
<?xml version="1.0"?>
<feed xmlns="http://www.w3.org/2005/Atom" xml:lang="nl">
	<id>https://wiki.chemika.be/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=R1050265</id>
	<title>Chemika Examenwiki - Gebruikersbijdragen [nl]</title>
	<link rel="self" type="application/atom+xml" href="https://wiki.chemika.be/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=R1050265"/>
	<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Speciaal:Bijdragen/R1050265"/>
	<updated>2026-07-28T08:21:48Z</updated>
	<subtitle>Gebruikersbijdragen</subtitle>
	<generator>MediaWiki 1.43.0</generator>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Bio-Organische_Chemie&amp;diff=5057</id>
		<title>Bio-Organische Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Bio-Organische_Chemie&amp;diff=5057"/>
		<updated>2026-06-05T13:01:21Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R1050265: /* 4 juni 2026 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Basisvak organische chemie voor eerstejaars chemie, biochemie en biologie.&lt;br /&gt;
Gedoceerd door Professor Luc van Meervelt.&lt;br /&gt;
Het examen volgt al jaren dezelfde structuur.&lt;br /&gt;
Sinds 2017 wordt dit vak gegeven door professor Mario Smet.&lt;br /&gt;
Het examen duurt 3 uur.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;2022-2023&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*aanpak vak&lt;br /&gt;
**Prof Mario Smet&lt;br /&gt;
**Voor het examen minstens 3.2/8 voor zowel het deel van theorie als oefeningen, anders maximaal een 9 (helaas durft hij ook een 3.1 te geven)&lt;br /&gt;
**Er zijn ingesproken ppt&#039;s die zeker een aanrader zijn om te bekijken, belangrijkste zaken worden duidelijk uitgelegd&lt;br /&gt;
*Kwaliteit cursus&lt;br /&gt;
**Slides zijn duidelijk en bevatten zeker de belangrijkste informatie&lt;br /&gt;
**Handboek kan handig zijn voor extra informatie of verduidelijking van bepaalde delen, maar ik heb dit zelf amper opengedaan dus zeker niet noodzakelijk om te kopen&lt;br /&gt;
*Examenvragen&lt;br /&gt;
**Telkens één theorievraag over een reactiemechanisme (regel van Zaitsev en Markovnikov belangrijk) met ordenen op basis van reactiviteit en naamgeving van producten!!&lt;br /&gt;
**Eén theorievraag over een voorbeeld (komen steeds terug, zijn er in totaal een stuk of 14 (document met deze vragen voor 2024-2025: https://docs.google.com/document/d/e/2PACX-1vRY7b09HsmvVWGNBrcGEXsHcZEtJk-kMeF07rW-tDXwXgheNmEfFHfIp7nmVvFat1X-NtERZpXgm6VM/pub)) belangrijk om hierbij te weten waarom bepaalde zaken zo zijn.&lt;br /&gt;
**Bij de oefeningen vraagt hij naar mijn gevoel van alles iets, dus aminozuren zeker uit het hoofd leren en al de reactiemechanismes begrijpen.&lt;br /&gt;
*Labo&#039;s&lt;br /&gt;
**Zijn niet al te moeilijk&lt;br /&gt;
**Zie dat je op tijd bent voor de prelabtest, ze hebben geen medelijden met u, zelfs als je er niks aan kon doen :(&lt;br /&gt;
**Als er ergens iets van berekeningen in het labo voorkomen, worden deze vaak op de prelabtest gevraagd&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===4 juni 2026===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# 4 carbonzuurderivaten gegeven: butanoylbromide, 2-oxobutanoylbromide, ethylbutanoaat, S-ethylbutanoaat&lt;br /&gt;
## Deze kunnen reageren via een nucleofiele substitutie met methanol, Geef voor de eerste structuur het volledige reactiemechanisme hiervan&lt;br /&gt;
## Geef de producten van deze reactie voor elke structuur en geef de IUPAC naam van de eerste twee&lt;br /&gt;
## Rankschik de vier structuren op basis van reactiviteit in deze reactie&lt;br /&gt;
# Cis-retinal kan omgezet worden naar trans-retinal door te binden aan een eiwit (opsine of zo)&lt;br /&gt;
## Hierbij bindt cis-retinal aan het aminozuur lysine, ter vorming van een Schiff-base. Geef het volledige reactiemechanisme van deze omzetting en geef alle elektronenverplaatsingen weer&lt;br /&gt;
## Leg uit waarom er zo veel gebruik wordt gemaakt van Schiff-basen in de natuur&lt;br /&gt;
# Retinal kan ook omgezet worden naar retinol door een oxidatie/reductie (omcirkel de juiste) met NAD+&lt;br /&gt;
## Geef bij alle moleculen die bij deze oxidatie/reductie de atomen die van oxidatiegetal veranderen, en geef bij elk atoom het oxidatiegetal bij zowel de reagentia als producten&lt;br /&gt;
## Waarom is NAD+ een excellente hydride-acceptor? Geef twee redenen en leg uit&lt;br /&gt;
Oefeningen &lt;br /&gt;
Bundel B:&lt;br /&gt;
#Gegeven het molecule menthol&lt;br /&gt;
## Teken dit molecule in de stabielste configuratie&lt;br /&gt;
## Zijn er 1,3-diaxiale interacties aanwezig in deze stabielste configuratie? Zo ja, geef aan op jouw tekening&lt;br /&gt;
## Geef de R- of S- configuratie van alle chirale atomen in het molecule, met aanduiding van prioriteiten (Maakt niet uit welke versie want normale menthol = stabielste configuratie)&lt;br /&gt;
## Hoeveel stereo-isomeren heeft menthol?&lt;br /&gt;
## Teken een diastereomeer van menthol dat geen epimeer is. Leg hierbij de termen diastereomeer en epimeer uit&lt;br /&gt;
## Vier verschillende Newman-projecties gegeven van menthol, duidt aan welke overeenkomt met de gegeven structuur&lt;br /&gt;
# Een peptide-binding wordt gehydrolyseerd.&lt;br /&gt;
## Hierbij is (duidt aan):&lt;br /&gt;
### De reactie aflopend in basisch milieu, maar niet in zuur&lt;br /&gt;
### De reactie aflopend in zuur milieu, maar niet in basisch&lt;br /&gt;
### De reactie aflopend in zuur en basisch milieu&lt;br /&gt;
### Het maakt niet uit welk milieu, de reactie is niet aflopend&lt;br /&gt;
## Leg je antwoord uit en teken hierbij het volledige reactiemechanisme van de hydrolyse (met alle elektronenverplaatsingen)&lt;br /&gt;
Bundel C:&lt;br /&gt;
# Je hebt een oplossing van glutaminezuur en tryptofaan, die is gebufferd op pH=9,40.&lt;br /&gt;
## Aan welke kant (anode, kathode, tussenin) zullen alle producten die aanwezig zijn in de oplossing uiteindelijk terechtkomen? Geef de structuren van glutaminezuur en tryptofaan in je antwoorden.&lt;br /&gt;
## Waarom vertoont de R-groep van tryptofaan geen basische eigenschappen?&lt;br /&gt;
# Vul drie reacties aan, geef het reactietype bij B en C en het volledige mechanisme bij C:&lt;br /&gt;
## But-1-een + ? --&amp;gt; Butaan-2-ol + H2SO4 (ΔT) --&amp;gt; ?&lt;br /&gt;
## Methylbenzeen + acetylchloride + AlCl3 --&amp;gt; ? (Geef alle mogelijke producten als er meerdere zijn)&lt;br /&gt;
## 2x 2-cyclopentylacetaldehyde + 1x OH- --&amp;gt; ?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 augustus 2025===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Rangschik de moleculen volgens afnemende reactiviteit in een SeAr ter vorming van een nitroderivaat. Anisool, Methylbenzoaat , furaan, acetofenon.&lt;br /&gt;
## Geef het reactiemechanisme van anisool.&lt;br /&gt;
## Geef de skeletnotatie van alle reactieproducten en schrijf de IUPAC-naam van de reactieproducten van A en B.&lt;br /&gt;
#Leg uit hoe je een aminozuursequentie bepaald&lt;br /&gt;
##Iets over NH2&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
Bundel B:&lt;br /&gt;
#Bepaal R of S van chirale centra.&lt;br /&gt;
## Hoeveel stereo-isomeren zijn er van dit molecule? &lt;br /&gt;
## Gegeven: 2R-4S (omgekeerde van wat je in de eerste vraag bepaald hebt), leg uit wat enantiomeren en diastereomeren zijn en welk van de twee deze stereo-isomeer is.&lt;br /&gt;
## Gegeven: Een van de cis versies, geef hiervan 1 van de trans versies en bespreek hierbij de 1,3 diaxiaal interacties.&lt;br /&gt;
## Geef oxidatiegetal van C6 (nummering staat al op het molecule)&lt;br /&gt;
## Ernaast is spiegelbeeld getekend, je moet de substituenten aanvullen. &lt;br /&gt;
# Butaanzuur reageert tot ethylbutanoaat, in welk midden is dit? (Zuur, basisch, neutraal of maakt niet uit). Licht dit toe&lt;br /&gt;
Bundel C:&lt;br /&gt;
## L isoleucine en L- Lysine tekenen in fisherprojectie. Bij L isoleucine stabielste newmann tekenen. Alles moet in zwitterion vorm.&lt;br /&gt;
## Arginine met 0.1M 100mL met 0.1M NaOH. Wat is de pH na toevoeging van 250mL en 300 mL NaOH.&lt;br /&gt;
# Vul volgende reacties aan&lt;br /&gt;
## Oxidatie van sec alcohol tot keton, hierna met H20 en H+ tot Di-Ol&lt;br /&gt;
## Aldolcondensatie, teken reactieproduct in skeletnotatie&lt;br /&gt;
## Geef heel mechanisme van HBr (overmaat) + Diethylether, geef ook reactietype&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2025===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# gegeven structuren ondergaan een AE met HCl: A: propeen B: methylprop-2-enoaat C: methoxyetheen D: styreen&lt;br /&gt;
## Geef het reactiemechanisme van molecule A.&lt;br /&gt;
## Rangschik de moleculen volgens afnemende reactiviteit. Toon aan d.m.v. substituenteffecten en grensstructuren waar nodig. &lt;br /&gt;
## Geef de skeletnotatie van alle reactieproducten en schrijf de IUPAC-naam van de reactieproducten van A en B. &lt;br /&gt;
# Gegeven structuren en namen: limoneen, terpinoleen en alfa-terpineol.&lt;br /&gt;
## Schrijf alle reactiemechanismen uit vanuit nerylpyrofosfaat.&lt;br /&gt;
## Van welk alkaan (limoneen en terpinoleen) lijkt de vorming het meest waarschijnlijk. Motiveer je antwoord. &lt;br /&gt;
## Limoneen kan kan gehydrogeneerd worden met twee diwaterstofmoleculen. Teken de meest stabiele conformatie van elk van de twee bekomen alkanen.&lt;br /&gt;
Oefeningen (bundel B)&lt;br /&gt;
# Gegeven: 2-amino-2,3,4-trimethylhexaan-3-thiol&lt;br /&gt;
## Teken het moleculen uit en duid alle chirale koolstoffen aan met een sterretje. Hoeveel stereo-isomeren heeft dit moleculen?&lt;br /&gt;
## Teken voor elk isomeer de Fisher- en Newmannprojectie (C3-C4).&lt;br /&gt;
## Duidt voor elk chirale koolstof op alle isomeren de prioriteiten aan en geef de configuratie (S/R).&lt;br /&gt;
## Leg uit: enantiomeren, diastereomeren en mesovorm. Zeg welke isomeren enantiomeren en/of diastereomeren zijn van elkaar. Is er een mesovorm?&lt;br /&gt;
## Is het thiol primair, secundair of tertiar?&lt;br /&gt;
## Wat is het oxidatiegetal van C2?&lt;br /&gt;
# Je krijgt een oplossing van 1 suiker. Het suiker kan lactose, sacharose of maltose zijn. De oplossing geeft een bruin-rode neerslag bij de Fehlings-test. Welke stelling is correct?&lt;br /&gt;
## Het suiker is lactose.&lt;br /&gt;
## Het suiker is sacharose.&lt;br /&gt;
## Het suiker is maltose.&lt;br /&gt;
## Er zijn te weinig gegevens.&lt;br /&gt;
# Motiveer je antwoord en geef de nodige reactievergelijkingen. &lt;br /&gt;
Oefeningen (bundel C)&lt;br /&gt;
# Aminozuren&lt;br /&gt;
## Schrijf alle vormen bij de juiste pKa&#039;s uit van leucine en arginine.&lt;br /&gt;
## Gegeven: 100mL volledig geprotoneerd arginine (0.1M) en een basische oplossing van 0.1M. Bereken de pH bij het toevoegen van 150mL en 200mL basische oplossing. Schrijf duidelijk de vorm van het AZ op.&lt;br /&gt;
# Reactiemechanismen&lt;br /&gt;
## 2-butanon(structuur) -&amp;gt;(?) 2-butanol(structuur) -&amp;gt;(HBr) ?(structuur)&lt;br /&gt;
## 1-broombenzeen(structuur) -&amp;gt;(AlCl3/CH3COCl) ?(structuur in skeletnotatie) en reactietype gevraagd&lt;br /&gt;
## methyl-2-methylpropanoate -&amp;gt;(H2O/H+) ?(structuur in skeletnotatie) en reactiemechanisme en reactietype gevraagd&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 27 augustus 2024===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# 4 structeren: 1-hydroxy-1-methylcyclohexaan, 1-fenyl-1-hydroxycyclohexaan , 1&lt;br /&gt;
## Schrijf het mechanisme voor dehydratie met geconcentreerd zwavelzuur en temperatuursverhoging van verbinding A&lt;br /&gt;
## Beoordeel en rangschik de reactiviteit van bovenstaande structuren voor dit mechanisme, werk met grensstructuren en substituenteffecten&lt;br /&gt;
## Geef de IUPAC naam voor verbinding A en B&lt;br /&gt;
# Suikerevenwichten van fructose in furanose en pyranosevorm gegeven&lt;br /&gt;
## Waarom komt de betafuransevorm minder voor dan de alphafuranosevorm?. Verklaar&lt;br /&gt;
## Waarom komt de betapyranosevorm minder voor dan de alphapyranosevorm? Verklaar&lt;br /&gt;
# Suikerevenwichten van ribose in furanose en pyranosevorm gegeven&lt;br /&gt;
## Welke veranderingen in de suikerevenwichten verwacht je indien het ribose chemisch wijzigt in deoxyribose? Welke implicaties heeft dit voor DNA?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen (eerste bundel)&lt;br /&gt;
# Bacterieel antibioticum penicilline gegeven (structuur)&lt;br /&gt;
## Duid alle chirale C-atomen aan&lt;br /&gt;
## Teken het molecule in projectievorm waarbij alle chirale C-atomen een S-configuratie hebben. Duid de prioriteiten aan.&lt;br /&gt;
## Geef het oxidatiegetal van het aangeduide atoom&lt;br /&gt;
## Geef het enantiomeer van het molecule uit vraag b&lt;br /&gt;
## Geef een epimeer van het molecule uit vraag b&lt;br /&gt;
## Teken een resonantiestructuur van het molecule waarbij je geen gebruikt maakt van de benzeenresonantie&lt;br /&gt;
# Gegeven de structuur van meta-broom-acetylbenzeen, welke van de volgende opties is waar?&lt;br /&gt;
## Eerst bromering, dan acetylering&lt;br /&gt;
## Eerst acyletylering, dan bromering&lt;br /&gt;
## Volgorde onbelangrijk, reactie met eerst bromering verloopt trager&lt;br /&gt;
## Volgorde onbelangrijk, reactie met eerst acetylering verloopt trager&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Verklaar je antwoord uit vorige vraag met resonantiestructuren van intermediairen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen (bundel 2)&lt;br /&gt;
# Gegeven een volledig geprotoneerde glutaminezuuroplossing van 0,10M &lt;br /&gt;
## Bereken de pH van de oplossing na toevoeging van 150mL en 200mL 0,10M-NaOH-oplossing &lt;br /&gt;
## Waarom vertoont glutamine geen basisch karakter, maar lysine wel? Verklaar&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 juni 2024===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#4 structuren gekregen: fenyletheen, 4-vinylfenol, 1-nitro-4-vinylbenzeen, fenol. Deze ondergaan een additie met HCl.&lt;br /&gt;
##geef het reactiemechanisme van A&lt;br /&gt;
##rangschik op reactiviteit. verklaar met substituenteffecten en teken grensstructuren indien nodig&lt;br /&gt;
##geef de reactieproducten van A, B en C en de IUPAC-naam van het reactieproduct A en B&lt;br /&gt;
#Retro-aldolreactie bij de glycolyse wordt gekatalyseerd door het enzym aldolase.&lt;br /&gt;
##Geef het reactiemechanisme van de retro-aldolreactie van fructose-1,6-difosfaat&lt;br /&gt;
##Waarom moet glucose-6-fosfaat geïsomeriseerd worden naar fructose-6-fosfaat&lt;br /&gt;
##Aldolase katalyseert nog een reactie in het lichaam, namelijk de reactie van dihydroxyaceton(niet zeker) met D-erytrose. Geef de Fischervoorstelling van het reactieproduct.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Aminozuren&lt;br /&gt;
##Bereken het Iso-elektrisch punt van arginine en isoleucine. schrijf ook de structuur bij die pH.&lt;br /&gt;
##100 ml Isoleucine-oplossing van 0,100 mol/L wordt getitreerd met een NaOH-oplossing van 0,100 mol/L. Geef mij de pH bij toevoeging van 50 ml en 200 ml NaOH-oplossing en teken de structuur van isoleucine bij die pH’s.&lt;br /&gt;
#Reactiemechanismen&lt;br /&gt;
##Benzeen gekregen wat toevoegen om 1-fenylethanon te krijgen (Antwoord: FeCl3 + ethanoylchloride)&lt;br /&gt;
##Ethoxyethaan + HBr → ? (ook zeggen welk reactietype)&lt;br /&gt;
##?&lt;br /&gt;
#?&lt;br /&gt;
#Meerkeuzevraag over Claisencondensatie. 4 IUPAC-namen van esters gekregen teken structuurformule van elk ester. De 4 esters ondergaan een Claisen Condensatie, bij 3 esters is het een aflopende reactie, bij 1 ester een evenwichtsreactie. Bij welke evenwichtsreactie en waarom?&lt;br /&gt;
##butylethanoaat&lt;br /&gt;
##ethylbutanoaat&lt;br /&gt;
##ethyl-2-methylbutanoaat&lt;br /&gt;
##ehtyl-3-methylbutanoaat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2024===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# 4 structuren: ethaanzuurbromide, ethaanzuurchloride, 2-oxyethaanzuurbromide, dietheenzuuranhydride. deze ondergaan een nucleofiele substitutie met water&lt;br /&gt;
##geef het reactiemechanisme van A&lt;br /&gt;
##rangschik op reactiviteit. verklaar met substituenteffecten en teken grensstructuren indien nodig&lt;br /&gt;
##geef de reactieproducten en de IUPAC-naam van A en C&lt;br /&gt;
# om alfa-ketoglutaraat te decarboxyleren maakt de natuur gebruik van het coënzym thiaminepyrofosfaat die reageert na deprotonatie.&lt;br /&gt;
##Geef het reactiemechanisme&lt;br /&gt;
##Geef 2 redenen waarom het coënzym zo goed gedeprotoneerd wordt&lt;br /&gt;
##Wat is het voordeel van het binden van dit coënzym?&lt;br /&gt;
##Wat is het voordeel van dit biologisch proces?&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# je wil een aminozuurmengeling van tryptofaan en lysine scheiden met behulp van elektroforese bij een pH van 9,1. Bereken het voorkomen van de vormen en waar ze zullen voorkomen (Kathode, Anode of ertussenin). Laat ook duidelijk de structuur van deze aminozuren zien.&lt;br /&gt;
##waarom is de stikstof op de tryptofaan niet basisch&lt;br /&gt;
# gegeven but-1-een naar 1-methylbutan-1-ol. Welke substraat heb je nodig om van de eerste naar de tweede gegaan (structuren waren gegeven) als je dan met H3PO4 zit en een verandering in temperatuur welk product bekom je (was al een reactiepijl gegeven)?&lt;br /&gt;
# reactie met methoxybenzeen, ethaanzuurchloride en AlCl3 (structuren gegeven). Geef het reactieproduct en het reactietype.&lt;br /&gt;
# mechanisme en reactietype gevraagd van 2x fenylmethanal (structuur gegeven) met OH-&lt;br /&gt;
# suikering gegeven met een zesring waarbij OH op C1 naar boven, alsook C2 en C3, bij C4 naar beneden en C5 de CH2OH ook naar beneden.&lt;br /&gt;
##geef de fisherstructuur van dit suiker en teken de stabielste conformatie op de newmann-projectie van C3 en C4&lt;br /&gt;
##geef de volledige naam van dit suiker&lt;br /&gt;
##geef van C1 en C2 de absolute configuratie (R of S) geef hierbij ook de prioriteiten&lt;br /&gt;
##Leg uit wat 1,3 diaxiale interacties zijn en geef dit weer op een duidelijke tekening&lt;br /&gt;
# oxidatie van ascorbinezuur naar dehydroxy-ascorbinezuur gegeven (zie practicum) en 3 stellingen (hieronder): duid de stellingen aan die correct zijn en geef bij iedere uitleg&lt;br /&gt;
##Er gebeurt een oxidatie en het oxidatiegetal van de C-atomen gaat van +1 naar 0&lt;br /&gt;
##Is de H in kwestie die met de laagste pKa?&lt;br /&gt;
##Is de stereochemie juist of kwam het eindproduct eerder van een andere stereo isomeer&lt;br /&gt;
===2 september 2023===&lt;br /&gt;
https://drive.google.com/file/d/1GMpzdW-Fuazq4zCe9Y40D8DgJyVk2-a7/view?usp=drive_link&lt;br /&gt;
===24 juni 2023===&lt;br /&gt;
#Je kreeg 4 verbindingen (ik denk 2-bromo-2methylpropaan, 2-bromopropaaan, 4-bromo-2-penteen en 4-bromo-1-penteen; kloppen niet helemaal, maar principe blijft hetzelfde). &lt;br /&gt;
##Voor 2-bromo-2-methylpropaan moest je de E-reactie uitschrijven.&lt;br /&gt;
##Zeggen in welke volgorde deze verbindingen het snelste zou reageren bij een E1-reactie (aan de hand van substituent effecten en eventuele grensstructuren.&lt;br /&gt;
##Voor elke verbinding het reactieproduct geven en IUPAC naam geven.&lt;br /&gt;
#Er wordt ATP gevormd bij de afbraak van een suiker in de glycolyse en krebs-cyclus. &lt;br /&gt;
##Geef de reactieproducten en waarom kan er ATP gevormd worden?&lt;br /&gt;
##Het grootste deel van de energie komt in een andere vorm vrij, hoe gebeurd dit?&lt;br /&gt;
#Meerkeuzevraag over Claissencondensatie van ethylacetaat (was een andere benaming, maar vooral het ethyl deel is belangrijk dus maakt niet echt uit). Welk reagens moet je gebruiken om ervoor te zorgen dat je slechts één reactieproduct hebt. Opties waren denk ik: methioxide, ethioxide, hydroxide, er wordt altijd meer dan één reactieproduct gevormd (eventuele grensstructuren hier niet mee rekenen) (meeste hadden ethioxide) en dan moest je nog aantonen met het relevante deel van de reactie, waarom de andere niet zouden kunnen.&lt;br /&gt;
#Reactiemechanismen&lt;br /&gt;
##Je kreeg aceton en je moest zeggen wat je moest toevoegen om iets te bekomen (je moest OH- toevoegen, maar weet even niet meer wat je dan bekomt) en dan voeg je H2O en H+ toe en moet je het reactieproduct geven (2,2-propaandiol)&lt;br /&gt;
##Ik denk 2-Methylcyclopentanone en solvent gekregen, zeggen welk reactieproduct je bekomt en wat het reactiemechanisme is (nucleofiele acylsubstitutie)&lt;br /&gt;
##Je kreeg ethylbenzeen met als solvent AlCl3 en acetylchloride (hiervan maak je AlCl4- en CH2CO+) je moest zeggen welk reactiemechanisme (nucleofiele aromatische substitutie) en dit ook uitschrijven&lt;br /&gt;
#Zwitterion en IP van arginine en glutamine geven en zeggen welke pH je krijgt bij het toevoegen van 250ml NaOH aan 100 ml 0.1M glutamine&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
##S/R van chirale koolstoffen van D-xylulose geven + Newman projectie rond C3 en C4&lt;br /&gt;
##In stappen geven hoe je alfa-L-xylulofuranose bekomt (ringsluiting tekenen dus), het enantiomeer hiervan geven (bèta-versie) en zeggen of het een epimeer is, beide begrippen uitleggen&lt;br /&gt;
===8 juni 2023===&lt;br /&gt;
#4 structuren: propeen, ethyleen pyrrool?, styreen , benzeen met etheen op en methoxy groep op. elektrofiele additie met waterstofbromide.&lt;br /&gt;
##Geef het reactiemechanisme van propeen&lt;br /&gt;
##Rangschik de reactiviteit van de verschillende structuren, maak gebruik van substituenteffecten en teken grensstructuren&lt;br /&gt;
##geef de IUPAC-naam van structuur a, b, c en schrijf alle reactieproducten uit&lt;br /&gt;
#Gegeven: D-glucose in de verschillende vormen: beta-D-glucopyranose, alfa-D-glucopyranose, beta-D-glucofuranose en alfa-D-glucofuranose en het voorkomen ervan in percentages&lt;br /&gt;
##Waarom komen de furanose vormen zo weinig voor?&lt;br /&gt;
##Waarom komt het beta-anomeer meer voor dan het alfa-anomeer?&lt;br /&gt;
##hoe komt het dat het alfa-anomeer dan toch nog voorkomt?&lt;br /&gt;
##Vergelijk dit nu met D-mannose, maak een voorspelling van hoe de verschillende vormen zullen voorkomen?&lt;br /&gt;
#Aminozuren:&lt;br /&gt;
##Waarom heeft de R-groep van asparagine geen basische eigenschappen (asparagine heeft geen pKr)&lt;br /&gt;
##We willen tyrosine en asparagine scheiden met behulp van elektroforese bij pH = 9,0. Schrijf voor beide aminozuren de verschillende vormen uit en verklaar welke vorm bij deze pH voor zal komen. Waar zullen de aminozuren zich bevinden: anode, kathode, tussenin&lt;br /&gt;
#Gegeven: benzeenring met broomsubstituent en -C2H5 substituent. Bij het bereiden hiervan moet je...&lt;br /&gt;
##...eerst bromeren?&lt;br /&gt;
##...eerst aklyleren?&lt;br /&gt;
##...volgorde maakt niet uit, maar als je eerst bromeert gaat de reactie langzamer&lt;br /&gt;
##...volgorde maakt niet uit, maar als je eerst alkyleert gaat de reactie langzamer&lt;br /&gt;
#Gegeven: een structuur met 2 chirale koolstoffen (ook een amidegroep op 1 einde, en een chloor groep)&lt;br /&gt;
##teken de fisherprojectie van ALLE stereo-isomeren, geef ook de stabielste newman-projectie&lt;br /&gt;
##Bepaal van elke chirale C de R,S-configuratie en geef de prioriteiten weer&lt;br /&gt;
##Wat is het OG van de C met de amide groep&lt;br /&gt;
##Welk van de stereo-isomeren zijn ook diastereo-isomeren, verklaar deze term&lt;br /&gt;
##Duid aan waar een nucleofiele substitutie zou kunnen plaatsvinden, verklaar ook waarom&lt;br /&gt;
#Reactie mechanismen zoals aangegeven op stramien&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 3 september 2022 ===&lt;br /&gt;
# 4 moleculen met dubbele binding gegeven, sommige met substituenten&lt;br /&gt;
## Reactiemechanisme voor molecule A uitschrijven (CH2=CH-CH2-CH3)&lt;br /&gt;
## Rangschikken volgens reactiviteit in een reactie met HBr en argumenteren met substituenteffecten en grensstructuren&lt;br /&gt;
## Reactieproducten voor alle 4 opschrijven en 2 ervan benoemen met IUPAC naam&lt;br /&gt;
# gegeven: glucose in openketenvorm, alfa-D-glucopyranose, beta-D-glucopyranose, alfa-D-glucofuranose en beta-D-glucofuranose met percentages van hoe vaak ze voorkomen&lt;br /&gt;
## waarom komt de furanosevorm zo weinig voor&lt;br /&gt;
## waarom komt de betavorm meer voor dan de alfavorm&lt;br /&gt;
## waarom komt ondanks vraag b de alfavorm toch nog zo vaak voor&lt;br /&gt;
## maak zelf een voorspelling voor de percentages van voorkomen voor alle vormen van D-mannose&lt;br /&gt;
# teken 2-amino-2,3,4-trimethyl-3-hexaanthiol&lt;br /&gt;
## hoeveel stereo-isomeren zijn er?&lt;br /&gt;
## teken van alle stereo-isomeren de fischer projectie en meest stabiele conformatie in de newman projectie over C3-C4 as, duid chirale centra aan&lt;br /&gt;
## bepaal voor alle chirale centra de absolute configuratie&lt;br /&gt;
## is het een primair, secundair of tertiair amine? En dezelfde vraag voor thiol?&lt;br /&gt;
## bepaal de oxidatietrap van C2&lt;br /&gt;
# 5 namen van moleculen gegeven, welke kunnen het reactieproduct zijn van een aldolcondensatie? Voor degenen die niet kunnen: leg uit in 1 zin waarom niet. Voor degenen die wel kunnen: geef de beginproducten.&lt;br /&gt;
# reactiemechanismen&lt;br /&gt;
## vul onderstaande reactiesequentie aan: alkaan met -OH —&amp;gt; alkeen —&amp;gt; ? (boven de eerste pijl stond ook een vraagteken en boven de tweede pijl +Cl2)&lt;br /&gt;
## schrijf reactiemechanisme uit: benzeenring met -OCH3 substituent reageert met HNO3 en H2SO4&lt;br /&gt;
# aminozuren&lt;br /&gt;
## bepaal voor een titratie van 100 mL 0,1M isoleucine de pH bij toevoeging van 150mL en 200mL NaOH&lt;br /&gt;
## waarom is de pKa van glutamine lager dan van isoleucine&lt;br /&gt;
## teken beide aminozuren uit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 juni 2022 ===&lt;br /&gt;
# 4 moleculen gegeven die reageren volgens reactietype E1 ter vorming van HCl : twee chlooralkanen met benzeenring en twee zonder, een van de twee met benzeenring had methoxy-groep op de benzeenring&lt;br /&gt;
## Geef reactiemechanisme voor een van de twee chlooralkanen zonder benzeenring&lt;br /&gt;
## Rangschik volgens stijgende reactiviteit en beargumenteer met substituenteffecten. Geef grensstructuren indien relevant.&lt;br /&gt;
## ...&lt;br /&gt;
# Geef het reactiemechanisme en vergelijk onderling, beredeneer ook voor de basische hydrolyses of het gaat om een mono- of bimoleculair proces:&lt;br /&gt;
### hydrolyse van een carbonzuurester in basisch milieu&lt;br /&gt;
### hydrolyse van een fosfaatester in basisch milieu&lt;br /&gt;
### hydrolyse van een fosfaatester in zuur milieu&lt;br /&gt;
## Bespreek kort het verschil in reactiviteit van mono-, di-, en tri-alkylfosfaatesters bij hydrolyse in basisch milieu&lt;br /&gt;
## In de glycolyse komt energie vrij bij het hysrolyseren van het acylfosfaat 1,3-difosfoglycerinezuur dat wordt gebruikt om ADP om te zetten in ATP. Voor de vorming van acetyl-CoA uit acetylfosfaat (ook een acylfosfaat) is ATP nodig. Bespreek kort deze schijnbare tegenstrijdigheid.&lt;br /&gt;
# Stereochemie&lt;br /&gt;
## Geef de Haworthprojectie van beta-L-arabinopyranose&lt;br /&gt;
## Geef de absolute configuratie van C2 en C4 en duid nummering aan&lt;br /&gt;
## Wat zijn de oxidatietrappen van C1 en C3?&lt;br /&gt;
## Geef de (stabielste) Newmanprojectie van het conformeer volgens de C3-C4 as&lt;br /&gt;
## Hoeveel 1,3-diaxiale repulsies komen ervoor in dit molecule? Maak een tekening die dit duidelijk weergeeft&lt;br /&gt;
# Aminozuren&lt;br /&gt;
## Onder welke vormen komen glutaminezuur en tryptofaan voornamelijk voor bij pH = 6,00? &lt;br /&gt;
## Waar bevinden de AZ zich na elektroforese bij deze pH? Aan de anode, kathode of ertussen?&lt;br /&gt;
## Waarom is de zijketen van tryptofaan niet basisch?&lt;br /&gt;
# Verloopt de substitutie van propaanzuur naar methylpropanoaat het best in zuur of in basisch milieu? Of kan beide? Verklaar grondig en teken het bijbehorende reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
# Vraag over reactiemechanismen zoals aangegeven op het stramien.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2022 ===&lt;br /&gt;
# 4 benzeen ringen gegeven (3 daarvan met substituenten)&lt;br /&gt;
## Reactiemechanisme uitschrijven voor een gewone benzeen tot chloorderivaat (SeAr)&lt;br /&gt;
## Rangschikken volgens reactiviteit, grensstructuren tekenen en substituenteffecten verklaren.&lt;br /&gt;
## Van de 4 chloorderivaten de IUPAC-naam geven en eindstructuur tekenen &lt;br /&gt;
# Geef de retro-aldolreactie bij de glycolyse&lt;br /&gt;
# Oefening op suikers (je kreeg een cyclisch suiker)&lt;br /&gt;
## Teken de fisher en de Newman projectie&lt;br /&gt;
## Geef het oxidatie getal van 2 C en zeg of het R of S is&lt;br /&gt;
## Geef de naam van het suiker&lt;br /&gt;
## Leg de begrippen epimeer en anomeer uit en teken deze vormen van dit suiker&lt;br /&gt;
# Oefening op aminozuren&lt;br /&gt;
## Je kreeg 2 aminozuren bij een bepaalde pH en je moest zeggen als dit een goede pH was om een elektroforese te doen, indien dit niet zo was moest je uitleggen waarom en een betere pH waarde geven.&lt;br /&gt;
# Je kreeg 4 verbindingen en je moest zeggen welke een kleurreactie (oranje/groen) zouden geven&lt;br /&gt;
## Alcoholtest -&amp;gt; oxidatie van alcoholen tot ketonen of carbonzuren uitleggen&lt;br /&gt;
# Oefening op reactiemechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 augustus 2021===&lt;br /&gt;
# 4 moleculen gegeven waarop het gaat reageren met HCl&lt;br /&gt;
## werk reactiemechanisme uit voor 1 van de moleculen&lt;br /&gt;
## Rangschik volgens afnemende reactiviteit&lt;br /&gt;
## Geef reactieproducten van alle moleculen en geef IUPAC naam voor 2&lt;br /&gt;
# geef reactiemechanisme van de deanimatie van glutamine&lt;br /&gt;
# L-xylulose, Bepaal R/S configuratie &lt;br /&gt;
## Teken stabielste Fischer en Newman voor de C3-C4-as&lt;br /&gt;
### ???&lt;br /&gt;
# Voor welk van deze 3 producten kan niet een aldolcondensatie ondergaan? Leg uit waarom niet en geef de reagentia wanneer het wel gaat.&lt;br /&gt;
##de reactiemechanisme invullen: onbrekende reagentia en product&lt;br /&gt;
### een stof gegeven met de reagentia, welke reactiemechanisme en schrijf uit&lt;br /&gt;
#titratie van asparagine met NaOH: berekenen de pH bij toevoeging van 100ml en 200ml NaOH; &lt;br /&gt;
##waarom heeft asparagine geen basische eigenschap zoals lysine. Geef ook de structuren&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 augustus 2020===&lt;br /&gt;
#4 moleculen gegeven waarop nucleofiele substitutie gebeurt met natriummethoxide&lt;br /&gt;
## werk reactiemechanisme uit voor 1 van de moleculen&lt;br /&gt;
## Rangschik volgens afnemende reactiviteit&lt;br /&gt;
## Geef reactieproducten van alle moleculen en geef IUPAC naam voor 2&lt;br /&gt;
# Geef het mechanisme van decarboxylering van beta-ketocarbonzuren en leg uit. Geef een voorbeeld van een analoog mechanisme in de biologie en leg uit. &lt;br /&gt;
# Voor welk van deze 4 producten kan er een aldolcondensatie zijn opgetreden? Leg uit waarom niet en geef de reagentia wanneer het wel gaat.&lt;br /&gt;
# Oefening op aminozuren en bepalen welke vorm er voorkomt bij een bepaalde pH en als je een gelelektroforese doet welke waar dan voorkomt, az zijn tryptofaan en glutaminezuur&lt;br /&gt;
# Oefening op suiker: welke suiker is dit? Geef stabielste newmann vorm in C3-C4 formatie, R of S van C2 en C5, teken epimeer dat geen anomeer is&lt;br /&gt;
#oefeningen op reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2020===&lt;br /&gt;
#4 moleculen (esters) gegeven, waarop nucleofiele substitutie gebeurt &lt;br /&gt;
## Werk het reactiemechanisme voor één van de moleculen volledig uit. (methylethanoaat)&lt;br /&gt;
## Rangschik volgens afnemende reactiviteit dmv substituenteffecten&lt;br /&gt;
## Geef de reactieproducten van alle moleculen en geef hun IUPAC naam&lt;br /&gt;
#Leg de synthese van peptiden uit met dicyclohexylcarbodiimide. Welke voorzorgsmaatregel moet genomen worden om selectief een peptide te vormen? Geef een voorbeeld.&lt;br /&gt;
#Voor welke van volgenden bestaat er een mesovorm, teken deze en leg uit wat mesovorm is. (1-butanol, butaan2,3diol, butaan-1,2,3-triol, butaan-1,2,3,4-tetraol)&lt;br /&gt;
#Oefening op aminozuren: &lt;br /&gt;
## Waarom heeft proline een hogere pKa&#039; dan alanine + teken deze aminozuren&lt;br /&gt;
## Welke vorm van alanine komt het meest voor bij toevoegen van 150 mL? Bereken deze pH.&lt;br /&gt;
#Oefening op suikers: suiker gegeven &lt;br /&gt;
## Geef IUPAC naam&lt;br /&gt;
## Bepaal R/S configuratie voor C2 en C5&lt;br /&gt;
## Teken stabielste Fischer en Newman voor de C3-C4-as&lt;br /&gt;
## ?&lt;br /&gt;
#Vul reactie aan (reactieproducten, reagentia). Geef reactietype en eindproduct. Geef reactietype, eindproduct en reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2020 (16u)===&lt;br /&gt;
#4 moleculen gegeven: E1 reactie van HCl: mechanisme geven, reactieproducten tekenen en benoemen&lt;br /&gt;
#Bespreek de oxidatieve deaminering van glutaminezuur met de nodige coënzymen/cofactoren. Geef het reactiemechanisme van de tweede stap zonder enzymen.&lt;br /&gt;
#Een molecule gegeven in stoelvorm (geen suiker): teken de fisherprojecties van alle stereomeren, teken newmann projectie van 1 op c2-c3 in stabielste vorm en zeg S of R config, welke zijn enantiomeren, diastereomeren, is er een mesovorm? En leg de begrippen kort uit. Geef oxidatietrap van aangeduide koolstofatoom.&lt;br /&gt;
#lysine en valine tekenen en IP berekenen, waarom is de pkr van lysine groter dan de pka&#039; van valine?&lt;br /&gt;
#Wat zijn de product(en) die worden gevormd als E-2-hepteen en dichloor reageren?&lt;br /&gt;
##2s,3s 2-dichloorhepteen&lt;br /&gt;
##2s,3r&lt;br /&gt;
##2r,3s&lt;br /&gt;
##2r,3r&lt;br /&gt;
#Oefeningen op reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2020 (16u)===&lt;br /&gt;
#4 moleculen gegeven, waarop elektrofiele additie van water in zuur milieu gebeurt&lt;br /&gt;
## Werk het reactiemechanisme voor één van de moleculen volledig uit.&lt;br /&gt;
## Rangschik volgens afnemende reactiviteit&lt;br /&gt;
## Geef de reactieproducten van alle moleculen en geef hun IUPAC naam&lt;br /&gt;
#Waarom kunnen alcoholen niet gemakkelijk een SN-reactie ondergaan? Geef 2 voorbeelden van een SN-reactie van een alcohol, schrijf het mechanisme. Reageert fenol op dezelfde manier? Teken en leg uit. Hoe kunnen SN-reacties van alcoholen mogelijk gemaakt worden in biologische systemen?&lt;br /&gt;
#Oefening op suikers en stereochemie:&lt;br /&gt;
## Geef de Haworth-projectie van bèta-L-gulofuranose&lt;br /&gt;
## Teken het enantiomeer van deze molecule en benoem het.&lt;br /&gt;
## Configuratie (R/S) van C2 en C5 bepalen + oxidatietrap geven&lt;br /&gt;
## Stabielste Newman-conformatie langs C4-C5 as&lt;br /&gt;
#Oefening op aminozuren:&lt;br /&gt;
## D-vorm van tyrosine en alanine tekenen en conformatie geven.&lt;br /&gt;
## Oefening op pH berekenen&lt;br /&gt;
# Gegeven een staal met één onbekende suiker. Na het uitvoeren van een Fehlingstest zie je een roodbruine neerslag ontstaan. Aantal suikers gegeven, aanduiden welke het mogelijk kan zijn. Leg uit wat deze test precies en verklaar je keuze.&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan (reactieproducten, reagentia). Geef reactietype en eindproduct. Geef reactietype, eindproduct en reactiemechanisme. Eerste was zuurgekatalyseerde estervorming. Tweede eliminatie van water. Derde aldolcondensatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===7 juni 2020===&lt;br /&gt;
#4 moleculen gegeven waarop een Sn1 wordt gedaan met ammoniak&lt;br /&gt;
## Werk het reactiemechanisme voor de eerste molecule uit&lt;br /&gt;
## Welk molecule reageert het snelst? Leg uit adhv substituenteffecten&lt;br /&gt;
## Geef de reactieproducten van de andere 3 moleculen en ook de IUPAC naam&lt;br /&gt;
#Geef de retro-aldolreactie bij de glycolyse&lt;br /&gt;
## Wat is de katalysator en waarom gaat de retro-aldolreactie niet bij glucose?&lt;br /&gt;
#Gegeven een benzeenring met daarop een nitrogroep en alkylgroep. Gebeurd er eerst alkylering of nitrering? Gebruik in je uitleg grensstructuren&lt;br /&gt;
#Oefening op molecule dat geen suiker was! Maar je moest R/S bepalen, Fischer schrijven, Newmann projectie, en diastereomeren en enantiomeren aanduiden (+ kort uitleggen wat dat betekend)&lt;br /&gt;
#Oefening op aminozuren en bepalen welke vorm er voorkomt bij een bepaalde pH en als je een gelelektroforese doet welke waar dan voorkomt (zoals in de oefenzitting gewoon)&lt;br /&gt;
#standaard oefening die er elk jaar is met reacties aanvullen enzo&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2019 (namiddag)===&lt;br /&gt;
#4 moleculen (ester, ester met halogeen, anhydride, amide) waarop de nucleofiele substitutie van water in basische omgeving wordt uitgevoerd. &lt;br /&gt;
##Werk het reactiemechanisme uit voor het ester.&lt;br /&gt;
##Rangschik volgens afnemende reactiviteit.&lt;br /&gt;
##Geef de naam en structuur van beide reactieproducten.&lt;br /&gt;
#Bespreek de oxidatieve deaminering van glutaminezuur met de nodige coënzymen/cofactoren. Geef het reactiemechanisme van de tweede stap zonder enzymen.&lt;br /&gt;
#Oefening op suikers.&lt;br /&gt;
##Bespreek de R/S configuratie van de chirale centra van D-xylose. &lt;br /&gt;
##Is D-xylose een aldose of ketose? &lt;br /&gt;
##Geef de stabielste Newman-projectie op C3-C4.&lt;br /&gt;
##Bepaal de oxidatietrap van C1 en C5.&lt;br /&gt;
##Maak van L-xylose beta-L-xylose. &lt;br /&gt;
##Welk reactietype is de ringsluiting van suikers? Welke katalysator wordt vaak gebruikt? &lt;br /&gt;
##Geef het anomeer van beta-L-xylose. Is dit ook een enantiomeer?&lt;br /&gt;
#Oefening op aminozuren.&lt;br /&gt;
##Geef de 2R,3R configuratie van isoleucine. &lt;br /&gt;
##Wat is de pH van 100 ml isoleucine (0.1M) na toevoeging van 150 ml NaOH (0.1 M)? &lt;br /&gt;
##Waarom heeft glutamine een lagere pKa dan isoleucine? &lt;br /&gt;
#Waarom wordt het reactie-evenwicht bij de Claisencondensatie van ethyl-2-methylpropanoaat met ethoxide niet naar rechts getrokken (in tegenstelling tot andere Claisencondensaties)?&lt;br /&gt;
#Vul reactie aan (reactieproducten, reagentia). Geef reactietype en eindproduct. Geef reactietype, eindproduct en reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2019 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
#4 moleculen met dubbele bindingen gegeven waarop elektrofiele additie gebeurt&lt;br /&gt;
##van 1 reactiemechanisme uitwerken&lt;br /&gt;
##rangschikken volgens reactiviteit door middel van substituenteffecten&lt;br /&gt;
##eindproducten geven + IUPAC naam geven&lt;br /&gt;
#vetzuursynthese uitleggen met coënzymen erbij&lt;br /&gt;
##uitleggen waarom je malonycoa nodig hebt en wat de gelijkenis ervan is met claisen-condensatie&lt;br /&gt;
#molecule gegeven: menthol&lt;br /&gt;
##chirale c aanduiden, hoeveel stereo-isomeren, R/S van chirale c, geef stabielste configuratie, geef diastereoisomeer dat epimeer is, enantiomeer geven, stabielste configuratie van enantiomeer geven, je krijgt een paar newmanprojecties waarvan je moet zeggen welke de juiste is, oxidatiegetal van aangeduide c geven&lt;br /&gt;
#geef 3D structuur van R glutaminezuur&lt;br /&gt;
##is deze D of L?&lt;br /&gt;
##welke vorm(en) komt er vooral voor op ph 8,8&lt;br /&gt;
##uitleggen waarom N in de R groep niet basisch is en die van lysine (ook tekenen) wel&lt;br /&gt;
#je krijgt een benzeenring waarop een de ene kant een ch3 hangt en op de tegenovergestelde kant een acylgroep, je moet uitleggen via grensstructuren wat het juiste antwoord is&lt;br /&gt;
##eerst alkyleren, dan acyleren&lt;br /&gt;
##eerst acyleren, dan alkyleren&lt;br /&gt;
##volgorde maakt niet uit, maar acyleren is trager&lt;br /&gt;
##volgorde maakt niet uit, maar alkyleren is trager&lt;br /&gt;
#je krijgt een reactie waarvan je de reagentia en reactieproducten er nog moet bij zetten&lt;br /&gt;
##reactie is eerst een eliminatie en dan een additie&lt;br /&gt;
#je krijgt een cyclisch carbonzuur en dit gaat reageren amine, geef de reactieproducten in skeletnotatie en zeg wel reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#een cycloalkaan waar een broom aanhangt gaat reageren met naoh, geef het reactieproduct(en) en zeggen welk reactiemechanisme het is en ook het reactiemechanisme uitschrijven&lt;br /&gt;
===14 juni 2019 (namiddag)===&lt;br /&gt;
# 4 benzeen ringen gegeven (3 daarvan met substituenten)&lt;br /&gt;
## Reactiemechanisme uitschrijven voor een gewone benzeen tot chloorderivaat (SeAr)&lt;br /&gt;
## Rangschikken volgens reactiviteit, grensstructuren tekenen en substituenteffecten verklaren.&lt;br /&gt;
## Van de 4 chloorderivaten de IUPAC-naam geven en eindstructuur tekenen &lt;br /&gt;
# De glycolyse genereert op 2 plaatsen ATP en de Krebs-cyclus op 1 plaats. Teken de reagens en het product van de reacties. Leg uit waarom de moleculen energie genereert.&lt;br /&gt;
# Suiker oefening met L-Talose tot alfa-L-talose, Wat is de katalysator?, Reactietype?, Enantiomeer, Stabielste Newman-projectie (C4 en C5), R/S-Configuratie op C2 en C3, Oxidatietrap van C1.&lt;br /&gt;
# Isoelektrisch punt van Arginine en Glycine berekenen, pH van een 0,1M 100ml Arginine oplossing na toevoegen van 200ml 0,1 NaOH, L-configuratie van Arginine tekenen, is het een S/R configuratie?&lt;br /&gt;
# Gegeven: Tetracycline. Het molecule heeft 2 pKa en 1 pKb . Zoek de groepen die hiervoor zorgen en verklaar je keuze.&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan (reactieproducten), geef reactietype en eindproduct, geeft reactietype eindproduct en reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2019 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
# 4 structuren gegeven: 2 broomalkanen, 1 broomalkeen en een fenylbroomalkaan&lt;br /&gt;
## Schrijf het Sn2 reactiemechisme uit voor structuur A (broomethaan) met natriumwaterstofsulfide. &lt;br /&gt;
## Rangschik de gegeven structuren volgens afnemende reactiviteit. Leg uit! &lt;br /&gt;
## Geef de IUPAC-namen van al de reactieproducten&lt;br /&gt;
# Geef de isomerisatie in de glycolyse van het glucosederivaat naar fructosederivaat. Waarom is dit basegekatalyseerd.&lt;br /&gt;
## Geef het verband tussen de Tollens- en Fehlingstest en het verband tussen Barfoed- en Benedictetest.&lt;br /&gt;
# Gegeven is een suiker in de stoelvorm&lt;br /&gt;
## Geef de volledige naam van dit suiker.&lt;br /&gt;
## Geef de Fischerprojectie van de open-ketenvorm en geef de stabielste Newmanprojectie met C3 en C4 als as.&lt;br /&gt;
## Wat is de conformatie en OT van C2 en C5?&lt;br /&gt;
## Geef het anomeer van dit suiker. Is dit ook een epimeer/diasteriomeer/enantiomeer? Leg elke term uit. &lt;br /&gt;
# Oefening op aminozuren:&lt;br /&gt;
## Waarom heeft leucine een hogere pKa dan threonine?&lt;br /&gt;
## Welke lading heeft leucine in een mengsel van ph = 9,5? Ligt het eerder aan kathode/anode/ergens in het midden bij elektroforese?&lt;br /&gt;
## Geef de 2R,3S vorm van threonine in de fischerprojectie.&lt;br /&gt;
# Welke van onderstaande structuren ondergaat gemakkelijk een decarboxylering bij een temperatuursverhoging? Zo ja, schrijf het mechanisme helemaal uit. COOH-CH2-CHOH-CH3 / COOH-CHOH-CH2-CH3 / COOH-CH2-CO-CH3 / COOH-CH2-COOH&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan (reactieproducten), geef reactietype en eindproduct, geeft reactietype eindproduct en reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2019 (namiddag)===&lt;br /&gt;
# Structuren van chloorbenzeen, anisool, benzeen en fenol zijn gegeven.&lt;br /&gt;
## Schrijf het reactiemechanisme uit van een elektrofiele substitutie van benzeen met als eindproduct een nitroderivaat.&lt;br /&gt;
## Rangschik de gegeven structuren volgens afnemende reactiviteit. Leg uit adhv substituenteffecten en teken grensstructuren indien nodig.&lt;br /&gt;
## Geef van de 4 nitroderivaten de IUPAC-naam en teken de structuur&lt;br /&gt;
# Waarom kunnen alcoholen niet gemakkelijk een SN-reactie ondergaan? Geef 2 voorbeelden van een SN-reactie van een alcohol, schrijf het mechanisme. Reageert fenol op dezelfde manier? Teken en leg uit. Hoe kunnen SN-reacties van alcoholen mogelijk gemaakt worden in biologische systemen?&lt;br /&gt;
# Gegeven: enantiomeer van een structuur. Geef R- of S-configuratie van 2 aangeduide C-atomen. Teken de ruimtelijke structuur van het molecule. Hoeveel stereo-isomeren zijn er? Teken de meest stabiele Newman-projectie. Is er een mesovorm? Indien mogelijk teken mesomere grensstructuren. Geef de oxidatietrap van 2 aangeduidde C-atomen.&lt;br /&gt;
# Bij welke pH komt het Zwitter-ion van arginine voor? Teken. Waarom is de pKa van arginine lager dan de pKa van asparaginezuur? Gegeven: 100ml volledig geprotoneerd 0,10M asparaginezuur, Wat is de pH na een titratie met 150mL 0,10M NaOH? Teken van elk vermeld aminozuur de neutrale structuur&lt;br /&gt;
# Gegeven: formaldehyde, aceetaldehyde en benzaldehyde. Welke kan een aldolcondensatie met zichzelf doen? Teken het mechanisme en verklaar waarom de andere 2 dit niet kunnen.&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan (reactieproducten), geef reactietype en eindproduct, geeft reactietype eindproduct en reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2019 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
# 4 structuren gegeven: 2 chlooralkenen, 1 chlooralkaan en 1 chloorether&lt;br /&gt;
## Schrijf het reactiemechanisme uit voor een SN1 reactie van (1 van de 2) chlooralkeen met ammoniak.&lt;br /&gt;
## Rangschik de gegeven structuren volgens afnemende reactiviteit. Leg uit adhv substituenteffecten en teken grensstructuren indien nodig.&lt;br /&gt;
## Geef van de 4 derivaten de IUPAC-naam (van de eerste 3 dus niet de ether) en teken de structuur.&lt;br /&gt;
# Geef het mechanisme van decarboxylering van beta-ketocarbonzuren en leg uit. Geef een voorbeeld van een analoog mechanisme in de biologie en leg uit.&lt;br /&gt;
#L-glucose tekenen en omzetten in alfa-L-glucofuranose. Geef enantiomeer van de structuur. Geef R- of S-configuratie van 2 aangeduide C-atomen. Hoeveel stereo-isomeren zijn er? Teken de meest stabiele Newman-projectie. Geef een diastereomeer dat ook een epimeer is. Geef de oxidatietrap van 2 aangeduidde C-atomen. Is alfa-L-glucofuranose een reduceerbare suiker?&lt;br /&gt;
# Tyrosine en serine hebben een gelijkaardige zijketen, waarom heeft tyrosine een pKr en serine niet? Gegeven: 100ml volledig geprotoneerd 0,10M tyrosine, Wat is de pH na een titratie met 300mL 0,10M NaOH? Welke vormen van serine en tyrosine komen voor bij pH 10,5? Alle vermelde AZ moeten getekend zijn in het antwoord.&lt;br /&gt;
# Gegeven: Benzeen, pyrrool en pyridine. Rangschik volgens reactiviteit voor een SeAr reactie mbv grensstructuren.&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan alkyn --?--&amp;gt; alkeen --Br2--&amp;gt; ?, geef reactietype en eindproduct: 3-fenyl-1-amino-2-propanon --OH--&amp;gt;, geeft reactietype eindproduct en reactiemechanisme: aldolcondensatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 augustus 2018===&lt;br /&gt;
# 4 gegeven alcoholen kunnen en E1 reactie ondergaan, geef de volledige reactie voor alcohol A, geef de eindproducten en de IUPAC-naam van de 4 alcoholen na de reactie. Orden volgens afnemende reactiviteit.&lt;br /&gt;
# Een vraag over de oxidatieve deaminering van glutaminezuur.&lt;br /&gt;
# Suiker in ringstructuur gegeven: geef naam &amp;amp; lineaire vorm, geef de Newman projectie (c3-c4), is c2 R/S en wat is zijn oxidatietrap, hoeveel chirale C atomen zijn er en duid aan in de cyclische vorm en lineaire vorm welke de chirale C atomen zijn, geef een diastereomeer dat geen epimeer of anomeer is van de gegeven suiker, hoe heet de reactie waarbij een lineaire vorm over kan gaan in de cyclische vorm en in welk solvent gebeurt dit.&lt;br /&gt;
# Leg het verschil in pKa tussen glutaminezuur en valine uit. Welke vorm van glutaminezuur komt er het meeste voor bij bepaalde pH. Bereken de pH van een oplossing van 100ml valine (0,1M) met 200ml base.&lt;br /&gt;
# Een SN reactie bij alcoholen moet in zuur milieu gebeuren: waarom, waarom niet met NH2 als nucleofiel, geef een alternatief voor zuur milieu bij SN reactie met alcoholen.&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan (pijltjes en reactieproducten), geef reactietype en eindproduct, geeft reactietype eindproduct en reactiemechanisme. &lt;br /&gt;
===22 juni 2018===&lt;br /&gt;
# De snelheid en reactieproducten met IUPAC-naam geven van 4 esters in basisch midden, voor 1 het mechanisme uitschrijven.&lt;br /&gt;
# Leg de synthese van peptiden uit met dicyclohexylcarbodiimide. Welke voorzorgsmaatregel moet genomen worden om selectief een peptide te vormen? Geef een voorbeeld. &lt;br /&gt;
# Geef de naam van een gegeven cyclisch suiker. Uitleggen of het R of S is. Is het een reducerende suiker? Geef de fischerprojectie. Geef de Newmanprojectie met c3-c4 als as en geef hiervan de stabielste Haworthprojectie. Geef het anomere suiker, is dit een enantiomeer, epimeer of diastereomeer en verklaar. &lt;br /&gt;
# Geef de 3D projectie van S-tryptofaan. Waarom heeft de R-groep van tryptofaan geen basische eigenschappen? Is tryptofaan vlot te scheiden van alanine met gelelektroforese? Indien ja, bij welke pH en waar zouden ze zich bevinden op de gel. Indien nee, verklaar. &lt;br /&gt;
# Waarom ondergaat pyridine gaan elektrofiele aromatische substitutie met een chlooralkeen en trichlooralluminium zoals benzeen? Schrijf de reactie uit die wel plaatsvindt en benoem deze. Nog een deelvraag....&lt;br /&gt;
# Mechanismes aanvullen en reactietypes bepalen. De eerste was een cyclisch ester waarbij je moest aangeveven dat er OH werd gebruikt zodat de ring open ging en het eindproduct in skeletnotatie. Reactie tussen een zuurchloride en een primair amine, het reactietype en producten in skeletnotatie geven. De laatste was een claisoncondensatie waarbij het mechanisme gegeven moest worden en het eindproduct in skeletnotatie. &lt;br /&gt;
===18 juni 2018===&lt;br /&gt;
# De snelheid en reactieproducten met IUPAC-naam geven van 4 benzeenderivaten bij een elektrofiele aromatisch substitutie, voor 1 het mechanisme uitschrijven&lt;br /&gt;
# Leg de afbraak van vetzuren uit en geef de coënzymen die een rol spelen, vergelijk met de vetzuursynthese en leg het verband uit tussen vetzuursynthese en de Claisencondensatie&lt;br /&gt;
# Aflatoxine is gegeven, enkele vraagjes zoals: hoeveel stereoisomeren, teken diastereomeren, r of s,heeft het molecule een mesovorm, oxidatietrappen bepalen, mesomere effecten aanduiden...&lt;br /&gt;
# Waarom heeft de NH2 groep van asparagine geen Pkr? Waar bevinden tyrosine en asparagine zich in een gelelektorforese bij pH 11? Is er mesomerie mogelijk in tyrosine, duid aan met pijlen&lt;br /&gt;
# Bespreek de stereochemie van 2 reacties&lt;br /&gt;
# mechanismes aanvullen en reactietypes bepalen&lt;br /&gt;
===14 juni 2018 ===&lt;br /&gt;
Mondeling&lt;br /&gt;
#4 stoffen vergelijken waarbij een aromatische substitutie gebeurd ter vorming van een nitroderivaat voor 1 het mechanisme uitschrijven en welke het snelste gaat verlopen en waarom. De structuur van de reactieproducten tekenen en de IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
#De volledige vetzuursynthese geven en alle enzymes en cofactoren benoemen. Zeggen waarom NADPH een goed reductans is voor de reductie van de vetzuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk&lt;br /&gt;
#Van een gegeven verbinding zeggen hoeveel stereo-isomeren er van bestaan en van ze allemaal de fisher en newman projectie (stabielste configuratie) geven. Van alle chirale atomen de R of de S configuratie toe kennen. Zeggen welke diasteriomeren en enantiomeren van elkaar zijn. Er kon makkelijk water afgesplitsd worden en zeggen waarom het een stabiel carbokation was en de hybridisatie van het koolstof atoom geven.&lt;br /&gt;
#Van threonine de titratie curve gekregen en hieruit afleiden welke volume op elk punt is toegevoegd welke vorm er het meeste voorkomt en op een bepaald punt de lading van het aminozuur bepalen. Waarom pKa van threonine lager als die van Leucine. (overal structuur van geven)&lt;br /&gt;
#4 verschillende verbindingen gekregen en zeggen welke verbinding het reactiefste is bij een nucleofiele substitutie.&lt;br /&gt;
#Oefening over mechanismes: producten geven, boven pijl aan vullen, reactietype of volledig mechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2018 ===&lt;br /&gt;
#4 stoffen vergelijken waaraan een elektrofiele additie van HBr gebeurd. Het mechanisme voor 1 v/d stoffen uitschrijven. Zeggen welke reactie het snelst gaat verlopen en waarom (eventueel aantonen door uitschrijven grensstructuren). De structuur van de reactieproducten voor de 4 stoffen geven en de IUPAC-naamgeving van twee daarvan. (mondeling)&lt;br /&gt;
#Geef het mechanisme van decarboxylering van beta-ketocarbonzuren en leg uit. Geef een voorbeeld van een analoog mechanisme in de biologie en leg uit. (mondeling)&lt;br /&gt;
#Oefening over ringsluiting van een suiker, aanduiden asymmetrische koolstoffen, D omzetten in L, een epimeer en anomeer geven, R-S configuratie voor 1 C geven, meest stabiele conformatie over as tussen twee C&#039;s weergeven in Newmann. (schriftelijk)&lt;br /&gt;
#Oefening over aminozuren. 3D weergave van S-proline weergeven. Zeggen waarom pKa&#039; van proline hoger ligt dan van valine. Geven onder welke vorm valine voorkomt bij pH 2.2 en waarom. &lt;br /&gt;
#Oefening over reactie H2SO4 onder temperatuurstijging en een alcohol. Hier gaat eliminatie gebeuren. De twee mogelijke reactieproducten worden gegeven en er wordt gezegd welke het meest gaat voorkomen. Vervolgens wordt gevraagd aan welke regel er hier niet wordt voldaan en waarom. (Regel van Zaitsev wordt niet voldaan, de minst gesubstitueerde alkeen gaat gevormd worden, komt door verschillende reactiemechanisme voor eliminatie van alcohol met H2SO4, schrijf hiertoe mechanismen uit dan wordt het duidelijk)&lt;br /&gt;
#oefening over mechanismen (aanvullen, producten geven of volledig mechanisme uitschrijven)&lt;br /&gt;
=== 7 september 2017 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
# 4 stoffen (ketonen) gegeven waarop een nucleofiele additie van methylamine gebeurt. schrijf het mechanisme voor stof A, geef de stoffen in afnemende reactiviteit en de UIPAC naam van alle stoffen met structuur.&lt;br /&gt;
# vergelijk de hydrolyse van carbonzuuresters en fosfaatesters in base en de hydrolyse van fosfaatesters in zuur. vergelijk de hydrolysesnelheid van mono-, di- en trialkylfosfaten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#De pKr van glutaminezuur is groter dan die van asparaginezuur, verklaar. titratie van glutaminezuur met NaOH, bereken de pH als er 250ml base werd toegevoegd. welke vorm van asparaginezuur is meer aanwezig bij pH 2.2.&lt;br /&gt;
#welk product word gevormd bij de reactie van Z-2-penteen met dibroom (S,R).&lt;br /&gt;
#reacties aanvullen, skeletnotatie, reactietype, reactiemechanisme,...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===29 augustus 2017 (namiddag) - Mario Smet===&lt;br /&gt;
Mondeling&lt;br /&gt;
#4 stoffen zijn gegeven: een buteen, een butadieen, een fenyletheen, en een furyletheen. Voer een elektrofiele additie van water uit in zuur milieu: schrijf het reactiemechanisme compleet uit voor stof A + welke stof is het reactiefste leg uit adhv substituenteffecten + geef alle gevormde producten en hun IUPAC namen.&lt;br /&gt;
#Methionine wordt gebruikt bij de methylering in het lichaam maar moet eerst geactiveerd worden. Geef mechanisme van activering, mechanisme van methylering, geef biologisch voorbeeld van methylering + Mosterdgas is sterk alkylerend, waarom? En waarom zijn sterk alkylerende stoffen uiterst toxisch?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk&lt;br /&gt;
#oefeningen op koolhydraten: L-arabinose omvormen naar beta-L-arabinofuranose, hoe noemt deze reactie en welk type reactie is dit?, geef een anomeer van de beta vorm is dit een enantiomeer?, geef een diastereomeer dat geen epimeer is, is deze suiker reducerend?, newman projectie van meest stabiele configuratie bekeken vanaf C2 en C3, geef de absolute configuratie en oxidatietrap van C2 en C4,...)&lt;br /&gt;
#oefening op AZ: arginine, welke vorm heeft dit bij pH12.5 en waarom? Welk stikstofatoom is het meest basisch en waarom? valine, geef S configuratie (beiden dus structuur vanbuiten kennen)&lt;br /&gt;
#methyl-2-methylpropanoaat ondergaat een claisencondensatie in oplossing met methoxide. In tegenstelling tot andere claisencondensaties wordt het reactiemechanisme NIET naar rechts getrokken, waarom?&lt;br /&gt;
#3 verschillende reacties, verschillende zaken aanvullen telkens (mechanisme, welk type reactie, reactieproduct, reagentia,...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2017 (voormiddag) - Mario Smet===&lt;br /&gt;
Mondeling&lt;br /&gt;
#halogeenalkaan ondergaat een E1 + toelichten zaitsev&lt;br /&gt;
#vier moleculen ondergaan een E; welke is het reactiefst? Leg uit mbhv substituenteffecten + resonantievormen tekenen (indien nuttig)&lt;br /&gt;
#Waarom kan op een alcohol NIET goed een Sn uitgevoerd worden? (OH- is niet stabiel)&lt;br /&gt;
#2 voorbeelden geven hoe dat wel kan + werkt dit ook voor fenol? (protoneren of fosfaatgroep toevoegen)&lt;br /&gt;
#Voorbeeld geven van een nucleofiele substitutie van een alcohol in biologische systemen (acetaalvorming v/e reducerende suiker met methanol)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk&lt;br /&gt;
#oefeningen op koolhydraten (R/S; anomeer, epimeer, haworth en newman projecties&lt;br /&gt;
#oefeningen op reactiemechanismen (fiederlkraftsalkylering, nucleofiele acylsubstietutie)&lt;br /&gt;
#oefening op AZ (2 tekenen, titratie-oef, pKa vergelijken)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 Juni 2017 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Elektrofiele additie reactiemechanisme schrijven (regel markovnikov)&lt;br /&gt;
#4 moleculen bepalen welke het snelst aan een Ae doet (grensstructuren, inductieve effecten)&lt;br /&gt;
#naamgeving van enkele producten na de Ae&lt;br /&gt;
#isomerisatie in glycolyse van glucose-6-fosfaat naar fructose-6-fosfaat en uitleggen waarom dit base gekatalyseerd is&lt;br /&gt;
#verband uitleggen met Fehling&#039;s/ Tollen en Barfoed&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#gegeven moleculen Menthol aantal stereochemische oefeningen oplossen (R/S, diasteromeren, enantiomeren, newman...)&lt;br /&gt;
#oefening op AZ op papierelektroforese (waar komt elk AZ bij bepaalde ph)&lt;br /&gt;
#aceton+ methylanime wordt imine bij ph=7 laat zien&lt;br /&gt;
#enkele reactiemechanisme aanvullen of tekenen ( Nitrering, estercondensatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2017 (voormiddag) SINDS 2017 GEGEVEN DOOR MARIO SMET===&lt;br /&gt;
#op 4 structuren Sn1 toepassen en verklaren welke het meest reactief is + resomere vormen geven + naamgeving...&lt;br /&gt;
#retro aldolcondensatie bij glycolyse en zeggen hoe het katalytisch effect tot stand kwam&lt;br /&gt;
#een oefenig op suikers, op aminozuren en 3 reactiemechanismes&lt;br /&gt;
#vertellen hoe een alcohol test werkt met chroomzuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===9 juni 2016===&lt;br /&gt;
#beckman omlegging&lt;br /&gt;
#edman degradatie&lt;br /&gt;
#biosynthese geraniol en limoleen&lt;br /&gt;
#structuren = S.A.M &amp;amp; biotione&lt;br /&gt;
#naamgeving + 2 mechanismes&lt;br /&gt;
#oefening ivm stereochemie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===8 juni 2016===&lt;br /&gt;
#synthese vn peptiden&lt;br /&gt;
#hydrolyse, omestering en reductie van esters&lt;br /&gt;
#cannizaro reactie&lt;br /&gt;
#structuren: -2-isopentenylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#Trans decaline&lt;br /&gt;
#oef over suikers(suiker bepalen, chirale C&#039;s, newman projectie..)&lt;br /&gt;
#reactiemechanismen en naamgeving&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 juni 2016===&lt;br /&gt;
#Aldolcondensatie en waardat deze terugkomt in de glycolyse&lt;br /&gt;
#reactiviteit bij de substitutie reacties van benzeen, tolueen en pyridine vergelijken&lt;br /&gt;
#-verschil tussen reducerende suikers en nietreducerende suikers&lt;br /&gt;
#structuur van acetyl-choline en palitine&lt;br /&gt;
#pH van aminozuren bij een titratie&lt;br /&gt;
#reactimechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# Claisen condensatie + verband met afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van geconcentreerd zwavelzuur met:&lt;br /&gt;
#* Alkeen&lt;br /&gt;
#* Alcohol&lt;br /&gt;
#* Aromaat&lt;br /&gt;
# acetylcholine en fructose 6 fosfaat tekenen, optische zuiverheid uitleggen. &lt;br /&gt;
#Oefeningen over aminozuren (of glutamine en threonine te scheiden waren met elektroforese) fischer, newmann, stereo isomeren erover. &lt;br /&gt;
#En dan twee reacties natuurlijk&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2015 ( namiddag ) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg de reacties met benzeen uit en ook die van purine en fenol.&lt;br /&gt;
# Bespreek de hydrolyse en omestering van vetzuren in zuur en basisch milieu. Leg hierbij ook het broomgetal en verzepingsgetal uit.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Naamgeving ( c-AMP en mannose)&lt;br /&gt;
# Leg uit si en re&lt;br /&gt;
# Een hele lang oefening vergelijkbaar met de oefeningen van de oefenzitting ( verschil tussen D en L, chirale C, reacties, ...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2015 ( voormiddag ) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
mondeling:&lt;br /&gt;
#Aminen en halogeenalkanen &lt;br /&gt;
#Aminen en salpeterigzuur&lt;br /&gt;
#Laboratorium peptidesynthese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
#structuren&lt;br /&gt;
#*Limoneen&lt;br /&gt;
#*Sorbitol&lt;br /&gt;
#stereochemie+ reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#*aldolcondensatie&lt;br /&gt;
#leg uit:&lt;br /&gt;
#*reducerende en niet-reducerende suikers&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2015===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
mondeling:&lt;br /&gt;
#Wat is &#039;&#039;mutarotatie&#039;&#039;? Leg dit uit a.h.v glucose en fructose.&lt;br /&gt;
#Leg uit:&lt;br /&gt;
#* Fisher-verestering&lt;br /&gt;
#* Beckmann-omslag. Je moet ook weten hoe H2O addeert. Hij vraagt hoe je aan een oximen kunt komen. &lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC &lt;br /&gt;
#structuren&lt;br /&gt;
#*citroenzuur&lt;br /&gt;
#*ninhydrine&lt;br /&gt;
#structuur observeren&lt;br /&gt;
#* chirale C-atomen aanduiden&lt;br /&gt;
#* OG van aangeduid atoom geven&lt;br /&gt;
#* vermelden welke N in de molecule het stabielste is.&lt;br /&gt;
#* vermelden hoeveel stereo-isomeren er gevormd kunnen worden.&lt;br /&gt;
#* Ã©Ã©n stereomeer tekenen dat geen enantiomeer is.&lt;br /&gt;
#* oefening op pH-waarden binnen titraties. ( &#039;&#039;deze bij 200 mL als de molecule volledig geprotoneerd is&#039;&#039; )&lt;br /&gt;
#wat is &#039;&#039;fosforyleringspotentiaal&#039;&#039;? Leg uit.&lt;br /&gt;
#2 structuren gegeven. &lt;br /&gt;
#*Van elk de/het reactieproduct(en) geven en hiervan de juiste skeletnotatie. &lt;br /&gt;
#*Geef van Ã©Ã©n van de 2 tructuren het reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 juni 2014===&lt;br /&gt;
#Bespreek de reacties met alkenen (waterstof halogenen en perzuren)&lt;br /&gt;
#Iupac&lt;br /&gt;
#Bespreek reducerende suikers&lt;br /&gt;
#Peridoxalfosfaat en acetylcholine&lt;br /&gt;
#Stereochemie&lt;br /&gt;
#Reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 augustus 2013===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reactie kan D-mannose in een basisch milieu ondergaan?&lt;br /&gt;
# Leg de biosynthese van vetzuren uit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC&lt;br /&gt;
# Structuren: tBOC en ninhydrine&lt;br /&gt;
# Fosforylerings-potentiaal&lt;br /&gt;
# Random oefening&lt;br /&gt;
# Reacties: Ester+Amide en Alcohol+Zuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2013 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de elektrofiele en nucleofiele substitutie bij benzeen en pyridine.&lt;br /&gt;
# Bespreek eliminatiereacties bij halogeenalkanen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC.&lt;br /&gt;
# Structuur van glucaarzuur en tosylchloride.&lt;br /&gt;
# Leg optische zuiverheid uit.&lt;br /&gt;
# Tryptofaan: chirale koolstoffen, alle stereo-isomeren tekenen in Fischer en Newman, R/S bepalen.&lt;br /&gt;
# Reacties: Nucleofiele substitutie halogeenalkaan en Fischer estersynthese.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
#decarboxylatie alpha-aminozuur en decarboxylatie alpha-ketocarbonzuur&lt;br /&gt;
# amine + halogeenalkaan/salpeterigzuur&lt;br /&gt;
# iupac&lt;br /&gt;
# structuur beta-maltose en geranylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
# dean-stark&lt;br /&gt;
# molecule: chirale centra, R/S, enantiomere/diastereomere/epimeren/anomeren, oxidatie, welke OH zuurste?&lt;br /&gt;
# reactie aldehyd + OH/H2o, tetrahydropyraan met HI&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2013 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg de methoden uit om de volgorde van aminozuren in een peptide te achterhalen&lt;br /&gt;
# Leg uit: Halfacetaal- en acetaalvorming en pas toe op de vorming van beta-D-glucopyranose en methyl-beta-D-glucopyranoside&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Leg biodiesel uit&lt;br /&gt;
# Geef de structuur van limoneen en citroenzuur&lt;br /&gt;
# IUPAC-naamgeving&lt;br /&gt;
# Molecule gegeven: &lt;br /&gt;
#* Geef alle chirale C-atomen + R/S nomenclatuur&lt;br /&gt;
#* Newman projectie geven van bepaalde as&lt;br /&gt;
#* Is de stikstof erin basisch (verklaar met substituenteffecten)&lt;br /&gt;
#* Teken een stereomeer die geen epimeer is&lt;br /&gt;
# Reacties waarvan 1 uitwerken:&lt;br /&gt;
#* Sn1 van een alkaan met een broom erin&lt;br /&gt;
#* Claisen condensatie van een ester&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#bespreek reactie alkenen met perzuren, halogenen en H2.&lt;br /&gt;
#bespreek decarboxylatie van carbonzuren, pas toe op vb uit citroenzuurcyclus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#bespreek: reducerend/niet reducerend suiker&lt;br /&gt;
#molecules tekenen: biotine en SAM&lt;br /&gt;
#iupac naam&lt;br /&gt;
#chirale C: OT, R of S aangeven, diasteromeren van een AZ en fisher+newman&lt;br /&gt;
#oefening met ph berekening met titratie&lt;br /&gt;
#uitleggen waarom pka van 1 lager is dan een ander AZ&lt;br /&gt;
#2 ractiemechanismen geven, Ã©Ã©n ervan uitschrijven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# mutarotatie volledig uitleggen en illustreren voor D-fructose en D-glucose&lt;br /&gt;
# Joodgetal, verzepingsgetal, Hydrolyse en omestering (zuur en basisch) voor olie en vetten. (met TEKENINGEN van ELK mechanisme)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# fosforyleringspotentaal&lt;br /&gt;
# 2 mechanismes waarvan ge het mechanisme en het eindproduct moet geven en eentje moet ge tekenen (naar keuze).&lt;br /&gt;
# structuur gegeven: &lt;br /&gt;
#* geef alle chirale C-atomen &lt;br /&gt;
#* Stereo isomeren &lt;br /&gt;
#* R en S geven van de chirale C-atomen in de stereo isomeren &lt;br /&gt;
#* Zeggen of de dubbele bindingen E of Z zijn &lt;br /&gt;
#* bepaal oxidatiegetal van het aangeduide punt &lt;br /&gt;
#* verklaar waarom een stof hogere pka heeft als die gegeven is&lt;br /&gt;
# er is nog eentje maar die weet ik niet meer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling: &lt;br /&gt;
#synthese van peptiden in het labo&lt;br /&gt;
#de hydrolysereactie van esters en fosfaatesters&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk: &lt;br /&gt;
#iupac naam&lt;br /&gt;
#structuur van : cAMP en alpha keto glutaarzuur&lt;br /&gt;
#leg de Beckman omlegging uit&lt;br /&gt;
#suikers (ge krijgt een blad me alle suikers op) wij hadden xylulose&lt;br /&gt;
#* bepaal de absolute configuratie van alle chirale C-atomen&lt;br /&gt;
#*teken de meest stabiele open ketenvorm in een speciale projectie, kweet nimeer welke, volgens de C3-C4 as&lt;br /&gt;
#*bepaal het oxidatiegetal van C2&lt;br /&gt;
#*teken de overgang van L - xylulose naar L alpha xylulopentose&lt;br /&gt;
#*teken het anomeer van L alpha xylulopentose&lt;br /&gt;
#*welke soort reactie treed op bij een ringsluiting en welk soort katalysator bevordert dit proces&lt;br /&gt;
#dan nog twee reacties, waarvan ge een volledig moet uitwerken en van beide reacties moet ge het reactietype geven en reactieproduct(en)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2013 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#bespreek de claisencondensatie en bespreek het verband met de afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
#beschrijf de biosynthese van geraniol en limoneen(monoterpenen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#Bespreek de regel van Huckel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2012 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling: &lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van monoterpenen: geraniol (molecule krijg je) en limoneen (structuur wel kennen)&lt;br /&gt;
# Bespreek de aldolcondensatie en geef het verband met de glycolyse&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk: &lt;br /&gt;
# IUPAC naam geven&lt;br /&gt;
# structuren van acetylcholine en citroenzuur&lt;br /&gt;
# uitleggen wat reducerende en niet reducerende suikers zijn&lt;br /&gt;
# oefening met molecule met fenolen enz aan: fisherprojecties geven van de isomeren en ook de R/S en newmanprojecties van de stabielste moleculen.&lt;br /&gt;
# reactiemechanismes aanvullen: nucleofiele additie van H2SO4 aan alkeen en zuurgekatalyseerde claisencondensatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2012 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# bespreek de nucleofiele reacties van carbonylgroep en additie met H20 en alcohol&lt;br /&gt;
# Bespreek ninhydrine reactie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# ne iupac&lt;br /&gt;
# Limoneen en fosfoënolpyruvaat tekenen&lt;br /&gt;
# Bespreek optische zuiverheid&lt;br /&gt;
# oefening met suiker ( bij ons was die suiker L-tagatose dachtek) ma ge krijgt een blad om hem te herkennen (naam geven, fisher tekenen, R/S, een diastereomeer geven dat geen epimeer en geen anomeer is, + waarom suikercyclisatie zuur gekatalyseerd, en dan nog iets ma da wetek ni meer)&lt;br /&gt;
# 2 structuren ( 1 was zo cyclisch ether da met HI reageert )&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 juni 2011===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Labosynthese van peptiden&lt;br /&gt;
#Eliminatiereacties bij halogeenalkanen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPD-naam&lt;br /&gt;
#structuren:&lt;br /&gt;
#*Nylon-66&lt;br /&gt;
#*Palmitinezuur&lt;br /&gt;
#Leg uit: Dean Stark opstelling&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===24 Juni 2011 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Ninhydrinereactie&lt;br /&gt;
#bespreek reacties van amiden met halogeenalkanen en salpeterigzuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC-naam&lt;br /&gt;
#Structuren:&lt;br /&gt;
#*c-AMP&lt;br /&gt;
#*Sorbitol&lt;br /&gt;
#Leg uit: Cannizzaro-reactie&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#2 reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===24 Juni 2011 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Bio-synthese van vetzuren en het verband met de Claisencondensatie&lt;br /&gt;
#reacties van alkenen met waterstof, halogenen en perzuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC-naam&lt;br /&gt;
#structuren:&lt;br /&gt;
#*ATP&lt;br /&gt;
#*citroenzuur&lt;br /&gt;
#Leg uit: Diazokoppelingsreactie&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#2 reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===16 Juni 2011===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Leg uit: acetaal- en halfacetaalvorming.&lt;br /&gt;
#Reacties van anorganische zuren met alkenen en alkynen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC-naam&lt;br /&gt;
#structuren:&lt;br /&gt;
#*limoneen&lt;br /&gt;
#*D-mannose&lt;br /&gt;
#leg uit: Kolbe-Schmitt reactie&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#2 reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===23 augustus 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Ninhydrinereactie&lt;br /&gt;
# Welke reacties kan D-fructose in base ondergaan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren:&lt;br /&gt;
#* Pyridoxalfosfaat&lt;br /&gt;
#* SAM&lt;br /&gt;
# leg uit: Biodiesel&lt;br /&gt;
# stereochemie&lt;br /&gt;
# twee reactiemechanismen:&lt;br /&gt;
#* keton met alcohol&lt;br /&gt;
#* amide in water (zuurgekatalyseerd)&lt;br /&gt;
===18 juni 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Reactie van anorganische zuren met alkenen en alkynen.&lt;br /&gt;
# Alkylering, sulfonering en acylering van aromaten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren&lt;br /&gt;
#* (delta2)isopentenylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#* cellobiose&lt;br /&gt;
# leg uit: epoxyharsen en -lijmen&lt;br /&gt;
# stereochemie aminozuur met R = -CHOH-CH3&lt;br /&gt;
#* duid chirale koolstoffen aan&lt;br /&gt;
#* hoeveel conformaties zijn er? en teken deze&lt;br /&gt;
#* benoem (R,S)&lt;br /&gt;
#* welke zijn enantiomeren? diastereomeren?&lt;br /&gt;
#* bepaal het oxidatiegetal van de C-atomen&lt;br /&gt;
#* welk is het meest basisch en zeg waarom...&lt;br /&gt;
# twee reactiemechanismen waarvan 1 helemaal uitschrijven&lt;br /&gt;
===14 juni 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reacties gebeuren er met suikers in basisch milieu? (en dan bedoelt hij specifiek in basisch milieu)&lt;br /&gt;
# Bespreek de oxidatie van alcoholen in het labo met K2Cr2O7 en in de natuur met NAD+ en illustreer met een voorbeeld in de citroenzuurcyclus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
#* Biotine&lt;br /&gt;
# leg uit: reactie van Chichibabin&lt;br /&gt;
# stereochemie&lt;br /&gt;
#* duid chirale koolstoffen aan&lt;br /&gt;
#* hoeveel conformaties zijn er? en teken deze&lt;br /&gt;
#* benoem (R,S)&lt;br /&gt;
#* welke zijn enantiomeren? diastereomeren?&lt;br /&gt;
#* is er een mesovorm?&lt;br /&gt;
#* welk is het meest basisch: CH3CH2COO- of CH3CH2C=-C- (driedubbele binding) en zeg waarom&lt;br /&gt;
# twee reactiemechanismen waarvan 1 helemaal uitschrijven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Wat geven alkenen met &lt;br /&gt;
#* Anorganische zuren; &lt;br /&gt;
#* Perzuren (ook energieschema&#039;s kennen, effecten van concentraties enzo)&lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van vetzuren (Claisen-condensatiestap belangrijkst)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren&lt;br /&gt;
#*SAM (S-adenosylmethionine)&lt;br /&gt;
#*PET&lt;br /&gt;
# Leg uit: Kolbe-Schmidt-reactie (aspirine dus)&lt;br /&gt;
# Stereo-chemie:&lt;br /&gt;
#* teken (beta)-L-gulopyranose (lineaire vorm gegeven)&lt;br /&gt;
#* teken gunstigste Newman-projectie volgens C2-C3-as&lt;br /&gt;
#* wat is de oxidatietrap van C6?&lt;br /&gt;
#* geef de anomeer en een epimeer van L-gulose&lt;br /&gt;
# 2 reactiemechanismen (1 uitschrijven)&lt;br /&gt;
#* oxidatie van een alcohol en aldehyde met K2Cr2O7, H2SO4, koud&lt;br /&gt;
#* Friedel-Crafts-acylering&lt;br /&gt;
-&lt;br /&gt;
===22 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de aldolcondensatie. Bespreek ook de stap van de glycolyse die verband houdt met de aldolcondensatie.&lt;br /&gt;
# Bespreek de hydrolyse en omestering van vetten. Leg ook uit wat het verzepingsgetal en het joodgetal is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* dansylchloride&lt;br /&gt;
#* cellobiose&lt;br /&gt;
# Leg uit: De Beckmann-omlegging&lt;br /&gt;
# Je krijgt een molecule gegeven &lt;br /&gt;
#* Duid alle assymetrische koolstofatomen aan met een &amp;amp;quot;*&amp;amp;quot; en zeg of ze een R of S-configuratie hebben&lt;br /&gt;
#* Teken het enantiomeer en 2 epimeren&lt;br /&gt;
#* Van een N-atoom zeggen dat het basischer of zuurder is in vergelijking met ammoniak&lt;br /&gt;
#* 2 mesomeren vormen geven (buiten die van benzeenring)&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen (producten + soort reactie geven + Ã©Ã©n mechanisme helemaal uitschrijven)&lt;br /&gt;
#* tertair alcohol + zuurchloride&lt;br /&gt;
#* alkeen + zuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# bespreek de nucleofiele additie aan de carbonylgroep. Bespreek de factoren die de reactiviteit van aldehyden en ketonen beinvloed. geef de reactie met water en alcoholen&lt;br /&gt;
# bespreek de reactie van alkenen met waterstof, halogenen en perzuren&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* maltose&lt;br /&gt;
#* fosfoënolpyruvaat&lt;br /&gt;
# Leg uit: epoxyharsen en -lijmen&lt;br /&gt;
# gegeven: aminozuur met zijgroep: R=CH2-SH&lt;br /&gt;
#* Hoeveel stereoisomeren bestaan er van dit molecule+ welk aminozuur is dit&lt;br /&gt;
#* geef de fischerprojectie en de Newmanprojectie( volgens C2-C3 as) van stabielste conformatie van elk stereoisomeer.Geef van elke chirale C of het R of S is.&lt;br /&gt;
#* titratie: je begint met 100ml van O,2M oplossing van aminozuur(volledig geprotoneerd) en je titreert met 0,2M NaOH.(Pk1=1,9 Pk2=10,7 Pkr=8,4&lt;br /&gt;
#*# bereken PH als je 150ml NaOH toegevoegd hebt&lt;br /&gt;
#*# Bereken PH als je 300ml NaOH toegevoegd hebt&lt;br /&gt;
#*# wat is(zijn) de voornaamste vorm(en) van het aminozuur bij PH=8,4&lt;br /&gt;
# reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg de decarboxylering van carbonzuren uit en pas toe in een stap uit de citroenzuurcyclus&lt;br /&gt;
# Welke technieken ken je voor het bepalen van de aminozuurvolgorde in een peptideketen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Biotine&lt;br /&gt;
#* (delta)Â³ - isopentenylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
# Leg uit: de reactie van chichibabin&lt;br /&gt;
# Cyclische L-suiker gegeven:&lt;br /&gt;
#* Geef de naam en de lineaire structuur. (lijst met ongekende suikers gegeven)&lt;br /&gt;
#* Bepaal van CÂ² of het R of S - configuratie heeft&lt;br /&gt;
#* Duidt niet-chirale C-atomen in lineaire en cyclische structuur aan&lt;br /&gt;
#* Hoeveel 1,3-diaxiale interacties zijn er?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 8 juni 2008===&lt;br /&gt;
# Leg uit: de reactie van een zuur met een alkeen/alkyn.&lt;br /&gt;
# Leg uit: de Claisen-condensatie en breng dit in verband met de biosynthese van lipiden/vetten.&lt;br /&gt;
# Teken de structuur van S-adenosyl-methionine en van sacharose.&lt;br /&gt;
# Leg uit: optische zuiverheid.&lt;br /&gt;
# Oefeningen:&lt;br /&gt;
#* Stereochemie, invloed van substituenten op de zuurtegraad etc. &lt;br /&gt;
#* Reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 aug 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Geef de biosynthese van monoterpenen voor de vorming van geraniol en limoneen.&lt;br /&gt;
# Bespreek sulfonering, alkylering en acylering aan aromaten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* cyclisch AMP&lt;br /&gt;
#* Glucaarzuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de hydrolyse, omestering, aminolyse en reductie van esters.&lt;br /&gt;
# Welke methoden ken je om de volgorde van aminozuren in peptiden te bepalen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Moleculen:&lt;br /&gt;
#* Nerylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#* Cellobiose&lt;br /&gt;
# Wat zijn epoxylijmen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Licht toe wat acetalen en hemiacetalen zijn en pas dit toe op de vorming van beta-D-glucopyranose uit D-glucose en de vorming van methyl-beta-D-glucopyranoside.&lt;br /&gt;
# Bespreek de labosynthese van peptiden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Trans-decaline&lt;br /&gt;
#* Histamine&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek reactie alkenen met H2, halogenen en perzuren.&lt;br /&gt;
# Bespreek zure en base hydrolyse en omestering van vetten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* ADP&lt;br /&gt;
#* Maltose&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de eleminatiereacties bij halogeenalkanen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de testreactie van ninhydrine.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Geef de IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Teken de volgende structuren:&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
#* Thymidine&lt;br /&gt;
# Bespreek nylon 66.&lt;br /&gt;
# Cyclisch suiker: &lt;br /&gt;
#* Geef de naam.&lt;br /&gt;
#* Welk is het zuurste proton ?&lt;br /&gt;
#* Geef de configuratie (R/S).&lt;br /&gt;
#* Fisher&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de niet chirale C&#039;s ?&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de additie van zuren op alkenen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van vetzuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Geef de structuur van:&lt;br /&gt;
#* Geranylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#* Ninhydrine&lt;br /&gt;
# Bespreek de Beckmann omlegging.&lt;br /&gt;
# Aspartaam gegeven:&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de verschillende stereoisomeren ?&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de chirale koolstofatomen en duid aan of R/S zijn.&lt;br /&gt;
#* Schrijf de fisherprojectie van L-fenylalanine.&lt;br /&gt;
#* Vraag over elektroforese: aantonen waar fenylalanine en asparaginezuur zich bevinden.&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactiemechanisme bij ketonen en aldehyden en vermeld hierbij de factoren die deze reacties beinvloeden. Geef een voorbeeld van additie van alcohol en additie van water.  &lt;br /&gt;
# Bespreek de isomerisatie van D-glucose oiv van een base en geef een vb in de glycolyse cyclus.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Pyridoxalfosfaat&lt;br /&gt;
#* Tosylchloride&lt;br /&gt;
# Leg uit wat een kroonether is.&lt;br /&gt;
# Structuur asparagine gegeven:&lt;br /&gt;
#* Teken alle stereoisomeren (fisher en newman).&lt;br /&gt;
#* R/S configuratie&lt;br /&gt;
#* Waarom heeft de amine-groep in de structuur geen basische eigenschappen ?&lt;br /&gt;
#* Bereken het eerste equivalentiepunt en leg je methode uit.&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Nucleofiele additie aan de carbonylgroep bespreken/factoren reactiviteit/aantonen met additie van water en alcohol.&lt;br /&gt;
# Manieren om de AZ volgorde te bepalen uitleggen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC naam&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Pyridoxalfosfaat&lt;br /&gt;
#* Tosylchloride&lt;br /&gt;
# Leg Nylon 66 uit.&lt;br /&gt;
# Structuur Cysteïne gegeven:&lt;br /&gt;
#* Fisher&lt;br /&gt;
#* Newman&lt;br /&gt;
#* R-S&lt;br /&gt;
#* Enantiomeren...&lt;br /&gt;
#* Welk molecule &lt;br /&gt;
#* Welke vorm komt in de natuur het meeste voor ?&lt;br /&gt;
#* Welke is de mesovorm?&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Aminolyse/omestering/hydrolyse esters.&lt;br /&gt;
# Leg de decarboxylatie van carbonzuren uit en breng deze in verband met de Krebscyclus.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Regel van Zaitsev kort bespreken.&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* Biotine&lt;br /&gt;
#* Cellobiose&lt;br /&gt;
# Suikers: &lt;br /&gt;
#* Open-ketenstructuur&lt;br /&gt;
#* R en S&lt;br /&gt;
#* Chirale atomen.&lt;br /&gt;
#* 1,3-diaxiale interactie&lt;br /&gt;
# Reacties: &lt;br /&gt;
#* Alkeen + HCl =&amp;amp;gt; ... &lt;br /&gt;
#* Oxidatie van een alcohol.&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# De additie van zuren aan alkenen.&lt;br /&gt;
# Mutarotatie uitleggen en illustreren met glucose.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* Acetylcholine &lt;br /&gt;
#* cAMP&lt;br /&gt;
# Omega-3 en omega-6 vetzuren uitleggen.&lt;br /&gt;
# Een bepaald aminozuur:&lt;br /&gt;
#* Fisher&lt;br /&gt;
#* Newman&lt;br /&gt;
#* pH-berekeningen&lt;br /&gt;
# Reacties: Reactieproducten en soort reactie geven en uitwerken voor een van de twee.&lt;br /&gt;
#* Carbonylgroep met H2 en Pt&lt;br /&gt;
#* 2 ketonen met OH-&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Eliminatiereacties uitleggen.&lt;br /&gt;
# Beta-oxidatie + claisencondensatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam (carbonzuurgroep keton, 2 dubbele binden, methyl, en alkynbinding)&lt;br /&gt;
# Een suiker omzetten naar een ringstructuur, epimeren aanduiden op bijhorende tabel.&lt;br /&gt;
# Biodiesel uitleggen&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
#* Thymidine structuur geven&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de aldolcondensatie van aldehyden en ketonen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van waterstof/halogenen/perzuren aan alkenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren&lt;br /&gt;
#* Oliezuur&lt;br /&gt;
#* Adrenaline&lt;br /&gt;
# Leg kort uit: kroonethers.&lt;br /&gt;
# R-groep van lysine gegeven:&lt;br /&gt;
#* Stereoisomeren, R/S, L aanduiden.&lt;br /&gt;
#* Newman/fischer projecties.&lt;br /&gt;
#* Naam van het aminozuur.&lt;br /&gt;
#* Voorkomen bij pH 10 (welke vorm: geprotoneerd of niet?)&lt;br /&gt;
# Twee reacties: (je moet maar van 1 het hele mechanisme geven, ander gewoon zeggen welk type reactie en eindproduct)&lt;br /&gt;
#* Een keton reageert met HNO3 en H2SO4.&lt;br /&gt;
#* Reactie van tertiar alcohol met zuurchloride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 aug 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek peptidesynthese in het labo en vergelijk met die ter hoogte van de ribosomen.&lt;br /&gt;
# Bespreek additie van zuren aan alkenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuurformule van adrenaline en gluconzuur.&lt;br /&gt;
# Bespreek optische zuiverheid.&lt;br /&gt;
# Gegeven: structuurformule threonine.&lt;br /&gt;
#* Aantal stereo-isomeren&lt;br /&gt;
#* De chirale C-en&lt;br /&gt;
#* Fisher- en newman-projectie van elk.&lt;br /&gt;
#* Duidt R/S aan.&lt;br /&gt;
#* Naam van aminozuur.&lt;br /&gt;
#* Bij pH = 7: naar welke pool migreert dit AZ (pk1 en pk2 gegeven) ?&lt;br /&gt;
# Beschrijven van reactie: 2 esters (dezelfde) boven de pijl (H3O+ en OC3H7), boven de 2e pijl (H3O+ en NaBH4).&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
=== 26 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Hemiacetaal en acetaal, pas toe op de vorming van beta-D-glucopyranosyl uit D glucose en de vorming van methyl - beta - D - glucopyranoside.&lt;br /&gt;
# Oxidatie, hydrolyse ( in zuur en in basisch milieu) en omestering van olie en vet.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Cystine en adipinezuur structuur geven.&lt;br /&gt;
# Regel van Zaitsev uitleggen en illustreren met een voorbeeld.&lt;br /&gt;
# Oefening met stereo-isomeren, Fischer, Newman en R en S configuratie.&lt;br /&gt;
# Furan + HNO3 + H2SO4 reactie geven.&lt;br /&gt;
#* Stoffen geven die ge aan furan moet toevoegen om een ethylgroep op positie 2 (alfa) te induceren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de laboratoriumsynthese van peptideverbindingen en vergelijk met de manier waarop aminzuren binden met ribosomen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van alkenen met waterstof, halogenen en perzuren. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuurformule van oliezuur en adrenaline.&lt;br /&gt;
# Bespreek cannizaro reacties.&lt;br /&gt;
# Structuurformule van een suiker:&lt;br /&gt;
#* Geef de fisherprojectie van de ringstructuur.&lt;br /&gt;
#* R-S van de C2 bepalen&lt;br /&gt;
#* Leidt de naam af.&lt;br /&gt;
#* Geef het aantal chirale C&#039;s in de haworth aan.&lt;br /&gt;
# Reactiemechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de isomerisatie van D-glucose onder invloed van base en breng in verband met een stap uit de glycolyse (alleen deze stap opschrijven).&lt;br /&gt;
# Bespreek de afbraak van vetzuren en breng in verband met de Claisencondensatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Thymidine&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
# Verklaar kort het begrip &amp;amp;quot;optische zuiverheid&amp;amp;quot;.&lt;br /&gt;
# Een hepteen is gegeven:&lt;br /&gt;
#* Geef de verschillende stereovormen in Fisherprojectie.&lt;br /&gt;
#* Geef de Newman-projectie van het meest stabiele conformeer.&lt;br /&gt;
#* Noteer ook R- en S-conformatie.&lt;br /&gt;
# Reactie waarbij de producten, tussenstappen en mechanismen moeten worden aangevuld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de elektrofiele aromatische substitutie met als voorbeeld nitreerzuur, benzeen en gesubstitueerde benzeenderivaten.&lt;br /&gt;
# Bespreek hydrolyse, reductie, omestering en aminolyse van esters.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Sacharose &lt;br /&gt;
#* SAM&lt;br /&gt;
# Bespreek omega-3-vetzuren en omega-6-vetzuren.&lt;br /&gt;
# Gegeven: structuurformule arginine &lt;br /&gt;
#* Geef het aantal stereo-isomeren.&lt;br /&gt;
#* Duidt de cirale C&#039;s aan.&lt;br /&gt;
#* Fisher- en Newman-projectie van elk.&lt;br /&gt;
#* Duid R/S aan.&lt;br /&gt;
#* Geef de naam van het aminozuur.&lt;br /&gt;
#* Duid aan welke N het meest basisch is.&lt;br /&gt;
#* Welk stereo-isomeer is het L-aminozuur ?&lt;br /&gt;
# Beschrijven van reactie: 2 keer cyclopenteen met daaraan 2-hexanol (of pentanol ben het vergeten) keten op de pijl staat K2Cr2O7, H+ en koud, boven tweede pijl staat 1 OH- &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de additie van zuren aan alkenen (geen carbonzuren bedoeld).&lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van vetzuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* Kaneelzuur&lt;br /&gt;
#* Cellobiose&lt;br /&gt;
# 3-broom-4-cloorhexaan:&lt;br /&gt;
#* Stereo-isomeren: Fisher- en Newman-projectie.&lt;br /&gt;
#* R,S-configuratie&lt;br /&gt;
#* Diastereomeren/enantiomeren?&lt;br /&gt;
# Het reactietype en naam en mechanisme van benzeenring met OH aan, bij de pijl staan dibroom en ijzertribroom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Aldolcondensatie + glycolyse stap die met aldolcondensatie te maken heeft. &lt;br /&gt;
# Geef de verschillende methoden om de volgorde van AZ in peptide te vinden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren&lt;br /&gt;
#* Stearinezuur&lt;br /&gt;
#* Pyridine&lt;br /&gt;
# Leg uit: gauche en anti (bij alkanen).&lt;br /&gt;
# 2,3,4-hydroxybutanal:&lt;br /&gt;
#* Hoeveel stereoisomeren ?&lt;br /&gt;
#* Geef Fisher projectie en de Newmann projectie van de meest stabiele conformatie.&lt;br /&gt;
#* Geef R,S conformatie. &lt;br /&gt;
#* En zeg welke enantiomeren zijn, welke  diastereoisomeren zijn, mesovormen.&lt;br /&gt;
# Geef reactiemechanisme, reactieproduct (ook in skeletnotatie--&amp;amp;gt; reactieproduct) van:&lt;br /&gt;
#* Trans-1-fenyl-1-buteen met verdund zwavelzuur.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R1050265</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Bio-Organische_Chemie&amp;diff=5056</id>
		<title>Bio-Organische Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Bio-Organische_Chemie&amp;diff=5056"/>
		<updated>2026-06-05T13:00:57Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R1050265: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Basisvak organische chemie voor eerstejaars chemie, biochemie en biologie.&lt;br /&gt;
Gedoceerd door Professor Luc van Meervelt.&lt;br /&gt;
Het examen volgt al jaren dezelfde structuur.&lt;br /&gt;
Sinds 2017 wordt dit vak gegeven door professor Mario Smet.&lt;br /&gt;
Het examen duurt 3 uur.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;2022-2023&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*aanpak vak&lt;br /&gt;
**Prof Mario Smet&lt;br /&gt;
**Voor het examen minstens 3.2/8 voor zowel het deel van theorie als oefeningen, anders maximaal een 9 (helaas durft hij ook een 3.1 te geven)&lt;br /&gt;
**Er zijn ingesproken ppt&#039;s die zeker een aanrader zijn om te bekijken, belangrijkste zaken worden duidelijk uitgelegd&lt;br /&gt;
*Kwaliteit cursus&lt;br /&gt;
**Slides zijn duidelijk en bevatten zeker de belangrijkste informatie&lt;br /&gt;
**Handboek kan handig zijn voor extra informatie of verduidelijking van bepaalde delen, maar ik heb dit zelf amper opengedaan dus zeker niet noodzakelijk om te kopen&lt;br /&gt;
*Examenvragen&lt;br /&gt;
**Telkens één theorievraag over een reactiemechanisme (regel van Zaitsev en Markovnikov belangrijk) met ordenen op basis van reactiviteit en naamgeving van producten!!&lt;br /&gt;
**Eén theorievraag over een voorbeeld (komen steeds terug, zijn er in totaal een stuk of 14 (document met deze vragen voor 2024-2025: https://docs.google.com/document/d/e/2PACX-1vRY7b09HsmvVWGNBrcGEXsHcZEtJk-kMeF07rW-tDXwXgheNmEfFHfIp7nmVvFat1X-NtERZpXgm6VM/pub)) belangrijk om hierbij te weten waarom bepaalde zaken zo zijn.&lt;br /&gt;
**Bij de oefeningen vraagt hij naar mijn gevoel van alles iets, dus aminozuren zeker uit het hoofd leren en al de reactiemechanismes begrijpen.&lt;br /&gt;
*Labo&#039;s&lt;br /&gt;
**Zijn niet al te moeilijk&lt;br /&gt;
**Zie dat je op tijd bent voor de prelabtest, ze hebben geen medelijden met u, zelfs als je er niks aan kon doen :(&lt;br /&gt;
**Als er ergens iets van berekeningen in het labo voorkomen, worden deze vaak op de prelabtest gevraagd&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===4 juni 2026===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# 4 carbonzuurderivaten gegeven: butanoylbromide, 2-oxobutanoylbromide, ethylbutanoaat, S-ethylbutanoaat&lt;br /&gt;
## Deze kunnen reageren via een nucleofiele substitutie met methanol, Geef voor de eerste structuur het volledige reactiemechanisme hiervan&lt;br /&gt;
## Geef de producten van deze reactie voor elke structuur en geef de IUPAC naam van de eerste twee&lt;br /&gt;
## Rankschik de vier structuren op basis van reactiviteit in deze reactie&lt;br /&gt;
# Cis-retinal kan omgezet worden naar trans-retinal door te binden aan een eiwit (opsine of zo)&lt;br /&gt;
## Hierbij bindt cis-retinal aan het aminozuur lysine, ter vorming van een Schiff-base. Geef het volledige reactiemechanisme van deze omzetting en geef alle elektronenverplaatsingen weer&lt;br /&gt;
## Leg uit waarom er zo veel gebruik wordt gemaakt van Schiff-basen in de natuur&lt;br /&gt;
# Retinal kan ook omgezet worden naar retinol door een oxidatie/reductie (omcirkel de juiste) met NAD+&lt;br /&gt;
## Geef bij alle moleculen die bij deze oxidatie/reductie de atomen die van oxidatiegetal veranderen, en geef bij elk atoom het oxidatiegetal bij zowel de reagentia als producten&lt;br /&gt;
## Waarom is NAD+ een excellente hydride-acceptor? Geef twee redenen en leg uit&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
Bundel B:&lt;br /&gt;
#Gegeven het molecule menthol&lt;br /&gt;
## Teken dit molecule in de stabielste configuratie&lt;br /&gt;
## Zijn er 1,3-diaxiale interacties aanwezig in deze stabielste configuratie? Zo ja, geef aan op jouw tekening&lt;br /&gt;
## Geef de R- of S- configuratie van alle chirale atomen in het molecule, met aanduiding van prioriteiten (Maakt niet uit welke versie want normale menthol = stabielste configuratie)&lt;br /&gt;
## Hoeveel stereo-isomeren heeft menthol?&lt;br /&gt;
## Teken een diastereomeer van menthol dat geen epimeer is. Leg hierbij de termen diastereomeer en epimeer uit&lt;br /&gt;
## Vier verschillende Newman-projecties gegeven van menthol, duidt aan welke overeenkomt met de gegeven structuur&lt;br /&gt;
# Een peptide-binding wordt gehydrolyseerd.&lt;br /&gt;
## Hierbij is (duidt aan):&lt;br /&gt;
### De reactie aflopend in basisch milieu, maar niet in zuur&lt;br /&gt;
### De reactie aflopend in zuur milieu, maar niet in basisch&lt;br /&gt;
### De reactie aflopend in zuur en basisch milieu&lt;br /&gt;
### Het maakt niet uit welk milieu, de reactie is niet aflopend&lt;br /&gt;
## Leg je antwoord uit en teken hierbij het volledige reactiemechanisme van de hydrolyse (met alle elektronenverplaatsingen)&lt;br /&gt;
Bundel C:&lt;br /&gt;
# Je hebt een oplossing van glutaminezuur en tryptofaan, die is gebufferd op pH=9,40.&lt;br /&gt;
## Aan welke kant (anode, kathode, tussenin) zullen alle producten die aanwezig zijn in de oplossing uiteindelijk terechtkomen? Geef de structuren van glutaminezuur en tryptofaan in je antwoorden.&lt;br /&gt;
## Waarom vertoont de R-groep van tryptofaan geen basische eigenschappen?&lt;br /&gt;
# Vul drie reacties aan, geef het reactietype bij B en C en het volledige mechanisme bij C:&lt;br /&gt;
## But-1-een + ? --&amp;gt; Butaan-2-ol + H2SO4 (ΔT) --&amp;gt; ?&lt;br /&gt;
## Methylbenzeen + acetylchloride + AlCl3 --&amp;gt; ? (Geef alle mogelijke producten als er meerdere zijn)&lt;br /&gt;
## 2x 2-cyclopentylacetaldehyde + 1x OH- --&amp;gt; ?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 augustus 2025===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Rangschik de moleculen volgens afnemende reactiviteit in een SeAr ter vorming van een nitroderivaat. Anisool, Methylbenzoaat , furaan, acetofenon.&lt;br /&gt;
## Geef het reactiemechanisme van anisool.&lt;br /&gt;
## Geef de skeletnotatie van alle reactieproducten en schrijf de IUPAC-naam van de reactieproducten van A en B.&lt;br /&gt;
#Leg uit hoe je een aminozuursequentie bepaald&lt;br /&gt;
##Iets over NH2&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
Bundel B:&lt;br /&gt;
#Bepaal R of S van chirale centra.&lt;br /&gt;
## Hoeveel stereo-isomeren zijn er van dit molecule? &lt;br /&gt;
## Gegeven: 2R-4S (omgekeerde van wat je in de eerste vraag bepaald hebt), leg uit wat enantiomeren en diastereomeren zijn en welk van de twee deze stereo-isomeer is.&lt;br /&gt;
## Gegeven: Een van de cis versies, geef hiervan 1 van de trans versies en bespreek hierbij de 1,3 diaxiaal interacties.&lt;br /&gt;
## Geef oxidatiegetal van C6 (nummering staat al op het molecule)&lt;br /&gt;
## Ernaast is spiegelbeeld getekend, je moet de substituenten aanvullen. &lt;br /&gt;
# Butaanzuur reageert tot ethylbutanoaat, in welk midden is dit? (Zuur, basisch, neutraal of maakt niet uit). Licht dit toe&lt;br /&gt;
Bundel C:&lt;br /&gt;
## L isoleucine en L- Lysine tekenen in fisherprojectie. Bij L isoleucine stabielste newmann tekenen. Alles moet in zwitterion vorm.&lt;br /&gt;
## Arginine met 0.1M 100mL met 0.1M NaOH. Wat is de pH na toevoeging van 250mL en 300 mL NaOH.&lt;br /&gt;
# Vul volgende reacties aan&lt;br /&gt;
## Oxidatie van sec alcohol tot keton, hierna met H20 en H+ tot Di-Ol&lt;br /&gt;
## Aldolcondensatie, teken reactieproduct in skeletnotatie&lt;br /&gt;
## Geef heel mechanisme van HBr (overmaat) + Diethylether, geef ook reactietype&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2025===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# gegeven structuren ondergaan een AE met HCl: A: propeen B: methylprop-2-enoaat C: methoxyetheen D: styreen&lt;br /&gt;
## Geef het reactiemechanisme van molecule A.&lt;br /&gt;
## Rangschik de moleculen volgens afnemende reactiviteit. Toon aan d.m.v. substituenteffecten en grensstructuren waar nodig. &lt;br /&gt;
## Geef de skeletnotatie van alle reactieproducten en schrijf de IUPAC-naam van de reactieproducten van A en B. &lt;br /&gt;
# Gegeven structuren en namen: limoneen, terpinoleen en alfa-terpineol.&lt;br /&gt;
## Schrijf alle reactiemechanismen uit vanuit nerylpyrofosfaat.&lt;br /&gt;
## Van welk alkaan (limoneen en terpinoleen) lijkt de vorming het meest waarschijnlijk. Motiveer je antwoord. &lt;br /&gt;
## Limoneen kan kan gehydrogeneerd worden met twee diwaterstofmoleculen. Teken de meest stabiele conformatie van elk van de twee bekomen alkanen.&lt;br /&gt;
Oefeningen (bundel B)&lt;br /&gt;
# Gegeven: 2-amino-2,3,4-trimethylhexaan-3-thiol&lt;br /&gt;
## Teken het moleculen uit en duid alle chirale koolstoffen aan met een sterretje. Hoeveel stereo-isomeren heeft dit moleculen?&lt;br /&gt;
## Teken voor elk isomeer de Fisher- en Newmannprojectie (C3-C4).&lt;br /&gt;
## Duidt voor elk chirale koolstof op alle isomeren de prioriteiten aan en geef de configuratie (S/R).&lt;br /&gt;
## Leg uit: enantiomeren, diastereomeren en mesovorm. Zeg welke isomeren enantiomeren en/of diastereomeren zijn van elkaar. Is er een mesovorm?&lt;br /&gt;
## Is het thiol primair, secundair of tertiar?&lt;br /&gt;
## Wat is het oxidatiegetal van C2?&lt;br /&gt;
# Je krijgt een oplossing van 1 suiker. Het suiker kan lactose, sacharose of maltose zijn. De oplossing geeft een bruin-rode neerslag bij de Fehlings-test. Welke stelling is correct?&lt;br /&gt;
## Het suiker is lactose.&lt;br /&gt;
## Het suiker is sacharose.&lt;br /&gt;
## Het suiker is maltose.&lt;br /&gt;
## Er zijn te weinig gegevens.&lt;br /&gt;
# Motiveer je antwoord en geef de nodige reactievergelijkingen. &lt;br /&gt;
Oefeningen (bundel C)&lt;br /&gt;
# Aminozuren&lt;br /&gt;
## Schrijf alle vormen bij de juiste pKa&#039;s uit van leucine en arginine.&lt;br /&gt;
## Gegeven: 100mL volledig geprotoneerd arginine (0.1M) en een basische oplossing van 0.1M. Bereken de pH bij het toevoegen van 150mL en 200mL basische oplossing. Schrijf duidelijk de vorm van het AZ op.&lt;br /&gt;
# Reactiemechanismen&lt;br /&gt;
## 2-butanon(structuur) -&amp;gt;(?) 2-butanol(structuur) -&amp;gt;(HBr) ?(structuur)&lt;br /&gt;
## 1-broombenzeen(structuur) -&amp;gt;(AlCl3/CH3COCl) ?(structuur in skeletnotatie) en reactietype gevraagd&lt;br /&gt;
## methyl-2-methylpropanoate -&amp;gt;(H2O/H+) ?(structuur in skeletnotatie) en reactiemechanisme en reactietype gevraagd&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 27 augustus 2024===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# 4 structeren: 1-hydroxy-1-methylcyclohexaan, 1-fenyl-1-hydroxycyclohexaan , 1&lt;br /&gt;
## Schrijf het mechanisme voor dehydratie met geconcentreerd zwavelzuur en temperatuursverhoging van verbinding A&lt;br /&gt;
## Beoordeel en rangschik de reactiviteit van bovenstaande structuren voor dit mechanisme, werk met grensstructuren en substituenteffecten&lt;br /&gt;
## Geef de IUPAC naam voor verbinding A en B&lt;br /&gt;
# Suikerevenwichten van fructose in furanose en pyranosevorm gegeven&lt;br /&gt;
## Waarom komt de betafuransevorm minder voor dan de alphafuranosevorm?. Verklaar&lt;br /&gt;
## Waarom komt de betapyranosevorm minder voor dan de alphapyranosevorm? Verklaar&lt;br /&gt;
# Suikerevenwichten van ribose in furanose en pyranosevorm gegeven&lt;br /&gt;
## Welke veranderingen in de suikerevenwichten verwacht je indien het ribose chemisch wijzigt in deoxyribose? Welke implicaties heeft dit voor DNA?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen (eerste bundel)&lt;br /&gt;
# Bacterieel antibioticum penicilline gegeven (structuur)&lt;br /&gt;
## Duid alle chirale C-atomen aan&lt;br /&gt;
## Teken het molecule in projectievorm waarbij alle chirale C-atomen een S-configuratie hebben. Duid de prioriteiten aan.&lt;br /&gt;
## Geef het oxidatiegetal van het aangeduide atoom&lt;br /&gt;
## Geef het enantiomeer van het molecule uit vraag b&lt;br /&gt;
## Geef een epimeer van het molecule uit vraag b&lt;br /&gt;
## Teken een resonantiestructuur van het molecule waarbij je geen gebruikt maakt van de benzeenresonantie&lt;br /&gt;
# Gegeven de structuur van meta-broom-acetylbenzeen, welke van de volgende opties is waar?&lt;br /&gt;
## Eerst bromering, dan acetylering&lt;br /&gt;
## Eerst acyletylering, dan bromering&lt;br /&gt;
## Volgorde onbelangrijk, reactie met eerst bromering verloopt trager&lt;br /&gt;
## Volgorde onbelangrijk, reactie met eerst acetylering verloopt trager&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Verklaar je antwoord uit vorige vraag met resonantiestructuren van intermediairen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen (bundel 2)&lt;br /&gt;
# Gegeven een volledig geprotoneerde glutaminezuuroplossing van 0,10M &lt;br /&gt;
## Bereken de pH van de oplossing na toevoeging van 150mL en 200mL 0,10M-NaOH-oplossing &lt;br /&gt;
## Waarom vertoont glutamine geen basisch karakter, maar lysine wel? Verklaar&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 juni 2024===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#4 structuren gekregen: fenyletheen, 4-vinylfenol, 1-nitro-4-vinylbenzeen, fenol. Deze ondergaan een additie met HCl.&lt;br /&gt;
##geef het reactiemechanisme van A&lt;br /&gt;
##rangschik op reactiviteit. verklaar met substituenteffecten en teken grensstructuren indien nodig&lt;br /&gt;
##geef de reactieproducten van A, B en C en de IUPAC-naam van het reactieproduct A en B&lt;br /&gt;
#Retro-aldolreactie bij de glycolyse wordt gekatalyseerd door het enzym aldolase.&lt;br /&gt;
##Geef het reactiemechanisme van de retro-aldolreactie van fructose-1,6-difosfaat&lt;br /&gt;
##Waarom moet glucose-6-fosfaat geïsomeriseerd worden naar fructose-6-fosfaat&lt;br /&gt;
##Aldolase katalyseert nog een reactie in het lichaam, namelijk de reactie van dihydroxyaceton(niet zeker) met D-erytrose. Geef de Fischervoorstelling van het reactieproduct.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Aminozuren&lt;br /&gt;
##Bereken het Iso-elektrisch punt van arginine en isoleucine. schrijf ook de structuur bij die pH.&lt;br /&gt;
##100 ml Isoleucine-oplossing van 0,100 mol/L wordt getitreerd met een NaOH-oplossing van 0,100 mol/L. Geef mij de pH bij toevoeging van 50 ml en 200 ml NaOH-oplossing en teken de structuur van isoleucine bij die pH’s.&lt;br /&gt;
#Reactiemechanismen&lt;br /&gt;
##Benzeen gekregen wat toevoegen om 1-fenylethanon te krijgen (Antwoord: FeCl3 + ethanoylchloride)&lt;br /&gt;
##Ethoxyethaan + HBr → ? (ook zeggen welk reactietype)&lt;br /&gt;
##?&lt;br /&gt;
#?&lt;br /&gt;
#Meerkeuzevraag over Claisencondensatie. 4 IUPAC-namen van esters gekregen teken structuurformule van elk ester. De 4 esters ondergaan een Claisen Condensatie, bij 3 esters is het een aflopende reactie, bij 1 ester een evenwichtsreactie. Bij welke evenwichtsreactie en waarom?&lt;br /&gt;
##butylethanoaat&lt;br /&gt;
##ethylbutanoaat&lt;br /&gt;
##ethyl-2-methylbutanoaat&lt;br /&gt;
##ehtyl-3-methylbutanoaat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2024===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# 4 structuren: ethaanzuurbromide, ethaanzuurchloride, 2-oxyethaanzuurbromide, dietheenzuuranhydride. deze ondergaan een nucleofiele substitutie met water&lt;br /&gt;
##geef het reactiemechanisme van A&lt;br /&gt;
##rangschik op reactiviteit. verklaar met substituenteffecten en teken grensstructuren indien nodig&lt;br /&gt;
##geef de reactieproducten en de IUPAC-naam van A en C&lt;br /&gt;
# om alfa-ketoglutaraat te decarboxyleren maakt de natuur gebruik van het coënzym thiaminepyrofosfaat die reageert na deprotonatie.&lt;br /&gt;
##Geef het reactiemechanisme&lt;br /&gt;
