
<?xml version="1.0"?>
<feed xmlns="http://www.w3.org/2005/Atom" xml:lang="nl">
	<id>https://wiki.chemika.be/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=R0898426</id>
	<title>Chemika Examenwiki - Gebruikersbijdragen [nl]</title>
	<link rel="self" type="application/atom+xml" href="https://wiki.chemika.be/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=R0898426"/>
	<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Speciaal:Bijdragen/R0898426"/>
	<updated>2026-07-28T08:21:49Z</updated>
	<subtitle>Gebruikersbijdragen</subtitle>
	<generator>MediaWiki 1.43.0</generator>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Plant_Molecular_Biology_and_Biotechnology&amp;diff=4788</id>
		<title>Plant Molecular Biology and Biotechnology</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Plant_Molecular_Biology_and_Biotechnology&amp;diff=4788"/>
		<updated>2025-11-24T14:53:45Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R0898426: Nieuwe pagina aangemaakt met &amp;#039;Categorie: Mabb  == Vakinformatie == Plant Molecular Biology and Biotechnology  == Examenvragen ==&amp;#039;&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie: Mabb]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Vakinformatie ==&lt;br /&gt;
Plant Molecular Biology and Biotechnology&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Examenvragen ==&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R0898426</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Categorie:Machemie&amp;diff=4787</id>
		<title>Categorie:Machemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Categorie:Machemie&amp;diff=4787"/>
		<updated>2025-10-29T15:38:04Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R0898426: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Vakken die worden gedoceerd in de Master Chemie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Vergeet niet om na je examen de wiki aan te vullen!&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Of stuur een mailtje naar webmaster@chemika.be met de examenvragen en de naam van het vak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Don&#039;t forget to add your exam questions to the wiki after your exam!&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Or send an email to webmaster@chemika.be with the exam questions and the name of the course.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R0898426</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=4648</id>
		<title>Moleculaire Herkenning</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=4648"/>
		<updated>2025-06-18T11:18:01Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R0898426: /* 17 juni 2025 (VM) */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verplicht vak voor chemie. Moleculaire herkenning wordt gedoceerd door 2 proffen. Mario smet en Wim &amp;amp;quot;sandalen&amp;amp;quot; Dehaen. 50% van de punten staan op het examen, de andere 50% staan op een paper. Op het examen worden mondelinge vragen gesteld over de paper. Bij prof. Smet zijn dit normaal enkel de vragen die hij geeft bij de feedback op de paper,&lt;br /&gt;
prof. Dehaen stelt vaak ook extra vragen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===17 juni 2025 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
##Koppelvraag: Koppel elke gastmolecule aan een geschikte gastheer en oplosmiddel. Niet elke gastheer of elk oplosmiddel moet gebruikt worden; hergebruik is toegestaan.&lt;br /&gt;
##*Gasten: hexadecyltrimethylammoniumchloride (focus op het hexadecyltrimethylammonium-kation), tetraethylammoniumnitraat (focus op nitraat), 1-naftaleensulfonzuur, 4-aminobutaanzuur.&lt;br /&gt;
##*Gastheren: [2.2.2]-cryptand, resorcinareen, α-cyclodextrine, β-cyclodextrine, lariatkroonether met amine-/amidegroepen in de staart, azakroonether-achtige macrocyclus met meerdere amines en twee benzeenringen als ‘caps’.&lt;br /&gt;
##*Solventen: dichloormethaan (DCM), methanol, water (pH 2, 7 of 10).  &lt;br /&gt;
##**Tip: 4-aminobutaanzuur komt voor als zwitter-ion (combinatie met lariatether (zuur = h-brug acceptor dus met de NH staart, amine = h-brug donor dus met kroonether), 1-naftaleensulfonzuur met beta-cyclodextrine, nitraat met het azakroonether, hexadecyltrimethylammoniumchloride was volgens mij met het resorcinareen.)&lt;br /&gt;
##Wat is het effect van rigide groepen op de effectieve molariteit (EM)?&lt;br /&gt;
##Stel een synthesetraject op voor het thia-analoog van de [2.2.2]-cryptand, vertrekkende van triethanolamine. Hoe maximaliseren we de synthese?  &lt;br /&gt;
##*Tip: OH vervangen door betere leaving-group (bv tosyl), dat laten reageren met een thiol (bv ethane-1,2-dithiol). Maximaliseren met hoge verdunning en base (cesiumeffect).&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
##Welk proces heeft de kleinste entropieverandering?  &lt;br /&gt;
###Een cyclisatie waarbij een alkyn (R–C≡CH) met een triazene reageert tot een triazoolring  &lt;br /&gt;
###Vorming van een waterstofbrug tussen amidegroepen&lt;br /&gt;
##Wat is het teken van ρ in de Hammetvergelijking bij complexatie van K⁺ met een kroonether die een benzeenring bevat, waarbij R een substituent is op die aromatische ring? Geldt dezelfde redenering ook voor een kroonether waarbij R via een CH₂-keten aan de kroonether is gekoppeld (dus kroonether–CH₂–R i.p.v. kroonether–C₆H₄–R)?  &lt;br /&gt;
##*Tip: zelfde redenering geldt niet want er wordt geen rekening gehouden tussen inductieve en mesomere effecten bij rho (dus mesomeer gevend kan inductief zuigend zijn).&lt;br /&gt;
##Wat is transfectie? Wat is het probleem bij transfectie, en hoe kan supramoleculaire chemie dit oplossen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2025 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#*Synthetiseer een [2.1.1]cryptand&lt;br /&gt;
#*Belang resorcinol molecule in de supramoleculaire chemie bespreken, had te maken met boot-/stoel-conformatie dus resorcinarenen. En dan toepassingen van resorcinarenen geven ( complexatie met quaternaire amoniumzouten en vooral cavitanden en carceplexen)&lt;br /&gt;
#*standaard combinatievraag&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#* Exact hetzelfde als 30 augustus 2021&lt;br /&gt;
#* Bij vraag 2: Let op de basisiciteit van de stikstofatomen -&amp;gt; alternatieve molecule zal een zuur-base reactie hebben met de stikstof van de macroring, waardoor je geen pseudo-rotaxaan kan krijgen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2024 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#*Synthetiseer 4de molecule p78, waarvan 2 van de 4 moleculen: R = propyl en de andere 2 hadden geen tert-buthyl maar een monoazakroonether. Gegeven waren startproducten formaldehyde (mag je 2 keer gebruiken), monoazakroonether en tertbuthylfenol. Zoek een juiste volgorde van synthesestrategie. (Bijvraag: wat en hoe reageert formaldehyde en waar op de ring)&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen een vaste-toestand-inclusiecomplex en een clathraat? (Bijvraag: iets van voorbeeld gegeven)&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen sephulcraat, sidefoor of sacrofagine? En hoe worden deze bereid uit formaldehyde en ethyleendiamine? &lt;br /&gt;
#*Klassieke vraag van 4 gastheren, 4 gasten en 5 solventen. Geef ook welke niet-covalente interacties er aanwezig zullen zijn.&lt;br /&gt;
##*Gasten (structuren gegeven): 1,4-benzendicarboxylic acid / Paraquat / isocyanuurzuur / ureum&lt;br /&gt;
##*Gastheren (structuren gegeven): Glycoluril (6 keer in een cirkel) / en nog 3 anderen die ik niet ken)&lt;br /&gt;
##*Solventen Water pH 3 / 7 / 10 / MeOH en DCM (Let op met de interacties)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#*2 reacties gegeven (1 met 2 moleculen waarbij covalente binding gevormd wordt, 2 azijnzuren die H-bruggen vormen) welke heeft de grootste entropieverandering?&lt;br /&gt;
#*Molecule gegeven met pi-pi-stapeling. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho? Leg uit als er pH-afhankelijkheid is voor het teken? (Ja!)&lt;br /&gt;
#*Molecule gegeven met 5 H-bruggen, we willen de bindingsconstante van H-brug met * bepalen. Hoe doen we dit? Er zullen problemen opduiken. Geef een oplossing voor deze problemen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 Juni 2024 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel van Dehaen&lt;br /&gt;
#*Volgende moleculen werden getest op gast-gastheer complexvorming met chloride-anion. Bij hetzelfde solvent ging de complexvorming het best op met gastheer 1, dan 2 en dan 3 die beduidend veel slechter complexeerde. Nochtans heeft 3 een extra H op de aromatische N in vergelijking met 1. De onderzoekers linkten de slechte complexvorming bij 3 met een verschil in preorganisatie. Leg uit. (Het kwam erop neer dat je de groepen juist moest uittekenen en dan de juiste interacties moest vinden.) [[File:Vraag1Wim.png|caption]]&lt;br /&gt;
#*Rangschik volgende moleculen van slechtst naar best voor complexvorming met een Li-kation. [[File:Vraag2Wim.png|caption]]&lt;br /&gt;
#*Geef een voorstel van de synthese van hexathia-18-kroon-6 waarbij je bèta-halogeensulfiden vermijdt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel van Mario&lt;br /&gt;
#*Wat is de ceiling temperature en floor temperature? Wat is hun fysische betekenis? Geef een voorbeeld van supramoleculaire polymeren bij elke soort temperatuur. Leg uit wat het belang is van de ceiling temperature bij duurzame afvalverwerking van de polymeren.&lt;br /&gt;
#*Rotaxaanvormingsreactie gegeven. Bepaal het teken van de Hammet-parameter rho met betrekking tot substituent R voor de ligging van het ev. Zou deze rotaxaanvorming ook opgaan met een difenylamine? (exact zelfde vraag als augustus 2021)&lt;br /&gt;
#*Waarom worden cyclodextrines gebruikt in geneesmiddelen? Leg uit aan de hand van de Lipinski regels voor orale beschikbaarheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 Juni 2023===&lt;br /&gt;
#Deel van Dehaen&lt;br /&gt;
#*Hoe maak je 1,4,10,13-tetraäza-18-kroon-6 uitgaande van 1,2-diaminoëthaan en eventueel andere reagentia? Welke techniek zou je gebruiken om een maximale opbrengst te bekomen?&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen een vaste-toestand-inclusiecomplex en een clathraat?&lt;br /&gt;
#*Wat zijn sepulchraat- en sarcofaginecomplexen en hoe kan je ze bereiden met ethyleendiamine en Co(III)?&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag: Combineer telkens een gast, gastheer en een solvent. Er zijn 4 gastheren, 4 gasten en 5 solventen gegeven. Bij elke gastheer hoort 1 gast en vice versa. Er zijn meer solventen gegeven dan gasten en gastheren, dus hier kan je er al zeker 1 niet gebruiken. Geef een korte verklaring bij elke combinatie die je maakt.&lt;br /&gt;
#**Gastheren: 1. een cyclofaan met 2 ringen en 3 NH&#039;s tussen de ringen aan elke kant (tussen elke NH zat een CH2). 2. Cucurbit[6]uril. 3.Een klein cyclisch molecule met 2 aromatische ringen met een N naar binnen gewezen. Boven deze ring zijn 2 of 3 NH&#039;s, eronder 2 N-CH3&#039;s. 4. Een groot cyclisch molecule met aromatische ringen met een N (naar binnen wijzend) en tussen de aromatische ringen een koolstofketen met NH&#039;s (ook 2 random C=O bindingen die naar buiten wijzen, links- en rechtsboven).&lt;br /&gt;
#**Gasten: 1. Koolstofketen met aan elke uiteinde een aromatische ring. Op de verbinding tussen de keten en elke ring zit een positief geladen N. 2. ureum. 3. Cyclohexaan met afwisselend een O (C=O, met C de C van de ring en O het substituent) en een NH2 als substituent (in totaal volledig gesubstitueerd). 4. Een aromatische ring met 2 COOH substituenten in para.&lt;br /&gt;
#**Solventen: Water (pH 3,7 of 10), methanol of dichloormethaan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel van Mario&lt;br /&gt;
#*Er is een afbeelding gegeven van het complex dat KI coöperatief kan binden adhv Zn (staat ook in de slides bij coöperativiteit). Dan staan er bindingsconstantes gegeven van KI, KClO4, NaI en NaClO4 met KI duidelijk de hoogste bindingsconstante.&lt;br /&gt;
#**a) Verklaar de waargenomen resultaten.&lt;br /&gt;
#**b) Welke binding gaat volgens jou gepaard met de grootste entropieverandering? Verklaar.&lt;br /&gt;
#*18-kroon-6 is gegeven met een aromatische ring erop en aan de aromatische ring hangt een R. Wat is het teken van rho indien de complexeren van K+ met deze structuur bekijken en wat is de verhouding met R? Geef in je antwoord zeker de volledige Hammett-vergelijking. Dan staat er een tweede afbeelding gegeven, ook 18-kroon-6, maar hier is het substituent -CH2-R. Geldt dit ook voor de tweede structuur?&lt;br /&gt;
#*Wat zijn de voor- en nadelen van supramoleculaire polymeren?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 Juni 2022 ===&lt;br /&gt;
#Dehean&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag&lt;br /&gt;
#**Solvent: CH2Cl2, MeOH, H2O pH (2,7,12)&lt;br /&gt;
#**Guests: trimethylhexadecylammonium *Cl-*, *tetrabutylammonium* nitraat, naftaleen-1-sulfonzuur, 4-aminobutaanzuur&lt;br /&gt;
#**Hosts: zeven, enkel molecule gegeven dus kan ze niet opnoemen ([2,2,2]-cryptand met enkel zuurstof, ...)&lt;br /&gt;
#*Verband EM &amp;amp; rigide groepen&lt;br /&gt;
#*Synthese hexathia-analoog van [2,2,2] cryptand, uitgaande van triëthanolamine&lt;br /&gt;
#**Hoe maximaliseren we de synthese?&lt;br /&gt;
#Smet&lt;br /&gt;
#*Bespreek compensatiegedrag entropie en enthalpie&lt;br /&gt;
#*Welke technieken om verschil tussen een catenaan en zijn 2 aparte ringen te meten (vermeld eventuele eigenschappen die nodig zijn op de macroringen)&lt;br /&gt;
#*Azidothymidine: structuur gegeven, voorspel werking en bio-beschikbaarheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 Augustus 2021===&lt;br /&gt;
[https://i.imgur.com/eDCNSJR.jpg Dehaen] &amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
[https://i.imgur.com/JolZOyK.jpg Smet]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 juni 2021===&lt;br /&gt;
#Dehaen&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag. &lt;br /&gt;
#**Gasten: naftaleenderivaat, nitraat, aminobutaanzuur,... &lt;br /&gt;
#**Gastheren: alpha-cyclodextrine derivaat met een quaternair amoniumzout aan gebonden, beta-cyclodextrine derivaat, kroonether met thioureumfuncties, een lariatether, [2.2.2] cryptand met zuurstof als donoratomen en N als bruggenhoofden. &lt;br /&gt;
#**Solvent: water pH 2, 7, 10, methanol, CH2Cl2&lt;br /&gt;
#*Verband EM &amp;amp; rigide groepen&lt;br /&gt;
#*Synthese van het thia-analoog van de [2.2.2]-cryptand startende van een triethanolamine. &lt;br /&gt;
#Smet&lt;br /&gt;
#*Leg uit waarom de meeste polymerisatiereacties slechts opgaan onder een bepaalde temperatuur. Geef de naam van deze temperatuur. &lt;br /&gt;
#*Leg uit waarom sommige polymerisatiereacties enkel opgaan boven een bepaalde temperatuur. Geef de naam van deze temperatuur. Geef een voorbeeld van een monomeer dat dergelijk gedrag vertoond. &lt;br /&gt;
#*Vraag over een complexatiereactie met een R-substituent en wat het teken van rho zou zijn in de Hammett-vergelijking.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 juni 2019 VM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Uitleggen waarom verzeping plaatsvindt van een gegeven molecule met KOH in tolueen enkel als een kroonether aanwezig (18-kroon-6 analoog)&lt;br /&gt;
#* Uitleggen waarom cyclodextrines geschikt zijn voor &amp;quot;drug delivery&amp;quot; en een geschikt cyclodextrinekiezen (alfa, beta, gamma) voor naproxen (naftaleenderivaat)&lt;br /&gt;
#* Waarom base gebruiken voor kroonethersynthese van catechol en oligoethyleenglycoltosylaten? (deproteneren / templaateffect van kation)&lt;br /&gt;
#** Verschillende kroonethers gegeven met variërende lengte en aantal zuurstoffen. Hij vraagt om voor elke kroonether de juiste base te kiezen&lt;br /&gt;
#** Keuze uit 5 basen: LiAcO, KAcO, NH4AcO, CsAcO en moleculair kation en AcO-&lt;br /&gt;
#* Resorcinaren worden gevormd in zuur milieu maar na een tijdje zal het thermydynamischer stabieler zijn (stoel versus boot)&lt;br /&gt;
#** Geef interacties van beide isomeren in basisch milieu met een tetraalkylammonium-kation&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* 2 associaties gegeven, welke van de 2 associaties heeft de kleinste entropieverandering? (A = H-brugacceptor &amp;amp; D = H-brugdonor)&lt;br /&gt;
#** Associatie 1: ADA DAD (letters staan eigelijk onder elkaar)&lt;br /&gt;
#** Associatie 2: AAA DDD (letters staan eigelijk onder elkaar)&lt;br /&gt;
#* Molecule gegeven met R-groep  dat interacties aangaat met een chloride-anion&lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn er voornamelijk?&lt;br /&gt;
#** Wat voor groep moet R zijn? Hoe verhoudt zicht dat tot de parameter rho?&lt;br /&gt;
#* Bespreek biobeschikbaarheid van morfine (structuur gegeven) &lt;br /&gt;
#** Heroïne heeft een sterker effect op het centraal zenuwstelsel, verklaar? (gegeven dat morfine reageert met overmaat azijnzuuranhydride en heroïne vormt).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineer:&lt;br /&gt;
#** Gasten: trimethylhexadecylammoniumion, nitraation, 4-aminoboterzuur, naftaleensulfonzuur. &lt;br /&gt;
#** Gastheren: resorcinareen, benzokroonether met één N en op die N zat een keten (keten = CH2 C6H4 CH2 ... NH C=NH NH ... azole ring), twee speciale cyclodextrines (eentje was een ring van zes monomeren met een ammoniumfuntie op, de andere was een ring van zeven monomeren met een thia-amine keten op), een ring met drie benzenen en tussen elke benzeen de groep CH2 CH2 NH C=S NH CH2 CH2), nog eentje die ik me niet herinner&lt;br /&gt;
#** Solventen: de gewoonlijke&lt;br /&gt;
#* Effect rigide groepen op EM&lt;br /&gt;
#* Synthese thia analoog [2.2.2]cyrptand, hoe synthese verbeteren?&lt;br /&gt;
#*Pillarenen uitleggen, verband andere calixarenen&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welke reactie geeft de grootste entropie veranderingen? eentje is het azijnzuur dimeer, de andere is de cyclisatie van twee ringen (eentje is maleïnezuuranhydride en de ander cyclohexa-1,3-dieen) (volgens chemdraw heet het gevormde molecule (4R,7aS)-3a,4,7,7a-tetrahydro-4,7-ethanoisobenzofuran-1,3-dione). Bijvraag: iets met de deeltermen van de entropie, bij welke is welke het grootst? &lt;br /&gt;
#* Geef teken rho (Hammett) van de complexatie van K+ met een benzokroonether met aan die benzeenring een substituent R. Geldt deze redenering voor rho ook voor een tweede kroonether die aan een ethyleen eenheid een CH2R groep heeft hangen?&lt;br /&gt;
#* Bespreek relenza en tamiflu, over hun biobeschikbaarheid en mechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineren van gast, gastheer en solvent met als gasten: lanthaan, paraquat en nog een dicarbonzuur, als gastheren verschillende calixarenen in water ph 2,7,10, methanol of chloroform&lt;br /&gt;
#* Vraag welke het beste zou zijn voor ionentransport over een organisch membraan: diglyme of 2,2,2 kryptand&lt;br /&gt;
#* Een synthese van een 2,2,2 thiakryptand derivaat&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Ceiling &amp;amp; floortemperatuur + voorbeeld&lt;br /&gt;
#* Met de hammetvgl werken en teken van rho bepalen bij een complexvorming van pseudorotaxaan&lt;br /&gt;
#* Invloed van ... (cyclodextrine?) op transport van medicijnen en da linken aan de lipinskiregels&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 VM ===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze 1,3benzeenringen hebben geen buty meer, en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd. &lt;br /&gt;
#* Nonactine &amp;amp; valinomycine&lt;br /&gt;
#* Gast, gastheer, solvent: &lt;br /&gt;
#** H2O (pH = 3,7, 10), DCM, MeOH&lt;br /&gt;
#** Na+, ammoniumzout*, diamide*, benzoezuur (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
#** Calix[4]areen*, resorcinol uit acetaldehyde en 24u reflux, benzokroonether*, alfa-cyclodextrine, diamine* (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welk proces geeft de grootste entropieverandering met zich mee? &lt;br /&gt;
#** Furaan + H2C=COOR --&amp;gt; furaanring waarvan de twee dubbele bindingen weg zijn en er eentje bij is gekomen waar er eerst de enkele binding was, en de twee koolstoffen naast de zuurstof zijn nu verbonden met de koolstoffen van de dubbele binding van het ester&lt;br /&gt;
#** twee carbonzuren die een dimeer vormen&lt;br /&gt;
#* Bepaal teken rho, heeft pH invloed (R-C6H5 pi-pi stapeling met C6H5-NH2)&lt;br /&gt;
#* Relenza en tamiflu (orale beschikbaarheid en mechanisme)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel de synthese op voor het Lehn&#039;s sferand (structuur gegeven) vanuit (derivaten van) diëthyleenglycolen.&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge-verdunningsvoorwaarden en hoe werkt dit?&lt;br /&gt;
#* Combineer. Gastheren: cyclisch guanidine, cucurbit[8]uril, 30-kroon-10. Gasten: arginine, N-acetyltryptofaan, 1,4-bis(aminoimidazoline)butaan. Solventen: Chloroform, methanol, water pH 2, 7 en 10. (structuren gegeven)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: een pyrrool gesubstitueerd met een alkeen met twee R-substituenten (willekeurig). Dit molecule interageert met een onbekende receptor. Welke interactie veronderstel je? Bepaal het teken van rho. Wat gebeurt er met de absolute waarde van rho wanneer je een R-substituent vervangt door een H-atoom.&lt;br /&gt;
#* Wat is transfectie en hoe kan supramoleculaire chemie hierbij helpen?&lt;br /&gt;
#* Twee verbindingen gegeven, elk met 3 waterstofbindingen (structuren uit slides deel supramoleculaire polymeren). Welke verbinding heeft de grootse associatieconstante en waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke factoren beinvloeden de effectieve molariteit&lt;br /&gt;
#* synthese van hexathia18-kroon-6 vanuit ethyleenglycol en bis(2hydroxyethyl)sulfide op een veilige manier en wat doen we om de opbrengst zo hoog mogelijk te houden&lt;br /&gt;
#* wat zijn ansa-verbindingen en hoe kunnen ze meer inzicht geven over de ruimtevulling van de groepen&lt;br /&gt;
#* een structuur gegeven met 2 NH2 groepen een kroonether en een R (fenyl). 4-aminobutaanzuur is beter oplosbaar dan glycine (2-aminoazijnzuur) en 6-aminohexaanzuur. Hoe komt dit, welke interacties. De oplosbaarheid stijgt wanneer we R vervangen door (4-NO2-fenyl). Verklaar.&lt;br /&gt;
#* er zijn twee isomeren bij de synthese van resorcinarenen. Welke zijn dit?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#SMET:&lt;br /&gt;
#* gegeven een amide: RR&#039;C=CH-CO-N(CH3)2 met onbekende receptor gaat interageren:&lt;br /&gt;
Welke interactie verwachten we, teken van reactieparameter, plus redeneer. Wat gebeurt er met de absolite waarde van de reactieparameter als we een van de R groepen vervangen door een H.&lt;br /&gt;
#* lipskin regel geven en wat is het belang tegenwoordig in farmaceutische industrie &lt;br /&gt;
#* Bij synthese van rotaxanen volgens iemand (Stoddart ofzo)(tetrakationisch complex) zal threading een hogere opbrengst geven dan clipping waarom?&lt;br /&gt;
Waarom dan niet altijd threading?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze twee benzeenringen zijn ook gedebutyleerd en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd.&lt;br /&gt;
#* Bespreek aan de hand van hun structuurelementen de functie van nonactine en valinomycine (structuur gegeven).&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gastheren met de juiste gasten en solventen. Gasten: Natriumion, p-diaminobenzeen, p-diaminobenzeen met beide stikstoffen tetragebutyleerd, benzoÃ«zuur. Gastheren: calix[4]areen, een groot dibenzokroonether, een resorcinareen verkregen na 24 uur reflux, alfa-cyclodextrine en een aromatisch diamide. Solventen: water (pH 3, 7, 10), MeOH &amp;amp;amp; DCM.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* 4-R-pyridine. Deze gast bindt enkel aan de gastheer indien de stikstof geprotoneerd is. Bepaal het teken van de Hammett-parameter rho. Op welke interactie zou de complexatie kunnen berusten?&lt;br /&gt;
#* Geef de twee methoden die gebruikt kunnen worden om de associatieconstante te schrijven in functie van deelassociatieconstanten. Beschrijf de fysische basis van het probleem dat hierbij optreedt.&lt;br /&gt;
#* Bespreek de moleculaire basis van plaquevorming zoals die optreedt bij bijvoorbeeld de ziekte van Alzheimer. Wat zijn de therapeutische mogelijkheden om dit tegen te gaan? Bijvraag: op welke secundaire structuren en soorten interacties berust de associatie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven [2.2.2]cryptand uitgaande van chlooracetamide. Het cryptand heeft stikstoffen als bruggenhoofden, 2 ketens met telkens 2 zuurstoffen en 1 keten met 2 zwavelatomen. En hoe kan je de macroyclisatie bevorderen?&lt;br /&gt;
#* Transport van donor naar acceptorlaag via een organisch membraan? hoe gaat dit het beste met pentaglyme of met een [2.2.2]cryptand. Verklaar.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Je hebt een gesubstitueerd chinoline (onbekende substituent). Dit chinoline complexeert enkel met een gastheer als de N niet geprotoneerd is. wat is het teken van de hammet-parameter Rho? welke interactie zal er zijn tussen de gast en de gastheer?&lt;br /&gt;
#* Geef de 4 belangrijkste entropieveranderingen bij complexatie en bespreek. Welke is verantwoordelijk voor preorganisatie? Leg uit.&lt;br /&gt;
#* Invloed ketenlengte benzokroonether op rendement van een catenaan met een tetrakationisch cyclofaan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven calix[4]hemisferand uitgaande van 2 gegeven fenolen. De receprot bestond uit een calix[4]areen met een hemisferand aangehecht op de 1- en 3-posities.&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van valinomycine en nonactine: bespreek de functie  en hoe de verschillende structuurelementen hiertoe bijdragen.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#**solventen: zuur, neutraal of basisch water, methanol, dicchloormethaan&lt;br /&gt;
#**gastheren: cyclodextrine, een grote benzokroonether, een calyxareen, stoel resorcinareen en een heteroaromatische receptor met amidefuncties.&lt;br /&gt;
#**gasten: natriumion, aromatisch diamine, aromatisch diammoniumzout, benzoÃ«zuur&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Op welke 2 manieren kunnen we de totale associatieconstante beschouwen als een product van deelassociatieconstanten? Wat is bij elk het grootste fysisch probleem? Welk van deze 2 methoden is, op praktische gronden, te verkiezen en waarom?&lt;br /&gt;
#* Gegeven een amide met een para-gesubstitueerde fenylgroep op de N en de carbonyl. Dit molecule gaat waterstofbindingen aan met zowel de zuurstof als de NH. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho voor het substituent op elke benzeenring?&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van een receptor bestaande uit een porfyrinering, gekoppeld aan een calixareen met ketens die veel heteroatomen bevatten. De bindingsconstanten van KI is hoog, die voor NaI en NaClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; tussenin (en ongeveer gelijk), die van KClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; laag. Verklaar waarom. (Deze structuur staat in de cursus ter hoogte van het deel over coÃ¶perativiteit).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2012 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge verdunningsvoorwaarden en geef 2 voorbeelden hoe men dit in de praktijk bewerkstelligt.&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende affiniteit voor het kaliumkation en motiveer: 18-kroon-6, 1,10-dithia-18-kroon-6, benzo-18-kroon-6, [2.2.2]cryptand, 15-kroon-5, 21-kroon-7.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Voor een bepaald hydrofoob (gedeelte van een) gastmolecule werd aangetoond dat het de hydrofobe holte van de gastheer maar voor 55% vult in stabielste toestand. Verklaar thermodynamisch waarom het kan dat deze gedeeltelijk gevulde toestand meer bevoordeeld wordt dan de volledig gevulde holte.&lt;br /&gt;
#* &lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn van belang bij het catenaan gevormd uit &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039;, &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; en &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;?&lt;br /&gt;
#** Wat zou het effect zijn op de bindingsconstante moest het catenaan gevormd worden rond &#039;&#039;&#039;4&#039;&#039;&#039; i.p.v. &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039; en waarom?&lt;br /&gt;
#** Beredeneer het teken van de Hammett parameter Ï van de catenatiereactie van &#039;&#039;&#039;5&#039;&#039;&#039; met het monogealkyleerd derivaat van &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039; (hiermee wordt bedoeld, de open-ketenvorm van &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; enkelvoudig gebonden aan &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;). Sterische effecten van R mogen verwaarloosd worden [[Bestand:CatenaanSmet.png]]&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers synthetiseerden bovenste verbinding als receptor voor de onderste (tekening is &#039;&#039;ongeveer&#039;&#039; juist). Belangrijke interacties hierbij zijn H-bruggen, maar ook de Ï€-Ï€-interacties tussen de eindstandige benzeenringen spelen een beduidende rol. Om aard en sterkte van deze Ï€-Ï€-interacties te onderzoeken synthetiseerde men een aantal derivaten van beide, en mat men het verschil in bindingssterkte voor verschillende substituenten op de benzeenringen. [[Bestand:receptorSmet.png]]&lt;br /&gt;
#** Welke complicatie valt te verwachten bij deze metingen, vanwege de verschillende substituenten op de derivaten?&lt;br /&gt;
#** Verklaar de waargenomen tendensen in de gemeten energiebijdragen, weergegeven in de tabel (deze waarden zijn gecorrigeerd voor de complicaties waarnaar gevraagd in eerste subvraag dus zijn &#039;&#039;juist&#039;&#039;).&lt;br /&gt;
[[Bestand:tabelSmet.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Klassieke vraag. Verbind de juiste gast met gastheer en solvent. Licht toe en zeg welke interacties plaatsvinden.&lt;br /&gt;
#* Wat is de CAC? Waarom is het belangrijk dat deze gemeten wordt en hoe wordt deze gemeten?&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: [[Bestand:MolHerExamenMario.jpg]]&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;Bepaal het teken van &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;X&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep X en &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;R&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep R. Waarom gaat bij zÃ©Ã©r elektronenzuigende groepen, bv. X=F&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, de meting van de complexatieconstante met nucleofiele deeltjes niet meer correct verlopen?&lt;br /&gt;
#* Mag men de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de aromatische ring en de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de gedeprotoneerde carbonzuurfunctie zomaar optellen? Verklaar.&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenMario2.jpg]]&lt;br /&gt;
#* De synthese van rotaxanen op vaste drager kan handig zijn. Onwaar/waar en verklaar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* geef de structuur van cyclotriveratryleen en de synthese vanuit veratrol. Waarom zijn asymmetrisch gesubstitueerde CTV&#039;s chiraal?&lt;br /&gt;
#* hoe kunnen we eigenschappen van een gegeven cyclofaan gebruiken om de grootte van de substituent op de ring te bepalen&lt;br /&gt;
#* geef de synthese van de macroring 15 kroon 5 maar ipv met zuurstoffen met (NH , O , NH, S, S) vanuit HSCH2CH2SH en H2NCH2CH2OCH2CH2NH2&lt;br /&gt;
#* welke gast past in welk solvent bij welke gastheer? gasten: (Fe3+, Yb3+, tetramethylammonium, benzoaat) solventen: (methanol, DCM, water met pH=3,7,10) gastheren:(een resorcinareen, een [4]-calixareen met een -O-CH2COOH op elke ring, een [6]-calixareen met op de ring aan de ene kant een SO3H aan de andere kant een staart met een hydroxyamide rest aan, een [6]-calixareen met daaraan een staart met aan het uiteinde een fenylureum staart&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* gegeven: een receptor met daarop 2 groepen die waterstofbruggen vormen met een HO- en een -CHO op drie verschillende liganden. Welke complex zal het stabielste zijn, en verklaar dit energetisch en entropisch (ligand 1 is een bifenyl, ligand 2 is een bifenyl met een huge (triethylmethyl-)substituent op een van de ringen en ligand 3 is gewoon een alifatische keten met die oh en cho aan de uiteinden)&lt;br /&gt;
#* wat is de dubbele mutantcyclus een geef een voorbeeld dat de voordelen duidelijk maakt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (ochtend) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Bespreek de synthese van volgend cavitand, vertrekkende van resorcinareen. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#* Wat is [2,2]paracyclofaan? Geef de syntheses en eigenschappen (UV-spectrum).&lt;br /&gt;
#* Bespreek het kinetisch en thermodynamisch templaateffect.&lt;br /&gt;
#* 5 Macroringen gegeven; rangschik naar toenemende effectieve molariteit. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven 1-amino-5-R-naftaleen (met R een onbepaalde substituent). In een complex vormt deze aminogroep een waterstofbrug. Onderzoek wijst uit dat de &amp;amp;quot;reactie&amp;amp;quot;-parameter sterk positief is. Welke soort R-substituenten bevoordeligen de reactie? (leg uit met Hammett-vergelijking en de substituent-parameter) Bekleedt de aminogroep een donor- of acceptorfunctie bij het vormen van deze waterstofbrug?&lt;br /&gt;
#* Waarom is het entropieverlies van complexvorming in oplossing doorgaans kleiner dan in gasfase?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Verklaar waarom de effectieve molariteit stijgt bij een macrocysliche 10-ring, wanneer&lt;br /&gt;
#** a) rigide groepen worden gebruikt&lt;br /&gt;
#** b) heteroatomen worden gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verschil tussen een clathraat en een vaste stof-inclusie complex.&lt;br /&gt;
#* Schrijf de synthese op van dit cavitand (structuur is gegeven) vertrekkende van rescoriol. De cavitand is gelijkend op die in de cursus staat, maar op de 2&#039; plaats heeft deze een COOH groep.&lt;br /&gt;
#* VÃ¶gth synthetiseerde vele cryptanden met substituenten X (structuur is gegeven). Hoe kon hij daarmee de grootte van de caviteit bepalen? &lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Je krijgt een complexatie van een gast en gastheer die via pi-pi interacties complexeert en net naast deze aromatische ringen een waterstofbrug vormt met een amide op de gast.&lt;br /&gt;
#** Men wil d.m.v. substituenteffecten op de aromatische ringen ph1 (= op gast) en ph2 (= op gastheer) de bijdrage voor deze pi-pi interactie meten. Welke complicatie verwacht je echter met deze methode, bij dit specifieke complex?&lt;br /&gt;
#** Verklaar in de tabel (tabel met horizontaal de para-ph1 substituenten en vertikaal de para-ph 2 substituenten) de verlopen van de incrementen. (De incrementen zijn aangepast aan de complicatie die je in het eerste puntje moet geven en zijn dus correct)&lt;br /&gt;
#** Bepaal ook het teken van de Hammett rho parameters.&lt;br /&gt;
#* Trage complexen.&lt;br /&gt;
#** Hoe kan je in een NMR spectrum zien of je te maken hebt met een traag complex&lt;br /&gt;
#** Wat is het voordeel van een extreem traag complex? Geef een relevant voorbeeld van hoe we er gebruik van kunnen maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* match de gasten en de gastheren met de juiste solventen. Gast: 1,4-benzochinon, naftaleen-1,5-dicarbonzuur en 4-butylfenol (&amp;amp;quot;voor mensen die niet goed zijn in naamgeving, zal ik de moleculen even op bord tekenen&amp;amp;quot;). Solvent: water (ph= 2, 6, 10), MeOH, CCl4. Gasten: alpha-cyclodextrine, diazo-18-kroon-6, 18-kroon-6, [2,2]cyclofaan en 2 grote cyclofanen die getekend staan. Geef ook alle niet-covalente reacties en licht uw keuze toe&lt;br /&gt;
#* Wat is CAC, waarom belangrijk en hoe gemeten&lt;br /&gt;
#* reactie van een [2,2,1]cryptand opgebouwd uit bi en triÃ«thyleenglycolderivaten&lt;br /&gt;
#* Membraantransport  van kationen met kroonethers en de voorwaarden waaraan dat kroonether moet voldoen&lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Het teken van rho (Hammet) bepalen uit een tabel met stabiliteitsconstanten met verschillende gevers en zuigers. De link vinden met het reactiemechanisme. Bijkomende vraag: wat gebeurt er met een sterke base en een sterke elektronzuiger. (ja wat onduidelijk als je het molecule niet ziet natuurlijk...)&lt;br /&gt;
#* Stelling: voor het gegeven molecule mag ik zomaar de deltaG optellen om de totale deltaG te berekenen.&lt;br /&gt;
#* Waarom kan het voordelig zijn om synthese van rotaxanen uit te voeren op een vaste fase&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke ionen passen in welke macroringen? (K+, Ag+, Eu3+, Li+ en nog een vieze grote molecule) De macrocyclische verbindingen zijn ook gegeven. Welk solvent pak je best? (H2O, H2O pH 10, MeOH of chloroform) Vermeld welke interacties plaatsvinden&lt;br /&gt;
#* bespreek de synthese van: -een calix[4]areen met twee nitraten, twee n-propyloxy&#039;s en een azakroonetheroverbrugging-&lt;br /&gt;
#* Wat is zijn zelfassemblage en zelforganisatie en illustreer met een voorbeeld&lt;br /&gt;
# MS:&lt;br /&gt;
#* Tabel horende bij compensatie-effect gegeven. Welke interacties? Bespreek de tendens in de tabel en ook het verschil in \Delta S tussen gasfase en oplossing.&lt;br /&gt;
#* tekening van een catenaan met een cyclofaan met nogal wat N in rond een benzokroonether gegeven. Deze verbinding toont met H-NMR slechts twee signalen (3,45 en 6,26 ppm of zo) voor de hydrochinon-waterstoffen. Reden? Bespreek ook de multipliciteit van de signalen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Waarom is ethyleendioxy zo&#039;n populaire eenheid in kroonetherchemie&lt;br /&gt;
#* Welke 2 groepen zijn belangrijk bij de complexatie van Fe bij de sideroforen&lt;br /&gt;
#* 3 gasten (Lithium, azide, tetramethylammonium), 5 solventen (MeOH, H2O( pH 2,6,10), CCl4), gastheren ([2.2.2]-cryptand, all-cis resorcinareen, cram&#039;s sferand, 18-kroon-6,...)&lt;br /&gt;
# M.S.:&lt;br /&gt;
#* Synthese van tetrakationisch cyclofaan&lt;br /&gt;
#* Vraagje over receptor die interageert met gast, welk teken heeft de hammett parameter rho.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R0898426</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=4647</id>
		<title>Moleculaire Herkenning</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=4647"/>
		<updated>2025-06-18T10:15:27Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R0898426: /* 17 juni 2025 (VM) */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verplicht vak voor chemie. Moleculaire herkenning wordt gedoceerd door 2 proffen. Mario smet en Wim &amp;amp;quot;sandalen&amp;amp;quot; Dehaen. 50% van de punten staan op het examen, de andere 50% staan op een paper. Op het examen worden mondelinge vragen gesteld over de paper. Bij prof. Smet zijn dit normaal enkel de vragen die hij geeft bij de feedback op de paper,&lt;br /&gt;
prof. Dehaen stelt vaak ook extra vragen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===17 juni 2025 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
##Koppelvraag: Koppel elke gastmolecule aan een geschikte gastheer en oplosmiddel. Niet elke gastheer of elk oplosmiddel moet gebruikt worden; hergebruik is toegestaan.&lt;br /&gt;
##*Gasten: hexadecyltrimethylammoniumchloride (focus op het hexadecyltrimethylammonium-kation), tetraethylammoniumnitraat (focus op nitraat), 1-naftaleensulfonzuur, 4-aminobutaanzuur.&lt;br /&gt;
##*Gastheren: [2.2.2]-cryptand, resorcinareen, α-cyclodextrine, β-cyclodextrine, lariatkroonether met amine-/amidegroepen in de staart, azakroonether-achtige macrocyclus met meerdere amines en twee benzeenringen als ‘caps’.&lt;br /&gt;
##*Solventen: dichloormethaan (DCM), methanol, water (pH 2, 7 of 10).  &lt;br /&gt;
#*Tip: 4-aminobutaanzuur komt voor als zwitter-ion (combinatie met lariatether (zuur = h-brug acceptor dus met de NH staart, amine = h-brug donor dus met kroonether), 1-naftaleensulfonzuur met beta-cyclodextrine, nitraat met het azakroonether, hexadecyltrimethylammoniumchloride was volgens mij met het resorcinareen.)&lt;br /&gt;
##Wat is het effect van rigide groepen op de effectieve molariteit (EM)?&lt;br /&gt;
##Stel een synthesetraject op voor het thia-analoog van de [2.2.2]-cryptand, vertrekkende van triethanolamine. Hoe maximaliseren we de synthese?  &lt;br /&gt;
##*Tip: OH vervangen door betere leaving-group (bv tosyl), dat laten reageren met een thiol (bv ethane-1,2-dithiol). Maximaliseren met hoge verdunning en base (cesiumeffect).&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
##Welk proces heeft de kleinste entropieverandering?  &lt;br /&gt;
###Een cyclisatie waarbij een alkyn (R–C≡CH) met een triazene reageert tot een triazoolring  &lt;br /&gt;
###Vorming van een waterstofbrug tussen amidegroepen&lt;br /&gt;
##Wat is het teken van ρ in de Hammetvergelijking bij complexatie van K⁺ met een kroonether die een benzeenring bevat, waarbij R een substituent is op die aromatische ring? Geldt dezelfde redenering ook voor een kroonether waarbij R via een CH₂-keten aan de kroonether is gekoppeld (dus kroonether–CH₂–R i.p.v. kroonether–C₆H₄–R)?  &lt;br /&gt;
##*Tip: zelfde redenering geldt niet want er wordt geen rekening gehouden tussen inductieve en mesomere effecten bij rho (dus mesomeer gevend kan inductief zuigend zijn).&lt;br /&gt;
##Wat is transfectie? Wat is het probleem bij transfectie, en hoe kan supramoleculaire chemie dit oplossen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2025 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#*Synthetiseer een [2.1.1]cryptand&lt;br /&gt;
#*Belang resorcinol molecule in de supramoleculaire chemie bespreken, had te maken met boot-/stoel-conformatie dus resorcinarenen. En dan toepassingen van resorcinarenen geven ( complexatie met quaternaire amoniumzouten en vooral cavitanden en carceplexen)&lt;br /&gt;
#*standaard combinatievraag&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#* Exact hetzelfde als 30 augustus 2021&lt;br /&gt;
#* Bij vraag 2: Let op de basisiciteit van de stikstofatomen -&amp;gt; alternatieve molecule zal een zuur-base reactie hebben met de stikstof van de macroring, waardoor je geen pseudo-rotaxaan kan krijgen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2024 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#*Synthetiseer 4de molecule p78, waarvan 2 van de 4 moleculen: R = propyl en de andere 2 hadden geen tert-buthyl maar een monoazakroonether. Gegeven waren startproducten formaldehyde (mag je 2 keer gebruiken), monoazakroonether en tertbuthylfenol. Zoek een juiste volgorde van synthesestrategie. (Bijvraag: wat en hoe reageert formaldehyde en waar op de ring)&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen een vaste-toestand-inclusiecomplex en een clathraat? (Bijvraag: iets van voorbeeld gegeven)&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen sephulcraat, sidefoor of sacrofagine? En hoe worden deze bereid uit formaldehyde en ethyleendiamine? &lt;br /&gt;
#*Klassieke vraag van 4 gastheren, 4 gasten en 5 solventen. Geef ook welke niet-covalente interacties er aanwezig zullen zijn.&lt;br /&gt;
##*Gasten (structuren gegeven): 1,4-benzendicarboxylic acid / Paraquat / isocyanuurzuur / ureum&lt;br /&gt;
##*Gastheren (structuren gegeven): Glycoluril (6 keer in een cirkel) / en nog 3 anderen die ik niet ken)&lt;br /&gt;
##*Solventen Water pH 3 / 7 / 10 / MeOH en DCM (Let op met de interacties)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#*2 reacties gegeven (1 met 2 moleculen waarbij covalente binding gevormd wordt, 2 azijnzuren die H-bruggen vormen) welke heeft de grootste entropieverandering?&lt;br /&gt;
#*Molecule gegeven met pi-pi-stapeling. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho? Leg uit als er pH-afhankelijkheid is voor het teken? (Ja!)&lt;br /&gt;
#*Molecule gegeven met 5 H-bruggen, we willen de bindingsconstante van H-brug met * bepalen. Hoe doen we dit? Er zullen problemen opduiken. Geef een oplossing voor deze problemen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 Juni 2024 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel van Dehaen&lt;br /&gt;
#*Volgende moleculen werden getest op gast-gastheer complexvorming met chloride-anion. Bij hetzelfde solvent ging de complexvorming het best op met gastheer 1, dan 2 en dan 3 die beduidend veel slechter complexeerde. Nochtans heeft 3 een extra H op de aromatische N in vergelijking met 1. De onderzoekers linkten de slechte complexvorming bij 3 met een verschil in preorganisatie. Leg uit. (Het kwam erop neer dat je de groepen juist moest uittekenen en dan de juiste interacties moest vinden.) [[File:Vraag1Wim.png|caption]]&lt;br /&gt;
#*Rangschik volgende moleculen van slechtst naar best voor complexvorming met een Li-kation. [[File:Vraag2Wim.png|caption]]&lt;br /&gt;
#*Geef een voorstel van de synthese van hexathia-18-kroon-6 waarbij je bèta-halogeensulfiden vermijdt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel van Mario&lt;br /&gt;
#*Wat is de ceiling temperature en floor temperature? Wat is hun fysische betekenis? Geef een voorbeeld van supramoleculaire polymeren bij elke soort temperatuur. Leg uit wat het belang is van de ceiling temperature bij duurzame afvalverwerking van de polymeren.&lt;br /&gt;
#*Rotaxaanvormingsreactie gegeven. Bepaal het teken van de Hammet-parameter rho met betrekking tot substituent R voor de ligging van het ev. Zou deze rotaxaanvorming ook opgaan met een difenylamine? (exact zelfde vraag als augustus 2021)&lt;br /&gt;
#*Waarom worden cyclodextrines gebruikt in geneesmiddelen? Leg uit aan de hand van de Lipinski regels voor orale beschikbaarheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 Juni 2023===&lt;br /&gt;
#Deel van Dehaen&lt;br /&gt;
#*Hoe maak je 1,4,10,13-tetraäza-18-kroon-6 uitgaande van 1,2-diaminoëthaan en eventueel andere reagentia? Welke techniek zou je gebruiken om een maximale opbrengst te bekomen?&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen een vaste-toestand-inclusiecomplex en een clathraat?&lt;br /&gt;
#*Wat zijn sepulchraat- en sarcofaginecomplexen en hoe kan je ze bereiden met ethyleendiamine en Co(III)?&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag: Combineer telkens een gast, gastheer en een solvent. Er zijn 4 gastheren, 4 gasten en 5 solventen gegeven. Bij elke gastheer hoort 1 gast en vice versa. Er zijn meer solventen gegeven dan gasten en gastheren, dus hier kan je er al zeker 1 niet gebruiken. Geef een korte verklaring bij elke combinatie die je maakt.&lt;br /&gt;
#**Gastheren: 1. een cyclofaan met 2 ringen en 3 NH&#039;s tussen de ringen aan elke kant (tussen elke NH zat een CH2). 2. Cucurbit[6]uril. 3.Een klein cyclisch molecule met 2 aromatische ringen met een N naar binnen gewezen. Boven deze ring zijn 2 of 3 NH&#039;s, eronder 2 N-CH3&#039;s. 4. Een groot cyclisch molecule met aromatische ringen met een N (naar binnen wijzend) en tussen de aromatische ringen een koolstofketen met NH&#039;s (ook 2 random C=O bindingen die naar buiten wijzen, links- en rechtsboven).&lt;br /&gt;
#**Gasten: 1. Koolstofketen met aan elke uiteinde een aromatische ring. Op de verbinding tussen de keten en elke ring zit een positief geladen N. 2. ureum. 3. Cyclohexaan met afwisselend een O (C=O, met C de C van de ring en O het substituent) en een NH2 als substituent (in totaal volledig gesubstitueerd). 4. Een aromatische ring met 2 COOH substituenten in para.&lt;br /&gt;
#**Solventen: Water (pH 3,7 of 10), methanol of dichloormethaan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel van Mario&lt;br /&gt;
#*Er is een afbeelding gegeven van het complex dat KI coöperatief kan binden adhv Zn (staat ook in de slides bij coöperativiteit). Dan staan er bindingsconstantes gegeven van KI, KClO4, NaI en NaClO4 met KI duidelijk de hoogste bindingsconstante.&lt;br /&gt;
#**a) Verklaar de waargenomen resultaten.&lt;br /&gt;
#**b) Welke binding gaat volgens jou gepaard met de grootste entropieverandering? Verklaar.&lt;br /&gt;
#*18-kroon-6 is gegeven met een aromatische ring erop en aan de aromatische ring hangt een R. Wat is het teken van rho indien de complexeren van K+ met deze structuur bekijken en wat is de verhouding met R? Geef in je antwoord zeker de volledige Hammett-vergelijking. Dan staat er een tweede afbeelding gegeven, ook 18-kroon-6, maar hier is het substituent -CH2-R. Geldt dit ook voor de tweede structuur?&lt;br /&gt;
#*Wat zijn de voor- en nadelen van supramoleculaire polymeren?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 Juni 2022 ===&lt;br /&gt;
#Dehean&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag&lt;br /&gt;
#**Solvent: CH2Cl2, MeOH, H2O pH (2,7,12)&lt;br /&gt;
#**Guests: trimethylhexadecylammonium *Cl-*, *tetrabutylammonium* nitraat, naftaleen-1-sulfonzuur, 4-aminobutaanzuur&lt;br /&gt;
#**Hosts: zeven, enkel molecule gegeven dus kan ze niet opnoemen ([2,2,2]-cryptand met enkel zuurstof, ...)&lt;br /&gt;
#*Verband EM &amp;amp; rigide groepen&lt;br /&gt;
#*Synthese hexathia-analoog van [2,2,2] cryptand, uitgaande van triëthanolamine&lt;br /&gt;
#**Hoe maximaliseren we de synthese?&lt;br /&gt;
#Smet&lt;br /&gt;
#*Bespreek compensatiegedrag entropie en enthalpie&lt;br /&gt;
#*Welke technieken om verschil tussen een catenaan en zijn 2 aparte ringen te meten (vermeld eventuele eigenschappen die nodig zijn op de macroringen)&lt;br /&gt;
#*Azidothymidine: structuur gegeven, voorspel werking en bio-beschikbaarheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 Augustus 2021===&lt;br /&gt;
[https://i.imgur.com/eDCNSJR.jpg Dehaen] &amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
[https://i.imgur.com/JolZOyK.jpg Smet]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 juni 2021===&lt;br /&gt;
#Dehaen&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag. &lt;br /&gt;
#**Gasten: naftaleenderivaat, nitraat, aminobutaanzuur,... &lt;br /&gt;
#**Gastheren: alpha-cyclodextrine derivaat met een quaternair amoniumzout aan gebonden, beta-cyclodextrine derivaat, kroonether met thioureumfuncties, een lariatether, [2.2.2] cryptand met zuurstof als donoratomen en N als bruggenhoofden. &lt;br /&gt;
#**Solvent: water pH 2, 7, 10, methanol, CH2Cl2&lt;br /&gt;
#*Verband EM &amp;amp; rigide groepen&lt;br /&gt;
#*Synthese van het thia-analoog van de [2.2.2]-cryptand startende van een triethanolamine. &lt;br /&gt;
#Smet&lt;br /&gt;
#*Leg uit waarom de meeste polymerisatiereacties slechts opgaan onder een bepaalde temperatuur. Geef de naam van deze temperatuur. &lt;br /&gt;
#*Leg uit waarom sommige polymerisatiereacties enkel opgaan boven een bepaalde temperatuur. Geef de naam van deze temperatuur. Geef een voorbeeld van een monomeer dat dergelijk gedrag vertoond. &lt;br /&gt;
#*Vraag over een complexatiereactie met een R-substituent en wat het teken van rho zou zijn in de Hammett-vergelijking.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 juni 2019 VM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Uitleggen waarom verzeping plaatsvindt van een gegeven molecule met KOH in tolueen enkel als een kroonether aanwezig (18-kroon-6 analoog)&lt;br /&gt;
#* Uitleggen waarom cyclodextrines geschikt zijn voor &amp;quot;drug delivery&amp;quot; en een geschikt cyclodextrinekiezen (alfa, beta, gamma) voor naproxen (naftaleenderivaat)&lt;br /&gt;
#* Waarom base gebruiken voor kroonethersynthese van catechol en oligoethyleenglycoltosylaten? (deproteneren / templaateffect van kation)&lt;br /&gt;
#** Verschillende kroonethers gegeven met variërende lengte en aantal zuurstoffen. Hij vraagt om voor elke kroonether de juiste base te kiezen&lt;br /&gt;
#** Keuze uit 5 basen: LiAcO, KAcO, NH4AcO, CsAcO en moleculair kation en AcO-&lt;br /&gt;
#* Resorcinaren worden gevormd in zuur milieu maar na een tijdje zal het thermydynamischer stabieler zijn (stoel versus boot)&lt;br /&gt;
#** Geef interacties van beide isomeren in basisch milieu met een tetraalkylammonium-kation&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* 2 associaties gegeven, welke van de 2 associaties heeft de kleinste entropieverandering? (A = H-brugacceptor &amp;amp; D = H-brugdonor)&lt;br /&gt;
#** Associatie 1: ADA DAD (letters staan eigelijk onder elkaar)&lt;br /&gt;
#** Associatie 2: AAA DDD (letters staan eigelijk onder elkaar)&lt;br /&gt;
#* Molecule gegeven met R-groep  dat interacties aangaat met een chloride-anion&lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn er voornamelijk?&lt;br /&gt;
#** Wat voor groep moet R zijn? Hoe verhoudt zicht dat tot de parameter rho?&lt;br /&gt;
#* Bespreek biobeschikbaarheid van morfine (structuur gegeven) &lt;br /&gt;
#** Heroïne heeft een sterker effect op het centraal zenuwstelsel, verklaar? (gegeven dat morfine reageert met overmaat azijnzuuranhydride en heroïne vormt).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineer:&lt;br /&gt;
#** Gasten: trimethylhexadecylammoniumion, nitraation, 4-aminoboterzuur, naftaleensulfonzuur. &lt;br /&gt;
#** Gastheren: resorcinareen, benzokroonether met één N en op die N zat een keten (keten = CH2 C6H4 CH2 ... NH C=NH NH ... azole ring), twee speciale cyclodextrines (eentje was een ring van zes monomeren met een ammoniumfuntie op, de andere was een ring van zeven monomeren met een thia-amine keten op), een ring met drie benzenen en tussen elke benzeen de groep CH2 CH2 NH C=S NH CH2 CH2), nog eentje die ik me niet herinner&lt;br /&gt;
#** Solventen: de gewoonlijke&lt;br /&gt;
#* Effect rigide groepen op EM&lt;br /&gt;
#* Synthese thia analoog [2.2.2]cyrptand, hoe synthese verbeteren?&lt;br /&gt;
#*Pillarenen uitleggen, verband andere calixarenen&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welke reactie geeft de grootste entropie veranderingen? eentje is het azijnzuur dimeer, de andere is de cyclisatie van twee ringen (eentje is maleïnezuuranhydride en de ander cyclohexa-1,3-dieen) (volgens chemdraw heet het gevormde molecule (4R,7aS)-3a,4,7,7a-tetrahydro-4,7-ethanoisobenzofuran-1,3-dione). Bijvraag: iets met de deeltermen van de entropie, bij welke is welke het grootst? &lt;br /&gt;
#* Geef teken rho (Hammett) van de complexatie van K+ met een benzokroonether met aan die benzeenring een substituent R. Geldt deze redenering voor rho ook voor een tweede kroonether die aan een ethyleen eenheid een CH2R groep heeft hangen?&lt;br /&gt;
#* Bespreek relenza en tamiflu, over hun biobeschikbaarheid en mechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineren van gast, gastheer en solvent met als gasten: lanthaan, paraquat en nog een dicarbonzuur, als gastheren verschillende calixarenen in water ph 2,7,10, methanol of chloroform&lt;br /&gt;
#* Vraag welke het beste zou zijn voor ionentransport over een organisch membraan: diglyme of 2,2,2 kryptand&lt;br /&gt;
#* Een synthese van een 2,2,2 thiakryptand derivaat&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Ceiling &amp;amp; floortemperatuur + voorbeeld&lt;br /&gt;
#* Met de hammetvgl werken en teken van rho bepalen bij een complexvorming van pseudorotaxaan&lt;br /&gt;
#* Invloed van ... (cyclodextrine?) op transport van medicijnen en da linken aan de lipinskiregels&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 VM ===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze 1,3benzeenringen hebben geen buty meer, en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd. &lt;br /&gt;
#* Nonactine &amp;amp; valinomycine&lt;br /&gt;
#* Gast, gastheer, solvent: &lt;br /&gt;
#** H2O (pH = 3,7, 10), DCM, MeOH&lt;br /&gt;
#** Na+, ammoniumzout*, diamide*, benzoezuur (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
#** Calix[4]areen*, resorcinol uit acetaldehyde en 24u reflux, benzokroonether*, alfa-cyclodextrine, diamine* (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welk proces geeft de grootste entropieverandering met zich mee? &lt;br /&gt;
#** Furaan + H2C=COOR --&amp;gt; furaanring waarvan de twee dubbele bindingen weg zijn en er eentje bij is gekomen waar er eerst de enkele binding was, en de twee koolstoffen naast de zuurstof zijn nu verbonden met de koolstoffen van de dubbele binding van het ester&lt;br /&gt;
#** twee carbonzuren die een dimeer vormen&lt;br /&gt;
#* Bepaal teken rho, heeft pH invloed (R-C6H5 pi-pi stapeling met C6H5-NH2)&lt;br /&gt;
#* Relenza en tamiflu (orale beschikbaarheid en mechanisme)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel de synthese op voor het Lehn&#039;s sferand (structuur gegeven) vanuit (derivaten van) diëthyleenglycolen.&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge-verdunningsvoorwaarden en hoe werkt dit?&lt;br /&gt;
#* Combineer. Gastheren: cyclisch guanidine, cucurbit[8]uril, 30-kroon-10. Gasten: arginine, N-acetyltryptofaan, 1,4-bis(aminoimidazoline)butaan. Solventen: Chloroform, methanol, water pH 2, 7 en 10. (structuren gegeven)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: een pyrrool gesubstitueerd met een alkeen met twee R-substituenten (willekeurig). Dit molecule interageert met een onbekende receptor. Welke interactie veronderstel je? Bepaal het teken van rho. Wat gebeurt er met de absolute waarde van rho wanneer je een R-substituent vervangt door een H-atoom.&lt;br /&gt;
#* Wat is transfectie en hoe kan supramoleculaire chemie hierbij helpen?&lt;br /&gt;
#* Twee verbindingen gegeven, elk met 3 waterstofbindingen (structuren uit slides deel supramoleculaire polymeren). Welke verbinding heeft de grootse associatieconstante en waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke factoren beinvloeden de effectieve molariteit&lt;br /&gt;
#* synthese van hexathia18-kroon-6 vanuit ethyleenglycol en bis(2hydroxyethyl)sulfide op een veilige manier en wat doen we om de opbrengst zo hoog mogelijk te houden&lt;br /&gt;
#* wat zijn ansa-verbindingen en hoe kunnen ze meer inzicht geven over de ruimtevulling van de groepen&lt;br /&gt;
#* een structuur gegeven met 2 NH2 groepen een kroonether en een R (fenyl). 4-aminobutaanzuur is beter oplosbaar dan glycine (2-aminoazijnzuur) en 6-aminohexaanzuur. Hoe komt dit, welke interacties. De oplosbaarheid stijgt wanneer we R vervangen door (4-NO2-fenyl). Verklaar.&lt;br /&gt;
#* er zijn twee isomeren bij de synthese van resorcinarenen. Welke zijn dit?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#SMET:&lt;br /&gt;
#* gegeven een amide: RR&#039;C=CH-CO-N(CH3)2 met onbekende receptor gaat interageren:&lt;br /&gt;
Welke interactie verwachten we, teken van reactieparameter, plus redeneer. Wat gebeurt er met de absolite waarde van de reactieparameter als we een van de R groepen vervangen door een H.&lt;br /&gt;
#* lipskin regel geven en wat is het belang tegenwoordig in farmaceutische industrie &lt;br /&gt;
#* Bij synthese van rotaxanen volgens iemand (Stoddart ofzo)(tetrakationisch complex) zal threading een hogere opbrengst geven dan clipping waarom?&lt;br /&gt;
Waarom dan niet altijd threading?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze twee benzeenringen zijn ook gedebutyleerd en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd.&lt;br /&gt;
#* Bespreek aan de hand van hun structuurelementen de functie van nonactine en valinomycine (structuur gegeven).&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gastheren met de juiste gasten en solventen. Gasten: Natriumion, p-diaminobenzeen, p-diaminobenzeen met beide stikstoffen tetragebutyleerd, benzoÃ«zuur. Gastheren: calix[4]areen, een groot dibenzokroonether, een resorcinareen verkregen na 24 uur reflux, alfa-cyclodextrine en een aromatisch diamide. Solventen: water (pH 3, 7, 10), MeOH &amp;amp;amp; DCM.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* 4-R-pyridine. Deze gast bindt enkel aan de gastheer indien de stikstof geprotoneerd is. Bepaal het teken van de Hammett-parameter rho. Op welke interactie zou de complexatie kunnen berusten?&lt;br /&gt;
#* Geef de twee methoden die gebruikt kunnen worden om de associatieconstante te schrijven in functie van deelassociatieconstanten. Beschrijf de fysische basis van het probleem dat hierbij optreedt.&lt;br /&gt;
#* Bespreek de moleculaire basis van plaquevorming zoals die optreedt bij bijvoorbeeld de ziekte van Alzheimer. Wat zijn de therapeutische mogelijkheden om dit tegen te gaan? Bijvraag: op welke secundaire structuren en soorten interacties berust de associatie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven [2.2.2]cryptand uitgaande van chlooracetamide. Het cryptand heeft stikstoffen als bruggenhoofden, 2 ketens met telkens 2 zuurstoffen en 1 keten met 2 zwavelatomen. En hoe kan je de macroyclisatie bevorderen?&lt;br /&gt;
#* Transport van donor naar acceptorlaag via een organisch membraan? hoe gaat dit het beste met pentaglyme of met een [2.2.2]cryptand. Verklaar.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Je hebt een gesubstitueerd chinoline (onbekende substituent). Dit chinoline complexeert enkel met een gastheer als de N niet geprotoneerd is. wat is het teken van de hammet-parameter Rho? welke interactie zal er zijn tussen de gast en de gastheer?&lt;br /&gt;
#* Geef de 4 belangrijkste entropieveranderingen bij complexatie en bespreek. Welke is verantwoordelijk voor preorganisatie? Leg uit.&lt;br /&gt;
#* Invloed ketenlengte benzokroonether op rendement van een catenaan met een tetrakationisch cyclofaan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven calix[4]hemisferand uitgaande van 2 gegeven fenolen. De receprot bestond uit een calix[4]areen met een hemisferand aangehecht op de 1- en 3-posities.&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van valinomycine en nonactine: bespreek de functie  en hoe de verschillende structuurelementen hiertoe bijdragen.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#**solventen: zuur, neutraal of basisch water, methanol, dicchloormethaan&lt;br /&gt;
#**gastheren: cyclodextrine, een grote benzokroonether, een calyxareen, stoel resorcinareen en een heteroaromatische receptor met amidefuncties.&lt;br /&gt;
#**gasten: natriumion, aromatisch diamine, aromatisch diammoniumzout, benzoÃ«zuur&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Op welke 2 manieren kunnen we de totale associatieconstante beschouwen als een product van deelassociatieconstanten? Wat is bij elk het grootste fysisch probleem? Welk van deze 2 methoden is, op praktische gronden, te verkiezen en waarom?&lt;br /&gt;
#* Gegeven een amide met een para-gesubstitueerde fenylgroep op de N en de carbonyl. Dit molecule gaat waterstofbindingen aan met zowel de zuurstof als de NH. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho voor het substituent op elke benzeenring?&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van een receptor bestaande uit een porfyrinering, gekoppeld aan een calixareen met ketens die veel heteroatomen bevatten. De bindingsconstanten van KI is hoog, die voor NaI en NaClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; tussenin (en ongeveer gelijk), die van KClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; laag. Verklaar waarom. (Deze structuur staat in de cursus ter hoogte van het deel over coÃ¶perativiteit).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2012 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge verdunningsvoorwaarden en geef 2 voorbeelden hoe men dit in de praktijk bewerkstelligt.&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende affiniteit voor het kaliumkation en motiveer: 18-kroon-6, 1,10-dithia-18-kroon-6, benzo-18-kroon-6, [2.2.2]cryptand, 15-kroon-5, 21-kroon-7.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Voor een bepaald hydrofoob (gedeelte van een) gastmolecule werd aangetoond dat het de hydrofobe holte van de gastheer maar voor 55% vult in stabielste toestand. Verklaar thermodynamisch waarom het kan dat deze gedeeltelijk gevulde toestand meer bevoordeeld wordt dan de volledig gevulde holte.&lt;br /&gt;
#* &lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn van belang bij het catenaan gevormd uit &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039;, &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; en &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;?&lt;br /&gt;
#** Wat zou het effect zijn op de bindingsconstante moest het catenaan gevormd worden rond &#039;&#039;&#039;4&#039;&#039;&#039; i.p.v. &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039; en waarom?&lt;br /&gt;
#** Beredeneer het teken van de Hammett parameter Ï van de catenatiereactie van &#039;&#039;&#039;5&#039;&#039;&#039; met het monogealkyleerd derivaat van &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039; (hiermee wordt bedoeld, de open-ketenvorm van &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; enkelvoudig gebonden aan &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;). Sterische effecten van R mogen verwaarloosd worden [[Bestand:CatenaanSmet.png]]&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers synthetiseerden bovenste verbinding als receptor voor de onderste (tekening is &#039;&#039;ongeveer&#039;&#039; juist). Belangrijke interacties hierbij zijn H-bruggen, maar ook de Ï€-Ï€-interacties tussen de eindstandige benzeenringen spelen een beduidende rol. Om aard en sterkte van deze Ï€-Ï€-interacties te onderzoeken synthetiseerde men een aantal derivaten van beide, en mat men het verschil in bindingssterkte voor verschillende substituenten op de benzeenringen. [[Bestand:receptorSmet.png]]&lt;br /&gt;
#** Welke complicatie valt te verwachten bij deze metingen, vanwege de verschillende substituenten op de derivaten?&lt;br /&gt;
#** Verklaar de waargenomen tendensen in de gemeten energiebijdragen, weergegeven in de tabel (deze waarden zijn gecorrigeerd voor de complicaties waarnaar gevraagd in eerste subvraag dus zijn &#039;&#039;juist&#039;&#039;).&lt;br /&gt;
[[Bestand:tabelSmet.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Klassieke vraag. Verbind de juiste gast met gastheer en solvent. Licht toe en zeg welke interacties plaatsvinden.&lt;br /&gt;
#* Wat is de CAC? Waarom is het belangrijk dat deze gemeten wordt en hoe wordt deze gemeten?&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: [[Bestand:MolHerExamenMario.jpg]]&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;Bepaal het teken van &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;X&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep X en &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;R&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep R. Waarom gaat bij zÃ©Ã©r elektronenzuigende groepen, bv. X=F&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, de meting van de complexatieconstante met nucleofiele deeltjes niet meer correct verlopen?&lt;br /&gt;
#* Mag men de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de aromatische ring en de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de gedeprotoneerde carbonzuurfunctie zomaar optellen? Verklaar.&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenMario2.jpg]]&lt;br /&gt;
#* De synthese van rotaxanen op vaste drager kan handig zijn. Onwaar/waar en verklaar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* geef de structuur van cyclotriveratryleen en de synthese vanuit veratrol. Waarom zijn asymmetrisch gesubstitueerde CTV&#039;s chiraal?&lt;br /&gt;
#* hoe kunnen we eigenschappen van een gegeven cyclofaan gebruiken om de grootte van de substituent op de ring te bepalen&lt;br /&gt;
#* geef de synthese van de macroring 15 kroon 5 maar ipv met zuurstoffen met (NH , O , NH, S, S) vanuit HSCH2CH2SH en H2NCH2CH2OCH2CH2NH2&lt;br /&gt;
#* welke gast past in welk solvent bij welke gastheer? gasten: (Fe3+, Yb3+, tetramethylammonium, benzoaat) solventen: (methanol, DCM, water met pH=3,7,10) gastheren:(een resorcinareen, een [4]-calixareen met een -O-CH2COOH op elke ring, een [6]-calixareen met op de ring aan de ene kant een SO3H aan de andere kant een staart met een hydroxyamide rest aan, een [6]-calixareen met daaraan een staart met aan het uiteinde een fenylureum staart&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* gegeven: een receptor met daarop 2 groepen die waterstofbruggen vormen met een HO- en een -CHO op drie verschillende liganden. Welke complex zal het stabielste zijn, en verklaar dit energetisch en entropisch (ligand 1 is een bifenyl, ligand 2 is een bifenyl met een huge (triethylmethyl-)substituent op een van de ringen en ligand 3 is gewoon een alifatische keten met die oh en cho aan de uiteinden)&lt;br /&gt;
#* wat is de dubbele mutantcyclus een geef een voorbeeld dat de voordelen duidelijk maakt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (ochtend) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Bespreek de synthese van volgend cavitand, vertrekkende van resorcinareen. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#* Wat is [2,2]paracyclofaan? Geef de syntheses en eigenschappen (UV-spectrum).&lt;br /&gt;
#* Bespreek het kinetisch en thermodynamisch templaateffect.&lt;br /&gt;
#* 5 Macroringen gegeven; rangschik naar toenemende effectieve molariteit. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven 1-amino-5-R-naftaleen (met R een onbepaalde substituent). In een complex vormt deze aminogroep een waterstofbrug. Onderzoek wijst uit dat de &amp;amp;quot;reactie&amp;amp;quot;-parameter sterk positief is. Welke soort R-substituenten bevoordeligen de reactie? (leg uit met Hammett-vergelijking en de substituent-parameter) Bekleedt de aminogroep een donor- of acceptorfunctie bij het vormen van deze waterstofbrug?&lt;br /&gt;
#* Waarom is het entropieverlies van complexvorming in oplossing doorgaans kleiner dan in gasfase?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Verklaar waarom de effectieve molariteit stijgt bij een macrocysliche 10-ring, wanneer&lt;br /&gt;
#** a) rigide groepen worden gebruikt&lt;br /&gt;
#** b) heteroatomen worden gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verschil tussen een clathraat en een vaste stof-inclusie complex.&lt;br /&gt;
#* Schrijf de synthese op van dit cavitand (structuur is gegeven) vertrekkende van rescoriol. De cavitand is gelijkend op die in de cursus staat, maar op de 2&#039; plaats heeft deze een COOH groep.&lt;br /&gt;
#* VÃ¶gth synthetiseerde vele cryptanden met substituenten X (structuur is gegeven). Hoe kon hij daarmee de grootte van de caviteit bepalen? &lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Je krijgt een complexatie van een gast en gastheer die via pi-pi interacties complexeert en net naast deze aromatische ringen een waterstofbrug vormt met een amide op de gast.&lt;br /&gt;
#** Men wil d.m.v. substituenteffecten op de aromatische ringen ph1 (= op gast) en ph2 (= op gastheer) de bijdrage voor deze pi-pi interactie meten. Welke complicatie verwacht je echter met deze methode, bij dit specifieke complex?&lt;br /&gt;
#** Verklaar in de tabel (tabel met horizontaal de para-ph1 substituenten en vertikaal de para-ph 2 substituenten) de verlopen van de incrementen. (De incrementen zijn aangepast aan de complicatie die je in het eerste puntje moet geven en zijn dus correct)&lt;br /&gt;
#** Bepaal ook het teken van de Hammett rho parameters.&lt;br /&gt;
#* Trage complexen.&lt;br /&gt;
#** Hoe kan je in een NMR spectrum zien of je te maken hebt met een traag complex&lt;br /&gt;
#** Wat is het voordeel van een extreem traag complex? Geef een relevant voorbeeld van hoe we er gebruik van kunnen maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* match de gasten en de gastheren met de juiste solventen. Gast: 1,4-benzochinon, naftaleen-1,5-dicarbonzuur en 4-butylfenol (&amp;amp;quot;voor mensen die niet goed zijn in naamgeving, zal ik de moleculen even op bord tekenen&amp;amp;quot;). Solvent: water (ph= 2, 6, 10), MeOH, CCl4. Gasten: alpha-cyclodextrine, diazo-18-kroon-6, 18-kroon-6, [2,2]cyclofaan en 2 grote cyclofanen die getekend staan. Geef ook alle niet-covalente reacties en licht uw keuze toe&lt;br /&gt;
#* Wat is CAC, waarom belangrijk en hoe gemeten&lt;br /&gt;
#* reactie van een [2,2,1]cryptand opgebouwd uit bi en triÃ«thyleenglycolderivaten&lt;br /&gt;
#* Membraantransport  van kationen met kroonethers en de voorwaarden waaraan dat kroonether moet voldoen&lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Het teken van rho (Hammet) bepalen uit een tabel met stabiliteitsconstanten met verschillende gevers en zuigers. De link vinden met het reactiemechanisme. Bijkomende vraag: wat gebeurt er met een sterke base en een sterke elektronzuiger. (ja wat onduidelijk als je het molecule niet ziet natuurlijk...)&lt;br /&gt;
#* Stelling: voor het gegeven molecule mag ik zomaar de deltaG optellen om de totale deltaG te berekenen.&lt;br /&gt;
#* Waarom kan het voordelig zijn om synthese van rotaxanen uit te voeren op een vaste fase&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke ionen passen in welke macroringen? (K+, Ag+, Eu3+, Li+ en nog een vieze grote molecule) De macrocyclische verbindingen zijn ook gegeven. Welk solvent pak je best? (H2O, H2O pH 10, MeOH of chloroform) Vermeld welke interacties plaatsvinden&lt;br /&gt;
#* bespreek de synthese van: -een calix[4]areen met twee nitraten, twee n-propyloxy&#039;s en een azakroonetheroverbrugging-&lt;br /&gt;
#* Wat is zijn zelfassemblage en zelforganisatie en illustreer met een voorbeeld&lt;br /&gt;
# MS:&lt;br /&gt;
#* Tabel horende bij compensatie-effect gegeven. Welke interacties? Bespreek de tendens in de tabel en ook het verschil in \Delta S tussen gasfase en oplossing.&lt;br /&gt;
#* tekening van een catenaan met een cyclofaan met nogal wat N in rond een benzokroonether gegeven. Deze verbinding toont met H-NMR slechts twee signalen (3,45 en 6,26 ppm of zo) voor de hydrochinon-waterstoffen. Reden? Bespreek ook de multipliciteit van de signalen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Waarom is ethyleendioxy zo&#039;n populaire eenheid in kroonetherchemie&lt;br /&gt;
#* Welke 2 groepen zijn belangrijk bij de complexatie van Fe bij de sideroforen&lt;br /&gt;
#* 3 gasten (Lithium, azide, tetramethylammonium), 5 solventen (MeOH, H2O( pH 2,6,10), CCl4), gastheren ([2.2.2]-cryptand, all-cis resorcinareen, cram&#039;s sferand, 18-kroon-6,...)&lt;br /&gt;
# M.S.:&lt;br /&gt;
#* Synthese van tetrakationisch cyclofaan&lt;br /&gt;
#* Vraagje over receptor die interageert met gast, welk teken heeft de hammett parameter rho.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R0898426</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=4646</id>
		<title>Moleculaire Herkenning</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=4646"/>
		<updated>2025-06-18T10:14:28Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R0898426: /* 17 juni 2025 (VM) */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verplicht vak voor chemie. Moleculaire herkenning wordt gedoceerd door 2 proffen. Mario smet en Wim &amp;amp;quot;sandalen&amp;amp;quot; Dehaen. 50% van de punten staan op het examen, de andere 50% staan op een paper. Op het examen worden mondelinge vragen gesteld over de paper. Bij prof. Smet zijn dit normaal enkel de vragen die hij geeft bij de feedback op de paper,&lt;br /&gt;
prof. Dehaen stelt vaak ook extra vragen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===17 juni 2025 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
##Koppelvraag: Koppel elke gastmolecule aan een geschikte gastheer en oplosmiddel. Niet elke gastheer of elk oplosmiddel moet gebruikt worden; hergebruik is toegestaan.&lt;br /&gt;
##*Gasten: hexadecyltrimethylammoniumchloride (focus op het hexadecyltrimethylammonium-kation), tetraethylammoniumnitraat (focus op nitraat), 1-naftaleensulfonzuur, 4-aminobutaanzuur.&lt;br /&gt;
##*Gastheren: [2.2.2]-cryptand, resorcinareen, α-cyclodextrine, β-cyclodextrine, lariatkroonether met amine-/amidegroepen in de staart, azakroonether-achtige macrocyclus met meerdere amines en twee benzeenringen als ‘caps’.&lt;br /&gt;
##*Solventen: dichloormethaan (DCM), methanol, water (pH 2, 7 of 10).  &lt;br /&gt;
##*Tip: 4-aminobutaanzuur komt voor als zwitter-ion (combinatie met lariatether (zuur = h-brug acceptor dus met de NH staart, amine = h-brug donor dus met kroonether), 1-naftaleensulfonzuur met beta-cyclodextrine, nitraat met het azakroonether, hexadecyltrimethylammoniumchloride was volgens mij met het resorcinareen.)&lt;br /&gt;
##Wat is het effect van rigide groepen op de effectieve molariteit (EM)?&lt;br /&gt;
##Stel een synthesetraject op voor het thia-analoog van de [2.2.2]-cryptand, vertrekkende van triethanolamine. Hoe maximaliseren we de synthese?  &lt;br /&gt;
##*Tip: OH vervangen door betere leaving-group (bv tosyl), dat laten reageren met een thiol (bv ethane-1,2-dithiol). Maximaliseren met hoge verdunning en base (cesiumeffect).&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
##Welk proces heeft de kleinste entropieverandering?  &lt;br /&gt;
###Een cyclisatie waarbij een alkyn (R–C≡CH) met een triazene reageert tot een triazoolring  &lt;br /&gt;
###Vorming van een waterstofbrug tussen amidegroepen&lt;br /&gt;
##Wat is het teken van ρ in de Hammetvergelijking bij complexatie van K⁺ met een kroonether die een benzeenring bevat, waarbij R een substituent is op die aromatische ring? Geldt dezelfde redenering ook voor een kroonether waarbij R via een CH₂-keten aan de kroonether is gekoppeld (dus kroonether–CH₂–R i.p.v. kroonether–C₆H₄–R)?  &lt;br /&gt;
##*Tip: zelfde redenering geldt niet want er wordt geen rekening gehouden tussen inductieve en mesomere effecten bij rho (dus mesomeer gevend kan inductief zuigend zijn).&lt;br /&gt;
##Wat is transfectie? Wat is het probleem bij transfectie, en hoe kan supramoleculaire chemie dit oplossen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2025 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#*Synthetiseer een [2.1.1]cryptand&lt;br /&gt;
#*Belang resorcinol molecule in de supramoleculaire chemie bespreken, had te maken met boot-/stoel-conformatie dus resorcinarenen. En dan toepassingen van resorcinarenen geven ( complexatie met quaternaire amoniumzouten en vooral cavitanden en carceplexen)&lt;br /&gt;
#*standaard combinatievraag&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#* Exact hetzelfde als 30 augustus 2021&lt;br /&gt;
#* Bij vraag 2: Let op de basisiciteit van de stikstofatomen -&amp;gt; alternatieve molecule zal een zuur-base reactie hebben met de stikstof van de macroring, waardoor je geen pseudo-rotaxaan kan krijgen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2024 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#*Synthetiseer 4de molecule p78, waarvan 2 van de 4 moleculen: R = propyl en de andere 2 hadden geen tert-buthyl maar een monoazakroonether. Gegeven waren startproducten formaldehyde (mag je 2 keer gebruiken), monoazakroonether en tertbuthylfenol. Zoek een juiste volgorde van synthesestrategie. (Bijvraag: wat en hoe reageert formaldehyde en waar op de ring)&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen een vaste-toestand-inclusiecomplex en een clathraat? (Bijvraag: iets van voorbeeld gegeven)&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen sephulcraat, sidefoor of sacrofagine? En hoe worden deze bereid uit formaldehyde en ethyleendiamine? &lt;br /&gt;
#*Klassieke vraag van 4 gastheren, 4 gasten en 5 solventen. Geef ook welke niet-covalente interacties er aanwezig zullen zijn.&lt;br /&gt;
##*Gasten (structuren gegeven): 1,4-benzendicarboxylic acid / Paraquat / isocyanuurzuur / ureum&lt;br /&gt;
##*Gastheren (structuren gegeven): Glycoluril (6 keer in een cirkel) / en nog 3 anderen die ik niet ken)&lt;br /&gt;
##*Solventen Water pH 3 / 7 / 10 / MeOH en DCM (Let op met de interacties)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#*2 reacties gegeven (1 met 2 moleculen waarbij covalente binding gevormd wordt, 2 azijnzuren die H-bruggen vormen) welke heeft de grootste entropieverandering?&lt;br /&gt;
#*Molecule gegeven met pi-pi-stapeling. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho? Leg uit als er pH-afhankelijkheid is voor het teken? (Ja!)&lt;br /&gt;
#*Molecule gegeven met 5 H-bruggen, we willen de bindingsconstante van H-brug met * bepalen. Hoe doen we dit? Er zullen problemen opduiken. Geef een oplossing voor deze problemen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 Juni 2024 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel van Dehaen&lt;br /&gt;
#*Volgende moleculen werden getest op gast-gastheer complexvorming met chloride-anion. Bij hetzelfde solvent ging de complexvorming het best op met gastheer 1, dan 2 en dan 3 die beduidend veel slechter complexeerde. Nochtans heeft 3 een extra H op de aromatische N in vergelijking met 1. De onderzoekers linkten de slechte complexvorming bij 3 met een verschil in preorganisatie. Leg uit. (Het kwam erop neer dat je de groepen juist moest uittekenen en dan de juiste interacties moest vinden.) [[File:Vraag1Wim.png|caption]]&lt;br /&gt;
#*Rangschik volgende moleculen van slechtst naar best voor complexvorming met een Li-kation. [[File:Vraag2Wim.png|caption]]&lt;br /&gt;
#*Geef een voorstel van de synthese van hexathia-18-kroon-6 waarbij je bèta-halogeensulfiden vermijdt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel van Mario&lt;br /&gt;
#*Wat is de ceiling temperature en floor temperature? Wat is hun fysische betekenis? Geef een voorbeeld van supramoleculaire polymeren bij elke soort temperatuur. Leg uit wat het belang is van de ceiling temperature bij duurzame afvalverwerking van de polymeren.&lt;br /&gt;
#*Rotaxaanvormingsreactie gegeven. Bepaal het teken van de Hammet-parameter rho met betrekking tot substituent R voor de ligging van het ev. Zou deze rotaxaanvorming ook opgaan met een difenylamine? (exact zelfde vraag als augustus 2021)&lt;br /&gt;
#*Waarom worden cyclodextrines gebruikt in geneesmiddelen? Leg uit aan de hand van de Lipinski regels voor orale beschikbaarheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 Juni 2023===&lt;br /&gt;
#Deel van Dehaen&lt;br /&gt;
#*Hoe maak je 1,4,10,13-tetraäza-18-kroon-6 uitgaande van 1,2-diaminoëthaan en eventueel andere reagentia? Welke techniek zou je gebruiken om een maximale opbrengst te bekomen?&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen een vaste-toestand-inclusiecomplex en een clathraat?&lt;br /&gt;
#*Wat zijn sepulchraat- en sarcofaginecomplexen en hoe kan je ze bereiden met ethyleendiamine en Co(III)?&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag: Combineer telkens een gast, gastheer en een solvent. Er zijn 4 gastheren, 4 gasten en 5 solventen gegeven. Bij elke gastheer hoort 1 gast en vice versa. Er zijn meer solventen gegeven dan gasten en gastheren, dus hier kan je er al zeker 1 niet gebruiken. Geef een korte verklaring bij elke combinatie die je maakt.&lt;br /&gt;
#**Gastheren: 1. een cyclofaan met 2 ringen en 3 NH&#039;s tussen de ringen aan elke kant (tussen elke NH zat een CH2). 2. Cucurbit[6]uril. 3.Een klein cyclisch molecule met 2 aromatische ringen met een N naar binnen gewezen. Boven deze ring zijn 2 of 3 NH&#039;s, eronder 2 N-CH3&#039;s. 4. Een groot cyclisch molecule met aromatische ringen met een N (naar binnen wijzend) en tussen de aromatische ringen een koolstofketen met NH&#039;s (ook 2 random C=O bindingen die naar buiten wijzen, links- en rechtsboven).&lt;br /&gt;
#**Gasten: 1. Koolstofketen met aan elke uiteinde een aromatische ring. Op de verbinding tussen de keten en elke ring zit een positief geladen N. 2. ureum. 3. Cyclohexaan met afwisselend een O (C=O, met C de C van de ring en O het substituent) en een NH2 als substituent (in totaal volledig gesubstitueerd). 4. Een aromatische ring met 2 COOH substituenten in para.&lt;br /&gt;
#**Solventen: Water (pH 3,7 of 10), methanol of dichloormethaan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel van Mario&lt;br /&gt;
#*Er is een afbeelding gegeven van het complex dat KI coöperatief kan binden adhv Zn (staat ook in de slides bij coöperativiteit). Dan staan er bindingsconstantes gegeven van KI, KClO4, NaI en NaClO4 met KI duidelijk de hoogste bindingsconstante.&lt;br /&gt;
#**a) Verklaar de waargenomen resultaten.&lt;br /&gt;
#**b) Welke binding gaat volgens jou gepaard met de grootste entropieverandering? Verklaar.&lt;br /&gt;
#*18-kroon-6 is gegeven met een aromatische ring erop en aan de aromatische ring hangt een R. Wat is het teken van rho indien de complexeren van K+ met deze structuur bekijken en wat is de verhouding met R? Geef in je antwoord zeker de volledige Hammett-vergelijking. Dan staat er een tweede afbeelding gegeven, ook 18-kroon-6, maar hier is het substituent -CH2-R. Geldt dit ook voor de tweede structuur?&lt;br /&gt;
#*Wat zijn de voor- en nadelen van supramoleculaire polymeren?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 Juni 2022 ===&lt;br /&gt;
#Dehean&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag&lt;br /&gt;
#**Solvent: CH2Cl2, MeOH, H2O pH (2,7,12)&lt;br /&gt;
#**Guests: trimethylhexadecylammonium *Cl-*, *tetrabutylammonium* nitraat, naftaleen-1-sulfonzuur, 4-aminobutaanzuur&lt;br /&gt;
#**Hosts: zeven, enkel molecule gegeven dus kan ze niet opnoemen ([2,2,2]-cryptand met enkel zuurstof, ...)&lt;br /&gt;
#*Verband EM &amp;amp; rigide groepen&lt;br /&gt;
#*Synthese hexathia-analoog van [2,2,2] cryptand, uitgaande van triëthanolamine&lt;br /&gt;
#**Hoe maximaliseren we de synthese?&lt;br /&gt;
#Smet&lt;br /&gt;
#*Bespreek compensatiegedrag entropie en enthalpie&lt;br /&gt;
#*Welke technieken om verschil tussen een catenaan en zijn 2 aparte ringen te meten (vermeld eventuele eigenschappen die nodig zijn op de macroringen)&lt;br /&gt;
#*Azidothymidine: structuur gegeven, voorspel werking en bio-beschikbaarheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 Augustus 2021===&lt;br /&gt;
[https://i.imgur.com/eDCNSJR.jpg Dehaen] &amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
[https://i.imgur.com/JolZOyK.jpg Smet]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 juni 2021===&lt;br /&gt;
#Dehaen&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag. &lt;br /&gt;
#**Gasten: naftaleenderivaat, nitraat, aminobutaanzuur,... &lt;br /&gt;
#**Gastheren: alpha-cyclodextrine derivaat met een quaternair amoniumzout aan gebonden, beta-cyclodextrine derivaat, kroonether met thioureumfuncties, een lariatether, [2.2.2] cryptand met zuurstof als donoratomen en N als bruggenhoofden. &lt;br /&gt;
#**Solvent: water pH 2, 7, 10, methanol, CH2Cl2&lt;br /&gt;
#*Verband EM &amp;amp; rigide groepen&lt;br /&gt;
#*Synthese van het thia-analoog van de [2.2.2]-cryptand startende van een triethanolamine. &lt;br /&gt;
#Smet&lt;br /&gt;
#*Leg uit waarom de meeste polymerisatiereacties slechts opgaan onder een bepaalde temperatuur. Geef de naam van deze temperatuur. &lt;br /&gt;
#*Leg uit waarom sommige polymerisatiereacties enkel opgaan boven een bepaalde temperatuur. Geef de naam van deze temperatuur. Geef een voorbeeld van een monomeer dat dergelijk gedrag vertoond. &lt;br /&gt;
#*Vraag over een complexatiereactie met een R-substituent en wat het teken van rho zou zijn in de Hammett-vergelijking.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 juni 2019 VM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Uitleggen waarom verzeping plaatsvindt van een gegeven molecule met KOH in tolueen enkel als een kroonether aanwezig (18-kroon-6 analoog)&lt;br /&gt;
#* Uitleggen waarom cyclodextrines geschikt zijn voor &amp;quot;drug delivery&amp;quot; en een geschikt cyclodextrinekiezen (alfa, beta, gamma) voor naproxen (naftaleenderivaat)&lt;br /&gt;
#* Waarom base gebruiken voor kroonethersynthese van catechol en oligoethyleenglycoltosylaten? (deproteneren / templaateffect van kation)&lt;br /&gt;
#** Verschillende kroonethers gegeven met variërende lengte en aantal zuurstoffen. Hij vraagt om voor elke kroonether de juiste base te kiezen&lt;br /&gt;
#** Keuze uit 5 basen: LiAcO, KAcO, NH4AcO, CsAcO en moleculair kation en AcO-&lt;br /&gt;
#* Resorcinaren worden gevormd in zuur milieu maar na een tijdje zal het thermydynamischer stabieler zijn (stoel versus boot)&lt;br /&gt;
#** Geef interacties van beide isomeren in basisch milieu met een tetraalkylammonium-kation&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* 2 associaties gegeven, welke van de 2 associaties heeft de kleinste entropieverandering? (A = H-brugacceptor &amp;amp; D = H-brugdonor)&lt;br /&gt;
#** Associatie 1: ADA DAD (letters staan eigelijk onder elkaar)&lt;br /&gt;
#** Associatie 2: AAA DDD (letters staan eigelijk onder elkaar)&lt;br /&gt;
#* Molecule gegeven met R-groep  dat interacties aangaat met een chloride-anion&lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn er voornamelijk?&lt;br /&gt;
#** Wat voor groep moet R zijn? Hoe verhoudt zicht dat tot de parameter rho?&lt;br /&gt;
#* Bespreek biobeschikbaarheid van morfine (structuur gegeven) &lt;br /&gt;
#** Heroïne heeft een sterker effect op het centraal zenuwstelsel, verklaar? (gegeven dat morfine reageert met overmaat azijnzuuranhydride en heroïne vormt).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineer:&lt;br /&gt;
#** Gasten: trimethylhexadecylammoniumion, nitraation, 4-aminoboterzuur, naftaleensulfonzuur. &lt;br /&gt;
#** Gastheren: resorcinareen, benzokroonether met één N en op die N zat een keten (keten = CH2 C6H4 CH2 ... NH C=NH NH ... azole ring), twee speciale cyclodextrines (eentje was een ring van zes monomeren met een ammoniumfuntie op, de andere was een ring van zeven monomeren met een thia-amine keten op), een ring met drie benzenen en tussen elke benzeen de groep CH2 CH2 NH C=S NH CH2 CH2), nog eentje die ik me niet herinner&lt;br /&gt;
#** Solventen: de gewoonlijke&lt;br /&gt;
#* Effect rigide groepen op EM&lt;br /&gt;
#* Synthese thia analoog [2.2.2]cyrptand, hoe synthese verbeteren?&lt;br /&gt;
#*Pillarenen uitleggen, verband andere calixarenen&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welke reactie geeft de grootste entropie veranderingen? eentje is het azijnzuur dimeer, de andere is de cyclisatie van twee ringen (eentje is maleïnezuuranhydride en de ander cyclohexa-1,3-dieen) (volgens chemdraw heet het gevormde molecule (4R,7aS)-3a,4,7,7a-tetrahydro-4,7-ethanoisobenzofuran-1,3-dione). Bijvraag: iets met de deeltermen van de entropie, bij welke is welke het grootst? &lt;br /&gt;
#* Geef teken rho (Hammett) van de complexatie van K+ met een benzokroonether met aan die benzeenring een substituent R. Geldt deze redenering voor rho ook voor een tweede kroonether die aan een ethyleen eenheid een CH2R groep heeft hangen?&lt;br /&gt;
#* Bespreek relenza en tamiflu, over hun biobeschikbaarheid en mechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineren van gast, gastheer en solvent met als gasten: lanthaan, paraquat en nog een dicarbonzuur, als gastheren verschillende calixarenen in water ph 2,7,10, methanol of chloroform&lt;br /&gt;
#* Vraag welke het beste zou zijn voor ionentransport over een organisch membraan: diglyme of 2,2,2 kryptand&lt;br /&gt;
#* Een synthese van een 2,2,2 thiakryptand derivaat&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Ceiling &amp;amp; floortemperatuur + voorbeeld&lt;br /&gt;
#* Met de hammetvgl werken en teken van rho bepalen bij een complexvorming van pseudorotaxaan&lt;br /&gt;
#* Invloed van ... (cyclodextrine?) op transport van medicijnen en da linken aan de lipinskiregels&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 VM ===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze 1,3benzeenringen hebben geen buty meer, en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd. &lt;br /&gt;
#* Nonactine &amp;amp; valinomycine&lt;br /&gt;
#* Gast, gastheer, solvent: &lt;br /&gt;
#** H2O (pH = 3,7, 10), DCM, MeOH&lt;br /&gt;
#** Na+, ammoniumzout*, diamide*, benzoezuur (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
#** Calix[4]areen*, resorcinol uit acetaldehyde en 24u reflux, benzokroonether*, alfa-cyclodextrine, diamine* (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welk proces geeft de grootste entropieverandering met zich mee? &lt;br /&gt;
#** Furaan + H2C=COOR --&amp;gt; furaanring waarvan de twee dubbele bindingen weg zijn en er eentje bij is gekomen waar er eerst de enkele binding was, en de twee koolstoffen naast de zuurstof zijn nu verbonden met de koolstoffen van de dubbele binding van het ester&lt;br /&gt;
#** twee carbonzuren die een dimeer vormen&lt;br /&gt;
#* Bepaal teken rho, heeft pH invloed (R-C6H5 pi-pi stapeling met C6H5-NH2)&lt;br /&gt;
#* Relenza en tamiflu (orale beschikbaarheid en mechanisme)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel de synthese op voor het Lehn&#039;s sferand (structuur gegeven) vanuit (derivaten van) diëthyleenglycolen.&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge-verdunningsvoorwaarden en hoe werkt dit?&lt;br /&gt;
#* Combineer. Gastheren: cyclisch guanidine, cucurbit[8]uril, 30-kroon-10. Gasten: arginine, N-acetyltryptofaan, 1,4-bis(aminoimidazoline)butaan. Solventen: Chloroform, methanol, water pH 2, 7 en 10. (structuren gegeven)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: een pyrrool gesubstitueerd met een alkeen met twee R-substituenten (willekeurig). Dit molecule interageert met een onbekende receptor. Welke interactie veronderstel je? Bepaal het teken van rho. Wat gebeurt er met de absolute waarde van rho wanneer je een R-substituent vervangt door een H-atoom.&lt;br /&gt;
#* Wat is transfectie en hoe kan supramoleculaire chemie hierbij helpen?&lt;br /&gt;
#* Twee verbindingen gegeven, elk met 3 waterstofbindingen (structuren uit slides deel supramoleculaire polymeren). Welke verbinding heeft de grootse associatieconstante en waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke factoren beinvloeden de effectieve molariteit&lt;br /&gt;
#* synthese van hexathia18-kroon-6 vanuit ethyleenglycol en bis(2hydroxyethyl)sulfide op een veilige manier en wat doen we om de opbrengst zo hoog mogelijk te houden&lt;br /&gt;
#* wat zijn ansa-verbindingen en hoe kunnen ze meer inzicht geven over de ruimtevulling van de groepen&lt;br /&gt;
#* een structuur gegeven met 2 NH2 groepen een kroonether en een R (fenyl). 4-aminobutaanzuur is beter oplosbaar dan glycine (2-aminoazijnzuur) en 6-aminohexaanzuur. Hoe komt dit, welke interacties. De oplosbaarheid stijgt wanneer we R vervangen door (4-NO2-fenyl). Verklaar.&lt;br /&gt;
#* er zijn twee isomeren bij de synthese van resorcinarenen. Welke zijn dit?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#SMET:&lt;br /&gt;
#* gegeven een amide: RR&#039;C=CH-CO-N(CH3)2 met onbekende receptor gaat interageren:&lt;br /&gt;
Welke interactie verwachten we, teken van reactieparameter, plus redeneer. Wat gebeurt er met de absolite waarde van de reactieparameter als we een van de R groepen vervangen door een H.&lt;br /&gt;
#* lipskin regel geven en wat is het belang tegenwoordig in farmaceutische industrie &lt;br /&gt;
#* Bij synthese van rotaxanen volgens iemand (Stoddart ofzo)(tetrakationisch complex) zal threading een hogere opbrengst geven dan clipping waarom?&lt;br /&gt;
Waarom dan niet altijd threading?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze twee benzeenringen zijn ook gedebutyleerd en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd.&lt;br /&gt;
#* Bespreek aan de hand van hun structuurelementen de functie van nonactine en valinomycine (structuur gegeven).&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gastheren met de juiste gasten en solventen. Gasten: Natriumion, p-diaminobenzeen, p-diaminobenzeen met beide stikstoffen tetragebutyleerd, benzoÃ«zuur. Gastheren: calix[4]areen, een groot dibenzokroonether, een resorcinareen verkregen na 24 uur reflux, alfa-cyclodextrine en een aromatisch diamide. Solventen: water (pH 3, 7, 10), MeOH &amp;amp;amp; DCM.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* 4-R-pyridine. Deze gast bindt enkel aan de gastheer indien de stikstof geprotoneerd is. Bepaal het teken van de Hammett-parameter rho. Op welke interactie zou de complexatie kunnen berusten?&lt;br /&gt;
#* Geef de twee methoden die gebruikt kunnen worden om de associatieconstante te schrijven in functie van deelassociatieconstanten. Beschrijf de fysische basis van het probleem dat hierbij optreedt.&lt;br /&gt;
#* Bespreek de moleculaire basis van plaquevorming zoals die optreedt bij bijvoorbeeld de ziekte van Alzheimer. Wat zijn de therapeutische mogelijkheden om dit tegen te gaan? Bijvraag: op welke secundaire structuren en soorten interacties berust de associatie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven [2.2.2]cryptand uitgaande van chlooracetamide. Het cryptand heeft stikstoffen als bruggenhoofden, 2 ketens met telkens 2 zuurstoffen en 1 keten met 2 zwavelatomen. En hoe kan je de macroyclisatie bevorderen?&lt;br /&gt;
#* Transport van donor naar acceptorlaag via een organisch membraan? hoe gaat dit het beste met pentaglyme of met een [2.2.2]cryptand. Verklaar.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Je hebt een gesubstitueerd chinoline (onbekende substituent). Dit chinoline complexeert enkel met een gastheer als de N niet geprotoneerd is. wat is het teken van de hammet-parameter Rho? welke interactie zal er zijn tussen de gast en de gastheer?&lt;br /&gt;
#* Geef de 4 belangrijkste entropieveranderingen bij complexatie en bespreek. Welke is verantwoordelijk voor preorganisatie? Leg uit.&lt;br /&gt;
#* Invloed ketenlengte benzokroonether op rendement van een catenaan met een tetrakationisch cyclofaan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven calix[4]hemisferand uitgaande van 2 gegeven fenolen. De receprot bestond uit een calix[4]areen met een hemisferand aangehecht op de 1- en 3-posities.&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van valinomycine en nonactine: bespreek de functie  en hoe de verschillende structuurelementen hiertoe bijdragen.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#**solventen: zuur, neutraal of basisch water, methanol, dicchloormethaan&lt;br /&gt;
#**gastheren: cyclodextrine, een grote benzokroonether, een calyxareen, stoel resorcinareen en een heteroaromatische receptor met amidefuncties.&lt;br /&gt;
#**gasten: natriumion, aromatisch diamine, aromatisch diammoniumzout, benzoÃ«zuur&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Op welke 2 manieren kunnen we de totale associatieconstante beschouwen als een product van deelassociatieconstanten? Wat is bij elk het grootste fysisch probleem? Welk van deze 2 methoden is, op praktische gronden, te verkiezen en waarom?&lt;br /&gt;
#* Gegeven een amide met een para-gesubstitueerde fenylgroep op de N en de carbonyl. Dit molecule gaat waterstofbindingen aan met zowel de zuurstof als de NH. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho voor het substituent op elke benzeenring?&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van een receptor bestaande uit een porfyrinering, gekoppeld aan een calixareen met ketens die veel heteroatomen bevatten. De bindingsconstanten van KI is hoog, die voor NaI en NaClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; tussenin (en ongeveer gelijk), die van KClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; laag. Verklaar waarom. (Deze structuur staat in de cursus ter hoogte van het deel over coÃ¶perativiteit).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2012 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge verdunningsvoorwaarden en geef 2 voorbeelden hoe men dit in de praktijk bewerkstelligt.&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende affiniteit voor het kaliumkation en motiveer: 18-kroon-6, 1,10-dithia-18-kroon-6, benzo-18-kroon-6, [2.2.2]cryptand, 15-kroon-5, 21-kroon-7.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Voor een bepaald hydrofoob (gedeelte van een) gastmolecule werd aangetoond dat het de hydrofobe holte van de gastheer maar voor 55% vult in stabielste toestand. Verklaar thermodynamisch waarom het kan dat deze gedeeltelijk gevulde toestand meer bevoordeeld wordt dan de volledig gevulde holte.&lt;br /&gt;
#* &lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn van belang bij het catenaan gevormd uit &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039;, &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; en &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;?&lt;br /&gt;
#** Wat zou het effect zijn op de bindingsconstante moest het catenaan gevormd worden rond &#039;&#039;&#039;4&#039;&#039;&#039; i.p.v. &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039; en waarom?&lt;br /&gt;
#** Beredeneer het teken van de Hammett parameter Ï van de catenatiereactie van &#039;&#039;&#039;5&#039;&#039;&#039; met het monogealkyleerd derivaat van &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039; (hiermee wordt bedoeld, de open-ketenvorm van &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; enkelvoudig gebonden aan &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;). Sterische effecten van R mogen verwaarloosd worden [[Bestand:CatenaanSmet.png]]&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers synthetiseerden bovenste verbinding als receptor voor de onderste (tekening is &#039;&#039;ongeveer&#039;&#039; juist). Belangrijke interacties hierbij zijn H-bruggen, maar ook de Ï€-Ï€-interacties tussen de eindstandige benzeenringen spelen een beduidende rol. Om aard en sterkte van deze Ï€-Ï€-interacties te onderzoeken synthetiseerde men een aantal derivaten van beide, en mat men het verschil in bindingssterkte voor verschillende substituenten op de benzeenringen. [[Bestand:receptorSmet.png]]&lt;br /&gt;
#** Welke complicatie valt te verwachten bij deze metingen, vanwege de verschillende substituenten op de derivaten?&lt;br /&gt;
#** Verklaar de waargenomen tendensen in de gemeten energiebijdragen, weergegeven in de tabel (deze waarden zijn gecorrigeerd voor de complicaties waarnaar gevraagd in eerste subvraag dus zijn &#039;&#039;juist&#039;&#039;).&lt;br /&gt;
[[Bestand:tabelSmet.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Klassieke vraag. Verbind de juiste gast met gastheer en solvent. Licht toe en zeg welke interacties plaatsvinden.&lt;br /&gt;
#* Wat is de CAC? Waarom is het belangrijk dat deze gemeten wordt en hoe wordt deze gemeten?&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: [[Bestand:MolHerExamenMario.jpg]]&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;Bepaal het teken van &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;X&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep X en &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;R&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep R. Waarom gaat bij zÃ©Ã©r elektronenzuigende groepen, bv. X=F&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, de meting van de complexatieconstante met nucleofiele deeltjes niet meer correct verlopen?&lt;br /&gt;
#* Mag men de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de aromatische ring en de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de gedeprotoneerde carbonzuurfunctie zomaar optellen? Verklaar.&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenMario2.jpg]]&lt;br /&gt;
#* De synthese van rotaxanen op vaste drager kan handig zijn. Onwaar/waar en verklaar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* geef de structuur van cyclotriveratryleen en de synthese vanuit veratrol. Waarom zijn asymmetrisch gesubstitueerde CTV&#039;s chiraal?&lt;br /&gt;
#* hoe kunnen we eigenschappen van een gegeven cyclofaan gebruiken om de grootte van de substituent op de ring te bepalen&lt;br /&gt;
#* geef de synthese van de macroring 15 kroon 5 maar ipv met zuurstoffen met (NH , O , NH, S, S) vanuit HSCH2CH2SH en H2NCH2CH2OCH2CH2NH2&lt;br /&gt;
#* welke gast past in welk solvent bij welke gastheer? gasten: (Fe3+, Yb3+, tetramethylammonium, benzoaat) solventen: (methanol, DCM, water met pH=3,7,10) gastheren:(een resorcinareen, een [4]-calixareen met een -O-CH2COOH op elke ring, een [6]-calixareen met op de ring aan de ene kant een SO3H aan de andere kant een staart met een hydroxyamide rest aan, een [6]-calixareen met daaraan een staart met aan het uiteinde een fenylureum staart&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* gegeven: een receptor met daarop 2 groepen die waterstofbruggen vormen met een HO- en een -CHO op drie verschillende liganden. Welke complex zal het stabielste zijn, en verklaar dit energetisch en entropisch (ligand 1 is een bifenyl, ligand 2 is een bifenyl met een huge (triethylmethyl-)substituent op een van de ringen en ligand 3 is gewoon een alifatische keten met die oh en cho aan de uiteinden)&lt;br /&gt;
#* wat is de dubbele mutantcyclus een geef een voorbeeld dat de voordelen duidelijk maakt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (ochtend) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Bespreek de synthese van volgend cavitand, vertrekkende van resorcinareen. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#* Wat is [2,2]paracyclofaan? Geef de syntheses en eigenschappen (UV-spectrum).&lt;br /&gt;
#* Bespreek het kinetisch en thermodynamisch templaateffect.&lt;br /&gt;
#* 5 Macroringen gegeven; rangschik naar toenemende effectieve molariteit. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven 1-amino-5-R-naftaleen (met R een onbepaalde substituent). In een complex vormt deze aminogroep een waterstofbrug. Onderzoek wijst uit dat de &amp;amp;quot;reactie&amp;amp;quot;-parameter sterk positief is. Welke soort R-substituenten bevoordeligen de reactie? (leg uit met Hammett-vergelijking en de substituent-parameter) Bekleedt de aminogroep een donor- of acceptorfunctie bij het vormen van deze waterstofbrug?&lt;br /&gt;
#* Waarom is het entropieverlies van complexvorming in oplossing doorgaans kleiner dan in gasfase?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Verklaar waarom de effectieve molariteit stijgt bij een macrocysliche 10-ring, wanneer&lt;br /&gt;
#** a) rigide groepen worden gebruikt&lt;br /&gt;
#** b) heteroatomen worden gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verschil tussen een clathraat en een vaste stof-inclusie complex.&lt;br /&gt;
#* Schrijf de synthese op van dit cavitand (structuur is gegeven) vertrekkende van rescoriol. De cavitand is gelijkend op die in de cursus staat, maar op de 2&#039; plaats heeft deze een COOH groep.&lt;br /&gt;
#* VÃ¶gth synthetiseerde vele cryptanden met substituenten X (structuur is gegeven). Hoe kon hij daarmee de grootte van de caviteit bepalen? &lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Je krijgt een complexatie van een gast en gastheer die via pi-pi interacties complexeert en net naast deze aromatische ringen een waterstofbrug vormt met een amide op de gast.&lt;br /&gt;
#** Men wil d.m.v. substituenteffecten op de aromatische ringen ph1 (= op gast) en ph2 (= op gastheer) de bijdrage voor deze pi-pi interactie meten. Welke complicatie verwacht je echter met deze methode, bij dit specifieke complex?&lt;br /&gt;
#** Verklaar in de tabel (tabel met horizontaal de para-ph1 substituenten en vertikaal de para-ph 2 substituenten) de verlopen van de incrementen. (De incrementen zijn aangepast aan de complicatie die je in het eerste puntje moet geven en zijn dus correct)&lt;br /&gt;
#** Bepaal ook het teken van de Hammett rho parameters.&lt;br /&gt;
#* Trage complexen.&lt;br /&gt;
#** Hoe kan je in een NMR spectrum zien of je te maken hebt met een traag complex&lt;br /&gt;
#** Wat is het voordeel van een extreem traag complex? Geef een relevant voorbeeld van hoe we er gebruik van kunnen maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* match de gasten en de gastheren met de juiste solventen. Gast: 1,4-benzochinon, naftaleen-1,5-dicarbonzuur en 4-butylfenol (&amp;amp;quot;voor mensen die niet goed zijn in naamgeving, zal ik de moleculen even op bord tekenen&amp;amp;quot;). Solvent: water (ph= 2, 6, 10), MeOH, CCl4. Gasten: alpha-cyclodextrine, diazo-18-kroon-6, 18-kroon-6, [2,2]cyclofaan en 2 grote cyclofanen die getekend staan. Geef ook alle niet-covalente reacties en licht uw keuze toe&lt;br /&gt;
#* Wat is CAC, waarom belangrijk en hoe gemeten&lt;br /&gt;
#* reactie van een [2,2,1]cryptand opgebouwd uit bi en triÃ«thyleenglycolderivaten&lt;br /&gt;
#* Membraantransport  van kationen met kroonethers en de voorwaarden waaraan dat kroonether moet voldoen&lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Het teken van rho (Hammet) bepalen uit een tabel met stabiliteitsconstanten met verschillende gevers en zuigers. De link vinden met het reactiemechanisme. Bijkomende vraag: wat gebeurt er met een sterke base en een sterke elektronzuiger. (ja wat onduidelijk als je het molecule niet ziet natuurlijk...)&lt;br /&gt;
#* Stelling: voor het gegeven molecule mag ik zomaar de deltaG optellen om de totale deltaG te berekenen.&lt;br /&gt;
#* Waarom kan het voordelig zijn om synthese van rotaxanen uit te voeren op een vaste fase&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke ionen passen in welke macroringen? (K+, Ag+, Eu3+, Li+ en nog een vieze grote molecule) De macrocyclische verbindingen zijn ook gegeven. Welk solvent pak je best? (H2O, H2O pH 10, MeOH of chloroform) Vermeld welke interacties plaatsvinden&lt;br /&gt;
#* bespreek de synthese van: -een calix[4]areen met twee nitraten, twee n-propyloxy&#039;s en een azakroonetheroverbrugging-&lt;br /&gt;
#* Wat is zijn zelfassemblage en zelforganisatie en illustreer met een voorbeeld&lt;br /&gt;
# MS:&lt;br /&gt;
#* Tabel horende bij compensatie-effect gegeven. Welke interacties? Bespreek de tendens in de tabel en ook het verschil in \Delta S tussen gasfase en oplossing.&lt;br /&gt;
#* tekening van een catenaan met een cyclofaan met nogal wat N in rond een benzokroonether gegeven. Deze verbinding toont met H-NMR slechts twee signalen (3,45 en 6,26 ppm of zo) voor de hydrochinon-waterstoffen. Reden? Bespreek ook de multipliciteit van de signalen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Waarom is ethyleendioxy zo&#039;n populaire eenheid in kroonetherchemie&lt;br /&gt;
#* Welke 2 groepen zijn belangrijk bij de complexatie van Fe bij de sideroforen&lt;br /&gt;
#* 3 gasten (Lithium, azide, tetramethylammonium), 5 solventen (MeOH, H2O( pH 2,6,10), CCl4), gastheren ([2.2.2]-cryptand, all-cis resorcinareen, cram&#039;s sferand, 18-kroon-6,...)&lt;br /&gt;
# M.S.:&lt;br /&gt;
#* Synthese van tetrakationisch cyclofaan&lt;br /&gt;
#* Vraagje over receptor die interageert met gast, welk teken heeft de hammett parameter rho.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R0898426</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=4645</id>
		<title>Moleculaire Herkenning</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=4645"/>
		<updated>2025-06-18T10:13:49Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R0898426: /* 17 juni 2025 (VM) */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verplicht vak voor chemie. Moleculaire herkenning wordt gedoceerd door 2 proffen. Mario smet en Wim &amp;amp;quot;sandalen&amp;amp;quot; Dehaen. 50% van de punten staan op het examen, de andere 50% staan op een paper. Op het examen worden mondelinge vragen gesteld over de paper. Bij prof. Smet zijn dit normaal enkel de vragen die hij geeft bij de feedback op de paper,&lt;br /&gt;
prof. Dehaen stelt vaak ook extra vragen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===17 juni 2025 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
##Koppelvraag: Koppel elke gastmolecule aan een geschikte gastheer en oplosmiddel. Niet elke gastheer of elk oplosmiddel moet gebruikt worden; hergebruik is toegestaan.&lt;br /&gt;
##*Gasten: hexadecyltrimethylammoniumchloride (focus op het hexadecyltrimethylammonium-kation), tetraethylammoniumnitraat (focus op nitraat), 1-naftaleensulfonzuur, 4-aminobutaanzuur.&lt;br /&gt;
##*Gastheren: [2.2.2]-cryptand, resorcinareen, α-cyclodextrine, β-cyclodextrine, lariatkroonether met amine-/amidegroepen in de staart, azakroonether-achtige macrocyclus met meerdere amines en twee benzeenringen als ‘caps’.&lt;br /&gt;
##*Solventen: dichloormethaan (DCM), methanol, water (pH 2, 7 of 10).  &lt;br /&gt;
#*Tip: 4-aminobutaanzuur komt voor als zwitter-ion (combinatie met lariatether (zuur = h-brug acceptor dus met de NH staart, amine = h-brug donor dus met kroonether), 1-naftaleensulfonzuur met beta-cyclodextrine, nitraat met het azakroonether, hexadecyltrimethylammoniumchloride was volgens mij met het resorcinareen.)&lt;br /&gt;
##Wat is het effect van rigide groepen op de effectieve molariteit (EM)?&lt;br /&gt;
##Stel een synthesetraject op voor het thia-analoog van de [2.2.2]-cryptand, vertrekkende van triethanolamine. Hoe maximaliseren we de synthese?  &lt;br /&gt;
Tip: OH vervangen door betere leaving-group (bv tosyl), dat laten reageren met een thiol (bv ethane-1,2-dithiol). Maximaliseren met hoge verdunning en base (cesiumeffect).&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
##Welk proces heeft de kleinste entropieverandering?  &lt;br /&gt;
###Een cyclisatie waarbij een alkyn (R–C≡CH) met een triazene reageert tot een triazoolring  &lt;br /&gt;
###Vorming van een waterstofbrug tussen amidegroepen&lt;br /&gt;
##Wat is het teken van ρ in de Hammetvergelijking bij complexatie van K⁺ met een kroonether die een benzeenring bevat, waarbij R een substituent is op die aromatische ring? Geldt dezelfde redenering ook voor een kroonether waarbij R via een CH₂-keten aan de kroonether is gekoppeld (dus kroonether–CH₂–R i.p.v. kroonether–C₆H₄–R)?  &lt;br /&gt;
Tip: zelfde redenering geldt niet want er wordt geen rekening gehouden tussen inductieve en mesomere effecten bij rho (dus mesomeer gevend kan inductief zuigend zijn).&lt;br /&gt;
##Wat is transfectie? Wat is het probleem bij transfectie, en hoe kan supramoleculaire chemie dit oplossen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2025 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#*Synthetiseer een [2.1.1]cryptand&lt;br /&gt;
#*Belang resorcinol molecule in de supramoleculaire chemie bespreken, had te maken met boot-/stoel-conformatie dus resorcinarenen. En dan toepassingen van resorcinarenen geven ( complexatie met quaternaire amoniumzouten en vooral cavitanden en carceplexen)&lt;br /&gt;
#*standaard combinatievraag&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#* Exact hetzelfde als 30 augustus 2021&lt;br /&gt;
#* Bij vraag 2: Let op de basisiciteit van de stikstofatomen -&amp;gt; alternatieve molecule zal een zuur-base reactie hebben met de stikstof van de macroring, waardoor je geen pseudo-rotaxaan kan krijgen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2024 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#*Synthetiseer 4de molecule p78, waarvan 2 van de 4 moleculen: R = propyl en de andere 2 hadden geen tert-buthyl maar een monoazakroonether. Gegeven waren startproducten formaldehyde (mag je 2 keer gebruiken), monoazakroonether en tertbuthylfenol. Zoek een juiste volgorde van synthesestrategie. (Bijvraag: wat en hoe reageert formaldehyde en waar op de ring)&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen een vaste-toestand-inclusiecomplex en een clathraat? (Bijvraag: iets van voorbeeld gegeven)&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen sephulcraat, sidefoor of sacrofagine? En hoe worden deze bereid uit formaldehyde en ethyleendiamine? &lt;br /&gt;
#*Klassieke vraag van 4 gastheren, 4 gasten en 5 solventen. Geef ook welke niet-covalente interacties er aanwezig zullen zijn.&lt;br /&gt;
##*Gasten (structuren gegeven): 1,4-benzendicarboxylic acid / Paraquat / isocyanuurzuur / ureum&lt;br /&gt;
##*Gastheren (structuren gegeven): Glycoluril (6 keer in een cirkel) / en nog 3 anderen die ik niet ken)&lt;br /&gt;
##*Solventen Water pH 3 / 7 / 10 / MeOH en DCM (Let op met de interacties)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#*2 reacties gegeven (1 met 2 moleculen waarbij covalente binding gevormd wordt, 2 azijnzuren die H-bruggen vormen) welke heeft de grootste entropieverandering?&lt;br /&gt;
#*Molecule gegeven met pi-pi-stapeling. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho? Leg uit als er pH-afhankelijkheid is voor het teken? (Ja!)&lt;br /&gt;
#*Molecule gegeven met 5 H-bruggen, we willen de bindingsconstante van H-brug met * bepalen. Hoe doen we dit? Er zullen problemen opduiken. Geef een oplossing voor deze problemen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 Juni 2024 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel van Dehaen&lt;br /&gt;
#*Volgende moleculen werden getest op gast-gastheer complexvorming met chloride-anion. Bij hetzelfde solvent ging de complexvorming het best op met gastheer 1, dan 2 en dan 3 die beduidend veel slechter complexeerde. Nochtans heeft 3 een extra H op de aromatische N in vergelijking met 1. De onderzoekers linkten de slechte complexvorming bij 3 met een verschil in preorganisatie. Leg uit. (Het kwam erop neer dat je de groepen juist moest uittekenen en dan de juiste interacties moest vinden.) [[File:Vraag1Wim.png|caption]]&lt;br /&gt;
#*Rangschik volgende moleculen van slechtst naar best voor complexvorming met een Li-kation. [[File:Vraag2Wim.png|caption]]&lt;br /&gt;
#*Geef een voorstel van de synthese van hexathia-18-kroon-6 waarbij je bèta-halogeensulfiden vermijdt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel van Mario&lt;br /&gt;
#*Wat is de ceiling temperature en floor temperature? Wat is hun fysische betekenis? Geef een voorbeeld van supramoleculaire polymeren bij elke soort temperatuur. Leg uit wat het belang is van de ceiling temperature bij duurzame afvalverwerking van de polymeren.&lt;br /&gt;
#*Rotaxaanvormingsreactie gegeven. Bepaal het teken van de Hammet-parameter rho met betrekking tot substituent R voor de ligging van het ev. Zou deze rotaxaanvorming ook opgaan met een difenylamine? (exact zelfde vraag als augustus 2021)&lt;br /&gt;
#*Waarom worden cyclodextrines gebruikt in geneesmiddelen? Leg uit aan de hand van de Lipinski regels voor orale beschikbaarheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 Juni 2023===&lt;br /&gt;
#Deel van Dehaen&lt;br /&gt;
#*Hoe maak je 1,4,10,13-tetraäza-18-kroon-6 uitgaande van 1,2-diaminoëthaan en eventueel andere reagentia? Welke techniek zou je gebruiken om een maximale opbrengst te bekomen?&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen een vaste-toestand-inclusiecomplex en een clathraat?&lt;br /&gt;
#*Wat zijn sepulchraat- en sarcofaginecomplexen en hoe kan je ze bereiden met ethyleendiamine en Co(III)?&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag: Combineer telkens een gast, gastheer en een solvent. Er zijn 4 gastheren, 4 gasten en 5 solventen gegeven. Bij elke gastheer hoort 1 gast en vice versa. Er zijn meer solventen gegeven dan gasten en gastheren, dus hier kan je er al zeker 1 niet gebruiken. Geef een korte verklaring bij elke combinatie die je maakt.&lt;br /&gt;
#**Gastheren: 1. een cyclofaan met 2 ringen en 3 NH&#039;s tussen de ringen aan elke kant (tussen elke NH zat een CH2). 2. Cucurbit[6]uril. 3.Een klein cyclisch molecule met 2 aromatische ringen met een N naar binnen gewezen. Boven deze ring zijn 2 of 3 NH&#039;s, eronder 2 N-CH3&#039;s. 4. Een groot cyclisch molecule met aromatische ringen met een N (naar binnen wijzend) en tussen de aromatische ringen een koolstofketen met NH&#039;s (ook 2 random C=O bindingen die naar buiten wijzen, links- en rechtsboven).&lt;br /&gt;
#**Gasten: 1. Koolstofketen met aan elke uiteinde een aromatische ring. Op de verbinding tussen de keten en elke ring zit een positief geladen N. 2. ureum. 3. Cyclohexaan met afwisselend een O (C=O, met C de C van de ring en O het substituent) en een NH2 als substituent (in totaal volledig gesubstitueerd). 4. Een aromatische ring met 2 COOH substituenten in para.&lt;br /&gt;
#**Solventen: Water (pH 3,7 of 10), methanol of dichloormethaan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel van Mario&lt;br /&gt;
#*Er is een afbeelding gegeven van het complex dat KI coöperatief kan binden adhv Zn (staat ook in de slides bij coöperativiteit). Dan staan er bindingsconstantes gegeven van KI, KClO4, NaI en NaClO4 met KI duidelijk de hoogste bindingsconstante.&lt;br /&gt;
#**a) Verklaar de waargenomen resultaten.&lt;br /&gt;
#**b) Welke binding gaat volgens jou gepaard met de grootste entropieverandering? Verklaar.&lt;br /&gt;
#*18-kroon-6 is gegeven met een aromatische ring erop en aan de aromatische ring hangt een R. Wat is het teken van rho indien de complexeren van K+ met deze structuur bekijken en wat is de verhouding met R? Geef in je antwoord zeker de volledige Hammett-vergelijking. Dan staat er een tweede afbeelding gegeven, ook 18-kroon-6, maar hier is het substituent -CH2-R. Geldt dit ook voor de tweede structuur?&lt;br /&gt;
#*Wat zijn de voor- en nadelen van supramoleculaire polymeren?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 Juni 2022 ===&lt;br /&gt;
#Dehean&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag&lt;br /&gt;
#**Solvent: CH2Cl2, MeOH, H2O pH (2,7,12)&lt;br /&gt;
#**Guests: trimethylhexadecylammonium *Cl-*, *tetrabutylammonium* nitraat, naftaleen-1-sulfonzuur, 4-aminobutaanzuur&lt;br /&gt;
#**Hosts: zeven, enkel molecule gegeven dus kan ze niet opnoemen ([2,2,2]-cryptand met enkel zuurstof, ...)&lt;br /&gt;
#*Verband EM &amp;amp; rigide groepen&lt;br /&gt;
#*Synthese hexathia-analoog van [2,2,2] cryptand, uitgaande van triëthanolamine&lt;br /&gt;
#**Hoe maximaliseren we de synthese?&lt;br /&gt;
#Smet&lt;br /&gt;
#*Bespreek compensatiegedrag entropie en enthalpie&lt;br /&gt;
#*Welke technieken om verschil tussen een catenaan en zijn 2 aparte ringen te meten (vermeld eventuele eigenschappen die nodig zijn op de macroringen)&lt;br /&gt;
#*Azidothymidine: structuur gegeven, voorspel werking en bio-beschikbaarheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 Augustus 2021===&lt;br /&gt;
[https://i.imgur.com/eDCNSJR.jpg Dehaen] &amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
[https://i.imgur.com/JolZOyK.jpg Smet]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 juni 2021===&lt;br /&gt;
#Dehaen&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag. &lt;br /&gt;
#**Gasten: naftaleenderivaat, nitraat, aminobutaanzuur,... &lt;br /&gt;
#**Gastheren: alpha-cyclodextrine derivaat met een quaternair amoniumzout aan gebonden, beta-cyclodextrine derivaat, kroonether met thioureumfuncties, een lariatether, [2.2.2] cryptand met zuurstof als donoratomen en N als bruggenhoofden. &lt;br /&gt;
#**Solvent: water pH 2, 7, 10, methanol, CH2Cl2&lt;br /&gt;
#*Verband EM &amp;amp; rigide groepen&lt;br /&gt;
#*Synthese van het thia-analoog van de [2.2.2]-cryptand startende van een triethanolamine. &lt;br /&gt;
#Smet&lt;br /&gt;
#*Leg uit waarom de meeste polymerisatiereacties slechts opgaan onder een bepaalde temperatuur. Geef de naam van deze temperatuur. &lt;br /&gt;
#*Leg uit waarom sommige polymerisatiereacties enkel opgaan boven een bepaalde temperatuur. Geef de naam van deze temperatuur. Geef een voorbeeld van een monomeer dat dergelijk gedrag vertoond. &lt;br /&gt;
#*Vraag over een complexatiereactie met een R-substituent en wat het teken van rho zou zijn in de Hammett-vergelijking.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 juni 2019 VM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Uitleggen waarom verzeping plaatsvindt van een gegeven molecule met KOH in tolueen enkel als een kroonether aanwezig (18-kroon-6 analoog)&lt;br /&gt;
#* Uitleggen waarom cyclodextrines geschikt zijn voor &amp;quot;drug delivery&amp;quot; en een geschikt cyclodextrinekiezen (alfa, beta, gamma) voor naproxen (naftaleenderivaat)&lt;br /&gt;
#* Waarom base gebruiken voor kroonethersynthese van catechol en oligoethyleenglycoltosylaten? (deproteneren / templaateffect van kation)&lt;br /&gt;
#** Verschillende kroonethers gegeven met variërende lengte en aantal zuurstoffen. Hij vraagt om voor elke kroonether de juiste base te kiezen&lt;br /&gt;
#** Keuze uit 5 basen: LiAcO, KAcO, NH4AcO, CsAcO en moleculair kation en AcO-&lt;br /&gt;
#* Resorcinaren worden gevormd in zuur milieu maar na een tijdje zal het thermydynamischer stabieler zijn (stoel versus boot)&lt;br /&gt;
#** Geef interacties van beide isomeren in basisch milieu met een tetraalkylammonium-kation&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* 2 associaties gegeven, welke van de 2 associaties heeft de kleinste entropieverandering? (A = H-brugacceptor &amp;amp; D = H-brugdonor)&lt;br /&gt;
#** Associatie 1: ADA DAD (letters staan eigelijk onder elkaar)&lt;br /&gt;
#** Associatie 2: AAA DDD (letters staan eigelijk onder elkaar)&lt;br /&gt;
#* Molecule gegeven met R-groep  dat interacties aangaat met een chloride-anion&lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn er voornamelijk?&lt;br /&gt;
#** Wat voor groep moet R zijn? Hoe verhoudt zicht dat tot de parameter rho?&lt;br /&gt;
#* Bespreek biobeschikbaarheid van morfine (structuur gegeven) &lt;br /&gt;
#** Heroïne heeft een sterker effect op het centraal zenuwstelsel, verklaar? (gegeven dat morfine reageert met overmaat azijnzuuranhydride en heroïne vormt).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineer:&lt;br /&gt;
#** Gasten: trimethylhexadecylammoniumion, nitraation, 4-aminoboterzuur, naftaleensulfonzuur. &lt;br /&gt;
#** Gastheren: resorcinareen, benzokroonether met één N en op die N zat een keten (keten = CH2 C6H4 CH2 ... NH C=NH NH ... azole ring), twee speciale cyclodextrines (eentje was een ring van zes monomeren met een ammoniumfuntie op, de andere was een ring van zeven monomeren met een thia-amine keten op), een ring met drie benzenen en tussen elke benzeen de groep CH2 CH2 NH C=S NH CH2 CH2), nog eentje die ik me niet herinner&lt;br /&gt;
#** Solventen: de gewoonlijke&lt;br /&gt;
#* Effect rigide groepen op EM&lt;br /&gt;
#* Synthese thia analoog [2.2.2]cyrptand, hoe synthese verbeteren?&lt;br /&gt;
#*Pillarenen uitleggen, verband andere calixarenen&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welke reactie geeft de grootste entropie veranderingen? eentje is het azijnzuur dimeer, de andere is de cyclisatie van twee ringen (eentje is maleïnezuuranhydride en de ander cyclohexa-1,3-dieen) (volgens chemdraw heet het gevormde molecule (4R,7aS)-3a,4,7,7a-tetrahydro-4,7-ethanoisobenzofuran-1,3-dione). Bijvraag: iets met de deeltermen van de entropie, bij welke is welke het grootst? &lt;br /&gt;
#* Geef teken rho (Hammett) van de complexatie van K+ met een benzokroonether met aan die benzeenring een substituent R. Geldt deze redenering voor rho ook voor een tweede kroonether die aan een ethyleen eenheid een CH2R groep heeft hangen?&lt;br /&gt;
#* Bespreek relenza en tamiflu, over hun biobeschikbaarheid en mechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineren van gast, gastheer en solvent met als gasten: lanthaan, paraquat en nog een dicarbonzuur, als gastheren verschillende calixarenen in water ph 2,7,10, methanol of chloroform&lt;br /&gt;
#* Vraag welke het beste zou zijn voor ionentransport over een organisch membraan: diglyme of 2,2,2 kryptand&lt;br /&gt;
#* Een synthese van een 2,2,2 thiakryptand derivaat&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Ceiling &amp;amp; floortemperatuur + voorbeeld&lt;br /&gt;
#* Met de hammetvgl werken en teken van rho bepalen bij een complexvorming van pseudorotaxaan&lt;br /&gt;
#* Invloed van ... (cyclodextrine?) op transport van medicijnen en da linken aan de lipinskiregels&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 VM ===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze 1,3benzeenringen hebben geen buty meer, en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd. &lt;br /&gt;
#* Nonactine &amp;amp; valinomycine&lt;br /&gt;
#* Gast, gastheer, solvent: &lt;br /&gt;
#** H2O (pH = 3,7, 10), DCM, MeOH&lt;br /&gt;
#** Na+, ammoniumzout*, diamide*, benzoezuur (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
#** Calix[4]areen*, resorcinol uit acetaldehyde en 24u reflux, benzokroonether*, alfa-cyclodextrine, diamine* (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welk proces geeft de grootste entropieverandering met zich mee? &lt;br /&gt;
#** Furaan + H2C=COOR --&amp;gt; furaanring waarvan de twee dubbele bindingen weg zijn en er eentje bij is gekomen waar er eerst de enkele binding was, en de twee koolstoffen naast de zuurstof zijn nu verbonden met de koolstoffen van de dubbele binding van het ester&lt;br /&gt;
#** twee carbonzuren die een dimeer vormen&lt;br /&gt;
#* Bepaal teken rho, heeft pH invloed (R-C6H5 pi-pi stapeling met C6H5-NH2)&lt;br /&gt;
#* Relenza en tamiflu (orale beschikbaarheid en mechanisme)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel de synthese op voor het Lehn&#039;s sferand (structuur gegeven) vanuit (derivaten van) diëthyleenglycolen.&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge-verdunningsvoorwaarden en hoe werkt dit?&lt;br /&gt;
#* Combineer. Gastheren: cyclisch guanidine, cucurbit[8]uril, 30-kroon-10. Gasten: arginine, N-acetyltryptofaan, 1,4-bis(aminoimidazoline)butaan. Solventen: Chloroform, methanol, water pH 2, 7 en 10. (structuren gegeven)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: een pyrrool gesubstitueerd met een alkeen met twee R-substituenten (willekeurig). Dit molecule interageert met een onbekende receptor. Welke interactie veronderstel je? Bepaal het teken van rho. Wat gebeurt er met de absolute waarde van rho wanneer je een R-substituent vervangt door een H-atoom.&lt;br /&gt;
#* Wat is transfectie en hoe kan supramoleculaire chemie hierbij helpen?&lt;br /&gt;
#* Twee verbindingen gegeven, elk met 3 waterstofbindingen (structuren uit slides deel supramoleculaire polymeren). Welke verbinding heeft de grootse associatieconstante en waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke factoren beinvloeden de effectieve molariteit&lt;br /&gt;
#* synthese van hexathia18-kroon-6 vanuit ethyleenglycol en bis(2hydroxyethyl)sulfide op een veilige manier en wat doen we om de opbrengst zo hoog mogelijk te houden&lt;br /&gt;
#* wat zijn ansa-verbindingen en hoe kunnen ze meer inzicht geven over de ruimtevulling van de groepen&lt;br /&gt;
#* een structuur gegeven met 2 NH2 groepen een kroonether en een R (fenyl). 4-aminobutaanzuur is beter oplosbaar dan glycine (2-aminoazijnzuur) en 6-aminohexaanzuur. Hoe komt dit, welke interacties. De oplosbaarheid stijgt wanneer we R vervangen door (4-NO2-fenyl). Verklaar.&lt;br /&gt;
#* er zijn twee isomeren bij de synthese van resorcinarenen. Welke zijn dit?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#SMET:&lt;br /&gt;
#* gegeven een amide: RR&#039;C=CH-CO-N(CH3)2 met onbekende receptor gaat interageren:&lt;br /&gt;
Welke interactie verwachten we, teken van reactieparameter, plus redeneer. Wat gebeurt er met de absolite waarde van de reactieparameter als we een van de R groepen vervangen door een H.&lt;br /&gt;
#* lipskin regel geven en wat is het belang tegenwoordig in farmaceutische industrie &lt;br /&gt;
#* Bij synthese van rotaxanen volgens iemand (Stoddart ofzo)(tetrakationisch complex) zal threading een hogere opbrengst geven dan clipping waarom?&lt;br /&gt;
Waarom dan niet altijd threading?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze twee benzeenringen zijn ook gedebutyleerd en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd.&lt;br /&gt;
#* Bespreek aan de hand van hun structuurelementen de functie van nonactine en valinomycine (structuur gegeven).&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gastheren met de juiste gasten en solventen. Gasten: Natriumion, p-diaminobenzeen, p-diaminobenzeen met beide stikstoffen tetragebutyleerd, benzoÃ«zuur. Gastheren: calix[4]areen, een groot dibenzokroonether, een resorcinareen verkregen na 24 uur reflux, alfa-cyclodextrine en een aromatisch diamide. Solventen: water (pH 3, 7, 10), MeOH &amp;amp;amp; DCM.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* 4-R-pyridine. Deze gast bindt enkel aan de gastheer indien de stikstof geprotoneerd is. Bepaal het teken van de Hammett-parameter rho. Op welke interactie zou de complexatie kunnen berusten?&lt;br /&gt;
#* Geef de twee methoden die gebruikt kunnen worden om de associatieconstante te schrijven in functie van deelassociatieconstanten. Beschrijf de fysische basis van het probleem dat hierbij optreedt.&lt;br /&gt;
#* Bespreek de moleculaire basis van plaquevorming zoals die optreedt bij bijvoorbeeld de ziekte van Alzheimer. Wat zijn de therapeutische mogelijkheden om dit tegen te gaan? Bijvraag: op welke secundaire structuren en soorten interacties berust de associatie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven [2.2.2]cryptand uitgaande van chlooracetamide. Het cryptand heeft stikstoffen als bruggenhoofden, 2 ketens met telkens 2 zuurstoffen en 1 keten met 2 zwavelatomen. En hoe kan je de macroyclisatie bevorderen?&lt;br /&gt;
#* Transport van donor naar acceptorlaag via een organisch membraan? hoe gaat dit het beste met pentaglyme of met een [2.2.2]cryptand. Verklaar.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Je hebt een gesubstitueerd chinoline (onbekende substituent). Dit chinoline complexeert enkel met een gastheer als de N niet geprotoneerd is. wat is het teken van de hammet-parameter Rho? welke interactie zal er zijn tussen de gast en de gastheer?&lt;br /&gt;
#* Geef de 4 belangrijkste entropieveranderingen bij complexatie en bespreek. Welke is verantwoordelijk voor preorganisatie? Leg uit.&lt;br /&gt;
#* Invloed ketenlengte benzokroonether op rendement van een catenaan met een tetrakationisch cyclofaan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven calix[4]hemisferand uitgaande van 2 gegeven fenolen. De receprot bestond uit een calix[4]areen met een hemisferand aangehecht op de 1- en 3-posities.&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van valinomycine en nonactine: bespreek de functie  en hoe de verschillende structuurelementen hiertoe bijdragen.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#**solventen: zuur, neutraal of basisch water, methanol, dicchloormethaan&lt;br /&gt;
#**gastheren: cyclodextrine, een grote benzokroonether, een calyxareen, stoel resorcinareen en een heteroaromatische receptor met amidefuncties.&lt;br /&gt;
#**gasten: natriumion, aromatisch diamine, aromatisch diammoniumzout, benzoÃ«zuur&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Op welke 2 manieren kunnen we de totale associatieconstante beschouwen als een product van deelassociatieconstanten? Wat is bij elk het grootste fysisch probleem? Welk van deze 2 methoden is, op praktische gronden, te verkiezen en waarom?&lt;br /&gt;
#* Gegeven een amide met een para-gesubstitueerde fenylgroep op de N en de carbonyl. Dit molecule gaat waterstofbindingen aan met zowel de zuurstof als de NH. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho voor het substituent op elke benzeenring?&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van een receptor bestaande uit een porfyrinering, gekoppeld aan een calixareen met ketens die veel heteroatomen bevatten. De bindingsconstanten van KI is hoog, die voor NaI en NaClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; tussenin (en ongeveer gelijk), die van KClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; laag. Verklaar waarom. (Deze structuur staat in de cursus ter hoogte van het deel over coÃ¶perativiteit).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2012 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge verdunningsvoorwaarden en geef 2 voorbeelden hoe men dit in de praktijk bewerkstelligt.&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende affiniteit voor het kaliumkation en motiveer: 18-kroon-6, 1,10-dithia-18-kroon-6, benzo-18-kroon-6, [2.2.2]cryptand, 15-kroon-5, 21-kroon-7.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Voor een bepaald hydrofoob (gedeelte van een) gastmolecule werd aangetoond dat het de hydrofobe holte van de gastheer maar voor 55% vult in stabielste toestand. Verklaar thermodynamisch waarom het kan dat deze gedeeltelijk gevulde toestand meer bevoordeeld wordt dan de volledig gevulde holte.&lt;br /&gt;
#* &lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn van belang bij het catenaan gevormd uit &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039;, &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; en &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;?&lt;br /&gt;
#** Wat zou het effect zijn op de bindingsconstante moest het catenaan gevormd worden rond &#039;&#039;&#039;4&#039;&#039;&#039; i.p.v. &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039; en waarom?&lt;br /&gt;
#** Beredeneer het teken van de Hammett parameter Ï van de catenatiereactie van &#039;&#039;&#039;5&#039;&#039;&#039; met het monogealkyleerd derivaat van &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039; (hiermee wordt bedoeld, de open-ketenvorm van &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; enkelvoudig gebonden aan &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;). Sterische effecten van R mogen verwaarloosd worden [[Bestand:CatenaanSmet.png]]&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers synthetiseerden bovenste verbinding als receptor voor de onderste (tekening is &#039;&#039;ongeveer&#039;&#039; juist). Belangrijke interacties hierbij zijn H-bruggen, maar ook de Ï€-Ï€-interacties tussen de eindstandige benzeenringen spelen een beduidende rol. Om aard en sterkte van deze Ï€-Ï€-interacties te onderzoeken synthetiseerde men een aantal derivaten van beide, en mat men het verschil in bindingssterkte voor verschillende substituenten op de benzeenringen. [[Bestand:receptorSmet.png]]&lt;br /&gt;
#** Welke complicatie valt te verwachten bij deze metingen, vanwege de verschillende substituenten op de derivaten?&lt;br /&gt;
