
<?xml version="1.0"?>
<feed xmlns="http://www.w3.org/2005/Atom" xml:lang="nl">
	<id>https://wiki.chemika.be/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=R1102587</id>
	<title>Chemika Examenwiki - Gebruikersbijdragen [nl]</title>
	<link rel="self" type="application/atom+xml" href="https://wiki.chemika.be/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=R1102587"/>
	<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Speciaal:Bijdragen/R1102587"/>
	<updated>2026-07-28T08:21:52Z</updated>
	<subtitle>Gebruikersbijdragen</subtitle>
	<generator>MediaWiki 1.43.0</generator>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Bio-Organische_Chemie&amp;diff=5095</id>
		<title>Bio-Organische Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Bio-Organische_Chemie&amp;diff=5095"/>
		<updated>2026-06-12T18:07:10Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R1102587: /* 12 juni 2026 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Basisvak organische chemie voor eerstejaars chemie, biochemie en biologie.&lt;br /&gt;
Gedoceerd door Professor Luc van Meervelt.&lt;br /&gt;
Het examen volgt al jaren dezelfde structuur.&lt;br /&gt;
Sinds 2017 wordt dit vak gegeven door professor Mario Smet.&lt;br /&gt;
Het examen duurt 3 uur.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;2022-2023&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*aanpak vak&lt;br /&gt;
**Prof Mario Smet&lt;br /&gt;
**Voor het examen minstens 3.2/8 voor zowel het deel van theorie als oefeningen, anders maximaal een 9 (helaas durft hij ook een 3.1 te geven)&lt;br /&gt;
**Er zijn ingesproken ppt&#039;s die zeker een aanrader zijn om te bekijken, belangrijkste zaken worden duidelijk uitgelegd&lt;br /&gt;
*Kwaliteit cursus&lt;br /&gt;
**Slides zijn duidelijk en bevatten zeker de belangrijkste informatie&lt;br /&gt;
**Handboek kan handig zijn voor extra informatie of verduidelijking van bepaalde delen, maar ik heb dit zelf amper opengedaan dus zeker niet noodzakelijk om te kopen&lt;br /&gt;
*Examenvragen&lt;br /&gt;
**Telkens één theorievraag over een reactiemechanisme (regel van Zaitsev en Markovnikov belangrijk) met ordenen op basis van reactiviteit en naamgeving van producten!!&lt;br /&gt;
**Eén theorievraag over een voorbeeld (komen steeds terug, zijn er in totaal een stuk of 14 (document met deze vragen voor 2024-2025: https://docs.google.com/document/d/e/2PACX-1vRY7b09HsmvVWGNBrcGEXsHcZEtJk-kMeF07rW-tDXwXgheNmEfFHfIp7nmVvFat1X-NtERZpXgm6VM/pub)) belangrijk om hierbij te weten waarom bepaalde zaken zo zijn.&lt;br /&gt;
**Bij de oefeningen vraagt hij naar mijn gevoel van alles iets, dus aminozuren zeker uit het hoofd leren en al de reactiemechanismes begrijpen.&lt;br /&gt;
*Labo&#039;s&lt;br /&gt;
**Zijn niet al te moeilijk&lt;br /&gt;
**Zie dat je op tijd bent voor de prelabtest, ze hebben geen medelijden met u, zelfs als je er niks aan kon doen :(&lt;br /&gt;
**Als er ergens iets van berekeningen in het labo voorkomen, worden deze vaak op de prelabtest gevraagd&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===12 juni 2026===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# 4 alcoholen gegeven: 2,2-dimethylbutan-3-ol, 2,3-dimethylbutan-3-ol, 2,3-dimethylbut-1-en-3-ol, 2,4,6-trimethylhept-1,3-en-6-ol&lt;br /&gt;
## Teken het volledig reactiemechanisme van molecule A voor en eliminatie bij verhoogde temperatuur en in een milieu met fosforzuur&lt;br /&gt;
## Rangschik bovenstaande moleculen op reactiviteit in deze reactie&lt;br /&gt;
## Teken het reactieproduct van alle bovenstaande molecule en geef de IUPAC naam van A en C&lt;br /&gt;
# Iets met de afbraak van vetzuren. In dit geval stearinezuur.&lt;br /&gt;
## Teken het reactieproduct na stap a, b en c.&lt;br /&gt;
## Hoe vaak moet deze cyclys doorlopen worden zodat dit vertuur volledig is afgebroken zodat het gebruikt kan worden in de Krebscyclus.&lt;br /&gt;
## Geef het volledige reactiemechanisme van stap e &lt;br /&gt;
## Geef 2 verschillen tussen de afbraak en biosynthese van vetzuren&lt;br /&gt;
Bundel B: &lt;br /&gt;
# Er is de ringstructuur van een suiker gegeven&lt;br /&gt;
## Geef de configuratie van C2 en C5&lt;br /&gt;
## Geef de oxidatietrap van C2&lt;br /&gt;
## Zet dit suiker om naar de openketen vorm en teken de stabielste Newman projectie op de C3-C4 as&lt;br /&gt;
## Benoem het volledig bovenstaande suiker &lt;br /&gt;
## Geef een anomeer van dit molecule. Is dit ook een epimeer? Wat is de betekenis van beide termen.&lt;br /&gt;
# Vul drie reacties aan, geef het reactietype bij B en C en het volledige mechanisme bij C: (Geef alle mogelijke producten als er meerdere zijn)&lt;br /&gt;
## Propan-2-ol + ? --&amp;gt; propan-2-on + (ben ik vergeten) --&amp;gt; ?&lt;br /&gt;
## methylchloridecyclohexaan + ethanol -&amp;gt;&lt;br /&gt;
## Chloorbenzeen + H2SO4 + HNO3 -&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bundel C:&lt;br /&gt;
# Van alle aminozuren die gevraagd worden moet de structuurformule getekend worden&lt;br /&gt;
##Je hebt het aminozuur leucine en threonine. Waarom is de pKa waarde van leucine hoger dan die van threonine&lt;br /&gt;
## Leucine wordt op gelelektroferese gedaan bij pH 9,9 waar komt deze uit&lt;br /&gt;
# Het molecule  Z-3,4-dimethyl-3-hexeen is in een reactie met HCl&lt;br /&gt;
## Hoeveel stereoisomeren zijn er 1,2,3 of 4&lt;br /&gt;
## Teken al deze stereoisomeren en benoem de configuratie van de chirale C-atomen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===4 juni 2026===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# 4 carbonzuurderivaten gegeven: butanoylbromide, 2-oxobutanoylbromide, ethylbutanoaat, S-ethylbutanoaat&lt;br /&gt;
## Deze kunnen reageren via een nucleofiele substitutie met methanol, Geef voor de eerste structuur het volledige reactiemechanisme hiervan&lt;br /&gt;
## Geef de producten van deze reactie voor elke structuur en geef de IUPAC naam van de eerste twee&lt;br /&gt;
## Rankschik de vier structuren op basis van reactiviteit in deze reactie&lt;br /&gt;
# Cis-retinal kan omgezet worden naar trans-retinal door te binden aan een eiwit (opsine of zo)&lt;br /&gt;
## Hierbij bindt cis-retinal aan het aminozuur lysine, ter vorming van een Schiff-base. Geef het volledige reactiemechanisme van deze omzetting en geef alle elektronenverplaatsingen weer&lt;br /&gt;
## Leg uit waarom er zo veel gebruik wordt gemaakt van Schiff-basen in de natuur&lt;br /&gt;
# Retinal kan ook omgezet worden naar retinol door een oxidatie/reductie (omcirkel de juiste) met NAD+&lt;br /&gt;
## Geef bij alle moleculen die bij deze oxidatie/reductie de atomen die van oxidatiegetal veranderen, en geef bij elk atoom het oxidatiegetal bij zowel de reagentia als producten&lt;br /&gt;
## Waarom is NAD+ een excellente hydride-acceptor? Geef twee redenen en leg uit&lt;br /&gt;
Oefeningen &lt;br /&gt;
Bundel B:&lt;br /&gt;
#Gegeven het molecule menthol&lt;br /&gt;
## Teken dit molecule in de stabielste configuratie&lt;br /&gt;
## Zijn er 1,3-diaxiale interacties aanwezig in deze stabielste configuratie? Zo ja, geef aan op jouw tekening&lt;br /&gt;
## Geef de R- of S- configuratie van alle chirale atomen in het molecule, met aanduiding van prioriteiten (Maakt niet uit welke versie want normale menthol = stabielste configuratie)&lt;br /&gt;
## Hoeveel stereo-isomeren heeft menthol?&lt;br /&gt;
## Teken een diastereomeer van menthol dat geen epimeer is. Leg hierbij de termen diastereomeer en epimeer uit&lt;br /&gt;
## Vier verschillende Newman-projecties gegeven van menthol, duidt aan welke overeenkomt met de gegeven structuur&lt;br /&gt;
# Een peptide-binding wordt gehydrolyseerd.&lt;br /&gt;
## Hierbij is (duidt aan):&lt;br /&gt;
### De reactie aflopend in basisch milieu, maar niet in zuur&lt;br /&gt;
### De reactie aflopend in zuur milieu, maar niet in basisch&lt;br /&gt;
### De reactie aflopend in zuur en basisch milieu&lt;br /&gt;
### Het maakt niet uit welk milieu, de reactie is niet aflopend&lt;br /&gt;
## Leg je antwoord uit en teken hierbij het volledige reactiemechanisme van de hydrolyse (met alle elektronenverplaatsingen)&lt;br /&gt;
Bundel C:&lt;br /&gt;
# Je hebt een oplossing van glutaminezuur en tryptofaan, die is gebufferd op pH=9,40.&lt;br /&gt;
## Aan welke kant (anode, kathode, tussenin) zullen alle producten die aanwezig zijn in de oplossing uiteindelijk terechtkomen? Geef de structuren van glutaminezuur en tryptofaan in je antwoorden.&lt;br /&gt;
## Waarom vertoont de R-groep van tryptofaan geen basische eigenschappen?&lt;br /&gt;
# Vul drie reacties aan, geef het reactietype bij B en C en het volledige mechanisme bij C:&lt;br /&gt;
## But-1-een + ? --&amp;gt; Butaan-2-ol + H2SO4 (ΔT) --&amp;gt; ?&lt;br /&gt;
## Methylbenzeen + acetylchloride + AlCl3 --&amp;gt; ? (Geef alle mogelijke producten als er meerdere zijn)&lt;br /&gt;
## 2x 2-cyclopentylacetaldehyde + 1x OH- --&amp;gt; ?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 augustus 2025===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Rangschik de moleculen volgens afnemende reactiviteit in een SeAr ter vorming van een nitroderivaat. Anisool, Methylbenzoaat , furaan, acetofenon.&lt;br /&gt;
## Geef het reactiemechanisme van anisool.&lt;br /&gt;
## Geef de skeletnotatie van alle reactieproducten en schrijf de IUPAC-naam van de reactieproducten van A en B.&lt;br /&gt;
#Leg uit hoe je een aminozuursequentie bepaald&lt;br /&gt;
##Iets over NH2&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
Bundel B:&lt;br /&gt;
#Bepaal R of S van chirale centra.&lt;br /&gt;
## Hoeveel stereo-isomeren zijn er van dit molecule? &lt;br /&gt;
## Gegeven: 2R-4S (omgekeerde van wat je in de eerste vraag bepaald hebt), leg uit wat enantiomeren en diastereomeren zijn en welk van de twee deze stereo-isomeer is.&lt;br /&gt;
## Gegeven: Een van de cis versies, geef hiervan 1 van de trans versies en bespreek hierbij de 1,3 diaxiaal interacties.&lt;br /&gt;
## Geef oxidatiegetal van C6 (nummering staat al op het molecule)&lt;br /&gt;
## Ernaast is spiegelbeeld getekend, je moet de substituenten aanvullen. &lt;br /&gt;
# Butaanzuur reageert tot ethylbutanoaat, in welk midden is dit? (Zuur, basisch, neutraal of maakt niet uit). Licht dit toe&lt;br /&gt;
Bundel C:&lt;br /&gt;
## L isoleucine en L- Lysine tekenen in fisherprojectie. Bij L isoleucine stabielste newmann tekenen. Alles moet in zwitterion vorm.&lt;br /&gt;
## Arginine met 0.1M 100mL met 0.1M NaOH. Wat is de pH na toevoeging van 250mL en 300 mL NaOH.&lt;br /&gt;
# Vul volgende reacties aan&lt;br /&gt;
## Oxidatie van sec alcohol tot keton, hierna met H20 en H+ tot Di-Ol&lt;br /&gt;
## Aldolcondensatie, teken reactieproduct in skeletnotatie&lt;br /&gt;
## Geef heel mechanisme van HBr (overmaat) + Diethylether, geef ook reactietype&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2025===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# gegeven structuren ondergaan een AE met HCl: A: propeen B: methylprop-2-enoaat C: methoxyetheen D: styreen&lt;br /&gt;
## Geef het reactiemechanisme van molecule A.&lt;br /&gt;
## Rangschik de moleculen volgens afnemende reactiviteit. Toon aan d.m.v. substituenteffecten en grensstructuren waar nodig. &lt;br /&gt;
## Geef de skeletnotatie van alle reactieproducten en schrijf de IUPAC-naam van de reactieproducten van A en B. &lt;br /&gt;
# Gegeven structuren en namen: limoneen, terpinoleen en alfa-terpineol.&lt;br /&gt;
## Schrijf alle reactiemechanismen uit vanuit nerylpyrofosfaat.&lt;br /&gt;
## Van welk alkaan (limoneen en terpinoleen) lijkt de vorming het meest waarschijnlijk. Motiveer je antwoord. &lt;br /&gt;
## Limoneen kan kan gehydrogeneerd worden met twee diwaterstofmoleculen. Teken de meest stabiele conformatie van elk van de twee bekomen alkanen.&lt;br /&gt;
Oefeningen (bundel B)&lt;br /&gt;
# Gegeven: 2-amino-2,3,4-trimethylhexaan-3-thiol&lt;br /&gt;
## Teken het moleculen uit en duid alle chirale koolstoffen aan met een sterretje. Hoeveel stereo-isomeren heeft dit moleculen?&lt;br /&gt;
## Teken voor elk isomeer de Fisher- en Newmannprojectie (C3-C4).&lt;br /&gt;
## Duidt voor elk chirale koolstof op alle isomeren de prioriteiten aan en geef de configuratie (S/R).&lt;br /&gt;
## Leg uit: enantiomeren, diastereomeren en mesovorm. Zeg welke isomeren enantiomeren en/of diastereomeren zijn van elkaar. Is er een mesovorm?&lt;br /&gt;
## Is het thiol primair, secundair of tertiar?&lt;br /&gt;
## Wat is het oxidatiegetal van C2?&lt;br /&gt;
# Je krijgt een oplossing van 1 suiker. Het suiker kan lactose, sacharose of maltose zijn. De oplossing geeft een bruin-rode neerslag bij de Fehlings-test. Welke stelling is correct?&lt;br /&gt;
## Het suiker is lactose.&lt;br /&gt;
## Het suiker is sacharose.&lt;br /&gt;
## Het suiker is maltose.&lt;br /&gt;
## Er zijn te weinig gegevens.&lt;br /&gt;
# Motiveer je antwoord en geef de nodige reactievergelijkingen. &lt;br /&gt;
Oefeningen (bundel C)&lt;br /&gt;
# Aminozuren&lt;br /&gt;
## Schrijf alle vormen bij de juiste pKa&#039;s uit van leucine en arginine.&lt;br /&gt;
## Gegeven: 100mL volledig geprotoneerd arginine (0.1M) en een basische oplossing van 0.1M. Bereken de pH bij het toevoegen van 150mL en 200mL basische oplossing. Schrijf duidelijk de vorm van het AZ op.&lt;br /&gt;
# Reactiemechanismen&lt;br /&gt;
## 2-butanon(structuur) -&amp;gt;(?) 2-butanol(structuur) -&amp;gt;(HBr) ?(structuur)&lt;br /&gt;
## 1-broombenzeen(structuur) -&amp;gt;(AlCl3/CH3COCl) ?(structuur in skeletnotatie) en reactietype gevraagd&lt;br /&gt;
## methyl-2-methylpropanoate -&amp;gt;(H2O/H+) ?(structuur in skeletnotatie) en reactiemechanisme en reactietype gevraagd&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 27 augustus 2024===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# 4 structeren: 1-hydroxy-1-methylcyclohexaan, 1-fenyl-1-hydroxycyclohexaan , 1&lt;br /&gt;
## Schrijf het mechanisme voor dehydratie met geconcentreerd zwavelzuur en temperatuursverhoging van verbinding A&lt;br /&gt;
## Beoordeel en rangschik de reactiviteit van bovenstaande structuren voor dit mechanisme, werk met grensstructuren en substituenteffecten&lt;br /&gt;
## Geef de IUPAC naam voor verbinding A en B&lt;br /&gt;
# Suikerevenwichten van fructose in furanose en pyranosevorm gegeven&lt;br /&gt;
## Waarom komt de betafuransevorm minder voor dan de alphafuranosevorm?. Verklaar&lt;br /&gt;
## Waarom komt de betapyranosevorm minder voor dan de alphapyranosevorm? Verklaar&lt;br /&gt;
# Suikerevenwichten van ribose in furanose en pyranosevorm gegeven&lt;br /&gt;
## Welke veranderingen in de suikerevenwichten verwacht je indien het ribose chemisch wijzigt in deoxyribose? Welke implicaties heeft dit voor DNA?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen (eerste bundel)&lt;br /&gt;
# Bacterieel antibioticum penicilline gegeven (structuur)&lt;br /&gt;
## Duid alle chirale C-atomen aan&lt;br /&gt;
## Teken het molecule in projectievorm waarbij alle chirale C-atomen een S-configuratie hebben. Duid de prioriteiten aan.&lt;br /&gt;
## Geef het oxidatiegetal van het aangeduide atoom&lt;br /&gt;
## Geef het enantiomeer van het molecule uit vraag b&lt;br /&gt;
## Geef een epimeer van het molecule uit vraag b&lt;br /&gt;
## Teken een resonantiestructuur van het molecule waarbij je geen gebruikt maakt van de benzeenresonantie&lt;br /&gt;
# Gegeven de structuur van meta-broom-acetylbenzeen, welke van de volgende opties is waar?&lt;br /&gt;
## Eerst bromering, dan acetylering&lt;br /&gt;
## Eerst acyletylering, dan bromering&lt;br /&gt;
## Volgorde onbelangrijk, reactie met eerst bromering verloopt trager&lt;br /&gt;
## Volgorde onbelangrijk, reactie met eerst acetylering verloopt trager&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Verklaar je antwoord uit vorige vraag met resonantiestructuren van intermediairen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen (bundel 2)&lt;br /&gt;
# Gegeven een volledig geprotoneerde glutaminezuuroplossing van 0,10M &lt;br /&gt;
## Bereken de pH van de oplossing na toevoeging van 150mL en 200mL 0,10M-NaOH-oplossing &lt;br /&gt;
## Waarom vertoont glutamine geen basisch karakter, maar lysine wel? Verklaar&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 juni 2024===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#4 structuren gekregen: fenyletheen, 4-vinylfenol, 1-nitro-4-vinylbenzeen, fenol. Deze ondergaan een additie met HCl.&lt;br /&gt;
##geef het reactiemechanisme van A&lt;br /&gt;
##rangschik op reactiviteit. verklaar met substituenteffecten en teken grensstructuren indien nodig&lt;br /&gt;
##geef de reactieproducten van A, B en C en de IUPAC-naam van het reactieproduct A en B&lt;br /&gt;
#Retro-aldolreactie bij de glycolyse wordt gekatalyseerd door het enzym aldolase.&lt;br /&gt;
##Geef het reactiemechanisme van de retro-aldolreactie van fructose-1,6-difosfaat&lt;br /&gt;
##Waarom moet glucose-6-fosfaat geïsomeriseerd worden naar fructose-6-fosfaat&lt;br /&gt;
##Aldolase katalyseert nog een reactie in het lichaam, namelijk de reactie van dihydroxyaceton(niet zeker) met D-erytrose. Geef de Fischervoorstelling van het reactieproduct.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Aminozuren&lt;br /&gt;
##Bereken het Iso-elektrisch punt van arginine en isoleucine. schrijf ook de structuur bij die pH.&lt;br /&gt;
##100 ml Isoleucine-oplossing van 0,100 mol/L wordt getitreerd met een NaOH-oplossing van 0,100 mol/L. Geef mij de pH bij toevoeging van 50 ml en 200 ml NaOH-oplossing en teken de structuur van isoleucine bij die pH’s.&lt;br /&gt;
#Reactiemechanismen&lt;br /&gt;
##Benzeen gekregen wat toevoegen om 1-fenylethanon te krijgen (Antwoord: FeCl3 + ethanoylchloride)&lt;br /&gt;
##Ethoxyethaan + HBr → ? (ook zeggen welk reactietype)&lt;br /&gt;
##?&lt;br /&gt;
#?&lt;br /&gt;
#Meerkeuzevraag over Claisencondensatie. 4 IUPAC-namen van esters gekregen teken structuurformule van elk ester. De 4 esters ondergaan een Claisen Condensatie, bij 3 esters is het een aflopende reactie, bij 1 ester een evenwichtsreactie. Bij welke evenwichtsreactie en waarom?&lt;br /&gt;
##butylethanoaat&lt;br /&gt;
##ethylbutanoaat&lt;br /&gt;
##ethyl-2-methylbutanoaat&lt;br /&gt;
##ehtyl-3-methylbutanoaat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2024===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# 4 structuren: ethaanzuurbromide, ethaanzuurchloride, 2-oxyethaanzuurbromide, dietheenzuuranhydride. deze ondergaan een nucleofiele substitutie met water&lt;br /&gt;
##geef het reactiemechanisme van A&lt;br /&gt;
##rangschik op reactiviteit. verklaar met substituenteffecten en teken grensstructuren indien nodig&lt;br /&gt;
##geef de reactieproducten en de IUPAC-naam van A en C&lt;br /&gt;
# om alfa-ketoglutaraat te decarboxyleren maakt de natuur gebruik van het coënzym thiaminepyrofosfaat die reageert na deprotonatie.&lt;br /&gt;
##Geef het reactiemechanisme&lt;br /&gt;
##Geef 2 redenen waarom het coënzym zo goed gedeprotoneerd wordt&lt;br /&gt;
##Wat is het voordeel van het binden van dit coënzym?&lt;br /&gt;
##Wat is het voordeel van dit biologisch proces?&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# je wil een aminozuurmengeling van tryptofaan en lysine scheiden met behulp van elektroforese bij een pH van 9,1. Bereken het voorkomen van de vormen en waar ze zullen voorkomen (Kathode, Anode of ertussenin). Laat ook duidelijk de structuur van deze aminozuren zien.&lt;br /&gt;
##waarom is de stikstof op de tryptofaan niet basisch&lt;br /&gt;
# gegeven but-1-een naar 1-methylbutan-1-ol. Welke substraat heb je nodig om van de eerste naar de tweede gegaan (structuren waren gegeven) als je dan met H3PO4 zit en een verandering in temperatuur welk product bekom je (was al een reactiepijl gegeven)?&lt;br /&gt;
# reactie met methoxybenzeen, ethaanzuurchloride en AlCl3 (structuren gegeven). Geef het reactieproduct en het reactietype.&lt;br /&gt;
# mechanisme en reactietype gevraagd van 2x fenylmethanal (structuur gegeven) met OH-&lt;br /&gt;
# suikering gegeven met een zesring waarbij OH op C1 naar boven, alsook C2 en C3, bij C4 naar beneden en C5 de CH2OH ook naar beneden.&lt;br /&gt;
##geef de fisherstructuur van dit suiker en teken de stabielste conformatie op de newmann-projectie van C3 en C4&lt;br /&gt;
##geef de volledige naam van dit suiker&lt;br /&gt;
##geef van C1 en C2 de absolute configuratie (R of S) geef hierbij ook de prioriteiten&lt;br /&gt;
##Leg uit wat 1,3 diaxiale interacties zijn en geef dit weer op een duidelijke tekening&lt;br /&gt;
# oxidatie van ascorbinezuur naar dehydroxy-ascorbinezuur gegeven (zie practicum) en 3 stellingen (hieronder): duid de stellingen aan die correct zijn en geef bij iedere uitleg&lt;br /&gt;
##Er gebeurt een oxidatie en het oxidatiegetal van de C-atomen gaat van +1 naar 0&lt;br /&gt;
##Is de H in kwestie die met de laagste pKa?&lt;br /&gt;
##Is de stereochemie juist of kwam het eindproduct eerder van een andere stereo isomeer&lt;br /&gt;
===2 september 2023===&lt;br /&gt;
https://drive.google.com/file/d/1GMpzdW-Fuazq4zCe9Y40D8DgJyVk2-a7/view?usp=drive_link&lt;br /&gt;
===24 juni 2023===&lt;br /&gt;
#Je kreeg 4 verbindingen (ik denk 2-bromo-2methylpropaan, 2-bromopropaaan, 4-bromo-2-penteen en 4-bromo-1-penteen; kloppen niet helemaal, maar principe blijft hetzelfde). &lt;br /&gt;
##Voor 2-bromo-2-methylpropaan moest je de E-reactie uitschrijven.&lt;br /&gt;
##Zeggen in welke volgorde deze verbindingen het snelste zou reageren bij een E1-reactie (aan de hand van substituent effecten en eventuele grensstructuren.&lt;br /&gt;
##Voor elke verbinding het reactieproduct geven en IUPAC naam geven.&lt;br /&gt;
#Er wordt ATP gevormd bij de afbraak van een suiker in de glycolyse en krebs-cyclus. &lt;br /&gt;
##Geef de reactieproducten en waarom kan er ATP gevormd worden?&lt;br /&gt;
##Het grootste deel van de energie komt in een andere vorm vrij, hoe gebeurd dit?&lt;br /&gt;
#Meerkeuzevraag over Claissencondensatie van ethylacetaat (was een andere benaming, maar vooral het ethyl deel is belangrijk dus maakt niet echt uit). Welk reagens moet je gebruiken om ervoor te zorgen dat je slechts één reactieproduct hebt. Opties waren denk ik: methioxide, ethioxide, hydroxide, er wordt altijd meer dan één reactieproduct gevormd (eventuele grensstructuren hier niet mee rekenen) (meeste hadden ethioxide) en dan moest je nog aantonen met het relevante deel van de reactie, waarom de andere niet zouden kunnen.&lt;br /&gt;
#Reactiemechanismen&lt;br /&gt;
##Je kreeg aceton en je moest zeggen wat je moest toevoegen om iets te bekomen (je moest OH- toevoegen, maar weet even niet meer wat je dan bekomt) en dan voeg je H2O en H+ toe en moet je het reactieproduct geven (2,2-propaandiol)&lt;br /&gt;
##Ik denk 2-Methylcyclopentanone en solvent gekregen, zeggen welk reactieproduct je bekomt en wat het reactiemechanisme is (nucleofiele acylsubstitutie)&lt;br /&gt;
##Je kreeg ethylbenzeen met als solvent AlCl3 en acetylchloride (hiervan maak je AlCl4- en CH2CO+) je moest zeggen welk reactiemechanisme (nucleofiele aromatische substitutie) en dit ook uitschrijven&lt;br /&gt;
#Zwitterion en IP van arginine en glutamine geven en zeggen welke pH je krijgt bij het toevoegen van 250ml NaOH aan 100 ml 0.1M glutamine&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
##S/R van chirale koolstoffen van D-xylulose geven + Newman projectie rond C3 en C4&lt;br /&gt;
##In stappen geven hoe je alfa-L-xylulofuranose bekomt (ringsluiting tekenen dus), het enantiomeer hiervan geven (bèta-versie) en zeggen of het een epimeer is, beide begrippen uitleggen&lt;br /&gt;
===8 juni 2023===&lt;br /&gt;
#4 structuren: propeen, ethyleen pyrrool?, styreen , benzeen met etheen op en methoxy groep op. elektrofiele additie met waterstofbromide.&lt;br /&gt;
##Geef het reactiemechanisme van propeen&lt;br /&gt;
##Rangschik de reactiviteit van de verschillende structuren, maak gebruik van substituenteffecten en teken grensstructuren&lt;br /&gt;
##geef de IUPAC-naam van structuur a, b, c en schrijf alle reactieproducten uit&lt;br /&gt;
#Gegeven: D-glucose in de verschillende vormen: beta-D-glucopyranose, alfa-D-glucopyranose, beta-D-glucofuranose en alfa-D-glucofuranose en het voorkomen ervan in percentages&lt;br /&gt;
##Waarom komen de furanose vormen zo weinig voor?&lt;br /&gt;
##Waarom komt het beta-anomeer meer voor dan het alfa-anomeer?&lt;br /&gt;
##hoe komt het dat het alfa-anomeer dan toch nog voorkomt?&lt;br /&gt;
##Vergelijk dit nu met D-mannose, maak een voorspelling van hoe de verschillende vormen zullen voorkomen?&lt;br /&gt;
#Aminozuren:&lt;br /&gt;
##Waarom heeft de R-groep van asparagine geen basische eigenschappen (asparagine heeft geen pKr)&lt;br /&gt;
##We willen tyrosine en asparagine scheiden met behulp van elektroforese bij pH = 9,0. Schrijf voor beide aminozuren de verschillende vormen uit en verklaar welke vorm bij deze pH voor zal komen. Waar zullen de aminozuren zich bevinden: anode, kathode, tussenin&lt;br /&gt;
#Gegeven: benzeenring met broomsubstituent en -C2H5 substituent. Bij het bereiden hiervan moet je...&lt;br /&gt;
##...eerst bromeren?&lt;br /&gt;
##...eerst aklyleren?&lt;br /&gt;
##...volgorde maakt niet uit, maar als je eerst bromeert gaat de reactie langzamer&lt;br /&gt;
##...volgorde maakt niet uit, maar als je eerst alkyleert gaat de reactie langzamer&lt;br /&gt;
#Gegeven: een structuur met 2 chirale koolstoffen (ook een amidegroep op 1 einde, en een chloor groep)&lt;br /&gt;
##teken de fisherprojectie van ALLE stereo-isomeren, geef ook de stabielste newman-projectie&lt;br /&gt;
##Bepaal van elke chirale C de R,S-configuratie en geef de prioriteiten weer&lt;br /&gt;
##Wat is het OG van de C met de amide groep&lt;br /&gt;
##Welk van de stereo-isomeren zijn ook diastereo-isomeren, verklaar deze term&lt;br /&gt;
##Duid aan waar een nucleofiele substitutie zou kunnen plaatsvinden, verklaar ook waarom&lt;br /&gt;
#Reactie mechanismen zoals aangegeven op stramien&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 3 september 2022 ===&lt;br /&gt;
# 4 moleculen met dubbele binding gegeven, sommige met substituenten&lt;br /&gt;
## Reactiemechanisme voor molecule A uitschrijven (CH2=CH-CH2-CH3)&lt;br /&gt;
## Rangschikken volgens reactiviteit in een reactie met HBr en argumenteren met substituenteffecten en grensstructuren&lt;br /&gt;
## Reactieproducten voor alle 4 opschrijven en 2 ervan benoemen met IUPAC naam&lt;br /&gt;
# gegeven: glucose in openketenvorm, alfa-D-glucopyranose, beta-D-glucopyranose, alfa-D-glucofuranose en beta-D-glucofuranose met percentages van hoe vaak ze voorkomen&lt;br /&gt;
## waarom komt de furanosevorm zo weinig voor&lt;br /&gt;
## waarom komt de betavorm meer voor dan de alfavorm&lt;br /&gt;
## waarom komt ondanks vraag b de alfavorm toch nog zo vaak voor&lt;br /&gt;
## maak zelf een voorspelling voor de percentages van voorkomen voor alle vormen van D-mannose&lt;br /&gt;
# teken 2-amino-2,3,4-trimethyl-3-hexaanthiol&lt;br /&gt;
## hoeveel stereo-isomeren zijn er?&lt;br /&gt;
## teken van alle stereo-isomeren de fischer projectie en meest stabiele conformatie in de newman projectie over C3-C4 as, duid chirale centra aan&lt;br /&gt;
## bepaal voor alle chirale centra de absolute configuratie&lt;br /&gt;
## is het een primair, secundair of tertiair amine? En dezelfde vraag voor thiol?&lt;br /&gt;
## bepaal de oxidatietrap van C2&lt;br /&gt;
# 5 namen van moleculen gegeven, welke kunnen het reactieproduct zijn van een aldolcondensatie? Voor degenen die niet kunnen: leg uit in 1 zin waarom niet. Voor degenen die wel kunnen: geef de beginproducten.&lt;br /&gt;
# reactiemechanismen&lt;br /&gt;
## vul onderstaande reactiesequentie aan: alkaan met -OH —&amp;gt; alkeen —&amp;gt; ? (boven de eerste pijl stond ook een vraagteken en boven de tweede pijl +Cl2)&lt;br /&gt;
## schrijf reactiemechanisme uit: benzeenring met -OCH3 substituent reageert met HNO3 en H2SO4&lt;br /&gt;
# aminozuren&lt;br /&gt;
## bepaal voor een titratie van 100 mL 0,1M isoleucine de pH bij toevoeging van 150mL en 200mL NaOH&lt;br /&gt;
## waarom is de pKa van glutamine lager dan van isoleucine&lt;br /&gt;
## teken beide aminozuren uit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 juni 2022 ===&lt;br /&gt;
# 4 moleculen gegeven die reageren volgens reactietype E1 ter vorming van HCl : twee chlooralkanen met benzeenring en twee zonder, een van de twee met benzeenring had methoxy-groep op de benzeenring&lt;br /&gt;
## Geef reactiemechanisme voor een van de twee chlooralkanen zonder benzeenring&lt;br /&gt;
## Rangschik volgens stijgende reactiviteit en beargumenteer met substituenteffecten. Geef grensstructuren indien relevant.&lt;br /&gt;
## ...&lt;br /&gt;
# Geef het reactiemechanisme en vergelijk onderling, beredeneer ook voor de basische hydrolyses of het gaat om een mono- of bimoleculair proces:&lt;br /&gt;
### hydrolyse van een carbonzuurester in basisch milieu&lt;br /&gt;
### hydrolyse van een fosfaatester in basisch milieu&lt;br /&gt;
### hydrolyse van een fosfaatester in zuur milieu&lt;br /&gt;
## Bespreek kort het verschil in reactiviteit van mono-, di-, en tri-alkylfosfaatesters bij hydrolyse in basisch milieu&lt;br /&gt;
## In de glycolyse komt energie vrij bij het hysrolyseren van het acylfosfaat 1,3-difosfoglycerinezuur dat wordt gebruikt om ADP om te zetten in ATP. Voor de vorming van acetyl-CoA uit acetylfosfaat (ook een acylfosfaat) is ATP nodig. Bespreek kort deze schijnbare tegenstrijdigheid.&lt;br /&gt;
# Stereochemie&lt;br /&gt;
## Geef de Haworthprojectie van beta-L-arabinopyranose&lt;br /&gt;
## Geef de absolute configuratie van C2 en C4 en duid nummering aan&lt;br /&gt;
## Wat zijn de oxidatietrappen van C1 en C3?&lt;br /&gt;
## Geef de (stabielste) Newmanprojectie van het conformeer volgens de C3-C4 as&lt;br /&gt;
## Hoeveel 1,3-diaxiale repulsies komen ervoor in dit molecule? Maak een tekening die dit duidelijk weergeeft&lt;br /&gt;
# Aminozuren&lt;br /&gt;
## Onder welke vormen komen glutaminezuur en tryptofaan voornamelijk voor bij pH = 6,00? &lt;br /&gt;
## Waar bevinden de AZ zich na elektroforese bij deze pH? Aan de anode, kathode of ertussen?&lt;br /&gt;
## Waarom is de zijketen van tryptofaan niet basisch?&lt;br /&gt;
# Verloopt de substitutie van propaanzuur naar methylpropanoaat het best in zuur of in basisch milieu? Of kan beide? Verklaar grondig en teken het bijbehorende reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
# Vraag over reactiemechanismen zoals aangegeven op het stramien.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2022 ===&lt;br /&gt;
# 4 benzeen ringen gegeven (3 daarvan met substituenten)&lt;br /&gt;
## Reactiemechanisme uitschrijven voor een gewone benzeen tot chloorderivaat (SeAr)&lt;br /&gt;
## Rangschikken volgens reactiviteit, grensstructuren tekenen en substituenteffecten verklaren.&lt;br /&gt;
## Van de 4 chloorderivaten de IUPAC-naam geven en eindstructuur tekenen &lt;br /&gt;
# Geef de retro-aldolreactie bij de glycolyse&lt;br /&gt;
# Oefening op suikers (je kreeg een cyclisch suiker)&lt;br /&gt;
## Teken de fisher en de Newman projectie&lt;br /&gt;
## Geef het oxidatie getal van 2 C en zeg of het R of S is&lt;br /&gt;
## Geef de naam van het suiker&lt;br /&gt;
## Leg de begrippen epimeer en anomeer uit en teken deze vormen van dit suiker&lt;br /&gt;
# Oefening op aminozuren&lt;br /&gt;
## Je kreeg 2 aminozuren bij een bepaalde pH en je moest zeggen als dit een goede pH was om een elektroforese te doen, indien dit niet zo was moest je uitleggen waarom en een betere pH waarde geven.&lt;br /&gt;
# Je kreeg 4 verbindingen en je moest zeggen welke een kleurreactie (oranje/groen) zouden geven&lt;br /&gt;
## Alcoholtest -&amp;gt; oxidatie van alcoholen tot ketonen of carbonzuren uitleggen&lt;br /&gt;
# Oefening op reactiemechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 augustus 2021===&lt;br /&gt;
# 4 moleculen gegeven waarop het gaat reageren met HCl&lt;br /&gt;
## werk reactiemechanisme uit voor 1 van de moleculen&lt;br /&gt;
## Rangschik volgens afnemende reactiviteit&lt;br /&gt;
## Geef reactieproducten van alle moleculen en geef IUPAC naam voor 2&lt;br /&gt;
# geef reactiemechanisme van de deanimatie van glutamine&lt;br /&gt;
# L-xylulose, Bepaal R/S configuratie &lt;br /&gt;
## Teken stabielste Fischer en Newman voor de C3-C4-as&lt;br /&gt;
### ???&lt;br /&gt;
# Voor welk van deze 3 producten kan niet een aldolcondensatie ondergaan? Leg uit waarom niet en geef de reagentia wanneer het wel gaat.&lt;br /&gt;
##de reactiemechanisme invullen: onbrekende reagentia en product&lt;br /&gt;
### een stof gegeven met de reagentia, welke reactiemechanisme en schrijf uit&lt;br /&gt;
#titratie van asparagine met NaOH: berekenen de pH bij toevoeging van 100ml en 200ml NaOH; &lt;br /&gt;
##waarom heeft asparagine geen basische eigenschap zoals lysine. Geef ook de structuren&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 augustus 2020===&lt;br /&gt;
#4 moleculen gegeven waarop nucleofiele substitutie gebeurt met natriummethoxide&lt;br /&gt;
## werk reactiemechanisme uit voor 1 van de moleculen&lt;br /&gt;
## Rangschik volgens afnemende reactiviteit&lt;br /&gt;
## Geef reactieproducten van alle moleculen en geef IUPAC naam voor 2&lt;br /&gt;
# Geef het mechanisme van decarboxylering van beta-ketocarbonzuren en leg uit. Geef een voorbeeld van een analoog mechanisme in de biologie en leg uit. &lt;br /&gt;
# Voor welk van deze 4 producten kan er een aldolcondensatie zijn opgetreden? Leg uit waarom niet en geef de reagentia wanneer het wel gaat.&lt;br /&gt;
# Oefening op aminozuren en bepalen welke vorm er voorkomt bij een bepaalde pH en als je een gelelektroforese doet welke waar dan voorkomt, az zijn tryptofaan en glutaminezuur&lt;br /&gt;
# Oefening op suiker: welke suiker is dit? Geef stabielste newmann vorm in C3-C4 formatie, R of S van C2 en C5, teken epimeer dat geen anomeer is&lt;br /&gt;
#oefeningen op reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2020===&lt;br /&gt;
#4 moleculen (esters) gegeven, waarop nucleofiele substitutie gebeurt &lt;br /&gt;
## Werk het reactiemechanisme voor één van de moleculen volledig uit. (methylethanoaat)&lt;br /&gt;
## Rangschik volgens afnemende reactiviteit dmv substituenteffecten&lt;br /&gt;
## Geef de reactieproducten van alle moleculen en geef hun IUPAC naam&lt;br /&gt;
#Leg de synthese van peptiden uit met dicyclohexylcarbodiimide. Welke voorzorgsmaatregel moet genomen worden om selectief een peptide te vormen? Geef een voorbeeld.&lt;br /&gt;
#Voor welke van volgenden bestaat er een mesovorm, teken deze en leg uit wat mesovorm is. (1-butanol, butaan2,3diol, butaan-1,2,3-triol, butaan-1,2,3,4-tetraol)&lt;br /&gt;
#Oefening op aminozuren: &lt;br /&gt;
## Waarom heeft proline een hogere pKa&#039; dan alanine + teken deze aminozuren&lt;br /&gt;
## Welke vorm van alanine komt het meest voor bij toevoegen van 150 mL? Bereken deze pH.&lt;br /&gt;
#Oefening op suikers: suiker gegeven &lt;br /&gt;
## Geef IUPAC naam&lt;br /&gt;
## Bepaal R/S configuratie voor C2 en C5&lt;br /&gt;
## Teken stabielste Fischer en Newman voor de C3-C4-as&lt;br /&gt;
## ?&lt;br /&gt;
#Vul reactie aan (reactieproducten, reagentia). Geef reactietype en eindproduct. Geef reactietype, eindproduct en reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2020 (16u)===&lt;br /&gt;
#4 moleculen gegeven: E1 reactie van HCl: mechanisme geven, reactieproducten tekenen en benoemen&lt;br /&gt;
#Bespreek de oxidatieve deaminering van glutaminezuur met de nodige coënzymen/cofactoren. Geef het reactiemechanisme van de tweede stap zonder enzymen.&lt;br /&gt;
#Een molecule gegeven in stoelvorm (geen suiker): teken de fisherprojecties van alle stereomeren, teken newmann projectie van 1 op c2-c3 in stabielste vorm en zeg S of R config, welke zijn enantiomeren, diastereomeren, is er een mesovorm? En leg de begrippen kort uit. Geef oxidatietrap van aangeduide koolstofatoom.&lt;br /&gt;
#lysine en valine tekenen en IP berekenen, waarom is de pkr van lysine groter dan de pka&#039; van valine?&lt;br /&gt;
#Wat zijn de product(en) die worden gevormd als E-2-hepteen en dichloor reageren?&lt;br /&gt;
##2s,3s 2-dichloorhepteen&lt;br /&gt;
##2s,3r&lt;br /&gt;
##2r,3s&lt;br /&gt;
##2r,3r&lt;br /&gt;
#Oefeningen op reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2020 (16u)===&lt;br /&gt;
#4 moleculen gegeven, waarop elektrofiele additie van water in zuur milieu gebeurt&lt;br /&gt;
## Werk het reactiemechanisme voor één van de moleculen volledig uit.&lt;br /&gt;
## Rangschik volgens afnemende reactiviteit&lt;br /&gt;
## Geef de reactieproducten van alle moleculen en geef hun IUPAC naam&lt;br /&gt;
#Waarom kunnen alcoholen niet gemakkelijk een SN-reactie ondergaan? Geef 2 voorbeelden van een SN-reactie van een alcohol, schrijf het mechanisme. Reageert fenol op dezelfde manier? Teken en leg uit. Hoe kunnen SN-reacties van alcoholen mogelijk gemaakt worden in biologische systemen?&lt;br /&gt;
#Oefening op suikers en stereochemie:&lt;br /&gt;
## Geef de Haworth-projectie van bèta-L-gulofuranose&lt;br /&gt;
## Teken het enantiomeer van deze molecule en benoem het.&lt;br /&gt;
## Configuratie (R/S) van C2 en C5 bepalen + oxidatietrap geven&lt;br /&gt;
## Stabielste Newman-conformatie langs C4-C5 as&lt;br /&gt;
#Oefening op aminozuren:&lt;br /&gt;
## D-vorm van tyrosine en alanine tekenen en conformatie geven.&lt;br /&gt;
## Oefening op pH berekenen&lt;br /&gt;
# Gegeven een staal met één onbekende suiker. Na het uitvoeren van een Fehlingstest zie je een roodbruine neerslag ontstaan. Aantal suikers gegeven, aanduiden welke het mogelijk kan zijn. Leg uit wat deze test precies en verklaar je keuze.&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan (reactieproducten, reagentia). Geef reactietype en eindproduct. Geef reactietype, eindproduct en reactiemechanisme. Eerste was zuurgekatalyseerde estervorming. Tweede eliminatie van water. Derde aldolcondensatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===7 juni 2020===&lt;br /&gt;
#4 moleculen gegeven waarop een Sn1 wordt gedaan met ammoniak&lt;br /&gt;
## Werk het reactiemechanisme voor de eerste molecule uit&lt;br /&gt;
## Welk molecule reageert het snelst? Leg uit adhv substituenteffecten&lt;br /&gt;
## Geef de reactieproducten van de andere 3 moleculen en ook de IUPAC naam&lt;br /&gt;
#Geef de retro-aldolreactie bij de glycolyse&lt;br /&gt;
## Wat is de katalysator en waarom gaat de retro-aldolreactie niet bij glucose?&lt;br /&gt;
#Gegeven een benzeenring met daarop een nitrogroep en alkylgroep. Gebeurd er eerst alkylering of nitrering? Gebruik in je uitleg grensstructuren&lt;br /&gt;
#Oefening op molecule dat geen suiker was! Maar je moest R/S bepalen, Fischer schrijven, Newmann projectie, en diastereomeren en enantiomeren aanduiden (+ kort uitleggen wat dat betekend)&lt;br /&gt;
#Oefening op aminozuren en bepalen welke vorm er voorkomt bij een bepaalde pH en als je een gelelektroforese doet welke waar dan voorkomt (zoals in de oefenzitting gewoon)&lt;br /&gt;
#standaard oefening die er elk jaar is met reacties aanvullen enzo&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2019 (namiddag)===&lt;br /&gt;
#4 moleculen (ester, ester met halogeen, anhydride, amide) waarop de nucleofiele substitutie van water in basische omgeving wordt uitgevoerd. &lt;br /&gt;
##Werk het reactiemechanisme uit voor het ester.&lt;br /&gt;
##Rangschik volgens afnemende reactiviteit.&lt;br /&gt;
##Geef de naam en structuur van beide reactieproducten.&lt;br /&gt;
#Bespreek de oxidatieve deaminering van glutaminezuur met de nodige coënzymen/cofactoren. Geef het reactiemechanisme van de tweede stap zonder enzymen.&lt;br /&gt;
#Oefening op suikers.&lt;br /&gt;
##Bespreek de R/S configuratie van de chirale centra van D-xylose. &lt;br /&gt;
##Is D-xylose een aldose of ketose? &lt;br /&gt;
##Geef de stabielste Newman-projectie op C3-C4.&lt;br /&gt;
##Bepaal de oxidatietrap van C1 en C5.&lt;br /&gt;
##Maak van L-xylose beta-L-xylose. &lt;br /&gt;
##Welk reactietype is de ringsluiting van suikers? Welke katalysator wordt vaak gebruikt? &lt;br /&gt;
##Geef het anomeer van beta-L-xylose. Is dit ook een enantiomeer?&lt;br /&gt;
#Oefening op aminozuren.&lt;br /&gt;
##Geef de 2R,3R configuratie van isoleucine. &lt;br /&gt;
##Wat is de pH van 100 ml isoleucine (0.1M) na toevoeging van 150 ml NaOH (0.1 M)? &lt;br /&gt;
##Waarom heeft glutamine een lagere pKa dan isoleucine? &lt;br /&gt;
#Waarom wordt het reactie-evenwicht bij de Claisencondensatie van ethyl-2-methylpropanoaat met ethoxide niet naar rechts getrokken (in tegenstelling tot andere Claisencondensaties)?&lt;br /&gt;
#Vul reactie aan (reactieproducten, reagentia). Geef reactietype en eindproduct. Geef reactietype, eindproduct en reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2019 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
#4 moleculen met dubbele bindingen gegeven waarop elektrofiele additie gebeurt&lt;br /&gt;
##van 1 reactiemechanisme uitwerken&lt;br /&gt;
##rangschikken volgens reactiviteit door middel van substituenteffecten&lt;br /&gt;
##eindproducten geven + IUPAC naam geven&lt;br /&gt;
#vetzuursynthese uitleggen met coënzymen erbij&lt;br /&gt;
##uitleggen waarom je malonycoa nodig hebt en wat de gelijkenis ervan is met claisen-condensatie&lt;br /&gt;
#molecule gegeven: menthol&lt;br /&gt;
##chirale c aanduiden, hoeveel stereo-isomeren, R/S van chirale c, geef stabielste configuratie, geef diastereoisomeer dat epimeer is, enantiomeer geven, stabielste configuratie van enantiomeer geven, je krijgt een paar newmanprojecties waarvan je moet zeggen welke de juiste is, oxidatiegetal van aangeduide c geven&lt;br /&gt;
#geef 3D structuur van R glutaminezuur&lt;br /&gt;
##is deze D of L?&lt;br /&gt;
##welke vorm(en) komt er vooral voor op ph 8,8&lt;br /&gt;
##uitleggen waarom N in de R groep niet basisch is en die van lysine (ook tekenen) wel&lt;br /&gt;
#je krijgt een benzeenring waarop een de ene kant een ch3 hangt en op de tegenovergestelde kant een acylgroep, je moet uitleggen via grensstructuren wat het juiste antwoord is&lt;br /&gt;
##eerst alkyleren, dan acyleren&lt;br /&gt;
##eerst acyleren, dan alkyleren&lt;br /&gt;
##volgorde maakt niet uit, maar acyleren is trager&lt;br /&gt;
##volgorde maakt niet uit, maar alkyleren is trager&lt;br /&gt;
#je krijgt een reactie waarvan je de reagentia en reactieproducten er nog moet bij zetten&lt;br /&gt;
##reactie is eerst een eliminatie en dan een additie&lt;br /&gt;
#je krijgt een cyclisch carbonzuur en dit gaat reageren amine, geef de reactieproducten in skeletnotatie en zeg wel reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#een cycloalkaan waar een broom aanhangt gaat reageren met naoh, geef het reactieproduct(en) en zeggen welk reactiemechanisme het is en ook het reactiemechanisme uitschrijven&lt;br /&gt;
===14 juni 2019 (namiddag)===&lt;br /&gt;
# 4 benzeen ringen gegeven (3 daarvan met substituenten)&lt;br /&gt;
## Reactiemechanisme uitschrijven voor een gewone benzeen tot chloorderivaat (SeAr)&lt;br /&gt;
## Rangschikken volgens reactiviteit, grensstructuren tekenen en substituenteffecten verklaren.&lt;br /&gt;
## Van de 4 chloorderivaten de IUPAC-naam geven en eindstructuur tekenen &lt;br /&gt;
# De glycolyse genereert op 2 plaatsen ATP en de Krebs-cyclus op 1 plaats. Teken de reagens en het product van de reacties. Leg uit waarom de moleculen energie genereert.&lt;br /&gt;
# Suiker oefening met L-Talose tot alfa-L-talose, Wat is de katalysator?, Reactietype?, Enantiomeer, Stabielste Newman-projectie (C4 en C5), R/S-Configuratie op C2 en C3, Oxidatietrap van C1.&lt;br /&gt;
# Isoelektrisch punt van Arginine en Glycine berekenen, pH van een 0,1M 100ml Arginine oplossing na toevoegen van 200ml 0,1 NaOH, L-configuratie van Arginine tekenen, is het een S/R configuratie?&lt;br /&gt;
# Gegeven: Tetracycline. Het molecule heeft 2 pKa en 1 pKb . Zoek de groepen die hiervoor zorgen en verklaar je keuze.&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan (reactieproducten), geef reactietype en eindproduct, geeft reactietype eindproduct en reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2019 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
# 4 structuren gegeven: 2 broomalkanen, 1 broomalkeen en een fenylbroomalkaan&lt;br /&gt;
## Schrijf het Sn2 reactiemechisme uit voor structuur A (broomethaan) met natriumwaterstofsulfide. &lt;br /&gt;
## Rangschik de gegeven structuren volgens afnemende reactiviteit. Leg uit! &lt;br /&gt;
## Geef de IUPAC-namen van al de reactieproducten&lt;br /&gt;
# Geef de isomerisatie in de glycolyse van het glucosederivaat naar fructosederivaat. Waarom is dit basegekatalyseerd.&lt;br /&gt;
## Geef het verband tussen de Tollens- en Fehlingstest en het verband tussen Barfoed- en Benedictetest.&lt;br /&gt;
# Gegeven is een suiker in de stoelvorm&lt;br /&gt;
## Geef de volledige naam van dit suiker.&lt;br /&gt;
## Geef de Fischerprojectie van de open-ketenvorm en geef de stabielste Newmanprojectie met C3 en C4 als as.&lt;br /&gt;
## Wat is de conformatie en OT van C2 en C5?&lt;br /&gt;
## Geef het anomeer van dit suiker. Is dit ook een epimeer/diasteriomeer/enantiomeer? Leg elke term uit. &lt;br /&gt;
# Oefening op aminozuren:&lt;br /&gt;
## Waarom heeft leucine een hogere pKa dan threonine?&lt;br /&gt;
## Welke lading heeft leucine in een mengsel van ph = 9,5? Ligt het eerder aan kathode/anode/ergens in het midden bij elektroforese?&lt;br /&gt;
## Geef de 2R,3S vorm van threonine in de fischerprojectie.&lt;br /&gt;
# Welke van onderstaande structuren ondergaat gemakkelijk een decarboxylering bij een temperatuursverhoging? Zo ja, schrijf het mechanisme helemaal uit. COOH-CH2-CHOH-CH3 / COOH-CHOH-CH2-CH3 / COOH-CH2-CO-CH3 / COOH-CH2-COOH&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan (reactieproducten), geef reactietype en eindproduct, geeft reactietype eindproduct en reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2019 (namiddag)===&lt;br /&gt;
# Structuren van chloorbenzeen, anisool, benzeen en fenol zijn gegeven.&lt;br /&gt;
## Schrijf het reactiemechanisme uit van een elektrofiele substitutie van benzeen met als eindproduct een nitroderivaat.&lt;br /&gt;
## Rangschik de gegeven structuren volgens afnemende reactiviteit. Leg uit adhv substituenteffecten en teken grensstructuren indien nodig.&lt;br /&gt;
## Geef van de 4 nitroderivaten de IUPAC-naam en teken de structuur&lt;br /&gt;
# Waarom kunnen alcoholen niet gemakkelijk een SN-reactie ondergaan? Geef 2 voorbeelden van een SN-reactie van een alcohol, schrijf het mechanisme. Reageert fenol op dezelfde manier? Teken en leg uit. Hoe kunnen SN-reacties van alcoholen mogelijk gemaakt worden in biologische systemen?&lt;br /&gt;
# Gegeven: enantiomeer van een structuur. Geef R- of S-configuratie van 2 aangeduide C-atomen. Teken de ruimtelijke structuur van het molecule. Hoeveel stereo-isomeren zijn er? Teken de meest stabiele Newman-projectie. Is er een mesovorm? Indien mogelijk teken mesomere grensstructuren. Geef de oxidatietrap van 2 aangeduidde C-atomen.&lt;br /&gt;
# Bij welke pH komt het Zwitter-ion van arginine voor? Teken. Waarom is de pKa van arginine lager dan de pKa van asparaginezuur? Gegeven: 100ml volledig geprotoneerd 0,10M asparaginezuur, Wat is de pH na een titratie met 150mL 0,10M NaOH? Teken van elk vermeld aminozuur de neutrale structuur&lt;br /&gt;
# Gegeven: formaldehyde, aceetaldehyde en benzaldehyde. Welke kan een aldolcondensatie met zichzelf doen? Teken het mechanisme en verklaar waarom de andere 2 dit niet kunnen.&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan (reactieproducten), geef reactietype en eindproduct, geeft reactietype eindproduct en reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2019 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
# 4 structuren gegeven: 2 chlooralkenen, 1 chlooralkaan en 1 chloorether&lt;br /&gt;
## Schrijf het reactiemechanisme uit voor een SN1 reactie van (1 van de 2) chlooralkeen met ammoniak.&lt;br /&gt;
## Rangschik de gegeven structuren volgens afnemende reactiviteit. Leg uit adhv substituenteffecten en teken grensstructuren indien nodig.&lt;br /&gt;
## Geef van de 4 derivaten de IUPAC-naam (van de eerste 3 dus niet de ether) en teken de structuur.&lt;br /&gt;
# Geef het mechanisme van decarboxylering van beta-ketocarbonzuren en leg uit. Geef een voorbeeld van een analoog mechanisme in de biologie en leg uit.&lt;br /&gt;
#L-glucose tekenen en omzetten in alfa-L-glucofuranose. Geef enantiomeer van de structuur. Geef R- of S-configuratie van 2 aangeduide C-atomen. Hoeveel stereo-isomeren zijn er? Teken de meest stabiele Newman-projectie. Geef een diastereomeer dat ook een epimeer is. Geef de oxidatietrap van 2 aangeduidde C-atomen. Is alfa-L-glucofuranose een reduceerbare suiker?&lt;br /&gt;
# Tyrosine en serine hebben een gelijkaardige zijketen, waarom heeft tyrosine een pKr en serine niet? Gegeven: 100ml volledig geprotoneerd 0,10M tyrosine, Wat is de pH na een titratie met 300mL 0,10M NaOH? Welke vormen van serine en tyrosine komen voor bij pH 10,5? Alle vermelde AZ moeten getekend zijn in het antwoord.&lt;br /&gt;
# Gegeven: Benzeen, pyrrool en pyridine. Rangschik volgens reactiviteit voor een SeAr reactie mbv grensstructuren.&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan alkyn --?--&amp;gt; alkeen --Br2--&amp;gt; ?, geef reactietype en eindproduct: 3-fenyl-1-amino-2-propanon --OH--&amp;gt;, geeft reactietype eindproduct en reactiemechanisme: aldolcondensatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 augustus 2018===&lt;br /&gt;
# 4 gegeven alcoholen kunnen en E1 reactie ondergaan, geef de volledige reactie voor alcohol A, geef de eindproducten en de IUPAC-naam van de 4 alcoholen na de reactie. Orden volgens afnemende reactiviteit.&lt;br /&gt;
# Een vraag over de oxidatieve deaminering van glutaminezuur.&lt;br /&gt;
# Suiker in ringstructuur gegeven: geef naam &amp;amp; lineaire vorm, geef de Newman projectie (c3-c4), is c2 R/S en wat is zijn oxidatietrap, hoeveel chirale C atomen zijn er en duid aan in de cyclische vorm en lineaire vorm welke de chirale C atomen zijn, geef een diastereomeer dat geen epimeer of anomeer is van de gegeven suiker, hoe heet de reactie waarbij een lineaire vorm over kan gaan in de cyclische vorm en in welk solvent gebeurt dit.&lt;br /&gt;
# Leg het verschil in pKa tussen glutaminezuur en valine uit. Welke vorm van glutaminezuur komt er het meeste voor bij bepaalde pH. Bereken de pH van een oplossing van 100ml valine (0,1M) met 200ml base.&lt;br /&gt;
# Een SN reactie bij alcoholen moet in zuur milieu gebeuren: waarom, waarom niet met NH2 als nucleofiel, geef een alternatief voor zuur milieu bij SN reactie met alcoholen.&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan (pijltjes en reactieproducten), geef reactietype en eindproduct, geeft reactietype eindproduct en reactiemechanisme. &lt;br /&gt;
===22 juni 2018===&lt;br /&gt;
# De snelheid en reactieproducten met IUPAC-naam geven van 4 esters in basisch midden, voor 1 het mechanisme uitschrijven.&lt;br /&gt;
# Leg de synthese van peptiden uit met dicyclohexylcarbodiimide. Welke voorzorgsmaatregel moet genomen worden om selectief een peptide te vormen? Geef een voorbeeld. &lt;br /&gt;
# Geef de naam van een gegeven cyclisch suiker. Uitleggen of het R of S is. Is het een reducerende suiker? Geef de fischerprojectie. Geef de Newmanprojectie met c3-c4 als as en geef hiervan de stabielste Haworthprojectie. Geef het anomere suiker, is dit een enantiomeer, epimeer of diastereomeer en verklaar. &lt;br /&gt;
# Geef de 3D projectie van S-tryptofaan. Waarom heeft de R-groep van tryptofaan geen basische eigenschappen? Is tryptofaan vlot te scheiden van alanine met gelelektroforese? Indien ja, bij welke pH en waar zouden ze zich bevinden op de gel. Indien nee, verklaar. &lt;br /&gt;
# Waarom ondergaat pyridine gaan elektrofiele aromatische substitutie met een chlooralkeen en trichlooralluminium zoals benzeen? Schrijf de reactie uit die wel plaatsvindt en benoem deze. Nog een deelvraag....&lt;br /&gt;
# Mechanismes aanvullen en reactietypes bepalen. De eerste was een cyclisch ester waarbij je moest aangeveven dat er OH werd gebruikt zodat de ring open ging en het eindproduct in skeletnotatie. Reactie tussen een zuurchloride en een primair amine, het reactietype en producten in skeletnotatie geven. De laatste was een claisoncondensatie waarbij het mechanisme gegeven moest worden en het eindproduct in skeletnotatie. &lt;br /&gt;
===18 juni 2018===&lt;br /&gt;
# De snelheid en reactieproducten met IUPAC-naam geven van 4 benzeenderivaten bij een elektrofiele aromatisch substitutie, voor 1 het mechanisme uitschrijven&lt;br /&gt;
# Leg de afbraak van vetzuren uit en geef de coënzymen die een rol spelen, vergelijk met de vetzuursynthese en leg het verband uit tussen vetzuursynthese en de Claisencondensatie&lt;br /&gt;
# Aflatoxine is gegeven, enkele vraagjes zoals: hoeveel stereoisomeren, teken diastereomeren, r of s,heeft het molecule een mesovorm, oxidatietrappen bepalen, mesomere effecten aanduiden...&lt;br /&gt;
# Waarom heeft de NH2 groep van asparagine geen Pkr? Waar bevinden tyrosine en asparagine zich in een gelelektorforese bij pH 11? Is er mesomerie mogelijk in tyrosine, duid aan met pijlen&lt;br /&gt;
# Bespreek de stereochemie van 2 reacties&lt;br /&gt;
# mechanismes aanvullen en reactietypes bepalen&lt;br /&gt;
===14 juni 2018 ===&lt;br /&gt;
Mondeling&lt;br /&gt;
#4 stoffen vergelijken waarbij een aromatische substitutie gebeurd ter vorming van een nitroderivaat voor 1 het mechanisme uitschrijven en welke het snelste gaat verlopen en waarom. De structuur van de reactieproducten tekenen en de IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
#De volledige vetzuursynthese geven en alle enzymes en cofactoren benoemen. Zeggen waarom NADPH een goed reductans is voor de reductie van de vetzuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk&lt;br /&gt;
#Van een gegeven verbinding zeggen hoeveel stereo-isomeren er van bestaan en van ze allemaal de fisher en newman projectie (stabielste configuratie) geven. Van alle chirale atomen de R of de S configuratie toe kennen. Zeggen welke diasteriomeren en enantiomeren van elkaar zijn. Er kon makkelijk water afgesplitsd worden en zeggen waarom het een stabiel carbokation was en de hybridisatie van het koolstof atoom geven.&lt;br /&gt;
#Van threonine de titratie curve gekregen en hieruit afleiden welke volume op elk punt is toegevoegd welke vorm er het meeste voorkomt en op een bepaald punt de lading van het aminozuur bepalen. Waarom pKa van threonine lager als die van Leucine. (overal structuur van geven)&lt;br /&gt;
#4 verschillende verbindingen gekregen en zeggen welke verbinding het reactiefste is bij een nucleofiele substitutie.&lt;br /&gt;
#Oefening over mechanismes: producten geven, boven pijl aan vullen, reactietype of volledig mechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2018 ===&lt;br /&gt;
#4 stoffen vergelijken waaraan een elektrofiele additie van HBr gebeurd. Het mechanisme voor 1 v/d stoffen uitschrijven. Zeggen welke reactie het snelst gaat verlopen en waarom (eventueel aantonen door uitschrijven grensstructuren). De structuur van de reactieproducten voor de 4 stoffen geven en de IUPAC-naamgeving van twee daarvan. (mondeling)&lt;br /&gt;
#Geef het mechanisme van decarboxylering van beta-ketocarbonzuren en leg uit. Geef een voorbeeld van een analoog mechanisme in de biologie en leg uit. (mondeling)&lt;br /&gt;
#Oefening over ringsluiting van een suiker, aanduiden asymmetrische koolstoffen, D omzetten in L, een epimeer en anomeer geven, R-S configuratie voor 1 C geven, meest stabiele conformatie over as tussen twee C&#039;s weergeven in Newmann. (schriftelijk)&lt;br /&gt;
#Oefening over aminozuren. 3D weergave van S-proline weergeven. Zeggen waarom pKa&#039; van proline hoger ligt dan van valine. Geven onder welke vorm valine voorkomt bij pH 2.2 en waarom. &lt;br /&gt;
#Oefening over reactie H2SO4 onder temperatuurstijging en een alcohol. Hier gaat eliminatie gebeuren. De twee mogelijke reactieproducten worden gegeven en er wordt gezegd welke het meest gaat voorkomen. Vervolgens wordt gevraagd aan welke regel er hier niet wordt voldaan en waarom. (Regel van Zaitsev wordt niet voldaan, de minst gesubstitueerde alkeen gaat gevormd worden, komt door verschillende reactiemechanisme voor eliminatie van alcohol met H2SO4, schrijf hiertoe mechanismen uit dan wordt het duidelijk)&lt;br /&gt;
#oefening over mechanismen (aanvullen, producten geven of volledig mechanisme uitschrijven)&lt;br /&gt;
=== 7 september 2017 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
# 4 stoffen (ketonen) gegeven waarop een nucleofiele additie van methylamine gebeurt. schrijf het mechanisme voor stof A, geef de stoffen in afnemende reactiviteit en de UIPAC naam van alle stoffen met structuur.&lt;br /&gt;
# vergelijk de hydrolyse van carbonzuuresters en fosfaatesters in base en de hydrolyse van fosfaatesters in zuur. vergelijk de hydrolysesnelheid van mono-, di- en trialkylfosfaten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#De pKr van glutaminezuur is groter dan die van asparaginezuur, verklaar. titratie van glutaminezuur met NaOH, bereken de pH als er 250ml base werd toegevoegd. welke vorm van asparaginezuur is meer aanwezig bij pH 2.2.&lt;br /&gt;
#welk product word gevormd bij de reactie van Z-2-penteen met dibroom (S,R).&lt;br /&gt;
#reacties aanvullen, skeletnotatie, reactietype, reactiemechanisme,...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===29 augustus 2017 (namiddag) - Mario Smet===&lt;br /&gt;
Mondeling&lt;br /&gt;
#4 stoffen zijn gegeven: een buteen, een butadieen, een fenyletheen, en een furyletheen. Voer een elektrofiele additie van water uit in zuur milieu: schrijf het reactiemechanisme compleet uit voor stof A + welke stof is het reactiefste leg uit adhv substituenteffecten + geef alle gevormde producten en hun IUPAC namen.&lt;br /&gt;
#Methionine wordt gebruikt bij de methylering in het lichaam maar moet eerst geactiveerd worden. Geef mechanisme van activering, mechanisme van methylering, geef biologisch voorbeeld van methylering + Mosterdgas is sterk alkylerend, waarom? En waarom zijn sterk alkylerende stoffen uiterst toxisch?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk&lt;br /&gt;
#oefeningen op koolhydraten: L-arabinose omvormen naar beta-L-arabinofuranose, hoe noemt deze reactie en welk type reactie is dit?, geef een anomeer van de beta vorm is dit een enantiomeer?, geef een diastereomeer dat geen epimeer is, is deze suiker reducerend?, newman projectie van meest stabiele configuratie bekeken vanaf C2 en C3, geef de absolute configuratie en oxidatietrap van C2 en C4,...)&lt;br /&gt;
#oefening op AZ: arginine, welke vorm heeft dit bij pH12.5 en waarom? Welk stikstofatoom is het meest basisch en waarom? valine, geef S configuratie (beiden dus structuur vanbuiten kennen)&lt;br /&gt;
#methyl-2-methylpropanoaat ondergaat een claisencondensatie in oplossing met methoxide. In tegenstelling tot andere claisencondensaties wordt het reactiemechanisme NIET naar rechts getrokken, waarom?&lt;br /&gt;
#3 verschillende reacties, verschillende zaken aanvullen telkens (mechanisme, welk type reactie, reactieproduct, reagentia,...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2017 (voormiddag) - Mario Smet===&lt;br /&gt;
Mondeling&lt;br /&gt;
#halogeenalkaan ondergaat een E1 + toelichten zaitsev&lt;br /&gt;
#vier moleculen ondergaan een E; welke is het reactiefst? Leg uit mbhv substituenteffecten + resonantievormen tekenen (indien nuttig)&lt;br /&gt;
#Waarom kan op een alcohol NIET goed een Sn uitgevoerd worden? (OH- is niet stabiel)&lt;br /&gt;
#2 voorbeelden geven hoe dat wel kan + werkt dit ook voor fenol? (protoneren of fosfaatgroep toevoegen)&lt;br /&gt;
#Voorbeeld geven van een nucleofiele substitutie van een alcohol in biologische systemen (acetaalvorming v/e reducerende suiker met methanol)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk&lt;br /&gt;
#oefeningen op koolhydraten (R/S; anomeer, epimeer, haworth en newman projecties&lt;br /&gt;
#oefeningen op reactiemechanismen (fiederlkraftsalkylering, nucleofiele acylsubstietutie)&lt;br /&gt;
#oefening op AZ (2 tekenen, titratie-oef, pKa vergelijken)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 Juni 2017 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Elektrofiele additie reactiemechanisme schrijven (regel markovnikov)&lt;br /&gt;
#4 moleculen bepalen welke het snelst aan een Ae doet (grensstructuren, inductieve effecten)&lt;br /&gt;
#naamgeving van enkele producten na de Ae&lt;br /&gt;
#isomerisatie in glycolyse van glucose-6-fosfaat naar fructose-6-fosfaat en uitleggen waarom dit base gekatalyseerd is&lt;br /&gt;
#verband uitleggen met Fehling&#039;s/ Tollen en Barfoed&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#gegeven moleculen Menthol aantal stereochemische oefeningen oplossen (R/S, diasteromeren, enantiomeren, newman...)&lt;br /&gt;
#oefening op AZ op papierelektroforese (waar komt elk AZ bij bepaalde ph)&lt;br /&gt;
#aceton+ methylanime wordt imine bij ph=7 laat zien&lt;br /&gt;
#enkele reactiemechanisme aanvullen of tekenen ( Nitrering, estercondensatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2017 (voormiddag) SINDS 2017 GEGEVEN DOOR MARIO SMET===&lt;br /&gt;
#op 4 structuren Sn1 toepassen en verklaren welke het meest reactief is + resomere vormen geven + naamgeving...&lt;br /&gt;
#retro aldolcondensatie bij glycolyse en zeggen hoe het katalytisch effect tot stand kwam&lt;br /&gt;
#een oefenig op suikers, op aminozuren en 3 reactiemechanismes&lt;br /&gt;
#vertellen hoe een alcohol test werkt met chroomzuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===9 juni 2016===&lt;br /&gt;
#beckman omlegging&lt;br /&gt;
#edman degradatie&lt;br /&gt;
#biosynthese geraniol en limoleen&lt;br /&gt;
#structuren = S.A.M &amp;amp; biotione&lt;br /&gt;
#naamgeving + 2 mechanismes&lt;br /&gt;
