
<?xml version="1.0"?>
<feed xmlns="http://www.w3.org/2005/Atom" xml:lang="nl">
	<id>https://wiki.chemika.be/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=R1097154</id>
	<title>Chemika Examenwiki - Gebruikersbijdragen [nl]</title>
	<link rel="self" type="application/atom+xml" href="https://wiki.chemika.be/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=R1097154"/>
	<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Speciaal:Bijdragen/R1097154"/>
	<updated>2026-07-28T08:21:53Z</updated>
	<subtitle>Gebruikersbijdragen</subtitle>
	<generator>MediaWiki 1.43.0</generator>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Bio-Organische_Chemie&amp;diff=5099</id>
		<title>Bio-Organische Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Bio-Organische_Chemie&amp;diff=5099"/>
		<updated>2026-06-13T11:18:28Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R1097154: /* 12 juni 2026 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Basisvak organische chemie voor eerstejaars chemie, biochemie en biologie.&lt;br /&gt;
Gedoceerd door Professor Luc van Meervelt.&lt;br /&gt;
Het examen volgt al jaren dezelfde structuur.&lt;br /&gt;
Sinds 2017 wordt dit vak gegeven door professor Mario Smet.&lt;br /&gt;
Het examen duurt 3 uur.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;2022-2023&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*aanpak vak&lt;br /&gt;
**Prof Mario Smet&lt;br /&gt;
**Voor het examen minstens 3.2/8 voor zowel het deel van theorie als oefeningen, anders maximaal een 9 (helaas durft hij ook een 3.1 te geven)&lt;br /&gt;
**Er zijn ingesproken ppt&#039;s die zeker een aanrader zijn om te bekijken, belangrijkste zaken worden duidelijk uitgelegd&lt;br /&gt;
*Kwaliteit cursus&lt;br /&gt;
**Slides zijn duidelijk en bevatten zeker de belangrijkste informatie&lt;br /&gt;
**Handboek kan handig zijn voor extra informatie of verduidelijking van bepaalde delen, maar ik heb dit zelf amper opengedaan dus zeker niet noodzakelijk om te kopen&lt;br /&gt;
*Examenvragen&lt;br /&gt;
**Telkens één theorievraag over een reactiemechanisme (regel van Zaitsev en Markovnikov belangrijk) met ordenen op basis van reactiviteit en naamgeving van producten!!&lt;br /&gt;
**Eén theorievraag over een voorbeeld (komen steeds terug, zijn er in totaal een stuk of 14 (document met deze vragen voor 2024-2025: https://docs.google.com/document/d/e/2PACX-1vRY7b09HsmvVWGNBrcGEXsHcZEtJk-kMeF07rW-tDXwXgheNmEfFHfIp7nmVvFat1X-NtERZpXgm6VM/pub)) belangrijk om hierbij te weten waarom bepaalde zaken zo zijn.&lt;br /&gt;
**Bij de oefeningen vraagt hij naar mijn gevoel van alles iets, dus aminozuren zeker uit het hoofd leren en al de reactiemechanismes begrijpen.&lt;br /&gt;
*Labo&#039;s&lt;br /&gt;
**Zijn niet al te moeilijk&lt;br /&gt;
**Zie dat je op tijd bent voor de prelabtest, ze hebben geen medelijden met u, zelfs als je er niks aan kon doen :(&lt;br /&gt;
**Als er ergens iets van berekeningen in het labo voorkomen, worden deze vaak op de prelabtest gevraagd&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===12 juni 2026===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# 4 alcoholen gegeven: 3,3-dimethylbutan-2-ol, 2,3-dimethylbutan-3-ol, 2,3-dimethylbut-1-en-3-ol, 2,4,6-trimethylhept-1,3-en-6-ol&lt;br /&gt;
## Teken het volledig reactiemechanisme van molecule A voor en eliminatie bij verhoogde temperatuur en in een milieu met fosforzuur&lt;br /&gt;
## Rangschik bovenstaande moleculen op reactiviteit in deze reactie&lt;br /&gt;
## Teken het reactieproduct van alle bovenstaande molecule en geef de IUPAC naam van A en C&lt;br /&gt;
# Iets met de afbraak van vetzuren. In dit geval stearinezuur.&lt;br /&gt;
## Teken het reactieproduct na stap a, b en c.&lt;br /&gt;
## Hoe vaak moet deze cyclys doorlopen worden zodat dit vertuur volledig is afgebroken zodat het gebruikt kan worden in de Krebscyclus.&lt;br /&gt;
## Geef het volledige reactiemechanisme van stap e (de condensatiestap)&lt;br /&gt;
## Geef 2 verschillen tussen de afbraak en biosynthese van vetzuren&lt;br /&gt;
Bundel B: &lt;br /&gt;
# Er is de ringstructuur van een suiker gegeven&lt;br /&gt;
## Geef de configuratie van C2 en C5&lt;br /&gt;
## Geef de oxidatietrap van C2&lt;br /&gt;
## Zet dit suiker om naar de openketen vorm en teken de stabielste Newman projectie op de C3-C4 as&lt;br /&gt;
## Benoem het volledig bovenstaande suiker &lt;br /&gt;
## Geef een anomeer van dit molecule. Is dit ook een epimeer? Wat is de betekenis van beide termen.&lt;br /&gt;
# Het molecule  Z-3,4-dimethyl-3-hexeen is in een reactie met HCl&lt;br /&gt;
## Hoeveel stereoisomeren zijn er 1,2,3 of 4&lt;br /&gt;
## Teken al deze stereoisomeren en benoem de configuratie van de chirale C-atomen.&lt;br /&gt;
Bundel C:&lt;br /&gt;
# Van alle aminozuren die gevraagd worden moet de structuurformule getekend worden&lt;br /&gt;
##Je hebt het aminozuur leucine en threonine. Waarom is de pKa waarde van leucine hoger dan die van threonine&lt;br /&gt;
## Leucine wordt op gelelektroferese gedaan bij pH 9,9 waar komt deze uit&lt;br /&gt;
# Vul drie reacties aan, geef het reactietype bij B en C en het volledige mechanisme bij C: (Geef alle mogelijke producten als er meerdere zijn)&lt;br /&gt;
## Propan-2-ol + ? --&amp;gt; propan-2-on + H20 + H+ --&amp;gt; ?&lt;br /&gt;
## methylchloridecyclohexaan + ethanol -&amp;gt;&lt;br /&gt;
## Chloorbenzeen + H2SO4 + HNO3 -&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===4 juni 2026===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# 4 carbonzuurderivaten gegeven: butanoylbromide, 2-oxobutanoylbromide, ethylbutanoaat, S-ethylbutanoaat&lt;br /&gt;
## Deze kunnen reageren via een nucleofiele substitutie met methanol, Geef voor de eerste structuur het volledige reactiemechanisme hiervan&lt;br /&gt;
## Geef de producten van deze reactie voor elke structuur en geef de IUPAC naam van de eerste twee&lt;br /&gt;
## Rankschik de vier structuren op basis van reactiviteit in deze reactie&lt;br /&gt;
# Cis-retinal kan omgezet worden naar trans-retinal door te binden aan een eiwit (opsine of zo)&lt;br /&gt;
## Hierbij bindt cis-retinal aan het aminozuur lysine, ter vorming van een Schiff-base. Geef het volledige reactiemechanisme van deze omzetting en geef alle elektronenverplaatsingen weer&lt;br /&gt;
## Leg uit waarom er zo veel gebruik wordt gemaakt van Schiff-basen in de natuur&lt;br /&gt;
# Retinal kan ook omgezet worden naar retinol door een oxidatie/reductie (omcirkel de juiste) met NAD+&lt;br /&gt;
## Geef bij alle moleculen die bij deze oxidatie/reductie de atomen die van oxidatiegetal veranderen, en geef bij elk atoom het oxidatiegetal bij zowel de reagentia als producten&lt;br /&gt;
## Waarom is NAD+ een excellente hydride-acceptor? Geef twee redenen en leg uit&lt;br /&gt;
Oefeningen &lt;br /&gt;
Bundel B:&lt;br /&gt;
#Gegeven het molecule menthol&lt;br /&gt;
## Teken dit molecule in de stabielste configuratie&lt;br /&gt;
## Zijn er 1,3-diaxiale interacties aanwezig in deze stabielste configuratie? Zo ja, geef aan op jouw tekening&lt;br /&gt;
## Geef de R- of S- configuratie van alle chirale atomen in het molecule, met aanduiding van prioriteiten (Maakt niet uit welke versie want normale menthol = stabielste configuratie)&lt;br /&gt;
## Hoeveel stereo-isomeren heeft menthol?&lt;br /&gt;
## Teken een diastereomeer van menthol dat geen epimeer is. Leg hierbij de termen diastereomeer en epimeer uit&lt;br /&gt;
## Vier verschillende Newman-projecties gegeven van menthol, duidt aan welke overeenkomt met de gegeven structuur&lt;br /&gt;
# Een peptide-binding wordt gehydrolyseerd.&lt;br /&gt;
## Hierbij is (duidt aan):&lt;br /&gt;
### De reactie aflopend in basisch milieu, maar niet in zuur&lt;br /&gt;
### De reactie aflopend in zuur milieu, maar niet in basisch&lt;br /&gt;
### De reactie aflopend in zuur en basisch milieu&lt;br /&gt;
### Het maakt niet uit welk milieu, de reactie is niet aflopend&lt;br /&gt;
## Leg je antwoord uit en teken hierbij het volledige reactiemechanisme van de hydrolyse (met alle elektronenverplaatsingen)&lt;br /&gt;
Bundel C:&lt;br /&gt;
# Je hebt een oplossing van glutaminezuur en tryptofaan, die is gebufferd op pH=9,40.&lt;br /&gt;
## Aan welke kant (anode, kathode, tussenin) zullen alle producten die aanwezig zijn in de oplossing uiteindelijk terechtkomen? Geef de structuren van glutaminezuur en tryptofaan in je antwoorden.&lt;br /&gt;
## Waarom vertoont de R-groep van tryptofaan geen basische eigenschappen?&lt;br /&gt;
# Vul drie reacties aan, geef het reactietype bij B en C en het volledige mechanisme bij C:&lt;br /&gt;
## But-1-een + ? --&amp;gt; Butaan-2-ol + H2SO4 (ΔT) --&amp;gt; ?&lt;br /&gt;
## Methylbenzeen + acetylchloride + AlCl3 --&amp;gt; ? (Geef alle mogelijke producten als er meerdere zijn)&lt;br /&gt;
## 2x 2-cyclopentylacetaldehyde + 1x OH- --&amp;gt; ?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 augustus 2025===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Rangschik de moleculen volgens afnemende reactiviteit in een SeAr ter vorming van een nitroderivaat. Anisool, Methylbenzoaat , furaan, acetofenon.&lt;br /&gt;
## Geef het reactiemechanisme van anisool.&lt;br /&gt;
## Geef de skeletnotatie van alle reactieproducten en schrijf de IUPAC-naam van de reactieproducten van A en B.&lt;br /&gt;
#Leg uit hoe je een aminozuursequentie bepaald&lt;br /&gt;
##Iets over NH2&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
Bundel B:&lt;br /&gt;
#Bepaal R of S van chirale centra.&lt;br /&gt;
## Hoeveel stereo-isomeren zijn er van dit molecule? &lt;br /&gt;
## Gegeven: 2R-4S (omgekeerde van wat je in de eerste vraag bepaald hebt), leg uit wat enantiomeren en diastereomeren zijn en welk van de twee deze stereo-isomeer is.&lt;br /&gt;
## Gegeven: Een van de cis versies, geef hiervan 1 van de trans versies en bespreek hierbij de 1,3 diaxiaal interacties.&lt;br /&gt;
## Geef oxidatiegetal van C6 (nummering staat al op het molecule)&lt;br /&gt;
## Ernaast is spiegelbeeld getekend, je moet de substituenten aanvullen. &lt;br /&gt;
# Butaanzuur reageert tot ethylbutanoaat, in welk midden is dit? (Zuur, basisch, neutraal of maakt niet uit). Licht dit toe&lt;br /&gt;
Bundel C:&lt;br /&gt;
## L isoleucine en L- Lysine tekenen in fisherprojectie. Bij L isoleucine stabielste newmann tekenen. Alles moet in zwitterion vorm.&lt;br /&gt;
## Arginine met 0.1M 100mL met 0.1M NaOH. Wat is de pH na toevoeging van 250mL en 300 mL NaOH.&lt;br /&gt;
# Vul volgende reacties aan&lt;br /&gt;
## Oxidatie van sec alcohol tot keton, hierna met H20 en H+ tot Di-Ol&lt;br /&gt;
## Aldolcondensatie, teken reactieproduct in skeletnotatie&lt;br /&gt;
## Geef heel mechanisme van HBr (overmaat) + Diethylether, geef ook reactietype&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2025===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# gegeven structuren ondergaan een AE met HCl: A: propeen B: methylprop-2-enoaat C: methoxyetheen D: styreen&lt;br /&gt;
## Geef het reactiemechanisme van molecule A.&lt;br /&gt;
## Rangschik de moleculen volgens afnemende reactiviteit. Toon aan d.m.v. substituenteffecten en grensstructuren waar nodig. &lt;br /&gt;
## Geef de skeletnotatie van alle reactieproducten en schrijf de IUPAC-naam van de reactieproducten van A en B. &lt;br /&gt;
# Gegeven structuren en namen: limoneen, terpinoleen en alfa-terpineol.&lt;br /&gt;
## Schrijf alle reactiemechanismen uit vanuit nerylpyrofosfaat.&lt;br /&gt;
## Van welk alkaan (limoneen en terpinoleen) lijkt de vorming het meest waarschijnlijk. Motiveer je antwoord. &lt;br /&gt;
## Limoneen kan kan gehydrogeneerd worden met twee diwaterstofmoleculen. Teken de meest stabiele conformatie van elk van de twee bekomen alkanen.&lt;br /&gt;
Oefeningen (bundel B)&lt;br /&gt;
# Gegeven: 2-amino-2,3,4-trimethylhexaan-3-thiol&lt;br /&gt;
## Teken het moleculen uit en duid alle chirale koolstoffen aan met een sterretje. Hoeveel stereo-isomeren heeft dit moleculen?&lt;br /&gt;
## Teken voor elk isomeer de Fisher- en Newmannprojectie (C3-C4).&lt;br /&gt;
## Duidt voor elk chirale koolstof op alle isomeren de prioriteiten aan en geef de configuratie (S/R).&lt;br /&gt;
## Leg uit: enantiomeren, diastereomeren en mesovorm. Zeg welke isomeren enantiomeren en/of diastereomeren zijn van elkaar. Is er een mesovorm?&lt;br /&gt;
## Is het thiol primair, secundair of tertiar?&lt;br /&gt;
## Wat is het oxidatiegetal van C2?&lt;br /&gt;
# Je krijgt een oplossing van 1 suiker. Het suiker kan lactose, sacharose of maltose zijn. De oplossing geeft een bruin-rode neerslag bij de Fehlings-test. Welke stelling is correct?&lt;br /&gt;
## Het suiker is lactose.&lt;br /&gt;
## Het suiker is sacharose.&lt;br /&gt;
## Het suiker is maltose.&lt;br /&gt;
## Er zijn te weinig gegevens.&lt;br /&gt;
# Motiveer je antwoord en geef de nodige reactievergelijkingen. &lt;br /&gt;
Oefeningen (bundel C)&lt;br /&gt;
# Aminozuren&lt;br /&gt;
## Schrijf alle vormen bij de juiste pKa&#039;s uit van leucine en arginine.&lt;br /&gt;
## Gegeven: 100mL volledig geprotoneerd arginine (0.1M) en een basische oplossing van 0.1M. Bereken de pH bij het toevoegen van 150mL en 200mL basische oplossing. Schrijf duidelijk de vorm van het AZ op.&lt;br /&gt;
# Reactiemechanismen&lt;br /&gt;
## 2-butanon(structuur) -&amp;gt;(?) 2-butanol(structuur) -&amp;gt;(HBr) ?(structuur)&lt;br /&gt;
## 1-broombenzeen(structuur) -&amp;gt;(AlCl3/CH3COCl) ?(structuur in skeletnotatie) en reactietype gevraagd&lt;br /&gt;
## methyl-2-methylpropanoate -&amp;gt;(H2O/H+) ?(structuur in skeletnotatie) en reactiemechanisme en reactietype gevraagd&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 27 augustus 2024===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# 4 structeren: 1-hydroxy-1-methylcyclohexaan, 1-fenyl-1-hydroxycyclohexaan , 1&lt;br /&gt;
## Schrijf het mechanisme voor dehydratie met geconcentreerd zwavelzuur en temperatuursverhoging van verbinding A&lt;br /&gt;
## Beoordeel en rangschik de reactiviteit van bovenstaande structuren voor dit mechanisme, werk met grensstructuren en substituenteffecten&lt;br /&gt;
## Geef de IUPAC naam voor verbinding A en B&lt;br /&gt;
# Suikerevenwichten van fructose in furanose en pyranosevorm gegeven&lt;br /&gt;
## Waarom komt de betafuransevorm minder voor dan de alphafuranosevorm?. Verklaar&lt;br /&gt;
## Waarom komt de betapyranosevorm minder voor dan de alphapyranosevorm? Verklaar&lt;br /&gt;
# Suikerevenwichten van ribose in furanose en pyranosevorm gegeven&lt;br /&gt;
## Welke veranderingen in de suikerevenwichten verwacht je indien het ribose chemisch wijzigt in deoxyribose? Welke implicaties heeft dit voor DNA?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen (eerste bundel)&lt;br /&gt;
# Bacterieel antibioticum penicilline gegeven (structuur)&lt;br /&gt;
## Duid alle chirale C-atomen aan&lt;br /&gt;
## Teken het molecule in projectievorm waarbij alle chirale C-atomen een S-configuratie hebben. Duid de prioriteiten aan.&lt;br /&gt;
## Geef het oxidatiegetal van het aangeduide atoom&lt;br /&gt;
## Geef het enantiomeer van het molecule uit vraag b&lt;br /&gt;
## Geef een epimeer van het molecule uit vraag b&lt;br /&gt;
## Teken een resonantiestructuur van het molecule waarbij je geen gebruikt maakt van de benzeenresonantie&lt;br /&gt;
# Gegeven de structuur van meta-broom-acetylbenzeen, welke van de volgende opties is waar?&lt;br /&gt;
## Eerst bromering, dan acetylering&lt;br /&gt;
## Eerst acyletylering, dan bromering&lt;br /&gt;
## Volgorde onbelangrijk, reactie met eerst bromering verloopt trager&lt;br /&gt;
## Volgorde onbelangrijk, reactie met eerst acetylering verloopt trager&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Verklaar je antwoord uit vorige vraag met resonantiestructuren van intermediairen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen (bundel 2)&lt;br /&gt;
# Gegeven een volledig geprotoneerde glutaminezuuroplossing van 0,10M &lt;br /&gt;
## Bereken de pH van de oplossing na toevoeging van 150mL en 200mL 0,10M-NaOH-oplossing &lt;br /&gt;
## Waarom vertoont glutamine geen basisch karakter, maar lysine wel? Verklaar&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 juni 2024===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#4 structuren gekregen: fenyletheen, 4-vinylfenol, 1-nitro-4-vinylbenzeen, fenol. Deze ondergaan een additie met HCl.&lt;br /&gt;
##geef het reactiemechanisme van A&lt;br /&gt;
##rangschik op reactiviteit. verklaar met substituenteffecten en teken grensstructuren indien nodig&lt;br /&gt;
##geef de reactieproducten van A, B en C en de IUPAC-naam van het reactieproduct A en B&lt;br /&gt;
#Retro-aldolreactie bij de glycolyse wordt gekatalyseerd door het enzym aldolase.&lt;br /&gt;
##Geef het reactiemechanisme van de retro-aldolreactie van fructose-1,6-difosfaat&lt;br /&gt;
##Waarom moet glucose-6-fosfaat geïsomeriseerd worden naar fructose-6-fosfaat&lt;br /&gt;
##Aldolase katalyseert nog een reactie in het lichaam, namelijk de reactie van dihydroxyaceton(niet zeker) met D-erytrose. Geef de Fischervoorstelling van het reactieproduct.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Aminozuren&lt;br /&gt;
##Bereken het Iso-elektrisch punt van arginine en isoleucine. schrijf ook de structuur bij die pH.&lt;br /&gt;
##100 ml Isoleucine-oplossing van 0,100 mol/L wordt getitreerd met een NaOH-oplossing van 0,100 mol/L. Geef mij de pH bij toevoeging van 50 ml en 200 ml NaOH-oplossing en teken de structuur van isoleucine bij die pH’s.&lt;br /&gt;
#Reactiemechanismen&lt;br /&gt;
##Benzeen gekregen wat toevoegen om 1-fenylethanon te krijgen (Antwoord: FeCl3 + ethanoylchloride)&lt;br /&gt;
##Ethoxyethaan + HBr → ? (ook zeggen welk reactietype)&lt;br /&gt;
##?&lt;br /&gt;
#?&lt;br /&gt;
#Meerkeuzevraag over Claisencondensatie. 4 IUPAC-namen van esters gekregen teken structuurformule van elk ester. De 4 esters ondergaan een Claisen Condensatie, bij 3 esters is het een aflopende reactie, bij 1 ester een evenwichtsreactie. Bij welke evenwichtsreactie en waarom?&lt;br /&gt;
##butylethanoaat&lt;br /&gt;
##ethylbutanoaat&lt;br /&gt;
##ethyl-2-methylbutanoaat&lt;br /&gt;
##ehtyl-3-methylbutanoaat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2024===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# 4 structuren: ethaanzuurbromide, ethaanzuurchloride, 2-oxyethaanzuurbromide, dietheenzuuranhydride. deze ondergaan een nucleofiele substitutie met water&lt;br /&gt;
##geef het reactiemechanisme van A&lt;br /&gt;
##rangschik op reactiviteit. verklaar met substituenteffecten en teken grensstructuren indien nodig&lt;br /&gt;
##geef de reactieproducten en de IUPAC-naam van A en C&lt;br /&gt;
# om alfa-ketoglutaraat te decarboxyleren maakt de natuur gebruik van het coënzym thiaminepyrofosfaat die reageert na deprotonatie.&lt;br /&gt;
##Geef het reactiemechanisme&lt;br /&gt;
##Geef 2 redenen waarom het coënzym zo goed gedeprotoneerd wordt&lt;br /&gt;
##Wat is het voordeel van het binden van dit coënzym?&lt;br /&gt;
##Wat is het voordeel van dit biologisch proces?&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# je wil een aminozuurmengeling van tryptofaan en lysine scheiden met behulp van elektroforese bij een pH van 9,1. Bereken het voorkomen van de vormen en waar ze zullen voorkomen (Kathode, Anode of ertussenin). Laat ook duidelijk de structuur van deze aminozuren zien.&lt;br /&gt;
##waarom is de stikstof op de tryptofaan niet basisch&lt;br /&gt;
# gegeven but-1-een naar 1-methylbutan-1-ol. Welke substraat heb je nodig om van de eerste naar de tweede gegaan (structuren waren gegeven) als je dan met H3PO4 zit en een verandering in temperatuur welk product bekom je (was al een reactiepijl gegeven)?&lt;br /&gt;
# reactie met methoxybenzeen, ethaanzuurchloride en AlCl3 (structuren gegeven). Geef het reactieproduct en het reactietype.&lt;br /&gt;
# mechanisme en reactietype gevraagd van 2x fenylmethanal (structuur gegeven) met OH-&lt;br /&gt;
# suikering gegeven met een zesring waarbij OH op C1 naar boven, alsook C2 en C3, bij C4 naar beneden en C5 de CH2OH ook naar beneden.&lt;br /&gt;
##geef de fisherstructuur van dit suiker en teken de stabielste conformatie op de newmann-projectie van C3 en C4&lt;br /&gt;
##geef de volledige naam van dit suiker&lt;br /&gt;
##geef van C1 en C2 de absolute configuratie (R of S) geef hierbij ook de prioriteiten&lt;br /&gt;
##Leg uit wat 1,3 diaxiale interacties zijn en geef dit weer op een duidelijke tekening&lt;br /&gt;
# oxidatie van ascorbinezuur naar dehydroxy-ascorbinezuur gegeven (zie practicum) en 3 stellingen (hieronder): duid de stellingen aan die correct zijn en geef bij iedere uitleg&lt;br /&gt;
##Er gebeurt een oxidatie en het oxidatiegetal van de C-atomen gaat van +1 naar 0&lt;br /&gt;
##Is de H in kwestie die met de laagste pKa?&lt;br /&gt;
##Is de stereochemie juist of kwam het eindproduct eerder van een andere stereo isomeer&lt;br /&gt;
===2 september 2023===&lt;br /&gt;
https://drive.google.com/file/d/1GMpzdW-Fuazq4zCe9Y40D8DgJyVk2-a7/view?usp=drive_link&lt;br /&gt;
===24 juni 2023===&lt;br /&gt;
#Je kreeg 4 verbindingen (ik denk 2-bromo-2methylpropaan, 2-bromopropaaan, 4-bromo-2-penteen en 4-bromo-1-penteen; kloppen niet helemaal, maar principe blijft hetzelfde). &lt;br /&gt;
##Voor 2-bromo-2-methylpropaan moest je de E-reactie uitschrijven.&lt;br /&gt;
##Zeggen in welke volgorde deze verbindingen het snelste zou reageren bij een E1-reactie (aan de hand van substituent effecten en eventuele grensstructuren.&lt;br /&gt;
##Voor elke verbinding het reactieproduct geven en IUPAC naam geven.&lt;br /&gt;
#Er wordt ATP gevormd bij de afbraak van een suiker in de glycolyse en krebs-cyclus. &lt;br /&gt;
##Geef de reactieproducten en waarom kan er ATP gevormd worden?&lt;br /&gt;
##Het grootste deel van de energie komt in een andere vorm vrij, hoe gebeurd dit?&lt;br /&gt;
#Meerkeuzevraag over Claissencondensatie van ethylacetaat (was een andere benaming, maar vooral het ethyl deel is belangrijk dus maakt niet echt uit). Welk reagens moet je gebruiken om ervoor te zorgen dat je slechts één reactieproduct hebt. Opties waren denk ik: methioxide, ethioxide, hydroxide, er wordt altijd meer dan één reactieproduct gevormd (eventuele grensstructuren hier niet mee rekenen) (meeste hadden ethioxide) en dan moest je nog aantonen met het relevante deel van de reactie, waarom de andere niet zouden kunnen.&lt;br /&gt;
#Reactiemechanismen&lt;br /&gt;
##Je kreeg aceton en je moest zeggen wat je moest toevoegen om iets te bekomen (je moest OH- toevoegen, maar weet even niet meer wat je dan bekomt) en dan voeg je H2O en H+ toe en moet je het reactieproduct geven (2,2-propaandiol)&lt;br /&gt;
##Ik denk 2-Methylcyclopentanone en solvent gekregen, zeggen welk reactieproduct je bekomt en wat het reactiemechanisme is (nucleofiele acylsubstitutie)&lt;br /&gt;
##Je kreeg ethylbenzeen met als solvent AlCl3 en acetylchloride (hiervan maak je AlCl4- en CH2CO+) je moest zeggen welk reactiemechanisme (nucleofiele aromatische substitutie) en dit ook uitschrijven&lt;br /&gt;
#Zwitterion en IP van arginine en glutamine geven en zeggen welke pH je krijgt bij het toevoegen van 250ml NaOH aan 100 ml 0.1M glutamine&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
##S/R van chirale koolstoffen van D-xylulose geven + Newman projectie rond C3 en C4&lt;br /&gt;
##In stappen geven hoe je alfa-L-xylulofuranose bekomt (ringsluiting tekenen dus), het enantiomeer hiervan geven (bèta-versie) en zeggen of het een epimeer is, beide begrippen uitleggen&lt;br /&gt;
===8 juni 2023===&lt;br /&gt;
#4 structuren: propeen, ethyleen pyrrool?, styreen , benzeen met etheen op en methoxy groep op. elektrofiele additie met waterstofbromide.&lt;br /&gt;
##Geef het reactiemechanisme van propeen&lt;br /&gt;
##Rangschik de reactiviteit van de verschillende structuren, maak gebruik van substituenteffecten en teken grensstructuren&lt;br /&gt;
##geef de IUPAC-naam van structuur a, b, c en schrijf alle reactieproducten uit&lt;br /&gt;
#Gegeven: D-glucose in de verschillende vormen: beta-D-glucopyranose, alfa-D-glucopyranose, beta-D-glucofuranose en alfa-D-glucofuranose en het voorkomen ervan in percentages&lt;br /&gt;
##Waarom komen de furanose vormen zo weinig voor?&lt;br /&gt;
##Waarom komt het beta-anomeer meer voor dan het alfa-anomeer?&lt;br /&gt;
##hoe komt het dat het alfa-anomeer dan toch nog voorkomt?&lt;br /&gt;
##Vergelijk dit nu met D-mannose, maak een voorspelling van hoe de verschillende vormen zullen voorkomen?&lt;br /&gt;
#Aminozuren:&lt;br /&gt;
##Waarom heeft de R-groep van asparagine geen basische eigenschappen (asparagine heeft geen pKr)&lt;br /&gt;
##We willen tyrosine en asparagine scheiden met behulp van elektroforese bij pH = 9,0. Schrijf voor beide aminozuren de verschillende vormen uit en verklaar welke vorm bij deze pH voor zal komen. Waar zullen de aminozuren zich bevinden: anode, kathode, tussenin&lt;br /&gt;
#Gegeven: benzeenring met broomsubstituent en -C2H5 substituent. Bij het bereiden hiervan moet je...&lt;br /&gt;
##...eerst bromeren?&lt;br /&gt;
##...eerst aklyleren?&lt;br /&gt;
##...volgorde maakt niet uit, maar als je eerst bromeert gaat de reactie langzamer&lt;br /&gt;
##...volgorde maakt niet uit, maar als je eerst alkyleert gaat de reactie langzamer&lt;br /&gt;
#Gegeven: een structuur met 2 chirale koolstoffen (ook een amidegroep op 1 einde, en een chloor groep)&lt;br /&gt;
##teken de fisherprojectie van ALLE stereo-isomeren, geef ook de stabielste newman-projectie&lt;br /&gt;
##Bepaal van elke chirale C de R,S-configuratie en geef de prioriteiten weer&lt;br /&gt;
##Wat is het OG van de C met de amide groep&lt;br /&gt;
##Welk van de stereo-isomeren zijn ook diastereo-isomeren, verklaar deze term&lt;br /&gt;
##Duid aan waar een nucleofiele substitutie zou kunnen plaatsvinden, verklaar ook waarom&lt;br /&gt;
#Reactie mechanismen zoals aangegeven op stramien&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 3 september 2022 ===&lt;br /&gt;
# 4 moleculen met dubbele binding gegeven, sommige met substituenten&lt;br /&gt;
## Reactiemechanisme voor molecule A uitschrijven (CH2=CH-CH2-CH3)&lt;br /&gt;
## Rangschikken volgens reactiviteit in een reactie met HBr en argumenteren met substituenteffecten en grensstructuren&lt;br /&gt;
## Reactieproducten voor alle 4 opschrijven en 2 ervan benoemen met IUPAC naam&lt;br /&gt;
# gegeven: glucose in openketenvorm, alfa-D-glucopyranose, beta-D-glucopyranose, alfa-D-glucofuranose en beta-D-glucofuranose met percentages van hoe vaak ze voorkomen&lt;br /&gt;
## waarom komt de furanosevorm zo weinig voor&lt;br /&gt;
## waarom komt de betavorm meer voor dan de alfavorm&lt;br /&gt;
## waarom komt ondanks vraag b de alfavorm toch nog zo vaak voor&lt;br /&gt;
## maak zelf een voorspelling voor de percentages van voorkomen voor alle vormen van D-mannose&lt;br /&gt;
# teken 2-amino-2,3,4-trimethyl-3-hexaanthiol&lt;br /&gt;
## hoeveel stereo-isomeren zijn er?&lt;br /&gt;
## teken van alle stereo-isomeren de fischer projectie en meest stabiele conformatie in de newman projectie over C3-C4 as, duid chirale centra aan&lt;br /&gt;
## bepaal voor alle chirale centra de absolute configuratie&lt;br /&gt;
## is het een primair, secundair of tertiair amine? En dezelfde vraag voor thiol?&lt;br /&gt;
## bepaal de oxidatietrap van C2&lt;br /&gt;
# 5 namen van moleculen gegeven, welke kunnen het reactieproduct zijn van een aldolcondensatie? Voor degenen die niet kunnen: leg uit in 1 zin waarom niet. Voor degenen die wel kunnen: geef de beginproducten.&lt;br /&gt;
# reactiemechanismen&lt;br /&gt;
## vul onderstaande reactiesequentie aan: alkaan met -OH —&amp;gt; alkeen —&amp;gt; ? (boven de eerste pijl stond ook een vraagteken en boven de tweede pijl +Cl2)&lt;br /&gt;
## schrijf reactiemechanisme uit: benzeenring met -OCH3 substituent reageert met HNO3 en H2SO4&lt;br /&gt;
# aminozuren&lt;br /&gt;
## bepaal voor een titratie van 100 mL 0,1M isoleucine de pH bij toevoeging van 150mL en 200mL NaOH&lt;br /&gt;
## waarom is de pKa van glutamine lager dan van isoleucine&lt;br /&gt;
## teken beide aminozuren uit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 juni 2022 ===&lt;br /&gt;
# 4 moleculen gegeven die reageren volgens reactietype E1 ter vorming van HCl : twee chlooralkanen met benzeenring en twee zonder, een van de twee met benzeenring had methoxy-groep op de benzeenring&lt;br /&gt;
## Geef reactiemechanisme voor een van de twee chlooralkanen zonder benzeenring&lt;br /&gt;
## Rangschik volgens stijgende reactiviteit en beargumenteer met substituenteffecten. Geef grensstructuren indien relevant.&lt;br /&gt;
## ...&lt;br /&gt;
# Geef het reactiemechanisme en vergelijk onderling, beredeneer ook voor de basische hydrolyses of het gaat om een mono- of bimoleculair proces:&lt;br /&gt;
### hydrolyse van een carbonzuurester in basisch milieu&lt;br /&gt;
### hydrolyse van een fosfaatester in basisch milieu&lt;br /&gt;
### hydrolyse van een fosfaatester in zuur milieu&lt;br /&gt;
## Bespreek kort het verschil in reactiviteit van mono-, di-, en tri-alkylfosfaatesters bij hydrolyse in basisch milieu&lt;br /&gt;
## In de glycolyse komt energie vrij bij het hysrolyseren van het acylfosfaat 1,3-difosfoglycerinezuur dat wordt gebruikt om ADP om te zetten in ATP. Voor de vorming van acetyl-CoA uit acetylfosfaat (ook een acylfosfaat) is ATP nodig. Bespreek kort deze schijnbare tegenstrijdigheid.&lt;br /&gt;
# Stereochemie&lt;br /&gt;
## Geef de Haworthprojectie van beta-L-arabinopyranose&lt;br /&gt;
## Geef de absolute configuratie van C2 en C4 en duid nummering aan&lt;br /&gt;
## Wat zijn de oxidatietrappen van C1 en C3?&lt;br /&gt;
## Geef de (stabielste) Newmanprojectie van het conformeer volgens de C3-C4 as&lt;br /&gt;
## Hoeveel 1,3-diaxiale repulsies komen ervoor in dit molecule? Maak een tekening die dit duidelijk weergeeft&lt;br /&gt;
# Aminozuren&lt;br /&gt;
## Onder welke vormen komen glutaminezuur en tryptofaan voornamelijk voor bij pH = 6,00? &lt;br /&gt;
## Waar bevinden de AZ zich na elektroforese bij deze pH? Aan de anode, kathode of ertussen?&lt;br /&gt;
## Waarom is de zijketen van tryptofaan niet basisch?&lt;br /&gt;
# Verloopt de substitutie van propaanzuur naar methylpropanoaat het best in zuur of in basisch milieu? Of kan beide? Verklaar grondig en teken het bijbehorende reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
# Vraag over reactiemechanismen zoals aangegeven op het stramien.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2022 ===&lt;br /&gt;
# 4 benzeen ringen gegeven (3 daarvan met substituenten)&lt;br /&gt;
## Reactiemechanisme uitschrijven voor een gewone benzeen tot chloorderivaat (SeAr)&lt;br /&gt;
## Rangschikken volgens reactiviteit, grensstructuren tekenen en substituenteffecten verklaren.&lt;br /&gt;
## Van de 4 chloorderivaten de IUPAC-naam geven en eindstructuur tekenen &lt;br /&gt;
# Geef de retro-aldolreactie bij de glycolyse&lt;br /&gt;
# Oefening op suikers (je kreeg een cyclisch suiker)&lt;br /&gt;
## Teken de fisher en de Newman projectie&lt;br /&gt;
## Geef het oxidatie getal van 2 C en zeg of het R of S is&lt;br /&gt;
## Geef de naam van het suiker&lt;br /&gt;
## Leg de begrippen epimeer en anomeer uit en teken deze vormen van dit suiker&lt;br /&gt;
# Oefening op aminozuren&lt;br /&gt;
## Je kreeg 2 aminozuren bij een bepaalde pH en je moest zeggen als dit een goede pH was om een elektroforese te doen, indien dit niet zo was moest je uitleggen waarom en een betere pH waarde geven.&lt;br /&gt;
# Je kreeg 4 verbindingen en je moest zeggen welke een kleurreactie (oranje/groen) zouden geven&lt;br /&gt;
## Alcoholtest -&amp;gt; oxidatie van alcoholen tot ketonen of carbonzuren uitleggen&lt;br /&gt;
# Oefening op reactiemechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 augustus 2021===&lt;br /&gt;
# 4 moleculen gegeven waarop het gaat reageren met HCl&lt;br /&gt;
## werk reactiemechanisme uit voor 1 van de moleculen&lt;br /&gt;
## Rangschik volgens afnemende reactiviteit&lt;br /&gt;
## Geef reactieproducten van alle moleculen en geef IUPAC naam voor 2&lt;br /&gt;
# geef reactiemechanisme van de deanimatie van glutamine&lt;br /&gt;
# L-xylulose, Bepaal R/S configuratie &lt;br /&gt;
## Teken stabielste Fischer en Newman voor de C3-C4-as&lt;br /&gt;
### ???&lt;br /&gt;
# Voor welk van deze 3 producten kan niet een aldolcondensatie ondergaan? Leg uit waarom niet en geef de reagentia wanneer het wel gaat.&lt;br /&gt;
##de reactiemechanisme invullen: onbrekende reagentia en product&lt;br /&gt;
### een stof gegeven met de reagentia, welke reactiemechanisme en schrijf uit&lt;br /&gt;
#titratie van asparagine met NaOH: berekenen de pH bij toevoeging van 100ml en 200ml NaOH; &lt;br /&gt;
##waarom heeft asparagine geen basische eigenschap zoals lysine. Geef ook de structuren&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 augustus 2020===&lt;br /&gt;
#4 moleculen gegeven waarop nucleofiele substitutie gebeurt met natriummethoxide&lt;br /&gt;
## werk reactiemechanisme uit voor 1 van de moleculen&lt;br /&gt;
## Rangschik volgens afnemende reactiviteit&lt;br /&gt;
## Geef reactieproducten van alle moleculen en geef IUPAC naam voor 2&lt;br /&gt;
# Geef het mechanisme van decarboxylering van beta-ketocarbonzuren en leg uit. Geef een voorbeeld van een analoog mechanisme in de biologie en leg uit. &lt;br /&gt;
# Voor welk van deze 4 producten kan er een aldolcondensatie zijn opgetreden? Leg uit waarom niet en geef de reagentia wanneer het wel gaat.&lt;br /&gt;
# Oefening op aminozuren en bepalen welke vorm er voorkomt bij een bepaalde pH en als je een gelelektroforese doet welke waar dan voorkomt, az zijn tryptofaan en glutaminezuur&lt;br /&gt;
# Oefening op suiker: welke suiker is dit? Geef stabielste newmann vorm in C3-C4 formatie, R of S van C2 en C5, teken epimeer dat geen anomeer is&lt;br /&gt;
#oefeningen op reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2020===&lt;br /&gt;
#4 moleculen (esters) gegeven, waarop nucleofiele substitutie gebeurt &lt;br /&gt;
## Werk het reactiemechanisme voor één van de moleculen volledig uit. (methylethanoaat)&lt;br /&gt;
## Rangschik volgens afnemende reactiviteit dmv substituenteffecten&lt;br /&gt;
## Geef de reactieproducten van alle moleculen en geef hun IUPAC naam&lt;br /&gt;
#Leg de synthese van peptiden uit met dicyclohexylcarbodiimide. Welke voorzorgsmaatregel moet genomen worden om selectief een peptide te vormen? Geef een voorbeeld.&lt;br /&gt;
#Voor welke van volgenden bestaat er een mesovorm, teken deze en leg uit wat mesovorm is. (1-butanol, butaan2,3diol, butaan-1,2,3-triol, butaan-1,2,3,4-tetraol)&lt;br /&gt;
#Oefening op aminozuren: &lt;br /&gt;
## Waarom heeft proline een hogere pKa&#039; dan alanine + teken deze aminozuren&lt;br /&gt;
## Welke vorm van alanine komt het meest voor bij toevoegen van 150 mL? Bereken deze pH.&lt;br /&gt;
#Oefening op suikers: suiker gegeven &lt;br /&gt;
## Geef IUPAC naam&lt;br /&gt;
## Bepaal R/S configuratie voor C2 en C5&lt;br /&gt;
## Teken stabielste Fischer en Newman voor de C3-C4-as&lt;br /&gt;
## ?&lt;br /&gt;
#Vul reactie aan (reactieproducten, reagentia). Geef reactietype en eindproduct. Geef reactietype, eindproduct en reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2020 (16u)===&lt;br /&gt;
#4 moleculen gegeven: E1 reactie van HCl: mechanisme geven, reactieproducten tekenen en benoemen&lt;br /&gt;
#Bespreek de oxidatieve deaminering van glutaminezuur met de nodige coënzymen/cofactoren. Geef het reactiemechanisme van de tweede stap zonder enzymen.&lt;br /&gt;
#Een molecule gegeven in stoelvorm (geen suiker): teken de fisherprojecties van alle stereomeren, teken newmann projectie van 1 op c2-c3 in stabielste vorm en zeg S of R config, welke zijn enantiomeren, diastereomeren, is er een mesovorm? En leg de begrippen kort uit. Geef oxidatietrap van aangeduide koolstofatoom.&lt;br /&gt;
#lysine en valine tekenen en IP berekenen, waarom is de pkr van lysine groter dan de pka&#039; van valine?&lt;br /&gt;
#Wat zijn de product(en) die worden gevormd als E-2-hepteen en dichloor reageren?&lt;br /&gt;
##2s,3s 2-dichloorhepteen&lt;br /&gt;
##2s,3r&lt;br /&gt;
##2r,3s&lt;br /&gt;
##2r,3r&lt;br /&gt;
#Oefeningen op reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2020 (16u)===&lt;br /&gt;
#4 moleculen gegeven, waarop elektrofiele additie van water in zuur milieu gebeurt&lt;br /&gt;
## Werk het reactiemechanisme voor één van de moleculen volledig uit.&lt;br /&gt;
## Rangschik volgens afnemende reactiviteit&lt;br /&gt;
## Geef de reactieproducten van alle moleculen en geef hun IUPAC naam&lt;br /&gt;
#Waarom kunnen alcoholen niet gemakkelijk een SN-reactie ondergaan? Geef 2 voorbeelden van een SN-reactie van een alcohol, schrijf het mechanisme. Reageert fenol op dezelfde manier? Teken en leg uit. Hoe kunnen SN-reacties van alcoholen mogelijk gemaakt worden in biologische systemen?&lt;br /&gt;
#Oefening op suikers en stereochemie:&lt;br /&gt;
