snelheid van een reactie vergroten, leg uit wat er dan ook met de evenwichtsconstante gebeurt. Verandert hierbij de ligging van het evenwicht? Gebruik formules of figuren om dit aan te tonen&lt;br /&gt;
#Op welke manier beïnvloedt complexatie het redoxpotentiaal van een metaal? Leg uit, geef een voorbeeld. In de natuur wordt Fe gebruikt voor reversibele redoxreacties. Waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
#Boven of onder welke temperatuur gaat deze reactie spontaan op: O2 (g) + N2 (g) —&amp;gt; 2NO (g)&lt;br /&gt;
#HCN verhoogt de oplosbaarheid van Fe(OH)2, hoe groot is de concentratie van HCN die je nodig hebt om 250 ml 3,37g Fe(OH)2 in oplossing te brengen?”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 6 januari 2021 ===&lt;br /&gt;
Theorie 1:&lt;br /&gt;
#Bespreek alle K’s die we hebben gezien in de cursus en geef een voorbeeld waarin hun definitie duidelijk wordt. Indien je iets kan zeggen over K&amp;gt;&amp;gt;1 K=1 en K&amp;lt;&amp;lt;1, voeg je dit hieraan toe.&lt;br /&gt;
#Gebruik een voorbeeld uit 1a en leg uit hoe je K puur theoretisch kunt vinden.&lt;br /&gt;
#Geef een mogelijk verband tussen K en k indien er een is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie 2:&lt;br /&gt;
Bespreek de elektrolyse van water zonder NaCl, met een beetje NaCl en met veel NaCl.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefening 1:&lt;br /&gt;
Bewijs dat dankzij de complexvorming, PbCl2 niet neerslaat, wanneer we 50ml Pb(NO3)2 (0,4M) bij 50ml BaCl2 (0,6M)doen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefening 2:&lt;br /&gt;
0,700M NaHSO3 en 0,450M Na2SO3&lt;br /&gt;
#Bereken de pH.&lt;br /&gt;
#Bereken de pH bij het toevoegen van 20ml KOH.&lt;br /&gt;
#Bij welke concentratie aan NaOH de buffer (100mL) niet meer werkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 augustus 2020 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) Leg homogene, heterogene en enzymatische katalyse uit. Geef ook telkens een voorbeeld. Leg de gelijkenis tussen heterogene en enzymatische katalyse uit. Leg de gelijkenis tussen homogene en enzymatische katalyse uit. /4&lt;br /&gt;
2) Vergelijk chroomvocht (dichromaat in zwavelzuur), piranhazuur (waterstofperoxide in zwavelzuur), koningswater en cyanide in base als oplosmiddelen voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1) Bereken de oplosbaarheid van AgBr in een 0.053M NH3 oplossing. Ag(NH3)2- wordt gevormd.&lt;br /&gt;
2) Is volgende reactie (reactie gegeven) aflopend bij 68 graden C? Toon aan met berekeningen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2020 voormiddag ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) Hoe evenwicht verschuiven naar kant van producten, verandert er iets aan de snelheid?&lt;br /&gt;
2) De ruimtelijke structuur van de covalente binding, 4 relevante voorbeelden geven en bespreken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1) Bereken Kd van complex Ag(CN)2 adhv thermodynamische eigenschap bij 25°C&lt;br /&gt;
2) Na3PO4 0.045 M: bereken werkelijke concentraties van PO43-, Na+, HPO42-, H2PO4-, H3PO4, H3O+, OH- en bereken de pH.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2020 namiddag ===&lt;br /&gt;
theorie:&lt;br /&gt;
#Hoe verklaar je de werking van een &amp;quot;hoog-rendements&amp;quot; brander voor een centrale verwarming? Welke aanpassingen dienen er te gebeuren in vergelijking met een klassieke brander&lt;br /&gt;
#Bespreek de dissociatie van HgCl2. Waarmee is dit te vergelijken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
#Je voegt 50 mL van een 0.0200M AgNO3 - oplossing toe aan 50 mL van een 0.0300M NaCN-oplossing. Zal AgCN neerslaan, ondanks de complexvorming (Kst Ag(CN)2- = 2.5 x 10^20). Verwaarloos de basische eigenschappen van CN-&lt;br /&gt;
#Bepaal grafisch orde van de reactie, de snelheidsconstante en halfwaardetijd. Je krijgt de beginconcentratie van het reagens gegeven, en het verloop van de concentratie van een product. (Dus je moet nog berekenen, hoe het verloop van de concentratie van het reagens gaat)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2020 namiddag ===&lt;br /&gt;
theorie:&lt;br /&gt;
1) bespreek de elektrolyse van water of in een waterige oplossing van zeezout (NaCl) voor volgende situaties: zonder toevoeging van zout, bij toevoeging van een beetje NaCl, bij toevoeging van veel NaCl&lt;br /&gt;
2) Bespreek homogene, heterogene en enzymatische katalyse: geef verschillen en gelijkenissen. Geef telkens een relevant voorbeeld ter illustratie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
1) reactie N2 + O2 --&amp;gt; 2NO gegeven en berekenen boven/onder welke temperatuur de reactie spontaan is&lt;br /&gt;