##Geef 2 redenen waarom het coënzym zo goed gedeprotoneerd wordt&lt;br /&gt;
##Wat is het voordeel van het binden van dit coënzym?&lt;br /&gt;
##Wat is het voordeel van dit biologisch proces?&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# je wil een aminozuurmengeling van tryptofaan en lysine scheiden met behulp van elektroforese bij een pH van 9,1. Bereken het voorkomen van de vormen en waar ze zullen voorkomen (Kathode, Anode of ertussenin). Laat ook duidelijk de structuur van deze aminozuren zien.&lt;br /&gt;
##waarom is de stikstof op de tryptofaan niet basisch&lt;br /&gt;
# gegeven but-1-een naar 1-methylbutan-1-ol. Welke substraat heb je nodig om van de eerste naar de tweede gegaan (structuren waren gegeven) als je dan met H3PO4 zit en een verandering in temperatuur welk product bekom je (was al een reactiepijl gegeven)?&lt;br /&gt;
# reactie met methoxybenzeen, ethaanzuurchloride en AlCl3 (structuren gegeven). Geef het reactieproduct en het reactietype.&lt;br /&gt;
# mechanisme en reactietype gevraagd van 2x fenylmethanal (structuur gegeven) met OH-&lt;br /&gt;
# suikering gegeven met een zesring waarbij OH op C1 naar boven, alsook C2 en C3, bij C4 naar beneden en C5 de CH2OH ook naar beneden.&lt;br /&gt;
##geef de fisherstructuur van dit suiker en teken de stabielste conformatie op de newmann-projectie van C3 en C4&lt;br /&gt;
##geef de volledige naam van dit suiker&lt;br /&gt;
##geef van C1 en C2 de absolute configuratie (R of S) geef hierbij ook de prioriteiten&lt;br /&gt;
##Leg uit wat 1,3 diaxiale interacties zijn en geef dit weer op een duidelijke tekening&lt;br /&gt;
# oxidatie van ascorbinezuur naar dehydroxy-ascorbinezuur gegeven (zie practicum) en 3 stellingen (hieronder): duid de stellingen aan die correct zijn en geef bij iedere uitleg&lt;br /&gt;
##Er gebeurt een oxidatie en het oxidatiegetal van de C-atomen gaat van +1 naar 0&lt;br /&gt;
##Is de H in kwestie die met de laagste pKa?&lt;br /&gt;
##Is de stereochemie juist of kwam het eindproduct eerder van een andere stereo isomeer&lt;br /&gt;
===2 september 2023===&lt;br /&gt;
https://drive.google.com/file/d/1GMpzdW-Fuazq4zCe9Y40D8DgJyVk2-a7/view?usp=drive_link&lt;br /&gt;
===24 juni 2023===&lt;br /&gt;
#Je kreeg 4 verbindingen (ik denk 2-bromo-2methylpropaan, 2-bromopropaaan, 4-bromo-2-penteen en 4-bromo-1-penteen; kloppen niet helemaal, maar principe blijft hetzelfde). &lt;br /&gt;
##Voor 2-bromo-2-methylpropaan moest je de E-reactie uitschrijven.&lt;br /&gt;
##Zeggen in welke volgorde deze verbindingen het snelste zou reageren bij een E1-reactie (aan de hand van substituent effecten en eventuele grensstructuren.&lt;br /&gt;
##Voor elke verbinding het reactieproduct geven en IUPAC naam geven.&lt;br /&gt;
#Er wordt ATP gevormd bij de afbraak van een suiker in de glycolyse en krebs-cyclus. &lt;br /&gt;
##Geef de reactieproducten en waarom kan er ATP gevormd worden?&lt;br /&gt;
##Het grootste deel van de energie komt in een andere vorm vrij, hoe gebeurd dit?&lt;br /&gt;
#Meerkeuzevraag over Claissencondensatie van ethylacetaat (was een andere benaming, maar vooral het ethyl deel is belangrijk dus maakt niet echt uit). Welk reagens moet je gebruiken om ervoor te zorgen dat je slechts één reactieproduct hebt. Opties waren denk ik: methioxide, ethioxide, hydroxide, er wordt altijd meer dan één reactieproduct gevormd (eventuele grensstructuren hier niet mee rekenen) (meeste hadden ethioxide) en dan moest je nog aantonen met het relevante deel van de reactie, waarom de andere niet zouden kunnen.&lt;br /&gt;
#Reactiemechanismen&lt;br /&gt;
##Je kreeg aceton en je moest zeggen wat je moest toevoegen om iets te bekomen (je moest OH- toevoegen, maar weet even niet meer wat je dan bekomt) en dan voeg je H2O en H+ toe en moet je het reactieproduct geven (2,2-propaandiol)&lt;br /&gt;
##Ik denk 2-Methylcyclopentanone en solvent gekregen, zeggen welk reactieproduct je bekomt en wat het reactiemechanisme is (nucleofiele acylsubstitutie)&lt;br /&gt;
##Je kreeg ethylbenzeen met als solvent AlCl3 en acetylchloride (hiervan maak je AlCl4- en CH2CO+) je moest zeggen welk reactiemechanisme (nucleofiele aromatische substitutie) en dit ook uitschrijven&lt;br /&gt;
#Zwitterion en IP van arginine en glutamine geven en zeggen welke pH je krijgt bij het toevoegen van 250ml NaOH aan 100 ml 0.1M glutamine&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
##S/R van chirale koolstoffen van D-xylulose geven + Newman projectie rond C3 en C4&lt;br /&gt;
##In stappen geven hoe je alfa-L-xylulofuranose bekomt (ringsluiting tekenen dus), het enantiomeer hiervan geven (bèta-versie) en zeggen of het een epimeer is, beide begrippen uitleggen&lt;br /&gt;
===8 juni 2023===&lt;br /&gt;
#4 structuren: propeen, ethyleen pyrrool?, styreen , benzeen met etheen op en methoxy groep op. elektrofiele additie met waterstofbromide.&lt;br /&gt;
##Geef het reactiemechanisme van propeen&lt;br /&gt;
##Rangschik de reactiviteit van de verschillende structuren, maak gebruik van substituenteffecten en teken grensstructuren&lt;br /&gt;
##geef de IUPAC-naam van structuur a, b, c en schrijf alle reactieproducten uit&lt;br /&gt;
#Gegeven: D-glucose in de verschillende vormen: beta-D-glucopyranose, alfa-D-glucopyranose, beta-D-glucofuranose en alfa-D-glucofuranose en het voorkomen ervan in percentages&lt;br /&gt;
##Waarom komen de furanose vormen zo weinig voor?&lt;br /&gt;
##Waarom komt het beta-anomeer meer voor dan het alfa-anomeer?&lt;br /&gt;
##hoe komt het dat het alfa-anomeer dan toch nog voorkomt?&lt;br /&gt;
##Vergelijk dit nu met D-mannose, maak een voorspelling van hoe de verschillende vormen zullen voorkomen?&lt;br /&gt;
#Aminozuren:&lt;br /&gt;
##Waarom heeft de R-groep van asparagine geen basische eigenschappen (asparagine heeft geen pKr)&lt;br /&gt;
##We willen tyrosine en asparagine scheiden met behulp van elektroforese bij pH = 9,0. Schrijf voor beide aminozuren de verschillende vormen uit en verklaar welke vorm bij deze pH voor zal komen. Waar zullen de aminozuren zich bevinden: anode, kathode, tussenin&lt;br /&gt;
#Gegeven: benzeenring met broomsubstituent en -C2H5 substituent. Bij het bereiden hiervan moet je...&lt;br /&gt;
##...eerst bromeren?&lt;br /&gt;
##...eerst aklyleren?&lt;br /&gt;
##...volgorde maakt niet uit, maar als je eerst bromeert gaat de reactie langzamer&lt;br /&gt;
##...volgorde maakt niet uit, maar als je eerst alkyleert gaat de reactie langzamer&lt;br /&gt;
#Gegeven: een structuur met 2 chirale koolstoffen (ook een amidegroep op 1 einde, en een chloor groep)&lt;br /&gt;
##teken de fisherprojectie van ALLE stereo-isomeren, geef ook de stabielste newman-projectie&lt;br /&gt;
##Bepaal van elke chirale C de R,S-configuratie en geef de prioriteiten weer&lt;br /&gt;
##Wat is het OG van de C met de amide groep&lt;br /&gt;
##Welk van de stereo-isomeren zijn ook diastereo-isomeren, verklaar deze term&lt;br /&gt;
##Duid aan waar een nucleofiele substitutie zou kunnen plaatsvinden, verklaar ook waarom&lt;br /&gt;
#Reactie mechanismen zoals aangegeven op stramien&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 3 september 2022 ===&lt;br /&gt;
# 4 moleculen met dubbele binding gegeven, sommige met substituenten&lt;br /&gt;
## Reactiemechanisme voor molecule A uitschrijven (CH2=CH-CH2-CH3)&lt;br /&gt;
## Rangschikken volgens reactiviteit in een reactie met HBr en argumenteren met substituenteffecten en grensstructuren&lt;br /&gt;
## Reactieproducten voor alle 4 opschrijven en 2 ervan benoemen met IUPAC naam&lt;br /&gt;
# gegeven: glucose in openketenvorm, alfa-D-glucopyranose, beta-D-glucopyranose, alfa-D-glucofuranose en beta-D-glucofuranose met percentages van hoe vaak ze voorkomen&lt;br /&gt;
## waarom komt de furanosevorm zo weinig voor&lt;br /&gt;
## waarom komt de betavorm meer voor dan de alfavorm&lt;br /&gt;
## waarom komt ondanks vraag b de alfavorm toch nog zo vaak voor&lt;br /&gt;
## maak zelf een voorspelling voor de percentages van voorkomen voor alle vormen van D-mannose&lt;br /&gt;
# teken 2-amino-2,3,4-trimethyl-3-hexaanthiol&lt;br /&gt;
## hoeveel stereo-isomeren zijn er?&lt;br /&gt;
## teken van alle stereo-isomeren de fischer projectie en meest stabiele conformatie in de newman projectie over C3-C4 as, duid chirale centra aan&lt;br /&gt;
## bepaal voor alle chirale centra de absolute configuratie&lt;br /&gt;
## is het een primair, secundair of tertiair amine? En dezelfde vraag voor thiol?&lt;br /&gt;
## bepaal de oxidatietrap van C2&lt;br /&gt;
# 5 namen van moleculen gegeven, welke kunnen het reactieproduct zijn van een aldolcondensatie? Voor degenen die niet kunnen: leg uit in 1 zin waarom niet. Voor degenen die wel kunnen: geef de beginproducten.&lt;br /&gt;
# reactiemechanismen&lt;br /&gt;
## vul onderstaande reactiesequentie aan: alkaan met -OH —&amp;gt; alkeen —&amp;gt; ? (boven de eerste pijl stond ook een vraagteken en boven de tweede pijl +Cl2)&lt;br /&gt;
## schrijf reactiemechanisme uit: benzeenring met -OCH3 substituent reageert met HNO3 en H2SO4&lt;br /&gt;
# aminozuren&lt;br /&gt;
## bepaal voor een titratie van 100 mL 0,1M isoleucine de pH bij toevoeging van 150mL en 200mL NaOH&lt;br /&gt;
## waarom is de pKa van glutamine lager dan van isoleucine&lt;br /&gt;
## teken beide aminozuren uit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 juni 2022 ===&lt;br /&gt;
# 4 moleculen gegeven die reageren volgens reactietype E1 ter vorming van HCl : twee chlooralkanen met benzeenring en twee zonder, een van de twee met benzeenring had methoxy-groep op de benzeenring&lt;br /&gt;
## Geef reactiemechanisme voor een van de twee chlooralkanen zonder benzeenring&lt;br /&gt;
## Rangschik volgens stijgende reactiviteit en beargumenteer met substituenteffecten. Geef grensstructuren indien relevant.&lt;br /&gt;
## ...&lt;br /&gt;
# Geef het reactiemechanisme en vergelijk onderling, beredeneer ook voor de basische hydrolyses of het gaat om een mono- of bimoleculair proces:&lt;br /&gt;
### hydrolyse van een carbonzuurester in basisch milieu&lt;br /&gt;
### hydrolyse van een fosfaatester in basisch milieu&lt;br /&gt;
### hydrolyse van een fosfaatester in zuur milieu&lt;br /&gt;
## Bespreek kort het verschil in reactiviteit van mono-, di-, en tri-alkylfosfaatesters bij hydrolyse in basisch milieu&lt;br /&gt;
## In de glycolyse komt energie vrij bij het hysrolyseren van het acylfosfaat 1,3-difosfoglycerinezuur dat wordt gebruikt om ADP om te zetten in ATP. Voor de vorming van acetyl-CoA uit acetylfosfaat (ook een acylfosfaat) is ATP nodig. Bespreek kort deze schijnbare tegenstrijdigheid.&lt;br /&gt;
# Stereochemie&lt;br /&gt;
## Geef de Haworthprojectie van beta-L-arabinopyranose&lt;br /&gt;
## Geef de absolute configuratie van C2 en C4 en duid nummering aan&lt;br /&gt;
## Wat zijn de oxidatietrappen van C1 en C3?&lt;br /&gt;
## Geef de (stabielste) Newmanprojectie van het conformeer volgens de C3-C4 as&lt;br /&gt;
## Hoeveel 1,3-diaxiale repulsies komen ervoor in dit molecule? Maak een tekening die dit duidelijk weergeeft&lt;br /&gt;
# Aminozuren&lt;br /&gt;
## Onder welke vormen komen glutaminezuur en tryptofaan voornamelijk voor bij pH = 6,00? &lt;br /&gt;
## Waar bevinden de AZ zich na elektroforese bij deze pH? Aan de anode, kathode of ertussen?&lt;br /&gt;
## Waarom is de zijketen van tryptofaan niet basisch?&lt;br /&gt;
# Verloopt de substitutie van propaanzuur naar methylpropanoaat het best in zuur of in basisch milieu? Of kan beide? Verklaar grondig en teken het bijbehorende reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
# Vraag over reactiemechanismen zoals aangegeven op het stramien.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2022 ===&lt;br /&gt;
# 4 benzeen ringen gegeven (3 daarvan met substituenten)&lt;br /&gt;
## Reactiemechanisme uitschrijven voor een gewone benzeen tot chloorderivaat (SeAr)&lt;br /&gt;
## Rangschikken volgens reactiviteit, grensstructuren tekenen en substituenteffecten verklaren.&lt;br /&gt;
## Van de 4 chloorderivaten de IUPAC-naam geven en eindstructuur tekenen &lt;br /&gt;
# Geef de retro-aldolreactie bij de glycolyse&lt;br /&gt;
# Oefening op suikers (je kreeg een cyclisch suiker)&lt;br /&gt;
## Teken de fisher en de Newman projectie&lt;br /&gt;
## Geef het oxidatie getal van 2 C en zeg of het R of S is&lt;br /&gt;
## Geef de naam van het suiker&lt;br /&gt;
## Leg de begrippen epimeer en anomeer uit en teken deze vormen van dit suiker&lt;br /&gt;
# Oefening op aminozuren&lt;br /&gt;
## Je kreeg 2 aminozuren bij een bepaalde pH en je moest zeggen als dit een goede pH was om een elektroforese te doen, indien dit niet zo was moest je uitleggen waarom en een betere pH waarde geven.&lt;br /&gt;
# Je kreeg 4 verbindingen en je moest zeggen welke een kleurreactie (oranje/groen) zouden geven&lt;br /&gt;
## Alcoholtest -&amp;gt; oxidatie van alcoholen tot ketonen of carbonzuren uitleggen&lt;br /&gt;
# Oefening op reactiemechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 augustus 2021===&lt;br /&gt;
# 4 moleculen gegeven waarop het gaat reageren met HCl&lt;br /&gt;
## werk reactiemechanisme uit voor 1 van de moleculen&lt;br /&gt;
## Rangschik volgens afnemende reactiviteit&lt;br /&gt;
## Geef reactieproducten van alle moleculen en geef IUPAC naam voor 2&lt;br /&gt;
# geef reactiemechanisme van de deanimatie van glutamine&lt;br /&gt;
# L-xylulose, Bepaal R/S configuratie &lt;br /&gt;
## Teken stabielste Fischer en Newman voor de C3-C4-as&lt;br /&gt;
### ???&lt;br /&gt;
# Voor welk van deze 3 producten kan niet een aldolcondensatie ondergaan? Leg uit waarom niet en geef de reagentia wanneer het wel gaat.&lt;br /&gt;
##de reactiemechanisme invullen: onbrekende reagentia en product&lt;br /&gt;
### een stof gegeven met de reagentia, welke reactiemechanisme en schrijf uit&lt;br /&gt;
#titratie van asparagine met NaOH: berekenen de pH bij toevoeging van 100ml en 200ml NaOH; &lt;br /&gt;
##waarom heeft asparagine geen basische eigenschap zoals lysine. Geef ook de structuren&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 augustus 2020===&lt;br /&gt;
#4 moleculen gegeven waarop nucleofiele substitutie gebeurt met natriummethoxide&lt;br /&gt;
## werk reactiemechanisme uit voor 1 van de moleculen&lt;br /&gt;
## Rangschik volgens afnemende reactiviteit&lt;br /&gt;
## Geef reactieproducten van alle moleculen en geef IUPAC naam voor 2&lt;br /&gt;
# Geef het mechanisme van decarboxylering van beta-ketocarbonzuren en leg uit. Geef een voorbeeld van een analoog mechanisme in de biologie en leg uit. &lt;br /&gt;
# Voor welk van deze 4 producten kan er een aldolcondensatie zijn opgetreden? Leg uit waarom niet en geef de reagentia wanneer het wel gaat.&lt;br /&gt;
# Oefening op aminozuren en bepalen welke vorm er voorkomt bij een bepaalde pH en als je een gelelektroforese doet welke waar dan voorkomt, az zijn tryptofaan en glutaminezuur&lt;br /&gt;
# Oefening op suiker: welke suiker is dit? Geef stabielste newmann vorm in C3-C4 formatie, R of S van C2 en C5, teken epimeer dat geen anomeer is&lt;br /&gt;
#oefeningen op reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2020===&lt;br /&gt;
#4 moleculen (esters) gegeven, waarop nucleofiele substitutie gebeurt &lt;br /&gt;
## Werk het reactiemechanisme voor één van de moleculen volledig uit. (methylethanoaat)&lt;br /&gt;
## Rangschik volgens afnemende reactiviteit dmv substituenteffecten&lt;br /&gt;
## Geef de reactieproducten van alle moleculen en geef hun IUPAC naam&lt;br /&gt;
#Leg de synthese van peptiden uit met dicyclohexylcarbodiimide. Welke voorzorgsmaatregel moet genomen worden om selectief een peptide te vormen? Geef een voorbeeld.&lt;br /&gt;
#Voor welke van volgenden bestaat er een mesovorm, teken deze en leg uit wat mesovorm is. (1-butanol, butaan2,3diol, butaan-1,2,3-triol, butaan-1,2,3,4-tetraol)&lt;br /&gt;
#Oefening op aminozuren: &lt;br /&gt;
## Waarom heeft proline een hogere pKa&#039; dan alanine + teken deze aminozuren&lt;br /&gt;
## Welke vorm van alanine komt het meest voor bij toevoegen van 150 mL? Bereken deze pH.&lt;br /&gt;
#Oefening op suikers: suiker gegeven &lt;br /&gt;
## Geef IUPAC naam&lt;br /&gt;
## Bepaal R/S configuratie voor C2 en C5&lt;br /&gt;
## Teken stabielste Fischer en Newman voor de C3-C4-as&lt;br /&gt;
## ?&lt;br /&gt;
#Vul reactie aan (reactieproducten, reagentia). Geef reactietype en eindproduct. Geef reactietype, eindproduct en reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2020 (16u)===&lt;br /&gt;
#4 moleculen gegeven: E1 reactie van HCl: mechanisme geven, reactieproducten tekenen en benoemen&lt;br /&gt;
#Bespreek de oxidatieve deaminering van glutaminezuur met de nodige coënzymen/cofactoren. Geef het reactiemechanisme van de tweede stap zonder enzymen.&lt;br /&gt;
#Een molecule gegeven in stoelvorm (geen suiker): teken de fisherprojecties van alle stereomeren, teken newmann projectie van 1 op c2-c3 in stabielste vorm en zeg S of R config, welke zijn enantiomeren, diastereomeren, is er een mesovorm? En leg de begrippen kort uit. Geef oxidatietrap van aangeduide koolstofatoom.&lt;br /&gt;
#lysine en valine tekenen en IP berekenen, waarom is de pkr van lysine groter dan de pka&#039; van valine?&lt;br /&gt;
#Wat zijn de product(en) die worden gevormd als E-2-hepteen en dichloor reageren?&lt;br /&gt;
##2s,3s 2-dichloorhepteen&lt;br /&gt;
##2s,3r&lt;br /&gt;
##2r,3s&lt;br /&gt;
##2r,3r&lt;br /&gt;
#Oefeningen op reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2020 (16u)===&lt;br /&gt;
#4 moleculen gegeven, waarop elektrofiele additie van water in zuur milieu gebeurt&lt;br /&gt;
## Werk het reactiemechanisme voor één van de moleculen volledig uit.&lt;br /&gt;
## Rangschik volgens afnemende reactiviteit&lt;br /&gt;
## Geef de reactieproducten van alle moleculen en geef hun IUPAC naam&lt;br /&gt;
#Waarom kunnen alcoholen niet gemakkelijk een SN-reactie ondergaan? Geef 2 voorbeelden van een SN-reactie van een alcohol, schrijf het mechanisme. Reageert fenol op dezelfde manier? Teken en leg uit. Hoe kunnen SN-reacties van alcoholen mogelijk gemaakt worden in biologische systemen?&lt;br /&gt;
#Oefening op suikers en stereochemie:&lt;br /&gt;
## Geef de Haworth-projectie van bèta-L-gulofuranose&lt;br /&gt;
## Teken het enantiomeer van deze molecule en benoem het.&lt;br /&gt;
## Configuratie (R/S) van C2 en C5 bepalen + oxidatietrap geven&lt;br /&gt;
## Stabielste Newman-conformatie langs C4-C5 as&lt;br /&gt;
#Oefening op aminozuren:&lt;br /&gt;
## D-vorm van tyrosine en alanine tekenen en conformatie geven.&lt;br /&gt;
## Oefening op pH berekenen&lt;br /&gt;
# Gegeven een staal met één onbekende suiker. Na het uitvoeren van een Fehlingstest zie je een roodbruine neerslag ontstaan. Aantal suikers gegeven, aanduiden welke het mogelijk kan zijn. Leg uit wat deze test precies en verklaar je keuze.&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan (reactieproducten, reagentia). Geef reactietype en eindproduct. Geef reactietype, eindproduct en reactiemechanisme. Eerste was zuurgekatalyseerde estervorming. Tweede eliminatie van water. Derde aldolcondensatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===7 juni 2020===&lt;br /&gt;
#4 moleculen gegeven waarop een Sn1 wordt gedaan met ammoniak&lt;br /&gt;
## Werk het reactiemechanisme voor de eerste molecule uit&lt;br /&gt;
## Welk molecule reageert het snelst? Leg uit adhv substituenteffecten&lt;br /&gt;
## Geef de reactieproducten van de andere 3 moleculen en ook de IUPAC naam&lt;br /&gt;
#Geef de retro-aldolreactie bij de glycolyse&lt;br /&gt;
## Wat is de katalysator en waarom gaat de retro-aldolreactie niet bij glucose?&lt;br /&gt;
#Gegeven een benzeenring met daarop een nitrogroep en alkylgroep. Gebeurd er eerst alkylering of nitrering? Gebruik in je uitleg grensstructuren&lt;br /&gt;
#Oefening op molecule dat geen suiker was! Maar je moest R/S bepalen, Fischer schrijven, Newmann projectie, en diastereomeren en enantiomeren aanduiden (+ kort uitleggen wat dat betekend)&lt;br /&gt;
#Oefening op aminozuren en bepalen welke vorm er voorkomt bij een bepaalde pH en als je een gelelektroforese doet welke waar dan voorkomt (zoals in de oefenzitting gewoon)&lt;br /&gt;
#standaard oefening die er elk jaar is met reacties aanvullen enzo&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2019 (namiddag)===&lt;br /&gt;
#4 moleculen (ester, ester met halogeen, anhydride, amide) waarop de nucleofiele substitutie van water in basische omgeving wordt uitgevoerd. &lt;br /&gt;
##Werk het reactiemechanisme uit voor het ester.&lt;br /&gt;
##Rangschik volgens afnemende reactiviteit.&lt;br /&gt;
##Geef de naam en structuur van beide reactieproducten.&lt;br /&gt;
#Bespreek de oxidatieve deaminering van glutaminezuur met de nodige coënzymen/cofactoren. Geef het reactiemechanisme van de tweede stap zonder enzymen.&lt;br /&gt;
#Oefening op suikers.&lt;br /&gt;
##Bespreek de R/S configuratie van de chirale centra van D-xylose. &lt;br /&gt;
##Is D-xylose een aldose of ketose? &lt;br /&gt;
##Geef de stabielste Newman-projectie op C3-C4.&lt;br /&gt;
##Bepaal de oxidatietrap van C1 en C5.&lt;br /&gt;
##Maak van L-xylose beta-L-xylose. &lt;br /&gt;
##Welk reactietype is de ringsluiting van suikers? Welke katalysator wordt vaak gebruikt? &lt;br /&gt;
##Geef het anomeer van beta-L-xylose. Is dit ook een enantiomeer?&lt;br /&gt;
#Oefening op aminozuren.&lt;br /&gt;
##Geef de 2R,3R configuratie van isoleucine. &lt;br /&gt;
##Wat is de pH van 100 ml isoleucine (0.1M) na toevoeging van 150 ml NaOH (0.1 M)? &lt;br /&gt;
##Waarom heeft glutamine een lagere pKa dan isoleucine? &lt;br /&gt;
#Waarom wordt het reactie-evenwicht bij de Claisencondensatie van ethyl-2-methylpropanoaat met ethoxide niet naar rechts getrokken (in tegenstelling tot andere Claisencondensaties)?&lt;br /&gt;
#Vul reactie aan (reactieproducten, reagentia). Geef reactietype en eindproduct. Geef reactietype, eindproduct en reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2019 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
#4 moleculen met dubbele bindingen gegeven waarop elektrofiele additie gebeurt&lt;br /&gt;
##van 1 reactiemechanisme uitwerken&lt;br /&gt;
##rangschikken volgens reactiviteit door middel van substituenteffecten&lt;br /&gt;
##eindproducten geven + IUPAC naam geven&lt;br /&gt;
#vetzuursynthese uitleggen met coënzymen erbij&lt;br /&gt;
##uitleggen waarom je malonycoa nodig hebt en wat de gelijkenis ervan is met claisen-condensatie&lt;br /&gt;
#molecule gegeven: menthol&lt;br /&gt;
##chirale c aanduiden, hoeveel stereo-isomeren, R/S van chirale c, geef stabielste configuratie, geef diastereoisomeer dat epimeer is, enantiomeer geven, stabielste configuratie van enantiomeer geven, je krijgt een paar newmanprojecties waarvan je moet zeggen welke de juiste is, oxidatiegetal van aangeduide c geven&lt;br /&gt;
#geef 3D structuur van R glutaminezuur&lt;br /&gt;
##is deze D of L?&lt;br /&gt;
##welke vorm(en) komt er vooral voor op ph 8,8&lt;br /&gt;
##uitleggen waarom N in de R groep niet basisch is en die van lysine (ook tekenen) wel&lt;br /&gt;
#je krijgt een benzeenring waarop een de ene kant een ch3 hangt en op de tegenovergestelde kant een acylgroep, je moet uitleggen via grensstructuren wat het juiste antwoord is&lt;br /&gt;
##eerst alkyleren, dan acyleren&lt;br /&gt;
##eerst acyleren, dan alkyleren&lt;br /&gt;
##volgorde maakt niet uit, maar acyleren is trager&lt;br /&gt;
##volgorde maakt niet uit, maar alkyleren is trager&lt;br /&gt;
#je krijgt een reactie waarvan je de reagentia en reactieproducten er nog moet bij zetten&lt;br /&gt;
##reactie is eerst een eliminatie en dan een additie&lt;br /&gt;
#je krijgt een cyclisch carbonzuur en dit gaat reageren amine, geef de reactieproducten in skeletnotatie en zeg wel reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#een cycloalkaan waar een broom aanhangt gaat reageren met naoh, geef het reactieproduct(en) en zeggen welk reactiemechanisme het is en ook het reactiemechanisme uitschrijven&lt;br /&gt;
===14 juni 2019 (namiddag)===&lt;br /&gt;
# 4 benzeen ringen gegeven (3 daarvan met substituenten)&lt;br /&gt;
## Reactiemechanisme uitschrijven voor een gewone benzeen tot chloorderivaat (SeAr)&lt;br /&gt;
## Rangschikken volgens reactiviteit, grensstructuren tekenen en substituenteffecten verklaren.&lt;br /&gt;
## Van de 4 chloorderivaten de IUPAC-naam geven en eindstructuur tekenen &lt;br /&gt;
# De glycolyse genereert op 2 plaatsen ATP en de Krebs-cyclus op 1 plaats. Teken de reagens en het product van de reacties. Leg uit waarom de moleculen energie genereert.&lt;br /&gt;
# Suiker oefening met L-Talose tot alfa-L-talose, Wat is de katalysator?, Reactietype?, Enantiomeer, Stabielste Newman-projectie (C4 en C5), R/S-Configuratie op C2 en C3, Oxidatietrap van C1.&lt;br /&gt;
# Isoelektrisch punt van Arginine en Glycine berekenen, pH van een 0,1M 100ml Arginine oplossing na toevoegen van 200ml 0,1 NaOH, L-configuratie van Arginine tekenen, is het een S/R configuratie?&lt;br /&gt;
# Gegeven: Tetracycline. Het molecule heeft 2 pKa en 1 pKb . Zoek de groepen die hiervoor zorgen en verklaar je keuze.&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan (reactieproducten), geef reactietype en eindproduct, geeft reactietype eindproduct en reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2019 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
# 4 structuren gegeven: 2 broomalkanen, 1 broomalkeen en een fenylbroomalkaan&lt;br /&gt;
## Schrijf het Sn2 reactiemechisme uit voor structuur A (broomethaan) met natriumwaterstofsulfide. &lt;br /&gt;
## Rangschik de gegeven structuren volgens afnemende reactiviteit. Leg uit! &lt;br /&gt;
## Geef de IUPAC-namen van al de reactieproducten&lt;br /&gt;
# Geef de isomerisatie in de glycolyse van het glucosederivaat naar fructosederivaat. Waarom is dit basegekatalyseerd.&lt;br /&gt;
## Geef het verband tussen de Tollens- en Fehlingstest en het verband tussen Barfoed- en Benedictetest.&lt;br /&gt;
# Gegeven is een suiker in de stoelvorm&lt;br /&gt;
## Geef de volledige naam van dit suiker.&lt;br /&gt;
## Geef de Fischerprojectie van de open-ketenvorm en geef de stabielste Newmanprojectie met C3 en C4 als as.&lt;br /&gt;
## Wat is de conformatie en OT van C2 en C5?&lt;br /&gt;
## Geef het anomeer van dit suiker. Is dit ook een epimeer/diasteriomeer/enantiomeer? Leg elke term uit. &lt;br /&gt;
# Oefening op aminozuren:&lt;br /&gt;
## Waarom heeft leucine een hogere pKa dan threonine?&lt;br /&gt;
## Welke lading heeft leucine in een mengsel van ph = 9,5? Ligt het eerder aan kathode/anode/ergens in het midden bij elektroforese?&lt;br /&gt;
## Geef de 2R,3S vorm van threonine in de fischerprojectie.&lt;br /&gt;
# Welke van onderstaande structuren ondergaat gemakkelijk een decarboxylering bij een temperatuursverhoging? Zo ja, schrijf het mechanisme helemaal uit. COOH-CH2-CHOH-CH3 / COOH-CHOH-CH2-CH3 / COOH-CH2-CO-CH3 / COOH-CH2-COOH&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan (reactieproducten), geef reactietype en eindproduct, geeft reactietype eindproduct en reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2019 (namiddag)===&lt;br /&gt;
# Structuren van chloorbenzeen, anisool, benzeen en fenol zijn gegeven.&lt;br /&gt;
## Schrijf het reactiemechanisme uit van een elektrofiele substitutie van benzeen met als eindproduct een nitroderivaat.&lt;br /&gt;
## Rangschik de gegeven structuren volgens afnemende reactiviteit. Leg uit adhv substituenteffecten en teken grensstructuren indien nodig.&lt;br /&gt;
## Geef van de 4 nitroderivaten de IUPAC-naam en teken de structuur&lt;br /&gt;
# Waarom kunnen alcoholen niet gemakkelijk een SN-reactie ondergaan? Geef 2 voorbeelden van een SN-reactie van een alcohol, schrijf het mechanisme. Reageert fenol op dezelfde manier? Teken en leg uit. Hoe kunnen SN-reacties van alcoholen mogelijk gemaakt worden in biologische systemen?&lt;br /&gt;
# Gegeven: enantiomeer van een structuur. Geef R- of S-configuratie van 2 aangeduide C-atomen. Teken de ruimtelijke structuur van het molecule. Hoeveel stereo-isomeren zijn er? Teken de meest stabiele Newman-projectie. Is er een mesovorm? Indien mogelijk teken mesomere grensstructuren. Geef de oxidatietrap van 2 aangeduidde C-atomen.&lt;br /&gt;
# Bij welke pH komt het Zwitter-ion van arginine voor? Teken. Waarom is de pKa van arginine lager dan de pKa van asparaginezuur? Gegeven: 100ml volledig geprotoneerd 0,10M asparaginezuur, Wat is de pH na een titratie met 150mL 0,10M NaOH? Teken van elk vermeld aminozuur de neutrale structuur&lt;br /&gt;
# Gegeven: formaldehyde, aceetaldehyde en benzaldehyde. Welke kan een aldolcondensatie met zichzelf doen? Teken het mechanisme en verklaar waarom de andere 2 dit niet kunnen.&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan (reactieproducten), geef reactietype en eindproduct, geeft reactietype eindproduct en reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2019 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
# 4 structuren gegeven: 2 chlooralkenen, 1 chlooralkaan en 1 chloorether&lt;br /&gt;
## Schrijf het reactiemechanisme uit voor een SN1 reactie van (1 van de 2) chlooralkeen met ammoniak.&lt;br /&gt;
## Rangschik de gegeven structuren volgens afnemende reactiviteit. Leg uit adhv substituenteffecten en teken grensstructuren indien nodig.&lt;br /&gt;
## Geef van de 4 derivaten de IUPAC-naam (van de eerste 3 dus niet de ether) en teken de structuur.&lt;br /&gt;
# Geef het mechanisme van decarboxylering van beta-ketocarbonzuren en leg uit. Geef een voorbeeld van een analoog mechanisme in de biologie en leg uit.&lt;br /&gt;
#L-glucose tekenen en omzetten in alfa-L-glucofuranose. Geef enantiomeer van de structuur. Geef R- of S-configuratie van 2 aangeduide C-atomen. Hoeveel stereo-isomeren zijn er? Teken de meest stabiele Newman-projectie. Geef een diastereomeer dat ook een epimeer is. Geef de oxidatietrap van 2 aangeduidde C-atomen. Is alfa-L-glucofuranose een reduceerbare suiker?&lt;br /&gt;
# Tyrosine en serine hebben een gelijkaardige zijketen, waarom heeft tyrosine een pKr en serine niet? Gegeven: 100ml volledig geprotoneerd 0,10M tyrosine, Wat is de pH na een titratie met 300mL 0,10M NaOH? Welke vormen van serine en tyrosine komen voor bij pH 10,5? Alle vermelde AZ moeten getekend zijn in het antwoord.&lt;br /&gt;
# Gegeven: Benzeen, pyrrool en pyridine. Rangschik volgens reactiviteit voor een SeAr reactie mbv grensstructuren.&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan alkyn --?--&amp;gt; alkeen --Br2--&amp;gt; ?, geef reactietype en eindproduct: 3-fenyl-1-amino-2-propanon --OH--&amp;gt;, geeft reactietype eindproduct en reactiemechanisme: aldolcondensatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 augustus 2018===&lt;br /&gt;
# 4 gegeven alcoholen kunnen en E1 reactie ondergaan, geef de volledige reactie voor alcohol A, geef de eindproducten en de IUPAC-naam van de 4 alcoholen na de reactie. Orden volgens afnemende reactiviteit.&lt;br /&gt;
# Een vraag over de oxidatieve deaminering van glutaminezuur.&lt;br /&gt;
# Suiker in ringstructuur gegeven: geef naam &amp;amp; lineaire vorm, geef de Newman projectie (c3-c4), is c2 R/S en wat is zijn oxidatietrap, hoeveel chirale C atomen zijn er en duid aan in de cyclische vorm en lineaire vorm welke de chirale C atomen zijn, geef een diastereomeer dat geen epimeer of anomeer is van de gegeven suiker, hoe heet de reactie waarbij een lineaire vorm over kan gaan in de cyclische vorm en in welk solvent gebeurt dit.&lt;br /&gt;
# Leg het verschil in pKa tussen glutaminezuur en valine uit. Welke vorm van glutaminezuur komt er het meeste voor bij bepaalde pH. Bereken de pH van een oplossing van 100ml valine (0,1M) met 200ml base.&lt;br /&gt;
# Een SN reactie bij alcoholen moet in zuur milieu gebeuren: waarom, waarom niet met NH2 als nucleofiel, geef een alternatief voor zuur milieu bij SN reactie met alcoholen.&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan (pijltjes en reactieproducten), geef reactietype en eindproduct, geeft reactietype eindproduct en reactiemechanisme. &lt;br /&gt;
===22 juni 2018===&lt;br /&gt;
# De snelheid en reactieproducten met IUPAC-naam geven van 4 esters in basisch midden, voor 1 het mechanisme uitschrijven.&lt;br /&gt;
# Leg de synthese van peptiden uit met dicyclohexylcarbodiimide. Welke voorzorgsmaatregel moet genomen worden om selectief een peptide te vormen? Geef een voorbeeld. &lt;br /&gt;
# Geef de naam van een gegeven cyclisch suiker. Uitleggen of het R of S is. Is het een reducerende suiker? Geef de fischerprojectie. Geef de Newmanprojectie met c3-c4 als as en geef hiervan de stabielste Haworthprojectie. Geef het anomere suiker, is dit een enantiomeer, epimeer of diastereomeer en verklaar. &lt;br /&gt;
# Geef de 3D projectie van S-tryptofaan. Waarom heeft de R-groep van tryptofaan geen basische eigenschappen? Is tryptofaan vlot te scheiden van alanine met gelelektroforese? Indien ja, bij welke pH en waar zouden ze zich bevinden op de gel. Indien nee, verklaar. &lt;br /&gt;
# Waarom ondergaat pyridine gaan elektrofiele aromatische substitutie met een chlooralkeen en trichlooralluminium zoals benzeen? Schrijf de reactie uit die wel plaatsvindt en benoem deze. Nog een deelvraag....&lt;br /&gt;
# Mechanismes aanvullen en reactietypes bepalen. De eerste was een cyclisch ester waarbij je moest aangeveven dat er OH werd gebruikt zodat de ring open ging en het eindproduct in skeletnotatie. Reactie tussen een zuurchloride en een primair amine, het reactietype en producten in skeletnotatie geven. De laatste was een claisoncondensatie waarbij het mechanisme gegeven moest worden en het eindproduct in skeletnotatie. &lt;br /&gt;
===18 juni 2018===&lt;br /&gt;
# De snelheid en reactieproducten met IUPAC-naam geven van 4 benzeenderivaten bij een elektrofiele aromatisch substitutie, voor 1 het mechanisme uitschrijven&lt;br /&gt;
# Leg de afbraak van vetzuren uit en geef de coënzymen die een rol spelen, vergelijk met de vetzuursynthese en leg het verband uit tussen vetzuursynthese en de Claisencondensatie&lt;br /&gt;
# Aflatoxine is gegeven, enkele vraagjes zoals: hoeveel stereoisomeren, teken diastereomeren, r of s,heeft het molecule een mesovorm, oxidatietrappen bepalen, mesomere effecten aanduiden...&lt;br /&gt;
# Waarom heeft de NH2 groep van asparagine geen Pkr? Waar bevinden tyrosine en asparagine zich in een gelelektorforese bij pH 11? Is er mesomerie mogelijk in tyrosine, duid aan met pijlen&lt;br /&gt;
# Bespreek de stereochemie van 2 reacties&lt;br /&gt;
# mechanismes aanvullen en reactietypes bepalen&lt;br /&gt;
===14 juni 2018 ===&lt;br /&gt;
Mondeling&lt;br /&gt;
#4 stoffen vergelijken waarbij een aromatische substitutie gebeurd ter vorming van een nitroderivaat voor 1 het mechanisme uitschrijven en welke het snelste gaat verlopen en waarom. De structuur van de reactieproducten tekenen en de IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
#De volledige vetzuursynthese geven en alle enzymes en cofactoren benoemen. Zeggen waarom NADPH een goed reductans is voor de reductie van de vetzuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk&lt;br /&gt;
#Van een gegeven verbinding zeggen hoeveel stereo-isomeren er van bestaan en van ze allemaal de fisher en newman projectie (stabielste configuratie) geven. Van alle chirale atomen de R of de S configuratie toe kennen. Zeggen welke diasteriomeren en enantiomeren van elkaar zijn. Er kon makkelijk water afgesplitsd worden en zeggen waarom het een stabiel carbokation was en de hybridisatie van het koolstof atoom geven.&lt;br /&gt;
#Van threonine de titratie curve gekregen en hieruit afleiden welke volume op elk punt is toegevoegd welke vorm er het meeste voorkomt en op een bepaald punt de lading van het aminozuur bepalen. Waarom pKa van threonine lager als die van Leucine. (overal structuur van geven)&lt;br /&gt;
#4 verschillende verbindingen gekregen en zeggen welke verbinding het reactiefste is bij een nucleofiele substitutie.&lt;br /&gt;
#Oefening over mechanismes: producten geven, boven pijl aan vullen, reactietype of volledig mechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2018 ===&lt;br /&gt;
#4 stoffen vergelijken waaraan een elektrofiele additie van HBr gebeurd. Het mechanisme voor 1 v/d stoffen uitschrijven. Zeggen welke reactie het snelst gaat verlopen en waarom (eventueel aantonen door uitschrijven grensstructuren). De structuur van de reactieproducten voor de 4 stoffen geven en de IUPAC-naamgeving van twee daarvan. (mondeling)&lt;br /&gt;
#Geef het mechanisme van decarboxylering van beta-ketocarbonzuren en leg uit. Geef een voorbeeld van een analoog mechanisme in de biologie en leg uit. (mondeling)&lt;br /&gt;
#Oefening over ringsluiting van een suiker, aanduiden asymmetrische koolstoffen, D omzetten in L, een epimeer en anomeer geven, R-S configuratie voor 1 C geven, meest stabiele conformatie over as tussen twee C&#039;s weergeven in Newmann. (schriftelijk)&lt;br /&gt;
#Oefening over aminozuren. 3D weergave van S-proline weergeven. Zeggen waarom pKa&#039; van proline hoger ligt dan van valine. Geven onder welke vorm valine voorkomt bij pH 2.2 en waarom. &lt;br /&gt;
#Oefening over reactie H2SO4 onder temperatuurstijging en een alcohol. Hier gaat eliminatie gebeuren. De twee mogelijke reactieproducten worden gegeven en er wordt gezegd welke het meest gaat voorkomen. Vervolgens wordt gevraagd aan welke regel er hier niet wordt voldaan en waarom. (Regel van Zaitsev wordt niet voldaan, de minst gesubstitueerde alkeen gaat gevormd worden, komt door verschillende reactiemechanisme voor eliminatie van alcohol met H2SO4, schrijf hiertoe mechanismen uit dan wordt het duidelijk)&lt;br /&gt;
#oefening over mechanismen (aanvullen, producten geven of volledig mechanisme uitschrijven)&lt;br /&gt;
=== 7 september 2017 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
# 4 stoffen (ketonen) gegeven waarop een nucleofiele additie van methylamine gebeurt. schrijf het mechanisme voor stof A, geef de stoffen in afnemende reactiviteit en de UIPAC naam van alle stoffen met structuur.&lt;br /&gt;
# vergelijk de hydrolyse van carbonzuuresters en fosfaatesters in base en de hydrolyse van fosfaatesters in zuur. vergelijk de hydrolysesnelheid van mono-, di- en trialkylfosfaten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#De pKr van glutaminezuur is groter dan die van asparaginezuur, verklaar. titratie van glutaminezuur met NaOH, bereken de pH als er 250ml base werd toegevoegd. welke vorm van asparaginezuur is meer aanwezig bij pH 2.2.&lt;br /&gt;
#welk product word gevormd bij de reactie van Z-2-penteen met dibroom (S,R).&lt;br /&gt;
#reacties aanvullen, skeletnotatie, reactietype, reactiemechanisme,...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===29 augustus 2017 (namiddag) - Mario Smet===&lt;br /&gt;
Mondeling&lt;br /&gt;
#4 stoffen zijn gegeven: een buteen, een butadieen, een fenyletheen, en een furyletheen. Voer een elektrofiele additie van water uit in zuur milieu: schrijf het reactiemechanisme compleet uit voor stof A + welke stof is het reactiefste leg uit adhv substituenteffecten + geef alle gevormde producten en hun IUPAC namen.&lt;br /&gt;
#Methionine wordt gebruikt bij de methylering in het lichaam maar moet eerst geactiveerd worden. Geef mechanisme van activering, mechanisme van methylering, geef biologisch voorbeeld van methylering + Mosterdgas is sterk alkylerend, waarom? En waarom zijn sterk alkylerende stoffen uiterst toxisch?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk&lt;br /&gt;
#oefeningen op koolhydraten: L-arabinose omvormen naar beta-L-arabinofuranose, hoe noemt deze reactie en welk type reactie is dit?, geef een anomeer van de beta vorm is dit een enantiomeer?, geef een diastereomeer dat geen epimeer is, is deze suiker reducerend?, newman projectie van meest stabiele configuratie bekeken vanaf C2 en C3, geef de absolute configuratie en oxidatietrap van C2 en C4,...)&lt;br /&gt;
#oefening op AZ: arginine, welke vorm heeft dit bij pH12.5 en waarom? Welk stikstofatoom is het meest basisch en waarom? valine, geef S configuratie (beiden dus structuur vanbuiten kennen)&lt;br /&gt;
#methyl-2-methylpropanoaat ondergaat een claisencondensatie in oplossing met methoxide. In tegenstelling tot andere claisencondensaties wordt het reactiemechanisme NIET naar rechts getrokken, waarom?&lt;br /&gt;
#3 verschillende reacties, verschillende zaken aanvullen telkens (mechanisme, welk type reactie, reactieproduct, reagentia,...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2017 (voormiddag) - Mario Smet===&lt;br /&gt;
Mondeling&lt;br /&gt;
#halogeenalkaan ondergaat een E1 + toelichten zaitsev&lt;br /&gt;
#vier moleculen ondergaan een E; welke is het reactiefst? Leg uit mbhv substituenteffecten + resonantievormen tekenen (indien nuttig)&lt;br /&gt;
#Waarom kan op een alcohol NIET goed een Sn uitgevoerd worden? (OH- is niet stabiel)&lt;br /&gt;
#2 voorbeelden geven hoe dat wel kan + werkt dit ook voor fenol? (protoneren of fosfaatgroep toevoegen)&lt;br /&gt;
#Voorbeeld geven van een nucleofiele substitutie van een alcohol in biologische systemen (acetaalvorming v/e reducerende suiker met methanol)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk&lt;br /&gt;
#oefeningen op koolhydraten (R/S; anomeer, epimeer, haworth en newman projecties&lt;br /&gt;
#oefeningen op reactiemechanismen (fiederlkraftsalkylering, nucleofiele acylsubstietutie)&lt;br /&gt;
#oefening op AZ (2 tekenen, titratie-oef, pKa vergelijken)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 Juni 2017 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Elektrofiele additie reactiemechanisme schrijven (regel markovnikov)&lt;br /&gt;
#4 moleculen bepalen welke het snelst aan een Ae doet (grensstructuren, inductieve effecten)&lt;br /&gt;
#naamgeving van enkele producten na de Ae&lt;br /&gt;
#isomerisatie in glycolyse van glucose-6-fosfaat naar fructose-6-fosfaat en uitleggen waarom dit base gekatalyseerd is&lt;br /&gt;
#verband uitleggen met Fehling&#039;s/ Tollen en Barfoed&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#gegeven moleculen Menthol aantal stereochemische oefeningen oplossen (R/S, diasteromeren, enantiomeren, newman...)&lt;br /&gt;
#oefening op AZ op papierelektroforese (waar komt elk AZ bij bepaalde ph)&lt;br /&gt;
#aceton+ methylanime wordt imine bij ph=7 laat zien&lt;br /&gt;
#enkele reactiemechanisme aanvullen of tekenen ( Nitrering, estercondensatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2017 (voormiddag) SINDS 2017 GEGEVEN DOOR MARIO SMET===&lt;br /&gt;
#op 4 structuren Sn1 toepassen en verklaren welke het meest reactief is + resomere vormen geven + naamgeving...&lt;br /&gt;
#retro aldolcondensatie bij glycolyse en zeggen hoe het katalytisch effect tot stand kwam&lt;br /&gt;
#een oefenig op suikers, op aminozuren en 3 reactiemechanismes&lt;br /&gt;
#vertellen hoe een alcohol test werkt met chroomzuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===9 juni 2016===&lt;br /&gt;
#beckman omlegging&lt;br /&gt;
#edman degradatie&lt;br /&gt;
#biosynthese geraniol en limoleen&lt;br /&gt;
#structuren = S.A.M &amp;amp; biotione&lt;br /&gt;
#naamgeving + 2 mechanismes&lt;br /&gt;
#oefening ivm stereochemie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===8 juni 2016===&lt;br /&gt;
#synthese vn peptiden&lt;br /&gt;
#hydrolyse, omestering en reductie van esters&lt;br /&gt;
#cannizaro reactie&lt;br /&gt;
#structuren: -2-isopentenylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#Trans decaline&lt;br /&gt;
#oef over suikers(suiker bepalen, chirale C&#039;s, newman projectie..)&lt;br /&gt;
#reactiemechanismen en naamgeving&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 juni 2016===&lt;br /&gt;
#Aldolcondensatie en waardat deze terugkomt in de glycolyse&lt;br /&gt;
#reactiviteit bij de substitutie reacties van benzeen, tolueen en pyridine vergelijken&lt;br /&gt;
#-verschil tussen reducerende suikers en nietreducerende suikers&lt;br /&gt;
#structuur van acetyl-choline en palitine&lt;br /&gt;
#pH van aminozuren bij een titratie&lt;br /&gt;
#reactimechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# Claisen condensatie + verband met afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van geconcentreerd zwavelzuur met:&lt;br /&gt;
#* Alkeen&lt;br /&gt;
#* Alcohol&lt;br /&gt;
#* Aromaat&lt;br /&gt;
# acetylcholine en fructose 6 fosfaat tekenen, optische zuiverheid uitleggen. &lt;br /&gt;
#Oefeningen over aminozuren (of glutamine en threonine te scheiden waren met elektroforese) fischer, newmann, stereo isomeren erover. &lt;br /&gt;
#En dan twee reacties natuurlijk&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2015 ( namiddag ) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg de reacties met benzeen uit en ook die van purine en fenol.&lt;br /&gt;
# Bespreek de hydrolyse en omestering van vetzuren in zuur en basisch milieu. Leg hierbij ook het broomgetal en verzepingsgetal uit.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Naamgeving ( c-AMP en mannose)&lt;br /&gt;
# Leg uit si en re&lt;br /&gt;
# Een hele lang oefening vergelijkbaar met de oefeningen van de oefenzitting ( verschil tussen D en L, chirale C, reacties, ...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2015 ( voormiddag ) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
mondeling:&lt;br /&gt;
#Aminen en halogeenalkanen &lt;br /&gt;
#Aminen en salpeterigzuur&lt;br /&gt;
#Laboratorium peptidesynthese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
#structuren&lt;br /&gt;
#*Limoneen&lt;br /&gt;
#*Sorbitol&lt;br /&gt;
#stereochemie+ reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#*aldolcondensatie&lt;br /&gt;
#leg uit:&lt;br /&gt;
#*reducerende en niet-reducerende suikers&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2015===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
mondeling:&lt;br /&gt;
#Wat is &#039;&#039;mutarotatie&#039;&#039;? Leg dit uit a.h.v glucose en fructose.&lt;br /&gt;
#Leg uit:&lt;br /&gt;
#* Fisher-verestering&lt;br /&gt;
#* Beckmann-omslag. Je moet ook weten hoe H2O addeert. Hij vraagt hoe je aan een oximen kunt komen. &lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC &lt;br /&gt;
#structuren&lt;br /&gt;
#*citroenzuur&lt;br /&gt;
#*ninhydrine&lt;br /&gt;
#structuur observeren&lt;br /&gt;
#* chirale C-atomen aanduiden&lt;br /&gt;
#* OG van aangeduid atoom geven&lt;br /&gt;
#* vermelden welke N in de molecule het stabielste is.&lt;br /&gt;
#* vermelden hoeveel stereo-isomeren er gevormd kunnen worden.&lt;br /&gt;
#* Ã©Ã©n stereomeer tekenen dat geen enantiomeer is.&lt;br /&gt;
#* oefening op pH-waarden binnen titraties. ( &#039;&#039;deze bij 200 mL als de molecule volledig geprotoneerd is&#039;&#039; )&lt;br /&gt;
#wat is &#039;&#039;fosforyleringspotentiaal&#039;&#039;? Leg uit.&lt;br /&gt;
#2 structuren gegeven. &lt;br /&gt;
#*Van elk de/het reactieproduct(en) geven en hiervan de juiste skeletnotatie. &lt;br /&gt;
#*Geef van Ã©Ã©n van de 2 tructuren het reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 juni 2014===&lt;br /&gt;
#Bespreek de reacties met alkenen (waterstof halogenen en perzuren)&lt;br /&gt;
#Iupac&lt;br /&gt;
#Bespreek reducerende suikers&lt;br /&gt;
#Peridoxalfosfaat en acetylcholine&lt;br /&gt;
#Stereochemie&lt;br /&gt;
#Reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 augustus 2013===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reactie kan D-mannose in een basisch milieu ondergaan?&lt;br /&gt;
# Leg de biosynthese van vetzuren uit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC&lt;br /&gt;
# Structuren: tBOC en ninhydrine&lt;br /&gt;
# Fosforylerings-potentiaal&lt;br /&gt;
# Random oefening&lt;br /&gt;
# Reacties: Ester+Amide en Alcohol+Zuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2013 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de elektrofiele en nucleofiele substitutie bij benzeen en pyridine.&lt;br /&gt;
# Bespreek eliminatiereacties bij halogeenalkanen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC.&lt;br /&gt;
# Structuur van glucaarzuur en tosylchloride.&lt;br /&gt;
# Leg optische zuiverheid uit.&lt;br /&gt;
# Tryptofaan: chirale koolstoffen, alle stereo-isomeren tekenen in Fischer en Newman, R/S bepalen.&lt;br /&gt;
# Reacties: Nucleofiele substitutie halogeenalkaan en Fischer estersynthese.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
#decarboxylatie alpha-aminozuur en decarboxylatie alpha-ketocarbonzuur&lt;br /&gt;
# amine + halogeenalkaan/salpeterigzuur&lt;br /&gt;
# iupac&lt;br /&gt;
# structuur beta-maltose en geranylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
# dean-stark&lt;br /&gt;
# molecule: chirale centra, R/S, enantiomere/diastereomere/epimeren/anomeren, oxidatie, welke OH zuurste?&lt;br /&gt;
# reactie aldehyd + OH/H2o, tetrahydropyraan met HI&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2013 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg de methoden uit om de volgorde van aminozuren in een peptide te achterhalen&lt;br /&gt;
# Leg uit: Halfacetaal- en acetaalvorming en pas toe op de vorming van beta-D-glucopyranose en methyl-beta-D-glucopyranoside&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Leg biodiesel uit&lt;br /&gt;
# Geef de structuur van limoneen en citroenzuur&lt;br /&gt;
# IUPAC-naamgeving&lt;br /&gt;
# Molecule gegeven: &lt;br /&gt;
#* Geef alle chirale C-atomen + R/S nomenclatuur&lt;br /&gt;
#* Newman projectie geven van bepaalde as&lt;br /&gt;
#* Is de stikstof erin basisch (verklaar met substituenteffecten)&lt;br /&gt;
#* Teken een stereomeer die geen epimeer is&lt;br /&gt;
# Reacties waarvan 1 uitwerken:&lt;br /&gt;
#* Sn1 van een alkaan met een broom erin&lt;br /&gt;
#* Claisen condensatie van een ester&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#bespreek reactie alkenen met perzuren, halogenen en H2.&lt;br /&gt;
#bespreek decarboxylatie van carbonzuren, pas toe op vb uit citroenzuurcyclus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#bespreek: reducerend/niet reducerend suiker&lt;br /&gt;
#molecules tekenen: biotine en SAM&lt;br /&gt;
#iupac naam&lt;br /&gt;
#chirale C: OT, R of S aangeven, diasteromeren van een AZ en fisher+newman&lt;br /&gt;
#oefening met ph berekening met titratie&lt;br /&gt;
#uitleggen waarom pka van 1 lager is dan een ander AZ&lt;br /&gt;
#2 ractiemechanismen geven, Ã©Ã©n ervan uitschrijven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# mutarotatie volledig uitleggen en illustreren voor D-fructose en D-glucose&lt;br /&gt;
# Joodgetal, verzepingsgetal, Hydrolyse en omestering (zuur en basisch) voor olie en vetten. (met TEKENINGEN van ELK mechanisme)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# fosforyleringspotentaal&lt;br /&gt;
# 2 mechanismes waarvan ge het mechanisme en het eindproduct moet geven en eentje moet ge tekenen (naar keuze).&lt;br /&gt;
# structuur gegeven: &lt;br /&gt;
#* geef alle chirale C-atomen &lt;br /&gt;
#* Stereo isomeren &lt;br /&gt;
#* R en S geven van de chirale C-atomen in de stereo isomeren &lt;br /&gt;
#* Zeggen of de dubbele bindingen E of Z zijn &lt;br /&gt;
#* bepaal oxidatiegetal van het aangeduide punt &lt;br /&gt;
#* verklaar waarom een stof hogere pka heeft als die gegeven is&lt;br /&gt;
# er is nog eentje maar die weet ik niet meer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling: &lt;br /&gt;
#synthese van peptiden in het labo&lt;br /&gt;
#de hydrolysereactie van esters en fosfaatesters&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk: &lt;br /&gt;
#iupac naam&lt;br /&gt;
#structuur van : cAMP en alpha keto glutaarzuur&lt;br /&gt;
#leg de Beckman omlegging uit&lt;br /&gt;
#suikers (ge krijgt een blad me alle suikers op) wij hadden xylulose&lt;br /&gt;
#* bepaal de absolute configuratie van alle chirale C-atomen&lt;br /&gt;
#*teken de meest stabiele open ketenvorm in een speciale projectie, kweet nimeer welke, volgens de C3-C4 as&lt;br /&gt;
#*bepaal het oxidatiegetal van C2&lt;br /&gt;
#*teken de overgang van L - xylulose naar L alpha xylulopentose&lt;br /&gt;
#*teken het anomeer van L alpha xylulopentose&lt;br /&gt;
#*welke soort reactie treed op bij een ringsluiting en welk soort katalysator bevordert dit proces&lt;br /&gt;
#dan nog twee reacties, waarvan ge een volledig moet uitwerken en van beide reacties moet ge het reactietype geven en reactieproduct(en)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2013 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#bespreek de claisencondensatie en bespreek het verband met de afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
#beschrijf de biosynthese van geraniol en limoneen(monoterpenen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#Bespreek de regel van Huckel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2012 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling: &lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van monoterpenen: geraniol (molecule krijg je) en limoneen (structuur wel kennen)&lt;br /&gt;
# Bespreek de aldolcondensatie en geef het verband met de glycolyse&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk: &lt;br /&gt;
# IUPAC naam geven&lt;br /&gt;
# structuren van acetylcholine en citroenzuur&lt;br /&gt;
# uitleggen wat reducerende en niet reducerende suikers zijn&lt;br /&gt;
# oefening met molecule met fenolen enz aan: fisherprojecties geven van de isomeren en ook de R/S en newmanprojecties van de stabielste moleculen.&lt;br /&gt;
# reactiemechanismes aanvullen: nucleofiele additie van H2SO4 aan alkeen en zuurgekatalyseerde claisencondensatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2012 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# bespreek de nucleofiele reacties van carbonylgroep en additie met H20 en alcohol&lt;br /&gt;
# Bespreek ninhydrine reactie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# ne iupac&lt;br /&gt;
# Limoneen en fosfoënolpyruvaat tekenen&lt;br /&gt;
# Bespreek optische zuiverheid&lt;br /&gt;
# oefening met suiker ( bij ons was die suiker L-tagatose dachtek) ma ge krijgt een blad om hem te herkennen (naam geven, fisher tekenen, R/S, een diastereomeer geven dat geen epimeer en geen anomeer is, + waarom suikercyclisatie zuur gekatalyseerd, en dan nog iets ma da wetek ni meer)&lt;br /&gt;
# 2 structuren ( 1 was zo cyclisch ether da met HI reageert )&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 juni 2011===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Labosynthese van peptiden&lt;br /&gt;
#Eliminatiereacties bij halogeenalkanen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPD-naam&lt;br /&gt;
#structuren:&lt;br /&gt;
#*Nylon-66&lt;br /&gt;
#*Palmitinezuur&lt;br /&gt;
#Leg uit: Dean Stark opstelling&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===24 Juni 2011 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Ninhydrinereactie&lt;br /&gt;
#bespreek reacties van amiden met halogeenalkanen en salpeterigzuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC-naam&lt;br /&gt;
#Structuren:&lt;br /&gt;
#*c-AMP&lt;br /&gt;
#*Sorbitol&lt;br /&gt;
#Leg uit: Cannizzaro-reactie&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#2 reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===24 Juni 2011 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Bio-synthese van vetzuren en het verband met de Claisencondensatie&lt;br /&gt;
#reacties van alkenen met waterstof, halogenen en perzuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC-naam&lt;br /&gt;
#structuren:&lt;br /&gt;
#*ATP&lt;br /&gt;
#*citroenzuur&lt;br /&gt;
#Leg uit: Diazokoppelingsreactie&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#2 reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===16 Juni 2011===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Leg uit: acetaal- en halfacetaalvorming.&lt;br /&gt;
#Reacties van anorganische zuren met alkenen en alkynen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC-naam&lt;br /&gt;
#structuren:&lt;br /&gt;
#*limoneen&lt;br /&gt;
#*D-mannose&lt;br /&gt;
#leg uit: Kolbe-Schmitt reactie&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#2 reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===23 augustus 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Ninhydrinereactie&lt;br /&gt;
# Welke reacties kan D-fructose in base ondergaan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren:&lt;br /&gt;
#* Pyridoxalfosfaat&lt;br /&gt;
#* SAM&lt;br /&gt;
# leg uit: Biodiesel&lt;br /&gt;
# stereochemie&lt;br /&gt;
# twee reactiemechanismen:&lt;br /&gt;
#* keton met alcohol&lt;br /&gt;
#* amide in water (zuurgekatalyseerd)&lt;br /&gt;
===18 juni 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Reactie van anorganische zuren met alkenen en alkynen.&lt;br /&gt;
# Alkylering, sulfonering en acylering van aromaten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren&lt;br /&gt;
#* (delta2)isopentenylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#* cellobiose&lt;br /&gt;
# leg uit: epoxyharsen en -lijmen&lt;br /&gt;
# stereochemie aminozuur met R = -CHOH-CH3&lt;br /&gt;
#* duid chirale koolstoffen aan&lt;br /&gt;
#* hoeveel conformaties zijn er? en teken deze&lt;br /&gt;
#* benoem (R,S)&lt;br /&gt;
#* welke zijn enantiomeren? diastereomeren?&lt;br /&gt;
#* bepaal het oxidatiegetal van de C-atomen&lt;br /&gt;
#* welk is het meest basisch en zeg waarom...&lt;br /&gt;
# twee reactiemechanismen waarvan 1 helemaal uitschrijven&lt;br /&gt;
===14 juni 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reacties gebeuren er met suikers in basisch milieu? (en dan bedoelt hij specifiek in basisch milieu)&lt;br /&gt;
# Bespreek de oxidatie van alcoholen in het labo met K2Cr2O7 en in de natuur met NAD+ en illustreer met een voorbeeld in de citroenzuurcyclus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
#* Biotine&lt;br /&gt;
# leg uit: reactie van Chichibabin&lt;br /&gt;
# stereochemie&lt;br /&gt;
#* duid chirale koolstoffen aan&lt;br /&gt;
#* hoeveel conformaties zijn er? en teken deze&lt;br /&gt;
#* benoem (R,S)&lt;br /&gt;
#* welke zijn enantiomeren? diastereomeren?&lt;br /&gt;
#* is er een mesovorm?&lt;br /&gt;
#* welk is het meest basisch: CH3CH2COO- of CH3CH2C=-C- (driedubbele binding) en zeg waarom&lt;br /&gt;
# twee reactiemechanismen waarvan 1 helemaal uitschrijven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Wat geven alkenen met &lt;br /&gt;
#* Anorganische zuren; &lt;br /&gt;
#* Perzuren (ook energieschema&#039;s kennen, effecten van concentraties enzo)&lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van vetzuren (Claisen-condensatiestap belangrijkst)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren&lt;br /&gt;
#*SAM (S-adenosylmethionine)&lt;br /&gt;
#*PET&lt;br /&gt;
# Leg uit: Kolbe-Schmidt-reactie (aspirine dus)&lt;br /&gt;
# Stereo-chemie:&lt;br /&gt;
#* teken (beta)-L-gulopyranose (lineaire vorm gegeven)&lt;br /&gt;
#* teken gunstigste Newman-projectie volgens C2-C3-as&lt;br /&gt;
#* wat is de oxidatietrap van C6?&lt;br /&gt;
#* geef de anomeer en een epimeer van L-gulose&lt;br /&gt;
# 2 reactiemechanismen (1 uitschrijven)&lt;br /&gt;
#* oxidatie van een alcohol en aldehyde met K2Cr2O7, H2SO4, koud&lt;br /&gt;
#* Friedel-Crafts-acylering&lt;br /&gt;
-&lt;br /&gt;
===22 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de aldolcondensatie. Bespreek ook de stap van de glycolyse die verband houdt met de aldolcondensatie.&lt;br /&gt;
# Bespreek de hydrolyse en omestering van vetten. Leg ook uit wat het verzepingsgetal en het joodgetal is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* dansylchloride&lt;br /&gt;
#* cellobiose&lt;br /&gt;
# Leg uit: De Beckmann-omlegging&lt;br /&gt;
# Je krijgt een molecule gegeven &lt;br /&gt;
#* Duid alle assymetrische koolstofatomen aan met een &amp;amp;quot;*&amp;amp;quot; en zeg of ze een R of S-configuratie hebben&lt;br /&gt;
#* Teken het enantiomeer en 2 epimeren&lt;br /&gt;
#* Van een N-atoom zeggen dat het basischer of zuurder is in vergelijking met ammoniak&lt;br /&gt;
#* 2 mesomeren vormen geven (buiten die van benzeenring)&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen (producten + soort reactie geven + Ã©Ã©n mechanisme helemaal uitschrijven)&lt;br /&gt;
#* tertair alcohol + zuurchloride&lt;br /&gt;
#* alkeen + zuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# bespreek de nucleofiele additie aan de carbonylgroep. Bespreek de factoren die de reactiviteit van aldehyden en ketonen beinvloed. geef de reactie met water en alcoholen&lt;br /&gt;
# bespreek de reactie van alkenen met waterstof, halogenen en perzuren&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* maltose&lt;br /&gt;
#* fosfoënolpyruvaat&lt;br /&gt;
# Leg uit: epoxyharsen en -lijmen&lt;br /&gt;
# gegeven: aminozuur met zijgroep: R=CH2-SH&lt;br /&gt;
#* Hoeveel stereoisomeren bestaan er van dit molecule+ welk aminozuur is dit&lt;br /&gt;
#* geef de fischerprojectie en de Newmanprojectie( volgens C2-C3 as) van stabielste conformatie van elk stereoisomeer.Geef van elke chirale C of het R of S is.&lt;br /&gt;
#* titratie: je begint met 100ml van O,2M oplossing van aminozuur(volledig geprotoneerd) en je titreert met 0,2M NaOH.(Pk1=1,9 Pk2=10,7 Pkr=8,4&lt;br /&gt;
#*# bereken PH als je 150ml NaOH toegevoegd hebt&lt;br /&gt;
#*# Bereken PH als je 300ml NaOH toegevoegd hebt&lt;br /&gt;
#*# wat is(zijn) de voornaamste vorm(en) van het aminozuur bij PH=8,4&lt;br /&gt;
# reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg de decarboxylering van carbonzuren uit en pas toe in een stap uit de citroenzuurcyclus&lt;br /&gt;
# Welke technieken ken je voor het bepalen van de aminozuurvolgorde in een peptideketen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Biotine&lt;br /&gt;
#* (delta)Â³ - isopentenylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
# Leg uit: de reactie van chichibabin&lt;br /&gt;
# Cyclische L-suiker gegeven:&lt;br /&gt;
#* Geef de naam en de lineaire structuur. (lijst met ongekende suikers gegeven)&lt;br /&gt;
#* Bepaal van CÂ² of het R of S - configuratie heeft&lt;br /&gt;
#* Duidt niet-chirale C-atomen in lineaire en cyclische structuur aan&lt;br /&gt;
#* Hoeveel 1,3-diaxiale interacties zijn er?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 8 juni 2008===&lt;br /&gt;
# Leg uit: de reactie van een zuur met een alkeen/alkyn.&lt;br /&gt;
# Leg uit: de Claisen-condensatie en breng dit in verband met de biosynthese van lipiden/vetten.&lt;br /&gt;
# Teken de structuur van S-adenosyl-methionine en van sacharose.&lt;br /&gt;
# Leg uit: optische zuiverheid.&lt;br /&gt;
# Oefeningen:&lt;br /&gt;
#* Stereochemie, invloed van substituenten op de zuurtegraad etc. &lt;br /&gt;
#* Reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 aug 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Geef de biosynthese van monoterpenen voor de vorming van geraniol en limoneen.&lt;br /&gt;
# Bespreek sulfonering, alkylering en acylering aan aromaten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* cyclisch AMP&lt;br /&gt;
#* Glucaarzuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de hydrolyse, omestering, aminolyse en reductie van esters.&lt;br /&gt;
# Welke methoden ken je om de volgorde van aminozuren in peptiden te bepalen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Moleculen:&lt;br /&gt;
#* Nerylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#* Cellobiose&lt;br /&gt;
# Wat zijn epoxylijmen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Licht toe wat acetalen en hemiacetalen zijn en pas dit toe op de vorming van beta-D-glucopyranose uit D-glucose en de vorming van methyl-beta-D-glucopyranoside.&lt;br /&gt;
# Bespreek de labosynthese van peptiden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Trans-decaline&lt;br /&gt;
#* Histamine&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek reactie alkenen met H2, halogenen en perzuren.&lt;br /&gt;
# Bespreek zure en base hydrolyse en omestering van vetten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* ADP&lt;br /&gt;
#* Maltose&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de eleminatiereacties bij halogeenalkanen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de testreactie van ninhydrine.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Geef de IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Teken de volgende structuren:&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
#* Thymidine&lt;br /&gt;
# Bespreek nylon 66.&lt;br /&gt;
# Cyclisch suiker: &lt;br /&gt;
#* Geef de naam.&lt;br /&gt;
#* Welk is het zuurste proton ?&lt;br /&gt;
#* Geef de configuratie (R/S).&lt;br /&gt;
#* Fisher&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de niet chirale C&#039;s ?&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de additie van zuren op alkenen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van vetzuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Geef de structuur van:&lt;br /&gt;
#* Geranylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#* Ninhydrine&lt;br /&gt;
# Bespreek de Beckmann omlegging.&lt;br /&gt;
# Aspartaam gegeven:&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de verschillende stereoisomeren ?&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de chirale koolstofatomen en duid aan of R/S zijn.&lt;br /&gt;
#* Schrijf de fisherprojectie van L-fenylalanine.&lt;br /&gt;
#* Vraag over elektroforese: aantonen waar fenylalanine en asparaginezuur zich bevinden.&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactiemechanisme bij ketonen en aldehyden en vermeld hierbij de factoren die deze reacties beinvloeden. Geef een voorbeeld van additie van alcohol en additie van water.  &lt;br /&gt;
# Bespreek de isomerisatie van D-glucose oiv van een base en geef een vb in de glycolyse cyclus.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Pyridoxalfosfaat&lt;br /&gt;
#* Tosylchloride&lt;br /&gt;
# Leg uit wat een kroonether is.&lt;br /&gt;
# Structuur asparagine gegeven:&lt;br /&gt;
#* Teken alle stereoisomeren (fisher en newman).&lt;br /&gt;
#* R/S configuratie&lt;br /&gt;
#* Waarom heeft de amine-groep in de structuur geen basische eigenschappen ?&lt;br /&gt;
#* Bereken het eerste equivalentiepunt en leg je methode uit.&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Nucleofiele additie aan de carbonylgroep bespreken/factoren reactiviteit/aantonen met additie van water en alcohol.&lt;br /&gt;
# Manieren om de AZ volgorde te bepalen uitleggen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC naam&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Pyridoxalfosfaat&lt;br /&gt;
#* Tosylchloride&lt;br /&gt;
# Leg Nylon 66 uit.&lt;br /&gt;
# Structuur Cysteïne gegeven:&lt;br /&gt;
#* Fisher&lt;br /&gt;
#* Newman&lt;br /&gt;
#* R-S&lt;br /&gt;
#* Enantiomeren...&lt;br /&gt;
#* Welk molecule &lt;br /&gt;
#* Welke vorm komt in de natuur het meeste voor ?&lt;br /&gt;
#* Welke is de mesovorm?&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Aminolyse/omestering/hydrolyse esters.&lt;br /&gt;
# Leg de decarboxylatie van carbonzuren uit en breng deze in verband met de Krebscyclus.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Regel van Zaitsev kort bespreken.&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* Biotine&lt;br /&gt;
#* Cellobiose&lt;br /&gt;
# Suikers: &lt;br /&gt;
#* Open-ketenstructuur&lt;br /&gt;
#* R en S&lt;br /&gt;
#* Chirale atomen.&lt;br /&gt;
#* 1,3-diaxiale interactie&lt;br /&gt;
# Reacties: &lt;br /&gt;
#* Alkeen + HCl =&amp;amp;gt; ... &lt;br /&gt;
#* Oxidatie van een alcohol.&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# De additie van zuren aan alkenen.&lt;br /&gt;
# Mutarotatie uitleggen en illustreren met glucose.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* Acetylcholine &lt;br /&gt;
#* cAMP&lt;br /&gt;
# Omega-3 en omega-6 vetzuren uitleggen.&lt;br /&gt;
# Een bepaald aminozuur:&lt;br /&gt;
#* Fisher&lt;br /&gt;
#* Newman&lt;br /&gt;
#* pH-berekeningen&lt;br /&gt;
# Reacties: Reactieproducten en soort reactie geven en uitwerken voor een van de twee.&lt;br /&gt;
#* Carbonylgroep met H2 en Pt&lt;br /&gt;
#* 2 ketonen met OH-&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Eliminatiereacties uitleggen.&lt;br /&gt;
# Beta-oxidatie + claisencondensatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam (carbonzuurgroep keton, 2 dubbele binden, methyl, en alkynbinding)&lt;br /&gt;
# Een suiker omzetten naar een ringstructuur, epimeren aanduiden op bijhorende tabel.&lt;br /&gt;
# Biodiesel uitleggen&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
#* Thymidine structuur geven&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de aldolcondensatie van aldehyden en ketonen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van waterstof/halogenen/perzuren aan alkenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren&lt;br /&gt;
#* Oliezuur&lt;br /&gt;
#* Adrenaline&lt;br /&gt;
# Leg kort uit: kroonethers.&lt;br /&gt;
# R-groep van lysine gegeven:&lt;br /&gt;
#* Stereoisomeren, R/S, L aanduiden.&lt;br /&gt;
#* Newman/fischer projecties.&lt;br /&gt;
#* Naam van het aminozuur.&lt;br /&gt;
#* Voorkomen bij pH 10 (welke vorm: geprotoneerd of niet?)&lt;br /&gt;
# Twee reacties: (je moet maar van 1 het hele mechanisme geven, ander gewoon zeggen welk type reactie en eindproduct)&lt;br /&gt;
#* Een keton reageert met HNO3 en H2SO4.&lt;br /&gt;
#* Reactie van tertiar alcohol met zuurchloride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 aug 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek peptidesynthese in het labo en vergelijk met die ter hoogte van de ribosomen.&lt;br /&gt;
# Bespreek additie van zuren aan alkenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuurformule van adrenaline en gluconzuur.&lt;br /&gt;
# Bespreek optische zuiverheid.&lt;br /&gt;
# Gegeven: structuurformule threonine.&lt;br /&gt;
#* Aantal stereo-isomeren&lt;br /&gt;
#* De chirale C-en&lt;br /&gt;
#* Fisher- en newman-projectie van elk.&lt;br /&gt;
#* Duidt R/S aan.&lt;br /&gt;
#* Naam van aminozuur.&lt;br /&gt;
#* Bij pH = 7: naar welke pool migreert dit AZ (pk1 en pk2 gegeven) ?&lt;br /&gt;
# Beschrijven van reactie: 2 esters (dezelfde) boven de pijl (H3O+ en OC3H7), boven de 2e pijl (H3O+ en NaBH4).&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
=== 26 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Hemiacetaal en acetaal, pas toe op de vorming van beta-D-glucopyranosyl uit D glucose en de vorming van methyl - beta - D - glucopyranoside.&lt;br /&gt;
# Oxidatie, hydrolyse ( in zuur en in basisch milieu) en omestering van olie en vet.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Cystine en adipinezuur structuur geven.&lt;br /&gt;
# Regel van Zaitsev uitleggen en illustreren met een voorbeeld.&lt;br /&gt;
# Oefening met stereo-isomeren, Fischer, Newman en R en S configuratie.&lt;br /&gt;
# Furan + HNO3 + H2SO4 reactie geven.&lt;br /&gt;
#* Stoffen geven die ge aan furan moet toevoegen om een ethylgroep op positie 2 (alfa) te induceren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de laboratoriumsynthese van peptideverbindingen en vergelijk met de manier waarop aminzuren binden met ribosomen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van alkenen met waterstof, halogenen en perzuren. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuurformule van oliezuur en adrenaline.&lt;br /&gt;
# Bespreek cannizaro reacties.&lt;br /&gt;
# Structuurformule van een suiker:&lt;br /&gt;
#* Geef de fisherprojectie van de ringstructuur.&lt;br /&gt;
#* R-S van de C2 bepalen&lt;br /&gt;
#* Leidt de naam af.&lt;br /&gt;
#* Geef het aantal chirale C&#039;s in de haworth aan.&lt;br /&gt;
# Reactiemechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de isomerisatie van D-glucose onder invloed van base en breng in verband met een stap uit de glycolyse (alleen deze stap opschrijven).&lt;br /&gt;
# Bespreek de afbraak van vetzuren en breng in verband met de Claisencondensatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Thymidine&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
# Verklaar kort het begrip &amp;amp;quot;optische zuiverheid&amp;amp;quot;.&lt;br /&gt;
# Een hepteen is gegeven:&lt;br /&gt;
#* Geef de verschillende stereovormen in Fisherprojectie.&lt;br /&gt;
#* Geef de Newman-projectie van het meest stabiele conformeer.&lt;br /&gt;
#* Noteer ook R- en S-conformatie.&lt;br /&gt;
# Reactie waarbij de producten, tussenstappen en mechanismen moeten worden aangevuld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de elektrofiele aromatische substitutie met als voorbeeld nitreerzuur, benzeen en gesubstitueerde benzeenderivaten.&lt;br /&gt;
# Bespreek hydrolyse, reductie, omestering en aminolyse van esters.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Sacharose &lt;br /&gt;
#* SAM&lt;br /&gt;
# Bespreek omega-3-vetzuren en omega-6-vetzuren.&lt;br /&gt;
# Gegeven: structuurformule arginine &lt;br /&gt;
#* Geef het aantal stereo-isomeren.&lt;br /&gt;
#* Duidt de cirale C&#039;s aan.&lt;br /&gt;
#* Fisher- en Newman-projectie van elk.&lt;br /&gt;
#* Duid R/S aan.&lt;br /&gt;
#* Geef de naam van het aminozuur.&lt;br /&gt;
#* Duid aan welke N het meest basisch is.&lt;br /&gt;
#* Welk stereo-isomeer is het L-aminozuur ?&lt;br /&gt;
# Beschrijven van reactie: 2 keer cyclopenteen met daaraan 2-hexanol (of pentanol ben het vergeten) keten op de pijl staat K2Cr2O7, H+ en koud, boven tweede pijl staat 1 OH- &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de additie van zuren aan alkenen (geen carbonzuren bedoeld).&lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van vetzuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* Kaneelzuur&lt;br /&gt;
#* Cellobiose&lt;br /&gt;
# 3-broom-4-cloorhexaan:&lt;br /&gt;
#* Stereo-isomeren: Fisher- en Newman-projectie.&lt;br /&gt;
#* R,S-configuratie&lt;br /&gt;
#* Diastereomeren/enantiomeren?&lt;br /&gt;
# Het reactietype en naam en mechanisme van benzeenring met OH aan, bij de pijl staan dibroom en ijzertribroom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Aldolcondensatie + glycolyse stap die met aldolcondensatie te maken heeft. &lt;br /&gt;
# Geef de verschillende methoden om de volgorde van AZ in peptide te vinden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren&lt;br /&gt;
#* Stearinezuur&lt;br /&gt;
#* Pyridine&lt;br /&gt;
# Leg uit: gauche en anti (bij alkanen).&lt;br /&gt;
# 2,3,4-hydroxybutanal:&lt;br /&gt;
#* Hoeveel stereoisomeren ?&lt;br /&gt;
#* Geef Fisher projectie en de Newmann projectie van de meest stabiele conformatie.&lt;br /&gt;
#* Geef R,S conformatie. &lt;br /&gt;
#* En zeg welke enantiomeren zijn, welke  diastereoisomeren zijn, mesovormen.&lt;br /&gt;
# Geef reactiemechanisme, reactieproduct (ook in skeletnotatie--&amp;amp;gt; reactieproduct) van:&lt;br /&gt;
#* Trans-1-fenyl-1-buteen met verdund zwavelzuur.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R1050265</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Architectuur&amp;diff=4981</id>
		<title>Moleculaire Architectuur</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Architectuur&amp;diff=4981"/>
		<updated>2026-01-25T10:25:09Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R1050265: /* 24 januari 2026 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Sinds 2025-2026:&lt;br /&gt;
Het vak wordt nu gedoceerd door 4 proffen (geen informatie over examenvragen dus), 6 hoofdstukken in totaal. Prof. Bourda doet de delen Symmetrie en Diffractie, Prof. Goderis de delen Fourier en Infrarood spectroscopie, Prof Steurs het deel van NMR en Prof. Van Huffel het deel Massaspectroscopie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
voor 2025:&lt;br /&gt;
Ondertussen is het examen schriftelijk en duurt het slechts 3 uur. Dit is te weinig dus wees je ervan bewust dat je moet voortdoen.&lt;br /&gt;
Dit vak wordt gegeven door professor Van Meervelt, hij is de aangenaamheid zelve op het examen!&lt;br /&gt;
Zijn bijvragen zijn wel aan de moeilijke kant.  Maar hij zal je altijd helpen de bijvragen beetje bij beetje op te lossen. Het examen duurt 4u.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(Kristallografie is het vak Moleculaire Architectuur, maar dan zonder NMR (het laatste hoofdstuk).  Dit is eigenlijk de voorloper van moleculaire architectuur.  Het wordt ook nu nog aan de geologen gegeven.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Nuttige links==&lt;br /&gt;
De gevraagde ruimtegroepen zijn van een vast type. Een stappenplan hiervoor vind je [https://www.yumpu.com/nl/document/read/66391261/ruimtegroepen hier].&lt;br /&gt;
Indien je deze ruimtegroepen wil oefenen, kan je jezelf controleren op [http://img.chem.ucl.ac.uk/sgp/large/ortho.htm deze site].&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===24 januari 2026===&lt;br /&gt;
Nieuwe Proffen:&lt;br /&gt;
#Symmetrie .../10&lt;br /&gt;
##Geef de puntgroepen en duidt deze aan voor orto en para chlorofluorbenzeen&lt;br /&gt;
##cmc2_1 ruimtegroep getekend: Geef de algemene posities, speciale posities, asymmetrische eenheid en ruimtegroepsymbool.&lt;br /&gt;
##Geef de Millerindices van 2 kubusen die gevuld waren met een vlak. Eerste was van 1/3 op A as tot 1 op C as, tweede was 1/2 op a as, 1/3 op c as, 0 op b-as.&lt;br /&gt;
##Teken de pattersonmap van volgende atomen. C,N en CL in een soort van driehoek, x,y coordinaten waren gegeven.&lt;br /&gt;
##Leg volgende begrippen uit(ieder 1/2 van een pagina): Systematische afwezigheden, structuurverfijning&lt;br /&gt;
#NMR .../5&lt;br /&gt;
##Bezeen met 2OH groepen gegeven op ortho meta en para positie. H-spectrum gegeven. Welk van de 3 situaties is juist, of kan je dit niet afleiden uit het H-spectrum&lt;br /&gt;
##Stelling: &#039;De chemische uitwisseling van de hydroxylgroepen gebeurt snel in termen van NMR&#039; Juist of fout?&lt;br /&gt;
##H en C Spectra gegeven, Teken de structuur van dit molecule? Het was gewoon Benzeen + C=C + COOH uit de oefenzitting.&lt;br /&gt;
##H en C NMR spectra + MS spectra gegeven, Teken de structuur van dit molecule? Het was Bromochloorbenzeen uit de oefenzitting.&lt;br /&gt;
#MS .../2.5&lt;br /&gt;
##EI spectra van hexanamide gegeven: Wat is de basispiek en hoe komen we aan het 59 m/z fragmention (Verklaar en schets)&lt;br /&gt;
##ESI spectra gegeven: Wat is de nominale massa? Welke ionen zie je in het spectrum? Hoeveel kool- en stikstoffen zijn er? Wat is de brutoformule?&lt;br /&gt;
#IR .../2.5&lt;br /&gt;
##IR spectra met 3 aangeduide gebieden voor Ethanol en Ethylamine (1,2,3 voor ethanol en 1,3 voor Ethylamine). Wat komt er in die 3 gebieden voor voor deze moleculen, Wat kan je vertellen over het gebied met een lager golfgetal, Waarom is een IR spectrum in functie an het golfgetal in de eenheid cm^-1.&lt;br /&gt;
##Formule van Hooke gegeven, je kan hiermee berekenen dat OH sterker gebonden is dan NH, maar dat gaan we niet doen. Leg alle symbolen in v=1/c2pi*sqrt(k/m)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 september 2025 ===&lt;br /&gt;
# Wat is het &#039;faseprobleem&#039; bij de structuurbepaling en hoe kan dit worden opgelost? (8p)&lt;br /&gt;
# Wat is de structuur van onderstaand H-NMR met brutoformule C10H12O2? Geef voor elke multipliciteit een opsplittingspatroon, bepaal de chemische shiften indien mogelijk. Hoeveel pieken worden er verwacht bij Proton Decoupled 13C-NMR en welke zou de hoogste chemische shift hebben? (8p) (Het spectrum dat te vinden valt op https://spectrabase.com/spectrum/AkmbylpEGO6 komt zodanig goed overeen dat dit hoogstwaarschijnlijk de oplossing zal zijn)&lt;br /&gt;
# Tekenen van ruimtegroep Pbcn, geef alle equivalente posities. Welke posities zijn speciale gevallen en waarom? Van welke vlakgroep is deze ruimtegroep afgeleid? (8p)&lt;br /&gt;
# Geef de vlakgroepen van 4 isomeren van tetrachloronaftaleen (het molecule heeft er meer dan 4). (2p)&lt;br /&gt;
# Bepaal de vlakgroep van het (110) vlak van CsCl. (2p)&lt;br /&gt;
# PoCl2 kristalliseert in een rooster met a, b en c gegeven. De coördinaten zijn Po 0,0,0 Cl1 1/2,1/2,0 en Cl2 1/2,0,1/2. De tabel met fPo en fCl is gegeven. Bepaal het bravais rooster, de intensiteit en fase bij (110). Wat gebeurt er met de intensiteit als de chloor-atomen worden vervangen door Br-atomen? (6p)&lt;br /&gt;
# Verklaar: (6p)&lt;br /&gt;
## De begrippen elektron impact en chemische ionisatie voor massaspectroscopie&lt;br /&gt;
## De volgorde van de rekvibraties van C-H &amp;gt; C=O &amp;gt; C-C&lt;br /&gt;
## Hoe de ladingstoestand (bv. +1, +2, ...) wordt bepaald per piek in een massaspectrum&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 januari 2025 ===&lt;br /&gt;
# zwaaratoom methode, leg uit en nut bij kristalstructuurbepaling. alternatieven? (8p)&lt;br /&gt;
# NMR C11H12O2, geef structuur, opsplitsingspatronen, chemische shiften waar mogelijk, hoeveel pieken verwacht je in proton decoupled 13C NMR? welke C zou de hoogste chemische shift hebben? (8p)&lt;br /&gt;
#ruimtegroep Pbnm (8p)&lt;br /&gt;
# puntgroepen van isomeren (iets met aromaten met en zonder chloor) (2p)&lt;br /&gt;
# (110) NaCl, bepaal vlakgroep (2p)&lt;br /&gt;
# CdI2 met gegeven a, c en gamma + coordinaten en tabel met fCd en fI om linear te extrapoleren. Bepaal bravais rooster en bolstapeling. bepaal structuurfactor, afbuigingshoek en fase van (110). Voldoet deze groep aan wet van Friedel? (6p)&lt;br /&gt;
# wat weet je over kubische bolstapeling, ATR-IR en ESI (6p)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 augustus 2024 === &lt;br /&gt;
# Zwaarste atoommethode, leg uit en nut bij kristalstructuurbepaling. Alternatieven? (8 p)&lt;br /&gt;
# NMR C10H13NO2. Geef structuur, opsplitsingpatronen, chemische shift, verwachtte C-NMR off-resonance spectrum. (8 p)&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pmca (8 p)&lt;br /&gt;
# Puntgroepen van de isomeren van trichloorbenzeen (2 p) + Bepaal vlakgroep (2 p)&lt;br /&gt;
# Oefening in de aard van: Gegeven posities van Hg en S van een molecule. Celparameters (enkel a, geen b, c of hoeken) en tabel f(Hg) en f(S) in functie van sin(theta)/lambda gegeven. Welk kristalrooster is dit? Teken de eenheidscel met deze atoomposities. Bereken de intensiteit van de reflecties 200 bij gebruik van CuK(alpha) straling. Bereken de afstand tussen Hg en S. (6 p)&lt;br /&gt;
# Wat weet je over Wet van Friedel, de Mclafferty omlegging en CuKalfa straling (6 p)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 27 januari 2024 ===&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe je aan de hand van röntgendiffractie de elektronendichtheid kan bepalen. Geef de nodige formules en verklaar in je uitleg de begrippen faseprobleem en resolutie. (8p)&lt;br /&gt;
# H NMR: Geef de structuur, verklaar de koppelingsconstanten adhv opsplitsingsschema en bereken waar mogelijk de chemische shift. Welke koolstof zou de grootste chemische shift hebben in C NMR spectrum. Is deze structuur vatbaar voor McLafferty omlegging bij MS? (8p)&lt;br /&gt;
# Teken de ruimtegroep Pcan, geef de equivalente posities, geef 2 speciale posities en verklaar waarom deze speciaal zijn, duid de asymmetrische eenheid aan, geef de multipliciteit. Van welke puntgroep is deze ruitmegroep afgeleid? Geef de Pattersongroep van de deze ruimtegroep. (8p)&lt;br /&gt;
# Gegeven In op 0,0,0 en 1/2, 1/2, 1/2; celparameters en tabel vormfactor in functie van sin(theta)/lambda. Bereken de intensiteit en de afbuigingshoek van de reflecties 001 en 002 bij gebruik van CuK(alpha). Welk kristalrooster is dit? Hoe lang is de kortste In-In afstand? (6p)&lt;br /&gt;
# Bepaal de puntgroep van onderstaande 2 molecule en deed de symmetrie-elementen aan. (2p) Bepaal de vlakgroep van onderstaande figuur, duid alle symmetrie-elementen en de asymmetrische eenheid aan. (2p)&lt;br /&gt;
# Verklaar de volgende begrippen en geef de relevante tekening: kubisch dichtste bolstapeling, MALDI-TOF en FT-IR. (6p)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 6 september 2023 ===&lt;br /&gt;
# Wat is de zwaar atoom methode? Wanneer wordt deze gebruikt? Alternatief? (8p)&lt;br /&gt;
# H NMR: C5H8O2, Geef structuur, opsplitsingpatronen, chemische shift, verwachtte C-NMR off-resonance spectrum met chemische shift en multipliciteit van de pieken.&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pnab. (8p)&lt;br /&gt;
# Puntgroep van 2 moleculen bepalen (2p elk) 1 was over 4 isomeren trichloornaftaleen&lt;br /&gt;
# Gegeven atoomposities, tabel sin(thèta)/lambda, a, c, gamma = 120°. Wat is het Bravaisrooster en bolstapeling? Bereken de grootte en de fase van de structuurfactor, bereken afbuigingshoek bij CuK(alpha) straling. Geldt de wet van Friedel hier? (6p)&lt;br /&gt;
# EI en CI, verklaar waarom vC-H &amp;gt; vC=O &amp;gt; vC-C bij IR, hoe lading bepalen bij MS (6p)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 augustus 2023 ===&lt;br /&gt;
# Bol van Ewald uitleggen + welke factoren hebben invloed + reciproke rooster uitleggen. (8p)&lt;br /&gt;
# NMR: C5H8O2, Geef structuur, opsplitsingpatronen, chemische shift, verwachtte C-NMR off-resonance spectrum. + Wat zal er gebeuren als je druppel van D2O toevoegt. &lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pnam. (8p)&lt;br /&gt;
# Puntgroep van 2 moleculen bepalen (2p)&lt;br /&gt;
# Atoomposities gegeven, bereken positie van atoom en de fase van de structuurfactor. (6p)&lt;br /&gt;
#  Dichtste bolstapeling, Mclafferty omlegging, ESI uitleggen + tekeningen (6p)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 januari 2023 ===&lt;br /&gt;
# Hoe wordt de elektronendichtheid bepaald voor een kristalstructuur? Wat zijn de voorwaarden hiervoor en leg resolutie uit. (8 punten)&lt;br /&gt;
# NMR: C11H12O2 (benzeen met olefine erop en een estergroep met daaraan een ethylgroep) (8 punten)&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep: Pcam [https://www.yumpu.com/nl/document/read/66391261/ruimtegroepen|Ruimtegroepen] (8 punten)&lt;br /&gt;
# Puntgroep van 2 moleculen en 1 vlakgroep bepalen(zoals in de oefenzitting) (p4g) (beide 2 punten)&lt;br /&gt;
# Atoomposities gegeven, bereken de fase van de structuurfactor, de afbuigingshoek, de intensiteit. Wat is het Bravaisrooster? Waar zouden de hoogste pieken liggen in de pattersonfunctie? Tabel met sin teta/lambda, fa en fb gegeven (6 punten)&lt;br /&gt;
# MALDI-TOF en FT-IR, geef ook tekeningen (6 punten)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 Augustus 2022 ===&lt;br /&gt;
# &#039;&#039;&#039;Zwaaratoommethode: wnr gebruikt? alternatief?&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
# H-NMR&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pmcb&lt;br /&gt;
# Puntgroep: kies 4 isomeren tetrachloornaftaleen&lt;br /&gt;
# &#039;&#039;&#039;CsCl cel: vlak (110) -&amp;gt; geef vlakgroep en symmetrie-elementen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
# CdI2: Geg: atoompos; a, c, gamma; tabel met sin(theta)/lambda t.o.v. fCd en fI&lt;br /&gt;
##Geef Bravais, bolstapeling&lt;br /&gt;
##Reflectie (110) -&amp;gt; geef fase van F en afbuighoek bij gebruik CuKa&lt;br /&gt;
##Friedelproof?&lt;br /&gt;
# McLafferty; vC-H &amp;gt; vC-O &amp;gt; vC-C (IR); lading bepalen (MS)&lt;br /&gt;
=== 29 januari 2022 ===&lt;br /&gt;
# Wat is het &amp;quot;faseprobleem&amp;quot;? Hoe op te lossen?&lt;br /&gt;
# H-NMR spectrum: Geef structuur, opsplitsingpatronen, chemische shift, verwachtte C-NMR off-resonance spectrum. &lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pnca. [https://www.yumpu.com/nl/document/read/66391261/ruimtegroepen|Ruimtegroepen]&lt;br /&gt;
# Puntgroepen van 2 moleculen bepalen. Punt- &#039;&#039;&#039;&amp;amp; vlakgroep bepalen en tekenen van ijzer in het vlak (110)&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
# Oefeningen waarbij posities van HgS zijn gegeven. Bepaal intensiteit bij F(200). Geef het bravais rooster. Bepaal de S-Hg binding-afstand.&lt;br /&gt;
# ATR-IR, MALDI-TOF. Voor volle punten: voeg tekeningen van de apparaten toe. Het wordt niet gezegd, maar hij verwacht dat je het weet.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 augustus 2021 ===&lt;br /&gt;
# A.d.h.v de elektronendichtheid een kristalstructuur bepalen (+ resolutie)&lt;br /&gt;
# H-NMR spectrum van C6H6N2O2. Drie isomeren, drie spectra. Bepaal de structuur. Teken de opsplitsingspatronen. Bereken waar mogelijk de chemische shift m.b.v. het tabellenboek. Verschil in c13-nmr/IR spectra tussen isomeren?&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pcan. [https://www.yumpu.com/nl/document/read/66391261/ruimtegroepen|Ruimtegroepen]&lt;br /&gt;
# Puntgroepen van 4 moleculen bepalen.&lt;br /&gt;
# Oefening waarbij equivalente posities van Br gegeven zijn en pattersonpieken gegeven en hieruit de atoompositie van Br bepalen. Bepaal F020 en de fase.&lt;br /&gt;
# Dichtste bolstapeling en &amp;quot;hoe lading bij MS te weten komen&amp;quot; uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 27 januari 2021 ===&lt;br /&gt;
# constructie van ewald uitleggen + welke factoren hebben invloed&lt;br /&gt;
#  H-NMR spectrum van C11H12O2. Bepaal de structuur. Teken de opsplitsingspatronen. Bereken waar mogelijk de chemische shift m.b.v. het tabellenboek. Hoeveel pieken verwacht je in het c13-nmr spectrum?&lt;br /&gt;
# Teken a,b-projectie van ruimtegroep Pbnm. Geef de equivalente posities, de multipliciteit en de asymmetrische eenheid. Geef 2 speciale posities en verklaar waarom ze speciaal zijn. Geef de puntgroep en de Pattersongroep. Bepaal de systematische afwezigheden. Van welke puntgroep is deze ruimtegroep afgeleid.[https://www.yumpu.com/nl/document/read/66391261/ruimtegroepen|Ruimtegroepen]&lt;br /&gt;
# Puntgroepen van 4 moleculen bepalen.&lt;br /&gt;
# Oefening waarbij equivalente posities van Pt gegeven zijn en pattersonpieken gegeven en hieruit de atoompositie van Pt bepalen. Bepaal F020 en de fase. Voldoet dit aan de wet van friedel?&lt;br /&gt;
# MALDI-TOF en Mclafferty omlegging uitleggen &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 januari 2021===&lt;br /&gt;
# Leg uit de Pattersonfunctie uit. Zeg hoe ze berekend wordt, hoe ze kan bijdragen tot de bepaling van de kristalstructuur.&lt;br /&gt;
# H-NMR spectrum van C5H8O2. Bepaal de structuur. Teken de opsplitsingspatronen. Bereken waar mogelijk de chemische shift m.b.v. het tabellenboek. Teken het verwachte off resonance C13-NMR spectrum met chemische shift waarde en multipliciteit van de pieken.&lt;br /&gt;
# Teken a,b-projectie van ruimtegroep Pcnb. Geef de equivalente posities, de multipliciteit en de asymmetrische eenheid. Geef 2 speciale posities en verklaar waarom ze speciaal zijn. Geef de puntgroep en de Pattersongroep. Bepaal de systematische afwezigheden. Van welke puntgroep is deze ruimtegroep afgeleid. [https://www.yumpu.com/nl/document/read/66391261/ruimtegroepen|Ruimtegroepen]&lt;br /&gt;
# Puntgroepen van 4 moleculen bepalen.&lt;br /&gt;
# Atoomposities van PoCl2, tabel met f(Po) en f(Cl) in functie van sin0/λ gegeven. Bereken de fase van de structuurfactor voor reflectie 110. &lt;br /&gt;
# ATR-IR en ESI uitleggen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 augustus 2020===&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe men a.d.h.v. de elektronendichtheid een kristalstructuur exact kan bepalen&lt;br /&gt;
# H-NMR spectrum van C5H10O. Bepaal de structuur. Teken de opsplitsingspatronen. Bereken waar mogelijk de chemische shift m.b.v. het tabellenboek. Teken het verwachte off resonance C13-NMR spectrum.&lt;br /&gt;
# Teken a,b-projectie van ruimtegroep Pman. Geef de equivalente posities, de multipliciteit en de asymmetrische eenheid. Geef 2 speciale posities en verklaar waarom ze speciaal zijn. Geef de puntgroep en de Pattersongroep. Bepaal de systematische afwezigheden.&lt;br /&gt;
# Puntgroepen van 4 moleculen bepalen.&lt;br /&gt;
# Atoomposities van PbO gegeven. Bepaal de bravaisrooster, de symmetrie elementen die door O gaan, teken de pattersonfunctie en toon aan dat de intensiteiten van reflectie (200) gelijk is aan de intensiteit (020).&lt;br /&gt;
# ATR-IR en ESI uitleggen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 januari 2020 NM===&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe men a.d.h.v. de elektronendichtheid een kristalstructuur exact kan bepalen&lt;br /&gt;
# Bespreek ionisatietechniekenen die gebruikt worden om een massaspectrum te bepalen&lt;br /&gt;
# Teken a,b-projectie van ruimtegroep Pbna. Geef de equivalente posities, de multipliciteit en de asymmetrische eenheid. Geef 2 speciale posities en verklaar waarom ze speciaal zijn. Geef de puntgroep en de Pattersongroep. Bepaal de systematische afwezigheden.&lt;br /&gt;
# Bepaal puntgroepen van verschillende aromaten. Teken de symmetrie-elementen.&lt;br /&gt;
# Geef de opsplitsing van waterstofatomen in m-dichloorbenzeen. Chemische shift?&lt;br /&gt;
# Lithiumfluoride kristalliseert in een kubisch kristal met a = 4 A volgens het NaCl-type (je zou moeten weten wat dit betekent). Afmetingen van het kristalrooster zijn gegeven. Als men bestraald met CuK straling bekomt men een diffractiepatroon. Welke reflecties hebben de grootste intensiteit, die van (300) of (400)? Wat gebeurt er met de afbuigingshoek en intensiteit als &lt;br /&gt;
##F vervangen wordt door I?&lt;br /&gt;
##de afmetingen van de eenheidscel verdubbelen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 januari 2020 VM===&lt;br /&gt;
# Leid de formule voor de structuurfactor af. Kan je deze ook experimenteel bepalen?&lt;br /&gt;
# H-NMR spectrum van C6H6N2O2. Bepaal de structuur van de isomeren. Teken de opsplitsingspatronen.&lt;br /&gt;
# Puntgroep Pbma. Geef de equivalente posities, de multipliciteit en de asymmetrische eenheid. Geef 2 speciale posities en verklaar waarom ze speciaal zijn. Geef de puntgroep en de Pattersongroep. Bepaal de systematische afwezigheden.&lt;br /&gt;
# Bepaal de puntgroep van isomeren van trichloorbenzeen. Teken de symmetrie-elementen.&lt;br /&gt;
# Gegeven zijn de posities van Ag en I in een AgI kristal met a = 6.5 A. Bepaal voor de reflectie (004) de fase van de structuurfactor, de intensiteit en de afbuighoek. Geef het Bravaisrooster.&lt;br /&gt;
# Leg ATR-IR uit. Leg uit hoe we de lading kunnen bepalen bij massaspectrometrie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2020===&lt;br /&gt;
# Hoe kan men de kristalstructuur verder verfijnen?&lt;br /&gt;
# NOE, NOESY, COSY&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pcmn met gewoonlijke bijvragen.&lt;br /&gt;
# Gegeven de afmetingen van de eenheidscel en 2 atoomposities, bepaal de intensiteit en afbuigingshoek (2θ) van de reflecties (001) en (002) (tabel met sin θ/λ en f&amp;lt;sub&amp;gt;j&amp;lt;/sub&amp;gt; ook gegeven). Geef ook het Bravaisrooster.&lt;br /&gt;
# 4 vormen van dioxine gegeven, duid alle symmetrie-elementen aan en bepaal de puntgroep.&lt;br /&gt;
# Begrippen: Laue groep ; EI en CI (massaspectrometrie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 januari 2020===&lt;br /&gt;
# Leid de structuurfactor af. Kan deze ook experimenteel bepaald worden? (mondeling)&lt;br /&gt;
# Gegeven C5H10O H-NMR spectrum, bepaal de structuur van de chemische stof die dit spectrum geeft. (mondeling). Er is D2O-shake, dus de O die voorkomt is in de vorm van -OH.&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pmca, gebruikelijke bijvragen.&lt;br /&gt;
# Pattersonfunctie Oefening met intensiteit enzo berekenen. Structuur was op eerste zicht niet centrosymmetrisch, maar was het wel met andere oorsprong.&lt;br /&gt;
# Wat is de vlakgroep van het (110) vlak van NaCl? Teken en geef alle symmetrie-elementen.&lt;br /&gt;
# Begrippen: MALDI-TOF, verklaar waarom CH &amp;gt; C=O &amp;gt; C-C (bij IR)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 januari 2020 - namiddag===&lt;br /&gt;
#Theorie: Leg de contructie van Ewald uit. Welke factoren hebben hier invloed op? Bijvraag: moet je alle reciproke roosterpunten meten? (Neeh, n-tallige assen/symmetrie)&lt;br /&gt;
#Theorie: H-NMR gegeven van C10H13NO2. Bijvragen over welke pieken we zouden zien bij IR, hoe je de koppelingsconstante kan bepalen.&lt;br /&gt;
#Puntgroep Pcmb met gebruikelijke bijvragen&lt;br /&gt;
#Oefening: Verschillende puntgroepen geven van de isomeren van tetrachloorkubaan.&lt;br /&gt;
#Oefening: Platinacomplex met ruimtegroep Pc1/m, posities gegeven in de ruimtegroep ( xyz, -x-y-z...) en coördinaten gegeven van zwaarste atomen in Patterson. Bepaal de positie van Pt, wat is de fase bij structuurfactor F(020), geldt de wet van Friedel? &lt;br /&gt;
#Begrippen: McLafferty omlegging + hexagonale en kubische dichtste bolstapeling uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 januari 2020 - voormiddag===&lt;br /&gt;
#Theorie: Hoe wordt het principe van Fourier synthese toegepast in de kristalstructuurbepaling?&lt;br /&gt;
#Theorie: NOE, NOESY en COSY&lt;br /&gt;
#Puntgroep Pmcb met gebruikelijke bijvragen&lt;br /&gt;
#Oefening: Puntgroepen van vier structuren&lt;br /&gt;
#Oefening: CdI2: Bravaisrooster bepalen, voor structuurfactor fase bepalen en afbuigingshoek als CuK(alfa) straling gebruikt wordt, geldt wet van Friedel? &lt;br /&gt;
#Begrippen: ATR-IR + ESI uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 augustus 2019===&lt;br /&gt;
#Theorie: Hoe wordt het principe van Fourier synthese toegepast in de kristalstructuurbepaling?&lt;br /&gt;
#NMR-vraag: 3 verschillende H-NMR spectra van isomeren met brutoformule C6H8N2O2. Teken ook de opsplitsingspatronen.&lt;br /&gt;
#Puntgroep Pcnb met gebruikelijke bijvragen&lt;br /&gt;
#Oefening: Vlakgroep vlak 110 NaCl. Geef alle symmetrie-elementen.&lt;br /&gt;
#Oefening: Bepaal de fase en intensiteit van PoCl2 in de reflectie (110). Gegeven zijn de atoomposities en de karakteristieke straling.&lt;br /&gt;
#Begrippen: ESI + CuKalfa uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2019===&lt;br /&gt;
#Hoe kan je een model verbeteren na het oplossen van het faseprobleem?&lt;br /&gt;
#H-NMR van C5H8O2 bijvragen over IR.&lt;br /&gt;
#Pmcn met bijvragen.&lt;br /&gt;
#puntgroep van 4 isomeren van dioxine.&lt;br /&gt;
#AgI posities van de atomen gegeven (breuken) a=6.50 A. tabel met sin(theta)/lambda gegeven voor fAg en fI. Bravais rooster geven, fase, hoek en intensiteit berekenen.&lt;br /&gt;
#ATR-IR en ESI.&lt;br /&gt;
===17 januari 2019===&lt;br /&gt;
#Geef de afleiding van de structuurfactor. Is deze experimenteel te bepalen? &lt;br /&gt;
#H1-NMR van C10H13NO2 (Bijvragen over IR: wat als we van dit molecule een IR spectrum zouden opnemen? Waar zien we dan pieken? Welke zijn sterk? Welke niet?)&lt;br /&gt;
#Ruimtegroep Pnam met bijgvragen &lt;br /&gt;
#Puntgroep bepalen van de isomeren van tetrachloorkubaan (molecuulmodelletje gegeven)&lt;br /&gt;
#Rood loodoxide PbO kristalliseert in een tetragonale eenheidscel&lt;br /&gt;
a=3,975 A en c=5,023 Atomen liggen op de posities: &lt;br /&gt;
Pb(1): 0	½	0.2385 &lt;br /&gt;
Pb(2): ½	0	-0.2385 &lt;br /&gt;
O(1): 0	        0	0 &lt;br /&gt;
O(2): ½  	½	0 &lt;br /&gt;
Wat is het Bravaisrooster? Welke symmetrie-elementen gaan door O2? Construeer de pattersonfunctie. Waar vinden we de sterkste pieken? Toon aan dat de intenstiteit van reflectie 200 en 020 gelijk is. &lt;br /&gt;
#Mclafferty omlegging en kubische en hexagonale dichtste bolstapeling. &lt;br /&gt;
===14 januari 2019===&lt;br /&gt;
# Hoe kan men met de Pattersonfunctie het faseprobleem oplossen? (mondeling)&lt;br /&gt;
# NOE en NOESY, COSY (mondeling)&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pman met bijvragen&lt;br /&gt;
# Puntgroepen van 4 verschillende aromaten&lt;br /&gt;
# CdI2: Bravaisrooster bepalen, voor structuurfactor fase bepalen en afbuigingshoek als CuK(alfa) straling gebruikt wordt, maxima van de Pattersonfunctie geven&lt;br /&gt;
# MALDI-TOF uitleggen en golfgetallen vergelijken bij IR spectroscopie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 4 september 2018===&lt;br /&gt;
# Geef de contructie van Ewald&lt;br /&gt;
# H-NMR van C10H12O3&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pcnb&lt;br /&gt;
# Geef de puntgroep van 4 isomeren van tetrachloornaftaleen die aanleiding geven tot een andere puntgroep. &lt;br /&gt;
# PbO kristaliseert uit in eenheidscel met gegeven dimensies en atoomposities. Gevraagd: Construeer de pattersonfunctie, waar zijn de sterkste pieken? Tot welk Bravais rooster behoort dit? Wat is de afbuighoek van het 110 vlak met CuKalfa? &lt;br /&gt;
# Begrippen: Kubisch en hexagonale dichtste bolstapeling + McLafferty omlegging&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
===27 augustus 2018===&lt;br /&gt;
# Hoe kan men het faseprobleem oplossen met behulp van de Pattersonfunctie? (dus ook uitleggen wat faseprobleem is, formule van pattersonfunctie geven,...) (mondeling)&lt;br /&gt;
# Gegeven drie H-NMR spectra, alle drie C6H6N2O2, bepaal structuren, en verklaar de verschillende spectra (mondeling)&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pcmn met alle gebruikelijke vragen&lt;br /&gt;
# Bepaal tot welke puntgroepen de isomeren van trichloorbenzeen behoren, teken alle symmetrie-elementen&lt;br /&gt;
# Oefening met CdI2, bepaal fasehoek van de reflectie op (110) en afbuighoek theta, tot welk bravais rooster behoort dit? Waar bevinden zich de maxima bij de Pattersonfunctie?&lt;br /&gt;
# Begrippen: MALDI-TOF, Laue groep&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2018===&lt;br /&gt;
# Leid de structuurfactor af. Kan deze ook experimenteel bepaald worden? (mondeling)&lt;br /&gt;
# Gegeven een H-NMR spectrum, bepaal de structuur van de chemische stof die dit spectrum geeft. (mondeling)&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pmca, gebruikelijke bijvragen.&lt;br /&gt;
# Oefening met intensiteit enzo berekenen. Structuur was op eerste zicht niet centrosymmetrisch, maar was het wel met andere oorsprong.&lt;br /&gt;
# Wat is de vlakgroep van het (110) vlak van NaCl? Teken en geef alle symmetrie-elementen.&lt;br /&gt;
# Begrippen: MALDI-TOF, kubisch dichtste bolstapeling&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2018===&lt;br /&gt;
# Waarom Pattersonfunctie belangrijk bij het faseprobleem?&lt;br /&gt;
# NMR: C10H1202&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pbab met alle bijhorende vragen&lt;br /&gt;
# Puntgroepen geven van 4 verschillende aromatische verbindingen + symmetrie elementen aanduiden&lt;br /&gt;
# Oefening waarbij celparameters en 2 atomen gegeven zijn. Intensiteit en afbuighoek berekenen voor (001) en (002). Tot welk Bravais rooster gehoord deze kristalstructuur? &lt;br /&gt;
# Begrippen: CuKalfa en ESI&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2017===&lt;br /&gt;
# Stappen van kristalstructuurbepaling&lt;br /&gt;
# NMR, een piek waar bij stond deze verdwijnt bij schudden met D2O, bijvraag waarom deze piek verdwijnt, ook bijvragen over C13 NMR en IR&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pcmm en bijvragen&lt;br /&gt;
# Vlakgroep vlak 110 NaCl&lt;br /&gt;
# Bepalen van intensiteit reflectie van vlak 200, lengte en fractionele coördinaten gegeven&lt;br /&gt;
# Beschrijf MALDI-TOF en kubisch dichtste bolstapeling&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 juni 2017 NM===&lt;br /&gt;
# Structuurverfijning van kristalstructuurbepaling&lt;br /&gt;
# Leg uit: NOE en NOESY&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pcan met alle bijhorende vragen&lt;br /&gt;
# Oefening waar 4 moleculen stonden waarvan je de puntgroep moest bepalen&lt;br /&gt;
# Oefening met tabel Sintheta/golflengte- intensiteit en hoek 2theta bepalen&lt;br /&gt;
# begrippen: CuKalfa en Resolutie &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 NM===&lt;br /&gt;
#Hoe Faseprobleem oplossen met Patterson functie &lt;br /&gt;
#1H- Nmr ( bijvragen : welke piek is het belangrijkst bij IR-spectra , hoeveel pieken zullen er zijn bij C13,..) &lt;br /&gt;
#Ruimtegroep ( ik dacht Pbmn )&lt;br /&gt;
#Intensiteit bepalen en afbuighoek bepalen &lt;br /&gt;
#Puntgroep van tetrachloornaftaleen ( eerst isomeren geven en van elk isomeer puntgroep bepalen) &lt;br /&gt;
#Mc-lafferty omlegging&lt;br /&gt;
#chemische ionisatie&lt;br /&gt;
===16 juni 2017 VM===&lt;br /&gt;
#leid de formule voor de structuurfactor af en vertel hoe je deze experimenteel kan bepalen.&lt;br /&gt;
#Geef alle ionisatie technieken gebruikt in MS.&lt;br /&gt;
#Puntgroep Pbcm met gebruikelijke bijvragen&lt;br /&gt;
#Geef de puntgroepen van alle isomeren van tetrachloor kubaan en teken de symmetrie elementen&lt;br /&gt;
#verklaar chemische shift, koppelingsconstante en shift reagens&lt;br /&gt;
===12 juni 2017===&lt;br /&gt;
#leg constructie van Ewald uit&lt;br /&gt;
#nmr spectra (geef structuur molecule ) C10H12O3&lt;br /&gt;
#ruimtegroep Pncm met alle bijhorende vraagjes (asymmetrische eenheid, multipliciteit, equivaltente posities, patterson, puntgroep, systematische afwezigheden)&lt;br /&gt;
#Vlakgroep van (110) vlak van ijzer. Geef alle symmetrie elementen&lt;br /&gt;
#oefening ivm fase berekenen en intensiteit (CdI2, sin(theta)/golflengte is gegeven, bepaal fCd, fI en zo de rest)&lt;br /&gt;
#begrippen: ESI &amp;amp; Wet van Friedel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 augustus 2015===&lt;br /&gt;
# stappen van de kristalstructuur bepaling&lt;br /&gt;
# Welke methode voor ionisatie worden er gebruikt bij massaspectroscopie&lt;br /&gt;
# Pcan (met alle gebruikelijke bijvraagjes)&lt;br /&gt;
# Vlakgroep van (110) vlak van ijzer. Geef alle symmetrie elementen&lt;br /&gt;
# PoCL2: ge krijgt Sin theta/lambda en uw celafmetingen, geef Fhkl, Ihkl en uw hoek&lt;br /&gt;
# Bespreek de termen chemische shift, koppelingsconstante en shiftreagens&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 augustus 2015 vm ===&lt;br /&gt;
# leg het principe van uit van verfijning van een kristalstructuur&lt;br /&gt;
# leg volgende begrippen uit: NOE en NOESY&lt;br /&gt;
# ruimtegroep Pbmn en alle vraagjes zoals altijd&lt;br /&gt;
# puntgroepen geven 4 isomeren van een of ander molecule&lt;br /&gt;
# voor een bepaalde reflectie de fase van de structuurfactor berekenen en de intensiteit&lt;br /&gt;
# 2 stellingen (juist of fout):&lt;br /&gt;
#* Bij een ESI spectrum zijn er geen fragmentaties&lt;br /&gt;
#* Bij kubische dichtste bolstapeling liggen alle atomen op speciale posities&lt;br /&gt;
=== 24 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# Nmr spectra&lt;br /&gt;
# verfijning van kristalstructuur&lt;br /&gt;
# Vlak groep van ijzer&lt;br /&gt;
# Ruimte groep Pcan + al die bijvragen&lt;br /&gt;
# Oefening sin theta/lambda. ..&lt;br /&gt;
# 2 stellingen: &lt;br /&gt;
#* esi heeft geen fragmentaties&lt;br /&gt;
#* In ccp liggen alle atomen op speciale posities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# Hoe kunnen we met behulp van de pattersonfunctie het faseprobleem oplossen?&lt;br /&gt;
# Leg uit NOE en NOESY&lt;br /&gt;
# puntgroep Pbmn&lt;br /&gt;
# Bepaal de puntgroep van de isomeren van tetrachloorkubaan en duid alle symmetrie-elementen aan&lt;br /&gt;
# Bereken de fase van de structuurfactor en de intensiteit voor CdI2 met &lt;br /&gt;
#* Eenheidscel a=4,24 A, c=6,86 A, gamma=120Â°&lt;br /&gt;