#** Verklaar de waargenomen tendensen in de gemeten energiebijdragen, weergegeven in de tabel (deze waarden zijn gecorrigeerd voor de complicaties waarnaar gevraagd in eerste subvraag dus zijn &#039;&#039;juist&#039;&#039;).&lt;br /&gt;
[[Bestand:tabelSmet.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Klassieke vraag. Verbind de juiste gast met gastheer en solvent. Licht toe en zeg welke interacties plaatsvinden.&lt;br /&gt;
#* Wat is de CAC? Waarom is het belangrijk dat deze gemeten wordt en hoe wordt deze gemeten?&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: [[Bestand:MolHerExamenMario.jpg]]&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;Bepaal het teken van &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;X&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep X en &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;R&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep R. Waarom gaat bij zÃ©Ã©r elektronenzuigende groepen, bv. X=F&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, de meting van de complexatieconstante met nucleofiele deeltjes niet meer correct verlopen?&lt;br /&gt;
#* Mag men de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de aromatische ring en de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de gedeprotoneerde carbonzuurfunctie zomaar optellen? Verklaar.&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenMario2.jpg]]&lt;br /&gt;
#* De synthese van rotaxanen op vaste drager kan handig zijn. Onwaar/waar en verklaar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* geef de structuur van cyclotriveratryleen en de synthese vanuit veratrol. Waarom zijn asymmetrisch gesubstitueerde CTV&#039;s chiraal?&lt;br /&gt;
#* hoe kunnen we eigenschappen van een gegeven cyclofaan gebruiken om de grootte van de substituent op de ring te bepalen&lt;br /&gt;
#* geef de synthese van de macroring 15 kroon 5 maar ipv met zuurstoffen met (NH , O , NH, S, S) vanuit HSCH2CH2SH en H2NCH2CH2OCH2CH2NH2&lt;br /&gt;
#* welke gast past in welk solvent bij welke gastheer? gasten: (Fe3+, Yb3+, tetramethylammonium, benzoaat) solventen: (methanol, DCM, water met pH=3,7,10) gastheren:(een resorcinareen, een [4]-calixareen met een -O-CH2COOH op elke ring, een [6]-calixareen met op de ring aan de ene kant een SO3H aan de andere kant een staart met een hydroxyamide rest aan, een [6]-calixareen met daaraan een staart met aan het uiteinde een fenylureum staart&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* gegeven: een receptor met daarop 2 groepen die waterstofbruggen vormen met een HO- en een -CHO op drie verschillende liganden. Welke complex zal het stabielste zijn, en verklaar dit energetisch en entropisch (ligand 1 is een bifenyl, ligand 2 is een bifenyl met een huge (triethylmethyl-)substituent op een van de ringen en ligand 3 is gewoon een alifatische keten met die oh en cho aan de uiteinden)&lt;br /&gt;
#* wat is de dubbele mutantcyclus een geef een voorbeeld dat de voordelen duidelijk maakt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (ochtend) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Bespreek de synthese van volgend cavitand, vertrekkende van resorcinareen. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#* Wat is [2,2]paracyclofaan? Geef de syntheses en eigenschappen (UV-spectrum).&lt;br /&gt;
#* Bespreek het kinetisch en thermodynamisch templaateffect.&lt;br /&gt;
#* 5 Macroringen gegeven; rangschik naar toenemende effectieve molariteit. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven 1-amino-5-R-naftaleen (met R een onbepaalde substituent). In een complex vormt deze aminogroep een waterstofbrug. Onderzoek wijst uit dat de &amp;amp;quot;reactie&amp;amp;quot;-parameter sterk positief is. Welke soort R-substituenten bevoordeligen de reactie? (leg uit met Hammett-vergelijking en de substituent-parameter) Bekleedt de aminogroep een donor- of acceptorfunctie bij het vormen van deze waterstofbrug?&lt;br /&gt;
#* Waarom is het entropieverlies van complexvorming in oplossing doorgaans kleiner dan in gasfase?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Verklaar waarom de effectieve molariteit stijgt bij een macrocysliche 10-ring, wanneer&lt;br /&gt;
#** a) rigide groepen worden gebruikt&lt;br /&gt;
#** b) heteroatomen worden gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verschil tussen een clathraat en een vaste stof-inclusie complex.&lt;br /&gt;
#* Schrijf de synthese op van dit cavitand (structuur is gegeven) vertrekkende van rescoriol. De cavitand is gelijkend op die in de cursus staat, maar op de 2&#039; plaats heeft deze een COOH groep.&lt;br /&gt;
#* VÃ¶gth synthetiseerde vele cryptanden met substituenten X (structuur is gegeven). Hoe kon hij daarmee de grootte van de caviteit bepalen? &lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Je krijgt een complexatie van een gast en gastheer die via pi-pi interacties complexeert en net naast deze aromatische ringen een waterstofbrug vormt met een amide op de gast.&lt;br /&gt;
#** Men wil d.m.v. substituenteffecten op de aromatische ringen ph1 (= op gast) en ph2 (= op gastheer) de bijdrage voor deze pi-pi interactie meten. Welke complicatie verwacht je echter met deze methode, bij dit specifieke complex?&lt;br /&gt;
#** Verklaar in de tabel (tabel met horizontaal de para-ph1 substituenten en vertikaal de para-ph 2 substituenten) de verlopen van de incrementen. (De incrementen zijn aangepast aan de complicatie die je in het eerste puntje moet geven en zijn dus correct)&lt;br /&gt;
#** Bepaal ook het teken van de Hammett rho parameters.&lt;br /&gt;
#* Trage complexen.&lt;br /&gt;
#** Hoe kan je in een NMR spectrum zien of je te maken hebt met een traag complex&lt;br /&gt;
#** Wat is het voordeel van een extreem traag complex? Geef een relevant voorbeeld van hoe we er gebruik van kunnen maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* match de gasten en de gastheren met de juiste solventen. Gast: 1,4-benzochinon, naftaleen-1,5-dicarbonzuur en 4-butylfenol (&amp;amp;quot;voor mensen die niet goed zijn in naamgeving, zal ik de moleculen even op bord tekenen&amp;amp;quot;). Solvent: water (ph= 2, 6, 10), MeOH, CCl4. Gasten: alpha-cyclodextrine, diazo-18-kroon-6, 18-kroon-6, [2,2]cyclofaan en 2 grote cyclofanen die getekend staan. Geef ook alle niet-covalente reacties en licht uw keuze toe&lt;br /&gt;
#* Wat is CAC, waarom belangrijk en hoe gemeten&lt;br /&gt;
#* reactie van een [2,2,1]cryptand opgebouwd uit bi en triÃ«thyleenglycolderivaten&lt;br /&gt;
#* Membraantransport  van kationen met kroonethers en de voorwaarden waaraan dat kroonether moet voldoen&lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Het teken van rho (Hammet) bepalen uit een tabel met stabiliteitsconstanten met verschillende gevers en zuigers. De link vinden met het reactiemechanisme. Bijkomende vraag: wat gebeurt er met een sterke base en een sterke elektronzuiger. (ja wat onduidelijk als je het molecule niet ziet natuurlijk...)&lt;br /&gt;
#* Stelling: voor het gegeven molecule mag ik zomaar de deltaG optellen om de totale deltaG te berekenen.&lt;br /&gt;
#* Waarom kan het voordelig zijn om synthese van rotaxanen uit te voeren op een vaste fase&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke ionen passen in welke macroringen? (K+, Ag+, Eu3+, Li+ en nog een vieze grote molecule) De macrocyclische verbindingen zijn ook gegeven. Welk solvent pak je best? (H2O, H2O pH 10, MeOH of chloroform) Vermeld welke interacties plaatsvinden&lt;br /&gt;
#* bespreek de synthese van: -een calix[4]areen met twee nitraten, twee n-propyloxy&#039;s en een azakroonetheroverbrugging-&lt;br /&gt;
#* Wat is zijn zelfassemblage en zelforganisatie en illustreer met een voorbeeld&lt;br /&gt;
# MS:&lt;br /&gt;
#* Tabel horende bij compensatie-effect gegeven. Welke interacties? Bespreek de tendens in de tabel en ook het verschil in \Delta S tussen gasfase en oplossing.&lt;br /&gt;
#* tekening van een catenaan met een cyclofaan met nogal wat N in rond een benzokroonether gegeven. Deze verbinding toont met H-NMR slechts twee signalen (3,45 en 6,26 ppm of zo) voor de hydrochinon-waterstoffen. Reden? Bespreek ook de multipliciteit van de signalen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Waarom is ethyleendioxy zo&#039;n populaire eenheid in kroonetherchemie&lt;br /&gt;
#* Welke 2 groepen zijn belangrijk bij de complexatie van Fe bij de sideroforen&lt;br /&gt;
#* 3 gasten (Lithium, azide, tetramethylammonium), 5 solventen (MeOH, H2O( pH 2,6,10), CCl4), gastheren ([2.2.2]-cryptand, all-cis resorcinareen, cram&#039;s sferand, 18-kroon-6,...)&lt;br /&gt;
# M.S.:&lt;br /&gt;
#* Synthese van tetrakationisch cyclofaan&lt;br /&gt;
#* Vraagje over receptor die interageert met gast, welk teken heeft de hammett parameter rho.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R0898426</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=4644</id>
		<title>Moleculaire Herkenning</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=4644"/>
		<updated>2025-06-18T10:12:40Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R0898426: /* 17 juni 2025 (VM) */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verplicht vak voor chemie. Moleculaire herkenning wordt gedoceerd door 2 proffen. Mario smet en Wim &amp;amp;quot;sandalen&amp;amp;quot; Dehaen. 50% van de punten staan op het examen, de andere 50% staan op een paper. Op het examen worden mondelinge vragen gesteld over de paper. Bij prof. Smet zijn dit normaal enkel de vragen die hij geeft bij de feedback op de paper,&lt;br /&gt;
prof. Dehaen stelt vaak ook extra vragen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===17 juni 2025 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
##Koppelvraag: Koppel elke gastmolecule aan een geschikte gastheer en oplosmiddel. Niet elke gastheer of elk oplosmiddel moet gebruikt worden; hergebruik is toegestaan.&lt;br /&gt;
##*Gasten: hexadecyltrimethylammoniumchloride (focus op het hexadecyltrimethylammonium-kation), tetraethylammoniumnitraat (focus op nitraat), 1-naftaleensulfonzuur, 4-aminobutaanzuur.&lt;br /&gt;
##*Gastheren: [2.2.2]-cryptand, resorcinareen, α-cyclodextrine, β-cyclodextrine, lariatkroonether met amine-/amidegroepen in de staart, azakroonether-achtige macrocyclus met meerdere amines en twee benzeenringen als ‘caps’.&lt;br /&gt;
##*Solventen: dichloormethaan (DCM), methanol, water (pH 2, 7 of 10).  &lt;br /&gt;
Tip: 4-aminobutaanzuur komt voor als zwitter-ion (combinatie met lariatether (zuur = h-brug acceptor dus met de NH staart, amine = h-brug donor dus met kroonether), 1-naftaleensulfonzuur met beta-cyclodextrine, nitraat met het azakroonether, hexadecyltrimethylammoniumchloride was volgens mij met het resorcinareen.)&lt;br /&gt;
##Wat is het effect van rigide groepen op de effectieve molariteit (EM)?&lt;br /&gt;
##Stel een synthesetraject op voor het thia-analoog van de [2.2.2]-cryptand, vertrekkende van triethanolamine. Hoe maximaliseren we de synthese?  &lt;br /&gt;
Tip: OH vervangen door betere leaving-group (bv tosyl), dat laten reageren met een thiol (bv ethane-1,2-dithiol). Maximaliseren met hoge verdunning en base (cesiumeffect).&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
##Welk proces heeft de kleinste entropieverandering?  &lt;br /&gt;
###Een cyclisatie waarbij een alkyn (R–C≡CH) met een triazene reageert tot een triazoolring  &lt;br /&gt;
###Vorming van een waterstofbrug tussen amidegroepen&lt;br /&gt;
##Wat is het teken van ρ in de Hammetvergelijking bij complexatie van K⁺ met een kroonether die een benzeenring bevat, waarbij R een substituent is op die aromatische ring? Geldt dezelfde redenering ook voor een kroonether waarbij R via een CH₂-keten aan de kroonether is gekoppeld (dus kroonether–CH₂–R i.p.v. kroonether–C₆H₄–R)?  &lt;br /&gt;
Tip: zelfde redenering geldt niet want er wordt geen rekening gehouden tussen inductieve en mesomere effecten bij rho (dus mesomeer gevend kan inductief zuigend zijn).&lt;br /&gt;
##Wat is transfectie? Wat is het probleem bij transfectie, en hoe kan supramoleculaire chemie dit oplossen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2025 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#*Synthetiseer een [2.1.1]cryptand&lt;br /&gt;
#*Belang resorcinol molecule in de supramoleculaire chemie bespreken, had te maken met boot-/stoel-conformatie dus resorcinarenen. En dan toepassingen van resorcinarenen geven ( complexatie met quaternaire amoniumzouten en vooral cavitanden en carceplexen)&lt;br /&gt;
#*standaard combinatievraag&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#* Exact hetzelfde als 30 augustus 2021&lt;br /&gt;
#* Bij vraag 2: Let op de basisiciteit van de stikstofatomen -&amp;gt; alternatieve molecule zal een zuur-base reactie hebben met de stikstof van de macroring, waardoor je geen pseudo-rotaxaan kan krijgen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2024 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#*Synthetiseer 4de molecule p78, waarvan 2 van de 4 moleculen: R = propyl en de andere 2 hadden geen tert-buthyl maar een monoazakroonether. Gegeven waren startproducten formaldehyde (mag je 2 keer gebruiken), monoazakroonether en tertbuthylfenol. Zoek een juiste volgorde van synthesestrategie. (Bijvraag: wat en hoe reageert formaldehyde en waar op de ring)&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen een vaste-toestand-inclusiecomplex en een clathraat? (Bijvraag: iets van voorbeeld gegeven)&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen sephulcraat, sidefoor of sacrofagine? En hoe worden deze bereid uit formaldehyde en ethyleendiamine? &lt;br /&gt;
#*Klassieke vraag van 4 gastheren, 4 gasten en 5 solventen. Geef ook welke niet-covalente interacties er aanwezig zullen zijn.&lt;br /&gt;
##*Gasten (structuren gegeven): 1,4-benzendicarboxylic acid / Paraquat / isocyanuurzuur / ureum&lt;br /&gt;
##*Gastheren (structuren gegeven): Glycoluril (6 keer in een cirkel) / en nog 3 anderen die ik niet ken)&lt;br /&gt;
##*Solventen Water pH 3 / 7 / 10 / MeOH en DCM (Let op met de interacties)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#*2 reacties gegeven (1 met 2 moleculen waarbij covalente binding gevormd wordt, 2 azijnzuren die H-bruggen vormen) welke heeft de grootste entropieverandering?&lt;br /&gt;
#*Molecule gegeven met pi-pi-stapeling. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho? Leg uit als er pH-afhankelijkheid is voor het teken? (Ja!)&lt;br /&gt;
#*Molecule gegeven met 5 H-bruggen, we willen de bindingsconstante van H-brug met * bepalen. Hoe doen we dit? Er zullen problemen opduiken. Geef een oplossing voor deze problemen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 Juni 2024 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel van Dehaen&lt;br /&gt;
#*Volgende moleculen werden getest op gast-gastheer complexvorming met chloride-anion. Bij hetzelfde solvent ging de complexvorming het best op met gastheer 1, dan 2 en dan 3 die beduidend veel slechter complexeerde. Nochtans heeft 3 een extra H op de aromatische N in vergelijking met 1. De onderzoekers linkten de slechte complexvorming bij 3 met een verschil in preorganisatie. Leg uit. (Het kwam erop neer dat je de groepen juist moest uittekenen en dan de juiste interacties moest vinden.) [[File:Vraag1Wim.png|caption]]&lt;br /&gt;
#*Rangschik volgende moleculen van slechtst naar best voor complexvorming met een Li-kation. [[File:Vraag2Wim.png|caption]]&lt;br /&gt;
#*Geef een voorstel van de synthese van hexathia-18-kroon-6 waarbij je bèta-halogeensulfiden vermijdt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel van Mario&lt;br /&gt;
#*Wat is de ceiling temperature en floor temperature? Wat is hun fysische betekenis? Geef een voorbeeld van supramoleculaire polymeren bij elke soort temperatuur. Leg uit wat het belang is van de ceiling temperature bij duurzame afvalverwerking van de polymeren.&lt;br /&gt;
#*Rotaxaanvormingsreactie gegeven. Bepaal het teken van de Hammet-parameter rho met betrekking tot substituent R voor de ligging van het ev. Zou deze rotaxaanvorming ook opgaan met een difenylamine? (exact zelfde vraag als augustus 2021)&lt;br /&gt;
#*Waarom worden cyclodextrines gebruikt in geneesmiddelen? Leg uit aan de hand van de Lipinski regels voor orale beschikbaarheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 Juni 2023===&lt;br /&gt;
#Deel van Dehaen&lt;br /&gt;
#*Hoe maak je 1,4,10,13-tetraäza-18-kroon-6 uitgaande van 1,2-diaminoëthaan en eventueel andere reagentia? Welke techniek zou je gebruiken om een maximale opbrengst te bekomen?&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen een vaste-toestand-inclusiecomplex en een clathraat?&lt;br /&gt;
#*Wat zijn sepulchraat- en sarcofaginecomplexen en hoe kan je ze bereiden met ethyleendiamine en Co(III)?&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag: Combineer telkens een gast, gastheer en een solvent. Er zijn 4 gastheren, 4 gasten en 5 solventen gegeven. Bij elke gastheer hoort 1 gast en vice versa. Er zijn meer solventen gegeven dan gasten en gastheren, dus hier kan je er al zeker 1 niet gebruiken. Geef een korte verklaring bij elke combinatie die je maakt.&lt;br /&gt;
#**Gastheren: 1. een cyclofaan met 2 ringen en 3 NH&#039;s tussen de ringen aan elke kant (tussen elke NH zat een CH2). 2. Cucurbit[6]uril. 3.Een klein cyclisch molecule met 2 aromatische ringen met een N naar binnen gewezen. Boven deze ring zijn 2 of 3 NH&#039;s, eronder 2 N-CH3&#039;s. 4. Een groot cyclisch molecule met aromatische ringen met een N (naar binnen wijzend) en tussen de aromatische ringen een koolstofketen met NH&#039;s (ook 2 random C=O bindingen die naar buiten wijzen, links- en rechtsboven).&lt;br /&gt;
#**Gasten: 1. Koolstofketen met aan elke uiteinde een aromatische ring. Op de verbinding tussen de keten en elke ring zit een positief geladen N. 2. ureum. 3. Cyclohexaan met afwisselend een O (C=O, met C de C van de ring en O het substituent) en een NH2 als substituent (in totaal volledig gesubstitueerd). 4. Een aromatische ring met 2 COOH substituenten in para.&lt;br /&gt;
#**Solventen: Water (pH 3,7 of 10), methanol of dichloormethaan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel van Mario&lt;br /&gt;
#*Er is een afbeelding gegeven van het complex dat KI coöperatief kan binden adhv Zn (staat ook in de slides bij coöperativiteit). Dan staan er bindingsconstantes gegeven van KI, KClO4, NaI en NaClO4 met KI duidelijk de hoogste bindingsconstante.&lt;br /&gt;
#**a) Verklaar de waargenomen resultaten.&lt;br /&gt;
#**b) Welke binding gaat volgens jou gepaard met de grootste entropieverandering? Verklaar.&lt;br /&gt;
#*18-kroon-6 is gegeven met een aromatische ring erop en aan de aromatische ring hangt een R. Wat is het teken van rho indien de complexeren van K+ met deze structuur bekijken en wat is de verhouding met R? Geef in je antwoord zeker de volledige Hammett-vergelijking. Dan staat er een tweede afbeelding gegeven, ook 18-kroon-6, maar hier is het substituent -CH2-R. Geldt dit ook voor de tweede structuur?&lt;br /&gt;
#*Wat zijn de voor- en nadelen van supramoleculaire polymeren?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 Juni 2022 ===&lt;br /&gt;
#Dehean&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag&lt;br /&gt;
#**Solvent: CH2Cl2, MeOH, H2O pH (2,7,12)&lt;br /&gt;
#**Guests: trimethylhexadecylammonium *Cl-*, *tetrabutylammonium* nitraat, naftaleen-1-sulfonzuur, 4-aminobutaanzuur&lt;br /&gt;
#**Hosts: zeven, enkel molecule gegeven dus kan ze niet opnoemen ([2,2,2]-cryptand met enkel zuurstof, ...)&lt;br /&gt;
#*Verband EM &amp;amp; rigide groepen&lt;br /&gt;
#*Synthese hexathia-analoog van [2,2,2] cryptand, uitgaande van triëthanolamine&lt;br /&gt;
#**Hoe maximaliseren we de synthese?&lt;br /&gt;
#Smet&lt;br /&gt;
#*Bespreek compensatiegedrag entropie en enthalpie&lt;br /&gt;
#*Welke technieken om verschil tussen een catenaan en zijn 2 aparte ringen te meten (vermeld eventuele eigenschappen die nodig zijn op de macroringen)&lt;br /&gt;
#*Azidothymidine: structuur gegeven, voorspel werking en bio-beschikbaarheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 Augustus 2021===&lt;br /&gt;
[https://i.imgur.com/eDCNSJR.jpg Dehaen] &amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
[https://i.imgur.com/JolZOyK.jpg Smet]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 juni 2021===&lt;br /&gt;
#Dehaen&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag. &lt;br /&gt;
#**Gasten: naftaleenderivaat, nitraat, aminobutaanzuur,... &lt;br /&gt;
#**Gastheren: alpha-cyclodextrine derivaat met een quaternair amoniumzout aan gebonden, beta-cyclodextrine derivaat, kroonether met thioureumfuncties, een lariatether, [2.2.2] cryptand met zuurstof als donoratomen en N als bruggenhoofden. &lt;br /&gt;
#**Solvent: water pH 2, 7, 10, methanol, CH2Cl2&lt;br /&gt;
#*Verband EM &amp;amp; rigide groepen&lt;br /&gt;
#*Synthese van het thia-analoog van de [2.2.2]-cryptand startende van een triethanolamine. &lt;br /&gt;
#Smet&lt;br /&gt;
#*Leg uit waarom de meeste polymerisatiereacties slechts opgaan onder een bepaalde temperatuur. Geef de naam van deze temperatuur. &lt;br /&gt;
#*Leg uit waarom sommige polymerisatiereacties enkel opgaan boven een bepaalde temperatuur. Geef de naam van deze temperatuur. Geef een voorbeeld van een monomeer dat dergelijk gedrag vertoond. &lt;br /&gt;
#*Vraag over een complexatiereactie met een R-substituent en wat het teken van rho zou zijn in de Hammett-vergelijking.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 juni 2019 VM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Uitleggen waarom verzeping plaatsvindt van een gegeven molecule met KOH in tolueen enkel als een kroonether aanwezig (18-kroon-6 analoog)&lt;br /&gt;
#* Uitleggen waarom cyclodextrines geschikt zijn voor &amp;quot;drug delivery&amp;quot; en een geschikt cyclodextrinekiezen (alfa, beta, gamma) voor naproxen (naftaleenderivaat)&lt;br /&gt;
#* Waarom base gebruiken voor kroonethersynthese van catechol en oligoethyleenglycoltosylaten? (deproteneren / templaateffect van kation)&lt;br /&gt;
#** Verschillende kroonethers gegeven met variërende lengte en aantal zuurstoffen. Hij vraagt om voor elke kroonether de juiste base te kiezen&lt;br /&gt;
#** Keuze uit 5 basen: LiAcO, KAcO, NH4AcO, CsAcO en moleculair kation en AcO-&lt;br /&gt;
#* Resorcinaren worden gevormd in zuur milieu maar na een tijdje zal het thermydynamischer stabieler zijn (stoel versus boot)&lt;br /&gt;
#** Geef interacties van beide isomeren in basisch milieu met een tetraalkylammonium-kation&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* 2 associaties gegeven, welke van de 2 associaties heeft de kleinste entropieverandering? (A = H-brugacceptor &amp;amp; D = H-brugdonor)&lt;br /&gt;
#** Associatie 1: ADA DAD (letters staan eigelijk onder elkaar)&lt;br /&gt;
#** Associatie 2: AAA DDD (letters staan eigelijk onder elkaar)&lt;br /&gt;
#* Molecule gegeven met R-groep  dat interacties aangaat met een chloride-anion&lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn er voornamelijk?&lt;br /&gt;
#** Wat voor groep moet R zijn? Hoe verhoudt zicht dat tot de parameter rho?&lt;br /&gt;
#* Bespreek biobeschikbaarheid van morfine (structuur gegeven) &lt;br /&gt;
#** Heroïne heeft een sterker effect op het centraal zenuwstelsel, verklaar? (gegeven dat morfine reageert met overmaat azijnzuuranhydride en heroïne vormt).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineer:&lt;br /&gt;
#** Gasten: trimethylhexadecylammoniumion, nitraation, 4-aminoboterzuur, naftaleensulfonzuur. &lt;br /&gt;
#** Gastheren: resorcinareen, benzokroonether met één N en op die N zat een keten (keten = CH2 C6H4 CH2 ... NH C=NH NH ... azole ring), twee speciale cyclodextrines (eentje was een ring van zes monomeren met een ammoniumfuntie op, de andere was een ring van zeven monomeren met een thia-amine keten op), een ring met drie benzenen en tussen elke benzeen de groep CH2 CH2 NH C=S NH CH2 CH2), nog eentje die ik me niet herinner&lt;br /&gt;
#** Solventen: de gewoonlijke&lt;br /&gt;
#* Effect rigide groepen op EM&lt;br /&gt;
#* Synthese thia analoog [2.2.2]cyrptand, hoe synthese verbeteren?&lt;br /&gt;
#*Pillarenen uitleggen, verband andere calixarenen&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welke reactie geeft de grootste entropie veranderingen? eentje is het azijnzuur dimeer, de andere is de cyclisatie van twee ringen (eentje is maleïnezuuranhydride en de ander cyclohexa-1,3-dieen) (volgens chemdraw heet het gevormde molecule (4R,7aS)-3a,4,7,7a-tetrahydro-4,7-ethanoisobenzofuran-1,3-dione). Bijvraag: iets met de deeltermen van de entropie, bij welke is welke het grootst? &lt;br /&gt;
#* Geef teken rho (Hammett) van de complexatie van K+ met een benzokroonether met aan die benzeenring een substituent R. Geldt deze redenering voor rho ook voor een tweede kroonether die aan een ethyleen eenheid een CH2R groep heeft hangen?&lt;br /&gt;
#* Bespreek relenza en tamiflu, over hun biobeschikbaarheid en mechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineren van gast, gastheer en solvent met als gasten: lanthaan, paraquat en nog een dicarbonzuur, als gastheren verschillende calixarenen in water ph 2,7,10, methanol of chloroform&lt;br /&gt;
#* Vraag welke het beste zou zijn voor ionentransport over een organisch membraan: diglyme of 2,2,2 kryptand&lt;br /&gt;
#* Een synthese van een 2,2,2 thiakryptand derivaat&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Ceiling &amp;amp; floortemperatuur + voorbeeld&lt;br /&gt;
#* Met de hammetvgl werken en teken van rho bepalen bij een complexvorming van pseudorotaxaan&lt;br /&gt;
#* Invloed van ... (cyclodextrine?) op transport van medicijnen en da linken aan de lipinskiregels&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 VM ===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze 1,3benzeenringen hebben geen buty meer, en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd. &lt;br /&gt;
#* Nonactine &amp;amp; valinomycine&lt;br /&gt;
#* Gast, gastheer, solvent: &lt;br /&gt;
#** H2O (pH = 3,7, 10), DCM, MeOH&lt;br /&gt;
#** Na+, ammoniumzout*, diamide*, benzoezuur (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
#** Calix[4]areen*, resorcinol uit acetaldehyde en 24u reflux, benzokroonether*, alfa-cyclodextrine, diamine* (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welk proces geeft de grootste entropieverandering met zich mee? &lt;br /&gt;
#** Furaan + H2C=COOR --&amp;gt; furaanring waarvan de twee dubbele bindingen weg zijn en er eentje bij is gekomen waar er eerst de enkele binding was, en de twee koolstoffen naast de zuurstof zijn nu verbonden met de koolstoffen van de dubbele binding van het ester&lt;br /&gt;
#** twee carbonzuren die een dimeer vormen&lt;br /&gt;
#* Bepaal teken rho, heeft pH invloed (R-C6H5 pi-pi stapeling met C6H5-NH2)&lt;br /&gt;
#* Relenza en tamiflu (orale beschikbaarheid en mechanisme)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel de synthese op voor het Lehn&#039;s sferand (structuur gegeven) vanuit (derivaten van) diëthyleenglycolen.&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge-verdunningsvoorwaarden en hoe werkt dit?&lt;br /&gt;
#* Combineer. Gastheren: cyclisch guanidine, cucurbit[8]uril, 30-kroon-10. Gasten: arginine, N-acetyltryptofaan, 1,4-bis(aminoimidazoline)butaan. Solventen: Chloroform, methanol, water pH 2, 7 en 10. (structuren gegeven)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: een pyrrool gesubstitueerd met een alkeen met twee R-substituenten (willekeurig). Dit molecule interageert met een onbekende receptor. Welke interactie veronderstel je? Bepaal het teken van rho. Wat gebeurt er met de absolute waarde van rho wanneer je een R-substituent vervangt door een H-atoom.&lt;br /&gt;
#* Wat is transfectie en hoe kan supramoleculaire chemie hierbij helpen?&lt;br /&gt;
#* Twee verbindingen gegeven, elk met 3 waterstofbindingen (structuren uit slides deel supramoleculaire polymeren). Welke verbinding heeft de grootse associatieconstante en waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke factoren beinvloeden de effectieve molariteit&lt;br /&gt;
#* synthese van hexathia18-kroon-6 vanuit ethyleenglycol en bis(2hydroxyethyl)sulfide op een veilige manier en wat doen we om de opbrengst zo hoog mogelijk te houden&lt;br /&gt;
#* wat zijn ansa-verbindingen en hoe kunnen ze meer inzicht geven over de ruimtevulling van de groepen&lt;br /&gt;
#* een structuur gegeven met 2 NH2 groepen een kroonether en een R (fenyl). 4-aminobutaanzuur is beter oplosbaar dan glycine (2-aminoazijnzuur) en 6-aminohexaanzuur. Hoe komt dit, welke interacties. De oplosbaarheid stijgt wanneer we R vervangen door (4-NO2-fenyl). Verklaar.&lt;br /&gt;
#* er zijn twee isomeren bij de synthese van resorcinarenen. Welke zijn dit?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#SMET:&lt;br /&gt;
#* gegeven een amide: RR&#039;C=CH-CO-N(CH3)2 met onbekende receptor gaat interageren:&lt;br /&gt;
Welke interactie verwachten we, teken van reactieparameter, plus redeneer. Wat gebeurt er met de absolite waarde van de reactieparameter als we een van de R groepen vervangen door een H.&lt;br /&gt;
#* lipskin regel geven en wat is het belang tegenwoordig in farmaceutische industrie &lt;br /&gt;
#* Bij synthese van rotaxanen volgens iemand (Stoddart ofzo)(tetrakationisch complex) zal threading een hogere opbrengst geven dan clipping waarom?&lt;br /&gt;
Waarom dan niet altijd threading?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze twee benzeenringen zijn ook gedebutyleerd en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd.&lt;br /&gt;
#* Bespreek aan de hand van hun structuurelementen de functie van nonactine en valinomycine (structuur gegeven).&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gastheren met de juiste gasten en solventen. Gasten: Natriumion, p-diaminobenzeen, p-diaminobenzeen met beide stikstoffen tetragebutyleerd, benzoÃ«zuur. Gastheren: calix[4]areen, een groot dibenzokroonether, een resorcinareen verkregen na 24 uur reflux, alfa-cyclodextrine en een aromatisch diamide. Solventen: water (pH 3, 7, 10), MeOH &amp;amp;amp; DCM.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* 4-R-pyridine. Deze gast bindt enkel aan de gastheer indien de stikstof geprotoneerd is. Bepaal het teken van de Hammett-parameter rho. Op welke interactie zou de complexatie kunnen berusten?&lt;br /&gt;
#* Geef de twee methoden die gebruikt kunnen worden om de associatieconstante te schrijven in functie van deelassociatieconstanten. Beschrijf de fysische basis van het probleem dat hierbij optreedt.&lt;br /&gt;
#* Bespreek de moleculaire basis van plaquevorming zoals die optreedt bij bijvoorbeeld de ziekte van Alzheimer. Wat zijn de therapeutische mogelijkheden om dit tegen te gaan? Bijvraag: op welke secundaire structuren en soorten interacties berust de associatie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven [2.2.2]cryptand uitgaande van chlooracetamide. Het cryptand heeft stikstoffen als bruggenhoofden, 2 ketens met telkens 2 zuurstoffen en 1 keten met 2 zwavelatomen. En hoe kan je de macroyclisatie bevorderen?&lt;br /&gt;
#* Transport van donor naar acceptorlaag via een organisch membraan? hoe gaat dit het beste met pentaglyme of met een [2.2.2]cryptand. Verklaar.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Je hebt een gesubstitueerd chinoline (onbekende substituent). Dit chinoline complexeert enkel met een gastheer als de N niet geprotoneerd is. wat is het teken van de hammet-parameter Rho? welke interactie zal er zijn tussen de gast en de gastheer?&lt;br /&gt;
#* Geef de 4 belangrijkste entropieveranderingen bij complexatie en bespreek. Welke is verantwoordelijk voor preorganisatie? Leg uit.&lt;br /&gt;
#* Invloed ketenlengte benzokroonether op rendement van een catenaan met een tetrakationisch cyclofaan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven calix[4]hemisferand uitgaande van 2 gegeven fenolen. De receprot bestond uit een calix[4]areen met een hemisferand aangehecht op de 1- en 3-posities.&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van valinomycine en nonactine: bespreek de functie  en hoe de verschillende structuurelementen hiertoe bijdragen.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#**solventen: zuur, neutraal of basisch water, methanol, dicchloormethaan&lt;br /&gt;
#**gastheren: cyclodextrine, een grote benzokroonether, een calyxareen, stoel resorcinareen en een heteroaromatische receptor met amidefuncties.&lt;br /&gt;
#**gasten: natriumion, aromatisch diamine, aromatisch diammoniumzout, benzoÃ«zuur&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Op welke 2 manieren kunnen we de totale associatieconstante beschouwen als een product van deelassociatieconstanten? Wat is bij elk het grootste fysisch probleem? Welk van deze 2 methoden is, op praktische gronden, te verkiezen en waarom?&lt;br /&gt;
#* Gegeven een amide met een para-gesubstitueerde fenylgroep op de N en de carbonyl. Dit molecule gaat waterstofbindingen aan met zowel de zuurstof als de NH. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho voor het substituent op elke benzeenring?&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van een receptor bestaande uit een porfyrinering, gekoppeld aan een calixareen met ketens die veel heteroatomen bevatten. De bindingsconstanten van KI is hoog, die voor NaI en NaClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; tussenin (en ongeveer gelijk), die van KClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; laag. Verklaar waarom. (Deze structuur staat in de cursus ter hoogte van het deel over coÃ¶perativiteit).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2012 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge verdunningsvoorwaarden en geef 2 voorbeelden hoe men dit in de praktijk bewerkstelligt.&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende affiniteit voor het kaliumkation en motiveer: 18-kroon-6, 1,10-dithia-18-kroon-6, benzo-18-kroon-6, [2.2.2]cryptand, 15-kroon-5, 21-kroon-7.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Voor een bepaald hydrofoob (gedeelte van een) gastmolecule werd aangetoond dat het de hydrofobe holte van de gastheer maar voor 55% vult in stabielste toestand. Verklaar thermodynamisch waarom het kan dat deze gedeeltelijk gevulde toestand meer bevoordeeld wordt dan de volledig gevulde holte.&lt;br /&gt;
#* &lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn van belang bij het catenaan gevormd uit &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039;, &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; en &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;?&lt;br /&gt;
#** Wat zou het effect zijn op de bindingsconstante moest het catenaan gevormd worden rond &#039;&#039;&#039;4&#039;&#039;&#039; i.p.v. &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039; en waarom?&lt;br /&gt;
#** Beredeneer het teken van de Hammett parameter Ï van de catenatiereactie van &#039;&#039;&#039;5&#039;&#039;&#039; met het monogealkyleerd derivaat van &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039; (hiermee wordt bedoeld, de open-ketenvorm van &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; enkelvoudig gebonden aan &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;). Sterische effecten van R mogen verwaarloosd worden [[Bestand:CatenaanSmet.png]]&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers synthetiseerden bovenste verbinding als receptor voor de onderste (tekening is &#039;&#039;ongeveer&#039;&#039; juist). Belangrijke interacties hierbij zijn H-bruggen, maar ook de Ï€-Ï€-interacties tussen de eindstandige benzeenringen spelen een beduidende rol. Om aard en sterkte van deze Ï€-Ï€-interacties te onderzoeken synthetiseerde men een aantal derivaten van beide, en mat men het verschil in bindingssterkte voor verschillende substituenten op de benzeenringen. [[Bestand:receptorSmet.png]]&lt;br /&gt;
#** Welke complicatie valt te verwachten bij deze metingen, vanwege de verschillende substituenten op de derivaten?&lt;br /&gt;
#** Verklaar de waargenomen tendensen in de gemeten energiebijdragen, weergegeven in de tabel (deze waarden zijn gecorrigeerd voor de complicaties waarnaar gevraagd in eerste subvraag dus zijn &#039;&#039;juist&#039;&#039;).&lt;br /&gt;
[[Bestand:tabelSmet.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Klassieke vraag. Verbind de juiste gast met gastheer en solvent. Licht toe en zeg welke interacties plaatsvinden.&lt;br /&gt;
#* Wat is de CAC? Waarom is het belangrijk dat deze gemeten wordt en hoe wordt deze gemeten?&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: [[Bestand:MolHerExamenMario.jpg]]&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;Bepaal het teken van &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;X&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep X en &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;R&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep R. Waarom gaat bij zÃ©Ã©r elektronenzuigende groepen, bv. X=F&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, de meting van de complexatieconstante met nucleofiele deeltjes niet meer correct verlopen?&lt;br /&gt;
#* Mag men de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de aromatische ring en de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de gedeprotoneerde carbonzuurfunctie zomaar optellen? Verklaar.&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenMario2.jpg]]&lt;br /&gt;
#* De synthese van rotaxanen op vaste drager kan handig zijn. Onwaar/waar en verklaar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* geef de structuur van cyclotriveratryleen en de synthese vanuit veratrol. Waarom zijn asymmetrisch gesubstitueerde CTV&#039;s chiraal?&lt;br /&gt;
#* hoe kunnen we eigenschappen van een gegeven cyclofaan gebruiken om de grootte van de substituent op de ring te bepalen&lt;br /&gt;
#* geef de synthese van de macroring 15 kroon 5 maar ipv met zuurstoffen met (NH , O , NH, S, S) vanuit HSCH2CH2SH en H2NCH2CH2OCH2CH2NH2&lt;br /&gt;
#* welke gast past in welk solvent bij welke gastheer? gasten: (Fe3+, Yb3+, tetramethylammonium, benzoaat) solventen: (methanol, DCM, water met pH=3,7,10) gastheren:(een resorcinareen, een [4]-calixareen met een -O-CH2COOH op elke ring, een [6]-calixareen met op de ring aan de ene kant een SO3H aan de andere kant een staart met een hydroxyamide rest aan, een [6]-calixareen met daaraan een staart met aan het uiteinde een fenylureum staart&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* gegeven: een receptor met daarop 2 groepen die waterstofbruggen vormen met een HO- en een -CHO op drie verschillende liganden. Welke complex zal het stabielste zijn, en verklaar dit energetisch en entropisch (ligand 1 is een bifenyl, ligand 2 is een bifenyl met een huge (triethylmethyl-)substituent op een van de ringen en ligand 3 is gewoon een alifatische keten met die oh en cho aan de uiteinden)&lt;br /&gt;
#* wat is de dubbele mutantcyclus een geef een voorbeeld dat de voordelen duidelijk maakt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (ochtend) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Bespreek de synthese van volgend cavitand, vertrekkende van resorcinareen. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#* Wat is [2,2]paracyclofaan? Geef de syntheses en eigenschappen (UV-spectrum).&lt;br /&gt;
#* Bespreek het kinetisch en thermodynamisch templaateffect.&lt;br /&gt;
#* 5 Macroringen gegeven; rangschik naar toenemende effectieve molariteit. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven 1-amino-5-R-naftaleen (met R een onbepaalde substituent). In een complex vormt deze aminogroep een waterstofbrug. Onderzoek wijst uit dat de &amp;amp;quot;reactie&amp;amp;quot;-parameter sterk positief is. Welke soort R-substituenten bevoordeligen de reactie? (leg uit met Hammett-vergelijking en de substituent-parameter) Bekleedt de aminogroep een donor- of acceptorfunctie bij het vormen van deze waterstofbrug?&lt;br /&gt;
#* Waarom is het entropieverlies van complexvorming in oplossing doorgaans kleiner dan in gasfase?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Verklaar waarom de effectieve molariteit stijgt bij een macrocysliche 10-ring, wanneer&lt;br /&gt;
#** a) rigide groepen worden gebruikt&lt;br /&gt;
#** b) heteroatomen worden gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verschil tussen een clathraat en een vaste stof-inclusie complex.&lt;br /&gt;
#* Schrijf de synthese op van dit cavitand (structuur is gegeven) vertrekkende van rescoriol. De cavitand is gelijkend op die in de cursus staat, maar op de 2&#039; plaats heeft deze een COOH groep.&lt;br /&gt;
#* VÃ¶gth synthetiseerde vele cryptanden met substituenten X (structuur is gegeven). Hoe kon hij daarmee de grootte van de caviteit bepalen? &lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Je krijgt een complexatie van een gast en gastheer die via pi-pi interacties complexeert en net naast deze aromatische ringen een waterstofbrug vormt met een amide op de gast.&lt;br /&gt;
#** Men wil d.m.v. substituenteffecten op de aromatische ringen ph1 (= op gast) en ph2 (= op gastheer) de bijdrage voor deze pi-pi interactie meten. Welke complicatie verwacht je echter met deze methode, bij dit specifieke complex?&lt;br /&gt;
#** Verklaar in de tabel (tabel met horizontaal de para-ph1 substituenten en vertikaal de para-ph 2 substituenten) de verlopen van de incrementen. (De incrementen zijn aangepast aan de complicatie die je in het eerste puntje moet geven en zijn dus correct)&lt;br /&gt;
#** Bepaal ook het teken van de Hammett rho parameters.&lt;br /&gt;
#* Trage complexen.&lt;br /&gt;
#** Hoe kan je in een NMR spectrum zien of je te maken hebt met een traag complex&lt;br /&gt;
#** Wat is het voordeel van een extreem traag complex? Geef een relevant voorbeeld van hoe we er gebruik van kunnen maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* match de gasten en de gastheren met de juiste solventen. Gast: 1,4-benzochinon, naftaleen-1,5-dicarbonzuur en 4-butylfenol (&amp;amp;quot;voor mensen die niet goed zijn in naamgeving, zal ik de moleculen even op bord tekenen&amp;amp;quot;). Solvent: water (ph= 2, 6, 10), MeOH, CCl4. Gasten: alpha-cyclodextrine, diazo-18-kroon-6, 18-kroon-6, [2,2]cyclofaan en 2 grote cyclofanen die getekend staan. Geef ook alle niet-covalente reacties en licht uw keuze toe&lt;br /&gt;
#* Wat is CAC, waarom belangrijk en hoe gemeten&lt;br /&gt;
#* reactie van een [2,2,1]cryptand opgebouwd uit bi en triÃ«thyleenglycolderivaten&lt;br /&gt;
#* Membraantransport  van kationen met kroonethers en de voorwaarden waaraan dat kroonether moet voldoen&lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Het teken van rho (Hammet) bepalen uit een tabel met stabiliteitsconstanten met verschillende gevers en zuigers. De link vinden met het reactiemechanisme. Bijkomende vraag: wat gebeurt er met een sterke base en een sterke elektronzuiger. (ja wat onduidelijk als je het molecule niet ziet natuurlijk...)&lt;br /&gt;
#* Stelling: voor het gegeven molecule mag ik zomaar de deltaG optellen om de totale deltaG te berekenen.&lt;br /&gt;
#* Waarom kan het voordelig zijn om synthese van rotaxanen uit te voeren op een vaste fase&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke ionen passen in welke macroringen? (K+, Ag+, Eu3+, Li+ en nog een vieze grote molecule) De macrocyclische verbindingen zijn ook gegeven. Welk solvent pak je best? (H2O, H2O pH 10, MeOH of chloroform) Vermeld welke interacties plaatsvinden&lt;br /&gt;
#* bespreek de synthese van: -een calix[4]areen met twee nitraten, twee n-propyloxy&#039;s en een azakroonetheroverbrugging-&lt;br /&gt;
#* Wat is zijn zelfassemblage en zelforganisatie en illustreer met een voorbeeld&lt;br /&gt;
# MS:&lt;br /&gt;
#* Tabel horende bij compensatie-effect gegeven. Welke interacties? Bespreek de tendens in de tabel en ook het verschil in \Delta S tussen gasfase en oplossing.&lt;br /&gt;
#* tekening van een catenaan met een cyclofaan met nogal wat N in rond een benzokroonether gegeven. Deze verbinding toont met H-NMR slechts twee signalen (3,45 en 6,26 ppm of zo) voor de hydrochinon-waterstoffen. Reden? Bespreek ook de multipliciteit van de signalen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Waarom is ethyleendioxy zo&#039;n populaire eenheid in kroonetherchemie&lt;br /&gt;
#* Welke 2 groepen zijn belangrijk bij de complexatie van Fe bij de sideroforen&lt;br /&gt;
#* 3 gasten (Lithium, azide, tetramethylammonium), 5 solventen (MeOH, H2O( pH 2,6,10), CCl4), gastheren ([2.2.2]-cryptand, all-cis resorcinareen, cram&#039;s sferand, 18-kroon-6,...)&lt;br /&gt;
# M.S.:&lt;br /&gt;
#* Synthese van tetrakationisch cyclofaan&lt;br /&gt;
#* Vraagje over receptor die interageert met gast, welk teken heeft de hammett parameter rho.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R0898426</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=4643</id>
		<title>Moleculaire Herkenning</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=4643"/>
		<updated>2025-06-18T10:11:33Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R0898426: /* 17 juni 2025 (VM) */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verplicht vak voor chemie. Moleculaire herkenning wordt gedoceerd door 2 proffen. Mario smet en Wim &amp;amp;quot;sandalen&amp;amp;quot; Dehaen. 50% van de punten staan op het examen, de andere 50% staan op een paper. Op het examen worden mondelinge vragen gesteld over de paper. Bij prof. Smet zijn dit normaal enkel de vragen die hij geeft bij de feedback op de paper,&lt;br /&gt;
prof. Dehaen stelt vaak ook extra vragen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===17 juni 2025 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
## Koppelvraag: Koppel elke gastmolecule aan een geschikte gastheer en oplosmiddel. Niet elke gastheer of elk oplosmiddel moet gebruikt worden; hergebruik is toegestaan.&lt;br /&gt;
##* Gasten: hexadecyltrimethylammoniumchloride (focus op het hexadecyltrimethylammonium-kation), tetraethylammoniumnitraat (focus op nitraat), 1-naftaleensulfonzuur, 4-aminobutaanzuur.&lt;br /&gt;
##* Gastheren: [2.2.2]-cryptand, resorcinareen, α-cyclodextrine, β-cyclodextrine, lariatkroonether met amine-/amidegroepen in de staart, azakroonether-achtige macrocyclus met meerdere amines en twee benzeenringen als ‘caps’.&lt;br /&gt;
##* Solventen: dichloormethaan (DCM), methanol, water (pH 2, 7 of 10).  &lt;br /&gt;
Tip: 4-aminobutaanzuur komt voor als zwitter-ion (combinatie met lariatether (zuur = h-brug acceptor dus met de NH staart, amine = h-brug donor dus met kroonether), 1-naftaleensulfonzuur met beta-cyclodextrine, nitraat met het azakroonether, hexadecyltrimethylammoniumchloride was volgens mij met het resorcinareen.)&lt;br /&gt;
## Wat is het effect van rigide groepen op de effectieve molariteit (EM)?&lt;br /&gt;
## Stel een synthesetraject op voor het thia-analoog van de [2.2.2]-cryptand, vertrekkende van triethanolamine. Hoe maximaliseren we de synthese?  &lt;br /&gt;
Tip: OH vervangen door betere leaving-group (bv tosyl), dat laten reageren met een thiol (bv ethane-1,2-dithiol). Maximaliseren met hoge verdunning en base (cesiumeffect).&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
# Welk proces heeft de kleinste entropieverandering?  &lt;br /&gt;
Een cyclisatie waarbij een alkyn (R–C≡CH) met een triazene reageert tot een triazoolring  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Vorming van een waterstofbrug tussen amidegroepen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#* Wat is het teken van ρ in de Hammetvergelijking bij complexatie van K⁺ met een kroonether die een benzeenring bevat, waarbij R een substituent is op die aromatische ring? Geldt dezelfde redenering ook voor een kroonether waarbij R via een CH₂-keten aan de kroonether is gekoppeld (dus kroonether–CH₂–R i.p.v. kroonether–C₆H₄–R)?  &lt;br /&gt;
Tip: zelfde redenering geldt niet want er wordt geen rekening gehouden tussen inductieve en mesomere effecten bij rho (dus mesomeer gevend kan inductief zuigend zijn).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#* Wat is transfectie? Wat is het probleem bij transfectie, en hoe kan supramoleculaire chemie dit oplossen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2025 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#*Synthetiseer een [2.1.1]cryptand&lt;br /&gt;
#*Belang resorcinol molecule in de supramoleculaire chemie bespreken, had te maken met boot-/stoel-conformatie dus resorcinarenen. En dan toepassingen van resorcinarenen geven ( complexatie met quaternaire amoniumzouten en vooral cavitanden en carceplexen)&lt;br /&gt;
#*standaard combinatievraag&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#* Exact hetzelfde als 30 augustus 2021&lt;br /&gt;
#* Bij vraag 2: Let op de basisiciteit van de stikstofatomen -&amp;gt; alternatieve molecule zal een zuur-base reactie hebben met de stikstof van de macroring, waardoor je geen pseudo-rotaxaan kan krijgen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2024 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#*Synthetiseer 4de molecule p78, waarvan 2 van de 4 moleculen: R = propyl en de andere 2 hadden geen tert-buthyl maar een monoazakroonether. Gegeven waren startproducten formaldehyde (mag je 2 keer gebruiken), monoazakroonether en tertbuthylfenol. Zoek een juiste volgorde van synthesestrategie. (Bijvraag: wat en hoe reageert formaldehyde en waar op de ring)&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen een vaste-toestand-inclusiecomplex en een clathraat? (Bijvraag: iets van voorbeeld gegeven)&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen sephulcraat, sidefoor of sacrofagine? En hoe worden deze bereid uit formaldehyde en ethyleendiamine? &lt;br /&gt;
#*Klassieke vraag van 4 gastheren, 4 gasten en 5 solventen. Geef ook welke niet-covalente interacties er aanwezig zullen zijn.&lt;br /&gt;
##*Gasten (structuren gegeven): 1,4-benzendicarboxylic acid / Paraquat / isocyanuurzuur / ureum&lt;br /&gt;
##*Gastheren (structuren gegeven): Glycoluril (6 keer in een cirkel) / en nog 3 anderen die ik niet ken)&lt;br /&gt;
##*Solventen Water pH 3 / 7 / 10 / MeOH en DCM (Let op met de interacties)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#*2 reacties gegeven (1 met 2 moleculen waarbij covalente binding gevormd wordt, 2 azijnzuren die H-bruggen vormen) welke heeft de grootste entropieverandering?&lt;br /&gt;
#*Molecule gegeven met pi-pi-stapeling. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho? Leg uit als er pH-afhankelijkheid is voor het teken? (Ja!)&lt;br /&gt;
#*Molecule gegeven met 5 H-bruggen, we willen de bindingsconstante van H-brug met * bepalen. Hoe doen we dit? Er zullen problemen opduiken. Geef een oplossing voor deze problemen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 Juni 2024 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel van Dehaen&lt;br /&gt;
#*Volgende moleculen werden getest op gast-gastheer complexvorming met chloride-anion. Bij hetzelfde solvent ging de complexvorming het best op met gastheer 1, dan 2 en dan 3 die beduidend veel slechter complexeerde. Nochtans heeft 3 een extra H op de aromatische N in vergelijking met 1. De onderzoekers linkten de slechte complexvorming bij 3 met een verschil in preorganisatie. Leg uit. (Het kwam erop neer dat je de groepen juist moest uittekenen en dan de juiste interacties moest vinden.) [[File:Vraag1Wim.png|caption]]&lt;br /&gt;
#*Rangschik volgende moleculen van slechtst naar best voor complexvorming met een Li-kation. [[File:Vraag2Wim.png|caption]]&lt;br /&gt;
#*Geef een voorstel van de synthese van hexathia-18-kroon-6 waarbij je bèta-halogeensulfiden vermijdt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel van Mario&lt;br /&gt;
#*Wat is de ceiling temperature en floor temperature? Wat is hun fysische betekenis? Geef een voorbeeld van supramoleculaire polymeren bij elke soort temperatuur. Leg uit wat het belang is van de ceiling temperature bij duurzame afvalverwerking van de polymeren.&lt;br /&gt;
#*Rotaxaanvormingsreactie gegeven. Bepaal het teken van de Hammet-parameter rho met betrekking tot substituent R voor de ligging van het ev. Zou deze rotaxaanvorming ook opgaan met een difenylamine? (exact zelfde vraag als augustus 2021)&lt;br /&gt;
#*Waarom worden cyclodextrines gebruikt in geneesmiddelen? Leg uit aan de hand van de Lipinski regels voor orale beschikbaarheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 Juni 2023===&lt;br /&gt;
#Deel van Dehaen&lt;br /&gt;
#*Hoe maak je 1,4,10,13-tetraäza-18-kroon-6 uitgaande van 1,2-diaminoëthaan en eventueel andere reagentia? Welke techniek zou je gebruiken om een maximale opbrengst te bekomen?&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen een vaste-toestand-inclusiecomplex en een clathraat?&lt;br /&gt;
#*Wat zijn sepulchraat- en sarcofaginecomplexen en hoe kan je ze bereiden met ethyleendiamine en Co(III)?&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag: Combineer telkens een gast, gastheer en een solvent. Er zijn 4 gastheren, 4 gasten en 5 solventen gegeven. Bij elke gastheer hoort 1 gast en vice versa. Er zijn meer solventen gegeven dan gasten en gastheren, dus hier kan je er al zeker 1 niet gebruiken. Geef een korte verklaring bij elke combinatie die je maakt.&lt;br /&gt;
#**Gastheren: 1. een cyclofaan met 2 ringen en 3 NH&#039;s tussen de ringen aan elke kant (tussen elke NH zat een CH2). 2. Cucurbit[6]uril. 3.Een klein cyclisch molecule met 2 aromatische ringen met een N naar binnen gewezen. Boven deze ring zijn 2 of 3 NH&#039;s, eronder 2 N-CH3&#039;s. 4. Een groot cyclisch molecule met aromatische ringen met een N (naar binnen wijzend) en tussen de aromatische ringen een koolstofketen met NH&#039;s (ook 2 random C=O bindingen die naar buiten wijzen, links- en rechtsboven).&lt;br /&gt;
#**Gasten: 1. Koolstofketen met aan elke uiteinde een aromatische ring. Op de verbinding tussen de keten en elke ring zit een positief geladen N. 2. ureum. 3. Cyclohexaan met afwisselend een O (C=O, met C de C van de ring en O het substituent) en een NH2 als substituent (in totaal volledig gesubstitueerd). 4. Een aromatische ring met 2 COOH substituenten in para.&lt;br /&gt;
#**Solventen: Water (pH 3,7 of 10), methanol of dichloormethaan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel van Mario&lt;br /&gt;
#*Er is een afbeelding gegeven van het complex dat KI coöperatief kan binden adhv Zn (staat ook in de slides bij coöperativiteit). Dan staan er bindingsconstantes gegeven van KI, KClO4, NaI en NaClO4 met KI duidelijk de hoogste bindingsconstante.&lt;br /&gt;
#**a) Verklaar de waargenomen resultaten.&lt;br /&gt;
#**b) Welke binding gaat volgens jou gepaard met de grootste entropieverandering? Verklaar.&lt;br /&gt;
#*18-kroon-6 is gegeven met een aromatische ring erop en aan de aromatische ring hangt een R. Wat is het teken van rho indien de complexeren van K+ met deze structuur bekijken en wat is de verhouding met R? Geef in je antwoord zeker de volledige Hammett-vergelijking. Dan staat er een tweede afbeelding gegeven, ook 18-kroon-6, maar hier is het substituent -CH2-R. Geldt dit ook voor de tweede structuur?&lt;br /&gt;
#*Wat zijn de voor- en nadelen van supramoleculaire polymeren?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 Juni 2022 ===&lt;br /&gt;
#Dehean&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag&lt;br /&gt;
#**Solvent: CH2Cl2, MeOH, H2O pH (2,7,12)&lt;br /&gt;
#**Guests: trimethylhexadecylammonium *Cl-*, *tetrabutylammonium* nitraat, naftaleen-1-sulfonzuur, 4-aminobutaanzuur&lt;br /&gt;
#**Hosts: zeven, enkel molecule gegeven dus kan ze niet opnoemen ([2,2,2]-cryptand met enkel zuurstof, ...)&lt;br /&gt;
#*Verband EM &amp;amp; rigide groepen&lt;br /&gt;
#*Synthese hexathia-analoog van [2,2,2] cryptand, uitgaande van triëthanolamine&lt;br /&gt;
#**Hoe maximaliseren we de synthese?&lt;br /&gt;
#Smet&lt;br /&gt;
#*Bespreek compensatiegedrag entropie en enthalpie&lt;br /&gt;
#*Welke technieken om verschil tussen een catenaan en zijn 2 aparte ringen te meten (vermeld eventuele eigenschappen die nodig zijn op de macroringen)&lt;br /&gt;
#*Azidothymidine: structuur gegeven, voorspel werking en bio-beschikbaarheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 Augustus 2021===&lt;br /&gt;
[https://i.imgur.com/eDCNSJR.jpg Dehaen] &amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
[https://i.imgur.com/JolZOyK.jpg Smet]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 juni 2021===&lt;br /&gt;
#Dehaen&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag. &lt;br /&gt;
#**Gasten: naftaleenderivaat, nitraat, aminobutaanzuur,... &lt;br /&gt;
#**Gastheren: alpha-cyclodextrine derivaat met een quaternair amoniumzout aan gebonden, beta-cyclodextrine derivaat, kroonether met thioureumfuncties, een lariatether, [2.2.2] cryptand met zuurstof als donoratomen en N als bruggenhoofden. &lt;br /&gt;
#**Solvent: water pH 2, 7, 10, methanol, CH2Cl2&lt;br /&gt;
#*Verband EM &amp;amp; rigide groepen&lt;br /&gt;
#*Synthese van het thia-analoog van de [2.2.2]-cryptand startende van een triethanolamine. &lt;br /&gt;
#Smet&lt;br /&gt;
#*Leg uit waarom de meeste polymerisatiereacties slechts opgaan onder een bepaalde temperatuur. Geef de naam van deze temperatuur. &lt;br /&gt;
#*Leg uit waarom sommige polymerisatiereacties enkel opgaan boven een bepaalde temperatuur. Geef de naam van deze temperatuur. Geef een voorbeeld van een monomeer dat dergelijk gedrag vertoond. &lt;br /&gt;
#*Vraag over een complexatiereactie met een R-substituent en wat het teken van rho zou zijn in de Hammett-vergelijking.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 juni 2019 VM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Uitleggen waarom verzeping plaatsvindt van een gegeven molecule met KOH in tolueen enkel als een kroonether aanwezig (18-kroon-6 analoog)&lt;br /&gt;
#* Uitleggen waarom cyclodextrines geschikt zijn voor &amp;quot;drug delivery&amp;quot; en een geschikt cyclodextrinekiezen (alfa, beta, gamma) voor naproxen (naftaleenderivaat)&lt;br /&gt;
#* Waarom base gebruiken voor kroonethersynthese van catechol en oligoethyleenglycoltosylaten? (deproteneren / templaateffect van kation)&lt;br /&gt;
#** Verschillende kroonethers gegeven met variërende lengte en aantal zuurstoffen. Hij vraagt om voor elke kroonether de juiste base te kiezen&lt;br /&gt;
#** Keuze uit 5 basen: LiAcO, KAcO, NH4AcO, CsAcO en moleculair kation en AcO-&lt;br /&gt;
#* Resorcinaren worden gevormd in zuur milieu maar na een tijdje zal het thermydynamischer stabieler zijn (stoel versus boot)&lt;br /&gt;
#** Geef interacties van beide isomeren in basisch milieu met een tetraalkylammonium-kation&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* 2 associaties gegeven, welke van de 2 associaties heeft de kleinste entropieverandering? (A = H-brugacceptor &amp;amp; D = H-brugdonor)&lt;br /&gt;
#** Associatie 1: ADA DAD (letters staan eigelijk onder elkaar)&lt;br /&gt;
#** Associatie 2: AAA DDD (letters staan eigelijk onder elkaar)&lt;br /&gt;
#* Molecule gegeven met R-groep  dat interacties aangaat met een chloride-anion&lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn er voornamelijk?&lt;br /&gt;
#** Wat voor groep moet R zijn? Hoe verhoudt zicht dat tot de parameter rho?&lt;br /&gt;
#* Bespreek biobeschikbaarheid van morfine (structuur gegeven) &lt;br /&gt;
#** Heroïne heeft een sterker effect op het centraal zenuwstelsel, verklaar? (gegeven dat morfine reageert met overmaat azijnzuuranhydride en heroïne vormt).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineer:&lt;br /&gt;
#** Gasten: trimethylhexadecylammoniumion, nitraation, 4-aminoboterzuur, naftaleensulfonzuur. &lt;br /&gt;
#** Gastheren: resorcinareen, benzokroonether met één N en op die N zat een keten (keten = CH2 C6H4 CH2 ... NH C=NH NH ... azole ring), twee speciale cyclodextrines (eentje was een ring van zes monomeren met een ammoniumfuntie op, de andere was een ring van zeven monomeren met een thia-amine keten op), een ring met drie benzenen en tussen elke benzeen de groep CH2 CH2 NH C=S NH CH2 CH2), nog eentje die ik me niet herinner&lt;br /&gt;
#** Solventen: de gewoonlijke&lt;br /&gt;
#* Effect rigide groepen op EM&lt;br /&gt;
#* Synthese thia analoog [2.2.2]cyrptand, hoe synthese verbeteren?&lt;br /&gt;
#*Pillarenen uitleggen, verband andere calixarenen&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welke reactie geeft de grootste entropie veranderingen? eentje is het azijnzuur dimeer, de andere is de cyclisatie van twee ringen (eentje is maleïnezuuranhydride en de ander cyclohexa-1,3-dieen) (volgens chemdraw heet het gevormde molecule (4R,7aS)-3a,4,7,7a-tetrahydro-4,7-ethanoisobenzofuran-1,3-dione). Bijvraag: iets met de deeltermen van de entropie, bij welke is welke het grootst? &lt;br /&gt;
#* Geef teken rho (Hammett) van de complexatie van K+ met een benzokroonether met aan die benzeenring een substituent R. Geldt deze redenering voor rho ook voor een tweede kroonether die aan een ethyleen eenheid een CH2R groep heeft hangen?&lt;br /&gt;
#* Bespreek relenza en tamiflu, over hun biobeschikbaarheid en mechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineren van gast, gastheer en solvent met als gasten: lanthaan, paraquat en nog een dicarbonzuur, als gastheren verschillende calixarenen in water ph 2,7,10, methanol of chloroform&lt;br /&gt;
#* Vraag welke het beste zou zijn voor ionentransport over een organisch membraan: diglyme of 2,2,2 kryptand&lt;br /&gt;
#* Een synthese van een 2,2,2 thiakryptand derivaat&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Ceiling &amp;amp; floortemperatuur + voorbeeld&lt;br /&gt;
#* Met de hammetvgl werken en teken van rho bepalen bij een complexvorming van pseudorotaxaan&lt;br /&gt;
#* Invloed van ... (cyclodextrine?) op transport van medicijnen en da linken aan de lipinskiregels&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 VM ===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze 1,3benzeenringen hebben geen buty meer, en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd. &lt;br /&gt;
#* Nonactine &amp;amp; valinomycine&lt;br /&gt;
#* Gast, gastheer, solvent: &lt;br /&gt;
#** H2O (pH = 3,7, 10), DCM, MeOH&lt;br /&gt;
#** Na+, ammoniumzout*, diamide*, benzoezuur (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
#** Calix[4]areen*, resorcinol uit acetaldehyde en 24u reflux, benzokroonether*, alfa-cyclodextrine, diamine* (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welk proces geeft de grootste entropieverandering met zich mee? &lt;br /&gt;
#** Furaan + H2C=COOR --&amp;gt; furaanring waarvan de twee dubbele bindingen weg zijn en er eentje bij is gekomen waar er eerst de enkele binding was, en de twee koolstoffen naast de zuurstof zijn nu verbonden met de koolstoffen van de dubbele binding van het ester&lt;br /&gt;
#** twee carbonzuren die een dimeer vormen&lt;br /&gt;
#* Bepaal teken rho, heeft pH invloed (R-C6H5 pi-pi stapeling met C6H5-NH2)&lt;br /&gt;
#* Relenza en tamiflu (orale beschikbaarheid en mechanisme)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel de synthese op voor het Lehn&#039;s sferand (structuur gegeven) vanuit (derivaten van) diëthyleenglycolen.&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge-verdunningsvoorwaarden en hoe werkt dit?&lt;br /&gt;
#* Combineer. Gastheren: cyclisch guanidine, cucurbit[8]uril, 30-kroon-10. Gasten: arginine, N-acetyltryptofaan, 1,4-bis(aminoimidazoline)butaan. Solventen: Chloroform, methanol, water pH 2, 7 en 10. (structuren gegeven)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: een pyrrool gesubstitueerd met een alkeen met twee R-substituenten (willekeurig). Dit molecule interageert met een onbekende receptor. Welke interactie veronderstel je? Bepaal het teken van rho. Wat gebeurt er met de absolute waarde van rho wanneer je een R-substituent vervangt door een H-atoom.&lt;br /&gt;
#* Wat is transfectie en hoe kan supramoleculaire chemie hierbij helpen?&lt;br /&gt;
#* Twee verbindingen gegeven, elk met 3 waterstofbindingen (structuren uit slides deel supramoleculaire polymeren). Welke verbinding heeft de grootse associatieconstante en waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke factoren beinvloeden de effectieve molariteit&lt;br /&gt;
#* synthese van hexathia18-kroon-6 vanuit ethyleenglycol en bis(2hydroxyethyl)sulfide op een veilige manier en wat doen we om de opbrengst zo hoog mogelijk te houden&lt;br /&gt;
#* wat zijn ansa-verbindingen en hoe kunnen ze meer inzicht geven over de ruimtevulling van de groepen&lt;br /&gt;
#* een structuur gegeven met 2 NH2 groepen een kroonether en een R (fenyl). 4-aminobutaanzuur is beter oplosbaar dan glycine (2-aminoazijnzuur) en 6-aminohexaanzuur. Hoe komt dit, welke interacties. De oplosbaarheid stijgt wanneer we R vervangen door (4-NO2-fenyl). Verklaar.&lt;br /&gt;
#* er zijn twee isomeren bij de synthese van resorcinarenen. Welke zijn dit?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#SMET:&lt;br /&gt;
#* gegeven een amide: RR&#039;C=CH-CO-N(CH3)2 met onbekende receptor gaat interageren:&lt;br /&gt;
Welke interactie verwachten we, teken van reactieparameter, plus redeneer. Wat gebeurt er met de absolite waarde van de reactieparameter als we een van de R groepen vervangen door een H.&lt;br /&gt;
#* lipskin regel geven en wat is het belang tegenwoordig in farmaceutische industrie &lt;br /&gt;
#* Bij synthese van rotaxanen volgens iemand (Stoddart ofzo)(tetrakationisch complex) zal threading een hogere opbrengst geven dan clipping waarom?&lt;br /&gt;
Waarom dan niet altijd threading?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze twee benzeenringen zijn ook gedebutyleerd en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd.&lt;br /&gt;
#* Bespreek aan de hand van hun structuurelementen de functie van nonactine en valinomycine (structuur gegeven).&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gastheren met de juiste gasten en solventen. Gasten: Natriumion, p-diaminobenzeen, p-diaminobenzeen met beide stikstoffen tetragebutyleerd, benzoÃ«zuur. Gastheren: calix[4]areen, een groot dibenzokroonether, een resorcinareen verkregen na 24 uur reflux, alfa-cyclodextrine en een aromatisch diamide. Solventen: water (pH 3, 7, 10), MeOH &amp;amp;amp; DCM.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* 4-R-pyridine. Deze gast bindt enkel aan de gastheer indien de stikstof geprotoneerd is. Bepaal het teken van de Hammett-parameter rho. Op welke interactie zou de complexatie kunnen berusten?&lt;br /&gt;
#* Geef de twee methoden die gebruikt kunnen worden om de associatieconstante te schrijven in functie van deelassociatieconstanten. Beschrijf de fysische basis van het probleem dat hierbij optreedt.&lt;br /&gt;
#* Bespreek de moleculaire basis van plaquevorming zoals die optreedt bij bijvoorbeeld de ziekte van Alzheimer. Wat zijn de therapeutische mogelijkheden om dit tegen te gaan? Bijvraag: op welke secundaire structuren en soorten interacties berust de associatie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven [2.2.2]cryptand uitgaande van chlooracetamide. Het cryptand heeft stikstoffen als bruggenhoofden, 2 ketens met telkens 2 zuurstoffen en 1 keten met 2 zwavelatomen. En hoe kan je de macroyclisatie bevorderen?&lt;br /&gt;
#* Transport van donor naar acceptorlaag via een organisch membraan? hoe gaat dit het beste met pentaglyme of met een [2.2.2]cryptand. Verklaar.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Je hebt een gesubstitueerd chinoline (onbekende substituent). Dit chinoline complexeert enkel met een gastheer als de N niet geprotoneerd is. wat is het teken van de hammet-parameter Rho? welke interactie zal er zijn tussen de gast en de gastheer?&lt;br /&gt;
#* Geef de 4 belangrijkste entropieveranderingen bij complexatie en bespreek. Welke is verantwoordelijk voor preorganisatie? Leg uit.&lt;br /&gt;
#* Invloed ketenlengte benzokroonether op rendement van een catenaan met een tetrakationisch cyclofaan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven calix[4]hemisferand uitgaande van 2 gegeven fenolen. De receprot bestond uit een calix[4]areen met een hemisferand aangehecht op de 1- en 3-posities.&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van valinomycine en nonactine: bespreek de functie  en hoe de verschillende structuurelementen hiertoe bijdragen.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#**solventen: zuur, neutraal of basisch water, methanol, dicchloormethaan&lt;br /&gt;
#**gastheren: cyclodextrine, een grote benzokroonether, een calyxareen, stoel resorcinareen en een heteroaromatische receptor met amidefuncties.&lt;br /&gt;
#**gasten: natriumion, aromatisch diamine, aromatisch diammoniumzout, benzoÃ«zuur&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Op welke 2 manieren kunnen we de totale associatieconstante beschouwen als een product van deelassociatieconstanten? Wat is bij elk het grootste fysisch probleem? Welk van deze 2 methoden is, op praktische gronden, te verkiezen en waarom?&lt;br /&gt;
#* Gegeven een amide met een para-gesubstitueerde fenylgroep op de N en de carbonyl. Dit molecule gaat waterstofbindingen aan met zowel de zuurstof als de NH. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho voor het substituent op elke benzeenring?&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van een receptor bestaande uit een porfyrinering, gekoppeld aan een calixareen met ketens die veel heteroatomen bevatten. De bindingsconstanten van KI is hoog, die voor NaI en NaClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; tussenin (en ongeveer gelijk), die van KClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; laag. Verklaar waarom. (Deze structuur staat in de cursus ter hoogte van het deel over coÃ¶perativiteit).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2012 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge verdunningsvoorwaarden en geef 2 voorbeelden hoe men dit in de praktijk bewerkstelligt.&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende affiniteit voor het kaliumkation en motiveer: 18-kroon-6, 1,10-dithia-18-kroon-6, benzo-18-kroon-6, [2.2.2]cryptand, 15-kroon-5, 21-kroon-7.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Voor een bepaald hydrofoob (gedeelte van een) gastmolecule werd aangetoond dat het de hydrofobe holte van de gastheer maar voor 55% vult in stabielste toestand. Verklaar thermodynamisch waarom het kan dat deze gedeeltelijk gevulde toestand meer bevoordeeld wordt dan de volledig gevulde holte.&lt;br /&gt;
#* &lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn van belang bij het catenaan gevormd uit &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039;, &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; en &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;?&lt;br /&gt;
#** Wat zou het effect zijn op de bindingsconstante moest het catenaan gevormd worden rond &#039;&#039;&#039;4&#039;&#039;&#039; i.p.v. &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039; en waarom?&lt;br /&gt;
#** Beredeneer het teken van de Hammett parameter Ï van de catenatiereactie van &#039;&#039;&#039;5&#039;&#039;&#039; met het monogealkyleerd derivaat van &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039; (hiermee wordt bedoeld, de open-ketenvorm van &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; enkelvoudig gebonden aan &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;). Sterische effecten van R mogen verwaarloosd worden [[Bestand:CatenaanSmet.png]]&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers synthetiseerden bovenste verbinding als receptor voor de onderste (tekening is &#039;&#039;ongeveer&#039;&#039; juist). Belangrijke interacties hierbij zijn H-bruggen, maar ook de Ï€-Ï€-interacties tussen de eindstandige benzeenringen spelen een beduidende rol. Om aard en sterkte van deze Ï€-Ï€-interacties te onderzoeken synthetiseerde men een aantal derivaten van beide, en mat men het verschil in bindingssterkte voor verschillende substituenten op de benzeenringen. [[Bestand:receptorSmet.png]]&lt;br /&gt;
#** Welke complicatie valt te verwachten bij deze metingen, vanwege de verschillende substituenten op de derivaten?&lt;br /&gt;
#** Verklaar de waargenomen tendensen in de gemeten energiebijdragen, weergegeven in de tabel (deze waarden zijn gecorrigeerd voor de complicaties waarnaar gevraagd in eerste subvraag dus zijn &#039;&#039;juist&#039;&#039;).&lt;br /&gt;
[[Bestand:tabelSmet.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Klassieke vraag. Verbind de juiste gast met gastheer en solvent. Licht toe en zeg welke interacties plaatsvinden.&lt;br /&gt;
#* Wat is de CAC? Waarom is het belangrijk dat deze gemeten wordt en hoe wordt deze gemeten?&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: [[Bestand:MolHerExamenMario.jpg]]&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;Bepaal het teken van &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;X&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep X en &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;R&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep R. Waarom gaat bij zÃ©Ã©r elektronenzuigende groepen, bv. X=F&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, de meting van de complexatieconstante met nucleofiele deeltjes niet meer correct verlopen?&lt;br /&gt;
#* Mag men de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de aromatische ring en de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de gedeprotoneerde carbonzuurfunctie zomaar optellen? Verklaar.&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenMario2.jpg]]&lt;br /&gt;
#* De synthese van rotaxanen op vaste drager kan handig zijn. Onwaar/waar en verklaar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* geef de structuur van cyclotriveratryleen en de synthese vanuit veratrol. Waarom zijn asymmetrisch gesubstitueerde CTV&#039;s chiraal?&lt;br /&gt;
#* hoe kunnen we eigenschappen van een gegeven cyclofaan gebruiken om de grootte van de substituent op de ring te bepalen&lt;br /&gt;
#* geef de synthese van de macroring 15 kroon 5 maar ipv met zuurstoffen met (NH , O , NH, S, S) vanuit HSCH2CH2SH en H2NCH2CH2OCH2CH2NH2&lt;br /&gt;
#* welke gast past in welk solvent bij welke gastheer? gasten: (Fe3+, Yb3+, tetramethylammonium, benzoaat) solventen: (methanol, DCM, water met pH=3,7,10) gastheren:(een resorcinareen, een [4]-calixareen met een -O-CH2COOH op elke ring, een [6]-calixareen met op de ring aan de ene kant een SO3H aan de andere kant een staart met een hydroxyamide rest aan, een [6]-calixareen met daaraan een staart met aan het uiteinde een fenylureum staart&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* gegeven: een receptor met daarop 2 groepen die waterstofbruggen vormen met een HO- en een -CHO op drie verschillende liganden. Welke complex zal het stabielste zijn, en verklaar dit energetisch en entropisch (ligand 1 is een bifenyl, ligand 2 is een bifenyl met een huge (triethylmethyl-)substituent op een van de ringen en ligand 3 is gewoon een alifatische keten met die oh en cho aan de uiteinden)&lt;br /&gt;
#* wat is de dubbele mutantcyclus een geef een voorbeeld dat de voordelen duidelijk maakt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (ochtend) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Bespreek de synthese van volgend cavitand, vertrekkende van resorcinareen. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#* Wat is [2,2]paracyclofaan? Geef de syntheses en eigenschappen (UV-spectrum).&lt;br /&gt;
#* Bespreek het kinetisch en thermodynamisch templaateffect.&lt;br /&gt;
#* 5 Macroringen gegeven; rangschik naar toenemende effectieve molariteit. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven 1-amino-5-R-naftaleen (met R een onbepaalde substituent). In een complex vormt deze aminogroep een waterstofbrug. Onderzoek wijst uit dat de &amp;amp;quot;reactie&amp;amp;quot;-parameter sterk positief is. Welke soort R-substituenten bevoordeligen de reactie? (leg uit met Hammett-vergelijking en de substituent-parameter) Bekleedt de aminogroep een donor- of acceptorfunctie bij het vormen van deze waterstofbrug?&lt;br /&gt;
#* Waarom is het entropieverlies van complexvorming in oplossing doorgaans kleiner dan in gasfase?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Verklaar waarom de effectieve molariteit stijgt bij een macrocysliche 10-ring, wanneer&lt;br /&gt;
#** a) rigide groepen worden gebruikt&lt;br /&gt;
#** b) heteroatomen worden gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verschil tussen een clathraat en een vaste stof-inclusie complex.&lt;br /&gt;
#* Schrijf de synthese op van dit cavitand (structuur is gegeven) vertrekkende van rescoriol. De cavitand is gelijkend op die in de cursus staat, maar op de 2&#039; plaats heeft deze een COOH groep.&lt;br /&gt;
#* VÃ¶gth synthetiseerde vele cryptanden met substituenten X (structuur is gegeven). Hoe kon hij daarmee de grootte van de caviteit bepalen? &lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Je krijgt een complexatie van een gast en gastheer die via pi-pi interacties complexeert en net naast deze aromatische ringen een waterstofbrug vormt met een amide op de gast.&lt;br /&gt;
#** Men wil d.m.v. substituenteffecten op de aromatische ringen ph1 (= op gast) en ph2 (= op gastheer) de bijdrage voor deze pi-pi interactie meten. Welke complicatie verwacht je echter met deze methode, bij dit specifieke complex?&lt;br /&gt;
#** Verklaar in de tabel (tabel met horizontaal de para-ph1 substituenten en vertikaal de para-ph 2 substituenten) de verlopen van de incrementen. (De incrementen zijn aangepast aan de complicatie die je in het eerste puntje moet geven en zijn dus correct)&lt;br /&gt;
#** Bepaal ook het teken van de Hammett rho parameters.&lt;br /&gt;
#* Trage complexen.&lt;br /&gt;
#** Hoe kan je in een NMR spectrum zien of je te maken hebt met een traag complex&lt;br /&gt;
#** Wat is het voordeel van een extreem traag complex? Geef een relevant voorbeeld van hoe we er gebruik van kunnen maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* match de gasten en de gastheren met de juiste solventen. Gast: 1,4-benzochinon, naftaleen-1,5-dicarbonzuur en 4-butylfenol (&amp;amp;quot;voor mensen die niet goed zijn in naamgeving, zal ik de moleculen even op bord tekenen&amp;amp;quot;). Solvent: water (ph= 2, 6, 10), MeOH, CCl4. Gasten: alpha-cyclodextrine, diazo-18-kroon-6, 18-kroon-6, [2,2]cyclofaan en 2 grote cyclofanen die getekend staan. Geef ook alle niet-covalente reacties en licht uw keuze toe&lt;br /&gt;
#* Wat is CAC, waarom belangrijk en hoe gemeten&lt;br /&gt;
#* reactie van een [2,2,1]cryptand opgebouwd uit bi en triÃ«thyleenglycolderivaten&lt;br /&gt;
#* Membraantransport  van kationen met kroonethers en de voorwaarden waaraan dat kroonether moet voldoen&lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Het teken van rho (Hammet) bepalen uit een tabel met stabiliteitsconstanten met verschillende gevers en zuigers. De link vinden met het reactiemechanisme. Bijkomende vraag: wat gebeurt er met een sterke base en een sterke elektronzuiger. (ja wat onduidelijk als je het molecule niet ziet natuurlijk...)&lt;br /&gt;
#* Stelling: voor het gegeven molecule mag ik zomaar de deltaG optellen om de totale deltaG te berekenen.&lt;br /&gt;
#* Waarom kan het voordelig zijn om synthese van rotaxanen uit te voeren op een vaste fase&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke ionen passen in welke macroringen? (K+, Ag+, Eu3+, Li+ en nog een vieze grote molecule) De macrocyclische verbindingen zijn ook gegeven. Welk solvent pak je best? (H2O, H2O pH 10, MeOH of chloroform) Vermeld welke interacties plaatsvinden&lt;br /&gt;
#* bespreek de synthese van: -een calix[4]areen met twee nitraten, twee n-propyloxy&#039;s en een azakroonetheroverbrugging-&lt;br /&gt;
#* Wat is zijn zelfassemblage en zelforganisatie en illustreer met een voorbeeld&lt;br /&gt;
# MS:&lt;br /&gt;
#* Tabel horende bij compensatie-effect gegeven. Welke interacties? Bespreek de tendens in de tabel en ook het verschil in \Delta S tussen gasfase en oplossing.&lt;br /&gt;
#* tekening van een catenaan met een cyclofaan met nogal wat N in rond een benzokroonether gegeven. Deze verbinding toont met H-NMR slechts twee signalen (3,45 en 6,26 ppm of zo) voor de hydrochinon-waterstoffen. Reden? Bespreek ook de multipliciteit van de signalen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Waarom is ethyleendioxy zo&#039;n populaire eenheid in kroonetherchemie&lt;br /&gt;
#* Welke 2 groepen zijn belangrijk bij de complexatie van Fe bij de sideroforen&lt;br /&gt;
#* 3 gasten (Lithium, azide, tetramethylammonium), 5 solventen (MeOH, H2O( pH 2,6,10), CCl4), gastheren ([2.2.2]-cryptand, all-cis resorcinareen, cram&#039;s sferand, 18-kroon-6,...)&lt;br /&gt;
# M.S.:&lt;br /&gt;
#* Synthese van tetrakationisch cyclofaan&lt;br /&gt;
#* Vraagje over receptor die interageert met gast, welk teken heeft de hammett parameter rho.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R0898426</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=4642</id>
		<title>Moleculaire Herkenning</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=4642"/>
		<updated>2025-06-18T10:10:22Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R0898426: /* 17 juni 2025 (VM) */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verplicht vak voor chemie. Moleculaire herkenning wordt gedoceerd door 2 proffen. Mario smet en Wim &amp;amp;quot;sandalen&amp;amp;quot; Dehaen. 50% van de punten staan op het examen, de andere 50% staan op een paper. Op het examen worden mondelinge vragen gesteld over de paper. Bij prof. Smet zijn dit normaal enkel de vragen die hij geeft bij de feedback op de paper,&lt;br /&gt;
prof. Dehaen stelt vaak ook extra vragen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===17 juni 2025 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
## Koppelvraag: Koppel elke gastmolecule aan een geschikte gastheer en oplosmiddel. Niet elke gastheer of elk oplosmiddel moet gebruikt worden; hergebruik is toegestaan.&lt;br /&gt;
##*Gasten: hexadecyltrimethylammoniumchloride (focus op het hexadecyltrimethylammonium-kation), tetraethylammoniumnitraat (focus op nitraat), 1-naftaleensulfonzuur, 4-aminobutaanzuur.&lt;br /&gt;
##*Gastheren: [2.2.2]-cryptand, resorcinareen, α-cyclodextrine, β-cyclodextrine, lariatkroonether met amine-/amidegroepen in de staart, azakroonether-achtige macrocyclus met meerdere amines en twee benzeenringen als ‘caps’.&lt;br /&gt;
##*Solventen: dichloormethaan (DCM), methanol, water (pH 2, 7 of 10).  &lt;br /&gt;
Tip: 4-aminobutaanzuur komt voor als zwitter-ion (combinatie met lariatether (zuur = h-brug acceptor dus met de NH staart, amine = h-brug donor dus met kroonether), 1-naftaleensulfonzuur met beta-cyclodextrine, nitraat met het azakroonether, hexadecyltrimethylammoniumchloride was volgens mij met het resorcinareen.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#* Wat is het effect van rigide groepen op de effectieve molariteit (EM)?&lt;br /&gt;
#* Stel een synthesetraject op voor het thia-analoog van de [2.2.2]-cryptand, vertrekkende van triethanolamine. Hoe maximaliseren we de synthese?  &lt;br /&gt;
Tip: OH vervangen door betere leaving-group (bv tosyl), dat laten reageren met een thiol (bv ethane-1,2-dithiol). Maximaliseren met hoge verdunning en base (cesiumeffect).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#* Welk proces heeft de kleinste entropieverandering?  &lt;br /&gt;
1) Een cyclisatie waarbij een alkyn (R–C≡CH) met een triazene reageert tot een triazoolring  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Vorming van een waterstofbrug tussen amidegroepen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#* Wat is het teken van ρ in de Hammetvergelijking bij complexatie van K⁺ met een kroonether die een benzeenring bevat, waarbij R een substituent is op die aromatische ring? Geldt dezelfde redenering ook voor een kroonether waarbij R via een CH₂-keten aan de kroonether is gekoppeld (dus kroonether–CH₂–R i.p.v. kroonether–C₆H₄–R)?  &lt;br /&gt;
Tip: zelfde redenering geldt niet want er wordt geen rekening gehouden tussen inductieve en mesomere effecten bij rho (dus mesomeer gevend kan inductief zuigend zijn).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#* Wat is transfectie? Wat is het probleem bij transfectie, en hoe kan supramoleculaire chemie dit oplossen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2025 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#*Synthetiseer een [2.1.1]cryptand&lt;br /&gt;
#*Belang resorcinol molecule in de supramoleculaire chemie bespreken, had te maken met boot-/stoel-conformatie dus resorcinarenen. En dan toepassingen van resorcinarenen geven ( complexatie met quaternaire amoniumzouten en vooral cavitanden en carceplexen)&lt;br /&gt;
#*standaard combinatievraag&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#* Exact hetzelfde als 30 augustus 2021&lt;br /&gt;
#* Bij vraag 2: Let op de basisiciteit van de stikstofatomen -&amp;gt; alternatieve molecule zal een zuur-base reactie hebben met de stikstof van de macroring, waardoor je geen pseudo-rotaxaan kan krijgen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2024 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#*Synthetiseer 4de molecule p78, waarvan 2 van de 4 moleculen: R = propyl en de andere 2 hadden geen tert-buthyl maar een monoazakroonether. Gegeven waren startproducten formaldehyde (mag je 2 keer gebruiken), monoazakroonether en tertbuthylfenol. Zoek een juiste volgorde van synthesestrategie. (Bijvraag: wat en hoe reageert formaldehyde en waar op de ring)&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen een vaste-toestand-inclusiecomplex en een clathraat? (Bijvraag: iets van voorbeeld gegeven)&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen sephulcraat, sidefoor of sacrofagine? En hoe worden deze bereid uit formaldehyde en ethyleendiamine? &lt;br /&gt;
#*Klassieke vraag van 4 gastheren, 4 gasten en 5 solventen. Geef ook welke niet-covalente interacties er aanwezig zullen zijn.&lt;br /&gt;
##*Gasten (structuren gegeven): 1,4-benzendicarboxylic acid / Paraquat / isocyanuurzuur / ureum&lt;br /&gt;
##*Gastheren (structuren gegeven): Glycoluril (6 keer in een cirkel) / en nog 3 anderen die ik niet ken)&lt;br /&gt;
##*Solventen Water pH 3 / 7 / 10 / MeOH en DCM (Let op met de interacties)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#*2 reacties gegeven (1 met 2 moleculen waarbij covalente binding gevormd wordt, 2 azijnzuren die H-bruggen vormen) welke heeft de grootste entropieverandering?&lt;br /&gt;
#*Molecule gegeven met pi-pi-stapeling. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho? Leg uit als er pH-afhankelijkheid is voor het teken? (Ja!)&lt;br /&gt;
#*Molecule gegeven met 5 H-bruggen, we willen de bindingsconstante van H-brug met * bepalen. Hoe doen we dit? Er zullen problemen opduiken. Geef een oplossing voor deze problemen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 Juni 2024 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel van Dehaen&lt;br /&gt;
#*Volgende moleculen werden getest op gast-gastheer complexvorming met chloride-anion. Bij hetzelfde solvent ging de complexvorming het best op met gastheer 1, dan 2 en dan 3 die beduidend veel slechter complexeerde. Nochtans heeft 3 een extra H op de aromatische N in vergelijking met 1. De onderzoekers linkten de slechte complexvorming bij 3 met een verschil in preorganisatie. Leg uit. (Het kwam erop neer dat je de groepen juist moest uittekenen en dan de juiste interacties moest vinden.) [[File:Vraag1Wim.png|caption]]&lt;br /&gt;
#*Rangschik volgende moleculen van slechtst naar best voor complexvorming met een Li-kation. [[File:Vraag2Wim.png|caption]]&lt;br /&gt;
#*Geef een voorstel van de synthese van hexathia-18-kroon-6 waarbij je bèta-halogeensulfiden vermijdt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel van Mario&lt;br /&gt;
#*Wat is de ceiling temperature en floor temperature? Wat is hun fysische betekenis? Geef een voorbeeld van supramoleculaire polymeren bij elke soort temperatuur. Leg uit wat het belang is van de ceiling temperature bij duurzame afvalverwerking van de polymeren.&lt;br /&gt;
#*Rotaxaanvormingsreactie gegeven. Bepaal het teken van de Hammet-parameter rho met betrekking tot substituent R voor de ligging van het ev. Zou deze rotaxaanvorming ook opgaan met een difenylamine? (exact zelfde vraag als augustus 2021)&lt;br /&gt;
#*Waarom worden cyclodextrines gebruikt in geneesmiddelen? Leg uit aan de hand van de Lipinski regels voor orale beschikbaarheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 Juni 2023===&lt;br /&gt;
#Deel van Dehaen&lt;br /&gt;
#*Hoe maak je 1,4,10,13-tetraäza-18-kroon-6 uitgaande van 1,2-diaminoëthaan en eventueel andere reagentia? Welke techniek zou je gebruiken om een maximale opbrengst te bekomen?&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen een vaste-toestand-inclusiecomplex en een clathraat?&lt;br /&gt;
#*Wat zijn sepulchraat- en sarcofaginecomplexen en hoe kan je ze bereiden met ethyleendiamine en Co(III)?&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag: Combineer telkens een gast, gastheer en een solvent. Er zijn 4 gastheren, 4 gasten en 5 solventen gegeven. Bij elke gastheer hoort 1 gast en vice versa. Er zijn meer solventen gegeven dan gasten en gastheren, dus hier kan je er al zeker 1 niet gebruiken. Geef een korte verklaring bij elke combinatie die je maakt.&lt;br /&gt;
#**Gastheren: 1. een cyclofaan met 2 ringen en 3 NH&#039;s tussen de ringen aan elke kant (tussen elke NH zat een CH2). 2. Cucurbit[6]uril. 3.Een klein cyclisch molecule met 2 aromatische ringen met een N naar binnen gewezen. Boven deze ring zijn 2 of 3 NH&#039;s, eronder 2 N-CH3&#039;s. 4. Een groot cyclisch molecule met aromatische ringen met een N (naar binnen wijzend) en tussen de aromatische ringen een koolstofketen met NH&#039;s (ook 2 random C=O bindingen die naar buiten wijzen, links- en rechtsboven).&lt;br /&gt;
#**Gasten: 1. Koolstofketen met aan elke uiteinde een aromatische ring. Op de verbinding tussen de keten en elke ring zit een positief geladen N. 2. ureum. 3. Cyclohexaan met afwisselend een O (C=O, met C de C van de ring en O het substituent) en een NH2 als substituent (in totaal volledig gesubstitueerd). 4. Een aromatische ring met 2 COOH substituenten in para.&lt;br /&gt;
#**Solventen: Water (pH 3,7 of 10), methanol of dichloormethaan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel van Mario&lt;br /&gt;
#*Er is een afbeelding gegeven van het complex dat KI coöperatief kan binden adhv Zn (staat ook in de slides bij coöperativiteit). Dan staan er bindingsconstantes gegeven van KI, KClO4, NaI en NaClO4 met KI duidelijk de hoogste bindingsconstante.&lt;br /&gt;
#**a) Verklaar de waargenomen resultaten.&lt;br /&gt;
#**b) Welke binding gaat volgens jou gepaard met de grootste entropieverandering? Verklaar.&lt;br /&gt;
#*18-kroon-6 is gegeven met een aromatische ring erop en aan de aromatische ring hangt een R. Wat is het teken van rho indien de complexeren van K+ met deze structuur bekijken en wat is de verhouding met R? Geef in je antwoord zeker de volledige Hammett-vergelijking. Dan staat er een tweede afbeelding gegeven, ook 18-kroon-6, maar hier is het substituent -CH2-R. Geldt dit ook voor de tweede structuur?&lt;br /&gt;
#*Wat zijn de voor- en nadelen van supramoleculaire polymeren?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 Juni 2022 ===&lt;br /&gt;
#Dehean&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag&lt;br /&gt;
#**Solvent: CH2Cl2, MeOH, H2O pH (2,7,12)&lt;br /&gt;
#**Guests: trimethylhexadecylammonium *Cl-*, *tetrabutylammonium* nitraat, naftaleen-1-sulfonzuur, 4-aminobutaanzuur&lt;br /&gt;
#**Hosts: zeven, enkel molecule gegeven dus kan ze niet opnoemen ([2,2,2]-cryptand met enkel zuurstof, ...)&lt;br /&gt;
#*Verband EM &amp;amp; rigide groepen&lt;br /&gt;
#*Synthese hexathia-analoog van [2,2,2] cryptand, uitgaande van triëthanolamine&lt;br /&gt;
#**Hoe maximaliseren we de synthese?&lt;br /&gt;
#Smet&lt;br /&gt;
#*Bespreek compensatiegedrag entropie en enthalpie&lt;br /&gt;
#*Welke technieken om verschil tussen een catenaan en zijn 2 aparte ringen te meten (vermeld eventuele eigenschappen die nodig zijn op de macroringen)&lt;br /&gt;
#*Azidothymidine: structuur gegeven, voorspel werking en bio-beschikbaarheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 Augustus 2021===&lt;br /&gt;
[https://i.imgur.com/eDCNSJR.jpg Dehaen] &amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
[https://i.imgur.com/JolZOyK.jpg Smet]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 juni 2021===&lt;br /&gt;
#Dehaen&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag. &lt;br /&gt;
#**Gasten: naftaleenderivaat, nitraat, aminobutaanzuur,... &lt;br /&gt;
#**Gastheren: alpha-cyclodextrine derivaat met een quaternair amoniumzout aan gebonden, beta-cyclodextrine derivaat, kroonether met thioureumfuncties, een lariatether, [2.2.2] cryptand met zuurstof als donoratomen en N als bruggenhoofden. &lt;br /&gt;
#**Solvent: water pH 2, 7, 10, methanol, CH2Cl2&lt;br /&gt;
#*Verband EM &amp;amp; rigide groepen&lt;br /&gt;
#*Synthese van het thia-analoog van de [2.2.2]-cryptand startende van een triethanolamine. &lt;br /&gt;
#Smet&lt;br /&gt;
#*Leg uit waarom de meeste polymerisatiereacties slechts opgaan onder een bepaalde temperatuur. Geef de naam van deze temperatuur. &lt;br /&gt;
#*Leg uit waarom sommige polymerisatiereacties enkel opgaan boven een bepaalde temperatuur. Geef de naam van deze temperatuur. Geef een voorbeeld van een monomeer dat dergelijk gedrag vertoond. &lt;br /&gt;
#*Vraag over een complexatiereactie met een R-substituent en wat het teken van rho zou zijn in de Hammett-vergelijking.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 juni 2019 VM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Uitleggen waarom verzeping plaatsvindt van een gegeven molecule met KOH in tolueen enkel als een kroonether aanwezig (18-kroon-6 analoog)&lt;br /&gt;
#* Uitleggen waarom cyclodextrines geschikt zijn voor &amp;quot;drug delivery&amp;quot; en een geschikt cyclodextrinekiezen (alfa, beta, gamma) voor naproxen (naftaleenderivaat)&lt;br /&gt;
#* Waarom base gebruiken voor kroonethersynthese van catechol en oligoethyleenglycoltosylaten? (deproteneren / templaateffect van kation)&lt;br /&gt;
#** Verschillende kroonethers gegeven met variërende lengte en aantal zuurstoffen. Hij vraagt om voor elke kroonether de juiste base te kiezen&lt;br /&gt;
#** Keuze uit 5 basen: LiAcO, KAcO, NH4AcO, CsAcO en moleculair kation en AcO-&lt;br /&gt;
#* Resorcinaren worden gevormd in zuur milieu maar na een tijdje zal het thermydynamischer stabieler zijn (stoel versus boot)&lt;br /&gt;
#** Geef interacties van beide isomeren in basisch milieu met een tetraalkylammonium-kation&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* 2 associaties gegeven, welke van de 2 associaties heeft de kleinste entropieverandering? (A = H-brugacceptor &amp;amp; D = H-brugdonor)&lt;br /&gt;
#** Associatie 1: ADA DAD (letters staan eigelijk onder elkaar)&lt;br /&gt;
#** Associatie 2: AAA DDD (letters staan eigelijk onder elkaar)&lt;br /&gt;
#* Molecule gegeven met R-groep  dat interacties aangaat met een chloride-anion&lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn er voornamelijk?&lt;br /&gt;
#** Wat voor groep moet R zijn? Hoe verhoudt zicht dat tot de parameter rho?&lt;br /&gt;
#* Bespreek biobeschikbaarheid van morfine (structuur gegeven) &lt;br /&gt;
#** Heroïne heeft een sterker effect op het centraal zenuwstelsel, verklaar? (gegeven dat morfine reageert met overmaat azijnzuuranhydride en heroïne vormt).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineer:&lt;br /&gt;
#** Gasten: trimethylhexadecylammoniumion, nitraation, 4-aminoboterzuur, naftaleensulfonzuur. &lt;br /&gt;
#** Gastheren: resorcinareen, benzokroonether met één N en op die N zat een keten (keten = CH2 C6H4 CH2 ... NH C=NH NH ... azole ring), twee speciale cyclodextrines (eentje was een ring van zes monomeren met een ammoniumfuntie op, de andere was een ring van zeven monomeren met een thia-amine keten op), een ring met drie benzenen en tussen elke benzeen de groep CH2 CH2 NH C=S NH CH2 CH2), nog eentje die ik me niet herinner&lt;br /&gt;
#** Solventen: de gewoonlijke&lt;br /&gt;
#* Effect rigide groepen op EM&lt;br /&gt;
#* Synthese thia analoog [2.2.2]cyrptand, hoe synthese verbeteren?&lt;br /&gt;
#*Pillarenen uitleggen, verband andere calixarenen&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welke reactie geeft de grootste entropie veranderingen? eentje is het azijnzuur dimeer, de andere is de cyclisatie van twee ringen (eentje is maleïnezuuranhydride en de ander cyclohexa-1,3-dieen) (volgens chemdraw heet het gevormde molecule (4R,7aS)-3a,4,7,7a-tetrahydro-4,7-ethanoisobenzofuran-1,3-dione). Bijvraag: iets met de deeltermen van de entropie, bij welke is welke het grootst? &lt;br /&gt;
#* Geef teken rho (Hammett) van de complexatie van K+ met een benzokroonether met aan die benzeenring een substituent R. Geldt deze redenering voor rho ook voor een tweede kroonether die aan een ethyleen eenheid een CH2R groep heeft hangen?&lt;br /&gt;
#* Bespreek relenza en tamiflu, over hun biobeschikbaarheid en mechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineren van gast, gastheer en solvent met als gasten: lanthaan, paraquat en nog een dicarbonzuur, als gastheren verschillende calixarenen in water ph 2,7,10, methanol of chloroform&lt;br /&gt;
#* Vraag welke het beste zou zijn voor ionentransport over een organisch membraan: diglyme of 2,2,2 kryptand&lt;br /&gt;
#* Een synthese van een 2,2,2 thiakryptand derivaat&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Ceiling &amp;amp; floortemperatuur + voorbeeld&lt;br /&gt;
#* Met de hammetvgl werken en teken van rho bepalen bij een complexvorming van pseudorotaxaan&lt;br /&gt;
#* Invloed van ... (cyclodextrine?) op transport van medicijnen en da linken aan de lipinskiregels&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 VM ===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze 1,3benzeenringen hebben geen buty meer, en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd. &lt;br /&gt;
#* Nonactine &amp;amp; valinomycine&lt;br /&gt;
#* Gast, gastheer, solvent: &lt;br /&gt;
#** H2O (pH = 3,7, 10), DCM, MeOH&lt;br /&gt;
#** Na+, ammoniumzout*, diamide*, benzoezuur (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
#** Calix[4]areen*, resorcinol uit acetaldehyde en 24u reflux, benzokroonether*, alfa-cyclodextrine, diamine* (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welk proces geeft de grootste entropieverandering met zich mee? &lt;br /&gt;
#** Furaan + H2C=COOR --&amp;gt; furaanring waarvan de twee dubbele bindingen weg zijn en er eentje bij is gekomen waar er eerst de enkele binding was, en de twee koolstoffen naast de zuurstof zijn nu verbonden met de koolstoffen van de dubbele binding van het ester&lt;br /&gt;
#** twee carbonzuren die een dimeer vormen&lt;br /&gt;
#* Bepaal teken rho, heeft pH invloed (R-C6H5 pi-pi stapeling met C6H5-NH2)&lt;br /&gt;
#* Relenza en tamiflu (orale beschikbaarheid en mechanisme)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel de synthese op voor het Lehn&#039;s sferand (structuur gegeven) vanuit (derivaten van) diëthyleenglycolen.&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge-verdunningsvoorwaarden en hoe werkt dit?&lt;br /&gt;
#* Combineer. Gastheren: cyclisch guanidine, cucurbit[8]uril, 30-kroon-10. Gasten: arginine, N-acetyltryptofaan, 1,4-bis(aminoimidazoline)butaan. Solventen: Chloroform, methanol, water pH 2, 7 en 10. (structuren gegeven)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: een pyrrool gesubstitueerd met een alkeen met twee R-substituenten (willekeurig). Dit molecule interageert met een onbekende receptor. Welke interactie veronderstel je? Bepaal het teken van rho. Wat gebeurt er met de absolute waarde van rho wanneer je een R-substituent vervangt door een H-atoom.&lt;br /&gt;
#* Wat is transfectie en hoe kan supramoleculaire chemie hierbij helpen?&lt;br /&gt;
#* Twee verbindingen gegeven, elk met 3 waterstofbindingen (structuren uit slides deel supramoleculaire polymeren). Welke verbinding heeft de grootse associatieconstante en waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke factoren beinvloeden de effectieve molariteit&lt;br /&gt;
#* synthese van hexathia18-kroon-6 vanuit ethyleenglycol en bis(2hydroxyethyl)sulfide op een veilige manier en wat doen we om de opbrengst zo hoog mogelijk te houden&lt;br /&gt;
#* wat zijn ansa-verbindingen en hoe kunnen ze meer inzicht geven over de ruimtevulling van de groepen&lt;br /&gt;
#* een structuur gegeven met 2 NH2 groepen een kroonether en een R (fenyl). 4-aminobutaanzuur is beter oplosbaar dan glycine (2-aminoazijnzuur) en 6-aminohexaanzuur. Hoe komt dit, welke interacties. De oplosbaarheid stijgt wanneer we R vervangen door (4-NO2-fenyl). Verklaar.&lt;br /&gt;
#* er zijn twee isomeren bij de synthese van resorcinarenen. Welke zijn dit?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#SMET:&lt;br /&gt;
#* gegeven een amide: RR&#039;C=CH-CO-N(CH3)2 met onbekende receptor gaat interageren:&lt;br /&gt;
Welke interactie verwachten we, teken van reactieparameter, plus redeneer. Wat gebeurt er met de absolite waarde van de reactieparameter als we een van de R groepen vervangen door een H.&lt;br /&gt;
#* lipskin regel geven en wat is het belang tegenwoordig in farmaceutische industrie &lt;br /&gt;
#* Bij synthese van rotaxanen volgens iemand (Stoddart ofzo)(tetrakationisch complex) zal threading een hogere opbrengst geven dan clipping waarom?&lt;br /&gt;
Waarom dan niet altijd threading?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze twee benzeenringen zijn ook gedebutyleerd en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd.&lt;br /&gt;
#* Bespreek aan de hand van hun structuurelementen de functie van nonactine en valinomycine (structuur gegeven).&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gastheren met de juiste gasten en solventen. Gasten: Natriumion, p-diaminobenzeen, p-diaminobenzeen met beide stikstoffen tetragebutyleerd, benzoÃ«zuur. Gastheren: calix[4]areen, een groot dibenzokroonether, een resorcinareen verkregen na 24 uur reflux, alfa-cyclodextrine en een aromatisch diamide. Solventen: water (pH 3, 7, 10), MeOH &amp;amp;amp; DCM.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* 4-R-pyridine. Deze gast bindt enkel aan de gastheer indien de stikstof geprotoneerd is. Bepaal het teken van de Hammett-parameter rho. Op welke interactie zou de complexatie kunnen berusten?&lt;br /&gt;
#* Geef de twee methoden die gebruikt kunnen worden om de associatieconstante te schrijven in functie van deelassociatieconstanten. Beschrijf de fysische basis van het probleem dat hierbij optreedt.&lt;br /&gt;
#* Bespreek de moleculaire basis van plaquevorming zoals die optreedt bij bijvoorbeeld de ziekte van Alzheimer. Wat zijn de therapeutische mogelijkheden om dit tegen te gaan? Bijvraag: op welke secundaire structuren en soorten interacties berust de associatie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven [2.2.2]cryptand uitgaande van chlooracetamide. Het cryptand heeft stikstoffen als bruggenhoofden, 2 ketens met telkens 2 zuurstoffen en 1 keten met 2 zwavelatomen. En hoe kan je de macroyclisatie bevorderen?&lt;br /&gt;
#* Transport van donor naar acceptorlaag via een organisch membraan? hoe gaat dit het beste met pentaglyme of met een [2.2.2]cryptand. Verklaar.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Je hebt een gesubstitueerd chinoline (onbekende substituent). Dit chinoline complexeert enkel met een gastheer als de N niet geprotoneerd is. wat is het teken van de hammet-parameter Rho? welke interactie zal er zijn tussen de gast en de gastheer?&lt;br /&gt;
#* Geef de 4 belangrijkste entropieveranderingen bij complexatie en bespreek. Welke is verantwoordelijk voor preorganisatie? Leg uit.&lt;br /&gt;
#* Invloed ketenlengte benzokroonether op rendement van een catenaan met een tetrakationisch cyclofaan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven calix[4]hemisferand uitgaande van 2 gegeven fenolen. De receprot bestond uit een calix[4]areen met een hemisferand aangehecht op de 1- en 3-posities.&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van valinomycine en nonactine: bespreek de functie  en hoe de verschillende structuurelementen hiertoe bijdragen.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#**solventen: zuur, neutraal of basisch water, methanol, dicchloormethaan&lt;br /&gt;
#**gastheren: cyclodextrine, een grote benzokroonether, een calyxareen, stoel resorcinareen en een heteroaromatische receptor met amidefuncties.&lt;br /&gt;
#**gasten: natriumion, aromatisch diamine, aromatisch diammoniumzout, benzoÃ«zuur&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Op welke 2 manieren kunnen we de totale associatieconstante beschouwen als een product van deelassociatieconstanten? Wat is bij elk het grootste fysisch probleem? Welk van deze 2 methoden is, op praktische gronden, te verkiezen en waarom?&lt;br /&gt;
#* Gegeven een amide met een para-gesubstitueerde fenylgroep op de N en de carbonyl. Dit molecule gaat waterstofbindingen aan met zowel de zuurstof als de NH. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho voor het substituent op elke benzeenring?&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van een receptor bestaande uit een porfyrinering, gekoppeld aan een calixareen met ketens die veel heteroatomen bevatten. De bindingsconstanten van KI is hoog, die voor NaI en NaClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; tussenin (en ongeveer gelijk), die van KClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; laag. Verklaar waarom. (Deze structuur staat in de cursus ter hoogte van het deel over coÃ¶perativiteit).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2012 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge verdunningsvoorwaarden en geef 2 voorbeelden hoe men dit in de praktijk bewerkstelligt.&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende affiniteit voor het kaliumkation en motiveer: 18-kroon-6, 1,10-dithia-18-kroon-6, benzo-18-kroon-6, [2.2.2]cryptand, 15-kroon-5, 21-kroon-7.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Voor een bepaald hydrofoob (gedeelte van een) gastmolecule werd aangetoond dat het de hydrofobe holte van de gastheer maar voor 55% vult in stabielste toestand. Verklaar thermodynamisch waarom het kan dat deze gedeeltelijk gevulde toestand meer bevoordeeld wordt dan de volledig gevulde holte.&lt;br /&gt;
#* &lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn van belang bij het catenaan gevormd uit &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039;, &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; en &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;?&lt;br /&gt;
#** Wat zou het effect zijn op de bindingsconstante moest het catenaan gevormd worden rond &#039;&#039;&#039;4&#039;&#039;&#039; i.p.v. &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039; en waarom?&lt;br /&gt;
#** Beredeneer het teken van de Hammett parameter Ï van de catenatiereactie van &#039;&#039;&#039;5&#039;&#039;&#039; met het monogealkyleerd derivaat van &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039; (hiermee wordt bedoeld, de open-ketenvorm van &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; enkelvoudig gebonden aan &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;). Sterische effecten van R mogen verwaarloosd worden [[Bestand:CatenaanSmet.png]]&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers synthetiseerden bovenste verbinding als receptor voor de onderste (tekening is &#039;&#039;ongeveer&#039;&#039; juist). Belangrijke interacties hierbij zijn H-bruggen, maar ook de Ï€-Ï€-interacties tussen de eindstandige benzeenringen spelen een beduidende rol. Om aard en sterkte van deze Ï€-Ï€-interacties te onderzoeken synthetiseerde men een aantal derivaten van beide, en mat men het verschil in bindingssterkte voor verschillende substituenten op de benzeenringen. [[Bestand:receptorSmet.png]]&lt;br /&gt;
#** Welke complicatie valt te verwachten bij deze metingen, vanwege de verschillende substituenten op de derivaten?&lt;br /&gt;
#** Verklaar de waargenomen tendensen in de gemeten energiebijdragen, weergegeven in de tabel (deze waarden zijn gecorrigeerd voor de complicaties waarnaar gevraagd in eerste subvraag dus zijn &#039;&#039;juist&#039;&#039;).&lt;br /&gt;
[[Bestand:tabelSmet.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Klassieke vraag. Verbind de juiste gast met gastheer en solvent. Licht toe en zeg welke interacties plaatsvinden.&lt;br /&gt;
#* Wat is de CAC? Waarom is het belangrijk dat deze gemeten wordt en hoe wordt deze gemeten?&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: [[Bestand:MolHerExamenMario.jpg]]&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;Bepaal het teken van &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;X&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep X en &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;R&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep R. Waarom gaat bij zÃ©Ã©r elektronenzuigende groepen, bv. X=F&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, de meting van de complexatieconstante met nucleofiele deeltjes niet meer correct verlopen?&lt;br /&gt;
#* Mag men de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de aromatische ring en de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de gedeprotoneerde carbonzuurfunctie zomaar optellen? Verklaar.&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenMario2.jpg]]&lt;br /&gt;
#* De synthese van rotaxanen op vaste drager kan handig zijn. Onwaar/waar en verklaar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* geef de structuur van cyclotriveratryleen en de synthese vanuit veratrol. Waarom zijn asymmetrisch gesubstitueerde CTV&#039;s chiraal?&lt;br /&gt;
#* hoe kunnen we eigenschappen van een gegeven cyclofaan gebruiken om de grootte van de substituent op de ring te bepalen&lt;br /&gt;
#* geef de synthese van de macroring 15 kroon 5 maar ipv met zuurstoffen met (NH , O , NH, S, S) vanuit HSCH2CH2SH en H2NCH2CH2OCH2CH2NH2&lt;br /&gt;
#* welke gast past in welk solvent bij welke gastheer? gasten: (Fe3+, Yb3+, tetramethylammonium, benzoaat) solventen: (methanol, DCM, water met pH=3,7,10) gastheren:(een resorcinareen, een [4]-calixareen met een -O-CH2COOH op elke ring, een [6]-calixareen met op de ring aan de ene kant een SO3H aan de andere kant een staart met een hydroxyamide rest aan, een [6]-calixareen met daaraan een staart met aan het uiteinde een fenylureum staart&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* gegeven: een receptor met daarop 2 groepen die waterstofbruggen vormen met een HO- en een -CHO op drie verschillende liganden. Welke complex zal het stabielste zijn, en verklaar dit energetisch en entropisch (ligand 1 is een bifenyl, ligand 2 is een bifenyl met een huge (triethylmethyl-)substituent op een van de ringen en ligand 3 is gewoon een alifatische keten met die oh en cho aan de uiteinden)&lt;br /&gt;
#* wat is de dubbele mutantcyclus een geef een voorbeeld dat de voordelen duidelijk maakt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (ochtend) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Bespreek de synthese van volgend cavitand, vertrekkende van resorcinareen. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#* Wat is [2,2]paracyclofaan? Geef de syntheses en eigenschappen (UV-spectrum).&lt;br /&gt;
#* Bespreek het kinetisch en thermodynamisch templaateffect.&lt;br /&gt;
#* 5 Macroringen gegeven; rangschik naar toenemende effectieve molariteit. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven 1-amino-5-R-naftaleen (met R een onbepaalde substituent). In een complex vormt deze aminogroep een waterstofbrug. Onderzoek wijst uit dat de &amp;amp;quot;reactie&amp;amp;quot;-parameter sterk positief is. Welke soort R-substituenten bevoordeligen de reactie? (leg uit met Hammett-vergelijking en de substituent-parameter) Bekleedt de aminogroep een donor- of acceptorfunctie bij het vormen van deze waterstofbrug?&lt;br /&gt;
#* Waarom is het entropieverlies van complexvorming in oplossing doorgaans kleiner dan in gasfase?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Verklaar waarom de effectieve molariteit stijgt bij een macrocysliche 10-ring, wanneer&lt;br /&gt;
#** a) rigide groepen worden gebruikt&lt;br /&gt;
#** b) heteroatomen worden gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verschil tussen een clathraat en een vaste stof-inclusie complex.&lt;br /&gt;
#* Schrijf de synthese op van dit cavitand (structuur is gegeven) vertrekkende van rescoriol. De cavitand is gelijkend op die in de cursus staat, maar op de 2&#039; plaats heeft deze een COOH groep.&lt;br /&gt;
#* VÃ¶gth synthetiseerde vele cryptanden met substituenten X (structuur is gegeven). Hoe kon hij daarmee de grootte van de caviteit bepalen? &lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Je krijgt een complexatie van een gast en gastheer die via pi-pi interacties complexeert en net naast deze aromatische ringen een waterstofbrug vormt met een amide op de gast.&lt;br /&gt;
#** Men wil d.m.v. substituenteffecten op de aromatische ringen ph1 (= op gast) en ph2 (= op gastheer) de bijdrage voor deze pi-pi interactie meten. Welke complicatie verwacht je echter met deze methode, bij dit specifieke complex?&lt;br /&gt;
#** Verklaar in de tabel (tabel met horizontaal de para-ph1 substituenten en vertikaal de para-ph 2 substituenten) de verlopen van de incrementen. (De incrementen zijn aangepast aan de complicatie die je in het eerste puntje moet geven en zijn dus correct)&lt;br /&gt;
#** Bepaal ook het teken van de Hammett rho parameters.&lt;br /&gt;
#* Trage complexen.&lt;br /&gt;
#** Hoe kan je in een NMR spectrum zien of je te maken hebt met een traag complex&lt;br /&gt;
#** Wat is het voordeel van een extreem traag complex? Geef een relevant voorbeeld van hoe we er gebruik van kunnen maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* match de gasten en de gastheren met de juiste solventen. Gast: 1,4-benzochinon, naftaleen-1,5-dicarbonzuur en 4-butylfenol (&amp;amp;quot;voor mensen die niet goed zijn in naamgeving, zal ik de moleculen even op bord tekenen&amp;amp;quot;). Solvent: water (ph= 2, 6, 10), MeOH, CCl4. Gasten: alpha-cyclodextrine, diazo-18-kroon-6, 18-kroon-6, [2,2]cyclofaan en 2 grote cyclofanen die getekend staan. Geef ook alle niet-covalente reacties en licht uw keuze toe&lt;br /&gt;
#* Wat is CAC, waarom belangrijk en hoe gemeten&lt;br /&gt;
#* reactie van een [2,2,1]cryptand opgebouwd uit bi en triÃ«thyleenglycolderivaten&lt;br /&gt;
#* Membraantransport  van kationen met kroonethers en de voorwaarden waaraan dat kroonether moet voldoen&lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Het teken van rho (Hammet) bepalen uit een tabel met stabiliteitsconstanten met verschillende gevers en zuigers. De link vinden met het reactiemechanisme. Bijkomende vraag: wat gebeurt er met een sterke base en een sterke elektronzuiger. (ja wat onduidelijk als je het molecule niet ziet natuurlijk...)&lt;br /&gt;
#* Stelling: voor het gegeven molecule mag ik zomaar de deltaG optellen om de totale deltaG te berekenen.&lt;br /&gt;
#* Waarom kan het voordelig zijn om synthese van rotaxanen uit te voeren op een vaste fase&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke ionen passen in welke macroringen? (K+, Ag+, Eu3+, Li+ en nog een vieze grote molecule) De macrocyclische verbindingen zijn ook gegeven. Welk solvent pak je best? (H2O, H2O pH 10, MeOH of chloroform) Vermeld welke interacties plaatsvinden&lt;br /&gt;
#* bespreek de synthese van: -een calix[4]areen met twee nitraten, twee n-propyloxy&#039;s en een azakroonetheroverbrugging-&lt;br /&gt;
#* Wat is zijn zelfassemblage en zelforganisatie en illustreer met een voorbeeld&lt;br /&gt;
# MS:&lt;br /&gt;
#* Tabel horende bij compensatie-effect gegeven. Welke interacties? Bespreek de tendens in de tabel en ook het verschil in \Delta S tussen gasfase en oplossing.&lt;br /&gt;
#* tekening van een catenaan met een cyclofaan met nogal wat N in rond een benzokroonether gegeven. Deze verbinding toont met H-NMR slechts twee signalen (3,45 en 6,26 ppm of zo) voor de hydrochinon-waterstoffen. Reden? Bespreek ook de multipliciteit van de signalen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Waarom is ethyleendioxy zo&#039;n populaire eenheid in kroonetherchemie&lt;br /&gt;
#* Welke 2 groepen zijn belangrijk bij de complexatie van Fe bij de sideroforen&lt;br /&gt;
#* 3 gasten (Lithium, azide, tetramethylammonium), 5 solventen (MeOH, H2O( pH 2,6,10), CCl4), gastheren ([2.2.2]-cryptand, all-cis resorcinareen, cram&#039;s sferand, 18-kroon-6,...)&lt;br /&gt;
# M.S.:&lt;br /&gt;
#* Synthese van tetrakationisch cyclofaan&lt;br /&gt;
#* Vraagje over receptor die interageert met gast, welk teken heeft de hammett parameter rho.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R0898426</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=4641</id>
		<title>Moleculaire Herkenning</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=4641"/>
		<updated>2025-06-18T10:08:48Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R0898426: /* 17 juni 2025 (VM) */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verplicht vak voor chemie. Moleculaire herkenning wordt gedoceerd door 2 proffen. Mario smet en Wim &amp;amp;quot;sandalen&amp;amp;quot; Dehaen. 50% van de punten staan op het examen, de andere 50% staan op een paper. Op het examen worden mondelinge vragen gesteld over de paper. Bij prof. Smet zijn dit normaal enkel de vragen die hij geeft bij de feedback op de paper,&lt;br /&gt;
prof. Dehaen stelt vaak ook extra vragen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===17 juni 2025 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#* Koppelvraag: Koppel elke gastmolecule aan een geschikte gastheer en oplosmiddel. Niet elke gastheer of elk oplosmiddel moet gebruikt worden; hergebruik is toegestaan.&lt;br /&gt;
Gasten: hexadecyltrimethylammoniumchloride (focus op het hexadecyltrimethylammonium-kation), tetraethylammoniumnitraat (focus op nitraat), 1-naftaleensulfonzuur, 4-aminobutaanzuur.&lt;br /&gt;
Gastheren: [2.2.2]-cryptand, resorcinareen, α-cyclodextrine, β-cyclodextrine, lariatkroonether met amine-/amidegroepen in de staart, azakroonether-achtige macrocyclus met meerdere amines en twee benzeenringen als ‘caps’.&lt;br /&gt;
Solventen: dichloormethaan (DCM), methanol, water (pH 2, 7 of 10).  &lt;br /&gt;
Tip: 4-aminobutaanzuur komt voor als zwitter-ion (combinatie met lariatether (zuur = h-brug acceptor dus met de NH staart, amine = h-brug donor dus met kroonether), 1-naftaleensulfonzuur met beta-cyclodextrine, nitraat met het azakroonether, hexadecyltrimethylammoniumchloride was volgens mij met het resorcinareen.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#* Wat is het effect van rigide groepen op de effectieve molariteit (EM)?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#* Stel een synthesetraject op voor het thia-analoog van de [2.2.2]-cryptand, vertrekkende van triethanolamine. Hoe maximaliseren we de synthese?  &lt;br /&gt;
Tip: OH vervangen door betere leaving-group (bv tosyl), dat laten reageren met een thiol (bv ethane-1,2-dithiol). Maximaliseren met hoge verdunning en base (cesiumeffect).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#* Welk proces heeft de kleinste entropieverandering?  &lt;br /&gt;
1) Een cyclisatie waarbij een alkyn (R–C≡CH) met een triazene reageert tot een triazoolring  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Vorming van een waterstofbrug tussen amidegroepen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#* Wat is het teken van ρ in de Hammetvergelijking bij complexatie van K⁺ met een kroonether die een benzeenring bevat, waarbij R een substituent is op die aromatische ring? Geldt dezelfde redenering ook voor een kroonether waarbij R via een CH₂-keten aan de kroonether is gekoppeld (dus kroonether–CH₂–R i.p.v. kroonether–C₆H₄–R)?  &lt;br /&gt;
Tip: zelfde redenering geldt niet want er wordt geen rekening gehouden tussen inductieve en mesomere effecten bij rho (dus mesomeer gevend kan inductief zuigend zijn).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#* Wat is transfectie? Wat is het probleem bij transfectie, en hoe kan supramoleculaire chemie dit oplossen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2025 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#*Synthetiseer een [2.1.1]cryptand&lt;br /&gt;
#*Belang resorcinol molecule in de supramoleculaire chemie bespreken, had te maken met boot-/stoel-conformatie dus resorcinarenen. En dan toepassingen van resorcinarenen geven ( complexatie met quaternaire amoniumzouten en vooral cavitanden en carceplexen)&lt;br /&gt;
#*standaard combinatievraag&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#* Exact hetzelfde als 30 augustus 2021&lt;br /&gt;
#* Bij vraag 2: Let op de basisiciteit van de stikstofatomen -&amp;gt; alternatieve molecule zal een zuur-base reactie hebben met de stikstof van de macroring, waardoor je geen pseudo-rotaxaan kan krijgen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2024 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#*Synthetiseer 4de molecule p78, waarvan 2 van de 4 moleculen: R = propyl en de andere 2 hadden geen tert-buthyl maar een monoazakroonether. Gegeven waren startproducten formaldehyde (mag je 2 keer gebruiken), monoazakroonether en tertbuthylfenol. Zoek een juiste volgorde van synthesestrategie. (Bijvraag: wat en hoe reageert formaldehyde en waar op de ring)&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen een vaste-toestand-inclusiecomplex en een clathraat? (Bijvraag: iets van voorbeeld gegeven)&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen sephulcraat, sidefoor of sacrofagine? En hoe worden deze bereid uit formaldehyde en ethyleendiamine? &lt;br /&gt;
#*Klassieke vraag van 4 gastheren, 4 gasten en 5 solventen. Geef ook welke niet-covalente interacties er aanwezig zullen zijn.&lt;br /&gt;
##*Gasten (structuren gegeven): 1,4-benzendicarboxylic acid / Paraquat / isocyanuurzuur / ureum&lt;br /&gt;
##*Gastheren (structuren gegeven): Glycoluril (6 keer in een cirkel) / en nog 3 anderen die ik niet ken)&lt;br /&gt;
##*Solventen Water pH 3 / 7 / 10 / MeOH en DCM (Let op met de interacties)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#*2 reacties gegeven (1 met 2 moleculen waarbij covalente binding gevormd wordt, 2 azijnzuren die H-bruggen vormen) welke heeft de grootste entropieverandering?&lt;br /&gt;
#*Molecule gegeven met pi-pi-stapeling. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho? Leg uit als er pH-afhankelijkheid is voor het teken? (Ja!)&lt;br /&gt;
#*Molecule gegeven met 5 H-bruggen, we willen de bindingsconstante van H-brug met * bepalen. Hoe doen we dit? Er zullen problemen opduiken. Geef een oplossing voor deze problemen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 Juni 2024 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel van Dehaen&lt;br /&gt;
#*Volgende moleculen werden getest op gast-gastheer complexvorming met chloride-anion. Bij hetzelfde solvent ging de complexvorming het best op met gastheer 1, dan 2 en dan 3 die beduidend veel slechter complexeerde. Nochtans heeft 3 een extra H op de aromatische N in vergelijking met 1. De onderzoekers linkten de slechte complexvorming bij 3 met een verschil in preorganisatie. Leg uit. (Het kwam erop neer dat je de groepen juist moest uittekenen en dan de juiste interacties moest vinden.) [[File:Vraag1Wim.png|caption]]&lt;br /&gt;
#*Rangschik volgende moleculen van slechtst naar best voor complexvorming met een Li-kation. [[File:Vraag2Wim.png|caption]]&lt;br /&gt;
#*Geef een voorstel van de synthese van hexathia-18-kroon-6 waarbij je bèta-halogeensulfiden vermijdt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel van Mario&lt;br /&gt;
#*Wat is de ceiling temperature en floor temperature? Wat is hun fysische betekenis? Geef een voorbeeld van supramoleculaire polymeren bij elke soort temperatuur. Leg uit wat het belang is van de ceiling temperature bij duurzame afvalverwerking van de polymeren.&lt;br /&gt;
#*Rotaxaanvormingsreactie gegeven. Bepaal het teken van de Hammet-parameter rho met betrekking tot substituent R voor de ligging van het ev. Zou deze rotaxaanvorming ook opgaan met een difenylamine? (exact zelfde vraag als augustus 2021)&lt;br /&gt;
#*Waarom worden cyclodextrines gebruikt in geneesmiddelen? Leg uit aan de hand van de Lipinski regels voor orale beschikbaarheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 Juni 2023===&lt;br /&gt;
#Deel van Dehaen&lt;br /&gt;
#*Hoe maak je 1,4,10,13-tetraäza-18-kroon-6 uitgaande van 1,2-diaminoëthaan en eventueel andere reagentia? Welke techniek zou je gebruiken om een maximale opbrengst te bekomen?&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen een vaste-toestand-inclusiecomplex en een clathraat?&lt;br /&gt;
#*Wat zijn sepulchraat- en sarcofaginecomplexen en hoe kan je ze bereiden met ethyleendiamine en Co(III)?&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag: Combineer telkens een gast, gastheer en een solvent. Er zijn 4 gastheren, 4 gasten en 5 solventen gegeven. Bij elke gastheer hoort 1 gast en vice versa. Er zijn meer solventen gegeven dan gasten en gastheren, dus hier kan je er al zeker 1 niet gebruiken. Geef een korte verklaring bij elke combinatie die je maakt.&lt;br /&gt;
#**Gastheren: 1. een cyclofaan met 2 ringen en 3 NH&#039;s tussen de ringen aan elke kant (tussen elke NH zat een CH2). 2. Cucurbit[6]uril. 3.Een klein cyclisch molecule met 2 aromatische ringen met een N naar binnen gewezen. Boven deze ring zijn 2 of 3 NH&#039;s, eronder 2 N-CH3&#039;s. 4. Een groot cyclisch molecule met aromatische ringen met een N (naar binnen wijzend) en tussen de aromatische ringen een koolstofketen met NH&#039;s (ook 2 random C=O bindingen die naar buiten wijzen, links- en rechtsboven).&lt;br /&gt;
#**Gasten: 1. Koolstofketen met aan elke uiteinde een aromatische ring. Op de verbinding tussen de keten en elke ring zit een positief geladen N. 2. ureum. 3. Cyclohexaan met afwisselend een O (C=O, met C de C van de ring en O het substituent) en een NH2 als substituent (in totaal volledig gesubstitueerd). 4. Een aromatische ring met 2 COOH substituenten in para.&lt;br /&gt;
#**Solventen: Water (pH 3,7 of 10), methanol of dichloormethaan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel van Mario&lt;br /&gt;
#*Er is een afbeelding gegeven van het complex dat KI coöperatief kan binden adhv Zn (staat ook in de slides bij coöperativiteit). Dan staan er bindingsconstantes gegeven van KI, KClO4, NaI en NaClO4 met KI duidelijk de hoogste bindingsconstante.&lt;br /&gt;
#**a) Verklaar de waargenomen resultaten.&lt;br /&gt;
#**b) Welke binding gaat volgens jou gepaard met de grootste entropieverandering? Verklaar.&lt;br /&gt;
#*18-kroon-6 is gegeven met een aromatische ring erop en aan de aromatische ring hangt een R. Wat is het teken van rho indien de complexeren van K+ met deze structuur bekijken en wat is de verhouding met R? Geef in je antwoord zeker de volledige Hammett-vergelijking. Dan staat er een tweede afbeelding gegeven, ook 18-kroon-6, maar hier is het substituent -CH2-R. Geldt dit ook voor de tweede structuur?&lt;br /&gt;
#*Wat zijn de voor- en nadelen van supramoleculaire polymeren?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 Juni 2022 ===&lt;br /&gt;
#Dehean&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag&lt;br /&gt;
#**Solvent: CH2Cl2, MeOH, H2O pH (2,7,12)&lt;br /&gt;
#**Guests: trimethylhexadecylammonium *Cl-*, *tetrabutylammonium* nitraat, naftaleen-1-sulfonzuur, 4-aminobutaanzuur&lt;br /&gt;
#**Hosts: zeven, enkel molecule gegeven dus kan ze niet opnoemen ([2,2,2]-cryptand met enkel zuurstof, ...)&lt;br /&gt;
#*Verband EM &amp;amp; rigide groepen&lt;br /&gt;
#*Synthese hexathia-analoog van [2,2,2] cryptand, uitgaande van triëthanolamine&lt;br /&gt;
#**Hoe maximaliseren we de synthese?&lt;br /&gt;
#Smet&lt;br /&gt;
#*Bespreek compensatiegedrag entropie en enthalpie&lt;br /&gt;
#*Welke technieken om verschil tussen een catenaan en zijn 2 aparte ringen te meten (vermeld eventuele eigenschappen die nodig zijn op de macroringen)&lt;br /&gt;
#*Azidothymidine: structuur gegeven, voorspel werking en bio-beschikbaarheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 Augustus 2021===&lt;br /&gt;
[https://i.imgur.com/eDCNSJR.jpg Dehaen] &amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
[https://i.imgur.com/JolZOyK.jpg Smet]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 juni 2021===&lt;br /&gt;
#Dehaen&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag. &lt;br /&gt;
#**Gasten: naftaleenderivaat, nitraat, aminobutaanzuur,... &lt;br /&gt;
#**Gastheren: alpha-cyclodextrine derivaat met een quaternair amoniumzout aan gebonden, beta-cyclodextrine derivaat, kroonether met thioureumfuncties, een lariatether, [2.2.2] cryptand met zuurstof als donoratomen en N als bruggenhoofden. &lt;br /&gt;
#**Solvent: water pH 2, 7, 10, methanol, CH2Cl2&lt;br /&gt;
#*Verband EM &amp;amp; rigide groepen&lt;br /&gt;
#*Synthese van het thia-analoog van de [2.2.2]-cryptand startende van een triethanolamine. &lt;br /&gt;
#Smet&lt;br /&gt;
#*Leg uit waarom de meeste polymerisatiereacties slechts opgaan onder een bepaalde temperatuur. Geef de naam van deze temperatuur. &lt;br /&gt;
#*Leg uit waarom sommige polymerisatiereacties enkel opgaan boven een bepaalde temperatuur. Geef de naam van deze temperatuur. Geef een voorbeeld van een monomeer dat dergelijk gedrag vertoond. &lt;br /&gt;
#*Vraag over een complexatiereactie met een R-substituent en wat het teken van rho zou zijn in de Hammett-vergelijking.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 juni 2019 VM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Uitleggen waarom verzeping plaatsvindt van een gegeven molecule met KOH in tolueen enkel als een kroonether aanwezig (18-kroon-6 analoog)&lt;br /&gt;
#* Uitleggen waarom cyclodextrines geschikt zijn voor &amp;quot;drug delivery&amp;quot; en een geschikt cyclodextrinekiezen (alfa, beta, gamma) voor naproxen (naftaleenderivaat)&lt;br /&gt;
#* Waarom base gebruiken voor kroonethersynthese van catechol en oligoethyleenglycoltosylaten? (deproteneren / templaateffect van kation)&lt;br /&gt;
#** Verschillende kroonethers gegeven met variërende lengte en aantal zuurstoffen. Hij vraagt om voor elke kroonether de juiste base te kiezen&lt;br /&gt;
#** Keuze uit 5 basen: LiAcO, KAcO, NH4AcO, CsAcO en moleculair kation en AcO-&lt;br /&gt;
#* Resorcinaren worden gevormd in zuur milieu maar na een tijdje zal het thermydynamischer stabieler zijn (stoel versus boot)&lt;br /&gt;
#** Geef interacties van beide isomeren in basisch milieu met een tetraalkylammonium-kation&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* 2 associaties gegeven, welke van de 2 associaties heeft de kleinste entropieverandering? (A = H-brugacceptor &amp;amp; D = H-brugdonor)&lt;br /&gt;
#** Associatie 1: ADA DAD (letters staan eigelijk onder elkaar)&lt;br /&gt;
#** Associatie 2: AAA DDD (letters staan eigelijk onder elkaar)&lt;br /&gt;
#* Molecule gegeven met R-groep  dat interacties aangaat met een chloride-anion&lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn er voornamelijk?&lt;br /&gt;
#** Wat voor groep moet R zijn? Hoe verhoudt zicht dat tot de parameter rho?&lt;br /&gt;
#* Bespreek biobeschikbaarheid van morfine (structuur gegeven) &lt;br /&gt;
#** Heroïne heeft een sterker effect op het centraal zenuwstelsel, verklaar? (gegeven dat morfine reageert met overmaat azijnzuuranhydride en heroïne vormt).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineer:&lt;br /&gt;
#** Gasten: trimethylhexadecylammoniumion, nitraation, 4-aminoboterzuur, naftaleensulfonzuur. &lt;br /&gt;
#** Gastheren: resorcinareen, benzokroonether met één N en op die N zat een keten (keten = CH2 C6H4 CH2 ... NH C=NH NH ... azole ring), twee speciale cyclodextrines (eentje was een ring van zes monomeren met een ammoniumfuntie op, de andere was een ring van zeven monomeren met een thia-amine keten op), een ring met drie benzenen en tussen elke benzeen de groep CH2 CH2 NH C=S NH CH2 CH2), nog eentje die ik me niet herinner&lt;br /&gt;
#** Solventen: de gewoonlijke&lt;br /&gt;
#* Effect rigide groepen op EM&lt;br /&gt;
#* Synthese thia analoog [2.2.2]cyrptand, hoe synthese verbeteren?&lt;br /&gt;
#*Pillarenen uitleggen, verband andere calixarenen&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welke reactie geeft de grootste entropie veranderingen? eentje is het azijnzuur dimeer, de andere is de cyclisatie van twee ringen (eentje is maleïnezuuranhydride en de ander cyclohexa-1,3-dieen) (volgens chemdraw heet het gevormde molecule (4R,7aS)-3a,4,7,7a-tetrahydro-4,7-ethanoisobenzofuran-1,3-dione). Bijvraag: iets met de deeltermen van de entropie, bij welke is welke het grootst? &lt;br /&gt;
#* Geef teken rho (Hammett) van de complexatie van K+ met een benzokroonether met aan die benzeenring een substituent R. Geldt deze redenering voor rho ook voor een tweede kroonether die aan een ethyleen eenheid een CH2R groep heeft hangen?&lt;br /&gt;
#* Bespreek relenza en tamiflu, over hun biobeschikbaarheid en mechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineren van gast, gastheer en solvent met als gasten: lanthaan, paraquat en nog een dicarbonzuur, als gastheren verschillende calixarenen in water ph 2,7,10, methanol of chloroform&lt;br /&gt;
#* Vraag welke het beste zou zijn voor ionentransport over een organisch membraan: diglyme of 2,2,2 kryptand&lt;br /&gt;
#* Een synthese van een 2,2,2 thiakryptand derivaat&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Ceiling &amp;amp; floortemperatuur + voorbeeld&lt;br /&gt;
#* Met de hammetvgl werken en teken van rho bepalen bij een complexvorming van pseudorotaxaan&lt;br /&gt;
#* Invloed van ... (cyclodextrine?) op transport van medicijnen en da linken aan de lipinskiregels&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 VM ===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze 1,3benzeenringen hebben geen buty meer, en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd. &lt;br /&gt;
#* Nonactine &amp;amp; valinomycine&lt;br /&gt;
#* Gast, gastheer, solvent: &lt;br /&gt;
#** H2O (pH = 3,7, 10), DCM, MeOH&lt;br /&gt;
#** Na+, ammoniumzout*, diamide*, benzoezuur (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
#** Calix[4]areen*, resorcinol uit acetaldehyde en 24u reflux, benzokroonether*, alfa-cyclodextrine, diamine* (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welk proces geeft de grootste entropieverandering met zich mee? &lt;br /&gt;
#** Furaan + H2C=COOR --&amp;gt; furaanring waarvan de twee dubbele bindingen weg zijn en er eentje bij is gekomen waar er eerst de enkele binding was, en de twee koolstoffen naast de zuurstof zijn nu verbonden met de koolstoffen van de dubbele binding van het ester&lt;br /&gt;
#** twee carbonzuren die een dimeer vormen&lt;br /&gt;
#* Bepaal teken rho, heeft pH invloed (R-C6H5 pi-pi stapeling met C6H5-NH2)&lt;br /&gt;
#* Relenza en tamiflu (orale beschikbaarheid en mechanisme)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel de synthese op voor het Lehn&#039;s sferand (structuur gegeven) vanuit (derivaten van) diëthyleenglycolen.&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge-verdunningsvoorwaarden en hoe werkt dit?&lt;br /&gt;
#* Combineer. Gastheren: cyclisch guanidine, cucurbit[8]uril, 30-kroon-10. Gasten: arginine, N-acetyltryptofaan, 1,4-bis(aminoimidazoline)butaan. Solventen: Chloroform, methanol, water pH 2, 7 en 10. (structuren gegeven)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: een pyrrool gesubstitueerd met een alkeen met twee R-substituenten (willekeurig). Dit molecule interageert met een onbekende receptor. Welke interactie veronderstel je? Bepaal het teken van rho. Wat gebeurt er met de absolute waarde van rho wanneer je een R-substituent vervangt door een H-atoom.&lt;br /&gt;
#* Wat is transfectie en hoe kan supramoleculaire chemie hierbij helpen?&lt;br /&gt;
#* Twee verbindingen gegeven, elk met 3 waterstofbindingen (structuren uit slides deel supramoleculaire polymeren). Welke verbinding heeft de grootse associatieconstante en waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke factoren beinvloeden de effectieve molariteit&lt;br /&gt;
#* synthese van hexathia18-kroon-6 vanuit ethyleenglycol en bis(2hydroxyethyl)sulfide op een veilige manier en wat doen we om de opbrengst zo hoog mogelijk te houden&lt;br /&gt;
#* wat zijn ansa-verbindingen en hoe kunnen ze meer inzicht geven over de ruimtevulling van de groepen&lt;br /&gt;
#* een structuur gegeven met 2 NH2 groepen een kroonether en een R (fenyl). 4-aminobutaanzuur is beter oplosbaar dan glycine (2-aminoazijnzuur) en 6-aminohexaanzuur. Hoe komt dit, welke interacties. De oplosbaarheid stijgt wanneer we R vervangen door (4-NO2-fenyl). Verklaar.&lt;br /&gt;
#* er zijn twee isomeren bij de synthese van resorcinarenen. Welke zijn dit?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#SMET:&lt;br /&gt;
#* gegeven een amide: RR&#039;C=CH-CO-N(CH3)2 met onbekende receptor gaat interageren:&lt;br /&gt;
Welke interactie verwachten we, teken van reactieparameter, plus redeneer. Wat gebeurt er met de absolite waarde van de reactieparameter als we een van de R groepen vervangen door een H.&lt;br /&gt;
#* lipskin regel geven en wat is het belang tegenwoordig in farmaceutische industrie &lt;br /&gt;
#* Bij synthese van rotaxanen volgens iemand (Stoddart ofzo)(tetrakationisch complex) zal threading een hogere opbrengst geven dan clipping waarom?&lt;br /&gt;
