
<?xml version="1.0"?>
<feed xmlns="http://www.w3.org/2005/Atom" xml:lang="nl">
	<id>https://wiki.chemika.be/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=R1039325</id>
	<title>Chemika Examenwiki - Gebruikersbijdragen [nl]</title>
	<link rel="self" type="application/atom+xml" href="https://wiki.chemika.be/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=R1039325"/>
	<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Speciaal:Bijdragen/R1039325"/>
	<updated>2026-07-28T08:21:41Z</updated>
	<subtitle>Gebruikersbijdragen</subtitle>
	<generator>MediaWiki 1.43.0</generator>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Microbiologie&amp;diff=4802</id>
		<title>Microbiologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Microbiologie&amp;diff=4802"/>
		<updated>2026-01-08T12:41:11Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R1039325: /* 22 januari 2025 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Microbiologie wordt tegenwoordig in het tweede jaar gegeven. Vroeger was dit het derde jaar. Ook verhuisd van tweede naar eerste semester. Wordt gevolgd door studenten biologie en biochemie. Gedoceerd door Prof. Joris Winderickx. Normaal mondeling examen, wegens COVID toch schriftelijk. Practicum wordt geëvalueerd via een één verslag over al de practicumsessies.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vanaf 2025-2026: Prof Govers neemt H2-H5 over, maakt de helft van examen&lt;br /&gt;
Vanaf 2026-2027: Prof Govers doceert heel het vak&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===4 September 2025===&lt;br /&gt;
#Bespreek reuzevirussen /5&lt;br /&gt;
#Leg de stikstoffixatie uit /5&lt;br /&gt;
#Verklaar de volgende termen: /4&lt;br /&gt;
#*Profaag&lt;br /&gt;
#*Viroid&lt;br /&gt;
#*Archaellum&lt;br /&gt;
#*Evolutionaire chronometers + criteria&lt;br /&gt;
#*Wateractiviteit + formule&lt;br /&gt;
#*Syntrofie&lt;br /&gt;
#*Hydrogenosoom + reactie&lt;br /&gt;
#*LPS&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2025===&lt;br /&gt;
#Bespreek de structuur van endosporen en leg de sporulatiecyclus en de rol ervan uit. /5&lt;br /&gt;
#(A)leg de werking van restrictie-modificatie systeem en het CRISPR-cas mechanisme uit. (B) leg het belang van deze mechanismen op het ecosysteem uit. /5&lt;br /&gt;
#Verklaar de volgende termen: /4&lt;br /&gt;
#*Phycobillisomen + organismen&lt;br /&gt;
#*Viroid&lt;br /&gt;
#*Sparonose? (Sapronose?)&lt;br /&gt;
#*Evolutionaire chronometers + criteria&lt;br /&gt;
#*Viraal tegument&lt;br /&gt;
#*Commensalisme&lt;br /&gt;
#*Syntrofie&lt;br /&gt;
#*Hydrogenosoom + reactie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 januari 2025===&lt;br /&gt;
#Vergelijk de structuur en functie van het bacteriële cytoplasmamembraan met die van Archaea. /5&lt;br /&gt;
#(A)Bacteriën delen door binaire splijting. Wat weet je over het divisoom? Hoe vindt de cel het centrum? (B) Welke parameters kan men afleiden uit een groei curve? /5&lt;br /&gt;
#Verklaar de volgende termen: /4&lt;br /&gt;
#*latente virus infectie&lt;br /&gt;
#*HxNy (influenza)&lt;br /&gt;
#*mutualisme&lt;br /&gt;
#*amphixenose&lt;br /&gt;
#*Crabtree-effect&lt;br /&gt;
#*Bacteriële Hfr cellen&lt;br /&gt;
#*Anammox&lt;br /&gt;
#*Virofaag&lt;br /&gt;
===25 januari 2024===&lt;br /&gt;
#(A)Bacteriën delen door binaire splijting. Wat weet je over het divisoom? Hoe vindt de cel het centrum? (B) Welke parameters kan men afleiden uit een groei curve? /5&lt;br /&gt;
#Leg de stikstofcyclus uit en meer specifiek nitrosificatie/nitrificatie. (.../5)&lt;br /&gt;
#Verklaar volgende termen: (.../4)&lt;br /&gt;
#*latente virale infectie&lt;br /&gt;
#*HxNy(influenza)&lt;br /&gt;
#*mutualisme&lt;br /&gt;
#*O-antigen&lt;br /&gt;
#*amphixenose&lt;br /&gt;
#*Crabtree-effect&lt;br /&gt;
#*Lofotriech&lt;br /&gt;
#*Bacteriële Hfr cellen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 januari 2024 ===&lt;br /&gt;
#Bacteriën kunnen zich verweren tegen virale infecties dmv restrictie-modificatie systeem en het CRISPR-Cas mechanisme, leg beide mechanismen uit. (.../5)&lt;br /&gt;
#Leg de stikstofcyclus uit en meer specifiek stikstoffixatie. (.../5)&lt;br /&gt;
#Verklaar volgende termen: (.../4)&lt;br /&gt;
#*MIC&lt;br /&gt;
#*Anthropozoönose&lt;br /&gt;
#*Pasteur-effect&lt;br /&gt;
#*Persistente virale infectie&lt;br /&gt;
#*Mesodiaminopimelinezuur&lt;br /&gt;
#*Syntrofie&lt;br /&gt;
#*Cirri&lt;br /&gt;
#*Peplomeren&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 augustus 2023===&lt;br /&gt;
# Wat weet je over mega- of reuzevirussen? (Giant viruses) Tip: je moet uit meerdere hoofdstukken iets geven&lt;br /&gt;
# Bespreek de celwand van gram+ en gram- bacteriën en van Archaea. Teken zeker de polysaccharideketens. Welke Bacteria en Archaea bezitten geen celwand? &lt;br /&gt;
# Begrippen: anammox, viraal tegument, hydrogenosoom (+reactie), H1N1 (influenza), evolutionaire chronometers, glycocalyx, commensalisme, anthroponose&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 Januari 2023 ===&lt;br /&gt;
(A) Bacteriën kunnen zich verweren tegen virale infecties dmv restrictie-modificatie systeem en het CRISPR-Cas mechanisme, leg beide mechanismen uit. (B) Welke invloed heeft dit op het ecosysteem? /5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Detoxificatiemechanismen van zuurstof bij micro-organismen. /5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
verklaar volgende termen en geef het verband/verschil:&lt;br /&gt;
*MIC en fenolcoëffiënt&lt;br /&gt;
*Fimbriae en cirri&lt;br /&gt;
*commensalisme en mutualisme&lt;br /&gt;
*virulente virussen en getemperde virussen&lt;br /&gt;
*watercoëfficiënt en compatable solute&lt;br /&gt;
*Nitrificatie en anammox&lt;br /&gt;
*anaerobe respiratie en fermentatie&lt;br /&gt;
*Zoönose en anthroponose&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 Januari 2023 ===&lt;br /&gt;
#(A)Bacteriën delen door binaire splijting. Wat weet je over het divisoom? Hoe vindt de cel het centrum? (B) Welke parameters kan men afleiden uit een groei curve? /5&lt;br /&gt;
#Waarom is het makkelijker om een antibacterieel middel te maken dan een antiviraal middel? Gegeven dat het een RNA-Virus is, op welke doelwitten zou een antiviraal middel kunnen inwerken? Hoe kan je testen of je antiviraal middel effectief is? /5&lt;br /&gt;
#verklaar volgende termen:&lt;br /&gt;
#*cilia&lt;br /&gt;
#*amensalisme&lt;br /&gt;
#*hydrogenosoom(+reactie)&lt;br /&gt;
#*MIC&lt;br /&gt;
#*Wateractiviteit&lt;br /&gt;
#*amphixenose&lt;br /&gt;
#*Viroide&lt;br /&gt;
#*persistente infectie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 Januari 2022 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hoe worden micro-organismen resistent? Welke mechanismen zorgen ervoor dat ze resistent zijn? Hoe wordt dit overgedragen? Is dit species-specifiek? /5&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
Bespreek de bouw en werking/functie van prokaryote flagellen (Gram neg., gram pos. en Archaea). Vergelijk ook met eukaryote flagella. Bespreek fototaxis en verklaar hoe dit voordeel geeft in een ecosysteem. /5&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
Stelling juist/fout + verklaar /4&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
*Geen enkele bacterie (Bacteria + Archaea) kan leven zonder celwand	&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Een hydrogenosoom komt voor bij prokaryoten en oxideert pyruvaat tot AcCoA.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Decimale reductietijd neemt af bij toenemende verhittingstemperatuur	&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
*B-lactam werkt alleen op gram+		&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
*Bij een persistente infectie wordt de gastheercel vernietigd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Stikstoffixatie komt vooral voor in anoxygene condities &lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
*Chemolithotrofen halen hun energie uit fermentatie met substraatfosforylatie&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
*Cyanobacteriën hebben phycobillisomen voor optimale lichtcaptatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2022 ===&lt;br /&gt;
#Leg de Baltimore-classificatie schematisch uit en verklaar op basis van wat deze gebaseerd werd. Hoe zou je een antiviraal middel maken voor Hepadnavirussen en op welke processen zou dit kunnen inwerken? Hoe kan je testen of dit middel effectief is?&lt;br /&gt;
#Vergelijk de celwand van Archaea en grampositieve bacteriën door een gedetailleerde tekening te geven van de polysaccharideketen. Geef verschillende methodes om deze organismen van elkaar te scheiden.&lt;br /&gt;
#Begrippen: Leg ze apart uit en geef gelijkenissen en verschillen. &lt;br /&gt;
#*anammox - denitrificatie&lt;br /&gt;
#*cirri - fimbrae&lt;br /&gt;
#*fermentatie - anaerobe respiratie&lt;br /&gt;
#*persistente infectie - latente infectie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 augustus 2021 ===&lt;br /&gt;
#Waarom is het makkelijker om een antibacterieel middel te maken dan een antiviraal middel? Waar bij een RNA-virus zou een antiviraal middel inwerken? Hoe kan je testen of je antiviraal middel effectief is?&lt;br /&gt;
#Vergelijk de celwand van Gram negatief en positief aan de hand van tekeningen, vergelijk ook met celwand van eukaryoten en archaea. Hoe kan je Gram positief en Gram negatief onderscheiden, geef verschillende methodes.&lt;br /&gt;
#Begrippen&lt;br /&gt;
#*amensalisme - commensalisme&lt;br /&gt;
#*wateractiviteit&lt;br /&gt;
#*cycloheximide&lt;br /&gt;
#*teichoïnezuur&lt;br /&gt;
#*persistente en latente infectie&lt;br /&gt;
#*MIC en fenolcoëfficient&lt;br /&gt;
#*Cirri&lt;br /&gt;
#*hydrogenosoom&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2021 NM ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de bouw en inplanting van bacteriële flagella. Vergelijk ook met eukaryote flagella en cirri. Bespreek chemotaxis.&lt;br /&gt;
#Welk is het belangrijke enzyme voor stikstoffixatie? Andere vormen van stikstof (zoals ammoniak) zijn zeer belangrijk, verklaar.&lt;br /&gt;
#Verklaar en leg de verschillen/gelijkenissen uit:&lt;br /&gt;
#*mesofiel - pathogeen&lt;br /&gt;
#*guilde - gemeenschap&lt;br /&gt;
#*retrovirus - hepadnavirus&lt;br /&gt;
#*chemo-organotrofe anaerobe respiratie - fermentatie&lt;br /&gt;
#*hydrogenosomen - mitochondriën&lt;br /&gt;
#*antisepsis - desinfecteren&lt;br /&gt;
#*mutualisme - protocoöperatie &lt;br /&gt;
#* generatietijd - delingsefficiëntie &lt;br /&gt;
=== 11 januari 2021 NM ===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#Detoxificatie van micro-organismen&lt;br /&gt;
#a) Leg het verschil in celwandstructuur tussen Gram-positieve en Gram-negatieve bacteriën uit en op welk principe berust de Gram-kleuring. b)Leg kort de celwand bij archaea en eukaryoten uit. c)Welke andere manieren, naast Gram-kleuring, zijn er om Gram-positieve en Gram-negatieve bacteriën van elkaar te onderscheiden?&lt;br /&gt;
#Verklaar en leg de verschillen/gelijkenissen uit:&lt;br /&gt;
#*guilde - gemeenschap&lt;br /&gt;
#*retrovirussen - hepadnavirussen&lt;br /&gt;
#*amensalisme - commensalisme&lt;br /&gt;
#*chemo-organotrofe anaerobe respiratie - fermentatie&lt;br /&gt;
#*generatietijd - delingsefficientie&lt;br /&gt;
#*hydrogenosomen - mitochondriën&lt;br /&gt;
#*antisepsis - desinfecteren&lt;br /&gt;
#*nog 1tje&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 augustus 2020 VM ===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#a) Waarom is het makkelijker om een antibacterieel middel te ontwikkelen dan een antifungaal en een antiviraal middel? Gegeven dat het een RNA-virus is op welke processen/enzymen kan een antiviraal middel inwerken? b) Hoe kan je gemakkelijk testen of een middel tegen fagen effectief is?&lt;br /&gt;
#a) Wat is de structuur, inplanting en werking/functie van prokaryote flagella en aanverwante structuren? Wat is het verschil met eukaryote flagella en aanverwante structuren en leg het principe van chemotaxis uit. b) Leg bondig phototaxis uit. &lt;br /&gt;
#Begrippen &lt;br /&gt;
#*Eclipsperiode&lt;br /&gt;
#*Tegument&lt;br /&gt;
#*viroïde&lt;br /&gt;
#*Evolutionaire chronometers&lt;br /&gt;
#*Griseofulin&lt;br /&gt;
#*Mechanisme voor CO2 fixatie door de acetyl CoA pathway&lt;br /&gt;
#*Peplomeren&lt;br /&gt;
#*Quinolones&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 januari 2020 NM ===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
# Bespreek structuur en functie van flagella. Geef gelijkaardige structuren tussen gram-positieve en gram-negatieve [[Bacteria]]. Geef gelijkaardige structuren bij &#039;&#039;Archaea&#039;&#039; en eukaryoten. &lt;br /&gt;
# Over resistentie, wat de mechanismen zijn, of dat species specifiek of aspecifiek is. Alternatieve therapieën tegen resistentie....&lt;br /&gt;
#Begrippen:&lt;br /&gt;
#*PFU en CFU&lt;br /&gt;
#*Ammencialisme en commensialisme&lt;br /&gt;
#*aw&lt;br /&gt;
#*Cirri&lt;br /&gt;
#*Teichoïnezuur&lt;br /&gt;
#*MIC en fenolcoëfficient&lt;br /&gt;
#*cycloheximide&lt;br /&gt;
#*nog eentje&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2020 VM ===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#a) Geef de functie en structuur van prokaryote flagel. Is er een verschil tussen grampositieve en gramnegatieve bacteria flagel? Geef ook analoge structuren. b) Geef minstens 3 andere methoden om grampositieve van de gramnegatieve bacteriën te scheiden (niet via gramkleuring). Hoe kan men in een waterstaal archaea, bacteria &amp;amp; eukarya onderscheiden?&lt;br /&gt;
#a) Detoxificatie van giftige zuurstof molecule. b) Welke rol zuurstof en gebonden stikstof componenten (zoals ammoniak) een invloed hebben op de stikstofcyclus?&lt;br /&gt;
#Stellingen&lt;br /&gt;
#*S-lagen zorgen voor vasthechting van de cel&lt;br /&gt;
#*Cephalosporine werkt in op translatie&lt;br /&gt;
#*&amp;quot;Naakte&amp;quot; en &amp;quot;Envelopped&amp;quot; virussen worden op dezelfde manier vrijgezet&lt;br /&gt;
#*Viroïde is de niet infectieve vorm van een virus&lt;br /&gt;
#*In hydrogenosoom zitten hydrogenasen&lt;br /&gt;
#*Phycolisomen zijn enkel bij cyanobacteriën te vinden&lt;br /&gt;
#*en nog 2 andere&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2020 VM ===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#a) Influenza: verklaar HxNx, antigene shift, antigene drift. In welke Baltimore klasse bevindt influenza zich? b) waarop kunnen antivirale middelen inwerken? geef ook voorbeelden. Hoe zou jij te werk gaan om een nieuw antiviraal middel te maken?&lt;br /&gt;
#Vergelijk celwand archae, gramnegatieve en grampositieve (structuren allemaal kunnen tekenen). ZIjn er zonder celwand, zo ja welke? Welke manieren zijn er naast gramkleuring om gramnegatieve en grampositieve van elkaar te onderscheiden? Hoe zou je in een waterstaal Archae, bacteria en eukarya onderscheiden van elkaar (zo min mogelijke stappen)&lt;br /&gt;
#Begrippen&lt;br /&gt;
#*syntorfie&lt;br /&gt;
#*viroide&lt;br /&gt;
#*evolutionaire chronometers&lt;br /&gt;
#*streptomycines&lt;br /&gt;
#*endo- en exotoxine&lt;br /&gt;
#*anammoxoom&lt;br /&gt;
#*Hydrogenesoom&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2020 NM ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
VRAGEN&lt;br /&gt;
#antibiotica alles uitleggen hoe resistentie opbouwen, species specifiek? &lt;br /&gt;
#Antifungale drugs voor membraansynthese en proteinsyntheseninhibitie + hoe bepaal je of een drug fungistatisch is?&lt;br /&gt;
#Wat zijn biogeochemische cycli en leg dit uit adhv de N cyclus, geef alles + verklaar anammox reactie en stikstoffixatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
BEGRIPPEN&lt;br /&gt;
*Wateractiviteit&lt;br /&gt;
*Profaag&lt;br /&gt;
*Anammoxosoom&lt;br /&gt;
*Chlorosoom&lt;br /&gt;
*Stickland reactie&lt;br /&gt;
*Persistente infectie&lt;br /&gt;
*Endotoxine&lt;br /&gt;
*Surfactant&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===5 september 2019===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
# a) Influenza: verklaar HxNx, antigene shift, antigene shift. In welke Baltimore klasse bevindt influenza zich? b) waarop kunnen antivirale middelen inwerken? geef ook voorbeelden. Hoe zou jij te werk gaan om een nieuw antiviraal middel te maken en te TESTEN? &lt;br /&gt;
#Geef een schematische voorstelling van de anoxygene fotosynthese van purperbacteriën en groenzwavelbacteriën, alsook de oxygene fotosynthese van cyanobacteriën. Bespreek de voornaamse verschillen, inclusief morfologische kenmerken, en plaats dit in een algemeen microbieel ecologische context.&lt;br /&gt;
#Begrippen&lt;br /&gt;
#*cilia&lt;br /&gt;
#*viroide&lt;br /&gt;
#*profaag&lt;br /&gt;
#*persistente infectie&lt;br /&gt;
#*wateractiviteit&lt;br /&gt;
#*tegument&lt;br /&gt;
#*MIC&lt;br /&gt;
#*amensalisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 januari 2019===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*Hoe worden micro-organismen resistent? Welke mechanismen zorgen ervoor dat resistent zijn? Hoe wordt dit overgedragen? Welke van deze manieren zijn species-specifiek en welke species-aspecifiek?&lt;br /&gt;
#*Je hebt een bodemstaal met micro-organismen, hoe ga je na dat deze micro-organismen een fungistatische werking hebben? + leg uit micro-organismen die groeien in het labo en micro-organismen laten groeien die niet in het labo kunnen groeien. Leg kort uit.&lt;br /&gt;
#Leg uit HxNx, antigene drift en shift, waarom kan dit laatste zo snel gebeuren bij het influenzavirus? Tot welke klasse van Baltimore behoort Influenza. Geef het schema van de Baltimore classificatie en leg de principes uit.&lt;br /&gt;
#Begrippen&lt;br /&gt;
#*Syntrofie&lt;br /&gt;
#*Evolutionaire chronometers&lt;br /&gt;
#*Hydrogenosoom (+ reacties)&lt;br /&gt;
#*Streptomycine&lt;br /&gt;
#*Heterotroof&lt;br /&gt;
#*Annamox&lt;br /&gt;
#*Viroïde&lt;br /&gt;
#*Endo- en exotoxines&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 augustus 2018===&lt;br /&gt;
#Je krijgt een waterstaal, hoe weet je welke GEKENDE micro-organismen hier inzitten waarvan je een metabool product wil onderzoeken. Hoe kan je testen dat dit een fungicide is?&lt;br /&gt;
#Bespreek flagellen bij pro- en eukaryoten en leg chemotaxis uit&lt;br /&gt;
#begrippen&lt;br /&gt;
#*Surfactant&lt;br /&gt;
#*tegument&lt;br /&gt;
#*bacilli&lt;br /&gt;
#*hydrogenosoom&lt;br /&gt;
#*wateractiviteit&lt;br /&gt;
#*phycobillisoom&lt;br /&gt;
#*hopanoïde&lt;br /&gt;
#*nog eentje maar ben ik vergeten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===29 januari 2018 VM===&lt;br /&gt;
#Wat is een biogeochemische cycli? Geef schematisch de stikstofcyclus en beschrijf de voornaamste processen.&lt;br /&gt;
#Bespreek de structuur, inplanting en werking van prokaryote flagellen en aanverwante structuren als ook het mechanisme van chemotaxis. Welke verschillen zijn er met een eukaryote flagel?&lt;br /&gt;
#Begrippen: axiaal filament, griseofulin, peplomeren, quinolones, evolutionaire chronometers, mechanisme voor CO2 fixatie door de acetyl CoA pathway, viroïde, hopanoïde&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2018 VM===&lt;br /&gt;
#Leg uit: biogeochemische cycli. Geef schematisch de stikstofcyclus weer en bespreek de belangrijkste reacties. &lt;br /&gt;
#Je krijgt een bodemstaal waaruit je onbekende micro-organismen moet identificeren, hierin zit een organisme dat metabole producten maakt die antifungicidaal werken, deze kunnen dienen voor een nieuw middel. Hoe ga je (zo efficiënt mogelijk) te werk?&lt;br /&gt;
#begrippen: PFU en CFU, MIC en fenolcoëfficiënt, latente en persistente infectie, cirri, Aw, cycloheximide, commensalisme en ammensalisme en teichoïnezuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2018===&lt;br /&gt;
#Bespreek de structuur, werking en inplanting van bacteriële flagellen (met tekening). Wat is het mechanisme van chemotaxis? Wat zijn de verschillen met eukaryote flagellen.&lt;br /&gt;
#Welke detoxificatiemechanismen zijn er van toxische zuurstof. Geef de enzymen en hun reacties. Hij wilt ook dat je een extra voorbeeld geeft. Wat is het belang van zuurstof in een microbiële ecosysteem.&lt;br /&gt;
#8 termen: cycloheximide, sulfonilamide, aw, lysozymen, amensalisme, phycobiline, acetyl-CoA pathway en hepadnavirus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2018===&lt;br /&gt;
#Bespreek kort de oxygene en anoxygene fotosynthese van micro-organismen en hun reducerend vermogen. Leg fermentaties van micro-organismen uit, hoe wordt hiermee energie gewonnen? /5&lt;br /&gt;
#A)Waarvoor staat HxNx? B) Leg de Baltimore-classificatie uit. Welke types virussen hebben eigen polymerasen? C) weet ik niet meer, maar ook iets met virussen /5&lt;br /&gt;
#8 stellingen, per juist antwoord 0,5 1)cyloheximine werkt niet op gramnnegatieve bacteriën 2)antibiotica-resistentie wordt aspecies-specifiek doorgegeven en voornamelijk via transductie 3)een guilde is een groep van klonaal verwante cellen 4)bij een peristenta infectie komen viruspartikels niet vrij en blijft de gastheer leven 5)bij amensalisme hebben beide partners altijd een voordeel 6)bij een hydrogenosoom wordt ATP geproduceerd via hydrolyse en H+ 7)een virion reffereert naar de extrcellulaire vorm van een virus 8)ben ik vergeten /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 augustus 2017 NM===&lt;br /&gt;
#bespreek de structuur en werking van de flagel bij bacteriële cellen + bespreek chemotaxis&lt;br /&gt;
#detoxificatie van zuurstof&lt;br /&gt;
#8 stelling juist/fout + verklaar&lt;br /&gt;
#*gramnegatieve bachteriën zijn niet gevoelig voor beta-lactam ring &lt;br /&gt;
#*antibiotica-resistentie is species-specifiek&lt;br /&gt;
#*decimale reductietijd neemt af bij toenemende verhittingstemperatuur&lt;br /&gt;
#*hydrogenosomen bij prokaryoten halen hun energie uit de oxidatie van pyruvaat&lt;br /&gt;
#*stikstoffixatie komt vooral voor in anoxygene condities&lt;br /&gt;
#*persistentie infectie van viruspartikels vernietigd de gastheercel&lt;br /&gt;
#*geen enkele bacterie (Bacteria + Archaea) kan leven zonder celwand&lt;br /&gt;
#*energiewinst bij fermentatie komt altijd van substraatfosforylatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2017 NM===&lt;br /&gt;
#bespreek hoe het kleine virale genoom toch een volledige functie qua replicatie en assemblage van een virus kan veroorzaken. geef voorbeelden en leg uit&lt;br /&gt;
#virussen zijn niet altijd negatief. Bespreek en geef een voorbeeld ivm humaan microbioom&lt;br /&gt;
#je hebt een bodemstaal met micro-organismen, hoe ga je na dat deze micro-organismen een fungistatische werking hebben? + leg uit micro-organismen die groeien in het labo en micro-organismen laten groeien die niet in het labo kunnen groeien.&lt;br /&gt;
#vancomycine slaat niet aan, welke combinatie is het beste? keuze uit: vancomycine + cycloheximide/amphotericini/isoniazide/sulfanilamide&lt;br /&gt;
#leg verschil en gelijkenis uit + bespreek&lt;br /&gt;
#*mesofiel-pathogeen&lt;br /&gt;
#*antiseptica-desinfectans&lt;br /&gt;
#*fermentatie-chemoorganotroof anaeroobe respiratie&lt;br /&gt;
#*chemoorganotroof-chemolithotroof&lt;br /&gt;
#*generatietijd-delingscoefficient&lt;br /&gt;
#*sporecortex-bacteriele celwand&lt;br /&gt;
#*guilde-gemeenschap&lt;br /&gt;
#*commensalisme-amensalisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
#bespreek de celwand bij gram - en gram + bacteriën en archaea. geef een manier om bacteria, archaea en eukaryoten te scheiden. geef minstens 3 manieren hoe je gram + en gram - bacteriën kan onderscheiden (zonder gram kleuring) &lt;br /&gt;
#afbeelding cel met onderdelen aangeduid (celwand, 50S,...) geef voorbeelden van antibiotica die hier op inwerken en leg hun werking uit.&lt;br /&gt;
#8 juist of fout vragen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Gegeven een tekening van een virtuele cel van een micro-organisme (aangeduid: DNA synthese, RNA synthese, mitotische spoelfiguur en microtubuli, celwand, plasmamembraan,  translatie, foliumzuursynthese). Geef alle antimicrobiële middelen die erbij horen. Bespreek de mechanismen van de antimicrobiële middelen bij een verschillende manier van inwerking. &lt;br /&gt;
#Flagellen pro-en eukaryoten (ook tekenen!). Welke andere bewegingsvormen ken je nog? Leg taxis uit. &lt;br /&gt;
#Leg uit en bespreek de gelijkenissen en/of verschillen:&lt;br /&gt;
#*halofielen - osmiofielen&lt;br /&gt;
#*autotroof - heterotroof&lt;br /&gt;
#*bacteriÃ«le celwand - sporeprotoplast&lt;br /&gt;
#*chemoorganotroof - ...&lt;br /&gt;
#*chemoorganofiel - ...&lt;br /&gt;
#*chemooragnofiel anaeroobe respiratie - ...&lt;br /&gt;
#* ...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2015===&lt;br /&gt;
#Flagellen en cirri bij pro- en eukaryoten, bespreek chemo- en fototaxis.&lt;br /&gt;
#Detoxificatiemechanismen&lt;br /&gt;
#Acht stellingen, juist/niet juist en waarom (ieder op 0,5 punt)&lt;br /&gt;
#*B-lactam werkt alleen op gram +&lt;br /&gt;
#*Resistentie is species-specifiek&lt;br /&gt;
#*Decimale reductietijd daalt altijd bij hogere T&lt;br /&gt;
#*Bij fermentatie vindt de energiewinning altijd plaats door substraatfosforylatie&lt;br /&gt;
#*Bacteria en Archaea kunnen nooit leven zonder celwand&lt;br /&gt;
#*Stikstoffixatie is vooral anoxisch&lt;br /&gt;
#*Hydrogenosomen komen voor bij prokaryoten waar ze pyruvaat oxideren tot -&lt;br /&gt;
#*en nog een die ik me niet meer herinner.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 januari 2015===&lt;br /&gt;
#verschil oxygene en anoxygene fototrofie + energie bij fermentatie&lt;br /&gt;
#welke manieren van voortbeweging, verschil in pro en eukaryoten, (sex)pili, welk competitief voordeel?&lt;br /&gt;
#juist/fout vragen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2015 (NM)===&lt;br /&gt;
#Mechanismen van restentie en resistentie overdracht. Is resistentie speciesspecifiek? Methoden voor het post-antibioticatijdperk.&lt;br /&gt;
#Photosynthese bij purperbacterien, groenzwavelbacteren en cyanobacterien schematisch tekenen en verschillen uitleggen. Linken met morfologie en ecologie. &lt;br /&gt;
#8 juist-fout vraagjes&lt;br /&gt;
#*Gram-negatieve bactierien zijn vatbaar voor ampicilline en amoxicilline.&lt;br /&gt;
#*Ergosterolsynthese is geen goede target voor antifungale drugs.&lt;br /&gt;
#*Bij een latente infectie komen er geen virusgenen tot expressie en komen er geen virussen vrij.&lt;br /&gt;
#*Het nitrogenasecomplex werkt vooral in anoxische omstandigheden&lt;br /&gt;
#*Een hydrogenosoom komt voor bij prokaryoten en oxideert pyruvaat tot AcCoA.&lt;br /&gt;
#*...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2015 (VM)===&lt;br /&gt;
#koolstofcyclus schematisch tekenen en alle metabole processen uitleggen (reacties zijn niet zo belangrijk)&lt;br /&gt;
#Wat is de beste combinatie en slechtste combinatie? flucytosine + polyeen, griseofuline en polyeen, vancomycine en polyeen, en er was dan nog eentje maar die weet ik niet meer &lt;br /&gt;
#woordjes uitleggen: &lt;br /&gt;
#*exosporium &lt;br /&gt;
#*evolutionaire chronometers &lt;br /&gt;
#*omgekeerde citroencyclus&lt;br /&gt;
#*...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2014===&lt;br /&gt;
#Virussen zijn gekenmerkt door een klein genoom. Toch hebben ze alles om te voorzien in hun replicatie. Verklaar aan de hand van enkele voorbeelden. Sommige virussen hebben echter ook eigen polymerase enzymes nodig, identificeer hen aan de hand van de baltimore classificatie.&lt;br /&gt;
#Je wordt gevraagd onbekende micro-organismen uit een staal water te identificeren; welke technieken gebruik je en hoe ga je te werk om te kijken of sommigen de mogelijkheid bezitten tot de productie van een fungistatisch middel om het te commercialiseren.&lt;br /&gt;
#O2 kan giftig zijn; geef de detoxificatiemechanismen die micro-organismen bezitten om dit te bestrijden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2014===&lt;br /&gt;
#de koolstofcyclus en metabole processen &lt;br /&gt;
#detoxificatie mechanisme van zuurstofderivaten die door metabole processen geproduceerd worden en dan ne fungus bestrijden met een combinatie. &lt;br /&gt;
#combinaties werden gegeven allemaal met myconazol: uitleggen welk het beste werkte en welk het minst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jan 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#koolstofcyclus&lt;br /&gt;