#oefening ivm stereochemie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===8 juni 2016===&lt;br /&gt;
#synthese vn peptiden&lt;br /&gt;
#hydrolyse, omestering en reductie van esters&lt;br /&gt;
#cannizaro reactie&lt;br /&gt;
#structuren: -2-isopentenylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#Trans decaline&lt;br /&gt;
#oef over suikers(suiker bepalen, chirale C&#039;s, newman projectie..)&lt;br /&gt;
#reactiemechanismen en naamgeving&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 juni 2016===&lt;br /&gt;
#Aldolcondensatie en waardat deze terugkomt in de glycolyse&lt;br /&gt;
#reactiviteit bij de substitutie reacties van benzeen, tolueen en pyridine vergelijken&lt;br /&gt;
#-verschil tussen reducerende suikers en nietreducerende suikers&lt;br /&gt;
#structuur van acetyl-choline en palitine&lt;br /&gt;
#pH van aminozuren bij een titratie&lt;br /&gt;
#reactimechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# Claisen condensatie + verband met afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van geconcentreerd zwavelzuur met:&lt;br /&gt;
#* Alkeen&lt;br /&gt;
#* Alcohol&lt;br /&gt;
#* Aromaat&lt;br /&gt;
# acetylcholine en fructose 6 fosfaat tekenen, optische zuiverheid uitleggen. &lt;br /&gt;
#Oefeningen over aminozuren (of glutamine en threonine te scheiden waren met elektroforese) fischer, newmann, stereo isomeren erover. &lt;br /&gt;
#En dan twee reacties natuurlijk&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2015 ( namiddag ) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg de reacties met benzeen uit en ook die van purine en fenol.&lt;br /&gt;
# Bespreek de hydrolyse en omestering van vetzuren in zuur en basisch milieu. Leg hierbij ook het broomgetal en verzepingsgetal uit.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Naamgeving ( c-AMP en mannose)&lt;br /&gt;
# Leg uit si en re&lt;br /&gt;
# Een hele lang oefening vergelijkbaar met de oefeningen van de oefenzitting ( verschil tussen D en L, chirale C, reacties, ...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2015 ( voormiddag ) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
mondeling:&lt;br /&gt;
#Aminen en halogeenalkanen &lt;br /&gt;
#Aminen en salpeterigzuur&lt;br /&gt;
#Laboratorium peptidesynthese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
#structuren&lt;br /&gt;
#*Limoneen&lt;br /&gt;
#*Sorbitol&lt;br /&gt;
#stereochemie+ reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#*aldolcondensatie&lt;br /&gt;
#leg uit:&lt;br /&gt;
#*reducerende en niet-reducerende suikers&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2015===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
mondeling:&lt;br /&gt;
#Wat is &#039;&#039;mutarotatie&#039;&#039;? Leg dit uit a.h.v glucose en fructose.&lt;br /&gt;
#Leg uit:&lt;br /&gt;
#* Fisher-verestering&lt;br /&gt;
#* Beckmann-omslag. Je moet ook weten hoe H2O addeert. Hij vraagt hoe je aan een oximen kunt komen. &lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC &lt;br /&gt;
#structuren&lt;br /&gt;
#*citroenzuur&lt;br /&gt;
#*ninhydrine&lt;br /&gt;
#structuur observeren&lt;br /&gt;
#* chirale C-atomen aanduiden&lt;br /&gt;
#* OG van aangeduid atoom geven&lt;br /&gt;
#* vermelden welke N in de molecule het stabielste is.&lt;br /&gt;
#* vermelden hoeveel stereo-isomeren er gevormd kunnen worden.&lt;br /&gt;
#* Ã©Ã©n stereomeer tekenen dat geen enantiomeer is.&lt;br /&gt;
#* oefening op pH-waarden binnen titraties. ( &#039;&#039;deze bij 200 mL als de molecule volledig geprotoneerd is&#039;&#039; )&lt;br /&gt;
#wat is &#039;&#039;fosforyleringspotentiaal&#039;&#039;? Leg uit.&lt;br /&gt;
#2 structuren gegeven. &lt;br /&gt;
#*Van elk de/het reactieproduct(en) geven en hiervan de juiste skeletnotatie. &lt;br /&gt;
#*Geef van Ã©Ã©n van de 2 tructuren het reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 juni 2014===&lt;br /&gt;
#Bespreek de reacties met alkenen (waterstof halogenen en perzuren)&lt;br /&gt;
#Iupac&lt;br /&gt;
#Bespreek reducerende suikers&lt;br /&gt;
#Peridoxalfosfaat en acetylcholine&lt;br /&gt;
#Stereochemie&lt;br /&gt;
#Reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 augustus 2013===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reactie kan D-mannose in een basisch milieu ondergaan?&lt;br /&gt;
# Leg de biosynthese van vetzuren uit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC&lt;br /&gt;
# Structuren: tBOC en ninhydrine&lt;br /&gt;
# Fosforylerings-potentiaal&lt;br /&gt;
# Random oefening&lt;br /&gt;
# Reacties: Ester+Amide en Alcohol+Zuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2013 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de elektrofiele en nucleofiele substitutie bij benzeen en pyridine.&lt;br /&gt;
# Bespreek eliminatiereacties bij halogeenalkanen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC.&lt;br /&gt;
# Structuur van glucaarzuur en tosylchloride.&lt;br /&gt;
# Leg optische zuiverheid uit.&lt;br /&gt;
# Tryptofaan: chirale koolstoffen, alle stereo-isomeren tekenen in Fischer en Newman, R/S bepalen.&lt;br /&gt;
# Reacties: Nucleofiele substitutie halogeenalkaan en Fischer estersynthese.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
#decarboxylatie alpha-aminozuur en decarboxylatie alpha-ketocarbonzuur&lt;br /&gt;
# amine + halogeenalkaan/salpeterigzuur&lt;br /&gt;
# iupac&lt;br /&gt;
# structuur beta-maltose en geranylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
# dean-stark&lt;br /&gt;
# molecule: chirale centra, R/S, enantiomere/diastereomere/epimeren/anomeren, oxidatie, welke OH zuurste?&lt;br /&gt;
# reactie aldehyd + OH/H2o, tetrahydropyraan met HI&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2013 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg de methoden uit om de volgorde van aminozuren in een peptide te achterhalen&lt;br /&gt;
# Leg uit: Halfacetaal- en acetaalvorming en pas toe op de vorming van beta-D-glucopyranose en methyl-beta-D-glucopyranoside&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Leg biodiesel uit&lt;br /&gt;
# Geef de structuur van limoneen en citroenzuur&lt;br /&gt;
# IUPAC-naamgeving&lt;br /&gt;
# Molecule gegeven: &lt;br /&gt;
#* Geef alle chirale C-atomen + R/S nomenclatuur&lt;br /&gt;
#* Newman projectie geven van bepaalde as&lt;br /&gt;
#* Is de stikstof erin basisch (verklaar met substituenteffecten)&lt;br /&gt;
#* Teken een stereomeer die geen epimeer is&lt;br /&gt;
# Reacties waarvan 1 uitwerken:&lt;br /&gt;
#* Sn1 van een alkaan met een broom erin&lt;br /&gt;
#* Claisen condensatie van een ester&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#bespreek reactie alkenen met perzuren, halogenen en H2.&lt;br /&gt;
#bespreek decarboxylatie van carbonzuren, pas toe op vb uit citroenzuurcyclus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#bespreek: reducerend/niet reducerend suiker&lt;br /&gt;
#molecules tekenen: biotine en SAM&lt;br /&gt;
#iupac naam&lt;br /&gt;
#chirale C: OT, R of S aangeven, diasteromeren van een AZ en fisher+newman&lt;br /&gt;
#oefening met ph berekening met titratie&lt;br /&gt;
#uitleggen waarom pka van 1 lager is dan een ander AZ&lt;br /&gt;
#2 ractiemechanismen geven, Ã©Ã©n ervan uitschrijven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# mutarotatie volledig uitleggen en illustreren voor D-fructose en D-glucose&lt;br /&gt;
# Joodgetal, verzepingsgetal, Hydrolyse en omestering (zuur en basisch) voor olie en vetten. (met TEKENINGEN van ELK mechanisme)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# fosforyleringspotentaal&lt;br /&gt;
# 2 mechanismes waarvan ge het mechanisme en het eindproduct moet geven en eentje moet ge tekenen (naar keuze).&lt;br /&gt;
# structuur gegeven: &lt;br /&gt;
#* geef alle chirale C-atomen &lt;br /&gt;
#* Stereo isomeren &lt;br /&gt;
#* R en S geven van de chirale C-atomen in de stereo isomeren &lt;br /&gt;
#* Zeggen of de dubbele bindingen E of Z zijn &lt;br /&gt;
#* bepaal oxidatiegetal van het aangeduide punt &lt;br /&gt;
#* verklaar waarom een stof hogere pka heeft als die gegeven is&lt;br /&gt;
# er is nog eentje maar die weet ik niet meer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling: &lt;br /&gt;
#synthese van peptiden in het labo&lt;br /&gt;
#de hydrolysereactie van esters en fosfaatesters&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk: &lt;br /&gt;
#iupac naam&lt;br /&gt;
#structuur van : cAMP en alpha keto glutaarzuur&lt;br /&gt;
#leg de Beckman omlegging uit&lt;br /&gt;
#suikers (ge krijgt een blad me alle suikers op) wij hadden xylulose&lt;br /&gt;
#* bepaal de absolute configuratie van alle chirale C-atomen&lt;br /&gt;
#*teken de meest stabiele open ketenvorm in een speciale projectie, kweet nimeer welke, volgens de C3-C4 as&lt;br /&gt;
#*bepaal het oxidatiegetal van C2&lt;br /&gt;
#*teken de overgang van L - xylulose naar L alpha xylulopentose&lt;br /&gt;
#*teken het anomeer van L alpha xylulopentose&lt;br /&gt;
#*welke soort reactie treed op bij een ringsluiting en welk soort katalysator bevordert dit proces&lt;br /&gt;
#dan nog twee reacties, waarvan ge een volledig moet uitwerken en van beide reacties moet ge het reactietype geven en reactieproduct(en)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2013 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#bespreek de claisencondensatie en bespreek het verband met de afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
#beschrijf de biosynthese van geraniol en limoneen(monoterpenen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#Bespreek de regel van Huckel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2012 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling: &lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van monoterpenen: geraniol (molecule krijg je) en limoneen (structuur wel kennen)&lt;br /&gt;
# Bespreek de aldolcondensatie en geef het verband met de glycolyse&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk: &lt;br /&gt;
# IUPAC naam geven&lt;br /&gt;
# structuren van acetylcholine en citroenzuur&lt;br /&gt;
# uitleggen wat reducerende en niet reducerende suikers zijn&lt;br /&gt;
# oefening met molecule met fenolen enz aan: fisherprojecties geven van de isomeren en ook de R/S en newmanprojecties van de stabielste moleculen.&lt;br /&gt;
# reactiemechanismes aanvullen: nucleofiele additie van H2SO4 aan alkeen en zuurgekatalyseerde claisencondensatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2012 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# bespreek de nucleofiele reacties van carbonylgroep en additie met H20 en alcohol&lt;br /&gt;
# Bespreek ninhydrine reactie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# ne iupac&lt;br /&gt;
# Limoneen en fosfoënolpyruvaat tekenen&lt;br /&gt;
# Bespreek optische zuiverheid&lt;br /&gt;
# oefening met suiker ( bij ons was die suiker L-tagatose dachtek) ma ge krijgt een blad om hem te herkennen (naam geven, fisher tekenen, R/S, een diastereomeer geven dat geen epimeer en geen anomeer is, + waarom suikercyclisatie zuur gekatalyseerd, en dan nog iets ma da wetek ni meer)&lt;br /&gt;
# 2 structuren ( 1 was zo cyclisch ether da met HI reageert )&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 juni 2011===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Labosynthese van peptiden&lt;br /&gt;
#Eliminatiereacties bij halogeenalkanen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPD-naam&lt;br /&gt;
#structuren:&lt;br /&gt;
#*Nylon-66&lt;br /&gt;
#*Palmitinezuur&lt;br /&gt;
#Leg uit: Dean Stark opstelling&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===24 Juni 2011 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Ninhydrinereactie&lt;br /&gt;
#bespreek reacties van amiden met halogeenalkanen en salpeterigzuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC-naam&lt;br /&gt;
#Structuren:&lt;br /&gt;
#*c-AMP&lt;br /&gt;
#*Sorbitol&lt;br /&gt;
#Leg uit: Cannizzaro-reactie&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#2 reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===24 Juni 2011 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Bio-synthese van vetzuren en het verband met de Claisencondensatie&lt;br /&gt;
#reacties van alkenen met waterstof, halogenen en perzuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC-naam&lt;br /&gt;
#structuren:&lt;br /&gt;
#*ATP&lt;br /&gt;
#*citroenzuur&lt;br /&gt;
#Leg uit: Diazokoppelingsreactie&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#2 reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===16 Juni 2011===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Leg uit: acetaal- en halfacetaalvorming.&lt;br /&gt;
#Reacties van anorganische zuren met alkenen en alkynen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC-naam&lt;br /&gt;
#structuren:&lt;br /&gt;
#*limoneen&lt;br /&gt;
#*D-mannose&lt;br /&gt;
#leg uit: Kolbe-Schmitt reactie&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#2 reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===23 augustus 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Ninhydrinereactie&lt;br /&gt;
# Welke reacties kan D-fructose in base ondergaan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren:&lt;br /&gt;
#* Pyridoxalfosfaat&lt;br /&gt;
#* SAM&lt;br /&gt;
# leg uit: Biodiesel&lt;br /&gt;
# stereochemie&lt;br /&gt;
# twee reactiemechanismen:&lt;br /&gt;
#* keton met alcohol&lt;br /&gt;
#* amide in water (zuurgekatalyseerd)&lt;br /&gt;
===18 juni 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Reactie van anorganische zuren met alkenen en alkynen.&lt;br /&gt;
# Alkylering, sulfonering en acylering van aromaten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren&lt;br /&gt;
#* (delta2)isopentenylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#* cellobiose&lt;br /&gt;
# leg uit: epoxyharsen en -lijmen&lt;br /&gt;
# stereochemie aminozuur met R = -CHOH-CH3&lt;br /&gt;
#* duid chirale koolstoffen aan&lt;br /&gt;
#* hoeveel conformaties zijn er? en teken deze&lt;br /&gt;
#* benoem (R,S)&lt;br /&gt;
#* welke zijn enantiomeren? diastereomeren?&lt;br /&gt;
#* bepaal het oxidatiegetal van de C-atomen&lt;br /&gt;
#* welk is het meest basisch en zeg waarom...&lt;br /&gt;
# twee reactiemechanismen waarvan 1 helemaal uitschrijven&lt;br /&gt;
===14 juni 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reacties gebeuren er met suikers in basisch milieu? (en dan bedoelt hij specifiek in basisch milieu)&lt;br /&gt;
# Bespreek de oxidatie van alcoholen in het labo met K2Cr2O7 en in de natuur met NAD+ en illustreer met een voorbeeld in de citroenzuurcyclus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
#* Biotine&lt;br /&gt;
# leg uit: reactie van Chichibabin&lt;br /&gt;
# stereochemie&lt;br /&gt;
#* duid chirale koolstoffen aan&lt;br /&gt;
#* hoeveel conformaties zijn er? en teken deze&lt;br /&gt;
#* benoem (R,S)&lt;br /&gt;
#* welke zijn enantiomeren? diastereomeren?&lt;br /&gt;
#* is er een mesovorm?&lt;br /&gt;
#* welk is het meest basisch: CH3CH2COO- of CH3CH2C=-C- (driedubbele binding) en zeg waarom&lt;br /&gt;
# twee reactiemechanismen waarvan 1 helemaal uitschrijven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Wat geven alkenen met &lt;br /&gt;
#* Anorganische zuren; &lt;br /&gt;
#* Perzuren (ook energieschema&#039;s kennen, effecten van concentraties enzo)&lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van vetzuren (Claisen-condensatiestap belangrijkst)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren&lt;br /&gt;
#*SAM (S-adenosylmethionine)&lt;br /&gt;
#*PET&lt;br /&gt;
# Leg uit: Kolbe-Schmidt-reactie (aspirine dus)&lt;br /&gt;
# Stereo-chemie:&lt;br /&gt;
#* teken (beta)-L-gulopyranose (lineaire vorm gegeven)&lt;br /&gt;
#* teken gunstigste Newman-projectie volgens C2-C3-as&lt;br /&gt;
#* wat is de oxidatietrap van C6?&lt;br /&gt;
#* geef de anomeer en een epimeer van L-gulose&lt;br /&gt;
# 2 reactiemechanismen (1 uitschrijven)&lt;br /&gt;
#* oxidatie van een alcohol en aldehyde met K2Cr2O7, H2SO4, koud&lt;br /&gt;
#* Friedel-Crafts-acylering&lt;br /&gt;
-&lt;br /&gt;
===22 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de aldolcondensatie. Bespreek ook de stap van de glycolyse die verband houdt met de aldolcondensatie.&lt;br /&gt;
# Bespreek de hydrolyse en omestering van vetten. Leg ook uit wat het verzepingsgetal en het joodgetal is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* dansylchloride&lt;br /&gt;
#* cellobiose&lt;br /&gt;
# Leg uit: De Beckmann-omlegging&lt;br /&gt;
# Je krijgt een molecule gegeven &lt;br /&gt;
#* Duid alle assymetrische koolstofatomen aan met een &amp;amp;quot;*&amp;amp;quot; en zeg of ze een R of S-configuratie hebben&lt;br /&gt;
#* Teken het enantiomeer en 2 epimeren&lt;br /&gt;
#* Van een N-atoom zeggen dat het basischer of zuurder is in vergelijking met ammoniak&lt;br /&gt;
#* 2 mesomeren vormen geven (buiten die van benzeenring)&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen (producten + soort reactie geven + Ã©Ã©n mechanisme helemaal uitschrijven)&lt;br /&gt;
#* tertair alcohol + zuurchloride&lt;br /&gt;
#* alkeen + zuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# bespreek de nucleofiele additie aan de carbonylgroep. Bespreek de factoren die de reactiviteit van aldehyden en ketonen beinvloed. geef de reactie met water en alcoholen&lt;br /&gt;
# bespreek de reactie van alkenen met waterstof, halogenen en perzuren&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* maltose&lt;br /&gt;
#* fosfoënolpyruvaat&lt;br /&gt;
# Leg uit: epoxyharsen en -lijmen&lt;br /&gt;
# gegeven: aminozuur met zijgroep: R=CH2-SH&lt;br /&gt;
#* Hoeveel stereoisomeren bestaan er van dit molecule+ welk aminozuur is dit&lt;br /&gt;
#* geef de fischerprojectie en de Newmanprojectie( volgens C2-C3 as) van stabielste conformatie van elk stereoisomeer.Geef van elke chirale C of het R of S is.&lt;br /&gt;
#* titratie: je begint met 100ml van O,2M oplossing van aminozuur(volledig geprotoneerd) en je titreert met 0,2M NaOH.(Pk1=1,9 Pk2=10,7 Pkr=8,4&lt;br /&gt;
#*# bereken PH als je 150ml NaOH toegevoegd hebt&lt;br /&gt;
#*# Bereken PH als je 300ml NaOH toegevoegd hebt&lt;br /&gt;
#*# wat is(zijn) de voornaamste vorm(en) van het aminozuur bij PH=8,4&lt;br /&gt;
# reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg de decarboxylering van carbonzuren uit en pas toe in een stap uit de citroenzuurcyclus&lt;br /&gt;
# Welke technieken ken je voor het bepalen van de aminozuurvolgorde in een peptideketen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Biotine&lt;br /&gt;
#* (delta)Â³ - isopentenylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
# Leg uit: de reactie van chichibabin&lt;br /&gt;
# Cyclische L-suiker gegeven:&lt;br /&gt;
#* Geef de naam en de lineaire structuur. (lijst met ongekende suikers gegeven)&lt;br /&gt;
#* Bepaal van CÂ² of het R of S - configuratie heeft&lt;br /&gt;
#* Duidt niet-chirale C-atomen in lineaire en cyclische structuur aan&lt;br /&gt;
#* Hoeveel 1,3-diaxiale interacties zijn er?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 8 juni 2008===&lt;br /&gt;
# Leg uit: de reactie van een zuur met een alkeen/alkyn.&lt;br /&gt;
# Leg uit: de Claisen-condensatie en breng dit in verband met de biosynthese van lipiden/vetten.&lt;br /&gt;
# Teken de structuur van S-adenosyl-methionine en van sacharose.&lt;br /&gt;
# Leg uit: optische zuiverheid.&lt;br /&gt;
# Oefeningen:&lt;br /&gt;
#* Stereochemie, invloed van substituenten op de zuurtegraad etc. &lt;br /&gt;
#* Reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 aug 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Geef de biosynthese van monoterpenen voor de vorming van geraniol en limoneen.&lt;br /&gt;
# Bespreek sulfonering, alkylering en acylering aan aromaten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* cyclisch AMP&lt;br /&gt;
#* Glucaarzuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de hydrolyse, omestering, aminolyse en reductie van esters.&lt;br /&gt;
# Welke methoden ken je om de volgorde van aminozuren in peptiden te bepalen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Moleculen:&lt;br /&gt;
#* Nerylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#* Cellobiose&lt;br /&gt;
# Wat zijn epoxylijmen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Licht toe wat acetalen en hemiacetalen zijn en pas dit toe op de vorming van beta-D-glucopyranose uit D-glucose en de vorming van methyl-beta-D-glucopyranoside.&lt;br /&gt;
# Bespreek de labosynthese van peptiden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Trans-decaline&lt;br /&gt;
#* Histamine&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek reactie alkenen met H2, halogenen en perzuren.&lt;br /&gt;
# Bespreek zure en base hydrolyse en omestering van vetten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* ADP&lt;br /&gt;
#* Maltose&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de eleminatiereacties bij halogeenalkanen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de testreactie van ninhydrine.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Geef de IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Teken de volgende structuren:&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
#* Thymidine&lt;br /&gt;
# Bespreek nylon 66.&lt;br /&gt;
# Cyclisch suiker: &lt;br /&gt;
#* Geef de naam.&lt;br /&gt;
#* Welk is het zuurste proton ?&lt;br /&gt;
#* Geef de configuratie (R/S).&lt;br /&gt;
#* Fisher&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de niet chirale C&#039;s ?&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de additie van zuren op alkenen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van vetzuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Geef de structuur van:&lt;br /&gt;
#* Geranylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#* Ninhydrine&lt;br /&gt;
# Bespreek de Beckmann omlegging.&lt;br /&gt;
# Aspartaam gegeven:&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de verschillende stereoisomeren ?&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de chirale koolstofatomen en duid aan of R/S zijn.&lt;br /&gt;
#* Schrijf de fisherprojectie van L-fenylalanine.&lt;br /&gt;
#* Vraag over elektroforese: aantonen waar fenylalanine en asparaginezuur zich bevinden.&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactiemechanisme bij ketonen en aldehyden en vermeld hierbij de factoren die deze reacties beinvloeden. Geef een voorbeeld van additie van alcohol en additie van water.  &lt;br /&gt;
# Bespreek de isomerisatie van D-glucose oiv van een base en geef een vb in de glycolyse cyclus.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Pyridoxalfosfaat&lt;br /&gt;
#* Tosylchloride&lt;br /&gt;
# Leg uit wat een kroonether is.&lt;br /&gt;
# Structuur asparagine gegeven:&lt;br /&gt;
#* Teken alle stereoisomeren (fisher en newman).&lt;br /&gt;
#* R/S configuratie&lt;br /&gt;
#* Waarom heeft de amine-groep in de structuur geen basische eigenschappen ?&lt;br /&gt;
#* Bereken het eerste equivalentiepunt en leg je methode uit.&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Nucleofiele additie aan de carbonylgroep bespreken/factoren reactiviteit/aantonen met additie van water en alcohol.&lt;br /&gt;
# Manieren om de AZ volgorde te bepalen uitleggen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC naam&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Pyridoxalfosfaat&lt;br /&gt;
#* Tosylchloride&lt;br /&gt;
# Leg Nylon 66 uit.&lt;br /&gt;
# Structuur Cysteïne gegeven:&lt;br /&gt;
#* Fisher&lt;br /&gt;
#* Newman&lt;br /&gt;
#* R-S&lt;br /&gt;
#* Enantiomeren...&lt;br /&gt;
#* Welk molecule &lt;br /&gt;
#* Welke vorm komt in de natuur het meeste voor ?&lt;br /&gt;
#* Welke is de mesovorm?&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Aminolyse/omestering/hydrolyse esters.&lt;br /&gt;
# Leg de decarboxylatie van carbonzuren uit en breng deze in verband met de Krebscyclus.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Regel van Zaitsev kort bespreken.&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* Biotine&lt;br /&gt;
#* Cellobiose&lt;br /&gt;
# Suikers: &lt;br /&gt;
#* Open-ketenstructuur&lt;br /&gt;
#* R en S&lt;br /&gt;
#* Chirale atomen.&lt;br /&gt;
#* 1,3-diaxiale interactie&lt;br /&gt;
# Reacties: &lt;br /&gt;
#* Alkeen + HCl =&amp;amp;gt; ... &lt;br /&gt;
#* Oxidatie van een alcohol.&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# De additie van zuren aan alkenen.&lt;br /&gt;
# Mutarotatie uitleggen en illustreren met glucose.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* Acetylcholine &lt;br /&gt;
#* cAMP&lt;br /&gt;
# Omega-3 en omega-6 vetzuren uitleggen.&lt;br /&gt;
# Een bepaald aminozuur:&lt;br /&gt;
#* Fisher&lt;br /&gt;
#* Newman&lt;br /&gt;
#* pH-berekeningen&lt;br /&gt;
# Reacties: Reactieproducten en soort reactie geven en uitwerken voor een van de twee.&lt;br /&gt;
#* Carbonylgroep met H2 en Pt&lt;br /&gt;
#* 2 ketonen met OH-&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Eliminatiereacties uitleggen.&lt;br /&gt;
# Beta-oxidatie + claisencondensatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam (carbonzuurgroep keton, 2 dubbele binden, methyl, en alkynbinding)&lt;br /&gt;
# Een suiker omzetten naar een ringstructuur, epimeren aanduiden op bijhorende tabel.&lt;br /&gt;
# Biodiesel uitleggen&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
#* Thymidine structuur geven&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de aldolcondensatie van aldehyden en ketonen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van waterstof/halogenen/perzuren aan alkenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren&lt;br /&gt;
#* Oliezuur&lt;br /&gt;
#* Adrenaline&lt;br /&gt;
# Leg kort uit: kroonethers.&lt;br /&gt;
# R-groep van lysine gegeven:&lt;br /&gt;
#* Stereoisomeren, R/S, L aanduiden.&lt;br /&gt;
#* Newman/fischer projecties.&lt;br /&gt;
#* Naam van het aminozuur.&lt;br /&gt;
#* Voorkomen bij pH 10 (welke vorm: geprotoneerd of niet?)&lt;br /&gt;
# Twee reacties: (je moet maar van 1 het hele mechanisme geven, ander gewoon zeggen welk type reactie en eindproduct)&lt;br /&gt;
#* Een keton reageert met HNO3 en H2SO4.&lt;br /&gt;
#* Reactie van tertiar alcohol met zuurchloride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 aug 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek peptidesynthese in het labo en vergelijk met die ter hoogte van de ribosomen.&lt;br /&gt;
# Bespreek additie van zuren aan alkenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuurformule van adrenaline en gluconzuur.&lt;br /&gt;
# Bespreek optische zuiverheid.&lt;br /&gt;
# Gegeven: structuurformule threonine.&lt;br /&gt;
#* Aantal stereo-isomeren&lt;br /&gt;
#* De chirale C-en&lt;br /&gt;
#* Fisher- en newman-projectie van elk.&lt;br /&gt;
#* Duidt R/S aan.&lt;br /&gt;
#* Naam van aminozuur.&lt;br /&gt;
#* Bij pH = 7: naar welke pool migreert dit AZ (pk1 en pk2 gegeven) ?&lt;br /&gt;
# Beschrijven van reactie: 2 esters (dezelfde) boven de pijl (H3O+ en OC3H7), boven de 2e pijl (H3O+ en NaBH4).&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
=== 26 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Hemiacetaal en acetaal, pas toe op de vorming van beta-D-glucopyranosyl uit D glucose en de vorming van methyl - beta - D - glucopyranoside.&lt;br /&gt;
# Oxidatie, hydrolyse ( in zuur en in basisch milieu) en omestering van olie en vet.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Cystine en adipinezuur structuur geven.&lt;br /&gt;
# Regel van Zaitsev uitleggen en illustreren met een voorbeeld.&lt;br /&gt;
# Oefening met stereo-isomeren, Fischer, Newman en R en S configuratie.&lt;br /&gt;
# Furan + HNO3 + H2SO4 reactie geven.&lt;br /&gt;
#* Stoffen geven die ge aan furan moet toevoegen om een ethylgroep op positie 2 (alfa) te induceren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de laboratoriumsynthese van peptideverbindingen en vergelijk met de manier waarop aminzuren binden met ribosomen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van alkenen met waterstof, halogenen en perzuren. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuurformule van oliezuur en adrenaline.&lt;br /&gt;
# Bespreek cannizaro reacties.&lt;br /&gt;
# Structuurformule van een suiker:&lt;br /&gt;
#* Geef de fisherprojectie van de ringstructuur.&lt;br /&gt;
#* R-S van de C2 bepalen&lt;br /&gt;
#* Leidt de naam af.&lt;br /&gt;
#* Geef het aantal chirale C&#039;s in de haworth aan.&lt;br /&gt;
# Reactiemechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de isomerisatie van D-glucose onder invloed van base en breng in verband met een stap uit de glycolyse (alleen deze stap opschrijven).&lt;br /&gt;
# Bespreek de afbraak van vetzuren en breng in verband met de Claisencondensatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Thymidine&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
# Verklaar kort het begrip &amp;amp;quot;optische zuiverheid&amp;amp;quot;.&lt;br /&gt;
# Een hepteen is gegeven:&lt;br /&gt;
#* Geef de verschillende stereovormen in Fisherprojectie.&lt;br /&gt;
#* Geef de Newman-projectie van het meest stabiele conformeer.&lt;br /&gt;
#* Noteer ook R- en S-conformatie.&lt;br /&gt;
# Reactie waarbij de producten, tussenstappen en mechanismen moeten worden aangevuld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de elektrofiele aromatische substitutie met als voorbeeld nitreerzuur, benzeen en gesubstitueerde benzeenderivaten.&lt;br /&gt;
# Bespreek hydrolyse, reductie, omestering en aminolyse van esters.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Sacharose &lt;br /&gt;
#* SAM&lt;br /&gt;
# Bespreek omega-3-vetzuren en omega-6-vetzuren.&lt;br /&gt;
# Gegeven: structuurformule arginine &lt;br /&gt;
#* Geef het aantal stereo-isomeren.&lt;br /&gt;
#* Duidt de cirale C&#039;s aan.&lt;br /&gt;
#* Fisher- en Newman-projectie van elk.&lt;br /&gt;
#* Duid R/S aan.&lt;br /&gt;
#* Geef de naam van het aminozuur.&lt;br /&gt;
#* Duid aan welke N het meest basisch is.&lt;br /&gt;
#* Welk stereo-isomeer is het L-aminozuur ?&lt;br /&gt;
# Beschrijven van reactie: 2 keer cyclopenteen met daaraan 2-hexanol (of pentanol ben het vergeten) keten op de pijl staat K2Cr2O7, H+ en koud, boven tweede pijl staat 1 OH- &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de additie van zuren aan alkenen (geen carbonzuren bedoeld).&lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van vetzuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* Kaneelzuur&lt;br /&gt;
#* Cellobiose&lt;br /&gt;
# 3-broom-4-cloorhexaan:&lt;br /&gt;
#* Stereo-isomeren: Fisher- en Newman-projectie.&lt;br /&gt;
#* R,S-configuratie&lt;br /&gt;
#* Diastereomeren/enantiomeren?&lt;br /&gt;
# Het reactietype en naam en mechanisme van benzeenring met OH aan, bij de pijl staan dibroom en ijzertribroom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Aldolcondensatie + glycolyse stap die met aldolcondensatie te maken heeft. &lt;br /&gt;
# Geef de verschillende methoden om de volgorde van AZ in peptide te vinden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren&lt;br /&gt;
#* Stearinezuur&lt;br /&gt;
#* Pyridine&lt;br /&gt;
# Leg uit: gauche en anti (bij alkanen).&lt;br /&gt;
# 2,3,4-hydroxybutanal:&lt;br /&gt;
#* Hoeveel stereoisomeren ?&lt;br /&gt;
#* Geef Fisher projectie en de Newmann projectie van de meest stabiele conformatie.&lt;br /&gt;
#* Geef R,S conformatie. &lt;br /&gt;
#* En zeg welke enantiomeren zijn, welke  diastereoisomeren zijn, mesovormen.&lt;br /&gt;
# Geef reactiemechanisme, reactieproduct (ook in skeletnotatie--&amp;amp;gt; reactieproduct) van:&lt;br /&gt;
#* Trans-1-fenyl-1-buteen met verdund zwavelzuur.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R1102587</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Bio-Organische_Chemie&amp;diff=5094</id>
		<title>Bio-Organische Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Bio-Organische_Chemie&amp;diff=5094"/>
		<updated>2026-06-12T18:06:15Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R1102587: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Basisvak organische chemie voor eerstejaars chemie, biochemie en biologie.&lt;br /&gt;
Gedoceerd door Professor Luc van Meervelt.&lt;br /&gt;
Het examen volgt al jaren dezelfde structuur.&lt;br /&gt;
Sinds 2017 wordt dit vak gegeven door professor Mario Smet.&lt;br /&gt;
Het examen duurt 3 uur.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;2022-2023&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*aanpak vak&lt;br /&gt;
**Prof Mario Smet&lt;br /&gt;
**Voor het examen minstens 3.2/8 voor zowel het deel van theorie als oefeningen, anders maximaal een 9 (helaas durft hij ook een 3.1 te geven)&lt;br /&gt;
**Er zijn ingesproken ppt&#039;s die zeker een aanrader zijn om te bekijken, belangrijkste zaken worden duidelijk uitgelegd&lt;br /&gt;
*Kwaliteit cursus&lt;br /&gt;
**Slides zijn duidelijk en bevatten zeker de belangrijkste informatie&lt;br /&gt;
**Handboek kan handig zijn voor extra informatie of verduidelijking van bepaalde delen, maar ik heb dit zelf amper opengedaan dus zeker niet noodzakelijk om te kopen&lt;br /&gt;
*Examenvragen&lt;br /&gt;
**Telkens één theorievraag over een reactiemechanisme (regel van Zaitsev en Markovnikov belangrijk) met ordenen op basis van reactiviteit en naamgeving van producten!!&lt;br /&gt;
**Eén theorievraag over een voorbeeld (komen steeds terug, zijn er in totaal een stuk of 14 (document met deze vragen voor 2024-2025: https://docs.google.com/document/d/e/2PACX-1vRY7b09HsmvVWGNBrcGEXsHcZEtJk-kMeF07rW-tDXwXgheNmEfFHfIp7nmVvFat1X-NtERZpXgm6VM/pub)) belangrijk om hierbij te weten waarom bepaalde zaken zo zijn.&lt;br /&gt;
**Bij de oefeningen vraagt hij naar mijn gevoel van alles iets, dus aminozuren zeker uit het hoofd leren en al de reactiemechanismes begrijpen.&lt;br /&gt;
*Labo&#039;s&lt;br /&gt;
**Zijn niet al te moeilijk&lt;br /&gt;
**Zie dat je op tijd bent voor de prelabtest, ze hebben geen medelijden met u, zelfs als je er niks aan kon doen :(&lt;br /&gt;
**Als er ergens iets van berekeningen in het labo voorkomen, worden deze vaak op de prelabtest gevraagd&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===12 juni 2026===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# 4 alcoholen gegeven: 2,2-dimethylbutan-3-ol, 2,3-dimethylbutan-3-ol, 2,3-dimethylbut-1-en-3-ol, 2,4,6-trimethylhept-1,3-en-6-ol&lt;br /&gt;
## Teken het volledig reactiemechanisme van molecule A voor en eliminatie bij verhoogde temperatuur en in een milieu met fosforzuur&lt;br /&gt;
## Rangschik bovenstaande moleculen op reactiviteit in deze reactie&lt;br /&gt;
## Teken het reactieproduct van alle bovenstaande molecule en geef de IUPAC naam van A en C&lt;br /&gt;
# Iets met de afbraak van vetzuren. In dit geval stearinezuur.&lt;br /&gt;
## Teken het reactieproduct na stap a, b en c.&lt;br /&gt;
## Hoe vaak moet deze cyclys doorlopen worden zodat dit vertuur volledig is afgebroken zodat het gebruikt kan worden in de Krebscyclus.&lt;br /&gt;
## Geef het volledige reactiemechanisme van stap e &lt;br /&gt;
## Geef 2 verschillen tussen de afbraak en biosynthese van vetzuren&lt;br /&gt;
Bundel B: &lt;br /&gt;
# Er is de ringstructuur van een suiker gegeven&lt;br /&gt;
## Geef de configuratie van C2 en C5&lt;br /&gt;
## Geef de oxidatietrap van C2&lt;br /&gt;
## Zet dit suiker om naar de openketen vorm en teken de stabielste Newman projectie op de C3-C4 as&lt;br /&gt;
## Benoem het volledig bovenstaande suiker &lt;br /&gt;
## Geef een anomeer van dit molecule. Is dit ook een epimeer? Wat is de betekenis van beide termen.&lt;br /&gt;
# Vul drie reacties aan, geef het reactietype bij B en C en het volledige mechanisme bij C: (Geef alle mogelijke producten als er meerdere zijn)&lt;br /&gt;
## Propan-2-ol + ? --&amp;gt; propan-2-on + (ben ik vergeten) --&amp;gt; ?&lt;br /&gt;
## methylchloridecyclohexaan + ethanol -&amp;gt;&lt;br /&gt;
## Chloorbenzeen + H2SO4 + HNO3 -&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bundel C:&lt;br /&gt;
# Van alle aminozuren die gevraagd worden moet de structuurformule getekend worden&lt;br /&gt;
##Je hebt het aminozuur leucine en threonine. Waarom is de pKa waarde van leucine hoger dan die van threonine&lt;br /&gt;
## Leucine wordt op gelelektroferese gedaan bij pH 9,9 waar komt deze uit&lt;br /&gt;
# Het molecule Z-2,3-dimethylbut-2-een is in een reactie met HCl&lt;br /&gt;
## Hoeveel stereoisomeren zijn er 1,2,3 of 4&lt;br /&gt;
## Teken al deze stereoisomeren en benoem de configuratie van de chirale C-atomen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===4 juni 2026===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# 4 carbonzuurderivaten gegeven: butanoylbromide, 2-oxobutanoylbromide, ethylbutanoaat, S-ethylbutanoaat&lt;br /&gt;
## Deze kunnen reageren via een nucleofiele substitutie met methanol, Geef voor de eerste structuur het volledige reactiemechanisme hiervan&lt;br /&gt;
## Geef de producten van deze reactie voor elke structuur en geef de IUPAC naam van de eerste twee&lt;br /&gt;
## Rankschik de vier structuren op basis van reactiviteit in deze reactie&lt;br /&gt;
# Cis-retinal kan omgezet worden naar trans-retinal door te binden aan een eiwit (opsine of zo)&lt;br /&gt;
## Hierbij bindt cis-retinal aan het aminozuur lysine, ter vorming van een Schiff-base. Geef het volledige reactiemechanisme van deze omzetting en geef alle elektronenverplaatsingen weer&lt;br /&gt;
## Leg uit waarom er zo veel gebruik wordt gemaakt van Schiff-basen in de natuur&lt;br /&gt;
# Retinal kan ook omgezet worden naar retinol door een oxidatie/reductie (omcirkel de juiste) met NAD+&lt;br /&gt;
## Geef bij alle moleculen die bij deze oxidatie/reductie de atomen die van oxidatiegetal veranderen, en geef bij elk atoom het oxidatiegetal bij zowel de reagentia als producten&lt;br /&gt;
## Waarom is NAD+ een excellente hydride-acceptor? Geef twee redenen en leg uit&lt;br /&gt;
Oefeningen &lt;br /&gt;
Bundel B:&lt;br /&gt;
#Gegeven het molecule menthol&lt;br /&gt;
## Teken dit molecule in de stabielste configuratie&lt;br /&gt;
## Zijn er 1,3-diaxiale interacties aanwezig in deze stabielste configuratie? Zo ja, geef aan op jouw tekening&lt;br /&gt;
## Geef de R- of S- configuratie van alle chirale atomen in het molecule, met aanduiding van prioriteiten (Maakt niet uit welke versie want normale menthol = stabielste configuratie)&lt;br /&gt;
## Hoeveel stereo-isomeren heeft menthol?&lt;br /&gt;
## Teken een diastereomeer van menthol dat geen epimeer is. Leg hierbij de termen diastereomeer en epimeer uit&lt;br /&gt;
## Vier verschillende Newman-projecties gegeven van menthol, duidt aan welke overeenkomt met de gegeven structuur&lt;br /&gt;
# Een peptide-binding wordt gehydrolyseerd.&lt;br /&gt;
## Hierbij is (duidt aan):&lt;br /&gt;
### De reactie aflopend in basisch milieu, maar niet in zuur&lt;br /&gt;
### De reactie aflopend in zuur milieu, maar niet in basisch&lt;br /&gt;
### De reactie aflopend in zuur en basisch milieu&lt;br /&gt;
### Het maakt niet uit welk milieu, de reactie is niet aflopend&lt;br /&gt;
## Leg je antwoord uit en teken hierbij het volledige reactiemechanisme van de hydrolyse (met alle elektronenverplaatsingen)&lt;br /&gt;
Bundel C:&lt;br /&gt;
# Je hebt een oplossing van glutaminezuur en tryptofaan, die is gebufferd op pH=9,40.&lt;br /&gt;
## Aan welke kant (anode, kathode, tussenin) zullen alle producten die aanwezig zijn in de oplossing uiteindelijk terechtkomen? Geef de structuren van glutaminezuur en tryptofaan in je antwoorden.&lt;br /&gt;
## Waarom vertoont de R-groep van tryptofaan geen basische eigenschappen?&lt;br /&gt;
# Vul drie reacties aan, geef het reactietype bij B en C en het volledige mechanisme bij C:&lt;br /&gt;
## But-1-een + ? --&amp;gt; Butaan-2-ol + H2SO4 (ΔT) --&amp;gt; ?&lt;br /&gt;
## Methylbenzeen + acetylchloride + AlCl3 --&amp;gt; ? (Geef alle mogelijke producten als er meerdere zijn)&lt;br /&gt;
## 2x 2-cyclopentylacetaldehyde + 1x OH- --&amp;gt; ?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 augustus 2025===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Rangschik de moleculen volgens afnemende reactiviteit in een SeAr ter vorming van een nitroderivaat. Anisool, Methylbenzoaat , furaan, acetofenon.&lt;br /&gt;
## Geef het reactiemechanisme van anisool.&lt;br /&gt;
## Geef de skeletnotatie van alle reactieproducten en schrijf de IUPAC-naam van de reactieproducten van A en B.&lt;br /&gt;
#Leg uit hoe je een aminozuursequentie bepaald&lt;br /&gt;
##Iets over NH2&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
Bundel B:&lt;br /&gt;
#Bepaal R of S van chirale centra.&lt;br /&gt;
## Hoeveel stereo-isomeren zijn er van dit molecule? &lt;br /&gt;
## Gegeven: 2R-4S (omgekeerde van wat je in de eerste vraag bepaald hebt), leg uit wat enantiomeren en diastereomeren zijn en welk van de twee deze stereo-isomeer is.&lt;br /&gt;
## Gegeven: Een van de cis versies, geef hiervan 1 van de trans versies en bespreek hierbij de 1,3 diaxiaal interacties.&lt;br /&gt;
## Geef oxidatiegetal van C6 (nummering staat al op het molecule)&lt;br /&gt;
## Ernaast is spiegelbeeld getekend, je moet de substituenten aanvullen. &lt;br /&gt;
# Butaanzuur reageert tot ethylbutanoaat, in welk midden is dit? (Zuur, basisch, neutraal of maakt niet uit). Licht dit toe&lt;br /&gt;
Bundel C:&lt;br /&gt;
## L isoleucine en L- Lysine tekenen in fisherprojectie. Bij L isoleucine stabielste newmann tekenen. Alles moet in zwitterion vorm.&lt;br /&gt;
## Arginine met 0.1M 100mL met 0.1M NaOH. Wat is de pH na toevoeging van 250mL en 300 mL NaOH.&lt;br /&gt;
# Vul volgende reacties aan&lt;br /&gt;
## Oxidatie van sec alcohol tot keton, hierna met H20 en H+ tot Di-Ol&lt;br /&gt;
## Aldolcondensatie, teken reactieproduct in skeletnotatie&lt;br /&gt;
## Geef heel mechanisme van HBr (overmaat) + Diethylether, geef ook reactietype&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2025===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# gegeven structuren ondergaan een AE met HCl: A: propeen B: methylprop-2-enoaat C: methoxyetheen D: styreen&lt;br /&gt;
## Geef het reactiemechanisme van molecule A.&lt;br /&gt;
## Rangschik de moleculen volgens afnemende reactiviteit. Toon aan d.m.v. substituenteffecten en grensstructuren waar nodig. &lt;br /&gt;
## Geef de skeletnotatie van alle reactieproducten en schrijf de IUPAC-naam van de reactieproducten van A en B. &lt;br /&gt;
# Gegeven structuren en namen: limoneen, terpinoleen en alfa-terpineol.&lt;br /&gt;
## Schrijf alle reactiemechanismen uit vanuit nerylpyrofosfaat.&lt;br /&gt;
## Van welk alkaan (limoneen en terpinoleen) lijkt de vorming het meest waarschijnlijk. Motiveer je antwoord. &lt;br /&gt;
## Limoneen kan kan gehydrogeneerd worden met twee diwaterstofmoleculen. Teken de meest stabiele conformatie van elk van de twee bekomen alkanen.&lt;br /&gt;
Oefeningen (bundel B)&lt;br /&gt;
# Gegeven: 2-amino-2,3,4-trimethylhexaan-3-thiol&lt;br /&gt;
## Teken het moleculen uit en duid alle chirale koolstoffen aan met een sterretje. Hoeveel stereo-isomeren heeft dit moleculen?&lt;br /&gt;
## Teken voor elk isomeer de Fisher- en Newmannprojectie (C3-C4).&lt;br /&gt;
## Duidt voor elk chirale koolstof op alle isomeren de prioriteiten aan en geef de configuratie (S/R).&lt;br /&gt;
## Leg uit: enantiomeren, diastereomeren en mesovorm. Zeg welke isomeren enantiomeren en/of diastereomeren zijn van elkaar. Is er een mesovorm?&lt;br /&gt;
## Is het thiol primair, secundair of tertiar?&lt;br /&gt;
## Wat is het oxidatiegetal van C2?&lt;br /&gt;
# Je krijgt een oplossing van 1 suiker. Het suiker kan lactose, sacharose of maltose zijn. De oplossing geeft een bruin-rode neerslag bij de Fehlings-test. Welke stelling is correct?&lt;br /&gt;
## Het suiker is lactose.&lt;br /&gt;
## Het suiker is sacharose.&lt;br /&gt;
## Het suiker is maltose.&lt;br /&gt;
## Er zijn te weinig gegevens.&lt;br /&gt;
# Motiveer je antwoord en geef de nodige reactievergelijkingen. &lt;br /&gt;
Oefeningen (bundel C)&lt;br /&gt;
# Aminozuren&lt;br /&gt;
## Schrijf alle vormen bij de juiste pKa&#039;s uit van leucine en arginine.&lt;br /&gt;
## Gegeven: 100mL volledig geprotoneerd arginine (0.1M) en een basische oplossing van 0.1M. Bereken de pH bij het toevoegen van 150mL en 200mL basische oplossing. Schrijf duidelijk de vorm van het AZ op.&lt;br /&gt;
# Reactiemechanismen&lt;br /&gt;
## 2-butanon(structuur) -&amp;gt;(?) 2-butanol(structuur) -&amp;gt;(HBr) ?(structuur)&lt;br /&gt;
## 1-broombenzeen(structuur) -&amp;gt;(AlCl3/CH3COCl) ?(structuur in skeletnotatie) en reactietype gevraagd&lt;br /&gt;
## methyl-2-methylpropanoate -&amp;gt;(H2O/H+) ?(structuur in skeletnotatie) en reactiemechanisme en reactietype gevraagd&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 27 augustus 2024===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# 4 structeren: 1-hydroxy-1-methylcyclohexaan, 1-fenyl-1-hydroxycyclohexaan , 1&lt;br /&gt;
## Schrijf het mechanisme voor dehydratie met geconcentreerd zwavelzuur en temperatuursverhoging van verbinding A&lt;br /&gt;
## Beoordeel en rangschik de reactiviteit van bovenstaande structuren voor dit mechanisme, werk met grensstructuren en substituenteffecten&lt;br /&gt;
## Geef de IUPAC naam voor verbinding A en B&lt;br /&gt;
# Suikerevenwichten van fructose in furanose en pyranosevorm gegeven&lt;br /&gt;
## Waarom komt de betafuransevorm minder voor dan de alphafuranosevorm?. Verklaar&lt;br /&gt;
## Waarom komt de betapyranosevorm minder voor dan de alphapyranosevorm? Verklaar&lt;br /&gt;
# Suikerevenwichten van ribose in furanose en pyranosevorm gegeven&lt;br /&gt;
## Welke veranderingen in de suikerevenwichten verwacht je indien het ribose chemisch wijzigt in deoxyribose? Welke implicaties heeft dit voor DNA?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen (eerste bundel)&lt;br /&gt;
# Bacterieel antibioticum penicilline gegeven (structuur)&lt;br /&gt;
## Duid alle chirale C-atomen aan&lt;br /&gt;
## Teken het molecule in projectievorm waarbij alle chirale C-atomen een S-configuratie hebben. Duid de prioriteiten aan.&lt;br /&gt;
## Geef het oxidatiegetal van het aangeduide atoom&lt;br /&gt;
## Geef het enantiomeer van het molecule uit vraag b&lt;br /&gt;
## Geef een epimeer van het molecule uit vraag b&lt;br /&gt;
## Teken een resonantiestructuur van het molecule waarbij je geen gebruikt maakt van de benzeenresonantie&lt;br /&gt;
# Gegeven de structuur van meta-broom-acetylbenzeen, welke van de volgende opties is waar?&lt;br /&gt;
## Eerst bromering, dan acetylering&lt;br /&gt;
## Eerst acyletylering, dan bromering&lt;br /&gt;
## Volgorde onbelangrijk, reactie met eerst bromering verloopt trager&lt;br /&gt;
## Volgorde onbelangrijk, reactie met eerst acetylering verloopt trager&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Verklaar je antwoord uit vorige vraag met resonantiestructuren van intermediairen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen (bundel 2)&lt;br /&gt;
# Gegeven een volledig geprotoneerde glutaminezuuroplossing van 0,10M &lt;br /&gt;
## Bereken de pH van de oplossing na toevoeging van 150mL en 200mL 0,10M-NaOH-oplossing &lt;br /&gt;
## Waarom vertoont glutamine geen basisch karakter, maar lysine wel? Verklaar&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 juni 2024===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#4 structuren gekregen: fenyletheen, 4-vinylfenol, 1-nitro-4-vinylbenzeen, fenol. Deze ondergaan een additie met HCl.&lt;br /&gt;
##geef het reactiemechanisme van A&lt;br /&gt;
##rangschik op reactiviteit. verklaar met substituenteffecten en teken grensstructuren indien nodig&lt;br /&gt;
##geef de reactieproducten van A, B en C en de IUPAC-naam van het reactieproduct A en B&lt;br /&gt;
#Retro-aldolreactie bij de glycolyse wordt gekatalyseerd door het enzym aldolase.&lt;br /&gt;
##Geef het reactiemechanisme van de retro-aldolreactie van fructose-1,6-difosfaat&lt;br /&gt;
##Waarom moet glucose-6-fosfaat geïsomeriseerd worden naar fructose-6-fosfaat&lt;br /&gt;
##Aldolase katalyseert nog een reactie in het lichaam, namelijk de reactie van dihydroxyaceton(niet zeker) met D-erytrose. Geef de Fischervoorstelling van het reactieproduct.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Aminozuren&lt;br /&gt;
##Bereken het Iso-elektrisch punt van arginine en isoleucine. schrijf ook de structuur bij die pH.&lt;br /&gt;
##100 ml Isoleucine-oplossing van 0,100 mol/L wordt getitreerd met een NaOH-oplossing van 0,100 mol/L. Geef mij de pH bij toevoeging van 50 ml en 200 ml NaOH-oplossing en teken de structuur van isoleucine bij die pH’s.&lt;br /&gt;
#Reactiemechanismen&lt;br /&gt;
##Benzeen gekregen wat toevoegen om 1-fenylethanon te krijgen (Antwoord: FeCl3 + ethanoylchloride)&lt;br /&gt;
##Ethoxyethaan + HBr → ? (ook zeggen welk reactietype)&lt;br /&gt;
##?&lt;br /&gt;
#?&lt;br /&gt;
#Meerkeuzevraag over Claisencondensatie. 4 IUPAC-namen van esters gekregen teken structuurformule van elk ester. De 4 esters ondergaan een Claisen Condensatie, bij 3 esters is het een aflopende reactie, bij 1 ester een evenwichtsreactie. Bij welke evenwichtsreactie en waarom?&lt;br /&gt;
##butylethanoaat&lt;br /&gt;
##ethylbutanoaat&lt;br /&gt;
##ethyl-2-methylbutanoaat&lt;br /&gt;
##ehtyl-3-methylbutanoaat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2024===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# 4 structuren: ethaanzuurbromide, ethaanzuurchloride, 2-oxyethaanzuurbromide, dietheenzuuranhydride. deze ondergaan een nucleofiele substitutie met water&lt;br /&gt;
##geef het reactiemechanisme van A&lt;br /&gt;
##rangschik op reactiviteit. verklaar met substituenteffecten en teken grensstructuren indien nodig&lt;br /&gt;
##geef de reactieproducten en de IUPAC-naam van A en C&lt;br /&gt;
# om alfa-ketoglutaraat te decarboxyleren maakt de natuur gebruik van het coënzym thiaminepyrofosfaat die reageert na deprotonatie.&lt;br /&gt;
##Geef het reactiemechanisme&lt;br /&gt;
##Geef 2 redenen waarom het coënzym zo goed gedeprotoneerd wordt&lt;br /&gt;
##Wat is het voordeel van het binden van dit coënzym?&lt;br /&gt;
##Wat is het voordeel van dit biologisch proces?&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# je wil een aminozuurmengeling van tryptofaan en lysine scheiden met behulp van elektroforese bij een pH van 9,1. Bereken het voorkomen van de vormen en waar ze zullen voorkomen (Kathode, Anode of ertussenin). Laat ook duidelijk de structuur van deze aminozuren zien.&lt;br /&gt;
##waarom is de stikstof op de tryptofaan niet basisch&lt;br /&gt;
# gegeven but-1-een naar 1-methylbutan-1-ol. Welke substraat heb je nodig om van de eerste naar de tweede gegaan (structuren waren gegeven) als je dan met H3PO4 zit en een verandering in temperatuur welk product bekom je (was al een reactiepijl gegeven)?&lt;br /&gt;
# reactie met methoxybenzeen, ethaanzuurchloride en AlCl3 (structuren gegeven). Geef het reactieproduct en het reactietype.&lt;br /&gt;
# mechanisme en reactietype gevraagd van 2x fenylmethanal (structuur gegeven) met OH-&lt;br /&gt;
# suikering gegeven met een zesring waarbij OH op C1 naar boven, alsook C2 en C3, bij C4 naar beneden en C5 de CH2OH ook naar beneden.&lt;br /&gt;
##geef de fisherstructuur van dit suiker en teken de stabielste conformatie op de newmann-projectie van C3 en C4&lt;br /&gt;
##geef de volledige naam van dit suiker&lt;br /&gt;
##geef van C1 en C2 de absolute configuratie (R of S) geef hierbij ook de prioriteiten&lt;br /&gt;
##Leg uit wat 1,3 diaxiale interacties zijn en geef dit weer op een duidelijke tekening&lt;br /&gt;
# oxidatie van ascorbinezuur naar dehydroxy-ascorbinezuur gegeven (zie practicum) en 3 stellingen (hieronder): duid de stellingen aan die correct zijn en geef bij iedere uitleg&lt;br /&gt;
##Er gebeurt een oxidatie en het oxidatiegetal van de C-atomen gaat van +1 naar 0&lt;br /&gt;
##Is de H in kwestie die met de laagste pKa?&lt;br /&gt;
##Is de stereochemie juist of kwam het eindproduct eerder van een andere stereo isomeer&lt;br /&gt;
===2 september 2023===&lt;br /&gt;
https://drive.google.com/file/d/1GMpzdW-Fuazq4zCe9Y40D8DgJyVk2-a7/view?usp=drive_link&lt;br /&gt;
===24 juni 2023===&lt;br /&gt;
#Je kreeg 4 verbindingen (ik denk 2-bromo-2methylpropaan, 2-bromopropaaan, 4-bromo-2-penteen en 4-bromo-1-penteen; kloppen niet helemaal, maar principe blijft hetzelfde). &lt;br /&gt;
##Voor 2-bromo-2-methylpropaan moest je de E-reactie uitschrijven.&lt;br /&gt;
##Zeggen in welke volgorde deze verbindingen het snelste zou reageren bij een E1-reactie (aan de hand van substituent effecten en eventuele grensstructuren.&lt;br /&gt;
##Voor elke verbinding het reactieproduct geven en IUPAC naam geven.&lt;br /&gt;
#Er wordt ATP gevormd bij de afbraak van een suiker in de glycolyse en krebs-cyclus. &lt;br /&gt;
##Geef de reactieproducten en waarom kan er ATP gevormd worden?&lt;br /&gt;
##Het grootste deel van de energie komt in een andere vorm vrij, hoe gebeurd dit?&lt;br /&gt;
#Meerkeuzevraag over Claissencondensatie van ethylacetaat (was een andere benaming, maar vooral het ethyl deel is belangrijk dus maakt niet echt uit). Welk reagens moet je gebruiken om ervoor te zorgen dat je slechts één reactieproduct hebt. Opties waren denk ik: methioxide, ethioxide, hydroxide, er wordt altijd meer dan één reactieproduct gevormd (eventuele grensstructuren hier niet mee rekenen) (meeste hadden ethioxide) en dan moest je nog aantonen met het relevante deel van de reactie, waarom de andere niet zouden kunnen.&lt;br /&gt;
#Reactiemechanismen&lt;br /&gt;
##Je kreeg aceton en je moest zeggen wat je moest toevoegen om iets te bekomen (je moest OH- toevoegen, maar weet even niet meer wat je dan bekomt) en dan voeg je H2O en H+ toe en moet je het reactieproduct geven (2,2-propaandiol)&lt;br /&gt;
##Ik denk 2-Methylcyclopentanone en solvent gekregen, zeggen welk reactieproduct je bekomt en wat het reactiemechanisme is (nucleofiele acylsubstitutie)&lt;br /&gt;
##Je kreeg ethylbenzeen met als solvent AlCl3 en acetylchloride (hiervan maak je AlCl4- en CH2CO+) je moest zeggen welk reactiemechanisme (nucleofiele aromatische substitutie) en dit ook uitschrijven&lt;br /&gt;
#Zwitterion en IP van arginine en glutamine geven en zeggen welke pH je krijgt bij het toevoegen van 250ml NaOH aan 100 ml 0.1M glutamine&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
##S/R van chirale koolstoffen van D-xylulose geven + Newman projectie rond C3 en C4&lt;br /&gt;
##In stappen geven hoe je alfa-L-xylulofuranose bekomt (ringsluiting tekenen dus), het enantiomeer hiervan geven (bèta-versie) en zeggen of het een epimeer is, beide begrippen uitleggen&lt;br /&gt;
===8 juni 2023===&lt;br /&gt;
#4 structuren: propeen, ethyleen pyrrool?, styreen , benzeen met etheen op en methoxy groep op. elektrofiele additie met waterstofbromide.&lt;br /&gt;
##Geef het reactiemechanisme van propeen&lt;br /&gt;
##Rangschik de reactiviteit van de verschillende structuren, maak gebruik van substituenteffecten en teken grensstructuren&lt;br /&gt;
##geef de IUPAC-naam van structuur a, b, c en schrijf alle reactieproducten uit&lt;br /&gt;
#Gegeven: D-glucose in de verschillende vormen: beta-D-glucopyranose, alfa-D-glucopyranose, beta-D-glucofuranose en alfa-D-glucofuranose en het voorkomen ervan in percentages&lt;br /&gt;
##Waarom komen de furanose vormen zo weinig voor?&lt;br /&gt;
##Waarom komt het beta-anomeer meer voor dan het alfa-anomeer?&lt;br /&gt;
##hoe komt het dat het alfa-anomeer dan toch nog voorkomt?&lt;br /&gt;
##Vergelijk dit nu met D-mannose, maak een voorspelling van hoe de verschillende vormen zullen voorkomen?&lt;br /&gt;
#Aminozuren:&lt;br /&gt;
##Waarom heeft de R-groep van asparagine geen basische eigenschappen (asparagine heeft geen pKr)&lt;br /&gt;
##We willen tyrosine en asparagine scheiden met behulp van elektroforese bij pH = 9,0. Schrijf voor beide aminozuren de verschillende vormen uit en verklaar welke vorm bij deze pH voor zal komen. Waar zullen de aminozuren zich bevinden: anode, kathode, tussenin&lt;br /&gt;
#Gegeven: benzeenring met broomsubstituent en -C2H5 substituent. Bij het bereiden hiervan moet je...&lt;br /&gt;
##...eerst bromeren?&lt;br /&gt;
##...eerst aklyleren?&lt;br /&gt;
##...volgorde maakt niet uit, maar als je eerst bromeert gaat de reactie langzamer&lt;br /&gt;
##...volgorde maakt niet uit, maar als je eerst alkyleert gaat de reactie langzamer&lt;br /&gt;
#Gegeven: een structuur met 2 chirale koolstoffen (ook een amidegroep op 1 einde, en een chloor groep)&lt;br /&gt;
##teken de fisherprojectie van ALLE stereo-isomeren, geef ook de stabielste newman-projectie&lt;br /&gt;
##Bepaal van elke chirale C de R,S-configuratie en geef de prioriteiten weer&lt;br /&gt;
##Wat is het OG van de C met de amide groep&lt;br /&gt;
##Welk van de stereo-isomeren zijn ook diastereo-isomeren, verklaar deze term&lt;br /&gt;
##Duid aan waar een nucleofiele substitutie zou kunnen plaatsvinden, verklaar ook waarom&lt;br /&gt;
#Reactie mechanismen zoals aangegeven op stramien&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 3 september 2022 ===&lt;br /&gt;
# 4 moleculen met dubbele binding gegeven, sommige met substituenten&lt;br /&gt;
## Reactiemechanisme voor molecule A uitschrijven (CH2=CH-CH2-CH3)&lt;br /&gt;
## Rangschikken volgens reactiviteit in een reactie met HBr en argumenteren met substituenteffecten en grensstructuren&lt;br /&gt;
## Reactieproducten voor alle 4 opschrijven en 2 ervan benoemen met IUPAC naam&lt;br /&gt;
# gegeven: glucose in openketenvorm, alfa-D-glucopyranose, beta-D-glucopyranose, alfa-D-glucofuranose en beta-D-glucofuranose met percentages van hoe vaak ze voorkomen&lt;br /&gt;
## waarom komt de furanosevorm zo weinig voor&lt;br /&gt;
## waarom komt de betavorm meer voor dan de alfavorm&lt;br /&gt;
## waarom komt ondanks vraag b de alfavorm toch nog zo vaak voor&lt;br /&gt;
## maak zelf een voorspelling voor de percentages van voorkomen voor alle vormen van D-mannose&lt;br /&gt;
# teken 2-amino-2,3,4-trimethyl-3-hexaanthiol&lt;br /&gt;
## hoeveel stereo-isomeren zijn er?&lt;br /&gt;
## teken van alle stereo-isomeren de fischer projectie en meest stabiele conformatie in de newman projectie over C3-C4 as, duid chirale centra aan&lt;br /&gt;
## bepaal voor alle chirale centra de absolute configuratie&lt;br /&gt;
## is het een primair, secundair of tertiair amine? En dezelfde vraag voor thiol?&lt;br /&gt;
## bepaal de oxidatietrap van C2&lt;br /&gt;
# 5 namen van moleculen gegeven, welke kunnen het reactieproduct zijn van een aldolcondensatie? Voor degenen die niet kunnen: leg uit in 1 zin waarom niet. Voor degenen die wel kunnen: geef de beginproducten.&lt;br /&gt;
# reactiemechanismen&lt;br /&gt;
## vul onderstaande reactiesequentie aan: alkaan met -OH —&amp;gt; alkeen —&amp;gt; ? (boven de eerste pijl stond ook een vraagteken en boven de tweede pijl +Cl2)&lt;br /&gt;
## schrijf reactiemechanisme uit: benzeenring met -OCH3 substituent reageert met HNO3 en H2SO4&lt;br /&gt;
# aminozuren&lt;br /&gt;
## bepaal voor een titratie van 100 mL 0,1M isoleucine de pH bij toevoeging van 150mL en 200mL NaOH&lt;br /&gt;
## waarom is de pKa van glutamine lager dan van isoleucine&lt;br /&gt;
## teken beide aminozuren uit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 juni 2022 ===&lt;br /&gt;
# 4 moleculen gegeven die reageren volgens reactietype E1 ter vorming van HCl : twee chlooralkanen met benzeenring en twee zonder, een van de twee met benzeenring had methoxy-groep op de benzeenring&lt;br /&gt;
## Geef reactiemechanisme voor een van de twee chlooralkanen zonder benzeenring&lt;br /&gt;
## Rangschik volgens stijgende reactiviteit en beargumenteer met substituenteffecten. Geef grensstructuren indien relevant.&lt;br /&gt;
## ...&lt;br /&gt;
# Geef het reactiemechanisme en vergelijk onderling, beredeneer ook voor de basische hydrolyses of het gaat om een mono- of bimoleculair proces:&lt;br /&gt;
### hydrolyse van een carbonzuurester in basisch milieu&lt;br /&gt;
### hydrolyse van een fosfaatester in basisch milieu&lt;br /&gt;
### hydrolyse van een fosfaatester in zuur milieu&lt;br /&gt;
## Bespreek kort het verschil in reactiviteit van mono-, di-, en tri-alkylfosfaatesters bij hydrolyse in basisch milieu&lt;br /&gt;
## In de glycolyse komt energie vrij bij het hysrolyseren van het acylfosfaat 1,3-difosfoglycerinezuur dat wordt gebruikt om ADP om te zetten in ATP. Voor de vorming van acetyl-CoA uit acetylfosfaat (ook een acylfosfaat) is ATP nodig. Bespreek kort deze schijnbare tegenstrijdigheid.&lt;br /&gt;
# Stereochemie&lt;br /&gt;
## Geef de Haworthprojectie van beta-L-arabinopyranose&lt;br /&gt;
## Geef de absolute configuratie van C2 en C4 en duid nummering aan&lt;br /&gt;
## Wat zijn de oxidatietrappen van C1 en C3?&lt;br /&gt;
## Geef de (stabielste) Newmanprojectie van het conformeer volgens de C3-C4 as&lt;br /&gt;
## Hoeveel 1,3-diaxiale repulsies komen ervoor in dit molecule? Maak een tekening die dit duidelijk weergeeft&lt;br /&gt;
# Aminozuren&lt;br /&gt;
## Onder welke vormen komen glutaminezuur en tryptofaan voornamelijk voor bij pH = 6,00? &lt;br /&gt;
## Waar bevinden de AZ zich na elektroforese bij deze pH? Aan de anode, kathode of ertussen?&lt;br /&gt;
## Waarom is de zijketen van tryptofaan niet basisch?&lt;br /&gt;
# Verloopt de substitutie van propaanzuur naar methylpropanoaat het best in zuur of in basisch milieu? Of kan beide? Verklaar grondig en teken het bijbehorende reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
# Vraag over reactiemechanismen zoals aangegeven op het stramien.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2022 ===&lt;br /&gt;
# 4 benzeen ringen gegeven (3 daarvan met substituenten)&lt;br /&gt;
## Reactiemechanisme uitschrijven voor een gewone benzeen tot chloorderivaat (SeAr)&lt;br /&gt;
## Rangschikken volgens reactiviteit, grensstructuren tekenen en substituenteffecten verklaren.&lt;br /&gt;
## Van de 4 chloorderivaten de IUPAC-naam geven en eindstructuur tekenen &lt;br /&gt;
# Geef de retro-aldolreactie bij de glycolyse&lt;br /&gt;
# Oefening op suikers (je kreeg een cyclisch suiker)&lt;br /&gt;
## Teken de fisher en de Newman projectie&lt;br /&gt;
## Geef het oxidatie getal van 2 C en zeg of het R of S is&lt;br /&gt;
## Geef de naam van het suiker&lt;br /&gt;
## Leg de begrippen epimeer en anomeer uit en teken deze vormen van dit suiker&lt;br /&gt;
# Oefening op aminozuren&lt;br /&gt;
## Je kreeg 2 aminozuren bij een bepaalde pH en je moest zeggen als dit een goede pH was om een elektroforese te doen, indien dit niet zo was moest je uitleggen waarom en een betere pH waarde geven.&lt;br /&gt;
# Je kreeg 4 verbindingen en je moest zeggen welke een kleurreactie (oranje/groen) zouden geven&lt;br /&gt;
## Alcoholtest -&amp;gt; oxidatie van alcoholen tot ketonen of carbonzuren uitleggen&lt;br /&gt;
# Oefening op reactiemechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 augustus 2021===&lt;br /&gt;
# 4 moleculen gegeven waarop het gaat reageren met HCl&lt;br /&gt;
## werk reactiemechanisme uit voor 1 van de moleculen&lt;br /&gt;
## Rangschik volgens afnemende reactiviteit&lt;br /&gt;
## Geef reactieproducten van alle moleculen en geef IUPAC naam voor 2&lt;br /&gt;
# geef reactiemechanisme van de deanimatie van glutamine&lt;br /&gt;
# L-xylulose, Bepaal R/S configuratie &lt;br /&gt;
## Teken stabielste Fischer en Newman voor de C3-C4-as&lt;br /&gt;
### ???&lt;br /&gt;
# Voor welk van deze 3 producten kan niet een aldolcondensatie ondergaan? Leg uit waarom niet en geef de reagentia wanneer het wel gaat.&lt;br /&gt;
##de reactiemechanisme invullen: onbrekende reagentia en product&lt;br /&gt;