#* Posities: Cd 0 0 0, I(1) 2/3 1/3 1/4, I(2) 1/3 2/3 3/4&lt;br /&gt;
#* sin theta/lamba 0,0 0,1 0,2 0,3 fCd 48 44,58 38,44 33,22 fI 53 49,36 42,79 37,14&lt;br /&gt;
# Verklaar de begrippen CuKalfa en resolutie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2015 vm ===&lt;br /&gt;
# Leid de uitdrukking van de structuurfactor af. Hoe kan je de structuurfactor experimenteel bepalen?&lt;br /&gt;
# H-NMR spectra van 3 isomeren C6H6N2O2&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pncm&lt;br /&gt;
#* Equivalente posities&lt;br /&gt;
#* multipliciteit&lt;br /&gt;
#* asymmetrische eenheid&lt;br /&gt;
#* Geef 2 speciale posities (waarom speciaal?)&lt;br /&gt;
#* van welke puntgroep afgeleid?&lt;br /&gt;
#* Pattersongroep?&lt;br /&gt;
#*Systematische afwezigheden&lt;br /&gt;
# Bepaal de puntgroep van verschillende isomeren van tetrachloornaftaleen. Duid de symmetrie elementen aan.&lt;br /&gt;
# Rood Loodoxide PbO kristalliseert in tetragonale eenheidscel  a= 3.975  c= 5.023&lt;br /&gt;
#* Waar vind je in Pattersonfunctie sterkste pieken?&lt;br /&gt;
# Leg uit : ESI en ATR-IR&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2014===&lt;br /&gt;
#Geef de stappen voor kristalstructuurbepaling (mondeling)&lt;br /&gt;
#Wat is NOE? (mondeling)&lt;br /&gt;
#Ruimtegroep Pcnb&lt;br /&gt;
#Geef puntgroep van alle isomeren van tetrachloorkubaan&lt;br /&gt;
#Intensiteit van In en afbuighoek: vormfactor, atoomposities zijn gegeven&lt;br /&gt;
#Stellingen&lt;br /&gt;
#*Bij ESI is geen fragmentatie&lt;br /&gt;
#*Bij kubisch dichtste bolstapeling liggen de atomen op speciale posities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2014===&lt;br /&gt;
# Hoe kunnen we met behulp van de pattersonfunctie het faseprobleem oplossen? (mondeling)&lt;br /&gt;
# NMR spectrum met gesubstitueerde benzeenring (mondeling)&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pbnm met alle typische bijvragen (asymmetrische eenheid, speciale posities + waarom ze speciaal zijn, pattersongroep, puntgroep en systematische afwezigheden)&lt;br /&gt;
# Geef de vlakgroep van (110) van ijzer&lt;br /&gt;
# Oefening op structuurfactor. Vormfactoren met bijhorende sin(Î¸)/Î» zijn gegeven, net als de fractionele coÃ¶rdinaten en de grootte van de eenheidscel&lt;br /&gt;
# Wat is ESI?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2013===&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pbmb.&lt;br /&gt;
# Wat is de vlakgroep van het vlak (110) in de ijzerstructuur?&lt;br /&gt;
# NMR-spectrum gegeven. Stelling: Bevat dit spectrum een AX6 systeem?&lt;br /&gt;
# Leg volgende begrippen uit: Laue groep, resolutie, temperatuursfactor.&lt;br /&gt;
# Gegeven: posities van In en celparameters (a en c). Teken een a,b-projectie van de eenheidscel. Welk Bravais-rooster heeft de cel? Bepaal de afbuighoek 2theta en de intensiteit van de reflecties (001) en (002). Wat is de puntgroep rond de middelste In? Waar bevinden zich de hoogste Pattersonpieken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2013===&lt;br /&gt;
# Teken ruimtegroep Pbnb (ab-projectie) en geef equivalente posities, speciale posities, systematische afwezigheden, puntgroep waarvan de ruimtegroep is afgeleid en asymetrische eenheid. (Schriftelijk, na 1 uur af te geven.)&lt;br /&gt;
# Wat is de vlakgroep van het vlak (110) in de platina-strucuur? (Structuur is dus van buiten te kennen!) Bijvraag: is dit vlak de eenheidscel van de vlakgroep? (Mondeling)&lt;br /&gt;
# Bespreek: voor ethylisobutyraat (spectrum en structuur gegeven) is een ontkoppelingsexperiment niet mogelijk. Bijvragen: hoe bepalen we de frequentie die we moeten gebruiken voor het ontkoppelingsexperiment? Link de verschillende pieken aan de verschillende groepen. (Mondeling)&lt;br /&gt;
# Leg de Ewald-constructie uit. Bijvraag: wat gebeurt er als we het kristal draaien? (Mondeling)&lt;br /&gt;
# Gegeven: posities van Mo en Ni in een MoNi4-legering en parameters a en c. Teken een a,b-projectie van de eenheidscel. Welk Bravais-rooster heeft de cel? Bepaal de 2-theta en de intensiteit van de reflectie (002). Wat is de puntgroep rond Mo? Geef de hoogste pattersonpieken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 juni 2011===&lt;br /&gt;
# Teken ruimtegroep Pmcn (ab-projectie) en geef equivalente posities, puntgroep waar deze ruimtegroep van is afgeleid, asymmetrische eenheid, 2 speciale posities en bijhorende Pattersongroep. Zijn er systematische afwezigheden?&lt;br /&gt;
# Stellingen:&lt;br /&gt;
#* Het vlak (110) wordt bij Fe en bij NaCl beschreven door dezelfde vlakgroep&lt;br /&gt;
#* Bij een goed verfijnde structuur zijn de pieken op de verschilfourier te verwaarlozen&lt;br /&gt;
#* Voor de waterstofatomen met delta 6,8 is een ontkoppelingsexperiment niet mogelijk (NMR-spectrum van ethyl-4-methoxybenzoaat gegeven, het gaat om de waterstoffen op C3 en C5 van de benzeenring). &lt;br /&gt;
# Oefening: PbO kristalliseert in een tetragonale eenheidscel, a en c gegeven. Twee posities voor Pb en voor O gegeven. Teken de ab-projectie. Door welke puntgroep wordt de geometrie rond de Pb-atomen beschreven? Door welk Bravaisrooster wordt het kristal beschreven? Bepaal de fase van de intensiteit van afgebogen stralingsbundel voor het vlak (110) voor CuK-alpha (tabel met enkele waarden gegeven voor f van Pb en O ifv sin(theta)/lambda). Teken het vlak (110) en de invallende en afgebogen stralingsbundel op de tekening.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2010 (NM)===&lt;br /&gt;
# Teken ruimtegroep Pmnb en klassieke vragen: equivalente posities, 2 speciale posities, systematische afwezigheden, asymmetrische eenheid, puntgroep,..&lt;br /&gt;
# Stellingen:&lt;br /&gt;
#* De temperatuur heeft geen invloed op de kristalstructuurbepaling.&lt;br /&gt;
#* Het is niet mogelijk om P2 en Pm van elkaar te onderscheiden met behulp van intensiteitsmetingen.&lt;br /&gt;
# NMR-spectrum en bepalen of het overeenkomt met het gegeven molecule.&lt;br /&gt;
# Oefening: AgI kristal, a= 6,50 Angstrom, coordinaten van atomen zijn gegeven, en tabel van f ifv sin/lambda.&lt;br /&gt;
#* Geef a,b-projectie + Bravaisrooster&lt;br /&gt;
#* Bereken Intensiteit en bereken afbuighoek van vlak 004&lt;br /&gt;
#* Geef puntsymmetrie rond Ag en rond I&lt;br /&gt;
#* Waar verwacht je de hoogste Pattersonpieken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2009===&lt;br /&gt;
# teken ruimtegroep (Pnca dacht ik) &amp;amp;amp; geef eq. posities, 2 speciale posities, syst. afwezigheden, puntgroep, ...&lt;br /&gt;
# Stellingen:&lt;br /&gt;
#* rotatiesymmetrie kan bepaald worden via rotatiediffractie(dat een ding waar ge een kristal draait, ik ben niet meer zeker of dat zo heet)&lt;br /&gt;
#* bij verschilelektronendichtheidsmap gaat de hoogte van de pieken verloren bij verfijning (ofzoiets toch)&lt;br /&gt;
# NMR van 1,1-dimethoxyethaan&lt;br /&gt;
# Oefening: alfa-uranium heeft volgende coordinaten op speciale posities: +-(0,y,1/4) +-(1/2,1/2-y,-1/4) a b en c gegeven(3 verschillende waarden) 2 groottes van structuurfactoren gegeven en de fu in functie van sin(theta).&lt;br /&gt;
#* y is 0.10 of 0.15, bepaal dit met bhv de gegevens. &lt;br /&gt;
#* Teken een a,b-projectie. &lt;br /&gt;
#* Beschrijf de omringing van het U-atoom via de puntgroep van het atoom. &lt;br /&gt;
#* Teken de pattersongroep.&lt;br /&gt;
===17 juni 2009===&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pcan: equivalente posities, multipliciteit, asymmetrische eenheid, 2 speciale posities, puntgroep, systematische afwezigheden&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* De temperatuurfactoren van Pt in een Pt-kristal zijn isotroop (Antwoord: Waar want ze liggen op speciale posities)&lt;br /&gt;
#* De symmetrie van een diffractiepatroon van een kristal wordt bepaald door de ruimtegroep&lt;br /&gt;
#* NMR: aspirine&lt;br /&gt;
# Oefening: Nikkelarsenide (a, c en gamma=120Â° is gegeven) De posities van Nikkel en van arseen zijn ook gegeven. &lt;br /&gt;
#* Geef de ab-projectie, bravais rooster, wat is de stapeling van Arseen, puntgroep rond Arseen en rond nikkel &lt;br /&gt;
#* Bij reflecties (200), (300) en (030) en Cu K-alfa straling&lt;br /&gt;
#** Voorspel de hoogste intensiteit&lt;br /&gt;
#** Voorspel de grootste afbuighoeken&lt;br /&gt;
#* Wat is de resolutie bij een afbuighoek van 100Â° en bij Cu K-alfa straling&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep (ik denk Pbmn) met klassieke vragen&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* Pm en Cm hebben dezelfde Harkersecties&lt;br /&gt;
#* Cobalt kan geÃ¯oniseerd worden met Cu K alfa straling&lt;br /&gt;
#* NMR&lt;br /&gt;
# Oefening: HgS met coÃ¶rdinaten Hg en S gegeven. Alle elementen geven van 11 juni op uitzondering van de afbuighoek en dit voor de vlakken 200 en 400. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep + asymmetrische eenheid + 2 speciale posities + iets met systematische afwezigheden&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* Het 110 vlak van Fe vertoont C4v (Bijvragen: aantonen op modellekes)&lt;br /&gt;
#* De atomen bij hexagonale dichtste bolstapeling liggen allemaal op speciale posities (Bijvraag: Hij vraagt om de kubische bolstapeling te laten zien, met die pingpongballetjes en hoe heten de ruimtes tussen die pingpongballekes) &lt;br /&gt;
#* NMR: een benzeen met een chloor op en op para positie iets me een ethyl en een keton (Bijvraag: hoe zie je dat het een spectrum van de 1ste orde of 2de orde is)&lt;br /&gt;
# Oefening: ik kreeg een tabel met fractionele coÃ¶rdinaten van ReO3 en zo&#039;n tabel met sin (theta) / lamda en vormfactoren. Ik moest een ab projectie tekenen, bravais rooster geven, intensiteit berekenen, afbuighoek bepalen, hoogste pattersonpieken voorspellen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Pmca met klassieke vragen&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* Alle atomen van sfaleriet bezetten speciale posities&lt;br /&gt;
#* Een kristalrooster kan ondubbelzinnig bepaald worden adhv systematische afwezigheden&lt;br /&gt;
#* isopropyltolueen&lt;br /&gt;
# Wolfraam-rooster en CuKa straling, vlakken (211) en (310)&lt;br /&gt;
#* teken 3D-rooster en duidt [sic] vlakken aan&lt;br /&gt;
#* Welke intensiteit is sterkst, bij (221) of bij (310)&lt;br /&gt;
#* Welke reflectiehoek is grootst, bij (221) of bij (310)&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de sterkste Pattersonpieken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Pbmn tekenen + assym. eenheid + equi. pos. + multipliciteit + 2 speciale pos. + Systematische afwezigheden + van welke puntgroep&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* De temp. heeft geen invloed op het diffractiepatroon&lt;br /&gt;
#* De vlakken 001 en 110 van Fe hebben dezelfde vlakgroep (ook zeggen welke vlakgroep(en))&lt;br /&gt;
#* NMR&lt;br /&gt;
#De structuur van LiF en NaCl is dezelfde, a = ...., kristalafmeting 0,2mmx0,2mmx0,2mm en wordt bestraald met Cu kalfa. Bereken F003 en F004. Welke intensiteit is het hoogst? Wat gebeurt er met de diffractiehoek en de intensiteit als je:&lt;br /&gt;
#*F vervangt door I&lt;br /&gt;
#*de cel verdubbeld&lt;br /&gt;
#*Waar verwacht je de sterkste Pattersonpieken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# P nmb  tekenen + puntgroep + asymetrische eenheid + equi posities&lt;br /&gt;
# stellingen ( waar of niet waar )&lt;br /&gt;
#* Pm en Cm hebben dezelfde harkersecties&lt;br /&gt;
#* R staat voor de resolutie van een structuurbepaling&lt;br /&gt;
#* spectrum en molecule gegeven, horen ze bij elkaar?&lt;br /&gt;
# oefening : NH4HgCl3 heeft eenheidscel a = ... c =... en atoomposities N, Hg en 3 Cl-en gegeven: (ook alpha-Cu straling zoda je uw lambda ook kent) (tabel sin(theta)/lambda en f waarden van Cl, Hg en N gegeven)&lt;br /&gt;
#* geef (a,b) projectie van eenheidscel&lt;br /&gt;
#* bepaal Bravais rooster&lt;br /&gt;
#* bepaal intensiteit en afbuigrichting 2theta van de reflectie (004)&lt;br /&gt;
#* Hg door welke puntgroep omringt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2008===&lt;br /&gt;
#Ruimtegroep tekenen. In dit geval Pman. Geef equivalente posities, multipliciteit, twee speciale posities en de asymetrische eenheid. Van welke puntgroep is deze ruimtegroep afgeleid?  Welke Pattersongroep?&lt;br /&gt;
#Bespreek volgende stellingen. Geef telkens ook een korte motivatie:&lt;br /&gt;
#*Op basis van systematische afwezigheden kan geen verschil gemaakt worden tussen de ruimtegroepen P2 en P2/m.&lt;br /&gt;
#*De temperatuurfactoren van &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;\alpha&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt;-Fe zijn isotroop.&lt;br /&gt;
#*NMR-spectrum en molecule. Kunnen die bij elkaar horen?&lt;br /&gt;
#kristal met Li2O met Ã©Ã©n lengte gegeven (kubisch dus) &lt;br /&gt;
#*teken ab projectie gegeven zijn de posities van de atomen&lt;br /&gt;
#*geef puntgroep rond Li en O&lt;br /&gt;
#*geef bravais rooster&lt;br /&gt;
#*twee vlakken gegeven welke grootste hoek en welke grootste intensiteit&lt;br /&gt;
#*waar bevinden zich de grootste patterson pieken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2007===&lt;br /&gt;
#Ruimtegroep tekenen. Geef equivalente posities, multipliciteit, twee speciale posities en de asymetrische eenheid. Van welke puntgroep is deze ruimtegroep afgeleid?  Welke Pattersongroep?&lt;br /&gt;
#Bespreek volgende stellingen. Geef telkens ook een korte motivatie:&lt;br /&gt;
#*Op basis van systematische afwezigheden kan geen verschil gemaakt worden tussen de ruimtegroepen P2 en P2/m.&lt;br /&gt;
#*De temperatuurfactoren van &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;\alpha&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt;-Fe zijn isotroop.&lt;br /&gt;
#*NMR-spectrum en molecule. Kunnen die bij elkaar horen?&lt;br /&gt;
#Typische gecombineerde oefening. Diffractiemeting op wolfraam met Cu-&amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;\alpha&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; straling. Beschouw vlakken (211) en (310). Een tabel met &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;\frac{\sin \theta}{\lambda}&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; waarden is gegeven.&lt;br /&gt;
#*Teken het reÃ«le rooster en duidt de vlakken aan.&lt;br /&gt;
#*Teken ab-projectie van het reciproke rooster, en duidt hier ook de vlakken aan.&lt;br /&gt;
#*Voor welk vlak verwacht je de grootste reflectiehoek.&lt;br /&gt;
#*Voor welk vlak verwacht je de grootste intensiteit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Vragen eerste zit vrijdag 30 juni 2006 (Fysica)===&lt;br /&gt;
#Teken Pbna (ab-projectie).  Geef equivalente posities, multipliciteit, twee speciale posities en de asymetrische eenheid.  Van welke puntgroep is deze ruimtegroep afgeleid?  Welke Pattersongroep?&lt;br /&gt;
#Zijn volgende stellingen waar of vals?&lt;br /&gt;
#*Omgeving van een bol in hexagonaal dichtste bolstapeling is C3h.&lt;br /&gt;
#*&amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;P2_1&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; en &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;P2_1/m&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; zijn niet te onderscheiden met behulp van de speciale posities.&lt;br /&gt;
#*Dit is het NMR-spectrum van... (iets ingewikkeld)&lt;br /&gt;
#LiF kristalliseert zoals NaCl in kubische cel met parameter a = 0,4026 nm.  We gebruiken CuKa straling en een kristal met dimensie 0,2x0,2x0,2.&lt;br /&gt;
#*Geef de ab-projectie van de structuur.&lt;br /&gt;
#*Geef de reciproke parameters.&lt;br /&gt;
#*netvlakken 003 en 004: welke heeft grootste intensiteit van de gereflecteerde straal?&lt;br /&gt;
#*Wat gebeurt met deze reflecties (dus hoek, intensiteit, fase) als we F vervangen door I. Wat gebeurt er als we de afmetingen van het kristal verdubbelen?&lt;br /&gt;
#*Welke zijn de grootste pieken in de Pattersonfunctie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Vragen eerste zit dinsdag 27 juni 2006 (Geologie) ===&lt;br /&gt;
(dit waren vragen van geologie, zij hebben ook een deel poederdiffractie dat voor fysici niet gekend hoeft te zijn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*teken de ruimtegroep Pncm (a,b-projectie)&lt;br /&gt;
Geef equivalente posities, multipliciteit en assymmetrische eenheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van welke puntgroep is deze ruimtegroep afgeleid?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Geef twee speciale posities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*stellingen:&lt;br /&gt;
De atomen in perovskiet liggen allemaal op speciale posities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De ruimtegroepen P2/c en Pc behoren tot zelfde pattersongroep&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*loodoxide PbO kristalliseert in een tetragonale eenheidscel&lt;br /&gt;
a=3,975 A   en   c=5,023 A&lt;br /&gt;
atomen liggen op de posities:&lt;br /&gt;
Pb(1): 0	Â½	0.2385&lt;br /&gt;
Pb(2): Â½	0	-0.2385&lt;br /&gt;
O(1):   0	0	0&lt;br /&gt;
O(2):  Â½	Â½	0&lt;br /&gt;
Teken een a,b-projectie van de eenheidscel en beschrijf de omringing van de loodatomen met behulp van een puntgroep&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Welk Bravaisrooster?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bepaal voor de reflectie (110) de fase van de structuurfactor en intensiteit&lt;br /&gt;
Teken het vlak (110) en de invallende en afgebogen bundel bij op de a,b-projectie bij gebruik van CuKÎ± &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bereken de positie van de diffractielijn op een Debye-Scherrer film&lt;br /&gt;
(camerastraal=28,7mm en CuKÎ±)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Teken schematisch de film&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Vragen eerste zit donderdag 22 juni 2006 (Fysica) ===&lt;br /&gt;
*eerste vraag:&lt;br /&gt;
Teken een ab-projectie van de ruimtegroep Pmcb&lt;br /&gt;
en alles der op en der aan, puntgroep, patterson, equivalente posities...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Tweede vraag:&lt;br /&gt;
Zijn volgende stellingen waar, verklaar:&lt;br /&gt;
1. kan men uit een diffractie patroon de aanwezigheid opmaken van een S4 as?&lt;br /&gt;
2. Is de R-waarde een maat voor de resolutie van een diffractie?&lt;br /&gt;
3. Is dit het NMR spectrum van ... (een onuitspreekbare naam)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Derde vraag:&lt;br /&gt;
Oefeningen op een hexagonaal stelsel CadmiumdiJood met straling bepalen en uittekenen.&amp;lt;/text&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R1050265</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Analytische_Basistechnieken&amp;diff=4916</id>
		<title>Analytische Basistechnieken</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Analytische_Basistechnieken&amp;diff=4916"/>
		<updated>2026-01-17T12:18:43Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R1050265: /* 16 januari 2026 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Analytische basistechnieken is verplicht voor de chemici. Het werd gedoceerd door prof Hendrickx. Meestal beperkte hij zich tot het aflezen van zijn slides, hier en daar gaf hij extra informatie, die op het examen gevraagd kon worden. Sinds academiejaar 2017-2018 wordt dit vak gedoceerd door twee nieuwe proffen, De Gendt &amp;amp; Delabie. Ook zij beperken zich tot het aflezen van slides. Het examen is opgesplitst in drie delen, elk tellend voor 1/3 van het examen. Je moet voor elk onderdeel minstens een 8/20 halen, anders heb je max een 9/20 in totaal :(&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen NIEUW== &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 januari 2026===&lt;br /&gt;
#Deel 1 (Annelies Delabie)&lt;br /&gt;
#*Geen mondeling&lt;br /&gt;
#*Schriftelijk&lt;br /&gt;
#**Stel 2 volumetrische titraties voor, met een oplossing van NaCl en een oplossing van NaI als analiet. Beide worden getitreerd met een oplossing van AgNO3. Bij welk analiet zal dit het beste gaan (zoiets)? Leg kwantitatief uit met behulp van de systematische methode op verschillende punten in de titratie en geef een semi-kwantitatieve tekening van beide curven.&lt;br /&gt;
#Deel 2 (Stefan de Gendt)&lt;br /&gt;
#*Mondeling (8/20)&lt;br /&gt;
#**Voorbereidend: Maak een duidelijke tekening van het moleculair energiesysteem bij verschillende soorten spectroscopie en laat duidelijk zien welke veranderingen er optreden bij verschillende soorten energieveranderingen (emissie en absorptie enz.) (er werd hier nog veel over doorgevraagd, je moest van alles uitleggen over de figuur)&lt;br /&gt;
#**Andere kleinere vragen:&lt;br /&gt;
#***Teken de titratiecurve bij een willekeurige fotometrische titratie&lt;br /&gt;
#***Leg gradiënt elutie uit&lt;br /&gt;
#***Wat is de detectielimiet leg uit&lt;br /&gt;
#***Nog meer maar ben ik vergeten&lt;br /&gt;
#*Schriftelijk (12/20)&lt;br /&gt;
#**Vraag 1 (7/20)&lt;br /&gt;
#***Leg de wet van Beer uit en verklaar de limiteringen van deze wet&lt;br /&gt;
#***Leg de van Deemter vergelijking uit&lt;br /&gt;
#**Vraag 2 (5/20)&lt;br /&gt;
#***Leg de werking van de thermische geleidbaarheidsdetector uit bij GC&lt;br /&gt;
#***Wat is het Bouyancy effect?&lt;br /&gt;
#***Wat is het verschil tussen populatie en staal in de statistiek? Wanneer gebruiken we een z betrouwbaarheidsinterval en wanneer een t?&lt;br /&gt;
#***Worden de analieten beter gescheiden bij vloeistofchromatografie of gaschromatografie en waarom?&lt;br /&gt;
#*** Nog eentje over statistiek maar weet ik niet meer&lt;br /&gt;
#Deel 3 (Oefeningen)&lt;br /&gt;
#*Een tekst over een of andere broom test op tomaten en komkommers waarbij je telkens 5 waarden kreeg gekregen voor bij een tomaat en komkommer&lt;br /&gt;
#**Is de gemiddelde waarde van tomaat en komkommer hetzelfde? Toon aan met een hypothesetest op het 95% betrouwbaarheidsniveau. Zou je dezelfde conclusie trekken op het 90% niveau?&lt;br /&gt;
#*Vraag met mengsel van AgNO3 en NaCl, hoeveel ammoniak moet je toevoegen om ervoor te zorgen dat er geen AgCl neerslag vormt? Je mag er van uit gaan dat er geen AgOH, AgCl2 en AgCl3 wordt gevormd. Reken uit met de systematische methode.&lt;br /&gt;
#*Aantal mol Na3PO4 wordt samengevoegd met een aantal mol HCl. Wat is de pH van dit mengsel? (Mag zonder systematische methode uitgerekend worden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 januari 2025 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
#Deel 1 Annelies Delabie&lt;br /&gt;
#*Mondeling (4/20)&lt;br /&gt;
#**Invloed van NaCL op de oplosbaarheid van een neerslagende stof&lt;br /&gt;
#**Elektrolyt effect uitleggen&lt;br /&gt;
#**Activiteiten uitleggen + formule&lt;br /&gt;
#*Schriftelijk&lt;br /&gt;
#**Systematische methode toepassen om aan te tonen dat AgI eerder neerslaat dan AgCl.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel 2 Stefan De Gendt&lt;br /&gt;
#*Uitzonderlijk geen mondeling&lt;br /&gt;
#*Schriftelijk&lt;br /&gt;
#**12 vragen over Stat., Chromatografie en spectrografie (12p)&lt;br /&gt;
#***Is gewicht hetzelfde als massa?&lt;br /&gt;
#***Doppler effect bij spectroscopie&lt;br /&gt;
#***verschil analiet conc. &amp;amp; evenwichtsconc. + symbolen&lt;br /&gt;
#***...&lt;br /&gt;
#**Leg de van Deemter vergelijking uit, (met figuur?) (4p)&lt;br /&gt;
#**vervolledig de figuur van de energie banden + benoem de processen (4p)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel 3 Oefeningen&lt;br /&gt;
#*Hypothese test opstellen van 6 stalen die met 2 methodes getest zijn, 95% betrouwbaarheid testen&lt;br /&gt;
#*Systematische methode toep., Conc. HCl bepalen nodig om ervoor te zorgen dat [Ag(OH)2] = 0.020M niet zou neerslaan&lt;br /&gt;
#*buffer maken met een pH van 6,82  met Na3PO4 en HCl, bepaal volumes&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2024 (namiddag)===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel 1 Stefan De Gendt&lt;br /&gt;
#*mondeling (4/20)&lt;br /&gt;
#**Wat is de gevoeligheid ?&lt;br /&gt;
#**Welke soorten fouten zijn er en en welke komt overeen met precisie en welke met accuratesse?&lt;br /&gt;
#**plaathoogte bij gas- en vloeistofchromatografie.&lt;br /&gt;
#**de andere 3 geen idee meer &lt;br /&gt;
#*schriftelijk&lt;br /&gt;
#**CHROMATOGRAFIE (8/20): &lt;br /&gt;
#***alle verschillende scheidingstechnieken uitleggen (3/8)&lt;br /&gt;
#***Plaathoogte en van deemter vergelijking verklaren aan de hand van de grafiek.(3/8)&lt;br /&gt;
#***wat is FID(2/8)&lt;br /&gt;
#** SPECTROSCOPIE (8/20): &lt;br /&gt;
#***schets maken van opstelling van fluorescentiespectroscopie met een externe bron met de 5 componenten en dan het verschil uitleggen met absorptiespectroscopie met een externe bron.&lt;br /&gt;
#***tekening van stralingsloze en emissie terugval aanvullen en verklaren&lt;br /&gt;
#***je krijgt een grafiek van de absorbantie geplot tegenover de golflengte voor een stof N, stof M en mengsel M+N, je moet in detail uitleggen hoe je de concentratie van N en M gaat bepalen in het mengsel&lt;br /&gt;
#Deel 2 Annelies Delabie&lt;br /&gt;
#*Mondeling&lt;br /&gt;
#**Duid aan welke van de titratie curves past bij een titratie van dinatriummaleaat met een standaard zuur.( oefening in de les gedaan bij hoofdstuk 13 )&lt;br /&gt;
#*Schriftelijk&lt;br /&gt;
#***Geef de afleiding voor de formule van de pH voor een amfiprotisch deeltje.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen &lt;br /&gt;
Statistiek: Is er een verschil van de gemiddelde hoeveelheid opgelost tin bij de metingen van de reflux van 30 min  tov de metingen van de reflux van 75 min op betrouwbaarheid van 95%? aan de hand van de geschikte hypothese test (de t-test met s pooled gebruiken)&lt;br /&gt;
Oplosbaarheid: ….in pH 5 gebufferde opl (system. methode)&lt;br /&gt;
pH BEREKENING: Na2S-opl + HCl-opl (keuze methode)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2024 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
#Deel 1 Stefan De Gendt&lt;br /&gt;
#*mondeling (4/20)&lt;br /&gt;
#**Wat is precisie?&lt;br /&gt;
#**Wat is het verschil tussen s en sigma (ook vrijheidsgraden aanhalen)&lt;br /&gt;
#**Welke soorten systematische fouten zijn er en welke zijn het moeilijkste op te lossen? (persoonlijk, systematische, methodische (moeilijkste op te lossen))&lt;br /&gt;
#**Is volumebepaling absoluut? (Nee -&amp;gt; temperatuurcorrecties)&lt;br /&gt;
#**Verschil tussen gas- en vloeistofchromatografie en welke de voorkeur krijgt (+ waarom de kolommen van gaschromatografie langer kunnen zijn)&lt;br /&gt;
#**iets van verschil in detectoren van emissie en geleidbaarheid (niet zeker van)&lt;br /&gt;
#*schriftelijk&lt;br /&gt;
#**CHROMATOGRAFIE (8/20): &lt;br /&gt;
#***alle verschillende scheidingstechnieken uitleggen (3/8)&lt;br /&gt;
#***van deemter vergelijking verklaren en alle factoren ervan uitleggen (3/8)&lt;br /&gt;
#***wat is FID(2/8)&lt;br /&gt;
#** SPECTROSCOPIE (8/20): &lt;br /&gt;
#***schets maken van opstelling absorptie meten en uitleggen wat het verschil is waar je gaat meten bij absorptie en emissie (of iets in die aard)&lt;br /&gt;
#***tekening van stralingsloze en emissie terugval aanvullen en verklaren&lt;br /&gt;
#***je krijgt een grafiek van de absorbantie geplot tegenover de golflengte voor een stof N, stof M en mengsel M+N, je moet in detail uitleggen hoe je de concentratie van N en M gaat bepalen in het mengsel&lt;br /&gt;
#Deel 2 Annelies Delabie&lt;br /&gt;
#*Mondeling&lt;br /&gt;
#**Je hebt 0.1M NaH2PO4 ga je met een zuur of een base titreren?&lt;br /&gt;
#*Schriftelijk&lt;br /&gt;
#***Geef de afleiding voor de formule van de pH voor een amfiprotisch deeltje.&lt;br /&gt;
#Oefeningen&lt;br /&gt;
#*Systematische methode: toon aan dat als je 0.150M Al2(SO4)3 en 1.8M NaOH samenvoegt dat je geen neerslag van Al(OH)3 zult krijgen.&lt;br /&gt;
#*Statistiek: je gaat 25.00 ml van een oplossing titreren, je krijgt 6 metingen en je moet aantonen of het volume steeds te hoog ligt of niet aan de hand van een geschikte hypothesetest&lt;br /&gt;
#*Oplosbaarheid van BaSO4 bepalen in een mengsel van NaCl, KCl, Na2HPO4 en KH2PO4 met rekening te houden met de activiteiten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 augustus 2023===&lt;br /&gt;
#Deel 1 Stefan De Gendt&lt;br /&gt;
#* STATISTIEK: Wat zijn randomfouten, precisie, accuratesse? Verschillende situaties gegeven, is fout instrumenteel, persoonlijk of methodisch (kort uitleggen)? 3 vb systematische fouten gegeven, is correctie mogelijk, zo ja hoe? Hoe kan je testen of fout constant of proportioneel is?&lt;br /&gt;
#* SCHEIDINGSMETHODEN: opnoemen + uitleggen, specifiek voor CHROMATOGRAFIE: verdelingcoëfficient, selectiviteitsfactor, plaathoogte, Van Deemter vgl, thermische geleidbaarheidsdetector&lt;br /&gt;
#* SPECTROSCOPIE: Fluo&amp;amp;Fosfo (afbeelding met excitaties energieniveaus) vul afbeelding aan met hoe emissie kan optreden en leg uit, Wet van Beer + afwijkingen, teken fotometrische titratie curve (A + T &amp;lt;=&amp;gt; P met eT &amp;gt; eA en eP = 0)&lt;br /&gt;
#Deel 2 Annelies Delabie&lt;br /&gt;
#* ZOUTEFFECT: (afbeelding: K&#039;sp, K&#039;w, K&#039;a stijgen als meer NaCl) Wat gebeurt er? Oorzaak? Formules (verklaar alle symbolen)?&lt;br /&gt;
#Deel 3 Oefeningen&lt;br /&gt;
#* SYSTEMATISCHE METHODE: Bereken pH van mengsel van HNO2, NaOH en NaCN (geen activiteiten nodig)&lt;br /&gt;
#* STATISTIEK: terugtitratie met reactievergelijkingen gegeven a) bereken concentratie met de fout hierop b) tabel met concentraties berekend van oplossingen uit 2 verschillende flessen, zijn concentraties in de flessen hetzelfde op BI van 95%?&lt;br /&gt;
#* Bereken hoeveel HCl toegevoegd moet worden aan Na3PO4 om pH van 6,80 te bekomen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2022===&lt;br /&gt;
#Deel 1 Stefan De Gendt&lt;br /&gt;
#* STAAL PREPARATIE: verschil massa &amp;amp; gewicht, correcties bij massabepaling bespreken&lt;br /&gt;
#* FOUTEN: onderverdeling systematische fouten en een correctie voor elk type&lt;br /&gt;
#* CHROMATOGRAFIE: Verdelingcoëfficient (afbeelding), Selectiviteitsfactor, Retentiefactor, Plaathoogte, Deemter vgl, verschil gas &amp;amp; vloeistof&lt;br /&gt;
#* SPECTROSCOPIE: Emissie door Fluo&amp;amp;Fosfo (afbeelding), Wet van Beer + beperkingen, teken fotometrische titratie curve (A + T &amp;lt;=&amp;gt; P met eT &amp;gt; eA en eP = 0)&lt;br /&gt;
#Deel 2 Annelies Delabie&lt;br /&gt;
#* GRAVIMETRIE: definitie, belang deeltjesgrootte, mechanisme deeltjesvorming, hoe deeltjesgrootte beïnvloeden, definitie homogene precipitatie&lt;br /&gt;
#Deel 3 Oefeningen&lt;br /&gt;
#* IONISCHE STERKTE bereken pH van 0,075M NaHCO3 + 0,060M Na2CO3 afh. van activiteit&lt;br /&gt;
#* OPLOSBAARHEID: BaCO3 in pH9,9 gebufferde opl (system. methode)&lt;br /&gt;
#* STATISTIEK: 3 clubs, 5 testen per club, zelfde methode a) is ergens grenswaarde overschreden op CI 95%? b) is er verschil tss club A en B op CI 99%?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 augustus 2021===&lt;br /&gt;
#Deel 1 Stefan De Gendt&lt;br /&gt;
#*ZOUTEFFECT: (afbeelding) Wat gebeurt er? Oorzaak? Formules?&lt;br /&gt;
#Deel 2 Annelies Delabie&lt;br /&gt;
#*CHROMATOGRAFIE: Verdelingcoëfficient (afbeelding), Selectiviteitsfactor, Retentiefactor, Plaathoogte, Deemter vgl, verschil gas &amp;amp; vloeistof&lt;br /&gt;
#*SPECTROMETRIE: Emissie door Fluo&amp;amp;Fosfo (afbeelding), Wet van Beer + beperkingen&lt;br /&gt;
#Deel 3 Oefeningen&lt;br /&gt;
#* pH BEREKENING: Na2S-opl + HCl-opl (keuze methode)&lt;br /&gt;
#* OPLOSBAARHEID: FeS in pH9 gebufferde opl (system. methode)&lt;br /&gt;
#* STATISTIEK: 2 personen, 4 metingen per persoon, zelfde methode&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 januari 2021===&lt;br /&gt;
#Deel 1 Stefan De Gendt&lt;br /&gt;
#*SCHEIDINGSMETHODEN: opnoemen + uitleggen&lt;br /&gt;
#*CHROMATOGRAFIE: Verdelingcoëfficient (afbeelding), Selectiviteitsfactor, Plaathoogte, Deemter vgl&lt;br /&gt;
#*SPECTROMETRIE: Emissie door Fluo&amp;amp;Fosfo (afbeelding), Wet van Beer + beperkingen&lt;br /&gt;
#Deel 2 Annelies Delabie&lt;br /&gt;
#*ARGENTOMETRIE: verloop titratie (system. methode), titraties halides geven, indicator (1tje uitleggen)&lt;br /&gt;
#Deel 3 Oefeningen&lt;br /&gt;
#*Co-precipitatie van cl-ionen worden gemeten in een BaCl2 met H2SO4 reactie. Een tweede meting wordt gedaan met extra NaCl toegevoegd. Mag de tweede meting worden beschouwd als het eerste? Stel een nulhypothese op en een alternatieve hypothese (t-test). Bereken de werkelijke massa van BaSO4 zonder co-precipitatie en bereken de massaprocent van het gemiddelde cl- ionen in de neerslag&lt;br /&gt;
#* pH BEREKENING: HCl-opl + Na2C2O4-opl (system. methode)&lt;br /&gt;
#*Hoeveel Ag2NO3 kan je toevoegen zodat AgCl en Ag2C2O4 niet neerslaat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2020===&lt;br /&gt;
#De verschillende scheidingsmethode en leg de deemstervergelijking uit.&lt;br /&gt;
#Mondelinge vragen van SDG:&lt;br /&gt;
#*Wat is amu.&lt;br /&gt;
#*Verschil tussen gecalibreerd glaswerk: to contain en to deliver uitleggen. &lt;br /&gt;
#*Wat zijn de mogelijke manieren van systematische fouten&lt;br /&gt;
#*Een tekening van de energiebanden bij fluorescentie, geef uitleg hierover.&lt;br /&gt;
#*Thermische geleidbaarheidsdetector&lt;br /&gt;
#*Detectielimiet&lt;br /&gt;
#Bespreek de titratiecurves bij argentometrie.&lt;br /&gt;
#*Geef via systematische methode een formule voor het berekenen van de grafiek.&lt;br /&gt;
#*Leg de invloed van de ksp en een verdunning uit.&lt;br /&gt;
#oef 1: &lt;br /&gt;
#*Berekenen van de pH van 0.6 M NaCN via systematische methode&lt;br /&gt;
#*Hoeveel HCl (3.0 M) moet je toevoegen aan 100.00 ml 0.5 NaCN om pH 9.08 te komen.&lt;br /&gt;
#*Na toevoegen van AgNO3: laat zien dat door complexatie AgOH en AgCN niet neerslaan.&lt;br /&gt;
#oef 2:&lt;br /&gt;
#*Een reactie van een standaardisatie, bereken de concentratie en fout erop.&lt;br /&gt;
#*Tabel met gegevens van 2 stalen, nulhypothese en geef op het 95% betrouwbaarheidsniveau een conclusie van 2 stalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2019===&lt;br /&gt;
#Bespreek de verschillende analytische scheidingstechnieken en chromatografische scheiding specifiek.&lt;br /&gt;
#*Werking chromatografische scheiding&lt;br /&gt;
#*verdelingscoeff, selectiviteitsfactor, plaathoogte&lt;br /&gt;
#*deemstervergelijking&lt;br /&gt;
#bespreek in detail de titratiecurven van H2A (diprotisch zuur deeltje). Geef hoe je op elk van deze punten de pH kunt berekenen. &lt;br /&gt;
#oef 1: bereken de pH van HBr en HNO2, Hierbij word KOH gedaan bereken nu de pH, in de eerste oplossing bereken de oplosbaarheid van PbBr2&lt;br /&gt;
#oef 2: puur Zn reageerd met Hcl en vormt H2. zoek het massapercentage, bereken het betrouwbaarheidsinterval voor 95%, hoeveel metingen zijn er nodig voor een O,3 betrouwbaarheidsinterval op 99%&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 september 2018===&lt;br /&gt;
#Beschrijf alle scheidingstechnieken en chromatografie uitgebreid uitleggen met termen selectiviteitsfactor en Deemtervergelijking&lt;br /&gt;
#Leid de formule af om de pH van een amfiprotische verbinding te bepalen&lt;br /&gt;
#Oefening met pH van kaliumoxalaatoplossing berekenen, na toevoeging van KOH en na toevoeging van HBr&lt;br /&gt;
#Oefening met statistische interpretatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2018===&lt;br /&gt;
#Beschrijf alle analytische scheidingstechnieken en Van Deemtervergelijking uitleggen&lt;br /&gt;
#Deeltjesgrootte binnen de gravimetrie en hoe we deze kunnen beïnvloeden&lt;br /&gt;
#(1) pH van een oplossing Na2CO3 via de systematische methode (reactievergelijkingen, massa- en ladingsbalansen) en (2) pH van een Na2CO3 oplossing na toevoegen van HCl via methode naar keuze&lt;br /&gt;
#(1) bepaling van massapercentage NH4Cl in een 0,5g sample (dmv een terugtitratie) en (2) gemiddelde, standaarddeviatie en betrouwbaarheidsinterval bepalen uit data van 8 metingen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen OUD==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Augustus 2017===&lt;br /&gt;
# Titratie van NaCl met AgNO3 met de vorderingsgraad. Ook de afleiding van ladingsbalans&lt;br /&gt;
# 3 methodes voor bepalen van metaal en ligand verhouding, 1 van kiezen en uitleggen &lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid LiF iteratief uitwerken, rekening houden met ionische sterkte (oefeningen van in de les) &lt;br /&gt;
# Oefening ivm oplosbaarheid zilveroxalaat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2017 NM===&lt;br /&gt;
# Detectielimieten + formules, standaardadditie formules&lt;br /&gt;
# Alfa(1): definieren en formule van ph afhankelijkheid, titratiecurve voor zwak zuur en NaOH afleiden met vorderingsgraad&lt;br /&gt;
# Meest gebruikte vorm gaschromatografie?, 2 manieren voor kwalitatief onderzoek, 2 meest efficiënte manieren voor kwantitatief onderzoek, destructieve en niet destructieve detectoren uitleggen&lt;br /&gt;
# Oefening op buffer van triprotonisch zuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
# Ppm bewijzen bij gas, specifiek gewicht, temperatuursafhankelijkheid&lt;br /&gt;
# Afleiding van extractie, ionenchromatografie met supressorkolom en alternatieven&lt;br /&gt;
# sigmoidale en lineair segement, Gran plot&lt;br /&gt;
# oefening met oplosbaarheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2016 VM===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Wat bepaalt of we een colloïdale of kristallijnen neerslag krijgen wanneer we 2 reagentia samenvoegen? Wat ligt aan de basis van stabilisatie van een colloïdale neerslag? Hoe kunnen we deze neerslag toch filtreerbaar maken? Wat is het gevaar bij wassen van deze neerslag en hoe kan dit probleem opgelost worden?&lt;br /&gt;
#absorptiemeting&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen het absorptiespectrum bij atomaire absorptie en moleculaire absorptie? Wat zijn de praktische gevolgen voor metingen bij atomaire absorptie?&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen de spectra van moleculaire absorptie in gasfase of in oplossing? Welke methode van deze twee is het best bruikbaar voor kwalitatieve analyse?&lt;br /&gt;
#*Wet van Beer afleiden&lt;br /&gt;
#*Dit is een &#039;limiting law&#039;, verklaar.&lt;br /&gt;
#*Verklaar de invloed van strooilicht &lt;br /&gt;
#grafieken van in cursus fosforzuur/oxaalzuur/zwavelzuur&lt;br /&gt;
#*Welke curve hoort bij welk zuur?&lt;br /&gt;
#*Bespreek de equivalentiepunten (duidelijk voorkomen, afwezigheid van punten...)&lt;br /&gt;
#*Duid voor de curve van fosforzuur aan welke deeltjes in elk gebied belangrijk zijn voor de pH-bepaling (beging,vlak gebied (buffer), EP...)&lt;br /&gt;
#*Bereken voor de curve van fosforzuur de pH enkel met eenvoudige formules in de verschillende gebieden (start, midden vlak gebied, EP...)&lt;br /&gt;
Oefening&lt;br /&gt;
# Maak een buffer met een totaal volume van 1,00L en pH = 9,60 met 0,300 M Na2CO3 en 0,200 HCl. Ka1(H2CO3) = 4,45.10-7 en Ka2(H2CO3) = 4,69.10-11&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2016 NM ===&lt;br /&gt;
#titratie NaCl met AgNO3. leid formules die het verloop van de titratiecurves geven mbv vorderringsgraad. Hoe wordt deze formule gebruikt.&lt;br /&gt;
#Definiïer de plaathoogte en bespreek de fysische invloeden op de factoren die de plaathoogte beïnvloeden en geef de grafiek hiervan.&lt;br /&gt;
#Belangrijkste eigenschappen van activiteitscoëfficiënten en leid de molaire oplosbaarheid af van LiF met de activiteiten te beschouwen.&lt;br /&gt;
#titratie van HCL en H2SO3 met NaOH, geef de grafiek en bespreek welke deeltjes er te vinden zijn waar en bereken de pH na toevoeging van 37,5mL van NaOH door systematisch te werken en toon aan dat de vereenvoudigingen kloppen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2016 VM ===&lt;br /&gt;
#pH amfiprotisch deeltje&lt;br /&gt;
#ppm bij gassen en oplossingen, specifiek gewicht + temperatuursafhankelijk of niet&lt;br /&gt;
#3 methodes vr stoichiometrie van complex met absorbantie&lt;br /&gt;
#oefening: oplosbaarheid Ag2C2O4 in oplossing met pH=4, Ksp en Ka&#039;s gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 augustus voormiddag===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*wat bepaalt of we een colloïdale of kristellijnen neerslag krijgen wanneer we 2 reagentia samenvoegen?&lt;br /&gt;
#*wat ligt aan de basis van de stabilisatie van een colloïdale neerslag.&lt;br /&gt;
#*hoe kunnen we deze neerslag verbeteren zodat deze toch te filteren is.&lt;br /&gt;
#*wat gebeurd er als we zo een verbeterde neerslag wassen en hoe kan dit soms opgelost worden.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*leg uit wat aan de grondslag ligt van de scheiding van metaalkationen volgens de historische H2S methode.&lt;br /&gt;
#*Ka1 en Ka2 van H2S gegeven en dan uitleggen waarom de ene groter is dan de andere.&lt;br /&gt;
#*Grafiek uit de cursus van bij dit stukje en dan de helling van die rechte berekenen.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*wat is het meest voorkomende type gaschromatografie.&lt;br /&gt;
#*op welke 2 manieren kan aan kwalitatieve analyse gedaan worden met gaschromatografie.&lt;br /&gt;
#*kwantitatieve analyse met gaschromatografie: uitleggen van interne standaard en standaardadditie.&lt;br /&gt;
#*bondig bespreken van de destructieve en niet-destructieve detector gebruikt bij gaschromatografie die we gezien hebben in de les&lt;br /&gt;
#oefening waarbij ge de pH van een mengsel van 2 stoffen moet bepalen en daarna de oplosbaarheid van een andere stof bepalen die in dat mengsel gedaan wordt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2014 NM===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Omschrijf met woorden het concept standaardfout precies?&lt;br /&gt;
#* Beschrijft een gauss-curve perfect de verdeling van de meetresultaten in de analytische chemie? (uitleg)&lt;br /&gt;
#* Wat is het grote nut van s-pooled in de analytische chemie?&lt;br /&gt;
#* Wat is het verband tussen t (two tailed) en t (one tailed)? Leg uit m.b.v. Gauss-curves.&lt;br /&gt;
#* Indien een chemische analysemethode een normaaldistributie volgt die gekenmerkt wordt door een straalgemiddelde µ en een populatiestandaarddeviatie sigma. Geef dan de formule die toelaat de fractie F van het totaal aantal metingen te berekenen dat, bij een zeer groot aantal metingen, gelegen is tussen µ+a en µ+b. Toon met deze formule aan dat voor om het even welke analysemethode die een normaaldistributie volgt, er eenzelfde fractie van metingen  zich bevindt tussen µ-2sigma; en µ+2sigma. Hoe groot is deze fractie?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Op wat berust de scheiding van metaalkationen op basis van de historisch belangrijke H2S methode?&lt;br /&gt;
#*Voor dit zwakke zuur zijn de numerieke warde voor de dissociatieconstanten gegeven. Waarom is Ka1 &amp;gt; Ka2?&lt;br /&gt;
#* Leid aan de hand van berekeningen de richtingscoëfficiënt af van de bijgevoegde grafiek. (=dalende rechte)&lt;br /&gt;
# Hoe wordt de plaathoogte H in chromatografie gedefinieerd? Schets de grafiek van de plaathoogte in functie van de stroomsnelheid van de mobiele fase. De afhankelijk kan gevat worden in een bepaalde vergelijking.&lt;br /&gt;
Schrijf en benoem deze en verklaar de verschillende componenten ervan aan de hand van de fysische verschijnselen zoals die zich voordoen in een kolom. Wat is het belangrijkste verschil tussen gaschromatografie en vloeistrofchromatografie in deze context?&lt;br /&gt;
# We lossen 445 mg AlCl3 (133,34 g/mol) op in 200 mL water. Het kation complexeert volledig met water tot Al(H20)6(3+) en heeft zure eigenschappen: Ka(Al(H2O)6(3+) = 1,4 x 10^-5&lt;br /&gt;
(a) Bereken de pH als -log(H+).&lt;br /&gt;
(b) Wat is de molaire oplosbaarheid van zilver wanneer we aan deze oplossing 860 mg aan AgNO3 (169,873 g/mol) toevoegen (Ksp,AgCl)= 1,82 x 10^-8?&lt;br /&gt;
Houd bij de berekeningen steeds rekening met de ionische sterkte van de oplossingen. De effectieve diameter van gehydrateerd AI(H20)5(OH)2+ bedraagt 0.6 nm.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2014 VM===&lt;br /&gt;
# Wat bepaald of er een colloïdale of kristallijnen neerslag vormt? Omschrijf de oorsprong van de stabilisatie van een colloïdale neerslag en hoe men dergelijke neerslag kan behandelen om een filtreerbare neerslag te krijgen. Wat zijn de gevaren bij het wassen en hoe kunnen deze vermeden worden? Waarom is Fe(OH)3 of zijn waterige oxide niet filtreerbaar in gewone omstandigheden, en wat kan je eraan doen? Plaat de Fajansmethode in de context van deze vraag.&lt;br /&gt;
# Leid de eenvoudigste formule af om de pH te schatten van amfiprotische deeltjes NaHA met cNaHA.&lt;br /&gt;
# Scheiding door extractie: Leid een formule af om te berekenen wat de concentratie is na i extracties van component A in een bepaalde hoeveelheid waterige fase door middel van telkens dezelfde hoeveelheid organische fase te gebruiken. - Waarom gebruikt men bij ionenchromatografie een suppressorkolom? Omschrijf de werking adhv een voorbeeld. Geef de twee alternatieven voor een suppressorkolom (+uitleg).&lt;br /&gt;
# Gegeven is een oplossing van 50,0mL met 0.10M HCl en 0.10M H2SO3 met pKa1=1.23*10-2 en pKa2=6.6*10-8. Er wordt getitreerd met 0.20M NaOH (a) Teken de titratiecurve en beschrijf de samenstelling van elk gebied (zwakke base, amfiprotisch zout) (b) Bereken de pH na toevoegen van 37.5mL base. [Tip bij (b): gebruik de systematische methode, en zorg dat de relatieve fout op [H3O+] minder blijft dan 5%]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 Januari 2013 NM===&lt;br /&gt;
#wat is het verband tussen slitbreedte en kwalitatieve analyse?&lt;br /&gt;
#wat is de rol van strooilicht en niet effectief monochromatisch licht bij kwantitatieve analyse?&lt;br /&gt;
#bespreek de 3 methodes (continue variatie, mol-ratio en helling-ratio) om de stoichiometrie van een complex te bepalen aan de hand van de gegeven grafieken. Kunnen we hier nog andere informatie uithalen?&lt;br /&gt;
#leid 2 formules af die de titratiecurve van NaCl met AgNO3 beschrijven. Hoe gebruikt men ze?&lt;br /&gt;
#toon aan dat het equivalentiepunt steeds bij dezelfde pAg ligt&lt;br /&gt;
#geef 3 fysische methodes om het equivalentiepunt waar te nemen&lt;br /&gt;
# 0,1g H3PO4 (pKA&#039;s gegeven) wordt in 100 ml water opgelost en met 0,01M NaOH neutraal gemaakt. Wat zijn de molfracties aan H3PO4 en de geconjugeerde basen?&lt;br /&gt;
# Een staal bevat enkel KCl en FeCl2, molmassa&#039;s en totale zijn gegeven. Een Mohr-titratie wordt toegepast, gebruikte hoeveelheid AgNO3 en concentratie zijn gegeven. Bepaal de massa FeCl2 en het massapercentage aan Fe (atoommassa gegeven) in het staal.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 Januari 2012 NM===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Zuur/base&lt;br /&gt;
#* Differentierend / Leveling solvent&lt;br /&gt;
#* verband tussen Ka en Kb bij diprotisch afleiden&lt;br /&gt;
#* toon aan dat de alfa-waardes enkel afhankelijk zijn van de pH van de oplossing &lt;br /&gt;
#* afleiden titratiecurve van zwak zuur &amp;amp;amp; sterke base a.d.h.v. vorderingsgraad. Hoe stel je vanuit deze formule diegene op van een sterk zuur en een sterke base? Zelfde vraag voor polyprotisch zwak zuur en sterke base. &lt;br /&gt;
# Chromatografie &lt;br /&gt;
#* wat is de meest gebruikte gaschromatografie? wat is de andere?) &lt;br /&gt;
#* hoe kan je bij gaschromatografie kwalitatief en staal analyseren &lt;br /&gt;
#* leg uit hoe je bij kwantitatieve analyse hier interne standaard en standaardadditie toepast &lt;br /&gt;
#* twee detectoren: destructieve en niet-destructieve voor gaschromatografie. Leg bondig uit &lt;br /&gt;
# Oefeningen &lt;br /&gt;
#* een combinatie oefening van het bepalen van een concentratie tijdens een titratie en statistische methodes &lt;br /&gt;
#* wat is het effect op de ionische sterkte als je NaOH bij a) MgCl2 b) HCL c) CH3COOH doet. (bespreken)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 augustus 2011===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Beschouw titratie van een zwak zuur met een sterke base. Hoe bepaal de titratiecurve a.d.h.v. de vorderingsgraad. Geef de afleiding voor vorderingsgraad. Hoe zit het dan voor titratie van een sterk zuur met een sterke base?&lt;br /&gt;
# Instrumenten&lt;br /&gt;
#* Wat is het verschil tussen de concentratiebepaling bij fluorescentie, absorptie en chemoluminescentie? &lt;br /&gt;
#* Wat is een interferentiefilter? Geef de afleding voor de formule \lambda=2\eta t&lt;br /&gt;
#* leg uit: fotodiode en fotomultiplier&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# standaardoefening op selectief neerslagen (is het mogelijk om bv Sr2+ en Hf4+ neer te slaan door OH- toe te voegen&lt;br /&gt;
# ook standaard: geef verhouding van 2 ionen in oplossing, Ksp&#039;s, Ka enz gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 januari 2011 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(Misschien niet in die woorden,maar het kwam wel op deze vragen neer)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Chromatografie: &lt;br /&gt;
#*Wat is de plaathoogte, geef een definitie en leid de formule af.&lt;br /&gt;
#*Bespreek de plaathoogte ifv de stroomsnelheid van de mobiele fase. Met welke functie kan deze omschreven worden? Ontleed en bespreek de onderdelen van deze functie. Welke factor zorgt voor het verschil tussen de plaathoogte ifv de mobiele fase bij gas en bij vloeistof?&lt;br /&gt;
# Standaardadditie etc&lt;br /&gt;
#* Hoe wordt de enkelvoudige standaardadditiemethode gebruikt? Leid de formule af.&lt;br /&gt;
#* Bespreek bondig de interne standaardmethode. &lt;br /&gt;
#* Welke detectielimieten zijn er? Leid de formules af en bespreek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#oefening met Volhard-titratie.&lt;br /&gt;
#* 100.0ML staal, hoeveel miligram monochloroazijnzuur zit er in als je weet dat men het staal bewerkt met 1M NaOH zodat men een waterige oplossing van ClCh3COO- krijgt. Deze zuurt men aan en men voegt (concentratie gegeven) AgNO3 toe. De neerslag wordt afgefilterd en vervolgens voegt men 10.43 ml NH4SCN toe tot aan het neutralisatiepunt. Bij de blancotitratie moest men 22.98ml NH4SCN toevoegen.&lt;br /&gt;
#oefening met ionische sterkte&lt;br /&gt;
#* Wat is de oplosbaarheid van CaSO4 in 0.0333M Na2SO4? Bereken eerst de ionische sterkte van deze elektrolyt(dus alleen van Na2SO4) en bereken aan de hand van die waarde de oplosbaarheid van CaSO4.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2011 ===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
# Betrouwbaarheidsintervallen:&lt;br /&gt;
#* Verklaar volgende begrippen uit betrouwbaarheidsintervallen: s, Ïƒ, N, z, t, x Ì… (gem.), Âµ   (uitgebreid verklaren)&lt;br /&gt;
#* Leid één van de definities af voor een betrouwbaarheidsinterval, vetrekkende van de basisprincipes van de statistiek&lt;br /&gt;
#* We hebben in de cursus minstens twee lichtjes afwijkende versies van het betrouwbaarheidsinterval gezien, geef die en leg uit wanneer die worden gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verband met t-testen?&lt;br /&gt;
#Spectrofotometer: In een spectrofotometer wordt elektromagnetische straling met bepaalde golflengte Î» doorheen een oplossing van een analiet met goed gekozen solvent gestuurd. Vertrekkende van de bron is de intensiteit van de straling P, als het doorheen de cuvet (optische weglengte b) met alleen solvent is gepasseerd is de intensiteit P&#039;. Met precies één chromofoor in de oplossing heeft de uitgaande straal een intensiteit P&amp;amp;quot. Extinctiecoëfficiënt is Îµ(Î»)&lt;br /&gt;
#* Wat bedoelt men met goed gekozen solvent?&lt;br /&gt;
#* Is P=P&#039;? (motivatie)&lt;br /&gt;
#* Is concentratie c evenredig met P-P&amp;amp;quot; of met P&#039;-P&amp;amp;quot;? (leg uit adhv basisprincipes)&lt;br /&gt;
#* Wat is strooistraling? Wat zijn de gevolgen hiervan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een staal weegt 27,73mg en bestaat alleen maar uit KCl(MG 74,55) en FeCl2(MG 126,75). Met de Mohrmethode is er 18,48mL nodig van een 0,02237M AgNO3-oplossing om het chloride te neutraliseren. Bepaal massa van FeCl2 en massapercent van ijzer in het staal. (oplossing: 0,01761g en 27,98%)&lt;br /&gt;
# Bereken molaire oplosbaarheid van Ag3PO4 (Ksp=2,8E-18) gebufferd bij pH 6. De 3 Ka&#039;s van fosforzuur zijn gegeven. (oplossing 1,40E-3 M)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Omschrijf aan de hand van een voorbeeld de termen precisie en nauwkeurigheid. Wat is hun oorsprong in de analytische scheikunde en tot welke types van fout en corresponderende mathematisch termen geven ze aanleiding?&lt;br /&gt;
# Gegeven oplossing van AgCl-neerslag in evenwicht met een bepaalde analytische concentratie aan KCl. Leid de formule af die de oplosbaarheid van AgCl geeft in functie van de analytische concentratie aan KCl. Bespreek het resulaat aan de hand van een grafiek. (Die 4 reactievergelijkingen krijg je ook gegeven)&lt;br /&gt;
# Bespreek de meest voorkomende detectoren in optische instrumenten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefening:&lt;br /&gt;
# Hoe maak je een buffer van 1L met een pH van 9,6 wanneer je 0,200M HCl gebruikt en 0,300M Na2CO3. (Ka1 en Ka2 van H2CO3 ook gegeven)&lt;br /&gt;
# Teken kwalitatief de titratiecurve van een mengsel van Na2CO3 en HCO3- met een sterk zuur. Duid ook de delen aan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 januari 2009 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Gauss-distributie:&lt;br /&gt;
#* Omschrijf met woorden een Gauss-distributie. Welke factoren bepalen een Gauss-distributie?&lt;br /&gt;
#* Definieer standaardfout. Waarom is de standaardfout steeds kleiner dan de standaarddeviatie?&lt;br /&gt;
#* Voor een Gauss-distributie, wat is de kans dat een meting gelegen is tussen 0 en +1Ïƒ, tussen +1Ïƒ en +2Ïƒ? Wat is de kans dat een meting buiten de limieten Â±2Ïƒ van het gemiddelde gelegen is en kleiner is dan Î¼-2Ïƒ?&lt;br /&gt;
# Leid de formule af die toelaat om aan de hand van de vorderingsgraad de titratiecurve op te stellen voor een oplossing die Cl- bevat. Hoe moet deze formule gebruikt worden?&lt;br /&gt;
# Bespreek de verschillende aspecten van HPLC, aan de hand van de volgende vragen:&lt;br /&gt;
#*Gradiënt- en isocratische elutie.&lt;br /&gt;
#*Partitiechromatografie (normale en omgekeerde fase).&lt;br /&gt;
#*Ionenuitwisselingschromatografie (suppressorkolommen).&lt;br /&gt;
#*Size exclusion chromatografie (gelfiltratie en gelpermeatie).&lt;br /&gt;
#*Affiniteitschromatografie.&lt;br /&gt;
#*Chirale chromatografie.&lt;br /&gt;
Oefening (3 delen):&lt;br /&gt;
* Berekenen van standaarddeviatie en CV.&lt;br /&gt;
* Iets van oplosbaarheid.&lt;br /&gt;
* Titratiecurve opstellen voor 3 basen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Wat is het verband tussen betrouwbaarheidsintervallen en de z- en t-test?&lt;br /&gt;
# Bespreek de wet van Beer qua afleiding, toepassing en beperkingen.&lt;br /&gt;
# Chromatografie. Wat is de plaathoogte van een kolom en hoe wordt deze beÃ¯nvloed door de stroomsnelheid van de mobiele fase?&lt;br /&gt;
Oefening:&lt;br /&gt;
# Bereken de pH voor de titratie van 50,0 mL van een 0,10 M ethyleendiamine-oplossing met een 0,20 M oplossing van HCl na toevoegen van de volgende hoeveelheden zuur: &lt;br /&gt;
a) 0,0 mL HCl&lt;br /&gt;
b) 37,5 mL HCl&lt;br /&gt;
c) 50,0 mL HCl&lt;br /&gt;
Verantwoord steeds eventueel gemaakte benaderingen in je berekeningen. &lt;br /&gt;
Teken kwalitatief de titratiekurve en omschrijf de samenstelling van de oplossing in de verschillende gebieden (bv. Buffer van X en Y, sterk zuur Z, ...)&lt;br /&gt;
Voor Ethyleendiamine (H2NCH2CH2NH2 afgekort B) zijn de numerieke waarden van de opeenvolgende zuurdissociatieconstanten van BH2(2+) als volgt. Ka1 = 1,42 x 10^-7 en Ka2 = 1,18 x 10^-10&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Gran Plot vraag.&lt;br /&gt;
# Moleculaire Fluoriscentie vraag.&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid AgCl met concentratie aan KCl.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# De Volhard titratie wordt algemeen aangeraden voor de analyse van het heptachloor insecticide C10H5Cl7. Er is geen chloride of chloor in de matrix aanwezig. Het percentage van heptachloor wordt gegeven door: %hepatachloor = ((mlAg x cAg - mlSCN x cSCN) x 37.33)/staalmassa. Wat zegt deze berekening over de stoechimoterie van deze titratie (m.a.w. hoeveel chloride-ionen per molecule heptachloor reageren met 1 AgNO3)M = 373,22 g/mol?&lt;br /&gt;
# Bereken de oplosbaarheid van Mg(OH)2 in een 0.0167M oplossing van Ba(NO3)2 door gebruik te maken van:&lt;br /&gt;
#*Activiteiten.&lt;br /&gt;
#*Molaire concentraties.&lt;br /&gt;
#*Bereken ook de procentuele fout die gemaakt wordt door geen rekening te houden met de activiteiten. Ksp Mg(OH)2 = 7.1x10^-12 Neerslag Ba(OH)2 mag je verwaarlozen (tabel activiteitscoeffictien en ionische sterkte gegeven).&lt;br /&gt;
# Schrijf de uitdrukking voor [H3O+] in functie van enkele andere evenwichtscocentraties voor een 0.01M oplossig van HCl die in evenwicht is met een overmaat aan vast BaSO4.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek soorten gevoeligheid+detectielimiet.&lt;br /&gt;
# Mengsel van NaOH NaHCO3 en Na2CO3.&lt;br /&gt;
# Kwantitatieve en kwalitatieve analyse bij gaschromatografie.&lt;br /&gt;
Oefening:&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid van MnS in buffer (Ka&#039;s en conc. H30+ gegeven).&amp;lt;/text&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R1050265</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Analytische_Basistechnieken&amp;diff=4915</id>
		<title>Analytische Basistechnieken</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Analytische_Basistechnieken&amp;diff=4915"/>
		<updated>2026-01-17T12:18:23Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R1050265: /* 16 januari 2026 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Analytische basistechnieken is verplicht voor de chemici. Het werd gedoceerd door prof Hendrickx. Meestal beperkte hij zich tot het aflezen van zijn slides, hier en daar gaf hij extra informatie, die op het examen gevraagd kon worden. Sinds academiejaar 2017-2018 wordt dit vak gedoceerd door twee nieuwe proffen, De Gendt &amp;amp; Delabie. Ook zij beperken zich tot het aflezen van slides. Het examen is opgesplitst in drie delen, elk tellend voor 1/3 van het examen. Je moet voor elk onderdeel minstens een 8/20 halen, anders heb je max een 9/20 in totaal :(&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen NIEUW== &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 januari 2026===&lt;br /&gt;
#Deel 1 (Annelies Delabie)&lt;br /&gt;
#*Geen mondeling&lt;br /&gt;
#*Schriftelijk&lt;br /&gt;
#**Stel 2 volumetrische titraties voor, met een oplossing van NaCl en een oplossing van NaI als analiet. Beide worden getitreerd met een oplossing van AgNO3. Bij welk analiet zal dit het beste gaan (zoiets)? Leg kwantitatief uit met behulp van de systematische methode op verschillende punten in de titratie en geef een semi-kwantitatieve tekening van beide curven.&lt;br /&gt;
#Deel 2 (Stefan de Gendt)&lt;br /&gt;
#*Mondeling (8/20)&lt;br /&gt;
#**Voorbereidend: Maak een duidelijke tekening van het moleculair energiesysteem bij verschillende soorten spectroscopie en laat duidelijk zien welke veranderingen er optreden bij verschillende soorten energieveranderingen (emissie en absorptie enz.) (er werd hier nog veel over doorgevraagd, je moest van alles uitleggen over de figuur)&lt;br /&gt;
#**Andere kleinere vragen:&lt;br /&gt;
#***Teken de titratiecurve bij een willekeurige fotometrische titratie&lt;br /&gt;
#***Leg gradiënt elutie uit&lt;br /&gt;
#***Wat is de detectielimiet leg uit&lt;br /&gt;
#***Nog meer maar ben ik vergeten&lt;br /&gt;
#*Schriftelijk (12/20)&lt;br /&gt;
#**Vraag 1 (7/20)&lt;br /&gt;
#***Leg de wet van Beer uit en verklaar de limiteringen van deze wet&lt;br /&gt;
#***Leg de van Deemter vergelijking uit&lt;br /&gt;
#**Vraag 2 (5/20)&lt;br /&gt;
#***Leg de werking van de thermische geleidbaarheidsdetector uit bij GC&lt;br /&gt;
#***Wat is het Bouyancy effect?&lt;br /&gt;
#***Wat is het verschil tussen populatie en staal in de statistiek? Wanneer gebruiken we een z betrouwbaarheidsinterval en wanneer een t?&lt;br /&gt;
#***Worden de analieten beter gescheiden bij vloeistofchromatografie of gaschromatografie en waarom?&lt;br /&gt;
#*** Nog eentje over statistiek maar weet ik niet meer&lt;br /&gt;
#Deel 3 (Oefeningen)&lt;br /&gt;
#*Een tekst over een of andere broom test op tomaten en komkommers waarbij je telkens 5 waarden kreeg gekregen voor bij een tomaat en komkommer&lt;br /&gt;
#**Is de gemiddelde waarde van tomaat en komkommer hetzelfde? Toon aan met een hypothesetest op het 95% betrouwbaarheidsniveau. Zou je dezelfde conclusie trekken op het 90% niveau?&lt;br /&gt;
#*Vraag met mengsel van AgNO3 en NaCl, hoeveel ammoniak moet je toevoegen om ervoor te zorgen dat er geen AgCl neerslag vormt? Je mag er van uit gaan dat er geen AgOH, AgCl2 en AgCl3 wordt gevormd. Reken uit met de systematische methode.&lt;br /&gt;
#*Na3PO4 wordt samengevoegd met een aantal mol HCl. Wat is de pH van dit mengsel? (Mag zonder systematische methode uitgerekend worden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 januari 2025 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
#Deel 1 Annelies Delabie&lt;br /&gt;
#*Mondeling (4/20)&lt;br /&gt;
#**Invloed van NaCL op de oplosbaarheid van een neerslagende stof&lt;br /&gt;
#**Elektrolyt effect uitleggen&lt;br /&gt;
#**Activiteiten uitleggen + formule&lt;br /&gt;
#*Schriftelijk&lt;br /&gt;
#**Systematische methode toepassen om aan te tonen dat AgI eerder neerslaat dan AgCl.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel 2 Stefan De Gendt&lt;br /&gt;
#*Uitzonderlijk geen mondeling&lt;br /&gt;
#*Schriftelijk&lt;br /&gt;
#**12 vragen over Stat., Chromatografie en spectrografie (12p)&lt;br /&gt;
#***Is gewicht hetzelfde als massa?&lt;br /&gt;
#***Doppler effect bij spectroscopie&lt;br /&gt;
#***verschil analiet conc. &amp;amp; evenwichtsconc. + symbolen&lt;br /&gt;
#***...&lt;br /&gt;
#**Leg de van Deemter vergelijking uit, (met figuur?) (4p)&lt;br /&gt;
#**vervolledig de figuur van de energie banden + benoem de processen (4p)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel 3 Oefeningen&lt;br /&gt;
#*Hypothese test opstellen van 6 stalen die met 2 methodes getest zijn, 95% betrouwbaarheid testen&lt;br /&gt;
#*Systematische methode toep., Conc. HCl bepalen nodig om ervoor te zorgen dat [Ag(OH)2] = 0.020M niet zou neerslaan&lt;br /&gt;
#*buffer maken met een pH van 6,82  met Na3PO4 en HCl, bepaal volumes&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2024 (namiddag)===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel 1 Stefan De Gendt&lt;br /&gt;
#*mondeling (4/20)&lt;br /&gt;
#**Wat is de gevoeligheid ?&lt;br /&gt;
#**Welke soorten fouten zijn er en en welke komt overeen met precisie en welke met accuratesse?&lt;br /&gt;
#**plaathoogte bij gas- en vloeistofchromatografie.&lt;br /&gt;
#**de andere 3 geen idee meer &lt;br /&gt;
#*schriftelijk&lt;br /&gt;
#**CHROMATOGRAFIE (8/20): &lt;br /&gt;
#***alle verschillende scheidingstechnieken uitleggen (3/8)&lt;br /&gt;
#***Plaathoogte en van deemter vergelijking verklaren aan de hand van de grafiek.(3/8)&lt;br /&gt;
#***wat is FID(2/8)&lt;br /&gt;
#** SPECTROSCOPIE (8/20): &lt;br /&gt;
#***schets maken van opstelling van fluorescentiespectroscopie met een externe bron met de 5 componenten en dan het verschil uitleggen met absorptiespectroscopie met een externe bron.&lt;br /&gt;
#***tekening van stralingsloze en emissie terugval aanvullen en verklaren&lt;br /&gt;
#***je krijgt een grafiek van de absorbantie geplot tegenover de golflengte voor een stof N, stof M en mengsel M+N, je moet in detail uitleggen hoe je de concentratie van N en M gaat bepalen in het mengsel&lt;br /&gt;
#Deel 2 Annelies Delabie&lt;br /&gt;
#*Mondeling&lt;br /&gt;
#**Duid aan welke van de titratie curves past bij een titratie van dinatriummaleaat met een standaard zuur.( oefening in de les gedaan bij hoofdstuk 13 )&lt;br /&gt;
#*Schriftelijk&lt;br /&gt;
#***Geef de afleiding voor de formule van de pH voor een amfiprotisch deeltje.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen &lt;br /&gt;
Statistiek: Is er een verschil van de gemiddelde hoeveelheid opgelost tin bij de metingen van de reflux van 30 min  tov de metingen van de reflux van 75 min op betrouwbaarheid van 95%? aan de hand van de geschikte hypothese test (de t-test met s pooled gebruiken)&lt;br /&gt;
Oplosbaarheid: ….in pH 5 gebufferde opl (system. methode)&lt;br /&gt;
pH BEREKENING: Na2S-opl + HCl-opl (keuze methode)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2024 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
#Deel 1 Stefan De Gendt&lt;br /&gt;
#*mondeling (4/20)&lt;br /&gt;
#**Wat is precisie?&lt;br /&gt;
#**Wat is het verschil tussen s en sigma (ook vrijheidsgraden aanhalen)&lt;br /&gt;
#**Welke soorten systematische fouten zijn er en welke zijn het moeilijkste op te lossen? (persoonlijk, systematische, methodische (moeilijkste op te lossen))&lt;br /&gt;
#**Is volumebepaling absoluut? (Nee -&amp;gt; temperatuurcorrecties)&lt;br /&gt;
#**Verschil tussen gas- en vloeistofchromatografie en welke de voorkeur krijgt (+ waarom de kolommen van gaschromatografie langer kunnen zijn)&lt;br /&gt;
#**iets van verschil in detectoren van emissie en geleidbaarheid (niet zeker van)&lt;br /&gt;
#*schriftelijk&lt;br /&gt;
#**CHROMATOGRAFIE (8/20): &lt;br /&gt;
#***alle verschillende scheidingstechnieken uitleggen (3/8)&lt;br /&gt;
#***van deemter vergelijking verklaren en alle factoren ervan uitleggen (3/8)&lt;br /&gt;
#***wat is FID(2/8)&lt;br /&gt;
#** SPECTROSCOPIE (8/20): &lt;br /&gt;
#***schets maken van opstelling absorptie meten en uitleggen wat het verschil is waar je gaat meten bij absorptie en emissie (of iets in die aard)&lt;br /&gt;
#***tekening van stralingsloze en emissie terugval aanvullen en verklaren&lt;br /&gt;
#***je krijgt een grafiek van de absorbantie geplot tegenover de golflengte voor een stof N, stof M en mengsel M+N, je moet in detail uitleggen hoe je de concentratie van N en M gaat bepalen in het mengsel&lt;br /&gt;
#Deel 2 Annelies Delabie&lt;br /&gt;
#*Mondeling&lt;br /&gt;
#**Je hebt 0.1M NaH2PO4 ga je met een zuur of een base titreren?&lt;br /&gt;
#*Schriftelijk&lt;br /&gt;
#***Geef de afleiding voor de formule van de pH voor een amfiprotisch deeltje.&lt;br /&gt;
#Oefeningen&lt;br /&gt;
#*Systematische methode: toon aan dat als je 0.150M Al2(SO4)3 en 1.8M NaOH samenvoegt dat je geen neerslag van Al(OH)3 zult krijgen.&lt;br /&gt;
#*Statistiek: je gaat 25.00 ml van een oplossing titreren, je krijgt 6 metingen en je moet aantonen of het volume steeds te hoog ligt of niet aan de hand van een geschikte hypothesetest&lt;br /&gt;
#*Oplosbaarheid van BaSO4 bepalen in een mengsel van NaCl, KCl, Na2HPO4 en KH2PO4 met rekening te houden met de activiteiten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 augustus 2023===&lt;br /&gt;
#Deel 1 Stefan De Gendt&lt;br /&gt;
#* STATISTIEK: Wat zijn randomfouten, precisie, accuratesse? Verschillende situaties gegeven, is fout instrumenteel, persoonlijk of methodisch (kort uitleggen)? 3 vb systematische fouten gegeven, is correctie mogelijk, zo ja hoe? Hoe kan je testen of fout constant of proportioneel is?&lt;br /&gt;
#* SCHEIDINGSMETHODEN: opnoemen + uitleggen, specifiek voor CHROMATOGRAFIE: verdelingcoëfficient, selectiviteitsfactor, plaathoogte, Van Deemter vgl, thermische geleidbaarheidsdetector&lt;br /&gt;
#* SPECTROSCOPIE: Fluo&amp;amp;Fosfo (afbeelding met excitaties energieniveaus) vul afbeelding aan met hoe emissie kan optreden en leg uit, Wet van Beer + afwijkingen, teken fotometrische titratie curve (A + T &amp;lt;=&amp;gt; P met eT &amp;gt; eA en eP = 0)&lt;br /&gt;
#Deel 2 Annelies Delabie&lt;br /&gt;
#* ZOUTEFFECT: (afbeelding: K&#039;sp, K&#039;w, K&#039;a stijgen als meer NaCl) Wat gebeurt er? Oorzaak? Formules (verklaar alle symbolen)?&lt;br /&gt;
#Deel 3 Oefeningen&lt;br /&gt;
#* SYSTEMATISCHE METHODE: Bereken pH van mengsel van HNO2, NaOH en NaCN (geen activiteiten nodig)&lt;br /&gt;
#* STATISTIEK: terugtitratie met reactievergelijkingen gegeven a) bereken concentratie met de fout hierop b) tabel met concentraties berekend van oplossingen uit 2 verschillende flessen, zijn concentraties in de flessen hetzelfde op BI van 95%?&lt;br /&gt;
#* Bereken hoeveel HCl toegevoegd moet worden aan Na3PO4 om pH van 6,80 te bekomen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2022===&lt;br /&gt;
#Deel 1 Stefan De Gendt&lt;br /&gt;
#* STAAL PREPARATIE: verschil massa &amp;amp; gewicht, correcties bij massabepaling bespreken&lt;br /&gt;
#* FOUTEN: onderverdeling systematische fouten en een correctie voor elk type&lt;br /&gt;
#* CHROMATOGRAFIE: Verdelingcoëfficient (afbeelding), Selectiviteitsfactor, Retentiefactor, Plaathoogte, Deemter vgl, verschil gas &amp;amp; vloeistof&lt;br /&gt;
#* SPECTROSCOPIE: Emissie door Fluo&amp;amp;Fosfo (afbeelding), Wet van Beer + beperkingen, teken fotometrische titratie curve (A + T &amp;lt;=&amp;gt; P met eT &amp;gt; eA en eP = 0)&lt;br /&gt;
#Deel 2 Annelies Delabie&lt;br /&gt;
#* GRAVIMETRIE: definitie, belang deeltjesgrootte, mechanisme deeltjesvorming, hoe deeltjesgrootte beïnvloeden, definitie homogene precipitatie&lt;br /&gt;
#Deel 3 Oefeningen&lt;br /&gt;
#* IONISCHE STERKTE bereken pH van 0,075M NaHCO3 + 0,060M Na2CO3 afh. van activiteit&lt;br /&gt;
#* OPLOSBAARHEID: BaCO3 in pH9,9 gebufferde opl (system. methode)&lt;br /&gt;
#* STATISTIEK: 3 clubs, 5 testen per club, zelfde methode a) is ergens grenswaarde overschreden op CI 95%? b) is er verschil tss club A en B op CI 99%?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 augustus 2021===&lt;br /&gt;
#Deel 1 Stefan De Gendt&lt;br /&gt;
#*ZOUTEFFECT: (afbeelding) Wat gebeurt er? Oorzaak? Formules?&lt;br /&gt;
#Deel 2 Annelies Delabie&lt;br /&gt;
#*CHROMATOGRAFIE: Verdelingcoëfficient (afbeelding), Selectiviteitsfactor, Retentiefactor, Plaathoogte, Deemter vgl, verschil gas &amp;amp; vloeistof&lt;br /&gt;
#*SPECTROMETRIE: Emissie door Fluo&amp;amp;Fosfo (afbeelding), Wet van Beer + beperkingen&lt;br /&gt;
#Deel 3 Oefeningen&lt;br /&gt;
#* pH BEREKENING: Na2S-opl + HCl-opl (keuze methode)&lt;br /&gt;
#* OPLOSBAARHEID: FeS in pH9 gebufferde opl (system. methode)&lt;br /&gt;
#* STATISTIEK: 2 personen, 4 metingen per persoon, zelfde methode&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 januari 2021===&lt;br /&gt;
#Deel 1 Stefan De Gendt&lt;br /&gt;
#*SCHEIDINGSMETHODEN: opnoemen + uitleggen&lt;br /&gt;
#*CHROMATOGRAFIE: Verdelingcoëfficient (afbeelding), Selectiviteitsfactor, Plaathoogte, Deemter vgl&lt;br /&gt;
#*SPECTROMETRIE: Emissie door Fluo&amp;amp;Fosfo (afbeelding), Wet van Beer + beperkingen&lt;br /&gt;
#Deel 2 Annelies Delabie&lt;br /&gt;
#*ARGENTOMETRIE: verloop titratie (system. methode), titraties halides geven, indicator (1tje uitleggen)&lt;br /&gt;
#Deel 3 Oefeningen&lt;br /&gt;
#*Co-precipitatie van cl-ionen worden gemeten in een BaCl2 met H2SO4 reactie. Een tweede meting wordt gedaan met extra NaCl toegevoegd. Mag de tweede meting worden beschouwd als het eerste? Stel een nulhypothese op en een alternatieve hypothese (t-test). Bereken de werkelijke massa van BaSO4 zonder co-precipitatie en bereken de massaprocent van het gemiddelde cl- ionen in de neerslag&lt;br /&gt;
#* pH BEREKENING: HCl-opl + Na2C2O4-opl (system. methode)&lt;br /&gt;
#*Hoeveel Ag2NO3 kan je toevoegen zodat AgCl en Ag2C2O4 niet neerslaat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2020===&lt;br /&gt;
#De verschillende scheidingsmethode en leg de deemstervergelijking uit.&lt;br /&gt;
#Mondelinge vragen van SDG:&lt;br /&gt;
#*Wat is amu.&lt;br /&gt;
#*Verschil tussen gecalibreerd glaswerk: to contain en to deliver uitleggen. &lt;br /&gt;
#*Wat zijn de mogelijke manieren van systematische fouten&lt;br /&gt;
#*Een tekening van de energiebanden bij fluorescentie, geef uitleg hierover.&lt;br /&gt;
#*Thermische geleidbaarheidsdetector&lt;br /&gt;
#*Detectielimiet&lt;br /&gt;
#Bespreek de titratiecurves bij argentometrie.&lt;br /&gt;
#*Geef via systematische methode een formule voor het berekenen van de grafiek.&lt;br /&gt;
#*Leg de invloed van de ksp en een verdunning uit.&lt;br /&gt;
#oef 1: &lt;br /&gt;
#*Berekenen van de pH van 0.6 M NaCN via systematische methode&lt;br /&gt;
#*Hoeveel HCl (3.0 M) moet je toevoegen aan 100.00 ml 0.5 NaCN om pH 9.08 te komen.&lt;br /&gt;
#*Na toevoegen van AgNO3: laat zien dat door complexatie AgOH en AgCN niet neerslaan.&lt;br /&gt;
#oef 2:&lt;br /&gt;
#*Een reactie van een standaardisatie, bereken de concentratie en fout erop.&lt;br /&gt;
#*Tabel met gegevens van 2 stalen, nulhypothese en geef op het 95% betrouwbaarheidsniveau een conclusie van 2 stalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2019===&lt;br /&gt;
#Bespreek de verschillende analytische scheidingstechnieken en chromatografische scheiding specifiek.&lt;br /&gt;
#*Werking chromatografische scheiding&lt;br /&gt;
#*verdelingscoeff, selectiviteitsfactor, plaathoogte&lt;br /&gt;
#*deemstervergelijking&lt;br /&gt;
#bespreek in detail de titratiecurven van H2A (diprotisch zuur deeltje). Geef hoe je op elk van deze punten de pH kunt berekenen. &lt;br /&gt;
#oef 1: bereken de pH van HBr en HNO2, Hierbij word KOH gedaan bereken nu de pH, in de eerste oplossing bereken de oplosbaarheid van PbBr2&lt;br /&gt;
#oef 2: puur Zn reageerd met Hcl en vormt H2. zoek het massapercentage, bereken het betrouwbaarheidsinterval voor 95%, hoeveel metingen zijn er nodig voor een O,3 betrouwbaarheidsinterval op 99%&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 september 2018===&lt;br /&gt;
#Beschrijf alle scheidingstechnieken en chromatografie uitgebreid uitleggen met termen selectiviteitsfactor en Deemtervergelijking&lt;br /&gt;
#Leid de formule af om de pH van een amfiprotische verbinding te bepalen&lt;br /&gt;
#Oefening met pH van kaliumoxalaatoplossing berekenen, na toevoeging van KOH en na toevoeging van HBr&lt;br /&gt;
#Oefening met statistische interpretatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2018===&lt;br /&gt;
#Beschrijf alle analytische scheidingstechnieken en Van Deemtervergelijking uitleggen&lt;br /&gt;
#Deeltjesgrootte binnen de gravimetrie en hoe we deze kunnen beïnvloeden&lt;br /&gt;
#(1) pH van een oplossing Na2CO3 via de systematische methode (reactievergelijkingen, massa- en ladingsbalansen) en (2) pH van een Na2CO3 oplossing na toevoegen van HCl via methode naar keuze&lt;br /&gt;
#(1) bepaling van massapercentage NH4Cl in een 0,5g sample (dmv een terugtitratie) en (2) gemiddelde, standaarddeviatie en betrouwbaarheidsinterval bepalen uit data van 8 metingen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen OUD==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Augustus 2017===&lt;br /&gt;
# Titratie van NaCl met AgNO3 met de vorderingsgraad. Ook de afleiding van ladingsbalans&lt;br /&gt;
# 3 methodes voor bepalen van metaal en ligand verhouding, 1 van kiezen en uitleggen &lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid LiF iteratief uitwerken, rekening houden met ionische sterkte (oefeningen van in de les) &lt;br /&gt;
# Oefening ivm oplosbaarheid zilveroxalaat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2017 NM===&lt;br /&gt;
# Detectielimieten + formules, standaardadditie formules&lt;br /&gt;
# Alfa(1): definieren en formule van ph afhankelijkheid, titratiecurve voor zwak zuur en NaOH afleiden met vorderingsgraad&lt;br /&gt;
# Meest gebruikte vorm gaschromatografie?, 2 manieren voor kwalitatief onderzoek, 2 meest efficiënte manieren voor kwantitatief onderzoek, destructieve en niet destructieve detectoren uitleggen&lt;br /&gt;
# Oefening op buffer van triprotonisch zuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
# Ppm bewijzen bij gas, specifiek gewicht, temperatuursafhankelijkheid&lt;br /&gt;
# Afleiding van extractie, ionenchromatografie met supressorkolom en alternatieven&lt;br /&gt;
# sigmoidale en lineair segement, Gran plot&lt;br /&gt;
# oefening met oplosbaarheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2016 VM===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Wat bepaalt of we een colloïdale of kristallijnen neerslag krijgen wanneer we 2 reagentia samenvoegen? Wat ligt aan de basis van stabilisatie van een colloïdale neerslag? Hoe kunnen we deze neerslag toch filtreerbaar maken? Wat is het gevaar bij wassen van deze neerslag en hoe kan dit probleem opgelost worden?&lt;br /&gt;
#absorptiemeting&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen het absorptiespectrum bij atomaire absorptie en moleculaire absorptie? Wat zijn de praktische gevolgen voor metingen bij atomaire absorptie?&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen de spectra van moleculaire absorptie in gasfase of in oplossing? Welke methode van deze twee is het best bruikbaar voor kwalitatieve analyse?&lt;br /&gt;
#*Wet van Beer afleiden&lt;br /&gt;
#*Dit is een &#039;limiting law&#039;, verklaar.&lt;br /&gt;
#*Verklaar de invloed van strooilicht &lt;br /&gt;
#grafieken van in cursus fosforzuur/oxaalzuur/zwavelzuur&lt;br /&gt;
#*Welke curve hoort bij welk zuur?&lt;br /&gt;
#*Bespreek de equivalentiepunten (duidelijk voorkomen, afwezigheid van punten...)&lt;br /&gt;
#*Duid voor de curve van fosforzuur aan welke deeltjes in elk gebied belangrijk zijn voor de pH-bepaling (beging,vlak gebied (buffer), EP...)&lt;br /&gt;
#*Bereken voor de curve van fosforzuur de pH enkel met eenvoudige formules in de verschillende gebieden (start, midden vlak gebied, EP...)&lt;br /&gt;
Oefening&lt;br /&gt;
# Maak een buffer met een totaal volume van 1,00L en pH = 9,60 met 0,300 M Na2CO3 en 0,200 HCl. Ka1(H2CO3) = 4,45.10-7 en Ka2(H2CO3) = 4,69.10-11&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2016 NM ===&lt;br /&gt;
#titratie NaCl met AgNO3. leid formules die het verloop van de titratiecurves geven mbv vorderringsgraad. Hoe wordt deze formule gebruikt.&lt;br /&gt;
#Definiïer de plaathoogte en bespreek de fysische invloeden op de factoren die de plaathoogte beïnvloeden en geef de grafiek hiervan.&lt;br /&gt;
#Belangrijkste eigenschappen van activiteitscoëfficiënten en leid de molaire oplosbaarheid af van LiF met de activiteiten te beschouwen.&lt;br /&gt;
#titratie van HCL en H2SO3 met NaOH, geef de grafiek en bespreek welke deeltjes er te vinden zijn waar en bereken de pH na toevoeging van 37,5mL van NaOH door systematisch te werken en toon aan dat de vereenvoudigingen kloppen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2016 VM ===&lt;br /&gt;
#pH amfiprotisch deeltje&lt;br /&gt;
#ppm bij gassen en oplossingen, specifiek gewicht + temperatuursafhankelijk of niet&lt;br /&gt;
#3 methodes vr stoichiometrie van complex met absorbantie&lt;br /&gt;
#oefening: oplosbaarheid Ag2C2O4 in oplossing met pH=4, Ksp en Ka&#039;s gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 augustus voormiddag===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*wat bepaalt of we een colloïdale of kristellijnen neerslag krijgen wanneer we 2 reagentia samenvoegen?&lt;br /&gt;
#*wat ligt aan de basis van de stabilisatie van een colloïdale neerslag.&lt;br /&gt;
#*hoe kunnen we deze neerslag verbeteren zodat deze toch te filteren is.&lt;br /&gt;
#*wat gebeurd er als we zo een verbeterde neerslag wassen en hoe kan dit soms opgelost worden.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*leg uit wat aan de grondslag ligt van de scheiding van metaalkationen volgens de historische H2S methode.&lt;br /&gt;
#*Ka1 en Ka2 van H2S gegeven en dan uitleggen waarom de ene groter is dan de andere.&lt;br /&gt;
#*Grafiek uit de cursus van bij dit stukje en dan de helling van die rechte berekenen.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*wat is het meest voorkomende type gaschromatografie.&lt;br /&gt;
#*op welke 2 manieren kan aan kwalitatieve analyse gedaan worden met gaschromatografie.&lt;br /&gt;
#*kwantitatieve analyse met gaschromatografie: uitleggen van interne standaard en standaardadditie.&lt;br /&gt;
#*bondig bespreken van de destructieve en niet-destructieve detector gebruikt bij gaschromatografie die we gezien hebben in de les&lt;br /&gt;
#oefening waarbij ge de pH van een mengsel van 2 stoffen moet bepalen en daarna de oplosbaarheid van een andere stof bepalen die in dat mengsel gedaan wordt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2014 NM===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Omschrijf met woorden het concept standaardfout precies?&lt;br /&gt;
#* Beschrijft een gauss-curve perfect de verdeling van de meetresultaten in de analytische chemie? (uitleg)&lt;br /&gt;
#* Wat is het grote nut van s-pooled in de analytische chemie?&lt;br /&gt;
#* Wat is het verband tussen t (two tailed) en t (one tailed)? Leg uit m.b.v. Gauss-curves.&lt;br /&gt;
#* Indien een chemische analysemethode een normaaldistributie volgt die gekenmerkt wordt door een straalgemiddelde µ en een populatiestandaarddeviatie sigma. Geef dan de formule die toelaat de fractie F van het totaal aantal metingen te berekenen dat, bij een zeer groot aantal metingen, gelegen is tussen µ+a en µ+b. Toon met deze formule aan dat voor om het even welke analysemethode die een normaaldistributie volgt, er eenzelfde fractie van metingen  zich bevindt tussen µ-2sigma; en µ+2sigma. Hoe groot is deze fractie?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Op wat berust de scheiding van metaalkationen op basis van de historisch belangrijke H2S methode?&lt;br /&gt;
#*Voor dit zwakke zuur zijn de numerieke warde voor de dissociatieconstanten gegeven. Waarom is Ka1 &amp;gt; Ka2?&lt;br /&gt;
#* Leid aan de hand van berekeningen de richtingscoëfficiënt af van de bijgevoegde grafiek. (=dalende rechte)&lt;br /&gt;
# Hoe wordt de plaathoogte H in chromatografie gedefinieerd? Schets de grafiek van de plaathoogte in functie van de stroomsnelheid van de mobiele fase. De afhankelijk kan gevat worden in een bepaalde vergelijking.&lt;br /&gt;
Schrijf en benoem deze en verklaar de verschillende componenten ervan aan de hand van de fysische verschijnselen zoals die zich voordoen in een kolom. Wat is het belangrijkste verschil tussen gaschromatografie en vloeistrofchromatografie in deze context?&lt;br /&gt;
# We lossen 445 mg AlCl3 (133,34 g/mol) op in 200 mL water. Het kation complexeert volledig met water tot Al(H20)6(3+) en heeft zure eigenschappen: Ka(Al(H2O)6(3+) = 1,4 x 10^-5&lt;br /&gt;
(a) Bereken de pH als -log(H+).&lt;br /&gt;
(b) Wat is de molaire oplosbaarheid van zilver wanneer we aan deze oplossing 860 mg aan AgNO3 (169,873 g/mol) toevoegen (Ksp,AgCl)= 1,82 x 10^-8?&lt;br /&gt;
Houd bij de berekeningen steeds rekening met de ionische sterkte van de oplossingen. De effectieve diameter van gehydrateerd AI(H20)5(OH)2+ bedraagt 0.6 nm.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2014 VM===&lt;br /&gt;
# Wat bepaald of er een colloïdale of kristallijnen neerslag vormt? Omschrijf de oorsprong van de stabilisatie van een colloïdale neerslag en hoe men dergelijke neerslag kan behandelen om een filtreerbare neerslag te krijgen. Wat zijn de gevaren bij het wassen en hoe kunnen deze vermeden worden? Waarom is Fe(OH)3 of zijn waterige oxide niet filtreerbaar in gewone omstandigheden, en wat kan je eraan doen? Plaat de Fajansmethode in de context van deze vraag.&lt;br /&gt;
# Leid de eenvoudigste formule af om de pH te schatten van amfiprotische deeltjes NaHA met cNaHA.&lt;br /&gt;
# Scheiding door extractie: Leid een formule af om te berekenen wat de concentratie is na i extracties van component A in een bepaalde hoeveelheid waterige fase door middel van telkens dezelfde hoeveelheid organische fase te gebruiken. - Waarom gebruikt men bij ionenchromatografie een suppressorkolom? Omschrijf de werking adhv een voorbeeld. Geef de twee alternatieven voor een suppressorkolom (+uitleg).&lt;br /&gt;
# Gegeven is een oplossing van 50,0mL met 0.10M HCl en 0.10M H2SO3 met pKa1=1.23*10-2 en pKa2=6.6*10-8. Er wordt getitreerd met 0.20M NaOH (a) Teken de titratiecurve en beschrijf de samenstelling van elk gebied (zwakke base, amfiprotisch zout) (b) Bereken de pH na toevoegen van 37.5mL base. [Tip bij (b): gebruik de systematische methode, en zorg dat de relatieve fout op [H3O+] minder blijft dan 5%]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 Januari 2013 NM===&lt;br /&gt;
#wat is het verband tussen slitbreedte en kwalitatieve analyse?&lt;br /&gt;
#wat is de rol van strooilicht en niet effectief monochromatisch licht bij kwantitatieve analyse?&lt;br /&gt;
#bespreek de 3 methodes (continue variatie, mol-ratio en helling-ratio) om de stoichiometrie van een complex te bepalen aan de hand van de gegeven grafieken. Kunnen we hier nog andere informatie uithalen?&lt;br /&gt;
#leid 2 formules af die de titratiecurve van NaCl met AgNO3 beschrijven. Hoe gebruikt men ze?&lt;br /&gt;
#toon aan dat het equivalentiepunt steeds bij dezelfde pAg ligt&lt;br /&gt;
#geef 3 fysische methodes om het equivalentiepunt waar te nemen&lt;br /&gt;
# 0,1g H3PO4 (pKA&#039;s gegeven) wordt in 100 ml water opgelost en met 0,01M NaOH neutraal gemaakt. Wat zijn de molfracties aan H3PO4 en de geconjugeerde basen?&lt;br /&gt;
# Een staal bevat enkel KCl en FeCl2, molmassa&#039;s en totale zijn gegeven. Een Mohr-titratie wordt toegepast, gebruikte hoeveelheid AgNO3 en concentratie zijn gegeven. Bepaal de massa FeCl2 en het massapercentage aan Fe (atoommassa gegeven) in het staal.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 Januari 2012 NM===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Zuur/base&lt;br /&gt;
#* Differentierend / Leveling solvent&lt;br /&gt;
#* verband tussen Ka en Kb bij diprotisch afleiden&lt;br /&gt;
#* toon aan dat de alfa-waardes enkel afhankelijk zijn van de pH van de oplossing &lt;br /&gt;
#* afleiden titratiecurve van zwak zuur &amp;amp;amp; sterke base a.d.h.v. vorderingsgraad. Hoe stel je vanuit deze formule diegene op van een sterk zuur en een sterke base? Zelfde vraag voor polyprotisch zwak zuur en sterke base. &lt;br /&gt;
# Chromatografie &lt;br /&gt;
#* wat is de meest gebruikte gaschromatografie? wat is de andere?) &lt;br /&gt;
#* hoe kan je bij gaschromatografie kwalitatief en staal analyseren &lt;br /&gt;
#* leg uit hoe je bij kwantitatieve analyse hier interne standaard en standaardadditie toepast &lt;br /&gt;
#* twee detectoren: destructieve en niet-destructieve voor gaschromatografie. Leg bondig uit &lt;br /&gt;
# Oefeningen &lt;br /&gt;
#* een combinatie oefening van het bepalen van een concentratie tijdens een titratie en statistische methodes &lt;br /&gt;
#* wat is het effect op de ionische sterkte als je NaOH bij a) MgCl2 b) HCL c) CH3COOH doet. (bespreken)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 augustus 2011===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Beschouw titratie van een zwak zuur met een sterke base. Hoe bepaal de titratiecurve a.d.h.v. de vorderingsgraad. Geef de afleiding voor vorderingsgraad. Hoe zit het dan voor titratie van een sterk zuur met een sterke base?&lt;br /&gt;
# Instrumenten&lt;br /&gt;
#* Wat is het verschil tussen de concentratiebepaling bij fluorescentie, absorptie en chemoluminescentie? &lt;br /&gt;
#* Wat is een interferentiefilter? Geef de afleding voor de formule \lambda=2\eta t&lt;br /&gt;
#* leg uit: fotodiode en fotomultiplier&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# standaardoefening op selectief neerslagen (is het mogelijk om bv Sr2+ en Hf4+ neer te slaan door OH- toe te voegen&lt;br /&gt;
# ook standaard: geef verhouding van 2 ionen in oplossing, Ksp&#039;s, Ka enz gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 januari 2011 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(Misschien niet in die woorden,maar het kwam wel op deze vragen neer)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Chromatografie: &lt;br /&gt;
#*Wat is de plaathoogte, geef een definitie en leid de formule af.&lt;br /&gt;
#*Bespreek de plaathoogte ifv de stroomsnelheid van de mobiele fase. Met welke functie kan deze omschreven worden? Ontleed en bespreek de onderdelen van deze functie. Welke factor zorgt voor het verschil tussen de plaathoogte ifv de mobiele fase bij gas en bij vloeistof?&lt;br /&gt;
# Standaardadditie etc&lt;br /&gt;
#* Hoe wordt de enkelvoudige standaardadditiemethode gebruikt? Leid de formule af.&lt;br /&gt;
#* Bespreek bondig de interne standaardmethode. &lt;br /&gt;
#* Welke detectielimieten zijn er? Leid de formules af en bespreek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#oefening met Volhard-titratie.&lt;br /&gt;
#* 100.0ML staal, hoeveel miligram monochloroazijnzuur zit er in als je weet dat men het staal bewerkt met 1M NaOH zodat men een waterige oplossing van ClCh3COO- krijgt. Deze zuurt men aan en men voegt (concentratie gegeven) AgNO3 toe. De neerslag wordt afgefilterd en vervolgens voegt men 10.43 ml NH4SCN toe tot aan het neutralisatiepunt. Bij de blancotitratie moest men 22.98ml NH4SCN toevoegen.&lt;br /&gt;
#oefening met ionische sterkte&lt;br /&gt;
#* Wat is de oplosbaarheid van CaSO4 in 0.0333M Na2SO4? Bereken eerst de ionische sterkte van deze elektrolyt(dus alleen van Na2SO4) en bereken aan de hand van die waarde de oplosbaarheid van CaSO4.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2011 ===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
# Betrouwbaarheidsintervallen:&lt;br /&gt;
#* Verklaar volgende begrippen uit betrouwbaarheidsintervallen: s, Ïƒ, N, z, t, x Ì… (gem.), Âµ   (uitgebreid verklaren)&lt;br /&gt;
#* Leid één van de definities af voor een betrouwbaarheidsinterval, vetrekkende van de basisprincipes van de statistiek&lt;br /&gt;
#* We hebben in de cursus minstens twee lichtjes afwijkende versies van het betrouwbaarheidsinterval gezien, geef die en leg uit wanneer die worden gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verband met t-testen?&lt;br /&gt;
#Spectrofotometer: In een spectrofotometer wordt elektromagnetische straling met bepaalde golflengte Î» doorheen een oplossing van een analiet met goed gekozen solvent gestuurd. Vertrekkende van de bron is de intensiteit van de straling P, als het doorheen de cuvet (optische weglengte b) met alleen solvent is gepasseerd is de intensiteit P&#039;. Met precies één chromofoor in de oplossing heeft de uitgaande straal een intensiteit P&amp;amp;quot. Extinctiecoëfficiënt is Îµ(Î»)&lt;br /&gt;
#* Wat bedoelt men met goed gekozen solvent?&lt;br /&gt;
#* Is P=P&#039;? (motivatie)&lt;br /&gt;
#* Is concentratie c evenredig met P-P&amp;amp;quot; of met P&#039;-P&amp;amp;quot;? (leg uit adhv basisprincipes)&lt;br /&gt;
#* Wat is strooistraling? Wat zijn de gevolgen hiervan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een staal weegt 27,73mg en bestaat alleen maar uit KCl(MG 74,55) en FeCl2(MG 126,75). Met de Mohrmethode is er 18,48mL nodig van een 0,02237M AgNO3-oplossing om het chloride te neutraliseren. Bepaal massa van FeCl2 en massapercent van ijzer in het staal. (oplossing: 0,01761g en 27,98%)&lt;br /&gt;
# Bereken molaire oplosbaarheid van Ag3PO4 (Ksp=2,8E-18) gebufferd bij pH 6. De 3 Ka&#039;s van fosforzuur zijn gegeven. (oplossing 1,40E-3 M)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Omschrijf aan de hand van een voorbeeld de termen precisie en nauwkeurigheid. Wat is hun oorsprong in de analytische scheikunde en tot welke types van fout en corresponderende mathematisch termen geven ze aanleiding?&lt;br /&gt;
# Gegeven oplossing van AgCl-neerslag in evenwicht met een bepaalde analytische concentratie aan KCl. Leid de formule af die de oplosbaarheid van AgCl geeft in functie van de analytische concentratie aan KCl. Bespreek het resulaat aan de hand van een grafiek. (Die 4 reactievergelijkingen krijg je ook gegeven)&lt;br /&gt;
# Bespreek de meest voorkomende detectoren in optische instrumenten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefening:&lt;br /&gt;
# Hoe maak je een buffer van 1L met een pH van 9,6 wanneer je 0,200M HCl gebruikt en 0,300M Na2CO3. (Ka1 en Ka2 van H2CO3 ook gegeven)&lt;br /&gt;
# Teken kwalitatief de titratiecurve van een mengsel van Na2CO3 en HCO3- met een sterk zuur. Duid ook de delen aan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 januari 2009 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Gauss-distributie:&lt;br /&gt;
#* Omschrijf met woorden een Gauss-distributie. Welke factoren bepalen een Gauss-distributie?&lt;br /&gt;
#* Definieer standaardfout. Waarom is de standaardfout steeds kleiner dan de standaarddeviatie?&lt;br /&gt;
#* Voor een Gauss-distributie, wat is de kans dat een meting gelegen is tussen 0 en +1Ïƒ, tussen +1Ïƒ en +2Ïƒ? Wat is de kans dat een meting buiten de limieten Â±2Ïƒ van het gemiddelde gelegen is en kleiner is dan Î¼-2Ïƒ?&lt;br /&gt;
# Leid de formule af die toelaat om aan de hand van de vorderingsgraad de titratiecurve op te stellen voor een oplossing die Cl- bevat. Hoe moet deze formule gebruikt worden?&lt;br /&gt;
# Bespreek de verschillende aspecten van HPLC, aan de hand van de volgende vragen:&lt;br /&gt;
#*Gradiënt- en isocratische elutie.&lt;br /&gt;
#*Partitiechromatografie (normale en omgekeerde fase).&lt;br /&gt;
#*Ionenuitwisselingschromatografie (suppressorkolommen).&lt;br /&gt;
#*Size exclusion chromatografie (gelfiltratie en gelpermeatie).&lt;br /&gt;
#*Affiniteitschromatografie.&lt;br /&gt;
#*Chirale chromatografie.&lt;br /&gt;
Oefening (3 delen):&lt;br /&gt;
* Berekenen van standaarddeviatie en CV.&lt;br /&gt;
* Iets van oplosbaarheid.&lt;br /&gt;
* Titratiecurve opstellen voor 3 basen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Wat is het verband tussen betrouwbaarheidsintervallen en de z- en t-test?&lt;br /&gt;
# Bespreek de wet van Beer qua afleiding, toepassing en beperkingen.&lt;br /&gt;
# Chromatografie. Wat is de plaathoogte van een kolom en hoe wordt deze beÃ¯nvloed door de stroomsnelheid van de mobiele fase?&lt;br /&gt;
Oefening:&lt;br /&gt;
# Bereken de pH voor de titratie van 50,0 mL van een 0,10 M ethyleendiamine-oplossing met een 0,20 M oplossing van HCl na toevoegen van de volgende hoeveelheden zuur: &lt;br /&gt;
a) 0,0 mL HCl&lt;br /&gt;
b) 37,5 mL HCl&lt;br /&gt;
c) 50,0 mL HCl&lt;br /&gt;
Verantwoord steeds eventueel gemaakte benaderingen in je berekeningen. &lt;br /&gt;
Teken kwalitatief de titratiekurve en omschrijf de samenstelling van de oplossing in de verschillende gebieden (bv. Buffer van X en Y, sterk zuur Z, ...)&lt;br /&gt;
Voor Ethyleendiamine (H2NCH2CH2NH2 afgekort B) zijn de numerieke waarden van de opeenvolgende zuurdissociatieconstanten van BH2(2+) als volgt. Ka1 = 1,42 x 10^-7 en Ka2 = 1,18 x 10^-10&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Gran Plot vraag.&lt;br /&gt;
# Moleculaire Fluoriscentie vraag.&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid AgCl met concentratie aan KCl.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# De Volhard titratie wordt algemeen aangeraden voor de analyse van het heptachloor insecticide C10H5Cl7. Er is geen chloride of chloor in de matrix aanwezig. Het percentage van heptachloor wordt gegeven door: %hepatachloor = ((mlAg x cAg - mlSCN x cSCN) x 37.33)/staalmassa. Wat zegt deze berekening over de stoechimoterie van deze titratie (m.a.w. hoeveel chloride-ionen per molecule heptachloor reageren met 1 AgNO3)M = 373,22 g/mol?&lt;br /&gt;
# Bereken de oplosbaarheid van Mg(OH)2 in een 0.0167M oplossing van Ba(NO3)2 door gebruik te maken van:&lt;br /&gt;
#*Activiteiten.&lt;br /&gt;
#*Molaire concentraties.&lt;br /&gt;
#*Bereken ook de procentuele fout die gemaakt wordt door geen rekening te houden met de activiteiten. Ksp Mg(OH)2 = 7.1x10^-12 Neerslag Ba(OH)2 mag je verwaarlozen (tabel activiteitscoeffictien en ionische sterkte gegeven).&lt;br /&gt;
# Schrijf de uitdrukking voor [H3O+] in functie van enkele andere evenwichtscocentraties voor een 0.01M oplossig van HCl die in evenwicht is met een overmaat aan vast BaSO4.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek soorten gevoeligheid+detectielimiet.&lt;br /&gt;
# Mengsel van NaOH NaHCO3 en Na2CO3.&lt;br /&gt;
# Kwantitatieve en kwalitatieve analyse bij gaschromatografie.&lt;br /&gt;
Oefening:&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid van MnS in buffer (Ka&#039;s en conc. H30+ gegeven).&amp;lt;/text&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R1050265</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Analytische_Basistechnieken&amp;diff=4914</id>
		<title>Analytische Basistechnieken</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Analytische_Basistechnieken&amp;diff=4914"/>
		<updated>2026-01-17T12:17:50Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R1050265: /* 16 januari 2026 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Analytische basistechnieken is verplicht voor de chemici. Het werd gedoceerd door prof Hendrickx. Meestal beperkte hij zich tot het aflezen van zijn slides, hier en daar gaf hij extra informatie, die op het examen gevraagd kon worden. Sinds academiejaar 2017-2018 wordt dit vak gedoceerd door twee nieuwe proffen, De Gendt &amp;amp; Delabie. Ook zij beperken zich tot het aflezen van slides. Het examen is opgesplitst in drie delen, elk tellend voor 1/3 van het examen. Je moet voor elk onderdeel minstens een 8/20 halen, anders heb je max een 9/20 in totaal :(&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen NIEUW== &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 januari 2026===&lt;br /&gt;
#Deel 1 (Annelies Delabie)&lt;br /&gt;
#*Geen mondeling&lt;br /&gt;
#*Schriftelijk&lt;br /&gt;
#**Stel 2 volumetrische titraties voor, met een oplossing van NaCl en een oplossing van NaI als analiet. Beide worden getitreerd met een oplossing van AgNO3. Bij welk analiet zal dit het beste gaan (zoiets)? Leg kwantitatief uit met behulp van de systematische methode op verschillende punten in de titratie en geef een semi-kwantitatieve tekening van beide curven.&lt;br /&gt;
#Deel 2 (Stefan de Gendt)&lt;br /&gt;
#*Mondeling (8/20)&lt;br /&gt;
#**Voorbereidend: Maak een duidelijke tekening van het moleculair energiesysteem bij verschillende soorten spectroscopie en laat duidelijk zien welke veranderingen er optreden bij verschillende soorten energieveranderingen (emissie en absorptie enz.) (er werd hier nog veel over doorgevraagd, je moest van alles uitleggen over de figuur)&lt;br /&gt;
#**Andere kleinere vragen:&lt;br /&gt;
#***Teken de titratiecurve bij een willekeurige fotometrische titratie&lt;br /&gt;
#***Leg gradiënt elutie uit&lt;br /&gt;
#***Wat is de detectielimiet leg uit&lt;br /&gt;
#***Nog meer maar ben ik vergeten&lt;br /&gt;
#*Schriftelijk (12/20)&lt;br /&gt;
#**Vraag 1 (7/20)&lt;br /&gt;
#***Leg de wet van Beer uit en verklaar de limiteringen van deze wet&lt;br /&gt;
#***Leg de van Deemter vergelijking uit&lt;br /&gt;
#**Vraag 2 (5/20)&lt;br /&gt;
#***Leg de werking van de thermische geleidbaarheidsdetector uit bij GC&lt;br /&gt;
#***Wat is het Bouyancy effect?&lt;br /&gt;
#***Wat is het verschil tussen populatie en staal in de statistiek? Wanneer gebruiken we een z betrouwbaarheidsinterval en wanneer een t?&lt;br /&gt;
#***Worden de analieten beter gescheiden bij vloeistofchromatografie of gaschromatografie en waarom?&lt;br /&gt;
#*** Nog eentje over statistiek maar weet ik niet meer&lt;br /&gt;
#Deel 3 (Oefeningen)&lt;br /&gt;
#*Een tekst over een of andere broom test op tomaten en komkommers waarbij je telkens 5 waarden kreeg gekregen voor bij een tomaat en komkommer&lt;br /&gt;
#**Is de gemiddelde waarde van tomaat en komkommer hetzelfde? Toon aan met een hypothesetest op het 95% betrouwbaarheidsniveau. Zou je dezelfde conclusie trekken op het 90% niveau?&lt;br /&gt;
#*Vraag met mengsel van AgNO3 en NaCl, hoeveel ammoniak moet je toevoegen om ervoor te zorgen dat er geen AgCl neerslag vormt? Je mag er van uit gaan dat er geen AgOH, AgCl2 en AgCl3 wordt gevormd. Reken uit met de systematische methode.&lt;br /&gt;
#*Na3PO4 wordt samengevoegd met HCl (in mol). Wat is de pH van dit mengsel? (Mag zonder systematische methode uitgerekend worden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 januari 2025 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
#Deel 1 Annelies Delabie&lt;br /&gt;
#*Mondeling (4/20)&lt;br /&gt;
#**Invloed van NaCL op de oplosbaarheid van een neerslagende stof&lt;br /&gt;
#**Elektrolyt effect uitleggen&lt;br /&gt;
#**Activiteiten uitleggen + formule&lt;br /&gt;
#*Schriftelijk&lt;br /&gt;
#**Systematische methode toepassen om aan te tonen dat AgI eerder neerslaat dan AgCl.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel 2 Stefan De Gendt&lt;br /&gt;
#*Uitzonderlijk geen mondeling&lt;br /&gt;
#*Schriftelijk&lt;br /&gt;
#**12 vragen over Stat., Chromatografie en spectrografie (12p)&lt;br /&gt;
#***Is gewicht hetzelfde als massa?&lt;br /&gt;
#***Doppler effect bij spectroscopie&lt;br /&gt;
#***verschil analiet conc. &amp;amp; evenwichtsconc. + symbolen&lt;br /&gt;
#***...&lt;br /&gt;
#**Leg de van Deemter vergelijking uit, (met figuur?) (4p)&lt;br /&gt;
#**vervolledig de figuur van de energie banden + benoem de processen (4p)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel 3 Oefeningen&lt;br /&gt;
#*Hypothese test opstellen van 6 stalen die met 2 methodes getest zijn, 95% betrouwbaarheid testen&lt;br /&gt;
#*Systematische methode toep., Conc. HCl bepalen nodig om ervoor te zorgen dat [Ag(OH)2] = 0.020M niet zou neerslaan&lt;br /&gt;
#*buffer maken met een pH van 6,82  met Na3PO4 en HCl, bepaal volumes&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2024 (namiddag)===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel 1 Stefan De Gendt&lt;br /&gt;
#*mondeling (4/20)&lt;br /&gt;
#**Wat is de gevoeligheid ?&lt;br /&gt;
#**Welke soorten fouten zijn er en en welke komt overeen met precisie en welke met accuratesse?&lt;br /&gt;
#**plaathoogte bij gas- en vloeistofchromatografie.&lt;br /&gt;
#**de andere 3 geen idee meer &lt;br /&gt;
#*schriftelijk&lt;br /&gt;
#**CHROMATOGRAFIE (8/20): &lt;br /&gt;
#***alle verschillende scheidingstechnieken uitleggen (3/8)&lt;br /&gt;
#***Plaathoogte en van deemter vergelijking verklaren aan de hand van de grafiek.(3/8)&lt;br /&gt;
#***wat is FID(2/8)&lt;br /&gt;
#** SPECTROSCOPIE (8/20): &lt;br /&gt;
#***schets maken van opstelling van fluorescentiespectroscopie met een externe bron met de 5 componenten en dan het verschil uitleggen met absorptiespectroscopie met een externe bron.&lt;br /&gt;
#***tekening van stralingsloze en emissie terugval aanvullen en verklaren&lt;br /&gt;
#***je krijgt een grafiek van de absorbantie geplot tegenover de golflengte voor een stof N, stof M en mengsel M+N, je moet in detail uitleggen hoe je de concentratie van N en M gaat bepalen in het mengsel&lt;br /&gt;
#Deel 2 Annelies Delabie&lt;br /&gt;
#*Mondeling&lt;br /&gt;
#**Duid aan welke van de titratie curves past bij een titratie van dinatriummaleaat met een standaard zuur.( oefening in de les gedaan bij hoofdstuk 13 )&lt;br /&gt;
#*Schriftelijk&lt;br /&gt;
#***Geef de afleiding voor de formule van de pH voor een amfiprotisch deeltje.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen &lt;br /&gt;
Statistiek: Is er een verschil van de gemiddelde hoeveelheid opgelost tin bij de metingen van de reflux van 30 min  tov de metingen van de reflux van 75 min op betrouwbaarheid van 95%? aan de hand van de geschikte hypothese test (de t-test met s pooled gebruiken)&lt;br /&gt;
Oplosbaarheid: ….in pH 5 gebufferde opl (system. methode)&lt;br /&gt;
pH BEREKENING: Na2S-opl + HCl-opl (keuze methode)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2024 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
#Deel 1 Stefan De Gendt&lt;br /&gt;
#*mondeling (4/20)&lt;br /&gt;
#**Wat is precisie?&lt;br /&gt;
#**Wat is het verschil tussen s en sigma (ook vrijheidsgraden aanhalen)&lt;br /&gt;
#**Welke soorten systematische fouten zijn er en welke zijn het moeilijkste op te lossen? (persoonlijk, systematische, methodische (moeilijkste op te lossen))&lt;br /&gt;
#**Is volumebepaling absoluut? (Nee -&amp;gt; temperatuurcorrecties)&lt;br /&gt;
#**Verschil tussen gas- en vloeistofchromatografie en welke de voorkeur krijgt (+ waarom de kolommen van gaschromatografie langer kunnen zijn)&lt;br /&gt;
#**iets van verschil in detectoren van emissie en geleidbaarheid (niet zeker van)&lt;br /&gt;
#*schriftelijk&lt;br /&gt;
#**CHROMATOGRAFIE (8/20): &lt;br /&gt;
#***alle verschillende scheidingstechnieken uitleggen (3/8)&lt;br /&gt;
#***van deemter vergelijking verklaren en alle factoren ervan uitleggen (3/8)&lt;br /&gt;
#***wat is FID(2/8)&lt;br /&gt;
#** SPECTROSCOPIE (8/20): &lt;br /&gt;
#***schets maken van opstelling absorptie meten en uitleggen wat het verschil is waar je gaat meten bij absorptie en emissie (of iets in die aard)&lt;br /&gt;
#***tekening van stralingsloze en emissie terugval aanvullen en verklaren&lt;br /&gt;
#***je krijgt een grafiek van de absorbantie geplot tegenover de golflengte voor een stof N, stof M en mengsel M+N, je moet in detail uitleggen hoe je de concentratie van N en M gaat bepalen in het mengsel&lt;br /&gt;
#Deel 2 Annelies Delabie&lt;br /&gt;
#*Mondeling&lt;br /&gt;
#**Je hebt 0.1M NaH2PO4 ga je met een zuur of een base titreren?&lt;br /&gt;
#*Schriftelijk&lt;br /&gt;
#***Geef de afleiding voor de formule van de pH voor een amfiprotisch deeltje.&lt;br /&gt;
#Oefeningen&lt;br /&gt;
#*Systematische methode: toon aan dat als je 0.150M Al2(SO4)3 en 1.8M NaOH samenvoegt dat je geen neerslag van Al(OH)3 zult krijgen.&lt;br /&gt;
#*Statistiek: je gaat 25.00 ml van een oplossing titreren, je krijgt 6 metingen en je moet aantonen of het volume steeds te hoog ligt of niet aan de hand van een geschikte hypothesetest&lt;br /&gt;
#*Oplosbaarheid van BaSO4 bepalen in een mengsel van NaCl, KCl, Na2HPO4 en KH2PO4 met rekening te houden met de activiteiten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 augustus 2023===&lt;br /&gt;
#Deel 1 Stefan De Gendt&lt;br /&gt;
#* STATISTIEK: Wat zijn randomfouten, precisie, accuratesse? Verschillende situaties gegeven, is fout instrumenteel, persoonlijk of methodisch (kort uitleggen)? 3 vb systematische fouten gegeven, is correctie mogelijk, zo ja hoe? Hoe kan je testen of fout constant of proportioneel is?&lt;br /&gt;
#* SCHEIDINGSMETHODEN: opnoemen + uitleggen, specifiek voor CHROMATOGRAFIE: verdelingcoëfficient, selectiviteitsfactor, plaathoogte, Van Deemter vgl, thermische geleidbaarheidsdetector&lt;br /&gt;
#* SPECTROSCOPIE: Fluo&amp;amp;Fosfo (afbeelding met excitaties energieniveaus) vul afbeelding aan met hoe emissie kan optreden en leg uit, Wet van Beer + afwijkingen, teken fotometrische titratie curve (A + T &amp;lt;=&amp;gt; P met eT &amp;gt; eA en eP = 0)&lt;br /&gt;
#Deel 2 Annelies Delabie&lt;br /&gt;
#* ZOUTEFFECT: (afbeelding: K&#039;sp, K&#039;w, K&#039;a stijgen als meer NaCl) Wat gebeurt er? Oorzaak? Formules (verklaar alle symbolen)?&lt;br /&gt;