Waarom dan niet altijd threading?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze twee benzeenringen zijn ook gedebutyleerd en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd.&lt;br /&gt;
#* Bespreek aan de hand van hun structuurelementen de functie van nonactine en valinomycine (structuur gegeven).&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gastheren met de juiste gasten en solventen. Gasten: Natriumion, p-diaminobenzeen, p-diaminobenzeen met beide stikstoffen tetragebutyleerd, benzoÃ«zuur. Gastheren: calix[4]areen, een groot dibenzokroonether, een resorcinareen verkregen na 24 uur reflux, alfa-cyclodextrine en een aromatisch diamide. Solventen: water (pH 3, 7, 10), MeOH &amp;amp;amp; DCM.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* 4-R-pyridine. Deze gast bindt enkel aan de gastheer indien de stikstof geprotoneerd is. Bepaal het teken van de Hammett-parameter rho. Op welke interactie zou de complexatie kunnen berusten?&lt;br /&gt;
#* Geef de twee methoden die gebruikt kunnen worden om de associatieconstante te schrijven in functie van deelassociatieconstanten. Beschrijf de fysische basis van het probleem dat hierbij optreedt.&lt;br /&gt;
#* Bespreek de moleculaire basis van plaquevorming zoals die optreedt bij bijvoorbeeld de ziekte van Alzheimer. Wat zijn de therapeutische mogelijkheden om dit tegen te gaan? Bijvraag: op welke secundaire structuren en soorten interacties berust de associatie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven [2.2.2]cryptand uitgaande van chlooracetamide. Het cryptand heeft stikstoffen als bruggenhoofden, 2 ketens met telkens 2 zuurstoffen en 1 keten met 2 zwavelatomen. En hoe kan je de macroyclisatie bevorderen?&lt;br /&gt;
#* Transport van donor naar acceptorlaag via een organisch membraan? hoe gaat dit het beste met pentaglyme of met een [2.2.2]cryptand. Verklaar.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Je hebt een gesubstitueerd chinoline (onbekende substituent). Dit chinoline complexeert enkel met een gastheer als de N niet geprotoneerd is. wat is het teken van de hammet-parameter Rho? welke interactie zal er zijn tussen de gast en de gastheer?&lt;br /&gt;
#* Geef de 4 belangrijkste entropieveranderingen bij complexatie en bespreek. Welke is verantwoordelijk voor preorganisatie? Leg uit.&lt;br /&gt;
#* Invloed ketenlengte benzokroonether op rendement van een catenaan met een tetrakationisch cyclofaan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven calix[4]hemisferand uitgaande van 2 gegeven fenolen. De receprot bestond uit een calix[4]areen met een hemisferand aangehecht op de 1- en 3-posities.&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van valinomycine en nonactine: bespreek de functie  en hoe de verschillende structuurelementen hiertoe bijdragen.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#**solventen: zuur, neutraal of basisch water, methanol, dicchloormethaan&lt;br /&gt;
#**gastheren: cyclodextrine, een grote benzokroonether, een calyxareen, stoel resorcinareen en een heteroaromatische receptor met amidefuncties.&lt;br /&gt;
#**gasten: natriumion, aromatisch diamine, aromatisch diammoniumzout, benzoÃ«zuur&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Op welke 2 manieren kunnen we de totale associatieconstante beschouwen als een product van deelassociatieconstanten? Wat is bij elk het grootste fysisch probleem? Welk van deze 2 methoden is, op praktische gronden, te verkiezen en waarom?&lt;br /&gt;
#* Gegeven een amide met een para-gesubstitueerde fenylgroep op de N en de carbonyl. Dit molecule gaat waterstofbindingen aan met zowel de zuurstof als de NH. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho voor het substituent op elke benzeenring?&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van een receptor bestaande uit een porfyrinering, gekoppeld aan een calixareen met ketens die veel heteroatomen bevatten. De bindingsconstanten van KI is hoog, die voor NaI en NaClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; tussenin (en ongeveer gelijk), die van KClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; laag. Verklaar waarom. (Deze structuur staat in de cursus ter hoogte van het deel over coÃ¶perativiteit).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2012 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge verdunningsvoorwaarden en geef 2 voorbeelden hoe men dit in de praktijk bewerkstelligt.&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende affiniteit voor het kaliumkation en motiveer: 18-kroon-6, 1,10-dithia-18-kroon-6, benzo-18-kroon-6, [2.2.2]cryptand, 15-kroon-5, 21-kroon-7.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Voor een bepaald hydrofoob (gedeelte van een) gastmolecule werd aangetoond dat het de hydrofobe holte van de gastheer maar voor 55% vult in stabielste toestand. Verklaar thermodynamisch waarom het kan dat deze gedeeltelijk gevulde toestand meer bevoordeeld wordt dan de volledig gevulde holte.&lt;br /&gt;
#* &lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn van belang bij het catenaan gevormd uit &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039;, &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; en &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;?&lt;br /&gt;
#** Wat zou het effect zijn op de bindingsconstante moest het catenaan gevormd worden rond &#039;&#039;&#039;4&#039;&#039;&#039; i.p.v. &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039; en waarom?&lt;br /&gt;
#** Beredeneer het teken van de Hammett parameter Ï van de catenatiereactie van &#039;&#039;&#039;5&#039;&#039;&#039; met het monogealkyleerd derivaat van &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039; (hiermee wordt bedoeld, de open-ketenvorm van &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; enkelvoudig gebonden aan &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;). Sterische effecten van R mogen verwaarloosd worden [[Bestand:CatenaanSmet.png]]&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers synthetiseerden bovenste verbinding als receptor voor de onderste (tekening is &#039;&#039;ongeveer&#039;&#039; juist). Belangrijke interacties hierbij zijn H-bruggen, maar ook de Ï€-Ï€-interacties tussen de eindstandige benzeenringen spelen een beduidende rol. Om aard en sterkte van deze Ï€-Ï€-interacties te onderzoeken synthetiseerde men een aantal derivaten van beide, en mat men het verschil in bindingssterkte voor verschillende substituenten op de benzeenringen. [[Bestand:receptorSmet.png]]&lt;br /&gt;
#** Welke complicatie valt te verwachten bij deze metingen, vanwege de verschillende substituenten op de derivaten?&lt;br /&gt;
#** Verklaar de waargenomen tendensen in de gemeten energiebijdragen, weergegeven in de tabel (deze waarden zijn gecorrigeerd voor de complicaties waarnaar gevraagd in eerste subvraag dus zijn &#039;&#039;juist&#039;&#039;).&lt;br /&gt;
[[Bestand:tabelSmet.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Klassieke vraag. Verbind de juiste gast met gastheer en solvent. Licht toe en zeg welke interacties plaatsvinden.&lt;br /&gt;
#* Wat is de CAC? Waarom is het belangrijk dat deze gemeten wordt en hoe wordt deze gemeten?&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: [[Bestand:MolHerExamenMario.jpg]]&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;Bepaal het teken van &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;X&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep X en &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;R&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep R. Waarom gaat bij zÃ©Ã©r elektronenzuigende groepen, bv. X=F&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, de meting van de complexatieconstante met nucleofiele deeltjes niet meer correct verlopen?&lt;br /&gt;
#* Mag men de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de aromatische ring en de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de gedeprotoneerde carbonzuurfunctie zomaar optellen? Verklaar.&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenMario2.jpg]]&lt;br /&gt;
#* De synthese van rotaxanen op vaste drager kan handig zijn. Onwaar/waar en verklaar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* geef de structuur van cyclotriveratryleen en de synthese vanuit veratrol. Waarom zijn asymmetrisch gesubstitueerde CTV&#039;s chiraal?&lt;br /&gt;
#* hoe kunnen we eigenschappen van een gegeven cyclofaan gebruiken om de grootte van de substituent op de ring te bepalen&lt;br /&gt;
#* geef de synthese van de macroring 15 kroon 5 maar ipv met zuurstoffen met (NH , O , NH, S, S) vanuit HSCH2CH2SH en H2NCH2CH2OCH2CH2NH2&lt;br /&gt;
#* welke gast past in welk solvent bij welke gastheer? gasten: (Fe3+, Yb3+, tetramethylammonium, benzoaat) solventen: (methanol, DCM, water met pH=3,7,10) gastheren:(een resorcinareen, een [4]-calixareen met een -O-CH2COOH op elke ring, een [6]-calixareen met op de ring aan de ene kant een SO3H aan de andere kant een staart met een hydroxyamide rest aan, een [6]-calixareen met daaraan een staart met aan het uiteinde een fenylureum staart&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* gegeven: een receptor met daarop 2 groepen die waterstofbruggen vormen met een HO- en een -CHO op drie verschillende liganden. Welke complex zal het stabielste zijn, en verklaar dit energetisch en entropisch (ligand 1 is een bifenyl, ligand 2 is een bifenyl met een huge (triethylmethyl-)substituent op een van de ringen en ligand 3 is gewoon een alifatische keten met die oh en cho aan de uiteinden)&lt;br /&gt;
#* wat is de dubbele mutantcyclus een geef een voorbeeld dat de voordelen duidelijk maakt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (ochtend) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Bespreek de synthese van volgend cavitand, vertrekkende van resorcinareen. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#* Wat is [2,2]paracyclofaan? Geef de syntheses en eigenschappen (UV-spectrum).&lt;br /&gt;
#* Bespreek het kinetisch en thermodynamisch templaateffect.&lt;br /&gt;
#* 5 Macroringen gegeven; rangschik naar toenemende effectieve molariteit. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven 1-amino-5-R-naftaleen (met R een onbepaalde substituent). In een complex vormt deze aminogroep een waterstofbrug. Onderzoek wijst uit dat de &amp;amp;quot;reactie&amp;amp;quot;-parameter sterk positief is. Welke soort R-substituenten bevoordeligen de reactie? (leg uit met Hammett-vergelijking en de substituent-parameter) Bekleedt de aminogroep een donor- of acceptorfunctie bij het vormen van deze waterstofbrug?&lt;br /&gt;
#* Waarom is het entropieverlies van complexvorming in oplossing doorgaans kleiner dan in gasfase?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Verklaar waarom de effectieve molariteit stijgt bij een macrocysliche 10-ring, wanneer&lt;br /&gt;
#** a) rigide groepen worden gebruikt&lt;br /&gt;
#** b) heteroatomen worden gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verschil tussen een clathraat en een vaste stof-inclusie complex.&lt;br /&gt;
#* Schrijf de synthese op van dit cavitand (structuur is gegeven) vertrekkende van rescoriol. De cavitand is gelijkend op die in de cursus staat, maar op de 2&#039; plaats heeft deze een COOH groep.&lt;br /&gt;
#* VÃ¶gth synthetiseerde vele cryptanden met substituenten X (structuur is gegeven). Hoe kon hij daarmee de grootte van de caviteit bepalen? &lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Je krijgt een complexatie van een gast en gastheer die via pi-pi interacties complexeert en net naast deze aromatische ringen een waterstofbrug vormt met een amide op de gast.&lt;br /&gt;
#** Men wil d.m.v. substituenteffecten op de aromatische ringen ph1 (= op gast) en ph2 (= op gastheer) de bijdrage voor deze pi-pi interactie meten. Welke complicatie verwacht je echter met deze methode, bij dit specifieke complex?&lt;br /&gt;
#** Verklaar in de tabel (tabel met horizontaal de para-ph1 substituenten en vertikaal de para-ph 2 substituenten) de verlopen van de incrementen. (De incrementen zijn aangepast aan de complicatie die je in het eerste puntje moet geven en zijn dus correct)&lt;br /&gt;
#** Bepaal ook het teken van de Hammett rho parameters.&lt;br /&gt;
#* Trage complexen.&lt;br /&gt;
#** Hoe kan je in een NMR spectrum zien of je te maken hebt met een traag complex&lt;br /&gt;
#** Wat is het voordeel van een extreem traag complex? Geef een relevant voorbeeld van hoe we er gebruik van kunnen maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* match de gasten en de gastheren met de juiste solventen. Gast: 1,4-benzochinon, naftaleen-1,5-dicarbonzuur en 4-butylfenol (&amp;amp;quot;voor mensen die niet goed zijn in naamgeving, zal ik de moleculen even op bord tekenen&amp;amp;quot;). Solvent: water (ph= 2, 6, 10), MeOH, CCl4. Gasten: alpha-cyclodextrine, diazo-18-kroon-6, 18-kroon-6, [2,2]cyclofaan en 2 grote cyclofanen die getekend staan. Geef ook alle niet-covalente reacties en licht uw keuze toe&lt;br /&gt;
#* Wat is CAC, waarom belangrijk en hoe gemeten&lt;br /&gt;
#* reactie van een [2,2,1]cryptand opgebouwd uit bi en triÃ«thyleenglycolderivaten&lt;br /&gt;
#* Membraantransport  van kationen met kroonethers en de voorwaarden waaraan dat kroonether moet voldoen&lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Het teken van rho (Hammet) bepalen uit een tabel met stabiliteitsconstanten met verschillende gevers en zuigers. De link vinden met het reactiemechanisme. Bijkomende vraag: wat gebeurt er met een sterke base en een sterke elektronzuiger. (ja wat onduidelijk als je het molecule niet ziet natuurlijk...)&lt;br /&gt;
#* Stelling: voor het gegeven molecule mag ik zomaar de deltaG optellen om de totale deltaG te berekenen.&lt;br /&gt;
#* Waarom kan het voordelig zijn om synthese van rotaxanen uit te voeren op een vaste fase&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke ionen passen in welke macroringen? (K+, Ag+, Eu3+, Li+ en nog een vieze grote molecule) De macrocyclische verbindingen zijn ook gegeven. Welk solvent pak je best? (H2O, H2O pH 10, MeOH of chloroform) Vermeld welke interacties plaatsvinden&lt;br /&gt;
#* bespreek de synthese van: -een calix[4]areen met twee nitraten, twee n-propyloxy&#039;s en een azakroonetheroverbrugging-&lt;br /&gt;
#* Wat is zijn zelfassemblage en zelforganisatie en illustreer met een voorbeeld&lt;br /&gt;
# MS:&lt;br /&gt;
#* Tabel horende bij compensatie-effect gegeven. Welke interacties? Bespreek de tendens in de tabel en ook het verschil in \Delta S tussen gasfase en oplossing.&lt;br /&gt;
#* tekening van een catenaan met een cyclofaan met nogal wat N in rond een benzokroonether gegeven. Deze verbinding toont met H-NMR slechts twee signalen (3,45 en 6,26 ppm of zo) voor de hydrochinon-waterstoffen. Reden? Bespreek ook de multipliciteit van de signalen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Waarom is ethyleendioxy zo&#039;n populaire eenheid in kroonetherchemie&lt;br /&gt;
#* Welke 2 groepen zijn belangrijk bij de complexatie van Fe bij de sideroforen&lt;br /&gt;
#* 3 gasten (Lithium, azide, tetramethylammonium), 5 solventen (MeOH, H2O( pH 2,6,10), CCl4), gastheren ([2.2.2]-cryptand, all-cis resorcinareen, cram&#039;s sferand, 18-kroon-6,...)&lt;br /&gt;
# M.S.:&lt;br /&gt;
#* Synthese van tetrakationisch cyclofaan&lt;br /&gt;
#* Vraagje over receptor die interageert met gast, welk teken heeft de hammett parameter rho.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R0898426</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=4640</id>
		<title>Moleculaire Herkenning</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=4640"/>
		<updated>2025-06-18T10:07:53Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R0898426: /* 17 juni 2025 (VM) */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verplicht vak voor chemie. Moleculaire herkenning wordt gedoceerd door 2 proffen. Mario smet en Wim &amp;amp;quot;sandalen&amp;amp;quot; Dehaen. 50% van de punten staan op het examen, de andere 50% staan op een paper. Op het examen worden mondelinge vragen gesteld over de paper. Bij prof. Smet zijn dit normaal enkel de vragen die hij geeft bij de feedback op de paper,&lt;br /&gt;
prof. Dehaen stelt vaak ook extra vragen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===17 juni 2025 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#* Koppelvraag: Koppel elke gastmolecule aan een geschikte gastheer en oplosmiddel. Niet elke gastheer of elk oplosmiddel moet gebruikt worden; hergebruik is toegestaan.  &lt;br /&gt;
Gasten: hexadecyltrimethylammoniumchloride (focus op het hexadecyltrimethylammonium-kation), tetraethylammoniumnitraat (focus op nitraat), 1-naftaleensulfonzuur, 4-aminobutaanzuur.  &lt;br /&gt;
Gastheren: [2.2.2]-cryptand, resorcinareen, α-cyclodextrine, β-cyclodextrine, lariatkroonether met amine-/amidegroepen in de staart, azakroonether-achtige macrocyclus met meerdere amines en twee benzeenringen als ‘caps’.  &lt;br /&gt;
Oplosmiddelen: dichloormethaan (DCM), methanol, water (pH 2, 7 of 10).  &lt;br /&gt;
Tip: 4-aminobutaanzuur komt voor als zwitter-ion (combinatie met lariatether (zuur = h-brug acceptor dus met de NH staart, amine = h-brug donor dus met kroonether), 1-naftaleensulfonzuur met beta-cyclodextrine, nitraat met het azakroonether, hexadecyltrimethylammoniumchloride was volgens mij met het resorcinareen.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#* Wat is het effect van rigide groepen op de effectieve molariteit (EM)?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#* Stel een synthesetraject op voor het thia-analoog van de [2.2.2]-cryptand, vertrekkende van triethanolamine. Hoe maximaliseren we de synthese?  &lt;br /&gt;
Tip: OH vervangen door betere leaving-group (bv tosyl), dat laten reageren met een thiol (bv ethane-1,2-dithiol). Maximaliseren met hoge verdunning en base (cesiumeffect).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#* Welk proces heeft de kleinste entropieverandering?  &lt;br /&gt;
1) Een cyclisatie waarbij een alkyn (R–C≡CH) met een triazene reageert tot een triazoolring  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Vorming van een waterstofbrug tussen amidegroepen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#* Wat is het teken van ρ in de Hammetvergelijking bij complexatie van K⁺ met een kroonether die een benzeenring bevat, waarbij R een substituent is op die aromatische ring? Geldt dezelfde redenering ook voor een kroonether waarbij R via een CH₂-keten aan de kroonether is gekoppeld (dus kroonether–CH₂–R i.p.v. kroonether–C₆H₄–R)?  &lt;br /&gt;
Tip: zelfde redenering geldt niet want er wordt geen rekening gehouden tussen inductieve en mesomere effecten bij rho (dus mesomeer gevend kan inductief zuigend zijn).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#* Wat is transfectie? Wat is het probleem bij transfectie, en hoe kan supramoleculaire chemie dit oplossen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2025 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#*Synthetiseer een [2.1.1]cryptand&lt;br /&gt;
#*Belang resorcinol molecule in de supramoleculaire chemie bespreken, had te maken met boot-/stoel-conformatie dus resorcinarenen. En dan toepassingen van resorcinarenen geven ( complexatie met quaternaire amoniumzouten en vooral cavitanden en carceplexen)&lt;br /&gt;
#*standaard combinatievraag&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#* Exact hetzelfde als 30 augustus 2021&lt;br /&gt;
#* Bij vraag 2: Let op de basisiciteit van de stikstofatomen -&amp;gt; alternatieve molecule zal een zuur-base reactie hebben met de stikstof van de macroring, waardoor je geen pseudo-rotaxaan kan krijgen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2024 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#*Synthetiseer 4de molecule p78, waarvan 2 van de 4 moleculen: R = propyl en de andere 2 hadden geen tert-buthyl maar een monoazakroonether. Gegeven waren startproducten formaldehyde (mag je 2 keer gebruiken), monoazakroonether en tertbuthylfenol. Zoek een juiste volgorde van synthesestrategie. (Bijvraag: wat en hoe reageert formaldehyde en waar op de ring)&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen een vaste-toestand-inclusiecomplex en een clathraat? (Bijvraag: iets van voorbeeld gegeven)&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen sephulcraat, sidefoor of sacrofagine? En hoe worden deze bereid uit formaldehyde en ethyleendiamine? &lt;br /&gt;
#*Klassieke vraag van 4 gastheren, 4 gasten en 5 solventen. Geef ook welke niet-covalente interacties er aanwezig zullen zijn.&lt;br /&gt;
##*Gasten (structuren gegeven): 1,4-benzendicarboxylic acid / Paraquat / isocyanuurzuur / ureum&lt;br /&gt;
##*Gastheren (structuren gegeven): Glycoluril (6 keer in een cirkel) / en nog 3 anderen die ik niet ken)&lt;br /&gt;
##*Solventen Water pH 3 / 7 / 10 / MeOH en DCM (Let op met de interacties)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#*2 reacties gegeven (1 met 2 moleculen waarbij covalente binding gevormd wordt, 2 azijnzuren die H-bruggen vormen) welke heeft de grootste entropieverandering?&lt;br /&gt;
#*Molecule gegeven met pi-pi-stapeling. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho? Leg uit als er pH-afhankelijkheid is voor het teken? (Ja!)&lt;br /&gt;
#*Molecule gegeven met 5 H-bruggen, we willen de bindingsconstante van H-brug met * bepalen. Hoe doen we dit? Er zullen problemen opduiken. Geef een oplossing voor deze problemen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 Juni 2024 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel van Dehaen&lt;br /&gt;
#*Volgende moleculen werden getest op gast-gastheer complexvorming met chloride-anion. Bij hetzelfde solvent ging de complexvorming het best op met gastheer 1, dan 2 en dan 3 die beduidend veel slechter complexeerde. Nochtans heeft 3 een extra H op de aromatische N in vergelijking met 1. De onderzoekers linkten de slechte complexvorming bij 3 met een verschil in preorganisatie. Leg uit. (Het kwam erop neer dat je de groepen juist moest uittekenen en dan de juiste interacties moest vinden.) [[File:Vraag1Wim.png|caption]]&lt;br /&gt;
#*Rangschik volgende moleculen van slechtst naar best voor complexvorming met een Li-kation. [[File:Vraag2Wim.png|caption]]&lt;br /&gt;
#*Geef een voorstel van de synthese van hexathia-18-kroon-6 waarbij je bèta-halogeensulfiden vermijdt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel van Mario&lt;br /&gt;
#*Wat is de ceiling temperature en floor temperature? Wat is hun fysische betekenis? Geef een voorbeeld van supramoleculaire polymeren bij elke soort temperatuur. Leg uit wat het belang is van de ceiling temperature bij duurzame afvalverwerking van de polymeren.&lt;br /&gt;
#*Rotaxaanvormingsreactie gegeven. Bepaal het teken van de Hammet-parameter rho met betrekking tot substituent R voor de ligging van het ev. Zou deze rotaxaanvorming ook opgaan met een difenylamine? (exact zelfde vraag als augustus 2021)&lt;br /&gt;
#*Waarom worden cyclodextrines gebruikt in geneesmiddelen? Leg uit aan de hand van de Lipinski regels voor orale beschikbaarheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 Juni 2023===&lt;br /&gt;
#Deel van Dehaen&lt;br /&gt;
#*Hoe maak je 1,4,10,13-tetraäza-18-kroon-6 uitgaande van 1,2-diaminoëthaan en eventueel andere reagentia? Welke techniek zou je gebruiken om een maximale opbrengst te bekomen?&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen een vaste-toestand-inclusiecomplex en een clathraat?&lt;br /&gt;
#*Wat zijn sepulchraat- en sarcofaginecomplexen en hoe kan je ze bereiden met ethyleendiamine en Co(III)?&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag: Combineer telkens een gast, gastheer en een solvent. Er zijn 4 gastheren, 4 gasten en 5 solventen gegeven. Bij elke gastheer hoort 1 gast en vice versa. Er zijn meer solventen gegeven dan gasten en gastheren, dus hier kan je er al zeker 1 niet gebruiken. Geef een korte verklaring bij elke combinatie die je maakt.&lt;br /&gt;
#**Gastheren: 1. een cyclofaan met 2 ringen en 3 NH&#039;s tussen de ringen aan elke kant (tussen elke NH zat een CH2). 2. Cucurbit[6]uril. 3.Een klein cyclisch molecule met 2 aromatische ringen met een N naar binnen gewezen. Boven deze ring zijn 2 of 3 NH&#039;s, eronder 2 N-CH3&#039;s. 4. Een groot cyclisch molecule met aromatische ringen met een N (naar binnen wijzend) en tussen de aromatische ringen een koolstofketen met NH&#039;s (ook 2 random C=O bindingen die naar buiten wijzen, links- en rechtsboven).&lt;br /&gt;
#**Gasten: 1. Koolstofketen met aan elke uiteinde een aromatische ring. Op de verbinding tussen de keten en elke ring zit een positief geladen N. 2. ureum. 3. Cyclohexaan met afwisselend een O (C=O, met C de C van de ring en O het substituent) en een NH2 als substituent (in totaal volledig gesubstitueerd). 4. Een aromatische ring met 2 COOH substituenten in para.&lt;br /&gt;
#**Solventen: Water (pH 3,7 of 10), methanol of dichloormethaan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel van Mario&lt;br /&gt;
#*Er is een afbeelding gegeven van het complex dat KI coöperatief kan binden adhv Zn (staat ook in de slides bij coöperativiteit). Dan staan er bindingsconstantes gegeven van KI, KClO4, NaI en NaClO4 met KI duidelijk de hoogste bindingsconstante.&lt;br /&gt;
#**a) Verklaar de waargenomen resultaten.&lt;br /&gt;
#**b) Welke binding gaat volgens jou gepaard met de grootste entropieverandering? Verklaar.&lt;br /&gt;
#*18-kroon-6 is gegeven met een aromatische ring erop en aan de aromatische ring hangt een R. Wat is het teken van rho indien de complexeren van K+ met deze structuur bekijken en wat is de verhouding met R? Geef in je antwoord zeker de volledige Hammett-vergelijking. Dan staat er een tweede afbeelding gegeven, ook 18-kroon-6, maar hier is het substituent -CH2-R. Geldt dit ook voor de tweede structuur?&lt;br /&gt;
#*Wat zijn de voor- en nadelen van supramoleculaire polymeren?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 Juni 2022 ===&lt;br /&gt;
#Dehean&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag&lt;br /&gt;
#**Solvent: CH2Cl2, MeOH, H2O pH (2,7,12)&lt;br /&gt;
#**Guests: trimethylhexadecylammonium *Cl-*, *tetrabutylammonium* nitraat, naftaleen-1-sulfonzuur, 4-aminobutaanzuur&lt;br /&gt;
#**Hosts: zeven, enkel molecule gegeven dus kan ze niet opnoemen ([2,2,2]-cryptand met enkel zuurstof, ...)&lt;br /&gt;
#*Verband EM &amp;amp; rigide groepen&lt;br /&gt;
#*Synthese hexathia-analoog van [2,2,2] cryptand, uitgaande van triëthanolamine&lt;br /&gt;
#**Hoe maximaliseren we de synthese?&lt;br /&gt;
#Smet&lt;br /&gt;
#*Bespreek compensatiegedrag entropie en enthalpie&lt;br /&gt;
#*Welke technieken om verschil tussen een catenaan en zijn 2 aparte ringen te meten (vermeld eventuele eigenschappen die nodig zijn op de macroringen)&lt;br /&gt;
#*Azidothymidine: structuur gegeven, voorspel werking en bio-beschikbaarheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 Augustus 2021===&lt;br /&gt;
[https://i.imgur.com/eDCNSJR.jpg Dehaen] &amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
[https://i.imgur.com/JolZOyK.jpg Smet]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 juni 2021===&lt;br /&gt;
#Dehaen&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag. &lt;br /&gt;
#**Gasten: naftaleenderivaat, nitraat, aminobutaanzuur,... &lt;br /&gt;
#**Gastheren: alpha-cyclodextrine derivaat met een quaternair amoniumzout aan gebonden, beta-cyclodextrine derivaat, kroonether met thioureumfuncties, een lariatether, [2.2.2] cryptand met zuurstof als donoratomen en N als bruggenhoofden. &lt;br /&gt;
#**Solvent: water pH 2, 7, 10, methanol, CH2Cl2&lt;br /&gt;
#*Verband EM &amp;amp; rigide groepen&lt;br /&gt;
#*Synthese van het thia-analoog van de [2.2.2]-cryptand startende van een triethanolamine. &lt;br /&gt;
#Smet&lt;br /&gt;
#*Leg uit waarom de meeste polymerisatiereacties slechts opgaan onder een bepaalde temperatuur. Geef de naam van deze temperatuur. &lt;br /&gt;
#*Leg uit waarom sommige polymerisatiereacties enkel opgaan boven een bepaalde temperatuur. Geef de naam van deze temperatuur. Geef een voorbeeld van een monomeer dat dergelijk gedrag vertoond. &lt;br /&gt;
#*Vraag over een complexatiereactie met een R-substituent en wat het teken van rho zou zijn in de Hammett-vergelijking.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 juni 2019 VM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Uitleggen waarom verzeping plaatsvindt van een gegeven molecule met KOH in tolueen enkel als een kroonether aanwezig (18-kroon-6 analoog)&lt;br /&gt;
#* Uitleggen waarom cyclodextrines geschikt zijn voor &amp;quot;drug delivery&amp;quot; en een geschikt cyclodextrinekiezen (alfa, beta, gamma) voor naproxen (naftaleenderivaat)&lt;br /&gt;
#* Waarom base gebruiken voor kroonethersynthese van catechol en oligoethyleenglycoltosylaten? (deproteneren / templaateffect van kation)&lt;br /&gt;
#** Verschillende kroonethers gegeven met variërende lengte en aantal zuurstoffen. Hij vraagt om voor elke kroonether de juiste base te kiezen&lt;br /&gt;
#** Keuze uit 5 basen: LiAcO, KAcO, NH4AcO, CsAcO en moleculair kation en AcO-&lt;br /&gt;
#* Resorcinaren worden gevormd in zuur milieu maar na een tijdje zal het thermydynamischer stabieler zijn (stoel versus boot)&lt;br /&gt;
#** Geef interacties van beide isomeren in basisch milieu met een tetraalkylammonium-kation&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* 2 associaties gegeven, welke van de 2 associaties heeft de kleinste entropieverandering? (A = H-brugacceptor &amp;amp; D = H-brugdonor)&lt;br /&gt;
#** Associatie 1: ADA DAD (letters staan eigelijk onder elkaar)&lt;br /&gt;
#** Associatie 2: AAA DDD (letters staan eigelijk onder elkaar)&lt;br /&gt;
#* Molecule gegeven met R-groep  dat interacties aangaat met een chloride-anion&lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn er voornamelijk?&lt;br /&gt;
#** Wat voor groep moet R zijn? Hoe verhoudt zicht dat tot de parameter rho?&lt;br /&gt;
#* Bespreek biobeschikbaarheid van morfine (structuur gegeven) &lt;br /&gt;
#** Heroïne heeft een sterker effect op het centraal zenuwstelsel, verklaar? (gegeven dat morfine reageert met overmaat azijnzuuranhydride en heroïne vormt).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineer:&lt;br /&gt;
#** Gasten: trimethylhexadecylammoniumion, nitraation, 4-aminoboterzuur, naftaleensulfonzuur. &lt;br /&gt;
#** Gastheren: resorcinareen, benzokroonether met één N en op die N zat een keten (keten = CH2 C6H4 CH2 ... NH C=NH NH ... azole ring), twee speciale cyclodextrines (eentje was een ring van zes monomeren met een ammoniumfuntie op, de andere was een ring van zeven monomeren met een thia-amine keten op), een ring met drie benzenen en tussen elke benzeen de groep CH2 CH2 NH C=S NH CH2 CH2), nog eentje die ik me niet herinner&lt;br /&gt;
#** Solventen: de gewoonlijke&lt;br /&gt;
#* Effect rigide groepen op EM&lt;br /&gt;
#* Synthese thia analoog [2.2.2]cyrptand, hoe synthese verbeteren?&lt;br /&gt;
#*Pillarenen uitleggen, verband andere calixarenen&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welke reactie geeft de grootste entropie veranderingen? eentje is het azijnzuur dimeer, de andere is de cyclisatie van twee ringen (eentje is maleïnezuuranhydride en de ander cyclohexa-1,3-dieen) (volgens chemdraw heet het gevormde molecule (4R,7aS)-3a,4,7,7a-tetrahydro-4,7-ethanoisobenzofuran-1,3-dione). Bijvraag: iets met de deeltermen van de entropie, bij welke is welke het grootst? &lt;br /&gt;
#* Geef teken rho (Hammett) van de complexatie van K+ met een benzokroonether met aan die benzeenring een substituent R. Geldt deze redenering voor rho ook voor een tweede kroonether die aan een ethyleen eenheid een CH2R groep heeft hangen?&lt;br /&gt;
#* Bespreek relenza en tamiflu, over hun biobeschikbaarheid en mechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineren van gast, gastheer en solvent met als gasten: lanthaan, paraquat en nog een dicarbonzuur, als gastheren verschillende calixarenen in water ph 2,7,10, methanol of chloroform&lt;br /&gt;
#* Vraag welke het beste zou zijn voor ionentransport over een organisch membraan: diglyme of 2,2,2 kryptand&lt;br /&gt;
#* Een synthese van een 2,2,2 thiakryptand derivaat&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Ceiling &amp;amp; floortemperatuur + voorbeeld&lt;br /&gt;
#* Met de hammetvgl werken en teken van rho bepalen bij een complexvorming van pseudorotaxaan&lt;br /&gt;
#* Invloed van ... (cyclodextrine?) op transport van medicijnen en da linken aan de lipinskiregels&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 VM ===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze 1,3benzeenringen hebben geen buty meer, en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd. &lt;br /&gt;
#* Nonactine &amp;amp; valinomycine&lt;br /&gt;
#* Gast, gastheer, solvent: &lt;br /&gt;
#** H2O (pH = 3,7, 10), DCM, MeOH&lt;br /&gt;
#** Na+, ammoniumzout*, diamide*, benzoezuur (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
#** Calix[4]areen*, resorcinol uit acetaldehyde en 24u reflux, benzokroonether*, alfa-cyclodextrine, diamine* (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welk proces geeft de grootste entropieverandering met zich mee? &lt;br /&gt;
#** Furaan + H2C=COOR --&amp;gt; furaanring waarvan de twee dubbele bindingen weg zijn en er eentje bij is gekomen waar er eerst de enkele binding was, en de twee koolstoffen naast de zuurstof zijn nu verbonden met de koolstoffen van de dubbele binding van het ester&lt;br /&gt;
#** twee carbonzuren die een dimeer vormen&lt;br /&gt;
#* Bepaal teken rho, heeft pH invloed (R-C6H5 pi-pi stapeling met C6H5-NH2)&lt;br /&gt;
#* Relenza en tamiflu (orale beschikbaarheid en mechanisme)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel de synthese op voor het Lehn&#039;s sferand (structuur gegeven) vanuit (derivaten van) diëthyleenglycolen.&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge-verdunningsvoorwaarden en hoe werkt dit?&lt;br /&gt;
#* Combineer. Gastheren: cyclisch guanidine, cucurbit[8]uril, 30-kroon-10. Gasten: arginine, N-acetyltryptofaan, 1,4-bis(aminoimidazoline)butaan. Solventen: Chloroform, methanol, water pH 2, 7 en 10. (structuren gegeven)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: een pyrrool gesubstitueerd met een alkeen met twee R-substituenten (willekeurig). Dit molecule interageert met een onbekende receptor. Welke interactie veronderstel je? Bepaal het teken van rho. Wat gebeurt er met de absolute waarde van rho wanneer je een R-substituent vervangt door een H-atoom.&lt;br /&gt;
#* Wat is transfectie en hoe kan supramoleculaire chemie hierbij helpen?&lt;br /&gt;
#* Twee verbindingen gegeven, elk met 3 waterstofbindingen (structuren uit slides deel supramoleculaire polymeren). Welke verbinding heeft de grootse associatieconstante en waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke factoren beinvloeden de effectieve molariteit&lt;br /&gt;
#* synthese van hexathia18-kroon-6 vanuit ethyleenglycol en bis(2hydroxyethyl)sulfide op een veilige manier en wat doen we om de opbrengst zo hoog mogelijk te houden&lt;br /&gt;
#* wat zijn ansa-verbindingen en hoe kunnen ze meer inzicht geven over de ruimtevulling van de groepen&lt;br /&gt;
#* een structuur gegeven met 2 NH2 groepen een kroonether en een R (fenyl). 4-aminobutaanzuur is beter oplosbaar dan glycine (2-aminoazijnzuur) en 6-aminohexaanzuur. Hoe komt dit, welke interacties. De oplosbaarheid stijgt wanneer we R vervangen door (4-NO2-fenyl). Verklaar.&lt;br /&gt;
#* er zijn twee isomeren bij de synthese van resorcinarenen. Welke zijn dit?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#SMET:&lt;br /&gt;
#* gegeven een amide: RR&#039;C=CH-CO-N(CH3)2 met onbekende receptor gaat interageren:&lt;br /&gt;
Welke interactie verwachten we, teken van reactieparameter, plus redeneer. Wat gebeurt er met de absolite waarde van de reactieparameter als we een van de R groepen vervangen door een H.&lt;br /&gt;
#* lipskin regel geven en wat is het belang tegenwoordig in farmaceutische industrie &lt;br /&gt;
#* Bij synthese van rotaxanen volgens iemand (Stoddart ofzo)(tetrakationisch complex) zal threading een hogere opbrengst geven dan clipping waarom?&lt;br /&gt;
Waarom dan niet altijd threading?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze twee benzeenringen zijn ook gedebutyleerd en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd.&lt;br /&gt;
#* Bespreek aan de hand van hun structuurelementen de functie van nonactine en valinomycine (structuur gegeven).&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gastheren met de juiste gasten en solventen. Gasten: Natriumion, p-diaminobenzeen, p-diaminobenzeen met beide stikstoffen tetragebutyleerd, benzoÃ«zuur. Gastheren: calix[4]areen, een groot dibenzokroonether, een resorcinareen verkregen na 24 uur reflux, alfa-cyclodextrine en een aromatisch diamide. Solventen: water (pH 3, 7, 10), MeOH &amp;amp;amp; DCM.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* 4-R-pyridine. Deze gast bindt enkel aan de gastheer indien de stikstof geprotoneerd is. Bepaal het teken van de Hammett-parameter rho. Op welke interactie zou de complexatie kunnen berusten?&lt;br /&gt;
#* Geef de twee methoden die gebruikt kunnen worden om de associatieconstante te schrijven in functie van deelassociatieconstanten. Beschrijf de fysische basis van het probleem dat hierbij optreedt.&lt;br /&gt;
#* Bespreek de moleculaire basis van plaquevorming zoals die optreedt bij bijvoorbeeld de ziekte van Alzheimer. Wat zijn de therapeutische mogelijkheden om dit tegen te gaan? Bijvraag: op welke secundaire structuren en soorten interacties berust de associatie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven [2.2.2]cryptand uitgaande van chlooracetamide. Het cryptand heeft stikstoffen als bruggenhoofden, 2 ketens met telkens 2 zuurstoffen en 1 keten met 2 zwavelatomen. En hoe kan je de macroyclisatie bevorderen?&lt;br /&gt;
#* Transport van donor naar acceptorlaag via een organisch membraan? hoe gaat dit het beste met pentaglyme of met een [2.2.2]cryptand. Verklaar.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Je hebt een gesubstitueerd chinoline (onbekende substituent). Dit chinoline complexeert enkel met een gastheer als de N niet geprotoneerd is. wat is het teken van de hammet-parameter Rho? welke interactie zal er zijn tussen de gast en de gastheer?&lt;br /&gt;
#* Geef de 4 belangrijkste entropieveranderingen bij complexatie en bespreek. Welke is verantwoordelijk voor preorganisatie? Leg uit.&lt;br /&gt;
#* Invloed ketenlengte benzokroonether op rendement van een catenaan met een tetrakationisch cyclofaan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven calix[4]hemisferand uitgaande van 2 gegeven fenolen. De receprot bestond uit een calix[4]areen met een hemisferand aangehecht op de 1- en 3-posities.&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van valinomycine en nonactine: bespreek de functie  en hoe de verschillende structuurelementen hiertoe bijdragen.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#**solventen: zuur, neutraal of basisch water, methanol, dicchloormethaan&lt;br /&gt;
#**gastheren: cyclodextrine, een grote benzokroonether, een calyxareen, stoel resorcinareen en een heteroaromatische receptor met amidefuncties.&lt;br /&gt;
#**gasten: natriumion, aromatisch diamine, aromatisch diammoniumzout, benzoÃ«zuur&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Op welke 2 manieren kunnen we de totale associatieconstante beschouwen als een product van deelassociatieconstanten? Wat is bij elk het grootste fysisch probleem? Welk van deze 2 methoden is, op praktische gronden, te verkiezen en waarom?&lt;br /&gt;
#* Gegeven een amide met een para-gesubstitueerde fenylgroep op de N en de carbonyl. Dit molecule gaat waterstofbindingen aan met zowel de zuurstof als de NH. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho voor het substituent op elke benzeenring?&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van een receptor bestaande uit een porfyrinering, gekoppeld aan een calixareen met ketens die veel heteroatomen bevatten. De bindingsconstanten van KI is hoog, die voor NaI en NaClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; tussenin (en ongeveer gelijk), die van KClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; laag. Verklaar waarom. (Deze structuur staat in de cursus ter hoogte van het deel over coÃ¶perativiteit).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2012 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge verdunningsvoorwaarden en geef 2 voorbeelden hoe men dit in de praktijk bewerkstelligt.&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende affiniteit voor het kaliumkation en motiveer: 18-kroon-6, 1,10-dithia-18-kroon-6, benzo-18-kroon-6, [2.2.2]cryptand, 15-kroon-5, 21-kroon-7.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Voor een bepaald hydrofoob (gedeelte van een) gastmolecule werd aangetoond dat het de hydrofobe holte van de gastheer maar voor 55% vult in stabielste toestand. Verklaar thermodynamisch waarom het kan dat deze gedeeltelijk gevulde toestand meer bevoordeeld wordt dan de volledig gevulde holte.&lt;br /&gt;
#* &lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn van belang bij het catenaan gevormd uit &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039;, &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; en &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;?&lt;br /&gt;
#** Wat zou het effect zijn op de bindingsconstante moest het catenaan gevormd worden rond &#039;&#039;&#039;4&#039;&#039;&#039; i.p.v. &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039; en waarom?&lt;br /&gt;
#** Beredeneer het teken van de Hammett parameter Ï van de catenatiereactie van &#039;&#039;&#039;5&#039;&#039;&#039; met het monogealkyleerd derivaat van &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039; (hiermee wordt bedoeld, de open-ketenvorm van &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; enkelvoudig gebonden aan &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;). Sterische effecten van R mogen verwaarloosd worden [[Bestand:CatenaanSmet.png]]&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers synthetiseerden bovenste verbinding als receptor voor de onderste (tekening is &#039;&#039;ongeveer&#039;&#039; juist). Belangrijke interacties hierbij zijn H-bruggen, maar ook de Ï€-Ï€-interacties tussen de eindstandige benzeenringen spelen een beduidende rol. Om aard en sterkte van deze Ï€-Ï€-interacties te onderzoeken synthetiseerde men een aantal derivaten van beide, en mat men het verschil in bindingssterkte voor verschillende substituenten op de benzeenringen. [[Bestand:receptorSmet.png]]&lt;br /&gt;
#** Welke complicatie valt te verwachten bij deze metingen, vanwege de verschillende substituenten op de derivaten?&lt;br /&gt;
#** Verklaar de waargenomen tendensen in de gemeten energiebijdragen, weergegeven in de tabel (deze waarden zijn gecorrigeerd voor de complicaties waarnaar gevraagd in eerste subvraag dus zijn &#039;&#039;juist&#039;&#039;).&lt;br /&gt;
[[Bestand:tabelSmet.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Klassieke vraag. Verbind de juiste gast met gastheer en solvent. Licht toe en zeg welke interacties plaatsvinden.&lt;br /&gt;
#* Wat is de CAC? Waarom is het belangrijk dat deze gemeten wordt en hoe wordt deze gemeten?&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: [[Bestand:MolHerExamenMario.jpg]]&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;Bepaal het teken van &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;X&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep X en &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;R&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep R. Waarom gaat bij zÃ©Ã©r elektronenzuigende groepen, bv. X=F&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, de meting van de complexatieconstante met nucleofiele deeltjes niet meer correct verlopen?&lt;br /&gt;
#* Mag men de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de aromatische ring en de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de gedeprotoneerde carbonzuurfunctie zomaar optellen? Verklaar.&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenMario2.jpg]]&lt;br /&gt;
#* De synthese van rotaxanen op vaste drager kan handig zijn. Onwaar/waar en verklaar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* geef de structuur van cyclotriveratryleen en de synthese vanuit veratrol. Waarom zijn asymmetrisch gesubstitueerde CTV&#039;s chiraal?&lt;br /&gt;
#* hoe kunnen we eigenschappen van een gegeven cyclofaan gebruiken om de grootte van de substituent op de ring te bepalen&lt;br /&gt;
#* geef de synthese van de macroring 15 kroon 5 maar ipv met zuurstoffen met (NH , O , NH, S, S) vanuit HSCH2CH2SH en H2NCH2CH2OCH2CH2NH2&lt;br /&gt;
#* welke gast past in welk solvent bij welke gastheer? gasten: (Fe3+, Yb3+, tetramethylammonium, benzoaat) solventen: (methanol, DCM, water met pH=3,7,10) gastheren:(een resorcinareen, een [4]-calixareen met een -O-CH2COOH op elke ring, een [6]-calixareen met op de ring aan de ene kant een SO3H aan de andere kant een staart met een hydroxyamide rest aan, een [6]-calixareen met daaraan een staart met aan het uiteinde een fenylureum staart&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* gegeven: een receptor met daarop 2 groepen die waterstofbruggen vormen met een HO- en een -CHO op drie verschillende liganden. Welke complex zal het stabielste zijn, en verklaar dit energetisch en entropisch (ligand 1 is een bifenyl, ligand 2 is een bifenyl met een huge (triethylmethyl-)substituent op een van de ringen en ligand 3 is gewoon een alifatische keten met die oh en cho aan de uiteinden)&lt;br /&gt;
#* wat is de dubbele mutantcyclus een geef een voorbeeld dat de voordelen duidelijk maakt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (ochtend) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Bespreek de synthese van volgend cavitand, vertrekkende van resorcinareen. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#* Wat is [2,2]paracyclofaan? Geef de syntheses en eigenschappen (UV-spectrum).&lt;br /&gt;
#* Bespreek het kinetisch en thermodynamisch templaateffect.&lt;br /&gt;
#* 5 Macroringen gegeven; rangschik naar toenemende effectieve molariteit. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven 1-amino-5-R-naftaleen (met R een onbepaalde substituent). In een complex vormt deze aminogroep een waterstofbrug. Onderzoek wijst uit dat de &amp;amp;quot;reactie&amp;amp;quot;-parameter sterk positief is. Welke soort R-substituenten bevoordeligen de reactie? (leg uit met Hammett-vergelijking en de substituent-parameter) Bekleedt de aminogroep een donor- of acceptorfunctie bij het vormen van deze waterstofbrug?&lt;br /&gt;
#* Waarom is het entropieverlies van complexvorming in oplossing doorgaans kleiner dan in gasfase?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Verklaar waarom de effectieve molariteit stijgt bij een macrocysliche 10-ring, wanneer&lt;br /&gt;
#** a) rigide groepen worden gebruikt&lt;br /&gt;
#** b) heteroatomen worden gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verschil tussen een clathraat en een vaste stof-inclusie complex.&lt;br /&gt;
#* Schrijf de synthese op van dit cavitand (structuur is gegeven) vertrekkende van rescoriol. De cavitand is gelijkend op die in de cursus staat, maar op de 2&#039; plaats heeft deze een COOH groep.&lt;br /&gt;
#* VÃ¶gth synthetiseerde vele cryptanden met substituenten X (structuur is gegeven). Hoe kon hij daarmee de grootte van de caviteit bepalen? &lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Je krijgt een complexatie van een gast en gastheer die via pi-pi interacties complexeert en net naast deze aromatische ringen een waterstofbrug vormt met een amide op de gast.&lt;br /&gt;
#** Men wil d.m.v. substituenteffecten op de aromatische ringen ph1 (= op gast) en ph2 (= op gastheer) de bijdrage voor deze pi-pi interactie meten. Welke complicatie verwacht je echter met deze methode, bij dit specifieke complex?&lt;br /&gt;
#** Verklaar in de tabel (tabel met horizontaal de para-ph1 substituenten en vertikaal de para-ph 2 substituenten) de verlopen van de incrementen. (De incrementen zijn aangepast aan de complicatie die je in het eerste puntje moet geven en zijn dus correct)&lt;br /&gt;
#** Bepaal ook het teken van de Hammett rho parameters.&lt;br /&gt;
#* Trage complexen.&lt;br /&gt;
#** Hoe kan je in een NMR spectrum zien of je te maken hebt met een traag complex&lt;br /&gt;
#** Wat is het voordeel van een extreem traag complex? Geef een relevant voorbeeld van hoe we er gebruik van kunnen maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* match de gasten en de gastheren met de juiste solventen. Gast: 1,4-benzochinon, naftaleen-1,5-dicarbonzuur en 4-butylfenol (&amp;amp;quot;voor mensen die niet goed zijn in naamgeving, zal ik de moleculen even op bord tekenen&amp;amp;quot;). Solvent: water (ph= 2, 6, 10), MeOH, CCl4. Gasten: alpha-cyclodextrine, diazo-18-kroon-6, 18-kroon-6, [2,2]cyclofaan en 2 grote cyclofanen die getekend staan. Geef ook alle niet-covalente reacties en licht uw keuze toe&lt;br /&gt;
#* Wat is CAC, waarom belangrijk en hoe gemeten&lt;br /&gt;
#* reactie van een [2,2,1]cryptand opgebouwd uit bi en triÃ«thyleenglycolderivaten&lt;br /&gt;
#* Membraantransport  van kationen met kroonethers en de voorwaarden waaraan dat kroonether moet voldoen&lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Het teken van rho (Hammet) bepalen uit een tabel met stabiliteitsconstanten met verschillende gevers en zuigers. De link vinden met het reactiemechanisme. Bijkomende vraag: wat gebeurt er met een sterke base en een sterke elektronzuiger. (ja wat onduidelijk als je het molecule niet ziet natuurlijk...)&lt;br /&gt;
#* Stelling: voor het gegeven molecule mag ik zomaar de deltaG optellen om de totale deltaG te berekenen.&lt;br /&gt;
#* Waarom kan het voordelig zijn om synthese van rotaxanen uit te voeren op een vaste fase&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke ionen passen in welke macroringen? (K+, Ag+, Eu3+, Li+ en nog een vieze grote molecule) De macrocyclische verbindingen zijn ook gegeven. Welk solvent pak je best? (H2O, H2O pH 10, MeOH of chloroform) Vermeld welke interacties plaatsvinden&lt;br /&gt;
#* bespreek de synthese van: -een calix[4]areen met twee nitraten, twee n-propyloxy&#039;s en een azakroonetheroverbrugging-&lt;br /&gt;
#* Wat is zijn zelfassemblage en zelforganisatie en illustreer met een voorbeeld&lt;br /&gt;
# MS:&lt;br /&gt;
#* Tabel horende bij compensatie-effect gegeven. Welke interacties? Bespreek de tendens in de tabel en ook het verschil in \Delta S tussen gasfase en oplossing.&lt;br /&gt;
#* tekening van een catenaan met een cyclofaan met nogal wat N in rond een benzokroonether gegeven. Deze verbinding toont met H-NMR slechts twee signalen (3,45 en 6,26 ppm of zo) voor de hydrochinon-waterstoffen. Reden? Bespreek ook de multipliciteit van de signalen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Waarom is ethyleendioxy zo&#039;n populaire eenheid in kroonetherchemie&lt;br /&gt;
#* Welke 2 groepen zijn belangrijk bij de complexatie van Fe bij de sideroforen&lt;br /&gt;
#* 3 gasten (Lithium, azide, tetramethylammonium), 5 solventen (MeOH, H2O( pH 2,6,10), CCl4), gastheren ([2.2.2]-cryptand, all-cis resorcinareen, cram&#039;s sferand, 18-kroon-6,...)&lt;br /&gt;
# M.S.:&lt;br /&gt;
#* Synthese van tetrakationisch cyclofaan&lt;br /&gt;
#* Vraagje over receptor die interageert met gast, welk teken heeft de hammett parameter rho.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R0898426</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=4639</id>
		<title>Moleculaire Herkenning</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=4639"/>
		<updated>2025-06-18T10:06:08Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R0898426: /* 17 juni 2025 (VM) */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verplicht vak voor chemie. Moleculaire herkenning wordt gedoceerd door 2 proffen. Mario smet en Wim &amp;amp;quot;sandalen&amp;amp;quot; Dehaen. 50% van de punten staan op het examen, de andere 50% staan op een paper. Op het examen worden mondelinge vragen gesteld over de paper. Bij prof. Smet zijn dit normaal enkel de vragen die hij geeft bij de feedback op de paper,&lt;br /&gt;
prof. Dehaen stelt vaak ook extra vragen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===17 juni 2025 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
* Koppelvraag: Koppel elke gastmolecule aan een geschikte gastheer en oplosmiddel. Niet elke gastheer of elk oplosmiddel moet gebruikt worden; hergebruik is toegestaan.  &lt;br /&gt;
Gasten: hexadecyltrimethylammoniumchloride (focus op het hexadecyltrimethylammonium-kation), tetraethylammoniumnitraat (focus op nitraat), 1-naftaleensulfonzuur, 4-aminobutaanzuur.  &lt;br /&gt;
Gastheren: [2.2.2]-cryptand, resorcinareen, α-cyclodextrine, β-cyclodextrine, lariatkroonether met amine-/amidegroepen in de staart, azakroonether-achtige macrocyclus met meerdere amines en twee benzeenringen als ‘caps’.  &lt;br /&gt;
Oplosmiddelen: dichloormethaan (DCM), methanol, water (pH 2, 7 of 10).  &lt;br /&gt;
Tip: 4-aminobutaanzuur komt voor als zwitter-ion (combinatie met lariatether (zuur = h-brug acceptor dus met de NH staart, amine = h-brug donor dus met kroonether), 1-naftaleensulfonzuur met beta-cyclodextrine, nitraat met het azakroonether, hexadecyltrimethylammoniumchloride was volgens mij met het resorcinareen.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Wat is het effect van rigide groepen op de effectieve molariteit (EM)?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Stel een synthesetraject op voor het thia-analoog van de [2.2.2]-cryptand, vertrekkende van triethanolamine. Hoe maximaliseren we de synthese?  &lt;br /&gt;
Tip: OH vervangen door betere leaving-group (bv tosyl), dat laten reageren met een thiol (bv ethane-1,2-dithiol). Maximaliseren met hoge verdunning en base (cesiumeffect).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
* Welk proces heeft de kleinste entropieverandering?  &lt;br /&gt;
1) Een cyclisatie waarbij een alkyn (R–C≡CH) met een triazene reageert tot een triazoolring  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Vorming van een waterstofbrug tussen amidegroepen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Wat is het teken van ρ in de Hammetvergelijking bij complexatie van K⁺ met een kroonether die een benzeenring bevat, waarbij R een substituent is op die aromatische ring? Geldt dezelfde redenering ook voor een kroonether waarbij R via een CH₂-keten aan de kroonether is gekoppeld (dus kroonether–CH₂–R i.p.v. kroonether–C₆H₄–R)?  &lt;br /&gt;
Tip: zelfde redenering geldt niet want er wordt geen rekening gehouden tussen inductieve en mesomere effecten bij rho (dus mesomeer gevend kan inductief zuigend zijn).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Wat is transfectie? Wat is het probleem bij transfectie, en hoe kan supramoleculaire chemie dit oplossen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2025 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#*Synthetiseer een [2.1.1]cryptand&lt;br /&gt;
#*Belang resorcinol molecule in de supramoleculaire chemie bespreken, had te maken met boot-/stoel-conformatie dus resorcinarenen. En dan toepassingen van resorcinarenen geven ( complexatie met quaternaire amoniumzouten en vooral cavitanden en carceplexen)&lt;br /&gt;
#*standaard combinatievraag&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#* Exact hetzelfde als 30 augustus 2021&lt;br /&gt;
#* Bij vraag 2: Let op de basisiciteit van de stikstofatomen -&amp;gt; alternatieve molecule zal een zuur-base reactie hebben met de stikstof van de macroring, waardoor je geen pseudo-rotaxaan kan krijgen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2024 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#*Synthetiseer 4de molecule p78, waarvan 2 van de 4 moleculen: R = propyl en de andere 2 hadden geen tert-buthyl maar een monoazakroonether. Gegeven waren startproducten formaldehyde (mag je 2 keer gebruiken), monoazakroonether en tertbuthylfenol. Zoek een juiste volgorde van synthesestrategie. (Bijvraag: wat en hoe reageert formaldehyde en waar op de ring)&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen een vaste-toestand-inclusiecomplex en een clathraat? (Bijvraag: iets van voorbeeld gegeven)&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen sephulcraat, sidefoor of sacrofagine? En hoe worden deze bereid uit formaldehyde en ethyleendiamine? &lt;br /&gt;
#*Klassieke vraag van 4 gastheren, 4 gasten en 5 solventen. Geef ook welke niet-covalente interacties er aanwezig zullen zijn.&lt;br /&gt;
##*Gasten (structuren gegeven): 1,4-benzendicarboxylic acid / Paraquat / isocyanuurzuur / ureum&lt;br /&gt;
##*Gastheren (structuren gegeven): Glycoluril (6 keer in een cirkel) / en nog 3 anderen die ik niet ken)&lt;br /&gt;
##*Solventen Water pH 3 / 7 / 10 / MeOH en DCM (Let op met de interacties)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#*2 reacties gegeven (1 met 2 moleculen waarbij covalente binding gevormd wordt, 2 azijnzuren die H-bruggen vormen) welke heeft de grootste entropieverandering?&lt;br /&gt;
#*Molecule gegeven met pi-pi-stapeling. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho? Leg uit als er pH-afhankelijkheid is voor het teken? (Ja!)&lt;br /&gt;
#*Molecule gegeven met 5 H-bruggen, we willen de bindingsconstante van H-brug met * bepalen. Hoe doen we dit? Er zullen problemen opduiken. Geef een oplossing voor deze problemen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 Juni 2024 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel van Dehaen&lt;br /&gt;
#*Volgende moleculen werden getest op gast-gastheer complexvorming met chloride-anion. Bij hetzelfde solvent ging de complexvorming het best op met gastheer 1, dan 2 en dan 3 die beduidend veel slechter complexeerde. Nochtans heeft 3 een extra H op de aromatische N in vergelijking met 1. De onderzoekers linkten de slechte complexvorming bij 3 met een verschil in preorganisatie. Leg uit. (Het kwam erop neer dat je de groepen juist moest uittekenen en dan de juiste interacties moest vinden.) [[File:Vraag1Wim.png|caption]]&lt;br /&gt;
#*Rangschik volgende moleculen van slechtst naar best voor complexvorming met een Li-kation. [[File:Vraag2Wim.png|caption]]&lt;br /&gt;
#*Geef een voorstel van de synthese van hexathia-18-kroon-6 waarbij je bèta-halogeensulfiden vermijdt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel van Mario&lt;br /&gt;
#*Wat is de ceiling temperature en floor temperature? Wat is hun fysische betekenis? Geef een voorbeeld van supramoleculaire polymeren bij elke soort temperatuur. Leg uit wat het belang is van de ceiling temperature bij duurzame afvalverwerking van de polymeren.&lt;br /&gt;
#*Rotaxaanvormingsreactie gegeven. Bepaal het teken van de Hammet-parameter rho met betrekking tot substituent R voor de ligging van het ev. Zou deze rotaxaanvorming ook opgaan met een difenylamine? (exact zelfde vraag als augustus 2021)&lt;br /&gt;
#*Waarom worden cyclodextrines gebruikt in geneesmiddelen? Leg uit aan de hand van de Lipinski regels voor orale beschikbaarheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 Juni 2023===&lt;br /&gt;
#Deel van Dehaen&lt;br /&gt;
#*Hoe maak je 1,4,10,13-tetraäza-18-kroon-6 uitgaande van 1,2-diaminoëthaan en eventueel andere reagentia? Welke techniek zou je gebruiken om een maximale opbrengst te bekomen?&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen een vaste-toestand-inclusiecomplex en een clathraat?&lt;br /&gt;
#*Wat zijn sepulchraat- en sarcofaginecomplexen en hoe kan je ze bereiden met ethyleendiamine en Co(III)?&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag: Combineer telkens een gast, gastheer en een solvent. Er zijn 4 gastheren, 4 gasten en 5 solventen gegeven. Bij elke gastheer hoort 1 gast en vice versa. Er zijn meer solventen gegeven dan gasten en gastheren, dus hier kan je er al zeker 1 niet gebruiken. Geef een korte verklaring bij elke combinatie die je maakt.&lt;br /&gt;
#**Gastheren: 1. een cyclofaan met 2 ringen en 3 NH&#039;s tussen de ringen aan elke kant (tussen elke NH zat een CH2). 2. Cucurbit[6]uril. 3.Een klein cyclisch molecule met 2 aromatische ringen met een N naar binnen gewezen. Boven deze ring zijn 2 of 3 NH&#039;s, eronder 2 N-CH3&#039;s. 4. Een groot cyclisch molecule met aromatische ringen met een N (naar binnen wijzend) en tussen de aromatische ringen een koolstofketen met NH&#039;s (ook 2 random C=O bindingen die naar buiten wijzen, links- en rechtsboven).&lt;br /&gt;
#**Gasten: 1. Koolstofketen met aan elke uiteinde een aromatische ring. Op de verbinding tussen de keten en elke ring zit een positief geladen N. 2. ureum. 3. Cyclohexaan met afwisselend een O (C=O, met C de C van de ring en O het substituent) en een NH2 als substituent (in totaal volledig gesubstitueerd). 4. Een aromatische ring met 2 COOH substituenten in para.&lt;br /&gt;
#**Solventen: Water (pH 3,7 of 10), methanol of dichloormethaan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel van Mario&lt;br /&gt;
#*Er is een afbeelding gegeven van het complex dat KI coöperatief kan binden adhv Zn (staat ook in de slides bij coöperativiteit). Dan staan er bindingsconstantes gegeven van KI, KClO4, NaI en NaClO4 met KI duidelijk de hoogste bindingsconstante.&lt;br /&gt;
#**a) Verklaar de waargenomen resultaten.&lt;br /&gt;
#**b) Welke binding gaat volgens jou gepaard met de grootste entropieverandering? Verklaar.&lt;br /&gt;
#*18-kroon-6 is gegeven met een aromatische ring erop en aan de aromatische ring hangt een R. Wat is het teken van rho indien de complexeren van K+ met deze structuur bekijken en wat is de verhouding met R? Geef in je antwoord zeker de volledige Hammett-vergelijking. Dan staat er een tweede afbeelding gegeven, ook 18-kroon-6, maar hier is het substituent -CH2-R. Geldt dit ook voor de tweede structuur?&lt;br /&gt;
#*Wat zijn de voor- en nadelen van supramoleculaire polymeren?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 Juni 2022 ===&lt;br /&gt;
#Dehean&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag&lt;br /&gt;
#**Solvent: CH2Cl2, MeOH, H2O pH (2,7,12)&lt;br /&gt;
#**Guests: trimethylhexadecylammonium *Cl-*, *tetrabutylammonium* nitraat, naftaleen-1-sulfonzuur, 4-aminobutaanzuur&lt;br /&gt;
#**Hosts: zeven, enkel molecule gegeven dus kan ze niet opnoemen ([2,2,2]-cryptand met enkel zuurstof, ...)&lt;br /&gt;
#*Verband EM &amp;amp; rigide groepen&lt;br /&gt;
#*Synthese hexathia-analoog van [2,2,2] cryptand, uitgaande van triëthanolamine&lt;br /&gt;
#**Hoe maximaliseren we de synthese?&lt;br /&gt;
#Smet&lt;br /&gt;
#*Bespreek compensatiegedrag entropie en enthalpie&lt;br /&gt;
#*Welke technieken om verschil tussen een catenaan en zijn 2 aparte ringen te meten (vermeld eventuele eigenschappen die nodig zijn op de macroringen)&lt;br /&gt;
#*Azidothymidine: structuur gegeven, voorspel werking en bio-beschikbaarheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 Augustus 2021===&lt;br /&gt;
[https://i.imgur.com/eDCNSJR.jpg Dehaen] &amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
[https://i.imgur.com/JolZOyK.jpg Smet]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 juni 2021===&lt;br /&gt;
#Dehaen&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag. &lt;br /&gt;
#**Gasten: naftaleenderivaat, nitraat, aminobutaanzuur,... &lt;br /&gt;
#**Gastheren: alpha-cyclodextrine derivaat met een quaternair amoniumzout aan gebonden, beta-cyclodextrine derivaat, kroonether met thioureumfuncties, een lariatether, [2.2.2] cryptand met zuurstof als donoratomen en N als bruggenhoofden. &lt;br /&gt;
#**Solvent: water pH 2, 7, 10, methanol, CH2Cl2&lt;br /&gt;
#*Verband EM &amp;amp; rigide groepen&lt;br /&gt;
#*Synthese van het thia-analoog van de [2.2.2]-cryptand startende van een triethanolamine. &lt;br /&gt;
#Smet&lt;br /&gt;
#*Leg uit waarom de meeste polymerisatiereacties slechts opgaan onder een bepaalde temperatuur. Geef de naam van deze temperatuur. &lt;br /&gt;
#*Leg uit waarom sommige polymerisatiereacties enkel opgaan boven een bepaalde temperatuur. Geef de naam van deze temperatuur. Geef een voorbeeld van een monomeer dat dergelijk gedrag vertoond. &lt;br /&gt;
#*Vraag over een complexatiereactie met een R-substituent en wat het teken van rho zou zijn in de Hammett-vergelijking.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 juni 2019 VM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Uitleggen waarom verzeping plaatsvindt van een gegeven molecule met KOH in tolueen enkel als een kroonether aanwezig (18-kroon-6 analoog)&lt;br /&gt;
#* Uitleggen waarom cyclodextrines geschikt zijn voor &amp;quot;drug delivery&amp;quot; en een geschikt cyclodextrinekiezen (alfa, beta, gamma) voor naproxen (naftaleenderivaat)&lt;br /&gt;
#* Waarom base gebruiken voor kroonethersynthese van catechol en oligoethyleenglycoltosylaten? (deproteneren / templaateffect van kation)&lt;br /&gt;
#** Verschillende kroonethers gegeven met variërende lengte en aantal zuurstoffen. Hij vraagt om voor elke kroonether de juiste base te kiezen&lt;br /&gt;
#** Keuze uit 5 basen: LiAcO, KAcO, NH4AcO, CsAcO en moleculair kation en AcO-&lt;br /&gt;
#* Resorcinaren worden gevormd in zuur milieu maar na een tijdje zal het thermydynamischer stabieler zijn (stoel versus boot)&lt;br /&gt;
#** Geef interacties van beide isomeren in basisch milieu met een tetraalkylammonium-kation&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* 2 associaties gegeven, welke van de 2 associaties heeft de kleinste entropieverandering? (A = H-brugacceptor &amp;amp; D = H-brugdonor)&lt;br /&gt;
#** Associatie 1: ADA DAD (letters staan eigelijk onder elkaar)&lt;br /&gt;
#** Associatie 2: AAA DDD (letters staan eigelijk onder elkaar)&lt;br /&gt;
#* Molecule gegeven met R-groep  dat interacties aangaat met een chloride-anion&lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn er voornamelijk?&lt;br /&gt;
#** Wat voor groep moet R zijn? Hoe verhoudt zicht dat tot de parameter rho?&lt;br /&gt;
#* Bespreek biobeschikbaarheid van morfine (structuur gegeven) &lt;br /&gt;
#** Heroïne heeft een sterker effect op het centraal zenuwstelsel, verklaar? (gegeven dat morfine reageert met overmaat azijnzuuranhydride en heroïne vormt).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineer:&lt;br /&gt;
#** Gasten: trimethylhexadecylammoniumion, nitraation, 4-aminoboterzuur, naftaleensulfonzuur. &lt;br /&gt;
#** Gastheren: resorcinareen, benzokroonether met één N en op die N zat een keten (keten = CH2 C6H4 CH2 ... NH C=NH NH ... azole ring), twee speciale cyclodextrines (eentje was een ring van zes monomeren met een ammoniumfuntie op, de andere was een ring van zeven monomeren met een thia-amine keten op), een ring met drie benzenen en tussen elke benzeen de groep CH2 CH2 NH C=S NH CH2 CH2), nog eentje die ik me niet herinner&lt;br /&gt;
#** Solventen: de gewoonlijke&lt;br /&gt;
#* Effect rigide groepen op EM&lt;br /&gt;
#* Synthese thia analoog [2.2.2]cyrptand, hoe synthese verbeteren?&lt;br /&gt;
#*Pillarenen uitleggen, verband andere calixarenen&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welke reactie geeft de grootste entropie veranderingen? eentje is het azijnzuur dimeer, de andere is de cyclisatie van twee ringen (eentje is maleïnezuuranhydride en de ander cyclohexa-1,3-dieen) (volgens chemdraw heet het gevormde molecule (4R,7aS)-3a,4,7,7a-tetrahydro-4,7-ethanoisobenzofuran-1,3-dione). Bijvraag: iets met de deeltermen van de entropie, bij welke is welke het grootst? &lt;br /&gt;
#* Geef teken rho (Hammett) van de complexatie van K+ met een benzokroonether met aan die benzeenring een substituent R. Geldt deze redenering voor rho ook voor een tweede kroonether die aan een ethyleen eenheid een CH2R groep heeft hangen?&lt;br /&gt;
#* Bespreek relenza en tamiflu, over hun biobeschikbaarheid en mechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineren van gast, gastheer en solvent met als gasten: lanthaan, paraquat en nog een dicarbonzuur, als gastheren verschillende calixarenen in water ph 2,7,10, methanol of chloroform&lt;br /&gt;
#* Vraag welke het beste zou zijn voor ionentransport over een organisch membraan: diglyme of 2,2,2 kryptand&lt;br /&gt;
#* Een synthese van een 2,2,2 thiakryptand derivaat&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Ceiling &amp;amp; floortemperatuur + voorbeeld&lt;br /&gt;
#* Met de hammetvgl werken en teken van rho bepalen bij een complexvorming van pseudorotaxaan&lt;br /&gt;
#* Invloed van ... (cyclodextrine?) op transport van medicijnen en da linken aan de lipinskiregels&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 VM ===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze 1,3benzeenringen hebben geen buty meer, en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd. &lt;br /&gt;
#* Nonactine &amp;amp; valinomycine&lt;br /&gt;
#* Gast, gastheer, solvent: &lt;br /&gt;
#** H2O (pH = 3,7, 10), DCM, MeOH&lt;br /&gt;
#** Na+, ammoniumzout*, diamide*, benzoezuur (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
#** Calix[4]areen*, resorcinol uit acetaldehyde en 24u reflux, benzokroonether*, alfa-cyclodextrine, diamine* (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welk proces geeft de grootste entropieverandering met zich mee? &lt;br /&gt;
#** Furaan + H2C=COOR --&amp;gt; furaanring waarvan de twee dubbele bindingen weg zijn en er eentje bij is gekomen waar er eerst de enkele binding was, en de twee koolstoffen naast de zuurstof zijn nu verbonden met de koolstoffen van de dubbele binding van het ester&lt;br /&gt;
#** twee carbonzuren die een dimeer vormen&lt;br /&gt;
#* Bepaal teken rho, heeft pH invloed (R-C6H5 pi-pi stapeling met C6H5-NH2)&lt;br /&gt;
#* Relenza en tamiflu (orale beschikbaarheid en mechanisme)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel de synthese op voor het Lehn&#039;s sferand (structuur gegeven) vanuit (derivaten van) diëthyleenglycolen.&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge-verdunningsvoorwaarden en hoe werkt dit?&lt;br /&gt;
#* Combineer. Gastheren: cyclisch guanidine, cucurbit[8]uril, 30-kroon-10. Gasten: arginine, N-acetyltryptofaan, 1,4-bis(aminoimidazoline)butaan. Solventen: Chloroform, methanol, water pH 2, 7 en 10. (structuren gegeven)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: een pyrrool gesubstitueerd met een alkeen met twee R-substituenten (willekeurig). Dit molecule interageert met een onbekende receptor. Welke interactie veronderstel je? Bepaal het teken van rho. Wat gebeurt er met de absolute waarde van rho wanneer je een R-substituent vervangt door een H-atoom.&lt;br /&gt;
#* Wat is transfectie en hoe kan supramoleculaire chemie hierbij helpen?&lt;br /&gt;
#* Twee verbindingen gegeven, elk met 3 waterstofbindingen (structuren uit slides deel supramoleculaire polymeren). Welke verbinding heeft de grootse associatieconstante en waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke factoren beinvloeden de effectieve molariteit&lt;br /&gt;
#* synthese van hexathia18-kroon-6 vanuit ethyleenglycol en bis(2hydroxyethyl)sulfide op een veilige manier en wat doen we om de opbrengst zo hoog mogelijk te houden&lt;br /&gt;
#* wat zijn ansa-verbindingen en hoe kunnen ze meer inzicht geven over de ruimtevulling van de groepen&lt;br /&gt;
#* een structuur gegeven met 2 NH2 groepen een kroonether en een R (fenyl). 4-aminobutaanzuur is beter oplosbaar dan glycine (2-aminoazijnzuur) en 6-aminohexaanzuur. Hoe komt dit, welke interacties. De oplosbaarheid stijgt wanneer we R vervangen door (4-NO2-fenyl). Verklaar.&lt;br /&gt;
#* er zijn twee isomeren bij de synthese van resorcinarenen. Welke zijn dit?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#SMET:&lt;br /&gt;
#* gegeven een amide: RR&#039;C=CH-CO-N(CH3)2 met onbekende receptor gaat interageren:&lt;br /&gt;
Welke interactie verwachten we, teken van reactieparameter, plus redeneer. Wat gebeurt er met de absolite waarde van de reactieparameter als we een van de R groepen vervangen door een H.&lt;br /&gt;
#* lipskin regel geven en wat is het belang tegenwoordig in farmaceutische industrie &lt;br /&gt;
#* Bij synthese van rotaxanen volgens iemand (Stoddart ofzo)(tetrakationisch complex) zal threading een hogere opbrengst geven dan clipping waarom?&lt;br /&gt;
Waarom dan niet altijd threading?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze twee benzeenringen zijn ook gedebutyleerd en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd.&lt;br /&gt;
#* Bespreek aan de hand van hun structuurelementen de functie van nonactine en valinomycine (structuur gegeven).&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gastheren met de juiste gasten en solventen. Gasten: Natriumion, p-diaminobenzeen, p-diaminobenzeen met beide stikstoffen tetragebutyleerd, benzoÃ«zuur. Gastheren: calix[4]areen, een groot dibenzokroonether, een resorcinareen verkregen na 24 uur reflux, alfa-cyclodextrine en een aromatisch diamide. Solventen: water (pH 3, 7, 10), MeOH &amp;amp;amp; DCM.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* 4-R-pyridine. Deze gast bindt enkel aan de gastheer indien de stikstof geprotoneerd is. Bepaal het teken van de Hammett-parameter rho. Op welke interactie zou de complexatie kunnen berusten?&lt;br /&gt;
#* Geef de twee methoden die gebruikt kunnen worden om de associatieconstante te schrijven in functie van deelassociatieconstanten. Beschrijf de fysische basis van het probleem dat hierbij optreedt.&lt;br /&gt;
#* Bespreek de moleculaire basis van plaquevorming zoals die optreedt bij bijvoorbeeld de ziekte van Alzheimer. Wat zijn de therapeutische mogelijkheden om dit tegen te gaan? Bijvraag: op welke secundaire structuren en soorten interacties berust de associatie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven [2.2.2]cryptand uitgaande van chlooracetamide. Het cryptand heeft stikstoffen als bruggenhoofden, 2 ketens met telkens 2 zuurstoffen en 1 keten met 2 zwavelatomen. En hoe kan je de macroyclisatie bevorderen?&lt;br /&gt;
#* Transport van donor naar acceptorlaag via een organisch membraan? hoe gaat dit het beste met pentaglyme of met een [2.2.2]cryptand. Verklaar.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Je hebt een gesubstitueerd chinoline (onbekende substituent). Dit chinoline complexeert enkel met een gastheer als de N niet geprotoneerd is. wat is het teken van de hammet-parameter Rho? welke interactie zal er zijn tussen de gast en de gastheer?&lt;br /&gt;
#* Geef de 4 belangrijkste entropieveranderingen bij complexatie en bespreek. Welke is verantwoordelijk voor preorganisatie? Leg uit.&lt;br /&gt;
#* Invloed ketenlengte benzokroonether op rendement van een catenaan met een tetrakationisch cyclofaan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven calix[4]hemisferand uitgaande van 2 gegeven fenolen. De receprot bestond uit een calix[4]areen met een hemisferand aangehecht op de 1- en 3-posities.&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van valinomycine en nonactine: bespreek de functie  en hoe de verschillende structuurelementen hiertoe bijdragen.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#**solventen: zuur, neutraal of basisch water, methanol, dicchloormethaan&lt;br /&gt;
#**gastheren: cyclodextrine, een grote benzokroonether, een calyxareen, stoel resorcinareen en een heteroaromatische receptor met amidefuncties.&lt;br /&gt;
#**gasten: natriumion, aromatisch diamine, aromatisch diammoniumzout, benzoÃ«zuur&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Op welke 2 manieren kunnen we de totale associatieconstante beschouwen als een product van deelassociatieconstanten? Wat is bij elk het grootste fysisch probleem? Welk van deze 2 methoden is, op praktische gronden, te verkiezen en waarom?&lt;br /&gt;
#* Gegeven een amide met een para-gesubstitueerde fenylgroep op de N en de carbonyl. Dit molecule gaat waterstofbindingen aan met zowel de zuurstof als de NH. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho voor het substituent op elke benzeenring?&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van een receptor bestaande uit een porfyrinering, gekoppeld aan een calixareen met ketens die veel heteroatomen bevatten. De bindingsconstanten van KI is hoog, die voor NaI en NaClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; tussenin (en ongeveer gelijk), die van KClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; laag. Verklaar waarom. (Deze structuur staat in de cursus ter hoogte van het deel over coÃ¶perativiteit).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2012 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge verdunningsvoorwaarden en geef 2 voorbeelden hoe men dit in de praktijk bewerkstelligt.&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende affiniteit voor het kaliumkation en motiveer: 18-kroon-6, 1,10-dithia-18-kroon-6, benzo-18-kroon-6, [2.2.2]cryptand, 15-kroon-5, 21-kroon-7.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Voor een bepaald hydrofoob (gedeelte van een) gastmolecule werd aangetoond dat het de hydrofobe holte van de gastheer maar voor 55% vult in stabielste toestand. Verklaar thermodynamisch waarom het kan dat deze gedeeltelijk gevulde toestand meer bevoordeeld wordt dan de volledig gevulde holte.&lt;br /&gt;
#* &lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn van belang bij het catenaan gevormd uit &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039;, &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; en &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;?&lt;br /&gt;
#** Wat zou het effect zijn op de bindingsconstante moest het catenaan gevormd worden rond &#039;&#039;&#039;4&#039;&#039;&#039; i.p.v. &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039; en waarom?&lt;br /&gt;
#** Beredeneer het teken van de Hammett parameter Ï van de catenatiereactie van &#039;&#039;&#039;5&#039;&#039;&#039; met het monogealkyleerd derivaat van &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039; (hiermee wordt bedoeld, de open-ketenvorm van &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; enkelvoudig gebonden aan &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;). Sterische effecten van R mogen verwaarloosd worden [[Bestand:CatenaanSmet.png]]&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers synthetiseerden bovenste verbinding als receptor voor de onderste (tekening is &#039;&#039;ongeveer&#039;&#039; juist). Belangrijke interacties hierbij zijn H-bruggen, maar ook de Ï€-Ï€-interacties tussen de eindstandige benzeenringen spelen een beduidende rol. Om aard en sterkte van deze Ï€-Ï€-interacties te onderzoeken synthetiseerde men een aantal derivaten van beide, en mat men het verschil in bindingssterkte voor verschillende substituenten op de benzeenringen. [[Bestand:receptorSmet.png]]&lt;br /&gt;
#** Welke complicatie valt te verwachten bij deze metingen, vanwege de verschillende substituenten op de derivaten?&lt;br /&gt;
#** Verklaar de waargenomen tendensen in de gemeten energiebijdragen, weergegeven in de tabel (deze waarden zijn gecorrigeerd voor de complicaties waarnaar gevraagd in eerste subvraag dus zijn &#039;&#039;juist&#039;&#039;).&lt;br /&gt;
[[Bestand:tabelSmet.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Klassieke vraag. Verbind de juiste gast met gastheer en solvent. Licht toe en zeg welke interacties plaatsvinden.&lt;br /&gt;
#* Wat is de CAC? Waarom is het belangrijk dat deze gemeten wordt en hoe wordt deze gemeten?&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: [[Bestand:MolHerExamenMario.jpg]]&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;Bepaal het teken van &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;X&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep X en &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;R&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep R. Waarom gaat bij zÃ©Ã©r elektronenzuigende groepen, bv. X=F&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, de meting van de complexatieconstante met nucleofiele deeltjes niet meer correct verlopen?&lt;br /&gt;
#* Mag men de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de aromatische ring en de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de gedeprotoneerde carbonzuurfunctie zomaar optellen? Verklaar.&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenMario2.jpg]]&lt;br /&gt;
#* De synthese van rotaxanen op vaste drager kan handig zijn. Onwaar/waar en verklaar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* geef de structuur van cyclotriveratryleen en de synthese vanuit veratrol. Waarom zijn asymmetrisch gesubstitueerde CTV&#039;s chiraal?&lt;br /&gt;
#* hoe kunnen we eigenschappen van een gegeven cyclofaan gebruiken om de grootte van de substituent op de ring te bepalen&lt;br /&gt;
#* geef de synthese van de macroring 15 kroon 5 maar ipv met zuurstoffen met (NH , O , NH, S, S) vanuit HSCH2CH2SH en H2NCH2CH2OCH2CH2NH2&lt;br /&gt;
#* welke gast past in welk solvent bij welke gastheer? gasten: (Fe3+, Yb3+, tetramethylammonium, benzoaat) solventen: (methanol, DCM, water met pH=3,7,10) gastheren:(een resorcinareen, een [4]-calixareen met een -O-CH2COOH op elke ring, een [6]-calixareen met op de ring aan de ene kant een SO3H aan de andere kant een staart met een hydroxyamide rest aan, een [6]-calixareen met daaraan een staart met aan het uiteinde een fenylureum staart&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* gegeven: een receptor met daarop 2 groepen die waterstofbruggen vormen met een HO- en een -CHO op drie verschillende liganden. Welke complex zal het stabielste zijn, en verklaar dit energetisch en entropisch (ligand 1 is een bifenyl, ligand 2 is een bifenyl met een huge (triethylmethyl-)substituent op een van de ringen en ligand 3 is gewoon een alifatische keten met die oh en cho aan de uiteinden)&lt;br /&gt;
#* wat is de dubbele mutantcyclus een geef een voorbeeld dat de voordelen duidelijk maakt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (ochtend) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Bespreek de synthese van volgend cavitand, vertrekkende van resorcinareen. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#* Wat is [2,2]paracyclofaan? Geef de syntheses en eigenschappen (UV-spectrum).&lt;br /&gt;
#* Bespreek het kinetisch en thermodynamisch templaateffect.&lt;br /&gt;
#* 5 Macroringen gegeven; rangschik naar toenemende effectieve molariteit. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven 1-amino-5-R-naftaleen (met R een onbepaalde substituent). In een complex vormt deze aminogroep een waterstofbrug. Onderzoek wijst uit dat de &amp;amp;quot;reactie&amp;amp;quot;-parameter sterk positief is. Welke soort R-substituenten bevoordeligen de reactie? (leg uit met Hammett-vergelijking en de substituent-parameter) Bekleedt de aminogroep een donor- of acceptorfunctie bij het vormen van deze waterstofbrug?&lt;br /&gt;
#* Waarom is het entropieverlies van complexvorming in oplossing doorgaans kleiner dan in gasfase?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Verklaar waarom de effectieve molariteit stijgt bij een macrocysliche 10-ring, wanneer&lt;br /&gt;
#** a) rigide groepen worden gebruikt&lt;br /&gt;
#** b) heteroatomen worden gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verschil tussen een clathraat en een vaste stof-inclusie complex.&lt;br /&gt;
#* Schrijf de synthese op van dit cavitand (structuur is gegeven) vertrekkende van rescoriol. De cavitand is gelijkend op die in de cursus staat, maar op de 2&#039; plaats heeft deze een COOH groep.&lt;br /&gt;
#* VÃ¶gth synthetiseerde vele cryptanden met substituenten X (structuur is gegeven). Hoe kon hij daarmee de grootte van de caviteit bepalen? &lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Je krijgt een complexatie van een gast en gastheer die via pi-pi interacties complexeert en net naast deze aromatische ringen een waterstofbrug vormt met een amide op de gast.&lt;br /&gt;
#** Men wil d.m.v. substituenteffecten op de aromatische ringen ph1 (= op gast) en ph2 (= op gastheer) de bijdrage voor deze pi-pi interactie meten. Welke complicatie verwacht je echter met deze methode, bij dit specifieke complex?&lt;br /&gt;
#** Verklaar in de tabel (tabel met horizontaal de para-ph1 substituenten en vertikaal de para-ph 2 substituenten) de verlopen van de incrementen. (De incrementen zijn aangepast aan de complicatie die je in het eerste puntje moet geven en zijn dus correct)&lt;br /&gt;
#** Bepaal ook het teken van de Hammett rho parameters.&lt;br /&gt;
#* Trage complexen.&lt;br /&gt;
#** Hoe kan je in een NMR spectrum zien of je te maken hebt met een traag complex&lt;br /&gt;
#** Wat is het voordeel van een extreem traag complex? Geef een relevant voorbeeld van hoe we er gebruik van kunnen maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* match de gasten en de gastheren met de juiste solventen. Gast: 1,4-benzochinon, naftaleen-1,5-dicarbonzuur en 4-butylfenol (&amp;amp;quot;voor mensen die niet goed zijn in naamgeving, zal ik de moleculen even op bord tekenen&amp;amp;quot;). Solvent: water (ph= 2, 6, 10), MeOH, CCl4. Gasten: alpha-cyclodextrine, diazo-18-kroon-6, 18-kroon-6, [2,2]cyclofaan en 2 grote cyclofanen die getekend staan. Geef ook alle niet-covalente reacties en licht uw keuze toe&lt;br /&gt;
#* Wat is CAC, waarom belangrijk en hoe gemeten&lt;br /&gt;
#* reactie van een [2,2,1]cryptand opgebouwd uit bi en triÃ«thyleenglycolderivaten&lt;br /&gt;
#* Membraantransport  van kationen met kroonethers en de voorwaarden waaraan dat kroonether moet voldoen&lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Het teken van rho (Hammet) bepalen uit een tabel met stabiliteitsconstanten met verschillende gevers en zuigers. De link vinden met het reactiemechanisme. Bijkomende vraag: wat gebeurt er met een sterke base en een sterke elektronzuiger. (ja wat onduidelijk als je het molecule niet ziet natuurlijk...)&lt;br /&gt;
#* Stelling: voor het gegeven molecule mag ik zomaar de deltaG optellen om de totale deltaG te berekenen.&lt;br /&gt;
#* Waarom kan het voordelig zijn om synthese van rotaxanen uit te voeren op een vaste fase&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke ionen passen in welke macroringen? (K+, Ag+, Eu3+, Li+ en nog een vieze grote molecule) De macrocyclische verbindingen zijn ook gegeven. Welk solvent pak je best? (H2O, H2O pH 10, MeOH of chloroform) Vermeld welke interacties plaatsvinden&lt;br /&gt;
#* bespreek de synthese van: -een calix[4]areen met twee nitraten, twee n-propyloxy&#039;s en een azakroonetheroverbrugging-&lt;br /&gt;
#* Wat is zijn zelfassemblage en zelforganisatie en illustreer met een voorbeeld&lt;br /&gt;
# MS:&lt;br /&gt;
#* Tabel horende bij compensatie-effect gegeven. Welke interacties? Bespreek de tendens in de tabel en ook het verschil in \Delta S tussen gasfase en oplossing.&lt;br /&gt;
#* tekening van een catenaan met een cyclofaan met nogal wat N in rond een benzokroonether gegeven. Deze verbinding toont met H-NMR slechts twee signalen (3,45 en 6,26 ppm of zo) voor de hydrochinon-waterstoffen. Reden? Bespreek ook de multipliciteit van de signalen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Waarom is ethyleendioxy zo&#039;n populaire eenheid in kroonetherchemie&lt;br /&gt;
#* Welke 2 groepen zijn belangrijk bij de complexatie van Fe bij de sideroforen&lt;br /&gt;
#* 3 gasten (Lithium, azide, tetramethylammonium), 5 solventen (MeOH, H2O( pH 2,6,10), CCl4), gastheren ([2.2.2]-cryptand, all-cis resorcinareen, cram&#039;s sferand, 18-kroon-6,...)&lt;br /&gt;
# M.S.:&lt;br /&gt;
#* Synthese van tetrakationisch cyclofaan&lt;br /&gt;
#* Vraagje over receptor die interageert met gast, welk teken heeft de hammett parameter rho.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R0898426</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=4638</id>
		<title>Moleculaire Herkenning</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=4638"/>
		<updated>2025-06-18T10:02:11Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R0898426: /* 17 juni 2025 (VM) */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verplicht vak voor chemie. Moleculaire herkenning wordt gedoceerd door 2 proffen. Mario smet en Wim &amp;amp;quot;sandalen&amp;amp;quot; Dehaen. 50% van de punten staan op het examen, de andere 50% staan op een paper. Op het examen worden mondelinge vragen gesteld over de paper. Bij prof. Smet zijn dit normaal enkel de vragen die hij geeft bij de feedback op de paper,&lt;br /&gt;
prof. Dehaen stelt vaak ook extra vragen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===17 juni 2025 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#* Koppelvraag: Koppel elke gastmolecule aan een geschikte gastheer en oplosmiddel. Niet elke gastheer of elk oplosmiddel moet gebruikt worden; hergebruik is toegestaan.  &lt;br /&gt;
Gasten: hexadecyltrimethylammoniumchloride (focus op het hexadecyltrimethylammonium-kation), tetraethylammoniumnitraat (focus op nitraat), 1-naftaleensulfonzuur, 4-aminobutaanzuur.  &lt;br /&gt;
Gastheren: [2.2.2]-cryptand, resorcinareen, α-cyclodextrine, β-cyclodextrine, lariatkroonether met amine-/amidegroepen in de staart, azakroonether-achtige macrocyclus met meerdere amines en twee benzeenringen als ‘caps’.  &lt;br /&gt;
Oplosmiddelen: dichloormethaan (DCM), methanol, water (pH 2, 7 of 10).  &lt;br /&gt;
Tip: 4-aminobutaanzuur komt voor als zwitter-ion (combinatie met lariatether (zuur = h-brug acceptor dus met de NH staart, amine = h-brug donor dus met kroonether), 1-naftaleensulfonzuur met beta-cyclodextrine, nitraat met het azakroonether, hexadecyltrimethylammoniumchloride was volgens mij met het resorcinareen.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#* Wat is het effect van rigide groepen op de effectieve molariteit (EM)?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#* Stel een synthesetraject op voor het thia-analoog van de [2.2.2]-cryptand, vertrekkende van triethanolamine. Hoe maximaliseren we de synthese?  &lt;br /&gt;
Tip: OH vervangen door betere leaving-group (bv tosyl), dat laten reageren met een thiol (bv ethane-1,2-dithiol). Maximaliseren met hoge verdunning en base (cesiumeffect).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#* Welk proces heeft de kleinste entropieverandering?  &lt;br /&gt;
1) Een cyclisatie waarbij een alkyn (R–C≡CH) met een triazene reageert tot een triazoolring  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Vorming van een waterstofbrug tussen amidegroepen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#* Wat is het teken van ρ in de Hammetvergelijking bij complexatie van K⁺ met een kroonether die een benzeenring bevat, waarbij R een substituent is op die aromatische ring? Geldt dezelfde redenering ook voor een kroonether waarbij R via een CH₂-keten aan de kroonether is gekoppeld (dus kroonether–CH₂–R i.p.v. kroonether–C₆H₄–R)?  &lt;br /&gt;
Tip: zelfde redenering geldt niet want er wordt geen rekening gehouden tussen inductieve en mesomere effecten bij rho (dus mesomeer gevend kan inductief zuigend zijn).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#* Wat is transfectie? Wat is het probleem bij transfectie, en hoe kan supramoleculaire chemie dit oplossen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2025 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#*Synthetiseer een [2.1.1]cryptand&lt;br /&gt;
#*Belang resorcinol molecule in de supramoleculaire chemie bespreken, had te maken met boot-/stoel-conformatie dus resorcinarenen. En dan toepassingen van resorcinarenen geven ( complexatie met quaternaire amoniumzouten en vooral cavitanden en carceplexen)&lt;br /&gt;
#*standaard combinatievraag&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#* Exact hetzelfde als 30 augustus 2021&lt;br /&gt;
#* Bij vraag 2: Let op de basisiciteit van de stikstofatomen -&amp;gt; alternatieve molecule zal een zuur-base reactie hebben met de stikstof van de macroring, waardoor je geen pseudo-rotaxaan kan krijgen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2024 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#*Synthetiseer 4de molecule p78, waarvan 2 van de 4 moleculen: R = propyl en de andere 2 hadden geen tert-buthyl maar een monoazakroonether. Gegeven waren startproducten formaldehyde (mag je 2 keer gebruiken), monoazakroonether en tertbuthylfenol. Zoek een juiste volgorde van synthesestrategie. (Bijvraag: wat en hoe reageert formaldehyde en waar op de ring)&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen een vaste-toestand-inclusiecomplex en een clathraat? (Bijvraag: iets van voorbeeld gegeven)&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen sephulcraat, sidefoor of sacrofagine? En hoe worden deze bereid uit formaldehyde en ethyleendiamine? &lt;br /&gt;
#*Klassieke vraag van 4 gastheren, 4 gasten en 5 solventen. Geef ook welke niet-covalente interacties er aanwezig zullen zijn.&lt;br /&gt;
##*Gasten (structuren gegeven): 1,4-benzendicarboxylic acid / Paraquat / isocyanuurzuur / ureum&lt;br /&gt;
##*Gastheren (structuren gegeven): Glycoluril (6 keer in een cirkel) / en nog 3 anderen die ik niet ken)&lt;br /&gt;
##*Solventen Water pH 3 / 7 / 10 / MeOH en DCM (Let op met de interacties)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#*2 reacties gegeven (1 met 2 moleculen waarbij covalente binding gevormd wordt, 2 azijnzuren die H-bruggen vormen) welke heeft de grootste entropieverandering?&lt;br /&gt;
#*Molecule gegeven met pi-pi-stapeling. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho? Leg uit als er pH-afhankelijkheid is voor het teken? (Ja!)&lt;br /&gt;
#*Molecule gegeven met 5 H-bruggen, we willen de bindingsconstante van H-brug met * bepalen. Hoe doen we dit? Er zullen problemen opduiken. Geef een oplossing voor deze problemen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 Juni 2024 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel van Dehaen&lt;br /&gt;
#*Volgende moleculen werden getest op gast-gastheer complexvorming met chloride-anion. Bij hetzelfde solvent ging de complexvorming het best op met gastheer 1, dan 2 en dan 3 die beduidend veel slechter complexeerde. Nochtans heeft 3 een extra H op de aromatische N in vergelijking met 1. De onderzoekers linkten de slechte complexvorming bij 3 met een verschil in preorganisatie. Leg uit. (Het kwam erop neer dat je de groepen juist moest uittekenen en dan de juiste interacties moest vinden.) [[File:Vraag1Wim.png|caption]]&lt;br /&gt;
#*Rangschik volgende moleculen van slechtst naar best voor complexvorming met een Li-kation. [[File:Vraag2Wim.png|caption]]&lt;br /&gt;
#*Geef een voorstel van de synthese van hexathia-18-kroon-6 waarbij je bèta-halogeensulfiden vermijdt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel van Mario&lt;br /&gt;
#*Wat is de ceiling temperature en floor temperature? Wat is hun fysische betekenis? Geef een voorbeeld van supramoleculaire polymeren bij elke soort temperatuur. Leg uit wat het belang is van de ceiling temperature bij duurzame afvalverwerking van de polymeren.&lt;br /&gt;
#*Rotaxaanvormingsreactie gegeven. Bepaal het teken van de Hammet-parameter rho met betrekking tot substituent R voor de ligging van het ev. Zou deze rotaxaanvorming ook opgaan met een difenylamine? (exact zelfde vraag als augustus 2021)&lt;br /&gt;
#*Waarom worden cyclodextrines gebruikt in geneesmiddelen? Leg uit aan de hand van de Lipinski regels voor orale beschikbaarheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 Juni 2023===&lt;br /&gt;
#Deel van Dehaen&lt;br /&gt;
#*Hoe maak je 1,4,10,13-tetraäza-18-kroon-6 uitgaande van 1,2-diaminoëthaan en eventueel andere reagentia? Welke techniek zou je gebruiken om een maximale opbrengst te bekomen?&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen een vaste-toestand-inclusiecomplex en een clathraat?&lt;br /&gt;
#*Wat zijn sepulchraat- en sarcofaginecomplexen en hoe kan je ze bereiden met ethyleendiamine en Co(III)?&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag: Combineer telkens een gast, gastheer en een solvent. Er zijn 4 gastheren, 4 gasten en 5 solventen gegeven. Bij elke gastheer hoort 1 gast en vice versa. Er zijn meer solventen gegeven dan gasten en gastheren, dus hier kan je er al zeker 1 niet gebruiken. Geef een korte verklaring bij elke combinatie die je maakt.&lt;br /&gt;
#**Gastheren: 1. een cyclofaan met 2 ringen en 3 NH&#039;s tussen de ringen aan elke kant (tussen elke NH zat een CH2). 2. Cucurbit[6]uril. 3.Een klein cyclisch molecule met 2 aromatische ringen met een N naar binnen gewezen. Boven deze ring zijn 2 of 3 NH&#039;s, eronder 2 N-CH3&#039;s. 4. Een groot cyclisch molecule met aromatische ringen met een N (naar binnen wijzend) en tussen de aromatische ringen een koolstofketen met NH&#039;s (ook 2 random C=O bindingen die naar buiten wijzen, links- en rechtsboven).&lt;br /&gt;
#**Gasten: 1. Koolstofketen met aan elke uiteinde een aromatische ring. Op de verbinding tussen de keten en elke ring zit een positief geladen N. 2. ureum. 3. Cyclohexaan met afwisselend een O (C=O, met C de C van de ring en O het substituent) en een NH2 als substituent (in totaal volledig gesubstitueerd). 4. Een aromatische ring met 2 COOH substituenten in para.&lt;br /&gt;
#**Solventen: Water (pH 3,7 of 10), methanol of dichloormethaan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel van Mario&lt;br /&gt;
#*Er is een afbeelding gegeven van het complex dat KI coöperatief kan binden adhv Zn (staat ook in de slides bij coöperativiteit). Dan staan er bindingsconstantes gegeven van KI, KClO4, NaI en NaClO4 met KI duidelijk de hoogste bindingsconstante.&lt;br /&gt;
#**a) Verklaar de waargenomen resultaten.&lt;br /&gt;
#**b) Welke binding gaat volgens jou gepaard met de grootste entropieverandering? Verklaar.&lt;br /&gt;
#*18-kroon-6 is gegeven met een aromatische ring erop en aan de aromatische ring hangt een R. Wat is het teken van rho indien de complexeren van K+ met deze structuur bekijken en wat is de verhouding met R? Geef in je antwoord zeker de volledige Hammett-vergelijking. Dan staat er een tweede afbeelding gegeven, ook 18-kroon-6, maar hier is het substituent -CH2-R. Geldt dit ook voor de tweede structuur?&lt;br /&gt;
#*Wat zijn de voor- en nadelen van supramoleculaire polymeren?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 Juni 2022 ===&lt;br /&gt;
#Dehean&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag&lt;br /&gt;
#**Solvent: CH2Cl2, MeOH, H2O pH (2,7,12)&lt;br /&gt;
#**Guests: trimethylhexadecylammonium *Cl-*, *tetrabutylammonium* nitraat, naftaleen-1-sulfonzuur, 4-aminobutaanzuur&lt;br /&gt;
#**Hosts: zeven, enkel molecule gegeven dus kan ze niet opnoemen ([2,2,2]-cryptand met enkel zuurstof, ...)&lt;br /&gt;
#*Verband EM &amp;amp; rigide groepen&lt;br /&gt;
#*Synthese hexathia-analoog van [2,2,2] cryptand, uitgaande van triëthanolamine&lt;br /&gt;
#**Hoe maximaliseren we de synthese?&lt;br /&gt;
#Smet&lt;br /&gt;
#*Bespreek compensatiegedrag entropie en enthalpie&lt;br /&gt;
#*Welke technieken om verschil tussen een catenaan en zijn 2 aparte ringen te meten (vermeld eventuele eigenschappen die nodig zijn op de macroringen)&lt;br /&gt;
#*Azidothymidine: structuur gegeven, voorspel werking en bio-beschikbaarheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 Augustus 2021===&lt;br /&gt;
[https://i.imgur.com/eDCNSJR.jpg Dehaen] &amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
[https://i.imgur.com/JolZOyK.jpg Smet]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 juni 2021===&lt;br /&gt;
#Dehaen&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag. &lt;br /&gt;
#**Gasten: naftaleenderivaat, nitraat, aminobutaanzuur,... &lt;br /&gt;
#**Gastheren: alpha-cyclodextrine derivaat met een quaternair amoniumzout aan gebonden, beta-cyclodextrine derivaat, kroonether met thioureumfuncties, een lariatether, [2.2.2] cryptand met zuurstof als donoratomen en N als bruggenhoofden. &lt;br /&gt;
#**Solvent: water pH 2, 7, 10, methanol, CH2Cl2&lt;br /&gt;
#*Verband EM &amp;amp; rigide groepen&lt;br /&gt;
#*Synthese van het thia-analoog van de [2.2.2]-cryptand startende van een triethanolamine. &lt;br /&gt;
#Smet&lt;br /&gt;
#*Leg uit waarom de meeste polymerisatiereacties slechts opgaan onder een bepaalde temperatuur. Geef de naam van deze temperatuur. &lt;br /&gt;
#*Leg uit waarom sommige polymerisatiereacties enkel opgaan boven een bepaalde temperatuur. Geef de naam van deze temperatuur. Geef een voorbeeld van een monomeer dat dergelijk gedrag vertoond. &lt;br /&gt;
#*Vraag over een complexatiereactie met een R-substituent en wat het teken van rho zou zijn in de Hammett-vergelijking.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 juni 2019 VM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Uitleggen waarom verzeping plaatsvindt van een gegeven molecule met KOH in tolueen enkel als een kroonether aanwezig (18-kroon-6 analoog)&lt;br /&gt;
#* Uitleggen waarom cyclodextrines geschikt zijn voor &amp;quot;drug delivery&amp;quot; en een geschikt cyclodextrinekiezen (alfa, beta, gamma) voor naproxen (naftaleenderivaat)&lt;br /&gt;
#* Waarom base gebruiken voor kroonethersynthese van catechol en oligoethyleenglycoltosylaten? (deproteneren / templaateffect van kation)&lt;br /&gt;
#** Verschillende kroonethers gegeven met variërende lengte en aantal zuurstoffen. Hij vraagt om voor elke kroonether de juiste base te kiezen&lt;br /&gt;
#** Keuze uit 5 basen: LiAcO, KAcO, NH4AcO, CsAcO en moleculair kation en AcO-&lt;br /&gt;
#* Resorcinaren worden gevormd in zuur milieu maar na een tijdje zal het thermydynamischer stabieler zijn (stoel versus boot)&lt;br /&gt;
#** Geef interacties van beide isomeren in basisch milieu met een tetraalkylammonium-kation&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* 2 associaties gegeven, welke van de 2 associaties heeft de kleinste entropieverandering? (A = H-brugacceptor &amp;amp; D = H-brugdonor)&lt;br /&gt;
#** Associatie 1: ADA DAD (letters staan eigelijk onder elkaar)&lt;br /&gt;
#** Associatie 2: AAA DDD (letters staan eigelijk onder elkaar)&lt;br /&gt;
#* Molecule gegeven met R-groep  dat interacties aangaat met een chloride-anion&lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn er voornamelijk?&lt;br /&gt;
#** Wat voor groep moet R zijn? Hoe verhoudt zicht dat tot de parameter rho?&lt;br /&gt;
#* Bespreek biobeschikbaarheid van morfine (structuur gegeven) &lt;br /&gt;
#** Heroïne heeft een sterker effect op het centraal zenuwstelsel, verklaar? (gegeven dat morfine reageert met overmaat azijnzuuranhydride en heroïne vormt).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineer:&lt;br /&gt;
#** Gasten: trimethylhexadecylammoniumion, nitraation, 4-aminoboterzuur, naftaleensulfonzuur. &lt;br /&gt;
#** Gastheren: resorcinareen, benzokroonether met één N en op die N zat een keten (keten = CH2 C6H4 CH2 ... NH C=NH NH ... azole ring), twee speciale cyclodextrines (eentje was een ring van zes monomeren met een ammoniumfuntie op, de andere was een ring van zeven monomeren met een thia-amine keten op), een ring met drie benzenen en tussen elke benzeen de groep CH2 CH2 NH C=S NH CH2 CH2), nog eentje die ik me niet herinner&lt;br /&gt;
#** Solventen: de gewoonlijke&lt;br /&gt;
#* Effect rigide groepen op EM&lt;br /&gt;
#* Synthese thia analoog [2.2.2]cyrptand, hoe synthese verbeteren?&lt;br /&gt;
#*Pillarenen uitleggen, verband andere calixarenen&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welke reactie geeft de grootste entropie veranderingen? eentje is het azijnzuur dimeer, de andere is de cyclisatie van twee ringen (eentje is maleïnezuuranhydride en de ander cyclohexa-1,3-dieen) (volgens chemdraw heet het gevormde molecule (4R,7aS)-3a,4,7,7a-tetrahydro-4,7-ethanoisobenzofuran-1,3-dione). Bijvraag: iets met de deeltermen van de entropie, bij welke is welke het grootst? &lt;br /&gt;
#* Geef teken rho (Hammett) van de complexatie van K+ met een benzokroonether met aan die benzeenring een substituent R. Geldt deze redenering voor rho ook voor een tweede kroonether die aan een ethyleen eenheid een CH2R groep heeft hangen?&lt;br /&gt;
#* Bespreek relenza en tamiflu, over hun biobeschikbaarheid en mechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineren van gast, gastheer en solvent met als gasten: lanthaan, paraquat en nog een dicarbonzuur, als gastheren verschillende calixarenen in water ph 2,7,10, methanol of chloroform&lt;br /&gt;
#* Vraag welke het beste zou zijn voor ionentransport over een organisch membraan: diglyme of 2,2,2 kryptand&lt;br /&gt;
#* Een synthese van een 2,2,2 thiakryptand derivaat&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Ceiling &amp;amp; floortemperatuur + voorbeeld&lt;br /&gt;
#* Met de hammetvgl werken en teken van rho bepalen bij een complexvorming van pseudorotaxaan&lt;br /&gt;
#* Invloed van ... (cyclodextrine?) op transport van medicijnen en da linken aan de lipinskiregels&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 VM ===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze 1,3benzeenringen hebben geen buty meer, en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd. &lt;br /&gt;
#* Nonactine &amp;amp; valinomycine&lt;br /&gt;
#* Gast, gastheer, solvent: &lt;br /&gt;
#** H2O (pH = 3,7, 10), DCM, MeOH&lt;br /&gt;
#** Na+, ammoniumzout*, diamide*, benzoezuur (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
#** Calix[4]areen*, resorcinol uit acetaldehyde en 24u reflux, benzokroonether*, alfa-cyclodextrine, diamine* (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welk proces geeft de grootste entropieverandering met zich mee? &lt;br /&gt;
#** Furaan + H2C=COOR --&amp;gt; furaanring waarvan de twee dubbele bindingen weg zijn en er eentje bij is gekomen waar er eerst de enkele binding was, en de twee koolstoffen naast de zuurstof zijn nu verbonden met de koolstoffen van de dubbele binding van het ester&lt;br /&gt;
#** twee carbonzuren die een dimeer vormen&lt;br /&gt;
#* Bepaal teken rho, heeft pH invloed (R-C6H5 pi-pi stapeling met C6H5-NH2)&lt;br /&gt;
#* Relenza en tamiflu (orale beschikbaarheid en mechanisme)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel de synthese op voor het Lehn&#039;s sferand (structuur gegeven) vanuit (derivaten van) diëthyleenglycolen.&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge-verdunningsvoorwaarden en hoe werkt dit?&lt;br /&gt;
#* Combineer. Gastheren: cyclisch guanidine, cucurbit[8]uril, 30-kroon-10. Gasten: arginine, N-acetyltryptofaan, 1,4-bis(aminoimidazoline)butaan. Solventen: Chloroform, methanol, water pH 2, 7 en 10. (structuren gegeven)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: een pyrrool gesubstitueerd met een alkeen met twee R-substituenten (willekeurig). Dit molecule interageert met een onbekende receptor. Welke interactie veronderstel je? Bepaal het teken van rho. Wat gebeurt er met de absolute waarde van rho wanneer je een R-substituent vervangt door een H-atoom.&lt;br /&gt;
#* Wat is transfectie en hoe kan supramoleculaire chemie hierbij helpen?&lt;br /&gt;
#* Twee verbindingen gegeven, elk met 3 waterstofbindingen (structuren uit slides deel supramoleculaire polymeren). Welke verbinding heeft de grootse associatieconstante en waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke factoren beinvloeden de effectieve molariteit&lt;br /&gt;
#* synthese van hexathia18-kroon-6 vanuit ethyleenglycol en bis(2hydroxyethyl)sulfide op een veilige manier en wat doen we om de opbrengst zo hoog mogelijk te houden&lt;br /&gt;
#* wat zijn ansa-verbindingen en hoe kunnen ze meer inzicht geven over de ruimtevulling van de groepen&lt;br /&gt;
#* een structuur gegeven met 2 NH2 groepen een kroonether en een R (fenyl). 4-aminobutaanzuur is beter oplosbaar dan glycine (2-aminoazijnzuur) en 6-aminohexaanzuur. Hoe komt dit, welke interacties. De oplosbaarheid stijgt wanneer we R vervangen door (4-NO2-fenyl). Verklaar.&lt;br /&gt;
#* er zijn twee isomeren bij de synthese van resorcinarenen. Welke zijn dit?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#SMET:&lt;br /&gt;
#* gegeven een amide: RR&#039;C=CH-CO-N(CH3)2 met onbekende receptor gaat interageren:&lt;br /&gt;
Welke interactie verwachten we, teken van reactieparameter, plus redeneer. Wat gebeurt er met de absolite waarde van de reactieparameter als we een van de R groepen vervangen door een H.&lt;br /&gt;
#* lipskin regel geven en wat is het belang tegenwoordig in farmaceutische industrie &lt;br /&gt;
#* Bij synthese van rotaxanen volgens iemand (Stoddart ofzo)(tetrakationisch complex) zal threading een hogere opbrengst geven dan clipping waarom?&lt;br /&gt;
Waarom dan niet altijd threading?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze twee benzeenringen zijn ook gedebutyleerd en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd.&lt;br /&gt;
#* Bespreek aan de hand van hun structuurelementen de functie van nonactine en valinomycine (structuur gegeven).&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gastheren met de juiste gasten en solventen. Gasten: Natriumion, p-diaminobenzeen, p-diaminobenzeen met beide stikstoffen tetragebutyleerd, benzoÃ«zuur. Gastheren: calix[4]areen, een groot dibenzokroonether, een resorcinareen verkregen na 24 uur reflux, alfa-cyclodextrine en een aromatisch diamide. Solventen: water (pH 3, 7, 10), MeOH &amp;amp;amp; DCM.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* 4-R-pyridine. Deze gast bindt enkel aan de gastheer indien de stikstof geprotoneerd is. Bepaal het teken van de Hammett-parameter rho. Op welke interactie zou de complexatie kunnen berusten?&lt;br /&gt;
#* Geef de twee methoden die gebruikt kunnen worden om de associatieconstante te schrijven in functie van deelassociatieconstanten. Beschrijf de fysische basis van het probleem dat hierbij optreedt.&lt;br /&gt;
#* Bespreek de moleculaire basis van plaquevorming zoals die optreedt bij bijvoorbeeld de ziekte van Alzheimer. Wat zijn de therapeutische mogelijkheden om dit tegen te gaan? Bijvraag: op welke secundaire structuren en soorten interacties berust de associatie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven [2.2.2]cryptand uitgaande van chlooracetamide. Het cryptand heeft stikstoffen als bruggenhoofden, 2 ketens met telkens 2 zuurstoffen en 1 keten met 2 zwavelatomen. En hoe kan je de macroyclisatie bevorderen?&lt;br /&gt;
#* Transport van donor naar acceptorlaag via een organisch membraan? hoe gaat dit het beste met pentaglyme of met een [2.2.2]cryptand. Verklaar.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Je hebt een gesubstitueerd chinoline (onbekende substituent). Dit chinoline complexeert enkel met een gastheer als de N niet geprotoneerd is. wat is het teken van de hammet-parameter Rho? welke interactie zal er zijn tussen de gast en de gastheer?&lt;br /&gt;
#* Geef de 4 belangrijkste entropieveranderingen bij complexatie en bespreek. Welke is verantwoordelijk voor preorganisatie? Leg uit.&lt;br /&gt;
#* Invloed ketenlengte benzokroonether op rendement van een catenaan met een tetrakationisch cyclofaan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven calix[4]hemisferand uitgaande van 2 gegeven fenolen. De receprot bestond uit een calix[4]areen met een hemisferand aangehecht op de 1- en 3-posities.&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van valinomycine en nonactine: bespreek de functie  en hoe de verschillende structuurelementen hiertoe bijdragen.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#**solventen: zuur, neutraal of basisch water, methanol, dicchloormethaan&lt;br /&gt;
#**gastheren: cyclodextrine, een grote benzokroonether, een calyxareen, stoel resorcinareen en een heteroaromatische receptor met amidefuncties.&lt;br /&gt;
#**gasten: natriumion, aromatisch diamine, aromatisch diammoniumzout, benzoÃ«zuur&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Op welke 2 manieren kunnen we de totale associatieconstante beschouwen als een product van deelassociatieconstanten? Wat is bij elk het grootste fysisch probleem? Welk van deze 2 methoden is, op praktische gronden, te verkiezen en waarom?&lt;br /&gt;
#* Gegeven een amide met een para-gesubstitueerde fenylgroep op de N en de carbonyl. Dit molecule gaat waterstofbindingen aan met zowel de zuurstof als de NH. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho voor het substituent op elke benzeenring?&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van een receptor bestaande uit een porfyrinering, gekoppeld aan een calixareen met ketens die veel heteroatomen bevatten. De bindingsconstanten van KI is hoog, die voor NaI en NaClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; tussenin (en ongeveer gelijk), die van KClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; laag. Verklaar waarom. (Deze structuur staat in de cursus ter hoogte van het deel over coÃ¶perativiteit).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2012 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge verdunningsvoorwaarden en geef 2 voorbeelden hoe men dit in de praktijk bewerkstelligt.&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende affiniteit voor het kaliumkation en motiveer: 18-kroon-6, 1,10-dithia-18-kroon-6, benzo-18-kroon-6, [2.2.2]cryptand, 15-kroon-5, 21-kroon-7.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Voor een bepaald hydrofoob (gedeelte van een) gastmolecule werd aangetoond dat het de hydrofobe holte van de gastheer maar voor 55% vult in stabielste toestand. Verklaar thermodynamisch waarom het kan dat deze gedeeltelijk gevulde toestand meer bevoordeeld wordt dan de volledig gevulde holte.&lt;br /&gt;
#* &lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn van belang bij het catenaan gevormd uit &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039;, &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; en &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;?&lt;br /&gt;
#** Wat zou het effect zijn op de bindingsconstante moest het catenaan gevormd worden rond &#039;&#039;&#039;4&#039;&#039;&#039; i.p.v. &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039; en waarom?&lt;br /&gt;
#** Beredeneer het teken van de Hammett parameter Ï van de catenatiereactie van &#039;&#039;&#039;5&#039;&#039;&#039; met het monogealkyleerd derivaat van &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039; (hiermee wordt bedoeld, de open-ketenvorm van &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; enkelvoudig gebonden aan &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;). Sterische effecten van R mogen verwaarloosd worden [[Bestand:CatenaanSmet.png]]&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers synthetiseerden bovenste verbinding als receptor voor de onderste (tekening is &#039;&#039;ongeveer&#039;&#039; juist). Belangrijke interacties hierbij zijn H-bruggen, maar ook de Ï€-Ï€-interacties tussen de eindstandige benzeenringen spelen een beduidende rol. Om aard en sterkte van deze Ï€-Ï€-interacties te onderzoeken synthetiseerde men een aantal derivaten van beide, en mat men het verschil in bindingssterkte voor verschillende substituenten op de benzeenringen. [[Bestand:receptorSmet.png]]&lt;br /&gt;
#** Welke complicatie valt te verwachten bij deze metingen, vanwege de verschillende substituenten op de derivaten?&lt;br /&gt;
#** Verklaar de waargenomen tendensen in de gemeten energiebijdragen, weergegeven in de tabel (deze waarden zijn gecorrigeerd voor de complicaties waarnaar gevraagd in eerste subvraag dus zijn &#039;&#039;juist&#039;&#039;).&lt;br /&gt;
[[Bestand:tabelSmet.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Klassieke vraag. Verbind de juiste gast met gastheer en solvent. Licht toe en zeg welke interacties plaatsvinden.&lt;br /&gt;
#* Wat is de CAC? Waarom is het belangrijk dat deze gemeten wordt en hoe wordt deze gemeten?&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: [[Bestand:MolHerExamenMario.jpg]]&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;Bepaal het teken van &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;X&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep X en &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;R&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep R. Waarom gaat bij zÃ©Ã©r elektronenzuigende groepen, bv. X=F&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, de meting van de complexatieconstante met nucleofiele deeltjes niet meer correct verlopen?&lt;br /&gt;
#* Mag men de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de aromatische ring en de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de gedeprotoneerde carbonzuurfunctie zomaar optellen? Verklaar.&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenMario2.jpg]]&lt;br /&gt;
#* De synthese van rotaxanen op vaste drager kan handig zijn. Onwaar/waar en verklaar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* geef de structuur van cyclotriveratryleen en de synthese vanuit veratrol. Waarom zijn asymmetrisch gesubstitueerde CTV&#039;s chiraal?&lt;br /&gt;
#* hoe kunnen we eigenschappen van een gegeven cyclofaan gebruiken om de grootte van de substituent op de ring te bepalen&lt;br /&gt;
#* geef de synthese van de macroring 15 kroon 5 maar ipv met zuurstoffen met (NH , O , NH, S, S) vanuit HSCH2CH2SH en H2NCH2CH2OCH2CH2NH2&lt;br /&gt;
#* welke gast past in welk solvent bij welke gastheer? gasten: (Fe3+, Yb3+, tetramethylammonium, benzoaat) solventen: (methanol, DCM, water met pH=3,7,10) gastheren:(een resorcinareen, een [4]-calixareen met een -O-CH2COOH op elke ring, een [6]-calixareen met op de ring aan de ene kant een SO3H aan de andere kant een staart met een hydroxyamide rest aan, een [6]-calixareen met daaraan een staart met aan het uiteinde een fenylureum staart&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* gegeven: een receptor met daarop 2 groepen die waterstofbruggen vormen met een HO- en een -CHO op drie verschillende liganden. Welke complex zal het stabielste zijn, en verklaar dit energetisch en entropisch (ligand 1 is een bifenyl, ligand 2 is een bifenyl met een huge (triethylmethyl-)substituent op een van de ringen en ligand 3 is gewoon een alifatische keten met die oh en cho aan de uiteinden)&lt;br /&gt;
#* wat is de dubbele mutantcyclus een geef een voorbeeld dat de voordelen duidelijk maakt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (ochtend) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Bespreek de synthese van volgend cavitand, vertrekkende van resorcinareen. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#* Wat is [2,2]paracyclofaan? Geef de syntheses en eigenschappen (UV-spectrum).&lt;br /&gt;
#* Bespreek het kinetisch en thermodynamisch templaateffect.&lt;br /&gt;
#* 5 Macroringen gegeven; rangschik naar toenemende effectieve molariteit. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven 1-amino-5-R-naftaleen (met R een onbepaalde substituent). In een complex vormt deze aminogroep een waterstofbrug. Onderzoek wijst uit dat de &amp;amp;quot;reactie&amp;amp;quot;-parameter sterk positief is. Welke soort R-substituenten bevoordeligen de reactie? (leg uit met Hammett-vergelijking en de substituent-parameter) Bekleedt de aminogroep een donor- of acceptorfunctie bij het vormen van deze waterstofbrug?&lt;br /&gt;
#* Waarom is het entropieverlies van complexvorming in oplossing doorgaans kleiner dan in gasfase?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Verklaar waarom de effectieve molariteit stijgt bij een macrocysliche 10-ring, wanneer&lt;br /&gt;
#** a) rigide groepen worden gebruikt&lt;br /&gt;
#** b) heteroatomen worden gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verschil tussen een clathraat en een vaste stof-inclusie complex.&lt;br /&gt;
#* Schrijf de synthese op van dit cavitand (structuur is gegeven) vertrekkende van rescoriol. De cavitand is gelijkend op die in de cursus staat, maar op de 2&#039; plaats heeft deze een COOH groep.&lt;br /&gt;
#* VÃ¶gth synthetiseerde vele cryptanden met substituenten X (structuur is gegeven). Hoe kon hij daarmee de grootte van de caviteit bepalen? &lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Je krijgt een complexatie van een gast en gastheer die via pi-pi interacties complexeert en net naast deze aromatische ringen een waterstofbrug vormt met een amide op de gast.&lt;br /&gt;
#** Men wil d.m.v. substituenteffecten op de aromatische ringen ph1 (= op gast) en ph2 (= op gastheer) de bijdrage voor deze pi-pi interactie meten. Welke complicatie verwacht je echter met deze methode, bij dit specifieke complex?&lt;br /&gt;
#** Verklaar in de tabel (tabel met horizontaal de para-ph1 substituenten en vertikaal de para-ph 2 substituenten) de verlopen van de incrementen. (De incrementen zijn aangepast aan de complicatie die je in het eerste puntje moet geven en zijn dus correct)&lt;br /&gt;
#** Bepaal ook het teken van de Hammett rho parameters.&lt;br /&gt;
#* Trage complexen.&lt;br /&gt;
#** Hoe kan je in een NMR spectrum zien of je te maken hebt met een traag complex&lt;br /&gt;
#** Wat is het voordeel van een extreem traag complex? Geef een relevant voorbeeld van hoe we er gebruik van kunnen maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* match de gasten en de gastheren met de juiste solventen. Gast: 1,4-benzochinon, naftaleen-1,5-dicarbonzuur en 4-butylfenol (&amp;amp;quot;voor mensen die niet goed zijn in naamgeving, zal ik de moleculen even op bord tekenen&amp;amp;quot;). Solvent: water (ph= 2, 6, 10), MeOH, CCl4. Gasten: alpha-cyclodextrine, diazo-18-kroon-6, 18-kroon-6, [2,2]cyclofaan en 2 grote cyclofanen die getekend staan. Geef ook alle niet-covalente reacties en licht uw keuze toe&lt;br /&gt;
#* Wat is CAC, waarom belangrijk en hoe gemeten&lt;br /&gt;
#* reactie van een [2,2,1]cryptand opgebouwd uit bi en triÃ«thyleenglycolderivaten&lt;br /&gt;
#* Membraantransport  van kationen met kroonethers en de voorwaarden waaraan dat kroonether moet voldoen&lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Het teken van rho (Hammet) bepalen uit een tabel met stabiliteitsconstanten met verschillende gevers en zuigers. De link vinden met het reactiemechanisme. Bijkomende vraag: wat gebeurt er met een sterke base en een sterke elektronzuiger. (ja wat onduidelijk als je het molecule niet ziet natuurlijk...)&lt;br /&gt;
#* Stelling: voor het gegeven molecule mag ik zomaar de deltaG optellen om de totale deltaG te berekenen.&lt;br /&gt;
#* Waarom kan het voordelig zijn om synthese van rotaxanen uit te voeren op een vaste fase&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke ionen passen in welke macroringen? (K+, Ag+, Eu3+, Li+ en nog een vieze grote molecule) De macrocyclische verbindingen zijn ook gegeven. Welk solvent pak je best? (H2O, H2O pH 10, MeOH of chloroform) Vermeld welke interacties plaatsvinden&lt;br /&gt;
#* bespreek de synthese van: -een calix[4]areen met twee nitraten, twee n-propyloxy&#039;s en een azakroonetheroverbrugging-&lt;br /&gt;
#* Wat is zijn zelfassemblage en zelforganisatie en illustreer met een voorbeeld&lt;br /&gt;
# MS:&lt;br /&gt;
#* Tabel horende bij compensatie-effect gegeven. Welke interacties? Bespreek de tendens in de tabel en ook het verschil in \Delta S tussen gasfase en oplossing.&lt;br /&gt;
#* tekening van een catenaan met een cyclofaan met nogal wat N in rond een benzokroonether gegeven. Deze verbinding toont met H-NMR slechts twee signalen (3,45 en 6,26 ppm of zo) voor de hydrochinon-waterstoffen. Reden? Bespreek ook de multipliciteit van de signalen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Waarom is ethyleendioxy zo&#039;n populaire eenheid in kroonetherchemie&lt;br /&gt;
#* Welke 2 groepen zijn belangrijk bij de complexatie van Fe bij de sideroforen&lt;br /&gt;
#* 3 gasten (Lithium, azide, tetramethylammonium), 5 solventen (MeOH, H2O( pH 2,6,10), CCl4), gastheren ([2.2.2]-cryptand, all-cis resorcinareen, cram&#039;s sferand, 18-kroon-6,...)&lt;br /&gt;
# M.S.:&lt;br /&gt;
#* Synthese van tetrakationisch cyclofaan&lt;br /&gt;
#* Vraagje over receptor die interageert met gast, welk teken heeft de hammett parameter rho.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R0898426</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=4637</id>
		<title>Moleculaire Herkenning</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=4637"/>
		<updated>2025-06-18T10:01:31Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R0898426: /* 17 juni 2025 (VM) */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verplicht vak voor chemie. Moleculaire herkenning wordt gedoceerd door 2 proffen. Mario smet en Wim &amp;amp;quot;sandalen&amp;amp;quot; Dehaen. 50% van de punten staan op het examen, de andere 50% staan op een paper. Op het examen worden mondelinge vragen gesteld over de paper. Bij prof. Smet zijn dit normaal enkel de vragen die hij geeft bij de feedback op de paper,&lt;br /&gt;
prof. Dehaen stelt vaak ook extra vragen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===17 juni 2025 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#* Koppelvraag: Koppel elke gastmolecule aan een geschikte gastheer en oplosmiddel. Niet elke gastheer of elk oplosmiddel moet gebruikt worden; hergebruik is toegestaan.  &lt;br /&gt;
Gasten: hexadecyltrimethylammoniumchloride (focus op het hexadecyltrimethylammonium-kation), tetraethylammoniumnitraat (focus op nitraat), 1-naftaleensulfonzuur, 4-aminobutaanzuur.  &lt;br /&gt;
Gastheren: [2.2.2]-cryptand, resorcinareen, α-cyclodextrine, β-cyclodextrine, lariatkroonether met amine-/amidegroepen in de staart, azakroonether-achtige macrocyclus met meerdere amines en twee benzeenringen als ‘caps’.  &lt;br /&gt;
Oplosmiddelen: dichloormethaan (DCM), methanol, water (pH 2, 7 of 10).  &lt;br /&gt;
Tip: 4-aminobutaanzuur komt voor als zwitter-ion (combinatie met lariatether (zuur = h-brug acceptor dus met de NH staart, amine = h-brug donor dus met kroonether), 1-naftaleensulfonzuur met beta-cyclodextrine, nitraat met het azakroonether, hexadecyltrimethylammoniumchloride was volgens mij met het resorcinareen.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#* Wat is het effect van rigide groepen op de effectieve molariteit (EM)?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#* Stel een synthesetraject op voor het thia-analoog van de [2.2.2]-cryptand, vertrekkende van triethanolamine. Hoe maximaliseren we de synthese?  &lt;br /&gt;
Tip: OH vervangen door betere leaving-group (bv tosyl), dat laten reageren met een thiol (bv ethane-1,2-dithiol). Maximaliseren met hoge verdunning en base (cesiumeffect).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#* Welk proces heeft de kleinste entropieverandering?  &lt;br /&gt;
1) Een cyclisatie waarbij een alkyn (R–C≡CH) met een triazene reageert tot een triazoolring  &lt;br /&gt;
2) Vorming van een waterstofbrug tussen amidegroepen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#* Wat is het teken van ρ in de Hammetvergelijking bij complexatie van K⁺ met een kroonether die een benzeenring bevat, waarbij R een substituent is op die aromatische ring? Geldt dezelfde redenering ook voor een kroonether waarbij R via een CH₂-keten aan de kroonether is gekoppeld (dus kroonether–CH₂–R i.p.v. kroonether–C₆H₄–R)?  &lt;br /&gt;
Tip: zelfde redenering geldt niet want er wordt geen rekening gehouden tussen inductieve en mesomere effecten bij rho (dus mesomeer gevend kan inductief zuigend zijn).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#* Wat is transfectie? Wat is het probleem bij transfectie, en hoe kan supramoleculaire chemie dit oplossen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2025 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#*Synthetiseer een [2.1.1]cryptand&lt;br /&gt;
#*Belang resorcinol molecule in de supramoleculaire chemie bespreken, had te maken met boot-/stoel-conformatie dus resorcinarenen. En dan toepassingen van resorcinarenen geven ( complexatie met quaternaire amoniumzouten en vooral cavitanden en carceplexen)&lt;br /&gt;
#*standaard combinatievraag&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#* Exact hetzelfde als 30 augustus 2021&lt;br /&gt;
#* Bij vraag 2: Let op de basisiciteit van de stikstofatomen -&amp;gt; alternatieve molecule zal een zuur-base reactie hebben met de stikstof van de macroring, waardoor je geen pseudo-rotaxaan kan krijgen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2024 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#*Synthetiseer 4de molecule p78, waarvan 2 van de 4 moleculen: R = propyl en de andere 2 hadden geen tert-buthyl maar een monoazakroonether. Gegeven waren startproducten formaldehyde (mag je 2 keer gebruiken), monoazakroonether en tertbuthylfenol. Zoek een juiste volgorde van synthesestrategie. (Bijvraag: wat en hoe reageert formaldehyde en waar op de ring)&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen een vaste-toestand-inclusiecomplex en een clathraat? (Bijvraag: iets van voorbeeld gegeven)&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen sephulcraat, sidefoor of sacrofagine? En hoe worden deze bereid uit formaldehyde en ethyleendiamine? &lt;br /&gt;
#*Klassieke vraag van 4 gastheren, 4 gasten en 5 solventen. Geef ook welke niet-covalente interacties er aanwezig zullen zijn.&lt;br /&gt;
##*Gasten (structuren gegeven): 1,4-benzendicarboxylic acid / Paraquat / isocyanuurzuur / ureum&lt;br /&gt;
##*Gastheren (structuren gegeven): Glycoluril (6 keer in een cirkel) / en nog 3 anderen die ik niet ken)&lt;br /&gt;
##*Solventen Water pH 3 / 7 / 10 / MeOH en DCM (Let op met de interacties)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#*2 reacties gegeven (1 met 2 moleculen waarbij covalente binding gevormd wordt, 2 azijnzuren die H-bruggen vormen) welke heeft de grootste entropieverandering?&lt;br /&gt;
#*Molecule gegeven met pi-pi-stapeling. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho? Leg uit als er pH-afhankelijkheid is voor het teken? (Ja!)&lt;br /&gt;
#*Molecule gegeven met 5 H-bruggen, we willen de bindingsconstante van H-brug met * bepalen. Hoe doen we dit? Er zullen problemen opduiken. Geef een oplossing voor deze problemen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 Juni 2024 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel van Dehaen&lt;br /&gt;
#*Volgende moleculen werden getest op gast-gastheer complexvorming met chloride-anion. Bij hetzelfde solvent ging de complexvorming het best op met gastheer 1, dan 2 en dan 3 die beduidend veel slechter complexeerde. Nochtans heeft 3 een extra H op de aromatische N in vergelijking met 1. De onderzoekers linkten de slechte complexvorming bij 3 met een verschil in preorganisatie. Leg uit. (Het kwam erop neer dat je de groepen juist moest uittekenen en dan de juiste interacties moest vinden.) [[File:Vraag1Wim.png|caption]]&lt;br /&gt;
#*Rangschik volgende moleculen van slechtst naar best voor complexvorming met een Li-kation. [[File:Vraag2Wim.png|caption]]&lt;br /&gt;
#*Geef een voorstel van de synthese van hexathia-18-kroon-6 waarbij je bèta-halogeensulfiden vermijdt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel van Mario&lt;br /&gt;
#*Wat is de ceiling temperature en floor temperature? Wat is hun fysische betekenis? Geef een voorbeeld van supramoleculaire polymeren bij elke soort temperatuur. Leg uit wat het belang is van de ceiling temperature bij duurzame afvalverwerking van de polymeren.&lt;br /&gt;
#*Rotaxaanvormingsreactie gegeven. Bepaal het teken van de Hammet-parameter rho met betrekking tot substituent R voor de ligging van het ev. Zou deze rotaxaanvorming ook opgaan met een difenylamine? (exact zelfde vraag als augustus 2021)&lt;br /&gt;
#*Waarom worden cyclodextrines gebruikt in geneesmiddelen? Leg uit aan de hand van de Lipinski regels voor orale beschikbaarheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 Juni 2023===&lt;br /&gt;
#Deel van Dehaen&lt;br /&gt;
#*Hoe maak je 1,4,10,13-tetraäza-18-kroon-6 uitgaande van 1,2-diaminoëthaan en eventueel andere reagentia? Welke techniek zou je gebruiken om een maximale opbrengst te bekomen?&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen een vaste-toestand-inclusiecomplex en een clathraat?&lt;br /&gt;
#*Wat zijn sepulchraat- en sarcofaginecomplexen en hoe kan je ze bereiden met ethyleendiamine en Co(III)?&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag: Combineer telkens een gast, gastheer en een solvent. Er zijn 4 gastheren, 4 gasten en 5 solventen gegeven. Bij elke gastheer hoort 1 gast en vice versa. Er zijn meer solventen gegeven dan gasten en gastheren, dus hier kan je er al zeker 1 niet gebruiken. Geef een korte verklaring bij elke combinatie die je maakt.&lt;br /&gt;
#**Gastheren: 1. een cyclofaan met 2 ringen en 3 NH&#039;s tussen de ringen aan elke kant (tussen elke NH zat een CH2). 2. Cucurbit[6]uril. 3.Een klein cyclisch molecule met 2 aromatische ringen met een N naar binnen gewezen. Boven deze ring zijn 2 of 3 NH&#039;s, eronder 2 N-CH3&#039;s. 4. Een groot cyclisch molecule met aromatische ringen met een N (naar binnen wijzend) en tussen de aromatische ringen een koolstofketen met NH&#039;s (ook 2 random C=O bindingen die naar buiten wijzen, links- en rechtsboven).&lt;br /&gt;
#**Gasten: 1. Koolstofketen met aan elke uiteinde een aromatische ring. Op de verbinding tussen de keten en elke ring zit een positief geladen N. 2. ureum. 3. Cyclohexaan met afwisselend een O (C=O, met C de C van de ring en O het substituent) en een NH2 als substituent (in totaal volledig gesubstitueerd). 4. Een aromatische ring met 2 COOH substituenten in para.&lt;br /&gt;
#**Solventen: Water (pH 3,7 of 10), methanol of dichloormethaan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel van Mario&lt;br /&gt;
#*Er is een afbeelding gegeven van het complex dat KI coöperatief kan binden adhv Zn (staat ook in de slides bij coöperativiteit). Dan staan er bindingsconstantes gegeven van KI, KClO4, NaI en NaClO4 met KI duidelijk de hoogste bindingsconstante.&lt;br /&gt;
#**a) Verklaar de waargenomen resultaten.&lt;br /&gt;
#**b) Welke binding gaat volgens jou gepaard met de grootste entropieverandering? Verklaar.&lt;br /&gt;
#*18-kroon-6 is gegeven met een aromatische ring erop en aan de aromatische ring hangt een R. Wat is het teken van rho indien de complexeren van K+ met deze structuur bekijken en wat is de verhouding met R? Geef in je antwoord zeker de volledige Hammett-vergelijking. Dan staat er een tweede afbeelding gegeven, ook 18-kroon-6, maar hier is het substituent -CH2-R. Geldt dit ook voor de tweede structuur?&lt;br /&gt;
#*Wat zijn de voor- en nadelen van supramoleculaire polymeren?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 Juni 2022 ===&lt;br /&gt;
#Dehean&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag&lt;br /&gt;
#**Solvent: CH2Cl2, MeOH, H2O pH (2,7,12)&lt;br /&gt;
#**Guests: trimethylhexadecylammonium *Cl-*, *tetrabutylammonium* nitraat, naftaleen-1-sulfonzuur, 4-aminobutaanzuur&lt;br /&gt;
#**Hosts: zeven, enkel molecule gegeven dus kan ze niet opnoemen ([2,2,2]-cryptand met enkel zuurstof, ...)&lt;br /&gt;
#*Verband EM &amp;amp; rigide groepen&lt;br /&gt;
#*Synthese hexathia-analoog van [2,2,2] cryptand, uitgaande van triëthanolamine&lt;br /&gt;
#**Hoe maximaliseren we de synthese?&lt;br /&gt;
#Smet&lt;br /&gt;
#*Bespreek compensatiegedrag entropie en enthalpie&lt;br /&gt;
#*Welke technieken om verschil tussen een catenaan en zijn 2 aparte ringen te meten (vermeld eventuele eigenschappen die nodig zijn op de macroringen)&lt;br /&gt;
#*Azidothymidine: structuur gegeven, voorspel werking en bio-beschikbaarheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 Augustus 2021===&lt;br /&gt;
[https://i.imgur.com/eDCNSJR.jpg Dehaen] &amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
[https://i.imgur.com/JolZOyK.jpg Smet]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 juni 2021===&lt;br /&gt;
#Dehaen&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag. &lt;br /&gt;
#**Gasten: naftaleenderivaat, nitraat, aminobutaanzuur,... &lt;br /&gt;
#**Gastheren: alpha-cyclodextrine derivaat met een quaternair amoniumzout aan gebonden, beta-cyclodextrine derivaat, kroonether met thioureumfuncties, een lariatether, [2.2.2] cryptand met zuurstof als donoratomen en N als bruggenhoofden. &lt;br /&gt;
#**Solvent: water pH 2, 7, 10, methanol, CH2Cl2&lt;br /&gt;
#*Verband EM &amp;amp; rigide groepen&lt;br /&gt;
#*Synthese van het thia-analoog van de [2.2.2]-cryptand startende van een triethanolamine. &lt;br /&gt;
#Smet&lt;br /&gt;
#*Leg uit waarom de meeste polymerisatiereacties slechts opgaan onder een bepaalde temperatuur. Geef de naam van deze temperatuur. &lt;br /&gt;
#*Leg uit waarom sommige polymerisatiereacties enkel opgaan boven een bepaalde temperatuur. Geef de naam van deze temperatuur. Geef een voorbeeld van een monomeer dat dergelijk gedrag vertoond. &lt;br /&gt;
#*Vraag over een complexatiereactie met een R-substituent en wat het teken van rho zou zijn in de Hammett-vergelijking.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 juni 2019 VM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Uitleggen waarom verzeping plaatsvindt van een gegeven molecule met KOH in tolueen enkel als een kroonether aanwezig (18-kroon-6 analoog)&lt;br /&gt;
#* Uitleggen waarom cyclodextrines geschikt zijn voor &amp;quot;drug delivery&amp;quot; en een geschikt cyclodextrinekiezen (alfa, beta, gamma) voor naproxen (naftaleenderivaat)&lt;br /&gt;
#* Waarom base gebruiken voor kroonethersynthese van catechol en oligoethyleenglycoltosylaten? (deproteneren / templaateffect van kation)&lt;br /&gt;
#** Verschillende kroonethers gegeven met variërende lengte en aantal zuurstoffen. Hij vraagt om voor elke kroonether de juiste base te kiezen&lt;br /&gt;
#** Keuze uit 5 basen: LiAcO, KAcO, NH4AcO, CsAcO en moleculair kation en AcO-&lt;br /&gt;