## Geef de Haworth-projectie van bèta-L-gulofuranose&lt;br /&gt;
## Teken het enantiomeer van deze molecule en benoem het.&lt;br /&gt;
## Configuratie (R/S) van C2 en C5 bepalen + oxidatietrap geven&lt;br /&gt;
## Stabielste Newman-conformatie langs C4-C5 as&lt;br /&gt;
#Oefening op aminozuren:&lt;br /&gt;
## D-vorm van tyrosine en alanine tekenen en conformatie geven.&lt;br /&gt;
## Oefening op pH berekenen&lt;br /&gt;
# Gegeven een staal met één onbekende suiker. Na het uitvoeren van een Fehlingstest zie je een roodbruine neerslag ontstaan. Aantal suikers gegeven, aanduiden welke het mogelijk kan zijn. Leg uit wat deze test precies en verklaar je keuze.&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan (reactieproducten, reagentia). Geef reactietype en eindproduct. Geef reactietype, eindproduct en reactiemechanisme. Eerste was zuurgekatalyseerde estervorming. Tweede eliminatie van water. Derde aldolcondensatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===7 juni 2020===&lt;br /&gt;
#4 moleculen gegeven waarop een Sn1 wordt gedaan met ammoniak&lt;br /&gt;
## Werk het reactiemechanisme voor de eerste molecule uit&lt;br /&gt;
## Welk molecule reageert het snelst? Leg uit adhv substituenteffecten&lt;br /&gt;
## Geef de reactieproducten van de andere 3 moleculen en ook de IUPAC naam&lt;br /&gt;
#Geef de retro-aldolreactie bij de glycolyse&lt;br /&gt;
## Wat is de katalysator en waarom gaat de retro-aldolreactie niet bij glucose?&lt;br /&gt;
#Gegeven een benzeenring met daarop een nitrogroep en alkylgroep. Gebeurd er eerst alkylering of nitrering? Gebruik in je uitleg grensstructuren&lt;br /&gt;
#Oefening op molecule dat geen suiker was! Maar je moest R/S bepalen, Fischer schrijven, Newmann projectie, en diastereomeren en enantiomeren aanduiden (+ kort uitleggen wat dat betekend)&lt;br /&gt;
#Oefening op aminozuren en bepalen welke vorm er voorkomt bij een bepaalde pH en als je een gelelektroforese doet welke waar dan voorkomt (zoals in de oefenzitting gewoon)&lt;br /&gt;
#standaard oefening die er elk jaar is met reacties aanvullen enzo&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2019 (namiddag)===&lt;br /&gt;
#4 moleculen (ester, ester met halogeen, anhydride, amide) waarop de nucleofiele substitutie van water in basische omgeving wordt uitgevoerd. &lt;br /&gt;
##Werk het reactiemechanisme uit voor het ester.&lt;br /&gt;
##Rangschik volgens afnemende reactiviteit.&lt;br /&gt;
##Geef de naam en structuur van beide reactieproducten.&lt;br /&gt;
#Bespreek de oxidatieve deaminering van glutaminezuur met de nodige coënzymen/cofactoren. Geef het reactiemechanisme van de tweede stap zonder enzymen.&lt;br /&gt;
#Oefening op suikers.&lt;br /&gt;
##Bespreek de R/S configuratie van de chirale centra van D-xylose. &lt;br /&gt;
##Is D-xylose een aldose of ketose? &lt;br /&gt;
##Geef de stabielste Newman-projectie op C3-C4.&lt;br /&gt;
##Bepaal de oxidatietrap van C1 en C5.&lt;br /&gt;
##Maak van L-xylose beta-L-xylose. &lt;br /&gt;
##Welk reactietype is de ringsluiting van suikers? Welke katalysator wordt vaak gebruikt? &lt;br /&gt;
##Geef het anomeer van beta-L-xylose. Is dit ook een enantiomeer?&lt;br /&gt;
#Oefening op aminozuren.&lt;br /&gt;
##Geef de 2R,3R configuratie van isoleucine. &lt;br /&gt;
##Wat is de pH van 100 ml isoleucine (0.1M) na toevoeging van 150 ml NaOH (0.1 M)? &lt;br /&gt;
##Waarom heeft glutamine een lagere pKa dan isoleucine? &lt;br /&gt;
#Waarom wordt het reactie-evenwicht bij de Claisencondensatie van ethyl-2-methylpropanoaat met ethoxide niet naar rechts getrokken (in tegenstelling tot andere Claisencondensaties)?&lt;br /&gt;
#Vul reactie aan (reactieproducten, reagentia). Geef reactietype en eindproduct. Geef reactietype, eindproduct en reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2019 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
#4 moleculen met dubbele bindingen gegeven waarop elektrofiele additie gebeurt&lt;br /&gt;
##van 1 reactiemechanisme uitwerken&lt;br /&gt;
##rangschikken volgens reactiviteit door middel van substituenteffecten&lt;br /&gt;
##eindproducten geven + IUPAC naam geven&lt;br /&gt;
#vetzuursynthese uitleggen met coënzymen erbij&lt;br /&gt;
##uitleggen waarom je malonycoa nodig hebt en wat de gelijkenis ervan is met claisen-condensatie&lt;br /&gt;
#molecule gegeven: menthol&lt;br /&gt;
##chirale c aanduiden, hoeveel stereo-isomeren, R/S van chirale c, geef stabielste configuratie, geef diastereoisomeer dat epimeer is, enantiomeer geven, stabielste configuratie van enantiomeer geven, je krijgt een paar newmanprojecties waarvan je moet zeggen welke de juiste is, oxidatiegetal van aangeduide c geven&lt;br /&gt;
#geef 3D structuur van R glutaminezuur&lt;br /&gt;
##is deze D of L?&lt;br /&gt;
##welke vorm(en) komt er vooral voor op ph 8,8&lt;br /&gt;
##uitleggen waarom N in de R groep niet basisch is en die van lysine (ook tekenen) wel&lt;br /&gt;
#je krijgt een benzeenring waarop een de ene kant een ch3 hangt en op de tegenovergestelde kant een acylgroep, je moet uitleggen via grensstructuren wat het juiste antwoord is&lt;br /&gt;
##eerst alkyleren, dan acyleren&lt;br /&gt;
##eerst acyleren, dan alkyleren&lt;br /&gt;
##volgorde maakt niet uit, maar acyleren is trager&lt;br /&gt;
##volgorde maakt niet uit, maar alkyleren is trager&lt;br /&gt;
#je krijgt een reactie waarvan je de reagentia en reactieproducten er nog moet bij zetten&lt;br /&gt;
##reactie is eerst een eliminatie en dan een additie&lt;br /&gt;
#je krijgt een cyclisch carbonzuur en dit gaat reageren amine, geef de reactieproducten in skeletnotatie en zeg wel reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#een cycloalkaan waar een broom aanhangt gaat reageren met naoh, geef het reactieproduct(en) en zeggen welk reactiemechanisme het is en ook het reactiemechanisme uitschrijven&lt;br /&gt;
===14 juni 2019 (namiddag)===&lt;br /&gt;
# 4 benzeen ringen gegeven (3 daarvan met substituenten)&lt;br /&gt;
## Reactiemechanisme uitschrijven voor een gewone benzeen tot chloorderivaat (SeAr)&lt;br /&gt;
## Rangschikken volgens reactiviteit, grensstructuren tekenen en substituenteffecten verklaren.&lt;br /&gt;
## Van de 4 chloorderivaten de IUPAC-naam geven en eindstructuur tekenen &lt;br /&gt;
# De glycolyse genereert op 2 plaatsen ATP en de Krebs-cyclus op 1 plaats. Teken de reagens en het product van de reacties. Leg uit waarom de moleculen energie genereert.&lt;br /&gt;
# Suiker oefening met L-Talose tot alfa-L-talose, Wat is de katalysator?, Reactietype?, Enantiomeer, Stabielste Newman-projectie (C4 en C5), R/S-Configuratie op C2 en C3, Oxidatietrap van C1.&lt;br /&gt;
# Isoelektrisch punt van Arginine en Glycine berekenen, pH van een 0,1M 100ml Arginine oplossing na toevoegen van 200ml 0,1 NaOH, L-configuratie van Arginine tekenen, is het een S/R configuratie?&lt;br /&gt;
# Gegeven: Tetracycline. Het molecule heeft 2 pKa en 1 pKb . Zoek de groepen die hiervoor zorgen en verklaar je keuze.&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan (reactieproducten), geef reactietype en eindproduct, geeft reactietype eindproduct en reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2019 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
# 4 structuren gegeven: 2 broomalkanen, 1 broomalkeen en een fenylbroomalkaan&lt;br /&gt;
## Schrijf het Sn2 reactiemechisme uit voor structuur A (broomethaan) met natriumwaterstofsulfide. &lt;br /&gt;
## Rangschik de gegeven structuren volgens afnemende reactiviteit. Leg uit! &lt;br /&gt;
## Geef de IUPAC-namen van al de reactieproducten&lt;br /&gt;
# Geef de isomerisatie in de glycolyse van het glucosederivaat naar fructosederivaat. Waarom is dit basegekatalyseerd.&lt;br /&gt;
## Geef het verband tussen de Tollens- en Fehlingstest en het verband tussen Barfoed- en Benedictetest.&lt;br /&gt;
# Gegeven is een suiker in de stoelvorm&lt;br /&gt;
## Geef de volledige naam van dit suiker.&lt;br /&gt;
## Geef de Fischerprojectie van de open-ketenvorm en geef de stabielste Newmanprojectie met C3 en C4 als as.&lt;br /&gt;
## Wat is de conformatie en OT van C2 en C5?&lt;br /&gt;
## Geef het anomeer van dit suiker. Is dit ook een epimeer/diasteriomeer/enantiomeer? Leg elke term uit. &lt;br /&gt;
# Oefening op aminozuren:&lt;br /&gt;
## Waarom heeft leucine een hogere pKa dan threonine?&lt;br /&gt;
## Welke lading heeft leucine in een mengsel van ph = 9,5? Ligt het eerder aan kathode/anode/ergens in het midden bij elektroforese?&lt;br /&gt;
## Geef de 2R,3S vorm van threonine in de fischerprojectie.&lt;br /&gt;
# Welke van onderstaande structuren ondergaat gemakkelijk een decarboxylering bij een temperatuursverhoging? Zo ja, schrijf het mechanisme helemaal uit. COOH-CH2-CHOH-CH3 / COOH-CHOH-CH2-CH3 / COOH-CH2-CO-CH3 / COOH-CH2-COOH&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan (reactieproducten), geef reactietype en eindproduct, geeft reactietype eindproduct en reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2019 (namiddag)===&lt;br /&gt;
# Structuren van chloorbenzeen, anisool, benzeen en fenol zijn gegeven.&lt;br /&gt;
## Schrijf het reactiemechanisme uit van een elektrofiele substitutie van benzeen met als eindproduct een nitroderivaat.&lt;br /&gt;
## Rangschik de gegeven structuren volgens afnemende reactiviteit. Leg uit adhv substituenteffecten en teken grensstructuren indien nodig.&lt;br /&gt;
## Geef van de 4 nitroderivaten de IUPAC-naam en teken de structuur&lt;br /&gt;
# Waarom kunnen alcoholen niet gemakkelijk een SN-reactie ondergaan? Geef 2 voorbeelden van een SN-reactie van een alcohol, schrijf het mechanisme. Reageert fenol op dezelfde manier? Teken en leg uit. Hoe kunnen SN-reacties van alcoholen mogelijk gemaakt worden in biologische systemen?&lt;br /&gt;
# Gegeven: enantiomeer van een structuur. Geef R- of S-configuratie van 2 aangeduide C-atomen. Teken de ruimtelijke structuur van het molecule. Hoeveel stereo-isomeren zijn er? Teken de meest stabiele Newman-projectie. Is er een mesovorm? Indien mogelijk teken mesomere grensstructuren. Geef de oxidatietrap van 2 aangeduidde C-atomen.&lt;br /&gt;
# Bij welke pH komt het Zwitter-ion van arginine voor? Teken. Waarom is de pKa van arginine lager dan de pKa van asparaginezuur? Gegeven: 100ml volledig geprotoneerd 0,10M asparaginezuur, Wat is de pH na een titratie met 150mL 0,10M NaOH? Teken van elk vermeld aminozuur de neutrale structuur&lt;br /&gt;
# Gegeven: formaldehyde, aceetaldehyde en benzaldehyde. Welke kan een aldolcondensatie met zichzelf doen? Teken het mechanisme en verklaar waarom de andere 2 dit niet kunnen.&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan (reactieproducten), geef reactietype en eindproduct, geeft reactietype eindproduct en reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2019 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
# 4 structuren gegeven: 2 chlooralkenen, 1 chlooralkaan en 1 chloorether&lt;br /&gt;
## Schrijf het reactiemechanisme uit voor een SN1 reactie van (1 van de 2) chlooralkeen met ammoniak.&lt;br /&gt;
## Rangschik de gegeven structuren volgens afnemende reactiviteit. Leg uit adhv substituenteffecten en teken grensstructuren indien nodig.&lt;br /&gt;
## Geef van de 4 derivaten de IUPAC-naam (van de eerste 3 dus niet de ether) en teken de structuur.&lt;br /&gt;
# Geef het mechanisme van decarboxylering van beta-ketocarbonzuren en leg uit. Geef een voorbeeld van een analoog mechanisme in de biologie en leg uit.&lt;br /&gt;
#L-glucose tekenen en omzetten in alfa-L-glucofuranose. Geef enantiomeer van de structuur. Geef R- of S-configuratie van 2 aangeduide C-atomen. Hoeveel stereo-isomeren zijn er? Teken de meest stabiele Newman-projectie. Geef een diastereomeer dat ook een epimeer is. Geef de oxidatietrap van 2 aangeduidde C-atomen. Is alfa-L-glucofuranose een reduceerbare suiker?&lt;br /&gt;
# Tyrosine en serine hebben een gelijkaardige zijketen, waarom heeft tyrosine een pKr en serine niet? Gegeven: 100ml volledig geprotoneerd 0,10M tyrosine, Wat is de pH na een titratie met 300mL 0,10M NaOH? Welke vormen van serine en tyrosine komen voor bij pH 10,5? Alle vermelde AZ moeten getekend zijn in het antwoord.&lt;br /&gt;
# Gegeven: Benzeen, pyrrool en pyridine. Rangschik volgens reactiviteit voor een SeAr reactie mbv grensstructuren.&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan alkyn --?--&amp;gt; alkeen --Br2--&amp;gt; ?, geef reactietype en eindproduct: 3-fenyl-1-amino-2-propanon --OH--&amp;gt;, geeft reactietype eindproduct en reactiemechanisme: aldolcondensatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 augustus 2018===&lt;br /&gt;
# 4 gegeven alcoholen kunnen en E1 reactie ondergaan, geef de volledige reactie voor alcohol A, geef de eindproducten en de IUPAC-naam van de 4 alcoholen na de reactie. Orden volgens afnemende reactiviteit.&lt;br /&gt;
# Een vraag over de oxidatieve deaminering van glutaminezuur.&lt;br /&gt;
# Suiker in ringstructuur gegeven: geef naam &amp;amp; lineaire vorm, geef de Newman projectie (c3-c4), is c2 R/S en wat is zijn oxidatietrap, hoeveel chirale C atomen zijn er en duid aan in de cyclische vorm en lineaire vorm welke de chirale C atomen zijn, geef een diastereomeer dat geen epimeer of anomeer is van de gegeven suiker, hoe heet de reactie waarbij een lineaire vorm over kan gaan in de cyclische vorm en in welk solvent gebeurt dit.&lt;br /&gt;
# Leg het verschil in pKa tussen glutaminezuur en valine uit. Welke vorm van glutaminezuur komt er het meeste voor bij bepaalde pH. Bereken de pH van een oplossing van 100ml valine (0,1M) met 200ml base.&lt;br /&gt;
# Een SN reactie bij alcoholen moet in zuur milieu gebeuren: waarom, waarom niet met NH2 als nucleofiel, geef een alternatief voor zuur milieu bij SN reactie met alcoholen.&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan (pijltjes en reactieproducten), geef reactietype en eindproduct, geeft reactietype eindproduct en reactiemechanisme. &lt;br /&gt;
===22 juni 2018===&lt;br /&gt;
# De snelheid en reactieproducten met IUPAC-naam geven van 4 esters in basisch midden, voor 1 het mechanisme uitschrijven.&lt;br /&gt;
# Leg de synthese van peptiden uit met dicyclohexylcarbodiimide. Welke voorzorgsmaatregel moet genomen worden om selectief een peptide te vormen? Geef een voorbeeld. &lt;br /&gt;
# Geef de naam van een gegeven cyclisch suiker. Uitleggen of het R of S is. Is het een reducerende suiker? Geef de fischerprojectie. Geef de Newmanprojectie met c3-c4 als as en geef hiervan de stabielste Haworthprojectie. Geef het anomere suiker, is dit een enantiomeer, epimeer of diastereomeer en verklaar. &lt;br /&gt;
# Geef de 3D projectie van S-tryptofaan. Waarom heeft de R-groep van tryptofaan geen basische eigenschappen? Is tryptofaan vlot te scheiden van alanine met gelelektroforese? Indien ja, bij welke pH en waar zouden ze zich bevinden op de gel. Indien nee, verklaar. &lt;br /&gt;
# Waarom ondergaat pyridine gaan elektrofiele aromatische substitutie met een chlooralkeen en trichlooralluminium zoals benzeen? Schrijf de reactie uit die wel plaatsvindt en benoem deze. Nog een deelvraag....&lt;br /&gt;
# Mechanismes aanvullen en reactietypes bepalen. De eerste was een cyclisch ester waarbij je moest aangeveven dat er OH werd gebruikt zodat de ring open ging en het eindproduct in skeletnotatie. Reactie tussen een zuurchloride en een primair amine, het reactietype en producten in skeletnotatie geven. De laatste was een claisoncondensatie waarbij het mechanisme gegeven moest worden en het eindproduct in skeletnotatie. &lt;br /&gt;
===18 juni 2018===&lt;br /&gt;
# De snelheid en reactieproducten met IUPAC-naam geven van 4 benzeenderivaten bij een elektrofiele aromatisch substitutie, voor 1 het mechanisme uitschrijven&lt;br /&gt;
# Leg de afbraak van vetzuren uit en geef de coënzymen die een rol spelen, vergelijk met de vetzuursynthese en leg het verband uit tussen vetzuursynthese en de Claisencondensatie&lt;br /&gt;
# Aflatoxine is gegeven, enkele vraagjes zoals: hoeveel stereoisomeren, teken diastereomeren, r of s,heeft het molecule een mesovorm, oxidatietrappen bepalen, mesomere effecten aanduiden...&lt;br /&gt;
# Waarom heeft de NH2 groep van asparagine geen Pkr? Waar bevinden tyrosine en asparagine zich in een gelelektorforese bij pH 11? Is er mesomerie mogelijk in tyrosine, duid aan met pijlen&lt;br /&gt;
# Bespreek de stereochemie van 2 reacties&lt;br /&gt;
# mechanismes aanvullen en reactietypes bepalen&lt;br /&gt;
===14 juni 2018 ===&lt;br /&gt;
Mondeling&lt;br /&gt;
#4 stoffen vergelijken waarbij een aromatische substitutie gebeurd ter vorming van een nitroderivaat voor 1 het mechanisme uitschrijven en welke het snelste gaat verlopen en waarom. De structuur van de reactieproducten tekenen en de IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
#De volledige vetzuursynthese geven en alle enzymes en cofactoren benoemen. Zeggen waarom NADPH een goed reductans is voor de reductie van de vetzuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk&lt;br /&gt;
#Van een gegeven verbinding zeggen hoeveel stereo-isomeren er van bestaan en van ze allemaal de fisher en newman projectie (stabielste configuratie) geven. Van alle chirale atomen de R of de S configuratie toe kennen. Zeggen welke diasteriomeren en enantiomeren van elkaar zijn. Er kon makkelijk water afgesplitsd worden en zeggen waarom het een stabiel carbokation was en de hybridisatie van het koolstof atoom geven.&lt;br /&gt;
#Van threonine de titratie curve gekregen en hieruit afleiden welke volume op elk punt is toegevoegd welke vorm er het meeste voorkomt en op een bepaald punt de lading van het aminozuur bepalen. Waarom pKa van threonine lager als die van Leucine. (overal structuur van geven)&lt;br /&gt;
#4 verschillende verbindingen gekregen en zeggen welke verbinding het reactiefste is bij een nucleofiele substitutie.&lt;br /&gt;
#Oefening over mechanismes: producten geven, boven pijl aan vullen, reactietype of volledig mechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2018 ===&lt;br /&gt;
#4 stoffen vergelijken waaraan een elektrofiele additie van HBr gebeurd. Het mechanisme voor 1 v/d stoffen uitschrijven. Zeggen welke reactie het snelst gaat verlopen en waarom (eventueel aantonen door uitschrijven grensstructuren). De structuur van de reactieproducten voor de 4 stoffen geven en de IUPAC-naamgeving van twee daarvan. (mondeling)&lt;br /&gt;
#Geef het mechanisme van decarboxylering van beta-ketocarbonzuren en leg uit. Geef een voorbeeld van een analoog mechanisme in de biologie en leg uit. (mondeling)&lt;br /&gt;
#Oefening over ringsluiting van een suiker, aanduiden asymmetrische koolstoffen, D omzetten in L, een epimeer en anomeer geven, R-S configuratie voor 1 C geven, meest stabiele conformatie over as tussen twee C&#039;s weergeven in Newmann. (schriftelijk)&lt;br /&gt;
#Oefening over aminozuren. 3D weergave van S-proline weergeven. Zeggen waarom pKa&#039; van proline hoger ligt dan van valine. Geven onder welke vorm valine voorkomt bij pH 2.2 en waarom. &lt;br /&gt;
#Oefening over reactie H2SO4 onder temperatuurstijging en een alcohol. Hier gaat eliminatie gebeuren. De twee mogelijke reactieproducten worden gegeven en er wordt gezegd welke het meest gaat voorkomen. Vervolgens wordt gevraagd aan welke regel er hier niet wordt voldaan en waarom. (Regel van Zaitsev wordt niet voldaan, de minst gesubstitueerde alkeen gaat gevormd worden, komt door verschillende reactiemechanisme voor eliminatie van alcohol met H2SO4, schrijf hiertoe mechanismen uit dan wordt het duidelijk)&lt;br /&gt;
#oefening over mechanismen (aanvullen, producten geven of volledig mechanisme uitschrijven)&lt;br /&gt;
=== 7 september 2017 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
# 4 stoffen (ketonen) gegeven waarop een nucleofiele additie van methylamine gebeurt. schrijf het mechanisme voor stof A, geef de stoffen in afnemende reactiviteit en de UIPAC naam van alle stoffen met structuur.&lt;br /&gt;
# vergelijk de hydrolyse van carbonzuuresters en fosfaatesters in base en de hydrolyse van fosfaatesters in zuur. vergelijk de hydrolysesnelheid van mono-, di- en trialkylfosfaten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#De pKr van glutaminezuur is groter dan die van asparaginezuur, verklaar. titratie van glutaminezuur met NaOH, bereken de pH als er 250ml base werd toegevoegd. welke vorm van asparaginezuur is meer aanwezig bij pH 2.2.&lt;br /&gt;
#welk product word gevormd bij de reactie van Z-2-penteen met dibroom (S,R).&lt;br /&gt;
#reacties aanvullen, skeletnotatie, reactietype, reactiemechanisme,...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===29 augustus 2017 (namiddag) - Mario Smet===&lt;br /&gt;
Mondeling&lt;br /&gt;
#4 stoffen zijn gegeven: een buteen, een butadieen, een fenyletheen, en een furyletheen. Voer een elektrofiele additie van water uit in zuur milieu: schrijf het reactiemechanisme compleet uit voor stof A + welke stof is het reactiefste leg uit adhv substituenteffecten + geef alle gevormde producten en hun IUPAC namen.&lt;br /&gt;
#Methionine wordt gebruikt bij de methylering in het lichaam maar moet eerst geactiveerd worden. Geef mechanisme van activering, mechanisme van methylering, geef biologisch voorbeeld van methylering + Mosterdgas is sterk alkylerend, waarom? En waarom zijn sterk alkylerende stoffen uiterst toxisch?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk&lt;br /&gt;
#oefeningen op koolhydraten: L-arabinose omvormen naar beta-L-arabinofuranose, hoe noemt deze reactie en welk type reactie is dit?, geef een anomeer van de beta vorm is dit een enantiomeer?, geef een diastereomeer dat geen epimeer is, is deze suiker reducerend?, newman projectie van meest stabiele configuratie bekeken vanaf C2 en C3, geef de absolute configuratie en oxidatietrap van C2 en C4,...)&lt;br /&gt;
#oefening op AZ: arginine, welke vorm heeft dit bij pH12.5 en waarom? Welk stikstofatoom is het meest basisch en waarom? valine, geef S configuratie (beiden dus structuur vanbuiten kennen)&lt;br /&gt;
#methyl-2-methylpropanoaat ondergaat een claisencondensatie in oplossing met methoxide. In tegenstelling tot andere claisencondensaties wordt het reactiemechanisme NIET naar rechts getrokken, waarom?&lt;br /&gt;
#3 verschillende reacties, verschillende zaken aanvullen telkens (mechanisme, welk type reactie, reactieproduct, reagentia,...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2017 (voormiddag) - Mario Smet===&lt;br /&gt;
Mondeling&lt;br /&gt;
#halogeenalkaan ondergaat een E1 + toelichten zaitsev&lt;br /&gt;
#vier moleculen ondergaan een E; welke is het reactiefst? Leg uit mbhv substituenteffecten + resonantievormen tekenen (indien nuttig)&lt;br /&gt;
#Waarom kan op een alcohol NIET goed een Sn uitgevoerd worden? (OH- is niet stabiel)&lt;br /&gt;
#2 voorbeelden geven hoe dat wel kan + werkt dit ook voor fenol? (protoneren of fosfaatgroep toevoegen)&lt;br /&gt;
#Voorbeeld geven van een nucleofiele substitutie van een alcohol in biologische systemen (acetaalvorming v/e reducerende suiker met methanol)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk&lt;br /&gt;
#oefeningen op koolhydraten (R/S; anomeer, epimeer, haworth en newman projecties&lt;br /&gt;
#oefeningen op reactiemechanismen (fiederlkraftsalkylering, nucleofiele acylsubstietutie)&lt;br /&gt;
#oefening op AZ (2 tekenen, titratie-oef, pKa vergelijken)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 Juni 2017 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Elektrofiele additie reactiemechanisme schrijven (regel markovnikov)&lt;br /&gt;
#4 moleculen bepalen welke het snelst aan een Ae doet (grensstructuren, inductieve effecten)&lt;br /&gt;
#naamgeving van enkele producten na de Ae&lt;br /&gt;
#isomerisatie in glycolyse van glucose-6-fosfaat naar fructose-6-fosfaat en uitleggen waarom dit base gekatalyseerd is&lt;br /&gt;
#verband uitleggen met Fehling&#039;s/ Tollen en Barfoed&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#gegeven moleculen Menthol aantal stereochemische oefeningen oplossen (R/S, diasteromeren, enantiomeren, newman...)&lt;br /&gt;
#oefening op AZ op papierelektroforese (waar komt elk AZ bij bepaalde ph)&lt;br /&gt;
#aceton+ methylanime wordt imine bij ph=7 laat zien&lt;br /&gt;
#enkele reactiemechanisme aanvullen of tekenen ( Nitrering, estercondensatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2017 (voormiddag) SINDS 2017 GEGEVEN DOOR MARIO SMET===&lt;br /&gt;
#op 4 structuren Sn1 toepassen en verklaren welke het meest reactief is + resomere vormen geven + naamgeving...&lt;br /&gt;
#retro aldolcondensatie bij glycolyse en zeggen hoe het katalytisch effect tot stand kwam&lt;br /&gt;
#een oefenig op suikers, op aminozuren en 3 reactiemechanismes&lt;br /&gt;
#vertellen hoe een alcohol test werkt met chroomzuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===9 juni 2016===&lt;br /&gt;
#beckman omlegging&lt;br /&gt;
#edman degradatie&lt;br /&gt;
#biosynthese geraniol en limoleen&lt;br /&gt;
#structuren = S.A.M &amp;amp; biotione&lt;br /&gt;
#naamgeving + 2 mechanismes&lt;br /&gt;
#oefening ivm stereochemie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===8 juni 2016===&lt;br /&gt;
#synthese vn peptiden&lt;br /&gt;
#hydrolyse, omestering en reductie van esters&lt;br /&gt;
#cannizaro reactie&lt;br /&gt;
#structuren: -2-isopentenylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#Trans decaline&lt;br /&gt;
#oef over suikers(suiker bepalen, chirale C&#039;s, newman projectie..)&lt;br /&gt;
#reactiemechanismen en naamgeving&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 juni 2016===&lt;br /&gt;
#Aldolcondensatie en waardat deze terugkomt in de glycolyse&lt;br /&gt;
#reactiviteit bij de substitutie reacties van benzeen, tolueen en pyridine vergelijken&lt;br /&gt;
#-verschil tussen reducerende suikers en nietreducerende suikers&lt;br /&gt;
#structuur van acetyl-choline en palitine&lt;br /&gt;
#pH van aminozuren bij een titratie&lt;br /&gt;
#reactimechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# Claisen condensatie + verband met afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van geconcentreerd zwavelzuur met:&lt;br /&gt;
#* Alkeen&lt;br /&gt;
#* Alcohol&lt;br /&gt;
#* Aromaat&lt;br /&gt;
# acetylcholine en fructose 6 fosfaat tekenen, optische zuiverheid uitleggen. &lt;br /&gt;
#Oefeningen over aminozuren (of glutamine en threonine te scheiden waren met elektroforese) fischer, newmann, stereo isomeren erover. &lt;br /&gt;
#En dan twee reacties natuurlijk&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2015 ( namiddag ) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg de reacties met benzeen uit en ook die van purine en fenol.&lt;br /&gt;
# Bespreek de hydrolyse en omestering van vetzuren in zuur en basisch milieu. Leg hierbij ook het broomgetal en verzepingsgetal uit.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Naamgeving ( c-AMP en mannose)&lt;br /&gt;
# Leg uit si en re&lt;br /&gt;
# Een hele lang oefening vergelijkbaar met de oefeningen van de oefenzitting ( verschil tussen D en L, chirale C, reacties, ...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2015 ( voormiddag ) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
mondeling:&lt;br /&gt;
#Aminen en halogeenalkanen &lt;br /&gt;
#Aminen en salpeterigzuur&lt;br /&gt;
#Laboratorium peptidesynthese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
#structuren&lt;br /&gt;
#*Limoneen&lt;br /&gt;
#*Sorbitol&lt;br /&gt;
#stereochemie+ reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#*aldolcondensatie&lt;br /&gt;
#leg uit:&lt;br /&gt;
#*reducerende en niet-reducerende suikers&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2015===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
mondeling:&lt;br /&gt;
#Wat is &#039;&#039;mutarotatie&#039;&#039;? Leg dit uit a.h.v glucose en fructose.&lt;br /&gt;
#Leg uit:&lt;br /&gt;
#* Fisher-verestering&lt;br /&gt;
#* Beckmann-omslag. Je moet ook weten hoe H2O addeert. Hij vraagt hoe je aan een oximen kunt komen. &lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC &lt;br /&gt;
#structuren&lt;br /&gt;
#*citroenzuur&lt;br /&gt;
#*ninhydrine&lt;br /&gt;
#structuur observeren&lt;br /&gt;
#* chirale C-atomen aanduiden&lt;br /&gt;
#* OG van aangeduid atoom geven&lt;br /&gt;
#* vermelden welke N in de molecule het stabielste is.&lt;br /&gt;
#* vermelden hoeveel stereo-isomeren er gevormd kunnen worden.&lt;br /&gt;
#* Ã©Ã©n stereomeer tekenen dat geen enantiomeer is.&lt;br /&gt;
#* oefening op pH-waarden binnen titraties. ( &#039;&#039;deze bij 200 mL als de molecule volledig geprotoneerd is&#039;&#039; )&lt;br /&gt;
#wat is &#039;&#039;fosforyleringspotentiaal&#039;&#039;? Leg uit.&lt;br /&gt;
#2 structuren gegeven. &lt;br /&gt;
#*Van elk de/het reactieproduct(en) geven en hiervan de juiste skeletnotatie. &lt;br /&gt;
#*Geef van Ã©Ã©n van de 2 tructuren het reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 juni 2014===&lt;br /&gt;
#Bespreek de reacties met alkenen (waterstof halogenen en perzuren)&lt;br /&gt;
#Iupac&lt;br /&gt;
#Bespreek reducerende suikers&lt;br /&gt;
#Peridoxalfosfaat en acetylcholine&lt;br /&gt;
#Stereochemie&lt;br /&gt;
#Reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 augustus 2013===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reactie kan D-mannose in een basisch milieu ondergaan?&lt;br /&gt;
# Leg de biosynthese van vetzuren uit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC&lt;br /&gt;
# Structuren: tBOC en ninhydrine&lt;br /&gt;
# Fosforylerings-potentiaal&lt;br /&gt;
# Random oefening&lt;br /&gt;
# Reacties: Ester+Amide en Alcohol+Zuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2013 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de elektrofiele en nucleofiele substitutie bij benzeen en pyridine.&lt;br /&gt;
# Bespreek eliminatiereacties bij halogeenalkanen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC.&lt;br /&gt;
# Structuur van glucaarzuur en tosylchloride.&lt;br /&gt;
# Leg optische zuiverheid uit.&lt;br /&gt;
# Tryptofaan: chirale koolstoffen, alle stereo-isomeren tekenen in Fischer en Newman, R/S bepalen.&lt;br /&gt;
# Reacties: Nucleofiele substitutie halogeenalkaan en Fischer estersynthese.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
#decarboxylatie alpha-aminozuur en decarboxylatie alpha-ketocarbonzuur&lt;br /&gt;
# amine + halogeenalkaan/salpeterigzuur&lt;br /&gt;
# iupac&lt;br /&gt;
# structuur beta-maltose en geranylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
# dean-stark&lt;br /&gt;
# molecule: chirale centra, R/S, enantiomere/diastereomere/epimeren/anomeren, oxidatie, welke OH zuurste?&lt;br /&gt;
# reactie aldehyd + OH/H2o, tetrahydropyraan met HI&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2013 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg de methoden uit om de volgorde van aminozuren in een peptide te achterhalen&lt;br /&gt;
# Leg uit: Halfacetaal- en acetaalvorming en pas toe op de vorming van beta-D-glucopyranose en methyl-beta-D-glucopyranoside&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Leg biodiesel uit&lt;br /&gt;
# Geef de structuur van limoneen en citroenzuur&lt;br /&gt;
# IUPAC-naamgeving&lt;br /&gt;
# Molecule gegeven: &lt;br /&gt;
#* Geef alle chirale C-atomen + R/S nomenclatuur&lt;br /&gt;
#* Newman projectie geven van bepaalde as&lt;br /&gt;
#* Is de stikstof erin basisch (verklaar met substituenteffecten)&lt;br /&gt;
#* Teken een stereomeer die geen epimeer is&lt;br /&gt;
# Reacties waarvan 1 uitwerken:&lt;br /&gt;
#* Sn1 van een alkaan met een broom erin&lt;br /&gt;
#* Claisen condensatie van een ester&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#bespreek reactie alkenen met perzuren, halogenen en H2.&lt;br /&gt;
#bespreek decarboxylatie van carbonzuren, pas toe op vb uit citroenzuurcyclus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#bespreek: reducerend/niet reducerend suiker&lt;br /&gt;
#molecules tekenen: biotine en SAM&lt;br /&gt;
#iupac naam&lt;br /&gt;
#chirale C: OT, R of S aangeven, diasteromeren van een AZ en fisher+newman&lt;br /&gt;
#oefening met ph berekening met titratie&lt;br /&gt;
#uitleggen waarom pka van 1 lager is dan een ander AZ&lt;br /&gt;
#2 ractiemechanismen geven, Ã©Ã©n ervan uitschrijven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# mutarotatie volledig uitleggen en illustreren voor D-fructose en D-glucose&lt;br /&gt;
# Joodgetal, verzepingsgetal, Hydrolyse en omestering (zuur en basisch) voor olie en vetten. (met TEKENINGEN van ELK mechanisme)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# fosforyleringspotentaal&lt;br /&gt;
# 2 mechanismes waarvan ge het mechanisme en het eindproduct moet geven en eentje moet ge tekenen (naar keuze).&lt;br /&gt;
# structuur gegeven: &lt;br /&gt;
#* geef alle chirale C-atomen &lt;br /&gt;
#* Stereo isomeren &lt;br /&gt;
#* R en S geven van de chirale C-atomen in de stereo isomeren &lt;br /&gt;
#* Zeggen of de dubbele bindingen E of Z zijn &lt;br /&gt;
#* bepaal oxidatiegetal van het aangeduide punt &lt;br /&gt;
#* verklaar waarom een stof hogere pka heeft als die gegeven is&lt;br /&gt;
# er is nog eentje maar die weet ik niet meer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling: &lt;br /&gt;
#synthese van peptiden in het labo&lt;br /&gt;
#de hydrolysereactie van esters en fosfaatesters&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk: &lt;br /&gt;
#iupac naam&lt;br /&gt;
#structuur van : cAMP en alpha keto glutaarzuur&lt;br /&gt;
#leg de Beckman omlegging uit&lt;br /&gt;
#suikers (ge krijgt een blad me alle suikers op) wij hadden xylulose&lt;br /&gt;
#* bepaal de absolute configuratie van alle chirale C-atomen&lt;br /&gt;
#*teken de meest stabiele open ketenvorm in een speciale projectie, kweet nimeer welke, volgens de C3-C4 as&lt;br /&gt;
#*bepaal het oxidatiegetal van C2&lt;br /&gt;
#*teken de overgang van L - xylulose naar L alpha xylulopentose&lt;br /&gt;
#*teken het anomeer van L alpha xylulopentose&lt;br /&gt;
#*welke soort reactie treed op bij een ringsluiting en welk soort katalysator bevordert dit proces&lt;br /&gt;
#dan nog twee reacties, waarvan ge een volledig moet uitwerken en van beide reacties moet ge het reactietype geven en reactieproduct(en)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2013 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#bespreek de claisencondensatie en bespreek het verband met de afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
#beschrijf de biosynthese van geraniol en limoneen(monoterpenen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#Bespreek de regel van Huckel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2012 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling: &lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van monoterpenen: geraniol (molecule krijg je) en limoneen (structuur wel kennen)&lt;br /&gt;
# Bespreek de aldolcondensatie en geef het verband met de glycolyse&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk: &lt;br /&gt;
# IUPAC naam geven&lt;br /&gt;
# structuren van acetylcholine en citroenzuur&lt;br /&gt;
# uitleggen wat reducerende en niet reducerende suikers zijn&lt;br /&gt;
# oefening met molecule met fenolen enz aan: fisherprojecties geven van de isomeren en ook de R/S en newmanprojecties van de stabielste moleculen.&lt;br /&gt;
# reactiemechanismes aanvullen: nucleofiele additie van H2SO4 aan alkeen en zuurgekatalyseerde claisencondensatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2012 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# bespreek de nucleofiele reacties van carbonylgroep en additie met H20 en alcohol&lt;br /&gt;
# Bespreek ninhydrine reactie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# ne iupac&lt;br /&gt;
# Limoneen en fosfoënolpyruvaat tekenen&lt;br /&gt;
# Bespreek optische zuiverheid&lt;br /&gt;
# oefening met suiker ( bij ons was die suiker L-tagatose dachtek) ma ge krijgt een blad om hem te herkennen (naam geven, fisher tekenen, R/S, een diastereomeer geven dat geen epimeer en geen anomeer is, + waarom suikercyclisatie zuur gekatalyseerd, en dan nog iets ma da wetek ni meer)&lt;br /&gt;
# 2 structuren ( 1 was zo cyclisch ether da met HI reageert )&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 juni 2011===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Labosynthese van peptiden&lt;br /&gt;
#Eliminatiereacties bij halogeenalkanen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPD-naam&lt;br /&gt;
#structuren:&lt;br /&gt;
#*Nylon-66&lt;br /&gt;
#*Palmitinezuur&lt;br /&gt;
#Leg uit: Dean Stark opstelling&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===24 Juni 2011 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Ninhydrinereactie&lt;br /&gt;
#bespreek reacties van amiden met halogeenalkanen en salpeterigzuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC-naam&lt;br /&gt;
#Structuren:&lt;br /&gt;