#Deel 3 Oefeningen&lt;br /&gt;
#* SYSTEMATISCHE METHODE: Bereken pH van mengsel van HNO2, NaOH en NaCN (geen activiteiten nodig)&lt;br /&gt;
#* STATISTIEK: terugtitratie met reactievergelijkingen gegeven a) bereken concentratie met de fout hierop b) tabel met concentraties berekend van oplossingen uit 2 verschillende flessen, zijn concentraties in de flessen hetzelfde op BI van 95%?&lt;br /&gt;
#* Bereken hoeveel HCl toegevoegd moet worden aan Na3PO4 om pH van 6,80 te bekomen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2022===&lt;br /&gt;
#Deel 1 Stefan De Gendt&lt;br /&gt;
#* STAAL PREPARATIE: verschil massa &amp;amp; gewicht, correcties bij massabepaling bespreken&lt;br /&gt;
#* FOUTEN: onderverdeling systematische fouten en een correctie voor elk type&lt;br /&gt;
#* CHROMATOGRAFIE: Verdelingcoëfficient (afbeelding), Selectiviteitsfactor, Retentiefactor, Plaathoogte, Deemter vgl, verschil gas &amp;amp; vloeistof&lt;br /&gt;
#* SPECTROSCOPIE: Emissie door Fluo&amp;amp;Fosfo (afbeelding), Wet van Beer + beperkingen, teken fotometrische titratie curve (A + T &amp;lt;=&amp;gt; P met eT &amp;gt; eA en eP = 0)&lt;br /&gt;
#Deel 2 Annelies Delabie&lt;br /&gt;
#* GRAVIMETRIE: definitie, belang deeltjesgrootte, mechanisme deeltjesvorming, hoe deeltjesgrootte beïnvloeden, definitie homogene precipitatie&lt;br /&gt;
#Deel 3 Oefeningen&lt;br /&gt;
#* IONISCHE STERKTE bereken pH van 0,075M NaHCO3 + 0,060M Na2CO3 afh. van activiteit&lt;br /&gt;
#* OPLOSBAARHEID: BaCO3 in pH9,9 gebufferde opl (system. methode)&lt;br /&gt;
#* STATISTIEK: 3 clubs, 5 testen per club, zelfde methode a) is ergens grenswaarde overschreden op CI 95%? b) is er verschil tss club A en B op CI 99%?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 augustus 2021===&lt;br /&gt;
#Deel 1 Stefan De Gendt&lt;br /&gt;
#*ZOUTEFFECT: (afbeelding) Wat gebeurt er? Oorzaak? Formules?&lt;br /&gt;
#Deel 2 Annelies Delabie&lt;br /&gt;
#*CHROMATOGRAFIE: Verdelingcoëfficient (afbeelding), Selectiviteitsfactor, Retentiefactor, Plaathoogte, Deemter vgl, verschil gas &amp;amp; vloeistof&lt;br /&gt;
#*SPECTROMETRIE: Emissie door Fluo&amp;amp;Fosfo (afbeelding), Wet van Beer + beperkingen&lt;br /&gt;
#Deel 3 Oefeningen&lt;br /&gt;
#* pH BEREKENING: Na2S-opl + HCl-opl (keuze methode)&lt;br /&gt;
#* OPLOSBAARHEID: FeS in pH9 gebufferde opl (system. methode)&lt;br /&gt;
#* STATISTIEK: 2 personen, 4 metingen per persoon, zelfde methode&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 januari 2021===&lt;br /&gt;
#Deel 1 Stefan De Gendt&lt;br /&gt;
#*SCHEIDINGSMETHODEN: opnoemen + uitleggen&lt;br /&gt;
#*CHROMATOGRAFIE: Verdelingcoëfficient (afbeelding), Selectiviteitsfactor, Plaathoogte, Deemter vgl&lt;br /&gt;
#*SPECTROMETRIE: Emissie door Fluo&amp;amp;Fosfo (afbeelding), Wet van Beer + beperkingen&lt;br /&gt;
#Deel 2 Annelies Delabie&lt;br /&gt;
#*ARGENTOMETRIE: verloop titratie (system. methode), titraties halides geven, indicator (1tje uitleggen)&lt;br /&gt;
#Deel 3 Oefeningen&lt;br /&gt;
#*Co-precipitatie van cl-ionen worden gemeten in een BaCl2 met H2SO4 reactie. Een tweede meting wordt gedaan met extra NaCl toegevoegd. Mag de tweede meting worden beschouwd als het eerste? Stel een nulhypothese op en een alternatieve hypothese (t-test). Bereken de werkelijke massa van BaSO4 zonder co-precipitatie en bereken de massaprocent van het gemiddelde cl- ionen in de neerslag&lt;br /&gt;
#* pH BEREKENING: HCl-opl + Na2C2O4-opl (system. methode)&lt;br /&gt;
#*Hoeveel Ag2NO3 kan je toevoegen zodat AgCl en Ag2C2O4 niet neerslaat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2020===&lt;br /&gt;
#De verschillende scheidingsmethode en leg de deemstervergelijking uit.&lt;br /&gt;
#Mondelinge vragen van SDG:&lt;br /&gt;
#*Wat is amu.&lt;br /&gt;
#*Verschil tussen gecalibreerd glaswerk: to contain en to deliver uitleggen. &lt;br /&gt;
#*Wat zijn de mogelijke manieren van systematische fouten&lt;br /&gt;
#*Een tekening van de energiebanden bij fluorescentie, geef uitleg hierover.&lt;br /&gt;
#*Thermische geleidbaarheidsdetector&lt;br /&gt;
#*Detectielimiet&lt;br /&gt;
#Bespreek de titratiecurves bij argentometrie.&lt;br /&gt;
#*Geef via systematische methode een formule voor het berekenen van de grafiek.&lt;br /&gt;
#*Leg de invloed van de ksp en een verdunning uit.&lt;br /&gt;
#oef 1: &lt;br /&gt;
#*Berekenen van de pH van 0.6 M NaCN via systematische methode&lt;br /&gt;
#*Hoeveel HCl (3.0 M) moet je toevoegen aan 100.00 ml 0.5 NaCN om pH 9.08 te komen.&lt;br /&gt;
#*Na toevoegen van AgNO3: laat zien dat door complexatie AgOH en AgCN niet neerslaan.&lt;br /&gt;
#oef 2:&lt;br /&gt;
#*Een reactie van een standaardisatie, bereken de concentratie en fout erop.&lt;br /&gt;
#*Tabel met gegevens van 2 stalen, nulhypothese en geef op het 95% betrouwbaarheidsniveau een conclusie van 2 stalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2019===&lt;br /&gt;
#Bespreek de verschillende analytische scheidingstechnieken en chromatografische scheiding specifiek.&lt;br /&gt;
#*Werking chromatografische scheiding&lt;br /&gt;
#*verdelingscoeff, selectiviteitsfactor, plaathoogte&lt;br /&gt;
#*deemstervergelijking&lt;br /&gt;
#bespreek in detail de titratiecurven van H2A (diprotisch zuur deeltje). Geef hoe je op elk van deze punten de pH kunt berekenen. &lt;br /&gt;
#oef 1: bereken de pH van HBr en HNO2, Hierbij word KOH gedaan bereken nu de pH, in de eerste oplossing bereken de oplosbaarheid van PbBr2&lt;br /&gt;
#oef 2: puur Zn reageerd met Hcl en vormt H2. zoek het massapercentage, bereken het betrouwbaarheidsinterval voor 95%, hoeveel metingen zijn er nodig voor een O,3 betrouwbaarheidsinterval op 99%&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 september 2018===&lt;br /&gt;
#Beschrijf alle scheidingstechnieken en chromatografie uitgebreid uitleggen met termen selectiviteitsfactor en Deemtervergelijking&lt;br /&gt;
#Leid de formule af om de pH van een amfiprotische verbinding te bepalen&lt;br /&gt;
#Oefening met pH van kaliumoxalaatoplossing berekenen, na toevoeging van KOH en na toevoeging van HBr&lt;br /&gt;
#Oefening met statistische interpretatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2018===&lt;br /&gt;
#Beschrijf alle analytische scheidingstechnieken en Van Deemtervergelijking uitleggen&lt;br /&gt;
#Deeltjesgrootte binnen de gravimetrie en hoe we deze kunnen beïnvloeden&lt;br /&gt;
#(1) pH van een oplossing Na2CO3 via de systematische methode (reactievergelijkingen, massa- en ladingsbalansen) en (2) pH van een Na2CO3 oplossing na toevoegen van HCl via methode naar keuze&lt;br /&gt;
#(1) bepaling van massapercentage NH4Cl in een 0,5g sample (dmv een terugtitratie) en (2) gemiddelde, standaarddeviatie en betrouwbaarheidsinterval bepalen uit data van 8 metingen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen OUD==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Augustus 2017===&lt;br /&gt;
# Titratie van NaCl met AgNO3 met de vorderingsgraad. Ook de afleiding van ladingsbalans&lt;br /&gt;
# 3 methodes voor bepalen van metaal en ligand verhouding, 1 van kiezen en uitleggen &lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid LiF iteratief uitwerken, rekening houden met ionische sterkte (oefeningen van in de les) &lt;br /&gt;
# Oefening ivm oplosbaarheid zilveroxalaat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2017 NM===&lt;br /&gt;
# Detectielimieten + formules, standaardadditie formules&lt;br /&gt;
# Alfa(1): definieren en formule van ph afhankelijkheid, titratiecurve voor zwak zuur en NaOH afleiden met vorderingsgraad&lt;br /&gt;
# Meest gebruikte vorm gaschromatografie?, 2 manieren voor kwalitatief onderzoek, 2 meest efficiënte manieren voor kwantitatief onderzoek, destructieve en niet destructieve detectoren uitleggen&lt;br /&gt;
# Oefening op buffer van triprotonisch zuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
# Ppm bewijzen bij gas, specifiek gewicht, temperatuursafhankelijkheid&lt;br /&gt;
# Afleiding van extractie, ionenchromatografie met supressorkolom en alternatieven&lt;br /&gt;
# sigmoidale en lineair segement, Gran plot&lt;br /&gt;
# oefening met oplosbaarheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2016 VM===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Wat bepaalt of we een colloïdale of kristallijnen neerslag krijgen wanneer we 2 reagentia samenvoegen? Wat ligt aan de basis van stabilisatie van een colloïdale neerslag? Hoe kunnen we deze neerslag toch filtreerbaar maken? Wat is het gevaar bij wassen van deze neerslag en hoe kan dit probleem opgelost worden?&lt;br /&gt;
#absorptiemeting&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen het absorptiespectrum bij atomaire absorptie en moleculaire absorptie? Wat zijn de praktische gevolgen voor metingen bij atomaire absorptie?&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen de spectra van moleculaire absorptie in gasfase of in oplossing? Welke methode van deze twee is het best bruikbaar voor kwalitatieve analyse?&lt;br /&gt;
#*Wet van Beer afleiden&lt;br /&gt;
#*Dit is een &#039;limiting law&#039;, verklaar.&lt;br /&gt;
#*Verklaar de invloed van strooilicht &lt;br /&gt;
#grafieken van in cursus fosforzuur/oxaalzuur/zwavelzuur&lt;br /&gt;
#*Welke curve hoort bij welk zuur?&lt;br /&gt;
#*Bespreek de equivalentiepunten (duidelijk voorkomen, afwezigheid van punten...)&lt;br /&gt;
#*Duid voor de curve van fosforzuur aan welke deeltjes in elk gebied belangrijk zijn voor de pH-bepaling (beging,vlak gebied (buffer), EP...)&lt;br /&gt;
#*Bereken voor de curve van fosforzuur de pH enkel met eenvoudige formules in de verschillende gebieden (start, midden vlak gebied, EP...)&lt;br /&gt;
Oefening&lt;br /&gt;
# Maak een buffer met een totaal volume van 1,00L en pH = 9,60 met 0,300 M Na2CO3 en 0,200 HCl. Ka1(H2CO3) = 4,45.10-7 en Ka2(H2CO3) = 4,69.10-11&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2016 NM ===&lt;br /&gt;
#titratie NaCl met AgNO3. leid formules die het verloop van de titratiecurves geven mbv vorderringsgraad. Hoe wordt deze formule gebruikt.&lt;br /&gt;
#Definiïer de plaathoogte en bespreek de fysische invloeden op de factoren die de plaathoogte beïnvloeden en geef de grafiek hiervan.&lt;br /&gt;
#Belangrijkste eigenschappen van activiteitscoëfficiënten en leid de molaire oplosbaarheid af van LiF met de activiteiten te beschouwen.&lt;br /&gt;
#titratie van HCL en H2SO3 met NaOH, geef de grafiek en bespreek welke deeltjes er te vinden zijn waar en bereken de pH na toevoeging van 37,5mL van NaOH door systematisch te werken en toon aan dat de vereenvoudigingen kloppen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2016 VM ===&lt;br /&gt;
#pH amfiprotisch deeltje&lt;br /&gt;
#ppm bij gassen en oplossingen, specifiek gewicht + temperatuursafhankelijk of niet&lt;br /&gt;
#3 methodes vr stoichiometrie van complex met absorbantie&lt;br /&gt;
#oefening: oplosbaarheid Ag2C2O4 in oplossing met pH=4, Ksp en Ka&#039;s gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 augustus voormiddag===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*wat bepaalt of we een colloïdale of kristellijnen neerslag krijgen wanneer we 2 reagentia samenvoegen?&lt;br /&gt;
#*wat ligt aan de basis van de stabilisatie van een colloïdale neerslag.&lt;br /&gt;
#*hoe kunnen we deze neerslag verbeteren zodat deze toch te filteren is.&lt;br /&gt;
#*wat gebeurd er als we zo een verbeterde neerslag wassen en hoe kan dit soms opgelost worden.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*leg uit wat aan de grondslag ligt van de scheiding van metaalkationen volgens de historische H2S methode.&lt;br /&gt;
#*Ka1 en Ka2 van H2S gegeven en dan uitleggen waarom de ene groter is dan de andere.&lt;br /&gt;
#*Grafiek uit de cursus van bij dit stukje en dan de helling van die rechte berekenen.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*wat is het meest voorkomende type gaschromatografie.&lt;br /&gt;
#*op welke 2 manieren kan aan kwalitatieve analyse gedaan worden met gaschromatografie.&lt;br /&gt;
#*kwantitatieve analyse met gaschromatografie: uitleggen van interne standaard en standaardadditie.&lt;br /&gt;
#*bondig bespreken van de destructieve en niet-destructieve detector gebruikt bij gaschromatografie die we gezien hebben in de les&lt;br /&gt;
#oefening waarbij ge de pH van een mengsel van 2 stoffen moet bepalen en daarna de oplosbaarheid van een andere stof bepalen die in dat mengsel gedaan wordt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2014 NM===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Omschrijf met woorden het concept standaardfout precies?&lt;br /&gt;
#* Beschrijft een gauss-curve perfect de verdeling van de meetresultaten in de analytische chemie? (uitleg)&lt;br /&gt;
#* Wat is het grote nut van s-pooled in de analytische chemie?&lt;br /&gt;
#* Wat is het verband tussen t (two tailed) en t (one tailed)? Leg uit m.b.v. Gauss-curves.&lt;br /&gt;
#* Indien een chemische analysemethode een normaaldistributie volgt die gekenmerkt wordt door een straalgemiddelde µ en een populatiestandaarddeviatie sigma. Geef dan de formule die toelaat de fractie F van het totaal aantal metingen te berekenen dat, bij een zeer groot aantal metingen, gelegen is tussen µ+a en µ+b. Toon met deze formule aan dat voor om het even welke analysemethode die een normaaldistributie volgt, er eenzelfde fractie van metingen  zich bevindt tussen µ-2sigma; en µ+2sigma. Hoe groot is deze fractie?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Op wat berust de scheiding van metaalkationen op basis van de historisch belangrijke H2S methode?&lt;br /&gt;
#*Voor dit zwakke zuur zijn de numerieke warde voor de dissociatieconstanten gegeven. Waarom is Ka1 &amp;gt; Ka2?&lt;br /&gt;
#* Leid aan de hand van berekeningen de richtingscoëfficiënt af van de bijgevoegde grafiek. (=dalende rechte)&lt;br /&gt;
# Hoe wordt de plaathoogte H in chromatografie gedefinieerd? Schets de grafiek van de plaathoogte in functie van de stroomsnelheid van de mobiele fase. De afhankelijk kan gevat worden in een bepaalde vergelijking.&lt;br /&gt;
Schrijf en benoem deze en verklaar de verschillende componenten ervan aan de hand van de fysische verschijnselen zoals die zich voordoen in een kolom. Wat is het belangrijkste verschil tussen gaschromatografie en vloeistrofchromatografie in deze context?&lt;br /&gt;
# We lossen 445 mg AlCl3 (133,34 g/mol) op in 200 mL water. Het kation complexeert volledig met water tot Al(H20)6(3+) en heeft zure eigenschappen: Ka(Al(H2O)6(3+) = 1,4 x 10^-5&lt;br /&gt;
(a) Bereken de pH als -log(H+).&lt;br /&gt;
(b) Wat is de molaire oplosbaarheid van zilver wanneer we aan deze oplossing 860 mg aan AgNO3 (169,873 g/mol) toevoegen (Ksp,AgCl)= 1,82 x 10^-8?&lt;br /&gt;
Houd bij de berekeningen steeds rekening met de ionische sterkte van de oplossingen. De effectieve diameter van gehydrateerd AI(H20)5(OH)2+ bedraagt 0.6 nm.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2014 VM===&lt;br /&gt;
# Wat bepaald of er een colloïdale of kristallijnen neerslag vormt? Omschrijf de oorsprong van de stabilisatie van een colloïdale neerslag en hoe men dergelijke neerslag kan behandelen om een filtreerbare neerslag te krijgen. Wat zijn de gevaren bij het wassen en hoe kunnen deze vermeden worden? Waarom is Fe(OH)3 of zijn waterige oxide niet filtreerbaar in gewone omstandigheden, en wat kan je eraan doen? Plaat de Fajansmethode in de context van deze vraag.&lt;br /&gt;
# Leid de eenvoudigste formule af om de pH te schatten van amfiprotische deeltjes NaHA met cNaHA.&lt;br /&gt;
# Scheiding door extractie: Leid een formule af om te berekenen wat de concentratie is na i extracties van component A in een bepaalde hoeveelheid waterige fase door middel van telkens dezelfde hoeveelheid organische fase te gebruiken. - Waarom gebruikt men bij ionenchromatografie een suppressorkolom? Omschrijf de werking adhv een voorbeeld. Geef de twee alternatieven voor een suppressorkolom (+uitleg).&lt;br /&gt;
# Gegeven is een oplossing van 50,0mL met 0.10M HCl en 0.10M H2SO3 met pKa1=1.23*10-2 en pKa2=6.6*10-8. Er wordt getitreerd met 0.20M NaOH (a) Teken de titratiecurve en beschrijf de samenstelling van elk gebied (zwakke base, amfiprotisch zout) (b) Bereken de pH na toevoegen van 37.5mL base. [Tip bij (b): gebruik de systematische methode, en zorg dat de relatieve fout op [H3O+] minder blijft dan 5%]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 Januari 2013 NM===&lt;br /&gt;
#wat is het verband tussen slitbreedte en kwalitatieve analyse?&lt;br /&gt;
#wat is de rol van strooilicht en niet effectief monochromatisch licht bij kwantitatieve analyse?&lt;br /&gt;
#bespreek de 3 methodes (continue variatie, mol-ratio en helling-ratio) om de stoichiometrie van een complex te bepalen aan de hand van de gegeven grafieken. Kunnen we hier nog andere informatie uithalen?&lt;br /&gt;
#leid 2 formules af die de titratiecurve van NaCl met AgNO3 beschrijven. Hoe gebruikt men ze?&lt;br /&gt;
#toon aan dat het equivalentiepunt steeds bij dezelfde pAg ligt&lt;br /&gt;
#geef 3 fysische methodes om het equivalentiepunt waar te nemen&lt;br /&gt;
# 0,1g H3PO4 (pKA&#039;s gegeven) wordt in 100 ml water opgelost en met 0,01M NaOH neutraal gemaakt. Wat zijn de molfracties aan H3PO4 en de geconjugeerde basen?&lt;br /&gt;
# Een staal bevat enkel KCl en FeCl2, molmassa&#039;s en totale zijn gegeven. Een Mohr-titratie wordt toegepast, gebruikte hoeveelheid AgNO3 en concentratie zijn gegeven. Bepaal de massa FeCl2 en het massapercentage aan Fe (atoommassa gegeven) in het staal.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 Januari 2012 NM===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Zuur/base&lt;br /&gt;
#* Differentierend / Leveling solvent&lt;br /&gt;
#* verband tussen Ka en Kb bij diprotisch afleiden&lt;br /&gt;
#* toon aan dat de alfa-waardes enkel afhankelijk zijn van de pH van de oplossing &lt;br /&gt;
#* afleiden titratiecurve van zwak zuur &amp;amp;amp; sterke base a.d.h.v. vorderingsgraad. Hoe stel je vanuit deze formule diegene op van een sterk zuur en een sterke base? Zelfde vraag voor polyprotisch zwak zuur en sterke base. &lt;br /&gt;
# Chromatografie &lt;br /&gt;
#* wat is de meest gebruikte gaschromatografie? wat is de andere?) &lt;br /&gt;
#* hoe kan je bij gaschromatografie kwalitatief en staal analyseren &lt;br /&gt;
#* leg uit hoe je bij kwantitatieve analyse hier interne standaard en standaardadditie toepast &lt;br /&gt;
#* twee detectoren: destructieve en niet-destructieve voor gaschromatografie. Leg bondig uit &lt;br /&gt;
# Oefeningen &lt;br /&gt;
#* een combinatie oefening van het bepalen van een concentratie tijdens een titratie en statistische methodes &lt;br /&gt;
#* wat is het effect op de ionische sterkte als je NaOH bij a) MgCl2 b) HCL c) CH3COOH doet. (bespreken)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 augustus 2011===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Beschouw titratie van een zwak zuur met een sterke base. Hoe bepaal de titratiecurve a.d.h.v. de vorderingsgraad. Geef de afleiding voor vorderingsgraad. Hoe zit het dan voor titratie van een sterk zuur met een sterke base?&lt;br /&gt;
# Instrumenten&lt;br /&gt;
#* Wat is het verschil tussen de concentratiebepaling bij fluorescentie, absorptie en chemoluminescentie? &lt;br /&gt;
#* Wat is een interferentiefilter? Geef de afleding voor de formule \lambda=2\eta t&lt;br /&gt;
#* leg uit: fotodiode en fotomultiplier&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# standaardoefening op selectief neerslagen (is het mogelijk om bv Sr2+ en Hf4+ neer te slaan door OH- toe te voegen&lt;br /&gt;
# ook standaard: geef verhouding van 2 ionen in oplossing, Ksp&#039;s, Ka enz gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 januari 2011 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(Misschien niet in die woorden,maar het kwam wel op deze vragen neer)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Chromatografie: &lt;br /&gt;
#*Wat is de plaathoogte, geef een definitie en leid de formule af.&lt;br /&gt;
#*Bespreek de plaathoogte ifv de stroomsnelheid van de mobiele fase. Met welke functie kan deze omschreven worden? Ontleed en bespreek de onderdelen van deze functie. Welke factor zorgt voor het verschil tussen de plaathoogte ifv de mobiele fase bij gas en bij vloeistof?&lt;br /&gt;
# Standaardadditie etc&lt;br /&gt;
#* Hoe wordt de enkelvoudige standaardadditiemethode gebruikt? Leid de formule af.&lt;br /&gt;
#* Bespreek bondig de interne standaardmethode. &lt;br /&gt;
#* Welke detectielimieten zijn er? Leid de formules af en bespreek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#oefening met Volhard-titratie.&lt;br /&gt;
#* 100.0ML staal, hoeveel miligram monochloroazijnzuur zit er in als je weet dat men het staal bewerkt met 1M NaOH zodat men een waterige oplossing van ClCh3COO- krijgt. Deze zuurt men aan en men voegt (concentratie gegeven) AgNO3 toe. De neerslag wordt afgefilterd en vervolgens voegt men 10.43 ml NH4SCN toe tot aan het neutralisatiepunt. Bij de blancotitratie moest men 22.98ml NH4SCN toevoegen.&lt;br /&gt;
#oefening met ionische sterkte&lt;br /&gt;
#* Wat is de oplosbaarheid van CaSO4 in 0.0333M Na2SO4? Bereken eerst de ionische sterkte van deze elektrolyt(dus alleen van Na2SO4) en bereken aan de hand van die waarde de oplosbaarheid van CaSO4.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2011 ===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
# Betrouwbaarheidsintervallen:&lt;br /&gt;
#* Verklaar volgende begrippen uit betrouwbaarheidsintervallen: s, Ïƒ, N, z, t, x Ì… (gem.), Âµ   (uitgebreid verklaren)&lt;br /&gt;
#* Leid één van de definities af voor een betrouwbaarheidsinterval, vetrekkende van de basisprincipes van de statistiek&lt;br /&gt;
#* We hebben in de cursus minstens twee lichtjes afwijkende versies van het betrouwbaarheidsinterval gezien, geef die en leg uit wanneer die worden gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verband met t-testen?&lt;br /&gt;
#Spectrofotometer: In een spectrofotometer wordt elektromagnetische straling met bepaalde golflengte Î» doorheen een oplossing van een analiet met goed gekozen solvent gestuurd. Vertrekkende van de bron is de intensiteit van de straling P, als het doorheen de cuvet (optische weglengte b) met alleen solvent is gepasseerd is de intensiteit P&#039;. Met precies één chromofoor in de oplossing heeft de uitgaande straal een intensiteit P&amp;amp;quot. Extinctiecoëfficiënt is Îµ(Î»)&lt;br /&gt;
#* Wat bedoelt men met goed gekozen solvent?&lt;br /&gt;
#* Is P=P&#039;? (motivatie)&lt;br /&gt;
#* Is concentratie c evenredig met P-P&amp;amp;quot; of met P&#039;-P&amp;amp;quot;? (leg uit adhv basisprincipes)&lt;br /&gt;
#* Wat is strooistraling? Wat zijn de gevolgen hiervan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een staal weegt 27,73mg en bestaat alleen maar uit KCl(MG 74,55) en FeCl2(MG 126,75). Met de Mohrmethode is er 18,48mL nodig van een 0,02237M AgNO3-oplossing om het chloride te neutraliseren. Bepaal massa van FeCl2 en massapercent van ijzer in het staal. (oplossing: 0,01761g en 27,98%)&lt;br /&gt;
# Bereken molaire oplosbaarheid van Ag3PO4 (Ksp=2,8E-18) gebufferd bij pH 6. De 3 Ka&#039;s van fosforzuur zijn gegeven. (oplossing 1,40E-3 M)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Omschrijf aan de hand van een voorbeeld de termen precisie en nauwkeurigheid. Wat is hun oorsprong in de analytische scheikunde en tot welke types van fout en corresponderende mathematisch termen geven ze aanleiding?&lt;br /&gt;
# Gegeven oplossing van AgCl-neerslag in evenwicht met een bepaalde analytische concentratie aan KCl. Leid de formule af die de oplosbaarheid van AgCl geeft in functie van de analytische concentratie aan KCl. Bespreek het resulaat aan de hand van een grafiek. (Die 4 reactievergelijkingen krijg je ook gegeven)&lt;br /&gt;
# Bespreek de meest voorkomende detectoren in optische instrumenten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefening:&lt;br /&gt;
# Hoe maak je een buffer van 1L met een pH van 9,6 wanneer je 0,200M HCl gebruikt en 0,300M Na2CO3. (Ka1 en Ka2 van H2CO3 ook gegeven)&lt;br /&gt;
# Teken kwalitatief de titratiecurve van een mengsel van Na2CO3 en HCO3- met een sterk zuur. Duid ook de delen aan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 januari 2009 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Gauss-distributie:&lt;br /&gt;
#* Omschrijf met woorden een Gauss-distributie. Welke factoren bepalen een Gauss-distributie?&lt;br /&gt;
#* Definieer standaardfout. Waarom is de standaardfout steeds kleiner dan de standaarddeviatie?&lt;br /&gt;
#* Voor een Gauss-distributie, wat is de kans dat een meting gelegen is tussen 0 en +1Ïƒ, tussen +1Ïƒ en +2Ïƒ? Wat is de kans dat een meting buiten de limieten Â±2Ïƒ van het gemiddelde gelegen is en kleiner is dan Î¼-2Ïƒ?&lt;br /&gt;
# Leid de formule af die toelaat om aan de hand van de vorderingsgraad de titratiecurve op te stellen voor een oplossing die Cl- bevat. Hoe moet deze formule gebruikt worden?&lt;br /&gt;
# Bespreek de verschillende aspecten van HPLC, aan de hand van de volgende vragen:&lt;br /&gt;
#*Gradiënt- en isocratische elutie.&lt;br /&gt;
#*Partitiechromatografie (normale en omgekeerde fase).&lt;br /&gt;
#*Ionenuitwisselingschromatografie (suppressorkolommen).&lt;br /&gt;
#*Size exclusion chromatografie (gelfiltratie en gelpermeatie).&lt;br /&gt;
#*Affiniteitschromatografie.&lt;br /&gt;
#*Chirale chromatografie.&lt;br /&gt;
Oefening (3 delen):&lt;br /&gt;
* Berekenen van standaarddeviatie en CV.&lt;br /&gt;
* Iets van oplosbaarheid.&lt;br /&gt;
* Titratiecurve opstellen voor 3 basen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Wat is het verband tussen betrouwbaarheidsintervallen en de z- en t-test?&lt;br /&gt;
# Bespreek de wet van Beer qua afleiding, toepassing en beperkingen.&lt;br /&gt;
# Chromatografie. Wat is de plaathoogte van een kolom en hoe wordt deze beÃ¯nvloed door de stroomsnelheid van de mobiele fase?&lt;br /&gt;
Oefening:&lt;br /&gt;
# Bereken de pH voor de titratie van 50,0 mL van een 0,10 M ethyleendiamine-oplossing met een 0,20 M oplossing van HCl na toevoegen van de volgende hoeveelheden zuur: &lt;br /&gt;
a) 0,0 mL HCl&lt;br /&gt;
b) 37,5 mL HCl&lt;br /&gt;
c) 50,0 mL HCl&lt;br /&gt;
Verantwoord steeds eventueel gemaakte benaderingen in je berekeningen. &lt;br /&gt;
Teken kwalitatief de titratiekurve en omschrijf de samenstelling van de oplossing in de verschillende gebieden (bv. Buffer van X en Y, sterk zuur Z, ...)&lt;br /&gt;
Voor Ethyleendiamine (H2NCH2CH2NH2 afgekort B) zijn de numerieke waarden van de opeenvolgende zuurdissociatieconstanten van BH2(2+) als volgt. Ka1 = 1,42 x 10^-7 en Ka2 = 1,18 x 10^-10&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Gran Plot vraag.&lt;br /&gt;
# Moleculaire Fluoriscentie vraag.&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid AgCl met concentratie aan KCl.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# De Volhard titratie wordt algemeen aangeraden voor de analyse van het heptachloor insecticide C10H5Cl7. Er is geen chloride of chloor in de matrix aanwezig. Het percentage van heptachloor wordt gegeven door: %hepatachloor = ((mlAg x cAg - mlSCN x cSCN) x 37.33)/staalmassa. Wat zegt deze berekening over de stoechimoterie van deze titratie (m.a.w. hoeveel chloride-ionen per molecule heptachloor reageren met 1 AgNO3)M = 373,22 g/mol?&lt;br /&gt;
# Bereken de oplosbaarheid van Mg(OH)2 in een 0.0167M oplossing van Ba(NO3)2 door gebruik te maken van:&lt;br /&gt;
#*Activiteiten.&lt;br /&gt;
#*Molaire concentraties.&lt;br /&gt;
#*Bereken ook de procentuele fout die gemaakt wordt door geen rekening te houden met de activiteiten. Ksp Mg(OH)2 = 7.1x10^-12 Neerslag Ba(OH)2 mag je verwaarlozen (tabel activiteitscoeffictien en ionische sterkte gegeven).&lt;br /&gt;
# Schrijf de uitdrukking voor [H3O+] in functie van enkele andere evenwichtscocentraties voor een 0.01M oplossig van HCl die in evenwicht is met een overmaat aan vast BaSO4.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek soorten gevoeligheid+detectielimiet.&lt;br /&gt;
# Mengsel van NaOH NaHCO3 en Na2CO3.&lt;br /&gt;
# Kwantitatieve en kwalitatieve analyse bij gaschromatografie.&lt;br /&gt;
Oefening:&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid van MnS in buffer (Ka&#039;s en conc. H30+ gegeven).&amp;lt;/text&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R1050265</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Analytische_Basistechnieken&amp;diff=4913</id>
		<title>Analytische Basistechnieken</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Analytische_Basistechnieken&amp;diff=4913"/>
		<updated>2026-01-17T12:16:51Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R1050265: /* Examenvragen NIEUW */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Analytische basistechnieken is verplicht voor de chemici. Het werd gedoceerd door prof Hendrickx. Meestal beperkte hij zich tot het aflezen van zijn slides, hier en daar gaf hij extra informatie, die op het examen gevraagd kon worden. Sinds academiejaar 2017-2018 wordt dit vak gedoceerd door twee nieuwe proffen, De Gendt &amp;amp; Delabie. Ook zij beperken zich tot het aflezen van slides. Het examen is opgesplitst in drie delen, elk tellend voor 1/3 van het examen. Je moet voor elk onderdeel minstens een 8/20 halen, anders heb je max een 9/20 in totaal :(&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen NIEUW== &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 januari 2026===&lt;br /&gt;
#Deel 1 (Annelies Delabie)&lt;br /&gt;
#*Geen mondeling&lt;br /&gt;
#*Schriftelijk&lt;br /&gt;
#**Stel 2 volumetrische titraties voor, met een oplossing van NaCl en een oplossing van NaI als analiet. Beide worden getitreerd met een oplossing van AgNO3. Bij welk analiet zal dit het beste gaan (zoiets)? Leg kwantitatief uit met behulp van de systematische methode op verschillende punten in de titratie en geef een semi-kwantitatieve tekening van beide curven.&lt;br /&gt;
#Deel 2 (Stefan de Gendt)&lt;br /&gt;
#*Mondeling (8/20)&lt;br /&gt;
#**Voorbereidend: Maak een duidelijke tekening van het moleculair energiesysteem bij verschillende soorten spectroscopie en laat duidelijk zien welke veranderingen er optreden bij verschillende soorten energieveranderingen (emissie en absorptie enz.) (er werd hier nog veel over doorgevraagd, je moest van alles uitleggen over de figuur)&lt;br /&gt;
#**Andere kleinere vragen:&lt;br /&gt;
#***Teken de titratiecurve bij een willekeurige fotometrische titratie&lt;br /&gt;
#***Leg gradiënt elutie uit&lt;br /&gt;
#***Wat is de detectielimiet leg uit&lt;br /&gt;
#***Nog meer maar ben ik vergeten&lt;br /&gt;
#*Schriftelijk (12/20)&lt;br /&gt;
#**Vraag 1 (7/20)&lt;br /&gt;
#***Leg de wet van Beer uit en verklaar de limiteringen van deze wet&lt;br /&gt;
#***Leg de van Deemter vergelijking uit&lt;br /&gt;
#**Vraag 2 (5/20)&lt;br /&gt;
#***Leg de werking van de thermische geleidbaarheidsdetector uit bij GC&lt;br /&gt;
#***Wat is het Bouyancy effect?&lt;br /&gt;
#***Wat is het verschil tussen populatie en staal in de statistiek? Wanneer gebruiken we een z betrouwbaarheidsinterval en wanneer een t?&lt;br /&gt;
#***Worden de analieten beter gescheiden bij vloeistofchromatografie of gaschromatografie en waarom?&lt;br /&gt;
#*** Nog eentje over statistiek maar weet ik niet meer&lt;br /&gt;
#Deel 3 (Oefeningen)&lt;br /&gt;
#*Een tekst over een of andere broom test op tomaten en komkommers waarbij je telkens 5 waarden kreeg gekregen voor bij een tomaat en komkommer&lt;br /&gt;
#**Is de gemiddelde waarde van tomaat en komkommer hetzelfde? Toon aan met een hypothesetest op het 95% betrouwbaarheidsniveau. Zou je dezelfde conclusie trekken op het 90% niveau?&lt;br /&gt;
#*Vraag met mengsel van AgNO3 en NaCl, hoeveel ammoniak moet je toevoegen om ervoor te zorgen dat er geen AgCl neerslag vormt? Je mag er van uit gaan dat er geen AgOH, AgCl2 en AgCl3 wordt gevormd. Reken uit met de systematische methode.&lt;br /&gt;
#*Na3PO3 wordt samengevoegd met HCl (in mol). Wat is de pH van dit mengsel? (Mag zonder systematische methode uitgerekend worden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 januari 2025 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
#Deel 1 Annelies Delabie&lt;br /&gt;
#*Mondeling (4/20)&lt;br /&gt;
#**Invloed van NaCL op de oplosbaarheid van een neerslagende stof&lt;br /&gt;
#**Elektrolyt effect uitleggen&lt;br /&gt;
#**Activiteiten uitleggen + formule&lt;br /&gt;
#*Schriftelijk&lt;br /&gt;
#**Systematische methode toepassen om aan te tonen dat AgI eerder neerslaat dan AgCl.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel 2 Stefan De Gendt&lt;br /&gt;
#*Uitzonderlijk geen mondeling&lt;br /&gt;
#*Schriftelijk&lt;br /&gt;
#**12 vragen over Stat., Chromatografie en spectrografie (12p)&lt;br /&gt;
#***Is gewicht hetzelfde als massa?&lt;br /&gt;
#***Doppler effect bij spectroscopie&lt;br /&gt;
#***verschil analiet conc. &amp;amp; evenwichtsconc. + symbolen&lt;br /&gt;
#***...&lt;br /&gt;
#**Leg de van Deemter vergelijking uit, (met figuur?) (4p)&lt;br /&gt;
#**vervolledig de figuur van de energie banden + benoem de processen (4p)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel 3 Oefeningen&lt;br /&gt;
#*Hypothese test opstellen van 6 stalen die met 2 methodes getest zijn, 95% betrouwbaarheid testen&lt;br /&gt;
#*Systematische methode toep., Conc. HCl bepalen nodig om ervoor te zorgen dat [Ag(OH)2] = 0.020M niet zou neerslaan&lt;br /&gt;
#*buffer maken met een pH van 6,82  met Na3PO4 en HCl, bepaal volumes&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2024 (namiddag)===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel 1 Stefan De Gendt&lt;br /&gt;
#*mondeling (4/20)&lt;br /&gt;
#**Wat is de gevoeligheid ?&lt;br /&gt;
#**Welke soorten fouten zijn er en en welke komt overeen met precisie en welke met accuratesse?&lt;br /&gt;
#**plaathoogte bij gas- en vloeistofchromatografie.&lt;br /&gt;
#**de andere 3 geen idee meer &lt;br /&gt;
#*schriftelijk&lt;br /&gt;
#**CHROMATOGRAFIE (8/20): &lt;br /&gt;
#***alle verschillende scheidingstechnieken uitleggen (3/8)&lt;br /&gt;
#***Plaathoogte en van deemter vergelijking verklaren aan de hand van de grafiek.(3/8)&lt;br /&gt;
#***wat is FID(2/8)&lt;br /&gt;
#** SPECTROSCOPIE (8/20): &lt;br /&gt;
#***schets maken van opstelling van fluorescentiespectroscopie met een externe bron met de 5 componenten en dan het verschil uitleggen met absorptiespectroscopie met een externe bron.&lt;br /&gt;
#***tekening van stralingsloze en emissie terugval aanvullen en verklaren&lt;br /&gt;
#***je krijgt een grafiek van de absorbantie geplot tegenover de golflengte voor een stof N, stof M en mengsel M+N, je moet in detail uitleggen hoe je de concentratie van N en M gaat bepalen in het mengsel&lt;br /&gt;
#Deel 2 Annelies Delabie&lt;br /&gt;
#*Mondeling&lt;br /&gt;
#**Duid aan welke van de titratie curves past bij een titratie van dinatriummaleaat met een standaard zuur.( oefening in de les gedaan bij hoofdstuk 13 )&lt;br /&gt;
#*Schriftelijk&lt;br /&gt;
#***Geef de afleiding voor de formule van de pH voor een amfiprotisch deeltje.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen &lt;br /&gt;
Statistiek: Is er een verschil van de gemiddelde hoeveelheid opgelost tin bij de metingen van de reflux van 30 min  tov de metingen van de reflux van 75 min op betrouwbaarheid van 95%? aan de hand van de geschikte hypothese test (de t-test met s pooled gebruiken)&lt;br /&gt;
Oplosbaarheid: ….in pH 5 gebufferde opl (system. methode)&lt;br /&gt;
pH BEREKENING: Na2S-opl + HCl-opl (keuze methode)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2024 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
#Deel 1 Stefan De Gendt&lt;br /&gt;
#*mondeling (4/20)&lt;br /&gt;
#**Wat is precisie?&lt;br /&gt;
#**Wat is het verschil tussen s en sigma (ook vrijheidsgraden aanhalen)&lt;br /&gt;
#**Welke soorten systematische fouten zijn er en welke zijn het moeilijkste op te lossen? (persoonlijk, systematische, methodische (moeilijkste op te lossen))&lt;br /&gt;
#**Is volumebepaling absoluut? (Nee -&amp;gt; temperatuurcorrecties)&lt;br /&gt;
#**Verschil tussen gas- en vloeistofchromatografie en welke de voorkeur krijgt (+ waarom de kolommen van gaschromatografie langer kunnen zijn)&lt;br /&gt;
#**iets van verschil in detectoren van emissie en geleidbaarheid (niet zeker van)&lt;br /&gt;
#*schriftelijk&lt;br /&gt;
#**CHROMATOGRAFIE (8/20): &lt;br /&gt;
#***alle verschillende scheidingstechnieken uitleggen (3/8)&lt;br /&gt;
#***van deemter vergelijking verklaren en alle factoren ervan uitleggen (3/8)&lt;br /&gt;
#***wat is FID(2/8)&lt;br /&gt;
#** SPECTROSCOPIE (8/20): &lt;br /&gt;
#***schets maken van opstelling absorptie meten en uitleggen wat het verschil is waar je gaat meten bij absorptie en emissie (of iets in die aard)&lt;br /&gt;
#***tekening van stralingsloze en emissie terugval aanvullen en verklaren&lt;br /&gt;
#***je krijgt een grafiek van de absorbantie geplot tegenover de golflengte voor een stof N, stof M en mengsel M+N, je moet in detail uitleggen hoe je de concentratie van N en M gaat bepalen in het mengsel&lt;br /&gt;
#Deel 2 Annelies Delabie&lt;br /&gt;
#*Mondeling&lt;br /&gt;
#**Je hebt 0.1M NaH2PO4 ga je met een zuur of een base titreren?&lt;br /&gt;
#*Schriftelijk&lt;br /&gt;
#***Geef de afleiding voor de formule van de pH voor een amfiprotisch deeltje.&lt;br /&gt;
#Oefeningen&lt;br /&gt;
#*Systematische methode: toon aan dat als je 0.150M Al2(SO4)3 en 1.8M NaOH samenvoegt dat je geen neerslag van Al(OH)3 zult krijgen.&lt;br /&gt;
#*Statistiek: je gaat 25.00 ml van een oplossing titreren, je krijgt 6 metingen en je moet aantonen of het volume steeds te hoog ligt of niet aan de hand van een geschikte hypothesetest&lt;br /&gt;
#*Oplosbaarheid van BaSO4 bepalen in een mengsel van NaCl, KCl, Na2HPO4 en KH2PO4 met rekening te houden met de activiteiten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 augustus 2023===&lt;br /&gt;
#Deel 1 Stefan De Gendt&lt;br /&gt;
#* STATISTIEK: Wat zijn randomfouten, precisie, accuratesse? Verschillende situaties gegeven, is fout instrumenteel, persoonlijk of methodisch (kort uitleggen)? 3 vb systematische fouten gegeven, is correctie mogelijk, zo ja hoe? Hoe kan je testen of fout constant of proportioneel is?&lt;br /&gt;
#* SCHEIDINGSMETHODEN: opnoemen + uitleggen, specifiek voor CHROMATOGRAFIE: verdelingcoëfficient, selectiviteitsfactor, plaathoogte, Van Deemter vgl, thermische geleidbaarheidsdetector&lt;br /&gt;
#* SPECTROSCOPIE: Fluo&amp;amp;Fosfo (afbeelding met excitaties energieniveaus) vul afbeelding aan met hoe emissie kan optreden en leg uit, Wet van Beer + afwijkingen, teken fotometrische titratie curve (A + T &amp;lt;=&amp;gt; P met eT &amp;gt; eA en eP = 0)&lt;br /&gt;
#Deel 2 Annelies Delabie&lt;br /&gt;
#* ZOUTEFFECT: (afbeelding: K&#039;sp, K&#039;w, K&#039;a stijgen als meer NaCl) Wat gebeurt er? Oorzaak? Formules (verklaar alle symbolen)?&lt;br /&gt;
#Deel 3 Oefeningen&lt;br /&gt;
#* SYSTEMATISCHE METHODE: Bereken pH van mengsel van HNO2, NaOH en NaCN (geen activiteiten nodig)&lt;br /&gt;
#* STATISTIEK: terugtitratie met reactievergelijkingen gegeven a) bereken concentratie met de fout hierop b) tabel met concentraties berekend van oplossingen uit 2 verschillende flessen, zijn concentraties in de flessen hetzelfde op BI van 95%?&lt;br /&gt;
#* Bereken hoeveel HCl toegevoegd moet worden aan Na3PO4 om pH van 6,80 te bekomen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2022===&lt;br /&gt;
#Deel 1 Stefan De Gendt&lt;br /&gt;
#* STAAL PREPARATIE: verschil massa &amp;amp; gewicht, correcties bij massabepaling bespreken&lt;br /&gt;
#* FOUTEN: onderverdeling systematische fouten en een correctie voor elk type&lt;br /&gt;
#* CHROMATOGRAFIE: Verdelingcoëfficient (afbeelding), Selectiviteitsfactor, Retentiefactor, Plaathoogte, Deemter vgl, verschil gas &amp;amp; vloeistof&lt;br /&gt;
#* SPECTROSCOPIE: Emissie door Fluo&amp;amp;Fosfo (afbeelding), Wet van Beer + beperkingen, teken fotometrische titratie curve (A + T &amp;lt;=&amp;gt; P met eT &amp;gt; eA en eP = 0)&lt;br /&gt;
#Deel 2 Annelies Delabie&lt;br /&gt;
#* GRAVIMETRIE: definitie, belang deeltjesgrootte, mechanisme deeltjesvorming, hoe deeltjesgrootte beïnvloeden, definitie homogene precipitatie&lt;br /&gt;
#Deel 3 Oefeningen&lt;br /&gt;
#* IONISCHE STERKTE bereken pH van 0,075M NaHCO3 + 0,060M Na2CO3 afh. van activiteit&lt;br /&gt;
#* OPLOSBAARHEID: BaCO3 in pH9,9 gebufferde opl (system. methode)&lt;br /&gt;
#* STATISTIEK: 3 clubs, 5 testen per club, zelfde methode a) is ergens grenswaarde overschreden op CI 95%? b) is er verschil tss club A en B op CI 99%?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 augustus 2021===&lt;br /&gt;
#Deel 1 Stefan De Gendt&lt;br /&gt;
#*ZOUTEFFECT: (afbeelding) Wat gebeurt er? Oorzaak? Formules?&lt;br /&gt;
#Deel 2 Annelies Delabie&lt;br /&gt;
#*CHROMATOGRAFIE: Verdelingcoëfficient (afbeelding), Selectiviteitsfactor, Retentiefactor, Plaathoogte, Deemter vgl, verschil gas &amp;amp; vloeistof&lt;br /&gt;
#*SPECTROMETRIE: Emissie door Fluo&amp;amp;Fosfo (afbeelding), Wet van Beer + beperkingen&lt;br /&gt;
#Deel 3 Oefeningen&lt;br /&gt;
#* pH BEREKENING: Na2S-opl + HCl-opl (keuze methode)&lt;br /&gt;
#* OPLOSBAARHEID: FeS in pH9 gebufferde opl (system. methode)&lt;br /&gt;
#* STATISTIEK: 2 personen, 4 metingen per persoon, zelfde methode&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 januari 2021===&lt;br /&gt;
#Deel 1 Stefan De Gendt&lt;br /&gt;
#*SCHEIDINGSMETHODEN: opnoemen + uitleggen&lt;br /&gt;
#*CHROMATOGRAFIE: Verdelingcoëfficient (afbeelding), Selectiviteitsfactor, Plaathoogte, Deemter vgl&lt;br /&gt;
#*SPECTROMETRIE: Emissie door Fluo&amp;amp;Fosfo (afbeelding), Wet van Beer + beperkingen&lt;br /&gt;
#Deel 2 Annelies Delabie&lt;br /&gt;
#*ARGENTOMETRIE: verloop titratie (system. methode), titraties halides geven, indicator (1tje uitleggen)&lt;br /&gt;
#Deel 3 Oefeningen&lt;br /&gt;
#*Co-precipitatie van cl-ionen worden gemeten in een BaCl2 met H2SO4 reactie. Een tweede meting wordt gedaan met extra NaCl toegevoegd. Mag de tweede meting worden beschouwd als het eerste? Stel een nulhypothese op en een alternatieve hypothese (t-test). Bereken de werkelijke massa van BaSO4 zonder co-precipitatie en bereken de massaprocent van het gemiddelde cl- ionen in de neerslag&lt;br /&gt;
#* pH BEREKENING: HCl-opl + Na2C2O4-opl (system. methode)&lt;br /&gt;
#*Hoeveel Ag2NO3 kan je toevoegen zodat AgCl en Ag2C2O4 niet neerslaat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2020===&lt;br /&gt;
#De verschillende scheidingsmethode en leg de deemstervergelijking uit.&lt;br /&gt;
#Mondelinge vragen van SDG:&lt;br /&gt;
#*Wat is amu.&lt;br /&gt;
#*Verschil tussen gecalibreerd glaswerk: to contain en to deliver uitleggen. &lt;br /&gt;
#*Wat zijn de mogelijke manieren van systematische fouten&lt;br /&gt;
#*Een tekening van de energiebanden bij fluorescentie, geef uitleg hierover.&lt;br /&gt;
#*Thermische geleidbaarheidsdetector&lt;br /&gt;
#*Detectielimiet&lt;br /&gt;
#Bespreek de titratiecurves bij argentometrie.&lt;br /&gt;
#*Geef via systematische methode een formule voor het berekenen van de grafiek.&lt;br /&gt;
#*Leg de invloed van de ksp en een verdunning uit.&lt;br /&gt;
#oef 1: &lt;br /&gt;
#*Berekenen van de pH van 0.6 M NaCN via systematische methode&lt;br /&gt;
#*Hoeveel HCl (3.0 M) moet je toevoegen aan 100.00 ml 0.5 NaCN om pH 9.08 te komen.&lt;br /&gt;
#*Na toevoegen van AgNO3: laat zien dat door complexatie AgOH en AgCN niet neerslaan.&lt;br /&gt;
#oef 2:&lt;br /&gt;
#*Een reactie van een standaardisatie, bereken de concentratie en fout erop.&lt;br /&gt;
#*Tabel met gegevens van 2 stalen, nulhypothese en geef op het 95% betrouwbaarheidsniveau een conclusie van 2 stalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2019===&lt;br /&gt;
#Bespreek de verschillende analytische scheidingstechnieken en chromatografische scheiding specifiek.&lt;br /&gt;
#*Werking chromatografische scheiding&lt;br /&gt;
#*verdelingscoeff, selectiviteitsfactor, plaathoogte&lt;br /&gt;
#*deemstervergelijking&lt;br /&gt;
#bespreek in detail de titratiecurven van H2A (diprotisch zuur deeltje). Geef hoe je op elk van deze punten de pH kunt berekenen. &lt;br /&gt;
#oef 1: bereken de pH van HBr en HNO2, Hierbij word KOH gedaan bereken nu de pH, in de eerste oplossing bereken de oplosbaarheid van PbBr2&lt;br /&gt;
#oef 2: puur Zn reageerd met Hcl en vormt H2. zoek het massapercentage, bereken het betrouwbaarheidsinterval voor 95%, hoeveel metingen zijn er nodig voor een O,3 betrouwbaarheidsinterval op 99%&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 september 2018===&lt;br /&gt;
#Beschrijf alle scheidingstechnieken en chromatografie uitgebreid uitleggen met termen selectiviteitsfactor en Deemtervergelijking&lt;br /&gt;
#Leid de formule af om de pH van een amfiprotische verbinding te bepalen&lt;br /&gt;
#Oefening met pH van kaliumoxalaatoplossing berekenen, na toevoeging van KOH en na toevoeging van HBr&lt;br /&gt;
#Oefening met statistische interpretatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2018===&lt;br /&gt;
#Beschrijf alle analytische scheidingstechnieken en Van Deemtervergelijking uitleggen&lt;br /&gt;
#Deeltjesgrootte binnen de gravimetrie en hoe we deze kunnen beïnvloeden&lt;br /&gt;
#(1) pH van een oplossing Na2CO3 via de systematische methode (reactievergelijkingen, massa- en ladingsbalansen) en (2) pH van een Na2CO3 oplossing na toevoegen van HCl via methode naar keuze&lt;br /&gt;
#(1) bepaling van massapercentage NH4Cl in een 0,5g sample (dmv een terugtitratie) en (2) gemiddelde, standaarddeviatie en betrouwbaarheidsinterval bepalen uit data van 8 metingen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen OUD==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Augustus 2017===&lt;br /&gt;
# Titratie van NaCl met AgNO3 met de vorderingsgraad. Ook de afleiding van ladingsbalans&lt;br /&gt;
# 3 methodes voor bepalen van metaal en ligand verhouding, 1 van kiezen en uitleggen &lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid LiF iteratief uitwerken, rekening houden met ionische sterkte (oefeningen van in de les) &lt;br /&gt;
# Oefening ivm oplosbaarheid zilveroxalaat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2017 NM===&lt;br /&gt;
# Detectielimieten + formules, standaardadditie formules&lt;br /&gt;
# Alfa(1): definieren en formule van ph afhankelijkheid, titratiecurve voor zwak zuur en NaOH afleiden met vorderingsgraad&lt;br /&gt;
# Meest gebruikte vorm gaschromatografie?, 2 manieren voor kwalitatief onderzoek, 2 meest efficiënte manieren voor kwantitatief onderzoek, destructieve en niet destructieve detectoren uitleggen&lt;br /&gt;
# Oefening op buffer van triprotonisch zuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
# Ppm bewijzen bij gas, specifiek gewicht, temperatuursafhankelijkheid&lt;br /&gt;
# Afleiding van extractie, ionenchromatografie met supressorkolom en alternatieven&lt;br /&gt;
# sigmoidale en lineair segement, Gran plot&lt;br /&gt;
# oefening met oplosbaarheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2016 VM===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Wat bepaalt of we een colloïdale of kristallijnen neerslag krijgen wanneer we 2 reagentia samenvoegen? Wat ligt aan de basis van stabilisatie van een colloïdale neerslag? Hoe kunnen we deze neerslag toch filtreerbaar maken? Wat is het gevaar bij wassen van deze neerslag en hoe kan dit probleem opgelost worden?&lt;br /&gt;
#absorptiemeting&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen het absorptiespectrum bij atomaire absorptie en moleculaire absorptie? Wat zijn de praktische gevolgen voor metingen bij atomaire absorptie?&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen de spectra van moleculaire absorptie in gasfase of in oplossing? Welke methode van deze twee is het best bruikbaar voor kwalitatieve analyse?&lt;br /&gt;
#*Wet van Beer afleiden&lt;br /&gt;
#*Dit is een &#039;limiting law&#039;, verklaar.&lt;br /&gt;
#*Verklaar de invloed van strooilicht &lt;br /&gt;
#grafieken van in cursus fosforzuur/oxaalzuur/zwavelzuur&lt;br /&gt;
#*Welke curve hoort bij welk zuur?&lt;br /&gt;
#*Bespreek de equivalentiepunten (duidelijk voorkomen, afwezigheid van punten...)&lt;br /&gt;
#*Duid voor de curve van fosforzuur aan welke deeltjes in elk gebied belangrijk zijn voor de pH-bepaling (beging,vlak gebied (buffer), EP...)&lt;br /&gt;
#*Bereken voor de curve van fosforzuur de pH enkel met eenvoudige formules in de verschillende gebieden (start, midden vlak gebied, EP...)&lt;br /&gt;
Oefening&lt;br /&gt;
# Maak een buffer met een totaal volume van 1,00L en pH = 9,60 met 0,300 M Na2CO3 en 0,200 HCl. Ka1(H2CO3) = 4,45.10-7 en Ka2(H2CO3) = 4,69.10-11&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2016 NM ===&lt;br /&gt;
#titratie NaCl met AgNO3. leid formules die het verloop van de titratiecurves geven mbv vorderringsgraad. Hoe wordt deze formule gebruikt.&lt;br /&gt;
#Definiïer de plaathoogte en bespreek de fysische invloeden op de factoren die de plaathoogte beïnvloeden en geef de grafiek hiervan.&lt;br /&gt;
#Belangrijkste eigenschappen van activiteitscoëfficiënten en leid de molaire oplosbaarheid af van LiF met de activiteiten te beschouwen.&lt;br /&gt;
#titratie van HCL en H2SO3 met NaOH, geef de grafiek en bespreek welke deeltjes er te vinden zijn waar en bereken de pH na toevoeging van 37,5mL van NaOH door systematisch te werken en toon aan dat de vereenvoudigingen kloppen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2016 VM ===&lt;br /&gt;
#pH amfiprotisch deeltje&lt;br /&gt;
#ppm bij gassen en oplossingen, specifiek gewicht + temperatuursafhankelijk of niet&lt;br /&gt;
#3 methodes vr stoichiometrie van complex met absorbantie&lt;br /&gt;
#oefening: oplosbaarheid Ag2C2O4 in oplossing met pH=4, Ksp en Ka&#039;s gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 augustus voormiddag===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*wat bepaalt of we een colloïdale of kristellijnen neerslag krijgen wanneer we 2 reagentia samenvoegen?&lt;br /&gt;
#*wat ligt aan de basis van de stabilisatie van een colloïdale neerslag.&lt;br /&gt;
#*hoe kunnen we deze neerslag verbeteren zodat deze toch te filteren is.&lt;br /&gt;
#*wat gebeurd er als we zo een verbeterde neerslag wassen en hoe kan dit soms opgelost worden.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*leg uit wat aan de grondslag ligt van de scheiding van metaalkationen volgens de historische H2S methode.&lt;br /&gt;
#*Ka1 en Ka2 van H2S gegeven en dan uitleggen waarom de ene groter is dan de andere.&lt;br /&gt;
#*Grafiek uit de cursus van bij dit stukje en dan de helling van die rechte berekenen.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*wat is het meest voorkomende type gaschromatografie.&lt;br /&gt;
#*op welke 2 manieren kan aan kwalitatieve analyse gedaan worden met gaschromatografie.&lt;br /&gt;
#*kwantitatieve analyse met gaschromatografie: uitleggen van interne standaard en standaardadditie.&lt;br /&gt;
#*bondig bespreken van de destructieve en niet-destructieve detector gebruikt bij gaschromatografie die we gezien hebben in de les&lt;br /&gt;
#oefening waarbij ge de pH van een mengsel van 2 stoffen moet bepalen en daarna de oplosbaarheid van een andere stof bepalen die in dat mengsel gedaan wordt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2014 NM===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Omschrijf met woorden het concept standaardfout precies?&lt;br /&gt;
#* Beschrijft een gauss-curve perfect de verdeling van de meetresultaten in de analytische chemie? (uitleg)&lt;br /&gt;
#* Wat is het grote nut van s-pooled in de analytische chemie?&lt;br /&gt;
#* Wat is het verband tussen t (two tailed) en t (one tailed)? Leg uit m.b.v. Gauss-curves.&lt;br /&gt;
#* Indien een chemische analysemethode een normaaldistributie volgt die gekenmerkt wordt door een straalgemiddelde µ en een populatiestandaarddeviatie sigma. Geef dan de formule die toelaat de fractie F van het totaal aantal metingen te berekenen dat, bij een zeer groot aantal metingen, gelegen is tussen µ+a en µ+b. Toon met deze formule aan dat voor om het even welke analysemethode die een normaaldistributie volgt, er eenzelfde fractie van metingen  zich bevindt tussen µ-2sigma; en µ+2sigma. Hoe groot is deze fractie?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Op wat berust de scheiding van metaalkationen op basis van de historisch belangrijke H2S methode?&lt;br /&gt;
#*Voor dit zwakke zuur zijn de numerieke warde voor de dissociatieconstanten gegeven. Waarom is Ka1 &amp;gt; Ka2?&lt;br /&gt;
#* Leid aan de hand van berekeningen de richtingscoëfficiënt af van de bijgevoegde grafiek. (=dalende rechte)&lt;br /&gt;
# Hoe wordt de plaathoogte H in chromatografie gedefinieerd? Schets de grafiek van de plaathoogte in functie van de stroomsnelheid van de mobiele fase. De afhankelijk kan gevat worden in een bepaalde vergelijking.&lt;br /&gt;
Schrijf en benoem deze en verklaar de verschillende componenten ervan aan de hand van de fysische verschijnselen zoals die zich voordoen in een kolom. Wat is het belangrijkste verschil tussen gaschromatografie en vloeistrofchromatografie in deze context?&lt;br /&gt;
# We lossen 445 mg AlCl3 (133,34 g/mol) op in 200 mL water. Het kation complexeert volledig met water tot Al(H20)6(3+) en heeft zure eigenschappen: Ka(Al(H2O)6(3+) = 1,4 x 10^-5&lt;br /&gt;
(a) Bereken de pH als -log(H+).&lt;br /&gt;
(b) Wat is de molaire oplosbaarheid van zilver wanneer we aan deze oplossing 860 mg aan AgNO3 (169,873 g/mol) toevoegen (Ksp,AgCl)= 1,82 x 10^-8?&lt;br /&gt;
Houd bij de berekeningen steeds rekening met de ionische sterkte van de oplossingen. De effectieve diameter van gehydrateerd AI(H20)5(OH)2+ bedraagt 0.6 nm.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2014 VM===&lt;br /&gt;
# Wat bepaald of er een colloïdale of kristallijnen neerslag vormt? Omschrijf de oorsprong van de stabilisatie van een colloïdale neerslag en hoe men dergelijke neerslag kan behandelen om een filtreerbare neerslag te krijgen. Wat zijn de gevaren bij het wassen en hoe kunnen deze vermeden worden? Waarom is Fe(OH)3 of zijn waterige oxide niet filtreerbaar in gewone omstandigheden, en wat kan je eraan doen? Plaat de Fajansmethode in de context van deze vraag.&lt;br /&gt;
# Leid de eenvoudigste formule af om de pH te schatten van amfiprotische deeltjes NaHA met cNaHA.&lt;br /&gt;
# Scheiding door extractie: Leid een formule af om te berekenen wat de concentratie is na i extracties van component A in een bepaalde hoeveelheid waterige fase door middel van telkens dezelfde hoeveelheid organische fase te gebruiken. - Waarom gebruikt men bij ionenchromatografie een suppressorkolom? Omschrijf de werking adhv een voorbeeld. Geef de twee alternatieven voor een suppressorkolom (+uitleg).&lt;br /&gt;
# Gegeven is een oplossing van 50,0mL met 0.10M HCl en 0.10M H2SO3 met pKa1=1.23*10-2 en pKa2=6.6*10-8. Er wordt getitreerd met 0.20M NaOH (a) Teken de titratiecurve en beschrijf de samenstelling van elk gebied (zwakke base, amfiprotisch zout) (b) Bereken de pH na toevoegen van 37.5mL base. [Tip bij (b): gebruik de systematische methode, en zorg dat de relatieve fout op [H3O+] minder blijft dan 5%]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 Januari 2013 NM===&lt;br /&gt;
#wat is het verband tussen slitbreedte en kwalitatieve analyse?&lt;br /&gt;
#wat is de rol van strooilicht en niet effectief monochromatisch licht bij kwantitatieve analyse?&lt;br /&gt;
#bespreek de 3 methodes (continue variatie, mol-ratio en helling-ratio) om de stoichiometrie van een complex te bepalen aan de hand van de gegeven grafieken. Kunnen we hier nog andere informatie uithalen?&lt;br /&gt;
#leid 2 formules af die de titratiecurve van NaCl met AgNO3 beschrijven. Hoe gebruikt men ze?&lt;br /&gt;
#toon aan dat het equivalentiepunt steeds bij dezelfde pAg ligt&lt;br /&gt;
#geef 3 fysische methodes om het equivalentiepunt waar te nemen&lt;br /&gt;
# 0,1g H3PO4 (pKA&#039;s gegeven) wordt in 100 ml water opgelost en met 0,01M NaOH neutraal gemaakt. Wat zijn de molfracties aan H3PO4 en de geconjugeerde basen?&lt;br /&gt;
# Een staal bevat enkel KCl en FeCl2, molmassa&#039;s en totale zijn gegeven. Een Mohr-titratie wordt toegepast, gebruikte hoeveelheid AgNO3 en concentratie zijn gegeven. Bepaal de massa FeCl2 en het massapercentage aan Fe (atoommassa gegeven) in het staal.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 Januari 2012 NM===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Zuur/base&lt;br /&gt;
#* Differentierend / Leveling solvent&lt;br /&gt;
#* verband tussen Ka en Kb bij diprotisch afleiden&lt;br /&gt;
#* toon aan dat de alfa-waardes enkel afhankelijk zijn van de pH van de oplossing &lt;br /&gt;
#* afleiden titratiecurve van zwak zuur &amp;amp;amp; sterke base a.d.h.v. vorderingsgraad. Hoe stel je vanuit deze formule diegene op van een sterk zuur en een sterke base? Zelfde vraag voor polyprotisch zwak zuur en sterke base. &lt;br /&gt;
# Chromatografie &lt;br /&gt;
#* wat is de meest gebruikte gaschromatografie? wat is de andere?) &lt;br /&gt;
#* hoe kan je bij gaschromatografie kwalitatief en staal analyseren &lt;br /&gt;
#* leg uit hoe je bij kwantitatieve analyse hier interne standaard en standaardadditie toepast &lt;br /&gt;
#* twee detectoren: destructieve en niet-destructieve voor gaschromatografie. Leg bondig uit &lt;br /&gt;
# Oefeningen &lt;br /&gt;
#* een combinatie oefening van het bepalen van een concentratie tijdens een titratie en statistische methodes &lt;br /&gt;
#* wat is het effect op de ionische sterkte als je NaOH bij a) MgCl2 b) HCL c) CH3COOH doet. (bespreken)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 augustus 2011===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Beschouw titratie van een zwak zuur met een sterke base. Hoe bepaal de titratiecurve a.d.h.v. de vorderingsgraad. Geef de afleiding voor vorderingsgraad. Hoe zit het dan voor titratie van een sterk zuur met een sterke base?&lt;br /&gt;
# Instrumenten&lt;br /&gt;
#* Wat is het verschil tussen de concentratiebepaling bij fluorescentie, absorptie en chemoluminescentie? &lt;br /&gt;
#* Wat is een interferentiefilter? Geef de afleding voor de formule \lambda=2\eta t&lt;br /&gt;
#* leg uit: fotodiode en fotomultiplier&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# standaardoefening op selectief neerslagen (is het mogelijk om bv Sr2+ en Hf4+ neer te slaan door OH- toe te voegen&lt;br /&gt;
# ook standaard: geef verhouding van 2 ionen in oplossing, Ksp&#039;s, Ka enz gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 januari 2011 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(Misschien niet in die woorden,maar het kwam wel op deze vragen neer)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Chromatografie: &lt;br /&gt;
#*Wat is de plaathoogte, geef een definitie en leid de formule af.&lt;br /&gt;
#*Bespreek de plaathoogte ifv de stroomsnelheid van de mobiele fase. Met welke functie kan deze omschreven worden? Ontleed en bespreek de onderdelen van deze functie. Welke factor zorgt voor het verschil tussen de plaathoogte ifv de mobiele fase bij gas en bij vloeistof?&lt;br /&gt;
# Standaardadditie etc&lt;br /&gt;
#* Hoe wordt de enkelvoudige standaardadditiemethode gebruikt? Leid de formule af.&lt;br /&gt;
#* Bespreek bondig de interne standaardmethode. &lt;br /&gt;
#* Welke detectielimieten zijn er? Leid de formules af en bespreek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#oefening met Volhard-titratie.&lt;br /&gt;
#* 100.0ML staal, hoeveel miligram monochloroazijnzuur zit er in als je weet dat men het staal bewerkt met 1M NaOH zodat men een waterige oplossing van ClCh3COO- krijgt. Deze zuurt men aan en men voegt (concentratie gegeven) AgNO3 toe. De neerslag wordt afgefilterd en vervolgens voegt men 10.43 ml NH4SCN toe tot aan het neutralisatiepunt. Bij de blancotitratie moest men 22.98ml NH4SCN toevoegen.&lt;br /&gt;
#oefening met ionische sterkte&lt;br /&gt;
#* Wat is de oplosbaarheid van CaSO4 in 0.0333M Na2SO4? Bereken eerst de ionische sterkte van deze elektrolyt(dus alleen van Na2SO4) en bereken aan de hand van die waarde de oplosbaarheid van CaSO4.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2011 ===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
# Betrouwbaarheidsintervallen:&lt;br /&gt;
#* Verklaar volgende begrippen uit betrouwbaarheidsintervallen: s, Ïƒ, N, z, t, x Ì… (gem.), Âµ   (uitgebreid verklaren)&lt;br /&gt;
#* Leid één van de definities af voor een betrouwbaarheidsinterval, vetrekkende van de basisprincipes van de statistiek&lt;br /&gt;
#* We hebben in de cursus minstens twee lichtjes afwijkende versies van het betrouwbaarheidsinterval gezien, geef die en leg uit wanneer die worden gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verband met t-testen?&lt;br /&gt;
#Spectrofotometer: In een spectrofotometer wordt elektromagnetische straling met bepaalde golflengte Î» doorheen een oplossing van een analiet met goed gekozen solvent gestuurd. Vertrekkende van de bron is de intensiteit van de straling P, als het doorheen de cuvet (optische weglengte b) met alleen solvent is gepasseerd is de intensiteit P&#039;. Met precies één chromofoor in de oplossing heeft de uitgaande straal een intensiteit P&amp;amp;quot. Extinctiecoëfficiënt is Îµ(Î»)&lt;br /&gt;
#* Wat bedoelt men met goed gekozen solvent?&lt;br /&gt;
#* Is P=P&#039;? (motivatie)&lt;br /&gt;
#* Is concentratie c evenredig met P-P&amp;amp;quot; of met P&#039;-P&amp;amp;quot;? (leg uit adhv basisprincipes)&lt;br /&gt;
#* Wat is strooistraling? Wat zijn de gevolgen hiervan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een staal weegt 27,73mg en bestaat alleen maar uit KCl(MG 74,55) en FeCl2(MG 126,75). Met de Mohrmethode is er 18,48mL nodig van een 0,02237M AgNO3-oplossing om het chloride te neutraliseren. Bepaal massa van FeCl2 en massapercent van ijzer in het staal. (oplossing: 0,01761g en 27,98%)&lt;br /&gt;
# Bereken molaire oplosbaarheid van Ag3PO4 (Ksp=2,8E-18) gebufferd bij pH 6. De 3 Ka&#039;s van fosforzuur zijn gegeven. (oplossing 1,40E-3 M)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Omschrijf aan de hand van een voorbeeld de termen precisie en nauwkeurigheid. Wat is hun oorsprong in de analytische scheikunde en tot welke types van fout en corresponderende mathematisch termen geven ze aanleiding?&lt;br /&gt;
# Gegeven oplossing van AgCl-neerslag in evenwicht met een bepaalde analytische concentratie aan KCl. Leid de formule af die de oplosbaarheid van AgCl geeft in functie van de analytische concentratie aan KCl. Bespreek het resulaat aan de hand van een grafiek. (Die 4 reactievergelijkingen krijg je ook gegeven)&lt;br /&gt;
# Bespreek de meest voorkomende detectoren in optische instrumenten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefening:&lt;br /&gt;
# Hoe maak je een buffer van 1L met een pH van 9,6 wanneer je 0,200M HCl gebruikt en 0,300M Na2CO3. (Ka1 en Ka2 van H2CO3 ook gegeven)&lt;br /&gt;
# Teken kwalitatief de titratiecurve van een mengsel van Na2CO3 en HCO3- met een sterk zuur. Duid ook de delen aan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 januari 2009 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Gauss-distributie:&lt;br /&gt;
#* Omschrijf met woorden een Gauss-distributie. Welke factoren bepalen een Gauss-distributie?&lt;br /&gt;
#* Definieer standaardfout. Waarom is de standaardfout steeds kleiner dan de standaarddeviatie?&lt;br /&gt;
#* Voor een Gauss-distributie, wat is de kans dat een meting gelegen is tussen 0 en +1Ïƒ, tussen +1Ïƒ en +2Ïƒ? Wat is de kans dat een meting buiten de limieten Â±2Ïƒ van het gemiddelde gelegen is en kleiner is dan Î¼-2Ïƒ?&lt;br /&gt;
# Leid de formule af die toelaat om aan de hand van de vorderingsgraad de titratiecurve op te stellen voor een oplossing die Cl- bevat. Hoe moet deze formule gebruikt worden?&lt;br /&gt;
# Bespreek de verschillende aspecten van HPLC, aan de hand van de volgende vragen:&lt;br /&gt;
#*Gradiënt- en isocratische elutie.&lt;br /&gt;
#*Partitiechromatografie (normale en omgekeerde fase).&lt;br /&gt;
#*Ionenuitwisselingschromatografie (suppressorkolommen).&lt;br /&gt;
#*Size exclusion chromatografie (gelfiltratie en gelpermeatie).&lt;br /&gt;
#*Affiniteitschromatografie.&lt;br /&gt;
#*Chirale chromatografie.&lt;br /&gt;
Oefening (3 delen):&lt;br /&gt;
* Berekenen van standaarddeviatie en CV.&lt;br /&gt;
* Iets van oplosbaarheid.&lt;br /&gt;
* Titratiecurve opstellen voor 3 basen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Wat is het verband tussen betrouwbaarheidsintervallen en de z- en t-test?&lt;br /&gt;
# Bespreek de wet van Beer qua afleiding, toepassing en beperkingen.&lt;br /&gt;
# Chromatografie. Wat is de plaathoogte van een kolom en hoe wordt deze beÃ¯nvloed door de stroomsnelheid van de mobiele fase?&lt;br /&gt;
Oefening:&lt;br /&gt;
# Bereken de pH voor de titratie van 50,0 mL van een 0,10 M ethyleendiamine-oplossing met een 0,20 M oplossing van HCl na toevoegen van de volgende hoeveelheden zuur: &lt;br /&gt;
a) 0,0 mL HCl&lt;br /&gt;
b) 37,5 mL HCl&lt;br /&gt;
c) 50,0 mL HCl&lt;br /&gt;
Verantwoord steeds eventueel gemaakte benaderingen in je berekeningen. &lt;br /&gt;
Teken kwalitatief de titratiekurve en omschrijf de samenstelling van de oplossing in de verschillende gebieden (bv. Buffer van X en Y, sterk zuur Z, ...)&lt;br /&gt;
Voor Ethyleendiamine (H2NCH2CH2NH2 afgekort B) zijn de numerieke waarden van de opeenvolgende zuurdissociatieconstanten van BH2(2+) als volgt. Ka1 = 1,42 x 10^-7 en Ka2 = 1,18 x 10^-10&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Gran Plot vraag.&lt;br /&gt;
# Moleculaire Fluoriscentie vraag.&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid AgCl met concentratie aan KCl.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# De Volhard titratie wordt algemeen aangeraden voor de analyse van het heptachloor insecticide C10H5Cl7. Er is geen chloride of chloor in de matrix aanwezig. Het percentage van heptachloor wordt gegeven door: %hepatachloor = ((mlAg x cAg - mlSCN x cSCN) x 37.33)/staalmassa. Wat zegt deze berekening over de stoechimoterie van deze titratie (m.a.w. hoeveel chloride-ionen per molecule heptachloor reageren met 1 AgNO3)M = 373,22 g/mol?&lt;br /&gt;
# Bereken de oplosbaarheid van Mg(OH)2 in een 0.0167M oplossing van Ba(NO3)2 door gebruik te maken van:&lt;br /&gt;
#*Activiteiten.&lt;br /&gt;
#*Molaire concentraties.&lt;br /&gt;
#*Bereken ook de procentuele fout die gemaakt wordt door geen rekening te houden met de activiteiten. Ksp Mg(OH)2 = 7.1x10^-12 Neerslag Ba(OH)2 mag je verwaarlozen (tabel activiteitscoeffictien en ionische sterkte gegeven).&lt;br /&gt;
# Schrijf de uitdrukking voor [H3O+] in functie van enkele andere evenwichtscocentraties voor een 0.01M oplossig van HCl die in evenwicht is met een overmaat aan vast BaSO4.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek soorten gevoeligheid+detectielimiet.&lt;br /&gt;
# Mengsel van NaOH NaHCO3 en Na2CO3.&lt;br /&gt;
# Kwantitatieve en kwalitatieve analyse bij gaschromatografie.&lt;br /&gt;
Oefening:&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid van MnS in buffer (Ka&#039;s en conc. H30+ gegeven).&amp;lt;/text&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R1050265</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Analytische_Basistechnieken&amp;diff=4912</id>
		<title>Analytische Basistechnieken</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Analytische_Basistechnieken&amp;diff=4912"/>
		<updated>2026-01-17T12:16:23Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R1050265: /* Examenvragen NIEUW */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Analytische basistechnieken is verplicht voor de chemici. Het werd gedoceerd door prof Hendrickx. Meestal beperkte hij zich tot het aflezen van zijn slides, hier en daar gaf hij extra informatie, die op het examen gevraagd kon worden. Sinds academiejaar 2017-2018 wordt dit vak gedoceerd door twee nieuwe proffen, De Gendt &amp;amp; Delabie. Ook zij beperken zich tot het aflezen van slides. Het examen is opgesplitst in drie delen, elk tellend voor 1/3 van het examen. Je moet voor elk onderdeel minstens een 8/20 halen, anders heb je max een 9/20 in totaal :(&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen NIEUW== &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 januari 2026===&lt;br /&gt;
#Deel 1 (Annelies Delabie)&lt;br /&gt;
#*Geen mondeling&lt;br /&gt;
#*Schriftelijk&lt;br /&gt;
#**Stel 2 volumetrische titraties voor, met een oplossing van NaCl en een oplossing van NaI als analiet. Beide worden getitreerd met een oplossing van AgNO3. Bij welk analiet zal dit het beste gaan (zoiets)? Leg kwantitatief uit met behulp van de systematische methode op verschillende punten in de titratie en geef een semi-kwantitatieve tekening van beide curven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel 2 (Stefan de Gendt)&lt;br /&gt;
#*Mondeling (8/20)&lt;br /&gt;
#**Voorbereidend: Maak een duidelijke tekening van het moleculair energiesysteem bij verschillende soorten spectroscopie en laat duidelijk zien welke veranderingen er optreden bij verschillende soorten energieveranderingen (emissie en absorptie enz.) (er werd hier nog veel over doorgevraagd, je moest van alles uitleggen over de figuur)&lt;br /&gt;
#**Andere kleinere vragen:&lt;br /&gt;
#***Teken de titratiecurve bij een willekeurige fotometrische titratie&lt;br /&gt;
#***Leg gradiënt elutie uit&lt;br /&gt;
#***Wat is de detectielimiet leg uit&lt;br /&gt;
#***Nog meer maar ben ik vergeten&lt;br /&gt;
#*Schriftelijk (12/20)&lt;br /&gt;
#**Vraag 1 (7/20)&lt;br /&gt;
#***Leg de wet van Beer uit en verklaar de limiteringen van deze wet&lt;br /&gt;
#***Leg de van Deemter vergelijking uit&lt;br /&gt;
#**Vraag 2 (5/20)&lt;br /&gt;
#***Leg de werking van de thermische geleidbaarheidsdetector uit bij GC&lt;br /&gt;
#***Wat is het Bouyancy effect?&lt;br /&gt;
#***Wat is het verschil tussen populatie en staal in de statistiek? Wanneer gebruiken we een z betrouwbaarheidsinterval en wanneer een t?&lt;br /&gt;
#***Worden de analieten beter gescheiden bij vloeistofchromatografie of gaschromatografie en waarom?&lt;br /&gt;
#*** Nog eentje over statistiek maar weet ik niet meer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel 3 (Oefeningen)&lt;br /&gt;
#**Een tekst over een of andere broom test op tomaten en komkommers waarbij je telkens 5 waarden kreeg gekregen voor bij een tomaat en komkommer&lt;br /&gt;
#***Is de gemiddelde waarde van tomaat en komkommer hetzelfde? Toon aan met een hypothesetest op het 95% betrouwbaarheidsniveau. Zou je dezelfde conclusie trekken op het 90% niveau?&lt;br /&gt;
#**Vraag met mengsel van AgNO3 en NaCl, hoeveel ammoniak moet je toevoegen om ervoor te zorgen dat er geen AgCl neerslag vormt? Je mag er van uit gaan dat er geen AgOH, AgCl2 en AgCl3 wordt gevormd. Reken uit met de systematische methode.&lt;br /&gt;
#**Na3PO3 wordt samengevoegd met HCl (in mol). Wat is de pH van dit mengsel? (Mag zonder systematische methode uitgerekend worden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 januari 2025 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
#Deel 1 Annelies Delabie&lt;br /&gt;
#*Mondeling (4/20)&lt;br /&gt;
#**Invloed van NaCL op de oplosbaarheid van een neerslagende stof&lt;br /&gt;
#**Elektrolyt effect uitleggen&lt;br /&gt;
#**Activiteiten uitleggen + formule&lt;br /&gt;
#*Schriftelijk&lt;br /&gt;
#**Systematische methode toepassen om aan te tonen dat AgI eerder neerslaat dan AgCl.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel 2 Stefan De Gendt&lt;br /&gt;
#*Uitzonderlijk geen mondeling&lt;br /&gt;
#*Schriftelijk&lt;br /&gt;
#**12 vragen over Stat., Chromatografie en spectrografie (12p)&lt;br /&gt;
#***Is gewicht hetzelfde als massa?&lt;br /&gt;
#***Doppler effect bij spectroscopie&lt;br /&gt;
#***verschil analiet conc. &amp;amp; evenwichtsconc. + symbolen&lt;br /&gt;
#***...&lt;br /&gt;
#**Leg de van Deemter vergelijking uit, (met figuur?) (4p)&lt;br /&gt;
#**vervolledig de figuur van de energie banden + benoem de processen (4p)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel 3 Oefeningen&lt;br /&gt;
#*Hypothese test opstellen van 6 stalen die met 2 methodes getest zijn, 95% betrouwbaarheid testen&lt;br /&gt;
#*Systematische methode toep., Conc. HCl bepalen nodig om ervoor te zorgen dat [Ag(OH)2] = 0.020M niet zou neerslaan&lt;br /&gt;
#*buffer maken met een pH van 6,82  met Na3PO4 en HCl, bepaal volumes&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2024 (namiddag)===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Deel 1 Stefan De Gendt&lt;br /&gt;
#*mondeling (4/20)&lt;br /&gt;
#**Wat is de gevoeligheid ?&lt;br /&gt;
#**Welke soorten fouten zijn er en en welke komt overeen met precisie en welke met accuratesse?&lt;br /&gt;
#**plaathoogte bij gas- en vloeistofchromatografie.&lt;br /&gt;
#**de andere 3 geen idee meer &lt;br /&gt;
#*schriftelijk&lt;br /&gt;
#**CHROMATOGRAFIE (8/20): &lt;br /&gt;
#***alle verschillende scheidingstechnieken uitleggen (3/8)&lt;br /&gt;
#***Plaathoogte en van deemter vergelijking verklaren aan de hand van de grafiek.(3/8)&lt;br /&gt;
#***wat is FID(2/8)&lt;br /&gt;
#** SPECTROSCOPIE (8/20): &lt;br /&gt;
#***schets maken van opstelling van fluorescentiespectroscopie met een externe bron met de 5 componenten en dan het verschil uitleggen met absorptiespectroscopie met een externe bron.&lt;br /&gt;
#***tekening van stralingsloze en emissie terugval aanvullen en verklaren&lt;br /&gt;
#***je krijgt een grafiek van de absorbantie geplot tegenover de golflengte voor een stof N, stof M en mengsel M+N, je moet in detail uitleggen hoe je de concentratie van N en M gaat bepalen in het mengsel&lt;br /&gt;
#Deel 2 Annelies Delabie&lt;br /&gt;
#*Mondeling&lt;br /&gt;
#**Duid aan welke van de titratie curves past bij een titratie van dinatriummaleaat met een standaard zuur.( oefening in de les gedaan bij hoofdstuk 13 )&lt;br /&gt;
#*Schriftelijk&lt;br /&gt;
#***Geef de afleiding voor de formule van de pH voor een amfiprotisch deeltje.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen &lt;br /&gt;
Statistiek: Is er een verschil van de gemiddelde hoeveelheid opgelost tin bij de metingen van de reflux van 30 min  tov de metingen van de reflux van 75 min op betrouwbaarheid van 95%? aan de hand van de geschikte hypothese test (de t-test met s pooled gebruiken)&lt;br /&gt;
Oplosbaarheid: ….in pH 5 gebufferde opl (system. methode)&lt;br /&gt;
pH BEREKENING: Na2S-opl + HCl-opl (keuze methode)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2024 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
#Deel 1 Stefan De Gendt&lt;br /&gt;
#*mondeling (4/20)&lt;br /&gt;
#**Wat is precisie?&lt;br /&gt;
#**Wat is het verschil tussen s en sigma (ook vrijheidsgraden aanhalen)&lt;br /&gt;
#**Welke soorten systematische fouten zijn er en welke zijn het moeilijkste op te lossen? (persoonlijk, systematische, methodische (moeilijkste op te lossen))&lt;br /&gt;
#**Is volumebepaling absoluut? (Nee -&amp;gt; temperatuurcorrecties)&lt;br /&gt;
#**Verschil tussen gas- en vloeistofchromatografie en welke de voorkeur krijgt (+ waarom de kolommen van gaschromatografie langer kunnen zijn)&lt;br /&gt;
#**iets van verschil in detectoren van emissie en geleidbaarheid (niet zeker van)&lt;br /&gt;
#*schriftelijk&lt;br /&gt;
#**CHROMATOGRAFIE (8/20): &lt;br /&gt;
#***alle verschillende scheidingstechnieken uitleggen (3/8)&lt;br /&gt;
#***van deemter vergelijking verklaren en alle factoren ervan uitleggen (3/8)&lt;br /&gt;
#***wat is FID(2/8)&lt;br /&gt;
#** SPECTROSCOPIE (8/20): &lt;br /&gt;
#***schets maken van opstelling absorptie meten en uitleggen wat het verschil is waar je gaat meten bij absorptie en emissie (of iets in die aard)&lt;br /&gt;
#***tekening van stralingsloze en emissie terugval aanvullen en verklaren&lt;br /&gt;
#***je krijgt een grafiek van de absorbantie geplot tegenover de golflengte voor een stof N, stof M en mengsel M+N, je moet in detail uitleggen hoe je de concentratie van N en M gaat bepalen in het mengsel&lt;br /&gt;
#Deel 2 Annelies Delabie&lt;br /&gt;
#*Mondeling&lt;br /&gt;
#**Je hebt 0.1M NaH2PO4 ga je met een zuur of een base titreren?&lt;br /&gt;
#*Schriftelijk&lt;br /&gt;
#***Geef de afleiding voor de formule van de pH voor een amfiprotisch deeltje.&lt;br /&gt;
#Oefeningen&lt;br /&gt;
#*Systematische methode: toon aan dat als je 0.150M Al2(SO4)3 en 1.8M NaOH samenvoegt dat je geen neerslag van Al(OH)3 zult krijgen.&lt;br /&gt;
#*Statistiek: je gaat 25.00 ml van een oplossing titreren, je krijgt 6 metingen en je moet aantonen of het volume steeds te hoog ligt of niet aan de hand van een geschikte hypothesetest&lt;br /&gt;
#*Oplosbaarheid van BaSO4 bepalen in een mengsel van NaCl, KCl, Na2HPO4 en KH2PO4 met rekening te houden met de activiteiten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 augustus 2023===&lt;br /&gt;
#Deel 1 Stefan De Gendt&lt;br /&gt;
#* STATISTIEK: Wat zijn randomfouten, precisie, accuratesse? Verschillende situaties gegeven, is fout instrumenteel, persoonlijk of methodisch (kort uitleggen)? 3 vb systematische fouten gegeven, is correctie mogelijk, zo ja hoe? Hoe kan je testen of fout constant of proportioneel is?&lt;br /&gt;
#* SCHEIDINGSMETHODEN: opnoemen + uitleggen, specifiek voor CHROMATOGRAFIE: verdelingcoëfficient, selectiviteitsfactor, plaathoogte, Van Deemter vgl, thermische geleidbaarheidsdetector&lt;br /&gt;
#* SPECTROSCOPIE: Fluo&amp;amp;Fosfo (afbeelding met excitaties energieniveaus) vul afbeelding aan met hoe emissie kan optreden en leg uit, Wet van Beer + afwijkingen, teken fotometrische titratie curve (A + T &amp;lt;=&amp;gt; P met eT &amp;gt; eA en eP = 0)&lt;br /&gt;
#Deel 2 Annelies Delabie&lt;br /&gt;
#* ZOUTEFFECT: (afbeelding: K&#039;sp, K&#039;w, K&#039;a stijgen als meer NaCl) Wat gebeurt er? Oorzaak? Formules (verklaar alle symbolen)?&lt;br /&gt;
#Deel 3 Oefeningen&lt;br /&gt;
#* SYSTEMATISCHE METHODE: Bereken pH van mengsel van HNO2, NaOH en NaCN (geen activiteiten nodig)&lt;br /&gt;
#* STATISTIEK: terugtitratie met reactievergelijkingen gegeven a) bereken concentratie met de fout hierop b) tabel met concentraties berekend van oplossingen uit 2 verschillende flessen, zijn concentraties in de flessen hetzelfde op BI van 95%?&lt;br /&gt;
#* Bereken hoeveel HCl toegevoegd moet worden aan Na3PO4 om pH van 6,80 te bekomen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2022===&lt;br /&gt;
#Deel 1 Stefan De Gendt&lt;br /&gt;
#* STAAL PREPARATIE: verschil massa &amp;amp; gewicht, correcties bij massabepaling bespreken&lt;br /&gt;
#* FOUTEN: onderverdeling systematische fouten en een correctie voor elk type&lt;br /&gt;
#* CHROMATOGRAFIE: Verdelingcoëfficient (afbeelding), Selectiviteitsfactor, Retentiefactor, Plaathoogte, Deemter vgl, verschil gas &amp;amp; vloeistof&lt;br /&gt;
#* SPECTROSCOPIE: Emissie door Fluo&amp;amp;Fosfo (afbeelding), Wet van Beer + beperkingen, teken fotometrische titratie curve (A + T &amp;lt;=&amp;gt; P met eT &amp;gt; eA en eP = 0)&lt;br /&gt;
#Deel 2 Annelies Delabie&lt;br /&gt;
#* GRAVIMETRIE: definitie, belang deeltjesgrootte, mechanisme deeltjesvorming, hoe deeltjesgrootte beïnvloeden, definitie homogene precipitatie&lt;br /&gt;
#Deel 3 Oefeningen&lt;br /&gt;
#* IONISCHE STERKTE bereken pH van 0,075M NaHCO3 + 0,060M Na2CO3 afh. van activiteit&lt;br /&gt;
#* OPLOSBAARHEID: BaCO3 in pH9,9 gebufferde opl (system. methode)&lt;br /&gt;
#* STATISTIEK: 3 clubs, 5 testen per club, zelfde methode a) is ergens grenswaarde overschreden op CI 95%? b) is er verschil tss club A en B op CI 99%?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 augustus 2021===&lt;br /&gt;
#Deel 1 Stefan De Gendt&lt;br /&gt;
#*ZOUTEFFECT: (afbeelding) Wat gebeurt er? Oorzaak? Formules?&lt;br /&gt;
#Deel 2 Annelies Delabie&lt;br /&gt;
#*CHROMATOGRAFIE: Verdelingcoëfficient (afbeelding), Selectiviteitsfactor, Retentiefactor, Plaathoogte, Deemter vgl, verschil gas &amp;amp; vloeistof&lt;br /&gt;
#*SPECTROMETRIE: Emissie door Fluo&amp;amp;Fosfo (afbeelding), Wet van Beer + beperkingen&lt;br /&gt;
#Deel 3 Oefeningen&lt;br /&gt;
#* pH BEREKENING: Na2S-opl + HCl-opl (keuze methode)&lt;br /&gt;
#* OPLOSBAARHEID: FeS in pH9 gebufferde opl (system. methode)&lt;br /&gt;
#* STATISTIEK: 2 personen, 4 metingen per persoon, zelfde methode&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 januari 2021===&lt;br /&gt;
#Deel 1 Stefan De Gendt&lt;br /&gt;
#*SCHEIDINGSMETHODEN: opnoemen + uitleggen&lt;br /&gt;
#*CHROMATOGRAFIE: Verdelingcoëfficient (afbeelding), Selectiviteitsfactor, Plaathoogte, Deemter vgl&lt;br /&gt;
#*SPECTROMETRIE: Emissie door Fluo&amp;amp;Fosfo (afbeelding), Wet van Beer + beperkingen&lt;br /&gt;
#Deel 2 Annelies Delabie&lt;br /&gt;
#*ARGENTOMETRIE: verloop titratie (system. methode), titraties halides geven, indicator (1tje uitleggen)&lt;br /&gt;
#Deel 3 Oefeningen&lt;br /&gt;
#*Co-precipitatie van cl-ionen worden gemeten in een BaCl2 met H2SO4 reactie. Een tweede meting wordt gedaan met extra NaCl toegevoegd. Mag de tweede meting worden beschouwd als het eerste? Stel een nulhypothese op en een alternatieve hypothese (t-test). Bereken de werkelijke massa van BaSO4 zonder co-precipitatie en bereken de massaprocent van het gemiddelde cl- ionen in de neerslag&lt;br /&gt;
#* pH BEREKENING: HCl-opl + Na2C2O4-opl (system. methode)&lt;br /&gt;
#*Hoeveel Ag2NO3 kan je toevoegen zodat AgCl en Ag2C2O4 niet neerslaat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2020===&lt;br /&gt;
#De verschillende scheidingsmethode en leg de deemstervergelijking uit.&lt;br /&gt;
#Mondelinge vragen van SDG:&lt;br /&gt;
#*Wat is amu.&lt;br /&gt;
#*Verschil tussen gecalibreerd glaswerk: to contain en to deliver uitleggen. &lt;br /&gt;
#*Wat zijn de mogelijke manieren van systematische fouten&lt;br /&gt;
#*Een tekening van de energiebanden bij fluorescentie, geef uitleg hierover.&lt;br /&gt;
#*Thermische geleidbaarheidsdetector&lt;br /&gt;
#*Detectielimiet&lt;br /&gt;
#Bespreek de titratiecurves bij argentometrie.&lt;br /&gt;
#*Geef via systematische methode een formule voor het berekenen van de grafiek.&lt;br /&gt;
#*Leg de invloed van de ksp en een verdunning uit.&lt;br /&gt;
#oef 1: &lt;br /&gt;
#*Berekenen van de pH van 0.6 M NaCN via systematische methode&lt;br /&gt;
#*Hoeveel HCl (3.0 M) moet je toevoegen aan 100.00 ml 0.5 NaCN om pH 9.08 te komen.&lt;br /&gt;
#*Na toevoegen van AgNO3: laat zien dat door complexatie AgOH en AgCN niet neerslaan.&lt;br /&gt;
#oef 2:&lt;br /&gt;
#*Een reactie van een standaardisatie, bereken de concentratie en fout erop.&lt;br /&gt;
#*Tabel met gegevens van 2 stalen, nulhypothese en geef op het 95% betrouwbaarheidsniveau een conclusie van 2 stalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2019===&lt;br /&gt;
#Bespreek de verschillende analytische scheidingstechnieken en chromatografische scheiding specifiek.&lt;br /&gt;
#*Werking chromatografische scheiding&lt;br /&gt;
#*verdelingscoeff, selectiviteitsfactor, plaathoogte&lt;br /&gt;
#*deemstervergelijking&lt;br /&gt;
#bespreek in detail de titratiecurven van H2A (diprotisch zuur deeltje). Geef hoe je op elk van deze punten de pH kunt berekenen. &lt;br /&gt;
#oef 1: bereken de pH van HBr en HNO2, Hierbij word KOH gedaan bereken nu de pH, in de eerste oplossing bereken de oplosbaarheid van PbBr2&lt;br /&gt;
#oef 2: puur Zn reageerd met Hcl en vormt H2. zoek het massapercentage, bereken het betrouwbaarheidsinterval voor 95%, hoeveel metingen zijn er nodig voor een O,3 betrouwbaarheidsinterval op 99%&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 september 2018===&lt;br /&gt;
#Beschrijf alle scheidingstechnieken en chromatografie uitgebreid uitleggen met termen selectiviteitsfactor en Deemtervergelijking&lt;br /&gt;
#Leid de formule af om de pH van een amfiprotische verbinding te bepalen&lt;br /&gt;
#Oefening met pH van kaliumoxalaatoplossing berekenen, na toevoeging van KOH en na toevoeging van HBr&lt;br /&gt;
#Oefening met statistische interpretatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2018===&lt;br /&gt;
#Beschrijf alle analytische scheidingstechnieken en Van Deemtervergelijking uitleggen&lt;br /&gt;
#Deeltjesgrootte binnen de gravimetrie en hoe we deze kunnen beïnvloeden&lt;br /&gt;
#(1) pH van een oplossing Na2CO3 via de systematische methode (reactievergelijkingen, massa- en ladingsbalansen) en (2) pH van een Na2CO3 oplossing na toevoegen van HCl via methode naar keuze&lt;br /&gt;
#(1) bepaling van massapercentage NH4Cl in een 0,5g sample (dmv een terugtitratie) en (2) gemiddelde, standaarddeviatie en betrouwbaarheidsinterval bepalen uit data van 8 metingen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen OUD==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Augustus 2017===&lt;br /&gt;
# Titratie van NaCl met AgNO3 met de vorderingsgraad. Ook de afleiding van ladingsbalans&lt;br /&gt;
# 3 methodes voor bepalen van metaal en ligand verhouding, 1 van kiezen en uitleggen &lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid LiF iteratief uitwerken, rekening houden met ionische sterkte (oefeningen van in de les) &lt;br /&gt;
# Oefening ivm oplosbaarheid zilveroxalaat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2017 NM===&lt;br /&gt;
# Detectielimieten + formules, standaardadditie formules&lt;br /&gt;
# Alfa(1): definieren en formule van ph afhankelijkheid, titratiecurve voor zwak zuur en NaOH afleiden met vorderingsgraad&lt;br /&gt;
# Meest gebruikte vorm gaschromatografie?, 2 manieren voor kwalitatief onderzoek, 2 meest efficiënte manieren voor kwantitatief onderzoek, destructieve en niet destructieve detectoren uitleggen&lt;br /&gt;
# Oefening op buffer van triprotonisch zuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
# Ppm bewijzen bij gas, specifiek gewicht, temperatuursafhankelijkheid&lt;br /&gt;
# Afleiding van extractie, ionenchromatografie met supressorkolom en alternatieven&lt;br /&gt;
# sigmoidale en lineair segement, Gran plot&lt;br /&gt;
# oefening met oplosbaarheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2016 VM===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Wat bepaalt of we een colloïdale of kristallijnen neerslag krijgen wanneer we 2 reagentia samenvoegen? Wat ligt aan de basis van stabilisatie van een colloïdale neerslag? Hoe kunnen we deze neerslag toch filtreerbaar maken? Wat is het gevaar bij wassen van deze neerslag en hoe kan dit probleem opgelost worden?&lt;br /&gt;
#absorptiemeting&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen het absorptiespectrum bij atomaire absorptie en moleculaire absorptie? Wat zijn de praktische gevolgen voor metingen bij atomaire absorptie?&lt;br /&gt;
#*Wat is het verschil tussen de spectra van moleculaire absorptie in gasfase of in oplossing? Welke methode van deze twee is het best bruikbaar voor kwalitatieve analyse?&lt;br /&gt;
#*Wet van Beer afleiden&lt;br /&gt;
#*Dit is een &#039;limiting law&#039;, verklaar.&lt;br /&gt;
#*Verklaar de invloed van strooilicht &lt;br /&gt;
#grafieken van in cursus fosforzuur/oxaalzuur/zwavelzuur&lt;br /&gt;
#*Welke curve hoort bij welk zuur?&lt;br /&gt;
#*Bespreek de equivalentiepunten (duidelijk voorkomen, afwezigheid van punten...)&lt;br /&gt;
#*Duid voor de curve van fosforzuur aan welke deeltjes in elk gebied belangrijk zijn voor de pH-bepaling (beging,vlak gebied (buffer), EP...)&lt;br /&gt;
#*Bereken voor de curve van fosforzuur de pH enkel met eenvoudige formules in de verschillende gebieden (start, midden vlak gebied, EP...)&lt;br /&gt;
Oefening&lt;br /&gt;
# Maak een buffer met een totaal volume van 1,00L en pH = 9,60 met 0,300 M Na2CO3 en 0,200 HCl. Ka1(H2CO3) = 4,45.10-7 en Ka2(H2CO3) = 4,69.10-11&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2016 NM ===&lt;br /&gt;
#titratie NaCl met AgNO3. leid formules die het verloop van de titratiecurves geven mbv vorderringsgraad. Hoe wordt deze formule gebruikt.&lt;br /&gt;
#Definiïer de plaathoogte en bespreek de fysische invloeden op de factoren die de plaathoogte beïnvloeden en geef de grafiek hiervan.&lt;br /&gt;
#Belangrijkste eigenschappen van activiteitscoëfficiënten en leid de molaire oplosbaarheid af van LiF met de activiteiten te beschouwen.&lt;br /&gt;
#titratie van HCL en H2SO3 met NaOH, geef de grafiek en bespreek welke deeltjes er te vinden zijn waar en bereken de pH na toevoeging van 37,5mL van NaOH door systematisch te werken en toon aan dat de vereenvoudigingen kloppen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2016 VM ===&lt;br /&gt;
#pH amfiprotisch deeltje&lt;br /&gt;
#ppm bij gassen en oplossingen, specifiek gewicht + temperatuursafhankelijk of niet&lt;br /&gt;
#3 methodes vr stoichiometrie van complex met absorbantie&lt;br /&gt;
#oefening: oplosbaarheid Ag2C2O4 in oplossing met pH=4, Ksp en Ka&#039;s gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 augustus voormiddag===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*wat bepaalt of we een colloïdale of kristellijnen neerslag krijgen wanneer we 2 reagentia samenvoegen?&lt;br /&gt;
#*wat ligt aan de basis van de stabilisatie van een colloïdale neerslag.&lt;br /&gt;
#*hoe kunnen we deze neerslag verbeteren zodat deze toch te filteren is.&lt;br /&gt;
#*wat gebeurd er als we zo een verbeterde neerslag wassen en hoe kan dit soms opgelost worden.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*leg uit wat aan de grondslag ligt van de scheiding van metaalkationen volgens de historische H2S methode.&lt;br /&gt;
#*Ka1 en Ka2 van H2S gegeven en dan uitleggen waarom de ene groter is dan de andere.&lt;br /&gt;
#*Grafiek uit de cursus van bij dit stukje en dan de helling van die rechte berekenen.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*wat is het meest voorkomende type gaschromatografie.&lt;br /&gt;
#*op welke 2 manieren kan aan kwalitatieve analyse gedaan worden met gaschromatografie.&lt;br /&gt;
#*kwantitatieve analyse met gaschromatografie: uitleggen van interne standaard en standaardadditie.&lt;br /&gt;
#*bondig bespreken van de destructieve en niet-destructieve detector gebruikt bij gaschromatografie die we gezien hebben in de les&lt;br /&gt;
#oefening waarbij ge de pH van een mengsel van 2 stoffen moet bepalen en daarna de oplosbaarheid van een andere stof bepalen die in dat mengsel gedaan wordt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2014 NM===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Omschrijf met woorden het concept standaardfout precies?&lt;br /&gt;
#* Beschrijft een gauss-curve perfect de verdeling van de meetresultaten in de analytische chemie? (uitleg)&lt;br /&gt;
#* Wat is het grote nut van s-pooled in de analytische chemie?&lt;br /&gt;
#* Wat is het verband tussen t (two tailed) en t (one tailed)? Leg uit m.b.v. Gauss-curves.&lt;br /&gt;
#* Indien een chemische analysemethode een normaaldistributie volgt die gekenmerkt wordt door een straalgemiddelde µ en een populatiestandaarddeviatie sigma. Geef dan de formule die toelaat de fractie F van het totaal aantal metingen te berekenen dat, bij een zeer groot aantal metingen, gelegen is tussen µ+a en µ+b. Toon met deze formule aan dat voor om het even welke analysemethode die een normaaldistributie volgt, er eenzelfde fractie van metingen  zich bevindt tussen µ-2sigma; en µ+2sigma. Hoe groot is deze fractie?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* Op wat berust de scheiding van metaalkationen op basis van de historisch belangrijke H2S methode?&lt;br /&gt;
#*Voor dit zwakke zuur zijn de numerieke warde voor de dissociatieconstanten gegeven. Waarom is Ka1 &amp;gt; Ka2?&lt;br /&gt;
#* Leid aan de hand van berekeningen de richtingscoëfficiënt af van de bijgevoegde grafiek. (=dalende rechte)&lt;br /&gt;
# Hoe wordt de plaathoogte H in chromatografie gedefinieerd? Schets de grafiek van de plaathoogte in functie van de stroomsnelheid van de mobiele fase. De afhankelijk kan gevat worden in een bepaalde vergelijking.&lt;br /&gt;
Schrijf en benoem deze en verklaar de verschillende componenten ervan aan de hand van de fysische verschijnselen zoals die zich voordoen in een kolom. Wat is het belangrijkste verschil tussen gaschromatografie en vloeistrofchromatografie in deze context?&lt;br /&gt;
# We lossen 445 mg AlCl3 (133,34 g/mol) op in 200 mL water. Het kation complexeert volledig met water tot Al(H20)6(3+) en heeft zure eigenschappen: Ka(Al(H2O)6(3+) = 1,4 x 10^-5&lt;br /&gt;
(a) Bereken de pH als -log(H+).&lt;br /&gt;
(b) Wat is de molaire oplosbaarheid van zilver wanneer we aan deze oplossing 860 mg aan AgNO3 (169,873 g/mol) toevoegen (Ksp,AgCl)= 1,82 x 10^-8?&lt;br /&gt;
Houd bij de berekeningen steeds rekening met de ionische sterkte van de oplossingen. De effectieve diameter van gehydrateerd AI(H20)5(OH)2+ bedraagt 0.6 nm.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 januari 2014 VM===&lt;br /&gt;
# Wat bepaald of er een colloïdale of kristallijnen neerslag vormt? Omschrijf de oorsprong van de stabilisatie van een colloïdale neerslag en hoe men dergelijke neerslag kan behandelen om een filtreerbare neerslag te krijgen. Wat zijn de gevaren bij het wassen en hoe kunnen deze vermeden worden? Waarom is Fe(OH)3 of zijn waterige oxide niet filtreerbaar in gewone omstandigheden, en wat kan je eraan doen? Plaat de Fajansmethode in de context van deze vraag.&lt;br /&gt;
# Leid de eenvoudigste formule af om de pH te schatten van amfiprotische deeltjes NaHA met cNaHA.&lt;br /&gt;
# Scheiding door extractie: Leid een formule af om te berekenen wat de concentratie is na i extracties van component A in een bepaalde hoeveelheid waterige fase door middel van telkens dezelfde hoeveelheid organische fase te gebruiken. - Waarom gebruikt men bij ionenchromatografie een suppressorkolom? Omschrijf de werking adhv een voorbeeld. Geef de twee alternatieven voor een suppressorkolom (+uitleg).&lt;br /&gt;
# Gegeven is een oplossing van 50,0mL met 0.10M HCl en 0.10M H2SO3 met pKa1=1.23*10-2 en pKa2=6.6*10-8. Er wordt getitreerd met 0.20M NaOH (a) Teken de titratiecurve en beschrijf de samenstelling van elk gebied (zwakke base, amfiprotisch zout) (b) Bereken de pH na toevoegen van 37.5mL base. [Tip bij (b): gebruik de systematische methode, en zorg dat de relatieve fout op [H3O+] minder blijft dan 5%]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 Januari 2013 NM===&lt;br /&gt;
#wat is het verband tussen slitbreedte en kwalitatieve analyse?&lt;br /&gt;
#wat is de rol van strooilicht en niet effectief monochromatisch licht bij kwantitatieve analyse?&lt;br /&gt;
#bespreek de 3 methodes (continue variatie, mol-ratio en helling-ratio) om de stoichiometrie van een complex te bepalen aan de hand van de gegeven grafieken. Kunnen we hier nog andere informatie uithalen?&lt;br /&gt;
#leid 2 formules af die de titratiecurve van NaCl met AgNO3 beschrijven. Hoe gebruikt men ze?&lt;br /&gt;
#toon aan dat het equivalentiepunt steeds bij dezelfde pAg ligt&lt;br /&gt;
#geef 3 fysische methodes om het equivalentiepunt waar te nemen&lt;br /&gt;
# 0,1g H3PO4 (pKA&#039;s gegeven) wordt in 100 ml water opgelost en met 0,01M NaOH neutraal gemaakt. Wat zijn de molfracties aan H3PO4 en de geconjugeerde basen?&lt;br /&gt;
# Een staal bevat enkel KCl en FeCl2, molmassa&#039;s en totale zijn gegeven. Een Mohr-titratie wordt toegepast, gebruikte hoeveelheid AgNO3 en concentratie zijn gegeven. Bepaal de massa FeCl2 en het massapercentage aan Fe (atoommassa gegeven) in het staal.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 Januari 2012 NM===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Zuur/base&lt;br /&gt;
#* Differentierend / Leveling solvent&lt;br /&gt;
#* verband tussen Ka en Kb bij diprotisch afleiden&lt;br /&gt;
#* toon aan dat de alfa-waardes enkel afhankelijk zijn van de pH van de oplossing &lt;br /&gt;
#* afleiden titratiecurve van zwak zuur &amp;amp;amp; sterke base a.d.h.v. vorderingsgraad. Hoe stel je vanuit deze formule diegene op van een sterk zuur en een sterke base? Zelfde vraag voor polyprotisch zwak zuur en sterke base. &lt;br /&gt;
# Chromatografie &lt;br /&gt;
#* wat is de meest gebruikte gaschromatografie? wat is de andere?) &lt;br /&gt;
#* hoe kan je bij gaschromatografie kwalitatief en staal analyseren &lt;br /&gt;
#* leg uit hoe je bij kwantitatieve analyse hier interne standaard en standaardadditie toepast &lt;br /&gt;
#* twee detectoren: destructieve en niet-destructieve voor gaschromatografie. Leg bondig uit &lt;br /&gt;
# Oefeningen &lt;br /&gt;
#* een combinatie oefening van het bepalen van een concentratie tijdens een titratie en statistische methodes &lt;br /&gt;
#* wat is het effect op de ionische sterkte als je NaOH bij a) MgCl2 b) HCL c) CH3COOH doet. (bespreken)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 augustus 2011===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Beschouw titratie van een zwak zuur met een sterke base. Hoe bepaal de titratiecurve a.d.h.v. de vorderingsgraad. Geef de afleiding voor vorderingsgraad. Hoe zit het dan voor titratie van een sterk zuur met een sterke base?&lt;br /&gt;
# Instrumenten&lt;br /&gt;
#* Wat is het verschil tussen de concentratiebepaling bij fluorescentie, absorptie en chemoluminescentie? &lt;br /&gt;
#* Wat is een interferentiefilter? Geef de afleding voor de formule \lambda=2\eta t&lt;br /&gt;
#* leg uit: fotodiode en fotomultiplier&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# standaardoefening op selectief neerslagen (is het mogelijk om bv Sr2+ en Hf4+ neer te slaan door OH- toe te voegen&lt;br /&gt;
# ook standaard: geef verhouding van 2 ionen in oplossing, Ksp&#039;s, Ka enz gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 januari 2011 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(Misschien niet in die woorden,maar het kwam wel op deze vragen neer)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Chromatografie: &lt;br /&gt;
#*Wat is de plaathoogte, geef een definitie en leid de formule af.&lt;br /&gt;
#*Bespreek de plaathoogte ifv de stroomsnelheid van de mobiele fase. Met welke functie kan deze omschreven worden? Ontleed en bespreek de onderdelen van deze functie. Welke factor zorgt voor het verschil tussen de plaathoogte ifv de mobiele fase bij gas en bij vloeistof?&lt;br /&gt;
# Standaardadditie etc&lt;br /&gt;
#* Hoe wordt de enkelvoudige standaardadditiemethode gebruikt? Leid de formule af.&lt;br /&gt;
#* Bespreek bondig de interne standaardmethode. &lt;br /&gt;
#* Welke detectielimieten zijn er? Leid de formules af en bespreek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#oefening met Volhard-titratie.&lt;br /&gt;
#* 100.0ML staal, hoeveel miligram monochloroazijnzuur zit er in als je weet dat men het staal bewerkt met 1M NaOH zodat men een waterige oplossing van ClCh3COO- krijgt. Deze zuurt men aan en men voegt (concentratie gegeven) AgNO3 toe. De neerslag wordt afgefilterd en vervolgens voegt men 10.43 ml NH4SCN toe tot aan het neutralisatiepunt. Bij de blancotitratie moest men 22.98ml NH4SCN toevoegen.&lt;br /&gt;
#oefening met ionische sterkte&lt;br /&gt;
#* Wat is de oplosbaarheid van CaSO4 in 0.0333M Na2SO4? Bereken eerst de ionische sterkte van deze elektrolyt(dus alleen van Na2SO4) en bereken aan de hand van die waarde de oplosbaarheid van CaSO4.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2011 ===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
# Betrouwbaarheidsintervallen:&lt;br /&gt;
#* Verklaar volgende begrippen uit betrouwbaarheidsintervallen: s, Ïƒ, N, z, t, x Ì… (gem.), Âµ   (uitgebreid verklaren)&lt;br /&gt;
#* Leid één van de definities af voor een betrouwbaarheidsinterval, vetrekkende van de basisprincipes van de statistiek&lt;br /&gt;
#* We hebben in de cursus minstens twee lichtjes afwijkende versies van het betrouwbaarheidsinterval gezien, geef die en leg uit wanneer die worden gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat is het verband met t-testen?&lt;br /&gt;
#Spectrofotometer: In een spectrofotometer wordt elektromagnetische straling met bepaalde golflengte Î» doorheen een oplossing van een analiet met goed gekozen solvent gestuurd. Vertrekkende van de bron is de intensiteit van de straling P, als het doorheen de cuvet (optische weglengte b) met alleen solvent is gepasseerd is de intensiteit P&#039;. Met precies één chromofoor in de oplossing heeft de uitgaande straal een intensiteit P&amp;amp;quot. Extinctiecoëfficiënt is Îµ(Î»)&lt;br /&gt;
#* Wat bedoelt men met goed gekozen solvent?&lt;br /&gt;
#* Is P=P&#039;? (motivatie)&lt;br /&gt;
#* Is concentratie c evenredig met P-P&amp;amp;quot; of met P&#039;-P&amp;amp;quot;? (leg uit adhv basisprincipes)&lt;br /&gt;
#* Wat is strooistraling? Wat zijn de gevolgen hiervan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een staal weegt 27,73mg en bestaat alleen maar uit KCl(MG 74,55) en FeCl2(MG 126,75). Met de Mohrmethode is er 18,48mL nodig van een 0,02237M AgNO3-oplossing om het chloride te neutraliseren. Bepaal massa van FeCl2 en massapercent van ijzer in het staal. (oplossing: 0,01761g en 27,98%)&lt;br /&gt;
# Bereken molaire oplosbaarheid van Ag3PO4 (Ksp=2,8E-18) gebufferd bij pH 6. De 3 Ka&#039;s van fosforzuur zijn gegeven. (oplossing 1,40E-3 M)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Omschrijf aan de hand van een voorbeeld de termen precisie en nauwkeurigheid. Wat is hun oorsprong in de analytische scheikunde en tot welke types van fout en corresponderende mathematisch termen geven ze aanleiding?&lt;br /&gt;
# Gegeven oplossing van AgCl-neerslag in evenwicht met een bepaalde analytische concentratie aan KCl. Leid de formule af die de oplosbaarheid van AgCl geeft in functie van de analytische concentratie aan KCl. Bespreek het resulaat aan de hand van een grafiek. (Die 4 reactievergelijkingen krijg je ook gegeven)&lt;br /&gt;
# Bespreek de meest voorkomende detectoren in optische instrumenten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefening:&lt;br /&gt;
# Hoe maak je een buffer van 1L met een pH van 9,6 wanneer je 0,200M HCl gebruikt en 0,300M Na2CO3. (Ka1 en Ka2 van H2CO3 ook gegeven)&lt;br /&gt;
# Teken kwalitatief de titratiecurve van een mengsel van Na2CO3 en HCO3- met een sterk zuur. Duid ook de delen aan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 januari 2009 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Gauss-distributie:&lt;br /&gt;
#* Omschrijf met woorden een Gauss-distributie. Welke factoren bepalen een Gauss-distributie?&lt;br /&gt;
#* Definieer standaardfout. Waarom is de standaardfout steeds kleiner dan de standaarddeviatie?&lt;br /&gt;
#* Voor een Gauss-distributie, wat is de kans dat een meting gelegen is tussen 0 en +1Ïƒ, tussen +1Ïƒ en +2Ïƒ? Wat is de kans dat een meting buiten de limieten Â±2Ïƒ van het gemiddelde gelegen is en kleiner is dan Î¼-2Ïƒ?&lt;br /&gt;
# Leid de formule af die toelaat om aan de hand van de vorderingsgraad de titratiecurve op te stellen voor een oplossing die Cl- bevat. Hoe moet deze formule gebruikt worden?&lt;br /&gt;
# Bespreek de verschillende aspecten van HPLC, aan de hand van de volgende vragen:&lt;br /&gt;
#*Gradiënt- en isocratische elutie.&lt;br /&gt;
#*Partitiechromatografie (normale en omgekeerde fase).&lt;br /&gt;
#*Ionenuitwisselingschromatografie (suppressorkolommen).&lt;br /&gt;
#*Size exclusion chromatografie (gelfiltratie en gelpermeatie).&lt;br /&gt;
#*Affiniteitschromatografie.&lt;br /&gt;
#*Chirale chromatografie.&lt;br /&gt;
Oefening (3 delen):&lt;br /&gt;
* Berekenen van standaarddeviatie en CV.&lt;br /&gt;
* Iets van oplosbaarheid.&lt;br /&gt;
* Titratiecurve opstellen voor 3 basen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Wat is het verband tussen betrouwbaarheidsintervallen en de z- en t-test?&lt;br /&gt;
# Bespreek de wet van Beer qua afleiding, toepassing en beperkingen.&lt;br /&gt;
# Chromatografie. Wat is de plaathoogte van een kolom en hoe wordt deze beÃ¯nvloed door de stroomsnelheid van de mobiele fase?&lt;br /&gt;
Oefening:&lt;br /&gt;
# Bereken de pH voor de titratie van 50,0 mL van een 0,10 M ethyleendiamine-oplossing met een 0,20 M oplossing van HCl na toevoegen van de volgende hoeveelheden zuur: &lt;br /&gt;
a) 0,0 mL HCl&lt;br /&gt;
b) 37,5 mL HCl&lt;br /&gt;
c) 50,0 mL HCl&lt;br /&gt;
Verantwoord steeds eventueel gemaakte benaderingen in je berekeningen. &lt;br /&gt;
Teken kwalitatief de titratiekurve en omschrijf de samenstelling van de oplossing in de verschillende gebieden (bv. Buffer van X en Y, sterk zuur Z, ...)&lt;br /&gt;
Voor Ethyleendiamine (H2NCH2CH2NH2 afgekort B) zijn de numerieke waarden van de opeenvolgende zuurdissociatieconstanten van BH2(2+) als volgt. Ka1 = 1,42 x 10^-7 en Ka2 = 1,18 x 10^-10&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Gran Plot vraag.&lt;br /&gt;
# Moleculaire Fluoriscentie vraag.&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid AgCl met concentratie aan KCl.&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# De Volhard titratie wordt algemeen aangeraden voor de analyse van het heptachloor insecticide C10H5Cl7. Er is geen chloride of chloor in de matrix aanwezig. Het percentage van heptachloor wordt gegeven door: %hepatachloor = ((mlAg x cAg - mlSCN x cSCN) x 37.33)/staalmassa. Wat zegt deze berekening over de stoechimoterie van deze titratie (m.a.w. hoeveel chloride-ionen per molecule heptachloor reageren met 1 AgNO3)M = 373,22 g/mol?&lt;br /&gt;
# Bereken de oplosbaarheid van Mg(OH)2 in een 0.0167M oplossing van Ba(NO3)2 door gebruik te maken van:&lt;br /&gt;
#*Activiteiten.&lt;br /&gt;
#*Molaire concentraties.&lt;br /&gt;
#*Bereken ook de procentuele fout die gemaakt wordt door geen rekening te houden met de activiteiten. Ksp Mg(OH)2 = 7.1x10^-12 Neerslag Ba(OH)2 mag je verwaarlozen (tabel activiteitscoeffictien en ionische sterkte gegeven).&lt;br /&gt;
# Schrijf de uitdrukking voor [H3O+] in functie van enkele andere evenwichtscocentraties voor een 0.01M oplossig van HCl die in evenwicht is met een overmaat aan vast BaSO4.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2008 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek soorten gevoeligheid+detectielimiet.&lt;br /&gt;
# Mengsel van NaOH NaHCO3 en Na2CO3.&lt;br /&gt;
# Kwantitatieve en kwalitatieve analyse bij gaschromatografie.&lt;br /&gt;
Oefening:&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid van MnS in buffer (Ka&#039;s en conc. H30+ gegeven).&amp;lt;/text&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R1050265</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Geologie&amp;diff=4816</id>
		<title>Geologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Geologie&amp;diff=4816"/>
		<updated>2026-01-09T15:22:40Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R1050265: /* 9 januari 2026 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Geologie van Prof. Robert Speijer is een verplicht vak in het eerste semester van het eerste jaar voor chemie en binnen de minor verbreding voor Biochemie.&lt;br /&gt;