### een stof gegeven met de reagentia, welke reactiemechanisme en schrijf uit&lt;br /&gt;
#titratie van asparagine met NaOH: berekenen de pH bij toevoeging van 100ml en 200ml NaOH; &lt;br /&gt;
##waarom heeft asparagine geen basische eigenschap zoals lysine. Geef ook de structuren&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 augustus 2020===&lt;br /&gt;
#4 moleculen gegeven waarop nucleofiele substitutie gebeurt met natriummethoxide&lt;br /&gt;
## werk reactiemechanisme uit voor 1 van de moleculen&lt;br /&gt;
## Rangschik volgens afnemende reactiviteit&lt;br /&gt;
## Geef reactieproducten van alle moleculen en geef IUPAC naam voor 2&lt;br /&gt;
# Geef het mechanisme van decarboxylering van beta-ketocarbonzuren en leg uit. Geef een voorbeeld van een analoog mechanisme in de biologie en leg uit. &lt;br /&gt;
# Voor welk van deze 4 producten kan er een aldolcondensatie zijn opgetreden? Leg uit waarom niet en geef de reagentia wanneer het wel gaat.&lt;br /&gt;
# Oefening op aminozuren en bepalen welke vorm er voorkomt bij een bepaalde pH en als je een gelelektroforese doet welke waar dan voorkomt, az zijn tryptofaan en glutaminezuur&lt;br /&gt;
# Oefening op suiker: welke suiker is dit? Geef stabielste newmann vorm in C3-C4 formatie, R of S van C2 en C5, teken epimeer dat geen anomeer is&lt;br /&gt;
#oefeningen op reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2020===&lt;br /&gt;
#4 moleculen (esters) gegeven, waarop nucleofiele substitutie gebeurt &lt;br /&gt;
## Werk het reactiemechanisme voor één van de moleculen volledig uit. (methylethanoaat)&lt;br /&gt;
## Rangschik volgens afnemende reactiviteit dmv substituenteffecten&lt;br /&gt;
## Geef de reactieproducten van alle moleculen en geef hun IUPAC naam&lt;br /&gt;
#Leg de synthese van peptiden uit met dicyclohexylcarbodiimide. Welke voorzorgsmaatregel moet genomen worden om selectief een peptide te vormen? Geef een voorbeeld.&lt;br /&gt;
#Voor welke van volgenden bestaat er een mesovorm, teken deze en leg uit wat mesovorm is. (1-butanol, butaan2,3diol, butaan-1,2,3-triol, butaan-1,2,3,4-tetraol)&lt;br /&gt;
#Oefening op aminozuren: &lt;br /&gt;
## Waarom heeft proline een hogere pKa&#039; dan alanine + teken deze aminozuren&lt;br /&gt;
## Welke vorm van alanine komt het meest voor bij toevoegen van 150 mL? Bereken deze pH.&lt;br /&gt;
#Oefening op suikers: suiker gegeven &lt;br /&gt;
## Geef IUPAC naam&lt;br /&gt;
## Bepaal R/S configuratie voor C2 en C5&lt;br /&gt;
## Teken stabielste Fischer en Newman voor de C3-C4-as&lt;br /&gt;
## ?&lt;br /&gt;
#Vul reactie aan (reactieproducten, reagentia). Geef reactietype en eindproduct. Geef reactietype, eindproduct en reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2020 (16u)===&lt;br /&gt;
#4 moleculen gegeven: E1 reactie van HCl: mechanisme geven, reactieproducten tekenen en benoemen&lt;br /&gt;
#Bespreek de oxidatieve deaminering van glutaminezuur met de nodige coënzymen/cofactoren. Geef het reactiemechanisme van de tweede stap zonder enzymen.&lt;br /&gt;
#Een molecule gegeven in stoelvorm (geen suiker): teken de fisherprojecties van alle stereomeren, teken newmann projectie van 1 op c2-c3 in stabielste vorm en zeg S of R config, welke zijn enantiomeren, diastereomeren, is er een mesovorm? En leg de begrippen kort uit. Geef oxidatietrap van aangeduide koolstofatoom.&lt;br /&gt;
#lysine en valine tekenen en IP berekenen, waarom is de pkr van lysine groter dan de pka&#039; van valine?&lt;br /&gt;
#Wat zijn de product(en) die worden gevormd als E-2-hepteen en dichloor reageren?&lt;br /&gt;
##2s,3s 2-dichloorhepteen&lt;br /&gt;
##2s,3r&lt;br /&gt;
##2r,3s&lt;br /&gt;
##2r,3r&lt;br /&gt;
#Oefeningen op reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2020 (16u)===&lt;br /&gt;
#4 moleculen gegeven, waarop elektrofiele additie van water in zuur milieu gebeurt&lt;br /&gt;
## Werk het reactiemechanisme voor één van de moleculen volledig uit.&lt;br /&gt;
## Rangschik volgens afnemende reactiviteit&lt;br /&gt;
## Geef de reactieproducten van alle moleculen en geef hun IUPAC naam&lt;br /&gt;
#Waarom kunnen alcoholen niet gemakkelijk een SN-reactie ondergaan? Geef 2 voorbeelden van een SN-reactie van een alcohol, schrijf het mechanisme. Reageert fenol op dezelfde manier? Teken en leg uit. Hoe kunnen SN-reacties van alcoholen mogelijk gemaakt worden in biologische systemen?&lt;br /&gt;
#Oefening op suikers en stereochemie:&lt;br /&gt;
## Geef de Haworth-projectie van bèta-L-gulofuranose&lt;br /&gt;
## Teken het enantiomeer van deze molecule en benoem het.&lt;br /&gt;
## Configuratie (R/S) van C2 en C5 bepalen + oxidatietrap geven&lt;br /&gt;
## Stabielste Newman-conformatie langs C4-C5 as&lt;br /&gt;
#Oefening op aminozuren:&lt;br /&gt;
## D-vorm van tyrosine en alanine tekenen en conformatie geven.&lt;br /&gt;
## Oefening op pH berekenen&lt;br /&gt;
# Gegeven een staal met één onbekende suiker. Na het uitvoeren van een Fehlingstest zie je een roodbruine neerslag ontstaan. Aantal suikers gegeven, aanduiden welke het mogelijk kan zijn. Leg uit wat deze test precies en verklaar je keuze.&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan (reactieproducten, reagentia). Geef reactietype en eindproduct. Geef reactietype, eindproduct en reactiemechanisme. Eerste was zuurgekatalyseerde estervorming. Tweede eliminatie van water. Derde aldolcondensatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===7 juni 2020===&lt;br /&gt;
#4 moleculen gegeven waarop een Sn1 wordt gedaan met ammoniak&lt;br /&gt;
## Werk het reactiemechanisme voor de eerste molecule uit&lt;br /&gt;
## Welk molecule reageert het snelst? Leg uit adhv substituenteffecten&lt;br /&gt;
## Geef de reactieproducten van de andere 3 moleculen en ook de IUPAC naam&lt;br /&gt;
#Geef de retro-aldolreactie bij de glycolyse&lt;br /&gt;
## Wat is de katalysator en waarom gaat de retro-aldolreactie niet bij glucose?&lt;br /&gt;
#Gegeven een benzeenring met daarop een nitrogroep en alkylgroep. Gebeurd er eerst alkylering of nitrering? Gebruik in je uitleg grensstructuren&lt;br /&gt;
#Oefening op molecule dat geen suiker was! Maar je moest R/S bepalen, Fischer schrijven, Newmann projectie, en diastereomeren en enantiomeren aanduiden (+ kort uitleggen wat dat betekend)&lt;br /&gt;
#Oefening op aminozuren en bepalen welke vorm er voorkomt bij een bepaalde pH en als je een gelelektroforese doet welke waar dan voorkomt (zoals in de oefenzitting gewoon)&lt;br /&gt;
#standaard oefening die er elk jaar is met reacties aanvullen enzo&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2019 (namiddag)===&lt;br /&gt;
#4 moleculen (ester, ester met halogeen, anhydride, amide) waarop de nucleofiele substitutie van water in basische omgeving wordt uitgevoerd. &lt;br /&gt;
##Werk het reactiemechanisme uit voor het ester.&lt;br /&gt;
##Rangschik volgens afnemende reactiviteit.&lt;br /&gt;
##Geef de naam en structuur van beide reactieproducten.&lt;br /&gt;
#Bespreek de oxidatieve deaminering van glutaminezuur met de nodige coënzymen/cofactoren. Geef het reactiemechanisme van de tweede stap zonder enzymen.&lt;br /&gt;
#Oefening op suikers.&lt;br /&gt;
##Bespreek de R/S configuratie van de chirale centra van D-xylose. &lt;br /&gt;
##Is D-xylose een aldose of ketose? &lt;br /&gt;
##Geef de stabielste Newman-projectie op C3-C4.&lt;br /&gt;
##Bepaal de oxidatietrap van C1 en C5.&lt;br /&gt;
##Maak van L-xylose beta-L-xylose. &lt;br /&gt;
##Welk reactietype is de ringsluiting van suikers? Welke katalysator wordt vaak gebruikt? &lt;br /&gt;
##Geef het anomeer van beta-L-xylose. Is dit ook een enantiomeer?&lt;br /&gt;
#Oefening op aminozuren.&lt;br /&gt;
##Geef de 2R,3R configuratie van isoleucine. &lt;br /&gt;
##Wat is de pH van 100 ml isoleucine (0.1M) na toevoeging van 150 ml NaOH (0.1 M)? &lt;br /&gt;
##Waarom heeft glutamine een lagere pKa dan isoleucine? &lt;br /&gt;
#Waarom wordt het reactie-evenwicht bij de Claisencondensatie van ethyl-2-methylpropanoaat met ethoxide niet naar rechts getrokken (in tegenstelling tot andere Claisencondensaties)?&lt;br /&gt;
#Vul reactie aan (reactieproducten, reagentia). Geef reactietype en eindproduct. Geef reactietype, eindproduct en reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2019 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
#4 moleculen met dubbele bindingen gegeven waarop elektrofiele additie gebeurt&lt;br /&gt;
##van 1 reactiemechanisme uitwerken&lt;br /&gt;
##rangschikken volgens reactiviteit door middel van substituenteffecten&lt;br /&gt;
##eindproducten geven + IUPAC naam geven&lt;br /&gt;
#vetzuursynthese uitleggen met coënzymen erbij&lt;br /&gt;
##uitleggen waarom je malonycoa nodig hebt en wat de gelijkenis ervan is met claisen-condensatie&lt;br /&gt;
#molecule gegeven: menthol&lt;br /&gt;
##chirale c aanduiden, hoeveel stereo-isomeren, R/S van chirale c, geef stabielste configuratie, geef diastereoisomeer dat epimeer is, enantiomeer geven, stabielste configuratie van enantiomeer geven, je krijgt een paar newmanprojecties waarvan je moet zeggen welke de juiste is, oxidatiegetal van aangeduide c geven&lt;br /&gt;
#geef 3D structuur van R glutaminezuur&lt;br /&gt;
##is deze D of L?&lt;br /&gt;
##welke vorm(en) komt er vooral voor op ph 8,8&lt;br /&gt;
##uitleggen waarom N in de R groep niet basisch is en die van lysine (ook tekenen) wel&lt;br /&gt;
#je krijgt een benzeenring waarop een de ene kant een ch3 hangt en op de tegenovergestelde kant een acylgroep, je moet uitleggen via grensstructuren wat het juiste antwoord is&lt;br /&gt;
##eerst alkyleren, dan acyleren&lt;br /&gt;
##eerst acyleren, dan alkyleren&lt;br /&gt;
##volgorde maakt niet uit, maar acyleren is trager&lt;br /&gt;
##volgorde maakt niet uit, maar alkyleren is trager&lt;br /&gt;
#je krijgt een reactie waarvan je de reagentia en reactieproducten er nog moet bij zetten&lt;br /&gt;
##reactie is eerst een eliminatie en dan een additie&lt;br /&gt;
#je krijgt een cyclisch carbonzuur en dit gaat reageren amine, geef de reactieproducten in skeletnotatie en zeg wel reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#een cycloalkaan waar een broom aanhangt gaat reageren met naoh, geef het reactieproduct(en) en zeggen welk reactiemechanisme het is en ook het reactiemechanisme uitschrijven&lt;br /&gt;
===14 juni 2019 (namiddag)===&lt;br /&gt;
# 4 benzeen ringen gegeven (3 daarvan met substituenten)&lt;br /&gt;
## Reactiemechanisme uitschrijven voor een gewone benzeen tot chloorderivaat (SeAr)&lt;br /&gt;
## Rangschikken volgens reactiviteit, grensstructuren tekenen en substituenteffecten verklaren.&lt;br /&gt;
## Van de 4 chloorderivaten de IUPAC-naam geven en eindstructuur tekenen &lt;br /&gt;
# De glycolyse genereert op 2 plaatsen ATP en de Krebs-cyclus op 1 plaats. Teken de reagens en het product van de reacties. Leg uit waarom de moleculen energie genereert.&lt;br /&gt;
# Suiker oefening met L-Talose tot alfa-L-talose, Wat is de katalysator?, Reactietype?, Enantiomeer, Stabielste Newman-projectie (C4 en C5), R/S-Configuratie op C2 en C3, Oxidatietrap van C1.&lt;br /&gt;
# Isoelektrisch punt van Arginine en Glycine berekenen, pH van een 0,1M 100ml Arginine oplossing na toevoegen van 200ml 0,1 NaOH, L-configuratie van Arginine tekenen, is het een S/R configuratie?&lt;br /&gt;
# Gegeven: Tetracycline. Het molecule heeft 2 pKa en 1 pKb . Zoek de groepen die hiervoor zorgen en verklaar je keuze.&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan (reactieproducten), geef reactietype en eindproduct, geeft reactietype eindproduct en reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2019 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
# 4 structuren gegeven: 2 broomalkanen, 1 broomalkeen en een fenylbroomalkaan&lt;br /&gt;
## Schrijf het Sn2 reactiemechisme uit voor structuur A (broomethaan) met natriumwaterstofsulfide. &lt;br /&gt;
## Rangschik de gegeven structuren volgens afnemende reactiviteit. Leg uit! &lt;br /&gt;
## Geef de IUPAC-namen van al de reactieproducten&lt;br /&gt;
# Geef de isomerisatie in de glycolyse van het glucosederivaat naar fructosederivaat. Waarom is dit basegekatalyseerd.&lt;br /&gt;
## Geef het verband tussen de Tollens- en Fehlingstest en het verband tussen Barfoed- en Benedictetest.&lt;br /&gt;
# Gegeven is een suiker in de stoelvorm&lt;br /&gt;
## Geef de volledige naam van dit suiker.&lt;br /&gt;
## Geef de Fischerprojectie van de open-ketenvorm en geef de stabielste Newmanprojectie met C3 en C4 als as.&lt;br /&gt;
## Wat is de conformatie en OT van C2 en C5?&lt;br /&gt;
## Geef het anomeer van dit suiker. Is dit ook een epimeer/diasteriomeer/enantiomeer? Leg elke term uit. &lt;br /&gt;
# Oefening op aminozuren:&lt;br /&gt;
## Waarom heeft leucine een hogere pKa dan threonine?&lt;br /&gt;
## Welke lading heeft leucine in een mengsel van ph = 9,5? Ligt het eerder aan kathode/anode/ergens in het midden bij elektroforese?&lt;br /&gt;
## Geef de 2R,3S vorm van threonine in de fischerprojectie.&lt;br /&gt;
# Welke van onderstaande structuren ondergaat gemakkelijk een decarboxylering bij een temperatuursverhoging? Zo ja, schrijf het mechanisme helemaal uit. COOH-CH2-CHOH-CH3 / COOH-CHOH-CH2-CH3 / COOH-CH2-CO-CH3 / COOH-CH2-COOH&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan (reactieproducten), geef reactietype en eindproduct, geeft reactietype eindproduct en reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2019 (namiddag)===&lt;br /&gt;
# Structuren van chloorbenzeen, anisool, benzeen en fenol zijn gegeven.&lt;br /&gt;
## Schrijf het reactiemechanisme uit van een elektrofiele substitutie van benzeen met als eindproduct een nitroderivaat.&lt;br /&gt;
## Rangschik de gegeven structuren volgens afnemende reactiviteit. Leg uit adhv substituenteffecten en teken grensstructuren indien nodig.&lt;br /&gt;
## Geef van de 4 nitroderivaten de IUPAC-naam en teken de structuur&lt;br /&gt;
# Waarom kunnen alcoholen niet gemakkelijk een SN-reactie ondergaan? Geef 2 voorbeelden van een SN-reactie van een alcohol, schrijf het mechanisme. Reageert fenol op dezelfde manier? Teken en leg uit. Hoe kunnen SN-reacties van alcoholen mogelijk gemaakt worden in biologische systemen?&lt;br /&gt;
# Gegeven: enantiomeer van een structuur. Geef R- of S-configuratie van 2 aangeduide C-atomen. Teken de ruimtelijke structuur van het molecule. Hoeveel stereo-isomeren zijn er? Teken de meest stabiele Newman-projectie. Is er een mesovorm? Indien mogelijk teken mesomere grensstructuren. Geef de oxidatietrap van 2 aangeduidde C-atomen.&lt;br /&gt;
# Bij welke pH komt het Zwitter-ion van arginine voor? Teken. Waarom is de pKa van arginine lager dan de pKa van asparaginezuur? Gegeven: 100ml volledig geprotoneerd 0,10M asparaginezuur, Wat is de pH na een titratie met 150mL 0,10M NaOH? Teken van elk vermeld aminozuur de neutrale structuur&lt;br /&gt;
# Gegeven: formaldehyde, aceetaldehyde en benzaldehyde. Welke kan een aldolcondensatie met zichzelf doen? Teken het mechanisme en verklaar waarom de andere 2 dit niet kunnen.&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan (reactieproducten), geef reactietype en eindproduct, geeft reactietype eindproduct en reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2019 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
# 4 structuren gegeven: 2 chlooralkenen, 1 chlooralkaan en 1 chloorether&lt;br /&gt;
## Schrijf het reactiemechanisme uit voor een SN1 reactie van (1 van de 2) chlooralkeen met ammoniak.&lt;br /&gt;
## Rangschik de gegeven structuren volgens afnemende reactiviteit. Leg uit adhv substituenteffecten en teken grensstructuren indien nodig.&lt;br /&gt;
## Geef van de 4 derivaten de IUPAC-naam (van de eerste 3 dus niet de ether) en teken de structuur.&lt;br /&gt;
# Geef het mechanisme van decarboxylering van beta-ketocarbonzuren en leg uit. Geef een voorbeeld van een analoog mechanisme in de biologie en leg uit.&lt;br /&gt;
#L-glucose tekenen en omzetten in alfa-L-glucofuranose. Geef enantiomeer van de structuur. Geef R- of S-configuratie van 2 aangeduide C-atomen. Hoeveel stereo-isomeren zijn er? Teken de meest stabiele Newman-projectie. Geef een diastereomeer dat ook een epimeer is. Geef de oxidatietrap van 2 aangeduidde C-atomen. Is alfa-L-glucofuranose een reduceerbare suiker?&lt;br /&gt;
# Tyrosine en serine hebben een gelijkaardige zijketen, waarom heeft tyrosine een pKr en serine niet? Gegeven: 100ml volledig geprotoneerd 0,10M tyrosine, Wat is de pH na een titratie met 300mL 0,10M NaOH? Welke vormen van serine en tyrosine komen voor bij pH 10,5? Alle vermelde AZ moeten getekend zijn in het antwoord.&lt;br /&gt;
# Gegeven: Benzeen, pyrrool en pyridine. Rangschik volgens reactiviteit voor een SeAr reactie mbv grensstructuren.&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan alkyn --?--&amp;gt; alkeen --Br2--&amp;gt; ?, geef reactietype en eindproduct: 3-fenyl-1-amino-2-propanon --OH--&amp;gt;, geeft reactietype eindproduct en reactiemechanisme: aldolcondensatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 augustus 2018===&lt;br /&gt;
# 4 gegeven alcoholen kunnen en E1 reactie ondergaan, geef de volledige reactie voor alcohol A, geef de eindproducten en de IUPAC-naam van de 4 alcoholen na de reactie. Orden volgens afnemende reactiviteit.&lt;br /&gt;
# Een vraag over de oxidatieve deaminering van glutaminezuur.&lt;br /&gt;
# Suiker in ringstructuur gegeven: geef naam &amp;amp; lineaire vorm, geef de Newman projectie (c3-c4), is c2 R/S en wat is zijn oxidatietrap, hoeveel chirale C atomen zijn er en duid aan in de cyclische vorm en lineaire vorm welke de chirale C atomen zijn, geef een diastereomeer dat geen epimeer of anomeer is van de gegeven suiker, hoe heet de reactie waarbij een lineaire vorm over kan gaan in de cyclische vorm en in welk solvent gebeurt dit.&lt;br /&gt;
# Leg het verschil in pKa tussen glutaminezuur en valine uit. Welke vorm van glutaminezuur komt er het meeste voor bij bepaalde pH. Bereken de pH van een oplossing van 100ml valine (0,1M) met 200ml base.&lt;br /&gt;
# Een SN reactie bij alcoholen moet in zuur milieu gebeuren: waarom, waarom niet met NH2 als nucleofiel, geef een alternatief voor zuur milieu bij SN reactie met alcoholen.&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan (pijltjes en reactieproducten), geef reactietype en eindproduct, geeft reactietype eindproduct en reactiemechanisme. &lt;br /&gt;
===22 juni 2018===&lt;br /&gt;
# De snelheid en reactieproducten met IUPAC-naam geven van 4 esters in basisch midden, voor 1 het mechanisme uitschrijven.&lt;br /&gt;
# Leg de synthese van peptiden uit met dicyclohexylcarbodiimide. Welke voorzorgsmaatregel moet genomen worden om selectief een peptide te vormen? Geef een voorbeeld. &lt;br /&gt;
# Geef de naam van een gegeven cyclisch suiker. Uitleggen of het R of S is. Is het een reducerende suiker? Geef de fischerprojectie. Geef de Newmanprojectie met c3-c4 als as en geef hiervan de stabielste Haworthprojectie. Geef het anomere suiker, is dit een enantiomeer, epimeer of diastereomeer en verklaar. &lt;br /&gt;
# Geef de 3D projectie van S-tryptofaan. Waarom heeft de R-groep van tryptofaan geen basische eigenschappen? Is tryptofaan vlot te scheiden van alanine met gelelektroforese? Indien ja, bij welke pH en waar zouden ze zich bevinden op de gel. Indien nee, verklaar. &lt;br /&gt;
# Waarom ondergaat pyridine gaan elektrofiele aromatische substitutie met een chlooralkeen en trichlooralluminium zoals benzeen? Schrijf de reactie uit die wel plaatsvindt en benoem deze. Nog een deelvraag....&lt;br /&gt;
# Mechanismes aanvullen en reactietypes bepalen. De eerste was een cyclisch ester waarbij je moest aangeveven dat er OH werd gebruikt zodat de ring open ging en het eindproduct in skeletnotatie. Reactie tussen een zuurchloride en een primair amine, het reactietype en producten in skeletnotatie geven. De laatste was een claisoncondensatie waarbij het mechanisme gegeven moest worden en het eindproduct in skeletnotatie. &lt;br /&gt;
===18 juni 2018===&lt;br /&gt;
# De snelheid en reactieproducten met IUPAC-naam geven van 4 benzeenderivaten bij een elektrofiele aromatisch substitutie, voor 1 het mechanisme uitschrijven&lt;br /&gt;
# Leg de afbraak van vetzuren uit en geef de coënzymen die een rol spelen, vergelijk met de vetzuursynthese en leg het verband uit tussen vetzuursynthese en de Claisencondensatie&lt;br /&gt;
# Aflatoxine is gegeven, enkele vraagjes zoals: hoeveel stereoisomeren, teken diastereomeren, r of s,heeft het molecule een mesovorm, oxidatietrappen bepalen, mesomere effecten aanduiden...&lt;br /&gt;
# Waarom heeft de NH2 groep van asparagine geen Pkr? Waar bevinden tyrosine en asparagine zich in een gelelektorforese bij pH 11? Is er mesomerie mogelijk in tyrosine, duid aan met pijlen&lt;br /&gt;
# Bespreek de stereochemie van 2 reacties&lt;br /&gt;
# mechanismes aanvullen en reactietypes bepalen&lt;br /&gt;
===14 juni 2018 ===&lt;br /&gt;
Mondeling&lt;br /&gt;
#4 stoffen vergelijken waarbij een aromatische substitutie gebeurd ter vorming van een nitroderivaat voor 1 het mechanisme uitschrijven en welke het snelste gaat verlopen en waarom. De structuur van de reactieproducten tekenen en de IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
#De volledige vetzuursynthese geven en alle enzymes en cofactoren benoemen. Zeggen waarom NADPH een goed reductans is voor de reductie van de vetzuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk&lt;br /&gt;
#Van een gegeven verbinding zeggen hoeveel stereo-isomeren er van bestaan en van ze allemaal de fisher en newman projectie (stabielste configuratie) geven. Van alle chirale atomen de R of de S configuratie toe kennen. Zeggen welke diasteriomeren en enantiomeren van elkaar zijn. Er kon makkelijk water afgesplitsd worden en zeggen waarom het een stabiel carbokation was en de hybridisatie van het koolstof atoom geven.&lt;br /&gt;
#Van threonine de titratie curve gekregen en hieruit afleiden welke volume op elk punt is toegevoegd welke vorm er het meeste voorkomt en op een bepaald punt de lading van het aminozuur bepalen. Waarom pKa van threonine lager als die van Leucine. (overal structuur van geven)&lt;br /&gt;
#4 verschillende verbindingen gekregen en zeggen welke verbinding het reactiefste is bij een nucleofiele substitutie.&lt;br /&gt;
#Oefening over mechanismes: producten geven, boven pijl aan vullen, reactietype of volledig mechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2018 ===&lt;br /&gt;
#4 stoffen vergelijken waaraan een elektrofiele additie van HBr gebeurd. Het mechanisme voor 1 v/d stoffen uitschrijven. Zeggen welke reactie het snelst gaat verlopen en waarom (eventueel aantonen door uitschrijven grensstructuren). De structuur van de reactieproducten voor de 4 stoffen geven en de IUPAC-naamgeving van twee daarvan. (mondeling)&lt;br /&gt;
#Geef het mechanisme van decarboxylering van beta-ketocarbonzuren en leg uit. Geef een voorbeeld van een analoog mechanisme in de biologie en leg uit. (mondeling)&lt;br /&gt;
#Oefening over ringsluiting van een suiker, aanduiden asymmetrische koolstoffen, D omzetten in L, een epimeer en anomeer geven, R-S configuratie voor 1 C geven, meest stabiele conformatie over as tussen twee C&#039;s weergeven in Newmann. (schriftelijk)&lt;br /&gt;
#Oefening over aminozuren. 3D weergave van S-proline weergeven. Zeggen waarom pKa&#039; van proline hoger ligt dan van valine. Geven onder welke vorm valine voorkomt bij pH 2.2 en waarom. &lt;br /&gt;
#Oefening over reactie H2SO4 onder temperatuurstijging en een alcohol. Hier gaat eliminatie gebeuren. De twee mogelijke reactieproducten worden gegeven en er wordt gezegd welke het meest gaat voorkomen. Vervolgens wordt gevraagd aan welke regel er hier niet wordt voldaan en waarom. (Regel van Zaitsev wordt niet voldaan, de minst gesubstitueerde alkeen gaat gevormd worden, komt door verschillende reactiemechanisme voor eliminatie van alcohol met H2SO4, schrijf hiertoe mechanismen uit dan wordt het duidelijk)&lt;br /&gt;
#oefening over mechanismen (aanvullen, producten geven of volledig mechanisme uitschrijven)&lt;br /&gt;
=== 7 september 2017 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
# 4 stoffen (ketonen) gegeven waarop een nucleofiele additie van methylamine gebeurt. schrijf het mechanisme voor stof A, geef de stoffen in afnemende reactiviteit en de UIPAC naam van alle stoffen met structuur.&lt;br /&gt;
# vergelijk de hydrolyse van carbonzuuresters en fosfaatesters in base en de hydrolyse van fosfaatesters in zuur. vergelijk de hydrolysesnelheid van mono-, di- en trialkylfosfaten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#De pKr van glutaminezuur is groter dan die van asparaginezuur, verklaar. titratie van glutaminezuur met NaOH, bereken de pH als er 250ml base werd toegevoegd. welke vorm van asparaginezuur is meer aanwezig bij pH 2.2.&lt;br /&gt;
#welk product word gevormd bij de reactie van Z-2-penteen met dibroom (S,R).&lt;br /&gt;
#reacties aanvullen, skeletnotatie, reactietype, reactiemechanisme,...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===29 augustus 2017 (namiddag) - Mario Smet===&lt;br /&gt;
Mondeling&lt;br /&gt;
#4 stoffen zijn gegeven: een buteen, een butadieen, een fenyletheen, en een furyletheen. Voer een elektrofiele additie van water uit in zuur milieu: schrijf het reactiemechanisme compleet uit voor stof A + welke stof is het reactiefste leg uit adhv substituenteffecten + geef alle gevormde producten en hun IUPAC namen.&lt;br /&gt;
#Methionine wordt gebruikt bij de methylering in het lichaam maar moet eerst geactiveerd worden. Geef mechanisme van activering, mechanisme van methylering, geef biologisch voorbeeld van methylering + Mosterdgas is sterk alkylerend, waarom? En waarom zijn sterk alkylerende stoffen uiterst toxisch?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk&lt;br /&gt;
#oefeningen op koolhydraten: L-arabinose omvormen naar beta-L-arabinofuranose, hoe noemt deze reactie en welk type reactie is dit?, geef een anomeer van de beta vorm is dit een enantiomeer?, geef een diastereomeer dat geen epimeer is, is deze suiker reducerend?, newman projectie van meest stabiele configuratie bekeken vanaf C2 en C3, geef de absolute configuratie en oxidatietrap van C2 en C4,...)&lt;br /&gt;
#oefening op AZ: arginine, welke vorm heeft dit bij pH12.5 en waarom? Welk stikstofatoom is het meest basisch en waarom? valine, geef S configuratie (beiden dus structuur vanbuiten kennen)&lt;br /&gt;
#methyl-2-methylpropanoaat ondergaat een claisencondensatie in oplossing met methoxide. In tegenstelling tot andere claisencondensaties wordt het reactiemechanisme NIET naar rechts getrokken, waarom?&lt;br /&gt;
#3 verschillende reacties, verschillende zaken aanvullen telkens (mechanisme, welk type reactie, reactieproduct, reagentia,...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2017 (voormiddag) - Mario Smet===&lt;br /&gt;
Mondeling&lt;br /&gt;
#halogeenalkaan ondergaat een E1 + toelichten zaitsev&lt;br /&gt;
#vier moleculen ondergaan een E; welke is het reactiefst? Leg uit mbhv substituenteffecten + resonantievormen tekenen (indien nuttig)&lt;br /&gt;
#Waarom kan op een alcohol NIET goed een Sn uitgevoerd worden? (OH- is niet stabiel)&lt;br /&gt;
#2 voorbeelden geven hoe dat wel kan + werkt dit ook voor fenol? (protoneren of fosfaatgroep toevoegen)&lt;br /&gt;
#Voorbeeld geven van een nucleofiele substitutie van een alcohol in biologische systemen (acetaalvorming v/e reducerende suiker met methanol)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk&lt;br /&gt;
#oefeningen op koolhydraten (R/S; anomeer, epimeer, haworth en newman projecties&lt;br /&gt;
#oefeningen op reactiemechanismen (fiederlkraftsalkylering, nucleofiele acylsubstietutie)&lt;br /&gt;
#oefening op AZ (2 tekenen, titratie-oef, pKa vergelijken)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 Juni 2017 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Elektrofiele additie reactiemechanisme schrijven (regel markovnikov)&lt;br /&gt;
#4 moleculen bepalen welke het snelst aan een Ae doet (grensstructuren, inductieve effecten)&lt;br /&gt;
#naamgeving van enkele producten na de Ae&lt;br /&gt;
#isomerisatie in glycolyse van glucose-6-fosfaat naar fructose-6-fosfaat en uitleggen waarom dit base gekatalyseerd is&lt;br /&gt;
#verband uitleggen met Fehling&#039;s/ Tollen en Barfoed&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#gegeven moleculen Menthol aantal stereochemische oefeningen oplossen (R/S, diasteromeren, enantiomeren, newman...)&lt;br /&gt;
#oefening op AZ op papierelektroforese (waar komt elk AZ bij bepaalde ph)&lt;br /&gt;
#aceton+ methylanime wordt imine bij ph=7 laat zien&lt;br /&gt;
#enkele reactiemechanisme aanvullen of tekenen ( Nitrering, estercondensatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2017 (voormiddag) SINDS 2017 GEGEVEN DOOR MARIO SMET===&lt;br /&gt;
#op 4 structuren Sn1 toepassen en verklaren welke het meest reactief is + resomere vormen geven + naamgeving...&lt;br /&gt;
#retro aldolcondensatie bij glycolyse en zeggen hoe het katalytisch effect tot stand kwam&lt;br /&gt;
#een oefenig op suikers, op aminozuren en 3 reactiemechanismes&lt;br /&gt;
#vertellen hoe een alcohol test werkt met chroomzuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===9 juni 2016===&lt;br /&gt;
#beckman omlegging&lt;br /&gt;
#edman degradatie&lt;br /&gt;
#biosynthese geraniol en limoleen&lt;br /&gt;
#structuren = S.A.M &amp;amp; biotione&lt;br /&gt;
#naamgeving + 2 mechanismes&lt;br /&gt;
#oefening ivm stereochemie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===8 juni 2016===&lt;br /&gt;
#synthese vn peptiden&lt;br /&gt;
#hydrolyse, omestering en reductie van esters&lt;br /&gt;
#cannizaro reactie&lt;br /&gt;
#structuren: -2-isopentenylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#Trans decaline&lt;br /&gt;
#oef over suikers(suiker bepalen, chirale C&#039;s, newman projectie..)&lt;br /&gt;
#reactiemechanismen en naamgeving&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 juni 2016===&lt;br /&gt;
#Aldolcondensatie en waardat deze terugkomt in de glycolyse&lt;br /&gt;
#reactiviteit bij de substitutie reacties van benzeen, tolueen en pyridine vergelijken&lt;br /&gt;
#-verschil tussen reducerende suikers en nietreducerende suikers&lt;br /&gt;
#structuur van acetyl-choline en palitine&lt;br /&gt;
#pH van aminozuren bij een titratie&lt;br /&gt;
#reactimechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# Claisen condensatie + verband met afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van geconcentreerd zwavelzuur met:&lt;br /&gt;
#* Alkeen&lt;br /&gt;
#* Alcohol&lt;br /&gt;
#* Aromaat&lt;br /&gt;
# acetylcholine en fructose 6 fosfaat tekenen, optische zuiverheid uitleggen. &lt;br /&gt;
#Oefeningen over aminozuren (of glutamine en threonine te scheiden waren met elektroforese) fischer, newmann, stereo isomeren erover. &lt;br /&gt;
#En dan twee reacties natuurlijk&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2015 ( namiddag ) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg de reacties met benzeen uit en ook die van purine en fenol.&lt;br /&gt;
# Bespreek de hydrolyse en omestering van vetzuren in zuur en basisch milieu. Leg hierbij ook het broomgetal en verzepingsgetal uit.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Naamgeving ( c-AMP en mannose)&lt;br /&gt;
# Leg uit si en re&lt;br /&gt;
# Een hele lang oefening vergelijkbaar met de oefeningen van de oefenzitting ( verschil tussen D en L, chirale C, reacties, ...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2015 ( voormiddag ) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
mondeling:&lt;br /&gt;
#Aminen en halogeenalkanen &lt;br /&gt;
#Aminen en salpeterigzuur&lt;br /&gt;
#Laboratorium peptidesynthese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
#structuren&lt;br /&gt;
#*Limoneen&lt;br /&gt;
#*Sorbitol&lt;br /&gt;
#stereochemie+ reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#*aldolcondensatie&lt;br /&gt;
#leg uit:&lt;br /&gt;
#*reducerende en niet-reducerende suikers&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2015===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
mondeling:&lt;br /&gt;
#Wat is &#039;&#039;mutarotatie&#039;&#039;? Leg dit uit a.h.v glucose en fructose.&lt;br /&gt;
#Leg uit:&lt;br /&gt;
#* Fisher-verestering&lt;br /&gt;
#* Beckmann-omslag. Je moet ook weten hoe H2O addeert. Hij vraagt hoe je aan een oximen kunt komen. &lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC &lt;br /&gt;
#structuren&lt;br /&gt;
#*citroenzuur&lt;br /&gt;
#*ninhydrine&lt;br /&gt;
#structuur observeren&lt;br /&gt;
#* chirale C-atomen aanduiden&lt;br /&gt;
#* OG van aangeduid atoom geven&lt;br /&gt;
#* vermelden welke N in de molecule het stabielste is.&lt;br /&gt;
#* vermelden hoeveel stereo-isomeren er gevormd kunnen worden.&lt;br /&gt;
#* Ã©Ã©n stereomeer tekenen dat geen enantiomeer is.&lt;br /&gt;
#* oefening op pH-waarden binnen titraties. ( &#039;&#039;deze bij 200 mL als de molecule volledig geprotoneerd is&#039;&#039; )&lt;br /&gt;
#wat is &#039;&#039;fosforyleringspotentiaal&#039;&#039;? Leg uit.&lt;br /&gt;
#2 structuren gegeven. &lt;br /&gt;
#*Van elk de/het reactieproduct(en) geven en hiervan de juiste skeletnotatie. &lt;br /&gt;
#*Geef van Ã©Ã©n van de 2 tructuren het reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 juni 2014===&lt;br /&gt;
#Bespreek de reacties met alkenen (waterstof halogenen en perzuren)&lt;br /&gt;
#Iupac&lt;br /&gt;
#Bespreek reducerende suikers&lt;br /&gt;
#Peridoxalfosfaat en acetylcholine&lt;br /&gt;
#Stereochemie&lt;br /&gt;
#Reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 augustus 2013===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reactie kan D-mannose in een basisch milieu ondergaan?&lt;br /&gt;
# Leg de biosynthese van vetzuren uit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC&lt;br /&gt;
# Structuren: tBOC en ninhydrine&lt;br /&gt;
# Fosforylerings-potentiaal&lt;br /&gt;
# Random oefening&lt;br /&gt;
# Reacties: Ester+Amide en Alcohol+Zuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2013 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de elektrofiele en nucleofiele substitutie bij benzeen en pyridine.&lt;br /&gt;
# Bespreek eliminatiereacties bij halogeenalkanen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC.&lt;br /&gt;
# Structuur van glucaarzuur en tosylchloride.&lt;br /&gt;
# Leg optische zuiverheid uit.&lt;br /&gt;
# Tryptofaan: chirale koolstoffen, alle stereo-isomeren tekenen in Fischer en Newman, R/S bepalen.&lt;br /&gt;
# Reacties: Nucleofiele substitutie halogeenalkaan en Fischer estersynthese.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
#decarboxylatie alpha-aminozuur en decarboxylatie alpha-ketocarbonzuur&lt;br /&gt;
# amine + halogeenalkaan/salpeterigzuur&lt;br /&gt;
# iupac&lt;br /&gt;
# structuur beta-maltose en geranylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
# dean-stark&lt;br /&gt;
# molecule: chirale centra, R/S, enantiomere/diastereomere/epimeren/anomeren, oxidatie, welke OH zuurste?&lt;br /&gt;
# reactie aldehyd + OH/H2o, tetrahydropyraan met HI&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2013 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg de methoden uit om de volgorde van aminozuren in een peptide te achterhalen&lt;br /&gt;
# Leg uit: Halfacetaal- en acetaalvorming en pas toe op de vorming van beta-D-glucopyranose en methyl-beta-D-glucopyranoside&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Leg biodiesel uit&lt;br /&gt;
# Geef de structuur van limoneen en citroenzuur&lt;br /&gt;
# IUPAC-naamgeving&lt;br /&gt;
# Molecule gegeven: &lt;br /&gt;
#* Geef alle chirale C-atomen + R/S nomenclatuur&lt;br /&gt;
#* Newman projectie geven van bepaalde as&lt;br /&gt;
#* Is de stikstof erin basisch (verklaar met substituenteffecten)&lt;br /&gt;
#* Teken een stereomeer die geen epimeer is&lt;br /&gt;
# Reacties waarvan 1 uitwerken:&lt;br /&gt;
#* Sn1 van een alkaan met een broom erin&lt;br /&gt;
#* Claisen condensatie van een ester&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#bespreek reactie alkenen met perzuren, halogenen en H2.&lt;br /&gt;
#bespreek decarboxylatie van carbonzuren, pas toe op vb uit citroenzuurcyclus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#bespreek: reducerend/niet reducerend suiker&lt;br /&gt;
#molecules tekenen: biotine en SAM&lt;br /&gt;
#iupac naam&lt;br /&gt;
#chirale C: OT, R of S aangeven, diasteromeren van een AZ en fisher+newman&lt;br /&gt;
#oefening met ph berekening met titratie&lt;br /&gt;
#uitleggen waarom pka van 1 lager is dan een ander AZ&lt;br /&gt;
#2 ractiemechanismen geven, Ã©Ã©n ervan uitschrijven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# mutarotatie volledig uitleggen en illustreren voor D-fructose en D-glucose&lt;br /&gt;
# Joodgetal, verzepingsgetal, Hydrolyse en omestering (zuur en basisch) voor olie en vetten. (met TEKENINGEN van ELK mechanisme)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# fosforyleringspotentaal&lt;br /&gt;
# 2 mechanismes waarvan ge het mechanisme en het eindproduct moet geven en eentje moet ge tekenen (naar keuze).&lt;br /&gt;
# structuur gegeven: &lt;br /&gt;
#* geef alle chirale C-atomen &lt;br /&gt;
#* Stereo isomeren &lt;br /&gt;
#* R en S geven van de chirale C-atomen in de stereo isomeren &lt;br /&gt;
#* Zeggen of de dubbele bindingen E of Z zijn &lt;br /&gt;
#* bepaal oxidatiegetal van het aangeduide punt &lt;br /&gt;
#* verklaar waarom een stof hogere pka heeft als die gegeven is&lt;br /&gt;
# er is nog eentje maar die weet ik niet meer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling: &lt;br /&gt;
#synthese van peptiden in het labo&lt;br /&gt;
#de hydrolysereactie van esters en fosfaatesters&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk: &lt;br /&gt;
#iupac naam&lt;br /&gt;
#structuur van : cAMP en alpha keto glutaarzuur&lt;br /&gt;
#leg de Beckman omlegging uit&lt;br /&gt;
#suikers (ge krijgt een blad me alle suikers op) wij hadden xylulose&lt;br /&gt;
#* bepaal de absolute configuratie van alle chirale C-atomen&lt;br /&gt;
#*teken de meest stabiele open ketenvorm in een speciale projectie, kweet nimeer welke, volgens de C3-C4 as&lt;br /&gt;
#*bepaal het oxidatiegetal van C2&lt;br /&gt;
#*teken de overgang van L - xylulose naar L alpha xylulopentose&lt;br /&gt;
#*teken het anomeer van L alpha xylulopentose&lt;br /&gt;
#*welke soort reactie treed op bij een ringsluiting en welk soort katalysator bevordert dit proces&lt;br /&gt;
#dan nog twee reacties, waarvan ge een volledig moet uitwerken en van beide reacties moet ge het reactietype geven en reactieproduct(en)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2013 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#bespreek de claisencondensatie en bespreek het verband met de afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
#beschrijf de biosynthese van geraniol en limoneen(monoterpenen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#Bespreek de regel van Huckel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2012 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling: &lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van monoterpenen: geraniol (molecule krijg je) en limoneen (structuur wel kennen)&lt;br /&gt;
# Bespreek de aldolcondensatie en geef het verband met de glycolyse&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk: &lt;br /&gt;
# IUPAC naam geven&lt;br /&gt;
# structuren van acetylcholine en citroenzuur&lt;br /&gt;
# uitleggen wat reducerende en niet reducerende suikers zijn&lt;br /&gt;
# oefening met molecule met fenolen enz aan: fisherprojecties geven van de isomeren en ook de R/S en newmanprojecties van de stabielste moleculen.&lt;br /&gt;
# reactiemechanismes aanvullen: nucleofiele additie van H2SO4 aan alkeen en zuurgekatalyseerde claisencondensatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2012 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# bespreek de nucleofiele reacties van carbonylgroep en additie met H20 en alcohol&lt;br /&gt;
# Bespreek ninhydrine reactie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# ne iupac&lt;br /&gt;
# Limoneen en fosfoënolpyruvaat tekenen&lt;br /&gt;
# Bespreek optische zuiverheid&lt;br /&gt;
# oefening met suiker ( bij ons was die suiker L-tagatose dachtek) ma ge krijgt een blad om hem te herkennen (naam geven, fisher tekenen, R/S, een diastereomeer geven dat geen epimeer en geen anomeer is, + waarom suikercyclisatie zuur gekatalyseerd, en dan nog iets ma da wetek ni meer)&lt;br /&gt;
# 2 structuren ( 1 was zo cyclisch ether da met HI reageert )&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 juni 2011===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Labosynthese van peptiden&lt;br /&gt;
#Eliminatiereacties bij halogeenalkanen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPD-naam&lt;br /&gt;
#structuren:&lt;br /&gt;
#*Nylon-66&lt;br /&gt;
#*Palmitinezuur&lt;br /&gt;
#Leg uit: Dean Stark opstelling&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===24 Juni 2011 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Ninhydrinereactie&lt;br /&gt;
#bespreek reacties van amiden met halogeenalkanen en salpeterigzuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC-naam&lt;br /&gt;
#Structuren:&lt;br /&gt;
#*c-AMP&lt;br /&gt;
#*Sorbitol&lt;br /&gt;
#Leg uit: Cannizzaro-reactie&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#2 reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===24 Juni 2011 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Bio-synthese van vetzuren en het verband met de Claisencondensatie&lt;br /&gt;
#reacties van alkenen met waterstof, halogenen en perzuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC-naam&lt;br /&gt;
#structuren:&lt;br /&gt;
#*ATP&lt;br /&gt;
#*citroenzuur&lt;br /&gt;
#Leg uit: Diazokoppelingsreactie&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#2 reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===16 Juni 2011===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Leg uit: acetaal- en halfacetaalvorming.&lt;br /&gt;
#Reacties van anorganische zuren met alkenen en alkynen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC-naam&lt;br /&gt;
#structuren:&lt;br /&gt;
#*limoneen&lt;br /&gt;
#*D-mannose&lt;br /&gt;
#leg uit: Kolbe-Schmitt reactie&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#2 reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===23 augustus 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Ninhydrinereactie&lt;br /&gt;
# Welke reacties kan D-fructose in base ondergaan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren:&lt;br /&gt;
#* Pyridoxalfosfaat&lt;br /&gt;
#* SAM&lt;br /&gt;
# leg uit: Biodiesel&lt;br /&gt;
# stereochemie&lt;br /&gt;
# twee reactiemechanismen:&lt;br /&gt;
#* keton met alcohol&lt;br /&gt;
#* amide in water (zuurgekatalyseerd)&lt;br /&gt;
===18 juni 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Reactie van anorganische zuren met alkenen en alkynen.&lt;br /&gt;
# Alkylering, sulfonering en acylering van aromaten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren&lt;br /&gt;
#* (delta2)isopentenylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#* cellobiose&lt;br /&gt;
# leg uit: epoxyharsen en -lijmen&lt;br /&gt;
# stereochemie aminozuur met R = -CHOH-CH3&lt;br /&gt;
#* duid chirale koolstoffen aan&lt;br /&gt;
#* hoeveel conformaties zijn er? en teken deze&lt;br /&gt;
#* benoem (R,S)&lt;br /&gt;
#* welke zijn enantiomeren? diastereomeren?&lt;br /&gt;
#* bepaal het oxidatiegetal van de C-atomen&lt;br /&gt;
#* welk is het meest basisch en zeg waarom...&lt;br /&gt;
# twee reactiemechanismen waarvan 1 helemaal uitschrijven&lt;br /&gt;
===14 juni 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reacties gebeuren er met suikers in basisch milieu? (en dan bedoelt hij specifiek in basisch milieu)&lt;br /&gt;
# Bespreek de oxidatie van alcoholen in het labo met K2Cr2O7 en in de natuur met NAD+ en illustreer met een voorbeeld in de citroenzuurcyclus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
#* Biotine&lt;br /&gt;
# leg uit: reactie van Chichibabin&lt;br /&gt;
# stereochemie&lt;br /&gt;
#* duid chirale koolstoffen aan&lt;br /&gt;
#* hoeveel conformaties zijn er? en teken deze&lt;br /&gt;
#* benoem (R,S)&lt;br /&gt;
#* welke zijn enantiomeren? diastereomeren?&lt;br /&gt;
#* is er een mesovorm?&lt;br /&gt;
#* welk is het meest basisch: CH3CH2COO- of CH3CH2C=-C- (driedubbele binding) en zeg waarom&lt;br /&gt;
# twee reactiemechanismen waarvan 1 helemaal uitschrijven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Wat geven alkenen met &lt;br /&gt;
#* Anorganische zuren; &lt;br /&gt;
#* Perzuren (ook energieschema&#039;s kennen, effecten van concentraties enzo)&lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van vetzuren (Claisen-condensatiestap belangrijkst)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren&lt;br /&gt;
#*SAM (S-adenosylmethionine)&lt;br /&gt;
#*PET&lt;br /&gt;
# Leg uit: Kolbe-Schmidt-reactie (aspirine dus)&lt;br /&gt;
# Stereo-chemie:&lt;br /&gt;
#* teken (beta)-L-gulopyranose (lineaire vorm gegeven)&lt;br /&gt;
#* teken gunstigste Newman-projectie volgens C2-C3-as&lt;br /&gt;
#* wat is de oxidatietrap van C6?&lt;br /&gt;
#* geef de anomeer en een epimeer van L-gulose&lt;br /&gt;
# 2 reactiemechanismen (1 uitschrijven)&lt;br /&gt;
#* oxidatie van een alcohol en aldehyde met K2Cr2O7, H2SO4, koud&lt;br /&gt;
#* Friedel-Crafts-acylering&lt;br /&gt;
-&lt;br /&gt;
===22 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de aldolcondensatie. Bespreek ook de stap van de glycolyse die verband houdt met de aldolcondensatie.&lt;br /&gt;
# Bespreek de hydrolyse en omestering van vetten. Leg ook uit wat het verzepingsgetal en het joodgetal is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* dansylchloride&lt;br /&gt;
#* cellobiose&lt;br /&gt;
# Leg uit: De Beckmann-omlegging&lt;br /&gt;
# Je krijgt een molecule gegeven &lt;br /&gt;
#* Duid alle assymetrische koolstofatomen aan met een &amp;amp;quot;*&amp;amp;quot; en zeg of ze een R of S-configuratie hebben&lt;br /&gt;
#* Teken het enantiomeer en 2 epimeren&lt;br /&gt;
#* Van een N-atoom zeggen dat het basischer of zuurder is in vergelijking met ammoniak&lt;br /&gt;
#* 2 mesomeren vormen geven (buiten die van benzeenring)&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen (producten + soort reactie geven + Ã©Ã©n mechanisme helemaal uitschrijven)&lt;br /&gt;
#* tertair alcohol + zuurchloride&lt;br /&gt;
#* alkeen + zuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# bespreek de nucleofiele additie aan de carbonylgroep. Bespreek de factoren die de reactiviteit van aldehyden en ketonen beinvloed. geef de reactie met water en alcoholen&lt;br /&gt;
# bespreek de reactie van alkenen met waterstof, halogenen en perzuren&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* maltose&lt;br /&gt;
#* fosfoënolpyruvaat&lt;br /&gt;
# Leg uit: epoxyharsen en -lijmen&lt;br /&gt;
# gegeven: aminozuur met zijgroep: R=CH2-SH&lt;br /&gt;
#* Hoeveel stereoisomeren bestaan er van dit molecule+ welk aminozuur is dit&lt;br /&gt;
#* geef de fischerprojectie en de Newmanprojectie( volgens C2-C3 as) van stabielste conformatie van elk stereoisomeer.Geef van elke chirale C of het R of S is.&lt;br /&gt;
#* titratie: je begint met 100ml van O,2M oplossing van aminozuur(volledig geprotoneerd) en je titreert met 0,2M NaOH.(Pk1=1,9 Pk2=10,7 Pkr=8,4&lt;br /&gt;
#*# bereken PH als je 150ml NaOH toegevoegd hebt&lt;br /&gt;
#*# Bereken PH als je 300ml NaOH toegevoegd hebt&lt;br /&gt;
#*# wat is(zijn) de voornaamste vorm(en) van het aminozuur bij PH=8,4&lt;br /&gt;
# reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg de decarboxylering van carbonzuren uit en pas toe in een stap uit de citroenzuurcyclus&lt;br /&gt;
# Welke technieken ken je voor het bepalen van de aminozuurvolgorde in een peptideketen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Biotine&lt;br /&gt;
#* (delta)Â³ - isopentenylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
# Leg uit: de reactie van chichibabin&lt;br /&gt;
# Cyclische L-suiker gegeven:&lt;br /&gt;
#* Geef de naam en de lineaire structuur. (lijst met ongekende suikers gegeven)&lt;br /&gt;
#* Bepaal van CÂ² of het R of S - configuratie heeft&lt;br /&gt;
#* Duidt niet-chirale C-atomen in lineaire en cyclische structuur aan&lt;br /&gt;
#* Hoeveel 1,3-diaxiale interacties zijn er?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 8 juni 2008===&lt;br /&gt;
# Leg uit: de reactie van een zuur met een alkeen/alkyn.&lt;br /&gt;
# Leg uit: de Claisen-condensatie en breng dit in verband met de biosynthese van lipiden/vetten.&lt;br /&gt;
# Teken de structuur van S-adenosyl-methionine en van sacharose.&lt;br /&gt;
# Leg uit: optische zuiverheid.&lt;br /&gt;
# Oefeningen:&lt;br /&gt;
#* Stereochemie, invloed van substituenten op de zuurtegraad etc. &lt;br /&gt;
#* Reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 aug 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Geef de biosynthese van monoterpenen voor de vorming van geraniol en limoneen.&lt;br /&gt;
# Bespreek sulfonering, alkylering en acylering aan aromaten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* cyclisch AMP&lt;br /&gt;
#* Glucaarzuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de hydrolyse, omestering, aminolyse en reductie van esters.&lt;br /&gt;
# Welke methoden ken je om de volgorde van aminozuren in peptiden te bepalen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Moleculen:&lt;br /&gt;
#* Nerylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#* Cellobiose&lt;br /&gt;
# Wat zijn epoxylijmen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Licht toe wat acetalen en hemiacetalen zijn en pas dit toe op de vorming van beta-D-glucopyranose uit D-glucose en de vorming van methyl-beta-D-glucopyranoside.&lt;br /&gt;
# Bespreek de labosynthese van peptiden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Trans-decaline&lt;br /&gt;
#* Histamine&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek reactie alkenen met H2, halogenen en perzuren.&lt;br /&gt;
# Bespreek zure en base hydrolyse en omestering van vetten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* ADP&lt;br /&gt;
#* Maltose&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de eleminatiereacties bij halogeenalkanen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de testreactie van ninhydrine.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Geef de IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Teken de volgende structuren:&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
#* Thymidine&lt;br /&gt;
# Bespreek nylon 66.&lt;br /&gt;
# Cyclisch suiker: &lt;br /&gt;
#* Geef de naam.&lt;br /&gt;
#* Welk is het zuurste proton ?&lt;br /&gt;
#* Geef de configuratie (R/S).&lt;br /&gt;
#* Fisher&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de niet chirale C&#039;s ?&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de additie van zuren op alkenen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van vetzuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Geef de structuur van:&lt;br /&gt;
#* Geranylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#* Ninhydrine&lt;br /&gt;
# Bespreek de Beckmann omlegging.&lt;br /&gt;
# Aspartaam gegeven:&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de verschillende stereoisomeren ?&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de chirale koolstofatomen en duid aan of R/S zijn.&lt;br /&gt;
#* Schrijf de fisherprojectie van L-fenylalanine.&lt;br /&gt;
#* Vraag over elektroforese: aantonen waar fenylalanine en asparaginezuur zich bevinden.&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactiemechanisme bij ketonen en aldehyden en vermeld hierbij de factoren die deze reacties beinvloeden. Geef een voorbeeld van additie van alcohol en additie van water.  &lt;br /&gt;
# Bespreek de isomerisatie van D-glucose oiv van een base en geef een vb in de glycolyse cyclus.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Pyridoxalfosfaat&lt;br /&gt;
#* Tosylchloride&lt;br /&gt;
# Leg uit wat een kroonether is.&lt;br /&gt;
# Structuur asparagine gegeven:&lt;br /&gt;
#* Teken alle stereoisomeren (fisher en newman).&lt;br /&gt;
#* R/S configuratie&lt;br /&gt;
#* Waarom heeft de amine-groep in de structuur geen basische eigenschappen ?&lt;br /&gt;
#* Bereken het eerste equivalentiepunt en leg je methode uit.&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Nucleofiele additie aan de carbonylgroep bespreken/factoren reactiviteit/aantonen met additie van water en alcohol.&lt;br /&gt;
# Manieren om de AZ volgorde te bepalen uitleggen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC naam&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Pyridoxalfosfaat&lt;br /&gt;
#* Tosylchloride&lt;br /&gt;
# Leg Nylon 66 uit.&lt;br /&gt;
# Structuur Cysteïne gegeven:&lt;br /&gt;
#* Fisher&lt;br /&gt;
#* Newman&lt;br /&gt;
#* R-S&lt;br /&gt;
#* Enantiomeren...&lt;br /&gt;
#* Welk molecule &lt;br /&gt;
#* Welke vorm komt in de natuur het meeste voor ?&lt;br /&gt;
#* Welke is de mesovorm?&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Aminolyse/omestering/hydrolyse esters.&lt;br /&gt;
# Leg de decarboxylatie van carbonzuren uit en breng deze in verband met de Krebscyclus.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Regel van Zaitsev kort bespreken.&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* Biotine&lt;br /&gt;
#* Cellobiose&lt;br /&gt;
# Suikers: &lt;br /&gt;
#* Open-ketenstructuur&lt;br /&gt;
#* R en S&lt;br /&gt;
#* Chirale atomen.&lt;br /&gt;
#* 1,3-diaxiale interactie&lt;br /&gt;
# Reacties: &lt;br /&gt;
#* Alkeen + HCl =&amp;amp;gt; ... &lt;br /&gt;
#* Oxidatie van een alcohol.&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# De additie van zuren aan alkenen.&lt;br /&gt;
# Mutarotatie uitleggen en illustreren met glucose.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* Acetylcholine &lt;br /&gt;
#* cAMP&lt;br /&gt;
# Omega-3 en omega-6 vetzuren uitleggen.&lt;br /&gt;
# Een bepaald aminozuur:&lt;br /&gt;
#* Fisher&lt;br /&gt;
#* Newman&lt;br /&gt;
#* pH-berekeningen&lt;br /&gt;
# Reacties: Reactieproducten en soort reactie geven en uitwerken voor een van de twee.&lt;br /&gt;
#* Carbonylgroep met H2 en Pt&lt;br /&gt;
#* 2 ketonen met OH-&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Eliminatiereacties uitleggen.&lt;br /&gt;
# Beta-oxidatie + claisencondensatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam (carbonzuurgroep keton, 2 dubbele binden, methyl, en alkynbinding)&lt;br /&gt;
# Een suiker omzetten naar een ringstructuur, epimeren aanduiden op bijhorende tabel.&lt;br /&gt;
# Biodiesel uitleggen&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
#* Thymidine structuur geven&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de aldolcondensatie van aldehyden en ketonen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van waterstof/halogenen/perzuren aan alkenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren&lt;br /&gt;
#* Oliezuur&lt;br /&gt;
#* Adrenaline&lt;br /&gt;
# Leg kort uit: kroonethers.&lt;br /&gt;
# R-groep van lysine gegeven:&lt;br /&gt;
#* Stereoisomeren, R/S, L aanduiden.&lt;br /&gt;
#* Newman/fischer projecties.&lt;br /&gt;
#* Naam van het aminozuur.&lt;br /&gt;
#* Voorkomen bij pH 10 (welke vorm: geprotoneerd of niet?)&lt;br /&gt;
# Twee reacties: (je moet maar van 1 het hele mechanisme geven, ander gewoon zeggen welk type reactie en eindproduct)&lt;br /&gt;
#* Een keton reageert met HNO3 en H2SO4.&lt;br /&gt;
#* Reactie van tertiar alcohol met zuurchloride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 aug 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek peptidesynthese in het labo en vergelijk met die ter hoogte van de ribosomen.&lt;br /&gt;
# Bespreek additie van zuren aan alkenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuurformule van adrenaline en gluconzuur.&lt;br /&gt;
# Bespreek optische zuiverheid.&lt;br /&gt;
# Gegeven: structuurformule threonine.&lt;br /&gt;
#* Aantal stereo-isomeren&lt;br /&gt;
#* De chirale C-en&lt;br /&gt;
#* Fisher- en newman-projectie van elk.&lt;br /&gt;
#* Duidt R/S aan.&lt;br /&gt;
#* Naam van aminozuur.&lt;br /&gt;
#* Bij pH = 7: naar welke pool migreert dit AZ (pk1 en pk2 gegeven) ?&lt;br /&gt;
# Beschrijven van reactie: 2 esters (dezelfde) boven de pijl (H3O+ en OC3H7), boven de 2e pijl (H3O+ en NaBH4).&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
=== 26 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Hemiacetaal en acetaal, pas toe op de vorming van beta-D-glucopyranosyl uit D glucose en de vorming van methyl - beta - D - glucopyranoside.&lt;br /&gt;
# Oxidatie, hydrolyse ( in zuur en in basisch milieu) en omestering van olie en vet.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Cystine en adipinezuur structuur geven.&lt;br /&gt;
# Regel van Zaitsev uitleggen en illustreren met een voorbeeld.&lt;br /&gt;
# Oefening met stereo-isomeren, Fischer, Newman en R en S configuratie.&lt;br /&gt;
# Furan + HNO3 + H2SO4 reactie geven.&lt;br /&gt;
#* Stoffen geven die ge aan furan moet toevoegen om een ethylgroep op positie 2 (alfa) te induceren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de laboratoriumsynthese van peptideverbindingen en vergelijk met de manier waarop aminzuren binden met ribosomen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van alkenen met waterstof, halogenen en perzuren. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuurformule van oliezuur en adrenaline.&lt;br /&gt;
# Bespreek cannizaro reacties.&lt;br /&gt;
# Structuurformule van een suiker:&lt;br /&gt;
#* Geef de fisherprojectie van de ringstructuur.&lt;br /&gt;
#* R-S van de C2 bepalen&lt;br /&gt;
#* Leidt de naam af.&lt;br /&gt;
#* Geef het aantal chirale C&#039;s in de haworth aan.&lt;br /&gt;
# Reactiemechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de isomerisatie van D-glucose onder invloed van base en breng in verband met een stap uit de glycolyse (alleen deze stap opschrijven).&lt;br /&gt;
# Bespreek de afbraak van vetzuren en breng in verband met de Claisencondensatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Thymidine&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
# Verklaar kort het begrip &amp;amp;quot;optische zuiverheid&amp;amp;quot;.&lt;br /&gt;
# Een hepteen is gegeven:&lt;br /&gt;
#* Geef de verschillende stereovormen in Fisherprojectie.&lt;br /&gt;
#* Geef de Newman-projectie van het meest stabiele conformeer.&lt;br /&gt;
#* Noteer ook R- en S-conformatie.&lt;br /&gt;
# Reactie waarbij de producten, tussenstappen en mechanismen moeten worden aangevuld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de elektrofiele aromatische substitutie met als voorbeeld nitreerzuur, benzeen en gesubstitueerde benzeenderivaten.&lt;br /&gt;
# Bespreek hydrolyse, reductie, omestering en aminolyse van esters.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Sacharose &lt;br /&gt;
#* SAM&lt;br /&gt;
# Bespreek omega-3-vetzuren en omega-6-vetzuren.&lt;br /&gt;
# Gegeven: structuurformule arginine &lt;br /&gt;
#* Geef het aantal stereo-isomeren.&lt;br /&gt;
#* Duidt de cirale C&#039;s aan.&lt;br /&gt;
#* Fisher- en Newman-projectie van elk.&lt;br /&gt;
#* Duid R/S aan.&lt;br /&gt;
#* Geef de naam van het aminozuur.&lt;br /&gt;
#* Duid aan welke N het meest basisch is.&lt;br /&gt;
#* Welk stereo-isomeer is het L-aminozuur ?&lt;br /&gt;
# Beschrijven van reactie: 2 keer cyclopenteen met daaraan 2-hexanol (of pentanol ben het vergeten) keten op de pijl staat K2Cr2O7, H+ en koud, boven tweede pijl staat 1 OH- &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de additie van zuren aan alkenen (geen carbonzuren bedoeld).&lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van vetzuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* Kaneelzuur&lt;br /&gt;
#* Cellobiose&lt;br /&gt;
# 3-broom-4-cloorhexaan:&lt;br /&gt;
#* Stereo-isomeren: Fisher- en Newman-projectie.&lt;br /&gt;
#* R,S-configuratie&lt;br /&gt;
#* Diastereomeren/enantiomeren?&lt;br /&gt;
# Het reactietype en naam en mechanisme van benzeenring met OH aan, bij de pijl staan dibroom en ijzertribroom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Aldolcondensatie + glycolyse stap die met aldolcondensatie te maken heeft. &lt;br /&gt;
# Geef de verschillende methoden om de volgorde van AZ in peptide te vinden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren&lt;br /&gt;
#* Stearinezuur&lt;br /&gt;