2) Berekenen hoeveel gram NaCl je moet toevoegen aan 0,448g Cu(OH)2 om dit volledig te kunnen oplossen in 100 ml water als je weet dat het complex [CuCl4]2- wordt gevormd&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2020 voormiddag ===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
# Buffer&lt;br /&gt;
# Reactiemechanisme van Broom&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===?===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) hoe kan men de snelheid van een chemische reactie vergroten? Verandert dit ook iets aan het evenwicht?&lt;br /&gt;
2) chemische eigenschappen ammoniak, hebben ze dan een zwakke of sterke functie? Geef voorbeeldreacties&lt;br /&gt;
3) bespreek de thermodynamische eigenschappen van de autoprotolyse van water. Zie hiervoor tabel 6.9 BOD&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1) bereken of neerslag wordt gevormd bij samenvoegen 2 stoffen&lt;br /&gt;
2) bereken potentiaal galvanische cel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 februari 2019 namiddag===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
#Leg uit hoe een biprotisch zuur dissocieert en geef een voorbeeld. Vergelijk deze dissociatie met die van HgCl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&lt;br /&gt;
#Broom in base&lt;br /&gt;
oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Bepaal de standaardreductiepotentiaal van het koppel Zn(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2 (s)&amp;lt;/sub&amp;gt;\ Zn&amp;lt;sub&amp;gt;(s)&amp;lt;/sub&amp;gt; met het oplosbaarheidsproduct van Zn(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en de standaardreductiepotentiaal van het koppel Zn&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;\ Zn&amp;lt;sub&amp;gt;(s)&amp;lt;/sub&amp;gt; &lt;br /&gt;
#Een klontje vast ethanol met een massa van 50 g wordt bij 155.80 K overgoten met 2.22 L (1 L = 0.79 kg) vloeibaar ethanol waardoor het klontje zal smelten. Wat is de begintemperatuur van het vloeibaar ethanol als je weet dat het systeem een eindtemperatuur van 287.80 K bereikt en als je weet dat er geen energie verloren gaat aan de omgeving?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 januari 2019 namiddag===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
#vervolledig de reactievergelijking ClO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; + Cl&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; -&amp;gt; Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O en geef een plausibel reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
#bespreek de elektrolyse van water of in een waterig milieu zonder toevoeging van zout, bij toevoeging van een beetje NaCl, bij toevoeging van veel NaCl. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen&lt;br /&gt;
#hoeveel natriumthiosulfaat is er nodig om 0,025 mol AgBr op te lossen in 500 ml? Het complex zilverthiosulfaat wordt gevormd. &lt;br /&gt;
#een ijsklontje met massa 56 gram wordt in 150 g water gedaan om dit af te koelen. Het ijsklontje heeft een begintemperatuur van 0°C en het geheel heeft een eindtemperatuur van 14°C. Bereken de begintemperatuur van het water.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2019 voormiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Bespreek de spontane ontbinding van waterstofperoxide. Welke parameters dragen bij tot de ontbinding en hoe kan je dit tegen gaan?&lt;br /&gt;
#De ruimtelijke structuur van de covalente binding, 4 relevante voorbeelden geven en bespreken.&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#0,040 M 100 mL H&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; bij 100 ml 4M Ca&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;-ionen. Wordt er neerslag gevormd?&lt;br /&gt;
#Een orde oefening met grafisch de halfwaarde tijd en k bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2019===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je het evenwicht naar de kant van de producten krijgen. Heeft dit ook invloed op de snelheid van de reactie? /6&lt;br /&gt;
#Stel een chemisch mechanisme op zodat citroenzuur (wat een bestandsdeel is van citroensap) kan ontgiften. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Bepaal de K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; uit de gegeven redoxkoppels (H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O/H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=1.76V) en HO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;−&amp;lt;/sup&amp;gt;/OH&amp;lt;sup&amp;gt;−&amp;lt;/sup&amp;gt;) (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=0.87V). Met welke andere 2 koppels kan je dit nog doen? /3&lt;br /&gt;