Examen is mondeling. Er is ook een deeltje examen over het practicum (steentjes). Hiervoor mag je je practicumhandleiding gebruiken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;academiejaar 2022-2023&#039;&#039;&lt;br /&gt;
* aanpak vak&lt;br /&gt;
** Nog steeds Prof. Robert Speijer&lt;br /&gt;
** examen + practicum (beide schriftelijk)&lt;br /&gt;
** Een vak dat haalbaar is zonder naar de les te gaan, maar prof geeft wel goed les&lt;br /&gt;
* Kwaliteit cursus&lt;br /&gt;
** Slides zijn vrij onoverzichtelijk, maar bevatten wel iets meer informatie dan het boek&lt;br /&gt;
** Boek is duidelijk opgebouwd en bevat zeker voldoende informatie om te slagen&lt;br /&gt;
** Einde elk hoofdstuk steeds een studiewijzer, die zeker de moeite is om eens zeer volledig te beantwoorden (als je deze kent, ken je zo goed als heel de cursus, dit was het enige dat ik echt geleerd had voor dit vak)&lt;br /&gt;
* Examenvragen&lt;br /&gt;
** Zijn elk jaar anders verwoord, maar komen heel vaak op hetzelfde neer, zeker de moeite dus om deze eens te bekijken&lt;br /&gt;
* Practica&lt;br /&gt;
** Probeer echt zoveel mogelijk te noteren en zoveel mogelijk vragen te stellen tijdens het practicum en dan lukt dit wel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===9 januari 2026===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#*a) Wat is een artesische aquifer en leg uit waarom het wel/niet duurzaam is om hier grondwater uit te winnen.&lt;br /&gt;
#*b) Geef drie gevolgen van het niet-duurzaam winnen van grondwater.&lt;br /&gt;
#*c) Teken een hangende watertafel en leg uit waarom deze veel voorkomen in ondiepe ondergrond van België en Nederland.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Leg uit hoe we vanuit de maan dingen te weten kunnen komen over de vormingsgeschiedenis van de aarde en welke dingen. (Tip: Sinds de Apollo missie in 1970 is er gesteente van de maan meegenomen naar de aarde en er staan veel satellieten waarmee we de maan kunnen bekijken.)&lt;br /&gt;
#*b) Wat kunnen we vanuit een ijzermeteoriet die teruggevonden is op aarde te weten komen over de wat er na de vorming van het zonnestelsel is gebeurd? De ijzermeteoriet is 4.5 Ga oud.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Leg uit wat freatomagmatisme is en waarom dit goed herkenbaar is bij de Vulkaaneifel.&lt;br /&gt;
#*b) Waarom komt er bij freatomagmatisme weinig magma ter sprake, terwijl er bij explosieve vulkanische subductie veel aan te pas komt? Link ze met elkaar en leg de verschillen uit.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
# Een uitleg over horizontale sedimentpakketten van klei en zand in Belgie (niet zo belangrijk)&lt;br /&gt;
#*a) Bij sommige gesteentelagen van klei en zand in Belgie spreekt men van een hiaat in de tijd. Leg uit hoe dit ontstaat.&lt;br /&gt;
#*b) Welke tijdsvakken komen voor in het Cenozoïcum, en wanneer begon het Cenozoïcum?&lt;br /&gt;
#*c) In veel zanden in België komt het groene mineraal glauconiet voor. Geef een mineralogische analyse van glauconiet.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===1 februari 2023===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Een vraag over één of ander dal waarvan de wanden vooral uit graniet en granietische gesteente bestaan.&lt;br /&gt;
#*a) Wat is graniet en uit welke mineralen bestaat het?&lt;br /&gt;
#*b) Wat zijn batholieten, hoe worden deze gevormd en in welke tectonische condities?&lt;br /&gt;
#*c) Iets van waarom de wanden van dit U-dal nog zo steil konden zijn terwijl de gletsjer die het vormde allang verdwenen is.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
# Iets over de bruinkool ontginging in Aken en Keulen&lt;br /&gt;
#*a) Wat is bruinkool en hoe wordt het gevormd?&lt;br /&gt;
#*b) Hoe ontstaan er afwisselingen tussen zandlagen met fossielen van organismen afkomstig van organismen die in de oceaan leven (weet niet meer welke) en bruinkoollagen?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Hoe oud is de aarde en hoe weten we dit?&lt;br /&gt;
#*b) Wat is er allemaal gebeurd in het Archeaan en Hadeaan op vlak van differentiatie van het inwendige van de aarde? (iets van verband met de chemische en mineralogische samenstelling)&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Wanneer begon en eindige het Proterozoïcum en welk eon kwam hierna?&lt;br /&gt;
#*b) Wat zijn BIF&#039;s en stromalieten en wat zeggen ze ons over de vorming van de aarde?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 februari 2022===&lt;br /&gt;
# Een hele uitleg over visbeenderen en platte spiraalvormige fossielen in het Jura die bewaard zijn gebleven in schalies. &lt;br /&gt;
#*a) Welk tijdperk voor en na het Jura? Geef aan in # miljoen jaar in welke periode het Jura zich bevond.&lt;br /&gt;
#*b) Welke gesteenten zijn schalies?&lt;br /&gt;
#*c) Hoe noemt men de organismen die deze platte spiraalvormige fossielen opleveren?&lt;br /&gt;
#*d) Hoe komt het dat de beenderen in tact zijn gebleven in de zee, welk milieu heerst er in de zee hiervoor?&lt;br /&gt;
# Geologie van België.&lt;br /&gt;
#*a) Wat is het Massief van Brabant?&lt;br /&gt;
#*b) Hoe en wanneer werd het Massief van Brabant gevormd?&lt;br /&gt;
#*c) Hoe komt het dat het Massief van Brabant op sommige plekken dagzoomt en op andere plekken bedekt is met sediment uit het Cenozoïcum?&lt;br /&gt;
# Ijstijdvak in het laat-Carboon en vroeg-Perm.&lt;br /&gt;
#*a) Welk tijdvak kwam voor het Carboon en welk tijdvak kwam na het Perm? Geef aan in # miljoen jaar in welke periode het Carboon zich bevond.&lt;br /&gt;
#*b) Toon aan dat Alfred Wegener al aanwijzingen vond voor deze ijstijd.&lt;br /&gt;
#*c) Leg uit hoe deze ijstijd tot stand is gekomen.&lt;br /&gt;
# Metamorfose.&lt;br /&gt;
#*a) Geef een definitie voor metamorfose, inclusief de reden waarom metamorfose plaatsvindt.&lt;br /&gt;
#*b) Wat zijn de verschillen en overeenkomsten tussen contactmetamorfose en schokmetamorfose?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 januari 2021===&lt;br /&gt;
#Verklaar dat de platentektoniek aan de basis ligt van allerhande processen en fenomenen. De argumenten van Wegener moeten hier NIET uigelegd worden.&lt;br /&gt;
#In Aken en Keulen wordt bruinkool ontgonnen (tekening van doorsnede grond waarbij aquifer doorsneden wordt door mijn)&lt;br /&gt;
#*a)Wanneer is het Neogeen?&lt;br /&gt;
#*b)Wat is bruinkool en hoe wordt het gevormd?&lt;br /&gt;
#*c)Wat voor gevolgen heeft de ontginning van bruinkool voor de maatschappij en voor het milieu?&lt;br /&gt;
#*d)Wat zijn de gevolgen hier (in Keulen/Aken) als men door de freatische grondtafel heeft geboord? We gaan ervan uit dat er geen hangende watertafel onder de freatische watertafel ligt.&lt;br /&gt;
#*e)Wat is het verschil tussen een freatische watertafel en een hangende watertafel? Toon met een tekening.&lt;br /&gt;
#Diamant en grafiet&lt;br /&gt;
#*a)Wat zijn de overeenkomsten en verschillen tussen diamant en grafiet?&lt;br /&gt;
#*b)Door welke factoren worden deze bepaald en hoe vindt men deze vormingsfactoren?&lt;br /&gt;
#*c)In welke gesteenten vindt men vooral diamant?&lt;br /&gt;
#*d)In welk ander gesteente vindt men ook diamant door secundaire toevoer? Hoe komt deze tot stand?&lt;br /&gt;
#Hele uitleg over PETM&lt;br /&gt;
#*a)Hoe komt een broeikastijdvak tot stand?&lt;br /&gt;
#*b)Wat is silicaatverwering en wat is de rol daarvan in vroegere klimaten en wat is de rol daarvan nu?&lt;br /&gt;
#*c)De aarde heeft vroeger warmere periodes gekend? Waarom is het dan dat deze periodes toch niet zo goed zijn voor de mens, leg aan de hand van de polaire ijskappen en permafrost?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===29 januari 2019 VM===&lt;br /&gt;
#Op aarde kunnen we BIF (banded iron formations) en stromatolieten vinden uit de tijd van het Proterozoïcum. &lt;br /&gt;
#*a)Wanneer was het Proterozoïcum en welk tijdvak kwam hiervoor en welk hierna? &lt;br /&gt;
#*b)Wat zijn stromatolieten en BIF en wat zeggen deze over de ontwikkeling van de aarde en het leven. &lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a)Waaruit is silex opgebouwd en hoe wordt het gevormd? &lt;br /&gt;
#*b)Hoe komt het dat er afgeronde keien silex te vinden zijn aan de basis van een zandafzetting gevormd in het Cenozoïcum? Uit welk gesteenten zijn deze silexen afkomstig voordat het afgeronde keien waren? &lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a)Een gebergte gevormd tijdens subductie zal onder zijn eigen gewicht inzakken, hoe komt dit? &lt;br /&gt;
#*b)Hoe komt het dat een gesteente gevormd op grote diepte in dit gebergte (bv groter dan 30 km) uiteindelijk toch terug aan het oppervlak terecht komt? &lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a)Wat zijn turbidieten? Waar komen ze voor? Hoe worden ze gevormd? Welke typische structuur hebben ze? &lt;br /&gt;
#*b)Beschouw een afzetten gevormd uit afwisselend een laag klei en een laag kwarts. Wanneer deze sedimenten orogenese ondergaan en er intermediaire metamorfose plaatsvindt wat zal er dan met ze gebeuren?  &lt;br /&gt;
===28 januari 2019===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) hoeveel bedraagt de gemiddelde geothermische gradiënt van de continentale korst en hoe warm was het dan in een voormalige limburgse mijnschacht op diept van 1000m&lt;br /&gt;
#*b) leg uit waarom water in een begrensde aquifer op die diepte vaak niet als drinkwater te gebruiken is en van welke factoren dit afhangt&lt;br /&gt;
#*C) leg uit waarom de geothermische gradiënt van de korst veel steiler (sterker) is dan die van de mantel&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) welke observaties in de oceaan hebben geleid tot de theorie van hotspots&lt;br /&gt;
#*b) wat veroorzaakt hotspots en wat is relatie met het model van platentektoniek&lt;br /&gt;
#*c) meeste hotspot vulkanen hebben voornamelijk magma met mafische samenstelling, de hotspot onder yellowstone park levert echter ook grote hoeveelheden felsische en intermediaire magma, hoe verklaar je dit verschil&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) door welke processen wordt schuine gelaagdheid veroorzaakt en in welk sedimentair afzettingsmilieu kan schuine gelaagdheid worden waargenomen&lt;br /&gt;
#*b) schets de manier hoe dat schuine gelaagdheid gevormd word en geef erbij uitleg&lt;br /&gt;
#*c) welke informatie kan men afleiden uit opeenvolgende schuine gelaagdheden die in verschillende richting hellen&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) magnesiet (formule gegeven) en sideriet vormen een vaste oplossing, magnesiet en calciet vormen geen vaste oplossing, verklaar dit verschil en verklaar ook dat dolomiet (formule gegeven) wel samen kan voorkomen met calciet&lt;br /&gt;
#*b) geeft een beknopte maar kenmerkende karakterisering voor 2 verschillende mariene afzetting milieus waarbij calciet en/of aragoniet belagrijke sedimentaire bestanddelen zijn&lt;br /&gt;
#*c) calciet wordt tijdens diagenese van carbonaten soms omgezet naar dolomiet, waardoor wordt dit proces vooral gestuurd&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 januari 2019 ===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Hoe worden zinklagen in bvb Florida gevormd?&lt;br /&gt;
#*b) Hoe helpen zinkgaten bij de zoutwinning in bvb Nederland?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) In welke gesteenten zitten ketensilicaten zoals pyroxenen en amfibiolen?&lt;br /&gt;
#*b) Geef mvb tekening het verschil tussen pyroxenen en amfibiolen.&lt;br /&gt;
#*c) Wat is de verhouding van de O-atomen tov de Si-atomen in zowel pyroxenen als amfibiolen?&lt;br /&gt;
#*d) Hoe verschillen deze ketensilicaten met veldspaat (Optische verschillen, niet chemisch)?&lt;br /&gt;
# Een hele uitleg over visbeenderen (platte spiraalvormige fossielen) in het Jura. Ook iets over schalies.&lt;br /&gt;
#*a Welk tijdperk voor en na het Jura, geef aan in # miljoen jaar in welke periode het Jura zich bevondt.&lt;br /&gt;
#*b) Welke gesteenten zijn Schalies en tot welke groep fossielen behoren de visbeenderen?&lt;br /&gt;
#*c) Hoe komt het dat de beenderen in tact zijn gebleven in de zee, welk milieu heerst er in de zee hiervoor?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Welk proces ondergaan gesteenten in bergketens in lage hoogte,  en welke processen ondergaan gesteenten die hoger gelegen zijn?&lt;br /&gt;
#*b) Wat is de lithosfeer en waarom is de vervorming elastisch. Welke eenheid ligt er onder deze lithosfeer.&lt;br /&gt;
#*c) Waarin verschilt de lithosfeer met de onderliggende eenheid?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
#   Over de zoutlagen (evaporieten) uit het Perm in het Noorden van Nederland, Duitsland en Polen&lt;br /&gt;
#*a) Wanneer waren het Perm en Carboon? (in Ma)&lt;br /&gt;
#*b) Welke mineralen komen er hoofdzakelijk voor in zo&#039;n zoutlagen? Geef de naam en de chemische formule&lt;br /&gt;
#*c) Geef de reden(en) waarom er nauwelijks afzettingen uit het Perm in België terug te vinden zijn, terwijl er wel talrijke afzettingen uit het Carboon te vinden zijn. Wat is de relatie met de Variscische gebergtevorming?&lt;br /&gt;
#*d) Waarom is zo&#039;n zoutlaag eventueel geschikt voor de opslag van radioactief afval?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Leg uit waarom er wisselende seizoenen zijn op aarde&lt;br /&gt;
#*b) Onder welke condities, volgens de theorie van Milankovic, kon de Noordelijke ijskap stapsgewijs groeien? Bespreek de relevante parameters, je kan schetsen gebruiken om je antwoord te verduidelijken &lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Leg uit wat de geothermische gradiënt (geotherm) is. Geef de waarde(n) voor de geotherm van continentale korst en ook de warmte-uitstroom (heat flow) van continentale korst.&lt;br /&gt;
#*b) Verklaar waarom de geotherm van oceanische korst meer variabel is dan die van de continentale korst, verklaar ook het verschil in de heat flow die niet overal hetzelfde is bij oceanische korst&lt;br /&gt;
#*c) Leg uit hoe de geotherm in de ondiepe ondergrond varieert in functie van kortere en langere temperatuurcycli (dag/nacht, winter/zomer, glaciaal/interglaciaal)&lt;br /&gt;
#*d) Geef op basis van het vorige antwoord voor het volgende een verklaring: op hoge breedtegraden (bv. Canada) is het gesteente (of de bodem) op enkele honderden meters diepte bevroren, toch is de gemiddelde jaartemperatuur ruim boven 0°C&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Geef een definitie voor metamorfose, inclusief de reden waarom metamorfose plaatsvindt&lt;br /&gt;
#*b) Wat zijn de verschillen en overeenkomsten tussen contactmetamorfose en schokmetamorfose?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 31 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
#vraag 1:&lt;br /&gt;
#*a) Zure regen tast kalksteen aan. Geef de reactievergelijking en leg uit waarom kalksteen hierdoor sneller verweerd.&lt;br /&gt;
#*b) Verwering van pyriet, reactieproducten en nettoreactievergelijking geven. &lt;br /&gt;
#*c) Uitleggen hoe en in welke omgeving het nieuw gevormde mineraal in a op natuurlijke wijze wordt gevormd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 2:&lt;br /&gt;
#*a) Apollo missies naar maan. Wat heeft onderzoek van deze gesteenten geleerd over de vormingsgeschiedenis van de aarde?&lt;br /&gt;
#*b) Wat kan je afleiden over de evolutie van het zonnestelsel op basis van voorkomen ijzermeteorieten van 4,5 Ga?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 3:&lt;br /&gt;
#*a) Wanneer was het einde van het laatste glaciaal en welk tijdvak komt na dit glaciaal?&lt;br /&gt;
#*b) Hoe kan men uit de chemische samenstelling van kalkschalen van benthische foraminiferen afleiden dat de zeespiegel is gedaald in het laatste glaciaal?&lt;br /&gt;
#*c) Welke andere manier is er om te bepalen dat de zeespiegel wereldwijd steeg? Voor de periode vanaf het einde laatste glaciaal en deglaciatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 4: &lt;br /&gt;
#*Verbanden tussen de vorming van het Massief van Brabant, geschiedenis van Avalonia, ontstaan vulkaankraterpijp van Quenast, vorming van koraalriffen in de Ardennen. En dit ook plaatsen in het geologische tijdskader.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
#vraag 1:&lt;br /&gt;
#*a) Geef de processen en reacties die zorgen voor de vorming van zinkgaten&lt;br /&gt;
#*b) Zinkgaten kunnen ook ontstaan door zoutwinning verklaar&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 2:&lt;br /&gt;
#*a) wat is een caldera en hoe worden ze gevormd?&lt;br /&gt;
#*b) waarom is het extra gevaarlijk als een caldera zich vormt op een eiland?&lt;br /&gt;
#*c) Wat is de relatie met het soort magma en de vorming van een caldera?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 3:&lt;br /&gt;
#*a) Vlaanderen: aquifer op 700 meter diepte die parallel loopt met het aardoppervlak + met een aquitard boven + geen drinkbaar water, Chaudfontaine: syncline waarbij het water tot op 1600 meter diepte gaat met wel drinkbaar water. Teken beide.&lt;br /&gt;
#*b) Wat is de geotherm?&lt;br /&gt;
#*c) Bereken de temperatuur op de gegeven dieptes&lt;br /&gt;
#*d) verklaar het verschil in drinkbaarheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 4:&lt;br /&gt;
#*a) geef alle processen die in de diepere lagen van een gebergte plaatsvinden en geef het verschil met wat er gebeurt in de hogere lagen&lt;br /&gt;
#*b) wat is de lithosfeer?&lt;br /&gt;
#*c) de lithosfeer vervormt in zijn geheel elastisch. leg uit en geef een goed voorbeeld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== XX augustus 2016 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 1&lt;br /&gt;
#*a) Wat is een caldera en hoe worden ze gevormd&lt;br /&gt;
#*b) Waarom is het extra gevaarlijk wanneer een caldera gevormd wordt op een eiland dan op het continent&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 2&lt;br /&gt;
#*a) Wat is bauxiet&lt;br /&gt;
#*b) Hoe wordt een bauxietbodem gevormd&lt;br /&gt;
#*c) waarvoor wordt een bauxietbodem gebruikt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 3&lt;br /&gt;
iets met krijt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18januari 2016 VM ===&lt;br /&gt;
#Vraag 1&lt;br /&gt;
#*a) Waarom kan de koolstof 14-methode niet gebruikt worden voor het dateren van de botten van de dinoâ€™s?&lt;br /&gt;
#*b) Met welke methode kan dit wel gedateerd worden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Vraag 2&lt;br /&gt;
#*a) Wat bedoelt men met isostatisch evenwicht?&lt;br /&gt;
#*b) Maak een tekening van een gletsjer met de continentale korst, de mantel. Maak zo de inwendige structuur van de continentale korst duidelijk en de mantel. De dikte van de gletsjer in het centrum is 3 km. Welke veranderingen gebeuren er?&lt;br /&gt;
#*c) Wat is de dichtheid van de continentale korst en de mantel en waaruit bestaat het. Bereken hoe diep de ijsblok in de korst zit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Vraag 3&lt;br /&gt;
#*a) Een laag van anhydriet, gips en afzettingen van zoutlagen van haliet. (zoiets ) Geef de chemische formule&lt;br /&gt;
#*b) Hoe worden deze samen gevormd, wat is het verband?&lt;br /&gt;
#*c) Hoe geeft dit informatie over het paleoklimaat?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Vraag 4&lt;br /&gt;
#*a) Wat waren Wegners argumenten van continentendrift. Het geheel is nu aanvaard als platentektoniek. Waar ligt zijn fout?&lt;br /&gt;
#*b) Op basis van welke onderzoeken/ontdekkingen werd deze theorie aanvaard?&lt;br /&gt;
#*c) Is elke continentrand een plaatrand?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 januari 2016 NM ===&lt;br /&gt;
#vraag 1&lt;br /&gt;
#*A Metamorfose van kleicarbonaten en verwering van silcaatcarbonaten uitleggen met chemische formules (bij kleicarbonaten niet da van carbonaten geven ma dus ook iets van klei geen idee wat)&lt;br /&gt;
#*B Over het krijt : de invloed van MOR op het klimaat en de zeespiegel&lt;br /&gt;
#vraag 2&lt;br /&gt;
#*A Teken een afpompingskegel van een freatische aquifer en hoe deze een waterput die dichtbij ligt kan droogleggen&lt;br /&gt;
#*B ...&lt;br /&gt;
#*C Het water van een begrensde aquifer kan vaak niet meer gebruikt worden omdat 1g/L opgeloste stoffen aanwezig zijn, welke dingen beïnvloeden dit (dus over die opgeloste stoffen gaat het: soort gesteente, vervuiling, temperatuur [versneld verzouting] dieper = zouter [zeg ook waarom] )&lt;br /&gt;
#vraag 3: ...&lt;br /&gt;
#vraag 4&lt;br /&gt;
#*A In welk tijdvak en wanneer begon de Varisciden orogenese vorming (in België)?&lt;br /&gt;
#*B aan welk gebergtevorming kunnen we dit zien in België?&lt;br /&gt;
#*C Hoe weten we dat België toen in een tropisch klimaat lag?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 januari 2016===&lt;br /&gt;
#*Teken een hoekdiscordantie&lt;br /&gt;
#* Hoe wordt dit gevormd?&lt;br /&gt;
#*Aan het Massief van Brabant vinden we ganggesteenten en vulkanische gesteenten terug. Wat is het verband tussen gebergtevorming (aan het Massief van Brabant) en vulkanisme?&lt;br /&gt;
#*Wanneer vond dit plaats + jaartal&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#*Wat zegt een krijtlaag ons over het afzettingsmilieu?&lt;br /&gt;
#*Waarom bestaat een krijtlaag vaak uit vuurstenen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#*Waarom kan geothermie wel plaatsvinden aan een slenk maar niet aan het het Massief van Brabant?&lt;br /&gt;
#*Wat is de oorzaak van geothermie?&lt;br /&gt;
#*Soms ontstaan er problemen door geothermie. Er is bv. een dorp waarbij een laag met anhydriet in contact kwam met het grondwater waardoor schade ontstond. Leg uit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#*Wat vertellen maangesteenten ons over de ontstaansgeschiedenis van de aarde?&lt;br /&gt;
#*Wat vertelt een ijzermeteoriet van 4.5 Ga ons over het ontstaan van het zonnestelsel?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 januari 2015===&lt;br /&gt;
#Ontdekingen na wegner&#039;s dood die zijn hypothese bewezen. Moderne technieken die dit bevestigen. Wat is een continentrand en hoe komt het dat sommige naast een plaatrand liggen en andere niet.&lt;br /&gt;
#Welk soort breuken komen samen voor met geplooide lagen? Doorsnede tekenen. Welk soort laag wordt in Vlaanderen onderzocht voor de berging van nucleair afval. Wat is de invloed van een actieve of een inactieve breuk op de bergingscapaciteit?&lt;br /&gt;
#Hoe oud is de aarde en hoe weten we dit? Bespreek de vorming van de aarde tijdens het Hadeaan en Archeaan en het verband tussen stuctuur en mineralogie. Bijvraag: Wat zit er in een meteoriet.&lt;br /&gt;
#Voor welk tijdsinterval worden ijkernen gebruikt? Wat is de meerwaarde boven sedimenten? 34 Ma geleden begon de glaciatie op Antarctica. Hoe kunnen sedimenten ons er iets over vertellen. Hoe komt het dat de glaciatie net dan begon?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2015===&lt;br /&gt;
#onstaan van de aarde, hoe oud en hoe is dit bepaald + geef structuur binnenkant van de aarde chemisch, mineralogisch,..&lt;br /&gt;
#lithostratigrafie: waarom gesteentelagen geen goede tijdsbetekenis geven altijd en dat bij biostratigrafie wel kan&lt;br /&gt;
#grondwater: bron van chaudfontaine (syncline wordt gegeven + tekenen) + uitleg geotherm en gemiddelde waarde voor korst geven&lt;br /&gt;
#wetenschappelijke methode: zeggen wat het is + geologisch vb naar keuze&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 JAN 2014 NM===&lt;br /&gt;
#Magnetische ompolingen en platentektoniek&lt;br /&gt;
# Hoe seizoenen werken en Milankovic theorie&lt;br /&gt;
# Verschil tussen diaklazen en breuken, hoe ze ontstaan en hoe je een diaklaze en een gelaagdheid kunt onderscheiden&lt;br /&gt;
# Algemene structuur bladsilicaent, afleiden wat de formule is voor de Si-laag en waarom havenslib behandeld moet worden als chemisch afval&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2014 NM===&lt;br /&gt;
#kalksteen in de grond: welke maatschappelijke problemen kunnen er zijn?&lt;br /&gt;
#*geef alle chemische reacties die mee doen/leg ze uit in het systeem&lt;br /&gt;
#*hoe worden druipstenen gevormd?&lt;br /&gt;
#diachroon en sedimentaire facies en het verband? (plus schets)&lt;br /&gt;
#veldspaten: orthoklaas naar albiet en albiet naar anorthiet, maar ge kunt niet van orthoklaas naar anorthiet: hoe komt dit, en wat heeft vaste oplossing hiermee te maken? wat is arkose?&lt;br /&gt;
#roodverschuiving uitleggen, hou oud is de aarde? het heelal? en leg uit hou we ouderdom aarde kunnen meten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 JAN 2014===&lt;br /&gt;
#Wat zijn evaporieten en in welke omstandigheden worden ze gevormd? Welke structuren worden er gevormd? Geef redenen om radioactief afval in evaporieten op te slaan en ook waarom het niet zo een goed idee is ?&lt;br /&gt;
#Welke observaties heeft men gedaan om hotspots te onderzoeken? VS heeft een zuur vulkanische, waarom?&lt;br /&gt;
#Geef de geologische tijdschaal van fanerozoÃ¯cum + ouderdommen. Geef de 3 belangrijkste ijstijdvakken en in welk ijstijdvak heeft Wegener aanwijzingen gevonden voor zijn theorie en welke zijn dat?&lt;br /&gt;
#Wat zijn de fundamentele eigenschappen van een begrensde aquifer? Wat zijn de redenen voor problematische concentratie aan opgeloste stoffen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 JAN 2014 VM=== &lt;br /&gt;
#  Verklaar : meteoor, meteoriet, asteroÃ¯de, komeet. Wat is het verschil tussen komeet en meteoorgroep? Waarom zijn er geen inslagen op de zeebodem?&lt;br /&gt;
# Wegener:  wat is zijn theorie en geef zijn bewijzen. In de jaren 50 kwamen er nieuwe technieken om dit nu echt te bewijzen, welke?&lt;br /&gt;
# Alles over quaternair. Hoe kunnen we met kalksedimenten het klimaat bepalen? Waarmee moeten we oppassen als we kalkskeletten gebruiken? Welke zijn de grote invloeden op de euraziatische zeespiegel? Waarom krijgen we hier een beter beeld van de klimaten dan met landafzetting?&lt;br /&gt;
# Kristallisatie van mineralen uit stollingsgesteenten, wat is het verband met deze kristallisatie en verwering (of erosie?)&lt;br /&gt;
# practicum (4p) en ze helpt u als ge hem fout heb (dan krijgt ge nog de helft van de punten). Soms krijgt ge er 2 maar van dezelfde plaats van de  excursie en ze stelt een klein theorievraagje. Voorbereiden mag met excursiebundel, nota&#039;s, slides en handleiding maar vanaf da je begint uit te leggen mag je niks meer gebruiken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 JAN 2014===&lt;br /&gt;
#Bauxiet, alles wat je erover weet.&lt;br /&gt;
#Hoe fosielen hebben kunnen helpen bij de kartering van de statigrafie.&lt;br /&gt;
#MOR van bovenaf tekenen en alle eigenschappen geven van de MOR + laterale beweging in MOR (scheuren ipv breuken).&lt;br /&gt;
#Bespreek porositeit van een grondlaag en hoe kan het dat een bron recht omhoog kan spuiten?&lt;br /&gt;
#Practicum: stenen!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* hoe wordt bauxiet gevormd&lt;br /&gt;
#*in welk klimaat?&lt;br /&gt;
#* uit welke mineralen bestaat het&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* duid aan op een tekening hoe je uit paleomagnetische gegevens van fossiel de lokatie kan bepalen&lt;br /&gt;
#* wat is polar wandering curve&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* hoe kan je met zuurstofisotopen in sedimenten ijstijd aantonen&lt;br /&gt;
#* hoe verklaar je het bestaan van ijstijdvak en broeikastijdvak&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* toekomst van gas-clathraten als energiedelfstof&lt;br /&gt;
#* situeer gas-clathraten in Mc-Kelvey diagram&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek hoe de kenmerken van de aarde die noodzakelijk zijn voor het leven speciefiek zijn voor de aarde: atmosfeerdruk en -samenstelling, magneetveld, temperatuur en temperatuursschommelingen&lt;br /&gt;
# Vlakken 222, 333 en 003 in een xyz-assenstelsel plaatsen zodanig dat de afgesneden stukken abc van de eenheidscel verschillend zijn.&lt;br /&gt;
# Hoe komt het dat zanden zelden isotroop zijn (meestal heterogeen zijn)? Welk soort mineraal is glauconiet? Welke kationen zitten erin?&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen een actieve en passieve plaatrand? Teken de doorsneden van elk en duidt dieptes en gesteenten aan. Hoe oud zijn de oceanen?&lt;br /&gt;
# practicumoefening: concentratieberekening&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# bespreek de relatie tussen het ontstaan van de aarde en de dingen die gekoppeld zijn aan leven (atmosfeer, magneetveld...)&lt;br /&gt;
# teken een xyz-assenstelsel en zet vlakken uit bv 1,1,1 die gegeven zijn in millerindices&lt;br /&gt;
# bespreek een vaste oplossing&lt;br /&gt;
# Hoe komt het dat een blauwschist en een hoornfells samen voorkomen, parralel in een gebergte, betrek hierbij subductie enz&lt;br /&gt;
# teken in da diagramma van die reserves waar teerzanden zich nu bevinden en waar ze zicht 20 jaar geleden bevonden&lt;br /&gt;
# welke voorwaarde zijn er in het verlede nodig geweest om nu olie op een welbepaalde plaats te vinden&lt;br /&gt;
# bij het practicum gedeelte een piper diagram invullen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# geef aanwijzingen waarom het vroeger kouder is geweest en b) hoe kunt ge met enkele van die aanwijzingen verklaren dat er afwisseling was met broeikastijden en niet gewoon een doorlopend ijstijdvlak&lt;br /&gt;
# mineralogie: bespreek waarom plagioklaas gezoneerd en ongezoneerd voorkomt, das met die tabel met verhoudingen&lt;br /&gt;
# laat zien hoe je weet naar welke kant het water gaat onder het waterspanningsvlak b) geef verschillende manieren om energie te winnen met grondwater&lt;br /&gt;
# de vraag over paleomagnetisme hoe ze daarmee over de oceaanvorming geleerd hebben&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe de Moho-discontinuÃ¯teit gevormd wordt bij de vorming van nieuwe oceaanbodem aan de MOR.&lt;br /&gt;
# Wat is de asthenosfeer?&lt;br /&gt;
# Waarom gaat pyriet makkelijk verweren? Welke verweringsproducten worden gevormd? Welk mineraal gaat men bekomen bij verwering van pyriet in kalkstenen?&lt;br /&gt;
# Welke soort plagioklaas zit er in graniet? Welke in gabbro?&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe men het probleem opgelost heeft dat men aan fossielen enkel relatieve ouderdommen kan koppelen. &lt;br /&gt;
# Geef aan dat je begrijpt waarom calibratie met dendrochronologie belangrijk is bij de koolstof 14-dateringsmeththode.&lt;br /&gt;
# Geef een samenvatting van de argumenten van de optimisten en de pessimisten over de eindigheid van de olievoorraden. (aka vat de argumenten van de 2 scholen samen)&lt;br /&gt;
# Welke geologische processen zijn nodig om anthraciet te kunnen vormen (aka in welk gebied ongeveer vinden we steenkool?)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 JAN 2010 VM===&lt;br /&gt;
#Hoe heeft het paleomagnetisme geholpen om het huidige model van de M.O.R. op te stellen.&lt;br /&gt;
#Is het klimaat in het verleden stabiel of variabel geweest? Geef oorzaken + tijdsgebieden.&lt;br /&gt;
#Waar moet men monitoringputten plaatsen in de buurt van stortplaatsen, zodat men polluenten kan ontdekken. Is de diepte van belang?&lt;br /&gt;
#Hoe wordt een zandsteen gevormd? Op welke diepte, en invloed van grondwater.&lt;br /&gt;
#Vraagje over zelfstudieopdracht: oorsprong van biomerkers en waarom moeten deze verklaard worden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 JAN 2010 NM===&lt;br /&gt;
#Hoe kwam de formule van Bragg tot stand? En hoe kan je hier mee bepalen welk mineraal je hebt?&lt;br /&gt;
#We steken kubusjes van gelijke grootte (bv. 1 cmÂ³) van kwartsiet en marmer in een cilindrische buis en laten deze ronddraaien, simuleren we dan verwering? welk van de twee gaat het meest verweerd worden?&lt;br /&gt;
#Hoe ga je van slib naar een schiefer? leg zo duidelijk mogelijk uit. Vanaf welke diepte heb je een schiefer met schieferige splijting?&lt;br /&gt;
#Paleopolen: leg uit hoe je aan de hand van paleopolen continentendrift en platentektoniek kunt verklaren. Maak ook een schets. Zeg ook welke dingen gemeten worden om het paleopool te bepalen en hoe dat dan bepaald wordt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 JAN 2010 VM===&lt;br /&gt;
#Vergelijk samenstelling van Aarde, maan, Mercurius, Jupiter, een planeet rond de eerste sterren, de aardkorts en -kern.&lt;br /&gt;
#Hoe gedragen gesteenten zich bij verschillende drukregimes? Wat zijn dekbladen? Bij welke tektonische activiteit vind je deze? (+schema)&lt;br /&gt;
#Waarom vindt men ook batholieten bij subductie? (schema&#039;s, grafiek van verandering smelttemperatuur)&lt;br /&gt;
#Hoe heeft paleomagnetisme geholpen bij het begrijpen van systeem van M.O.R.?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 JAN 2010===&lt;br /&gt;
#Bespreek roodverschuiving in het heelal. Kan dit dienen om een ouderdom te bepalen van het heelal?&lt;br /&gt;
#Bespreek de in de les besproken analogie tussen een watertoren en een spanningswaterlaag. Hoe komt het dat er in de afpompingsput maar een klein volume water zal zitten, terwijl de gehel spanningswaterlaag verzadigd is ? Kan er overproductie optreden van een spanningswaterlaag?&lt;br /&gt;
#Hoe ga je van slib naar een schiefer? Leg zo duidelijk mogelijk uit. Vanaf welke diepte heb je een schiefer met schieferige splijting?&lt;br /&gt;
#Beargumenteer het bestaan van subductiezones&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===AUG 2009===&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#*Bewijs dat een silicium in de tetraederlaag kan verbonden worden met een magnesium in een octaederlaag met zuurstof en hydroxylgroepen ertussen.&lt;br /&gt;
#* Waarin verschillen de verschillende kleimineraalspecies? Geef de verschillende met een voorbeeld&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#* Als we kubusjes van gelijke grootte van marmer en kwartsiet in een cilindrische buis laten afslijten, welke blijft dan het langst over en waarom?&lt;br /&gt;
#* Leg uit waarom bij een fyllade een druksplijting dwars op de gelaagdheid kan staan en waarom deze zo perfect is in vergelijking met een schieferige splijting.&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#* Hoe kan magnetisme zodanig opgeslaan worden in een sedimentsgesteente dat we het &#039;remanent&#039; mogen noemen?&lt;br /&gt;
#* Hoe kunnen we aan de hand van het paleomagnetisme de vroegere positie van een continent bepalen?&lt;br /&gt;
# betekent een boringskegel hetzelfde bij een freatische waterlaag en een artesische waterlaag? leg uit.&lt;br /&gt;
# Hoe komt het dat er bij de stratigrafie zo vaak gewerkt word met fosielen en paleomagnetisme terwijl de biostratigrafie ons een relatieve tijdschaal geeft, en magnetostratigrafie ons maar twee antwoorden kan geven, normale of tegengestelde polariteit?&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R1050265</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Geologie&amp;diff=4805</id>
		<title>Geologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Geologie&amp;diff=4805"/>
		<updated>2026-01-09T10:56:26Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R1050265: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Geologie van Prof. Robert Speijer is een verplicht vak in het eerste semester van het eerste jaar voor chemie en binnen de minor verbreding voor Biochemie.&lt;br /&gt;
Examen is mondeling. Er is ook een deeltje examen over het practicum (steentjes). Hiervoor mag je je practicumhandleiding gebruiken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;academiejaar 2022-2023&#039;&#039;&lt;br /&gt;
* aanpak vak&lt;br /&gt;
** Nog steeds Prof. Robert Speijer&lt;br /&gt;
** examen + practicum (beide schriftelijk)&lt;br /&gt;
** Een vak dat haalbaar is zonder naar de les te gaan, maar prof geeft wel goed les&lt;br /&gt;
* Kwaliteit cursus&lt;br /&gt;
** Slides zijn vrij onoverzichtelijk, maar bevatten wel iets meer informatie dan het boek&lt;br /&gt;
** Boek is duidelijk opgebouwd en bevat zeker voldoende informatie om te slagen&lt;br /&gt;
** Einde elk hoofdstuk steeds een studiewijzer, die zeker de moeite is om eens zeer volledig te beantwoorden (als je deze kent, ken je zo goed als heel de cursus, dit was het enige dat ik echt geleerd had voor dit vak)&lt;br /&gt;
* Examenvragen&lt;br /&gt;
** Zijn elk jaar anders verwoord, maar komen heel vaak op hetzelfde neer, zeker de moeite dus om deze eens te bekijken&lt;br /&gt;
* Practica&lt;br /&gt;
** Probeer echt zoveel mogelijk te noteren en zoveel mogelijk vragen te stellen tijdens het practicum en dan lukt dit wel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===9 januari 2026===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#*a) Wat is een artesische aquifer en leg uit waarom het wel/niet duurzaam is om hier grondwater uit te winnen.&lt;br /&gt;
#*b) Geef drie gevolgen van het niet-duurzaam winnen van grondwater.&lt;br /&gt;
#*c) Teken een hangende watertafel en leg uit waarom deze veel voorkomen in ondiepe ondergrond van België en Nederland.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Leg uit hoe we vanuit de maan dingen te weten kunnen komen over de vormingsgeschiedenis van de aarde en welke dingen. (Tip: Sinds de Apollo missie in 1970 is er gesteente van de maan meegenomen naar de aarde en er staan veel satellieten waarmee we de maan kunnen bekijken.)&lt;br /&gt;
#*b) Wat kunnen we vanuit een ijzermeteoriet die teruggevonden is op aarde te weten komen over de wat er na de vorming van het zonnestelsel is gebeurd? De ijzermeteoriet is 4.5 Ga oud.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Leg uit wat freatomagmatisme is en waarom dit goed herkenbaar is bij de Vulkaaneifel.&lt;br /&gt;
#*b) Waarom komt er bij freatomagmatisme weinig magma ter sprake, terwijl er bij explosieve vulkanische subductie veel aan te pas komt? Link ze met elkaar en leg de verschillen uit.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
# Een uitleg over horizontale sedimentpakketten van klei en zand in Belgie (niet zo belangrijk)&lt;br /&gt;
#*a) Bij sommige gesteentelagen van klei en zand in Belgie spreekt men van een hiaat in de tijd, door het ontbreken van lagen. Leg uit hoe dit ontstaat.&lt;br /&gt;
#*b) Welke tijdsvakken komen voor in het Cenozoïcum, en wanneer begon het Cenozoïcum?&lt;br /&gt;
#*c) In veel zanden in België komt het groene mineraal glauconiet voor. Geef een mineralogische analyse van glauconiet.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===1 februari 2023===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Een vraag over één of ander dal waarvan de wanden vooral uit graniet en granietische gesteente bestaan.&lt;br /&gt;
#*a) Wat is graniet en uit welke mineralen bestaat het?&lt;br /&gt;
#*b) Wat zijn batholieten, hoe worden deze gevormd en in welke tectonische condities?&lt;br /&gt;
#*c) Iets van waarom de wanden van dit U-dal nog zo steil konden zijn terwijl de gletsjer die het vormde allang verdwenen is.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
# Iets over de bruinkool ontginging in Aken en Keulen&lt;br /&gt;
#*a) Wat is bruinkool en hoe wordt het gevormd?&lt;br /&gt;
#*b) Hoe ontstaan er afwisselingen tussen zandlagen met fossielen van organismen afkomstig van organismen die in de oceaan leven (weet niet meer welke) en bruinkoollagen?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Hoe oud is de aarde en hoe weten we dit?&lt;br /&gt;
#*b) Wat is er allemaal gebeurd in het Archeaan en Hadeaan op vlak van differentiatie van het inwendige van de aarde? (iets van verband met de chemische en mineralogische samenstelling)&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Wanneer begon en eindige het Proterozoïcum en welk eon kwam hierna?&lt;br /&gt;
#*b) Wat zijn BIF&#039;s en stromalieten en wat zeggen ze ons over de vorming van de aarde?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 februari 2022===&lt;br /&gt;
# Een hele uitleg over visbeenderen en platte spiraalvormige fossielen in het Jura die bewaard zijn gebleven in schalies. &lt;br /&gt;
#*a) Welk tijdperk voor en na het Jura? Geef aan in # miljoen jaar in welke periode het Jura zich bevond.&lt;br /&gt;
#*b) Welke gesteenten zijn schalies?&lt;br /&gt;
#*c) Hoe noemt men de organismen die deze platte spiraalvormige fossielen opleveren?&lt;br /&gt;
#*d) Hoe komt het dat de beenderen in tact zijn gebleven in de zee, welk milieu heerst er in de zee hiervoor?&lt;br /&gt;
# Geologie van België.&lt;br /&gt;
#*a) Wat is het Massief van Brabant?&lt;br /&gt;
#*b) Hoe en wanneer werd het Massief van Brabant gevormd?&lt;br /&gt;
#*c) Hoe komt het dat het Massief van Brabant op sommige plekken dagzoomt en op andere plekken bedekt is met sediment uit het Cenozoïcum?&lt;br /&gt;
# Ijstijdvak in het laat-Carboon en vroeg-Perm.&lt;br /&gt;
#*a) Welk tijdvak kwam voor het Carboon en welk tijdvak kwam na het Perm? Geef aan in # miljoen jaar in welke periode het Carboon zich bevond.&lt;br /&gt;
#*b) Toon aan dat Alfred Wegener al aanwijzingen vond voor deze ijstijd.&lt;br /&gt;
#*c) Leg uit hoe deze ijstijd tot stand is gekomen.&lt;br /&gt;
# Metamorfose.&lt;br /&gt;
#*a) Geef een definitie voor metamorfose, inclusief de reden waarom metamorfose plaatsvindt.&lt;br /&gt;
#*b) Wat zijn de verschillen en overeenkomsten tussen contactmetamorfose en schokmetamorfose?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 januari 2021===&lt;br /&gt;
#Verklaar dat de platentektoniek aan de basis ligt van allerhande processen en fenomenen. De argumenten van Wegener moeten hier NIET uigelegd worden.&lt;br /&gt;
#In Aken en Keulen wordt bruinkool ontgonnen (tekening van doorsnede grond waarbij aquifer doorsneden wordt door mijn)&lt;br /&gt;
#*a)Wanneer is het Neogeen?&lt;br /&gt;
#*b)Wat is bruinkool en hoe wordt het gevormd?&lt;br /&gt;
#*c)Wat voor gevolgen heeft de ontginning van bruinkool voor de maatschappij en voor het milieu?&lt;br /&gt;
#*d)Wat zijn de gevolgen hier (in Keulen/Aken) als men door de freatische grondtafel heeft geboord? We gaan ervan uit dat er geen hangende watertafel onder de freatische watertafel ligt.&lt;br /&gt;
#*e)Wat is het verschil tussen een freatische watertafel en een hangende watertafel? Toon met een tekening.&lt;br /&gt;
#Diamant en grafiet&lt;br /&gt;
#*a)Wat zijn de overeenkomsten en verschillen tussen diamant en grafiet?&lt;br /&gt;
#*b)Door welke factoren worden deze bepaald en hoe vindt men deze vormingsfactoren?&lt;br /&gt;
#*c)In welke gesteenten vindt men vooral diamant?&lt;br /&gt;
#*d)In welk ander gesteente vindt men ook diamant door secundaire toevoer? Hoe komt deze tot stand?&lt;br /&gt;
#Hele uitleg over PETM&lt;br /&gt;
#*a)Hoe komt een broeikastijdvak tot stand?&lt;br /&gt;
#*b)Wat is silicaatverwering en wat is de rol daarvan in vroegere klimaten en wat is de rol daarvan nu?&lt;br /&gt;
#*c)De aarde heeft vroeger warmere periodes gekend? Waarom is het dan dat deze periodes toch niet zo goed zijn voor de mens, leg aan de hand van de polaire ijskappen en permafrost?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===29 januari 2019 VM===&lt;br /&gt;
#Op aarde kunnen we BIF (banded iron formations) en stromatolieten vinden uit de tijd van het Proterozoïcum. &lt;br /&gt;
#*a)Wanneer was het Proterozoïcum en welk tijdvak kwam hiervoor en welk hierna? &lt;br /&gt;
#*b)Wat zijn stromatolieten en BIF en wat zeggen deze over de ontwikkeling van de aarde en het leven. &lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a)Waaruit is silex opgebouwd en hoe wordt het gevormd? &lt;br /&gt;
#*b)Hoe komt het dat er afgeronde keien silex te vinden zijn aan de basis van een zandafzetting gevormd in het Cenozoïcum? Uit welk gesteenten zijn deze silexen afkomstig voordat het afgeronde keien waren? &lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a)Een gebergte gevormd tijdens subductie zal onder zijn eigen gewicht inzakken, hoe komt dit? &lt;br /&gt;
#*b)Hoe komt het dat een gesteente gevormd op grote diepte in dit gebergte (bv groter dan 30 km) uiteindelijk toch terug aan het oppervlak terecht komt? &lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a)Wat zijn turbidieten? Waar komen ze voor? Hoe worden ze gevormd? Welke typische structuur hebben ze? &lt;br /&gt;
#*b)Beschouw een afzetten gevormd uit afwisselend een laag klei en een laag kwarts. Wanneer deze sedimenten orogenese ondergaan en er intermediaire metamorfose plaatsvindt wat zal er dan met ze gebeuren?  &lt;br /&gt;
===28 januari 2019===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) hoeveel bedraagt de gemiddelde geothermische gradiënt van de continentale korst en hoe warm was het dan in een voormalige limburgse mijnschacht op diept van 1000m&lt;br /&gt;
#*b) leg uit waarom water in een begrensde aquifer op die diepte vaak niet als drinkwater te gebruiken is en van welke factoren dit afhangt&lt;br /&gt;
#*C) leg uit waarom de geothermische gradiënt van de korst veel steiler (sterker) is dan die van de mantel&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) welke observaties in de oceaan hebben geleid tot de theorie van hotspots&lt;br /&gt;
#*b) wat veroorzaakt hotspots en wat is relatie met het model van platentektoniek&lt;br /&gt;
#*c) meeste hotspot vulkanen hebben voornamelijk magma met mafische samenstelling, de hotspot onder yellowstone park levert echter ook grote hoeveelheden felsische en intermediaire magma, hoe verklaar je dit verschil&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) door welke processen wordt schuine gelaagdheid veroorzaakt en in welk sedimentair afzettingsmilieu kan schuine gelaagdheid worden waargenomen&lt;br /&gt;
#*b) schets de manier hoe dat schuine gelaagdheid gevormd word en geef erbij uitleg&lt;br /&gt;
#*c) welke informatie kan men afleiden uit opeenvolgende schuine gelaagdheden die in verschillende richting hellen&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) magnesiet (formule gegeven) en sideriet vormen een vaste oplossing, magnesiet en calciet vormen geen vaste oplossing, verklaar dit verschil en verklaar ook dat dolomiet (formule gegeven) wel samen kan voorkomen met calciet&lt;br /&gt;
#*b) geeft een beknopte maar kenmerkende karakterisering voor 2 verschillende mariene afzetting milieus waarbij calciet en/of aragoniet belagrijke sedimentaire bestanddelen zijn&lt;br /&gt;
#*c) calciet wordt tijdens diagenese van carbonaten soms omgezet naar dolomiet, waardoor wordt dit proces vooral gestuurd&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 januari 2019 ===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Hoe worden zinklagen in bvb Florida gevormd?&lt;br /&gt;
#*b) Hoe helpen zinkgaten bij de zoutwinning in bvb Nederland?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) In welke gesteenten zitten ketensilicaten zoals pyroxenen en amfibiolen?&lt;br /&gt;
#*b) Geef mvb tekening het verschil tussen pyroxenen en amfibiolen.&lt;br /&gt;
#*c) Wat is de verhouding van de O-atomen tov de Si-atomen in zowel pyroxenen als amfibiolen?&lt;br /&gt;
#*d) Hoe verschillen deze ketensilicaten met veldspaat (Optische verschillen, niet chemisch)?&lt;br /&gt;
# Een hele uitleg over visbeenderen (platte spiraalvormige fossielen) in het Jura. Ook iets over schalies.&lt;br /&gt;
#*a Welk tijdperk voor en na het Jura, geef aan in # miljoen jaar in welke periode het Jura zich bevondt.&lt;br /&gt;
#*b) Welke gesteenten zijn Schalies en tot welke groep fossielen behoren de visbeenderen?&lt;br /&gt;
#*c) Hoe komt het dat de beenderen in tact zijn gebleven in de zee, welk milieu heerst er in de zee hiervoor?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Welk proces ondergaan gesteenten in bergketens in lage hoogte,  en welke processen ondergaan gesteenten die hoger gelegen zijn?&lt;br /&gt;
#*b) Wat is de lithosfeer en waarom is de vervorming elastisch. Welke eenheid ligt er onder deze lithosfeer.&lt;br /&gt;
#*c) Waarin verschilt de lithosfeer met de onderliggende eenheid?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
#   Over de zoutlagen (evaporieten) uit het Perm in het Noorden van Nederland, Duitsland en Polen&lt;br /&gt;
#*a) Wanneer waren het Perm en Carboon? (in Ma)&lt;br /&gt;
#*b) Welke mineralen komen er hoofdzakelijk voor in zo&#039;n zoutlagen? Geef de naam en de chemische formule&lt;br /&gt;
#*c) Geef de reden(en) waarom er nauwelijks afzettingen uit het Perm in België terug te vinden zijn, terwijl er wel talrijke afzettingen uit het Carboon te vinden zijn. Wat is de relatie met de Variscische gebergtevorming?&lt;br /&gt;
#*d) Waarom is zo&#039;n zoutlaag eventueel geschikt voor de opslag van radioactief afval?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Leg uit waarom er wisselende seizoenen zijn op aarde&lt;br /&gt;
#*b) Onder welke condities, volgens de theorie van Milankovic, kon de Noordelijke ijskap stapsgewijs groeien? Bespreek de relevante parameters, je kan schetsen gebruiken om je antwoord te verduidelijken &lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Leg uit wat de geothermische gradiënt (geotherm) is. Geef de waarde(n) voor de geotherm van continentale korst en ook de warmte-uitstroom (heat flow) van continentale korst.&lt;br /&gt;
#*b) Verklaar waarom de geotherm van oceanische korst meer variabel is dan die van de continentale korst, verklaar ook het verschil in de heat flow die niet overal hetzelfde is bij oceanische korst&lt;br /&gt;
#*c) Leg uit hoe de geotherm in de ondiepe ondergrond varieert in functie van kortere en langere temperatuurcycli (dag/nacht, winter/zomer, glaciaal/interglaciaal)&lt;br /&gt;
#*d) Geef op basis van het vorige antwoord voor het volgende een verklaring: op hoge breedtegraden (bv. Canada) is het gesteente (of de bodem) op enkele honderden meters diepte bevroren, toch is de gemiddelde jaartemperatuur ruim boven 0°C&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Geef een definitie voor metamorfose, inclusief de reden waarom metamorfose plaatsvindt&lt;br /&gt;
#*b) Wat zijn de verschillen en overeenkomsten tussen contactmetamorfose en schokmetamorfose?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 31 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
#vraag 1:&lt;br /&gt;
#*a) Zure regen tast kalksteen aan. Geef de reactievergelijking en leg uit waarom kalksteen hierdoor sneller verweerd.&lt;br /&gt;
#*b) Verwering van pyriet, reactieproducten en nettoreactievergelijking geven. &lt;br /&gt;
#*c) Uitleggen hoe en in welke omgeving het nieuw gevormde mineraal in a op natuurlijke wijze wordt gevormd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 2:&lt;br /&gt;
#*a) Apollo missies naar maan. Wat heeft onderzoek van deze gesteenten geleerd over de vormingsgeschiedenis van de aarde?&lt;br /&gt;
#*b) Wat kan je afleiden over de evolutie van het zonnestelsel op basis van voorkomen ijzermeteorieten van 4,5 Ga?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 3:&lt;br /&gt;
#*a) Wanneer was het einde van het laatste glaciaal en welk tijdvak komt na dit glaciaal?&lt;br /&gt;
#*b) Hoe kan men uit de chemische samenstelling van kalkschalen van benthische foraminiferen afleiden dat de zeespiegel is gedaald in het laatste glaciaal?&lt;br /&gt;
#*c) Welke andere manier is er om te bepalen dat de zeespiegel wereldwijd steeg? Voor de periode vanaf het einde laatste glaciaal en deglaciatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 4: &lt;br /&gt;
#*Verbanden tussen de vorming van het Massief van Brabant, geschiedenis van Avalonia, ontstaan vulkaankraterpijp van Quenast, vorming van koraalriffen in de Ardennen. En dit ook plaatsen in het geologische tijdskader.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
#vraag 1:&lt;br /&gt;
#*a) Geef de processen en reacties die zorgen voor de vorming van zinkgaten&lt;br /&gt;
#*b) Zinkgaten kunnen ook ontstaan door zoutwinning verklaar&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 2:&lt;br /&gt;
#*a) wat is een caldera en hoe worden ze gevormd?&lt;br /&gt;
#*b) waarom is het extra gevaarlijk als een caldera zich vormt op een eiland?&lt;br /&gt;
#*c) Wat is de relatie met het soort magma en de vorming van een caldera?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 3:&lt;br /&gt;
#*a) Vlaanderen: aquifer op 700 meter diepte die parallel loopt met het aardoppervlak + met een aquitard boven + geen drinkbaar water, Chaudfontaine: syncline waarbij het water tot op 1600 meter diepte gaat met wel drinkbaar water. Teken beide.&lt;br /&gt;
#*b) Wat is de geotherm?&lt;br /&gt;
#*c) Bereken de temperatuur op de gegeven dieptes&lt;br /&gt;
#*d) verklaar het verschil in drinkbaarheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 4:&lt;br /&gt;
#*a) geef alle processen die in de diepere lagen van een gebergte plaatsvinden en geef het verschil met wat er gebeurt in de hogere lagen&lt;br /&gt;
#*b) wat is de lithosfeer?&lt;br /&gt;
#*c) de lithosfeer vervormt in zijn geheel elastisch. leg uit en geef een goed voorbeeld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== XX augustus 2016 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 1&lt;br /&gt;
#*a) Wat is een caldera en hoe worden ze gevormd&lt;br /&gt;
#*b) Waarom is het extra gevaarlijk wanneer een caldera gevormd wordt op een eiland dan op het continent&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 2&lt;br /&gt;
#*a) Wat is bauxiet&lt;br /&gt;
#*b) Hoe wordt een bauxietbodem gevormd&lt;br /&gt;
#*c) waarvoor wordt een bauxietbodem gebruikt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 3&lt;br /&gt;
iets met krijt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18januari 2016 VM ===&lt;br /&gt;
#Vraag 1&lt;br /&gt;
#*a) Waarom kan de koolstof 14-methode niet gebruikt worden voor het dateren van de botten van de dinoâ€™s?&lt;br /&gt;
#*b) Met welke methode kan dit wel gedateerd worden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Vraag 2&lt;br /&gt;
#*a) Wat bedoelt men met isostatisch evenwicht?&lt;br /&gt;
#*b) Maak een tekening van een gletsjer met de continentale korst, de mantel. Maak zo de inwendige structuur van de continentale korst duidelijk en de mantel. De dikte van de gletsjer in het centrum is 3 km. Welke veranderingen gebeuren er?&lt;br /&gt;
#*c) Wat is de dichtheid van de continentale korst en de mantel en waaruit bestaat het. Bereken hoe diep de ijsblok in de korst zit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Vraag 3&lt;br /&gt;
#*a) Een laag van anhydriet, gips en afzettingen van zoutlagen van haliet. (zoiets ) Geef de chemische formule&lt;br /&gt;
#*b) Hoe worden deze samen gevormd, wat is het verband?&lt;br /&gt;
#*c) Hoe geeft dit informatie over het paleoklimaat?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Vraag 4&lt;br /&gt;
#*a) Wat waren Wegners argumenten van continentendrift. Het geheel is nu aanvaard als platentektoniek. Waar ligt zijn fout?&lt;br /&gt;
#*b) Op basis van welke onderzoeken/ontdekkingen werd deze theorie aanvaard?&lt;br /&gt;
#*c) Is elke continentrand een plaatrand?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 januari 2016 NM ===&lt;br /&gt;
#vraag 1&lt;br /&gt;
#*A Metamorfose van kleicarbonaten en verwering van silcaatcarbonaten uitleggen met chemische formules (bij kleicarbonaten niet da van carbonaten geven ma dus ook iets van klei geen idee wat)&lt;br /&gt;
#*B Over het krijt : de invloed van MOR op het klimaat en de zeespiegel&lt;br /&gt;
#vraag 2&lt;br /&gt;
#*A Teken een afpompingskegel van een freatische aquifer en hoe deze een waterput die dichtbij ligt kan droogleggen&lt;br /&gt;
#*B ...&lt;br /&gt;
#*C Het water van een begrensde aquifer kan vaak niet meer gebruikt worden omdat 1g/L opgeloste stoffen aanwezig zijn, welke dingen beïnvloeden dit (dus over die opgeloste stoffen gaat het: soort gesteente, vervuiling, temperatuur [versneld verzouting] dieper = zouter [zeg ook waarom] )&lt;br /&gt;
#vraag 3: ...&lt;br /&gt;
#vraag 4&lt;br /&gt;
#*A In welk tijdvak en wanneer begon de Varisciden orogenese vorming (in België)?&lt;br /&gt;
#*B aan welk gebergtevorming kunnen we dit zien in België?&lt;br /&gt;
#*C Hoe weten we dat België toen in een tropisch klimaat lag?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 januari 2016===&lt;br /&gt;
#*Teken een hoekdiscordantie&lt;br /&gt;
#* Hoe wordt dit gevormd?&lt;br /&gt;
#*Aan het Massief van Brabant vinden we ganggesteenten en vulkanische gesteenten terug. Wat is het verband tussen gebergtevorming (aan het Massief van Brabant) en vulkanisme?&lt;br /&gt;
#*Wanneer vond dit plaats + jaartal&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#*Wat zegt een krijtlaag ons over het afzettingsmilieu?&lt;br /&gt;
#*Waarom bestaat een krijtlaag vaak uit vuurstenen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#*Waarom kan geothermie wel plaatsvinden aan een slenk maar niet aan het het Massief van Brabant?&lt;br /&gt;
#*Wat is de oorzaak van geothermie?&lt;br /&gt;
#*Soms ontstaan er problemen door geothermie. Er is bv. een dorp waarbij een laag met anhydriet in contact kwam met het grondwater waardoor schade ontstond. Leg uit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#*Wat vertellen maangesteenten ons over de ontstaansgeschiedenis van de aarde?&lt;br /&gt;
#*Wat vertelt een ijzermeteoriet van 4.5 Ga ons over het ontstaan van het zonnestelsel?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 januari 2015===&lt;br /&gt;
#Ontdekingen na wegner&#039;s dood die zijn hypothese bewezen. Moderne technieken die dit bevestigen. Wat is een continentrand en hoe komt het dat sommige naast een plaatrand liggen en andere niet.&lt;br /&gt;
#Welk soort breuken komen samen voor met geplooide lagen? Doorsnede tekenen. Welk soort laag wordt in Vlaanderen onderzocht voor de berging van nucleair afval. Wat is de invloed van een actieve of een inactieve breuk op de bergingscapaciteit?&lt;br /&gt;
#Hoe oud is de aarde en hoe weten we dit? Bespreek de vorming van de aarde tijdens het Hadeaan en Archeaan en het verband tussen stuctuur en mineralogie. Bijvraag: Wat zit er in een meteoriet.&lt;br /&gt;
#Voor welk tijdsinterval worden ijkernen gebruikt? Wat is de meerwaarde boven sedimenten? 34 Ma geleden begon de glaciatie op Antarctica. Hoe kunnen sedimenten ons er iets over vertellen. Hoe komt het dat de glaciatie net dan begon?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2015===&lt;br /&gt;
#onstaan van de aarde, hoe oud en hoe is dit bepaald + geef structuur binnenkant van de aarde chemisch, mineralogisch,..&lt;br /&gt;
#lithostratigrafie: waarom gesteentelagen geen goede tijdsbetekenis geven altijd en dat bij biostratigrafie wel kan&lt;br /&gt;
#grondwater: bron van chaudfontaine (syncline wordt gegeven + tekenen) + uitleg geotherm en gemiddelde waarde voor korst geven&lt;br /&gt;
#wetenschappelijke methode: zeggen wat het is + geologisch vb naar keuze&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 JAN 2014 NM===&lt;br /&gt;
#Magnetische ompolingen en platentektoniek&lt;br /&gt;
# Hoe seizoenen werken en Milankovic theorie&lt;br /&gt;
# Verschil tussen diaklazen en breuken, hoe ze ontstaan en hoe je een diaklaze en een gelaagdheid kunt onderscheiden&lt;br /&gt;
# Algemene structuur bladsilicaent, afleiden wat de formule is voor de Si-laag en waarom havenslib behandeld moet worden als chemisch afval&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2014 NM===&lt;br /&gt;
#kalksteen in de grond: welke maatschappelijke problemen kunnen er zijn?&lt;br /&gt;
#*geef alle chemische reacties die mee doen/leg ze uit in het systeem&lt;br /&gt;
#*hoe worden druipstenen gevormd?&lt;br /&gt;
#diachroon en sedimentaire facies en het verband? (plus schets)&lt;br /&gt;
#veldspaten: orthoklaas naar albiet en albiet naar anorthiet, maar ge kunt niet van orthoklaas naar anorthiet: hoe komt dit, en wat heeft vaste oplossing hiermee te maken? wat is arkose?&lt;br /&gt;
#roodverschuiving uitleggen, hou oud is de aarde? het heelal? en leg uit hou we ouderdom aarde kunnen meten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 JAN 2014===&lt;br /&gt;
#Wat zijn evaporieten en in welke omstandigheden worden ze gevormd? Welke structuren worden er gevormd? Geef redenen om radioactief afval in evaporieten op te slaan en ook waarom het niet zo een goed idee is ?&lt;br /&gt;
#Welke observaties heeft men gedaan om hotspots te onderzoeken? VS heeft een zuur vulkanische, waarom?&lt;br /&gt;
#Geef de geologische tijdschaal van fanerozoÃ¯cum + ouderdommen. Geef de 3 belangrijkste ijstijdvakken en in welk ijstijdvak heeft Wegener aanwijzingen gevonden voor zijn theorie en welke zijn dat?&lt;br /&gt;
#Wat zijn de fundamentele eigenschappen van een begrensde aquifer? Wat zijn de redenen voor problematische concentratie aan opgeloste stoffen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 JAN 2014 VM=== &lt;br /&gt;
#  Verklaar : meteoor, meteoriet, asteroÃ¯de, komeet. Wat is het verschil tussen komeet en meteoorgroep? Waarom zijn er geen inslagen op de zeebodem?&lt;br /&gt;
# Wegener:  wat is zijn theorie en geef zijn bewijzen. In de jaren 50 kwamen er nieuwe technieken om dit nu echt te bewijzen, welke?&lt;br /&gt;
# Alles over quaternair. Hoe kunnen we met kalksedimenten het klimaat bepalen? Waarmee moeten we oppassen als we kalkskeletten gebruiken? Welke zijn de grote invloeden op de euraziatische zeespiegel? Waarom krijgen we hier een beter beeld van de klimaten dan met landafzetting?&lt;br /&gt;
# Kristallisatie van mineralen uit stollingsgesteenten, wat is het verband met deze kristallisatie en verwering (of erosie?)&lt;br /&gt;
# practicum (4p) en ze helpt u als ge hem fout heb (dan krijgt ge nog de helft van de punten). Soms krijgt ge er 2 maar van dezelfde plaats van de  excursie en ze stelt een klein theorievraagje. Voorbereiden mag met excursiebundel, nota&#039;s, slides en handleiding maar vanaf da je begint uit te leggen mag je niks meer gebruiken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 JAN 2014===&lt;br /&gt;
#Bauxiet, alles wat je erover weet.&lt;br /&gt;
#Hoe fosielen hebben kunnen helpen bij de kartering van de statigrafie.&lt;br /&gt;
#MOR van bovenaf tekenen en alle eigenschappen geven van de MOR + laterale beweging in MOR (scheuren ipv breuken).&lt;br /&gt;
#Bespreek porositeit van een grondlaag en hoe kan het dat een bron recht omhoog kan spuiten?&lt;br /&gt;
#Practicum: stenen!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* hoe wordt bauxiet gevormd&lt;br /&gt;
#*in welk klimaat?&lt;br /&gt;
#* uit welke mineralen bestaat het&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* duid aan op een tekening hoe je uit paleomagnetische gegevens van fossiel de lokatie kan bepalen&lt;br /&gt;
#* wat is polar wandering curve&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* hoe kan je met zuurstofisotopen in sedimenten ijstijd aantonen&lt;br /&gt;
#* hoe verklaar je het bestaan van ijstijdvak en broeikastijdvak&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* toekomst van gas-clathraten als energiedelfstof&lt;br /&gt;
#* situeer gas-clathraten in Mc-Kelvey diagram&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek hoe de kenmerken van de aarde die noodzakelijk zijn voor het leven speciefiek zijn voor de aarde: atmosfeerdruk en -samenstelling, magneetveld, temperatuur en temperatuursschommelingen&lt;br /&gt;
# Vlakken 222, 333 en 003 in een xyz-assenstelsel plaatsen zodanig dat de afgesneden stukken abc van de eenheidscel verschillend zijn.&lt;br /&gt;
# Hoe komt het dat zanden zelden isotroop zijn (meestal heterogeen zijn)? Welk soort mineraal is glauconiet? Welke kationen zitten erin?&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen een actieve en passieve plaatrand? Teken de doorsneden van elk en duidt dieptes en gesteenten aan. Hoe oud zijn de oceanen?&lt;br /&gt;
# practicumoefening: concentratieberekening&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# bespreek de relatie tussen het ontstaan van de aarde en de dingen die gekoppeld zijn aan leven (atmosfeer, magneetveld...)&lt;br /&gt;
# teken een xyz-assenstelsel en zet vlakken uit bv 1,1,1 die gegeven zijn in millerindices&lt;br /&gt;
# bespreek een vaste oplossing&lt;br /&gt;
# Hoe komt het dat een blauwschist en een hoornfells samen voorkomen, parralel in een gebergte, betrek hierbij subductie enz&lt;br /&gt;
# teken in da diagramma van die reserves waar teerzanden zich nu bevinden en waar ze zicht 20 jaar geleden bevonden&lt;br /&gt;
# welke voorwaarde zijn er in het verlede nodig geweest om nu olie op een welbepaalde plaats te vinden&lt;br /&gt;
# bij het practicum gedeelte een piper diagram invullen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# geef aanwijzingen waarom het vroeger kouder is geweest en b) hoe kunt ge met enkele van die aanwijzingen verklaren dat er afwisseling was met broeikastijden en niet gewoon een doorlopend ijstijdvlak&lt;br /&gt;
# mineralogie: bespreek waarom plagioklaas gezoneerd en ongezoneerd voorkomt, das met die tabel met verhoudingen&lt;br /&gt;
# laat zien hoe je weet naar welke kant het water gaat onder het waterspanningsvlak b) geef verschillende manieren om energie te winnen met grondwater&lt;br /&gt;
# de vraag over paleomagnetisme hoe ze daarmee over de oceaanvorming geleerd hebben&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe de Moho-discontinuÃ¯teit gevormd wordt bij de vorming van nieuwe oceaanbodem aan de MOR.&lt;br /&gt;
# Wat is de asthenosfeer?&lt;br /&gt;
# Waarom gaat pyriet makkelijk verweren? Welke verweringsproducten worden gevormd? Welk mineraal gaat men bekomen bij verwering van pyriet in kalkstenen?&lt;br /&gt;
# Welke soort plagioklaas zit er in graniet? Welke in gabbro?&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe men het probleem opgelost heeft dat men aan fossielen enkel relatieve ouderdommen kan koppelen. &lt;br /&gt;
# Geef aan dat je begrijpt waarom calibratie met dendrochronologie belangrijk is bij de koolstof 14-dateringsmeththode.&lt;br /&gt;
# Geef een samenvatting van de argumenten van de optimisten en de pessimisten over de eindigheid van de olievoorraden. (aka vat de argumenten van de 2 scholen samen)&lt;br /&gt;
# Welke geologische processen zijn nodig om anthraciet te kunnen vormen (aka in welk gebied ongeveer vinden we steenkool?)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 JAN 2010 VM===&lt;br /&gt;
#Hoe heeft het paleomagnetisme geholpen om het huidige model van de M.O.R. op te stellen.&lt;br /&gt;
#Is het klimaat in het verleden stabiel of variabel geweest? Geef oorzaken + tijdsgebieden.&lt;br /&gt;
#Waar moet men monitoringputten plaatsen in de buurt van stortplaatsen, zodat men polluenten kan ontdekken. Is de diepte van belang?&lt;br /&gt;
#Hoe wordt een zandsteen gevormd? Op welke diepte, en invloed van grondwater.&lt;br /&gt;
#Vraagje over zelfstudieopdracht: oorsprong van biomerkers en waarom moeten deze verklaard worden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 JAN 2010 NM===&lt;br /&gt;
#Hoe kwam de formule van Bragg tot stand? En hoe kan je hier mee bepalen welk mineraal je hebt?&lt;br /&gt;
#We steken kubusjes van gelijke grootte (bv. 1 cmÂ³) van kwartsiet en marmer in een cilindrische buis en laten deze ronddraaien, simuleren we dan verwering? welk van de twee gaat het meest verweerd worden?&lt;br /&gt;
#Hoe ga je van slib naar een schiefer? leg zo duidelijk mogelijk uit. Vanaf welke diepte heb je een schiefer met schieferige splijting?&lt;br /&gt;
#Paleopolen: leg uit hoe je aan de hand van paleopolen continentendrift en platentektoniek kunt verklaren. Maak ook een schets. Zeg ook welke dingen gemeten worden om het paleopool te bepalen en hoe dat dan bepaald wordt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 JAN 2010 VM===&lt;br /&gt;
#Vergelijk samenstelling van Aarde, maan, Mercurius, Jupiter, een planeet rond de eerste sterren, de aardkorts en -kern.&lt;br /&gt;
#Hoe gedragen gesteenten zich bij verschillende drukregimes? Wat zijn dekbladen? Bij welke tektonische activiteit vind je deze? (+schema)&lt;br /&gt;
#Waarom vindt men ook batholieten bij subductie? (schema&#039;s, grafiek van verandering smelttemperatuur)&lt;br /&gt;
#Hoe heeft paleomagnetisme geholpen bij het begrijpen van systeem van M.O.R.?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 JAN 2010===&lt;br /&gt;
#Bespreek roodverschuiving in het heelal. Kan dit dienen om een ouderdom te bepalen van het heelal?&lt;br /&gt;
#Bespreek de in de les besproken analogie tussen een watertoren en een spanningswaterlaag. Hoe komt het dat er in de afpompingsput maar een klein volume water zal zitten, terwijl de gehel spanningswaterlaag verzadigd is ? Kan er overproductie optreden van een spanningswaterlaag?&lt;br /&gt;
#Hoe ga je van slib naar een schiefer? Leg zo duidelijk mogelijk uit. Vanaf welke diepte heb je een schiefer met schieferige splijting?&lt;br /&gt;
#Beargumenteer het bestaan van subductiezones&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===AUG 2009===&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#*Bewijs dat een silicium in de tetraederlaag kan verbonden worden met een magnesium in een octaederlaag met zuurstof en hydroxylgroepen ertussen.&lt;br /&gt;
#* Waarin verschillen de verschillende kleimineraalspecies? Geef de verschillende met een voorbeeld&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#* Als we kubusjes van gelijke grootte van marmer en kwartsiet in een cilindrische buis laten afslijten, welke blijft dan het langst over en waarom?&lt;br /&gt;
#* Leg uit waarom bij een fyllade een druksplijting dwars op de gelaagdheid kan staan en waarom deze zo perfect is in vergelijking met een schieferige splijting.&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#* Hoe kan magnetisme zodanig opgeslaan worden in een sedimentsgesteente dat we het &#039;remanent&#039; mogen noemen?&lt;br /&gt;
#* Hoe kunnen we aan de hand van het paleomagnetisme de vroegere positie van een continent bepalen?&lt;br /&gt;
# betekent een boringskegel hetzelfde bij een freatische waterlaag en een artesische waterlaag? leg uit.&lt;br /&gt;
# Hoe komt het dat er bij de stratigrafie zo vaak gewerkt word met fosielen en paleomagnetisme terwijl de biostratigrafie ons een relatieve tijdschaal geeft, en magnetostratigrafie ons maar twee antwoorden kan geven, normale of tegengestelde polariteit?&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R1050265</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Geologie&amp;diff=4804</id>
		<title>Geologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Geologie&amp;diff=4804"/>
		<updated>2026-01-09T10:56:02Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R1050265: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Geologie van Prof. Robert Speijer is een verplicht vak in het eerste semester van het eerste jaar voor chemie en binnen de minor verbreding voor Biochemie.&lt;br /&gt;
Examen is mondeling. Er is ook een deeltje examen over het practicum (steentjes). Hiervoor mag je je practicumhandleiding gebruiken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;academiejaar 2022-2023&#039;&#039;&lt;br /&gt;
* aanpak vak&lt;br /&gt;
** Nog steeds Prof. Robert Speijer&lt;br /&gt;
** examen + practicum (beide schriftelijk)&lt;br /&gt;
** Een vak dat haalbaar is zonder naar de les te gaan, maar prof geeft wel goed les&lt;br /&gt;
* Kwaliteit cursus&lt;br /&gt;
** Slides zijn vrij onoverzichtelijk, maar bevatten wel iets meer informatie dan het boek&lt;br /&gt;
** Boek is duidelijk opgebouwd en bevat zeker voldoende informatie om te slagen&lt;br /&gt;
** Einde elk hoofdstuk steeds een studiewijzer, die zeker de moeite is om eens zeer volledig te beantwoorden (als je deze kent, ken je zo goed als heel de cursus, dit was het enige dat ik echt geleerd had voor dit vak)&lt;br /&gt;
* Examenvragen&lt;br /&gt;
** Zijn elk jaar anders verwoord, maar komen heel vaak op hetzelfde neer, zeker de moeite dus om deze eens te bekijken&lt;br /&gt;
* Practica&lt;br /&gt;
** Probeer echt zoveel mogelijk te noteren en zoveel mogelijk vragen te stellen tijdens het practicum en dan lukt dit wel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===9 januari 2026===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#*a) Wat is een artesische aquifer en leg uit waarom het wel/niet duurzaam is om hier grondwater uit te winnen.&lt;br /&gt;
#*b) Geef drie gevolgen van het niet-duurzaam winnen van grondwater.&lt;br /&gt;
#*c) Teken een hangende watertafel en leg uit waarom deze veel voorkomen in ondiepe ondergrond van België en Nederland.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#*a) Leg uit hoe we vanuit de maan dingen te weten kunnen komen over de vormingsgeschiedenis van de aarde en welke dingen. (Tip: Sinds de Apollo missie in 1970 is er gesteente van de maan meegenomen naar de aarde en er staan veel satellieten waarmee we de maan kunnen bekijken.)&lt;br /&gt;
#*b) Wat kunnen we vanuit een ijzermeteoriet die teruggevonden is op aarde te weten komen over de wat er na de vorming van het zonnestelsel is gebeurd? De ijzermeteoriet is 4.5 Ga oud.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#*a) Leg uit wat freatomagmatisme is en waarom dit goed herkenbaar is bij de Vulkaaneifel.&lt;br /&gt;
#*b) Waarom komt er bij freatomagmatisme weinig magma ter sprake, terwijl er bij explosieve vulkanische subductie veel aan te pas komt? Link ze met elkaar en leg de verschillen uit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Een uitleg over horizontale sedimentpakketten van klei en zand in Belgie (niet zo belangrijk)&lt;br /&gt;
#*a) Bij sommige gesteentelagen van klei en zand in Belgie spreekt men van een hiaat in de tijd, door het ontbreken van lagen. Leg uit hoe dit ontstaat.&lt;br /&gt;
#*b) Welke tijdsvakken komen voor in het Cenozoïcum, en wanneer begon het Cenozoïcum?&lt;br /&gt;
#*c) In veel zanden in België komt het groene mineraal glauconiet voor. Geef een mineralogische analyse van glauconiet.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===1 februari 2023===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Een vraag over één of ander dal waarvan de wanden vooral uit graniet en granietische gesteente bestaan.&lt;br /&gt;
#*a) Wat is graniet en uit welke mineralen bestaat het?&lt;br /&gt;
#*b) Wat zijn batholieten, hoe worden deze gevormd en in welke tectonische condities?&lt;br /&gt;
#*c) Iets van waarom de wanden van dit U-dal nog zo steil konden zijn terwijl de gletsjer die het vormde allang verdwenen is.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
# Iets over de bruinkool ontginging in Aken en Keulen&lt;br /&gt;
#*a) Wat is bruinkool en hoe wordt het gevormd?&lt;br /&gt;
#*b) Hoe ontstaan er afwisselingen tussen zandlagen met fossielen van organismen afkomstig van organismen die in de oceaan leven (weet niet meer welke) en bruinkoollagen?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Hoe oud is de aarde en hoe weten we dit?&lt;br /&gt;
#*b) Wat is er allemaal gebeurd in het Archeaan en Hadeaan op vlak van differentiatie van het inwendige van de aarde? (iets van verband met de chemische en mineralogische samenstelling)&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Wanneer begon en eindige het Proterozoïcum en welk eon kwam hierna?&lt;br /&gt;
#*b) Wat zijn BIF&#039;s en stromalieten en wat zeggen ze ons over de vorming van de aarde?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 februari 2022===&lt;br /&gt;
# Een hele uitleg over visbeenderen en platte spiraalvormige fossielen in het Jura die bewaard zijn gebleven in schalies. &lt;br /&gt;
#*a) Welk tijdperk voor en na het Jura? Geef aan in # miljoen jaar in welke periode het Jura zich bevond.&lt;br /&gt;
#*b) Welke gesteenten zijn schalies?&lt;br /&gt;
#*c) Hoe noemt men de organismen die deze platte spiraalvormige fossielen opleveren?&lt;br /&gt;
#*d) Hoe komt het dat de beenderen in tact zijn gebleven in de zee, welk milieu heerst er in de zee hiervoor?&lt;br /&gt;
# Geologie van België.&lt;br /&gt;
#*a) Wat is het Massief van Brabant?&lt;br /&gt;
#*b) Hoe en wanneer werd het Massief van Brabant gevormd?&lt;br /&gt;
#*c) Hoe komt het dat het Massief van Brabant op sommige plekken dagzoomt en op andere plekken bedekt is met sediment uit het Cenozoïcum?&lt;br /&gt;
# Ijstijdvak in het laat-Carboon en vroeg-Perm.&lt;br /&gt;
#*a) Welk tijdvak kwam voor het Carboon en welk tijdvak kwam na het Perm? Geef aan in # miljoen jaar in welke periode het Carboon zich bevond.&lt;br /&gt;
#*b) Toon aan dat Alfred Wegener al aanwijzingen vond voor deze ijstijd.&lt;br /&gt;
#*c) Leg uit hoe deze ijstijd tot stand is gekomen.&lt;br /&gt;
# Metamorfose.&lt;br /&gt;
#*a) Geef een definitie voor metamorfose, inclusief de reden waarom metamorfose plaatsvindt.&lt;br /&gt;
#*b) Wat zijn de verschillen en overeenkomsten tussen contactmetamorfose en schokmetamorfose?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 januari 2021===&lt;br /&gt;
#Verklaar dat de platentektoniek aan de basis ligt van allerhande processen en fenomenen. De argumenten van Wegener moeten hier NIET uigelegd worden.&lt;br /&gt;
#In Aken en Keulen wordt bruinkool ontgonnen (tekening van doorsnede grond waarbij aquifer doorsneden wordt door mijn)&lt;br /&gt;
#*a)Wanneer is het Neogeen?&lt;br /&gt;
#*b)Wat is bruinkool en hoe wordt het gevormd?&lt;br /&gt;
#*c)Wat voor gevolgen heeft de ontginning van bruinkool voor de maatschappij en voor het milieu?&lt;br /&gt;
#*d)Wat zijn de gevolgen hier (in Keulen/Aken) als men door de freatische grondtafel heeft geboord? We gaan ervan uit dat er geen hangende watertafel onder de freatische watertafel ligt.&lt;br /&gt;
#*e)Wat is het verschil tussen een freatische watertafel en een hangende watertafel? Toon met een tekening.&lt;br /&gt;
#Diamant en grafiet&lt;br /&gt;
#*a)Wat zijn de overeenkomsten en verschillen tussen diamant en grafiet?&lt;br /&gt;
#*b)Door welke factoren worden deze bepaald en hoe vindt men deze vormingsfactoren?&lt;br /&gt;
#*c)In welke gesteenten vindt men vooral diamant?&lt;br /&gt;
#*d)In welk ander gesteente vindt men ook diamant door secundaire toevoer? Hoe komt deze tot stand?&lt;br /&gt;
#Hele uitleg over PETM&lt;br /&gt;
#*a)Hoe komt een broeikastijdvak tot stand?&lt;br /&gt;
#*b)Wat is silicaatverwering en wat is de rol daarvan in vroegere klimaten en wat is de rol daarvan nu?&lt;br /&gt;
#*c)De aarde heeft vroeger warmere periodes gekend? Waarom is het dan dat deze periodes toch niet zo goed zijn voor de mens, leg aan de hand van de polaire ijskappen en permafrost?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===29 januari 2019 VM===&lt;br /&gt;
#Op aarde kunnen we BIF (banded iron formations) en stromatolieten vinden uit de tijd van het Proterozoïcum. &lt;br /&gt;
#*a)Wanneer was het Proterozoïcum en welk tijdvak kwam hiervoor en welk hierna? &lt;br /&gt;
#*b)Wat zijn stromatolieten en BIF en wat zeggen deze over de ontwikkeling van de aarde en het leven. &lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a)Waaruit is silex opgebouwd en hoe wordt het gevormd? &lt;br /&gt;
#*b)Hoe komt het dat er afgeronde keien silex te vinden zijn aan de basis van een zandafzetting gevormd in het Cenozoïcum? Uit welk gesteenten zijn deze silexen afkomstig voordat het afgeronde keien waren? &lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a)Een gebergte gevormd tijdens subductie zal onder zijn eigen gewicht inzakken, hoe komt dit? &lt;br /&gt;
#*b)Hoe komt het dat een gesteente gevormd op grote diepte in dit gebergte (bv groter dan 30 km) uiteindelijk toch terug aan het oppervlak terecht komt? &lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a)Wat zijn turbidieten? Waar komen ze voor? Hoe worden ze gevormd? Welke typische structuur hebben ze? &lt;br /&gt;
#*b)Beschouw een afzetten gevormd uit afwisselend een laag klei en een laag kwarts. Wanneer deze sedimenten orogenese ondergaan en er intermediaire metamorfose plaatsvindt wat zal er dan met ze gebeuren?  &lt;br /&gt;
===28 januari 2019===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) hoeveel bedraagt de gemiddelde geothermische gradiënt van de continentale korst en hoe warm was het dan in een voormalige limburgse mijnschacht op diept van 1000m&lt;br /&gt;
#*b) leg uit waarom water in een begrensde aquifer op die diepte vaak niet als drinkwater te gebruiken is en van welke factoren dit afhangt&lt;br /&gt;
#*C) leg uit waarom de geothermische gradiënt van de korst veel steiler (sterker) is dan die van de mantel&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) welke observaties in de oceaan hebben geleid tot de theorie van hotspots&lt;br /&gt;
#*b) wat veroorzaakt hotspots en wat is relatie met het model van platentektoniek&lt;br /&gt;
#*c) meeste hotspot vulkanen hebben voornamelijk magma met mafische samenstelling, de hotspot onder yellowstone park levert echter ook grote hoeveelheden felsische en intermediaire magma, hoe verklaar je dit verschil&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) door welke processen wordt schuine gelaagdheid veroorzaakt en in welk sedimentair afzettingsmilieu kan schuine gelaagdheid worden waargenomen&lt;br /&gt;
#*b) schets de manier hoe dat schuine gelaagdheid gevormd word en geef erbij uitleg&lt;br /&gt;
#*c) welke informatie kan men afleiden uit opeenvolgende schuine gelaagdheden die in verschillende richting hellen&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) magnesiet (formule gegeven) en sideriet vormen een vaste oplossing, magnesiet en calciet vormen geen vaste oplossing, verklaar dit verschil en verklaar ook dat dolomiet (formule gegeven) wel samen kan voorkomen met calciet&lt;br /&gt;
#*b) geeft een beknopte maar kenmerkende karakterisering voor 2 verschillende mariene afzetting milieus waarbij calciet en/of aragoniet belagrijke sedimentaire bestanddelen zijn&lt;br /&gt;
#*c) calciet wordt tijdens diagenese van carbonaten soms omgezet naar dolomiet, waardoor wordt dit proces vooral gestuurd&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 januari 2019 ===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Hoe worden zinklagen in bvb Florida gevormd?&lt;br /&gt;
#*b) Hoe helpen zinkgaten bij de zoutwinning in bvb Nederland?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) In welke gesteenten zitten ketensilicaten zoals pyroxenen en amfibiolen?&lt;br /&gt;
#*b) Geef mvb tekening het verschil tussen pyroxenen en amfibiolen.&lt;br /&gt;
#*c) Wat is de verhouding van de O-atomen tov de Si-atomen in zowel pyroxenen als amfibiolen?&lt;br /&gt;
#*d) Hoe verschillen deze ketensilicaten met veldspaat (Optische verschillen, niet chemisch)?&lt;br /&gt;
# Een hele uitleg over visbeenderen (platte spiraalvormige fossielen) in het Jura. Ook iets over schalies.&lt;br /&gt;
#*a Welk tijdperk voor en na het Jura, geef aan in # miljoen jaar in welke periode het Jura zich bevondt.&lt;br /&gt;
#*b) Welke gesteenten zijn Schalies en tot welke groep fossielen behoren de visbeenderen?&lt;br /&gt;
#*c) Hoe komt het dat de beenderen in tact zijn gebleven in de zee, welk milieu heerst er in de zee hiervoor?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Welk proces ondergaan gesteenten in bergketens in lage hoogte,  en welke processen ondergaan gesteenten die hoger gelegen zijn?&lt;br /&gt;
#*b) Wat is de lithosfeer en waarom is de vervorming elastisch. Welke eenheid ligt er onder deze lithosfeer.&lt;br /&gt;
#*c) Waarin verschilt de lithosfeer met de onderliggende eenheid?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
#   Over de zoutlagen (evaporieten) uit het Perm in het Noorden van Nederland, Duitsland en Polen&lt;br /&gt;
#*a) Wanneer waren het Perm en Carboon? (in Ma)&lt;br /&gt;
#*b) Welke mineralen komen er hoofdzakelijk voor in zo&#039;n zoutlagen? Geef de naam en de chemische formule&lt;br /&gt;
#*c) Geef de reden(en) waarom er nauwelijks afzettingen uit het Perm in België terug te vinden zijn, terwijl er wel talrijke afzettingen uit het Carboon te vinden zijn. Wat is de relatie met de Variscische gebergtevorming?&lt;br /&gt;
#*d) Waarom is zo&#039;n zoutlaag eventueel geschikt voor de opslag van radioactief afval?&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Leg uit waarom er wisselende seizoenen zijn op aarde&lt;br /&gt;
#*b) Onder welke condities, volgens de theorie van Milankovic, kon de Noordelijke ijskap stapsgewijs groeien? Bespreek de relevante parameters, je kan schetsen gebruiken om je antwoord te verduidelijken &lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Leg uit wat de geothermische gradiënt (geotherm) is. Geef de waarde(n) voor de geotherm van continentale korst en ook de warmte-uitstroom (heat flow) van continentale korst.&lt;br /&gt;
#*b) Verklaar waarom de geotherm van oceanische korst meer variabel is dan die van de continentale korst, verklaar ook het verschil in de heat flow die niet overal hetzelfde is bij oceanische korst&lt;br /&gt;
#*c) Leg uit hoe de geotherm in de ondiepe ondergrond varieert in functie van kortere en langere temperatuurcycli (dag/nacht, winter/zomer, glaciaal/interglaciaal)&lt;br /&gt;
#*d) Geef op basis van het vorige antwoord voor het volgende een verklaring: op hoge breedtegraden (bv. Canada) is het gesteente (of de bodem) op enkele honderden meters diepte bevroren, toch is de gemiddelde jaartemperatuur ruim boven 0°C&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#*a) Geef een definitie voor metamorfose, inclusief de reden waarom metamorfose plaatsvindt&lt;br /&gt;
#*b) Wat zijn de verschillen en overeenkomsten tussen contactmetamorfose en schokmetamorfose?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 31 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
#vraag 1:&lt;br /&gt;
#*a) Zure regen tast kalksteen aan. Geef de reactievergelijking en leg uit waarom kalksteen hierdoor sneller verweerd.&lt;br /&gt;
#*b) Verwering van pyriet, reactieproducten en nettoreactievergelijking geven. &lt;br /&gt;
#*c) Uitleggen hoe en in welke omgeving het nieuw gevormde mineraal in a op natuurlijke wijze wordt gevormd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 2:&lt;br /&gt;
#*a) Apollo missies naar maan. Wat heeft onderzoek van deze gesteenten geleerd over de vormingsgeschiedenis van de aarde?&lt;br /&gt;
#*b) Wat kan je afleiden over de evolutie van het zonnestelsel op basis van voorkomen ijzermeteorieten van 4,5 Ga?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 3:&lt;br /&gt;
#*a) Wanneer was het einde van het laatste glaciaal en welk tijdvak komt na dit glaciaal?&lt;br /&gt;
#*b) Hoe kan men uit de chemische samenstelling van kalkschalen van benthische foraminiferen afleiden dat de zeespiegel is gedaald in het laatste glaciaal?&lt;br /&gt;
#*c) Welke andere manier is er om te bepalen dat de zeespiegel wereldwijd steeg? Voor de periode vanaf het einde laatste glaciaal en deglaciatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 4: &lt;br /&gt;
#*Verbanden tussen de vorming van het Massief van Brabant, geschiedenis van Avalonia, ontstaan vulkaankraterpijp van Quenast, vorming van koraalriffen in de Ardennen. En dit ook plaatsen in het geologische tijdskader.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
#vraag 1:&lt;br /&gt;
#*a) Geef de processen en reacties die zorgen voor de vorming van zinkgaten&lt;br /&gt;
#*b) Zinkgaten kunnen ook ontstaan door zoutwinning verklaar&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 2:&lt;br /&gt;
#*a) wat is een caldera en hoe worden ze gevormd?&lt;br /&gt;
#*b) waarom is het extra gevaarlijk als een caldera zich vormt op een eiland?&lt;br /&gt;
#*c) Wat is de relatie met het soort magma en de vorming van een caldera?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 3:&lt;br /&gt;
#*a) Vlaanderen: aquifer op 700 meter diepte die parallel loopt met het aardoppervlak + met een aquitard boven + geen drinkbaar water, Chaudfontaine: syncline waarbij het water tot op 1600 meter diepte gaat met wel drinkbaar water. Teken beide.&lt;br /&gt;
#*b) Wat is de geotherm?&lt;br /&gt;
#*c) Bereken de temperatuur op de gegeven dieptes&lt;br /&gt;
#*d) verklaar het verschil in drinkbaarheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 4:&lt;br /&gt;
#*a) geef alle processen die in de diepere lagen van een gebergte plaatsvinden en geef het verschil met wat er gebeurt in de hogere lagen&lt;br /&gt;
#*b) wat is de lithosfeer?&lt;br /&gt;
#*c) de lithosfeer vervormt in zijn geheel elastisch. leg uit en geef een goed voorbeeld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== XX augustus 2016 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 1&lt;br /&gt;
#*a) Wat is een caldera en hoe worden ze gevormd&lt;br /&gt;
#*b) Waarom is het extra gevaarlijk wanneer een caldera gevormd wordt op een eiland dan op het continent&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 2&lt;br /&gt;
#*a) Wat is bauxiet&lt;br /&gt;
#*b) Hoe wordt een bauxietbodem gevormd&lt;br /&gt;
#*c) waarvoor wordt een bauxietbodem gebruikt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 3&lt;br /&gt;
iets met krijt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#vraag 4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18januari 2016 VM ===&lt;br /&gt;
#Vraag 1&lt;br /&gt;
#*a) Waarom kan de koolstof 14-methode niet gebruikt worden voor het dateren van de botten van de dinoâ€™s?&lt;br /&gt;
#*b) Met welke methode kan dit wel gedateerd worden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Vraag 2&lt;br /&gt;
#*a) Wat bedoelt men met isostatisch evenwicht?&lt;br /&gt;
#*b) Maak een tekening van een gletsjer met de continentale korst, de mantel. Maak zo de inwendige structuur van de continentale korst duidelijk en de mantel. De dikte van de gletsjer in het centrum is 3 km. Welke veranderingen gebeuren er?&lt;br /&gt;
#*c) Wat is de dichtheid van de continentale korst en de mantel en waaruit bestaat het. Bereken hoe diep de ijsblok in de korst zit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Vraag 3&lt;br /&gt;
#*a) Een laag van anhydriet, gips en afzettingen van zoutlagen van haliet. (zoiets ) Geef de chemische formule&lt;br /&gt;
#*b) Hoe worden deze samen gevormd, wat is het verband?&lt;br /&gt;
#*c) Hoe geeft dit informatie over het paleoklimaat?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Vraag 4&lt;br /&gt;
#*a) Wat waren Wegners argumenten van continentendrift. Het geheel is nu aanvaard als platentektoniek. Waar ligt zijn fout?&lt;br /&gt;
#*b) Op basis van welke onderzoeken/ontdekkingen werd deze theorie aanvaard?&lt;br /&gt;
#*c) Is elke continentrand een plaatrand?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 januari 2016 NM ===&lt;br /&gt;
#vraag 1&lt;br /&gt;
#*A Metamorfose van kleicarbonaten en verwering van silcaatcarbonaten uitleggen met chemische formules (bij kleicarbonaten niet da van carbonaten geven ma dus ook iets van klei geen idee wat)&lt;br /&gt;
#*B Over het krijt : de invloed van MOR op het klimaat en de zeespiegel&lt;br /&gt;
#vraag 2&lt;br /&gt;
#*A Teken een afpompingskegel van een freatische aquifer en hoe deze een waterput die dichtbij ligt kan droogleggen&lt;br /&gt;
#*B ...&lt;br /&gt;
#*C Het water van een begrensde aquifer kan vaak niet meer gebruikt worden omdat 1g/L opgeloste stoffen aanwezig zijn, welke dingen beïnvloeden dit (dus over die opgeloste stoffen gaat het: soort gesteente, vervuiling, temperatuur [versneld verzouting] dieper = zouter [zeg ook waarom] )&lt;br /&gt;
#vraag 3: ...&lt;br /&gt;
#vraag 4&lt;br /&gt;
#*A In welk tijdvak en wanneer begon de Varisciden orogenese vorming (in België)?&lt;br /&gt;
#*B aan welk gebergtevorming kunnen we dit zien in België?&lt;br /&gt;
#*C Hoe weten we dat België toen in een tropisch klimaat lag?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 januari 2016===&lt;br /&gt;
#*Teken een hoekdiscordantie&lt;br /&gt;
#* Hoe wordt dit gevormd?&lt;br /&gt;
#*Aan het Massief van Brabant vinden we ganggesteenten en vulkanische gesteenten terug. Wat is het verband tussen gebergtevorming (aan het Massief van Brabant) en vulkanisme?&lt;br /&gt;
#*Wanneer vond dit plaats + jaartal&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#*Wat zegt een krijtlaag ons over het afzettingsmilieu?&lt;br /&gt;
#*Waarom bestaat een krijtlaag vaak uit vuurstenen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#*Waarom kan geothermie wel plaatsvinden aan een slenk maar niet aan het het Massief van Brabant?&lt;br /&gt;
#*Wat is de oorzaak van geothermie?&lt;br /&gt;
#*Soms ontstaan er problemen door geothermie. Er is bv. een dorp waarbij een laag met anhydriet in contact kwam met het grondwater waardoor schade ontstond. Leg uit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#*Wat vertellen maangesteenten ons over de ontstaansgeschiedenis van de aarde?&lt;br /&gt;
#*Wat vertelt een ijzermeteoriet van 4.5 Ga ons over het ontstaan van het zonnestelsel?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 januari 2015===&lt;br /&gt;
#Ontdekingen na wegner&#039;s dood die zijn hypothese bewezen. Moderne technieken die dit bevestigen. Wat is een continentrand en hoe komt het dat sommige naast een plaatrand liggen en andere niet.&lt;br /&gt;
#Welk soort breuken komen samen voor met geplooide lagen? Doorsnede tekenen. Welk soort laag wordt in Vlaanderen onderzocht voor de berging van nucleair afval. Wat is de invloed van een actieve of een inactieve breuk op de bergingscapaciteit?&lt;br /&gt;
#Hoe oud is de aarde en hoe weten we dit? Bespreek de vorming van de aarde tijdens het Hadeaan en Archeaan en het verband tussen stuctuur en mineralogie. Bijvraag: Wat zit er in een meteoriet.&lt;br /&gt;
#Voor welk tijdsinterval worden ijkernen gebruikt? Wat is de meerwaarde boven sedimenten? 34 Ma geleden begon de glaciatie op Antarctica. Hoe kunnen sedimenten ons er iets over vertellen. Hoe komt het dat de glaciatie net dan begon?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2015===&lt;br /&gt;
#onstaan van de aarde, hoe oud en hoe is dit bepaald + geef structuur binnenkant van de aarde chemisch, mineralogisch,..&lt;br /&gt;
#lithostratigrafie: waarom gesteentelagen geen goede tijdsbetekenis geven altijd en dat bij biostratigrafie wel kan&lt;br /&gt;
#grondwater: bron van chaudfontaine (syncline wordt gegeven + tekenen) + uitleg geotherm en gemiddelde waarde voor korst geven&lt;br /&gt;
#wetenschappelijke methode: zeggen wat het is + geologisch vb naar keuze&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 JAN 2014 NM===&lt;br /&gt;
#Magnetische ompolingen en platentektoniek&lt;br /&gt;
# Hoe seizoenen werken en Milankovic theorie&lt;br /&gt;
# Verschil tussen diaklazen en breuken, hoe ze ontstaan en hoe je een diaklaze en een gelaagdheid kunt onderscheiden&lt;br /&gt;
# Algemene structuur bladsilicaent, afleiden wat de formule is voor de Si-laag en waarom havenslib behandeld moet worden als chemisch afval&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2014 NM===&lt;br /&gt;
#kalksteen in de grond: welke maatschappelijke problemen kunnen er zijn?&lt;br /&gt;
#*geef alle chemische reacties die mee doen/leg ze uit in het systeem&lt;br /&gt;
#*hoe worden druipstenen gevormd?&lt;br /&gt;
#diachroon en sedimentaire facies en het verband? (plus schets)&lt;br /&gt;
#veldspaten: orthoklaas naar albiet en albiet naar anorthiet, maar ge kunt niet van orthoklaas naar anorthiet: hoe komt dit, en wat heeft vaste oplossing hiermee te maken? wat is arkose?&lt;br /&gt;
#roodverschuiving uitleggen, hou oud is de aarde? het heelal? en leg uit hou we ouderdom aarde kunnen meten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 JAN 2014===&lt;br /&gt;
#Wat zijn evaporieten en in welke omstandigheden worden ze gevormd? Welke structuren worden er gevormd? Geef redenen om radioactief afval in evaporieten op te slaan en ook waarom het niet zo een goed idee is ?&lt;br /&gt;
#Welke observaties heeft men gedaan om hotspots te onderzoeken? VS heeft een zuur vulkanische, waarom?&lt;br /&gt;
#Geef de geologische tijdschaal van fanerozoÃ¯cum + ouderdommen. Geef de 3 belangrijkste ijstijdvakken en in welk ijstijdvak heeft Wegener aanwijzingen gevonden voor zijn theorie en welke zijn dat?&lt;br /&gt;
#Wat zijn de fundamentele eigenschappen van een begrensde aquifer? Wat zijn de redenen voor problematische concentratie aan opgeloste stoffen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 JAN 2014 VM=== &lt;br /&gt;
#  Verklaar : meteoor, meteoriet, asteroÃ¯de, komeet. Wat is het verschil tussen komeet en meteoorgroep? Waarom zijn er geen inslagen op de zeebodem?&lt;br /&gt;
# Wegener:  wat is zijn theorie en geef zijn bewijzen. In de jaren 50 kwamen er nieuwe technieken om dit nu echt te bewijzen, welke?&lt;br /&gt;
# Alles over quaternair. Hoe kunnen we met kalksedimenten het klimaat bepalen? Waarmee moeten we oppassen als we kalkskeletten gebruiken? Welke zijn de grote invloeden op de euraziatische zeespiegel? Waarom krijgen we hier een beter beeld van de klimaten dan met landafzetting?&lt;br /&gt;
# Kristallisatie van mineralen uit stollingsgesteenten, wat is het verband met deze kristallisatie en verwering (of erosie?)&lt;br /&gt;
# practicum (4p) en ze helpt u als ge hem fout heb (dan krijgt ge nog de helft van de punten). Soms krijgt ge er 2 maar van dezelfde plaats van de  excursie en ze stelt een klein theorievraagje. Voorbereiden mag met excursiebundel, nota&#039;s, slides en handleiding maar vanaf da je begint uit te leggen mag je niks meer gebruiken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 JAN 2014===&lt;br /&gt;
#Bauxiet, alles wat je erover weet.&lt;br /&gt;
#Hoe fosielen hebben kunnen helpen bij de kartering van de statigrafie.&lt;br /&gt;
#MOR van bovenaf tekenen en alle eigenschappen geven van de MOR + laterale beweging in MOR (scheuren ipv breuken).&lt;br /&gt;
#Bespreek porositeit van een grondlaag en hoe kan het dat een bron recht omhoog kan spuiten?&lt;br /&gt;
#Practicum: stenen!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012===&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* hoe wordt bauxiet gevormd&lt;br /&gt;
#*in welk klimaat?&lt;br /&gt;
#* uit welke mineralen bestaat het&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* duid aan op een tekening hoe je uit paleomagnetische gegevens van fossiel de lokatie kan bepalen&lt;br /&gt;
#* wat is polar wandering curve&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* hoe kan je met zuurstofisotopen in sedimenten ijstijd aantonen&lt;br /&gt;
#* hoe verklaar je het bestaan van ijstijdvak en broeikastijdvak&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* toekomst van gas-clathraten als energiedelfstof&lt;br /&gt;
#* situeer gas-clathraten in Mc-Kelvey diagram&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek hoe de kenmerken van de aarde die noodzakelijk zijn voor het leven speciefiek zijn voor de aarde: atmosfeerdruk en -samenstelling, magneetveld, temperatuur en temperatuursschommelingen&lt;br /&gt;
# Vlakken 222, 333 en 003 in een xyz-assenstelsel plaatsen zodanig dat de afgesneden stukken abc van de eenheidscel verschillend zijn.&lt;br /&gt;
# Hoe komt het dat zanden zelden isotroop zijn (meestal heterogeen zijn)? Welk soort mineraal is glauconiet? Welke kationen zitten erin?&lt;br /&gt;
# Wat is het verschil tussen een actieve en passieve plaatrand? Teken de doorsneden van elk en duidt dieptes en gesteenten aan. Hoe oud zijn de oceanen?&lt;br /&gt;
# practicumoefening: concentratieberekening&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# bespreek de relatie tussen het ontstaan van de aarde en de dingen die gekoppeld zijn aan leven (atmosfeer, magneetveld...)&lt;br /&gt;
# teken een xyz-assenstelsel en zet vlakken uit bv 1,1,1 die gegeven zijn in millerindices&lt;br /&gt;
# bespreek een vaste oplossing&lt;br /&gt;
# Hoe komt het dat een blauwschist en een hoornfells samen voorkomen, parralel in een gebergte, betrek hierbij subductie enz&lt;br /&gt;
# teken in da diagramma van die reserves waar teerzanden zich nu bevinden en waar ze zicht 20 jaar geleden bevonden&lt;br /&gt;
# welke voorwaarde zijn er in het verlede nodig geweest om nu olie op een welbepaalde plaats te vinden&lt;br /&gt;
# bij het practicum gedeelte een piper diagram invullen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# geef aanwijzingen waarom het vroeger kouder is geweest en b) hoe kunt ge met enkele van die aanwijzingen verklaren dat er afwisseling was met broeikastijden en niet gewoon een doorlopend ijstijdvlak&lt;br /&gt;
# mineralogie: bespreek waarom plagioklaas gezoneerd en ongezoneerd voorkomt, das met die tabel met verhoudingen&lt;br /&gt;
# laat zien hoe je weet naar welke kant het water gaat onder het waterspanningsvlak b) geef verschillende manieren om energie te winnen met grondwater&lt;br /&gt;
# de vraag over paleomagnetisme hoe ze daarmee over de oceaanvorming geleerd hebben&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe de Moho-discontinuÃ¯teit gevormd wordt bij de vorming van nieuwe oceaanbodem aan de MOR.&lt;br /&gt;
# Wat is de asthenosfeer?&lt;br /&gt;
# Waarom gaat pyriet makkelijk verweren? Welke verweringsproducten worden gevormd? Welk mineraal gaat men bekomen bij verwering van pyriet in kalkstenen?&lt;br /&gt;
# Welke soort plagioklaas zit er in graniet? Welke in gabbro?&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe men het probleem opgelost heeft dat men aan fossielen enkel relatieve ouderdommen kan koppelen. &lt;br /&gt;
# Geef aan dat je begrijpt waarom calibratie met dendrochronologie belangrijk is bij de koolstof 14-dateringsmeththode.&lt;br /&gt;
# Geef een samenvatting van de argumenten van de optimisten en de pessimisten over de eindigheid van de olievoorraden. (aka vat de argumenten van de 2 scholen samen)&lt;br /&gt;
# Welke geologische processen zijn nodig om anthraciet te kunnen vormen (aka in welk gebied ongeveer vinden we steenkool?)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 JAN 2010 VM===&lt;br /&gt;
#Hoe heeft het paleomagnetisme geholpen om het huidige model van de M.O.R. op te stellen.&lt;br /&gt;
#Is het klimaat in het verleden stabiel of variabel geweest? Geef oorzaken + tijdsgebieden.&lt;br /&gt;
#Waar moet men monitoringputten plaatsen in de buurt van stortplaatsen, zodat men polluenten kan ontdekken. Is de diepte van belang?&lt;br /&gt;
#Hoe wordt een zandsteen gevormd? Op welke diepte, en invloed van grondwater.&lt;br /&gt;
#Vraagje over zelfstudieopdracht: oorsprong van biomerkers en waarom moeten deze verklaard worden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 JAN 2010 NM===&lt;br /&gt;
#Hoe kwam de formule van Bragg tot stand? En hoe kan je hier mee bepalen welk mineraal je hebt?&lt;br /&gt;
#We steken kubusjes van gelijke grootte (bv. 1 cmÂ³) van kwartsiet en marmer in een cilindrische buis en laten deze ronddraaien, simuleren we dan verwering? welk van de twee gaat het meest verweerd worden?&lt;br /&gt;
#Hoe ga je van slib naar een schiefer? leg zo duidelijk mogelijk uit. Vanaf welke diepte heb je een schiefer met schieferige splijting?&lt;br /&gt;
#Paleopolen: leg uit hoe je aan de hand van paleopolen continentendrift en platentektoniek kunt verklaren. Maak ook een schets. Zeg ook welke dingen gemeten worden om het paleopool te bepalen en hoe dat dan bepaald wordt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 JAN 2010 VM===&lt;br /&gt;
#Vergelijk samenstelling van Aarde, maan, Mercurius, Jupiter, een planeet rond de eerste sterren, de aardkorts en -kern.&lt;br /&gt;
#Hoe gedragen gesteenten zich bij verschillende drukregimes? Wat zijn dekbladen? Bij welke tektonische activiteit vind je deze? (+schema)&lt;br /&gt;
#Waarom vindt men ook batholieten bij subductie? (schema&#039;s, grafiek van verandering smelttemperatuur)&lt;br /&gt;
#Hoe heeft paleomagnetisme geholpen bij het begrijpen van systeem van M.O.R.?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 JAN 2010===&lt;br /&gt;
#Bespreek roodverschuiving in het heelal. Kan dit dienen om een ouderdom te bepalen van het heelal?&lt;br /&gt;
#Bespreek de in de les besproken analogie tussen een watertoren en een spanningswaterlaag. Hoe komt het dat er in de afpompingsput maar een klein volume water zal zitten, terwijl de gehel spanningswaterlaag verzadigd is ? Kan er overproductie optreden van een spanningswaterlaag?&lt;br /&gt;
#Hoe ga je van slib naar een schiefer? Leg zo duidelijk mogelijk uit. Vanaf welke diepte heb je een schiefer met schieferige splijting?&lt;br /&gt;
#Beargumenteer het bestaan van subductiezones&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===AUG 2009===&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#*Bewijs dat een silicium in de tetraederlaag kan verbonden worden met een magnesium in een octaederlaag met zuurstof en hydroxylgroepen ertussen.&lt;br /&gt;
#* Waarin verschillen de verschillende kleimineraalspecies? Geef de verschillende met een voorbeeld&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#* Als we kubusjes van gelijke grootte van marmer en kwartsiet in een cilindrische buis laten afslijten, welke blijft dan het langst over en waarom?&lt;br /&gt;
#* Leg uit waarom bij een fyllade een druksplijting dwars op de gelaagdheid kan staan en waarom deze zo perfect is in vergelijking met een schieferige splijting.&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
#* Hoe kan magnetisme zodanig opgeslaan worden in een sedimentsgesteente dat we het &#039;remanent&#039; mogen noemen?&lt;br /&gt;
#* Hoe kunnen we aan de hand van het paleomagnetisme de vroegere positie van een continent bepalen?&lt;br /&gt;
# betekent een boringskegel hetzelfde bij een freatische waterlaag en een artesische waterlaag? leg uit.&lt;br /&gt;
# Hoe komt het dat er bij de stratigrafie zo vaak gewerkt word met fosielen en paleomagnetisme terwijl de biostratigrafie ons een relatieve tijdschaal geeft, en magnetostratigrafie ons maar twee antwoorden kan geven, normale of tegengestelde polariteit?&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R1050265</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Bio-Organische_Chemie&amp;diff=4544</id>
		<title>Bio-Organische Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Bio-Organische_Chemie&amp;diff=4544"/>
		<updated>2025-05-21T16:53:36Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R1050265: /* Vakinformatie */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Basisvak organische chemie voor eerstejaars chemie, biochemie en biologie.&lt;br /&gt;
Gedoceerd door Professor Luc van Meervelt.&lt;br /&gt;
Het examen volgt al jaren dezelfde structuur.&lt;br /&gt;
Sinds 2017 wordt dit vak gegeven door professor Mario Smet.&lt;br /&gt;
Het examen duurt 3 uur.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;2022-2023&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*aanpak vak&lt;br /&gt;
**Prof Mario Smet&lt;br /&gt;
**Voor het examen minstens 3.2/8 voor zowel het deel van theorie als oefeningen, anders maximaal een 9 (helaas durft hij ook een 3.1 te geven)&lt;br /&gt;
**Er zijn ingesproken ppt&#039;s die zeker een aanrader zijn om te bekijken, belangrijkste zaken worden duidelijk uitgelegd&lt;br /&gt;
*Kwaliteit cursus&lt;br /&gt;