#* Pyridine&lt;br /&gt;
# Leg uit: gauche en anti (bij alkanen).&lt;br /&gt;
# 2,3,4-hydroxybutanal:&lt;br /&gt;
#* Hoeveel stereoisomeren ?&lt;br /&gt;
#* Geef Fisher projectie en de Newmann projectie van de meest stabiele conformatie.&lt;br /&gt;
#* Geef R,S conformatie. &lt;br /&gt;
#* En zeg welke enantiomeren zijn, welke  diastereoisomeren zijn, mesovormen.&lt;br /&gt;
# Geef reactiemechanisme, reactieproduct (ook in skeletnotatie--&amp;amp;gt; reactieproduct) van:&lt;br /&gt;
#* Trans-1-fenyl-1-buteen met verdund zwavelzuur.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R1102587</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Bio-Organische_Chemie&amp;diff=5093</id>
		<title>Bio-Organische Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Bio-Organische_Chemie&amp;diff=5093"/>
		<updated>2026-06-12T18:02:31Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R1102587: /* 12 juni 2026 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Basisvak organische chemie voor eerstejaars chemie, biochemie en biologie.&lt;br /&gt;
Gedoceerd door Professor Luc van Meervelt.&lt;br /&gt;
Het examen volgt al jaren dezelfde structuur.&lt;br /&gt;
Sinds 2017 wordt dit vak gegeven door professor Mario Smet.&lt;br /&gt;
Het examen duurt 3 uur.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;2022-2023&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*aanpak vak&lt;br /&gt;
**Prof Mario Smet&lt;br /&gt;
**Voor het examen minstens 3.2/8 voor zowel het deel van theorie als oefeningen, anders maximaal een 9 (helaas durft hij ook een 3.1 te geven)&lt;br /&gt;
**Er zijn ingesproken ppt&#039;s die zeker een aanrader zijn om te bekijken, belangrijkste zaken worden duidelijk uitgelegd&lt;br /&gt;
*Kwaliteit cursus&lt;br /&gt;
**Slides zijn duidelijk en bevatten zeker de belangrijkste informatie&lt;br /&gt;
**Handboek kan handig zijn voor extra informatie of verduidelijking van bepaalde delen, maar ik heb dit zelf amper opengedaan dus zeker niet noodzakelijk om te kopen&lt;br /&gt;
*Examenvragen&lt;br /&gt;
**Telkens één theorievraag over een reactiemechanisme (regel van Zaitsev en Markovnikov belangrijk) met ordenen op basis van reactiviteit en naamgeving van producten!!&lt;br /&gt;
**Eén theorievraag over een voorbeeld (komen steeds terug, zijn er in totaal een stuk of 14 (document met deze vragen voor 2024-2025: https://docs.google.com/document/d/e/2PACX-1vRY7b09HsmvVWGNBrcGEXsHcZEtJk-kMeF07rW-tDXwXgheNmEfFHfIp7nmVvFat1X-NtERZpXgm6VM/pub)) belangrijk om hierbij te weten waarom bepaalde zaken zo zijn.&lt;br /&gt;
**Bij de oefeningen vraagt hij naar mijn gevoel van alles iets, dus aminozuren zeker uit het hoofd leren en al de reactiemechanismes begrijpen.&lt;br /&gt;
*Labo&#039;s&lt;br /&gt;
**Zijn niet al te moeilijk&lt;br /&gt;
**Zie dat je op tijd bent voor de prelabtest, ze hebben geen medelijden met u, zelfs als je er niks aan kon doen :(&lt;br /&gt;
**Als er ergens iets van berekeningen in het labo voorkomen, worden deze vaak op de prelabtest gevraagd&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===12 juni 2026===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# 4 alcoholen gegeven: 2,2-dimethylbutan-3-ol, 2,3-dimethylbutan-3-ol, 2,3-dimethylbut-1-en-3-ol, 2,4,6-trimethylhept-1,3-en-6-ol&lt;br /&gt;
## Teken het volledig reactiemechanisme van molecule A voor en eliminatie bij verhoogde temperatuur en in een milieu met fosforzuur&lt;br /&gt;
## Rangschik bovenstaande moleculen op reactiviteit in deze reactie&lt;br /&gt;
## Teken het reactieproduct van alle bovenstaande molecule en geef de IUPAC naam van A en C&lt;br /&gt;
# Iets met de afbraak van vetzuren. In dit geval stearinezuur.&lt;br /&gt;
## Teken het reactieproduct na stap a, b en c.&lt;br /&gt;
## Hoe vaak moet deze cyclys doorlopen worden zodat dit vertuur volledig is afgebroken zodat het gebruikt kan worden in de Krebscyclus.&lt;br /&gt;
## Geef het volledige reactiemechanisme van stap e &lt;br /&gt;
## Geef 2 verschillen tussen de afbraak en biosynthese van vetzuren&lt;br /&gt;
Bundel B: &lt;br /&gt;
# Er is de ringstructuur van een suiker gegeven&lt;br /&gt;
## Geef de configuratie van C2 en C5&lt;br /&gt;
## Geef de oxidatietrap van C2&lt;br /&gt;
## Zet dit suiker om naar de openketen vorm en teken de stabielste Newman projectie op de C3-C4 as&lt;br /&gt;
## Benoem het volledig bovenstaande suiker &lt;br /&gt;
## Geef een anomeer van dit molecule. Is dit ook een epimeer? Wat is de betekenis van beide termen.&lt;br /&gt;
# Vul drie reacties aan, geef het reactietype bij B en C en het volledige mechanisme bij C: (Geef alle mogelijke producten als er meerdere zijn)&lt;br /&gt;
## Propan-2-ol + ? --&amp;gt; propan-2-on + (ben ik vergeten) --&amp;gt; ?&lt;br /&gt;
## methylchloridecyclohexaan + ethanol -&amp;gt;&lt;br /&gt;
## Chloorbenzeen + H2SO4 + HNO3 -&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bundel C:&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
##Je hebt het aminozuur leucine en threonine. Waarom is de pKa waarde van threonine hoger dan die van leucine&lt;br /&gt;
## Leucine wordt op gelelektroferese gedaan bij pH 9,9 waar komt deze uit&lt;br /&gt;
# Het molecule Z-2,3-dimethylbut-2-een is in een reactie met HCl&lt;br /&gt;
## Hoeveel stereoisomeren zijn er 1,2,3 of 4&lt;br /&gt;
## Teken al deze stereoisomeren en benoem de configuratie van de chirale C-atomen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===4 juni 2026===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# 4 carbonzuurderivaten gegeven: butanoylbromide, 2-oxobutanoylbromide, ethylbutanoaat, S-ethylbutanoaat&lt;br /&gt;
## Deze kunnen reageren via een nucleofiele substitutie met methanol, Geef voor de eerste structuur het volledige reactiemechanisme hiervan&lt;br /&gt;
## Geef de producten van deze reactie voor elke structuur en geef de IUPAC naam van de eerste twee&lt;br /&gt;
## Rankschik de vier structuren op basis van reactiviteit in deze reactie&lt;br /&gt;
# Cis-retinal kan omgezet worden naar trans-retinal door te binden aan een eiwit (opsine of zo)&lt;br /&gt;
## Hierbij bindt cis-retinal aan het aminozuur lysine, ter vorming van een Schiff-base. Geef het volledige reactiemechanisme van deze omzetting en geef alle elektronenverplaatsingen weer&lt;br /&gt;
## Leg uit waarom er zo veel gebruik wordt gemaakt van Schiff-basen in de natuur&lt;br /&gt;
# Retinal kan ook omgezet worden naar retinol door een oxidatie/reductie (omcirkel de juiste) met NAD+&lt;br /&gt;
## Geef bij alle moleculen die bij deze oxidatie/reductie de atomen die van oxidatiegetal veranderen, en geef bij elk atoom het oxidatiegetal bij zowel de reagentia als producten&lt;br /&gt;
## Waarom is NAD+ een excellente hydride-acceptor? Geef twee redenen en leg uit&lt;br /&gt;
Oefeningen &lt;br /&gt;
Bundel B:&lt;br /&gt;
#Gegeven het molecule menthol&lt;br /&gt;
## Teken dit molecule in de stabielste configuratie&lt;br /&gt;
## Zijn er 1,3-diaxiale interacties aanwezig in deze stabielste configuratie? Zo ja, geef aan op jouw tekening&lt;br /&gt;
## Geef de R- of S- configuratie van alle chirale atomen in het molecule, met aanduiding van prioriteiten (Maakt niet uit welke versie want normale menthol = stabielste configuratie)&lt;br /&gt;
## Hoeveel stereo-isomeren heeft menthol?&lt;br /&gt;
## Teken een diastereomeer van menthol dat geen epimeer is. Leg hierbij de termen diastereomeer en epimeer uit&lt;br /&gt;
## Vier verschillende Newman-projecties gegeven van menthol, duidt aan welke overeenkomt met de gegeven structuur&lt;br /&gt;
# Een peptide-binding wordt gehydrolyseerd.&lt;br /&gt;
## Hierbij is (duidt aan):&lt;br /&gt;
### De reactie aflopend in basisch milieu, maar niet in zuur&lt;br /&gt;
### De reactie aflopend in zuur milieu, maar niet in basisch&lt;br /&gt;
### De reactie aflopend in zuur en basisch milieu&lt;br /&gt;
### Het maakt niet uit welk milieu, de reactie is niet aflopend&lt;br /&gt;
## Leg je antwoord uit en teken hierbij het volledige reactiemechanisme van de hydrolyse (met alle elektronenverplaatsingen)&lt;br /&gt;
Bundel C:&lt;br /&gt;
# Je hebt een oplossing van glutaminezuur en tryptofaan, die is gebufferd op pH=9,40.&lt;br /&gt;
## Aan welke kant (anode, kathode, tussenin) zullen alle producten die aanwezig zijn in de oplossing uiteindelijk terechtkomen? Geef de structuren van glutaminezuur en tryptofaan in je antwoorden.&lt;br /&gt;
## Waarom vertoont de R-groep van tryptofaan geen basische eigenschappen?&lt;br /&gt;
# Vul drie reacties aan, geef het reactietype bij B en C en het volledige mechanisme bij C:&lt;br /&gt;
## But-1-een + ? --&amp;gt; Butaan-2-ol + H2SO4 (ΔT) --&amp;gt; ?&lt;br /&gt;
## Methylbenzeen + acetylchloride + AlCl3 --&amp;gt; ? (Geef alle mogelijke producten als er meerdere zijn)&lt;br /&gt;
## 2x 2-cyclopentylacetaldehyde + 1x OH- --&amp;gt; ?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 augustus 2025===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Rangschik de moleculen volgens afnemende reactiviteit in een SeAr ter vorming van een nitroderivaat. Anisool, Methylbenzoaat , furaan, acetofenon.&lt;br /&gt;
## Geef het reactiemechanisme van anisool.&lt;br /&gt;
## Geef de skeletnotatie van alle reactieproducten en schrijf de IUPAC-naam van de reactieproducten van A en B.&lt;br /&gt;
#Leg uit hoe je een aminozuursequentie bepaald&lt;br /&gt;
##Iets over NH2&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
Bundel B:&lt;br /&gt;
#Bepaal R of S van chirale centra.&lt;br /&gt;
## Hoeveel stereo-isomeren zijn er van dit molecule? &lt;br /&gt;
## Gegeven: 2R-4S (omgekeerde van wat je in de eerste vraag bepaald hebt), leg uit wat enantiomeren en diastereomeren zijn en welk van de twee deze stereo-isomeer is.&lt;br /&gt;
## Gegeven: Een van de cis versies, geef hiervan 1 van de trans versies en bespreek hierbij de 1,3 diaxiaal interacties.&lt;br /&gt;
## Geef oxidatiegetal van C6 (nummering staat al op het molecule)&lt;br /&gt;
## Ernaast is spiegelbeeld getekend, je moet de substituenten aanvullen. &lt;br /&gt;
# Butaanzuur reageert tot ethylbutanoaat, in welk midden is dit? (Zuur, basisch, neutraal of maakt niet uit). Licht dit toe&lt;br /&gt;
Bundel C:&lt;br /&gt;
## L isoleucine en L- Lysine tekenen in fisherprojectie. Bij L isoleucine stabielste newmann tekenen. Alles moet in zwitterion vorm.&lt;br /&gt;
## Arginine met 0.1M 100mL met 0.1M NaOH. Wat is de pH na toevoeging van 250mL en 300 mL NaOH.&lt;br /&gt;
# Vul volgende reacties aan&lt;br /&gt;
## Oxidatie van sec alcohol tot keton, hierna met H20 en H+ tot Di-Ol&lt;br /&gt;
## Aldolcondensatie, teken reactieproduct in skeletnotatie&lt;br /&gt;
## Geef heel mechanisme van HBr (overmaat) + Diethylether, geef ook reactietype&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2025===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# gegeven structuren ondergaan een AE met HCl: A: propeen B: methylprop-2-enoaat C: methoxyetheen D: styreen&lt;br /&gt;
## Geef het reactiemechanisme van molecule A.&lt;br /&gt;
## Rangschik de moleculen volgens afnemende reactiviteit. Toon aan d.m.v. substituenteffecten en grensstructuren waar nodig. &lt;br /&gt;
## Geef de skeletnotatie van alle reactieproducten en schrijf de IUPAC-naam van de reactieproducten van A en B. &lt;br /&gt;
# Gegeven structuren en namen: limoneen, terpinoleen en alfa-terpineol.&lt;br /&gt;
## Schrijf alle reactiemechanismen uit vanuit nerylpyrofosfaat.&lt;br /&gt;
## Van welk alkaan (limoneen en terpinoleen) lijkt de vorming het meest waarschijnlijk. Motiveer je antwoord. &lt;br /&gt;
## Limoneen kan kan gehydrogeneerd worden met twee diwaterstofmoleculen. Teken de meest stabiele conformatie van elk van de twee bekomen alkanen.&lt;br /&gt;
Oefeningen (bundel B)&lt;br /&gt;
# Gegeven: 2-amino-2,3,4-trimethylhexaan-3-thiol&lt;br /&gt;
## Teken het moleculen uit en duid alle chirale koolstoffen aan met een sterretje. Hoeveel stereo-isomeren heeft dit moleculen?&lt;br /&gt;
## Teken voor elk isomeer de Fisher- en Newmannprojectie (C3-C4).&lt;br /&gt;
## Duidt voor elk chirale koolstof op alle isomeren de prioriteiten aan en geef de configuratie (S/R).&lt;br /&gt;
## Leg uit: enantiomeren, diastereomeren en mesovorm. Zeg welke isomeren enantiomeren en/of diastereomeren zijn van elkaar. Is er een mesovorm?&lt;br /&gt;
## Is het thiol primair, secundair of tertiar?&lt;br /&gt;
## Wat is het oxidatiegetal van C2?&lt;br /&gt;
# Je krijgt een oplossing van 1 suiker. Het suiker kan lactose, sacharose of maltose zijn. De oplossing geeft een bruin-rode neerslag bij de Fehlings-test. Welke stelling is correct?&lt;br /&gt;
## Het suiker is lactose.&lt;br /&gt;
## Het suiker is sacharose.&lt;br /&gt;
## Het suiker is maltose.&lt;br /&gt;
## Er zijn te weinig gegevens.&lt;br /&gt;
# Motiveer je antwoord en geef de nodige reactievergelijkingen. &lt;br /&gt;
Oefeningen (bundel C)&lt;br /&gt;
# Aminozuren&lt;br /&gt;
## Schrijf alle vormen bij de juiste pKa&#039;s uit van leucine en arginine.&lt;br /&gt;
## Gegeven: 100mL volledig geprotoneerd arginine (0.1M) en een basische oplossing van 0.1M. Bereken de pH bij het toevoegen van 150mL en 200mL basische oplossing. Schrijf duidelijk de vorm van het AZ op.&lt;br /&gt;
# Reactiemechanismen&lt;br /&gt;
## 2-butanon(structuur) -&amp;gt;(?) 2-butanol(structuur) -&amp;gt;(HBr) ?(structuur)&lt;br /&gt;
## 1-broombenzeen(structuur) -&amp;gt;(AlCl3/CH3COCl) ?(structuur in skeletnotatie) en reactietype gevraagd&lt;br /&gt;
## methyl-2-methylpropanoate -&amp;gt;(H2O/H+) ?(structuur in skeletnotatie) en reactiemechanisme en reactietype gevraagd&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 27 augustus 2024===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# 4 structeren: 1-hydroxy-1-methylcyclohexaan, 1-fenyl-1-hydroxycyclohexaan , 1&lt;br /&gt;
## Schrijf het mechanisme voor dehydratie met geconcentreerd zwavelzuur en temperatuursverhoging van verbinding A&lt;br /&gt;
## Beoordeel en rangschik de reactiviteit van bovenstaande structuren voor dit mechanisme, werk met grensstructuren en substituenteffecten&lt;br /&gt;
## Geef de IUPAC naam voor verbinding A en B&lt;br /&gt;
# Suikerevenwichten van fructose in furanose en pyranosevorm gegeven&lt;br /&gt;
## Waarom komt de betafuransevorm minder voor dan de alphafuranosevorm?. Verklaar&lt;br /&gt;
## Waarom komt de betapyranosevorm minder voor dan de alphapyranosevorm? Verklaar&lt;br /&gt;
# Suikerevenwichten van ribose in furanose en pyranosevorm gegeven&lt;br /&gt;
## Welke veranderingen in de suikerevenwichten verwacht je indien het ribose chemisch wijzigt in deoxyribose? Welke implicaties heeft dit voor DNA?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen (eerste bundel)&lt;br /&gt;
# Bacterieel antibioticum penicilline gegeven (structuur)&lt;br /&gt;
## Duid alle chirale C-atomen aan&lt;br /&gt;
## Teken het molecule in projectievorm waarbij alle chirale C-atomen een S-configuratie hebben. Duid de prioriteiten aan.&lt;br /&gt;
## Geef het oxidatiegetal van het aangeduide atoom&lt;br /&gt;
## Geef het enantiomeer van het molecule uit vraag b&lt;br /&gt;
## Geef een epimeer van het molecule uit vraag b&lt;br /&gt;
## Teken een resonantiestructuur van het molecule waarbij je geen gebruikt maakt van de benzeenresonantie&lt;br /&gt;
# Gegeven de structuur van meta-broom-acetylbenzeen, welke van de volgende opties is waar?&lt;br /&gt;
## Eerst bromering, dan acetylering&lt;br /&gt;
## Eerst acyletylering, dan bromering&lt;br /&gt;
## Volgorde onbelangrijk, reactie met eerst bromering verloopt trager&lt;br /&gt;
## Volgorde onbelangrijk, reactie met eerst acetylering verloopt trager&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Verklaar je antwoord uit vorige vraag met resonantiestructuren van intermediairen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen (bundel 2)&lt;br /&gt;
# Gegeven een volledig geprotoneerde glutaminezuuroplossing van 0,10M &lt;br /&gt;
## Bereken de pH van de oplossing na toevoeging van 150mL en 200mL 0,10M-NaOH-oplossing &lt;br /&gt;
## Waarom vertoont glutamine geen basisch karakter, maar lysine wel? Verklaar&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 juni 2024===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#4 structuren gekregen: fenyletheen, 4-vinylfenol, 1-nitro-4-vinylbenzeen, fenol. Deze ondergaan een additie met HCl.&lt;br /&gt;
##geef het reactiemechanisme van A&lt;br /&gt;
##rangschik op reactiviteit. verklaar met substituenteffecten en teken grensstructuren indien nodig&lt;br /&gt;
##geef de reactieproducten van A, B en C en de IUPAC-naam van het reactieproduct A en B&lt;br /&gt;
#Retro-aldolreactie bij de glycolyse wordt gekatalyseerd door het enzym aldolase.&lt;br /&gt;
##Geef het reactiemechanisme van de retro-aldolreactie van fructose-1,6-difosfaat&lt;br /&gt;
##Waarom moet glucose-6-fosfaat geïsomeriseerd worden naar fructose-6-fosfaat&lt;br /&gt;
##Aldolase katalyseert nog een reactie in het lichaam, namelijk de reactie van dihydroxyaceton(niet zeker) met D-erytrose. Geef de Fischervoorstelling van het reactieproduct.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Aminozuren&lt;br /&gt;
##Bereken het Iso-elektrisch punt van arginine en isoleucine. schrijf ook de structuur bij die pH.&lt;br /&gt;
##100 ml Isoleucine-oplossing van 0,100 mol/L wordt getitreerd met een NaOH-oplossing van 0,100 mol/L. Geef mij de pH bij toevoeging van 50 ml en 200 ml NaOH-oplossing en teken de structuur van isoleucine bij die pH’s.&lt;br /&gt;
#Reactiemechanismen&lt;br /&gt;
##Benzeen gekregen wat toevoegen om 1-fenylethanon te krijgen (Antwoord: FeCl3 + ethanoylchloride)&lt;br /&gt;
##Ethoxyethaan + HBr → ? (ook zeggen welk reactietype)&lt;br /&gt;
##?&lt;br /&gt;
#?&lt;br /&gt;
#Meerkeuzevraag over Claisencondensatie. 4 IUPAC-namen van esters gekregen teken structuurformule van elk ester. De 4 esters ondergaan een Claisen Condensatie, bij 3 esters is het een aflopende reactie, bij 1 ester een evenwichtsreactie. Bij welke evenwichtsreactie en waarom?&lt;br /&gt;
##butylethanoaat&lt;br /&gt;
##ethylbutanoaat&lt;br /&gt;
##ethyl-2-methylbutanoaat&lt;br /&gt;
##ehtyl-3-methylbutanoaat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2024===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# 4 structuren: ethaanzuurbromide, ethaanzuurchloride, 2-oxyethaanzuurbromide, dietheenzuuranhydride. deze ondergaan een nucleofiele substitutie met water&lt;br /&gt;
##geef het reactiemechanisme van A&lt;br /&gt;
##rangschik op reactiviteit. verklaar met substituenteffecten en teken grensstructuren indien nodig&lt;br /&gt;
##geef de reactieproducten en de IUPAC-naam van A en C&lt;br /&gt;
# om alfa-ketoglutaraat te decarboxyleren maakt de natuur gebruik van het coënzym thiaminepyrofosfaat die reageert na deprotonatie.&lt;br /&gt;
##Geef het reactiemechanisme&lt;br /&gt;
##Geef 2 redenen waarom het coënzym zo goed gedeprotoneerd wordt&lt;br /&gt;
##Wat is het voordeel van het binden van dit coënzym?&lt;br /&gt;
##Wat is het voordeel van dit biologisch proces?&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# je wil een aminozuurmengeling van tryptofaan en lysine scheiden met behulp van elektroforese bij een pH van 9,1. Bereken het voorkomen van de vormen en waar ze zullen voorkomen (Kathode, Anode of ertussenin). Laat ook duidelijk de structuur van deze aminozuren zien.&lt;br /&gt;
##waarom is de stikstof op de tryptofaan niet basisch&lt;br /&gt;
# gegeven but-1-een naar 1-methylbutan-1-ol. Welke substraat heb je nodig om van de eerste naar de tweede gegaan (structuren waren gegeven) als je dan met H3PO4 zit en een verandering in temperatuur welk product bekom je (was al een reactiepijl gegeven)?&lt;br /&gt;
# reactie met methoxybenzeen, ethaanzuurchloride en AlCl3 (structuren gegeven). Geef het reactieproduct en het reactietype.&lt;br /&gt;
# mechanisme en reactietype gevraagd van 2x fenylmethanal (structuur gegeven) met OH-&lt;br /&gt;
# suikering gegeven met een zesring waarbij OH op C1 naar boven, alsook C2 en C3, bij C4 naar beneden en C5 de CH2OH ook naar beneden.&lt;br /&gt;
##geef de fisherstructuur van dit suiker en teken de stabielste conformatie op de newmann-projectie van C3 en C4&lt;br /&gt;
##geef de volledige naam van dit suiker&lt;br /&gt;
##geef van C1 en C2 de absolute configuratie (R of S) geef hierbij ook de prioriteiten&lt;br /&gt;
##Leg uit wat 1,3 diaxiale interacties zijn en geef dit weer op een duidelijke tekening&lt;br /&gt;
# oxidatie van ascorbinezuur naar dehydroxy-ascorbinezuur gegeven (zie practicum) en 3 stellingen (hieronder): duid de stellingen aan die correct zijn en geef bij iedere uitleg&lt;br /&gt;
##Er gebeurt een oxidatie en het oxidatiegetal van de C-atomen gaat van +1 naar 0&lt;br /&gt;
##Is de H in kwestie die met de laagste pKa?&lt;br /&gt;
##Is de stereochemie juist of kwam het eindproduct eerder van een andere stereo isomeer&lt;br /&gt;
===2 september 2023===&lt;br /&gt;
https://drive.google.com/file/d/1GMpzdW-Fuazq4zCe9Y40D8DgJyVk2-a7/view?usp=drive_link&lt;br /&gt;
===24 juni 2023===&lt;br /&gt;
#Je kreeg 4 verbindingen (ik denk 2-bromo-2methylpropaan, 2-bromopropaaan, 4-bromo-2-penteen en 4-bromo-1-penteen; kloppen niet helemaal, maar principe blijft hetzelfde). &lt;br /&gt;
##Voor 2-bromo-2-methylpropaan moest je de E-reactie uitschrijven.&lt;br /&gt;
##Zeggen in welke volgorde deze verbindingen het snelste zou reageren bij een E1-reactie (aan de hand van substituent effecten en eventuele grensstructuren.&lt;br /&gt;
##Voor elke verbinding het reactieproduct geven en IUPAC naam geven.&lt;br /&gt;
#Er wordt ATP gevormd bij de afbraak van een suiker in de glycolyse en krebs-cyclus. &lt;br /&gt;
##Geef de reactieproducten en waarom kan er ATP gevormd worden?&lt;br /&gt;
##Het grootste deel van de energie komt in een andere vorm vrij, hoe gebeurd dit?&lt;br /&gt;
#Meerkeuzevraag over Claissencondensatie van ethylacetaat (was een andere benaming, maar vooral het ethyl deel is belangrijk dus maakt niet echt uit). Welk reagens moet je gebruiken om ervoor te zorgen dat je slechts één reactieproduct hebt. Opties waren denk ik: methioxide, ethioxide, hydroxide, er wordt altijd meer dan één reactieproduct gevormd (eventuele grensstructuren hier niet mee rekenen) (meeste hadden ethioxide) en dan moest je nog aantonen met het relevante deel van de reactie, waarom de andere niet zouden kunnen.&lt;br /&gt;
#Reactiemechanismen&lt;br /&gt;
##Je kreeg aceton en je moest zeggen wat je moest toevoegen om iets te bekomen (je moest OH- toevoegen, maar weet even niet meer wat je dan bekomt) en dan voeg je H2O en H+ toe en moet je het reactieproduct geven (2,2-propaandiol)&lt;br /&gt;
##Ik denk 2-Methylcyclopentanone en solvent gekregen, zeggen welk reactieproduct je bekomt en wat het reactiemechanisme is (nucleofiele acylsubstitutie)&lt;br /&gt;
##Je kreeg ethylbenzeen met als solvent AlCl3 en acetylchloride (hiervan maak je AlCl4- en CH2CO+) je moest zeggen welk reactiemechanisme (nucleofiele aromatische substitutie) en dit ook uitschrijven&lt;br /&gt;
#Zwitterion en IP van arginine en glutamine geven en zeggen welke pH je krijgt bij het toevoegen van 250ml NaOH aan 100 ml 0.1M glutamine&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
##S/R van chirale koolstoffen van D-xylulose geven + Newman projectie rond C3 en C4&lt;br /&gt;
##In stappen geven hoe je alfa-L-xylulofuranose bekomt (ringsluiting tekenen dus), het enantiomeer hiervan geven (bèta-versie) en zeggen of het een epimeer is, beide begrippen uitleggen&lt;br /&gt;
===8 juni 2023===&lt;br /&gt;
#4 structuren: propeen, ethyleen pyrrool?, styreen , benzeen met etheen op en methoxy groep op. elektrofiele additie met waterstofbromide.&lt;br /&gt;
##Geef het reactiemechanisme van propeen&lt;br /&gt;
##Rangschik de reactiviteit van de verschillende structuren, maak gebruik van substituenteffecten en teken grensstructuren&lt;br /&gt;
##geef de IUPAC-naam van structuur a, b, c en schrijf alle reactieproducten uit&lt;br /&gt;
#Gegeven: D-glucose in de verschillende vormen: beta-D-glucopyranose, alfa-D-glucopyranose, beta-D-glucofuranose en alfa-D-glucofuranose en het voorkomen ervan in percentages&lt;br /&gt;
##Waarom komen de furanose vormen zo weinig voor?&lt;br /&gt;
##Waarom komt het beta-anomeer meer voor dan het alfa-anomeer?&lt;br /&gt;
##hoe komt het dat het alfa-anomeer dan toch nog voorkomt?&lt;br /&gt;
##Vergelijk dit nu met D-mannose, maak een voorspelling van hoe de verschillende vormen zullen voorkomen?&lt;br /&gt;
#Aminozuren:&lt;br /&gt;
##Waarom heeft de R-groep van asparagine geen basische eigenschappen (asparagine heeft geen pKr)&lt;br /&gt;
##We willen tyrosine en asparagine scheiden met behulp van elektroforese bij pH = 9,0. Schrijf voor beide aminozuren de verschillende vormen uit en verklaar welke vorm bij deze pH voor zal komen. Waar zullen de aminozuren zich bevinden: anode, kathode, tussenin&lt;br /&gt;
#Gegeven: benzeenring met broomsubstituent en -C2H5 substituent. Bij het bereiden hiervan moet je...&lt;br /&gt;
##...eerst bromeren?&lt;br /&gt;
##...eerst aklyleren?&lt;br /&gt;
##...volgorde maakt niet uit, maar als je eerst bromeert gaat de reactie langzamer&lt;br /&gt;
##...volgorde maakt niet uit, maar als je eerst alkyleert gaat de reactie langzamer&lt;br /&gt;
#Gegeven: een structuur met 2 chirale koolstoffen (ook een amidegroep op 1 einde, en een chloor groep)&lt;br /&gt;
##teken de fisherprojectie van ALLE stereo-isomeren, geef ook de stabielste newman-projectie&lt;br /&gt;
##Bepaal van elke chirale C de R,S-configuratie en geef de prioriteiten weer&lt;br /&gt;
##Wat is het OG van de C met de amide groep&lt;br /&gt;
##Welk van de stereo-isomeren zijn ook diastereo-isomeren, verklaar deze term&lt;br /&gt;
##Duid aan waar een nucleofiele substitutie zou kunnen plaatsvinden, verklaar ook waarom&lt;br /&gt;
#Reactie mechanismen zoals aangegeven op stramien&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 3 september 2022 ===&lt;br /&gt;
# 4 moleculen met dubbele binding gegeven, sommige met substituenten&lt;br /&gt;
## Reactiemechanisme voor molecule A uitschrijven (CH2=CH-CH2-CH3)&lt;br /&gt;
## Rangschikken volgens reactiviteit in een reactie met HBr en argumenteren met substituenteffecten en grensstructuren&lt;br /&gt;
## Reactieproducten voor alle 4 opschrijven en 2 ervan benoemen met IUPAC naam&lt;br /&gt;
# gegeven: glucose in openketenvorm, alfa-D-glucopyranose, beta-D-glucopyranose, alfa-D-glucofuranose en beta-D-glucofuranose met percentages van hoe vaak ze voorkomen&lt;br /&gt;
## waarom komt de furanosevorm zo weinig voor&lt;br /&gt;
## waarom komt de betavorm meer voor dan de alfavorm&lt;br /&gt;
## waarom komt ondanks vraag b de alfavorm toch nog zo vaak voor&lt;br /&gt;
## maak zelf een voorspelling voor de percentages van voorkomen voor alle vormen van D-mannose&lt;br /&gt;
# teken 2-amino-2,3,4-trimethyl-3-hexaanthiol&lt;br /&gt;
## hoeveel stereo-isomeren zijn er?&lt;br /&gt;
## teken van alle stereo-isomeren de fischer projectie en meest stabiele conformatie in de newman projectie over C3-C4 as, duid chirale centra aan&lt;br /&gt;
## bepaal voor alle chirale centra de absolute configuratie&lt;br /&gt;
## is het een primair, secundair of tertiair amine? En dezelfde vraag voor thiol?&lt;br /&gt;
## bepaal de oxidatietrap van C2&lt;br /&gt;
# 5 namen van moleculen gegeven, welke kunnen het reactieproduct zijn van een aldolcondensatie? Voor degenen die niet kunnen: leg uit in 1 zin waarom niet. Voor degenen die wel kunnen: geef de beginproducten.&lt;br /&gt;
# reactiemechanismen&lt;br /&gt;
## vul onderstaande reactiesequentie aan: alkaan met -OH —&amp;gt; alkeen —&amp;gt; ? (boven de eerste pijl stond ook een vraagteken en boven de tweede pijl +Cl2)&lt;br /&gt;
## schrijf reactiemechanisme uit: benzeenring met -OCH3 substituent reageert met HNO3 en H2SO4&lt;br /&gt;
# aminozuren&lt;br /&gt;
## bepaal voor een titratie van 100 mL 0,1M isoleucine de pH bij toevoeging van 150mL en 200mL NaOH&lt;br /&gt;
## waarom is de pKa van glutamine lager dan van isoleucine&lt;br /&gt;
## teken beide aminozuren uit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 juni 2022 ===&lt;br /&gt;
# 4 moleculen gegeven die reageren volgens reactietype E1 ter vorming van HCl : twee chlooralkanen met benzeenring en twee zonder, een van de twee met benzeenring had methoxy-groep op de benzeenring&lt;br /&gt;
## Geef reactiemechanisme voor een van de twee chlooralkanen zonder benzeenring&lt;br /&gt;
## Rangschik volgens stijgende reactiviteit en beargumenteer met substituenteffecten. Geef grensstructuren indien relevant.&lt;br /&gt;
## ...&lt;br /&gt;
# Geef het reactiemechanisme en vergelijk onderling, beredeneer ook voor de basische hydrolyses of het gaat om een mono- of bimoleculair proces:&lt;br /&gt;
### hydrolyse van een carbonzuurester in basisch milieu&lt;br /&gt;
### hydrolyse van een fosfaatester in basisch milieu&lt;br /&gt;
### hydrolyse van een fosfaatester in zuur milieu&lt;br /&gt;
## Bespreek kort het verschil in reactiviteit van mono-, di-, en tri-alkylfosfaatesters bij hydrolyse in basisch milieu&lt;br /&gt;
## In de glycolyse komt energie vrij bij het hysrolyseren van het acylfosfaat 1,3-difosfoglycerinezuur dat wordt gebruikt om ADP om te zetten in ATP. Voor de vorming van acetyl-CoA uit acetylfosfaat (ook een acylfosfaat) is ATP nodig. Bespreek kort deze schijnbare tegenstrijdigheid.&lt;br /&gt;
# Stereochemie&lt;br /&gt;
## Geef de Haworthprojectie van beta-L-arabinopyranose&lt;br /&gt;
## Geef de absolute configuratie van C2 en C4 en duid nummering aan&lt;br /&gt;
## Wat zijn de oxidatietrappen van C1 en C3?&lt;br /&gt;
## Geef de (stabielste) Newmanprojectie van het conformeer volgens de C3-C4 as&lt;br /&gt;
## Hoeveel 1,3-diaxiale repulsies komen ervoor in dit molecule? Maak een tekening die dit duidelijk weergeeft&lt;br /&gt;
# Aminozuren&lt;br /&gt;
## Onder welke vormen komen glutaminezuur en tryptofaan voornamelijk voor bij pH = 6,00? &lt;br /&gt;
## Waar bevinden de AZ zich na elektroforese bij deze pH? Aan de anode, kathode of ertussen?&lt;br /&gt;
## Waarom is de zijketen van tryptofaan niet basisch?&lt;br /&gt;
# Verloopt de substitutie van propaanzuur naar methylpropanoaat het best in zuur of in basisch milieu? Of kan beide? Verklaar grondig en teken het bijbehorende reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
# Vraag over reactiemechanismen zoals aangegeven op het stramien.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2022 ===&lt;br /&gt;
# 4 benzeen ringen gegeven (3 daarvan met substituenten)&lt;br /&gt;
## Reactiemechanisme uitschrijven voor een gewone benzeen tot chloorderivaat (SeAr)&lt;br /&gt;
## Rangschikken volgens reactiviteit, grensstructuren tekenen en substituenteffecten verklaren.&lt;br /&gt;
## Van de 4 chloorderivaten de IUPAC-naam geven en eindstructuur tekenen &lt;br /&gt;
# Geef de retro-aldolreactie bij de glycolyse&lt;br /&gt;
# Oefening op suikers (je kreeg een cyclisch suiker)&lt;br /&gt;
## Teken de fisher en de Newman projectie&lt;br /&gt;
## Geef het oxidatie getal van 2 C en zeg of het R of S is&lt;br /&gt;
## Geef de naam van het suiker&lt;br /&gt;
## Leg de begrippen epimeer en anomeer uit en teken deze vormen van dit suiker&lt;br /&gt;
# Oefening op aminozuren&lt;br /&gt;
## Je kreeg 2 aminozuren bij een bepaalde pH en je moest zeggen als dit een goede pH was om een elektroforese te doen, indien dit niet zo was moest je uitleggen waarom en een betere pH waarde geven.&lt;br /&gt;
# Je kreeg 4 verbindingen en je moest zeggen welke een kleurreactie (oranje/groen) zouden geven&lt;br /&gt;
## Alcoholtest -&amp;gt; oxidatie van alcoholen tot ketonen of carbonzuren uitleggen&lt;br /&gt;
# Oefening op reactiemechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 augustus 2021===&lt;br /&gt;
# 4 moleculen gegeven waarop het gaat reageren met HCl&lt;br /&gt;
## werk reactiemechanisme uit voor 1 van de moleculen&lt;br /&gt;
## Rangschik volgens afnemende reactiviteit&lt;br /&gt;
## Geef reactieproducten van alle moleculen en geef IUPAC naam voor 2&lt;br /&gt;
# geef reactiemechanisme van de deanimatie van glutamine&lt;br /&gt;
# L-xylulose, Bepaal R/S configuratie &lt;br /&gt;
## Teken stabielste Fischer en Newman voor de C3-C4-as&lt;br /&gt;
### ???&lt;br /&gt;
# Voor welk van deze 3 producten kan niet een aldolcondensatie ondergaan? Leg uit waarom niet en geef de reagentia wanneer het wel gaat.&lt;br /&gt;
##de reactiemechanisme invullen: onbrekende reagentia en product&lt;br /&gt;
### een stof gegeven met de reagentia, welke reactiemechanisme en schrijf uit&lt;br /&gt;
#titratie van asparagine met NaOH: berekenen de pH bij toevoeging van 100ml en 200ml NaOH; &lt;br /&gt;
##waarom heeft asparagine geen basische eigenschap zoals lysine. Geef ook de structuren&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 augustus 2020===&lt;br /&gt;
#4 moleculen gegeven waarop nucleofiele substitutie gebeurt met natriummethoxide&lt;br /&gt;
## werk reactiemechanisme uit voor 1 van de moleculen&lt;br /&gt;
## Rangschik volgens afnemende reactiviteit&lt;br /&gt;
## Geef reactieproducten van alle moleculen en geef IUPAC naam voor 2&lt;br /&gt;
# Geef het mechanisme van decarboxylering van beta-ketocarbonzuren en leg uit. Geef een voorbeeld van een analoog mechanisme in de biologie en leg uit. &lt;br /&gt;
# Voor welk van deze 4 producten kan er een aldolcondensatie zijn opgetreden? Leg uit waarom niet en geef de reagentia wanneer het wel gaat.&lt;br /&gt;
# Oefening op aminozuren en bepalen welke vorm er voorkomt bij een bepaalde pH en als je een gelelektroforese doet welke waar dan voorkomt, az zijn tryptofaan en glutaminezuur&lt;br /&gt;
# Oefening op suiker: welke suiker is dit? Geef stabielste newmann vorm in C3-C4 formatie, R of S van C2 en C5, teken epimeer dat geen anomeer is&lt;br /&gt;
#oefeningen op reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2020===&lt;br /&gt;
#4 moleculen (esters) gegeven, waarop nucleofiele substitutie gebeurt &lt;br /&gt;
## Werk het reactiemechanisme voor één van de moleculen volledig uit. (methylethanoaat)&lt;br /&gt;
## Rangschik volgens afnemende reactiviteit dmv substituenteffecten&lt;br /&gt;
## Geef de reactieproducten van alle moleculen en geef hun IUPAC naam&lt;br /&gt;
#Leg de synthese van peptiden uit met dicyclohexylcarbodiimide. Welke voorzorgsmaatregel moet genomen worden om selectief een peptide te vormen? Geef een voorbeeld.&lt;br /&gt;
#Voor welke van volgenden bestaat er een mesovorm, teken deze en leg uit wat mesovorm is. (1-butanol, butaan2,3diol, butaan-1,2,3-triol, butaan-1,2,3,4-tetraol)&lt;br /&gt;
#Oefening op aminozuren: &lt;br /&gt;
## Waarom heeft proline een hogere pKa&#039; dan alanine + teken deze aminozuren&lt;br /&gt;
## Welke vorm van alanine komt het meest voor bij toevoegen van 150 mL? Bereken deze pH.&lt;br /&gt;
#Oefening op suikers: suiker gegeven &lt;br /&gt;
## Geef IUPAC naam&lt;br /&gt;
## Bepaal R/S configuratie voor C2 en C5&lt;br /&gt;
## Teken stabielste Fischer en Newman voor de C3-C4-as&lt;br /&gt;
## ?&lt;br /&gt;
#Vul reactie aan (reactieproducten, reagentia). Geef reactietype en eindproduct. Geef reactietype, eindproduct en reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2020 (16u)===&lt;br /&gt;
#4 moleculen gegeven: E1 reactie van HCl: mechanisme geven, reactieproducten tekenen en benoemen&lt;br /&gt;
#Bespreek de oxidatieve deaminering van glutaminezuur met de nodige coënzymen/cofactoren. Geef het reactiemechanisme van de tweede stap zonder enzymen.&lt;br /&gt;
#Een molecule gegeven in stoelvorm (geen suiker): teken de fisherprojecties van alle stereomeren, teken newmann projectie van 1 op c2-c3 in stabielste vorm en zeg S of R config, welke zijn enantiomeren, diastereomeren, is er een mesovorm? En leg de begrippen kort uit. Geef oxidatietrap van aangeduide koolstofatoom.&lt;br /&gt;
#lysine en valine tekenen en IP berekenen, waarom is de pkr van lysine groter dan de pka&#039; van valine?&lt;br /&gt;
#Wat zijn de product(en) die worden gevormd als E-2-hepteen en dichloor reageren?&lt;br /&gt;
##2s,3s 2-dichloorhepteen&lt;br /&gt;
##2s,3r&lt;br /&gt;
##2r,3s&lt;br /&gt;
##2r,3r&lt;br /&gt;
#Oefeningen op reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2020 (16u)===&lt;br /&gt;
#4 moleculen gegeven, waarop elektrofiele additie van water in zuur milieu gebeurt&lt;br /&gt;
## Werk het reactiemechanisme voor één van de moleculen volledig uit.&lt;br /&gt;
## Rangschik volgens afnemende reactiviteit&lt;br /&gt;
## Geef de reactieproducten van alle moleculen en geef hun IUPAC naam&lt;br /&gt;
#Waarom kunnen alcoholen niet gemakkelijk een SN-reactie ondergaan? Geef 2 voorbeelden van een SN-reactie van een alcohol, schrijf het mechanisme. Reageert fenol op dezelfde manier? Teken en leg uit. Hoe kunnen SN-reacties van alcoholen mogelijk gemaakt worden in biologische systemen?&lt;br /&gt;
#Oefening op suikers en stereochemie:&lt;br /&gt;
## Geef de Haworth-projectie van bèta-L-gulofuranose&lt;br /&gt;
## Teken het enantiomeer van deze molecule en benoem het.&lt;br /&gt;
## Configuratie (R/S) van C2 en C5 bepalen + oxidatietrap geven&lt;br /&gt;
## Stabielste Newman-conformatie langs C4-C5 as&lt;br /&gt;
#Oefening op aminozuren:&lt;br /&gt;
## D-vorm van tyrosine en alanine tekenen en conformatie geven.&lt;br /&gt;
## Oefening op pH berekenen&lt;br /&gt;
# Gegeven een staal met één onbekende suiker. Na het uitvoeren van een Fehlingstest zie je een roodbruine neerslag ontstaan. Aantal suikers gegeven, aanduiden welke het mogelijk kan zijn. Leg uit wat deze test precies en verklaar je keuze.&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan (reactieproducten, reagentia). Geef reactietype en eindproduct. Geef reactietype, eindproduct en reactiemechanisme. Eerste was zuurgekatalyseerde estervorming. Tweede eliminatie van water. Derde aldolcondensatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===7 juni 2020===&lt;br /&gt;
#4 moleculen gegeven waarop een Sn1 wordt gedaan met ammoniak&lt;br /&gt;
## Werk het reactiemechanisme voor de eerste molecule uit&lt;br /&gt;
## Welk molecule reageert het snelst? Leg uit adhv substituenteffecten&lt;br /&gt;
## Geef de reactieproducten van de andere 3 moleculen en ook de IUPAC naam&lt;br /&gt;
#Geef de retro-aldolreactie bij de glycolyse&lt;br /&gt;
## Wat is de katalysator en waarom gaat de retro-aldolreactie niet bij glucose?&lt;br /&gt;
#Gegeven een benzeenring met daarop een nitrogroep en alkylgroep. Gebeurd er eerst alkylering of nitrering? Gebruik in je uitleg grensstructuren&lt;br /&gt;
#Oefening op molecule dat geen suiker was! Maar je moest R/S bepalen, Fischer schrijven, Newmann projectie, en diastereomeren en enantiomeren aanduiden (+ kort uitleggen wat dat betekend)&lt;br /&gt;
#Oefening op aminozuren en bepalen welke vorm er voorkomt bij een bepaalde pH en als je een gelelektroforese doet welke waar dan voorkomt (zoals in de oefenzitting gewoon)&lt;br /&gt;
#standaard oefening die er elk jaar is met reacties aanvullen enzo&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2019 (namiddag)===&lt;br /&gt;
#4 moleculen (ester, ester met halogeen, anhydride, amide) waarop de nucleofiele substitutie van water in basische omgeving wordt uitgevoerd. &lt;br /&gt;
##Werk het reactiemechanisme uit voor het ester.&lt;br /&gt;
##Rangschik volgens afnemende reactiviteit.&lt;br /&gt;
##Geef de naam en structuur van beide reactieproducten.&lt;br /&gt;
#Bespreek de oxidatieve deaminering van glutaminezuur met de nodige coënzymen/cofactoren. Geef het reactiemechanisme van de tweede stap zonder enzymen.&lt;br /&gt;
#Oefening op suikers.&lt;br /&gt;
##Bespreek de R/S configuratie van de chirale centra van D-xylose. &lt;br /&gt;
##Is D-xylose een aldose of ketose? &lt;br /&gt;
##Geef de stabielste Newman-projectie op C3-C4.&lt;br /&gt;
##Bepaal de oxidatietrap van C1 en C5.&lt;br /&gt;
##Maak van L-xylose beta-L-xylose. &lt;br /&gt;
##Welk reactietype is de ringsluiting van suikers? Welke katalysator wordt vaak gebruikt? &lt;br /&gt;
##Geef het anomeer van beta-L-xylose. Is dit ook een enantiomeer?&lt;br /&gt;
#Oefening op aminozuren.&lt;br /&gt;
##Geef de 2R,3R configuratie van isoleucine. &lt;br /&gt;
##Wat is de pH van 100 ml isoleucine (0.1M) na toevoeging van 150 ml NaOH (0.1 M)? &lt;br /&gt;
##Waarom heeft glutamine een lagere pKa dan isoleucine? &lt;br /&gt;
#Waarom wordt het reactie-evenwicht bij de Claisencondensatie van ethyl-2-methylpropanoaat met ethoxide niet naar rechts getrokken (in tegenstelling tot andere Claisencondensaties)?&lt;br /&gt;
#Vul reactie aan (reactieproducten, reagentia). Geef reactietype en eindproduct. Geef reactietype, eindproduct en reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2019 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
#4 moleculen met dubbele bindingen gegeven waarop elektrofiele additie gebeurt&lt;br /&gt;
##van 1 reactiemechanisme uitwerken&lt;br /&gt;
##rangschikken volgens reactiviteit door middel van substituenteffecten&lt;br /&gt;
##eindproducten geven + IUPAC naam geven&lt;br /&gt;
#vetzuursynthese uitleggen met coënzymen erbij&lt;br /&gt;
##uitleggen waarom je malonycoa nodig hebt en wat de gelijkenis ervan is met claisen-condensatie&lt;br /&gt;
#molecule gegeven: menthol&lt;br /&gt;
##chirale c aanduiden, hoeveel stereo-isomeren, R/S van chirale c, geef stabielste configuratie, geef diastereoisomeer dat epimeer is, enantiomeer geven, stabielste configuratie van enantiomeer geven, je krijgt een paar newmanprojecties waarvan je moet zeggen welke de juiste is, oxidatiegetal van aangeduide c geven&lt;br /&gt;
#geef 3D structuur van R glutaminezuur&lt;br /&gt;
##is deze D of L?&lt;br /&gt;
##welke vorm(en) komt er vooral voor op ph 8,8&lt;br /&gt;
##uitleggen waarom N in de R groep niet basisch is en die van lysine (ook tekenen) wel&lt;br /&gt;
#je krijgt een benzeenring waarop een de ene kant een ch3 hangt en op de tegenovergestelde kant een acylgroep, je moet uitleggen via grensstructuren wat het juiste antwoord is&lt;br /&gt;
##eerst alkyleren, dan acyleren&lt;br /&gt;
##eerst acyleren, dan alkyleren&lt;br /&gt;
##volgorde maakt niet uit, maar acyleren is trager&lt;br /&gt;
##volgorde maakt niet uit, maar alkyleren is trager&lt;br /&gt;
#je krijgt een reactie waarvan je de reagentia en reactieproducten er nog moet bij zetten&lt;br /&gt;
##reactie is eerst een eliminatie en dan een additie&lt;br /&gt;
#je krijgt een cyclisch carbonzuur en dit gaat reageren amine, geef de reactieproducten in skeletnotatie en zeg wel reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#een cycloalkaan waar een broom aanhangt gaat reageren met naoh, geef het reactieproduct(en) en zeggen welk reactiemechanisme het is en ook het reactiemechanisme uitschrijven&lt;br /&gt;
===14 juni 2019 (namiddag)===&lt;br /&gt;
# 4 benzeen ringen gegeven (3 daarvan met substituenten)&lt;br /&gt;
## Reactiemechanisme uitschrijven voor een gewone benzeen tot chloorderivaat (SeAr)&lt;br /&gt;
## Rangschikken volgens reactiviteit, grensstructuren tekenen en substituenteffecten verklaren.&lt;br /&gt;
## Van de 4 chloorderivaten de IUPAC-naam geven en eindstructuur tekenen &lt;br /&gt;
# De glycolyse genereert op 2 plaatsen ATP en de Krebs-cyclus op 1 plaats. Teken de reagens en het product van de reacties. Leg uit waarom de moleculen energie genereert.&lt;br /&gt;
# Suiker oefening met L-Talose tot alfa-L-talose, Wat is de katalysator?, Reactietype?, Enantiomeer, Stabielste Newman-projectie (C4 en C5), R/S-Configuratie op C2 en C3, Oxidatietrap van C1.&lt;br /&gt;
# Isoelektrisch punt van Arginine en Glycine berekenen, pH van een 0,1M 100ml Arginine oplossing na toevoegen van 200ml 0,1 NaOH, L-configuratie van Arginine tekenen, is het een S/R configuratie?&lt;br /&gt;
# Gegeven: Tetracycline. Het molecule heeft 2 pKa en 1 pKb . Zoek de groepen die hiervoor zorgen en verklaar je keuze.&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan (reactieproducten), geef reactietype en eindproduct, geeft reactietype eindproduct en reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2019 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
# 4 structuren gegeven: 2 broomalkanen, 1 broomalkeen en een fenylbroomalkaan&lt;br /&gt;
## Schrijf het Sn2 reactiemechisme uit voor structuur A (broomethaan) met natriumwaterstofsulfide. &lt;br /&gt;
## Rangschik de gegeven structuren volgens afnemende reactiviteit. Leg uit! &lt;br /&gt;
## Geef de IUPAC-namen van al de reactieproducten&lt;br /&gt;
# Geef de isomerisatie in de glycolyse van het glucosederivaat naar fructosederivaat. Waarom is dit basegekatalyseerd.&lt;br /&gt;
## Geef het verband tussen de Tollens- en Fehlingstest en het verband tussen Barfoed- en Benedictetest.&lt;br /&gt;
# Gegeven is een suiker in de stoelvorm&lt;br /&gt;
## Geef de volledige naam van dit suiker.&lt;br /&gt;
## Geef de Fischerprojectie van de open-ketenvorm en geef de stabielste Newmanprojectie met C3 en C4 als as.&lt;br /&gt;
## Wat is de conformatie en OT van C2 en C5?&lt;br /&gt;
## Geef het anomeer van dit suiker. Is dit ook een epimeer/diasteriomeer/enantiomeer? Leg elke term uit. &lt;br /&gt;
# Oefening op aminozuren:&lt;br /&gt;
## Waarom heeft leucine een hogere pKa dan threonine?&lt;br /&gt;
## Welke lading heeft leucine in een mengsel van ph = 9,5? Ligt het eerder aan kathode/anode/ergens in het midden bij elektroforese?&lt;br /&gt;
## Geef de 2R,3S vorm van threonine in de fischerprojectie.&lt;br /&gt;
# Welke van onderstaande structuren ondergaat gemakkelijk een decarboxylering bij een temperatuursverhoging? Zo ja, schrijf het mechanisme helemaal uit. COOH-CH2-CHOH-CH3 / COOH-CHOH-CH2-CH3 / COOH-CH2-CO-CH3 / COOH-CH2-COOH&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan (reactieproducten), geef reactietype en eindproduct, geeft reactietype eindproduct en reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2019 (namiddag)===&lt;br /&gt;
# Structuren van chloorbenzeen, anisool, benzeen en fenol zijn gegeven.&lt;br /&gt;
## Schrijf het reactiemechanisme uit van een elektrofiele substitutie van benzeen met als eindproduct een nitroderivaat.&lt;br /&gt;
## Rangschik de gegeven structuren volgens afnemende reactiviteit. Leg uit adhv substituenteffecten en teken grensstructuren indien nodig.&lt;br /&gt;
## Geef van de 4 nitroderivaten de IUPAC-naam en teken de structuur&lt;br /&gt;
# Waarom kunnen alcoholen niet gemakkelijk een SN-reactie ondergaan? Geef 2 voorbeelden van een SN-reactie van een alcohol, schrijf het mechanisme. Reageert fenol op dezelfde manier? Teken en leg uit. Hoe kunnen SN-reacties van alcoholen mogelijk gemaakt worden in biologische systemen?&lt;br /&gt;
# Gegeven: enantiomeer van een structuur. Geef R- of S-configuratie van 2 aangeduide C-atomen. Teken de ruimtelijke structuur van het molecule. Hoeveel stereo-isomeren zijn er? Teken de meest stabiele Newman-projectie. Is er een mesovorm? Indien mogelijk teken mesomere grensstructuren. Geef de oxidatietrap van 2 aangeduidde C-atomen.&lt;br /&gt;
# Bij welke pH komt het Zwitter-ion van arginine voor? Teken. Waarom is de pKa van arginine lager dan de pKa van asparaginezuur? Gegeven: 100ml volledig geprotoneerd 0,10M asparaginezuur, Wat is de pH na een titratie met 150mL 0,10M NaOH? Teken van elk vermeld aminozuur de neutrale structuur&lt;br /&gt;
# Gegeven: formaldehyde, aceetaldehyde en benzaldehyde. Welke kan een aldolcondensatie met zichzelf doen? Teken het mechanisme en verklaar waarom de andere 2 dit niet kunnen.&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan (reactieproducten), geef reactietype en eindproduct, geeft reactietype eindproduct en reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2019 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
# 4 structuren gegeven: 2 chlooralkenen, 1 chlooralkaan en 1 chloorether&lt;br /&gt;
## Schrijf het reactiemechanisme uit voor een SN1 reactie van (1 van de 2) chlooralkeen met ammoniak.&lt;br /&gt;
## Rangschik de gegeven structuren volgens afnemende reactiviteit. Leg uit adhv substituenteffecten en teken grensstructuren indien nodig.&lt;br /&gt;
## Geef van de 4 derivaten de IUPAC-naam (van de eerste 3 dus niet de ether) en teken de structuur.&lt;br /&gt;
# Geef het mechanisme van decarboxylering van beta-ketocarbonzuren en leg uit. Geef een voorbeeld van een analoog mechanisme in de biologie en leg uit.&lt;br /&gt;
#L-glucose tekenen en omzetten in alfa-L-glucofuranose. Geef enantiomeer van de structuur. Geef R- of S-configuratie van 2 aangeduide C-atomen. Hoeveel stereo-isomeren zijn er? Teken de meest stabiele Newman-projectie. Geef een diastereomeer dat ook een epimeer is. Geef de oxidatietrap van 2 aangeduidde C-atomen. Is alfa-L-glucofuranose een reduceerbare suiker?&lt;br /&gt;
# Tyrosine en serine hebben een gelijkaardige zijketen, waarom heeft tyrosine een pKr en serine niet? Gegeven: 100ml volledig geprotoneerd 0,10M tyrosine, Wat is de pH na een titratie met 300mL 0,10M NaOH? Welke vormen van serine en tyrosine komen voor bij pH 10,5? Alle vermelde AZ moeten getekend zijn in het antwoord.&lt;br /&gt;
# Gegeven: Benzeen, pyrrool en pyridine. Rangschik volgens reactiviteit voor een SeAr reactie mbv grensstructuren.&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan alkyn --?--&amp;gt; alkeen --Br2--&amp;gt; ?, geef reactietype en eindproduct: 3-fenyl-1-amino-2-propanon --OH--&amp;gt;, geeft reactietype eindproduct en reactiemechanisme: aldolcondensatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 augustus 2018===&lt;br /&gt;
# 4 gegeven alcoholen kunnen en E1 reactie ondergaan, geef de volledige reactie voor alcohol A, geef de eindproducten en de IUPAC-naam van de 4 alcoholen na de reactie. Orden volgens afnemende reactiviteit.&lt;br /&gt;
# Een vraag over de oxidatieve deaminering van glutaminezuur.&lt;br /&gt;
# Suiker in ringstructuur gegeven: geef naam &amp;amp; lineaire vorm, geef de Newman projectie (c3-c4), is c2 R/S en wat is zijn oxidatietrap, hoeveel chirale C atomen zijn er en duid aan in de cyclische vorm en lineaire vorm welke de chirale C atomen zijn, geef een diastereomeer dat geen epimeer of anomeer is van de gegeven suiker, hoe heet de reactie waarbij een lineaire vorm over kan gaan in de cyclische vorm en in welk solvent gebeurt dit.&lt;br /&gt;
# Leg het verschil in pKa tussen glutaminezuur en valine uit. Welke vorm van glutaminezuur komt er het meeste voor bij bepaalde pH. Bereken de pH van een oplossing van 100ml valine (0,1M) met 200ml base.&lt;br /&gt;
# Een SN reactie bij alcoholen moet in zuur milieu gebeuren: waarom, waarom niet met NH2 als nucleofiel, geef een alternatief voor zuur milieu bij SN reactie met alcoholen.&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan (pijltjes en reactieproducten), geef reactietype en eindproduct, geeft reactietype eindproduct en reactiemechanisme. &lt;br /&gt;
===22 juni 2018===&lt;br /&gt;
# De snelheid en reactieproducten met IUPAC-naam geven van 4 esters in basisch midden, voor 1 het mechanisme uitschrijven.&lt;br /&gt;
# Leg de synthese van peptiden uit met dicyclohexylcarbodiimide. Welke voorzorgsmaatregel moet genomen worden om selectief een peptide te vormen? Geef een voorbeeld. &lt;br /&gt;
# Geef de naam van een gegeven cyclisch suiker. Uitleggen of het R of S is. Is het een reducerende suiker? Geef de fischerprojectie. Geef de Newmanprojectie met c3-c4 als as en geef hiervan de stabielste Haworthprojectie. Geef het anomere suiker, is dit een enantiomeer, epimeer of diastereomeer en verklaar. &lt;br /&gt;
# Geef de 3D projectie van S-tryptofaan. Waarom heeft de R-groep van tryptofaan geen basische eigenschappen? Is tryptofaan vlot te scheiden van alanine met gelelektroforese? Indien ja, bij welke pH en waar zouden ze zich bevinden op de gel. Indien nee, verklaar. &lt;br /&gt;
# Waarom ondergaat pyridine gaan elektrofiele aromatische substitutie met een chlooralkeen en trichlooralluminium zoals benzeen? Schrijf de reactie uit die wel plaatsvindt en benoem deze. Nog een deelvraag....&lt;br /&gt;
# Mechanismes aanvullen en reactietypes bepalen. De eerste was een cyclisch ester waarbij je moest aangeveven dat er OH werd gebruikt zodat de ring open ging en het eindproduct in skeletnotatie. Reactie tussen een zuurchloride en een primair amine, het reactietype en producten in skeletnotatie geven. De laatste was een claisoncondensatie waarbij het mechanisme gegeven moest worden en het eindproduct in skeletnotatie. &lt;br /&gt;
===18 juni 2018===&lt;br /&gt;
# De snelheid en reactieproducten met IUPAC-naam geven van 4 benzeenderivaten bij een elektrofiele aromatisch substitutie, voor 1 het mechanisme uitschrijven&lt;br /&gt;
# Leg de afbraak van vetzuren uit en geef de coënzymen die een rol spelen, vergelijk met de vetzuursynthese en leg het verband uit tussen vetzuursynthese en de Claisencondensatie&lt;br /&gt;
# Aflatoxine is gegeven, enkele vraagjes zoals: hoeveel stereoisomeren, teken diastereomeren, r of s,heeft het molecule een mesovorm, oxidatietrappen bepalen, mesomere effecten aanduiden...&lt;br /&gt;
# Waarom heeft de NH2 groep van asparagine geen Pkr? Waar bevinden tyrosine en asparagine zich in een gelelektorforese bij pH 11? Is er mesomerie mogelijk in tyrosine, duid aan met pijlen&lt;br /&gt;
# Bespreek de stereochemie van 2 reacties&lt;br /&gt;
# mechanismes aanvullen en reactietypes bepalen&lt;br /&gt;
===14 juni 2018 ===&lt;br /&gt;
Mondeling&lt;br /&gt;
#4 stoffen vergelijken waarbij een aromatische substitutie gebeurd ter vorming van een nitroderivaat voor 1 het mechanisme uitschrijven en welke het snelste gaat verlopen en waarom. De structuur van de reactieproducten tekenen en de IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
#De volledige vetzuursynthese geven en alle enzymes en cofactoren benoemen. Zeggen waarom NADPH een goed reductans is voor de reductie van de vetzuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk&lt;br /&gt;
#Van een gegeven verbinding zeggen hoeveel stereo-isomeren er van bestaan en van ze allemaal de fisher en newman projectie (stabielste configuratie) geven. Van alle chirale atomen de R of de S configuratie toe kennen. Zeggen welke diasteriomeren en enantiomeren van elkaar zijn. Er kon makkelijk water afgesplitsd worden en zeggen waarom het een stabiel carbokation was en de hybridisatie van het koolstof atoom geven.&lt;br /&gt;
#Van threonine de titratie curve gekregen en hieruit afleiden welke volume op elk punt is toegevoegd welke vorm er het meeste voorkomt en op een bepaald punt de lading van het aminozuur bepalen. Waarom pKa van threonine lager als die van Leucine. (overal structuur van geven)&lt;br /&gt;
#4 verschillende verbindingen gekregen en zeggen welke verbinding het reactiefste is bij een nucleofiele substitutie.&lt;br /&gt;
#Oefening over mechanismes: producten geven, boven pijl aan vullen, reactietype of volledig mechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2018 ===&lt;br /&gt;
#4 stoffen vergelijken waaraan een elektrofiele additie van HBr gebeurd. Het mechanisme voor 1 v/d stoffen uitschrijven. Zeggen welke reactie het snelst gaat verlopen en waarom (eventueel aantonen door uitschrijven grensstructuren). De structuur van de reactieproducten voor de 4 stoffen geven en de IUPAC-naamgeving van twee daarvan. (mondeling)&lt;br /&gt;
#Geef het mechanisme van decarboxylering van beta-ketocarbonzuren en leg uit. Geef een voorbeeld van een analoog mechanisme in de biologie en leg uit. (mondeling)&lt;br /&gt;
#Oefening over ringsluiting van een suiker, aanduiden asymmetrische koolstoffen, D omzetten in L, een epimeer en anomeer geven, R-S configuratie voor 1 C geven, meest stabiele conformatie over as tussen twee C&#039;s weergeven in Newmann. (schriftelijk)&lt;br /&gt;
#Oefening over aminozuren. 3D weergave van S-proline weergeven. Zeggen waarom pKa&#039; van proline hoger ligt dan van valine. Geven onder welke vorm valine voorkomt bij pH 2.2 en waarom. &lt;br /&gt;
#Oefening over reactie H2SO4 onder temperatuurstijging en een alcohol. Hier gaat eliminatie gebeuren. De twee mogelijke reactieproducten worden gegeven en er wordt gezegd welke het meest gaat voorkomen. Vervolgens wordt gevraagd aan welke regel er hier niet wordt voldaan en waarom. (Regel van Zaitsev wordt niet voldaan, de minst gesubstitueerde alkeen gaat gevormd worden, komt door verschillende reactiemechanisme voor eliminatie van alcohol met H2SO4, schrijf hiertoe mechanismen uit dan wordt het duidelijk)&lt;br /&gt;
#oefening over mechanismen (aanvullen, producten geven of volledig mechanisme uitschrijven)&lt;br /&gt;
=== 7 september 2017 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
# 4 stoffen (ketonen) gegeven waarop een nucleofiele additie van methylamine gebeurt. schrijf het mechanisme voor stof A, geef de stoffen in afnemende reactiviteit en de UIPAC naam van alle stoffen met structuur.&lt;br /&gt;
# vergelijk de hydrolyse van carbonzuuresters en fosfaatesters in base en de hydrolyse van fosfaatesters in zuur. vergelijk de hydrolysesnelheid van mono-, di- en trialkylfosfaten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#De pKr van glutaminezuur is groter dan die van asparaginezuur, verklaar. titratie van glutaminezuur met NaOH, bereken de pH als er 250ml base werd toegevoegd. welke vorm van asparaginezuur is meer aanwezig bij pH 2.2.&lt;br /&gt;
#welk product word gevormd bij de reactie van Z-2-penteen met dibroom (S,R).&lt;br /&gt;
#reacties aanvullen, skeletnotatie, reactietype, reactiemechanisme,...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===29 augustus 2017 (namiddag) - Mario Smet===&lt;br /&gt;
Mondeling&lt;br /&gt;
#4 stoffen zijn gegeven: een buteen, een butadieen, een fenyletheen, en een furyletheen. Voer een elektrofiele additie van water uit in zuur milieu: schrijf het reactiemechanisme compleet uit voor stof A + welke stof is het reactiefste leg uit adhv substituenteffecten + geef alle gevormde producten en hun IUPAC namen.&lt;br /&gt;
#Methionine wordt gebruikt bij de methylering in het lichaam maar moet eerst geactiveerd worden. Geef mechanisme van activering, mechanisme van methylering, geef biologisch voorbeeld van methylering + Mosterdgas is sterk alkylerend, waarom? En waarom zijn sterk alkylerende stoffen uiterst toxisch?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk&lt;br /&gt;
#oefeningen op koolhydraten: L-arabinose omvormen naar beta-L-arabinofuranose, hoe noemt deze reactie en welk type reactie is dit?, geef een anomeer van de beta vorm is dit een enantiomeer?, geef een diastereomeer dat geen epimeer is, is deze suiker reducerend?, newman projectie van meest stabiele configuratie bekeken vanaf C2 en C3, geef de absolute configuratie en oxidatietrap van C2 en C4,...)&lt;br /&gt;
#oefening op AZ: arginine, welke vorm heeft dit bij pH12.5 en waarom? Welk stikstofatoom is het meest basisch en waarom? valine, geef S configuratie (beiden dus structuur vanbuiten kennen)&lt;br /&gt;
#methyl-2-methylpropanoaat ondergaat een claisencondensatie in oplossing met methoxide. In tegenstelling tot andere claisencondensaties wordt het reactiemechanisme NIET naar rechts getrokken, waarom?&lt;br /&gt;
#3 verschillende reacties, verschillende zaken aanvullen telkens (mechanisme, welk type reactie, reactieproduct, reagentia,...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2017 (voormiddag) - Mario Smet===&lt;br /&gt;
Mondeling&lt;br /&gt;
#halogeenalkaan ondergaat een E1 + toelichten zaitsev&lt;br /&gt;
#vier moleculen ondergaan een E; welke is het reactiefst? Leg uit mbhv substituenteffecten + resonantievormen tekenen (indien nuttig)&lt;br /&gt;
#Waarom kan op een alcohol NIET goed een Sn uitgevoerd worden? (OH- is niet stabiel)&lt;br /&gt;
#2 voorbeelden geven hoe dat wel kan + werkt dit ook voor fenol? (protoneren of fosfaatgroep toevoegen)&lt;br /&gt;
#Voorbeeld geven van een nucleofiele substitutie van een alcohol in biologische systemen (acetaalvorming v/e reducerende suiker met methanol)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk&lt;br /&gt;
#oefeningen op koolhydraten (R/S; anomeer, epimeer, haworth en newman projecties&lt;br /&gt;
#oefeningen op reactiemechanismen (fiederlkraftsalkylering, nucleofiele acylsubstietutie)&lt;br /&gt;
#oefening op AZ (2 tekenen, titratie-oef, pKa vergelijken)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 Juni 2017 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Elektrofiele additie reactiemechanisme schrijven (regel markovnikov)&lt;br /&gt;
#4 moleculen bepalen welke het snelst aan een Ae doet (grensstructuren, inductieve effecten)&lt;br /&gt;
#naamgeving van enkele producten na de Ae&lt;br /&gt;
#isomerisatie in glycolyse van glucose-6-fosfaat naar fructose-6-fosfaat en uitleggen waarom dit base gekatalyseerd is&lt;br /&gt;
#verband uitleggen met Fehling&#039;s/ Tollen en Barfoed&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#gegeven moleculen Menthol aantal stereochemische oefeningen oplossen (R/S, diasteromeren, enantiomeren, newman...)&lt;br /&gt;
#oefening op AZ op papierelektroforese (waar komt elk AZ bij bepaalde ph)&lt;br /&gt;
#aceton+ methylanime wordt imine bij ph=7 laat zien&lt;br /&gt;
#enkele reactiemechanisme aanvullen of tekenen ( Nitrering, estercondensatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2017 (voormiddag) SINDS 2017 GEGEVEN DOOR MARIO SMET===&lt;br /&gt;
#op 4 structuren Sn1 toepassen en verklaren welke het meest reactief is + resomere vormen geven + naamgeving...&lt;br /&gt;
#retro aldolcondensatie bij glycolyse en zeggen hoe het katalytisch effect tot stand kwam&lt;br /&gt;
#een oefenig op suikers, op aminozuren en 3 reactiemechanismes&lt;br /&gt;
#vertellen hoe een alcohol test werkt met chroomzuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===9 juni 2016===&lt;br /&gt;
#beckman omlegging&lt;br /&gt;
#edman degradatie&lt;br /&gt;
#biosynthese geraniol en limoleen&lt;br /&gt;
#structuren = S.A.M &amp;amp; biotione&lt;br /&gt;
#naamgeving + 2 mechanismes&lt;br /&gt;