#*c-AMP&lt;br /&gt;
#*Sorbitol&lt;br /&gt;
#Leg uit: Cannizzaro-reactie&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#2 reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===24 Juni 2011 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Bio-synthese van vetzuren en het verband met de Claisencondensatie&lt;br /&gt;
#reacties van alkenen met waterstof, halogenen en perzuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC-naam&lt;br /&gt;
#structuren:&lt;br /&gt;
#*ATP&lt;br /&gt;
#*citroenzuur&lt;br /&gt;
#Leg uit: Diazokoppelingsreactie&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#2 reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===16 Juni 2011===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Leg uit: acetaal- en halfacetaalvorming.&lt;br /&gt;
#Reacties van anorganische zuren met alkenen en alkynen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC-naam&lt;br /&gt;
#structuren:&lt;br /&gt;
#*limoneen&lt;br /&gt;
#*D-mannose&lt;br /&gt;
#leg uit: Kolbe-Schmitt reactie&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#2 reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===23 augustus 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Ninhydrinereactie&lt;br /&gt;
# Welke reacties kan D-fructose in base ondergaan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren:&lt;br /&gt;
#* Pyridoxalfosfaat&lt;br /&gt;
#* SAM&lt;br /&gt;
# leg uit: Biodiesel&lt;br /&gt;
# stereochemie&lt;br /&gt;
# twee reactiemechanismen:&lt;br /&gt;
#* keton met alcohol&lt;br /&gt;
#* amide in water (zuurgekatalyseerd)&lt;br /&gt;
===18 juni 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Reactie van anorganische zuren met alkenen en alkynen.&lt;br /&gt;
# Alkylering, sulfonering en acylering van aromaten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren&lt;br /&gt;
#* (delta2)isopentenylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#* cellobiose&lt;br /&gt;
# leg uit: epoxyharsen en -lijmen&lt;br /&gt;
# stereochemie aminozuur met R = -CHOH-CH3&lt;br /&gt;
#* duid chirale koolstoffen aan&lt;br /&gt;
#* hoeveel conformaties zijn er? en teken deze&lt;br /&gt;
#* benoem (R,S)&lt;br /&gt;
#* welke zijn enantiomeren? diastereomeren?&lt;br /&gt;
#* bepaal het oxidatiegetal van de C-atomen&lt;br /&gt;
#* welk is het meest basisch en zeg waarom...&lt;br /&gt;
# twee reactiemechanismen waarvan 1 helemaal uitschrijven&lt;br /&gt;
===14 juni 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reacties gebeuren er met suikers in basisch milieu? (en dan bedoelt hij specifiek in basisch milieu)&lt;br /&gt;
# Bespreek de oxidatie van alcoholen in het labo met K2Cr2O7 en in de natuur met NAD+ en illustreer met een voorbeeld in de citroenzuurcyclus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
#* Biotine&lt;br /&gt;
# leg uit: reactie van Chichibabin&lt;br /&gt;
# stereochemie&lt;br /&gt;
#* duid chirale koolstoffen aan&lt;br /&gt;
#* hoeveel conformaties zijn er? en teken deze&lt;br /&gt;
#* benoem (R,S)&lt;br /&gt;
#* welke zijn enantiomeren? diastereomeren?&lt;br /&gt;
#* is er een mesovorm?&lt;br /&gt;
#* welk is het meest basisch: CH3CH2COO- of CH3CH2C=-C- (driedubbele binding) en zeg waarom&lt;br /&gt;
# twee reactiemechanismen waarvan 1 helemaal uitschrijven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Wat geven alkenen met &lt;br /&gt;
#* Anorganische zuren; &lt;br /&gt;
#* Perzuren (ook energieschema&#039;s kennen, effecten van concentraties enzo)&lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van vetzuren (Claisen-condensatiestap belangrijkst)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren&lt;br /&gt;
#*SAM (S-adenosylmethionine)&lt;br /&gt;
#*PET&lt;br /&gt;
# Leg uit: Kolbe-Schmidt-reactie (aspirine dus)&lt;br /&gt;
# Stereo-chemie:&lt;br /&gt;
#* teken (beta)-L-gulopyranose (lineaire vorm gegeven)&lt;br /&gt;
#* teken gunstigste Newman-projectie volgens C2-C3-as&lt;br /&gt;
#* wat is de oxidatietrap van C6?&lt;br /&gt;
#* geef de anomeer en een epimeer van L-gulose&lt;br /&gt;
# 2 reactiemechanismen (1 uitschrijven)&lt;br /&gt;
#* oxidatie van een alcohol en aldehyde met K2Cr2O7, H2SO4, koud&lt;br /&gt;
#* Friedel-Crafts-acylering&lt;br /&gt;
-&lt;br /&gt;
===22 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de aldolcondensatie. Bespreek ook de stap van de glycolyse die verband houdt met de aldolcondensatie.&lt;br /&gt;
# Bespreek de hydrolyse en omestering van vetten. Leg ook uit wat het verzepingsgetal en het joodgetal is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* dansylchloride&lt;br /&gt;
#* cellobiose&lt;br /&gt;
# Leg uit: De Beckmann-omlegging&lt;br /&gt;
# Je krijgt een molecule gegeven &lt;br /&gt;
#* Duid alle assymetrische koolstofatomen aan met een &amp;amp;quot;*&amp;amp;quot; en zeg of ze een R of S-configuratie hebben&lt;br /&gt;
#* Teken het enantiomeer en 2 epimeren&lt;br /&gt;
#* Van een N-atoom zeggen dat het basischer of zuurder is in vergelijking met ammoniak&lt;br /&gt;
#* 2 mesomeren vormen geven (buiten die van benzeenring)&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen (producten + soort reactie geven + Ã©Ã©n mechanisme helemaal uitschrijven)&lt;br /&gt;
#* tertair alcohol + zuurchloride&lt;br /&gt;
#* alkeen + zuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# bespreek de nucleofiele additie aan de carbonylgroep. Bespreek de factoren die de reactiviteit van aldehyden en ketonen beinvloed. geef de reactie met water en alcoholen&lt;br /&gt;
# bespreek de reactie van alkenen met waterstof, halogenen en perzuren&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* maltose&lt;br /&gt;
#* fosfoënolpyruvaat&lt;br /&gt;
# Leg uit: epoxyharsen en -lijmen&lt;br /&gt;
# gegeven: aminozuur met zijgroep: R=CH2-SH&lt;br /&gt;
#* Hoeveel stereoisomeren bestaan er van dit molecule+ welk aminozuur is dit&lt;br /&gt;
#* geef de fischerprojectie en de Newmanprojectie( volgens C2-C3 as) van stabielste conformatie van elk stereoisomeer.Geef van elke chirale C of het R of S is.&lt;br /&gt;
#* titratie: je begint met 100ml van O,2M oplossing van aminozuur(volledig geprotoneerd) en je titreert met 0,2M NaOH.(Pk1=1,9 Pk2=10,7 Pkr=8,4&lt;br /&gt;
#*# bereken PH als je 150ml NaOH toegevoegd hebt&lt;br /&gt;
#*# Bereken PH als je 300ml NaOH toegevoegd hebt&lt;br /&gt;
#*# wat is(zijn) de voornaamste vorm(en) van het aminozuur bij PH=8,4&lt;br /&gt;
# reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg de decarboxylering van carbonzuren uit en pas toe in een stap uit de citroenzuurcyclus&lt;br /&gt;
# Welke technieken ken je voor het bepalen van de aminozuurvolgorde in een peptideketen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Biotine&lt;br /&gt;
#* (delta)Â³ - isopentenylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
# Leg uit: de reactie van chichibabin&lt;br /&gt;
# Cyclische L-suiker gegeven:&lt;br /&gt;
#* Geef de naam en de lineaire structuur. (lijst met ongekende suikers gegeven)&lt;br /&gt;
#* Bepaal van CÂ² of het R of S - configuratie heeft&lt;br /&gt;
#* Duidt niet-chirale C-atomen in lineaire en cyclische structuur aan&lt;br /&gt;
#* Hoeveel 1,3-diaxiale interacties zijn er?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 8 juni 2008===&lt;br /&gt;
# Leg uit: de reactie van een zuur met een alkeen/alkyn.&lt;br /&gt;
# Leg uit: de Claisen-condensatie en breng dit in verband met de biosynthese van lipiden/vetten.&lt;br /&gt;
# Teken de structuur van S-adenosyl-methionine en van sacharose.&lt;br /&gt;
# Leg uit: optische zuiverheid.&lt;br /&gt;
# Oefeningen:&lt;br /&gt;
#* Stereochemie, invloed van substituenten op de zuurtegraad etc. &lt;br /&gt;
#* Reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 aug 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Geef de biosynthese van monoterpenen voor de vorming van geraniol en limoneen.&lt;br /&gt;
# Bespreek sulfonering, alkylering en acylering aan aromaten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* cyclisch AMP&lt;br /&gt;
#* Glucaarzuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de hydrolyse, omestering, aminolyse en reductie van esters.&lt;br /&gt;
# Welke methoden ken je om de volgorde van aminozuren in peptiden te bepalen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Moleculen:&lt;br /&gt;
#* Nerylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#* Cellobiose&lt;br /&gt;
# Wat zijn epoxylijmen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Licht toe wat acetalen en hemiacetalen zijn en pas dit toe op de vorming van beta-D-glucopyranose uit D-glucose en de vorming van methyl-beta-D-glucopyranoside.&lt;br /&gt;
# Bespreek de labosynthese van peptiden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Trans-decaline&lt;br /&gt;
#* Histamine&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek reactie alkenen met H2, halogenen en perzuren.&lt;br /&gt;
# Bespreek zure en base hydrolyse en omestering van vetten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* ADP&lt;br /&gt;
#* Maltose&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de eleminatiereacties bij halogeenalkanen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de testreactie van ninhydrine.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Geef de IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Teken de volgende structuren:&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
#* Thymidine&lt;br /&gt;
# Bespreek nylon 66.&lt;br /&gt;
# Cyclisch suiker: &lt;br /&gt;
#* Geef de naam.&lt;br /&gt;
#* Welk is het zuurste proton ?&lt;br /&gt;
#* Geef de configuratie (R/S).&lt;br /&gt;
#* Fisher&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de niet chirale C&#039;s ?&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de additie van zuren op alkenen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van vetzuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Geef de structuur van:&lt;br /&gt;
#* Geranylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#* Ninhydrine&lt;br /&gt;
# Bespreek de Beckmann omlegging.&lt;br /&gt;
# Aspartaam gegeven:&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de verschillende stereoisomeren ?&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de chirale koolstofatomen en duid aan of R/S zijn.&lt;br /&gt;
#* Schrijf de fisherprojectie van L-fenylalanine.&lt;br /&gt;
#* Vraag over elektroforese: aantonen waar fenylalanine en asparaginezuur zich bevinden.&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactiemechanisme bij ketonen en aldehyden en vermeld hierbij de factoren die deze reacties beinvloeden. Geef een voorbeeld van additie van alcohol en additie van water.  &lt;br /&gt;
# Bespreek de isomerisatie van D-glucose oiv van een base en geef een vb in de glycolyse cyclus.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Pyridoxalfosfaat&lt;br /&gt;
#* Tosylchloride&lt;br /&gt;
# Leg uit wat een kroonether is.&lt;br /&gt;
# Structuur asparagine gegeven:&lt;br /&gt;
#* Teken alle stereoisomeren (fisher en newman).&lt;br /&gt;
#* R/S configuratie&lt;br /&gt;
#* Waarom heeft de amine-groep in de structuur geen basische eigenschappen ?&lt;br /&gt;
#* Bereken het eerste equivalentiepunt en leg je methode uit.&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Nucleofiele additie aan de carbonylgroep bespreken/factoren reactiviteit/aantonen met additie van water en alcohol.&lt;br /&gt;
# Manieren om de AZ volgorde te bepalen uitleggen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC naam&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Pyridoxalfosfaat&lt;br /&gt;
#* Tosylchloride&lt;br /&gt;
# Leg Nylon 66 uit.&lt;br /&gt;
# Structuur Cysteïne gegeven:&lt;br /&gt;
#* Fisher&lt;br /&gt;
#* Newman&lt;br /&gt;
#* R-S&lt;br /&gt;
#* Enantiomeren...&lt;br /&gt;
#* Welk molecule &lt;br /&gt;
#* Welke vorm komt in de natuur het meeste voor ?&lt;br /&gt;
#* Welke is de mesovorm?&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Aminolyse/omestering/hydrolyse esters.&lt;br /&gt;
# Leg de decarboxylatie van carbonzuren uit en breng deze in verband met de Krebscyclus.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Regel van Zaitsev kort bespreken.&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* Biotine&lt;br /&gt;
#* Cellobiose&lt;br /&gt;
# Suikers: &lt;br /&gt;
#* Open-ketenstructuur&lt;br /&gt;
#* R en S&lt;br /&gt;
#* Chirale atomen.&lt;br /&gt;
#* 1,3-diaxiale interactie&lt;br /&gt;
# Reacties: &lt;br /&gt;
#* Alkeen + HCl =&amp;amp;gt; ... &lt;br /&gt;
#* Oxidatie van een alcohol.&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# De additie van zuren aan alkenen.&lt;br /&gt;
# Mutarotatie uitleggen en illustreren met glucose.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* Acetylcholine &lt;br /&gt;
#* cAMP&lt;br /&gt;
# Omega-3 en omega-6 vetzuren uitleggen.&lt;br /&gt;
# Een bepaald aminozuur:&lt;br /&gt;
#* Fisher&lt;br /&gt;
#* Newman&lt;br /&gt;
#* pH-berekeningen&lt;br /&gt;
# Reacties: Reactieproducten en soort reactie geven en uitwerken voor een van de twee.&lt;br /&gt;
#* Carbonylgroep met H2 en Pt&lt;br /&gt;
#* 2 ketonen met OH-&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Eliminatiereacties uitleggen.&lt;br /&gt;
# Beta-oxidatie + claisencondensatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam (carbonzuurgroep keton, 2 dubbele binden, methyl, en alkynbinding)&lt;br /&gt;
# Een suiker omzetten naar een ringstructuur, epimeren aanduiden op bijhorende tabel.&lt;br /&gt;
# Biodiesel uitleggen&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
#* Thymidine structuur geven&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de aldolcondensatie van aldehyden en ketonen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van waterstof/halogenen/perzuren aan alkenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren&lt;br /&gt;
#* Oliezuur&lt;br /&gt;
#* Adrenaline&lt;br /&gt;
# Leg kort uit: kroonethers.&lt;br /&gt;
# R-groep van lysine gegeven:&lt;br /&gt;
#* Stereoisomeren, R/S, L aanduiden.&lt;br /&gt;
#* Newman/fischer projecties.&lt;br /&gt;
#* Naam van het aminozuur.&lt;br /&gt;
#* Voorkomen bij pH 10 (welke vorm: geprotoneerd of niet?)&lt;br /&gt;
# Twee reacties: (je moet maar van 1 het hele mechanisme geven, ander gewoon zeggen welk type reactie en eindproduct)&lt;br /&gt;
#* Een keton reageert met HNO3 en H2SO4.&lt;br /&gt;
#* Reactie van tertiar alcohol met zuurchloride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 aug 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek peptidesynthese in het labo en vergelijk met die ter hoogte van de ribosomen.&lt;br /&gt;
# Bespreek additie van zuren aan alkenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuurformule van adrenaline en gluconzuur.&lt;br /&gt;
# Bespreek optische zuiverheid.&lt;br /&gt;
# Gegeven: structuurformule threonine.&lt;br /&gt;
#* Aantal stereo-isomeren&lt;br /&gt;
#* De chirale C-en&lt;br /&gt;
#* Fisher- en newman-projectie van elk.&lt;br /&gt;
#* Duidt R/S aan.&lt;br /&gt;
#* Naam van aminozuur.&lt;br /&gt;
#* Bij pH = 7: naar welke pool migreert dit AZ (pk1 en pk2 gegeven) ?&lt;br /&gt;
# Beschrijven van reactie: 2 esters (dezelfde) boven de pijl (H3O+ en OC3H7), boven de 2e pijl (H3O+ en NaBH4).&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
=== 26 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Hemiacetaal en acetaal, pas toe op de vorming van beta-D-glucopyranosyl uit D glucose en de vorming van methyl - beta - D - glucopyranoside.&lt;br /&gt;
# Oxidatie, hydrolyse ( in zuur en in basisch milieu) en omestering van olie en vet.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Cystine en adipinezuur structuur geven.&lt;br /&gt;
# Regel van Zaitsev uitleggen en illustreren met een voorbeeld.&lt;br /&gt;
# Oefening met stereo-isomeren, Fischer, Newman en R en S configuratie.&lt;br /&gt;
# Furan + HNO3 + H2SO4 reactie geven.&lt;br /&gt;
#* Stoffen geven die ge aan furan moet toevoegen om een ethylgroep op positie 2 (alfa) te induceren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de laboratoriumsynthese van peptideverbindingen en vergelijk met de manier waarop aminzuren binden met ribosomen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van alkenen met waterstof, halogenen en perzuren. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuurformule van oliezuur en adrenaline.&lt;br /&gt;
# Bespreek cannizaro reacties.&lt;br /&gt;
# Structuurformule van een suiker:&lt;br /&gt;
#* Geef de fisherprojectie van de ringstructuur.&lt;br /&gt;
#* R-S van de C2 bepalen&lt;br /&gt;
#* Leidt de naam af.&lt;br /&gt;
#* Geef het aantal chirale C&#039;s in de haworth aan.&lt;br /&gt;
# Reactiemechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de isomerisatie van D-glucose onder invloed van base en breng in verband met een stap uit de glycolyse (alleen deze stap opschrijven).&lt;br /&gt;
# Bespreek de afbraak van vetzuren en breng in verband met de Claisencondensatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Thymidine&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
# Verklaar kort het begrip &amp;amp;quot;optische zuiverheid&amp;amp;quot;.&lt;br /&gt;
# Een hepteen is gegeven:&lt;br /&gt;
#* Geef de verschillende stereovormen in Fisherprojectie.&lt;br /&gt;
#* Geef de Newman-projectie van het meest stabiele conformeer.&lt;br /&gt;
#* Noteer ook R- en S-conformatie.&lt;br /&gt;
# Reactie waarbij de producten, tussenstappen en mechanismen moeten worden aangevuld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de elektrofiele aromatische substitutie met als voorbeeld nitreerzuur, benzeen en gesubstitueerde benzeenderivaten.&lt;br /&gt;
# Bespreek hydrolyse, reductie, omestering en aminolyse van esters.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Sacharose &lt;br /&gt;
#* SAM&lt;br /&gt;
# Bespreek omega-3-vetzuren en omega-6-vetzuren.&lt;br /&gt;
# Gegeven: structuurformule arginine &lt;br /&gt;
#* Geef het aantal stereo-isomeren.&lt;br /&gt;
#* Duidt de cirale C&#039;s aan.&lt;br /&gt;
#* Fisher- en Newman-projectie van elk.&lt;br /&gt;
#* Duid R/S aan.&lt;br /&gt;
#* Geef de naam van het aminozuur.&lt;br /&gt;
#* Duid aan welke N het meest basisch is.&lt;br /&gt;
#* Welk stereo-isomeer is het L-aminozuur ?&lt;br /&gt;
# Beschrijven van reactie: 2 keer cyclopenteen met daaraan 2-hexanol (of pentanol ben het vergeten) keten op de pijl staat K2Cr2O7, H+ en koud, boven tweede pijl staat 1 OH- &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de additie van zuren aan alkenen (geen carbonzuren bedoeld).&lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van vetzuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* Kaneelzuur&lt;br /&gt;
#* Cellobiose&lt;br /&gt;
# 3-broom-4-cloorhexaan:&lt;br /&gt;
#* Stereo-isomeren: Fisher- en Newman-projectie.&lt;br /&gt;
#* R,S-configuratie&lt;br /&gt;
#* Diastereomeren/enantiomeren?&lt;br /&gt;
# Het reactietype en naam en mechanisme van benzeenring met OH aan, bij de pijl staan dibroom en ijzertribroom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Aldolcondensatie + glycolyse stap die met aldolcondensatie te maken heeft. &lt;br /&gt;
# Geef de verschillende methoden om de volgorde van AZ in peptide te vinden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren&lt;br /&gt;
#* Stearinezuur&lt;br /&gt;
#* Pyridine&lt;br /&gt;
# Leg uit: gauche en anti (bij alkanen).&lt;br /&gt;
# 2,3,4-hydroxybutanal:&lt;br /&gt;
#* Hoeveel stereoisomeren ?&lt;br /&gt;
#* Geef Fisher projectie en de Newmann projectie van de meest stabiele conformatie.&lt;br /&gt;
#* Geef R,S conformatie. &lt;br /&gt;
#* En zeg welke enantiomeren zijn, welke  diastereoisomeren zijn, mesovormen.&lt;br /&gt;
# Geef reactiemechanisme, reactieproduct (ook in skeletnotatie--&amp;amp;gt; reactieproduct) van:&lt;br /&gt;
#* Trans-1-fenyl-1-buteen met verdund zwavelzuur.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R1097154</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Statistiek_%26_Data-analyse&amp;diff=5022</id>
		<title>Statistiek &amp; Data-analyse</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Statistiek_%26_Data-analyse&amp;diff=5022"/>
		<updated>2026-02-05T10:18:47Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R1097154: /* 23 januari 2026 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt; [[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
 [[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vanaf 2022: Hoorcolleges worden gegeven door Mia Hubert (medeauteur van het handboek). Examen bestaat 90% uit oefeningen, er kunnen kleine deeltjes theorie gevraagd worden als bijvraag. Dit wordt duidelijk aangegeven in het hoorcollege. Hoofdstuk 1 en 2 worden niet behandeld in de hoorcolleges (zelfstudie). Er zijn 7 oefenzittingen van 2 uur, waarbij de eerste en de laatste op computer (werken met statistisch programma R). R-code moet niet zelf kunnen geschreven worden, wel geïnterpreteerd. Tijdens de oefenzittingen wordt het bij sommige oefeningen op geoefend. Over H1, H2 en H7 worden geen oefeningen gemaakt. Oefeningen op examen zijn gelijkaardig met die vanuit de oefeningenzitting. Op het examen mag je een rekenmachine meenemen (geen grafisch of symbolisch), alsook het formularium en statische tabellen. DEZE MOETEN ONBESCHREVEN ZIJN!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;(mening en info academiejaar 2022-2023) Vak werd gegeven door Mia Hubert&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*Aanpak vak&lt;br /&gt;
**Vooral oefeningen op het examen, volg dus zeker de oefenzittingen!&lt;br /&gt;
*Kwaliteit cursus&lt;br /&gt;
**Staat op zich in wat er moet instaan&lt;br /&gt;
*Examenvragen&lt;br /&gt;
**Prof blijft zeggen dat de theorie vragen meerkeuze zijn (met verklaar, dus is sowieso al niet geweldig), maar bij ons was er ineens een hele open vraag, ik zou de theorie grotendeels negeren (gewoon genoeg weten voor de oefeningen) want dit staat sowieso maar op 4 punten en de vragen zijn ook enorm willekeurig naar mijn gevoel&lt;br /&gt;
**Oefeningen zijn op zich gelijkaardig aan de oefenzittingen, maar ik blijf er van overtuigd dat dit examen voor een groot deel geluk hebben is, dus zelfs als de oefeningen thuis niet lukken, zou ik gewoon proberen en misschien heb je geluk&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===23 januari 2026===&lt;br /&gt;
#Beoordeel elk van de volgende uitspraken: is ze altijd juist, nooit, of enkel onder bepaalde voorwaarden? Verklaar je antwoorden.                          Uit de centrale limietstelling volgt dat:&lt;br /&gt;
#*we de verdeling van elke toevalsvariabele kunnen benaderen met een normale verdeling.&lt;br /&gt;
#*we de verdeling van elke binomiale verdeling kunnen benaderen met een normale verdeling.&lt;br /&gt;
#*we de verdeling van elke toevalsvariabele kunnen benaderen met de standaardnormale verdeling als de steekproef voldoende groot is.&lt;br /&gt;
#*we de verdeling van het populatiegemiddelde van een binomiaalverdeling kunnen benaderen met de normale verdeling indien de steekproef voldoende groot is.&lt;br /&gt;
#*we een hypothesetest omtrent het populatiegemiddelde steeds mogen uitvoeren met behulp van de teststatistiek T = X-µ0/(S/sqrt(n))indien de steekproef voldoende groot is.&lt;br /&gt;
#Duidt voor elke van de 3 scatterplots aan in welk interval de Spearman correlatiecoëfficiënt en Pearson correlatiecoëfficiënt ligt en verklaar.&lt;br /&gt;
#Raf, data-analyst bij De Lijn, onderzoekt de efficiëntie van de verbindingen tussen de Campus en het Centrum. De txoevalsvariabele X stelt het aantal haltes voor dat een student meerijdt op bus 2 richting het centrum. Op basis van historische data is de volgende kansverdeling voor X opgesteld:&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot; style=&amp;quot;margin:auto&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Aantal haltes (x) !! Kans f(x)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 1 || 0.05 &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 2 || 0.20 &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 3 || 0.12 &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 4 || 0.45 &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 5 || 0.15 &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 6 || 0.02 &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 7 || 0.01 &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
#*Teken de dichtheidsfunctie en de verdelingsfunctie van X.         &lt;br /&gt;
#*Raf wil weten hoeveel haltes deze lijn minimaal moet behouden, zodat hij voor minstens 95% van de studenten garandeert dat ze hun eindhalte bereiken.&lt;br /&gt;
#*Uit eerder onderzoek blijkt dat de wandelafstand van de eindhalte naar de woonplaats (toevalsvariabele Y) gemiddeld 0.7 km bedraagt. De afstand tussen twee opeenvolgende bushaltes is 0.5 km. Raf definieert de totale afstand van de campus naar de woonplaats als de toevalsvariabele Z. Geef de vergelijking van Z. Wat is de gemiddelde afstand dat een student aflegt van campus tot woonplaats?&lt;br /&gt;
#In een ziekenhuislaboratorium wordt het cholesterolgehalte van 10 patiënten gemeten met twee verschillende analysetoestellen (toestel A en toestel B). Om na te gaan of beide toestellen gemiddeld hetzelfde resultaat opleveren, worden bij elke patiënt beide metingen uitgevoerd. De gemeten waarden (in mg/dL) zijn:&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot; style=&amp;quot;margin:auto&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Patiënt !! Toestel A !! Toestel B&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 1 || 114 || 1116&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 2 || 109 || 102&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 3 || 100 || 95&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 4 || 124 || 110&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 5 || 90 || 94&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 6 || 106 || 100&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 7 || 100 || 96&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 8 || 95 || 102&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 9 || 100 || 90&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 10 || 110 || 104&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
Is er bij een significantieniveau van α = 1% voldoende bewijs om aan te nemen dat er geen significant verschil is tussen de gemiddelde cholesterolmetingen van beide toestellen? (R-code gegeven over gemiddelde, variantie en Shapiro test maar deze vraag is ook zonder deze code oplosbaar, je hebt dan gewoon iets meer rekenwerk)&lt;br /&gt;
#*Welke hypotheses worden getest om een antwoord te bieden op de gestelde vraag? Formuleer zoveel mogelijk in symbolen en verklaar de gebruikte notatie indien van toepassing.&lt;br /&gt;
#*Geef de formule van de teststatistiek en de (eventueel benaderende) verdeling ervan onder H0 waarmee je de hypotheses kan testen. Leg uit waarom aan de voorwaarden van de gekozen teststatistiek voldaan is.&lt;br /&gt;
#*Bereken de testwaarde en de P-waarde. Geef zowel de uitdrukking met de kans als de waarde ervan.&lt;br /&gt;
#*Wat is de betekenis van de bekomen P-waarde? Formuleer zo specifiek mogelijk.&lt;br /&gt;
#*Formuleer een zo volledig mogelijk inhoudelijk besluit.&lt;br /&gt;
#*Leg uit of en hoe je conclusie eventueel verandert als het significantieniveau verhoogt.&lt;br /&gt;
#*Veronderstel dat de metingen nu genoteerd worden in mmol/L (millimol per liter). Als je weet dat voor cholesterol mg/dL = mmol/L × 38.67, hoe veranderen de teststatistiek en de P-waarde dan?&lt;br /&gt;
#Een farmaceutisch bedrijf test een nieuw medicijn (&amp;quot;Medicijn X&amp;quot;) dat het herstel na een knieoperatie zou moeten versnellen. In een klinische studie worden 160 patiënten willekeurig verdeeld over 2 groepen: een groep die een placebo krijgt en een groep die Medicijn X krijgt. Na 6 weken wordt het herstel geëvalueerd als &amp;quot;Traag&amp;quot;, &amp;quot;Normaal&amp;quot; of &amp;quot;Snel&amp;quot;. De onderzoekers willen nagaan of er een verband bestaat tussen de behandeling en de herstelsnelheid. Ze voeren de analyse uit in R.&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! scope=&amp;quot;col&amp;quot;|&lt;br /&gt;
! scope=&amp;quot;col&amp;quot;| Traag&lt;br /&gt;
! scope=&amp;quot;col&amp;quot;| Normaal&lt;br /&gt;
! scope=&amp;quot;col&amp;quot;| Snel&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! scope=&amp;quot;row&amp;quot;| Placebo&lt;br /&gt;
| 24&lt;br /&gt;
| 32&lt;br /&gt;
| 24&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! scope=&amp;quot;row&amp;quot;| Medicijn X&lt;br /&gt;
| 12&lt;br /&gt;
| 28&lt;br /&gt;
| 40&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
X-squared = 8.2667, df = (a), p-value = (b)&lt;br /&gt;
#*Welke hypotheses worden hier getest? Formuleer in woorden of symbolen.&lt;br /&gt;
#*Vul de waarden voor (a) en (b) aan in de R-output.&lt;br /&gt;
#*Maak een schets waarbij je de testwaarde en de P-waarde horend bij de hypothesetest aanduidt.&lt;br /&gt;
#*Wat is het besluit van de hypothesetest op significantieniveau α = 5%? Leg ook uit wat dit concreet in deze situatie betekent. Indien je besluit dat er een verband is tussen de behandeling en de herstelsnelheid, geef dan ook aan op welke manier.&lt;br /&gt;
#*Maak je hier mogelijk een type I fout of een type II fout? Leg uit wat dit concreet betekent in deze situatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===2 september 2025===&lt;br /&gt;
#van LN(0,1) wordt een genormaliseerd quantielplot gemaakt, je krijgt 4 opties en moet de juiste kiezen en uitleggen waarom deze juist is.&lt;br /&gt;
#wat zijn de voorwaarden voor lineaire regressie en hoe kan je deze checken&lt;br /&gt;
#er is een spel waar je 3 staafjes hebt en in je hand een hoeveelheid staafjes moet hebben (0-3), neem aan dat je als speler willekeurig de hoeveelheid kiest. Het doel van het spel is gokken hoeveel staafjes er in totaal gekozen zijn&lt;br /&gt;
#*wat is de verwachte waarde en de variantie van 1 speler. &lt;br /&gt;
#*je speelt met 3 dit spel, waarom is de kans dat er 4 staafjes worden gekozen 0.1875 (antw is omdat dit 2*3!*(1/4)^3 is)&lt;br /&gt;
#*wat is de kans dat de eerste persoon 3 staafjes heeft als je weet dat er in totaal 4 staafjes gekozen worden.&lt;br /&gt;
#Elon Musk heeft veel mensen ontslaan van Twitter. Je denkt dat dit te maken heeft met de lengte van de achternaam, je krijgt R-code van een X-squared, met lengte achternaam &amp;lt;5, 5-10, &amp;lt;10 karakters en hoeveel ontslagen en niet ontslagen uit een steekproef.&lt;br /&gt;
#*welke voorwaarden zijn er en is hieraan voldaan&lt;br /&gt;
#*wat is de hypothese die je test&lt;br /&gt;
#*geeft te teststatistiek onder H0  (is al uitgerekend door R dus enkel formule) geef ook de vrijheidsgraden&lt;br /&gt;
#*wat besluit je op het 1% significantieniveau, en wat besluit je dan&lt;br /&gt;
#*teken de p-waarde &lt;br /&gt;
#*stel je vraagt het aan 100x meer mensen en hebt dezelfde vondsten gwn met 00 achter. Heeft dit invloed op je besluit en op de berekening? leg uit&lt;br /&gt;
#Twee mensen denken dat na het inschaffen van een 9-euro-ticket voor Duitse treinen de mensen van Keulen 150km of meer, meer afleggen. Testen dit door 100 mensen aan de spreken op station. Je krijgt R-code over wat er gevonden werd. &lt;br /&gt;
#*welke hypotheses stel je op, doe dit met zoveel mogelijk symbolen &lt;br /&gt;
#*mag je de test uitvoeren. wat zijn de voorwaarden? (je kreeg boxplots van Km voor het ticket en na, en na-voor)&lt;br /&gt;
#*welke test ga je doen, schrijft de teststatistiek en verdeling onder H0&lt;br /&gt;
#*reken dit uit (je krijgt van R de &#039;mean&#039; en &#039;var&#039; van voor en na het ticket)&lt;br /&gt;
#*geef de p-waarde, zowel het percentage als geschatte waarde&lt;br /&gt;
#*wat beslis je op 5% significantieiveau&lt;br /&gt;
#*extra man geeft zijn mening met een interval, beslis op welk significantieniveau het bezig is. &lt;br /&gt;
#*is de man akkoord op respectievelijk significantieniveau met het koppel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 januari 2024===&lt;br /&gt;
#Meerkeuze vraag over verband lognormale verdeling, e^x, toevalsvariabele, X, normaal verdeling. Alle mogelijke oplossingen aanduiden + verklaar.&lt;br /&gt;
#*Als… normaal verdeeld is dan is… lognormaalverdeeld of omgekeerd&lt;br /&gt;
#*Verwachtingswaarde, mediaan etc.&lt;br /&gt;
#Meerkeuze vraag: gegeven= determinantenmatrix waaruit je de covariantie en de variantie uit kan halen. Gegeven zijn 4 scatterplots, welke scatterplot past het best bij de determinantenmatrix en verklaar.&lt;br /&gt;
#Vraag over kansen-&amp;gt; Regel van Bayes, wet van totale kans, complementaire regel. De vraag was iets in de aard van 24,2% van de jongeren haalt een onvoldoende voor wiskunde. 6% Van de kwart meest bevoorrechte jongeren haalt een onvoldoende, 42% van de kwart minst bevoorrechte jongeren haalt een voldoende. &lt;br /&gt;
#*Wat is de kans dat je bevoorrecht bent als je een voldoende haalt?&lt;br /&gt;
#*Wat is de kans dat de kwart minste of kwart meeste een voldoende haalt?&lt;br /&gt;
#Een pendelstudent heeft over 25 dagen vastgesteld dat zijn bus 10/25 te laat komt en zijn trein 6/25.  Kan hij hieruit besluiten de kans dat de bus te laat komt groter is dan dat de trein te laat komt? &lt;br /&gt;
#*Hypothese test uitvoeren&lt;br /&gt;
#*Type I of II fout? (+Waarom?)&lt;br /&gt;
#*Meerkeuze vraag&lt;br /&gt;
#*90% betrouwbaarheidsinterval opstellen en vergelijken of het overeenkomt met je besluit uit de hypothese test.&lt;br /&gt;
#Definitie van P-waarde &lt;br /&gt;
#Een winkelmedewerker merkt over 10 dagen op dat de klanten vriendelijk naar hem lachen terwijl hij de radijzen opruimt. Hebben de 2 een verband met elkaar? (De gegevens waren iets anders maar het was iets in die aard)&lt;br /&gt;
#*Hypothese test uitvoeren (R-output is gegeven, je kan rho daaruithalen en de voorwaarde voor de normale verdeling (Shapiro-Wilk test))&lt;br /&gt;
#*Type I of II fout? (+Waarom?)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 januari 2023===&lt;br /&gt;
# Meerkeuze: geg: 4 grafieken, welke is een genormaliseerd kwantielplot? (+ Waarom?)&lt;br /&gt;
# Staafspel: 3 spelers met elk 3 stokken, ieder houdt x/3 stokken achter zn rug, dan proberen ze te raden hvl stokken er in totaal achter iedereen zn rug zijn&lt;br /&gt;
## Kans 4 stokken in totaal?&lt;br /&gt;
## Kans 3 stokken bij 1 persoon als je weet dat er 4 in totaal zijn?&lt;br /&gt;
# Twee R-vragen: R data gegeven, geef hypothese en voorwaarden voor die hypothese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2022===&lt;br /&gt;
# enkele meerkeuzevragen, hierbij verklaren waarom je dit antwoord hebt gekozen.&lt;br /&gt;
# onbekende µ vinden, bij normale verdeling van gewichten van studenten. Daarbij subvraag over juiste R-code kiezen om een binomiale verdeling te doen.&lt;br /&gt;
# hypothesetest met 1 groep. over berekenen gemiddelde kost kerstdiner. Enkele gegevens gegeven via R-code.&lt;br /&gt;
# hypothesetest met 2 groepen (chi-kwadraattest). Bepaalde gegevens gegeven met R-code. Hierbij vragen beantwoorden, ontbrekende waarden invullen. weinig rekenwerk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
https://p.cygnus.cc.kuleuven.be/bbcswebdav/pid-35776108-dt-content-rid-337499823_2/courses/B-KUL-G0N11a-2223/20220128_modeloplossing.pdf&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2022 VM===&lt;br /&gt;
# 2 Meerkeuzevragen met meerdere mogelijke antwoorden. 1 over bivariate normale verdeling en 1 over een betrouwbaarheidsinterval. Keuze uitleggen.&lt;br /&gt;
# 80% van de fietsers in Leuven zonder werkend achterlicht draagt geen helm. 15% van de fietsers waarbij het achterlicht wel werkt, draagt een helm. 95% van de fietsers die een helm dragen hebben een werkend achterlicht.&lt;br /&gt;
#* Toon aan dat de kans dat het achterlicht van een willekeurige fietser in Leuven werkt 96,2% is.&lt;br /&gt;
#* Wat is de kans dat een fietser in Leuven een helm draagt?&lt;br /&gt;
#* Is de kans op een werkend achterlicht afhankelijk van de kans dat een fietser een helm draagt?&lt;br /&gt;
# Een luchtvaartmaatschappij publiceerde in een rapport dat 83% van zijn reizigers de luchtvaartmaatschappij aanraadt aan hun vrienden. Een kritisch persoon denkt dat dit een overschatting is en doet een steekproef. 160 van de 200 bevraagde mensen zeggen dat ze de luchtvaartmaatschappij aanraden aan hun vrienden. Ga na met een hypothesetest:&lt;br /&gt;
#* Wat zijn de hypotheses?&lt;br /&gt;
#* Ga na of de voorwaarden voldaan zijn en wat dit betekent.&lt;br /&gt;
#* Geef de teststatistiek en de testwaarde.&lt;br /&gt;
#* Bepaal de P-waarde en schrijf deze in symbolen en in waarde. Duid de P-waarde aan op een grafiek en leg uit wat een P-waarde is.&lt;br /&gt;
#* Geef zo volledig mogelijk het besluit op significantieniveau alfa=1% en leg uit wat dit betekent voor deze steekproef.&lt;br /&gt;