#* Resorcinaren worden gevormd in zuur milieu maar na een tijdje zal het thermydynamischer stabieler zijn (stoel versus boot)&lt;br /&gt;
#** Geef interacties van beide isomeren in basisch milieu met een tetraalkylammonium-kation&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* 2 associaties gegeven, welke van de 2 associaties heeft de kleinste entropieverandering? (A = H-brugacceptor &amp;amp; D = H-brugdonor)&lt;br /&gt;
#** Associatie 1: ADA DAD (letters staan eigelijk onder elkaar)&lt;br /&gt;
#** Associatie 2: AAA DDD (letters staan eigelijk onder elkaar)&lt;br /&gt;
#* Molecule gegeven met R-groep  dat interacties aangaat met een chloride-anion&lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn er voornamelijk?&lt;br /&gt;
#** Wat voor groep moet R zijn? Hoe verhoudt zicht dat tot de parameter rho?&lt;br /&gt;
#* Bespreek biobeschikbaarheid van morfine (structuur gegeven) &lt;br /&gt;
#** Heroïne heeft een sterker effect op het centraal zenuwstelsel, verklaar? (gegeven dat morfine reageert met overmaat azijnzuuranhydride en heroïne vormt).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineer:&lt;br /&gt;
#** Gasten: trimethylhexadecylammoniumion, nitraation, 4-aminoboterzuur, naftaleensulfonzuur. &lt;br /&gt;
#** Gastheren: resorcinareen, benzokroonether met één N en op die N zat een keten (keten = CH2 C6H4 CH2 ... NH C=NH NH ... azole ring), twee speciale cyclodextrines (eentje was een ring van zes monomeren met een ammoniumfuntie op, de andere was een ring van zeven monomeren met een thia-amine keten op), een ring met drie benzenen en tussen elke benzeen de groep CH2 CH2 NH C=S NH CH2 CH2), nog eentje die ik me niet herinner&lt;br /&gt;
#** Solventen: de gewoonlijke&lt;br /&gt;
#* Effect rigide groepen op EM&lt;br /&gt;
#* Synthese thia analoog [2.2.2]cyrptand, hoe synthese verbeteren?&lt;br /&gt;
#*Pillarenen uitleggen, verband andere calixarenen&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welke reactie geeft de grootste entropie veranderingen? eentje is het azijnzuur dimeer, de andere is de cyclisatie van twee ringen (eentje is maleïnezuuranhydride en de ander cyclohexa-1,3-dieen) (volgens chemdraw heet het gevormde molecule (4R,7aS)-3a,4,7,7a-tetrahydro-4,7-ethanoisobenzofuran-1,3-dione). Bijvraag: iets met de deeltermen van de entropie, bij welke is welke het grootst? &lt;br /&gt;
#* Geef teken rho (Hammett) van de complexatie van K+ met een benzokroonether met aan die benzeenring een substituent R. Geldt deze redenering voor rho ook voor een tweede kroonether die aan een ethyleen eenheid een CH2R groep heeft hangen?&lt;br /&gt;
#* Bespreek relenza en tamiflu, over hun biobeschikbaarheid en mechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineren van gast, gastheer en solvent met als gasten: lanthaan, paraquat en nog een dicarbonzuur, als gastheren verschillende calixarenen in water ph 2,7,10, methanol of chloroform&lt;br /&gt;
#* Vraag welke het beste zou zijn voor ionentransport over een organisch membraan: diglyme of 2,2,2 kryptand&lt;br /&gt;
#* Een synthese van een 2,2,2 thiakryptand derivaat&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Ceiling &amp;amp; floortemperatuur + voorbeeld&lt;br /&gt;
#* Met de hammetvgl werken en teken van rho bepalen bij een complexvorming van pseudorotaxaan&lt;br /&gt;
#* Invloed van ... (cyclodextrine?) op transport van medicijnen en da linken aan de lipinskiregels&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 VM ===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze 1,3benzeenringen hebben geen buty meer, en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd. &lt;br /&gt;
#* Nonactine &amp;amp; valinomycine&lt;br /&gt;
#* Gast, gastheer, solvent: &lt;br /&gt;
#** H2O (pH = 3,7, 10), DCM, MeOH&lt;br /&gt;
#** Na+, ammoniumzout*, diamide*, benzoezuur (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
#** Calix[4]areen*, resorcinol uit acetaldehyde en 24u reflux, benzokroonether*, alfa-cyclodextrine, diamine* (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welk proces geeft de grootste entropieverandering met zich mee? &lt;br /&gt;
#** Furaan + H2C=COOR --&amp;gt; furaanring waarvan de twee dubbele bindingen weg zijn en er eentje bij is gekomen waar er eerst de enkele binding was, en de twee koolstoffen naast de zuurstof zijn nu verbonden met de koolstoffen van de dubbele binding van het ester&lt;br /&gt;
#** twee carbonzuren die een dimeer vormen&lt;br /&gt;
#* Bepaal teken rho, heeft pH invloed (R-C6H5 pi-pi stapeling met C6H5-NH2)&lt;br /&gt;
#* Relenza en tamiflu (orale beschikbaarheid en mechanisme)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel de synthese op voor het Lehn&#039;s sferand (structuur gegeven) vanuit (derivaten van) diëthyleenglycolen.&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge-verdunningsvoorwaarden en hoe werkt dit?&lt;br /&gt;
#* Combineer. Gastheren: cyclisch guanidine, cucurbit[8]uril, 30-kroon-10. Gasten: arginine, N-acetyltryptofaan, 1,4-bis(aminoimidazoline)butaan. Solventen: Chloroform, methanol, water pH 2, 7 en 10. (structuren gegeven)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: een pyrrool gesubstitueerd met een alkeen met twee R-substituenten (willekeurig). Dit molecule interageert met een onbekende receptor. Welke interactie veronderstel je? Bepaal het teken van rho. Wat gebeurt er met de absolute waarde van rho wanneer je een R-substituent vervangt door een H-atoom.&lt;br /&gt;
#* Wat is transfectie en hoe kan supramoleculaire chemie hierbij helpen?&lt;br /&gt;
#* Twee verbindingen gegeven, elk met 3 waterstofbindingen (structuren uit slides deel supramoleculaire polymeren). Welke verbinding heeft de grootse associatieconstante en waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke factoren beinvloeden de effectieve molariteit&lt;br /&gt;
#* synthese van hexathia18-kroon-6 vanuit ethyleenglycol en bis(2hydroxyethyl)sulfide op een veilige manier en wat doen we om de opbrengst zo hoog mogelijk te houden&lt;br /&gt;
#* wat zijn ansa-verbindingen en hoe kunnen ze meer inzicht geven over de ruimtevulling van de groepen&lt;br /&gt;
#* een structuur gegeven met 2 NH2 groepen een kroonether en een R (fenyl). 4-aminobutaanzuur is beter oplosbaar dan glycine (2-aminoazijnzuur) en 6-aminohexaanzuur. Hoe komt dit, welke interacties. De oplosbaarheid stijgt wanneer we R vervangen door (4-NO2-fenyl). Verklaar.&lt;br /&gt;
#* er zijn twee isomeren bij de synthese van resorcinarenen. Welke zijn dit?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#SMET:&lt;br /&gt;
#* gegeven een amide: RR&#039;C=CH-CO-N(CH3)2 met onbekende receptor gaat interageren:&lt;br /&gt;
Welke interactie verwachten we, teken van reactieparameter, plus redeneer. Wat gebeurt er met de absolite waarde van de reactieparameter als we een van de R groepen vervangen door een H.&lt;br /&gt;
#* lipskin regel geven en wat is het belang tegenwoordig in farmaceutische industrie &lt;br /&gt;
#* Bij synthese van rotaxanen volgens iemand (Stoddart ofzo)(tetrakationisch complex) zal threading een hogere opbrengst geven dan clipping waarom?&lt;br /&gt;
Waarom dan niet altijd threading?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze twee benzeenringen zijn ook gedebutyleerd en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd.&lt;br /&gt;
#* Bespreek aan de hand van hun structuurelementen de functie van nonactine en valinomycine (structuur gegeven).&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gastheren met de juiste gasten en solventen. Gasten: Natriumion, p-diaminobenzeen, p-diaminobenzeen met beide stikstoffen tetragebutyleerd, benzoÃ«zuur. Gastheren: calix[4]areen, een groot dibenzokroonether, een resorcinareen verkregen na 24 uur reflux, alfa-cyclodextrine en een aromatisch diamide. Solventen: water (pH 3, 7, 10), MeOH &amp;amp;amp; DCM.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* 4-R-pyridine. Deze gast bindt enkel aan de gastheer indien de stikstof geprotoneerd is. Bepaal het teken van de Hammett-parameter rho. Op welke interactie zou de complexatie kunnen berusten?&lt;br /&gt;
#* Geef de twee methoden die gebruikt kunnen worden om de associatieconstante te schrijven in functie van deelassociatieconstanten. Beschrijf de fysische basis van het probleem dat hierbij optreedt.&lt;br /&gt;
#* Bespreek de moleculaire basis van plaquevorming zoals die optreedt bij bijvoorbeeld de ziekte van Alzheimer. Wat zijn de therapeutische mogelijkheden om dit tegen te gaan? Bijvraag: op welke secundaire structuren en soorten interacties berust de associatie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven [2.2.2]cryptand uitgaande van chlooracetamide. Het cryptand heeft stikstoffen als bruggenhoofden, 2 ketens met telkens 2 zuurstoffen en 1 keten met 2 zwavelatomen. En hoe kan je de macroyclisatie bevorderen?&lt;br /&gt;
#* Transport van donor naar acceptorlaag via een organisch membraan? hoe gaat dit het beste met pentaglyme of met een [2.2.2]cryptand. Verklaar.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Je hebt een gesubstitueerd chinoline (onbekende substituent). Dit chinoline complexeert enkel met een gastheer als de N niet geprotoneerd is. wat is het teken van de hammet-parameter Rho? welke interactie zal er zijn tussen de gast en de gastheer?&lt;br /&gt;
#* Geef de 4 belangrijkste entropieveranderingen bij complexatie en bespreek. Welke is verantwoordelijk voor preorganisatie? Leg uit.&lt;br /&gt;
#* Invloed ketenlengte benzokroonether op rendement van een catenaan met een tetrakationisch cyclofaan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven calix[4]hemisferand uitgaande van 2 gegeven fenolen. De receprot bestond uit een calix[4]areen met een hemisferand aangehecht op de 1- en 3-posities.&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van valinomycine en nonactine: bespreek de functie  en hoe de verschillende structuurelementen hiertoe bijdragen.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#**solventen: zuur, neutraal of basisch water, methanol, dicchloormethaan&lt;br /&gt;
#**gastheren: cyclodextrine, een grote benzokroonether, een calyxareen, stoel resorcinareen en een heteroaromatische receptor met amidefuncties.&lt;br /&gt;
#**gasten: natriumion, aromatisch diamine, aromatisch diammoniumzout, benzoÃ«zuur&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Op welke 2 manieren kunnen we de totale associatieconstante beschouwen als een product van deelassociatieconstanten? Wat is bij elk het grootste fysisch probleem? Welk van deze 2 methoden is, op praktische gronden, te verkiezen en waarom?&lt;br /&gt;
#* Gegeven een amide met een para-gesubstitueerde fenylgroep op de N en de carbonyl. Dit molecule gaat waterstofbindingen aan met zowel de zuurstof als de NH. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho voor het substituent op elke benzeenring?&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van een receptor bestaande uit een porfyrinering, gekoppeld aan een calixareen met ketens die veel heteroatomen bevatten. De bindingsconstanten van KI is hoog, die voor NaI en NaClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; tussenin (en ongeveer gelijk), die van KClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; laag. Verklaar waarom. (Deze structuur staat in de cursus ter hoogte van het deel over coÃ¶perativiteit).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2012 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge verdunningsvoorwaarden en geef 2 voorbeelden hoe men dit in de praktijk bewerkstelligt.&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende affiniteit voor het kaliumkation en motiveer: 18-kroon-6, 1,10-dithia-18-kroon-6, benzo-18-kroon-6, [2.2.2]cryptand, 15-kroon-5, 21-kroon-7.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Voor een bepaald hydrofoob (gedeelte van een) gastmolecule werd aangetoond dat het de hydrofobe holte van de gastheer maar voor 55% vult in stabielste toestand. Verklaar thermodynamisch waarom het kan dat deze gedeeltelijk gevulde toestand meer bevoordeeld wordt dan de volledig gevulde holte.&lt;br /&gt;
#* &lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn van belang bij het catenaan gevormd uit &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039;, &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; en &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;?&lt;br /&gt;
#** Wat zou het effect zijn op de bindingsconstante moest het catenaan gevormd worden rond &#039;&#039;&#039;4&#039;&#039;&#039; i.p.v. &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039; en waarom?&lt;br /&gt;
#** Beredeneer het teken van de Hammett parameter Ï van de catenatiereactie van &#039;&#039;&#039;5&#039;&#039;&#039; met het monogealkyleerd derivaat van &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039; (hiermee wordt bedoeld, de open-ketenvorm van &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; enkelvoudig gebonden aan &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;). Sterische effecten van R mogen verwaarloosd worden [[Bestand:CatenaanSmet.png]]&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers synthetiseerden bovenste verbinding als receptor voor de onderste (tekening is &#039;&#039;ongeveer&#039;&#039; juist). Belangrijke interacties hierbij zijn H-bruggen, maar ook de Ï€-Ï€-interacties tussen de eindstandige benzeenringen spelen een beduidende rol. Om aard en sterkte van deze Ï€-Ï€-interacties te onderzoeken synthetiseerde men een aantal derivaten van beide, en mat men het verschil in bindingssterkte voor verschillende substituenten op de benzeenringen. [[Bestand:receptorSmet.png]]&lt;br /&gt;
#** Welke complicatie valt te verwachten bij deze metingen, vanwege de verschillende substituenten op de derivaten?&lt;br /&gt;
#** Verklaar de waargenomen tendensen in de gemeten energiebijdragen, weergegeven in de tabel (deze waarden zijn gecorrigeerd voor de complicaties waarnaar gevraagd in eerste subvraag dus zijn &#039;&#039;juist&#039;&#039;).&lt;br /&gt;
[[Bestand:tabelSmet.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Klassieke vraag. Verbind de juiste gast met gastheer en solvent. Licht toe en zeg welke interacties plaatsvinden.&lt;br /&gt;
#* Wat is de CAC? Waarom is het belangrijk dat deze gemeten wordt en hoe wordt deze gemeten?&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: [[Bestand:MolHerExamenMario.jpg]]&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;Bepaal het teken van &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;X&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep X en &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;R&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep R. Waarom gaat bij zÃ©Ã©r elektronenzuigende groepen, bv. X=F&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, de meting van de complexatieconstante met nucleofiele deeltjes niet meer correct verlopen?&lt;br /&gt;
#* Mag men de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de aromatische ring en de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de gedeprotoneerde carbonzuurfunctie zomaar optellen? Verklaar.&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenMario2.jpg]]&lt;br /&gt;
#* De synthese van rotaxanen op vaste drager kan handig zijn. Onwaar/waar en verklaar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* geef de structuur van cyclotriveratryleen en de synthese vanuit veratrol. Waarom zijn asymmetrisch gesubstitueerde CTV&#039;s chiraal?&lt;br /&gt;
#* hoe kunnen we eigenschappen van een gegeven cyclofaan gebruiken om de grootte van de substituent op de ring te bepalen&lt;br /&gt;
#* geef de synthese van de macroring 15 kroon 5 maar ipv met zuurstoffen met (NH , O , NH, S, S) vanuit HSCH2CH2SH en H2NCH2CH2OCH2CH2NH2&lt;br /&gt;
#* welke gast past in welk solvent bij welke gastheer? gasten: (Fe3+, Yb3+, tetramethylammonium, benzoaat) solventen: (methanol, DCM, water met pH=3,7,10) gastheren:(een resorcinareen, een [4]-calixareen met een -O-CH2COOH op elke ring, een [6]-calixareen met op de ring aan de ene kant een SO3H aan de andere kant een staart met een hydroxyamide rest aan, een [6]-calixareen met daaraan een staart met aan het uiteinde een fenylureum staart&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* gegeven: een receptor met daarop 2 groepen die waterstofbruggen vormen met een HO- en een -CHO op drie verschillende liganden. Welke complex zal het stabielste zijn, en verklaar dit energetisch en entropisch (ligand 1 is een bifenyl, ligand 2 is een bifenyl met een huge (triethylmethyl-)substituent op een van de ringen en ligand 3 is gewoon een alifatische keten met die oh en cho aan de uiteinden)&lt;br /&gt;
#* wat is de dubbele mutantcyclus een geef een voorbeeld dat de voordelen duidelijk maakt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (ochtend) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Bespreek de synthese van volgend cavitand, vertrekkende van resorcinareen. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#* Wat is [2,2]paracyclofaan? Geef de syntheses en eigenschappen (UV-spectrum).&lt;br /&gt;
#* Bespreek het kinetisch en thermodynamisch templaateffect.&lt;br /&gt;
#* 5 Macroringen gegeven; rangschik naar toenemende effectieve molariteit. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven 1-amino-5-R-naftaleen (met R een onbepaalde substituent). In een complex vormt deze aminogroep een waterstofbrug. Onderzoek wijst uit dat de &amp;amp;quot;reactie&amp;amp;quot;-parameter sterk positief is. Welke soort R-substituenten bevoordeligen de reactie? (leg uit met Hammett-vergelijking en de substituent-parameter) Bekleedt de aminogroep een donor- of acceptorfunctie bij het vormen van deze waterstofbrug?&lt;br /&gt;
#* Waarom is het entropieverlies van complexvorming in oplossing doorgaans kleiner dan in gasfase?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Verklaar waarom de effectieve molariteit stijgt bij een macrocysliche 10-ring, wanneer&lt;br /&gt;
#** a) rigide groepen worden gebruikt&lt;br /&gt;
#** b) heteroatomen worden gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verschil tussen een clathraat en een vaste stof-inclusie complex.&lt;br /&gt;
#* Schrijf de synthese op van dit cavitand (structuur is gegeven) vertrekkende van rescoriol. De cavitand is gelijkend op die in de cursus staat, maar op de 2&#039; plaats heeft deze een COOH groep.&lt;br /&gt;
#* VÃ¶gth synthetiseerde vele cryptanden met substituenten X (structuur is gegeven). Hoe kon hij daarmee de grootte van de caviteit bepalen? &lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Je krijgt een complexatie van een gast en gastheer die via pi-pi interacties complexeert en net naast deze aromatische ringen een waterstofbrug vormt met een amide op de gast.&lt;br /&gt;
#** Men wil d.m.v. substituenteffecten op de aromatische ringen ph1 (= op gast) en ph2 (= op gastheer) de bijdrage voor deze pi-pi interactie meten. Welke complicatie verwacht je echter met deze methode, bij dit specifieke complex?&lt;br /&gt;
#** Verklaar in de tabel (tabel met horizontaal de para-ph1 substituenten en vertikaal de para-ph 2 substituenten) de verlopen van de incrementen. (De incrementen zijn aangepast aan de complicatie die je in het eerste puntje moet geven en zijn dus correct)&lt;br /&gt;
#** Bepaal ook het teken van de Hammett rho parameters.&lt;br /&gt;
#* Trage complexen.&lt;br /&gt;
#** Hoe kan je in een NMR spectrum zien of je te maken hebt met een traag complex&lt;br /&gt;
#** Wat is het voordeel van een extreem traag complex? Geef een relevant voorbeeld van hoe we er gebruik van kunnen maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* match de gasten en de gastheren met de juiste solventen. Gast: 1,4-benzochinon, naftaleen-1,5-dicarbonzuur en 4-butylfenol (&amp;amp;quot;voor mensen die niet goed zijn in naamgeving, zal ik de moleculen even op bord tekenen&amp;amp;quot;). Solvent: water (ph= 2, 6, 10), MeOH, CCl4. Gasten: alpha-cyclodextrine, diazo-18-kroon-6, 18-kroon-6, [2,2]cyclofaan en 2 grote cyclofanen die getekend staan. Geef ook alle niet-covalente reacties en licht uw keuze toe&lt;br /&gt;
#* Wat is CAC, waarom belangrijk en hoe gemeten&lt;br /&gt;
#* reactie van een [2,2,1]cryptand opgebouwd uit bi en triÃ«thyleenglycolderivaten&lt;br /&gt;
#* Membraantransport  van kationen met kroonethers en de voorwaarden waaraan dat kroonether moet voldoen&lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Het teken van rho (Hammet) bepalen uit een tabel met stabiliteitsconstanten met verschillende gevers en zuigers. De link vinden met het reactiemechanisme. Bijkomende vraag: wat gebeurt er met een sterke base en een sterke elektronzuiger. (ja wat onduidelijk als je het molecule niet ziet natuurlijk...)&lt;br /&gt;
#* Stelling: voor het gegeven molecule mag ik zomaar de deltaG optellen om de totale deltaG te berekenen.&lt;br /&gt;
#* Waarom kan het voordelig zijn om synthese van rotaxanen uit te voeren op een vaste fase&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke ionen passen in welke macroringen? (K+, Ag+, Eu3+, Li+ en nog een vieze grote molecule) De macrocyclische verbindingen zijn ook gegeven. Welk solvent pak je best? (H2O, H2O pH 10, MeOH of chloroform) Vermeld welke interacties plaatsvinden&lt;br /&gt;
#* bespreek de synthese van: -een calix[4]areen met twee nitraten, twee n-propyloxy&#039;s en een azakroonetheroverbrugging-&lt;br /&gt;
#* Wat is zijn zelfassemblage en zelforganisatie en illustreer met een voorbeeld&lt;br /&gt;
# MS:&lt;br /&gt;
#* Tabel horende bij compensatie-effect gegeven. Welke interacties? Bespreek de tendens in de tabel en ook het verschil in \Delta S tussen gasfase en oplossing.&lt;br /&gt;
#* tekening van een catenaan met een cyclofaan met nogal wat N in rond een benzokroonether gegeven. Deze verbinding toont met H-NMR slechts twee signalen (3,45 en 6,26 ppm of zo) voor de hydrochinon-waterstoffen. Reden? Bespreek ook de multipliciteit van de signalen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Waarom is ethyleendioxy zo&#039;n populaire eenheid in kroonetherchemie&lt;br /&gt;
#* Welke 2 groepen zijn belangrijk bij de complexatie van Fe bij de sideroforen&lt;br /&gt;
#* 3 gasten (Lithium, azide, tetramethylammonium), 5 solventen (MeOH, H2O( pH 2,6,10), CCl4), gastheren ([2.2.2]-cryptand, all-cis resorcinareen, cram&#039;s sferand, 18-kroon-6,...)&lt;br /&gt;
# M.S.:&lt;br /&gt;
#* Synthese van tetrakationisch cyclofaan&lt;br /&gt;
#* Vraagje over receptor die interageert met gast, welk teken heeft de hammett parameter rho.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R0898426</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=4636</id>
		<title>Moleculaire Herkenning</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=4636"/>
		<updated>2025-06-18T10:00:58Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R0898426: /* 17 juni 2025 (VM) */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verplicht vak voor chemie. Moleculaire herkenning wordt gedoceerd door 2 proffen. Mario smet en Wim &amp;amp;quot;sandalen&amp;amp;quot; Dehaen. 50% van de punten staan op het examen, de andere 50% staan op een paper. Op het examen worden mondelinge vragen gesteld over de paper. Bij prof. Smet zijn dit normaal enkel de vragen die hij geeft bij de feedback op de paper,&lt;br /&gt;
prof. Dehaen stelt vaak ook extra vragen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===17 juni 2025 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#* Koppelvraag: Koppel elke gastmolecule aan een geschikte gastheer en oplosmiddel. Niet elke gastheer of elk oplosmiddel moet gebruikt worden; hergebruik is toegestaan.  &lt;br /&gt;
Gasten: hexadecyltrimethylammoniumchloride (focus op het hexadecyltrimethylammonium-kation), tetraethylammoniumnitraat (focus op nitraat), 1-naftaleensulfonzuur, 4-aminobutaanzuur.  &lt;br /&gt;
Gastheren: [2.2.2]-cryptand, resorcinareen, α-cyclodextrine, β-cyclodextrine, lariatkroonether met amine-/amidegroepen in de staart, azakroonether-achtige macrocyclus met meerdere amines en twee benzeenringen als ‘caps’.  &lt;br /&gt;
Oplosmiddelen: dichloormethaan (DCM), methanol, water (pH 2, 7 of 10).  &lt;br /&gt;
Tip: 4-aminobutaanzuur komt voor als zwitter-ion (combinatie met lariatether (zuur = h-brug acceptor dus met de NH staart, amine = h-brug donor dus met kroonether), 1-naftaleensulfonzuur met beta-cyclodextrine, nitraat met het azakroonether, hexadecyltrimethylammoniumchloride was volgens mij met het resorcinareen.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#* Wat is het effect van rigide groepen op de effectieve molariteit (EM)?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#* Stel een synthesetraject op voor het thia-analoog van de [2.2.2]-cryptand, vertrekkende van triethanolamine. Hoe maximaliseren we de synthese?  &lt;br /&gt;
Tip: OH vervangen door betere leaving-group (bv tosyl), dat laten reageren met een thiol (bv ethane-1,2-dithiol). Maximaliseren met hoge verdunning en base (cesiumeffect).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#* Welk proces heeft de kleinste entropieverandering?  &lt;br /&gt;
1) Een cyclisatie waarbij een alkyn (R–C≡CH) met een triazene reageert tot een triazoolring  &lt;br /&gt;
2) Vorming van een waterstofbrug tussen amidegroepen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#* Wat is het teken van ρ in de Hammetvergelijking bij complexatie van K⁺ met een kroonether die een benzeenring bevat, waarbij R een substituent is op die aromatische ring?  &lt;br /&gt;
Geldt dezelfde redenering ook voor een kroonether waarbij R via een CH₂-keten aan de kroonether is gekoppeld (dus kroonether–CH₂–R i.p.v. kroonether–C₆H₄–R)?  &lt;br /&gt;
Tip: zelfde redenering geldt niet want er wordt geen rekening gehouden tussen inductieve en mesomere effecten bij rho (dus mesomeer gevend kan inductief zuigend zijn).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#* Wat is transfectie? Wat is het probleem bij transfectie, en hoe kan supramoleculaire chemie dit oplossen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2025 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#*Synthetiseer een [2.1.1]cryptand&lt;br /&gt;
#*Belang resorcinol molecule in de supramoleculaire chemie bespreken, had te maken met boot-/stoel-conformatie dus resorcinarenen. En dan toepassingen van resorcinarenen geven ( complexatie met quaternaire amoniumzouten en vooral cavitanden en carceplexen)&lt;br /&gt;
#*standaard combinatievraag&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#* Exact hetzelfde als 30 augustus 2021&lt;br /&gt;
#* Bij vraag 2: Let op de basisiciteit van de stikstofatomen -&amp;gt; alternatieve molecule zal een zuur-base reactie hebben met de stikstof van de macroring, waardoor je geen pseudo-rotaxaan kan krijgen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2024 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#*Synthetiseer 4de molecule p78, waarvan 2 van de 4 moleculen: R = propyl en de andere 2 hadden geen tert-buthyl maar een monoazakroonether. Gegeven waren startproducten formaldehyde (mag je 2 keer gebruiken), monoazakroonether en tertbuthylfenol. Zoek een juiste volgorde van synthesestrategie. (Bijvraag: wat en hoe reageert formaldehyde en waar op de ring)&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen een vaste-toestand-inclusiecomplex en een clathraat? (Bijvraag: iets van voorbeeld gegeven)&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen sephulcraat, sidefoor of sacrofagine? En hoe worden deze bereid uit formaldehyde en ethyleendiamine? &lt;br /&gt;
#*Klassieke vraag van 4 gastheren, 4 gasten en 5 solventen. Geef ook welke niet-covalente interacties er aanwezig zullen zijn.&lt;br /&gt;
##*Gasten (structuren gegeven): 1,4-benzendicarboxylic acid / Paraquat / isocyanuurzuur / ureum&lt;br /&gt;
##*Gastheren (structuren gegeven): Glycoluril (6 keer in een cirkel) / en nog 3 anderen die ik niet ken)&lt;br /&gt;
##*Solventen Water pH 3 / 7 / 10 / MeOH en DCM (Let op met de interacties)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#*2 reacties gegeven (1 met 2 moleculen waarbij covalente binding gevormd wordt, 2 azijnzuren die H-bruggen vormen) welke heeft de grootste entropieverandering?&lt;br /&gt;
#*Molecule gegeven met pi-pi-stapeling. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho? Leg uit als er pH-afhankelijkheid is voor het teken? (Ja!)&lt;br /&gt;
#*Molecule gegeven met 5 H-bruggen, we willen de bindingsconstante van H-brug met * bepalen. Hoe doen we dit? Er zullen problemen opduiken. Geef een oplossing voor deze problemen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 Juni 2024 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel van Dehaen&lt;br /&gt;
#*Volgende moleculen werden getest op gast-gastheer complexvorming met chloride-anion. Bij hetzelfde solvent ging de complexvorming het best op met gastheer 1, dan 2 en dan 3 die beduidend veel slechter complexeerde. Nochtans heeft 3 een extra H op de aromatische N in vergelijking met 1. De onderzoekers linkten de slechte complexvorming bij 3 met een verschil in preorganisatie. Leg uit. (Het kwam erop neer dat je de groepen juist moest uittekenen en dan de juiste interacties moest vinden.) [[File:Vraag1Wim.png|caption]]&lt;br /&gt;
#*Rangschik volgende moleculen van slechtst naar best voor complexvorming met een Li-kation. [[File:Vraag2Wim.png|caption]]&lt;br /&gt;
#*Geef een voorstel van de synthese van hexathia-18-kroon-6 waarbij je bèta-halogeensulfiden vermijdt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel van Mario&lt;br /&gt;
#*Wat is de ceiling temperature en floor temperature? Wat is hun fysische betekenis? Geef een voorbeeld van supramoleculaire polymeren bij elke soort temperatuur. Leg uit wat het belang is van de ceiling temperature bij duurzame afvalverwerking van de polymeren.&lt;br /&gt;
#*Rotaxaanvormingsreactie gegeven. Bepaal het teken van de Hammet-parameter rho met betrekking tot substituent R voor de ligging van het ev. Zou deze rotaxaanvorming ook opgaan met een difenylamine? (exact zelfde vraag als augustus 2021)&lt;br /&gt;
#*Waarom worden cyclodextrines gebruikt in geneesmiddelen? Leg uit aan de hand van de Lipinski regels voor orale beschikbaarheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 Juni 2023===&lt;br /&gt;
#Deel van Dehaen&lt;br /&gt;
#*Hoe maak je 1,4,10,13-tetraäza-18-kroon-6 uitgaande van 1,2-diaminoëthaan en eventueel andere reagentia? Welke techniek zou je gebruiken om een maximale opbrengst te bekomen?&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen een vaste-toestand-inclusiecomplex en een clathraat?&lt;br /&gt;
#*Wat zijn sepulchraat- en sarcofaginecomplexen en hoe kan je ze bereiden met ethyleendiamine en Co(III)?&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag: Combineer telkens een gast, gastheer en een solvent. Er zijn 4 gastheren, 4 gasten en 5 solventen gegeven. Bij elke gastheer hoort 1 gast en vice versa. Er zijn meer solventen gegeven dan gasten en gastheren, dus hier kan je er al zeker 1 niet gebruiken. Geef een korte verklaring bij elke combinatie die je maakt.&lt;br /&gt;
#**Gastheren: 1. een cyclofaan met 2 ringen en 3 NH&#039;s tussen de ringen aan elke kant (tussen elke NH zat een CH2). 2. Cucurbit[6]uril. 3.Een klein cyclisch molecule met 2 aromatische ringen met een N naar binnen gewezen. Boven deze ring zijn 2 of 3 NH&#039;s, eronder 2 N-CH3&#039;s. 4. Een groot cyclisch molecule met aromatische ringen met een N (naar binnen wijzend) en tussen de aromatische ringen een koolstofketen met NH&#039;s (ook 2 random C=O bindingen die naar buiten wijzen, links- en rechtsboven).&lt;br /&gt;
#**Gasten: 1. Koolstofketen met aan elke uiteinde een aromatische ring. Op de verbinding tussen de keten en elke ring zit een positief geladen N. 2. ureum. 3. Cyclohexaan met afwisselend een O (C=O, met C de C van de ring en O het substituent) en een NH2 als substituent (in totaal volledig gesubstitueerd). 4. Een aromatische ring met 2 COOH substituenten in para.&lt;br /&gt;
#**Solventen: Water (pH 3,7 of 10), methanol of dichloormethaan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel van Mario&lt;br /&gt;
#*Er is een afbeelding gegeven van het complex dat KI coöperatief kan binden adhv Zn (staat ook in de slides bij coöperativiteit). Dan staan er bindingsconstantes gegeven van KI, KClO4, NaI en NaClO4 met KI duidelijk de hoogste bindingsconstante.&lt;br /&gt;
#**a) Verklaar de waargenomen resultaten.&lt;br /&gt;
#**b) Welke binding gaat volgens jou gepaard met de grootste entropieverandering? Verklaar.&lt;br /&gt;
#*18-kroon-6 is gegeven met een aromatische ring erop en aan de aromatische ring hangt een R. Wat is het teken van rho indien de complexeren van K+ met deze structuur bekijken en wat is de verhouding met R? Geef in je antwoord zeker de volledige Hammett-vergelijking. Dan staat er een tweede afbeelding gegeven, ook 18-kroon-6, maar hier is het substituent -CH2-R. Geldt dit ook voor de tweede structuur?&lt;br /&gt;
#*Wat zijn de voor- en nadelen van supramoleculaire polymeren?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 Juni 2022 ===&lt;br /&gt;
#Dehean&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag&lt;br /&gt;
#**Solvent: CH2Cl2, MeOH, H2O pH (2,7,12)&lt;br /&gt;
#**Guests: trimethylhexadecylammonium *Cl-*, *tetrabutylammonium* nitraat, naftaleen-1-sulfonzuur, 4-aminobutaanzuur&lt;br /&gt;
#**Hosts: zeven, enkel molecule gegeven dus kan ze niet opnoemen ([2,2,2]-cryptand met enkel zuurstof, ...)&lt;br /&gt;
#*Verband EM &amp;amp; rigide groepen&lt;br /&gt;
#*Synthese hexathia-analoog van [2,2,2] cryptand, uitgaande van triëthanolamine&lt;br /&gt;
#**Hoe maximaliseren we de synthese?&lt;br /&gt;
#Smet&lt;br /&gt;
#*Bespreek compensatiegedrag entropie en enthalpie&lt;br /&gt;
#*Welke technieken om verschil tussen een catenaan en zijn 2 aparte ringen te meten (vermeld eventuele eigenschappen die nodig zijn op de macroringen)&lt;br /&gt;
#*Azidothymidine: structuur gegeven, voorspel werking en bio-beschikbaarheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 Augustus 2021===&lt;br /&gt;
[https://i.imgur.com/eDCNSJR.jpg Dehaen] &amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
[https://i.imgur.com/JolZOyK.jpg Smet]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 juni 2021===&lt;br /&gt;
#Dehaen&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag. &lt;br /&gt;
#**Gasten: naftaleenderivaat, nitraat, aminobutaanzuur,... &lt;br /&gt;
#**Gastheren: alpha-cyclodextrine derivaat met een quaternair amoniumzout aan gebonden, beta-cyclodextrine derivaat, kroonether met thioureumfuncties, een lariatether, [2.2.2] cryptand met zuurstof als donoratomen en N als bruggenhoofden. &lt;br /&gt;
#**Solvent: water pH 2, 7, 10, methanol, CH2Cl2&lt;br /&gt;
#*Verband EM &amp;amp; rigide groepen&lt;br /&gt;
#*Synthese van het thia-analoog van de [2.2.2]-cryptand startende van een triethanolamine. &lt;br /&gt;
#Smet&lt;br /&gt;
#*Leg uit waarom de meeste polymerisatiereacties slechts opgaan onder een bepaalde temperatuur. Geef de naam van deze temperatuur. &lt;br /&gt;
#*Leg uit waarom sommige polymerisatiereacties enkel opgaan boven een bepaalde temperatuur. Geef de naam van deze temperatuur. Geef een voorbeeld van een monomeer dat dergelijk gedrag vertoond. &lt;br /&gt;
#*Vraag over een complexatiereactie met een R-substituent en wat het teken van rho zou zijn in de Hammett-vergelijking.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 juni 2019 VM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Uitleggen waarom verzeping plaatsvindt van een gegeven molecule met KOH in tolueen enkel als een kroonether aanwezig (18-kroon-6 analoog)&lt;br /&gt;
#* Uitleggen waarom cyclodextrines geschikt zijn voor &amp;quot;drug delivery&amp;quot; en een geschikt cyclodextrinekiezen (alfa, beta, gamma) voor naproxen (naftaleenderivaat)&lt;br /&gt;
#* Waarom base gebruiken voor kroonethersynthese van catechol en oligoethyleenglycoltosylaten? (deproteneren / templaateffect van kation)&lt;br /&gt;
#** Verschillende kroonethers gegeven met variërende lengte en aantal zuurstoffen. Hij vraagt om voor elke kroonether de juiste base te kiezen&lt;br /&gt;
#** Keuze uit 5 basen: LiAcO, KAcO, NH4AcO, CsAcO en moleculair kation en AcO-&lt;br /&gt;
#* Resorcinaren worden gevormd in zuur milieu maar na een tijdje zal het thermydynamischer stabieler zijn (stoel versus boot)&lt;br /&gt;
#** Geef interacties van beide isomeren in basisch milieu met een tetraalkylammonium-kation&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* 2 associaties gegeven, welke van de 2 associaties heeft de kleinste entropieverandering? (A = H-brugacceptor &amp;amp; D = H-brugdonor)&lt;br /&gt;
#** Associatie 1: ADA DAD (letters staan eigelijk onder elkaar)&lt;br /&gt;
#** Associatie 2: AAA DDD (letters staan eigelijk onder elkaar)&lt;br /&gt;
#* Molecule gegeven met R-groep  dat interacties aangaat met een chloride-anion&lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn er voornamelijk?&lt;br /&gt;
#** Wat voor groep moet R zijn? Hoe verhoudt zicht dat tot de parameter rho?&lt;br /&gt;
#* Bespreek biobeschikbaarheid van morfine (structuur gegeven) &lt;br /&gt;
#** Heroïne heeft een sterker effect op het centraal zenuwstelsel, verklaar? (gegeven dat morfine reageert met overmaat azijnzuuranhydride en heroïne vormt).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineer:&lt;br /&gt;
#** Gasten: trimethylhexadecylammoniumion, nitraation, 4-aminoboterzuur, naftaleensulfonzuur. &lt;br /&gt;
#** Gastheren: resorcinareen, benzokroonether met één N en op die N zat een keten (keten = CH2 C6H4 CH2 ... NH C=NH NH ... azole ring), twee speciale cyclodextrines (eentje was een ring van zes monomeren met een ammoniumfuntie op, de andere was een ring van zeven monomeren met een thia-amine keten op), een ring met drie benzenen en tussen elke benzeen de groep CH2 CH2 NH C=S NH CH2 CH2), nog eentje die ik me niet herinner&lt;br /&gt;
#** Solventen: de gewoonlijke&lt;br /&gt;
#* Effect rigide groepen op EM&lt;br /&gt;
#* Synthese thia analoog [2.2.2]cyrptand, hoe synthese verbeteren?&lt;br /&gt;
#*Pillarenen uitleggen, verband andere calixarenen&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welke reactie geeft de grootste entropie veranderingen? eentje is het azijnzuur dimeer, de andere is de cyclisatie van twee ringen (eentje is maleïnezuuranhydride en de ander cyclohexa-1,3-dieen) (volgens chemdraw heet het gevormde molecule (4R,7aS)-3a,4,7,7a-tetrahydro-4,7-ethanoisobenzofuran-1,3-dione). Bijvraag: iets met de deeltermen van de entropie, bij welke is welke het grootst? &lt;br /&gt;
#* Geef teken rho (Hammett) van de complexatie van K+ met een benzokroonether met aan die benzeenring een substituent R. Geldt deze redenering voor rho ook voor een tweede kroonether die aan een ethyleen eenheid een CH2R groep heeft hangen?&lt;br /&gt;
#* Bespreek relenza en tamiflu, over hun biobeschikbaarheid en mechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineren van gast, gastheer en solvent met als gasten: lanthaan, paraquat en nog een dicarbonzuur, als gastheren verschillende calixarenen in water ph 2,7,10, methanol of chloroform&lt;br /&gt;
#* Vraag welke het beste zou zijn voor ionentransport over een organisch membraan: diglyme of 2,2,2 kryptand&lt;br /&gt;
#* Een synthese van een 2,2,2 thiakryptand derivaat&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Ceiling &amp;amp; floortemperatuur + voorbeeld&lt;br /&gt;
#* Met de hammetvgl werken en teken van rho bepalen bij een complexvorming van pseudorotaxaan&lt;br /&gt;
#* Invloed van ... (cyclodextrine?) op transport van medicijnen en da linken aan de lipinskiregels&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 VM ===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze 1,3benzeenringen hebben geen buty meer, en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd. &lt;br /&gt;
#* Nonactine &amp;amp; valinomycine&lt;br /&gt;
#* Gast, gastheer, solvent: &lt;br /&gt;
#** H2O (pH = 3,7, 10), DCM, MeOH&lt;br /&gt;
#** Na+, ammoniumzout*, diamide*, benzoezuur (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
#** Calix[4]areen*, resorcinol uit acetaldehyde en 24u reflux, benzokroonether*, alfa-cyclodextrine, diamine* (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welk proces geeft de grootste entropieverandering met zich mee? &lt;br /&gt;
#** Furaan + H2C=COOR --&amp;gt; furaanring waarvan de twee dubbele bindingen weg zijn en er eentje bij is gekomen waar er eerst de enkele binding was, en de twee koolstoffen naast de zuurstof zijn nu verbonden met de koolstoffen van de dubbele binding van het ester&lt;br /&gt;
#** twee carbonzuren die een dimeer vormen&lt;br /&gt;
#* Bepaal teken rho, heeft pH invloed (R-C6H5 pi-pi stapeling met C6H5-NH2)&lt;br /&gt;
#* Relenza en tamiflu (orale beschikbaarheid en mechanisme)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel de synthese op voor het Lehn&#039;s sferand (structuur gegeven) vanuit (derivaten van) diëthyleenglycolen.&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge-verdunningsvoorwaarden en hoe werkt dit?&lt;br /&gt;
#* Combineer. Gastheren: cyclisch guanidine, cucurbit[8]uril, 30-kroon-10. Gasten: arginine, N-acetyltryptofaan, 1,4-bis(aminoimidazoline)butaan. Solventen: Chloroform, methanol, water pH 2, 7 en 10. (structuren gegeven)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: een pyrrool gesubstitueerd met een alkeen met twee R-substituenten (willekeurig). Dit molecule interageert met een onbekende receptor. Welke interactie veronderstel je? Bepaal het teken van rho. Wat gebeurt er met de absolute waarde van rho wanneer je een R-substituent vervangt door een H-atoom.&lt;br /&gt;
#* Wat is transfectie en hoe kan supramoleculaire chemie hierbij helpen?&lt;br /&gt;
#* Twee verbindingen gegeven, elk met 3 waterstofbindingen (structuren uit slides deel supramoleculaire polymeren). Welke verbinding heeft de grootse associatieconstante en waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke factoren beinvloeden de effectieve molariteit&lt;br /&gt;
#* synthese van hexathia18-kroon-6 vanuit ethyleenglycol en bis(2hydroxyethyl)sulfide op een veilige manier en wat doen we om de opbrengst zo hoog mogelijk te houden&lt;br /&gt;
#* wat zijn ansa-verbindingen en hoe kunnen ze meer inzicht geven over de ruimtevulling van de groepen&lt;br /&gt;
#* een structuur gegeven met 2 NH2 groepen een kroonether en een R (fenyl). 4-aminobutaanzuur is beter oplosbaar dan glycine (2-aminoazijnzuur) en 6-aminohexaanzuur. Hoe komt dit, welke interacties. De oplosbaarheid stijgt wanneer we R vervangen door (4-NO2-fenyl). Verklaar.&lt;br /&gt;
#* er zijn twee isomeren bij de synthese van resorcinarenen. Welke zijn dit?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#SMET:&lt;br /&gt;
#* gegeven een amide: RR&#039;C=CH-CO-N(CH3)2 met onbekende receptor gaat interageren:&lt;br /&gt;
Welke interactie verwachten we, teken van reactieparameter, plus redeneer. Wat gebeurt er met de absolite waarde van de reactieparameter als we een van de R groepen vervangen door een H.&lt;br /&gt;
#* lipskin regel geven en wat is het belang tegenwoordig in farmaceutische industrie &lt;br /&gt;
#* Bij synthese van rotaxanen volgens iemand (Stoddart ofzo)(tetrakationisch complex) zal threading een hogere opbrengst geven dan clipping waarom?&lt;br /&gt;
Waarom dan niet altijd threading?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze twee benzeenringen zijn ook gedebutyleerd en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd.&lt;br /&gt;
#* Bespreek aan de hand van hun structuurelementen de functie van nonactine en valinomycine (structuur gegeven).&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gastheren met de juiste gasten en solventen. Gasten: Natriumion, p-diaminobenzeen, p-diaminobenzeen met beide stikstoffen tetragebutyleerd, benzoÃ«zuur. Gastheren: calix[4]areen, een groot dibenzokroonether, een resorcinareen verkregen na 24 uur reflux, alfa-cyclodextrine en een aromatisch diamide. Solventen: water (pH 3, 7, 10), MeOH &amp;amp;amp; DCM.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* 4-R-pyridine. Deze gast bindt enkel aan de gastheer indien de stikstof geprotoneerd is. Bepaal het teken van de Hammett-parameter rho. Op welke interactie zou de complexatie kunnen berusten?&lt;br /&gt;
#* Geef de twee methoden die gebruikt kunnen worden om de associatieconstante te schrijven in functie van deelassociatieconstanten. Beschrijf de fysische basis van het probleem dat hierbij optreedt.&lt;br /&gt;
#* Bespreek de moleculaire basis van plaquevorming zoals die optreedt bij bijvoorbeeld de ziekte van Alzheimer. Wat zijn de therapeutische mogelijkheden om dit tegen te gaan? Bijvraag: op welke secundaire structuren en soorten interacties berust de associatie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven [2.2.2]cryptand uitgaande van chlooracetamide. Het cryptand heeft stikstoffen als bruggenhoofden, 2 ketens met telkens 2 zuurstoffen en 1 keten met 2 zwavelatomen. En hoe kan je de macroyclisatie bevorderen?&lt;br /&gt;
#* Transport van donor naar acceptorlaag via een organisch membraan? hoe gaat dit het beste met pentaglyme of met een [2.2.2]cryptand. Verklaar.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Je hebt een gesubstitueerd chinoline (onbekende substituent). Dit chinoline complexeert enkel met een gastheer als de N niet geprotoneerd is. wat is het teken van de hammet-parameter Rho? welke interactie zal er zijn tussen de gast en de gastheer?&lt;br /&gt;
#* Geef de 4 belangrijkste entropieveranderingen bij complexatie en bespreek. Welke is verantwoordelijk voor preorganisatie? Leg uit.&lt;br /&gt;
#* Invloed ketenlengte benzokroonether op rendement van een catenaan met een tetrakationisch cyclofaan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven calix[4]hemisferand uitgaande van 2 gegeven fenolen. De receprot bestond uit een calix[4]areen met een hemisferand aangehecht op de 1- en 3-posities.&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van valinomycine en nonactine: bespreek de functie  en hoe de verschillende structuurelementen hiertoe bijdragen.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#**solventen: zuur, neutraal of basisch water, methanol, dicchloormethaan&lt;br /&gt;
#**gastheren: cyclodextrine, een grote benzokroonether, een calyxareen, stoel resorcinareen en een heteroaromatische receptor met amidefuncties.&lt;br /&gt;
#**gasten: natriumion, aromatisch diamine, aromatisch diammoniumzout, benzoÃ«zuur&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Op welke 2 manieren kunnen we de totale associatieconstante beschouwen als een product van deelassociatieconstanten? Wat is bij elk het grootste fysisch probleem? Welk van deze 2 methoden is, op praktische gronden, te verkiezen en waarom?&lt;br /&gt;
#* Gegeven een amide met een para-gesubstitueerde fenylgroep op de N en de carbonyl. Dit molecule gaat waterstofbindingen aan met zowel de zuurstof als de NH. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho voor het substituent op elke benzeenring?&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van een receptor bestaande uit een porfyrinering, gekoppeld aan een calixareen met ketens die veel heteroatomen bevatten. De bindingsconstanten van KI is hoog, die voor NaI en NaClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; tussenin (en ongeveer gelijk), die van KClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; laag. Verklaar waarom. (Deze structuur staat in de cursus ter hoogte van het deel over coÃ¶perativiteit).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2012 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge verdunningsvoorwaarden en geef 2 voorbeelden hoe men dit in de praktijk bewerkstelligt.&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende affiniteit voor het kaliumkation en motiveer: 18-kroon-6, 1,10-dithia-18-kroon-6, benzo-18-kroon-6, [2.2.2]cryptand, 15-kroon-5, 21-kroon-7.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Voor een bepaald hydrofoob (gedeelte van een) gastmolecule werd aangetoond dat het de hydrofobe holte van de gastheer maar voor 55% vult in stabielste toestand. Verklaar thermodynamisch waarom het kan dat deze gedeeltelijk gevulde toestand meer bevoordeeld wordt dan de volledig gevulde holte.&lt;br /&gt;
#* &lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn van belang bij het catenaan gevormd uit &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039;, &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; en &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;?&lt;br /&gt;
#** Wat zou het effect zijn op de bindingsconstante moest het catenaan gevormd worden rond &#039;&#039;&#039;4&#039;&#039;&#039; i.p.v. &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039; en waarom?&lt;br /&gt;
#** Beredeneer het teken van de Hammett parameter Ï van de catenatiereactie van &#039;&#039;&#039;5&#039;&#039;&#039; met het monogealkyleerd derivaat van &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039; (hiermee wordt bedoeld, de open-ketenvorm van &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; enkelvoudig gebonden aan &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;). Sterische effecten van R mogen verwaarloosd worden [[Bestand:CatenaanSmet.png]]&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers synthetiseerden bovenste verbinding als receptor voor de onderste (tekening is &#039;&#039;ongeveer&#039;&#039; juist). Belangrijke interacties hierbij zijn H-bruggen, maar ook de Ï€-Ï€-interacties tussen de eindstandige benzeenringen spelen een beduidende rol. Om aard en sterkte van deze Ï€-Ï€-interacties te onderzoeken synthetiseerde men een aantal derivaten van beide, en mat men het verschil in bindingssterkte voor verschillende substituenten op de benzeenringen. [[Bestand:receptorSmet.png]]&lt;br /&gt;
#** Welke complicatie valt te verwachten bij deze metingen, vanwege de verschillende substituenten op de derivaten?&lt;br /&gt;
#** Verklaar de waargenomen tendensen in de gemeten energiebijdragen, weergegeven in de tabel (deze waarden zijn gecorrigeerd voor de complicaties waarnaar gevraagd in eerste subvraag dus zijn &#039;&#039;juist&#039;&#039;).&lt;br /&gt;
[[Bestand:tabelSmet.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Klassieke vraag. Verbind de juiste gast met gastheer en solvent. Licht toe en zeg welke interacties plaatsvinden.&lt;br /&gt;
#* Wat is de CAC? Waarom is het belangrijk dat deze gemeten wordt en hoe wordt deze gemeten?&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: [[Bestand:MolHerExamenMario.jpg]]&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;Bepaal het teken van &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;X&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep X en &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;R&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep R. Waarom gaat bij zÃ©Ã©r elektronenzuigende groepen, bv. X=F&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, de meting van de complexatieconstante met nucleofiele deeltjes niet meer correct verlopen?&lt;br /&gt;
#* Mag men de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de aromatische ring en de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de gedeprotoneerde carbonzuurfunctie zomaar optellen? Verklaar.&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenMario2.jpg]]&lt;br /&gt;
#* De synthese van rotaxanen op vaste drager kan handig zijn. Onwaar/waar en verklaar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* geef de structuur van cyclotriveratryleen en de synthese vanuit veratrol. Waarom zijn asymmetrisch gesubstitueerde CTV&#039;s chiraal?&lt;br /&gt;
#* hoe kunnen we eigenschappen van een gegeven cyclofaan gebruiken om de grootte van de substituent op de ring te bepalen&lt;br /&gt;
#* geef de synthese van de macroring 15 kroon 5 maar ipv met zuurstoffen met (NH , O , NH, S, S) vanuit HSCH2CH2SH en H2NCH2CH2OCH2CH2NH2&lt;br /&gt;
#* welke gast past in welk solvent bij welke gastheer? gasten: (Fe3+, Yb3+, tetramethylammonium, benzoaat) solventen: (methanol, DCM, water met pH=3,7,10) gastheren:(een resorcinareen, een [4]-calixareen met een -O-CH2COOH op elke ring, een [6]-calixareen met op de ring aan de ene kant een SO3H aan de andere kant een staart met een hydroxyamide rest aan, een [6]-calixareen met daaraan een staart met aan het uiteinde een fenylureum staart&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* gegeven: een receptor met daarop 2 groepen die waterstofbruggen vormen met een HO- en een -CHO op drie verschillende liganden. Welke complex zal het stabielste zijn, en verklaar dit energetisch en entropisch (ligand 1 is een bifenyl, ligand 2 is een bifenyl met een huge (triethylmethyl-)substituent op een van de ringen en ligand 3 is gewoon een alifatische keten met die oh en cho aan de uiteinden)&lt;br /&gt;
#* wat is de dubbele mutantcyclus een geef een voorbeeld dat de voordelen duidelijk maakt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (ochtend) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Bespreek de synthese van volgend cavitand, vertrekkende van resorcinareen. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#* Wat is [2,2]paracyclofaan? Geef de syntheses en eigenschappen (UV-spectrum).&lt;br /&gt;
#* Bespreek het kinetisch en thermodynamisch templaateffect.&lt;br /&gt;
#* 5 Macroringen gegeven; rangschik naar toenemende effectieve molariteit. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven 1-amino-5-R-naftaleen (met R een onbepaalde substituent). In een complex vormt deze aminogroep een waterstofbrug. Onderzoek wijst uit dat de &amp;amp;quot;reactie&amp;amp;quot;-parameter sterk positief is. Welke soort R-substituenten bevoordeligen de reactie? (leg uit met Hammett-vergelijking en de substituent-parameter) Bekleedt de aminogroep een donor- of acceptorfunctie bij het vormen van deze waterstofbrug?&lt;br /&gt;
#* Waarom is het entropieverlies van complexvorming in oplossing doorgaans kleiner dan in gasfase?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Verklaar waarom de effectieve molariteit stijgt bij een macrocysliche 10-ring, wanneer&lt;br /&gt;
#** a) rigide groepen worden gebruikt&lt;br /&gt;
#** b) heteroatomen worden gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verschil tussen een clathraat en een vaste stof-inclusie complex.&lt;br /&gt;
#* Schrijf de synthese op van dit cavitand (structuur is gegeven) vertrekkende van rescoriol. De cavitand is gelijkend op die in de cursus staat, maar op de 2&#039; plaats heeft deze een COOH groep.&lt;br /&gt;
#* VÃ¶gth synthetiseerde vele cryptanden met substituenten X (structuur is gegeven). Hoe kon hij daarmee de grootte van de caviteit bepalen? &lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Je krijgt een complexatie van een gast en gastheer die via pi-pi interacties complexeert en net naast deze aromatische ringen een waterstofbrug vormt met een amide op de gast.&lt;br /&gt;
#** Men wil d.m.v. substituenteffecten op de aromatische ringen ph1 (= op gast) en ph2 (= op gastheer) de bijdrage voor deze pi-pi interactie meten. Welke complicatie verwacht je echter met deze methode, bij dit specifieke complex?&lt;br /&gt;
#** Verklaar in de tabel (tabel met horizontaal de para-ph1 substituenten en vertikaal de para-ph 2 substituenten) de verlopen van de incrementen. (De incrementen zijn aangepast aan de complicatie die je in het eerste puntje moet geven en zijn dus correct)&lt;br /&gt;
#** Bepaal ook het teken van de Hammett rho parameters.&lt;br /&gt;
#* Trage complexen.&lt;br /&gt;
#** Hoe kan je in een NMR spectrum zien of je te maken hebt met een traag complex&lt;br /&gt;
#** Wat is het voordeel van een extreem traag complex? Geef een relevant voorbeeld van hoe we er gebruik van kunnen maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* match de gasten en de gastheren met de juiste solventen. Gast: 1,4-benzochinon, naftaleen-1,5-dicarbonzuur en 4-butylfenol (&amp;amp;quot;voor mensen die niet goed zijn in naamgeving, zal ik de moleculen even op bord tekenen&amp;amp;quot;). Solvent: water (ph= 2, 6, 10), MeOH, CCl4. Gasten: alpha-cyclodextrine, diazo-18-kroon-6, 18-kroon-6, [2,2]cyclofaan en 2 grote cyclofanen die getekend staan. Geef ook alle niet-covalente reacties en licht uw keuze toe&lt;br /&gt;
#* Wat is CAC, waarom belangrijk en hoe gemeten&lt;br /&gt;
#* reactie van een [2,2,1]cryptand opgebouwd uit bi en triÃ«thyleenglycolderivaten&lt;br /&gt;
#* Membraantransport  van kationen met kroonethers en de voorwaarden waaraan dat kroonether moet voldoen&lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Het teken van rho (Hammet) bepalen uit een tabel met stabiliteitsconstanten met verschillende gevers en zuigers. De link vinden met het reactiemechanisme. Bijkomende vraag: wat gebeurt er met een sterke base en een sterke elektronzuiger. (ja wat onduidelijk als je het molecule niet ziet natuurlijk...)&lt;br /&gt;
#* Stelling: voor het gegeven molecule mag ik zomaar de deltaG optellen om de totale deltaG te berekenen.&lt;br /&gt;
#* Waarom kan het voordelig zijn om synthese van rotaxanen uit te voeren op een vaste fase&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke ionen passen in welke macroringen? (K+, Ag+, Eu3+, Li+ en nog een vieze grote molecule) De macrocyclische verbindingen zijn ook gegeven. Welk solvent pak je best? (H2O, H2O pH 10, MeOH of chloroform) Vermeld welke interacties plaatsvinden&lt;br /&gt;
#* bespreek de synthese van: -een calix[4]areen met twee nitraten, twee n-propyloxy&#039;s en een azakroonetheroverbrugging-&lt;br /&gt;
#* Wat is zijn zelfassemblage en zelforganisatie en illustreer met een voorbeeld&lt;br /&gt;
# MS:&lt;br /&gt;
#* Tabel horende bij compensatie-effect gegeven. Welke interacties? Bespreek de tendens in de tabel en ook het verschil in \Delta S tussen gasfase en oplossing.&lt;br /&gt;
#* tekening van een catenaan met een cyclofaan met nogal wat N in rond een benzokroonether gegeven. Deze verbinding toont met H-NMR slechts twee signalen (3,45 en 6,26 ppm of zo) voor de hydrochinon-waterstoffen. Reden? Bespreek ook de multipliciteit van de signalen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Waarom is ethyleendioxy zo&#039;n populaire eenheid in kroonetherchemie&lt;br /&gt;
#* Welke 2 groepen zijn belangrijk bij de complexatie van Fe bij de sideroforen&lt;br /&gt;
#* 3 gasten (Lithium, azide, tetramethylammonium), 5 solventen (MeOH, H2O( pH 2,6,10), CCl4), gastheren ([2.2.2]-cryptand, all-cis resorcinareen, cram&#039;s sferand, 18-kroon-6,...)&lt;br /&gt;
# M.S.:&lt;br /&gt;
#* Synthese van tetrakationisch cyclofaan&lt;br /&gt;
#* Vraagje over receptor die interageert met gast, welk teken heeft de hammett parameter rho.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R0898426</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=4635</id>
		<title>Moleculaire Herkenning</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=4635"/>
		<updated>2025-06-18T10:00:05Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R0898426: /* 17 juni 2025 (VM) */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verplicht vak voor chemie. Moleculaire herkenning wordt gedoceerd door 2 proffen. Mario smet en Wim &amp;amp;quot;sandalen&amp;amp;quot; Dehaen. 50% van de punten staan op het examen, de andere 50% staan op een paper. Op het examen worden mondelinge vragen gesteld over de paper. Bij prof. Smet zijn dit normaal enkel de vragen die hij geeft bij de feedback op de paper,&lt;br /&gt;
prof. Dehaen stelt vaak ook extra vragen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===17 juni 2025 (VM)===&lt;br /&gt;
# Deel Wim&lt;br /&gt;
## 1. Koppelvraag: Koppel elke gastmolecule aan een geschikte gastheer en oplosmiddel. Niet elke gastheer of elk oplosmiddel moet gebruikt worden; hergebruik is toegestaan.&lt;br /&gt;
### Gasten:&lt;br /&gt;
- hexadecyltrimethylammoniumchloride (focus op het hexadecyltrimethylammonium-kation)  &lt;br /&gt;
- tetraethylammoniumnitraat (focus op nitraat)  &lt;br /&gt;
- 1-naftaleensulfonzuur  &lt;br /&gt;
- 4-aminobutaanzuur  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*** Gastheren:&lt;br /&gt;
- [2.2.2]-cryptand  &lt;br /&gt;
- resorcinareen  &lt;br /&gt;
- α-cyclodextrine  &lt;br /&gt;
- β-cyclodextrine  &lt;br /&gt;
- lariatkroonether met amine-/amidegroepen in de staart  &lt;br /&gt;
- azakroonether-achtige macrocyclus met meerdere amines en twee benzeenringen als ‘caps’&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*** Oplosmiddelen:&lt;br /&gt;
- dichloormethaan (DCM)  &lt;br /&gt;
- methanol  &lt;br /&gt;
- water (pH 2, 7 of 10)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
### Tip:&lt;br /&gt;
4-aminobutaanzuur komt voor als zwitter-ion (combinatie met lariatether: zuur = H-brug acceptor → NH-staart; amine = H-brug donor → kroonether).  &lt;br /&gt;
1-naftaleensulfonzuur → β-cyclodextrine  &lt;br /&gt;
nitraat → azakroonether  &lt;br /&gt;
hexadecyltrimethylammoniumchloride → resorcinareen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
## 2. Wat is het effect van rigide groepen op de effectieve molariteit (EM)?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
## 3. Stel een synthesetraject op voor het thia-analoog van de [2.2.2]-cryptand, vertrekkende van triethanolamine. Hoe maximaliseren we de synthese?&lt;br /&gt;
### Tip:&lt;br /&gt;
Vervang OH door een betere leaving group (bv. tosyl), laat reageren met een thiol (bv. ethane-1,2-dithiol).  &lt;br /&gt;
Maximaliseren door hoge verdunning en base (cesiumeffect).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Deel Mario&lt;br /&gt;
## 1. Welk proces heeft de kleinste entropieverandering?&lt;br /&gt;
### a) Een cyclisatie waarbij een alkyn (R–C≡CH) met een triazene reageert tot een triazoolring  &lt;br /&gt;
### b) Vorming van een waterstofbrug tussen amidegroepen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
## 2. Wat is het teken van ρ in de Hammetvergelijking bij complexatie van K⁺ met een kroonether die een benzeenring bevat, waarbij R een substituent is op die aromatische ring?&lt;br /&gt;
Geldt dezelfde redenering ook voor een kroonether waarbij R via een CH₂-keten aan de kroonether is gekoppeld (dus kroonether–CH₂–R i.p.v. kroonether–C₆H₄–R)?  &lt;br /&gt;
**Tip:** Dezelfde redenering geldt niet, want bij ρ wordt geen onderscheid gemaakt tussen inductieve en mesomere effecten (mesomeer gevend kan ook inductief zuigend zijn).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
## 3. Wat is transfectie? Wat is het probleem bij transfectie, en hoe kan supramoleculaire chemie dit oplossen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2025 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#*Synthetiseer een [2.1.1]cryptand&lt;br /&gt;
#*Belang resorcinol molecule in de supramoleculaire chemie bespreken, had te maken met boot-/stoel-conformatie dus resorcinarenen. En dan toepassingen van resorcinarenen geven ( complexatie met quaternaire amoniumzouten en vooral cavitanden en carceplexen)&lt;br /&gt;
#*standaard combinatievraag&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#* Exact hetzelfde als 30 augustus 2021&lt;br /&gt;
#* Bij vraag 2: Let op de basisiciteit van de stikstofatomen -&amp;gt; alternatieve molecule zal een zuur-base reactie hebben met de stikstof van de macroring, waardoor je geen pseudo-rotaxaan kan krijgen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2024 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#*Synthetiseer 4de molecule p78, waarvan 2 van de 4 moleculen: R = propyl en de andere 2 hadden geen tert-buthyl maar een monoazakroonether. Gegeven waren startproducten formaldehyde (mag je 2 keer gebruiken), monoazakroonether en tertbuthylfenol. Zoek een juiste volgorde van synthesestrategie. (Bijvraag: wat en hoe reageert formaldehyde en waar op de ring)&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen een vaste-toestand-inclusiecomplex en een clathraat? (Bijvraag: iets van voorbeeld gegeven)&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen sephulcraat, sidefoor of sacrofagine? En hoe worden deze bereid uit formaldehyde en ethyleendiamine? &lt;br /&gt;
#*Klassieke vraag van 4 gastheren, 4 gasten en 5 solventen. Geef ook welke niet-covalente interacties er aanwezig zullen zijn.&lt;br /&gt;
##*Gasten (structuren gegeven): 1,4-benzendicarboxylic acid / Paraquat / isocyanuurzuur / ureum&lt;br /&gt;
##*Gastheren (structuren gegeven): Glycoluril (6 keer in een cirkel) / en nog 3 anderen die ik niet ken)&lt;br /&gt;
##*Solventen Water pH 3 / 7 / 10 / MeOH en DCM (Let op met de interacties)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#*2 reacties gegeven (1 met 2 moleculen waarbij covalente binding gevormd wordt, 2 azijnzuren die H-bruggen vormen) welke heeft de grootste entropieverandering?&lt;br /&gt;
#*Molecule gegeven met pi-pi-stapeling. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho? Leg uit als er pH-afhankelijkheid is voor het teken? (Ja!)&lt;br /&gt;
#*Molecule gegeven met 5 H-bruggen, we willen de bindingsconstante van H-brug met * bepalen. Hoe doen we dit? Er zullen problemen opduiken. Geef een oplossing voor deze problemen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 Juni 2024 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel van Dehaen&lt;br /&gt;
#*Volgende moleculen werden getest op gast-gastheer complexvorming met chloride-anion. Bij hetzelfde solvent ging de complexvorming het best op met gastheer 1, dan 2 en dan 3 die beduidend veel slechter complexeerde. Nochtans heeft 3 een extra H op de aromatische N in vergelijking met 1. De onderzoekers linkten de slechte complexvorming bij 3 met een verschil in preorganisatie. Leg uit. (Het kwam erop neer dat je de groepen juist moest uittekenen en dan de juiste interacties moest vinden.) [[File:Vraag1Wim.png|caption]]&lt;br /&gt;
#*Rangschik volgende moleculen van slechtst naar best voor complexvorming met een Li-kation. [[File:Vraag2Wim.png|caption]]&lt;br /&gt;
#*Geef een voorstel van de synthese van hexathia-18-kroon-6 waarbij je bèta-halogeensulfiden vermijdt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel van Mario&lt;br /&gt;
#*Wat is de ceiling temperature en floor temperature? Wat is hun fysische betekenis? Geef een voorbeeld van supramoleculaire polymeren bij elke soort temperatuur. Leg uit wat het belang is van de ceiling temperature bij duurzame afvalverwerking van de polymeren.&lt;br /&gt;
#*Rotaxaanvormingsreactie gegeven. Bepaal het teken van de Hammet-parameter rho met betrekking tot substituent R voor de ligging van het ev. Zou deze rotaxaanvorming ook opgaan met een difenylamine? (exact zelfde vraag als augustus 2021)&lt;br /&gt;
#*Waarom worden cyclodextrines gebruikt in geneesmiddelen? Leg uit aan de hand van de Lipinski regels voor orale beschikbaarheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 Juni 2023===&lt;br /&gt;
#Deel van Dehaen&lt;br /&gt;
#*Hoe maak je 1,4,10,13-tetraäza-18-kroon-6 uitgaande van 1,2-diaminoëthaan en eventueel andere reagentia? Welke techniek zou je gebruiken om een maximale opbrengst te bekomen?&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen een vaste-toestand-inclusiecomplex en een clathraat?&lt;br /&gt;
#*Wat zijn sepulchraat- en sarcofaginecomplexen en hoe kan je ze bereiden met ethyleendiamine en Co(III)?&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag: Combineer telkens een gast, gastheer en een solvent. Er zijn 4 gastheren, 4 gasten en 5 solventen gegeven. Bij elke gastheer hoort 1 gast en vice versa. Er zijn meer solventen gegeven dan gasten en gastheren, dus hier kan je er al zeker 1 niet gebruiken. Geef een korte verklaring bij elke combinatie die je maakt.&lt;br /&gt;
#**Gastheren: 1. een cyclofaan met 2 ringen en 3 NH&#039;s tussen de ringen aan elke kant (tussen elke NH zat een CH2). 2. Cucurbit[6]uril. 3.Een klein cyclisch molecule met 2 aromatische ringen met een N naar binnen gewezen. Boven deze ring zijn 2 of 3 NH&#039;s, eronder 2 N-CH3&#039;s. 4. Een groot cyclisch molecule met aromatische ringen met een N (naar binnen wijzend) en tussen de aromatische ringen een koolstofketen met NH&#039;s (ook 2 random C=O bindingen die naar buiten wijzen, links- en rechtsboven).&lt;br /&gt;
#**Gasten: 1. Koolstofketen met aan elke uiteinde een aromatische ring. Op de verbinding tussen de keten en elke ring zit een positief geladen N. 2. ureum. 3. Cyclohexaan met afwisselend een O (C=O, met C de C van de ring en O het substituent) en een NH2 als substituent (in totaal volledig gesubstitueerd). 4. Een aromatische ring met 2 COOH substituenten in para.&lt;br /&gt;
#**Solventen: Water (pH 3,7 of 10), methanol of dichloormethaan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel van Mario&lt;br /&gt;
#*Er is een afbeelding gegeven van het complex dat KI coöperatief kan binden adhv Zn (staat ook in de slides bij coöperativiteit). Dan staan er bindingsconstantes gegeven van KI, KClO4, NaI en NaClO4 met KI duidelijk de hoogste bindingsconstante.&lt;br /&gt;
#**a) Verklaar de waargenomen resultaten.&lt;br /&gt;
#**b) Welke binding gaat volgens jou gepaard met de grootste entropieverandering? Verklaar.&lt;br /&gt;
#*18-kroon-6 is gegeven met een aromatische ring erop en aan de aromatische ring hangt een R. Wat is het teken van rho indien de complexeren van K+ met deze structuur bekijken en wat is de verhouding met R? Geef in je antwoord zeker de volledige Hammett-vergelijking. Dan staat er een tweede afbeelding gegeven, ook 18-kroon-6, maar hier is het substituent -CH2-R. Geldt dit ook voor de tweede structuur?&lt;br /&gt;
#*Wat zijn de voor- en nadelen van supramoleculaire polymeren?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 Juni 2022 ===&lt;br /&gt;
#Dehean&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag&lt;br /&gt;
#**Solvent: CH2Cl2, MeOH, H2O pH (2,7,12)&lt;br /&gt;
#**Guests: trimethylhexadecylammonium *Cl-*, *tetrabutylammonium* nitraat, naftaleen-1-sulfonzuur, 4-aminobutaanzuur&lt;br /&gt;
#**Hosts: zeven, enkel molecule gegeven dus kan ze niet opnoemen ([2,2,2]-cryptand met enkel zuurstof, ...)&lt;br /&gt;
#*Verband EM &amp;amp; rigide groepen&lt;br /&gt;
#*Synthese hexathia-analoog van [2,2,2] cryptand, uitgaande van triëthanolamine&lt;br /&gt;
#**Hoe maximaliseren we de synthese?&lt;br /&gt;
#Smet&lt;br /&gt;
#*Bespreek compensatiegedrag entropie en enthalpie&lt;br /&gt;
#*Welke technieken om verschil tussen een catenaan en zijn 2 aparte ringen te meten (vermeld eventuele eigenschappen die nodig zijn op de macroringen)&lt;br /&gt;
#*Azidothymidine: structuur gegeven, voorspel werking en bio-beschikbaarheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 Augustus 2021===&lt;br /&gt;
[https://i.imgur.com/eDCNSJR.jpg Dehaen] &amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
[https://i.imgur.com/JolZOyK.jpg Smet]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 juni 2021===&lt;br /&gt;
#Dehaen&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag. &lt;br /&gt;
#**Gasten: naftaleenderivaat, nitraat, aminobutaanzuur,... &lt;br /&gt;
#**Gastheren: alpha-cyclodextrine derivaat met een quaternair amoniumzout aan gebonden, beta-cyclodextrine derivaat, kroonether met thioureumfuncties, een lariatether, [2.2.2] cryptand met zuurstof als donoratomen en N als bruggenhoofden. &lt;br /&gt;
#**Solvent: water pH 2, 7, 10, methanol, CH2Cl2&lt;br /&gt;
#*Verband EM &amp;amp; rigide groepen&lt;br /&gt;
#*Synthese van het thia-analoog van de [2.2.2]-cryptand startende van een triethanolamine. &lt;br /&gt;
#Smet&lt;br /&gt;
#*Leg uit waarom de meeste polymerisatiereacties slechts opgaan onder een bepaalde temperatuur. Geef de naam van deze temperatuur. &lt;br /&gt;
#*Leg uit waarom sommige polymerisatiereacties enkel opgaan boven een bepaalde temperatuur. Geef de naam van deze temperatuur. Geef een voorbeeld van een monomeer dat dergelijk gedrag vertoond. &lt;br /&gt;
#*Vraag over een complexatiereactie met een R-substituent en wat het teken van rho zou zijn in de Hammett-vergelijking.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 juni 2019 VM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Uitleggen waarom verzeping plaatsvindt van een gegeven molecule met KOH in tolueen enkel als een kroonether aanwezig (18-kroon-6 analoog)&lt;br /&gt;
#* Uitleggen waarom cyclodextrines geschikt zijn voor &amp;quot;drug delivery&amp;quot; en een geschikt cyclodextrinekiezen (alfa, beta, gamma) voor naproxen (naftaleenderivaat)&lt;br /&gt;
#* Waarom base gebruiken voor kroonethersynthese van catechol en oligoethyleenglycoltosylaten? (deproteneren / templaateffect van kation)&lt;br /&gt;
#** Verschillende kroonethers gegeven met variërende lengte en aantal zuurstoffen. Hij vraagt om voor elke kroonether de juiste base te kiezen&lt;br /&gt;
#** Keuze uit 5 basen: LiAcO, KAcO, NH4AcO, CsAcO en moleculair kation en AcO-&lt;br /&gt;
#* Resorcinaren worden gevormd in zuur milieu maar na een tijdje zal het thermydynamischer stabieler zijn (stoel versus boot)&lt;br /&gt;
#** Geef interacties van beide isomeren in basisch milieu met een tetraalkylammonium-kation&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* 2 associaties gegeven, welke van de 2 associaties heeft de kleinste entropieverandering? (A = H-brugacceptor &amp;amp; D = H-brugdonor)&lt;br /&gt;
#** Associatie 1: ADA DAD (letters staan eigelijk onder elkaar)&lt;br /&gt;
#** Associatie 2: AAA DDD (letters staan eigelijk onder elkaar)&lt;br /&gt;
#* Molecule gegeven met R-groep  dat interacties aangaat met een chloride-anion&lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn er voornamelijk?&lt;br /&gt;
#** Wat voor groep moet R zijn? Hoe verhoudt zicht dat tot de parameter rho?&lt;br /&gt;
#* Bespreek biobeschikbaarheid van morfine (structuur gegeven) &lt;br /&gt;
#** Heroïne heeft een sterker effect op het centraal zenuwstelsel, verklaar? (gegeven dat morfine reageert met overmaat azijnzuuranhydride en heroïne vormt).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineer:&lt;br /&gt;
#** Gasten: trimethylhexadecylammoniumion, nitraation, 4-aminoboterzuur, naftaleensulfonzuur. &lt;br /&gt;
#** Gastheren: resorcinareen, benzokroonether met één N en op die N zat een keten (keten = CH2 C6H4 CH2 ... NH C=NH NH ... azole ring), twee speciale cyclodextrines (eentje was een ring van zes monomeren met een ammoniumfuntie op, de andere was een ring van zeven monomeren met een thia-amine keten op), een ring met drie benzenen en tussen elke benzeen de groep CH2 CH2 NH C=S NH CH2 CH2), nog eentje die ik me niet herinner&lt;br /&gt;
#** Solventen: de gewoonlijke&lt;br /&gt;
#* Effect rigide groepen op EM&lt;br /&gt;
#* Synthese thia analoog [2.2.2]cyrptand, hoe synthese verbeteren?&lt;br /&gt;
#*Pillarenen uitleggen, verband andere calixarenen&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welke reactie geeft de grootste entropie veranderingen? eentje is het azijnzuur dimeer, de andere is de cyclisatie van twee ringen (eentje is maleïnezuuranhydride en de ander cyclohexa-1,3-dieen) (volgens chemdraw heet het gevormde molecule (4R,7aS)-3a,4,7,7a-tetrahydro-4,7-ethanoisobenzofuran-1,3-dione). Bijvraag: iets met de deeltermen van de entropie, bij welke is welke het grootst? &lt;br /&gt;
#* Geef teken rho (Hammett) van de complexatie van K+ met een benzokroonether met aan die benzeenring een substituent R. Geldt deze redenering voor rho ook voor een tweede kroonether die aan een ethyleen eenheid een CH2R groep heeft hangen?&lt;br /&gt;
#* Bespreek relenza en tamiflu, over hun biobeschikbaarheid en mechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineren van gast, gastheer en solvent met als gasten: lanthaan, paraquat en nog een dicarbonzuur, als gastheren verschillende calixarenen in water ph 2,7,10, methanol of chloroform&lt;br /&gt;
#* Vraag welke het beste zou zijn voor ionentransport over een organisch membraan: diglyme of 2,2,2 kryptand&lt;br /&gt;
#* Een synthese van een 2,2,2 thiakryptand derivaat&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Ceiling &amp;amp; floortemperatuur + voorbeeld&lt;br /&gt;
#* Met de hammetvgl werken en teken van rho bepalen bij een complexvorming van pseudorotaxaan&lt;br /&gt;
#* Invloed van ... (cyclodextrine?) op transport van medicijnen en da linken aan de lipinskiregels&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 VM ===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze 1,3benzeenringen hebben geen buty meer, en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd. &lt;br /&gt;
#* Nonactine &amp;amp; valinomycine&lt;br /&gt;
#* Gast, gastheer, solvent: &lt;br /&gt;
#** H2O (pH = 3,7, 10), DCM, MeOH&lt;br /&gt;
#** Na+, ammoniumzout*, diamide*, benzoezuur (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
#** Calix[4]areen*, resorcinol uit acetaldehyde en 24u reflux, benzokroonether*, alfa-cyclodextrine, diamine* (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welk proces geeft de grootste entropieverandering met zich mee? &lt;br /&gt;
#** Furaan + H2C=COOR --&amp;gt; furaanring waarvan de twee dubbele bindingen weg zijn en er eentje bij is gekomen waar er eerst de enkele binding was, en de twee koolstoffen naast de zuurstof zijn nu verbonden met de koolstoffen van de dubbele binding van het ester&lt;br /&gt;
#** twee carbonzuren die een dimeer vormen&lt;br /&gt;
#* Bepaal teken rho, heeft pH invloed (R-C6H5 pi-pi stapeling met C6H5-NH2)&lt;br /&gt;
#* Relenza en tamiflu (orale beschikbaarheid en mechanisme)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel de synthese op voor het Lehn&#039;s sferand (structuur gegeven) vanuit (derivaten van) diëthyleenglycolen.&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge-verdunningsvoorwaarden en hoe werkt dit?&lt;br /&gt;
#* Combineer. Gastheren: cyclisch guanidine, cucurbit[8]uril, 30-kroon-10. Gasten: arginine, N-acetyltryptofaan, 1,4-bis(aminoimidazoline)butaan. Solventen: Chloroform, methanol, water pH 2, 7 en 10. (structuren gegeven)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: een pyrrool gesubstitueerd met een alkeen met twee R-substituenten (willekeurig). Dit molecule interageert met een onbekende receptor. Welke interactie veronderstel je? Bepaal het teken van rho. Wat gebeurt er met de absolute waarde van rho wanneer je een R-substituent vervangt door een H-atoom.&lt;br /&gt;
#* Wat is transfectie en hoe kan supramoleculaire chemie hierbij helpen?&lt;br /&gt;
#* Twee verbindingen gegeven, elk met 3 waterstofbindingen (structuren uit slides deel supramoleculaire polymeren). Welke verbinding heeft de grootse associatieconstante en waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke factoren beinvloeden de effectieve molariteit&lt;br /&gt;
#* synthese van hexathia18-kroon-6 vanuit ethyleenglycol en bis(2hydroxyethyl)sulfide op een veilige manier en wat doen we om de opbrengst zo hoog mogelijk te houden&lt;br /&gt;
#* wat zijn ansa-verbindingen en hoe kunnen ze meer inzicht geven over de ruimtevulling van de groepen&lt;br /&gt;
#* een structuur gegeven met 2 NH2 groepen een kroonether en een R (fenyl). 4-aminobutaanzuur is beter oplosbaar dan glycine (2-aminoazijnzuur) en 6-aminohexaanzuur. Hoe komt dit, welke interacties. De oplosbaarheid stijgt wanneer we R vervangen door (4-NO2-fenyl). Verklaar.&lt;br /&gt;
#* er zijn twee isomeren bij de synthese van resorcinarenen. Welke zijn dit?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#SMET:&lt;br /&gt;
#* gegeven een amide: RR&#039;C=CH-CO-N(CH3)2 met onbekende receptor gaat interageren:&lt;br /&gt;
Welke interactie verwachten we, teken van reactieparameter, plus redeneer. Wat gebeurt er met de absolite waarde van de reactieparameter als we een van de R groepen vervangen door een H.&lt;br /&gt;
#* lipskin regel geven en wat is het belang tegenwoordig in farmaceutische industrie &lt;br /&gt;
#* Bij synthese van rotaxanen volgens iemand (Stoddart ofzo)(tetrakationisch complex) zal threading een hogere opbrengst geven dan clipping waarom?&lt;br /&gt;
Waarom dan niet altijd threading?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze twee benzeenringen zijn ook gedebutyleerd en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd.&lt;br /&gt;
#* Bespreek aan de hand van hun structuurelementen de functie van nonactine en valinomycine (structuur gegeven).&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gastheren met de juiste gasten en solventen. Gasten: Natriumion, p-diaminobenzeen, p-diaminobenzeen met beide stikstoffen tetragebutyleerd, benzoÃ«zuur. Gastheren: calix[4]areen, een groot dibenzokroonether, een resorcinareen verkregen na 24 uur reflux, alfa-cyclodextrine en een aromatisch diamide. Solventen: water (pH 3, 7, 10), MeOH &amp;amp;amp; DCM.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* 4-R-pyridine. Deze gast bindt enkel aan de gastheer indien de stikstof geprotoneerd is. Bepaal het teken van de Hammett-parameter rho. Op welke interactie zou de complexatie kunnen berusten?&lt;br /&gt;
#* Geef de twee methoden die gebruikt kunnen worden om de associatieconstante te schrijven in functie van deelassociatieconstanten. Beschrijf de fysische basis van het probleem dat hierbij optreedt.&lt;br /&gt;
#* Bespreek de moleculaire basis van plaquevorming zoals die optreedt bij bijvoorbeeld de ziekte van Alzheimer. Wat zijn de therapeutische mogelijkheden om dit tegen te gaan? Bijvraag: op welke secundaire structuren en soorten interacties berust de associatie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven [2.2.2]cryptand uitgaande van chlooracetamide. Het cryptand heeft stikstoffen als bruggenhoofden, 2 ketens met telkens 2 zuurstoffen en 1 keten met 2 zwavelatomen. En hoe kan je de macroyclisatie bevorderen?&lt;br /&gt;
#* Transport van donor naar acceptorlaag via een organisch membraan? hoe gaat dit het beste met pentaglyme of met een [2.2.2]cryptand. Verklaar.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Je hebt een gesubstitueerd chinoline (onbekende substituent). Dit chinoline complexeert enkel met een gastheer als de N niet geprotoneerd is. wat is het teken van de hammet-parameter Rho? welke interactie zal er zijn tussen de gast en de gastheer?&lt;br /&gt;
#* Geef de 4 belangrijkste entropieveranderingen bij complexatie en bespreek. Welke is verantwoordelijk voor preorganisatie? Leg uit.&lt;br /&gt;
#* Invloed ketenlengte benzokroonether op rendement van een catenaan met een tetrakationisch cyclofaan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven calix[4]hemisferand uitgaande van 2 gegeven fenolen. De receprot bestond uit een calix[4]areen met een hemisferand aangehecht op de 1- en 3-posities.&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van valinomycine en nonactine: bespreek de functie  en hoe de verschillende structuurelementen hiertoe bijdragen.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#**solventen: zuur, neutraal of basisch water, methanol, dicchloormethaan&lt;br /&gt;
#**gastheren: cyclodextrine, een grote benzokroonether, een calyxareen, stoel resorcinareen en een heteroaromatische receptor met amidefuncties.&lt;br /&gt;
#**gasten: natriumion, aromatisch diamine, aromatisch diammoniumzout, benzoÃ«zuur&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Op welke 2 manieren kunnen we de totale associatieconstante beschouwen als een product van deelassociatieconstanten? Wat is bij elk het grootste fysisch probleem? Welk van deze 2 methoden is, op praktische gronden, te verkiezen en waarom?&lt;br /&gt;
#* Gegeven een amide met een para-gesubstitueerde fenylgroep op de N en de carbonyl. Dit molecule gaat waterstofbindingen aan met zowel de zuurstof als de NH. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho voor het substituent op elke benzeenring?&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van een receptor bestaande uit een porfyrinering, gekoppeld aan een calixareen met ketens die veel heteroatomen bevatten. De bindingsconstanten van KI is hoog, die voor NaI en NaClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; tussenin (en ongeveer gelijk), die van KClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; laag. Verklaar waarom. (Deze structuur staat in de cursus ter hoogte van het deel over coÃ¶perativiteit).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2012 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge verdunningsvoorwaarden en geef 2 voorbeelden hoe men dit in de praktijk bewerkstelligt.&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende affiniteit voor het kaliumkation en motiveer: 18-kroon-6, 1,10-dithia-18-kroon-6, benzo-18-kroon-6, [2.2.2]cryptand, 15-kroon-5, 21-kroon-7.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Voor een bepaald hydrofoob (gedeelte van een) gastmolecule werd aangetoond dat het de hydrofobe holte van de gastheer maar voor 55% vult in stabielste toestand. Verklaar thermodynamisch waarom het kan dat deze gedeeltelijk gevulde toestand meer bevoordeeld wordt dan de volledig gevulde holte.&lt;br /&gt;
#* &lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn van belang bij het catenaan gevormd uit &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039;, &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; en &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;?&lt;br /&gt;
#** Wat zou het effect zijn op de bindingsconstante moest het catenaan gevormd worden rond &#039;&#039;&#039;4&#039;&#039;&#039; i.p.v. &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039; en waarom?&lt;br /&gt;
#** Beredeneer het teken van de Hammett parameter Ï van de catenatiereactie van &#039;&#039;&#039;5&#039;&#039;&#039; met het monogealkyleerd derivaat van &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039; (hiermee wordt bedoeld, de open-ketenvorm van &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; enkelvoudig gebonden aan &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;). Sterische effecten van R mogen verwaarloosd worden [[Bestand:CatenaanSmet.png]]&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers synthetiseerden bovenste verbinding als receptor voor de onderste (tekening is &#039;&#039;ongeveer&#039;&#039; juist). Belangrijke interacties hierbij zijn H-bruggen, maar ook de Ï€-Ï€-interacties tussen de eindstandige benzeenringen spelen een beduidende rol. Om aard en sterkte van deze Ï€-Ï€-interacties te onderzoeken synthetiseerde men een aantal derivaten van beide, en mat men het verschil in bindingssterkte voor verschillende substituenten op de benzeenringen. [[Bestand:receptorSmet.png]]&lt;br /&gt;
#** Welke complicatie valt te verwachten bij deze metingen, vanwege de verschillende substituenten op de derivaten?&lt;br /&gt;
#** Verklaar de waargenomen tendensen in de gemeten energiebijdragen, weergegeven in de tabel (deze waarden zijn gecorrigeerd voor de complicaties waarnaar gevraagd in eerste subvraag dus zijn &#039;&#039;juist&#039;&#039;).&lt;br /&gt;
[[Bestand:tabelSmet.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Klassieke vraag. Verbind de juiste gast met gastheer en solvent. Licht toe en zeg welke interacties plaatsvinden.&lt;br /&gt;
#* Wat is de CAC? Waarom is het belangrijk dat deze gemeten wordt en hoe wordt deze gemeten?&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: [[Bestand:MolHerExamenMario.jpg]]&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;Bepaal het teken van &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;X&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep X en &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;R&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep R. Waarom gaat bij zÃ©Ã©r elektronenzuigende groepen, bv. X=F&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, de meting van de complexatieconstante met nucleofiele deeltjes niet meer correct verlopen?&lt;br /&gt;
#* Mag men de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de aromatische ring en de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de gedeprotoneerde carbonzuurfunctie zomaar optellen? Verklaar.&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenMario2.jpg]]&lt;br /&gt;
#* De synthese van rotaxanen op vaste drager kan handig zijn. Onwaar/waar en verklaar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* geef de structuur van cyclotriveratryleen en de synthese vanuit veratrol. Waarom zijn asymmetrisch gesubstitueerde CTV&#039;s chiraal?&lt;br /&gt;
#* hoe kunnen we eigenschappen van een gegeven cyclofaan gebruiken om de grootte van de substituent op de ring te bepalen&lt;br /&gt;
#* geef de synthese van de macroring 15 kroon 5 maar ipv met zuurstoffen met (NH , O , NH, S, S) vanuit HSCH2CH2SH en H2NCH2CH2OCH2CH2NH2&lt;br /&gt;
#* welke gast past in welk solvent bij welke gastheer? gasten: (Fe3+, Yb3+, tetramethylammonium, benzoaat) solventen: (methanol, DCM, water met pH=3,7,10) gastheren:(een resorcinareen, een [4]-calixareen met een -O-CH2COOH op elke ring, een [6]-calixareen met op de ring aan de ene kant een SO3H aan de andere kant een staart met een hydroxyamide rest aan, een [6]-calixareen met daaraan een staart met aan het uiteinde een fenylureum staart&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* gegeven: een receptor met daarop 2 groepen die waterstofbruggen vormen met een HO- en een -CHO op drie verschillende liganden. Welke complex zal het stabielste zijn, en verklaar dit energetisch en entropisch (ligand 1 is een bifenyl, ligand 2 is een bifenyl met een huge (triethylmethyl-)substituent op een van de ringen en ligand 3 is gewoon een alifatische keten met die oh en cho aan de uiteinden)&lt;br /&gt;
#* wat is de dubbele mutantcyclus een geef een voorbeeld dat de voordelen duidelijk maakt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (ochtend) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Bespreek de synthese van volgend cavitand, vertrekkende van resorcinareen. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#* Wat is [2,2]paracyclofaan? Geef de syntheses en eigenschappen (UV-spectrum).&lt;br /&gt;
#* Bespreek het kinetisch en thermodynamisch templaateffect.&lt;br /&gt;
#* 5 Macroringen gegeven; rangschik naar toenemende effectieve molariteit. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven 1-amino-5-R-naftaleen (met R een onbepaalde substituent). In een complex vormt deze aminogroep een waterstofbrug. Onderzoek wijst uit dat de &amp;amp;quot;reactie&amp;amp;quot;-parameter sterk positief is. Welke soort R-substituenten bevoordeligen de reactie? (leg uit met Hammett-vergelijking en de substituent-parameter) Bekleedt de aminogroep een donor- of acceptorfunctie bij het vormen van deze waterstofbrug?&lt;br /&gt;
#* Waarom is het entropieverlies van complexvorming in oplossing doorgaans kleiner dan in gasfase?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Verklaar waarom de effectieve molariteit stijgt bij een macrocysliche 10-ring, wanneer&lt;br /&gt;
#** a) rigide groepen worden gebruikt&lt;br /&gt;
#** b) heteroatomen worden gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verschil tussen een clathraat en een vaste stof-inclusie complex.&lt;br /&gt;
#* Schrijf de synthese op van dit cavitand (structuur is gegeven) vertrekkende van rescoriol. De cavitand is gelijkend op die in de cursus staat, maar op de 2&#039; plaats heeft deze een COOH groep.&lt;br /&gt;
#* VÃ¶gth synthetiseerde vele cryptanden met substituenten X (structuur is gegeven). Hoe kon hij daarmee de grootte van de caviteit bepalen? &lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Je krijgt een complexatie van een gast en gastheer die via pi-pi interacties complexeert en net naast deze aromatische ringen een waterstofbrug vormt met een amide op de gast.&lt;br /&gt;
#** Men wil d.m.v. substituenteffecten op de aromatische ringen ph1 (= op gast) en ph2 (= op gastheer) de bijdrage voor deze pi-pi interactie meten. Welke complicatie verwacht je echter met deze methode, bij dit specifieke complex?&lt;br /&gt;
#** Verklaar in de tabel (tabel met horizontaal de para-ph1 substituenten en vertikaal de para-ph 2 substituenten) de verlopen van de incrementen. (De incrementen zijn aangepast aan de complicatie die je in het eerste puntje moet geven en zijn dus correct)&lt;br /&gt;
#** Bepaal ook het teken van de Hammett rho parameters.&lt;br /&gt;
#* Trage complexen.&lt;br /&gt;
#** Hoe kan je in een NMR spectrum zien of je te maken hebt met een traag complex&lt;br /&gt;
#** Wat is het voordeel van een extreem traag complex? Geef een relevant voorbeeld van hoe we er gebruik van kunnen maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* match de gasten en de gastheren met de juiste solventen. Gast: 1,4-benzochinon, naftaleen-1,5-dicarbonzuur en 4-butylfenol (&amp;amp;quot;voor mensen die niet goed zijn in naamgeving, zal ik de moleculen even op bord tekenen&amp;amp;quot;). Solvent: water (ph= 2, 6, 10), MeOH, CCl4. Gasten: alpha-cyclodextrine, diazo-18-kroon-6, 18-kroon-6, [2,2]cyclofaan en 2 grote cyclofanen die getekend staan. Geef ook alle niet-covalente reacties en licht uw keuze toe&lt;br /&gt;
#* Wat is CAC, waarom belangrijk en hoe gemeten&lt;br /&gt;
#* reactie van een [2,2,1]cryptand opgebouwd uit bi en triÃ«thyleenglycolderivaten&lt;br /&gt;
#* Membraantransport  van kationen met kroonethers en de voorwaarden waaraan dat kroonether moet voldoen&lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Het teken van rho (Hammet) bepalen uit een tabel met stabiliteitsconstanten met verschillende gevers en zuigers. De link vinden met het reactiemechanisme. Bijkomende vraag: wat gebeurt er met een sterke base en een sterke elektronzuiger. (ja wat onduidelijk als je het molecule niet ziet natuurlijk...)&lt;br /&gt;
#* Stelling: voor het gegeven molecule mag ik zomaar de deltaG optellen om de totale deltaG te berekenen.&lt;br /&gt;
#* Waarom kan het voordelig zijn om synthese van rotaxanen uit te voeren op een vaste fase&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke ionen passen in welke macroringen? (K+, Ag+, Eu3+, Li+ en nog een vieze grote molecule) De macrocyclische verbindingen zijn ook gegeven. Welk solvent pak je best? (H2O, H2O pH 10, MeOH of chloroform) Vermeld welke interacties plaatsvinden&lt;br /&gt;
#* bespreek de synthese van: -een calix[4]areen met twee nitraten, twee n-propyloxy&#039;s en een azakroonetheroverbrugging-&lt;br /&gt;
#* Wat is zijn zelfassemblage en zelforganisatie en illustreer met een voorbeeld&lt;br /&gt;
# MS:&lt;br /&gt;
#* Tabel horende bij compensatie-effect gegeven. Welke interacties? Bespreek de tendens in de tabel en ook het verschil in \Delta S tussen gasfase en oplossing.&lt;br /&gt;
#* tekening van een catenaan met een cyclofaan met nogal wat N in rond een benzokroonether gegeven. Deze verbinding toont met H-NMR slechts twee signalen (3,45 en 6,26 ppm of zo) voor de hydrochinon-waterstoffen. Reden? Bespreek ook de multipliciteit van de signalen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Waarom is ethyleendioxy zo&#039;n populaire eenheid in kroonetherchemie&lt;br /&gt;
#* Welke 2 groepen zijn belangrijk bij de complexatie van Fe bij de sideroforen&lt;br /&gt;
#* 3 gasten (Lithium, azide, tetramethylammonium), 5 solventen (MeOH, H2O( pH 2,6,10), CCl4), gastheren ([2.2.2]-cryptand, all-cis resorcinareen, cram&#039;s sferand, 18-kroon-6,...)&lt;br /&gt;
# M.S.:&lt;br /&gt;
#* Synthese van tetrakationisch cyclofaan&lt;br /&gt;
#* Vraagje over receptor die interageert met gast, welk teken heeft de hammett parameter rho.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R0898426</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=4634</id>
		<title>Moleculaire Herkenning</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=4634"/>
		<updated>2025-06-18T09:56:36Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R0898426: /* 17 juni 2025 (VM) */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verplicht vak voor chemie. Moleculaire herkenning wordt gedoceerd door 2 proffen. Mario smet en Wim &amp;amp;quot;sandalen&amp;amp;quot; Dehaen. 50% van de punten staan op het examen, de andere 50% staan op een paper. Op het examen worden mondelinge vragen gesteld over de paper. Bij prof. Smet zijn dit normaal enkel de vragen die hij geeft bij de feedback op de paper,&lt;br /&gt;
prof. Dehaen stelt vaak ook extra vragen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===17 juni 2025 (VM)===&lt;br /&gt;
# Deel Wim&lt;br /&gt;
## 1. Koppelvraag: Koppel elke gastmolecule aan een geschikte gastheer en oplosmiddel. Niet elke gastheer of elk oplosmiddel moet gebruikt worden; hergebruik is toegestaan.&lt;br /&gt;
### Gasten:&lt;br /&gt;
- hexadecyltrimethylammoniumchloride (focus op het hexadecyltrimethylammonium-kation)  &lt;br /&gt;
- tetraethylammoniumnitraat (focus op nitraat)  &lt;br /&gt;
- 1-naftaleensulfonzuur  &lt;br /&gt;
- 4-aminobutaanzuur  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
### Gastheren:&lt;br /&gt;
- [2.2.2]-cryptand  &lt;br /&gt;
- resorcinareen  &lt;br /&gt;
- α-cyclodextrine  &lt;br /&gt;
- β-cyclodextrine  &lt;br /&gt;
- lariatkroonether met amine-/amidegroepen in de staart  &lt;br /&gt;
- azakroonether-achtige macrocyclus met meerdere amines en twee benzeenringen als ‘caps’&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
### Oplosmiddelen:&lt;br /&gt;
- dichloormethaan (DCM)  &lt;br /&gt;
- methanol  &lt;br /&gt;
- water (pH 2, 7 of 10)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
### Tip:&lt;br /&gt;
4-aminobutaanzuur komt voor als zwitter-ion (combinatie met lariatether: zuur = H-brug acceptor → NH-staart; amine = H-brug donor → kroonether).  &lt;br /&gt;
1-naftaleensulfonzuur → β-cyclodextrine  &lt;br /&gt;
nitraat → azakroonether  &lt;br /&gt;
hexadecyltrimethylammoniumchloride → resorcinareen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
## 2. Wat is het effect van rigide groepen op de effectieve molariteit (EM)?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
## 3. Stel een synthesetraject op voor het thia-analoog van de [2.2.2]-cryptand, vertrekkende van triethanolamine. Hoe maximaliseren we de synthese?&lt;br /&gt;
### Tip:&lt;br /&gt;
Vervang OH door een betere leaving group (bv. tosyl), laat reageren met een thiol (bv. ethane-1,2-dithiol).  &lt;br /&gt;
Maximaliseren door hoge verdunning en base (cesiumeffect).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Deel Mario&lt;br /&gt;
## 1. Welk proces heeft de kleinste entropieverandering?&lt;br /&gt;
### a) Een cyclisatie waarbij een alkyn (R–C≡CH) met een triazene reageert tot een triazoolring  &lt;br /&gt;
### b) Vorming van een waterstofbrug tussen amidegroepen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
## 2. Wat is het teken van ρ in de Hammetvergelijking bij complexatie van K⁺ met een kroonether die een benzeenring bevat, waarbij R een substituent is op die aromatische ring?&lt;br /&gt;
Geldt dezelfde redenering ook voor een kroonether waarbij R via een CH₂-keten aan de kroonether is gekoppeld (dus kroonether–CH₂–R i.p.v. kroonether–C₆H₄–R)?  &lt;br /&gt;
**Tip:** Dezelfde redenering geldt niet, want bij ρ wordt geen onderscheid gemaakt tussen inductieve en mesomere effecten (mesomeer gevend kan ook inductief zuigend zijn).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
## 3. Wat is transfectie? Wat is het probleem bij transfectie, en hoe kan supramoleculaire chemie dit oplossen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2025 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#*Synthetiseer een [2.1.1]cryptand&lt;br /&gt;
#*Belang resorcinol molecule in de supramoleculaire chemie bespreken, had te maken met boot-/stoel-conformatie dus resorcinarenen. En dan toepassingen van resorcinarenen geven ( complexatie met quaternaire amoniumzouten en vooral cavitanden en carceplexen)&lt;br /&gt;
#*standaard combinatievraag&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#* Exact hetzelfde als 30 augustus 2021&lt;br /&gt;
#* Bij vraag 2: Let op de basisiciteit van de stikstofatomen -&amp;gt; alternatieve molecule zal een zuur-base reactie hebben met de stikstof van de macroring, waardoor je geen pseudo-rotaxaan kan krijgen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2024 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#*Synthetiseer 4de molecule p78, waarvan 2 van de 4 moleculen: R = propyl en de andere 2 hadden geen tert-buthyl maar een monoazakroonether. Gegeven waren startproducten formaldehyde (mag je 2 keer gebruiken), monoazakroonether en tertbuthylfenol. Zoek een juiste volgorde van synthesestrategie. (Bijvraag: wat en hoe reageert formaldehyde en waar op de ring)&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen een vaste-toestand-inclusiecomplex en een clathraat? (Bijvraag: iets van voorbeeld gegeven)&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen sephulcraat, sidefoor of sacrofagine? En hoe worden deze bereid uit formaldehyde en ethyleendiamine? &lt;br /&gt;
#*Klassieke vraag van 4 gastheren, 4 gasten en 5 solventen. Geef ook welke niet-covalente interacties er aanwezig zullen zijn.&lt;br /&gt;
##*Gasten (structuren gegeven): 1,4-benzendicarboxylic acid / Paraquat / isocyanuurzuur / ureum&lt;br /&gt;
##*Gastheren (structuren gegeven): Glycoluril (6 keer in een cirkel) / en nog 3 anderen die ik niet ken)&lt;br /&gt;
##*Solventen Water pH 3 / 7 / 10 / MeOH en DCM (Let op met de interacties)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#*2 reacties gegeven (1 met 2 moleculen waarbij covalente binding gevormd wordt, 2 azijnzuren die H-bruggen vormen) welke heeft de grootste entropieverandering?&lt;br /&gt;
#*Molecule gegeven met pi-pi-stapeling. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho? Leg uit als er pH-afhankelijkheid is voor het teken? (Ja!)&lt;br /&gt;
#*Molecule gegeven met 5 H-bruggen, we willen de bindingsconstante van H-brug met * bepalen. Hoe doen we dit? Er zullen problemen opduiken. Geef een oplossing voor deze problemen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 Juni 2024 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel van Dehaen&lt;br /&gt;
#*Volgende moleculen werden getest op gast-gastheer complexvorming met chloride-anion. Bij hetzelfde solvent ging de complexvorming het best op met gastheer 1, dan 2 en dan 3 die beduidend veel slechter complexeerde. Nochtans heeft 3 een extra H op de aromatische N in vergelijking met 1. De onderzoekers linkten de slechte complexvorming bij 3 met een verschil in preorganisatie. Leg uit. (Het kwam erop neer dat je de groepen juist moest uittekenen en dan de juiste interacties moest vinden.) [[File:Vraag1Wim.png|caption]]&lt;br /&gt;
#*Rangschik volgende moleculen van slechtst naar best voor complexvorming met een Li-kation. [[File:Vraag2Wim.png|caption]]&lt;br /&gt;
#*Geef een voorstel van de synthese van hexathia-18-kroon-6 waarbij je bèta-halogeensulfiden vermijdt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel van Mario&lt;br /&gt;
#*Wat is de ceiling temperature en floor temperature? Wat is hun fysische betekenis? Geef een voorbeeld van supramoleculaire polymeren bij elke soort temperatuur. Leg uit wat het belang is van de ceiling temperature bij duurzame afvalverwerking van de polymeren.&lt;br /&gt;
#*Rotaxaanvormingsreactie gegeven. Bepaal het teken van de Hammet-parameter rho met betrekking tot substituent R voor de ligging van het ev. Zou deze rotaxaanvorming ook opgaan met een difenylamine? (exact zelfde vraag als augustus 2021)&lt;br /&gt;
#*Waarom worden cyclodextrines gebruikt in geneesmiddelen? Leg uit aan de hand van de Lipinski regels voor orale beschikbaarheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 Juni 2023===&lt;br /&gt;
#Deel van Dehaen&lt;br /&gt;
#*Hoe maak je 1,4,10,13-tetraäza-18-kroon-6 uitgaande van 1,2-diaminoëthaan en eventueel andere reagentia? Welke techniek zou je gebruiken om een maximale opbrengst te bekomen?&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen een vaste-toestand-inclusiecomplex en een clathraat?&lt;br /&gt;
#*Wat zijn sepulchraat- en sarcofaginecomplexen en hoe kan je ze bereiden met ethyleendiamine en Co(III)?&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag: Combineer telkens een gast, gastheer en een solvent. Er zijn 4 gastheren, 4 gasten en 5 solventen gegeven. Bij elke gastheer hoort 1 gast en vice versa. Er zijn meer solventen gegeven dan gasten en gastheren, dus hier kan je er al zeker 1 niet gebruiken. Geef een korte verklaring bij elke combinatie die je maakt.&lt;br /&gt;
#**Gastheren: 1. een cyclofaan met 2 ringen en 3 NH&#039;s tussen de ringen aan elke kant (tussen elke NH zat een CH2). 2. Cucurbit[6]uril. 3.Een klein cyclisch molecule met 2 aromatische ringen met een N naar binnen gewezen. Boven deze ring zijn 2 of 3 NH&#039;s, eronder 2 N-CH3&#039;s. 4. Een groot cyclisch molecule met aromatische ringen met een N (naar binnen wijzend) en tussen de aromatische ringen een koolstofketen met NH&#039;s (ook 2 random C=O bindingen die naar buiten wijzen, links- en rechtsboven).&lt;br /&gt;
#**Gasten: 1. Koolstofketen met aan elke uiteinde een aromatische ring. Op de verbinding tussen de keten en elke ring zit een positief geladen N. 2. ureum. 3. Cyclohexaan met afwisselend een O (C=O, met C de C van de ring en O het substituent) en een NH2 als substituent (in totaal volledig gesubstitueerd). 4. Een aromatische ring met 2 COOH substituenten in para.&lt;br /&gt;
#**Solventen: Water (pH 3,7 of 10), methanol of dichloormethaan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel van Mario&lt;br /&gt;
#*Er is een afbeelding gegeven van het complex dat KI coöperatief kan binden adhv Zn (staat ook in de slides bij coöperativiteit). Dan staan er bindingsconstantes gegeven van KI, KClO4, NaI en NaClO4 met KI duidelijk de hoogste bindingsconstante.&lt;br /&gt;
#**a) Verklaar de waargenomen resultaten.&lt;br /&gt;
#**b) Welke binding gaat volgens jou gepaard met de grootste entropieverandering? Verklaar.&lt;br /&gt;
#*18-kroon-6 is gegeven met een aromatische ring erop en aan de aromatische ring hangt een R. Wat is het teken van rho indien de complexeren van K+ met deze structuur bekijken en wat is de verhouding met R? Geef in je antwoord zeker de volledige Hammett-vergelijking. Dan staat er een tweede afbeelding gegeven, ook 18-kroon-6, maar hier is het substituent -CH2-R. Geldt dit ook voor de tweede structuur?&lt;br /&gt;
#*Wat zijn de voor- en nadelen van supramoleculaire polymeren?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 Juni 2022 ===&lt;br /&gt;
#Dehean&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag&lt;br /&gt;
#**Solvent: CH2Cl2, MeOH, H2O pH (2,7,12)&lt;br /&gt;
#**Guests: trimethylhexadecylammonium *Cl-*, *tetrabutylammonium* nitraat, naftaleen-1-sulfonzuur, 4-aminobutaanzuur&lt;br /&gt;
#**Hosts: zeven, enkel molecule gegeven dus kan ze niet opnoemen ([2,2,2]-cryptand met enkel zuurstof, ...)&lt;br /&gt;
#*Verband EM &amp;amp; rigide groepen&lt;br /&gt;
#*Synthese hexathia-analoog van [2,2,2] cryptand, uitgaande van triëthanolamine&lt;br /&gt;
#**Hoe maximaliseren we de synthese?&lt;br /&gt;
#Smet&lt;br /&gt;
#*Bespreek compensatiegedrag entropie en enthalpie&lt;br /&gt;
#*Welke technieken om verschil tussen een catenaan en zijn 2 aparte ringen te meten (vermeld eventuele eigenschappen die nodig zijn op de macroringen)&lt;br /&gt;
#*Azidothymidine: structuur gegeven, voorspel werking en bio-beschikbaarheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 Augustus 2021===&lt;br /&gt;
[https://i.imgur.com/eDCNSJR.jpg Dehaen] &amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
[https://i.imgur.com/JolZOyK.jpg Smet]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 juni 2021===&lt;br /&gt;
#Dehaen&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag. &lt;br /&gt;
#**Gasten: naftaleenderivaat, nitraat, aminobutaanzuur,... &lt;br /&gt;
#**Gastheren: alpha-cyclodextrine derivaat met een quaternair amoniumzout aan gebonden, beta-cyclodextrine derivaat, kroonether met thioureumfuncties, een lariatether, [2.2.2] cryptand met zuurstof als donoratomen en N als bruggenhoofden. &lt;br /&gt;
#**Solvent: water pH 2, 7, 10, methanol, CH2Cl2&lt;br /&gt;
#*Verband EM &amp;amp; rigide groepen&lt;br /&gt;
#*Synthese van het thia-analoog van de [2.2.2]-cryptand startende van een triethanolamine. &lt;br /&gt;
#Smet&lt;br /&gt;
#*Leg uit waarom de meeste polymerisatiereacties slechts opgaan onder een bepaalde temperatuur. Geef de naam van deze temperatuur. &lt;br /&gt;
#*Leg uit waarom sommige polymerisatiereacties enkel opgaan boven een bepaalde temperatuur. Geef de naam van deze temperatuur. Geef een voorbeeld van een monomeer dat dergelijk gedrag vertoond. &lt;br /&gt;
#*Vraag over een complexatiereactie met een R-substituent en wat het teken van rho zou zijn in de Hammett-vergelijking.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 juni 2019 VM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Uitleggen waarom verzeping plaatsvindt van een gegeven molecule met KOH in tolueen enkel als een kroonether aanwezig (18-kroon-6 analoog)&lt;br /&gt;
#* Uitleggen waarom cyclodextrines geschikt zijn voor &amp;quot;drug delivery&amp;quot; en een geschikt cyclodextrinekiezen (alfa, beta, gamma) voor naproxen (naftaleenderivaat)&lt;br /&gt;
#* Waarom base gebruiken voor kroonethersynthese van catechol en oligoethyleenglycoltosylaten? (deproteneren / templaateffect van kation)&lt;br /&gt;
#** Verschillende kroonethers gegeven met variërende lengte en aantal zuurstoffen. Hij vraagt om voor elke kroonether de juiste base te kiezen&lt;br /&gt;
#** Keuze uit 5 basen: LiAcO, KAcO, NH4AcO, CsAcO en moleculair kation en AcO-&lt;br /&gt;
#* Resorcinaren worden gevormd in zuur milieu maar na een tijdje zal het thermydynamischer stabieler zijn (stoel versus boot)&lt;br /&gt;
#** Geef interacties van beide isomeren in basisch milieu met een tetraalkylammonium-kation&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* 2 associaties gegeven, welke van de 2 associaties heeft de kleinste entropieverandering? (A = H-brugacceptor &amp;amp; D = H-brugdonor)&lt;br /&gt;
#** Associatie 1: ADA DAD (letters staan eigelijk onder elkaar)&lt;br /&gt;
#** Associatie 2: AAA DDD (letters staan eigelijk onder elkaar)&lt;br /&gt;
#* Molecule gegeven met R-groep  dat interacties aangaat met een chloride-anion&lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn er voornamelijk?&lt;br /&gt;
#** Wat voor groep moet R zijn? Hoe verhoudt zicht dat tot de parameter rho?&lt;br /&gt;
#* Bespreek biobeschikbaarheid van morfine (structuur gegeven) &lt;br /&gt;
#** Heroïne heeft een sterker effect op het centraal zenuwstelsel, verklaar? (gegeven dat morfine reageert met overmaat azijnzuuranhydride en heroïne vormt).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineer:&lt;br /&gt;
#** Gasten: trimethylhexadecylammoniumion, nitraation, 4-aminoboterzuur, naftaleensulfonzuur. &lt;br /&gt;
#** Gastheren: resorcinareen, benzokroonether met één N en op die N zat een keten (keten = CH2 C6H4 CH2 ... NH C=NH NH ... azole ring), twee speciale cyclodextrines (eentje was een ring van zes monomeren met een ammoniumfuntie op, de andere was een ring van zeven monomeren met een thia-amine keten op), een ring met drie benzenen en tussen elke benzeen de groep CH2 CH2 NH C=S NH CH2 CH2), nog eentje die ik me niet herinner&lt;br /&gt;
#** Solventen: de gewoonlijke&lt;br /&gt;
#* Effect rigide groepen op EM&lt;br /&gt;
#* Synthese thia analoog [2.2.2]cyrptand, hoe synthese verbeteren?&lt;br /&gt;
#*Pillarenen uitleggen, verband andere calixarenen&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welke reactie geeft de grootste entropie veranderingen? eentje is het azijnzuur dimeer, de andere is de cyclisatie van twee ringen (eentje is maleïnezuuranhydride en de ander cyclohexa-1,3-dieen) (volgens chemdraw heet het gevormde molecule (4R,7aS)-3a,4,7,7a-tetrahydro-4,7-ethanoisobenzofuran-1,3-dione). Bijvraag: iets met de deeltermen van de entropie, bij welke is welke het grootst? &lt;br /&gt;
#* Geef teken rho (Hammett) van de complexatie van K+ met een benzokroonether met aan die benzeenring een substituent R. Geldt deze redenering voor rho ook voor een tweede kroonether die aan een ethyleen eenheid een CH2R groep heeft hangen?&lt;br /&gt;
#* Bespreek relenza en tamiflu, over hun biobeschikbaarheid en mechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineren van gast, gastheer en solvent met als gasten: lanthaan, paraquat en nog een dicarbonzuur, als gastheren verschillende calixarenen in water ph 2,7,10, methanol of chloroform&lt;br /&gt;
#* Vraag welke het beste zou zijn voor ionentransport over een organisch membraan: diglyme of 2,2,2 kryptand&lt;br /&gt;
#* Een synthese van een 2,2,2 thiakryptand derivaat&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Ceiling &amp;amp; floortemperatuur + voorbeeld&lt;br /&gt;
#* Met de hammetvgl werken en teken van rho bepalen bij een complexvorming van pseudorotaxaan&lt;br /&gt;
#* Invloed van ... (cyclodextrine?) op transport van medicijnen en da linken aan de lipinskiregels&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 VM ===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze 1,3benzeenringen hebben geen buty meer, en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd. &lt;br /&gt;
#* Nonactine &amp;amp; valinomycine&lt;br /&gt;
#* Gast, gastheer, solvent: &lt;br /&gt;
#** H2O (pH = 3,7, 10), DCM, MeOH&lt;br /&gt;
#** Na+, ammoniumzout*, diamide*, benzoezuur (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
#** Calix[4]areen*, resorcinol uit acetaldehyde en 24u reflux, benzokroonether*, alfa-cyclodextrine, diamine* (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welk proces geeft de grootste entropieverandering met zich mee? &lt;br /&gt;
#** Furaan + H2C=COOR --&amp;gt; furaanring waarvan de twee dubbele bindingen weg zijn en er eentje bij is gekomen waar er eerst de enkele binding was, en de twee koolstoffen naast de zuurstof zijn nu verbonden met de koolstoffen van de dubbele binding van het ester&lt;br /&gt;
#** twee carbonzuren die een dimeer vormen&lt;br /&gt;
#* Bepaal teken rho, heeft pH invloed (R-C6H5 pi-pi stapeling met C6H5-NH2)&lt;br /&gt;
#* Relenza en tamiflu (orale beschikbaarheid en mechanisme)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel de synthese op voor het Lehn&#039;s sferand (structuur gegeven) vanuit (derivaten van) diëthyleenglycolen.&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge-verdunningsvoorwaarden en hoe werkt dit?&lt;br /&gt;
#* Combineer. Gastheren: cyclisch guanidine, cucurbit[8]uril, 30-kroon-10. Gasten: arginine, N-acetyltryptofaan, 1,4-bis(aminoimidazoline)butaan. Solventen: Chloroform, methanol, water pH 2, 7 en 10. (structuren gegeven)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: een pyrrool gesubstitueerd met een alkeen met twee R-substituenten (willekeurig). Dit molecule interageert met een onbekende receptor. Welke interactie veronderstel je? Bepaal het teken van rho. Wat gebeurt er met de absolute waarde van rho wanneer je een R-substituent vervangt door een H-atoom.&lt;br /&gt;
#* Wat is transfectie en hoe kan supramoleculaire chemie hierbij helpen?&lt;br /&gt;
#* Twee verbindingen gegeven, elk met 3 waterstofbindingen (structuren uit slides deel supramoleculaire polymeren). Welke verbinding heeft de grootse associatieconstante en waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke factoren beinvloeden de effectieve molariteit&lt;br /&gt;
#* synthese van hexathia18-kroon-6 vanuit ethyleenglycol en bis(2hydroxyethyl)sulfide op een veilige manier en wat doen we om de opbrengst zo hoog mogelijk te houden&lt;br /&gt;
#* wat zijn ansa-verbindingen en hoe kunnen ze meer inzicht geven over de ruimtevulling van de groepen&lt;br /&gt;
#* een structuur gegeven met 2 NH2 groepen een kroonether en een R (fenyl). 4-aminobutaanzuur is beter oplosbaar dan glycine (2-aminoazijnzuur) en 6-aminohexaanzuur. Hoe komt dit, welke interacties. De oplosbaarheid stijgt wanneer we R vervangen door (4-NO2-fenyl). Verklaar.&lt;br /&gt;
#* er zijn twee isomeren bij de synthese van resorcinarenen. Welke zijn dit?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#SMET:&lt;br /&gt;
#* gegeven een amide: RR&#039;C=CH-CO-N(CH3)2 met onbekende receptor gaat interageren:&lt;br /&gt;
Welke interactie verwachten we, teken van reactieparameter, plus redeneer. Wat gebeurt er met de absolite waarde van de reactieparameter als we een van de R groepen vervangen door een H.&lt;br /&gt;
#* lipskin regel geven en wat is het belang tegenwoordig in farmaceutische industrie &lt;br /&gt;
#* Bij synthese van rotaxanen volgens iemand (Stoddart ofzo)(tetrakationisch complex) zal threading een hogere opbrengst geven dan clipping waarom?&lt;br /&gt;
Waarom dan niet altijd threading?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze twee benzeenringen zijn ook gedebutyleerd en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd.&lt;br /&gt;
#* Bespreek aan de hand van hun structuurelementen de functie van nonactine en valinomycine (structuur gegeven).&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gastheren met de juiste gasten en solventen. Gasten: Natriumion, p-diaminobenzeen, p-diaminobenzeen met beide stikstoffen tetragebutyleerd, benzoÃ«zuur. Gastheren: calix[4]areen, een groot dibenzokroonether, een resorcinareen verkregen na 24 uur reflux, alfa-cyclodextrine en een aromatisch diamide. Solventen: water (pH 3, 7, 10), MeOH &amp;amp;amp; DCM.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* 4-R-pyridine. Deze gast bindt enkel aan de gastheer indien de stikstof geprotoneerd is. Bepaal het teken van de Hammett-parameter rho. Op welke interactie zou de complexatie kunnen berusten?&lt;br /&gt;
#* Geef de twee methoden die gebruikt kunnen worden om de associatieconstante te schrijven in functie van deelassociatieconstanten. Beschrijf de fysische basis van het probleem dat hierbij optreedt.&lt;br /&gt;
#* Bespreek de moleculaire basis van plaquevorming zoals die optreedt bij bijvoorbeeld de ziekte van Alzheimer. Wat zijn de therapeutische mogelijkheden om dit tegen te gaan? Bijvraag: op welke secundaire structuren en soorten interacties berust de associatie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven [2.2.2]cryptand uitgaande van chlooracetamide. Het cryptand heeft stikstoffen als bruggenhoofden, 2 ketens met telkens 2 zuurstoffen en 1 keten met 2 zwavelatomen. En hoe kan je de macroyclisatie bevorderen?&lt;br /&gt;
#* Transport van donor naar acceptorlaag via een organisch membraan? hoe gaat dit het beste met pentaglyme of met een [2.2.2]cryptand. Verklaar.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Je hebt een gesubstitueerd chinoline (onbekende substituent). Dit chinoline complexeert enkel met een gastheer als de N niet geprotoneerd is. wat is het teken van de hammet-parameter Rho? welke interactie zal er zijn tussen de gast en de gastheer?&lt;br /&gt;
#* Geef de 4 belangrijkste entropieveranderingen bij complexatie en bespreek. Welke is verantwoordelijk voor preorganisatie? Leg uit.&lt;br /&gt;
#* Invloed ketenlengte benzokroonether op rendement van een catenaan met een tetrakationisch cyclofaan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven calix[4]hemisferand uitgaande van 2 gegeven fenolen. De receprot bestond uit een calix[4]areen met een hemisferand aangehecht op de 1- en 3-posities.&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van valinomycine en nonactine: bespreek de functie  en hoe de verschillende structuurelementen hiertoe bijdragen.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#**solventen: zuur, neutraal of basisch water, methanol, dicchloormethaan&lt;br /&gt;
#**gastheren: cyclodextrine, een grote benzokroonether, een calyxareen, stoel resorcinareen en een heteroaromatische receptor met amidefuncties.&lt;br /&gt;
#**gasten: natriumion, aromatisch diamine, aromatisch diammoniumzout, benzoÃ«zuur&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Op welke 2 manieren kunnen we de totale associatieconstante beschouwen als een product van deelassociatieconstanten? Wat is bij elk het grootste fysisch probleem? Welk van deze 2 methoden is, op praktische gronden, te verkiezen en waarom?&lt;br /&gt;
#* Gegeven een amide met een para-gesubstitueerde fenylgroep op de N en de carbonyl. Dit molecule gaat waterstofbindingen aan met zowel de zuurstof als de NH. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho voor het substituent op elke benzeenring?&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van een receptor bestaande uit een porfyrinering, gekoppeld aan een calixareen met ketens die veel heteroatomen bevatten. De bindingsconstanten van KI is hoog, die voor NaI en NaClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; tussenin (en ongeveer gelijk), die van KClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; laag. Verklaar waarom. (Deze structuur staat in de cursus ter hoogte van het deel over coÃ¶perativiteit).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2012 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge verdunningsvoorwaarden en geef 2 voorbeelden hoe men dit in de praktijk bewerkstelligt.&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende affiniteit voor het kaliumkation en motiveer: 18-kroon-6, 1,10-dithia-18-kroon-6, benzo-18-kroon-6, [2.2.2]cryptand, 15-kroon-5, 21-kroon-7.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Voor een bepaald hydrofoob (gedeelte van een) gastmolecule werd aangetoond dat het de hydrofobe holte van de gastheer maar voor 55% vult in stabielste toestand. Verklaar thermodynamisch waarom het kan dat deze gedeeltelijk gevulde toestand meer bevoordeeld wordt dan de volledig gevulde holte.&lt;br /&gt;
#* &lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn van belang bij het catenaan gevormd uit &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039;, &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; en &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;?&lt;br /&gt;
#** Wat zou het effect zijn op de bindingsconstante moest het catenaan gevormd worden rond &#039;&#039;&#039;4&#039;&#039;&#039; i.p.v. &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039; en waarom?&lt;br /&gt;
#** Beredeneer het teken van de Hammett parameter Ï van de catenatiereactie van &#039;&#039;&#039;5&#039;&#039;&#039; met het monogealkyleerd derivaat van &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039; (hiermee wordt bedoeld, de open-ketenvorm van &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; enkelvoudig gebonden aan &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;). Sterische effecten van R mogen verwaarloosd worden [[Bestand:CatenaanSmet.png]]&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers synthetiseerden bovenste verbinding als receptor voor de onderste (tekening is &#039;&#039;ongeveer&#039;&#039; juist). Belangrijke interacties hierbij zijn H-bruggen, maar ook de Ï€-Ï€-interacties tussen de eindstandige benzeenringen spelen een beduidende rol. Om aard en sterkte van deze Ï€-Ï€-interacties te onderzoeken synthetiseerde men een aantal derivaten van beide, en mat men het verschil in bindingssterkte voor verschillende substituenten op de benzeenringen. [[Bestand:receptorSmet.png]]&lt;br /&gt;
#** Welke complicatie valt te verwachten bij deze metingen, vanwege de verschillende substituenten op de derivaten?&lt;br /&gt;
#** Verklaar de waargenomen tendensen in de gemeten energiebijdragen, weergegeven in de tabel (deze waarden zijn gecorrigeerd voor de complicaties waarnaar gevraagd in eerste subvraag dus zijn &#039;&#039;juist&#039;&#039;).&lt;br /&gt;
[[Bestand:tabelSmet.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Klassieke vraag. Verbind de juiste gast met gastheer en solvent. Licht toe en zeg welke interacties plaatsvinden.&lt;br /&gt;
#* Wat is de CAC? Waarom is het belangrijk dat deze gemeten wordt en hoe wordt deze gemeten?&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: [[Bestand:MolHerExamenMario.jpg]]&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;Bepaal het teken van &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;X&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep X en &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;R&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep R. Waarom gaat bij zÃ©Ã©r elektronenzuigende groepen, bv. X=F&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, de meting van de complexatieconstante met nucleofiele deeltjes niet meer correct verlopen?&lt;br /&gt;
#* Mag men de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de aromatische ring en de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de gedeprotoneerde carbonzuurfunctie zomaar optellen? Verklaar.&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenMario2.jpg]]&lt;br /&gt;
#* De synthese van rotaxanen op vaste drager kan handig zijn. Onwaar/waar en verklaar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* geef de structuur van cyclotriveratryleen en de synthese vanuit veratrol. Waarom zijn asymmetrisch gesubstitueerde CTV&#039;s chiraal?&lt;br /&gt;
#* hoe kunnen we eigenschappen van een gegeven cyclofaan gebruiken om de grootte van de substituent op de ring te bepalen&lt;br /&gt;
#* geef de synthese van de macroring 15 kroon 5 maar ipv met zuurstoffen met (NH , O , NH, S, S) vanuit HSCH2CH2SH en H2NCH2CH2OCH2CH2NH2&lt;br /&gt;
#* welke gast past in welk solvent bij welke gastheer? gasten: (Fe3+, Yb3+, tetramethylammonium, benzoaat) solventen: (methanol, DCM, water met pH=3,7,10) gastheren:(een resorcinareen, een [4]-calixareen met een -O-CH2COOH op elke ring, een [6]-calixareen met op de ring aan de ene kant een SO3H aan de andere kant een staart met een hydroxyamide rest aan, een [6]-calixareen met daaraan een staart met aan het uiteinde een fenylureum staart&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* gegeven: een receptor met daarop 2 groepen die waterstofbruggen vormen met een HO- en een -CHO op drie verschillende liganden. Welke complex zal het stabielste zijn, en verklaar dit energetisch en entropisch (ligand 1 is een bifenyl, ligand 2 is een bifenyl met een huge (triethylmethyl-)substituent op een van de ringen en ligand 3 is gewoon een alifatische keten met die oh en cho aan de uiteinden)&lt;br /&gt;
#* wat is de dubbele mutantcyclus een geef een voorbeeld dat de voordelen duidelijk maakt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (ochtend) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Bespreek de synthese van volgend cavitand, vertrekkende van resorcinareen. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#* Wat is [2,2]paracyclofaan? Geef de syntheses en eigenschappen (UV-spectrum).&lt;br /&gt;
#* Bespreek het kinetisch en thermodynamisch templaateffect.&lt;br /&gt;
#* 5 Macroringen gegeven; rangschik naar toenemende effectieve molariteit. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven 1-amino-5-R-naftaleen (met R een onbepaalde substituent). In een complex vormt deze aminogroep een waterstofbrug. Onderzoek wijst uit dat de &amp;amp;quot;reactie&amp;amp;quot;-parameter sterk positief is. Welke soort R-substituenten bevoordeligen de reactie? (leg uit met Hammett-vergelijking en de substituent-parameter) Bekleedt de aminogroep een donor- of acceptorfunctie bij het vormen van deze waterstofbrug?&lt;br /&gt;
#* Waarom is het entropieverlies van complexvorming in oplossing doorgaans kleiner dan in gasfase?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Verklaar waarom de effectieve molariteit stijgt bij een macrocysliche 10-ring, wanneer&lt;br /&gt;
#** a) rigide groepen worden gebruikt&lt;br /&gt;
#** b) heteroatomen worden gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verschil tussen een clathraat en een vaste stof-inclusie complex.&lt;br /&gt;
#* Schrijf de synthese op van dit cavitand (structuur is gegeven) vertrekkende van rescoriol. De cavitand is gelijkend op die in de cursus staat, maar op de 2&#039; plaats heeft deze een COOH groep.&lt;br /&gt;
#* VÃ¶gth synthetiseerde vele cryptanden met substituenten X (structuur is gegeven). Hoe kon hij daarmee de grootte van de caviteit bepalen? &lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Je krijgt een complexatie van een gast en gastheer die via pi-pi interacties complexeert en net naast deze aromatische ringen een waterstofbrug vormt met een amide op de gast.&lt;br /&gt;
#** Men wil d.m.v. substituenteffecten op de aromatische ringen ph1 (= op gast) en ph2 (= op gastheer) de bijdrage voor deze pi-pi interactie meten. Welke complicatie verwacht je echter met deze methode, bij dit specifieke complex?&lt;br /&gt;
#** Verklaar in de tabel (tabel met horizontaal de para-ph1 substituenten en vertikaal de para-ph 2 substituenten) de verlopen van de incrementen. (De incrementen zijn aangepast aan de complicatie die je in het eerste puntje moet geven en zijn dus correct)&lt;br /&gt;
#** Bepaal ook het teken van de Hammett rho parameters.&lt;br /&gt;
#* Trage complexen.&lt;br /&gt;
#** Hoe kan je in een NMR spectrum zien of je te maken hebt met een traag complex&lt;br /&gt;
#** Wat is het voordeel van een extreem traag complex? Geef een relevant voorbeeld van hoe we er gebruik van kunnen maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* match de gasten en de gastheren met de juiste solventen. Gast: 1,4-benzochinon, naftaleen-1,5-dicarbonzuur en 4-butylfenol (&amp;amp;quot;voor mensen die niet goed zijn in naamgeving, zal ik de moleculen even op bord tekenen&amp;amp;quot;). Solvent: water (ph= 2, 6, 10), MeOH, CCl4. Gasten: alpha-cyclodextrine, diazo-18-kroon-6, 18-kroon-6, [2,2]cyclofaan en 2 grote cyclofanen die getekend staan. Geef ook alle niet-covalente reacties en licht uw keuze toe&lt;br /&gt;
#* Wat is CAC, waarom belangrijk en hoe gemeten&lt;br /&gt;
#* reactie van een [2,2,1]cryptand opgebouwd uit bi en triÃ«thyleenglycolderivaten&lt;br /&gt;
#* Membraantransport  van kationen met kroonethers en de voorwaarden waaraan dat kroonether moet voldoen&lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Het teken van rho (Hammet) bepalen uit een tabel met stabiliteitsconstanten met verschillende gevers en zuigers. De link vinden met het reactiemechanisme. Bijkomende vraag: wat gebeurt er met een sterke base en een sterke elektronzuiger. (ja wat onduidelijk als je het molecule niet ziet natuurlijk...)&lt;br /&gt;
#* Stelling: voor het gegeven molecule mag ik zomaar de deltaG optellen om de totale deltaG te berekenen.&lt;br /&gt;
#* Waarom kan het voordelig zijn om synthese van rotaxanen uit te voeren op een vaste fase&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke ionen passen in welke macroringen? (K+, Ag+, Eu3+, Li+ en nog een vieze grote molecule) De macrocyclische verbindingen zijn ook gegeven. Welk solvent pak je best? (H2O, H2O pH 10, MeOH of chloroform) Vermeld welke interacties plaatsvinden&lt;br /&gt;
#* bespreek de synthese van: -een calix[4]areen met twee nitraten, twee n-propyloxy&#039;s en een azakroonetheroverbrugging-&lt;br /&gt;
#* Wat is zijn zelfassemblage en zelforganisatie en illustreer met een voorbeeld&lt;br /&gt;
# MS:&lt;br /&gt;
#* Tabel horende bij compensatie-effect gegeven. Welke interacties? Bespreek de tendens in de tabel en ook het verschil in \Delta S tussen gasfase en oplossing.&lt;br /&gt;
#* tekening van een catenaan met een cyclofaan met nogal wat N in rond een benzokroonether gegeven. Deze verbinding toont met H-NMR slechts twee signalen (3,45 en 6,26 ppm of zo) voor de hydrochinon-waterstoffen. Reden? Bespreek ook de multipliciteit van de signalen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Waarom is ethyleendioxy zo&#039;n populaire eenheid in kroonetherchemie&lt;br /&gt;
#* Welke 2 groepen zijn belangrijk bij de complexatie van Fe bij de sideroforen&lt;br /&gt;
#* 3 gasten (Lithium, azide, tetramethylammonium), 5 solventen (MeOH, H2O( pH 2,6,10), CCl4), gastheren ([2.2.2]-cryptand, all-cis resorcinareen, cram&#039;s sferand, 18-kroon-6,...)&lt;br /&gt;
# M.S.:&lt;br /&gt;
#* Synthese van tetrakationisch cyclofaan&lt;br /&gt;
#* Vraagje over receptor die interageert met gast, welk teken heeft de hammett parameter rho.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R0898426</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=4633</id>
		<title>Moleculaire Herkenning</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=4633"/>
		<updated>2025-06-18T09:53:16Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R0898426: /* 17 juni 2025 (VM) */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verplicht vak voor chemie. Moleculaire herkenning wordt gedoceerd door 2 proffen. Mario smet en Wim &amp;amp;quot;sandalen&amp;amp;quot; Dehaen. 50% van de punten staan op het examen, de andere 50% staan op een paper. Op het examen worden mondelinge vragen gesteld over de paper. Bij prof. Smet zijn dit normaal enkel de vragen die hij geeft bij de feedback op de paper,&lt;br /&gt;
prof. Dehaen stelt vaak ook extra vragen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===17 juni 2025 (VM)===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Deel Wim&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#* Koppel elke gastmolecule aan een geschikte gastheer en oplosmiddel. Niet elke gastheer of elk oplosmiddel moet gebruikt worden; hergebruik is toegestaan.  &lt;br /&gt;
Gasten:  &lt;br /&gt;
- hexadecyltrimethylammoniumchloride (focus op het hexadecyltrimethylammonium-kation)  &lt;br /&gt;
- tetraethylammoniumnitraat (focus op nitraat)  &lt;br /&gt;
- 1-naftaleensulfonzuur  &lt;br /&gt;
- 4-aminobutaanzuur  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gastheren:  &lt;br /&gt;
- [2.2.2]-cryptand  &lt;br /&gt;
- resorcinareen  &lt;br /&gt;
- α-cyclodextrine  &lt;br /&gt;
- β-cyclodextrine  &lt;br /&gt;
- lariatkroonether met amine-/amidegroepen in de staart  &lt;br /&gt;
- azakroonether-achtige macrocyclus met meerdere amines en twee benzeenringen als ‘caps’  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oplosmiddelen:  &lt;br /&gt;
- dichloormethaan (DCM)  &lt;br /&gt;
- methanol  &lt;br /&gt;
- water (pH 2, 7 of 10)  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tip: 4-aminobutaanzuur komt voor als zwitter-ion (combinatie met lariatether: zuur = H-brugacceptor (NH-staart), amine = H-brugdonor (kroonether)).  &lt;br /&gt;
1-naftaleensulfonzuur met β-cyclodextrine,  &lt;br /&gt;
nitraat met het azakroonether,  &lt;br /&gt;
hexadecyltrimethylammoniumchloride met resorcinareen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#* Wat is het effect van rigide groepen op de effectieve molariteit (EM)?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#* Stel een synthesetraject op voor het thia-analoog van de [2.2.2]-cryptand, vertrekkende van triethanolamine. Hoe maximaliseren we de synthese?  &lt;br /&gt;
Tip: vervang OH door een betere leaving group (bv. tosyl), laat reageren met een thiol (bv. ethaan-1,2-dithiol). Maximaliseren met hoge verdunning en base (cesiumeffect).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Deel Mario&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#* Welk proces heeft de kleinste entropieverandering?  &lt;br /&gt;
(1) Een cyclisatie waarbij een alkyn (R–C≡CH) met een triazene reageert tot een triazoolring  &lt;br /&gt;
(2) Vorming van een waterstofbrug tussen amidegroepen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#* Wat is het teken van ρ in de Hammetvergelijking bij complexatie van K⁺ met een kroonether die een benzeenring bevat, waarbij R een substituent is op die aromatische ring?  &lt;br /&gt;
Geldt dezelfde redenering ook voor een kroonether waarbij R via een CH₂-keten aan de kroonether is gekoppeld (dus kroonether–CH₂–R i.p.v. kroonether–C₆H₄–R)?  &lt;br /&gt;
Tip: dezelfde redenering geldt niet, want er wordt geen rekening gehouden met het verschil tussen inductieve en mesomere effecten bij ρ (mesomeer gevend kan inductief zuigend zijn).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#* Wat is transfectie? Wat is het probleem bij transfectie, en hoe kan supramoleculaire chemie dit oplossen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2025 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#*Synthetiseer een [2.1.1]cryptand&lt;br /&gt;
#*Belang resorcinol molecule in de supramoleculaire chemie bespreken, had te maken met boot-/stoel-conformatie dus resorcinarenen. En dan toepassingen van resorcinarenen geven ( complexatie met quaternaire amoniumzouten en vooral cavitanden en carceplexen)&lt;br /&gt;
#*standaard combinatievraag&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#* Exact hetzelfde als 30 augustus 2021&lt;br /&gt;
#* Bij vraag 2: Let op de basisiciteit van de stikstofatomen -&amp;gt; alternatieve molecule zal een zuur-base reactie hebben met de stikstof van de macroring, waardoor je geen pseudo-rotaxaan kan krijgen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2024 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#*Synthetiseer 4de molecule p78, waarvan 2 van de 4 moleculen: R = propyl en de andere 2 hadden geen tert-buthyl maar een monoazakroonether. Gegeven waren startproducten formaldehyde (mag je 2 keer gebruiken), monoazakroonether en tertbuthylfenol. Zoek een juiste volgorde van synthesestrategie. (Bijvraag: wat en hoe reageert formaldehyde en waar op de ring)&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen een vaste-toestand-inclusiecomplex en een clathraat? (Bijvraag: iets van voorbeeld gegeven)&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen sephulcraat, sidefoor of sacrofagine? En hoe worden deze bereid uit formaldehyde en ethyleendiamine? &lt;br /&gt;
#*Klassieke vraag van 4 gastheren, 4 gasten en 5 solventen. Geef ook welke niet-covalente interacties er aanwezig zullen zijn.&lt;br /&gt;
##*Gasten (structuren gegeven): 1,4-benzendicarboxylic acid / Paraquat / isocyanuurzuur / ureum&lt;br /&gt;
##*Gastheren (structuren gegeven): Glycoluril (6 keer in een cirkel) / en nog 3 anderen die ik niet ken)&lt;br /&gt;