#oefening ivm stereochemie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===8 juni 2016===&lt;br /&gt;
#synthese vn peptiden&lt;br /&gt;
#hydrolyse, omestering en reductie van esters&lt;br /&gt;
#cannizaro reactie&lt;br /&gt;
#structuren: -2-isopentenylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#Trans decaline&lt;br /&gt;
#oef over suikers(suiker bepalen, chirale C&#039;s, newman projectie..)&lt;br /&gt;
#reactiemechanismen en naamgeving&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 juni 2016===&lt;br /&gt;
#Aldolcondensatie en waardat deze terugkomt in de glycolyse&lt;br /&gt;
#reactiviteit bij de substitutie reacties van benzeen, tolueen en pyridine vergelijken&lt;br /&gt;
#-verschil tussen reducerende suikers en nietreducerende suikers&lt;br /&gt;
#structuur van acetyl-choline en palitine&lt;br /&gt;
#pH van aminozuren bij een titratie&lt;br /&gt;
#reactimechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# Claisen condensatie + verband met afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van geconcentreerd zwavelzuur met:&lt;br /&gt;
#* Alkeen&lt;br /&gt;
#* Alcohol&lt;br /&gt;
#* Aromaat&lt;br /&gt;
# acetylcholine en fructose 6 fosfaat tekenen, optische zuiverheid uitleggen. &lt;br /&gt;
#Oefeningen over aminozuren (of glutamine en threonine te scheiden waren met elektroforese) fischer, newmann, stereo isomeren erover. &lt;br /&gt;
#En dan twee reacties natuurlijk&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2015 ( namiddag ) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg de reacties met benzeen uit en ook die van purine en fenol.&lt;br /&gt;
# Bespreek de hydrolyse en omestering van vetzuren in zuur en basisch milieu. Leg hierbij ook het broomgetal en verzepingsgetal uit.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Naamgeving ( c-AMP en mannose)&lt;br /&gt;
# Leg uit si en re&lt;br /&gt;
# Een hele lang oefening vergelijkbaar met de oefeningen van de oefenzitting ( verschil tussen D en L, chirale C, reacties, ...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2015 ( voormiddag ) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
mondeling:&lt;br /&gt;
#Aminen en halogeenalkanen &lt;br /&gt;
#Aminen en salpeterigzuur&lt;br /&gt;
#Laboratorium peptidesynthese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
#structuren&lt;br /&gt;
#*Limoneen&lt;br /&gt;
#*Sorbitol&lt;br /&gt;
#stereochemie+ reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#*aldolcondensatie&lt;br /&gt;
#leg uit:&lt;br /&gt;
#*reducerende en niet-reducerende suikers&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2015===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
mondeling:&lt;br /&gt;
#Wat is &#039;&#039;mutarotatie&#039;&#039;? Leg dit uit a.h.v glucose en fructose.&lt;br /&gt;
#Leg uit:&lt;br /&gt;
#* Fisher-verestering&lt;br /&gt;
#* Beckmann-omslag. Je moet ook weten hoe H2O addeert. Hij vraagt hoe je aan een oximen kunt komen. &lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC &lt;br /&gt;
#structuren&lt;br /&gt;
#*citroenzuur&lt;br /&gt;
#*ninhydrine&lt;br /&gt;
#structuur observeren&lt;br /&gt;
#* chirale C-atomen aanduiden&lt;br /&gt;
#* OG van aangeduid atoom geven&lt;br /&gt;
#* vermelden welke N in de molecule het stabielste is.&lt;br /&gt;
#* vermelden hoeveel stereo-isomeren er gevormd kunnen worden.&lt;br /&gt;
#* Ã©Ã©n stereomeer tekenen dat geen enantiomeer is.&lt;br /&gt;
#* oefening op pH-waarden binnen titraties. ( &#039;&#039;deze bij 200 mL als de molecule volledig geprotoneerd is&#039;&#039; )&lt;br /&gt;
#wat is &#039;&#039;fosforyleringspotentiaal&#039;&#039;? Leg uit.&lt;br /&gt;
#2 structuren gegeven. &lt;br /&gt;
#*Van elk de/het reactieproduct(en) geven en hiervan de juiste skeletnotatie. &lt;br /&gt;
#*Geef van Ã©Ã©n van de 2 tructuren het reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 juni 2014===&lt;br /&gt;
#Bespreek de reacties met alkenen (waterstof halogenen en perzuren)&lt;br /&gt;
#Iupac&lt;br /&gt;
#Bespreek reducerende suikers&lt;br /&gt;
#Peridoxalfosfaat en acetylcholine&lt;br /&gt;
#Stereochemie&lt;br /&gt;
#Reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 augustus 2013===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reactie kan D-mannose in een basisch milieu ondergaan?&lt;br /&gt;
# Leg de biosynthese van vetzuren uit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC&lt;br /&gt;
# Structuren: tBOC en ninhydrine&lt;br /&gt;
# Fosforylerings-potentiaal&lt;br /&gt;
# Random oefening&lt;br /&gt;
# Reacties: Ester+Amide en Alcohol+Zuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2013 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de elektrofiele en nucleofiele substitutie bij benzeen en pyridine.&lt;br /&gt;
# Bespreek eliminatiereacties bij halogeenalkanen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC.&lt;br /&gt;
# Structuur van glucaarzuur en tosylchloride.&lt;br /&gt;
# Leg optische zuiverheid uit.&lt;br /&gt;
# Tryptofaan: chirale koolstoffen, alle stereo-isomeren tekenen in Fischer en Newman, R/S bepalen.&lt;br /&gt;
# Reacties: Nucleofiele substitutie halogeenalkaan en Fischer estersynthese.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
#decarboxylatie alpha-aminozuur en decarboxylatie alpha-ketocarbonzuur&lt;br /&gt;
# amine + halogeenalkaan/salpeterigzuur&lt;br /&gt;
# iupac&lt;br /&gt;
# structuur beta-maltose en geranylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
# dean-stark&lt;br /&gt;
# molecule: chirale centra, R/S, enantiomere/diastereomere/epimeren/anomeren, oxidatie, welke OH zuurste?&lt;br /&gt;
# reactie aldehyd + OH/H2o, tetrahydropyraan met HI&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2013 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg de methoden uit om de volgorde van aminozuren in een peptide te achterhalen&lt;br /&gt;
# Leg uit: Halfacetaal- en acetaalvorming en pas toe op de vorming van beta-D-glucopyranose en methyl-beta-D-glucopyranoside&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Leg biodiesel uit&lt;br /&gt;
# Geef de structuur van limoneen en citroenzuur&lt;br /&gt;
# IUPAC-naamgeving&lt;br /&gt;
# Molecule gegeven: &lt;br /&gt;
#* Geef alle chirale C-atomen + R/S nomenclatuur&lt;br /&gt;
#* Newman projectie geven van bepaalde as&lt;br /&gt;
#* Is de stikstof erin basisch (verklaar met substituenteffecten)&lt;br /&gt;
#* Teken een stereomeer die geen epimeer is&lt;br /&gt;
# Reacties waarvan 1 uitwerken:&lt;br /&gt;
#* Sn1 van een alkaan met een broom erin&lt;br /&gt;
#* Claisen condensatie van een ester&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#bespreek reactie alkenen met perzuren, halogenen en H2.&lt;br /&gt;
#bespreek decarboxylatie van carbonzuren, pas toe op vb uit citroenzuurcyclus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#bespreek: reducerend/niet reducerend suiker&lt;br /&gt;
#molecules tekenen: biotine en SAM&lt;br /&gt;
#iupac naam&lt;br /&gt;
#chirale C: OT, R of S aangeven, diasteromeren van een AZ en fisher+newman&lt;br /&gt;
#oefening met ph berekening met titratie&lt;br /&gt;
#uitleggen waarom pka van 1 lager is dan een ander AZ&lt;br /&gt;
#2 ractiemechanismen geven, Ã©Ã©n ervan uitschrijven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# mutarotatie volledig uitleggen en illustreren voor D-fructose en D-glucose&lt;br /&gt;
# Joodgetal, verzepingsgetal, Hydrolyse en omestering (zuur en basisch) voor olie en vetten. (met TEKENINGEN van ELK mechanisme)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# fosforyleringspotentaal&lt;br /&gt;
# 2 mechanismes waarvan ge het mechanisme en het eindproduct moet geven en eentje moet ge tekenen (naar keuze).&lt;br /&gt;
# structuur gegeven: &lt;br /&gt;
#* geef alle chirale C-atomen &lt;br /&gt;
#* Stereo isomeren &lt;br /&gt;
#* R en S geven van de chirale C-atomen in de stereo isomeren &lt;br /&gt;
#* Zeggen of de dubbele bindingen E of Z zijn &lt;br /&gt;
#* bepaal oxidatiegetal van het aangeduide punt &lt;br /&gt;
#* verklaar waarom een stof hogere pka heeft als die gegeven is&lt;br /&gt;
# er is nog eentje maar die weet ik niet meer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling: &lt;br /&gt;
#synthese van peptiden in het labo&lt;br /&gt;
#de hydrolysereactie van esters en fosfaatesters&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk: &lt;br /&gt;
#iupac naam&lt;br /&gt;
#structuur van : cAMP en alpha keto glutaarzuur&lt;br /&gt;
#leg de Beckman omlegging uit&lt;br /&gt;
#suikers (ge krijgt een blad me alle suikers op) wij hadden xylulose&lt;br /&gt;
#* bepaal de absolute configuratie van alle chirale C-atomen&lt;br /&gt;
#*teken de meest stabiele open ketenvorm in een speciale projectie, kweet nimeer welke, volgens de C3-C4 as&lt;br /&gt;
#*bepaal het oxidatiegetal van C2&lt;br /&gt;
#*teken de overgang van L - xylulose naar L alpha xylulopentose&lt;br /&gt;
#*teken het anomeer van L alpha xylulopentose&lt;br /&gt;
#*welke soort reactie treed op bij een ringsluiting en welk soort katalysator bevordert dit proces&lt;br /&gt;
#dan nog twee reacties, waarvan ge een volledig moet uitwerken en van beide reacties moet ge het reactietype geven en reactieproduct(en)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2013 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#bespreek de claisencondensatie en bespreek het verband met de afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
#beschrijf de biosynthese van geraniol en limoneen(monoterpenen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#Bespreek de regel van Huckel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2012 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling: &lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van monoterpenen: geraniol (molecule krijg je) en limoneen (structuur wel kennen)&lt;br /&gt;
# Bespreek de aldolcondensatie en geef het verband met de glycolyse&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk: &lt;br /&gt;
# IUPAC naam geven&lt;br /&gt;
# structuren van acetylcholine en citroenzuur&lt;br /&gt;
# uitleggen wat reducerende en niet reducerende suikers zijn&lt;br /&gt;
# oefening met molecule met fenolen enz aan: fisherprojecties geven van de isomeren en ook de R/S en newmanprojecties van de stabielste moleculen.&lt;br /&gt;
# reactiemechanismes aanvullen: nucleofiele additie van H2SO4 aan alkeen en zuurgekatalyseerde claisencondensatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2012 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# bespreek de nucleofiele reacties van carbonylgroep en additie met H20 en alcohol&lt;br /&gt;
# Bespreek ninhydrine reactie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# ne iupac&lt;br /&gt;
# Limoneen en fosfoënolpyruvaat tekenen&lt;br /&gt;
# Bespreek optische zuiverheid&lt;br /&gt;
# oefening met suiker ( bij ons was die suiker L-tagatose dachtek) ma ge krijgt een blad om hem te herkennen (naam geven, fisher tekenen, R/S, een diastereomeer geven dat geen epimeer en geen anomeer is, + waarom suikercyclisatie zuur gekatalyseerd, en dan nog iets ma da wetek ni meer)&lt;br /&gt;
# 2 structuren ( 1 was zo cyclisch ether da met HI reageert )&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 juni 2011===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Labosynthese van peptiden&lt;br /&gt;
#Eliminatiereacties bij halogeenalkanen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPD-naam&lt;br /&gt;
#structuren:&lt;br /&gt;
#*Nylon-66&lt;br /&gt;
#*Palmitinezuur&lt;br /&gt;
#Leg uit: Dean Stark opstelling&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===24 Juni 2011 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Ninhydrinereactie&lt;br /&gt;
#bespreek reacties van amiden met halogeenalkanen en salpeterigzuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC-naam&lt;br /&gt;
#Structuren:&lt;br /&gt;
#*c-AMP&lt;br /&gt;
#*Sorbitol&lt;br /&gt;
#Leg uit: Cannizzaro-reactie&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#2 reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===24 Juni 2011 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Bio-synthese van vetzuren en het verband met de Claisencondensatie&lt;br /&gt;
#reacties van alkenen met waterstof, halogenen en perzuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC-naam&lt;br /&gt;
#structuren:&lt;br /&gt;
#*ATP&lt;br /&gt;
#*citroenzuur&lt;br /&gt;
#Leg uit: Diazokoppelingsreactie&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#2 reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===16 Juni 2011===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Leg uit: acetaal- en halfacetaalvorming.&lt;br /&gt;
#Reacties van anorganische zuren met alkenen en alkynen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC-naam&lt;br /&gt;
#structuren:&lt;br /&gt;
#*limoneen&lt;br /&gt;
#*D-mannose&lt;br /&gt;
#leg uit: Kolbe-Schmitt reactie&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#2 reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===23 augustus 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Ninhydrinereactie&lt;br /&gt;
# Welke reacties kan D-fructose in base ondergaan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren:&lt;br /&gt;
#* Pyridoxalfosfaat&lt;br /&gt;
#* SAM&lt;br /&gt;
# leg uit: Biodiesel&lt;br /&gt;
# stereochemie&lt;br /&gt;
# twee reactiemechanismen:&lt;br /&gt;
#* keton met alcohol&lt;br /&gt;
#* amide in water (zuurgekatalyseerd)&lt;br /&gt;
===18 juni 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Reactie van anorganische zuren met alkenen en alkynen.&lt;br /&gt;
# Alkylering, sulfonering en acylering van aromaten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren&lt;br /&gt;
#* (delta2)isopentenylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#* cellobiose&lt;br /&gt;
# leg uit: epoxyharsen en -lijmen&lt;br /&gt;
# stereochemie aminozuur met R = -CHOH-CH3&lt;br /&gt;
#* duid chirale koolstoffen aan&lt;br /&gt;
#* hoeveel conformaties zijn er? en teken deze&lt;br /&gt;
#* benoem (R,S)&lt;br /&gt;
#* welke zijn enantiomeren? diastereomeren?&lt;br /&gt;
#* bepaal het oxidatiegetal van de C-atomen&lt;br /&gt;
#* welk is het meest basisch en zeg waarom...&lt;br /&gt;
# twee reactiemechanismen waarvan 1 helemaal uitschrijven&lt;br /&gt;
===14 juni 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reacties gebeuren er met suikers in basisch milieu? (en dan bedoelt hij specifiek in basisch milieu)&lt;br /&gt;
# Bespreek de oxidatie van alcoholen in het labo met K2Cr2O7 en in de natuur met NAD+ en illustreer met een voorbeeld in de citroenzuurcyclus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
#* Biotine&lt;br /&gt;
# leg uit: reactie van Chichibabin&lt;br /&gt;
# stereochemie&lt;br /&gt;
#* duid chirale koolstoffen aan&lt;br /&gt;
#* hoeveel conformaties zijn er? en teken deze&lt;br /&gt;
#* benoem (R,S)&lt;br /&gt;
#* welke zijn enantiomeren? diastereomeren?&lt;br /&gt;
#* is er een mesovorm?&lt;br /&gt;
#* welk is het meest basisch: CH3CH2COO- of CH3CH2C=-C- (driedubbele binding) en zeg waarom&lt;br /&gt;
# twee reactiemechanismen waarvan 1 helemaal uitschrijven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Wat geven alkenen met &lt;br /&gt;
#* Anorganische zuren; &lt;br /&gt;
#* Perzuren (ook energieschema&#039;s kennen, effecten van concentraties enzo)&lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van vetzuren (Claisen-condensatiestap belangrijkst)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren&lt;br /&gt;
#*SAM (S-adenosylmethionine)&lt;br /&gt;
#*PET&lt;br /&gt;
# Leg uit: Kolbe-Schmidt-reactie (aspirine dus)&lt;br /&gt;
# Stereo-chemie:&lt;br /&gt;
#* teken (beta)-L-gulopyranose (lineaire vorm gegeven)&lt;br /&gt;
#* teken gunstigste Newman-projectie volgens C2-C3-as&lt;br /&gt;
#* wat is de oxidatietrap van C6?&lt;br /&gt;
#* geef de anomeer en een epimeer van L-gulose&lt;br /&gt;
# 2 reactiemechanismen (1 uitschrijven)&lt;br /&gt;
#* oxidatie van een alcohol en aldehyde met K2Cr2O7, H2SO4, koud&lt;br /&gt;
#* Friedel-Crafts-acylering&lt;br /&gt;
-&lt;br /&gt;
===22 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de aldolcondensatie. Bespreek ook de stap van de glycolyse die verband houdt met de aldolcondensatie.&lt;br /&gt;
# Bespreek de hydrolyse en omestering van vetten. Leg ook uit wat het verzepingsgetal en het joodgetal is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* dansylchloride&lt;br /&gt;
#* cellobiose&lt;br /&gt;
# Leg uit: De Beckmann-omlegging&lt;br /&gt;
# Je krijgt een molecule gegeven &lt;br /&gt;
#* Duid alle assymetrische koolstofatomen aan met een &amp;amp;quot;*&amp;amp;quot; en zeg of ze een R of S-configuratie hebben&lt;br /&gt;
#* Teken het enantiomeer en 2 epimeren&lt;br /&gt;
#* Van een N-atoom zeggen dat het basischer of zuurder is in vergelijking met ammoniak&lt;br /&gt;
#* 2 mesomeren vormen geven (buiten die van benzeenring)&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen (producten + soort reactie geven + Ã©Ã©n mechanisme helemaal uitschrijven)&lt;br /&gt;
#* tertair alcohol + zuurchloride&lt;br /&gt;
#* alkeen + zuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# bespreek de nucleofiele additie aan de carbonylgroep. Bespreek de factoren die de reactiviteit van aldehyden en ketonen beinvloed. geef de reactie met water en alcoholen&lt;br /&gt;
# bespreek de reactie van alkenen met waterstof, halogenen en perzuren&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* maltose&lt;br /&gt;
#* fosfoënolpyruvaat&lt;br /&gt;
# Leg uit: epoxyharsen en -lijmen&lt;br /&gt;
# gegeven: aminozuur met zijgroep: R=CH2-SH&lt;br /&gt;
#* Hoeveel stereoisomeren bestaan er van dit molecule+ welk aminozuur is dit&lt;br /&gt;
#* geef de fischerprojectie en de Newmanprojectie( volgens C2-C3 as) van stabielste conformatie van elk stereoisomeer.Geef van elke chirale C of het R of S is.&lt;br /&gt;
#* titratie: je begint met 100ml van O,2M oplossing van aminozuur(volledig geprotoneerd) en je titreert met 0,2M NaOH.(Pk1=1,9 Pk2=10,7 Pkr=8,4&lt;br /&gt;
#*# bereken PH als je 150ml NaOH toegevoegd hebt&lt;br /&gt;
#*# Bereken PH als je 300ml NaOH toegevoegd hebt&lt;br /&gt;
#*# wat is(zijn) de voornaamste vorm(en) van het aminozuur bij PH=8,4&lt;br /&gt;
# reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg de decarboxylering van carbonzuren uit en pas toe in een stap uit de citroenzuurcyclus&lt;br /&gt;
# Welke technieken ken je voor het bepalen van de aminozuurvolgorde in een peptideketen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Biotine&lt;br /&gt;
#* (delta)Â³ - isopentenylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
# Leg uit: de reactie van chichibabin&lt;br /&gt;
# Cyclische L-suiker gegeven:&lt;br /&gt;
#* Geef de naam en de lineaire structuur. (lijst met ongekende suikers gegeven)&lt;br /&gt;
#* Bepaal van CÂ² of het R of S - configuratie heeft&lt;br /&gt;
#* Duidt niet-chirale C-atomen in lineaire en cyclische structuur aan&lt;br /&gt;
#* Hoeveel 1,3-diaxiale interacties zijn er?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 8 juni 2008===&lt;br /&gt;
# Leg uit: de reactie van een zuur met een alkeen/alkyn.&lt;br /&gt;
# Leg uit: de Claisen-condensatie en breng dit in verband met de biosynthese van lipiden/vetten.&lt;br /&gt;
# Teken de structuur van S-adenosyl-methionine en van sacharose.&lt;br /&gt;
# Leg uit: optische zuiverheid.&lt;br /&gt;
# Oefeningen:&lt;br /&gt;
#* Stereochemie, invloed van substituenten op de zuurtegraad etc. &lt;br /&gt;
#* Reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 aug 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Geef de biosynthese van monoterpenen voor de vorming van geraniol en limoneen.&lt;br /&gt;
# Bespreek sulfonering, alkylering en acylering aan aromaten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* cyclisch AMP&lt;br /&gt;
#* Glucaarzuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de hydrolyse, omestering, aminolyse en reductie van esters.&lt;br /&gt;
# Welke methoden ken je om de volgorde van aminozuren in peptiden te bepalen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Moleculen:&lt;br /&gt;
#* Nerylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#* Cellobiose&lt;br /&gt;
# Wat zijn epoxylijmen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Licht toe wat acetalen en hemiacetalen zijn en pas dit toe op de vorming van beta-D-glucopyranose uit D-glucose en de vorming van methyl-beta-D-glucopyranoside.&lt;br /&gt;
# Bespreek de labosynthese van peptiden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Trans-decaline&lt;br /&gt;
#* Histamine&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek reactie alkenen met H2, halogenen en perzuren.&lt;br /&gt;
# Bespreek zure en base hydrolyse en omestering van vetten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* ADP&lt;br /&gt;
#* Maltose&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de eleminatiereacties bij halogeenalkanen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de testreactie van ninhydrine.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Geef de IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Teken de volgende structuren:&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
#* Thymidine&lt;br /&gt;
# Bespreek nylon 66.&lt;br /&gt;
# Cyclisch suiker: &lt;br /&gt;
#* Geef de naam.&lt;br /&gt;
#* Welk is het zuurste proton ?&lt;br /&gt;
#* Geef de configuratie (R/S).&lt;br /&gt;
#* Fisher&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de niet chirale C&#039;s ?&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de additie van zuren op alkenen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van vetzuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Geef de structuur van:&lt;br /&gt;
#* Geranylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#* Ninhydrine&lt;br /&gt;
# Bespreek de Beckmann omlegging.&lt;br /&gt;
# Aspartaam gegeven:&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de verschillende stereoisomeren ?&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de chirale koolstofatomen en duid aan of R/S zijn.&lt;br /&gt;
#* Schrijf de fisherprojectie van L-fenylalanine.&lt;br /&gt;
#* Vraag over elektroforese: aantonen waar fenylalanine en asparaginezuur zich bevinden.&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactiemechanisme bij ketonen en aldehyden en vermeld hierbij de factoren die deze reacties beinvloeden. Geef een voorbeeld van additie van alcohol en additie van water.  &lt;br /&gt;
# Bespreek de isomerisatie van D-glucose oiv van een base en geef een vb in de glycolyse cyclus.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Pyridoxalfosfaat&lt;br /&gt;
#* Tosylchloride&lt;br /&gt;
# Leg uit wat een kroonether is.&lt;br /&gt;
# Structuur asparagine gegeven:&lt;br /&gt;
#* Teken alle stereoisomeren (fisher en newman).&lt;br /&gt;
#* R/S configuratie&lt;br /&gt;
#* Waarom heeft de amine-groep in de structuur geen basische eigenschappen ?&lt;br /&gt;
#* Bereken het eerste equivalentiepunt en leg je methode uit.&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Nucleofiele additie aan de carbonylgroep bespreken/factoren reactiviteit/aantonen met additie van water en alcohol.&lt;br /&gt;
# Manieren om de AZ volgorde te bepalen uitleggen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC naam&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Pyridoxalfosfaat&lt;br /&gt;
#* Tosylchloride&lt;br /&gt;
# Leg Nylon 66 uit.&lt;br /&gt;
# Structuur Cysteïne gegeven:&lt;br /&gt;
#* Fisher&lt;br /&gt;
#* Newman&lt;br /&gt;
#* R-S&lt;br /&gt;
#* Enantiomeren...&lt;br /&gt;
#* Welk molecule &lt;br /&gt;
#* Welke vorm komt in de natuur het meeste voor ?&lt;br /&gt;
#* Welke is de mesovorm?&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Aminolyse/omestering/hydrolyse esters.&lt;br /&gt;
# Leg de decarboxylatie van carbonzuren uit en breng deze in verband met de Krebscyclus.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Regel van Zaitsev kort bespreken.&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* Biotine&lt;br /&gt;
#* Cellobiose&lt;br /&gt;
# Suikers: &lt;br /&gt;
#* Open-ketenstructuur&lt;br /&gt;
#* R en S&lt;br /&gt;
#* Chirale atomen.&lt;br /&gt;
#* 1,3-diaxiale interactie&lt;br /&gt;
# Reacties: &lt;br /&gt;
#* Alkeen + HCl =&amp;amp;gt; ... &lt;br /&gt;
#* Oxidatie van een alcohol.&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# De additie van zuren aan alkenen.&lt;br /&gt;
# Mutarotatie uitleggen en illustreren met glucose.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* Acetylcholine &lt;br /&gt;
#* cAMP&lt;br /&gt;
# Omega-3 en omega-6 vetzuren uitleggen.&lt;br /&gt;
# Een bepaald aminozuur:&lt;br /&gt;
#* Fisher&lt;br /&gt;
#* Newman&lt;br /&gt;
#* pH-berekeningen&lt;br /&gt;
# Reacties: Reactieproducten en soort reactie geven en uitwerken voor een van de twee.&lt;br /&gt;
#* Carbonylgroep met H2 en Pt&lt;br /&gt;
#* 2 ketonen met OH-&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Eliminatiereacties uitleggen.&lt;br /&gt;
# Beta-oxidatie + claisencondensatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam (carbonzuurgroep keton, 2 dubbele binden, methyl, en alkynbinding)&lt;br /&gt;
# Een suiker omzetten naar een ringstructuur, epimeren aanduiden op bijhorende tabel.&lt;br /&gt;
# Biodiesel uitleggen&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
#* Thymidine structuur geven&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de aldolcondensatie van aldehyden en ketonen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van waterstof/halogenen/perzuren aan alkenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren&lt;br /&gt;
#* Oliezuur&lt;br /&gt;
#* Adrenaline&lt;br /&gt;
# Leg kort uit: kroonethers.&lt;br /&gt;
# R-groep van lysine gegeven:&lt;br /&gt;
#* Stereoisomeren, R/S, L aanduiden.&lt;br /&gt;
#* Newman/fischer projecties.&lt;br /&gt;
#* Naam van het aminozuur.&lt;br /&gt;
#* Voorkomen bij pH 10 (welke vorm: geprotoneerd of niet?)&lt;br /&gt;
# Twee reacties: (je moet maar van 1 het hele mechanisme geven, ander gewoon zeggen welk type reactie en eindproduct)&lt;br /&gt;
#* Een keton reageert met HNO3 en H2SO4.&lt;br /&gt;
#* Reactie van tertiar alcohol met zuurchloride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 aug 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek peptidesynthese in het labo en vergelijk met die ter hoogte van de ribosomen.&lt;br /&gt;
# Bespreek additie van zuren aan alkenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuurformule van adrenaline en gluconzuur.&lt;br /&gt;
# Bespreek optische zuiverheid.&lt;br /&gt;
# Gegeven: structuurformule threonine.&lt;br /&gt;
#* Aantal stereo-isomeren&lt;br /&gt;
#* De chirale C-en&lt;br /&gt;
#* Fisher- en newman-projectie van elk.&lt;br /&gt;
#* Duidt R/S aan.&lt;br /&gt;
#* Naam van aminozuur.&lt;br /&gt;
#* Bij pH = 7: naar welke pool migreert dit AZ (pk1 en pk2 gegeven) ?&lt;br /&gt;
# Beschrijven van reactie: 2 esters (dezelfde) boven de pijl (H3O+ en OC3H7), boven de 2e pijl (H3O+ en NaBH4).&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
=== 26 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Hemiacetaal en acetaal, pas toe op de vorming van beta-D-glucopyranosyl uit D glucose en de vorming van methyl - beta - D - glucopyranoside.&lt;br /&gt;
# Oxidatie, hydrolyse ( in zuur en in basisch milieu) en omestering van olie en vet.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Cystine en adipinezuur structuur geven.&lt;br /&gt;
# Regel van Zaitsev uitleggen en illustreren met een voorbeeld.&lt;br /&gt;
# Oefening met stereo-isomeren, Fischer, Newman en R en S configuratie.&lt;br /&gt;
# Furan + HNO3 + H2SO4 reactie geven.&lt;br /&gt;
#* Stoffen geven die ge aan furan moet toevoegen om een ethylgroep op positie 2 (alfa) te induceren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de laboratoriumsynthese van peptideverbindingen en vergelijk met de manier waarop aminzuren binden met ribosomen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van alkenen met waterstof, halogenen en perzuren. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuurformule van oliezuur en adrenaline.&lt;br /&gt;
# Bespreek cannizaro reacties.&lt;br /&gt;
# Structuurformule van een suiker:&lt;br /&gt;
#* Geef de fisherprojectie van de ringstructuur.&lt;br /&gt;
#* R-S van de C2 bepalen&lt;br /&gt;
#* Leidt de naam af.&lt;br /&gt;
#* Geef het aantal chirale C&#039;s in de haworth aan.&lt;br /&gt;
# Reactiemechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de isomerisatie van D-glucose onder invloed van base en breng in verband met een stap uit de glycolyse (alleen deze stap opschrijven).&lt;br /&gt;
# Bespreek de afbraak van vetzuren en breng in verband met de Claisencondensatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Thymidine&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
# Verklaar kort het begrip &amp;amp;quot;optische zuiverheid&amp;amp;quot;.&lt;br /&gt;
# Een hepteen is gegeven:&lt;br /&gt;
#* Geef de verschillende stereovormen in Fisherprojectie.&lt;br /&gt;
#* Geef de Newman-projectie van het meest stabiele conformeer.&lt;br /&gt;
#* Noteer ook R- en S-conformatie.&lt;br /&gt;
# Reactie waarbij de producten, tussenstappen en mechanismen moeten worden aangevuld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de elektrofiele aromatische substitutie met als voorbeeld nitreerzuur, benzeen en gesubstitueerde benzeenderivaten.&lt;br /&gt;
# Bespreek hydrolyse, reductie, omestering en aminolyse van esters.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Sacharose &lt;br /&gt;
#* SAM&lt;br /&gt;
# Bespreek omega-3-vetzuren en omega-6-vetzuren.&lt;br /&gt;
# Gegeven: structuurformule arginine &lt;br /&gt;
#* Geef het aantal stereo-isomeren.&lt;br /&gt;
#* Duidt de cirale C&#039;s aan.&lt;br /&gt;
#* Fisher- en Newman-projectie van elk.&lt;br /&gt;
#* Duid R/S aan.&lt;br /&gt;
#* Geef de naam van het aminozuur.&lt;br /&gt;
#* Duid aan welke N het meest basisch is.&lt;br /&gt;
#* Welk stereo-isomeer is het L-aminozuur ?&lt;br /&gt;
# Beschrijven van reactie: 2 keer cyclopenteen met daaraan 2-hexanol (of pentanol ben het vergeten) keten op de pijl staat K2Cr2O7, H+ en koud, boven tweede pijl staat 1 OH- &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de additie van zuren aan alkenen (geen carbonzuren bedoeld).&lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van vetzuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* Kaneelzuur&lt;br /&gt;
#* Cellobiose&lt;br /&gt;
# 3-broom-4-cloorhexaan:&lt;br /&gt;
#* Stereo-isomeren: Fisher- en Newman-projectie.&lt;br /&gt;
#* R,S-configuratie&lt;br /&gt;
#* Diastereomeren/enantiomeren?&lt;br /&gt;
# Het reactietype en naam en mechanisme van benzeenring met OH aan, bij de pijl staan dibroom en ijzertribroom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Aldolcondensatie + glycolyse stap die met aldolcondensatie te maken heeft. &lt;br /&gt;
# Geef de verschillende methoden om de volgorde van AZ in peptide te vinden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren&lt;br /&gt;
#* Stearinezuur&lt;br /&gt;
#* Pyridine&lt;br /&gt;
# Leg uit: gauche en anti (bij alkanen).&lt;br /&gt;
# 2,3,4-hydroxybutanal:&lt;br /&gt;
#* Hoeveel stereoisomeren ?&lt;br /&gt;
#* Geef Fisher projectie en de Newmann projectie van de meest stabiele conformatie.&lt;br /&gt;
#* Geef R,S conformatie. &lt;br /&gt;
#* En zeg welke enantiomeren zijn, welke  diastereoisomeren zijn, mesovormen.&lt;br /&gt;
# Geef reactiemechanisme, reactieproduct (ook in skeletnotatie--&amp;amp;gt; reactieproduct) van:&lt;br /&gt;
#* Trans-1-fenyl-1-buteen met verdund zwavelzuur.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R1102587</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Bio-Organische_Chemie&amp;diff=5092</id>
		<title>Bio-Organische Chemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Bio-Organische_Chemie&amp;diff=5092"/>
		<updated>2026-06-12T18:00:33Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R1102587: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Basisvak organische chemie voor eerstejaars chemie, biochemie en biologie.&lt;br /&gt;
Gedoceerd door Professor Luc van Meervelt.&lt;br /&gt;
Het examen volgt al jaren dezelfde structuur.&lt;br /&gt;
Sinds 2017 wordt dit vak gegeven door professor Mario Smet.&lt;br /&gt;
Het examen duurt 3 uur.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;2022-2023&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*aanpak vak&lt;br /&gt;
**Prof Mario Smet&lt;br /&gt;
**Voor het examen minstens 3.2/8 voor zowel het deel van theorie als oefeningen, anders maximaal een 9 (helaas durft hij ook een 3.1 te geven)&lt;br /&gt;
**Er zijn ingesproken ppt&#039;s die zeker een aanrader zijn om te bekijken, belangrijkste zaken worden duidelijk uitgelegd&lt;br /&gt;
*Kwaliteit cursus&lt;br /&gt;
**Slides zijn duidelijk en bevatten zeker de belangrijkste informatie&lt;br /&gt;
**Handboek kan handig zijn voor extra informatie of verduidelijking van bepaalde delen, maar ik heb dit zelf amper opengedaan dus zeker niet noodzakelijk om te kopen&lt;br /&gt;
*Examenvragen&lt;br /&gt;
**Telkens één theorievraag over een reactiemechanisme (regel van Zaitsev en Markovnikov belangrijk) met ordenen op basis van reactiviteit en naamgeving van producten!!&lt;br /&gt;
**Eén theorievraag over een voorbeeld (komen steeds terug, zijn er in totaal een stuk of 14 (document met deze vragen voor 2024-2025: https://docs.google.com/document/d/e/2PACX-1vRY7b09HsmvVWGNBrcGEXsHcZEtJk-kMeF07rW-tDXwXgheNmEfFHfIp7nmVvFat1X-NtERZpXgm6VM/pub)) belangrijk om hierbij te weten waarom bepaalde zaken zo zijn.&lt;br /&gt;
**Bij de oefeningen vraagt hij naar mijn gevoel van alles iets, dus aminozuren zeker uit het hoofd leren en al de reactiemechanismes begrijpen.&lt;br /&gt;
*Labo&#039;s&lt;br /&gt;
**Zijn niet al te moeilijk&lt;br /&gt;
**Zie dat je op tijd bent voor de prelabtest, ze hebben geen medelijden met u, zelfs als je er niks aan kon doen :(&lt;br /&gt;
**Als er ergens iets van berekeningen in het labo voorkomen, worden deze vaak op de prelabtest gevraagd&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===12 juni 2026===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# 4 alcoholen gegeven: 2,2-dimethylbutan-3-ol, 2,3-dimethylbutan-3-ol, 2,3-dimethylbut-1-en-3-ol, 2,4,6-trimethylhept-1,3-en-6-ol&lt;br /&gt;
## Teken het volledig reactiemechanisme van molecule A voor en eliminatie bij verhoogde temperatuur en in een milieu met zwavelzuur&lt;br /&gt;
## Rangschik bovenstaande moleculen op reactiviteit in deze reactie&lt;br /&gt;
## Teken het reactieproduct van alle bovenstaande molecule en geef de IUPAC naam van A en C&lt;br /&gt;
# Iets met de afbraak van vetzuren. In dit geval stearinezuur.&lt;br /&gt;
## Teken het reactieproduct na stap a, b en c.&lt;br /&gt;
## Hoe vaak moet deze cyclys doorlopen worden zodat dit vertuur volledig is afgebroken zodat het gebruikt kan worden in de Krebscyclus.&lt;br /&gt;
## Geef het volledige reactiemechanisme van stap e &lt;br /&gt;
## Geef 2 verschillen tussen de afbraak en biosynthese van vetzuren&lt;br /&gt;
Bundel B: &lt;br /&gt;
# Er is de ringstructuur van een suiker gegeven&lt;br /&gt;
## Geef de configuratie van C2 en C5&lt;br /&gt;
## Geef de oxidatietrap van C2&lt;br /&gt;
## Zet dit suiker om naar de openketen vorm en teken de stabielste Newman projectie op de C3-C4 as&lt;br /&gt;
## Benoem het volledig bovenstaande suiker &lt;br /&gt;
## Geef een anomeer van dit molecule. Is dit ook een epimeer? Wat is de betekenis van beide termen.&lt;br /&gt;
# Vul drie reacties aan, geef het reactietype bij B en C en het volledige mechanisme bij C: (Geef alle mogelijke producten als er meerdere zijn)&lt;br /&gt;
## Propan-2-ol + ? --&amp;gt; propan-2-on + (ben ik vergeten) --&amp;gt; ?&lt;br /&gt;
## methylchloridecyclohexaan + ethanol -&amp;gt;&lt;br /&gt;
## Chloorbenzeen + H2SO4 + HNO3 -&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bundel C:&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
##Je hebt het aminozuur leucine en threonine. Waarom is de pKa waarde van threonine hoger dan die van leucine&lt;br /&gt;
## Leucine wordt op gelelektroferese gedaan bij pH 9,9 waar komt deze uit&lt;br /&gt;
# Het molecule Z-2,3-dimethylbut-2-een is in een reactie met HCl&lt;br /&gt;
## Hoeveel stereoisomeren zijn er 1,2,3 of 4&lt;br /&gt;
## Teken al deze stereoisomeren en benoem de configuratie van de chirale C-atomen.&lt;br /&gt;
===4 juni 2026===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# 4 carbonzuurderivaten gegeven: butanoylbromide, 2-oxobutanoylbromide, ethylbutanoaat, S-ethylbutanoaat&lt;br /&gt;
## Deze kunnen reageren via een nucleofiele substitutie met methanol, Geef voor de eerste structuur het volledige reactiemechanisme hiervan&lt;br /&gt;
## Geef de producten van deze reactie voor elke structuur en geef de IUPAC naam van de eerste twee&lt;br /&gt;
## Rankschik de vier structuren op basis van reactiviteit in deze reactie&lt;br /&gt;
# Cis-retinal kan omgezet worden naar trans-retinal door te binden aan een eiwit (opsine of zo)&lt;br /&gt;
## Hierbij bindt cis-retinal aan het aminozuur lysine, ter vorming van een Schiff-base. Geef het volledige reactiemechanisme van deze omzetting en geef alle elektronenverplaatsingen weer&lt;br /&gt;
## Leg uit waarom er zo veel gebruik wordt gemaakt van Schiff-basen in de natuur&lt;br /&gt;
# Retinal kan ook omgezet worden naar retinol door een oxidatie/reductie (omcirkel de juiste) met NAD+&lt;br /&gt;
## Geef bij alle moleculen die bij deze oxidatie/reductie de atomen die van oxidatiegetal veranderen, en geef bij elk atoom het oxidatiegetal bij zowel de reagentia als producten&lt;br /&gt;
## Waarom is NAD+ een excellente hydride-acceptor? Geef twee redenen en leg uit&lt;br /&gt;
Oefeningen &lt;br /&gt;
Bundel B:&lt;br /&gt;
#Gegeven het molecule menthol&lt;br /&gt;
## Teken dit molecule in de stabielste configuratie&lt;br /&gt;
## Zijn er 1,3-diaxiale interacties aanwezig in deze stabielste configuratie? Zo ja, geef aan op jouw tekening&lt;br /&gt;
## Geef de R- of S- configuratie van alle chirale atomen in het molecule, met aanduiding van prioriteiten (Maakt niet uit welke versie want normale menthol = stabielste configuratie)&lt;br /&gt;
## Hoeveel stereo-isomeren heeft menthol?&lt;br /&gt;
## Teken een diastereomeer van menthol dat geen epimeer is. Leg hierbij de termen diastereomeer en epimeer uit&lt;br /&gt;
## Vier verschillende Newman-projecties gegeven van menthol, duidt aan welke overeenkomt met de gegeven structuur&lt;br /&gt;
# Een peptide-binding wordt gehydrolyseerd.&lt;br /&gt;
## Hierbij is (duidt aan):&lt;br /&gt;
### De reactie aflopend in basisch milieu, maar niet in zuur&lt;br /&gt;
### De reactie aflopend in zuur milieu, maar niet in basisch&lt;br /&gt;
### De reactie aflopend in zuur en basisch milieu&lt;br /&gt;
### Het maakt niet uit welk milieu, de reactie is niet aflopend&lt;br /&gt;
## Leg je antwoord uit en teken hierbij het volledige reactiemechanisme van de hydrolyse (met alle elektronenverplaatsingen)&lt;br /&gt;
Bundel C:&lt;br /&gt;
# Je hebt een oplossing van glutaminezuur en tryptofaan, die is gebufferd op pH=9,40.&lt;br /&gt;
## Aan welke kant (anode, kathode, tussenin) zullen alle producten die aanwezig zijn in de oplossing uiteindelijk terechtkomen? Geef de structuren van glutaminezuur en tryptofaan in je antwoorden.&lt;br /&gt;
## Waarom vertoont de R-groep van tryptofaan geen basische eigenschappen?&lt;br /&gt;
# Vul drie reacties aan, geef het reactietype bij B en C en het volledige mechanisme bij C:&lt;br /&gt;
## But-1-een + ? --&amp;gt; Butaan-2-ol + H2SO4 (ΔT) --&amp;gt; ?&lt;br /&gt;
## Methylbenzeen + acetylchloride + AlCl3 --&amp;gt; ? (Geef alle mogelijke producten als er meerdere zijn)&lt;br /&gt;
## 2x 2-cyclopentylacetaldehyde + 1x OH- --&amp;gt; ?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 augustus 2025===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
#Rangschik de moleculen volgens afnemende reactiviteit in een SeAr ter vorming van een nitroderivaat. Anisool, Methylbenzoaat , furaan, acetofenon.&lt;br /&gt;
## Geef het reactiemechanisme van anisool.&lt;br /&gt;
## Geef de skeletnotatie van alle reactieproducten en schrijf de IUPAC-naam van de reactieproducten van A en B.&lt;br /&gt;
#Leg uit hoe je een aminozuursequentie bepaald&lt;br /&gt;
##Iets over NH2&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
Bundel B:&lt;br /&gt;
#Bepaal R of S van chirale centra.&lt;br /&gt;
## Hoeveel stereo-isomeren zijn er van dit molecule? &lt;br /&gt;
## Gegeven: 2R-4S (omgekeerde van wat je in de eerste vraag bepaald hebt), leg uit wat enantiomeren en diastereomeren zijn en welk van de twee deze stereo-isomeer is.&lt;br /&gt;
## Gegeven: Een van de cis versies, geef hiervan 1 van de trans versies en bespreek hierbij de 1,3 diaxiaal interacties.&lt;br /&gt;
## Geef oxidatiegetal van C6 (nummering staat al op het molecule)&lt;br /&gt;
## Ernaast is spiegelbeeld getekend, je moet de substituenten aanvullen. &lt;br /&gt;
# Butaanzuur reageert tot ethylbutanoaat, in welk midden is dit? (Zuur, basisch, neutraal of maakt niet uit). Licht dit toe&lt;br /&gt;
Bundel C:&lt;br /&gt;
## L isoleucine en L- Lysine tekenen in fisherprojectie. Bij L isoleucine stabielste newmann tekenen. Alles moet in zwitterion vorm.&lt;br /&gt;
## Arginine met 0.1M 100mL met 0.1M NaOH. Wat is de pH na toevoeging van 250mL en 300 mL NaOH.&lt;br /&gt;
# Vul volgende reacties aan&lt;br /&gt;
## Oxidatie van sec alcohol tot keton, hierna met H20 en H+ tot Di-Ol&lt;br /&gt;
## Aldolcondensatie, teken reactieproduct in skeletnotatie&lt;br /&gt;
## Geef heel mechanisme van HBr (overmaat) + Diethylether, geef ook reactietype&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2025===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# gegeven structuren ondergaan een AE met HCl: A: propeen B: methylprop-2-enoaat C: methoxyetheen D: styreen&lt;br /&gt;
## Geef het reactiemechanisme van molecule A.&lt;br /&gt;
## Rangschik de moleculen volgens afnemende reactiviteit. Toon aan d.m.v. substituenteffecten en grensstructuren waar nodig. &lt;br /&gt;
## Geef de skeletnotatie van alle reactieproducten en schrijf de IUPAC-naam van de reactieproducten van A en B. &lt;br /&gt;
# Gegeven structuren en namen: limoneen, terpinoleen en alfa-terpineol.&lt;br /&gt;
## Schrijf alle reactiemechanismen uit vanuit nerylpyrofosfaat.&lt;br /&gt;
## Van welk alkaan (limoneen en terpinoleen) lijkt de vorming het meest waarschijnlijk. Motiveer je antwoord. &lt;br /&gt;
## Limoneen kan kan gehydrogeneerd worden met twee diwaterstofmoleculen. Teken de meest stabiele conformatie van elk van de twee bekomen alkanen.&lt;br /&gt;
Oefeningen (bundel B)&lt;br /&gt;
# Gegeven: 2-amino-2,3,4-trimethylhexaan-3-thiol&lt;br /&gt;
## Teken het moleculen uit en duid alle chirale koolstoffen aan met een sterretje. Hoeveel stereo-isomeren heeft dit moleculen?&lt;br /&gt;
## Teken voor elk isomeer de Fisher- en Newmannprojectie (C3-C4).&lt;br /&gt;
## Duidt voor elk chirale koolstof op alle isomeren de prioriteiten aan en geef de configuratie (S/R).&lt;br /&gt;
## Leg uit: enantiomeren, diastereomeren en mesovorm. Zeg welke isomeren enantiomeren en/of diastereomeren zijn van elkaar. Is er een mesovorm?&lt;br /&gt;
## Is het thiol primair, secundair of tertiar?&lt;br /&gt;
## Wat is het oxidatiegetal van C2?&lt;br /&gt;
# Je krijgt een oplossing van 1 suiker. Het suiker kan lactose, sacharose of maltose zijn. De oplossing geeft een bruin-rode neerslag bij de Fehlings-test. Welke stelling is correct?&lt;br /&gt;
## Het suiker is lactose.&lt;br /&gt;
## Het suiker is sacharose.&lt;br /&gt;
## Het suiker is maltose.&lt;br /&gt;
## Er zijn te weinig gegevens.&lt;br /&gt;
# Motiveer je antwoord en geef de nodige reactievergelijkingen. &lt;br /&gt;
Oefeningen (bundel C)&lt;br /&gt;
# Aminozuren&lt;br /&gt;
## Schrijf alle vormen bij de juiste pKa&#039;s uit van leucine en arginine.&lt;br /&gt;
## Gegeven: 100mL volledig geprotoneerd arginine (0.1M) en een basische oplossing van 0.1M. Bereken de pH bij het toevoegen van 150mL en 200mL basische oplossing. Schrijf duidelijk de vorm van het AZ op.&lt;br /&gt;
# Reactiemechanismen&lt;br /&gt;
## 2-butanon(structuur) -&amp;gt;(?) 2-butanol(structuur) -&amp;gt;(HBr) ?(structuur)&lt;br /&gt;
## 1-broombenzeen(structuur) -&amp;gt;(AlCl3/CH3COCl) ?(structuur in skeletnotatie) en reactietype gevraagd&lt;br /&gt;
## methyl-2-methylpropanoate -&amp;gt;(H2O/H+) ?(structuur in skeletnotatie) en reactiemechanisme en reactietype gevraagd&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 27 augustus 2024===&lt;br /&gt;
Theorie &lt;br /&gt;
# 4 structeren: 1-hydroxy-1-methylcyclohexaan, 1-fenyl-1-hydroxycyclohexaan , 1&lt;br /&gt;
## Schrijf het mechanisme voor dehydratie met geconcentreerd zwavelzuur en temperatuursverhoging van verbinding A&lt;br /&gt;
## Beoordeel en rangschik de reactiviteit van bovenstaande structuren voor dit mechanisme, werk met grensstructuren en substituenteffecten&lt;br /&gt;
## Geef de IUPAC naam voor verbinding A en B&lt;br /&gt;
# Suikerevenwichten van fructose in furanose en pyranosevorm gegeven&lt;br /&gt;
## Waarom komt de betafuransevorm minder voor dan de alphafuranosevorm?. Verklaar&lt;br /&gt;
## Waarom komt de betapyranosevorm minder voor dan de alphapyranosevorm? Verklaar&lt;br /&gt;
# Suikerevenwichten van ribose in furanose en pyranosevorm gegeven&lt;br /&gt;
## Welke veranderingen in de suikerevenwichten verwacht je indien het ribose chemisch wijzigt in deoxyribose? Welke implicaties heeft dit voor DNA?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen (eerste bundel)&lt;br /&gt;
# Bacterieel antibioticum penicilline gegeven (structuur)&lt;br /&gt;
## Duid alle chirale C-atomen aan&lt;br /&gt;
## Teken het molecule in projectievorm waarbij alle chirale C-atomen een S-configuratie hebben. Duid de prioriteiten aan.&lt;br /&gt;
## Geef het oxidatiegetal van het aangeduide atoom&lt;br /&gt;
## Geef het enantiomeer van het molecule uit vraag b&lt;br /&gt;
## Geef een epimeer van het molecule uit vraag b&lt;br /&gt;
## Teken een resonantiestructuur van het molecule waarbij je geen gebruikt maakt van de benzeenresonantie&lt;br /&gt;
# Gegeven de structuur van meta-broom-acetylbenzeen, welke van de volgende opties is waar?&lt;br /&gt;
## Eerst bromering, dan acetylering&lt;br /&gt;
## Eerst acyletylering, dan bromering&lt;br /&gt;
## Volgorde onbelangrijk, reactie met eerst bromering verloopt trager&lt;br /&gt;
## Volgorde onbelangrijk, reactie met eerst acetylering verloopt trager&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Verklaar je antwoord uit vorige vraag met resonantiestructuren van intermediairen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen (bundel 2)&lt;br /&gt;
# Gegeven een volledig geprotoneerde glutaminezuuroplossing van 0,10M &lt;br /&gt;
## Bereken de pH van de oplossing na toevoeging van 150mL en 200mL 0,10M-NaOH-oplossing &lt;br /&gt;
## Waarom vertoont glutamine geen basisch karakter, maar lysine wel? Verklaar&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 juni 2024===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#4 structuren gekregen: fenyletheen, 4-vinylfenol, 1-nitro-4-vinylbenzeen, fenol. Deze ondergaan een additie met HCl.&lt;br /&gt;
##geef het reactiemechanisme van A&lt;br /&gt;
##rangschik op reactiviteit. verklaar met substituenteffecten en teken grensstructuren indien nodig&lt;br /&gt;
##geef de reactieproducten van A, B en C en de IUPAC-naam van het reactieproduct A en B&lt;br /&gt;
#Retro-aldolreactie bij de glycolyse wordt gekatalyseerd door het enzym aldolase.&lt;br /&gt;
##Geef het reactiemechanisme van de retro-aldolreactie van fructose-1,6-difosfaat&lt;br /&gt;
##Waarom moet glucose-6-fosfaat geïsomeriseerd worden naar fructose-6-fosfaat&lt;br /&gt;
##Aldolase katalyseert nog een reactie in het lichaam, namelijk de reactie van dihydroxyaceton(niet zeker) met D-erytrose. Geef de Fischervoorstelling van het reactieproduct.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Aminozuren&lt;br /&gt;
##Bereken het Iso-elektrisch punt van arginine en isoleucine. schrijf ook de structuur bij die pH.&lt;br /&gt;
##100 ml Isoleucine-oplossing van 0,100 mol/L wordt getitreerd met een NaOH-oplossing van 0,100 mol/L. Geef mij de pH bij toevoeging van 50 ml en 200 ml NaOH-oplossing en teken de structuur van isoleucine bij die pH’s.&lt;br /&gt;
#Reactiemechanismen&lt;br /&gt;
##Benzeen gekregen wat toevoegen om 1-fenylethanon te krijgen (Antwoord: FeCl3 + ethanoylchloride)&lt;br /&gt;
##Ethoxyethaan + HBr → ? (ook zeggen welk reactietype)&lt;br /&gt;
##?&lt;br /&gt;
#?&lt;br /&gt;
#Meerkeuzevraag over Claisencondensatie. 4 IUPAC-namen van esters gekregen teken structuurformule van elk ester. De 4 esters ondergaan een Claisen Condensatie, bij 3 esters is het een aflopende reactie, bij 1 ester een evenwichtsreactie. Bij welke evenwichtsreactie en waarom?&lt;br /&gt;
##butylethanoaat&lt;br /&gt;
##ethylbutanoaat&lt;br /&gt;
##ethyl-2-methylbutanoaat&lt;br /&gt;
##ehtyl-3-methylbutanoaat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2024===&lt;br /&gt;
Theorie&lt;br /&gt;
# 4 structuren: ethaanzuurbromide, ethaanzuurchloride, 2-oxyethaanzuurbromide, dietheenzuuranhydride. deze ondergaan een nucleofiele substitutie met water&lt;br /&gt;
##geef het reactiemechanisme van A&lt;br /&gt;
##rangschik op reactiviteit. verklaar met substituenteffecten en teken grensstructuren indien nodig&lt;br /&gt;
##geef de reactieproducten en de IUPAC-naam van A en C&lt;br /&gt;
# om alfa-ketoglutaraat te decarboxyleren maakt de natuur gebruik van het coënzym thiaminepyrofosfaat die reageert na deprotonatie.&lt;br /&gt;
##Geef het reactiemechanisme&lt;br /&gt;
##Geef 2 redenen waarom het coënzym zo goed gedeprotoneerd wordt&lt;br /&gt;
##Wat is het voordeel van het binden van dit coënzym?&lt;br /&gt;
##Wat is het voordeel van dit biologisch proces?&lt;br /&gt;
Oefeningen&lt;br /&gt;
# je wil een aminozuurmengeling van tryptofaan en lysine scheiden met behulp van elektroforese bij een pH van 9,1. Bereken het voorkomen van de vormen en waar ze zullen voorkomen (Kathode, Anode of ertussenin). Laat ook duidelijk de structuur van deze aminozuren zien.&lt;br /&gt;
##waarom is de stikstof op de tryptofaan niet basisch&lt;br /&gt;
# gegeven but-1-een naar 1-methylbutan-1-ol. Welke substraat heb je nodig om van de eerste naar de tweede gegaan (structuren waren gegeven) als je dan met H3PO4 zit en een verandering in temperatuur welk product bekom je (was al een reactiepijl gegeven)?&lt;br /&gt;
# reactie met methoxybenzeen, ethaanzuurchloride en AlCl3 (structuren gegeven). Geef het reactieproduct en het reactietype.&lt;br /&gt;
# mechanisme en reactietype gevraagd van 2x fenylmethanal (structuur gegeven) met OH-&lt;br /&gt;
# suikering gegeven met een zesring waarbij OH op C1 naar boven, alsook C2 en C3, bij C4 naar beneden en C5 de CH2OH ook naar beneden.&lt;br /&gt;
##geef de fisherstructuur van dit suiker en teken de stabielste conformatie op de newmann-projectie van C3 en C4&lt;br /&gt;
##geef de volledige naam van dit suiker&lt;br /&gt;
##geef van C1 en C2 de absolute configuratie (R of S) geef hierbij ook de prioriteiten&lt;br /&gt;
##Leg uit wat 1,3 diaxiale interacties zijn en geef dit weer op een duidelijke tekening&lt;br /&gt;
# oxidatie van ascorbinezuur naar dehydroxy-ascorbinezuur gegeven (zie practicum) en 3 stellingen (hieronder): duid de stellingen aan die correct zijn en geef bij iedere uitleg&lt;br /&gt;
##Er gebeurt een oxidatie en het oxidatiegetal van de C-atomen gaat van +1 naar 0&lt;br /&gt;
##Is de H in kwestie die met de laagste pKa?&lt;br /&gt;
##Is de stereochemie juist of kwam het eindproduct eerder van een andere stereo isomeer&lt;br /&gt;
===2 september 2023===&lt;br /&gt;
https://drive.google.com/file/d/1GMpzdW-Fuazq4zCe9Y40D8DgJyVk2-a7/view?usp=drive_link&lt;br /&gt;
===24 juni 2023===&lt;br /&gt;
#Je kreeg 4 verbindingen (ik denk 2-bromo-2methylpropaan, 2-bromopropaaan, 4-bromo-2-penteen en 4-bromo-1-penteen; kloppen niet helemaal, maar principe blijft hetzelfde). &lt;br /&gt;
##Voor 2-bromo-2-methylpropaan moest je de E-reactie uitschrijven.&lt;br /&gt;
##Zeggen in welke volgorde deze verbindingen het snelste zou reageren bij een E1-reactie (aan de hand van substituent effecten en eventuele grensstructuren.&lt;br /&gt;
##Voor elke verbinding het reactieproduct geven en IUPAC naam geven.&lt;br /&gt;
#Er wordt ATP gevormd bij de afbraak van een suiker in de glycolyse en krebs-cyclus. &lt;br /&gt;
##Geef de reactieproducten en waarom kan er ATP gevormd worden?&lt;br /&gt;
##Het grootste deel van de energie komt in een andere vorm vrij, hoe gebeurd dit?&lt;br /&gt;
#Meerkeuzevraag over Claissencondensatie van ethylacetaat (was een andere benaming, maar vooral het ethyl deel is belangrijk dus maakt niet echt uit). Welk reagens moet je gebruiken om ervoor te zorgen dat je slechts één reactieproduct hebt. Opties waren denk ik: methioxide, ethioxide, hydroxide, er wordt altijd meer dan één reactieproduct gevormd (eventuele grensstructuren hier niet mee rekenen) (meeste hadden ethioxide) en dan moest je nog aantonen met het relevante deel van de reactie, waarom de andere niet zouden kunnen.&lt;br /&gt;
#Reactiemechanismen&lt;br /&gt;
##Je kreeg aceton en je moest zeggen wat je moest toevoegen om iets te bekomen (je moest OH- toevoegen, maar weet even niet meer wat je dan bekomt) en dan voeg je H2O en H+ toe en moet je het reactieproduct geven (2,2-propaandiol)&lt;br /&gt;
##Ik denk 2-Methylcyclopentanone en solvent gekregen, zeggen welk reactieproduct je bekomt en wat het reactiemechanisme is (nucleofiele acylsubstitutie)&lt;br /&gt;
##Je kreeg ethylbenzeen met als solvent AlCl3 en acetylchloride (hiervan maak je AlCl4- en CH2CO+) je moest zeggen welk reactiemechanisme (nucleofiele aromatische substitutie) en dit ook uitschrijven&lt;br /&gt;
#Zwitterion en IP van arginine en glutamine geven en zeggen welke pH je krijgt bij het toevoegen van 250ml NaOH aan 100 ml 0.1M glutamine&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
##S/R van chirale koolstoffen van D-xylulose geven + Newman projectie rond C3 en C4&lt;br /&gt;
##In stappen geven hoe je alfa-L-xylulofuranose bekomt (ringsluiting tekenen dus), het enantiomeer hiervan geven (bèta-versie) en zeggen of het een epimeer is, beide begrippen uitleggen&lt;br /&gt;
===8 juni 2023===&lt;br /&gt;
#4 structuren: propeen, ethyleen pyrrool?, styreen , benzeen met etheen op en methoxy groep op. elektrofiele additie met waterstofbromide.&lt;br /&gt;
##Geef het reactiemechanisme van propeen&lt;br /&gt;
##Rangschik de reactiviteit van de verschillende structuren, maak gebruik van substituenteffecten en teken grensstructuren&lt;br /&gt;
##geef de IUPAC-naam van structuur a, b, c en schrijf alle reactieproducten uit&lt;br /&gt;
#Gegeven: D-glucose in de verschillende vormen: beta-D-glucopyranose, alfa-D-glucopyranose, beta-D-glucofuranose en alfa-D-glucofuranose en het voorkomen ervan in percentages&lt;br /&gt;
##Waarom komen de furanose vormen zo weinig voor?&lt;br /&gt;
##Waarom komt het beta-anomeer meer voor dan het alfa-anomeer?&lt;br /&gt;
##hoe komt het dat het alfa-anomeer dan toch nog voorkomt?&lt;br /&gt;
##Vergelijk dit nu met D-mannose, maak een voorspelling van hoe de verschillende vormen zullen voorkomen?&lt;br /&gt;
#Aminozuren:&lt;br /&gt;
##Waarom heeft de R-groep van asparagine geen basische eigenschappen (asparagine heeft geen pKr)&lt;br /&gt;
##We willen tyrosine en asparagine scheiden met behulp van elektroforese bij pH = 9,0. Schrijf voor beide aminozuren de verschillende vormen uit en verklaar welke vorm bij deze pH voor zal komen. Waar zullen de aminozuren zich bevinden: anode, kathode, tussenin&lt;br /&gt;
#Gegeven: benzeenring met broomsubstituent en -C2H5 substituent. Bij het bereiden hiervan moet je...&lt;br /&gt;
##...eerst bromeren?&lt;br /&gt;
##...eerst aklyleren?&lt;br /&gt;
##...volgorde maakt niet uit, maar als je eerst bromeert gaat de reactie langzamer&lt;br /&gt;
##...volgorde maakt niet uit, maar als je eerst alkyleert gaat de reactie langzamer&lt;br /&gt;
#Gegeven: een structuur met 2 chirale koolstoffen (ook een amidegroep op 1 einde, en een chloor groep)&lt;br /&gt;
##teken de fisherprojectie van ALLE stereo-isomeren, geef ook de stabielste newman-projectie&lt;br /&gt;
##Bepaal van elke chirale C de R,S-configuratie en geef de prioriteiten weer&lt;br /&gt;
##Wat is het OG van de C met de amide groep&lt;br /&gt;
##Welk van de stereo-isomeren zijn ook diastereo-isomeren, verklaar deze term&lt;br /&gt;
##Duid aan waar een nucleofiele substitutie zou kunnen plaatsvinden, verklaar ook waarom&lt;br /&gt;
#Reactie mechanismen zoals aangegeven op stramien&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 3 september 2022 ===&lt;br /&gt;
# 4 moleculen met dubbele binding gegeven, sommige met substituenten&lt;br /&gt;
## Reactiemechanisme voor molecule A uitschrijven (CH2=CH-CH2-CH3)&lt;br /&gt;
## Rangschikken volgens reactiviteit in een reactie met HBr en argumenteren met substituenteffecten en grensstructuren&lt;br /&gt;
## Reactieproducten voor alle 4 opschrijven en 2 ervan benoemen met IUPAC naam&lt;br /&gt;
# gegeven: glucose in openketenvorm, alfa-D-glucopyranose, beta-D-glucopyranose, alfa-D-glucofuranose en beta-D-glucofuranose met percentages van hoe vaak ze voorkomen&lt;br /&gt;
## waarom komt de furanosevorm zo weinig voor&lt;br /&gt;
## waarom komt de betavorm meer voor dan de alfavorm&lt;br /&gt;
## waarom komt ondanks vraag b de alfavorm toch nog zo vaak voor&lt;br /&gt;
## maak zelf een voorspelling voor de percentages van voorkomen voor alle vormen van D-mannose&lt;br /&gt;
# teken 2-amino-2,3,4-trimethyl-3-hexaanthiol&lt;br /&gt;
## hoeveel stereo-isomeren zijn er?&lt;br /&gt;
## teken van alle stereo-isomeren de fischer projectie en meest stabiele conformatie in de newman projectie over C3-C4 as, duid chirale centra aan&lt;br /&gt;
## bepaal voor alle chirale centra de absolute configuratie&lt;br /&gt;
## is het een primair, secundair of tertiair amine? En dezelfde vraag voor thiol?&lt;br /&gt;
## bepaal de oxidatietrap van C2&lt;br /&gt;
# 5 namen van moleculen gegeven, welke kunnen het reactieproduct zijn van een aldolcondensatie? Voor degenen die niet kunnen: leg uit in 1 zin waarom niet. Voor degenen die wel kunnen: geef de beginproducten.&lt;br /&gt;
# reactiemechanismen&lt;br /&gt;
## vul onderstaande reactiesequentie aan: alkaan met -OH —&amp;gt; alkeen —&amp;gt; ? (boven de eerste pijl stond ook een vraagteken en boven de tweede pijl +Cl2)&lt;br /&gt;
## schrijf reactiemechanisme uit: benzeenring met -OCH3 substituent reageert met HNO3 en H2SO4&lt;br /&gt;
# aminozuren&lt;br /&gt;
## bepaal voor een titratie van 100 mL 0,1M isoleucine de pH bij toevoeging van 150mL en 200mL NaOH&lt;br /&gt;
## waarom is de pKa van glutamine lager dan van isoleucine&lt;br /&gt;
## teken beide aminozuren uit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 juni 2022 ===&lt;br /&gt;
# 4 moleculen gegeven die reageren volgens reactietype E1 ter vorming van HCl : twee chlooralkanen met benzeenring en twee zonder, een van de twee met benzeenring had methoxy-groep op de benzeenring&lt;br /&gt;
## Geef reactiemechanisme voor een van de twee chlooralkanen zonder benzeenring&lt;br /&gt;
## Rangschik volgens stijgende reactiviteit en beargumenteer met substituenteffecten. Geef grensstructuren indien relevant.&lt;br /&gt;
## ...&lt;br /&gt;
# Geef het reactiemechanisme en vergelijk onderling, beredeneer ook voor de basische hydrolyses of het gaat om een mono- of bimoleculair proces:&lt;br /&gt;
### hydrolyse van een carbonzuurester in basisch milieu&lt;br /&gt;
### hydrolyse van een fosfaatester in basisch milieu&lt;br /&gt;
### hydrolyse van een fosfaatester in zuur milieu&lt;br /&gt;
## Bespreek kort het verschil in reactiviteit van mono-, di-, en tri-alkylfosfaatesters bij hydrolyse in basisch milieu&lt;br /&gt;
## In de glycolyse komt energie vrij bij het hysrolyseren van het acylfosfaat 1,3-difosfoglycerinezuur dat wordt gebruikt om ADP om te zetten in ATP. Voor de vorming van acetyl-CoA uit acetylfosfaat (ook een acylfosfaat) is ATP nodig. Bespreek kort deze schijnbare tegenstrijdigheid.&lt;br /&gt;
# Stereochemie&lt;br /&gt;
## Geef de Haworthprojectie van beta-L-arabinopyranose&lt;br /&gt;
## Geef de absolute configuratie van C2 en C4 en duid nummering aan&lt;br /&gt;
## Wat zijn de oxidatietrappen van C1 en C3?&lt;br /&gt;
## Geef de (stabielste) Newmanprojectie van het conformeer volgens de C3-C4 as&lt;br /&gt;
## Hoeveel 1,3-diaxiale repulsies komen ervoor in dit molecule? Maak een tekening die dit duidelijk weergeeft&lt;br /&gt;
# Aminozuren&lt;br /&gt;
## Onder welke vormen komen glutaminezuur en tryptofaan voornamelijk voor bij pH = 6,00? &lt;br /&gt;
## Waar bevinden de AZ zich na elektroforese bij deze pH? Aan de anode, kathode of ertussen?&lt;br /&gt;
## Waarom is de zijketen van tryptofaan niet basisch?&lt;br /&gt;
# Verloopt de substitutie van propaanzuur naar methylpropanoaat het best in zuur of in basisch milieu? Of kan beide? Verklaar grondig en teken het bijbehorende reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
# Vraag over reactiemechanismen zoals aangegeven op het stramien.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2022 ===&lt;br /&gt;
# 4 benzeen ringen gegeven (3 daarvan met substituenten)&lt;br /&gt;
## Reactiemechanisme uitschrijven voor een gewone benzeen tot chloorderivaat (SeAr)&lt;br /&gt;
## Rangschikken volgens reactiviteit, grensstructuren tekenen en substituenteffecten verklaren.&lt;br /&gt;
## Van de 4 chloorderivaten de IUPAC-naam geven en eindstructuur tekenen &lt;br /&gt;
# Geef de retro-aldolreactie bij de glycolyse&lt;br /&gt;
# Oefening op suikers (je kreeg een cyclisch suiker)&lt;br /&gt;
## Teken de fisher en de Newman projectie&lt;br /&gt;
## Geef het oxidatie getal van 2 C en zeg of het R of S is&lt;br /&gt;
## Geef de naam van het suiker&lt;br /&gt;
## Leg de begrippen epimeer en anomeer uit en teken deze vormen van dit suiker&lt;br /&gt;
# Oefening op aminozuren&lt;br /&gt;
## Je kreeg 2 aminozuren bij een bepaalde pH en je moest zeggen als dit een goede pH was om een elektroforese te doen, indien dit niet zo was moest je uitleggen waarom en een betere pH waarde geven.&lt;br /&gt;
# Je kreeg 4 verbindingen en je moest zeggen welke een kleurreactie (oranje/groen) zouden geven&lt;br /&gt;
## Alcoholtest -&amp;gt; oxidatie van alcoholen tot ketonen of carbonzuren uitleggen&lt;br /&gt;
# Oefening op reactiemechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 augustus 2021===&lt;br /&gt;
# 4 moleculen gegeven waarop het gaat reageren met HCl&lt;br /&gt;
## werk reactiemechanisme uit voor 1 van de moleculen&lt;br /&gt;
## Rangschik volgens afnemende reactiviteit&lt;br /&gt;
## Geef reactieproducten van alle moleculen en geef IUPAC naam voor 2&lt;br /&gt;
# geef reactiemechanisme van de deanimatie van glutamine&lt;br /&gt;
# L-xylulose, Bepaal R/S configuratie &lt;br /&gt;
## Teken stabielste Fischer en Newman voor de C3-C4-as&lt;br /&gt;
### ???&lt;br /&gt;
# Voor welk van deze 3 producten kan niet een aldolcondensatie ondergaan? Leg uit waarom niet en geef de reagentia wanneer het wel gaat.&lt;br /&gt;
##de reactiemechanisme invullen: onbrekende reagentia en product&lt;br /&gt;