**Slides zijn duidelijk en bevatten zeker de belangrijkste informatie&lt;br /&gt;
**Handboek kan handig zijn voor extra informatie of verduidelijking van bepaalde delen, maar ik heb dit zelf amper opengedaan dus zeker niet noodzakelijk om te kopen&lt;br /&gt;
*Examenvragen&lt;br /&gt;
**Telkens één theorievraag over een reactiemechanisme (regel van Zaitsev en Markovnikov belangrijk) met ordenen op basis van reactiviteit en naamgeving van producten!!&lt;br /&gt;
**Eén theorievraag over een voorbeeld (komen steeds terug, zijn er in totaal een stuk of 14 (document met deze vragen voor 2024-2025: https://docs.google.com/document/d/e/2PACX-1vRY7b09HsmvVWGNBrcGEXsHcZEtJk-kMeF07rW-tDXwXgheNmEfFHfIp7nmVvFat1X-NtERZpXgm6VM/pub)) belangrijk om hierbij te weten waarom bepaalde zaken zo zijn.&lt;br /&gt;
**Bij de oefeningen vraagt hij naar mijn gevoel van alles iets, dus aminozuren zeker uit het hoofd leren en al de reactiemechanismes begrijpen.&lt;br /&gt;
*Labo&#039;s&lt;br /&gt;
**Zijn niet al te moeilijk&lt;br /&gt;
**Zie dat je op tijd bent voor de prelabtest, ze hebben geen medelijden met u, zelfs als je er niks aan kon doen :(&lt;br /&gt;
**Als er ergens iets van berekeningen in het labo voorkomen, worden deze vaak op de prelabtest gevraagd&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
=== 27 augustus 2024===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# 4 strucuteren: 1-hydroxy-1-methylcyclohexaan, 1-fenyl-1-hydroxycyclohexaan , 1&lt;br /&gt;
## Schrijf het mechanisme voor dehydratie met geconcentreerd zwavelzuur en temperatuursverhoging van verbinding A&lt;br /&gt;
## Beoordeel en rangschik de reactiviteit van bovenstaande structuren voor dit mechanisme, werk met grensstructuren en substituenteffecten&lt;br /&gt;
## Geef de IUPAC naam voor verbinding A en B&lt;br /&gt;
# Suikerevenwichten van fructose in furanose en pyranosevorm gegeven&lt;br /&gt;
## Waarom komt de betafuransevorm minder voor dan de alphafuranosevorm?. Verklaar&lt;br /&gt;
## Waarom komt de betapyranosevorm minder voor dan de alphapyranosevorm? Verklaar&lt;br /&gt;
# Suikerevenwichten van ribose in furanose en pyranosevorm gegeven&lt;br /&gt;
## Welke veranderingen in de suikerevenwichten verwacht je indien het ribose chemisch wijzigt in deoxyribose? Welke implicaties heeft dit voor DNA?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen (eerste bundel)&lt;br /&gt;
# Bacterieel antibioticum penicilline gegeven (structuur)&lt;br /&gt;
## Duid alle chirale C-atomen aan&lt;br /&gt;
## Teken het molecule in projectievorm waarbij alle chirale C-atomen een S-configuratie hebben. Duid de prioriteiten aan.&lt;br /&gt;
## Geef het oxidatiegetal van het aangeduide atoom&lt;br /&gt;
## Geef het enantiomeer van het molecule uit vraag b&lt;br /&gt;
## Geef een epimeer van het molecule uit vraag b&lt;br /&gt;
## Teken een resonantiestructuur van het molecule waarbij je geen gebruikt maakt van de benzeenresonantie&lt;br /&gt;
# Gegeven de structuur van meta-broom-acetylbenzeen, welke van de volgende opties is waar?&lt;br /&gt;
## Eerst bromering, dan acetylering&lt;br /&gt;
## Eerst acyletylering, dan bromering&lt;br /&gt;
## Volgorde onbelangrijk, reactie met eerst bromering verloopt trager&lt;br /&gt;
## Volgorde onbelangrijk, reactie met eerst acetylering verloopt trager&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Verklaar je antwoord uit vorige vraag met resonantiestructuren van intermediairen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen (bundel 2)&lt;br /&gt;
# Gegeven een volledig geprotoneerde glutaminezuuroplossing van 0,10M &lt;br /&gt;
## Bereken de pH van de oplossing na toevoeging van 150mL en 200mL 0,10M-NaOH-oplossing &lt;br /&gt;
## Waarom vertoont glutamine geen basisch karakter, maar lysine wel? Verklaar&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 juni 2024===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#4 structuren gekregen: fenyletheen, 4-vinylfenol, 1-nitro-4-vinylbenzeen, fenol. Deze ondergaan een additie met HCl.&lt;br /&gt;
##geef het reactiemechanisme van A&lt;br /&gt;
##rangschik op reactiviteit. verklaar met substituenteffecten en teken grensstructuren indien nodig&lt;br /&gt;
##geef de reactieproducten van A, B en C en de IUPAC-naam van het reactieproduct A en B&lt;br /&gt;
#Retro-aldolreactie bij de glycolyse wordt gekatalyseerd door het enzym aldolase.&lt;br /&gt;
##Geef het reactiemechanisme van de retro-aldolreactie van fructose-1,6-difosfaat&lt;br /&gt;
##Waarom moet glucose-6-fosfaat geïsomeriseerd worden naar fructose-6-fosfaat&lt;br /&gt;
##Aldolase katalyseert nog een reactie in het lichaam, namelijk de reactie van dihydroxyaceton(niet zeker) met D-erytrose. Geef de Fischervoorstelling van het reactieproduct.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Vraag aminozuren&lt;br /&gt;
##Bereken het Iso-elektrisch punt van arginine en isoleucine. schrijf ook de structuur bij die pH.&lt;br /&gt;
##100 ml Isoleucine-oplossing van 0,100 mol/L wordt getitreerd met een NaOH-oplossing van 0,100 mol/L. Geef mij de pH bij toevoeging van 50 ml en 200 ml NaOH-oplossing en teken de structuur van isoleucine bij die pH’s.&lt;br /&gt;
#Reactiemechanismen&lt;br /&gt;
##Benzeen gekregen wat toevoegen om 1-fenylethanon te krijgen (Antwoord: FeCl3 + ethanoylchloride)&lt;br /&gt;
##Ethoxyethaan + HBr → ? (ook zeggen welk reactietype)&lt;br /&gt;
##?&lt;br /&gt;
#?&lt;br /&gt;
#Meerkeuzevraag over Claisencondensatie. 4 IUPAC-namen van esters gekregen teken structuurformule van elk ester. De 4 esters ondergaan een Claisen Condensatie, bij 3 esters is het een aflopende reactie, bij 1 ester een evenwichtsreactie. Bij welke evenwichtsreactie en waarom?&lt;br /&gt;
##butylethanoaat&lt;br /&gt;
##ethylbutanoaat&lt;br /&gt;
##ethyl-2-methylbutanoaat&lt;br /&gt;
##ehtyl-3-methylbutanoaat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2024===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# 4 structuren: ethaanzuurbromide, ethaanzuurchloride, 2-oxyethaanzuurbromide, dietheenzuuranhydride. deze ondergaan een nucleofiele substitutie met water&lt;br /&gt;
##geef het reactiemechanisme van A&lt;br /&gt;
##rangschik op reactiviteit. verklaar met substituenteffecten en teken grensstructuren indien nodig&lt;br /&gt;
##geef de reactieproducten en de IUPAC-naam van A en C&lt;br /&gt;
# om alfa-ketoglutaraat te decarboxyleren maakt de natuur gebruik van het coënzym thiaminepyrofosfaat die reageert na deprotonatie.&lt;br /&gt;
##Geef het reactiemechanisme&lt;br /&gt;
##Geef 2 redenen waarom het coënzym zo goed gedeprotoneerd wordt&lt;br /&gt;
##Wat is het voordeel van het binden van dit coënzym?&lt;br /&gt;
##Wat is het voordeel van dit biologisch proces?&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# je wil een aminozuurmengeling van tryptofaan en lysine scheiden met behulp van elektroforese bij een pH van 9,1. Bereken het voorkomen van de vormen en waar ze zullen voorkomen (Kathode, Anode of ertussenin). Laat ook duidelijk de structuur van deze aminozuren zien.&lt;br /&gt;
##waarom is de stikstof op de tryptofaan niet basisch&lt;br /&gt;
# gegeven but-1-een naar 1-methylbutan-1-ol. Welke substraat heb je nodig om van de eerste naar de tweede gegaan (structuren waren gegeven) als je dan met H3PO4 zit en een verandering in temperatuur welk product bekom je (was al een reactiepijl gegeven)?&lt;br /&gt;
# reactie met methoxybenzeen, ethaanzuurchloride en AlCl3 (structuren gegeven). Geef het reactieproduct en het reactietype.&lt;br /&gt;
# mechanisme en reactietype gevraagd van 2x fenylmethanal (structuur gegeven) met OH-&lt;br /&gt;
# suikering gegeven met een zesring waarbij OH op C1 naar boven, alsook C2 en C3, bij C4 naar beneden en C5 de CH2OH ook naar beneden.&lt;br /&gt;
##geef de fisherstructuur van dit suiker en teken de stabielste conformatie op de newmann-projectie van C3 en C4&lt;br /&gt;
##geef de volledige naam van dit suiker&lt;br /&gt;
##geef van C1 en C2 de absolute configuratie (R of S) geef hierbij ook de prioriteiten&lt;br /&gt;
##Leg uit wat 1,3 diaxiale interacties zijn en geef dit weer op een duidelijke tekening&lt;br /&gt;
# oxidatie van ascorbinezuur naar dehydroxy-ascorbinezuur gegeven (zie practicum) en 3 stellingen (hieronder): duid de stellingen aan die correct zijn en geef bij iedere uitleg&lt;br /&gt;
##Er gebeurt een oxidatie en het oxidatiegetal van de C-atomen gaat van +1 naar 0&lt;br /&gt;
##Is de H in kwestie die met de laagste pKa?&lt;br /&gt;
##Is de stereochemie juist of kwam het eindproduct eerder van een andere stereo isomeer&lt;br /&gt;
===2 september 2023===&lt;br /&gt;
https://drive.google.com/file/d/1GMpzdW-Fuazq4zCe9Y40D8DgJyVk2-a7/view?usp=drive_link&lt;br /&gt;
===24 juni 2023===&lt;br /&gt;
#Je kreeg 4 verbindingen (ik denk 2-bromo-2methylpropaan, 2-bromopropaaan, 4-bromo-2-penteen en 4-bromo-1-penteen; kloppen niet helemaal, maar principe blijft hetzelfde). &lt;br /&gt;
##Voor 2-bromo-2-methylpropaan moest je de E-reactie uitschrijven.&lt;br /&gt;
##Zeggen in welke volgorde deze verbindingen het snelste zou reageren bij een E1-reactie (aan de hand van substituent effecten en eventuele grensstructuren.&lt;br /&gt;
##Voor elke verbinding het reactieproduct geven en IUPAC naam geven.&lt;br /&gt;
#Er wordt ATP gevormd bij de afbraak van een suiker in de glycolyse en krebs-cyclus. &lt;br /&gt;
##Geef de reactieproducten en waarom kan er ATP gevormd worden?&lt;br /&gt;
##Het grootste deel van de energie komt in een andere vorm vrij, hoe gebeurd dit?&lt;br /&gt;
#Meerkeuzevraag over Claissencondensatie van ethylacetaat (was een andere benaming, maar vooral het ethyl deel is belangrijk dus maakt niet echt uit). Welk reagens moet je gebruiken om ervoor te zorgen dat je slechts één reactieproduct hebt. Opties waren denk ik: methioxide, ethioxide, hydroxide, er wordt altijd meer dan één reactieproduct gevormd (eventuele grensstructuren hier niet mee rekenen) (meeste hadden ethioxide) en dan moest je nog aantonen met het relevante deel van de reactie, waarom de andere niet zouden kunnen.&lt;br /&gt;
#Reactiemechanismen&lt;br /&gt;
##Je kreeg aceton en je moest zeggen wat je moest toevoegen om iets te bekomen (je moest OH- toevoegen, maar weet even niet meer wat je dan bekomt) en dan voeg je H2O en H+ toe en moet je het reactieproduct geven (2,2-propaandiol)&lt;br /&gt;
##Ik denk 2-Methylcyclopentanone en solvent gekregen, zeggen welk reactieproduct je bekomt en wat het reactiemechanisme is (nucleofiele acylsubstitutie)&lt;br /&gt;
##Je kreeg ethylbenzeen met als solvent AlCl3 en acetylchloride (hiervan maak je AlCl4- en CH2CO+) je moest zeggen welk reactiemechanisme (nucleofiele aromatische substitutie) en dit ook uitschrijven&lt;br /&gt;
#Zwitterion en IP van arginine en glutamine geven en zeggen welke pH je krijgt bij het toevoegen van 250ml NaOH aan 100 ml 0.1M glutamine&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
##S/R van chirale koolstoffen van D-xylulose geven + Newman projectie rond C3 en C4&lt;br /&gt;
##In stappen geven hoe je alfa-L-xylulofuranose bekomt (ringsluiting tekenen dus), het enantiomeer hiervan geven (bèta-versie) en zeggen of het een epimeer is, beide begrippen uitleggen&lt;br /&gt;
===8 juni 2023===&lt;br /&gt;
#4 structuren: propeen, ethyleen pyrrool?, styreen , benzeen met etheen op en methoxy groep op. elektrofiele additie met waterstofbromide.&lt;br /&gt;
##Geef het reactiemechanisme van propeen&lt;br /&gt;
##Rangschik de reactiviteit van de verschillende structuren, maak gebruik van substituenteffecten en teken grensstructuren&lt;br /&gt;
##geef de IUPAC-naam van structuur a, b, c en schrijf alle reactieproducten uit&lt;br /&gt;
#Gegeven: D-glucose in de verschillende vormen: beta-D-glucopyranose, alfa-D-glucopyranose, beta-D-glucofuranose en alfa-D-glucofuranose en het voorkomen ervan in percentages&lt;br /&gt;
##Waarom komen de furanose vormen zo weinig voor?&lt;br /&gt;
##Waarom komt het beta-anomeer meer voor dan het alfa-anomeer?&lt;br /&gt;
##hoe komt het dat het alfa-anomeer dan toch nog voorkomt?&lt;br /&gt;
##Vergelijk dit nu met D-mannose, maak een voorspelling van hoe de verschillende vormen zullen voorkomen?&lt;br /&gt;
#Aminozuren:&lt;br /&gt;
##Waarom heeft de R-groep van asparagine geen basische eigenschappen (asparagine heeft geen pKr)&lt;br /&gt;
##We willen tyrosine en asparagine scheiden met behulp van elektroforese bij pH = 9,0. Schrijf voor beide aminozuren de verschillende vormen uit en verklaar welke vorm bij deze pH voor zal komen. Waar zullen de aminozuren zich bevinden: anode, kathode, tussenin&lt;br /&gt;
#Gegeven: benzeenring met broomsubstituent en -C2H5 substituent. Bij het bereiden hiervan moet je...&lt;br /&gt;
##...eerst bromeren?&lt;br /&gt;
##...eerst aklyleren?&lt;br /&gt;
##...volgorde maakt niet uit, maar als je eerst bromeert gaat de reactie langzamer&lt;br /&gt;
##...volgorde maakt niet uit, maar als je eerst alkyleert gaat de reactie langzamer&lt;br /&gt;
#Gegeven: een structuur met 2 chirale koolstoffen (ook een amidegroep op 1 einde, en een chloor groep)&lt;br /&gt;
##teken de fisherprojectie van ALLE stereo-isomeren, geef ook de stabielste newman-projectie&lt;br /&gt;
##Bepaal van elke chirale C de R,S-configuratie en geef de prioriteiten weer&lt;br /&gt;
##Wat is het OG van de C met de amide groep&lt;br /&gt;
##Welk van de stereo-isomeren zijn ook diastereo-isomeren, verklaar deze term&lt;br /&gt;
##Duid aan waar een nucleofiele substitutie zou kunnen plaatsvinden, verklaar ook waarom&lt;br /&gt;
#Reactie mechanismen zoals aangegeven op stramien&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 3 september 2022 ===&lt;br /&gt;
# 4 moleculen met dubbele binding gegeven, sommige met substituenten&lt;br /&gt;
## Reactiemechanisme voor molecule A uitschrijven (CH2=CH-CH2-CH3)&lt;br /&gt;
## Rangschikken volgens reactiviteit in een reactie met HBr en argumenteren met substituenteffecten en grensstructuren&lt;br /&gt;
## Reactieproducten voor alle 4 opschrijven en 2 ervan benoemen met IUPAC naam&lt;br /&gt;
# gegeven: glucose in openketenvorm, alfa-D-glucopyranose, beta-D-glucopyranose, alfa-D-glucofuranose en beta-D-glucofuranose met percentages van hoe vaak ze voorkomen&lt;br /&gt;
## waarom komt de furanosevorm zo weinig voor&lt;br /&gt;
## waarom komt de betavorm meer voor dan de alfavorm&lt;br /&gt;
## waarom komt ondanks vraag b de alfavorm toch nog zo vaak voor&lt;br /&gt;
## maak zelf een voorspelling voor de percentages van voorkomen voor alle vormen van D-mannose&lt;br /&gt;
# teken 2-amino-2,3,4-trimethyl-3-hexaanthiol&lt;br /&gt;
## hoeveel stereo-isomeren zijn er?&lt;br /&gt;
## teken van alle stereo-isomeren de fischer projectie en meest stabiele conformatie in de newman projectie over C3-C4 as, duid chirale centra aan&lt;br /&gt;
## bepaal voor alle chirale centra de absolute configuratie&lt;br /&gt;
## is het een primair, secundair of tertiair amine? En dezelfde vraag voor thiol?&lt;br /&gt;
## bepaal de oxidatietrap van C2&lt;br /&gt;
# 5 namen van moleculen gegeven, welke kunnen het reactieproduct zijn van een aldolcondensatie? Voor degenen die niet kunnen: leg uit in 1 zin waarom niet. Voor degenen die wel kunnen: geef de beginproducten.&lt;br /&gt;
# reactiemechanismen&lt;br /&gt;
## vul onderstaande reactiesequentie aan: alkaan met -OH —&amp;gt; alkeen —&amp;gt; ? (boven de eerste pijl stond ook een vraagteken en boven de tweede pijl +Cl2)&lt;br /&gt;
## schrijf reactiemechanisme uit: benzeenring met -OCH3 substituent reageert met HNO3 en H2SO4&lt;br /&gt;
# aminozuren&lt;br /&gt;
## bepaal voor een titratie van 100 mL 0,1M isoleucine de pH bij toevoeging van 150mL en 200mL NaOH&lt;br /&gt;
## waarom is de pKa van glutamine lager dan van isoleucine&lt;br /&gt;
## teken beide aminozuren uit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 juni 2022 ===&lt;br /&gt;
# 4 moleculen gegeven die reageren volgens reactietype E1 ter vorming van HCl : twee chlooralkanen met benzeenring en twee zonder, een van de twee met benzeenring had methoxy-groep op de benzeenring&lt;br /&gt;
## Geef reactiemechanisme voor een van de twee chlooralkanen zonder benzeenring&lt;br /&gt;
## Rangschik volgens stijgende reactiviteit en beargumenteer met substituenteffecten. Geef grensstructuren indien relevant.&lt;br /&gt;
## ...&lt;br /&gt;
# Geef het reactiemechanisme en vergelijk onderling, beredeneer ook voor de basische hydrolyses of het gaat om een mono- of bimoleculair proces:&lt;br /&gt;
### hydrolyse van een carbonzuurester in basisch milieu&lt;br /&gt;
### hydrolyse van een fosfaatester in basisch milieu&lt;br /&gt;
### hydrolyse van een fosfaatester in zuur milieu&lt;br /&gt;
## Bespreek kort het verschil in reactiviteit van mono-, di-, en tri-alkylfosfaatesters bij hydrolyse in basisch milieu&lt;br /&gt;
## In de glycolyse komt energie vrij bij het hysrolyseren van het acylfosfaat 1,3-difosfoglycerinezuur dat wordt gebruikt om ADP om te zetten in ATP. Voor de vorming van acetyl-CoA uit acetylfosfaat (ook een acylfosfaat) is ATP nodig. Bespreek kort deze schijnbare tegenstrijdigheid.&lt;br /&gt;
# Stereochemie&lt;br /&gt;
## Geef de Haworthprojectie van beta-L-arabinopyranose&lt;br /&gt;
## Geef de absolute configuratie van C2 en C4 en duid nummering aan&lt;br /&gt;
## Wat zijn de oxidatietrappen van C1 en C3?&lt;br /&gt;
## Geef de (stabielste) Newmanprojectie van het conformeer volgens de C3-C4 as&lt;br /&gt;
## Hoeveel 1,3-diaxiale repulsies komen ervoor in dit molecule? Maak een tekening die dit duidelijk weergeeft&lt;br /&gt;
# Aminozuren&lt;br /&gt;
## Onder welke vormen komen glutaminezuur en tryptofaan voornamelijk voor bij pH = 6,00? &lt;br /&gt;
## Waar bevinden de AZ zich na elektroforese bij deze pH? Aan de anode, kathode of ertussen?&lt;br /&gt;
## Waarom is de zijketen van tryptofaan niet basisch?&lt;br /&gt;
# Verloopt de substitutie van propaanzuur naar methylpropanoaat het best in zuur of in basisch milieu? Of kan beide? Verklaar grondig en teken het bijbehorende reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
# Vraag over reactiemechanismen zoals aangegeven op het stramien.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2022 ===&lt;br /&gt;
# 4 benzeen ringen gegeven (3 daarvan met substituenten)&lt;br /&gt;
## Reactiemechanisme uitschrijven voor een gewone benzeen tot chloorderivaat (SeAr)&lt;br /&gt;
## Rangschikken volgens reactiviteit, grensstructuren tekenen en substituenteffecten verklaren.&lt;br /&gt;
## Van de 4 chloorderivaten de IUPAC-naam geven en eindstructuur tekenen &lt;br /&gt;
# Geef de retro-aldolreactie bij de glycolyse&lt;br /&gt;
# Oefening op suikers (je kreeg een cyclisch suiker)&lt;br /&gt;
## Teken de fisher en de Newman projectie&lt;br /&gt;
## Geef het oxidatie getal van 2 C en zeg of het R of S is&lt;br /&gt;
## Geef de naam van het suiker&lt;br /&gt;
## Leg de begrippen epimeer en anomeer uit en teken deze vormen van dit suiker&lt;br /&gt;
# Oefening op aminozuren&lt;br /&gt;
## Je kreeg 2 aminozuren bij een bepaalde pH en je moest zeggen als dit een goede pH was om een elektroforese te doen, indien dit niet zo was moest je uitleggen waarom en een betere pH waarde geven.&lt;br /&gt;
# Je kreeg 4 verbindingen en je moest zeggen welke een kleurreactie (oranje/groen) zouden geven&lt;br /&gt;
## Alcoholtest -&amp;gt; oxidatie van alcoholen tot ketonen of carbonzuren uitleggen&lt;br /&gt;
# Oefening op reactiemechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 augustus 2021===&lt;br /&gt;
# 4 moleculen gegeven waarop het gaat reageren met HCl&lt;br /&gt;
## werk reactiemechanisme uit voor 1 van de moleculen&lt;br /&gt;
## Rangschik volgens afnemende reactiviteit&lt;br /&gt;
## Geef reactieproducten van alle moleculen en geef IUPAC naam voor 2&lt;br /&gt;
# geef reactiemechanisme van de deanimatie van glutamine&lt;br /&gt;
# L-xylulose, Bepaal R/S configuratie &lt;br /&gt;
## Teken stabielste Fischer en Newman voor de C3-C4-as&lt;br /&gt;
### ???&lt;br /&gt;
# Voor welk van deze 3 producten kan niet een aldolcondensatie ondergaan? Leg uit waarom niet en geef de reagentia wanneer het wel gaat.&lt;br /&gt;
##de reactiemechanisme invullen: onbrekende reagentia en product&lt;br /&gt;
### een stof gegeven met de reagentia, welke reactiemechanisme en schrijf uit&lt;br /&gt;
#titratie van asparagine met NaOH: berekenen de pH bij toevoeging van 100ml en 200ml NaOH; &lt;br /&gt;
##waarom heeft asparagine geen basische eigenschap zoals lysine. Geef ook de structuren&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 augustus 2020===&lt;br /&gt;
#4 moleculen gegeven waarop nucleofiele substitutie gebeurt met natriummethoxide&lt;br /&gt;
## werk reactiemechanisme uit voor 1 van de moleculen&lt;br /&gt;
## Rangschik volgens afnemende reactiviteit&lt;br /&gt;
## Geef reactieproducten van alle moleculen en geef IUPAC naam voor 2&lt;br /&gt;
# Geef het mechanisme van decarboxylering van beta-ketocarbonzuren en leg uit. Geef een voorbeeld van een analoog mechanisme in de biologie en leg uit. &lt;br /&gt;
# Voor welk van deze 4 producten kan er een aldolcondensatie zijn opgetreden? Leg uit waarom niet en geef de reagentia wanneer het wel gaat.&lt;br /&gt;
# Oefening op aminozuren en bepalen welke vorm er voorkomt bij een bepaalde pH en als je een gelelektroforese doet welke waar dan voorkomt, az zijn tryptofaan en glutaminezuur&lt;br /&gt;
# Oefening op suiker: welke suiker is dit? Geef stabielste newmann vorm in C3-C4 formatie, R of S van C2 en C5, teken epimeer dat geen anomeer is&lt;br /&gt;
#oefeningen op reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2020===&lt;br /&gt;
#4 moleculen (esters) gegeven, waarop nucleofiele substitutie gebeurt &lt;br /&gt;
## Werk het reactiemechanisme voor één van de moleculen volledig uit. (methylethanoaat)&lt;br /&gt;
## Rangschik volgens afnemende reactiviteit dmv substituenteffecten&lt;br /&gt;
## Geef de reactieproducten van alle moleculen en geef hun IUPAC naam&lt;br /&gt;
#Leg de synthese van peptiden uit met dicyclohexylcarbodiimide. Welke voorzorgsmaatregel moet genomen worden om selectief een peptide te vormen? Geef een voorbeeld.&lt;br /&gt;
#Voor welke van volgenden bestaat er een mesovorm, teken deze en leg uit wat mesovorm is. (1-butanol, butaan2,3diol, butaan-1,2,3-triol, butaan-1,2,3,4-tetraol)&lt;br /&gt;
#Oefening op aminozuren: &lt;br /&gt;
## Waarom heeft proline een hogere pKa&#039; dan alanine + teken deze aminozuren&lt;br /&gt;
## Welke vorm van alanine komt het meest voor bij toevoegen van 150 mL? Bereken deze pH.&lt;br /&gt;
#Oefening op suikers: suiker gegeven &lt;br /&gt;
## Geef IUPAC naam&lt;br /&gt;
## Bepaal R/S configuratie voor C2 en C5&lt;br /&gt;
## Teken stabielste Fischer en Newman voor de C3-C4-as&lt;br /&gt;
## ?&lt;br /&gt;
#Vul reactie aan (reactieproducten, reagentia). Geef reactietype en eindproduct. Geef reactietype, eindproduct en reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2020 (16u)===&lt;br /&gt;
#4 moleculen gegeven: E1 reactie van HCl: mechanisme geven, reactieproducten tekenen en benoemen&lt;br /&gt;
#Bespreek de oxidatieve deaminering van glutaminezuur met de nodige coënzymen/cofactoren. Geef het reactiemechanisme van de tweede stap zonder enzymen.&lt;br /&gt;
#Een molecule gegeven in stoelvorm (geen suiker): teken de fisherprojecties van alle stereomeren, teken newmann projectie van 1 op c2-c3 in stabielste vorm en zeg S of R config, welke zijn enantiomeren, diastereomeren, is er een mesovorm? En leg de begrippen kort uit. Geef oxidatietrap van aangeduide koolstofatoom.&lt;br /&gt;
#lysine en valine tekenen en IP berekenen, waarom is de pkr van lysine groter dan de pka&#039; van valine?&lt;br /&gt;
#Wat zijn de product(en) die worden gevormd als E-2-hepteen en dichloor reageren?&lt;br /&gt;
##2s,3s 2-dichloorhepteen&lt;br /&gt;
##2s,3r&lt;br /&gt;
##2r,3s&lt;br /&gt;
##2r,3r&lt;br /&gt;
#Oefeningen op reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2020 (16u)===&lt;br /&gt;
#4 moleculen gegeven, waarop elektrofiele additie van water in zuur milieu gebeurt&lt;br /&gt;
## Werk het reactiemechanisme voor één van de moleculen volledig uit.&lt;br /&gt;
## Rangschik volgens afnemende reactiviteit&lt;br /&gt;
## Geef de reactieproducten van alle moleculen en geef hun IUPAC naam&lt;br /&gt;
#Waarom kunnen alcoholen niet gemakkelijk een SN-reactie ondergaan? Geef 2 voorbeelden van een SN-reactie van een alcohol, schrijf het mechanisme. Reageert fenol op dezelfde manier? Teken en leg uit. Hoe kunnen SN-reacties van alcoholen mogelijk gemaakt worden in biologische systemen?&lt;br /&gt;
#Oefening op suikers en stereochemie:&lt;br /&gt;
## Geef de Haworth-projectie van bèta-L-gulofuranose&lt;br /&gt;
## Teken het enantiomeer van deze molecule en benoem het.&lt;br /&gt;
## Configuratie (R/S) van C2 en C5 bepalen + oxidatietrap geven&lt;br /&gt;
## Stabielste Newman-conformatie langs C4-C5 as&lt;br /&gt;
#Oefening op aminozuren:&lt;br /&gt;
## D-vorm van tyrosine en alanine tekenen en conformatie geven.&lt;br /&gt;
## Oefening op pH berekenen&lt;br /&gt;
# Gegeven een staal met één onbekende suiker. Na het uitvoeren van een Fehlingstest zie je een roodbruine neerslag ontstaan. Aantal suikers gegeven, aanduiden welke het mogelijk kan zijn. Leg uit wat deze test precies en verklaar je keuze.&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan (reactieproducten, reagentia). Geef reactietype en eindproduct. Geef reactietype, eindproduct en reactiemechanisme. Eerste was zuurgekatalyseerde estervorming. Tweede eliminatie van water. Derde aldolcondensatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===7 juni 2020===&lt;br /&gt;
#4 moleculen gegeven waarop een Sn1 wordt gedaan met ammoniak&lt;br /&gt;
## Werk het reactiemechanisme voor de eerste molecule uit&lt;br /&gt;
## Welk molecule reageert het snelst? Leg uit adhv substituenteffecten&lt;br /&gt;
## Geef de reactieproducten van de andere 3 moleculen en ook de IUPAC naam&lt;br /&gt;
#Geef de retro-aldolreactie bij de glycolyse&lt;br /&gt;
## Wat is de katalysator en waarom gaat de retro-aldolreactie niet bij glucose?&lt;br /&gt;
#Gegeven een benzeenring met daarop een nitrogroep en alkylgroep. Gebeurd er eerst alkylering of nitrering? Gebruik in je uitleg grensstructuren&lt;br /&gt;
#Oefening op molecule dat geen suiker was! Maar je moest R/S bepalen, Fischer schrijven, Newmann projectie, en diastereomeren en enantiomeren aanduiden (+ kort uitleggen wat dat betekend)&lt;br /&gt;
#Oefening op aminozuren en bepalen welke vorm er voorkomt bij een bepaalde pH en als je een gelelektroforese doet welke waar dan voorkomt (zoals in de oefenzitting gewoon)&lt;br /&gt;
#standaard oefening die er elk jaar is met reacties aanvullen enzo&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2019 (namiddag)===&lt;br /&gt;
#4 moleculen (ester, ester met halogeen, anhydride, amide) waarop de nucleofiele substitutie van water in basische omgeving wordt uitgevoerd. &lt;br /&gt;
##Werk het reactiemechanisme uit voor het ester.&lt;br /&gt;
##Rangschik volgens afnemende reactiviteit.&lt;br /&gt;
##Geef de naam en structuur van beide reactieproducten.&lt;br /&gt;
#Bespreek de oxidatieve deaminering van glutaminezuur met de nodige coënzymen/cofactoren. Geef het reactiemechanisme van de tweede stap zonder enzymen.&lt;br /&gt;
#Oefening op suikers.&lt;br /&gt;
##Bespreek de R/S configuratie van de chirale centra van D-xylose. &lt;br /&gt;
##Is D-xylose een aldose of ketose? &lt;br /&gt;
##Geef de stabielste Newman-projectie op C3-C4.&lt;br /&gt;
##Bepaal de oxidatietrap van C1 en C5.&lt;br /&gt;
##Maak van L-xylose beta-L-xylose. &lt;br /&gt;
##Welk reactietype is de ringsluiting van suikers? Welke katalysator wordt vaak gebruikt? &lt;br /&gt;
##Geef het anomeer van beta-L-xylose. Is dit ook een enantiomeer?&lt;br /&gt;
#Oefening op aminozuren.&lt;br /&gt;
##Geef de 2R,3R configuratie van isoleucine. &lt;br /&gt;
##Wat is de pH van 100 ml isoleucine (0.1M) na toevoeging van 150 ml NaOH (0.1 M)? &lt;br /&gt;
##Waarom heeft glutamine een lagere pKa dan isoleucine? &lt;br /&gt;
#Waarom wordt het reactie-evenwicht bij de Claisencondensatie van ethyl-2-methylpropanoaat met ethoxide niet naar rechts getrokken (in tegenstelling tot andere Claisencondensaties)?&lt;br /&gt;
#Vul reactie aan (reactieproducten, reagentia). Geef reactietype en eindproduct. Geef reactietype, eindproduct en reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2019 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
#4 moleculen met dubbele bindingen gegeven waarop elektrofiele additie gebeurt&lt;br /&gt;
##van 1 reactiemechanisme uitwerken&lt;br /&gt;
##rangschikken volgens reactiviteit door middel van substituenteffecten&lt;br /&gt;
##eindproducten geven + IUPAC naam geven&lt;br /&gt;
#vetzuursynthese uitleggen met coënzymen erbij&lt;br /&gt;
##uitleggen waarom je malonycoa nodig hebt en wat de gelijkenis ervan is met claisen-condensatie&lt;br /&gt;
#molecule gegeven: menthol&lt;br /&gt;
##chirale c aanduiden, hoeveel stereo-isomeren, R/S van chirale c, geef stabielste configuratie, geef diastereoisomeer dat epimeer is, enantiomeer geven, stabielste configuratie van enantiomeer geven, je krijgt een paar newmanprojecties waarvan je moet zeggen welke de juiste is, oxidatiegetal van aangeduide c geven&lt;br /&gt;
#geef 3D structuur van R glutaminezuur&lt;br /&gt;
##is deze D of L?&lt;br /&gt;
##welke vorm(en) komt er vooral voor op ph 8,8&lt;br /&gt;
##uitleggen waarom N in de R groep niet basisch is en die van lysine (ook tekenen) wel&lt;br /&gt;
#je krijgt een benzeenring waarop een de ene kant een ch3 hangt en op de tegenovergestelde kant een acylgroep, je moet uitleggen via grensstructuren wat het juiste antwoord is&lt;br /&gt;
##eerst alkyleren, dan acyleren&lt;br /&gt;
##eerst acyleren, dan alkyleren&lt;br /&gt;
##volgorde maakt niet uit, maar acyleren is trager&lt;br /&gt;
##volgorde maakt niet uit, maar alkyleren is trager&lt;br /&gt;
#je krijgt een reactie waarvan je de reagentia en reactieproducten er nog moet bij zetten&lt;br /&gt;
##reactie is eerst een eliminatie en dan een additie&lt;br /&gt;
#je krijgt een cyclisch carbonzuur en dit gaat reageren amine, geef de reactieproducten in skeletnotatie en zeg wel reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#een cycloalkaan waar een broom aanhangt gaat reageren met naoh, geef het reactieproduct(en) en zeggen welk reactiemechanisme het is en ook het reactiemechanisme uitschrijven&lt;br /&gt;
===14 juni 2019 (namiddag)===&lt;br /&gt;
# 4 benzeen ringen gegeven (3 daarvan met substituenten)&lt;br /&gt;
## Reactiemechanisme uitschrijven voor een gewone benzeen tot chloorderivaat (SeAr)&lt;br /&gt;
## Rangschikken volgens reactiviteit, grensstructuren tekenen en substituenteffecten verklaren.&lt;br /&gt;
## Van de 4 chloorderivaten de IUPAC-naam geven en eindstructuur tekenen &lt;br /&gt;
# De glycolyse genereert op 2 plaatsen ATP en de Krebs-cyclus op 1 plaats. Teken de reagens en het product van de reacties. Leg uit waarom de moleculen energie genereert.&lt;br /&gt;
# Suiker oefening met L-Talose tot alfa-L-talose, Wat is de katalysator?, Reactietype?, Enantiomeer, Stabielste Newman-projectie (C4 en C5), R/S-Configuratie op C2 en C3, Oxidatietrap van C1.&lt;br /&gt;
# Isoelektrisch punt van Arginine en Glycine berekenen, pH van een 0,1M 100ml Arginine oplossing na toevoegen van 200ml 0,1 NaOH, L-configuratie van Arginine tekenen, is het een S/R configuratie?&lt;br /&gt;
# Gegeven: Tetracycline. Het molecule heeft 2 pKa en 1 pKb . Zoek de groepen die hiervoor zorgen en verklaar je keuze.&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan (reactieproducten), geef reactietype en eindproduct, geeft reactietype eindproduct en reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2019 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
# 4 structuren gegeven: 2 broomalkanen, 1 broomalkeen en een fenylbroomalkaan&lt;br /&gt;
## Schrijf het Sn2 reactiemechisme uit voor structuur A (broomethaan) met natriumwaterstofsulfide. &lt;br /&gt;
## Rangschik de gegeven structuren volgens afnemende reactiviteit. Leg uit! &lt;br /&gt;
## Geef de IUPAC-namen van al de reactieproducten&lt;br /&gt;
# Geef de isomerisatie in de glycolyse van het glucosederivaat naar fructosederivaat. Waarom is dit basegekatalyseerd.&lt;br /&gt;
## Geef het verband tussen de Tollens- en Fehlingstest en het verband tussen Barfoed- en Benedictetest.&lt;br /&gt;
# Gegeven is een suiker in de stoelvorm&lt;br /&gt;
## Geef de volledige naam van dit suiker.&lt;br /&gt;
## Geef de Fischerprojectie van de open-ketenvorm en geef de stabielste Newmanprojectie met C3 en C4 als as.&lt;br /&gt;
## Wat is de conformatie en OT van C2 en C5?&lt;br /&gt;
## Geef het anomeer van dit suiker. Is dit ook een epimeer/diasteriomeer/enantiomeer? Leg elke term uit. &lt;br /&gt;
# Oefening op aminozuren:&lt;br /&gt;
## Waarom heeft leucine een hogere pKa dan threonine?&lt;br /&gt;
## Welke lading heeft leucine in een mengsel van ph = 9,5? Ligt het eerder aan kathode/anode/ergens in het midden bij elektroforese?&lt;br /&gt;
## Geef de 2R,3S vorm van threonine in de fischerprojectie.&lt;br /&gt;
# Welke van onderstaande structuren ondergaat gemakkelijk een decarboxylering bij een temperatuursverhoging? Zo ja, schrijf het mechanisme helemaal uit. COOH-CH2-CHOH-CH3 / COOH-CHOH-CH2-CH3 / COOH-CH2-CO-CH3 / COOH-CH2-COOH&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan (reactieproducten), geef reactietype en eindproduct, geeft reactietype eindproduct en reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2019 (namiddag)===&lt;br /&gt;
# Structuren van chloorbenzeen, anisool, benzeen en fenol zijn gegeven.&lt;br /&gt;
## Schrijf het reactiemechanisme uit van een elektrofiele substitutie van benzeen met als eindproduct een nitroderivaat.&lt;br /&gt;
## Rangschik de gegeven structuren volgens afnemende reactiviteit. Leg uit adhv substituenteffecten en teken grensstructuren indien nodig.&lt;br /&gt;
## Geef van de 4 nitroderivaten de IUPAC-naam en teken de structuur&lt;br /&gt;
# Waarom kunnen alcoholen niet gemakkelijk een SN-reactie ondergaan? Geef 2 voorbeelden van een SN-reactie van een alcohol, schrijf het mechanisme. Reageert fenol op dezelfde manier? Teken en leg uit. Hoe kunnen SN-reacties van alcoholen mogelijk gemaakt worden in biologische systemen?&lt;br /&gt;
# Gegeven: enantiomeer van een structuur. Geef R- of S-configuratie van 2 aangeduide C-atomen. Teken de ruimtelijke structuur van het molecule. Hoeveel stereo-isomeren zijn er? Teken de meest stabiele Newman-projectie. Is er een mesovorm? Indien mogelijk teken mesomere grensstructuren. Geef de oxidatietrap van 2 aangeduidde C-atomen.&lt;br /&gt;
# Bij welke pH komt het Zwitter-ion van arginine voor? Teken. Waarom is de pKa van arginine lager dan de pKa van asparaginezuur? Gegeven: 100ml volledig geprotoneerd 0,10M asparaginezuur, Wat is de pH na een titratie met 150mL 0,10M NaOH? Teken van elk vermeld aminozuur de neutrale structuur&lt;br /&gt;
# Gegeven: formaldehyde, aceetaldehyde en benzaldehyde. Welke kan een aldolcondensatie met zichzelf doen? Teken het mechanisme en verklaar waarom de andere 2 dit niet kunnen.&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan (reactieproducten), geef reactietype en eindproduct, geeft reactietype eindproduct en reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2019 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
# 4 structuren gegeven: 2 chlooralkenen, 1 chlooralkaan en 1 chloorether&lt;br /&gt;
## Schrijf het reactiemechanisme uit voor een SN1 reactie van (1 van de 2) chlooralkeen met ammoniak.&lt;br /&gt;
## Rangschik de gegeven structuren volgens afnemende reactiviteit. Leg uit adhv substituenteffecten en teken grensstructuren indien nodig.&lt;br /&gt;
## Geef van de 4 derivaten de IUPAC-naam (van de eerste 3 dus niet de ether) en teken de structuur.&lt;br /&gt;
# Geef het mechanisme van decarboxylering van beta-ketocarbonzuren en leg uit. Geef een voorbeeld van een analoog mechanisme in de biologie en leg uit.&lt;br /&gt;
#L-glucose tekenen en omzetten in alfa-L-glucofuranose. Geef enantiomeer van de structuur. Geef R- of S-configuratie van 2 aangeduide C-atomen. Hoeveel stereo-isomeren zijn er? Teken de meest stabiele Newman-projectie. Geef een diastereomeer dat ook een epimeer is. Geef de oxidatietrap van 2 aangeduidde C-atomen. Is alfa-L-glucofuranose een reduceerbare suiker?&lt;br /&gt;
# Tyrosine en serine hebben een gelijkaardige zijketen, waarom heeft tyrosine een pKr en serine niet? Gegeven: 100ml volledig geprotoneerd 0,10M tyrosine, Wat is de pH na een titratie met 300mL 0,10M NaOH? Welke vormen van serine en tyrosine komen voor bij pH 10,5? Alle vermelde AZ moeten getekend zijn in het antwoord.&lt;br /&gt;
# Gegeven: Benzeen, pyrrool en pyridine. Rangschik volgens reactiviteit voor een SeAr reactie mbv grensstructuren.&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan alkyn --?--&amp;gt; alkeen --Br2--&amp;gt; ?, geef reactietype en eindproduct: 3-fenyl-1-amino-2-propanon --OH--&amp;gt;, geeft reactietype eindproduct en reactiemechanisme: aldolcondensatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 augustus 2018===&lt;br /&gt;
# 4 gegeven alcoholen kunnen en E1 reactie ondergaan, geef de volledige reactie voor alcohol A, geef de eindproducten en de IUPAC-naam van de 4 alcoholen na de reactie. Orden volgens afnemende reactiviteit.&lt;br /&gt;
# Een vraag over de oxidatieve deaminering van glutaminezuur.&lt;br /&gt;
# Suiker in ringstructuur gegeven: geef naam &amp;amp; lineaire vorm, geef de Newman projectie (c3-c4), is c2 R/S en wat is zijn oxidatietrap, hoeveel chirale C atomen zijn er en duid aan in de cyclische vorm en lineaire vorm welke de chirale C atomen zijn, geef een diastereomeer dat geen epimeer of anomeer is van de gegeven suiker, hoe heet de reactie waarbij een lineaire vorm over kan gaan in de cyclische vorm en in welk solvent gebeurt dit.&lt;br /&gt;
# Leg het verschil in pKa tussen glutaminezuur en valine uit. Welke vorm van glutaminezuur komt er het meeste voor bij bepaalde pH. Bereken de pH van een oplossing van 100ml valine (0,1M) met 200ml base.&lt;br /&gt;
# Een SN reactie bij alcoholen moet in zuur milieu gebeuren: waarom, waarom niet met NH2 als nucleofiel, geef een alternatief voor zuur milieu bij SN reactie met alcoholen.&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan (pijltjes en reactieproducten), geef reactietype en eindproduct, geeft reactietype eindproduct en reactiemechanisme. &lt;br /&gt;
===22 juni 2018===&lt;br /&gt;
# De snelheid en reactieproducten met IUPAC-naam geven van 4 esters in basisch midden, voor 1 het mechanisme uitschrijven.&lt;br /&gt;
# Leg de synthese van peptiden uit met dicyclohexylcarbodiimide. Welke voorzorgsmaatregel moet genomen worden om selectief een peptide te vormen? Geef een voorbeeld. &lt;br /&gt;
# Geef de naam van een gegeven cyclisch suiker. Uitleggen of het R of S is. Is het een reducerende suiker? Geef de fischerprojectie. Geef de Newmanprojectie met c3-c4 als as en geef hiervan de stabielste Haworthprojectie. Geef het anomere suiker, is dit een enantiomeer, epimeer of diastereomeer en verklaar. &lt;br /&gt;
# Geef de 3D projectie van S-tryptofaan. Waarom heeft de R-groep van tryptofaan geen basische eigenschappen? Is tryptofaan vlot te scheiden van alanine met gelelektroforese? Indien ja, bij welke pH en waar zouden ze zich bevinden op de gel. Indien nee, verklaar. &lt;br /&gt;
# Waarom ondergaat pyridine gaan elektrofiele aromatische substitutie met een chlooralkeen en trichlooralluminium zoals benzeen? Schrijf de reactie uit die wel plaatsvindt en benoem deze. Nog een deelvraag....&lt;br /&gt;
# Mechanismes aanvullen en reactietypes bepalen. De eerste was een cyclisch ester waarbij je moest aangeveven dat er OH werd gebruikt zodat de ring open ging en het eindproduct in skeletnotatie. Reactie tussen een zuurchloride en een primair amine, het reactietype en producten in skeletnotatie geven. De laatste was een claisoncondensatie waarbij het mechanisme gegeven moest worden en het eindproduct in skeletnotatie. &lt;br /&gt;
===18 juni 2018===&lt;br /&gt;
# De snelheid en reactieproducten met IUPAC-naam geven van 4 benzeenderivaten bij een elektrofiele aromatisch substitutie, voor 1 het mechanisme uitschrijven&lt;br /&gt;
# Leg de afbraak van vetzuren uit en geef de coënzymen die een rol spelen, vergelijk met de vetzuursynthese en leg het verband uit tussen vetzuursynthese en de Claisencondensatie&lt;br /&gt;
# Aflatoxine is gegeven, enkele vraagjes zoals: hoeveel stereoisomeren, teken diastereomeren, r of s,heeft het molecule een mesovorm, oxidatietrappen bepalen, mesomere effecten aanduiden...&lt;br /&gt;
# Waarom heeft de NH2 groep van asparagine geen Pkr? Waar bevinden tyrosine en asparagine zich in een gelelektorforese bij pH 11? Is er mesomerie mogelijk in tyrosine, duid aan met pijlen&lt;br /&gt;
# Bespreek de stereochemie van 2 reacties&lt;br /&gt;
# mechanismes aanvullen en reactietypes bepalen&lt;br /&gt;
===14 juni 2018 ===&lt;br /&gt;
Mondeling&lt;br /&gt;
#4 stoffen vergelijken waarbij een aromatische substitutie gebeurd ter vorming van een nitroderivaat voor 1 het mechanisme uitschrijven en welke het snelste gaat verlopen en waarom. De structuur van de reactieproducten tekenen en de IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
#De volledige vetzuursynthese geven en alle enzymes en cofactoren benoemen. Zeggen waarom NADPH een goed reductans is voor de reductie van de vetzuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk&lt;br /&gt;
#Van een gegeven verbinding zeggen hoeveel stereo-isomeren er van bestaan en van ze allemaal de fisher en newman projectie (stabielste configuratie) geven. Van alle chirale atomen de R of de S configuratie toe kennen. Zeggen welke diasteriomeren en enantiomeren van elkaar zijn. Er kon makkelijk water afgesplitsd worden en zeggen waarom het een stabiel carbokation was en de hybridisatie van het koolstof atoom geven.&lt;br /&gt;
#Van threonine de titratie curve gekregen en hieruit afleiden welke volume op elk punt is toegevoegd welke vorm er het meeste voorkomt en op een bepaald punt de lading van het aminozuur bepalen. Waarom pKa van threonine lager als die van Leucine. (overal structuur van geven)&lt;br /&gt;
#4 verschillende verbindingen gekregen en zeggen welke verbinding het reactiefste is bij een nucleofiele substitutie.&lt;br /&gt;
#Oefening over mechanismes: producten geven, boven pijl aan vullen, reactietype of volledig mechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2018 ===&lt;br /&gt;
#4 stoffen vergelijken waaraan een elektrofiele additie van HBr gebeurd. Het mechanisme voor 1 v/d stoffen uitschrijven. Zeggen welke reactie het snelst gaat verlopen en waarom (eventueel aantonen door uitschrijven grensstructuren). De structuur van de reactieproducten voor de 4 stoffen geven en de IUPAC-naamgeving van twee daarvan. (mondeling)&lt;br /&gt;
#Geef het mechanisme van decarboxylering van beta-ketocarbonzuren en leg uit. Geef een voorbeeld van een analoog mechanisme in de biologie en leg uit. (mondeling)&lt;br /&gt;
#Oefening over ringsluiting van een suiker, aanduiden asymmetrische koolstoffen, D omzetten in L, een epimeer en anomeer geven, R-S configuratie voor 1 C geven, meest stabiele conformatie over as tussen twee C&#039;s weergeven in Newmann. (schriftelijk)&lt;br /&gt;
#Oefening over aminozuren. 3D weergave van S-proline weergeven. Zeggen waarom pKa&#039; van proline hoger ligt dan van valine. Geven onder welke vorm valine voorkomt bij pH 2.2 en waarom. &lt;br /&gt;
#Oefening over reactie H2SO4 onder temperatuurstijging en een alcohol. Hier gaat eliminatie gebeuren. De twee mogelijke reactieproducten worden gegeven en er wordt gezegd welke het meest gaat voorkomen. Vervolgens wordt gevraagd aan welke regel er hier niet wordt voldaan en waarom. (Regel van Zaitsev wordt niet voldaan, de minst gesubstitueerde alkeen gaat gevormd worden, komt door verschillende reactiemechanisme voor eliminatie van alcohol met H2SO4, schrijf hiertoe mechanismen uit dan wordt het duidelijk)&lt;br /&gt;
#oefening over mechanismen (aanvullen, producten geven of volledig mechanisme uitschrijven)&lt;br /&gt;
=== 7 september 2017 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
# 4 stoffen (ketonen) gegeven waarop een nucleofiele additie van methylamine gebeurt. schrijf het mechanisme voor stof A, geef de stoffen in afnemende reactiviteit en de UIPAC naam van alle stoffen met structuur.&lt;br /&gt;
# vergelijk de hydrolyse van carbonzuuresters en fosfaatesters in base en de hydrolyse van fosfaatesters in zuur. vergelijk de hydrolysesnelheid van mono-, di- en trialkylfosfaten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#De pKr van glutaminezuur is groter dan die van asparaginezuur, verklaar. titratie van glutaminezuur met NaOH, bereken de pH als er 250ml base werd toegevoegd. welke vorm van asparaginezuur is meer aanwezig bij pH 2.2.&lt;br /&gt;
#welk product word gevormd bij de reactie van Z-2-penteen met dibroom (S,R).&lt;br /&gt;
#reacties aanvullen, skeletnotatie, reactietype, reactiemechanisme,...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===29 augustus 2017 (namiddag) - Mario Smet===&lt;br /&gt;
Mondeling&lt;br /&gt;
#4 stoffen zijn gegeven: een buteen, een butadieen, een fenyletheen, en een furyletheen. Voer een elektrofiele additie van water uit in zuur milieu: schrijf het reactiemechanisme compleet uit voor stof A + welke stof is het reactiefste leg uit adhv substituenteffecten + geef alle gevormde producten en hun IUPAC namen.&lt;br /&gt;
#Methionine wordt gebruikt bij de methylering in het lichaam maar moet eerst geactiveerd worden. Geef mechanisme van activering, mechanisme van methylering, geef biologisch voorbeeld van methylering + Mosterdgas is sterk alkylerend, waarom? En waarom zijn sterk alkylerende stoffen uiterst toxisch?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk&lt;br /&gt;
#oefeningen op koolhydraten: L-arabinose omvormen naar beta-L-arabinofuranose, hoe noemt deze reactie en welk type reactie is dit?, geef een anomeer van de beta vorm is dit een enantiomeer?, geef een diastereomeer dat geen epimeer is, is deze suiker reducerend?, newman projectie van meest stabiele configuratie bekeken vanaf C2 en C3, geef de absolute configuratie en oxidatietrap van C2 en C4,...)&lt;br /&gt;
#oefening op AZ: arginine, welke vorm heeft dit bij pH12.5 en waarom? Welk stikstofatoom is het meest basisch en waarom? valine, geef S configuratie (beiden dus structuur vanbuiten kennen)&lt;br /&gt;
#methyl-2-methylpropanoaat ondergaat een claisencondensatie in oplossing met methoxide. In tegenstelling tot andere claisencondensaties wordt het reactiemechanisme NIET naar rechts getrokken, waarom?&lt;br /&gt;
#3 verschillende reacties, verschillende zaken aanvullen telkens (mechanisme, welk type reactie, reactieproduct, reagentia,...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2017 (voormiddag) - Mario Smet===&lt;br /&gt;
Mondeling&lt;br /&gt;
#halogeenalkaan ondergaat een E1 + toelichten zaitsev&lt;br /&gt;
#vier moleculen ondergaan een E; welke is het reactiefst? Leg uit mbhv substituenteffecten + resonantievormen tekenen (indien nuttig)&lt;br /&gt;
#Waarom kan op een alcohol NIET goed een Sn uitgevoerd worden? (OH- is niet stabiel)&lt;br /&gt;
#2 voorbeelden geven hoe dat wel kan + werkt dit ook voor fenol? (protoneren of fosfaatgroep toevoegen)&lt;br /&gt;
#Voorbeeld geven van een nucleofiele substitutie van een alcohol in biologische systemen (acetaalvorming v/e reducerende suiker met methanol)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk&lt;br /&gt;
#oefeningen op koolhydraten (R/S; anomeer, epimeer, haworth en newman projecties&lt;br /&gt;
#oefeningen op reactiemechanismen (fiederlkraftsalkylering, nucleofiele acylsubstietutie)&lt;br /&gt;
#oefening op AZ (2 tekenen, titratie-oef, pKa vergelijken)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 Juni 2017 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Elektrofiele additie reactiemechanisme schrijven (regel markovnikov)&lt;br /&gt;
#4 moleculen bepalen welke het snelst aan een Ae doet (grensstructuren, inductieve effecten)&lt;br /&gt;
#naamgeving van enkele producten na de Ae&lt;br /&gt;
#isomerisatie in glycolyse van glucose-6-fosfaat naar fructose-6-fosfaat en uitleggen waarom dit base gekatalyseerd is&lt;br /&gt;
#verband uitleggen met Fehling&#039;s/ Tollen en Barfoed&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#gegeven moleculen Menthol aantal stereochemische oefeningen oplossen (R/S, diasteromeren, enantiomeren, newman...)&lt;br /&gt;
#oefening op AZ op papierelektroforese (waar komt elk AZ bij bepaalde ph)&lt;br /&gt;
#aceton+ methylanime wordt imine bij ph=7 laat zien&lt;br /&gt;
#enkele reactiemechanisme aanvullen of tekenen ( Nitrering, estercondensatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2017 (voormiddag) SINDS 2017 GEGEVEN DOOR MARIO SMET===&lt;br /&gt;
#op 4 structuren Sn1 toepassen en verklaren welke het meest reactief is + resomere vormen geven + naamgeving...&lt;br /&gt;
#retro aldolcondensatie bij glycolyse en zeggen hoe het katalytisch effect tot stand kwam&lt;br /&gt;
#een oefenig op suikers, op aminozuren en 3 reactiemechanismes&lt;br /&gt;
#vertellen hoe een alcohol test werkt met chroomzuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===9 juni 2016===&lt;br /&gt;
#beckman omlegging&lt;br /&gt;
#edman degradatie&lt;br /&gt;
#biosynthese geraniol en limoleen&lt;br /&gt;
#structuren = S.A.M &amp;amp; biotione&lt;br /&gt;
#naamgeving + 2 mechanismes&lt;br /&gt;
#oefening ivm stereochemie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===8 juni 2016===&lt;br /&gt;
#synthese vn peptiden&lt;br /&gt;
#hydrolyse, omestering en reductie van esters&lt;br /&gt;
#cannizaro reactie&lt;br /&gt;
#structuren: -2-isopentenylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#Trans decaline&lt;br /&gt;
#oef over suikers(suiker bepalen, chirale C&#039;s, newman projectie..)&lt;br /&gt;
#reactiemechanismen en naamgeving&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 juni 2016===&lt;br /&gt;
#Aldolcondensatie en waardat deze terugkomt in de glycolyse&lt;br /&gt;
#reactiviteit bij de substitutie reacties van benzeen, tolueen en pyridine vergelijken&lt;br /&gt;
#-verschil tussen reducerende suikers en nietreducerende suikers&lt;br /&gt;
#structuur van acetyl-choline en palitine&lt;br /&gt;
#pH van aminozuren bij een titratie&lt;br /&gt;
#reactimechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# Claisen condensatie + verband met afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van geconcentreerd zwavelzuur met:&lt;br /&gt;
#* Alkeen&lt;br /&gt;
#* Alcohol&lt;br /&gt;
#* Aromaat&lt;br /&gt;
# acetylcholine en fructose 6 fosfaat tekenen, optische zuiverheid uitleggen. &lt;br /&gt;
#Oefeningen over aminozuren (of glutamine en threonine te scheiden waren met elektroforese) fischer, newmann, stereo isomeren erover. &lt;br /&gt;
#En dan twee reacties natuurlijk&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2015 ( namiddag ) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg de reacties met benzeen uit en ook die van purine en fenol.&lt;br /&gt;
# Bespreek de hydrolyse en omestering van vetzuren in zuur en basisch milieu. Leg hierbij ook het broomgetal en verzepingsgetal uit.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Naamgeving ( c-AMP en mannose)&lt;br /&gt;
# Leg uit si en re&lt;br /&gt;
# Een hele lang oefening vergelijkbaar met de oefeningen van de oefenzitting ( verschil tussen D en L, chirale C, reacties, ...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2015 ( voormiddag ) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
mondeling:&lt;br /&gt;
#Aminen en halogeenalkanen &lt;br /&gt;
#Aminen en salpeterigzuur&lt;br /&gt;
#Laboratorium peptidesynthese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
#structuren&lt;br /&gt;
#*Limoneen&lt;br /&gt;
#*Sorbitol&lt;br /&gt;
#stereochemie+ reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#*aldolcondensatie&lt;br /&gt;
#leg uit:&lt;br /&gt;
#*reducerende en niet-reducerende suikers&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2015===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
mondeling:&lt;br /&gt;
#Wat is &#039;&#039;mutarotatie&#039;&#039;? Leg dit uit a.h.v glucose en fructose.&lt;br /&gt;
#Leg uit:&lt;br /&gt;
#* Fisher-verestering&lt;br /&gt;
#* Beckmann-omslag. Je moet ook weten hoe H2O addeert. Hij vraagt hoe je aan een oximen kunt komen. &lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC &lt;br /&gt;
#structuren&lt;br /&gt;
#*citroenzuur&lt;br /&gt;
#*ninhydrine&lt;br /&gt;
#structuur observeren&lt;br /&gt;
#* chirale C-atomen aanduiden&lt;br /&gt;
#* OG van aangeduid atoom geven&lt;br /&gt;
#* vermelden welke N in de molecule het stabielste is.&lt;br /&gt;
#* vermelden hoeveel stereo-isomeren er gevormd kunnen worden.&lt;br /&gt;
#* Ã©Ã©n stereomeer tekenen dat geen enantiomeer is.&lt;br /&gt;
#* oefening op pH-waarden binnen titraties. ( &#039;&#039;deze bij 200 mL als de molecule volledig geprotoneerd is&#039;&#039; )&lt;br /&gt;
#wat is &#039;&#039;fosforyleringspotentiaal&#039;&#039;? Leg uit.&lt;br /&gt;
#2 structuren gegeven. &lt;br /&gt;
#*Van elk de/het reactieproduct(en) geven en hiervan de juiste skeletnotatie. &lt;br /&gt;
#*Geef van Ã©Ã©n van de 2 tructuren het reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 juni 2014===&lt;br /&gt;
#Bespreek de reacties met alkenen (waterstof halogenen en perzuren)&lt;br /&gt;
#Iupac&lt;br /&gt;
#Bespreek reducerende suikers&lt;br /&gt;
#Peridoxalfosfaat en acetylcholine&lt;br /&gt;
#Stereochemie&lt;br /&gt;
#Reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 augustus 2013===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reactie kan D-mannose in een basisch milieu ondergaan?&lt;br /&gt;
# Leg de biosynthese van vetzuren uit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC&lt;br /&gt;
# Structuren: tBOC en ninhydrine&lt;br /&gt;
# Fosforylerings-potentiaal&lt;br /&gt;
# Random oefening&lt;br /&gt;
# Reacties: Ester+Amide en Alcohol+Zuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2013 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de elektrofiele en nucleofiele substitutie bij benzeen en pyridine.&lt;br /&gt;
# Bespreek eliminatiereacties bij halogeenalkanen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC.&lt;br /&gt;
# Structuur van glucaarzuur en tosylchloride.&lt;br /&gt;
# Leg optische zuiverheid uit.&lt;br /&gt;
# Tryptofaan: chirale koolstoffen, alle stereo-isomeren tekenen in Fischer en Newman, R/S bepalen.&lt;br /&gt;
# Reacties: Nucleofiele substitutie halogeenalkaan en Fischer estersynthese.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
#decarboxylatie alpha-aminozuur en decarboxylatie alpha-ketocarbonzuur&lt;br /&gt;
# amine + halogeenalkaan/salpeterigzuur&lt;br /&gt;
# iupac&lt;br /&gt;
# structuur beta-maltose en geranylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
# dean-stark&lt;br /&gt;
# molecule: chirale centra, R/S, enantiomere/diastereomere/epimeren/anomeren, oxidatie, welke OH zuurste?&lt;br /&gt;
# reactie aldehyd + OH/H2o, tetrahydropyraan met HI&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2013 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg de methoden uit om de volgorde van aminozuren in een peptide te achterhalen&lt;br /&gt;
# Leg uit: Halfacetaal- en acetaalvorming en pas toe op de vorming van beta-D-glucopyranose en methyl-beta-D-glucopyranoside&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Leg biodiesel uit&lt;br /&gt;
# Geef de structuur van limoneen en citroenzuur&lt;br /&gt;
# IUPAC-naamgeving&lt;br /&gt;
# Molecule gegeven: &lt;br /&gt;
#* Geef alle chirale C-atomen + R/S nomenclatuur&lt;br /&gt;
#* Newman projectie geven van bepaalde as&lt;br /&gt;
#* Is de stikstof erin basisch (verklaar met substituenteffecten)&lt;br /&gt;
#* Teken een stereomeer die geen epimeer is&lt;br /&gt;
# Reacties waarvan 1 uitwerken:&lt;br /&gt;
#* Sn1 van een alkaan met een broom erin&lt;br /&gt;
#* Claisen condensatie van een ester&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#bespreek reactie alkenen met perzuren, halogenen en H2.&lt;br /&gt;
#bespreek decarboxylatie van carbonzuren, pas toe op vb uit citroenzuurcyclus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#bespreek: reducerend/niet reducerend suiker&lt;br /&gt;
#molecules tekenen: biotine en SAM&lt;br /&gt;
#iupac naam&lt;br /&gt;
#chirale C: OT, R of S aangeven, diasteromeren van een AZ en fisher+newman&lt;br /&gt;
#oefening met ph berekening met titratie&lt;br /&gt;
#uitleggen waarom pka van 1 lager is dan een ander AZ&lt;br /&gt;
#2 ractiemechanismen geven, Ã©Ã©n ervan uitschrijven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# mutarotatie volledig uitleggen en illustreren voor D-fructose en D-glucose&lt;br /&gt;
# Joodgetal, verzepingsgetal, Hydrolyse en omestering (zuur en basisch) voor olie en vetten. (met TEKENINGEN van ELK mechanisme)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# fosforyleringspotentaal&lt;br /&gt;
# 2 mechanismes waarvan ge het mechanisme en het eindproduct moet geven en eentje moet ge tekenen (naar keuze).&lt;br /&gt;
# structuur gegeven: &lt;br /&gt;
#* geef alle chirale C-atomen &lt;br /&gt;
#* Stereo isomeren &lt;br /&gt;
#* R en S geven van de chirale C-atomen in de stereo isomeren &lt;br /&gt;
#* Zeggen of de dubbele bindingen E of Z zijn &lt;br /&gt;
#* bepaal oxidatiegetal van het aangeduide punt &lt;br /&gt;
#* verklaar waarom een stof hogere pka heeft als die gegeven is&lt;br /&gt;
# er is nog eentje maar die weet ik niet meer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling: &lt;br /&gt;
#synthese van peptiden in het labo&lt;br /&gt;
#de hydrolysereactie van esters en fosfaatesters&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk: &lt;br /&gt;
#iupac naam&lt;br /&gt;
#structuur van : cAMP en alpha keto glutaarzuur&lt;br /&gt;
#leg de Beckman omlegging uit&lt;br /&gt;
#suikers (ge krijgt een blad me alle suikers op) wij hadden xylulose&lt;br /&gt;
#* bepaal de absolute configuratie van alle chirale C-atomen&lt;br /&gt;
#*teken de meest stabiele open ketenvorm in een speciale projectie, kweet nimeer welke, volgens de C3-C4 as&lt;br /&gt;
#*bepaal het oxidatiegetal van C2&lt;br /&gt;
#*teken de overgang van L - xylulose naar L alpha xylulopentose&lt;br /&gt;
#*teken het anomeer van L alpha xylulopentose&lt;br /&gt;
#*welke soort reactie treed op bij een ringsluiting en welk soort katalysator bevordert dit proces&lt;br /&gt;
#dan nog twee reacties, waarvan ge een volledig moet uitwerken en van beide reacties moet ge het reactietype geven en reactieproduct(en)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2013 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#bespreek de claisencondensatie en bespreek het verband met de afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
#beschrijf de biosynthese van geraniol en limoneen(monoterpenen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#Bespreek de regel van Huckel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2012 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling: &lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van monoterpenen: geraniol (molecule krijg je) en limoneen (structuur wel kennen)&lt;br /&gt;
# Bespreek de aldolcondensatie en geef het verband met de glycolyse&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk: &lt;br /&gt;
# IUPAC naam geven&lt;br /&gt;
# structuren van acetylcholine en citroenzuur&lt;br /&gt;
# uitleggen wat reducerende en niet reducerende suikers zijn&lt;br /&gt;
# oefening met molecule met fenolen enz aan: fisherprojecties geven van de isomeren en ook de R/S en newmanprojecties van de stabielste moleculen.&lt;br /&gt;
# reactiemechanismes aanvullen: nucleofiele additie van H2SO4 aan alkeen en zuurgekatalyseerde claisencondensatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2012 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# bespreek de nucleofiele reacties van carbonylgroep en additie met H20 en alcohol&lt;br /&gt;
# Bespreek ninhydrine reactie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# ne iupac&lt;br /&gt;
# Limoneen en fosfoënolpyruvaat tekenen&lt;br /&gt;
# Bespreek optische zuiverheid&lt;br /&gt;
# oefening met suiker ( bij ons was die suiker L-tagatose dachtek) ma ge krijgt een blad om hem te herkennen (naam geven, fisher tekenen, R/S, een diastereomeer geven dat geen epimeer en geen anomeer is, + waarom suikercyclisatie zuur gekatalyseerd, en dan nog iets ma da wetek ni meer)&lt;br /&gt;
# 2 structuren ( 1 was zo cyclisch ether da met HI reageert )&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 juni 2011===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Labosynthese van peptiden&lt;br /&gt;
#Eliminatiereacties bij halogeenalkanen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPD-naam&lt;br /&gt;
#structuren:&lt;br /&gt;
#*Nylon-66&lt;br /&gt;
#*Palmitinezuur&lt;br /&gt;
#Leg uit: Dean Stark opstelling&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===24 Juni 2011 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Ninhydrinereactie&lt;br /&gt;
#bespreek reacties van amiden met halogeenalkanen en salpeterigzuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC-naam&lt;br /&gt;
#Structuren:&lt;br /&gt;
#*c-AMP&lt;br /&gt;
#*Sorbitol&lt;br /&gt;
#Leg uit: Cannizzaro-reactie&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#2 reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===24 Juni 2011 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Bio-synthese van vetzuren en het verband met de Claisencondensatie&lt;br /&gt;
#reacties van alkenen met waterstof, halogenen en perzuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC-naam&lt;br /&gt;
#structuren:&lt;br /&gt;
#*ATP&lt;br /&gt;
#*citroenzuur&lt;br /&gt;
#Leg uit: Diazokoppelingsreactie&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#2 reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===16 Juni 2011===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Leg uit: acetaal- en halfacetaalvorming.&lt;br /&gt;
#Reacties van anorganische zuren met alkenen en alkynen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC-naam&lt;br /&gt;
#structuren:&lt;br /&gt;
#*limoneen&lt;br /&gt;
#*D-mannose&lt;br /&gt;
#leg uit: Kolbe-Schmitt reactie&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#2 reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===23 augustus 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Ninhydrinereactie&lt;br /&gt;
# Welke reacties kan D-fructose in base ondergaan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren:&lt;br /&gt;
#* Pyridoxalfosfaat&lt;br /&gt;
#* SAM&lt;br /&gt;
# leg uit: Biodiesel&lt;br /&gt;
# stereochemie&lt;br /&gt;
# twee reactiemechanismen:&lt;br /&gt;
#* keton met alcohol&lt;br /&gt;
#* amide in water (zuurgekatalyseerd)&lt;br /&gt;
===18 juni 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Reactie van anorganische zuren met alkenen en alkynen.&lt;br /&gt;
# Alkylering, sulfonering en acylering van aromaten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren&lt;br /&gt;
#* (delta2)isopentenylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#* cellobiose&lt;br /&gt;
# leg uit: epoxyharsen en -lijmen&lt;br /&gt;
# stereochemie aminozuur met R = -CHOH-CH3&lt;br /&gt;
#* duid chirale koolstoffen aan&lt;br /&gt;
#* hoeveel conformaties zijn er? en teken deze&lt;br /&gt;
#* benoem (R,S)&lt;br /&gt;
#* welke zijn enantiomeren? diastereomeren?&lt;br /&gt;
#* bepaal het oxidatiegetal van de C-atomen&lt;br /&gt;
#* welk is het meest basisch en zeg waarom...&lt;br /&gt;
# twee reactiemechanismen waarvan 1 helemaal uitschrijven&lt;br /&gt;
===14 juni 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reacties gebeuren er met suikers in basisch milieu? (en dan bedoelt hij specifiek in basisch milieu)&lt;br /&gt;
# Bespreek de oxidatie van alcoholen in het labo met K2Cr2O7 en in de natuur met NAD+ en illustreer met een voorbeeld in de citroenzuurcyclus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
#* Biotine&lt;br /&gt;
# leg uit: reactie van Chichibabin&lt;br /&gt;
# stereochemie&lt;br /&gt;
#* duid chirale koolstoffen aan&lt;br /&gt;
#* hoeveel conformaties zijn er? en teken deze&lt;br /&gt;
#* benoem (R,S)&lt;br /&gt;
#* welke zijn enantiomeren? diastereomeren?&lt;br /&gt;
#* is er een mesovorm?&lt;br /&gt;
#* welk is het meest basisch: CH3CH2COO- of CH3CH2C=-C- (driedubbele binding) en zeg waarom&lt;br /&gt;
# twee reactiemechanismen waarvan 1 helemaal uitschrijven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Wat geven alkenen met &lt;br /&gt;
#* Anorganische zuren; &lt;br /&gt;
#* Perzuren (ook energieschema&#039;s kennen, effecten van concentraties enzo)&lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van vetzuren (Claisen-condensatiestap belangrijkst)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren&lt;br /&gt;
#*SAM (S-adenosylmethionine)&lt;br /&gt;
#*PET&lt;br /&gt;
# Leg uit: Kolbe-Schmidt-reactie (aspirine dus)&lt;br /&gt;
# Stereo-chemie:&lt;br /&gt;
#* teken (beta)-L-gulopyranose (lineaire vorm gegeven)&lt;br /&gt;
#* teken gunstigste Newman-projectie volgens C2-C3-as&lt;br /&gt;
#* wat is de oxidatietrap van C6?&lt;br /&gt;
#* geef de anomeer en een epimeer van L-gulose&lt;br /&gt;
# 2 reactiemechanismen (1 uitschrijven)&lt;br /&gt;
#* oxidatie van een alcohol en aldehyde met K2Cr2O7, H2SO4, koud&lt;br /&gt;
#* Friedel-Crafts-acylering&lt;br /&gt;
-&lt;br /&gt;
===22 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de aldolcondensatie. Bespreek ook de stap van de glycolyse die verband houdt met de aldolcondensatie.&lt;br /&gt;
# Bespreek de hydrolyse en omestering van vetten. Leg ook uit wat het verzepingsgetal en het joodgetal is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* dansylchloride&lt;br /&gt;
#* cellobiose&lt;br /&gt;
# Leg uit: De Beckmann-omlegging&lt;br /&gt;
# Je krijgt een molecule gegeven &lt;br /&gt;
#* Duid alle assymetrische koolstofatomen aan met een &amp;amp;quot;*&amp;amp;quot; en zeg of ze een R of S-configuratie hebben&lt;br /&gt;
#* Teken het enantiomeer en 2 epimeren&lt;br /&gt;
#* Van een N-atoom zeggen dat het basischer of zuurder is in vergelijking met ammoniak&lt;br /&gt;
#* 2 mesomeren vormen geven (buiten die van benzeenring)&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen (producten + soort reactie geven + Ã©Ã©n mechanisme helemaal uitschrijven)&lt;br /&gt;
#* tertair alcohol + zuurchloride&lt;br /&gt;
#* alkeen + zuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# bespreek de nucleofiele additie aan de carbonylgroep. Bespreek de factoren die de reactiviteit van aldehyden en ketonen beinvloed. geef de reactie met water en alcoholen&lt;br /&gt;
# bespreek de reactie van alkenen met waterstof, halogenen en perzuren&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* maltose&lt;br /&gt;
#* fosfoënolpyruvaat&lt;br /&gt;
# Leg uit: epoxyharsen en -lijmen&lt;br /&gt;
# gegeven: aminozuur met zijgroep: R=CH2-SH&lt;br /&gt;
#* Hoeveel stereoisomeren bestaan er van dit molecule+ welk aminozuur is dit&lt;br /&gt;
#* geef de fischerprojectie en de Newmanprojectie( volgens C2-C3 as) van stabielste conformatie van elk stereoisomeer.Geef van elke chirale C of het R of S is.&lt;br /&gt;
#* titratie: je begint met 100ml van O,2M oplossing van aminozuur(volledig geprotoneerd) en je titreert met 0,2M NaOH.(Pk1=1,9 Pk2=10,7 Pkr=8,4&lt;br /&gt;
#*# bereken PH als je 150ml NaOH toegevoegd hebt&lt;br /&gt;
#*# Bereken PH als je 300ml NaOH toegevoegd hebt&lt;br /&gt;
#*# wat is(zijn) de voornaamste vorm(en) van het aminozuur bij PH=8,4&lt;br /&gt;
# reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg de decarboxylering van carbonzuren uit en pas toe in een stap uit de citroenzuurcyclus&lt;br /&gt;
# Welke technieken ken je voor het bepalen van de aminozuurvolgorde in een peptideketen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Biotine&lt;br /&gt;
#* (delta)Â³ - isopentenylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
# Leg uit: de reactie van chichibabin&lt;br /&gt;
# Cyclische L-suiker gegeven:&lt;br /&gt;
#* Geef de naam en de lineaire structuur. (lijst met ongekende suikers gegeven)&lt;br /&gt;
#* Bepaal van CÂ² of het R of S - configuratie heeft&lt;br /&gt;
#* Duidt niet-chirale C-atomen in lineaire en cyclische structuur aan&lt;br /&gt;
#* Hoeveel 1,3-diaxiale interacties zijn er?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 8 juni 2008===&lt;br /&gt;
# Leg uit: de reactie van een zuur met een alkeen/alkyn.&lt;br /&gt;
# Leg uit: de Claisen-condensatie en breng dit in verband met de biosynthese van lipiden/vetten.&lt;br /&gt;
# Teken de structuur van S-adenosyl-methionine en van sacharose.&lt;br /&gt;
# Leg uit: optische zuiverheid.&lt;br /&gt;
# Oefeningen:&lt;br /&gt;
#* Stereochemie, invloed van substituenten op de zuurtegraad etc. &lt;br /&gt;
#* Reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 aug 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Geef de biosynthese van monoterpenen voor de vorming van geraniol en limoneen.&lt;br /&gt;
# Bespreek sulfonering, alkylering en acylering aan aromaten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* cyclisch AMP&lt;br /&gt;
#* Glucaarzuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de hydrolyse, omestering, aminolyse en reductie van esters.&lt;br /&gt;
# Welke methoden ken je om de volgorde van aminozuren in peptiden te bepalen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Moleculen:&lt;br /&gt;
#* Nerylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#* Cellobiose&lt;br /&gt;
# Wat zijn epoxylijmen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Licht toe wat acetalen en hemiacetalen zijn en pas dit toe op de vorming van beta-D-glucopyranose uit D-glucose en de vorming van methyl-beta-D-glucopyranoside.&lt;br /&gt;
# Bespreek de labosynthese van peptiden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Trans-decaline&lt;br /&gt;
#* Histamine&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek reactie alkenen met H2, halogenen en perzuren.&lt;br /&gt;
# Bespreek zure en base hydrolyse en omestering van vetten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* ADP&lt;br /&gt;
#* Maltose&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de eleminatiereacties bij halogeenalkanen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de testreactie van ninhydrine.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Geef de IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Teken de volgende structuren:&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
#* Thymidine&lt;br /&gt;
# Bespreek nylon 66.&lt;br /&gt;
# Cyclisch suiker: &lt;br /&gt;
#* Geef de naam.&lt;br /&gt;
#* Welk is het zuurste proton ?&lt;br /&gt;
#* Geef de configuratie (R/S).&lt;br /&gt;
#* Fisher&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de niet chirale C&#039;s ?&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de additie van zuren op alkenen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van vetzuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Geef de structuur van:&lt;br /&gt;
#* Geranylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#* Ninhydrine&lt;br /&gt;
# Bespreek de Beckmann omlegging.&lt;br /&gt;
# Aspartaam gegeven:&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de verschillende stereoisomeren ?&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de chirale koolstofatomen en duid aan of R/S zijn.&lt;br /&gt;
#* Schrijf de fisherprojectie van L-fenylalanine.&lt;br /&gt;
#* Vraag over elektroforese: aantonen waar fenylalanine en asparaginezuur zich bevinden.&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactiemechanisme bij ketonen en aldehyden en vermeld hierbij de factoren die deze reacties beinvloeden. Geef een voorbeeld van additie van alcohol en additie van water.  &lt;br /&gt;
# Bespreek de isomerisatie van D-glucose oiv van een base en geef een vb in de glycolyse cyclus.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Pyridoxalfosfaat&lt;br /&gt;
#* Tosylchloride&lt;br /&gt;
# Leg uit wat een kroonether is.&lt;br /&gt;
# Structuur asparagine gegeven:&lt;br /&gt;
#* Teken alle stereoisomeren (fisher en newman).&lt;br /&gt;
#* R/S configuratie&lt;br /&gt;
#* Waarom heeft de amine-groep in de structuur geen basische eigenschappen ?&lt;br /&gt;
#* Bereken het eerste equivalentiepunt en leg je methode uit.&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Nucleofiele additie aan de carbonylgroep bespreken/factoren reactiviteit/aantonen met additie van water en alcohol.&lt;br /&gt;
# Manieren om de AZ volgorde te bepalen uitleggen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC naam&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Pyridoxalfosfaat&lt;br /&gt;
#* Tosylchloride&lt;br /&gt;
# Leg Nylon 66 uit.&lt;br /&gt;
# Structuur Cysteïne gegeven:&lt;br /&gt;
#* Fisher&lt;br /&gt;
#* Newman&lt;br /&gt;
#* R-S&lt;br /&gt;
#* Enantiomeren...&lt;br /&gt;
#* Welk molecule &lt;br /&gt;
#* Welke vorm komt in de natuur het meeste voor ?&lt;br /&gt;
#* Welke is de mesovorm?&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Aminolyse/omestering/hydrolyse esters.&lt;br /&gt;
# Leg de decarboxylatie van carbonzuren uit en breng deze in verband met de Krebscyclus.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Regel van Zaitsev kort bespreken.&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* Biotine&lt;br /&gt;
#* Cellobiose&lt;br /&gt;
# Suikers: &lt;br /&gt;
#* Open-ketenstructuur&lt;br /&gt;
#* R en S&lt;br /&gt;
#* Chirale atomen.&lt;br /&gt;
#* 1,3-diaxiale interactie&lt;br /&gt;
# Reacties: &lt;br /&gt;
#* Alkeen + HCl =&amp;amp;gt; ... &lt;br /&gt;
#* Oxidatie van een alcohol.&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# De additie van zuren aan alkenen.&lt;br /&gt;
# Mutarotatie uitleggen en illustreren met glucose.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* Acetylcholine &lt;br /&gt;
#* cAMP&lt;br /&gt;
# Omega-3 en omega-6 vetzuren uitleggen.&lt;br /&gt;
# Een bepaald aminozuur:&lt;br /&gt;
#* Fisher&lt;br /&gt;
#* Newman&lt;br /&gt;
#* pH-berekeningen&lt;br /&gt;
# Reacties: Reactieproducten en soort reactie geven en uitwerken voor een van de twee.&lt;br /&gt;
#* Carbonylgroep met H2 en Pt&lt;br /&gt;
#* 2 ketonen met OH-&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Eliminatiereacties uitleggen.&lt;br /&gt;
# Beta-oxidatie + claisencondensatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam (carbonzuurgroep keton, 2 dubbele binden, methyl, en alkynbinding)&lt;br /&gt;
# Een suiker omzetten naar een ringstructuur, epimeren aanduiden op bijhorende tabel.&lt;br /&gt;
# Biodiesel uitleggen&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
#* Thymidine structuur geven&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de aldolcondensatie van aldehyden en ketonen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van waterstof/halogenen/perzuren aan alkenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren&lt;br /&gt;
#* Oliezuur&lt;br /&gt;
#* Adrenaline&lt;br /&gt;
# Leg kort uit: kroonethers.&lt;br /&gt;
# R-groep van lysine gegeven:&lt;br /&gt;
#* Stereoisomeren, R/S, L aanduiden.&lt;br /&gt;
#* Newman/fischer projecties.&lt;br /&gt;
#* Naam van het aminozuur.&lt;br /&gt;
#* Voorkomen bij pH 10 (welke vorm: geprotoneerd of niet?)&lt;br /&gt;
# Twee reacties: (je moet maar van 1 het hele mechanisme geven, ander gewoon zeggen welk type reactie en eindproduct)&lt;br /&gt;
#* Een keton reageert met HNO3 en H2SO4.&lt;br /&gt;
#* Reactie van tertiar alcohol met zuurchloride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 aug 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek peptidesynthese in het labo en vergelijk met die ter hoogte van de ribosomen.&lt;br /&gt;
# Bespreek additie van zuren aan alkenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuurformule van adrenaline en gluconzuur.&lt;br /&gt;
# Bespreek optische zuiverheid.&lt;br /&gt;
# Gegeven: structuurformule threonine.&lt;br /&gt;
#* Aantal stereo-isomeren&lt;br /&gt;
#* De chirale C-en&lt;br /&gt;
#* Fisher- en newman-projectie van elk.&lt;br /&gt;
#* Duidt R/S aan.&lt;br /&gt;
#* Naam van aminozuur.&lt;br /&gt;
#* Bij pH = 7: naar welke pool migreert dit AZ (pk1 en pk2 gegeven) ?&lt;br /&gt;
# Beschrijven van reactie: 2 esters (dezelfde) boven de pijl (H3O+ en OC3H7), boven de 2e pijl (H3O+ en NaBH4).&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
=== 26 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Hemiacetaal en acetaal, pas toe op de vorming van beta-D-glucopyranosyl uit D glucose en de vorming van methyl - beta - D - glucopyranoside.&lt;br /&gt;
# Oxidatie, hydrolyse ( in zuur en in basisch milieu) en omestering van olie en vet.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Cystine en adipinezuur structuur geven.&lt;br /&gt;
# Regel van Zaitsev uitleggen en illustreren met een voorbeeld.&lt;br /&gt;
# Oefening met stereo-isomeren, Fischer, Newman en R en S configuratie.&lt;br /&gt;
# Furan + HNO3 + H2SO4 reactie geven.&lt;br /&gt;
#* Stoffen geven die ge aan furan moet toevoegen om een ethylgroep op positie 2 (alfa) te induceren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de laboratoriumsynthese van peptideverbindingen en vergelijk met de manier waarop aminzuren binden met ribosomen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van alkenen met waterstof, halogenen en perzuren. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuurformule van oliezuur en adrenaline.&lt;br /&gt;
# Bespreek cannizaro reacties.&lt;br /&gt;
# Structuurformule van een suiker:&lt;br /&gt;
#* Geef de fisherprojectie van de ringstructuur.&lt;br /&gt;
#* R-S van de C2 bepalen&lt;br /&gt;
#* Leidt de naam af.&lt;br /&gt;
#* Geef het aantal chirale C&#039;s in de haworth aan.&lt;br /&gt;
# Reactiemechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de isomerisatie van D-glucose onder invloed van base en breng in verband met een stap uit de glycolyse (alleen deze stap opschrijven).&lt;br /&gt;
# Bespreek de afbraak van vetzuren en breng in verband met de Claisencondensatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Thymidine&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
# Verklaar kort het begrip &amp;amp;quot;optische zuiverheid&amp;amp;quot;.&lt;br /&gt;
# Een hepteen is gegeven:&lt;br /&gt;
#* Geef de verschillende stereovormen in Fisherprojectie.&lt;br /&gt;
#* Geef de Newman-projectie van het meest stabiele conformeer.&lt;br /&gt;
#* Noteer ook R- en S-conformatie.&lt;br /&gt;
# Reactie waarbij de producten, tussenstappen en mechanismen moeten worden aangevuld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de elektrofiele aromatische substitutie met als voorbeeld nitreerzuur, benzeen en gesubstitueerde benzeenderivaten.&lt;br /&gt;
# Bespreek hydrolyse, reductie, omestering en aminolyse van esters.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Sacharose &lt;br /&gt;
#* SAM&lt;br /&gt;
# Bespreek omega-3-vetzuren en omega-6-vetzuren.&lt;br /&gt;
# Gegeven: structuurformule arginine &lt;br /&gt;
#* Geef het aantal stereo-isomeren.&lt;br /&gt;
#* Duidt de cirale C&#039;s aan.&lt;br /&gt;
#* Fisher- en Newman-projectie van elk.&lt;br /&gt;
#* Duid R/S aan.&lt;br /&gt;
#* Geef de naam van het aminozuur.&lt;br /&gt;
#* Duid aan welke N het meest basisch is.&lt;br /&gt;
#* Welk stereo-isomeer is het L-aminozuur ?&lt;br /&gt;
# Beschrijven van reactie: 2 keer cyclopenteen met daaraan 2-hexanol (of pentanol ben het vergeten) keten op de pijl staat K2Cr2O7, H+ en koud, boven tweede pijl staat 1 OH- &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de additie van zuren aan alkenen (geen carbonzuren bedoeld).&lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van vetzuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* Kaneelzuur&lt;br /&gt;
#* Cellobiose&lt;br /&gt;
# 3-broom-4-cloorhexaan:&lt;br /&gt;
#* Stereo-isomeren: Fisher- en Newman-projectie.&lt;br /&gt;
#* R,S-configuratie&lt;br /&gt;
#* Diastereomeren/enantiomeren?&lt;br /&gt;
# Het reactietype en naam en mechanisme van benzeenring met OH aan, bij de pijl staan dibroom en ijzertribroom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Aldolcondensatie + glycolyse stap die met aldolcondensatie te maken heeft. &lt;br /&gt;
# Geef de verschillende methoden om de volgorde van AZ in peptide te vinden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren&lt;br /&gt;
#* Stearinezuur&lt;br /&gt;
#* Pyridine&lt;br /&gt;
# Leg uit: gauche en anti (bij alkanen).&lt;br /&gt;
# 2,3,4-hydroxybutanal:&lt;br /&gt;
#* Hoeveel stereoisomeren ?&lt;br /&gt;
#* Geef Fisher projectie en de Newmann projectie van de meest stabiele conformatie.&lt;br /&gt;
#* Geef R,S conformatie. &lt;br /&gt;
#* En zeg welke enantiomeren zijn, welke  diastereoisomeren zijn, mesovormen.&lt;br /&gt;
# Geef reactiemechanisme, reactieproduct (ook in skeletnotatie--&amp;amp;gt; reactieproduct) van:&lt;br /&gt;
#* Trans-1-fenyl-1-buteen met verdund zwavelzuur.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R1050265</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Grondslagen_van_de_Chemie&amp;diff=4349</id>
		<title>Grondslagen van de Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Grondslagen_van_de_Chemie&amp;diff=4349"/>
		<updated>2025-01-14T12:19:07Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R1050265: /* 14 Januari 2025 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Basisvak chemie voor 1e bachelor chemie, biochemie, biologie en geologie.&lt;br /&gt;
Gedoceerd door professor Koen Clays (sinds academiejaar 2013-2014, daarvoor door Prof. Bart Goderis). Het examen is volledig schriftelijk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle opgeloste oefeningen van jaar 2018 + extra vraagjes door Elisabeth Isebaert: https://drive.google.com/file/d/19sGYg7UWTPcss0pZICDbe9WzT9T3Zwrb/view?usp=drive_link&lt;br /&gt;
Alle examenvragen van Koen Claeys uitgewerk (haal 10/10 op theorie door dit vanbuiten e knallen): https://drive.google.com/file/d/1d1AIDOuh7TN0IieKpvRVn9zy544TLF2n/view?usp=sharing&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;academiejaar 2022-2023&#039;&#039;&lt;br /&gt;
* Aanpak vak&lt;br /&gt;
** Gegeven door Prof. Koen Clays&lt;br /&gt;
*** Werkt vaak dingen uit op het bord die zeer nuttig/noodzakelijk zijn op een examen te vermelden, lessen volgen zijn dus wel zeker sterk aan te raden! Zeker omdat deze niet opgenomen worden. In 2023-2024 stonden er wel opgenomen powerpoints op Toledo van coronatijd maar die waren enkel nuttig als je iets niet begreep tijdens het studeren.&lt;br /&gt;
** Examen volledig schriftelijk: 10 punten op 2 theorie vragen, 6 punten op 2 oefeningen.&lt;br /&gt;
** Examen + practica&lt;br /&gt;
* Kwaliteit cursus&lt;br /&gt;
** Cursustekst voldoende om te slagen&lt;br /&gt;
* Examenvragen&lt;br /&gt;
** Vergelijkbaar met de tussentijdse toets maar theorievragen op de tussentijdse toets zijn opgedeeld in tussenvragen. Onderaan de pagina staat hoe het op het examen gevraagd zal worden.&lt;br /&gt;
** Theorievragen komen vaak terug&lt;br /&gt;
** Oefeningen zijn zeer vergelijkend met die van de oefenzittingen, maak ook zeker de makkelijke oefeningen opnieuw want deze kunnen ook voorkomen&lt;br /&gt;
** Vooral deel E is enorm belangrijk!!&lt;br /&gt;
* Practica&lt;br /&gt;
** Is goed te doen, bereid de practica op punten goed voor!!&lt;br /&gt;
* Oefenzittingen&lt;br /&gt;
** Op de website van bios staan de oplossingen van enkele jaren geleden, zijn niet exact hetzelfde, maar het principe komt steeds op hetzelfde neer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 Januari 2025===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Gegeven de ligandenuitwisselingsreactie: Co(CN)&amp;lt;sub&amp;gt;5&amp;lt;/sub&amp;gt;(H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O)&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; + I&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; --&amp;gt; Co(CN)&amp;lt;sub&amp;gt;5&amp;lt;/sub&amp;gt;(I)&amp;lt;sup&amp;gt;3-&amp;lt;/sup&amp;gt; + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O en de snelheidsvergelijking: v=(a[Co(CN)&amp;lt;sub&amp;gt;5&amp;lt;/sub&amp;gt;(H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O)&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;][I&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;])/(b+c[I&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;])&lt;br /&gt;
a) Geef een toepasselijk reactiemechanisme waarbij je tot bovenstaande snelheidsvergelijking kan uitkomen.&lt;br /&gt;
b) Wat kan je zeggen over het evenwicht van deze reactie?&lt;br /&gt;
c) Is de reactiesnelheid sneller bij metathesereacties?&lt;br /&gt;
#Een stuk tekst uit een krant over magnesiumwinning door een bedrijf dichtbij de zee, er wordt ook chloor opgeleverd (Tip:Er werd daar vroeger ook aardolie gewonnen). Leg uit waarom het goed is voor een bedrijf om dit te doen, geef alle reactievergelijkingen die je gebruikt bij de uitleg.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Bepaal de oplosbaarheid van AgOH in een oplossing van 0.60 M HIO.&lt;br /&gt;
#Gegeven: N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;H&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; + 2 H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; --&amp;gt; N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; + 4 H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&lt;br /&gt;
a) (Boven/Onder) (omcirkel) welke temperatuur is deze reactie spontaan?&lt;br /&gt;
b) Hoeveel warmte (Komt vrij/Neemt de reactie op) als er 0.020l H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; reageert bij 101325Pa en 25°C?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 Augustus 2024===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Wat bepaalt de ruimtelijke structuur van een covalent gebonden molecuul. Geef eerst in het algemeen hoe je te werk gaat, en toon daze werkwijze aan met 4 verschillende, duidelijke, relevante voorbeelden die verschillende scenario&#039;s voldoende duiden. (./4)&lt;br /&gt;
#Wat gebeurt er bij de elektrolyse van water: (./6)&lt;br /&gt;
a)Zonder zout&lt;br /&gt;
b)Met weinig zout&lt;br /&gt;
c)Verzadigde oplossing van NaCl (Pekel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Gegeven AgBr (./4)&lt;br /&gt;
a)Wat is de oplosbaarheid in zuiver water&lt;br /&gt;
b)Je voegt natriumthiosulfaat (Na2S2O3) toe, dat de oplosbaarheid zal verhogen. Bereken de concentratie Na2S2O3 nodig om 10g AgBr in 500ml water op te lossen.&lt;br /&gt;
c)Complexatie met het centraal kation is 1 manier om de oplosbaarheid te doen laten stijgen van een zout. Wat is nog een andere methode om de oplosbaarheid te verhogen? Waarom is deze methode niet zo efficiënt voor AgBr. &lt;br /&gt;
#Sucrose (C12H22O11) hydrolyseert met een overmaat water tot glucose en fructose (Beide C6H12O6). De concentratie aan glucose wordt gevolgd in functie van de tijd. De begin concentratie van sucrose is 0.500M. Bepaal grafisch zowel de orde als de snelheidsconstante ten opzichte van sucrose.  (./2)             &lt;br /&gt;
C12H22O11 + H20 -&amp;gt; C6H12O6 + C6H12O6 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tabel concentratie glucose in functie van de tijd:&lt;br /&gt;
Concentratie (in M)  en  Tijd (in minuten)&lt;br /&gt;
0     bij 0 minuten                       &lt;br /&gt;
0.050 bij 30 minuten                      &lt;br /&gt;
0.095 bij 60 minuten                     &lt;br /&gt;
0.135 bij 90 minuten                     &lt;br /&gt;
0.234 bij 180 minuten                     &lt;br /&gt;
0.358 bij 360 minuten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2024===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
#Bereken de chemische en fysische roosterenergie voor de vorming van een ionbinding. Geef de principes/formules waarop beide berekeningen zijn gebaseerd (a). Geef je berekeningen weer(b) en vergelijk beide bekomen waardes en verklaar indien verschillend (c). ANTW A: fysisch (formule roostenergie met Madelungconstante) + chemisch (wet van Hess) (a); ANTW B: exacte methode = deel A.3.1.d. (verband tussen ionbinding, atomaire eigenschappen en thermodynamica); ANTW C: fysische berekening is enkel obv interactie-energie en verwaarloost afstoting op korte afstand (zie pagina hierboven).&lt;br /&gt;
#Geef (allemaal verschillende) vier kationen en vier anionen. Geef een chemische eigenschap voor elk van de ionen (bv. zuur, base, oxidans, reductans, ligand, centraal metaalkation), geef aan of het ion in kwestie zwak/sterk is voor deze eigenschap. ANTW: voorbeelden uit boek(Deel E), tabellen gebruiken of BOD opzoeken obv K-waarden/E-waarden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Oefening 1a: Cu(IO_3)2 is slecht oplosbaar in zuiver water. Door toevoeging van NH3 kan de oplosbaarheid verhoogd worden doordat complexatie optreedt ter vorming van het aminecupraatcomplex (Cu(NH3)^2+). Hoeveel NH3 heb je nodig om 20,67g van het zout volledig op te op te lossen in 200ml?&lt;br /&gt;
#Oefening 1b: Daarna ontstaat er ook Cu(OH)_2 -neerslag. Bewijs.&lt;br /&gt;
#oefening 2: Bereken de K_b-waarde van het oxalaation (C2O4^2-) in water obv van thermodynamische gegevens, vergelijk vervolgens met de K_b-waarde bekomen uit de zuurconstantetabel.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2023===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bij welke reacties gebruik je een katalysator en bij welke is quenchen van toepassing? (bij elk een voorbeeld geven + afleidingen formules en verduidelijking hierbij + grafieken)&lt;br /&gt;
# Halfreacties autoaccu (functies chemische elementen geven, welke richting oplaad en welke ontlaad, waarom die fasetoestand bij lood)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Geometrie, hybridisatie, polair/apolair (uitleggen waarom) van SO3(2-)&lt;br /&gt;
# pH bepalen van 0.4M Na2SO3&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid van PbI2 berekenen + hoeveel KCl toevoegen ter vorming van Pb(Cl)4(-) bij een bepaalde concentratie aan PbI2 + wordt er nog neerslag gevormd&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 augustus 2022===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
# Schrijf uit hoe je bekomt tot reactie 7 (pagina 119 BOD) en leg je redeneringen uit. (reductie half reacties- reactie uitgeschreven op bord in de les)&lt;br /&gt;
# Leg de relevantie van de ladingsdichthied (niet electronendichtheid) in de scheikunde uit. [antw.: complexatie en neerslag reacties, in zuur als protontransfer van Hˆ+ (te grote ladingsdichtheid om te bestaan), electrontransfer reacties]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# HCN toevoegen om Co(OH)2 beter op te lossen. Welke HCN-concentratie nodig om 6,79 g Co(OH)2 in oplossing te brengen in 250 mL water? (Analoog oefening 8 E4)&lt;br /&gt;
# Is volgende reactie aflopend bij 40 graden celcius? 2NH4NO3 &amp;lt;--&amp;gt; 2N2 + 4H2O + O2 (zie o.a. oef 4/6/7/E5 deel D)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2022 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1.	Hoe kan je de snelheid van een reactie verhogen, wat gebeurt er met het evenwicht?&lt;br /&gt;
2.	Buffers: vuistregels + afleiding, verband met titratie, is bloed een goede buffer?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefening 1:&lt;br /&gt;
a.	molaire oplosbaarheid van Ag2Cr2O7 in zuiver water&lt;br /&gt;
b.	hoeveel NH3 nodig om 0,100 mol AgI op te lossen in 0,500L (Ag(NH3)2^+ wordt gevormd)&lt;br /&gt;
c.	toon aan dat er geen AgOH neerslag gevormd wordt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefening 2:&lt;br /&gt;
a.	redoxreactie opstellen voor N2/NH2OH en Al(OH)4^-/Al&lt;br /&gt;
b.	toon aan dat de reactie aflopend is bij 25°C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 augustus 2021 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Op welke manieren kan je de snelheid van een reactie vergroten, leg uit wat er dan ook met de evenwichtsconstante gebeurt. Verandert hierbij de ligging van het evenwicht? Gebruik formules of figuren om dit aan te tonen&lt;br /&gt;
#Op welke manier beïnvloedt complexatie het redoxpotentiaal van een metaal? Leg uit, geef een voorbeeld. In de natuur wordt Fe gebruikt voor reversibele redoxreacties. Waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
#Boven of onder welke temperatuur gaat deze reactie spontaan op: O2 (g) + N2 (g) —&amp;gt; 2NO (g)&lt;br /&gt;
#HCN verhoogt de oplosbaarheid van Fe(OH)2, hoe groot is de concentratie van HCN die je nodig hebt om 250 ml 3,37g Fe(OH)2 in oplossing te brengen?”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 6 januari 2021 ===&lt;br /&gt;
Theorie 1:&lt;br /&gt;
#Bespreek alle K’s die we hebben gezien in de cursus en geef een voorbeeld waarin hun definitie duidelijk wordt. Indien je iets kan zeggen over K&amp;gt;&amp;gt;1 K=1 en K&amp;lt;&amp;lt;1, voeg je dit hieraan toe.&lt;br /&gt;
#Gebruik een voorbeeld uit 1a en leg uit hoe je K puur theoretisch kunt vinden.&lt;br /&gt;
#Geef een mogelijk verband tussen K en k indien er een is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie 2:&lt;br /&gt;
Bespreek de elektrolyse van water zonder NaCl, met een beetje NaCl en met veel NaCl.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefening 1:&lt;br /&gt;
Bewijs dat dankzij de complexvorming, PbCl2 niet neerslaat, wanneer we 50ml Pb(NO3)2 (0,4M) bij 50ml BaCl2 (0,6M)doen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefening 2:&lt;br /&gt;
0,700M NaHSO3 en 0,450M Na2SO3&lt;br /&gt;
#Bereken de pH.&lt;br /&gt;
#Bereken de pH bij het toevoegen van 20ml KOH.&lt;br /&gt;
#Bij welke concentratie aan NaOH de buffer (100mL) niet meer werkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 augustus 2020 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) Leg homogene, heterogene en enzymatische katalyse uit. Geef ook telkens een voorbeeld. Leg de gelijkenis tussen heterogene en enzymatische katalyse uit. Leg de gelijkenis tussen homogene en enzymatische katalyse uit. /4&lt;br /&gt;
2) Vergelijk chroomvocht (dichromaat in zwavelzuur), piranhazuur (waterstofperoxide in zwavelzuur), koningswater en cyanide in base als oplosmiddelen voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1) Bereken de oplosbaarheid van AgBr in een 0.053M NH3 oplossing. Ag(NH3)2- wordt gevormd.&lt;br /&gt;
2) Is volgende reactie (reactie gegeven) aflopend bij 68 graden C? Toon aan met berekeningen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2020 voormiddag ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) Hoe evenwicht verschuiven naar kant van producten, verandert er iets aan de snelheid?&lt;br /&gt;
2) De ruimtelijke structuur van de covalente binding, 4 relevante voorbeelden geven en bespreken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1) Bereken Kd van complex Ag(CN)2 adhv thermodynamische eigenschap bij 25°C&lt;br /&gt;
2) Na3PO4 0.045 M: bereken werkelijke concentraties van PO43-, Na+, HPO42-, H2PO4-, H3PO4, H3O+, OH- en bereken de pH.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2020 namiddag ===&lt;br /&gt;
theorie:&lt;br /&gt;
#Hoe verklaar je de werking van een &amp;quot;hoog-rendements&amp;quot; brander voor een centrale verwarming? Welke aanpassingen dienen er te gebeuren in vergelijking met een klassieke brander&lt;br /&gt;
#Bespreek de dissociatie van HgCl2. Waarmee is dit te vergelijken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
#Je voegt 50 mL van een 0.0200M AgNO3 - oplossing toe aan 50 mL van een 0.0300M NaCN-oplossing. Zal AgCN neerslaan, ondanks de complexvorming (Kst Ag(CN)2- = 2.5 x 10^20). Verwaarloos de basische eigenschappen van CN-&lt;br /&gt;
#Bepaal grafisch orde van de reactie, de snelheidsconstante en halfwaardetijd. Je krijgt de beginconcentratie van het reagens gegeven, en het verloop van de concentratie van een product. (Dus je moet nog berekenen, hoe het verloop van de concentratie van het reagens gaat)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2020 namiddag ===&lt;br /&gt;
theorie:&lt;br /&gt;
1) bespreek de elektrolyse van water of in een waterige oplossing van zeezout (NaCl) voor volgende situaties: zonder toevoeging van zout, bij toevoeging van een beetje NaCl, bij toevoeging van veel NaCl&lt;br /&gt;
2) Bespreek homogene, heterogene en enzymatische katalyse: geef verschillen en gelijkenissen. Geef telkens een relevant voorbeeld ter illustratie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
1) reactie N2 + O2 --&amp;gt; 2NO gegeven en berekenen boven/onder welke temperatuur de reactie spontaan is&lt;br /&gt;
2) Berekenen hoeveel gram NaCl je moet toevoegen aan 0,448g Cu(OH)2 om dit volledig te kunnen oplossen in 100 ml water als je weet dat het complex [CuCl4]2- wordt gevormd&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2020 voormiddag ===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
# Buffer&lt;br /&gt;
# Reactiemechanisme van Broom&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===?===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) hoe kan men de snelheid van een chemische reactie vergroten? Verandert dit ook iets aan het evenwicht?&lt;br /&gt;
2) chemische eigenschappen ammoniak, hebben ze dan een zwakke of sterke functie? Geef voorbeeldreacties&lt;br /&gt;
3) bespreek de thermodynamische eigenschappen van de autoprotolyse van water. Zie hiervoor tabel 6.9 BOD&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1) bereken of neerslag wordt gevormd bij samenvoegen 2 stoffen&lt;br /&gt;
2) bereken potentiaal galvanische cel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 februari 2019 namiddag===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
#Leg uit hoe een biprotisch zuur dissocieert en geef een voorbeeld. Vergelijk deze dissociatie met die van HgCl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&lt;br /&gt;
#Broom in base&lt;br /&gt;
oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Bepaal de standaardreductiepotentiaal van het koppel Zn(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2 (s)&amp;lt;/sub&amp;gt;\ Zn&amp;lt;sub&amp;gt;(s)&amp;lt;/sub&amp;gt; met het oplosbaarheidsproduct van Zn(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en de standaardreductiepotentiaal van het koppel Zn&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;\ Zn&amp;lt;sub&amp;gt;(s)&amp;lt;/sub&amp;gt; &lt;br /&gt;
#Een klontje vast ethanol met een massa van 50 g wordt bij 155.80 K overgoten met 2.22 L (1 L = 0.79 kg) vloeibaar ethanol waardoor het klontje zal smelten. Wat is de begintemperatuur van het vloeibaar ethanol als je weet dat het systeem een eindtemperatuur van 287.80 K bereikt en als je weet dat er geen energie verloren gaat aan de omgeving?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 januari 2019 namiddag===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
#vervolledig de reactievergelijking ClO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; + Cl&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; -&amp;gt; Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O en geef een plausibel reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
#bespreek de elektrolyse van water of in een waterig milieu zonder toevoeging van zout, bij toevoeging van een beetje NaCl, bij toevoeging van veel NaCl. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen&lt;br /&gt;
#hoeveel natriumthiosulfaat is er nodig om 0,025 mol AgBr op te lossen in 500 ml? Het complex zilverthiosulfaat wordt gevormd. &lt;br /&gt;
#een ijsklontje met massa 56 gram wordt in 150 g water gedaan om dit af te koelen. Het ijsklontje heeft een begintemperatuur van 0°C en het geheel heeft een eindtemperatuur van 14°C. Bereken de begintemperatuur van het water.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2019 voormiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Bespreek de spontane ontbinding van waterstofperoxide. Welke parameters dragen bij tot de ontbinding en hoe kan je dit tegen gaan?&lt;br /&gt;
#De ruimtelijke structuur van de covalente binding, 4 relevante voorbeelden geven en bespreken.&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#0,040 M 100 mL H&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; bij 100 ml 4M Ca&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;-ionen. Wordt er neerslag gevormd?&lt;br /&gt;
#Een orde oefening met grafisch de halfwaarde tijd en k bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2019===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je het evenwicht naar de kant van de producten krijgen. Heeft dit ook invloed op de snelheid van de reactie? /6&lt;br /&gt;
#Stel een chemisch mechanisme op zodat citroenzuur (wat een bestandsdeel is van citroensap) kan ontgiften. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Bepaal de K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; uit de gegeven redoxkoppels (H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O/H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=1.76V) en HO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;−&amp;lt;/sup&amp;gt;/OH&amp;lt;sup&amp;gt;−&amp;lt;/sup&amp;gt;) (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=0.87V). Met welke andere 2 koppels kan je dit nog doen? /3&lt;br /&gt;
# Geef de lewisstructuur, hybridisatie, polariteit (+ uitleg), en geometrie van XeF&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en PBr&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2019===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Geef de twee vuistregels voor een goede buffer en leg ze uit adhv neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg uit bloed als buffer en waarom het geen ideale buffer is. Geef de relatie tussen een buffer en een pH- titratie(curve). /6&lt;br /&gt;
#Vervolledig deze reactie, BrO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;  +  Br&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; →   Br&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;  +  H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O, en geef een plausibel reactiemechanisme voor deze reactie (Staat niet in de cursus maar wel gezien als een extra voorbeeld). BOD Tabel 6.2 n.7 /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Welke verbindingen zijn zelf niet zuur of basisch, maar vertonen wel zure of basische eigenschappen als ze in water gebracht worden? /6&lt;br /&gt;
# Bespreek de voorwaarden en de gevolgen van het stationariteitsprincipe.  Geef een duidelijk en relevant voorbeeld. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#De stabiliteitsconstante voor de vorming van het complex Pb(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; is 1,0.1016. De standaardreductiepotentiaal voor het koppel Pb&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/Pb(s) is -0,12V. Bereken aan de hand van deze gegevens de standaardreductiepotentiaal voor het koppel Pb(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/Pb(s). / 3&lt;br /&gt;
#Er wordt een buffer met pH = 6,90 gemaakt uitgaande van NaH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; en Na&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;HPO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;. De eindconcentratie van NaH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; in 400 mL van deze oplossing is 0,020 M. Bereken hoeveel gram dinatriumwaterstoffosfaat er in deze oplossing moet zitten om de beoogde pH te realiseren. Aan deze oplossing wordt 100 mL 0,0080 M HI toegevoegd. Bereken ook de pH na toevoeging hiervan. Vanaf hoeveel mol NaOH toegevoegd zou de startbuffer niet meer werkzaam zijn? Licht kort toe. /3&lt;br /&gt;
&amp;lt;sup&amp;gt;&amp;lt;/sup&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Stel een mogelijk reactiemechanisme voor bij reactie 7 BOD tabel 6.2. /4&lt;br /&gt;
#Waarom mag men geen ontkalker bij javel doen? Geef alle relevante reacties. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Bepaal de baseconstante van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels. /3&lt;br /&gt;
#Geef de Lewisstructuur, hybridisatie en polariteit van XeF&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en HClO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Hoe kan men het evenwicht naar de producten doen verschuiven? Heeft dit dan ook gevolgen voor de reactiesnelheid? /4&lt;br /&gt;
# Vergelijk chroomvocht (dichromaat in zwavelzuur), piranhazuur (waterstofperoxide in zwavelzuur), koningswater en cyanide in base als oplosmiddelen voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Je wilt 0.488 g Cu(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossen in water tot een eindvolume van 100 mL. Bereken hoeveel gram NaCl er nodig is om ervoor te zorgen dat Cu(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; niet neerslaat. Het CuCl&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; complex wordt gevormd. /3&lt;br /&gt;
# Bepaal grafisch de activeringsenergie van de reactie (tabel met temperatuur en snelheidsconstantes gegeven). Bepaal ook de snelheidsconstante bij 37°C. Kan je hiermee iets zeggen over de orde van de reactie? /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2018 ===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Hoe kan de snelheid van de reactie beïnvloed worden? Verandert dan ook de ligging van het evenwicht van de reactie? /6&lt;br /&gt;
# Welke factoren bepalen of een molecule al dan niet een permanent dipoolmoment bezit? Geef duidelijke voorbeelden. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Je wilt 42.72 g Fe(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossen in water tot een eindvolume van 500 mL. Bereken welke concentratie waterstoffluoride (HF) er nodig is om ervoor te zorgen dat Fe(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; niet neerslaat. /3&lt;br /&gt;
# Stel de correcte redoxreactie op van de koppels Br&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;/Br&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; en AsO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;3-&amp;lt;/sup&amp;gt;/AsO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;. Toon aan met berekeningen dat het over een aflopende reactie gaat bij kamertemperatuur (25°C) /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2018 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van chloor in base. Geef een belangrijke toepassing.&lt;br /&gt;
# Vergelijk de ideale gaswet met de van der Waalsvergelijking voor reële gassen en bespreek de trend in co-volume b en cohesiedruk a (BOD p.141) voor H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, CO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en C&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;H&amp;lt;sub&amp;gt;10&amp;lt;/sub&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 namiddag ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# BOD tabel 6.2, reactie 8: stel een mogelijk reactiemachanisme voor&lt;br /&gt;
# Wat zijn de 2 vuistregels van een goeie buffer? Leidt deze af aan de hand van de begrippen neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg de link met pH-titratie. Leg uit: bloed als buffer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# bepaal de baseconstante van MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels&lt;br /&gt;
# lewisstructuur, hybridisatie en polariteit van 2 moleculen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 namiddag ===&lt;br /&gt;
(examen voor gedeeltelijke vrijstelling, enkel vragen deel E)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Wat zijn de drijvende krachten bij een complexatiereactie? Toon aan met goed gekozen voorbeelden, en leg uit aan de hand van de kenmerken van een hoge stabiliteitsconstante. /4&lt;br /&gt;