##*Solventen Water pH 3 / 7 / 10 / MeOH en DCM (Let op met de interacties)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#*2 reacties gegeven (1 met 2 moleculen waarbij covalente binding gevormd wordt, 2 azijnzuren die H-bruggen vormen) welke heeft de grootste entropieverandering?&lt;br /&gt;
#*Molecule gegeven met pi-pi-stapeling. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho? Leg uit als er pH-afhankelijkheid is voor het teken? (Ja!)&lt;br /&gt;
#*Molecule gegeven met 5 H-bruggen, we willen de bindingsconstante van H-brug met * bepalen. Hoe doen we dit? Er zullen problemen opduiken. Geef een oplossing voor deze problemen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 Juni 2024 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel van Dehaen&lt;br /&gt;
#*Volgende moleculen werden getest op gast-gastheer complexvorming met chloride-anion. Bij hetzelfde solvent ging de complexvorming het best op met gastheer 1, dan 2 en dan 3 die beduidend veel slechter complexeerde. Nochtans heeft 3 een extra H op de aromatische N in vergelijking met 1. De onderzoekers linkten de slechte complexvorming bij 3 met een verschil in preorganisatie. Leg uit. (Het kwam erop neer dat je de groepen juist moest uittekenen en dan de juiste interacties moest vinden.) [[File:Vraag1Wim.png|caption]]&lt;br /&gt;
#*Rangschik volgende moleculen van slechtst naar best voor complexvorming met een Li-kation. [[File:Vraag2Wim.png|caption]]&lt;br /&gt;
#*Geef een voorstel van de synthese van hexathia-18-kroon-6 waarbij je bèta-halogeensulfiden vermijdt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel van Mario&lt;br /&gt;
#*Wat is de ceiling temperature en floor temperature? Wat is hun fysische betekenis? Geef een voorbeeld van supramoleculaire polymeren bij elke soort temperatuur. Leg uit wat het belang is van de ceiling temperature bij duurzame afvalverwerking van de polymeren.&lt;br /&gt;
#*Rotaxaanvormingsreactie gegeven. Bepaal het teken van de Hammet-parameter rho met betrekking tot substituent R voor de ligging van het ev. Zou deze rotaxaanvorming ook opgaan met een difenylamine? (exact zelfde vraag als augustus 2021)&lt;br /&gt;
#*Waarom worden cyclodextrines gebruikt in geneesmiddelen? Leg uit aan de hand van de Lipinski regels voor orale beschikbaarheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 Juni 2023===&lt;br /&gt;
#Deel van Dehaen&lt;br /&gt;
#*Hoe maak je 1,4,10,13-tetraäza-18-kroon-6 uitgaande van 1,2-diaminoëthaan en eventueel andere reagentia? Welke techniek zou je gebruiken om een maximale opbrengst te bekomen?&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen een vaste-toestand-inclusiecomplex en een clathraat?&lt;br /&gt;
#*Wat zijn sepulchraat- en sarcofaginecomplexen en hoe kan je ze bereiden met ethyleendiamine en Co(III)?&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag: Combineer telkens een gast, gastheer en een solvent. Er zijn 4 gastheren, 4 gasten en 5 solventen gegeven. Bij elke gastheer hoort 1 gast en vice versa. Er zijn meer solventen gegeven dan gasten en gastheren, dus hier kan je er al zeker 1 niet gebruiken. Geef een korte verklaring bij elke combinatie die je maakt.&lt;br /&gt;
#**Gastheren: 1. een cyclofaan met 2 ringen en 3 NH&#039;s tussen de ringen aan elke kant (tussen elke NH zat een CH2). 2. Cucurbit[6]uril. 3.Een klein cyclisch molecule met 2 aromatische ringen met een N naar binnen gewezen. Boven deze ring zijn 2 of 3 NH&#039;s, eronder 2 N-CH3&#039;s. 4. Een groot cyclisch molecule met aromatische ringen met een N (naar binnen wijzend) en tussen de aromatische ringen een koolstofketen met NH&#039;s (ook 2 random C=O bindingen die naar buiten wijzen, links- en rechtsboven).&lt;br /&gt;
#**Gasten: 1. Koolstofketen met aan elke uiteinde een aromatische ring. Op de verbinding tussen de keten en elke ring zit een positief geladen N. 2. ureum. 3. Cyclohexaan met afwisselend een O (C=O, met C de C van de ring en O het substituent) en een NH2 als substituent (in totaal volledig gesubstitueerd). 4. Een aromatische ring met 2 COOH substituenten in para.&lt;br /&gt;
#**Solventen: Water (pH 3,7 of 10), methanol of dichloormethaan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel van Mario&lt;br /&gt;
#*Er is een afbeelding gegeven van het complex dat KI coöperatief kan binden adhv Zn (staat ook in de slides bij coöperativiteit). Dan staan er bindingsconstantes gegeven van KI, KClO4, NaI en NaClO4 met KI duidelijk de hoogste bindingsconstante.&lt;br /&gt;
#**a) Verklaar de waargenomen resultaten.&lt;br /&gt;
#**b) Welke binding gaat volgens jou gepaard met de grootste entropieverandering? Verklaar.&lt;br /&gt;
#*18-kroon-6 is gegeven met een aromatische ring erop en aan de aromatische ring hangt een R. Wat is het teken van rho indien de complexeren van K+ met deze structuur bekijken en wat is de verhouding met R? Geef in je antwoord zeker de volledige Hammett-vergelijking. Dan staat er een tweede afbeelding gegeven, ook 18-kroon-6, maar hier is het substituent -CH2-R. Geldt dit ook voor de tweede structuur?&lt;br /&gt;
#*Wat zijn de voor- en nadelen van supramoleculaire polymeren?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 Juni 2022 ===&lt;br /&gt;
#Dehean&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag&lt;br /&gt;
#**Solvent: CH2Cl2, MeOH, H2O pH (2,7,12)&lt;br /&gt;
#**Guests: trimethylhexadecylammonium *Cl-*, *tetrabutylammonium* nitraat, naftaleen-1-sulfonzuur, 4-aminobutaanzuur&lt;br /&gt;
#**Hosts: zeven, enkel molecule gegeven dus kan ze niet opnoemen ([2,2,2]-cryptand met enkel zuurstof, ...)&lt;br /&gt;
#*Verband EM &amp;amp; rigide groepen&lt;br /&gt;
#*Synthese hexathia-analoog van [2,2,2] cryptand, uitgaande van triëthanolamine&lt;br /&gt;
#**Hoe maximaliseren we de synthese?&lt;br /&gt;
#Smet&lt;br /&gt;
#*Bespreek compensatiegedrag entropie en enthalpie&lt;br /&gt;
#*Welke technieken om verschil tussen een catenaan en zijn 2 aparte ringen te meten (vermeld eventuele eigenschappen die nodig zijn op de macroringen)&lt;br /&gt;
#*Azidothymidine: structuur gegeven, voorspel werking en bio-beschikbaarheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 Augustus 2021===&lt;br /&gt;
[https://i.imgur.com/eDCNSJR.jpg Dehaen] &amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
[https://i.imgur.com/JolZOyK.jpg Smet]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 juni 2021===&lt;br /&gt;
#Dehaen&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag. &lt;br /&gt;
#**Gasten: naftaleenderivaat, nitraat, aminobutaanzuur,... &lt;br /&gt;
#**Gastheren: alpha-cyclodextrine derivaat met een quaternair amoniumzout aan gebonden, beta-cyclodextrine derivaat, kroonether met thioureumfuncties, een lariatether, [2.2.2] cryptand met zuurstof als donoratomen en N als bruggenhoofden. &lt;br /&gt;
#**Solvent: water pH 2, 7, 10, methanol, CH2Cl2&lt;br /&gt;
#*Verband EM &amp;amp; rigide groepen&lt;br /&gt;
#*Synthese van het thia-analoog van de [2.2.2]-cryptand startende van een triethanolamine. &lt;br /&gt;
#Smet&lt;br /&gt;
#*Leg uit waarom de meeste polymerisatiereacties slechts opgaan onder een bepaalde temperatuur. Geef de naam van deze temperatuur. &lt;br /&gt;
#*Leg uit waarom sommige polymerisatiereacties enkel opgaan boven een bepaalde temperatuur. Geef de naam van deze temperatuur. Geef een voorbeeld van een monomeer dat dergelijk gedrag vertoond. &lt;br /&gt;
#*Vraag over een complexatiereactie met een R-substituent en wat het teken van rho zou zijn in de Hammett-vergelijking.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 juni 2019 VM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Uitleggen waarom verzeping plaatsvindt van een gegeven molecule met KOH in tolueen enkel als een kroonether aanwezig (18-kroon-6 analoog)&lt;br /&gt;
#* Uitleggen waarom cyclodextrines geschikt zijn voor &amp;quot;drug delivery&amp;quot; en een geschikt cyclodextrinekiezen (alfa, beta, gamma) voor naproxen (naftaleenderivaat)&lt;br /&gt;
#* Waarom base gebruiken voor kroonethersynthese van catechol en oligoethyleenglycoltosylaten? (deproteneren / templaateffect van kation)&lt;br /&gt;
#** Verschillende kroonethers gegeven met variërende lengte en aantal zuurstoffen. Hij vraagt om voor elke kroonether de juiste base te kiezen&lt;br /&gt;
#** Keuze uit 5 basen: LiAcO, KAcO, NH4AcO, CsAcO en moleculair kation en AcO-&lt;br /&gt;
#* Resorcinaren worden gevormd in zuur milieu maar na een tijdje zal het thermydynamischer stabieler zijn (stoel versus boot)&lt;br /&gt;
#** Geef interacties van beide isomeren in basisch milieu met een tetraalkylammonium-kation&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* 2 associaties gegeven, welke van de 2 associaties heeft de kleinste entropieverandering? (A = H-brugacceptor &amp;amp; D = H-brugdonor)&lt;br /&gt;
#** Associatie 1: ADA DAD (letters staan eigelijk onder elkaar)&lt;br /&gt;
#** Associatie 2: AAA DDD (letters staan eigelijk onder elkaar)&lt;br /&gt;
#* Molecule gegeven met R-groep  dat interacties aangaat met een chloride-anion&lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn er voornamelijk?&lt;br /&gt;
#** Wat voor groep moet R zijn? Hoe verhoudt zicht dat tot de parameter rho?&lt;br /&gt;
#* Bespreek biobeschikbaarheid van morfine (structuur gegeven) &lt;br /&gt;
#** Heroïne heeft een sterker effect op het centraal zenuwstelsel, verklaar? (gegeven dat morfine reageert met overmaat azijnzuuranhydride en heroïne vormt).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineer:&lt;br /&gt;
#** Gasten: trimethylhexadecylammoniumion, nitraation, 4-aminoboterzuur, naftaleensulfonzuur. &lt;br /&gt;
#** Gastheren: resorcinareen, benzokroonether met één N en op die N zat een keten (keten = CH2 C6H4 CH2 ... NH C=NH NH ... azole ring), twee speciale cyclodextrines (eentje was een ring van zes monomeren met een ammoniumfuntie op, de andere was een ring van zeven monomeren met een thia-amine keten op), een ring met drie benzenen en tussen elke benzeen de groep CH2 CH2 NH C=S NH CH2 CH2), nog eentje die ik me niet herinner&lt;br /&gt;
#** Solventen: de gewoonlijke&lt;br /&gt;
#* Effect rigide groepen op EM&lt;br /&gt;
#* Synthese thia analoog [2.2.2]cyrptand, hoe synthese verbeteren?&lt;br /&gt;
#*Pillarenen uitleggen, verband andere calixarenen&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welke reactie geeft de grootste entropie veranderingen? eentje is het azijnzuur dimeer, de andere is de cyclisatie van twee ringen (eentje is maleïnezuuranhydride en de ander cyclohexa-1,3-dieen) (volgens chemdraw heet het gevormde molecule (4R,7aS)-3a,4,7,7a-tetrahydro-4,7-ethanoisobenzofuran-1,3-dione). Bijvraag: iets met de deeltermen van de entropie, bij welke is welke het grootst? &lt;br /&gt;
#* Geef teken rho (Hammett) van de complexatie van K+ met een benzokroonether met aan die benzeenring een substituent R. Geldt deze redenering voor rho ook voor een tweede kroonether die aan een ethyleen eenheid een CH2R groep heeft hangen?&lt;br /&gt;
#* Bespreek relenza en tamiflu, over hun biobeschikbaarheid en mechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineren van gast, gastheer en solvent met als gasten: lanthaan, paraquat en nog een dicarbonzuur, als gastheren verschillende calixarenen in water ph 2,7,10, methanol of chloroform&lt;br /&gt;
#* Vraag welke het beste zou zijn voor ionentransport over een organisch membraan: diglyme of 2,2,2 kryptand&lt;br /&gt;
#* Een synthese van een 2,2,2 thiakryptand derivaat&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Ceiling &amp;amp; floortemperatuur + voorbeeld&lt;br /&gt;
#* Met de hammetvgl werken en teken van rho bepalen bij een complexvorming van pseudorotaxaan&lt;br /&gt;
#* Invloed van ... (cyclodextrine?) op transport van medicijnen en da linken aan de lipinskiregels&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 VM ===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze 1,3benzeenringen hebben geen buty meer, en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd. &lt;br /&gt;
#* Nonactine &amp;amp; valinomycine&lt;br /&gt;
#* Gast, gastheer, solvent: &lt;br /&gt;
#** H2O (pH = 3,7, 10), DCM, MeOH&lt;br /&gt;
#** Na+, ammoniumzout*, diamide*, benzoezuur (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
#** Calix[4]areen*, resorcinol uit acetaldehyde en 24u reflux, benzokroonether*, alfa-cyclodextrine, diamine* (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welk proces geeft de grootste entropieverandering met zich mee? &lt;br /&gt;
#** Furaan + H2C=COOR --&amp;gt; furaanring waarvan de twee dubbele bindingen weg zijn en er eentje bij is gekomen waar er eerst de enkele binding was, en de twee koolstoffen naast de zuurstof zijn nu verbonden met de koolstoffen van de dubbele binding van het ester&lt;br /&gt;
#** twee carbonzuren die een dimeer vormen&lt;br /&gt;
#* Bepaal teken rho, heeft pH invloed (R-C6H5 pi-pi stapeling met C6H5-NH2)&lt;br /&gt;
#* Relenza en tamiflu (orale beschikbaarheid en mechanisme)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel de synthese op voor het Lehn&#039;s sferand (structuur gegeven) vanuit (derivaten van) diëthyleenglycolen.&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge-verdunningsvoorwaarden en hoe werkt dit?&lt;br /&gt;
#* Combineer. Gastheren: cyclisch guanidine, cucurbit[8]uril, 30-kroon-10. Gasten: arginine, N-acetyltryptofaan, 1,4-bis(aminoimidazoline)butaan. Solventen: Chloroform, methanol, water pH 2, 7 en 10. (structuren gegeven)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: een pyrrool gesubstitueerd met een alkeen met twee R-substituenten (willekeurig). Dit molecule interageert met een onbekende receptor. Welke interactie veronderstel je? Bepaal het teken van rho. Wat gebeurt er met de absolute waarde van rho wanneer je een R-substituent vervangt door een H-atoom.&lt;br /&gt;
#* Wat is transfectie en hoe kan supramoleculaire chemie hierbij helpen?&lt;br /&gt;
#* Twee verbindingen gegeven, elk met 3 waterstofbindingen (structuren uit slides deel supramoleculaire polymeren). Welke verbinding heeft de grootse associatieconstante en waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke factoren beinvloeden de effectieve molariteit&lt;br /&gt;
#* synthese van hexathia18-kroon-6 vanuit ethyleenglycol en bis(2hydroxyethyl)sulfide op een veilige manier en wat doen we om de opbrengst zo hoog mogelijk te houden&lt;br /&gt;
#* wat zijn ansa-verbindingen en hoe kunnen ze meer inzicht geven over de ruimtevulling van de groepen&lt;br /&gt;
#* een structuur gegeven met 2 NH2 groepen een kroonether en een R (fenyl). 4-aminobutaanzuur is beter oplosbaar dan glycine (2-aminoazijnzuur) en 6-aminohexaanzuur. Hoe komt dit, welke interacties. De oplosbaarheid stijgt wanneer we R vervangen door (4-NO2-fenyl). Verklaar.&lt;br /&gt;
#* er zijn twee isomeren bij de synthese van resorcinarenen. Welke zijn dit?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#SMET:&lt;br /&gt;
#* gegeven een amide: RR&#039;C=CH-CO-N(CH3)2 met onbekende receptor gaat interageren:&lt;br /&gt;
Welke interactie verwachten we, teken van reactieparameter, plus redeneer. Wat gebeurt er met de absolite waarde van de reactieparameter als we een van de R groepen vervangen door een H.&lt;br /&gt;
#* lipskin regel geven en wat is het belang tegenwoordig in farmaceutische industrie &lt;br /&gt;
#* Bij synthese van rotaxanen volgens iemand (Stoddart ofzo)(tetrakationisch complex) zal threading een hogere opbrengst geven dan clipping waarom?&lt;br /&gt;
Waarom dan niet altijd threading?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze twee benzeenringen zijn ook gedebutyleerd en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd.&lt;br /&gt;
#* Bespreek aan de hand van hun structuurelementen de functie van nonactine en valinomycine (structuur gegeven).&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gastheren met de juiste gasten en solventen. Gasten: Natriumion, p-diaminobenzeen, p-diaminobenzeen met beide stikstoffen tetragebutyleerd, benzoÃ«zuur. Gastheren: calix[4]areen, een groot dibenzokroonether, een resorcinareen verkregen na 24 uur reflux, alfa-cyclodextrine en een aromatisch diamide. Solventen: water (pH 3, 7, 10), MeOH &amp;amp;amp; DCM.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* 4-R-pyridine. Deze gast bindt enkel aan de gastheer indien de stikstof geprotoneerd is. Bepaal het teken van de Hammett-parameter rho. Op welke interactie zou de complexatie kunnen berusten?&lt;br /&gt;
#* Geef de twee methoden die gebruikt kunnen worden om de associatieconstante te schrijven in functie van deelassociatieconstanten. Beschrijf de fysische basis van het probleem dat hierbij optreedt.&lt;br /&gt;
#* Bespreek de moleculaire basis van plaquevorming zoals die optreedt bij bijvoorbeeld de ziekte van Alzheimer. Wat zijn de therapeutische mogelijkheden om dit tegen te gaan? Bijvraag: op welke secundaire structuren en soorten interacties berust de associatie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven [2.2.2]cryptand uitgaande van chlooracetamide. Het cryptand heeft stikstoffen als bruggenhoofden, 2 ketens met telkens 2 zuurstoffen en 1 keten met 2 zwavelatomen. En hoe kan je de macroyclisatie bevorderen?&lt;br /&gt;
#* Transport van donor naar acceptorlaag via een organisch membraan? hoe gaat dit het beste met pentaglyme of met een [2.2.2]cryptand. Verklaar.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Je hebt een gesubstitueerd chinoline (onbekende substituent). Dit chinoline complexeert enkel met een gastheer als de N niet geprotoneerd is. wat is het teken van de hammet-parameter Rho? welke interactie zal er zijn tussen de gast en de gastheer?&lt;br /&gt;
#* Geef de 4 belangrijkste entropieveranderingen bij complexatie en bespreek. Welke is verantwoordelijk voor preorganisatie? Leg uit.&lt;br /&gt;
#* Invloed ketenlengte benzokroonether op rendement van een catenaan met een tetrakationisch cyclofaan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven calix[4]hemisferand uitgaande van 2 gegeven fenolen. De receprot bestond uit een calix[4]areen met een hemisferand aangehecht op de 1- en 3-posities.&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van valinomycine en nonactine: bespreek de functie  en hoe de verschillende structuurelementen hiertoe bijdragen.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#**solventen: zuur, neutraal of basisch water, methanol, dicchloormethaan&lt;br /&gt;
#**gastheren: cyclodextrine, een grote benzokroonether, een calyxareen, stoel resorcinareen en een heteroaromatische receptor met amidefuncties.&lt;br /&gt;
#**gasten: natriumion, aromatisch diamine, aromatisch diammoniumzout, benzoÃ«zuur&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Op welke 2 manieren kunnen we de totale associatieconstante beschouwen als een product van deelassociatieconstanten? Wat is bij elk het grootste fysisch probleem? Welk van deze 2 methoden is, op praktische gronden, te verkiezen en waarom?&lt;br /&gt;
#* Gegeven een amide met een para-gesubstitueerde fenylgroep op de N en de carbonyl. Dit molecule gaat waterstofbindingen aan met zowel de zuurstof als de NH. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho voor het substituent op elke benzeenring?&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van een receptor bestaande uit een porfyrinering, gekoppeld aan een calixareen met ketens die veel heteroatomen bevatten. De bindingsconstanten van KI is hoog, die voor NaI en NaClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; tussenin (en ongeveer gelijk), die van KClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; laag. Verklaar waarom. (Deze structuur staat in de cursus ter hoogte van het deel over coÃ¶perativiteit).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2012 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge verdunningsvoorwaarden en geef 2 voorbeelden hoe men dit in de praktijk bewerkstelligt.&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende affiniteit voor het kaliumkation en motiveer: 18-kroon-6, 1,10-dithia-18-kroon-6, benzo-18-kroon-6, [2.2.2]cryptand, 15-kroon-5, 21-kroon-7.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Voor een bepaald hydrofoob (gedeelte van een) gastmolecule werd aangetoond dat het de hydrofobe holte van de gastheer maar voor 55% vult in stabielste toestand. Verklaar thermodynamisch waarom het kan dat deze gedeeltelijk gevulde toestand meer bevoordeeld wordt dan de volledig gevulde holte.&lt;br /&gt;
#* &lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn van belang bij het catenaan gevormd uit &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039;, &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; en &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;?&lt;br /&gt;
#** Wat zou het effect zijn op de bindingsconstante moest het catenaan gevormd worden rond &#039;&#039;&#039;4&#039;&#039;&#039; i.p.v. &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039; en waarom?&lt;br /&gt;
#** Beredeneer het teken van de Hammett parameter Ï van de catenatiereactie van &#039;&#039;&#039;5&#039;&#039;&#039; met het monogealkyleerd derivaat van &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039; (hiermee wordt bedoeld, de open-ketenvorm van &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; enkelvoudig gebonden aan &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;). Sterische effecten van R mogen verwaarloosd worden [[Bestand:CatenaanSmet.png]]&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers synthetiseerden bovenste verbinding als receptor voor de onderste (tekening is &#039;&#039;ongeveer&#039;&#039; juist). Belangrijke interacties hierbij zijn H-bruggen, maar ook de Ï€-Ï€-interacties tussen de eindstandige benzeenringen spelen een beduidende rol. Om aard en sterkte van deze Ï€-Ï€-interacties te onderzoeken synthetiseerde men een aantal derivaten van beide, en mat men het verschil in bindingssterkte voor verschillende substituenten op de benzeenringen. [[Bestand:receptorSmet.png]]&lt;br /&gt;
#** Welke complicatie valt te verwachten bij deze metingen, vanwege de verschillende substituenten op de derivaten?&lt;br /&gt;
#** Verklaar de waargenomen tendensen in de gemeten energiebijdragen, weergegeven in de tabel (deze waarden zijn gecorrigeerd voor de complicaties waarnaar gevraagd in eerste subvraag dus zijn &#039;&#039;juist&#039;&#039;).&lt;br /&gt;
[[Bestand:tabelSmet.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Klassieke vraag. Verbind de juiste gast met gastheer en solvent. Licht toe en zeg welke interacties plaatsvinden.&lt;br /&gt;
#* Wat is de CAC? Waarom is het belangrijk dat deze gemeten wordt en hoe wordt deze gemeten?&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: [[Bestand:MolHerExamenMario.jpg]]&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;Bepaal het teken van &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;X&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep X en &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;R&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep R. Waarom gaat bij zÃ©Ã©r elektronenzuigende groepen, bv. X=F&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, de meting van de complexatieconstante met nucleofiele deeltjes niet meer correct verlopen?&lt;br /&gt;
#* Mag men de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de aromatische ring en de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de gedeprotoneerde carbonzuurfunctie zomaar optellen? Verklaar.&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenMario2.jpg]]&lt;br /&gt;
#* De synthese van rotaxanen op vaste drager kan handig zijn. Onwaar/waar en verklaar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* geef de structuur van cyclotriveratryleen en de synthese vanuit veratrol. Waarom zijn asymmetrisch gesubstitueerde CTV&#039;s chiraal?&lt;br /&gt;
#* hoe kunnen we eigenschappen van een gegeven cyclofaan gebruiken om de grootte van de substituent op de ring te bepalen&lt;br /&gt;
#* geef de synthese van de macroring 15 kroon 5 maar ipv met zuurstoffen met (NH , O , NH, S, S) vanuit HSCH2CH2SH en H2NCH2CH2OCH2CH2NH2&lt;br /&gt;
#* welke gast past in welk solvent bij welke gastheer? gasten: (Fe3+, Yb3+, tetramethylammonium, benzoaat) solventen: (methanol, DCM, water met pH=3,7,10) gastheren:(een resorcinareen, een [4]-calixareen met een -O-CH2COOH op elke ring, een [6]-calixareen met op de ring aan de ene kant een SO3H aan de andere kant een staart met een hydroxyamide rest aan, een [6]-calixareen met daaraan een staart met aan het uiteinde een fenylureum staart&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* gegeven: een receptor met daarop 2 groepen die waterstofbruggen vormen met een HO- en een -CHO op drie verschillende liganden. Welke complex zal het stabielste zijn, en verklaar dit energetisch en entropisch (ligand 1 is een bifenyl, ligand 2 is een bifenyl met een huge (triethylmethyl-)substituent op een van de ringen en ligand 3 is gewoon een alifatische keten met die oh en cho aan de uiteinden)&lt;br /&gt;
#* wat is de dubbele mutantcyclus een geef een voorbeeld dat de voordelen duidelijk maakt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (ochtend) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Bespreek de synthese van volgend cavitand, vertrekkende van resorcinareen. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#* Wat is [2,2]paracyclofaan? Geef de syntheses en eigenschappen (UV-spectrum).&lt;br /&gt;
#* Bespreek het kinetisch en thermodynamisch templaateffect.&lt;br /&gt;
#* 5 Macroringen gegeven; rangschik naar toenemende effectieve molariteit. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven 1-amino-5-R-naftaleen (met R een onbepaalde substituent). In een complex vormt deze aminogroep een waterstofbrug. Onderzoek wijst uit dat de &amp;amp;quot;reactie&amp;amp;quot;-parameter sterk positief is. Welke soort R-substituenten bevoordeligen de reactie? (leg uit met Hammett-vergelijking en de substituent-parameter) Bekleedt de aminogroep een donor- of acceptorfunctie bij het vormen van deze waterstofbrug?&lt;br /&gt;
#* Waarom is het entropieverlies van complexvorming in oplossing doorgaans kleiner dan in gasfase?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Verklaar waarom de effectieve molariteit stijgt bij een macrocysliche 10-ring, wanneer&lt;br /&gt;
#** a) rigide groepen worden gebruikt&lt;br /&gt;
#** b) heteroatomen worden gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verschil tussen een clathraat en een vaste stof-inclusie complex.&lt;br /&gt;
#* Schrijf de synthese op van dit cavitand (structuur is gegeven) vertrekkende van rescoriol. De cavitand is gelijkend op die in de cursus staat, maar op de 2&#039; plaats heeft deze een COOH groep.&lt;br /&gt;
#* VÃ¶gth synthetiseerde vele cryptanden met substituenten X (structuur is gegeven). Hoe kon hij daarmee de grootte van de caviteit bepalen? &lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Je krijgt een complexatie van een gast en gastheer die via pi-pi interacties complexeert en net naast deze aromatische ringen een waterstofbrug vormt met een amide op de gast.&lt;br /&gt;
#** Men wil d.m.v. substituenteffecten op de aromatische ringen ph1 (= op gast) en ph2 (= op gastheer) de bijdrage voor deze pi-pi interactie meten. Welke complicatie verwacht je echter met deze methode, bij dit specifieke complex?&lt;br /&gt;
#** Verklaar in de tabel (tabel met horizontaal de para-ph1 substituenten en vertikaal de para-ph 2 substituenten) de verlopen van de incrementen. (De incrementen zijn aangepast aan de complicatie die je in het eerste puntje moet geven en zijn dus correct)&lt;br /&gt;
#** Bepaal ook het teken van de Hammett rho parameters.&lt;br /&gt;
#* Trage complexen.&lt;br /&gt;
#** Hoe kan je in een NMR spectrum zien of je te maken hebt met een traag complex&lt;br /&gt;
#** Wat is het voordeel van een extreem traag complex? Geef een relevant voorbeeld van hoe we er gebruik van kunnen maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* match de gasten en de gastheren met de juiste solventen. Gast: 1,4-benzochinon, naftaleen-1,5-dicarbonzuur en 4-butylfenol (&amp;amp;quot;voor mensen die niet goed zijn in naamgeving, zal ik de moleculen even op bord tekenen&amp;amp;quot;). Solvent: water (ph= 2, 6, 10), MeOH, CCl4. Gasten: alpha-cyclodextrine, diazo-18-kroon-6, 18-kroon-6, [2,2]cyclofaan en 2 grote cyclofanen die getekend staan. Geef ook alle niet-covalente reacties en licht uw keuze toe&lt;br /&gt;
#* Wat is CAC, waarom belangrijk en hoe gemeten&lt;br /&gt;
#* reactie van een [2,2,1]cryptand opgebouwd uit bi en triÃ«thyleenglycolderivaten&lt;br /&gt;
#* Membraantransport  van kationen met kroonethers en de voorwaarden waaraan dat kroonether moet voldoen&lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Het teken van rho (Hammet) bepalen uit een tabel met stabiliteitsconstanten met verschillende gevers en zuigers. De link vinden met het reactiemechanisme. Bijkomende vraag: wat gebeurt er met een sterke base en een sterke elektronzuiger. (ja wat onduidelijk als je het molecule niet ziet natuurlijk...)&lt;br /&gt;
#* Stelling: voor het gegeven molecule mag ik zomaar de deltaG optellen om de totale deltaG te berekenen.&lt;br /&gt;
#* Waarom kan het voordelig zijn om synthese van rotaxanen uit te voeren op een vaste fase&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke ionen passen in welke macroringen? (K+, Ag+, Eu3+, Li+ en nog een vieze grote molecule) De macrocyclische verbindingen zijn ook gegeven. Welk solvent pak je best? (H2O, H2O pH 10, MeOH of chloroform) Vermeld welke interacties plaatsvinden&lt;br /&gt;
#* bespreek de synthese van: -een calix[4]areen met twee nitraten, twee n-propyloxy&#039;s en een azakroonetheroverbrugging-&lt;br /&gt;
#* Wat is zijn zelfassemblage en zelforganisatie en illustreer met een voorbeeld&lt;br /&gt;
# MS:&lt;br /&gt;
#* Tabel horende bij compensatie-effect gegeven. Welke interacties? Bespreek de tendens in de tabel en ook het verschil in \Delta S tussen gasfase en oplossing.&lt;br /&gt;
#* tekening van een catenaan met een cyclofaan met nogal wat N in rond een benzokroonether gegeven. Deze verbinding toont met H-NMR slechts twee signalen (3,45 en 6,26 ppm of zo) voor de hydrochinon-waterstoffen. Reden? Bespreek ook de multipliciteit van de signalen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Waarom is ethyleendioxy zo&#039;n populaire eenheid in kroonetherchemie&lt;br /&gt;
#* Welke 2 groepen zijn belangrijk bij de complexatie van Fe bij de sideroforen&lt;br /&gt;
#* 3 gasten (Lithium, azide, tetramethylammonium), 5 solventen (MeOH, H2O( pH 2,6,10), CCl4), gastheren ([2.2.2]-cryptand, all-cis resorcinareen, cram&#039;s sferand, 18-kroon-6,...)&lt;br /&gt;
# M.S.:&lt;br /&gt;
#* Synthese van tetrakationisch cyclofaan&lt;br /&gt;
#* Vraagje over receptor die interageert met gast, welk teken heeft de hammett parameter rho.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R0898426</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=4632</id>
		<title>Moleculaire Herkenning</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=4632"/>
		<updated>2025-06-18T09:51:35Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R0898426: /* 17 juni 2025 (VM) */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verplicht vak voor chemie. Moleculaire herkenning wordt gedoceerd door 2 proffen. Mario smet en Wim &amp;amp;quot;sandalen&amp;amp;quot; Dehaen. 50% van de punten staan op het examen, de andere 50% staan op een paper. Op het examen worden mondelinge vragen gesteld over de paper. Bij prof. Smet zijn dit normaal enkel de vragen die hij geeft bij de feedback op de paper,&lt;br /&gt;
prof. Dehaen stelt vaak ook extra vragen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===17 juni 2025 (VM)===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Deel Wim&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#* Koppel elke gastmolecule aan een geschikte gastheer en oplosmiddel. Niet elke gastheer of elk oplosmiddel moet gebruikt worden; hergebruik is toegestaan.  &lt;br /&gt;
Gasten:  &lt;br /&gt;
- hexadecyltrimethylammoniumchloride (focus op het hexadecyltrimethylammonium-kation)  &lt;br /&gt;
- tetraethylammoniumnitraat (focus op nitraat)  &lt;br /&gt;
- 1-naftaleensulfonzuur  &lt;br /&gt;
- 4-aminobutaanzuur  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gastheren:  &lt;br /&gt;
- [2.2.2]-cryptand  &lt;br /&gt;
- resorcinareen  &lt;br /&gt;
- α-cyclodextrine  &lt;br /&gt;
- β-cyclodextrine  &lt;br /&gt;
- lariatkroonether met amine-/amidegroepen in de staart  &lt;br /&gt;
- azakroonether-achtige macrocyclus met meerdere amines en twee benzeenringen als ‘caps’  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oplosmiddelen:  &lt;br /&gt;
- dichloormethaan (DCM)  &lt;br /&gt;
- methanol  &lt;br /&gt;
- water (pH 2, 7 of 10)  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tip: 4-aminobutaanzuur komt voor als zwitter-ion (combinatie met lariatether: zuur = H-brugacceptor (NH-staart), amine = H-brugdonor (kroonether)).  &lt;br /&gt;
1-naftaleensulfonzuur met β-cyclodextrine,  &lt;br /&gt;
nitraat met het azakroonether,  &lt;br /&gt;
hexadecyltrimethylammoniumchloride met resorcinareen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
##* Wat is het effect van rigide groepen op de effectieve molariteit (EM)?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
###* Stel een synthesetraject op voor het thia-analoog van de [2.2.2]-cryptand, vertrekkende van triethanolamine. Hoe maximaliseren we de synthese?  &lt;br /&gt;
Tip: vervang OH door een betere leaving group (bv. tosyl), laat reageren met een thiol (bv. ethaan-1,2-dithiol). Maximaliseren met hoge verdunning en base (cesiumeffect).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
## Deel Mario&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#* Welk proces heeft de kleinste entropieverandering?  &lt;br /&gt;
(1) Een cyclisatie waarbij een alkyn (R–C≡CH) met een triazene reageert tot een triazoolring  &lt;br /&gt;
(2) Vorming van een waterstofbrug tussen amidegroepen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
##* Wat is het teken van ρ in de Hammetvergelijking bij complexatie van K⁺ met een kroonether die een benzeenring bevat, waarbij R een substituent is op die aromatische ring?  &lt;br /&gt;
Geldt dezelfde redenering ook voor een kroonether waarbij R via een CH₂-keten aan de kroonether is gekoppeld (dus kroonether–CH₂–R i.p.v. kroonether–C₆H₄–R)?  &lt;br /&gt;
Tip: dezelfde redenering geldt niet, want er wordt geen rekening gehouden met het verschil tussen inductieve en mesomere effecten bij ρ (mesomeer gevend kan inductief zuigend zijn).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
###* Wat is transfectie? Wat is het probleem bij transfectie, en hoe kan supramoleculaire chemie dit oplossen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2025 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#*Synthetiseer een [2.1.1]cryptand&lt;br /&gt;
#*Belang resorcinol molecule in de supramoleculaire chemie bespreken, had te maken met boot-/stoel-conformatie dus resorcinarenen. En dan toepassingen van resorcinarenen geven ( complexatie met quaternaire amoniumzouten en vooral cavitanden en carceplexen)&lt;br /&gt;
#*standaard combinatievraag&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#* Exact hetzelfde als 30 augustus 2021&lt;br /&gt;
#* Bij vraag 2: Let op de basisiciteit van de stikstofatomen -&amp;gt; alternatieve molecule zal een zuur-base reactie hebben met de stikstof van de macroring, waardoor je geen pseudo-rotaxaan kan krijgen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2024 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#*Synthetiseer 4de molecule p78, waarvan 2 van de 4 moleculen: R = propyl en de andere 2 hadden geen tert-buthyl maar een monoazakroonether. Gegeven waren startproducten formaldehyde (mag je 2 keer gebruiken), monoazakroonether en tertbuthylfenol. Zoek een juiste volgorde van synthesestrategie. (Bijvraag: wat en hoe reageert formaldehyde en waar op de ring)&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen een vaste-toestand-inclusiecomplex en een clathraat? (Bijvraag: iets van voorbeeld gegeven)&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen sephulcraat, sidefoor of sacrofagine? En hoe worden deze bereid uit formaldehyde en ethyleendiamine? &lt;br /&gt;
#*Klassieke vraag van 4 gastheren, 4 gasten en 5 solventen. Geef ook welke niet-covalente interacties er aanwezig zullen zijn.&lt;br /&gt;
##*Gasten (structuren gegeven): 1,4-benzendicarboxylic acid / Paraquat / isocyanuurzuur / ureum&lt;br /&gt;
##*Gastheren (structuren gegeven): Glycoluril (6 keer in een cirkel) / en nog 3 anderen die ik niet ken)&lt;br /&gt;
##*Solventen Water pH 3 / 7 / 10 / MeOH en DCM (Let op met de interacties)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#*2 reacties gegeven (1 met 2 moleculen waarbij covalente binding gevormd wordt, 2 azijnzuren die H-bruggen vormen) welke heeft de grootste entropieverandering?&lt;br /&gt;
#*Molecule gegeven met pi-pi-stapeling. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho? Leg uit als er pH-afhankelijkheid is voor het teken? (Ja!)&lt;br /&gt;
#*Molecule gegeven met 5 H-bruggen, we willen de bindingsconstante van H-brug met * bepalen. Hoe doen we dit? Er zullen problemen opduiken. Geef een oplossing voor deze problemen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 Juni 2024 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel van Dehaen&lt;br /&gt;
#*Volgende moleculen werden getest op gast-gastheer complexvorming met chloride-anion. Bij hetzelfde solvent ging de complexvorming het best op met gastheer 1, dan 2 en dan 3 die beduidend veel slechter complexeerde. Nochtans heeft 3 een extra H op de aromatische N in vergelijking met 1. De onderzoekers linkten de slechte complexvorming bij 3 met een verschil in preorganisatie. Leg uit. (Het kwam erop neer dat je de groepen juist moest uittekenen en dan de juiste interacties moest vinden.) [[File:Vraag1Wim.png|caption]]&lt;br /&gt;
#*Rangschik volgende moleculen van slechtst naar best voor complexvorming met een Li-kation. [[File:Vraag2Wim.png|caption]]&lt;br /&gt;
#*Geef een voorstel van de synthese van hexathia-18-kroon-6 waarbij je bèta-halogeensulfiden vermijdt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel van Mario&lt;br /&gt;
#*Wat is de ceiling temperature en floor temperature? Wat is hun fysische betekenis? Geef een voorbeeld van supramoleculaire polymeren bij elke soort temperatuur. Leg uit wat het belang is van de ceiling temperature bij duurzame afvalverwerking van de polymeren.&lt;br /&gt;
#*Rotaxaanvormingsreactie gegeven. Bepaal het teken van de Hammet-parameter rho met betrekking tot substituent R voor de ligging van het ev. Zou deze rotaxaanvorming ook opgaan met een difenylamine? (exact zelfde vraag als augustus 2021)&lt;br /&gt;
#*Waarom worden cyclodextrines gebruikt in geneesmiddelen? Leg uit aan de hand van de Lipinski regels voor orale beschikbaarheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 Juni 2023===&lt;br /&gt;
#Deel van Dehaen&lt;br /&gt;
#*Hoe maak je 1,4,10,13-tetraäza-18-kroon-6 uitgaande van 1,2-diaminoëthaan en eventueel andere reagentia? Welke techniek zou je gebruiken om een maximale opbrengst te bekomen?&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen een vaste-toestand-inclusiecomplex en een clathraat?&lt;br /&gt;
#*Wat zijn sepulchraat- en sarcofaginecomplexen en hoe kan je ze bereiden met ethyleendiamine en Co(III)?&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag: Combineer telkens een gast, gastheer en een solvent. Er zijn 4 gastheren, 4 gasten en 5 solventen gegeven. Bij elke gastheer hoort 1 gast en vice versa. Er zijn meer solventen gegeven dan gasten en gastheren, dus hier kan je er al zeker 1 niet gebruiken. Geef een korte verklaring bij elke combinatie die je maakt.&lt;br /&gt;
#**Gastheren: 1. een cyclofaan met 2 ringen en 3 NH&#039;s tussen de ringen aan elke kant (tussen elke NH zat een CH2). 2. Cucurbit[6]uril. 3.Een klein cyclisch molecule met 2 aromatische ringen met een N naar binnen gewezen. Boven deze ring zijn 2 of 3 NH&#039;s, eronder 2 N-CH3&#039;s. 4. Een groot cyclisch molecule met aromatische ringen met een N (naar binnen wijzend) en tussen de aromatische ringen een koolstofketen met NH&#039;s (ook 2 random C=O bindingen die naar buiten wijzen, links- en rechtsboven).&lt;br /&gt;
#**Gasten: 1. Koolstofketen met aan elke uiteinde een aromatische ring. Op de verbinding tussen de keten en elke ring zit een positief geladen N. 2. ureum. 3. Cyclohexaan met afwisselend een O (C=O, met C de C van de ring en O het substituent) en een NH2 als substituent (in totaal volledig gesubstitueerd). 4. Een aromatische ring met 2 COOH substituenten in para.&lt;br /&gt;
#**Solventen: Water (pH 3,7 of 10), methanol of dichloormethaan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel van Mario&lt;br /&gt;
#*Er is een afbeelding gegeven van het complex dat KI coöperatief kan binden adhv Zn (staat ook in de slides bij coöperativiteit). Dan staan er bindingsconstantes gegeven van KI, KClO4, NaI en NaClO4 met KI duidelijk de hoogste bindingsconstante.&lt;br /&gt;
#**a) Verklaar de waargenomen resultaten.&lt;br /&gt;
#**b) Welke binding gaat volgens jou gepaard met de grootste entropieverandering? Verklaar.&lt;br /&gt;
#*18-kroon-6 is gegeven met een aromatische ring erop en aan de aromatische ring hangt een R. Wat is het teken van rho indien de complexeren van K+ met deze structuur bekijken en wat is de verhouding met R? Geef in je antwoord zeker de volledige Hammett-vergelijking. Dan staat er een tweede afbeelding gegeven, ook 18-kroon-6, maar hier is het substituent -CH2-R. Geldt dit ook voor de tweede structuur?&lt;br /&gt;
#*Wat zijn de voor- en nadelen van supramoleculaire polymeren?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 Juni 2022 ===&lt;br /&gt;
#Dehean&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag&lt;br /&gt;
#**Solvent: CH2Cl2, MeOH, H2O pH (2,7,12)&lt;br /&gt;
#**Guests: trimethylhexadecylammonium *Cl-*, *tetrabutylammonium* nitraat, naftaleen-1-sulfonzuur, 4-aminobutaanzuur&lt;br /&gt;
#**Hosts: zeven, enkel molecule gegeven dus kan ze niet opnoemen ([2,2,2]-cryptand met enkel zuurstof, ...)&lt;br /&gt;
#*Verband EM &amp;amp; rigide groepen&lt;br /&gt;
#*Synthese hexathia-analoog van [2,2,2] cryptand, uitgaande van triëthanolamine&lt;br /&gt;
#**Hoe maximaliseren we de synthese?&lt;br /&gt;
#Smet&lt;br /&gt;
#*Bespreek compensatiegedrag entropie en enthalpie&lt;br /&gt;
#*Welke technieken om verschil tussen een catenaan en zijn 2 aparte ringen te meten (vermeld eventuele eigenschappen die nodig zijn op de macroringen)&lt;br /&gt;
#*Azidothymidine: structuur gegeven, voorspel werking en bio-beschikbaarheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 Augustus 2021===&lt;br /&gt;
[https://i.imgur.com/eDCNSJR.jpg Dehaen] &amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
[https://i.imgur.com/JolZOyK.jpg Smet]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 juni 2021===&lt;br /&gt;
#Dehaen&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag. &lt;br /&gt;
#**Gasten: naftaleenderivaat, nitraat, aminobutaanzuur,... &lt;br /&gt;
#**Gastheren: alpha-cyclodextrine derivaat met een quaternair amoniumzout aan gebonden, beta-cyclodextrine derivaat, kroonether met thioureumfuncties, een lariatether, [2.2.2] cryptand met zuurstof als donoratomen en N als bruggenhoofden. &lt;br /&gt;
#**Solvent: water pH 2, 7, 10, methanol, CH2Cl2&lt;br /&gt;
#*Verband EM &amp;amp; rigide groepen&lt;br /&gt;
#*Synthese van het thia-analoog van de [2.2.2]-cryptand startende van een triethanolamine. &lt;br /&gt;
#Smet&lt;br /&gt;
#*Leg uit waarom de meeste polymerisatiereacties slechts opgaan onder een bepaalde temperatuur. Geef de naam van deze temperatuur. &lt;br /&gt;
#*Leg uit waarom sommige polymerisatiereacties enkel opgaan boven een bepaalde temperatuur. Geef de naam van deze temperatuur. Geef een voorbeeld van een monomeer dat dergelijk gedrag vertoond. &lt;br /&gt;
#*Vraag over een complexatiereactie met een R-substituent en wat het teken van rho zou zijn in de Hammett-vergelijking.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 juni 2019 VM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Uitleggen waarom verzeping plaatsvindt van een gegeven molecule met KOH in tolueen enkel als een kroonether aanwezig (18-kroon-6 analoog)&lt;br /&gt;
#* Uitleggen waarom cyclodextrines geschikt zijn voor &amp;quot;drug delivery&amp;quot; en een geschikt cyclodextrinekiezen (alfa, beta, gamma) voor naproxen (naftaleenderivaat)&lt;br /&gt;
#* Waarom base gebruiken voor kroonethersynthese van catechol en oligoethyleenglycoltosylaten? (deproteneren / templaateffect van kation)&lt;br /&gt;
#** Verschillende kroonethers gegeven met variërende lengte en aantal zuurstoffen. Hij vraagt om voor elke kroonether de juiste base te kiezen&lt;br /&gt;
#** Keuze uit 5 basen: LiAcO, KAcO, NH4AcO, CsAcO en moleculair kation en AcO-&lt;br /&gt;
#* Resorcinaren worden gevormd in zuur milieu maar na een tijdje zal het thermydynamischer stabieler zijn (stoel versus boot)&lt;br /&gt;
#** Geef interacties van beide isomeren in basisch milieu met een tetraalkylammonium-kation&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* 2 associaties gegeven, welke van de 2 associaties heeft de kleinste entropieverandering? (A = H-brugacceptor &amp;amp; D = H-brugdonor)&lt;br /&gt;
#** Associatie 1: ADA DAD (letters staan eigelijk onder elkaar)&lt;br /&gt;
#** Associatie 2: AAA DDD (letters staan eigelijk onder elkaar)&lt;br /&gt;
#* Molecule gegeven met R-groep  dat interacties aangaat met een chloride-anion&lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn er voornamelijk?&lt;br /&gt;
#** Wat voor groep moet R zijn? Hoe verhoudt zicht dat tot de parameter rho?&lt;br /&gt;
#* Bespreek biobeschikbaarheid van morfine (structuur gegeven) &lt;br /&gt;
#** Heroïne heeft een sterker effect op het centraal zenuwstelsel, verklaar? (gegeven dat morfine reageert met overmaat azijnzuuranhydride en heroïne vormt).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineer:&lt;br /&gt;
#** Gasten: trimethylhexadecylammoniumion, nitraation, 4-aminoboterzuur, naftaleensulfonzuur. &lt;br /&gt;
#** Gastheren: resorcinareen, benzokroonether met één N en op die N zat een keten (keten = CH2 C6H4 CH2 ... NH C=NH NH ... azole ring), twee speciale cyclodextrines (eentje was een ring van zes monomeren met een ammoniumfuntie op, de andere was een ring van zeven monomeren met een thia-amine keten op), een ring met drie benzenen en tussen elke benzeen de groep CH2 CH2 NH C=S NH CH2 CH2), nog eentje die ik me niet herinner&lt;br /&gt;
#** Solventen: de gewoonlijke&lt;br /&gt;
#* Effect rigide groepen op EM&lt;br /&gt;
#* Synthese thia analoog [2.2.2]cyrptand, hoe synthese verbeteren?&lt;br /&gt;
#*Pillarenen uitleggen, verband andere calixarenen&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welke reactie geeft de grootste entropie veranderingen? eentje is het azijnzuur dimeer, de andere is de cyclisatie van twee ringen (eentje is maleïnezuuranhydride en de ander cyclohexa-1,3-dieen) (volgens chemdraw heet het gevormde molecule (4R,7aS)-3a,4,7,7a-tetrahydro-4,7-ethanoisobenzofuran-1,3-dione). Bijvraag: iets met de deeltermen van de entropie, bij welke is welke het grootst? &lt;br /&gt;
#* Geef teken rho (Hammett) van de complexatie van K+ met een benzokroonether met aan die benzeenring een substituent R. Geldt deze redenering voor rho ook voor een tweede kroonether die aan een ethyleen eenheid een CH2R groep heeft hangen?&lt;br /&gt;
#* Bespreek relenza en tamiflu, over hun biobeschikbaarheid en mechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineren van gast, gastheer en solvent met als gasten: lanthaan, paraquat en nog een dicarbonzuur, als gastheren verschillende calixarenen in water ph 2,7,10, methanol of chloroform&lt;br /&gt;
#* Vraag welke het beste zou zijn voor ionentransport over een organisch membraan: diglyme of 2,2,2 kryptand&lt;br /&gt;
#* Een synthese van een 2,2,2 thiakryptand derivaat&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Ceiling &amp;amp; floortemperatuur + voorbeeld&lt;br /&gt;
#* Met de hammetvgl werken en teken van rho bepalen bij een complexvorming van pseudorotaxaan&lt;br /&gt;
#* Invloed van ... (cyclodextrine?) op transport van medicijnen en da linken aan de lipinskiregels&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 VM ===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze 1,3benzeenringen hebben geen buty meer, en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd. &lt;br /&gt;
#* Nonactine &amp;amp; valinomycine&lt;br /&gt;
#* Gast, gastheer, solvent: &lt;br /&gt;
#** H2O (pH = 3,7, 10), DCM, MeOH&lt;br /&gt;
#** Na+, ammoniumzout*, diamide*, benzoezuur (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
#** Calix[4]areen*, resorcinol uit acetaldehyde en 24u reflux, benzokroonether*, alfa-cyclodextrine, diamine* (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welk proces geeft de grootste entropieverandering met zich mee? &lt;br /&gt;
#** Furaan + H2C=COOR --&amp;gt; furaanring waarvan de twee dubbele bindingen weg zijn en er eentje bij is gekomen waar er eerst de enkele binding was, en de twee koolstoffen naast de zuurstof zijn nu verbonden met de koolstoffen van de dubbele binding van het ester&lt;br /&gt;
#** twee carbonzuren die een dimeer vormen&lt;br /&gt;
#* Bepaal teken rho, heeft pH invloed (R-C6H5 pi-pi stapeling met C6H5-NH2)&lt;br /&gt;
#* Relenza en tamiflu (orale beschikbaarheid en mechanisme)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel de synthese op voor het Lehn&#039;s sferand (structuur gegeven) vanuit (derivaten van) diëthyleenglycolen.&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge-verdunningsvoorwaarden en hoe werkt dit?&lt;br /&gt;
#* Combineer. Gastheren: cyclisch guanidine, cucurbit[8]uril, 30-kroon-10. Gasten: arginine, N-acetyltryptofaan, 1,4-bis(aminoimidazoline)butaan. Solventen: Chloroform, methanol, water pH 2, 7 en 10. (structuren gegeven)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: een pyrrool gesubstitueerd met een alkeen met twee R-substituenten (willekeurig). Dit molecule interageert met een onbekende receptor. Welke interactie veronderstel je? Bepaal het teken van rho. Wat gebeurt er met de absolute waarde van rho wanneer je een R-substituent vervangt door een H-atoom.&lt;br /&gt;
#* Wat is transfectie en hoe kan supramoleculaire chemie hierbij helpen?&lt;br /&gt;
#* Twee verbindingen gegeven, elk met 3 waterstofbindingen (structuren uit slides deel supramoleculaire polymeren). Welke verbinding heeft de grootse associatieconstante en waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke factoren beinvloeden de effectieve molariteit&lt;br /&gt;
#* synthese van hexathia18-kroon-6 vanuit ethyleenglycol en bis(2hydroxyethyl)sulfide op een veilige manier en wat doen we om de opbrengst zo hoog mogelijk te houden&lt;br /&gt;
#* wat zijn ansa-verbindingen en hoe kunnen ze meer inzicht geven over de ruimtevulling van de groepen&lt;br /&gt;
#* een structuur gegeven met 2 NH2 groepen een kroonether en een R (fenyl). 4-aminobutaanzuur is beter oplosbaar dan glycine (2-aminoazijnzuur) en 6-aminohexaanzuur. Hoe komt dit, welke interacties. De oplosbaarheid stijgt wanneer we R vervangen door (4-NO2-fenyl). Verklaar.&lt;br /&gt;
#* er zijn twee isomeren bij de synthese van resorcinarenen. Welke zijn dit?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#SMET:&lt;br /&gt;
#* gegeven een amide: RR&#039;C=CH-CO-N(CH3)2 met onbekende receptor gaat interageren:&lt;br /&gt;
Welke interactie verwachten we, teken van reactieparameter, plus redeneer. Wat gebeurt er met de absolite waarde van de reactieparameter als we een van de R groepen vervangen door een H.&lt;br /&gt;
#* lipskin regel geven en wat is het belang tegenwoordig in farmaceutische industrie &lt;br /&gt;
#* Bij synthese van rotaxanen volgens iemand (Stoddart ofzo)(tetrakationisch complex) zal threading een hogere opbrengst geven dan clipping waarom?&lt;br /&gt;
Waarom dan niet altijd threading?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze twee benzeenringen zijn ook gedebutyleerd en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd.&lt;br /&gt;
#* Bespreek aan de hand van hun structuurelementen de functie van nonactine en valinomycine (structuur gegeven).&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gastheren met de juiste gasten en solventen. Gasten: Natriumion, p-diaminobenzeen, p-diaminobenzeen met beide stikstoffen tetragebutyleerd, benzoÃ«zuur. Gastheren: calix[4]areen, een groot dibenzokroonether, een resorcinareen verkregen na 24 uur reflux, alfa-cyclodextrine en een aromatisch diamide. Solventen: water (pH 3, 7, 10), MeOH &amp;amp;amp; DCM.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* 4-R-pyridine. Deze gast bindt enkel aan de gastheer indien de stikstof geprotoneerd is. Bepaal het teken van de Hammett-parameter rho. Op welke interactie zou de complexatie kunnen berusten?&lt;br /&gt;
#* Geef de twee methoden die gebruikt kunnen worden om de associatieconstante te schrijven in functie van deelassociatieconstanten. Beschrijf de fysische basis van het probleem dat hierbij optreedt.&lt;br /&gt;
#* Bespreek de moleculaire basis van plaquevorming zoals die optreedt bij bijvoorbeeld de ziekte van Alzheimer. Wat zijn de therapeutische mogelijkheden om dit tegen te gaan? Bijvraag: op welke secundaire structuren en soorten interacties berust de associatie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven [2.2.2]cryptand uitgaande van chlooracetamide. Het cryptand heeft stikstoffen als bruggenhoofden, 2 ketens met telkens 2 zuurstoffen en 1 keten met 2 zwavelatomen. En hoe kan je de macroyclisatie bevorderen?&lt;br /&gt;
#* Transport van donor naar acceptorlaag via een organisch membraan? hoe gaat dit het beste met pentaglyme of met een [2.2.2]cryptand. Verklaar.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Je hebt een gesubstitueerd chinoline (onbekende substituent). Dit chinoline complexeert enkel met een gastheer als de N niet geprotoneerd is. wat is het teken van de hammet-parameter Rho? welke interactie zal er zijn tussen de gast en de gastheer?&lt;br /&gt;
#* Geef de 4 belangrijkste entropieveranderingen bij complexatie en bespreek. Welke is verantwoordelijk voor preorganisatie? Leg uit.&lt;br /&gt;
#* Invloed ketenlengte benzokroonether op rendement van een catenaan met een tetrakationisch cyclofaan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven calix[4]hemisferand uitgaande van 2 gegeven fenolen. De receprot bestond uit een calix[4]areen met een hemisferand aangehecht op de 1- en 3-posities.&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van valinomycine en nonactine: bespreek de functie  en hoe de verschillende structuurelementen hiertoe bijdragen.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#**solventen: zuur, neutraal of basisch water, methanol, dicchloormethaan&lt;br /&gt;
#**gastheren: cyclodextrine, een grote benzokroonether, een calyxareen, stoel resorcinareen en een heteroaromatische receptor met amidefuncties.&lt;br /&gt;
#**gasten: natriumion, aromatisch diamine, aromatisch diammoniumzout, benzoÃ«zuur&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Op welke 2 manieren kunnen we de totale associatieconstante beschouwen als een product van deelassociatieconstanten? Wat is bij elk het grootste fysisch probleem? Welk van deze 2 methoden is, op praktische gronden, te verkiezen en waarom?&lt;br /&gt;
#* Gegeven een amide met een para-gesubstitueerde fenylgroep op de N en de carbonyl. Dit molecule gaat waterstofbindingen aan met zowel de zuurstof als de NH. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho voor het substituent op elke benzeenring?&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van een receptor bestaande uit een porfyrinering, gekoppeld aan een calixareen met ketens die veel heteroatomen bevatten. De bindingsconstanten van KI is hoog, die voor NaI en NaClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; tussenin (en ongeveer gelijk), die van KClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; laag. Verklaar waarom. (Deze structuur staat in de cursus ter hoogte van het deel over coÃ¶perativiteit).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2012 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge verdunningsvoorwaarden en geef 2 voorbeelden hoe men dit in de praktijk bewerkstelligt.&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende affiniteit voor het kaliumkation en motiveer: 18-kroon-6, 1,10-dithia-18-kroon-6, benzo-18-kroon-6, [2.2.2]cryptand, 15-kroon-5, 21-kroon-7.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Voor een bepaald hydrofoob (gedeelte van een) gastmolecule werd aangetoond dat het de hydrofobe holte van de gastheer maar voor 55% vult in stabielste toestand. Verklaar thermodynamisch waarom het kan dat deze gedeeltelijk gevulde toestand meer bevoordeeld wordt dan de volledig gevulde holte.&lt;br /&gt;
#* &lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn van belang bij het catenaan gevormd uit &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039;, &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; en &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;?&lt;br /&gt;
#** Wat zou het effect zijn op de bindingsconstante moest het catenaan gevormd worden rond &#039;&#039;&#039;4&#039;&#039;&#039; i.p.v. &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039; en waarom?&lt;br /&gt;
#** Beredeneer het teken van de Hammett parameter Ï van de catenatiereactie van &#039;&#039;&#039;5&#039;&#039;&#039; met het monogealkyleerd derivaat van &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039; (hiermee wordt bedoeld, de open-ketenvorm van &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; enkelvoudig gebonden aan &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;). Sterische effecten van R mogen verwaarloosd worden [[Bestand:CatenaanSmet.png]]&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers synthetiseerden bovenste verbinding als receptor voor de onderste (tekening is &#039;&#039;ongeveer&#039;&#039; juist). Belangrijke interacties hierbij zijn H-bruggen, maar ook de Ï€-Ï€-interacties tussen de eindstandige benzeenringen spelen een beduidende rol. Om aard en sterkte van deze Ï€-Ï€-interacties te onderzoeken synthetiseerde men een aantal derivaten van beide, en mat men het verschil in bindingssterkte voor verschillende substituenten op de benzeenringen. [[Bestand:receptorSmet.png]]&lt;br /&gt;
#** Welke complicatie valt te verwachten bij deze metingen, vanwege de verschillende substituenten op de derivaten?&lt;br /&gt;
#** Verklaar de waargenomen tendensen in de gemeten energiebijdragen, weergegeven in de tabel (deze waarden zijn gecorrigeerd voor de complicaties waarnaar gevraagd in eerste subvraag dus zijn &#039;&#039;juist&#039;&#039;).&lt;br /&gt;
[[Bestand:tabelSmet.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Klassieke vraag. Verbind de juiste gast met gastheer en solvent. Licht toe en zeg welke interacties plaatsvinden.&lt;br /&gt;
#* Wat is de CAC? Waarom is het belangrijk dat deze gemeten wordt en hoe wordt deze gemeten?&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: [[Bestand:MolHerExamenMario.jpg]]&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;Bepaal het teken van &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;X&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep X en &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;R&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep R. Waarom gaat bij zÃ©Ã©r elektronenzuigende groepen, bv. X=F&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, de meting van de complexatieconstante met nucleofiele deeltjes niet meer correct verlopen?&lt;br /&gt;
#* Mag men de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de aromatische ring en de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de gedeprotoneerde carbonzuurfunctie zomaar optellen? Verklaar.&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenMario2.jpg]]&lt;br /&gt;
#* De synthese van rotaxanen op vaste drager kan handig zijn. Onwaar/waar en verklaar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* geef de structuur van cyclotriveratryleen en de synthese vanuit veratrol. Waarom zijn asymmetrisch gesubstitueerde CTV&#039;s chiraal?&lt;br /&gt;
#* hoe kunnen we eigenschappen van een gegeven cyclofaan gebruiken om de grootte van de substituent op de ring te bepalen&lt;br /&gt;
#* geef de synthese van de macroring 15 kroon 5 maar ipv met zuurstoffen met (NH , O , NH, S, S) vanuit HSCH2CH2SH en H2NCH2CH2OCH2CH2NH2&lt;br /&gt;
#* welke gast past in welk solvent bij welke gastheer? gasten: (Fe3+, Yb3+, tetramethylammonium, benzoaat) solventen: (methanol, DCM, water met pH=3,7,10) gastheren:(een resorcinareen, een [4]-calixareen met een -O-CH2COOH op elke ring, een [6]-calixareen met op de ring aan de ene kant een SO3H aan de andere kant een staart met een hydroxyamide rest aan, een [6]-calixareen met daaraan een staart met aan het uiteinde een fenylureum staart&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* gegeven: een receptor met daarop 2 groepen die waterstofbruggen vormen met een HO- en een -CHO op drie verschillende liganden. Welke complex zal het stabielste zijn, en verklaar dit energetisch en entropisch (ligand 1 is een bifenyl, ligand 2 is een bifenyl met een huge (triethylmethyl-)substituent op een van de ringen en ligand 3 is gewoon een alifatische keten met die oh en cho aan de uiteinden)&lt;br /&gt;
#* wat is de dubbele mutantcyclus een geef een voorbeeld dat de voordelen duidelijk maakt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (ochtend) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Bespreek de synthese van volgend cavitand, vertrekkende van resorcinareen. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#* Wat is [2,2]paracyclofaan? Geef de syntheses en eigenschappen (UV-spectrum).&lt;br /&gt;
#* Bespreek het kinetisch en thermodynamisch templaateffect.&lt;br /&gt;
#* 5 Macroringen gegeven; rangschik naar toenemende effectieve molariteit. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven 1-amino-5-R-naftaleen (met R een onbepaalde substituent). In een complex vormt deze aminogroep een waterstofbrug. Onderzoek wijst uit dat de &amp;amp;quot;reactie&amp;amp;quot;-parameter sterk positief is. Welke soort R-substituenten bevoordeligen de reactie? (leg uit met Hammett-vergelijking en de substituent-parameter) Bekleedt de aminogroep een donor- of acceptorfunctie bij het vormen van deze waterstofbrug?&lt;br /&gt;
#* Waarom is het entropieverlies van complexvorming in oplossing doorgaans kleiner dan in gasfase?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Verklaar waarom de effectieve molariteit stijgt bij een macrocysliche 10-ring, wanneer&lt;br /&gt;
#** a) rigide groepen worden gebruikt&lt;br /&gt;
#** b) heteroatomen worden gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verschil tussen een clathraat en een vaste stof-inclusie complex.&lt;br /&gt;
#* Schrijf de synthese op van dit cavitand (structuur is gegeven) vertrekkende van rescoriol. De cavitand is gelijkend op die in de cursus staat, maar op de 2&#039; plaats heeft deze een COOH groep.&lt;br /&gt;
#* VÃ¶gth synthetiseerde vele cryptanden met substituenten X (structuur is gegeven). Hoe kon hij daarmee de grootte van de caviteit bepalen? &lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Je krijgt een complexatie van een gast en gastheer die via pi-pi interacties complexeert en net naast deze aromatische ringen een waterstofbrug vormt met een amide op de gast.&lt;br /&gt;
#** Men wil d.m.v. substituenteffecten op de aromatische ringen ph1 (= op gast) en ph2 (= op gastheer) de bijdrage voor deze pi-pi interactie meten. Welke complicatie verwacht je echter met deze methode, bij dit specifieke complex?&lt;br /&gt;
#** Verklaar in de tabel (tabel met horizontaal de para-ph1 substituenten en vertikaal de para-ph 2 substituenten) de verlopen van de incrementen. (De incrementen zijn aangepast aan de complicatie die je in het eerste puntje moet geven en zijn dus correct)&lt;br /&gt;
#** Bepaal ook het teken van de Hammett rho parameters.&lt;br /&gt;
#* Trage complexen.&lt;br /&gt;
#** Hoe kan je in een NMR spectrum zien of je te maken hebt met een traag complex&lt;br /&gt;
#** Wat is het voordeel van een extreem traag complex? Geef een relevant voorbeeld van hoe we er gebruik van kunnen maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* match de gasten en de gastheren met de juiste solventen. Gast: 1,4-benzochinon, naftaleen-1,5-dicarbonzuur en 4-butylfenol (&amp;amp;quot;voor mensen die niet goed zijn in naamgeving, zal ik de moleculen even op bord tekenen&amp;amp;quot;). Solvent: water (ph= 2, 6, 10), MeOH, CCl4. Gasten: alpha-cyclodextrine, diazo-18-kroon-6, 18-kroon-6, [2,2]cyclofaan en 2 grote cyclofanen die getekend staan. Geef ook alle niet-covalente reacties en licht uw keuze toe&lt;br /&gt;
#* Wat is CAC, waarom belangrijk en hoe gemeten&lt;br /&gt;
#* reactie van een [2,2,1]cryptand opgebouwd uit bi en triÃ«thyleenglycolderivaten&lt;br /&gt;
#* Membraantransport  van kationen met kroonethers en de voorwaarden waaraan dat kroonether moet voldoen&lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Het teken van rho (Hammet) bepalen uit een tabel met stabiliteitsconstanten met verschillende gevers en zuigers. De link vinden met het reactiemechanisme. Bijkomende vraag: wat gebeurt er met een sterke base en een sterke elektronzuiger. (ja wat onduidelijk als je het molecule niet ziet natuurlijk...)&lt;br /&gt;
#* Stelling: voor het gegeven molecule mag ik zomaar de deltaG optellen om de totale deltaG te berekenen.&lt;br /&gt;
#* Waarom kan het voordelig zijn om synthese van rotaxanen uit te voeren op een vaste fase&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke ionen passen in welke macroringen? (K+, Ag+, Eu3+, Li+ en nog een vieze grote molecule) De macrocyclische verbindingen zijn ook gegeven. Welk solvent pak je best? (H2O, H2O pH 10, MeOH of chloroform) Vermeld welke interacties plaatsvinden&lt;br /&gt;
#* bespreek de synthese van: -een calix[4]areen met twee nitraten, twee n-propyloxy&#039;s en een azakroonetheroverbrugging-&lt;br /&gt;
#* Wat is zijn zelfassemblage en zelforganisatie en illustreer met een voorbeeld&lt;br /&gt;
# MS:&lt;br /&gt;
#* Tabel horende bij compensatie-effect gegeven. Welke interacties? Bespreek de tendens in de tabel en ook het verschil in \Delta S tussen gasfase en oplossing.&lt;br /&gt;
#* tekening van een catenaan met een cyclofaan met nogal wat N in rond een benzokroonether gegeven. Deze verbinding toont met H-NMR slechts twee signalen (3,45 en 6,26 ppm of zo) voor de hydrochinon-waterstoffen. Reden? Bespreek ook de multipliciteit van de signalen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Waarom is ethyleendioxy zo&#039;n populaire eenheid in kroonetherchemie&lt;br /&gt;
#* Welke 2 groepen zijn belangrijk bij de complexatie van Fe bij de sideroforen&lt;br /&gt;
#* 3 gasten (Lithium, azide, tetramethylammonium), 5 solventen (MeOH, H2O( pH 2,6,10), CCl4), gastheren ([2.2.2]-cryptand, all-cis resorcinareen, cram&#039;s sferand, 18-kroon-6,...)&lt;br /&gt;
# M.S.:&lt;br /&gt;
#* Synthese van tetrakationisch cyclofaan&lt;br /&gt;
#* Vraagje over receptor die interageert met gast, welk teken heeft de hammett parameter rho.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R0898426</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=4631</id>
		<title>Moleculaire Herkenning</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=4631"/>
		<updated>2025-06-18T09:49:58Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R0898426: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verplicht vak voor chemie. Moleculaire herkenning wordt gedoceerd door 2 proffen. Mario smet en Wim &amp;amp;quot;sandalen&amp;amp;quot; Dehaen. 50% van de punten staan op het examen, de andere 50% staan op een paper. Op het examen worden mondelinge vragen gesteld over de paper. Bij prof. Smet zijn dit normaal enkel de vragen die hij geeft bij de feedback op de paper,&lt;br /&gt;
prof. Dehaen stelt vaak ook extra vragen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===17 juni 2025 (VM)===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#1 Deel Wim&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#* 1. Koppel elke gastmolecule aan een geschikte gastheer en oplosmiddel. Niet elke gastheer of elk oplosmiddel moet gebruikt worden; hergebruik is toegestaan.  &lt;br /&gt;
Gasten:  &lt;br /&gt;
- hexadecyltrimethylammoniumchloride (focus op het hexadecyltrimethylammonium-kation)  &lt;br /&gt;
- tetraethylammoniumnitraat (focus op nitraat)  &lt;br /&gt;
- 1-naftaleensulfonzuur  &lt;br /&gt;
- 4-aminobutaanzuur  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gastheren:  &lt;br /&gt;
- [2.2.2]-cryptand  &lt;br /&gt;
- resorcinareen  &lt;br /&gt;
- α-cyclodextrine  &lt;br /&gt;
- β-cyclodextrine  &lt;br /&gt;
- lariatkroonether met amine-/amidegroepen in de staart  &lt;br /&gt;
- azakroonether-achtige macrocyclus met meerdere amines en twee benzeenringen als ‘caps’  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oplosmiddelen:  &lt;br /&gt;
- dichloormethaan (DCM)  &lt;br /&gt;
- methanol  &lt;br /&gt;
- water (pH 2, 7 of 10)  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tip: 4-aminobutaanzuur komt voor als zwitter-ion (combinatie met lariatether: zuur = H-brugacceptor (NH-staart), amine = H-brugdonor (kroonether)).  &lt;br /&gt;
1-naftaleensulfonzuur met β-cyclodextrine,  &lt;br /&gt;
nitraat met het azakroonether,  &lt;br /&gt;
hexadecyltrimethylammoniumchloride met resorcinareen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#* 2. Wat is het effect van rigide groepen op de effectieve molariteit (EM)?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#* 3. Stel een synthesetraject op voor het thia-analoog van de [2.2.2]-cryptand, vertrekkende van triethanolamine. Hoe maximaliseren we de synthese?  &lt;br /&gt;
Tip: vervang OH door een betere leaving group (bv. tosyl), laat reageren met een thiol (bv. ethaan-1,2-dithiol). Maximaliseren met hoge verdunning en base (cesiumeffect).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#2 Deel Mario&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#* 1. Welk proces heeft de kleinste entropieverandering?  &lt;br /&gt;
(1) Een cyclisatie waarbij een alkyn (R–C≡CH) met een triazene reageert tot een triazoolring  &lt;br /&gt;
(2) Vorming van een waterstofbrug tussen amidegroepen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#* 2. Wat is het teken van ρ in de Hammetvergelijking bij complexatie van K⁺ met een kroonether die een benzeenring bevat, waarbij R een substituent is op die aromatische ring?  &lt;br /&gt;
Geldt dezelfde redenering ook voor een kroonether waarbij R via een CH₂-keten aan de kroonether is gekoppeld (dus kroonether–CH₂–R i.p.v. kroonether–C₆H₄–R)?  &lt;br /&gt;
Tip: dezelfde redenering geldt niet, want er wordt geen rekening gehouden met het verschil tussen inductieve en mesomere effecten bij ρ (mesomeer gevend kan inductief zuigend zijn).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#* 3. Wat is transfectie? Wat is het probleem bij transfectie, en hoe kan supramoleculaire chemie dit oplossen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2025 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#*Synthetiseer een [2.1.1]cryptand&lt;br /&gt;
#*Belang resorcinol molecule in de supramoleculaire chemie bespreken, had te maken met boot-/stoel-conformatie dus resorcinarenen. En dan toepassingen van resorcinarenen geven ( complexatie met quaternaire amoniumzouten en vooral cavitanden en carceplexen)&lt;br /&gt;
#*standaard combinatievraag&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#* Exact hetzelfde als 30 augustus 2021&lt;br /&gt;
#* Bij vraag 2: Let op de basisiciteit van de stikstofatomen -&amp;gt; alternatieve molecule zal een zuur-base reactie hebben met de stikstof van de macroring, waardoor je geen pseudo-rotaxaan kan krijgen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2024 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#*Synthetiseer 4de molecule p78, waarvan 2 van de 4 moleculen: R = propyl en de andere 2 hadden geen tert-buthyl maar een monoazakroonether. Gegeven waren startproducten formaldehyde (mag je 2 keer gebruiken), monoazakroonether en tertbuthylfenol. Zoek een juiste volgorde van synthesestrategie. (Bijvraag: wat en hoe reageert formaldehyde en waar op de ring)&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen een vaste-toestand-inclusiecomplex en een clathraat? (Bijvraag: iets van voorbeeld gegeven)&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen sephulcraat, sidefoor of sacrofagine? En hoe worden deze bereid uit formaldehyde en ethyleendiamine? &lt;br /&gt;
#*Klassieke vraag van 4 gastheren, 4 gasten en 5 solventen. Geef ook welke niet-covalente interacties er aanwezig zullen zijn.&lt;br /&gt;
##*Gasten (structuren gegeven): 1,4-benzendicarboxylic acid / Paraquat / isocyanuurzuur / ureum&lt;br /&gt;
##*Gastheren (structuren gegeven): Glycoluril (6 keer in een cirkel) / en nog 3 anderen die ik niet ken)&lt;br /&gt;
##*Solventen Water pH 3 / 7 / 10 / MeOH en DCM (Let op met de interacties)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#*2 reacties gegeven (1 met 2 moleculen waarbij covalente binding gevormd wordt, 2 azijnzuren die H-bruggen vormen) welke heeft de grootste entropieverandering?&lt;br /&gt;
#*Molecule gegeven met pi-pi-stapeling. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho? Leg uit als er pH-afhankelijkheid is voor het teken? (Ja!)&lt;br /&gt;
#*Molecule gegeven met 5 H-bruggen, we willen de bindingsconstante van H-brug met * bepalen. Hoe doen we dit? Er zullen problemen opduiken. Geef een oplossing voor deze problemen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 Juni 2024 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel van Dehaen&lt;br /&gt;
#*Volgende moleculen werden getest op gast-gastheer complexvorming met chloride-anion. Bij hetzelfde solvent ging de complexvorming het best op met gastheer 1, dan 2 en dan 3 die beduidend veel slechter complexeerde. Nochtans heeft 3 een extra H op de aromatische N in vergelijking met 1. De onderzoekers linkten de slechte complexvorming bij 3 met een verschil in preorganisatie. Leg uit. (Het kwam erop neer dat je de groepen juist moest uittekenen en dan de juiste interacties moest vinden.) [[File:Vraag1Wim.png|caption]]&lt;br /&gt;
#*Rangschik volgende moleculen van slechtst naar best voor complexvorming met een Li-kation. [[File:Vraag2Wim.png|caption]]&lt;br /&gt;
#*Geef een voorstel van de synthese van hexathia-18-kroon-6 waarbij je bèta-halogeensulfiden vermijdt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel van Mario&lt;br /&gt;
#*Wat is de ceiling temperature en floor temperature? Wat is hun fysische betekenis? Geef een voorbeeld van supramoleculaire polymeren bij elke soort temperatuur. Leg uit wat het belang is van de ceiling temperature bij duurzame afvalverwerking van de polymeren.&lt;br /&gt;
#*Rotaxaanvormingsreactie gegeven. Bepaal het teken van de Hammet-parameter rho met betrekking tot substituent R voor de ligging van het ev. Zou deze rotaxaanvorming ook opgaan met een difenylamine? (exact zelfde vraag als augustus 2021)&lt;br /&gt;
#*Waarom worden cyclodextrines gebruikt in geneesmiddelen? Leg uit aan de hand van de Lipinski regels voor orale beschikbaarheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 Juni 2023===&lt;br /&gt;
#Deel van Dehaen&lt;br /&gt;
#*Hoe maak je 1,4,10,13-tetraäza-18-kroon-6 uitgaande van 1,2-diaminoëthaan en eventueel andere reagentia? Welke techniek zou je gebruiken om een maximale opbrengst te bekomen?&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen een vaste-toestand-inclusiecomplex en een clathraat?&lt;br /&gt;
#*Wat zijn sepulchraat- en sarcofaginecomplexen en hoe kan je ze bereiden met ethyleendiamine en Co(III)?&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag: Combineer telkens een gast, gastheer en een solvent. Er zijn 4 gastheren, 4 gasten en 5 solventen gegeven. Bij elke gastheer hoort 1 gast en vice versa. Er zijn meer solventen gegeven dan gasten en gastheren, dus hier kan je er al zeker 1 niet gebruiken. Geef een korte verklaring bij elke combinatie die je maakt.&lt;br /&gt;
#**Gastheren: 1. een cyclofaan met 2 ringen en 3 NH&#039;s tussen de ringen aan elke kant (tussen elke NH zat een CH2). 2. Cucurbit[6]uril. 3.Een klein cyclisch molecule met 2 aromatische ringen met een N naar binnen gewezen. Boven deze ring zijn 2 of 3 NH&#039;s, eronder 2 N-CH3&#039;s. 4. Een groot cyclisch molecule met aromatische ringen met een N (naar binnen wijzend) en tussen de aromatische ringen een koolstofketen met NH&#039;s (ook 2 random C=O bindingen die naar buiten wijzen, links- en rechtsboven).&lt;br /&gt;
#**Gasten: 1. Koolstofketen met aan elke uiteinde een aromatische ring. Op de verbinding tussen de keten en elke ring zit een positief geladen N. 2. ureum. 3. Cyclohexaan met afwisselend een O (C=O, met C de C van de ring en O het substituent) en een NH2 als substituent (in totaal volledig gesubstitueerd). 4. Een aromatische ring met 2 COOH substituenten in para.&lt;br /&gt;
#**Solventen: Water (pH 3,7 of 10), methanol of dichloormethaan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel van Mario&lt;br /&gt;
#*Er is een afbeelding gegeven van het complex dat KI coöperatief kan binden adhv Zn (staat ook in de slides bij coöperativiteit). Dan staan er bindingsconstantes gegeven van KI, KClO4, NaI en NaClO4 met KI duidelijk de hoogste bindingsconstante.&lt;br /&gt;
#**a) Verklaar de waargenomen resultaten.&lt;br /&gt;
#**b) Welke binding gaat volgens jou gepaard met de grootste entropieverandering? Verklaar.&lt;br /&gt;
#*18-kroon-6 is gegeven met een aromatische ring erop en aan de aromatische ring hangt een R. Wat is het teken van rho indien de complexeren van K+ met deze structuur bekijken en wat is de verhouding met R? Geef in je antwoord zeker de volledige Hammett-vergelijking. Dan staat er een tweede afbeelding gegeven, ook 18-kroon-6, maar hier is het substituent -CH2-R. Geldt dit ook voor de tweede structuur?&lt;br /&gt;
#*Wat zijn de voor- en nadelen van supramoleculaire polymeren?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 Juni 2022 ===&lt;br /&gt;
#Dehean&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag&lt;br /&gt;
#**Solvent: CH2Cl2, MeOH, H2O pH (2,7,12)&lt;br /&gt;
#**Guests: trimethylhexadecylammonium *Cl-*, *tetrabutylammonium* nitraat, naftaleen-1-sulfonzuur, 4-aminobutaanzuur&lt;br /&gt;
#**Hosts: zeven, enkel molecule gegeven dus kan ze niet opnoemen ([2,2,2]-cryptand met enkel zuurstof, ...)&lt;br /&gt;
#*Verband EM &amp;amp; rigide groepen&lt;br /&gt;
#*Synthese hexathia-analoog van [2,2,2] cryptand, uitgaande van triëthanolamine&lt;br /&gt;
#**Hoe maximaliseren we de synthese?&lt;br /&gt;
#Smet&lt;br /&gt;
#*Bespreek compensatiegedrag entropie en enthalpie&lt;br /&gt;
#*Welke technieken om verschil tussen een catenaan en zijn 2 aparte ringen te meten (vermeld eventuele eigenschappen die nodig zijn op de macroringen)&lt;br /&gt;
#*Azidothymidine: structuur gegeven, voorspel werking en bio-beschikbaarheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 Augustus 2021===&lt;br /&gt;
[https://i.imgur.com/eDCNSJR.jpg Dehaen] &amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
[https://i.imgur.com/JolZOyK.jpg Smet]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 juni 2021===&lt;br /&gt;
#Dehaen&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag. &lt;br /&gt;
#**Gasten: naftaleenderivaat, nitraat, aminobutaanzuur,... &lt;br /&gt;
#**Gastheren: alpha-cyclodextrine derivaat met een quaternair amoniumzout aan gebonden, beta-cyclodextrine derivaat, kroonether met thioureumfuncties, een lariatether, [2.2.2] cryptand met zuurstof als donoratomen en N als bruggenhoofden. &lt;br /&gt;
#**Solvent: water pH 2, 7, 10, methanol, CH2Cl2&lt;br /&gt;
#*Verband EM &amp;amp; rigide groepen&lt;br /&gt;
#*Synthese van het thia-analoog van de [2.2.2]-cryptand startende van een triethanolamine. &lt;br /&gt;
#Smet&lt;br /&gt;
#*Leg uit waarom de meeste polymerisatiereacties slechts opgaan onder een bepaalde temperatuur. Geef de naam van deze temperatuur. &lt;br /&gt;
#*Leg uit waarom sommige polymerisatiereacties enkel opgaan boven een bepaalde temperatuur. Geef de naam van deze temperatuur. Geef een voorbeeld van een monomeer dat dergelijk gedrag vertoond. &lt;br /&gt;
#*Vraag over een complexatiereactie met een R-substituent en wat het teken van rho zou zijn in de Hammett-vergelijking.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 juni 2019 VM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Uitleggen waarom verzeping plaatsvindt van een gegeven molecule met KOH in tolueen enkel als een kroonether aanwezig (18-kroon-6 analoog)&lt;br /&gt;
#* Uitleggen waarom cyclodextrines geschikt zijn voor &amp;quot;drug delivery&amp;quot; en een geschikt cyclodextrinekiezen (alfa, beta, gamma) voor naproxen (naftaleenderivaat)&lt;br /&gt;
#* Waarom base gebruiken voor kroonethersynthese van catechol en oligoethyleenglycoltosylaten? (deproteneren / templaateffect van kation)&lt;br /&gt;
#** Verschillende kroonethers gegeven met variërende lengte en aantal zuurstoffen. Hij vraagt om voor elke kroonether de juiste base te kiezen&lt;br /&gt;
#** Keuze uit 5 basen: LiAcO, KAcO, NH4AcO, CsAcO en moleculair kation en AcO-&lt;br /&gt;
#* Resorcinaren worden gevormd in zuur milieu maar na een tijdje zal het thermydynamischer stabieler zijn (stoel versus boot)&lt;br /&gt;
#** Geef interacties van beide isomeren in basisch milieu met een tetraalkylammonium-kation&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* 2 associaties gegeven, welke van de 2 associaties heeft de kleinste entropieverandering? (A = H-brugacceptor &amp;amp; D = H-brugdonor)&lt;br /&gt;
#** Associatie 1: ADA DAD (letters staan eigelijk onder elkaar)&lt;br /&gt;
#** Associatie 2: AAA DDD (letters staan eigelijk onder elkaar)&lt;br /&gt;
#* Molecule gegeven met R-groep  dat interacties aangaat met een chloride-anion&lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn er voornamelijk?&lt;br /&gt;
#** Wat voor groep moet R zijn? Hoe verhoudt zicht dat tot de parameter rho?&lt;br /&gt;
#* Bespreek biobeschikbaarheid van morfine (structuur gegeven) &lt;br /&gt;
#** Heroïne heeft een sterker effect op het centraal zenuwstelsel, verklaar? (gegeven dat morfine reageert met overmaat azijnzuuranhydride en heroïne vormt).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineer:&lt;br /&gt;
#** Gasten: trimethylhexadecylammoniumion, nitraation, 4-aminoboterzuur, naftaleensulfonzuur. &lt;br /&gt;
#** Gastheren: resorcinareen, benzokroonether met één N en op die N zat een keten (keten = CH2 C6H4 CH2 ... NH C=NH NH ... azole ring), twee speciale cyclodextrines (eentje was een ring van zes monomeren met een ammoniumfuntie op, de andere was een ring van zeven monomeren met een thia-amine keten op), een ring met drie benzenen en tussen elke benzeen de groep CH2 CH2 NH C=S NH CH2 CH2), nog eentje die ik me niet herinner&lt;br /&gt;
#** Solventen: de gewoonlijke&lt;br /&gt;
#* Effect rigide groepen op EM&lt;br /&gt;
#* Synthese thia analoog [2.2.2]cyrptand, hoe synthese verbeteren?&lt;br /&gt;
#*Pillarenen uitleggen, verband andere calixarenen&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welke reactie geeft de grootste entropie veranderingen? eentje is het azijnzuur dimeer, de andere is de cyclisatie van twee ringen (eentje is maleïnezuuranhydride en de ander cyclohexa-1,3-dieen) (volgens chemdraw heet het gevormde molecule (4R,7aS)-3a,4,7,7a-tetrahydro-4,7-ethanoisobenzofuran-1,3-dione). Bijvraag: iets met de deeltermen van de entropie, bij welke is welke het grootst? &lt;br /&gt;
#* Geef teken rho (Hammett) van de complexatie van K+ met een benzokroonether met aan die benzeenring een substituent R. Geldt deze redenering voor rho ook voor een tweede kroonether die aan een ethyleen eenheid een CH2R groep heeft hangen?&lt;br /&gt;
#* Bespreek relenza en tamiflu, over hun biobeschikbaarheid en mechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineren van gast, gastheer en solvent met als gasten: lanthaan, paraquat en nog een dicarbonzuur, als gastheren verschillende calixarenen in water ph 2,7,10, methanol of chloroform&lt;br /&gt;
#* Vraag welke het beste zou zijn voor ionentransport over een organisch membraan: diglyme of 2,2,2 kryptand&lt;br /&gt;
#* Een synthese van een 2,2,2 thiakryptand derivaat&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Ceiling &amp;amp; floortemperatuur + voorbeeld&lt;br /&gt;
#* Met de hammetvgl werken en teken van rho bepalen bij een complexvorming van pseudorotaxaan&lt;br /&gt;
#* Invloed van ... (cyclodextrine?) op transport van medicijnen en da linken aan de lipinskiregels&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 VM ===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze 1,3benzeenringen hebben geen buty meer, en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd. &lt;br /&gt;
#* Nonactine &amp;amp; valinomycine&lt;br /&gt;
#* Gast, gastheer, solvent: &lt;br /&gt;
#** H2O (pH = 3,7, 10), DCM, MeOH&lt;br /&gt;
#** Na+, ammoniumzout*, diamide*, benzoezuur (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
#** Calix[4]areen*, resorcinol uit acetaldehyde en 24u reflux, benzokroonether*, alfa-cyclodextrine, diamine* (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welk proces geeft de grootste entropieverandering met zich mee? &lt;br /&gt;
#** Furaan + H2C=COOR --&amp;gt; furaanring waarvan de twee dubbele bindingen weg zijn en er eentje bij is gekomen waar er eerst de enkele binding was, en de twee koolstoffen naast de zuurstof zijn nu verbonden met de koolstoffen van de dubbele binding van het ester&lt;br /&gt;
#** twee carbonzuren die een dimeer vormen&lt;br /&gt;
#* Bepaal teken rho, heeft pH invloed (R-C6H5 pi-pi stapeling met C6H5-NH2)&lt;br /&gt;
#* Relenza en tamiflu (orale beschikbaarheid en mechanisme)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel de synthese op voor het Lehn&#039;s sferand (structuur gegeven) vanuit (derivaten van) diëthyleenglycolen.&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge-verdunningsvoorwaarden en hoe werkt dit?&lt;br /&gt;
#* Combineer. Gastheren: cyclisch guanidine, cucurbit[8]uril, 30-kroon-10. Gasten: arginine, N-acetyltryptofaan, 1,4-bis(aminoimidazoline)butaan. Solventen: Chloroform, methanol, water pH 2, 7 en 10. (structuren gegeven)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: een pyrrool gesubstitueerd met een alkeen met twee R-substituenten (willekeurig). Dit molecule interageert met een onbekende receptor. Welke interactie veronderstel je? Bepaal het teken van rho. Wat gebeurt er met de absolute waarde van rho wanneer je een R-substituent vervangt door een H-atoom.&lt;br /&gt;
#* Wat is transfectie en hoe kan supramoleculaire chemie hierbij helpen?&lt;br /&gt;
#* Twee verbindingen gegeven, elk met 3 waterstofbindingen (structuren uit slides deel supramoleculaire polymeren). Welke verbinding heeft de grootse associatieconstante en waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke factoren beinvloeden de effectieve molariteit&lt;br /&gt;
#* synthese van hexathia18-kroon-6 vanuit ethyleenglycol en bis(2hydroxyethyl)sulfide op een veilige manier en wat doen we om de opbrengst zo hoog mogelijk te houden&lt;br /&gt;
#* wat zijn ansa-verbindingen en hoe kunnen ze meer inzicht geven over de ruimtevulling van de groepen&lt;br /&gt;
#* een structuur gegeven met 2 NH2 groepen een kroonether en een R (fenyl). 4-aminobutaanzuur is beter oplosbaar dan glycine (2-aminoazijnzuur) en 6-aminohexaanzuur. Hoe komt dit, welke interacties. De oplosbaarheid stijgt wanneer we R vervangen door (4-NO2-fenyl). Verklaar.&lt;br /&gt;
#* er zijn twee isomeren bij de synthese van resorcinarenen. Welke zijn dit?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#SMET:&lt;br /&gt;
#* gegeven een amide: RR&#039;C=CH-CO-N(CH3)2 met onbekende receptor gaat interageren:&lt;br /&gt;
Welke interactie verwachten we, teken van reactieparameter, plus redeneer. Wat gebeurt er met de absolite waarde van de reactieparameter als we een van de R groepen vervangen door een H.&lt;br /&gt;
#* lipskin regel geven en wat is het belang tegenwoordig in farmaceutische industrie &lt;br /&gt;
#* Bij synthese van rotaxanen volgens iemand (Stoddart ofzo)(tetrakationisch complex) zal threading een hogere opbrengst geven dan clipping waarom?&lt;br /&gt;
Waarom dan niet altijd threading?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze twee benzeenringen zijn ook gedebutyleerd en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd.&lt;br /&gt;
#* Bespreek aan de hand van hun structuurelementen de functie van nonactine en valinomycine (structuur gegeven).&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gastheren met de juiste gasten en solventen. Gasten: Natriumion, p-diaminobenzeen, p-diaminobenzeen met beide stikstoffen tetragebutyleerd, benzoÃ«zuur. Gastheren: calix[4]areen, een groot dibenzokroonether, een resorcinareen verkregen na 24 uur reflux, alfa-cyclodextrine en een aromatisch diamide. Solventen: water (pH 3, 7, 10), MeOH &amp;amp;amp; DCM.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* 4-R-pyridine. Deze gast bindt enkel aan de gastheer indien de stikstof geprotoneerd is. Bepaal het teken van de Hammett-parameter rho. Op welke interactie zou de complexatie kunnen berusten?&lt;br /&gt;
#* Geef de twee methoden die gebruikt kunnen worden om de associatieconstante te schrijven in functie van deelassociatieconstanten. Beschrijf de fysische basis van het probleem dat hierbij optreedt.&lt;br /&gt;
#* Bespreek de moleculaire basis van plaquevorming zoals die optreedt bij bijvoorbeeld de ziekte van Alzheimer. Wat zijn de therapeutische mogelijkheden om dit tegen te gaan? Bijvraag: op welke secundaire structuren en soorten interacties berust de associatie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven [2.2.2]cryptand uitgaande van chlooracetamide. Het cryptand heeft stikstoffen als bruggenhoofden, 2 ketens met telkens 2 zuurstoffen en 1 keten met 2 zwavelatomen. En hoe kan je de macroyclisatie bevorderen?&lt;br /&gt;
#* Transport van donor naar acceptorlaag via een organisch membraan? hoe gaat dit het beste met pentaglyme of met een [2.2.2]cryptand. Verklaar.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Je hebt een gesubstitueerd chinoline (onbekende substituent). Dit chinoline complexeert enkel met een gastheer als de N niet geprotoneerd is. wat is het teken van de hammet-parameter Rho? welke interactie zal er zijn tussen de gast en de gastheer?&lt;br /&gt;
#* Geef de 4 belangrijkste entropieveranderingen bij complexatie en bespreek. Welke is verantwoordelijk voor preorganisatie? Leg uit.&lt;br /&gt;
#* Invloed ketenlengte benzokroonether op rendement van een catenaan met een tetrakationisch cyclofaan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven calix[4]hemisferand uitgaande van 2 gegeven fenolen. De receprot bestond uit een calix[4]areen met een hemisferand aangehecht op de 1- en 3-posities.&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van valinomycine en nonactine: bespreek de functie  en hoe de verschillende structuurelementen hiertoe bijdragen.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#**solventen: zuur, neutraal of basisch water, methanol, dicchloormethaan&lt;br /&gt;
#**gastheren: cyclodextrine, een grote benzokroonether, een calyxareen, stoel resorcinareen en een heteroaromatische receptor met amidefuncties.&lt;br /&gt;
#**gasten: natriumion, aromatisch diamine, aromatisch diammoniumzout, benzoÃ«zuur&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Op welke 2 manieren kunnen we de totale associatieconstante beschouwen als een product van deelassociatieconstanten? Wat is bij elk het grootste fysisch probleem? Welk van deze 2 methoden is, op praktische gronden, te verkiezen en waarom?&lt;br /&gt;
#* Gegeven een amide met een para-gesubstitueerde fenylgroep op de N en de carbonyl. Dit molecule gaat waterstofbindingen aan met zowel de zuurstof als de NH. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho voor het substituent op elke benzeenring?&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van een receptor bestaande uit een porfyrinering, gekoppeld aan een calixareen met ketens die veel heteroatomen bevatten. De bindingsconstanten van KI is hoog, die voor NaI en NaClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; tussenin (en ongeveer gelijk), die van KClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; laag. Verklaar waarom. (Deze structuur staat in de cursus ter hoogte van het deel over coÃ¶perativiteit).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2012 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge verdunningsvoorwaarden en geef 2 voorbeelden hoe men dit in de praktijk bewerkstelligt.&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende affiniteit voor het kaliumkation en motiveer: 18-kroon-6, 1,10-dithia-18-kroon-6, benzo-18-kroon-6, [2.2.2]cryptand, 15-kroon-5, 21-kroon-7.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Voor een bepaald hydrofoob (gedeelte van een) gastmolecule werd aangetoond dat het de hydrofobe holte van de gastheer maar voor 55% vult in stabielste toestand. Verklaar thermodynamisch waarom het kan dat deze gedeeltelijk gevulde toestand meer bevoordeeld wordt dan de volledig gevulde holte.&lt;br /&gt;
#* &lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn van belang bij het catenaan gevormd uit &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039;, &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; en &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;?&lt;br /&gt;
#** Wat zou het effect zijn op de bindingsconstante moest het catenaan gevormd worden rond &#039;&#039;&#039;4&#039;&#039;&#039; i.p.v. &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039; en waarom?&lt;br /&gt;
#** Beredeneer het teken van de Hammett parameter Ï van de catenatiereactie van &#039;&#039;&#039;5&#039;&#039;&#039; met het monogealkyleerd derivaat van &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039; (hiermee wordt bedoeld, de open-ketenvorm van &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; enkelvoudig gebonden aan &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;). Sterische effecten van R mogen verwaarloosd worden [[Bestand:CatenaanSmet.png]]&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers synthetiseerden bovenste verbinding als receptor voor de onderste (tekening is &#039;&#039;ongeveer&#039;&#039; juist). Belangrijke interacties hierbij zijn H-bruggen, maar ook de Ï€-Ï€-interacties tussen de eindstandige benzeenringen spelen een beduidende rol. Om aard en sterkte van deze Ï€-Ï€-interacties te onderzoeken synthetiseerde men een aantal derivaten van beide, en mat men het verschil in bindingssterkte voor verschillende substituenten op de benzeenringen. [[Bestand:receptorSmet.png]]&lt;br /&gt;
#** Welke complicatie valt te verwachten bij deze metingen, vanwege de verschillende substituenten op de derivaten?&lt;br /&gt;
#** Verklaar de waargenomen tendensen in de gemeten energiebijdragen, weergegeven in de tabel (deze waarden zijn gecorrigeerd voor de complicaties waarnaar gevraagd in eerste subvraag dus zijn &#039;&#039;juist&#039;&#039;).&lt;br /&gt;
[[Bestand:tabelSmet.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Klassieke vraag. Verbind de juiste gast met gastheer en solvent. Licht toe en zeg welke interacties plaatsvinden.&lt;br /&gt;
#* Wat is de CAC? Waarom is het belangrijk dat deze gemeten wordt en hoe wordt deze gemeten?&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: [[Bestand:MolHerExamenMario.jpg]]&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;Bepaal het teken van &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;X&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep X en &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;R&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep R. Waarom gaat bij zÃ©Ã©r elektronenzuigende groepen, bv. X=F&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, de meting van de complexatieconstante met nucleofiele deeltjes niet meer correct verlopen?&lt;br /&gt;
#* Mag men de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de aromatische ring en de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de gedeprotoneerde carbonzuurfunctie zomaar optellen? Verklaar.&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenMario2.jpg]]&lt;br /&gt;
#* De synthese van rotaxanen op vaste drager kan handig zijn. Onwaar/waar en verklaar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* geef de structuur van cyclotriveratryleen en de synthese vanuit veratrol. Waarom zijn asymmetrisch gesubstitueerde CTV&#039;s chiraal?&lt;br /&gt;
#* hoe kunnen we eigenschappen van een gegeven cyclofaan gebruiken om de grootte van de substituent op de ring te bepalen&lt;br /&gt;
#* geef de synthese van de macroring 15 kroon 5 maar ipv met zuurstoffen met (NH , O , NH, S, S) vanuit HSCH2CH2SH en H2NCH2CH2OCH2CH2NH2&lt;br /&gt;
#* welke gast past in welk solvent bij welke gastheer? gasten: (Fe3+, Yb3+, tetramethylammonium, benzoaat) solventen: (methanol, DCM, water met pH=3,7,10) gastheren:(een resorcinareen, een [4]-calixareen met een -O-CH2COOH op elke ring, een [6]-calixareen met op de ring aan de ene kant een SO3H aan de andere kant een staart met een hydroxyamide rest aan, een [6]-calixareen met daaraan een staart met aan het uiteinde een fenylureum staart&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* gegeven: een receptor met daarop 2 groepen die waterstofbruggen vormen met een HO- en een -CHO op drie verschillende liganden. Welke complex zal het stabielste zijn, en verklaar dit energetisch en entropisch (ligand 1 is een bifenyl, ligand 2 is een bifenyl met een huge (triethylmethyl-)substituent op een van de ringen en ligand 3 is gewoon een alifatische keten met die oh en cho aan de uiteinden)&lt;br /&gt;
#* wat is de dubbele mutantcyclus een geef een voorbeeld dat de voordelen duidelijk maakt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (ochtend) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Bespreek de synthese van volgend cavitand, vertrekkende van resorcinareen. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#* Wat is [2,2]paracyclofaan? Geef de syntheses en eigenschappen (UV-spectrum).&lt;br /&gt;
#* Bespreek het kinetisch en thermodynamisch templaateffect.&lt;br /&gt;
#* 5 Macroringen gegeven; rangschik naar toenemende effectieve molariteit. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven 1-amino-5-R-naftaleen (met R een onbepaalde substituent). In een complex vormt deze aminogroep een waterstofbrug. Onderzoek wijst uit dat de &amp;amp;quot;reactie&amp;amp;quot;-parameter sterk positief is. Welke soort R-substituenten bevoordeligen de reactie? (leg uit met Hammett-vergelijking en de substituent-parameter) Bekleedt de aminogroep een donor- of acceptorfunctie bij het vormen van deze waterstofbrug?&lt;br /&gt;
#* Waarom is het entropieverlies van complexvorming in oplossing doorgaans kleiner dan in gasfase?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Verklaar waarom de effectieve molariteit stijgt bij een macrocysliche 10-ring, wanneer&lt;br /&gt;
#** a) rigide groepen worden gebruikt&lt;br /&gt;
#** b) heteroatomen worden gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verschil tussen een clathraat en een vaste stof-inclusie complex.&lt;br /&gt;
#* Schrijf de synthese op van dit cavitand (structuur is gegeven) vertrekkende van rescoriol. De cavitand is gelijkend op die in de cursus staat, maar op de 2&#039; plaats heeft deze een COOH groep.&lt;br /&gt;
#* VÃ¶gth synthetiseerde vele cryptanden met substituenten X (structuur is gegeven). Hoe kon hij daarmee de grootte van de caviteit bepalen? &lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Je krijgt een complexatie van een gast en gastheer die via pi-pi interacties complexeert en net naast deze aromatische ringen een waterstofbrug vormt met een amide op de gast.&lt;br /&gt;
#** Men wil d.m.v. substituenteffecten op de aromatische ringen ph1 (= op gast) en ph2 (= op gastheer) de bijdrage voor deze pi-pi interactie meten. Welke complicatie verwacht je echter met deze methode, bij dit specifieke complex?&lt;br /&gt;
#** Verklaar in de tabel (tabel met horizontaal de para-ph1 substituenten en vertikaal de para-ph 2 substituenten) de verlopen van de incrementen. (De incrementen zijn aangepast aan de complicatie die je in het eerste puntje moet geven en zijn dus correct)&lt;br /&gt;
#** Bepaal ook het teken van de Hammett rho parameters.&lt;br /&gt;
#* Trage complexen.&lt;br /&gt;
#** Hoe kan je in een NMR spectrum zien of je te maken hebt met een traag complex&lt;br /&gt;
#** Wat is het voordeel van een extreem traag complex? Geef een relevant voorbeeld van hoe we er gebruik van kunnen maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* match de gasten en de gastheren met de juiste solventen. Gast: 1,4-benzochinon, naftaleen-1,5-dicarbonzuur en 4-butylfenol (&amp;amp;quot;voor mensen die niet goed zijn in naamgeving, zal ik de moleculen even op bord tekenen&amp;amp;quot;). Solvent: water (ph= 2, 6, 10), MeOH, CCl4. Gasten: alpha-cyclodextrine, diazo-18-kroon-6, 18-kroon-6, [2,2]cyclofaan en 2 grote cyclofanen die getekend staan. Geef ook alle niet-covalente reacties en licht uw keuze toe&lt;br /&gt;
#* Wat is CAC, waarom belangrijk en hoe gemeten&lt;br /&gt;
#* reactie van een [2,2,1]cryptand opgebouwd uit bi en triÃ«thyleenglycolderivaten&lt;br /&gt;
#* Membraantransport  van kationen met kroonethers en de voorwaarden waaraan dat kroonether moet voldoen&lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Het teken van rho (Hammet) bepalen uit een tabel met stabiliteitsconstanten met verschillende gevers en zuigers. De link vinden met het reactiemechanisme. Bijkomende vraag: wat gebeurt er met een sterke base en een sterke elektronzuiger. (ja wat onduidelijk als je het molecule niet ziet natuurlijk...)&lt;br /&gt;
#* Stelling: voor het gegeven molecule mag ik zomaar de deltaG optellen om de totale deltaG te berekenen.&lt;br /&gt;
#* Waarom kan het voordelig zijn om synthese van rotaxanen uit te voeren op een vaste fase&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke ionen passen in welke macroringen? (K+, Ag+, Eu3+, Li+ en nog een vieze grote molecule) De macrocyclische verbindingen zijn ook gegeven. Welk solvent pak je best? (H2O, H2O pH 10, MeOH of chloroform) Vermeld welke interacties plaatsvinden&lt;br /&gt;
#* bespreek de synthese van: -een calix[4]areen met twee nitraten, twee n-propyloxy&#039;s en een azakroonetheroverbrugging-&lt;br /&gt;
#* Wat is zijn zelfassemblage en zelforganisatie en illustreer met een voorbeeld&lt;br /&gt;
# MS:&lt;br /&gt;
#* Tabel horende bij compensatie-effect gegeven. Welke interacties? Bespreek de tendens in de tabel en ook het verschil in \Delta S tussen gasfase en oplossing.&lt;br /&gt;
#* tekening van een catenaan met een cyclofaan met nogal wat N in rond een benzokroonether gegeven. Deze verbinding toont met H-NMR slechts twee signalen (3,45 en 6,26 ppm of zo) voor de hydrochinon-waterstoffen. Reden? Bespreek ook de multipliciteit van de signalen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Waarom is ethyleendioxy zo&#039;n populaire eenheid in kroonetherchemie&lt;br /&gt;
#* Welke 2 groepen zijn belangrijk bij de complexatie van Fe bij de sideroforen&lt;br /&gt;
#* 3 gasten (Lithium, azide, tetramethylammonium), 5 solventen (MeOH, H2O( pH 2,6,10), CCl4), gastheren ([2.2.2]-cryptand, all-cis resorcinareen, cram&#039;s sferand, 18-kroon-6,...)&lt;br /&gt;
# M.S.:&lt;br /&gt;
#* Synthese van tetrakationisch cyclofaan&lt;br /&gt;
#* Vraagje over receptor die interageert met gast, welk teken heeft de hammett parameter rho.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R0898426</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=4630</id>
		<title>Moleculaire Herkenning</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=4630"/>
		<updated>2025-06-18T09:48:55Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R0898426: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verplicht vak voor chemie. Moleculaire herkenning wordt gedoceerd door 2 proffen. Mario smet en Wim &amp;amp;quot;sandalen&amp;amp;quot; Dehaen. 50% van de punten staan op het examen, de andere 50% staan op een paper. Op het examen worden mondelinge vragen gesteld over de paper. Bij prof. Smet zijn dit normaal enkel de vragen die hij geeft bij de feedback op de paper,&lt;br /&gt;
prof. Dehaen stelt vaak ook extra vragen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2025 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#*Synthetiseer een [2.1.1]cryptand&lt;br /&gt;
#*Belang resorcinol molecule in de supramoleculaire chemie bespreken, had te maken met boot-/stoel-conformatie dus resorcinarenen. En dan toepassingen van resorcinarenen geven ( complexatie met quaternaire amoniumzouten en vooral cavitanden en carceplexen)&lt;br /&gt;
#*standaard combinatievraag&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#* Exact hetzelfde als 30 augustus 2021&lt;br /&gt;
#* Bij vraag 2: Let op de basisiciteit van de stikstofatomen -&amp;gt; alternatieve molecule zal een zuur-base reactie hebben met de stikstof van de macroring, waardoor je geen pseudo-rotaxaan kan krijgen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2024 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#*Synthetiseer 4de molecule p78, waarvan 2 van de 4 moleculen: R = propyl en de andere 2 hadden geen tert-buthyl maar een monoazakroonether. Gegeven waren startproducten formaldehyde (mag je 2 keer gebruiken), monoazakroonether en tertbuthylfenol. Zoek een juiste volgorde van synthesestrategie. (Bijvraag: wat en hoe reageert formaldehyde en waar op de ring)&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen een vaste-toestand-inclusiecomplex en een clathraat? (Bijvraag: iets van voorbeeld gegeven)&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen sephulcraat, sidefoor of sacrofagine? En hoe worden deze bereid uit formaldehyde en ethyleendiamine? &lt;br /&gt;
#*Klassieke vraag van 4 gastheren, 4 gasten en 5 solventen. Geef ook welke niet-covalente interacties er aanwezig zullen zijn.&lt;br /&gt;
##*Gasten (structuren gegeven): 1,4-benzendicarboxylic acid / Paraquat / isocyanuurzuur / ureum&lt;br /&gt;
##*Gastheren (structuren gegeven): Glycoluril (6 keer in een cirkel) / en nog 3 anderen die ik niet ken)&lt;br /&gt;
##*Solventen Water pH 3 / 7 / 10 / MeOH en DCM (Let op met de interacties)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#*2 reacties gegeven (1 met 2 moleculen waarbij covalente binding gevormd wordt, 2 azijnzuren die H-bruggen vormen) welke heeft de grootste entropieverandering?&lt;br /&gt;
#*Molecule gegeven met pi-pi-stapeling. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho? Leg uit als er pH-afhankelijkheid is voor het teken? (Ja!)&lt;br /&gt;
#*Molecule gegeven met 5 H-bruggen, we willen de bindingsconstante van H-brug met * bepalen. Hoe doen we dit? Er zullen problemen opduiken. Geef een oplossing voor deze problemen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 Juni 2024 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel van Dehaen&lt;br /&gt;
#*Volgende moleculen werden getest op gast-gastheer complexvorming met chloride-anion. Bij hetzelfde solvent ging de complexvorming het best op met gastheer 1, dan 2 en dan 3 die beduidend veel slechter complexeerde. Nochtans heeft 3 een extra H op de aromatische N in vergelijking met 1. De onderzoekers linkten de slechte complexvorming bij 3 met een verschil in preorganisatie. Leg uit. (Het kwam erop neer dat je de groepen juist moest uittekenen en dan de juiste interacties moest vinden.) [[File:Vraag1Wim.png|caption]]&lt;br /&gt;
#*Rangschik volgende moleculen van slechtst naar best voor complexvorming met een Li-kation. [[File:Vraag2Wim.png|caption]]&lt;br /&gt;
#*Geef een voorstel van de synthese van hexathia-18-kroon-6 waarbij je bèta-halogeensulfiden vermijdt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel van Mario&lt;br /&gt;
#*Wat is de ceiling temperature en floor temperature? Wat is hun fysische betekenis? Geef een voorbeeld van supramoleculaire polymeren bij elke soort temperatuur. Leg uit wat het belang is van de ceiling temperature bij duurzame afvalverwerking van de polymeren.&lt;br /&gt;
#*Rotaxaanvormingsreactie gegeven. Bepaal het teken van de Hammet-parameter rho met betrekking tot substituent R voor de ligging van het ev. Zou deze rotaxaanvorming ook opgaan met een difenylamine? (exact zelfde vraag als augustus 2021)&lt;br /&gt;
#*Waarom worden cyclodextrines gebruikt in geneesmiddelen? Leg uit aan de hand van de Lipinski regels voor orale beschikbaarheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 Juni 2023===&lt;br /&gt;
#Deel van Dehaen&lt;br /&gt;
#*Hoe maak je 1,4,10,13-tetraäza-18-kroon-6 uitgaande van 1,2-diaminoëthaan en eventueel andere reagentia? Welke techniek zou je gebruiken om een maximale opbrengst te bekomen?&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen een vaste-toestand-inclusiecomplex en een clathraat?&lt;br /&gt;
#*Wat zijn sepulchraat- en sarcofaginecomplexen en hoe kan je ze bereiden met ethyleendiamine en Co(III)?&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag: Combineer telkens een gast, gastheer en een solvent. Er zijn 4 gastheren, 4 gasten en 5 solventen gegeven. Bij elke gastheer hoort 1 gast en vice versa. Er zijn meer solventen gegeven dan gasten en gastheren, dus hier kan je er al zeker 1 niet gebruiken. Geef een korte verklaring bij elke combinatie die je maakt.&lt;br /&gt;
#**Gastheren: 1. een cyclofaan met 2 ringen en 3 NH&#039;s tussen de ringen aan elke kant (tussen elke NH zat een CH2). 2. Cucurbit[6]uril. 3.Een klein cyclisch molecule met 2 aromatische ringen met een N naar binnen gewezen. Boven deze ring zijn 2 of 3 NH&#039;s, eronder 2 N-CH3&#039;s. 4. Een groot cyclisch molecule met aromatische ringen met een N (naar binnen wijzend) en tussen de aromatische ringen een koolstofketen met NH&#039;s (ook 2 random C=O bindingen die naar buiten wijzen, links- en rechtsboven).&lt;br /&gt;
#**Gasten: 1. Koolstofketen met aan elke uiteinde een aromatische ring. Op de verbinding tussen de keten en elke ring zit een positief geladen N. 2. ureum. 3. Cyclohexaan met afwisselend een O (C=O, met C de C van de ring en O het substituent) en een NH2 als substituent (in totaal volledig gesubstitueerd). 4. Een aromatische ring met 2 COOH substituenten in para.&lt;br /&gt;
#**Solventen: Water (pH 3,7 of 10), methanol of dichloormethaan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel van Mario&lt;br /&gt;
#*Er is een afbeelding gegeven van het complex dat KI coöperatief kan binden adhv Zn (staat ook in de slides bij coöperativiteit). Dan staan er bindingsconstantes gegeven van KI, KClO4, NaI en NaClO4 met KI duidelijk de hoogste bindingsconstante.&lt;br /&gt;
#**a) Verklaar de waargenomen resultaten.&lt;br /&gt;
#**b) Welke binding gaat volgens jou gepaard met de grootste entropieverandering? Verklaar.&lt;br /&gt;
#*18-kroon-6 is gegeven met een aromatische ring erop en aan de aromatische ring hangt een R. Wat is het teken van rho indien de complexeren van K+ met deze structuur bekijken en wat is de verhouding met R? Geef in je antwoord zeker de volledige Hammett-vergelijking. Dan staat er een tweede afbeelding gegeven, ook 18-kroon-6, maar hier is het substituent -CH2-R. Geldt dit ook voor de tweede structuur?&lt;br /&gt;
#*Wat zijn de voor- en nadelen van supramoleculaire polymeren?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 Juni 2022 ===&lt;br /&gt;
#Dehean&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag&lt;br /&gt;
#**Solvent: CH2Cl2, MeOH, H2O pH (2,7,12)&lt;br /&gt;
#**Guests: trimethylhexadecylammonium *Cl-*, *tetrabutylammonium* nitraat, naftaleen-1-sulfonzuur, 4-aminobutaanzuur&lt;br /&gt;
#**Hosts: zeven, enkel molecule gegeven dus kan ze niet opnoemen ([2,2,2]-cryptand met enkel zuurstof, ...)&lt;br /&gt;
#*Verband EM &amp;amp; rigide groepen&lt;br /&gt;
#*Synthese hexathia-analoog van [2,2,2] cryptand, uitgaande van triëthanolamine&lt;br /&gt;
#**Hoe maximaliseren we de synthese?&lt;br /&gt;
#Smet&lt;br /&gt;
#*Bespreek compensatiegedrag entropie en enthalpie&lt;br /&gt;
#*Welke technieken om verschil tussen een catenaan en zijn 2 aparte ringen te meten (vermeld eventuele eigenschappen die nodig zijn op de macroringen)&lt;br /&gt;
#*Azidothymidine: structuur gegeven, voorspel werking en bio-beschikbaarheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 Augustus 2021===&lt;br /&gt;
[https://i.imgur.com/eDCNSJR.jpg Dehaen] &amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
[https://i.imgur.com/JolZOyK.jpg Smet]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 juni 2021===&lt;br /&gt;
#Dehaen&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag. &lt;br /&gt;
#**Gasten: naftaleenderivaat, nitraat, aminobutaanzuur,... &lt;br /&gt;
#**Gastheren: alpha-cyclodextrine derivaat met een quaternair amoniumzout aan gebonden, beta-cyclodextrine derivaat, kroonether met thioureumfuncties, een lariatether, [2.2.2] cryptand met zuurstof als donoratomen en N als bruggenhoofden. &lt;br /&gt;
#**Solvent: water pH 2, 7, 10, methanol, CH2Cl2&lt;br /&gt;
#*Verband EM &amp;amp; rigide groepen&lt;br /&gt;
#*Synthese van het thia-analoog van de [2.2.2]-cryptand startende van een triethanolamine. &lt;br /&gt;
#Smet&lt;br /&gt;
#*Leg uit waarom de meeste polymerisatiereacties slechts opgaan onder een bepaalde temperatuur. Geef de naam van deze temperatuur. &lt;br /&gt;
#*Leg uit waarom sommige polymerisatiereacties enkel opgaan boven een bepaalde temperatuur. Geef de naam van deze temperatuur. Geef een voorbeeld van een monomeer dat dergelijk gedrag vertoond. &lt;br /&gt;
#*Vraag over een complexatiereactie met een R-substituent en wat het teken van rho zou zijn in de Hammett-vergelijking.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 juni 2019 VM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Uitleggen waarom verzeping plaatsvindt van een gegeven molecule met KOH in tolueen enkel als een kroonether aanwezig (18-kroon-6 analoog)&lt;br /&gt;
#* Uitleggen waarom cyclodextrines geschikt zijn voor &amp;quot;drug delivery&amp;quot; en een geschikt cyclodextrinekiezen (alfa, beta, gamma) voor naproxen (naftaleenderivaat)&lt;br /&gt;
#* Waarom base gebruiken voor kroonethersynthese van catechol en oligoethyleenglycoltosylaten? (deproteneren / templaateffect van kation)&lt;br /&gt;
#** Verschillende kroonethers gegeven met variërende lengte en aantal zuurstoffen. Hij vraagt om voor elke kroonether de juiste base te kiezen&lt;br /&gt;
#** Keuze uit 5 basen: LiAcO, KAcO, NH4AcO, CsAcO en moleculair kation en AcO-&lt;br /&gt;
#* Resorcinaren worden gevormd in zuur milieu maar na een tijdje zal het thermydynamischer stabieler zijn (stoel versus boot)&lt;br /&gt;
#** Geef interacties van beide isomeren in basisch milieu met een tetraalkylammonium-kation&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* 2 associaties gegeven, welke van de 2 associaties heeft de kleinste entropieverandering? (A = H-brugacceptor &amp;amp; D = H-brugdonor)&lt;br /&gt;
#** Associatie 1: ADA DAD (letters staan eigelijk onder elkaar)&lt;br /&gt;
#** Associatie 2: AAA DDD (letters staan eigelijk onder elkaar)&lt;br /&gt;
#* Molecule gegeven met R-groep  dat interacties aangaat met een chloride-anion&lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn er voornamelijk?&lt;br /&gt;
#** Wat voor groep moet R zijn? Hoe verhoudt zicht dat tot de parameter rho?&lt;br /&gt;
#* Bespreek biobeschikbaarheid van morfine (structuur gegeven) &lt;br /&gt;
#** Heroïne heeft een sterker effect op het centraal zenuwstelsel, verklaar? (gegeven dat morfine reageert met overmaat azijnzuuranhydride en heroïne vormt).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineer:&lt;br /&gt;
#** Gasten: trimethylhexadecylammoniumion, nitraation, 4-aminoboterzuur, naftaleensulfonzuur. &lt;br /&gt;
#** Gastheren: resorcinareen, benzokroonether met één N en op die N zat een keten (keten = CH2 C6H4 CH2 ... NH C=NH NH ... azole ring), twee speciale cyclodextrines (eentje was een ring van zes monomeren met een ammoniumfuntie op, de andere was een ring van zeven monomeren met een thia-amine keten op), een ring met drie benzenen en tussen elke benzeen de groep CH2 CH2 NH C=S NH CH2 CH2), nog eentje die ik me niet herinner&lt;br /&gt;
#** Solventen: de gewoonlijke&lt;br /&gt;
#* Effect rigide groepen op EM&lt;br /&gt;
#* Synthese thia analoog [2.2.2]cyrptand, hoe synthese verbeteren?&lt;br /&gt;
#*Pillarenen uitleggen, verband andere calixarenen&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welke reactie geeft de grootste entropie veranderingen? eentje is het azijnzuur dimeer, de andere is de cyclisatie van twee ringen (eentje is maleïnezuuranhydride en de ander cyclohexa-1,3-dieen) (volgens chemdraw heet het gevormde molecule (4R,7aS)-3a,4,7,7a-tetrahydro-4,7-ethanoisobenzofuran-1,3-dione). Bijvraag: iets met de deeltermen van de entropie, bij welke is welke het grootst? &lt;br /&gt;
#* Geef teken rho (Hammett) van de complexatie van K+ met een benzokroonether met aan die benzeenring een substituent R. Geldt deze redenering voor rho ook voor een tweede kroonether die aan een ethyleen eenheid een CH2R groep heeft hangen?&lt;br /&gt;
#* Bespreek relenza en tamiflu, over hun biobeschikbaarheid en mechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineren van gast, gastheer en solvent met als gasten: lanthaan, paraquat en nog een dicarbonzuur, als gastheren verschillende calixarenen in water ph 2,7,10, methanol of chloroform&lt;br /&gt;
#* Vraag welke het beste zou zijn voor ionentransport over een organisch membraan: diglyme of 2,2,2 kryptand&lt;br /&gt;
#* Een synthese van een 2,2,2 thiakryptand derivaat&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Ceiling &amp;amp; floortemperatuur + voorbeeld&lt;br /&gt;
#* Met de hammetvgl werken en teken van rho bepalen bij een complexvorming van pseudorotaxaan&lt;br /&gt;
#* Invloed van ... (cyclodextrine?) op transport van medicijnen en da linken aan de lipinskiregels&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 VM ===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze 1,3benzeenringen hebben geen buty meer, en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd. &lt;br /&gt;
#* Nonactine &amp;amp; valinomycine&lt;br /&gt;
#* Gast, gastheer, solvent: &lt;br /&gt;
#** H2O (pH = 3,7, 10), DCM, MeOH&lt;br /&gt;
#** Na+, ammoniumzout*, diamide*, benzoezuur (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
#** Calix[4]areen*, resorcinol uit acetaldehyde en 24u reflux, benzokroonether*, alfa-cyclodextrine, diamine* (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welk proces geeft de grootste entropieverandering met zich mee? &lt;br /&gt;
#** Furaan + H2C=COOR --&amp;gt; furaanring waarvan de twee dubbele bindingen weg zijn en er eentje bij is gekomen waar er eerst de enkele binding was, en de twee koolstoffen naast de zuurstof zijn nu verbonden met de koolstoffen van de dubbele binding van het ester&lt;br /&gt;
#** twee carbonzuren die een dimeer vormen&lt;br /&gt;
#* Bepaal teken rho, heeft pH invloed (R-C6H5 pi-pi stapeling met C6H5-NH2)&lt;br /&gt;
#* Relenza en tamiflu (orale beschikbaarheid en mechanisme)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel de synthese op voor het Lehn&#039;s sferand (structuur gegeven) vanuit (derivaten van) diëthyleenglycolen.&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge-verdunningsvoorwaarden en hoe werkt dit?&lt;br /&gt;
#* Combineer. Gastheren: cyclisch guanidine, cucurbit[8]uril, 30-kroon-10. Gasten: arginine, N-acetyltryptofaan, 1,4-bis(aminoimidazoline)butaan. Solventen: Chloroform, methanol, water pH 2, 7 en 10. (structuren gegeven)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: een pyrrool gesubstitueerd met een alkeen met twee R-substituenten (willekeurig). Dit molecule interageert met een onbekende receptor. Welke interactie veronderstel je? Bepaal het teken van rho. Wat gebeurt er met de absolute waarde van rho wanneer je een R-substituent vervangt door een H-atoom.&lt;br /&gt;
#* Wat is transfectie en hoe kan supramoleculaire chemie hierbij helpen?&lt;br /&gt;
#* Twee verbindingen gegeven, elk met 3 waterstofbindingen (structuren uit slides deel supramoleculaire polymeren). Welke verbinding heeft de grootse associatieconstante en waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke factoren beinvloeden de effectieve molariteit&lt;br /&gt;
#* synthese van hexathia18-kroon-6 vanuit ethyleenglycol en bis(2hydroxyethyl)sulfide op een veilige manier en wat doen we om de opbrengst zo hoog mogelijk te houden&lt;br /&gt;
#* wat zijn ansa-verbindingen en hoe kunnen ze meer inzicht geven over de ruimtevulling van de groepen&lt;br /&gt;
#* een structuur gegeven met 2 NH2 groepen een kroonether en een R (fenyl). 4-aminobutaanzuur is beter oplosbaar dan glycine (2-aminoazijnzuur) en 6-aminohexaanzuur. Hoe komt dit, welke interacties. De oplosbaarheid stijgt wanneer we R vervangen door (4-NO2-fenyl). Verklaar.&lt;br /&gt;
#* er zijn twee isomeren bij de synthese van resorcinarenen. Welke zijn dit?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#SMET:&lt;br /&gt;
#* gegeven een amide: RR&#039;C=CH-CO-N(CH3)2 met onbekende receptor gaat interageren:&lt;br /&gt;
Welke interactie verwachten we, teken van reactieparameter, plus redeneer. Wat gebeurt er met de absolite waarde van de reactieparameter als we een van de R groepen vervangen door een H.&lt;br /&gt;
#* lipskin regel geven en wat is het belang tegenwoordig in farmaceutische industrie &lt;br /&gt;
#* Bij synthese van rotaxanen volgens iemand (Stoddart ofzo)(tetrakationisch complex) zal threading een hogere opbrengst geven dan clipping waarom?&lt;br /&gt;
Waarom dan niet altijd threading?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze twee benzeenringen zijn ook gedebutyleerd en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd.&lt;br /&gt;
#* Bespreek aan de hand van hun structuurelementen de functie van nonactine en valinomycine (structuur gegeven).&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gastheren met de juiste gasten en solventen. Gasten: Natriumion, p-diaminobenzeen, p-diaminobenzeen met beide stikstoffen tetragebutyleerd, benzoÃ«zuur. Gastheren: calix[4]areen, een groot dibenzokroonether, een resorcinareen verkregen na 24 uur reflux, alfa-cyclodextrine en een aromatisch diamide. Solventen: water (pH 3, 7, 10), MeOH &amp;amp;amp; DCM.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* 4-R-pyridine. Deze gast bindt enkel aan de gastheer indien de stikstof geprotoneerd is. Bepaal het teken van de Hammett-parameter rho. Op welke interactie zou de complexatie kunnen berusten?&lt;br /&gt;
#* Geef de twee methoden die gebruikt kunnen worden om de associatieconstante te schrijven in functie van deelassociatieconstanten. Beschrijf de fysische basis van het probleem dat hierbij optreedt.&lt;br /&gt;
#* Bespreek de moleculaire basis van plaquevorming zoals die optreedt bij bijvoorbeeld de ziekte van Alzheimer. Wat zijn de therapeutische mogelijkheden om dit tegen te gaan? Bijvraag: op welke secundaire structuren en soorten interacties berust de associatie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven [2.2.2]cryptand uitgaande van chlooracetamide. Het cryptand heeft stikstoffen als bruggenhoofden, 2 ketens met telkens 2 zuurstoffen en 1 keten met 2 zwavelatomen. En hoe kan je de macroyclisatie bevorderen?&lt;br /&gt;
#* Transport van donor naar acceptorlaag via een organisch membraan? hoe gaat dit het beste met pentaglyme of met een [2.2.2]cryptand. Verklaar.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Je hebt een gesubstitueerd chinoline (onbekende substituent). Dit chinoline complexeert enkel met een gastheer als de N niet geprotoneerd is. wat is het teken van de hammet-parameter Rho? welke interactie zal er zijn tussen de gast en de gastheer?&lt;br /&gt;
#* Geef de 4 belangrijkste entropieveranderingen bij complexatie en bespreek. Welke is verantwoordelijk voor preorganisatie? Leg uit.&lt;br /&gt;
#* Invloed ketenlengte benzokroonether op rendement van een catenaan met een tetrakationisch cyclofaan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven calix[4]hemisferand uitgaande van 2 gegeven fenolen. De receprot bestond uit een calix[4]areen met een hemisferand aangehecht op de 1- en 3-posities.&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van valinomycine en nonactine: bespreek de functie  en hoe de verschillende structuurelementen hiertoe bijdragen.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#**solventen: zuur, neutraal of basisch water, methanol, dicchloormethaan&lt;br /&gt;
#**gastheren: cyclodextrine, een grote benzokroonether, een calyxareen, stoel resorcinareen en een heteroaromatische receptor met amidefuncties.&lt;br /&gt;
#**gasten: natriumion, aromatisch diamine, aromatisch diammoniumzout, benzoÃ«zuur&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Op welke 2 manieren kunnen we de totale associatieconstante beschouwen als een product van deelassociatieconstanten? Wat is bij elk het grootste fysisch probleem? Welk van deze 2 methoden is, op praktische gronden, te verkiezen en waarom?&lt;br /&gt;
#* Gegeven een amide met een para-gesubstitueerde fenylgroep op de N en de carbonyl. Dit molecule gaat waterstofbindingen aan met zowel de zuurstof als de NH. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho voor het substituent op elke benzeenring?&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van een receptor bestaande uit een porfyrinering, gekoppeld aan een calixareen met ketens die veel heteroatomen bevatten. De bindingsconstanten van KI is hoog, die voor NaI en NaClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; tussenin (en ongeveer gelijk), die van KClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; laag. Verklaar waarom. (Deze structuur staat in de cursus ter hoogte van het deel over coÃ¶perativiteit).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2012 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge verdunningsvoorwaarden en geef 2 voorbeelden hoe men dit in de praktijk bewerkstelligt.&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende affiniteit voor het kaliumkation en motiveer: 18-kroon-6, 1,10-dithia-18-kroon-6, benzo-18-kroon-6, [2.2.2]cryptand, 15-kroon-5, 21-kroon-7.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Voor een bepaald hydrofoob (gedeelte van een) gastmolecule werd aangetoond dat het de hydrofobe holte van de gastheer maar voor 55% vult in stabielste toestand. Verklaar thermodynamisch waarom het kan dat deze gedeeltelijk gevulde toestand meer bevoordeeld wordt dan de volledig gevulde holte.&lt;br /&gt;
#* &lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn van belang bij het catenaan gevormd uit &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039;, &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; en &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;?&lt;br /&gt;
#** Wat zou het effect zijn op de bindingsconstante moest het catenaan gevormd worden rond &#039;&#039;&#039;4&#039;&#039;&#039; i.p.v. &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039; en waarom?&lt;br /&gt;
#** Beredeneer het teken van de Hammett parameter Ï van de catenatiereactie van &#039;&#039;&#039;5&#039;&#039;&#039; met het monogealkyleerd derivaat van &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039; (hiermee wordt bedoeld, de open-ketenvorm van &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; enkelvoudig gebonden aan &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;). Sterische effecten van R mogen verwaarloosd worden [[Bestand:CatenaanSmet.png]]&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers synthetiseerden bovenste verbinding als receptor voor de onderste (tekening is &#039;&#039;ongeveer&#039;&#039; juist). Belangrijke interacties hierbij zijn H-bruggen, maar ook de Ï€-Ï€-interacties tussen de eindstandige benzeenringen spelen een beduidende rol. Om aard en sterkte van deze Ï€-Ï€-interacties te onderzoeken synthetiseerde men een aantal derivaten van beide, en mat men het verschil in bindingssterkte voor verschillende substituenten op de benzeenringen. [[Bestand:receptorSmet.png]]&lt;br /&gt;
#** Welke complicatie valt te verwachten bij deze metingen, vanwege de verschillende substituenten op de derivaten?&lt;br /&gt;
#** Verklaar de waargenomen tendensen in de gemeten energiebijdragen, weergegeven in de tabel (deze waarden zijn gecorrigeerd voor de complicaties waarnaar gevraagd in eerste subvraag dus zijn &#039;&#039;juist&#039;&#039;).&lt;br /&gt;
[[Bestand:tabelSmet.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Klassieke vraag. Verbind de juiste gast met gastheer en solvent. Licht toe en zeg welke interacties plaatsvinden.&lt;br /&gt;
#* Wat is de CAC? Waarom is het belangrijk dat deze gemeten wordt en hoe wordt deze gemeten?&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: [[Bestand:MolHerExamenMario.jpg]]&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;Bepaal het teken van &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;X&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep X en &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;R&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep R. Waarom gaat bij zÃ©Ã©r elektronenzuigende groepen, bv. X=F&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, de meting van de complexatieconstante met nucleofiele deeltjes niet meer correct verlopen?&lt;br /&gt;
#* Mag men de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de aromatische ring en de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de gedeprotoneerde carbonzuurfunctie zomaar optellen? Verklaar.&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenMario2.jpg]]&lt;br /&gt;
#* De synthese van rotaxanen op vaste drager kan handig zijn. Onwaar/waar en verklaar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* geef de structuur van cyclotriveratryleen en de synthese vanuit veratrol. Waarom zijn asymmetrisch gesubstitueerde CTV&#039;s chiraal?&lt;br /&gt;
#* hoe kunnen we eigenschappen van een gegeven cyclofaan gebruiken om de grootte van de substituent op de ring te bepalen&lt;br /&gt;
#* geef de synthese van de macroring 15 kroon 5 maar ipv met zuurstoffen met (NH , O , NH, S, S) vanuit HSCH2CH2SH en H2NCH2CH2OCH2CH2NH2&lt;br /&gt;
#* welke gast past in welk solvent bij welke gastheer? gasten: (Fe3+, Yb3+, tetramethylammonium, benzoaat) solventen: (methanol, DCM, water met pH=3,7,10) gastheren:(een resorcinareen, een [4]-calixareen met een -O-CH2COOH op elke ring, een [6]-calixareen met op de ring aan de ene kant een SO3H aan de andere kant een staart met een hydroxyamide rest aan, een [6]-calixareen met daaraan een staart met aan het uiteinde een fenylureum staart&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* gegeven: een receptor met daarop 2 groepen die waterstofbruggen vormen met een HO- en een -CHO op drie verschillende liganden. Welke complex zal het stabielste zijn, en verklaar dit energetisch en entropisch (ligand 1 is een bifenyl, ligand 2 is een bifenyl met een huge (triethylmethyl-)substituent op een van de ringen en ligand 3 is gewoon een alifatische keten met die oh en cho aan de uiteinden)&lt;br /&gt;
#* wat is de dubbele mutantcyclus een geef een voorbeeld dat de voordelen duidelijk maakt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (ochtend) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Bespreek de synthese van volgend cavitand, vertrekkende van resorcinareen. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#* Wat is [2,2]paracyclofaan? Geef de syntheses en eigenschappen (UV-spectrum).&lt;br /&gt;
#* Bespreek het kinetisch en thermodynamisch templaateffect.&lt;br /&gt;
#* 5 Macroringen gegeven; rangschik naar toenemende effectieve molariteit. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven 1-amino-5-R-naftaleen (met R een onbepaalde substituent). In een complex vormt deze aminogroep een waterstofbrug. Onderzoek wijst uit dat de &amp;amp;quot;reactie&amp;amp;quot;-parameter sterk positief is. Welke soort R-substituenten bevoordeligen de reactie? (leg uit met Hammett-vergelijking en de substituent-parameter) Bekleedt de aminogroep een donor- of acceptorfunctie bij het vormen van deze waterstofbrug?&lt;br /&gt;
#* Waarom is het entropieverlies van complexvorming in oplossing doorgaans kleiner dan in gasfase?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Verklaar waarom de effectieve molariteit stijgt bij een macrocysliche 10-ring, wanneer&lt;br /&gt;
#** a) rigide groepen worden gebruikt&lt;br /&gt;
#** b) heteroatomen worden gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verschil tussen een clathraat en een vaste stof-inclusie complex.&lt;br /&gt;
#* Schrijf de synthese op van dit cavitand (structuur is gegeven) vertrekkende van rescoriol. De cavitand is gelijkend op die in de cursus staat, maar op de 2&#039; plaats heeft deze een COOH groep.&lt;br /&gt;
#* VÃ¶gth synthetiseerde vele cryptanden met substituenten X (structuur is gegeven). Hoe kon hij daarmee de grootte van de caviteit bepalen? &lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Je krijgt een complexatie van een gast en gastheer die via pi-pi interacties complexeert en net naast deze aromatische ringen een waterstofbrug vormt met een amide op de gast.&lt;br /&gt;
#** Men wil d.m.v. substituenteffecten op de aromatische ringen ph1 (= op gast) en ph2 (= op gastheer) de bijdrage voor deze pi-pi interactie meten. Welke complicatie verwacht je echter met deze methode, bij dit specifieke complex?&lt;br /&gt;
#** Verklaar in de tabel (tabel met horizontaal de para-ph1 substituenten en vertikaal de para-ph 2 substituenten) de verlopen van de incrementen. (De incrementen zijn aangepast aan de complicatie die je in het eerste puntje moet geven en zijn dus correct)&lt;br /&gt;
#** Bepaal ook het teken van de Hammett rho parameters.&lt;br /&gt;
#* Trage complexen.&lt;br /&gt;
#** Hoe kan je in een NMR spectrum zien of je te maken hebt met een traag complex&lt;br /&gt;
#** Wat is het voordeel van een extreem traag complex? Geef een relevant voorbeeld van hoe we er gebruik van kunnen maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* match de gasten en de gastheren met de juiste solventen. Gast: 1,4-benzochinon, naftaleen-1,5-dicarbonzuur en 4-butylfenol (&amp;amp;quot;voor mensen die niet goed zijn in naamgeving, zal ik de moleculen even op bord tekenen&amp;amp;quot;). Solvent: water (ph= 2, 6, 10), MeOH, CCl4. Gasten: alpha-cyclodextrine, diazo-18-kroon-6, 18-kroon-6, [2,2]cyclofaan en 2 grote cyclofanen die getekend staan. Geef ook alle niet-covalente reacties en licht uw keuze toe&lt;br /&gt;
#* Wat is CAC, waarom belangrijk en hoe gemeten&lt;br /&gt;
#* reactie van een [2,2,1]cryptand opgebouwd uit bi en triÃ«thyleenglycolderivaten&lt;br /&gt;
#* Membraantransport  van kationen met kroonethers en de voorwaarden waaraan dat kroonether moet voldoen&lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Het teken van rho (Hammet) bepalen uit een tabel met stabiliteitsconstanten met verschillende gevers en zuigers. De link vinden met het reactiemechanisme. Bijkomende vraag: wat gebeurt er met een sterke base en een sterke elektronzuiger. (ja wat onduidelijk als je het molecule niet ziet natuurlijk...)&lt;br /&gt;
#* Stelling: voor het gegeven molecule mag ik zomaar de deltaG optellen om de totale deltaG te berekenen.&lt;br /&gt;
#* Waarom kan het voordelig zijn om synthese van rotaxanen uit te voeren op een vaste fase&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke ionen passen in welke macroringen? (K+, Ag+, Eu3+, Li+ en nog een vieze grote molecule) De macrocyclische verbindingen zijn ook gegeven. Welk solvent pak je best? (H2O, H2O pH 10, MeOH of chloroform) Vermeld welke interacties plaatsvinden&lt;br /&gt;
#* bespreek de synthese van: -een calix[4]areen met twee nitraten, twee n-propyloxy&#039;s en een azakroonetheroverbrugging-&lt;br /&gt;
#* Wat is zijn zelfassemblage en zelforganisatie en illustreer met een voorbeeld&lt;br /&gt;
# MS:&lt;br /&gt;
#* Tabel horende bij compensatie-effect gegeven. Welke interacties? Bespreek de tendens in de tabel en ook het verschil in \Delta S tussen gasfase en oplossing.&lt;br /&gt;
#* tekening van een catenaan met een cyclofaan met nogal wat N in rond een benzokroonether gegeven. Deze verbinding toont met H-NMR slechts twee signalen (3,45 en 6,26 ppm of zo) voor de hydrochinon-waterstoffen. Reden? Bespreek ook de multipliciteit van de signalen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Waarom is ethyleendioxy zo&#039;n populaire eenheid in kroonetherchemie&lt;br /&gt;
#* Welke 2 groepen zijn belangrijk bij de complexatie van Fe bij de sideroforen&lt;br /&gt;
#* 3 gasten (Lithium, azide, tetramethylammonium), 5 solventen (MeOH, H2O( pH 2,6,10), CCl4), gastheren ([2.2.2]-cryptand, all-cis resorcinareen, cram&#039;s sferand, 18-kroon-6,...)&lt;br /&gt;
# M.S.:&lt;br /&gt;
#* Synthese van tetrakationisch cyclofaan&lt;br /&gt;
#* Vraagje over receptor die interageert met gast, welk teken heeft de hammett parameter rho.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R0898426</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=4629</id>