### een stof gegeven met de reagentia, welke reactiemechanisme en schrijf uit&lt;br /&gt;
#titratie van asparagine met NaOH: berekenen de pH bij toevoeging van 100ml en 200ml NaOH; &lt;br /&gt;
##waarom heeft asparagine geen basische eigenschap zoals lysine. Geef ook de structuren&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 augustus 2020===&lt;br /&gt;
#4 moleculen gegeven waarop nucleofiele substitutie gebeurt met natriummethoxide&lt;br /&gt;
## werk reactiemechanisme uit voor 1 van de moleculen&lt;br /&gt;
## Rangschik volgens afnemende reactiviteit&lt;br /&gt;
## Geef reactieproducten van alle moleculen en geef IUPAC naam voor 2&lt;br /&gt;
# Geef het mechanisme van decarboxylering van beta-ketocarbonzuren en leg uit. Geef een voorbeeld van een analoog mechanisme in de biologie en leg uit. &lt;br /&gt;
# Voor welk van deze 4 producten kan er een aldolcondensatie zijn opgetreden? Leg uit waarom niet en geef de reagentia wanneer het wel gaat.&lt;br /&gt;
# Oefening op aminozuren en bepalen welke vorm er voorkomt bij een bepaalde pH en als je een gelelektroforese doet welke waar dan voorkomt, az zijn tryptofaan en glutaminezuur&lt;br /&gt;
# Oefening op suiker: welke suiker is dit? Geef stabielste newmann vorm in C3-C4 formatie, R of S van C2 en C5, teken epimeer dat geen anomeer is&lt;br /&gt;
#oefeningen op reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2020===&lt;br /&gt;
#4 moleculen (esters) gegeven, waarop nucleofiele substitutie gebeurt &lt;br /&gt;
## Werk het reactiemechanisme voor één van de moleculen volledig uit. (methylethanoaat)&lt;br /&gt;
## Rangschik volgens afnemende reactiviteit dmv substituenteffecten&lt;br /&gt;
## Geef de reactieproducten van alle moleculen en geef hun IUPAC naam&lt;br /&gt;
#Leg de synthese van peptiden uit met dicyclohexylcarbodiimide. Welke voorzorgsmaatregel moet genomen worden om selectief een peptide te vormen? Geef een voorbeeld.&lt;br /&gt;
#Voor welke van volgenden bestaat er een mesovorm, teken deze en leg uit wat mesovorm is. (1-butanol, butaan2,3diol, butaan-1,2,3-triol, butaan-1,2,3,4-tetraol)&lt;br /&gt;
#Oefening op aminozuren: &lt;br /&gt;
## Waarom heeft proline een hogere pKa&#039; dan alanine + teken deze aminozuren&lt;br /&gt;
## Welke vorm van alanine komt het meest voor bij toevoegen van 150 mL? Bereken deze pH.&lt;br /&gt;
#Oefening op suikers: suiker gegeven &lt;br /&gt;
## Geef IUPAC naam&lt;br /&gt;
## Bepaal R/S configuratie voor C2 en C5&lt;br /&gt;
## Teken stabielste Fischer en Newman voor de C3-C4-as&lt;br /&gt;
## ?&lt;br /&gt;
#Vul reactie aan (reactieproducten, reagentia). Geef reactietype en eindproduct. Geef reactietype, eindproduct en reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2020 (16u)===&lt;br /&gt;
#4 moleculen gegeven: E1 reactie van HCl: mechanisme geven, reactieproducten tekenen en benoemen&lt;br /&gt;
#Bespreek de oxidatieve deaminering van glutaminezuur met de nodige coënzymen/cofactoren. Geef het reactiemechanisme van de tweede stap zonder enzymen.&lt;br /&gt;
#Een molecule gegeven in stoelvorm (geen suiker): teken de fisherprojecties van alle stereomeren, teken newmann projectie van 1 op c2-c3 in stabielste vorm en zeg S of R config, welke zijn enantiomeren, diastereomeren, is er een mesovorm? En leg de begrippen kort uit. Geef oxidatietrap van aangeduide koolstofatoom.&lt;br /&gt;
#lysine en valine tekenen en IP berekenen, waarom is de pkr van lysine groter dan de pka&#039; van valine?&lt;br /&gt;
#Wat zijn de product(en) die worden gevormd als E-2-hepteen en dichloor reageren?&lt;br /&gt;
##2s,3s 2-dichloorhepteen&lt;br /&gt;
##2s,3r&lt;br /&gt;
##2r,3s&lt;br /&gt;
##2r,3r&lt;br /&gt;
#Oefeningen op reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2020 (16u)===&lt;br /&gt;
#4 moleculen gegeven, waarop elektrofiele additie van water in zuur milieu gebeurt&lt;br /&gt;
## Werk het reactiemechanisme voor één van de moleculen volledig uit.&lt;br /&gt;
## Rangschik volgens afnemende reactiviteit&lt;br /&gt;
## Geef de reactieproducten van alle moleculen en geef hun IUPAC naam&lt;br /&gt;
#Waarom kunnen alcoholen niet gemakkelijk een SN-reactie ondergaan? Geef 2 voorbeelden van een SN-reactie van een alcohol, schrijf het mechanisme. Reageert fenol op dezelfde manier? Teken en leg uit. Hoe kunnen SN-reacties van alcoholen mogelijk gemaakt worden in biologische systemen?&lt;br /&gt;
#Oefening op suikers en stereochemie:&lt;br /&gt;
## Geef de Haworth-projectie van bèta-L-gulofuranose&lt;br /&gt;
## Teken het enantiomeer van deze molecule en benoem het.&lt;br /&gt;
## Configuratie (R/S) van C2 en C5 bepalen + oxidatietrap geven&lt;br /&gt;
## Stabielste Newman-conformatie langs C4-C5 as&lt;br /&gt;
#Oefening op aminozuren:&lt;br /&gt;
## D-vorm van tyrosine en alanine tekenen en conformatie geven.&lt;br /&gt;
## Oefening op pH berekenen&lt;br /&gt;
# Gegeven een staal met één onbekende suiker. Na het uitvoeren van een Fehlingstest zie je een roodbruine neerslag ontstaan. Aantal suikers gegeven, aanduiden welke het mogelijk kan zijn. Leg uit wat deze test precies en verklaar je keuze.&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan (reactieproducten, reagentia). Geef reactietype en eindproduct. Geef reactietype, eindproduct en reactiemechanisme. Eerste was zuurgekatalyseerde estervorming. Tweede eliminatie van water. Derde aldolcondensatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===7 juni 2020===&lt;br /&gt;
#4 moleculen gegeven waarop een Sn1 wordt gedaan met ammoniak&lt;br /&gt;
## Werk het reactiemechanisme voor de eerste molecule uit&lt;br /&gt;
## Welk molecule reageert het snelst? Leg uit adhv substituenteffecten&lt;br /&gt;
## Geef de reactieproducten van de andere 3 moleculen en ook de IUPAC naam&lt;br /&gt;
#Geef de retro-aldolreactie bij de glycolyse&lt;br /&gt;
## Wat is de katalysator en waarom gaat de retro-aldolreactie niet bij glucose?&lt;br /&gt;
#Gegeven een benzeenring met daarop een nitrogroep en alkylgroep. Gebeurd er eerst alkylering of nitrering? Gebruik in je uitleg grensstructuren&lt;br /&gt;
#Oefening op molecule dat geen suiker was! Maar je moest R/S bepalen, Fischer schrijven, Newmann projectie, en diastereomeren en enantiomeren aanduiden (+ kort uitleggen wat dat betekend)&lt;br /&gt;
#Oefening op aminozuren en bepalen welke vorm er voorkomt bij een bepaalde pH en als je een gelelektroforese doet welke waar dan voorkomt (zoals in de oefenzitting gewoon)&lt;br /&gt;
#standaard oefening die er elk jaar is met reacties aanvullen enzo&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2019 (namiddag)===&lt;br /&gt;
#4 moleculen (ester, ester met halogeen, anhydride, amide) waarop de nucleofiele substitutie van water in basische omgeving wordt uitgevoerd. &lt;br /&gt;
##Werk het reactiemechanisme uit voor het ester.&lt;br /&gt;
##Rangschik volgens afnemende reactiviteit.&lt;br /&gt;
##Geef de naam en structuur van beide reactieproducten.&lt;br /&gt;
#Bespreek de oxidatieve deaminering van glutaminezuur met de nodige coënzymen/cofactoren. Geef het reactiemechanisme van de tweede stap zonder enzymen.&lt;br /&gt;
#Oefening op suikers.&lt;br /&gt;
##Bespreek de R/S configuratie van de chirale centra van D-xylose. &lt;br /&gt;
##Is D-xylose een aldose of ketose? &lt;br /&gt;
##Geef de stabielste Newman-projectie op C3-C4.&lt;br /&gt;
##Bepaal de oxidatietrap van C1 en C5.&lt;br /&gt;
##Maak van L-xylose beta-L-xylose. &lt;br /&gt;
##Welk reactietype is de ringsluiting van suikers? Welke katalysator wordt vaak gebruikt? &lt;br /&gt;
##Geef het anomeer van beta-L-xylose. Is dit ook een enantiomeer?&lt;br /&gt;
#Oefening op aminozuren.&lt;br /&gt;
##Geef de 2R,3R configuratie van isoleucine. &lt;br /&gt;
##Wat is de pH van 100 ml isoleucine (0.1M) na toevoeging van 150 ml NaOH (0.1 M)? &lt;br /&gt;
##Waarom heeft glutamine een lagere pKa dan isoleucine? &lt;br /&gt;
#Waarom wordt het reactie-evenwicht bij de Claisencondensatie van ethyl-2-methylpropanoaat met ethoxide niet naar rechts getrokken (in tegenstelling tot andere Claisencondensaties)?&lt;br /&gt;
#Vul reactie aan (reactieproducten, reagentia). Geef reactietype en eindproduct. Geef reactietype, eindproduct en reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2019 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
#4 moleculen met dubbele bindingen gegeven waarop elektrofiele additie gebeurt&lt;br /&gt;
##van 1 reactiemechanisme uitwerken&lt;br /&gt;
##rangschikken volgens reactiviteit door middel van substituenteffecten&lt;br /&gt;
##eindproducten geven + IUPAC naam geven&lt;br /&gt;
#vetzuursynthese uitleggen met coënzymen erbij&lt;br /&gt;
##uitleggen waarom je malonycoa nodig hebt en wat de gelijkenis ervan is met claisen-condensatie&lt;br /&gt;
#molecule gegeven: menthol&lt;br /&gt;
##chirale c aanduiden, hoeveel stereo-isomeren, R/S van chirale c, geef stabielste configuratie, geef diastereoisomeer dat epimeer is, enantiomeer geven, stabielste configuratie van enantiomeer geven, je krijgt een paar newmanprojecties waarvan je moet zeggen welke de juiste is, oxidatiegetal van aangeduide c geven&lt;br /&gt;
#geef 3D structuur van R glutaminezuur&lt;br /&gt;
##is deze D of L?&lt;br /&gt;
##welke vorm(en) komt er vooral voor op ph 8,8&lt;br /&gt;
##uitleggen waarom N in de R groep niet basisch is en die van lysine (ook tekenen) wel&lt;br /&gt;
#je krijgt een benzeenring waarop een de ene kant een ch3 hangt en op de tegenovergestelde kant een acylgroep, je moet uitleggen via grensstructuren wat het juiste antwoord is&lt;br /&gt;
##eerst alkyleren, dan acyleren&lt;br /&gt;
##eerst acyleren, dan alkyleren&lt;br /&gt;
##volgorde maakt niet uit, maar acyleren is trager&lt;br /&gt;
##volgorde maakt niet uit, maar alkyleren is trager&lt;br /&gt;
#je krijgt een reactie waarvan je de reagentia en reactieproducten er nog moet bij zetten&lt;br /&gt;
##reactie is eerst een eliminatie en dan een additie&lt;br /&gt;
#je krijgt een cyclisch carbonzuur en dit gaat reageren amine, geef de reactieproducten in skeletnotatie en zeg wel reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#een cycloalkaan waar een broom aanhangt gaat reageren met naoh, geef het reactieproduct(en) en zeggen welk reactiemechanisme het is en ook het reactiemechanisme uitschrijven&lt;br /&gt;
===14 juni 2019 (namiddag)===&lt;br /&gt;
# 4 benzeen ringen gegeven (3 daarvan met substituenten)&lt;br /&gt;
## Reactiemechanisme uitschrijven voor een gewone benzeen tot chloorderivaat (SeAr)&lt;br /&gt;
## Rangschikken volgens reactiviteit, grensstructuren tekenen en substituenteffecten verklaren.&lt;br /&gt;
## Van de 4 chloorderivaten de IUPAC-naam geven en eindstructuur tekenen &lt;br /&gt;
# De glycolyse genereert op 2 plaatsen ATP en de Krebs-cyclus op 1 plaats. Teken de reagens en het product van de reacties. Leg uit waarom de moleculen energie genereert.&lt;br /&gt;
# Suiker oefening met L-Talose tot alfa-L-talose, Wat is de katalysator?, Reactietype?, Enantiomeer, Stabielste Newman-projectie (C4 en C5), R/S-Configuratie op C2 en C3, Oxidatietrap van C1.&lt;br /&gt;
# Isoelektrisch punt van Arginine en Glycine berekenen, pH van een 0,1M 100ml Arginine oplossing na toevoegen van 200ml 0,1 NaOH, L-configuratie van Arginine tekenen, is het een S/R configuratie?&lt;br /&gt;
# Gegeven: Tetracycline. Het molecule heeft 2 pKa en 1 pKb . Zoek de groepen die hiervoor zorgen en verklaar je keuze.&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan (reactieproducten), geef reactietype en eindproduct, geeft reactietype eindproduct en reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2019 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
# 4 structuren gegeven: 2 broomalkanen, 1 broomalkeen en een fenylbroomalkaan&lt;br /&gt;
## Schrijf het Sn2 reactiemechisme uit voor structuur A (broomethaan) met natriumwaterstofsulfide. &lt;br /&gt;
## Rangschik de gegeven structuren volgens afnemende reactiviteit. Leg uit! &lt;br /&gt;
## Geef de IUPAC-namen van al de reactieproducten&lt;br /&gt;
# Geef de isomerisatie in de glycolyse van het glucosederivaat naar fructosederivaat. Waarom is dit basegekatalyseerd.&lt;br /&gt;
## Geef het verband tussen de Tollens- en Fehlingstest en het verband tussen Barfoed- en Benedictetest.&lt;br /&gt;
# Gegeven is een suiker in de stoelvorm&lt;br /&gt;
## Geef de volledige naam van dit suiker.&lt;br /&gt;
## Geef de Fischerprojectie van de open-ketenvorm en geef de stabielste Newmanprojectie met C3 en C4 als as.&lt;br /&gt;
## Wat is de conformatie en OT van C2 en C5?&lt;br /&gt;
## Geef het anomeer van dit suiker. Is dit ook een epimeer/diasteriomeer/enantiomeer? Leg elke term uit. &lt;br /&gt;
# Oefening op aminozuren:&lt;br /&gt;
## Waarom heeft leucine een hogere pKa dan threonine?&lt;br /&gt;
## Welke lading heeft leucine in een mengsel van ph = 9,5? Ligt het eerder aan kathode/anode/ergens in het midden bij elektroforese?&lt;br /&gt;
## Geef de 2R,3S vorm van threonine in de fischerprojectie.&lt;br /&gt;
# Welke van onderstaande structuren ondergaat gemakkelijk een decarboxylering bij een temperatuursverhoging? Zo ja, schrijf het mechanisme helemaal uit. COOH-CH2-CHOH-CH3 / COOH-CHOH-CH2-CH3 / COOH-CH2-CO-CH3 / COOH-CH2-COOH&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan (reactieproducten), geef reactietype en eindproduct, geeft reactietype eindproduct en reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2019 (namiddag)===&lt;br /&gt;
# Structuren van chloorbenzeen, anisool, benzeen en fenol zijn gegeven.&lt;br /&gt;
## Schrijf het reactiemechanisme uit van een elektrofiele substitutie van benzeen met als eindproduct een nitroderivaat.&lt;br /&gt;
## Rangschik de gegeven structuren volgens afnemende reactiviteit. Leg uit adhv substituenteffecten en teken grensstructuren indien nodig.&lt;br /&gt;
## Geef van de 4 nitroderivaten de IUPAC-naam en teken de structuur&lt;br /&gt;
# Waarom kunnen alcoholen niet gemakkelijk een SN-reactie ondergaan? Geef 2 voorbeelden van een SN-reactie van een alcohol, schrijf het mechanisme. Reageert fenol op dezelfde manier? Teken en leg uit. Hoe kunnen SN-reacties van alcoholen mogelijk gemaakt worden in biologische systemen?&lt;br /&gt;
# Gegeven: enantiomeer van een structuur. Geef R- of S-configuratie van 2 aangeduide C-atomen. Teken de ruimtelijke structuur van het molecule. Hoeveel stereo-isomeren zijn er? Teken de meest stabiele Newman-projectie. Is er een mesovorm? Indien mogelijk teken mesomere grensstructuren. Geef de oxidatietrap van 2 aangeduidde C-atomen.&lt;br /&gt;
# Bij welke pH komt het Zwitter-ion van arginine voor? Teken. Waarom is de pKa van arginine lager dan de pKa van asparaginezuur? Gegeven: 100ml volledig geprotoneerd 0,10M asparaginezuur, Wat is de pH na een titratie met 150mL 0,10M NaOH? Teken van elk vermeld aminozuur de neutrale structuur&lt;br /&gt;
# Gegeven: formaldehyde, aceetaldehyde en benzaldehyde. Welke kan een aldolcondensatie met zichzelf doen? Teken het mechanisme en verklaar waarom de andere 2 dit niet kunnen.&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan (reactieproducten), geef reactietype en eindproduct, geeft reactietype eindproduct en reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2019 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
# 4 structuren gegeven: 2 chlooralkenen, 1 chlooralkaan en 1 chloorether&lt;br /&gt;
## Schrijf het reactiemechanisme uit voor een SN1 reactie van (1 van de 2) chlooralkeen met ammoniak.&lt;br /&gt;
## Rangschik de gegeven structuren volgens afnemende reactiviteit. Leg uit adhv substituenteffecten en teken grensstructuren indien nodig.&lt;br /&gt;
## Geef van de 4 derivaten de IUPAC-naam (van de eerste 3 dus niet de ether) en teken de structuur.&lt;br /&gt;
# Geef het mechanisme van decarboxylering van beta-ketocarbonzuren en leg uit. Geef een voorbeeld van een analoog mechanisme in de biologie en leg uit.&lt;br /&gt;
#L-glucose tekenen en omzetten in alfa-L-glucofuranose. Geef enantiomeer van de structuur. Geef R- of S-configuratie van 2 aangeduide C-atomen. Hoeveel stereo-isomeren zijn er? Teken de meest stabiele Newman-projectie. Geef een diastereomeer dat ook een epimeer is. Geef de oxidatietrap van 2 aangeduidde C-atomen. Is alfa-L-glucofuranose een reduceerbare suiker?&lt;br /&gt;
# Tyrosine en serine hebben een gelijkaardige zijketen, waarom heeft tyrosine een pKr en serine niet? Gegeven: 100ml volledig geprotoneerd 0,10M tyrosine, Wat is de pH na een titratie met 300mL 0,10M NaOH? Welke vormen van serine en tyrosine komen voor bij pH 10,5? Alle vermelde AZ moeten getekend zijn in het antwoord.&lt;br /&gt;
# Gegeven: Benzeen, pyrrool en pyridine. Rangschik volgens reactiviteit voor een SeAr reactie mbv grensstructuren.&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan alkyn --?--&amp;gt; alkeen --Br2--&amp;gt; ?, geef reactietype en eindproduct: 3-fenyl-1-amino-2-propanon --OH--&amp;gt;, geeft reactietype eindproduct en reactiemechanisme: aldolcondensatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 augustus 2018===&lt;br /&gt;
# 4 gegeven alcoholen kunnen en E1 reactie ondergaan, geef de volledige reactie voor alcohol A, geef de eindproducten en de IUPAC-naam van de 4 alcoholen na de reactie. Orden volgens afnemende reactiviteit.&lt;br /&gt;
# Een vraag over de oxidatieve deaminering van glutaminezuur.&lt;br /&gt;
# Suiker in ringstructuur gegeven: geef naam &amp;amp; lineaire vorm, geef de Newman projectie (c3-c4), is c2 R/S en wat is zijn oxidatietrap, hoeveel chirale C atomen zijn er en duid aan in de cyclische vorm en lineaire vorm welke de chirale C atomen zijn, geef een diastereomeer dat geen epimeer of anomeer is van de gegeven suiker, hoe heet de reactie waarbij een lineaire vorm over kan gaan in de cyclische vorm en in welk solvent gebeurt dit.&lt;br /&gt;
# Leg het verschil in pKa tussen glutaminezuur en valine uit. Welke vorm van glutaminezuur komt er het meeste voor bij bepaalde pH. Bereken de pH van een oplossing van 100ml valine (0,1M) met 200ml base.&lt;br /&gt;
# Een SN reactie bij alcoholen moet in zuur milieu gebeuren: waarom, waarom niet met NH2 als nucleofiel, geef een alternatief voor zuur milieu bij SN reactie met alcoholen.&lt;br /&gt;
# Vul reactie aan (pijltjes en reactieproducten), geef reactietype en eindproduct, geeft reactietype eindproduct en reactiemechanisme. &lt;br /&gt;
===22 juni 2018===&lt;br /&gt;
# De snelheid en reactieproducten met IUPAC-naam geven van 4 esters in basisch midden, voor 1 het mechanisme uitschrijven.&lt;br /&gt;
# Leg de synthese van peptiden uit met dicyclohexylcarbodiimide. Welke voorzorgsmaatregel moet genomen worden om selectief een peptide te vormen? Geef een voorbeeld. &lt;br /&gt;
# Geef de naam van een gegeven cyclisch suiker. Uitleggen of het R of S is. Is het een reducerende suiker? Geef de fischerprojectie. Geef de Newmanprojectie met c3-c4 als as en geef hiervan de stabielste Haworthprojectie. Geef het anomere suiker, is dit een enantiomeer, epimeer of diastereomeer en verklaar. &lt;br /&gt;
# Geef de 3D projectie van S-tryptofaan. Waarom heeft de R-groep van tryptofaan geen basische eigenschappen? Is tryptofaan vlot te scheiden van alanine met gelelektroforese? Indien ja, bij welke pH en waar zouden ze zich bevinden op de gel. Indien nee, verklaar. &lt;br /&gt;
# Waarom ondergaat pyridine gaan elektrofiele aromatische substitutie met een chlooralkeen en trichlooralluminium zoals benzeen? Schrijf de reactie uit die wel plaatsvindt en benoem deze. Nog een deelvraag....&lt;br /&gt;
# Mechanismes aanvullen en reactietypes bepalen. De eerste was een cyclisch ester waarbij je moest aangeveven dat er OH werd gebruikt zodat de ring open ging en het eindproduct in skeletnotatie. Reactie tussen een zuurchloride en een primair amine, het reactietype en producten in skeletnotatie geven. De laatste was een claisoncondensatie waarbij het mechanisme gegeven moest worden en het eindproduct in skeletnotatie. &lt;br /&gt;
===18 juni 2018===&lt;br /&gt;
# De snelheid en reactieproducten met IUPAC-naam geven van 4 benzeenderivaten bij een elektrofiele aromatisch substitutie, voor 1 het mechanisme uitschrijven&lt;br /&gt;
# Leg de afbraak van vetzuren uit en geef de coënzymen die een rol spelen, vergelijk met de vetzuursynthese en leg het verband uit tussen vetzuursynthese en de Claisencondensatie&lt;br /&gt;
# Aflatoxine is gegeven, enkele vraagjes zoals: hoeveel stereoisomeren, teken diastereomeren, r of s,heeft het molecule een mesovorm, oxidatietrappen bepalen, mesomere effecten aanduiden...&lt;br /&gt;
# Waarom heeft de NH2 groep van asparagine geen Pkr? Waar bevinden tyrosine en asparagine zich in een gelelektorforese bij pH 11? Is er mesomerie mogelijk in tyrosine, duid aan met pijlen&lt;br /&gt;
# Bespreek de stereochemie van 2 reacties&lt;br /&gt;
# mechanismes aanvullen en reactietypes bepalen&lt;br /&gt;
===14 juni 2018 ===&lt;br /&gt;
Mondeling&lt;br /&gt;
#4 stoffen vergelijken waarbij een aromatische substitutie gebeurd ter vorming van een nitroderivaat voor 1 het mechanisme uitschrijven en welke het snelste gaat verlopen en waarom. De structuur van de reactieproducten tekenen en de IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
#De volledige vetzuursynthese geven en alle enzymes en cofactoren benoemen. Zeggen waarom NADPH een goed reductans is voor de reductie van de vetzuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk&lt;br /&gt;
#Van een gegeven verbinding zeggen hoeveel stereo-isomeren er van bestaan en van ze allemaal de fisher en newman projectie (stabielste configuratie) geven. Van alle chirale atomen de R of de S configuratie toe kennen. Zeggen welke diasteriomeren en enantiomeren van elkaar zijn. Er kon makkelijk water afgesplitsd worden en zeggen waarom het een stabiel carbokation was en de hybridisatie van het koolstof atoom geven.&lt;br /&gt;
#Van threonine de titratie curve gekregen en hieruit afleiden welke volume op elk punt is toegevoegd welke vorm er het meeste voorkomt en op een bepaald punt de lading van het aminozuur bepalen. Waarom pKa van threonine lager als die van Leucine. (overal structuur van geven)&lt;br /&gt;
#4 verschillende verbindingen gekregen en zeggen welke verbinding het reactiefste is bij een nucleofiele substitutie.&lt;br /&gt;
#Oefening over mechanismes: producten geven, boven pijl aan vullen, reactietype of volledig mechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2018 ===&lt;br /&gt;
#4 stoffen vergelijken waaraan een elektrofiele additie van HBr gebeurd. Het mechanisme voor 1 v/d stoffen uitschrijven. Zeggen welke reactie het snelst gaat verlopen en waarom (eventueel aantonen door uitschrijven grensstructuren). De structuur van de reactieproducten voor de 4 stoffen geven en de IUPAC-naamgeving van twee daarvan. (mondeling)&lt;br /&gt;
#Geef het mechanisme van decarboxylering van beta-ketocarbonzuren en leg uit. Geef een voorbeeld van een analoog mechanisme in de biologie en leg uit. (mondeling)&lt;br /&gt;
#Oefening over ringsluiting van een suiker, aanduiden asymmetrische koolstoffen, D omzetten in L, een epimeer en anomeer geven, R-S configuratie voor 1 C geven, meest stabiele conformatie over as tussen twee C&#039;s weergeven in Newmann. (schriftelijk)&lt;br /&gt;
#Oefening over aminozuren. 3D weergave van S-proline weergeven. Zeggen waarom pKa&#039; van proline hoger ligt dan van valine. Geven onder welke vorm valine voorkomt bij pH 2.2 en waarom. &lt;br /&gt;
#Oefening over reactie H2SO4 onder temperatuurstijging en een alcohol. Hier gaat eliminatie gebeuren. De twee mogelijke reactieproducten worden gegeven en er wordt gezegd welke het meest gaat voorkomen. Vervolgens wordt gevraagd aan welke regel er hier niet wordt voldaan en waarom. (Regel van Zaitsev wordt niet voldaan, de minst gesubstitueerde alkeen gaat gevormd worden, komt door verschillende reactiemechanisme voor eliminatie van alcohol met H2SO4, schrijf hiertoe mechanismen uit dan wordt het duidelijk)&lt;br /&gt;
#oefening over mechanismen (aanvullen, producten geven of volledig mechanisme uitschrijven)&lt;br /&gt;
=== 7 september 2017 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
# 4 stoffen (ketonen) gegeven waarop een nucleofiele additie van methylamine gebeurt. schrijf het mechanisme voor stof A, geef de stoffen in afnemende reactiviteit en de UIPAC naam van alle stoffen met structuur.&lt;br /&gt;
# vergelijk de hydrolyse van carbonzuuresters en fosfaatesters in base en de hydrolyse van fosfaatesters in zuur. vergelijk de hydrolysesnelheid van mono-, di- en trialkylfosfaten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#De pKr van glutaminezuur is groter dan die van asparaginezuur, verklaar. titratie van glutaminezuur met NaOH, bereken de pH als er 250ml base werd toegevoegd. welke vorm van asparaginezuur is meer aanwezig bij pH 2.2.&lt;br /&gt;
#welk product word gevormd bij de reactie van Z-2-penteen met dibroom (S,R).&lt;br /&gt;
#reacties aanvullen, skeletnotatie, reactietype, reactiemechanisme,...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===29 augustus 2017 (namiddag) - Mario Smet===&lt;br /&gt;
Mondeling&lt;br /&gt;
#4 stoffen zijn gegeven: een buteen, een butadieen, een fenyletheen, en een furyletheen. Voer een elektrofiele additie van water uit in zuur milieu: schrijf het reactiemechanisme compleet uit voor stof A + welke stof is het reactiefste leg uit adhv substituenteffecten + geef alle gevormde producten en hun IUPAC namen.&lt;br /&gt;
#Methionine wordt gebruikt bij de methylering in het lichaam maar moet eerst geactiveerd worden. Geef mechanisme van activering, mechanisme van methylering, geef biologisch voorbeeld van methylering + Mosterdgas is sterk alkylerend, waarom? En waarom zijn sterk alkylerende stoffen uiterst toxisch?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk&lt;br /&gt;
#oefeningen op koolhydraten: L-arabinose omvormen naar beta-L-arabinofuranose, hoe noemt deze reactie en welk type reactie is dit?, geef een anomeer van de beta vorm is dit een enantiomeer?, geef een diastereomeer dat geen epimeer is, is deze suiker reducerend?, newman projectie van meest stabiele configuratie bekeken vanaf C2 en C3, geef de absolute configuratie en oxidatietrap van C2 en C4,...)&lt;br /&gt;
#oefening op AZ: arginine, welke vorm heeft dit bij pH12.5 en waarom? Welk stikstofatoom is het meest basisch en waarom? valine, geef S configuratie (beiden dus structuur vanbuiten kennen)&lt;br /&gt;
#methyl-2-methylpropanoaat ondergaat een claisencondensatie in oplossing met methoxide. In tegenstelling tot andere claisencondensaties wordt het reactiemechanisme NIET naar rechts getrokken, waarom?&lt;br /&gt;
#3 verschillende reacties, verschillende zaken aanvullen telkens (mechanisme, welk type reactie, reactieproduct, reagentia,...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2017 (voormiddag) - Mario Smet===&lt;br /&gt;
Mondeling&lt;br /&gt;
#halogeenalkaan ondergaat een E1 + toelichten zaitsev&lt;br /&gt;
#vier moleculen ondergaan een E; welke is het reactiefst? Leg uit mbhv substituenteffecten + resonantievormen tekenen (indien nuttig)&lt;br /&gt;
#Waarom kan op een alcohol NIET goed een Sn uitgevoerd worden? (OH- is niet stabiel)&lt;br /&gt;
#2 voorbeelden geven hoe dat wel kan + werkt dit ook voor fenol? (protoneren of fosfaatgroep toevoegen)&lt;br /&gt;
#Voorbeeld geven van een nucleofiele substitutie van een alcohol in biologische systemen (acetaalvorming v/e reducerende suiker met methanol)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk&lt;br /&gt;
#oefeningen op koolhydraten (R/S; anomeer, epimeer, haworth en newman projecties&lt;br /&gt;
#oefeningen op reactiemechanismen (fiederlkraftsalkylering, nucleofiele acylsubstietutie)&lt;br /&gt;
#oefening op AZ (2 tekenen, titratie-oef, pKa vergelijken)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 Juni 2017 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Elektrofiele additie reactiemechanisme schrijven (regel markovnikov)&lt;br /&gt;
#4 moleculen bepalen welke het snelst aan een Ae doet (grensstructuren, inductieve effecten)&lt;br /&gt;
#naamgeving van enkele producten na de Ae&lt;br /&gt;
#isomerisatie in glycolyse van glucose-6-fosfaat naar fructose-6-fosfaat en uitleggen waarom dit base gekatalyseerd is&lt;br /&gt;
#verband uitleggen met Fehling&#039;s/ Tollen en Barfoed&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#gegeven moleculen Menthol aantal stereochemische oefeningen oplossen (R/S, diasteromeren, enantiomeren, newman...)&lt;br /&gt;
#oefening op AZ op papierelektroforese (waar komt elk AZ bij bepaalde ph)&lt;br /&gt;
#aceton+ methylanime wordt imine bij ph=7 laat zien&lt;br /&gt;
#enkele reactiemechanisme aanvullen of tekenen ( Nitrering, estercondensatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2017 (voormiddag) SINDS 2017 GEGEVEN DOOR MARIO SMET===&lt;br /&gt;
#op 4 structuren Sn1 toepassen en verklaren welke het meest reactief is + resomere vormen geven + naamgeving...&lt;br /&gt;
#retro aldolcondensatie bij glycolyse en zeggen hoe het katalytisch effect tot stand kwam&lt;br /&gt;
#een oefenig op suikers, op aminozuren en 3 reactiemechanismes&lt;br /&gt;
#vertellen hoe een alcohol test werkt met chroomzuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===9 juni 2016===&lt;br /&gt;
#beckman omlegging&lt;br /&gt;
#edman degradatie&lt;br /&gt;
#biosynthese geraniol en limoleen&lt;br /&gt;
#structuren = S.A.M &amp;amp; biotione&lt;br /&gt;
#naamgeving + 2 mechanismes&lt;br /&gt;
#oefening ivm stereochemie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===8 juni 2016===&lt;br /&gt;
#synthese vn peptiden&lt;br /&gt;
#hydrolyse, omestering en reductie van esters&lt;br /&gt;
#cannizaro reactie&lt;br /&gt;
#structuren: -2-isopentenylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#Trans decaline&lt;br /&gt;
#oef over suikers(suiker bepalen, chirale C&#039;s, newman projectie..)&lt;br /&gt;
#reactiemechanismen en naamgeving&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 juni 2016===&lt;br /&gt;
#Aldolcondensatie en waardat deze terugkomt in de glycolyse&lt;br /&gt;
#reactiviteit bij de substitutie reacties van benzeen, tolueen en pyridine vergelijken&lt;br /&gt;
#-verschil tussen reducerende suikers en nietreducerende suikers&lt;br /&gt;
#structuur van acetyl-choline en palitine&lt;br /&gt;
#pH van aminozuren bij een titratie&lt;br /&gt;
#reactimechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# Claisen condensatie + verband met afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van geconcentreerd zwavelzuur met:&lt;br /&gt;
#* Alkeen&lt;br /&gt;
#* Alcohol&lt;br /&gt;
#* Aromaat&lt;br /&gt;
# acetylcholine en fructose 6 fosfaat tekenen, optische zuiverheid uitleggen. &lt;br /&gt;
#Oefeningen over aminozuren (of glutamine en threonine te scheiden waren met elektroforese) fischer, newmann, stereo isomeren erover. &lt;br /&gt;
#En dan twee reacties natuurlijk&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2015 ( namiddag ) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg de reacties met benzeen uit en ook die van purine en fenol.&lt;br /&gt;
# Bespreek de hydrolyse en omestering van vetzuren in zuur en basisch milieu. Leg hierbij ook het broomgetal en verzepingsgetal uit.&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Naamgeving ( c-AMP en mannose)&lt;br /&gt;
# Leg uit si en re&lt;br /&gt;
# Een hele lang oefening vergelijkbaar met de oefeningen van de oefenzitting ( verschil tussen D en L, chirale C, reacties, ...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2015 ( voormiddag ) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
mondeling:&lt;br /&gt;
#Aminen en halogeenalkanen &lt;br /&gt;
#Aminen en salpeterigzuur&lt;br /&gt;
#Laboratorium peptidesynthese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
#structuren&lt;br /&gt;
#*Limoneen&lt;br /&gt;
#*Sorbitol&lt;br /&gt;
#stereochemie+ reactiemechanisme&lt;br /&gt;
#*aldolcondensatie&lt;br /&gt;
#leg uit:&lt;br /&gt;
#*reducerende en niet-reducerende suikers&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2015===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
mondeling:&lt;br /&gt;
#Wat is &#039;&#039;mutarotatie&#039;&#039;? Leg dit uit a.h.v glucose en fructose.&lt;br /&gt;
#Leg uit:&lt;br /&gt;
#* Fisher-verestering&lt;br /&gt;
#* Beckmann-omslag. Je moet ook weten hoe H2O addeert. Hij vraagt hoe je aan een oximen kunt komen. &lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC &lt;br /&gt;
#structuren&lt;br /&gt;
#*citroenzuur&lt;br /&gt;
#*ninhydrine&lt;br /&gt;
#structuur observeren&lt;br /&gt;
#* chirale C-atomen aanduiden&lt;br /&gt;
#* OG van aangeduid atoom geven&lt;br /&gt;
#* vermelden welke N in de molecule het stabielste is.&lt;br /&gt;
#* vermelden hoeveel stereo-isomeren er gevormd kunnen worden.&lt;br /&gt;
#* Ã©Ã©n stereomeer tekenen dat geen enantiomeer is.&lt;br /&gt;
#* oefening op pH-waarden binnen titraties. ( &#039;&#039;deze bij 200 mL als de molecule volledig geprotoneerd is&#039;&#039; )&lt;br /&gt;
#wat is &#039;&#039;fosforyleringspotentiaal&#039;&#039;? Leg uit.&lt;br /&gt;
#2 structuren gegeven. &lt;br /&gt;
#*Van elk de/het reactieproduct(en) geven en hiervan de juiste skeletnotatie. &lt;br /&gt;
#*Geef van Ã©Ã©n van de 2 tructuren het reactiemechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 juni 2014===&lt;br /&gt;
#Bespreek de reacties met alkenen (waterstof halogenen en perzuren)&lt;br /&gt;
#Iupac&lt;br /&gt;
#Bespreek reducerende suikers&lt;br /&gt;
#Peridoxalfosfaat en acetylcholine&lt;br /&gt;
#Stereochemie&lt;br /&gt;
#Reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 augustus 2013===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reactie kan D-mannose in een basisch milieu ondergaan?&lt;br /&gt;
# Leg de biosynthese van vetzuren uit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC&lt;br /&gt;
# Structuren: tBOC en ninhydrine&lt;br /&gt;
# Fosforylerings-potentiaal&lt;br /&gt;
# Random oefening&lt;br /&gt;
# Reacties: Ester+Amide en Alcohol+Zuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2013 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de elektrofiele en nucleofiele substitutie bij benzeen en pyridine.&lt;br /&gt;
# Bespreek eliminatiereacties bij halogeenalkanen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC.&lt;br /&gt;
# Structuur van glucaarzuur en tosylchloride.&lt;br /&gt;
# Leg optische zuiverheid uit.&lt;br /&gt;
# Tryptofaan: chirale koolstoffen, alle stereo-isomeren tekenen in Fischer en Newman, R/S bepalen.&lt;br /&gt;
# Reacties: Nucleofiele substitutie halogeenalkaan en Fischer estersynthese.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
#decarboxylatie alpha-aminozuur en decarboxylatie alpha-ketocarbonzuur&lt;br /&gt;
# amine + halogeenalkaan/salpeterigzuur&lt;br /&gt;
# iupac&lt;br /&gt;
# structuur beta-maltose en geranylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
# dean-stark&lt;br /&gt;
# molecule: chirale centra, R/S, enantiomere/diastereomere/epimeren/anomeren, oxidatie, welke OH zuurste?&lt;br /&gt;
# reactie aldehyd + OH/H2o, tetrahydropyraan met HI&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2013 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg de methoden uit om de volgorde van aminozuren in een peptide te achterhalen&lt;br /&gt;
# Leg uit: Halfacetaal- en acetaalvorming en pas toe op de vorming van beta-D-glucopyranose en methyl-beta-D-glucopyranoside&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Leg biodiesel uit&lt;br /&gt;
# Geef de structuur van limoneen en citroenzuur&lt;br /&gt;
# IUPAC-naamgeving&lt;br /&gt;
# Molecule gegeven: &lt;br /&gt;
#* Geef alle chirale C-atomen + R/S nomenclatuur&lt;br /&gt;
#* Newman projectie geven van bepaalde as&lt;br /&gt;
#* Is de stikstof erin basisch (verklaar met substituenteffecten)&lt;br /&gt;
#* Teken een stereomeer die geen epimeer is&lt;br /&gt;
# Reacties waarvan 1 uitwerken:&lt;br /&gt;
#* Sn1 van een alkaan met een broom erin&lt;br /&gt;
#* Claisen condensatie van een ester&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#bespreek reactie alkenen met perzuren, halogenen en H2.&lt;br /&gt;
#bespreek decarboxylatie van carbonzuren, pas toe op vb uit citroenzuurcyclus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#bespreek: reducerend/niet reducerend suiker&lt;br /&gt;
#molecules tekenen: biotine en SAM&lt;br /&gt;
#iupac naam&lt;br /&gt;
#chirale C: OT, R of S aangeven, diasteromeren van een AZ en fisher+newman&lt;br /&gt;
#oefening met ph berekening met titratie&lt;br /&gt;
#uitleggen waarom pka van 1 lager is dan een ander AZ&lt;br /&gt;
#2 ractiemechanismen geven, Ã©Ã©n ervan uitschrijven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# mutarotatie volledig uitleggen en illustreren voor D-fructose en D-glucose&lt;br /&gt;
# Joodgetal, verzepingsgetal, Hydrolyse en omestering (zuur en basisch) voor olie en vetten. (met TEKENINGEN van ELK mechanisme)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# fosforyleringspotentaal&lt;br /&gt;
# 2 mechanismes waarvan ge het mechanisme en het eindproduct moet geven en eentje moet ge tekenen (naar keuze).&lt;br /&gt;
# structuur gegeven: &lt;br /&gt;
#* geef alle chirale C-atomen &lt;br /&gt;
#* Stereo isomeren &lt;br /&gt;
#* R en S geven van de chirale C-atomen in de stereo isomeren &lt;br /&gt;
#* Zeggen of de dubbele bindingen E of Z zijn &lt;br /&gt;
#* bepaal oxidatiegetal van het aangeduide punt &lt;br /&gt;
#* verklaar waarom een stof hogere pka heeft als die gegeven is&lt;br /&gt;
# er is nog eentje maar die weet ik niet meer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2013 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling: &lt;br /&gt;
#synthese van peptiden in het labo&lt;br /&gt;
#de hydrolysereactie van esters en fosfaatesters&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk: &lt;br /&gt;
#iupac naam&lt;br /&gt;
#structuur van : cAMP en alpha keto glutaarzuur&lt;br /&gt;
#leg de Beckman omlegging uit&lt;br /&gt;
#suikers (ge krijgt een blad me alle suikers op) wij hadden xylulose&lt;br /&gt;
#* bepaal de absolute configuratie van alle chirale C-atomen&lt;br /&gt;
#*teken de meest stabiele open ketenvorm in een speciale projectie, kweet nimeer welke, volgens de C3-C4 as&lt;br /&gt;
#*bepaal het oxidatiegetal van C2&lt;br /&gt;
#*teken de overgang van L - xylulose naar L alpha xylulopentose&lt;br /&gt;
#*teken het anomeer van L alpha xylulopentose&lt;br /&gt;
#*welke soort reactie treed op bij een ringsluiting en welk soort katalysator bevordert dit proces&lt;br /&gt;
#dan nog twee reacties, waarvan ge een volledig moet uitwerken en van beide reacties moet ge het reactietype geven en reactieproduct(en)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2013 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#bespreek de claisencondensatie en bespreek het verband met de afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
#beschrijf de biosynthese van geraniol en limoneen(monoterpenen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#Bespreek de regel van Huckel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2012 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling: &lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van monoterpenen: geraniol (molecule krijg je) en limoneen (structuur wel kennen)&lt;br /&gt;
# Bespreek de aldolcondensatie en geef het verband met de glycolyse&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk: &lt;br /&gt;
# IUPAC naam geven&lt;br /&gt;
# structuren van acetylcholine en citroenzuur&lt;br /&gt;
# uitleggen wat reducerende en niet reducerende suikers zijn&lt;br /&gt;
# oefening met molecule met fenolen enz aan: fisherprojecties geven van de isomeren en ook de R/S en newmanprojecties van de stabielste moleculen.&lt;br /&gt;
# reactiemechanismes aanvullen: nucleofiele additie van H2SO4 aan alkeen en zuurgekatalyseerde claisencondensatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2012 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# bespreek de nucleofiele reacties van carbonylgroep en additie met H20 en alcohol&lt;br /&gt;
# Bespreek ninhydrine reactie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# ne iupac&lt;br /&gt;
# Limoneen en fosfoënolpyruvaat tekenen&lt;br /&gt;
# Bespreek optische zuiverheid&lt;br /&gt;
# oefening met suiker ( bij ons was die suiker L-tagatose dachtek) ma ge krijgt een blad om hem te herkennen (naam geven, fisher tekenen, R/S, een diastereomeer geven dat geen epimeer en geen anomeer is, + waarom suikercyclisatie zuur gekatalyseerd, en dan nog iets ma da wetek ni meer)&lt;br /&gt;
# 2 structuren ( 1 was zo cyclisch ether da met HI reageert )&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 juni 2011===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Labosynthese van peptiden&lt;br /&gt;
#Eliminatiereacties bij halogeenalkanen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPD-naam&lt;br /&gt;
#structuren:&lt;br /&gt;
#*Nylon-66&lt;br /&gt;
#*Palmitinezuur&lt;br /&gt;
#Leg uit: Dean Stark opstelling&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===24 Juni 2011 (namiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Ninhydrinereactie&lt;br /&gt;
#bespreek reacties van amiden met halogeenalkanen en salpeterigzuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC-naam&lt;br /&gt;
#Structuren:&lt;br /&gt;
#*c-AMP&lt;br /&gt;
#*Sorbitol&lt;br /&gt;
#Leg uit: Cannizzaro-reactie&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#2 reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===24 Juni 2011 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Bio-synthese van vetzuren en het verband met de Claisencondensatie&lt;br /&gt;
#reacties van alkenen met waterstof, halogenen en perzuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC-naam&lt;br /&gt;
#structuren:&lt;br /&gt;
#*ATP&lt;br /&gt;
#*citroenzuur&lt;br /&gt;
#Leg uit: Diazokoppelingsreactie&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#2 reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===16 Juni 2011===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Leg uit: acetaal- en halfacetaalvorming.&lt;br /&gt;
#Reacties van anorganische zuren met alkenen en alkynen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
#IUPAC-naam&lt;br /&gt;
#structuren:&lt;br /&gt;
#*limoneen&lt;br /&gt;
#*D-mannose&lt;br /&gt;
#leg uit: Kolbe-Schmitt reactie&lt;br /&gt;
#stereochemie&lt;br /&gt;
#2 reactiemechanismen&lt;br /&gt;
===23 augustus 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Ninhydrinereactie&lt;br /&gt;
# Welke reacties kan D-fructose in base ondergaan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren:&lt;br /&gt;
#* Pyridoxalfosfaat&lt;br /&gt;
#* SAM&lt;br /&gt;
# leg uit: Biodiesel&lt;br /&gt;
# stereochemie&lt;br /&gt;
# twee reactiemechanismen:&lt;br /&gt;
#* keton met alcohol&lt;br /&gt;
#* amide in water (zuurgekatalyseerd)&lt;br /&gt;
===18 juni 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Reactie van anorganische zuren met alkenen en alkynen.&lt;br /&gt;
# Alkylering, sulfonering en acylering van aromaten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren&lt;br /&gt;
#* (delta2)isopentenylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#* cellobiose&lt;br /&gt;
# leg uit: epoxyharsen en -lijmen&lt;br /&gt;
# stereochemie aminozuur met R = -CHOH-CH3&lt;br /&gt;
#* duid chirale koolstoffen aan&lt;br /&gt;
#* hoeveel conformaties zijn er? en teken deze&lt;br /&gt;
#* benoem (R,S)&lt;br /&gt;
#* welke zijn enantiomeren? diastereomeren?&lt;br /&gt;
#* bepaal het oxidatiegetal van de C-atomen&lt;br /&gt;
#* welk is het meest basisch en zeg waarom...&lt;br /&gt;
# twee reactiemechanismen waarvan 1 helemaal uitschrijven&lt;br /&gt;
===14 juni 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Welke reacties gebeuren er met suikers in basisch milieu? (en dan bedoelt hij specifiek in basisch milieu)&lt;br /&gt;
# Bespreek de oxidatie van alcoholen in het labo met K2Cr2O7 en in de natuur met NAD+ en illustreer met een voorbeeld in de citroenzuurcyclus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
#* Biotine&lt;br /&gt;
# leg uit: reactie van Chichibabin&lt;br /&gt;
# stereochemie&lt;br /&gt;
#* duid chirale koolstoffen aan&lt;br /&gt;
#* hoeveel conformaties zijn er? en teken deze&lt;br /&gt;
#* benoem (R,S)&lt;br /&gt;
#* welke zijn enantiomeren? diastereomeren?&lt;br /&gt;
#* is er een mesovorm?&lt;br /&gt;
#* welk is het meest basisch: CH3CH2COO- of CH3CH2C=-C- (driedubbele binding) en zeg waarom&lt;br /&gt;
# twee reactiemechanismen waarvan 1 helemaal uitschrijven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Wat geven alkenen met &lt;br /&gt;
#* Anorganische zuren; &lt;br /&gt;
#* Perzuren (ook energieschema&#039;s kennen, effecten van concentraties enzo)&lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van vetzuren (Claisen-condensatiestap belangrijkst)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# structuren&lt;br /&gt;
#*SAM (S-adenosylmethionine)&lt;br /&gt;
#*PET&lt;br /&gt;
# Leg uit: Kolbe-Schmidt-reactie (aspirine dus)&lt;br /&gt;
# Stereo-chemie:&lt;br /&gt;
#* teken (beta)-L-gulopyranose (lineaire vorm gegeven)&lt;br /&gt;
#* teken gunstigste Newman-projectie volgens C2-C3-as&lt;br /&gt;
#* wat is de oxidatietrap van C6?&lt;br /&gt;
#* geef de anomeer en een epimeer van L-gulose&lt;br /&gt;
# 2 reactiemechanismen (1 uitschrijven)&lt;br /&gt;
#* oxidatie van een alcohol en aldehyde met K2Cr2O7, H2SO4, koud&lt;br /&gt;
#* Friedel-Crafts-acylering&lt;br /&gt;
-&lt;br /&gt;
===22 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de aldolcondensatie. Bespreek ook de stap van de glycolyse die verband houdt met de aldolcondensatie.&lt;br /&gt;
# Bespreek de hydrolyse en omestering van vetten. Leg ook uit wat het verzepingsgetal en het joodgetal is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* dansylchloride&lt;br /&gt;
#* cellobiose&lt;br /&gt;
# Leg uit: De Beckmann-omlegging&lt;br /&gt;
# Je krijgt een molecule gegeven &lt;br /&gt;
#* Duid alle assymetrische koolstofatomen aan met een &amp;amp;quot;*&amp;amp;quot; en zeg of ze een R of S-configuratie hebben&lt;br /&gt;
#* Teken het enantiomeer en 2 epimeren&lt;br /&gt;
#* Van een N-atoom zeggen dat het basischer of zuurder is in vergelijking met ammoniak&lt;br /&gt;
#* 2 mesomeren vormen geven (buiten die van benzeenring)&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen (producten + soort reactie geven + Ã©Ã©n mechanisme helemaal uitschrijven)&lt;br /&gt;
#* tertair alcohol + zuurchloride&lt;br /&gt;
#* alkeen + zuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# bespreek de nucleofiele additie aan de carbonylgroep. Bespreek de factoren die de reactiviteit van aldehyden en ketonen beinvloed. geef de reactie met water en alcoholen&lt;br /&gt;
# bespreek de reactie van alkenen met waterstof, halogenen en perzuren&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* maltose&lt;br /&gt;
#* fosfoënolpyruvaat&lt;br /&gt;
# Leg uit: epoxyharsen en -lijmen&lt;br /&gt;
# gegeven: aminozuur met zijgroep: R=CH2-SH&lt;br /&gt;
#* Hoeveel stereoisomeren bestaan er van dit molecule+ welk aminozuur is dit&lt;br /&gt;
#* geef de fischerprojectie en de Newmanprojectie( volgens C2-C3 as) van stabielste conformatie van elk stereoisomeer.Geef van elke chirale C of het R of S is.&lt;br /&gt;
#* titratie: je begint met 100ml van O,2M oplossing van aminozuur(volledig geprotoneerd) en je titreert met 0,2M NaOH.(Pk1=1,9 Pk2=10,7 Pkr=8,4&lt;br /&gt;
#*# bereken PH als je 150ml NaOH toegevoegd hebt&lt;br /&gt;
#*# Bereken PH als je 300ml NaOH toegevoegd hebt&lt;br /&gt;
#*# wat is(zijn) de voornaamste vorm(en) van het aminozuur bij PH=8,4&lt;br /&gt;
# reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Leg de decarboxylering van carbonzuren uit en pas toe in een stap uit de citroenzuurcyclus&lt;br /&gt;
# Welke technieken ken je voor het bepalen van de aminozuurvolgorde in een peptideketen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Biotine&lt;br /&gt;
#* (delta)Â³ - isopentenylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
# Leg uit: de reactie van chichibabin&lt;br /&gt;
# Cyclische L-suiker gegeven:&lt;br /&gt;
#* Geef de naam en de lineaire structuur. (lijst met ongekende suikers gegeven)&lt;br /&gt;
#* Bepaal van CÂ² of het R of S - configuratie heeft&lt;br /&gt;
#* Duidt niet-chirale C-atomen in lineaire en cyclische structuur aan&lt;br /&gt;
#* Hoeveel 1,3-diaxiale interacties zijn er?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 8 juni 2008===&lt;br /&gt;
# Leg uit: de reactie van een zuur met een alkeen/alkyn.&lt;br /&gt;
# Leg uit: de Claisen-condensatie en breng dit in verband met de biosynthese van lipiden/vetten.&lt;br /&gt;
# Teken de structuur van S-adenosyl-methionine en van sacharose.&lt;br /&gt;
# Leg uit: optische zuiverheid.&lt;br /&gt;
# Oefeningen:&lt;br /&gt;
#* Stereochemie, invloed van substituenten op de zuurtegraad etc. &lt;br /&gt;
#* Reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 aug 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Geef de biosynthese van monoterpenen voor de vorming van geraniol en limoneen.&lt;br /&gt;
# Bespreek sulfonering, alkylering en acylering aan aromaten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* cyclisch AMP&lt;br /&gt;
#* Glucaarzuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de hydrolyse, omestering, aminolyse en reductie van esters.&lt;br /&gt;
# Welke methoden ken je om de volgorde van aminozuren in peptiden te bepalen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Moleculen:&lt;br /&gt;
#* Nerylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#* Cellobiose&lt;br /&gt;
# Wat zijn epoxylijmen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Licht toe wat acetalen en hemiacetalen zijn en pas dit toe op de vorming van beta-D-glucopyranose uit D-glucose en de vorming van methyl-beta-D-glucopyranoside.&lt;br /&gt;
# Bespreek de labosynthese van peptiden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Trans-decaline&lt;br /&gt;
#* Histamine&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek reactie alkenen met H2, halogenen en perzuren.&lt;br /&gt;
# Bespreek zure en base hydrolyse en omestering van vetten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* ADP&lt;br /&gt;
#* Maltose&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de eleminatiereacties bij halogeenalkanen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de testreactie van ninhydrine.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Geef de IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Teken de volgende structuren:&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
#* Thymidine&lt;br /&gt;
# Bespreek nylon 66.&lt;br /&gt;
# Cyclisch suiker: &lt;br /&gt;
#* Geef de naam.&lt;br /&gt;
#* Welk is het zuurste proton ?&lt;br /&gt;
#* Geef de configuratie (R/S).&lt;br /&gt;
#* Fisher&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de niet chirale C&#039;s ?&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de additie van zuren op alkenen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van vetzuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam geven.&lt;br /&gt;
# Geef de structuur van:&lt;br /&gt;
#* Geranylpyrofosfaat&lt;br /&gt;
#* Ninhydrine&lt;br /&gt;
# Bespreek de Beckmann omlegging.&lt;br /&gt;
# Aspartaam gegeven:&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de verschillende stereoisomeren ?&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de chirale koolstofatomen en duid aan of R/S zijn.&lt;br /&gt;
#* Schrijf de fisherprojectie van L-fenylalanine.&lt;br /&gt;
#* Vraag over elektroforese: aantonen waar fenylalanine en asparaginezuur zich bevinden.&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 jun 2008 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactiemechanisme bij ketonen en aldehyden en vermeld hierbij de factoren die deze reacties beinvloeden. Geef een voorbeeld van additie van alcohol en additie van water.  &lt;br /&gt;
# Bespreek de isomerisatie van D-glucose oiv van een base en geef een vb in de glycolyse cyclus.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Pyridoxalfosfaat&lt;br /&gt;
#* Tosylchloride&lt;br /&gt;
# Leg uit wat een kroonether is.&lt;br /&gt;
# Structuur asparagine gegeven:&lt;br /&gt;
#* Teken alle stereoisomeren (fisher en newman).&lt;br /&gt;
#* R/S configuratie&lt;br /&gt;
#* Waarom heeft de amine-groep in de structuur geen basische eigenschappen ?&lt;br /&gt;
#* Bereken het eerste equivalentiepunt en leg je methode uit.&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Nucleofiele additie aan de carbonylgroep bespreken/factoren reactiviteit/aantonen met additie van water en alcohol.&lt;br /&gt;
# Manieren om de AZ volgorde te bepalen uitleggen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC naam&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Pyridoxalfosfaat&lt;br /&gt;
#* Tosylchloride&lt;br /&gt;
# Leg Nylon 66 uit.&lt;br /&gt;
# Structuur Cysteïne gegeven:&lt;br /&gt;
#* Fisher&lt;br /&gt;
#* Newman&lt;br /&gt;
#* R-S&lt;br /&gt;
#* Enantiomeren...&lt;br /&gt;
#* Welk molecule &lt;br /&gt;
#* Welke vorm komt in de natuur het meeste voor ?&lt;br /&gt;
#* Welke is de mesovorm?&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Aminolyse/omestering/hydrolyse esters.&lt;br /&gt;
# Leg de decarboxylatie van carbonzuren uit en breng deze in verband met de Krebscyclus.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Regel van Zaitsev kort bespreken.&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* Biotine&lt;br /&gt;
#* Cellobiose&lt;br /&gt;
# Suikers: &lt;br /&gt;
#* Open-ketenstructuur&lt;br /&gt;
#* R en S&lt;br /&gt;
#* Chirale atomen.&lt;br /&gt;
#* 1,3-diaxiale interactie&lt;br /&gt;
# Reacties: &lt;br /&gt;
#* Alkeen + HCl =&amp;amp;gt; ... &lt;br /&gt;
#* Oxidatie van een alcohol.&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# De additie van zuren aan alkenen.&lt;br /&gt;
# Mutarotatie uitleggen en illustreren met glucose.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* Acetylcholine &lt;br /&gt;
#* cAMP&lt;br /&gt;
# Omega-3 en omega-6 vetzuren uitleggen.&lt;br /&gt;
# Een bepaald aminozuur:&lt;br /&gt;
#* Fisher&lt;br /&gt;
#* Newman&lt;br /&gt;
#* pH-berekeningen&lt;br /&gt;
# Reacties: Reactieproducten en soort reactie geven en uitwerken voor een van de twee.&lt;br /&gt;
#* Carbonylgroep met H2 en Pt&lt;br /&gt;
#* 2 ketonen met OH-&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Eliminatiereacties uitleggen.&lt;br /&gt;
# Beta-oxidatie + claisencondensatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam (carbonzuurgroep keton, 2 dubbele binden, methyl, en alkynbinding)&lt;br /&gt;
# Een suiker omzetten naar een ringstructuur, epimeren aanduiden op bijhorende tabel.&lt;br /&gt;
# Biodiesel uitleggen&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
#* Thymidine structuur geven&lt;br /&gt;
# Twee reactiemechanismen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 jun 2007 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de aldolcondensatie van aldehyden en ketonen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van waterstof/halogenen/perzuren aan alkenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren&lt;br /&gt;
#* Oliezuur&lt;br /&gt;
#* Adrenaline&lt;br /&gt;
# Leg kort uit: kroonethers.&lt;br /&gt;
# R-groep van lysine gegeven:&lt;br /&gt;
#* Stereoisomeren, R/S, L aanduiden.&lt;br /&gt;
#* Newman/fischer projecties.&lt;br /&gt;
#* Naam van het aminozuur.&lt;br /&gt;
#* Voorkomen bij pH 10 (welke vorm: geprotoneerd of niet?)&lt;br /&gt;
# Twee reacties: (je moet maar van 1 het hele mechanisme geven, ander gewoon zeggen welk type reactie en eindproduct)&lt;br /&gt;
#* Een keton reageert met HNO3 en H2SO4.&lt;br /&gt;
#* Reactie van tertiar alcohol met zuurchloride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 aug 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek peptidesynthese in het labo en vergelijk met die ter hoogte van de ribosomen.&lt;br /&gt;
# Bespreek additie van zuren aan alkenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuurformule van adrenaline en gluconzuur.&lt;br /&gt;
# Bespreek optische zuiverheid.&lt;br /&gt;
# Gegeven: structuurformule threonine.&lt;br /&gt;
#* Aantal stereo-isomeren&lt;br /&gt;
#* De chirale C-en&lt;br /&gt;
#* Fisher- en newman-projectie van elk.&lt;br /&gt;
#* Duidt R/S aan.&lt;br /&gt;
#* Naam van aminozuur.&lt;br /&gt;
#* Bij pH = 7: naar welke pool migreert dit AZ (pk1 en pk2 gegeven) ?&lt;br /&gt;
# Beschrijven van reactie: 2 esters (dezelfde) boven de pijl (H3O+ en OC3H7), boven de 2e pijl (H3O+ en NaBH4).&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
=== 26 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Hemiacetaal en acetaal, pas toe op de vorming van beta-D-glucopyranosyl uit D glucose en de vorming van methyl - beta - D - glucopyranoside.&lt;br /&gt;
# Oxidatie, hydrolyse ( in zuur en in basisch milieu) en omestering van olie en vet.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Cystine en adipinezuur structuur geven.&lt;br /&gt;
# Regel van Zaitsev uitleggen en illustreren met een voorbeeld.&lt;br /&gt;
# Oefening met stereo-isomeren, Fischer, Newman en R en S configuratie.&lt;br /&gt;
# Furan + HNO3 + H2SO4 reactie geven.&lt;br /&gt;
#* Stoffen geven die ge aan furan moet toevoegen om een ethylgroep op positie 2 (alfa) te induceren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de laboratoriumsynthese van peptideverbindingen en vergelijk met de manier waarop aminzuren binden met ribosomen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de reactie van alkenen met waterstof, halogenen en perzuren. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuurformule van oliezuur en adrenaline.&lt;br /&gt;
# Bespreek cannizaro reacties.&lt;br /&gt;
# Structuurformule van een suiker:&lt;br /&gt;
#* Geef de fisherprojectie van de ringstructuur.&lt;br /&gt;
#* R-S van de C2 bepalen&lt;br /&gt;
#* Leidt de naam af.&lt;br /&gt;
#* Geef het aantal chirale C&#039;s in de haworth aan.&lt;br /&gt;
# Reactiemechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de isomerisatie van D-glucose onder invloed van base en breng in verband met een stap uit de glycolyse (alleen deze stap opschrijven).&lt;br /&gt;
# Bespreek de afbraak van vetzuren en breng in verband met de Claisencondensatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Thymidine&lt;br /&gt;
#* Dansylchloride&lt;br /&gt;
# Verklaar kort het begrip &amp;amp;quot;optische zuiverheid&amp;amp;quot;.&lt;br /&gt;
# Een hepteen is gegeven:&lt;br /&gt;
#* Geef de verschillende stereovormen in Fisherprojectie.&lt;br /&gt;
#* Geef de Newman-projectie van het meest stabiele conformeer.&lt;br /&gt;
#* Noteer ook R- en S-conformatie.&lt;br /&gt;
# Reactie waarbij de producten, tussenstappen en mechanismen moeten worden aangevuld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de elektrofiele aromatische substitutie met als voorbeeld nitreerzuur, benzeen en gesubstitueerde benzeenderivaten.&lt;br /&gt;
# Bespreek hydrolyse, reductie, omestering en aminolyse van esters.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren:&lt;br /&gt;
#* Sacharose &lt;br /&gt;
#* SAM&lt;br /&gt;
# Bespreek omega-3-vetzuren en omega-6-vetzuren.&lt;br /&gt;
# Gegeven: structuurformule arginine &lt;br /&gt;
#* Geef het aantal stereo-isomeren.&lt;br /&gt;
#* Duidt de cirale C&#039;s aan.&lt;br /&gt;
#* Fisher- en Newman-projectie van elk.&lt;br /&gt;
#* Duid R/S aan.&lt;br /&gt;
#* Geef de naam van het aminozuur.&lt;br /&gt;
#* Duid aan welke N het meest basisch is.&lt;br /&gt;
#* Welk stereo-isomeer is het L-aminozuur ?&lt;br /&gt;
# Beschrijven van reactie: 2 keer cyclopenteen met daaraan 2-hexanol (of pentanol ben het vergeten) keten op de pijl staat K2Cr2O7, H+ en koud, boven tweede pijl staat 1 OH- &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Bespreek de additie van zuren aan alkenen (geen carbonzuren bedoeld).&lt;br /&gt;
# Bespreek de biosynthese van vetzuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren: &lt;br /&gt;
#* Kaneelzuur&lt;br /&gt;
#* Cellobiose&lt;br /&gt;
# 3-broom-4-cloorhexaan:&lt;br /&gt;
#* Stereo-isomeren: Fisher- en Newman-projectie.&lt;br /&gt;
#* R,S-configuratie&lt;br /&gt;
#* Diastereomeren/enantiomeren?&lt;br /&gt;