# Wat zijn de 2 vuistregels van een goeie buffer? Leidt deze af aan de hand van de begrippen neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg de link met pH-titratie. Leg uit: bloed als buffer. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Bepaal de baseconstante van MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels /3&lt;br /&gt;
# Hoeveel zilverbromide kan je oplossen in een 0.530M ammoniakoplossing. Verwaarloos de basische eigenschappen van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3 (Toepassing neerslag &amp;amp; complexatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 september 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Waarom zijn er diagonaalrelaties? Geef voorbeelden van chemische eigenschappen die gebruikt worden in chemische reacties. /5 &lt;br /&gt;
#Geef het verband tussen de redoxpotentiaal van een redoxhalfreactie en de evenwichtconstante van de gehele reactie. Geef ook de gevolgen. /5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of er neerslagvorming optreedt. &lt;br /&gt;
#Vrijgekomen warmte en energie uit een reactie berekenen. &lt;br /&gt;
=== 25 Augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Vergelijk het verschil van de invloed van temperatuur op de reactiesnelheid en het evenwicht - zowel in formulevorm als grafisch /6&lt;br /&gt;
k &amp;amp; K afleiden en grafisch weergeven met resp. ln k ~ 1/T en ln K ~ 1/T (voor dH&amp;gt;0 en dH&amp;lt;0)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Welke chemisch relevante eigenschappen van atomen kan je afleiden van de positie in het periodiek systeem? /4 &lt;br /&gt;
Zuur-base; oxidans-reductans (+verband), ... (atomen, niet ionen van het element!)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Hoeveel zilverbromide kan je oplossen in een 0.53M ammonium oplossing. Verwaarloos de basische eigenschappen van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
(Toepassing neerslag &amp;amp; complexatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Redoxreactie van SO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/SO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)- en MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/MnO(v). /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 Augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan het evenwicht in de richting van de producten worden verschoven? Heeft dit invloed op het evenwicht? /6&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;concentratie wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
principe van Le Chatelier&lt;br /&gt;
hogere concentratie → meer kans op botsingen → sneller&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;druk wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
bij drukverhoging → daalt volume → c=n/v dus concentratie stijgt (vanaf dan analoog aan Le Chatelier)&lt;br /&gt;
bij drukverlaging is gunstig voor reacties waarbij ΔN = (N&amp;lt;sub&amp;gt;producten&amp;lt;/sub&amp;gt; - N&amp;lt;sub&amp;gt;reagentia&amp;lt;/sub&amp;gt;) negatief is(N staat voor de coëfficiënten van de stoffen in de reactie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;temperatuur wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
K&amp;lt;sub&amp;gt;ev&amp;lt;/sub&amp;gt; is temperatuursafhankelijk → ΔG =-RTln(K) ↔ ln(k)=-ΔH/RT +ΔS/R (teken grafiek 1/T met ln(k))&lt;br /&gt;
endo → hoge T is gunstig&lt;br /&gt;
exo → lage T is gunstig&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Wat is het verband tussen neerslag- en complexatiereacties? /4&lt;br /&gt;
ionen met een hoge ladingsdichtheid kunnen niet zoals bijvoorbeeld Na&amp;lt;sup&amp;gt;+&amp;lt;/sup&amp;gt; en Cl&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; (afkomstig van goed oplosbaar zou NaCl) in oplossing voorkomen,&lt;br /&gt;
aangezien dit niet stabiel is.&lt;br /&gt;
gaan dus ofwel neerslaan ofwel complexeren&lt;br /&gt;
(K&amp;lt;sub&amp;gt;sp&amp;lt;/sub&amp;gt; en 1/K&amp;lt;sub&amp;gt;st&amp;lt;/sub&amp;gt; vergelijken → de stabielste toestand gaat zich dan voordoen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Teken de lewis-structuur, geef het sterisch getal, hybridisatie, geometrische en atoomstructuur van HCN en ICl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. Geef ook aan of ze polair zijn of niet. /3&lt;br /&gt;
#Leid de K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; af van AsO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van zijn standaarreductiepotentiaal. Kies zelf een goed redoxkoppel. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Welke verbindingen zijn zelf niet zuur of basisch, maar vertonen wel zure of basische eigenschappen als ze in water gebracht worden? /6&lt;br /&gt;
#Hoe kunnen meerdere verschillende kationen die samen in een mengsel voorkomen, van elkaar gescheiden worden? Waarop moet je letten om de scheiding zo volledig mogelijk te laten gebeuren? /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming /3&lt;br /&gt;
#correcte redoxreactie van 2 gegeven koppels schrijven en berekenen dat dit een aflopende reactie is. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Bij welke reacties is quenchen van toepassing? Leg goed uit en geef een voorbeeld. /4&lt;br /&gt;
#Vergelijk chroomvocht, piranhazuur, koningswater en cyanide in base als oplossmiddel voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Roosterenergie berekenen /2.5&lt;br /&gt;
#concentratie zout berekenen die toegevoegd moet worden om gegeven hoeveelheid neerslag op te doen lossen. /3.5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
VM&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je de reactiesnelheid beïnvloeden? Wat betekent dit voor het chemisch evenwicht? /4&lt;br /&gt;
#Wat gebeurt er bij de elektrolyse van water voor geen, een weinig en veel NaCL? /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#pH + werkelijke ionenconcentraties van een bioprotisch zuur berekenen /3&lt;br /&gt;
#een slecht oplosbaar zout oplossen aan de hand van complexatie door een te berekenen massa NaCl toe te voegen /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je het evenwicht naar de kant van de producten brengen? Heeft dit een invloed op de snelheid?&lt;br /&gt;
#Geef het verband tussen protontransferreacties en elektrontransferreacties. Geef voorbeelden die dit verduidelijken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming.&lt;br /&gt;
#Bepaal de hybridisatie en geometrie van PCl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; en SF&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;. Teken de atoomstructuur en zijn deze moleculen polair of apolair en een uitleg waarom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Vuistregels met afleiding van buffers geven, dit ook toepassen op pH titraties, bloed als buffer bespreken&lt;br /&gt;
#Hebben kationen basische of zure eigenschappen, zijn dit dan zwakke of sterke zuren of basen (voorbeelden kunnen helpen en verduidelijkend zijn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen &lt;br /&gt;
#Aantal mL en molair NiSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;-oplossing samenvoegen met een aantal ml en molair NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;, toon aan dat ondanks het gevormde complex nikkel (II) ammoniak er toch nog neerslag gevormd wordt&lt;br /&gt;
#Een tabel gegeven van temperatuur en snelheidsconstante, de opdracht is grafisch de activeringsenergie te berekenen en k te berekenen bij 250°C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== XX Augustus 2016 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leg de verschillende soorten isomerie uit + wat is tautomerie?&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom fluoride in tandpasta zit (alle 6 puntjes geven, dus ook vorming CaF uitleggen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Random oefening uit oefenzitting&lt;br /&gt;
#Berekend de K&amp;lt;sub&amp;gt;w&amp;lt;/sub&amp;gt; vertrekkende vanuit de standaardreductiepotentialen voor water in zuur/basisch milieu&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===XX januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leg de elementaire reactiestappen uit adhv voorbeelden (mono,bi,termoleculair, stationariteitsprincipe, vorming ozon)&lt;br /&gt;
#Geef de &#039;&#039;&#039;essentie&#039;&#039;&#039; van een titratie + grafieken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
#Oplosbaarheid van AgNO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; berekenen na toevoegen van een of ander zuur/base&lt;br /&gt;
#nog een oefening&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===  11 januari 2016 ===&lt;br /&gt;
#Hoe bepaal je de geometrische structuur bij covalent gebonden atomen en geef 3 voorbeelden &lt;br /&gt;
#bij welke reactie is quenching van toepassing?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===XX januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#heterogene en homogene en enzymatische katalysator + alles uitleggen hiervan&lt;br /&gt;
#loodbatterij&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Verschillen tussen Co en Fe en zeggen waarom Fe gebruikt wordt voor zuurstof transport &lt;br /&gt;
#het verschil tussen C dubbel gebonden en enkel gebonden &lt;br /&gt;
#bij de oefeningen was eentje E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; bepalen ahv K&amp;lt;sub&amp;gt;a&amp;lt;/sub&amp;gt; en een andere E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; &lt;br /&gt;
#andere grafisch de orde enzo bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 JAN 2014===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Roosterenergie van 2 roosters (NaCl en MgO) berekenen met de formule, zeggen of er nog een andere manier was om die te vinden (Hess) en of er een verschil in uitkomst te verwachten was tussen de twee manieren. Vergelijken van de pH van de twee oplossingen.&lt;br /&gt;
#Uitleggen waarom termoleculaire reactiestappen omwaarschijnlijk zijn. Reactiemechanisme van 2HI + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; → I&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O  geven. Stationariteitsprincipe uitleggen en zeggen of het op die reactie van toepassing was. &lt;br /&gt;
#Waar/soms waar/niet waar: Een proces is spontaan als de entropie in het systeem toeneemt. &lt;br /&gt;
#Uitleggen wat een buffer is en de vuistregels voor een goede buffer uitleggen zonder de hele wiskundige berekening te doen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen.&lt;br /&gt;
#Oplosbaarheid van AgBr, complexatie met thiosulfaat en alternatieve manier geven om oplosbaarheid te verhogen. Uitleggen waarom die laatste manier weinig effect zou hebben.&lt;br /&gt;
#Celpotentiaal berekenen van een gegeven schematische voorstelling.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 JAN 2013===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de elektronenstructuur van de atomen N en O met die van de moleculen N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;. Licht de hierbij essentiële principes toe.&lt;br /&gt;
# Geef de chemische functies van water. Geef bij iedere functie een voorbeeld in de vorm van een reactievergelijking. Is water sterk of zwak in deze functie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# CuSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing met NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing (grootheden gegeven). Laat zien dat er ondanks de complexatie toch nog neerslagvorming optreedt.&lt;br /&gt;
# Gegeven concentraties (van reactieproduct) in functie van de tijd. Bepaal grafisch de orde en de halfwaardetijd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 FEB 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Geef twee vuistregels voor een goede buffer en toon ze aan aan de hand van de neutralisatiegraad en de buffer capaciteit. &lt;br /&gt;
#* Geef het verband hiervan met pH- titratie &lt;br /&gt;
#* Is bloed een goede buffer ? Verklaar. &lt;br /&gt;
# Verklaar waarom men tandpasta fluorideert.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie.&lt;br /&gt;
# Broom in base.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Welke reacties kunnen optreden als katalysator bij redoxreacties?&lt;br /&gt;
# Leidt de halfreacties van een zwavelzure loodbatterij af&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# hoe bepaal je de elektronenconfiguratie van diatomaire moleculen en geef twee duidelijk verschillende voorbeelden&lt;br /&gt;
# vergelijk Al en Li voor batterijen, geef voor en nadelen en verklaar waarom er Li batterijen zijn en geen Al&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# staaf met enkele goed gekoze voorbeelden het belang van de ladingsdichtheid in de chemie&lt;br /&gt;
# welke reacties hebben er baat bij quenching toe te passen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie. &lt;br /&gt;
# Leg de elektrolyse van water uit in de volgende omstandigheden:1. zonder zout, 2. met een beetje zout en 3. met oplossing van veel zeezout. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
Theorie :&lt;br /&gt;
# geef de vuistregels voor bufferoplossing + afleiden buffercapaciteit en neutralisatiegraad. link met pH-titratie. vertellen over bloed als buffer, goede/slechte buffer?&lt;br /&gt;
# iets van Fe complexatie, waarom de natuur is aangepast aan ademhaling door complexvorming van Fe met zuurstof&lt;br /&gt;
Oefeningen :&lt;br /&gt;
# van deel C met een tabel met waarden, orde van reactie afleiden + grafisch k en t&amp;lt;sub&amp;gt;1/2&amp;lt;/sub&amp;gt; bepalen&lt;br /&gt;
# berekenen of PbOH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; neerslaat, uit een mengsel van PbSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; met NaOH geloof ik&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de bindingssterkte en reactiviteit van C=C en C - C (enkelvoudige binding) op 4 ptn&lt;br /&gt;
# Vergelijk de afhankelijkheid van de temperatuur voor de snelheidsconstante en de evenwichtsconstante&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===1 FEB 2011=== &lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek: Chroomvocht, Piranhazuur , koningswater en cyanide in base en hun werking op (edel)metalen. (/6)&lt;br /&gt;
# Wat is een indicator en hoe werkt het? (/4)&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# P&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; + BR&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; =&amp;amp;gt; PBR&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; vul aan met coefficienten en bereken de temperatuur waarvoor deze reactie spontaan zal verlopen. (/2.5)&lt;br /&gt;
# en een oefening over de combinatie van complexvorming van AlOH&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; en de neerslag van AlOH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. (/3.5)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 sep 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Verschillen en gelijkenissen tussen homogene, heterogene en enzymatische katalyse geven. Verduidelijken met vb.&lt;br /&gt;
# Bindingssterkte en reactiviteit vergelijken tussen C-C en C=C. Welke reacties ondergaan ze.&lt;br /&gt;
Oefingen:&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid&lt;br /&gt;
# Enthalpie &amp;amp;amp; Entropie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 jan 2010===&lt;br /&gt;
# bespreek de oplosbaarheid van metalen in zuur en basisch milieu (/6) &lt;br /&gt;
# bespreek &amp;amp;quot;quenching&amp;amp;quot; en voor welke reacties is dit toepasbaar? (/4) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen: &lt;br /&gt;
# bepaal de oplosbaarheid van AgBr in een molaire NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing (complexvorming) &lt;br /&gt;
# een reactie difluor en diwaterstof -&amp;amp;gt; 2HF. Gaat deze reactie op bij 500K ?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 jan 2010===&lt;br /&gt;
# vergelijk piranhazuur, koningswater, dichromaat en cyanide voor het oplossen van edelmetalen. (.../6)&lt;br /&gt;
# welke reacties kunnen als katalysator optreden bij een redoxreactie? (.../4)&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een oplossing van Ti(II)-ionen wordt in zuur midden getitreerd met een dichromaatoplossing (K&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;Cr&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;7-&amp;lt;/sub&amp;gt;oplossing). Hierbij worden het Cr(III)-ion en het Ti(III)-ion gevormd. Toon aan dat het gaat om een aflopende reactie.Het verloop van de titratie wordt potentiometrisch gevolgd en ook de pH wordt constant gemeten. In de oplossing zit nog een kalomelelektrode (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=0.25V) die aan de anode gekoppeld is en een platina-elektrode. Op zeker ogenblik - na het passeren van het equivalentiepunt - wordt een celpotentiaal van 0.95V gemeten en een pH van 1.2. Bereken de concentratie aan Cr&amp;lt;sup&amp;gt;3+&amp;lt;/sup&amp;gt; ionen, als je weet dat deze concentratie vier maal hoger ligt dan die van de dichromaationen. (.../3)&lt;br /&gt;
# Aan een oplossing van 70 ml 0.20 M nikkelsulfaat wordt 30 ml 0.60 M ammoniak toegevoegd. Toon aan dat er - ondanks de complexvorming - toch hydroxideneerslag gevormd zal worden. (.../3)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Toon het belang aan van ladingsdichtheid in de scheikunde. Geef telkens duidelijk verschillende voorbeelden als het over verschillende soorten reacties gaat.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van broom in base. Geef een relevante toepassing.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Bij 298 K gaat onderstaande reactie op. Men maakt een oplossing van 35,5 g van Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en 0,1 g van H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; in een totaal volume van 200 ml. Wat zijn de evenwichtsconcentraties van H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en HCl ?&lt;br /&gt;
#*H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) + Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) &amp;amp;lt;=&amp;amp;gt; 2HCl(g) &lt;br /&gt;
# Bereken de Kb van IO-, uitgaande van&lt;br /&gt;
#*IO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq) / HIO(l)   E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; = 1,13V&lt;br /&gt;
#*IO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq) / IO&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)  E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; = 0,15V&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Wat is een dipoolmoment?&lt;br /&gt;
# Vroeger werd kaliumpermanganaat e.a. veel gebruikt als goede oxidator. Tegenwoordig wordt pirhanazuur (mengsel waterstofperoxide/zwavelzuur) gebruikt. Waarom?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Temperatuurverandering berekenen van ijs (faseverandering,...)&lt;br /&gt;
# Nog zo&#039;n oefening in die aard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de temperatuursafhankelijkheid van de evenwichtsconstante en de snelheidsconstante.&lt;br /&gt;
# Waarom is een stof goed of slecht oplosbaar in water? En hoe kan je een slecht oplosbare stof beter oplosbaar maken?&lt;br /&gt;
# Maak een vergelijking tussen thermodinamica en kinetica van metathesereacties versus complexatiereacties.&lt;br /&gt;
# Geef de 2 hoofdregels voor het maken van een buffer en leid ze wiskundig af.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsconstante berekenen bij 45°C (je krijgt de reactie)&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is&lt;br /&gt;
# K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 feb 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reacties kunnen een redoxreactie katalyseren?&lt;br /&gt;
# Geef het verband tussen neerslagreacties en complexatiereacties en geef een goed gevonden voorbeeld.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsconstante berekenen bij 45°C (je krijgt de reactie)&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is&lt;br /&gt;
# K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg uit wat tautomerie is + vb.&lt;br /&gt;
# Voor het oxideren werden vroeger vaak de klassieke sterke oxidanten permanaat of dichromaat in zwavelzuur gebruikt, waarom is het gebruik van &amp;amp;quot;piranaha-zuur&amp;amp;quot; (waterstofperoxide in zwavelzuur) aan een opmars bezig?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# men wil 200 ml maken van een oplossing die 3,81g magnesiumcloride en 0,8g natriumhydroxide bevat. Hoeveel gram ammoniumbromide moet er ook in deze oplossing zitter, opdat er geen neerslag is?&lt;br /&gt;
# Boven/onder welke temperatuur gaat deze reactie spontaan op? &lt;br /&gt;
#* N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; (g) + O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) = 2NO (g)&lt;br /&gt;
#* Bereken ook de evenwichtsconstante bij 68°C.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# geef verband van de ionbinding en de covalente binding + verklaar&lt;br /&gt;
# geef verband pH en redoxpotentiaal&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# bereken kb van een stof aan hand van 2 redoxpotentialen &lt;br /&gt;
# oefenening waar je een eind temperatuur moest berekenen met warmtecapaciteit en latente verdampingswarmte (aangezien er een faseovergang is)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R1050265</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Grondslagen_van_de_Chemie&amp;diff=4348</id>
		<title>Grondslagen van de Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Grondslagen_van_de_Chemie&amp;diff=4348"/>
		<updated>2025-01-14T12:10:43Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R1050265: /* 14 Januari 2025 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Basisvak chemie voor 1e bachelor chemie, biochemie, biologie en geologie.&lt;br /&gt;
Gedoceerd door professor Koen Clays (sinds academiejaar 2013-2014, daarvoor door Prof. Bart Goderis). Het examen is volledig schriftelijk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle opgeloste oefeningen van jaar 2018 + extra vraagjes door Elisabeth Isebaert: https://drive.google.com/file/d/19sGYg7UWTPcss0pZICDbe9WzT9T3Zwrb/view?usp=drive_link&lt;br /&gt;
Alle examenvragen van Koen Claeys uitgewerk (haal 10/10 op theorie door dit vanbuiten e knallen): https://drive.google.com/file/d/1d1AIDOuh7TN0IieKpvRVn9zy544TLF2n/view?usp=sharing&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;academiejaar 2022-2023&#039;&#039;&lt;br /&gt;
* Aanpak vak&lt;br /&gt;
** Gegeven door Prof. Koen Clays&lt;br /&gt;
*** Werkt vaak dingen uit op het bord die zeer nuttig/noodzakelijk zijn op een examen te vermelden, lessen volgen zijn dus wel zeker sterk aan te raden! Zeker omdat deze niet opgenomen worden. In 2023-2024 stonden er wel opgenomen powerpoints op Toledo van coronatijd maar die waren enkel nuttig als je iets niet begreep tijdens het studeren.&lt;br /&gt;
** Examen volledig schriftelijk: 10 punten op 2 theorie vragen, 6 punten op 2 oefeningen.&lt;br /&gt;
** Examen + practica&lt;br /&gt;
* Kwaliteit cursus&lt;br /&gt;
** Cursustekst voldoende om te slagen&lt;br /&gt;
* Examenvragen&lt;br /&gt;
** Vergelijkbaar met de tussentijdse toets maar theorievragen op de tussentijdse toets zijn opgedeeld in tussenvragen. Onderaan de pagina staat hoe het op het examen gevraagd zal worden.&lt;br /&gt;
** Theorievragen komen vaak terug&lt;br /&gt;
** Oefeningen zijn zeer vergelijkend met die van de oefenzittingen, maak ook zeker de makkelijke oefeningen opnieuw want deze kunnen ook voorkomen&lt;br /&gt;
** Vooral deel E is enorm belangrijk!!&lt;br /&gt;
* Practica&lt;br /&gt;
** Is goed te doen, bereid de practica op punten goed voor!!&lt;br /&gt;
* Oefenzittingen&lt;br /&gt;
** Op de website van bios staan de oplossingen van enkele jaren geleden, zijn niet exact hetzelfde, maar het principe komt steeds op hetzelfde neer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 Januari 2025===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Gegeven de ligandenuitwisselingsreactie: Co(CN)&amp;lt;sub&amp;gt;5&amp;lt;/sub&amp;gt;(H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O)&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; + I&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; --&amp;gt; Co(CN)&amp;lt;sub&amp;gt;5&amp;lt;/sub&amp;gt;(I)&amp;lt;sup&amp;gt;3-&amp;lt;/sup&amp;gt; + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O en de snelheidsvergelijking: v=(a[Co(CN)&amp;lt;sub&amp;gt;5&amp;lt;/sub&amp;gt;(H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O)&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;][I&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;])/(b+c[I&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;])&lt;br /&gt;
a) Geef een toepasselijk reactiemechanisme waarbij je tot bovenstaande snelheidsvergelijking kan uitkomen.&lt;br /&gt;
b) Wat kan je zeggen over het evenwicht van deze reactie?&lt;br /&gt;
c) Is de reactiesnelheid sneller bij metathesereacties?&lt;br /&gt;
#Een stuk tekst uit een krant over magnesiumwinning door een dichtbij de zee, er wordt ook chloor opgeleverd (Tip:Er werd daar vroeger ook aardolie gewonnen). Leg uit waarom het goed is voor een bedrijf om dit te doen, geef alle reactievergelijkingen die je gebruikt bij de uitleg.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Bepaal de oplosbaarheid van AgOH in een oplossing van 0.60 M HIO.&lt;br /&gt;
#Gegeven: N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;H&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; + 2 H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; --&amp;gt; N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; + 4 H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&lt;br /&gt;
a) (Boven/Onder) (omcirkel) welke temperatuur is deze reactie spontaan?&lt;br /&gt;
b) Hoeveel warmte (Komt vrij/Neemt de reactie op) als er 0.020l H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; reageert bij 101325Pa en 25°C?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 Augustus 2024===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Wat bepaalt de ruimtelijke structuur van een covalent gebonden molecuul. Geef eerst in het algemeen hoe je te werk gaat, en toon daze werkwijze aan met 4 verschillende, duidelijke, relevante voorbeelden die verschillende scenario&#039;s voldoende duiden. (./4)&lt;br /&gt;
#Wat gebeurt er bij de elektrolyse van water: (./6)&lt;br /&gt;
a)Zonder zout&lt;br /&gt;
b)Met weinig zout&lt;br /&gt;
c)Verzadigde oplossing van NaCl (Pekel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Gegeven AgBr (./4)&lt;br /&gt;
a)Wat is de oplosbaarheid in zuiver water&lt;br /&gt;
b)Je voegt natriumthiosulfaat (Na2S2O3) toe, dat de oplosbaarheid zal verhogen. Bereken de concentratie Na2S2O3 nodig om 10g AgBr in 500ml water op te lossen.&lt;br /&gt;
c)Complexatie met het centraal kation is 1 manier om de oplosbaarheid te doen laten stijgen van een zout. Wat is nog een andere methode om de oplosbaarheid te verhogen? Waarom is deze methode niet zo efficiënt voor AgBr. &lt;br /&gt;
#Sucrose (C12H22O11) hydrolyseert met een overmaat water tot glucose en fructose (Beide C6H12O6). De concentratie aan glucose wordt gevolgd in functie van de tijd. De begin concentratie van sucrose is 0.500M. Bepaal grafisch zowel de orde als de snelheidsconstante ten opzichte van sucrose.  (./2)             &lt;br /&gt;
C12H22O11 + H20 -&amp;gt; C6H12O6 + C6H12O6 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tabel concentratie glucose in functie van de tijd:&lt;br /&gt;
Concentratie (in M)  en  Tijd (in minuten)&lt;br /&gt;
0     bij 0 minuten                       &lt;br /&gt;
0.050 bij 30 minuten                      &lt;br /&gt;
0.095 bij 60 minuten                     &lt;br /&gt;
0.135 bij 90 minuten                     &lt;br /&gt;
0.234 bij 180 minuten                     &lt;br /&gt;
0.358 bij 360 minuten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2024===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
#Bereken de chemische en fysische roosterenergie voor de vorming van een ionbinding. Geef de principes/formules waarop beide berekeningen zijn gebaseerd (a). Geef je berekeningen weer(b) en vergelijk beide bekomen waardes en verklaar indien verschillend (c). ANTW A: fysisch (formule roostenergie met Madelungconstante) + chemisch (wet van Hess) (a); ANTW B: exacte methode = deel A.3.1.d. (verband tussen ionbinding, atomaire eigenschappen en thermodynamica); ANTW C: fysische berekening is enkel obv interactie-energie en verwaarloost afstoting op korte afstand (zie pagina hierboven).&lt;br /&gt;
#Geef (allemaal verschillende) vier kationen en vier anionen. Geef een chemische eigenschap voor elk van de ionen (bv. zuur, base, oxidans, reductans, ligand, centraal metaalkation), geef aan of het ion in kwestie zwak/sterk is voor deze eigenschap. ANTW: voorbeelden uit boek(Deel E), tabellen gebruiken of BOD opzoeken obv K-waarden/E-waarden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Oefening 1a: Cu(IO_3)2 is slecht oplosbaar in zuiver water. Door toevoeging van NH3 kan de oplosbaarheid verhoogd worden doordat complexatie optreedt ter vorming van het aminecupraatcomplex (Cu(NH3)^2+). Hoeveel NH3 heb je nodig om 20,67g van het zout volledig op te op te lossen in 200ml?&lt;br /&gt;
#Oefening 1b: Daarna ontstaat er ook Cu(OH)_2 -neerslag. Bewijs.&lt;br /&gt;
#oefening 2: Bereken de K_b-waarde van het oxalaation (C2O4^2-) in water obv van thermodynamische gegevens, vergelijk vervolgens met de K_b-waarde bekomen uit de zuurconstantetabel.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2023===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bij welke reacties gebruik je een katalysator en bij welke is quenchen van toepassing? (bij elk een voorbeeld geven + afleidingen formules en verduidelijking hierbij + grafieken)&lt;br /&gt;
# Halfreacties autoaccu (functies chemische elementen geven, welke richting oplaad en welke ontlaad, waarom die fasetoestand bij lood)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Geometrie, hybridisatie, polair/apolair (uitleggen waarom) van SO3(2-)&lt;br /&gt;
# pH bepalen van 0.4M Na2SO3&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid van PbI2 berekenen + hoeveel KCl toevoegen ter vorming van Pb(Cl)4(-) bij een bepaalde concentratie aan PbI2 + wordt er nog neerslag gevormd&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 augustus 2022===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
# Schrijf uit hoe je bekomt tot reactie 7 (pagina 119 BOD) en leg je redeneringen uit. (reductie half reacties- reactie uitgeschreven op bord in de les)&lt;br /&gt;
# Leg de relevantie van de ladingsdichthied (niet electronendichtheid) in de scheikunde uit. [antw.: complexatie en neerslag reacties, in zuur als protontransfer van Hˆ+ (te grote ladingsdichtheid om te bestaan), electrontransfer reacties]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# HCN toevoegen om Co(OH)2 beter op te lossen. Welke HCN-concentratie nodig om 6,79 g Co(OH)2 in oplossing te brengen in 250 mL water? (Analoog oefening 8 E4)&lt;br /&gt;
# Is volgende reactie aflopend bij 40 graden celcius? 2NH4NO3 &amp;lt;--&amp;gt; 2N2 + 4H2O + O2 (zie o.a. oef 4/6/7/E5 deel D)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2022 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1.	Hoe kan je de snelheid van een reactie verhogen, wat gebeurt er met het evenwicht?&lt;br /&gt;
2.	Buffers: vuistregels + afleiding, verband met titratie, is bloed een goede buffer?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefening 1:&lt;br /&gt;
a.	molaire oplosbaarheid van Ag2Cr2O7 in zuiver water&lt;br /&gt;
b.	hoeveel NH3 nodig om 0,100 mol AgI op te lossen in 0,500L (Ag(NH3)2^+ wordt gevormd)&lt;br /&gt;
c.	toon aan dat er geen AgOH neerslag gevormd wordt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefening 2:&lt;br /&gt;
a.	redoxreactie opstellen voor N2/NH2OH en Al(OH)4^-/Al&lt;br /&gt;
b.	toon aan dat de reactie aflopend is bij 25°C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 augustus 2021 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Op welke manieren kan je de snelheid van een reactie vergroten, leg uit wat er dan ook met de evenwichtsconstante gebeurt. Verandert hierbij de ligging van het evenwicht? Gebruik formules of figuren om dit aan te tonen&lt;br /&gt;
#Op welke manier beïnvloedt complexatie het redoxpotentiaal van een metaal? Leg uit, geef een voorbeeld. In de natuur wordt Fe gebruikt voor reversibele redoxreacties. Waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
#Boven of onder welke temperatuur gaat deze reactie spontaan op: O2 (g) + N2 (g) —&amp;gt; 2NO (g)&lt;br /&gt;
#HCN verhoogt de oplosbaarheid van Fe(OH)2, hoe groot is de concentratie van HCN die je nodig hebt om 250 ml 3,37g Fe(OH)2 in oplossing te brengen?”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 6 januari 2021 ===&lt;br /&gt;
Theorie 1:&lt;br /&gt;
#Bespreek alle K’s die we hebben gezien in de cursus en geef een voorbeeld waarin hun definitie duidelijk wordt. Indien je iets kan zeggen over K&amp;gt;&amp;gt;1 K=1 en K&amp;lt;&amp;lt;1, voeg je dit hieraan toe.&lt;br /&gt;
#Gebruik een voorbeeld uit 1a en leg uit hoe je K puur theoretisch kunt vinden.&lt;br /&gt;
#Geef een mogelijk verband tussen K en k indien er een is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie 2:&lt;br /&gt;
Bespreek de elektrolyse van water zonder NaCl, met een beetje NaCl en met veel NaCl.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefening 1:&lt;br /&gt;
Bewijs dat dankzij de complexvorming, PbCl2 niet neerslaat, wanneer we 50ml Pb(NO3)2 (0,4M) bij 50ml BaCl2 (0,6M)doen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefening 2:&lt;br /&gt;
0,700M NaHSO3 en 0,450M Na2SO3&lt;br /&gt;
#Bereken de pH.&lt;br /&gt;
#Bereken de pH bij het toevoegen van 20ml KOH.&lt;br /&gt;
#Bij welke concentratie aan NaOH de buffer (100mL) niet meer werkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 augustus 2020 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) Leg homogene, heterogene en enzymatische katalyse uit. Geef ook telkens een voorbeeld. Leg de gelijkenis tussen heterogene en enzymatische katalyse uit. Leg de gelijkenis tussen homogene en enzymatische katalyse uit. /4&lt;br /&gt;
2) Vergelijk chroomvocht (dichromaat in zwavelzuur), piranhazuur (waterstofperoxide in zwavelzuur), koningswater en cyanide in base als oplosmiddelen voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1) Bereken de oplosbaarheid van AgBr in een 0.053M NH3 oplossing. Ag(NH3)2- wordt gevormd.&lt;br /&gt;
2) Is volgende reactie (reactie gegeven) aflopend bij 68 graden C? Toon aan met berekeningen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2020 voormiddag ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) Hoe evenwicht verschuiven naar kant van producten, verandert er iets aan de snelheid?&lt;br /&gt;
2) De ruimtelijke structuur van de covalente binding, 4 relevante voorbeelden geven en bespreken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1) Bereken Kd van complex Ag(CN)2 adhv thermodynamische eigenschap bij 25°C&lt;br /&gt;
2) Na3PO4 0.045 M: bereken werkelijke concentraties van PO43-, Na+, HPO42-, H2PO4-, H3PO4, H3O+, OH- en bereken de pH.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2020 namiddag ===&lt;br /&gt;
theorie:&lt;br /&gt;
#Hoe verklaar je de werking van een &amp;quot;hoog-rendements&amp;quot; brander voor een centrale verwarming? Welke aanpassingen dienen er te gebeuren in vergelijking met een klassieke brander&lt;br /&gt;
#Bespreek de dissociatie van HgCl2. Waarmee is dit te vergelijken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
#Je voegt 50 mL van een 0.0200M AgNO3 - oplossing toe aan 50 mL van een 0.0300M NaCN-oplossing. Zal AgCN neerslaan, ondanks de complexvorming (Kst Ag(CN)2- = 2.5 x 10^20). Verwaarloos de basische eigenschappen van CN-&lt;br /&gt;
#Bepaal grafisch orde van de reactie, de snelheidsconstante en halfwaardetijd. Je krijgt de beginconcentratie van het reagens gegeven, en het verloop van de concentratie van een product. (Dus je moet nog berekenen, hoe het verloop van de concentratie van het reagens gaat)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2020 namiddag ===&lt;br /&gt;
theorie:&lt;br /&gt;
1) bespreek de elektrolyse van water of in een waterige oplossing van zeezout (NaCl) voor volgende situaties: zonder toevoeging van zout, bij toevoeging van een beetje NaCl, bij toevoeging van veel NaCl&lt;br /&gt;
2) Bespreek homogene, heterogene en enzymatische katalyse: geef verschillen en gelijkenissen. Geef telkens een relevant voorbeeld ter illustratie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
1) reactie N2 + O2 --&amp;gt; 2NO gegeven en berekenen boven/onder welke temperatuur de reactie spontaan is&lt;br /&gt;
2) Berekenen hoeveel gram NaCl je moet toevoegen aan 0,448g Cu(OH)2 om dit volledig te kunnen oplossen in 100 ml water als je weet dat het complex [CuCl4]2- wordt gevormd&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2020 voormiddag ===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
# Buffer&lt;br /&gt;
# Reactiemechanisme van Broom&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===?===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) hoe kan men de snelheid van een chemische reactie vergroten? Verandert dit ook iets aan het evenwicht?&lt;br /&gt;
2) chemische eigenschappen ammoniak, hebben ze dan een zwakke of sterke functie? Geef voorbeeldreacties&lt;br /&gt;
3) bespreek de thermodynamische eigenschappen van de autoprotolyse van water. Zie hiervoor tabel 6.9 BOD&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1) bereken of neerslag wordt gevormd bij samenvoegen 2 stoffen&lt;br /&gt;
2) bereken potentiaal galvanische cel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 februari 2019 namiddag===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
#Leg uit hoe een biprotisch zuur dissocieert en geef een voorbeeld. Vergelijk deze dissociatie met die van HgCl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&lt;br /&gt;
#Broom in base&lt;br /&gt;
oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Bepaal de standaardreductiepotentiaal van het koppel Zn(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2 (s)&amp;lt;/sub&amp;gt;\ Zn&amp;lt;sub&amp;gt;(s)&amp;lt;/sub&amp;gt; met het oplosbaarheidsproduct van Zn(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en de standaardreductiepotentiaal van het koppel Zn&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;\ Zn&amp;lt;sub&amp;gt;(s)&amp;lt;/sub&amp;gt; &lt;br /&gt;
#Een klontje vast ethanol met een massa van 50 g wordt bij 155.80 K overgoten met 2.22 L (1 L = 0.79 kg) vloeibaar ethanol waardoor het klontje zal smelten. Wat is de begintemperatuur van het vloeibaar ethanol als je weet dat het systeem een eindtemperatuur van 287.80 K bereikt en als je weet dat er geen energie verloren gaat aan de omgeving?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 januari 2019 namiddag===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
#vervolledig de reactievergelijking ClO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; + Cl&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; -&amp;gt; Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O en geef een plausibel reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
#bespreek de elektrolyse van water of in een waterig milieu zonder toevoeging van zout, bij toevoeging van een beetje NaCl, bij toevoeging van veel NaCl. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen&lt;br /&gt;
#hoeveel natriumthiosulfaat is er nodig om 0,025 mol AgBr op te lossen in 500 ml? Het complex zilverthiosulfaat wordt gevormd. &lt;br /&gt;
#een ijsklontje met massa 56 gram wordt in 150 g water gedaan om dit af te koelen. Het ijsklontje heeft een begintemperatuur van 0°C en het geheel heeft een eindtemperatuur van 14°C. Bereken de begintemperatuur van het water.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2019 voormiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Bespreek de spontane ontbinding van waterstofperoxide. Welke parameters dragen bij tot de ontbinding en hoe kan je dit tegen gaan?&lt;br /&gt;
#De ruimtelijke structuur van de covalente binding, 4 relevante voorbeelden geven en bespreken.&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#0,040 M 100 mL H&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; bij 100 ml 4M Ca&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;-ionen. Wordt er neerslag gevormd?&lt;br /&gt;
#Een orde oefening met grafisch de halfwaarde tijd en k bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2019===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je het evenwicht naar de kant van de producten krijgen. Heeft dit ook invloed op de snelheid van de reactie? /6&lt;br /&gt;
#Stel een chemisch mechanisme op zodat citroenzuur (wat een bestandsdeel is van citroensap) kan ontgiften. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Bepaal de K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; uit de gegeven redoxkoppels (H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O/H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=1.76V) en HO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;−&amp;lt;/sup&amp;gt;/OH&amp;lt;sup&amp;gt;−&amp;lt;/sup&amp;gt;) (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=0.87V). Met welke andere 2 koppels kan je dit nog doen? /3&lt;br /&gt;
# Geef de lewisstructuur, hybridisatie, polariteit (+ uitleg), en geometrie van XeF&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en PBr&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2019===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Geef de twee vuistregels voor een goede buffer en leg ze uit adhv neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg uit bloed als buffer en waarom het geen ideale buffer is. Geef de relatie tussen een buffer en een pH- titratie(curve). /6&lt;br /&gt;
#Vervolledig deze reactie, BrO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;  +  Br&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; →   Br&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;  +  H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O, en geef een plausibel reactiemechanisme voor deze reactie (Staat niet in de cursus maar wel gezien als een extra voorbeeld). BOD Tabel 6.2 n.7 /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Welke verbindingen zijn zelf niet zuur of basisch, maar vertonen wel zure of basische eigenschappen als ze in water gebracht worden? /6&lt;br /&gt;
# Bespreek de voorwaarden en de gevolgen van het stationariteitsprincipe.  Geef een duidelijk en relevant voorbeeld. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#De stabiliteitsconstante voor de vorming van het complex Pb(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; is 1,0.1016. De standaardreductiepotentiaal voor het koppel Pb&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/Pb(s) is -0,12V. Bereken aan de hand van deze gegevens de standaardreductiepotentiaal voor het koppel Pb(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/Pb(s). / 3&lt;br /&gt;
#Er wordt een buffer met pH = 6,90 gemaakt uitgaande van NaH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; en Na&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;HPO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;. De eindconcentratie van NaH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; in 400 mL van deze oplossing is 0,020 M. Bereken hoeveel gram dinatriumwaterstoffosfaat er in deze oplossing moet zitten om de beoogde pH te realiseren. Aan deze oplossing wordt 100 mL 0,0080 M HI toegevoegd. Bereken ook de pH na toevoeging hiervan. Vanaf hoeveel mol NaOH toegevoegd zou de startbuffer niet meer werkzaam zijn? Licht kort toe. /3&lt;br /&gt;
&amp;lt;sup&amp;gt;&amp;lt;/sup&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Stel een mogelijk reactiemechanisme voor bij reactie 7 BOD tabel 6.2. /4&lt;br /&gt;
#Waarom mag men geen ontkalker bij javel doen? Geef alle relevante reacties. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Bepaal de baseconstante van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels. /3&lt;br /&gt;
#Geef de Lewisstructuur, hybridisatie en polariteit van XeF&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en HClO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Hoe kan men het evenwicht naar de producten doen verschuiven? Heeft dit dan ook gevolgen voor de reactiesnelheid? /4&lt;br /&gt;
# Vergelijk chroomvocht (dichromaat in zwavelzuur), piranhazuur (waterstofperoxide in zwavelzuur), koningswater en cyanide in base als oplosmiddelen voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Je wilt 0.488 g Cu(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossen in water tot een eindvolume van 100 mL. Bereken hoeveel gram NaCl er nodig is om ervoor te zorgen dat Cu(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; niet neerslaat. Het CuCl&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; complex wordt gevormd. /3&lt;br /&gt;
# Bepaal grafisch de activeringsenergie van de reactie (tabel met temperatuur en snelheidsconstantes gegeven). Bepaal ook de snelheidsconstante bij 37°C. Kan je hiermee iets zeggen over de orde van de reactie? /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2018 ===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Hoe kan de snelheid van de reactie beïnvloed worden? Verandert dan ook de ligging van het evenwicht van de reactie? /6&lt;br /&gt;
# Welke factoren bepalen of een molecule al dan niet een permanent dipoolmoment bezit? Geef duidelijke voorbeelden. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Je wilt 42.72 g Fe(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossen in water tot een eindvolume van 500 mL. Bereken welke concentratie waterstoffluoride (HF) er nodig is om ervoor te zorgen dat Fe(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; niet neerslaat. /3&lt;br /&gt;
# Stel de correcte redoxreactie op van de koppels Br&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;/Br&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; en AsO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;3-&amp;lt;/sup&amp;gt;/AsO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;. Toon aan met berekeningen dat het over een aflopende reactie gaat bij kamertemperatuur (25°C) /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2018 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van chloor in base. Geef een belangrijke toepassing.&lt;br /&gt;
# Vergelijk de ideale gaswet met de van der Waalsvergelijking voor reële gassen en bespreek de trend in co-volume b en cohesiedruk a (BOD p.141) voor H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, CO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en C&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;H&amp;lt;sub&amp;gt;10&amp;lt;/sub&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 namiddag ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# BOD tabel 6.2, reactie 8: stel een mogelijk reactiemachanisme voor&lt;br /&gt;
# Wat zijn de 2 vuistregels van een goeie buffer? Leidt deze af aan de hand van de begrippen neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg de link met pH-titratie. Leg uit: bloed als buffer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# bepaal de baseconstante van MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels&lt;br /&gt;
# lewisstructuur, hybridisatie en polariteit van 2 moleculen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 namiddag ===&lt;br /&gt;
(examen voor gedeeltelijke vrijstelling, enkel vragen deel E)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Wat zijn de drijvende krachten bij een complexatiereactie? Toon aan met goed gekozen voorbeelden, en leg uit aan de hand van de kenmerken van een hoge stabiliteitsconstante. /4&lt;br /&gt;
# Wat zijn de 2 vuistregels van een goeie buffer? Leidt deze af aan de hand van de begrippen neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg de link met pH-titratie. Leg uit: bloed als buffer. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Bepaal de baseconstante van MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels /3&lt;br /&gt;
# Hoeveel zilverbromide kan je oplossen in een 0.530M ammoniakoplossing. Verwaarloos de basische eigenschappen van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3 (Toepassing neerslag &amp;amp; complexatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 september 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Waarom zijn er diagonaalrelaties? Geef voorbeelden van chemische eigenschappen die gebruikt worden in chemische reacties. /5 &lt;br /&gt;
#Geef het verband tussen de redoxpotentiaal van een redoxhalfreactie en de evenwichtconstante van de gehele reactie. Geef ook de gevolgen. /5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of er neerslagvorming optreedt. &lt;br /&gt;
#Vrijgekomen warmte en energie uit een reactie berekenen. &lt;br /&gt;
=== 25 Augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Vergelijk het verschil van de invloed van temperatuur op de reactiesnelheid en het evenwicht - zowel in formulevorm als grafisch /6&lt;br /&gt;
k &amp;amp; K afleiden en grafisch weergeven met resp. ln k ~ 1/T en ln K ~ 1/T (voor dH&amp;gt;0 en dH&amp;lt;0)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Welke chemisch relevante eigenschappen van atomen kan je afleiden van de positie in het periodiek systeem? /4 &lt;br /&gt;
Zuur-base; oxidans-reductans (+verband), ... (atomen, niet ionen van het element!)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Hoeveel zilverbromide kan je oplossen in een 0.53M ammonium oplossing. Verwaarloos de basische eigenschappen van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
(Toepassing neerslag &amp;amp; complexatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Redoxreactie van SO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/SO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)- en MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/MnO(v). /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 Augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan het evenwicht in de richting van de producten worden verschoven? Heeft dit invloed op het evenwicht? /6&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;concentratie wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
principe van Le Chatelier&lt;br /&gt;
hogere concentratie → meer kans op botsingen → sneller&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;druk wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
bij drukverhoging → daalt volume → c=n/v dus concentratie stijgt (vanaf dan analoog aan Le Chatelier)&lt;br /&gt;
bij drukverlaging is gunstig voor reacties waarbij ΔN = (N&amp;lt;sub&amp;gt;producten&amp;lt;/sub&amp;gt; - N&amp;lt;sub&amp;gt;reagentia&amp;lt;/sub&amp;gt;) negatief is(N staat voor de coëfficiënten van de stoffen in de reactie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;temperatuur wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
K&amp;lt;sub&amp;gt;ev&amp;lt;/sub&amp;gt; is temperatuursafhankelijk → ΔG =-RTln(K) ↔ ln(k)=-ΔH/RT +ΔS/R (teken grafiek 1/T met ln(k))&lt;br /&gt;
endo → hoge T is gunstig&lt;br /&gt;
exo → lage T is gunstig&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Wat is het verband tussen neerslag- en complexatiereacties? /4&lt;br /&gt;
ionen met een hoge ladingsdichtheid kunnen niet zoals bijvoorbeeld Na&amp;lt;sup&amp;gt;+&amp;lt;/sup&amp;gt; en Cl&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; (afkomstig van goed oplosbaar zou NaCl) in oplossing voorkomen,&lt;br /&gt;
aangezien dit niet stabiel is.&lt;br /&gt;
gaan dus ofwel neerslaan ofwel complexeren&lt;br /&gt;
(K&amp;lt;sub&amp;gt;sp&amp;lt;/sub&amp;gt; en 1/K&amp;lt;sub&amp;gt;st&amp;lt;/sub&amp;gt; vergelijken → de stabielste toestand gaat zich dan voordoen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Teken de lewis-structuur, geef het sterisch getal, hybridisatie, geometrische en atoomstructuur van HCN en ICl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. Geef ook aan of ze polair zijn of niet. /3&lt;br /&gt;
#Leid de K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; af van AsO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van zijn standaarreductiepotentiaal. Kies zelf een goed redoxkoppel. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Welke verbindingen zijn zelf niet zuur of basisch, maar vertonen wel zure of basische eigenschappen als ze in water gebracht worden? /6&lt;br /&gt;
#Hoe kunnen meerdere verschillende kationen die samen in een mengsel voorkomen, van elkaar gescheiden worden? Waarop moet je letten om de scheiding zo volledig mogelijk te laten gebeuren? /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming /3&lt;br /&gt;
#correcte redoxreactie van 2 gegeven koppels schrijven en berekenen dat dit een aflopende reactie is. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Bij welke reacties is quenchen van toepassing? Leg goed uit en geef een voorbeeld. /4&lt;br /&gt;
#Vergelijk chroomvocht, piranhazuur, koningswater en cyanide in base als oplossmiddel voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Roosterenergie berekenen /2.5&lt;br /&gt;
#concentratie zout berekenen die toegevoegd moet worden om gegeven hoeveelheid neerslag op te doen lossen. /3.5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
VM&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je de reactiesnelheid beïnvloeden? Wat betekent dit voor het chemisch evenwicht? /4&lt;br /&gt;
#Wat gebeurt er bij de elektrolyse van water voor geen, een weinig en veel NaCL? /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#pH + werkelijke ionenconcentraties van een bioprotisch zuur berekenen /3&lt;br /&gt;
#een slecht oplosbaar zout oplossen aan de hand van complexatie door een te berekenen massa NaCl toe te voegen /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je het evenwicht naar de kant van de producten brengen? Heeft dit een invloed op de snelheid?&lt;br /&gt;
#Geef het verband tussen protontransferreacties en elektrontransferreacties. Geef voorbeelden die dit verduidelijken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming.&lt;br /&gt;
#Bepaal de hybridisatie en geometrie van PCl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; en SF&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;. Teken de atoomstructuur en zijn deze moleculen polair of apolair en een uitleg waarom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Vuistregels met afleiding van buffers geven, dit ook toepassen op pH titraties, bloed als buffer bespreken&lt;br /&gt;
#Hebben kationen basische of zure eigenschappen, zijn dit dan zwakke of sterke zuren of basen (voorbeelden kunnen helpen en verduidelijkend zijn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen &lt;br /&gt;
#Aantal mL en molair NiSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;-oplossing samenvoegen met een aantal ml en molair NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;, toon aan dat ondanks het gevormde complex nikkel (II) ammoniak er toch nog neerslag gevormd wordt&lt;br /&gt;
#Een tabel gegeven van temperatuur en snelheidsconstante, de opdracht is grafisch de activeringsenergie te berekenen en k te berekenen bij 250°C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== XX Augustus 2016 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leg de verschillende soorten isomerie uit + wat is tautomerie?&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom fluoride in tandpasta zit (alle 6 puntjes geven, dus ook vorming CaF uitleggen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Random oefening uit oefenzitting&lt;br /&gt;
#Berekend de K&amp;lt;sub&amp;gt;w&amp;lt;/sub&amp;gt; vertrekkende vanuit de standaardreductiepotentialen voor water in zuur/basisch milieu&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===XX januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leg de elementaire reactiestappen uit adhv voorbeelden (mono,bi,termoleculair, stationariteitsprincipe, vorming ozon)&lt;br /&gt;
#Geef de &#039;&#039;&#039;essentie&#039;&#039;&#039; van een titratie + grafieken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
#Oplosbaarheid van AgNO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; berekenen na toevoegen van een of ander zuur/base&lt;br /&gt;
#nog een oefening&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===  11 januari 2016 ===&lt;br /&gt;
#Hoe bepaal je de geometrische structuur bij covalent gebonden atomen en geef 3 voorbeelden &lt;br /&gt;
#bij welke reactie is quenching van toepassing?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===XX januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#heterogene en homogene en enzymatische katalysator + alles uitleggen hiervan&lt;br /&gt;
#loodbatterij&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Verschillen tussen Co en Fe en zeggen waarom Fe gebruikt wordt voor zuurstof transport &lt;br /&gt;
#het verschil tussen C dubbel gebonden en enkel gebonden &lt;br /&gt;
#bij de oefeningen was eentje E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; bepalen ahv K&amp;lt;sub&amp;gt;a&amp;lt;/sub&amp;gt; en een andere E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; &lt;br /&gt;
#andere grafisch de orde enzo bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 JAN 2014===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Roosterenergie van 2 roosters (NaCl en MgO) berekenen met de formule, zeggen of er nog een andere manier was om die te vinden (Hess) en of er een verschil in uitkomst te verwachten was tussen de twee manieren. Vergelijken van de pH van de twee oplossingen.&lt;br /&gt;
#Uitleggen waarom termoleculaire reactiestappen omwaarschijnlijk zijn. Reactiemechanisme van 2HI + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; → I&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O  geven. Stationariteitsprincipe uitleggen en zeggen of het op die reactie van toepassing was. &lt;br /&gt;
#Waar/soms waar/niet waar: Een proces is spontaan als de entropie in het systeem toeneemt. &lt;br /&gt;
#Uitleggen wat een buffer is en de vuistregels voor een goede buffer uitleggen zonder de hele wiskundige berekening te doen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen.&lt;br /&gt;
#Oplosbaarheid van AgBr, complexatie met thiosulfaat en alternatieve manier geven om oplosbaarheid te verhogen. Uitleggen waarom die laatste manier weinig effect zou hebben.&lt;br /&gt;
#Celpotentiaal berekenen van een gegeven schematische voorstelling.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 JAN 2013===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de elektronenstructuur van de atomen N en O met die van de moleculen N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;. Licht de hierbij essentiële principes toe.&lt;br /&gt;
# Geef de chemische functies van water. Geef bij iedere functie een voorbeeld in de vorm van een reactievergelijking. Is water sterk of zwak in deze functie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# CuSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing met NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing (grootheden gegeven). Laat zien dat er ondanks de complexatie toch nog neerslagvorming optreedt.&lt;br /&gt;
# Gegeven concentraties (van reactieproduct) in functie van de tijd. Bepaal grafisch de orde en de halfwaardetijd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 FEB 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Geef twee vuistregels voor een goede buffer en toon ze aan aan de hand van de neutralisatiegraad en de buffer capaciteit. &lt;br /&gt;
#* Geef het verband hiervan met pH- titratie &lt;br /&gt;
#* Is bloed een goede buffer ? Verklaar. &lt;br /&gt;
# Verklaar waarom men tandpasta fluorideert.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie.&lt;br /&gt;
# Broom in base.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Welke reacties kunnen optreden als katalysator bij redoxreacties?&lt;br /&gt;
# Leidt de halfreacties van een zwavelzure loodbatterij af&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# hoe bepaal je de elektronenconfiguratie van diatomaire moleculen en geef twee duidelijk verschillende voorbeelden&lt;br /&gt;
# vergelijk Al en Li voor batterijen, geef voor en nadelen en verklaar waarom er Li batterijen zijn en geen Al&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# staaf met enkele goed gekoze voorbeelden het belang van de ladingsdichtheid in de chemie&lt;br /&gt;
# welke reacties hebben er baat bij quenching toe te passen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie. &lt;br /&gt;
# Leg de elektrolyse van water uit in de volgende omstandigheden:1. zonder zout, 2. met een beetje zout en 3. met oplossing van veel zeezout. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
Theorie :&lt;br /&gt;
# geef de vuistregels voor bufferoplossing + afleiden buffercapaciteit en neutralisatiegraad. link met pH-titratie. vertellen over bloed als buffer, goede/slechte buffer?&lt;br /&gt;
# iets van Fe complexatie, waarom de natuur is aangepast aan ademhaling door complexvorming van Fe met zuurstof&lt;br /&gt;
Oefeningen :&lt;br /&gt;
# van deel C met een tabel met waarden, orde van reactie afleiden + grafisch k en t&amp;lt;sub&amp;gt;1/2&amp;lt;/sub&amp;gt; bepalen&lt;br /&gt;
# berekenen of PbOH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; neerslaat, uit een mengsel van PbSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; met NaOH geloof ik&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de bindingssterkte en reactiviteit van C=C en C - C (enkelvoudige binding) op 4 ptn&lt;br /&gt;
# Vergelijk de afhankelijkheid van de temperatuur voor de snelheidsconstante en de evenwichtsconstante&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===1 FEB 2011=== &lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek: Chroomvocht, Piranhazuur , koningswater en cyanide in base en hun werking op (edel)metalen. (/6)&lt;br /&gt;
# Wat is een indicator en hoe werkt het? (/4)&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# P&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; + BR&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; =&amp;amp;gt; PBR&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; vul aan met coefficienten en bereken de temperatuur waarvoor deze reactie spontaan zal verlopen. (/2.5)&lt;br /&gt;
# en een oefening over de combinatie van complexvorming van AlOH&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; en de neerslag van AlOH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. (/3.5)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 sep 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Verschillen en gelijkenissen tussen homogene, heterogene en enzymatische katalyse geven. Verduidelijken met vb.&lt;br /&gt;
# Bindingssterkte en reactiviteit vergelijken tussen C-C en C=C. Welke reacties ondergaan ze.&lt;br /&gt;
Oefingen:&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid&lt;br /&gt;
# Enthalpie &amp;amp;amp; Entropie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 jan 2010===&lt;br /&gt;
# bespreek de oplosbaarheid van metalen in zuur en basisch milieu (/6) &lt;br /&gt;
# bespreek &amp;amp;quot;quenching&amp;amp;quot; en voor welke reacties is dit toepasbaar? (/4) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen: &lt;br /&gt;
# bepaal de oplosbaarheid van AgBr in een molaire NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing (complexvorming) &lt;br /&gt;
# een reactie difluor en diwaterstof -&amp;amp;gt; 2HF. Gaat deze reactie op bij 500K ?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 jan 2010===&lt;br /&gt;
# vergelijk piranhazuur, koningswater, dichromaat en cyanide voor het oplossen van edelmetalen. (.../6)&lt;br /&gt;
# welke reacties kunnen als katalysator optreden bij een redoxreactie? (.../4)&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een oplossing van Ti(II)-ionen wordt in zuur midden getitreerd met een dichromaatoplossing (K&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;Cr&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;7-&amp;lt;/sub&amp;gt;oplossing). Hierbij worden het Cr(III)-ion en het Ti(III)-ion gevormd. Toon aan dat het gaat om een aflopende reactie.Het verloop van de titratie wordt potentiometrisch gevolgd en ook de pH wordt constant gemeten. In de oplossing zit nog een kalomelelektrode (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=0.25V) die aan de anode gekoppeld is en een platina-elektrode. Op zeker ogenblik - na het passeren van het equivalentiepunt - wordt een celpotentiaal van 0.95V gemeten en een pH van 1.2. Bereken de concentratie aan Cr&amp;lt;sup&amp;gt;3+&amp;lt;/sup&amp;gt; ionen, als je weet dat deze concentratie vier maal hoger ligt dan die van de dichromaationen. (.../3)&lt;br /&gt;
# Aan een oplossing van 70 ml 0.20 M nikkelsulfaat wordt 30 ml 0.60 M ammoniak toegevoegd. Toon aan dat er - ondanks de complexvorming - toch hydroxideneerslag gevormd zal worden. (.../3)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Toon het belang aan van ladingsdichtheid in de scheikunde. Geef telkens duidelijk verschillende voorbeelden als het over verschillende soorten reacties gaat.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van broom in base. Geef een relevante toepassing.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Bij 298 K gaat onderstaande reactie op. Men maakt een oplossing van 35,5 g van Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en 0,1 g van H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; in een totaal volume van 200 ml. Wat zijn de evenwichtsconcentraties van H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en HCl ?&lt;br /&gt;
#*H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) + Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) &amp;amp;lt;=&amp;amp;gt; 2HCl(g) &lt;br /&gt;
# Bereken de Kb van IO-, uitgaande van&lt;br /&gt;
#*IO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq) / HIO(l)   E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; = 1,13V&lt;br /&gt;
#*IO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq) / IO&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)  E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; = 0,15V&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Wat is een dipoolmoment?&lt;br /&gt;
# Vroeger werd kaliumpermanganaat e.a. veel gebruikt als goede oxidator. Tegenwoordig wordt pirhanazuur (mengsel waterstofperoxide/zwavelzuur) gebruikt. Waarom?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Temperatuurverandering berekenen van ijs (faseverandering,...)&lt;br /&gt;
# Nog zo&#039;n oefening in die aard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de temperatuursafhankelijkheid van de evenwichtsconstante en de snelheidsconstante.&lt;br /&gt;
# Waarom is een stof goed of slecht oplosbaar in water? En hoe kan je een slecht oplosbare stof beter oplosbaar maken?&lt;br /&gt;
# Maak een vergelijking tussen thermodinamica en kinetica van metathesereacties versus complexatiereacties.&lt;br /&gt;
# Geef de 2 hoofdregels voor het maken van een buffer en leid ze wiskundig af.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsconstante berekenen bij 45°C (je krijgt de reactie)&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is&lt;br /&gt;
# K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 feb 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reacties kunnen een redoxreactie katalyseren?&lt;br /&gt;
# Geef het verband tussen neerslagreacties en complexatiereacties en geef een goed gevonden voorbeeld.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsconstante berekenen bij 45°C (je krijgt de reactie)&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is&lt;br /&gt;
# K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg uit wat tautomerie is + vb.&lt;br /&gt;
# Voor het oxideren werden vroeger vaak de klassieke sterke oxidanten permanaat of dichromaat in zwavelzuur gebruikt, waarom is het gebruik van &amp;amp;quot;piranaha-zuur&amp;amp;quot; (waterstofperoxide in zwavelzuur) aan een opmars bezig?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# men wil 200 ml maken van een oplossing die 3,81g magnesiumcloride en 0,8g natriumhydroxide bevat. Hoeveel gram ammoniumbromide moet er ook in deze oplossing zitter, opdat er geen neerslag is?&lt;br /&gt;
# Boven/onder welke temperatuur gaat deze reactie spontaan op? &lt;br /&gt;
#* N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; (g) + O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) = 2NO (g)&lt;br /&gt;
#* Bereken ook de evenwichtsconstante bij 68°C.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# geef verband van de ionbinding en de covalente binding + verklaar&lt;br /&gt;
# geef verband pH en redoxpotentiaal&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# bereken kb van een stof aan hand van 2 redoxpotentialen &lt;br /&gt;
# oefenening waar je een eind temperatuur moest berekenen met warmtecapaciteit en latente verdampingswarmte (aangezien er een faseovergang is)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R1050265</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Grondslagen_van_de_Chemie&amp;diff=4347</id>
		<title>Grondslagen van de Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Grondslagen_van_de_Chemie&amp;diff=4347"/>
		<updated>2025-01-14T12:05:17Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R1050265: /* 14 Januari 2025 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Basisvak chemie voor 1e bachelor chemie, biochemie, biologie en geologie.&lt;br /&gt;
Gedoceerd door professor Koen Clays (sinds academiejaar 2013-2014, daarvoor door Prof. Bart Goderis). Het examen is volledig schriftelijk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle opgeloste oefeningen van jaar 2018 + extra vraagjes door Elisabeth Isebaert: https://drive.google.com/file/d/19sGYg7UWTPcss0pZICDbe9WzT9T3Zwrb/view?usp=drive_link&lt;br /&gt;
Alle examenvragen van Koen Claeys uitgewerk (haal 10/10 op theorie door dit vanbuiten e knallen): https://drive.google.com/file/d/1d1AIDOuh7TN0IieKpvRVn9zy544TLF2n/view?usp=sharing&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;academiejaar 2022-2023&#039;&#039;&lt;br /&gt;
* Aanpak vak&lt;br /&gt;
** Gegeven door Prof. Koen Clays&lt;br /&gt;
*** Werkt vaak dingen uit op het bord die zeer nuttig/noodzakelijk zijn op een examen te vermelden, lessen volgen zijn dus wel zeker sterk aan te raden! Zeker omdat deze niet opgenomen worden. In 2023-2024 stonden er wel opgenomen powerpoints op Toledo van coronatijd maar die waren enkel nuttig als je iets niet begreep tijdens het studeren.&lt;br /&gt;
** Examen volledig schriftelijk: 10 punten op 2 theorie vragen, 6 punten op 2 oefeningen.&lt;br /&gt;
** Examen + practica&lt;br /&gt;
* Kwaliteit cursus&lt;br /&gt;
** Cursustekst voldoende om te slagen&lt;br /&gt;
* Examenvragen&lt;br /&gt;
** Vergelijkbaar met de tussentijdse toets maar theorievragen op de tussentijdse toets zijn opgedeeld in tussenvragen. Onderaan de pagina staat hoe het op het examen gevraagd zal worden.&lt;br /&gt;
** Theorievragen komen vaak terug&lt;br /&gt;
** Oefeningen zijn zeer vergelijkend met die van de oefenzittingen, maak ook zeker de makkelijke oefeningen opnieuw want deze kunnen ook voorkomen&lt;br /&gt;
** Vooral deel E is enorm belangrijk!!&lt;br /&gt;
* Practica&lt;br /&gt;
** Is goed te doen, bereid de practica op punten goed voor!!&lt;br /&gt;
* Oefenzittingen&lt;br /&gt;
** Op de website van bios staan de oplossingen van enkele jaren geleden, zijn niet exact hetzelfde, maar het principe komt steeds op hetzelfde neer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 Januari 2025===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Gegeven de ligandenuitwisselingsreactie: Co(CN)&amp;lt;sub&amp;gt;5&amp;lt;/sub&amp;gt;(H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O)&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; + I&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; --&amp;gt; Co(CN)&amp;lt;sub&amp;gt;5&amp;lt;/sub&amp;gt;(I)&amp;lt;sup&amp;gt;3-&amp;lt;/sup&amp;gt; + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O en de snelheidsvergelijking: v=(a[Co(CN)&amp;lt;sub&amp;gt;5&amp;lt;/sub&amp;gt;(H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O)&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;][I&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;])/(b+c[I&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;])&lt;br /&gt;
a) Geef een toepasselijk reactiemechanisme waarbij je tot bovenstaande snelheidsvergelijking kan uitkomen.&lt;br /&gt;
b) Wat kan je zeggen over het evenwicht van deze reactie?&lt;br /&gt;
c) Is de reactiesnelheid sneller bij metathesereacties?&lt;br /&gt;
#Een stuk tekst uit een krant over magnesiumwinning door een dichtbij de zee, er wordt ook chloor opgeleverd (Tip:Er werd daar vroeger ook aardolie gewonnen). Leg uit waarom het goed is voor een bedrijf om dit te doen, geef alle reactievergelijkingen die je gebruikt bij de uitleg.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Bepaal de oplosbaarheid van AgOH in een oplossing van 0.60 M HIO.&lt;br /&gt;
#Gegeven: N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;H&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; + 2 H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; --&amp;gt; N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; + 4 H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&lt;br /&gt;
a) (Boven/Onder) (omcirkel) welke temperatuur is deze reactie aflopend?&lt;br /&gt;
b) Hoeveel warmte (Komt vrij/Neemt de reactie op) als er 0.020l H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; reageert bij 101325Pa en 25°C?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 Augustus 2024===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Wat bepaalt de ruimtelijke structuur van een covalent gebonden molecuul. Geef eerst in het algemeen hoe je te werk gaat, en toon daze werkwijze aan met 4 verschillende, duidelijke, relevante voorbeelden die verschillende scenario&#039;s voldoende duiden. (./4)&lt;br /&gt;
#Wat gebeurt er bij de elektrolyse van water: (./6)&lt;br /&gt;
a)Zonder zout&lt;br /&gt;
b)Met weinig zout&lt;br /&gt;
c)Verzadigde oplossing van NaCl (Pekel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Gegeven AgBr (./4)&lt;br /&gt;
a)Wat is de oplosbaarheid in zuiver water&lt;br /&gt;
b)Je voegt natriumthiosulfaat (Na2S2O3) toe, dat de oplosbaarheid zal verhogen. Bereken de concentratie Na2S2O3 nodig om 10g AgBr in 500ml water op te lossen.&lt;br /&gt;
c)Complexatie met het centraal kation is 1 manier om de oplosbaarheid te doen laten stijgen van een zout. Wat is nog een andere methode om de oplosbaarheid te verhogen? Waarom is deze methode niet zo efficiënt voor AgBr. &lt;br /&gt;
#Sucrose (C12H22O11) hydrolyseert met een overmaat water tot glucose en fructose (Beide C6H12O6). De concentratie aan glucose wordt gevolgd in functie van de tijd. De begin concentratie van sucrose is 0.500M. Bepaal grafisch zowel de orde als de snelheidsconstante ten opzichte van sucrose.  (./2)             &lt;br /&gt;
C12H22O11 + H20 -&amp;gt; C6H12O6 + C6H12O6 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tabel concentratie glucose in functie van de tijd:&lt;br /&gt;
Concentratie (in M)  en  Tijd (in minuten)&lt;br /&gt;
0     bij 0 minuten                       &lt;br /&gt;
0.050 bij 30 minuten                      &lt;br /&gt;
0.095 bij 60 minuten                     &lt;br /&gt;
0.135 bij 90 minuten                     &lt;br /&gt;
0.234 bij 180 minuten                     &lt;br /&gt;
0.358 bij 360 minuten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2024===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
#Bereken de chemische en fysische roosterenergie voor de vorming van een ionbinding. Geef de principes/formules waarop beide berekeningen zijn gebaseerd (a). Geef je berekeningen weer(b) en vergelijk beide bekomen waardes en verklaar indien verschillend (c). ANTW A: fysisch (formule roostenergie met Madelungconstante) + chemisch (wet van Hess) (a); ANTW B: exacte methode = deel A.3.1.d. (verband tussen ionbinding, atomaire eigenschappen en thermodynamica); ANTW C: fysische berekening is enkel obv interactie-energie en verwaarloost afstoting op korte afstand (zie pagina hierboven).&lt;br /&gt;
#Geef (allemaal verschillende) vier kationen en vier anionen. Geef een chemische eigenschap voor elk van de ionen (bv. zuur, base, oxidans, reductans, ligand, centraal metaalkation), geef aan of het ion in kwestie zwak/sterk is voor deze eigenschap. ANTW: voorbeelden uit boek(Deel E), tabellen gebruiken of BOD opzoeken obv K-waarden/E-waarden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Oefening 1a: Cu(IO_3)2 is slecht oplosbaar in zuiver water. Door toevoeging van NH3 kan de oplosbaarheid verhoogd worden doordat complexatie optreedt ter vorming van het aminecupraatcomplex (Cu(NH3)^2+). Hoeveel NH3 heb je nodig om 20,67g van het zout volledig op te op te lossen in 200ml?&lt;br /&gt;
#Oefening 1b: Daarna ontstaat er ook Cu(OH)_2 -neerslag. Bewijs.&lt;br /&gt;
#oefening 2: Bereken de K_b-waarde van het oxalaation (C2O4^2-) in water obv van thermodynamische gegevens, vergelijk vervolgens met de K_b-waarde bekomen uit de zuurconstantetabel.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2023===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bij welke reacties gebruik je een katalysator en bij welke is quenchen van toepassing? (bij elk een voorbeeld geven + afleidingen formules en verduidelijking hierbij + grafieken)&lt;br /&gt;
# Halfreacties autoaccu (functies chemische elementen geven, welke richting oplaad en welke ontlaad, waarom die fasetoestand bij lood)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Geometrie, hybridisatie, polair/apolair (uitleggen waarom) van SO3(2-)&lt;br /&gt;
# pH bepalen van 0.4M Na2SO3&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid van PbI2 berekenen + hoeveel KCl toevoegen ter vorming van Pb(Cl)4(-) bij een bepaalde concentratie aan PbI2 + wordt er nog neerslag gevormd&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 augustus 2022===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
# Schrijf uit hoe je bekomt tot reactie 7 (pagina 119 BOD) en leg je redeneringen uit. (reductie half reacties- reactie uitgeschreven op bord in de les)&lt;br /&gt;
# Leg de relevantie van de ladingsdichthied (niet electronendichtheid) in de scheikunde uit. [antw.: complexatie en neerslag reacties, in zuur als protontransfer van Hˆ+ (te grote ladingsdichtheid om te bestaan), electrontransfer reacties]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# HCN toevoegen om Co(OH)2 beter op te lossen. Welke HCN-concentratie nodig om 6,79 g Co(OH)2 in oplossing te brengen in 250 mL water? (Analoog oefening 8 E4)&lt;br /&gt;
# Is volgende reactie aflopend bij 40 graden celcius? 2NH4NO3 &amp;lt;--&amp;gt; 2N2 + 4H2O + O2 (zie o.a. oef 4/6/7/E5 deel D)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2022 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1.	Hoe kan je de snelheid van een reactie verhogen, wat gebeurt er met het evenwicht?&lt;br /&gt;
2.	Buffers: vuistregels + afleiding, verband met titratie, is bloed een goede buffer?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefening 1:&lt;br /&gt;
a.	molaire oplosbaarheid van Ag2Cr2O7 in zuiver water&lt;br /&gt;
b.	hoeveel NH3 nodig om 0,100 mol AgI op te lossen in 0,500L (Ag(NH3)2^+ wordt gevormd)&lt;br /&gt;
c.	toon aan dat er geen AgOH neerslag gevormd wordt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefening 2:&lt;br /&gt;
a.	redoxreactie opstellen voor N2/NH2OH en Al(OH)4^-/Al&lt;br /&gt;
b.	toon aan dat de reactie aflopend is bij 25°C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 augustus 2021 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Op welke manieren kan je de snelheid van een reactie vergroten, leg uit wat er dan ook met de evenwichtsconstante gebeurt. Verandert hierbij de ligging van het evenwicht? Gebruik formules of figuren om dit aan te tonen&lt;br /&gt;
#Op welke manier beïnvloedt complexatie het redoxpotentiaal van een metaal? Leg uit, geef een voorbeeld. In de natuur wordt Fe gebruikt voor reversibele redoxreacties. Waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
#Boven of onder welke temperatuur gaat deze reactie spontaan op: O2 (g) + N2 (g) —&amp;gt; 2NO (g)&lt;br /&gt;
#HCN verhoogt de oplosbaarheid van Fe(OH)2, hoe groot is de concentratie van HCN die je nodig hebt om 250 ml 3,37g Fe(OH)2 in oplossing te brengen?”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 6 januari 2021 ===&lt;br /&gt;
Theorie 1:&lt;br /&gt;
#Bespreek alle K’s die we hebben gezien in de cursus en geef een voorbeeld waarin hun definitie duidelijk wordt. Indien je iets kan zeggen over K&amp;gt;&amp;gt;1 K=1 en K&amp;lt;&amp;lt;1, voeg je dit hieraan toe.&lt;br /&gt;
#Gebruik een voorbeeld uit 1a en leg uit hoe je K puur theoretisch kunt vinden.&lt;br /&gt;
#Geef een mogelijk verband tussen K en k indien er een is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie 2:&lt;br /&gt;
Bespreek de elektrolyse van water zonder NaCl, met een beetje NaCl en met veel NaCl.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefening 1:&lt;br /&gt;
Bewijs dat dankzij de complexvorming, PbCl2 niet neerslaat, wanneer we 50ml Pb(NO3)2 (0,4M) bij 50ml BaCl2 (0,6M)doen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefening 2:&lt;br /&gt;
0,700M NaHSO3 en 0,450M Na2SO3&lt;br /&gt;
#Bereken de pH.&lt;br /&gt;
#Bereken de pH bij het toevoegen van 20ml KOH.&lt;br /&gt;
#Bij welke concentratie aan NaOH de buffer (100mL) niet meer werkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 augustus 2020 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) Leg homogene, heterogene en enzymatische katalyse uit. Geef ook telkens een voorbeeld. Leg de gelijkenis tussen heterogene en enzymatische katalyse uit. Leg de gelijkenis tussen homogene en enzymatische katalyse uit. /4&lt;br /&gt;
2) Vergelijk chroomvocht (dichromaat in zwavelzuur), piranhazuur (waterstofperoxide in zwavelzuur), koningswater en cyanide in base als oplosmiddelen voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1) Bereken de oplosbaarheid van AgBr in een 0.053M NH3 oplossing. Ag(NH3)2- wordt gevormd.&lt;br /&gt;
2) Is volgende reactie (reactie gegeven) aflopend bij 68 graden C? Toon aan met berekeningen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2020 voormiddag ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) Hoe evenwicht verschuiven naar kant van producten, verandert er iets aan de snelheid?&lt;br /&gt;
2) De ruimtelijke structuur van de covalente binding, 4 relevante voorbeelden geven en bespreken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1) Bereken Kd van complex Ag(CN)2 adhv thermodynamische eigenschap bij 25°C&lt;br /&gt;
2) Na3PO4 0.045 M: bereken werkelijke concentraties van PO43-, Na+, HPO42-, H2PO4-, H3PO4, H3O+, OH- en bereken de pH.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2020 namiddag ===&lt;br /&gt;
theorie:&lt;br /&gt;
#Hoe verklaar je de werking van een &amp;quot;hoog-rendements&amp;quot; brander voor een centrale verwarming? Welke aanpassingen dienen er te gebeuren in vergelijking met een klassieke brander&lt;br /&gt;
#Bespreek de dissociatie van HgCl2. Waarmee is dit te vergelijken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
#Je voegt 50 mL van een 0.0200M AgNO3 - oplossing toe aan 50 mL van een 0.0300M NaCN-oplossing. Zal AgCN neerslaan, ondanks de complexvorming (Kst Ag(CN)2- = 2.5 x 10^20). Verwaarloos de basische eigenschappen van CN-&lt;br /&gt;
#Bepaal grafisch orde van de reactie, de snelheidsconstante en halfwaardetijd. Je krijgt de beginconcentratie van het reagens gegeven, en het verloop van de concentratie van een product. (Dus je moet nog berekenen, hoe het verloop van de concentratie van het reagens gaat)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2020 namiddag ===&lt;br /&gt;
theorie:&lt;br /&gt;
1) bespreek de elektrolyse van water of in een waterige oplossing van zeezout (NaCl) voor volgende situaties: zonder toevoeging van zout, bij toevoeging van een beetje NaCl, bij toevoeging van veel NaCl&lt;br /&gt;
2) Bespreek homogene, heterogene en enzymatische katalyse: geef verschillen en gelijkenissen. Geef telkens een relevant voorbeeld ter illustratie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
1) reactie N2 + O2 --&amp;gt; 2NO gegeven en berekenen boven/onder welke temperatuur de reactie spontaan is&lt;br /&gt;
2) Berekenen hoeveel gram NaCl je moet toevoegen aan 0,448g Cu(OH)2 om dit volledig te kunnen oplossen in 100 ml water als je weet dat het complex [CuCl4]2- wordt gevormd&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2020 voormiddag ===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
# Buffer&lt;br /&gt;
# Reactiemechanisme van Broom&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===?===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) hoe kan men de snelheid van een chemische reactie vergroten? Verandert dit ook iets aan het evenwicht?&lt;br /&gt;
2) chemische eigenschappen ammoniak, hebben ze dan een zwakke of sterke functie? Geef voorbeeldreacties&lt;br /&gt;
3) bespreek de thermodynamische eigenschappen van de autoprotolyse van water. Zie hiervoor tabel 6.9 BOD&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1) bereken of neerslag wordt gevormd bij samenvoegen 2 stoffen&lt;br /&gt;
2) bereken potentiaal galvanische cel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 februari 2019 namiddag===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
#Leg uit hoe een biprotisch zuur dissocieert en geef een voorbeeld. Vergelijk deze dissociatie met die van HgCl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&lt;br /&gt;
#Broom in base&lt;br /&gt;
oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Bepaal de standaardreductiepotentiaal van het koppel Zn(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2 (s)&amp;lt;/sub&amp;gt;\ Zn&amp;lt;sub&amp;gt;(s)&amp;lt;/sub&amp;gt; met het oplosbaarheidsproduct van Zn(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en de standaardreductiepotentiaal van het koppel Zn&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;\ Zn&amp;lt;sub&amp;gt;(s)&amp;lt;/sub&amp;gt; &lt;br /&gt;
#Een klontje vast ethanol met een massa van 50 g wordt bij 155.80 K overgoten met 2.22 L (1 L = 0.79 kg) vloeibaar ethanol waardoor het klontje zal smelten. Wat is de begintemperatuur van het vloeibaar ethanol als je weet dat het systeem een eindtemperatuur van 287.80 K bereikt en als je weet dat er geen energie verloren gaat aan de omgeving?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 januari 2019 namiddag===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
#vervolledig de reactievergelijking ClO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; + Cl&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; -&amp;gt; Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O en geef een plausibel reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
#bespreek de elektrolyse van water of in een waterig milieu zonder toevoeging van zout, bij toevoeging van een beetje NaCl, bij toevoeging van veel NaCl. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen&lt;br /&gt;
#hoeveel natriumthiosulfaat is er nodig om 0,025 mol AgBr op te lossen in 500 ml? Het complex zilverthiosulfaat wordt gevormd. &lt;br /&gt;
#een ijsklontje met massa 56 gram wordt in 150 g water gedaan om dit af te koelen. Het ijsklontje heeft een begintemperatuur van 0°C en het geheel heeft een eindtemperatuur van 14°C. Bereken de begintemperatuur van het water.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2019 voormiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Bespreek de spontane ontbinding van waterstofperoxide. Welke parameters dragen bij tot de ontbinding en hoe kan je dit tegen gaan?&lt;br /&gt;
#De ruimtelijke structuur van de covalente binding, 4 relevante voorbeelden geven en bespreken.&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#0,040 M 100 mL H&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; bij 100 ml 4M Ca&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;-ionen. Wordt er neerslag gevormd?&lt;br /&gt;
#Een orde oefening met grafisch de halfwaarde tijd en k bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2019===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je het evenwicht naar de kant van de producten krijgen. Heeft dit ook invloed op de snelheid van de reactie? /6&lt;br /&gt;
#Stel een chemisch mechanisme op zodat citroenzuur (wat een bestandsdeel is van citroensap) kan ontgiften. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Bepaal de K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; uit de gegeven redoxkoppels (H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O/H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=1.76V) en HO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;−&amp;lt;/sup&amp;gt;/OH&amp;lt;sup&amp;gt;−&amp;lt;/sup&amp;gt;) (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=0.87V). Met welke andere 2 koppels kan je dit nog doen? /3&lt;br /&gt;
# Geef de lewisstructuur, hybridisatie, polariteit (+ uitleg), en geometrie van XeF&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en PBr&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2019===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Geef de twee vuistregels voor een goede buffer en leg ze uit adhv neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg uit bloed als buffer en waarom het geen ideale buffer is. Geef de relatie tussen een buffer en een pH- titratie(curve). /6&lt;br /&gt;
#Vervolledig deze reactie, BrO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;  +  Br&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; →   Br&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;  +  H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O, en geef een plausibel reactiemechanisme voor deze reactie (Staat niet in de cursus maar wel gezien als een extra voorbeeld). BOD Tabel 6.2 n.7 /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Welke verbindingen zijn zelf niet zuur of basisch, maar vertonen wel zure of basische eigenschappen als ze in water gebracht worden? /6&lt;br /&gt;
# Bespreek de voorwaarden en de gevolgen van het stationariteitsprincipe.  Geef een duidelijk en relevant voorbeeld. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#De stabiliteitsconstante voor de vorming van het complex Pb(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; is 1,0.1016. De standaardreductiepotentiaal voor het koppel Pb&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/Pb(s) is -0,12V. Bereken aan de hand van deze gegevens de standaardreductiepotentiaal voor het koppel Pb(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/Pb(s). / 3&lt;br /&gt;
#Er wordt een buffer met pH = 6,90 gemaakt uitgaande van NaH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; en Na&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;HPO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;. De eindconcentratie van NaH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; in 400 mL van deze oplossing is 0,020 M. Bereken hoeveel gram dinatriumwaterstoffosfaat er in deze oplossing moet zitten om de beoogde pH te realiseren. Aan deze oplossing wordt 100 mL 0,0080 M HI toegevoegd. Bereken ook de pH na toevoeging hiervan. Vanaf hoeveel mol NaOH toegevoegd zou de startbuffer niet meer werkzaam zijn? Licht kort toe. /3&lt;br /&gt;
&amp;lt;sup&amp;gt;&amp;lt;/sup&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Stel een mogelijk reactiemechanisme voor bij reactie 7 BOD tabel 6.2. /4&lt;br /&gt;
#Waarom mag men geen ontkalker bij javel doen? Geef alle relevante reacties. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Bepaal de baseconstante van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels. /3&lt;br /&gt;
#Geef de Lewisstructuur, hybridisatie en polariteit van XeF&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en HClO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Hoe kan men het evenwicht naar de producten doen verschuiven? Heeft dit dan ook gevolgen voor de reactiesnelheid? /4&lt;br /&gt;
# Vergelijk chroomvocht (dichromaat in zwavelzuur), piranhazuur (waterstofperoxide in zwavelzuur), koningswater en cyanide in base als oplosmiddelen voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Je wilt 0.488 g Cu(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossen in water tot een eindvolume van 100 mL. Bereken hoeveel gram NaCl er nodig is om ervoor te zorgen dat Cu(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; niet neerslaat. Het CuCl&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; complex wordt gevormd. /3&lt;br /&gt;
# Bepaal grafisch de activeringsenergie van de reactie (tabel met temperatuur en snelheidsconstantes gegeven). Bepaal ook de snelheidsconstante bij 37°C. Kan je hiermee iets zeggen over de orde van de reactie? /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2018 ===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Hoe kan de snelheid van de reactie beïnvloed worden? Verandert dan ook de ligging van het evenwicht van de reactie? /6&lt;br /&gt;
# Welke factoren bepalen of een molecule al dan niet een permanent dipoolmoment bezit? Geef duidelijke voorbeelden. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Je wilt 42.72 g Fe(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossen in water tot een eindvolume van 500 mL. Bereken welke concentratie waterstoffluoride (HF) er nodig is om ervoor te zorgen dat Fe(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; niet neerslaat. /3&lt;br /&gt;
# Stel de correcte redoxreactie op van de koppels Br&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;/Br&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; en AsO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;3-&amp;lt;/sup&amp;gt;/AsO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;. Toon aan met berekeningen dat het over een aflopende reactie gaat bij kamertemperatuur (25°C) /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2018 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van chloor in base. Geef een belangrijke toepassing.&lt;br /&gt;
# Vergelijk de ideale gaswet met de van der Waalsvergelijking voor reële gassen en bespreek de trend in co-volume b en cohesiedruk a (BOD p.141) voor H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, CO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en C&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;H&amp;lt;sub&amp;gt;10&amp;lt;/sub&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 namiddag ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# BOD tabel 6.2, reactie 8: stel een mogelijk reactiemachanisme voor&lt;br /&gt;
# Wat zijn de 2 vuistregels van een goeie buffer? Leidt deze af aan de hand van de begrippen neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg de link met pH-titratie. Leg uit: bloed als buffer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# bepaal de baseconstante van MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels&lt;br /&gt;
# lewisstructuur, hybridisatie en polariteit van 2 moleculen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 namiddag ===&lt;br /&gt;
(examen voor gedeeltelijke vrijstelling, enkel vragen deel E)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Wat zijn de drijvende krachten bij een complexatiereactie? Toon aan met goed gekozen voorbeelden, en leg uit aan de hand van de kenmerken van een hoge stabiliteitsconstante. /4&lt;br /&gt;
# Wat zijn de 2 vuistregels van een goeie buffer? Leidt deze af aan de hand van de begrippen neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg de link met pH-titratie. Leg uit: bloed als buffer. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Bepaal de baseconstante van MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels /3&lt;br /&gt;
# Hoeveel zilverbromide kan je oplossen in een 0.530M ammoniakoplossing. Verwaarloos de basische eigenschappen van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3 (Toepassing neerslag &amp;amp; complexatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 september 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Waarom zijn er diagonaalrelaties? Geef voorbeelden van chemische eigenschappen die gebruikt worden in chemische reacties. /5 &lt;br /&gt;
#Geef het verband tussen de redoxpotentiaal van een redoxhalfreactie en de evenwichtconstante van de gehele reactie. Geef ook de gevolgen. /5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of er neerslagvorming optreedt. &lt;br /&gt;
#Vrijgekomen warmte en energie uit een reactie berekenen. &lt;br /&gt;
=== 25 Augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Vergelijk het verschil van de invloed van temperatuur op de reactiesnelheid en het evenwicht - zowel in formulevorm als grafisch /6&lt;br /&gt;
k &amp;amp; K afleiden en grafisch weergeven met resp. ln k ~ 1/T en ln K ~ 1/T (voor dH&amp;gt;0 en dH&amp;lt;0)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Welke chemisch relevante eigenschappen van atomen kan je afleiden van de positie in het periodiek systeem? /4 &lt;br /&gt;
Zuur-base; oxidans-reductans (+verband), ... (atomen, niet ionen van het element!)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Hoeveel zilverbromide kan je oplossen in een 0.53M ammonium oplossing. Verwaarloos de basische eigenschappen van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
(Toepassing neerslag &amp;amp; complexatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Redoxreactie van SO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/SO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)- en MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/MnO(v). /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 Augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan het evenwicht in de richting van de producten worden verschoven? Heeft dit invloed op het evenwicht? /6&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;concentratie wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
principe van Le Chatelier&lt;br /&gt;
hogere concentratie → meer kans op botsingen → sneller&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;druk wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
bij drukverhoging → daalt volume → c=n/v dus concentratie stijgt (vanaf dan analoog aan Le Chatelier)&lt;br /&gt;
bij drukverlaging is gunstig voor reacties waarbij ΔN = (N&amp;lt;sub&amp;gt;producten&amp;lt;/sub&amp;gt; - N&amp;lt;sub&amp;gt;reagentia&amp;lt;/sub&amp;gt;) negatief is(N staat voor de coëfficiënten van de stoffen in de reactie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;temperatuur wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
K&amp;lt;sub&amp;gt;ev&amp;lt;/sub&amp;gt; is temperatuursafhankelijk → ΔG =-RTln(K) ↔ ln(k)=-ΔH/RT +ΔS/R (teken grafiek 1/T met ln(k))&lt;br /&gt;
endo → hoge T is gunstig&lt;br /&gt;
exo → lage T is gunstig&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Wat is het verband tussen neerslag- en complexatiereacties? /4&lt;br /&gt;
ionen met een hoge ladingsdichtheid kunnen niet zoals bijvoorbeeld Na&amp;lt;sup&amp;gt;+&amp;lt;/sup&amp;gt; en Cl&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; (afkomstig van goed oplosbaar zou NaCl) in oplossing voorkomen,&lt;br /&gt;
aangezien dit niet stabiel is.&lt;br /&gt;
gaan dus ofwel neerslaan ofwel complexeren&lt;br /&gt;
(K&amp;lt;sub&amp;gt;sp&amp;lt;/sub&amp;gt; en 1/K&amp;lt;sub&amp;gt;st&amp;lt;/sub&amp;gt; vergelijken → de stabielste toestand gaat zich dan voordoen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Teken de lewis-structuur, geef het sterisch getal, hybridisatie, geometrische en atoomstructuur van HCN en ICl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. Geef ook aan of ze polair zijn of niet. /3&lt;br /&gt;
#Leid de K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; af van AsO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van zijn standaarreductiepotentiaal. Kies zelf een goed redoxkoppel. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Welke verbindingen zijn zelf niet zuur of basisch, maar vertonen wel zure of basische eigenschappen als ze in water gebracht worden? /6&lt;br /&gt;
#Hoe kunnen meerdere verschillende kationen die samen in een mengsel voorkomen, van elkaar gescheiden worden? Waarop moet je letten om de scheiding zo volledig mogelijk te laten gebeuren? /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming /3&lt;br /&gt;
#correcte redoxreactie van 2 gegeven koppels schrijven en berekenen dat dit een aflopende reactie is. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Bij welke reacties is quenchen van toepassing? Leg goed uit en geef een voorbeeld. /4&lt;br /&gt;
#Vergelijk chroomvocht, piranhazuur, koningswater en cyanide in base als oplossmiddel voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Roosterenergie berekenen /2.5&lt;br /&gt;
#concentratie zout berekenen die toegevoegd moet worden om gegeven hoeveelheid neerslag op te doen lossen. /3.5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
VM&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je de reactiesnelheid beïnvloeden? Wat betekent dit voor het chemisch evenwicht? /4&lt;br /&gt;
#Wat gebeurt er bij de elektrolyse van water voor geen, een weinig en veel NaCL? /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#pH + werkelijke ionenconcentraties van een bioprotisch zuur berekenen /3&lt;br /&gt;
#een slecht oplosbaar zout oplossen aan de hand van complexatie door een te berekenen massa NaCl toe te voegen /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je het evenwicht naar de kant van de producten brengen? Heeft dit een invloed op de snelheid?&lt;br /&gt;
#Geef het verband tussen protontransferreacties en elektrontransferreacties. Geef voorbeelden die dit verduidelijken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming.&lt;br /&gt;
#Bepaal de hybridisatie en geometrie van PCl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; en SF&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;. Teken de atoomstructuur en zijn deze moleculen polair of apolair en een uitleg waarom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Vuistregels met afleiding van buffers geven, dit ook toepassen op pH titraties, bloed als buffer bespreken&lt;br /&gt;
#Hebben kationen basische of zure eigenschappen, zijn dit dan zwakke of sterke zuren of basen (voorbeelden kunnen helpen en verduidelijkend zijn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen &lt;br /&gt;
#Aantal mL en molair NiSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;-oplossing samenvoegen met een aantal ml en molair NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;, toon aan dat ondanks het gevormde complex nikkel (II) ammoniak er toch nog neerslag gevormd wordt&lt;br /&gt;
#Een tabel gegeven van temperatuur en snelheidsconstante, de opdracht is grafisch de activeringsenergie te berekenen en k te berekenen bij 250°C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== XX Augustus 2016 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leg de verschillende soorten isomerie uit + wat is tautomerie?&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom fluoride in tandpasta zit (alle 6 puntjes geven, dus ook vorming CaF uitleggen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Random oefening uit oefenzitting&lt;br /&gt;
#Berekend de K&amp;lt;sub&amp;gt;w&amp;lt;/sub&amp;gt; vertrekkende vanuit de standaardreductiepotentialen voor water in zuur/basisch milieu&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===XX januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leg de elementaire reactiestappen uit adhv voorbeelden (mono,bi,termoleculair, stationariteitsprincipe, vorming ozon)&lt;br /&gt;
#Geef de &#039;&#039;&#039;essentie&#039;&#039;&#039; van een titratie + grafieken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
#Oplosbaarheid van AgNO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; berekenen na toevoegen van een of ander zuur/base&lt;br /&gt;
#nog een oefening&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===  11 januari 2016 ===&lt;br /&gt;
#Hoe bepaal je de geometrische structuur bij covalent gebonden atomen en geef 3 voorbeelden &lt;br /&gt;
#bij welke reactie is quenching van toepassing?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===XX januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#heterogene en homogene en enzymatische katalysator + alles uitleggen hiervan&lt;br /&gt;
#loodbatterij&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Verschillen tussen Co en Fe en zeggen waarom Fe gebruikt wordt voor zuurstof transport &lt;br /&gt;
#het verschil tussen C dubbel gebonden en enkel gebonden &lt;br /&gt;
#bij de oefeningen was eentje E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; bepalen ahv K&amp;lt;sub&amp;gt;a&amp;lt;/sub&amp;gt; en een andere E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; &lt;br /&gt;
#andere grafisch de orde enzo bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 JAN 2014===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Roosterenergie van 2 roosters (NaCl en MgO) berekenen met de formule, zeggen of er nog een andere manier was om die te vinden (Hess) en of er een verschil in uitkomst te verwachten was tussen de twee manieren. Vergelijken van de pH van de twee oplossingen.&lt;br /&gt;