		<title>Moleculaire Herkenning</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=4629"/>
		<updated>2025-06-18T09:48:19Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R0898426: /* 17 juni 2025 (VM) */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verplicht vak voor chemie. Moleculaire herkenning wordt gedoceerd door 2 proffen. Mario smet en Wim &amp;amp;quot;sandalen&amp;amp;quot; Dehaen. 50% van de punten staan op het examen, de andere 50% staan op een paper. Op het examen worden mondelinge vragen gesteld over de paper. Bij prof. Smet zijn dit normaal enkel de vragen die hij geeft bij de feedback op de paper,&lt;br /&gt;
prof. Dehaen stelt vaak ook extra vragen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
17 juni 2025 (VM)&lt;br /&gt;
1. Deel Wim&lt;br /&gt;
Koppel elke gastmolecule aan een geschikte gastheer en oplosmiddel. Niet elke gastheer of elk oplosmiddel moet gebruikt worden; hergebruik is toegestaan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gasten:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
hexadecyltrimethylammoniumchloride (focus op het hexadecyltrimethylammonium-kation)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
tetraethylammoniumnitraat (focus op nitraat)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1-naftaleensulfonzuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
4-aminobutaanzuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gastheren:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[2.2.2]-cryptand&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
resorcinareen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
α-cyclodextrine&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
β-cyclodextrine&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
lariatkroonether met amine-/amidegroepen in de staart&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
azakroonether-achtige macrocyclus met meerdere amines en twee benzeenringen als ‘caps’&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oplosmiddelen:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
dichloormethaan (DCM)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
methanol&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
water (pH 2, 7 of 10)&lt;br /&gt;
Tip: 4-aminobutaanzuur komt voor als zwitter-ion (combinatie met lariatether: zuur = H-brugacceptor (NH-staart), amine = H-brugdonor (kroonether)). 1-naftaleensulfonzuur met β-cyclodextrine, nitraat met het azakroonether, hexadecyltrimethylammoniumchloride met resorcinareen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat is het effect van rigide groepen op de effectieve molariteit (EM)?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Stel een synthesetraject op voor het thia-analoog van de [2.2.2]-cryptand, vertrekkende van triethanolamine. Hoe maximaliseren we de synthese?&lt;br /&gt;
Tip: vervang OH door een betere leaving group (bv. tosyl), laat reageren met een thiol (bv. ethaan-1,2-dithiol). Maximaliseren met hoge verdunning en base (cesiumeffect).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Deel Mario&lt;br /&gt;
Welk proces heeft de kleinste entropieverandering?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(1) Een cyclisatie waarbij een alkyn (R–C≡CH) met een triazene reageert tot een triazoolring&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(2) Vorming van een waterstofbrug tussen amidegroepen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat is het teken van ρ in de Hammetvergelijking bij complexatie van K⁺ met een kroonether die een benzeenring bevat, waarbij R een substituent is op die aromatische ring? Geldt dezelfde redenering ook voor een kroonether waarbij R via een CH₂-keten aan de kroonether is gekoppeld (dus kroonether–CH₂–R i.p.v. kroonether–C₆H₄–R)?&lt;br /&gt;
Tip: dezelfde redenering geldt niet, want er wordt geen rekening gehouden met het verschil tussen inductieve en mesomere effecten bij ρ (mesomeer gevend kan inductief zuigend zijn).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat is transfectie? Wat is het probleem bij transfectie, en hoe kan supramoleculaire chemie dit oplossen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2025 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#*Synthetiseer een [2.1.1]cryptand&lt;br /&gt;
#*Belang resorcinol molecule in de supramoleculaire chemie bespreken, had te maken met boot-/stoel-conformatie dus resorcinarenen. En dan toepassingen van resorcinarenen geven ( complexatie met quaternaire amoniumzouten en vooral cavitanden en carceplexen)&lt;br /&gt;
#*standaard combinatievraag&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#* Exact hetzelfde als 30 augustus 2021&lt;br /&gt;
#* Bij vraag 2: Let op de basisiciteit van de stikstofatomen -&amp;gt; alternatieve molecule zal een zuur-base reactie hebben met de stikstof van de macroring, waardoor je geen pseudo-rotaxaan kan krijgen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2024 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#*Synthetiseer 4de molecule p78, waarvan 2 van de 4 moleculen: R = propyl en de andere 2 hadden geen tert-buthyl maar een monoazakroonether. Gegeven waren startproducten formaldehyde (mag je 2 keer gebruiken), monoazakroonether en tertbuthylfenol. Zoek een juiste volgorde van synthesestrategie. (Bijvraag: wat en hoe reageert formaldehyde en waar op de ring)&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen een vaste-toestand-inclusiecomplex en een clathraat? (Bijvraag: iets van voorbeeld gegeven)&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen sephulcraat, sidefoor of sacrofagine? En hoe worden deze bereid uit formaldehyde en ethyleendiamine? &lt;br /&gt;
#*Klassieke vraag van 4 gastheren, 4 gasten en 5 solventen. Geef ook welke niet-covalente interacties er aanwezig zullen zijn.&lt;br /&gt;
##*Gasten (structuren gegeven): 1,4-benzendicarboxylic acid / Paraquat / isocyanuurzuur / ureum&lt;br /&gt;
##*Gastheren (structuren gegeven): Glycoluril (6 keer in een cirkel) / en nog 3 anderen die ik niet ken)&lt;br /&gt;
##*Solventen Water pH 3 / 7 / 10 / MeOH en DCM (Let op met de interacties)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#*2 reacties gegeven (1 met 2 moleculen waarbij covalente binding gevormd wordt, 2 azijnzuren die H-bruggen vormen) welke heeft de grootste entropieverandering?&lt;br /&gt;
#*Molecule gegeven met pi-pi-stapeling. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho? Leg uit als er pH-afhankelijkheid is voor het teken? (Ja!)&lt;br /&gt;
#*Molecule gegeven met 5 H-bruggen, we willen de bindingsconstante van H-brug met * bepalen. Hoe doen we dit? Er zullen problemen opduiken. Geef een oplossing voor deze problemen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 Juni 2024 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel van Dehaen&lt;br /&gt;
#*Volgende moleculen werden getest op gast-gastheer complexvorming met chloride-anion. Bij hetzelfde solvent ging de complexvorming het best op met gastheer 1, dan 2 en dan 3 die beduidend veel slechter complexeerde. Nochtans heeft 3 een extra H op de aromatische N in vergelijking met 1. De onderzoekers linkten de slechte complexvorming bij 3 met een verschil in preorganisatie. Leg uit. (Het kwam erop neer dat je de groepen juist moest uittekenen en dan de juiste interacties moest vinden.) [[File:Vraag1Wim.png|caption]]&lt;br /&gt;
#*Rangschik volgende moleculen van slechtst naar best voor complexvorming met een Li-kation. [[File:Vraag2Wim.png|caption]]&lt;br /&gt;
#*Geef een voorstel van de synthese van hexathia-18-kroon-6 waarbij je bèta-halogeensulfiden vermijdt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel van Mario&lt;br /&gt;
#*Wat is de ceiling temperature en floor temperature? Wat is hun fysische betekenis? Geef een voorbeeld van supramoleculaire polymeren bij elke soort temperatuur. Leg uit wat het belang is van de ceiling temperature bij duurzame afvalverwerking van de polymeren.&lt;br /&gt;
#*Rotaxaanvormingsreactie gegeven. Bepaal het teken van de Hammet-parameter rho met betrekking tot substituent R voor de ligging van het ev. Zou deze rotaxaanvorming ook opgaan met een difenylamine? (exact zelfde vraag als augustus 2021)&lt;br /&gt;
#*Waarom worden cyclodextrines gebruikt in geneesmiddelen? Leg uit aan de hand van de Lipinski regels voor orale beschikbaarheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 Juni 2023===&lt;br /&gt;
#Deel van Dehaen&lt;br /&gt;
#*Hoe maak je 1,4,10,13-tetraäza-18-kroon-6 uitgaande van 1,2-diaminoëthaan en eventueel andere reagentia? Welke techniek zou je gebruiken om een maximale opbrengst te bekomen?&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen een vaste-toestand-inclusiecomplex en een clathraat?&lt;br /&gt;
#*Wat zijn sepulchraat- en sarcofaginecomplexen en hoe kan je ze bereiden met ethyleendiamine en Co(III)?&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag: Combineer telkens een gast, gastheer en een solvent. Er zijn 4 gastheren, 4 gasten en 5 solventen gegeven. Bij elke gastheer hoort 1 gast en vice versa. Er zijn meer solventen gegeven dan gasten en gastheren, dus hier kan je er al zeker 1 niet gebruiken. Geef een korte verklaring bij elke combinatie die je maakt.&lt;br /&gt;
#**Gastheren: 1. een cyclofaan met 2 ringen en 3 NH&#039;s tussen de ringen aan elke kant (tussen elke NH zat een CH2). 2. Cucurbit[6]uril. 3.Een klein cyclisch molecule met 2 aromatische ringen met een N naar binnen gewezen. Boven deze ring zijn 2 of 3 NH&#039;s, eronder 2 N-CH3&#039;s. 4. Een groot cyclisch molecule met aromatische ringen met een N (naar binnen wijzend) en tussen de aromatische ringen een koolstofketen met NH&#039;s (ook 2 random C=O bindingen die naar buiten wijzen, links- en rechtsboven).&lt;br /&gt;
#**Gasten: 1. Koolstofketen met aan elke uiteinde een aromatische ring. Op de verbinding tussen de keten en elke ring zit een positief geladen N. 2. ureum. 3. Cyclohexaan met afwisselend een O (C=O, met C de C van de ring en O het substituent) en een NH2 als substituent (in totaal volledig gesubstitueerd). 4. Een aromatische ring met 2 COOH substituenten in para.&lt;br /&gt;
#**Solventen: Water (pH 3,7 of 10), methanol of dichloormethaan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel van Mario&lt;br /&gt;
#*Er is een afbeelding gegeven van het complex dat KI coöperatief kan binden adhv Zn (staat ook in de slides bij coöperativiteit). Dan staan er bindingsconstantes gegeven van KI, KClO4, NaI en NaClO4 met KI duidelijk de hoogste bindingsconstante.&lt;br /&gt;
#**a) Verklaar de waargenomen resultaten.&lt;br /&gt;
#**b) Welke binding gaat volgens jou gepaard met de grootste entropieverandering? Verklaar.&lt;br /&gt;
#*18-kroon-6 is gegeven met een aromatische ring erop en aan de aromatische ring hangt een R. Wat is het teken van rho indien de complexeren van K+ met deze structuur bekijken en wat is de verhouding met R? Geef in je antwoord zeker de volledige Hammett-vergelijking. Dan staat er een tweede afbeelding gegeven, ook 18-kroon-6, maar hier is het substituent -CH2-R. Geldt dit ook voor de tweede structuur?&lt;br /&gt;
#*Wat zijn de voor- en nadelen van supramoleculaire polymeren?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 Juni 2022 ===&lt;br /&gt;
#Dehean&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag&lt;br /&gt;
#**Solvent: CH2Cl2, MeOH, H2O pH (2,7,12)&lt;br /&gt;
#**Guests: trimethylhexadecylammonium *Cl-*, *tetrabutylammonium* nitraat, naftaleen-1-sulfonzuur, 4-aminobutaanzuur&lt;br /&gt;
#**Hosts: zeven, enkel molecule gegeven dus kan ze niet opnoemen ([2,2,2]-cryptand met enkel zuurstof, ...)&lt;br /&gt;
#*Verband EM &amp;amp; rigide groepen&lt;br /&gt;
#*Synthese hexathia-analoog van [2,2,2] cryptand, uitgaande van triëthanolamine&lt;br /&gt;
#**Hoe maximaliseren we de synthese?&lt;br /&gt;
#Smet&lt;br /&gt;
#*Bespreek compensatiegedrag entropie en enthalpie&lt;br /&gt;
#*Welke technieken om verschil tussen een catenaan en zijn 2 aparte ringen te meten (vermeld eventuele eigenschappen die nodig zijn op de macroringen)&lt;br /&gt;
#*Azidothymidine: structuur gegeven, voorspel werking en bio-beschikbaarheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 Augustus 2021===&lt;br /&gt;
[https://i.imgur.com/eDCNSJR.jpg Dehaen] &amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
[https://i.imgur.com/JolZOyK.jpg Smet]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 juni 2021===&lt;br /&gt;
#Dehaen&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag. &lt;br /&gt;
#**Gasten: naftaleenderivaat, nitraat, aminobutaanzuur,... &lt;br /&gt;
#**Gastheren: alpha-cyclodextrine derivaat met een quaternair amoniumzout aan gebonden, beta-cyclodextrine derivaat, kroonether met thioureumfuncties, een lariatether, [2.2.2] cryptand met zuurstof als donoratomen en N als bruggenhoofden. &lt;br /&gt;
#**Solvent: water pH 2, 7, 10, methanol, CH2Cl2&lt;br /&gt;
#*Verband EM &amp;amp; rigide groepen&lt;br /&gt;
#*Synthese van het thia-analoog van de [2.2.2]-cryptand startende van een triethanolamine. &lt;br /&gt;
#Smet&lt;br /&gt;
#*Leg uit waarom de meeste polymerisatiereacties slechts opgaan onder een bepaalde temperatuur. Geef de naam van deze temperatuur. &lt;br /&gt;
#*Leg uit waarom sommige polymerisatiereacties enkel opgaan boven een bepaalde temperatuur. Geef de naam van deze temperatuur. Geef een voorbeeld van een monomeer dat dergelijk gedrag vertoond. &lt;br /&gt;
#*Vraag over een complexatiereactie met een R-substituent en wat het teken van rho zou zijn in de Hammett-vergelijking.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 juni 2019 VM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Uitleggen waarom verzeping plaatsvindt van een gegeven molecule met KOH in tolueen enkel als een kroonether aanwezig (18-kroon-6 analoog)&lt;br /&gt;
#* Uitleggen waarom cyclodextrines geschikt zijn voor &amp;quot;drug delivery&amp;quot; en een geschikt cyclodextrinekiezen (alfa, beta, gamma) voor naproxen (naftaleenderivaat)&lt;br /&gt;
#* Waarom base gebruiken voor kroonethersynthese van catechol en oligoethyleenglycoltosylaten? (deproteneren / templaateffect van kation)&lt;br /&gt;
#** Verschillende kroonethers gegeven met variërende lengte en aantal zuurstoffen. Hij vraagt om voor elke kroonether de juiste base te kiezen&lt;br /&gt;
#** Keuze uit 5 basen: LiAcO, KAcO, NH4AcO, CsAcO en moleculair kation en AcO-&lt;br /&gt;
#* Resorcinaren worden gevormd in zuur milieu maar na een tijdje zal het thermydynamischer stabieler zijn (stoel versus boot)&lt;br /&gt;
#** Geef interacties van beide isomeren in basisch milieu met een tetraalkylammonium-kation&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* 2 associaties gegeven, welke van de 2 associaties heeft de kleinste entropieverandering? (A = H-brugacceptor &amp;amp; D = H-brugdonor)&lt;br /&gt;
#** Associatie 1: ADA DAD (letters staan eigelijk onder elkaar)&lt;br /&gt;
#** Associatie 2: AAA DDD (letters staan eigelijk onder elkaar)&lt;br /&gt;
#* Molecule gegeven met R-groep  dat interacties aangaat met een chloride-anion&lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn er voornamelijk?&lt;br /&gt;
#** Wat voor groep moet R zijn? Hoe verhoudt zicht dat tot de parameter rho?&lt;br /&gt;
#* Bespreek biobeschikbaarheid van morfine (structuur gegeven) &lt;br /&gt;
#** Heroïne heeft een sterker effect op het centraal zenuwstelsel, verklaar? (gegeven dat morfine reageert met overmaat azijnzuuranhydride en heroïne vormt).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineer:&lt;br /&gt;
#** Gasten: trimethylhexadecylammoniumion, nitraation, 4-aminoboterzuur, naftaleensulfonzuur. &lt;br /&gt;
#** Gastheren: resorcinareen, benzokroonether met één N en op die N zat een keten (keten = CH2 C6H4 CH2 ... NH C=NH NH ... azole ring), twee speciale cyclodextrines (eentje was een ring van zes monomeren met een ammoniumfuntie op, de andere was een ring van zeven monomeren met een thia-amine keten op), een ring met drie benzenen en tussen elke benzeen de groep CH2 CH2 NH C=S NH CH2 CH2), nog eentje die ik me niet herinner&lt;br /&gt;
#** Solventen: de gewoonlijke&lt;br /&gt;
#* Effect rigide groepen op EM&lt;br /&gt;
#* Synthese thia analoog [2.2.2]cyrptand, hoe synthese verbeteren?&lt;br /&gt;
#*Pillarenen uitleggen, verband andere calixarenen&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welke reactie geeft de grootste entropie veranderingen? eentje is het azijnzuur dimeer, de andere is de cyclisatie van twee ringen (eentje is maleïnezuuranhydride en de ander cyclohexa-1,3-dieen) (volgens chemdraw heet het gevormde molecule (4R,7aS)-3a,4,7,7a-tetrahydro-4,7-ethanoisobenzofuran-1,3-dione). Bijvraag: iets met de deeltermen van de entropie, bij welke is welke het grootst? &lt;br /&gt;
#* Geef teken rho (Hammett) van de complexatie van K+ met een benzokroonether met aan die benzeenring een substituent R. Geldt deze redenering voor rho ook voor een tweede kroonether die aan een ethyleen eenheid een CH2R groep heeft hangen?&lt;br /&gt;
#* Bespreek relenza en tamiflu, over hun biobeschikbaarheid en mechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineren van gast, gastheer en solvent met als gasten: lanthaan, paraquat en nog een dicarbonzuur, als gastheren verschillende calixarenen in water ph 2,7,10, methanol of chloroform&lt;br /&gt;
#* Vraag welke het beste zou zijn voor ionentransport over een organisch membraan: diglyme of 2,2,2 kryptand&lt;br /&gt;
#* Een synthese van een 2,2,2 thiakryptand derivaat&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Ceiling &amp;amp; floortemperatuur + voorbeeld&lt;br /&gt;
#* Met de hammetvgl werken en teken van rho bepalen bij een complexvorming van pseudorotaxaan&lt;br /&gt;
#* Invloed van ... (cyclodextrine?) op transport van medicijnen en da linken aan de lipinskiregels&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 VM ===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze 1,3benzeenringen hebben geen buty meer, en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd. &lt;br /&gt;
#* Nonactine &amp;amp; valinomycine&lt;br /&gt;
#* Gast, gastheer, solvent: &lt;br /&gt;
#** H2O (pH = 3,7, 10), DCM, MeOH&lt;br /&gt;
#** Na+, ammoniumzout*, diamide*, benzoezuur (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
#** Calix[4]areen*, resorcinol uit acetaldehyde en 24u reflux, benzokroonether*, alfa-cyclodextrine, diamine* (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welk proces geeft de grootste entropieverandering met zich mee? &lt;br /&gt;
#** Furaan + H2C=COOR --&amp;gt; furaanring waarvan de twee dubbele bindingen weg zijn en er eentje bij is gekomen waar er eerst de enkele binding was, en de twee koolstoffen naast de zuurstof zijn nu verbonden met de koolstoffen van de dubbele binding van het ester&lt;br /&gt;
#** twee carbonzuren die een dimeer vormen&lt;br /&gt;
#* Bepaal teken rho, heeft pH invloed (R-C6H5 pi-pi stapeling met C6H5-NH2)&lt;br /&gt;
#* Relenza en tamiflu (orale beschikbaarheid en mechanisme)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel de synthese op voor het Lehn&#039;s sferand (structuur gegeven) vanuit (derivaten van) diëthyleenglycolen.&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge-verdunningsvoorwaarden en hoe werkt dit?&lt;br /&gt;
#* Combineer. Gastheren: cyclisch guanidine, cucurbit[8]uril, 30-kroon-10. Gasten: arginine, N-acetyltryptofaan, 1,4-bis(aminoimidazoline)butaan. Solventen: Chloroform, methanol, water pH 2, 7 en 10. (structuren gegeven)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: een pyrrool gesubstitueerd met een alkeen met twee R-substituenten (willekeurig). Dit molecule interageert met een onbekende receptor. Welke interactie veronderstel je? Bepaal het teken van rho. Wat gebeurt er met de absolute waarde van rho wanneer je een R-substituent vervangt door een H-atoom.&lt;br /&gt;
#* Wat is transfectie en hoe kan supramoleculaire chemie hierbij helpen?&lt;br /&gt;
#* Twee verbindingen gegeven, elk met 3 waterstofbindingen (structuren uit slides deel supramoleculaire polymeren). Welke verbinding heeft de grootse associatieconstante en waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke factoren beinvloeden de effectieve molariteit&lt;br /&gt;
#* synthese van hexathia18-kroon-6 vanuit ethyleenglycol en bis(2hydroxyethyl)sulfide op een veilige manier en wat doen we om de opbrengst zo hoog mogelijk te houden&lt;br /&gt;
#* wat zijn ansa-verbindingen en hoe kunnen ze meer inzicht geven over de ruimtevulling van de groepen&lt;br /&gt;
#* een structuur gegeven met 2 NH2 groepen een kroonether en een R (fenyl). 4-aminobutaanzuur is beter oplosbaar dan glycine (2-aminoazijnzuur) en 6-aminohexaanzuur. Hoe komt dit, welke interacties. De oplosbaarheid stijgt wanneer we R vervangen door (4-NO2-fenyl). Verklaar.&lt;br /&gt;
#* er zijn twee isomeren bij de synthese van resorcinarenen. Welke zijn dit?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#SMET:&lt;br /&gt;
#* gegeven een amide: RR&#039;C=CH-CO-N(CH3)2 met onbekende receptor gaat interageren:&lt;br /&gt;
Welke interactie verwachten we, teken van reactieparameter, plus redeneer. Wat gebeurt er met de absolite waarde van de reactieparameter als we een van de R groepen vervangen door een H.&lt;br /&gt;
#* lipskin regel geven en wat is het belang tegenwoordig in farmaceutische industrie &lt;br /&gt;
#* Bij synthese van rotaxanen volgens iemand (Stoddart ofzo)(tetrakationisch complex) zal threading een hogere opbrengst geven dan clipping waarom?&lt;br /&gt;
Waarom dan niet altijd threading?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze twee benzeenringen zijn ook gedebutyleerd en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd.&lt;br /&gt;
#* Bespreek aan de hand van hun structuurelementen de functie van nonactine en valinomycine (structuur gegeven).&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gastheren met de juiste gasten en solventen. Gasten: Natriumion, p-diaminobenzeen, p-diaminobenzeen met beide stikstoffen tetragebutyleerd, benzoÃ«zuur. Gastheren: calix[4]areen, een groot dibenzokroonether, een resorcinareen verkregen na 24 uur reflux, alfa-cyclodextrine en een aromatisch diamide. Solventen: water (pH 3, 7, 10), MeOH &amp;amp;amp; DCM.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* 4-R-pyridine. Deze gast bindt enkel aan de gastheer indien de stikstof geprotoneerd is. Bepaal het teken van de Hammett-parameter rho. Op welke interactie zou de complexatie kunnen berusten?&lt;br /&gt;
#* Geef de twee methoden die gebruikt kunnen worden om de associatieconstante te schrijven in functie van deelassociatieconstanten. Beschrijf de fysische basis van het probleem dat hierbij optreedt.&lt;br /&gt;
#* Bespreek de moleculaire basis van plaquevorming zoals die optreedt bij bijvoorbeeld de ziekte van Alzheimer. Wat zijn de therapeutische mogelijkheden om dit tegen te gaan? Bijvraag: op welke secundaire structuren en soorten interacties berust de associatie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven [2.2.2]cryptand uitgaande van chlooracetamide. Het cryptand heeft stikstoffen als bruggenhoofden, 2 ketens met telkens 2 zuurstoffen en 1 keten met 2 zwavelatomen. En hoe kan je de macroyclisatie bevorderen?&lt;br /&gt;
#* Transport van donor naar acceptorlaag via een organisch membraan? hoe gaat dit het beste met pentaglyme of met een [2.2.2]cryptand. Verklaar.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Je hebt een gesubstitueerd chinoline (onbekende substituent). Dit chinoline complexeert enkel met een gastheer als de N niet geprotoneerd is. wat is het teken van de hammet-parameter Rho? welke interactie zal er zijn tussen de gast en de gastheer?&lt;br /&gt;
#* Geef de 4 belangrijkste entropieveranderingen bij complexatie en bespreek. Welke is verantwoordelijk voor preorganisatie? Leg uit.&lt;br /&gt;
#* Invloed ketenlengte benzokroonether op rendement van een catenaan met een tetrakationisch cyclofaan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven calix[4]hemisferand uitgaande van 2 gegeven fenolen. De receprot bestond uit een calix[4]areen met een hemisferand aangehecht op de 1- en 3-posities.&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van valinomycine en nonactine: bespreek de functie  en hoe de verschillende structuurelementen hiertoe bijdragen.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#**solventen: zuur, neutraal of basisch water, methanol, dicchloormethaan&lt;br /&gt;
#**gastheren: cyclodextrine, een grote benzokroonether, een calyxareen, stoel resorcinareen en een heteroaromatische receptor met amidefuncties.&lt;br /&gt;
#**gasten: natriumion, aromatisch diamine, aromatisch diammoniumzout, benzoÃ«zuur&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Op welke 2 manieren kunnen we de totale associatieconstante beschouwen als een product van deelassociatieconstanten? Wat is bij elk het grootste fysisch probleem? Welk van deze 2 methoden is, op praktische gronden, te verkiezen en waarom?&lt;br /&gt;
#* Gegeven een amide met een para-gesubstitueerde fenylgroep op de N en de carbonyl. Dit molecule gaat waterstofbindingen aan met zowel de zuurstof als de NH. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho voor het substituent op elke benzeenring?&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van een receptor bestaande uit een porfyrinering, gekoppeld aan een calixareen met ketens die veel heteroatomen bevatten. De bindingsconstanten van KI is hoog, die voor NaI en NaClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; tussenin (en ongeveer gelijk), die van KClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; laag. Verklaar waarom. (Deze structuur staat in de cursus ter hoogte van het deel over coÃ¶perativiteit).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2012 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge verdunningsvoorwaarden en geef 2 voorbeelden hoe men dit in de praktijk bewerkstelligt.&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende affiniteit voor het kaliumkation en motiveer: 18-kroon-6, 1,10-dithia-18-kroon-6, benzo-18-kroon-6, [2.2.2]cryptand, 15-kroon-5, 21-kroon-7.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Voor een bepaald hydrofoob (gedeelte van een) gastmolecule werd aangetoond dat het de hydrofobe holte van de gastheer maar voor 55% vult in stabielste toestand. Verklaar thermodynamisch waarom het kan dat deze gedeeltelijk gevulde toestand meer bevoordeeld wordt dan de volledig gevulde holte.&lt;br /&gt;
#* &lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn van belang bij het catenaan gevormd uit &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039;, &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; en &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;?&lt;br /&gt;
#** Wat zou het effect zijn op de bindingsconstante moest het catenaan gevormd worden rond &#039;&#039;&#039;4&#039;&#039;&#039; i.p.v. &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039; en waarom?&lt;br /&gt;
#** Beredeneer het teken van de Hammett parameter Ï van de catenatiereactie van &#039;&#039;&#039;5&#039;&#039;&#039; met het monogealkyleerd derivaat van &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039; (hiermee wordt bedoeld, de open-ketenvorm van &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; enkelvoudig gebonden aan &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;). Sterische effecten van R mogen verwaarloosd worden [[Bestand:CatenaanSmet.png]]&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers synthetiseerden bovenste verbinding als receptor voor de onderste (tekening is &#039;&#039;ongeveer&#039;&#039; juist). Belangrijke interacties hierbij zijn H-bruggen, maar ook de Ï€-Ï€-interacties tussen de eindstandige benzeenringen spelen een beduidende rol. Om aard en sterkte van deze Ï€-Ï€-interacties te onderzoeken synthetiseerde men een aantal derivaten van beide, en mat men het verschil in bindingssterkte voor verschillende substituenten op de benzeenringen. [[Bestand:receptorSmet.png]]&lt;br /&gt;
#** Welke complicatie valt te verwachten bij deze metingen, vanwege de verschillende substituenten op de derivaten?&lt;br /&gt;
#** Verklaar de waargenomen tendensen in de gemeten energiebijdragen, weergegeven in de tabel (deze waarden zijn gecorrigeerd voor de complicaties waarnaar gevraagd in eerste subvraag dus zijn &#039;&#039;juist&#039;&#039;).&lt;br /&gt;
[[Bestand:tabelSmet.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Klassieke vraag. Verbind de juiste gast met gastheer en solvent. Licht toe en zeg welke interacties plaatsvinden.&lt;br /&gt;
#* Wat is de CAC? Waarom is het belangrijk dat deze gemeten wordt en hoe wordt deze gemeten?&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: [[Bestand:MolHerExamenMario.jpg]]&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;Bepaal het teken van &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;X&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep X en &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;R&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep R. Waarom gaat bij zÃ©Ã©r elektronenzuigende groepen, bv. X=F&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, de meting van de complexatieconstante met nucleofiele deeltjes niet meer correct verlopen?&lt;br /&gt;
#* Mag men de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de aromatische ring en de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de gedeprotoneerde carbonzuurfunctie zomaar optellen? Verklaar.&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenMario2.jpg]]&lt;br /&gt;
#* De synthese van rotaxanen op vaste drager kan handig zijn. Onwaar/waar en verklaar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* geef de structuur van cyclotriveratryleen en de synthese vanuit veratrol. Waarom zijn asymmetrisch gesubstitueerde CTV&#039;s chiraal?&lt;br /&gt;
#* hoe kunnen we eigenschappen van een gegeven cyclofaan gebruiken om de grootte van de substituent op de ring te bepalen&lt;br /&gt;
#* geef de synthese van de macroring 15 kroon 5 maar ipv met zuurstoffen met (NH , O , NH, S, S) vanuit HSCH2CH2SH en H2NCH2CH2OCH2CH2NH2&lt;br /&gt;
#* welke gast past in welk solvent bij welke gastheer? gasten: (Fe3+, Yb3+, tetramethylammonium, benzoaat) solventen: (methanol, DCM, water met pH=3,7,10) gastheren:(een resorcinareen, een [4]-calixareen met een -O-CH2COOH op elke ring, een [6]-calixareen met op de ring aan de ene kant een SO3H aan de andere kant een staart met een hydroxyamide rest aan, een [6]-calixareen met daaraan een staart met aan het uiteinde een fenylureum staart&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* gegeven: een receptor met daarop 2 groepen die waterstofbruggen vormen met een HO- en een -CHO op drie verschillende liganden. Welke complex zal het stabielste zijn, en verklaar dit energetisch en entropisch (ligand 1 is een bifenyl, ligand 2 is een bifenyl met een huge (triethylmethyl-)substituent op een van de ringen en ligand 3 is gewoon een alifatische keten met die oh en cho aan de uiteinden)&lt;br /&gt;
#* wat is de dubbele mutantcyclus een geef een voorbeeld dat de voordelen duidelijk maakt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (ochtend) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Bespreek de synthese van volgend cavitand, vertrekkende van resorcinareen. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#* Wat is [2,2]paracyclofaan? Geef de syntheses en eigenschappen (UV-spectrum).&lt;br /&gt;
#* Bespreek het kinetisch en thermodynamisch templaateffect.&lt;br /&gt;
#* 5 Macroringen gegeven; rangschik naar toenemende effectieve molariteit. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven 1-amino-5-R-naftaleen (met R een onbepaalde substituent). In een complex vormt deze aminogroep een waterstofbrug. Onderzoek wijst uit dat de &amp;amp;quot;reactie&amp;amp;quot;-parameter sterk positief is. Welke soort R-substituenten bevoordeligen de reactie? (leg uit met Hammett-vergelijking en de substituent-parameter) Bekleedt de aminogroep een donor- of acceptorfunctie bij het vormen van deze waterstofbrug?&lt;br /&gt;
#* Waarom is het entropieverlies van complexvorming in oplossing doorgaans kleiner dan in gasfase?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Verklaar waarom de effectieve molariteit stijgt bij een macrocysliche 10-ring, wanneer&lt;br /&gt;
#** a) rigide groepen worden gebruikt&lt;br /&gt;
#** b) heteroatomen worden gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verschil tussen een clathraat en een vaste stof-inclusie complex.&lt;br /&gt;
#* Schrijf de synthese op van dit cavitand (structuur is gegeven) vertrekkende van rescoriol. De cavitand is gelijkend op die in de cursus staat, maar op de 2&#039; plaats heeft deze een COOH groep.&lt;br /&gt;
#* VÃ¶gth synthetiseerde vele cryptanden met substituenten X (structuur is gegeven). Hoe kon hij daarmee de grootte van de caviteit bepalen? &lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Je krijgt een complexatie van een gast en gastheer die via pi-pi interacties complexeert en net naast deze aromatische ringen een waterstofbrug vormt met een amide op de gast.&lt;br /&gt;
#** Men wil d.m.v. substituenteffecten op de aromatische ringen ph1 (= op gast) en ph2 (= op gastheer) de bijdrage voor deze pi-pi interactie meten. Welke complicatie verwacht je echter met deze methode, bij dit specifieke complex?&lt;br /&gt;
#** Verklaar in de tabel (tabel met horizontaal de para-ph1 substituenten en vertikaal de para-ph 2 substituenten) de verlopen van de incrementen. (De incrementen zijn aangepast aan de complicatie die je in het eerste puntje moet geven en zijn dus correct)&lt;br /&gt;
#** Bepaal ook het teken van de Hammett rho parameters.&lt;br /&gt;
#* Trage complexen.&lt;br /&gt;
#** Hoe kan je in een NMR spectrum zien of je te maken hebt met een traag complex&lt;br /&gt;
#** Wat is het voordeel van een extreem traag complex? Geef een relevant voorbeeld van hoe we er gebruik van kunnen maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* match de gasten en de gastheren met de juiste solventen. Gast: 1,4-benzochinon, naftaleen-1,5-dicarbonzuur en 4-butylfenol (&amp;amp;quot;voor mensen die niet goed zijn in naamgeving, zal ik de moleculen even op bord tekenen&amp;amp;quot;). Solvent: water (ph= 2, 6, 10), MeOH, CCl4. Gasten: alpha-cyclodextrine, diazo-18-kroon-6, 18-kroon-6, [2,2]cyclofaan en 2 grote cyclofanen die getekend staan. Geef ook alle niet-covalente reacties en licht uw keuze toe&lt;br /&gt;
#* Wat is CAC, waarom belangrijk en hoe gemeten&lt;br /&gt;
#* reactie van een [2,2,1]cryptand opgebouwd uit bi en triÃ«thyleenglycolderivaten&lt;br /&gt;
#* Membraantransport  van kationen met kroonethers en de voorwaarden waaraan dat kroonether moet voldoen&lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Het teken van rho (Hammet) bepalen uit een tabel met stabiliteitsconstanten met verschillende gevers en zuigers. De link vinden met het reactiemechanisme. Bijkomende vraag: wat gebeurt er met een sterke base en een sterke elektronzuiger. (ja wat onduidelijk als je het molecule niet ziet natuurlijk...)&lt;br /&gt;
#* Stelling: voor het gegeven molecule mag ik zomaar de deltaG optellen om de totale deltaG te berekenen.&lt;br /&gt;
#* Waarom kan het voordelig zijn om synthese van rotaxanen uit te voeren op een vaste fase&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke ionen passen in welke macroringen? (K+, Ag+, Eu3+, Li+ en nog een vieze grote molecule) De macrocyclische verbindingen zijn ook gegeven. Welk solvent pak je best? (H2O, H2O pH 10, MeOH of chloroform) Vermeld welke interacties plaatsvinden&lt;br /&gt;
#* bespreek de synthese van: -een calix[4]areen met twee nitraten, twee n-propyloxy&#039;s en een azakroonetheroverbrugging-&lt;br /&gt;
#* Wat is zijn zelfassemblage en zelforganisatie en illustreer met een voorbeeld&lt;br /&gt;
# MS:&lt;br /&gt;
#* Tabel horende bij compensatie-effect gegeven. Welke interacties? Bespreek de tendens in de tabel en ook het verschil in \Delta S tussen gasfase en oplossing.&lt;br /&gt;
#* tekening van een catenaan met een cyclofaan met nogal wat N in rond een benzokroonether gegeven. Deze verbinding toont met H-NMR slechts twee signalen (3,45 en 6,26 ppm of zo) voor de hydrochinon-waterstoffen. Reden? Bespreek ook de multipliciteit van de signalen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Waarom is ethyleendioxy zo&#039;n populaire eenheid in kroonetherchemie&lt;br /&gt;
#* Welke 2 groepen zijn belangrijk bij de complexatie van Fe bij de sideroforen&lt;br /&gt;
#* 3 gasten (Lithium, azide, tetramethylammonium), 5 solventen (MeOH, H2O( pH 2,6,10), CCl4), gastheren ([2.2.2]-cryptand, all-cis resorcinareen, cram&#039;s sferand, 18-kroon-6,...)&lt;br /&gt;
# M.S.:&lt;br /&gt;
#* Synthese van tetrakationisch cyclofaan&lt;br /&gt;
#* Vraagje over receptor die interageert met gast, welk teken heeft de hammett parameter rho.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R0898426</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=4628</id>
		<title>Moleculaire Herkenning</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=4628"/>
		<updated>2025-06-18T09:42:55Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R0898426: /* 17 juni 2025 (VM) */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verplicht vak voor chemie. Moleculaire herkenning wordt gedoceerd door 2 proffen. Mario smet en Wim &amp;amp;quot;sandalen&amp;amp;quot; Dehaen. 50% van de punten staan op het examen, de andere 50% staan op een paper. Op het examen worden mondelinge vragen gesteld over de paper. Bij prof. Smet zijn dit normaal enkel de vragen die hij geeft bij de feedback op de paper,&lt;br /&gt;
prof. Dehaen stelt vaak ook extra vragen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2025 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#* Combinatievraag: Koppel elke gastmolecule aan een geschikte gastheer en oplosmiddel. Niet elke gastheer of elk oplosmiddel moet gebruikt worden; hergebruik is toegestaan.  &lt;br /&gt;
Gasten: hexadecyltrimethylammoniumchloride (focus op het hexadecyltrimethylammonium-kation), tetraethylammoniumnitraat (focus op nitraat), 1-naftaleensulfonzuur, 4-aminobutaanzuur.  &lt;br /&gt;
Gastheren: [2.2.2]-cryptand, resorcinareen, α-cyclodextrine, β-cyclodextrine, lariatkroonether met amine-/amidegroepen in de staart, azakroonether-achtige macrocyclus met meerdere amines en twee benzeenringen als ‘caps’.  &lt;br /&gt;
Oplosmiddelen: dichloormethaan (DCM), methanol, water (pH 2, 7 of 10).  &lt;br /&gt;
Tip: 4-aminobutaanzuur komt voor als zwitter-ion (combinatie met lariatether (zuur = h-brug acceptor dus met de NH staart, amine = h-brug donor dus met kroonether), 1-naftaleensulfonzuur met beta-cyclodextrine, nitraat met het azakroonether, hexadecyltrimethylammoniumchloride was volgens mij met het resorcinareen.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#* Wat is het effect van rigide groepen op de effectieve molariteit (EM)?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#* Stel een synthesetraject op voor het thia-analoog van de [2.2.2]-cryptand, vertrekkende van triethanolamine. Hoe maximaliseren we de synthese?  &lt;br /&gt;
Tip: OH vervangen door betere leaving-group (bv tosyl), dat laten reageren met een thiol (bv ethane-1,2-dithiol). Maximaliseren met hoge verdunning en base (cesiumeffect).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#* Welk proces heeft de kleinste entropieverandering?  &lt;br /&gt;
1) Een cyclisatie waarbij een alkyn (R–C≡CH) met een triazene reageert tot een triazoolring  &lt;br /&gt;
2) Vorming van een waterstofbrug tussen amidegroepen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#* Wat is het teken van ρ in de Hammetvergelijking bij complexatie van K⁺ met een kroonether die een benzeenring bevat, waarbij R een substituent is op die aromatische ring?  &lt;br /&gt;
Geldt dezelfde redenering ook voor een kroonether waarbij R via een CH₂-keten aan de kroonether is gekoppeld (dus kroonether–CH₂–R i.p.v. kroonether–C₆H₄–R)?  &lt;br /&gt;
Tip: zelfde redenering geldt niet want er wordt geen rekening gehouden tussen inductieve en mesomere effecten bij rho (dus mesomeer gevend kan inductief zuigend zijn).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#* Wat is transfectie? Wat is het probleem bij transfectie, en hoe kan supramoleculaire chemie dit oplossen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2025 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#*Synthetiseer een [2.1.1]cryptand&lt;br /&gt;
#*Belang resorcinol molecule in de supramoleculaire chemie bespreken, had te maken met boot-/stoel-conformatie dus resorcinarenen. En dan toepassingen van resorcinarenen geven ( complexatie met quaternaire amoniumzouten en vooral cavitanden en carceplexen)&lt;br /&gt;
#*standaard combinatievraag&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#* Exact hetzelfde als 30 augustus 2021&lt;br /&gt;
#* Bij vraag 2: Let op de basisiciteit van de stikstofatomen -&amp;gt; alternatieve molecule zal een zuur-base reactie hebben met de stikstof van de macroring, waardoor je geen pseudo-rotaxaan kan krijgen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2024 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#*Synthetiseer 4de molecule p78, waarvan 2 van de 4 moleculen: R = propyl en de andere 2 hadden geen tert-buthyl maar een monoazakroonether. Gegeven waren startproducten formaldehyde (mag je 2 keer gebruiken), monoazakroonether en tertbuthylfenol. Zoek een juiste volgorde van synthesestrategie. (Bijvraag: wat en hoe reageert formaldehyde en waar op de ring)&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen een vaste-toestand-inclusiecomplex en een clathraat? (Bijvraag: iets van voorbeeld gegeven)&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen sephulcraat, sidefoor of sacrofagine? En hoe worden deze bereid uit formaldehyde en ethyleendiamine? &lt;br /&gt;
#*Klassieke vraag van 4 gastheren, 4 gasten en 5 solventen. Geef ook welke niet-covalente interacties er aanwezig zullen zijn.&lt;br /&gt;
##*Gasten (structuren gegeven): 1,4-benzendicarboxylic acid / Paraquat / isocyanuurzuur / ureum&lt;br /&gt;
##*Gastheren (structuren gegeven): Glycoluril (6 keer in een cirkel) / en nog 3 anderen die ik niet ken)&lt;br /&gt;
##*Solventen Water pH 3 / 7 / 10 / MeOH en DCM (Let op met de interacties)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#*2 reacties gegeven (1 met 2 moleculen waarbij covalente binding gevormd wordt, 2 azijnzuren die H-bruggen vormen) welke heeft de grootste entropieverandering?&lt;br /&gt;
#*Molecule gegeven met pi-pi-stapeling. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho? Leg uit als er pH-afhankelijkheid is voor het teken? (Ja!)&lt;br /&gt;
#*Molecule gegeven met 5 H-bruggen, we willen de bindingsconstante van H-brug met * bepalen. Hoe doen we dit? Er zullen problemen opduiken. Geef een oplossing voor deze problemen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 Juni 2024 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel van Dehaen&lt;br /&gt;
#*Volgende moleculen werden getest op gast-gastheer complexvorming met chloride-anion. Bij hetzelfde solvent ging de complexvorming het best op met gastheer 1, dan 2 en dan 3 die beduidend veel slechter complexeerde. Nochtans heeft 3 een extra H op de aromatische N in vergelijking met 1. De onderzoekers linkten de slechte complexvorming bij 3 met een verschil in preorganisatie. Leg uit. (Het kwam erop neer dat je de groepen juist moest uittekenen en dan de juiste interacties moest vinden.) [[File:Vraag1Wim.png|caption]]&lt;br /&gt;
#*Rangschik volgende moleculen van slechtst naar best voor complexvorming met een Li-kation. [[File:Vraag2Wim.png|caption]]&lt;br /&gt;
#*Geef een voorstel van de synthese van hexathia-18-kroon-6 waarbij je bèta-halogeensulfiden vermijdt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel van Mario&lt;br /&gt;
#*Wat is de ceiling temperature en floor temperature? Wat is hun fysische betekenis? Geef een voorbeeld van supramoleculaire polymeren bij elke soort temperatuur. Leg uit wat het belang is van de ceiling temperature bij duurzame afvalverwerking van de polymeren.&lt;br /&gt;
#*Rotaxaanvormingsreactie gegeven. Bepaal het teken van de Hammet-parameter rho met betrekking tot substituent R voor de ligging van het ev. Zou deze rotaxaanvorming ook opgaan met een difenylamine? (exact zelfde vraag als augustus 2021)&lt;br /&gt;
#*Waarom worden cyclodextrines gebruikt in geneesmiddelen? Leg uit aan de hand van de Lipinski regels voor orale beschikbaarheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 Juni 2023===&lt;br /&gt;
#Deel van Dehaen&lt;br /&gt;
#*Hoe maak je 1,4,10,13-tetraäza-18-kroon-6 uitgaande van 1,2-diaminoëthaan en eventueel andere reagentia? Welke techniek zou je gebruiken om een maximale opbrengst te bekomen?&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen een vaste-toestand-inclusiecomplex en een clathraat?&lt;br /&gt;
#*Wat zijn sepulchraat- en sarcofaginecomplexen en hoe kan je ze bereiden met ethyleendiamine en Co(III)?&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag: Combineer telkens een gast, gastheer en een solvent. Er zijn 4 gastheren, 4 gasten en 5 solventen gegeven. Bij elke gastheer hoort 1 gast en vice versa. Er zijn meer solventen gegeven dan gasten en gastheren, dus hier kan je er al zeker 1 niet gebruiken. Geef een korte verklaring bij elke combinatie die je maakt.&lt;br /&gt;
#**Gastheren: 1. een cyclofaan met 2 ringen en 3 NH&#039;s tussen de ringen aan elke kant (tussen elke NH zat een CH2). 2. Cucurbit[6]uril. 3.Een klein cyclisch molecule met 2 aromatische ringen met een N naar binnen gewezen. Boven deze ring zijn 2 of 3 NH&#039;s, eronder 2 N-CH3&#039;s. 4. Een groot cyclisch molecule met aromatische ringen met een N (naar binnen wijzend) en tussen de aromatische ringen een koolstofketen met NH&#039;s (ook 2 random C=O bindingen die naar buiten wijzen, links- en rechtsboven).&lt;br /&gt;
#**Gasten: 1. Koolstofketen met aan elke uiteinde een aromatische ring. Op de verbinding tussen de keten en elke ring zit een positief geladen N. 2. ureum. 3. Cyclohexaan met afwisselend een O (C=O, met C de C van de ring en O het substituent) en een NH2 als substituent (in totaal volledig gesubstitueerd). 4. Een aromatische ring met 2 COOH substituenten in para.&lt;br /&gt;
#**Solventen: Water (pH 3,7 of 10), methanol of dichloormethaan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel van Mario&lt;br /&gt;
#*Er is een afbeelding gegeven van het complex dat KI coöperatief kan binden adhv Zn (staat ook in de slides bij coöperativiteit). Dan staan er bindingsconstantes gegeven van KI, KClO4, NaI en NaClO4 met KI duidelijk de hoogste bindingsconstante.&lt;br /&gt;
#**a) Verklaar de waargenomen resultaten.&lt;br /&gt;
#**b) Welke binding gaat volgens jou gepaard met de grootste entropieverandering? Verklaar.&lt;br /&gt;
#*18-kroon-6 is gegeven met een aromatische ring erop en aan de aromatische ring hangt een R. Wat is het teken van rho indien de complexeren van K+ met deze structuur bekijken en wat is de verhouding met R? Geef in je antwoord zeker de volledige Hammett-vergelijking. Dan staat er een tweede afbeelding gegeven, ook 18-kroon-6, maar hier is het substituent -CH2-R. Geldt dit ook voor de tweede structuur?&lt;br /&gt;
#*Wat zijn de voor- en nadelen van supramoleculaire polymeren?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 Juni 2022 ===&lt;br /&gt;
#Dehean&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag&lt;br /&gt;
#**Solvent: CH2Cl2, MeOH, H2O pH (2,7,12)&lt;br /&gt;
#**Guests: trimethylhexadecylammonium *Cl-*, *tetrabutylammonium* nitraat, naftaleen-1-sulfonzuur, 4-aminobutaanzuur&lt;br /&gt;
#**Hosts: zeven, enkel molecule gegeven dus kan ze niet opnoemen ([2,2,2]-cryptand met enkel zuurstof, ...)&lt;br /&gt;
#*Verband EM &amp;amp; rigide groepen&lt;br /&gt;
#*Synthese hexathia-analoog van [2,2,2] cryptand, uitgaande van triëthanolamine&lt;br /&gt;
#**Hoe maximaliseren we de synthese?&lt;br /&gt;
#Smet&lt;br /&gt;
#*Bespreek compensatiegedrag entropie en enthalpie&lt;br /&gt;
#*Welke technieken om verschil tussen een catenaan en zijn 2 aparte ringen te meten (vermeld eventuele eigenschappen die nodig zijn op de macroringen)&lt;br /&gt;
#*Azidothymidine: structuur gegeven, voorspel werking en bio-beschikbaarheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 Augustus 2021===&lt;br /&gt;
[https://i.imgur.com/eDCNSJR.jpg Dehaen] &amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
[https://i.imgur.com/JolZOyK.jpg Smet]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 juni 2021===&lt;br /&gt;
#Dehaen&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag. &lt;br /&gt;
#**Gasten: naftaleenderivaat, nitraat, aminobutaanzuur,... &lt;br /&gt;
#**Gastheren: alpha-cyclodextrine derivaat met een quaternair amoniumzout aan gebonden, beta-cyclodextrine derivaat, kroonether met thioureumfuncties, een lariatether, [2.2.2] cryptand met zuurstof als donoratomen en N als bruggenhoofden. &lt;br /&gt;
#**Solvent: water pH 2, 7, 10, methanol, CH2Cl2&lt;br /&gt;
#*Verband EM &amp;amp; rigide groepen&lt;br /&gt;
#*Synthese van het thia-analoog van de [2.2.2]-cryptand startende van een triethanolamine. &lt;br /&gt;
#Smet&lt;br /&gt;
#*Leg uit waarom de meeste polymerisatiereacties slechts opgaan onder een bepaalde temperatuur. Geef de naam van deze temperatuur. &lt;br /&gt;
#*Leg uit waarom sommige polymerisatiereacties enkel opgaan boven een bepaalde temperatuur. Geef de naam van deze temperatuur. Geef een voorbeeld van een monomeer dat dergelijk gedrag vertoond. &lt;br /&gt;
#*Vraag over een complexatiereactie met een R-substituent en wat het teken van rho zou zijn in de Hammett-vergelijking.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 juni 2019 VM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Uitleggen waarom verzeping plaatsvindt van een gegeven molecule met KOH in tolueen enkel als een kroonether aanwezig (18-kroon-6 analoog)&lt;br /&gt;
#* Uitleggen waarom cyclodextrines geschikt zijn voor &amp;quot;drug delivery&amp;quot; en een geschikt cyclodextrinekiezen (alfa, beta, gamma) voor naproxen (naftaleenderivaat)&lt;br /&gt;
#* Waarom base gebruiken voor kroonethersynthese van catechol en oligoethyleenglycoltosylaten? (deproteneren / templaateffect van kation)&lt;br /&gt;
#** Verschillende kroonethers gegeven met variërende lengte en aantal zuurstoffen. Hij vraagt om voor elke kroonether de juiste base te kiezen&lt;br /&gt;
#** Keuze uit 5 basen: LiAcO, KAcO, NH4AcO, CsAcO en moleculair kation en AcO-&lt;br /&gt;
#* Resorcinaren worden gevormd in zuur milieu maar na een tijdje zal het thermydynamischer stabieler zijn (stoel versus boot)&lt;br /&gt;
#** Geef interacties van beide isomeren in basisch milieu met een tetraalkylammonium-kation&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* 2 associaties gegeven, welke van de 2 associaties heeft de kleinste entropieverandering? (A = H-brugacceptor &amp;amp; D = H-brugdonor)&lt;br /&gt;
#** Associatie 1: ADA DAD (letters staan eigelijk onder elkaar)&lt;br /&gt;
#** Associatie 2: AAA DDD (letters staan eigelijk onder elkaar)&lt;br /&gt;
#* Molecule gegeven met R-groep  dat interacties aangaat met een chloride-anion&lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn er voornamelijk?&lt;br /&gt;
#** Wat voor groep moet R zijn? Hoe verhoudt zicht dat tot de parameter rho?&lt;br /&gt;
#* Bespreek biobeschikbaarheid van morfine (structuur gegeven) &lt;br /&gt;
#** Heroïne heeft een sterker effect op het centraal zenuwstelsel, verklaar? (gegeven dat morfine reageert met overmaat azijnzuuranhydride en heroïne vormt).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineer:&lt;br /&gt;
#** Gasten: trimethylhexadecylammoniumion, nitraation, 4-aminoboterzuur, naftaleensulfonzuur. &lt;br /&gt;
#** Gastheren: resorcinareen, benzokroonether met één N en op die N zat een keten (keten = CH2 C6H4 CH2 ... NH C=NH NH ... azole ring), twee speciale cyclodextrines (eentje was een ring van zes monomeren met een ammoniumfuntie op, de andere was een ring van zeven monomeren met een thia-amine keten op), een ring met drie benzenen en tussen elke benzeen de groep CH2 CH2 NH C=S NH CH2 CH2), nog eentje die ik me niet herinner&lt;br /&gt;
#** Solventen: de gewoonlijke&lt;br /&gt;
#* Effect rigide groepen op EM&lt;br /&gt;
#* Synthese thia analoog [2.2.2]cyrptand, hoe synthese verbeteren?&lt;br /&gt;
#*Pillarenen uitleggen, verband andere calixarenen&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welke reactie geeft de grootste entropie veranderingen? eentje is het azijnzuur dimeer, de andere is de cyclisatie van twee ringen (eentje is maleïnezuuranhydride en de ander cyclohexa-1,3-dieen) (volgens chemdraw heet het gevormde molecule (4R,7aS)-3a,4,7,7a-tetrahydro-4,7-ethanoisobenzofuran-1,3-dione). Bijvraag: iets met de deeltermen van de entropie, bij welke is welke het grootst? &lt;br /&gt;
#* Geef teken rho (Hammett) van de complexatie van K+ met een benzokroonether met aan die benzeenring een substituent R. Geldt deze redenering voor rho ook voor een tweede kroonether die aan een ethyleen eenheid een CH2R groep heeft hangen?&lt;br /&gt;
#* Bespreek relenza en tamiflu, over hun biobeschikbaarheid en mechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineren van gast, gastheer en solvent met als gasten: lanthaan, paraquat en nog een dicarbonzuur, als gastheren verschillende calixarenen in water ph 2,7,10, methanol of chloroform&lt;br /&gt;
#* Vraag welke het beste zou zijn voor ionentransport over een organisch membraan: diglyme of 2,2,2 kryptand&lt;br /&gt;
#* Een synthese van een 2,2,2 thiakryptand derivaat&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Ceiling &amp;amp; floortemperatuur + voorbeeld&lt;br /&gt;
#* Met de hammetvgl werken en teken van rho bepalen bij een complexvorming van pseudorotaxaan&lt;br /&gt;
#* Invloed van ... (cyclodextrine?) op transport van medicijnen en da linken aan de lipinskiregels&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 VM ===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze 1,3benzeenringen hebben geen buty meer, en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd. &lt;br /&gt;
#* Nonactine &amp;amp; valinomycine&lt;br /&gt;
#* Gast, gastheer, solvent: &lt;br /&gt;
#** H2O (pH = 3,7, 10), DCM, MeOH&lt;br /&gt;
#** Na+, ammoniumzout*, diamide*, benzoezuur (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
#** Calix[4]areen*, resorcinol uit acetaldehyde en 24u reflux, benzokroonether*, alfa-cyclodextrine, diamine* (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welk proces geeft de grootste entropieverandering met zich mee? &lt;br /&gt;
#** Furaan + H2C=COOR --&amp;gt; furaanring waarvan de twee dubbele bindingen weg zijn en er eentje bij is gekomen waar er eerst de enkele binding was, en de twee koolstoffen naast de zuurstof zijn nu verbonden met de koolstoffen van de dubbele binding van het ester&lt;br /&gt;
#** twee carbonzuren die een dimeer vormen&lt;br /&gt;
#* Bepaal teken rho, heeft pH invloed (R-C6H5 pi-pi stapeling met C6H5-NH2)&lt;br /&gt;
#* Relenza en tamiflu (orale beschikbaarheid en mechanisme)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel de synthese op voor het Lehn&#039;s sferand (structuur gegeven) vanuit (derivaten van) diëthyleenglycolen.&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge-verdunningsvoorwaarden en hoe werkt dit?&lt;br /&gt;
#* Combineer. Gastheren: cyclisch guanidine, cucurbit[8]uril, 30-kroon-10. Gasten: arginine, N-acetyltryptofaan, 1,4-bis(aminoimidazoline)butaan. Solventen: Chloroform, methanol, water pH 2, 7 en 10. (structuren gegeven)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: een pyrrool gesubstitueerd met een alkeen met twee R-substituenten (willekeurig). Dit molecule interageert met een onbekende receptor. Welke interactie veronderstel je? Bepaal het teken van rho. Wat gebeurt er met de absolute waarde van rho wanneer je een R-substituent vervangt door een H-atoom.&lt;br /&gt;
#* Wat is transfectie en hoe kan supramoleculaire chemie hierbij helpen?&lt;br /&gt;
#* Twee verbindingen gegeven, elk met 3 waterstofbindingen (structuren uit slides deel supramoleculaire polymeren). Welke verbinding heeft de grootse associatieconstante en waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke factoren beinvloeden de effectieve molariteit&lt;br /&gt;
#* synthese van hexathia18-kroon-6 vanuit ethyleenglycol en bis(2hydroxyethyl)sulfide op een veilige manier en wat doen we om de opbrengst zo hoog mogelijk te houden&lt;br /&gt;
#* wat zijn ansa-verbindingen en hoe kunnen ze meer inzicht geven over de ruimtevulling van de groepen&lt;br /&gt;
#* een structuur gegeven met 2 NH2 groepen een kroonether en een R (fenyl). 4-aminobutaanzuur is beter oplosbaar dan glycine (2-aminoazijnzuur) en 6-aminohexaanzuur. Hoe komt dit, welke interacties. De oplosbaarheid stijgt wanneer we R vervangen door (4-NO2-fenyl). Verklaar.&lt;br /&gt;
#* er zijn twee isomeren bij de synthese van resorcinarenen. Welke zijn dit?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#SMET:&lt;br /&gt;
#* gegeven een amide: RR&#039;C=CH-CO-N(CH3)2 met onbekende receptor gaat interageren:&lt;br /&gt;
Welke interactie verwachten we, teken van reactieparameter, plus redeneer. Wat gebeurt er met de absolite waarde van de reactieparameter als we een van de R groepen vervangen door een H.&lt;br /&gt;
#* lipskin regel geven en wat is het belang tegenwoordig in farmaceutische industrie &lt;br /&gt;
#* Bij synthese van rotaxanen volgens iemand (Stoddart ofzo)(tetrakationisch complex) zal threading een hogere opbrengst geven dan clipping waarom?&lt;br /&gt;
Waarom dan niet altijd threading?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze twee benzeenringen zijn ook gedebutyleerd en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd.&lt;br /&gt;
#* Bespreek aan de hand van hun structuurelementen de functie van nonactine en valinomycine (structuur gegeven).&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gastheren met de juiste gasten en solventen. Gasten: Natriumion, p-diaminobenzeen, p-diaminobenzeen met beide stikstoffen tetragebutyleerd, benzoÃ«zuur. Gastheren: calix[4]areen, een groot dibenzokroonether, een resorcinareen verkregen na 24 uur reflux, alfa-cyclodextrine en een aromatisch diamide. Solventen: water (pH 3, 7, 10), MeOH &amp;amp;amp; DCM.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* 4-R-pyridine. Deze gast bindt enkel aan de gastheer indien de stikstof geprotoneerd is. Bepaal het teken van de Hammett-parameter rho. Op welke interactie zou de complexatie kunnen berusten?&lt;br /&gt;
#* Geef de twee methoden die gebruikt kunnen worden om de associatieconstante te schrijven in functie van deelassociatieconstanten. Beschrijf de fysische basis van het probleem dat hierbij optreedt.&lt;br /&gt;
#* Bespreek de moleculaire basis van plaquevorming zoals die optreedt bij bijvoorbeeld de ziekte van Alzheimer. Wat zijn de therapeutische mogelijkheden om dit tegen te gaan? Bijvraag: op welke secundaire structuren en soorten interacties berust de associatie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven [2.2.2]cryptand uitgaande van chlooracetamide. Het cryptand heeft stikstoffen als bruggenhoofden, 2 ketens met telkens 2 zuurstoffen en 1 keten met 2 zwavelatomen. En hoe kan je de macroyclisatie bevorderen?&lt;br /&gt;
#* Transport van donor naar acceptorlaag via een organisch membraan? hoe gaat dit het beste met pentaglyme of met een [2.2.2]cryptand. Verklaar.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Je hebt een gesubstitueerd chinoline (onbekende substituent). Dit chinoline complexeert enkel met een gastheer als de N niet geprotoneerd is. wat is het teken van de hammet-parameter Rho? welke interactie zal er zijn tussen de gast en de gastheer?&lt;br /&gt;
#* Geef de 4 belangrijkste entropieveranderingen bij complexatie en bespreek. Welke is verantwoordelijk voor preorganisatie? Leg uit.&lt;br /&gt;
#* Invloed ketenlengte benzokroonether op rendement van een catenaan met een tetrakationisch cyclofaan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven calix[4]hemisferand uitgaande van 2 gegeven fenolen. De receprot bestond uit een calix[4]areen met een hemisferand aangehecht op de 1- en 3-posities.&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van valinomycine en nonactine: bespreek de functie  en hoe de verschillende structuurelementen hiertoe bijdragen.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#**solventen: zuur, neutraal of basisch water, methanol, dicchloormethaan&lt;br /&gt;
#**gastheren: cyclodextrine, een grote benzokroonether, een calyxareen, stoel resorcinareen en een heteroaromatische receptor met amidefuncties.&lt;br /&gt;
#**gasten: natriumion, aromatisch diamine, aromatisch diammoniumzout, benzoÃ«zuur&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Op welke 2 manieren kunnen we de totale associatieconstante beschouwen als een product van deelassociatieconstanten? Wat is bij elk het grootste fysisch probleem? Welk van deze 2 methoden is, op praktische gronden, te verkiezen en waarom?&lt;br /&gt;
#* Gegeven een amide met een para-gesubstitueerde fenylgroep op de N en de carbonyl. Dit molecule gaat waterstofbindingen aan met zowel de zuurstof als de NH. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho voor het substituent op elke benzeenring?&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van een receptor bestaande uit een porfyrinering, gekoppeld aan een calixareen met ketens die veel heteroatomen bevatten. De bindingsconstanten van KI is hoog, die voor NaI en NaClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; tussenin (en ongeveer gelijk), die van KClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; laag. Verklaar waarom. (Deze structuur staat in de cursus ter hoogte van het deel over coÃ¶perativiteit).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2012 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge verdunningsvoorwaarden en geef 2 voorbeelden hoe men dit in de praktijk bewerkstelligt.&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende affiniteit voor het kaliumkation en motiveer: 18-kroon-6, 1,10-dithia-18-kroon-6, benzo-18-kroon-6, [2.2.2]cryptand, 15-kroon-5, 21-kroon-7.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Voor een bepaald hydrofoob (gedeelte van een) gastmolecule werd aangetoond dat het de hydrofobe holte van de gastheer maar voor 55% vult in stabielste toestand. Verklaar thermodynamisch waarom het kan dat deze gedeeltelijk gevulde toestand meer bevoordeeld wordt dan de volledig gevulde holte.&lt;br /&gt;
#* &lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn van belang bij het catenaan gevormd uit &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039;, &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; en &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;?&lt;br /&gt;
#** Wat zou het effect zijn op de bindingsconstante moest het catenaan gevormd worden rond &#039;&#039;&#039;4&#039;&#039;&#039; i.p.v. &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039; en waarom?&lt;br /&gt;
#** Beredeneer het teken van de Hammett parameter Ï van de catenatiereactie van &#039;&#039;&#039;5&#039;&#039;&#039; met het monogealkyleerd derivaat van &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039; (hiermee wordt bedoeld, de open-ketenvorm van &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; enkelvoudig gebonden aan &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;). Sterische effecten van R mogen verwaarloosd worden [[Bestand:CatenaanSmet.png]]&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers synthetiseerden bovenste verbinding als receptor voor de onderste (tekening is &#039;&#039;ongeveer&#039;&#039; juist). Belangrijke interacties hierbij zijn H-bruggen, maar ook de Ï€-Ï€-interacties tussen de eindstandige benzeenringen spelen een beduidende rol. Om aard en sterkte van deze Ï€-Ï€-interacties te onderzoeken synthetiseerde men een aantal derivaten van beide, en mat men het verschil in bindingssterkte voor verschillende substituenten op de benzeenringen. [[Bestand:receptorSmet.png]]&lt;br /&gt;
#** Welke complicatie valt te verwachten bij deze metingen, vanwege de verschillende substituenten op de derivaten?&lt;br /&gt;
#** Verklaar de waargenomen tendensen in de gemeten energiebijdragen, weergegeven in de tabel (deze waarden zijn gecorrigeerd voor de complicaties waarnaar gevraagd in eerste subvraag dus zijn &#039;&#039;juist&#039;&#039;).&lt;br /&gt;
[[Bestand:tabelSmet.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Klassieke vraag. Verbind de juiste gast met gastheer en solvent. Licht toe en zeg welke interacties plaatsvinden.&lt;br /&gt;
#* Wat is de CAC? Waarom is het belangrijk dat deze gemeten wordt en hoe wordt deze gemeten?&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: [[Bestand:MolHerExamenMario.jpg]]&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;Bepaal het teken van &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;X&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep X en &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;R&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep R. Waarom gaat bij zÃ©Ã©r elektronenzuigende groepen, bv. X=F&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, de meting van de complexatieconstante met nucleofiele deeltjes niet meer correct verlopen?&lt;br /&gt;
#* Mag men de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de aromatische ring en de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de gedeprotoneerde carbonzuurfunctie zomaar optellen? Verklaar.&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenMario2.jpg]]&lt;br /&gt;
#* De synthese van rotaxanen op vaste drager kan handig zijn. Onwaar/waar en verklaar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* geef de structuur van cyclotriveratryleen en de synthese vanuit veratrol. Waarom zijn asymmetrisch gesubstitueerde CTV&#039;s chiraal?&lt;br /&gt;
#* hoe kunnen we eigenschappen van een gegeven cyclofaan gebruiken om de grootte van de substituent op de ring te bepalen&lt;br /&gt;
#* geef de synthese van de macroring 15 kroon 5 maar ipv met zuurstoffen met (NH , O , NH, S, S) vanuit HSCH2CH2SH en H2NCH2CH2OCH2CH2NH2&lt;br /&gt;
#* welke gast past in welk solvent bij welke gastheer? gasten: (Fe3+, Yb3+, tetramethylammonium, benzoaat) solventen: (methanol, DCM, water met pH=3,7,10) gastheren:(een resorcinareen, een [4]-calixareen met een -O-CH2COOH op elke ring, een [6]-calixareen met op de ring aan de ene kant een SO3H aan de andere kant een staart met een hydroxyamide rest aan, een [6]-calixareen met daaraan een staart met aan het uiteinde een fenylureum staart&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* gegeven: een receptor met daarop 2 groepen die waterstofbruggen vormen met een HO- en een -CHO op drie verschillende liganden. Welke complex zal het stabielste zijn, en verklaar dit energetisch en entropisch (ligand 1 is een bifenyl, ligand 2 is een bifenyl met een huge (triethylmethyl-)substituent op een van de ringen en ligand 3 is gewoon een alifatische keten met die oh en cho aan de uiteinden)&lt;br /&gt;
#* wat is de dubbele mutantcyclus een geef een voorbeeld dat de voordelen duidelijk maakt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (ochtend) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Bespreek de synthese van volgend cavitand, vertrekkende van resorcinareen. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#* Wat is [2,2]paracyclofaan? Geef de syntheses en eigenschappen (UV-spectrum).&lt;br /&gt;
#* Bespreek het kinetisch en thermodynamisch templaateffect.&lt;br /&gt;
#* 5 Macroringen gegeven; rangschik naar toenemende effectieve molariteit. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven 1-amino-5-R-naftaleen (met R een onbepaalde substituent). In een complex vormt deze aminogroep een waterstofbrug. Onderzoek wijst uit dat de &amp;amp;quot;reactie&amp;amp;quot;-parameter sterk positief is. Welke soort R-substituenten bevoordeligen de reactie? (leg uit met Hammett-vergelijking en de substituent-parameter) Bekleedt de aminogroep een donor- of acceptorfunctie bij het vormen van deze waterstofbrug?&lt;br /&gt;
#* Waarom is het entropieverlies van complexvorming in oplossing doorgaans kleiner dan in gasfase?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Verklaar waarom de effectieve molariteit stijgt bij een macrocysliche 10-ring, wanneer&lt;br /&gt;
#** a) rigide groepen worden gebruikt&lt;br /&gt;
#** b) heteroatomen worden gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verschil tussen een clathraat en een vaste stof-inclusie complex.&lt;br /&gt;
#* Schrijf de synthese op van dit cavitand (structuur is gegeven) vertrekkende van rescoriol. De cavitand is gelijkend op die in de cursus staat, maar op de 2&#039; plaats heeft deze een COOH groep.&lt;br /&gt;
#* VÃ¶gth synthetiseerde vele cryptanden met substituenten X (structuur is gegeven). Hoe kon hij daarmee de grootte van de caviteit bepalen? &lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Je krijgt een complexatie van een gast en gastheer die via pi-pi interacties complexeert en net naast deze aromatische ringen een waterstofbrug vormt met een amide op de gast.&lt;br /&gt;
#** Men wil d.m.v. substituenteffecten op de aromatische ringen ph1 (= op gast) en ph2 (= op gastheer) de bijdrage voor deze pi-pi interactie meten. Welke complicatie verwacht je echter met deze methode, bij dit specifieke complex?&lt;br /&gt;
#** Verklaar in de tabel (tabel met horizontaal de para-ph1 substituenten en vertikaal de para-ph 2 substituenten) de verlopen van de incrementen. (De incrementen zijn aangepast aan de complicatie die je in het eerste puntje moet geven en zijn dus correct)&lt;br /&gt;
#** Bepaal ook het teken van de Hammett rho parameters.&lt;br /&gt;
#* Trage complexen.&lt;br /&gt;
#** Hoe kan je in een NMR spectrum zien of je te maken hebt met een traag complex&lt;br /&gt;
#** Wat is het voordeel van een extreem traag complex? Geef een relevant voorbeeld van hoe we er gebruik van kunnen maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* match de gasten en de gastheren met de juiste solventen. Gast: 1,4-benzochinon, naftaleen-1,5-dicarbonzuur en 4-butylfenol (&amp;amp;quot;voor mensen die niet goed zijn in naamgeving, zal ik de moleculen even op bord tekenen&amp;amp;quot;). Solvent: water (ph= 2, 6, 10), MeOH, CCl4. Gasten: alpha-cyclodextrine, diazo-18-kroon-6, 18-kroon-6, [2,2]cyclofaan en 2 grote cyclofanen die getekend staan. Geef ook alle niet-covalente reacties en licht uw keuze toe&lt;br /&gt;
#* Wat is CAC, waarom belangrijk en hoe gemeten&lt;br /&gt;
#* reactie van een [2,2,1]cryptand opgebouwd uit bi en triÃ«thyleenglycolderivaten&lt;br /&gt;
#* Membraantransport  van kationen met kroonethers en de voorwaarden waaraan dat kroonether moet voldoen&lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Het teken van rho (Hammet) bepalen uit een tabel met stabiliteitsconstanten met verschillende gevers en zuigers. De link vinden met het reactiemechanisme. Bijkomende vraag: wat gebeurt er met een sterke base en een sterke elektronzuiger. (ja wat onduidelijk als je het molecule niet ziet natuurlijk...)&lt;br /&gt;
#* Stelling: voor het gegeven molecule mag ik zomaar de deltaG optellen om de totale deltaG te berekenen.&lt;br /&gt;
#* Waarom kan het voordelig zijn om synthese van rotaxanen uit te voeren op een vaste fase&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke ionen passen in welke macroringen? (K+, Ag+, Eu3+, Li+ en nog een vieze grote molecule) De macrocyclische verbindingen zijn ook gegeven. Welk solvent pak je best? (H2O, H2O pH 10, MeOH of chloroform) Vermeld welke interacties plaatsvinden&lt;br /&gt;
#* bespreek de synthese van: -een calix[4]areen met twee nitraten, twee n-propyloxy&#039;s en een azakroonetheroverbrugging-&lt;br /&gt;
#* Wat is zijn zelfassemblage en zelforganisatie en illustreer met een voorbeeld&lt;br /&gt;
# MS:&lt;br /&gt;
#* Tabel horende bij compensatie-effect gegeven. Welke interacties? Bespreek de tendens in de tabel en ook het verschil in \Delta S tussen gasfase en oplossing.&lt;br /&gt;
#* tekening van een catenaan met een cyclofaan met nogal wat N in rond een benzokroonether gegeven. Deze verbinding toont met H-NMR slechts twee signalen (3,45 en 6,26 ppm of zo) voor de hydrochinon-waterstoffen. Reden? Bespreek ook de multipliciteit van de signalen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Waarom is ethyleendioxy zo&#039;n populaire eenheid in kroonetherchemie&lt;br /&gt;
#* Welke 2 groepen zijn belangrijk bij de complexatie van Fe bij de sideroforen&lt;br /&gt;
#* 3 gasten (Lithium, azide, tetramethylammonium), 5 solventen (MeOH, H2O( pH 2,6,10), CCl4), gastheren ([2.2.2]-cryptand, all-cis resorcinareen, cram&#039;s sferand, 18-kroon-6,...)&lt;br /&gt;
# M.S.:&lt;br /&gt;
#* Synthese van tetrakationisch cyclofaan&lt;br /&gt;
#* Vraagje over receptor die interageert met gast, welk teken heeft de hammett parameter rho.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R0898426</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=4627</id>
		<title>Moleculaire Herkenning</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=4627"/>
		<updated>2025-06-18T09:38:43Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R0898426: /* 17 juni 2025 (VM) */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verplicht vak voor chemie. Moleculaire herkenning wordt gedoceerd door 2 proffen. Mario smet en Wim &amp;amp;quot;sandalen&amp;amp;quot; Dehaen. 50% van de punten staan op het examen, de andere 50% staan op een paper. Op het examen worden mondelinge vragen gesteld over de paper. Bij prof. Smet zijn dit normaal enkel de vragen die hij geeft bij de feedback op de paper,&lt;br /&gt;
prof. Dehaen stelt vaak ook extra vragen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2025 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#* Koppelvraag: Koppel elke gastmolecule aan een geschikte gastheer en oplosmiddel. Niet elke gastheer of elk oplosmiddel moet gebruikt worden; hergebruik is toegestaan.  &lt;br /&gt;
Gasten: hexadecyltrimethylammoniumchloride (focus op het hexadecyltrimethylammonium-kation), tetraethylammoniumnitraat (focus op nitraat), 1-naftaleensulfonzuur, 4-aminobutaanzuur.  &lt;br /&gt;
Gastheren: [2.2.2]-cryptand, resorcinareen, α-cyclodextrine, β-cyclodextrine, lariatkroonether met amine-/amidegroepen in de staart, azakroonether-achtige macrocyclus met meerdere amines en twee benzeenringen als ‘caps’.  &lt;br /&gt;
Oplosmiddelen: dichloormethaan (DCM), methanol, water (pH 2, 7 of 10).  &lt;br /&gt;
Tip: 4-aminobutaanzuur komt voor als zwitter-ion (combinatie met lariatether (zuur = h-brug acceptor dus met de NH staart, amine = h-brug donor dus met kroonether), 1-naftaleensulfonzuur met beta-cyclodextrine, nitraat met het azakroonether, hexadecyltrimethylammoniumchloride was volgens mij met het resorcinareen.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#* Wat is het effect van rigide groepen op de effectieve molariteit (EM)?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#* Stel een synthesetraject op voor het thia-analoog van de [2.2.2]-cryptand, vertrekkende van triethanolamine. Hoe maximaliseren we de synthese?  &lt;br /&gt;
Tip: OH vervangen door betere leaving-group (bv tosyl), dat laten reageren met een thiol (bv ethane-1,2-dithiol). Maximaliseren met hoge verdunning en base (cesiumeffect).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#* Welk proces heeft de kleinste entropieverandering?  &lt;br /&gt;
1) Een cyclisatie waarbij een alkyn (R–C≡CH) met een triazene reageert tot een triazoolring  &lt;br /&gt;
2) Vorming van een waterstofbrug tussen amidegroepen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#* Wat is het teken van ρ in de Hammetvergelijking bij complexatie van K⁺ met een kroonether die een benzeenring bevat, waarbij R een substituent is op die aromatische ring?  &lt;br /&gt;
Geldt dezelfde redenering ook voor een kroonether waarbij R via een CH₂-keten aan de kroonether is gekoppeld (dus kroonether–CH₂–R i.p.v. kroonether–C₆H₄–R)?  &lt;br /&gt;
Tip: zelfde redenering geldt niet want er wordt geen rekening gehouden tussen inductieve en mesomere effecten bij rho (dus mesomeer gevend kan inductief zuigend zijn).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#* Wat is transfectie? Wat is het probleem bij transfectie, en hoe kan supramoleculaire chemie dit oplossen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2025 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#*Synthetiseer een [2.1.1]cryptand&lt;br /&gt;
#*Belang resorcinol molecule in de supramoleculaire chemie bespreken, had te maken met boot-/stoel-conformatie dus resorcinarenen. En dan toepassingen van resorcinarenen geven ( complexatie met quaternaire amoniumzouten en vooral cavitanden en carceplexen)&lt;br /&gt;
#*standaard combinatievraag&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#* Exact hetzelfde als 30 augustus 2021&lt;br /&gt;
#* Bij vraag 2: Let op de basisiciteit van de stikstofatomen -&amp;gt; alternatieve molecule zal een zuur-base reactie hebben met de stikstof van de macroring, waardoor je geen pseudo-rotaxaan kan krijgen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2024 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#*Synthetiseer 4de molecule p78, waarvan 2 van de 4 moleculen: R = propyl en de andere 2 hadden geen tert-buthyl maar een monoazakroonether. Gegeven waren startproducten formaldehyde (mag je 2 keer gebruiken), monoazakroonether en tertbuthylfenol. Zoek een juiste volgorde van synthesestrategie. (Bijvraag: wat en hoe reageert formaldehyde en waar op de ring)&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen een vaste-toestand-inclusiecomplex en een clathraat? (Bijvraag: iets van voorbeeld gegeven)&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen sephulcraat, sidefoor of sacrofagine? En hoe worden deze bereid uit formaldehyde en ethyleendiamine? &lt;br /&gt;
#*Klassieke vraag van 4 gastheren, 4 gasten en 5 solventen. Geef ook welke niet-covalente interacties er aanwezig zullen zijn.&lt;br /&gt;
##*Gasten (structuren gegeven): 1,4-benzendicarboxylic acid / Paraquat / isocyanuurzuur / ureum&lt;br /&gt;
##*Gastheren (structuren gegeven): Glycoluril (6 keer in een cirkel) / en nog 3 anderen die ik niet ken)&lt;br /&gt;
##*Solventen Water pH 3 / 7 / 10 / MeOH en DCM (Let op met de interacties)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#*2 reacties gegeven (1 met 2 moleculen waarbij covalente binding gevormd wordt, 2 azijnzuren die H-bruggen vormen) welke heeft de grootste entropieverandering?&lt;br /&gt;
#*Molecule gegeven met pi-pi-stapeling. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho? Leg uit als er pH-afhankelijkheid is voor het teken? (Ja!)&lt;br /&gt;
#*Molecule gegeven met 5 H-bruggen, we willen de bindingsconstante van H-brug met * bepalen. Hoe doen we dit? Er zullen problemen opduiken. Geef een oplossing voor deze problemen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 Juni 2024 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel van Dehaen&lt;br /&gt;
#*Volgende moleculen werden getest op gast-gastheer complexvorming met chloride-anion. Bij hetzelfde solvent ging de complexvorming het best op met gastheer 1, dan 2 en dan 3 die beduidend veel slechter complexeerde. Nochtans heeft 3 een extra H op de aromatische N in vergelijking met 1. De onderzoekers linkten de slechte complexvorming bij 3 met een verschil in preorganisatie. Leg uit. (Het kwam erop neer dat je de groepen juist moest uittekenen en dan de juiste interacties moest vinden.) [[File:Vraag1Wim.png|caption]]&lt;br /&gt;
#*Rangschik volgende moleculen van slechtst naar best voor complexvorming met een Li-kation. [[File:Vraag2Wim.png|caption]]&lt;br /&gt;
#*Geef een voorstel van de synthese van hexathia-18-kroon-6 waarbij je bèta-halogeensulfiden vermijdt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel van Mario&lt;br /&gt;
#*Wat is de ceiling temperature en floor temperature? Wat is hun fysische betekenis? Geef een voorbeeld van supramoleculaire polymeren bij elke soort temperatuur. Leg uit wat het belang is van de ceiling temperature bij duurzame afvalverwerking van de polymeren.&lt;br /&gt;
#*Rotaxaanvormingsreactie gegeven. Bepaal het teken van de Hammet-parameter rho met betrekking tot substituent R voor de ligging van het ev. Zou deze rotaxaanvorming ook opgaan met een difenylamine? (exact zelfde vraag als augustus 2021)&lt;br /&gt;
#*Waarom worden cyclodextrines gebruikt in geneesmiddelen? Leg uit aan de hand van de Lipinski regels voor orale beschikbaarheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 Juni 2023===&lt;br /&gt;
#Deel van Dehaen&lt;br /&gt;
#*Hoe maak je 1,4,10,13-tetraäza-18-kroon-6 uitgaande van 1,2-diaminoëthaan en eventueel andere reagentia? Welke techniek zou je gebruiken om een maximale opbrengst te bekomen?&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen een vaste-toestand-inclusiecomplex en een clathraat?&lt;br /&gt;
#*Wat zijn sepulchraat- en sarcofaginecomplexen en hoe kan je ze bereiden met ethyleendiamine en Co(III)?&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag: Combineer telkens een gast, gastheer en een solvent. Er zijn 4 gastheren, 4 gasten en 5 solventen gegeven. Bij elke gastheer hoort 1 gast en vice versa. Er zijn meer solventen gegeven dan gasten en gastheren, dus hier kan je er al zeker 1 niet gebruiken. Geef een korte verklaring bij elke combinatie die je maakt.&lt;br /&gt;
#**Gastheren: 1. een cyclofaan met 2 ringen en 3 NH&#039;s tussen de ringen aan elke kant (tussen elke NH zat een CH2). 2. Cucurbit[6]uril. 3.Een klein cyclisch molecule met 2 aromatische ringen met een N naar binnen gewezen. Boven deze ring zijn 2 of 3 NH&#039;s, eronder 2 N-CH3&#039;s. 4. Een groot cyclisch molecule met aromatische ringen met een N (naar binnen wijzend) en tussen de aromatische ringen een koolstofketen met NH&#039;s (ook 2 random C=O bindingen die naar buiten wijzen, links- en rechtsboven).&lt;br /&gt;
#**Gasten: 1. Koolstofketen met aan elke uiteinde een aromatische ring. Op de verbinding tussen de keten en elke ring zit een positief geladen N. 2. ureum. 3. Cyclohexaan met afwisselend een O (C=O, met C de C van de ring en O het substituent) en een NH2 als substituent (in totaal volledig gesubstitueerd). 4. Een aromatische ring met 2 COOH substituenten in para.&lt;br /&gt;
#**Solventen: Water (pH 3,7 of 10), methanol of dichloormethaan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel van Mario&lt;br /&gt;
#*Er is een afbeelding gegeven van het complex dat KI coöperatief kan binden adhv Zn (staat ook in de slides bij coöperativiteit). Dan staan er bindingsconstantes gegeven van KI, KClO4, NaI en NaClO4 met KI duidelijk de hoogste bindingsconstante.&lt;br /&gt;
#**a) Verklaar de waargenomen resultaten.&lt;br /&gt;
#**b) Welke binding gaat volgens jou gepaard met de grootste entropieverandering? Verklaar.&lt;br /&gt;
#*18-kroon-6 is gegeven met een aromatische ring erop en aan de aromatische ring hangt een R. Wat is het teken van rho indien de complexeren van K+ met deze structuur bekijken en wat is de verhouding met R? Geef in je antwoord zeker de volledige Hammett-vergelijking. Dan staat er een tweede afbeelding gegeven, ook 18-kroon-6, maar hier is het substituent -CH2-R. Geldt dit ook voor de tweede structuur?&lt;br /&gt;
#*Wat zijn de voor- en nadelen van supramoleculaire polymeren?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 Juni 2022 ===&lt;br /&gt;
#Dehean&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag&lt;br /&gt;
#**Solvent: CH2Cl2, MeOH, H2O pH (2,7,12)&lt;br /&gt;
#**Guests: trimethylhexadecylammonium *Cl-*, *tetrabutylammonium* nitraat, naftaleen-1-sulfonzuur, 4-aminobutaanzuur&lt;br /&gt;
#**Hosts: zeven, enkel molecule gegeven dus kan ze niet opnoemen ([2,2,2]-cryptand met enkel zuurstof, ...)&lt;br /&gt;
#*Verband EM &amp;amp; rigide groepen&lt;br /&gt;
#*Synthese hexathia-analoog van [2,2,2] cryptand, uitgaande van triëthanolamine&lt;br /&gt;
#**Hoe maximaliseren we de synthese?&lt;br /&gt;
#Smet&lt;br /&gt;
#*Bespreek compensatiegedrag entropie en enthalpie&lt;br /&gt;
#*Welke technieken om verschil tussen een catenaan en zijn 2 aparte ringen te meten (vermeld eventuele eigenschappen die nodig zijn op de macroringen)&lt;br /&gt;
#*Azidothymidine: structuur gegeven, voorspel werking en bio-beschikbaarheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 Augustus 2021===&lt;br /&gt;
[https://i.imgur.com/eDCNSJR.jpg Dehaen] &amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
[https://i.imgur.com/JolZOyK.jpg Smet]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 juni 2021===&lt;br /&gt;
#Dehaen&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag. &lt;br /&gt;
#**Gasten: naftaleenderivaat, nitraat, aminobutaanzuur,... &lt;br /&gt;
#**Gastheren: alpha-cyclodextrine derivaat met een quaternair amoniumzout aan gebonden, beta-cyclodextrine derivaat, kroonether met thioureumfuncties, een lariatether, [2.2.2] cryptand met zuurstof als donoratomen en N als bruggenhoofden. &lt;br /&gt;
#**Solvent: water pH 2, 7, 10, methanol, CH2Cl2&lt;br /&gt;
#*Verband EM &amp;amp; rigide groepen&lt;br /&gt;
#*Synthese van het thia-analoog van de [2.2.2]-cryptand startende van een triethanolamine. &lt;br /&gt;
#Smet&lt;br /&gt;
#*Leg uit waarom de meeste polymerisatiereacties slechts opgaan onder een bepaalde temperatuur. Geef de naam van deze temperatuur. &lt;br /&gt;
#*Leg uit waarom sommige polymerisatiereacties enkel opgaan boven een bepaalde temperatuur. Geef de naam van deze temperatuur. Geef een voorbeeld van een monomeer dat dergelijk gedrag vertoond. &lt;br /&gt;
#*Vraag over een complexatiereactie met een R-substituent en wat het teken van rho zou zijn in de Hammett-vergelijking.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 juni 2019 VM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Uitleggen waarom verzeping plaatsvindt van een gegeven molecule met KOH in tolueen enkel als een kroonether aanwezig (18-kroon-6 analoog)&lt;br /&gt;
#* Uitleggen waarom cyclodextrines geschikt zijn voor &amp;quot;drug delivery&amp;quot; en een geschikt cyclodextrinekiezen (alfa, beta, gamma) voor naproxen (naftaleenderivaat)&lt;br /&gt;
#* Waarom base gebruiken voor kroonethersynthese van catechol en oligoethyleenglycoltosylaten? (deproteneren / templaateffect van kation)&lt;br /&gt;
#** Verschillende kroonethers gegeven met variërende lengte en aantal zuurstoffen. Hij vraagt om voor elke kroonether de juiste base te kiezen&lt;br /&gt;
#** Keuze uit 5 basen: LiAcO, KAcO, NH4AcO, CsAcO en moleculair kation en AcO-&lt;br /&gt;
#* Resorcinaren worden gevormd in zuur milieu maar na een tijdje zal het thermydynamischer stabieler zijn (stoel versus boot)&lt;br /&gt;
#** Geef interacties van beide isomeren in basisch milieu met een tetraalkylammonium-kation&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* 2 associaties gegeven, welke van de 2 associaties heeft de kleinste entropieverandering? (A = H-brugacceptor &amp;amp; D = H-brugdonor)&lt;br /&gt;
#** Associatie 1: ADA DAD (letters staan eigelijk onder elkaar)&lt;br /&gt;
#** Associatie 2: AAA DDD (letters staan eigelijk onder elkaar)&lt;br /&gt;
#* Molecule gegeven met R-groep  dat interacties aangaat met een chloride-anion&lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn er voornamelijk?&lt;br /&gt;
#** Wat voor groep moet R zijn? Hoe verhoudt zicht dat tot de parameter rho?&lt;br /&gt;
#* Bespreek biobeschikbaarheid van morfine (structuur gegeven) &lt;br /&gt;
#** Heroïne heeft een sterker effect op het centraal zenuwstelsel, verklaar? (gegeven dat morfine reageert met overmaat azijnzuuranhydride en heroïne vormt).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineer:&lt;br /&gt;
#** Gasten: trimethylhexadecylammoniumion, nitraation, 4-aminoboterzuur, naftaleensulfonzuur. &lt;br /&gt;
#** Gastheren: resorcinareen, benzokroonether met één N en op die N zat een keten (keten = CH2 C6H4 CH2 ... NH C=NH NH ... azole ring), twee speciale cyclodextrines (eentje was een ring van zes monomeren met een ammoniumfuntie op, de andere was een ring van zeven monomeren met een thia-amine keten op), een ring met drie benzenen en tussen elke benzeen de groep CH2 CH2 NH C=S NH CH2 CH2), nog eentje die ik me niet herinner&lt;br /&gt;
#** Solventen: de gewoonlijke&lt;br /&gt;
#* Effect rigide groepen op EM&lt;br /&gt;
#* Synthese thia analoog [2.2.2]cyrptand, hoe synthese verbeteren?&lt;br /&gt;
#*Pillarenen uitleggen, verband andere calixarenen&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welke reactie geeft de grootste entropie veranderingen? eentje is het azijnzuur dimeer, de andere is de cyclisatie van twee ringen (eentje is maleïnezuuranhydride en de ander cyclohexa-1,3-dieen) (volgens chemdraw heet het gevormde molecule (4R,7aS)-3a,4,7,7a-tetrahydro-4,7-ethanoisobenzofuran-1,3-dione). Bijvraag: iets met de deeltermen van de entropie, bij welke is welke het grootst? &lt;br /&gt;
#* Geef teken rho (Hammett) van de complexatie van K+ met een benzokroonether met aan die benzeenring een substituent R. Geldt deze redenering voor rho ook voor een tweede kroonether die aan een ethyleen eenheid een CH2R groep heeft hangen?&lt;br /&gt;
#* Bespreek relenza en tamiflu, over hun biobeschikbaarheid en mechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineren van gast, gastheer en solvent met als gasten: lanthaan, paraquat en nog een dicarbonzuur, als gastheren verschillende calixarenen in water ph 2,7,10, methanol of chloroform&lt;br /&gt;
#* Vraag welke het beste zou zijn voor ionentransport over een organisch membraan: diglyme of 2,2,2 kryptand&lt;br /&gt;
#* Een synthese van een 2,2,2 thiakryptand derivaat&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Ceiling &amp;amp; floortemperatuur + voorbeeld&lt;br /&gt;
#* Met de hammetvgl werken en teken van rho bepalen bij een complexvorming van pseudorotaxaan&lt;br /&gt;
#* Invloed van ... (cyclodextrine?) op transport van medicijnen en da linken aan de lipinskiregels&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 VM ===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze 1,3benzeenringen hebben geen buty meer, en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd. &lt;br /&gt;
#* Nonactine &amp;amp; valinomycine&lt;br /&gt;
#* Gast, gastheer, solvent: &lt;br /&gt;
#** H2O (pH = 3,7, 10), DCM, MeOH&lt;br /&gt;
#** Na+, ammoniumzout*, diamide*, benzoezuur (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
#** Calix[4]areen*, resorcinol uit acetaldehyde en 24u reflux, benzokroonether*, alfa-cyclodextrine, diamine* (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welk proces geeft de grootste entropieverandering met zich mee? &lt;br /&gt;
#** Furaan + H2C=COOR --&amp;gt; furaanring waarvan de twee dubbele bindingen weg zijn en er eentje bij is gekomen waar er eerst de enkele binding was, en de twee koolstoffen naast de zuurstof zijn nu verbonden met de koolstoffen van de dubbele binding van het ester&lt;br /&gt;
#** twee carbonzuren die een dimeer vormen&lt;br /&gt;
#* Bepaal teken rho, heeft pH invloed (R-C6H5 pi-pi stapeling met C6H5-NH2)&lt;br /&gt;
#* Relenza en tamiflu (orale beschikbaarheid en mechanisme)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel de synthese op voor het Lehn&#039;s sferand (structuur gegeven) vanuit (derivaten van) diëthyleenglycolen.&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge-verdunningsvoorwaarden en hoe werkt dit?&lt;br /&gt;
#* Combineer. Gastheren: cyclisch guanidine, cucurbit[8]uril, 30-kroon-10. Gasten: arginine, N-acetyltryptofaan, 1,4-bis(aminoimidazoline)butaan. Solventen: Chloroform, methanol, water pH 2, 7 en 10. (structuren gegeven)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: een pyrrool gesubstitueerd met een alkeen met twee R-substituenten (willekeurig). Dit molecule interageert met een onbekende receptor. Welke interactie veronderstel je? Bepaal het teken van rho. Wat gebeurt er met de absolute waarde van rho wanneer je een R-substituent vervangt door een H-atoom.&lt;br /&gt;
#* Wat is transfectie en hoe kan supramoleculaire chemie hierbij helpen?&lt;br /&gt;
#* Twee verbindingen gegeven, elk met 3 waterstofbindingen (structuren uit slides deel supramoleculaire polymeren). Welke verbinding heeft de grootse associatieconstante en waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke factoren beinvloeden de effectieve molariteit&lt;br /&gt;
#* synthese van hexathia18-kroon-6 vanuit ethyleenglycol en bis(2hydroxyethyl)sulfide op een veilige manier en wat doen we om de opbrengst zo hoog mogelijk te houden&lt;br /&gt;
#* wat zijn ansa-verbindingen en hoe kunnen ze meer inzicht geven over de ruimtevulling van de groepen&lt;br /&gt;
#* een structuur gegeven met 2 NH2 groepen een kroonether en een R (fenyl). 4-aminobutaanzuur is beter oplosbaar dan glycine (2-aminoazijnzuur) en 6-aminohexaanzuur. Hoe komt dit, welke interacties. De oplosbaarheid stijgt wanneer we R vervangen door (4-NO2-fenyl). Verklaar.&lt;br /&gt;
#* er zijn twee isomeren bij de synthese van resorcinarenen. Welke zijn dit?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#SMET:&lt;br /&gt;
#* gegeven een amide: RR&#039;C=CH-CO-N(CH3)2 met onbekende receptor gaat interageren:&lt;br /&gt;
Welke interactie verwachten we, teken van reactieparameter, plus redeneer. Wat gebeurt er met de absolite waarde van de reactieparameter als we een van de R groepen vervangen door een H.&lt;br /&gt;
#* lipskin regel geven en wat is het belang tegenwoordig in farmaceutische industrie &lt;br /&gt;
#* Bij synthese van rotaxanen volgens iemand (Stoddart ofzo)(tetrakationisch complex) zal threading een hogere opbrengst geven dan clipping waarom?&lt;br /&gt;
Waarom dan niet altijd threading?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze twee benzeenringen zijn ook gedebutyleerd en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd.&lt;br /&gt;
#* Bespreek aan de hand van hun structuurelementen de functie van nonactine en valinomycine (structuur gegeven).&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gastheren met de juiste gasten en solventen. Gasten: Natriumion, p-diaminobenzeen, p-diaminobenzeen met beide stikstoffen tetragebutyleerd, benzoÃ«zuur. Gastheren: calix[4]areen, een groot dibenzokroonether, een resorcinareen verkregen na 24 uur reflux, alfa-cyclodextrine en een aromatisch diamide. Solventen: water (pH 3, 7, 10), MeOH &amp;amp;amp; DCM.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* 4-R-pyridine. Deze gast bindt enkel aan de gastheer indien de stikstof geprotoneerd is. Bepaal het teken van de Hammett-parameter rho. Op welke interactie zou de complexatie kunnen berusten?&lt;br /&gt;
#* Geef de twee methoden die gebruikt kunnen worden om de associatieconstante te schrijven in functie van deelassociatieconstanten. Beschrijf de fysische basis van het probleem dat hierbij optreedt.&lt;br /&gt;
#* Bespreek de moleculaire basis van plaquevorming zoals die optreedt bij bijvoorbeeld de ziekte van Alzheimer. Wat zijn de therapeutische mogelijkheden om dit tegen te gaan? Bijvraag: op welke secundaire structuren en soorten interacties berust de associatie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven [2.2.2]cryptand uitgaande van chlooracetamide. Het cryptand heeft stikstoffen als bruggenhoofden, 2 ketens met telkens 2 zuurstoffen en 1 keten met 2 zwavelatomen. En hoe kan je de macroyclisatie bevorderen?&lt;br /&gt;
#* Transport van donor naar acceptorlaag via een organisch membraan? hoe gaat dit het beste met pentaglyme of met een [2.2.2]cryptand. Verklaar.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Je hebt een gesubstitueerd chinoline (onbekende substituent). Dit chinoline complexeert enkel met een gastheer als de N niet geprotoneerd is. wat is het teken van de hammet-parameter Rho? welke interactie zal er zijn tussen de gast en de gastheer?&lt;br /&gt;
#* Geef de 4 belangrijkste entropieveranderingen bij complexatie en bespreek. Welke is verantwoordelijk voor preorganisatie? Leg uit.&lt;br /&gt;
#* Invloed ketenlengte benzokroonether op rendement van een catenaan met een tetrakationisch cyclofaan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven calix[4]hemisferand uitgaande van 2 gegeven fenolen. De receprot bestond uit een calix[4]areen met een hemisferand aangehecht op de 1- en 3-posities.&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van valinomycine en nonactine: bespreek de functie  en hoe de verschillende structuurelementen hiertoe bijdragen.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#**solventen: zuur, neutraal of basisch water, methanol, dicchloormethaan&lt;br /&gt;
#**gastheren: cyclodextrine, een grote benzokroonether, een calyxareen, stoel resorcinareen en een heteroaromatische receptor met amidefuncties.&lt;br /&gt;
#**gasten: natriumion, aromatisch diamine, aromatisch diammoniumzout, benzoÃ«zuur&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Op welke 2 manieren kunnen we de totale associatieconstante beschouwen als een product van deelassociatieconstanten? Wat is bij elk het grootste fysisch probleem? Welk van deze 2 methoden is, op praktische gronden, te verkiezen en waarom?&lt;br /&gt;
#* Gegeven een amide met een para-gesubstitueerde fenylgroep op de N en de carbonyl. Dit molecule gaat waterstofbindingen aan met zowel de zuurstof als de NH. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho voor het substituent op elke benzeenring?&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van een receptor bestaande uit een porfyrinering, gekoppeld aan een calixareen met ketens die veel heteroatomen bevatten. De bindingsconstanten van KI is hoog, die voor NaI en NaClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; tussenin (en ongeveer gelijk), die van KClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; laag. Verklaar waarom. (Deze structuur staat in de cursus ter hoogte van het deel over coÃ¶perativiteit).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2012 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge verdunningsvoorwaarden en geef 2 voorbeelden hoe men dit in de praktijk bewerkstelligt.&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende affiniteit voor het kaliumkation en motiveer: 18-kroon-6, 1,10-dithia-18-kroon-6, benzo-18-kroon-6, [2.2.2]cryptand, 15-kroon-5, 21-kroon-7.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Voor een bepaald hydrofoob (gedeelte van een) gastmolecule werd aangetoond dat het de hydrofobe holte van de gastheer maar voor 55% vult in stabielste toestand. Verklaar thermodynamisch waarom het kan dat deze gedeeltelijk gevulde toestand meer bevoordeeld wordt dan de volledig gevulde holte.&lt;br /&gt;
#* &lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn van belang bij het catenaan gevormd uit &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039;, &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; en &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;?&lt;br /&gt;
#** Wat zou het effect zijn op de bindingsconstante moest het catenaan gevormd worden rond &#039;&#039;&#039;4&#039;&#039;&#039; i.p.v. &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039; en waarom?&lt;br /&gt;
#** Beredeneer het teken van de Hammett parameter Ï van de catenatiereactie van &#039;&#039;&#039;5&#039;&#039;&#039; met het monogealkyleerd derivaat van &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039; (hiermee wordt bedoeld, de open-ketenvorm van &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; enkelvoudig gebonden aan &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;). Sterische effecten van R mogen verwaarloosd worden [[Bestand:CatenaanSmet.png]]&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers synthetiseerden bovenste verbinding als receptor voor de onderste (tekening is &#039;&#039;ongeveer&#039;&#039; juist). Belangrijke interacties hierbij zijn H-bruggen, maar ook de Ï€-Ï€-interacties tussen de eindstandige benzeenringen spelen een beduidende rol. Om aard en sterkte van deze Ï€-Ï€-interacties te onderzoeken synthetiseerde men een aantal derivaten van beide, en mat men het verschil in bindingssterkte voor verschillende substituenten op de benzeenringen. [[Bestand:receptorSmet.png]]&lt;br /&gt;
#** Welke complicatie valt te verwachten bij deze metingen, vanwege de verschillende substituenten op de derivaten?&lt;br /&gt;
#** Verklaar de waargenomen tendensen in de gemeten energiebijdragen, weergegeven in de tabel (deze waarden zijn gecorrigeerd voor de complicaties waarnaar gevraagd in eerste subvraag dus zijn &#039;&#039;juist&#039;&#039;).&lt;br /&gt;
[[Bestand:tabelSmet.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Klassieke vraag. Verbind de juiste gast met gastheer en solvent. Licht toe en zeg welke interacties plaatsvinden.&lt;br /&gt;
#* Wat is de CAC? Waarom is het belangrijk dat deze gemeten wordt en hoe wordt deze gemeten?&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: [[Bestand:MolHerExamenMario.jpg]]&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;Bepaal het teken van &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;X&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep X en &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;R&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep R. Waarom gaat bij zÃ©Ã©r elektronenzuigende groepen, bv. X=F&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, de meting van de complexatieconstante met nucleofiele deeltjes niet meer correct verlopen?&lt;br /&gt;
#* Mag men de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de aromatische ring en de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de gedeprotoneerde carbonzuurfunctie zomaar optellen? Verklaar.&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenMario2.jpg]]&lt;br /&gt;
#* De synthese van rotaxanen op vaste drager kan handig zijn. Onwaar/waar en verklaar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* geef de structuur van cyclotriveratryleen en de synthese vanuit veratrol. Waarom zijn asymmetrisch gesubstitueerde CTV&#039;s chiraal?&lt;br /&gt;
#* hoe kunnen we eigenschappen van een gegeven cyclofaan gebruiken om de grootte van de substituent op de ring te bepalen&lt;br /&gt;
#* geef de synthese van de macroring 15 kroon 5 maar ipv met zuurstoffen met (NH , O , NH, S, S) vanuit HSCH2CH2SH en H2NCH2CH2OCH2CH2NH2&lt;br /&gt;
#* welke gast past in welk solvent bij welke gastheer? gasten: (Fe3+, Yb3+, tetramethylammonium, benzoaat) solventen: (methanol, DCM, water met pH=3,7,10) gastheren:(een resorcinareen, een [4]-calixareen met een -O-CH2COOH op elke ring, een [6]-calixareen met op de ring aan de ene kant een SO3H aan de andere kant een staart met een hydroxyamide rest aan, een [6]-calixareen met daaraan een staart met aan het uiteinde een fenylureum staart&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* gegeven: een receptor met daarop 2 groepen die waterstofbruggen vormen met een HO- en een -CHO op drie verschillende liganden. Welke complex zal het stabielste zijn, en verklaar dit energetisch en entropisch (ligand 1 is een bifenyl, ligand 2 is een bifenyl met een huge (triethylmethyl-)substituent op een van de ringen en ligand 3 is gewoon een alifatische keten met die oh en cho aan de uiteinden)&lt;br /&gt;
#* wat is de dubbele mutantcyclus een geef een voorbeeld dat de voordelen duidelijk maakt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (ochtend) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Bespreek de synthese van volgend cavitand, vertrekkende van resorcinareen. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#* Wat is [2,2]paracyclofaan? Geef de syntheses en eigenschappen (UV-spectrum).&lt;br /&gt;
#* Bespreek het kinetisch en thermodynamisch templaateffect.&lt;br /&gt;
#* 5 Macroringen gegeven; rangschik naar toenemende effectieve molariteit. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven 1-amino-5-R-naftaleen (met R een onbepaalde substituent). In een complex vormt deze aminogroep een waterstofbrug. Onderzoek wijst uit dat de &amp;amp;quot;reactie&amp;amp;quot;-parameter sterk positief is. Welke soort R-substituenten bevoordeligen de reactie? (leg uit met Hammett-vergelijking en de substituent-parameter) Bekleedt de aminogroep een donor- of acceptorfunctie bij het vormen van deze waterstofbrug?&lt;br /&gt;
#* Waarom is het entropieverlies van complexvorming in oplossing doorgaans kleiner dan in gasfase?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Verklaar waarom de effectieve molariteit stijgt bij een macrocysliche 10-ring, wanneer&lt;br /&gt;
#** a) rigide groepen worden gebruikt&lt;br /&gt;
#** b) heteroatomen worden gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verschil tussen een clathraat en een vaste stof-inclusie complex.&lt;br /&gt;
#* Schrijf de synthese op van dit cavitand (structuur is gegeven) vertrekkende van rescoriol. De cavitand is gelijkend op die in de cursus staat, maar op de 2&#039; plaats heeft deze een COOH groep.&lt;br /&gt;
#* VÃ¶gth synthetiseerde vele cryptanden met substituenten X (structuur is gegeven). Hoe kon hij daarmee de grootte van de caviteit bepalen? &lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Je krijgt een complexatie van een gast en gastheer die via pi-pi interacties complexeert en net naast deze aromatische ringen een waterstofbrug vormt met een amide op de gast.&lt;br /&gt;
#** Men wil d.m.v. substituenteffecten op de aromatische ringen ph1 (= op gast) en ph2 (= op gastheer) de bijdrage voor deze pi-pi interactie meten. Welke complicatie verwacht je echter met deze methode, bij dit specifieke complex?&lt;br /&gt;
#** Verklaar in de tabel (tabel met horizontaal de para-ph1 substituenten en vertikaal de para-ph 2 substituenten) de verlopen van de incrementen. (De incrementen zijn aangepast aan de complicatie die je in het eerste puntje moet geven en zijn dus correct)&lt;br /&gt;
#** Bepaal ook het teken van de Hammett rho parameters.&lt;br /&gt;
#* Trage complexen.&lt;br /&gt;
#** Hoe kan je in een NMR spectrum zien of je te maken hebt met een traag complex&lt;br /&gt;
#** Wat is het voordeel van een extreem traag complex? Geef een relevant voorbeeld van hoe we er gebruik van kunnen maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* match de gasten en de gastheren met de juiste solventen. Gast: 1,4-benzochinon, naftaleen-1,5-dicarbonzuur en 4-butylfenol (&amp;amp;quot;voor mensen die niet goed zijn in naamgeving, zal ik de moleculen even op bord tekenen&amp;amp;quot;). Solvent: water (ph= 2, 6, 10), MeOH, CCl4. Gasten: alpha-cyclodextrine, diazo-18-kroon-6, 18-kroon-6, [2,2]cyclofaan en 2 grote cyclofanen die getekend staan. Geef ook alle niet-covalente reacties en licht uw keuze toe&lt;br /&gt;
#* Wat is CAC, waarom belangrijk en hoe gemeten&lt;br /&gt;
#* reactie van een [2,2,1]cryptand opgebouwd uit bi en triÃ«thyleenglycolderivaten&lt;br /&gt;
#* Membraantransport  van kationen met kroonethers en de voorwaarden waaraan dat kroonether moet voldoen&lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Het teken van rho (Hammet) bepalen uit een tabel met stabiliteitsconstanten met verschillende gevers en zuigers. De link vinden met het reactiemechanisme. Bijkomende vraag: wat gebeurt er met een sterke base en een sterke elektronzuiger. (ja wat onduidelijk als je het molecule niet ziet natuurlijk...)&lt;br /&gt;
#* Stelling: voor het gegeven molecule mag ik zomaar de deltaG optellen om de totale deltaG te berekenen.&lt;br /&gt;
#* Waarom kan het voordelig zijn om synthese van rotaxanen uit te voeren op een vaste fase&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke ionen passen in welke macroringen? (K+, Ag+, Eu3+, Li+ en nog een vieze grote molecule) De macrocyclische verbindingen zijn ook gegeven. Welk solvent pak je best? (H2O, H2O pH 10, MeOH of chloroform) Vermeld welke interacties plaatsvinden&lt;br /&gt;
#* bespreek de synthese van: -een calix[4]areen met twee nitraten, twee n-propyloxy&#039;s en een azakroonetheroverbrugging-&lt;br /&gt;
#* Wat is zijn zelfassemblage en zelforganisatie en illustreer met een voorbeeld&lt;br /&gt;
# MS:&lt;br /&gt;
#* Tabel horende bij compensatie-effect gegeven. Welke interacties? Bespreek de tendens in de tabel en ook het verschil in \Delta S tussen gasfase en oplossing.&lt;br /&gt;
#* tekening van een catenaan met een cyclofaan met nogal wat N in rond een benzokroonether gegeven. Deze verbinding toont met H-NMR slechts twee signalen (3,45 en 6,26 ppm of zo) voor de hydrochinon-waterstoffen. Reden? Bespreek ook de multipliciteit van de signalen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Waarom is ethyleendioxy zo&#039;n populaire eenheid in kroonetherchemie&lt;br /&gt;
#* Welke 2 groepen zijn belangrijk bij de complexatie van Fe bij de sideroforen&lt;br /&gt;
#* 3 gasten (Lithium, azide, tetramethylammonium), 5 solventen (MeOH, H2O( pH 2,6,10), CCl4), gastheren ([2.2.2]-cryptand, all-cis resorcinareen, cram&#039;s sferand, 18-kroon-6,...)&lt;br /&gt;
# M.S.:&lt;br /&gt;
#* Synthese van tetrakationisch cyclofaan&lt;br /&gt;
#* Vraagje over receptor die interageert met gast, welk teken heeft de hammett parameter rho.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R0898426</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=4626</id>
		<title>Moleculaire Herkenning</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=4626"/>
		<updated>2025-06-18T09:36:35Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R0898426: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verplicht vak voor chemie. Moleculaire herkenning wordt gedoceerd door 2 proffen. Mario smet en Wim &amp;amp;quot;sandalen&amp;amp;quot; Dehaen. 50% van de punten staan op het examen, de andere 50% staan op een paper. Op het examen worden mondelinge vragen gesteld over de paper. Bij prof. Smet zijn dit normaal enkel de vragen die hij geeft bij de feedback op de paper,&lt;br /&gt;
prof. Dehaen stelt vaak ook extra vragen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2025 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#* Koppelvraag: Koppel elke gastmolecule aan een geschikte gastheer en oplosmiddel. Niet elke gastheer of elk oplosmiddel moet gebruikt worden; hergebruik is toegestaan.  &lt;br /&gt;
Gasten: hexadecyltrimethylammoniumchloride (focus op het hexadecyltrimethylammonium-kation), tetraethylammoniumnitraat (focus op nitraat), 1-naftaleensulfonzuur, 4-aminobutaanzuur.  &lt;br /&gt;
Gastheren: [2.2.2]-cryptand, resorcinareen, α-cyclodextrine, β-cyclodextrine, lariatkroonether met amine-/amidegroepen in de staart, azakroonether-achtige macrocyclus met meerdere amines en twee benzeenringen als ‘caps’.  &lt;br /&gt;
Oplosmiddelen: dichloormethaan (DCM), methanol, water (pH 2, 7 of 10).  &lt;br /&gt;
Tip: 4-aminobutaanzuur komt voor als zwitter-ion (combinatie met lariatether (zuur = h-brug acceptor dus met de NH staart, amine = h-brug donor dus met kroonether), 1-naftaleensulfonzuur met beta-cyclodextrine, nitraat met het azakroonether, hexadecyltrimethylammoniumchloride was volgens mij met het resorcinareen.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#* Wat is het effect van rigide groepen op de effectieve molariteit (EM)?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#* Stel een synthesetraject op voor het thia-analoog van de [2.2.2]-cryptand, vertrekkende van triethanolamine. Hoe maximaliseren we de synthese?  &lt;br /&gt;
Tip: OH vervangen door betere leaving-group (bv tosyl), dat laten reageren met een thiol (bv ethane-1,2-dithiol). Maximaliseren met hoge verdunning en base (cesiumeffect).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#* Welk proces heeft de kleinste entropieverandering?&lt;br /&gt;
  1) Een cyclisatie waarbij een alkyn (R–C≡CH) met een triazene reageert tot een triazoolring  &lt;br /&gt;
  2) Vorming van een waterstofbrug tussen amidegroepen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#* Wat is het teken van ρ in de Hammetvergelijking bij complexatie van K⁺ met een kroonether die een benzeenring bevat, waarbij R een substituent is op die aromatische ring?  &lt;br /&gt;
Geldt dezelfde redenering ook voor een kroonether waarbij R via een CH₂-keten aan de kroonether is gekoppeld (dus kroonether–CH₂–R i.p.v. kroonether–C₆H₄–R)?  &lt;br /&gt;
Tip: zelfde redenering geldt niet want er wordt geen rekening gehouden tussen inductieve en mesomere effecten bij rho (dus mesomeer gevend kan inductief zuigend zijn).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#* Wat is transfectie? Wat is het probleem bij transfectie, en hoe kan supramoleculaire chemie dit oplossen?  &lt;br /&gt;
Tip: Het probleem is dat DNA of RNA moeilijk door de celmembraan geraakt; supramoleculaire systemen (zoals kationische dragers) helpen dit te overwinnen via efficiëntere celopname.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2025 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#*Synthetiseer een [2.1.1]cryptand&lt;br /&gt;
#*Belang resorcinol molecule in de supramoleculaire chemie bespreken, had te maken met boot-/stoel-conformatie dus resorcinarenen. En dan toepassingen van resorcinarenen geven ( complexatie met quaternaire amoniumzouten en vooral cavitanden en carceplexen)&lt;br /&gt;
#*standaard combinatievraag&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#* Exact hetzelfde als 30 augustus 2021&lt;br /&gt;
#* Bij vraag 2: Let op de basisiciteit van de stikstofatomen -&amp;gt; alternatieve molecule zal een zuur-base reactie hebben met de stikstof van de macroring, waardoor je geen pseudo-rotaxaan kan krijgen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2024 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#*Synthetiseer 4de molecule p78, waarvan 2 van de 4 moleculen: R = propyl en de andere 2 hadden geen tert-buthyl maar een monoazakroonether. Gegeven waren startproducten formaldehyde (mag je 2 keer gebruiken), monoazakroonether en tertbuthylfenol. Zoek een juiste volgorde van synthesestrategie. (Bijvraag: wat en hoe reageert formaldehyde en waar op de ring)&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen een vaste-toestand-inclusiecomplex en een clathraat? (Bijvraag: iets van voorbeeld gegeven)&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen sephulcraat, sidefoor of sacrofagine? En hoe worden deze bereid uit formaldehyde en ethyleendiamine? &lt;br /&gt;
#*Klassieke vraag van 4 gastheren, 4 gasten en 5 solventen. Geef ook welke niet-covalente interacties er aanwezig zullen zijn.&lt;br /&gt;
##*Gasten (structuren gegeven): 1,4-benzendicarboxylic acid / Paraquat / isocyanuurzuur / ureum&lt;br /&gt;
##*Gastheren (structuren gegeven): Glycoluril (6 keer in een cirkel) / en nog 3 anderen die ik niet ken)&lt;br /&gt;
##*Solventen Water pH 3 / 7 / 10 / MeOH en DCM (Let op met de interacties)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#*2 reacties gegeven (1 met 2 moleculen waarbij covalente binding gevormd wordt, 2 azijnzuren die H-bruggen vormen) welke heeft de grootste entropieverandering?&lt;br /&gt;
#*Molecule gegeven met pi-pi-stapeling. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho? Leg uit als er pH-afhankelijkheid is voor het teken? (Ja!)&lt;br /&gt;
#*Molecule gegeven met 5 H-bruggen, we willen de bindingsconstante van H-brug met * bepalen. Hoe doen we dit? Er zullen problemen opduiken. Geef een oplossing voor deze problemen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 Juni 2024 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel van Dehaen&lt;br /&gt;
#*Volgende moleculen werden getest op gast-gastheer complexvorming met chloride-anion. Bij hetzelfde solvent ging de complexvorming het best op met gastheer 1, dan 2 en dan 3 die beduidend veel slechter complexeerde. Nochtans heeft 3 een extra H op de aromatische N in vergelijking met 1. De onderzoekers linkten de slechte complexvorming bij 3 met een verschil in preorganisatie. Leg uit. (Het kwam erop neer dat je de groepen juist moest uittekenen en dan de juiste interacties moest vinden.) [[File:Vraag1Wim.png|caption]]&lt;br /&gt;
#*Rangschik volgende moleculen van slechtst naar best voor complexvorming met een Li-kation. [[File:Vraag2Wim.png|caption]]&lt;br /&gt;
#*Geef een voorstel van de synthese van hexathia-18-kroon-6 waarbij je bèta-halogeensulfiden vermijdt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel van Mario&lt;br /&gt;
#*Wat is de ceiling temperature en floor temperature? Wat is hun fysische betekenis? Geef een voorbeeld van supramoleculaire polymeren bij elke soort temperatuur. Leg uit wat het belang is van de ceiling temperature bij duurzame afvalverwerking van de polymeren.&lt;br /&gt;
#*Rotaxaanvormingsreactie gegeven. Bepaal het teken van de Hammet-parameter rho met betrekking tot substituent R voor de ligging van het ev. Zou deze rotaxaanvorming ook opgaan met een difenylamine? (exact zelfde vraag als augustus 2021)&lt;br /&gt;
#*Waarom worden cyclodextrines gebruikt in geneesmiddelen? Leg uit aan de hand van de Lipinski regels voor orale beschikbaarheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 Juni 2023===&lt;br /&gt;
#Deel van Dehaen&lt;br /&gt;
#*Hoe maak je 1,4,10,13-tetraäza-18-kroon-6 uitgaande van 1,2-diaminoëthaan en eventueel andere reagentia? Welke techniek zou je gebruiken om een maximale opbrengst te bekomen?&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen een vaste-toestand-inclusiecomplex en een clathraat?&lt;br /&gt;
#*Wat zijn sepulchraat- en sarcofaginecomplexen en hoe kan je ze bereiden met ethyleendiamine en Co(III)?&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag: Combineer telkens een gast, gastheer en een solvent. Er zijn 4 gastheren, 4 gasten en 5 solventen gegeven. Bij elke gastheer hoort 1 gast en vice versa. Er zijn meer solventen gegeven dan gasten en gastheren, dus hier kan je er al zeker 1 niet gebruiken. Geef een korte verklaring bij elke combinatie die je maakt.&lt;br /&gt;
#**Gastheren: 1. een cyclofaan met 2 ringen en 3 NH&#039;s tussen de ringen aan elke kant (tussen elke NH zat een CH2). 2. Cucurbit[6]uril. 3.Een klein cyclisch molecule met 2 aromatische ringen met een N naar binnen gewezen. Boven deze ring zijn 2 of 3 NH&#039;s, eronder 2 N-CH3&#039;s. 4. Een groot cyclisch molecule met aromatische ringen met een N (naar binnen wijzend) en tussen de aromatische ringen een koolstofketen met NH&#039;s (ook 2 random C=O bindingen die naar buiten wijzen, links- en rechtsboven).&lt;br /&gt;
#**Gasten: 1. Koolstofketen met aan elke uiteinde een aromatische ring. Op de verbinding tussen de keten en elke ring zit een positief geladen N. 2. ureum. 3. Cyclohexaan met afwisselend een O (C=O, met C de C van de ring en O het substituent) en een NH2 als substituent (in totaal volledig gesubstitueerd). 4. Een aromatische ring met 2 COOH substituenten in para.&lt;br /&gt;
#**Solventen: Water (pH 3,7 of 10), methanol of dichloormethaan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel van Mario&lt;br /&gt;
#*Er is een afbeelding gegeven van het complex dat KI coöperatief kan binden adhv Zn (staat ook in de slides bij coöperativiteit). Dan staan er bindingsconstantes gegeven van KI, KClO4, NaI en NaClO4 met KI duidelijk de hoogste bindingsconstante.&lt;br /&gt;
#**a) Verklaar de waargenomen resultaten.&lt;br /&gt;
#**b) Welke binding gaat volgens jou gepaard met de grootste entropieverandering? Verklaar.&lt;br /&gt;
#*18-kroon-6 is gegeven met een aromatische ring erop en aan de aromatische ring hangt een R. Wat is het teken van rho indien de complexeren van K+ met deze structuur bekijken en wat is de verhouding met R? Geef in je antwoord zeker de volledige Hammett-vergelijking. Dan staat er een tweede afbeelding gegeven, ook 18-kroon-6, maar hier is het substituent -CH2-R. Geldt dit ook voor de tweede structuur?&lt;br /&gt;
#*Wat zijn de voor- en nadelen van supramoleculaire polymeren?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 Juni 2022 ===&lt;br /&gt;
#Dehean&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag&lt;br /&gt;
#**Solvent: CH2Cl2, MeOH, H2O pH (2,7,12)&lt;br /&gt;
#**Guests: trimethylhexadecylammonium *Cl-*, *tetrabutylammonium* nitraat, naftaleen-1-sulfonzuur, 4-aminobutaanzuur&lt;br /&gt;
#**Hosts: zeven, enkel molecule gegeven dus kan ze niet opnoemen ([2,2,2]-cryptand met enkel zuurstof, ...)&lt;br /&gt;
#*Verband EM &amp;amp; rigide groepen&lt;br /&gt;
#*Synthese hexathia-analoog van [2,2,2] cryptand, uitgaande van triëthanolamine&lt;br /&gt;
#**Hoe maximaliseren we de synthese?&lt;br /&gt;
#Smet&lt;br /&gt;
#*Bespreek compensatiegedrag entropie en enthalpie&lt;br /&gt;
#*Welke technieken om verschil tussen een catenaan en zijn 2 aparte ringen te meten (vermeld eventuele eigenschappen die nodig zijn op de macroringen)&lt;br /&gt;
#*Azidothymidine: structuur gegeven, voorspel werking en bio-beschikbaarheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 Augustus 2021===&lt;br /&gt;
[https://i.imgur.com/eDCNSJR.jpg Dehaen] &amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
[https://i.imgur.com/JolZOyK.jpg Smet]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 juni 2021===&lt;br /&gt;
#Dehaen&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag. &lt;br /&gt;
#**Gasten: naftaleenderivaat, nitraat, aminobutaanzuur,... &lt;br /&gt;
#**Gastheren: alpha-cyclodextrine derivaat met een quaternair amoniumzout aan gebonden, beta-cyclodextrine derivaat, kroonether met thioureumfuncties, een lariatether, [2.2.2] cryptand met zuurstof als donoratomen en N als bruggenhoofden. &lt;br /&gt;
#**Solvent: water pH 2, 7, 10, methanol, CH2Cl2&lt;br /&gt;
#*Verband EM &amp;amp; rigide groepen&lt;br /&gt;
#*Synthese van het thia-analoog van de [2.2.2]-cryptand startende van een triethanolamine. &lt;br /&gt;
#Smet&lt;br /&gt;
#*Leg uit waarom de meeste polymerisatiereacties slechts opgaan onder een bepaalde temperatuur. Geef de naam van deze temperatuur. &lt;br /&gt;
#*Leg uit waarom sommige polymerisatiereacties enkel opgaan boven een bepaalde temperatuur. Geef de naam van deze temperatuur. Geef een voorbeeld van een monomeer dat dergelijk gedrag vertoond. &lt;br /&gt;
#*Vraag over een complexatiereactie met een R-substituent en wat het teken van rho zou zijn in de Hammett-vergelijking.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 juni 2019 VM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Uitleggen waarom verzeping plaatsvindt van een gegeven molecule met KOH in tolueen enkel als een kroonether aanwezig (18-kroon-6 analoog)&lt;br /&gt;
#* Uitleggen waarom cyclodextrines geschikt zijn voor &amp;quot;drug delivery&amp;quot; en een geschikt cyclodextrinekiezen (alfa, beta, gamma) voor naproxen (naftaleenderivaat)&lt;br /&gt;
#* Waarom base gebruiken voor kroonethersynthese van catechol en oligoethyleenglycoltosylaten? (deproteneren / templaateffect van kation)&lt;br /&gt;
#** Verschillende kroonethers gegeven met variërende lengte en aantal zuurstoffen. Hij vraagt om voor elke kroonether de juiste base te kiezen&lt;br /&gt;
#** Keuze uit 5 basen: LiAcO, KAcO, NH4AcO, CsAcO en moleculair kation en AcO-&lt;br /&gt;
#* Resorcinaren worden gevormd in zuur milieu maar na een tijdje zal het thermydynamischer stabieler zijn (stoel versus boot)&lt;br /&gt;
#** Geef interacties van beide isomeren in basisch milieu met een tetraalkylammonium-kation&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* 2 associaties gegeven, welke van de 2 associaties heeft de kleinste entropieverandering? (A = H-brugacceptor &amp;amp; D = H-brugdonor)&lt;br /&gt;
#** Associatie 1: ADA DAD (letters staan eigelijk onder elkaar)&lt;br /&gt;
#** Associatie 2: AAA DDD (letters staan eigelijk onder elkaar)&lt;br /&gt;
#* Molecule gegeven met R-groep  dat interacties aangaat met een chloride-anion&lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn er voornamelijk?&lt;br /&gt;
#** Wat voor groep moet R zijn? Hoe verhoudt zicht dat tot de parameter rho?&lt;br /&gt;
#* Bespreek biobeschikbaarheid van morfine (structuur gegeven) &lt;br /&gt;
#** Heroïne heeft een sterker effect op het centraal zenuwstelsel, verklaar? (gegeven dat morfine reageert met overmaat azijnzuuranhydride en heroïne vormt).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineer:&lt;br /&gt;
#** Gasten: trimethylhexadecylammoniumion, nitraation, 4-aminoboterzuur, naftaleensulfonzuur. &lt;br /&gt;
#** Gastheren: resorcinareen, benzokroonether met één N en op die N zat een keten (keten = CH2 C6H4 CH2 ... NH C=NH NH ... azole ring), twee speciale cyclodextrines (eentje was een ring van zes monomeren met een ammoniumfuntie op, de andere was een ring van zeven monomeren met een thia-amine keten op), een ring met drie benzenen en tussen elke benzeen de groep CH2 CH2 NH C=S NH CH2 CH2), nog eentje die ik me niet herinner&lt;br /&gt;
#** Solventen: de gewoonlijke&lt;br /&gt;
#* Effect rigide groepen op EM&lt;br /&gt;
#* Synthese thia analoog [2.2.2]cyrptand, hoe synthese verbeteren?&lt;br /&gt;
#*Pillarenen uitleggen, verband andere calixarenen&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welke reactie geeft de grootste entropie veranderingen? eentje is het azijnzuur dimeer, de andere is de cyclisatie van twee ringen (eentje is maleïnezuuranhydride en de ander cyclohexa-1,3-dieen) (volgens chemdraw heet het gevormde molecule (4R,7aS)-3a,4,7,7a-tetrahydro-4,7-ethanoisobenzofuran-1,3-dione). Bijvraag: iets met de deeltermen van de entropie, bij welke is welke het grootst? &lt;br /&gt;
#* Geef teken rho (Hammett) van de complexatie van K+ met een benzokroonether met aan die benzeenring een substituent R. Geldt deze redenering voor rho ook voor een tweede kroonether die aan een ethyleen eenheid een CH2R groep heeft hangen?&lt;br /&gt;
#* Bespreek relenza en tamiflu, over hun biobeschikbaarheid en mechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineren van gast, gastheer en solvent met als gasten: lanthaan, paraquat en nog een dicarbonzuur, als gastheren verschillende calixarenen in water ph 2,7,10, methanol of chloroform&lt;br /&gt;
#* Vraag welke het beste zou zijn voor ionentransport over een organisch membraan: diglyme of 2,2,2 kryptand&lt;br /&gt;
#* Een synthese van een 2,2,2 thiakryptand derivaat&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Ceiling &amp;amp; floortemperatuur + voorbeeld&lt;br /&gt;
#* Met de hammetvgl werken en teken van rho bepalen bij een complexvorming van pseudorotaxaan&lt;br /&gt;
#* Invloed van ... (cyclodextrine?) op transport van medicijnen en da linken aan de lipinskiregels&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 VM ===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze 1,3benzeenringen hebben geen buty meer, en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd. &lt;br /&gt;
#* Nonactine &amp;amp; valinomycine&lt;br /&gt;
#* Gast, gastheer, solvent: &lt;br /&gt;
#** H2O (pH = 3,7, 10), DCM, MeOH&lt;br /&gt;
#** Na+, ammoniumzout*, diamide*, benzoezuur (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
#** Calix[4]areen*, resorcinol uit acetaldehyde en 24u reflux, benzokroonether*, alfa-cyclodextrine, diamine* (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welk proces geeft de grootste entropieverandering met zich mee? &lt;br /&gt;
#** Furaan + H2C=COOR --&amp;gt; furaanring waarvan de twee dubbele bindingen weg zijn en er eentje bij is gekomen waar er eerst de enkele binding was, en de twee koolstoffen naast de zuurstof zijn nu verbonden met de koolstoffen van de dubbele binding van het ester&lt;br /&gt;
#** twee carbonzuren die een dimeer vormen&lt;br /&gt;
#* Bepaal teken rho, heeft pH invloed (R-C6H5 pi-pi stapeling met C6H5-NH2)&lt;br /&gt;
#* Relenza en tamiflu (orale beschikbaarheid en mechanisme)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel de synthese op voor het Lehn&#039;s sferand (structuur gegeven) vanuit (derivaten van) diëthyleenglycolen.&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge-verdunningsvoorwaarden en hoe werkt dit?&lt;br /&gt;
#* Combineer. Gastheren: cyclisch guanidine, cucurbit[8]uril, 30-kroon-10. Gasten: arginine, N-acetyltryptofaan, 1,4-bis(aminoimidazoline)butaan. Solventen: Chloroform, methanol, water pH 2, 7 en 10. (structuren gegeven)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: een pyrrool gesubstitueerd met een alkeen met twee R-substituenten (willekeurig). Dit molecule interageert met een onbekende receptor. Welke interactie veronderstel je? Bepaal het teken van rho. Wat gebeurt er met de absolute waarde van rho wanneer je een R-substituent vervangt door een H-atoom.&lt;br /&gt;
#* Wat is transfectie en hoe kan supramoleculaire chemie hierbij helpen?&lt;br /&gt;
#* Twee verbindingen gegeven, elk met 3 waterstofbindingen (structuren uit slides deel supramoleculaire polymeren). Welke verbinding heeft de grootse associatieconstante en waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke factoren beinvloeden de effectieve molariteit&lt;br /&gt;
#* synthese van hexathia18-kroon-6 vanuit ethyleenglycol en bis(2hydroxyethyl)sulfide op een veilige manier en wat doen we om de opbrengst zo hoog mogelijk te houden&lt;br /&gt;
#* wat zijn ansa-verbindingen en hoe kunnen ze meer inzicht geven over de ruimtevulling van de groepen&lt;br /&gt;
#* een structuur gegeven met 2 NH2 groepen een kroonether en een R (fenyl). 4-aminobutaanzuur is beter oplosbaar dan glycine (2-aminoazijnzuur) en 6-aminohexaanzuur. Hoe komt dit, welke interacties. De oplosbaarheid stijgt wanneer we R vervangen door (4-NO2-fenyl). Verklaar.&lt;br /&gt;
#* er zijn twee isomeren bij de synthese van resorcinarenen. Welke zijn dit?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#SMET:&lt;br /&gt;
#* gegeven een amide: RR&#039;C=CH-CO-N(CH3)2 met onbekende receptor gaat interageren:&lt;br /&gt;
Welke interactie verwachten we, teken van reactieparameter, plus redeneer. Wat gebeurt er met de absolite waarde van de reactieparameter als we een van de R groepen vervangen door een H.&lt;br /&gt;
#* lipskin regel geven en wat is het belang tegenwoordig in farmaceutische industrie &lt;br /&gt;
#* Bij synthese van rotaxanen volgens iemand (Stoddart ofzo)(tetrakationisch complex) zal threading een hogere opbrengst geven dan clipping waarom?&lt;br /&gt;
Waarom dan niet altijd threading?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze twee benzeenringen zijn ook gedebutyleerd en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd.&lt;br /&gt;
#* Bespreek aan de hand van hun structuurelementen de functie van nonactine en valinomycine (structuur gegeven).&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gastheren met de juiste gasten en solventen. Gasten: Natriumion, p-diaminobenzeen, p-diaminobenzeen met beide stikstoffen tetragebutyleerd, benzoÃ«zuur. Gastheren: calix[4]areen, een groot dibenzokroonether, een resorcinareen verkregen na 24 uur reflux, alfa-cyclodextrine en een aromatisch diamide. Solventen: water (pH 3, 7, 10), MeOH &amp;amp;amp; DCM.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* 4-R-pyridine. Deze gast bindt enkel aan de gastheer indien de stikstof geprotoneerd is. Bepaal het teken van de Hammett-parameter rho. Op welke interactie zou de complexatie kunnen berusten?&lt;br /&gt;
#* Geef de twee methoden die gebruikt kunnen worden om de associatieconstante te schrijven in functie van deelassociatieconstanten. Beschrijf de fysische basis van het probleem dat hierbij optreedt.&lt;br /&gt;
#* Bespreek de moleculaire basis van plaquevorming zoals die optreedt bij bijvoorbeeld de ziekte van Alzheimer. Wat zijn de therapeutische mogelijkheden om dit tegen te gaan? Bijvraag: op welke secundaire structuren en soorten interacties berust de associatie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven [2.2.2]cryptand uitgaande van chlooracetamide. Het cryptand heeft stikstoffen als bruggenhoofden, 2 ketens met telkens 2 zuurstoffen en 1 keten met 2 zwavelatomen. En hoe kan je de macroyclisatie bevorderen?&lt;br /&gt;
#* Transport van donor naar acceptorlaag via een organisch membraan? hoe gaat dit het beste met pentaglyme of met een [2.2.2]cryptand. Verklaar.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Je hebt een gesubstitueerd chinoline (onbekende substituent). Dit chinoline complexeert enkel met een gastheer als de N niet geprotoneerd is. wat is het teken van de hammet-parameter Rho? welke interactie zal er zijn tussen de gast en de gastheer?&lt;br /&gt;
#* Geef de 4 belangrijkste entropieveranderingen bij complexatie en bespreek. Welke is verantwoordelijk voor preorganisatie? Leg uit.&lt;br /&gt;
#* Invloed ketenlengte benzokroonether op rendement van een catenaan met een tetrakationisch cyclofaan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven calix[4]hemisferand uitgaande van 2 gegeven fenolen. De receprot bestond uit een calix[4]areen met een hemisferand aangehecht op de 1- en 3-posities.&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van valinomycine en nonactine: bespreek de functie  en hoe de verschillende structuurelementen hiertoe bijdragen.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#**solventen: zuur, neutraal of basisch water, methanol, dicchloormethaan&lt;br /&gt;
#**gastheren: cyclodextrine, een grote benzokroonether, een calyxareen, stoel resorcinareen en een heteroaromatische receptor met amidefuncties.&lt;br /&gt;
#**gasten: natriumion, aromatisch diamine, aromatisch diammoniumzout, benzoÃ«zuur&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Op welke 2 manieren kunnen we de totale associatieconstante beschouwen als een product van deelassociatieconstanten? Wat is bij elk het grootste fysisch probleem? Welk van deze 2 methoden is, op praktische gronden, te verkiezen en waarom?&lt;br /&gt;
#* Gegeven een amide met een para-gesubstitueerde fenylgroep op de N en de carbonyl. Dit molecule gaat waterstofbindingen aan met zowel de zuurstof als de NH. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho voor het substituent op elke benzeenring?&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van een receptor bestaande uit een porfyrinering, gekoppeld aan een calixareen met ketens die veel heteroatomen bevatten. De bindingsconstanten van KI is hoog, die voor NaI en NaClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; tussenin (en ongeveer gelijk), die van KClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; laag. Verklaar waarom. (Deze structuur staat in de cursus ter hoogte van het deel over coÃ¶perativiteit).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2012 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge verdunningsvoorwaarden en geef 2 voorbeelden hoe men dit in de praktijk bewerkstelligt.&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende affiniteit voor het kaliumkation en motiveer: 18-kroon-6, 1,10-dithia-18-kroon-6, benzo-18-kroon-6, [2.2.2]cryptand, 15-kroon-5, 21-kroon-7.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Voor een bepaald hydrofoob (gedeelte van een) gastmolecule werd aangetoond dat het de hydrofobe holte van de gastheer maar voor 55% vult in stabielste toestand. Verklaar thermodynamisch waarom het kan dat deze gedeeltelijk gevulde toestand meer bevoordeeld wordt dan de volledig gevulde holte.&lt;br /&gt;
#* &lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn van belang bij het catenaan gevormd uit &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039;, &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; en &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;?&lt;br /&gt;
#** Wat zou het effect zijn op de bindingsconstante moest het catenaan gevormd worden rond &#039;&#039;&#039;4&#039;&#039;&#039; i.p.v. &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039; en waarom?&lt;br /&gt;
#** Beredeneer het teken van de Hammett parameter Ï van de catenatiereactie van &#039;&#039;&#039;5&#039;&#039;&#039; met het monogealkyleerd derivaat van &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039; (hiermee wordt bedoeld, de open-ketenvorm van &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; enkelvoudig gebonden aan &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;). Sterische effecten van R mogen verwaarloosd worden [[Bestand:CatenaanSmet.png]]&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers synthetiseerden bovenste verbinding als receptor voor de onderste (tekening is &#039;&#039;ongeveer&#039;&#039; juist). Belangrijke interacties hierbij zijn H-bruggen, maar ook de Ï€-Ï€-interacties tussen de eindstandige benzeenringen spelen een beduidende rol. Om aard en sterkte van deze Ï€-Ï€-interacties te onderzoeken synthetiseerde men een aantal derivaten van beide, en mat men het verschil in bindingssterkte voor verschillende substituenten op de benzeenringen. [[Bestand:receptorSmet.png]]&lt;br /&gt;
#** Welke complicatie valt te verwachten bij deze metingen, vanwege de verschillende substituenten op de derivaten?&lt;br /&gt;
#** Verklaar de waargenomen tendensen in de gemeten energiebijdragen, weergegeven in de tabel (deze waarden zijn gecorrigeerd voor de complicaties waarnaar gevraagd in eerste subvraag dus zijn &#039;&#039;juist&#039;&#039;).&lt;br /&gt;
[[Bestand:tabelSmet.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Klassieke vraag. Verbind de juiste gast met gastheer en solvent. Licht toe en zeg welke interacties plaatsvinden.&lt;br /&gt;
#* Wat is de CAC? Waarom is het belangrijk dat deze gemeten wordt en hoe wordt deze gemeten?&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: [[Bestand:MolHerExamenMario.jpg]]&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;Bepaal het teken van &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;X&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep X en &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;R&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep R. Waarom gaat bij zÃ©Ã©r elektronenzuigende groepen, bv. X=F&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, de meting van de complexatieconstante met nucleofiele deeltjes niet meer correct verlopen?&lt;br /&gt;