# Het reactietype en naam en mechanisme van benzeenring met OH aan, bij de pijl staan dibroom en ijzertribroom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 jun 2006 ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# Aldolcondensatie + glycolyse stap die met aldolcondensatie te maken heeft. &lt;br /&gt;
# Geef de verschillende methoden om de volgorde van AZ in peptide te vinden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# IUPAC-naam.&lt;br /&gt;
# Structuren&lt;br /&gt;
#* Stearinezuur&lt;br /&gt;
#* Pyridine&lt;br /&gt;
# Leg uit: gauche en anti (bij alkanen).&lt;br /&gt;
# 2,3,4-hydroxybutanal:&lt;br /&gt;
#* Hoeveel stereoisomeren ?&lt;br /&gt;
#* Geef Fisher projectie en de Newmann projectie van de meest stabiele conformatie.&lt;br /&gt;
#* Geef R,S conformatie. &lt;br /&gt;
#* En zeg welke enantiomeren zijn, welke  diastereoisomeren zijn, mesovormen.&lt;br /&gt;
# Geef reactiemechanisme, reactieproduct (ook in skeletnotatie--&amp;amp;gt; reactieproduct) van:&lt;br /&gt;
#* Trans-1-fenyl-1-buteen met verdund zwavelzuur.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R1102587</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Celbiologie_en_biochemie&amp;diff=5066</id>
		<title>Celbiologie en biochemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Celbiologie_en_biochemie&amp;diff=5066"/>
		<updated>2026-06-08T12:54:30Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R1102587: /* 8 juni 2026 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Vanaf 2016-2017: Schriftelijk examen in plaats van mondeling examen zoals voordien.&lt;br /&gt;
Vanaf 2012-2013: Jaarvak voor zowel chemie als biochemie. Volledig gedoceerd door Patrick Van Dijck.&lt;br /&gt;
Vanaf 2024-2025: gedoceerd door Marion Crauwels.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;2022-2023&#039;&#039;&lt;br /&gt;
* Aanpak vak&lt;br /&gt;
** Nog steeds Patrick Van Dijck&lt;br /&gt;
** Jaarvak dus best grote hoeveelheid, maar niet onrealistisch&lt;br /&gt;
* Kwaliteit cursus&lt;br /&gt;
** Boek is in de afgelopen 6 jaar (misschien langer) nog niet (of toch amper) veranderd (veel E.M. foto&#039;s in)&lt;br /&gt;
** Hier en daar extra info bij slides, maar als je het boek kent ben je er zeker wel door&lt;br /&gt;
* Examen-/TTT-vragen&lt;br /&gt;
** TTT-vragen lijken totaal niet op examenvragen, waren meerkeuze en eerder oppervlakkig&lt;br /&gt;
** Geen paniek als TTT slecht was, vak is zelfs haalbaar als je hier een nul op had&lt;br /&gt;
** Belangrijkste zaken om te leren naar mijn mening&lt;br /&gt;
*** Hoofdstuk 4!!! Vooral metabolische wegen oefening (10 van de 35 tot 40 punten), kan zeker helpen om bio-organische hiernaast te leggen, maar hij vraagt regelmatig ook wel iets van actief transport of regulatie dus ook de rest van hoofdstuk 4 is wel belangrijk, soms vraagt hij ook om een specifieke metabolische weg uit te tekenen&lt;br /&gt;
*** Structuren en tekeningen! Zijn vrij gemakkelijke punten om te krijgen&lt;br /&gt;
*** Patrick vraagt graag begrippen, ik vond persoonlijk dat je buiten voor de metabolische wegen niet al teveel inzicht nodig had hiervoor, maar het helpt natuurlijk wel&lt;br /&gt;
*** Boek &amp;gt;&amp;gt;&amp;gt; slides, probeer zeker 1 keer het boek echt volledig door te nemen&lt;br /&gt;
*** Schrijf echt elk detail op dat je denkt te weten, soms staan er echt op heel domme dingen al punten&lt;br /&gt;
** In geval van tijdsnood (maar probeer wel gewoon echt alles te leren! Ik neem de schuld niet op mij als hij er toch iets van vraagt :))&lt;br /&gt;
*** Hij vraagt zelden tot nooit iets over hoofdstuk 3 (zeker mitose en meiose kan hem niet heel veel schelen)&lt;br /&gt;
*** Practicumhandleiding leren is ook vrij overbodig, buiten ionenuitwisselingschromatografie (bij ons bijvoorbeeld een examenvraag) en SDS-page als ik me goed herinner, maar deze staan ook in het boek uitgelegd normaal&lt;br /&gt;
*** Niet teveel tijd steken in E.M. foto’s, je kan sowieso wel iets aanduiden, zie dat je weet hoe golgi-apparaat, mitochondriën, vacuole eruitzien en je hebt al wel iets van punten (staat meestal op 4 punten) en je kan eens kijken op de wiki welke soort cellen hij vaak vraagt, want zijn meestal wel dezelfde&lt;br /&gt;
*** Oude examenvragen beantwoorden heeft niet enorm veel nut, structuur is altijd gelijkend, maar de begrippen dat hij vraagt zijn eerder willekeurig &lt;br /&gt;
--&amp;gt; oude examenvragen hebben wel nut, vragen die terugkomen: fosfofructokinase, G proteine, p53, ionuitwisselingschromatografie, gram+ vs gram-&lt;br /&gt;
*** De extra informatie bij de vragen van 2023 zijn steeds de opmerkingen die de prof zelf online heeft gezet, op de wiki van bios vind je nog extra vragen met opmerkingen, handig om te bekijken en te weten wat er verwacht wordt&lt;br /&gt;
Oplossingen van alle &#039;hoeveel mol&#039;-oefeningen t.e.m 2024: https://drive.google.com/file/d/15yP47s36vrCTgW9s5w-oYJc1IeW85DiW/view?usp=sharing (nieuwe link)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen vanaf 2013==&lt;br /&gt;
=== 8 juni 2026 ===&lt;br /&gt;
# Teken de oligosaccharide met D-glucuronzuur in een alfa 1,4 binding met beta-D-galacturonzuur in een beta 1,2 binding met D-glucose (in furanose vorm)&lt;br /&gt;
# Leg het principe van twee dimensionale dunne laag chromatochrafie uitgebreid uit&lt;br /&gt;
## Leg uit welke stappen er juist moeten gebeuren om dit uit te voeren&lt;br /&gt;
## Maak een schets van waar de volgende stoffen zullen eindigen, leg dit uitgebreid uit en benoem alle relevante elementen. De stoffen waren fosfoserine, fosfocholine, en de andere twee ben ik al vergeten (het was difosfo... en mono...)&lt;br /&gt;
## Wat betekent het begrip &#039;Rf-waarde&#039;. Rangschik de Rf-waarden van bovenstaande stoffen van groot naar klein&lt;br /&gt;
# Er was een eiwit gegeven met een tabel wat de opbouw weergaf en het was ook deel van een secretieweg.&lt;br /&gt;
## Leg uit waar het eiwit wordt gemaakt en hoe het geraakt waar het nodig is&lt;br /&gt;
## Waarom hebben niet alle eiwitten dezelfde tertiare structuur?&lt;br /&gt;
## Leg uit hoe het ubitique-ligase complex beschadigde eiwitten afbreekt &lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
## Hoeveel moleculen appelzuur zijn er nodig om twee moleculen tripalmetinezuur te maken&lt;br /&gt;
## Welke metabole wegen worden er hierbij doorlopen?&lt;br /&gt;
## Waar vinden de eerder genomen wegen elektronenmicroscopisch plaats?&lt;br /&gt;
## Geef één van deze wegen schematisch weer.&lt;br /&gt;
# 10 meerkeuze vragen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 augustus 2025===&lt;br /&gt;
# Teken: DNA-molecule met aan 5&#039;-uiteinde 2&#039;deoxythymidine-5&#039;-monofosfaat en afsluitend aan het 3&#039;-uiteinde 2&#039;-deoxyguanosine-5&#039;-monofosfaat&lt;br /&gt;
# TLC uitleggen en de praktische uitvoering gedetailleerd beschrijven &lt;br /&gt;
## Resultaat TLC tekenen van mengsel met heparine, hyaluronzuur, dermataansulfaat &amp;amp; chondroïtinesulfaat (benoem relevante delen en leg patroon uit, structuurformules werden wel gegeven anders is dit onmogelijk)&lt;br /&gt;
# Iets te lange uitleg over SER waar puur gefocust werd op de synthese van fosfolipiden&lt;br /&gt;
## Bespreek de bouw van het SER&lt;br /&gt;
## Uit welke metabole wegen komen de bouwstenen voor fosfolipiden? Welke bouwstenen zijn dit? Waar vinden deze metabole wegen plaats?&lt;br /&gt;
## Geef de structuurformule van een fosfolipide naar keuze&lt;br /&gt;
## Bespreek hoe het SER tussenkomt bij de synthese van fosfolipiden met behulp van een schema&lt;br /&gt;
## Geef een voorbeeld van een gedifferentieerde cel en de naam van een aanwezige lipide&lt;br /&gt;
# Hoeveel ethanol heb je nodig voor 6 moleculen ribose-5-fosfaat?&lt;br /&gt;
## Geef alle namen van de gebruikte metabole wegen&lt;br /&gt;
## Waar vinden de eerder genoemde wegen elektronenmicroscopisch plaats?&lt;br /&gt;
## Leg 1 van de wegen uit&lt;br /&gt;
## Geef de energie balans voor 4.1&lt;br /&gt;
# Nog 10 meerkeuzevragen maar had geen zin om ze over te schrijven en ben ze ondertussen volledig vergeten&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 juni 2025===&lt;br /&gt;
# Maak een oligosaccharide van alpha-D-Galactose alpha 1-6 verbonden met D Fructose alpha 1-2 verbonden met beta-D-Ribose&lt;br /&gt;
# Bespreek het principe van Gelfiltratie&lt;br /&gt;
## Hoe bepaal je hiermee het molecuulgewicht van een onbekend molecule&lt;br /&gt;
## Rangschik volgende moleculen op volgorde waarmee ze deze techniek verlaten, bespreek ook waarom dit zo is. Insuline, Hemoglobine, Glutathion, Tyrosine.&lt;br /&gt;
### 1)&lt;br /&gt;
### 2)&lt;br /&gt;
### 3)&lt;br /&gt;
### 4)&lt;br /&gt;
# Tekstje over eiwitten die ik vergeten ben&lt;br /&gt;
## Bespreek synhtese gefacilliteerd transport vanaf het mRNA voor een proteine dat bedoeld is voor secretie.&lt;br /&gt;
## Bespreek een manier van afbraak van eiwitten waarin APC voorkomt.&lt;br /&gt;
# 4.1)Hoeveel moleculen CO2 komt er in een plantencel vrij bij het maken van 2 sucrose via fotosynthese?&lt;br /&gt;
## 4.2)Bespreek voor 1 van de gebruikte metabole wegen de metabolieten, cofactoren, enzymen,... (Ze heeft hier in de aula gezegd dat je licht of donker reacties MOET bespreken)&lt;br /&gt;
## 4.3)Welke metabole wegen worden allemaal gebruikt&lt;br /&gt;
## 4.3) (opnieuw 4.3)Waar gebeuren deze metabole wegen op elektronenmicroscopisch niveau&lt;br /&gt;
## 4.4)Bespreek 1 van de gebruikte metabole wegen in 4.2 in groot detail (de metabolieten, cofactoren, enzymen,...) (Ik heb hier gevraagd of dit ook fotosynthese moest zijn, en het antwoord was ja)&lt;br /&gt;
# 10 meerkeuze vragen&lt;br /&gt;
##  Wat staat er op de foto? (Afbeelding van Thymidine monofosfaat)&lt;br /&gt;
### a)2-deoxyribose-4-fosfaat thymine&lt;br /&gt;
### b)ribose-4-fosfaat thymine&lt;br /&gt;
### c)2-deoxyribose-4-fosfaat uridine&lt;br /&gt;
### d)ribose-4-fosfaat uridine&lt;br /&gt;
## EM foto van 1 cel die niet in aanraking kwam met andere cellen, hierin was een pijl naar een regio die leek op ER, dit was ook het enigste zichtbare in de cel buiten een kleine rondvormige donker gekleurde regio.&lt;br /&gt;
### a)Eukaryote cel met het ER aangeduid&lt;br /&gt;
### b) Prokaryote cel met nucleoide aangeduid&lt;br /&gt;
### c) Eukaryote cel met .... aangeduid&lt;br /&gt;
### D Prokaryote cel met het mesosoom aangeduid&lt;br /&gt;
## EM foto van eerst een cel met daar een pijl naar vesikels die met elkaar verbonden waren, hierbij stonden de letters MT. Daarna een meer ingezoemde foto van deze vesikels. Wat zijn deze vesikels?&lt;br /&gt;
### a) Microtubuli in een uitloper van een zenuwcel&lt;br /&gt;
### b) sarcoplasmatisch reticuluml in een spiecel&lt;br /&gt;
### c) actinefilamenten in een spiercel&lt;br /&gt;
### d) ... in een uitloper van een zenuwcel&lt;br /&gt;
## DNA sequentie gegeven: ....AGCGATTTCGACATCTGCT... (Deze lengte,Andere basen, met ook de ...). Hoeveel aminozuren lang is deze sequentie indien de stopcodons UAG, UAA, en UGA zijn&lt;br /&gt;
### a)2&lt;br /&gt;
### b)3&lt;br /&gt;
### c)4&lt;br /&gt;
### d)5&lt;br /&gt;
##Foto van Glycerol gegeven:&lt;br /&gt;
### a) Dit is een structuur moleculen in de structuur van de glycolipide van bacterien&lt;br /&gt;
### b) Dit is een structuur moleculen in de structuur van de glycolipide van dieren&lt;br /&gt;
### c) ...&lt;br /&gt;
### d) ...&lt;br /&gt;
## Wat is EEN Functie van het golgi apparaat&lt;br /&gt;
### a) ...&lt;br /&gt;
### b) ...&lt;br /&gt;
### c) Detoxificatie van het cytoplasma&lt;br /&gt;
### d) Glycosylering van eiwitten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 10 juni 2025===&lt;br /&gt;
# Je kreeg 5 aminozuren (ook echt de structuurformules): threonine, proline, asparaginezuur, glycine en glutamine.&lt;br /&gt;
## Maak een pentapeptide met aan de N-terminus threonine gevolgd door glutamine, proline, asparaginezuur en glycine aan de C-terminus.&lt;br /&gt;
## Teken elk atoom en duid de asymmetrische koolstof aan.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
## Bespreek kort de gaschromatografie.&lt;br /&gt;
## Leg uit hoe je hiermee suikers kunt scheiden&lt;br /&gt;
## Je hebt glyceraldehyde, fructose, deoxyribose en glucose. Zet in volgorde wie eerst eruit komt tot wie laatst eruit komt en leg uit waarom.&lt;br /&gt;
# Tijdens de celcyclus wordt het cytoskelet op en afgebouwd.&lt;br /&gt;
## Som 3 structuurelementen op van het cytoskelet.&lt;br /&gt;
## Leg naar keuze 1 van deze structuurelementen uit van bouw en polymerisatie/depolymerisatie.&lt;br /&gt;
## Leg uit hoe het mechanisme van de controlepunten werken.&lt;br /&gt;
## Leg uit hoe de regulatie van G2/M controlepunt werkt. Dit kan a.d.h.v. een schema.&lt;br /&gt;
## Soms treedt er een fout op in dat mechanisme. Hoe voorkomt de cel dat er tumorcellen gevormd wordt.&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
## Hoeveel palmitinezuur is er nodig om 1 molecule raffinose te maken?&lt;br /&gt;
## Teken palmitinezuur en raffinose.&lt;br /&gt;
## Welke metabole wegen worden gebruikt om van palmitinezuur naar raffinose te gaan?&lt;br /&gt;
## Kies 1 metabole weg en teken deze schematisch uit (met ATP, enzymen, ...)&lt;br /&gt;
## Is er energie verbruikt of gewonnen? Hoeveel ATP?&lt;br /&gt;
# 10 meerkeuzevragen (zonder giscorrectie)&lt;br /&gt;
## Zoals: EM foto, Hoeveel aminozuren geeft deze sequentie, Enzymatische reactie met niet-competitieve inhibitor: Wat gebeurt er met Vmax en Km, Wat is een functie van het Golgi-apparaat,...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 augustus 2024; examen op 38 punten===&lt;br /&gt;
#Om het erfelijk materiaal van een cel juist te kunnen verdelen moet het eerste verdubbeld worden. Leg dit proces uit (en teken). - 5 punten&lt;br /&gt;
#Waar in de celcyclus vindt het proces van vraag 1 plaats? Tijdens dit proces ontstaan er soms foutjes, welk(e) mechanisme(n) voorkomen dat er zich een tumor vormt? Leg gedetailleerd uit. - 6 punten&lt;br /&gt;
#Wat is het verschil tussen verzadigde en onverzadigde vetzuren. Geef hiervan de opbouw/synthese (en teken). - 8 punten&lt;br /&gt;
#Hoe kan je met gaschromatografie verschillende monosachariden scheiden? Hoe voer je deze methode uit? - 5 punten&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol maltose kan je maken uit 4 mol palmitinezuur? Welke metabolische wegen komen hier tussen? Teken maltose en palmitinezuur. Krijgt de cel hier een netto energie winst of verlies, hoeveel?  - 10 punten&lt;br /&gt;
#Twee EM-foto&#039;s: welke organellen/structuren herken je? Bespreek hun functie. ((mesosoom: https://link.springer.com/chapter/10.1007/978-3-642-46166-8_4, desmosoom: https://www.google.com/search?sca_esv=19b551ade1306bfb&amp;amp;q=desmosome&amp;amp;udm=2&amp;amp;fbs=AEQNm0A6bwEop21ehxKWq5cj-cHaxUZOSO72WoU7KkLyB7O1BLPwnsqUQoH7cGimAlpV3w1-yBjpg35HpX2ySbUvN7X4uN6e3mXpiiSGczz1FTPkxryh8HvymQ2xyXxuHxED4UQgM9Lcp8QGILOVOYlluh6PsDneNCeY0Sl5mWoXAOth0XX48tM&amp;amp;sa=X&amp;amp;ved=2ahUKEwieorDyw4SIAxW2U6QEHeVOFqcQtKgLegQICxAB&amp;amp;biw=1920&amp;amp;bih=945#vhid=eSYeuJASPAfKiM&amp;amp;vssid=mosaic)) - 4 punten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 augustus 2024; examen op 38 punten===&lt;br /&gt;
#Geef structuur en functie van de verschillende soorten lipiden. (inclusief tekening) - 6 punten&lt;br /&gt;
#Geef de verschillende typen passief transport. Met welke methode kan je deze onderzoeken? - 4 punten&lt;br /&gt;
#Bespreek transmissie-elektronenmicroscopie &amp;amp; scanning-elektronenmicroscopie. Hoe ga je te werk bij de behandeling. Geef de voor- en nadelen ten opzichte van fluorescentiemicroscopie. - 4 punten&lt;br /&gt;
#Bespreek meiose en teken. Wat zijn de belangrijkste verschillen met mitose? - 8 punten&lt;br /&gt;
#Hoeveel moleculen glycerol heb je nodig om 2 mol stearinezuur te maken. Geeft dit netto ATP of heb je hier ATP voor nodig? Kan dit gebeuren als er geen zuurstof is? Teken glycerol en stearinezuur. - 10 punten&lt;br /&gt;
#2 EM-foto&#039;s - Wat zie je? Geef bouw en functie. (Foto 1: (https://nl.m.wikibooks.org/wiki/Celbiologie/Het_centrosoom#/media/Bestand%3ASpindle_centriole_-_embryonic_brain_mouse_-_TEM.jpg); Foto 2: spiercel) - 6 punten &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 juni 2024; examen op 38 punten ===&lt;br /&gt;
#Leg uit en teken de secundaire structuur van een proteïne. - 6 punten&lt;br /&gt;
#Geef 2 manieren hoe je glyoxisomen kunt laten zien met een fluorescentiemicroscoop en leg ook uit hoe een fluorescentiemicroscoop werkt. - 6 punten&lt;br /&gt;
#Bespreek lysosomen. Geef hun functie en structuur. Wat is het verschil tussen een primaire en secundaire lysosoom? - 4 punten&lt;br /&gt;
#Hoe werkt de regulatie van de celcyclus en hoe zijn we tot deze inzichten gekomen? - 6 punten&lt;br /&gt;
#Hoeveel moleculen sucrose heb je nodig om 2 moleculen van het neutrale lipide tripalmitine te maken? Kost dit ATP aan de cel of wordt er ATP gemaakt. Schrijf alle nodige cycli uit, geef de finale reactievergelijking. - 10 punten (Oppassen want er moeten per tripalmitine, 3 palmitinezuren en 1 glycerol gemaakt worden) (metabolisme van glycerol staat niet in cursus staat wel in practicum + oefeningen boek)&lt;br /&gt;
#2 EM-foto’s - welke organellen herken je? Bespreek hun functie en opbouw. - 6 punten (Foto van Golgi-apparaat en Foto van delende plantencel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 6 juni 2024; examen op 38 punten ===&lt;br /&gt;
# Koppel D-fructose met een beta-1,3-binding aan een D-ribose. Dit D-ribose is gekoppeld aan een een molecule alpha-D-lactose met een alpha-1,3-binding. Geef de structuur van dit oligosacharide - 5 punten&lt;br /&gt;
# Glycolipiden zijn een belangrijk onderdeel in het kernmembraan. Deze zijn verschillend bij dieren en micro-organismen. Wat zijn de verschillen tussen glycolipiden bij dieren in vergelijking met die bij micro-organismen? Teken de verschillende structuren waarbij galactose het suikergedeelte is, een keer voor een dierlijke cel en een keer voor een gistcel. Wat zijn de functies van deze glycolipiden? - 4 punten&lt;br /&gt;
# Hoe vijf gegeven peptiden scheiden aan de hand van anionuitwisselingschromatografie? Leg alle nodige stappen uit. Licht kort de principes toe. In welke volgorde verlaten deze glycolipiden de kolom, leg uit waarom? - 6 punten&lt;br /&gt;
# Hoe van fosfofructokinasegen tot functioneel fosfofructokinase-enzym? leg zeer uitgebreid uit - 6 punten. Hoe wordt de activiteit van fosfofructokinase geregeld - 4 punten?&lt;br /&gt;
# Hoeveel molecule stearinezuur heb je nodig om 9 moleculen ribose-5-fosfaat te maken ? Hoeveel ATP en reducerende vermogen wordt er gemaakt. Schrijf alle nodige cycli uit, geef de finale reactievergelijking. - 10 punten&lt;br /&gt;
# EM-foto - 3 putnen (microtubuli: exacte foto https://cytochemistry.net/_Media/tub8a_med_hr.jpeg)&lt;br /&gt;
===21 augustus 2023===&lt;br /&gt;
# Bespreek de celwand bij planten. Geef de functie en opbouw. Teken de belangrijkste moleculen en bespreek in detail hoe deze met elkaar verbonden zijn. Bespreek de verschillende celwanden. &lt;br /&gt;
# Bespreek de 2 manieren waarmee men specifiek met fluorescentiemicroscopie peroxisomen kan bekijken. Leg ook uit hoe die fluorescentiemicroscopie zelf werkt. &lt;br /&gt;
# Bespreek ribosomen. Waar komen ze voor? Geef hun functie en opbouw. Wat is het verschil tussen de ribosomen van prokaryoten en eukaryoten? &lt;br /&gt;
# Hoeveel moleculen zuurstof komen er vrij uit de fotosynthese om 2 moleculen sucrose te maken? Je mag er vanuit gaan dat er voldoende ATP aanwezig is. In welke reactie komt deze zuurstof vrij, en hoe geraakt men uiteindelijk tot sucrose? &lt;br /&gt;
# 2 EM foto&#039;s: welke organellen herken je? (desmosoom en centriolenpaar) Bespreek hun functie en opbouw. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2023===&lt;br /&gt;
# Wat is een glyoxisoom? welke reacties gebeuren er hier? Waar komen ze voor? (4 punten) &lt;br /&gt;
* Wat er zeker moet staan: Glyoxysomen: komen van het SER en een pathway enkel bij planten en schimmels, niet bij dieren. En nodig voor synthese, nl twee acetyl coA moleculen omzetten in barnsteenzuur. Je moest ook schrijven dat het acetyl coA komt van afbraak vetzuren of van groeien op C2 moleculen zoals acetaat of ethanol. En dat de barnsteenzuur verder in Krebs en gluconeogenese naar suikers kan gaan. Daarnaast moest je ook de cyclus tekenen.&lt;br /&gt;
# Wat is fosofructokinase? Wat zorgt ervoor dat dit enzym actief is en wat is de functie ervan? Leg de weg uit van het DNA tot het functionerende enzym op de juiste plaats in de cel. (8 punten) &lt;br /&gt;
*Fosfofructokinase: 1 punt voor waar het werkt en in welke metabolische weg, 1 punt voor de reactie die wordt gekatalyseerd, 1 punt voor het feit dat ATP als allosterische inhibitor werkt en 1 punt voor de verschillende substraten die ook de snelheid bepalen. Dan 2 punten voor overgang DNA naar mRNA (promoter-terminator, T wordt U, RNA polymerase die kopie van de matrijsstreng maakt, splicing, polyA en 5’ Cap, moest er geantwoord worden). Dan 2 punten voor translatie (het mRNA gaat uit de kern via poriën en gaat dan naar VRIJE ribosomen , kleine en grote subeenheid, bestaande uit rRNA en proteïnen die het mRNA aflezen en vanaf AUG de proteïnesynthese beginnen. Dit met behulp van tRNA dat in zijn structuur een anticodon heeft dat gaat binden met een codon op het mRNA (3 basen en geen basenparen daar mRNA enkelstrengig is) en dat het tRNA ook een aminozuur aanbrengt corresponderend met het codon op het mRNA.  Studenten die hebben geantwoord dat het mRNA naar ribosomen op het RER gaan kunnen maximum 4 op 8 hebben, als al de andere zaken correct zijn. Ik heb dit in de les gezegd dat ik dit ging vragen op het examen.  Fosfofructokinase werkt in het cytoplasma. Als het in een vesikel zit van ER of golgi kan het nooit meer in het cytoplasma geraken….&lt;br /&gt;
# Hoeveel L-glutaminezuur is er nodig voor de synthese van 6 molecule sucrose. Schrijf de nettoreactie uit en is er ATP winst of verlies? (meerdere mensen kwamen hier 24 moleculen en 168 ATP vrij bij uit) (10 punten) &lt;br /&gt;
* 24 glutaminezuur naar 6 sucrose. Structuur sucrose: 1 punt; anaplerotische reactie van glutaminezuur naar alfaketoglutaarzuur: 1,5 punten (als alles correct is inclusief NADH winst). Krebs tot oxaalazijnzuur (1,5 punten, idem); omgekeerde anaplerotische: oxaalazijnzuur naar fosfoenolpyrodruivenzuur (GTP mag je als ATP gebruiken) (1,5 punten), gluconeogenese van PEP tot glucose 6P en fructose 6P (met ATP en NADH kost per PEP) (1,5 punten). Dan glu6P naar gluc1P, naar gluc 1P + UTP naar UDPG, dan UDPG + Frc6P naar sucrose6P en dan naar sucrose (1,5 punten)&lt;br /&gt;
# Teken de algemene structuur van gram-positieve bacteriën en in detail hoe de elementen ervan met elkaar verbonden zijn. Leg uit hoe je deze bacteriën kan onderscheiden. (6 punten) &lt;br /&gt;
* Gram+ bacteriën hebben één dikke celwand bestaande uit mureïne of peptidoglycaan. Je moest hier dan ook de structuur tekenen van N-acetylglucosamine en N-acetylmuraminezuur, met een Beta 1,4 binding met elkaar verbonden. Op de OH van de C3 van N-acetylmuraminezuur (die naar boven staat) moet je dan een melkzuur tekenen met daaraan een tetrapeptide met onder andere D-aminozuren. Wat velen vergeten is dan dat deze tetrapeptiden ofwel met elkaar zijn verbonden dan wel dat er glycinebruggen zijn om die te verbinden, allemaal met covalente bindingen. De Gramkleuring stond op 2 van de 6 punten. Die had je als je kristalvioletjood oplossing had en safranine als roze tegenkleurstof. De Gram+ zijn dan paars, de Gram- zijn dan roze.&lt;br /&gt;
# 2 E.M. foto&#039;s (delende plantencel en golgi-complex met vesikels) (4 punten)&lt;br /&gt;
# 5 peptiden gekregen, welke scheidingstechniek kan je hiervoor gebruiken? Leg deze in detail uit en verklaar in welke volgorde ze van de kolom komen. (6 punten) &lt;br /&gt;
* Scheiden van de vijf peptiden. Hier had je 3 punten op het principe van de scheiding en 3 op het juist antwoord op de vraag. Je moet hier scheiden via ionenuitwisselingschromatografie daar de 5 peptiden elke een ander isoelectrisch punt hebben. Dit kan je simpel bepalen door het aantal zure en aantal basische aminozuren te tellen. Bij principe moest er zeker bij staan dat je eerst de pH laag brengt zodat ze allemaal positief geladen zijn als je met een kationenuitwisselaar werkt en dan geleidelijk de pH doet stijgen zodat ze één voor één van de kolom komen. Voor anionenuitwisselaar het omgekeerde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2023===&lt;br /&gt;
# Teken het trisacharide: D-galactose met een 1,3 binding aan D-ribose met een 1,3 binding aan D-fructose (5) &lt;br /&gt;
* Per binding die fout is of per fout in een monosaccharide is het een punt aftrek&lt;br /&gt;
# Teken fosfatidylethanolamine, wat zijn de functies en voorkomen? (4) &lt;br /&gt;
* Phosphatidyl ethanolamine en functie/eigenschappen fosfolipide: Geen correcte esterbinding of grote fouten aan het molecule: max 1 op 4. Kleine fouten op de structuur: een half of één punt aftrek. Het overblijvende punt voor fosfolipidendubbellaag (vb membraan) en enkellaag (vb lipidendruppel) en dat het een chemische barrière vormt.&lt;br /&gt;
# Gegeven een stuk DNA van 5&#039; tot 3&#039;: wat is de aminozuursequentie van het proteïnen en welke stappen gebeuren hierbij? (5) &lt;br /&gt;
* Deze vraag heb ik tijdens de lessen op het bord getekend. Ik heb toen duidelijk gezegd dat als je DNA ziet staan, teken onmiddellijk de andere strand. Als je dat had gedaan zou je zien dat er in die andere strand een startcodon zit gevolgd door verschillende aminozuren. In de vraag staat in bold dat er een proteïne wordt gevormd, dus enkel methionine (dat werd gevolgd door een stopcodon) is uiteraard geen proteïne. Als je dit stuk correct had heb je 2,5 of 3 op 5 (2,5 als de beschrijving compleet fout is). Om 5 op 5 te hebben had ik de volgende termen moeten zien: Bij transcriptie: promoter-terminator, RNA polymerase, copij van de matrijsstreng, dus identiek aan coderende strand, maar dan T door U vervangen, splicing, 5’Cap, 3’ poly A staart en dan via kernporiën. Bij translatie: mRNA komt toe op de ribosomen (veel studenten antwoorden hier op het RER, dat kan, maar dat is niet noodzakelijk), die uit rRNA en proteïnen bestaan en tRNA met zijn anticodon brengt de juiste aminozuren aan die dan het proteïne gaan vormen&lt;br /&gt;
# bespreek de structuur en functie van het golgi-apparaat (4) &lt;br /&gt;
* Golgi apparaat: afgeplatte membraanzakken, cisternen, waar vesikels van RER toekomen aan cis kant en waar vesikels vertrekken aan de trans kant als primaire lysosomen, of als secretievesikels met materiaal voor buiten de cel.  Dit geeft 2 van de vier punten. Wat gebeurt er in het golgi: suikers die op de eiwitten staan uit RER worden grotendeels verwijderd en elk eiwit krijgt zijn specifieke glycosylatie (heel veel studenten spreken weeral over glycolysatie, wat uiteraard niet ok is, zeker 5 keer in de les gezegd! Glycosylatie kan op O of N zijn&lt;br /&gt;
# Wat is de functie van een G-proteïne? (4) &lt;br /&gt;
* G proteïnen: belangrijk bij signaaltransductie in de cel (1 punt). Zijn proteïnen die met GDP zijn gebonden en dan inactief en bij activatie wordt GDP door GTP (wat in overmaat in de cel aanwezig is) vervangen (en niet zoals studenten antwoorden dat GDP naar GTP wordt omgezet). Het G proteïne heeft dan een eigen GTPase activiteit die zorgt dat GTP wordt omgezet naar GDP en het proteïne is terug inactief. Het is dus een on-off schakelaar.&lt;br /&gt;
# Hoeveel ribose-5-p heb je nodig om 14 alanine te maken? -welke wegen, reactievergelijking  en NADH en atp balans (10) &lt;br /&gt;
* Hier heb je dus al 14 pyrodruivenzuur nodig bij de transaminatiereactie maar je hebt er nog twee extra nodig om eerste keer glutaminezuur te maken (cellen hebben geen reserve). Dus eentje voor acetyl coA en eentje voor oxaalazijnzuur (anaplerotisch). Hiermee kan je alfa keto maken en hiervan kan je glutaminezuur maken. Het alfa keto recupereer je dan telkens bij de transaminatie reacties. Om 16 pyrodruivenzuur te maken heb je 12 ribose5P nodig. Met 9 kan je er 15 maken, maar je hebt er dus 16 nodig. Hier zijn er punten gegeven a rato van welke pathways die relevant zijn heb je opgeschreven.&lt;br /&gt;
# Drie organellen aanduiden en hun functie bespreken. (lipidedruppels, glyoxisoom (?) en mitochondrion, de foto stond in de cursus) (4)&lt;br /&gt;
* Dit was een foto uit de cursus!!!. Vetdruppels (neutrale lipidenreserve) en mitochondriën (beta oxidatie, Krebs cyclus; Az biosynthese; electronentransport keten) gaf 2 punten. Cruciale hier waren de glycoxysomen met omzetten van 2 acetyl coA naar barnsteenzuur). Dit gaf nog twee punten.)&lt;br /&gt;
--&amp;gt; examen stond op 36punten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2022===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Lactose in alfa vorm tekenen. (6 ptn)&lt;br /&gt;
#* Waar in de natuur komt het voor?&lt;br /&gt;
#* Welk enzyme hydrolyseert het?&lt;br /&gt;
#* Geef de belangrijkste verschillen tussen lactose en trehalose.&lt;br /&gt;
#* Opmerking: De alfa slaat hier natuurlijk op de glucose (die nog kan open gaan) maar de binding tussen de galactose en de glucose is een beta binding. Geen correcte structuur is -2, geen enzyme is -1, geen plaats van voorkomen is -1. Grootste verschil met trehalose is dat dat een niet reducerend suiker is met de glucose alfa,alfa, 1, 1 gebonden. Waar het voorkomt is ook verschillend. &lt;br /&gt;
# Tertiaire structuur proteïnen: Leg uit + maak tekening. Aan welke externe factoren is het gevoelig? (6 ptn)&lt;br /&gt;
#* Opmerking: Veel fouten hier is dat studenten de secundaire structuur beschrijven. Er moet zeker staan: H bruggen tussen az en met omgeving, S-S bruggen (sommige studenten zetten maar één S, dat kan natuurlijk niet), hydrofobe interacties + VanderWaals, ionische interacties en algemene structuur, hydofobe binnen een polaire aan buitenkant. Bij externe omstandigheden dikwijls ok geantwoord, maar niet de reden waarom een eiwit dan stuk gaat. Bvb extreme pH. Waarom? (omdat dan de ionische interacties verstoord worden daar of alle COO- COOH worden en een eiwit dus positief geladen wordt. Hitte, detergenten (SDS), solventen, … &lt;br /&gt;
# Peroxisomen en glyoxisomen: Oorsprong en functie? Welke metabolische wegen gebeuren hier? In welke organismen komen ze voor? (6 ptn)&lt;br /&gt;
#* Opmerking: Komen van SER, en de vraag was welke metabolische reacties er plaatsvinden. Hier hadden die reacties opgeschreven moeten worden. Veel studenten antwoorden dat het doel is om H2O2 af te breken.  Neen, doel is om toxische stoffen af te breken met behulp van zuurstof en bij die afbraakreacties komt H2O2 vrij die enerzijds andere toxische stoffen kan neutraliseren, maar dan is er ook Katalase om H2O2 zelf ook af te breken, daar dit toxisch is Dit geeft de typische kristallen. Heel veel studenten antwoorden dat in glyoxysomen vetzuren worden omgezet in suikers. Dat is natuurlijk fout. De reactie in de glyoxysomen is om twee acetyl-coA om te zetten tot barnsteenzuur. En dieren hebben dat niet. &lt;br /&gt;
# Geef alle stappen die nodig zijn om een proteïnemengsel te kunnen scheiden met een kationuitwisselaar. Hoe kan kationuitwisselingschromatografie worden gebruikt om de 5 (gegeven) decapeptiden te scheiden? In welke volgorde elueren ze? (6 ptn)&lt;br /&gt;
#* Opmerking: Hier moet je weten hoe zo een kolom werkt en welke aminozuren er zuur zijn en welke basisch daar die het IEP gaan bepalen. Wat er zeker had moeten staan is dat initieel je de pH laag moet brengen zodat alle peptiden blijven hangen en dan geleidelijk de pH verhogen of de zoutconcentratie verhogen, daar ze er dan één voor één afkomen. &lt;br /&gt;
# Hoeveel moleculen sucrose nodig voor omzetting in 3 moleculen stearinezuur? Hoeveel ATP komt er vrij bij het verademen van de restproducten? (10 ptn)&lt;br /&gt;
#* Teken sucrose. Door welk enzym wordt het gehydrolyseerd? Wat zijn de hydrolyseproducten?&lt;br /&gt;
#* Welke metabolische wegen worden doorlopen? (gegeven dat het er 5 zijn, gewoon de namen van de wegen geven)&lt;br /&gt;
#* Teken de volledige metabolische reacties en schrijf de uiteindelijke reactievergelijking.&lt;br /&gt;
#* Hoeveel ATP-moleculen kunnen er gewonnen worden uit de gevormde producten die niet gebruikt werden voor de vorming van de vetzuren?&lt;br /&gt;
#* Opmerking: Sommige studenten vertrekken van stearinezuur om sucrose te maken?? Vraag goed lezen. Hier moet je dus via de pentosefosfaatweg gaan om voldoende NADPH te maken. Sommige studenten doen dat, maar gaan dan ook nog eens langs de volle glycolyse om de acetyl coA te maken maar als je de PPP doorloopt kom je ook terug uit bij pyrodruivenzuur/actyl coA. Van acetyl CoA dan naar stearinezuur, maar uiteraard de ATP verbruikende reactie om malonyl CoA te maken en per stap twee NADPH. In de oefensessie hebben jullie een gelijkaardige oefening gemaakt en was het ok om via de PPP pathway te gaan om voldoende pyrodruivenzuur te bekomen (maar een tekort aan NADPH). Studenten die dat gevolgd hebben was ook ok. &lt;br /&gt;
# Twee EM foto&#039;s: Welke celtypes zijn afgebeeld? (spiercel en delende plantencel) Benoem alle onderdelen + hun functie. (4 ptn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=&amp;gt; examen op 38 ptn&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2021===&lt;br /&gt;
#Teken een oligosaccharide dat D-galactose met een alfa-1,6 binding gebonden is aan een D-fructose (furanose-vorm) die vervolgens met een alfa-1,4 binding gebonden is aan beta-D-ribose.&lt;br /&gt;
#Beschrijf (en teken eventueel) volgende woorden: Desmosoom, apoptosoom, beta-vouwbladstructuur, Gs-proteine en snelheidscentrifuge.&lt;br /&gt;
#Wat is SDS PAGE, wat kan men ermee onderzoeken, hoe werkt het en wat is het verschil met Native PAGE.&lt;br /&gt;
#Beschrijf en teken de vetzuursynthese van stearinezuur.&lt;br /&gt;
#Hoeveel moleculen ribose-5-fosfaat kan een gistcel maken uitgaande van 10 moleculen glutaminezuur bij een tekort aan aminozuren, wat is de totale ATP en coenzym verhouding. Geef de reactievergelijking, Neem de weg met de minste CO2 productie.&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s. Alle onderdelen benoemen en de functies van deze onderdelen beschrijven. oa de kristalstructuren, R.E.R, ribosomen, celkern, Golgi apparaat.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2020===&lt;br /&gt;
#Teken de microtubuli van het cytoskelet en leg uit waarom het zo belangrijk is voor de deling van cellen. Wat zijn andere structuren van de cel waar microtubuli in voorkomen&lt;br /&gt;
#Teken Gram+-bacterie en Gram--bacterie en teken de celwand (mureïne). Leg het effect van peniciline uit op de celwand en waarom het geen effect heeft op ons&lt;br /&gt;
#Leg verschil uit tussen Instrinsieke en Extrinsieke signaalwegen. Waarom is apoptose zo belangrijk?&lt;br /&gt;
#Hoe kan men zonder de cel te denatureren de verschillende celonderdelen scheiden?&lt;br /&gt;
#Een gistcel maakt uit 4 moleculen stearinezuur, glucose-6-fosfaat. Hoeveel kan het er maken en hoeveel ATP blijft er over (Vetzuurafbraak, Gluconeogenese, Krebs-cyclus en Anaplerotische reacties)&lt;br /&gt;
#2 prentjes&lt;br /&gt;
#*Kristallen&lt;br /&gt;
#*Ribosomen&lt;br /&gt;
#*Nog dingen maar ik ben onzeker&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===7 juni 2020===&lt;br /&gt;
#teken gedetailleerd een alfa helix structuur en de binding, welk proteïne heeft vooral alfa helix structuren?&lt;br /&gt;
#trehalose en amylopectine tekenen, welke binding?&lt;br /&gt;
#geef functie van, een teken eventueel: mesosoom, protoplast, mycoplasma, chromomeer, middenlichaampje&lt;br /&gt;
#leg uit: actief transport&lt;br /&gt;
#hoe kun je een plasmamembraan goed zichtbaar maken onder een fluorescentiemicroscoop?&lt;br /&gt;
#hoeveel ATP verkrijg je bij het volledig verademen van 10 moleculen glycerol? (antwoord: 220 ATP)&lt;br /&gt;
#duidt structuren aan op foto&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 augustus 2019===&lt;br /&gt;
# Amylopectine is een belangrijk deel van zetmeel. Teken de structuur en alle atomen. Waar verschilt dit moleculen met glycogeen? &lt;br /&gt;
# Hoe wordt p53 geactiveerd? Wat heeft dit als resultaat? Wat is het gevolg indien het slecht functioneert? &lt;br /&gt;
# Hoe kan ionenuitwisselings chromatografie worden gebruikt om de 5 (gegeven) decapeptiden te scheiden. Welke elueert het eerst? &lt;br /&gt;
# Welke soort juncties zijn er? Teken en leg ze uit? &lt;br /&gt;
# Gistcellen kunnen groeien op een ethanol bodem. Hoeveel moleculen heeft een gistcel nodig om 12 moleculen ribose-5-P te maken. Hoeveel energiewinst is er? Geef alle stappen.&lt;br /&gt;
# 3 prenten:&lt;br /&gt;
## Ben ik vergeten&lt;br /&gt;
## Kliercel: benoem alle delen in de cel en geef hun functie. &lt;br /&gt;
## 2 Virussen(1 was Tabaksmozaïekvirus): wat is hun structuur en wat zijn het?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 juni 2019===&lt;br /&gt;
#leg gedetailleerd uit wat actief transport is&lt;br /&gt;
#geef de structuur van microtubuli, waarom zijn deze microtubuli belangrijk bij delende plantencellen? geef de structuur van flagellen bij eukaryote cellen en hoe zorgen deze voor beweging&lt;br /&gt;
#wat is Km?&lt;br /&gt;
#wat is een proplastide?&lt;br /&gt;
#wat is confocale fluorescentiemicroscopie en hoe kan deze gebruikt worden om een celmembraam te bekijken?&lt;br /&gt;
#hoeveel glycerol heb je nodig voor opbouw van 6 moleculen palmitinezuur? kan dit ook in anaerobe omstandigheden?&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s, geef alle structuren die je ziet + functie &lt;br /&gt;
## 1 foto van kristallen in een kern&lt;br /&gt;
## 1 foto van mucusvesikels die uit een darmepitheelcel komen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2019===&lt;br /&gt;
#Wat is de moleculaire structuur van een celwand van een bacterie? Wat is het verschil tussen een gram+ en een gram- bacterie? Hoe heeft dit effect met penicilline? Waarom gebeurt dit niet bij de mens? &lt;br /&gt;
#Hoe kan men een enzym isoleren en scheiden uit een dierlijke cel? &lt;br /&gt;
#Wat is covalente modificatie? Geef twee voorbeelden, een waarbij het enzym vertraagt en een waarbij het enzym versnelt. &lt;br /&gt;
#Hoeveel ATP geeft de afbraak van tripalmitine? Hoeveel tripalmitine moet er worden afgebroken om 10 moleculen glucose te maken in een dierlijke cel? &lt;br /&gt;
#Twee EM-foto&#039;s bespreken en vijf termen uitleggen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2018===&lt;br /&gt;
#Biosynthese van palmitinezuur geven (met structuren) en zeggen waar deze plaatsvindt.&lt;br /&gt;
#Teken een spiercel en benoem de elementen. Leg verder ook mbv tekeningen uit hoe een spiercel werkt.&lt;br /&gt;
#5 begrippen uitleggen/tekenen: mesosoom, operon, guanine, blefaroplast en mycoplasma.&lt;br /&gt;
#Leg uit hoe je mbv affiniteitschromatografie zuiver hexokinase uit een levercel kan scheiden. Zijn er nog andere technieken om zuiver hexokinase te krijgen, zo ja leg deze dan uit.&lt;br /&gt;
#Hoeveel moleculen glycerol zijn er nodig om 10 moleculen alanine te vormen. Geef de metabolische wegen in de juiste volgorde en geef de volledige synthese (inclusief structuren). Er is genoeg ammonium aanwezig maar geen oxaalazijnzuur.&lt;br /&gt;
#Van 2 E.M foto&#039;s de structuren en hun functies benoemen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2018===&lt;br /&gt;
#Gluconeogenese geven/uitleggen&lt;br /&gt;
#Welke aminozuren kunnen gefosforiliseerd worden, en welke geglycosyleerd. Teken een gefosforiliseerd aminozuur.&lt;br /&gt;
#Confocale fluoricentiemicroscoop uitleggen en tekenen. Hoe kan dit gebruikt worden om het plasmamembraan te tonen.&lt;br /&gt;
#BBegrippen: p53, desmosoom, N-acetylmureinezuur, cysteine, chiasma.&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol tripalmitinezuur heb je nodig voor 15 mol ribose?&lt;br /&gt;
#EM foto van glycocalyx met slijmbekercel en foto met peroxisoom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 augustus 2017===&lt;br /&gt;
#Ionenuitwisselingschromatografie uitleggen&lt;br /&gt;
#Een stuk DNA tekenen&lt;br /&gt;
#De verschillende juncties tussen cellen uitleggen&lt;br /&gt;
#Biosynthese en afbraak van vetten tekenen en uitleggen&lt;br /&gt;
#Hoeveel moleculen glutaminezuur heb je nodig om 6 moleculen ribose-5-P te maken&lt;br /&gt;
#Fotos van cellen: spiercel en plantencel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 augustus 2017===&lt;br /&gt;
#Koppel een fructosemolecule aan een galactose en deze aan een glucose op bepaalde manier (alpha,beta)&lt;br /&gt;
#Confocale fluorescentiemicroscopie&lt;br /&gt;
#Leg volgende termen uit: operon, plaques, cyclines, mesosoom, cystine&lt;br /&gt;
#Bespreek de lichtreacties (voorkomen, welke reacties gebeuren,...)&lt;br /&gt;
#Hoeveel sucrosemoleculen heb je nodig om 10 moleculen alanine te maken?&lt;br /&gt;
#2 E.M. foto&#039;s, de ene was een spiercel (actine en myosine), de andere weet ik niet zeker&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2017===&lt;br /&gt;
#Maak een (erg gedetailleerde) tekening van de secretieweg van DNA tot enzyme, voor een enzyme dat als functie heeft de celwand opbouwen. Leg hierbij alle belangrijke stappen uit.&lt;br /&gt;
#Actief transport bij bacteriën, schimmels en dieren uitleggen, met glucose als voorbeeld&lt;br /&gt;
#Je wil 6 proteïnen scheiden door een anionuitwisselingschromatografie uit te voeren, welke stappen zijn hierbij? Maak ook een tekening&lt;br /&gt;
#Hoeveel glycerol heb je nodig ter vorming van 4 moleculen tripalmitine? Hoeveel ATP is er over na volledige verademing van uw restproducten en reducerend vermogen? Geef op volgorde alle metabolische wegen die hierbij gebruikt werden. Geef schematisch alle stappen die doorlopen worden bij de vorming van tripalmitine uit glycerol, en geef de netto reactievergelijking (inclusief ATP).&lt;br /&gt;
#2 foto&#039;s aanduiden alles dat je herkent en de functie ervan geven, was een slijmbekercel en een heel erge close up van een plantencel&lt;br /&gt;
#5 termen verklaren: apoptosoom, DNA primase, N-acetylglucosamine, proplastide en Km&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2016===&lt;br /&gt;
#cytokinese dier &amp;amp; plant&lt;br /&gt;
#donkerracties en verschil C3,C4 en CAM &lt;br /&gt;
#adrenaline&lt;br /&gt;
#vriesbreuk en vriezers&lt;br /&gt;
#ato berekenen in cyclus&lt;br /&gt;
#fotokes van vet en golgi app&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2016 ===&lt;br /&gt;
#bespreek celwand van bacterien en schimmels op vlak van structuur, functie en chemische samenstelling&lt;br /&gt;
#inductie en repressie uitleggen adhv lac-operon en trp-operon&lt;br /&gt;
#oef: hoeveel mol ribose-5-P kan je maken uit glutaminezuur? bereken hoeveel ATP je over hebt en schrijf de volledige cycli uit (antwoord 3 mol ribose-5-P) &lt;br /&gt;
#fotos over juncties en chloroplast&lt;br /&gt;
#gelfiltratie uitleggen + hoe daaruit molecuulgewicht proteinen bepalen&lt;br /&gt;
#structuur en werking van een spiercel uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2016 ===&lt;br /&gt;
#bespreek celwand van schimmels en bacterie (moleculair, structuur, functie)&lt;br /&gt;
#bespreek gelfiltratie + hoe kan men de moleculaire massa berekenen van een proteine&lt;br /&gt;
#bespreek de spiercel (werking, structuur)&lt;br /&gt;
#Bespreek genrepressie en geninductie aan de hand van beta galactosidase en tryptofaan&lt;br /&gt;
#metabolisme: hoeveel ribulose 5 fosfaat uit 5 glutaminezuur (geef namen gebruikte wegen + theoretische ATP opbrengst)&lt;br /&gt;
#Structuren desmosoom/dichte junctie en chloroplas&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2016===&lt;br /&gt;
#bespreek de onderzoeken naar de regulatie van de celcyclus (MPF enzo...). Wat kan er misgaan wanneer de regulatie niet goed verloopt? (tumor, p53, oncogenen).. &lt;br /&gt;
#Bespreek oorsprong structuur en functie van glyoxisomen en peroxisomen (bijvraag: waar vind je vb glyoxisomen: noten,zaden) &lt;br /&gt;
# kationuitwisselingschromatografie uitleggen +methode om 4 peptiden te scheiden hiermee uitleggen&lt;br /&gt;
# bespreek: Gs proteine (algemeen, niet adrenaline), Km(enzyme),Prion&lt;br /&gt;
# Hoeveel ATP moeten de lichtreacties maken voor de synthese van 6 mol sucrose via donkerrracties (UDPG niet vergeten)&lt;br /&gt;
# 2 fotos: chloroplast, 10 structuren aanduiden, darmepitheelcel met glycocalix en veel mucus blijkbaar geen lysosomen dus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2016 NM===&lt;br /&gt;
#bespreek microtubuli en de structuren aan die in de cel voorkomen.&lt;br /&gt;
# Welk peptide wordt er gevormd (DNA gegeven)&lt;br /&gt;
# waaruit bestaat een spiercel en bespreek de werking ervan&lt;br /&gt;
# Bespreek de calvin-cyclus. Wat zijn de inputs en wat zijn de outputs? &lt;br /&gt;
#Hoeveel moleculen glycerol hebt je nodig om 9 moleculen ribose-5- fosfaat te maken? ( pentosefosfaat weg omkeren)&lt;br /&gt;
#em foto&#039;s &lt;br /&gt;
#*was een plantencel blaasjes golgi-apparaat aant afzetten was op de fragmoplast&lt;br /&gt;
#*De tweede foto was een slijmbekercel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2016 VM===&lt;br /&gt;
# Structuur glycogeen? Biosynthese er van en afbraak ervan? (Moest blijkbaar adrenaline bij betrekken)&lt;br /&gt;
# aminozuren uitleggen en de structuur van proteine&lt;br /&gt;
#structuur en functie van de celwand bij bacteriën&lt;br /&gt;
#de stappen nodig om een zuivere fractie van polysomen te verkrijgen. Das zo met differentiële centrifugatie &lt;br /&gt;
# hoeveel mol ethanol nodig om 6 mol ribos-6-fosfaat te vormen. &lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s ene was met peroxisoom (kristal in), mitochondrie en chloroplast. 2e was ook vormen van fragmoplast&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties&lt;br /&gt;
# Belangrijkste cel differentiaties bij Planten.&lt;br /&gt;
# Hoe kan men cellen in een oplossing tellen? Hoe gebeurd dit bij bacteriofagen?&lt;br /&gt;
#Teken en bespreek de structuur en functie van de glycocalix bij dieren&lt;br /&gt;
#hoeveel maltose moleculen zijn er nodig bij de synthese van alanine in een cel met een tekort aan energie&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s: een prokaryoot en een spiercel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de enkelvoudige en meervoudige suikers en teken de belangrijkste.&lt;br /&gt;
# apoptose&lt;br /&gt;
# Penicilline en chloramfenicol &lt;br /&gt;
# Opbouw en afbraak van vetten&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s eentje van een floeemcel de andere van een vetdruppels met glyoxisomen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Geef alle soorten lipiden, uitleg, tekening&lt;br /&gt;
# wat is een sarcomeer en leg werking uit,&lt;br /&gt;
# vier woorden: microsoom, beta-mercapto-ethanol, tonofilamenten en dna primase, &lt;br /&gt;
# Geef heel calvincyclus&lt;br /&gt;
# Oefening met al die metabolisme en ATP enzo. Iets mat stearinezuur afbreken tot pyrodruivenzuur ofzo tongue-emoticon&lt;br /&gt;
# 2 fotos : celkern met kristallen en dan blijkbaar een zeefvat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2015 NM ===&lt;br /&gt;
# Alles van de plantencelwand&lt;br /&gt;
# Oef met DNA sequentie en translatie&lt;br /&gt;
# Oxidatieve fosforylatie vs foto fosforylatie&lt;br /&gt;
# Hoe kan je polysomen en ribosomen scheiden&lt;br /&gt;
# Hoeveel mol glycerol heeft een gistcel, die in de G0-fase zit, nodig om met ademhaling 110 Mol ATP te synthetiseren&lt;br /&gt;
# Foto van openbarstende darmepitheelcel (met mucus) en van een plantencel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Structuur en functie van endoplasmatisch reticulum&lt;br /&gt;
# Hoe wordt de activiteit van fosfofructokinase geregeld?&lt;br /&gt;
# Cytoskelet bij planten en dieren&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties&lt;br /&gt;
# hoeveel mol ethanol nodig opdat gistcellen 4 mol ribose-5-P kunnen maken. Welke metabolische weg komen hierbij tussen? Hoeveel ATP blijft er over? &lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s: de eerste was een zenuwcel met microtubuli en de tweede met een peroxisoom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# bespreek suikers en polysacchariden en teken de belangrijkste&lt;br /&gt;
# welke reacties vinden plaats op het thelakoïdmembraan en wat zijn de inputs en outputs&lt;br /&gt;
# geef uitleg; middenlichaampje, callus, mitosis-promoting factor MPF, blefaroblast&lt;br /&gt;
# hoeveel mol glutaminezuur moet omgezet worden in oxaalazijnzuur om voldoende ATP te maken voor de afbraak van 5 mol stearinezuur&lt;br /&gt;
# bespreek SDS-page en waarvoor dient het&lt;br /&gt;
# foto van floëemcellen en foto van kern met kristallen p p295&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 juni 2014 ===&lt;br /&gt;
#IEP uitleggen en peptiden rangschikken op IEP&lt;br /&gt;
#Transport van voedingsstoffen over de celmembraan bespreken&lt;br /&gt;
#Methoden om de volgorde van enzymen in een metabolische pathway te bepalen&lt;br /&gt;
#Glyoxylzuurcyclus bespreken&lt;br /&gt;
#Hoevel mol glycerol nodig voor 2 mol palimitinezuur&lt;br /&gt;
#Foto van jonge plantencel en van peroxisoom&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2014===&lt;br /&gt;
#Transport van voeding door de membraan&lt;br /&gt;
#Plantencelwand bespreken&lt;br /&gt;
#Bespreek de pentosefosfaatweg (alles)&lt;br /&gt;
#Tellen van bacteriofagen&lt;br /&gt;
#1 mol tripalmitine (vergeet glycerol niet!)&lt;br /&gt;
#Foto van plantencel (chloroplast volledig en ook vacuole enzo) + floeemcel (gedifferentieerde plantencel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2014 ===&lt;br /&gt;
#Leg de rol van enzymen als katalysatoren uit in de metabolische reactie wegen&lt;br /&gt;
#Wat doe adrenaline in de levercellen als je schrikhebt?&lt;br /&gt;
#Leg de weg uit die katalase aflegt in de cel beginnende bij DNA.&lt;br /&gt;
#Leg ionenuitwisselingschromatografie uit.&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol maltose heb je nodig voor de aanmaak van 2 mol stearine? Welke metabolische reactiewegen komen hier bij te pas? Welke zijn de energieleverende/ energie verbruikende stappen?&lt;br /&gt;
#Prent van cel met glycogeenkorrels, RER, SER, mitochondrien etc&lt;br /&gt;
#Prent van plant cel in cytokinese --&amp;amp;gt; aanmaak van middenlamel door fragmoplast etc&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 juni 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Transport over celmembraan&lt;br /&gt;
#Kern met rer tekenen en functie uitleggen &lt;br /&gt;
#Wat doet adrenaline in levercellen&lt;br /&gt;
#Confocale fluorescentie microscopie uitleggen&lt;br /&gt;
#Hoeveel acetaat je nodig hebt voor 3 mol glycerol en waar wordt energie geproduceerd &lt;br /&gt;
#Foto van glycogeenkorrels en van kristallen in kern&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 juni 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#fosfofructokinase van dna tot enzyme de weg die het moet doen en regulatie&lt;br /&gt;
#plantencelwand opbouw componenten en functie&lt;br /&gt;
#tellen van cellen en bacteriofagen&lt;br /&gt;
#hoeveel glucose nodig voor 4 alanine te maken&lt;br /&gt;
#foto van zenuwuitlopers en vorming nieuwe celwand bij planten: fragmoplast&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2013 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de eenvoudige suikers en polysacchariden.&lt;br /&gt;
#Bespreek de biosynthese en afbraak van vetzuren.&lt;br /&gt;
#Wat is de functie van glyoxisomen? Hoe kan je deze zichtbaar maken bij fluorescentie microscopie?&lt;br /&gt;
#Een gistcel kan groeien op ethanol. Om te groeien moet de celwand groeien, deze is opgebouwd uit polymeren van suikers. &lt;br /&gt;
#*Hoeveel mol ethanol is er nodig om 10 mol glucose te maken? &lt;br /&gt;
#*Kan de gistcel groeien op ethanol in anaëroob milieu? (antwoord: p469 laatste 5 regels in middelste stuk)&lt;br /&gt;
#prent aanduiden: &lt;br /&gt;
#*desmosoom &lt;br /&gt;
#*peroxisoom met kristalstructuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2013 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Teken de overgang van kernmembraan naar R.E.R. Wat is de functie van dit laatste?&lt;br /&gt;
#Bespreek geprogrammeerde celdood. Is er een link met kanker?&lt;br /&gt;
#Geef de methode(n) hoe je proteïnen kan splitsen op basis van hun lading.&lt;br /&gt;
#Hoe werkt het B-galactosidase operon bij E. Coli?&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol glucose kan je maken met 3 mol palmitinezuur? Welke metabolische wegen worden er gevolgd? Hoeveel ATP kan er eventueel gevormd worden?&lt;br /&gt;
#Foto&#039;s:&lt;br /&gt;
#* p254&lt;br /&gt;
#*p218 (ongeveer)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 JUN 2013 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek de secretieweg in een cel van gen tot gesecreteerd eiwit.&lt;br /&gt;
# Als een mens schrik heeft komt er adrenaline vrij. Wat gebeurt er dan in de lever?&lt;br /&gt;
# Hoe werkt SDS-PAGE?&lt;br /&gt;
# Een uitgehongerde zoogdiercel maakt 4 glutaminezuurmoleculen en 2 asparaginezuurmoleculen. Hoeveel fructose is hier voor nodig en hoeveel CO2 wordt er door het organisme geproduceerd bij deze omzetting?&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s: chloroplast tegen celwand aangedrukt door vacuole en celkern met kristallen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 jun 2013 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de celwand vn de bacterie&lt;br /&gt;
#Uitleggen wat MFP met celcyclus te maken heeft en welke drie onderzoeken er toe geleid hebben&lt;br /&gt;
#Confocale fluorecentiemmicroscopie uitleggen&lt;br /&gt;
#Een oefening met hoeveel mol&lt;br /&gt;
#2 prentjes:&lt;br /&gt;
#*floëmcellen&lt;br /&gt;
#*gewoon RER, SER, Peroxisoom, mitochondrïen aanduiden (kan zijn nog iets)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Examenvragen vanaf 2009=&lt;br /&gt;
== Biochemie ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 27 jun 2011 ===&lt;br /&gt;
#elektronentransportketen uitleggen.&lt;br /&gt;
#Met welke methodes kan je glyoxisomen bestuderen (door microscopische analyse) in de cel?&lt;br /&gt;
#Vetzuren en lipiden bespreken&lt;br /&gt;
#Differentiaties in plantencellen&lt;br /&gt;
#Foto van spiercel + kern delen benoemen.&lt;br /&gt;
#C1 van een glucosemolecule wordt radioactief gemerkt. We zien dat C6 van een 1,6-bisfosfaatfructosemolecule ook radioactieve sporen vertoond. Verklaar dit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 jun 2010 ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de lichtreactie van de fotosynthese.&lt;br /&gt;
#Bespreek hoe je aminozuren en suikers kan scheiden en deze onderling kan scheiden.&lt;br /&gt;
#Bespreek: de weg die wordt afgelegd van DNA tot glycocalyx van een proteïne.&lt;br /&gt;
#Hoeveel ribose 5-P kunnen gevormd worden uit 5 moleculen glutaminezuur. Hoeveel ATP komt hierbij vrij?&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s waarbij alle structuren moeten aangeduid worden (chloroplast en jonge plantencel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 8 jun 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
#Bespreek de suikers&lt;br /&gt;
#Bespreek de pentosefosfaatweg (PPP)&lt;br /&gt;
#Bespreek SDS-PAGE&lt;br /&gt;
#Hoeveel molecule alpha-ketoglutaarzuur moeten er in de cel omgezet worden naar fumaarzuur om voldoende ATP te maken voor de synthese van 6 moleculen palmitinezuur (vertrekkende van Acetyl-Coa en uitgaand van het feit dat alle cofactoren aanwezig zijn) ? [Antwoord: 7]&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s waarbij alle structuren moeten aangeduid worden (levercel en prokaryote cel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Chemie == &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 JUN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# celdifferentiatie in ene plantencel&lt;br /&gt;
# transport voeding cel&lt;br /&gt;
# geef de verschillen tussen de glycolyse en de gluconeogenese daar waar de enzymen verschillend zijn&lt;br /&gt;
# 2 stearinezuur omvorme na ribose, er is geen NAD+, geef de cusclussen die je gebruikt, is er atp genoeg, kan het volledig worden omgezet?&lt;br /&gt;
# 2 tekeningen (darmwand en spiercel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 FEB 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek enkelvoudige en meervoudige suikers&lt;br /&gt;
# Welke soorten juncties zijn er en wat is hun functie?&lt;br /&gt;
# Bespreek ionenuitwisselingschromatogafie&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Bespreek aminozuren en ruimtelijke opbouw van proteïnen &lt;br /&gt;
# Rangschik 5 proteïnen volgens hun isoelektrisch punt, van hoog naar laag (je krijgt hier dan 5 aminozuursequenties) &lt;br /&gt;
# Teken de overgang tussen kernmembraan en het RER en bespreek de functie van het RER. &lt;br /&gt;
# Bespreek de verschillende centrifugatietechnieken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# bespreek de enkelvoudige en meervoudige suikers&lt;br /&gt;
# bespreek de celwand bij bacterien en schimmels&lt;br /&gt;
# leg uit ionenuitwisselingschromotografie&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s waar ge alles op moet aanduiden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Bespreek de celwand bij planten&lt;br /&gt;
# Bespreek microtubuli en hun structuren&lt;br /&gt;
# SDS-page (blijkbaar moest ge u practicumboek ook kennen :s)&lt;br /&gt;
# foto van kern me kristallen en een bacterie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek vetzuren en lipiden&lt;br /&gt;
# Bespreek wat er allemaal gebeurd en hoe het transport gebeurd van een specifiek proteïne vertrekkende van het genome DNA tot aan de glycocalyx (mss iets ander geformuleerd)&lt;br /&gt;
# Bespreek de technieken om een basaalkorrel zichtbaar te maken in de cel. -&amp;amp;gt; ECHT IN FUNCTIE VAN DE BASAALKORREL DOEN DUS adh van het proteïne tubuline!!!&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s 1 van die rozetstructuren van glycogeenpartikels en dieje andere was met gwn een celkern met kristalijne kristallen (2 foto&#039;s die hem duidelijk in de les heeft vermeld da ge daar moet op lette)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 JAN 2012 VM ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de nucleinezuren, als monomeer en macromolecule, en hun ruimtelijke structuur bij eukaryoten en prokaryoten.&lt;br /&gt;
#Bespreek het endoplasmatisch reticulum.&lt;br /&gt;
#Bespreek gelfiltratie en leg uit hoe het ka ngebruikt worden om het moleculaire gewicht van een proteine te bepalen.&lt;br /&gt;
#2 EM-fotos, alle structuren aanduiden en de functie ervan geven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 JUN 2011 NM===&lt;br /&gt;
#bespreek de vermenigvuldiging van virussen&lt;br /&gt;
#Bespreek de bio-synthese en afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
#Bespreek de vrijzetting van adrenaline in het bloed&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol ATP wordt er geproduceerd uit 5 mol glucose en 3 mol glycerol? Hoeveel mol glutaminezuur kan worden geproduceerd uit 5 mol glucose en 3 mol glycerol wanneer er genoeg ammoniak in de cel aanwezig is?&lt;br /&gt;
#twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 JUN 2011 VM===&lt;br /&gt;
#Bespreek de cytokinese bij planten.&lt;br /&gt;
#Bespreek het transport van voedingsstoffen naar binnen in de cel.&lt;br /&gt;
#Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese.&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol fructose is er nodig voor de synthese van 3 mol palmitinezuur?&lt;br /&gt;
#twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 JAN 2011===&lt;br /&gt;
#Bespreek de celwand bij planten.&lt;br /&gt;
#Bespreek de proteïnen en hoe ze zijn opgebouwd in een ruimtelijke structuur.&lt;br /&gt;
#Geef de belangrijkste verschillen tussen gram positieve en gram negatieve bacteriën en hoe kan je die van elkaar onderscheiden?&lt;br /&gt;
#Bespreek moleculaire exclusiechromatografie en hoe kan je hiermee het MW van een eiwit bepalen?&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 JUN 2010===&lt;br /&gt;
# Bespreek de structuur en werking van spiercellen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese.&lt;br /&gt;
# Hoeveel ATP wordt er geproduceerd bij afbraak van 5 mol glycerol en 2 mol glucose? stel: Glutaminezuur tekort in de cel, hoeveel mol glutaminezuur kan geproduceerd worden met 5 mol glycerol en 2 mol glucose?&lt;br /&gt;
# Hoe werkt adrenaline?&lt;br /&gt;
# Hoe werkt het tryptofaan operon bij aanwezigheid en afwezigheid van tryptofaan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 JUN 2010===&lt;br /&gt;
# Bespreek differentiatie van plantaardige cellen&lt;br /&gt;
# Bespreek gemedieerd transport&lt;br /&gt;
# Bespreek de glyoxyzuurcyclus (waar, in- en outputs en waar de producten verder naartoe gaan...)&lt;br /&gt;
# Hoeveel fructosemoleculen heb je nodig om 4 moleculen glutaminezuur en 2 moleculen asparaginezuur te maken. Hoeveel CO2 wordt hierbij gemaakt? Leg uit a.d.h.v. metabolische wegen.&lt;br /&gt;
# Bespreek hoe de enzymes elkaar opvolgen (niet in deze woorden, maar &#039;t komt erop neer)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 JAN 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
#Bespreek de structuur en de functie van microtubuli en de verschillende structuren die hieruit zijn opgebouwd. (p. 240-261)&lt;br /&gt;
#Bespreek de ruimtelijke structuur van eiwitten. (p. 53-60)&lt;br /&gt;
#Bespreek de verschillende centrifugatie methoden. (p. 285-290)&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 JAN 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
#Bespreek de celwand bij planten. (bijvragen over de chemische opbouw van (hemi)cellulose, extensises,...)&lt;br /&gt;
#Bespreek RNA transcriptie en DNA duplicatie.&lt;br /&gt;
#Bespreek de moleculaire exclusiechromatografie.&lt;br /&gt;
#2 foto&#039;s van cel(onderdelen). Alles benoemen, ook vanzelfsprekendheden (cytoplasma,...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 JAN 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