# Geef de lewisstructuur, hybridisatie, polariteit (+ uitleg), en geometrie van XeF&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en PBr&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2019===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Geef de twee vuistregels voor een goede buffer en leg ze uit adhv neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg uit bloed als buffer en waarom het geen ideale buffer is. Geef de relatie tussen een buffer en een pH- titratie(curve). /6&lt;br /&gt;
#Vervolledig deze reactie, BrO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;  +  Br&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; →   Br&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;  +  H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O, en geef een plausibel reactiemechanisme voor deze reactie (Staat niet in de cursus maar wel gezien als een extra voorbeeld). BOD Tabel 6.2 n.7 /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Welke verbindingen zijn zelf niet zuur of basisch, maar vertonen wel zure of basische eigenschappen als ze in water gebracht worden? /6&lt;br /&gt;
# Bespreek de voorwaarden en de gevolgen van het stationariteitsprincipe.  Geef een duidelijk en relevant voorbeeld. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#De stabiliteitsconstante voor de vorming van het complex Pb(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; is 1,0.1016. De standaardreductiepotentiaal voor het koppel Pb&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/Pb(s) is -0,12V. Bereken aan de hand van deze gegevens de standaardreductiepotentiaal voor het koppel Pb(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/Pb(s). / 3&lt;br /&gt;
#Er wordt een buffer met pH = 6,90 gemaakt uitgaande van NaH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; en Na&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;HPO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;. De eindconcentratie van NaH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; in 400 mL van deze oplossing is 0,020 M. Bereken hoeveel gram dinatriumwaterstoffosfaat er in deze oplossing moet zitten om de beoogde pH te realiseren. Aan deze oplossing wordt 100 mL 0,0080 M HI toegevoegd. Bereken ook de pH na toevoeging hiervan. Vanaf hoeveel mol NaOH toegevoegd zou de startbuffer niet meer werkzaam zijn? Licht kort toe. /3&lt;br /&gt;
&amp;lt;sup&amp;gt;&amp;lt;/sup&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Stel een mogelijk reactiemechanisme voor bij reactie 7 BOD tabel 6.2. /4&lt;br /&gt;
#Waarom mag men geen ontkalker bij javel doen? Geef alle relevante reacties. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Bepaal de baseconstante van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels. /3&lt;br /&gt;
#Geef de Lewisstructuur, hybridisatie en polariteit van XeF&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en HClO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Hoe kan men het evenwicht naar de producten doen verschuiven? Heeft dit dan ook gevolgen voor de reactiesnelheid? /4&lt;br /&gt;
# Vergelijk chroomvocht (dichromaat in zwavelzuur), piranhazuur (waterstofperoxide in zwavelzuur), koningswater en cyanide in base als oplosmiddelen voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Je wilt 0.488 g Cu(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossen in water tot een eindvolume van 100 mL. Bereken hoeveel gram NaCl er nodig is om ervoor te zorgen dat Cu(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; niet neerslaat. Het CuCl&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; complex wordt gevormd. /3&lt;br /&gt;
# Bepaal grafisch de activeringsenergie van de reactie (tabel met temperatuur en snelheidsconstantes gegeven). Bepaal ook de snelheidsconstante bij 37°C. Kan je hiermee iets zeggen over de orde van de reactie? /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2018 ===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Hoe kan de snelheid van de reactie beïnvloed worden? Verandert dan ook de ligging van het evenwicht van de reactie? /6&lt;br /&gt;
# Welke factoren bepalen of een molecule al dan niet een permanent dipoolmoment bezit? Geef duidelijke voorbeelden. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Je wilt 42.72 g Fe(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossen in water tot een eindvolume van 500 mL. Bereken welke concentratie waterstoffluoride (HF) er nodig is om ervoor te zorgen dat Fe(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; niet neerslaat. /3&lt;br /&gt;
# Stel de correcte redoxreactie op van de koppels Br&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;/Br&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; en AsO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;3-&amp;lt;/sup&amp;gt;/AsO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;. Toon aan met berekeningen dat het over een aflopende reactie gaat bij kamertemperatuur (25°C) /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2018 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van chloor in base. Geef een belangrijke toepassing.&lt;br /&gt;
# Vergelijk de ideale gaswet met de van der Waalsvergelijking voor reële gassen en bespreek de trend in co-volume b en cohesiedruk a (BOD p.141) voor H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, CO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en C&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;H&amp;lt;sub&amp;gt;10&amp;lt;/sub&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 namiddag ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# BOD tabel 6.2, reactie 8: stel een mogelijk reactiemachanisme voor&lt;br /&gt;
# Wat zijn de 2 vuistregels van een goeie buffer? Leidt deze af aan de hand van de begrippen neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg de link met pH-titratie. Leg uit: bloed als buffer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# bepaal de baseconstante van MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels&lt;br /&gt;
# lewisstructuur, hybridisatie en polariteit van 2 moleculen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 namiddag ===&lt;br /&gt;
(examen voor gedeeltelijke vrijstelling, enkel vragen deel E)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Wat zijn de drijvende krachten bij een complexatiereactie? Toon aan met goed gekozen voorbeelden, en leg uit aan de hand van de kenmerken van een hoge stabiliteitsconstante. /4&lt;br /&gt;
# Wat zijn de 2 vuistregels van een goeie buffer? Leidt deze af aan de hand van de begrippen neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg de link met pH-titratie. Leg uit: bloed als buffer. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Bepaal de baseconstante van MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels /3&lt;br /&gt;
# Hoeveel zilverbromide kan je oplossen in een 0.530M ammoniakoplossing. Verwaarloos de basische eigenschappen van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3 (Toepassing neerslag &amp;amp; complexatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 september 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Waarom zijn er diagonaalrelaties? Geef voorbeelden van chemische eigenschappen die gebruikt worden in chemische reacties. /5 &lt;br /&gt;
#Geef het verband tussen de redoxpotentiaal van een redoxhalfreactie en de evenwichtconstante van de gehele reactie. Geef ook de gevolgen. /5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of er neerslagvorming optreedt. &lt;br /&gt;
#Vrijgekomen warmte en energie uit een reactie berekenen. &lt;br /&gt;
=== 25 Augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Vergelijk het verschil van de invloed van temperatuur op de reactiesnelheid en het evenwicht - zowel in formulevorm als grafisch /6&lt;br /&gt;
k &amp;amp; K afleiden en grafisch weergeven met resp. ln k ~ 1/T en ln K ~ 1/T (voor dH&amp;gt;0 en dH&amp;lt;0)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Welke chemisch relevante eigenschappen van atomen kan je afleiden van de positie in het periodiek systeem? /4 &lt;br /&gt;
Zuur-base; oxidans-reductans (+verband), ... (atomen, niet ionen van het element!)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Hoeveel zilverbromide kan je oplossen in een 0.53M ammonium oplossing. Verwaarloos de basische eigenschappen van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
(Toepassing neerslag &amp;amp; complexatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Redoxreactie van SO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/SO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)- en MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/MnO(v). /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 Augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan het evenwicht in de richting van de producten worden verschoven? Heeft dit invloed op het evenwicht? /6&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;concentratie wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
principe van Le Chatelier&lt;br /&gt;
hogere concentratie → meer kans op botsingen → sneller&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;druk wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