#mechanismen van detoxificatie&lt;br /&gt;
#patient is besmet met Candida, een syntetische azool werkt niet goed. Welke antibiotica mengeling is de beste? Gegeven = telkens een syntetische azool in combinatie met flucytosine, griseofulin, vancomycine, en nog 1 dat ik niet meer weet&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2014 voormiddag===&lt;br /&gt;
#antibioticaresistentie: hoe, verschillende mechanisme, hoe krijgen we dat in het lichaam&lt;br /&gt;
#fungistatische drugs in natuurlijke bodem, hoe herkennen en er uit halen&lt;br /&gt;
#virussen: verklaar HxNx, antigendrift en antigenenschift en waarom gaat antigenenschift zo gemakkelijk en baltimoreklassen van influenza + verklaren&lt;br /&gt;
#woordjes&lt;br /&gt;
#*hopanoide (hier moet ge dat dan vergelijken met sterol in eukaryoten enzo)&lt;br /&gt;
#*hydrosoom&lt;br /&gt;
#*viroiden&lt;br /&gt;
#*endotoxine&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 31 jan 2012 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
# Geef de koolstofcyclus en leg kort alle processen uit die hierin voorkomen. (mondeling)&lt;br /&gt;
# Een schema van een cel waarop verschillende delen aangeduid stonden (celwand, membraan, DNA+RNA-synthese, 50S ribosoon-subunit, 30 S ribosoom-subunit). Geef bij elk deel de antibiotica die hierop inwerken en leg, als er meerdere antibiotica bij bij Ã©Ã©n passen, hun actiemechanismen uit.&lt;br /&gt;
# Verklaar:&lt;br /&gt;
#* Fenol-coÃ«fficiÃ«nt methode&lt;br /&gt;
#* Virion&lt;br /&gt;
#* Rolling-circle replicatie&lt;br /&gt;
#* O-anitgen&lt;br /&gt;
#* Fermentatiebalans&lt;br /&gt;
#* Anamoxosoom&lt;br /&gt;
#* Decimale Reductietijd&lt;br /&gt;
#* HopanoÃ¯de&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 jan 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Anoxigene fotosynthese bij purperbacterien en oxygene bij cyanobacteriÃ«n: Een schets geven en vergelijken.&lt;br /&gt;
# Celwandstructuur bij bacteria(grampos en gram negatief)en archaea bespreken en vergelijken. En met welke techniek zou je deze kunnen onderscheiden&lt;br /&gt;
# Een patiÃ«nt met een bacteriÃ«le infectie werd behandeld met chloramphenicol maar dit was niet erg werkzaam. Men zou kunnen combineren met vancomycine, tetracycline en cephalosporine. Wat gaat het minst werkzaam zijn? en welk het meeste?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jan 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Wat is metagenomics, wat kun je met deze techniek doen en beschrijf de voordelen aan de hand van een creatief (zelfverzonnen)voorbeeld&lt;br /&gt;
# Stikstoffixatie: Bespreek en wat heeft zuurstof hiermee te maken?&lt;br /&gt;
# Geef de biochemische werkingsmechanismen van: quinolones, aminoglycosiden, synthetische azolen en sulfonamides&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 jan 2011 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Wat is metagenomics, wat kun je met deze techniek doen en beschrijf de voordelen aan de hand van een creatief (zelfverzonnen)voorbeeld&lt;br /&gt;
# nitrificatie, denitrificatie en stikstoffixatie zijn belangrijke processen. Bespreek bondig de reacties en plaats in de stikstofcyclus. Wat heeft zuurstof hiermee te maken?&lt;br /&gt;
# vergelijk de opbouw van de celwand van gram positieve en negatieve bacteriÃ«n met behulp van een schema, hoe zou je eenvoudig een onderscheid kunnen maken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 jan 2010 ===&lt;br /&gt;
# Geef de schematische voorstelling van de anoxigene fotosynthese bij purperbacteriÃ«n en de oxigene fotosynthese bij cyanobacteriÃ«n. Bespreek verschillen, incl. morfologische kenmerken en plaats dit in een algemeen microbiÃ«le context.&lt;br /&gt;
# Hoe weet je of een medicijn bacteriostatisch, bacteriolytisch, bacteriocide, fungistatisch, fungicide is. (bijvraag: hoe zou jij dat bepalen als biochemist?) Wat is MIC en hoe bepaal je dat, fenolcoÃ«fficient bespreken. De criteria bespreken voor een medicijn, antiseptica, desinfectans.&lt;br /&gt;
# Mexicaanse griep is van het type H1N1. Leg uit wat HxNx is en leg antigene shift en antigene drift uit. Tot welke baltimore klasse behoort influenza.(bijvraag: middelen tegen influenza)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 jan 2010 ===&lt;br /&gt;
# zuurstof kan toxisch zijn voor micro-organisme. Welke reactie zorgen voor de omzetting van deze toxische zuurstof?&lt;br /&gt;
# bespreek de biochemische werkingsmechanisme van ampiciline en cephalosporine&lt;br /&gt;
# geef alle pathways voor C02 fixatie? (het zijn er btw 8 en geen 5 zoals de meeste denken)&lt;br /&gt;
=== 27 jan 2009 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Verklaar:&lt;br /&gt;
#* Baltimore classificatie&lt;br /&gt;
#* tegument&lt;br /&gt;
#* psychrotolerante mesofiel&lt;br /&gt;
#* peritrieche flagelaat&lt;br /&gt;
# Methanotrofen en methylotrofen, geef energiewinning en koolstof assimilatie&lt;br /&gt;
# antifungale drugs; waarom moeilijker te maken dan antibacterieel en bespreek de reactiemechanismen van &lt;br /&gt;
=== 23 jan 2009 ===&lt;br /&gt;
# C02 fixatie&lt;br /&gt;
# hoe ga je te werk om uit een bodemstaal 1) alle micro-organismen te identificeren 2) een fungistatisch metaboliet te zoeken&lt;br /&gt;
# Termpjes:&lt;br /&gt;
#* aw&lt;br /&gt;
#* serine pathway&lt;br /&gt;
=== 23 jan 2009 ===&lt;br /&gt;
# Een gistcultuur is geÃ¯nfecteerd met cyanobacteriÃ«n. Geef een aantal manieren om weer een zuivere gistcultuur te verkrijgen.&lt;br /&gt;
# Juist of fout vragen:&lt;br /&gt;
#* S-lagen&lt;br /&gt;
#* iets over pseudopeptidoglycaan van Archaea&lt;br /&gt;
#* phycobilines&lt;br /&gt;
#* de manier van vrijstelling van naakte vs &#039;enveloped&#039; virussen&lt;br /&gt;
#* cephalosporine&lt;br /&gt;
# Nitraatreductie. En bespreek deze bij E.coli en Pseudomonas stutzeri.&lt;br /&gt;
=== 16 jan 2009 ===&lt;br /&gt;
# 5 woorden verklaren:&lt;br /&gt;
#* cephalosporine&lt;br /&gt;
#* phycobilisoom&lt;br /&gt;
#* hepadnavirussen&lt;br /&gt;
#* serine pathway&lt;br /&gt;
#* wateractiviteit aw&lt;br /&gt;
# Waarom is het moeilijker om antiviraal middel te vinden dan een antibacterieel?&lt;br /&gt;
# Biogeochemische cycli en stikstof-cyclus&lt;br /&gt;
=== 15 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
# bespreek de acetyl coA pathway en welke organisme gebruiken deze...&lt;br /&gt;
# glycocalyx, hydrogenosoom, wateractiviteit, mutualisme, protocooperatie uitleggen&lt;br /&gt;
# wat zijn fylogenetische merkers, wat doen ze en geef meerdere voorbeelden en leg uit&lt;br /&gt;
=== 13 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
# Denitrificatie en nitrificatie + waterzuivering&lt;br /&gt;
# Hou zou je ALLE organismen in een bodemstaal classificeren en metabolisme nagaan?&lt;br /&gt;
# wateractiviteit + welke organismen kunnen tegen lage + oplossing&lt;br /&gt;
# Termen:&lt;br /&gt;
#* amensalisme&lt;br /&gt;
#* protocoÃ¶peratie&lt;br /&gt;
#* S.cerevisiae geÃ¯nfecteerd met groen zwavel bacteriÃ«n... hoe los je dit op&lt;br /&gt;
#* Verschil groenzwavel- en purperbacteriÃ«n op vlak van productie reducerend vermogen&lt;br /&gt;
#* Antibioticaresistentiemechanismen&lt;br /&gt;
#* fermentatie...hoe energie en reducerend vermogen verzorgen&lt;br /&gt;
#* mutualisme&lt;br /&gt;
#* syntrofie&lt;br /&gt;
#* verschil antiseptica en desinfectantia&lt;br /&gt;
=== 13 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
# acetyl coA cyclus en welke organismen deze gebruiken&lt;br /&gt;
# voorwaarden voor goede fylogenetische merkers en enkele voorbeelden&lt;br /&gt;
# begrippen: pleiomorfie,monomorfie,chemostaat,....&lt;br /&gt;
=== 10 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
# penicillines hebben geen effect op Archaea en Gram negatieve bacterien. Juist of fout, leg uit ahv biochemische werking penicilline&lt;br /&gt;
# wat is metagenomics, voordelen en toekomstperspectieven in toegepaste microbiologie&lt;br /&gt;
# manieren van C02 fixatie&lt;br /&gt;
=== 27 aug 2007 ===&lt;br /&gt;
# Stel men vraagt je om een antifungaal middel te ontwikkelen tegen gistinfecties bij mensen. Op welke principes zou je dit kunnen baseren en staaf met een voorbeeld. Hoe ga je te werk om te bepalen of je product een bacteriostatische of bacteriocide werking heeft? &lt;br /&gt;
# Bespreek bondig de anoxische fotosynthese bij purperbacterieÃ«n&lt;br /&gt;
# Wat zijn psychrofiele organismen? Hoe zijn ze aangepast aan hun milieu? Waarin verschillen ze met psychrotolerante organismen?&lt;br /&gt;
# Practicumvraag: Geef met behulp van een schema het verschil tussen gram-positieve en gram-negatieve bacteriÃ«n. Met welke technieken kun je beide groepen onderscheiden?&lt;br /&gt;
=== 18 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
# De toxische producten die vanuit zuurstof gevormd worden en hoe de cel die onschadelijk maakt.&lt;br /&gt;
# Geef alle manieren om CO2 te fixeren.&lt;br /&gt;
# Termen: &lt;br /&gt;
#* chemostaat&lt;br /&gt;
#* glycocalyx&lt;br /&gt;
#* micronutrienten&lt;br /&gt;
#* macronutrienten&lt;br /&gt;
#* hydrogenosoom&lt;br /&gt;
#* monomorfisch&lt;br /&gt;
#* pleiomorfisch&lt;br /&gt;
=== 15 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
# Leg de structuur en de werking van de bacteriÃ«le flagel uit en bespreek chemotaxis.&lt;br /&gt;
# Hoe gaat u te werk om te bepalen of een stof een bacteriostatische of bactericide werking heeft?&lt;br /&gt;
# Vergelijk de energie en reducerend vermogen vorming bij fototrofen en fermentatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
# bespreek de vorming en structuur van endosporen, welke zijn de voordelen hiervan voor de overleving van de bacterie en hoe moeten we daar mee omgaan als we de groei van zulde organismen willen onder controle houden&lt;br /&gt;
# ken je manieren voor incorporatie van C02, zoja welke en beschrijf bondig de pathways &lt;br /&gt;
# stel je hebt een bodemstaal met daarin nieuwe &#039;ongekende&#039; organismen, beschrijf hoe je te werk zou gaan om deze te identificeren en welke manieren je zou gebruiken voor de classificatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
# Hoe onstaat resistentie tegen antibiotica bij micro-organismen? Bespreek de verschillende mechanismen van resistentie. In een post-antibiotica tijdperk, welke methoden zou je gebruiken om bacteriele infecties tegen te gaan?&lt;br /&gt;
# Bespreek de verschillende methodes die micro-organismen hebben om zich te beschermen tegen toxische zuurstof producten (door fotochemische reacties ontstaan).&lt;br /&gt;
# Wat zijn biogeochemische cycli? Bespreek aan de hand van een schematische voorstelling van de koolstof cyclus.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R1039325</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Bio-Organische_Chemie&amp;diff=4598</id>
		<title>Bio-Organische Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Bio-Organische_Chemie&amp;diff=4598"/>
		<updated>2025-06-13T19:31:26Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R1039325: /* 16 juni 2025 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Basisvak organische chemie voor eerstejaars chemie, biochemie en biologie.&lt;br /&gt;
Gedoceerd door Professor Luc van Meervelt.&lt;br /&gt;
Het examen volgt al jaren dezelfde structuur.&lt;br /&gt;
Sinds 2017 wordt dit vak gegeven door professor Mario Smet.&lt;br /&gt;
Het examen duurt 3 uur.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;2022-2023&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*aanpak vak&lt;br /&gt;
**Prof Mario Smet&lt;br /&gt;
**Voor het examen minstens 3.2/8 voor zowel het deel van theorie als oefeningen, anders maximaal een 9 (helaas durft hij ook een 3.1 te geven)&lt;br /&gt;
**Er zijn ingesproken ppt&#039;s die zeker een aanrader zijn om te bekijken, belangrijkste zaken worden duidelijk uitgelegd&lt;br /&gt;
*Kwaliteit cursus&lt;br /&gt;
**Slides zijn duidelijk en bevatten zeker de belangrijkste informatie&lt;br /&gt;
**Handboek kan handig zijn voor extra informatie of verduidelijking van bepaalde delen, maar ik heb dit zelf amper opengedaan dus zeker niet noodzakelijk om te kopen&lt;br /&gt;
*Examenvragen&lt;br /&gt;
**Telkens één theorievraag over een reactiemechanisme (regel van Zaitsev en Markovnikov belangrijk) met ordenen op basis van reactiviteit en naamgeving van producten!!&lt;br /&gt;
**Eén theorievraag over een voorbeeld (komen steeds terug, zijn er in totaal een stuk of 14 (document met deze vragen voor 2024-2025: https://docs.google.com/document/d/e/2PACX-1vRY7b09HsmvVWGNBrcGEXsHcZEtJk-kMeF07rW-tDXwXgheNmEfFHfIp7nmVvFat1X-NtERZpXgm6VM/pub)) belangrijk om hierbij te weten waarom bepaalde zaken zo zijn.&lt;br /&gt;
**Bij de oefeningen vraagt hij naar mijn gevoel van alles iets, dus aminozuren zeker uit het hoofd leren en al de reactiemechanismes begrijpen.&lt;br /&gt;
*Labo&#039;s&lt;br /&gt;
**Zijn niet al te moeilijk&lt;br /&gt;
**Zie dat je op tijd bent voor de prelabtest, ze hebben geen medelijden met u, zelfs als je er niks aan kon doen :(&lt;br /&gt;
**Als er ergens iets van berekeningen in het labo voorkomen, worden deze vaak op de prelabtest gevraagd&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===13 juni 2025===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# gegeven structuren ondergaan een AE met HCl: A: propeen B: methylprop-2-enoaat C: methoxyetheen D: styreen&lt;br /&gt;
## Geef het reactiemechanisme van molecule A.&lt;br /&gt;
## Rangschik de moleculen volgens afnemende reactiviteit. Toon aan d.m.v. substituenteffecten en grensstructuren waar nodig. &lt;br /&gt;
## Geef de skeletnotatie van alle reactieproducten en schrijf de IUPAC-naam van de reactieproducten van A en B. &lt;br /&gt;
# Gegeven structuren en namen: limoneen, terpinoleen en alfa-terpineol.&lt;br /&gt;
## Schrijf alle reactiemechanismen uit vanuit nerylpyrofosfaat.&lt;br /&gt;
## Van welk alkaan (limoneen en terpinoleen) lijkt de vorming het meest waarschijnlijk. Motiveer je antwoord. &lt;br /&gt;
## Limoneen kan kan gehydrogeneerd worden met twee diwaterstofmoleculen. Teken de meest stabiele conformatie van elk van de twee bekomen alkanen.&lt;br /&gt;
Oefeningen (bundel B)&lt;br /&gt;
# Gegeven: 2-amino-2,3,4-trimethylhexaan-3-thiol&lt;br /&gt;
## Teken het moleculen uit en duid alle chirale koolstoffen aan met een sterretje. Hoeveel stereo-isomeren heeft dit moleculen?&lt;br /&gt;
## Teken voor elk isomeer de Fisher- en Newmannprojectie (C3-C4).&lt;br /&gt;
## Duidt voor elk chirale koolstof op alle isomeren de prioriteiten aan en geef de configuratie (S/R).&lt;br /&gt;
## Leg uit: enantiomeren, diastereomeren en mesovorm. Zeg welke isomeren enantiomeren en/of diastereomeren zijn van elkaar.&lt;br /&gt;
## Is het thiol primair, secundair of tertiar?&lt;br /&gt;
## Wat is het oxidatiegetal van C2?&lt;br /&gt;
# Je krijgt een oplossing van 1 suiker. Het suiker kan lactose, sacharose of maltose zijn. De oplossing geeft een bruin-rode neerslag bij de Fehlings-test. Welke stelling is correct?&lt;br /&gt;
## Het suiker is lactose.&lt;br /&gt;
## Het suiker is sacharose.&lt;br /&gt;
## Het suiker is maltose.&lt;br /&gt;
## Er zijn te weinig gegevens.&lt;br /&gt;
# Motiveer je antwoord en geef de nodige reactievergelijkingen. &lt;br /&gt;
Oefeningen (bundel C)&lt;br /&gt;
# Aminozuren&lt;br /&gt;
## Schrijf alle vormen bij de juiste pKa&#039;s uit van leucine en arginine.&lt;br /&gt;
## Gegeven: 100mL volledig geprotoneerd arginine (0.1M) en een basische oplossing van 0.1M. Bereken de pH bij het toevoegen van 150mL en 200mL basische oplossing. Schrijf duidelijk de vorm van het AZ op.&lt;br /&gt;
# Reactiemechanismen&lt;br /&gt;
## 2-butanon(structuur) -&amp;gt;(?) 2-butanol(structuur) -&amp;gt;(HBr) ?(structuur)&lt;br /&gt;
## 1-broombenzeen(structuur) -&amp;gt;(AlCl3/CH3COCl) ?(structuur in skeletnotatie) en reactietype gevraagd&lt;br /&gt;
## methyl-2-methylpropanoate -&amp;gt;(H2O/H+) ?(structuur in skeletnotatie) en reactiemechanisme en reactietype gevraagd&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 27 augustus 2024===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# 4 structeren: 1-hydroxy-1-methylcyclohexaan, 1-fenyl-1-hydroxycyclohexaan , 1&lt;br /&gt;
## Schrijf het mechanisme voor dehydratie met geconcentreerd zwavelzuur en temperatuursverhoging van verbinding A&lt;br /&gt;
## Beoordeel en rangschik de reactiviteit van bovenstaande structuren voor dit mechanisme, werk met grensstructuren en substituenteffecten&lt;br /&gt;
## Geef de IUPAC naam voor verbinding A en B&lt;br /&gt;
# Suikerevenwichten van fructose in furanose en pyranosevorm gegeven&lt;br /&gt;
## Waarom komt de betafuransevorm minder voor dan de alphafuranosevorm?. Verklaar&lt;br /&gt;
## Waarom komt de betapyranosevorm minder voor dan de alphapyranosevorm? Verklaar&lt;br /&gt;
# Suikerevenwichten van ribose in furanose en pyranosevorm gegeven&lt;br /&gt;
## Welke veranderingen in de suikerevenwichten verwacht je indien het ribose chemisch wijzigt in deoxyribose? Welke implicaties heeft dit voor DNA?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen (eerste bundel)&lt;br /&gt;
# Bacterieel antibioticum penicilline gegeven (structuur)&lt;br /&gt;
## Duid alle chirale C-atomen aan&lt;br /&gt;
## Teken het molecule in projectievorm waarbij alle chirale C-atomen een S-configuratie hebben. Duid de prioriteiten aan.&lt;br /&gt;
## Geef het oxidatiegetal van het aangeduide atoom&lt;br /&gt;
## Geef het enantiomeer van het molecule uit vraag b&lt;br /&gt;
## Geef een epimeer van het molecule uit vraag b&lt;br /&gt;
## Teken een resonantiestructuur van het molecule waarbij je geen gebruikt maakt van de benzeenresonantie&lt;br /&gt;
# Gegeven de structuur van meta-broom-acetylbenzeen, welke van de volgende opties is waar?&lt;br /&gt;
## Eerst bromering, dan acetylering&lt;br /&gt;
## Eerst acyletylering, dan bromering&lt;br /&gt;
## Volgorde onbelangrijk, reactie met eerst bromering verloopt trager&lt;br /&gt;
## Volgorde onbelangrijk, reactie met eerst acetylering verloopt trager&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Verklaar je antwoord uit vorige vraag met resonantiestructuren van intermediairen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen (bundel 2)&lt;br /&gt;
# Gegeven een volledig geprotoneerde glutaminezuuroplossing van 0,10M &lt;br /&gt;
## Bereken de pH van de oplossing na toevoeging van 150mL en 200mL 0,10M-NaOH-oplossing &lt;br /&gt;
## Waarom vertoont glutamine geen basisch karakter, maar lysine wel? Verklaar&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 juni 2024===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#4 structuren gekregen: fenyletheen, 4-vinylfenol, 1-nitro-4-vinylbenzeen, fenol. Deze ondergaan een additie met HCl.&lt;br /&gt;
##geef het reactiemechanisme van A&lt;br /&gt;
##rangschik op reactiviteit. verklaar met substituenteffecten en teken grensstructuren indien nodig&lt;br /&gt;
##geef de reactieproducten van A, B en C en de IUPAC-naam van het reactieproduct A en B&lt;br /&gt;
#Retro-aldolreactie bij de glycolyse wordt gekatalyseerd door het enzym aldolase.&lt;br /&gt;
##Geef het reactiemechanisme van de retro-aldolreactie van fructose-1,6-difosfaat&lt;br /&gt;
##Waarom moet glucose-6-fosfaat geïsomeriseerd worden naar fructose-6-fosfaat&lt;br /&gt;
##Aldolase katalyseert nog een reactie in het lichaam, namelijk de reactie van dihydroxyaceton(niet zeker) met D-erytrose. Geef de Fischervoorstelling van het reactieproduct.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Aminozuren&lt;br /&gt;
##Bereken het Iso-elektrisch punt van arginine en isoleucine. schrijf ook de structuur bij die pH.&lt;br /&gt;
##100 ml Isoleucine-oplossing van 0,100 mol/L wordt getitreerd met een NaOH-oplossing van 0,100 mol/L. Geef mij de pH bij toevoeging van 50 ml en 200 ml NaOH-oplossing en teken de structuur van isoleucine bij die pH’s.&lt;br /&gt;
#Reactiemechanismen&lt;br /&gt;
##Benzeen gekregen wat toevoegen om 1-fenylethanon te krijgen (Antwoord: FeCl3 + ethanoylchloride)&lt;br /&gt;
##Ethoxyethaan + HBr → ? (ook zeggen welk reactietype)&lt;br /&gt;
##?&lt;br /&gt;
#?&lt;br /&gt;
#Meerkeuzevraag over Claisencondensatie. 4 IUPAC-namen van esters gekregen teken structuurformule van elk ester. De 4 esters ondergaan een Claisen Condensatie, bij 3 esters is het een aflopende reactie, bij 1 ester een evenwichtsreactie. Bij welke evenwichtsreactie en waarom?&lt;br /&gt;
##butylethanoaat&lt;br /&gt;
##ethylbutanoaat&lt;br /&gt;
##ethyl-2-methylbutanoaat&lt;br /&gt;
##ehtyl-3-methylbutanoaat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2024===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# 4 structuren: ethaanzuurbromide, ethaanzuurchloride, 2-oxyethaanzuurbromide, dietheenzuuranhydride. deze ondergaan een nucleofiele substitutie met water&lt;br /&gt;
##geef het reactiemechanisme van A&lt;br /&gt;
##rangschik op reactiviteit. verklaar met substituenteffecten en teken grensstructuren indien nodig&lt;br /&gt;
##geef de reactieproducten en de IUPAC-naam van A en C&lt;br /&gt;
# om alfa-ketoglutaraat te decarboxyleren maakt de natuur gebruik van het coënzym thiaminepyrofosfaat die reageert na deprotonatie.&lt;br /&gt;
##Geef het reactiemechanisme&lt;br /&gt;
##Geef 2 redenen waarom het coënzym zo goed gedeprotoneerd wordt&lt;br /&gt;
##Wat is het voordeel van het binden van dit coënzym?&lt;br /&gt;
##Wat is het voordeel van dit biologisch proces?&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# je wil een aminozuurmengeling van tryptofaan en lysine scheiden met behulp van elektroforese bij een pH van 9,1. Bereken het voorkomen van de vormen en waar ze zullen voorkomen (Kathode, Anode of ertussenin). Laat ook duidelijk de structuur van deze aminozuren zien.&lt;br /&gt;
##waarom is de stikstof op de tryptofaan niet basisch&lt;br /&gt;
# gegeven but-1-een naar 1-methylbutan-1-ol. Welke substraat heb je nodig om van de eerste naar de tweede gegaan (structuren waren gegeven) als je dan met H3PO4 zit en een verandering in temperatuur welk product bekom je (was al een reactiepijl gegeven)?&lt;br /&gt;
# reactie met methoxybenzeen, ethaanzuurchloride en AlCl3 (structuren gegeven). Geef het reactieproduct en het reactietype.&lt;br /&gt;
# mechanisme en reactietype gevraagd van 2x fenylmethanal (structuur gegeven) met OH-&lt;br /&gt;
# suikering gegeven met een zesring waarbij OH op C1 naar boven, alsook C2 en C3, bij C4 naar beneden en C5 de CH2OH ook naar beneden.&lt;br /&gt;
##geef de fisherstructuur van dit suiker en teken de stabielste conformatie op de newmann-projectie van C3 en C4&lt;br /&gt;
##geef de volledige naam van dit suiker&lt;br /&gt;
##geef van C1 en C2 de absolute configuratie (R of S) geef hierbij ook de prioriteiten&lt;br /&gt;
##Leg uit wat 1,3 diaxiale interacties zijn en geef dit weer op een duidelijke tekening&lt;br /&gt;
# oxidatie van ascorbinezuur naar dehydroxy-ascorbinezuur gegeven (zie practicum) en 3 stellingen (hieronder): duid de stellingen aan die correct zijn en geef bij iedere uitleg&lt;br /&gt;
##Er gebeurt een oxidatie en het oxidatiegetal van de C-atomen gaat van +1 naar 0&lt;br /&gt;
##Is de H in kwestie die met de laagste pKa?&lt;br /&gt;
##Is de stereochemie juist of kwam het eindproduct eerder van een andere stereo isomeer&lt;br /&gt;
===2 september 2023===&lt;br /&gt;
https://drive.google.com/file/d/1GMpzdW-Fuazq4zCe9Y40D8DgJyVk2-a7/view?usp=drive_link&lt;br /&gt;
===24 juni 2023===&lt;br /&gt;
#Je kreeg 4 verbindingen (ik denk 2-bromo-2methylpropaan, 2-bromopropaaan, 4-bromo-2-penteen en 4-bromo-1-penteen; kloppen niet helemaal, maar principe blijft hetzelfde). &lt;br /&gt;
##Voor 2-bromo-2-methylpropaan moest je de E-reactie uitschrijven.&lt;br /&gt;
##Zeggen in welke volgorde deze verbindingen het snelste zou reageren bij een E1-reactie (aan de hand van substituent effecten en eventuele grensstructuren.&lt;br /&gt;
##Voor elke verbinding het reactieproduct geven en IUPAC naam geven.&lt;br /&gt;
#Er wordt ATP gevormd bij de afbraak van een suiker in de glycolyse en krebs-cyclus. &lt;br /&gt;
##Geef de reactieproducten en waarom kan er ATP gevormd worden?&lt;br /&gt;
##Het grootste deel van de energie komt in een andere vorm vrij, hoe gebeurd dit?&lt;br /&gt;
#Meerkeuzevraag over Claissencondensatie van ethylacetaat (was een andere benaming, maar vooral het ethyl deel is belangrijk dus maakt niet echt uit). Welk reagens moet je gebruiken om ervoor te zorgen dat je slechts één reactieproduct hebt. Opties waren denk ik: methioxide, ethioxide, hydroxide, er wordt altijd meer dan één reactieproduct gevormd (eventuele grensstructuren hier niet mee rekenen) (meeste hadden ethioxide) en dan moest je nog aantonen met het relevante deel van de reactie, waarom de andere niet zouden kunnen.&lt;br /&gt;
#Reactiemechanismen&lt;br /&gt;
##Je kreeg aceton en je moest zeggen wat je moest toevoegen om iets te bekomen (je moest OH- toevoegen, maar weet even niet meer wat je dan bekomt) en dan voeg je H2O en H+ toe en moet je het reactieproduct geven (2,2-propaandiol)&lt;br /&gt;
##Ik denk 2-Methylcyclopentanone en solvent gekregen, zeggen welk reactieproduct je bekomt en wat het reactiemechanisme is (nucleofiele acylsubstitutie)&lt;br /&gt;
##Je kreeg ethylbenzeen met als solvent AlCl3 en acetylchloride (hiervan maak je AlCl4- en CH2CO+) je moest zeggen welk reactiemechanisme (nucleofiele aromatische substitutie) en dit ook uitschrijven&lt;br /&gt;
#Zwitterion en IP van arginine en glutamine geven en zeggen welke pH je krijgt bij het toevoegen van 250ml NaOH aan 100 ml 0.1M glutamine&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
##S/R van chirale koolstoffen van D-xylulose geven + Newman projectie rond C3 en C4&lt;br /&gt;
##In stappen geven hoe je alfa-L-xylulofuranose bekomt (ringsluiting tekenen dus), het enantiomeer hiervan geven (bèta-versie) en zeggen of het een epimeer is, beide begrippen uitleggen&lt;br /&gt;
===8 juni 2023===&lt;br /&gt;
#4 structuren: propeen, ethyleen pyrrool?, styreen , benzeen met etheen op en methoxy groep op. elektrofiele additie met waterstofbromide.&lt;br /&gt;
##Geef het reactiemechanisme van propeen&lt;br /&gt;
##Rangschik de reactiviteit van de verschillende structuren, maak gebruik van substituenteffecten en teken grensstructuren&lt;br /&gt;
##geef de IUPAC-naam van structuur a, b, c en schrijf alle reactieproducten uit&lt;br /&gt;
#Gegeven: D-glucose in de verschillende vormen: beta-D-glucopyranose, alfa-D-glucopyranose, beta-D-glucofuranose en alfa-D-glucofuranose en het voorkomen ervan in percentages&lt;br /&gt;
##Waarom komen de furanose vormen zo weinig voor?&lt;br /&gt;
##Waarom komt het beta-anomeer meer voor dan het alfa-anomeer?&lt;br /&gt;
##hoe komt het dat het alfa-anomeer dan toch nog voorkomt?&lt;br /&gt;
##Vergelijk dit nu met D-mannose, maak een voorspelling van hoe de verschillende vormen zullen voorkomen?&lt;br /&gt;
#Aminozuren:&lt;br /&gt;
##Waarom heeft de R-groep van asparagine geen basische eigenschappen (asparagine heeft geen pKr)&lt;br /&gt;
##We willen tyrosine en asparagine scheiden met behulp van elektroforese bij pH = 9,0. Schrijf voor beide aminozuren de verschillende vormen uit en verklaar welke vorm bij deze pH voor zal komen. Waar zullen de aminozuren zich bevinden: anode, kathode, tussenin&lt;br /&gt;
#Gegeven: benzeenring met broomsubstituent en -C2H5 substituent. Bij het bereiden hiervan moet je...&lt;br /&gt;
##...eerst bromeren?&lt;br /&gt;
##...eerst aklyleren?&lt;br /&gt;
##...volgorde maakt niet uit, maar als je eerst bromeert gaat de reactie langzamer&lt;br /&gt;
##...volgorde maakt niet uit, maar als je eerst alkyleert gaat de reactie langzamer&lt;br /&gt;
#Gegeven: een structuur met 2 chirale koolstoffen (ook een amidegroep op 1 einde, en een chloor groep)&lt;br /&gt;
##teken de fisherprojectie van ALLE stereo-isomeren, geef ook de stabielste newman-projectie&lt;br /&gt;
##Bepaal van elke chirale C de R,S-configuratie en geef de prioriteiten weer&lt;br /&gt;
##Wat is het OG van de C met de amide groep&lt;br /&gt;
##Welk van de stereo-isomeren zijn ook diastereo-isomeren, verklaar deze term&lt;br /&gt;
##Duid aan waar een nucleofiele substitutie zou kunnen plaatsvinden, verklaar ook waarom&lt;br /&gt;