#* Welke fout maak je mogelijks? Leg uit wat dit betekent voor deze steekproef.&lt;br /&gt;
# Gegeven R-output over een steekproef over de hoofdlengte en de totale lengte van een buideldier.&lt;br /&gt;
#* Leg uit hoe je de totale lengte van een buideldier kan schatten als je de hoofdlengte weet.&lt;br /&gt;
#* Vul waarden (a), (b) en (c) aan. (ANOVA tabel in R-code)&lt;br /&gt;
#* Is het gebruikte model zinvol? Ga dit na met een hypothesetest en ga ervan uit dat aan alle voorwaarden is voldaan.&lt;br /&gt;
#* Een hoofdlengte is gegeven, wat is de verwachte waarde van de totale lengte van dit buideldier? Geef het betrouwbaarheidsinterval voor deze specifieke hoofdlengte.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2021 NM===&lt;br /&gt;
#1) (Op 9 ptn) Gegeven is een tabel met 2 primaat groepen (controle &amp;amp; een groep die behandeling onderging) met de percentages herkenning van een object op kort &amp;amp; lange termijn geheugen. Alles op significantieniveau 0,05 bewijzen en varianties gelijk.&lt;br /&gt;
#*1. Is de gemiddelde som van precentage herkenning op korte termijn bij behandelde groep significant kleiner dan die van de controle? a) Geef weer in grafiek. b) Stel hypotheses op en verklaar symbolen. c) T-verdeling en voorwaarden. d) Teststatistiek, P-waarde &amp;amp; schets de grafiek. e) Conclusie &lt;br /&gt;
#*2. Is er een lineair verband tussen de herkenning op korte &amp;amp; lange termijn bij behandelde groep. Dezelfde deelvragen (b tot e).&lt;br /&gt;
#2) (Op 4 ptn) R output gegeven.&lt;br /&gt;
#*a) Welk regressiemodel wordt er gebruikt en wat zijn de schattingen van de parameters uit het model?&lt;br /&gt;
#*b) Welke modelveronderstellingen worden er gemaakt? Ga na of deze voldaan zijn.&lt;br /&gt;
#*c) Vul de ontbrekende waarden (1) t.e.m. (3). &#039;&#039;Deze waren: teststatistiek bij B, MSE &amp;amp; F.&#039;&#039;&lt;br /&gt;
#*d) e_22/s_e berekenen.&lt;br /&gt;
#3) (Op 4 ptn) Enkele kansen gegeven.&lt;br /&gt;
#*a) Voorwaardelijke kans berekenen.&lt;br /&gt;
#4) (Op 4 ptn) Exponentiële verdeling met Sn = T1+T2+T3+...+Tn &lt;br /&gt;
#*a) Als n=100 lamdba=1/5 a=600. Wat is P(Sn &amp;gt; 600)?&lt;br /&gt;
#*b) Wat is de mediaan met dezelfde gegevens als a.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 januari 2020 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#*A) Bewijs E(1/n * sommatieteken (xi + xgem)^2 = (n/n+1)* σ^2&lt;br /&gt;
#*B) toevalsvariabele X exponentieel verdeeld met parameter 4 en toevalsvariabele Y is normaal verdeeld met gemiddelde -5 en standaardafwijking 2. De toevalsvariabelen zijn onafhankelijk. Bereken E(2X-3Y) en Var(2X-3Y)&lt;br /&gt;
#Je hebt een groep mails. Gegeven: kans spam, kans mail bevat &#039;dringend&#039; wanneer spam, kans mail bevat &#039;dringend&#039; wanneer geen spam, kans mail bevat &#039;dit is geen spam&#039; wanneer spam, kans mail bevat &#039;dit is geen spam&#039; wanneer geen spam, kans mail bevat &#039;garantie&#039; wanneer spam, kans mail bevat &#039;garantie wanneer geen spam. Ook gegeven: kans mail bevat garantie én dringend wanneer spam en kans mail bevat garantie én dringend wanneer geen spam. &lt;br /&gt;
#*Schrijf alle kansen in symbolen&lt;br /&gt;
#*Wat is de kans dat je mail spam is als &#039;dit is geen spam&#039; in je mail voorkomt.&lt;br /&gt;
#*Bereken de kans dat het &#039;garantie&#039; alleen in een mail voorkomt (zonder het derde woord en zonder &#039;geen spam&#039;).&lt;br /&gt;
#*Kans mail spam wanneer gegeven &#039;dringend&#039; en geen &#039;garantie&#039;&lt;br /&gt;
#Gegeven X aantal examens moeten afleggen voor behalen rijbewijs (1,2,3 of 4) en Y aantal uren les gevolgd (5,10,15 of 20).&lt;br /&gt;
#*Geef de marginale kansdichtheden&lt;br /&gt;
#*Kans dat men slaagt voor de eerste keer bij 5 uur les gevolgd en bij 15 uur les gevolgd&lt;br /&gt;
#*Welk pakket moet men kiezen om zeker voor de eerste keer te slagen&lt;br /&gt;
#*Bereken Cov(X,Y) en zijn de toevalsvariabelen afhankelijk? Verklaar&lt;br /&gt;
#Rookmelders verpakt in pakketten van 4. Kans rookmelder kapot is 0,01.&lt;br /&gt;
#*Toon aan dat kans pakket wordt teruggebracht 0,039 is.&lt;br /&gt;
#*Wat is de kans dat men 6 pakketten koopt en er exact 1 moet terugbrengen?&lt;br /&gt;
#*Wat is de kans dat men maximaal 20% van de pakketten moet terugbrengen als men er 130 koopt?&lt;br /&gt;
#Proportietest. Zelf P-waarde kunnen aanduiden op de normaal-curve. Het betrouwbaarheidsinterval uitrekenen.&lt;br /&gt;
#Waardes aflezen uit een R-script (bv. gemiddelde, ...) van een F-test. Vanuit deze waardes testen of de gemiddeldes van de 2 groepen gelijk zijn.&lt;br /&gt;
#Gegeven anova-tabel aanvullen (zie oefenzitting)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2019===&lt;br /&gt;
#Bewijs dat S² een onvertekende schatter is van sigma².&lt;br /&gt;
#*Betekend dit dat S ook een overtekende schatter is van sigma? Verklaar kort.&lt;br /&gt;
#Oefening over bivariate variabelen, oa. covariantie berekenen en zeggen of X en Y onafhankelijk zijn + verklaar.&lt;br /&gt;
#Een deel van het Lam gods was gestolen vroeger en enkele jaren geleden is het teruggevonden. De kans dat het om een authentiek deel gaat is 70%. 2 experts bekijken dit om na te gaan of het om een authentiek deel gaat of niet. De 1ste expert is correct in 80% van de gevallen en de 2de expert in 90% van de gevallen.&lt;br /&gt;
#*Wat is de kans dat de 1ste expert zegt dat het om een authentiek deel gaat en de 2de expert zegt dat het om een vals deel gaat.&lt;br /&gt;
#*Wat is de kans dat het schilderij echt is als de 1ste expert zegt dat het om een authentiek deel gaat en de 2de expert zegt dat het om een vals deel gaat.&lt;br /&gt;
#Een bepaald soort hond wordt geboren in 1 kleur maar tegen dat het volwassen is, heeft het witte vlekken gekregen. 98% van de volwassen honden hebben een witte punt aan hun staart. Er zijn net 12 pups geboren.&lt;br /&gt;
#*Wat is de kans dat hoogstens 10 van de 12 pups, later een witte punt aan hun staart gaan hebben?&lt;br /&gt;
#*Als er 1300 pups geboren worden, wat is de kans dat minstens 1280 pups later een witte punt aan hun staart krijgen?&lt;br /&gt;
#Het koopgedrag is onderzocht tijdens de feestperiode. Er is een gemiddelde en standaarddeviatie gegeven. Kan men besluiten, met een hypothesetest, of het gemiddelde uitgegeven bedrag minder dan 50 euro is.&lt;br /&gt;
#Nog iets...&lt;br /&gt;
#Anova script gegeven, zoals in de oefeningen de lege plaatsen opvullen. Regressievergelijking opstellen, hypothesetest of een regressie zinvol is. R² berekenen. Aantonen met een hypothesetest of er een monotoon verband is tussen X en Y.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 JANUARI 2018===&lt;br /&gt;
#* Bewijs de geheugenloosheid van de exponentiële verdeling.&lt;br /&gt;
#* Bewijs E[k(x)l(y)] waarbij x en y onafhankelijk en continu zijn.&lt;br /&gt;
#* Bereken E[(x)(y^2)] waarbij x exponentieel verdeeld is met verwachte waarde 0.5 en y~N&lt;br /&gt;
# De kans dat Anke naar statestiek gaat is 0.8 en de kans dat Bruno naar statestiek gaat is 0.6.&lt;br /&gt;
#* Bereken de kans dat minstens 1 van de 2 naar statestiek gaat wanneer deze variabelen onafhankelijk zijn.&lt;br /&gt;
#* De veriabelen zijn toch afhankelijk. De kans dat Anke aanwezig is en Bruno niet is 0.65. Bereken de kans dat Anke niet aanwezig is als gegeven dat Bruno aanwezig is.&lt;br /&gt;
#* Er zijn dubbel zoveel hoorcolleges dan oefenzittingen. Wat is de kans dat je willekeurig naar statestiek gaat en dit een hoorcollege is?&lt;br /&gt;
#* Bruno gaat naar elke oefenzitting. Wat is de kans dat hij aanwezig is tijdens een hoorcollege?&lt;br /&gt;
# Y-X is bivariaat normaal verdeeld met X de lengte van vrouwen in cm en Y de lengte van mannen in cm. Het gemiddelde van X is 165 en van Y is 175. Ze hebben beiden een variantie van 4 en de covariantie is 8.&lt;br /&gt;
#* Welke verdeling is dit? Bereken het gemiddelde en de variantie van de verschilfunctie.&lt;br /&gt;
#* Bereken de kans dat in een willekeurig koppel de vrouw groter is dan de man.&lt;br /&gt;
#* Bereken de kans dat in een willekeurig koppel de man en de vrouw groter zijn 170 cm.&lt;br /&gt;
# Een experiment wordt een 27 keer herhaald. Er is een gemiddelde en een standaardafwijking gegeven. &lt;br /&gt;
#* Bereken het betrouwbaarheidsinterval met alfa=0.05 en welke voorwaarden gelden er?&lt;br /&gt;
#* Bereken het betrouwbaarheidsinterval in het geval de standaardafwijking onbekend is en leg uit of dit breder wordt.&lt;br /&gt;
#* Bereken het betrouwbaarheidsinterval met alfa=0.01.&lt;br /&gt;
#* Hoevaak moet het experiment herhaald worden om een maximale foutenmarge van 0.001 te bekomen?&lt;br /&gt;
# 20 Cavia&#039;s krijgen 0.5 mg Calcium toegevoegd en 20 andere cavia&#039;s krijgen 2 mg Calcium toegediend.&lt;br /&gt;
#* Test of de hoeveelheid Calcium een invloed heeft op de lengte van de tanden waarvoor een gemiddelde en variantie voor beiden groepen gegeven is. Hier moet een volldedige hypothesetest uitgevoerd worden. &lt;br /&gt;
# Een examen bestaat uit 10 meerkeuzenvragen met 3 opties waarvan er telkens 1 juist is.&lt;br /&gt;
#* Wanneer je elke vraag gokt is de kans om te slagen gelijk aan 0.2131, toon dit aan.&lt;br /&gt;
#* Bepaal deze kans ook benaderend met een discrete verdeling en verklaar of dit een goede benadering is.&lt;br /&gt;
#* 200 studenten gokken bij elke vraag. Bereken de kans dat er strikt meer dan 50 geslaagd zijn.&lt;br /&gt;
# Er is een ANOVA-script gegeven.&lt;br /&gt;
#* Bepaal de regressierechte. Voor alfa was de t-waarde en de standaard fout gegeven. Voor beta niet, dit moest volgens mij met het gemiddelde van x en y die wel gegeven waren.&lt;br /&gt;
#* Test of dit een zinvolle regressierechte is met berekening teststatistiek, P-waarde en besluit.&lt;br /&gt;
#* R^2 berekenen en uitleggen.&lt;br /&gt;
#* Y berekenen met x=90.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JANUARI 2017===&lt;br /&gt;
# eerste vraag waren 4 juist/fout vragen &lt;br /&gt;
#* als X en Y normaal verdeeld zijn, is de som dan altijd normaal verdeeld&lt;br /&gt;
#* iets me benadering van steekproefgem en populatiegem&lt;br /&gt;
#* iets me E(X) of da bij toevalsvariabele gelijk is aan het gem &lt;br /&gt;
#* ... weet ik ni meer exact, ge moet gewoon juist of fout aanduiden, ni uitleggen&lt;br /&gt;
# tweede vraag waren twee bewijzen (me Var(a+bX+cY) en E(a+bX+cY) en dan altijd zo bijvragen van a-e zo Var en E uitrekenen en mediaan berekenen, cumulatieve frequentie tekenen.. en dan iets me X+Y en kansen daarvan berekenen beetje vaag haha&lt;br /&gt;
# dan twee vragen op kansen ook met altijd zo deelvraagjes, eerste was over dat er verschillende sets van 20 stuks zijn en ge ga na hoeveel defecte er zijn, ge hebt enkele gegevens gegeven vb. Kans op geen defecte elementen in uw set van 20 is 70%, kans op juist 1 defect element is 20% enz. Daar dan allemaal kans vragen op, vb. Wat is de kans da als ge willekeurig een lot van 20 neemt, en ge weet da er exact 1 defect is, wa is dan de kans da als ge er twee willekeurige uitneemt da die ni defect zijn enzovoort.. &lt;br /&gt;
# Dan een kansoefening met een kind da 10 keer me een dobbelsteen mag gooien en elke keer als die 6 gooit krijgt die een cadeau, wa is dan de kans da die meer als 3 cadeaus krijgt enzovoort, welke kansverdeling is da en bereken ook benaderend en zo van die deelvragen, ook nog als ze die traditie 35 jaar zouden doen en die jongen mag elke keer gooien op zijn bday wa is dan de kans da die meer dan 55 cadeaus krijgt&lt;br /&gt;
# en dan nog twee hypothesetesten waarvan ene met R output. De ene vraag was over herseninhoud, ze willen zien of de herseninhoud van een 75 jarige persoon gekropen is tov een 25 jarige persoon, ge hebt dan een lijst gekregen me gegevens en een R output waarin t waarde, P waarde, df ontbreken en aan de hand van die output moet ge dan dingen berekenen mbv hypothesetesten, ook output van een betrouwbaarheidsinterval en da interpreteren. De andere ging over het feit da er ooit gezegd is geweest da er dobbelstenen bestaan die &amp;quot;niet gelijk&amp;quot; zijn dus die ni eerlijk zijn, ge krijg een tabel me kansen en moet dan hypothesetesten uitvoeren om te zien of die dobbesltaan vervalst was of ni, weer Teststatistiek opstellen, testwaarde berekenen, interpreteren... en dan een tabel me ietske andere waardes van die dobbelstaan me de vraag of die P waarde dan hetzelfde blijft&lt;br /&gt;
# en nog een oefening over laatste hoofdstuk met die lineaire regressie ook me allemaal deelvraagjes ; de lineaire regressie opstellen en dan s^2 uitrekenen, ge hebt sx sy sxy enzo gegeven, en dan moet ge daar hypothese en teststatistiek ook doen dacht ik (bij elke hypothesetest vraagt ze teststatistiek, testwaarde , P waarde interpreteren etc) en dan geeft ze ook nog een R^2 waarde die ge moet interpreteren..&lt;br /&gt;
Ik denk da het zoiets ongeveer was haha, en ge had 3u30min tijd :)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Juist/fout, Var(bx)=b²Var(x) aantonen&lt;br /&gt;
#rekenen met kansen&lt;br /&gt;
#Exponentiele verdeling, laptop heeft een gemiddelde leeftijd van 4 jaar, geef verdelingsfunctie, bepaal kans dat laptop langer leeft...&lt;br /&gt;
#Hypothesetesten&lt;br /&gt;
#R script van ANOVA tabel, ontbrekende waardes aanvullen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 januari 2015===&lt;br /&gt;
#Beschouw twee toevalsvariabele X en Y = g(X) met g een monotone functie dan is:&lt;br /&gt;
##E(Y) = g (E (X)) ?&lt;br /&gt;
##Med(Y) = g ( Med (X)) ?&lt;br /&gt;
##Med(Y) = g( E (X))Â ?&lt;br /&gt;
##IQR (Y) = g (IQR (X)) ?&lt;br /&gt;
#In Vlaanderen verspreid de groothandel 2000 porties everzwijnsvlees over 15 restaurants. Neem aan dat exact 11 porties hiervan besmet zijn met een virus. In leuven leverde de groothandel 250 (onafh.) porties vlees:&lt;br /&gt;
##hoeveel besmette porties vlees verwacht men in Leuven?&lt;br /&gt;
##Hoe groot is de kans dat minstens 2 porties vlees in Leuven besmet zijn met het virus?&lt;br /&gt;
###Bereken deze kans exact&lt;br /&gt;
###Bereken een benadering van deze kans&lt;br /&gt;
###Is de benaderde kans die je vond een goede benadering voor de kans die je vond? Waarom wel/niet?&lt;br /&gt;
#Mannelijke radiologen worden blootgesteld aan straling. Onderzoekers beweren dat deze frequente blootstelling de kans op mannelijke nakomelingen zou beÃ¯nvloeden. Uit een studie van 31 radiologen, bleek dat 30 van de 87 nakomelingen mannen waren. Kan je op basis van deze studie besluiten dat een frequente blootstelling aan straling een significante invloed heeft op de kans op mannelijke nakomelingen voor een man? Î± = 0.05, normale omstandigheden de kans op mannelijke omstandigheden 50% bedraagt.&lt;br /&gt;
##Formuleer een geschikte H0 en H1 op deze vraag&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek, de (benaderde) verdeling ervan onder H0 en de testwaarde voor deze steekproef.&lt;br /&gt;
##Bereken de (benaderde) P-waarde. Geef de formule en de waarde ervan in deze steekproef.&lt;br /&gt;
##Formuleer een zo volledig mogelijk besluit op basis van de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Bepaal ook het 98% BI voor de kans op mannelijke nakomelingen. Wat besluit je?&lt;br /&gt;
##Wat is de betekenis van een type 2 fout bij deze hypothese test in deze situatie?&lt;br /&gt;
##R-script gegeven met ontbrekende gegevens. Deze worden gevraagd + andere vraagjes&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 januari 2016 (VM)===&lt;br /&gt;
Hier missen nog bijna gegarandeerd enkele deelvraagjes, dus als je dit examen ook gemaakt hebt (en je weet er nog iets van), vul dan aan a.u.b.&lt;br /&gt;
#Enkele vragen i.v.m. verdelingen, hun kenmerken, proporties en kansen.&lt;br /&gt;
#Zij (X, Y) een bivariate normaalverdeling met mu = (2, 2) en sigma = ((1, 0.4), (0.4, 1)). Is dan Var(2X - Y) = 3.4?&lt;br /&gt;
#Zij X een continu verdeelde variabele met frequentie f(x). Zij a en b reÃ«ele getallen, bewijs dan dat:   E(a + bX) = a + b*E(X)  en Var(a + bX) = b^2 * E(X)&lt;br /&gt;
#We hebben thuis een alarm geÃ¯nstalleerd. Bij inbraak gaat het met 96% zekerheid af, maar op andere nachten is er ook een kans van 0.3% dat het afgaat vanwege storingen. In onze buurt is er een kans van 3% dat er op een gegeven nacht in een gegeven huis wordt ingebroken. Vannacht gaat het alarm af, hoe groot is de kans dat er werkelijk een inbraak is?&lt;br /&gt;
#Gegeven: een 2x3 relatieve frequentietabel. Aan de ene kant: mannen en vrouwen, aan de andere kant of de groep een slecht, middelmatig of goed oriÃ«ntatievermogen heeft. Rij van de mannen = (1/10, 1/20, 1/2), rij van de vrouwen = (1/5, 1/10, 1/20). Waar of fout:&lt;br /&gt;
##De kans dat een willekeurige vrouw een goed oriÃ«ntatievermogen heeft is 1/7.&lt;br /&gt;
##De verwachte waarde voor mannen en vrouwen zijn gelijk.&lt;br /&gt;
#Gegeven: de gemiddelde Belgische vrouw heeft een lengte van 168.1cm, met een standaardafwijking van 5.3cm.&lt;br /&gt;
##Clara is 180.3cm groot. Hoeveel percent van de Belgische vrouwen is kleiner dan Clara?&lt;br /&gt;
##Stella is kleiner dan 95% van de Belgische vrouwen. Wat is haar maximale hoogte?&lt;br /&gt;
##Hier aan de faculteit zijn er 354 vrouwen. Hoe groot is de kans dat exact twee vrouwen kleiner zijn dan haar (neem hiervoor Stellas maximale mogelijke lengte). Bereken deze exact.&lt;br /&gt;
##Bereken de kans op benaderende wijze. Is dit een goede benadering?&lt;br /&gt;
#Gegeven: de uitslagen van de verkiezingen van mei 2014 en een peiling van 2013. Beiden zijn lijsten van zeven partijen en &amp;amp;quot;Overige&amp;amp;quot;, elk met een corresponderend percentage. Bepaal op significantieniveau 0.05 of deze peiling de verkiezingsresultaten kan voorstellen.&lt;br /&gt;
##Kies gepaste hypothesen voor je test uit te voeren.&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek, verdeling en testwaarde van je test.&lt;br /&gt;
##Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Vorm een besluit.&lt;br /&gt;
#In een fabriek worden er dagelijks 5000 dozen pralines geproduceerd. Elke doos beweert 250g te wegen. Een nieuwe kwaliteitscontroleur (&amp;amp;quot;een jonge snaak&amp;amp;quot; zoals zij het verwoordden) neemt op een dag lukraak 20 dozen uit de productie voor inspectie. Het gemiddelde van deze steekproef is 243.7g met een variantie van 6.91 g^2. Test op significantieniveau 0.05 of de fabriek systematisch te lichte dozen maakt.&lt;br /&gt;
#Kies gepaste hypothesen voor je test uit te voeren.&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek, verdeling en testwaarde van je test.&lt;br /&gt;
##Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Vorm een besluit.&lt;br /&gt;
#Geef het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde van de dagproductie. Geef de definitie van het 95%- betrouwbaarheidsinterval en leg uit wat dit concreet betekent in deze situatie.&lt;br /&gt;
#Leg uit wat een type-I en type-II fout concreet betekenen in deze situatie.&lt;br /&gt;
#Gegeven: output van summary en anova in R.&lt;br /&gt;
##Vul aan: SSM, MSM, MSE, F-waarde, P(F &amp;amp;gt; f) en voor de slope: t-waarde en P(T &amp;amp;gt; t).&lt;br /&gt;
##Voer een hypothesetest uit omtrent H0: alfa = 0 versus H1: alfaÂ != 0&lt;br /&gt;
##Geef de regressierechte.&lt;br /&gt;
##Geef R^2 en leg uit wat deze waarde betekent.&lt;br /&gt;
===26 Januari 2015 (nieuwe prof?) ===&lt;br /&gt;
#Duid aan welke stellingen kloppen en verantwoord: Van een kwantielplot kan je aflezen of:&lt;br /&gt;
##2 variabelen afhankelijk zij van elkaar.&lt;br /&gt;
##er een lineair verband is tussen 2 variabelen&lt;br /&gt;
##een variabale uit een bepaalde verdeling komt&lt;br /&gt;
##2 variabelen bivariaat normaal verdeeld zijn&lt;br /&gt;
#Duid aan welke stellingen kloppen en verantwoord: Indien (X,Y) bivariaatnormaal verdeelde toevalsvariabelen met populatiecorrelatiecoÃ«fficiÃ«nt p en:&lt;br /&gt;
##H0: p=0 vs H1:p=/=0&lt;br /&gt;
##Een p-waarde &amp;amp;lt;alfa oplevert kan je op significantieniveau alfa:&lt;br /&gt;
##besluiten dat er een lineair verband is tussen X en Y, mogelijks monitoon&lt;br /&gt;
##besluiten dat er een monotoon verband is tussen X en Y&lt;br /&gt;
##niet verwerpen dat er een lineair verband is tussen X en Y, mogelijks lieair&lt;br /&gt;
##niet verwerpen dat er een monotoon verband tussen X en Y.&lt;br /&gt;
#Levensduur van een laptop is exponentieel verdeeld. Verwacht wordt dat een laptop 3 jaar meegaat. Kans dat een laptop langers dan 3jaar meegaat voor een voorzichtige student is 55%, voor een slordige student is dit 30%.&lt;br /&gt;
##Toon aan dat de kans dat een laptop langer als 3jaar meegaat, zonder rekening te houden met voorzichtigheid = 36.79%&lt;br /&gt;
##HoeveelÂ % van de studenten is slordig?&lt;br /&gt;
##Jan heeft 3 jaar zijn laptop, wat is de kans dat hij er voorzichtig mee omgaat?&lt;br /&gt;
#Het aantal vogels dat voederplaatsen bezoekt wordt verwacht op 35 door Natuurpunt. Dit jaar werden in 100 tuinen gemiddeld 41 vogels per tuin waargenomen met een standaarddeviatie van 24. Is het gemiddeld aantal vogels per tuin dit jaar groter dan verwacht door Natuurpunt?&lt;br /&gt;
##H0 en H1?&lt;br /&gt;
##Welke teststatistiek gebruik je? Wat is de verdeling ervan onder H0?&lt;br /&gt;
##Welke veronderstellingen maak je om deze test te mogen uitvoeren?&lt;br /&gt;
##Bereken de testwaarde&lt;br /&gt;
##Bereken de (benaderende) p-waarde, geef de formule en de (benaderende) waarde ervan.in deze steekproef.&lt;br /&gt;
##Maak een schets en duid er de testwaarde en p-waarde op aan.&lt;br /&gt;
##Wat besluit je op basis van de p-waarde?&lt;br /&gt;
##Maak je hierbij mogelijk een type I of type II fout?&lt;br /&gt;
#De ontkieming van zaden werd onderzocht bij licht en schemerdonker. 86 van de 100 zaden ontkiemden bij licht, 60 van de 80 zaden ontkiemden bij schemerdonker. 4.1 Onderzoek als er meer zaden ontkiemen bij licht dan schemerdonker, formuleer besluit op significantieniveau 0.05.&lt;br /&gt;
##H0 en H1?&lt;br /&gt;
##Teststatistiek, benaderende verdeling onder H0 en testwaarde&lt;br /&gt;
##p-waarde? Geef uitdrukking met kans als de (benaderende) waarde.&lt;br /&gt;
##Formuleer een zo volledig mogelijk besluit.&lt;br /&gt;
#Stel een 80% betrouwbaarheidsinterval op voor de proportie van zaden die bij licht ontkiemen.&lt;br /&gt;
##Wat is de betekenis van dit betrouwbaarheidsinterval?&lt;br /&gt;
##Vraagjes met R-output (gegevens van ANOVA kunnen berekenen, RÂ² kunnen geven + betekenis,...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 januari 2014===&lt;br /&gt;
#Juist of fout. Leg uit en indien nodig verbeter.&lt;br /&gt;
#een exp (Î») met Î»&amp;amp;gt;0 geeftÂ Î£xi ~ N(n/Î» , n/Î»Â²)&lt;br /&gt;
#als X en Y normaal verdeeld zijn, dan is X - Y eveneens normaal verdeeld&lt;br /&gt;
#(weet ik niet meer)&lt;br /&gt;
#een symmetrische histogram is een grafische voorstelling van normaal verdeelde resultaten.&lt;br /&gt;
#Een kansberekeningsvraag: in een winkel geven klanten gemiddeld 70euro uit met een standaardeviatie van 20euro.&lt;br /&gt;
#Wat is de kans dat iemand in de winkel meer dan 40euro uitgeeft?&lt;br /&gt;
#Er staan 10 klanten in de rij aan te schuiven van de kassa. Wat is de kans dat 3 klanten minder dan 40euro uitgeven?&lt;br /&gt;
#Er staan nu 100 klanten in de rij van de kassa aan te schuiven. Wat is de kans dat minstens 30 klanten minder dan 40euro uitgeven?&lt;br /&gt;
#Betrouwbaarheidsinterval vraag:Er wordt een onderzoek gedaan naar de voorkeur van lezers, welke soort drager (papier, e-book, ...) zij verkiezen om te lezen. Er werden 1000 mensen ondervraagd, waarvan 93% zei dat ze het liefst papier als drager gebruiken om te lezen. 62% leest een krant het liefste met papier als drager. 8 op 10 zegt dat ze boeken het liefst lezen als papier de drager is.&lt;br /&gt;
#Zoek het 95% BI voor de mensen die het liefste lezen met papier als dragen&lt;br /&gt;
#Zoek het 99% BI voor de mensen die kranten het liefste lezen met papier als drager.&lt;br /&gt;
#Leg de betekenis van het laatste BI zo grondig mogelijk uit.&lt;br /&gt;
#Hypothesevraag met Î±= 0,05:Een schoenenverkoopster beweert dat vrouwen met een kleine schoenmaat schoenen kopen waarvan de hak gemiddeld hoger is dan de hak van vrouwen met een grote schoenmaat. De schoenverkoopster schrijft van 70 vrouwen die elk 1 paar schoenen kopen, de schoenmaat en de haklengte op. De schoenmaten worden onderverdeeld in kleine en grote schoenmaten. 31 vrouwen met kleine schoenmaat kopen schoenen met een gemiddelde haklengte van 4,39cm met een standaardvariantie van 3,14cmÂ² en 39 vrouwen met grote schoenmaat kopen schoenen met een gemiddelde haklengte van 3,45cm en een standaardvariantie van 5,16cmÂ².&lt;br /&gt;
##Stel een goede H0 en H1 op&lt;br /&gt;
##Welke veronderstellingen maak je en hoe kom je hieraan?&lt;br /&gt;
##Geeft de correcte test-statistiek&lt;br /&gt;
##Zoek de P-waarde&lt;br /&gt;
##Concludeer je resultaten en formuleer een goed antwoord.&lt;br /&gt;
##Welke fout wordt hier gemaakt, type I of type II en waarom?&lt;br /&gt;
#Hypothesevraag met Î±= 0,05: Tijdens de solden wordt een onderzoekbureau belast met de taak om te onderzoeken of er een verband bestaat tussen de gemiddelde kortingspercentages die worden gegeven door de winkels en het aantal dagen dat de solden al bezig zijn (van 3 januari tot 31 januari).(hier worden een aantal R - scripten en resultaten en grafieken van een aantal test gegeven: Pearson en Shapiro-Wilk test dacht ik. Er zijn 4 scripten gegeven: deze van de gemiddelde kortingspercanteges, van de aantal dagen dat de solden al bezig zijn, eentje waarin de 2 vorige gecombineerd zijn in een Pearson correlatie test en eentje waar ze gecombineerd zijn in een Shapiro - Wilk test)&lt;br /&gt;
##Vul de R-scripten aan door de juiste waarde in te vullen bij a) en b) (==&amp;amp;gt; a) was een getal bij df en b) was het getal bij p-value)&lt;br /&gt;
##Stel een goede H0 en H1 hypothese op&lt;br /&gt;
##Welke test statistiek gebruik je?&lt;br /&gt;
##Zoek de p-waarde aan de hand van de gegeven R-scripten&lt;br /&gt;
##Concludeer je resultaten en formuleer een goed antwoord.&lt;br /&gt;
===17 Januari 2014===&lt;br /&gt;
#Juist of fout. Leg uit en indien nodig verbeter.&lt;br /&gt;
##Als je 2 steekproeven hebt met dezelfde grote n en een gemiddelde kans p. Dan is het betrouwbaarheidsinterval van 90% het breedste bij de steekproef met de grootste p.&lt;br /&gt;
##Je hebt twee continue, afhankelijke toevalsvariabe X en Y met f(x,y) de gezamelijke dichtheid en f(x) en f(y) de marginale dichtheid voor respectievelijk X en Y. Dan geldt f(x,y) =/ f(x)f(y) voor elke mogelijke (x,y). (=/ staat voor: is niet gelijk aan)&lt;br /&gt;
##Als de whiskers van een boxplot ongeveer even groot zijn, dan is de variabele normaal verdeeld&lt;br /&gt;
##Je hebt kansmodel Exp(2). dan is P(x&amp;amp;gt;7|x&amp;amp;gt;3) = P(x&amp;amp;gt;4)&lt;br /&gt;
#Er werdt een onderzoek gedaan bij 3400 bestuurders die betrokken zijn geweest bij een ongeval. Van deze bestuurders waren 26.7% onder invloed van drugs enÂ  29.1% hadden overmatig alchol gebruikt. Men wil nagaan hoe correct de alcohol en drugtest zijn. Als je weet dan 65% positief test als ze drugs gebruikt hebbenÂ  en 80% test positief als ze overmatig alcohol gebruik. Je weet ook dat 40% negatief test en geen alchol en drugs gbruikt heeft. We nemen aan dat het samen gebruiken van alchol en drugs niet voor komt.&lt;br /&gt;
##Toon aan dat de kans dat men positief test gelijk is aan 44.8%&lt;br /&gt;
##Wat is de kans dat iemand die positief test drugs heeft gebruikt?&lt;br /&gt;
##Wat is de kans dat iemand niets gebruikt heeft indien die negatief test?&lt;br /&gt;
#Er werd een onderzoek uitgevoerd bij 5 cafÃ©gangers. Ze kregen elk 2 pijlen. De eerste keer mochten ze smijten met hun voorkeurs hand, de tweede keer moesten ze smijten met de andere hand. (Gegeven een tabel met scores) Onderzoek of de gemiddelde score met hun voorkeurshand hoger ligt dan de gemiddelde score met de andere hand.&lt;br /&gt;
##stel de hyphotheses op&lt;br /&gt;
##welke veronderstellingen maak je?&lt;br /&gt;
##welke teststatistiek gebruik je?&lt;br /&gt;
##wat is de T-waarde?&lt;br /&gt;
##wat is de P-waarde?&lt;br /&gt;
##Wat is het resultaat van deze test? Leg uit voor dit voorbeeld&lt;br /&gt;
##maak een voortstelling van de P-waarde&lt;br /&gt;
##stel dat je veronderstelling niet klopt. Welke teststatistiek gebruik je dan?&lt;br /&gt;
###Voer deze test uit:&lt;br /&gt;
###wat is de T-waarde&lt;br /&gt;
###wat is de P-waarde?&lt;br /&gt;
###Wat is het resultaat van deze test? Leg uit voor dit voorbeeld&lt;br /&gt;
##je hebt output gekregen in verband met regressie en daar wat vragen bij.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 Januari 2012===&lt;br /&gt;
#3 Meerkeuzevragen &amp;amp;amp; uitleggen waarom&lt;br /&gt;
##X1,...,X100 is Poisson verdeeld met n=51, variantie=4 --&amp;amp;gt; wat is E(X) en Var(X) van gemiddeldeXn bij normale verdeling.&lt;br /&gt;
##i.v.m. gemiddelde van steekproefgemiddelde als benadering van populatiegemiddelde --&amp;amp;gt; enkel bij normale verdeling of bij elke verdeling waar; is steekproefgemiddelde evengoed een benadering van populatiegemiddelde; ...&lt;br /&gt;
##X is niet normaal verdeeld, Y= sqrt(X) is wel normaal verdeeld: welke hypothesetesten kan je uitvoeren: H0:Âµ(X)=3 vs H1:Âµ(X)â‰ 3 en/of H0:Âµ(Y)=sqrt(3) vs H1:Âµ(Y)â‰ sqrt(3) en/of H0:Med(X)=3 vs H1:Med(X)â‰ 3 en/of H0:Med(Y)=sqrt(3) vs H1:Med(Y)â‰ sqrt(3) + teststatiestiek geven + zijn besluiten van beide testen equivalent&lt;br /&gt;
#Oefening 1: berekenen van een kans (binomiaal) exact en benaderend met continuiteitscorrectie&lt;br /&gt;
#Oefening 2: Hypothesetest vergelijken gemiddelden van 2 groepen (ongepaard, sigma&#039;s verschillend, ..)=&amp;amp;gt; De vragen hierbij waren:&lt;br /&gt;
##Formuleer de nulhypothese en de alternatieve hypothese.&lt;br /&gt;
##Welke teststatistiek gebruik je, wat is zijn waarde en welke verdeling volgt hij&lt;br /&gt;
##Bereken de p-waarde + definitie&lt;br /&gt;
##Teken deze p-waarde op een grafiek&lt;br /&gt;
##Besluit&lt;br /&gt;
##Welke aannames deed je voor deze hypothese en wordt er aan deze voldaan?&lt;br /&gt;
##Indien niet: wat zou je dan kunnen toepassen&lt;br /&gt;
##Wat betekenen type 1 en type 2 fout bij deze hypothese.&lt;br /&gt;
#Oefening 3: Je krijgt een heleboel statistica - output en een hoop vragen.&lt;br /&gt;
##Geef het regressiemodel&lt;br /&gt;
##Dan 5 vragen ivm anova tabellen, SSM SSE SST, ...&lt;br /&gt;
##Is de correlatie nuttig? stel een hypothese op&lt;br /&gt;
##BI berekenen van de rico&lt;br /&gt;
##definitie BI&lt;br /&gt;
##Aannames + nagaan modelveronderstellingen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18	Januari 2013 (VM)===&lt;br /&gt;
#Thomas Van Den Spiegel is 214 cm groot. Leg uit hoe men kan bepalen hoe groot (of hoe normaal) dit is.&lt;br /&gt;
#Gegeven een tabel met daarin de absolute frequenties van een steekproef naar het spijbelgedrag van leerlingen uit het ASO, BSO en TSO: nooit, soms, vaak. Dit is dus een 3x3 tabel.&lt;br /&gt;
#Test: meer dan 50% van de leerlingen uit het ASO spijbelt nooit.&lt;br /&gt;
##Geef H0.&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek onder H0 en de testwaarde.&lt;br /&gt;
##Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Besluit.&lt;br /&gt;
#Ga na of er een verband is tussen de waarden.&lt;br /&gt;
##Geef H0.&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek onder H0 en de testwaarde.&lt;br /&gt;
##Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Besluit&lt;br /&gt;
#Gegeven de functie  als  en anders 0. Deze stelt de tijd voor die ik nodig heb om op mijn werk te geraken.&lt;br /&gt;
##Ik moet om 9u op mijn werk zijn, wat is de kans dat ik te laat kom als ik om 7u40 vertrek?&lt;br /&gt;
##Over 200 dagen gezien als ik opnieuw om 7u40 vertrek: wat is de kans dat ik hoogstens 20 keer op die 200 dagen te laat kom?&lt;br /&gt;
#Voor een nieuw soort roomijs hebben 9 mensen geproefd en een score tussen 1 en 20 (kan ook tussen 0 en 20 zijn, ik hoop van niet). Er waren 2 scores onder 10 en 7 scores boven 10.&lt;br /&gt;
##Bepaal met een teststatistiek of het ijs lekker is (dus een score groter dan 10).&lt;br /&gt;
###Geef H0.&lt;br /&gt;
###Geef de teststatistiek onder H0 en de testwaarde.&lt;br /&gt;
###Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
###Besluit.&lt;br /&gt;
##Wat is het 95% betrouwbaarheidsinterval van de mediaan? Wat betekent dit interval concreet voor dit voorbeeld?&lt;br /&gt;
#Een lineair verband tussen de maandelijkse productie van windmolens en de hoeveelheid wind, gezien over 32 maanden. Gegeven de output van de lm-functie uit R, een paar Shapiro-Wilk tests, enkele QQ-plots en de residuplot.&lt;br /&gt;
##Is het een goed model? (of zoiets)&lt;br /&gt;
##Vul de ANOVA tabel in (enkel 1 en F zijn gegeven)&lt;br /&gt;
##Wat betekent Std. Error in die lm-functie&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R1097154</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Grondslagen_van_de_Chemie&amp;diff=4878</id>
		<title>Grondslagen van de Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Grondslagen_van_de_Chemie&amp;diff=4878"/>
		<updated>2026-01-13T14:22:06Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R1097154: /* 13 Januari 2026 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Basisvak chemie voor 1e bachelor chemie, biochemie, biologie en geologie.&lt;br /&gt;
Gedoceerd door professor Koen Clays (sinds academiejaar 2013-2014, daarvoor door Prof. Bart Goderis). Het examen is volledig schriftelijk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle opgeloste oefeningen van jaar 2018 + extra vraagjes door Elisabeth Isebaert: https://drive.google.com/file/d/19sGYg7UWTPcss0pZICDbe9WzT9T3Zwrb/view?usp=drive_link&lt;br /&gt;
Enkele examenvragen van Koen Claeys uitgewerkt: https://drive.google.com/file/d/1d1AIDOuh7TN0IieKpvRVn9zy544TLF2n/view?usp=sharing&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;academiejaar 2022-2023&#039;&#039;&lt;br /&gt;
* Aanpak vak&lt;br /&gt;
** Gegeven door Prof. Koen Clays&lt;br /&gt;
*** Werkt vaak dingen uit op het bord die zeer nuttig/noodzakelijk zijn op een examen te vermelden, lessen volgen zijn dus wel zeker sterk aan te raden! Zeker omdat deze niet opgenomen worden. In 2023-2024 stonden er wel opgenomen powerpoints op Toledo van coronatijd maar die waren enkel nuttig als je iets niet begreep tijdens het studeren.&lt;br /&gt;
** Examen volledig schriftelijk: 10 punten op 2 theorie vragen, 6 punten op 2 oefeningen.&lt;br /&gt;
** Examen + practica&lt;br /&gt;
* Kwaliteit cursus&lt;br /&gt;
** Cursustekst voldoende om te slagen&lt;br /&gt;
* Examenvragen&lt;br /&gt;
** Vergelijkbaar met de tussentijdse toets maar theorievragen op de tussentijdse toets zijn opgedeeld in tussenvragen. Onderaan de pagina staat hoe het op het examen gevraagd zal worden.&lt;br /&gt;
** Theorievragen komen vaak terug&lt;br /&gt;
** Oefeningen zijn zeer vergelijkend met die van de oefenzittingen, maak ook zeker de makkelijke oefeningen opnieuw want deze kunnen ook voorkomen&lt;br /&gt;
** Vooral deel E is enorm belangrijk!!&lt;br /&gt;
* Practica&lt;br /&gt;
** Is goed te doen, bereid de practica op punten goed voor!!&lt;br /&gt;
* Oefenzittingen&lt;br /&gt;
** Op de website van bios staan de oplossingen van enkele jaren geleden, zijn niet exact hetzelfde, maar het principe komt steeds op hetzelfde neer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===13 Januari 2026===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Hoe kun je de snelheid van een chemische reactie verhogen? Toon aan met een figuur/formule. Wat is de invloed op het evenwicht?&lt;br /&gt;
#Welke functies kan het CN- anion allemaal hebben? En is het dan sterk of zwak in deze functie? Geef ook een voorbeeld van een reactie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#:a) Geef de lewisstructuur, hybridisatie van het centrale atoom en ruimtelijke structuur van ClO2-. Teken deze ruimtelijke structuur.&lt;br /&gt;
#:b) Geef een voorbeeld van een ander molecule met dezelfde polariteit maar een andere hybridisatie.&lt;br /&gt;
#:c) Bereken de pH van een 1,70M KClO2 oplossing.&lt;br /&gt;
#:d) Geef 2 redoxkoppels die je kan gebruiken om de K die je nodig hebt in (c) te berekenen.&lt;br /&gt;
#Toon aan dat er -door complexvorming- geen PbCl2 neerslag gevormd wordt als je 40mL van een 0,40M Pb(NO3)2 oplossing mengt met 40mL van een 0,60M MgCl2 oplossing.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 Augustus 2025===&lt;br /&gt;
Opnieuw nieuwe theorievragen, dus vanaf nu zijn het nieuwe theorievragen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#a)Licht aan de hand van een schema toe hoe de elektronenstructuur van homo-diatomaire moleculen afgeleid wordt (Algemeen). Pas dit toe op: b)N2 c)02&lt;br /&gt;