#Uitleggen waarom termoleculaire reactiestappen omwaarschijnlijk zijn. Reactiemechanisme van 2HI + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; → I&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O  geven. Stationariteitsprincipe uitleggen en zeggen of het op die reactie van toepassing was. &lt;br /&gt;
#Waar/soms waar/niet waar: Een proces is spontaan als de entropie in het systeem toeneemt. &lt;br /&gt;
#Uitleggen wat een buffer is en de vuistregels voor een goede buffer uitleggen zonder de hele wiskundige berekening te doen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen.&lt;br /&gt;
#Oplosbaarheid van AgBr, complexatie met thiosulfaat en alternatieve manier geven om oplosbaarheid te verhogen. Uitleggen waarom die laatste manier weinig effect zou hebben.&lt;br /&gt;
#Celpotentiaal berekenen van een gegeven schematische voorstelling.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 JAN 2013===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de elektronenstructuur van de atomen N en O met die van de moleculen N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;. Licht de hierbij essentiële principes toe.&lt;br /&gt;
# Geef de chemische functies van water. Geef bij iedere functie een voorbeeld in de vorm van een reactievergelijking. Is water sterk of zwak in deze functie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# CuSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing met NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing (grootheden gegeven). Laat zien dat er ondanks de complexatie toch nog neerslagvorming optreedt.&lt;br /&gt;
# Gegeven concentraties (van reactieproduct) in functie van de tijd. Bepaal grafisch de orde en de halfwaardetijd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 FEB 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Geef twee vuistregels voor een goede buffer en toon ze aan aan de hand van de neutralisatiegraad en de buffer capaciteit. &lt;br /&gt;
#* Geef het verband hiervan met pH- titratie &lt;br /&gt;
#* Is bloed een goede buffer ? Verklaar. &lt;br /&gt;
# Verklaar waarom men tandpasta fluorideert.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie.&lt;br /&gt;
# Broom in base.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Welke reacties kunnen optreden als katalysator bij redoxreacties?&lt;br /&gt;
# Leidt de halfreacties van een zwavelzure loodbatterij af&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# hoe bepaal je de elektronenconfiguratie van diatomaire moleculen en geef twee duidelijk verschillende voorbeelden&lt;br /&gt;
# vergelijk Al en Li voor batterijen, geef voor en nadelen en verklaar waarom er Li batterijen zijn en geen Al&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# staaf met enkele goed gekoze voorbeelden het belang van de ladingsdichtheid in de chemie&lt;br /&gt;
# welke reacties hebben er baat bij quenching toe te passen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie. &lt;br /&gt;
# Leg de elektrolyse van water uit in de volgende omstandigheden:1. zonder zout, 2. met een beetje zout en 3. met oplossing van veel zeezout. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
Theorie :&lt;br /&gt;
# geef de vuistregels voor bufferoplossing + afleiden buffercapaciteit en neutralisatiegraad. link met pH-titratie. vertellen over bloed als buffer, goede/slechte buffer?&lt;br /&gt;
# iets van Fe complexatie, waarom de natuur is aangepast aan ademhaling door complexvorming van Fe met zuurstof&lt;br /&gt;
Oefeningen :&lt;br /&gt;
# van deel C met een tabel met waarden, orde van reactie afleiden + grafisch k en t&amp;lt;sub&amp;gt;1/2&amp;lt;/sub&amp;gt; bepalen&lt;br /&gt;
# berekenen of PbOH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; neerslaat, uit een mengsel van PbSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; met NaOH geloof ik&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de bindingssterkte en reactiviteit van C=C en C - C (enkelvoudige binding) op 4 ptn&lt;br /&gt;
# Vergelijk de afhankelijkheid van de temperatuur voor de snelheidsconstante en de evenwichtsconstante&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===1 FEB 2011=== &lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek: Chroomvocht, Piranhazuur , koningswater en cyanide in base en hun werking op (edel)metalen. (/6)&lt;br /&gt;
# Wat is een indicator en hoe werkt het? (/4)&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# P&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; + BR&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; =&amp;amp;gt; PBR&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; vul aan met coefficienten en bereken de temperatuur waarvoor deze reactie spontaan zal verlopen. (/2.5)&lt;br /&gt;
# en een oefening over de combinatie van complexvorming van AlOH&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; en de neerslag van AlOH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. (/3.5)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 sep 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Verschillen en gelijkenissen tussen homogene, heterogene en enzymatische katalyse geven. Verduidelijken met vb.&lt;br /&gt;
# Bindingssterkte en reactiviteit vergelijken tussen C-C en C=C. Welke reacties ondergaan ze.&lt;br /&gt;
Oefingen:&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid&lt;br /&gt;
# Enthalpie &amp;amp;amp; Entropie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 jan 2010===&lt;br /&gt;
# bespreek de oplosbaarheid van metalen in zuur en basisch milieu (/6) &lt;br /&gt;
# bespreek &amp;amp;quot;quenching&amp;amp;quot; en voor welke reacties is dit toepasbaar? (/4) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen: &lt;br /&gt;
# bepaal de oplosbaarheid van AgBr in een molaire NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing (complexvorming) &lt;br /&gt;
# een reactie difluor en diwaterstof -&amp;amp;gt; 2HF. Gaat deze reactie op bij 500K ?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 jan 2010===&lt;br /&gt;
# vergelijk piranhazuur, koningswater, dichromaat en cyanide voor het oplossen van edelmetalen. (.../6)&lt;br /&gt;
# welke reacties kunnen als katalysator optreden bij een redoxreactie? (.../4)&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een oplossing van Ti(II)-ionen wordt in zuur midden getitreerd met een dichromaatoplossing (K&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;Cr&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;7-&amp;lt;/sub&amp;gt;oplossing). Hierbij worden het Cr(III)-ion en het Ti(III)-ion gevormd. Toon aan dat het gaat om een aflopende reactie.Het verloop van de titratie wordt potentiometrisch gevolgd en ook de pH wordt constant gemeten. In de oplossing zit nog een kalomelelektrode (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=0.25V) die aan de anode gekoppeld is en een platina-elektrode. Op zeker ogenblik - na het passeren van het equivalentiepunt - wordt een celpotentiaal van 0.95V gemeten en een pH van 1.2. Bereken de concentratie aan Cr&amp;lt;sup&amp;gt;3+&amp;lt;/sup&amp;gt; ionen, als je weet dat deze concentratie vier maal hoger ligt dan die van de dichromaationen. (.../3)&lt;br /&gt;
# Aan een oplossing van 70 ml 0.20 M nikkelsulfaat wordt 30 ml 0.60 M ammoniak toegevoegd. Toon aan dat er - ondanks de complexvorming - toch hydroxideneerslag gevormd zal worden. (.../3)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Toon het belang aan van ladingsdichtheid in de scheikunde. Geef telkens duidelijk verschillende voorbeelden als het over verschillende soorten reacties gaat.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van broom in base. Geef een relevante toepassing.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Bij 298 K gaat onderstaande reactie op. Men maakt een oplossing van 35,5 g van Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en 0,1 g van H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; in een totaal volume van 200 ml. Wat zijn de evenwichtsconcentraties van H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en HCl ?&lt;br /&gt;
#*H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) + Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) &amp;amp;lt;=&amp;amp;gt; 2HCl(g) &lt;br /&gt;
# Bereken de Kb van IO-, uitgaande van&lt;br /&gt;
#*IO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq) / HIO(l)   E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; = 1,13V&lt;br /&gt;
#*IO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq) / IO&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)  E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; = 0,15V&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Wat is een dipoolmoment?&lt;br /&gt;
# Vroeger werd kaliumpermanganaat e.a. veel gebruikt als goede oxidator. Tegenwoordig wordt pirhanazuur (mengsel waterstofperoxide/zwavelzuur) gebruikt. Waarom?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Temperatuurverandering berekenen van ijs (faseverandering,...)&lt;br /&gt;
# Nog zo&#039;n oefening in die aard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de temperatuursafhankelijkheid van de evenwichtsconstante en de snelheidsconstante.&lt;br /&gt;
# Waarom is een stof goed of slecht oplosbaar in water? En hoe kan je een slecht oplosbare stof beter oplosbaar maken?&lt;br /&gt;
# Maak een vergelijking tussen thermodinamica en kinetica van metathesereacties versus complexatiereacties.&lt;br /&gt;
# Geef de 2 hoofdregels voor het maken van een buffer en leid ze wiskundig af.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsconstante berekenen bij 45°C (je krijgt de reactie)&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is&lt;br /&gt;
# K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 feb 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reacties kunnen een redoxreactie katalyseren?&lt;br /&gt;
# Geef het verband tussen neerslagreacties en complexatiereacties en geef een goed gevonden voorbeeld.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsconstante berekenen bij 45°C (je krijgt de reactie)&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is&lt;br /&gt;
# K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg uit wat tautomerie is + vb.&lt;br /&gt;
# Voor het oxideren werden vroeger vaak de klassieke sterke oxidanten permanaat of dichromaat in zwavelzuur gebruikt, waarom is het gebruik van &amp;amp;quot;piranaha-zuur&amp;amp;quot; (waterstofperoxide in zwavelzuur) aan een opmars bezig?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# men wil 200 ml maken van een oplossing die 3,81g magnesiumcloride en 0,8g natriumhydroxide bevat. Hoeveel gram ammoniumbromide moet er ook in deze oplossing zitter, opdat er geen neerslag is?&lt;br /&gt;
# Boven/onder welke temperatuur gaat deze reactie spontaan op? &lt;br /&gt;
#* N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; (g) + O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) = 2NO (g)&lt;br /&gt;
#* Bereken ook de evenwichtsconstante bij 68°C.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# geef verband van de ionbinding en de covalente binding + verklaar&lt;br /&gt;
# geef verband pH en redoxpotentiaal&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# bereken kb van een stof aan hand van 2 redoxpotentialen &lt;br /&gt;
# oefenening waar je een eind temperatuur moest berekenen met warmtecapaciteit en latente verdampingswarmte (aangezien er een faseovergang is)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R1050265</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Grondslagen_van_de_Chemie&amp;diff=4345</id>
		<title>Grondslagen van de Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Grondslagen_van_de_Chemie&amp;diff=4345"/>
		<updated>2025-01-14T11:38:23Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R1050265: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Basisvak chemie voor 1e bachelor chemie, biochemie, biologie en geologie.&lt;br /&gt;
Gedoceerd door professor Koen Clays (sinds academiejaar 2013-2014, daarvoor door Prof. Bart Goderis). Het examen is volledig schriftelijk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle opgeloste oefeningen van jaar 2018 + extra vraagjes door Elisabeth Isebaert: https://drive.google.com/file/d/19sGYg7UWTPcss0pZICDbe9WzT9T3Zwrb/view?usp=drive_link&lt;br /&gt;
Alle examenvragen van Koen Claeys uitgewerk (haal 10/10 op theorie door dit vanbuiten e knallen): https://drive.google.com/file/d/1d1AIDOuh7TN0IieKpvRVn9zy544TLF2n/view?usp=sharing&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;academiejaar 2022-2023&#039;&#039;&lt;br /&gt;
* Aanpak vak&lt;br /&gt;
** Gegeven door Prof. Koen Clays&lt;br /&gt;
*** Werkt vaak dingen uit op het bord die zeer nuttig/noodzakelijk zijn op een examen te vermelden, lessen volgen zijn dus wel zeker sterk aan te raden! Zeker omdat deze niet opgenomen worden. In 2023-2024 stonden er wel opgenomen powerpoints op Toledo van coronatijd maar die waren enkel nuttig als je iets niet begreep tijdens het studeren.&lt;br /&gt;
** Examen volledig schriftelijk: 10 punten op 2 theorie vragen, 6 punten op 2 oefeningen.&lt;br /&gt;
** Examen + practica&lt;br /&gt;
* Kwaliteit cursus&lt;br /&gt;
** Cursustekst voldoende om te slagen&lt;br /&gt;
* Examenvragen&lt;br /&gt;
** Vergelijkbaar met de tussentijdse toets maar theorievragen op de tussentijdse toets zijn opgedeeld in tussenvragen. Onderaan de pagina staat hoe het op het examen gevraagd zal worden.&lt;br /&gt;
** Theorievragen komen vaak terug&lt;br /&gt;
** Oefeningen zijn zeer vergelijkend met die van de oefenzittingen, maak ook zeker de makkelijke oefeningen opnieuw want deze kunnen ook voorkomen&lt;br /&gt;
** Vooral deel E is enorm belangrijk!!&lt;br /&gt;
* Practica&lt;br /&gt;
** Is goed te doen, bereid de practica op punten goed voor!!&lt;br /&gt;
* Oefenzittingen&lt;br /&gt;
** Op de website van bios staan de oplossingen van enkele jaren geleden, zijn niet exact hetzelfde, maar het principe komt steeds op hetzelfde neer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 Januari 2025===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Gegeven de ligandenuitwisselingsreactie: Co(CN)&amp;lt;sub&amp;gt;5&amp;lt;\sub&amp;gt;(H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;\sub&amp;gt;O)&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;\sup&amp;gt; + I&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;\sup&amp;gt; --&amp;gt; Co(CN)&amp;lt;sub&amp;gt;5&amp;lt;\sub&amp;gt;(I)&amp;lt;sup&amp;gt;3-&amp;lt;\sup&amp;gt; + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;\sub&amp;gt;O en de snelheidsvergelijking: v=(a[Co(CN)&amp;lt;sub&amp;gt;5&amp;lt;\sub&amp;gt;(H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;\sub&amp;gt;O)&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;\sup&amp;gt;][I&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;\sup&amp;gt;])/(b+c[I&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;\sup&amp;gt;])&lt;br /&gt;
a) Geef een toepasselijk reactiemechanisme waarbij je tot bovenstaande snelheidsvergelijking kan uitkomen.&lt;br /&gt;
b) Wat kan je zeggen over het evenwicht van deze reactie?&lt;br /&gt;
c) Is de reactiesnelheid sneller bij metathesereacties?&lt;br /&gt;
#Een stuk tekst uit een krant over magnesiumwinning door een dichtbij de zee, er wordt ook chloor opgeleverd (Tip:Er werd daar vroeger ook aardolie gewonnen). Leg uit waarom het goed is voor een bedrijf om dit te doen, geef alle reactievergelijkingen die je gebruikt bij de uitleg.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Bepaal de oplosbaarheid van AgOH in een oplossing van 0.60 M HIO.&lt;br /&gt;
#Gegeven: N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;\sub&amp;gt;H&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;\sub&amp;gt; + 2 H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;\sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;\sub&amp;gt; --&amp;gt; N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;\sub&amp;gt; + 4 H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;\sup&amp;gt;O&lt;br /&gt;
a) (Boven/Onder) (omcirkel) welke temperatuur is deze reactie aflopend?&lt;br /&gt;
b) Hoeveel warmte (Komt vrij/Neemt de reactie op) als er 0.020l H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;\sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;\sub&amp;gt; reageert bij 101325Pa en 25°C?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 Augustus 2024===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Wat bepaalt de ruimtelijke structuur van een covalent gebonden molecuul. Geef eerst in het algemeen hoe je te werk gaat, en toon daze werkwijze aan met 4 verschillende, duidelijke, relevante voorbeelden die verschillende scenario&#039;s voldoende duiden. (./4)&lt;br /&gt;
#Wat gebeurt er bij de elektrolyse van water: (./6)&lt;br /&gt;
a)Zonder zout&lt;br /&gt;
b)Met weinig zout&lt;br /&gt;
c)Verzadigde oplossing van NaCl (Pekel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Gegeven AgBr (./4)&lt;br /&gt;
a)Wat is de oplosbaarheid in zuiver water&lt;br /&gt;
b)Je voegt natriumthiosulfaat (Na2S2O3) toe, dat de oplosbaarheid zal verhogen. Bereken de concentratie Na2S2O3 nodig om 10g AgBr in 500ml water op te lossen.&lt;br /&gt;
c)Complexatie met het centraal kation is 1 manier om de oplosbaarheid te doen laten stijgen van een zout. Wat is nog een andere methode om de oplosbaarheid te verhogen? Waarom is deze methode niet zo efficiënt voor AgBr. &lt;br /&gt;
#Sucrose (C12H22O11) hydrolyseert met een overmaat water tot glucose en fructose (Beide C6H12O6). De concentratie aan glucose wordt gevolgd in functie van de tijd. De begin concentratie van sucrose is 0.500M. Bepaal grafisch zowel de orde als de snelheidsconstante ten opzichte van sucrose.  (./2)             &lt;br /&gt;
C12H22O11 + H20 -&amp;gt; C6H12O6 + C6H12O6 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tabel concentratie glucose in functie van de tijd:&lt;br /&gt;
Concentratie (in M)  en  Tijd (in minuten)&lt;br /&gt;
0     bij 0 minuten                       &lt;br /&gt;
0.050 bij 30 minuten                      &lt;br /&gt;
0.095 bij 60 minuten                     &lt;br /&gt;
0.135 bij 90 minuten                     &lt;br /&gt;
0.234 bij 180 minuten                     &lt;br /&gt;
0.358 bij 360 minuten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2024===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
#Bereken de chemische en fysische roosterenergie voor de vorming van een ionbinding. Geef de principes/formules waarop beide berekeningen zijn gebaseerd (a). Geef je berekeningen weer(b) en vergelijk beide bekomen waardes en verklaar indien verschillend (c). ANTW A: fysisch (formule roostenergie met Madelungconstante) + chemisch (wet van Hess) (a); ANTW B: exacte methode = deel A.3.1.d. (verband tussen ionbinding, atomaire eigenschappen en thermodynamica); ANTW C: fysische berekening is enkel obv interactie-energie en verwaarloost afstoting op korte afstand (zie pagina hierboven).&lt;br /&gt;
#Geef (allemaal verschillende) vier kationen en vier anionen. Geef een chemische eigenschap voor elk van de ionen (bv. zuur, base, oxidans, reductans, ligand, centraal metaalkation), geef aan of het ion in kwestie zwak/sterk is voor deze eigenschap. ANTW: voorbeelden uit boek(Deel E), tabellen gebruiken of BOD opzoeken obv K-waarden/E-waarden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Oefening 1a: Cu(IO_3)2 is slecht oplosbaar in zuiver water. Door toevoeging van NH3 kan de oplosbaarheid verhoogd worden doordat complexatie optreedt ter vorming van het aminecupraatcomplex (Cu(NH3)^2+). Hoeveel NH3 heb je nodig om 20,67g van het zout volledig op te op te lossen in 200ml?&lt;br /&gt;
#Oefening 1b: Daarna ontstaat er ook Cu(OH)_2 -neerslag. Bewijs.&lt;br /&gt;
#oefening 2: Bereken de K_b-waarde van het oxalaation (C2O4^2-) in water obv van thermodynamische gegevens, vergelijk vervolgens met de K_b-waarde bekomen uit de zuurconstantetabel.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2023===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bij welke reacties gebruik je een katalysator en bij welke is quenchen van toepassing? (bij elk een voorbeeld geven + afleidingen formules en verduidelijking hierbij + grafieken)&lt;br /&gt;
# Halfreacties autoaccu (functies chemische elementen geven, welke richting oplaad en welke ontlaad, waarom die fasetoestand bij lood)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Geometrie, hybridisatie, polair/apolair (uitleggen waarom) van SO3(2-)&lt;br /&gt;
# pH bepalen van 0.4M Na2SO3&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid van PbI2 berekenen + hoeveel KCl toevoegen ter vorming van Pb(Cl)4(-) bij een bepaalde concentratie aan PbI2 + wordt er nog neerslag gevormd&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 augustus 2022===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
# Schrijf uit hoe je bekomt tot reactie 7 (pagina 119 BOD) en leg je redeneringen uit. (reductie half reacties- reactie uitgeschreven op bord in de les)&lt;br /&gt;
# Leg de relevantie van de ladingsdichthied (niet electronendichtheid) in de scheikunde uit. [antw.: complexatie en neerslag reacties, in zuur als protontransfer van Hˆ+ (te grote ladingsdichtheid om te bestaan), electrontransfer reacties]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# HCN toevoegen om Co(OH)2 beter op te lossen. Welke HCN-concentratie nodig om 6,79 g Co(OH)2 in oplossing te brengen in 250 mL water? (Analoog oefening 8 E4)&lt;br /&gt;
# Is volgende reactie aflopend bij 40 graden celcius? 2NH4NO3 &amp;lt;--&amp;gt; 2N2 + 4H2O + O2 (zie o.a. oef 4/6/7/E5 deel D)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2022 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1.	Hoe kan je de snelheid van een reactie verhogen, wat gebeurt er met het evenwicht?&lt;br /&gt;
2.	Buffers: vuistregels + afleiding, verband met titratie, is bloed een goede buffer?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefening 1:&lt;br /&gt;
a.	molaire oplosbaarheid van Ag2Cr2O7 in zuiver water&lt;br /&gt;
b.	hoeveel NH3 nodig om 0,100 mol AgI op te lossen in 0,500L (Ag(NH3)2^+ wordt gevormd)&lt;br /&gt;
c.	toon aan dat er geen AgOH neerslag gevormd wordt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefening 2:&lt;br /&gt;
a.	redoxreactie opstellen voor N2/NH2OH en Al(OH)4^-/Al&lt;br /&gt;
b.	toon aan dat de reactie aflopend is bij 25°C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 augustus 2021 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Op welke manieren kan je de snelheid van een reactie vergroten, leg uit wat er dan ook met de evenwichtsconstante gebeurt. Verandert hierbij de ligging van het evenwicht? Gebruik formules of figuren om dit aan te tonen&lt;br /&gt;
#Op welke manier beïnvloedt complexatie het redoxpotentiaal van een metaal? Leg uit, geef een voorbeeld. In de natuur wordt Fe gebruikt voor reversibele redoxreacties. Waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
#Boven of onder welke temperatuur gaat deze reactie spontaan op: O2 (g) + N2 (g) —&amp;gt; 2NO (g)&lt;br /&gt;
#HCN verhoogt de oplosbaarheid van Fe(OH)2, hoe groot is de concentratie van HCN die je nodig hebt om 250 ml 3,37g Fe(OH)2 in oplossing te brengen?”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 6 januari 2021 ===&lt;br /&gt;
Theorie 1:&lt;br /&gt;
#Bespreek alle K’s die we hebben gezien in de cursus en geef een voorbeeld waarin hun definitie duidelijk wordt. Indien je iets kan zeggen over K&amp;gt;&amp;gt;1 K=1 en K&amp;lt;&amp;lt;1, voeg je dit hieraan toe.&lt;br /&gt;
#Gebruik een voorbeeld uit 1a en leg uit hoe je K puur theoretisch kunt vinden.&lt;br /&gt;
#Geef een mogelijk verband tussen K en k indien er een is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie 2:&lt;br /&gt;
Bespreek de elektrolyse van water zonder NaCl, met een beetje NaCl en met veel NaCl.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefening 1:&lt;br /&gt;
Bewijs dat dankzij de complexvorming, PbCl2 niet neerslaat, wanneer we 50ml Pb(NO3)2 (0,4M) bij 50ml BaCl2 (0,6M)doen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefening 2:&lt;br /&gt;
0,700M NaHSO3 en 0,450M Na2SO3&lt;br /&gt;
#Bereken de pH.&lt;br /&gt;
#Bereken de pH bij het toevoegen van 20ml KOH.&lt;br /&gt;
#Bij welke concentratie aan NaOH de buffer (100mL) niet meer werkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 augustus 2020 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) Leg homogene, heterogene en enzymatische katalyse uit. Geef ook telkens een voorbeeld. Leg de gelijkenis tussen heterogene en enzymatische katalyse uit. Leg de gelijkenis tussen homogene en enzymatische katalyse uit. /4&lt;br /&gt;
2) Vergelijk chroomvocht (dichromaat in zwavelzuur), piranhazuur (waterstofperoxide in zwavelzuur), koningswater en cyanide in base als oplosmiddelen voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1) Bereken de oplosbaarheid van AgBr in een 0.053M NH3 oplossing. Ag(NH3)2- wordt gevormd.&lt;br /&gt;
2) Is volgende reactie (reactie gegeven) aflopend bij 68 graden C? Toon aan met berekeningen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2020 voormiddag ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) Hoe evenwicht verschuiven naar kant van producten, verandert er iets aan de snelheid?&lt;br /&gt;
2) De ruimtelijke structuur van de covalente binding, 4 relevante voorbeelden geven en bespreken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1) Bereken Kd van complex Ag(CN)2 adhv thermodynamische eigenschap bij 25°C&lt;br /&gt;
2) Na3PO4 0.045 M: bereken werkelijke concentraties van PO43-, Na+, HPO42-, H2PO4-, H3PO4, H3O+, OH- en bereken de pH.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2020 namiddag ===&lt;br /&gt;
theorie:&lt;br /&gt;
#Hoe verklaar je de werking van een &amp;quot;hoog-rendements&amp;quot; brander voor een centrale verwarming? Welke aanpassingen dienen er te gebeuren in vergelijking met een klassieke brander&lt;br /&gt;
#Bespreek de dissociatie van HgCl2. Waarmee is dit te vergelijken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
#Je voegt 50 mL van een 0.0200M AgNO3 - oplossing toe aan 50 mL van een 0.0300M NaCN-oplossing. Zal AgCN neerslaan, ondanks de complexvorming (Kst Ag(CN)2- = 2.5 x 10^20). Verwaarloos de basische eigenschappen van CN-&lt;br /&gt;
#Bepaal grafisch orde van de reactie, de snelheidsconstante en halfwaardetijd. Je krijgt de beginconcentratie van het reagens gegeven, en het verloop van de concentratie van een product. (Dus je moet nog berekenen, hoe het verloop van de concentratie van het reagens gaat)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2020 namiddag ===&lt;br /&gt;
theorie:&lt;br /&gt;
1) bespreek de elektrolyse van water of in een waterige oplossing van zeezout (NaCl) voor volgende situaties: zonder toevoeging van zout, bij toevoeging van een beetje NaCl, bij toevoeging van veel NaCl&lt;br /&gt;
2) Bespreek homogene, heterogene en enzymatische katalyse: geef verschillen en gelijkenissen. Geef telkens een relevant voorbeeld ter illustratie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
1) reactie N2 + O2 --&amp;gt; 2NO gegeven en berekenen boven/onder welke temperatuur de reactie spontaan is&lt;br /&gt;
2) Berekenen hoeveel gram NaCl je moet toevoegen aan 0,448g Cu(OH)2 om dit volledig te kunnen oplossen in 100 ml water als je weet dat het complex [CuCl4]2- wordt gevormd&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2020 voormiddag ===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
# Buffer&lt;br /&gt;
# Reactiemechanisme van Broom&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===?===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) hoe kan men de snelheid van een chemische reactie vergroten? Verandert dit ook iets aan het evenwicht?&lt;br /&gt;
2) chemische eigenschappen ammoniak, hebben ze dan een zwakke of sterke functie? Geef voorbeeldreacties&lt;br /&gt;
3) bespreek de thermodynamische eigenschappen van de autoprotolyse van water. Zie hiervoor tabel 6.9 BOD&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1) bereken of neerslag wordt gevormd bij samenvoegen 2 stoffen&lt;br /&gt;
2) bereken potentiaal galvanische cel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 februari 2019 namiddag===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
#Leg uit hoe een biprotisch zuur dissocieert en geef een voorbeeld. Vergelijk deze dissociatie met die van HgCl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&lt;br /&gt;
#Broom in base&lt;br /&gt;
oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Bepaal de standaardreductiepotentiaal van het koppel Zn(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2 (s)&amp;lt;/sub&amp;gt;\ Zn&amp;lt;sub&amp;gt;(s)&amp;lt;/sub&amp;gt; met het oplosbaarheidsproduct van Zn(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en de standaardreductiepotentiaal van het koppel Zn&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;\ Zn&amp;lt;sub&amp;gt;(s)&amp;lt;/sub&amp;gt; &lt;br /&gt;
#Een klontje vast ethanol met een massa van 50 g wordt bij 155.80 K overgoten met 2.22 L (1 L = 0.79 kg) vloeibaar ethanol waardoor het klontje zal smelten. Wat is de begintemperatuur van het vloeibaar ethanol als je weet dat het systeem een eindtemperatuur van 287.80 K bereikt en als je weet dat er geen energie verloren gaat aan de omgeving?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 januari 2019 namiddag===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
#vervolledig de reactievergelijking ClO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; + Cl&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; -&amp;gt; Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O en geef een plausibel reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
#bespreek de elektrolyse van water of in een waterig milieu zonder toevoeging van zout, bij toevoeging van een beetje NaCl, bij toevoeging van veel NaCl. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen&lt;br /&gt;
#hoeveel natriumthiosulfaat is er nodig om 0,025 mol AgBr op te lossen in 500 ml? Het complex zilverthiosulfaat wordt gevormd. &lt;br /&gt;
#een ijsklontje met massa 56 gram wordt in 150 g water gedaan om dit af te koelen. Het ijsklontje heeft een begintemperatuur van 0°C en het geheel heeft een eindtemperatuur van 14°C. Bereken de begintemperatuur van het water.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2019 voormiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Bespreek de spontane ontbinding van waterstofperoxide. Welke parameters dragen bij tot de ontbinding en hoe kan je dit tegen gaan?&lt;br /&gt;
#De ruimtelijke structuur van de covalente binding, 4 relevante voorbeelden geven en bespreken.&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#0,040 M 100 mL H&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; bij 100 ml 4M Ca&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;-ionen. Wordt er neerslag gevormd?&lt;br /&gt;
#Een orde oefening met grafisch de halfwaarde tijd en k bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2019===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je het evenwicht naar de kant van de producten krijgen. Heeft dit ook invloed op de snelheid van de reactie? /6&lt;br /&gt;
#Stel een chemisch mechanisme op zodat citroenzuur (wat een bestandsdeel is van citroensap) kan ontgiften. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Bepaal de K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; uit de gegeven redoxkoppels (H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O/H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=1.76V) en HO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;−&amp;lt;/sup&amp;gt;/OH&amp;lt;sup&amp;gt;−&amp;lt;/sup&amp;gt;) (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=0.87V). Met welke andere 2 koppels kan je dit nog doen? /3&lt;br /&gt;
# Geef de lewisstructuur, hybridisatie, polariteit (+ uitleg), en geometrie van XeF&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en PBr&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2019===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Geef de twee vuistregels voor een goede buffer en leg ze uit adhv neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg uit bloed als buffer en waarom het geen ideale buffer is. Geef de relatie tussen een buffer en een pH- titratie(curve). /6&lt;br /&gt;
#Vervolledig deze reactie, BrO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;  +  Br&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; →   Br&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;  +  H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O, en geef een plausibel reactiemechanisme voor deze reactie (Staat niet in de cursus maar wel gezien als een extra voorbeeld). BOD Tabel 6.2 n.7 /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Welke verbindingen zijn zelf niet zuur of basisch, maar vertonen wel zure of basische eigenschappen als ze in water gebracht worden? /6&lt;br /&gt;
# Bespreek de voorwaarden en de gevolgen van het stationariteitsprincipe.  Geef een duidelijk en relevant voorbeeld. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#De stabiliteitsconstante voor de vorming van het complex Pb(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; is 1,0.1016. De standaardreductiepotentiaal voor het koppel Pb&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/Pb(s) is -0,12V. Bereken aan de hand van deze gegevens de standaardreductiepotentiaal voor het koppel Pb(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/Pb(s). / 3&lt;br /&gt;
#Er wordt een buffer met pH = 6,90 gemaakt uitgaande van NaH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; en Na&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;HPO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;. De eindconcentratie van NaH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; in 400 mL van deze oplossing is 0,020 M. Bereken hoeveel gram dinatriumwaterstoffosfaat er in deze oplossing moet zitten om de beoogde pH te realiseren. Aan deze oplossing wordt 100 mL 0,0080 M HI toegevoegd. Bereken ook de pH na toevoeging hiervan. Vanaf hoeveel mol NaOH toegevoegd zou de startbuffer niet meer werkzaam zijn? Licht kort toe. /3&lt;br /&gt;
&amp;lt;sup&amp;gt;&amp;lt;/sup&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Stel een mogelijk reactiemechanisme voor bij reactie 7 BOD tabel 6.2. /4&lt;br /&gt;
#Waarom mag men geen ontkalker bij javel doen? Geef alle relevante reacties. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Bepaal de baseconstante van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels. /3&lt;br /&gt;
#Geef de Lewisstructuur, hybridisatie en polariteit van XeF&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en HClO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Hoe kan men het evenwicht naar de producten doen verschuiven? Heeft dit dan ook gevolgen voor de reactiesnelheid? /4&lt;br /&gt;
# Vergelijk chroomvocht (dichromaat in zwavelzuur), piranhazuur (waterstofperoxide in zwavelzuur), koningswater en cyanide in base als oplosmiddelen voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Je wilt 0.488 g Cu(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossen in water tot een eindvolume van 100 mL. Bereken hoeveel gram NaCl er nodig is om ervoor te zorgen dat Cu(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; niet neerslaat. Het CuCl&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; complex wordt gevormd. /3&lt;br /&gt;
# Bepaal grafisch de activeringsenergie van de reactie (tabel met temperatuur en snelheidsconstantes gegeven). Bepaal ook de snelheidsconstante bij 37°C. Kan je hiermee iets zeggen over de orde van de reactie? /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2018 ===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Hoe kan de snelheid van de reactie beïnvloed worden? Verandert dan ook de ligging van het evenwicht van de reactie? /6&lt;br /&gt;
# Welke factoren bepalen of een molecule al dan niet een permanent dipoolmoment bezit? Geef duidelijke voorbeelden. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Je wilt 42.72 g Fe(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossen in water tot een eindvolume van 500 mL. Bereken welke concentratie waterstoffluoride (HF) er nodig is om ervoor te zorgen dat Fe(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; niet neerslaat. /3&lt;br /&gt;
# Stel de correcte redoxreactie op van de koppels Br&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;/Br&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; en AsO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;3-&amp;lt;/sup&amp;gt;/AsO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;. Toon aan met berekeningen dat het over een aflopende reactie gaat bij kamertemperatuur (25°C) /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2018 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van chloor in base. Geef een belangrijke toepassing.&lt;br /&gt;
# Vergelijk de ideale gaswet met de van der Waalsvergelijking voor reële gassen en bespreek de trend in co-volume b en cohesiedruk a (BOD p.141) voor H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, CO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en C&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;H&amp;lt;sub&amp;gt;10&amp;lt;/sub&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 namiddag ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# BOD tabel 6.2, reactie 8: stel een mogelijk reactiemachanisme voor&lt;br /&gt;
# Wat zijn de 2 vuistregels van een goeie buffer? Leidt deze af aan de hand van de begrippen neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg de link met pH-titratie. Leg uit: bloed als buffer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# bepaal de baseconstante van MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels&lt;br /&gt;
# lewisstructuur, hybridisatie en polariteit van 2 moleculen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 namiddag ===&lt;br /&gt;
(examen voor gedeeltelijke vrijstelling, enkel vragen deel E)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Wat zijn de drijvende krachten bij een complexatiereactie? Toon aan met goed gekozen voorbeelden, en leg uit aan de hand van de kenmerken van een hoge stabiliteitsconstante. /4&lt;br /&gt;
# Wat zijn de 2 vuistregels van een goeie buffer? Leidt deze af aan de hand van de begrippen neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg de link met pH-titratie. Leg uit: bloed als buffer. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Bepaal de baseconstante van MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels /3&lt;br /&gt;
# Hoeveel zilverbromide kan je oplossen in een 0.530M ammoniakoplossing. Verwaarloos de basische eigenschappen van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3 (Toepassing neerslag &amp;amp; complexatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 september 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Waarom zijn er diagonaalrelaties? Geef voorbeelden van chemische eigenschappen die gebruikt worden in chemische reacties. /5 &lt;br /&gt;
#Geef het verband tussen de redoxpotentiaal van een redoxhalfreactie en de evenwichtconstante van de gehele reactie. Geef ook de gevolgen. /5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of er neerslagvorming optreedt. &lt;br /&gt;
#Vrijgekomen warmte en energie uit een reactie berekenen. &lt;br /&gt;
=== 25 Augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Vergelijk het verschil van de invloed van temperatuur op de reactiesnelheid en het evenwicht - zowel in formulevorm als grafisch /6&lt;br /&gt;
k &amp;amp; K afleiden en grafisch weergeven met resp. ln k ~ 1/T en ln K ~ 1/T (voor dH&amp;gt;0 en dH&amp;lt;0)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Welke chemisch relevante eigenschappen van atomen kan je afleiden van de positie in het periodiek systeem? /4 &lt;br /&gt;
Zuur-base; oxidans-reductans (+verband), ... (atomen, niet ionen van het element!)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Hoeveel zilverbromide kan je oplossen in een 0.53M ammonium oplossing. Verwaarloos de basische eigenschappen van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
(Toepassing neerslag &amp;amp; complexatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Redoxreactie van SO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/SO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)- en MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/MnO(v). /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 Augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan het evenwicht in de richting van de producten worden verschoven? Heeft dit invloed op het evenwicht? /6&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;concentratie wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
principe van Le Chatelier&lt;br /&gt;
hogere concentratie → meer kans op botsingen → sneller&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;druk wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
bij drukverhoging → daalt volume → c=n/v dus concentratie stijgt (vanaf dan analoog aan Le Chatelier)&lt;br /&gt;
bij drukverlaging is gunstig voor reacties waarbij ΔN = (N&amp;lt;sub&amp;gt;producten&amp;lt;/sub&amp;gt; - N&amp;lt;sub&amp;gt;reagentia&amp;lt;/sub&amp;gt;) negatief is(N staat voor de coëfficiënten van de stoffen in de reactie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;temperatuur wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
K&amp;lt;sub&amp;gt;ev&amp;lt;/sub&amp;gt; is temperatuursafhankelijk → ΔG =-RTln(K) ↔ ln(k)=-ΔH/RT +ΔS/R (teken grafiek 1/T met ln(k))&lt;br /&gt;
endo → hoge T is gunstig&lt;br /&gt;
exo → lage T is gunstig&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Wat is het verband tussen neerslag- en complexatiereacties? /4&lt;br /&gt;
ionen met een hoge ladingsdichtheid kunnen niet zoals bijvoorbeeld Na&amp;lt;sup&amp;gt;+&amp;lt;/sup&amp;gt; en Cl&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; (afkomstig van goed oplosbaar zou NaCl) in oplossing voorkomen,&lt;br /&gt;
aangezien dit niet stabiel is.&lt;br /&gt;
gaan dus ofwel neerslaan ofwel complexeren&lt;br /&gt;
(K&amp;lt;sub&amp;gt;sp&amp;lt;/sub&amp;gt; en 1/K&amp;lt;sub&amp;gt;st&amp;lt;/sub&amp;gt; vergelijken → de stabielste toestand gaat zich dan voordoen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Teken de lewis-structuur, geef het sterisch getal, hybridisatie, geometrische en atoomstructuur van HCN en ICl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. Geef ook aan of ze polair zijn of niet. /3&lt;br /&gt;
#Leid de K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; af van AsO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van zijn standaarreductiepotentiaal. Kies zelf een goed redoxkoppel. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Welke verbindingen zijn zelf niet zuur of basisch, maar vertonen wel zure of basische eigenschappen als ze in water gebracht worden? /6&lt;br /&gt;
#Hoe kunnen meerdere verschillende kationen die samen in een mengsel voorkomen, van elkaar gescheiden worden? Waarop moet je letten om de scheiding zo volledig mogelijk te laten gebeuren? /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming /3&lt;br /&gt;
#correcte redoxreactie van 2 gegeven koppels schrijven en berekenen dat dit een aflopende reactie is. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Bij welke reacties is quenchen van toepassing? Leg goed uit en geef een voorbeeld. /4&lt;br /&gt;
#Vergelijk chroomvocht, piranhazuur, koningswater en cyanide in base als oplossmiddel voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Roosterenergie berekenen /2.5&lt;br /&gt;
#concentratie zout berekenen die toegevoegd moet worden om gegeven hoeveelheid neerslag op te doen lossen. /3.5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
VM&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je de reactiesnelheid beïnvloeden? Wat betekent dit voor het chemisch evenwicht? /4&lt;br /&gt;
#Wat gebeurt er bij de elektrolyse van water voor geen, een weinig en veel NaCL? /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#pH + werkelijke ionenconcentraties van een bioprotisch zuur berekenen /3&lt;br /&gt;
#een slecht oplosbaar zout oplossen aan de hand van complexatie door een te berekenen massa NaCl toe te voegen /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je het evenwicht naar de kant van de producten brengen? Heeft dit een invloed op de snelheid?&lt;br /&gt;
#Geef het verband tussen protontransferreacties en elektrontransferreacties. Geef voorbeelden die dit verduidelijken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming.&lt;br /&gt;
#Bepaal de hybridisatie en geometrie van PCl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; en SF&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;. Teken de atoomstructuur en zijn deze moleculen polair of apolair en een uitleg waarom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Vuistregels met afleiding van buffers geven, dit ook toepassen op pH titraties, bloed als buffer bespreken&lt;br /&gt;
#Hebben kationen basische of zure eigenschappen, zijn dit dan zwakke of sterke zuren of basen (voorbeelden kunnen helpen en verduidelijkend zijn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen &lt;br /&gt;
#Aantal mL en molair NiSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;-oplossing samenvoegen met een aantal ml en molair NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;, toon aan dat ondanks het gevormde complex nikkel (II) ammoniak er toch nog neerslag gevormd wordt&lt;br /&gt;
#Een tabel gegeven van temperatuur en snelheidsconstante, de opdracht is grafisch de activeringsenergie te berekenen en k te berekenen bij 250°C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== XX Augustus 2016 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leg de verschillende soorten isomerie uit + wat is tautomerie?&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom fluoride in tandpasta zit (alle 6 puntjes geven, dus ook vorming CaF uitleggen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Random oefening uit oefenzitting&lt;br /&gt;
#Berekend de K&amp;lt;sub&amp;gt;w&amp;lt;/sub&amp;gt; vertrekkende vanuit de standaardreductiepotentialen voor water in zuur/basisch milieu&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===XX januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leg de elementaire reactiestappen uit adhv voorbeelden (mono,bi,termoleculair, stationariteitsprincipe, vorming ozon)&lt;br /&gt;
#Geef de &#039;&#039;&#039;essentie&#039;&#039;&#039; van een titratie + grafieken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
#Oplosbaarheid van AgNO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; berekenen na toevoegen van een of ander zuur/base&lt;br /&gt;
#nog een oefening&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===  11 januari 2016 ===&lt;br /&gt;
#Hoe bepaal je de geometrische structuur bij covalent gebonden atomen en geef 3 voorbeelden &lt;br /&gt;
#bij welke reactie is quenching van toepassing?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===XX januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#heterogene en homogene en enzymatische katalysator + alles uitleggen hiervan&lt;br /&gt;
#loodbatterij&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Verschillen tussen Co en Fe en zeggen waarom Fe gebruikt wordt voor zuurstof transport &lt;br /&gt;
#het verschil tussen C dubbel gebonden en enkel gebonden &lt;br /&gt;
#bij de oefeningen was eentje E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; bepalen ahv K&amp;lt;sub&amp;gt;a&amp;lt;/sub&amp;gt; en een andere E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; &lt;br /&gt;
#andere grafisch de orde enzo bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 JAN 2014===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Roosterenergie van 2 roosters (NaCl en MgO) berekenen met de formule, zeggen of er nog een andere manier was om die te vinden (Hess) en of er een verschil in uitkomst te verwachten was tussen de twee manieren. Vergelijken van de pH van de twee oplossingen.&lt;br /&gt;
#Uitleggen waarom termoleculaire reactiestappen omwaarschijnlijk zijn. Reactiemechanisme van 2HI + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; → I&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O  geven. Stationariteitsprincipe uitleggen en zeggen of het op die reactie van toepassing was. &lt;br /&gt;
#Waar/soms waar/niet waar: Een proces is spontaan als de entropie in het systeem toeneemt. &lt;br /&gt;
#Uitleggen wat een buffer is en de vuistregels voor een goede buffer uitleggen zonder de hele wiskundige berekening te doen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen.&lt;br /&gt;
#Oplosbaarheid van AgBr, complexatie met thiosulfaat en alternatieve manier geven om oplosbaarheid te verhogen. Uitleggen waarom die laatste manier weinig effect zou hebben.&lt;br /&gt;
#Celpotentiaal berekenen van een gegeven schematische voorstelling.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 JAN 2013===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de elektronenstructuur van de atomen N en O met die van de moleculen N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;. Licht de hierbij essentiële principes toe.&lt;br /&gt;
# Geef de chemische functies van water. Geef bij iedere functie een voorbeeld in de vorm van een reactievergelijking. Is water sterk of zwak in deze functie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# CuSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing met NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing (grootheden gegeven). Laat zien dat er ondanks de complexatie toch nog neerslagvorming optreedt.&lt;br /&gt;
# Gegeven concentraties (van reactieproduct) in functie van de tijd. Bepaal grafisch de orde en de halfwaardetijd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 FEB 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Geef twee vuistregels voor een goede buffer en toon ze aan aan de hand van de neutralisatiegraad en de buffer capaciteit. &lt;br /&gt;
#* Geef het verband hiervan met pH- titratie &lt;br /&gt;
#* Is bloed een goede buffer ? Verklaar. &lt;br /&gt;
# Verklaar waarom men tandpasta fluorideert.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie.&lt;br /&gt;
# Broom in base.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Welke reacties kunnen optreden als katalysator bij redoxreacties?&lt;br /&gt;
# Leidt de halfreacties van een zwavelzure loodbatterij af&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# hoe bepaal je de elektronenconfiguratie van diatomaire moleculen en geef twee duidelijk verschillende voorbeelden&lt;br /&gt;
# vergelijk Al en Li voor batterijen, geef voor en nadelen en verklaar waarom er Li batterijen zijn en geen Al&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# staaf met enkele goed gekoze voorbeelden het belang van de ladingsdichtheid in de chemie&lt;br /&gt;
# welke reacties hebben er baat bij quenching toe te passen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie. &lt;br /&gt;
# Leg de elektrolyse van water uit in de volgende omstandigheden:1. zonder zout, 2. met een beetje zout en 3. met oplossing van veel zeezout. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
Theorie :&lt;br /&gt;
# geef de vuistregels voor bufferoplossing + afleiden buffercapaciteit en neutralisatiegraad. link met pH-titratie. vertellen over bloed als buffer, goede/slechte buffer?&lt;br /&gt;
# iets van Fe complexatie, waarom de natuur is aangepast aan ademhaling door complexvorming van Fe met zuurstof&lt;br /&gt;
Oefeningen :&lt;br /&gt;
# van deel C met een tabel met waarden, orde van reactie afleiden + grafisch k en t&amp;lt;sub&amp;gt;1/2&amp;lt;/sub&amp;gt; bepalen&lt;br /&gt;
# berekenen of PbOH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; neerslaat, uit een mengsel van PbSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; met NaOH geloof ik&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de bindingssterkte en reactiviteit van C=C en C - C (enkelvoudige binding) op 4 ptn&lt;br /&gt;
# Vergelijk de afhankelijkheid van de temperatuur voor de snelheidsconstante en de evenwichtsconstante&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===1 FEB 2011=== &lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek: Chroomvocht, Piranhazuur , koningswater en cyanide in base en hun werking op (edel)metalen. (/6)&lt;br /&gt;
# Wat is een indicator en hoe werkt het? (/4)&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# P&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; + BR&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; =&amp;amp;gt; PBR&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; vul aan met coefficienten en bereken de temperatuur waarvoor deze reactie spontaan zal verlopen. (/2.5)&lt;br /&gt;
# en een oefening over de combinatie van complexvorming van AlOH&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; en de neerslag van AlOH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. (/3.5)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 sep 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Verschillen en gelijkenissen tussen homogene, heterogene en enzymatische katalyse geven. Verduidelijken met vb.&lt;br /&gt;
# Bindingssterkte en reactiviteit vergelijken tussen C-C en C=C. Welke reacties ondergaan ze.&lt;br /&gt;
Oefingen:&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid&lt;br /&gt;
# Enthalpie &amp;amp;amp; Entropie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 jan 2010===&lt;br /&gt;
# bespreek de oplosbaarheid van metalen in zuur en basisch milieu (/6) &lt;br /&gt;
# bespreek &amp;amp;quot;quenching&amp;amp;quot; en voor welke reacties is dit toepasbaar? (/4) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen: &lt;br /&gt;
# bepaal de oplosbaarheid van AgBr in een molaire NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing (complexvorming) &lt;br /&gt;
# een reactie difluor en diwaterstof -&amp;amp;gt; 2HF. Gaat deze reactie op bij 500K ?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 jan 2010===&lt;br /&gt;
# vergelijk piranhazuur, koningswater, dichromaat en cyanide voor het oplossen van edelmetalen. (.../6)&lt;br /&gt;
# welke reacties kunnen als katalysator optreden bij een redoxreactie? (.../4)&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een oplossing van Ti(II)-ionen wordt in zuur midden getitreerd met een dichromaatoplossing (K&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;Cr&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;7-&amp;lt;/sub&amp;gt;oplossing). Hierbij worden het Cr(III)-ion en het Ti(III)-ion gevormd. Toon aan dat het gaat om een aflopende reactie.Het verloop van de titratie wordt potentiometrisch gevolgd en ook de pH wordt constant gemeten. In de oplossing zit nog een kalomelelektrode (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=0.25V) die aan de anode gekoppeld is en een platina-elektrode. Op zeker ogenblik - na het passeren van het equivalentiepunt - wordt een celpotentiaal van 0.95V gemeten en een pH van 1.2. Bereken de concentratie aan Cr&amp;lt;sup&amp;gt;3+&amp;lt;/sup&amp;gt; ionen, als je weet dat deze concentratie vier maal hoger ligt dan die van de dichromaationen. (.../3)&lt;br /&gt;
# Aan een oplossing van 70 ml 0.20 M nikkelsulfaat wordt 30 ml 0.60 M ammoniak toegevoegd. Toon aan dat er - ondanks de complexvorming - toch hydroxideneerslag gevormd zal worden. (.../3)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Toon het belang aan van ladingsdichtheid in de scheikunde. Geef telkens duidelijk verschillende voorbeelden als het over verschillende soorten reacties gaat.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van broom in base. Geef een relevante toepassing.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Bij 298 K gaat onderstaande reactie op. Men maakt een oplossing van 35,5 g van Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en 0,1 g van H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; in een totaal volume van 200 ml. Wat zijn de evenwichtsconcentraties van H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en HCl ?&lt;br /&gt;
#*H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) + Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) &amp;amp;lt;=&amp;amp;gt; 2HCl(g) &lt;br /&gt;
# Bereken de Kb van IO-, uitgaande van&lt;br /&gt;
#*IO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq) / HIO(l)   E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; = 1,13V&lt;br /&gt;
#*IO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq) / IO&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)  E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; = 0,15V&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Wat is een dipoolmoment?&lt;br /&gt;
# Vroeger werd kaliumpermanganaat e.a. veel gebruikt als goede oxidator. Tegenwoordig wordt pirhanazuur (mengsel waterstofperoxide/zwavelzuur) gebruikt. Waarom?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Temperatuurverandering berekenen van ijs (faseverandering,...)&lt;br /&gt;
# Nog zo&#039;n oefening in die aard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de temperatuursafhankelijkheid van de evenwichtsconstante en de snelheidsconstante.&lt;br /&gt;
# Waarom is een stof goed of slecht oplosbaar in water? En hoe kan je een slecht oplosbare stof beter oplosbaar maken?&lt;br /&gt;
# Maak een vergelijking tussen thermodinamica en kinetica van metathesereacties versus complexatiereacties.&lt;br /&gt;
# Geef de 2 hoofdregels voor het maken van een buffer en leid ze wiskundig af.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsconstante berekenen bij 45°C (je krijgt de reactie)&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is&lt;br /&gt;
# K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 feb 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reacties kunnen een redoxreactie katalyseren?&lt;br /&gt;
# Geef het verband tussen neerslagreacties en complexatiereacties en geef een goed gevonden voorbeeld.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsconstante berekenen bij 45°C (je krijgt de reactie)&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is&lt;br /&gt;
# K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg uit wat tautomerie is + vb.&lt;br /&gt;
# Voor het oxideren werden vroeger vaak de klassieke sterke oxidanten permanaat of dichromaat in zwavelzuur gebruikt, waarom is het gebruik van &amp;amp;quot;piranaha-zuur&amp;amp;quot; (waterstofperoxide in zwavelzuur) aan een opmars bezig?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# men wil 200 ml maken van een oplossing die 3,81g magnesiumcloride en 0,8g natriumhydroxide bevat. Hoeveel gram ammoniumbromide moet er ook in deze oplossing zitter, opdat er geen neerslag is?&lt;br /&gt;
# Boven/onder welke temperatuur gaat deze reactie spontaan op? &lt;br /&gt;
#* N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; (g) + O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) = 2NO (g)&lt;br /&gt;
#* Bereken ook de evenwichtsconstante bij 68°C.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# geef verband van de ionbinding en de covalente binding + verklaar&lt;br /&gt;
# geef verband pH en redoxpotentiaal&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# bereken kb van een stof aan hand van 2 redoxpotentialen &lt;br /&gt;
# oefenening waar je een eind temperatuur moest berekenen met warmtecapaciteit en latente verdampingswarmte (aangezien er een faseovergang is)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R1050265</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Grondslagen_van_de_Chemie&amp;diff=4344</id>
		<title>Grondslagen van de Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Grondslagen_van_de_Chemie&amp;diff=4344"/>
		<updated>2025-01-14T11:31:36Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R1050265: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Basisvak chemie voor 1e bachelor chemie, biochemie, biologie en geologie.&lt;br /&gt;
Gedoceerd door professor Koen Clays (sinds academiejaar 2013-2014, daarvoor door Prof. Bart Goderis). Het examen is volledig schriftelijk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle opgeloste oefeningen van jaar 2018 + extra vraagjes door Elisabeth Isebaert: https://drive.google.com/file/d/19sGYg7UWTPcss0pZICDbe9WzT9T3Zwrb/view?usp=drive_link&lt;br /&gt;
Alle examenvragen van Koen Claeys uitgewerk (haal 10/10 op theorie door dit vanbuiten e knallen): https://drive.google.com/file/d/1d1AIDOuh7TN0IieKpvRVn9zy544TLF2n/view?usp=sharing&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;academiejaar 2022-2023&#039;&#039;&lt;br /&gt;
* Aanpak vak&lt;br /&gt;
** Gegeven door Prof. Koen Clays&lt;br /&gt;
*** Werkt vaak dingen uit op het bord die zeer nuttig/noodzakelijk zijn op een examen te vermelden, lessen volgen zijn dus wel zeker sterk aan te raden! Zeker omdat deze niet opgenomen worden. In 2023-2024 stonden er wel opgenomen powerpoints op Toledo van coronatijd maar die waren enkel nuttig als je iets niet begreep tijdens het studeren.&lt;br /&gt;
** Examen volledig schriftelijk: 10 punten op 2 theorie vragen, 6 punten op 2 oefeningen.&lt;br /&gt;
** Examen + practica&lt;br /&gt;
* Kwaliteit cursus&lt;br /&gt;
** Cursustekst voldoende om te slagen&lt;br /&gt;
* Examenvragen&lt;br /&gt;
** Vergelijkbaar met de tussentijdse toets maar theorievragen op de tussentijdse toets zijn opgedeeld in tussenvragen. Onderaan de pagina staat hoe het op het examen gevraagd zal worden.&lt;br /&gt;
** Theorievragen komen vaak terug&lt;br /&gt;
** Oefeningen zijn zeer vergelijkend met die van de oefenzittingen, maak ook zeker de makkelijke oefeningen opnieuw want deze kunnen ook voorkomen&lt;br /&gt;
** Vooral deel E is enorm belangrijk!!&lt;br /&gt;
* Practica&lt;br /&gt;
** Is goed te doen, bereid de practica op punten goed voor!!&lt;br /&gt;
* Oefenzittingen&lt;br /&gt;
** Op de website van bios staan de oplossingen van enkele jaren geleden, zijn niet exact hetzelfde, maar het principe komt steeds op hetzelfde neer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 Januari 2025===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Gegeven de ligandenuitwisselingsreactie: Co(CN)_5(H_2O)^2- + I^- --&amp;gt; Co(CN)_5(I)^3- + H_2O en de snelheidsvergelijking: v=(a[Co(CN)_5(H_2O)^2-][I^-])/(b+c[I^-])&lt;br /&gt;
a) Geef een toepasselijk reactiemechanisme waarbij je tot bovenstaande snelheidsvergelijking kan uitkomen.&lt;br /&gt;
b) Wat kan je zeggen over het evenwicht van deze reactie?&lt;br /&gt;
c) Is de reactiesnelheid sneller bij metathesereacties?&lt;br /&gt;
#Een stuk tekst uit een krant over magnesiumwinning door een dichtbij de zee, er wordt ook chloor opgeleverd (Tip:Er werd daar vroeger ook aardolie gewonnen). Leg uit waarom het goed is voor een bedrijf om dit te doen, geef alle reactievergelijkingen die je gebruikt bij de uitleg.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Bepaal de oplosbaarheid van AgOH in een oplossing van 0.60 M HIO.&lt;br /&gt;
#Gegeven: N_2H_4 + 2 H_2O_2 --&amp;gt; N_2 + 4 H_2O&lt;br /&gt;
a) (Boven/Onder) (omcirkel) welke temperatuur is deze reactie aflopend?&lt;br /&gt;
b) Hoeveel warmte (Komt vrij/Neemt de reactie op) als er 0.020l H_2O_2 reageert bij 101325Pa en 25°C?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 Augustus 2024===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Wat bepaalt de ruimtelijke structuur van een covalent gebonden molecuul. Geef eerst in het algemeen hoe je te werk gaat, en toon daze werkwijze aan met 4 verschillende, duidelijke, relevante voorbeelden die verschillende scenario&#039;s voldoende duiden. (./4)&lt;br /&gt;
#Wat gebeurt er bij de elektrolyse van water: (./6)&lt;br /&gt;
a)Zonder zout&lt;br /&gt;
b)Met weinig zout&lt;br /&gt;
c)Verzadigde oplossing van NaCl (Pekel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Gegeven AgBr (./4)&lt;br /&gt;
a)Wat is de oplosbaarheid in zuiver water&lt;br /&gt;
b)Je voegt natriumthiosulfaat (Na2S2O3) toe, dat de oplosbaarheid zal verhogen. Bereken de concentratie Na2S2O3 nodig om 10g AgBr in 500ml water op te lossen.&lt;br /&gt;
c)Complexatie met het centraal kation is 1 manier om de oplosbaarheid te doen laten stijgen van een zout. Wat is nog een andere methode om de oplosbaarheid te verhogen? Waarom is deze methode niet zo efficiënt voor AgBr. &lt;br /&gt;
#Sucrose (C12H22O11) hydrolyseert met een overmaat water tot glucose en fructose (Beide C6H12O6). De concentratie aan glucose wordt gevolgd in functie van de tijd. De begin concentratie van sucrose is 0.500M. Bepaal grafisch zowel de orde als de snelheidsconstante ten opzichte van sucrose.  (./2)             &lt;br /&gt;
C12H22O11 + H20 -&amp;gt; C6H12O6 + C6H12O6 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tabel concentratie glucose in functie van de tijd:&lt;br /&gt;
Concentratie (in M)  en  Tijd (in minuten)&lt;br /&gt;
0     bij 0 minuten                       &lt;br /&gt;
0.050 bij 30 minuten                      &lt;br /&gt;
0.095 bij 60 minuten                     &lt;br /&gt;
0.135 bij 90 minuten                     &lt;br /&gt;
0.234 bij 180 minuten                     &lt;br /&gt;
0.358 bij 360 minuten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2024===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
#Bereken de chemische en fysische roosterenergie voor de vorming van een ionbinding. Geef de principes/formules waarop beide berekeningen zijn gebaseerd (a). Geef je berekeningen weer(b) en vergelijk beide bekomen waardes en verklaar indien verschillend (c). ANTW A: fysisch (formule roostenergie met Madelungconstante) + chemisch (wet van Hess) (a); ANTW B: exacte methode = deel A.3.1.d. (verband tussen ionbinding, atomaire eigenschappen en thermodynamica); ANTW C: fysische berekening is enkel obv interactie-energie en verwaarloost afstoting op korte afstand (zie pagina hierboven).&lt;br /&gt;
#Geef (allemaal verschillende) vier kationen en vier anionen. Geef een chemische eigenschap voor elk van de ionen (bv. zuur, base, oxidans, reductans, ligand, centraal metaalkation), geef aan of het ion in kwestie zwak/sterk is voor deze eigenschap. ANTW: voorbeelden uit boek(Deel E), tabellen gebruiken of BOD opzoeken obv K-waarden/E-waarden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Oefening 1a: Cu(IO_3)2 is slecht oplosbaar in zuiver water. Door toevoeging van NH3 kan de oplosbaarheid verhoogd worden doordat complexatie optreedt ter vorming van het aminecupraatcomplex (Cu(NH3)^2+). Hoeveel NH3 heb je nodig om 20,67g van het zout volledig op te op te lossen in 200ml?&lt;br /&gt;
#Oefening 1b: Daarna ontstaat er ook Cu(OH)_2 -neerslag. Bewijs.&lt;br /&gt;
#oefening 2: Bereken de K_b-waarde van het oxalaation (C2O4^2-) in water obv van thermodynamische gegevens, vergelijk vervolgens met de K_b-waarde bekomen uit de zuurconstantetabel.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2023===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bij welke reacties gebruik je een katalysator en bij welke is quenchen van toepassing? (bij elk een voorbeeld geven + afleidingen formules en verduidelijking hierbij + grafieken)&lt;br /&gt;
# Halfreacties autoaccu (functies chemische elementen geven, welke richting oplaad en welke ontlaad, waarom die fasetoestand bij lood)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Geometrie, hybridisatie, polair/apolair (uitleggen waarom) van SO3(2-)&lt;br /&gt;
# pH bepalen van 0.4M Na2SO3&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid van PbI2 berekenen + hoeveel KCl toevoegen ter vorming van Pb(Cl)4(-) bij een bepaalde concentratie aan PbI2 + wordt er nog neerslag gevormd&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 augustus 2022===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
# Schrijf uit hoe je bekomt tot reactie 7 (pagina 119 BOD) en leg je redeneringen uit. (reductie half reacties- reactie uitgeschreven op bord in de les)&lt;br /&gt;
# Leg de relevantie van de ladingsdichthied (niet electronendichtheid) in de scheikunde uit. [antw.: complexatie en neerslag reacties, in zuur als protontransfer van Hˆ+ (te grote ladingsdichtheid om te bestaan), electrontransfer reacties]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# HCN toevoegen om Co(OH)2 beter op te lossen. Welke HCN-concentratie nodig om 6,79 g Co(OH)2 in oplossing te brengen in 250 mL water? (Analoog oefening 8 E4)&lt;br /&gt;
# Is volgende reactie aflopend bij 40 graden celcius? 2NH4NO3 &amp;lt;--&amp;gt; 2N2 + 4H2O + O2 (zie o.a. oef 4/6/7/E5 deel D)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2022 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1.	Hoe kan je de snelheid van een reactie verhogen, wat gebeurt er met het evenwicht?&lt;br /&gt;
2.	Buffers: vuistregels + afleiding, verband met titratie, is bloed een goede buffer?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefening 1:&lt;br /&gt;
a.	molaire oplosbaarheid van Ag2Cr2O7 in zuiver water&lt;br /&gt;
b.	hoeveel NH3 nodig om 0,100 mol AgI op te lossen in 0,500L (Ag(NH3)2^+ wordt gevormd)&lt;br /&gt;
c.	toon aan dat er geen AgOH neerslag gevormd wordt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefening 2:&lt;br /&gt;
a.	redoxreactie opstellen voor N2/NH2OH en Al(OH)4^-/Al&lt;br /&gt;
b.	toon aan dat de reactie aflopend is bij 25°C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 augustus 2021 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Op welke manieren kan je de snelheid van een reactie vergroten, leg uit wat er dan ook met de evenwichtsconstante gebeurt. Verandert hierbij de ligging van het evenwicht? Gebruik formules of figuren om dit aan te tonen&lt;br /&gt;
#Op welke manier beïnvloedt complexatie het redoxpotentiaal van een metaal? Leg uit, geef een voorbeeld. In de natuur wordt Fe gebruikt voor reversibele redoxreacties. Waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
#Boven of onder welke temperatuur gaat deze reactie spontaan op: O2 (g) + N2 (g) —&amp;gt; 2NO (g)&lt;br /&gt;
#HCN verhoogt de oplosbaarheid van Fe(OH)2, hoe groot is de concentratie van HCN die je nodig hebt om 250 ml 3,37g Fe(OH)2 in oplossing te brengen?”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 6 januari 2021 ===&lt;br /&gt;
Theorie 1:&lt;br /&gt;
#Bespreek alle K’s die we hebben gezien in de cursus en geef een voorbeeld waarin hun definitie duidelijk wordt. Indien je iets kan zeggen over K&amp;gt;&amp;gt;1 K=1 en K&amp;lt;&amp;lt;1, voeg je dit hieraan toe.&lt;br /&gt;
#Gebruik een voorbeeld uit 1a en leg uit hoe je K puur theoretisch kunt vinden.&lt;br /&gt;
#Geef een mogelijk verband tussen K en k indien er een is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie 2:&lt;br /&gt;
Bespreek de elektrolyse van water zonder NaCl, met een beetje NaCl en met veel NaCl.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefening 1:&lt;br /&gt;
Bewijs dat dankzij de complexvorming, PbCl2 niet neerslaat, wanneer we 50ml Pb(NO3)2 (0,4M) bij 50ml BaCl2 (0,6M)doen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefening 2:&lt;br /&gt;
0,700M NaHSO3 en 0,450M Na2SO3&lt;br /&gt;
#Bereken de pH.&lt;br /&gt;
#Bereken de pH bij het toevoegen van 20ml KOH.&lt;br /&gt;
#Bij welke concentratie aan NaOH de buffer (100mL) niet meer werkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 augustus 2020 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) Leg homogene, heterogene en enzymatische katalyse uit. Geef ook telkens een voorbeeld. Leg de gelijkenis tussen heterogene en enzymatische katalyse uit. Leg de gelijkenis tussen homogene en enzymatische katalyse uit. /4&lt;br /&gt;
2) Vergelijk chroomvocht (dichromaat in zwavelzuur), piranhazuur (waterstofperoxide in zwavelzuur), koningswater en cyanide in base als oplosmiddelen voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1) Bereken de oplosbaarheid van AgBr in een 0.053M NH3 oplossing. Ag(NH3)2- wordt gevormd.&lt;br /&gt;
2) Is volgende reactie (reactie gegeven) aflopend bij 68 graden C? Toon aan met berekeningen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2020 voormiddag ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) Hoe evenwicht verschuiven naar kant van producten, verandert er iets aan de snelheid?&lt;br /&gt;
2) De ruimtelijke structuur van de covalente binding, 4 relevante voorbeelden geven en bespreken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1) Bereken Kd van complex Ag(CN)2 adhv thermodynamische eigenschap bij 25°C&lt;br /&gt;
2) Na3PO4 0.045 M: bereken werkelijke concentraties van PO43-, Na+, HPO42-, H2PO4-, H3PO4, H3O+, OH- en bereken de pH.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2020 namiddag ===&lt;br /&gt;
theorie:&lt;br /&gt;
#Hoe verklaar je de werking van een &amp;quot;hoog-rendements&amp;quot; brander voor een centrale verwarming? Welke aanpassingen dienen er te gebeuren in vergelijking met een klassieke brander&lt;br /&gt;
#Bespreek de dissociatie van HgCl2. Waarmee is dit te vergelijken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
#Je voegt 50 mL van een 0.0200M AgNO3 - oplossing toe aan 50 mL van een 0.0300M NaCN-oplossing. Zal AgCN neerslaan, ondanks de complexvorming (Kst Ag(CN)2- = 2.5 x 10^20). Verwaarloos de basische eigenschappen van CN-&lt;br /&gt;
#Bepaal grafisch orde van de reactie, de snelheidsconstante en halfwaardetijd. Je krijgt de beginconcentratie van het reagens gegeven, en het verloop van de concentratie van een product. (Dus je moet nog berekenen, hoe het verloop van de concentratie van het reagens gaat)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2020 namiddag ===&lt;br /&gt;
theorie:&lt;br /&gt;
1) bespreek de elektrolyse van water of in een waterige oplossing van zeezout (NaCl) voor volgende situaties: zonder toevoeging van zout, bij toevoeging van een beetje NaCl, bij toevoeging van veel NaCl&lt;br /&gt;
2) Bespreek homogene, heterogene en enzymatische katalyse: geef verschillen en gelijkenissen. Geef telkens een relevant voorbeeld ter illustratie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
1) reactie N2 + O2 --&amp;gt; 2NO gegeven en berekenen boven/onder welke temperatuur de reactie spontaan is&lt;br /&gt;
2) Berekenen hoeveel gram NaCl je moet toevoegen aan 0,448g Cu(OH)2 om dit volledig te kunnen oplossen in 100 ml water als je weet dat het complex [CuCl4]2- wordt gevormd&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2020 voormiddag ===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
# Buffer&lt;br /&gt;
# Reactiemechanisme van Broom&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===?===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) hoe kan men de snelheid van een chemische reactie vergroten? Verandert dit ook iets aan het evenwicht?&lt;br /&gt;
2) chemische eigenschappen ammoniak, hebben ze dan een zwakke of sterke functie? Geef voorbeeldreacties&lt;br /&gt;
3) bespreek de thermodynamische eigenschappen van de autoprotolyse van water. Zie hiervoor tabel 6.9 BOD&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1) bereken of neerslag wordt gevormd bij samenvoegen 2 stoffen&lt;br /&gt;
2) bereken potentiaal galvanische cel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 februari 2019 namiddag===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
#Leg uit hoe een biprotisch zuur dissocieert en geef een voorbeeld. Vergelijk deze dissociatie met die van HgCl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&lt;br /&gt;
#Broom in base&lt;br /&gt;
oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Bepaal de standaardreductiepotentiaal van het koppel Zn(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2 (s)&amp;lt;/sub&amp;gt;\ Zn&amp;lt;sub&amp;gt;(s)&amp;lt;/sub&amp;gt; met het oplosbaarheidsproduct van Zn(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en de standaardreductiepotentiaal van het koppel Zn&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;\ Zn&amp;lt;sub&amp;gt;(s)&amp;lt;/sub&amp;gt; &lt;br /&gt;
#Een klontje vast ethanol met een massa van 50 g wordt bij 155.80 K overgoten met 2.22 L (1 L = 0.79 kg) vloeibaar ethanol waardoor het klontje zal smelten. Wat is de begintemperatuur van het vloeibaar ethanol als je weet dat het systeem een eindtemperatuur van 287.80 K bereikt en als je weet dat er geen energie verloren gaat aan de omgeving?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 januari 2019 namiddag===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
#vervolledig de reactievergelijking ClO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; + Cl&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; -&amp;gt; Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O en geef een plausibel reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
#bespreek de elektrolyse van water of in een waterig milieu zonder toevoeging van zout, bij toevoeging van een beetje NaCl, bij toevoeging van veel NaCl. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen&lt;br /&gt;
#hoeveel natriumthiosulfaat is er nodig om 0,025 mol AgBr op te lossen in 500 ml? Het complex zilverthiosulfaat wordt gevormd. &lt;br /&gt;
#een ijsklontje met massa 56 gram wordt in 150 g water gedaan om dit af te koelen. Het ijsklontje heeft een begintemperatuur van 0°C en het geheel heeft een eindtemperatuur van 14°C. Bereken de begintemperatuur van het water.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2019 voormiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Bespreek de spontane ontbinding van waterstofperoxide. Welke parameters dragen bij tot de ontbinding en hoe kan je dit tegen gaan?&lt;br /&gt;
#De ruimtelijke structuur van de covalente binding, 4 relevante voorbeelden geven en bespreken.&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#0,040 M 100 mL H&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; bij 100 ml 4M Ca&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;-ionen. Wordt er neerslag gevormd?&lt;br /&gt;
#Een orde oefening met grafisch de halfwaarde tijd en k bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2019===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je het evenwicht naar de kant van de producten krijgen. Heeft dit ook invloed op de snelheid van de reactie? /6&lt;br /&gt;
#Stel een chemisch mechanisme op zodat citroenzuur (wat een bestandsdeel is van citroensap) kan ontgiften. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Bepaal de K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; uit de gegeven redoxkoppels (H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O/H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=1.76V) en HO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;−&amp;lt;/sup&amp;gt;/OH&amp;lt;sup&amp;gt;−&amp;lt;/sup&amp;gt;) (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=0.87V). Met welke andere 2 koppels kan je dit nog doen? /3&lt;br /&gt;
# Geef de lewisstructuur, hybridisatie, polariteit (+ uitleg), en geometrie van XeF&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en PBr&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2019===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Geef de twee vuistregels voor een goede buffer en leg ze uit adhv neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg uit bloed als buffer en waarom het geen ideale buffer is. Geef de relatie tussen een buffer en een pH- titratie(curve). /6&lt;br /&gt;
#Vervolledig deze reactie, BrO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;  +  Br&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; →   Br&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;  +  H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O, en geef een plausibel reactiemechanisme voor deze reactie (Staat niet in de cursus maar wel gezien als een extra voorbeeld). BOD Tabel 6.2 n.7 /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Welke verbindingen zijn zelf niet zuur of basisch, maar vertonen wel zure of basische eigenschappen als ze in water gebracht worden? /6&lt;br /&gt;
# Bespreek de voorwaarden en de gevolgen van het stationariteitsprincipe.  Geef een duidelijk en relevant voorbeeld. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#De stabiliteitsconstante voor de vorming van het complex Pb(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; is 1,0.1016. De standaardreductiepotentiaal voor het koppel Pb&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/Pb(s) is -0,12V. Bereken aan de hand van deze gegevens de standaardreductiepotentiaal voor het koppel Pb(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/Pb(s). / 3&lt;br /&gt;
#Er wordt een buffer met pH = 6,90 gemaakt uitgaande van NaH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; en Na&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;HPO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;. De eindconcentratie van NaH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; in 400 mL van deze oplossing is 0,020 M. Bereken hoeveel gram dinatriumwaterstoffosfaat er in deze oplossing moet zitten om de beoogde pH te realiseren. Aan deze oplossing wordt 100 mL 0,0080 M HI toegevoegd. Bereken ook de pH na toevoeging hiervan. Vanaf hoeveel mol NaOH toegevoegd zou de startbuffer niet meer werkzaam zijn? Licht kort toe. /3&lt;br /&gt;
&amp;lt;sup&amp;gt;&amp;lt;/sup&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Stel een mogelijk reactiemechanisme voor bij reactie 7 BOD tabel 6.2. /4&lt;br /&gt;
#Waarom mag men geen ontkalker bij javel doen? Geef alle relevante reacties. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Bepaal de baseconstante van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels. /3&lt;br /&gt;
#Geef de Lewisstructuur, hybridisatie en polariteit van XeF&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en HClO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Hoe kan men het evenwicht naar de producten doen verschuiven? Heeft dit dan ook gevolgen voor de reactiesnelheid? /4&lt;br /&gt;
# Vergelijk chroomvocht (dichromaat in zwavelzuur), piranhazuur (waterstofperoxide in zwavelzuur), koningswater en cyanide in base als oplosmiddelen voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Je wilt 0.488 g Cu(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossen in water tot een eindvolume van 100 mL. Bereken hoeveel gram NaCl er nodig is om ervoor te zorgen dat Cu(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; niet neerslaat. Het CuCl&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; complex wordt gevormd. /3&lt;br /&gt;
# Bepaal grafisch de activeringsenergie van de reactie (tabel met temperatuur en snelheidsconstantes gegeven). Bepaal ook de snelheidsconstante bij 37°C. Kan je hiermee iets zeggen over de orde van de reactie? /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2018 ===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Hoe kan de snelheid van de reactie beïnvloed worden? Verandert dan ook de ligging van het evenwicht van de reactie? /6&lt;br /&gt;
# Welke factoren bepalen of een molecule al dan niet een permanent dipoolmoment bezit? Geef duidelijke voorbeelden. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Je wilt 42.72 g Fe(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossen in water tot een eindvolume van 500 mL. Bereken welke concentratie waterstoffluoride (HF) er nodig is om ervoor te zorgen dat Fe(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; niet neerslaat. /3&lt;br /&gt;
# Stel de correcte redoxreactie op van de koppels Br&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;/Br&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; en AsO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;3-&amp;lt;/sup&amp;gt;/AsO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;. Toon aan met berekeningen dat het over een aflopende reactie gaat bij kamertemperatuur (25°C) /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2018 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van chloor in base. Geef een belangrijke toepassing.&lt;br /&gt;
# Vergelijk de ideale gaswet met de van der Waalsvergelijking voor reële gassen en bespreek de trend in co-volume b en cohesiedruk a (BOD p.141) voor H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, CO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en C&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;H&amp;lt;sub&amp;gt;10&amp;lt;/sub&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 namiddag ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# BOD tabel 6.2, reactie 8: stel een mogelijk reactiemachanisme voor&lt;br /&gt;
# Wat zijn de 2 vuistregels van een goeie buffer? Leidt deze af aan de hand van de begrippen neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg de link met pH-titratie. Leg uit: bloed als buffer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# bepaal de baseconstante van MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels&lt;br /&gt;
# lewisstructuur, hybridisatie en polariteit van 2 moleculen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 namiddag ===&lt;br /&gt;
(examen voor gedeeltelijke vrijstelling, enkel vragen deel E)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Wat zijn de drijvende krachten bij een complexatiereactie? Toon aan met goed gekozen voorbeelden, en leg uit aan de hand van de kenmerken van een hoge stabiliteitsconstante. /4&lt;br /&gt;
# Wat zijn de 2 vuistregels van een goeie buffer? Leidt deze af aan de hand van de begrippen neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg de link met pH-titratie. Leg uit: bloed als buffer. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Bepaal de baseconstante van MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels /3&lt;br /&gt;
# Hoeveel zilverbromide kan je oplossen in een 0.530M ammoniakoplossing. Verwaarloos de basische eigenschappen van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3 (Toepassing neerslag &amp;amp; complexatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 september 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Waarom zijn er diagonaalrelaties? Geef voorbeelden van chemische eigenschappen die gebruikt worden in chemische reacties. /5 &lt;br /&gt;
#Geef het verband tussen de redoxpotentiaal van een redoxhalfreactie en de evenwichtconstante van de gehele reactie. Geef ook de gevolgen. /5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of er neerslagvorming optreedt. &lt;br /&gt;
#Vrijgekomen warmte en energie uit een reactie berekenen. &lt;br /&gt;
=== 25 Augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Vergelijk het verschil van de invloed van temperatuur op de reactiesnelheid en het evenwicht - zowel in formulevorm als grafisch /6&lt;br /&gt;
k &amp;amp; K afleiden en grafisch weergeven met resp. ln k ~ 1/T en ln K ~ 1/T (voor dH&amp;gt;0 en dH&amp;lt;0)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Welke chemisch relevante eigenschappen van atomen kan je afleiden van de positie in het periodiek systeem? /4 &lt;br /&gt;
Zuur-base; oxidans-reductans (+verband), ... (atomen, niet ionen van het element!)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Hoeveel zilverbromide kan je oplossen in een 0.53M ammonium oplossing. Verwaarloos de basische eigenschappen van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
(Toepassing neerslag &amp;amp; complexatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Redoxreactie van SO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/SO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)- en MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/MnO(v). /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 Augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan het evenwicht in de richting van de producten worden verschoven? Heeft dit invloed op het evenwicht? /6&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;concentratie wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
principe van Le Chatelier&lt;br /&gt;
hogere concentratie → meer kans op botsingen → sneller&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;druk wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
bij drukverhoging → daalt volume → c=n/v dus concentratie stijgt (vanaf dan analoog aan Le Chatelier)&lt;br /&gt;
bij drukverlaging is gunstig voor reacties waarbij ΔN = (N&amp;lt;sub&amp;gt;producten&amp;lt;/sub&amp;gt; - N&amp;lt;sub&amp;gt;reagentia&amp;lt;/sub&amp;gt;) negatief is(N staat voor de coëfficiënten van de stoffen in de reactie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;temperatuur wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
K&amp;lt;sub&amp;gt;ev&amp;lt;/sub&amp;gt; is temperatuursafhankelijk → ΔG =-RTln(K) ↔ ln(k)=-ΔH/RT +ΔS/R (teken grafiek 1/T met ln(k))&lt;br /&gt;
endo → hoge T is gunstig&lt;br /&gt;
exo → lage T is gunstig&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Wat is het verband tussen neerslag- en complexatiereacties? /4&lt;br /&gt;
ionen met een hoge ladingsdichtheid kunnen niet zoals bijvoorbeeld Na&amp;lt;sup&amp;gt;+&amp;lt;/sup&amp;gt; en Cl&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; (afkomstig van goed oplosbaar zou NaCl) in oplossing voorkomen,&lt;br /&gt;
aangezien dit niet stabiel is.&lt;br /&gt;
gaan dus ofwel neerslaan ofwel complexeren&lt;br /&gt;
(K&amp;lt;sub&amp;gt;sp&amp;lt;/sub&amp;gt; en 1/K&amp;lt;sub&amp;gt;st&amp;lt;/sub&amp;gt; vergelijken → de stabielste toestand gaat zich dan voordoen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Teken de lewis-structuur, geef het sterisch getal, hybridisatie, geometrische en atoomstructuur van HCN en ICl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. Geef ook aan of ze polair zijn of niet. /3&lt;br /&gt;
#Leid de K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; af van AsO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van zijn standaarreductiepotentiaal. Kies zelf een goed redoxkoppel. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Welke verbindingen zijn zelf niet zuur of basisch, maar vertonen wel zure of basische eigenschappen als ze in water gebracht worden? /6&lt;br /&gt;
#Hoe kunnen meerdere verschillende kationen die samen in een mengsel voorkomen, van elkaar gescheiden worden? Waarop moet je letten om de scheiding zo volledig mogelijk te laten gebeuren? /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming /3&lt;br /&gt;
#correcte redoxreactie van 2 gegeven koppels schrijven en berekenen dat dit een aflopende reactie is. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Bij welke reacties is quenchen van toepassing? Leg goed uit en geef een voorbeeld. /4&lt;br /&gt;
#Vergelijk chroomvocht, piranhazuur, koningswater en cyanide in base als oplossmiddel voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Roosterenergie berekenen /2.5&lt;br /&gt;
#concentratie zout berekenen die toegevoegd moet worden om gegeven hoeveelheid neerslag op te doen lossen. /3.5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
VM&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je de reactiesnelheid beïnvloeden? Wat betekent dit voor het chemisch evenwicht? /4&lt;br /&gt;
#Wat gebeurt er bij de elektrolyse van water voor geen, een weinig en veel NaCL? /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#pH + werkelijke ionenconcentraties van een bioprotisch zuur berekenen /3&lt;br /&gt;
#een slecht oplosbaar zout oplossen aan de hand van complexatie door een te berekenen massa NaCl toe te voegen /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je het evenwicht naar de kant van de producten brengen? Heeft dit een invloed op de snelheid?&lt;br /&gt;
#Geef het verband tussen protontransferreacties en elektrontransferreacties. Geef voorbeelden die dit verduidelijken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming.&lt;br /&gt;
#Bepaal de hybridisatie en geometrie van PCl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; en SF&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;. Teken de atoomstructuur en zijn deze moleculen polair of apolair en een uitleg waarom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Vuistregels met afleiding van buffers geven, dit ook toepassen op pH titraties, bloed als buffer bespreken&lt;br /&gt;
#Hebben kationen basische of zure eigenschappen, zijn dit dan zwakke of sterke zuren of basen (voorbeelden kunnen helpen en verduidelijkend zijn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen &lt;br /&gt;
#Aantal mL en molair NiSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;-oplossing samenvoegen met een aantal ml en molair NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;, toon aan dat ondanks het gevormde complex nikkel (II) ammoniak er toch nog neerslag gevormd wordt&lt;br /&gt;
#Een tabel gegeven van temperatuur en snelheidsconstante, de opdracht is grafisch de activeringsenergie te berekenen en k te berekenen bij 250°C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== XX Augustus 2016 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leg de verschillende soorten isomerie uit + wat is tautomerie?&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom fluoride in tandpasta zit (alle 6 puntjes geven, dus ook vorming CaF uitleggen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Random oefening uit oefenzitting&lt;br /&gt;
#Berekend de K&amp;lt;sub&amp;gt;w&amp;lt;/sub&amp;gt; vertrekkende vanuit de standaardreductiepotentialen voor water in zuur/basisch milieu&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===XX januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leg de elementaire reactiestappen uit adhv voorbeelden (mono,bi,termoleculair, stationariteitsprincipe, vorming ozon)&lt;br /&gt;
#Geef de &#039;&#039;&#039;essentie&#039;&#039;&#039; van een titratie + grafieken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
#Oplosbaarheid van AgNO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; berekenen na toevoegen van een of ander zuur/base&lt;br /&gt;
#nog een oefening&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===  11 januari 2016 ===&lt;br /&gt;
#Hoe bepaal je de geometrische structuur bij covalent gebonden atomen en geef 3 voorbeelden &lt;br /&gt;
#bij welke reactie is quenching van toepassing?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===XX januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#heterogene en homogene en enzymatische katalysator + alles uitleggen hiervan&lt;br /&gt;
#loodbatterij&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Verschillen tussen Co en Fe en zeggen waarom Fe gebruikt wordt voor zuurstof transport &lt;br /&gt;
#het verschil tussen C dubbel gebonden en enkel gebonden &lt;br /&gt;
#bij de oefeningen was eentje E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; bepalen ahv K&amp;lt;sub&amp;gt;a&amp;lt;/sub&amp;gt; en een andere E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; &lt;br /&gt;
#andere grafisch de orde enzo bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 JAN 2014===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Roosterenergie van 2 roosters (NaCl en MgO) berekenen met de formule, zeggen of er nog een andere manier was om die te vinden (Hess) en of er een verschil in uitkomst te verwachten was tussen de twee manieren. Vergelijken van de pH van de twee oplossingen.&lt;br /&gt;
#Uitleggen waarom termoleculaire reactiestappen omwaarschijnlijk zijn. Reactiemechanisme van 2HI + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; → I&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O  geven. Stationariteitsprincipe uitleggen en zeggen of het op die reactie van toepassing was. &lt;br /&gt;
#Waar/soms waar/niet waar: Een proces is spontaan als de entropie in het systeem toeneemt. &lt;br /&gt;
#Uitleggen wat een buffer is en de vuistregels voor een goede buffer uitleggen zonder de hele wiskundige berekening te doen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen.&lt;br /&gt;
#Oplosbaarheid van AgBr, complexatie met thiosulfaat en alternatieve manier geven om oplosbaarheid te verhogen. Uitleggen waarom die laatste manier weinig effect zou hebben.&lt;br /&gt;
#Celpotentiaal berekenen van een gegeven schematische voorstelling.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 JAN 2013===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de elektronenstructuur van de atomen N en O met die van de moleculen N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;. Licht de hierbij essentiële principes toe.&lt;br /&gt;
# Geef de chemische functies van water. Geef bij iedere functie een voorbeeld in de vorm van een reactievergelijking. Is water sterk of zwak in deze functie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# CuSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing met NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing (grootheden gegeven). Laat zien dat er ondanks de complexatie toch nog neerslagvorming optreedt.&lt;br /&gt;
# Gegeven concentraties (van reactieproduct) in functie van de tijd. Bepaal grafisch de orde en de halfwaardetijd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 FEB 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Geef twee vuistregels voor een goede buffer en toon ze aan aan de hand van de neutralisatiegraad en de buffer capaciteit. &lt;br /&gt;
#* Geef het verband hiervan met pH- titratie &lt;br /&gt;
#* Is bloed een goede buffer ? Verklaar. &lt;br /&gt;
# Verklaar waarom men tandpasta fluorideert.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie.&lt;br /&gt;
# Broom in base.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Welke reacties kunnen optreden als katalysator bij redoxreacties?&lt;br /&gt;
# Leidt de halfreacties van een zwavelzure loodbatterij af&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# hoe bepaal je de elektronenconfiguratie van diatomaire moleculen en geef twee duidelijk verschillende voorbeelden&lt;br /&gt;
# vergelijk Al en Li voor batterijen, geef voor en nadelen en verklaar waarom er Li batterijen zijn en geen Al&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# staaf met enkele goed gekoze voorbeelden het belang van de ladingsdichtheid in de chemie&lt;br /&gt;
# welke reacties hebben er baat bij quenching toe te passen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie. &lt;br /&gt;
# Leg de elektrolyse van water uit in de volgende omstandigheden:1. zonder zout, 2. met een beetje zout en 3. met oplossing van veel zeezout. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
Theorie :&lt;br /&gt;
# geef de vuistregels voor bufferoplossing + afleiden buffercapaciteit en neutralisatiegraad. link met pH-titratie. vertellen over bloed als buffer, goede/slechte buffer?&lt;br /&gt;
# iets van Fe complexatie, waarom de natuur is aangepast aan ademhaling door complexvorming van Fe met zuurstof&lt;br /&gt;
Oefeningen :&lt;br /&gt;
# van deel C met een tabel met waarden, orde van reactie afleiden + grafisch k en t&amp;lt;sub&amp;gt;1/2&amp;lt;/sub&amp;gt; bepalen&lt;br /&gt;
# berekenen of PbOH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; neerslaat, uit een mengsel van PbSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; met NaOH geloof ik&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de bindingssterkte en reactiviteit van C=C en C - C (enkelvoudige binding) op 4 ptn&lt;br /&gt;
# Vergelijk de afhankelijkheid van de temperatuur voor de snelheidsconstante en de evenwichtsconstante&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===1 FEB 2011=== &lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek: Chroomvocht, Piranhazuur , koningswater en cyanide in base en hun werking op (edel)metalen. (/6)&lt;br /&gt;
# Wat is een indicator en hoe werkt het? (/4)&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# P&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; + BR&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; =&amp;amp;gt; PBR&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; vul aan met coefficienten en bereken de temperatuur waarvoor deze reactie spontaan zal verlopen. (/2.5)&lt;br /&gt;
# en een oefening over de combinatie van complexvorming van AlOH&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; en de neerslag van AlOH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. (/3.5)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 sep 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Verschillen en gelijkenissen tussen homogene, heterogene en enzymatische katalyse geven. Verduidelijken met vb.&lt;br /&gt;
# Bindingssterkte en reactiviteit vergelijken tussen C-C en C=C. Welke reacties ondergaan ze.&lt;br /&gt;
Oefingen:&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid&lt;br /&gt;
# Enthalpie &amp;amp;amp; Entropie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 jan 2010===&lt;br /&gt;
# bespreek de oplosbaarheid van metalen in zuur en basisch milieu (/6) &lt;br /&gt;
# bespreek &amp;amp;quot;quenching&amp;amp;quot; en voor welke reacties is dit toepasbaar? (/4) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen: &lt;br /&gt;
# bepaal de oplosbaarheid van AgBr in een molaire NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing (complexvorming) &lt;br /&gt;
# een reactie difluor en diwaterstof -&amp;amp;gt; 2HF. Gaat deze reactie op bij 500K ?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 jan 2010===&lt;br /&gt;
# vergelijk piranhazuur, koningswater, dichromaat en cyanide voor het oplossen van edelmetalen. (.../6)&lt;br /&gt;
# welke reacties kunnen als katalysator optreden bij een redoxreactie? (.../4)&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een oplossing van Ti(II)-ionen wordt in zuur midden getitreerd met een dichromaatoplossing (K&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;Cr&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;7-&amp;lt;/sub&amp;gt;oplossing). Hierbij worden het Cr(III)-ion en het Ti(III)-ion gevormd. Toon aan dat het gaat om een aflopende reactie.Het verloop van de titratie wordt potentiometrisch gevolgd en ook de pH wordt constant gemeten. In de oplossing zit nog een kalomelelektrode (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=0.25V) die aan de anode gekoppeld is en een platina-elektrode. Op zeker ogenblik - na het passeren van het equivalentiepunt - wordt een celpotentiaal van 0.95V gemeten en een pH van 1.2. Bereken de concentratie aan Cr&amp;lt;sup&amp;gt;3+&amp;lt;/sup&amp;gt; ionen, als je weet dat deze concentratie vier maal hoger ligt dan die van de dichromaationen. (.../3)&lt;br /&gt;
# Aan een oplossing van 70 ml 0.20 M nikkelsulfaat wordt 30 ml 0.60 M ammoniak toegevoegd. Toon aan dat er - ondanks de complexvorming - toch hydroxideneerslag gevormd zal worden. (.../3)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Toon het belang aan van ladingsdichtheid in de scheikunde. Geef telkens duidelijk verschillende voorbeelden als het over verschillende soorten reacties gaat.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van broom in base. Geef een relevante toepassing.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Bij 298 K gaat onderstaande reactie op. Men maakt een oplossing van 35,5 g van Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en 0,1 g van H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; in een totaal volume van 200 ml. Wat zijn de evenwichtsconcentraties van H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en HCl ?&lt;br /&gt;
#*H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) + Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) &amp;amp;lt;=&amp;amp;gt; 2HCl(g) &lt;br /&gt;
# Bereken de Kb van IO-, uitgaande van&lt;br /&gt;
#*IO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq) / HIO(l)   E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; = 1,13V&lt;br /&gt;
#*IO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq) / IO&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)  E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; = 0,15V&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Wat is een dipoolmoment?&lt;br /&gt;
# Vroeger werd kaliumpermanganaat e.a. veel gebruikt als goede oxidator. Tegenwoordig wordt pirhanazuur (mengsel waterstofperoxide/zwavelzuur) gebruikt. Waarom?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Temperatuurverandering berekenen van ijs (faseverandering,...)&lt;br /&gt;
# Nog zo&#039;n oefening in die aard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de temperatuursafhankelijkheid van de evenwichtsconstante en de snelheidsconstante.&lt;br /&gt;
# Waarom is een stof goed of slecht oplosbaar in water? En hoe kan je een slecht oplosbare stof beter oplosbaar maken?&lt;br /&gt;
# Maak een vergelijking tussen thermodinamica en kinetica van metathesereacties versus complexatiereacties.&lt;br /&gt;
# Geef de 2 hoofdregels voor het maken van een buffer en leid ze wiskundig af.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsconstante berekenen bij 45°C (je krijgt de reactie)&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is&lt;br /&gt;
# K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 feb 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reacties kunnen een redoxreactie katalyseren?&lt;br /&gt;
# Geef het verband tussen neerslagreacties en complexatiereacties en geef een goed gevonden voorbeeld.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsconstante berekenen bij 45°C (je krijgt de reactie)&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is&lt;br /&gt;
# K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg uit wat tautomerie is + vb.&lt;br /&gt;
# Voor het oxideren werden vroeger vaak de klassieke sterke oxidanten permanaat of dichromaat in zwavelzuur gebruikt, waarom is het gebruik van &amp;amp;quot;piranaha-zuur&amp;amp;quot; (waterstofperoxide in zwavelzuur) aan een opmars bezig?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# men wil 200 ml maken van een oplossing die 3,81g magnesiumcloride en 0,8g natriumhydroxide bevat. Hoeveel gram ammoniumbromide moet er ook in deze oplossing zitter, opdat er geen neerslag is?&lt;br /&gt;
# Boven/onder welke temperatuur gaat deze reactie spontaan op? &lt;br /&gt;
#* N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; (g) + O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) = 2NO (g)&lt;br /&gt;
#* Bereken ook de evenwichtsconstante bij 68°C.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# geef verband van de ionbinding en de covalente binding + verklaar&lt;br /&gt;
# geef verband pH en redoxpotentiaal&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# bereken kb van een stof aan hand van 2 redoxpotentialen &lt;br /&gt;
# oefenening waar je een eind temperatuur moest berekenen met warmtecapaciteit en latente verdampingswarmte (aangezien er een faseovergang is)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R1050265</name></author>
	</entry>
</feed>