#Reactie mechanismen zoals aangegeven op stramien&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 3 september 2022 ===&lt;br /&gt;
# 4 moleculen met dubbele binding gegeven, sommige met substituenten&lt;br /&gt;
## Reactiemechanisme voor molecule A uitschrijven (CH2=CH-CH2-CH3)&lt;br /&gt;
## Rangschikken volgens reactiviteit in een reactie met HBr en argumenteren met substituenteffecten en grensstructuren&lt;br /&gt;
## Reactieproducten voor alle 4 opschrijven en 2 ervan benoemen met IUPAC naam&lt;br /&gt;
# gegeven: glucose in openketenvorm, alfa-D-glucopyranose, beta-D-glucopyranose, alfa-D-glucofuranose en beta-D-glucofuranose met percentages van hoe vaak ze voorkomen&lt;br /&gt;
## waarom komt de furanosevorm zo weinig voor&lt;br /&gt;
## waarom komt de betavorm meer voor dan de alfavorm&lt;br /&gt;
## waarom komt ondanks vraag b de alfavorm toch nog zo vaak voor&lt;br /&gt;
## maak zelf een voorspelling voor de percentages van voorkomen voor alle vormen van D-mannose&lt;br /&gt;
# teken 2-amino-2,3,4-trimethyl-3-hexaanthiol&lt;br /&gt;
## hoeveel stereo-isomeren zijn er?&lt;br /&gt;
## teken van alle stereo-isomeren de fischer projectie en meest stabiele conformatie in de newman projectie over C3-C4 as, duid chirale centra aan&lt;br /&gt;
## bepaal voor alle chirale centra de absolute configuratie&lt;br /&gt;
## is het een primair, secundair of tertiair amine? En dezelfde vraag voor thiol?&lt;br /&gt;
## bepaal de oxidatietrap van C2&lt;br /&gt;
# 5 namen van moleculen gegeven, welke kunnen het reactieproduct zijn van een aldolcondensatie? Voor degenen die niet kunnen: leg uit in 1 zin waarom niet. Voor degenen die wel kunnen: geef de beginproducten.&lt;br /&gt;
# reactiemechanismen&lt;br /&gt;
## vul onderstaande reactiesequentie aan: alkaan met -OH —&amp;gt; alkeen —&amp;gt; ? (boven de eerste pijl stond ook een vraagteken en boven de tweede pijl +Cl2)&lt;br /&gt;
## schrijf reactiemechanisme uit: benzeenring met -OCH3 substituent reageert met HNO3 en H2SO4&lt;br /&gt;
# aminozuren&lt;br /&gt;
## bepaal voor een titratie van 100 mL 0,1M isoleucine de pH bij toevoeging van 150mL en 200mL NaOH&lt;br /&gt;
## waarom is de pKa van glutamine lager dan van isoleucine&lt;br /&gt;
## teken beide aminozuren uit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 juni 2022 ===&lt;br /&gt;
# 4 moleculen gegeven die reageren volgens reactietype E1 ter vorming van HCl : twee chlooralkanen met benzeenring en twee zonder, een van de twee met benzeenring had methoxy-groep op de benzeenring&lt;br /&gt;
## Geef reactiemechanisme voor een van de twee chlooralkanen zonder benzeenring&lt;br /&gt;
## Rangschik volgens stijgende reactiviteit en beargumenteer met substituenteffecten. Geef grensstructuren indien relevant.&lt;br /&gt;
## ...&lt;br /&gt;
# Geef het reactiemechanisme en vergelijk onderling, beredeneer ook voor de basische hydrolyses of het gaat om een mono- of bimoleculair proces:&lt;br /&gt;
### hydrolyse van een carbonzuurester in basisch milieu&lt;br /&gt;
### hydrolyse van een fosfaatester in basisch milieu&lt;br /&gt;
### hydrolyse van een fosfaatester in zuur milieu&lt;br /&gt;
## Bespreek kort het verschil in reactiviteit van mono-, di-, en tri-alkylfosfaatesters bij hydrolyse in basisch milieu&lt;br /&gt;
## In de glycolyse komt energie vrij bij het hysrolyseren van het acylfosfaat 1,3-difosfoglycerinezuur dat wordt gebruikt om ADP om te zetten in ATP. Voor de vorming van acetyl-CoA uit acetylfosfaat (ook een acylfosfaat) is ATP nodig. Bespreek kort deze schijnbare tegenstrijdigheid.&lt;br /&gt;
# Stereochemie&lt;br /&gt;
## Geef de Haworthprojectie van beta-L-arabinopyranose&lt;br /&gt;
## Geef de absolute configuratie van C2 en C4 en duid nummering aan&lt;br /&gt;
## Wat zijn de oxidatietrappen van C1 en C3?&lt;br /&gt;
## Geef de (stabielste) Newmanprojectie van het conformeer volgens de C3-C4 as&lt;br /&gt;
## Hoeveel 1,3-diaxiale repulsies komen ervoor in dit molecule? Maak een tekening die dit duidelijk weergeeft&lt;br /&gt;
# Aminozuren&lt;br /&gt;
## Onder welke vormen komen glutaminezuur en tryptofaan voornamelijk voor bij pH = 6,00? &lt;br /&gt;
## Waar bevinden de AZ zich na elektroforese bij deze pH? Aan de anode, kathode of ertussen?&lt;br /&gt;
## Waarom is de zijketen van tryptofaan niet basisch?&lt;br /&gt;
# Verloopt de substitutie van propaanzuur naar methylpropanoaat het best in zuur of in basisch milieu? Of kan beide? Verklaar grondig en teken het bijbehorende reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
# Vraag over reactiemechanismen zoals aangegeven op het stramien.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2022 ===&lt;br /&gt;
# 4 benzeen ringen gegeven (3 daarvan met substituenten)&lt;br /&gt;
## Reactiemechanisme uitschrijven voor een gewone benzeen tot chloorderivaat (SeAr)&lt;br /&gt;
## Rangschikken volgens reactiviteit, grensstructuren tekenen en substituenteffecten verklaren.&lt;br /&gt;
## Van de 4 chloorderivaten de IUPAC-naam geven en eindstructuur tekenen &lt;br /&gt;
# Geef de retro-aldolreactie bij de glycolyse&lt;br /&gt;
# Oefening op suikers (je kreeg een cyclisch suiker)&lt;br /&gt;
## Teken de fisher en de Newman projectie&lt;br /&gt;
## Geef het oxidatie getal van 2 C en zeg of het R of S is&lt;br /&gt;
## Geef de naam van het suiker&lt;br /&gt;
## Leg de begrippen epimeer en anomeer uit en teken deze vormen van dit suiker&lt;br /&gt;
# Oefening op aminozuren&lt;br /&gt;
## Je kreeg 2 aminozuren bij een bepaalde pH en je moest zeggen als dit een goede pH was om een elektroforese te doen, indien dit niet zo was moest je uitleggen waarom en een betere pH waarde geven.&lt;br /&gt;
# Je kreeg 4 verbindingen en je moest zeggen welke een kleurreactie (oranje/groen) zouden geven&lt;br /&gt;
## Alcoholtest -&amp;gt; oxidatie van alcoholen tot ketonen of carbonzuren uitleggen&lt;br /&gt;
# Oefening op reactiemechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 augustus 2021===&lt;br /&gt;
# 4 moleculen gegeven waarop het gaat reageren met HCl&lt;br /&gt;
## werk reactiemechanisme uit voor 1 van de moleculen&lt;br /&gt;
## Rangschik volgens afnemende reactiviteit&lt;br /&gt;
## Geef reactieproducten van alle moleculen en geef IUPAC naam voor 2&lt;br /&gt;
# geef reactiemechanisme van de deanimatie van glutamine&lt;br /&gt;
# L-xylulose, Bepaal R/S configuratie &lt;br /&gt;
## Teken stabielste Fischer en Newman voor de C3-C4-as&lt;br /&gt;
### ???&lt;br /&gt;
# Voor welk van deze 3 producten kan niet een aldolcondensatie ondergaan? Leg uit waarom niet en geef de reagentia wanneer het wel gaat.&lt;br /&gt;
##de reactiemechanisme invullen: onbrekende reagentia en product&lt;br /&gt;
### een stof gegeven met de reagentia, welke reactiemechanisme en schrijf uit&lt;br /&gt;
#titratie van asparagine met NaOH: berekenen de pH bij toevoeging van 100ml en 200ml NaOH; &lt;br /&gt;
##waarom heeft asparagine geen basische eigenschap zoals lysine. Geef ook de structuren&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 augustus 2020===&lt;br /&gt;
#4 moleculen gegeven waarop nucleofiele substitutie gebeurt met natriummethoxide&lt;br /&gt;
## werk reactiemechanisme uit voor 1 van de moleculen&lt;br /&gt;
## Rangschik volgens afnemende reactiviteit&lt;br /&gt;
## Geef reactieproducten van alle moleculen en geef IUPAC naam voor 2&lt;br /&gt;
# Geef het mechanisme van decarboxylering van beta-ketocarbonzuren en leg uit. Geef een voorbeeld van een analoog mechanisme in de biologie en leg uit. &lt;br /&gt;
# Voor welk van deze 4 producten kan er een aldolcondensatie zijn opgetreden? Leg uit waarom niet en geef de reagentia wanneer het wel gaat.&lt;br /&gt;
# Oefening op aminozuren en bepalen welke vorm er voorkomt bij een bepaalde pH en als je een gelelektroforese doet welke waar dan voorkomt, az zijn tryptofaan en glutaminezuur&lt;br /&gt;
# Oefening op suiker: welke suiker is dit? Geef stabielste newmann vorm in C3-C4 formatie, R of S van C2 en C5, teken epimeer dat geen anomeer is&lt;br /&gt;
#oefeningen op reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2020===&lt;br /&gt;
#4 moleculen (esters) gegeven, waarop nucleofiele substitutie gebeurt &lt;br /&gt;
## Werk het reactiemechanisme voor één van de moleculen volledig uit. (methylethanoaat)&lt;br /&gt;
## Rangschik volgens afnemende reactiviteit dmv substituenteffecten&lt;br /&gt;
## Geef de reactieproducten van alle moleculen en geef hun IUPAC naam&lt;br /&gt;
#Leg de synthese van peptiden uit met dicyclohexylcarbodiimide. Welke voorzorgsmaatregel moet genomen worden om selectief een peptide te vormen? Geef een voorbeeld.&lt;br /&gt;
#Voor welke van volgenden bestaat er een mesovorm, teken deze en leg uit wat mesovorm is. (1-butanol, butaan2,3diol, butaan-1,2,3-triol, butaan-1,2,3,4-tetraol)&lt;br /&gt;
#Oefening op aminozuren: &lt;br /&gt;
## Waarom heeft proline een hogere pKa&#039; dan alanine + teken deze aminozuren&lt;br /&gt;
## Welke vorm van alanine komt het meest voor bij toevoegen van 150 mL? Bereken deze pH.&lt;br /&gt;
#Oefening op suikers: suiker gegeven &lt;br /&gt;
## Geef IUPAC naam&lt;br /&gt;
## Bepaal R/S configuratie voor C2 en C5&lt;br /&gt;
## Teken stabielste Fischer en Newman voor de C3-C4-as&lt;br /&gt;
## ?&lt;br /&gt;
#Vul reactie aan (reactieproducten, reagentia). Geef reactietype en eindproduct. Geef reactietype, eindproduct en reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2020 (16u)===&lt;br /&gt;
#4 moleculen gegeven: E1 reactie van HCl: mechanisme geven, reactieproducten tekenen en benoemen&lt;br /&gt;
#Bespreek de oxidatieve deaminering van glutaminezuur met de nodige coënzymen/cofactoren. Geef het reactiemechanisme van de tweede stap zonder enzymen.&lt;br /&gt;
#Een molecule gegeven in stoelvorm (geen suiker): teken de fisherprojecties van alle stereomeren, teken newmann projectie van 1 op c2-c3 in stabielste vorm en zeg S of R config, welke zijn enantiomeren, diastereomeren, is er een mesovorm? En leg de begrippen kort uit. Geef oxidatietrap van aangeduide koolstofatoom.&lt;br /&gt;
#lysine en valine tekenen en IP berekenen, waarom is de pkr van lysine groter dan de pka&#039; van valine?&lt;br /&gt;
#Wat zijn de product(en) die worden gevormd als E-2-hepteen en dichloor reageren?&lt;br /&gt;
##2s,3s 2-dichloorhepteen&lt;br /&gt;
##2s,3r&lt;br /&gt;
##2r,3s&lt;br /&gt;
##2r,3r&lt;br /&gt;
#Oefeningen op reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2020 (16u)===&lt;br /&gt;
#4 moleculen gegeven, waarop elektrofiele additie van water in zuur milieu gebeurt&lt;br /&gt;
## Werk het reactiemechanisme voor één van de moleculen volledig uit.&lt;br /&gt;
## Rangschik volgens afnemende reactiviteit&lt;br /&gt;
## Geef de reactieproducten van alle moleculen en geef hun IUPAC naam&lt;br /&gt;
#Waarom kunnen alcoholen niet gemakkelijk een SN-reactie ondergaan? Geef 2 voorbeelden van een SN-reactie van een alcohol, schrijf het mechanisme. Reageert fenol op dezelfde manier? Teken en leg uit. Hoe kunnen SN-reacties van alcoholen mogelijk gemaakt worden in biologische systemen?&lt;br /&gt;
#Oefening op suikers en stereochemie:&lt;br /&gt;
## Geef de Haworth-projectie van bèta-L-gulofuranose&lt;br /&gt;
## Teken het enantiomeer van deze molecule en benoem het.&lt;br /&gt;
## Configuratie (R/S) van C2 en C5 bepalen + oxidatietrap geven&lt;br /&gt;
## Stabielste Newman-conformatie langs C4-C5 as&lt;br /&gt;
#Oefening op aminozuren:&lt;br /&gt;
## D-vorm van tyrosine en alanine tekenen en conformatie geven.&lt;br /&gt;
## Oefening op pH berekenen&lt;br /&gt;
# Gegeven een staal met één onbekende suiker. Na het uitvoeren van een Fehlingstest zie je een roodbruine neerslag ontstaan. Aantal suikers gegeven, aanduiden welke het mogelijk kan zijn. Leg uit wat deze test precies en verklaar je keuze.&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan (reactieproducten, reagentia). Geef reactietype en eindproduct. Geef reactietype, eindproduct en reactiemechanisme. Eerste was zuurgekatalyseerde estervorming. Tweede eliminatie van water. Derde aldolcondensatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===7 juni 2020===&lt;br /&gt;
#4 moleculen gegeven waarop een Sn1 wordt gedaan met ammoniak&lt;br /&gt;
## Werk het reactiemechanisme voor de eerste molecule uit&lt;br /&gt;
## Welk molecule reageert het snelst? Leg uit adhv substituenteffecten&lt;br /&gt;
## Geef de reactieproducten van de andere 3 moleculen en ook de IUPAC naam&lt;br /&gt;
#Geef de retro-aldolreactie bij de glycolyse&lt;br /&gt;
## Wat is de katalysator en waarom gaat de retro-aldolreactie niet bij glucose?&lt;br /&gt;
#Gegeven een benzeenring met daarop een nitrogroep en alkylgroep. Gebeurd er eerst alkylering of nitrering? Gebruik in je uitleg grensstructuren&lt;br /&gt;
#Oefening op molecule dat geen suiker was! Maar je moest R/S bepalen, Fischer schrijven, Newmann projectie, en diastereomeren en enantiomeren aanduiden (+ kort uitleggen wat dat betekend)&lt;br /&gt;
#Oefening op aminozuren en bepalen welke vorm er voorkomt bij een bepaalde pH en als je een gelelektroforese doet welke waar dan voorkomt (zoals in de oefenzitting gewoon)&lt;br /&gt;
#standaard oefening die er elk jaar is met reacties aanvullen enzo&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2019 (namiddag)===&lt;br /&gt;
#4 moleculen (ester, ester met halogeen, anhydride, amide) waarop de nucleofiele substitutie van water in basische omgeving wordt uitgevoerd. &lt;br /&gt;
##Werk het reactiemechanisme uit voor het ester.&lt;br /&gt;
##Rangschik volgens afnemende reactiviteit.&lt;br /&gt;
##Geef de naam en structuur van beide reactieproducten.&lt;br /&gt;
#Bespreek de oxidatieve deaminering van glutaminezuur met de nodige coënzymen/cofactoren. Geef het reactiemechanisme van de tweede stap zonder enzymen.&lt;br /&gt;
#Oefening op suikers.&lt;br /&gt;
##Bespreek de R/S configuratie van de chirale centra van D-xylose. &lt;br /&gt;
##Is D-xylose een aldose of ketose? &lt;br /&gt;
##Geef de stabielste Newman-projectie op C3-C4.&lt;br /&gt;
##Bepaal de oxidatietrap van C1 en C5.&lt;br /&gt;
##Maak van L-xylose beta-L-xylose. &lt;br /&gt;
##Welk reactietype is de ringsluiting van suikers? Welke katalysator wordt vaak gebruikt? &lt;br /&gt;
##Geef het anomeer van beta-L-xylose. Is dit ook een enantiomeer?&lt;br /&gt;
#Oefening op aminozuren.&lt;br /&gt;
##Geef de 2R,3R configuratie van isoleucine. &lt;br /&gt;
##Wat is de pH van 100 ml isoleucine (0.1M) na toevoeging van 150 ml NaOH (0.1 M)? &lt;br /&gt;
##Waarom heeft glutamine een lagere pKa dan isoleucine? &lt;br /&gt;
#Waarom wordt het reactie-evenwicht bij de Claisencondensatie van ethyl-2-methylpropanoaat met ethoxide niet naar rechts getrokken (in tegenstelling tot andere Claisencondensaties)?&lt;br /&gt;
#Vul reactie aan (reactieproducten, reagentia). Geef reactietype en eindproduct. Geef reactietype, eindproduct en reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2019 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
#4 moleculen met dubbele bindingen gegeven waarop elektrofiele additie gebeurt&lt;br /&gt;
##van 1 reactiemechanisme uitwerken&lt;br /&gt;
##rangschikken volgens reactiviteit door middel van substituenteffecten&lt;br /&gt;
##eindproducten geven + IUPAC naam geven&lt;br /&gt;
#vetzuursynthese uitleggen met coënzymen erbij&lt;br /&gt;
##uitleggen waarom je malonycoa nodig hebt en wat de gelijkenis ervan is met claisen-condensatie&lt;br /&gt;
#molecule gegeven: menthol&lt;br /&gt;
##chirale c aanduiden, hoeveel stereo-isomeren, R/S van chirale c, geef stabielste configuratie, geef diastereoisomeer dat epimeer is, enantiomeer geven, stabielste configuratie van enantiomeer geven, je krijgt een paar newmanprojecties waarvan je moet zeggen welke de juiste is, oxidatiegetal van aangeduide c geven&lt;br /&gt;
#geef 3D structuur van R glutaminezuur&lt;br /&gt;
##is deze D of L?&lt;br /&gt;
##welke vorm(en) komt er vooral voor op ph 8,8&lt;br /&gt;
##uitleggen waarom N in de R groep niet basisch is en die van lysine (ook tekenen) wel&lt;br /&gt;
#je krijgt een benzeenring waarop een de ene kant een ch3 hangt en op de tegenovergestelde kant een acylgroep, je moet uitleggen via grensstructuren wat het juiste antwoord is&lt;br /&gt;
##eerst alkyleren, dan acyleren&lt;br /&gt;
##eerst acyleren, dan alkyleren&lt;br /&gt;
##volgorde maakt niet uit, maar acyleren is trager&lt;br /&gt;
##volgorde maakt niet uit, maar alkyleren is trager&lt;br /&gt;
#je krijgt een reactie waarvan je de reagentia en reactieproducten er nog moet bij zetten&lt;br /&gt;
##reactie is eerst een eliminatie en dan een additie&lt;br /&gt;
#je krijgt een cyclisch carbonzuur en dit gaat reageren amine, geef de reactieproducten in skeletnotatie en zeg wel reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#een cycloalkaan waar een broom aanhangt gaat reageren met naoh, geef het reactieproduct(en) en zeggen welk reactiemechanisme het is en ook het reactiemechanisme uitschrijven&lt;br /&gt;
===14 juni 2019 (namiddag)===&lt;br /&gt;
# 4 benzeen ringen gegeven (3 daarvan met substituenten)&lt;br /&gt;
## Reactiemechanisme uitschrijven voor een gewone benzeen tot chloorderivaat (SeAr)&lt;br /&gt;
## Rangschikken volgens reactiviteit, grensstructuren tekenen en substituenteffecten verklaren.&lt;br /&gt;
## Van de 4 chloorderivaten de IUPAC-naam geven en eindstructuur tekenen &lt;br /&gt;
# De glycolyse genereert op 2 plaatsen ATP en de Krebs-cyclus op 1 plaats. Teken de reagens en het product van de reacties. Leg uit waarom de moleculen energie genereert.&lt;br /&gt;
# Suiker oefening met L-Talose tot alfa-L-talose, Wat is de katalysator?, Reactietype?, Enantiomeer, Stabielste Newman-projectie (C4 en C5), R/S-Configuratie op C2 en C3, Oxidatietrap van C1.&lt;br /&gt;
# Isoelektrisch punt van Arginine en Glycine berekenen, pH van een 0,1M 100ml Arginine oplossing na toevoegen van 200ml 0,1 NaOH, L-configuratie van Arginine tekenen, is het een S/R configuratie?&lt;br /&gt;
# Gegeven: Tetracycline. Het molecule heeft 2 pKa en 1 pKb . Zoek de groepen die hiervoor zorgen en verklaar je keuze.&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan (reactieproducten), geef reactietype en eindproduct, geeft reactietype eindproduct en reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2019 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
# 4 structuren gegeven: 2 broomalkanen, 1 broomalkeen en een fenylbroomalkaan&lt;br /&gt;
## Schrijf het Sn2 reactiemechisme uit voor structuur A (broomethaan) met natriumwaterstofsulfide. &lt;br /&gt;
## Rangschik de gegeven structuren volgens afnemende reactiviteit. Leg uit! &lt;br /&gt;
## Geef de IUPAC-namen van al de reactieproducten&lt;br /&gt;
# Geef de isomerisatie in de glycolyse van het glucosederivaat naar fructosederivaat. Waarom is dit basegekatalyseerd.&lt;br /&gt;
## Geef het verband tussen de Tollens- en Fehlingstest en het verband tussen Barfoed- en Benedictetest.&lt;br /&gt;
# Gegeven is een suiker in de stoelvorm&lt;br /&gt;
## Geef de volledige naam van dit suiker.&lt;br /&gt;
## Geef de Fischerprojectie van de open-ketenvorm en geef de stabielste Newmanprojectie met C3 en C4 als as.&lt;br /&gt;
## Wat is de conformatie en OT van C2 en C5?&lt;br /&gt;
## Geef het anomeer van dit suiker. Is dit ook een epimeer/diasteriomeer/enantiomeer? Leg elke term uit. &lt;br /&gt;
# Oefening op aminozuren:&lt;br /&gt;
## Waarom heeft leucine een hogere pKa dan threonine?&lt;br /&gt;
## Welke lading heeft leucine in een mengsel van ph = 9,5? Ligt het eerder aan kathode/anode/ergens in het midden bij elektroforese?&lt;br /&gt;
## Geef de 2R,3S vorm van threonine in de fischerprojectie.&lt;br /&gt;
# Welke van onderstaande structuren ondergaat gemakkelijk een decarboxylering bij een temperatuursverhoging? Zo ja, schrijf het mechanisme helemaal uit. COOH-CH2-CHOH-CH3 / COOH-CHOH-CH2-CH3 / COOH-CH2-CO-CH3 / COOH-CH2-COOH&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan (reactieproducten), geef reactietype en eindproduct, geeft reactietype eindproduct en reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2019 (namiddag)===&lt;br /&gt;
# Structuren van chloorbenzeen, anisool, benzeen en fenol zijn gegeven.&lt;br /&gt;
## Schrijf het reactiemechanisme uit van een elektrofiele substitutie van benzeen met als eindproduct een nitroderivaat.&lt;br /&gt;
## Rangschik de gegeven structuren volgens afnemende reactiviteit. Leg uit adhv substituenteffecten en teken grensstructuren indien nodig.&lt;br /&gt;
## Geef van de 4 nitroderivaten de IUPAC-naam en teken de structuur&lt;br /&gt;
# Waarom kunnen alcoholen niet gemakkelijk een SN-reactie ondergaan? Geef 2 voorbeelden van een SN-reactie van een alcohol, schrijf het mechanisme. Reageert fenol op dezelfde manier? Teken en leg uit. Hoe kunnen SN-reacties van alcoholen mogelijk gemaakt worden in biologische systemen?&lt;br /&gt;
# Gegeven: enantiomeer van een structuur. Geef R- of S-configuratie van 2 aangeduide C-atomen. Teken de ruimtelijke structuur van het molecule. Hoeveel stereo-isomeren zijn er? Teken de meest stabiele Newman-projectie. Is er een mesovorm? Indien mogelijk teken mesomere grensstructuren. Geef de oxidatietrap van 2 aangeduidde C-atomen.&lt;br /&gt;
# Bij welke pH komt het Zwitter-ion van arginine voor? Teken. Waarom is de pKa van arginine lager dan de pKa van asparaginezuur? Gegeven: 100ml volledig geprotoneerd 0,10M asparaginezuur, Wat is de pH na een titratie met 150mL 0,10M NaOH? Teken van elk vermeld aminozuur de neutrale structuur&lt;br /&gt;
# Gegeven: formaldehyde, aceetaldehyde en benzaldehyde. Welke kan een aldolcondensatie met zichzelf doen? Teken het mechanisme en verklaar waarom de andere 2 dit niet kunnen.&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan (reactieproducten), geef reactietype en eindproduct, geeft reactietype eindproduct en reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2019 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
# 4 structuren gegeven: 2 chlooralkenen, 1 chlooralkaan en 1 chloorether&lt;br /&gt;
## Schrijf het reactiemechanisme uit voor een SN1 reactie van (1 van de 2) chlooralkeen met ammoniak.&lt;br /&gt;
## Rangschik de gegeven structuren volgens afnemende reactiviteit. Leg uit adhv substituenteffecten en teken grensstructuren indien nodig.&lt;br /&gt;
## Geef van de 4 derivaten de IUPAC-naam (van de eerste 3 dus niet de ether) en teken de structuur.&lt;br /&gt;
# Geef het mechanisme van decarboxylering van beta-ketocarbonzuren en leg uit. Geef een voorbeeld van een analoog mechanisme in de biologie en leg uit.&lt;br /&gt;
#L-glucose tekenen en omzetten in alfa-L-glucofuranose. Geef enantiomeer van de structuur. Geef R- of S-configuratie van 2 aangeduide C-atomen. Hoeveel stereo-isomeren zijn er? Teken de meest stabiele Newman-projectie. Geef een diastereomeer dat ook een epimeer is. Geef de oxidatietrap van 2 aangeduidde C-atomen. Is alfa-L-glucofuranose een reduceerbare suiker?&lt;br /&gt;
# Tyrosine en serine hebben een gelijkaardige zijketen, waarom heeft tyrosine een pKr en serine niet? Gegeven: 100ml volledig geprotoneerd 0,10M tyrosine, Wat is de pH na een titratie met 300mL 0,10M NaOH? Welke vormen van serine en tyrosine komen voor bij pH 10,5? Alle vermelde AZ moeten getekend zijn in het antwoord.&lt;br /&gt;
# Gegeven: Benzeen, pyrrool en pyridine. Rangschik volgens reactiviteit voor een SeAr reactie mbv grensstructuren.&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan alkyn --?--&amp;gt; alkeen --Br2--&amp;gt; ?, geef reactietype en eindproduct: 3-fenyl-1-amino-2-propanon --OH--&amp;gt;, geeft reactietype eindproduct en reactiemechanisme: aldolcondensatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 augustus 2018===&lt;br /&gt;
# 4 gegeven alcoholen kunnen en E1 reactie ondergaan, geef de volledige reactie voor alcohol A, geef de eindproducten en de IUPAC-naam van de 4 alcoholen na de reactie. Orden volgens afnemende reactiviteit.&lt;br /&gt;
# Een vraag over de oxidatieve deaminering van glutaminezuur.&lt;br /&gt;
# Suiker in ringstructuur gegeven: geef naam &amp;amp; lineaire vorm, geef de Newman projectie (c3-c4), is c2 R/S en wat is zijn oxidatietrap, hoeveel chirale C atomen zijn er en duid aan in de cyclische vorm en lineaire vorm welke de chirale C atomen zijn, geef een diastereomeer dat geen epimeer of anomeer is van de gegeven suiker, hoe heet de reactie waarbij een lineaire vorm over kan gaan in de cyclische vorm en in welk solvent gebeurt dit.&lt;br /&gt;
# Leg het verschil in pKa tussen glutaminezuur en valine uit. Welke vorm van glutaminezuur komt er het meeste voor bij bepaalde pH. Bereken de pH van een oplossing van 100ml valine (0,1M) met 200ml base.&lt;br /&gt;
# Een SN reactie bij alcoholen moet in zuur milieu gebeuren: waarom, waarom niet met NH2 als nucleofiel, geef een alternatief voor zuur milieu bij SN reactie met alcoholen.&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan (pijltjes en reactieproducten), geef reactietype en eindproduct, geeft reactietype eindproduct en reactiemechanisme. &lt;br /&gt;
===22 juni 2018===&lt;br /&gt;
# De snelheid en reactieproducten met IUPAC-naam geven van 4 esters in basisch midden, voor 1 het mechanisme uitschrijven.&lt;br /&gt;
# Leg de synthese van peptiden uit met dicyclohexylcarbodiimide. Welke voorzorgsmaatregel moet genomen worden om selectief een peptide te vormen? Geef een voorbeeld. &lt;br /&gt;
# Geef de naam van een gegeven cyclisch suiker. Uitleggen of het R of S is. Is het een reducerende suiker? Geef de fischerprojectie. Geef de Newmanprojectie met c3-c4 als as en geef hiervan de stabielste Haworthprojectie. Geef het anomere suiker, is dit een enantiomeer, epimeer of diastereomeer en verklaar. &lt;br /&gt;
# Geef de 3D projectie van S-tryptofaan. Waarom heeft de R-groep van tryptofaan geen basische eigenschappen? Is tryptofaan vlot te scheiden van alanine met gelelektroforese? Indien ja, bij welke pH en waar zouden ze zich bevinden op de gel. Indien nee, verklaar. &lt;br /&gt;
# Waarom ondergaat pyridine gaan elektrofiele aromatische substitutie met een chlooralkeen en trichlooralluminium zoals benzeen? Schrijf de reactie uit die wel plaatsvindt en benoem deze. Nog een deelvraag....&lt;br /&gt;
# Mechanismes aanvullen en reactietypes bepalen. De eerste was een cyclisch ester waarbij je moest aangeveven dat er OH werd gebruikt zodat de ring open ging en het eindproduct in skeletnotatie. Reactie tussen een zuurchloride en een primair amine, het reactietype en producten in skeletnotatie geven. De laatste was een claisoncondensatie waarbij het mechanisme gegeven moest worden en het eindproduct in skeletnotatie. &lt;br /&gt;
===18 juni 2018===&lt;br /&gt;
# De snelheid en reactieproducten met IUPAC-naam geven van 4 benzeenderivaten bij een elektrofiele aromatisch substitutie, voor 1 het mechanisme uitschrijven&lt;br /&gt;
# Leg de afbraak van vetzuren uit en geef de coënzymen die een rol spelen, vergelijk met de vetzuursynthese en leg het verband uit tussen vetzuursynthese en de Claisencondensatie&lt;br /&gt;
# Aflatoxine is gegeven, enkele vraagjes zoals: hoeveel stereoisomeren, teken diastereomeren, r of s,heeft het molecule een mesovorm, oxidatietrappen bepalen, mesomere effecten aanduiden...&lt;br /&gt;
# Waarom heeft de NH2 groep van asparagine geen Pkr? Waar bevinden tyrosine en asparagine zich in een gelelektorforese bij pH 11? Is er mesomerie mogelijk in tyrosine, duid aan met pijlen&lt;br /&gt;
# Bespreek de stereochemie van 2 reacties&lt;br /&gt;
# mechanismes aanvullen en reactietypes bepalen&lt;br /&gt;
===14 juni 2018 ===&lt;br /&gt;
Mondeling&lt;br /&gt;
#4 stoffen vergelijken waarbij een aromatische substitutie gebeurd ter vorming van een nitroderivaat voor 1 het mechanisme uitschrijven en welke het snelste gaat verlopen en waarom. De structuur van de reactieproducten tekenen en de IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
#De volledige vetzuursynthese geven en alle enzymes en cofactoren benoemen. Zeggen waarom NADPH een goed reductans is voor de reductie van de vetzuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk&lt;br /&gt;
#Van een gegeven verbinding zeggen hoeveel stereo-isomeren er van bestaan en van ze allemaal de fisher en newman projectie (stabielste configuratie) geven. Van alle chirale atomen de R of de S configuratie toe kennen. Zeggen welke diasteriomeren en enantiomeren van elkaar zijn. Er kon makkelijk water afgesplitsd worden en zeggen waarom het een stabiel carbokation was en de hybridisatie van het koolstof atoom geven.&lt;br /&gt;