#Welke chemische fincties kan fluoride allemaal vervullen, en is het dan een sterk of zwak in deze functie? Geef dan telkens ook een reactie als voorbeeld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Toon aan met berekeningen dat er -dankkzij de complexvorming- geen PbCl2-neerslag gevormd wordt wanneer 50mL 1.20M Pb(NO3)2-oplossing samengevoegd wordt aan 50mL 0.800M BaCl2-oplossing.&lt;br /&gt;
#Gegeven volgende reactie: 2C6H6 + 15O2 &amp;lt;=&amp;gt; 12 CO2 + 6H20&lt;br /&gt;
##Toon aan met berekeningen dat deze reactie aflopend is bij 80°c&lt;br /&gt;
##Bereken hoeveel liter CO2 er vrij komt bij deze temperatuur en atmosferische druk (1.00 atm) wanneer 39g benzeen (C6H6) verbrand wordt bij een overmaat aan zuurstofgas&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 Januari 2025===&lt;br /&gt;
Prof heeft tegen de ombuds gezegd dat hij dit jaar &#039;iets nieuws wou proberen met de theorie&#039;, dus nieuwe vragen vanaf nu (?)&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Gegeven de ligandenuitwisselingsreactie: Co(CN)&amp;lt;sub&amp;gt;5&amp;lt;/sub&amp;gt;(H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O)&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; + I&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; --&amp;gt; Co(CN)&amp;lt;sub&amp;gt;5&amp;lt;/sub&amp;gt;(I)&amp;lt;sup&amp;gt;3-&amp;lt;/sup&amp;gt; + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O en de snelheidsvergelijking: v=(a[Co(CN)&amp;lt;sub&amp;gt;5&amp;lt;/sub&amp;gt;(H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O)&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;][I&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;])/(b+c[I&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;])&lt;br /&gt;
a) Stel een plausibel reactiemechanisme op dat de snelheidsvergelijking beantwoord.&lt;br /&gt;
b) Wat kan je zeggen over het evenwicht van deze reactie?&lt;br /&gt;
c) Is de reactiesnelheid sneller bij metathesereacties?&lt;br /&gt;
#Een stuk tekst uit een krant over magnesiumwinning door een bedrijf dichtbij de zee, er wordt ook chloor opgeleverd (Tip:Er werd daar vroeger ook aardolie gewonnen). Leg uit waarom het goed is voor een bedrijf om dit te doen, geef alle reactievergelijkingen die je gebruikt bij de uitleg.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Bepaal de oplosbaarheid van AgOH in een oplossing van 0.60 M HIO.&lt;br /&gt;
#Gegeven: N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;H&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; + 2 H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; --&amp;gt; N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; + 4 H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&lt;br /&gt;
a) (Boven/Onder) (omcirkel) welke temperatuur is deze reactie spontaan?&lt;br /&gt;
b) Hoeveel warmte (Komt vrij/Neemt de reactie op) als er 0.020l H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; reageert bij 101325Pa en 25°C?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 Augustus 2024===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Wat bepaalt de ruimtelijke structuur van een covalent gebonden molecuul. Geef eerst in het algemeen hoe je te werk gaat, en toon daze werkwijze aan met 4 verschillende, duidelijke, relevante voorbeelden die verschillende scenario&#039;s voldoende duiden. (./4)&lt;br /&gt;
#Wat gebeurt er bij de elektrolyse van water: (./6)&lt;br /&gt;
a)Zonder zout&lt;br /&gt;
b)Met weinig zout&lt;br /&gt;
c)Verzadigde oplossing van NaCl (Pekel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Gegeven AgBr (./4)&lt;br /&gt;
a)Wat is de oplosbaarheid in zuiver water&lt;br /&gt;
b)Je voegt natriumthiosulfaat (Na2S2O3) toe, dat de oplosbaarheid zal verhogen. Bereken de concentratie Na2S2O3 nodig om 10g AgBr in 500ml water op te lossen.&lt;br /&gt;
c)Complexatie met het centraal kation is 1 manier om de oplosbaarheid te doen laten stijgen van een zout. Wat is nog een andere methode om de oplosbaarheid te verhogen? Waarom is deze methode niet zo efficiënt voor AgBr. &lt;br /&gt;
#Sucrose (C12H22O11) hydrolyseert met een overmaat water tot glucose en fructose (Beide C6H12O6). De concentratie aan glucose wordt gevolgd in functie van de tijd. De begin concentratie van sucrose is 0.500M. Bepaal grafisch zowel de orde als de snelheidsconstante ten opzichte van sucrose.  (./2)             &lt;br /&gt;
C12H22O11 + H20 -&amp;gt; C6H12O6 + C6H12O6 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tabel concentratie glucose in functie van de tijd:&lt;br /&gt;
Concentratie (in M)  en  Tijd (in minuten)&lt;br /&gt;
0     bij 0 minuten                       &lt;br /&gt;
0.050 bij 30 minuten                      &lt;br /&gt;
0.095 bij 60 minuten                     &lt;br /&gt;
0.135 bij 90 minuten                     &lt;br /&gt;
0.234 bij 180 minuten                     &lt;br /&gt;
0.358 bij 360 minuten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2024===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
#Bereken de chemische en fysische roosterenergie voor de vorming van een ionbinding. Geef de principes/formules waarop beide berekeningen zijn gebaseerd (a). Geef je berekeningen weer(b) en vergelijk beide bekomen waardes en verklaar indien verschillend (c). ANTW A: fysisch (formule roostenergie met Madelungconstante) + chemisch (wet van Hess) (a); ANTW B: exacte methode = deel A.3.1.d. (verband tussen ionbinding, atomaire eigenschappen en thermodynamica); ANTW C: fysische berekening is enkel obv interactie-energie en verwaarloost afstoting op korte afstand (zie pagina hierboven).&lt;br /&gt;
#Geef (allemaal verschillende) vier kationen en vier anionen. Geef een chemische eigenschap voor elk van de ionen (bv. zuur, base, oxidans, reductans, ligand, centraal metaalkation), geef aan of het ion in kwestie zwak/sterk is voor deze eigenschap. ANTW: voorbeelden uit boek(Deel E), tabellen gebruiken of BOD opzoeken obv K-waarden/E-waarden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Oefening 1a: Cu(IO_3)2 is slecht oplosbaar in zuiver water. Door toevoeging van NH3 kan de oplosbaarheid verhoogd worden doordat complexatie optreedt ter vorming van het aminecupraatcomplex (Cu(NH3)^2+). Hoeveel NH3 heb je nodig om 20,67g van het zout volledig op te op te lossen in 200ml?&lt;br /&gt;
#Oefening 1b: Daarna ontstaat er ook Cu(OH)_2 -neerslag. Bewijs.&lt;br /&gt;
#oefening 2: Bereken de K_b-waarde van het oxalaation (C2O4^2-) in water obv van thermodynamische gegevens, vergelijk vervolgens met de K_b-waarde bekomen uit de zuurconstantetabel.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2023===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bij welke reacties gebruik je een katalysator en bij welke is quenchen van toepassing? (bij elk een voorbeeld geven + afleidingen formules en verduidelijking hierbij + grafieken)&lt;br /&gt;
# Halfreacties autoaccu (functies chemische elementen geven, welke richting oplaad en welke ontlaad, waarom die fasetoestand bij lood)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Geometrie, hybridisatie, polair/apolair (uitleggen waarom) van SO3(2-)&lt;br /&gt;
# pH bepalen van 0.4M Na2SO3&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid van PbI2 berekenen + hoeveel KCl toevoegen ter vorming van Pb(Cl)4(-) bij een bepaalde concentratie aan PbI2 + wordt er nog neerslag gevormd&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 augustus 2022===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
# Schrijf uit hoe je bekomt tot reactie 7 (pagina 119 BOD) en leg je redeneringen uit. (reductie half reacties- reactie uitgeschreven op bord in de les)&lt;br /&gt;
# Leg de relevantie van de ladingsdichthied (niet electronendichtheid) in de scheikunde uit. [antw.: complexatie en neerslag reacties, in zuur als protontransfer van Hˆ+ (te grote ladingsdichtheid om te bestaan), electrontransfer reacties]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# HCN toevoegen om Co(OH)2 beter op te lossen. Welke HCN-concentratie nodig om 6,79 g Co(OH)2 in oplossing te brengen in 250 mL water? (Analoog oefening 8 E4)&lt;br /&gt;
# Is volgende reactie aflopend bij 40 graden celcius? 2NH4NO3 &amp;lt;--&amp;gt; 2N2 + 4H2O + O2 (zie o.a. oef 4/6/7/E5 deel D)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2022 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1.	Hoe kan je de snelheid van een reactie verhogen, wat gebeurt er met het evenwicht?&lt;br /&gt;
2.	Buffers: vuistregels + afleiding, verband met titratie, is bloed een goede buffer?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefening 1:&lt;br /&gt;
a.	molaire oplosbaarheid van Ag2Cr2O7 in zuiver water&lt;br /&gt;
b.	hoeveel NH3 nodig om 0,100 mol AgI op te lossen in 0,500L (Ag(NH3)2^+ wordt gevormd)&lt;br /&gt;
c.	toon aan dat er geen AgOH neerslag gevormd wordt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefening 2:&lt;br /&gt;
a.	redoxreactie opstellen voor N2/NH2OH en Al(OH)4^-/Al&lt;br /&gt;
b.	toon aan dat de reactie aflopend is bij 25°C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 augustus 2021 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Op welke manieren kan je de snelheid van een reactie vergroten, leg uit wat er dan ook met de evenwichtsconstante gebeurt. Verandert hierbij de ligging van het evenwicht? Gebruik formules of figuren om dit aan te tonen&lt;br /&gt;
#Op welke manier beïnvloedt complexatie het redoxpotentiaal van een metaal? Leg uit, geef een voorbeeld. In de natuur wordt Fe gebruikt voor reversibele redoxreacties. Waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
#Boven of onder welke temperatuur gaat deze reactie spontaan op: O2 (g) + N2 (g) —&amp;gt; 2NO (g)&lt;br /&gt;
#HCN verhoogt de oplosbaarheid van Fe(OH)2, hoe groot is de concentratie van HCN die je nodig hebt om 250 ml 3,37g Fe(OH)2 in oplossing te brengen?”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 6 januari 2021 ===&lt;br /&gt;
Theorie 1:&lt;br /&gt;
#Bespreek alle K’s die we hebben gezien in de cursus en geef een voorbeeld waarin hun definitie duidelijk wordt. Indien je iets kan zeggen over K&amp;gt;&amp;gt;1 K=1 en K&amp;lt;&amp;lt;1, voeg je dit hieraan toe.&lt;br /&gt;
#Gebruik een voorbeeld uit 1a en leg uit hoe je K puur theoretisch kunt vinden.&lt;br /&gt;
#Geef een mogelijk verband tussen K en k indien er een is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie 2:&lt;br /&gt;
Bespreek de elektrolyse van water zonder NaCl, met een beetje NaCl en met veel NaCl.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefening 1:&lt;br /&gt;
Bewijs dat dankzij de complexvorming, PbCl2 niet neerslaat, wanneer we 50ml Pb(NO3)2 (0,4M) bij 50ml BaCl2 (0,6M)doen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefening 2:&lt;br /&gt;
0,700M NaHSO3 en 0,450M Na2SO3&lt;br /&gt;
#Bereken de pH.&lt;br /&gt;
#Bereken de pH bij het toevoegen van 20ml KOH.&lt;br /&gt;
#Bij welke concentratie aan NaOH de buffer (100mL) niet meer werkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 augustus 2020 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) Leg homogene, heterogene en enzymatische katalyse uit. Geef ook telkens een voorbeeld. Leg de gelijkenis tussen heterogene en enzymatische katalyse uit. Leg de gelijkenis tussen homogene en enzymatische katalyse uit. /4&lt;br /&gt;
2) Vergelijk chroomvocht (dichromaat in zwavelzuur), piranhazuur (waterstofperoxide in zwavelzuur), koningswater en cyanide in base als oplosmiddelen voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1) Bereken de oplosbaarheid van AgBr in een 0.053M NH3 oplossing. Ag(NH3)2- wordt gevormd.&lt;br /&gt;
2) Is volgende reactie (reactie gegeven) aflopend bij 68 graden C? Toon aan met berekeningen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2020 voormiddag ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) Hoe evenwicht verschuiven naar kant van producten, verandert er iets aan de snelheid?&lt;br /&gt;
2) De ruimtelijke structuur van de covalente binding, 4 relevante voorbeelden geven en bespreken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1) Bereken Kd van complex Ag(CN)2 adhv thermodynamische eigenschap bij 25°C&lt;br /&gt;
2) Na3PO4 0.045 M: bereken werkelijke concentraties van PO43-, Na+, HPO42-, H2PO4-, H3PO4, H3O+, OH- en bereken de pH.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2020 namiddag ===&lt;br /&gt;
theorie:&lt;br /&gt;
#Hoe verklaar je de werking van een &amp;quot;hoog-rendements&amp;quot; brander voor een centrale verwarming? Welke aanpassingen dienen er te gebeuren in vergelijking met een klassieke brander&lt;br /&gt;
#Bespreek de dissociatie van HgCl2. Waarmee is dit te vergelijken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
#Je voegt 50 mL van een 0.0200M AgNO3 - oplossing toe aan 50 mL van een 0.0300M NaCN-oplossing. Zal AgCN neerslaan, ondanks de complexvorming (Kst Ag(CN)2- = 2.5 x 10^20). Verwaarloos de basische eigenschappen van CN-&lt;br /&gt;
#Bepaal grafisch orde van de reactie, de snelheidsconstante en halfwaardetijd. Je krijgt de beginconcentratie van het reagens gegeven, en het verloop van de concentratie van een product. (Dus je moet nog berekenen, hoe het verloop van de concentratie van het reagens gaat)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2020 namiddag ===&lt;br /&gt;
theorie:&lt;br /&gt;
1) bespreek de elektrolyse van water of in een waterige oplossing van zeezout (NaCl) voor volgende situaties: zonder toevoeging van zout, bij toevoeging van een beetje NaCl, bij toevoeging van veel NaCl&lt;br /&gt;
2) Bespreek homogene, heterogene en enzymatische katalyse: geef verschillen en gelijkenissen. Geef telkens een relevant voorbeeld ter illustratie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
1) reactie N2 + O2 --&amp;gt; 2NO gegeven en berekenen boven/onder welke temperatuur de reactie spontaan is&lt;br /&gt;
2) Berekenen hoeveel gram NaCl je moet toevoegen aan 0,448g Cu(OH)2 om dit volledig te kunnen oplossen in 100 ml water als je weet dat het complex [CuCl4]2- wordt gevormd&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2020 voormiddag ===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
# Buffer&lt;br /&gt;
# Reactiemechanisme van Broom&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===?===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) hoe kan men de snelheid van een chemische reactie vergroten? Verandert dit ook iets aan het evenwicht?&lt;br /&gt;
2) chemische eigenschappen ammoniak, hebben ze dan een zwakke of sterke functie? Geef voorbeeldreacties&lt;br /&gt;
3) bespreek de thermodynamische eigenschappen van de autoprotolyse van water. Zie hiervoor tabel 6.9 BOD&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1) bereken of neerslag wordt gevormd bij samenvoegen 2 stoffen&lt;br /&gt;
2) bereken potentiaal galvanische cel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 februari 2019 namiddag===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
#Leg uit hoe een biprotisch zuur dissocieert en geef een voorbeeld. Vergelijk deze dissociatie met die van HgCl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&lt;br /&gt;
#Broom in base&lt;br /&gt;
oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Bepaal de standaardreductiepotentiaal van het koppel Zn(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2 (s)&amp;lt;/sub&amp;gt;\ Zn&amp;lt;sub&amp;gt;(s)&amp;lt;/sub&amp;gt; met het oplosbaarheidsproduct van Zn(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en de standaardreductiepotentiaal van het koppel Zn&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;\ Zn&amp;lt;sub&amp;gt;(s)&amp;lt;/sub&amp;gt; &lt;br /&gt;
#Een klontje vast ethanol met een massa van 50 g wordt bij 155.80 K overgoten met 2.22 L (1 L = 0.79 kg) vloeibaar ethanol waardoor het klontje zal smelten. Wat is de begintemperatuur van het vloeibaar ethanol als je weet dat het systeem een eindtemperatuur van 287.80 K bereikt en als je weet dat er geen energie verloren gaat aan de omgeving?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 januari 2019 namiddag===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
#vervolledig de reactievergelijking ClO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; + Cl&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; -&amp;gt; Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O en geef een plausibel reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
#bespreek de elektrolyse van water of in een waterig milieu zonder toevoeging van zout, bij toevoeging van een beetje NaCl, bij toevoeging van veel NaCl. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen&lt;br /&gt;
#hoeveel natriumthiosulfaat is er nodig om 0,025 mol AgBr op te lossen in 500 ml? Het complex zilverthiosulfaat wordt gevormd. &lt;br /&gt;
#een ijsklontje met massa 56 gram wordt in 150 g water gedaan om dit af te koelen. Het ijsklontje heeft een begintemperatuur van 0°C en het geheel heeft een eindtemperatuur van 14°C. Bereken de begintemperatuur van het water.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2019 voormiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Bespreek de spontane ontbinding van waterstofperoxide. Welke parameters dragen bij tot de ontbinding en hoe kan je dit tegen gaan?&lt;br /&gt;
#De ruimtelijke structuur van de covalente binding, 4 relevante voorbeelden geven en bespreken.&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#0,040 M 100 mL H&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; bij 100 ml 4M Ca&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;-ionen. Wordt er neerslag gevormd?&lt;br /&gt;
#Een orde oefening met grafisch de halfwaarde tijd en k bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2019===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je het evenwicht naar de kant van de producten krijgen. Heeft dit ook invloed op de snelheid van de reactie? /6&lt;br /&gt;
#Stel een chemisch mechanisme op zodat citroenzuur (wat een bestandsdeel is van citroensap) kan ontgiften. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Bepaal de K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; uit de gegeven redoxkoppels (H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O/H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=1.76V) en HO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;−&amp;lt;/sup&amp;gt;/OH&amp;lt;sup&amp;gt;−&amp;lt;/sup&amp;gt;) (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=0.87V). Met welke andere 2 koppels kan je dit nog doen? /3&lt;br /&gt;
# Geef de lewisstructuur, hybridisatie, polariteit (+ uitleg), en geometrie van XeF&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en PBr&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2019===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Geef de twee vuistregels voor een goede buffer en leg ze uit adhv neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg uit bloed als buffer en waarom het geen ideale buffer is. Geef de relatie tussen een buffer en een pH- titratie(curve). /6&lt;br /&gt;
#Vervolledig deze reactie, BrO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;  +  Br&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; →   Br&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;  +  H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O, en geef een plausibel reactiemechanisme voor deze reactie (Staat niet in de cursus maar wel gezien als een extra voorbeeld). BOD Tabel 6.2 n.7 /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Welke verbindingen zijn zelf niet zuur of basisch, maar vertonen wel zure of basische eigenschappen als ze in water gebracht worden? /6&lt;br /&gt;
# Bespreek de voorwaarden en de gevolgen van het stationariteitsprincipe.  Geef een duidelijk en relevant voorbeeld. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#De stabiliteitsconstante voor de vorming van het complex Pb(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; is 1,0.1016. De standaardreductiepotentiaal voor het koppel Pb&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/Pb(s) is -0,12V. Bereken aan de hand van deze gegevens de standaardreductiepotentiaal voor het koppel Pb(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/Pb(s). / 3&lt;br /&gt;
#Er wordt een buffer met pH = 6,90 gemaakt uitgaande van NaH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; en Na&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;HPO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;. De eindconcentratie van NaH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; in 400 mL van deze oplossing is 0,020 M. Bereken hoeveel gram dinatriumwaterstoffosfaat er in deze oplossing moet zitten om de beoogde pH te realiseren. Aan deze oplossing wordt 100 mL 0,0080 M HI toegevoegd. Bereken ook de pH na toevoeging hiervan. Vanaf hoeveel mol NaOH toegevoegd zou de startbuffer niet meer werkzaam zijn? Licht kort toe. /3&lt;br /&gt;
&amp;lt;sup&amp;gt;&amp;lt;/sup&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Stel een mogelijk reactiemechanisme voor bij reactie 7 BOD tabel 6.2. /4&lt;br /&gt;
#Waarom mag men geen ontkalker bij javel doen? Geef alle relevante reacties. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Bepaal de baseconstante van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels. /3&lt;br /&gt;
#Geef de Lewisstructuur, hybridisatie en polariteit van XeF&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en HClO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Hoe kan men het evenwicht naar de producten doen verschuiven? Heeft dit dan ook gevolgen voor de reactiesnelheid? /4&lt;br /&gt;
# Vergelijk chroomvocht (dichromaat in zwavelzuur), piranhazuur (waterstofperoxide in zwavelzuur), koningswater en cyanide in base als oplosmiddelen voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Je wilt 0.488 g Cu(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossen in water tot een eindvolume van 100 mL. Bereken hoeveel gram NaCl er nodig is om ervoor te zorgen dat Cu(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; niet neerslaat. Het CuCl&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; complex wordt gevormd. /3&lt;br /&gt;
# Bepaal grafisch de activeringsenergie van de reactie (tabel met temperatuur en snelheidsconstantes gegeven). Bepaal ook de snelheidsconstante bij 37°C. Kan je hiermee iets zeggen over de orde van de reactie? /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2018 ===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Hoe kan de snelheid van de reactie beïnvloed worden? Verandert dan ook de ligging van het evenwicht van de reactie? /6&lt;br /&gt;
# Welke factoren bepalen of een molecule al dan niet een permanent dipoolmoment bezit? Geef duidelijke voorbeelden. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Je wilt 42.72 g Fe(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossen in water tot een eindvolume van 500 mL. Bereken welke concentratie waterstoffluoride (HF) er nodig is om ervoor te zorgen dat Fe(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; niet neerslaat. /3&lt;br /&gt;
# Stel de correcte redoxreactie op van de koppels Br&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;/Br&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; en AsO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;3-&amp;lt;/sup&amp;gt;/AsO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;. Toon aan met berekeningen dat het over een aflopende reactie gaat bij kamertemperatuur (25°C) /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2018 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van chloor in base. Geef een belangrijke toepassing.&lt;br /&gt;
# Vergelijk de ideale gaswet met de van der Waalsvergelijking voor reële gassen en bespreek de trend in co-volume b en cohesiedruk a (BOD p.141) voor H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, CO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en C&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;H&amp;lt;sub&amp;gt;10&amp;lt;/sub&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 namiddag ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# BOD tabel 6.2, reactie 8: stel een mogelijk reactiemachanisme voor&lt;br /&gt;
# Wat zijn de 2 vuistregels van een goeie buffer? Leidt deze af aan de hand van de begrippen neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg de link met pH-titratie. Leg uit: bloed als buffer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# bepaal de baseconstante van MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels&lt;br /&gt;
# lewisstructuur, hybridisatie en polariteit van 2 moleculen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 namiddag ===&lt;br /&gt;
(examen voor gedeeltelijke vrijstelling, enkel vragen deel E)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Wat zijn de drijvende krachten bij een complexatiereactie? Toon aan met goed gekozen voorbeelden, en leg uit aan de hand van de kenmerken van een hoge stabiliteitsconstante. /4&lt;br /&gt;
# Wat zijn de 2 vuistregels van een goeie buffer? Leidt deze af aan de hand van de begrippen neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg de link met pH-titratie. Leg uit: bloed als buffer. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Bepaal de baseconstante van MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels /3&lt;br /&gt;
# Hoeveel zilverbromide kan je oplossen in een 0.530M ammoniakoplossing. Verwaarloos de basische eigenschappen van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3 (Toepassing neerslag &amp;amp; complexatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 september 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Waarom zijn er diagonaalrelaties? Geef voorbeelden van chemische eigenschappen die gebruikt worden in chemische reacties. /5 &lt;br /&gt;
#Geef het verband tussen de redoxpotentiaal van een redoxhalfreactie en de evenwichtconstante van de gehele reactie. Geef ook de gevolgen. /5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of er neerslagvorming optreedt. &lt;br /&gt;
#Vrijgekomen warmte en energie uit een reactie berekenen. &lt;br /&gt;
=== 25 Augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Vergelijk het verschil van de invloed van temperatuur op de reactiesnelheid en het evenwicht - zowel in formulevorm als grafisch /6&lt;br /&gt;
k &amp;amp; K afleiden en grafisch weergeven met resp. ln k ~ 1/T en ln K ~ 1/T (voor dH&amp;gt;0 en dH&amp;lt;0)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Welke chemisch relevante eigenschappen van atomen kan je afleiden van de positie in het periodiek systeem? /4 &lt;br /&gt;
Zuur-base; oxidans-reductans (+verband), ... (atomen, niet ionen van het element!)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Hoeveel zilverbromide kan je oplossen in een 0.53M ammonium oplossing. Verwaarloos de basische eigenschappen van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
(Toepassing neerslag &amp;amp; complexatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Redoxreactie van SO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/SO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)- en MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/MnO(v). /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 Augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan het evenwicht in de richting van de producten worden verschoven? Heeft dit invloed op het evenwicht? /6&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;concentratie wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
principe van Le Chatelier&lt;br /&gt;
hogere concentratie → meer kans op botsingen → sneller&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;druk wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
bij drukverhoging → daalt volume → c=n/v dus concentratie stijgt (vanaf dan analoog aan Le Chatelier)&lt;br /&gt;
bij drukverlaging is gunstig voor reacties waarbij ΔN = (N&amp;lt;sub&amp;gt;producten&amp;lt;/sub&amp;gt; - N&amp;lt;sub&amp;gt;reagentia&amp;lt;/sub&amp;gt;) negatief is(N staat voor de coëfficiënten van de stoffen in de reactie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;temperatuur wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
K&amp;lt;sub&amp;gt;ev&amp;lt;/sub&amp;gt; is temperatuursafhankelijk → ΔG =-RTln(K) ↔ ln(k)=-ΔH/RT +ΔS/R (teken grafiek 1/T met ln(k))&lt;br /&gt;
endo → hoge T is gunstig&lt;br /&gt;
exo → lage T is gunstig&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Wat is het verband tussen neerslag- en complexatiereacties? /4&lt;br /&gt;
ionen met een hoge ladingsdichtheid kunnen niet zoals bijvoorbeeld Na&amp;lt;sup&amp;gt;+&amp;lt;/sup&amp;gt; en Cl&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; (afkomstig van goed oplosbaar zou NaCl) in oplossing voorkomen,&lt;br /&gt;
aangezien dit niet stabiel is.&lt;br /&gt;
gaan dus ofwel neerslaan ofwel complexeren&lt;br /&gt;
(K&amp;lt;sub&amp;gt;sp&amp;lt;/sub&amp;gt; en 1/K&amp;lt;sub&amp;gt;st&amp;lt;/sub&amp;gt; vergelijken → de stabielste toestand gaat zich dan voordoen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Teken de lewis-structuur, geef het sterisch getal, hybridisatie, geometrische en atoomstructuur van HCN en ICl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. Geef ook aan of ze polair zijn of niet. /3&lt;br /&gt;
#Leid de K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; af van AsO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van zijn standaarreductiepotentiaal. Kies zelf een goed redoxkoppel. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Welke verbindingen zijn zelf niet zuur of basisch, maar vertonen wel zure of basische eigenschappen als ze in water gebracht worden? /6&lt;br /&gt;
#Hoe kunnen meerdere verschillende kationen die samen in een mengsel voorkomen, van elkaar gescheiden worden? Waarop moet je letten om de scheiding zo volledig mogelijk te laten gebeuren? /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming /3&lt;br /&gt;
#correcte redoxreactie van 2 gegeven koppels schrijven en berekenen dat dit een aflopende reactie is. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Bij welke reacties is quenchen van toepassing? Leg goed uit en geef een voorbeeld. /4&lt;br /&gt;
#Vergelijk chroomvocht, piranhazuur, koningswater en cyanide in base als oplossmiddel voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Roosterenergie berekenen /2.5&lt;br /&gt;
#concentratie zout berekenen die toegevoegd moet worden om gegeven hoeveelheid neerslag op te doen lossen. /3.5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
VM&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je de reactiesnelheid beïnvloeden? Wat betekent dit voor het chemisch evenwicht? /4&lt;br /&gt;
#Wat gebeurt er bij de elektrolyse van water voor geen, een weinig en veel NaCL? /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#pH + werkelijke ionenconcentraties van een bioprotisch zuur berekenen /3&lt;br /&gt;
#een slecht oplosbaar zout oplossen aan de hand van complexatie door een te berekenen massa NaCl toe te voegen /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je het evenwicht naar de kant van de producten brengen? Heeft dit een invloed op de snelheid?&lt;br /&gt;
#Geef het verband tussen protontransferreacties en elektrontransferreacties. Geef voorbeelden die dit verduidelijken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming.&lt;br /&gt;
#Bepaal de hybridisatie en geometrie van PCl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; en SF&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;. Teken de atoomstructuur en zijn deze moleculen polair of apolair en een uitleg waarom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Vuistregels met afleiding van buffers geven, dit ook toepassen op pH titraties, bloed als buffer bespreken&lt;br /&gt;
#Hebben kationen basische of zure eigenschappen, zijn dit dan zwakke of sterke zuren of basen (voorbeelden kunnen helpen en verduidelijkend zijn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen &lt;br /&gt;
#Aantal mL en molair NiSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;-oplossing samenvoegen met een aantal ml en molair NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;, toon aan dat ondanks het gevormde complex nikkel (II) ammoniak er toch nog neerslag gevormd wordt&lt;br /&gt;
#Een tabel gegeven van temperatuur en snelheidsconstante, de opdracht is grafisch de activeringsenergie te berekenen en k te berekenen bij 250°C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== XX Augustus 2016 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leg de verschillende soorten isomerie uit + wat is tautomerie?&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom fluoride in tandpasta zit (alle 6 puntjes geven, dus ook vorming CaF uitleggen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Random oefening uit oefenzitting&lt;br /&gt;
#Berekend de K&amp;lt;sub&amp;gt;w&amp;lt;/sub&amp;gt; vertrekkende vanuit de standaardreductiepotentialen voor water in zuur/basisch milieu&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===XX januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leg de elementaire reactiestappen uit adhv voorbeelden (mono,bi,termoleculair, stationariteitsprincipe, vorming ozon)&lt;br /&gt;
#Geef de &#039;&#039;&#039;essentie&#039;&#039;&#039; van een titratie + grafieken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
#Oplosbaarheid van AgNO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; berekenen na toevoegen van een of ander zuur/base&lt;br /&gt;
#nog een oefening&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===  11 januari 2016 ===&lt;br /&gt;
#Hoe bepaal je de geometrische structuur bij covalent gebonden atomen en geef 3 voorbeelden &lt;br /&gt;
#bij welke reactie is quenching van toepassing?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===XX januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#heterogene en homogene en enzymatische katalysator + alles uitleggen hiervan&lt;br /&gt;
#loodbatterij&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Verschillen tussen Co en Fe en zeggen waarom Fe gebruikt wordt voor zuurstof transport &lt;br /&gt;
#het verschil tussen C dubbel gebonden en enkel gebonden &lt;br /&gt;
#bij de oefeningen was eentje E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; bepalen ahv K&amp;lt;sub&amp;gt;a&amp;lt;/sub&amp;gt; en een andere E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; &lt;br /&gt;
#andere grafisch de orde enzo bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 JAN 2014===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Roosterenergie van 2 roosters (NaCl en MgO) berekenen met de formule, zeggen of er nog een andere manier was om die te vinden (Hess) en of er een verschil in uitkomst te verwachten was tussen de twee manieren. Vergelijken van de pH van de twee oplossingen.&lt;br /&gt;
#Uitleggen waarom termoleculaire reactiestappen omwaarschijnlijk zijn. Reactiemechanisme van 2HI + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; → I&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O  geven. Stationariteitsprincipe uitleggen en zeggen of het op die reactie van toepassing was. &lt;br /&gt;
#Waar/soms waar/niet waar: Een proces is spontaan als de entropie in het systeem toeneemt. &lt;br /&gt;
#Uitleggen wat een buffer is en de vuistregels voor een goede buffer uitleggen zonder de hele wiskundige berekening te doen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen.&lt;br /&gt;
#Oplosbaarheid van AgBr, complexatie met thiosulfaat en alternatieve manier geven om oplosbaarheid te verhogen. Uitleggen waarom die laatste manier weinig effect zou hebben.&lt;br /&gt;
#Celpotentiaal berekenen van een gegeven schematische voorstelling.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 JAN 2013===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de elektronenstructuur van de atomen N en O met die van de moleculen N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;. Licht de hierbij essentiële principes toe.&lt;br /&gt;
# Geef de chemische functies van water. Geef bij iedere functie een voorbeeld in de vorm van een reactievergelijking. Is water sterk of zwak in deze functie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# CuSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing met NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing (grootheden gegeven). Laat zien dat er ondanks de complexatie toch nog neerslagvorming optreedt.&lt;br /&gt;
# Gegeven concentraties (van reactieproduct) in functie van de tijd. Bepaal grafisch de orde en de halfwaardetijd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 FEB 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Geef twee vuistregels voor een goede buffer en toon ze aan aan de hand van de neutralisatiegraad en de buffer capaciteit. &lt;br /&gt;
#* Geef het verband hiervan met pH- titratie &lt;br /&gt;