bij drukverhoging → daalt volume → c=n/v dus concentratie stijgt (vanaf dan analoog aan Le Chatelier)&lt;br /&gt;
bij drukverlaging is gunstig voor reacties waarbij ΔN = (N&amp;lt;sub&amp;gt;producten&amp;lt;/sub&amp;gt; - N&amp;lt;sub&amp;gt;reagentia&amp;lt;/sub&amp;gt;) negatief is(N staat voor de coëfficiënten van de stoffen in de reactie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;temperatuur wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
K&amp;lt;sub&amp;gt;ev&amp;lt;/sub&amp;gt; is temperatuursafhankelijk → ΔG =-RTln(K) ↔ ln(k)=-ΔH/RT +ΔS/R (teken grafiek 1/T met ln(k))&lt;br /&gt;
endo → hoge T is gunstig&lt;br /&gt;
exo → lage T is gunstig&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Wat is het verband tussen neerslag- en complexatiereacties? /4&lt;br /&gt;
ionen met een hoge ladingsdichtheid kunnen niet zoals bijvoorbeeld Na&amp;lt;sup&amp;gt;+&amp;lt;/sup&amp;gt; en Cl&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; (afkomstig van goed oplosbaar zou NaCl) in oplossing voorkomen,&lt;br /&gt;
aangezien dit niet stabiel is.&lt;br /&gt;
gaan dus ofwel neerslaan ofwel complexeren&lt;br /&gt;
(K&amp;lt;sub&amp;gt;sp&amp;lt;/sub&amp;gt; en 1/K&amp;lt;sub&amp;gt;st&amp;lt;/sub&amp;gt; vergelijken → de stabielste toestand gaat zich dan voordoen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Teken de lewis-structuur, geef het sterisch getal, hybridisatie, geometrische en atoomstructuur van HCN en ICl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. Geef ook aan of ze polair zijn of niet. /3&lt;br /&gt;
#Leid de K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; af van AsO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van zijn standaarreductiepotentiaal. Kies zelf een goed redoxkoppel. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Welke verbindingen zijn zelf niet zuur of basisch, maar vertonen wel zure of basische eigenschappen als ze in water gebracht worden? /6&lt;br /&gt;
#Hoe kunnen meerdere verschillende kationen die samen in een mengsel voorkomen, van elkaar gescheiden worden? Waarop moet je letten om de scheiding zo volledig mogelijk te laten gebeuren? /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming /3&lt;br /&gt;
#correcte redoxreactie van 2 gegeven koppels schrijven en berekenen dat dit een aflopende reactie is. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Bij welke reacties is quenchen van toepassing? Leg goed uit en geef een voorbeeld. /4&lt;br /&gt;
#Vergelijk chroomvocht, piranhazuur, koningswater en cyanide in base als oplossmiddel voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Roosterenergie berekenen /2.5&lt;br /&gt;
#concentratie zout berekenen die toegevoegd moet worden om gegeven hoeveelheid neerslag op te doen lossen. /3.5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
VM&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je de reactiesnelheid beïnvloeden? Wat betekent dit voor het chemisch evenwicht? /4&lt;br /&gt;
#Wat gebeurt er bij de elektrolyse van water voor geen, een weinig en veel NaCL? /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#pH + werkelijke ionenconcentraties van een bioprotisch zuur berekenen /3&lt;br /&gt;
#een slecht oplosbaar zout oplossen aan de hand van complexatie door een te berekenen massa NaCl toe te voegen /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je het evenwicht naar de kant van de producten brengen? Heeft dit een invloed op de snelheid?&lt;br /&gt;
#Geef het verband tussen protontransferreacties en elektrontransferreacties. Geef voorbeelden die dit verduidelijken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming.&lt;br /&gt;
#Bepaal de hybridisatie en geometrie van PCl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; en SF&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;. Teken de atoomstructuur en zijn deze moleculen polair of apolair en een uitleg waarom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Vuistregels met afleiding van buffers geven, dit ook toepassen op pH titraties, bloed als buffer bespreken&lt;br /&gt;
#Hebben kationen basische of zure eigenschappen, zijn dit dan zwakke of sterke zuren of basen (voorbeelden kunnen helpen en verduidelijkend zijn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen &lt;br /&gt;
#Aantal mL en molair NiSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;-oplossing samenvoegen met een aantal ml en molair NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;, toon aan dat ondanks het gevormde complex nikkel (II) ammoniak er toch nog neerslag gevormd wordt&lt;br /&gt;