#Van threonine de titratie curve gekregen en hieruit afleiden welke volume op elk punt is toegevoegd welke vorm er het meeste voorkomt en op een bepaald punt de lading van het aminozuur bepalen. Waarom pKa van threonine lager als die van Leucine. (overal structuur van geven)&lt;br /&gt;
#4 verschillende verbindingen gekregen en zeggen welke verbinding het reactiefste is bij een nucleofiele substitutie.&lt;br /&gt;
#Oefening over mechanismes: producten geven, boven pijl aan vullen, reactietype of volledig mechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2018 ===&lt;br /&gt;
#4 stoffen vergelijken waaraan een elektrofiele additie van HBr gebeurd. Het mechanisme voor 1 v/d stoffen uitschrijven. Zeggen welke reactie het snelst gaat verlopen en waarom (eventueel aantonen door uitschrijven grensstructuren). De structuur van de reactieproducten voor de 4 stoffen geven en de IUPAC-naamgeving van twee daarvan. (mondeling)&lt;br /&gt;
#Geef het mechanisme van decarboxylering van beta-ketocarbonzuren en leg uit. Geef een voorbeeld van een analoog mechanisme in de biologie en leg uit. (mondeling)&lt;br /&gt;
#Oefening over ringsluiting van een suiker, aanduiden asymmetrische koolstoffen, D omzetten in L, een epimeer en anomeer geven, R-S configuratie voor 1 C geven, meest stabiele conformatie over as tussen twee C&#039;s weergeven in Newmann. (schriftelijk)&lt;br /&gt;
#Oefening over aminozuren. 3D weergave van S-proline weergeven. Zeggen waarom pKa&#039; van proline hoger ligt dan van valine. Geven onder welke vorm valine voorkomt bij pH 2.2 en waarom. &lt;br /&gt;
#Oefening over reactie H2SO4 onder temperatuurstijging en een alcohol. Hier gaat eliminatie gebeuren. De twee mogelijke reactieproducten worden gegeven en er wordt gezegd welke het meest gaat voorkomen. Vervolgens wordt gevraagd aan welke regel er hier niet wordt voldaan en waarom. (Regel van Zaitsev wordt niet voldaan, de minst gesubstitueerde alkeen gaat gevormd worden, komt door verschillende reactiemechanisme voor eliminatie van alcohol met H2SO4, schrijf hiertoe mechanismen uit dan wordt het duidelijk)&lt;br /&gt;
#oefening over mechanismen (aanvullen, producten geven of volledig mechanisme uitschrijven)&lt;br /&gt;
=== 7 september 2017 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
# 4 stoffen (ketonen) gegeven waarop een nucleofiele additie van methylamine gebeurt. schrijf het mechanisme voor stof A, geef de stoffen in afnemende reactiviteit en de UIPAC naam van alle stoffen met structuur.&lt;br /&gt;
# vergelijk de hydrolyse van carbonzuuresters en fosfaatesters in base en de hydrolyse van fosfaatesters in zuur. vergelijk de hydrolysesnelheid van mono-, di- en trialkylfosfaten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#De pKr van glutaminezuur is groter dan die van asparaginezuur, verklaar. titratie van glutaminezuur met NaOH, bereken de pH als er 250ml base werd toegevoegd. welke vorm van asparaginezuur is meer aanwezig bij pH 2.2.&lt;br /&gt;
#welk product word gevormd bij de reactie van Z-2-penteen met dibroom (S,R).&lt;br /&gt;
#reacties aanvullen, skeletnotatie, reactietype, reactiemechanisme,...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===29 augustus 2017 (namiddag) - Mario Smet===&lt;br /&gt;
Mondeling&lt;br /&gt;
#4 stoffen zijn gegeven: een buteen, een butadieen, een fenyletheen, en een furyletheen. Voer een elektrofiele additie van water uit in zuur milieu: schrijf het reactiemechanisme compleet uit voor stof A + welke stof is het reactiefste leg uit adhv substituenteffecten + geef alle gevormde producten en hun IUPAC namen.&lt;br /&gt;
#Methionine wordt gebruikt bij de methylering in het lichaam maar moet eerst geactiveerd worden. Geef mechanisme van activering, mechanisme van methylering, geef biologisch voorbeeld van methylering + Mosterdgas is sterk alkylerend, waarom? En waarom zijn sterk alkylerende stoffen uiterst toxisch?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk&lt;br /&gt;
#oefeningen op koolhydraten: L-arabinose omvormen naar beta-L-arabinofuranose, hoe noemt deze reactie en welk type reactie is dit?, geef een anomeer van de beta vorm is dit een enantiomeer?, geef een diastereomeer dat geen epimeer is, is deze suiker reducerend?, newman projectie van meest stabiele configuratie bekeken vanaf C2 en C3, geef de absolute configuratie en oxidatietrap van C2 en C4,...)&lt;br /&gt;
#oefening op AZ: arginine, welke vorm heeft dit bij pH12.5 en waarom? Welk stikstofatoom is het meest basisch en waarom? valine, geef S configuratie (beiden dus structuur vanbuiten kennen)&lt;br /&gt;
#methyl-2-methylpropanoaat ondergaat een claisencondensatie in oplossing met methoxide. In tegenstelling tot andere claisencondensaties wordt het reactiemechanisme NIET naar rechts getrokken, waarom?&lt;br /&gt;
#3 verschillende reacties, verschillende zaken aanvullen telkens (mechanisme, welk type reactie, reactieproduct, reagentia,...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2017 (voormiddag) - Mario Smet===&lt;br /&gt;
Mondeling&lt;br /&gt;
#halogeenalkaan ondergaat een E1 + toelichten zaitsev&lt;br /&gt;
#vier moleculen ondergaan een E; welke is het reactiefst? Leg uit mbhv substituenteffecten + resonantievormen tekenen (indien nuttig)&lt;br /&gt;
#Waarom kan op een alcohol NIET goed een Sn uitgevoerd worden? (OH- is niet stabiel)&lt;br /&gt;
#2 voorbeelden geven hoe dat wel kan + werkt dit ook voor fenol? (protoneren of fosfaatgroep toevoegen)&lt;br /&gt;
#Voorbeeld geven van een nucleofiele substitutie van een alcohol in biologische systemen (acetaalvorming v/e reducerende suiker met methanol)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk&lt;br /&gt;
#oefeningen op koolhydraten (R/S; anomeer, epimeer, haworth en newman projecties&lt;br /&gt;
#oefeningen op reactiemechanismen (fiederlkraftsalkylering, nucleofiele acylsubstietutie)&lt;br /&gt;
#oefening op AZ (2 tekenen, titratie-oef, pKa vergelijken)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 Juni 2017 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Elektrofiele additie reactiemechanisme schrijven (regel markovnikov)&lt;br /&gt;
#4 moleculen bepalen welke het snelst aan een Ae doet (grensstructuren, inductieve effecten)&lt;br /&gt;
#naamgeving van enkele producten na de Ae&lt;br /&gt;
#isomerisatie in glycolyse van glucose-6-fosfaat naar fructose-6-fosfaat en uitleggen waarom dit base gekatalyseerd is&lt;br /&gt;
#verband uitleggen met Fehling&#039;s/ Tollen en Barfoed&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#gegeven moleculen Menthol aantal stereochemische oefeningen oplossen (R/S, diasteromeren, enantiomeren, newman...)&lt;br /&gt;
#oefening op AZ op papierelektroforese (waar komt elk AZ bij bepaalde ph)&lt;br /&gt;
#aceton+ methylanime wordt imine bij ph=7 laat zien&lt;br /&gt;
#enkele reactiemechanisme aanvullen of tekenen ( Nitrering, estercondensatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2017 (voormiddag) SINDS 2017 GEGEVEN DOOR MARIO SMET===&lt;br /&gt;
#op 4 structuren Sn1 toepassen en verklaren welke het meest reactief is + resomere vormen geven + naamgeving...&lt;br /&gt;
#retro aldolcondensatie bij glycolyse en zeggen hoe het katalytisch effect tot stand kwam&lt;br /&gt;
#een oefenig op suikers, op aminozuren en 3 reactiemechanismes&lt;br /&gt;
#vertellen hoe een alcohol test werkt met chroomzuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===9 juni 2016===&lt;br /&gt;
#beckman omlegging&lt;br /&gt;
#edman degradatie&lt;br /&gt;
#biosynthese geraniol en limoleen&lt;br /&gt;
#structuren = S.A.M &amp;amp; biotione&lt;br /&gt;
#naamgeving + 2 mechanismes&lt;br /&gt;
#oefening ivm stereochemie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===8 juni 2016===&lt;br /&gt;
#synthese vn peptiden&lt;br /&gt;
#hydrolyse, omestering en reductie van esters&lt;br /&gt;
#cannizaro reactie&lt;br /&gt;
#structuren: -2-isopentenylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#Trans decaline&lt;br /&gt;
#oef over suikers(suiker bepalen, chirale C&#039;s, newman projectie..)&lt;br /&gt;
#reactiemechanismen en naamgeving&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 juni 2016===&lt;br /&gt;
#Aldolcondensatie en waardat deze terugkomt in de glycolyse&lt;br /&gt;
#reactiviteit bij de substitutie reacties van benzeen, tolueen en pyridine vergelijken&lt;br /&gt;
#-verschil tussen reducerende suikers en nietreducerende suikers&lt;br /&gt;
#structuur van acetyl-choline en palitine&lt;br /&gt;
#pH van aminozuren bij een titratie&lt;br /&gt;
#reactimechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# Claisen condensatie + verband met afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van geconcentreerd zwavelzuur met:&lt;br /&gt;
#* Alkeen&lt;br /&gt;
#* Alcohol&lt;br /&gt;
#* Aromaat&lt;br /&gt;
# acetylcholine en fructose 6 fosfaat tekenen, optische zuiverheid uitleggen. &lt;br /&gt;
#Oefeningen over aminozuren (of glutamine en threonine te scheiden waren met elektroforese) fischer, newmann, stereo isomeren erover. &lt;br /&gt;
#En dan twee reacties natuurlijk&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2015 ( namiddag ) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg de reacties met benzeen uit en ook die van purine en fenol.&lt;br /&gt;
# Bespreek de hydrolyse en omestering van vetzuren in zuur en basisch milieu. Leg hierbij ook het broomgetal en verzepingsgetal uit.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Naamgeving ( c-AMP en mannose)&lt;br /&gt;
# Leg uit si en re&lt;br /&gt;
# Een hele lang oefening vergelijkbaar met de oefeningen van de oefenzitting ( verschil tussen D en L, chirale C, reacties, ...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2015 ( voormiddag ) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
mondeling:&lt;br /&gt;
#Aminen en halogeenalkanen &lt;br /&gt;
#Aminen en salpeterigzuur&lt;br /&gt;
#Laboratorium peptidesynthese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
#structuren&lt;br /&gt;
#*Limoneen&lt;br /&gt;
#*Sorbitol&lt;br /&gt;
#stereochemie+ reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#*aldolcondensatie&lt;br /&gt;
#leg uit:&lt;br /&gt;
#*reducerende en niet-reducerende suikers&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2015===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
mondeling:&lt;br /&gt;
#Wat is &#039;&#039;mutarotatie&#039;&#039;? Leg dit uit a.h.v glucose en fructose.&lt;br /&gt;
#Leg uit:&lt;br /&gt;
#* Fisher-verestering&lt;br /&gt;
#* Beckmann-omslag. Je moet ook weten hoe H2O addeert. Hij vraagt hoe je aan een oximen kunt komen. &lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC &lt;br /&gt;
#structuren&lt;br /&gt;
#*citroenzuur&lt;br /&gt;
#*ninhydrine&lt;br /&gt;
#structuur observeren&lt;br /&gt;
#* chirale C-atomen aanduiden&lt;br /&gt;
#* OG van aangeduid atoom geven&lt;br /&gt;
#* vermelden welke N in de molecule het stabielste is.&lt;br /&gt;
#* vermelden hoeveel stereo-isomeren er gevormd kunnen worden.&lt;br /&gt;
#* Ã©Ã©n stereomeer tekenen dat geen enantiomeer is.&lt;br /&gt;
#* oefening op pH-waarden binnen titraties. ( &#039;&#039;deze bij 200 mL als de molecule volledig geprotoneerd is&#039;&#039; )&lt;br /&gt;
#wat is &#039;&#039;fosforyleringspotentiaal&#039;&#039;? Leg uit.&lt;br /&gt;
#2 structuren gegeven. &lt;br /&gt;
#*Van elk de/het reactieproduct(en) geven en hiervan de juiste skeletnotatie. &lt;br /&gt;
#*Geef van Ã©Ã©n van de 2 tructuren het reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 juni 2014===&lt;br /&gt;
#Bespreek de reacties met alkenen (waterstof halogenen en perzuren)&lt;br /&gt;
#Iupac&lt;br /&gt;
#Bespreek reducerende suikers&lt;br /&gt;
#Peridoxalfosfaat en acetylcholine&lt;br /&gt;
#Stereochemie&lt;br /&gt;
#Reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 augustus 2013===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reactie kan D-mannose in een basisch milieu ondergaan?&lt;br /&gt;
# Leg de biosynthese van vetzuren uit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC&lt;br /&gt;
# Structuren: tBOC en ninhydrine&lt;br /&gt;
# Fosforylerings-potentiaal&lt;br /&gt;
# Random oefening&lt;br /&gt;
# Reacties: Ester+Amide en Alcohol+Zuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2013 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de elektrofiele en nucleofiele substitutie bij benzeen en pyridine.&lt;br /&gt;
# Bespreek eliminatiereacties bij halogeenalkanen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC.&lt;br /&gt;
# Structuur van glucaarzuur en tosylchloride.&lt;br /&gt;
# Leg optische zuiverheid uit.&lt;br /&gt;
# Tryptofaan: chirale koolstoffen, alle stereo-isomeren tekenen in Fischer en Newman, R/S bepalen.&lt;br /&gt;
# Reacties: Nucleofiele substitutie halogeenalkaan en Fischer estersynthese.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
#decarboxylatie alpha-aminozuur en decarboxylatie alpha-ketocarbonzuur&lt;br /&gt;
# amine + halogeenalkaan/salpeterigzuur&lt;br /&gt;
# iupac&lt;br /&gt;
# structuur beta-maltose en geranylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
# dean-stark&lt;br /&gt;
# molecule: chirale centra, R/S, enantiomere/diastereomere/epimeren/anomeren, oxidatie, welke OH zuurste?&lt;br /&gt;
# reactie aldehyd + OH/H2o, tetrahydropyraan met HI&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2013 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg de methoden uit om de volgorde van aminozuren in een peptide te achterhalen&lt;br /&gt;
# Leg uit: Halfacetaal- en acetaalvorming en pas toe op de vorming van beta-D-glucopyranose en methyl-beta-D-glucopyranoside&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Leg biodiesel uit&lt;br /&gt;
# Geef de structuur van limoneen en citroenzuur&lt;br /&gt;
# IUPAC-naamgeving&lt;br /&gt;
# Molecule gegeven: &lt;br /&gt;
#* Geef alle chirale C-atomen + R/S nomenclatuur&lt;br /&gt;
#* Newman projectie geven van bepaalde as&lt;br /&gt;
#* Is de stikstof erin basisch (verklaar met substituenteffecten)&lt;br /&gt;
#* Teken een stereomeer die geen epimeer is&lt;br /&gt;
# Reacties waarvan 1 uitwerken:&lt;br /&gt;
#* Sn1 van een alkaan met een broom erin&lt;br /&gt;
#* Claisen condensatie van een ester&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#bespreek reactie alkenen met perzuren, halogenen en H2.&lt;br /&gt;
#bespreek decarboxylatie van carbonzuren, pas toe op vb uit citroenzuurcyclus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#bespreek: reducerend/niet reducerend suiker&lt;br /&gt;
#molecules tekenen: biotine en SAM&lt;br /&gt;
#iupac naam&lt;br /&gt;
#chirale C: OT, R of S aangeven, diasteromeren van een AZ en fisher+newman&lt;br /&gt;
#oefening met ph berekening met titratie&lt;br /&gt;
#uitleggen waarom pka van 1 lager is dan een ander AZ&lt;br /&gt;
#2 ractiemechanismen geven, Ã©Ã©n ervan uitschrijven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# mutarotatie volledig uitleggen en illustreren voor D-fructose en D-glucose&lt;br /&gt;
# Joodgetal, verzepingsgetal, Hydrolyse en omestering (zuur en basisch) voor olie en vetten. (met TEKENINGEN van ELK mechanisme)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# fosforyleringspotentaal&lt;br /&gt;
# 2 mechanismes waarvan ge het mechanisme en het eindproduct moet geven en eentje moet ge tekenen (naar keuze).&lt;br /&gt;
# structuur gegeven: &lt;br /&gt;
#* geef alle chirale C-atomen &lt;br /&gt;
#* Stereo isomeren &lt;br /&gt;
#* R en S geven van de chirale C-atomen in de stereo isomeren &lt;br /&gt;
#* Zeggen of de dubbele bindingen E of Z zijn &lt;br /&gt;
#* bepaal oxidatiegetal van het aangeduide punt &lt;br /&gt;
#* verklaar waarom een stof hogere pka heeft als die gegeven is&lt;br /&gt;
# er is nog eentje maar die weet ik niet meer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling: &lt;br /&gt;
#synthese van peptiden in het labo&lt;br /&gt;
#de hydrolysereactie van esters en fosfaatesters&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk: &lt;br /&gt;
#iupac naam&lt;br /&gt;
#structuur van : cAMP en alpha keto glutaarzuur&lt;br /&gt;
#leg de Beckman omlegging uit&lt;br /&gt;
#suikers (ge krijgt een blad me alle suikers op) wij hadden xylulose&lt;br /&gt;
#* bepaal de absolute configuratie van alle chirale C-atomen&lt;br /&gt;
#*teken de meest stabiele open ketenvorm in een speciale projectie, kweet nimeer welke, volgens de C3-C4 as&lt;br /&gt;
#*bepaal het oxidatiegetal van C2&lt;br /&gt;
#*teken de overgang van L - xylulose naar L alpha xylulopentose&lt;br /&gt;
#*teken het anomeer van L alpha xylulopentose&lt;br /&gt;
#*welke soort reactie treed op bij een ringsluiting en welk soort katalysator bevordert dit proces&lt;br /&gt;
#dan nog twee reacties, waarvan ge een volledig moet uitwerken en van beide reacties moet ge het reactietype geven en reactieproduct(en)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2013 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#bespreek de claisencondensatie en bespreek het verband met de afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
#beschrijf de biosynthese van geraniol en limoneen(monoterpenen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#Bespreek de regel van Huckel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2012 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling: &lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van monoterpenen: geraniol (molecule krijg je) en limoneen (structuur wel kennen)&lt;br /&gt;
# Bespreek de aldolcondensatie en geef het verband met de glycolyse&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk: &lt;br /&gt;
# IUPAC naam geven&lt;br /&gt;
# structuren van acetylcholine en citroenzuur&lt;br /&gt;
# uitleggen wat reducerende en niet reducerende suikers zijn&lt;br /&gt;
# oefening met molecule met fenolen enz aan: fisherprojecties geven van de isomeren en ook de R/S en newmanprojecties van de stabielste moleculen.&lt;br /&gt;
# reactiemechanismes aanvullen: nucleofiele additie van H2SO4 aan alkeen en zuurgekatalyseerde claisencondensatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2012 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# bespreek de nucleofiele reacties van carbonylgroep en additie met H20 en alcohol&lt;br /&gt;
# Bespreek ninhydrine reactie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# ne iupac&lt;br /&gt;
# Limoneen en fosfoënolpyruvaat tekenen&lt;br /&gt;
# Bespreek optische zuiverheid&lt;br /&gt;
# oefening met suiker ( bij ons was die suiker L-tagatose dachtek) ma ge krijgt een blad om hem te herkennen (naam geven, fisher tekenen, R/S, een diastereomeer geven dat geen epimeer en geen anomeer is, + waarom suikercyclisatie zuur gekatalyseerd, en dan nog iets ma da wetek ni meer)&lt;br /&gt;
# 2 structuren ( 1 was zo cyclisch ether da met HI reageert )&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 juni 2011===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Labosynthese van peptiden&lt;br /&gt;
#Eliminatiereacties bij halogeenalkanen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPD-naam&lt;br /&gt;
#structuren:&lt;br /&gt;
#*Nylon-66&lt;br /&gt;
#*Palmitinezuur&lt;br /&gt;
#Leg uit: Dean Stark opstelling&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===24 Juni 2011 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Ninhydrinereactie&lt;br /&gt;
#bespreek reacties van amiden met halogeenalkanen en salpeterigzuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC-naam&lt;br /&gt;
#Structuren:&lt;br /&gt;
#*c-AMP&lt;br /&gt;
#*Sorbitol&lt;br /&gt;
#Leg uit: Cannizzaro-reactie&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#2 reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===24 Juni 2011 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Bio-synthese van vetzuren en het verband met de Claisencondensatie&lt;br /&gt;
#reacties van alkenen met waterstof, halogenen en perzuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC-naam&lt;br /&gt;
#structuren:&lt;br /&gt;
#*ATP&lt;br /&gt;
#*citroenzuur&lt;br /&gt;
#Leg uit: Diazokoppelingsreactie&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#2 reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===16 Juni 2011===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Leg uit: acetaal- en halfacetaalvorming.&lt;br /&gt;
#Reacties van anorganische zuren met alkenen en alkynen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC-naam&lt;br /&gt;
#structuren:&lt;br /&gt;
#*limoneen&lt;br /&gt;
#*D-mannose&lt;br /&gt;
#leg uit: Kolbe-Schmitt reactie&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#2 reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===23 augustus 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Ninhydrinereactie&lt;br /&gt;
# Welke reacties kan D-fructose in base ondergaan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren:&lt;br /&gt;
#* Pyridoxalfosfaat&lt;br /&gt;
#* SAM&lt;br /&gt;
# leg uit: Biodiesel&lt;br /&gt;
# stereochemie&lt;br /&gt;
# twee reactiemechanismen:&lt;br /&gt;
#* keton met alcohol&lt;br /&gt;
#* amide in water (zuurgekatalyseerd)&lt;br /&gt;
===18 juni 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Reactie van anorganische zuren met alkenen en alkynen.&lt;br /&gt;
# Alkylering, sulfonering en acylering van aromaten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren&lt;br /&gt;
#* (delta2)isopentenylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#* cellobiose&lt;br /&gt;
# leg uit: epoxyharsen en -lijmen&lt;br /&gt;
# stereochemie aminozuur met R = -CHOH-CH3&lt;br /&gt;
#* duid chirale koolstoffen aan&lt;br /&gt;
#* hoeveel conformaties zijn er? en teken deze&lt;br /&gt;
#* benoem (R,S)&lt;br /&gt;
#* welke zijn enantiomeren? diastereomeren?&lt;br /&gt;
#* bepaal het oxidatiegetal van de C-atomen&lt;br /&gt;
#* welk is het meest basisch en zeg waarom...&lt;br /&gt;
# twee reactiemechanismen waarvan 1 helemaal uitschrijven&lt;br /&gt;
===14 juni 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reacties gebeuren er met suikers in basisch milieu? (en dan bedoelt hij specifiek in basisch milieu)&lt;br /&gt;
# Bespreek de oxidatie van alcoholen in het labo met K2Cr2O7 en in de natuur met NAD+ en illustreer met een voorbeeld in de citroenzuurcyclus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
#* Biotine&lt;br /&gt;
# leg uit: reactie van Chichibabin&lt;br /&gt;
# stereochemie&lt;br /&gt;
#* duid chirale koolstoffen aan&lt;br /&gt;
#* hoeveel conformaties zijn er? en teken deze&lt;br /&gt;
#* benoem (R,S)&lt;br /&gt;
#* welke zijn enantiomeren? diastereomeren?&lt;br /&gt;
#* is er een mesovorm?&lt;br /&gt;
#* welk is het meest basisch: CH3CH2COO- of CH3CH2C=-C- (driedubbele binding) en zeg waarom&lt;br /&gt;
# twee reactiemechanismen waarvan 1 helemaal uitschrijven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Wat geven alkenen met &lt;br /&gt;
#* Anorganische zuren; &lt;br /&gt;
#* Perzuren (ook energieschema&#039;s kennen, effecten van concentraties enzo)&lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van vetzuren (Claisen-condensatiestap belangrijkst)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren&lt;br /&gt;
#*SAM (S-adenosylmethionine)&lt;br /&gt;
#*PET&lt;br /&gt;
# Leg uit: Kolbe-Schmidt-reactie (aspirine dus)&lt;br /&gt;
# Stereo-chemie:&lt;br /&gt;
#* teken (beta)-L-gulopyranose (lineaire vorm gegeven)&lt;br /&gt;
#* teken gunstigste Newman-projectie volgens C2-C3-as&lt;br /&gt;
#* wat is de oxidatietrap van C6?&lt;br /&gt;
#* geef de anomeer en een epimeer van L-gulose&lt;br /&gt;
# 2 reactiemechanismen (1 uitschrijven)&lt;br /&gt;
#* oxidatie van een alcohol en aldehyde met K2Cr2O7, H2SO4, koud&lt;br /&gt;
#* Friedel-Crafts-acylering&lt;br /&gt;
-&lt;br /&gt;
===22 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de aldolcondensatie. Bespreek ook de stap van de glycolyse die verband houdt met de aldolcondensatie.&lt;br /&gt;
# Bespreek de hydrolyse en omestering van vetten. Leg ook uit wat het verzepingsgetal en het joodgetal is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* dansylchloride&lt;br /&gt;
#* cellobiose&lt;br /&gt;
# Leg uit: De Beckmann-omlegging&lt;br /&gt;
# Je krijgt een molecule gegeven &lt;br /&gt;
#* Duid alle assymetrische koolstofatomen aan met een &amp;amp;quot;*&amp;amp;quot; en zeg of ze een R of S-configuratie hebben&lt;br /&gt;
#* Teken het enantiomeer en 2 epimeren&lt;br /&gt;
#* Van een N-atoom zeggen dat het basischer of zuurder is in vergelijking met ammoniak&lt;br /&gt;
#* 2 mesomeren vormen geven (buiten die van benzeenring)&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen (producten + soort reactie geven + Ã©Ã©n mechanisme helemaal uitschrijven)&lt;br /&gt;
#* tertair alcohol + zuurchloride&lt;br /&gt;
#* alkeen + zuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# bespreek de nucleofiele additie aan de carbonylgroep. Bespreek de factoren die de reactiviteit van aldehyden en ketonen beinvloed. geef de reactie met water en alcoholen&lt;br /&gt;
# bespreek de reactie van alkenen met waterstof, halogenen en perzuren&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* maltose&lt;br /&gt;
#* fosfoënolpyruvaat&lt;br /&gt;
# Leg uit: epoxyharsen en -lijmen&lt;br /&gt;
# gegeven: aminozuur met zijgroep: R=CH2-SH&lt;br /&gt;
#* Hoeveel stereoisomeren bestaan er van dit molecule+ welk aminozuur is dit&lt;br /&gt;
#* geef de fischerprojectie en de Newmanprojectie( volgens C2-C3 as) van stabielste conformatie van elk stereoisomeer.Geef van elke chirale C of het R of S is.&lt;br /&gt;
#* titratie: je begint met 100ml van O,2M oplossing van aminozuur(volledig geprotoneerd) en je titreert met 0,2M NaOH.(Pk1=1,9 Pk2=10,7 Pkr=8,4&lt;br /&gt;
#*# bereken PH als je 150ml NaOH toegevoegd hebt&lt;br /&gt;
#*# Bereken PH als je 300ml NaOH toegevoegd hebt&lt;br /&gt;
#*# wat is(zijn) de voornaamste vorm(en) van het aminozuur bij PH=8,4&lt;br /&gt;
# reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg de decarboxylering van carbonzuren uit en pas toe in een stap uit de citroenzuurcyclus&lt;br /&gt;
# Welke technieken ken je voor het bepalen van de aminozuurvolgorde in een peptideketen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Biotine&lt;br /&gt;
#* (delta)Â³ - isopentenylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
# Leg uit: de reactie van chichibabin&lt;br /&gt;
# Cyclische L-suiker gegeven:&lt;br /&gt;
#* Geef de naam en de lineaire structuur. (lijst met ongekende suikers gegeven)&lt;br /&gt;
#* Bepaal van CÂ² of het R of S - configuratie heeft&lt;br /&gt;
#* Duidt niet-chirale C-atomen in lineaire en cyclische structuur aan&lt;br /&gt;
#* Hoeveel 1,3-diaxiale interacties zijn er?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 8 juni 2008===&lt;br /&gt;
# Leg uit: de reactie van een zuur met een alkeen/alkyn.&lt;br /&gt;
# Leg uit: de Claisen-condensatie en breng dit in verband met de biosynthese van lipiden/vetten.&lt;br /&gt;
# Teken de structuur van S-adenosyl-methionine en van sacharose.&lt;br /&gt;
# Leg uit: optische zuiverheid.&lt;br /&gt;
# Oefeningen:&lt;br /&gt;
#* Stereochemie, invloed van substituenten op de zuurtegraad etc. &lt;br /&gt;
#* Reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 aug 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Geef de biosynthese van monoterpenen voor de vorming van geraniol en limoneen.&lt;br /&gt;
# Bespreek sulfonering, alkylering en acylering aan aromaten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* cyclisch AMP&lt;br /&gt;
#* Glucaarzuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de hydrolyse, omestering, aminolyse en reductie van esters.&lt;br /&gt;
# Welke methoden ken je om de volgorde van aminozuren in peptiden te bepalen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Moleculen:&lt;br /&gt;
#* Nerylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#* Cellobiose&lt;br /&gt;