#* Is bloed een goede buffer ? Verklaar. &lt;br /&gt;
# Verklaar waarom men tandpasta fluorideert.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie.&lt;br /&gt;
# Broom in base.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Welke reacties kunnen optreden als katalysator bij redoxreacties?&lt;br /&gt;
# Leidt de halfreacties van een zwavelzure loodbatterij af&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# hoe bepaal je de elektronenconfiguratie van diatomaire moleculen en geef twee duidelijk verschillende voorbeelden&lt;br /&gt;
# vergelijk Al en Li voor batterijen, geef voor en nadelen en verklaar waarom er Li batterijen zijn en geen Al&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# staaf met enkele goed gekoze voorbeelden het belang van de ladingsdichtheid in de chemie&lt;br /&gt;
# welke reacties hebben er baat bij quenching toe te passen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie. &lt;br /&gt;
# Leg de elektrolyse van water uit in de volgende omstandigheden:1. zonder zout, 2. met een beetje zout en 3. met oplossing van veel zeezout. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
Theorie :&lt;br /&gt;
# geef de vuistregels voor bufferoplossing + afleiden buffercapaciteit en neutralisatiegraad. link met pH-titratie. vertellen over bloed als buffer, goede/slechte buffer?&lt;br /&gt;
# iets van Fe complexatie, waarom de natuur is aangepast aan ademhaling door complexvorming van Fe met zuurstof&lt;br /&gt;
Oefeningen :&lt;br /&gt;
# van deel C met een tabel met waarden, orde van reactie afleiden + grafisch k en t&amp;lt;sub&amp;gt;1/2&amp;lt;/sub&amp;gt; bepalen&lt;br /&gt;
# berekenen of PbOH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; neerslaat, uit een mengsel van PbSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; met NaOH geloof ik&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de bindingssterkte en reactiviteit van C=C en C - C (enkelvoudige binding) op 4 ptn&lt;br /&gt;
# Vergelijk de afhankelijkheid van de temperatuur voor de snelheidsconstante en de evenwichtsconstante&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===1 FEB 2011=== &lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek: Chroomvocht, Piranhazuur , koningswater en cyanide in base en hun werking op (edel)metalen. (/6)&lt;br /&gt;
# Wat is een indicator en hoe werkt het? (/4)&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# P&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; + BR&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; =&amp;amp;gt; PBR&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; vul aan met coefficienten en bereken de temperatuur waarvoor deze reactie spontaan zal verlopen. (/2.5)&lt;br /&gt;
# en een oefening over de combinatie van complexvorming van AlOH&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; en de neerslag van AlOH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. (/3.5)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 sep 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Verschillen en gelijkenissen tussen homogene, heterogene en enzymatische katalyse geven. Verduidelijken met vb.&lt;br /&gt;
# Bindingssterkte en reactiviteit vergelijken tussen C-C en C=C. Welke reacties ondergaan ze.&lt;br /&gt;
Oefingen:&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid&lt;br /&gt;
# Enthalpie &amp;amp;amp; Entropie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 jan 2010===&lt;br /&gt;
# bespreek de oplosbaarheid van metalen in zuur en basisch milieu (/6) &lt;br /&gt;
# bespreek &amp;amp;quot;quenching&amp;amp;quot; en voor welke reacties is dit toepasbaar? (/4) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen: &lt;br /&gt;
# bepaal de oplosbaarheid van AgBr in een molaire NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing (complexvorming) &lt;br /&gt;
# een reactie difluor en diwaterstof -&amp;amp;gt; 2HF. Gaat deze reactie op bij 500K ?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 jan 2010===&lt;br /&gt;
# vergelijk piranhazuur, koningswater, dichromaat en cyanide voor het oplossen van edelmetalen. (.../6)&lt;br /&gt;
# welke reacties kunnen als katalysator optreden bij een redoxreactie? (.../4)&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een oplossing van Ti(II)-ionen wordt in zuur midden getitreerd met een dichromaatoplossing (K&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;Cr&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;7-&amp;lt;/sub&amp;gt;oplossing). Hierbij worden het Cr(III)-ion en het Ti(III)-ion gevormd. Toon aan dat het gaat om een aflopende reactie.Het verloop van de titratie wordt potentiometrisch gevolgd en ook de pH wordt constant gemeten. In de oplossing zit nog een kalomelelektrode (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=0.25V) die aan de anode gekoppeld is en een platina-elektrode. Op zeker ogenblik - na het passeren van het equivalentiepunt - wordt een celpotentiaal van 0.95V gemeten en een pH van 1.2. Bereken de concentratie aan Cr&amp;lt;sup&amp;gt;3+&amp;lt;/sup&amp;gt; ionen, als je weet dat deze concentratie vier maal hoger ligt dan die van de dichromaationen. (.../3)&lt;br /&gt;
# Aan een oplossing van 70 ml 0.20 M nikkelsulfaat wordt 30 ml 0.60 M ammoniak toegevoegd. Toon aan dat er - ondanks de complexvorming - toch hydroxideneerslag gevormd zal worden. (.../3)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Toon het belang aan van ladingsdichtheid in de scheikunde. Geef telkens duidelijk verschillende voorbeelden als het over verschillende soorten reacties gaat.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van broom in base. Geef een relevante toepassing.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Bij 298 K gaat onderstaande reactie op. Men maakt een oplossing van 35,5 g van Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en 0,1 g van H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; in een totaal volume van 200 ml. Wat zijn de evenwichtsconcentraties van H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en HCl ?&lt;br /&gt;
#*H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) + Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) &amp;amp;lt;=&amp;amp;gt; 2HCl(g) &lt;br /&gt;
# Bereken de Kb van IO-, uitgaande van&lt;br /&gt;
#*IO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq) / HIO(l)   E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; = 1,13V&lt;br /&gt;
#*IO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq) / IO&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)  E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; = 0,15V&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Wat is een dipoolmoment?&lt;br /&gt;
# Vroeger werd kaliumpermanganaat e.a. veel gebruikt als goede oxidator. Tegenwoordig wordt pirhanazuur (mengsel waterstofperoxide/zwavelzuur) gebruikt. Waarom?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Temperatuurverandering berekenen van ijs (faseverandering,...)&lt;br /&gt;
# Nog zo&#039;n oefening in die aard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de temperatuursafhankelijkheid van de evenwichtsconstante en de snelheidsconstante.&lt;br /&gt;
# Waarom is een stof goed of slecht oplosbaar in water? En hoe kan je een slecht oplosbare stof beter oplosbaar maken?&lt;br /&gt;
# Maak een vergelijking tussen thermodinamica en kinetica van metathesereacties versus complexatiereacties.&lt;br /&gt;
# Geef de 2 hoofdregels voor het maken van een buffer en leid ze wiskundig af.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsconstante berekenen bij 45°C (je krijgt de reactie)&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is&lt;br /&gt;
# K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 feb 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reacties kunnen een redoxreactie katalyseren?&lt;br /&gt;
# Geef het verband tussen neerslagreacties en complexatiereacties en geef een goed gevonden voorbeeld.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsconstante berekenen bij 45°C (je krijgt de reactie)&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is&lt;br /&gt;
# K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg uit wat tautomerie is + vb.&lt;br /&gt;
# Voor het oxideren werden vroeger vaak de klassieke sterke oxidanten permanaat of dichromaat in zwavelzuur gebruikt, waarom is het gebruik van &amp;amp;quot;piranaha-zuur&amp;amp;quot; (waterstofperoxide in zwavelzuur) aan een opmars bezig?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# men wil 200 ml maken van een oplossing die 3,81g magnesiumcloride en 0,8g natriumhydroxide bevat. Hoeveel gram ammoniumbromide moet er ook in deze oplossing zitter, opdat er geen neerslag is?&lt;br /&gt;
# Boven/onder welke temperatuur gaat deze reactie spontaan op? &lt;br /&gt;
#* N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; (g) + O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) = 2NO (g)&lt;br /&gt;
#* Bereken ook de evenwichtsconstante bij 68°C.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# geef verband van de ionbinding en de covalente binding + verklaar&lt;br /&gt;
# geef verband pH en redoxpotentiaal&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# bereken kb van een stof aan hand van 2 redoxpotentialen &lt;br /&gt;
# oefenening waar je een eind temperatuur moest berekenen met warmtecapaciteit en latente verdampingswarmte (aangezien er een faseovergang is)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R1097154</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Grondslagen_van_de_Chemie&amp;diff=4873</id>
		<title>Grondslagen van de Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Grondslagen_van_de_Chemie&amp;diff=4873"/>
		<updated>2026-01-13T10:29:28Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R1097154: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Basisvak chemie voor 1e bachelor chemie, biochemie, biologie en geologie.&lt;br /&gt;
Gedoceerd door professor Koen Clays (sinds academiejaar 2013-2014, daarvoor door Prof. Bart Goderis). Het examen is volledig schriftelijk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle opgeloste oefeningen van jaar 2018 + extra vraagjes door Elisabeth Isebaert: https://drive.google.com/file/d/19sGYg7UWTPcss0pZICDbe9WzT9T3Zwrb/view?usp=drive_link&lt;br /&gt;
Enkele examenvragen van Koen Claeys uitgewerkt: https://drive.google.com/file/d/1d1AIDOuh7TN0IieKpvRVn9zy544TLF2n/view?usp=sharing&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;academiejaar 2022-2023&#039;&#039;&lt;br /&gt;
* Aanpak vak&lt;br /&gt;
** Gegeven door Prof. Koen Clays&lt;br /&gt;
*** Werkt vaak dingen uit op het bord die zeer nuttig/noodzakelijk zijn op een examen te vermelden, lessen volgen zijn dus wel zeker sterk aan te raden! Zeker omdat deze niet opgenomen worden. In 2023-2024 stonden er wel opgenomen powerpoints op Toledo van coronatijd maar die waren enkel nuttig als je iets niet begreep tijdens het studeren.&lt;br /&gt;
** Examen volledig schriftelijk: 10 punten op 2 theorie vragen, 6 punten op 2 oefeningen.&lt;br /&gt;
** Examen + practica&lt;br /&gt;
* Kwaliteit cursus&lt;br /&gt;
** Cursustekst voldoende om te slagen&lt;br /&gt;
* Examenvragen&lt;br /&gt;
** Vergelijkbaar met de tussentijdse toets maar theorievragen op de tussentijdse toets zijn opgedeeld in tussenvragen. Onderaan de pagina staat hoe het op het examen gevraagd zal worden.&lt;br /&gt;
** Theorievragen komen vaak terug&lt;br /&gt;
** Oefeningen zijn zeer vergelijkend met die van de oefenzittingen, maak ook zeker de makkelijke oefeningen opnieuw want deze kunnen ook voorkomen&lt;br /&gt;
** Vooral deel E is enorm belangrijk!!&lt;br /&gt;
* Practica&lt;br /&gt;
** Is goed te doen, bereid de practica op punten goed voor!!&lt;br /&gt;
* Oefenzittingen&lt;br /&gt;
** Op de website van bios staan de oplossingen van enkele jaren geleden, zijn niet exact hetzelfde, maar het principe komt steeds op hetzelfde neer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===13 Januari 2026===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Hoe kun je de snelheid van een chemische reactie verhogen? Toon aan met een figuur/formule. Wat is de invloed op het evenwicht?&lt;br /&gt;
#Welke functies kan het CN- anion allemaal hebben? En is het dan sterk of zwak in deze functie? Geef ook een voorbeeld van een reactie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#:a) Geef de lewisstructuur, hybridisatie van het centrale atoom en ruimtelijke structuur van ClO2-. Teken deze ruimtelijke structuur.&lt;br /&gt;
#:b) Geef een voorbeeld van een ander molecule met dezelfde polariteit maar een andere hybridisatie.&lt;br /&gt;
#:c) Bereken de pH van een 1,70M KClO2 oplossing.&lt;br /&gt;
#:d) Geef 2 redoxreacties die je kan gebruiken om de K die je nodig hebt in (c) te berekenen.&lt;br /&gt;
#Toon aan dat er -door complexvorming- geen PbCl2 neerslag gevormd wordt als je 40mL van een 0,40M Pb(NO3)2 oplossing mengt met 40mL van een 0,60M MgCl2 oplossing.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 Augustus 2025===&lt;br /&gt;
Opnieuw nieuwe theorievragen, dus vanaf nu zijn het nieuwe theorievragen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#a)Licht aan de hand van een schema toe hoe de elektronenstructuur van homo-diatomaire moleculen afgeleid wordt (Algemeen). Pas dit toe op: b)N2 c)02&lt;br /&gt;
#Welke chemische fincties kan fluoride allemaal vervullen, en is het dan een sterk of zwak in deze functie? Geef dan telkens ook een reactie als voorbeeld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Toon aan met berekeningen dat er -dankkzij de complexvorming- geen PbCl2-neerslag gevormd wordt wanneer 50mL 1.20M Pb(NO3)2-oplossing samengevoegd wordt aan 50mL 0.800M BaCl2-oplossing.&lt;br /&gt;
#Gegeven volgende reactie: 2C6H6 + 15O2 &amp;lt;=&amp;gt; 12 CO2 + 6H20&lt;br /&gt;
##Toon aan met berekeningen dat deze reactie aflopend is bij 80°c&lt;br /&gt;
##Bereken hoeveel liter CO2 er vrij komt bij deze temperatuur en atmosferische druk (1.00 atm) wanneer 39g benzeen (C6H6) verbrand wordt bij een overmaat aan zuurstofgas&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 Januari 2025===&lt;br /&gt;
Prof heeft tegen de ombuds gezegd dat hij dit jaar &#039;iets nieuws wou proberen met de theorie&#039;, dus nieuwe vragen vanaf nu (?)&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Gegeven de ligandenuitwisselingsreactie: Co(CN)&amp;lt;sub&amp;gt;5&amp;lt;/sub&amp;gt;(H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O)&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; + I&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; --&amp;gt; Co(CN)&amp;lt;sub&amp;gt;5&amp;lt;/sub&amp;gt;(I)&amp;lt;sup&amp;gt;3-&amp;lt;/sup&amp;gt; + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O en de snelheidsvergelijking: v=(a[Co(CN)&amp;lt;sub&amp;gt;5&amp;lt;/sub&amp;gt;(H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O)&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;][I&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;])/(b+c[I&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;])&lt;br /&gt;
a) Stel een plausibel reactiemechanisme op dat de snelheidsvergelijking beantwoord.&lt;br /&gt;
b) Wat kan je zeggen over het evenwicht van deze reactie?&lt;br /&gt;
c) Is de reactiesnelheid sneller bij metathesereacties?&lt;br /&gt;
#Een stuk tekst uit een krant over magnesiumwinning door een bedrijf dichtbij de zee, er wordt ook chloor opgeleverd (Tip:Er werd daar vroeger ook aardolie gewonnen). Leg uit waarom het goed is voor een bedrijf om dit te doen, geef alle reactievergelijkingen die je gebruikt bij de uitleg.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Bepaal de oplosbaarheid van AgOH in een oplossing van 0.60 M HIO.&lt;br /&gt;
#Gegeven: N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;H&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; + 2 H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; --&amp;gt; N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; + 4 H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&lt;br /&gt;
a) (Boven/Onder) (omcirkel) welke temperatuur is deze reactie spontaan?&lt;br /&gt;
b) Hoeveel warmte (Komt vrij/Neemt de reactie op) als er 0.020l H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; reageert bij 101325Pa en 25°C?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 Augustus 2024===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Wat bepaalt de ruimtelijke structuur van een covalent gebonden molecuul. Geef eerst in het algemeen hoe je te werk gaat, en toon daze werkwijze aan met 4 verschillende, duidelijke, relevante voorbeelden die verschillende scenario&#039;s voldoende duiden. (./4)&lt;br /&gt;
#Wat gebeurt er bij de elektrolyse van water: (./6)&lt;br /&gt;
a)Zonder zout&lt;br /&gt;
b)Met weinig zout&lt;br /&gt;
c)Verzadigde oplossing van NaCl (Pekel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Gegeven AgBr (./4)&lt;br /&gt;
a)Wat is de oplosbaarheid in zuiver water&lt;br /&gt;
b)Je voegt natriumthiosulfaat (Na2S2O3) toe, dat de oplosbaarheid zal verhogen. Bereken de concentratie Na2S2O3 nodig om 10g AgBr in 500ml water op te lossen.&lt;br /&gt;
c)Complexatie met het centraal kation is 1 manier om de oplosbaarheid te doen laten stijgen van een zout. Wat is nog een andere methode om de oplosbaarheid te verhogen? Waarom is deze methode niet zo efficiënt voor AgBr. &lt;br /&gt;
#Sucrose (C12H22O11) hydrolyseert met een overmaat water tot glucose en fructose (Beide C6H12O6). De concentratie aan glucose wordt gevolgd in functie van de tijd. De begin concentratie van sucrose is 0.500M. Bepaal grafisch zowel de orde als de snelheidsconstante ten opzichte van sucrose.  (./2)             &lt;br /&gt;
C12H22O11 + H20 -&amp;gt; C6H12O6 + C6H12O6 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tabel concentratie glucose in functie van de tijd:&lt;br /&gt;
Concentratie (in M)  en  Tijd (in minuten)&lt;br /&gt;
0     bij 0 minuten                       &lt;br /&gt;
0.050 bij 30 minuten                      &lt;br /&gt;
0.095 bij 60 minuten                     &lt;br /&gt;
0.135 bij 90 minuten                     &lt;br /&gt;
0.234 bij 180 minuten                     &lt;br /&gt;
0.358 bij 360 minuten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2024===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
#Bereken de chemische en fysische roosterenergie voor de vorming van een ionbinding. Geef de principes/formules waarop beide berekeningen zijn gebaseerd (a). Geef je berekeningen weer(b) en vergelijk beide bekomen waardes en verklaar indien verschillend (c). ANTW A: fysisch (formule roostenergie met Madelungconstante) + chemisch (wet van Hess) (a); ANTW B: exacte methode = deel A.3.1.d. (verband tussen ionbinding, atomaire eigenschappen en thermodynamica); ANTW C: fysische berekening is enkel obv interactie-energie en verwaarloost afstoting op korte afstand (zie pagina hierboven).&lt;br /&gt;
#Geef (allemaal verschillende) vier kationen en vier anionen. Geef een chemische eigenschap voor elk van de ionen (bv. zuur, base, oxidans, reductans, ligand, centraal metaalkation), geef aan of het ion in kwestie zwak/sterk is voor deze eigenschap. ANTW: voorbeelden uit boek(Deel E), tabellen gebruiken of BOD opzoeken obv K-waarden/E-waarden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Oefening 1a: Cu(IO_3)2 is slecht oplosbaar in zuiver water. Door toevoeging van NH3 kan de oplosbaarheid verhoogd worden doordat complexatie optreedt ter vorming van het aminecupraatcomplex (Cu(NH3)^2+). Hoeveel NH3 heb je nodig om 20,67g van het zout volledig op te op te lossen in 200ml?&lt;br /&gt;
#Oefening 1b: Daarna ontstaat er ook Cu(OH)_2 -neerslag. Bewijs.&lt;br /&gt;
#oefening 2: Bereken de K_b-waarde van het oxalaation (C2O4^2-) in water obv van thermodynamische gegevens, vergelijk vervolgens met de K_b-waarde bekomen uit de zuurconstantetabel.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2023===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bij welke reacties gebruik je een katalysator en bij welke is quenchen van toepassing? (bij elk een voorbeeld geven + afleidingen formules en verduidelijking hierbij + grafieken)&lt;br /&gt;
# Halfreacties autoaccu (functies chemische elementen geven, welke richting oplaad en welke ontlaad, waarom die fasetoestand bij lood)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Geometrie, hybridisatie, polair/apolair (uitleggen waarom) van SO3(2-)&lt;br /&gt;
# pH bepalen van 0.4M Na2SO3&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid van PbI2 berekenen + hoeveel KCl toevoegen ter vorming van Pb(Cl)4(-) bij een bepaalde concentratie aan PbI2 + wordt er nog neerslag gevormd&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 augustus 2022===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
# Schrijf uit hoe je bekomt tot reactie 7 (pagina 119 BOD) en leg je redeneringen uit. (reductie half reacties- reactie uitgeschreven op bord in de les)&lt;br /&gt;
# Leg de relevantie van de ladingsdichthied (niet electronendichtheid) in de scheikunde uit. [antw.: complexatie en neerslag reacties, in zuur als protontransfer van Hˆ+ (te grote ladingsdichtheid om te bestaan), electrontransfer reacties]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# HCN toevoegen om Co(OH)2 beter op te lossen. Welke HCN-concentratie nodig om 6,79 g Co(OH)2 in oplossing te brengen in 250 mL water? (Analoog oefening 8 E4)&lt;br /&gt;
# Is volgende reactie aflopend bij 40 graden celcius? 2NH4NO3 &amp;lt;--&amp;gt; 2N2 + 4H2O + O2 (zie o.a. oef 4/6/7/E5 deel D)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2022 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1.	Hoe kan je de snelheid van een reactie verhogen, wat gebeurt er met het evenwicht?&lt;br /&gt;
2.	Buffers: vuistregels + afleiding, verband met titratie, is bloed een goede buffer?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefening 1:&lt;br /&gt;
a.	molaire oplosbaarheid van Ag2Cr2O7 in zuiver water&lt;br /&gt;
b.	hoeveel NH3 nodig om 0,100 mol AgI op te lossen in 0,500L (Ag(NH3)2^+ wordt gevormd)&lt;br /&gt;
c.	toon aan dat er geen AgOH neerslag gevormd wordt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefening 2:&lt;br /&gt;
a.	redoxreactie opstellen voor N2/NH2OH en Al(OH)4^-/Al&lt;br /&gt;
b.	toon aan dat de reactie aflopend is bij 25°C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 augustus 2021 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Op welke manieren kan je de snelheid van een reactie vergroten, leg uit wat er dan ook met de evenwichtsconstante gebeurt. Verandert hierbij de ligging van het evenwicht? Gebruik formules of figuren om dit aan te tonen&lt;br /&gt;
#Op welke manier beïnvloedt complexatie het redoxpotentiaal van een metaal? Leg uit, geef een voorbeeld. In de natuur wordt Fe gebruikt voor reversibele redoxreacties. Waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
#Boven of onder welke temperatuur gaat deze reactie spontaan op: O2 (g) + N2 (g) —&amp;gt; 2NO (g)&lt;br /&gt;
#HCN verhoogt de oplosbaarheid van Fe(OH)2, hoe groot is de concentratie van HCN die je nodig hebt om 250 ml 3,37g Fe(OH)2 in oplossing te brengen?”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 6 januari 2021 ===&lt;br /&gt;
Theorie 1:&lt;br /&gt;
#Bespreek alle K’s die we hebben gezien in de cursus en geef een voorbeeld waarin hun definitie duidelijk wordt. Indien je iets kan zeggen over K&amp;gt;&amp;gt;1 K=1 en K&amp;lt;&amp;lt;1, voeg je dit hieraan toe.&lt;br /&gt;
#Gebruik een voorbeeld uit 1a en leg uit hoe je K puur theoretisch kunt vinden.&lt;br /&gt;
#Geef een mogelijk verband tussen K en k indien er een is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie 2:&lt;br /&gt;
Bespreek de elektrolyse van water zonder NaCl, met een beetje NaCl en met veel NaCl.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefening 1:&lt;br /&gt;
Bewijs dat dankzij de complexvorming, PbCl2 niet neerslaat, wanneer we 50ml Pb(NO3)2 (0,4M) bij 50ml BaCl2 (0,6M)doen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefening 2:&lt;br /&gt;
0,700M NaHSO3 en 0,450M Na2SO3&lt;br /&gt;
#Bereken de pH.&lt;br /&gt;
#Bereken de pH bij het toevoegen van 20ml KOH.&lt;br /&gt;
#Bij welke concentratie aan NaOH de buffer (100mL) niet meer werkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 augustus 2020 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) Leg homogene, heterogene en enzymatische katalyse uit. Geef ook telkens een voorbeeld. Leg de gelijkenis tussen heterogene en enzymatische katalyse uit. Leg de gelijkenis tussen homogene en enzymatische katalyse uit. /4&lt;br /&gt;
2) Vergelijk chroomvocht (dichromaat in zwavelzuur), piranhazuur (waterstofperoxide in zwavelzuur), koningswater en cyanide in base als oplosmiddelen voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1) Bereken de oplosbaarheid van AgBr in een 0.053M NH3 oplossing. Ag(NH3)2- wordt gevormd.&lt;br /&gt;
2) Is volgende reactie (reactie gegeven) aflopend bij 68 graden C? Toon aan met berekeningen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2020 voormiddag ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) Hoe evenwicht verschuiven naar kant van producten, verandert er iets aan de snelheid?&lt;br /&gt;
2) De ruimtelijke structuur van de covalente binding, 4 relevante voorbeelden geven en bespreken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1) Bereken Kd van complex Ag(CN)2 adhv thermodynamische eigenschap bij 25°C&lt;br /&gt;
2) Na3PO4 0.045 M: bereken werkelijke concentraties van PO43-, Na+, HPO42-, H2PO4-, H3PO4, H3O+, OH- en bereken de pH.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2020 namiddag ===&lt;br /&gt;
theorie:&lt;br /&gt;
#Hoe verklaar je de werking van een &amp;quot;hoog-rendements&amp;quot; brander voor een centrale verwarming? Welke aanpassingen dienen er te gebeuren in vergelijking met een klassieke brander&lt;br /&gt;
#Bespreek de dissociatie van HgCl2. Waarmee is dit te vergelijken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
#Je voegt 50 mL van een 0.0200M AgNO3 - oplossing toe aan 50 mL van een 0.0300M NaCN-oplossing. Zal AgCN neerslaan, ondanks de complexvorming (Kst Ag(CN)2- = 2.5 x 10^20). Verwaarloos de basische eigenschappen van CN-&lt;br /&gt;
#Bepaal grafisch orde van de reactie, de snelheidsconstante en halfwaardetijd. Je krijgt de beginconcentratie van het reagens gegeven, en het verloop van de concentratie van een product. (Dus je moet nog berekenen, hoe het verloop van de concentratie van het reagens gaat)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2020 namiddag ===&lt;br /&gt;
theorie:&lt;br /&gt;
1) bespreek de elektrolyse van water of in een waterige oplossing van zeezout (NaCl) voor volgende situaties: zonder toevoeging van zout, bij toevoeging van een beetje NaCl, bij toevoeging van veel NaCl&lt;br /&gt;
2) Bespreek homogene, heterogene en enzymatische katalyse: geef verschillen en gelijkenissen. Geef telkens een relevant voorbeeld ter illustratie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
1) reactie N2 + O2 --&amp;gt; 2NO gegeven en berekenen boven/onder welke temperatuur de reactie spontaan is&lt;br /&gt;
2) Berekenen hoeveel gram NaCl je moet toevoegen aan 0,448g Cu(OH)2 om dit volledig te kunnen oplossen in 100 ml water als je weet dat het complex [CuCl4]2- wordt gevormd&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2020 voormiddag ===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
# Buffer&lt;br /&gt;
# Reactiemechanisme van Broom&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===?===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) hoe kan men de snelheid van een chemische reactie vergroten? Verandert dit ook iets aan het evenwicht?&lt;br /&gt;
2) chemische eigenschappen ammoniak, hebben ze dan een zwakke of sterke functie? Geef voorbeeldreacties&lt;br /&gt;
3) bespreek de thermodynamische eigenschappen van de autoprotolyse van water. Zie hiervoor tabel 6.9 BOD&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1) bereken of neerslag wordt gevormd bij samenvoegen 2 stoffen&lt;br /&gt;
2) bereken potentiaal galvanische cel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 februari 2019 namiddag===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
#Leg uit hoe een biprotisch zuur dissocieert en geef een voorbeeld. Vergelijk deze dissociatie met die van HgCl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&lt;br /&gt;
#Broom in base&lt;br /&gt;
oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Bepaal de standaardreductiepotentiaal van het koppel Zn(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2 (s)&amp;lt;/sub&amp;gt;\ Zn&amp;lt;sub&amp;gt;(s)&amp;lt;/sub&amp;gt; met het oplosbaarheidsproduct van Zn(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en de standaardreductiepotentiaal van het koppel Zn&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;\ Zn&amp;lt;sub&amp;gt;(s)&amp;lt;/sub&amp;gt; &lt;br /&gt;
#Een klontje vast ethanol met een massa van 50 g wordt bij 155.80 K overgoten met 2.22 L (1 L = 0.79 kg) vloeibaar ethanol waardoor het klontje zal smelten. Wat is de begintemperatuur van het vloeibaar ethanol als je weet dat het systeem een eindtemperatuur van 287.80 K bereikt en als je weet dat er geen energie verloren gaat aan de omgeving?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 januari 2019 namiddag===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
#vervolledig de reactievergelijking ClO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; + Cl&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; -&amp;gt; Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O en geef een plausibel reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
#bespreek de elektrolyse van water of in een waterig milieu zonder toevoeging van zout, bij toevoeging van een beetje NaCl, bij toevoeging van veel NaCl. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen&lt;br /&gt;
#hoeveel natriumthiosulfaat is er nodig om 0,025 mol AgBr op te lossen in 500 ml? Het complex zilverthiosulfaat wordt gevormd. &lt;br /&gt;
#een ijsklontje met massa 56 gram wordt in 150 g water gedaan om dit af te koelen. Het ijsklontje heeft een begintemperatuur van 0°C en het geheel heeft een eindtemperatuur van 14°C. Bereken de begintemperatuur van het water.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2019 voormiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Bespreek de spontane ontbinding van waterstofperoxide. Welke parameters dragen bij tot de ontbinding en hoe kan je dit tegen gaan?&lt;br /&gt;
#De ruimtelijke structuur van de covalente binding, 4 relevante voorbeelden geven en bespreken.&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#0,040 M 100 mL H&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; bij 100 ml 4M Ca&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;-ionen. Wordt er neerslag gevormd?&lt;br /&gt;
#Een orde oefening met grafisch de halfwaarde tijd en k bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2019===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je het evenwicht naar de kant van de producten krijgen. Heeft dit ook invloed op de snelheid van de reactie? /6&lt;br /&gt;
#Stel een chemisch mechanisme op zodat citroenzuur (wat een bestandsdeel is van citroensap) kan ontgiften. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Bepaal de K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; uit de gegeven redoxkoppels (H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O/H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=1.76V) en HO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;−&amp;lt;/sup&amp;gt;/OH&amp;lt;sup&amp;gt;−&amp;lt;/sup&amp;gt;) (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=0.87V). Met welke andere 2 koppels kan je dit nog doen? /3&lt;br /&gt;
# Geef de lewisstructuur, hybridisatie, polariteit (+ uitleg), en geometrie van XeF&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en PBr&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2019===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Geef de twee vuistregels voor een goede buffer en leg ze uit adhv neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg uit bloed als buffer en waarom het geen ideale buffer is. Geef de relatie tussen een buffer en een pH- titratie(curve). /6&lt;br /&gt;
#Vervolledig deze reactie, BrO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;  +  Br&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; →   Br&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;  +  H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O, en geef een plausibel reactiemechanisme voor deze reactie (Staat niet in de cursus maar wel gezien als een extra voorbeeld). BOD Tabel 6.2 n.7 /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Welke verbindingen zijn zelf niet zuur of basisch, maar vertonen wel zure of basische eigenschappen als ze in water gebracht worden? /6&lt;br /&gt;
# Bespreek de voorwaarden en de gevolgen van het stationariteitsprincipe.  Geef een duidelijk en relevant voorbeeld. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#De stabiliteitsconstante voor de vorming van het complex Pb(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; is 1,0.1016. De standaardreductiepotentiaal voor het koppel Pb&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/Pb(s) is -0,12V. Bereken aan de hand van deze gegevens de standaardreductiepotentiaal voor het koppel Pb(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/Pb(s). / 3&lt;br /&gt;
#Er wordt een buffer met pH = 6,90 gemaakt uitgaande van NaH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; en Na&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;HPO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;. De eindconcentratie van NaH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; in 400 mL van deze oplossing is 0,020 M. Bereken hoeveel gram dinatriumwaterstoffosfaat er in deze oplossing moet zitten om de beoogde pH te realiseren. Aan deze oplossing wordt 100 mL 0,0080 M HI toegevoegd. Bereken ook de pH na toevoeging hiervan. Vanaf hoeveel mol NaOH toegevoegd zou de startbuffer niet meer werkzaam zijn? Licht kort toe. /3&lt;br /&gt;
&amp;lt;sup&amp;gt;&amp;lt;/sup&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Stel een mogelijk reactiemechanisme voor bij reactie 7 BOD tabel 6.2. /4&lt;br /&gt;
#Waarom mag men geen ontkalker bij javel doen? Geef alle relevante reacties. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Bepaal de baseconstante van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels. /3&lt;br /&gt;
#Geef de Lewisstructuur, hybridisatie en polariteit van XeF&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en HClO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Hoe kan men het evenwicht naar de producten doen verschuiven? Heeft dit dan ook gevolgen voor de reactiesnelheid? /4&lt;br /&gt;
# Vergelijk chroomvocht (dichromaat in zwavelzuur), piranhazuur (waterstofperoxide in zwavelzuur), koningswater en cyanide in base als oplosmiddelen voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Je wilt 0.488 g Cu(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossen in water tot een eindvolume van 100 mL. Bereken hoeveel gram NaCl er nodig is om ervoor te zorgen dat Cu(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; niet neerslaat. Het CuCl&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; complex wordt gevormd. /3&lt;br /&gt;
# Bepaal grafisch de activeringsenergie van de reactie (tabel met temperatuur en snelheidsconstantes gegeven). Bepaal ook de snelheidsconstante bij 37°C. Kan je hiermee iets zeggen over de orde van de reactie? /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2018 ===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Hoe kan de snelheid van de reactie beïnvloed worden? Verandert dan ook de ligging van het evenwicht van de reactie? /6&lt;br /&gt;
# Welke factoren bepalen of een molecule al dan niet een permanent dipoolmoment bezit? Geef duidelijke voorbeelden. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Je wilt 42.72 g Fe(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossen in water tot een eindvolume van 500 mL. Bereken welke concentratie waterstoffluoride (HF) er nodig is om ervoor te zorgen dat Fe(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; niet neerslaat. /3&lt;br /&gt;
# Stel de correcte redoxreactie op van de koppels Br&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;/Br&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; en AsO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;3-&amp;lt;/sup&amp;gt;/AsO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;. Toon aan met berekeningen dat het over een aflopende reactie gaat bij kamertemperatuur (25°C) /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2018 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van chloor in base. Geef een belangrijke toepassing.&lt;br /&gt;
# Vergelijk de ideale gaswet met de van der Waalsvergelijking voor reële gassen en bespreek de trend in co-volume b en cohesiedruk a (BOD p.141) voor H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, CO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en C&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;H&amp;lt;sub&amp;gt;10&amp;lt;/sub&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 namiddag ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# BOD tabel 6.2, reactie 8: stel een mogelijk reactiemachanisme voor&lt;br /&gt;
# Wat zijn de 2 vuistregels van een goeie buffer? Leidt deze af aan de hand van de begrippen neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg de link met pH-titratie. Leg uit: bloed als buffer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# bepaal de baseconstante van MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels&lt;br /&gt;
# lewisstructuur, hybridisatie en polariteit van 2 moleculen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 namiddag ===&lt;br /&gt;
(examen voor gedeeltelijke vrijstelling, enkel vragen deel E)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Wat zijn de drijvende krachten bij een complexatiereactie? Toon aan met goed gekozen voorbeelden, en leg uit aan de hand van de kenmerken van een hoge stabiliteitsconstante. /4&lt;br /&gt;