#Een tabel gegeven van temperatuur en snelheidsconstante, de opdracht is grafisch de activeringsenergie te berekenen en k te berekenen bij 250°C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== XX Augustus 2016 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leg de verschillende soorten isomerie uit + wat is tautomerie?&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom fluoride in tandpasta zit (alle 6 puntjes geven, dus ook vorming CaF uitleggen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Random oefening uit oefenzitting&lt;br /&gt;
#Berekend de K&amp;lt;sub&amp;gt;w&amp;lt;/sub&amp;gt; vertrekkende vanuit de standaardreductiepotentialen voor water in zuur/basisch milieu&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===XX januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leg de elementaire reactiestappen uit adhv voorbeelden (mono,bi,termoleculair, stationariteitsprincipe, vorming ozon)&lt;br /&gt;
#Geef de &#039;&#039;&#039;essentie&#039;&#039;&#039; van een titratie + grafieken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
#Oplosbaarheid van AgNO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; berekenen na toevoegen van een of ander zuur/base&lt;br /&gt;
#nog een oefening&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===  11 januari 2016 ===&lt;br /&gt;
#Hoe bepaal je de geometrische structuur bij covalent gebonden atomen en geef 3 voorbeelden &lt;br /&gt;
#bij welke reactie is quenching van toepassing?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===XX januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#heterogene en homogene en enzymatische katalysator + alles uitleggen hiervan&lt;br /&gt;
#loodbatterij&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Verschillen tussen Co en Fe en zeggen waarom Fe gebruikt wordt voor zuurstof transport &lt;br /&gt;
#het verschil tussen C dubbel gebonden en enkel gebonden &lt;br /&gt;
#bij de oefeningen was eentje E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; bepalen ahv K&amp;lt;sub&amp;gt;a&amp;lt;/sub&amp;gt; en een andere E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; &lt;br /&gt;
#andere grafisch de orde enzo bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 JAN 2014===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Roosterenergie van 2 roosters (NaCl en MgO) berekenen met de formule, zeggen of er nog een andere manier was om die te vinden (Hess) en of er een verschil in uitkomst te verwachten was tussen de twee manieren. Vergelijken van de pH van de twee oplossingen.&lt;br /&gt;
#Uitleggen waarom termoleculaire reactiestappen omwaarschijnlijk zijn. Reactiemechanisme van 2HI + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; → I&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O  geven. Stationariteitsprincipe uitleggen en zeggen of het op die reactie van toepassing was. &lt;br /&gt;
#Waar/soms waar/niet waar: Een proces is spontaan als de entropie in het systeem toeneemt. &lt;br /&gt;
#Uitleggen wat een buffer is en de vuistregels voor een goede buffer uitleggen zonder de hele wiskundige berekening te doen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen.&lt;br /&gt;
#Oplosbaarheid van AgBr, complexatie met thiosulfaat en alternatieve manier geven om oplosbaarheid te verhogen. Uitleggen waarom die laatste manier weinig effect zou hebben.&lt;br /&gt;
#Celpotentiaal berekenen van een gegeven schematische voorstelling.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 JAN 2013===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de elektronenstructuur van de atomen N en O met die van de moleculen N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;. Licht de hierbij essentiële principes toe.&lt;br /&gt;
# Geef de chemische functies van water. Geef bij iedere functie een voorbeeld in de vorm van een reactievergelijking. Is water sterk of zwak in deze functie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# CuSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing met NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing (grootheden gegeven). Laat zien dat er ondanks de complexatie toch nog neerslagvorming optreedt.&lt;br /&gt;
# Gegeven concentraties (van reactieproduct) in functie van de tijd. Bepaal grafisch de orde en de halfwaardetijd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 FEB 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Geef twee vuistregels voor een goede buffer en toon ze aan aan de hand van de neutralisatiegraad en de buffer capaciteit. &lt;br /&gt;
#* Geef het verband hiervan met pH- titratie &lt;br /&gt;
#* Is bloed een goede buffer ? Verklaar. &lt;br /&gt;