# Wat zijn epoxylijmen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Licht toe wat acetalen en hemiacetalen zijn en pas dit toe op de vorming van beta-D-glucopyranose uit D-glucose en de vorming van methyl-beta-D-glucopyranoside.&lt;br /&gt;
# Bespreek de labosynthese van peptiden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Trans-decaline&lt;br /&gt;
#* Histamine&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek reactie alkenen met H2, halogenen en perzuren.&lt;br /&gt;
# Bespreek zure en base hydrolyse en omestering van vetten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* ADP&lt;br /&gt;
#* Maltose&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de eleminatiereacties bij halogeenalkanen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de testreactie van ninhydrine.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Geef de IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Teken de volgende structuren:&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
#* Thymidine&lt;br /&gt;
# Bespreek nylon 66.&lt;br /&gt;
# Cyclisch suiker: &lt;br /&gt;
#* Geef de naam.&lt;br /&gt;
#* Welk is het zuurste proton ?&lt;br /&gt;
#* Geef de configuratie (R/S).&lt;br /&gt;
#* Fisher&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de niet chirale C&#039;s ?&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de additie van zuren op alkenen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van vetzuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Geef de structuur van:&lt;br /&gt;
#* Geranylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#* Ninhydrine&lt;br /&gt;
# Bespreek de Beckmann omlegging.&lt;br /&gt;
# Aspartaam gegeven:&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de verschillende stereoisomeren ?&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de chirale koolstofatomen en duid aan of R/S zijn.&lt;br /&gt;
#* Schrijf de fisherprojectie van L-fenylalanine.&lt;br /&gt;
#* Vraag over elektroforese: aantonen waar fenylalanine en asparaginezuur zich bevinden.&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactiemechanisme bij ketonen en aldehyden en vermeld hierbij de factoren die deze reacties beinvloeden. Geef een voorbeeld van additie van alcohol en additie van water.  &lt;br /&gt;
# Bespreek de isomerisatie van D-glucose oiv van een base en geef een vb in de glycolyse cyclus.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Pyridoxalfosfaat&lt;br /&gt;
#* Tosylchloride&lt;br /&gt;
# Leg uit wat een kroonether is.&lt;br /&gt;
# Structuur asparagine gegeven:&lt;br /&gt;
#* Teken alle stereoisomeren (fisher en newman).&lt;br /&gt;
#* R/S configuratie&lt;br /&gt;
#* Waarom heeft de amine-groep in de structuur geen basische eigenschappen ?&lt;br /&gt;
#* Bereken het eerste equivalentiepunt en leg je methode uit.&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Nucleofiele additie aan de carbonylgroep bespreken/factoren reactiviteit/aantonen met additie van water en alcohol.&lt;br /&gt;
# Manieren om de AZ volgorde te bepalen uitleggen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC naam&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Pyridoxalfosfaat&lt;br /&gt;
#* Tosylchloride&lt;br /&gt;
# Leg Nylon 66 uit.&lt;br /&gt;
# Structuur Cysteïne gegeven:&lt;br /&gt;
#* Fisher&lt;br /&gt;
#* Newman&lt;br /&gt;
#* R-S&lt;br /&gt;
#* Enantiomeren...&lt;br /&gt;
#* Welk molecule &lt;br /&gt;
#* Welke vorm komt in de natuur het meeste voor ?&lt;br /&gt;
#* Welke is de mesovorm?&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Aminolyse/omestering/hydrolyse esters.&lt;br /&gt;
# Leg de decarboxylatie van carbonzuren uit en breng deze in verband met de Krebscyclus.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Regel van Zaitsev kort bespreken.&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* Biotine&lt;br /&gt;
#* Cellobiose&lt;br /&gt;
# Suikers: &lt;br /&gt;
#* Open-ketenstructuur&lt;br /&gt;
#* R en S&lt;br /&gt;
#* Chirale atomen.&lt;br /&gt;
#* 1,3-diaxiale interactie&lt;br /&gt;
# Reacties: &lt;br /&gt;
#* Alkeen + HCl =&amp;amp;gt; ... &lt;br /&gt;
#* Oxidatie van een alcohol.&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# De additie van zuren aan alkenen.&lt;br /&gt;
# Mutarotatie uitleggen en illustreren met glucose.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* Acetylcholine &lt;br /&gt;
#* cAMP&lt;br /&gt;
# Omega-3 en omega-6 vetzuren uitleggen.&lt;br /&gt;
# Een bepaald aminozuur:&lt;br /&gt;
#* Fisher&lt;br /&gt;
#* Newman&lt;br /&gt;
#* pH-berekeningen&lt;br /&gt;
# Reacties: Reactieproducten en soort reactie geven en uitwerken voor een van de twee.&lt;br /&gt;
#* Carbonylgroep met H2 en Pt&lt;br /&gt;
#* 2 ketonen met OH-&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Eliminatiereacties uitleggen.&lt;br /&gt;
# Beta-oxidatie + claisencondensatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam (carbonzuurgroep keton, 2 dubbele binden, methyl, en alkynbinding)&lt;br /&gt;
# Een suiker omzetten naar een ringstructuur, epimeren aanduiden op bijhorende tabel.&lt;br /&gt;
# Biodiesel uitleggen&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
#* Thymidine structuur geven&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de aldolcondensatie van aldehyden en ketonen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van waterstof/halogenen/perzuren aan alkenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren&lt;br /&gt;
#* Oliezuur&lt;br /&gt;
#* Adrenaline&lt;br /&gt;
# Leg kort uit: kroonethers.&lt;br /&gt;
# R-groep van lysine gegeven:&lt;br /&gt;
#* Stereoisomeren, R/S, L aanduiden.&lt;br /&gt;
#* Newman/fischer projecties.&lt;br /&gt;
#* Naam van het aminozuur.&lt;br /&gt;
#* Voorkomen bij pH 10 (welke vorm: geprotoneerd of niet?)&lt;br /&gt;
# Twee reacties: (je moet maar van 1 het hele mechanisme geven, ander gewoon zeggen welk type reactie en eindproduct)&lt;br /&gt;
#* Een keton reageert met HNO3 en H2SO4.&lt;br /&gt;
#* Reactie van tertiar alcohol met zuurchloride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 aug 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek peptidesynthese in het labo en vergelijk met die ter hoogte van de ribosomen.&lt;br /&gt;
# Bespreek additie van zuren aan alkenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuurformule van adrenaline en gluconzuur.&lt;br /&gt;
# Bespreek optische zuiverheid.&lt;br /&gt;
# Gegeven: structuurformule threonine.&lt;br /&gt;
#* Aantal stereo-isomeren&lt;br /&gt;
#* De chirale C-en&lt;br /&gt;
#* Fisher- en newman-projectie van elk.&lt;br /&gt;
#* Duidt R/S aan.&lt;br /&gt;
#* Naam van aminozuur.&lt;br /&gt;
#* Bij pH = 7: naar welke pool migreert dit AZ (pk1 en pk2 gegeven) ?&lt;br /&gt;
# Beschrijven van reactie: 2 esters (dezelfde) boven de pijl (H3O+ en OC3H7), boven de 2e pijl (H3O+ en NaBH4).&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
=== 26 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Hemiacetaal en acetaal, pas toe op de vorming van beta-D-glucopyranosyl uit D glucose en de vorming van methyl - beta - D - glucopyranoside.&lt;br /&gt;
# Oxidatie, hydrolyse ( in zuur en in basisch milieu) en omestering van olie en vet.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Cystine en adipinezuur structuur geven.&lt;br /&gt;
# Regel van Zaitsev uitleggen en illustreren met een voorbeeld.&lt;br /&gt;
# Oefening met stereo-isomeren, Fischer, Newman en R en S configuratie.&lt;br /&gt;
# Furan + HNO3 + H2SO4 reactie geven.&lt;br /&gt;
#* Stoffen geven die ge aan furan moet toevoegen om een ethylgroep op positie 2 (alfa) te induceren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de laboratoriumsynthese van peptideverbindingen en vergelijk met de manier waarop aminzuren binden met ribosomen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van alkenen met waterstof, halogenen en perzuren. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuurformule van oliezuur en adrenaline.&lt;br /&gt;
# Bespreek cannizaro reacties.&lt;br /&gt;
# Structuurformule van een suiker:&lt;br /&gt;
#* Geef de fisherprojectie van de ringstructuur.&lt;br /&gt;
#* R-S van de C2 bepalen&lt;br /&gt;
#* Leidt de naam af.&lt;br /&gt;
#* Geef het aantal chirale C&#039;s in de haworth aan.&lt;br /&gt;
# Reactiemechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de isomerisatie van D-glucose onder invloed van base en breng in verband met een stap uit de glycolyse (alleen deze stap opschrijven).&lt;br /&gt;
# Bespreek de afbraak van vetzuren en breng in verband met de Claisencondensatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Thymidine&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
# Verklaar kort het begrip &amp;amp;quot;optische zuiverheid&amp;amp;quot;.&lt;br /&gt;
# Een hepteen is gegeven:&lt;br /&gt;
#* Geef de verschillende stereovormen in Fisherprojectie.&lt;br /&gt;
#* Geef de Newman-projectie van het meest stabiele conformeer.&lt;br /&gt;
#* Noteer ook R- en S-conformatie.&lt;br /&gt;
# Reactie waarbij de producten, tussenstappen en mechanismen moeten worden aangevuld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de elektrofiele aromatische substitutie met als voorbeeld nitreerzuur, benzeen en gesubstitueerde benzeenderivaten.&lt;br /&gt;
# Bespreek hydrolyse, reductie, omestering en aminolyse van esters.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Sacharose &lt;br /&gt;
#* SAM&lt;br /&gt;
# Bespreek omega-3-vetzuren en omega-6-vetzuren.&lt;br /&gt;
# Gegeven: structuurformule arginine &lt;br /&gt;
#* Geef het aantal stereo-isomeren.&lt;br /&gt;
#* Duidt de cirale C&#039;s aan.&lt;br /&gt;
#* Fisher- en Newman-projectie van elk.&lt;br /&gt;
#* Duid R/S aan.&lt;br /&gt;
#* Geef de naam van het aminozuur.&lt;br /&gt;
#* Duid aan welke N het meest basisch is.&lt;br /&gt;
#* Welk stereo-isomeer is het L-aminozuur ?&lt;br /&gt;
# Beschrijven van reactie: 2 keer cyclopenteen met daaraan 2-hexanol (of pentanol ben het vergeten) keten op de pijl staat K2Cr2O7, H+ en koud, boven tweede pijl staat 1 OH- &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de additie van zuren aan alkenen (geen carbonzuren bedoeld).&lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van vetzuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* Kaneelzuur&lt;br /&gt;
#* Cellobiose&lt;br /&gt;
# 3-broom-4-cloorhexaan:&lt;br /&gt;
#* Stereo-isomeren: Fisher- en Newman-projectie.&lt;br /&gt;
#* R,S-configuratie&lt;br /&gt;
#* Diastereomeren/enantiomeren?&lt;br /&gt;
# Het reactietype en naam en mechanisme van benzeenring met OH aan, bij de pijl staan dibroom en ijzertribroom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Aldolcondensatie + glycolyse stap die met aldolcondensatie te maken heeft. &lt;br /&gt;
# Geef de verschillende methoden om de volgorde van AZ in peptide te vinden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren&lt;br /&gt;
#* Stearinezuur&lt;br /&gt;
#* Pyridine&lt;br /&gt;
# Leg uit: gauche en anti (bij alkanen).&lt;br /&gt;
# 2,3,4-hydroxybutanal:&lt;br /&gt;
#* Hoeveel stereoisomeren ?&lt;br /&gt;
#* Geef Fisher projectie en de Newmann projectie van de meest stabiele conformatie.&lt;br /&gt;
#* Geef R,S conformatie. &lt;br /&gt;
#* En zeg welke enantiomeren zijn, welke  diastereoisomeren zijn, mesovormen.&lt;br /&gt;
# Geef reactiemechanisme, reactieproduct (ook in skeletnotatie--&amp;amp;gt; reactieproduct) van:&lt;br /&gt;
#* Trans-1-fenyl-1-buteen met verdund zwavelzuur.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R1039325</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Algemene_Natuurkunde_I&amp;diff=4597</id>
		<title>Algemene Natuurkunde I</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Algemene_Natuurkunde_I&amp;diff=4597"/>
		<updated>2025-06-13T19:29:04Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R1039325: /* Vakinformatie */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Fysica van eerste jaar biochemie en chemie. Vroeger een jaarvak met deelexamen in januari, vanaf 2018-2019: jaarvak met alleen in juni examen, voor dit examen krijg je 3 uur de tijd. Beide examens zijn volledig schriftelijk. Werd Gedoceerd door Roger Silverans. De docent voor dit vak sinds 2012 is Antoine(Toine) van Proeyen. Sinds 2018-2019 wordt het gedoceerd door Enrico Carlon (eerste semester) en Thomas Van Riet (tweede semester). Er zijn 2 delen van het examen (theorie &amp;amp; oefeningen). Het theorie deel zijn multiple choice vragen waarbij je al dan niet een uitleg moet bij geven (giscorrectie) elke vraag op 1 punt. Het oefeningen deel zijn 4 oefeningen elk op 5 punten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;(mening en info academiejaar 2022-2023) Vak werd gegeven door Boksenbojm Eliran (semester 1) en Van Riet Thomas (semester 2).&#039;&#039;&lt;br /&gt;
2024-2025: Vak volledig gegeven door Thomas Van Riet.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* aanpak vak&lt;br /&gt;
** TTT&#039;s goed voorbereiden! Bespaard veel tijd en stress in de blok, als je hier steeds door was is het niet noodzakelijk om hier veel tijd in te steken in de blok, wij hadden tussen de examens hier 3 dagen voor en ik vond dit voldoende&lt;br /&gt;
** Prof zegt zelf dat hij het niet belangrijk vind dat je naar de les komt, maar raadt de oefenzittingen wel aan&lt;br /&gt;
* Kwaliteit cursus&lt;br /&gt;
** Prof vindt Giancoli zelf niet goed, maar hier staan al de oefeningen in, dus wel nodig om te kopen (heb je in het 2e jaar ook nog nodig)&lt;br /&gt;
** Slides heb ik zelf nooit bekeken&lt;br /&gt;
** Er is een pdf van oplossingen&lt;br /&gt;
* Examen- en TTT-vragen&lt;br /&gt;
** Nooit heel complex, zou maximum één pagina mogen innemen&lt;br /&gt;
** Ik vond de meeste makkellijker dan Giancoli&lt;br /&gt;
** Theorie leren is vrij overbodig, staat op amper punten en sommige lukken wel met logisch nadenken, enkele komen vaak terug (zweven astronaut, iets met een snaar,...)&lt;br /&gt;
** TTT&#039;s tellen niet meer mee in augustus, dus geen paniek als deze geen succes waren&lt;br /&gt;
** Belangrijk om elk klein ding op te schrijven, soms leveren domme dingen al een half punt op&lt;br /&gt;
** Steeds een duidelijke tekening maken met assenstelsel!&lt;br /&gt;
* Practica&lt;br /&gt;
** Voorbereiding maakt echt niets uit&lt;br /&gt;
** Alles wat je niet snapt vragen aan de assistent en je bent hier wel door&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen juni==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 augustus 2024 (9 studiepunten)===&lt;br /&gt;
3 meerkeuzevragen (7 pnt):&lt;br /&gt;
# Welke uitspraak is correct? (2pt)&lt;br /&gt;
#*Een ‘do’ beschouwen we als grondfrequentie, alle veelvouden van die frequentie zijn ook ‘do’s’ maar in een ander octaaf&lt;br /&gt;
#*Het verschil in frequentie tussen 2 opeenvolgende noten is onafhankelijk van het octaaf&lt;br /&gt;
#*Een buik van een hogere ‘do’ komt overeen met een buik van een lagere ‘do’&lt;br /&gt;
#*Een knoop van een hogere ‘do’ komt overeen met een knoop van een lagere ‘do’&lt;br /&gt;
# Een organisatie van mensen beweert dat er nooit een mens op de maan is geweest, dat het niet mogelijk is om aan ruimtevaart te doen. Er kan nooit aan de zwaartekracht ontsnapt worden: de potentiële energie ten gevolge van de zwaartekracht is gelijk aan m.g.h, waarbij m de massa van de raket is, g de valversnelling &amp;amp; h de hoogte. Als je aan de zwaartekracht wil ontsnappen zou de hoogte naar oneindig moeten gaan, waarvoor ook oneindig veel energie voor nodig is. Waar zit de fout in hun redenering? (2pt)&lt;br /&gt;
# Een deeltje met lading e dat zich in een magnetisch veld B ⃗ bevindt, er ontstaat een Lorentzkracht F ⃗ die voldoet aan F ⃗=ev ⃗×B ⃗. Met v ⃗ de snelheid van het deeltje. Als nu een deeltje door een constant magnetisch veld beweegt, dan zal de grootte van de snelheid: (3pt)&lt;br /&gt;
#*Altijd afnemen&lt;br /&gt;
#*Altijd toenemen&lt;br /&gt;
#*Toenemen of afnemen afhankelijk van de hoek tussen de initiële snelheid &amp;amp; het magnetisch veld&lt;br /&gt;
#*Hetzelfde blijven&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
# Vraag met een frisbee (8 pnt)a)Traagheismoment? b)Bepalen van de hoeksnelheid w a.d.h.v. gegeven K = het aantal toeren per minuut? c)hoeksnelheid w uitgedrukt in K, d en m? d)Ga de eenheden na (dit was dezelfde vraag als 10 juni 2020 met enkel de gegeven waarden verschillend) &lt;br /&gt;
# Er is een kraan, waaruit water loopt en hierbij is de diameter van de het water gegeven, ivm snelheid, diepte en hoogte. Bewijs dat dit de effectieve diameter is van de kolom van water. (5 pnt) (zie ook 10 juni 2020)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2024 (9 studiepunten)===&lt;br /&gt;
#Leid de formule af voor het dopplereffect voor een bewegende waarnemer en een tegelijk bewegende bron obv de afleiding van de formule van een bewegende bron en ook de afleiding van een bewegende waarnemer (zie H16 cursus) (6pnt)&lt;br /&gt;
#Waarom ervaren we de effecten van kwantummechanica niet in het dagelijkse leven? (1pnt)&lt;br /&gt;
#Waarom ervaren we de effecten van de speciale relativiteitstheorie niet in het dagelijkse leven? (1pnt)&lt;br /&gt;
#Er wordt een kogel geschoten met een bepaalde v0, deze kogel komt terecht in een houten kubus, waarbij er geroteerd kan worden rond de zijde die in contact staat met de grond. a) Bepaal het traagheidsmoment van de kubus rond deze roteeras b) Welke hoeksnelheid krijgt de kubus (met kogel) na de botsing?  c) Wat is de minimale hoeksnelheid die nodig is om de kubus (met kogel) te doen omdraaien? d) Wat is de minimale v0 om de kogel en de kubus te doen omdraaien? (6 pnt)&lt;br /&gt;
#Oefening met katrol gegeven, waarbij je de katrol zijn massa mag verwaarlozen. De katrol hield 2 massa&#039;s vast op een helling, massa 1 zat schuin op de helling met een hoek θ en massa 2 hing aan de zijkant van de helling met eronder een veer. Massa 1 werd over een lengte naar achter getrokken en losgelaten. a) Bereken de wrijvingskracht van massa 1 nadat je het naar achteren trekt en loslaat, dus tijdens de beweging. b) Bereken de snelheden van massa 1 en massa 2 tijdens de beweging.  c) Bereken de verhouding van massa 1 en massa 2 in rust (zonder wrijvingskracht). d) Wat is de hoekfrequentie met betrekking tot k,θ en massa 1 (zonder wrijvingskracht). (6 pnt)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2023===&lt;br /&gt;
#Verklaar waarom astronauten gewichtloosheid ervaren. (2 punten)&lt;br /&gt;
#Een persoon springt spontaan de lucht in, worden impuls en energie behouden? (2 punten)&lt;br /&gt;
#Een snaar van 1 meter heeft een spankracht van 100N. De diameter van de snaar is 2mm. Wat is de golflengte bij de grondfrequentie? (2 punten)&lt;br /&gt;
#Vraag over fluïda, iets van een cillinder met 2 lagen onsamendrukbare vloeistof in.&lt;br /&gt;
#Vraag over een slinger&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2022===&lt;br /&gt;
#Verklaar waarom astronauten gewichtloosheid ervaren. (2 punten)&lt;br /&gt;
#Een persoon springt spontaan de lucht in, worden impuls en energie behouden? (2 punten)&lt;br /&gt;
#Een snaar van 1 meter met µ=3,14 g/m heeft een spankracht van 100N. De diameter van de snaar is 2mm. Wat is de golflengte bij de grondfrequentie? (2 punten)&lt;br /&gt;
#Een massa 2M vliegt recht omhoog, op hoogte h ontploft deze massa waarbij hij in 2 delen van massa M splitst, met energie E. 50% van deze energie gaat verloren en warmte, de rest wordt omgezet in horizontale beweging. De massa&#039;s M hun maximum hoogte is 2h. Hoever landen de 2 delen M uit elkaar? (5 punten)&lt;br /&gt;
#Je hebt een cilindrisch vat met een rechthoekige opening met breedte w, de hoogtes worden gegeven door d1 en d2 (gemeten van de bovenkant van het vat). Geef een formule voor het debiet dat in eerste instantie uit het vat stroomt. Je mag het zakken van het vloeistof niveau hierbij verwaarlozen. (Tip: aangezien je de opening niet mag verwaarlozen zal je waarschijnlijk een integraal moeten gebruiken.) (4 punten)&lt;br /&gt;
#Geef de maximum snelheid v waarmee een auto (met massa m) een bocht kan maken (straal r) zonder uit de bocht te vliegen. (1.5 punt)&lt;br /&gt;
##Indien men de bocht hellend maakt, geef een formule voor de minimum hoek die nodig is voor een v groter dan die uit vraag 1. (3.5 punten)   (Example 5.15 boek)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2020===&lt;br /&gt;
#als je rechts draait in een felle bocht met een auto , draait de heliumballon die in de auto is dan... &lt;br /&gt;
#*mee naar rechts tov de auto&lt;br /&gt;
#*naar links tov van de auto&lt;br /&gt;
#*de ballon verplaatst zich niet tov de auto&lt;br /&gt;
#als een sirene weg rijdt van je, hou verhouden de decibel zich tov de &#039;geluidsterkte&#039; (intensiteit)&lt;br /&gt;
#*decibel neemt kwadratisch af en geluidsterkte logaritmisch af&lt;br /&gt;
#*decibel neemt logaritmisch af en geluidsterkte neemt ook af op andere wijze&lt;br /&gt;
#*decibel neemt logaritmisch af en geluidsterkte logaritmisch af&lt;br /&gt;
#*decibel neemt kwadratisch af en geluidsterkte kwadratisch af&lt;br /&gt;
#bereken de golflengte van een gitaarsnaar die een Fspan= 100N, en de snaar is 10cm lang en 22m diameter.&lt;br /&gt;
##bereken ook voor deze snaar wat de golflengte is , moest je een octaaf hoger klinken&lt;br /&gt;
#pendulum vraag, bereken v wanneer de slinger hoogte 0 heeft en de slinger werd op hoogte h losgelaten , met beginsnelheid=0. De lengte van de slinger is l. de slinger heeft een balletje met massa m.&lt;br /&gt;
##bereken nu de arbeid die verricht is geweest door de slinger als er een wrijvingskracht op uitgeoefend werd.&lt;br /&gt;
#Venturi effect; formule afleiden via continuiteit bij fluida (BEWIJS)[http://hyperphysics.phy-astr.gsu.edu/hbase/Fluids/venturi.html]&lt;br /&gt;
##nu, toepassen op een venturi buis die water en olie bevatte op een bepaalde hoogte (zie google opzoeke, meest bekend voorbeeld); dan invullen voor die hoogte en v1 en v2 zo afleiden&lt;br /&gt;
#golfvergelijking gegeven in de vorm van psi=A* (sin(αθ) + i cos(αθ)) (met bereik = 0 tot 2π)&lt;br /&gt;
##geef de waarschijnlijke locatie van het deeltje&lt;br /&gt;
##bereken de waarde van de amplitude A&lt;br /&gt;
##moeten er bepaalde bestaansvoorwaarden voor α zijn?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2020===&lt;br /&gt;
#Zouden atomen stabiel kunnen zijn zonder de kwantumfysica? Leg uit. (2pt)&lt;br /&gt;
#Een persoon gaat een &amp;quot;spacewalk&amp;quot; maken maar haar kabel breekt. Het enige dat ze bij heeft is een zaklamp. Uit de lessen fysica van vroeger herinnert ze zich dat fotonen een impuls hebben, ze schijnt daarom met de zaklamp in de tegengestelde richting (dus weg van het ruimteschip) om terug aan boord te geraken. Is haar redenering correct? Is dit de beste manier om terug bij het schip te geraken? (2pt)&lt;br /&gt;
#Nog 1 ja/nee vraag met uitleg geven. (1pt)&lt;br /&gt;
#Er was een vraag dat ge met krachten enzo moest uitleggen waarom het ruimtestation in een film ronddraait. En dan moest ge nog berekenen hoeveel rondjes per minuut het station moest draaien om de zwaartekracht op aarde na te bootsen, de straal van het station was 40m. (Het was zo een ruimteschip zoals in de foto in link)[https://i.pinimg.com/originals/9a/da/f9/9adaf9a402818747c173ce744738931d.jpg] (5pt)&lt;br /&gt;
#Opstelling zoals foto (in link). h1 en de dichtheid van de olie is gegeven. Bereken (h2 ) het hoogteverschil tussen de twee wateroppervlakten. [https://drive.google.com/file/d/1Du-mrA16d1ZfSqJtfYmNcKFWH69Vjf-w/view?usp=sharing] (5pt)&lt;br /&gt;
#Opstelling zoals foto (in link). Een persoon wil trainen met gewichten. Er hangen twee gewichten van elk 30kg aan een homogene staaf van 3m lang (de massa van de staaf weet ik niet meer). De persoon wilt graag meer gewicht. Ze doet dit door eerst links en pas daarna rechts een nieuw gewicht extra bij te hangen (het gaat dus over het moment dat er enkel links een extra gewicht hangt en het systeem dus nét nog in evenwicht staat). Hoeveel mag een nieuw gewicht maximaal wegen om het systeem niet te laten kantelen? Voor de afstand van het nieuwe gewicht mag dezelfde afstand als het andere gewicht genomen worden. [https://drive.google.com/file/d/1-1SH0RiI8OQBJzpYY3leS_XEw-p_FXHo/view?usp=sharing] (5pt)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2020===&lt;br /&gt;
#Een deeltje met lading e dat zich in een magnetisch veld B ⃗ bevindt, er ontstaat een Lorentzkracht F ⃗ die voldoet aan F ⃗=ev ⃗×B ⃗. Met v ⃗ de snelheid van het deeltje. Als nu een deeltje door een constant magnetisch veld beweegt, dan zal de grootte van de snelheid:&lt;br /&gt;
#*Altijd afnemen&lt;br /&gt;
#*Altijd toenemen&lt;br /&gt;
#*Toenemen of afnemen afhankelijk van de hoek tussen de initiële snelheid &amp;amp; het magnetisch veld&lt;br /&gt;
#*Hetzelfde blijven&lt;br /&gt;
#Een organisatie van mensen beweert dat er nooit een mens op de maan is geweest, dat het niet mogelijk is om aan ruimtevaart te doen. Er kan nooit aan de zwaartekracht ontsnapt worden: de potentiële energie ten gevolge van de zwaartekracht is gelijk aan m.g.h, waarbij m de massa van de raket is, g de valversnelling &amp;amp; h de hoogte. Als je aan de zwaartekracht wil ontsnappen zou de hoogte naar oneindig moeten gaan, waarvoor ook oneindig veel energie voor nodig is. Waar zit de fout in hun redenering?&lt;br /&gt;
#Je staat op de zuidpool &amp;amp; richt een raket naar de noordpool, de motor is afgesteld zodat de raket op dezelfde hoogte boven het aardoppervlak naar zijn doel beweegt. Wat is het effect van de Corioliskracht?&lt;br /&gt;
#*De raket zal afwijken &amp;amp; het doel niet bereiken&lt;br /&gt;
#*De raket zal de noordpool bereiken via een spiraalvormige kromme zoals gezien door iemand op het aardoppervlak&lt;br /&gt;
#*De raket zal de noordpool bereiken via een spiraalvormige kromme zoals gezien vanuit iemand buiten de aarde die stilstaat ten opzichte van de rotatiebeweging van de aarde rond haar as&lt;br /&gt;
#*De raket zal de noordpool bereiken in een rechte lijn (langs het aardoppervlak) zoals gezien door iemand op het aardoppervlak&lt;br /&gt;
#Een hypothetisch deeltje met dezelfde lading &amp;amp; massa als een elektron, met het verschil dat het spin 2 heeft. Beschouw een atoom met atoomgetal Z. Hoeveel hypothetische deeltjes kunnen in de K-schil?&lt;br /&gt;
#Welke uitspraak is correct?&lt;br /&gt;
#*Een ‘do’ beschouwen we als grondfrequentie, alle veelvouden van die frequentie zijn ook ‘do’s’ maar in een ander octaaf&lt;br /&gt;
#*Het verschil in frequentie tussen 2 opeenvolgende noten is onafhankelijk van het octaaf&lt;br /&gt;
#*Een buik van een hogere ‘do’ komt overeen met een buik van een lagere ‘do’&lt;br /&gt;
#*Een knoop van een hogere ‘do’ komt overeen met een knoop van een lagere ‘do’&lt;br /&gt;
#Een blok met massa van 82 gram wordt horizontaal afgeschoten door een veer met constante k = 200 N/m, 15 cm in te duwen. Nadat de blok loskomt, schuift het over een horizontaal vlak met wrijvingscoëfficiënt μ = 0,27 dat 85 cm lang is. Het vlak gaat over in een wrijvingsloze helling, hoeveel cm schuift het blok terug over het vlakke deel met wrijving? Leg uit waar het blok tot stilstand komt.&lt;br /&gt;
#Een frisbee met diameter 2,3 cm met massa 102 gram. De helft van de massa is homogeen over de schijf verdeeld, de andere helft is geconcentreerd op de buitenrand van de schijf. Wat is het traagheidsmoment van de frisbee? Als je met je pols een draaibeweging geeft van een kwart-draai (over 90°) met een constant krachtmoment, hoe groot moet dat krachtmoment zijn opdat de frisbee zou draaien tegen 450 toeren per minuut?&lt;br /&gt;
#Water valt uit een kraan naar beneden op een niet turbulente constante manier. Toon aan dat de diameter van de vallende kolom water gegeven is door de formule:&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;d=d0((v0^2)/(v0^2+2gh))^(1/4)&#039;&#039;&#039; met &lt;br /&gt;
#*d0: diameter opening van de kraan&lt;br /&gt;
#*v0: snelheid van het water net buiten de kraan&lt;br /&gt;
#*h: afstand van de kraan tot waar d gemeten wordt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2019===&lt;br /&gt;
#Een asteroïde met massa m bevindt zich op een hoogte H boven de baan van Jupiter met straal r en massa M.&lt;br /&gt;
##Bereken de potentiële gravitationele energie wanneer de asteroïde zich op hoogte H bevindt&lt;br /&gt;
##Bereken de potentiële gravitationele energie wanneer de asteroïde zich in de baan bevindt.&lt;br /&gt;