# Wat zijn de 2 vuistregels van een goeie buffer? Leidt deze af aan de hand van de begrippen neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg de link met pH-titratie. Leg uit: bloed als buffer. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Bepaal de baseconstante van MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels /3&lt;br /&gt;
# Hoeveel zilverbromide kan je oplossen in een 0.530M ammoniakoplossing. Verwaarloos de basische eigenschappen van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3 (Toepassing neerslag &amp;amp; complexatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 september 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Waarom zijn er diagonaalrelaties? Geef voorbeelden van chemische eigenschappen die gebruikt worden in chemische reacties. /5 &lt;br /&gt;
#Geef het verband tussen de redoxpotentiaal van een redoxhalfreactie en de evenwichtconstante van de gehele reactie. Geef ook de gevolgen. /5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of er neerslagvorming optreedt. &lt;br /&gt;
#Vrijgekomen warmte en energie uit een reactie berekenen. &lt;br /&gt;
=== 25 Augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Vergelijk het verschil van de invloed van temperatuur op de reactiesnelheid en het evenwicht - zowel in formulevorm als grafisch /6&lt;br /&gt;
k &amp;amp; K afleiden en grafisch weergeven met resp. ln k ~ 1/T en ln K ~ 1/T (voor dH&amp;gt;0 en dH&amp;lt;0)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Welke chemisch relevante eigenschappen van atomen kan je afleiden van de positie in het periodiek systeem? /4 &lt;br /&gt;
Zuur-base; oxidans-reductans (+verband), ... (atomen, niet ionen van het element!)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Hoeveel zilverbromide kan je oplossen in een 0.53M ammonium oplossing. Verwaarloos de basische eigenschappen van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
(Toepassing neerslag &amp;amp; complexatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Redoxreactie van SO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/SO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)- en MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/MnO(v). /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 Augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan het evenwicht in de richting van de producten worden verschoven? Heeft dit invloed op het evenwicht? /6&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;concentratie wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
principe van Le Chatelier&lt;br /&gt;
hogere concentratie → meer kans op botsingen → sneller&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;druk wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
bij drukverhoging → daalt volume → c=n/v dus concentratie stijgt (vanaf dan analoog aan Le Chatelier)&lt;br /&gt;
bij drukverlaging is gunstig voor reacties waarbij ΔN = (N&amp;lt;sub&amp;gt;producten&amp;lt;/sub&amp;gt; - N&amp;lt;sub&amp;gt;reagentia&amp;lt;/sub&amp;gt;) negatief is(N staat voor de coëfficiënten van de stoffen in de reactie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;temperatuur wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
K&amp;lt;sub&amp;gt;ev&amp;lt;/sub&amp;gt; is temperatuursafhankelijk → ΔG =-RTln(K) ↔ ln(k)=-ΔH/RT +ΔS/R (teken grafiek 1/T met ln(k))&lt;br /&gt;
endo → hoge T is gunstig&lt;br /&gt;
exo → lage T is gunstig&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Wat is het verband tussen neerslag- en complexatiereacties? /4&lt;br /&gt;
ionen met een hoge ladingsdichtheid kunnen niet zoals bijvoorbeeld Na&amp;lt;sup&amp;gt;+&amp;lt;/sup&amp;gt; en Cl&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; (afkomstig van goed oplosbaar zou NaCl) in oplossing voorkomen,&lt;br /&gt;
aangezien dit niet stabiel is.&lt;br /&gt;
gaan dus ofwel neerslaan ofwel complexeren&lt;br /&gt;
(K&amp;lt;sub&amp;gt;sp&amp;lt;/sub&amp;gt; en 1/K&amp;lt;sub&amp;gt;st&amp;lt;/sub&amp;gt; vergelijken → de stabielste toestand gaat zich dan voordoen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Teken de lewis-structuur, geef het sterisch getal, hybridisatie, geometrische en atoomstructuur van HCN en ICl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. Geef ook aan of ze polair zijn of niet. /3&lt;br /&gt;
#Leid de K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; af van AsO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van zijn standaarreductiepotentiaal. Kies zelf een goed redoxkoppel. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Welke verbindingen zijn zelf niet zuur of basisch, maar vertonen wel zure of basische eigenschappen als ze in water gebracht worden? /6&lt;br /&gt;
#Hoe kunnen meerdere verschillende kationen die samen in een mengsel voorkomen, van elkaar gescheiden worden? Waarop moet je letten om de scheiding zo volledig mogelijk te laten gebeuren? /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming /3&lt;br /&gt;
#correcte redoxreactie van 2 gegeven koppels schrijven en berekenen dat dit een aflopende reactie is. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Bij welke reacties is quenchen van toepassing? Leg goed uit en geef een voorbeeld. /4&lt;br /&gt;
#Vergelijk chroomvocht, piranhazuur, koningswater en cyanide in base als oplossmiddel voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Roosterenergie berekenen /2.5&lt;br /&gt;
#concentratie zout berekenen die toegevoegd moet worden om gegeven hoeveelheid neerslag op te doen lossen. /3.5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
VM&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je de reactiesnelheid beïnvloeden? Wat betekent dit voor het chemisch evenwicht? /4&lt;br /&gt;
#Wat gebeurt er bij de elektrolyse van water voor geen, een weinig en veel NaCL? /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#pH + werkelijke ionenconcentraties van een bioprotisch zuur berekenen /3&lt;br /&gt;
#een slecht oplosbaar zout oplossen aan de hand van complexatie door een te berekenen massa NaCl toe te voegen /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je het evenwicht naar de kant van de producten brengen? Heeft dit een invloed op de snelheid?&lt;br /&gt;
#Geef het verband tussen protontransferreacties en elektrontransferreacties. Geef voorbeelden die dit verduidelijken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming.&lt;br /&gt;
#Bepaal de hybridisatie en geometrie van PCl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; en SF&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;. Teken de atoomstructuur en zijn deze moleculen polair of apolair en een uitleg waarom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Vuistregels met afleiding van buffers geven, dit ook toepassen op pH titraties, bloed als buffer bespreken&lt;br /&gt;
#Hebben kationen basische of zure eigenschappen, zijn dit dan zwakke of sterke zuren of basen (voorbeelden kunnen helpen en verduidelijkend zijn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen &lt;br /&gt;
#Aantal mL en molair NiSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;-oplossing samenvoegen met een aantal ml en molair NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;, toon aan dat ondanks het gevormde complex nikkel (II) ammoniak er toch nog neerslag gevormd wordt&lt;br /&gt;
#Een tabel gegeven van temperatuur en snelheidsconstante, de opdracht is grafisch de activeringsenergie te berekenen en k te berekenen bij 250°C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== XX Augustus 2016 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leg de verschillende soorten isomerie uit + wat is tautomerie?&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom fluoride in tandpasta zit (alle 6 puntjes geven, dus ook vorming CaF uitleggen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Random oefening uit oefenzitting&lt;br /&gt;
#Berekend de K&amp;lt;sub&amp;gt;w&amp;lt;/sub&amp;gt; vertrekkende vanuit de standaardreductiepotentialen voor water in zuur/basisch milieu&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===XX januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leg de elementaire reactiestappen uit adhv voorbeelden (mono,bi,termoleculair, stationariteitsprincipe, vorming ozon)&lt;br /&gt;
#Geef de &#039;&#039;&#039;essentie&#039;&#039;&#039; van een titratie + grafieken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
#Oplosbaarheid van AgNO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; berekenen na toevoegen van een of ander zuur/base&lt;br /&gt;
#nog een oefening&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===  11 januari 2016 ===&lt;br /&gt;
#Hoe bepaal je de geometrische structuur bij covalent gebonden atomen en geef 3 voorbeelden &lt;br /&gt;
#bij welke reactie is quenching van toepassing?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===XX januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#heterogene en homogene en enzymatische katalysator + alles uitleggen hiervan&lt;br /&gt;
#loodbatterij&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Verschillen tussen Co en Fe en zeggen waarom Fe gebruikt wordt voor zuurstof transport &lt;br /&gt;
#het verschil tussen C dubbel gebonden en enkel gebonden &lt;br /&gt;
#bij de oefeningen was eentje E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; bepalen ahv K&amp;lt;sub&amp;gt;a&amp;lt;/sub&amp;gt; en een andere E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; &lt;br /&gt;
#andere grafisch de orde enzo bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 JAN 2014===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Roosterenergie van 2 roosters (NaCl en MgO) berekenen met de formule, zeggen of er nog een andere manier was om die te vinden (Hess) en of er een verschil in uitkomst te verwachten was tussen de twee manieren. Vergelijken van de pH van de twee oplossingen.&lt;br /&gt;
#Uitleggen waarom termoleculaire reactiestappen omwaarschijnlijk zijn. Reactiemechanisme van 2HI + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; → I&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O  geven. Stationariteitsprincipe uitleggen en zeggen of het op die reactie van toepassing was. &lt;br /&gt;
#Waar/soms waar/niet waar: Een proces is spontaan als de entropie in het systeem toeneemt. &lt;br /&gt;
#Uitleggen wat een buffer is en de vuistregels voor een goede buffer uitleggen zonder de hele wiskundige berekening te doen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen.&lt;br /&gt;
#Oplosbaarheid van AgBr, complexatie met thiosulfaat en alternatieve manier geven om oplosbaarheid te verhogen. Uitleggen waarom die laatste manier weinig effect zou hebben.&lt;br /&gt;
#Celpotentiaal berekenen van een gegeven schematische voorstelling.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 JAN 2013===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de elektronenstructuur van de atomen N en O met die van de moleculen N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;. Licht de hierbij essentiële principes toe.&lt;br /&gt;
# Geef de chemische functies van water. Geef bij iedere functie een voorbeeld in de vorm van een reactievergelijking. Is water sterk of zwak in deze functie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# CuSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing met NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing (grootheden gegeven). Laat zien dat er ondanks de complexatie toch nog neerslagvorming optreedt.&lt;br /&gt;
# Gegeven concentraties (van reactieproduct) in functie van de tijd. Bepaal grafisch de orde en de halfwaardetijd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 FEB 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Geef twee vuistregels voor een goede buffer en toon ze aan aan de hand van de neutralisatiegraad en de buffer capaciteit. &lt;br /&gt;
#* Geef het verband hiervan met pH- titratie &lt;br /&gt;
#* Is bloed een goede buffer ? Verklaar. &lt;br /&gt;
# Verklaar waarom men tandpasta fluorideert.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie.&lt;br /&gt;
# Broom in base.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Welke reacties kunnen optreden als katalysator bij redoxreacties?&lt;br /&gt;
# Leidt de halfreacties van een zwavelzure loodbatterij af&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# hoe bepaal je de elektronenconfiguratie van diatomaire moleculen en geef twee duidelijk verschillende voorbeelden&lt;br /&gt;
# vergelijk Al en Li voor batterijen, geef voor en nadelen en verklaar waarom er Li batterijen zijn en geen Al&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# staaf met enkele goed gekoze voorbeelden het belang van de ladingsdichtheid in de chemie&lt;br /&gt;
# welke reacties hebben er baat bij quenching toe te passen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie. &lt;br /&gt;
# Leg de elektrolyse van water uit in de volgende omstandigheden:1. zonder zout, 2. met een beetje zout en 3. met oplossing van veel zeezout. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
Theorie :&lt;br /&gt;
# geef de vuistregels voor bufferoplossing + afleiden buffercapaciteit en neutralisatiegraad. link met pH-titratie. vertellen over bloed als buffer, goede/slechte buffer?&lt;br /&gt;
# iets van Fe complexatie, waarom de natuur is aangepast aan ademhaling door complexvorming van Fe met zuurstof&lt;br /&gt;
Oefeningen :&lt;br /&gt;
# van deel C met een tabel met waarden, orde van reactie afleiden + grafisch k en t&amp;lt;sub&amp;gt;1/2&amp;lt;/sub&amp;gt; bepalen&lt;br /&gt;
# berekenen of PbOH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; neerslaat, uit een mengsel van PbSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; met NaOH geloof ik&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de bindingssterkte en reactiviteit van C=C en C - C (enkelvoudige binding) op 4 ptn&lt;br /&gt;
# Vergelijk de afhankelijkheid van de temperatuur voor de snelheidsconstante en de evenwichtsconstante&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===1 FEB 2011=== &lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek: Chroomvocht, Piranhazuur , koningswater en cyanide in base en hun werking op (edel)metalen. (/6)&lt;br /&gt;
# Wat is een indicator en hoe werkt het? (/4)&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# P&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; + BR&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; =&amp;amp;gt; PBR&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; vul aan met coefficienten en bereken de temperatuur waarvoor deze reactie spontaan zal verlopen. (/2.5)&lt;br /&gt;
# en een oefening over de combinatie van complexvorming van AlOH&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; en de neerslag van AlOH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. (/3.5)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 sep 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Verschillen en gelijkenissen tussen homogene, heterogene en enzymatische katalyse geven. Verduidelijken met vb.&lt;br /&gt;
# Bindingssterkte en reactiviteit vergelijken tussen C-C en C=C. Welke reacties ondergaan ze.&lt;br /&gt;
Oefingen:&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid&lt;br /&gt;
# Enthalpie &amp;amp;amp; Entropie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 jan 2010===&lt;br /&gt;
# bespreek de oplosbaarheid van metalen in zuur en basisch milieu (/6) &lt;br /&gt;
# bespreek &amp;amp;quot;quenching&amp;amp;quot; en voor welke reacties is dit toepasbaar? (/4) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen: &lt;br /&gt;
# bepaal de oplosbaarheid van AgBr in een molaire NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing (complexvorming) &lt;br /&gt;
# een reactie difluor en diwaterstof -&amp;amp;gt; 2HF. Gaat deze reactie op bij 500K ?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 jan 2010===&lt;br /&gt;
# vergelijk piranhazuur, koningswater, dichromaat en cyanide voor het oplossen van edelmetalen. (.../6)&lt;br /&gt;
# welke reacties kunnen als katalysator optreden bij een redoxreactie? (.../4)&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een oplossing van Ti(II)-ionen wordt in zuur midden getitreerd met een dichromaatoplossing (K&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;Cr&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;7-&amp;lt;/sub&amp;gt;oplossing). Hierbij worden het Cr(III)-ion en het Ti(III)-ion gevormd. Toon aan dat het gaat om een aflopende reactie.Het verloop van de titratie wordt potentiometrisch gevolgd en ook de pH wordt constant gemeten. In de oplossing zit nog een kalomelelektrode (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=0.25V) die aan de anode gekoppeld is en een platina-elektrode. Op zeker ogenblik - na het passeren van het equivalentiepunt - wordt een celpotentiaal van 0.95V gemeten en een pH van 1.2. Bereken de concentratie aan Cr&amp;lt;sup&amp;gt;3+&amp;lt;/sup&amp;gt; ionen, als je weet dat deze concentratie vier maal hoger ligt dan die van de dichromaationen. (.../3)&lt;br /&gt;
# Aan een oplossing van 70 ml 0.20 M nikkelsulfaat wordt 30 ml 0.60 M ammoniak toegevoegd. Toon aan dat er - ondanks de complexvorming - toch hydroxideneerslag gevormd zal worden. (.../3)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Toon het belang aan van ladingsdichtheid in de scheikunde. Geef telkens duidelijk verschillende voorbeelden als het over verschillende soorten reacties gaat.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van broom in base. Geef een relevante toepassing.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Bij 298 K gaat onderstaande reactie op. Men maakt een oplossing van 35,5 g van Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en 0,1 g van H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; in een totaal volume van 200 ml. Wat zijn de evenwichtsconcentraties van H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en HCl ?&lt;br /&gt;
#*H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) + Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) &amp;amp;lt;=&amp;amp;gt; 2HCl(g) &lt;br /&gt;
# Bereken de Kb van IO-, uitgaande van&lt;br /&gt;
#*IO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq) / HIO(l)   E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; = 1,13V&lt;br /&gt;
#*IO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq) / IO&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)  E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; = 0,15V&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Wat is een dipoolmoment?&lt;br /&gt;
# Vroeger werd kaliumpermanganaat e.a. veel gebruikt als goede oxidator. Tegenwoordig wordt pirhanazuur (mengsel waterstofperoxide/zwavelzuur) gebruikt. Waarom?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Temperatuurverandering berekenen van ijs (faseverandering,...)&lt;br /&gt;
# Nog zo&#039;n oefening in die aard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de temperatuursafhankelijkheid van de evenwichtsconstante en de snelheidsconstante.&lt;br /&gt;
# Waarom is een stof goed of slecht oplosbaar in water? En hoe kan je een slecht oplosbare stof beter oplosbaar maken?&lt;br /&gt;
# Maak een vergelijking tussen thermodinamica en kinetica van metathesereacties versus complexatiereacties.&lt;br /&gt;
# Geef de 2 hoofdregels voor het maken van een buffer en leid ze wiskundig af.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsconstante berekenen bij 45°C (je krijgt de reactie)&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is&lt;br /&gt;
# K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 feb 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reacties kunnen een redoxreactie katalyseren?&lt;br /&gt;
# Geef het verband tussen neerslagreacties en complexatiereacties en geef een goed gevonden voorbeeld.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsconstante berekenen bij 45°C (je krijgt de reactie)&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is&lt;br /&gt;
# K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg uit wat tautomerie is + vb.&lt;br /&gt;
# Voor het oxideren werden vroeger vaak de klassieke sterke oxidanten permanaat of dichromaat in zwavelzuur gebruikt, waarom is het gebruik van &amp;amp;quot;piranaha-zuur&amp;amp;quot; (waterstofperoxide in zwavelzuur) aan een opmars bezig?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# men wil 200 ml maken van een oplossing die 3,81g magnesiumcloride en 0,8g natriumhydroxide bevat. Hoeveel gram ammoniumbromide moet er ook in deze oplossing zitter, opdat er geen neerslag is?&lt;br /&gt;
# Boven/onder welke temperatuur gaat deze reactie spontaan op? &lt;br /&gt;
#* N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; (g) + O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) = 2NO (g)&lt;br /&gt;
#* Bereken ook de evenwichtsconstante bij 68°C.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# geef verband van de ionbinding en de covalente binding + verklaar&lt;br /&gt;
# geef verband pH en redoxpotentiaal&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# bereken kb van een stof aan hand van 2 redoxpotentialen &lt;br /&gt;
# oefenening waar je een eind temperatuur moest berekenen met warmtecapaciteit en latente verdampingswarmte (aangezien er een faseovergang is)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R1097154</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Grondslagen_van_de_Chemie&amp;diff=4872</id>
		<title>Grondslagen van de Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Grondslagen_van_de_Chemie&amp;diff=4872"/>
		<updated>2026-01-13T10:27:51Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R1097154: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Basisvak chemie voor 1e bachelor chemie, biochemie, biologie en geologie.&lt;br /&gt;
Gedoceerd door professor Koen Clays (sinds academiejaar 2013-2014, daarvoor door Prof. Bart Goderis). Het examen is volledig schriftelijk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle opgeloste oefeningen van jaar 2018 + extra vraagjes door Elisabeth Isebaert: https://drive.google.com/file/d/19sGYg7UWTPcss0pZICDbe9WzT9T3Zwrb/view?usp=drive_link&lt;br /&gt;
Enkele examenvragen van Koen Claeys uitgewerkt: https://drive.google.com/file/d/1d1AIDOuh7TN0IieKpvRVn9zy544TLF2n/view?usp=sharing&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;academiejaar 2022-2023&#039;&#039;&lt;br /&gt;
* Aanpak vak&lt;br /&gt;
** Gegeven door Prof. Koen Clays&lt;br /&gt;
*** Werkt vaak dingen uit op het bord die zeer nuttig/noodzakelijk zijn op een examen te vermelden, lessen volgen zijn dus wel zeker sterk aan te raden! Zeker omdat deze niet opgenomen worden. In 2023-2024 stonden er wel opgenomen powerpoints op Toledo van coronatijd maar die waren enkel nuttig als je iets niet begreep tijdens het studeren.&lt;br /&gt;
** Examen volledig schriftelijk: 10 punten op 2 theorie vragen, 6 punten op 2 oefeningen.&lt;br /&gt;
** Examen + practica&lt;br /&gt;
* Kwaliteit cursus&lt;br /&gt;
** Cursustekst voldoende om te slagen&lt;br /&gt;
* Examenvragen&lt;br /&gt;
** Vergelijkbaar met de tussentijdse toets maar theorievragen op de tussentijdse toets zijn opgedeeld in tussenvragen. Onderaan de pagina staat hoe het op het examen gevraagd zal worden.&lt;br /&gt;
** Theorievragen komen vaak terug&lt;br /&gt;
** Oefeningen zijn zeer vergelijkend met die van de oefenzittingen, maak ook zeker de makkelijke oefeningen opnieuw want deze kunnen ook voorkomen&lt;br /&gt;
** Vooral deel E is enorm belangrijk!!&lt;br /&gt;
* Practica&lt;br /&gt;
** Is goed te doen, bereid de practica op punten goed voor!!&lt;br /&gt;
* Oefenzittingen&lt;br /&gt;
** Op de website van bios staan de oplossingen van enkele jaren geleden, zijn niet exact hetzelfde, maar het principe komt steeds op hetzelfde neer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===13 Januari 2026===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Hoe kun je de snelheid van een chemische reactie verhogen? Toon aan met een figuur/formule. Wat is de invloed op het evenwicht?&lt;br /&gt;
#Welke functies kan het CN- anion allemaal hebben? En is het dan sterk of zwak in deze functie? Geef ook een voorbeeld van een reactie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#:a) Geef de lewisstructuur, hybridisatie van het centrale atoom en ruimtelijke structuur van ClO2-. Teken deze ook.&lt;br /&gt;
#:b) Geef een voorbeeld van een ander molecule met dezelfde polariteit maar een andere hybridisatie.&lt;br /&gt;
#:c) Bereken de pH van een 1,70M KClO2 oplossing.&lt;br /&gt;
#:d) Geef 2 redoxreacties die je kan gebruiken om de K die je nodig hebt in (c) te berekenen.&lt;br /&gt;
#Toon aan dat er -door complexvorming- geen PbCl2 neerslag gevormd wordt als je 40mL van een 0,40M Pb(NO3)2 oplossing mengt met 40mL van een 0,60M MgCl2 oplossing.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 Augustus 2025===&lt;br /&gt;
Opnieuw nieuwe theorievragen, dus vanaf nu zijn het nieuwe theorievragen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#a)Licht aan de hand van een schema toe hoe de elektronenstructuur van homo-diatomaire moleculen afgeleid wordt (Algemeen). Pas dit toe op: b)N2 c)02&lt;br /&gt;
#Welke chemische fincties kan fluoride allemaal vervullen, en is het dan een sterk of zwak in deze functie? Geef dan telkens ook een reactie als voorbeeld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Toon aan met berekeningen dat er -dankkzij de complexvorming- geen PbCl2-neerslag gevormd wordt wanneer 50mL 1.20M Pb(NO3)2-oplossing samengevoegd wordt aan 50mL 0.800M BaCl2-oplossing.&lt;br /&gt;
#Gegeven volgende reactie: 2C6H6 + 15O2 &amp;lt;=&amp;gt; 12 CO2 + 6H20&lt;br /&gt;
##Toon aan met berekeningen dat deze reactie aflopend is bij 80°c&lt;br /&gt;
##Bereken hoeveel liter CO2 er vrij komt bij deze temperatuur en atmosferische druk (1.00 atm) wanneer 39g benzeen (C6H6) verbrand wordt bij een overmaat aan zuurstofgas&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 Januari 2025===&lt;br /&gt;
Prof heeft tegen de ombuds gezegd dat hij dit jaar &#039;iets nieuws wou proberen met de theorie&#039;, dus nieuwe vragen vanaf nu (?)&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Gegeven de ligandenuitwisselingsreactie: Co(CN)&amp;lt;sub&amp;gt;5&amp;lt;/sub&amp;gt;(H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O)&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; + I&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; --&amp;gt; Co(CN)&amp;lt;sub&amp;gt;5&amp;lt;/sub&amp;gt;(I)&amp;lt;sup&amp;gt;3-&amp;lt;/sup&amp;gt; + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O en de snelheidsvergelijking: v=(a[Co(CN)&amp;lt;sub&amp;gt;5&amp;lt;/sub&amp;gt;(H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O)&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;][I&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;])/(b+c[I&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;])&lt;br /&gt;
a) Stel een plausibel reactiemechanisme op dat de snelheidsvergelijking beantwoord.&lt;br /&gt;
b) Wat kan je zeggen over het evenwicht van deze reactie?&lt;br /&gt;
c) Is de reactiesnelheid sneller bij metathesereacties?&lt;br /&gt;
#Een stuk tekst uit een krant over magnesiumwinning door een bedrijf dichtbij de zee, er wordt ook chloor opgeleverd (Tip:Er werd daar vroeger ook aardolie gewonnen). Leg uit waarom het goed is voor een bedrijf om dit te doen, geef alle reactievergelijkingen die je gebruikt bij de uitleg.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Bepaal de oplosbaarheid van AgOH in een oplossing van 0.60 M HIO.&lt;br /&gt;
#Gegeven: N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;H&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; + 2 H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; --&amp;gt; N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; + 4 H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&lt;br /&gt;
a) (Boven/Onder) (omcirkel) welke temperatuur is deze reactie spontaan?&lt;br /&gt;
b) Hoeveel warmte (Komt vrij/Neemt de reactie op) als er 0.020l H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; reageert bij 101325Pa en 25°C?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 Augustus 2024===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Wat bepaalt de ruimtelijke structuur van een covalent gebonden molecuul. Geef eerst in het algemeen hoe je te werk gaat, en toon daze werkwijze aan met 4 verschillende, duidelijke, relevante voorbeelden die verschillende scenario&#039;s voldoende duiden. (./4)&lt;br /&gt;
#Wat gebeurt er bij de elektrolyse van water: (./6)&lt;br /&gt;
a)Zonder zout&lt;br /&gt;
b)Met weinig zout&lt;br /&gt;
c)Verzadigde oplossing van NaCl (Pekel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Gegeven AgBr (./4)&lt;br /&gt;
a)Wat is de oplosbaarheid in zuiver water&lt;br /&gt;
b)Je voegt natriumthiosulfaat (Na2S2O3) toe, dat de oplosbaarheid zal verhogen. Bereken de concentratie Na2S2O3 nodig om 10g AgBr in 500ml water op te lossen.&lt;br /&gt;
c)Complexatie met het centraal kation is 1 manier om de oplosbaarheid te doen laten stijgen van een zout. Wat is nog een andere methode om de oplosbaarheid te verhogen? Waarom is deze methode niet zo efficiënt voor AgBr. &lt;br /&gt;
#Sucrose (C12H22O11) hydrolyseert met een overmaat water tot glucose en fructose (Beide C6H12O6). De concentratie aan glucose wordt gevolgd in functie van de tijd. De begin concentratie van sucrose is 0.500M. Bepaal grafisch zowel de orde als de snelheidsconstante ten opzichte van sucrose.  (./2)             &lt;br /&gt;
C12H22O11 + H20 -&amp;gt; C6H12O6 + C6H12O6 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tabel concentratie glucose in functie van de tijd:&lt;br /&gt;
Concentratie (in M)  en  Tijd (in minuten)&lt;br /&gt;
0     bij 0 minuten                       &lt;br /&gt;
0.050 bij 30 minuten                      &lt;br /&gt;
0.095 bij 60 minuten                     &lt;br /&gt;
0.135 bij 90 minuten                     &lt;br /&gt;
0.234 bij 180 minuten                     &lt;br /&gt;
0.358 bij 360 minuten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2024===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
#Bereken de chemische en fysische roosterenergie voor de vorming van een ionbinding. Geef de principes/formules waarop beide berekeningen zijn gebaseerd (a). Geef je berekeningen weer(b) en vergelijk beide bekomen waardes en verklaar indien verschillend (c). ANTW A: fysisch (formule roostenergie met Madelungconstante) + chemisch (wet van Hess) (a); ANTW B: exacte methode = deel A.3.1.d. (verband tussen ionbinding, atomaire eigenschappen en thermodynamica); ANTW C: fysische berekening is enkel obv interactie-energie en verwaarloost afstoting op korte afstand (zie pagina hierboven).&lt;br /&gt;
#Geef (allemaal verschillende) vier kationen en vier anionen. Geef een chemische eigenschap voor elk van de ionen (bv. zuur, base, oxidans, reductans, ligand, centraal metaalkation), geef aan of het ion in kwestie zwak/sterk is voor deze eigenschap. ANTW: voorbeelden uit boek(Deel E), tabellen gebruiken of BOD opzoeken obv K-waarden/E-waarden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
#Oefening 1a: Cu(IO_3)2 is slecht oplosbaar in zuiver water. Door toevoeging van NH3 kan de oplosbaarheid verhoogd worden doordat complexatie optreedt ter vorming van het aminecupraatcomplex (Cu(NH3)^2+). Hoeveel NH3 heb je nodig om 20,67g van het zout volledig op te op te lossen in 200ml?&lt;br /&gt;
#Oefening 1b: Daarna ontstaat er ook Cu(OH)_2 -neerslag. Bewijs.&lt;br /&gt;
#oefening 2: Bereken de K_b-waarde van het oxalaation (C2O4^2-) in water obv van thermodynamische gegevens, vergelijk vervolgens met de K_b-waarde bekomen uit de zuurconstantetabel.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2023===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bij welke reacties gebruik je een katalysator en bij welke is quenchen van toepassing? (bij elk een voorbeeld geven + afleidingen formules en verduidelijking hierbij + grafieken)&lt;br /&gt;
# Halfreacties autoaccu (functies chemische elementen geven, welke richting oplaad en welke ontlaad, waarom die fasetoestand bij lood)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# Geometrie, hybridisatie, polair/apolair (uitleggen waarom) van SO3(2-)&lt;br /&gt;
# pH bepalen van 0.4M Na2SO3&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid van PbI2 berekenen + hoeveel KCl toevoegen ter vorming van Pb(Cl)4(-) bij een bepaalde concentratie aan PbI2 + wordt er nog neerslag gevormd&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 augustus 2022===&lt;br /&gt;
Theorie: &lt;br /&gt;
# Schrijf uit hoe je bekomt tot reactie 7 (pagina 119 BOD) en leg je redeneringen uit. (reductie half reacties- reactie uitgeschreven op bord in de les)&lt;br /&gt;
# Leg de relevantie van de ladingsdichthied (niet electronendichtheid) in de scheikunde uit. [antw.: complexatie en neerslag reacties, in zuur als protontransfer van Hˆ+ (te grote ladingsdichtheid om te bestaan), electrontransfer reacties]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# HCN toevoegen om Co(OH)2 beter op te lossen. Welke HCN-concentratie nodig om 6,79 g Co(OH)2 in oplossing te brengen in 250 mL water? (Analoog oefening 8 E4)&lt;br /&gt;
# Is volgende reactie aflopend bij 40 graden celcius? 2NH4NO3 &amp;lt;--&amp;gt; 2N2 + 4H2O + O2 (zie o.a. oef 4/6/7/E5 deel D)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2022 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1.	Hoe kan je de snelheid van een reactie verhogen, wat gebeurt er met het evenwicht?&lt;br /&gt;
2.	Buffers: vuistregels + afleiding, verband met titratie, is bloed een goede buffer?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefening 1:&lt;br /&gt;
a.	molaire oplosbaarheid van Ag2Cr2O7 in zuiver water&lt;br /&gt;
b.	hoeveel NH3 nodig om 0,100 mol AgI op te lossen in 0,500L (Ag(NH3)2^+ wordt gevormd)&lt;br /&gt;
c.	toon aan dat er geen AgOH neerslag gevormd wordt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefening 2:&lt;br /&gt;
a.	redoxreactie opstellen voor N2/NH2OH en Al(OH)4^-/Al&lt;br /&gt;
b.	toon aan dat de reactie aflopend is bij 25°C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 augustus 2021 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Op welke manieren kan je de snelheid van een reactie vergroten, leg uit wat er dan ook met de evenwichtsconstante gebeurt. Verandert hierbij de ligging van het evenwicht? Gebruik formules of figuren om dit aan te tonen&lt;br /&gt;
#Op welke manier beïnvloedt complexatie het redoxpotentiaal van een metaal? Leg uit, geef een voorbeeld. In de natuur wordt Fe gebruikt voor reversibele redoxreacties. Waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen: &lt;br /&gt;
#Boven of onder welke temperatuur gaat deze reactie spontaan op: O2 (g) + N2 (g) —&amp;gt; 2NO (g)&lt;br /&gt;
#HCN verhoogt de oplosbaarheid van Fe(OH)2, hoe groot is de concentratie van HCN die je nodig hebt om 250 ml 3,37g Fe(OH)2 in oplossing te brengen?”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 6 januari 2021 ===&lt;br /&gt;
Theorie 1:&lt;br /&gt;