# Verklaar waarom men tandpasta fluorideert.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie.&lt;br /&gt;
# Broom in base.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Welke reacties kunnen optreden als katalysator bij redoxreacties?&lt;br /&gt;
# Leidt de halfreacties van een zwavelzure loodbatterij af&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# hoe bepaal je de elektronenconfiguratie van diatomaire moleculen en geef twee duidelijk verschillende voorbeelden&lt;br /&gt;
# vergelijk Al en Li voor batterijen, geef voor en nadelen en verklaar waarom er Li batterijen zijn en geen Al&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# staaf met enkele goed gekoze voorbeelden het belang van de ladingsdichtheid in de chemie&lt;br /&gt;
# welke reacties hebben er baat bij quenching toe te passen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie. &lt;br /&gt;
# Leg de elektrolyse van water uit in de volgende omstandigheden:1. zonder zout, 2. met een beetje zout en 3. met oplossing van veel zeezout. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
Theorie :&lt;br /&gt;
# geef de vuistregels voor bufferoplossing + afleiden buffercapaciteit en neutralisatiegraad. link met pH-titratie. vertellen over bloed als buffer, goede/slechte buffer?&lt;br /&gt;
# iets van Fe complexatie, waarom de natuur is aangepast aan ademhaling door complexvorming van Fe met zuurstof&lt;br /&gt;
Oefeningen :&lt;br /&gt;
# van deel C met een tabel met waarden, orde van reactie afleiden + grafisch k en t&amp;lt;sub&amp;gt;1/2&amp;lt;/sub&amp;gt; bepalen&lt;br /&gt;
# berekenen of PbOH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; neerslaat, uit een mengsel van PbSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; met NaOH geloof ik&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de bindingssterkte en reactiviteit van C=C en C - C (enkelvoudige binding) op 4 ptn&lt;br /&gt;
# Vergelijk de afhankelijkheid van de temperatuur voor de snelheidsconstante en de evenwichtsconstante&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===1 FEB 2011=== &lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek: Chroomvocht, Piranhazuur , koningswater en cyanide in base en hun werking op (edel)metalen. (/6)&lt;br /&gt;
# Wat is een indicator en hoe werkt het? (/4)&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# P&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; + BR&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; =&amp;amp;gt; PBR&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; vul aan met coefficienten en bereken de temperatuur waarvoor deze reactie spontaan zal verlopen. (/2.5)&lt;br /&gt;
# en een oefening over de combinatie van complexvorming van AlOH&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; en de neerslag van AlOH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. (/3.5)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 sep 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Verschillen en gelijkenissen tussen homogene, heterogene en enzymatische katalyse geven. Verduidelijken met vb.&lt;br /&gt;
# Bindingssterkte en reactiviteit vergelijken tussen C-C en C=C. Welke reacties ondergaan ze.&lt;br /&gt;
Oefingen:&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid&lt;br /&gt;
# Enthalpie &amp;amp;amp; Entropie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 jan 2010===&lt;br /&gt;
# bespreek de oplosbaarheid van metalen in zuur en basisch milieu (/6) &lt;br /&gt;
# bespreek &amp;amp;quot;quenching&amp;amp;quot; en voor welke reacties is dit toepasbaar? (/4) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen: &lt;br /&gt;
# bepaal de oplosbaarheid van AgBr in een molaire NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing (complexvorming) &lt;br /&gt;
# een reactie difluor en diwaterstof -&amp;amp;gt; 2HF. Gaat deze reactie op bij 500K ?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 jan 2010===&lt;br /&gt;
# vergelijk piranhazuur, koningswater, dichromaat en cyanide voor het oplossen van edelmetalen. (.../6)&lt;br /&gt;
# welke reacties kunnen als katalysator optreden bij een redoxreactie? (.../4)&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een oplossing van Ti(II)-ionen wordt in zuur midden getitreerd met een dichromaatoplossing (K&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;Cr&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;7-&amp;lt;/sub&amp;gt;oplossing). Hierbij worden het Cr(III)-ion en het Ti(III)-ion gevormd. Toon aan dat het gaat om een aflopende reactie.Het verloop van de titratie wordt potentiometrisch gevolgd en ook de pH wordt constant gemeten. In de oplossing zit nog een kalomelelektrode (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=0.25V) die aan de anode gekoppeld is en een platina-elektrode. Op