##Op hoogte H heeft de asteroïde een snelheid van 2.0 m/s. Bereken de snelheid in de baan.µ&lt;br /&gt;
#Een blokje glijdt op een cirkelbaan met straal r die vaststaat op de grond. Er is geen wrijving.&lt;br /&gt;
##Op welke hoogte valt het blokje? Tip: dit is wannneer de normaalkracht wegvalt.&lt;br /&gt;
##Wat is de snelheid op dit moment? &lt;br /&gt;
#Elektronen in een 3d-orbitaal worden vervangen door deeltjes met spin 1 en massa x-aantal keer die van het elektron. Welke kwantumgetallen zijn mogelijk en hoeveel zijn het er?&lt;br /&gt;
#Een aardbevingsgolf beweegt met snelheid 410 km/s en frequentie 0.60 hZ. &lt;br /&gt;
##Welke minimale amplitude is nodig zodat voorwerpen net van de grond komen? De aardbevingsgolf vindt 10 seconden plaats. &lt;br /&gt;
##Een tweede golf ontstaat in een punt 3OO km ten noordwesten van de eerste golf, 1.3 s na de eerste. Wanneer bereikt dit tweede punt voor het eerst haar maximale uitwijking?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2018===&lt;br /&gt;
#Afleiding equation of continuity&lt;br /&gt;
#Afleiding vergelijking van Bernouilli (+uitleggen waar deze nu precies voor staat en wat je eruit kan afleiden)&lt;br /&gt;
#Oefening over impulsmoment van elektron zie 19 juni 2014&lt;br /&gt;
#Oefening traagheidsmoment molecule H2O langs twee assen (staat in het boek)&lt;br /&gt;
#Hoe kan je de hoogte van een gebouw bepalen adhv een slinger? &lt;br /&gt;
#Oefening over twee golven met dezelfde amplitude etc waarvan de ene een dubbel zo grote golflengte heeft dan de andere en dan bepalen welke de grootste hoeveelheid energie verplaatst&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 juni 2015 === &lt;br /&gt;
#oefening over behoud van momentum&lt;br /&gt;
#fotoelektrisch effect en alle formules afleiden (H37)&lt;br /&gt;
#en dan de wiskundige vergelijking van de golf geven en dan de condities wanneer ze SHM was en dan periode, frequentie en golflengte daarvan afleiden&lt;br /&gt;
#2 stellingen: &#039;als er wind is zal je het geluid dan luider horen&#039; en dan nog eentje over &#039;kan een kind meegezogen worden met een snelle trein&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 jun 2014 ===&lt;br /&gt;
Vraag 1: &lt;br /&gt;
Bij beta verval valt een atoom uiteen in een elektron en een terugslagkern, deze volgen na splitsing echter geen &#039;rechte lijn&#039; dit schaadt echter een principiële wet van de mechanica. &lt;br /&gt;
#Welke wet?&lt;br /&gt;
#Teken en leg uit &lt;br /&gt;
#Hieruit volgt dat er nog een partikel wordt uitgestoten (een neutrino) toon aan op de tekening dat dit zo is en leg uit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vraag 2:&lt;br /&gt;
Archimedes; afleiden van een formule en nog enkele meerkeuzevraagjes (drijft het/ drijft het niet)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vraag 3:&lt;br /&gt;
Lorentztransformatie x=x&#039; y=y&#039; z=a(z&#039;+vt&#039;) &lt;br /&gt;
#Vind de omgekeerde formules, gebruik c, &lt;br /&gt;
#Leid a af &lt;br /&gt;
#Leid de formule van de lengtecontractie af&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vraag 4:&lt;br /&gt;
een gietijzeren standbeeld (100kg) op een koperen plaat (60kg d=0.1 en S= 0.70 m^2) staan op een glazen helling van 30 graden &lt;br /&gt;
#Bereken de wrijving van gietijzer op koper &lt;br /&gt;
#Bereken de wrijving van koper op glas (de Mu&#039;s zijn gegeven) &lt;br /&gt;
#Bereken delta l die de wrijving veroorzaakt (de modulus G is gegeven)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 jun 2014 ===&lt;br /&gt;
Vraag 1:&lt;br /&gt;
#Impulsmoment van een elektron is sqrt(3/4)hbar. &lt;br /&gt;
#Verklaar met theoretische achtergrond.&lt;br /&gt;
#Bereken hoeksnelheid en snelheid van een punt op de rand (massa en straal gegeven).&lt;br /&gt;
#Oplossing is in de grootte-orde van 10^13. Bespreek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vraag 2:&lt;br /&gt;
#Geef het arbeid-energie theorema&lt;br /&gt;
Situatie: blok naar boven duwen zodat die boven op een helling geraakt.&lt;br /&gt;
#Teken en benoem al de krachten.&lt;br /&gt;
#Bereken de grootte van alle krachten.&lt;br /&gt;
#Bereken de arbeid geleverd door alle krachten.&lt;br /&gt;
#Bereken de beginsnelheid die nodig is om het blok boven te krijgen.&lt;br /&gt;
#Is de berekende snelheid dezelfde als de eindsnelheid die het blok zou bereiken moest het van boven losgelaten worden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vraag 3:&lt;br /&gt;
Situatie: platform met luidspreker beweegt naar muur toe. Persoon op het platform hoort zwevingen met een frequentie van x Hz. Uitzendfrequentie is gegeven.&lt;br /&gt;
#Wat is de frequentie van een zweving als functie van f1 en f2.&lt;br /&gt;
#Bereken de frequentie gehoord aan de muur.&lt;br /&gt;
#Bereken de frequentie gehoord door de persoon op het platform nadat die teruggekaatst is door de muur.&lt;br /&gt;
#Bereken de snelheid van het platform.&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
Vraag 4:&lt;br /&gt;
#Verklaar dat de beweging van een zuiger op een wiel ongeveer eenvoudig harmonisch is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 jun 2012 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# leg het gedachte-experiment van lorent-einstein uit&lt;br /&gt;
# andere 3 kleine theorie vragen worden nog gepost&lt;br /&gt;
Oef:&lt;br /&gt;
# bepaal de wrijvingscoefficient van een een gelijkbenige 3hoek met de grond, deze houdt het water tegen langs 1 kant (net zoals in oefenzitting met die trapezium)&lt;br /&gt;
# beeld op een koper plaat, op een glazen 3hoek&lt;br /&gt;
#* wrijvingskracht beeld met plaat&lt;br /&gt;
#* wrijvingskracht plaat met 3hoek&lt;br /&gt;
#* vervorming van plaat door de krachten, uw x bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 jun 2012 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Gedwongen oscillatie: bewegingsvgl afleiden, energie en energieoverdracht bespreken en formules afleiden, uitleggen wat energieresonantie is.&lt;br /&gt;
# Een slinger bestaat uit een staaf met masse m en lengte l. We hangen er een klein bolletje met massa 2m aan. Hoe verandert de periode?&lt;br /&gt;
# Bespreek hoe geluid getransporteerd wordt in een &#039;telefoon&#039; bestaande uit 2 bekers met een gespannen draad ertussen.&lt;br /&gt;
# Je zit in een treinwagon zonder ramen die volledig geluidsloos is. Is er een fysisch experiment om te weten dat je rijdt?&lt;br /&gt;
Oef:&lt;br /&gt;
# Een ader is vernauwd: bespreek of de snelheid van het bloed stijgt of daalt. De snelheid van het bloed wordt gemeten door ultrasone golven in te late nvallen op de bloedcellen onder een hoek van 45 graden. Bereken de bloedsnelheid uit de beatfrequentie, de geluidssnelheid en de frequentie van de uitgezonden golven.&lt;br /&gt;
# Een wasbak wordt overgeheveld in een emmer: bereken de uitstroomsnelheid, de tijd nodig om de wasbak leeg te laten lopen en leg uit of de uitstroomsnelheid constant blijft.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 juni 2011 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#golf in een gaskolom tekenen + gegevens aanduiden om geluidssnelheid te berekenen in die kolom en die dan ook afleiden.&lt;br /&gt;
#E=mc² afleiden uit relatieve massa en versnellingsarbeid op die massa.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Golven&lt;br /&gt;
#hydronamica&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2011===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#bespreek de ionische binding van diatomische moleculen.&lt;br /&gt;
#bespreek de hydrodynamische kracht en de invloed van de zwaartekracht hierop.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#gedempte trilling: geef de bewegingsvergelijking en schets de grafiek&lt;br /&gt;
#Aan een massa met verwaarloosbaar volume worden heliumballonen gehangen. Hoeveem ballonen zijn er nodig om de massa van de grond te laten komen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Geef bewegingsvgl van gedwongen oscillatie en bespreek energieresonantie en energieoverdracht.&lt;br /&gt;
# Bespreek de hydrodynamische kracht en de invloed van de zwaartekracht hierop.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Staaf die breekt bij bepaalde spanning. Geef lengte staaf (massadichtheid, hoeksnelheid en breekspanning gegeven)&lt;br /&gt;
# Blok uit mengsel goud en ijzer. Bereken verhouding ijzer/goud. (massadichtheden, gewicht en ? gegeven)&lt;br /&gt;
=== 21 juni 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Bespreek diatomische ionische binding&lt;br /&gt;
# Leid via de tekening Lorentz-Einstein transformatieformumes voor plaats en tijd af. Leid vervolgens de snelheid af&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek de energie en krachten bij een torsieveer. Beweging van een torsieslinger bespreken.&lt;br /&gt;
# Kwantumfysica: geef de postulaten van Bohr en leidt hieruit de baanstraal en de energieën af.&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
# Dopplereffect gebruikt om de snelheid van het hart van een foetus te meten.&lt;br /&gt;
# Hydrostatica: Een vlot heeft een bep diepte in het water, dieper wanneer er een gewicht op wordt geplaatst; hoeveel is de massa.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bewegingsvergelijking opstellen van een gedwongen harmonische trilling. Bespreek ook energieptransport en energieresonantie.&lt;br /&gt;
# Bespreek de invloed van de zwaartekracht op fluïda. Bereken ook de grootte van de opwaartse stuwkracht dat een ondergedompeld voorwerp ondervindt.&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
# Golven: iets met een stemvork op het einde van een halfopen buis, verstelbaar in lengte.&lt;br /&gt;
# Hydrodynamica: iets met een fontein op een heuvel, het water werd aangepompt met een buis (laminaire stroming).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Energie en energietransport in een mechanische harmonische golf.&lt;br /&gt;
# Golfgedrag van materiedeeltjes bespreken en daar onzekerheidrelatie van impuls op toepassen + tunneleffect verklaren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bewijzen dat een coulomkrachtveld een conservatief krachtveld is en daaruit de potentiele energie bepalen + Bereken(klassiek) de energie van atomaire elektronen.&lt;br /&gt;
# Bespreek het Doppler effect.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Gedwongen harmonische oscillatie. Leid af en bespreek. Energie en energieresonantie.&lt;br /&gt;
# Hydrodynamische krachten bespreken. Val beweging in fluïdum bespreken.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Berekenen van lengte van een staaf die draait. Waarvan brekingsconstante, hoeksnelheid en dichtheid gegeven is.&lt;br /&gt;
# Volledig ondergedomdeld object met gewicht 15N ondergaat opwaartse kracht van 1N. Object bestaat uit goud en ijzer. Rho ijzer en goud gegeven, bereken totaal volume object en massa goud en ijzer in het object.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Longitudinale golven in een staaf: analyseer, en bepaal de golfsnelheid.&lt;br /&gt;
# Bij onderdompeling ontstaat er een opwaartse kracht, leg uit en interpreteer.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Iets met stok aan een veer waarvan enkel de k en de m gegeven zijn: bereken de frequentie.&lt;br /&gt;
# Letterlijke toepassing venturimeter.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Laminaire stroming en afleiden van volume gradient.&lt;br /&gt;
# Wiskundige voorstelling van golven, uitleggen i.v.m. harmonische golven.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# ?&lt;br /&gt;
# ?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# De interatomaire krachten van een diatomische ionische binding: welke eigenschap heeft deze?&lt;br /&gt;
# Het gedachten-experiment van de transformatieformules.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# ?&lt;br /&gt;
# ?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Leidt af: energie en E-transport in mechanische harmonische golf.&lt;br /&gt;
# Water:&lt;br /&gt;
#* Leidt de zwaartekrachtinvloed op hydrostatische druk af.&lt;br /&gt;
#* Bereken en interpreteer de archimedeskracht.&lt;br /&gt;
Denkvragen:&lt;br /&gt;
# Je kan met een rietje door uw helm drinken op de maan, gaat dat moeilijker/makkelijker/even makkelijk als op aarde?&lt;br /&gt;
# Heliumballonnen, je blaast ertussen, gaan ze naar elkaar toe/van elkaar weg?&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Satelliet, je hebt de korte straal en de snelheid daar (8000km en 9km/s), bereken den hoek tss de v-vector als r=20000km.&lt;br /&gt;
# Twee boxen op 2m van elkaar, beide 880Hz in fase.&lt;br /&gt;
#* Als ge van A naar B gaat, op welke plaatse hebt ge dan destructieve en constructieve interferentie?&lt;br /&gt;
#* Onder een bepaalde frequentie zal der buite den as A-B geen destructieve interferentie meer zijn, wat is die drempelwaarde?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Kwantum:&lt;br /&gt;
#* Bespreek golfeigenschappen van materie, en verband onbepaaldheidsrelatie x en p.&lt;br /&gt;
#* Tunneleffect&lt;br /&gt;
# Stroming:&lt;br /&gt;
#* Laminaire stroming in buis: NIET bewijzen, maar van de snelheidsprofiel het volumedebiet bespreken en drukverloop..&lt;br /&gt;
#* Niet mechanische, mechanische, energie, verlies,...&lt;br /&gt;
Denkvragen:&lt;br /&gt;
# Ruimteschip brengt blok ijzer naar andere planeet met veel grotere atmosfeerdruk. Wat geef relatie tss drukverschil en vervorming?&lt;br /&gt;
#* Elasticiteitsmodulus&lt;br /&gt;
#* Afschuifmodulus&lt;br /&gt;
#* Compressiemodulus&lt;br /&gt;
#* Drukmodulus&lt;br /&gt;
# 2 He balonnen op 1 à 2 cm van elkaar, zijn aan een tafel vastgemaakt met koorden. Je blaast erdoor, wat gebeurt er met de balonnen?&lt;br /&gt;
#* Ze gaan naar elkaar toe.&lt;br /&gt;
#* Ze gaan van elkaar weg.&lt;br /&gt;
#* Niets.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Blokje ijzer tussen twee lagen, vanboven water, vanonder kwik, blokje = cubus 10cm, hoe hoog is gedeelte da uitsteekt boven hg? (ro FE = 7.7 kg/dm³).&lt;br /&gt;
# Twee geluidsbronnen, f=880hz, v=340m/s, A (x=0, y=0) , B( x = 0, y=2)&lt;br /&gt;
#* Waar is constructieve interferentie?&lt;br /&gt;
#* Waar is destructieve interferentie?&lt;br /&gt;
#* Wat is de drempelfrequentie opdat er geen of wel destructieve interferentie zou optreden?&lt;br /&gt;
=== 15 jun 2012 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijking Klassiek en Quantummodel van di-atomische moleculen:&lt;br /&gt;
#* Rotatie- en vibratie-energie klassiek diatomisch molecule geven.&lt;br /&gt;
#* Laagste energie van een kwantumharmonische oscillator geven.&lt;br /&gt;
#* Verschillen tussen klassiek en quantummechanisch model (3 geven).&lt;br /&gt;
#* Energieniveaus nader uitleggen.&lt;br /&gt;
#* De eigenschappen van moleculen geven die via opmeting van deze energieën gevonden kunnen worden.&lt;br /&gt;
Denkvragen:&lt;br /&gt;
# veer met massa t.o.v. massaloze veer, het verschil T en f inschatten.&lt;br /&gt;
# Trilt een harmonische golf met dezelfde frequentie als de bron? ja/nee + waarom.&lt;br /&gt;
# bewijs dat de snelheid van het geluid nauwelijks afhangt van de frequentie&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#a) Standbeeld op een koperen sokkel op een glazen helling.&lt;br /&gt;
*Gegeven: M(standbeeld), M(blok), statische wrijvingscoëfficient tussen zowel standbeeld-sokkel als sokkel-helling en de afschuifconstante G van de sokkel&lt;br /&gt;
*Bereken: 1) De maximale hoek theta van de helling zodat het ding niet in duigen valt&lt;br /&gt;
*2) Met de hiervoor berekende hoek de wrijvingskracht tussen het standbeeld en het blok vinden&lt;br /&gt;
*3) De verschoven afstand van het bovenvlak t.o.v. het ondervlak&lt;br /&gt;
# Gegeven een kraan die loopt, de diameter van de straal neemt naar onderen van de kraan weg;&lt;br /&gt;
*met aanname dat de beginsnelheid v0 is een theoretische formule opstellen die het vernauwen van de straal beschrijft (diameter = f(y-coordinaat), assenstelsel zelf in te voeren)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen september==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 aug 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Rotatie rond vaste as: Rotationele arbeid, kinetische rotatie energie.&lt;br /&gt;
# Oppspanning en Ep energie linken mbv potentiële energie curves, capillariteitsdruk in bel uitleggen.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Kinematica &amp;amp;amp; Newton-mechanica&lt;br /&gt;
# Golven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 aug 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Zuiver rolbeweging: kinematica en dynamica mbv van n voorbeeld naar keuze.&lt;br /&gt;
# Ppp. pot. energie, cohesiedruk, opp.spanning en capilariteit uitleggen.&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
# Statica. &lt;br /&gt;
# Golven.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R1039325</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Celbiologie_en_biochemie&amp;diff=4596</id>
		<title>Celbiologie en biochemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Celbiologie_en_biochemie&amp;diff=4596"/>
		<updated>2025-06-13T19:24:52Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R1039325: /* Vakinformatie */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Vanaf 2016-2017: Schriftelijk examen in plaats van mondeling examen zoals voordien.&lt;br /&gt;
Vanaf 2012-2013: Jaarvak voor zowel chemie als biochemie. Volledig gedoceerd door Patrick Van Dijck.&lt;br /&gt;
Vanaf 2024-2025: gedoceerd door Marion Crauwels.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;2022-2023&#039;&#039;&lt;br /&gt;
* Aanpak vak&lt;br /&gt;
** Nog steeds Patrick Van Dijck&lt;br /&gt;
** Jaarvak dus best grote hoeveelheid, maar niet onrealistisch&lt;br /&gt;
* Kwaliteit cursus&lt;br /&gt;
** Boek is in de afgelopen 6 jaar (misschien langer) nog niet (of toch amper) veranderd (veel E.M. foto&#039;s in)&lt;br /&gt;
** Hier en daar extra info bij slides, maar als je het boek kent ben je er zeker wel door&lt;br /&gt;
* Examen-/TTT-vragen&lt;br /&gt;
** TTT-vragen lijken totaal niet op examenvragen, waren meerkeuze en eerder oppervlakkig&lt;br /&gt;
** Geen paniek als TTT slecht was, vak is zelfs haalbaar als je hier een nul op had&lt;br /&gt;
** Belangrijkste zaken om te leren naar mijn mening&lt;br /&gt;
*** Hoofdstuk 4!!! Vooral metabolische wegen oefening (10 van de 35 tot 40 punten), kan zeker helpen om bio-organische hiernaast te leggen, maar hij vraagt regelmatig ook wel iets van actief transport of regulatie dus ook de rest van hoofdstuk 4 is wel belangrijk, soms vraagt hij ook om een specifieke metabolische weg uit te tekenen&lt;br /&gt;
*** Structuren en tekeningen! Zijn vrij gemakkelijke punten om te krijgen&lt;br /&gt;
*** Patrick vraagt graag begrippen, ik vond persoonlijk dat je buiten voor de metabolische wegen niet al teveel inzicht nodig had hiervoor, maar het helpt natuurlijk wel&lt;br /&gt;
*** Boek &amp;gt;&amp;gt;&amp;gt; slides, probeer zeker 1 keer het boek echt volledig door te nemen&lt;br /&gt;
*** Schrijf echt elk detail op dat je denkt te weten, soms staan er echt op heel domme dingen al punten&lt;br /&gt;
** In geval van tijdsnood (maar probeer wel gewoon echt alles te leren! Ik neem de schuld niet op mij als hij er toch iets van vraagt :))&lt;br /&gt;
*** Hij vraagt zelden tot nooit iets over hoofdstuk 3 (zeker mitose en meiose kan hem niet heel veel schelen)&lt;br /&gt;
*** Practicumhandleiding leren is ook vrij overbodig, buiten ionenuitwisselingschromatografie (bij ons bijvoorbeeld een examenvraag) en SDS-page als ik me goed herinner, maar deze staan ook in het boek uitgelegd normaal&lt;br /&gt;
*** Niet teveel tijd steken in E.M. foto’s, je kan sowieso wel iets aanduiden, zie dat je weet hoe golgi-apparaat, mitochondriën, vacuole eruitzien en je hebt al wel iets van punten (staat meestal op 4 punten) en je kan eens kijken op de wiki welke soort cellen hij vaak vraagt, want zijn meestal wel dezelfde&lt;br /&gt;
*** Oude examenvragen beantwoorden heeft niet enorm veel nut, structuur is altijd gelijkend, maar de begrippen dat hij vraagt zijn eerder willekeurig &lt;br /&gt;
--&amp;gt; oude examenvragen hebben wel nut, vragen die terugkomen: fosfofructokinase, G proteine, p53, ionuitwisselingschromatografie, gram+ vs gram-&lt;br /&gt;
*** De extra informatie bij de vragen van 2023 zijn steeds de opmerkingen die de prof zelf online heeft gezet, op de wiki van bios vind je nog extra vragen met opmerkingen, handig om te bekijken en te weten wat er verwacht wordt&lt;br /&gt;
Oplossingen van alle &#039;hoeveel mol&#039;-oefeningen t.e.m 2024: https://drive.google.com/file/d/15yP47s36vrCTgW9s5w-oYJc1IeW85DiW/view?usp=sharing (nieuwe link)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen vanaf 2013==&lt;br /&gt;
=== 10 juni 2025===&lt;br /&gt;
# Je kreeg 5 aminozuren (ook echt de structuurformules): threonine, proline, argininezuur, glycine en glutamine.&lt;br /&gt;
## Maak een pentapeptide met aan de N-terminus threonine gevolgd door glutamine, proline, argininezuur en glycine aan de C-terminus.&lt;br /&gt;
## Teken elk atoom en duid de asymmetrische koolstof aan.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
## Bespreek kort de gaschromatografie.&lt;br /&gt;
## Leg uit hoe je hiermee suikers kunt scheiden&lt;br /&gt;
## Je hebt glyceraldehyde, fructose, deoxyribose en glucose. Zet in volgorde wie eerst eruit komt tot wie laatst eruit komt en leg uit waarom.&lt;br /&gt;
# Tijdens de celcyclus wordt het cytoskelet op en afgebouwd.&lt;br /&gt;
## Som 3 structuurelementen op van het cytoskelet.&lt;br /&gt;
## Leg naar keuze 1 van deze structuurelementen uit van bouw en polymerisatie/depolymerisatie.&lt;br /&gt;
## Leg uit hoe het mechanisme van de controlepunten werken.&lt;br /&gt;
## Leg uit hoe de regulatie van G2/M controlepunt werkt. Dit kan a.d.h.v. een schema.&lt;br /&gt;
## Soms treedt er een fout op in dat mechanisme. Hoe voorkomt de cel dat er tumorcellen gevormd wordt.&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
## Hoeveel palmitinezuur is er nodig om 1 molecule raffinose te maken?&lt;br /&gt;
## Teken palmitinezuur en raffinose.&lt;br /&gt;
## Welke metabole wegen worden gebruikt om van palmitinezuur naar raffinose te gaan?&lt;br /&gt;
## Kies 1 metabole weg en teken deze schematisch uit (met ATP, enzymen, ...)&lt;br /&gt;
## Is er energie verbruikt of gewonnen? Hoeveel ATP?&lt;br /&gt;
# 10 meerkeuzevragen (zonder giscorrectie)&lt;br /&gt;
## Zoals: EM foto, Hoeveel aminozuren geeft deze sequentie, Enzymatische reactie met niet-competitieve inhibitor: Wat gebeurt er met Vmax en Km, Wat is een functie van het Golgi-apparaat,... &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 augustus 2024; examen op 38 punten===&lt;br /&gt;
#Om het erfelijk materiaal van een cel juist te kunnen verdelen moet het eerste verdubbeld worden. Leg dit proces uit (en teken). - 5 punten&lt;br /&gt;
#Waar in de celcyclus vindt het proces van vraag 1 plaats? Tijdens dit proces ontstaan er soms foutjes, welk(e) mechanisme(n) voorkomen dat er zich een tumor vormt? Leg gedetailleerd uit. - 6 punten&lt;br /&gt;
#Wat is het verschil tussen verzadigde en onverzadigde vetzuren. Geef hiervan de opbouw/synthese (en teken). - 8 punten&lt;br /&gt;
#Hoe kan je met gaschromatografie verschillende monosachariden scheiden? Hoe voer je deze methode uit? - 5 punten&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol maltose kan je maken uit 4 mol palmitinezuur? Welke metabolische wegen komen hier tussen? Teken maltose en palmitinezuur. Krijgt de cel hier een netto energie winst of verlies, hoeveel?  - 10 punten&lt;br /&gt;
#Twee EM-foto&#039;s: welke organellen/structuren herken je? Bespreek hun functie. ((mesosoom: https://link.springer.com/chapter/10.1007/978-3-642-46166-8_4, desmosoom: https://www.google.com/search?sca_esv=19b551ade1306bfb&amp;amp;q=desmosome&amp;amp;udm=2&amp;amp;fbs=AEQNm0A6bwEop21ehxKWq5cj-cHaxUZOSO72WoU7KkLyB7O1BLPwnsqUQoH7cGimAlpV3w1-yBjpg35HpX2ySbUvN7X4uN6e3mXpiiSGczz1FTPkxryh8HvymQ2xyXxuHxED4UQgM9Lcp8QGILOVOYlluh6PsDneNCeY0Sl5mWoXAOth0XX48tM&amp;amp;sa=X&amp;amp;ved=2ahUKEwieorDyw4SIAxW2U6QEHeVOFqcQtKgLegQICxAB&amp;amp;biw=1920&amp;amp;bih=945#vhid=eSYeuJASPAfKiM&amp;amp;vssid=mosaic)) - 4 punten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 augustus 2024; examen op 38 punten===&lt;br /&gt;
#Geef structuur en functie van de verschillende soorten lipiden. (inclusief tekening) - 6 punten&lt;br /&gt;
#Geef de verschillende typen passief transport. Met welke methode kan je deze onderzoeken? - 4 punten&lt;br /&gt;
#Bespreek transmissie-elektronenmicroscopie &amp;amp; scanning-elektronenmicroscopie. Hoe ga je te werk bij de behandeling. Geef de voor- en nadelen ten opzichte van fluorescentiemicroscopie. - 4 punten&lt;br /&gt;
#Bespreek meiose en teken. Wat zijn de belangrijkste verschillen met mitose? - 8 punten&lt;br /&gt;
#Hoeveel moleculen glycerol heb je nodig om 2 mol stearinezuur te maken. Geeft dit netto ATP of heb je hier ATP voor nodig? Kan dit gebeuren als er geen zuurstof is? Teken glycerol en stearinezuur. - 10 punten&lt;br /&gt;
#2 EM-foto&#039;s - Wat zie je? Geef bouw en functie. (Foto 1: (https://nl.m.wikibooks.org/wiki/Celbiologie/Het_centrosoom#/media/Bestand%3ASpindle_centriole_-_embryonic_brain_mouse_-_TEM.jpg); Foto 2: spiercel) - 6 punten &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 juni 2024; examen op 38 punten ===&lt;br /&gt;
#Leg uit en teken de secundaire structuur van een proteïne. - 6 punten&lt;br /&gt;
#Geef 2 manieren hoe je glyoxisomen kunt laten zien met een fluorescentiemicroscoop en leg ook uit hoe een fluorescentiemicroscoop werkt. - 6 punten&lt;br /&gt;
#Bespreek lysosomen. Geef hun functie en structuur. Wat is het verschil tussen een primaire en secundaire lysosoom? - 4 punten&lt;br /&gt;
#Hoe werkt de regulatie van de celcyclus en hoe zijn we tot deze inzichten gekomen? - 6 punten&lt;br /&gt;
#Hoeveel moleculen sucrose heb je nodig om 2 moleculen van het neutrale lipide tripalmitine te maken? Kost dit ATP aan de cel of wordt er ATP gemaakt. Schrijf alle nodige cycli uit, geef de finale reactievergelijking. - 10 punten (Oppassen want er moeten per tripalmitine, 3 palmitinezuren en 1 glycerol gemaakt worden) (metabolisme van glycerol staat niet in cursus staat wel in practicum + oefeningen boek)&lt;br /&gt;
#2 EM-foto’s - welke organellen herken je? Bespreek hun functie en opbouw. - 6 punten (Foto van Golgi-apparaat en Foto van delende plantencel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 6 juni 2024; examen op 38 punten ===&lt;br /&gt;
# Koppel D-fructose met een beta-1,3-binding aan een D-ribose. Dit D-ribose is gekoppeld aan een een molecule alpha-D-lactose met een alpha-1,3-binding. Geef de structuur van dit oligosacharide - 5 punten&lt;br /&gt;
# Glycolipiden zijn een belangrijk onderdeel in het kernmembraan. Deze zijn verschillend bij dieren en micro-organismen. Wat zijn de verschillen tussen glycolipiden bij dieren in vergelijking met die bij micro-organismen? Teken de verschillende structuren waarbij galactose het suikergedeelte is, een keer voor een dierlijke cel en een keer voor een gistcel. Wat zijn de functies van deze glycolipiden? - 4 punten&lt;br /&gt;
# Hoe vijf gegeven peptiden scheiden aan de hand van anionuitwisselingschromatografie? Leg alle nodige stappen uit. Licht kort de principes toe. In welke volgorde verlaten deze glycolipiden de kolom, leg uit waarom? - 6 punten&lt;br /&gt;
# Hoe van fosfofructokinasegen tot functioneel fosfofructokinase-enzym? leg zeer uitgebreid uit - 6 punten. Hoe wordt de activiteit van fosfofructokinase geregeld - 4 punten?&lt;br /&gt;
# Hoeveel molecule stearinezuur heb je nodig om 9 moleculen ribose-5-fosfaat te maken ? Hoeveel ATP en reducerende vermogen wordt er gemaakt. Schrijf alle nodige cycli uit, geef de finale reactievergelijking. - 10 punten&lt;br /&gt;
# EM-foto - 3 putnen (microtubuli: exacte foto https://cytochemistry.net/_Media/tub8a_med_hr.jpeg)&lt;br /&gt;
===21 augustus 2023===&lt;br /&gt;