#* Mag men de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de aromatische ring en de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de gedeprotoneerde carbonzuurfunctie zomaar optellen? Verklaar.&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenMario2.jpg]]&lt;br /&gt;
#* De synthese van rotaxanen op vaste drager kan handig zijn. Onwaar/waar en verklaar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* geef de structuur van cyclotriveratryleen en de synthese vanuit veratrol. Waarom zijn asymmetrisch gesubstitueerde CTV&#039;s chiraal?&lt;br /&gt;
#* hoe kunnen we eigenschappen van een gegeven cyclofaan gebruiken om de grootte van de substituent op de ring te bepalen&lt;br /&gt;
#* geef de synthese van de macroring 15 kroon 5 maar ipv met zuurstoffen met (NH , O , NH, S, S) vanuit HSCH2CH2SH en H2NCH2CH2OCH2CH2NH2&lt;br /&gt;
#* welke gast past in welk solvent bij welke gastheer? gasten: (Fe3+, Yb3+, tetramethylammonium, benzoaat) solventen: (methanol, DCM, water met pH=3,7,10) gastheren:(een resorcinareen, een [4]-calixareen met een -O-CH2COOH op elke ring, een [6]-calixareen met op de ring aan de ene kant een SO3H aan de andere kant een staart met een hydroxyamide rest aan, een [6]-calixareen met daaraan een staart met aan het uiteinde een fenylureum staart&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* gegeven: een receptor met daarop 2 groepen die waterstofbruggen vormen met een HO- en een -CHO op drie verschillende liganden. Welke complex zal het stabielste zijn, en verklaar dit energetisch en entropisch (ligand 1 is een bifenyl, ligand 2 is een bifenyl met een huge (triethylmethyl-)substituent op een van de ringen en ligand 3 is gewoon een alifatische keten met die oh en cho aan de uiteinden)&lt;br /&gt;
#* wat is de dubbele mutantcyclus een geef een voorbeeld dat de voordelen duidelijk maakt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (ochtend) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Bespreek de synthese van volgend cavitand, vertrekkende van resorcinareen. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#* Wat is [2,2]paracyclofaan? Geef de syntheses en eigenschappen (UV-spectrum).&lt;br /&gt;
#* Bespreek het kinetisch en thermodynamisch templaateffect.&lt;br /&gt;
#* 5 Macroringen gegeven; rangschik naar toenemende effectieve molariteit. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven 1-amino-5-R-naftaleen (met R een onbepaalde substituent). In een complex vormt deze aminogroep een waterstofbrug. Onderzoek wijst uit dat de &amp;amp;quot;reactie&amp;amp;quot;-parameter sterk positief is. Welke soort R-substituenten bevoordeligen de reactie? (leg uit met Hammett-vergelijking en de substituent-parameter) Bekleedt de aminogroep een donor- of acceptorfunctie bij het vormen van deze waterstofbrug?&lt;br /&gt;
#* Waarom is het entropieverlies van complexvorming in oplossing doorgaans kleiner dan in gasfase?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Verklaar waarom de effectieve molariteit stijgt bij een macrocysliche 10-ring, wanneer&lt;br /&gt;
#** a) rigide groepen worden gebruikt&lt;br /&gt;
#** b) heteroatomen worden gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verschil tussen een clathraat en een vaste stof-inclusie complex.&lt;br /&gt;
#* Schrijf de synthese op van dit cavitand (structuur is gegeven) vertrekkende van rescoriol. De cavitand is gelijkend op die in de cursus staat, maar op de 2&#039; plaats heeft deze een COOH groep.&lt;br /&gt;
#* VÃ¶gth synthetiseerde vele cryptanden met substituenten X (structuur is gegeven). Hoe kon hij daarmee de grootte van de caviteit bepalen? &lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Je krijgt een complexatie van een gast en gastheer die via pi-pi interacties complexeert en net naast deze aromatische ringen een waterstofbrug vormt met een amide op de gast.&lt;br /&gt;
#** Men wil d.m.v. substituenteffecten op de aromatische ringen ph1 (= op gast) en ph2 (= op gastheer) de bijdrage voor deze pi-pi interactie meten. Welke complicatie verwacht je echter met deze methode, bij dit specifieke complex?&lt;br /&gt;
#** Verklaar in de tabel (tabel met horizontaal de para-ph1 substituenten en vertikaal de para-ph 2 substituenten) de verlopen van de incrementen. (De incrementen zijn aangepast aan de complicatie die je in het eerste puntje moet geven en zijn dus correct)&lt;br /&gt;
#** Bepaal ook het teken van de Hammett rho parameters.&lt;br /&gt;
#* Trage complexen.&lt;br /&gt;
#** Hoe kan je in een NMR spectrum zien of je te maken hebt met een traag complex&lt;br /&gt;
#** Wat is het voordeel van een extreem traag complex? Geef een relevant voorbeeld van hoe we er gebruik van kunnen maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* match de gasten en de gastheren met de juiste solventen. Gast: 1,4-benzochinon, naftaleen-1,5-dicarbonzuur en 4-butylfenol (&amp;amp;quot;voor mensen die niet goed zijn in naamgeving, zal ik de moleculen even op bord tekenen&amp;amp;quot;). Solvent: water (ph= 2, 6, 10), MeOH, CCl4. Gasten: alpha-cyclodextrine, diazo-18-kroon-6, 18-kroon-6, [2,2]cyclofaan en 2 grote cyclofanen die getekend staan. Geef ook alle niet-covalente reacties en licht uw keuze toe&lt;br /&gt;
#* Wat is CAC, waarom belangrijk en hoe gemeten&lt;br /&gt;
#* reactie van een [2,2,1]cryptand opgebouwd uit bi en triÃ«thyleenglycolderivaten&lt;br /&gt;
#* Membraantransport  van kationen met kroonethers en de voorwaarden waaraan dat kroonether moet voldoen&lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Het teken van rho (Hammet) bepalen uit een tabel met stabiliteitsconstanten met verschillende gevers en zuigers. De link vinden met het reactiemechanisme. Bijkomende vraag: wat gebeurt er met een sterke base en een sterke elektronzuiger. (ja wat onduidelijk als je het molecule niet ziet natuurlijk...)&lt;br /&gt;
#* Stelling: voor het gegeven molecule mag ik zomaar de deltaG optellen om de totale deltaG te berekenen.&lt;br /&gt;
#* Waarom kan het voordelig zijn om synthese van rotaxanen uit te voeren op een vaste fase&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke ionen passen in welke macroringen? (K+, Ag+, Eu3+, Li+ en nog een vieze grote molecule) De macrocyclische verbindingen zijn ook gegeven. Welk solvent pak je best? (H2O, H2O pH 10, MeOH of chloroform) Vermeld welke interacties plaatsvinden&lt;br /&gt;
#* bespreek de synthese van: -een calix[4]areen met twee nitraten, twee n-propyloxy&#039;s en een azakroonetheroverbrugging-&lt;br /&gt;
#* Wat is zijn zelfassemblage en zelforganisatie en illustreer met een voorbeeld&lt;br /&gt;
# MS:&lt;br /&gt;
#* Tabel horende bij compensatie-effect gegeven. Welke interacties? Bespreek de tendens in de tabel en ook het verschil in \Delta S tussen gasfase en oplossing.&lt;br /&gt;
#* tekening van een catenaan met een cyclofaan met nogal wat N in rond een benzokroonether gegeven. Deze verbinding toont met H-NMR slechts twee signalen (3,45 en 6,26 ppm of zo) voor de hydrochinon-waterstoffen. Reden? Bespreek ook de multipliciteit van de signalen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Waarom is ethyleendioxy zo&#039;n populaire eenheid in kroonetherchemie&lt;br /&gt;
#* Welke 2 groepen zijn belangrijk bij de complexatie van Fe bij de sideroforen&lt;br /&gt;
#* 3 gasten (Lithium, azide, tetramethylammonium), 5 solventen (MeOH, H2O( pH 2,6,10), CCl4), gastheren ([2.2.2]-cryptand, all-cis resorcinareen, cram&#039;s sferand, 18-kroon-6,...)&lt;br /&gt;
# M.S.:&lt;br /&gt;
#* Synthese van tetrakationisch cyclofaan&lt;br /&gt;
#* Vraagje over receptor die interageert met gast, welk teken heeft de hammett parameter rho.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R0898426</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=4625</id>
		<title>Moleculaire Herkenning</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=4625"/>
		<updated>2025-06-18T09:35:47Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R0898426: /* 17 juni 2025 (VM) */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verplicht vak voor chemie. Moleculaire herkenning wordt gedoceerd door 2 proffen. Mario smet en Wim &amp;amp;quot;sandalen&amp;amp;quot; Dehaen. 50% van de punten staan op het examen, de andere 50% staan op een paper. Op het examen worden mondelinge vragen gesteld over de paper. Bij prof. Smet zijn dit normaal enkel de vragen die hij geeft bij de feedback op de paper,&lt;br /&gt;
prof. Dehaen stelt vaak ook extra vragen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2025 (VM)===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2025 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#*Synthetiseer een [2.1.1]cryptand&lt;br /&gt;
#*Belang resorcinol molecule in de supramoleculaire chemie bespreken, had te maken met boot-/stoel-conformatie dus resorcinarenen. En dan toepassingen van resorcinarenen geven ( complexatie met quaternaire amoniumzouten en vooral cavitanden en carceplexen)&lt;br /&gt;
#*standaard combinatievraag&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#* Exact hetzelfde als 30 augustus 2021&lt;br /&gt;
#* Bij vraag 2: Let op de basisiciteit van de stikstofatomen -&amp;gt; alternatieve molecule zal een zuur-base reactie hebben met de stikstof van de macroring, waardoor je geen pseudo-rotaxaan kan krijgen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2024 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#*Synthetiseer 4de molecule p78, waarvan 2 van de 4 moleculen: R = propyl en de andere 2 hadden geen tert-buthyl maar een monoazakroonether. Gegeven waren startproducten formaldehyde (mag je 2 keer gebruiken), monoazakroonether en tertbuthylfenol. Zoek een juiste volgorde van synthesestrategie. (Bijvraag: wat en hoe reageert formaldehyde en waar op de ring)&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen een vaste-toestand-inclusiecomplex en een clathraat? (Bijvraag: iets van voorbeeld gegeven)&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen sephulcraat, sidefoor of sacrofagine? En hoe worden deze bereid uit formaldehyde en ethyleendiamine? &lt;br /&gt;
#*Klassieke vraag van 4 gastheren, 4 gasten en 5 solventen. Geef ook welke niet-covalente interacties er aanwezig zullen zijn.&lt;br /&gt;
##*Gasten (structuren gegeven): 1,4-benzendicarboxylic acid / Paraquat / isocyanuurzuur / ureum&lt;br /&gt;
##*Gastheren (structuren gegeven): Glycoluril (6 keer in een cirkel) / en nog 3 anderen die ik niet ken)&lt;br /&gt;
##*Solventen Water pH 3 / 7 / 10 / MeOH en DCM (Let op met de interacties)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#*2 reacties gegeven (1 met 2 moleculen waarbij covalente binding gevormd wordt, 2 azijnzuren die H-bruggen vormen) welke heeft de grootste entropieverandering?&lt;br /&gt;
#*Molecule gegeven met pi-pi-stapeling. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho? Leg uit als er pH-afhankelijkheid is voor het teken? (Ja!)&lt;br /&gt;
#*Molecule gegeven met 5 H-bruggen, we willen de bindingsconstante van H-brug met * bepalen. Hoe doen we dit? Er zullen problemen opduiken. Geef een oplossing voor deze problemen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 Juni 2024 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel van Dehaen&lt;br /&gt;
#*Volgende moleculen werden getest op gast-gastheer complexvorming met chloride-anion. Bij hetzelfde solvent ging de complexvorming het best op met gastheer 1, dan 2 en dan 3 die beduidend veel slechter complexeerde. Nochtans heeft 3 een extra H op de aromatische N in vergelijking met 1. De onderzoekers linkten de slechte complexvorming bij 3 met een verschil in preorganisatie. Leg uit. (Het kwam erop neer dat je de groepen juist moest uittekenen en dan de juiste interacties moest vinden.) [[File:Vraag1Wim.png|caption]]&lt;br /&gt;
#*Rangschik volgende moleculen van slechtst naar best voor complexvorming met een Li-kation. [[File:Vraag2Wim.png|caption]]&lt;br /&gt;
#*Geef een voorstel van de synthese van hexathia-18-kroon-6 waarbij je bèta-halogeensulfiden vermijdt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel van Mario&lt;br /&gt;
#*Wat is de ceiling temperature en floor temperature? Wat is hun fysische betekenis? Geef een voorbeeld van supramoleculaire polymeren bij elke soort temperatuur. Leg uit wat het belang is van de ceiling temperature bij duurzame afvalverwerking van de polymeren.&lt;br /&gt;
#*Rotaxaanvormingsreactie gegeven. Bepaal het teken van de Hammet-parameter rho met betrekking tot substituent R voor de ligging van het ev. Zou deze rotaxaanvorming ook opgaan met een difenylamine? (exact zelfde vraag als augustus 2021)&lt;br /&gt;
#*Waarom worden cyclodextrines gebruikt in geneesmiddelen? Leg uit aan de hand van de Lipinski regels voor orale beschikbaarheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 Juni 2023===&lt;br /&gt;
#Deel van Dehaen&lt;br /&gt;
#*Hoe maak je 1,4,10,13-tetraäza-18-kroon-6 uitgaande van 1,2-diaminoëthaan en eventueel andere reagentia? Welke techniek zou je gebruiken om een maximale opbrengst te bekomen?&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen een vaste-toestand-inclusiecomplex en een clathraat?&lt;br /&gt;
#*Wat zijn sepulchraat- en sarcofaginecomplexen en hoe kan je ze bereiden met ethyleendiamine en Co(III)?&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag: Combineer telkens een gast, gastheer en een solvent. Er zijn 4 gastheren, 4 gasten en 5 solventen gegeven. Bij elke gastheer hoort 1 gast en vice versa. Er zijn meer solventen gegeven dan gasten en gastheren, dus hier kan je er al zeker 1 niet gebruiken. Geef een korte verklaring bij elke combinatie die je maakt.&lt;br /&gt;
#**Gastheren: 1. een cyclofaan met 2 ringen en 3 NH&#039;s tussen de ringen aan elke kant (tussen elke NH zat een CH2). 2. Cucurbit[6]uril. 3.Een klein cyclisch molecule met 2 aromatische ringen met een N naar binnen gewezen. Boven deze ring zijn 2 of 3 NH&#039;s, eronder 2 N-CH3&#039;s. 4. Een groot cyclisch molecule met aromatische ringen met een N (naar binnen wijzend) en tussen de aromatische ringen een koolstofketen met NH&#039;s (ook 2 random C=O bindingen die naar buiten wijzen, links- en rechtsboven).&lt;br /&gt;
#**Gasten: 1. Koolstofketen met aan elke uiteinde een aromatische ring. Op de verbinding tussen de keten en elke ring zit een positief geladen N. 2. ureum. 3. Cyclohexaan met afwisselend een O (C=O, met C de C van de ring en O het substituent) en een NH2 als substituent (in totaal volledig gesubstitueerd). 4. Een aromatische ring met 2 COOH substituenten in para.&lt;br /&gt;
#**Solventen: Water (pH 3,7 of 10), methanol of dichloormethaan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel van Mario&lt;br /&gt;
#*Er is een afbeelding gegeven van het complex dat KI coöperatief kan binden adhv Zn (staat ook in de slides bij coöperativiteit). Dan staan er bindingsconstantes gegeven van KI, KClO4, NaI en NaClO4 met KI duidelijk de hoogste bindingsconstante.&lt;br /&gt;
#**a) Verklaar de waargenomen resultaten.&lt;br /&gt;
#**b) Welke binding gaat volgens jou gepaard met de grootste entropieverandering? Verklaar.&lt;br /&gt;
#*18-kroon-6 is gegeven met een aromatische ring erop en aan de aromatische ring hangt een R. Wat is het teken van rho indien de complexeren van K+ met deze structuur bekijken en wat is de verhouding met R? Geef in je antwoord zeker de volledige Hammett-vergelijking. Dan staat er een tweede afbeelding gegeven, ook 18-kroon-6, maar hier is het substituent -CH2-R. Geldt dit ook voor de tweede structuur?&lt;br /&gt;
#*Wat zijn de voor- en nadelen van supramoleculaire polymeren?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 Juni 2022 ===&lt;br /&gt;
#Dehean&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag&lt;br /&gt;
#**Solvent: CH2Cl2, MeOH, H2O pH (2,7,12)&lt;br /&gt;
#**Guests: trimethylhexadecylammonium *Cl-*, *tetrabutylammonium* nitraat, naftaleen-1-sulfonzuur, 4-aminobutaanzuur&lt;br /&gt;
#**Hosts: zeven, enkel molecule gegeven dus kan ze niet opnoemen ([2,2,2]-cryptand met enkel zuurstof, ...)&lt;br /&gt;
#*Verband EM &amp;amp; rigide groepen&lt;br /&gt;
#*Synthese hexathia-analoog van [2,2,2] cryptand, uitgaande van triëthanolamine&lt;br /&gt;
#**Hoe maximaliseren we de synthese?&lt;br /&gt;
#Smet&lt;br /&gt;
#*Bespreek compensatiegedrag entropie en enthalpie&lt;br /&gt;
#*Welke technieken om verschil tussen een catenaan en zijn 2 aparte ringen te meten (vermeld eventuele eigenschappen die nodig zijn op de macroringen)&lt;br /&gt;
#*Azidothymidine: structuur gegeven, voorspel werking en bio-beschikbaarheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 Augustus 2021===&lt;br /&gt;
[https://i.imgur.com/eDCNSJR.jpg Dehaen] &amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
[https://i.imgur.com/JolZOyK.jpg Smet]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 juni 2021===&lt;br /&gt;
#Dehaen&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag. &lt;br /&gt;
#**Gasten: naftaleenderivaat, nitraat, aminobutaanzuur,... &lt;br /&gt;
#**Gastheren: alpha-cyclodextrine derivaat met een quaternair amoniumzout aan gebonden, beta-cyclodextrine derivaat, kroonether met thioureumfuncties, een lariatether, [2.2.2] cryptand met zuurstof als donoratomen en N als bruggenhoofden. &lt;br /&gt;
#**Solvent: water pH 2, 7, 10, methanol, CH2Cl2&lt;br /&gt;
#*Verband EM &amp;amp; rigide groepen&lt;br /&gt;
#*Synthese van het thia-analoog van de [2.2.2]-cryptand startende van een triethanolamine. &lt;br /&gt;
#Smet&lt;br /&gt;
#*Leg uit waarom de meeste polymerisatiereacties slechts opgaan onder een bepaalde temperatuur. Geef de naam van deze temperatuur. &lt;br /&gt;
#*Leg uit waarom sommige polymerisatiereacties enkel opgaan boven een bepaalde temperatuur. Geef de naam van deze temperatuur. Geef een voorbeeld van een monomeer dat dergelijk gedrag vertoond. &lt;br /&gt;
#*Vraag over een complexatiereactie met een R-substituent en wat het teken van rho zou zijn in de Hammett-vergelijking.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 juni 2019 VM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Uitleggen waarom verzeping plaatsvindt van een gegeven molecule met KOH in tolueen enkel als een kroonether aanwezig (18-kroon-6 analoog)&lt;br /&gt;
#* Uitleggen waarom cyclodextrines geschikt zijn voor &amp;quot;drug delivery&amp;quot; en een geschikt cyclodextrinekiezen (alfa, beta, gamma) voor naproxen (naftaleenderivaat)&lt;br /&gt;
#* Waarom base gebruiken voor kroonethersynthese van catechol en oligoethyleenglycoltosylaten? (deproteneren / templaateffect van kation)&lt;br /&gt;
#** Verschillende kroonethers gegeven met variërende lengte en aantal zuurstoffen. Hij vraagt om voor elke kroonether de juiste base te kiezen&lt;br /&gt;
#** Keuze uit 5 basen: LiAcO, KAcO, NH4AcO, CsAcO en moleculair kation en AcO-&lt;br /&gt;
#* Resorcinaren worden gevormd in zuur milieu maar na een tijdje zal het thermydynamischer stabieler zijn (stoel versus boot)&lt;br /&gt;
#** Geef interacties van beide isomeren in basisch milieu met een tetraalkylammonium-kation&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* 2 associaties gegeven, welke van de 2 associaties heeft de kleinste entropieverandering? (A = H-brugacceptor &amp;amp; D = H-brugdonor)&lt;br /&gt;
#** Associatie 1: ADA DAD (letters staan eigelijk onder elkaar)&lt;br /&gt;
#** Associatie 2: AAA DDD (letters staan eigelijk onder elkaar)&lt;br /&gt;
#* Molecule gegeven met R-groep  dat interacties aangaat met een chloride-anion&lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn er voornamelijk?&lt;br /&gt;
#** Wat voor groep moet R zijn? Hoe verhoudt zicht dat tot de parameter rho?&lt;br /&gt;
#* Bespreek biobeschikbaarheid van morfine (structuur gegeven) &lt;br /&gt;
#** Heroïne heeft een sterker effect op het centraal zenuwstelsel, verklaar? (gegeven dat morfine reageert met overmaat azijnzuuranhydride en heroïne vormt).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineer:&lt;br /&gt;
#** Gasten: trimethylhexadecylammoniumion, nitraation, 4-aminoboterzuur, naftaleensulfonzuur. &lt;br /&gt;
#** Gastheren: resorcinareen, benzokroonether met één N en op die N zat een keten (keten = CH2 C6H4 CH2 ... NH C=NH NH ... azole ring), twee speciale cyclodextrines (eentje was een ring van zes monomeren met een ammoniumfuntie op, de andere was een ring van zeven monomeren met een thia-amine keten op), een ring met drie benzenen en tussen elke benzeen de groep CH2 CH2 NH C=S NH CH2 CH2), nog eentje die ik me niet herinner&lt;br /&gt;
#** Solventen: de gewoonlijke&lt;br /&gt;
#* Effect rigide groepen op EM&lt;br /&gt;
#* Synthese thia analoog [2.2.2]cyrptand, hoe synthese verbeteren?&lt;br /&gt;
#*Pillarenen uitleggen, verband andere calixarenen&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welke reactie geeft de grootste entropie veranderingen? eentje is het azijnzuur dimeer, de andere is de cyclisatie van twee ringen (eentje is maleïnezuuranhydride en de ander cyclohexa-1,3-dieen) (volgens chemdraw heet het gevormde molecule (4R,7aS)-3a,4,7,7a-tetrahydro-4,7-ethanoisobenzofuran-1,3-dione). Bijvraag: iets met de deeltermen van de entropie, bij welke is welke het grootst? &lt;br /&gt;
#* Geef teken rho (Hammett) van de complexatie van K+ met een benzokroonether met aan die benzeenring een substituent R. Geldt deze redenering voor rho ook voor een tweede kroonether die aan een ethyleen eenheid een CH2R groep heeft hangen?&lt;br /&gt;
#* Bespreek relenza en tamiflu, over hun biobeschikbaarheid en mechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineren van gast, gastheer en solvent met als gasten: lanthaan, paraquat en nog een dicarbonzuur, als gastheren verschillende calixarenen in water ph 2,7,10, methanol of chloroform&lt;br /&gt;
#* Vraag welke het beste zou zijn voor ionentransport over een organisch membraan: diglyme of 2,2,2 kryptand&lt;br /&gt;
#* Een synthese van een 2,2,2 thiakryptand derivaat&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Ceiling &amp;amp; floortemperatuur + voorbeeld&lt;br /&gt;
#* Met de hammetvgl werken en teken van rho bepalen bij een complexvorming van pseudorotaxaan&lt;br /&gt;
#* Invloed van ... (cyclodextrine?) op transport van medicijnen en da linken aan de lipinskiregels&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 VM ===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze 1,3benzeenringen hebben geen buty meer, en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd. &lt;br /&gt;
#* Nonactine &amp;amp; valinomycine&lt;br /&gt;
#* Gast, gastheer, solvent: &lt;br /&gt;
#** H2O (pH = 3,7, 10), DCM, MeOH&lt;br /&gt;
#** Na+, ammoniumzout*, diamide*, benzoezuur (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
#** Calix[4]areen*, resorcinol uit acetaldehyde en 24u reflux, benzokroonether*, alfa-cyclodextrine, diamine* (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welk proces geeft de grootste entropieverandering met zich mee? &lt;br /&gt;
#** Furaan + H2C=COOR --&amp;gt; furaanring waarvan de twee dubbele bindingen weg zijn en er eentje bij is gekomen waar er eerst de enkele binding was, en de twee koolstoffen naast de zuurstof zijn nu verbonden met de koolstoffen van de dubbele binding van het ester&lt;br /&gt;
#** twee carbonzuren die een dimeer vormen&lt;br /&gt;
#* Bepaal teken rho, heeft pH invloed (R-C6H5 pi-pi stapeling met C6H5-NH2)&lt;br /&gt;
#* Relenza en tamiflu (orale beschikbaarheid en mechanisme)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel de synthese op voor het Lehn&#039;s sferand (structuur gegeven) vanuit (derivaten van) diëthyleenglycolen.&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge-verdunningsvoorwaarden en hoe werkt dit?&lt;br /&gt;
#* Combineer. Gastheren: cyclisch guanidine, cucurbit[8]uril, 30-kroon-10. Gasten: arginine, N-acetyltryptofaan, 1,4-bis(aminoimidazoline)butaan. Solventen: Chloroform, methanol, water pH 2, 7 en 10. (structuren gegeven)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: een pyrrool gesubstitueerd met een alkeen met twee R-substituenten (willekeurig). Dit molecule interageert met een onbekende receptor. Welke interactie veronderstel je? Bepaal het teken van rho. Wat gebeurt er met de absolute waarde van rho wanneer je een R-substituent vervangt door een H-atoom.&lt;br /&gt;
#* Wat is transfectie en hoe kan supramoleculaire chemie hierbij helpen?&lt;br /&gt;
#* Twee verbindingen gegeven, elk met 3 waterstofbindingen (structuren uit slides deel supramoleculaire polymeren). Welke verbinding heeft de grootse associatieconstante en waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke factoren beinvloeden de effectieve molariteit&lt;br /&gt;
#* synthese van hexathia18-kroon-6 vanuit ethyleenglycol en bis(2hydroxyethyl)sulfide op een veilige manier en wat doen we om de opbrengst zo hoog mogelijk te houden&lt;br /&gt;
#* wat zijn ansa-verbindingen en hoe kunnen ze meer inzicht geven over de ruimtevulling van de groepen&lt;br /&gt;
#* een structuur gegeven met 2 NH2 groepen een kroonether en een R (fenyl). 4-aminobutaanzuur is beter oplosbaar dan glycine (2-aminoazijnzuur) en 6-aminohexaanzuur. Hoe komt dit, welke interacties. De oplosbaarheid stijgt wanneer we R vervangen door (4-NO2-fenyl). Verklaar.&lt;br /&gt;
#* er zijn twee isomeren bij de synthese van resorcinarenen. Welke zijn dit?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#SMET:&lt;br /&gt;
#* gegeven een amide: RR&#039;C=CH-CO-N(CH3)2 met onbekende receptor gaat interageren:&lt;br /&gt;
Welke interactie verwachten we, teken van reactieparameter, plus redeneer. Wat gebeurt er met de absolite waarde van de reactieparameter als we een van de R groepen vervangen door een H.&lt;br /&gt;
#* lipskin regel geven en wat is het belang tegenwoordig in farmaceutische industrie &lt;br /&gt;
#* Bij synthese van rotaxanen volgens iemand (Stoddart ofzo)(tetrakationisch complex) zal threading een hogere opbrengst geven dan clipping waarom?&lt;br /&gt;
Waarom dan niet altijd threading?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze twee benzeenringen zijn ook gedebutyleerd en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd.&lt;br /&gt;
#* Bespreek aan de hand van hun structuurelementen de functie van nonactine en valinomycine (structuur gegeven).&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gastheren met de juiste gasten en solventen. Gasten: Natriumion, p-diaminobenzeen, p-diaminobenzeen met beide stikstoffen tetragebutyleerd, benzoÃ«zuur. Gastheren: calix[4]areen, een groot dibenzokroonether, een resorcinareen verkregen na 24 uur reflux, alfa-cyclodextrine en een aromatisch diamide. Solventen: water (pH 3, 7, 10), MeOH &amp;amp;amp; DCM.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* 4-R-pyridine. Deze gast bindt enkel aan de gastheer indien de stikstof geprotoneerd is. Bepaal het teken van de Hammett-parameter rho. Op welke interactie zou de complexatie kunnen berusten?&lt;br /&gt;
#* Geef de twee methoden die gebruikt kunnen worden om de associatieconstante te schrijven in functie van deelassociatieconstanten. Beschrijf de fysische basis van het probleem dat hierbij optreedt.&lt;br /&gt;
#* Bespreek de moleculaire basis van plaquevorming zoals die optreedt bij bijvoorbeeld de ziekte van Alzheimer. Wat zijn de therapeutische mogelijkheden om dit tegen te gaan? Bijvraag: op welke secundaire structuren en soorten interacties berust de associatie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven [2.2.2]cryptand uitgaande van chlooracetamide. Het cryptand heeft stikstoffen als bruggenhoofden, 2 ketens met telkens 2 zuurstoffen en 1 keten met 2 zwavelatomen. En hoe kan je de macroyclisatie bevorderen?&lt;br /&gt;
#* Transport van donor naar acceptorlaag via een organisch membraan? hoe gaat dit het beste met pentaglyme of met een [2.2.2]cryptand. Verklaar.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Je hebt een gesubstitueerd chinoline (onbekende substituent). Dit chinoline complexeert enkel met een gastheer als de N niet geprotoneerd is. wat is het teken van de hammet-parameter Rho? welke interactie zal er zijn tussen de gast en de gastheer?&lt;br /&gt;
#* Geef de 4 belangrijkste entropieveranderingen bij complexatie en bespreek. Welke is verantwoordelijk voor preorganisatie? Leg uit.&lt;br /&gt;
#* Invloed ketenlengte benzokroonether op rendement van een catenaan met een tetrakationisch cyclofaan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven calix[4]hemisferand uitgaande van 2 gegeven fenolen. De receprot bestond uit een calix[4]areen met een hemisferand aangehecht op de 1- en 3-posities.&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van valinomycine en nonactine: bespreek de functie  en hoe de verschillende structuurelementen hiertoe bijdragen.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#**solventen: zuur, neutraal of basisch water, methanol, dicchloormethaan&lt;br /&gt;
#**gastheren: cyclodextrine, een grote benzokroonether, een calyxareen, stoel resorcinareen en een heteroaromatische receptor met amidefuncties.&lt;br /&gt;
#**gasten: natriumion, aromatisch diamine, aromatisch diammoniumzout, benzoÃ«zuur&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Op welke 2 manieren kunnen we de totale associatieconstante beschouwen als een product van deelassociatieconstanten? Wat is bij elk het grootste fysisch probleem? Welk van deze 2 methoden is, op praktische gronden, te verkiezen en waarom?&lt;br /&gt;
#* Gegeven een amide met een para-gesubstitueerde fenylgroep op de N en de carbonyl. Dit molecule gaat waterstofbindingen aan met zowel de zuurstof als de NH. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho voor het substituent op elke benzeenring?&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van een receptor bestaande uit een porfyrinering, gekoppeld aan een calixareen met ketens die veel heteroatomen bevatten. De bindingsconstanten van KI is hoog, die voor NaI en NaClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; tussenin (en ongeveer gelijk), die van KClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; laag. Verklaar waarom. (Deze structuur staat in de cursus ter hoogte van het deel over coÃ¶perativiteit).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2012 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge verdunningsvoorwaarden en geef 2 voorbeelden hoe men dit in de praktijk bewerkstelligt.&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende affiniteit voor het kaliumkation en motiveer: 18-kroon-6, 1,10-dithia-18-kroon-6, benzo-18-kroon-6, [2.2.2]cryptand, 15-kroon-5, 21-kroon-7.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Voor een bepaald hydrofoob (gedeelte van een) gastmolecule werd aangetoond dat het de hydrofobe holte van de gastheer maar voor 55% vult in stabielste toestand. Verklaar thermodynamisch waarom het kan dat deze gedeeltelijk gevulde toestand meer bevoordeeld wordt dan de volledig gevulde holte.&lt;br /&gt;
#* &lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn van belang bij het catenaan gevormd uit &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039;, &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; en &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;?&lt;br /&gt;
#** Wat zou het effect zijn op de bindingsconstante moest het catenaan gevormd worden rond &#039;&#039;&#039;4&#039;&#039;&#039; i.p.v. &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039; en waarom?&lt;br /&gt;
#** Beredeneer het teken van de Hammett parameter Ï van de catenatiereactie van &#039;&#039;&#039;5&#039;&#039;&#039; met het monogealkyleerd derivaat van &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039; (hiermee wordt bedoeld, de open-ketenvorm van &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; enkelvoudig gebonden aan &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;). Sterische effecten van R mogen verwaarloosd worden [[Bestand:CatenaanSmet.png]]&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers synthetiseerden bovenste verbinding als receptor voor de onderste (tekening is &#039;&#039;ongeveer&#039;&#039; juist). Belangrijke interacties hierbij zijn H-bruggen, maar ook de Ï€-Ï€-interacties tussen de eindstandige benzeenringen spelen een beduidende rol. Om aard en sterkte van deze Ï€-Ï€-interacties te onderzoeken synthetiseerde men een aantal derivaten van beide, en mat men het verschil in bindingssterkte voor verschillende substituenten op de benzeenringen. [[Bestand:receptorSmet.png]]&lt;br /&gt;
#** Welke complicatie valt te verwachten bij deze metingen, vanwege de verschillende substituenten op de derivaten?&lt;br /&gt;
#** Verklaar de waargenomen tendensen in de gemeten energiebijdragen, weergegeven in de tabel (deze waarden zijn gecorrigeerd voor de complicaties waarnaar gevraagd in eerste subvraag dus zijn &#039;&#039;juist&#039;&#039;).&lt;br /&gt;
[[Bestand:tabelSmet.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Klassieke vraag. Verbind de juiste gast met gastheer en solvent. Licht toe en zeg welke interacties plaatsvinden.&lt;br /&gt;
#* Wat is de CAC? Waarom is het belangrijk dat deze gemeten wordt en hoe wordt deze gemeten?&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: [[Bestand:MolHerExamenMario.jpg]]&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;Bepaal het teken van &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;X&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep X en &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;R&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep R. Waarom gaat bij zÃ©Ã©r elektronenzuigende groepen, bv. X=F&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, de meting van de complexatieconstante met nucleofiele deeltjes niet meer correct verlopen?&lt;br /&gt;
#* Mag men de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de aromatische ring en de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de gedeprotoneerde carbonzuurfunctie zomaar optellen? Verklaar.&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenMario2.jpg]]&lt;br /&gt;
#* De synthese van rotaxanen op vaste drager kan handig zijn. Onwaar/waar en verklaar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* geef de structuur van cyclotriveratryleen en de synthese vanuit veratrol. Waarom zijn asymmetrisch gesubstitueerde CTV&#039;s chiraal?&lt;br /&gt;
#* hoe kunnen we eigenschappen van een gegeven cyclofaan gebruiken om de grootte van de substituent op de ring te bepalen&lt;br /&gt;
#* geef de synthese van de macroring 15 kroon 5 maar ipv met zuurstoffen met (NH , O , NH, S, S) vanuit HSCH2CH2SH en H2NCH2CH2OCH2CH2NH2&lt;br /&gt;
#* welke gast past in welk solvent bij welke gastheer? gasten: (Fe3+, Yb3+, tetramethylammonium, benzoaat) solventen: (methanol, DCM, water met pH=3,7,10) gastheren:(een resorcinareen, een [4]-calixareen met een -O-CH2COOH op elke ring, een [6]-calixareen met op de ring aan de ene kant een SO3H aan de andere kant een staart met een hydroxyamide rest aan, een [6]-calixareen met daaraan een staart met aan het uiteinde een fenylureum staart&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* gegeven: een receptor met daarop 2 groepen die waterstofbruggen vormen met een HO- en een -CHO op drie verschillende liganden. Welke complex zal het stabielste zijn, en verklaar dit energetisch en entropisch (ligand 1 is een bifenyl, ligand 2 is een bifenyl met een huge (triethylmethyl-)substituent op een van de ringen en ligand 3 is gewoon een alifatische keten met die oh en cho aan de uiteinden)&lt;br /&gt;
#* wat is de dubbele mutantcyclus een geef een voorbeeld dat de voordelen duidelijk maakt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (ochtend) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Bespreek de synthese van volgend cavitand, vertrekkende van resorcinareen. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#* Wat is [2,2]paracyclofaan? Geef de syntheses en eigenschappen (UV-spectrum).&lt;br /&gt;
#* Bespreek het kinetisch en thermodynamisch templaateffect.&lt;br /&gt;
#* 5 Macroringen gegeven; rangschik naar toenemende effectieve molariteit. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven 1-amino-5-R-naftaleen (met R een onbepaalde substituent). In een complex vormt deze aminogroep een waterstofbrug. Onderzoek wijst uit dat de &amp;amp;quot;reactie&amp;amp;quot;-parameter sterk positief is. Welke soort R-substituenten bevoordeligen de reactie? (leg uit met Hammett-vergelijking en de substituent-parameter) Bekleedt de aminogroep een donor- of acceptorfunctie bij het vormen van deze waterstofbrug?&lt;br /&gt;
#* Waarom is het entropieverlies van complexvorming in oplossing doorgaans kleiner dan in gasfase?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Verklaar waarom de effectieve molariteit stijgt bij een macrocysliche 10-ring, wanneer&lt;br /&gt;
#** a) rigide groepen worden gebruikt&lt;br /&gt;
#** b) heteroatomen worden gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verschil tussen een clathraat en een vaste stof-inclusie complex.&lt;br /&gt;
#* Schrijf de synthese op van dit cavitand (structuur is gegeven) vertrekkende van rescoriol. De cavitand is gelijkend op die in de cursus staat, maar op de 2&#039; plaats heeft deze een COOH groep.&lt;br /&gt;
#* VÃ¶gth synthetiseerde vele cryptanden met substituenten X (structuur is gegeven). Hoe kon hij daarmee de grootte van de caviteit bepalen? &lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Je krijgt een complexatie van een gast en gastheer die via pi-pi interacties complexeert en net naast deze aromatische ringen een waterstofbrug vormt met een amide op de gast.&lt;br /&gt;
#** Men wil d.m.v. substituenteffecten op de aromatische ringen ph1 (= op gast) en ph2 (= op gastheer) de bijdrage voor deze pi-pi interactie meten. Welke complicatie verwacht je echter met deze methode, bij dit specifieke complex?&lt;br /&gt;
#** Verklaar in de tabel (tabel met horizontaal de para-ph1 substituenten en vertikaal de para-ph 2 substituenten) de verlopen van de incrementen. (De incrementen zijn aangepast aan de complicatie die je in het eerste puntje moet geven en zijn dus correct)&lt;br /&gt;
#** Bepaal ook het teken van de Hammett rho parameters.&lt;br /&gt;
#* Trage complexen.&lt;br /&gt;
#** Hoe kan je in een NMR spectrum zien of je te maken hebt met een traag complex&lt;br /&gt;
#** Wat is het voordeel van een extreem traag complex? Geef een relevant voorbeeld van hoe we er gebruik van kunnen maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* match de gasten en de gastheren met de juiste solventen. Gast: 1,4-benzochinon, naftaleen-1,5-dicarbonzuur en 4-butylfenol (&amp;amp;quot;voor mensen die niet goed zijn in naamgeving, zal ik de moleculen even op bord tekenen&amp;amp;quot;). Solvent: water (ph= 2, 6, 10), MeOH, CCl4. Gasten: alpha-cyclodextrine, diazo-18-kroon-6, 18-kroon-6, [2,2]cyclofaan en 2 grote cyclofanen die getekend staan. Geef ook alle niet-covalente reacties en licht uw keuze toe&lt;br /&gt;
#* Wat is CAC, waarom belangrijk en hoe gemeten&lt;br /&gt;
#* reactie van een [2,2,1]cryptand opgebouwd uit bi en triÃ«thyleenglycolderivaten&lt;br /&gt;
#* Membraantransport  van kationen met kroonethers en de voorwaarden waaraan dat kroonether moet voldoen&lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Het teken van rho (Hammet) bepalen uit een tabel met stabiliteitsconstanten met verschillende gevers en zuigers. De link vinden met het reactiemechanisme. Bijkomende vraag: wat gebeurt er met een sterke base en een sterke elektronzuiger. (ja wat onduidelijk als je het molecule niet ziet natuurlijk...)&lt;br /&gt;
#* Stelling: voor het gegeven molecule mag ik zomaar de deltaG optellen om de totale deltaG te berekenen.&lt;br /&gt;
#* Waarom kan het voordelig zijn om synthese van rotaxanen uit te voeren op een vaste fase&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke ionen passen in welke macroringen? (K+, Ag+, Eu3+, Li+ en nog een vieze grote molecule) De macrocyclische verbindingen zijn ook gegeven. Welk solvent pak je best? (H2O, H2O pH 10, MeOH of chloroform) Vermeld welke interacties plaatsvinden&lt;br /&gt;
#* bespreek de synthese van: -een calix[4]areen met twee nitraten, twee n-propyloxy&#039;s en een azakroonetheroverbrugging-&lt;br /&gt;
#* Wat is zijn zelfassemblage en zelforganisatie en illustreer met een voorbeeld&lt;br /&gt;
# MS:&lt;br /&gt;
#* Tabel horende bij compensatie-effect gegeven. Welke interacties? Bespreek de tendens in de tabel en ook het verschil in \Delta S tussen gasfase en oplossing.&lt;br /&gt;
#* tekening van een catenaan met een cyclofaan met nogal wat N in rond een benzokroonether gegeven. Deze verbinding toont met H-NMR slechts twee signalen (3,45 en 6,26 ppm of zo) voor de hydrochinon-waterstoffen. Reden? Bespreek ook de multipliciteit van de signalen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Waarom is ethyleendioxy zo&#039;n populaire eenheid in kroonetherchemie&lt;br /&gt;
#* Welke 2 groepen zijn belangrijk bij de complexatie van Fe bij de sideroforen&lt;br /&gt;
#* 3 gasten (Lithium, azide, tetramethylammonium), 5 solventen (MeOH, H2O( pH 2,6,10), CCl4), gastheren ([2.2.2]-cryptand, all-cis resorcinareen, cram&#039;s sferand, 18-kroon-6,...)&lt;br /&gt;
# M.S.:&lt;br /&gt;
#* Synthese van tetrakationisch cyclofaan&lt;br /&gt;
#* Vraagje over receptor die interageert met gast, welk teken heeft de hammett parameter rho.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R0898426</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=4624</id>
		<title>Moleculaire Herkenning</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=4624"/>
		<updated>2025-06-18T09:34:32Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R0898426: /* 17 juni 2025 (VM) */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verplicht vak voor chemie. Moleculaire herkenning wordt gedoceerd door 2 proffen. Mario smet en Wim &amp;amp;quot;sandalen&amp;amp;quot; Dehaen. 50% van de punten staan op het examen, de andere 50% staan op een paper. Op het examen worden mondelinge vragen gesteld over de paper. Bij prof. Smet zijn dit normaal enkel de vragen die hij geeft bij de feedback op de paper,&lt;br /&gt;
prof. Dehaen stelt vaak ook extra vragen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2025 (VM)===&lt;br /&gt;
Wim:&lt;br /&gt;
  - vraag: &amp;gt;&lt;br /&gt;
      Koppel elke gastmolecule aan een geschikte gastheer en oplosmiddel. Niet elke gastheer of elk oplosmiddel moet gebruikt worden; hergebruik is toegestaan.&lt;br /&gt;
      Gasten: hexadecyltrimethylammoniumchloride (focus op het hexadecyltrimethylammonium-kation), tetraethylammoniumnitraat (focus op nitraat), 1-naftaleensulfonzuur, 4-aminobutaanzuur.&lt;br /&gt;
      Gastheren: [2.2.2]-cryptand, resorcinareen, α-cyclodextrine, β-cyclodextrine, lariatkroonether met amine-/amidegroepen in de staart, azakroonether-achtige macrocyclus met meerdere amines en twee benzeenringen als ‘caps’.&lt;br /&gt;
      Oplosmiddelen: dichloormethaan (DCM), methanol, water (pH 2, 7 of 10).&lt;br /&gt;
    tip: &amp;gt;&lt;br /&gt;
      4-aminobutaanzuur komt voor als zwitter-ion (combinatie met lariatether (zuur = h-brug acceptor dus met de NH staart, amine = h-brug donor dus met kroonether), &lt;br /&gt;
      1-naftaleensulfonzuur met beta-cyclodextrine, &lt;br /&gt;
      nitraat met het azakroonether, &lt;br /&gt;
      hexadecyltrimethylammoniumchloride was volgens mij met het resorcinareen.&lt;br /&gt;
  - vraag: Wat is het effect van rigide groepen op de effectieve molariteit (EM)?&lt;br /&gt;
  - vraag: &amp;gt;&lt;br /&gt;
      Stel een synthesetraject op voor het thia-analoog van de [2.2.2]-cryptand, vertrekkende van triethanolamine. Hoe maximaliseren we de synthese?&lt;br /&gt;
    tip: &amp;gt;&lt;br /&gt;
      OH vervangen door betere leaving-group (bv tosyl), dat laten reageren met een thiol (bv ethane-1,2,dithiol). &lt;br /&gt;
      Maximaliseren met hoge verdunning en base (cesiumeffect).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Mario:&lt;br /&gt;
  - vraag: &amp;gt;&lt;br /&gt;
      Welk proces heeft de kleinste entropieverandering?&lt;br /&gt;
      - Een cyclisatie waarbij een alkyn (R–C≡CH) met een triazene reageert tot een triazoolring&lt;br /&gt;
      - Vorming van een waterstofbrug tussen amidegroepen&lt;br /&gt;
  - vraag: &amp;gt;&lt;br /&gt;
      Wat is het teken van ρ in de Hammetvergelijking bij complexatie van K⁺ met een kroonether die een benzeenring bevat, waarbij R een substituent is op die aromatische ring?&lt;br /&gt;
      Geldt dezelfde redenering ook voor een kroonether waarbij R via een CH₂-keten aan de kroonether is gekoppeld (dus kroonether–CH₂–R i.p.v. kroonether–C₆H₄–R)?&lt;br /&gt;
    tip: &amp;gt;&lt;br /&gt;
      zelfde redenering geldt niet want er wordt geen rekening gehouden tussen inductieve en mesomere effecten bij rho &lt;br /&gt;
      (dus mesomeer gevend kan inductief zuigend zijn)&lt;br /&gt;
  - vraag: &amp;gt;&lt;br /&gt;
      Wat is transfectie? Wat is het probleem bij transfectie, en hoe kan supramoleculaire chemie dit oplossen?&lt;br /&gt;
    tip: &amp;gt;&lt;br /&gt;
      Het probleem is dat DNA of RNA moeilijk door de celmembraan geraakt; &lt;br /&gt;
      supramoleculaire systemen (zoals kationische dragers) helpen dit te overwinnen via efficiëntere celopname.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2025 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#*Synthetiseer een [2.1.1]cryptand&lt;br /&gt;
#*Belang resorcinol molecule in de supramoleculaire chemie bespreken, had te maken met boot-/stoel-conformatie dus resorcinarenen. En dan toepassingen van resorcinarenen geven ( complexatie met quaternaire amoniumzouten en vooral cavitanden en carceplexen)&lt;br /&gt;
#*standaard combinatievraag&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#* Exact hetzelfde als 30 augustus 2021&lt;br /&gt;
#* Bij vraag 2: Let op de basisiciteit van de stikstofatomen -&amp;gt; alternatieve molecule zal een zuur-base reactie hebben met de stikstof van de macroring, waardoor je geen pseudo-rotaxaan kan krijgen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2024 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#*Synthetiseer 4de molecule p78, waarvan 2 van de 4 moleculen: R = propyl en de andere 2 hadden geen tert-buthyl maar een monoazakroonether. Gegeven waren startproducten formaldehyde (mag je 2 keer gebruiken), monoazakroonether en tertbuthylfenol. Zoek een juiste volgorde van synthesestrategie. (Bijvraag: wat en hoe reageert formaldehyde en waar op de ring)&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen een vaste-toestand-inclusiecomplex en een clathraat? (Bijvraag: iets van voorbeeld gegeven)&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen sephulcraat, sidefoor of sacrofagine? En hoe worden deze bereid uit formaldehyde en ethyleendiamine? &lt;br /&gt;
#*Klassieke vraag van 4 gastheren, 4 gasten en 5 solventen. Geef ook welke niet-covalente interacties er aanwezig zullen zijn.&lt;br /&gt;
##*Gasten (structuren gegeven): 1,4-benzendicarboxylic acid / Paraquat / isocyanuurzuur / ureum&lt;br /&gt;
##*Gastheren (structuren gegeven): Glycoluril (6 keer in een cirkel) / en nog 3 anderen die ik niet ken)&lt;br /&gt;
##*Solventen Water pH 3 / 7 / 10 / MeOH en DCM (Let op met de interacties)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#*2 reacties gegeven (1 met 2 moleculen waarbij covalente binding gevormd wordt, 2 azijnzuren die H-bruggen vormen) welke heeft de grootste entropieverandering?&lt;br /&gt;
#*Molecule gegeven met pi-pi-stapeling. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho? Leg uit als er pH-afhankelijkheid is voor het teken? (Ja!)&lt;br /&gt;
#*Molecule gegeven met 5 H-bruggen, we willen de bindingsconstante van H-brug met * bepalen. Hoe doen we dit? Er zullen problemen opduiken. Geef een oplossing voor deze problemen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 Juni 2024 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel van Dehaen&lt;br /&gt;
#*Volgende moleculen werden getest op gast-gastheer complexvorming met chloride-anion. Bij hetzelfde solvent ging de complexvorming het best op met gastheer 1, dan 2 en dan 3 die beduidend veel slechter complexeerde. Nochtans heeft 3 een extra H op de aromatische N in vergelijking met 1. De onderzoekers linkten de slechte complexvorming bij 3 met een verschil in preorganisatie. Leg uit. (Het kwam erop neer dat je de groepen juist moest uittekenen en dan de juiste interacties moest vinden.) [[File:Vraag1Wim.png|caption]]&lt;br /&gt;
#*Rangschik volgende moleculen van slechtst naar best voor complexvorming met een Li-kation. [[File:Vraag2Wim.png|caption]]&lt;br /&gt;
#*Geef een voorstel van de synthese van hexathia-18-kroon-6 waarbij je bèta-halogeensulfiden vermijdt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel van Mario&lt;br /&gt;
#*Wat is de ceiling temperature en floor temperature? Wat is hun fysische betekenis? Geef een voorbeeld van supramoleculaire polymeren bij elke soort temperatuur. Leg uit wat het belang is van de ceiling temperature bij duurzame afvalverwerking van de polymeren.&lt;br /&gt;
#*Rotaxaanvormingsreactie gegeven. Bepaal het teken van de Hammet-parameter rho met betrekking tot substituent R voor de ligging van het ev. Zou deze rotaxaanvorming ook opgaan met een difenylamine? (exact zelfde vraag als augustus 2021)&lt;br /&gt;
#*Waarom worden cyclodextrines gebruikt in geneesmiddelen? Leg uit aan de hand van de Lipinski regels voor orale beschikbaarheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 Juni 2023===&lt;br /&gt;
#Deel van Dehaen&lt;br /&gt;
#*Hoe maak je 1,4,10,13-tetraäza-18-kroon-6 uitgaande van 1,2-diaminoëthaan en eventueel andere reagentia? Welke techniek zou je gebruiken om een maximale opbrengst te bekomen?&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen een vaste-toestand-inclusiecomplex en een clathraat?&lt;br /&gt;
#*Wat zijn sepulchraat- en sarcofaginecomplexen en hoe kan je ze bereiden met ethyleendiamine en Co(III)?&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag: Combineer telkens een gast, gastheer en een solvent. Er zijn 4 gastheren, 4 gasten en 5 solventen gegeven. Bij elke gastheer hoort 1 gast en vice versa. Er zijn meer solventen gegeven dan gasten en gastheren, dus hier kan je er al zeker 1 niet gebruiken. Geef een korte verklaring bij elke combinatie die je maakt.&lt;br /&gt;
#**Gastheren: 1. een cyclofaan met 2 ringen en 3 NH&#039;s tussen de ringen aan elke kant (tussen elke NH zat een CH2). 2. Cucurbit[6]uril. 3.Een klein cyclisch molecule met 2 aromatische ringen met een N naar binnen gewezen. Boven deze ring zijn 2 of 3 NH&#039;s, eronder 2 N-CH3&#039;s. 4. Een groot cyclisch molecule met aromatische ringen met een N (naar binnen wijzend) en tussen de aromatische ringen een koolstofketen met NH&#039;s (ook 2 random C=O bindingen die naar buiten wijzen, links- en rechtsboven).&lt;br /&gt;
#**Gasten: 1. Koolstofketen met aan elke uiteinde een aromatische ring. Op de verbinding tussen de keten en elke ring zit een positief geladen N. 2. ureum. 3. Cyclohexaan met afwisselend een O (C=O, met C de C van de ring en O het substituent) en een NH2 als substituent (in totaal volledig gesubstitueerd). 4. Een aromatische ring met 2 COOH substituenten in para.&lt;br /&gt;
#**Solventen: Water (pH 3,7 of 10), methanol of dichloormethaan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel van Mario&lt;br /&gt;
#*Er is een afbeelding gegeven van het complex dat KI coöperatief kan binden adhv Zn (staat ook in de slides bij coöperativiteit). Dan staan er bindingsconstantes gegeven van KI, KClO4, NaI en NaClO4 met KI duidelijk de hoogste bindingsconstante.&lt;br /&gt;
#**a) Verklaar de waargenomen resultaten.&lt;br /&gt;
#**b) Welke binding gaat volgens jou gepaard met de grootste entropieverandering? Verklaar.&lt;br /&gt;
#*18-kroon-6 is gegeven met een aromatische ring erop en aan de aromatische ring hangt een R. Wat is het teken van rho indien de complexeren van K+ met deze structuur bekijken en wat is de verhouding met R? Geef in je antwoord zeker de volledige Hammett-vergelijking. Dan staat er een tweede afbeelding gegeven, ook 18-kroon-6, maar hier is het substituent -CH2-R. Geldt dit ook voor de tweede structuur?&lt;br /&gt;
#*Wat zijn de voor- en nadelen van supramoleculaire polymeren?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 Juni 2022 ===&lt;br /&gt;
#Dehean&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag&lt;br /&gt;
#**Solvent: CH2Cl2, MeOH, H2O pH (2,7,12)&lt;br /&gt;
#**Guests: trimethylhexadecylammonium *Cl-*, *tetrabutylammonium* nitraat, naftaleen-1-sulfonzuur, 4-aminobutaanzuur&lt;br /&gt;
#**Hosts: zeven, enkel molecule gegeven dus kan ze niet opnoemen ([2,2,2]-cryptand met enkel zuurstof, ...)&lt;br /&gt;
#*Verband EM &amp;amp; rigide groepen&lt;br /&gt;
#*Synthese hexathia-analoog van [2,2,2] cryptand, uitgaande van triëthanolamine&lt;br /&gt;
#**Hoe maximaliseren we de synthese?&lt;br /&gt;
#Smet&lt;br /&gt;
#*Bespreek compensatiegedrag entropie en enthalpie&lt;br /&gt;
#*Welke technieken om verschil tussen een catenaan en zijn 2 aparte ringen te meten (vermeld eventuele eigenschappen die nodig zijn op de macroringen)&lt;br /&gt;
#*Azidothymidine: structuur gegeven, voorspel werking en bio-beschikbaarheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 Augustus 2021===&lt;br /&gt;
[https://i.imgur.com/eDCNSJR.jpg Dehaen] &amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
[https://i.imgur.com/JolZOyK.jpg Smet]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 juni 2021===&lt;br /&gt;
#Dehaen&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag. &lt;br /&gt;
#**Gasten: naftaleenderivaat, nitraat, aminobutaanzuur,... &lt;br /&gt;
#**Gastheren: alpha-cyclodextrine derivaat met een quaternair amoniumzout aan gebonden, beta-cyclodextrine derivaat, kroonether met thioureumfuncties, een lariatether, [2.2.2] cryptand met zuurstof als donoratomen en N als bruggenhoofden. &lt;br /&gt;
#**Solvent: water pH 2, 7, 10, methanol, CH2Cl2&lt;br /&gt;
#*Verband EM &amp;amp; rigide groepen&lt;br /&gt;
#*Synthese van het thia-analoog van de [2.2.2]-cryptand startende van een triethanolamine. &lt;br /&gt;
#Smet&lt;br /&gt;
#*Leg uit waarom de meeste polymerisatiereacties slechts opgaan onder een bepaalde temperatuur. Geef de naam van deze temperatuur. &lt;br /&gt;
#*Leg uit waarom sommige polymerisatiereacties enkel opgaan boven een bepaalde temperatuur. Geef de naam van deze temperatuur. Geef een voorbeeld van een monomeer dat dergelijk gedrag vertoond. &lt;br /&gt;
#*Vraag over een complexatiereactie met een R-substituent en wat het teken van rho zou zijn in de Hammett-vergelijking.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 juni 2019 VM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Uitleggen waarom verzeping plaatsvindt van een gegeven molecule met KOH in tolueen enkel als een kroonether aanwezig (18-kroon-6 analoog)&lt;br /&gt;
#* Uitleggen waarom cyclodextrines geschikt zijn voor &amp;quot;drug delivery&amp;quot; en een geschikt cyclodextrinekiezen (alfa, beta, gamma) voor naproxen (naftaleenderivaat)&lt;br /&gt;
#* Waarom base gebruiken voor kroonethersynthese van catechol en oligoethyleenglycoltosylaten? (deproteneren / templaateffect van kation)&lt;br /&gt;
#** Verschillende kroonethers gegeven met variërende lengte en aantal zuurstoffen. Hij vraagt om voor elke kroonether de juiste base te kiezen&lt;br /&gt;
#** Keuze uit 5 basen: LiAcO, KAcO, NH4AcO, CsAcO en moleculair kation en AcO-&lt;br /&gt;
#* Resorcinaren worden gevormd in zuur milieu maar na een tijdje zal het thermydynamischer stabieler zijn (stoel versus boot)&lt;br /&gt;
#** Geef interacties van beide isomeren in basisch milieu met een tetraalkylammonium-kation&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* 2 associaties gegeven, welke van de 2 associaties heeft de kleinste entropieverandering? (A = H-brugacceptor &amp;amp; D = H-brugdonor)&lt;br /&gt;
#** Associatie 1: ADA DAD (letters staan eigelijk onder elkaar)&lt;br /&gt;
#** Associatie 2: AAA DDD (letters staan eigelijk onder elkaar)&lt;br /&gt;
#* Molecule gegeven met R-groep  dat interacties aangaat met een chloride-anion&lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn er voornamelijk?&lt;br /&gt;
#** Wat voor groep moet R zijn? Hoe verhoudt zicht dat tot de parameter rho?&lt;br /&gt;
#* Bespreek biobeschikbaarheid van morfine (structuur gegeven) &lt;br /&gt;
#** Heroïne heeft een sterker effect op het centraal zenuwstelsel, verklaar? (gegeven dat morfine reageert met overmaat azijnzuuranhydride en heroïne vormt).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineer:&lt;br /&gt;
#** Gasten: trimethylhexadecylammoniumion, nitraation, 4-aminoboterzuur, naftaleensulfonzuur. &lt;br /&gt;
#** Gastheren: resorcinareen, benzokroonether met één N en op die N zat een keten (keten = CH2 C6H4 CH2 ... NH C=NH NH ... azole ring), twee speciale cyclodextrines (eentje was een ring van zes monomeren met een ammoniumfuntie op, de andere was een ring van zeven monomeren met een thia-amine keten op), een ring met drie benzenen en tussen elke benzeen de groep CH2 CH2 NH C=S NH CH2 CH2), nog eentje die ik me niet herinner&lt;br /&gt;
#** Solventen: de gewoonlijke&lt;br /&gt;
#* Effect rigide groepen op EM&lt;br /&gt;
#* Synthese thia analoog [2.2.2]cyrptand, hoe synthese verbeteren?&lt;br /&gt;
#*Pillarenen uitleggen, verband andere calixarenen&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welke reactie geeft de grootste entropie veranderingen? eentje is het azijnzuur dimeer, de andere is de cyclisatie van twee ringen (eentje is maleïnezuuranhydride en de ander cyclohexa-1,3-dieen) (volgens chemdraw heet het gevormde molecule (4R,7aS)-3a,4,7,7a-tetrahydro-4,7-ethanoisobenzofuran-1,3-dione). Bijvraag: iets met de deeltermen van de entropie, bij welke is welke het grootst? &lt;br /&gt;
#* Geef teken rho (Hammett) van de complexatie van K+ met een benzokroonether met aan die benzeenring een substituent R. Geldt deze redenering voor rho ook voor een tweede kroonether die aan een ethyleen eenheid een CH2R groep heeft hangen?&lt;br /&gt;
#* Bespreek relenza en tamiflu, over hun biobeschikbaarheid en mechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineren van gast, gastheer en solvent met als gasten: lanthaan, paraquat en nog een dicarbonzuur, als gastheren verschillende calixarenen in water ph 2,7,10, methanol of chloroform&lt;br /&gt;
#* Vraag welke het beste zou zijn voor ionentransport over een organisch membraan: diglyme of 2,2,2 kryptand&lt;br /&gt;
#* Een synthese van een 2,2,2 thiakryptand derivaat&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Ceiling &amp;amp; floortemperatuur + voorbeeld&lt;br /&gt;
#* Met de hammetvgl werken en teken van rho bepalen bij een complexvorming van pseudorotaxaan&lt;br /&gt;
#* Invloed van ... (cyclodextrine?) op transport van medicijnen en da linken aan de lipinskiregels&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 VM ===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze 1,3benzeenringen hebben geen buty meer, en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd. &lt;br /&gt;
#* Nonactine &amp;amp; valinomycine&lt;br /&gt;
#* Gast, gastheer, solvent: &lt;br /&gt;
#** H2O (pH = 3,7, 10), DCM, MeOH&lt;br /&gt;
#** Na+, ammoniumzout*, diamide*, benzoezuur (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
#** Calix[4]areen*, resorcinol uit acetaldehyde en 24u reflux, benzokroonether*, alfa-cyclodextrine, diamine* (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welk proces geeft de grootste entropieverandering met zich mee? &lt;br /&gt;
#** Furaan + H2C=COOR --&amp;gt; furaanring waarvan de twee dubbele bindingen weg zijn en er eentje bij is gekomen waar er eerst de enkele binding was, en de twee koolstoffen naast de zuurstof zijn nu verbonden met de koolstoffen van de dubbele binding van het ester&lt;br /&gt;
#** twee carbonzuren die een dimeer vormen&lt;br /&gt;
#* Bepaal teken rho, heeft pH invloed (R-C6H5 pi-pi stapeling met C6H5-NH2)&lt;br /&gt;
#* Relenza en tamiflu (orale beschikbaarheid en mechanisme)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel de synthese op voor het Lehn&#039;s sferand (structuur gegeven) vanuit (derivaten van) diëthyleenglycolen.&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge-verdunningsvoorwaarden en hoe werkt dit?&lt;br /&gt;
#* Combineer. Gastheren: cyclisch guanidine, cucurbit[8]uril, 30-kroon-10. Gasten: arginine, N-acetyltryptofaan, 1,4-bis(aminoimidazoline)butaan. Solventen: Chloroform, methanol, water pH 2, 7 en 10. (structuren gegeven)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: een pyrrool gesubstitueerd met een alkeen met twee R-substituenten (willekeurig). Dit molecule interageert met een onbekende receptor. Welke interactie veronderstel je? Bepaal het teken van rho. Wat gebeurt er met de absolute waarde van rho wanneer je een R-substituent vervangt door een H-atoom.&lt;br /&gt;
#* Wat is transfectie en hoe kan supramoleculaire chemie hierbij helpen?&lt;br /&gt;
#* Twee verbindingen gegeven, elk met 3 waterstofbindingen (structuren uit slides deel supramoleculaire polymeren). Welke verbinding heeft de grootse associatieconstante en waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke factoren beinvloeden de effectieve molariteit&lt;br /&gt;
#* synthese van hexathia18-kroon-6 vanuit ethyleenglycol en bis(2hydroxyethyl)sulfide op een veilige manier en wat doen we om de opbrengst zo hoog mogelijk te houden&lt;br /&gt;
#* wat zijn ansa-verbindingen en hoe kunnen ze meer inzicht geven over de ruimtevulling van de groepen&lt;br /&gt;
#* een structuur gegeven met 2 NH2 groepen een kroonether en een R (fenyl). 4-aminobutaanzuur is beter oplosbaar dan glycine (2-aminoazijnzuur) en 6-aminohexaanzuur. Hoe komt dit, welke interacties. De oplosbaarheid stijgt wanneer we R vervangen door (4-NO2-fenyl). Verklaar.&lt;br /&gt;
#* er zijn twee isomeren bij de synthese van resorcinarenen. Welke zijn dit?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#SMET:&lt;br /&gt;
#* gegeven een amide: RR&#039;C=CH-CO-N(CH3)2 met onbekende receptor gaat interageren:&lt;br /&gt;
Welke interactie verwachten we, teken van reactieparameter, plus redeneer. Wat gebeurt er met de absolite waarde van de reactieparameter als we een van de R groepen vervangen door een H.&lt;br /&gt;
#* lipskin regel geven en wat is het belang tegenwoordig in farmaceutische industrie &lt;br /&gt;
#* Bij synthese van rotaxanen volgens iemand (Stoddart ofzo)(tetrakationisch complex) zal threading een hogere opbrengst geven dan clipping waarom?&lt;br /&gt;
Waarom dan niet altijd threading?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze twee benzeenringen zijn ook gedebutyleerd en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd.&lt;br /&gt;
#* Bespreek aan de hand van hun structuurelementen de functie van nonactine en valinomycine (structuur gegeven).&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gastheren met de juiste gasten en solventen. Gasten: Natriumion, p-diaminobenzeen, p-diaminobenzeen met beide stikstoffen tetragebutyleerd, benzoÃ«zuur. Gastheren: calix[4]areen, een groot dibenzokroonether, een resorcinareen verkregen na 24 uur reflux, alfa-cyclodextrine en een aromatisch diamide. Solventen: water (pH 3, 7, 10), MeOH &amp;amp;amp; DCM.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* 4-R-pyridine. Deze gast bindt enkel aan de gastheer indien de stikstof geprotoneerd is. Bepaal het teken van de Hammett-parameter rho. Op welke interactie zou de complexatie kunnen berusten?&lt;br /&gt;
#* Geef de twee methoden die gebruikt kunnen worden om de associatieconstante te schrijven in functie van deelassociatieconstanten. Beschrijf de fysische basis van het probleem dat hierbij optreedt.&lt;br /&gt;
#* Bespreek de moleculaire basis van plaquevorming zoals die optreedt bij bijvoorbeeld de ziekte van Alzheimer. Wat zijn de therapeutische mogelijkheden om dit tegen te gaan? Bijvraag: op welke secundaire structuren en soorten interacties berust de associatie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven [2.2.2]cryptand uitgaande van chlooracetamide. Het cryptand heeft stikstoffen als bruggenhoofden, 2 ketens met telkens 2 zuurstoffen en 1 keten met 2 zwavelatomen. En hoe kan je de macroyclisatie bevorderen?&lt;br /&gt;
#* Transport van donor naar acceptorlaag via een organisch membraan? hoe gaat dit het beste met pentaglyme of met een [2.2.2]cryptand. Verklaar.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Je hebt een gesubstitueerd chinoline (onbekende substituent). Dit chinoline complexeert enkel met een gastheer als de N niet geprotoneerd is. wat is het teken van de hammet-parameter Rho? welke interactie zal er zijn tussen de gast en de gastheer?&lt;br /&gt;
#* Geef de 4 belangrijkste entropieveranderingen bij complexatie en bespreek. Welke is verantwoordelijk voor preorganisatie? Leg uit.&lt;br /&gt;
#* Invloed ketenlengte benzokroonether op rendement van een catenaan met een tetrakationisch cyclofaan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven calix[4]hemisferand uitgaande van 2 gegeven fenolen. De receprot bestond uit een calix[4]areen met een hemisferand aangehecht op de 1- en 3-posities.&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van valinomycine en nonactine: bespreek de functie  en hoe de verschillende structuurelementen hiertoe bijdragen.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#**solventen: zuur, neutraal of basisch water, methanol, dicchloormethaan&lt;br /&gt;
#**gastheren: cyclodextrine, een grote benzokroonether, een calyxareen, stoel resorcinareen en een heteroaromatische receptor met amidefuncties.&lt;br /&gt;
#**gasten: natriumion, aromatisch diamine, aromatisch diammoniumzout, benzoÃ«zuur&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Op welke 2 manieren kunnen we de totale associatieconstante beschouwen als een product van deelassociatieconstanten? Wat is bij elk het grootste fysisch probleem? Welk van deze 2 methoden is, op praktische gronden, te verkiezen en waarom?&lt;br /&gt;
#* Gegeven een amide met een para-gesubstitueerde fenylgroep op de N en de carbonyl. Dit molecule gaat waterstofbindingen aan met zowel de zuurstof als de NH. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho voor het substituent op elke benzeenring?&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van een receptor bestaande uit een porfyrinering, gekoppeld aan een calixareen met ketens die veel heteroatomen bevatten. De bindingsconstanten van KI is hoog, die voor NaI en NaClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; tussenin (en ongeveer gelijk), die van KClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; laag. Verklaar waarom. (Deze structuur staat in de cursus ter hoogte van het deel over coÃ¶perativiteit).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2012 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge verdunningsvoorwaarden en geef 2 voorbeelden hoe men dit in de praktijk bewerkstelligt.&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende affiniteit voor het kaliumkation en motiveer: 18-kroon-6, 1,10-dithia-18-kroon-6, benzo-18-kroon-6, [2.2.2]cryptand, 15-kroon-5, 21-kroon-7.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Voor een bepaald hydrofoob (gedeelte van een) gastmolecule werd aangetoond dat het de hydrofobe holte van de gastheer maar voor 55% vult in stabielste toestand. Verklaar thermodynamisch waarom het kan dat deze gedeeltelijk gevulde toestand meer bevoordeeld wordt dan de volledig gevulde holte.&lt;br /&gt;
#* &lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn van belang bij het catenaan gevormd uit &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039;, &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; en &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;?&lt;br /&gt;
#** Wat zou het effect zijn op de bindingsconstante moest het catenaan gevormd worden rond &#039;&#039;&#039;4&#039;&#039;&#039; i.p.v. &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039; en waarom?&lt;br /&gt;
#** Beredeneer het teken van de Hammett parameter Ï van de catenatiereactie van &#039;&#039;&#039;5&#039;&#039;&#039; met het monogealkyleerd derivaat van &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039; (hiermee wordt bedoeld, de open-ketenvorm van &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; enkelvoudig gebonden aan &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;). Sterische effecten van R mogen verwaarloosd worden [[Bestand:CatenaanSmet.png]]&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers synthetiseerden bovenste verbinding als receptor voor de onderste (tekening is &#039;&#039;ongeveer&#039;&#039; juist). Belangrijke interacties hierbij zijn H-bruggen, maar ook de Ï€-Ï€-interacties tussen de eindstandige benzeenringen spelen een beduidende rol. Om aard en sterkte van deze Ï€-Ï€-interacties te onderzoeken synthetiseerde men een aantal derivaten van beide, en mat men het verschil in bindingssterkte voor verschillende substituenten op de benzeenringen. [[Bestand:receptorSmet.png]]&lt;br /&gt;
#** Welke complicatie valt te verwachten bij deze metingen, vanwege de verschillende substituenten op de derivaten?&lt;br /&gt;
#** Verklaar de waargenomen tendensen in de gemeten energiebijdragen, weergegeven in de tabel (deze waarden zijn gecorrigeerd voor de complicaties waarnaar gevraagd in eerste subvraag dus zijn &#039;&#039;juist&#039;&#039;).&lt;br /&gt;
[[Bestand:tabelSmet.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Klassieke vraag. Verbind de juiste gast met gastheer en solvent. Licht toe en zeg welke interacties plaatsvinden.&lt;br /&gt;
#* Wat is de CAC? Waarom is het belangrijk dat deze gemeten wordt en hoe wordt deze gemeten?&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: [[Bestand:MolHerExamenMario.jpg]]&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;Bepaal het teken van &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;X&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep X en &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;R&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep R. Waarom gaat bij zÃ©Ã©r elektronenzuigende groepen, bv. X=F&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, de meting van de complexatieconstante met nucleofiele deeltjes niet meer correct verlopen?&lt;br /&gt;
#* Mag men de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de aromatische ring en de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de gedeprotoneerde carbonzuurfunctie zomaar optellen? Verklaar.&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenMario2.jpg]]&lt;br /&gt;
#* De synthese van rotaxanen op vaste drager kan handig zijn. Onwaar/waar en verklaar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* geef de structuur van cyclotriveratryleen en de synthese vanuit veratrol. Waarom zijn asymmetrisch gesubstitueerde CTV&#039;s chiraal?&lt;br /&gt;
#* hoe kunnen we eigenschappen van een gegeven cyclofaan gebruiken om de grootte van de substituent op de ring te bepalen&lt;br /&gt;
#* geef de synthese van de macroring 15 kroon 5 maar ipv met zuurstoffen met (NH , O , NH, S, S) vanuit HSCH2CH2SH en H2NCH2CH2OCH2CH2NH2&lt;br /&gt;
#* welke gast past in welk solvent bij welke gastheer? gasten: (Fe3+, Yb3+, tetramethylammonium, benzoaat) solventen: (methanol, DCM, water met pH=3,7,10) gastheren:(een resorcinareen, een [4]-calixareen met een -O-CH2COOH op elke ring, een [6]-calixareen met op de ring aan de ene kant een SO3H aan de andere kant een staart met een hydroxyamide rest aan, een [6]-calixareen met daaraan een staart met aan het uiteinde een fenylureum staart&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* gegeven: een receptor met daarop 2 groepen die waterstofbruggen vormen met een HO- en een -CHO op drie verschillende liganden. Welke complex zal het stabielste zijn, en verklaar dit energetisch en entropisch (ligand 1 is een bifenyl, ligand 2 is een bifenyl met een huge (triethylmethyl-)substituent op een van de ringen en ligand 3 is gewoon een alifatische keten met die oh en cho aan de uiteinden)&lt;br /&gt;
#* wat is de dubbele mutantcyclus een geef een voorbeeld dat de voordelen duidelijk maakt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (ochtend) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Bespreek de synthese van volgend cavitand, vertrekkende van resorcinareen. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#* Wat is [2,2]paracyclofaan? Geef de syntheses en eigenschappen (UV-spectrum).&lt;br /&gt;
#* Bespreek het kinetisch en thermodynamisch templaateffect.&lt;br /&gt;
#* 5 Macroringen gegeven; rangschik naar toenemende effectieve molariteit. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven 1-amino-5-R-naftaleen (met R een onbepaalde substituent). In een complex vormt deze aminogroep een waterstofbrug. Onderzoek wijst uit dat de &amp;amp;quot;reactie&amp;amp;quot;-parameter sterk positief is. Welke soort R-substituenten bevoordeligen de reactie? (leg uit met Hammett-vergelijking en de substituent-parameter) Bekleedt de aminogroep een donor- of acceptorfunctie bij het vormen van deze waterstofbrug?&lt;br /&gt;
#* Waarom is het entropieverlies van complexvorming in oplossing doorgaans kleiner dan in gasfase?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Verklaar waarom de effectieve molariteit stijgt bij een macrocysliche 10-ring, wanneer&lt;br /&gt;
#** a) rigide groepen worden gebruikt&lt;br /&gt;
#** b) heteroatomen worden gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verschil tussen een clathraat en een vaste stof-inclusie complex.&lt;br /&gt;
#* Schrijf de synthese op van dit cavitand (structuur is gegeven) vertrekkende van rescoriol. De cavitand is gelijkend op die in de cursus staat, maar op de 2&#039; plaats heeft deze een COOH groep.&lt;br /&gt;
#* VÃ¶gth synthetiseerde vele cryptanden met substituenten X (structuur is gegeven). Hoe kon hij daarmee de grootte van de caviteit bepalen? &lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Je krijgt een complexatie van een gast en gastheer die via pi-pi interacties complexeert en net naast deze aromatische ringen een waterstofbrug vormt met een amide op de gast.&lt;br /&gt;
#** Men wil d.m.v. substituenteffecten op de aromatische ringen ph1 (= op gast) en ph2 (= op gastheer) de bijdrage voor deze pi-pi interactie meten. Welke complicatie verwacht je echter met deze methode, bij dit specifieke complex?&lt;br /&gt;
#** Verklaar in de tabel (tabel met horizontaal de para-ph1 substituenten en vertikaal de para-ph 2 substituenten) de verlopen van de incrementen. (De incrementen zijn aangepast aan de complicatie die je in het eerste puntje moet geven en zijn dus correct)&lt;br /&gt;
#** Bepaal ook het teken van de Hammett rho parameters.&lt;br /&gt;
#* Trage complexen.&lt;br /&gt;
#** Hoe kan je in een NMR spectrum zien of je te maken hebt met een traag complex&lt;br /&gt;
#** Wat is het voordeel van een extreem traag complex? Geef een relevant voorbeeld van hoe we er gebruik van kunnen maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* match de gasten en de gastheren met de juiste solventen. Gast: 1,4-benzochinon, naftaleen-1,5-dicarbonzuur en 4-butylfenol (&amp;amp;quot;voor mensen die niet goed zijn in naamgeving, zal ik de moleculen even op bord tekenen&amp;amp;quot;). Solvent: water (ph= 2, 6, 10), MeOH, CCl4. Gasten: alpha-cyclodextrine, diazo-18-kroon-6, 18-kroon-6, [2,2]cyclofaan en 2 grote cyclofanen die getekend staan. Geef ook alle niet-covalente reacties en licht uw keuze toe&lt;br /&gt;
#* Wat is CAC, waarom belangrijk en hoe gemeten&lt;br /&gt;
#* reactie van een [2,2,1]cryptand opgebouwd uit bi en triÃ«thyleenglycolderivaten&lt;br /&gt;
#* Membraantransport  van kationen met kroonethers en de voorwaarden waaraan dat kroonether moet voldoen&lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Het teken van rho (Hammet) bepalen uit een tabel met stabiliteitsconstanten met verschillende gevers en zuigers. De link vinden met het reactiemechanisme. Bijkomende vraag: wat gebeurt er met een sterke base en een sterke elektronzuiger. (ja wat onduidelijk als je het molecule niet ziet natuurlijk...)&lt;br /&gt;
#* Stelling: voor het gegeven molecule mag ik zomaar de deltaG optellen om de totale deltaG te berekenen.&lt;br /&gt;
#* Waarom kan het voordelig zijn om synthese van rotaxanen uit te voeren op een vaste fase&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke ionen passen in welke macroringen? (K+, Ag+, Eu3+, Li+ en nog een vieze grote molecule) De macrocyclische verbindingen zijn ook gegeven. Welk solvent pak je best? (H2O, H2O pH 10, MeOH of chloroform) Vermeld welke interacties plaatsvinden&lt;br /&gt;
#* bespreek de synthese van: -een calix[4]areen met twee nitraten, twee n-propyloxy&#039;s en een azakroonetheroverbrugging-&lt;br /&gt;
#* Wat is zijn zelfassemblage en zelforganisatie en illustreer met een voorbeeld&lt;br /&gt;
# MS:&lt;br /&gt;
#* Tabel horende bij compensatie-effect gegeven. Welke interacties? Bespreek de tendens in de tabel en ook het verschil in \Delta S tussen gasfase en oplossing.&lt;br /&gt;
#* tekening van een catenaan met een cyclofaan met nogal wat N in rond een benzokroonether gegeven. Deze verbinding toont met H-NMR slechts twee signalen (3,45 en 6,26 ppm of zo) voor de hydrochinon-waterstoffen. Reden? Bespreek ook de multipliciteit van de signalen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Waarom is ethyleendioxy zo&#039;n populaire eenheid in kroonetherchemie&lt;br /&gt;
#* Welke 2 groepen zijn belangrijk bij de complexatie van Fe bij de sideroforen&lt;br /&gt;
#* 3 gasten (Lithium, azide, tetramethylammonium), 5 solventen (MeOH, H2O( pH 2,6,10), CCl4), gastheren ([2.2.2]-cryptand, all-cis resorcinareen, cram&#039;s sferand, 18-kroon-6,...)&lt;br /&gt;
# M.S.:&lt;br /&gt;
#* Synthese van tetrakationisch cyclofaan&lt;br /&gt;
#* Vraagje over receptor die interageert met gast, welk teken heeft de hammett parameter rho.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R0898426</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=4623</id>
		<title>Moleculaire Herkenning</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=4623"/>
		<updated>2025-06-18T09:30:01Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R0898426: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verplicht vak voor chemie. Moleculaire herkenning wordt gedoceerd door 2 proffen. Mario smet en Wim &amp;amp;quot;sandalen&amp;amp;quot; Dehaen. 50% van de punten staan op het examen, de andere 50% staan op een paper. Op het examen worden mondelinge vragen gesteld over de paper. Bij prof. Smet zijn dit normaal enkel de vragen die hij geeft bij de feedback op de paper,&lt;br /&gt;
prof. Dehaen stelt vaak ook extra vragen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2025 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#*Koppel elke gastmolecule aan een geschikte gastheer en oplosmiddel. Niet elke gastheer of elk oplosmiddel moet gebruikt worden; hergebruik is toegestaan.  &lt;br /&gt;
Gasten: hexadecyltrimethylammoniumchloride (focus op het hexadecyltrimethylammonium-kation), tetraethylammoniumnitraat (focus op nitraat), 1-naftaleensulfonzuur, 4-aminobutaanzuur.  &lt;br /&gt;
Gastheren: [2.2.2]-cryptand, resorcinareen, α-cyclodextrine, β-cyclodextrine, lariatkroonether met amine-/amidegroepen in de staart, azakroonether-achtige macrocyclus met meerdere amines en twee benzeenringen als ‘caps’.  &lt;br /&gt;
Oplosmiddelen: DCM, methanol, water (pH 2, 7 of 10).  &lt;br /&gt;
Tips: 4-aminobutaanzuur is een zwitterion → combineer met lariatkroonether (H-brug interacties). 1-naftaleensulfonzuur past in β-cyclodextrine. Nitraat bindt aan de aminerijke azakroonether. Hexadecyltrimethylammonium past in resorcinareen.&lt;br /&gt;
#*Wat is het effect van rigide groepen op de effectieve molariteit (EM)?&lt;br /&gt;
#*Stel een synthesetraject op voor het thia-analoog van de [2.2.2]-cryptand, vertrekkende van triethanolamine. Hoe maximaliseer je de opbrengst van de synthese?  &lt;br /&gt;
Tips: zet OH-groepen om naar tosylaten en laat deze reageren met ethaan-1,2-dithiol. Gebruik hoge verdunning en base (cesiumeffect) voor macrocyclisatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#*Welk proces heeft de kleinste entropieverandering?  &lt;br /&gt;
1) Een cyclisatie waarbij een alkyn (R–C≡CH) met een triazene reageert tot een triazoolring  &lt;br /&gt;
2) Vorming van een waterstofbrug tussen amidegroepen&lt;br /&gt;
#*Wat is het teken van ρ in de Hammetvergelijking bij complexatie van K⁺ met een kroonether die een benzeenring bevat, waarbij R een substituent is op die aromatische ring? Geldt dezelfde redenering ook voor een kroonether waarbij R via een CH₂-keten aan de kroonether is gekoppeld (dus kroonether–CH₂–R i.p.v. kroonether–C₆H₄–R)?  &lt;br /&gt;
Tips: bij kroonether–C₆H₄–R spelen mesomere en inductieve effecten een rol; bij kroonether–CH₂–R enkel het inductieve effect. Redenering geldt dus niet voor CH₂–R.&lt;br /&gt;
#*Wat is transfectie? Wat is het probleem bij transfectie, en hoe kan supramoleculaire chemie dit oplossen?  &lt;br /&gt;
Tip: DNA/RNA raken moeilijk door het celmembraan. Supramoleculaire systemen zoals kationische dragers helpen bij de opname.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2025 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#*Synthetiseer een [2.1.1]cryptand&lt;br /&gt;
#*Belang resorcinol molecule in de supramoleculaire chemie bespreken, had te maken met boot-/stoel-conformatie dus resorcinarenen. En dan toepassingen van resorcinarenen geven ( complexatie met quaternaire amoniumzouten en vooral cavitanden en carceplexen)&lt;br /&gt;
#*standaard combinatievraag&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#* Exact hetzelfde als 30 augustus 2021&lt;br /&gt;
#* Bij vraag 2: Let op de basisiciteit van de stikstofatomen -&amp;gt; alternatieve molecule zal een zuur-base reactie hebben met de stikstof van de macroring, waardoor je geen pseudo-rotaxaan kan krijgen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2024 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#*Synthetiseer 4de molecule p78, waarvan 2 van de 4 moleculen: R = propyl en de andere 2 hadden geen tert-buthyl maar een monoazakroonether. Gegeven waren startproducten formaldehyde (mag je 2 keer gebruiken), monoazakroonether en tertbuthylfenol. Zoek een juiste volgorde van synthesestrategie. (Bijvraag: wat en hoe reageert formaldehyde en waar op de ring)&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen een vaste-toestand-inclusiecomplex en een clathraat? (Bijvraag: iets van voorbeeld gegeven)&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen sephulcraat, sidefoor of sacrofagine? En hoe worden deze bereid uit formaldehyde en ethyleendiamine? &lt;br /&gt;
#*Klassieke vraag van 4 gastheren, 4 gasten en 5 solventen. Geef ook welke niet-covalente interacties er aanwezig zullen zijn.&lt;br /&gt;
##*Gasten (structuren gegeven): 1,4-benzendicarboxylic acid / Paraquat / isocyanuurzuur / ureum&lt;br /&gt;
##*Gastheren (structuren gegeven): Glycoluril (6 keer in een cirkel) / en nog 3 anderen die ik niet ken)&lt;br /&gt;
##*Solventen Water pH 3 / 7 / 10 / MeOH en DCM (Let op met de interacties)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#*2 reacties gegeven (1 met 2 moleculen waarbij covalente binding gevormd wordt, 2 azijnzuren die H-bruggen vormen) welke heeft de grootste entropieverandering?&lt;br /&gt;
#*Molecule gegeven met pi-pi-stapeling. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho? Leg uit als er pH-afhankelijkheid is voor het teken? (Ja!)&lt;br /&gt;
#*Molecule gegeven met 5 H-bruggen, we willen de bindingsconstante van H-brug met * bepalen. Hoe doen we dit? Er zullen problemen opduiken. Geef een oplossing voor deze problemen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 Juni 2024 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel van Dehaen&lt;br /&gt;
#*Volgende moleculen werden getest op gast-gastheer complexvorming met chloride-anion. Bij hetzelfde solvent ging de complexvorming het best op met gastheer 1, dan 2 en dan 3 die beduidend veel slechter complexeerde. Nochtans heeft 3 een extra H op de aromatische N in vergelijking met 1. De onderzoekers linkten de slechte complexvorming bij 3 met een verschil in preorganisatie. Leg uit. (Het kwam erop neer dat je de groepen juist moest uittekenen en dan de juiste interacties moest vinden.) [[File:Vraag1Wim.png|caption]]&lt;br /&gt;
#*Rangschik volgende moleculen van slechtst naar best voor complexvorming met een Li-kation. [[File:Vraag2Wim.png|caption]]&lt;br /&gt;
#*Geef een voorstel van de synthese van hexathia-18-kroon-6 waarbij je bèta-halogeensulfiden vermijdt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel van Mario&lt;br /&gt;
#*Wat is de ceiling temperature en floor temperature? Wat is hun fysische betekenis? Geef een voorbeeld van supramoleculaire polymeren bij elke soort temperatuur. Leg uit wat het belang is van de ceiling temperature bij duurzame afvalverwerking van de polymeren.&lt;br /&gt;
#*Rotaxaanvormingsreactie gegeven. Bepaal het teken van de Hammet-parameter rho met betrekking tot substituent R voor de ligging van het ev. Zou deze rotaxaanvorming ook opgaan met een difenylamine? (exact zelfde vraag als augustus 2021)&lt;br /&gt;
#*Waarom worden cyclodextrines gebruikt in geneesmiddelen? Leg uit aan de hand van de Lipinski regels voor orale beschikbaarheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 Juni 2023===&lt;br /&gt;
#Deel van Dehaen&lt;br /&gt;
#*Hoe maak je 1,4,10,13-tetraäza-18-kroon-6 uitgaande van 1,2-diaminoëthaan en eventueel andere reagentia? Welke techniek zou je gebruiken om een maximale opbrengst te bekomen?&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen een vaste-toestand-inclusiecomplex en een clathraat?&lt;br /&gt;
#*Wat zijn sepulchraat- en sarcofaginecomplexen en hoe kan je ze bereiden met ethyleendiamine en Co(III)?&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag: Combineer telkens een gast, gastheer en een solvent. Er zijn 4 gastheren, 4 gasten en 5 solventen gegeven. Bij elke gastheer hoort 1 gast en vice versa. Er zijn meer solventen gegeven dan gasten en gastheren, dus hier kan je er al zeker 1 niet gebruiken. Geef een korte verklaring bij elke combinatie die je maakt.&lt;br /&gt;
#**Gastheren: 1. een cyclofaan met 2 ringen en 3 NH&#039;s tussen de ringen aan elke kant (tussen elke NH zat een CH2). 2. Cucurbit[6]uril. 3.Een klein cyclisch molecule met 2 aromatische ringen met een N naar binnen gewezen. Boven deze ring zijn 2 of 3 NH&#039;s, eronder 2 N-CH3&#039;s. 4. Een groot cyclisch molecule met aromatische ringen met een N (naar binnen wijzend) en tussen de aromatische ringen een koolstofketen met NH&#039;s (ook 2 random C=O bindingen die naar buiten wijzen, links- en rechtsboven).&lt;br /&gt;
#**Gasten: 1. Koolstofketen met aan elke uiteinde een aromatische ring. Op de verbinding tussen de keten en elke ring zit een positief geladen N. 2. ureum. 3. Cyclohexaan met afwisselend een O (C=O, met C de C van de ring en O het substituent) en een NH2 als substituent (in totaal volledig gesubstitueerd). 4. Een aromatische ring met 2 COOH substituenten in para.&lt;br /&gt;
#**Solventen: Water (pH 3,7 of 10), methanol of dichloormethaan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel van Mario&lt;br /&gt;
#*Er is een afbeelding gegeven van het complex dat KI coöperatief kan binden adhv Zn (staat ook in de slides bij coöperativiteit). Dan staan er bindingsconstantes gegeven van KI, KClO4, NaI en NaClO4 met KI duidelijk de hoogste bindingsconstante.&lt;br /&gt;
#**a) Verklaar de waargenomen resultaten.&lt;br /&gt;
#**b) Welke binding gaat volgens jou gepaard met de grootste entropieverandering? Verklaar.&lt;br /&gt;
#*18-kroon-6 is gegeven met een aromatische ring erop en aan de aromatische ring hangt een R. Wat is het teken van rho indien de complexeren van K+ met deze structuur bekijken en wat is de verhouding met R? Geef in je antwoord zeker de volledige Hammett-vergelijking. Dan staat er een tweede afbeelding gegeven, ook 18-kroon-6, maar hier is het substituent -CH2-R. Geldt dit ook voor de tweede structuur?&lt;br /&gt;
#*Wat zijn de voor- en nadelen van supramoleculaire polymeren?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 Juni 2022 ===&lt;br /&gt;
#Dehean&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag&lt;br /&gt;
#**Solvent: CH2Cl2, MeOH, H2O pH (2,7,12)&lt;br /&gt;
#**Guests: trimethylhexadecylammonium *Cl-*, *tetrabutylammonium* nitraat, naftaleen-1-sulfonzuur, 4-aminobutaanzuur&lt;br /&gt;
#**Hosts: zeven, enkel molecule gegeven dus kan ze niet opnoemen ([2,2,2]-cryptand met enkel zuurstof, ...)&lt;br /&gt;
#*Verband EM &amp;amp; rigide groepen&lt;br /&gt;
#*Synthese hexathia-analoog van [2,2,2] cryptand, uitgaande van triëthanolamine&lt;br /&gt;
#**Hoe maximaliseren we de synthese?&lt;br /&gt;
#Smet&lt;br /&gt;
#*Bespreek compensatiegedrag entropie en enthalpie&lt;br /&gt;
#*Welke technieken om verschil tussen een catenaan en zijn 2 aparte ringen te meten (vermeld eventuele eigenschappen die nodig zijn op de macroringen)&lt;br /&gt;
#*Azidothymidine: structuur gegeven, voorspel werking en bio-beschikbaarheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 Augustus 2021===&lt;br /&gt;
[https://i.imgur.com/eDCNSJR.jpg Dehaen] &amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
[https://i.imgur.com/JolZOyK.jpg Smet]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 juni 2021===&lt;br /&gt;
#Dehaen&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag. &lt;br /&gt;
#**Gasten: naftaleenderivaat, nitraat, aminobutaanzuur,... &lt;br /&gt;
#**Gastheren: alpha-cyclodextrine derivaat met een quaternair amoniumzout aan gebonden, beta-cyclodextrine derivaat, kroonether met thioureumfuncties, een lariatether, [2.2.2] cryptand met zuurstof als donoratomen en N als bruggenhoofden. &lt;br /&gt;
#**Solvent: water pH 2, 7, 10, methanol, CH2Cl2&lt;br /&gt;
#*Verband EM &amp;amp; rigide groepen&lt;br /&gt;
#*Synthese van het thia-analoog van de [2.2.2]-cryptand startende van een triethanolamine. &lt;br /&gt;
#Smet&lt;br /&gt;
#*Leg uit waarom de meeste polymerisatiereacties slechts opgaan onder een bepaalde temperatuur. Geef de naam van deze temperatuur. &lt;br /&gt;
#*Leg uit waarom sommige polymerisatiereacties enkel opgaan boven een bepaalde temperatuur. Geef de naam van deze temperatuur. Geef een voorbeeld van een monomeer dat dergelijk gedrag vertoond. &lt;br /&gt;
#*Vraag over een complexatiereactie met een R-substituent en wat het teken van rho zou zijn in de Hammett-vergelijking.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 juni 2019 VM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Uitleggen waarom verzeping plaatsvindt van een gegeven molecule met KOH in tolueen enkel als een kroonether aanwezig (18-kroon-6 analoog)&lt;br /&gt;
#* Uitleggen waarom cyclodextrines geschikt zijn voor &amp;quot;drug delivery&amp;quot; en een geschikt cyclodextrinekiezen (alfa, beta, gamma) voor naproxen (naftaleenderivaat)&lt;br /&gt;
#* Waarom base gebruiken voor kroonethersynthese van catechol en oligoethyleenglycoltosylaten? (deproteneren / templaateffect van kation)&lt;br /&gt;
#** Verschillende kroonethers gegeven met variërende lengte en aantal zuurstoffen. Hij vraagt om voor elke kroonether de juiste base te kiezen&lt;br /&gt;
#** Keuze uit 5 basen: LiAcO, KAcO, NH4AcO, CsAcO en moleculair kation en AcO-&lt;br /&gt;
#* Resorcinaren worden gevormd in zuur milieu maar na een tijdje zal het thermydynamischer stabieler zijn (stoel versus boot)&lt;br /&gt;
#** Geef interacties van beide isomeren in basisch milieu met een tetraalkylammonium-kation&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* 2 associaties gegeven, welke van de 2 associaties heeft de kleinste entropieverandering? (A = H-brugacceptor &amp;amp; D = H-brugdonor)&lt;br /&gt;
#** Associatie 1: ADA DAD (letters staan eigelijk onder elkaar)&lt;br /&gt;
#** Associatie 2: AAA DDD (letters staan eigelijk onder elkaar)&lt;br /&gt;
#* Molecule gegeven met R-groep  dat interacties aangaat met een chloride-anion&lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn er voornamelijk?&lt;br /&gt;
#** Wat voor groep moet R zijn? Hoe verhoudt zicht dat tot de parameter rho?&lt;br /&gt;
#* Bespreek biobeschikbaarheid van morfine (structuur gegeven) &lt;br /&gt;
#** Heroïne heeft een sterker effect op het centraal zenuwstelsel, verklaar? (gegeven dat morfine reageert met overmaat azijnzuuranhydride en heroïne vormt).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineer:&lt;br /&gt;
#** Gasten: trimethylhexadecylammoniumion, nitraation, 4-aminoboterzuur, naftaleensulfonzuur. &lt;br /&gt;
#** Gastheren: resorcinareen, benzokroonether met één N en op die N zat een keten (keten = CH2 C6H4 CH2 ... NH C=NH NH ... azole ring), twee speciale cyclodextrines (eentje was een ring van zes monomeren met een ammoniumfuntie op, de andere was een ring van zeven monomeren met een thia-amine keten op), een ring met drie benzenen en tussen elke benzeen de groep CH2 CH2 NH C=S NH CH2 CH2), nog eentje die ik me niet herinner&lt;br /&gt;
#** Solventen: de gewoonlijke&lt;br /&gt;
#* Effect rigide groepen op EM&lt;br /&gt;
#* Synthese thia analoog [2.2.2]cyrptand, hoe synthese verbeteren?&lt;br /&gt;
#*Pillarenen uitleggen, verband andere calixarenen&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welke reactie geeft de grootste entropie veranderingen? eentje is het azijnzuur dimeer, de andere is de cyclisatie van twee ringen (eentje is maleïnezuuranhydride en de ander cyclohexa-1,3-dieen) (volgens chemdraw heet het gevormde molecule (4R,7aS)-3a,4,7,7a-tetrahydro-4,7-ethanoisobenzofuran-1,3-dione). Bijvraag: iets met de deeltermen van de entropie, bij welke is welke het grootst? &lt;br /&gt;
#* Geef teken rho (Hammett) van de complexatie van K+ met een benzokroonether met aan die benzeenring een substituent R. Geldt deze redenering voor rho ook voor een tweede kroonether die aan een ethyleen eenheid een CH2R groep heeft hangen?&lt;br /&gt;
#* Bespreek relenza en tamiflu, over hun biobeschikbaarheid en mechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineren van gast, gastheer en solvent met als gasten: lanthaan, paraquat en nog een dicarbonzuur, als gastheren verschillende calixarenen in water ph 2,7,10, methanol of chloroform&lt;br /&gt;
#* Vraag welke het beste zou zijn voor ionentransport over een organisch membraan: diglyme of 2,2,2 kryptand&lt;br /&gt;
#* Een synthese van een 2,2,2 thiakryptand derivaat&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Ceiling &amp;amp; floortemperatuur + voorbeeld&lt;br /&gt;
#* Met de hammetvgl werken en teken van rho bepalen bij een complexvorming van pseudorotaxaan&lt;br /&gt;
#* Invloed van ... (cyclodextrine?) op transport van medicijnen en da linken aan de lipinskiregels&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 VM ===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze 1,3benzeenringen hebben geen buty meer, en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd. &lt;br /&gt;
#* Nonactine &amp;amp; valinomycine&lt;br /&gt;
#* Gast, gastheer, solvent: &lt;br /&gt;
#** H2O (pH = 3,7, 10), DCM, MeOH&lt;br /&gt;
#** Na+, ammoniumzout*, diamide*, benzoezuur (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
#** Calix[4]areen*, resorcinol uit acetaldehyde en 24u reflux, benzokroonether*, alfa-cyclodextrine, diamine* (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welk proces geeft de grootste entropieverandering met zich mee? &lt;br /&gt;
#** Furaan + H2C=COOR --&amp;gt; furaanring waarvan de twee dubbele bindingen weg zijn en er eentje bij is gekomen waar er eerst de enkele binding was, en de twee koolstoffen naast de zuurstof zijn nu verbonden met de koolstoffen van de dubbele binding van het ester&lt;br /&gt;
#** twee carbonzuren die een dimeer vormen&lt;br /&gt;
#* Bepaal teken rho, heeft pH invloed (R-C6H5 pi-pi stapeling met C6H5-NH2)&lt;br /&gt;
#* Relenza en tamiflu (orale beschikbaarheid en mechanisme)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel de synthese op voor het Lehn&#039;s sferand (structuur gegeven) vanuit (derivaten van) diëthyleenglycolen.&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge-verdunningsvoorwaarden en hoe werkt dit?&lt;br /&gt;
#* Combineer. Gastheren: cyclisch guanidine, cucurbit[8]uril, 30-kroon-10. Gasten: arginine, N-acetyltryptofaan, 1,4-bis(aminoimidazoline)butaan. Solventen: Chloroform, methanol, water pH 2, 7 en 10. (structuren gegeven)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: een pyrrool gesubstitueerd met een alkeen met twee R-substituenten (willekeurig). Dit molecule interageert met een onbekende receptor. Welke interactie veronderstel je? Bepaal het teken van rho. Wat gebeurt er met de absolute waarde van rho wanneer je een R-substituent vervangt door een H-atoom.&lt;br /&gt;
#* Wat is transfectie en hoe kan supramoleculaire chemie hierbij helpen?&lt;br /&gt;
#* Twee verbindingen gegeven, elk met 3 waterstofbindingen (structuren uit slides deel supramoleculaire polymeren). Welke verbinding heeft de grootse associatieconstante en waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke factoren beinvloeden de effectieve molariteit&lt;br /&gt;
#* synthese van hexathia18-kroon-6 vanuit ethyleenglycol en bis(2hydroxyethyl)sulfide op een veilige manier en wat doen we om de opbrengst zo hoog mogelijk te houden&lt;br /&gt;
#* wat zijn ansa-verbindingen en hoe kunnen ze meer inzicht geven over de ruimtevulling van de groepen&lt;br /&gt;
#* een structuur gegeven met 2 NH2 groepen een kroonether en een R (fenyl). 4-aminobutaanzuur is beter oplosbaar dan glycine (2-aminoazijnzuur) en 6-aminohexaanzuur. Hoe komt dit, welke interacties. De oplosbaarheid stijgt wanneer we R vervangen door (4-NO2-fenyl). Verklaar.&lt;br /&gt;
#* er zijn twee isomeren bij de synthese van resorcinarenen. Welke zijn dit?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#SMET:&lt;br /&gt;
#* gegeven een amide: RR&#039;C=CH-CO-N(CH3)2 met onbekende receptor gaat interageren:&lt;br /&gt;
Welke interactie verwachten we, teken van reactieparameter, plus redeneer. Wat gebeurt er met de absolite waarde van de reactieparameter als we een van de R groepen vervangen door een H.&lt;br /&gt;
#* lipskin regel geven en wat is het belang tegenwoordig in farmaceutische industrie &lt;br /&gt;
#* Bij synthese van rotaxanen volgens iemand (Stoddart ofzo)(tetrakationisch complex) zal threading een hogere opbrengst geven dan clipping waarom?&lt;br /&gt;
Waarom dan niet altijd threading?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze twee benzeenringen zijn ook gedebutyleerd en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd.&lt;br /&gt;
#* Bespreek aan de hand van hun structuurelementen de functie van nonactine en valinomycine (structuur gegeven).&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gastheren met de juiste gasten en solventen. Gasten: Natriumion, p-diaminobenzeen, p-diaminobenzeen met beide stikstoffen tetragebutyleerd, benzoÃ«zuur. Gastheren: calix[4]areen, een groot dibenzokroonether, een resorcinareen verkregen na 24 uur reflux, alfa-cyclodextrine en een aromatisch diamide. Solventen: water (pH 3, 7, 10), MeOH &amp;amp;amp; DCM.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* 4-R-pyridine. Deze gast bindt enkel aan de gastheer indien de stikstof geprotoneerd is. Bepaal het teken van de Hammett-parameter rho. Op welke interactie zou de complexatie kunnen berusten?&lt;br /&gt;
#* Geef de twee methoden die gebruikt kunnen worden om de associatieconstante te schrijven in functie van deelassociatieconstanten. Beschrijf de fysische basis van het probleem dat hierbij optreedt.&lt;br /&gt;
#* Bespreek de moleculaire basis van plaquevorming zoals die optreedt bij bijvoorbeeld de ziekte van Alzheimer. Wat zijn de therapeutische mogelijkheden om dit tegen te gaan? Bijvraag: op welke secundaire structuren en soorten interacties berust de associatie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven [2.2.2]cryptand uitgaande van chlooracetamide. Het cryptand heeft stikstoffen als bruggenhoofden, 2 ketens met telkens 2 zuurstoffen en 1 keten met 2 zwavelatomen. En hoe kan je de macroyclisatie bevorderen?&lt;br /&gt;
#* Transport van donor naar acceptorlaag via een organisch membraan? hoe gaat dit het beste met pentaglyme of met een [2.2.2]cryptand. Verklaar.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Je hebt een gesubstitueerd chinoline (onbekende substituent). Dit chinoline complexeert enkel met een gastheer als de N niet geprotoneerd is. wat is het teken van de hammet-parameter Rho? welke interactie zal er zijn tussen de gast en de gastheer?&lt;br /&gt;
#* Geef de 4 belangrijkste entropieveranderingen bij complexatie en bespreek. Welke is verantwoordelijk voor preorganisatie? Leg uit.&lt;br /&gt;
#* Invloed ketenlengte benzokroonether op rendement van een catenaan met een tetrakationisch cyclofaan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven calix[4]hemisferand uitgaande van 2 gegeven fenolen. De receprot bestond uit een calix[4]areen met een hemisferand aangehecht op de 1- en 3-posities.&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van valinomycine en nonactine: bespreek de functie  en hoe de verschillende structuurelementen hiertoe bijdragen.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#**solventen: zuur, neutraal of basisch water, methanol, dicchloormethaan&lt;br /&gt;
#**gastheren: cyclodextrine, een grote benzokroonether, een calyxareen, stoel resorcinareen en een heteroaromatische receptor met amidefuncties.&lt;br /&gt;
#**gasten: natriumion, aromatisch diamine, aromatisch diammoniumzout, benzoÃ«zuur&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Op welke 2 manieren kunnen we de totale associatieconstante beschouwen als een product van deelassociatieconstanten? Wat is bij elk het grootste fysisch probleem? Welk van deze 2 methoden is, op praktische gronden, te verkiezen en waarom?&lt;br /&gt;
#* Gegeven een amide met een para-gesubstitueerde fenylgroep op de N en de carbonyl. Dit molecule gaat waterstofbindingen aan met zowel de zuurstof als de NH. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho voor het substituent op elke benzeenring?&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van een receptor bestaande uit een porfyrinering, gekoppeld aan een calixareen met ketens die veel heteroatomen bevatten. De bindingsconstanten van KI is hoog, die voor NaI en NaClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; tussenin (en ongeveer gelijk), die van KClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; laag. Verklaar waarom. (Deze structuur staat in de cursus ter hoogte van het deel over coÃ¶perativiteit).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2012 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge verdunningsvoorwaarden en geef 2 voorbeelden hoe men dit in de praktijk bewerkstelligt.&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende affiniteit voor het kaliumkation en motiveer: 18-kroon-6, 1,10-dithia-18-kroon-6, benzo-18-kroon-6, [2.2.2]cryptand, 15-kroon-5, 21-kroon-7.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Voor een bepaald hydrofoob (gedeelte van een) gastmolecule werd aangetoond dat het de hydrofobe holte van de gastheer maar voor 55% vult in stabielste toestand. Verklaar thermodynamisch waarom het kan dat deze gedeeltelijk gevulde toestand meer bevoordeeld wordt dan de volledig gevulde holte.&lt;br /&gt;
#* &lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn van belang bij het catenaan gevormd uit &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039;, &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; en &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;?&lt;br /&gt;
#** Wat zou het effect zijn op de bindingsconstante moest het catenaan gevormd worden rond &#039;&#039;&#039;4&#039;&#039;&#039; i.p.v. &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039; en waarom?&lt;br /&gt;
#** Beredeneer het teken van de Hammett parameter Ï van de catenatiereactie van &#039;&#039;&#039;5&#039;&#039;&#039; met het monogealkyleerd derivaat van &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039; (hiermee wordt bedoeld, de open-ketenvorm van &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; enkelvoudig gebonden aan &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;). Sterische effecten van R mogen verwaarloosd worden [[Bestand:CatenaanSmet.png]]&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers synthetiseerden bovenste verbinding als receptor voor de onderste (tekening is &#039;&#039;ongeveer&#039;&#039; juist). Belangrijke interacties hierbij zijn H-bruggen, maar ook de Ï€-Ï€-interacties tussen de eindstandige benzeenringen spelen een beduidende rol. Om aard en sterkte van deze Ï€-Ï€-interacties te onderzoeken synthetiseerde men een aantal derivaten van beide, en mat men het verschil in bindingssterkte voor verschillende substituenten op de benzeenringen. [[Bestand:receptorSmet.png]]&lt;br /&gt;
#** Welke complicatie valt te verwachten bij deze metingen, vanwege de verschillende substituenten op de derivaten?&lt;br /&gt;
#** Verklaar de waargenomen tendensen in de gemeten energiebijdragen, weergegeven in de tabel (deze waarden zijn gecorrigeerd voor de complicaties waarnaar gevraagd in eerste subvraag dus zijn &#039;&#039;juist&#039;&#039;).&lt;br /&gt;
[[Bestand:tabelSmet.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Klassieke vraag. Verbind de juiste gast met gastheer en solvent. Licht toe en zeg welke interacties plaatsvinden.&lt;br /&gt;
#* Wat is de CAC? Waarom is het belangrijk dat deze gemeten wordt en hoe wordt deze gemeten?&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: [[Bestand:MolHerExamenMario.jpg]]&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;Bepaal het teken van &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;X&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep X en &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;R&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep R. Waarom gaat bij zÃ©Ã©r elektronenzuigende groepen, bv. X=F&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, de meting van de complexatieconstante met nucleofiele deeltjes niet meer correct verlopen?&lt;br /&gt;
#* Mag men de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de aromatische ring en de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de gedeprotoneerde carbonzuurfunctie zomaar optellen? Verklaar.&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenMario2.jpg]]&lt;br /&gt;
#* De synthese van rotaxanen op vaste drager kan handig zijn. Onwaar/waar en verklaar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* geef de structuur van cyclotriveratryleen en de synthese vanuit veratrol. Waarom zijn asymmetrisch gesubstitueerde CTV&#039;s chiraal?&lt;br /&gt;
#* hoe kunnen we eigenschappen van een gegeven cyclofaan gebruiken om de grootte van de substituent op de ring te bepalen&lt;br /&gt;
#* geef de synthese van de macroring 15 kroon 5 maar ipv met zuurstoffen met (NH , O , NH, S, S) vanuit HSCH2CH2SH en H2NCH2CH2OCH2CH2NH2&lt;br /&gt;
#* welke gast past in welk solvent bij welke gastheer? gasten: (Fe3+, Yb3+, tetramethylammonium, benzoaat) solventen: (methanol, DCM, water met pH=3,7,10) gastheren:(een resorcinareen, een [4]-calixareen met een -O-CH2COOH op elke ring, een [6]-calixareen met op de ring aan de ene kant een SO3H aan de andere kant een staart met een hydroxyamide rest aan, een [6]-calixareen met daaraan een staart met aan het uiteinde een fenylureum staart&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* gegeven: een receptor met daarop 2 groepen die waterstofbruggen vormen met een HO- en een -CHO op drie verschillende liganden. Welke complex zal het stabielste zijn, en verklaar dit energetisch en entropisch (ligand 1 is een bifenyl, ligand 2 is een bifenyl met een huge (triethylmethyl-)substituent op een van de ringen en ligand 3 is gewoon een alifatische keten met die oh en cho aan de uiteinden)&lt;br /&gt;
#* wat is de dubbele mutantcyclus een geef een voorbeeld dat de voordelen duidelijk maakt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (ochtend) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Bespreek de synthese van volgend cavitand, vertrekkende van resorcinareen. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#* Wat is [2,2]paracyclofaan? Geef de syntheses en eigenschappen (UV-spectrum).&lt;br /&gt;
#* Bespreek het kinetisch en thermodynamisch templaateffect.&lt;br /&gt;
#* 5 Macroringen gegeven; rangschik naar toenemende effectieve molariteit. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven 1-amino-5-R-naftaleen (met R een onbepaalde substituent). In een complex vormt deze aminogroep een waterstofbrug. Onderzoek wijst uit dat de &amp;amp;quot;reactie&amp;amp;quot;-parameter sterk positief is. Welke soort R-substituenten bevoordeligen de reactie? (leg uit met Hammett-vergelijking en de substituent-parameter) Bekleedt de aminogroep een donor- of acceptorfunctie bij het vormen van deze waterstofbrug?&lt;br /&gt;
#* Waarom is het entropieverlies van complexvorming in oplossing doorgaans kleiner dan in gasfase?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Verklaar waarom de effectieve molariteit stijgt bij een macrocysliche 10-ring, wanneer&lt;br /&gt;
#** a) rigide groepen worden gebruikt&lt;br /&gt;
#** b) heteroatomen worden gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verschil tussen een clathraat en een vaste stof-inclusie complex.&lt;br /&gt;
#* Schrijf de synthese op van dit cavitand (structuur is gegeven) vertrekkende van rescoriol. De cavitand is gelijkend op die in de cursus staat, maar op de 2&#039; plaats heeft deze een COOH groep.&lt;br /&gt;
#* VÃ¶gth synthetiseerde vele cryptanden met substituenten X (structuur is gegeven). Hoe kon hij daarmee de grootte van de caviteit bepalen? &lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Je krijgt een complexatie van een gast en gastheer die via pi-pi interacties complexeert en net naast deze aromatische ringen een waterstofbrug vormt met een amide op de gast.&lt;br /&gt;
#** Men wil d.m.v. substituenteffecten op de aromatische ringen ph1 (= op gast) en ph2 (= op gastheer) de bijdrage voor deze pi-pi interactie meten. Welke complicatie verwacht je echter met deze methode, bij dit specifieke complex?&lt;br /&gt;
#** Verklaar in de tabel (tabel met horizontaal de para-ph1 substituenten en vertikaal de para-ph 2 substituenten) de verlopen van de incrementen. (De incrementen zijn aangepast aan de complicatie die je in het eerste puntje moet geven en zijn dus correct)&lt;br /&gt;
#** Bepaal ook het teken van de Hammett rho parameters.&lt;br /&gt;
#* Trage complexen.&lt;br /&gt;
#** Hoe kan je in een NMR spectrum zien of je te maken hebt met een traag complex&lt;br /&gt;
#** Wat is het voordeel van een extreem traag complex? Geef een relevant voorbeeld van hoe we er gebruik van kunnen maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* match de gasten en de gastheren met de juiste solventen. Gast: 1,4-benzochinon, naftaleen-1,5-dicarbonzuur en 4-butylfenol (&amp;amp;quot;voor mensen die niet goed zijn in naamgeving, zal ik de moleculen even op bord tekenen&amp;amp;quot;). Solvent: water (ph= 2, 6, 10), MeOH, CCl4. Gasten: alpha-cyclodextrine, diazo-18-kroon-6, 18-kroon-6, [2,2]cyclofaan en 2 grote cyclofanen die getekend staan. Geef ook alle niet-covalente reacties en licht uw keuze toe&lt;br /&gt;
#* Wat is CAC, waarom belangrijk en hoe gemeten&lt;br /&gt;
#* reactie van een [2,2,1]cryptand opgebouwd uit bi en triÃ«thyleenglycolderivaten&lt;br /&gt;
#* Membraantransport  van kationen met kroonethers en de voorwaarden waaraan dat kroonether moet voldoen&lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Het teken van rho (Hammet) bepalen uit een tabel met stabiliteitsconstanten met verschillende gevers en zuigers. De link vinden met het reactiemechanisme. Bijkomende vraag: wat gebeurt er met een sterke base en een sterke elektronzuiger. (ja wat onduidelijk als je het molecule niet ziet natuurlijk...)&lt;br /&gt;
#* Stelling: voor het gegeven molecule mag ik zomaar de deltaG optellen om de totale deltaG te berekenen.&lt;br /&gt;
#* Waarom kan het voordelig zijn om synthese van rotaxanen uit te voeren op een vaste fase&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke ionen passen in welke macroringen? (K+, Ag+, Eu3+, Li+ en nog een vieze grote molecule) De macrocyclische verbindingen zijn ook gegeven. Welk solvent pak je best? (H2O, H2O pH 10, MeOH of chloroform) Vermeld welke interacties plaatsvinden&lt;br /&gt;
#* bespreek de synthese van: -een calix[4]areen met twee nitraten, twee n-propyloxy&#039;s en een azakroonetheroverbrugging-&lt;br /&gt;
#* Wat is zijn zelfassemblage en zelforganisatie en illustreer met een voorbeeld&lt;br /&gt;
# MS:&lt;br /&gt;
#* Tabel horende bij compensatie-effect gegeven. Welke interacties? Bespreek de tendens in de tabel en ook het verschil in \Delta S tussen gasfase en oplossing.&lt;br /&gt;
#* tekening van een catenaan met een cyclofaan met nogal wat N in rond een benzokroonether gegeven. Deze verbinding toont met H-NMR slechts twee signalen (3,45 en 6,26 ppm of zo) voor de hydrochinon-waterstoffen. Reden? Bespreek ook de multipliciteit van de signalen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Waarom is ethyleendioxy zo&#039;n populaire eenheid in kroonetherchemie&lt;br /&gt;
#* Welke 2 groepen zijn belangrijk bij de complexatie van Fe bij de sideroforen&lt;br /&gt;
#* 3 gasten (Lithium, azide, tetramethylammonium), 5 solventen (MeOH, H2O( pH 2,6,10), CCl4), gastheren ([2.2.2]-cryptand, all-cis resorcinareen, cram&#039;s sferand, 18-kroon-6,...)&lt;br /&gt;
# M.S.:&lt;br /&gt;
#* Synthese van tetrakationisch cyclofaan&lt;br /&gt;
#* Vraagje over receptor die interageert met gast, welk teken heeft de hammett parameter rho.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R0898426</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=4622</id>
		<title>Moleculaire Herkenning</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Herkenning&amp;diff=4622"/>
		<updated>2025-06-18T09:28:28Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R0898426: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verplicht vak voor chemie. Moleculaire herkenning wordt gedoceerd door 2 proffen. Mario smet en Wim &amp;amp;quot;sandalen&amp;amp;quot; Dehaen. 50% van de punten staan op het examen, de andere 50% staan op een paper. Op het examen worden mondelinge vragen gesteld over de paper. Bij prof. Smet zijn dit normaal enkel de vragen die hij geeft bij de feedback op de paper,&lt;br /&gt;
prof. Dehaen stelt vaak ook extra vragen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
\section*{17/06/2025 (VM)}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
\subsection*{Vragen Wim}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
\begin{enumerate}&lt;br /&gt;
    \item \textbf{Koppelvraag: gast – gastheer – oplosmiddel} \\&lt;br /&gt;
    Koppel elke gastmolecule aan een geschikte gastheer en oplosmiddel. Niet elke gastheer of elk oplosmiddel moet gebruikt worden; hergebruik is toegestaan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
    \textbf{Gasten:}&lt;br /&gt;
    \begin{itemize}&lt;br /&gt;
        \item hexadecyltrimethylammoniumchloride (\textit{focus op het hexadecyltrimethylammonium-kation})&lt;br /&gt;
        \item tetraethylammoniumnitraat (\textit{focus op nitraat})&lt;br /&gt;
        \item 1-naftaleensulfonzuur&lt;br /&gt;
        \item 4-aminobutaanzuur&lt;br /&gt;
    \end{itemize}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
    \textbf{Gastheren:}&lt;br /&gt;
    \begin{itemize}&lt;br /&gt;
        \item [2.2.2]-cryptand&lt;br /&gt;
        \item resorcinareen&lt;br /&gt;
        \item $\alpha$-cyclodextrine&lt;br /&gt;
        \item $\beta$-cyclodextrine&lt;br /&gt;
        \item lariatkroonether met amine-/amidegroepen in de staart&lt;br /&gt;
        \item azakroonether-achtige macrocyclus met meerdere amines en twee benzeenringen als `caps&#039;&lt;br /&gt;
    \end{itemize}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
    \textbf{Oplosmiddelen:}&lt;br /&gt;
    \begin{itemize}&lt;br /&gt;
        \item dichloormethaan (DCM)&lt;br /&gt;
        \item methanol&lt;br /&gt;
        \item water (pH 2, 7 of 10)&lt;br /&gt;
    \end{itemize}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
    \textbf{Tips:}&lt;br /&gt;
    \begin{itemize}&lt;br /&gt;
        \item 4-aminobutaanzuur is een zwitterion $\rightarrow$ combineer met lariatkroonether (zuur = H-brugacceptor; amine = H-brugdonor).&lt;br /&gt;
        \item 1-naftaleensulfonzuur past in $\beta$-cyclodextrine (hydrofobe interactie).&lt;br /&gt;
        \item nitraat bindt aan de aminerijke azakroonether.&lt;br /&gt;
        \item hexadecyltrimethylammonium past in resorcinareen (hydrofobe caviteit).&lt;br /&gt;
    \end{itemize}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
    \item \textbf{Wat is het effect van rigide groepen op de effectieve molariteit (EM)?}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
    \item \textbf{Stel een synthesetraject op voor het thia-analoog van de [2.2.2]-cryptand, vertrekkende van triethanolamine. Hoe maximaliseer je de opbrengst van de synthese?}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
    \textbf{Tips:}&lt;br /&gt;
    \begin{itemize}&lt;br /&gt;
        \item Zet OH-groepen om naar tosylaten (betere leaving groups).&lt;br /&gt;
        \item Reageer met ethaan-1,2-dithiol.&lt;br /&gt;
        \item Gebruik hoge verdunning en base (cesiumeffect) voor macrocyclisatie.&lt;br /&gt;
    \end{itemize}&lt;br /&gt;
\end{enumerate}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
\subsection*{Vragen Mario}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
\begin{enumerate}&lt;br /&gt;
    \item \textbf{Welk proces heeft de kleinste entropieverandering?}&lt;br /&gt;
    \begin{itemize}&lt;br /&gt;
        \item Een cyclisatie waarbij een alkyn (R--C$\equiv$CH) met een triazene reageert tot een triazoolring&lt;br /&gt;
        \item Vorming van een waterstofbrug tussen amidegroepen&lt;br /&gt;
    \end{itemize}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
    \item \textbf{Wat is het teken van $\rho$ in de Hammetvergelijking bij complexatie van K$^+$ met een kroonether die een benzeenring bevat, waarbij R een substituent is op die aromatische ring? Geldt dezelfde redenering ook voor een kroonether waarbij R via een CH$_2$-keten aan de kroonether is gekoppeld (dus kroonether--CH$_2$--R i.p.v. kroonether--C$_6$H$_4$--R)?}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
    \textbf{Tips:}&lt;br /&gt;
    \begin{itemize}&lt;br /&gt;
        \item $\rho$ geeft aan of elektronenrijke of elektronenarme substituenten de complexatie bevorderen.&lt;br /&gt;
        \item Bij C$_6$H$_4$--R zijn zowel mesomere als inductieve effecten relevant.&lt;br /&gt;
        \item Bij CH$_2$--R speelt enkel het inductief effect $\Rightarrow$ redenering geldt daar niet meer.&lt;br /&gt;
    \end{itemize}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
    \item \textbf{Wat is transfectie? Wat is het probleem bij transfectie, en hoe kan supramoleculaire chemie dit oplossen?}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
    \textbf{Tip:}&lt;br /&gt;
    \begin{itemize}&lt;br /&gt;
        \item DNA/RNA raken moeilijk door het celmembraan.&lt;br /&gt;
        \item Supramoleculaire systemen (bv. kationische dragers) kunnen de opname bevorderen.&lt;br /&gt;
    \end{itemize}&lt;br /&gt;
\end{enumerate}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2025 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#*Synthetiseer een [2.1.1]cryptand&lt;br /&gt;
#*Belang resorcinol molecule in de supramoleculaire chemie bespreken, had te maken met boot-/stoel-conformatie dus resorcinarenen. En dan toepassingen van resorcinarenen geven ( complexatie met quaternaire amoniumzouten en vooral cavitanden en carceplexen)&lt;br /&gt;
#*standaard combinatievraag&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#* Exact hetzelfde als 30 augustus 2021&lt;br /&gt;
#* Bij vraag 2: Let op de basisiciteit van de stikstofatomen -&amp;gt; alternatieve molecule zal een zuur-base reactie hebben met de stikstof van de macroring, waardoor je geen pseudo-rotaxaan kan krijgen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2024 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel Wim&lt;br /&gt;
#*Synthetiseer 4de molecule p78, waarvan 2 van de 4 moleculen: R = propyl en de andere 2 hadden geen tert-buthyl maar een monoazakroonether. Gegeven waren startproducten formaldehyde (mag je 2 keer gebruiken), monoazakroonether en tertbuthylfenol. Zoek een juiste volgorde van synthesestrategie. (Bijvraag: wat en hoe reageert formaldehyde en waar op de ring)&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen een vaste-toestand-inclusiecomplex en een clathraat? (Bijvraag: iets van voorbeeld gegeven)&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen sephulcraat, sidefoor of sacrofagine? En hoe worden deze bereid uit formaldehyde en ethyleendiamine? &lt;br /&gt;
#*Klassieke vraag van 4 gastheren, 4 gasten en 5 solventen. Geef ook welke niet-covalente interacties er aanwezig zullen zijn.&lt;br /&gt;
##*Gasten (structuren gegeven): 1,4-benzendicarboxylic acid / Paraquat / isocyanuurzuur / ureum&lt;br /&gt;
##*Gastheren (structuren gegeven): Glycoluril (6 keer in een cirkel) / en nog 3 anderen die ik niet ken)&lt;br /&gt;
##*Solventen Water pH 3 / 7 / 10 / MeOH en DCM (Let op met de interacties)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel Mario&lt;br /&gt;
#*2 reacties gegeven (1 met 2 moleculen waarbij covalente binding gevormd wordt, 2 azijnzuren die H-bruggen vormen) welke heeft de grootste entropieverandering?&lt;br /&gt;
#*Molecule gegeven met pi-pi-stapeling. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho? Leg uit als er pH-afhankelijkheid is voor het teken? (Ja!)&lt;br /&gt;
#*Molecule gegeven met 5 H-bruggen, we willen de bindingsconstante van H-brug met * bepalen. Hoe doen we dit? Er zullen problemen opduiken. Geef een oplossing voor deze problemen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 Juni 2024 (VM)===&lt;br /&gt;
#Deel van Dehaen&lt;br /&gt;
#*Volgende moleculen werden getest op gast-gastheer complexvorming met chloride-anion. Bij hetzelfde solvent ging de complexvorming het best op met gastheer 1, dan 2 en dan 3 die beduidend veel slechter complexeerde. Nochtans heeft 3 een extra H op de aromatische N in vergelijking met 1. De onderzoekers linkten de slechte complexvorming bij 3 met een verschil in preorganisatie. Leg uit. (Het kwam erop neer dat je de groepen juist moest uittekenen en dan de juiste interacties moest vinden.) [[File:Vraag1Wim.png|caption]]&lt;br /&gt;
#*Rangschik volgende moleculen van slechtst naar best voor complexvorming met een Li-kation. [[File:Vraag2Wim.png|caption]]&lt;br /&gt;
#*Geef een voorstel van de synthese van hexathia-18-kroon-6 waarbij je bèta-halogeensulfiden vermijdt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel van Mario&lt;br /&gt;
#*Wat is de ceiling temperature en floor temperature? Wat is hun fysische betekenis? Geef een voorbeeld van supramoleculaire polymeren bij elke soort temperatuur. Leg uit wat het belang is van de ceiling temperature bij duurzame afvalverwerking van de polymeren.&lt;br /&gt;
#*Rotaxaanvormingsreactie gegeven. Bepaal het teken van de Hammet-parameter rho met betrekking tot substituent R voor de ligging van het ev. Zou deze rotaxaanvorming ook opgaan met een difenylamine? (exact zelfde vraag als augustus 2021)&lt;br /&gt;
#*Waarom worden cyclodextrines gebruikt in geneesmiddelen? Leg uit aan de hand van de Lipinski regels voor orale beschikbaarheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 Juni 2023===&lt;br /&gt;
#Deel van Dehaen&lt;br /&gt;
#*Hoe maak je 1,4,10,13-tetraäza-18-kroon-6 uitgaande van 1,2-diaminoëthaan en eventueel andere reagentia? Welke techniek zou je gebruiken om een maximale opbrengst te bekomen?&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen een vaste-toestand-inclusiecomplex en een clathraat?&lt;br /&gt;
#*Wat zijn sepulchraat- en sarcofaginecomplexen en hoe kan je ze bereiden met ethyleendiamine en Co(III)?&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag: Combineer telkens een gast, gastheer en een solvent. Er zijn 4 gastheren, 4 gasten en 5 solventen gegeven. Bij elke gastheer hoort 1 gast en vice versa. Er zijn meer solventen gegeven dan gasten en gastheren, dus hier kan je er al zeker 1 niet gebruiken. Geef een korte verklaring bij elke combinatie die je maakt.&lt;br /&gt;
#**Gastheren: 1. een cyclofaan met 2 ringen en 3 NH&#039;s tussen de ringen aan elke kant (tussen elke NH zat een CH2). 2. Cucurbit[6]uril. 3.Een klein cyclisch molecule met 2 aromatische ringen met een N naar binnen gewezen. Boven deze ring zijn 2 of 3 NH&#039;s, eronder 2 N-CH3&#039;s. 4. Een groot cyclisch molecule met aromatische ringen met een N (naar binnen wijzend) en tussen de aromatische ringen een koolstofketen met NH&#039;s (ook 2 random C=O bindingen die naar buiten wijzen, links- en rechtsboven).&lt;br /&gt;
#**Gasten: 1. Koolstofketen met aan elke uiteinde een aromatische ring. Op de verbinding tussen de keten en elke ring zit een positief geladen N. 2. ureum. 3. Cyclohexaan met afwisselend een O (C=O, met C de C van de ring en O het substituent) en een NH2 als substituent (in totaal volledig gesubstitueerd). 4. Een aromatische ring met 2 COOH substituenten in para.&lt;br /&gt;
#**Solventen: Water (pH 3,7 of 10), methanol of dichloormethaan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel van Mario&lt;br /&gt;
#*Er is een afbeelding gegeven van het complex dat KI coöperatief kan binden adhv Zn (staat ook in de slides bij coöperativiteit). Dan staan er bindingsconstantes gegeven van KI, KClO4, NaI en NaClO4 met KI duidelijk de hoogste bindingsconstante.&lt;br /&gt;
#**a) Verklaar de waargenomen resultaten.&lt;br /&gt;
#**b) Welke binding gaat volgens jou gepaard met de grootste entropieverandering? Verklaar.&lt;br /&gt;
#*18-kroon-6 is gegeven met een aromatische ring erop en aan de aromatische ring hangt een R. Wat is het teken van rho indien de complexeren van K+ met deze structuur bekijken en wat is de verhouding met R? Geef in je antwoord zeker de volledige Hammett-vergelijking. Dan staat er een tweede afbeelding gegeven, ook 18-kroon-6, maar hier is het substituent -CH2-R. Geldt dit ook voor de tweede structuur?&lt;br /&gt;
#*Wat zijn de voor- en nadelen van supramoleculaire polymeren?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 Juni 2022 ===&lt;br /&gt;
#Dehean&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag&lt;br /&gt;
#**Solvent: CH2Cl2, MeOH, H2O pH (2,7,12)&lt;br /&gt;
#**Guests: trimethylhexadecylammonium *Cl-*, *tetrabutylammonium* nitraat, naftaleen-1-sulfonzuur, 4-aminobutaanzuur&lt;br /&gt;
#**Hosts: zeven, enkel molecule gegeven dus kan ze niet opnoemen ([2,2,2]-cryptand met enkel zuurstof, ...)&lt;br /&gt;
#*Verband EM &amp;amp; rigide groepen&lt;br /&gt;
#*Synthese hexathia-analoog van [2,2,2] cryptand, uitgaande van triëthanolamine&lt;br /&gt;
#**Hoe maximaliseren we de synthese?&lt;br /&gt;
#Smet&lt;br /&gt;
#*Bespreek compensatiegedrag entropie en enthalpie&lt;br /&gt;
#*Welke technieken om verschil tussen een catenaan en zijn 2 aparte ringen te meten (vermeld eventuele eigenschappen die nodig zijn op de macroringen)&lt;br /&gt;
#*Azidothymidine: structuur gegeven, voorspel werking en bio-beschikbaarheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 Augustus 2021===&lt;br /&gt;
[https://i.imgur.com/eDCNSJR.jpg Dehaen] &amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
[https://i.imgur.com/JolZOyK.jpg Smet]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 juni 2021===&lt;br /&gt;
#Dehaen&lt;br /&gt;
#*Combinatievraag. &lt;br /&gt;
#**Gasten: naftaleenderivaat, nitraat, aminobutaanzuur,... &lt;br /&gt;
#**Gastheren: alpha-cyclodextrine derivaat met een quaternair amoniumzout aan gebonden, beta-cyclodextrine derivaat, kroonether met thioureumfuncties, een lariatether, [2.2.2] cryptand met zuurstof als donoratomen en N als bruggenhoofden. &lt;br /&gt;
#**Solvent: water pH 2, 7, 10, methanol, CH2Cl2&lt;br /&gt;
#*Verband EM &amp;amp; rigide groepen&lt;br /&gt;
#*Synthese van het thia-analoog van de [2.2.2]-cryptand startende van een triethanolamine. &lt;br /&gt;
#Smet&lt;br /&gt;
#*Leg uit waarom de meeste polymerisatiereacties slechts opgaan onder een bepaalde temperatuur. Geef de naam van deze temperatuur. &lt;br /&gt;
#*Leg uit waarom sommige polymerisatiereacties enkel opgaan boven een bepaalde temperatuur. Geef de naam van deze temperatuur. Geef een voorbeeld van een monomeer dat dergelijk gedrag vertoond. &lt;br /&gt;
#*Vraag over een complexatiereactie met een R-substituent en wat het teken van rho zou zijn in de Hammett-vergelijking.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 juni 2019 VM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Uitleggen waarom verzeping plaatsvindt van een gegeven molecule met KOH in tolueen enkel als een kroonether aanwezig (18-kroon-6 analoog)&lt;br /&gt;
#* Uitleggen waarom cyclodextrines geschikt zijn voor &amp;quot;drug delivery&amp;quot; en een geschikt cyclodextrinekiezen (alfa, beta, gamma) voor naproxen (naftaleenderivaat)&lt;br /&gt;
#* Waarom base gebruiken voor kroonethersynthese van catechol en oligoethyleenglycoltosylaten? (deproteneren / templaateffect van kation)&lt;br /&gt;
#** Verschillende kroonethers gegeven met variërende lengte en aantal zuurstoffen. Hij vraagt om voor elke kroonether de juiste base te kiezen&lt;br /&gt;
#** Keuze uit 5 basen: LiAcO, KAcO, NH4AcO, CsAcO en moleculair kation en AcO-&lt;br /&gt;
#* Resorcinaren worden gevormd in zuur milieu maar na een tijdje zal het thermydynamischer stabieler zijn (stoel versus boot)&lt;br /&gt;
#** Geef interacties van beide isomeren in basisch milieu met een tetraalkylammonium-kation&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* 2 associaties gegeven, welke van de 2 associaties heeft de kleinste entropieverandering? (A = H-brugacceptor &amp;amp; D = H-brugdonor)&lt;br /&gt;
#** Associatie 1: ADA DAD (letters staan eigelijk onder elkaar)&lt;br /&gt;
#** Associatie 2: AAA DDD (letters staan eigelijk onder elkaar)&lt;br /&gt;
#* Molecule gegeven met R-groep  dat interacties aangaat met een chloride-anion&lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn er voornamelijk?&lt;br /&gt;
#** Wat voor groep moet R zijn? Hoe verhoudt zicht dat tot de parameter rho?&lt;br /&gt;
#* Bespreek biobeschikbaarheid van morfine (structuur gegeven) &lt;br /&gt;
#** Heroïne heeft een sterker effect op het centraal zenuwstelsel, verklaar? (gegeven dat morfine reageert met overmaat azijnzuuranhydride en heroïne vormt).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineer:&lt;br /&gt;
#** Gasten: trimethylhexadecylammoniumion, nitraation, 4-aminoboterzuur, naftaleensulfonzuur. &lt;br /&gt;
#** Gastheren: resorcinareen, benzokroonether met één N en op die N zat een keten (keten = CH2 C6H4 CH2 ... NH C=NH NH ... azole ring), twee speciale cyclodextrines (eentje was een ring van zes monomeren met een ammoniumfuntie op, de andere was een ring van zeven monomeren met een thia-amine keten op), een ring met drie benzenen en tussen elke benzeen de groep CH2 CH2 NH C=S NH CH2 CH2), nog eentje die ik me niet herinner&lt;br /&gt;
#** Solventen: de gewoonlijke&lt;br /&gt;
#* Effect rigide groepen op EM&lt;br /&gt;
#* Synthese thia analoog [2.2.2]cyrptand, hoe synthese verbeteren?&lt;br /&gt;
#*Pillarenen uitleggen, verband andere calixarenen&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welke reactie geeft de grootste entropie veranderingen? eentje is het azijnzuur dimeer, de andere is de cyclisatie van twee ringen (eentje is maleïnezuuranhydride en de ander cyclohexa-1,3-dieen) (volgens chemdraw heet het gevormde molecule (4R,7aS)-3a,4,7,7a-tetrahydro-4,7-ethanoisobenzofuran-1,3-dione). Bijvraag: iets met de deeltermen van de entropie, bij welke is welke het grootst? &lt;br /&gt;
#* Geef teken rho (Hammett) van de complexatie van K+ met een benzokroonether met aan die benzeenring een substituent R. Geldt deze redenering voor rho ook voor een tweede kroonether die aan een ethyleen eenheid een CH2R groep heeft hangen?&lt;br /&gt;
#* Bespreek relenza en tamiflu, over hun biobeschikbaarheid en mechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Combineren van gast, gastheer en solvent met als gasten: lanthaan, paraquat en nog een dicarbonzuur, als gastheren verschillende calixarenen in water ph 2,7,10, methanol of chloroform&lt;br /&gt;
#* Vraag welke het beste zou zijn voor ionentransport over een organisch membraan: diglyme of 2,2,2 kryptand&lt;br /&gt;
#* Een synthese van een 2,2,2 thiakryptand derivaat&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Ceiling &amp;amp; floortemperatuur + voorbeeld&lt;br /&gt;
#* Met de hammetvgl werken en teken van rho bepalen bij een complexvorming van pseudorotaxaan&lt;br /&gt;
#* Invloed van ... (cyclodextrine?) op transport van medicijnen en da linken aan de lipinskiregels&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2018 VM ===&lt;br /&gt;
# Dehaen&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze 1,3benzeenringen hebben geen buty meer, en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd. &lt;br /&gt;
#* Nonactine &amp;amp; valinomycine&lt;br /&gt;
#* Gast, gastheer, solvent: &lt;br /&gt;
#** H2O (pH = 3,7, 10), DCM, MeOH&lt;br /&gt;
#** Na+, ammoniumzout*, diamide*, benzoezuur (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
#** Calix[4]areen*, resorcinol uit acetaldehyde en 24u reflux, benzokroonether*, alfa-cyclodextrine, diamine* (* = structuur gegeven)&lt;br /&gt;
# Smet&lt;br /&gt;
#* Welk proces geeft de grootste entropieverandering met zich mee? &lt;br /&gt;
#** Furaan + H2C=COOR --&amp;gt; furaanring waarvan de twee dubbele bindingen weg zijn en er eentje bij is gekomen waar er eerst de enkele binding was, en de twee koolstoffen naast de zuurstof zijn nu verbonden met de koolstoffen van de dubbele binding van het ester&lt;br /&gt;
#** twee carbonzuren die een dimeer vormen&lt;br /&gt;
#* Bepaal teken rho, heeft pH invloed (R-C6H5 pi-pi stapeling met C6H5-NH2)&lt;br /&gt;
#* Relenza en tamiflu (orale beschikbaarheid en mechanisme)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel de synthese op voor het Lehn&#039;s sferand (structuur gegeven) vanuit (derivaten van) diëthyleenglycolen.&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge-verdunningsvoorwaarden en hoe werkt dit?&lt;br /&gt;
#* Combineer. Gastheren: cyclisch guanidine, cucurbit[8]uril, 30-kroon-10. Gasten: arginine, N-acetyltryptofaan, 1,4-bis(aminoimidazoline)butaan. Solventen: Chloroform, methanol, water pH 2, 7 en 10. (structuren gegeven)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: een pyrrool gesubstitueerd met een alkeen met twee R-substituenten (willekeurig). Dit molecule interageert met een onbekende receptor. Welke interactie veronderstel je? Bepaal het teken van rho. Wat gebeurt er met de absolute waarde van rho wanneer je een R-substituent vervangt door een H-atoom.&lt;br /&gt;
#* Wat is transfectie en hoe kan supramoleculaire chemie hierbij helpen?&lt;br /&gt;
#* Twee verbindingen gegeven, elk met 3 waterstofbindingen (structuren uit slides deel supramoleculaire polymeren). Welke verbinding heeft de grootse associatieconstante en waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke factoren beinvloeden de effectieve molariteit&lt;br /&gt;
#* synthese van hexathia18-kroon-6 vanuit ethyleenglycol en bis(2hydroxyethyl)sulfide op een veilige manier en wat doen we om de opbrengst zo hoog mogelijk te houden&lt;br /&gt;
#* wat zijn ansa-verbindingen en hoe kunnen ze meer inzicht geven over de ruimtevulling van de groepen&lt;br /&gt;
#* een structuur gegeven met 2 NH2 groepen een kroonether en een R (fenyl). 4-aminobutaanzuur is beter oplosbaar dan glycine (2-aminoazijnzuur) en 6-aminohexaanzuur. Hoe komt dit, welke interacties. De oplosbaarheid stijgt wanneer we R vervangen door (4-NO2-fenyl). Verklaar.&lt;br /&gt;
#* er zijn twee isomeren bij de synthese van resorcinarenen. Welke zijn dit?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#SMET:&lt;br /&gt;
#* gegeven een amide: RR&#039;C=CH-CO-N(CH3)2 met onbekende receptor gaat interageren:&lt;br /&gt;
Welke interactie verwachten we, teken van reactieparameter, plus redeneer. Wat gebeurt er met de absolite waarde van de reactieparameter als we een van de R groepen vervangen door een H.&lt;br /&gt;
#* lipskin regel geven en wat is het belang tegenwoordig in farmaceutische industrie &lt;br /&gt;
#* Bij synthese van rotaxanen volgens iemand (Stoddart ofzo)(tetrakationisch complex) zal threading een hogere opbrengst geven dan clipping waarom?&lt;br /&gt;
Waarom dan niet altijd threading?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Stel een synthese voor voor het volgende molecule: vanuit p-tBu-fenol en p-Me-fenol een calix[4]areen met aan de 1,3-alcoholen het trimeer van p-Me-fenol (via ether). Deze twee benzeenringen zijn ook gedebutyleerd en alle overgebleven vrije hydroxylgroepen zijn gemethyleerd.&lt;br /&gt;