zeker ogenblik - na het passeren van het equivalentiepunt - wordt een celpotentiaal van 0.95V gemeten en een pH van 1.2. Bereken de concentratie aan Cr&amp;lt;sup&amp;gt;3+&amp;lt;/sup&amp;gt; ionen, als je weet dat deze concentratie vier maal hoger ligt dan die van de dichromaationen. (.../3)&lt;br /&gt;
# Aan een oplossing van 70 ml 0.20 M nikkelsulfaat wordt 30 ml 0.60 M ammoniak toegevoegd. Toon aan dat er - ondanks de complexvorming - toch hydroxideneerslag gevormd zal worden. (.../3)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Toon het belang aan van ladingsdichtheid in de scheikunde. Geef telkens duidelijk verschillende voorbeelden als het over verschillende soorten reacties gaat.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van broom in base. Geef een relevante toepassing.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Bij 298 K gaat onderstaande reactie op. Men maakt een oplossing van 35,5 g van Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en 0,1 g van H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; in een totaal volume van 200 ml. Wat zijn de evenwichtsconcentraties van H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en HCl ?&lt;br /&gt;
#*H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) + Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) &amp;amp;lt;=&amp;amp;gt; 2HCl(g) &lt;br /&gt;
# Bereken de Kb van IO-, uitgaande van&lt;br /&gt;
#*IO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq) / HIO(l)   E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; = 1,13V&lt;br /&gt;
#*IO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq) / IO&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)  E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; = 0,15V&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Wat is een dipoolmoment?&lt;br /&gt;
# Vroeger werd kaliumpermanganaat e.a. veel gebruikt als goede oxidator. Tegenwoordig wordt pirhanazuur (mengsel waterstofperoxide/zwavelzuur) gebruikt. Waarom?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Temperatuurverandering berekenen van ijs (faseverandering,...)&lt;br /&gt;
# Nog zo&#039;n oefening in die aard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de temperatuursafhankelijkheid van de evenwichtsconstante en de snelheidsconstante.&lt;br /&gt;
# Waarom is een stof goed of slecht oplosbaar in water? En hoe kan je een slecht oplosbare stof beter oplosbaar maken?&lt;br /&gt;
# Maak een vergelijking tussen thermodinamica en kinetica van metathesereacties versus complexatiereacties.&lt;br /&gt;
# Geef de 2 hoofdregels voor het maken van een buffer en leid ze wiskundig af.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsconstante berekenen bij 45°C (je krijgt de reactie)&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is&lt;br /&gt;
# K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 feb 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reacties kunnen een redoxreactie katalyseren?&lt;br /&gt;
# Geef het verband tussen neerslagreacties en complexatiereacties en geef een goed gevonden voorbeeld.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsconstante berekenen bij 45°C (je krijgt de reactie)&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is&lt;br /&gt;
# K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg uit wat tautomerie is + vb.&lt;br /&gt;
# Voor het oxideren werden vroeger vaak de klassieke sterke oxidanten permanaat of dichromaat in zwavelzuur gebruikt, waarom is het gebruik van &amp;amp;quot;piranaha-zuur&amp;amp;quot; (waterstofperoxide in zwavelzuur) aan een opmars bezig?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# men wil 200 ml maken van een oplossing die 3,81g magnesiumcloride en 0,8g natriumhydroxide bevat. Hoeveel gram ammoniumbromide moet er ook in deze oplossing zitter, opdat er geen neerslag is?&lt;br /&gt;
# Boven/onder welke temperatuur gaat deze reactie spontaan op? &lt;br /&gt;
#* N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; (g) + O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) = 2NO (g)&lt;br /&gt;
#* Bereken ook de evenwichtsconstante bij 68°C.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# geef verband van de ionbinding en de covalente binding + verklaar&lt;br /&gt;
# geef verband pH en redoxpotentiaal&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# bereken kb van een stof aan hand van 2 redoxpotentialen &lt;br /&gt;
# oefenening waar je een eind temperatuur moest berekenen met warmtecapaciteit en latente verdampingswarmte (aangezien er een faseovergang is)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R0883495</name></author>
	</entry>
</feed>