# Bespreek de celwand bij planten. Geef de functie en opbouw. Teken de belangrijkste moleculen en bespreek in detail hoe deze met elkaar verbonden zijn. Bespreek de verschillende celwanden. &lt;br /&gt;
# Bespreek de 2 manieren waarmee men specifiek met fluorescentiemicroscopie peroxisomen kan bekijken. Leg ook uit hoe die fluorescentiemicroscopie zelf werkt. &lt;br /&gt;
# Bespreek ribosomen. Waar komen ze voor? Geef hun functie en opbouw. Wat is het verschil tussen de ribosomen van prokaryoten en eukaryoten? &lt;br /&gt;
# Hoeveel moleculen zuurstof komen er vrij uit de fotosynthese om 2 moleculen sucrose te maken? Je mag er vanuit gaan dat er voldoende ATP aanwezig is. In welke reactie komt deze zuurstof vrij, en hoe geraakt men uiteindelijk tot sucrose? &lt;br /&gt;
# 2 EM foto&#039;s: welke organellen herken je? (desmosoom en centriolenpaar) Bespreek hun functie en opbouw. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2023===&lt;br /&gt;
# Wat is een glyoxisoom? welke reacties gebeuren er hier? Waar komen ze voor? (4 punten) &lt;br /&gt;
* Wat er zeker moet staan: Glyoxysomen: komen van het SER en een pathway enkel bij planten en schimmels, niet bij dieren. En nodig voor synthese, nl twee acetyl coA moleculen omzetten in barnsteenzuur. Je moest ook schrijven dat het acetyl coA komt van afbraak vetzuren of van groeien op C2 moleculen zoals acetaat of ethanol. En dat de barnsteenzuur verder in Krebs en gluconeogenese naar suikers kan gaan. Daarnaast moest je ook de cyclus tekenen.&lt;br /&gt;
# Wat is fosofructokinase? Wat zorgt ervoor dat dit enzym actief is en wat is de functie ervan? Leg de weg uit van het DNA tot het functionerende enzym op de juiste plaats in de cel. (8 punten) &lt;br /&gt;
*Fosfofructokinase: 1 punt voor waar het werkt en in welke metabolische weg, 1 punt voor de reactie die wordt gekatalyseerd, 1 punt voor het feit dat ATP als allosterische inhibitor werkt en 1 punt voor de verschillende substraten die ook de snelheid bepalen. Dan 2 punten voor overgang DNA naar mRNA (promoter-terminator, T wordt U, RNA polymerase die kopie van de matrijsstreng maakt, splicing, polyA en 5’ Cap, moest er geantwoord worden). Dan 2 punten voor translatie (het mRNA gaat uit de kern via poriën en gaat dan naar VRIJE ribosomen , kleine en grote subeenheid, bestaande uit rRNA en proteïnen die het mRNA aflezen en vanaf AUG de proteïnesynthese beginnen. Dit met behulp van tRNA dat in zijn structuur een anticodon heeft dat gaat binden met een codon op het mRNA (3 basen en geen basenparen daar mRNA enkelstrengig is) en dat het tRNA ook een aminozuur aanbrengt corresponderend met het codon op het mRNA.  Studenten die hebben geantwoord dat het mRNA naar ribosomen op het RER gaan kunnen maximum 4 op 8 hebben, als al de andere zaken correct zijn. Ik heb dit in de les gezegd dat ik dit ging vragen op het examen.  Fosfofructokinase werkt in het cytoplasma. Als het in een vesikel zit van ER of golgi kan het nooit meer in het cytoplasma geraken….&lt;br /&gt;
# Hoeveel L-glutaminezuur is er nodig voor de synthese van 6 molecule sucrose. Schrijf de nettoreactie uit en is er ATP winst of verlies? (meerdere mensen kwamen hier 24 moleculen en 168 ATP vrij bij uit) (10 punten) &lt;br /&gt;
* 24 glutaminezuur naar 6 sucrose. Structuur sucrose: 1 punt; anaplerotische reactie van glutaminezuur naar alfaketoglutaarzuur: 1,5 punten (als alles correct is inclusief NADH winst). Krebs tot oxaalazijnzuur (1,5 punten, idem); omgekeerde anaplerotische: oxaalazijnzuur naar fosfoenolpyrodruivenzuur (GTP mag je als ATP gebruiken) (1,5 punten), gluconeogenese van PEP tot glucose 6P en fructose 6P (met ATP en NADH kost per PEP) (1,5 punten). Dan glu6P naar gluc1P, naar gluc 1P + UTP naar UDPG, dan UDPG + Frc6P naar sucrose6P en dan naar sucrose (1,5 punten)&lt;br /&gt;
# Teken de algemene structuur van gram-positieve bacteriën en in detail hoe de elementen ervan met elkaar verbonden zijn. Leg uit hoe je deze bacteriën kan onderscheiden. (6 punten) &lt;br /&gt;
* Gram+ bacteriën hebben één dikke celwand bestaande uit mureïne of peptidoglycaan. Je moest hier dan ook de structuur tekenen van N-acetylglucosamine en N-acetylmuraminezuur, met een Beta 1,4 binding met elkaar verbonden. Op de OH van de C3 van N-acetylmuraminezuur (die naar boven staat) moet je dan een melkzuur tekenen met daaraan een tetrapeptide met onder andere D-aminozuren. Wat velen vergeten is dan dat deze tetrapeptiden ofwel met elkaar zijn verbonden dan wel dat er glycinebruggen zijn om die te verbinden, allemaal met covalente bindingen. De Gramkleuring stond op 2 van de 6 punten. Die had je als je kristalvioletjood oplossing had en safranine als roze tegenkleurstof. De Gram+ zijn dan paars, de Gram- zijn dan roze.&lt;br /&gt;
# 2 E.M. foto&#039;s (delende plantencel en golgi-complex met vesikels) (4 punten)&lt;br /&gt;
# 5 peptiden gekregen, welke scheidingstechniek kan je hiervoor gebruiken? Leg deze in detail uit en verklaar in welke volgorde ze van de kolom komen. (6 punten) &lt;br /&gt;
* Scheiden van de vijf peptiden. Hier had je 3 punten op het principe van de scheiding en 3 op het juist antwoord op de vraag. Je moet hier scheiden via ionenuitwisselingschromatografie daar de 5 peptiden elke een ander isoelectrisch punt hebben. Dit kan je simpel bepalen door het aantal zure en aantal basische aminozuren te tellen. Bij principe moest er zeker bij staan dat je eerst de pH laag brengt zodat ze allemaal positief geladen zijn als je met een kationenuitwisselaar werkt en dan geleidelijk de pH doet stijgen zodat ze één voor één van de kolom komen. Voor anionenuitwisselaar het omgekeerde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2023===&lt;br /&gt;
# Teken het trisacharide: D-galactose met een 1,3 binding aan D-ribose met een 1,3 binding aan D-fructose (5) &lt;br /&gt;
* Per binding die fout is of per fout in een monosaccharide is het een punt aftrek&lt;br /&gt;
# Teken fosfatidylethanolamine, wat zijn de functies en voorkomen? (4) &lt;br /&gt;
* Phosphatidyl ethanolamine en functie/eigenschappen fosfolipide: Geen correcte esterbinding of grote fouten aan het molecule: max 1 op 4. Kleine fouten op de structuur: een half of één punt aftrek. Het overblijvende punt voor fosfolipidendubbellaag (vb membraan) en enkellaag (vb lipidendruppel) en dat het een chemische barrière vormt.&lt;br /&gt;
# Gegeven een stuk DNA van 5&#039; tot 3&#039;: wat is de aminozuursequentie van het proteïnen en welke stappen gebeuren hierbij? (5) &lt;br /&gt;
* Deze vraag heb ik tijdens de lessen op het bord getekend. Ik heb toen duidelijk gezegd dat als je DNA ziet staan, teken onmiddellijk de andere strand. Als je dat had gedaan zou je zien dat er in die andere strand een startcodon zit gevolgd door verschillende aminozuren. In de vraag staat in bold dat er een proteïne wordt gevormd, dus enkel methionine (dat werd gevolgd door een stopcodon) is uiteraard geen proteïne. Als je dit stuk correct had heb je 2,5 of 3 op 5 (2,5 als de beschrijving compleet fout is). Om 5 op 5 te hebben had ik de volgende termen moeten zien: Bij transcriptie: promoter-terminator, RNA polymerase, copij van de matrijsstreng, dus identiek aan coderende strand, maar dan T door U vervangen, splicing, 5’Cap, 3’ poly A staart en dan via kernporiën. Bij translatie: mRNA komt toe op de ribosomen (veel studenten antwoorden hier op het RER, dat kan, maar dat is niet noodzakelijk), die uit rRNA en proteïnen bestaan en tRNA met zijn anticodon brengt de juiste aminozuren aan die dan het proteïne gaan vormen&lt;br /&gt;
# bespreek de structuur en functie van het golgi-apparaat (4) &lt;br /&gt;
* Golgi apparaat: afgeplatte membraanzakken, cisternen, waar vesikels van RER toekomen aan cis kant en waar vesikels vertrekken aan de trans kant als primaire lysosomen, of als secretievesikels met materiaal voor buiten de cel.  Dit geeft 2 van de vier punten. Wat gebeurt er in het golgi: suikers die op de eiwitten staan uit RER worden grotendeels verwijderd en elk eiwit krijgt zijn specifieke glycosylatie (heel veel studenten spreken weeral over glycolysatie, wat uiteraard niet ok is, zeker 5 keer in de les gezegd! Glycosylatie kan op O of N zijn&lt;br /&gt;
# Wat is de functie van een G-proteïne? (4) &lt;br /&gt;
* G proteïnen: belangrijk bij signaaltransductie in de cel (1 punt). Zijn proteïnen die met GDP zijn gebonden en dan inactief en bij activatie wordt GDP door GTP (wat in overmaat in de cel aanwezig is) vervangen (en niet zoals studenten antwoorden dat GDP naar GTP wordt omgezet). Het G proteïne heeft dan een eigen GTPase activiteit die zorgt dat GTP wordt omgezet naar GDP en het proteïne is terug inactief. Het is dus een on-off schakelaar.&lt;br /&gt;
# Hoeveel ribose-5-p heb je nodig om 14 alanine te maken? -welke wegen, reactievergelijking  en NADH en atp balans (10) &lt;br /&gt;
* Hier heb je dus al 14 pyrodruivenzuur nodig bij de transaminatiereactie maar je hebt er nog twee extra nodig om eerste keer glutaminezuur te maken (cellen hebben geen reserve). Dus eentje voor acetyl coA en eentje voor oxaalazijnzuur (anaplerotisch). Hiermee kan je alfa keto maken en hiervan kan je glutaminezuur maken. Het alfa keto recupereer je dan telkens bij de transaminatie reacties. Om 16 pyrodruivenzuur te maken heb je 12 ribose5P nodig. Met 9 kan je er 15 maken, maar je hebt er dus 16 nodig. Hier zijn er punten gegeven a rato van welke pathways die relevant zijn heb je opgeschreven.&lt;br /&gt;
# Drie organellen aanduiden en hun functie bespreken. (lipidedruppels, glyoxisoom (?) en mitochondrion, de foto stond in de cursus) (4)&lt;br /&gt;
* Dit was een foto uit de cursus!!!. Vetdruppels (neutrale lipidenreserve) en mitochondriën (beta oxidatie, Krebs cyclus; Az biosynthese; electronentransport keten) gaf 2 punten. Cruciale hier waren de glycoxysomen met omzetten van 2 acetyl coA naar barnsteenzuur). Dit gaf nog twee punten.)&lt;br /&gt;
--&amp;gt; examen stond op 36punten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2022===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Lactose in alfa vorm tekenen. (6 ptn)&lt;br /&gt;
#* Waar in de natuur komt het voor?&lt;br /&gt;
#* Welk enzyme hydrolyseert het?&lt;br /&gt;
#* Geef de belangrijkste verschillen tussen lactose en trehalose.&lt;br /&gt;
#* Opmerking: De alfa slaat hier natuurlijk op de glucose (die nog kan open gaan) maar de binding tussen de galactose en de glucose is een beta binding. Geen correcte structuur is -2, geen enzyme is -1, geen plaats van voorkomen is -1. Grootste verschil met trehalose is dat dat een niet reducerend suiker is met de glucose alfa,alfa, 1, 1 gebonden. Waar het voorkomt is ook verschillend. &lt;br /&gt;
# Tertiaire structuur proteïnen: Leg uit + maak tekening. Aan welke externe factoren is het gevoelig? (6 ptn)&lt;br /&gt;
#* Opmerking: Veel fouten hier is dat studenten de secundaire structuur beschrijven. Er moet zeker staan: H bruggen tussen az en met omgeving, S-S bruggen (sommige studenten zetten maar één S, dat kan natuurlijk niet), hydrofobe interacties + VanderWaals, ionische interacties en algemene structuur, hydofobe binnen een polaire aan buitenkant. Bij externe omstandigheden dikwijls ok geantwoord, maar niet de reden waarom een eiwit dan stuk gaat. Bvb extreme pH. Waarom? (omdat dan de ionische interacties verstoord worden daar of alle COO- COOH worden en een eiwit dus positief geladen wordt. Hitte, detergenten (SDS), solventen, … &lt;br /&gt;
# Peroxisomen en glyoxisomen: Oorsprong en functie? Welke metabolische wegen gebeuren hier? In welke organismen komen ze voor? (6 ptn)&lt;br /&gt;
#* Opmerking: Komen van SER, en de vraag was welke metabolische reacties er plaatsvinden. Hier hadden die reacties opgeschreven moeten worden. Veel studenten antwoorden dat het doel is om H2O2 af te breken.  Neen, doel is om toxische stoffen af te breken met behulp van zuurstof en bij die afbraakreacties komt H2O2 vrij die enerzijds andere toxische stoffen kan neutraliseren, maar dan is er ook Katalase om H2O2 zelf ook af te breken, daar dit toxisch is Dit geeft de typische kristallen. Heel veel studenten antwoorden dat in glyoxysomen vetzuren worden omgezet in suikers. Dat is natuurlijk fout. De reactie in de glyoxysomen is om twee acetyl-coA om te zetten tot barnsteenzuur. En dieren hebben dat niet. &lt;br /&gt;
# Geef alle stappen die nodig zijn om een proteïnemengsel te kunnen scheiden met een kationuitwisselaar. Hoe kan kationuitwisselingschromatografie worden gebruikt om de 5 (gegeven) decapeptiden te scheiden? In welke volgorde elueren ze? (6 ptn)&lt;br /&gt;
#* Opmerking: Hier moet je weten hoe zo een kolom werkt en welke aminozuren er zuur zijn en welke basisch daar die het IEP gaan bepalen. Wat er zeker had moeten staan is dat initieel je de pH laag moet brengen zodat alle peptiden blijven hangen en dan geleidelijk de pH verhogen of de zoutconcentratie verhogen, daar ze er dan één voor één afkomen. &lt;br /&gt;
# Hoeveel moleculen sucrose nodig voor omzetting in 3 moleculen stearinezuur? Hoeveel ATP komt er vrij bij het verademen van de restproducten? (10 ptn)&lt;br /&gt;
#* Teken sucrose. Door welk enzym wordt het gehydrolyseerd? Wat zijn de hydrolyseproducten?&lt;br /&gt;
#* Welke metabolische wegen worden doorlopen? (gegeven dat het er 5 zijn, gewoon de namen van de wegen geven)&lt;br /&gt;
#* Teken de volledige metabolische reacties en schrijf de uiteindelijke reactievergelijking.&lt;br /&gt;
#* Hoeveel ATP-moleculen kunnen er gewonnen worden uit de gevormde producten die niet gebruikt werden voor de vorming van de vetzuren?&lt;br /&gt;
#* Opmerking: Sommige studenten vertrekken van stearinezuur om sucrose te maken?? Vraag goed lezen. Hier moet je dus via de pentosefosfaatweg gaan om voldoende NADPH te maken. Sommige studenten doen dat, maar gaan dan ook nog eens langs de volle glycolyse om de acetyl coA te maken maar als je de PPP doorloopt kom je ook terug uit bij pyrodruivenzuur/actyl coA. Van acetyl CoA dan naar stearinezuur, maar uiteraard de ATP verbruikende reactie om malonyl CoA te maken en per stap twee NADPH. In de oefensessie hebben jullie een gelijkaardige oefening gemaakt en was het ok om via de PPP pathway te gaan om voldoende pyrodruivenzuur te bekomen (maar een tekort aan NADPH). Studenten die dat gevolgd hebben was ook ok. &lt;br /&gt;
# Twee EM foto&#039;s: Welke celtypes zijn afgebeeld? (spiercel en delende plantencel) Benoem alle onderdelen + hun functie. (4 ptn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=&amp;gt; examen op 38 ptn&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2021===&lt;br /&gt;
#Teken een oligosaccharide dat D-galactose met een alfa-1,6 binding gebonden is aan een D-fructose (furanose-vorm) die vervolgens met een alfa-1,4 binding gebonden is aan beta-D-ribose.&lt;br /&gt;
#Beschrijf (en teken eventueel) volgende woorden: Desmosoom, apoptosoom, beta-vouwbladstructuur, Gs-proteine en snelheidscentrifuge.&lt;br /&gt;
#Wat is SDS PAGE, wat kan men ermee onderzoeken, hoe werkt het en wat is het verschil met Native PAGE.&lt;br /&gt;
#Beschrijf en teken de vetzuursynthese van stearinezuur.&lt;br /&gt;
#Hoeveel moleculen ribose-5-fosfaat kan een gistcel maken uitgaande van 10 moleculen glutaminezuur bij een tekort aan aminozuren, wat is de totale ATP en coenzym verhouding. Geef de reactievergelijking, Neem de weg met de minste CO2 productie.&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s. Alle onderdelen benoemen en de functies van deze onderdelen beschrijven. oa de kristalstructuren, R.E.R, ribosomen, celkern, Golgi apparaat.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2020===&lt;br /&gt;
#Teken de microtubuli van het cytoskelet en leg uit waarom het zo belangrijk is voor de deling van cellen. Wat zijn andere structuren van de cel waar microtubuli in voorkomen&lt;br /&gt;
#Teken Gram+-bacterie en Gram--bacterie en teken de celwand (mureïne). Leg het effect van peniciline uit op de celwand en waarom het geen effect heeft op ons&lt;br /&gt;
#Leg verschil uit tussen Instrinsieke en Extrinsieke signaalwegen. Waarom is apoptose zo belangrijk?&lt;br /&gt;
#Hoe kan men zonder de cel te denatureren de verschillende celonderdelen scheiden?&lt;br /&gt;
#Een gistcel maakt uit 4 moleculen stearinezuur, glucose-6-fosfaat. Hoeveel kan het er maken en hoeveel ATP blijft er over (Vetzuurafbraak, Gluconeogenese, Krebs-cyclus en Anaplerotische reacties)&lt;br /&gt;
#2 prentjes&lt;br /&gt;
#*Kristallen&lt;br /&gt;
#*Ribosomen&lt;br /&gt;
#*Nog dingen maar ik ben onzeker&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===7 juni 2020===&lt;br /&gt;
#teken gedetailleerd een alfa helix structuur en de binding, welk proteïne heeft vooral alfa helix structuren?&lt;br /&gt;
#trehalose en amylopectine tekenen, welke binding?&lt;br /&gt;
#geef functie van, een teken eventueel: mesosoom, protoplast, mycoplasma, chromomeer, middenlichaampje&lt;br /&gt;
#leg uit: actief transport&lt;br /&gt;
#hoe kun je een plasmamembraan goed zichtbaar maken onder een fluorescentiemicroscoop?&lt;br /&gt;
#hoeveel ATP verkrijg je bij het volledig verademen van 10 moleculen glycerol? (antwoord: 220 ATP)&lt;br /&gt;
#duidt structuren aan op foto&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 augustus 2019===&lt;br /&gt;
# Amylopectine is een belangrijk deel van zetmeel. Teken de structuur en alle atomen. Waar verschilt dit moleculen met glycogeen? &lt;br /&gt;
# Hoe wordt p53 geactiveerd? Wat heeft dit als resultaat? Wat is het gevolg indien het slecht functioneert? &lt;br /&gt;
# Hoe kan ionenuitwisselings chromatografie worden gebruikt om de 5 (gegeven) decapeptiden te scheiden. Welke elueert het eerst? &lt;br /&gt;
# Welke soort juncties zijn er? Teken en leg ze uit? &lt;br /&gt;
# Gistcellen kunnen groeien op een ethanol bodem. Hoeveel moleculen heeft een gistcel nodig om 12 moleculen ribose-5-P te maken. Hoeveel energiewinst is er? Geef alle stappen.&lt;br /&gt;
# 3 prenten:&lt;br /&gt;
## Ben ik vergeten&lt;br /&gt;
## Kliercel: benoem alle delen in de cel en geef hun functie. &lt;br /&gt;
## 2 Virussen(1 was Tabaksmozaïekvirus): wat is hun structuur en wat zijn het?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 juni 2019===&lt;br /&gt;
#leg gedetailleerd uit wat actief transport is&lt;br /&gt;
#geef de structuur van microtubuli, waarom zijn deze microtubuli belangrijk bij delende plantencellen? geef de structuur van flagellen bij eukaryote cellen en hoe zorgen deze voor beweging&lt;br /&gt;
#wat is Km?&lt;br /&gt;
#wat is een proplastide?&lt;br /&gt;
#wat is confocale fluorescentiemicroscopie en hoe kan deze gebruikt worden om een celmembraam te bekijken?&lt;br /&gt;
#hoeveel glycerol heb je nodig voor opbouw van 6 moleculen palmitinezuur? kan dit ook in anaerobe omstandigheden?&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s, geef alle structuren die je ziet + functie &lt;br /&gt;
## 1 foto van kristallen in een kern&lt;br /&gt;
## 1 foto van mucusvesikels die uit een darmepitheelcel komen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2019===&lt;br /&gt;
#Wat is de moleculaire structuur van een celwand van een bacterie? Wat is het verschil tussen een gram+ en een gram- bacterie? Hoe heeft dit effect met penicilline? Waarom gebeurt dit niet bij de mens? &lt;br /&gt;
#Hoe kan men een enzym isoleren en scheiden uit een dierlijke cel? &lt;br /&gt;
#Wat is covalente modificatie? Geef twee voorbeelden, een waarbij het enzym vertraagt en een waarbij het enzym versnelt. &lt;br /&gt;
#Hoeveel ATP geeft de afbraak van tripalmitine? Hoeveel tripalmitine moet er worden afgebroken om 10 moleculen glucose te maken in een dierlijke cel? &lt;br /&gt;
#Twee EM-foto&#039;s bespreken en vijf termen uitleggen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2018===&lt;br /&gt;
#Biosynthese van palmitinezuur geven (met structuren) en zeggen waar deze plaatsvindt.&lt;br /&gt;
#Teken een spiercel en benoem de elementen. Leg verder ook mbv tekeningen uit hoe een spiercel werkt.&lt;br /&gt;
#5 begrippen uitleggen/tekenen: mesosoom, operon, guanine, blefaroplast en mycoplasma.&lt;br /&gt;
#Leg uit hoe je mbv affiniteitschromatografie zuiver hexokinase uit een levercel kan scheiden. Zijn er nog andere technieken om zuiver hexokinase te krijgen, zo ja leg deze dan uit.&lt;br /&gt;
#Hoeveel moleculen glycerol zijn er nodig om 10 moleculen alanine te vormen. Geef de metabolische wegen in de juiste volgorde en geef de volledige synthese (inclusief structuren). Er is genoeg ammonium aanwezig maar geen oxaalazijnzuur.&lt;br /&gt;
#Van 2 E.M foto&#039;s de structuren en hun functies benoemen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2018===&lt;br /&gt;
#Gluconeogenese geven/uitleggen&lt;br /&gt;
#Welke aminozuren kunnen gefosforiliseerd worden, en welke geglycosyleerd. Teken een gefosforiliseerd aminozuur.&lt;br /&gt;
#Confocale fluoricentiemicroscoop uitleggen en tekenen. Hoe kan dit gebruikt worden om het plasmamembraan te tonen.&lt;br /&gt;
#BBegrippen: p53, desmosoom, N-acetylmureinezuur, cysteine, chiasma.&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol tripalmitinezuur heb je nodig voor 15 mol ribose?&lt;br /&gt;
#EM foto van glycocalyx met slijmbekercel en foto met peroxisoom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 augustus 2017===&lt;br /&gt;
#Ionenuitwisselingschromatografie uitleggen&lt;br /&gt;
#Een stuk DNA tekenen&lt;br /&gt;
#De verschillende juncties tussen cellen uitleggen&lt;br /&gt;
#Biosynthese en afbraak van vetten tekenen en uitleggen&lt;br /&gt;
#Hoeveel moleculen glutaminezuur heb je nodig om 6 moleculen ribose-5-P te maken&lt;br /&gt;
#Fotos van cellen: spiercel en plantencel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 augustus 2017===&lt;br /&gt;
#Koppel een fructosemolecule aan een galactose en deze aan een glucose op bepaalde manier (alpha,beta)&lt;br /&gt;
#Confocale fluorescentiemicroscopie&lt;br /&gt;
#Leg volgende termen uit: operon, plaques, cyclines, mesosoom, cystine&lt;br /&gt;
#Bespreek de lichtreacties (voorkomen, welke reacties gebeuren,...)&lt;br /&gt;
#Hoeveel sucrosemoleculen heb je nodig om 10 moleculen alanine te maken?&lt;br /&gt;
#2 E.M. foto&#039;s, de ene was een spiercel (actine en myosine), de andere weet ik niet zeker&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2017===&lt;br /&gt;
#Maak een (erg gedetailleerde) tekening van de secretieweg van DNA tot enzyme, voor een enzyme dat als functie heeft de celwand opbouwen. Leg hierbij alle belangrijke stappen uit.&lt;br /&gt;
#Actief transport bij bacteriën, schimmels en dieren uitleggen, met glucose als voorbeeld&lt;br /&gt;
#Je wil 6 proteïnen scheiden door een anionuitwisselingschromatografie uit te voeren, welke stappen zijn hierbij? Maak ook een tekening&lt;br /&gt;
#Hoeveel glycerol heb je nodig ter vorming van 4 moleculen tripalmitine? Hoeveel ATP is er over na volledige verademing van uw restproducten en reducerend vermogen? Geef op volgorde alle metabolische wegen die hierbij gebruikt werden. Geef schematisch alle stappen die doorlopen worden bij de vorming van tripalmitine uit glycerol, en geef de netto reactievergelijking (inclusief ATP).&lt;br /&gt;
#2 foto&#039;s aanduiden alles dat je herkent en de functie ervan geven, was een slijmbekercel en een heel erge close up van een plantencel&lt;br /&gt;
#5 termen verklaren: apoptosoom, DNA primase, N-acetylglucosamine, proplastide en Km&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2016===&lt;br /&gt;
#cytokinese dier &amp;amp; plant&lt;br /&gt;
#donkerracties en verschil C3,C4 en CAM &lt;br /&gt;
#adrenaline&lt;br /&gt;
#vriesbreuk en vriezers&lt;br /&gt;
#ato berekenen in cyclus&lt;br /&gt;
#fotokes van vet en golgi app&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2016 ===&lt;br /&gt;
#bespreek celwand van bacterien en schimmels op vlak van structuur, functie en chemische samenstelling&lt;br /&gt;
#inductie en repressie uitleggen adhv lac-operon en trp-operon&lt;br /&gt;
#oef: hoeveel mol ribose-5-P kan je maken uit glutaminezuur? bereken hoeveel ATP je over hebt en schrijf de volledige cycli uit (antwoord 3 mol ribose-5-P) &lt;br /&gt;
#fotos over juncties en chloroplast&lt;br /&gt;
#gelfiltratie uitleggen + hoe daaruit molecuulgewicht proteinen bepalen&lt;br /&gt;
#structuur en werking van een spiercel uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2016 ===&lt;br /&gt;
#bespreek celwand van schimmels en bacterie (moleculair, structuur, functie)&lt;br /&gt;
#bespreek gelfiltratie + hoe kan men de moleculaire massa berekenen van een proteine&lt;br /&gt;
#bespreek de spiercel (werking, structuur)&lt;br /&gt;
#Bespreek genrepressie en geninductie aan de hand van beta galactosidase en tryptofaan&lt;br /&gt;
#metabolisme: hoeveel ribulose 5 fosfaat uit 5 glutaminezuur (geef namen gebruikte wegen + theoretische ATP opbrengst)&lt;br /&gt;
#Structuren desmosoom/dichte junctie en chloroplas&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2016===&lt;br /&gt;
#bespreek de onderzoeken naar de regulatie van de celcyclus (MPF enzo...). Wat kan er misgaan wanneer de regulatie niet goed verloopt? (tumor, p53, oncogenen).. &lt;br /&gt;
#Bespreek oorsprong structuur en functie van glyoxisomen en peroxisomen (bijvraag: waar vind je vb glyoxisomen: noten,zaden) &lt;br /&gt;
# kationuitwisselingschromatografie uitleggen +methode om 4 peptiden te scheiden hiermee uitleggen&lt;br /&gt;
# bespreek: Gs proteine (algemeen, niet adrenaline), Km(enzyme),Prion&lt;br /&gt;
# Hoeveel ATP moeten de lichtreacties maken voor de synthese van 6 mol sucrose via donkerrracties (UDPG niet vergeten)&lt;br /&gt;
# 2 fotos: chloroplast, 10 structuren aanduiden, darmepitheelcel met glycocalix en veel mucus blijkbaar geen lysosomen dus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2016 NM===&lt;br /&gt;
#bespreek microtubuli en de structuren aan die in de cel voorkomen.&lt;br /&gt;
# Welk peptide wordt er gevormd (DNA gegeven)&lt;br /&gt;
# waaruit bestaat een spiercel en bespreek de werking ervan&lt;br /&gt;
# Bespreek de calvin-cyclus. Wat zijn de inputs en wat zijn de outputs? &lt;br /&gt;
#Hoeveel moleculen glycerol hebt je nodig om 9 moleculen ribose-5- fosfaat te maken? ( pentosefosfaat weg omkeren)&lt;br /&gt;
#em foto&#039;s &lt;br /&gt;
#*was een plantencel blaasjes golgi-apparaat aant afzetten was op de fragmoplast&lt;br /&gt;
#*De tweede foto was een slijmbekercel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2016 VM===&lt;br /&gt;
# Structuur glycogeen? Biosynthese er van en afbraak ervan? (Moest blijkbaar adrenaline bij betrekken)&lt;br /&gt;
# aminozuren uitleggen en de structuur van proteine&lt;br /&gt;
#structuur en functie van de celwand bij bacteriën&lt;br /&gt;
#de stappen nodig om een zuivere fractie van polysomen te verkrijgen. Das zo met differentiële centrifugatie &lt;br /&gt;
# hoeveel mol ethanol nodig om 6 mol ribos-6-fosfaat te vormen. &lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s ene was met peroxisoom (kristal in), mitochondrie en chloroplast. 2e was ook vormen van fragmoplast&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties&lt;br /&gt;
# Belangrijkste cel differentiaties bij Planten.&lt;br /&gt;
# Hoe kan men cellen in een oplossing tellen? Hoe gebeurd dit bij bacteriofagen?&lt;br /&gt;
#Teken en bespreek de structuur en functie van de glycocalix bij dieren&lt;br /&gt;
#hoeveel maltose moleculen zijn er nodig bij de synthese van alanine in een cel met een tekort aan energie&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s: een prokaryoot en een spiercel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de enkelvoudige en meervoudige suikers en teken de belangrijkste.&lt;br /&gt;