#* Bespreek aan de hand van hun structuurelementen de functie van nonactine en valinomycine (structuur gegeven).&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gastheren met de juiste gasten en solventen. Gasten: Natriumion, p-diaminobenzeen, p-diaminobenzeen met beide stikstoffen tetragebutyleerd, benzoÃ«zuur. Gastheren: calix[4]areen, een groot dibenzokroonether, een resorcinareen verkregen na 24 uur reflux, alfa-cyclodextrine en een aromatisch diamide. Solventen: water (pH 3, 7, 10), MeOH &amp;amp;amp; DCM.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* 4-R-pyridine. Deze gast bindt enkel aan de gastheer indien de stikstof geprotoneerd is. Bepaal het teken van de Hammett-parameter rho. Op welke interactie zou de complexatie kunnen berusten?&lt;br /&gt;
#* Geef de twee methoden die gebruikt kunnen worden om de associatieconstante te schrijven in functie van deelassociatieconstanten. Beschrijf de fysische basis van het probleem dat hierbij optreedt.&lt;br /&gt;
#* Bespreek de moleculaire basis van plaquevorming zoals die optreedt bij bijvoorbeeld de ziekte van Alzheimer. Wat zijn de therapeutische mogelijkheden om dit tegen te gaan? Bijvraag: op welke secundaire structuren en soorten interacties berust de associatie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven [2.2.2]cryptand uitgaande van chlooracetamide. Het cryptand heeft stikstoffen als bruggenhoofden, 2 ketens met telkens 2 zuurstoffen en 1 keten met 2 zwavelatomen. En hoe kan je de macroyclisatie bevorderen?&lt;br /&gt;
#* Transport van donor naar acceptorlaag via een organisch membraan? hoe gaat dit het beste met pentaglyme of met een [2.2.2]cryptand. Verklaar.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Je hebt een gesubstitueerd chinoline (onbekende substituent). Dit chinoline complexeert enkel met een gastheer als de N niet geprotoneerd is. wat is het teken van de hammet-parameter Rho? welke interactie zal er zijn tussen de gast en de gastheer?&lt;br /&gt;
#* Geef de 4 belangrijkste entropieveranderingen bij complexatie en bespreek. Welke is verantwoordelijk voor preorganisatie? Leg uit.&lt;br /&gt;
#* Invloed ketenlengte benzokroonether op rendement van een catenaan met een tetrakationisch cyclofaan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Geef een voorstel voor de synthese van een gegeven calix[4]hemisferand uitgaande van 2 gegeven fenolen. De receprot bestond uit een calix[4]areen met een hemisferand aangehecht op de 1- en 3-posities.&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van valinomycine en nonactine: bespreek de functie  en hoe de verschillende structuurelementen hiertoe bijdragen.&lt;br /&gt;
#* Verbind de juiste gast met de gegeven gastheren en solventen. Er zijn meer gastheren en solventen dan er gasten zijn.&lt;br /&gt;
#**solventen: zuur, neutraal of basisch water, methanol, dicchloormethaan&lt;br /&gt;
#**gastheren: cyclodextrine, een grote benzokroonether, een calyxareen, stoel resorcinareen en een heteroaromatische receptor met amidefuncties.&lt;br /&gt;
#**gasten: natriumion, aromatisch diamine, aromatisch diammoniumzout, benzoÃ«zuur&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Op welke 2 manieren kunnen we de totale associatieconstante beschouwen als een product van deelassociatieconstanten? Wat is bij elk het grootste fysisch probleem? Welk van deze 2 methoden is, op praktische gronden, te verkiezen en waarom?&lt;br /&gt;
#* Gegeven een amide met een para-gesubstitueerde fenylgroep op de N en de carbonyl. Dit molecule gaat waterstofbindingen aan met zowel de zuurstof als de NH. Wat is het teken van de Hammett-parameter rho voor het substituent op elke benzeenring?&lt;br /&gt;
#* Gegeven de structuur van een receptor bestaande uit een porfyrinering, gekoppeld aan een calixareen met ketens die veel heteroatomen bevatten. De bindingsconstanten van KI is hoog, die voor NaI en NaClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; tussenin (en ongeveer gelijk), die van KClO&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;4&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; laag. Verklaar waarom. (Deze structuur staat in de cursus ter hoogte van het deel over coÃ¶perativiteit).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2012 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Wat zijn pseudo-hoge verdunningsvoorwaarden en geef 2 voorbeelden hoe men dit in de praktijk bewerkstelligt.&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Rangschik volgens toenemende affiniteit voor het kaliumkation en motiveer: 18-kroon-6, 1,10-dithia-18-kroon-6, benzo-18-kroon-6, [2.2.2]cryptand, 15-kroon-5, 21-kroon-7.&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Voor een bepaald hydrofoob (gedeelte van een) gastmolecule werd aangetoond dat het de hydrofobe holte van de gastheer maar voor 55% vult in stabielste toestand. Verklaar thermodynamisch waarom het kan dat deze gedeeltelijk gevulde toestand meer bevoordeeld wordt dan de volledig gevulde holte.&lt;br /&gt;
#* &lt;br /&gt;
#** Welke interacties zijn van belang bij het catenaan gevormd uit &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039;, &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; en &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;?&lt;br /&gt;
#** Wat zou het effect zijn op de bindingsconstante moest het catenaan gevormd worden rond &#039;&#039;&#039;4&#039;&#039;&#039; i.p.v. &#039;&#039;&#039;1&#039;&#039;&#039; en waarom?&lt;br /&gt;
#** Beredeneer het teken van de Hammett parameter Ï van de catenatiereactie van &#039;&#039;&#039;5&#039;&#039;&#039; met het monogealkyleerd derivaat van &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039; (hiermee wordt bedoeld, de open-ketenvorm van &#039;&#039;&#039;2&#039;&#039;&#039; enkelvoudig gebonden aan &#039;&#039;&#039;3&#039;&#039;&#039;). Sterische effecten van R mogen verwaarloosd worden [[Bestand:CatenaanSmet.png]]&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers synthetiseerden bovenste verbinding als receptor voor de onderste (tekening is &#039;&#039;ongeveer&#039;&#039; juist). Belangrijke interacties hierbij zijn H-bruggen, maar ook de Ï€-Ï€-interacties tussen de eindstandige benzeenringen spelen een beduidende rol. Om aard en sterkte van deze Ï€-Ï€-interacties te onderzoeken synthetiseerde men een aantal derivaten van beide, en mat men het verschil in bindingssterkte voor verschillende substituenten op de benzeenringen. [[Bestand:receptorSmet.png]]&lt;br /&gt;
#** Welke complicatie valt te verwachten bij deze metingen, vanwege de verschillende substituenten op de derivaten?&lt;br /&gt;
#** Verklaar de waargenomen tendensen in de gemeten energiebijdragen, weergegeven in de tabel (deze waarden zijn gecorrigeerd voor de complicaties waarnaar gevraagd in eerste subvraag dus zijn &#039;&#039;juist&#039;&#039;).&lt;br /&gt;
[[Bestand:tabelSmet.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Onderzoekers onderzochten de complexatieconstante van verbindingen A, B en C met het chloride-anion. Ondanks extra H-atoom beschikbaar, had C toch de laagste complexatieconstante. Volgorde was K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;A&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;B&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt; &amp;amp;gt;&amp;amp;gt; K&amp;amp;lt;sub&amp;amp;gt;C&amp;amp;lt;/sub&amp;amp;gt;. Volgens de onderzoekers had dit te maken met een verschillende preorganisatie. Verklaar. &amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenDehaen.jpg]]&lt;br /&gt;
#* Klassieke vraag. Verbind de juiste gast met gastheer en solvent. Licht toe en zeg welke interacties plaatsvinden.&lt;br /&gt;
#* Wat is de CAC? Waarom is het belangrijk dat deze gemeten wordt en hoe wordt deze gemeten?&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven: [[Bestand:MolHerExamenMario.jpg]]&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;Bepaal het teken van &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;X&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep X en &amp;amp;amp;rho;&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;R&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, voor groep R. Waarom gaat bij zÃ©Ã©r elektronenzuigende groepen, bv. X=F&amp;amp;lt;sup&amp;amp;gt;-&amp;amp;lt;/sup&amp;amp;gt;, de meting van de complexatieconstante met nucleofiele deeltjes niet meer correct verlopen?&lt;br /&gt;
#* Mag men de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de aromatische ring en de &amp;amp;amp;Delta;G van interacties met de gedeprotoneerde carbonzuurfunctie zomaar optellen? Verklaar.&amp;amp;lt;br /&amp;amp;gt;[[Bestand:MolHerExamenMario2.jpg]]&lt;br /&gt;
#* De synthese van rotaxanen op vaste drager kan handig zijn. Onwaar/waar en verklaar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* geef de structuur van cyclotriveratryleen en de synthese vanuit veratrol. Waarom zijn asymmetrisch gesubstitueerde CTV&#039;s chiraal?&lt;br /&gt;
#* hoe kunnen we eigenschappen van een gegeven cyclofaan gebruiken om de grootte van de substituent op de ring te bepalen&lt;br /&gt;
#* geef de synthese van de macroring 15 kroon 5 maar ipv met zuurstoffen met (NH , O , NH, S, S) vanuit HSCH2CH2SH en H2NCH2CH2OCH2CH2NH2&lt;br /&gt;
#* welke gast past in welk solvent bij welke gastheer? gasten: (Fe3+, Yb3+, tetramethylammonium, benzoaat) solventen: (methanol, DCM, water met pH=3,7,10) gastheren:(een resorcinareen, een [4]-calixareen met een -O-CH2COOH op elke ring, een [6]-calixareen met op de ring aan de ene kant een SO3H aan de andere kant een staart met een hydroxyamide rest aan, een [6]-calixareen met daaraan een staart met aan het uiteinde een fenylureum staart&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* gegeven: een receptor met daarop 2 groepen die waterstofbruggen vormen met een HO- en een -CHO op drie verschillende liganden. Welke complex zal het stabielste zijn, en verklaar dit energetisch en entropisch (ligand 1 is een bifenyl, ligand 2 is een bifenyl met een huge (triethylmethyl-)substituent op een van de ringen en ligand 3 is gewoon een alifatische keten met die oh en cho aan de uiteinden)&lt;br /&gt;
#* wat is de dubbele mutantcyclus een geef een voorbeeld dat de voordelen duidelijk maakt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 (ochtend) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Bespreek de synthese van volgend cavitand, vertrekkende van resorcinareen. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#* Wat is [2,2]paracyclofaan? Geef de syntheses en eigenschappen (UV-spectrum).&lt;br /&gt;
#* Bespreek het kinetisch en thermodynamisch templaateffect.&lt;br /&gt;
#* 5 Macroringen gegeven; rangschik naar toenemende effectieve molariteit. (afbeelding volgt nog)&lt;br /&gt;
#Smet:&lt;br /&gt;
#* Gegeven 1-amino-5-R-naftaleen (met R een onbepaalde substituent). In een complex vormt deze aminogroep een waterstofbrug. Onderzoek wijst uit dat de &amp;amp;quot;reactie&amp;amp;quot;-parameter sterk positief is. Welke soort R-substituenten bevoordeligen de reactie? (leg uit met Hammett-vergelijking en de substituent-parameter) Bekleedt de aminogroep een donor- of acceptorfunctie bij het vormen van deze waterstofbrug?&lt;br /&gt;
#* Waarom is het entropieverlies van complexvorming in oplossing doorgaans kleiner dan in gasfase?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Verklaar waarom de effectieve molariteit stijgt bij een macrocysliche 10-ring, wanneer&lt;br /&gt;
#** a) rigide groepen worden gebruikt&lt;br /&gt;
#** b) heteroatomen worden gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verschil tussen een clathraat en een vaste stof-inclusie complex.&lt;br /&gt;
#* Schrijf de synthese op van dit cavitand (structuur is gegeven) vertrekkende van rescoriol. De cavitand is gelijkend op die in de cursus staat, maar op de 2&#039; plaats heeft deze een COOH groep.&lt;br /&gt;
#* VÃ¶gth synthetiseerde vele cryptanden met substituenten X (structuur is gegeven). Hoe kon hij daarmee de grootte van de caviteit bepalen? &lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Je krijgt een complexatie van een gast en gastheer die via pi-pi interacties complexeert en net naast deze aromatische ringen een waterstofbrug vormt met een amide op de gast.&lt;br /&gt;
#** Men wil d.m.v. substituenteffecten op de aromatische ringen ph1 (= op gast) en ph2 (= op gastheer) de bijdrage voor deze pi-pi interactie meten. Welke complicatie verwacht je echter met deze methode, bij dit specifieke complex?&lt;br /&gt;
#** Verklaar in de tabel (tabel met horizontaal de para-ph1 substituenten en vertikaal de para-ph 2 substituenten) de verlopen van de incrementen. (De incrementen zijn aangepast aan de complicatie die je in het eerste puntje moet geven en zijn dus correct)&lt;br /&gt;
#** Bepaal ook het teken van de Hammett rho parameters.&lt;br /&gt;
#* Trage complexen.&lt;br /&gt;
#** Hoe kan je in een NMR spectrum zien of je te maken hebt met een traag complex&lt;br /&gt;
#** Wat is het voordeel van een extreem traag complex? Geef een relevant voorbeeld van hoe we er gebruik van kunnen maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* match de gasten en de gastheren met de juiste solventen. Gast: 1,4-benzochinon, naftaleen-1,5-dicarbonzuur en 4-butylfenol (&amp;amp;quot;voor mensen die niet goed zijn in naamgeving, zal ik de moleculen even op bord tekenen&amp;amp;quot;). Solvent: water (ph= 2, 6, 10), MeOH, CCl4. Gasten: alpha-cyclodextrine, diazo-18-kroon-6, 18-kroon-6, [2,2]cyclofaan en 2 grote cyclofanen die getekend staan. Geef ook alle niet-covalente reacties en licht uw keuze toe&lt;br /&gt;
#* Wat is CAC, waarom belangrijk en hoe gemeten&lt;br /&gt;
#* reactie van een [2,2,1]cryptand opgebouwd uit bi en triÃ«thyleenglycolderivaten&lt;br /&gt;
#* Membraantransport  van kationen met kroonethers en de voorwaarden waaraan dat kroonether moet voldoen&lt;br /&gt;
# Smet:&lt;br /&gt;
#* Het teken van rho (Hammet) bepalen uit een tabel met stabiliteitsconstanten met verschillende gevers en zuigers. De link vinden met het reactiemechanisme. Bijkomende vraag: wat gebeurt er met een sterke base en een sterke elektronzuiger. (ja wat onduidelijk als je het molecule niet ziet natuurlijk...)&lt;br /&gt;
#* Stelling: voor het gegeven molecule mag ik zomaar de deltaG optellen om de totale deltaG te berekenen.&lt;br /&gt;
#* Waarom kan het voordelig zijn om synthese van rotaxanen uit te voeren op een vaste fase&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* welke ionen passen in welke macroringen? (K+, Ag+, Eu3+, Li+ en nog een vieze grote molecule) De macrocyclische verbindingen zijn ook gegeven. Welk solvent pak je best? (H2O, H2O pH 10, MeOH of chloroform) Vermeld welke interacties plaatsvinden&lt;br /&gt;
#* bespreek de synthese van: -een calix[4]areen met twee nitraten, twee n-propyloxy&#039;s en een azakroonetheroverbrugging-&lt;br /&gt;
#* Wat is zijn zelfassemblage en zelforganisatie en illustreer met een voorbeeld&lt;br /&gt;
# MS:&lt;br /&gt;
#* Tabel horende bij compensatie-effect gegeven. Welke interacties? Bespreek de tendens in de tabel en ook het verschil in \Delta S tussen gasfase en oplossing.&lt;br /&gt;
#* tekening van een catenaan met een cyclofaan met nogal wat N in rond een benzokroonether gegeven. Deze verbinding toont met H-NMR slechts twee signalen (3,45 en 6,26 ppm of zo) voor de hydrochinon-waterstoffen. Reden? Bespreek ook de multipliciteit van de signalen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Dehaen:&lt;br /&gt;
#* Waarom is ethyleendioxy zo&#039;n populaire eenheid in kroonetherchemie&lt;br /&gt;
#* Welke 2 groepen zijn belangrijk bij de complexatie van Fe bij de sideroforen&lt;br /&gt;
#* 3 gasten (Lithium, azide, tetramethylammonium), 5 solventen (MeOH, H2O( pH 2,6,10), CCl4), gastheren ([2.2.2]-cryptand, all-cis resorcinareen, cram&#039;s sferand, 18-kroon-6,...)&lt;br /&gt;
# M.S.:&lt;br /&gt;
#* Synthese van tetrakationisch cyclofaan&lt;br /&gt;
#* Vraagje over receptor die interageert met gast, welk teken heeft de hammett parameter rho.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R0898426</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Anorganische_Chemie&amp;diff=4028</id>
		<title>Anorganische Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Anorganische_Chemie&amp;diff=4028"/>
		<updated>2024-06-12T13:24:42Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R0898426: /* 10 Juni 2024 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Gedoceerd door prof. Koen Binnemans. Sinds 2023-24 heet het vak Anorganische Chemie. Daarvoor heette het Metalen en Katalyse. Het examen is schriftelijk (3 uur) en open boek. Je mag elke vorm van informatie gebruiken in gedrukte of elektronische vorm, alsook een rekenmachine. Er worden vooral oefeningen en inzichtsvragen gesteld.&lt;br /&gt;
Wiki Metalen en Katalyse: https://wiki.chemika.be/index.php?title=Metalen_en_Katalyse&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===10 Juni 2024===&lt;br /&gt;
#natrium kristalliseert uit in een kubisch ruimtelijk gecentreerde eenheidscel (body-centered cubic, bcc), en de lengte van de eenheidscel bedraagt 430 pm. de massadichtheid van natrium bedraagt 0,96 g/cm^3, en de atoommasssa is 23.0 g/mol. bereken aan de hand van deze gegevens de (empirische) atoomstraal van natrium.&lt;br /&gt;
#Twee complexen gegeven, beide zijn 3d9. Één is vierkant vlak, andere tetraëdisch. Hoeveel ongepaarde elektronen hebben ze elk?&lt;br /&gt;
#De delta0 waarde voor [Ru(H2O)6]2+ en [RuCl6]3- zijn bijna identiek (rond 19800 cm-1). IS deze waarneming in overeenstemming met de posities van H2O en Cl- in de spectrochemische reeks? Als dit niet het geval is, hoe kan je dan de gelijkenis in delta0 waarden verklaren?&lt;br /&gt;
#Het gehydrateerde chroom(III)chloride dat commercieel beschikbaar is, heeft als brutoformule CrCl3 6H2O en is blauw gekleurd. Een oplossing van dit zout geeft bij titratie van AgNO3 oplossing 3 mol AgCl neerslag per mol van het opgeloste chroom(III)complex. Daarentegen is CrCl3 5H2O groen gekleurd. Als dit complex in water wordt opgelost en met AgNO3 oplossing wordt getitreerd, dan wordt er 2 mol AgCl neerlsag per mol van het opgeloste complex gevormd. Verklaar de waarnemingen en teken een schematische voorstelling van de structuren van CrCl3 6H2O en CrCl3 5H2O&lt;br /&gt;
#Een katalysecyclus is een reactiesequentie die reagentia verbruikt en producten vomrt, en waarbij het katalystisch actieve deeltje op het einde van de cyclus wordt geregenereed. Gegeven is de katalystische cyclus voor de hydrogenering (i.e. de rectie met H2 gas) van alkenen met de Wilkinson-katalysator, [RhCl(PPh3)3]. Identificeer elk rhodiulhoudend deeltje als een 16- pf 18-elektronen molecule door toepassing van de elektronenregels (covalent of ionisch model- en bepaal de oxidatietoestant van rhodium in elk van deze deeltjes.&lt;br /&gt;
#Gegeven het Ellingham-diagram voor de vaorming van oxiden. Het toont de standaard gibbs vrije vormingsenergie, gebaseerd op 1 mol zuurstof (O2), voor een aantal metaaloxiden, als functie van de temperatuur. De letter M stelt het smeltpunt vooor, B het kookpunt en T een transitiepunt.&lt;br /&gt;
##Verklaar waarom in het geval van vorming van ZnO de lijn een positieve helling heeft, die steiler wordt bij het smeltpunt van zink en nog steiler bij het kookpunt.&lt;br /&gt;
##kan je zinkmetaal gebruiken als reductiemiddel voor TiO2? waarom (niet)?&lt;br /&gt;
##worden de metaaloxiden stabieler of minder stabiel met stijgende temperatuur? hoe kan je dit uit het diagram afleiden? &lt;br /&gt;
##waarom heeft de lijn voor de vorming van CO uit C een negatieve helling?&lt;br /&gt;
#Gegeven het purbaix-diagram van ijzer, voor een concentratie van 10M&lt;br /&gt;
##Geef de chemische vergelijkingen die overeenstemmen met de lijnen weergegeven door de nummers 1,2,3,4 en 5. &lt;br /&gt;
##Hoe kan je uit dit diagram afleiden dat er in oppervlaktewater (rivieren of meren) normaalgezien geen driewaardig ijzer in opgeloste vorm kan voorkomen? &lt;br /&gt;
##is ijzermetaal stabiel onder normale atmosferische omstandigheden? Hoe kan je dit uit het diagram afleiden?&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R0898426</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Kosmische_Evolutie&amp;diff=3668</id>
		<title>Kosmische Evolutie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Kosmische_Evolutie&amp;diff=3668"/>
		<updated>2023-12-26T13:23:52Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R0898426: /* Vakinformatie */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Dit vak is een deel van minor verbreding. Het wordt sinds 2020 gegeven door prof Manuel Sintubin.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===31 januari 2017 NM===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Wat zijn supernovae en waarom zijn ze van nut?&lt;br /&gt;
#Leg de oerknal en haar argumenten uit&lt;br /&gt;
#Leg uit:&lt;br /&gt;
#*Bruine dwerg&lt;br /&gt;
#*Cepheïden&lt;br /&gt;
#*Interstellaire verroding&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2017===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Bespreek hoe men afstanden bepaalt in het heelal van dicht bij ons tot heel ver.&lt;br /&gt;
#Bespreek het ontstaan van de elementen&lt;br /&gt;
#Leg uit:&lt;br /&gt;
#*Effectieve temperatuur van sterren&lt;br /&gt;
#*Kosmologische achtergrondstraling&lt;br /&gt;
#*Bruine dwerg&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Oude vragen===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat zijn supernovae’s ? bespreek hun belang voor de (beschrijving van de )evolutie van het heelal&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Geef de observationele argumenten voor de oerknalhypothese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Licht kort toe: interstellaire absorptie, effectieve temperatuur van de sterren, bruine dwerg&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bespreek hoe een afstandsladder kan worden opgesteld&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bespreek het zoeken naar exoplaneten. Wat hebben we hiertoe al gevonden? Welk beeld vinden we en hoe past dit in hetgeen we weten over ons eigen planetenstelsel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Licht kort toe: kosmologische achtergrondstraling, zwart gat, wet van wien, neutronenster, spectraal type van een ster, cepheiden, parallax, witte dwerg, absolute magnitude&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat is een ster? Waarom en hoe evolueert ze?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bespreek de chemie van het interstellair midden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bespreek kort: rode reuzen, wet van Hubble, jeans massa&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Geef 3 voorbeelden van inzichten of grootheden waarvoor afstandsmeting belangrijk is&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bespreek in ons zonnestelsel de gegevens die ons informatie verstrekken over het ontstaan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bespreek kort: interstellaire verroding, roodverschuiving, turn-off point, eigenbeweging, hete jupiter, radiale snelheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bespreek de oorsprong van de abondanties van de elementen zoals ze voorkomen in het heelal&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bespreek evolutie van een ster adhv HR diagram&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een paradox: geen stof zonder sterren en geen sterren zonder stof. Leg uit en hoe tracht men deze paradox op te lossen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bespreek de structuur van ons melkwegstelsel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bespreek de evolutie van de Zon vanaf haar geboorte. Vanaf wanneer hebben we een probleem?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hoe herkennen we Halo-sterren in de omgeving van de zon?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat is een planeet? Waarom zijn planeten belangrijk?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Is ons zonnestel bijzonder of normaal?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bespreek de nucleosynthese in sterren.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R0898426</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Kosmische_Evolutie&amp;diff=3667</id>
		<title>Kosmische Evolutie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Kosmische_Evolutie&amp;diff=3667"/>
		<updated>2023-12-26T13:18:45Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R0898426: /* Vakinformatie */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Dit vak is een deel van minor verbreding. Het wordt gegeven door prof Manuel Sintubin.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===31 januari 2017 NM===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Wat zijn supernovae en waarom zijn ze van nut?&lt;br /&gt;
#Leg de oerknal en haar argumenten uit&lt;br /&gt;
#Leg uit:&lt;br /&gt;
#*Bruine dwerg&lt;br /&gt;
#*Cepheïden&lt;br /&gt;
#*Interstellaire verroding&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2017===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Bespreek hoe men afstanden bepaalt in het heelal van dicht bij ons tot heel ver.&lt;br /&gt;
#Bespreek het ontstaan van de elementen&lt;br /&gt;
#Leg uit:&lt;br /&gt;
#*Effectieve temperatuur van sterren&lt;br /&gt;
#*Kosmologische achtergrondstraling&lt;br /&gt;
#*Bruine dwerg&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Oude vragen===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat zijn supernovae’s ? bespreek hun belang voor de (beschrijving van de )evolutie van het heelal&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Geef de observationele argumenten voor de oerknalhypothese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Licht kort toe: interstellaire absorptie, effectieve temperatuur van de sterren, bruine dwerg&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bespreek hoe een afstandsladder kan worden opgesteld&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bespreek het zoeken naar exoplaneten. Wat hebben we hiertoe al gevonden? Welk beeld vinden we en hoe past dit in hetgeen we weten over ons eigen planetenstelsel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Licht kort toe: kosmologische achtergrondstraling, zwart gat, wet van wien, neutronenster, spectraal type van een ster, cepheiden, parallax, witte dwerg, absolute magnitude&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat is een ster? Waarom en hoe evolueert ze?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bespreek de chemie van het interstellair midden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bespreek kort: rode reuzen, wet van Hubble, jeans massa&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Geef 3 voorbeelden van inzichten of grootheden waarvoor afstandsmeting belangrijk is&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bespreek in ons zonnestelsel de gegevens die ons informatie verstrekken over het ontstaan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bespreek kort: interstellaire verroding, roodverschuiving, turn-off point, eigenbeweging, hete jupiter, radiale snelheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bespreek de oorsprong van de abondanties van de elementen zoals ze voorkomen in het heelal&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bespreek evolutie van een ster adhv HR diagram&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een paradox: geen stof zonder sterren en geen sterren zonder stof. Leg uit en hoe tracht men deze paradox op te lossen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bespreek de structuur van ons melkwegstelsel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bespreek de evolutie van de Zon vanaf haar geboorte. Vanaf wanneer hebben we een probleem?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hoe herkennen we Halo-sterren in de omgeving van de zon?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat is een planeet? Waarom zijn planeten belangrijk?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Is ons zonnestel bijzonder of normaal?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bespreek de nucleosynthese in sterren.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R0898426</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Wetenschap_van_de_kosmos&amp;diff=3666</id>
		<title>Wetenschap van de kosmos</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Wetenschap_van_de_kosmos&amp;diff=3666"/>
		<updated>2023-12-26T13:18:18Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R0898426: R0898426 heeft pagina Wetenschap van de kosmos hernoemd naar Kosmische Evolutie: DIt&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;#DOORVERWIJZING [[Kosmische Evolutie]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R0898426</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Kosmische_Evolutie&amp;diff=3665</id>
		<title>Kosmische Evolutie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Kosmische_Evolutie&amp;diff=3665"/>
		<updated>2023-12-26T13:18:18Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R0898426: R0898426 heeft pagina Wetenschap van de kosmos hernoemd naar Kosmische Evolutie: DIt&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Dit vak is een deel van minor verbreding. Het wordt gegeven door prof Waelkens Christoffel. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===31 januari 2017 NM===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Wat zijn supernovae en waarom zijn ze van nut?&lt;br /&gt;
#Leg de oerknal en haar argumenten uit&lt;br /&gt;
#Leg uit:&lt;br /&gt;
#*Bruine dwerg&lt;br /&gt;
#*Cepheïden&lt;br /&gt;
#*Interstellaire verroding&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2017===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Bespreek hoe men afstanden bepaalt in het heelal van dicht bij ons tot heel ver.&lt;br /&gt;
#Bespreek het ontstaan van de elementen&lt;br /&gt;
#Leg uit:&lt;br /&gt;
#*Effectieve temperatuur van sterren&lt;br /&gt;
#*Kosmologische achtergrondstraling&lt;br /&gt;
#*Bruine dwerg&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Oude vragen===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat zijn supernovae’s ? bespreek hun belang voor de (beschrijving van de )evolutie van het heelal&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Geef de observationele argumenten voor de oerknalhypothese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Licht kort toe: interstellaire absorptie, effectieve temperatuur van de sterren, bruine dwerg&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bespreek hoe een afstandsladder kan worden opgesteld&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bespreek het zoeken naar exoplaneten. Wat hebben we hiertoe al gevonden? Welk beeld vinden we en hoe past dit in hetgeen we weten over ons eigen planetenstelsel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Licht kort toe: kosmologische achtergrondstraling, zwart gat, wet van wien, neutronenster, spectraal type van een ster, cepheiden, parallax, witte dwerg, absolute magnitude&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat is een ster? Waarom en hoe evolueert ze?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bespreek de chemie van het interstellair midden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bespreek kort: rode reuzen, wet van Hubble, jeans massa&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Geef 3 voorbeelden van inzichten of grootheden waarvoor afstandsmeting belangrijk is&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bespreek in ons zonnestelsel de gegevens die ons informatie verstrekken over het ontstaan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bespreek kort: interstellaire verroding, roodverschuiving, turn-off point, eigenbeweging, hete jupiter, radiale snelheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bespreek de oorsprong van de abondanties van de elementen zoals ze voorkomen in het heelal&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bespreek evolutie van een ster adhv HR diagram&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een paradox: geen stof zonder sterren en geen sterren zonder stof. Leg uit en hoe tracht men deze paradox op te lossen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bespreek de structuur van ons melkwegstelsel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bespreek de evolutie van de Zon vanaf haar geboorte. Vanaf wanneer hebben we een probleem?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hoe herkennen we Halo-sterren in de omgeving van de zon?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat is een planeet? Waarom zijn planeten belangrijk?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Is ons zonnestel bijzonder of normaal?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bespreek de nucleosynthese in sterren.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R0898426</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Algemene_Natuurkunde_II&amp;diff=3281</id>
		<title>Algemene Natuurkunde II</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Algemene_Natuurkunde_II&amp;diff=3281"/>
		<updated>2023-01-29T13:33:29Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R0898426: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Vervolgvak op Algemene natuurkunde I. Vanaf het academiejaar 2009-2010 gedoceerd door prof Wübbenhorst.(&#039;&#039;&#039;Let dus op, de oudere vragen komen van prof. Janssen&#039;&#039;&#039;)  Het is geen jaarvak meer, enkel examen in januari dus. Het betreft een mondeling examen met schriftelijke voorbereiding. Examen is schrijftelijk tijdens corona.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 januari 2023 ===&lt;br /&gt;
#Wet van Faraday en wet van Lens. Ook transformator en Foucaultstromen uitleggen&lt;br /&gt;
#Polarisatietoestanden van em-straling en hoe je deze toestanden kan verkrijgen via, breking en weerkaatsing en verstrooing. Wet van Malus uitleggen. Verklaren avondrood en blauwe hemel.&lt;br /&gt;
#Twee bolschillen met lading q en -q, straal r1 en r2, bereken het potentiaalverschil en capaciteit.&lt;br /&gt;
#Solenoïde: magnetisch kracht na lange tijd en wanneer is deze half zo groot? (vermogen berekenen en hoeveel procent van het vermogen heeft het de 2e dan verbruikt)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2023 versie 2 ===&lt;br /&gt;
#Beweging van een geladen deeltje in een magneetveld. Leid formule voor straal af. Bespreek massaspectrometer en cyclotron&lt;br /&gt;
#Bespreek RLC-serieketen&lt;br /&gt;
#*leid formule af: I(R,L,C,w)&lt;br /&gt;
#*geef fasordiagram en de wetten van Kirchoff&lt;br /&gt;
#*leid resonantiefrequentie af (w0), bespreek met er met de fase en de stroom gebeurd als w&amp;lt;&amp;lt;w0, w=w0, w&amp;gt;&amp;gt;0&lt;br /&gt;
#We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 µm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor één van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje?&lt;br /&gt;
#De ruimte tussen de platen tussen een condensator wordt helemaal opgevuld met zuiver water (isolator). Het dipoolmoment van een watermolecule is 6.10x10-30Cm. Water heeft een dichtheid van 1.00g/cm³ en een molaire massa van 18g. De diëlektrische constante van water is 80. Het getal van Avogadro is 6.02x1023.&lt;br /&gt;
#*Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen zou kunnen worden dat alle elektrische dipolen perfect uitgelijnd zijn met het elektrisch veld. Wat zou dan de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid aan het wateroppervlak zijn?&lt;br /&gt;
#*Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen wordt, dat die geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid één duizendste bedraagt van de hierboven berekende waarde. Hoe groot is dan het elektrisch veld in de condensator?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2023 versie 1 ===&lt;br /&gt;
#Wet van Biot-Savart vergelijken met wet van coulomb, vergelijk hierbij E(r) met B(r) + magnetische inductie rond oneindige lange draad geven&lt;br /&gt;
#Straling van een zwart lichaam&lt;br /&gt;
#*Verklaar het spectrum met de verschuivingswet van Wien en de wet van Stefan-Boltzmann&lt;br /&gt;
#*Vergelijk het spectrum met dat van de laser&lt;br /&gt;
#*Wat is het verband tussen emissiefactor en absorptiecoëfficiënt?&lt;br /&gt;
#Rc-kring waarvan d van de condensator met 20% verkleind wordt&lt;br /&gt;
#Er zijn twee verschillende stukken glas, met lengte l1 = 4 micrometer, l2 = 3,5 micrometer, n1 = 1,4, n2 = 1,6. Je stuurt er een lichtstraal door met golflengte lambda = 600 nm. Ze komen in dezelfde fase toe op de stukken glas, loodrecht, en gaan dan door naar een scherm. Wat is het faseverschil tussen van de golven wanneer ze op het scherm komen (in graden)?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2022 versie 2===&lt;br /&gt;
#Wet van Biot-Savart vergelijken met wet van Coulomb + magnetische inductie rond oneindig lange draad geven&lt;br /&gt;
#Polarisatietoestanden van em-straling en hoe je deze toestanden kan verkrijgen via, breking en weerkaatsing en verstrooing. Wet van Malus uitleggen. Verklaren avondrood en blauwe hemel.&lt;br /&gt;
#Twee bolschillen met lading q en -q, straal r1 en r2, bereken het potentiaalverschil en capaciteit.&lt;br /&gt;
# Gegeven is een RC-kring met R=100 kOhm; C=9,40 ÂµF; en V(bron)=15,0 V. Na lang wachten (de condensator eerst helemaal laten opladen) verminderen we de afstand tussen condensatorplaten met 20%, in verwaarloosbaar tijdsinterval. a) Bereken potentiaalverschil over de condensator vlak voor (V1) en vlak na die verandering (V2). b) Bereken het potentiaalverschil over de condensator op lange tijd na de verandering (V3). c) Op welk tijdstip na de verandering zal de spanning over de weerstand gelijk zijn aan het gemiddelde van V2 en V3?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2022 versie 1===&lt;br /&gt;
#RLC-serieketen&lt;br /&gt;
#Normale metallische geleider vergelijken met een supergeleider. Bandenmodel voor kristalijne stoffen beschrijven. Kenmerken van een intrinsieke halfgeleider VS een gedopeerde halfgeleider en verklaar worden zoals meerheids- en minderheidsladingdragers. Beschrijf de temperatuursafhankelijkheid van intrinsieke en gedopeerde halfgeleiders aan de hand van een grafiek.&lt;br /&gt;
#We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 µm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor één van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje?&lt;br /&gt;
#De ruimte tussen de platen tussen een condensator wordt helemaal opgevuld met zuiver water (isolator). Het dipoolmoment van een watermolecule is 6.10x10-30Cm. Water heeft een dichtheid van 1.00g/cm³ en een molaire massa van 18g. De diëlektrische constante van water is 80. Het getal van Avogadro is 6.02x1023.&lt;br /&gt;
#*Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen zou kunnen worden dat alle elektrische dipolen perfect uitgelijnd zijn met het elektrisch veld. Wat zou dan de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid aan het wateroppervlak zijn?&lt;br /&gt;
#*Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen wordt, dat die geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid één duizendste bedraagt van de hierboven berekende waarde. Hoe groot is dan het elektrisch veld in de condensator?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===2 september 2021===&lt;br /&gt;
#RLC-serieketen&lt;br /&gt;
#Leg de temperatuursafhankelijkheid van de elektrische weerstand uit. NTC en PTC gedrag uitleggen. Normale metallische geleider vergelijken met een supergeleider. Bandenmodel voor kristalijne stoffen beschrijven. Kenmerken van een intrinsieke halfgeleider VS een gedopeerde halfgeleider en verklaar worden zoals meerheids- en minderheidsladingdragers. Beschrijf de temperatuursafhankelijkheid van intrinsieke en gedopeerde halfgeleiders aan de hand van een grafiek.&lt;br /&gt;
#We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 µm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor één van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje?&lt;br /&gt;
#Twee bolschillen met lading q en -q, straal r1 en r2, bereken het potentiaalverschil en capaciteit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 augustus 2021 ===&lt;br /&gt;
#Wet van Biot-Savart vergelijken met wet van Coulomb + magnetische inductie rond oneindig lange draad geven&lt;br /&gt;
#Straling van een zwart lichaam&lt;br /&gt;
#*Verklaar het spectrum met de verschuivingswet van Wien en de wet van Stefan-Boltzmann&lt;br /&gt;
#*Vergelijk het spectrum met dat van de laser&lt;br /&gt;
#*Wat is het verband tussen emissiefactor en absorptiecoëfficiënt?&lt;br /&gt;
#Twee verschillende stukken glas, met lengte l1 = 4 micrometer, l2 = 3,5 micrometer, n1 = 1,4, n2 = 1,6. Je stuurt er een lichtstraal loodrecht door met golflengte lambda = 600 nm. Ze komen in dezelfde fase toe op de stukken glas (loodrecht), en gaan dan door naar een scherm. Wat is het faseverschil tussen de twee golven wanneer ze op het scherm komen?&lt;br /&gt;
#De ruimte tussen de platen tussen een condensator wordt helemaal opgevuld met zuiver water (isolator). Het dipoolmoment van een watermolecule is 6.10x10-30Cm. Water heeft een dichtheid van 1.00g/cm³ en een molaire massa van 18g. De diëlektrische constante van water is 80. Het getal van Avogadro is 6.02x1023.&lt;br /&gt;
#* Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen zou kunnen worden dat alle elektrische dipolen perfect uitgelijnd zijn met het elektrisch veld. Wat zou dan de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid aan het wateroppervlak zijn?&lt;br /&gt;
#* Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen wordt, dat die geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid één duizendste bedraagt van de hierboven berekende waarde. Hoe groot is dan het elektrisch veld in de condensator?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2021 ===&lt;br /&gt;
(zelfde examen als 13 januari 2020)&lt;br /&gt;
#RLC-serieketen&lt;br /&gt;
#Geleiders, isolatoren, halfgeleiders: temperatuur afhankelijkheid van geleiders, halfgeleiders (intrinsiek en gedopeerd) + grafiek, energiebanden tekenen en uitleggen&lt;br /&gt;
#LR-serieketen: Magnetische energie berekenen na een lange tijd, vermogen bron berekenen,...&lt;br /&gt;
#Op 2 rechthoeken met bepaalde lengte en brekingsindex valt lichtstraal loodrecht in, berekenen het faseverschil van de lichtstralen op een scherm achter de rechthoeken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2021 (versie 2) ===&lt;br /&gt;
#Wet van Faraday en wet van Lens. Ook transformator en Foucaultstromen uitleggen&lt;br /&gt;
#Polarisatietoestanden van em-straling en hoe je deze toestanden kan verkrijgen via absorptie, breking en weerkaatsing &lt;br /&gt;
#Twee bolschillen met lading q en -q, straal r1 en r2, bereken het potentiaalverschil en capaciteit.&lt;br /&gt;
#Solenoïde (zelfinductie en weerstand gegeven). Energie, vermogen, .. bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2021 (versie 1) ===&lt;br /&gt;
#Beweging van een geladen deeltje in een magneetveld.&lt;br /&gt;
#*Leid de formule voor de straal af&lt;br /&gt;
#*Bespreek de massaspectrometer en cyclotron&lt;br /&gt;
#Straling van een zwart lichaam&lt;br /&gt;
#*Verklaar het spectrum met de verschuivingswet en de wet van Stefan-Boltzmann&lt;br /&gt;
#*Vergelijk het spectrum vergelijken met dat van de laser&lt;br /&gt;
#*Wat is het verband tussen emissiefactor en absorptiecoëfficiënt?&lt;br /&gt;
#We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 µm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor één van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje?&lt;br /&gt;
#De ruimte tussen de platen tussen een condensator wordt helemaal opgevuld met zuiver water (isolator). Het dipoolmoment van een watermolecule is 6.10x10-30Cm. Water heeft een dichtheid van 1.00g/cm³ en een molaire massa van 18g. De diëlektrische constante van water is 80. Het getal van Avogadro is 6.02x1023.&lt;br /&gt;
#*Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen zou kunnen worden dat alle elektrische dipolen perfect uitgelijnd zijn met het elektrisch veld. Wat zou dan de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid aan het wateroppervlak zijn?&lt;br /&gt;
#*Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen wordt, dat die geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid één duizendste bedraagt van de hierboven berekende waarde. Hoe groot is dan het elektrisch veld in de condensator?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 januari 2020 VM===&lt;br /&gt;
(Zelfde examen als 13 januari 2020)&lt;br /&gt;
#RLC-serieketen&lt;br /&gt;
#Geleiders, isolatoren, halfgeleiders: temperatuur afhankelijkheid van geleiders, halfgeleiders (intrinsiek en gedopeerd) + grafiek, energiebanden tekenen en uitleggen&lt;br /&gt;
#LR-serieketen: Magnetische energie berekenen na een lange tijd, vermogen bron berekenen,...&lt;br /&gt;
#Op 2 rechthoeken met bepaalde lengte en brekingsindex valt lichtstraal loodrecht in, berekenen het faseverschil van de lichtstralen op een scherm achter de rechthoeken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2020 NM===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Wet van Biot-Savart vergelijken met wet van Coulomb + magnetische inductie rond oneindig lange draad geven&lt;br /&gt;
# Straling van een zwart lichaam: welk spectrum, verklaar met de verschuivingswet en de wet van Boltzmann. Spectrum vergelijken met laser. Verband tussen emissie en absorptie coefficient van een zwart lichaam&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# We hebben twee verschillende stukken glas, met lengte l1 = 4 micrometer, l2 = 3,5 micrometer, n1 = 1,4, n2 = 1,6. Je stuurt er een lichtstraal loodrecht door met golflengte lambda = 600 nm. Ze komen in dezelfde fase toe op de stukken glas (loodrecht), en gaan dan door naar een scherm. Wat is het faseverschil tussen de twee golven wanneer ze op het scherm komen? *Opgave &amp;quot;twee verschillende stukken glas&amp;quot; foto: [https://drive.google.com/file/d/1D4mHHzrofEQRw_i-p8YRgNij7ulq--i1/view?usp=sharing]*&lt;br /&gt;
# Gegeven is een RC-kring met R=100 kOhm; C=9,40 ÂµF; en V(bron)=15,0 V. Na lang wachten (de condensator eerst helemaal laten opladen) verminderen we de afstand tussen condensatorplaten met 20%, in verwaarloosbaar tijdsinterval. a) Bereken potentiaalverschil over de condensator vlak voor (V1) en vlak na die verandering (V2). b) Bereken het potentiaalverschil over de condensator op lange tijd na de verandering (V3). c) Op welk tijdstip na de verandering zal de spanning over de weerstand gelijk zijn aan het gemiddelde van V2 en V3?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2020 VM===&lt;br /&gt;
#Wet van Biot-Savart vergelijken met wet van Coulomb + magnetische inductie rond oneindig lange draad geven&lt;br /&gt;
#Leg de temperatuursafhankelijkheid van de elektrische weerstand uit. NTC en PTC gedrag uitleggen. Normale metallische geleider vergelijken met een supergeleider. Bandenmodel voor kristalijne stoffen beschrijven. Kenmerken van een intrinsieke halfgeleider VS een gedopeerde halfgeleider en verklaar worden zoals meerheids- en minderheidsladingdragers. Beschrijf de temperatuursafhankelijkheid van intrinsieke en gedopeerde halfgeleiders aan de hand van een grafiek.&lt;br /&gt;
#Condensator (in een RC kring) waarvan de afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt&lt;br /&gt;
#Er zijn twee verschillende stukken glas, met lengte l1 = 4 micrometer, l2 = 3,5 micrometer, n1 = 1,4, n2 = 1,6. Je stuurt er een lichtstraal door met golflengte lambda = 600 nm. Ze komen in dezelfde fase toe op de stukken glas, loodrecht, en gaan dan door naar een scherm. Wat is het faseverschil tussen van de golven wanneer ze op het scherm komen (in graden)?&lt;br /&gt;
===16 januari 2020 NM===&lt;br /&gt;
#Beweging van een geladen deeltje in een magneetveld.&lt;br /&gt;
#* Leid de formule voor de straal af&lt;br /&gt;
#* Bespreek de massaspectrometer en cyclotron &lt;br /&gt;
#Straling van een zwart lichaam&lt;br /&gt;
#* Verklaar het spectrum met de verschuivingswet en de wet van Stefan-Boltzmann&lt;br /&gt;
#* Vergelijk het spectrum vergelijken met dat van de laser&lt;br /&gt;
#* Wat is het verband tussen emissiefactor en absorptiecoëfficiënt?&lt;br /&gt;
# We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 µm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor één van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje?&lt;br /&gt;
#De ruimte tussen de platen tussen een condensator wordt helemaal opgevuld met zuiver water (isolator). Het dipoolmoment van een watermolecule is 6.10x10-30Cm. Water heeft een dichtheid van 1.00g/cm³ en een molaire massa van 18g. De diëlektrische constante van water is 80. Het getal van Avogadro is 6.02x1023.&lt;br /&gt;
#* Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen zou kunnen worden dat alle elektrische dipolen perfect uitgelijnd zijn met het elektrisch veld. Wat zou dan de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid aan het wateroppervlak zijn?&lt;br /&gt;
#* Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen wordt, dat die geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid één duizendste bedraagt van de hierboven berekende waarde. Hoe groot is dan het elektrisch veld in de condensator?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 januari 2020 NM===&lt;br /&gt;
#zelfde examen als voormiddag&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 januari 2020 VM===&lt;br /&gt;
#RLC-serieketen&lt;br /&gt;
#Geleiders, isolatoren, halfgeleiders: temperatuur afhankelijkheid van geleiders, halfgeleiders (intrinsiek en gedopeerd) + grafiek, energiebanden tekenen en uitleggen&lt;br /&gt;
#LR-serieketen: Magnetische energie berekenen na een lange tijd, vermogen bron berekenen,...&lt;br /&gt;
#Op 2 rechthoeken met bepaalde lengte en brekingsindex valt lichtstraal loodrecht in, berekenen het faseverschil van de lichtstralen op een scherm achter de rechthoeken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 augustus 2019 VM===&lt;br /&gt;
#Beweging van een geladen deeltje in een magneetveld: formule voor straal afleiden en massaspectrometer en cyclotron uitleggen (met formules)&lt;br /&gt;
#Straling van een zwart lichaam: welk spectrum, verklaar met de verschuivingswet en de wet van Boltzmann. Spectrum vergelijken met laser. Verband tussen emissie en absorptie coefficient&lt;br /&gt;
#Condensator gevuld met water, bereken oppervlakte lading en E&lt;br /&gt;
#Dikte van een micaplaatje berekenen (proef van Young)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2019 NM===&lt;br /&gt;
#Beweging van een geladen deeltje in een magneetveld en massaspectrometer en cyclotron uitleggen (met formules)&lt;br /&gt;
#Straling van een zwart lichaam&lt;br /&gt;
#Condensator gevuld met water, bereken oppervlakte lading en E&lt;br /&gt;
#Dikte van een micaplaatje berekenen (proef van Young)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2019 VM===&lt;br /&gt;
#Wet van Faraday, Wet van Lenz, transformator uitleggen +Foucaultstromen&lt;br /&gt;
#Polarisatietoesten van em-straling + verstrooiing, absorptie, breking &lt;br /&gt;
#Twee bolschillen: potentiaalverschil R1 en R2 en capaciteit&lt;br /&gt;
#Solenoïde (zelfinductie en weerstand). Energie, vermogen, .. bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2019 NM===&lt;br /&gt;
#Wet van Biot-Savart vergelijken met wet van Coulomb, + magnetische inductie rond oneindig lange draad geven&lt;br /&gt;
#Straling van een zwart lichaam&lt;br /&gt;
#Condensator waarvan de afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt&lt;br /&gt;
#Er zijn twee verschillende stukken glas, met lengte l1 = 4 micrometer, l2 = 3,5 micrometer, n1 = 1,4, n2 = 1,6. Je stuurt er een lichtstraal door met golflengte lambda = 600 nm. Ze komen in dezelfde fase toe op de stukken glas, loodrecht, en gaan dan door naar een scherm. Wat is het faseverschil tussen de twee golven wanneer ze op het scherm komen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2019 VM===&lt;br /&gt;
#Bespreek de wet van Biot-Savart, leg de gelijkenissen en verschillen t.o.v. de wet van coulomb uit (B(r) en E(r) vergelijken).Leidt de magnetische inductie B(r) rond een oneindig lange draad of m.b.v. de wet van Biot-Savart.&lt;br /&gt;
#Leg de temperatuursafhankelijkheid van de elektrische weerstand uit. NTC en PTC gedrag uitleggen. Normale metallische geleider vergelijken met een supergeleider. Bandenmodel voor kristalijne stoffen beschrijven. Kenmerken van een intrinsieke halfgeleider VS een gedopeerde halfgeleider. meerheids- en minderheidsladingdrager uitleggen. Beschrijf de temperatuursafhankelijkheid van intrinsieke en gedopeerde halfgeleiders aan de hand van een grafiek.&lt;br /&gt;
#Condensator waarvan de afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt.&lt;br /&gt;
#Twee lichtstralen met golflengte 600 nm in de lucht zijn in fase wanneer ze invallen op twee rechthoekige stukjes glas. het eerste stuk heeft lengte=4µm en brekingsindex n=1,4 . Het tweede stuk heeft lengte=3,4µm en n=1,6. Achter de stukjes glas staat een scherm. wat is het faseverschil (in graden) waarmee ze aankomen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 januari 2019 NM===&lt;br /&gt;
#Wet van Faraday en Lens bespreken, transformator + toepassing, foucaultstromen&lt;br /&gt;
#Laser, straling van een zwart lichaam (bijvraag: grafiek tekenen I(lamda) (brede klokvorm voor zwart lichaam vs dunne voor laser)&lt;br /&gt;
#Twee bolschillen: potentiaal en capaciteit&lt;br /&gt;
#Twee glasplaatjes met verschillende lengte en n. bepaal het faseverschil van twee loodrechte stralen (initieel in fase)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 januari 2019 VM===&lt;br /&gt;
#Wet van Biot-Savart vergelijken met wet van Coulomb, + magnetische inductie rond oneindig lange draad geven&lt;br /&gt;
#straling van een zwart lichaam&lt;br /&gt;
#Dikte micaplaatje proef van Young&lt;br /&gt;
#Condensator waarvan de afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 augustus 2018===&lt;br /&gt;
#halfgeleiders + pn-juncite&lt;br /&gt;
#wet Biot-Savart toepassen op oneindig lange rechte draad&lt;br /&gt;
#condensator gevuld met water, oppervlakte lading en E berkekenen&lt;br /&gt;
#dikte miccaplaatje met proef van Young bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2018 vm===&lt;br /&gt;
Zelfde als 15 januari 2018&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2018 vm===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#De wet van Biot-Savart&lt;br /&gt;
#Verschil tussen intrinsieke en gedopeerde halfgeleider + pn-junctie&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#2 bolschillen met lading q en -q, straal r1 en r2, bereken het potentiaalverschil en capaciteit.&lt;br /&gt;
#er zijn twee verschillende stukken glas, met lengte l1 = 4 micrometer, l2 = 3,5 micrometer, n1 = 1,4, n2 = 1,6. Je stuurt er een lichtstraal door met golflengte lambda = 600 nm. Ze komen in dezelfde fase toe op de stukken glas, loodrecht, en gaan dan door naar een scherm. Wat is het faseverschil tussen de twee golven wanneer ze op het scherm komen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2018 vm===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zie examen 17 januari 2017&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Er werd ook nog gevraagd naar ferromagnetisme bij vraag 1&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2018 nm===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Beweging van een geladen deeltje in een magneetveld + massaspectrometer en cyclotron uitleggen&lt;br /&gt;
#RLC-keten uitleggen &lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 µm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor één van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje?&lt;br /&gt;
#De ruimte tussen de platen tussen een condensator wordt helemaal opgevuld met zuiver water. Het dipoolmoment van een watermolecule is 6.10x10^-30Cm. Water heeft een dichtheid van 1.00g/cm³ en een molaire massa van 18g. De diëlektrische constante van water is 80. Het getal van Avogadro is 6.02x10^23. &lt;br /&gt;
#* Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen zou kunnen worden dat alle elektrische dipolen perfect uitgelijnd zijn met het elektrisch veld. Wat zou dan de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid aan het wateroppervlak zijn? &lt;br /&gt;
#* Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen wordt, dat die geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid één duizendste bedraagt van de hierboven berekende waarde. Hoe groot is dan het elektrisch veld in de condensator?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2017 nm===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Polarisatie toestanden&lt;br /&gt;
#Gedopeerde halfgeleiders vs zuivere halfgeleiders en de PN-junctie&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#2 bolschillen. Potentiaal verschil en Electrisch veld berekenen van R naar oneindig.&lt;br /&gt;
#Solenoïde: magnetisch kracht na lange tijd en wanneer is deze half zo groot? (vermogen berekenen en hoeveel procent van het vermogen heeft het de 2e dan verbruikt)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2017 vm===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Rlc keten uitleggen&lt;br /&gt;
#Wet van ampere (tijdsafhankelijk en onafhankelijk)&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
#een bol met 2 stralen en een elektrisch veld waarvan de lading en de potentiaal berekend moeten worden &lt;br /&gt;
#de oefening met licht dat door een gat moet op een hoogte van 50mm, gat zelf is 10mm groot en staat op 30 cm van de bron, wat zijn de golflengtes die aankomen bij het gat?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2017 nm===&lt;br /&gt;
helemaal hetzelfde als de voormiddag&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2017 vm===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
#Halfgeleiders (+grafieken temperatuursafhankelijkheid van n-en p-types)&lt;br /&gt;
#Biot-savart (eindig en oneindig)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#2 bolschillen: potentiaalverschil en capaciteit berekenen&lt;br /&gt;
#2 stukjes glas met lichtstraal (zelfde golflengte) erdoor: faseverschil berekenen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2017===&lt;br /&gt;
Zie examen 18 januari 2016. &lt;br /&gt;
#Magnetisatie en magnetische suceptibiliteit&lt;br /&gt;
#LASER&lt;br /&gt;
Bijvragen bij de werking van de LASER: wat zijn de eigenschappen van laserlicht? Wat zorgt voor de overgang van niveau 2 naar niveau1?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen&lt;br /&gt;
#oefening van condensator waarvan afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt&lt;br /&gt;
#micaplaatje&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2017===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
#RLC-keten&lt;br /&gt;
#Beschrijf de beweging van een geladen deeltje in een magnetisch veld, cyclotron en massaspectrometer&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#mica&lt;br /&gt;
#water in condensator&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Magnetisatie en magnetische suceptibiliteit&lt;br /&gt;
#LASER&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#oef van condensator waarvan afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt&lt;br /&gt;
#oef van het mica plaatje met dikte tussen 6 en 7 micro meter&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2016 NM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Magnetisatie en magnetische suceptibiliteit&lt;br /&gt;
#LASER&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#oef van condensator waarvan afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt&lt;br /&gt;
#oef van het mica plaatje met dikte tussen 6 en 7 micro meter&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2016 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#laser&lt;br /&gt;
#magnetisatie en magnetische susceptibiliteit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#mica plaatje&lt;br /&gt;
#RC keten V1, V2 en V3 bepalen plus tijd waarop V het gemiddelde is van 2&amp;amp;amp;3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2016 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#zuivere vs gedopeerde halfgeleiders (nog iets extra, we moesten nog een grafiek geven die in de slides staan maar niet in het boek: elektrische geleiding ifv temperatuur, maja dat was gewoon een bijvraag) + pn-junctie&lt;br /&gt;
#Geef de wet van Biot Savart en pas dit toe op een oneindig lange stroomvoerende draad&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
#2 geleidende bolschillen met zelfde middelpunt, verschillende stralen (R1, R2, respectievelijk kleinste en grootste). Op de kleinste zit een lading q, op de grootste een lading -q. Bepaal het potentiaalverschil tussen R2 en R1. Bepaal ook de capaciteit van deze condensator.&lt;br /&gt;
#er zijn twee verschillende stukken glas, met lengte l1 = 4 micrometer, l2 = 3,5 micrometer, n1 = 1,4, n2 = 1,6. Je stuurt er een lichtstraal door met golflengte lambda = 600 nm. Ze komen in dezelfde fase toe op de stukken glas, loodrecht, en gaan dan door naar een scherm. Wat is het faseverschil tussen de twee golven wanneer ze op het scherm komen?&lt;br /&gt;
(check oefeningen van examen 10 juni 2011)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Wet van Ampère (uitbreiding) en daarbij ook de B rond een gesloten kromme.&lt;br /&gt;
#RLC uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Bol met bolschil errond en zo diffractie, door da scherm met 200 lijnen / mm en dan een vierkantje op het waarnemingsscherm. (welke golflengten gaan door da vierkantje?)&lt;br /&gt;
===16 januari 2015===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#magnetisatie&lt;br /&gt;
#LASER&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#RC-keten en V1,V2,V3 bepalen&lt;br /&gt;
#mica&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2015===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Wet van Ampère&lt;br /&gt;
#RLC in serie&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#een bol en een bolschil, elektrisch veld en stralen gegeven en dan moest je de lading en de potentiaal aan het opp van de bol berekenen&lt;br /&gt;
#spleet, berekenen welke golflengtes er in het vierkant vallen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2015===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
#zuivere vs gedopeerde halfgeleiders + pn-junctie &lt;br /&gt;
#de wet van Biot-Savart en de oneindige rechte geleider afleiden.&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
#bolvormige condensator (V + C berekenen)&lt;br /&gt;
#lichtstralen van dezelfde golflengte die door 2 glasblokjes gaan, faseverschil berekenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 januari 2015===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Beschrijf de beweging van een geladen deeltje in een magnetisch veld, cyclotron en massaspectrometer&lt;br /&gt;
#LRC-kring&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Water in condensator&lt;br /&gt;
#Micaplaatje&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2014 voormiddag===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Magnetisatie en magnetische susceptibiliteit.&lt;br /&gt;
#LASER&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen: exact zoals 10 juni 2013 (voormiddag)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2014 voormiddag ===&lt;br /&gt;
Exact hetzelfde examen als 14 juni 2013. Zelfs de oefeningen waren dezelfde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2013 namiddag ===&lt;br /&gt;
Exact hetzelfde examen als 10 juni 2013 namiddag. Zelfs de oefeningen waren dezelfde&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 juni 2013 (zowel voor- als namiddag!)===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Bespreek de beweging van een geladen deeltje in een magneetveld, plus uitleg cyclotron en massaspectrometer.&lt;br /&gt;
#Bespreek de RLC kring&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 Âµm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor één van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje?&lt;br /&gt;
#De ruimte tussen de platen tussen een condensator wordt helemaal opgevuld met zuiver water. Het dipoolmoment van een watermolecule is 6.10x10-30Cm. Water heeft een dichtheid van 1.00g/cmÂ³ en een molaire massa van 18g. De diëlektrische constante van water is 80. Het getal van Avogadro is 6.02x1023. &lt;br /&gt;
#* Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen zou kunnen worden dat alle elektrische dipolen perfect uitgelijnd zijn met het elektrisch veld. Wat zou dan de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid aan het wateroppervlak zijn? &lt;br /&gt;
#* Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen wordt, dat die geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid één duizendste bedraagt van de hierboven berekende waarde. Hoe groot is dan het elektrisch veld in de condensator?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2013 (zowel voor- als namiddag!)===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Leg uit, wet van Ampère zowel tijds als niet tijdsafhankelijk.&lt;br /&gt;
# Leg RLC kring uit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Gegeven een bol met een lading en daar rond een bolschil, samen zijn ze ongeladen maar elk apart bezitten ze een lading. Geef hiervoor de lading van de bol en zijn potentiaal aan zijn oppervlak. Gegeven zijn de stralen van de bollen en de grootte van het elektrische veld.&lt;br /&gt;
# Golflengten tussen 400 en 700nm worden op een diffractierooster gestuurd met 200 lijnen/mm. Waarnemingsscherm staat op 0.3m. Op dit scherm is op een afstand van 0.05m een gat geknipt, een vierkant met zijden 0.01m. Welke golflengten zullen door dit gat vallen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 10 juni 2013 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Geef de wet van Biot Savart en pas dit toe op een oneindig lange stroomvoerende draad&lt;br /&gt;
#Wat is een virtueel beeld? Kan je dat vormen met een vlakken spiegel? Holle spiegel? Bolle spiegel? Welke omstandigheden? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Dieje kubus (zie oude examenvragen)&lt;br /&gt;
#Iets met een RLC kring met uitzonderlijke omstandigheden, R gegeven, wat is de capaciteit en de inductie in de kring. Uitzondelijke omstandighede dus da de amplitude van uw weerstand = amplitude zelfinductie = amplitude condensator = amplitude van de bron, en ge had ook een frequentie gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 10 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek polarisatietechnieken (verstrooiing, dichroïsme etc...)&lt;br /&gt;
# Magnetisatie &amp;amp;amp; magnetische susceptibiliteit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Gegeven is een RC-kring met R=100 kOhm; C=9,40 ÂµF; en V(bron)=15,0 V. Na lang wachten (de condensator eerst helemaal laten opladen) verminderen we de afstand tussen condensatorplaten met 20%, in verwaarloosbaar tijdsinterval. &lt;br /&gt;
#*Bereken potentiaalverschil over de condensator vlak voor (V1) en vlak na die verandering (V2)&lt;br /&gt;
#*Bereken het potentiaalverschil over de condensator op lange tijd na de verandering (V3). &lt;br /&gt;
#*Op welk tijdstip na de verandering zal de spanning over de weerstand gelijk zijn aan het gemiddelde van V2 en V3?&lt;br /&gt;
#We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 Âµm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor één van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 juni 2012===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
# Wet van Ampere bespreken voor stationaire en niet stationaire stromen&lt;br /&gt;
# RLC kring bespreken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Er is een kubus gegeven met zijde a die in de oorsprong ligt van het xyz assenstelsel. Er is een elektrisch veld E_(=vector) = c*x*y*i_(i_ is de eenheidsvector) en c=844 N/(C*m^2). dit elektrisch veld is evenwijdig met de x-as. hoe groot moet zijde a zijn zodat de kubus 7nC bevat?&lt;br /&gt;
# ?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2012===&lt;br /&gt;
Exact dezelfde vragen als 27 juni 2011. Zelfs de waarden bij de oefeningen waren hetzelfde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 27 juni 2011===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Leg uit: magnetisatie en magnetische susceptibiliteit&lt;br /&gt;
# Bespreek de werking van een LASER&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Gegeven is een RC-kring met R=100 kOhm; C=9,40 ÂµF; en V(bron)=15,0 V. Na lang wachten (de condensator eerst helemaal laten opladen) verminderen we de afstand tussen condensatorplaten met 20%, in verwaarloosbaar tijdsinterval. a) Bereken potentiaalverschil over de condensator vlak voor (V1) en vlak na die verandering (V2). b) Bereken het potentiaalverschil over de condensator op lange tijd na de verandering (V3). c) Op welk tijdstip na de verandering zal de spanning over de weerstand gelijk zijn aan het gemiddelde van V2 en V3?&lt;br /&gt;
# We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 Âµm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor Ã©Ã©n van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2011 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek de beweging van een geladen deeltje in een magneetveld, plus uitleg cyclotron en massaspectrometer.&lt;br /&gt;
# Effectiefspanning uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 juni 2011 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Geef wet van Biot-Savart en leid af voor een oneindig lange stroomvoerende draad&lt;br /&gt;
# Wat zijn mogelijke polarisatietoestanden van EM-straling? (geen polarisatietechnieken)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een kring met een solenoïde met 35mH en een weerstand van 0,35 Ohm, aangesloten op een batterij van 12V. Wat is de magnetische energie die de batterij heeft na een lange tijd? Hoeveel vermogen moet het batterij dan nog leveren? Na hoeveel tijd is de energie half zo groot? Wa is dan het vermogen v.d. batterij en hoeveel procent vraagt het opwekken van magnetische arbeid dan?&lt;br /&gt;
# Een tweespleten systeem met lambda = 500nm, d = 0,150mm en a = 30,0Âµm. Hoe vaak komen maxima voor? (enzovoort)&lt;br /&gt;
=== 10 juni 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen een zuivere halfgeleider en een gedopeerde halfgeleider? geef uitleg over de pn-junctie.&lt;br /&gt;
# Leg uit wat een virtueel beeld is. Is het mogelijk om dit van een reëel voorwerp te bekomen bij een vlakke/holle/bolle spiegel. Onder welke omstandigheden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
# Er is een kubus gegeven met zijde a die in de oorsprong ligt van het xyz assenstelsel. Er is een elektrisch veld E_(=vector) = c*x*y*i_(i_ is de eenheidsvector) en c=844 N/(C*m^2). dit elektrisch veld is evenwijdig met de x-as. hoe groot moet zijde a zijn zodat de kubus 7nC bevat?&lt;br /&gt;
# Je hebt een wisselspanningskring gegeven met V0 = 30,0V; omega = 314rad/s; I0=620mA ;en v=V0sin(omega*t-pi/4) en i=-I0cos(omega*t-pi/4). In de kring zit alleen nog een element X.&lt;br /&gt;
* identificeer dit element volledig&lt;br /&gt;
* door welk ander element kan je dit vervangen zodat de stroomamplitude gelijk blijft(de fase mag verschillen) en identificeer dat element. Je moet er maar 1 geven maar er zijn er 2 mogelijk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 10 juni 2011 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek de RLC-keten waarop een wisselspanning is aangesloten&lt;br /&gt;
# Wet van Ampère uitleggen (stationair en niet-stationair) Hij zegt er ook bij dat het gaat om het magneetveld rond een gesloten kromme, dus juiste formule vinden niet moeilijk&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# 2 geleidende bolschillen met zelfde middelpunt, verschillende stralen (R1, R2, respectievelijk kleinste en grootste). Op de kleinste zit een lading q, op de grootste een lading -q. Bepaal het potentiaalverschil tussen R2 en R1. Bepaal ook de capaciteit van deze condensator.&lt;br /&gt;
# er zijn twee verschillende stukken glas, met lengte l1 = 4 micrometer, l2 = 3,5 micrometer, n1 = 1,4, n2 = 1,6. Je stuurt er een lichtstraal door met golflengte lambda = 600 nm. Ze komen in dezelfde fase toe op de stukken glas, loodrecht, en gaan dan door naar een scherm. Wat is het faseverschil tussen de twee golven wanneer ze op het scherm komen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Bespreek de beweging van een geladen deeltje in een magneetveld, plus uitleg cyclotron en massaspectrometer.&lt;br /&gt;
#Bespreek alle mogelijke polarisatie-toestanden van een EM-golf, manieren om polarisatie te bekomen niet beschrijven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Men laadt een condensator met een capaciteit 17mF volledig op en men koppelt hem dan los van de bron. Hierna is er een arbeid van 18,5 joule nodig om een extra lading van 13 mC van de ene plaat van de condensator naar de andere over te brengen. Wat was de EMK van de bron?&lt;br /&gt;
# Een spoel van 100 windingen wordt rond een cilinder gewikkeld met een doorsnede van 12 cmÂ². De cilinder is van een middenstof met Âµr = 1. Er wordt een magneetveld aangelegd van 1,6 T dat in de tijd omwisselt van de ene naar de andere richting maar altijd evenwijdig loopt met de symmetrieas van de spoel. Een weerstand van 13 Ohm wordt op de spoel aangesloten. Geef de lading die door deze weerstand stroomt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 7 juni 2010 (WÃ¼bbenhorst dus) ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# RLC-keten met wisselspanning uitleggen&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen een zuivere halfgeleider en een gedopeerde halfgeleider? geef uitleg over de pn-junctie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# over een solenoïde met een L en een R die verbonden zijn aan een batterij. L, R en V waren gegeven en men vroeg de energie van de spoel op t= oneindig en vermogen dat de batterij moest leven&lt;br /&gt;
# ging over 2 stralen door glas met 2 verschillende n, met uiteindelijk de vraag: wat is het faseverschil van de 2 stralen aan het scherm achter het doorlopen van het glas?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 augustus 2009===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Bespreek Foucaultstromen&lt;br /&gt;
#Effectiefspanning en effectiefstroom uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
(Iemand aub?)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 augustus 2009===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leid een formule af voor de capaciteit van een vlakke en een cilindrische condensator&lt;br /&gt;
#Bespreek ferromagnetisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Een lading zit vast op een gegeven positie (x,y,z). Een andere lading beweegt van positie 1 (X1,Y1,Z1) naar 2 (X2,Y2,Z2). De ladingen zijn gegeven, de coordinaten ook. Hoeveel energie kost het om deze lading van positie 1 naar 2 te verplaatsen?&lt;br /&gt;
#Een oefening analoog aan weerkaatsing aan een zeepbel, of iets dergelijks. Opgave weet ik niet meer goed. (Iemand?)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2009===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
# Vergelijk de gelijkstroom RC- en LR-kring.&lt;br /&gt;
# Bespreek alle mogelijke polarisatietoestanden van EM-straling. Methoden om dit te bereiken hoeven niet besproken te worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# We beschouwen een niet geleidende plaat van grote afmetingen. Op de ene zijde staat een positieve oppervlaktelading, op de andere zijde een negatieve (getallen gegeven uiteraard). Een proton wordt op 1mm afstand van de plaat vanuit rust losgelaten. Wat is de snelheid op 2 mm van de plaat?&lt;br /&gt;
# Effectiefspanning berekenen adhv. een gegeven v(t)-curve.&lt;br /&gt;
:[[Bestand:driehoekspanning.gif]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2009===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
# LASER.&lt;br /&gt;
# Wederzijdse inductie en zelfinductie.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# ?&lt;br /&gt;
# ?&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
===12 juni 2009===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Geef de wet van Ampère voor stationaire stromen + voorbeeld. Leg uit welke aanpassing gedaan moet worden zodat deze wet ook geldig is voor tijdsafhankelijke stromen.&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe men oscillerende .. kunt krijgen in een LC-kring.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een puntlading q bevindt zich op een afstand x op de middelloodlijn van een niet geleidende draad (2l) waar een homogeen verdeelde lading Q op zit. Wat is de kracht dat deze puntlading ondervindt?&lt;br /&gt;
# Zender op hoogte 70m, lengte van 1km en een ontvanger op hoogte x. Wat is kleinste x waar een maximum van straling invalt. Houd rekening met de rechtstreekse stralen en de gereflecteerde stralen op water.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===8 jun 2009===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Leidt een formule af voor de capaciteit van een vlakke en een cilindrische condensator.&lt;br /&gt;
# Wat wordt er bedoeld met magnetisatie? Leg uit: relatieve permeabileit en magnetische susceptibiteit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Twee spoelen staan of vaste afstand van elkaar. Door de ene spoel loopt een stroom van 1A en de flux erdoor is 0.010Wb. Indien men nu een stroom van 2A door de tweede spoel stuurt, bedraagt de flux door de eerste spoel 0.012Wb.&lt;br /&gt;
#* Bereken de magnetische flux door de 2de spoel, gegeven dat de zelfinductie ervan gelijk is aan 0.003 (iets in die aard).&lt;br /&gt;
#* Bereken de wederzijdse inductiecoefficient.&lt;br /&gt;
#* Bereken de zelfinductie van de eerste spoel.&lt;br /&gt;
# Een radiogolf zendmast in punt B staat op 20km afstand van huis H. De intensiteit in H wordt gegeven door een gekende I[sup]0[/sup]. Op 100m afstand van mast B bouwt men een 2de mast A, die een hoek &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;&amp;amp;amp;\X\theta \widehat{B A H}&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; is 30Â° (geen idee hoeveel het juist was).&lt;br /&gt;
#* Bereken de intensiteit in H.&lt;br /&gt;
#:[[Bestand:ANII-8.6.2009-oef2.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===8 jun 2009===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek RC-filters.&lt;br /&gt;
# Bespreek diffractie bij een oneindig lange spleet en (beknopt) bij een rechthoekige spleet.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Twee RC-kringen gegeven, constructie van vanalle condensatoren in serie en parallel; V en R gegeven bij de ene kring; stroom door beide spanningsbronnen is gelijk; bereken Vx en R van de andere kring.&lt;br /&gt;
# Oneindig lange draad en in hetzelfde vlak evenwijdig ermee een vierkant. Bereken de wederzijdse inductiecoëfficiënt (afstand draad tot vierkant gegeven + lengte zijde vierkant).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 jun 2008===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek de beweging van een geladen deeltje in een magneetveld. Leg, bij wijze van voorbeeld, de werking uit van een massaspectrometer of van een cyclotron.&lt;br /&gt;
# Bespreek de mogelijke polarisatietoestanden van em-straling (niet de methodes om tot polarisatie te komen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Condensator ( C= 17 microF) wordt een een onbekende batterij geschakeld en volledig opgeladen. Dan losgekoppeld. Er is aan arbeid 18,5J nodig om een bijkomende lading van 13,0 mC van de ene plaat naar de andere te verplaatsen. Bepaal emk van de batterij.&lt;br /&gt;
# spoel met 100 windingen wordt rond een metalen cilinder gewikkeld met een doorsnede van 12 cmÂ² en mu r = 1. Er wordt een weerstand over de spoel geplaatste van 13 ohm. Er is een magneet veld die door de spoel loopt (parallel met de as). Dit magneetveld varieert gedurende een bepaalde tijd van 1,6T in de ene richting naar 1,6T in de andere richting. Hoeveel lading loopt er in die tijd door de weerstand.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 jun 2008===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek een geleider in elektrostatisch evenwicht.&lt;br /&gt;
# Bespreek hoe men een oscillerende ... kan maken in een LC-kring. (LC-kring uitleggen dus)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# 2 draden in tegengestelde stroomzin, stroom neemt lineair toe van 0 naar 100A in 7s, bereken emk in de lus tussen die draden &lt;br /&gt;
# een ongepolariseerd licht kan worden opgedeeld in een deel gepolariseerd en een deel ongepolariseerd, intensiteiten mag je optellen, een polarisator wordt 360Â° gedraaid, men merkt dat op een bepaald punt de intensiteit 5 keer groter is, hoeveel procent is maakt de gepolariseerde golf uit?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 jun 2008===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek de begrippen magnetisatie en magnetische susceptibiliteit.&lt;br /&gt;
# Bespreek de proef van Young.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# iets met een geleidende bol en daarrond een geleidende bolschil en dan een elektrisch veld gegeven en zo de lading op de bol berekenen. &lt;br /&gt;
#een kring gegeven met een X waarvan ge moet zeggen of het een condensator of weerstand of zelfinductie moet zijn, vergelijkingen van i en v gegeven. En dan ook nog zeggen of je de X kan vervangen door iets anders waardoor de amplitude hetzelfde blijft maar de i en v niet in fase zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 jun 2008===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil in elektrische geleiding bij zuivere halfgeleiders en gedopeerde halfgeleiders. Leg uit de werking van pn-junctie&lt;br /&gt;
# Bespreek de LRC-keten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# LC keten&lt;br /&gt;
# Fase verschil berekenen 2 gelijke golven die elk door een blokje gaan met andere lengte en brekingsindex&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===9 jun 2008===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek wet Biot-Savart en gebruik om magneetveld rond oneindig lange draad met stroom af te leiden.&lt;br /&gt;
# Leg uit wat een virtueel beeld is. Is het mogelijk om dit van een reëel voorwerp te bekomen bij een vlakke/holle/bolle spiegel. Onder welke omstandigheden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# De ruimte tussen een condensator is helemaal gevuld met water. Water heeft een dipoolmoment 6.10*10^-30 Cm. De molaire massa van water is 18. De dichtheid is 1g/cm^3. Water heeft een di-elektrische constante van 80.&lt;br /&gt;
#* bepaal de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid wanneer alle dipolen zich volgens E uitlijnen.&lt;br /&gt;
#* stel dat de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid 1/1000 is van die hierboven, wat is dan het elektrisch veld?&lt;br /&gt;
# In een RLC-kring is de frequentie 1.73kHz. De amplitude van de spanning over de weerstand, de amplitude van de spanning over de condensator, de amplitude van de inductie en de amplitude van de bronspanning zijn allen gelijk. R = 700 ohm. Bepaal L en C.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 jun 2007===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek magnetisch moment + richting van magnetisch moment in magneetveld&lt;br /&gt;
# Serie RLC keten bespreken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Stroom van 27A in begin, straal eerste cirkel R, straal tweede cirkel 2r, r = 0.1m, en bereken magnetische inductie in punt P. Draad overal even dik en overal even grote soortelijke weerstand&lt;br /&gt;
# Tweede is kurkje drijft op water, hoe lang moet de naald zijn opdat het zichtbaar is boven water. Brekingsindex water=1.33, lucht=1 Afmetingen staan erbij.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 jun 2007===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Leg uit: elektrische stroom, stroomdichtheid en leid de wet van Ohm af.&lt;br /&gt;
# De wet van Ampère afleiden voor stationaire stromen en vertellen wat ge aan de basisformule moet veranderen als de stromen tijdsafhankelijk worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Berekenen hoeveel lading er door een weerstand gaat die aangesloten is op een geleidende lus die altijd maar kleiner en kleiner wordt. Loodrecht op de lus heerst er een magnetische inductie.&lt;br /&gt;
# Een typisch optica-vraagstukje: je hebt een schilderijtje en wil dat vastleggen op een gevoelige plaat, met een bolle lens met brandpunt= + 5 cm. Hoe ver moet het schilderijtje van de lens en hoe ver moet de lens van de gevoelige plaat.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R0898426</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Algemene_Natuurkunde_II&amp;diff=3280</id>
		<title>Algemene Natuurkunde II</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Algemene_Natuurkunde_II&amp;diff=3280"/>
		<updated>2023-01-29T13:33:14Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R0898426: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Vervolgvak op Algemene natuurkunde I. Vanaf het academiejaar 2009-2010 gedoceerd door prof Wübbenhorst.(&#039;&#039;&#039;Let dus op, de oudere vragen komen van prof. Janssen&#039;&#039;&#039;)  Het is geen jaarvak meer, enkel examen in januari dus. Het betreft een mondeling examen met schriftelijke voorbereiding. Examen is schrijftelijk tijdens corona.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 januari 2023 versie 2 ===&lt;br /&gt;
#Wet van Faraday en wet van Lens. Ook transformator en Foucaultstromen uitleggen&lt;br /&gt;
#Polarisatietoestanden van em-straling en hoe je deze toestanden kan verkrijgen via, breking en weerkaatsing en verstrooing. Wet van Malus uitleggen. Verklaren avondrood en blauwe hemel.&lt;br /&gt;
#Twee bolschillen met lading q en -q, straal r1 en r2, bereken het potentiaalverschil en capaciteit.&lt;br /&gt;
#Solenoïde: magnetisch kracht na lange tijd en wanneer is deze half zo groot? (vermogen berekenen en hoeveel procent van het vermogen heeft het de 2e dan verbruikt)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2023 versie 2 ===&lt;br /&gt;
#Beweging van een geladen deeltje in een magneetveld. Leid formule voor straal af. Bespreek massaspectrometer en cyclotron&lt;br /&gt;
#Bespreek RLC-serieketen&lt;br /&gt;
#*leid formule af: I(R,L,C,w)&lt;br /&gt;
#*geef fasordiagram en de wetten van Kirchoff&lt;br /&gt;
#*leid resonantiefrequentie af (w0), bespreek met er met de fase en de stroom gebeurd als w&amp;lt;&amp;lt;w0, w=w0, w&amp;gt;&amp;gt;0&lt;br /&gt;
#We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 µm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor één van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje?&lt;br /&gt;
#De ruimte tussen de platen tussen een condensator wordt helemaal opgevuld met zuiver water (isolator). Het dipoolmoment van een watermolecule is 6.10x10-30Cm. Water heeft een dichtheid van 1.00g/cm³ en een molaire massa van 18g. De diëlektrische constante van water is 80. Het getal van Avogadro is 6.02x1023.&lt;br /&gt;
#*Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen zou kunnen worden dat alle elektrische dipolen perfect uitgelijnd zijn met het elektrisch veld. Wat zou dan de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid aan het wateroppervlak zijn?&lt;br /&gt;
#*Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen wordt, dat die geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid één duizendste bedraagt van de hierboven berekende waarde. Hoe groot is dan het elektrisch veld in de condensator?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2023 versie 1 ===&lt;br /&gt;
#Wet van Biot-Savart vergelijken met wet van coulomb, vergelijk hierbij E(r) met B(r) + magnetische inductie rond oneindige lange draad geven&lt;br /&gt;
#Straling van een zwart lichaam&lt;br /&gt;
#*Verklaar het spectrum met de verschuivingswet van Wien en de wet van Stefan-Boltzmann&lt;br /&gt;
#*Vergelijk het spectrum met dat van de laser&lt;br /&gt;
#*Wat is het verband tussen emissiefactor en absorptiecoëfficiënt?&lt;br /&gt;
#Rc-kring waarvan d van de condensator met 20% verkleind wordt&lt;br /&gt;
#Er zijn twee verschillende stukken glas, met lengte l1 = 4 micrometer, l2 = 3,5 micrometer, n1 = 1,4, n2 = 1,6. Je stuurt er een lichtstraal door met golflengte lambda = 600 nm. Ze komen in dezelfde fase toe op de stukken glas, loodrecht, en gaan dan door naar een scherm. Wat is het faseverschil tussen van de golven wanneer ze op het scherm komen (in graden)?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2022 versie 2===&lt;br /&gt;
#Wet van Biot-Savart vergelijken met wet van Coulomb + magnetische inductie rond oneindig lange draad geven&lt;br /&gt;
#Polarisatietoestanden van em-straling en hoe je deze toestanden kan verkrijgen via, breking en weerkaatsing en verstrooing. Wet van Malus uitleggen. Verklaren avondrood en blauwe hemel.&lt;br /&gt;
#Twee bolschillen met lading q en -q, straal r1 en r2, bereken het potentiaalverschil en capaciteit.&lt;br /&gt;
# Gegeven is een RC-kring met R=100 kOhm; C=9,40 ÂµF; en V(bron)=15,0 V. Na lang wachten (de condensator eerst helemaal laten opladen) verminderen we de afstand tussen condensatorplaten met 20%, in verwaarloosbaar tijdsinterval. a) Bereken potentiaalverschil over de condensator vlak voor (V1) en vlak na die verandering (V2). b) Bereken het potentiaalverschil over de condensator op lange tijd na de verandering (V3). c) Op welk tijdstip na de verandering zal de spanning over de weerstand gelijk zijn aan het gemiddelde van V2 en V3?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2022 versie 1===&lt;br /&gt;
#RLC-serieketen&lt;br /&gt;
#Normale metallische geleider vergelijken met een supergeleider. Bandenmodel voor kristalijne stoffen beschrijven. Kenmerken van een intrinsieke halfgeleider VS een gedopeerde halfgeleider en verklaar worden zoals meerheids- en minderheidsladingdragers. Beschrijf de temperatuursafhankelijkheid van intrinsieke en gedopeerde halfgeleiders aan de hand van een grafiek.&lt;br /&gt;
#We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 µm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor één van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje?&lt;br /&gt;
#De ruimte tussen de platen tussen een condensator wordt helemaal opgevuld met zuiver water (isolator). Het dipoolmoment van een watermolecule is 6.10x10-30Cm. Water heeft een dichtheid van 1.00g/cm³ en een molaire massa van 18g. De diëlektrische constante van water is 80. Het getal van Avogadro is 6.02x1023.&lt;br /&gt;
#*Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen zou kunnen worden dat alle elektrische dipolen perfect uitgelijnd zijn met het elektrisch veld. Wat zou dan de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid aan het wateroppervlak zijn?&lt;br /&gt;
#*Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen wordt, dat die geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid één duizendste bedraagt van de hierboven berekende waarde. Hoe groot is dan het elektrisch veld in de condensator?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===2 september 2021===&lt;br /&gt;
#RLC-serieketen&lt;br /&gt;
#Leg de temperatuursafhankelijkheid van de elektrische weerstand uit. NTC en PTC gedrag uitleggen. Normale metallische geleider vergelijken met een supergeleider. Bandenmodel voor kristalijne stoffen beschrijven. Kenmerken van een intrinsieke halfgeleider VS een gedopeerde halfgeleider en verklaar worden zoals meerheids- en minderheidsladingdragers. Beschrijf de temperatuursafhankelijkheid van intrinsieke en gedopeerde halfgeleiders aan de hand van een grafiek.&lt;br /&gt;
#We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 µm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor één van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje?&lt;br /&gt;
#Twee bolschillen met lading q en -q, straal r1 en r2, bereken het potentiaalverschil en capaciteit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 augustus 2021 ===&lt;br /&gt;
#Wet van Biot-Savart vergelijken met wet van Coulomb + magnetische inductie rond oneindig lange draad geven&lt;br /&gt;
#Straling van een zwart lichaam&lt;br /&gt;
#*Verklaar het spectrum met de verschuivingswet van Wien en de wet van Stefan-Boltzmann&lt;br /&gt;
#*Vergelijk het spectrum met dat van de laser&lt;br /&gt;
#*Wat is het verband tussen emissiefactor en absorptiecoëfficiënt?&lt;br /&gt;
#Twee verschillende stukken glas, met lengte l1 = 4 micrometer, l2 = 3,5 micrometer, n1 = 1,4, n2 = 1,6. Je stuurt er een lichtstraal loodrecht door met golflengte lambda = 600 nm. Ze komen in dezelfde fase toe op de stukken glas (loodrecht), en gaan dan door naar een scherm. Wat is het faseverschil tussen de twee golven wanneer ze op het scherm komen?&lt;br /&gt;
#De ruimte tussen de platen tussen een condensator wordt helemaal opgevuld met zuiver water (isolator). Het dipoolmoment van een watermolecule is 6.10x10-30Cm. Water heeft een dichtheid van 1.00g/cm³ en een molaire massa van 18g. De diëlektrische constante van water is 80. Het getal van Avogadro is 6.02x1023.&lt;br /&gt;
#* Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen zou kunnen worden dat alle elektrische dipolen perfect uitgelijnd zijn met het elektrisch veld. Wat zou dan de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid aan het wateroppervlak zijn?&lt;br /&gt;
#* Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen wordt, dat die geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid één duizendste bedraagt van de hierboven berekende waarde. Hoe groot is dan het elektrisch veld in de condensator?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2021 ===&lt;br /&gt;
(zelfde examen als 13 januari 2020)&lt;br /&gt;
#RLC-serieketen&lt;br /&gt;
#Geleiders, isolatoren, halfgeleiders: temperatuur afhankelijkheid van geleiders, halfgeleiders (intrinsiek en gedopeerd) + grafiek, energiebanden tekenen en uitleggen&lt;br /&gt;
#LR-serieketen: Magnetische energie berekenen na een lange tijd, vermogen bron berekenen,...&lt;br /&gt;
#Op 2 rechthoeken met bepaalde lengte en brekingsindex valt lichtstraal loodrecht in, berekenen het faseverschil van de lichtstralen op een scherm achter de rechthoeken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2021 (versie 2) ===&lt;br /&gt;
#Wet van Faraday en wet van Lens. Ook transformator en Foucaultstromen uitleggen&lt;br /&gt;
#Polarisatietoestanden van em-straling en hoe je deze toestanden kan verkrijgen via absorptie, breking en weerkaatsing &lt;br /&gt;
#Twee bolschillen met lading q en -q, straal r1 en r2, bereken het potentiaalverschil en capaciteit.&lt;br /&gt;
#Solenoïde (zelfinductie en weerstand gegeven). Energie, vermogen, .. bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2021 (versie 1) ===&lt;br /&gt;
#Beweging van een geladen deeltje in een magneetveld.&lt;br /&gt;
#*Leid de formule voor de straal af&lt;br /&gt;
#*Bespreek de massaspectrometer en cyclotron&lt;br /&gt;
#Straling van een zwart lichaam&lt;br /&gt;
#*Verklaar het spectrum met de verschuivingswet en de wet van Stefan-Boltzmann&lt;br /&gt;
#*Vergelijk het spectrum vergelijken met dat van de laser&lt;br /&gt;
#*Wat is het verband tussen emissiefactor en absorptiecoëfficiënt?&lt;br /&gt;
#We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 µm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor één van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje?&lt;br /&gt;
#De ruimte tussen de platen tussen een condensator wordt helemaal opgevuld met zuiver water (isolator). Het dipoolmoment van een watermolecule is 6.10x10-30Cm. Water heeft een dichtheid van 1.00g/cm³ en een molaire massa van 18g. De diëlektrische constante van water is 80. Het getal van Avogadro is 6.02x1023.&lt;br /&gt;
#*Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen zou kunnen worden dat alle elektrische dipolen perfect uitgelijnd zijn met het elektrisch veld. Wat zou dan de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid aan het wateroppervlak zijn?&lt;br /&gt;
#*Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen wordt, dat die geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid één duizendste bedraagt van de hierboven berekende waarde. Hoe groot is dan het elektrisch veld in de condensator?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 januari 2020 VM===&lt;br /&gt;
(Zelfde examen als 13 januari 2020)&lt;br /&gt;
#RLC-serieketen&lt;br /&gt;
#Geleiders, isolatoren, halfgeleiders: temperatuur afhankelijkheid van geleiders, halfgeleiders (intrinsiek en gedopeerd) + grafiek, energiebanden tekenen en uitleggen&lt;br /&gt;
#LR-serieketen: Magnetische energie berekenen na een lange tijd, vermogen bron berekenen,...&lt;br /&gt;
#Op 2 rechthoeken met bepaalde lengte en brekingsindex valt lichtstraal loodrecht in, berekenen het faseverschil van de lichtstralen op een scherm achter de rechthoeken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2020 NM===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Wet van Biot-Savart vergelijken met wet van Coulomb + magnetische inductie rond oneindig lange draad geven&lt;br /&gt;
# Straling van een zwart lichaam: welk spectrum, verklaar met de verschuivingswet en de wet van Boltzmann. Spectrum vergelijken met laser. Verband tussen emissie en absorptie coefficient van een zwart lichaam&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# We hebben twee verschillende stukken glas, met lengte l1 = 4 micrometer, l2 = 3,5 micrometer, n1 = 1,4, n2 = 1,6. Je stuurt er een lichtstraal loodrecht door met golflengte lambda = 600 nm. Ze komen in dezelfde fase toe op de stukken glas (loodrecht), en gaan dan door naar een scherm. Wat is het faseverschil tussen de twee golven wanneer ze op het scherm komen? *Opgave &amp;quot;twee verschillende stukken glas&amp;quot; foto: [https://drive.google.com/file/d/1D4mHHzrofEQRw_i-p8YRgNij7ulq--i1/view?usp=sharing]*&lt;br /&gt;
# Gegeven is een RC-kring met R=100 kOhm; C=9,40 ÂµF; en V(bron)=15,0 V. Na lang wachten (de condensator eerst helemaal laten opladen) verminderen we de afstand tussen condensatorplaten met 20%, in verwaarloosbaar tijdsinterval. a) Bereken potentiaalverschil over de condensator vlak voor (V1) en vlak na die verandering (V2). b) Bereken het potentiaalverschil over de condensator op lange tijd na de verandering (V3). c) Op welk tijdstip na de verandering zal de spanning over de weerstand gelijk zijn aan het gemiddelde van V2 en V3?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2020 VM===&lt;br /&gt;
#Wet van Biot-Savart vergelijken met wet van Coulomb + magnetische inductie rond oneindig lange draad geven&lt;br /&gt;
#Leg de temperatuursafhankelijkheid van de elektrische weerstand uit. NTC en PTC gedrag uitleggen. Normale metallische geleider vergelijken met een supergeleider. Bandenmodel voor kristalijne stoffen beschrijven. Kenmerken van een intrinsieke halfgeleider VS een gedopeerde halfgeleider en verklaar worden zoals meerheids- en minderheidsladingdragers. Beschrijf de temperatuursafhankelijkheid van intrinsieke en gedopeerde halfgeleiders aan de hand van een grafiek.&lt;br /&gt;
#Condensator (in een RC kring) waarvan de afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt&lt;br /&gt;
#Er zijn twee verschillende stukken glas, met lengte l1 = 4 micrometer, l2 = 3,5 micrometer, n1 = 1,4, n2 = 1,6. Je stuurt er een lichtstraal door met golflengte lambda = 600 nm. Ze komen in dezelfde fase toe op de stukken glas, loodrecht, en gaan dan door naar een scherm. Wat is het faseverschil tussen van de golven wanneer ze op het scherm komen (in graden)?&lt;br /&gt;
===16 januari 2020 NM===&lt;br /&gt;
#Beweging van een geladen deeltje in een magneetveld.&lt;br /&gt;
#* Leid de formule voor de straal af&lt;br /&gt;
#* Bespreek de massaspectrometer en cyclotron &lt;br /&gt;
#Straling van een zwart lichaam&lt;br /&gt;
#* Verklaar het spectrum met de verschuivingswet en de wet van Stefan-Boltzmann&lt;br /&gt;
#* Vergelijk het spectrum vergelijken met dat van de laser&lt;br /&gt;
#* Wat is het verband tussen emissiefactor en absorptiecoëfficiënt?&lt;br /&gt;
# We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 µm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor één van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje?&lt;br /&gt;
#De ruimte tussen de platen tussen een condensator wordt helemaal opgevuld met zuiver water (isolator). Het dipoolmoment van een watermolecule is 6.10x10-30Cm. Water heeft een dichtheid van 1.00g/cm³ en een molaire massa van 18g. De diëlektrische constante van water is 80. Het getal van Avogadro is 6.02x1023.&lt;br /&gt;
#* Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen zou kunnen worden dat alle elektrische dipolen perfect uitgelijnd zijn met het elektrisch veld. Wat zou dan de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid aan het wateroppervlak zijn?&lt;br /&gt;
#* Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen wordt, dat die geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid één duizendste bedraagt van de hierboven berekende waarde. Hoe groot is dan het elektrisch veld in de condensator?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 januari 2020 NM===&lt;br /&gt;
#zelfde examen als voormiddag&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 januari 2020 VM===&lt;br /&gt;
#RLC-serieketen&lt;br /&gt;
#Geleiders, isolatoren, halfgeleiders: temperatuur afhankelijkheid van geleiders, halfgeleiders (intrinsiek en gedopeerd) + grafiek, energiebanden tekenen en uitleggen&lt;br /&gt;
#LR-serieketen: Magnetische energie berekenen na een lange tijd, vermogen bron berekenen,...&lt;br /&gt;
#Op 2 rechthoeken met bepaalde lengte en brekingsindex valt lichtstraal loodrecht in, berekenen het faseverschil van de lichtstralen op een scherm achter de rechthoeken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 augustus 2019 VM===&lt;br /&gt;
#Beweging van een geladen deeltje in een magneetveld: formule voor straal afleiden en massaspectrometer en cyclotron uitleggen (met formules)&lt;br /&gt;
#Straling van een zwart lichaam: welk spectrum, verklaar met de verschuivingswet en de wet van Boltzmann. Spectrum vergelijken met laser. Verband tussen emissie en absorptie coefficient&lt;br /&gt;
#Condensator gevuld met water, bereken oppervlakte lading en E&lt;br /&gt;
#Dikte van een micaplaatje berekenen (proef van Young)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2019 NM===&lt;br /&gt;
#Beweging van een geladen deeltje in een magneetveld en massaspectrometer en cyclotron uitleggen (met formules)&lt;br /&gt;
#Straling van een zwart lichaam&lt;br /&gt;
#Condensator gevuld met water, bereken oppervlakte lading en E&lt;br /&gt;
#Dikte van een micaplaatje berekenen (proef van Young)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2019 VM===&lt;br /&gt;
#Wet van Faraday, Wet van Lenz, transformator uitleggen +Foucaultstromen&lt;br /&gt;
#Polarisatietoesten van em-straling + verstrooiing, absorptie, breking &lt;br /&gt;
#Twee bolschillen: potentiaalverschil R1 en R2 en capaciteit&lt;br /&gt;
#Solenoïde (zelfinductie en weerstand). Energie, vermogen, .. bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2019 NM===&lt;br /&gt;
#Wet van Biot-Savart vergelijken met wet van Coulomb, + magnetische inductie rond oneindig lange draad geven&lt;br /&gt;
#Straling van een zwart lichaam&lt;br /&gt;
#Condensator waarvan de afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt&lt;br /&gt;
#Er zijn twee verschillende stukken glas, met lengte l1 = 4 micrometer, l2 = 3,5 micrometer, n1 = 1,4, n2 = 1,6. Je stuurt er een lichtstraal door met golflengte lambda = 600 nm. Ze komen in dezelfde fase toe op de stukken glas, loodrecht, en gaan dan door naar een scherm. Wat is het faseverschil tussen de twee golven wanneer ze op het scherm komen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2019 VM===&lt;br /&gt;
#Bespreek de wet van Biot-Savart, leg de gelijkenissen en verschillen t.o.v. de wet van coulomb uit (B(r) en E(r) vergelijken).Leidt de magnetische inductie B(r) rond een oneindig lange draad of m.b.v. de wet van Biot-Savart.&lt;br /&gt;
#Leg de temperatuursafhankelijkheid van de elektrische weerstand uit. NTC en PTC gedrag uitleggen. Normale metallische geleider vergelijken met een supergeleider. Bandenmodel voor kristalijne stoffen beschrijven. Kenmerken van een intrinsieke halfgeleider VS een gedopeerde halfgeleider. meerheids- en minderheidsladingdrager uitleggen. Beschrijf de temperatuursafhankelijkheid van intrinsieke en gedopeerde halfgeleiders aan de hand van een grafiek.&lt;br /&gt;
#Condensator waarvan de afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt.&lt;br /&gt;
#Twee lichtstralen met golflengte 600 nm in de lucht zijn in fase wanneer ze invallen op twee rechthoekige stukjes glas. het eerste stuk heeft lengte=4µm en brekingsindex n=1,4 . Het tweede stuk heeft lengte=3,4µm en n=1,6. Achter de stukjes glas staat een scherm. wat is het faseverschil (in graden) waarmee ze aankomen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 januari 2019 NM===&lt;br /&gt;
#Wet van Faraday en Lens bespreken, transformator + toepassing, foucaultstromen&lt;br /&gt;
#Laser, straling van een zwart lichaam (bijvraag: grafiek tekenen I(lamda) (brede klokvorm voor zwart lichaam vs dunne voor laser)&lt;br /&gt;
#Twee bolschillen: potentiaal en capaciteit&lt;br /&gt;
#Twee glasplaatjes met verschillende lengte en n. bepaal het faseverschil van twee loodrechte stralen (initieel in fase)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 januari 2019 VM===&lt;br /&gt;
#Wet van Biot-Savart vergelijken met wet van Coulomb, + magnetische inductie rond oneindig lange draad geven&lt;br /&gt;
#straling van een zwart lichaam&lt;br /&gt;
#Dikte micaplaatje proef van Young&lt;br /&gt;
#Condensator waarvan de afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 augustus 2018===&lt;br /&gt;
#halfgeleiders + pn-juncite&lt;br /&gt;
#wet Biot-Savart toepassen op oneindig lange rechte draad&lt;br /&gt;
#condensator gevuld met water, oppervlakte lading en E berkekenen&lt;br /&gt;
#dikte miccaplaatje met proef van Young bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2018 vm===&lt;br /&gt;
Zelfde als 15 januari 2018&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2018 vm===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#De wet van Biot-Savart&lt;br /&gt;
#Verschil tussen intrinsieke en gedopeerde halfgeleider + pn-junctie&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#2 bolschillen met lading q en -q, straal r1 en r2, bereken het potentiaalverschil en capaciteit.&lt;br /&gt;
#er zijn twee verschillende stukken glas, met lengte l1 = 4 micrometer, l2 = 3,5 micrometer, n1 = 1,4, n2 = 1,6. Je stuurt er een lichtstraal door met golflengte lambda = 600 nm. Ze komen in dezelfde fase toe op de stukken glas, loodrecht, en gaan dan door naar een scherm. Wat is het faseverschil tussen de twee golven wanneer ze op het scherm komen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2018 vm===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zie examen 17 januari 2017&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Er werd ook nog gevraagd naar ferromagnetisme bij vraag 1&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2018 nm===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Beweging van een geladen deeltje in een magneetveld + massaspectrometer en cyclotron uitleggen&lt;br /&gt;
#RLC-keten uitleggen &lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 µm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor één van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje?&lt;br /&gt;
#De ruimte tussen de platen tussen een condensator wordt helemaal opgevuld met zuiver water. Het dipoolmoment van een watermolecule is 6.10x10^-30Cm. Water heeft een dichtheid van 1.00g/cm³ en een molaire massa van 18g. De diëlektrische constante van water is 80. Het getal van Avogadro is 6.02x10^23. &lt;br /&gt;
#* Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen zou kunnen worden dat alle elektrische dipolen perfect uitgelijnd zijn met het elektrisch veld. Wat zou dan de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid aan het wateroppervlak zijn? &lt;br /&gt;
#* Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen wordt, dat die geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid één duizendste bedraagt van de hierboven berekende waarde. Hoe groot is dan het elektrisch veld in de condensator?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2017 nm===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Polarisatie toestanden&lt;br /&gt;
#Gedopeerde halfgeleiders vs zuivere halfgeleiders en de PN-junctie&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#2 bolschillen. Potentiaal verschil en Electrisch veld berekenen van R naar oneindig.&lt;br /&gt;
#Solenoïde: magnetisch kracht na lange tijd en wanneer is deze half zo groot? (vermogen berekenen en hoeveel procent van het vermogen heeft het de 2e dan verbruikt)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2017 vm===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Rlc keten uitleggen&lt;br /&gt;
#Wet van ampere (tijdsafhankelijk en onafhankelijk)&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
#een bol met 2 stralen en een elektrisch veld waarvan de lading en de potentiaal berekend moeten worden &lt;br /&gt;
#de oefening met licht dat door een gat moet op een hoogte van 50mm, gat zelf is 10mm groot en staat op 30 cm van de bron, wat zijn de golflengtes die aankomen bij het gat?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2017 nm===&lt;br /&gt;
helemaal hetzelfde als de voormiddag&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2017 vm===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
#Halfgeleiders (+grafieken temperatuursafhankelijkheid van n-en p-types)&lt;br /&gt;
#Biot-savart (eindig en oneindig)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#2 bolschillen: potentiaalverschil en capaciteit berekenen&lt;br /&gt;
#2 stukjes glas met lichtstraal (zelfde golflengte) erdoor: faseverschil berekenen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2017===&lt;br /&gt;
Zie examen 18 januari 2016. &lt;br /&gt;
#Magnetisatie en magnetische suceptibiliteit&lt;br /&gt;
#LASER&lt;br /&gt;
Bijvragen bij de werking van de LASER: wat zijn de eigenschappen van laserlicht? Wat zorgt voor de overgang van niveau 2 naar niveau1?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen&lt;br /&gt;
#oefening van condensator waarvan afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt&lt;br /&gt;
#micaplaatje&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2017===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
#RLC-keten&lt;br /&gt;
#Beschrijf de beweging van een geladen deeltje in een magnetisch veld, cyclotron en massaspectrometer&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#mica&lt;br /&gt;
#water in condensator&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Magnetisatie en magnetische suceptibiliteit&lt;br /&gt;
#LASER&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#oef van condensator waarvan afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt&lt;br /&gt;
#oef van het mica plaatje met dikte tussen 6 en 7 micro meter&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2016 NM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Magnetisatie en magnetische suceptibiliteit&lt;br /&gt;
#LASER&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#oef van condensator waarvan afstand tussen de platen met 20% verminderd wordt&lt;br /&gt;
#oef van het mica plaatje met dikte tussen 6 en 7 micro meter&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2016 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#laser&lt;br /&gt;
#magnetisatie en magnetische susceptibiliteit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#mica plaatje&lt;br /&gt;
#RC keten V1, V2 en V3 bepalen plus tijd waarop V het gemiddelde is van 2&amp;amp;amp;3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2016 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#zuivere vs gedopeerde halfgeleiders (nog iets extra, we moesten nog een grafiek geven die in de slides staan maar niet in het boek: elektrische geleiding ifv temperatuur, maja dat was gewoon een bijvraag) + pn-junctie&lt;br /&gt;
#Geef de wet van Biot Savart en pas dit toe op een oneindig lange stroomvoerende draad&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
#2 geleidende bolschillen met zelfde middelpunt, verschillende stralen (R1, R2, respectievelijk kleinste en grootste). Op de kleinste zit een lading q, op de grootste een lading -q. Bepaal het potentiaalverschil tussen R2 en R1. Bepaal ook de capaciteit van deze condensator.&lt;br /&gt;
#er zijn twee verschillende stukken glas, met lengte l1 = 4 micrometer, l2 = 3,5 micrometer, n1 = 1,4, n2 = 1,6. Je stuurt er een lichtstraal door met golflengte lambda = 600 nm. Ze komen in dezelfde fase toe op de stukken glas, loodrecht, en gaan dan door naar een scherm. Wat is het faseverschil tussen de twee golven wanneer ze op het scherm komen?&lt;br /&gt;
(check oefeningen van examen 10 juni 2011)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Wet van Ampère (uitbreiding) en daarbij ook de B rond een gesloten kromme.&lt;br /&gt;
#RLC uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Bol met bolschil errond en zo diffractie, door da scherm met 200 lijnen / mm en dan een vierkantje op het waarnemingsscherm. (welke golflengten gaan door da vierkantje?)&lt;br /&gt;
===16 januari 2015===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#magnetisatie&lt;br /&gt;
#LASER&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#RC-keten en V1,V2,V3 bepalen&lt;br /&gt;
#mica&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2015===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Wet van Ampère&lt;br /&gt;
#RLC in serie&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#een bol en een bolschil, elektrisch veld en stralen gegeven en dan moest je de lading en de potentiaal aan het opp van de bol berekenen&lt;br /&gt;
#spleet, berekenen welke golflengtes er in het vierkant vallen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2015===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
#zuivere vs gedopeerde halfgeleiders + pn-junctie &lt;br /&gt;
#de wet van Biot-Savart en de oneindige rechte geleider afleiden.&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
#bolvormige condensator (V + C berekenen)&lt;br /&gt;
#lichtstralen van dezelfde golflengte die door 2 glasblokjes gaan, faseverschil berekenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 januari 2015===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Beschrijf de beweging van een geladen deeltje in een magnetisch veld, cyclotron en massaspectrometer&lt;br /&gt;
#LRC-kring&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Water in condensator&lt;br /&gt;
#Micaplaatje&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2014 voormiddag===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Magnetisatie en magnetische susceptibiliteit.&lt;br /&gt;
#LASER&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen: exact zoals 10 juni 2013 (voormiddag)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2014 voormiddag ===&lt;br /&gt;
Exact hetzelfde examen als 14 juni 2013. Zelfs de oefeningen waren dezelfde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2013 namiddag ===&lt;br /&gt;
Exact hetzelfde examen als 10 juni 2013 namiddag. Zelfs de oefeningen waren dezelfde&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 juni 2013 (zowel voor- als namiddag!)===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Bespreek de beweging van een geladen deeltje in een magneetveld, plus uitleg cyclotron en massaspectrometer.&lt;br /&gt;
#Bespreek de RLC kring&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 Âµm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor één van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje?&lt;br /&gt;
#De ruimte tussen de platen tussen een condensator wordt helemaal opgevuld met zuiver water. Het dipoolmoment van een watermolecule is 6.10x10-30Cm. Water heeft een dichtheid van 1.00g/cmÂ³ en een molaire massa van 18g. De diëlektrische constante van water is 80. Het getal van Avogadro is 6.02x1023. &lt;br /&gt;
#* Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen zou kunnen worden dat alle elektrische dipolen perfect uitgelijnd zijn met het elektrisch veld. Wat zou dan de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid aan het wateroppervlak zijn? &lt;br /&gt;
#* Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen wordt, dat die geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid één duizendste bedraagt van de hierboven berekende waarde. Hoe groot is dan het elektrisch veld in de condensator?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2013 (zowel voor- als namiddag!)===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Leg uit, wet van Ampère zowel tijds als niet tijdsafhankelijk.&lt;br /&gt;
# Leg RLC kring uit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Gegeven een bol met een lading en daar rond een bolschil, samen zijn ze ongeladen maar elk apart bezitten ze een lading. Geef hiervoor de lading van de bol en zijn potentiaal aan zijn oppervlak. Gegeven zijn de stralen van de bollen en de grootte van het elektrische veld.&lt;br /&gt;
# Golflengten tussen 400 en 700nm worden op een diffractierooster gestuurd met 200 lijnen/mm. Waarnemingsscherm staat op 0.3m. Op dit scherm is op een afstand van 0.05m een gat geknipt, een vierkant met zijden 0.01m. Welke golflengten zullen door dit gat vallen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 10 juni 2013 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Geef de wet van Biot Savart en pas dit toe op een oneindig lange stroomvoerende draad&lt;br /&gt;
#Wat is een virtueel beeld? Kan je dat vormen met een vlakken spiegel? Holle spiegel? Bolle spiegel? Welke omstandigheden? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Dieje kubus (zie oude examenvragen)&lt;br /&gt;
#Iets met een RLC kring met uitzonderlijke omstandigheden, R gegeven, wat is de capaciteit en de inductie in de kring. Uitzondelijke omstandighede dus da de amplitude van uw weerstand = amplitude zelfinductie = amplitude condensator = amplitude van de bron, en ge had ook een frequentie gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 10 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek polarisatietechnieken (verstrooiing, dichroïsme etc...)&lt;br /&gt;
# Magnetisatie &amp;amp;amp; magnetische susceptibiliteit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Gegeven is een RC-kring met R=100 kOhm; C=9,40 ÂµF; en V(bron)=15,0 V. Na lang wachten (de condensator eerst helemaal laten opladen) verminderen we de afstand tussen condensatorplaten met 20%, in verwaarloosbaar tijdsinterval. &lt;br /&gt;
#*Bereken potentiaalverschil over de condensator vlak voor (V1) en vlak na die verandering (V2)&lt;br /&gt;
#*Bereken het potentiaalverschil over de condensator op lange tijd na de verandering (V3). &lt;br /&gt;
#*Op welk tijdstip na de verandering zal de spanning over de weerstand gelijk zijn aan het gemiddelde van V2 en V3?&lt;br /&gt;
#We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 Âµm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor één van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 juni 2012===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
# Wet van Ampere bespreken voor stationaire en niet stationaire stromen&lt;br /&gt;
# RLC kring bespreken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Er is een kubus gegeven met zijde a die in de oorsprong ligt van het xyz assenstelsel. Er is een elektrisch veld E_(=vector) = c*x*y*i_(i_ is de eenheidsvector) en c=844 N/(C*m^2). dit elektrisch veld is evenwijdig met de x-as. hoe groot moet zijde a zijn zodat de kubus 7nC bevat?&lt;br /&gt;
# ?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2012===&lt;br /&gt;
Exact dezelfde vragen als 27 juni 2011. Zelfs de waarden bij de oefeningen waren hetzelfde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 27 juni 2011===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Leg uit: magnetisatie en magnetische susceptibiliteit&lt;br /&gt;
# Bespreek de werking van een LASER&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Gegeven is een RC-kring met R=100 kOhm; C=9,40 ÂµF; en V(bron)=15,0 V. Na lang wachten (de condensator eerst helemaal laten opladen) verminderen we de afstand tussen condensatorplaten met 20%, in verwaarloosbaar tijdsinterval. a) Bereken potentiaalverschil over de condensator vlak voor (V1) en vlak na die verandering (V2). b) Bereken het potentiaalverschil over de condensator op lange tijd na de verandering (V3). c) Op welk tijdstip na de verandering zal de spanning over de weerstand gelijk zijn aan het gemiddelde van V2 en V3?&lt;br /&gt;
# We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 Âµm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor Ã©Ã©n van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2011 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek de beweging van een geladen deeltje in een magneetveld, plus uitleg cyclotron en massaspectrometer.&lt;br /&gt;
# Effectiefspanning uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 juni 2011 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Geef wet van Biot-Savart en leid af voor een oneindig lange stroomvoerende draad&lt;br /&gt;
# Wat zijn mogelijke polarisatietoestanden van EM-straling? (geen polarisatietechnieken)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een kring met een solenoïde met 35mH en een weerstand van 0,35 Ohm, aangesloten op een batterij van 12V. Wat is de magnetische energie die de batterij heeft na een lange tijd? Hoeveel vermogen moet het batterij dan nog leveren? Na hoeveel tijd is de energie half zo groot? Wa is dan het vermogen v.d. batterij en hoeveel procent vraagt het opwekken van magnetische arbeid dan?&lt;br /&gt;
# Een tweespleten systeem met lambda = 500nm, d = 0,150mm en a = 30,0Âµm. Hoe vaak komen maxima voor? (enzovoort)&lt;br /&gt;
=== 10 juni 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen een zuivere halfgeleider en een gedopeerde halfgeleider? geef uitleg over de pn-junctie.&lt;br /&gt;
# Leg uit wat een virtueel beeld is. Is het mogelijk om dit van een reëel voorwerp te bekomen bij een vlakke/holle/bolle spiegel. Onder welke omstandigheden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
# Er is een kubus gegeven met zijde a die in de oorsprong ligt van het xyz assenstelsel. Er is een elektrisch veld E_(=vector) = c*x*y*i_(i_ is de eenheidsvector) en c=844 N/(C*m^2). dit elektrisch veld is evenwijdig met de x-as. hoe groot moet zijde a zijn zodat de kubus 7nC bevat?&lt;br /&gt;
# Je hebt een wisselspanningskring gegeven met V0 = 30,0V; omega = 314rad/s; I0=620mA ;en v=V0sin(omega*t-pi/4) en i=-I0cos(omega*t-pi/4). In de kring zit alleen nog een element X.&lt;br /&gt;
* identificeer dit element volledig&lt;br /&gt;
* door welk ander element kan je dit vervangen zodat de stroomamplitude gelijk blijft(de fase mag verschillen) en identificeer dat element. Je moet er maar 1 geven maar er zijn er 2 mogelijk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 10 juni 2011 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek de RLC-keten waarop een wisselspanning is aangesloten&lt;br /&gt;
# Wet van Ampère uitleggen (stationair en niet-stationair) Hij zegt er ook bij dat het gaat om het magneetveld rond een gesloten kromme, dus juiste formule vinden niet moeilijk&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# 2 geleidende bolschillen met zelfde middelpunt, verschillende stralen (R1, R2, respectievelijk kleinste en grootste). Op de kleinste zit een lading q, op de grootste een lading -q. Bepaal het potentiaalverschil tussen R2 en R1. Bepaal ook de capaciteit van deze condensator.&lt;br /&gt;
# er zijn twee verschillende stukken glas, met lengte l1 = 4 micrometer, l2 = 3,5 micrometer, n1 = 1,4, n2 = 1,6. Je stuurt er een lichtstraal door met golflengte lambda = 600 nm. Ze komen in dezelfde fase toe op de stukken glas, loodrecht, en gaan dan door naar een scherm. Wat is het faseverschil tussen de twee golven wanneer ze op het scherm komen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Bespreek de beweging van een geladen deeltje in een magneetveld, plus uitleg cyclotron en massaspectrometer.&lt;br /&gt;
#Bespreek alle mogelijke polarisatie-toestanden van een EM-golf, manieren om polarisatie te bekomen niet beschrijven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Men laadt een condensator met een capaciteit 17mF volledig op en men koppelt hem dan los van de bron. Hierna is er een arbeid van 18,5 joule nodig om een extra lading van 13 mC van de ene plaat van de condensator naar de andere over te brengen. Wat was de EMK van de bron?&lt;br /&gt;
# Een spoel van 100 windingen wordt rond een cilinder gewikkeld met een doorsnede van 12 cmÂ². De cilinder is van een middenstof met Âµr = 1. Er wordt een magneetveld aangelegd van 1,6 T dat in de tijd omwisselt van de ene naar de andere richting maar altijd evenwijdig loopt met de symmetrieas van de spoel. Een weerstand van 13 Ohm wordt op de spoel aangesloten. Geef de lading die door deze weerstand stroomt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 7 juni 2010 (WÃ¼bbenhorst dus) ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# RLC-keten met wisselspanning uitleggen&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen een zuivere halfgeleider en een gedopeerde halfgeleider? geef uitleg over de pn-junctie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# over een solenoïde met een L en een R die verbonden zijn aan een batterij. L, R en V waren gegeven en men vroeg de energie van de spoel op t= oneindig en vermogen dat de batterij moest leven&lt;br /&gt;
# ging over 2 stralen door glas met 2 verschillende n, met uiteindelijk de vraag: wat is het faseverschil van de 2 stralen aan het scherm achter het doorlopen van het glas?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 augustus 2009===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Bespreek Foucaultstromen&lt;br /&gt;
#Effectiefspanning en effectiefstroom uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
(Iemand aub?)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 augustus 2009===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leid een formule af voor de capaciteit van een vlakke en een cilindrische condensator&lt;br /&gt;
#Bespreek ferromagnetisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Een lading zit vast op een gegeven positie (x,y,z). Een andere lading beweegt van positie 1 (X1,Y1,Z1) naar 2 (X2,Y2,Z2). De ladingen zijn gegeven, de coordinaten ook. Hoeveel energie kost het om deze lading van positie 1 naar 2 te verplaatsen?&lt;br /&gt;
#Een oefening analoog aan weerkaatsing aan een zeepbel, of iets dergelijks. Opgave weet ik niet meer goed. (Iemand?)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2009===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
# Vergelijk de gelijkstroom RC- en LR-kring.&lt;br /&gt;
# Bespreek alle mogelijke polarisatietoestanden van EM-straling. Methoden om dit te bereiken hoeven niet besproken te worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# We beschouwen een niet geleidende plaat van grote afmetingen. Op de ene zijde staat een positieve oppervlaktelading, op de andere zijde een negatieve (getallen gegeven uiteraard). Een proton wordt op 1mm afstand van de plaat vanuit rust losgelaten. Wat is de snelheid op 2 mm van de plaat?&lt;br /&gt;
# Effectiefspanning berekenen adhv. een gegeven v(t)-curve.&lt;br /&gt;
:[[Bestand:driehoekspanning.gif]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2009===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
# LASER.&lt;br /&gt;
# Wederzijdse inductie en zelfinductie.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# ?&lt;br /&gt;
# ?&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
===12 juni 2009===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Geef de wet van Ampère voor stationaire stromen + voorbeeld. Leg uit welke aanpassing gedaan moet worden zodat deze wet ook geldig is voor tijdsafhankelijke stromen.&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe men oscillerende .. kunt krijgen in een LC-kring.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een puntlading q bevindt zich op een afstand x op de middelloodlijn van een niet geleidende draad (2l) waar een homogeen verdeelde lading Q op zit. Wat is de kracht dat deze puntlading ondervindt?&lt;br /&gt;
# Zender op hoogte 70m, lengte van 1km en een ontvanger op hoogte x. Wat is kleinste x waar een maximum van straling invalt. Houd rekening met de rechtstreekse stralen en de gereflecteerde stralen op water.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===8 jun 2009===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Leidt een formule af voor de capaciteit van een vlakke en een cilindrische condensator.&lt;br /&gt;
# Wat wordt er bedoeld met magnetisatie? Leg uit: relatieve permeabileit en magnetische susceptibiteit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Twee spoelen staan of vaste afstand van elkaar. Door de ene spoel loopt een stroom van 1A en de flux erdoor is 0.010Wb. Indien men nu een stroom van 2A door de tweede spoel stuurt, bedraagt de flux door de eerste spoel 0.012Wb.&lt;br /&gt;
#* Bereken de magnetische flux door de 2de spoel, gegeven dat de zelfinductie ervan gelijk is aan 0.003 (iets in die aard).&lt;br /&gt;
#* Bereken de wederzijdse inductiecoefficient.&lt;br /&gt;
#* Bereken de zelfinductie van de eerste spoel.&lt;br /&gt;
# Een radiogolf zendmast in punt B staat op 20km afstand van huis H. De intensiteit in H wordt gegeven door een gekende I[sup]0[/sup]. Op 100m afstand van mast B bouwt men een 2de mast A, die een hoek &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;&amp;amp;amp;\X\theta \widehat{B A H}&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; is 30Â° (geen idee hoeveel het juist was).&lt;br /&gt;
#* Bereken de intensiteit in H.&lt;br /&gt;
#:[[Bestand:ANII-8.6.2009-oef2.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===8 jun 2009===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek RC-filters.&lt;br /&gt;
# Bespreek diffractie bij een oneindig lange spleet en (beknopt) bij een rechthoekige spleet.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Twee RC-kringen gegeven, constructie van vanalle condensatoren in serie en parallel; V en R gegeven bij de ene kring; stroom door beide spanningsbronnen is gelijk; bereken Vx en R van de andere kring.&lt;br /&gt;
# Oneindig lange draad en in hetzelfde vlak evenwijdig ermee een vierkant. Bereken de wederzijdse inductiecoëfficiënt (afstand draad tot vierkant gegeven + lengte zijde vierkant).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 jun 2008===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek de beweging van een geladen deeltje in een magneetveld. Leg, bij wijze van voorbeeld, de werking uit van een massaspectrometer of van een cyclotron.&lt;br /&gt;
# Bespreek de mogelijke polarisatietoestanden van em-straling (niet de methodes om tot polarisatie te komen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Condensator ( C= 17 microF) wordt een een onbekende batterij geschakeld en volledig opgeladen. Dan losgekoppeld. Er is aan arbeid 18,5J nodig om een bijkomende lading van 13,0 mC van de ene plaat naar de andere te verplaatsen. Bepaal emk van de batterij.&lt;br /&gt;
# spoel met 100 windingen wordt rond een metalen cilinder gewikkeld met een doorsnede van 12 cmÂ² en mu r = 1. Er wordt een weerstand over de spoel geplaatste van 13 ohm. Er is een magneet veld die door de spoel loopt (parallel met de as). Dit magneetveld varieert gedurende een bepaalde tijd van 1,6T in de ene richting naar 1,6T in de andere richting. Hoeveel lading loopt er in die tijd door de weerstand.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 jun 2008===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek een geleider in elektrostatisch evenwicht.&lt;br /&gt;
# Bespreek hoe men een oscillerende ... kan maken in een LC-kring. (LC-kring uitleggen dus)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# 2 draden in tegengestelde stroomzin, stroom neemt lineair toe van 0 naar 100A in 7s, bereken emk in de lus tussen die draden &lt;br /&gt;
# een ongepolariseerd licht kan worden opgedeeld in een deel gepolariseerd en een deel ongepolariseerd, intensiteiten mag je optellen, een polarisator wordt 360Â° gedraaid, men merkt dat op een bepaald punt de intensiteit 5 keer groter is, hoeveel procent is maakt de gepolariseerde golf uit?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 jun 2008===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek de begrippen magnetisatie en magnetische susceptibiliteit.&lt;br /&gt;
# Bespreek de proef van Young.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# iets met een geleidende bol en daarrond een geleidende bolschil en dan een elektrisch veld gegeven en zo de lading op de bol berekenen. &lt;br /&gt;
#een kring gegeven met een X waarvan ge moet zeggen of het een condensator of weerstand of zelfinductie moet zijn, vergelijkingen van i en v gegeven. En dan ook nog zeggen of je de X kan vervangen door iets anders waardoor de amplitude hetzelfde blijft maar de i en v niet in fase zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 jun 2008===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil in elektrische geleiding bij zuivere halfgeleiders en gedopeerde halfgeleiders. Leg uit de werking van pn-junctie&lt;br /&gt;
# Bespreek de LRC-keten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# LC keten&lt;br /&gt;
# Fase verschil berekenen 2 gelijke golven die elk door een blokje gaan met andere lengte en brekingsindex&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===9 jun 2008===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek wet Biot-Savart en gebruik om magneetveld rond oneindig lange draad met stroom af te leiden.&lt;br /&gt;
# Leg uit wat een virtueel beeld is. Is het mogelijk om dit van een reëel voorwerp te bekomen bij een vlakke/holle/bolle spiegel. Onder welke omstandigheden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# De ruimte tussen een condensator is helemaal gevuld met water. Water heeft een dipoolmoment 6.10*10^-30 Cm. De molaire massa van water is 18. De dichtheid is 1g/cm^3. Water heeft een di-elektrische constante van 80.&lt;br /&gt;
#* bepaal de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid wanneer alle dipolen zich volgens E uitlijnen.&lt;br /&gt;
#* stel dat de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid 1/1000 is van die hierboven, wat is dan het elektrisch veld?&lt;br /&gt;
# In een RLC-kring is de frequentie 1.73kHz. De amplitude van de spanning over de weerstand, de amplitude van de spanning over de condensator, de amplitude van de inductie en de amplitude van de bronspanning zijn allen gelijk. R = 700 ohm. Bepaal L en C.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 jun 2007===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek magnetisch moment + richting van magnetisch moment in magneetveld&lt;br /&gt;
# Serie RLC keten bespreken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Stroom van 27A in begin, straal eerste cirkel R, straal tweede cirkel 2r, r = 0.1m, en bereken magnetische inductie in punt P. Draad overal even dik en overal even grote soortelijke weerstand&lt;br /&gt;
# Tweede is kurkje drijft op water, hoe lang moet de naald zijn opdat het zichtbaar is boven water. Brekingsindex water=1.33, lucht=1 Afmetingen staan erbij.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 jun 2007===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Leg uit: elektrische stroom, stroomdichtheid en leid de wet van Ohm af.&lt;br /&gt;
# De wet van Ampère afleiden voor stationaire stromen en vertellen wat ge aan de basisformule moet veranderen als de stromen tijdsafhankelijk worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Berekenen hoeveel lading er door een weerstand gaat die aangesloten is op een geleidende lus die altijd maar kleiner en kleiner wordt. Loodrecht op de lus heerst er een magnetische inductie.&lt;br /&gt;
# Een typisch optica-vraagstukje: je hebt een schilderijtje en wil dat vastleggen op een gevoelige plaat, met een bolle lens met brandpunt= + 5 cm. Hoe ver moet het schilderijtje van de lens en hoe ver moet de lens van de gevoelige plaat.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R0898426</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Industri%C3%ABle_en_technische_chemie&amp;diff=3056</id>
		<title>Industriële en technische chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Industri%C3%ABle_en_technische_chemie&amp;diff=3056"/>
		<updated>2022-09-02T12:56:42Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R0898426: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===31 Augustus 2022===&lt;br /&gt;
# Hoe wordt salpeterzuur gewonnen? Geef 3 chemische stappen. Welke katalysator(en) worden er gebruikt en in welke stap? (6pt).&lt;br /&gt;
# Geef het industriële proces van de winning van waterstofsulfaat. Waarom is dit proces zo belangrijk? (6pt).&lt;br /&gt;
# Geef een voorbeeld van een additiepolymeer en een condensatiepolymeer. Wat is het verschil in reactie ter vorming van deze polymeren? (4pt).&lt;br /&gt;
# Wat is een geïntegreerd bedrijf? Maakt duidelijk met een voorbeeld van wat er in zo&#039;n bedrijf gebeurt. (4pt)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R0898426</name></author>
	</entry>
</feed>