#Bespreek alle K’s die we hebben gezien in de cursus en geef een voorbeeld waarin hun definitie duidelijk wordt. Indien je iets kan zeggen over K&amp;gt;&amp;gt;1 K=1 en K&amp;lt;&amp;lt;1, voeg je dit hieraan toe.&lt;br /&gt;
#Gebruik een voorbeeld uit 1a en leg uit hoe je K puur theoretisch kunt vinden.&lt;br /&gt;
#Geef een mogelijk verband tussen K en k indien er een is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie 2:&lt;br /&gt;
Bespreek de elektrolyse van water zonder NaCl, met een beetje NaCl en met veel NaCl.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefening 1:&lt;br /&gt;
Bewijs dat dankzij de complexvorming, PbCl2 niet neerslaat, wanneer we 50ml Pb(NO3)2 (0,4M) bij 50ml BaCl2 (0,6M)doen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefening 2:&lt;br /&gt;
0,700M NaHSO3 en 0,450M Na2SO3&lt;br /&gt;
#Bereken de pH.&lt;br /&gt;
#Bereken de pH bij het toevoegen van 20ml KOH.&lt;br /&gt;
#Bij welke concentratie aan NaOH de buffer (100mL) niet meer werkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 augustus 2020 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) Leg homogene, heterogene en enzymatische katalyse uit. Geef ook telkens een voorbeeld. Leg de gelijkenis tussen heterogene en enzymatische katalyse uit. Leg de gelijkenis tussen homogene en enzymatische katalyse uit. /4&lt;br /&gt;
2) Vergelijk chroomvocht (dichromaat in zwavelzuur), piranhazuur (waterstofperoxide in zwavelzuur), koningswater en cyanide in base als oplosmiddelen voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1) Bereken de oplosbaarheid van AgBr in een 0.053M NH3 oplossing. Ag(NH3)2- wordt gevormd.&lt;br /&gt;
2) Is volgende reactie (reactie gegeven) aflopend bij 68 graden C? Toon aan met berekeningen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2020 voormiddag ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) Hoe evenwicht verschuiven naar kant van producten, verandert er iets aan de snelheid?&lt;br /&gt;
2) De ruimtelijke structuur van de covalente binding, 4 relevante voorbeelden geven en bespreken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1) Bereken Kd van complex Ag(CN)2 adhv thermodynamische eigenschap bij 25°C&lt;br /&gt;
2) Na3PO4 0.045 M: bereken werkelijke concentraties van PO43-, Na+, HPO42-, H2PO4-, H3PO4, H3O+, OH- en bereken de pH.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2020 namiddag ===&lt;br /&gt;
theorie:&lt;br /&gt;
#Hoe verklaar je de werking van een &amp;quot;hoog-rendements&amp;quot; brander voor een centrale verwarming? Welke aanpassingen dienen er te gebeuren in vergelijking met een klassieke brander&lt;br /&gt;
#Bespreek de dissociatie van HgCl2. Waarmee is dit te vergelijken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
#Je voegt 50 mL van een 0.0200M AgNO3 - oplossing toe aan 50 mL van een 0.0300M NaCN-oplossing. Zal AgCN neerslaan, ondanks de complexvorming (Kst Ag(CN)2- = 2.5 x 10^20). Verwaarloos de basische eigenschappen van CN-&lt;br /&gt;
#Bepaal grafisch orde van de reactie, de snelheidsconstante en halfwaardetijd. Je krijgt de beginconcentratie van het reagens gegeven, en het verloop van de concentratie van een product. (Dus je moet nog berekenen, hoe het verloop van de concentratie van het reagens gaat)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2020 namiddag ===&lt;br /&gt;
theorie:&lt;br /&gt;
1) bespreek de elektrolyse van water of in een waterige oplossing van zeezout (NaCl) voor volgende situaties: zonder toevoeging van zout, bij toevoeging van een beetje NaCl, bij toevoeging van veel NaCl&lt;br /&gt;
2) Bespreek homogene, heterogene en enzymatische katalyse: geef verschillen en gelijkenissen. Geef telkens een relevant voorbeeld ter illustratie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
1) reactie N2 + O2 --&amp;gt; 2NO gegeven en berekenen boven/onder welke temperatuur de reactie spontaan is&lt;br /&gt;
2) Berekenen hoeveel gram NaCl je moet toevoegen aan 0,448g Cu(OH)2 om dit volledig te kunnen oplossen in 100 ml water als je weet dat het complex [CuCl4]2- wordt gevormd&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2020 voormiddag ===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
# Buffer&lt;br /&gt;
# Reactiemechanisme van Broom&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===?===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
1) hoe kan men de snelheid van een chemische reactie vergroten? Verandert dit ook iets aan het evenwicht?&lt;br /&gt;
2) chemische eigenschappen ammoniak, hebben ze dan een zwakke of sterke functie? Geef voorbeeldreacties&lt;br /&gt;
3) bespreek de thermodynamische eigenschappen van de autoprotolyse van water. Zie hiervoor tabel 6.9 BOD&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
1) bereken of neerslag wordt gevormd bij samenvoegen 2 stoffen&lt;br /&gt;
2) bereken potentiaal galvanische cel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 februari 2019 namiddag===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
#Leg uit hoe een biprotisch zuur dissocieert en geef een voorbeeld. Vergelijk deze dissociatie met die van HgCl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&lt;br /&gt;
#Broom in base&lt;br /&gt;
oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Bepaal de standaardreductiepotentiaal van het koppel Zn(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2 (s)&amp;lt;/sub&amp;gt;\ Zn&amp;lt;sub&amp;gt;(s)&amp;lt;/sub&amp;gt; met het oplosbaarheidsproduct van Zn(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en de standaardreductiepotentiaal van het koppel Zn&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;\ Zn&amp;lt;sub&amp;gt;(s)&amp;lt;/sub&amp;gt; &lt;br /&gt;
#Een klontje vast ethanol met een massa van 50 g wordt bij 155.80 K overgoten met 2.22 L (1 L = 0.79 kg) vloeibaar ethanol waardoor het klontje zal smelten. Wat is de begintemperatuur van het vloeibaar ethanol als je weet dat het systeem een eindtemperatuur van 287.80 K bereikt en als je weet dat er geen energie verloren gaat aan de omgeving?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 januari 2019 namiddag===&lt;br /&gt;
theorie&lt;br /&gt;
#vervolledig de reactievergelijking ClO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; + Cl&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; -&amp;gt; Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O en geef een plausibel reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
#bespreek de elektrolyse van water of in een waterig milieu zonder toevoeging van zout, bij toevoeging van een beetje NaCl, bij toevoeging van veel NaCl. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen&lt;br /&gt;
#hoeveel natriumthiosulfaat is er nodig om 0,025 mol AgBr op te lossen in 500 ml? Het complex zilverthiosulfaat wordt gevormd. &lt;br /&gt;
#een ijsklontje met massa 56 gram wordt in 150 g water gedaan om dit af te koelen. Het ijsklontje heeft een begintemperatuur van 0°C en het geheel heeft een eindtemperatuur van 14°C. Bereken de begintemperatuur van het water.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2019 voormiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Bespreek de spontane ontbinding van waterstofperoxide. Welke parameters dragen bij tot de ontbinding en hoe kan je dit tegen gaan?&lt;br /&gt;
#De ruimtelijke structuur van de covalente binding, 4 relevante voorbeelden geven en bespreken.&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#0,040 M 100 mL H&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; bij 100 ml 4M Ca&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;-ionen. Wordt er neerslag gevormd?&lt;br /&gt;
#Een orde oefening met grafisch de halfwaarde tijd en k bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2019===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je het evenwicht naar de kant van de producten krijgen. Heeft dit ook invloed op de snelheid van de reactie? /6&lt;br /&gt;
#Stel een chemisch mechanisme op zodat citroenzuur (wat een bestandsdeel is van citroensap) kan ontgiften. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Bepaal de K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; uit de gegeven redoxkoppels (H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O/H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=1.76V) en HO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;−&amp;lt;/sup&amp;gt;/OH&amp;lt;sup&amp;gt;−&amp;lt;/sup&amp;gt;) (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=0.87V). Met welke andere 2 koppels kan je dit nog doen? /3&lt;br /&gt;
# Geef de lewisstructuur, hybridisatie, polariteit (+ uitleg), en geometrie van XeF&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en PBr&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 januari 2019===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Geef de twee vuistregels voor een goede buffer en leg ze uit adhv neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg uit bloed als buffer en waarom het geen ideale buffer is. Geef de relatie tussen een buffer en een pH- titratie(curve). /6&lt;br /&gt;
#Vervolledig deze reactie, BrO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;  +  Br&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; →   Br&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;  +  H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O, en geef een plausibel reactiemechanisme voor deze reactie (Staat niet in de cursus maar wel gezien als een extra voorbeeld). BOD Tabel 6.2 n.7 /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Welke verbindingen zijn zelf niet zuur of basisch, maar vertonen wel zure of basische eigenschappen als ze in water gebracht worden? /6&lt;br /&gt;
# Bespreek de voorwaarden en de gevolgen van het stationariteitsprincipe.  Geef een duidelijk en relevant voorbeeld. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#De stabiliteitsconstante voor de vorming van het complex Pb(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; is 1,0.1016. De standaardreductiepotentiaal voor het koppel Pb&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/Pb(s) is -0,12V. Bereken aan de hand van deze gegevens de standaardreductiepotentiaal voor het koppel Pb(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/Pb(s). / 3&lt;br /&gt;
#Er wordt een buffer met pH = 6,90 gemaakt uitgaande van NaH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; en Na&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;HPO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;. De eindconcentratie van NaH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; in 400 mL van deze oplossing is 0,020 M. Bereken hoeveel gram dinatriumwaterstoffosfaat er in deze oplossing moet zitten om de beoogde pH te realiseren. Aan deze oplossing wordt 100 mL 0,0080 M HI toegevoegd. Bereken ook de pH na toevoeging hiervan. Vanaf hoeveel mol NaOH toegevoegd zou de startbuffer niet meer werkzaam zijn? Licht kort toe. /3&lt;br /&gt;
&amp;lt;sup&amp;gt;&amp;lt;/sup&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Stel een mogelijk reactiemechanisme voor bij reactie 7 BOD tabel 6.2. /4&lt;br /&gt;
#Waarom mag men geen ontkalker bij javel doen? Geef alle relevante reacties. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Bepaal de baseconstante van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels. /3&lt;br /&gt;
#Geef de Lewisstructuur, hybridisatie en polariteit van XeF&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en HClO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 januari 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Hoe kan men het evenwicht naar de producten doen verschuiven? Heeft dit dan ook gevolgen voor de reactiesnelheid? /4&lt;br /&gt;
# Vergelijk chroomvocht (dichromaat in zwavelzuur), piranhazuur (waterstofperoxide in zwavelzuur), koningswater en cyanide in base als oplosmiddelen voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Je wilt 0.488 g Cu(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossen in water tot een eindvolume van 100 mL. Bereken hoeveel gram NaCl er nodig is om ervoor te zorgen dat Cu(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; niet neerslaat. Het CuCl&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; complex wordt gevormd. /3&lt;br /&gt;
# Bepaal grafisch de activeringsenergie van de reactie (tabel met temperatuur en snelheidsconstantes gegeven). Bepaal ook de snelheidsconstante bij 37°C. Kan je hiermee iets zeggen over de orde van de reactie? /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2018 ===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# Hoe kan de snelheid van de reactie beïnvloed worden? Verandert dan ook de ligging van het evenwicht van de reactie? /6&lt;br /&gt;
# Welke factoren bepalen of een molecule al dan niet een permanent dipoolmoment bezit? Geef duidelijke voorbeelden. /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Je wilt 42.72 g Fe(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossen in water tot een eindvolume van 500 mL. Bereken welke concentratie waterstoffluoride (HF) er nodig is om ervoor te zorgen dat Fe(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; niet neerslaat. /3&lt;br /&gt;
# Stel de correcte redoxreactie op van de koppels Br&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;/Br&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; en AsO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;3-&amp;lt;/sup&amp;gt;/AsO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;. Toon aan met berekeningen dat het over een aflopende reactie gaat bij kamertemperatuur (25°C) /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2018 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van chloor in base. Geef een belangrijke toepassing.&lt;br /&gt;
# Vergelijk de ideale gaswet met de van der Waalsvergelijking voor reële gassen en bespreek de trend in co-volume b en cohesiedruk a (BOD p.141) voor H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, CO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en C&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;H&amp;lt;sub&amp;gt;10&amp;lt;/sub&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 namiddag ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# BOD tabel 6.2, reactie 8: stel een mogelijk reactiemachanisme voor&lt;br /&gt;
# Wat zijn de 2 vuistregels van een goeie buffer? Leidt deze af aan de hand van de begrippen neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg de link met pH-titratie. Leg uit: bloed als buffer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# bepaal de baseconstante van MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels&lt;br /&gt;
# lewisstructuur, hybridisatie en polariteit van 2 moleculen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 namiddag ===&lt;br /&gt;
(examen voor gedeeltelijke vrijstelling, enkel vragen deel E)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# Wat zijn de drijvende krachten bij een complexatiereactie? Toon aan met goed gekozen voorbeelden, en leg uit aan de hand van de kenmerken van een hoge stabiliteitsconstante. /4&lt;br /&gt;
# Wat zijn de 2 vuistregels van een goeie buffer? Leidt deze af aan de hand van de begrippen neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg de link met pH-titratie. Leg uit: bloed als buffer. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# Bepaal de baseconstante van MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels /3&lt;br /&gt;
# Hoeveel zilverbromide kan je oplossen in een 0.530M ammoniakoplossing. Verwaarloos de basische eigenschappen van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3 (Toepassing neerslag &amp;amp; complexatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 september 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Waarom zijn er diagonaalrelaties? Geef voorbeelden van chemische eigenschappen die gebruikt worden in chemische reacties. /5 &lt;br /&gt;
#Geef het verband tussen de redoxpotentiaal van een redoxhalfreactie en de evenwichtconstante van de gehele reactie. Geef ook de gevolgen. /5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of er neerslagvorming optreedt. &lt;br /&gt;
#Vrijgekomen warmte en energie uit een reactie berekenen. &lt;br /&gt;
=== 25 Augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Vergelijk het verschil van de invloed van temperatuur op de reactiesnelheid en het evenwicht - zowel in formulevorm als grafisch /6&lt;br /&gt;
k &amp;amp; K afleiden en grafisch weergeven met resp. ln k ~ 1/T en ln K ~ 1/T (voor dH&amp;gt;0 en dH&amp;lt;0)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Welke chemisch relevante eigenschappen van atomen kan je afleiden van de positie in het periodiek systeem? /4 &lt;br /&gt;
Zuur-base; oxidans-reductans (+verband), ... (atomen, niet ionen van het element!)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Hoeveel zilverbromide kan je oplossen in een 0.53M ammonium oplossing. Verwaarloos de basische eigenschappen van NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. /3&lt;br /&gt;
(Toepassing neerslag &amp;amp; complexatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Redoxreactie van SO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/SO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;2-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)- en MnO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)/MnO(v). /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 Augustus 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan het evenwicht in de richting van de producten worden verschoven? Heeft dit invloed op het evenwicht? /6&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;concentratie wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
principe van Le Chatelier&lt;br /&gt;
hogere concentratie → meer kans op botsingen → sneller&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;druk wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
bij drukverhoging → daalt volume → c=n/v dus concentratie stijgt (vanaf dan analoog aan Le Chatelier)&lt;br /&gt;
bij drukverlaging is gunstig voor reacties waarbij ΔN = (N&amp;lt;sub&amp;gt;producten&amp;lt;/sub&amp;gt; - N&amp;lt;sub&amp;gt;reagentia&amp;lt;/sub&amp;gt;) negatief is(N staat voor de coëfficiënten van de stoffen in de reactie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;temperatuur wijzigen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
K&amp;lt;sub&amp;gt;ev&amp;lt;/sub&amp;gt; is temperatuursafhankelijk → ΔG =-RTln(K) ↔ ln(k)=-ΔH/RT +ΔS/R (teken grafiek 1/T met ln(k))&lt;br /&gt;
endo → hoge T is gunstig&lt;br /&gt;
exo → lage T is gunstig&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Wat is het verband tussen neerslag- en complexatiereacties? /4&lt;br /&gt;
ionen met een hoge ladingsdichtheid kunnen niet zoals bijvoorbeeld Na&amp;lt;sup&amp;gt;+&amp;lt;/sup&amp;gt; en Cl&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; (afkomstig van goed oplosbaar zou NaCl) in oplossing voorkomen,&lt;br /&gt;
aangezien dit niet stabiel is.&lt;br /&gt;
gaan dus ofwel neerslaan ofwel complexeren&lt;br /&gt;
(K&amp;lt;sub&amp;gt;sp&amp;lt;/sub&amp;gt; en 1/K&amp;lt;sub&amp;gt;st&amp;lt;/sub&amp;gt; vergelijken → de stabielste toestand gaat zich dan voordoen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Teken de lewis-structuur, geef het sterisch getal, hybridisatie, geometrische en atoomstructuur van HCN en ICl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. Geef ook aan of ze polair zijn of niet. /3&lt;br /&gt;
#Leid de K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; af van AsO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; aan de hand van zijn standaarreductiepotentiaal. Kies zelf een goed redoxkoppel. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Welke verbindingen zijn zelf niet zuur of basisch, maar vertonen wel zure of basische eigenschappen als ze in water gebracht worden? /6&lt;br /&gt;
#Hoe kunnen meerdere verschillende kationen die samen in een mengsel voorkomen, van elkaar gescheiden worden? Waarop moet je letten om de scheiding zo volledig mogelijk te laten gebeuren? /4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming /3&lt;br /&gt;
#correcte redoxreactie van 2 gegeven koppels schrijven en berekenen dat dit een aflopende reactie is. /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Bij welke reacties is quenchen van toepassing? Leg goed uit en geef een voorbeeld. /4&lt;br /&gt;
#Vergelijk chroomvocht, piranhazuur, koningswater en cyanide in base als oplossmiddel voor (edel)metalen. /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Roosterenergie berekenen /2.5&lt;br /&gt;
#concentratie zout berekenen die toegevoegd moet worden om gegeven hoeveelheid neerslag op te doen lossen. /3.5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
VM&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je de reactiesnelheid beïnvloeden? Wat betekent dit voor het chemisch evenwicht? /4&lt;br /&gt;
#Wat gebeurt er bij de elektrolyse van water voor geen, een weinig en veel NaCL? /6&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#pH + werkelijke ionenconcentraties van een bioprotisch zuur berekenen /3&lt;br /&gt;
#een slecht oplosbaar zout oplossen aan de hand van complexatie door een te berekenen massa NaCl toe te voegen /3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Hoe kan je het evenwicht naar de kant van de producten brengen? Heeft dit een invloed op de snelheid?&lt;br /&gt;
#Geef het verband tussen protontransferreacties en elektrontransferreacties. Geef voorbeelden die dit verduidelijken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming.&lt;br /&gt;
#Bepaal de hybridisatie en geometrie van PCl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; en SF&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;. Teken de atoomstructuur en zijn deze moleculen polair of apolair en een uitleg waarom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Vuistregels met afleiding van buffers geven, dit ook toepassen op pH titraties, bloed als buffer bespreken&lt;br /&gt;
#Hebben kationen basische of zure eigenschappen, zijn dit dan zwakke of sterke zuren of basen (voorbeelden kunnen helpen en verduidelijkend zijn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen &lt;br /&gt;
#Aantal mL en molair NiSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;-oplossing samenvoegen met een aantal ml en molair NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;, toon aan dat ondanks het gevormde complex nikkel (II) ammoniak er toch nog neerslag gevormd wordt&lt;br /&gt;
#Een tabel gegeven van temperatuur en snelheidsconstante, de opdracht is grafisch de activeringsenergie te berekenen en k te berekenen bij 250°C&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== XX Augustus 2016 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leg de verschillende soorten isomerie uit + wat is tautomerie?&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom fluoride in tandpasta zit (alle 6 puntjes geven, dus ook vorming CaF uitleggen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
#Random oefening uit oefenzitting&lt;br /&gt;
#Berekend de K&amp;lt;sub&amp;gt;w&amp;lt;/sub&amp;gt; vertrekkende vanuit de standaardreductiepotentialen voor water in zuur/basisch milieu&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===XX januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Leg de elementaire reactiestappen uit adhv voorbeelden (mono,bi,termoleculair, stationariteitsprincipe, vorming ozon)&lt;br /&gt;
#Geef de &#039;&#039;&#039;essentie&#039;&#039;&#039; van een titratie + grafieken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
#Oplosbaarheid van AgNO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; berekenen na toevoegen van een of ander zuur/base&lt;br /&gt;
#nog een oefening&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===  11 januari 2016 ===&lt;br /&gt;
#Hoe bepaal je de geometrische structuur bij covalent gebonden atomen en geef 3 voorbeelden &lt;br /&gt;
#bij welke reactie is quenching van toepassing?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===XX januari 2016===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#heterogene en homogene en enzymatische katalysator + alles uitleggen hiervan&lt;br /&gt;
#loodbatterij&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Verschillen tussen Co en Fe en zeggen waarom Fe gebruikt wordt voor zuurstof transport &lt;br /&gt;
#het verschil tussen C dubbel gebonden en enkel gebonden &lt;br /&gt;
#bij de oefeningen was eentje E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; bepalen ahv K&amp;lt;sub&amp;gt;a&amp;lt;/sub&amp;gt; en een andere E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; &lt;br /&gt;
#andere grafisch de orde enzo bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 JAN 2014===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
#Roosterenergie van 2 roosters (NaCl en MgO) berekenen met de formule, zeggen of er nog een andere manier was om die te vinden (Hess) en of er een verschil in uitkomst te verwachten was tussen de twee manieren. Vergelijken van de pH van de twee oplossingen.&lt;br /&gt;
#Uitleggen waarom termoleculaire reactiestappen omwaarschijnlijk zijn. Reactiemechanisme van 2HI + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; → I&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; + H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O  geven. Stationariteitsprincipe uitleggen en zeggen of het op die reactie van toepassing was. &lt;br /&gt;
#Waar/soms waar/niet waar: Een proces is spontaan als de entropie in het systeem toeneemt. &lt;br /&gt;
#Uitleggen wat een buffer is en de vuistregels voor een goede buffer uitleggen zonder de hele wiskundige berekening te doen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen.&lt;br /&gt;
#Oplosbaarheid van AgBr, complexatie met thiosulfaat en alternatieve manier geven om oplosbaarheid te verhogen. Uitleggen waarom die laatste manier weinig effect zou hebben.&lt;br /&gt;
#Celpotentiaal berekenen van een gegeven schematische voorstelling.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 JAN 2013===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de elektronenstructuur van de atomen N en O met die van de moleculen N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;. Licht de hierbij essentiële principes toe.&lt;br /&gt;
# Geef de chemische functies van water. Geef bij iedere functie een voorbeeld in de vorm van een reactievergelijking. Is water sterk of zwak in deze functie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# CuSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing met NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing (grootheden gegeven). Laat zien dat er ondanks de complexatie toch nog neerslagvorming optreedt.&lt;br /&gt;
# Gegeven concentraties (van reactieproduct) in functie van de tijd. Bepaal grafisch de orde en de halfwaardetijd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 FEB 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Geef twee vuistregels voor een goede buffer en toon ze aan aan de hand van de neutralisatiegraad en de buffer capaciteit. &lt;br /&gt;
#* Geef het verband hiervan met pH- titratie &lt;br /&gt;
#* Is bloed een goede buffer ? Verklaar. &lt;br /&gt;
# Verklaar waarom men tandpasta fluorideert.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie.&lt;br /&gt;
# Broom in base.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Welke reacties kunnen optreden als katalysator bij redoxreacties?&lt;br /&gt;
# Leidt de halfreacties van een zwavelzure loodbatterij af&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# hoe bepaal je de elektronenconfiguratie van diatomaire moleculen en geef twee duidelijk verschillende voorbeelden&lt;br /&gt;
# vergelijk Al en Li voor batterijen, geef voor en nadelen en verklaar waarom er Li batterijen zijn en geen Al&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# staaf met enkele goed gekoze voorbeelden het belang van de ladingsdichtheid in de chemie&lt;br /&gt;
# welke reacties hebben er baat bij quenching toe te passen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie. &lt;br /&gt;
# Leg de elektrolyse van water uit in de volgende omstandigheden:1. zonder zout, 2. met een beetje zout en 3. met oplossing van veel zeezout. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
Theorie :&lt;br /&gt;
# geef de vuistregels voor bufferoplossing + afleiden buffercapaciteit en neutralisatiegraad. link met pH-titratie. vertellen over bloed als buffer, goede/slechte buffer?&lt;br /&gt;
# iets van Fe complexatie, waarom de natuur is aangepast aan ademhaling door complexvorming van Fe met zuurstof&lt;br /&gt;
Oefeningen :&lt;br /&gt;
# van deel C met een tabel met waarden, orde van reactie afleiden + grafisch k en t&amp;lt;sub&amp;gt;1/2&amp;lt;/sub&amp;gt; bepalen&lt;br /&gt;
# berekenen of PbOH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; neerslaat, uit een mengsel van PbSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; met NaOH geloof ik&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de bindingssterkte en reactiviteit van C=C en C - C (enkelvoudige binding) op 4 ptn&lt;br /&gt;
# Vergelijk de afhankelijkheid van de temperatuur voor de snelheidsconstante en de evenwichtsconstante&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===1 FEB 2011=== &lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Bespreek: Chroomvocht, Piranhazuur , koningswater en cyanide in base en hun werking op (edel)metalen. (/6)&lt;br /&gt;
# Wat is een indicator en hoe werkt het? (/4)&lt;br /&gt;
Oefeningen:&lt;br /&gt;
# P&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; + BR&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; =&amp;amp;gt; PBR&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; vul aan met coefficienten en bereken de temperatuur waarvoor deze reactie spontaan zal verlopen. (/2.5)&lt;br /&gt;
# en een oefening over de combinatie van complexvorming van AlOH&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; en de neerslag van AlOH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;. (/3.5)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 sep 2010 ===&lt;br /&gt;
Theorie:&lt;br /&gt;
# Verschillen en gelijkenissen tussen homogene, heterogene en enzymatische katalyse geven. Verduidelijken met vb.&lt;br /&gt;
# Bindingssterkte en reactiviteit vergelijken tussen C-C en C=C. Welke reacties ondergaan ze.&lt;br /&gt;
Oefingen:&lt;br /&gt;
# Oplosbaarheid&lt;br /&gt;
# Enthalpie &amp;amp;amp; Entropie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 jan 2010===&lt;br /&gt;
# bespreek de oplosbaarheid van metalen in zuur en basisch milieu (/6) &lt;br /&gt;
# bespreek &amp;amp;quot;quenching&amp;amp;quot; en voor welke reacties is dit toepasbaar? (/4) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oefeningen: &lt;br /&gt;
# bepaal de oplosbaarheid van AgBr in een molaire NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; oplossing (complexvorming) &lt;br /&gt;
# een reactie difluor en diwaterstof -&amp;amp;gt; 2HF. Gaat deze reactie op bij 500K ?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 jan 2010===&lt;br /&gt;
# vergelijk piranhazuur, koningswater, dichromaat en cyanide voor het oplossen van edelmetalen. (.../6)&lt;br /&gt;
# welke reacties kunnen als katalysator optreden bij een redoxreactie? (.../4)&lt;br /&gt;
oefeningen:&lt;br /&gt;
# Een oplossing van Ti(II)-ionen wordt in zuur midden getitreerd met een dichromaatoplossing (K&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;Cr&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;7-&amp;lt;/sub&amp;gt;oplossing). Hierbij worden het Cr(III)-ion en het Ti(III)-ion gevormd. Toon aan dat het gaat om een aflopende reactie.Het verloop van de titratie wordt potentiometrisch gevolgd en ook de pH wordt constant gemeten. In de oplossing zit nog een kalomelelektrode (E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt;=0.25V) die aan de anode gekoppeld is en een platina-elektrode. Op zeker ogenblik - na het passeren van het equivalentiepunt - wordt een celpotentiaal van 0.95V gemeten en een pH van 1.2. Bereken de concentratie aan Cr&amp;lt;sup&amp;gt;3+&amp;lt;/sup&amp;gt; ionen, als je weet dat deze concentratie vier maal hoger ligt dan die van de dichromaationen. (.../3)&lt;br /&gt;
# Aan een oplossing van 70 ml 0.20 M nikkelsulfaat wordt 30 ml 0.60 M ammoniak toegevoegd. Toon aan dat er - ondanks de complexvorming - toch hydroxideneerslag gevormd zal worden. (.../3)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Toon het belang aan van ladingsdichtheid in de scheikunde. Geef telkens duidelijk verschillende voorbeelden als het over verschillende soorten reacties gaat.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van broom in base. Geef een relevante toepassing.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Bij 298 K gaat onderstaande reactie op. Men maakt een oplossing van 35,5 g van Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en 0,1 g van H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; in een totaal volume van 200 ml. Wat zijn de evenwichtsconcentraties van H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;, Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en HCl ?&lt;br /&gt;
#*H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) + Cl&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) &amp;amp;lt;=&amp;amp;gt; 2HCl(g) &lt;br /&gt;
# Bereken de Kb van IO-, uitgaande van&lt;br /&gt;
#*IO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq) / HIO(l)   E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; = 1,13V&lt;br /&gt;
#*IO&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq) / IO&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;(aq)  E&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; = 0,15V&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Wat is een dipoolmoment?&lt;br /&gt;
# Vroeger werd kaliumpermanganaat e.a. veel gebruikt als goede oxidator. Tegenwoordig wordt pirhanazuur (mengsel waterstofperoxide/zwavelzuur) gebruikt. Waarom?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Temperatuurverandering berekenen van ijs (faseverandering,...)&lt;br /&gt;
# Nog zo&#039;n oefening in die aard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== jan 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Vergelijk de temperatuursafhankelijkheid van de evenwichtsconstante en de snelheidsconstante.&lt;br /&gt;
# Waarom is een stof goed of slecht oplosbaar in water? En hoe kan je een slecht oplosbare stof beter oplosbaar maken?&lt;br /&gt;
# Maak een vergelijking tussen thermodinamica en kinetica van metathesereacties versus complexatiereacties.&lt;br /&gt;
# Geef de 2 hoofdregels voor het maken van een buffer en leid ze wiskundig af.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsconstante berekenen bij 45°C (je krijgt de reactie)&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is&lt;br /&gt;
# K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 1 feb 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reacties kunnen een redoxreactie katalyseren?&lt;br /&gt;
# Geef het verband tussen neerslagreacties en complexatiereacties en geef een goed gevonden voorbeeld.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsconstante berekenen bij 45°C (je krijgt de reactie)&lt;br /&gt;
#* Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is&lt;br /&gt;
# K&amp;lt;sub&amp;gt;b&amp;lt;/sub&amp;gt; geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg uit wat tautomerie is + vb.&lt;br /&gt;
# Voor het oxideren werden vroeger vaak de klassieke sterke oxidanten permanaat of dichromaat in zwavelzuur gebruikt, waarom is het gebruik van &amp;amp;quot;piranaha-zuur&amp;amp;quot; (waterstofperoxide in zwavelzuur) aan een opmars bezig?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# men wil 200 ml maken van een oplossing die 3,81g magnesiumcloride en 0,8g natriumhydroxide bevat. Hoeveel gram ammoniumbromide moet er ook in deze oplossing zitter, opdat er geen neerslag is?&lt;br /&gt;
# Boven/onder welke temperatuur gaat deze reactie spontaan op? &lt;br /&gt;
#* N&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; (g) + O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;(g) = 2NO (g)&lt;br /&gt;
#* Bereken ook de evenwichtsconstante bij 68°C.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# geef verband van de ionbinding en de covalente binding + verklaar&lt;br /&gt;
# geef verband pH en redoxpotentiaal&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# bereken kb van een stof aan hand van 2 redoxpotentialen &lt;br /&gt;
# oefenening waar je een eind temperatuur moest berekenen met warmtecapaciteit en latente verdampingswarmte (aangezien er een faseovergang is)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R1097154</name></author>
	</entry>
</feed>