# apoptose&lt;br /&gt;
# Penicilline en chloramfenicol &lt;br /&gt;
# Opbouw en afbraak van vetten&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s eentje van een floeemcel de andere van een vetdruppels met glyoxisomen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Geef alle soorten lipiden, uitleg, tekening&lt;br /&gt;
# wat is een sarcomeer en leg werking uit,&lt;br /&gt;
# vier woorden: microsoom, beta-mercapto-ethanol, tonofilamenten en dna primase, &lt;br /&gt;
# Geef heel calvincyclus&lt;br /&gt;
# Oefening met al die metabolisme en ATP enzo. Iets mat stearinezuur afbreken tot pyrodruivenzuur ofzo tongue-emoticon&lt;br /&gt;
# 2 fotos : celkern met kristallen en dan blijkbaar een zeefvat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2015 NM ===&lt;br /&gt;
# Alles van de plantencelwand&lt;br /&gt;
# Oef met DNA sequentie en translatie&lt;br /&gt;
# Oxidatieve fosforylatie vs foto fosforylatie&lt;br /&gt;
# Hoe kan je polysomen en ribosomen scheiden&lt;br /&gt;
# Hoeveel mol glycerol heeft een gistcel, die in de G0-fase zit, nodig om met ademhaling 110 Mol ATP te synthetiseren&lt;br /&gt;
# Foto van openbarstende darmepitheelcel (met mucus) en van een plantencel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Structuur en functie van endoplasmatisch reticulum&lt;br /&gt;
# Hoe wordt de activiteit van fosfofructokinase geregeld?&lt;br /&gt;
# Cytoskelet bij planten en dieren&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties&lt;br /&gt;
# hoeveel mol ethanol nodig opdat gistcellen 4 mol ribose-5-P kunnen maken. Welke metabolische weg komen hierbij tussen? Hoeveel ATP blijft er over? &lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s: de eerste was een zenuwcel met microtubuli en de tweede met een peroxisoom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# bespreek suikers en polysacchariden en teken de belangrijkste&lt;br /&gt;
# welke reacties vinden plaats op het thelakoïdmembraan en wat zijn de inputs en outputs&lt;br /&gt;
# geef uitleg; middenlichaampje, callus, mitosis-promoting factor MPF, blefaroblast&lt;br /&gt;
# hoeveel mol glutaminezuur moet omgezet worden in oxaalazijnzuur om voldoende ATP te maken voor de afbraak van 5 mol stearinezuur&lt;br /&gt;
# bespreek SDS-page en waarvoor dient het&lt;br /&gt;
# foto van floëemcellen en foto van kern met kristallen p p295&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 juni 2014 ===&lt;br /&gt;
#IEP uitleggen en peptiden rangschikken op IEP&lt;br /&gt;
#Transport van voedingsstoffen over de celmembraan bespreken&lt;br /&gt;
#Methoden om de volgorde van enzymen in een metabolische pathway te bepalen&lt;br /&gt;
#Glyoxylzuurcyclus bespreken&lt;br /&gt;
#Hoevel mol glycerol nodig voor 2 mol palimitinezuur&lt;br /&gt;
#Foto van jonge plantencel en van peroxisoom&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2014===&lt;br /&gt;
#Transport van voeding door de membraan&lt;br /&gt;
#Plantencelwand bespreken&lt;br /&gt;
#Bespreek de pentosefosfaatweg (alles)&lt;br /&gt;
#Tellen van bacteriofagen&lt;br /&gt;
#1 mol tripalmitine (vergeet glycerol niet!)&lt;br /&gt;
#Foto van plantencel (chloroplast volledig en ook vacuole enzo) + floeemcel (gedifferentieerde plantencel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2014 ===&lt;br /&gt;
#Leg de rol van enzymen als katalysatoren uit in de metabolische reactie wegen&lt;br /&gt;
#Wat doe adrenaline in de levercellen als je schrikhebt?&lt;br /&gt;
#Leg de weg uit die katalase aflegt in de cel beginnende bij DNA.&lt;br /&gt;
#Leg ionenuitwisselingschromatografie uit.&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol maltose heb je nodig voor de aanmaak van 2 mol stearine? Welke metabolische reactiewegen komen hier bij te pas? Welke zijn de energieleverende/ energie verbruikende stappen?&lt;br /&gt;
#Prent van cel met glycogeenkorrels, RER, SER, mitochondrien etc&lt;br /&gt;
#Prent van plant cel in cytokinese --&amp;amp;gt; aanmaak van middenlamel door fragmoplast etc&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 juni 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Transport over celmembraan&lt;br /&gt;
#Kern met rer tekenen en functie uitleggen &lt;br /&gt;
#Wat doet adrenaline in levercellen&lt;br /&gt;
#Confocale fluorescentie microscopie uitleggen&lt;br /&gt;
#Hoeveel acetaat je nodig hebt voor 3 mol glycerol en waar wordt energie geproduceerd &lt;br /&gt;
#Foto van glycogeenkorrels en van kristallen in kern&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 juni 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#fosfofructokinase van dna tot enzyme de weg die het moet doen en regulatie&lt;br /&gt;
#plantencelwand opbouw componenten en functie&lt;br /&gt;
#tellen van cellen en bacteriofagen&lt;br /&gt;
#hoeveel glucose nodig voor 4 alanine te maken&lt;br /&gt;
#foto van zenuwuitlopers en vorming nieuwe celwand bij planten: fragmoplast&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2013 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de eenvoudige suikers en polysacchariden.&lt;br /&gt;
#Bespreek de biosynthese en afbraak van vetzuren.&lt;br /&gt;
#Wat is de functie van glyoxisomen? Hoe kan je deze zichtbaar maken bij fluorescentie microscopie?&lt;br /&gt;
#Een gistcel kan groeien op ethanol. Om te groeien moet de celwand groeien, deze is opgebouwd uit polymeren van suikers. &lt;br /&gt;
#*Hoeveel mol ethanol is er nodig om 10 mol glucose te maken? &lt;br /&gt;
#*Kan de gistcel groeien op ethanol in anaëroob milieu? (antwoord: p469 laatste 5 regels in middelste stuk)&lt;br /&gt;
#prent aanduiden: &lt;br /&gt;
#*desmosoom &lt;br /&gt;
#*peroxisoom met kristalstructuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2013 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Teken de overgang van kernmembraan naar R.E.R. Wat is de functie van dit laatste?&lt;br /&gt;
#Bespreek geprogrammeerde celdood. Is er een link met kanker?&lt;br /&gt;
#Geef de methode(n) hoe je proteïnen kan splitsen op basis van hun lading.&lt;br /&gt;
#Hoe werkt het B-galactosidase operon bij E. Coli?&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol glucose kan je maken met 3 mol palmitinezuur? Welke metabolische wegen worden er gevolgd? Hoeveel ATP kan er eventueel gevormd worden?&lt;br /&gt;
#Foto&#039;s:&lt;br /&gt;
#* p254&lt;br /&gt;
#*p218 (ongeveer)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 JUN 2013 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek de secretieweg in een cel van gen tot gesecreteerd eiwit.&lt;br /&gt;
# Als een mens schrik heeft komt er adrenaline vrij. Wat gebeurt er dan in de lever?&lt;br /&gt;
# Hoe werkt SDS-PAGE?&lt;br /&gt;
# Een uitgehongerde zoogdiercel maakt 4 glutaminezuurmoleculen en 2 asparaginezuurmoleculen. Hoeveel fructose is hier voor nodig en hoeveel CO2 wordt er door het organisme geproduceerd bij deze omzetting?&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s: chloroplast tegen celwand aangedrukt door vacuole en celkern met kristallen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 jun 2013 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de celwand vn de bacterie&lt;br /&gt;
#Uitleggen wat MFP met celcyclus te maken heeft en welke drie onderzoeken er toe geleid hebben&lt;br /&gt;
#Confocale fluorecentiemmicroscopie uitleggen&lt;br /&gt;
#Een oefening met hoeveel mol&lt;br /&gt;
#2 prentjes:&lt;br /&gt;
#*floëmcellen&lt;br /&gt;
#*gewoon RER, SER, Peroxisoom, mitochondrïen aanduiden (kan zijn nog iets)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Examenvragen vanaf 2009=&lt;br /&gt;
== Biochemie ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 27 jun 2011 ===&lt;br /&gt;
#elektronentransportketen uitleggen.&lt;br /&gt;
#Met welke methodes kan je glyoxisomen bestuderen (door microscopische analyse) in de cel?&lt;br /&gt;
#Vetzuren en lipiden bespreken&lt;br /&gt;
#Differentiaties in plantencellen&lt;br /&gt;
#Foto van spiercel + kern delen benoemen.&lt;br /&gt;
#C1 van een glucosemolecule wordt radioactief gemerkt. We zien dat C6 van een 1,6-bisfosfaatfructosemolecule ook radioactieve sporen vertoond. Verklaar dit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 jun 2010 ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de lichtreactie van de fotosynthese.&lt;br /&gt;
#Bespreek hoe je aminozuren en suikers kan scheiden en deze onderling kan scheiden.&lt;br /&gt;
#Bespreek: de weg die wordt afgelegd van DNA tot glycocalyx van een proteïne.&lt;br /&gt;
#Hoeveel ribose 5-P kunnen gevormd worden uit 5 moleculen glutaminezuur. Hoeveel ATP komt hierbij vrij?&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s waarbij alle structuren moeten aangeduid worden (chloroplast en jonge plantencel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 8 jun 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
#Bespreek de suikers&lt;br /&gt;
#Bespreek de pentosefosfaatweg (PPP)&lt;br /&gt;
#Bespreek SDS-PAGE&lt;br /&gt;
#Hoeveel molecule alpha-ketoglutaarzuur moeten er in de cel omgezet worden naar fumaarzuur om voldoende ATP te maken voor de synthese van 6 moleculen palmitinezuur (vertrekkende van Acetyl-Coa en uitgaand van het feit dat alle cofactoren aanwezig zijn) ? [Antwoord: 7]&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s waarbij alle structuren moeten aangeduid worden (levercel en prokaryote cel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Chemie == &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 JUN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# celdifferentiatie in ene plantencel&lt;br /&gt;
# transport voeding cel&lt;br /&gt;
# geef de verschillen tussen de glycolyse en de gluconeogenese daar waar de enzymen verschillend zijn&lt;br /&gt;
# 2 stearinezuur omvorme na ribose, er is geen NAD+, geef de cusclussen die je gebruikt, is er atp genoeg, kan het volledig worden omgezet?&lt;br /&gt;
# 2 tekeningen (darmwand en spiercel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 FEB 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek enkelvoudige en meervoudige suikers&lt;br /&gt;
# Welke soorten juncties zijn er en wat is hun functie?&lt;br /&gt;
# Bespreek ionenuitwisselingschromatogafie&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Bespreek aminozuren en ruimtelijke opbouw van proteïnen &lt;br /&gt;
# Rangschik 5 proteïnen volgens hun isoelektrisch punt, van hoog naar laag (je krijgt hier dan 5 aminozuursequenties) &lt;br /&gt;
# Teken de overgang tussen kernmembraan en het RER en bespreek de functie van het RER. &lt;br /&gt;
# Bespreek de verschillende centrifugatietechnieken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# bespreek de enkelvoudige en meervoudige suikers&lt;br /&gt;
# bespreek de celwand bij bacterien en schimmels&lt;br /&gt;
# leg uit ionenuitwisselingschromotografie&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s waar ge alles op moet aanduiden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Bespreek de celwand bij planten&lt;br /&gt;
# Bespreek microtubuli en hun structuren&lt;br /&gt;
# SDS-page (blijkbaar moest ge u practicumboek ook kennen :s)&lt;br /&gt;
# foto van kern me kristallen en een bacterie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek vetzuren en lipiden&lt;br /&gt;
# Bespreek wat er allemaal gebeurd en hoe het transport gebeurd van een specifiek proteïne vertrekkende van het genome DNA tot aan de glycocalyx (mss iets ander geformuleerd)&lt;br /&gt;
# Bespreek de technieken om een basaalkorrel zichtbaar te maken in de cel. -&amp;amp;gt; ECHT IN FUNCTIE VAN DE BASAALKORREL DOEN DUS adh van het proteïne tubuline!!!&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s 1 van die rozetstructuren van glycogeenpartikels en dieje andere was met gwn een celkern met kristalijne kristallen (2 foto&#039;s die hem duidelijk in de les heeft vermeld da ge daar moet op lette)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 JAN 2012 VM ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de nucleinezuren, als monomeer en macromolecule, en hun ruimtelijke structuur bij eukaryoten en prokaryoten.&lt;br /&gt;
#Bespreek het endoplasmatisch reticulum.&lt;br /&gt;
#Bespreek gelfiltratie en leg uit hoe het ka ngebruikt worden om het moleculaire gewicht van een proteine te bepalen.&lt;br /&gt;
#2 EM-fotos, alle structuren aanduiden en de functie ervan geven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 JUN 2011 NM===&lt;br /&gt;
#bespreek de vermenigvuldiging van virussen&lt;br /&gt;
#Bespreek de bio-synthese en afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
#Bespreek de vrijzetting van adrenaline in het bloed&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol ATP wordt er geproduceerd uit 5 mol glucose en 3 mol glycerol? Hoeveel mol glutaminezuur kan worden geproduceerd uit 5 mol glucose en 3 mol glycerol wanneer er genoeg ammoniak in de cel aanwezig is?&lt;br /&gt;
#twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 JUN 2011 VM===&lt;br /&gt;
#Bespreek de cytokinese bij planten.&lt;br /&gt;
#Bespreek het transport van voedingsstoffen naar binnen in de cel.&lt;br /&gt;
#Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese.&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol fructose is er nodig voor de synthese van 3 mol palmitinezuur?&lt;br /&gt;
#twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 JAN 2011===&lt;br /&gt;
#Bespreek de celwand bij planten.&lt;br /&gt;
#Bespreek de proteïnen en hoe ze zijn opgebouwd in een ruimtelijke structuur.&lt;br /&gt;
#Geef de belangrijkste verschillen tussen gram positieve en gram negatieve bacteriën en hoe kan je die van elkaar onderscheiden?&lt;br /&gt;
#Bespreek moleculaire exclusiechromatografie en hoe kan je hiermee het MW van een eiwit bepalen?&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 JUN 2010===&lt;br /&gt;
# Bespreek de structuur en werking van spiercellen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese.&lt;br /&gt;
# Hoeveel ATP wordt er geproduceerd bij afbraak van 5 mol glycerol en 2 mol glucose? stel: Glutaminezuur tekort in de cel, hoeveel mol glutaminezuur kan geproduceerd worden met 5 mol glycerol en 2 mol glucose?&lt;br /&gt;
# Hoe werkt adrenaline?&lt;br /&gt;
# Hoe werkt het tryptofaan operon bij aanwezigheid en afwezigheid van tryptofaan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 JUN 2010===&lt;br /&gt;
# Bespreek differentiatie van plantaardige cellen&lt;br /&gt;
# Bespreek gemedieerd transport&lt;br /&gt;
# Bespreek de glyoxyzuurcyclus (waar, in- en outputs en waar de producten verder naartoe gaan...)&lt;br /&gt;
# Hoeveel fructosemoleculen heb je nodig om 4 moleculen glutaminezuur en 2 moleculen asparaginezuur te maken. Hoeveel CO2 wordt hierbij gemaakt? Leg uit a.d.h.v. metabolische wegen.&lt;br /&gt;
# Bespreek hoe de enzymes elkaar opvolgen (niet in deze woorden, maar &#039;t komt erop neer)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 JAN 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
#Bespreek de structuur en de functie van microtubuli en de verschillende structuren die hieruit zijn opgebouwd. (p. 240-261)&lt;br /&gt;
#Bespreek de ruimtelijke structuur van eiwitten. (p. 53-60)&lt;br /&gt;
#Bespreek de verschillende centrifugatie methoden. (p. 285-290)&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 JAN 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
#Bespreek de celwand bij planten. (bijvragen over de chemische opbouw van (hemi)cellulose, extensises,...)&lt;br /&gt;
#Bespreek RNA transcriptie en DNA duplicatie.&lt;br /&gt;
#Bespreek de moleculaire exclusiechromatografie.&lt;br /&gt;
#2 foto&#039;s van cel(onderdelen). Alles benoemen, ook vanzelfsprekendheden (cytoplasma,...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 JAN 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
# Bespreek de enkelvoudige en de meervoudige sacchariden (bijvraag: hoe heeft men de L en D suikers bepaald, met welk suiker hebben ze dit gedaan)&lt;br /&gt;
# Bespreek de overgang van het kernmembraan en het RER en geef de functie van het RER&lt;br /&gt;
# Bespreek SDS PAGE&lt;br /&gt;
# Duid op de volgende 2 foto&#039;s de delen aan (ALLES aanduiden, cytoplasma en alles wat ook &#039;normaal&#039; lijkt!)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
leer ALLE details!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Examenvragen van 2007 - 2009=&lt;br /&gt;
=== 2 sept 2009 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Van Dijck&lt;br /&gt;
# Bespreek de enkelvoudige en meervoudige suikers.&lt;br /&gt;
# Bespreek de verschillende plastiden.&lt;br /&gt;
# Welke techniek kan men gebruiken om celmembranen te bestuderen onder de EM? Bespreek de twee varianten.&lt;br /&gt;
# Twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Thevelein&lt;br /&gt;
* Hoofdvraag&lt;br /&gt;
*# Bespreek het verband tussen de elektrontransportketen en oxidatieve fotofosforylatie.&lt;br /&gt;
* Bijvragen&lt;br /&gt;
*# Glyoxylzuurcyclus&lt;br /&gt;
*# Hoeveel glucosemoleculen heeft een schimmelcel nodig om 2 glutaminezuur en 4 asparaginezuur te maken? Wordt er hierbij ook CO2 geproduceerd en indien ja, hoeveel?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 Juni 2009 - Chemie - Thevelein ===&lt;br /&gt;
* hoofdvragen&lt;br /&gt;
*# Bespreek de Krebscyclus.&lt;br /&gt;
*# Bespreek de lichtreactie vd fotosynthese.&lt;br /&gt;
*# Leg genrepressie en geninductie uit aan de hand van klassieke voorbeelden.&lt;br /&gt;
* bijvragen&lt;br /&gt;
*# Wat is groepstranslocatie?&lt;br /&gt;
*# Bereken hoeveel mol ATP er wordt vrijgezet bij de volledige oxidatie van 1 mol tristearine.&lt;br /&gt;
*# Nog een oefening zoals hierboven maar nu met aminozuren enzo...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 Juni 2009 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Van Dijck &lt;br /&gt;
# bespreek de structuur van microtubuli en de structuren die eruit bestaan.&lt;br /&gt;
# Bespreek de nucleïnezuren en nucleotiden en hun ruimtelijke structuren.&lt;br /&gt;
# Leg gelchromatografie (??) (da met gelbollekes sorteren) uit en hoe je het molecuulgewicht v eiwitten hiermee kan berekenen.&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s uit oefenzittingen&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
Thevelein&lt;br /&gt;
* hoofdvraag&lt;br /&gt;
*# Vergelijk gluconeogenese en glycolyse (startproducten, plaats id cel,..)&lt;br /&gt;
* bijvragen&lt;br /&gt;
*# bespreek glyoxylzuurcyclus&lt;br /&gt;
*# Bereken hoeveel moleculen glucose een schimmelcel nodig heeft om 2 moleculen glutaminezuur en 4 moleculen asparaginezuur te produceren. Wordt hierbij CO2 gevormd en zo ja hoeveel? Leg uit adhv de gebruikte cycli.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 Juni 2009 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Van Dijck &lt;br /&gt;
# bespreek de celwand bij planten&lt;br /&gt;
# bespreek peroxisomen en glyoxisomen&lt;br /&gt;
# rankschik de volgende peptiden volgens iso-elektrisch punt. en wat is iso-elektrisch punt. vb.COOH-cysteïne-proline-histidine-cysteïne-lysine-methionine-asparaginezuur-NH2&lt;br /&gt;
# 2 fotos: 1 van een chloroplast, en 1 van een zenuwcel&lt;br /&gt;
Thevelein&lt;br /&gt;
*hoofdvraag&lt;br /&gt;
*# bespreek de lichtreacties van de fotosynthese&lt;br /&gt;
*bijvragen&lt;br /&gt;
*#geef volledige metabolische weg om asparaginezuur te vormen uit glycerol en NH3&lt;br /&gt;
*#Kan een cel in anaërobe omstandigheden het meest ATP halen uit glucose via de Glycolyse of eerst via PP(pentosfosfaatweg).en toon aan.-&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 jan 2009 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
# Bespreek nucleotiden en nucleïnezuren&lt;br /&gt;
# Welke soorten juncties zijn er en wat is hun functie?&lt;br /&gt;
# Hoe kan je aminozuren van suikers scheiden en hoe kan je ze verder opzuiveren?&lt;br /&gt;
# Teken het celmembraan (of was de vraag nu glycocalyx?) van een dierlijke cel en duidt de onderdelen aan.&lt;br /&gt;
# Wat is het iso-elektrisch punt van een proteïne en wat ben je ermee?&lt;br /&gt;
# 2 fotos: 1 van een prokaryote cel, en 1 van een plantencel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2009 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
# bespreek de enkelvoudige en de meervoudige sacchariden (bijvraag: hoe heeft men de L en D suikers bepaald, met welk suiker hebben ze dit gedaan)&lt;br /&gt;
# bespreek de overgang van het kernmembraan en het RER en geef de functie van het RER&lt;br /&gt;
# bespreek SDS PAGE&lt;br /&gt;
# duid op de volgende 2 foto&#039;s de delen aan (ALLES aanduiden, cytoplasma en alles wat ook &#039;normaal&#039; lijkt!)&lt;br /&gt;
leer ALLE details!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 aug 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Hoofdvraag:&lt;br /&gt;
*# Bespreek de samenstelling en mechanisme van elektronentransportketen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Bijvragen:&lt;br /&gt;
*# Welke reacties worden gekatalyseerd door volgende enzymes:&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat decarboxylase&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat dehydrogenase&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat kinase&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat carboxylase&lt;br /&gt;
*# een cel zet oxaalazijnzuur, citroenzuur en NH3 om in asparaginezuur en glutaminezuur, geef de reactie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# bespreek structuur en functies van de microtubuli en bespreek de structure waar ze voorkome (/3)&lt;br /&gt;
# bespreek structuur van de proteïnen en waar komen deze voor (/3)&lt;br /&gt;
# hoe kan je het molecuulgewicht van een proteïne bepalen met exclusiechromatografie (/2)&lt;br /&gt;
# wat is hemicellulose? (/1)&lt;br /&gt;
# duid celorganellen aan op de prent (/1) --&amp;amp;gt; twas een levercel met veel secretiepartikels&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 jun 2008 - Chemie - Thevelein ===&lt;br /&gt;
Hoofdvragen:&lt;br /&gt;
# e-transport&lt;br /&gt;
# pentosefosfaatweg&lt;br /&gt;
# regulatie van het metabolisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen:&lt;br /&gt;
# glyoxylzuurcyclus&lt;br /&gt;
# glucose+NH3--&amp;amp;gt;glutaminezuur+CO2 hoeveel ATP wordt er geproduceerd (aeroob organisme)&lt;br /&gt;
# synthese van trehalose uit glucose dat via symport in de cel komt. Hoeveel ATP moet er via melkzuurgisting gewonnen worden om 2 trehalose moleculen te vervaardigen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 jun 2008 - Chemie - Thevelein === &lt;br /&gt;
Hoofdvragen&lt;br /&gt;
# Bespreek de Krebscyclus&lt;br /&gt;
# Bespreek het membraantransport en de membraanpotentiaal&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen&lt;br /&gt;
# Adrenaline als glucosevrijzetter&lt;br /&gt;
# Bespreek in detail de biosynthese en afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
# Een bacteriële cel in aërobe omstandigheden zet glucose om in pyrodruivenzuur. Waar wordt het meeste ATP geproduceerd, via de glycolyse of via de pentosefosfaatweg?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2008 - Chemie - Thevelein===&lt;br /&gt;
Hoofdvragen:&lt;br /&gt;
# Bespreek de calvincyclus.&lt;br /&gt;
# Bespreek membraantransport en bespreek hoe membraanpotentiaal hierbij tussenkomt.&lt;br /&gt;
# Bespreek de regulatie van het metabolisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen:&lt;br /&gt;
# Glyoxylzuurcyclus.&lt;br /&gt;
# Adrenaline als glucose vrijzetter.&lt;br /&gt;
# Een denkvraag ivm proton-motive en dinitrofenol.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
# lichtreacties&lt;br /&gt;
# oefeningen:&lt;br /&gt;
#* tristearaat, hoeveel ATP wordt er gevormd&lt;br /&gt;
#* vorming van asparaginezuur en glyoxylzuur uit citroenzuur en NH3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* schriftelijk&lt;br /&gt;
*# soorten bindingen in macromolecules, tekenen +bespreken&lt;br /&gt;
*# wat is threhalose, mesozoom&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* mondeling&lt;br /&gt;
*# endoplasmatisch riticulum bespreken&lt;br /&gt;
*# microtubuli bespreken&lt;br /&gt;
*# plaatsbepaling van moleculen in de cel, methoden bespreken&lt;br /&gt;
*# 2 foto&#039;s herkennen+organellen benoemen: lever en oliehoudende zaden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 jun 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
* Grote vraag: &lt;br /&gt;
*# membraantransport bespreken&lt;br /&gt;
* Bijvragen: &lt;br /&gt;
*# ge hebt 24 glucosemoleculen, die ge via PP en dÃ¡n pas de glycolyse gaat afbreken tot acetyl-CoA, waarna ge X aantal palmitinemoleculen gaat opbouwen. Hoeveel ATP wordt er gevormd? En hoeveel NADPH hebt ge tekort?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Schriftelijk:&lt;br /&gt;
*# bespreek RNA en DNA&lt;br /&gt;
*# leg uit: &lt;br /&gt;
*#* isopycnische centrifugatie &lt;br /&gt;
*#* mycoplasma&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Mondeling:&lt;br /&gt;
*# bespreek mono- en polysachariden&lt;br /&gt;
*# celwand bij bacterien + Gram positieve en Gram negatieve bacterien&lt;br /&gt;
*# ionenuitwisselingschromatografie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 jun 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
* hoofdvraag:&lt;br /&gt;
*# Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese&lt;br /&gt;
* Bijvragen:&lt;br /&gt;
*# Bespreek hoe er geninductie en genexpressie bij Escheria coli plaatsvindt&lt;br /&gt;
*# Oefening ivm de metabolische wegen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Schriftelijk&lt;br /&gt;
*# teken (cyclisch) alfa-D-glucose, beta-D-Fructose, sucrose en nummer de koolstoffen&lt;br /&gt;
*# Leg uit: &lt;br /&gt;
*#* mesosoom &lt;br /&gt;
*#* connexon&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Mondeling&lt;br /&gt;
*# Teken hoe het kernmembraan in het RER overgaat, en geef de functie van dit RER&lt;br /&gt;
*# Bespreek de ruimtelijke structuur van proteïnen&lt;br /&gt;
*# Leg uit hoe men plasmiden kan identificeren met behulp van restrictie-enzymen aan de hand van een voorbeeld&lt;br /&gt;
*# Duid de organellen aan op de cel (chloroplast en bacteriofaag)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 jan 2008 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# geef de structuur en de functies van de mitochondrieën&lt;br /&gt;
# beschrijf de weg die een proteine X aflegt beginnend in de kern die voor de glycocalyx bestemd is.&lt;br /&gt;
# beschrijf de verschillende centrifugatietechnieken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# wat is het iso-elektrisch punt van proteïnen en rangschik de volgende proteïnen volgens stijgende theoretische waarde van het iso-elektrisch punt. De proteïnen werden gegeven door telkens een keten van 11 aminozuren.&lt;br /&gt;
# Beschrijf en teken schematisch de componenten van de glycocalyx&lt;br /&gt;
# verklaar: &lt;br /&gt;
#* mesosoom&lt;br /&gt;
#* connexon&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 jan 2008 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
Schriftelijk deel&lt;br /&gt;
# rangschik van polair naar apolair (aceton, 1-propanol, diethylether, fenol, benzylalcohol) [in de vraag werden prentjes van de moleculen gegeven, en niet de namen], en zeg wat apolariteit bepaalt.&lt;br /&gt;
# teken (cyclisch) alfa-D-glucose, beta-D-Fructose, sucrose.&lt;br /&gt;
# Leg uit:&lt;br /&gt;
#* Dictyosoom &lt;br /&gt;
#* Blefaroplast&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
# Teken hoe het kernmembraan in het RER overgaat, en geef de functie van dit RER&lt;br /&gt;
# Bespreek de ruimtelijke structuur van proteïnen&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe men plasmiden kan identificeren met behulp van restrictie-enzymen aan de hand van een voorbeeld&lt;br /&gt;
# Duid de organellen aan op de cel (de twee cellen waren een zenuwcel en een chloroplast)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Examenvragen tot en met 2006=&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
Hoofdvragen: theorie&lt;br /&gt;
# bespreek hoe een cel aan zijn membraanpotentiaal komt + hoe deze aangewend wordt bij het membraantransport&lt;br /&gt;
# bespreek de Calvin Cyclus (functie, intermedairen, ...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hoofdvragen oefeningen&lt;br /&gt;
# practicum: bespreek PAGE bij proteïnen en hoe we de molecuulgroote ervan kunnen afleiden&lt;br /&gt;
# duid zo veel mogelijk celstructuren aan&lt;br /&gt;
# duid de volgende processen aan waar ze voorkomen in de cel aan op de tekening: NADPH productie, energieproductie, chromatine en integrale proteïnen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen&lt;br /&gt;
# bespreek hoe adrenaline de glucoseproductie in de cel regelt&lt;br /&gt;
# Een cel maakt uit oxaalazijnzuur, citroenzuur en NH3 de aminozuren glutaminezuur en asparaginezuur. Geef een reactievergelijking en houd rekening met ATP, NAD, FAD, H2O en CO2.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R1039325</name></author>
	</entry>
</feed>