# Bespreek de enkelvoudige en de meervoudige sacchariden (bijvraag: hoe heeft men de L en D suikers bepaald, met welk suiker hebben ze dit gedaan)&lt;br /&gt;
# Bespreek de overgang van het kernmembraan en het RER en geef de functie van het RER&lt;br /&gt;
# Bespreek SDS PAGE&lt;br /&gt;
# Duid op de volgende 2 foto&#039;s de delen aan (ALLES aanduiden, cytoplasma en alles wat ook &#039;normaal&#039; lijkt!)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
leer ALLE details!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Examenvragen van 2007 - 2009=&lt;br /&gt;
=== 2 sept 2009 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Van Dijck&lt;br /&gt;
# Bespreek de enkelvoudige en meervoudige suikers.&lt;br /&gt;
# Bespreek de verschillende plastiden.&lt;br /&gt;
# Welke techniek kan men gebruiken om celmembranen te bestuderen onder de EM? Bespreek de twee varianten.&lt;br /&gt;
# Twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Thevelein&lt;br /&gt;
* Hoofdvraag&lt;br /&gt;
*# Bespreek het verband tussen de elektrontransportketen en oxidatieve fotofosforylatie.&lt;br /&gt;
* Bijvragen&lt;br /&gt;
*# Glyoxylzuurcyclus&lt;br /&gt;
*# Hoeveel glucosemoleculen heeft een schimmelcel nodig om 2 glutaminezuur en 4 asparaginezuur te maken? Wordt er hierbij ook CO2 geproduceerd en indien ja, hoeveel?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 Juni 2009 - Chemie - Thevelein ===&lt;br /&gt;
* hoofdvragen&lt;br /&gt;
*# Bespreek de Krebscyclus.&lt;br /&gt;
*# Bespreek de lichtreactie vd fotosynthese.&lt;br /&gt;
*# Leg genrepressie en geninductie uit aan de hand van klassieke voorbeelden.&lt;br /&gt;
* bijvragen&lt;br /&gt;
*# Wat is groepstranslocatie?&lt;br /&gt;
*# Bereken hoeveel mol ATP er wordt vrijgezet bij de volledige oxidatie van 1 mol tristearine.&lt;br /&gt;
*# Nog een oefening zoals hierboven maar nu met aminozuren enzo...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 Juni 2009 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Van Dijck &lt;br /&gt;
# bespreek de structuur van microtubuli en de structuren die eruit bestaan.&lt;br /&gt;
# Bespreek de nucleïnezuren en nucleotiden en hun ruimtelijke structuren.&lt;br /&gt;
# Leg gelchromatografie (??) (da met gelbollekes sorteren) uit en hoe je het molecuulgewicht v eiwitten hiermee kan berekenen.&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s uit oefenzittingen&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
Thevelein&lt;br /&gt;
* hoofdvraag&lt;br /&gt;
*# Vergelijk gluconeogenese en glycolyse (startproducten, plaats id cel,..)&lt;br /&gt;
* bijvragen&lt;br /&gt;
*# bespreek glyoxylzuurcyclus&lt;br /&gt;
*# Bereken hoeveel moleculen glucose een schimmelcel nodig heeft om 2 moleculen glutaminezuur en 4 moleculen asparaginezuur te produceren. Wordt hierbij CO2 gevormd en zo ja hoeveel? Leg uit adhv de gebruikte cycli.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 Juni 2009 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Van Dijck &lt;br /&gt;
# bespreek de celwand bij planten&lt;br /&gt;
# bespreek peroxisomen en glyoxisomen&lt;br /&gt;
# rankschik de volgende peptiden volgens iso-elektrisch punt. en wat is iso-elektrisch punt. vb.COOH-cysteïne-proline-histidine-cysteïne-lysine-methionine-asparaginezuur-NH2&lt;br /&gt;
# 2 fotos: 1 van een chloroplast, en 1 van een zenuwcel&lt;br /&gt;
Thevelein&lt;br /&gt;
*hoofdvraag&lt;br /&gt;
*# bespreek de lichtreacties van de fotosynthese&lt;br /&gt;
*bijvragen&lt;br /&gt;
*#geef volledige metabolische weg om asparaginezuur te vormen uit glycerol en NH3&lt;br /&gt;
*#Kan een cel in anaërobe omstandigheden het meest ATP halen uit glucose via de Glycolyse of eerst via PP(pentosfosfaatweg).en toon aan.-&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 jan 2009 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
# Bespreek nucleotiden en nucleïnezuren&lt;br /&gt;
# Welke soorten juncties zijn er en wat is hun functie?&lt;br /&gt;
# Hoe kan je aminozuren van suikers scheiden en hoe kan je ze verder opzuiveren?&lt;br /&gt;
# Teken het celmembraan (of was de vraag nu glycocalyx?) van een dierlijke cel en duidt de onderdelen aan.&lt;br /&gt;
# Wat is het iso-elektrisch punt van een proteïne en wat ben je ermee?&lt;br /&gt;
# 2 fotos: 1 van een prokaryote cel, en 1 van een plantencel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2009 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
# bespreek de enkelvoudige en de meervoudige sacchariden (bijvraag: hoe heeft men de L en D suikers bepaald, met welk suiker hebben ze dit gedaan)&lt;br /&gt;
# bespreek de overgang van het kernmembraan en het RER en geef de functie van het RER&lt;br /&gt;
# bespreek SDS PAGE&lt;br /&gt;
# duid op de volgende 2 foto&#039;s de delen aan (ALLES aanduiden, cytoplasma en alles wat ook &#039;normaal&#039; lijkt!)&lt;br /&gt;
leer ALLE details!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 aug 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Hoofdvraag:&lt;br /&gt;
*# Bespreek de samenstelling en mechanisme van elektronentransportketen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Bijvragen:&lt;br /&gt;
*# Welke reacties worden gekatalyseerd door volgende enzymes:&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat decarboxylase&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat dehydrogenase&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat kinase&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat carboxylase&lt;br /&gt;
*# een cel zet oxaalazijnzuur, citroenzuur en NH3 om in asparaginezuur en glutaminezuur, geef de reactie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# bespreek structuur en functies van de microtubuli en bespreek de structure waar ze voorkome (/3)&lt;br /&gt;
# bespreek structuur van de proteïnen en waar komen deze voor (/3)&lt;br /&gt;
# hoe kan je het molecuulgewicht van een proteïne bepalen met exclusiechromatografie (/2)&lt;br /&gt;
# wat is hemicellulose? (/1)&lt;br /&gt;
# duid celorganellen aan op de prent (/1) --&amp;amp;gt; twas een levercel met veel secretiepartikels&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 jun 2008 - Chemie - Thevelein ===&lt;br /&gt;
Hoofdvragen:&lt;br /&gt;
# e-transport&lt;br /&gt;
# pentosefosfaatweg&lt;br /&gt;
# regulatie van het metabolisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen:&lt;br /&gt;
# glyoxylzuurcyclus&lt;br /&gt;
# glucose+NH3--&amp;amp;gt;glutaminezuur+CO2 hoeveel ATP wordt er geproduceerd (aeroob organisme)&lt;br /&gt;
# synthese van trehalose uit glucose dat via symport in de cel komt. Hoeveel ATP moet er via melkzuurgisting gewonnen worden om 2 trehalose moleculen te vervaardigen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 jun 2008 - Chemie - Thevelein === &lt;br /&gt;
Hoofdvragen&lt;br /&gt;
# Bespreek de Krebscyclus&lt;br /&gt;
# Bespreek het membraantransport en de membraanpotentiaal&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen&lt;br /&gt;
# Adrenaline als glucosevrijzetter&lt;br /&gt;
# Bespreek in detail de biosynthese en afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
# Een bacteriële cel in aërobe omstandigheden zet glucose om in pyrodruivenzuur. Waar wordt het meeste ATP geproduceerd, via de glycolyse of via de pentosefosfaatweg?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2008 - Chemie - Thevelein===&lt;br /&gt;
Hoofdvragen:&lt;br /&gt;
# Bespreek de calvincyclus.&lt;br /&gt;
# Bespreek membraantransport en bespreek hoe membraanpotentiaal hierbij tussenkomt.&lt;br /&gt;
# Bespreek de regulatie van het metabolisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen:&lt;br /&gt;
# Glyoxylzuurcyclus.&lt;br /&gt;
# Adrenaline als glucose vrijzetter.&lt;br /&gt;
# Een denkvraag ivm proton-motive en dinitrofenol.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
# lichtreacties&lt;br /&gt;
# oefeningen:&lt;br /&gt;
#* tristearaat, hoeveel ATP wordt er gevormd&lt;br /&gt;
#* vorming van asparaginezuur en glyoxylzuur uit citroenzuur en NH3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* schriftelijk&lt;br /&gt;
*# soorten bindingen in macromolecules, tekenen +bespreken&lt;br /&gt;
*# wat is threhalose, mesozoom&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* mondeling&lt;br /&gt;
*# endoplasmatisch riticulum bespreken&lt;br /&gt;
*# microtubuli bespreken&lt;br /&gt;
*# plaatsbepaling van moleculen in de cel, methoden bespreken&lt;br /&gt;
*# 2 foto&#039;s herkennen+organellen benoemen: lever en oliehoudende zaden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 jun 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
* Grote vraag: &lt;br /&gt;
*# membraantransport bespreken&lt;br /&gt;
* Bijvragen: &lt;br /&gt;
*# ge hebt 24 glucosemoleculen, die ge via PP en dÃ¡n pas de glycolyse gaat afbreken tot acetyl-CoA, waarna ge X aantal palmitinemoleculen gaat opbouwen. Hoeveel ATP wordt er gevormd? En hoeveel NADPH hebt ge tekort?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Schriftelijk:&lt;br /&gt;
*# bespreek RNA en DNA&lt;br /&gt;
*# leg uit: &lt;br /&gt;
*#* isopycnische centrifugatie &lt;br /&gt;
*#* mycoplasma&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Mondeling:&lt;br /&gt;
*# bespreek mono- en polysachariden&lt;br /&gt;
*# celwand bij bacterien + Gram positieve en Gram negatieve bacterien&lt;br /&gt;
*# ionenuitwisselingschromatografie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 jun 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
* hoofdvraag:&lt;br /&gt;
*# Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese&lt;br /&gt;
* Bijvragen:&lt;br /&gt;
*# Bespreek hoe er geninductie en genexpressie bij Escheria coli plaatsvindt&lt;br /&gt;
*# Oefening ivm de metabolische wegen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Schriftelijk&lt;br /&gt;
*# teken (cyclisch) alfa-D-glucose, beta-D-Fructose, sucrose en nummer de koolstoffen&lt;br /&gt;
*# Leg uit: &lt;br /&gt;
*#* mesosoom &lt;br /&gt;
*#* connexon&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Mondeling&lt;br /&gt;
*# Teken hoe het kernmembraan in het RER overgaat, en geef de functie van dit RER&lt;br /&gt;
*# Bespreek de ruimtelijke structuur van proteïnen&lt;br /&gt;
*# Leg uit hoe men plasmiden kan identificeren met behulp van restrictie-enzymen aan de hand van een voorbeeld&lt;br /&gt;
*# Duid de organellen aan op de cel (chloroplast en bacteriofaag)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 jan 2008 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# geef de structuur en de functies van de mitochondrieën&lt;br /&gt;
# beschrijf de weg die een proteine X aflegt beginnend in de kern die voor de glycocalyx bestemd is.&lt;br /&gt;
# beschrijf de verschillende centrifugatietechnieken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# wat is het iso-elektrisch punt van proteïnen en rangschik de volgende proteïnen volgens stijgende theoretische waarde van het iso-elektrisch punt. De proteïnen werden gegeven door telkens een keten van 11 aminozuren.&lt;br /&gt;
# Beschrijf en teken schematisch de componenten van de glycocalyx&lt;br /&gt;
# verklaar: &lt;br /&gt;
#* mesosoom&lt;br /&gt;
#* connexon&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 jan 2008 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
Schriftelijk deel&lt;br /&gt;
# rangschik van polair naar apolair (aceton, 1-propanol, diethylether, fenol, benzylalcohol) [in de vraag werden prentjes van de moleculen gegeven, en niet de namen], en zeg wat apolariteit bepaalt.&lt;br /&gt;
# teken (cyclisch) alfa-D-glucose, beta-D-Fructose, sucrose.&lt;br /&gt;
# Leg uit:&lt;br /&gt;
#* Dictyosoom &lt;br /&gt;
#* Blefaroplast&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
# Teken hoe het kernmembraan in het RER overgaat, en geef de functie van dit RER&lt;br /&gt;
# Bespreek de ruimtelijke structuur van proteïnen&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe men plasmiden kan identificeren met behulp van restrictie-enzymen aan de hand van een voorbeeld&lt;br /&gt;
# Duid de organellen aan op de cel (de twee cellen waren een zenuwcel en een chloroplast)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Examenvragen tot en met 2006=&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
Hoofdvragen: theorie&lt;br /&gt;
# bespreek hoe een cel aan zijn membraanpotentiaal komt + hoe deze aangewend wordt bij het membraantransport&lt;br /&gt;
# bespreek de Calvin Cyclus (functie, intermedairen, ...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hoofdvragen oefeningen&lt;br /&gt;
# practicum: bespreek PAGE bij proteïnen en hoe we de molecuulgroote ervan kunnen afleiden&lt;br /&gt;
# duid zo veel mogelijk celstructuren aan&lt;br /&gt;
# duid de volgende processen aan waar ze voorkomen in de cel aan op de tekening: NADPH productie, energieproductie, chromatine en integrale proteïnen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen&lt;br /&gt;
# bespreek hoe adrenaline de glucoseproductie in de cel regelt&lt;br /&gt;
# Een cel maakt uit oxaalazijnzuur, citroenzuur en NH3 de aminozuren glutaminezuur en asparaginezuur. Geef een reactievergelijking en houd rekening met ATP, NAD, FAD, H2O en CO2.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R1102587</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Celbiologie_en_biochemie&amp;diff=5065</id>
		<title>Celbiologie en biochemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Celbiologie_en_biochemie&amp;diff=5065"/>
		<updated>2026-06-08T12:53:03Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R1102587: /* 8 juni 2026 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Vanaf 2016-2017: Schriftelijk examen in plaats van mondeling examen zoals voordien.&lt;br /&gt;
Vanaf 2012-2013: Jaarvak voor zowel chemie als biochemie. Volledig gedoceerd door Patrick Van Dijck.&lt;br /&gt;
Vanaf 2024-2025: gedoceerd door Marion Crauwels.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;2022-2023&#039;&#039;&lt;br /&gt;
* Aanpak vak&lt;br /&gt;
** Nog steeds Patrick Van Dijck&lt;br /&gt;
** Jaarvak dus best grote hoeveelheid, maar niet onrealistisch&lt;br /&gt;
* Kwaliteit cursus&lt;br /&gt;
** Boek is in de afgelopen 6 jaar (misschien langer) nog niet (of toch amper) veranderd (veel E.M. foto&#039;s in)&lt;br /&gt;
** Hier en daar extra info bij slides, maar als je het boek kent ben je er zeker wel door&lt;br /&gt;
* Examen-/TTT-vragen&lt;br /&gt;
** TTT-vragen lijken totaal niet op examenvragen, waren meerkeuze en eerder oppervlakkig&lt;br /&gt;
** Geen paniek als TTT slecht was, vak is zelfs haalbaar als je hier een nul op had&lt;br /&gt;
** Belangrijkste zaken om te leren naar mijn mening&lt;br /&gt;
*** Hoofdstuk 4!!! Vooral metabolische wegen oefening (10 van de 35 tot 40 punten), kan zeker helpen om bio-organische hiernaast te leggen, maar hij vraagt regelmatig ook wel iets van actief transport of regulatie dus ook de rest van hoofdstuk 4 is wel belangrijk, soms vraagt hij ook om een specifieke metabolische weg uit te tekenen&lt;br /&gt;
*** Structuren en tekeningen! Zijn vrij gemakkelijke punten om te krijgen&lt;br /&gt;
*** Patrick vraagt graag begrippen, ik vond persoonlijk dat je buiten voor de metabolische wegen niet al teveel inzicht nodig had hiervoor, maar het helpt natuurlijk wel&lt;br /&gt;
*** Boek &amp;gt;&amp;gt;&amp;gt; slides, probeer zeker 1 keer het boek echt volledig door te nemen&lt;br /&gt;
*** Schrijf echt elk detail op dat je denkt te weten, soms staan er echt op heel domme dingen al punten&lt;br /&gt;
** In geval van tijdsnood (maar probeer wel gewoon echt alles te leren! Ik neem de schuld niet op mij als hij er toch iets van vraagt :))&lt;br /&gt;
*** Hij vraagt zelden tot nooit iets over hoofdstuk 3 (zeker mitose en meiose kan hem niet heel veel schelen)&lt;br /&gt;
*** Practicumhandleiding leren is ook vrij overbodig, buiten ionenuitwisselingschromatografie (bij ons bijvoorbeeld een examenvraag) en SDS-page als ik me goed herinner, maar deze staan ook in het boek uitgelegd normaal&lt;br /&gt;
*** Niet teveel tijd steken in E.M. foto’s, je kan sowieso wel iets aanduiden, zie dat je weet hoe golgi-apparaat, mitochondriën, vacuole eruitzien en je hebt al wel iets van punten (staat meestal op 4 punten) en je kan eens kijken op de wiki welke soort cellen hij vaak vraagt, want zijn meestal wel dezelfde&lt;br /&gt;
*** Oude examenvragen beantwoorden heeft niet enorm veel nut, structuur is altijd gelijkend, maar de begrippen dat hij vraagt zijn eerder willekeurig &lt;br /&gt;
--&amp;gt; oude examenvragen hebben wel nut, vragen die terugkomen: fosfofructokinase, G proteine, p53, ionuitwisselingschromatografie, gram+ vs gram-&lt;br /&gt;
*** De extra informatie bij de vragen van 2023 zijn steeds de opmerkingen die de prof zelf online heeft gezet, op de wiki van bios vind je nog extra vragen met opmerkingen, handig om te bekijken en te weten wat er verwacht wordt&lt;br /&gt;
Oplossingen van alle &#039;hoeveel mol&#039;-oefeningen t.e.m 2024: https://drive.google.com/file/d/15yP47s36vrCTgW9s5w-oYJc1IeW85DiW/view?usp=sharing (nieuwe link)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen vanaf 2013==&lt;br /&gt;
=== 8 juni 2026 ===&lt;br /&gt;
# Teken de oligosaccharide met D-glucuronzuur in een alfa 1,4 binding met beta-D-galacturonzuur in een beta 1,2 binding met D-glucose (in furanose vorm)&lt;br /&gt;
# Leg het principe van twee dimensionale dunne laag chromatochrafie uitgebreid uit&lt;br /&gt;
## Leg uit welke stappen er juist moeten gebeuren om dit uit te voeren&lt;br /&gt;
## Maak een schets van waar de volgende stoffen zullen eindigen, leg dit uitgebreid uit en benoem alle relevante elementen. De stoffen waren fosfoserine, fosfocholine, en de andere twee ben ik al vergeten (het was difosfo... en mono...)&lt;br /&gt;
## Wat betekent het begrip &#039;Rf-waarde&#039;. Rangschik de Rf-waarden van bovenstaande stoffen van groot naar klein&lt;br /&gt;
# Er was een eiwit gegeven met een tabbel wat de opbouw weergaf en het was ook deel van een secretieweg.&lt;br /&gt;
## Leg uit waar het eiwit wordt gemaakt en hoe het geraakt waar het nodig is&lt;br /&gt;
## Waarom hebben niet alle eiwitten dezelfde tertiare structuur?&lt;br /&gt;
## Leg uit hoe het ubitique-ligase complex beschadigde eiwitten afbreekt &lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
## Hoeveel moleculen appelzuur zijn er nodig om twee moleculen tripalmetinezuur te maken&lt;br /&gt;
## Welke metabole wegen worden er hierbij doorlopen?&lt;br /&gt;
## Waar vinden de eerder genomen wegen elektronenmicroscopisch plaats?&lt;br /&gt;
## Geef één van deze wegen schematisch weer.&lt;br /&gt;
# 10 meerkeuze vragen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 augustus 2025===&lt;br /&gt;
# Teken: DNA-molecule met aan 5&#039;-uiteinde 2&#039;deoxythymidine-5&#039;-monofosfaat en afsluitend aan het 3&#039;-uiteinde 2&#039;-deoxyguanosine-5&#039;-monofosfaat&lt;br /&gt;
# TLC uitleggen en de praktische uitvoering gedetailleerd beschrijven &lt;br /&gt;
## Resultaat TLC tekenen van mengsel met heparine, hyaluronzuur, dermataansulfaat &amp;amp; chondroïtinesulfaat (benoem relevante delen en leg patroon uit, structuurformules werden wel gegeven anders is dit onmogelijk)&lt;br /&gt;
# Iets te lange uitleg over SER waar puur gefocust werd op de synthese van fosfolipiden&lt;br /&gt;
## Bespreek de bouw van het SER&lt;br /&gt;
## Uit welke metabole wegen komen de bouwstenen voor fosfolipiden? Welke bouwstenen zijn dit? Waar vinden deze metabole wegen plaats?&lt;br /&gt;
## Geef de structuurformule van een fosfolipide naar keuze&lt;br /&gt;
## Bespreek hoe het SER tussenkomt bij de synthese van fosfolipiden met behulp van een schema&lt;br /&gt;
## Geef een voorbeeld van een gedifferentieerde cel en de naam van een aanwezige lipide&lt;br /&gt;
# Hoeveel ethanol heb je nodig voor 6 moleculen ribose-5-fosfaat?&lt;br /&gt;
## Geef alle namen van de gebruikte metabole wegen&lt;br /&gt;
## Waar vinden de eerder genoemde wegen elektronenmicroscopisch plaats?&lt;br /&gt;
## Leg 1 van de wegen uit&lt;br /&gt;
## Geef de energie balans voor 4.1&lt;br /&gt;
# Nog 10 meerkeuzevragen maar had geen zin om ze over te schrijven en ben ze ondertussen volledig vergeten&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 juni 2025===&lt;br /&gt;
# Maak een oligosaccharide van alpha-D-Galactose alpha 1-6 verbonden met D Fructose alpha 1-2 verbonden met beta-D-Ribose&lt;br /&gt;
# Bespreek het principe van Gelfiltratie&lt;br /&gt;
## Hoe bepaal je hiermee het molecuulgewicht van een onbekend molecule&lt;br /&gt;
## Rangschik volgende moleculen op volgorde waarmee ze deze techniek verlaten, bespreek ook waarom dit zo is. Insuline, Hemoglobine, Glutathion, Tyrosine.&lt;br /&gt;
### 1)&lt;br /&gt;
### 2)&lt;br /&gt;
### 3)&lt;br /&gt;
### 4)&lt;br /&gt;
# Tekstje over eiwitten die ik vergeten ben&lt;br /&gt;
## Bespreek synhtese gefacilliteerd transport vanaf het mRNA voor een proteine dat bedoeld is voor secretie.&lt;br /&gt;
## Bespreek een manier van afbraak van eiwitten waarin APC voorkomt.&lt;br /&gt;
# 4.1)Hoeveel moleculen CO2 komt er in een plantencel vrij bij het maken van 2 sucrose via fotosynthese?&lt;br /&gt;
## 4.2)Bespreek voor 1 van de gebruikte metabole wegen de metabolieten, cofactoren, enzymen,... (Ze heeft hier in de aula gezegd dat je licht of donker reacties MOET bespreken)&lt;br /&gt;
## 4.3)Welke metabole wegen worden allemaal gebruikt&lt;br /&gt;
## 4.3) (opnieuw 4.3)Waar gebeuren deze metabole wegen op elektronenmicroscopisch niveau&lt;br /&gt;
## 4.4)Bespreek 1 van de gebruikte metabole wegen in 4.2 in groot detail (de metabolieten, cofactoren, enzymen,...) (Ik heb hier gevraagd of dit ook fotosynthese moest zijn, en het antwoord was ja)&lt;br /&gt;
# 10 meerkeuze vragen&lt;br /&gt;
##  Wat staat er op de foto? (Afbeelding van Thymidine monofosfaat)&lt;br /&gt;
### a)2-deoxyribose-4-fosfaat thymine&lt;br /&gt;
### b)ribose-4-fosfaat thymine&lt;br /&gt;
### c)2-deoxyribose-4-fosfaat uridine&lt;br /&gt;
### d)ribose-4-fosfaat uridine&lt;br /&gt;
## EM foto van 1 cel die niet in aanraking kwam met andere cellen, hierin was een pijl naar een regio die leek op ER, dit was ook het enigste zichtbare in de cel buiten een kleine rondvormige donker gekleurde regio.&lt;br /&gt;
### a)Eukaryote cel met het ER aangeduid&lt;br /&gt;
### b) Prokaryote cel met nucleoide aangeduid&lt;br /&gt;
### c) Eukaryote cel met .... aangeduid&lt;br /&gt;
### D Prokaryote cel met het mesosoom aangeduid&lt;br /&gt;
## EM foto van eerst een cel met daar een pijl naar vesikels die met elkaar verbonden waren, hierbij stonden de letters MT. Daarna een meer ingezoemde foto van deze vesikels. Wat zijn deze vesikels?&lt;br /&gt;
### a) Microtubuli in een uitloper van een zenuwcel&lt;br /&gt;
### b) sarcoplasmatisch reticuluml in een spiecel&lt;br /&gt;
### c) actinefilamenten in een spiercel&lt;br /&gt;
### d) ... in een uitloper van een zenuwcel&lt;br /&gt;
## DNA sequentie gegeven: ....AGCGATTTCGACATCTGCT... (Deze lengte,Andere basen, met ook de ...). Hoeveel aminozuren lang is deze sequentie indien de stopcodons UAG, UAA, en UGA zijn&lt;br /&gt;
### a)2&lt;br /&gt;
### b)3&lt;br /&gt;
### c)4&lt;br /&gt;
### d)5&lt;br /&gt;
##Foto van Glycerol gegeven:&lt;br /&gt;
### a) Dit is een structuur moleculen in de structuur van de glycolipide van bacterien&lt;br /&gt;
### b) Dit is een structuur moleculen in de structuur van de glycolipide van dieren&lt;br /&gt;
### c) ...&lt;br /&gt;
### d) ...&lt;br /&gt;
## Wat is EEN Functie van het golgi apparaat&lt;br /&gt;
### a) ...&lt;br /&gt;
### b) ...&lt;br /&gt;
### c) Detoxificatie van het cytoplasma&lt;br /&gt;
### d) Glycosylering van eiwitten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 10 juni 2025===&lt;br /&gt;
# Je kreeg 5 aminozuren (ook echt de structuurformules): threonine, proline, asparaginezuur, glycine en glutamine.&lt;br /&gt;
## Maak een pentapeptide met aan de N-terminus threonine gevolgd door glutamine, proline, asparaginezuur en glycine aan de C-terminus.&lt;br /&gt;
## Teken elk atoom en duid de asymmetrische koolstof aan.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
## Bespreek kort de gaschromatografie.&lt;br /&gt;
## Leg uit hoe je hiermee suikers kunt scheiden&lt;br /&gt;
## Je hebt glyceraldehyde, fructose, deoxyribose en glucose. Zet in volgorde wie eerst eruit komt tot wie laatst eruit komt en leg uit waarom.&lt;br /&gt;
# Tijdens de celcyclus wordt het cytoskelet op en afgebouwd.&lt;br /&gt;
## Som 3 structuurelementen op van het cytoskelet.&lt;br /&gt;
## Leg naar keuze 1 van deze structuurelementen uit van bouw en polymerisatie/depolymerisatie.&lt;br /&gt;
## Leg uit hoe het mechanisme van de controlepunten werken.&lt;br /&gt;
## Leg uit hoe de regulatie van G2/M controlepunt werkt. Dit kan a.d.h.v. een schema.&lt;br /&gt;
## Soms treedt er een fout op in dat mechanisme. Hoe voorkomt de cel dat er tumorcellen gevormd wordt.&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
## Hoeveel palmitinezuur is er nodig om 1 molecule raffinose te maken?&lt;br /&gt;
## Teken palmitinezuur en raffinose.&lt;br /&gt;
## Welke metabole wegen worden gebruikt om van palmitinezuur naar raffinose te gaan?&lt;br /&gt;
## Kies 1 metabole weg en teken deze schematisch uit (met ATP, enzymen, ...)&lt;br /&gt;
## Is er energie verbruikt of gewonnen? Hoeveel ATP?&lt;br /&gt;
# 10 meerkeuzevragen (zonder giscorrectie)&lt;br /&gt;
## Zoals: EM foto, Hoeveel aminozuren geeft deze sequentie, Enzymatische reactie met niet-competitieve inhibitor: Wat gebeurt er met Vmax en Km, Wat is een functie van het Golgi-apparaat,...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 augustus 2024; examen op 38 punten===&lt;br /&gt;
#Om het erfelijk materiaal van een cel juist te kunnen verdelen moet het eerste verdubbeld worden. Leg dit proces uit (en teken). - 5 punten&lt;br /&gt;
#Waar in de celcyclus vindt het proces van vraag 1 plaats? Tijdens dit proces ontstaan er soms foutjes, welk(e) mechanisme(n) voorkomen dat er zich een tumor vormt? Leg gedetailleerd uit. - 6 punten&lt;br /&gt;
#Wat is het verschil tussen verzadigde en onverzadigde vetzuren. Geef hiervan de opbouw/synthese (en teken). - 8 punten&lt;br /&gt;
#Hoe kan je met gaschromatografie verschillende monosachariden scheiden? Hoe voer je deze methode uit? - 5 punten&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol maltose kan je maken uit 4 mol palmitinezuur? Welke metabolische wegen komen hier tussen? Teken maltose en palmitinezuur. Krijgt de cel hier een netto energie winst of verlies, hoeveel?  - 10 punten&lt;br /&gt;
#Twee EM-foto&#039;s: welke organellen/structuren herken je? Bespreek hun functie. ((mesosoom: https://link.springer.com/chapter/10.1007/978-3-642-46166-8_4, desmosoom: https://www.google.com/search?sca_esv=19b551ade1306bfb&amp;amp;q=desmosome&amp;amp;udm=2&amp;amp;fbs=AEQNm0A6bwEop21ehxKWq5cj-cHaxUZOSO72WoU7KkLyB7O1BLPwnsqUQoH7cGimAlpV3w1-yBjpg35HpX2ySbUvN7X4uN6e3mXpiiSGczz1FTPkxryh8HvymQ2xyXxuHxED4UQgM9Lcp8QGILOVOYlluh6PsDneNCeY0Sl5mWoXAOth0XX48tM&amp;amp;sa=X&amp;amp;ved=2ahUKEwieorDyw4SIAxW2U6QEHeVOFqcQtKgLegQICxAB&amp;amp;biw=1920&amp;amp;bih=945#vhid=eSYeuJASPAfKiM&amp;amp;vssid=mosaic)) - 4 punten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 augustus 2024; examen op 38 punten===&lt;br /&gt;
#Geef structuur en functie van de verschillende soorten lipiden. (inclusief tekening) - 6 punten&lt;br /&gt;
#Geef de verschillende typen passief transport. Met welke methode kan je deze onderzoeken? - 4 punten&lt;br /&gt;
#Bespreek transmissie-elektronenmicroscopie &amp;amp; scanning-elektronenmicroscopie. Hoe ga je te werk bij de behandeling. Geef de voor- en nadelen ten opzichte van fluorescentiemicroscopie. - 4 punten&lt;br /&gt;
#Bespreek meiose en teken. Wat zijn de belangrijkste verschillen met mitose? - 8 punten&lt;br /&gt;
#Hoeveel moleculen glycerol heb je nodig om 2 mol stearinezuur te maken. Geeft dit netto ATP of heb je hier ATP voor nodig? Kan dit gebeuren als er geen zuurstof is? Teken glycerol en stearinezuur. - 10 punten&lt;br /&gt;
#2 EM-foto&#039;s - Wat zie je? Geef bouw en functie. (Foto 1: (https://nl.m.wikibooks.org/wiki/Celbiologie/Het_centrosoom#/media/Bestand%3ASpindle_centriole_-_embryonic_brain_mouse_-_TEM.jpg); Foto 2: spiercel) - 6 punten &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 juni 2024; examen op 38 punten ===&lt;br /&gt;
#Leg uit en teken de secundaire structuur van een proteïne. - 6 punten&lt;br /&gt;
#Geef 2 manieren hoe je glyoxisomen kunt laten zien met een fluorescentiemicroscoop en leg ook uit hoe een fluorescentiemicroscoop werkt. - 6 punten&lt;br /&gt;
#Bespreek lysosomen. Geef hun functie en structuur. Wat is het verschil tussen een primaire en secundaire lysosoom? - 4 punten&lt;br /&gt;
#Hoe werkt de regulatie van de celcyclus en hoe zijn we tot deze inzichten gekomen? - 6 punten&lt;br /&gt;
#Hoeveel moleculen sucrose heb je nodig om 2 moleculen van het neutrale lipide tripalmitine te maken? Kost dit ATP aan de cel of wordt er ATP gemaakt. Schrijf alle nodige cycli uit, geef de finale reactievergelijking. - 10 punten (Oppassen want er moeten per tripalmitine, 3 palmitinezuren en 1 glycerol gemaakt worden) (metabolisme van glycerol staat niet in cursus staat wel in practicum + oefeningen boek)&lt;br /&gt;
#2 EM-foto’s - welke organellen herken je? Bespreek hun functie en opbouw. - 6 punten (Foto van Golgi-apparaat en Foto van delende plantencel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 6 juni 2024; examen op 38 punten ===&lt;br /&gt;
# Koppel D-fructose met een beta-1,3-binding aan een D-ribose. Dit D-ribose is gekoppeld aan een een molecule alpha-D-lactose met een alpha-1,3-binding. Geef de structuur van dit oligosacharide - 5 punten&lt;br /&gt;
# Glycolipiden zijn een belangrijk onderdeel in het kernmembraan. Deze zijn verschillend bij dieren en micro-organismen. Wat zijn de verschillen tussen glycolipiden bij dieren in vergelijking met die bij micro-organismen? Teken de verschillende structuren waarbij galactose het suikergedeelte is, een keer voor een dierlijke cel en een keer voor een gistcel. Wat zijn de functies van deze glycolipiden? - 4 punten&lt;br /&gt;
# Hoe vijf gegeven peptiden scheiden aan de hand van anionuitwisselingschromatografie? Leg alle nodige stappen uit. Licht kort de principes toe. In welke volgorde verlaten deze glycolipiden de kolom, leg uit waarom? - 6 punten&lt;br /&gt;
# Hoe van fosfofructokinasegen tot functioneel fosfofructokinase-enzym? leg zeer uitgebreid uit - 6 punten. Hoe wordt de activiteit van fosfofructokinase geregeld - 4 punten?&lt;br /&gt;
# Hoeveel molecule stearinezuur heb je nodig om 9 moleculen ribose-5-fosfaat te maken ? Hoeveel ATP en reducerende vermogen wordt er gemaakt. Schrijf alle nodige cycli uit, geef de finale reactievergelijking. - 10 punten&lt;br /&gt;
# EM-foto - 3 putnen (microtubuli: exacte foto https://cytochemistry.net/_Media/tub8a_med_hr.jpeg)&lt;br /&gt;
===21 augustus 2023===&lt;br /&gt;
# Bespreek de celwand bij planten. Geef de functie en opbouw. Teken de belangrijkste moleculen en bespreek in detail hoe deze met elkaar verbonden zijn. Bespreek de verschillende celwanden. &lt;br /&gt;
# Bespreek de 2 manieren waarmee men specifiek met fluorescentiemicroscopie peroxisomen kan bekijken. Leg ook uit hoe die fluorescentiemicroscopie zelf werkt. &lt;br /&gt;
# Bespreek ribosomen. Waar komen ze voor? Geef hun functie en opbouw. Wat is het verschil tussen de ribosomen van prokaryoten en eukaryoten? &lt;br /&gt;
# Hoeveel moleculen zuurstof komen er vrij uit de fotosynthese om 2 moleculen sucrose te maken? Je mag er vanuit gaan dat er voldoende ATP aanwezig is. In welke reactie komt deze zuurstof vrij, en hoe geraakt men uiteindelijk tot sucrose? &lt;br /&gt;
# 2 EM foto&#039;s: welke organellen herken je? (desmosoom en centriolenpaar) Bespreek hun functie en opbouw. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2023===&lt;br /&gt;
# Wat is een glyoxisoom? welke reacties gebeuren er hier? Waar komen ze voor? (4 punten) &lt;br /&gt;
* Wat er zeker moet staan: Glyoxysomen: komen van het SER en een pathway enkel bij planten en schimmels, niet bij dieren. En nodig voor synthese, nl twee acetyl coA moleculen omzetten in barnsteenzuur. Je moest ook schrijven dat het acetyl coA komt van afbraak vetzuren of van groeien op C2 moleculen zoals acetaat of ethanol. En dat de barnsteenzuur verder in Krebs en gluconeogenese naar suikers kan gaan. Daarnaast moest je ook de cyclus tekenen.&lt;br /&gt;
# Wat is fosofructokinase? Wat zorgt ervoor dat dit enzym actief is en wat is de functie ervan? Leg de weg uit van het DNA tot het functionerende enzym op de juiste plaats in de cel. (8 punten) &lt;br /&gt;
*Fosfofructokinase: 1 punt voor waar het werkt en in welke metabolische weg, 1 punt voor de reactie die wordt gekatalyseerd, 1 punt voor het feit dat ATP als allosterische inhibitor werkt en 1 punt voor de verschillende substraten die ook de snelheid bepalen. Dan 2 punten voor overgang DNA naar mRNA (promoter-terminator, T wordt U, RNA polymerase die kopie van de matrijsstreng maakt, splicing, polyA en 5’ Cap, moest er geantwoord worden). Dan 2 punten voor translatie (het mRNA gaat uit de kern via poriën en gaat dan naar VRIJE ribosomen , kleine en grote subeenheid, bestaande uit rRNA en proteïnen die het mRNA aflezen en vanaf AUG de proteïnesynthese beginnen. Dit met behulp van tRNA dat in zijn structuur een anticodon heeft dat gaat binden met een codon op het mRNA (3 basen en geen basenparen daar mRNA enkelstrengig is) en dat het tRNA ook een aminozuur aanbrengt corresponderend met het codon op het mRNA.  Studenten die hebben geantwoord dat het mRNA naar ribosomen op het RER gaan kunnen maximum 4 op 8 hebben, als al de andere zaken correct zijn. Ik heb dit in de les gezegd dat ik dit ging vragen op het examen.  Fosfofructokinase werkt in het cytoplasma. Als het in een vesikel zit van ER of golgi kan het nooit meer in het cytoplasma geraken….&lt;br /&gt;
# Hoeveel L-glutaminezuur is er nodig voor de synthese van 6 molecule sucrose. Schrijf de nettoreactie uit en is er ATP winst of verlies? (meerdere mensen kwamen hier 24 moleculen en 168 ATP vrij bij uit) (10 punten) &lt;br /&gt;
* 24 glutaminezuur naar 6 sucrose. Structuur sucrose: 1 punt; anaplerotische reactie van glutaminezuur naar alfaketoglutaarzuur: 1,5 punten (als alles correct is inclusief NADH winst). Krebs tot oxaalazijnzuur (1,5 punten, idem); omgekeerde anaplerotische: oxaalazijnzuur naar fosfoenolpyrodruivenzuur (GTP mag je als ATP gebruiken) (1,5 punten), gluconeogenese van PEP tot glucose 6P en fructose 6P (met ATP en NADH kost per PEP) (1,5 punten). Dan glu6P naar gluc1P, naar gluc 1P + UTP naar UDPG, dan UDPG + Frc6P naar sucrose6P en dan naar sucrose (1,5 punten)&lt;br /&gt;
# Teken de algemene structuur van gram-positieve bacteriën en in detail hoe de elementen ervan met elkaar verbonden zijn. Leg uit hoe je deze bacteriën kan onderscheiden. (6 punten) &lt;br /&gt;
* Gram+ bacteriën hebben één dikke celwand bestaande uit mureïne of peptidoglycaan. Je moest hier dan ook de structuur tekenen van N-acetylglucosamine en N-acetylmuraminezuur, met een Beta 1,4 binding met elkaar verbonden. Op de OH van de C3 van N-acetylmuraminezuur (die naar boven staat) moet je dan een melkzuur tekenen met daaraan een tetrapeptide met onder andere D-aminozuren. Wat velen vergeten is dan dat deze tetrapeptiden ofwel met elkaar zijn verbonden dan wel dat er glycinebruggen zijn om die te verbinden, allemaal met covalente bindingen. De Gramkleuring stond op 2 van de 6 punten. Die had je als je kristalvioletjood oplossing had en safranine als roze tegenkleurstof. De Gram+ zijn dan paars, de Gram- zijn dan roze.&lt;br /&gt;
# 2 E.M. foto&#039;s (delende plantencel en golgi-complex met vesikels) (4 punten)&lt;br /&gt;
# 5 peptiden gekregen, welke scheidingstechniek kan je hiervoor gebruiken? Leg deze in detail uit en verklaar in welke volgorde ze van de kolom komen. (6 punten) &lt;br /&gt;
* Scheiden van de vijf peptiden. Hier had je 3 punten op het principe van de scheiding en 3 op het juist antwoord op de vraag. Je moet hier scheiden via ionenuitwisselingschromatografie daar de 5 peptiden elke een ander isoelectrisch punt hebben. Dit kan je simpel bepalen door het aantal zure en aantal basische aminozuren te tellen. Bij principe moest er zeker bij staan dat je eerst de pH laag brengt zodat ze allemaal positief geladen zijn als je met een kationenuitwisselaar werkt en dan geleidelijk de pH doet stijgen zodat ze één voor één van de kolom komen. Voor anionenuitwisselaar het omgekeerde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2023===&lt;br /&gt;
# Teken het trisacharide: D-galactose met een 1,3 binding aan D-ribose met een 1,3 binding aan D-fructose (5) &lt;br /&gt;
* Per binding die fout is of per fout in een monosaccharide is het een punt aftrek&lt;br /&gt;
# Teken fosfatidylethanolamine, wat zijn de functies en voorkomen? (4) &lt;br /&gt;
* Phosphatidyl ethanolamine en functie/eigenschappen fosfolipide: Geen correcte esterbinding of grote fouten aan het molecule: max 1 op 4. Kleine fouten op de structuur: een half of één punt aftrek. Het overblijvende punt voor fosfolipidendubbellaag (vb membraan) en enkellaag (vb lipidendruppel) en dat het een chemische barrière vormt.&lt;br /&gt;
# Gegeven een stuk DNA van 5&#039; tot 3&#039;: wat is de aminozuursequentie van het proteïnen en welke stappen gebeuren hierbij? (5) &lt;br /&gt;
* Deze vraag heb ik tijdens de lessen op het bord getekend. Ik heb toen duidelijk gezegd dat als je DNA ziet staan, teken onmiddellijk de andere strand. Als je dat had gedaan zou je zien dat er in die andere strand een startcodon zit gevolgd door verschillende aminozuren. In de vraag staat in bold dat er een proteïne wordt gevormd, dus enkel methionine (dat werd gevolgd door een stopcodon) is uiteraard geen proteïne. Als je dit stuk correct had heb je 2,5 of 3 op 5 (2,5 als de beschrijving compleet fout is). Om 5 op 5 te hebben had ik de volgende termen moeten zien: Bij transcriptie: promoter-terminator, RNA polymerase, copij van de matrijsstreng, dus identiek aan coderende strand, maar dan T door U vervangen, splicing, 5’Cap, 3’ poly A staart en dan via kernporiën. Bij translatie: mRNA komt toe op de ribosomen (veel studenten antwoorden hier op het RER, dat kan, maar dat is niet noodzakelijk), die uit rRNA en proteïnen bestaan en tRNA met zijn anticodon brengt de juiste aminozuren aan die dan het proteïne gaan vormen&lt;br /&gt;
# bespreek de structuur en functie van het golgi-apparaat (4) &lt;br /&gt;
* Golgi apparaat: afgeplatte membraanzakken, cisternen, waar vesikels van RER toekomen aan cis kant en waar vesikels vertrekken aan de trans kant als primaire lysosomen, of als secretievesikels met materiaal voor buiten de cel.  Dit geeft 2 van de vier punten. Wat gebeurt er in het golgi: suikers die op de eiwitten staan uit RER worden grotendeels verwijderd en elk eiwit krijgt zijn specifieke glycosylatie (heel veel studenten spreken weeral over glycolysatie, wat uiteraard niet ok is, zeker 5 keer in de les gezegd! Glycosylatie kan op O of N zijn&lt;br /&gt;
# Wat is de functie van een G-proteïne? (4) &lt;br /&gt;
* G proteïnen: belangrijk bij signaaltransductie in de cel (1 punt). Zijn proteïnen die met GDP zijn gebonden en dan inactief en bij activatie wordt GDP door GTP (wat in overmaat in de cel aanwezig is) vervangen (en niet zoals studenten antwoorden dat GDP naar GTP wordt omgezet). Het G proteïne heeft dan een eigen GTPase activiteit die zorgt dat GTP wordt omgezet naar GDP en het proteïne is terug inactief. Het is dus een on-off schakelaar.&lt;br /&gt;
# Hoeveel ribose-5-p heb je nodig om 14 alanine te maken? -welke wegen, reactievergelijking  en NADH en atp balans (10) &lt;br /&gt;
* Hier heb je dus al 14 pyrodruivenzuur nodig bij de transaminatiereactie maar je hebt er nog twee extra nodig om eerste keer glutaminezuur te maken (cellen hebben geen reserve). Dus eentje voor acetyl coA en eentje voor oxaalazijnzuur (anaplerotisch). Hiermee kan je alfa keto maken en hiervan kan je glutaminezuur maken. Het alfa keto recupereer je dan telkens bij de transaminatie reacties. Om 16 pyrodruivenzuur te maken heb je 12 ribose5P nodig. Met 9 kan je er 15 maken, maar je hebt er dus 16 nodig. Hier zijn er punten gegeven a rato van welke pathways die relevant zijn heb je opgeschreven.&lt;br /&gt;
# Drie organellen aanduiden en hun functie bespreken. (lipidedruppels, glyoxisoom (?) en mitochondrion, de foto stond in de cursus) (4)&lt;br /&gt;
* Dit was een foto uit de cursus!!!. Vetdruppels (neutrale lipidenreserve) en mitochondriën (beta oxidatie, Krebs cyclus; Az biosynthese; electronentransport keten) gaf 2 punten. Cruciale hier waren de glycoxysomen met omzetten van 2 acetyl coA naar barnsteenzuur). Dit gaf nog twee punten.)&lt;br /&gt;
--&amp;gt; examen stond op 36punten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2022===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Lactose in alfa vorm tekenen. (6 ptn)&lt;br /&gt;
#* Waar in de natuur komt het voor?&lt;br /&gt;
#* Welk enzyme hydrolyseert het?&lt;br /&gt;
#* Geef de belangrijkste verschillen tussen lactose en trehalose.&lt;br /&gt;
#* Opmerking: De alfa slaat hier natuurlijk op de glucose (die nog kan open gaan) maar de binding tussen de galactose en de glucose is een beta binding. Geen correcte structuur is -2, geen enzyme is -1, geen plaats van voorkomen is -1. Grootste verschil met trehalose is dat dat een niet reducerend suiker is met de glucose alfa,alfa, 1, 1 gebonden. Waar het voorkomt is ook verschillend. &lt;br /&gt;
# Tertiaire structuur proteïnen: Leg uit + maak tekening. Aan welke externe factoren is het gevoelig? (6 ptn)&lt;br /&gt;
#* Opmerking: Veel fouten hier is dat studenten de secundaire structuur beschrijven. Er moet zeker staan: H bruggen tussen az en met omgeving, S-S bruggen (sommige studenten zetten maar één S, dat kan natuurlijk niet), hydrofobe interacties + VanderWaals, ionische interacties en algemene structuur, hydofobe binnen een polaire aan buitenkant. Bij externe omstandigheden dikwijls ok geantwoord, maar niet de reden waarom een eiwit dan stuk gaat. Bvb extreme pH. Waarom? (omdat dan de ionische interacties verstoord worden daar of alle COO- COOH worden en een eiwit dus positief geladen wordt. Hitte, detergenten (SDS), solventen, … &lt;br /&gt;
# Peroxisomen en glyoxisomen: Oorsprong en functie? Welke metabolische wegen gebeuren hier? In welke organismen komen ze voor? (6 ptn)&lt;br /&gt;
#* Opmerking: Komen van SER, en de vraag was welke metabolische reacties er plaatsvinden. Hier hadden die reacties opgeschreven moeten worden. Veel studenten antwoorden dat het doel is om H2O2 af te breken.  Neen, doel is om toxische stoffen af te breken met behulp van zuurstof en bij die afbraakreacties komt H2O2 vrij die enerzijds andere toxische stoffen kan neutraliseren, maar dan is er ook Katalase om H2O2 zelf ook af te breken, daar dit toxisch is Dit geeft de typische kristallen. Heel veel studenten antwoorden dat in glyoxysomen vetzuren worden omgezet in suikers. Dat is natuurlijk fout. De reactie in de glyoxysomen is om twee acetyl-coA om te zetten tot barnsteenzuur. En dieren hebben dat niet. &lt;br /&gt;
# Geef alle stappen die nodig zijn om een proteïnemengsel te kunnen scheiden met een kationuitwisselaar. Hoe kan kationuitwisselingschromatografie worden gebruikt om de 5 (gegeven) decapeptiden te scheiden? In welke volgorde elueren ze? (6 ptn)&lt;br /&gt;
#* Opmerking: Hier moet je weten hoe zo een kolom werkt en welke aminozuren er zuur zijn en welke basisch daar die het IEP gaan bepalen. Wat er zeker had moeten staan is dat initieel je de pH laag moet brengen zodat alle peptiden blijven hangen en dan geleidelijk de pH verhogen of de zoutconcentratie verhogen, daar ze er dan één voor één afkomen. &lt;br /&gt;
# Hoeveel moleculen sucrose nodig voor omzetting in 3 moleculen stearinezuur? Hoeveel ATP komt er vrij bij het verademen van de restproducten? (10 ptn)&lt;br /&gt;
#* Teken sucrose. Door welk enzym wordt het gehydrolyseerd? Wat zijn de hydrolyseproducten?&lt;br /&gt;
#* Welke metabolische wegen worden doorlopen? (gegeven dat het er 5 zijn, gewoon de namen van de wegen geven)&lt;br /&gt;
#* Teken de volledige metabolische reacties en schrijf de uiteindelijke reactievergelijking.&lt;br /&gt;
#* Hoeveel ATP-moleculen kunnen er gewonnen worden uit de gevormde producten die niet gebruikt werden voor de vorming van de vetzuren?&lt;br /&gt;
#* Opmerking: Sommige studenten vertrekken van stearinezuur om sucrose te maken?? Vraag goed lezen. Hier moet je dus via de pentosefosfaatweg gaan om voldoende NADPH te maken. Sommige studenten doen dat, maar gaan dan ook nog eens langs de volle glycolyse om de acetyl coA te maken maar als je de PPP doorloopt kom je ook terug uit bij pyrodruivenzuur/actyl coA. Van acetyl CoA dan naar stearinezuur, maar uiteraard de ATP verbruikende reactie om malonyl CoA te maken en per stap twee NADPH. In de oefensessie hebben jullie een gelijkaardige oefening gemaakt en was het ok om via de PPP pathway te gaan om voldoende pyrodruivenzuur te bekomen (maar een tekort aan NADPH). Studenten die dat gevolgd hebben was ook ok. &lt;br /&gt;
# Twee EM foto&#039;s: Welke celtypes zijn afgebeeld? (spiercel en delende plantencel) Benoem alle onderdelen + hun functie. (4 ptn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=&amp;gt; examen op 38 ptn&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2021===&lt;br /&gt;
#Teken een oligosaccharide dat D-galactose met een alfa-1,6 binding gebonden is aan een D-fructose (furanose-vorm) die vervolgens met een alfa-1,4 binding gebonden is aan beta-D-ribose.&lt;br /&gt;
#Beschrijf (en teken eventueel) volgende woorden: Desmosoom, apoptosoom, beta-vouwbladstructuur, Gs-proteine en snelheidscentrifuge.&lt;br /&gt;
#Wat is SDS PAGE, wat kan men ermee onderzoeken, hoe werkt het en wat is het verschil met Native PAGE.&lt;br /&gt;
#Beschrijf en teken de vetzuursynthese van stearinezuur.&lt;br /&gt;
#Hoeveel moleculen ribose-5-fosfaat kan een gistcel maken uitgaande van 10 moleculen glutaminezuur bij een tekort aan aminozuren, wat is de totale ATP en coenzym verhouding. Geef de reactievergelijking, Neem de weg met de minste CO2 productie.&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s. Alle onderdelen benoemen en de functies van deze onderdelen beschrijven. oa de kristalstructuren, R.E.R, ribosomen, celkern, Golgi apparaat.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2020===&lt;br /&gt;
#Teken de microtubuli van het cytoskelet en leg uit waarom het zo belangrijk is voor de deling van cellen. Wat zijn andere structuren van de cel waar microtubuli in voorkomen&lt;br /&gt;
#Teken Gram+-bacterie en Gram--bacterie en teken de celwand (mureïne). Leg het effect van peniciline uit op de celwand en waarom het geen effect heeft op ons&lt;br /&gt;
#Leg verschil uit tussen Instrinsieke en Extrinsieke signaalwegen. Waarom is apoptose zo belangrijk?&lt;br /&gt;
#Hoe kan men zonder de cel te denatureren de verschillende celonderdelen scheiden?&lt;br /&gt;
#Een gistcel maakt uit 4 moleculen stearinezuur, glucose-6-fosfaat. Hoeveel kan het er maken en hoeveel ATP blijft er over (Vetzuurafbraak, Gluconeogenese, Krebs-cyclus en Anaplerotische reacties)&lt;br /&gt;
#2 prentjes&lt;br /&gt;
#*Kristallen&lt;br /&gt;
#*Ribosomen&lt;br /&gt;
#*Nog dingen maar ik ben onzeker&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===7 juni 2020===&lt;br /&gt;
#teken gedetailleerd een alfa helix structuur en de binding, welk proteïne heeft vooral alfa helix structuren?&lt;br /&gt;
#trehalose en amylopectine tekenen, welke binding?&lt;br /&gt;
#geef functie van, een teken eventueel: mesosoom, protoplast, mycoplasma, chromomeer, middenlichaampje&lt;br /&gt;
#leg uit: actief transport&lt;br /&gt;
#hoe kun je een plasmamembraan goed zichtbaar maken onder een fluorescentiemicroscoop?&lt;br /&gt;
#hoeveel ATP verkrijg je bij het volledig verademen van 10 moleculen glycerol? (antwoord: 220 ATP)&lt;br /&gt;
#duidt structuren aan op foto&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 augustus 2019===&lt;br /&gt;
# Amylopectine is een belangrijk deel van zetmeel. Teken de structuur en alle atomen. Waar verschilt dit moleculen met glycogeen? &lt;br /&gt;
# Hoe wordt p53 geactiveerd? Wat heeft dit als resultaat? Wat is het gevolg indien het slecht functioneert? &lt;br /&gt;
# Hoe kan ionenuitwisselings chromatografie worden gebruikt om de 5 (gegeven) decapeptiden te scheiden. Welke elueert het eerst? &lt;br /&gt;
# Welke soort juncties zijn er? Teken en leg ze uit? &lt;br /&gt;
# Gistcellen kunnen groeien op een ethanol bodem. Hoeveel moleculen heeft een gistcel nodig om 12 moleculen ribose-5-P te maken. Hoeveel energiewinst is er? Geef alle stappen.&lt;br /&gt;
# 3 prenten:&lt;br /&gt;
## Ben ik vergeten&lt;br /&gt;
## Kliercel: benoem alle delen in de cel en geef hun functie. &lt;br /&gt;
## 2 Virussen(1 was Tabaksmozaïekvirus): wat is hun structuur en wat zijn het?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 juni 2019===&lt;br /&gt;
#leg gedetailleerd uit wat actief transport is&lt;br /&gt;
#geef de structuur van microtubuli, waarom zijn deze microtubuli belangrijk bij delende plantencellen? geef de structuur van flagellen bij eukaryote cellen en hoe zorgen deze voor beweging&lt;br /&gt;
#wat is Km?&lt;br /&gt;
#wat is een proplastide?&lt;br /&gt;
#wat is confocale fluorescentiemicroscopie en hoe kan deze gebruikt worden om een celmembraam te bekijken?&lt;br /&gt;
#hoeveel glycerol heb je nodig voor opbouw van 6 moleculen palmitinezuur? kan dit ook in anaerobe omstandigheden?&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s, geef alle structuren die je ziet + functie &lt;br /&gt;
## 1 foto van kristallen in een kern&lt;br /&gt;
## 1 foto van mucusvesikels die uit een darmepitheelcel komen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2019===&lt;br /&gt;
#Wat is de moleculaire structuur van een celwand van een bacterie? Wat is het verschil tussen een gram+ en een gram- bacterie? Hoe heeft dit effect met penicilline? Waarom gebeurt dit niet bij de mens? &lt;br /&gt;
#Hoe kan men een enzym isoleren en scheiden uit een dierlijke cel? &lt;br /&gt;
#Wat is covalente modificatie? Geef twee voorbeelden, een waarbij het enzym vertraagt en een waarbij het enzym versnelt. &lt;br /&gt;
#Hoeveel ATP geeft de afbraak van tripalmitine? Hoeveel tripalmitine moet er worden afgebroken om 10 moleculen glucose te maken in een dierlijke cel? &lt;br /&gt;
#Twee EM-foto&#039;s bespreken en vijf termen uitleggen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2018===&lt;br /&gt;
#Biosynthese van palmitinezuur geven (met structuren) en zeggen waar deze plaatsvindt.&lt;br /&gt;
#Teken een spiercel en benoem de elementen. Leg verder ook mbv tekeningen uit hoe een spiercel werkt.&lt;br /&gt;
#5 begrippen uitleggen/tekenen: mesosoom, operon, guanine, blefaroplast en mycoplasma.&lt;br /&gt;
#Leg uit hoe je mbv affiniteitschromatografie zuiver hexokinase uit een levercel kan scheiden. Zijn er nog andere technieken om zuiver hexokinase te krijgen, zo ja leg deze dan uit.&lt;br /&gt;
#Hoeveel moleculen glycerol zijn er nodig om 10 moleculen alanine te vormen. Geef de metabolische wegen in de juiste volgorde en geef de volledige synthese (inclusief structuren). Er is genoeg ammonium aanwezig maar geen oxaalazijnzuur.&lt;br /&gt;
#Van 2 E.M foto&#039;s de structuren en hun functies benoemen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2018===&lt;br /&gt;
#Gluconeogenese geven/uitleggen&lt;br /&gt;
#Welke aminozuren kunnen gefosforiliseerd worden, en welke geglycosyleerd. Teken een gefosforiliseerd aminozuur.&lt;br /&gt;
#Confocale fluoricentiemicroscoop uitleggen en tekenen. Hoe kan dit gebruikt worden om het plasmamembraan te tonen.&lt;br /&gt;
#BBegrippen: p53, desmosoom, N-acetylmureinezuur, cysteine, chiasma.&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol tripalmitinezuur heb je nodig voor 15 mol ribose?&lt;br /&gt;
#EM foto van glycocalyx met slijmbekercel en foto met peroxisoom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 augustus 2017===&lt;br /&gt;
#Ionenuitwisselingschromatografie uitleggen&lt;br /&gt;
#Een stuk DNA tekenen&lt;br /&gt;
#De verschillende juncties tussen cellen uitleggen&lt;br /&gt;
#Biosynthese en afbraak van vetten tekenen en uitleggen&lt;br /&gt;
#Hoeveel moleculen glutaminezuur heb je nodig om 6 moleculen ribose-5-P te maken&lt;br /&gt;
#Fotos van cellen: spiercel en plantencel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 augustus 2017===&lt;br /&gt;
#Koppel een fructosemolecule aan een galactose en deze aan een glucose op bepaalde manier (alpha,beta)&lt;br /&gt;
#Confocale fluorescentiemicroscopie&lt;br /&gt;
#Leg volgende termen uit: operon, plaques, cyclines, mesosoom, cystine&lt;br /&gt;
#Bespreek de lichtreacties (voorkomen, welke reacties gebeuren,...)&lt;br /&gt;
#Hoeveel sucrosemoleculen heb je nodig om 10 moleculen alanine te maken?&lt;br /&gt;
#2 E.M. foto&#039;s, de ene was een spiercel (actine en myosine), de andere weet ik niet zeker&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2017===&lt;br /&gt;
#Maak een (erg gedetailleerde) tekening van de secretieweg van DNA tot enzyme, voor een enzyme dat als functie heeft de celwand opbouwen. Leg hierbij alle belangrijke stappen uit.&lt;br /&gt;
#Actief transport bij bacteriën, schimmels en dieren uitleggen, met glucose als voorbeeld&lt;br /&gt;
#Je wil 6 proteïnen scheiden door een anionuitwisselingschromatografie uit te voeren, welke stappen zijn hierbij? Maak ook een tekening&lt;br /&gt;
#Hoeveel glycerol heb je nodig ter vorming van 4 moleculen tripalmitine? Hoeveel ATP is er over na volledige verademing van uw restproducten en reducerend vermogen? Geef op volgorde alle metabolische wegen die hierbij gebruikt werden. Geef schematisch alle stappen die doorlopen worden bij de vorming van tripalmitine uit glycerol, en geef de netto reactievergelijking (inclusief ATP).&lt;br /&gt;
#2 foto&#039;s aanduiden alles dat je herkent en de functie ervan geven, was een slijmbekercel en een heel erge close up van een plantencel&lt;br /&gt;
#5 termen verklaren: apoptosoom, DNA primase, N-acetylglucosamine, proplastide en Km&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2016===&lt;br /&gt;
#cytokinese dier &amp;amp; plant&lt;br /&gt;
#donkerracties en verschil C3,C4 en CAM &lt;br /&gt;
#adrenaline&lt;br /&gt;
#vriesbreuk en vriezers&lt;br /&gt;
#ato berekenen in cyclus&lt;br /&gt;
#fotokes van vet en golgi app&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2016 ===&lt;br /&gt;
#bespreek celwand van bacterien en schimmels op vlak van structuur, functie en chemische samenstelling&lt;br /&gt;
#inductie en repressie uitleggen adhv lac-operon en trp-operon&lt;br /&gt;
#oef: hoeveel mol ribose-5-P kan je maken uit glutaminezuur? bereken hoeveel ATP je over hebt en schrijf de volledige cycli uit (antwoord 3 mol ribose-5-P) &lt;br /&gt;
#fotos over juncties en chloroplast&lt;br /&gt;
#gelfiltratie uitleggen + hoe daaruit molecuulgewicht proteinen bepalen&lt;br /&gt;
#structuur en werking van een spiercel uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2016 ===&lt;br /&gt;
#bespreek celwand van schimmels en bacterie (moleculair, structuur, functie)&lt;br /&gt;
#bespreek gelfiltratie + hoe kan men de moleculaire massa berekenen van een proteine&lt;br /&gt;
#bespreek de spiercel (werking, structuur)&lt;br /&gt;
#Bespreek genrepressie en geninductie aan de hand van beta galactosidase en tryptofaan&lt;br /&gt;
#metabolisme: hoeveel ribulose 5 fosfaat uit 5 glutaminezuur (geef namen gebruikte wegen + theoretische ATP opbrengst)&lt;br /&gt;
#Structuren desmosoom/dichte junctie en chloroplas&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2016===&lt;br /&gt;
#bespreek de onderzoeken naar de regulatie van de celcyclus (MPF enzo...). Wat kan er misgaan wanneer de regulatie niet goed verloopt? (tumor, p53, oncogenen).. &lt;br /&gt;
#Bespreek oorsprong structuur en functie van glyoxisomen en peroxisomen (bijvraag: waar vind je vb glyoxisomen: noten,zaden) &lt;br /&gt;
# kationuitwisselingschromatografie uitleggen +methode om 4 peptiden te scheiden hiermee uitleggen&lt;br /&gt;
# bespreek: Gs proteine (algemeen, niet adrenaline), Km(enzyme),Prion&lt;br /&gt;
# Hoeveel ATP moeten de lichtreacties maken voor de synthese van 6 mol sucrose via donkerrracties (UDPG niet vergeten)&lt;br /&gt;
# 2 fotos: chloroplast, 10 structuren aanduiden, darmepitheelcel met glycocalix en veel mucus blijkbaar geen lysosomen dus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2016 NM===&lt;br /&gt;
#bespreek microtubuli en de structuren aan die in de cel voorkomen.&lt;br /&gt;
# Welk peptide wordt er gevormd (DNA gegeven)&lt;br /&gt;
# waaruit bestaat een spiercel en bespreek de werking ervan&lt;br /&gt;
# Bespreek de calvin-cyclus. Wat zijn de inputs en wat zijn de outputs? &lt;br /&gt;
#Hoeveel moleculen glycerol hebt je nodig om 9 moleculen ribose-5- fosfaat te maken? ( pentosefosfaat weg omkeren)&lt;br /&gt;
#em foto&#039;s &lt;br /&gt;
#*was een plantencel blaasjes golgi-apparaat aant afzetten was op de fragmoplast&lt;br /&gt;
#*De tweede foto was een slijmbekercel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2016 VM===&lt;br /&gt;
# Structuur glycogeen? Biosynthese er van en afbraak ervan? (Moest blijkbaar adrenaline bij betrekken)&lt;br /&gt;
# aminozuren uitleggen en de structuur van proteine&lt;br /&gt;
#structuur en functie van de celwand bij bacteriën&lt;br /&gt;
#de stappen nodig om een zuivere fractie van polysomen te verkrijgen. Das zo met differentiële centrifugatie &lt;br /&gt;
# hoeveel mol ethanol nodig om 6 mol ribos-6-fosfaat te vormen. &lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s ene was met peroxisoom (kristal in), mitochondrie en chloroplast. 2e was ook vormen van fragmoplast&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties&lt;br /&gt;
# Belangrijkste cel differentiaties bij Planten.&lt;br /&gt;
# Hoe kan men cellen in een oplossing tellen? Hoe gebeurd dit bij bacteriofagen?&lt;br /&gt;
#Teken en bespreek de structuur en functie van de glycocalix bij dieren&lt;br /&gt;
#hoeveel maltose moleculen zijn er nodig bij de synthese van alanine in een cel met een tekort aan energie&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s: een prokaryoot en een spiercel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de enkelvoudige en meervoudige suikers en teken de belangrijkste.&lt;br /&gt;
# apoptose&lt;br /&gt;
# Penicilline en chloramfenicol &lt;br /&gt;
# Opbouw en afbraak van vetten&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s eentje van een floeemcel de andere van een vetdruppels met glyoxisomen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Geef alle soorten lipiden, uitleg, tekening&lt;br /&gt;
# wat is een sarcomeer en leg werking uit,&lt;br /&gt;
# vier woorden: microsoom, beta-mercapto-ethanol, tonofilamenten en dna primase, &lt;br /&gt;
# Geef heel calvincyclus&lt;br /&gt;
# Oefening met al die metabolisme en ATP enzo. Iets mat stearinezuur afbreken tot pyrodruivenzuur ofzo tongue-emoticon&lt;br /&gt;
# 2 fotos : celkern met kristallen en dan blijkbaar een zeefvat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2015 NM ===&lt;br /&gt;
# Alles van de plantencelwand&lt;br /&gt;
# Oef met DNA sequentie en translatie&lt;br /&gt;
# Oxidatieve fosforylatie vs foto fosforylatie&lt;br /&gt;
# Hoe kan je polysomen en ribosomen scheiden&lt;br /&gt;
# Hoeveel mol glycerol heeft een gistcel, die in de G0-fase zit, nodig om met ademhaling 110 Mol ATP te synthetiseren&lt;br /&gt;
# Foto van openbarstende darmepitheelcel (met mucus) en van een plantencel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Structuur en functie van endoplasmatisch reticulum&lt;br /&gt;
# Hoe wordt de activiteit van fosfofructokinase geregeld?&lt;br /&gt;
# Cytoskelet bij planten en dieren&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties&lt;br /&gt;
# hoeveel mol ethanol nodig opdat gistcellen 4 mol ribose-5-P kunnen maken. Welke metabolische weg komen hierbij tussen? Hoeveel ATP blijft er over? &lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s: de eerste was een zenuwcel met microtubuli en de tweede met een peroxisoom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# bespreek suikers en polysacchariden en teken de belangrijkste&lt;br /&gt;
# welke reacties vinden plaats op het thelakoïdmembraan en wat zijn de inputs en outputs&lt;br /&gt;
# geef uitleg; middenlichaampje, callus, mitosis-promoting factor MPF, blefaroblast&lt;br /&gt;
# hoeveel mol glutaminezuur moet omgezet worden in oxaalazijnzuur om voldoende ATP te maken voor de afbraak van 5 mol stearinezuur&lt;br /&gt;
# bespreek SDS-page en waarvoor dient het&lt;br /&gt;
# foto van floëemcellen en foto van kern met kristallen p p295&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 juni 2014 ===&lt;br /&gt;
#IEP uitleggen en peptiden rangschikken op IEP&lt;br /&gt;
#Transport van voedingsstoffen over de celmembraan bespreken&lt;br /&gt;
#Methoden om de volgorde van enzymen in een metabolische pathway te bepalen&lt;br /&gt;
#Glyoxylzuurcyclus bespreken&lt;br /&gt;
#Hoevel mol glycerol nodig voor 2 mol palimitinezuur&lt;br /&gt;
#Foto van jonge plantencel en van peroxisoom&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2014===&lt;br /&gt;
#Transport van voeding door de membraan&lt;br /&gt;
#Plantencelwand bespreken&lt;br /&gt;
#Bespreek de pentosefosfaatweg (alles)&lt;br /&gt;
#Tellen van bacteriofagen&lt;br /&gt;
#1 mol tripalmitine (vergeet glycerol niet!)&lt;br /&gt;
#Foto van plantencel (chloroplast volledig en ook vacuole enzo) + floeemcel (gedifferentieerde plantencel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2014 ===&lt;br /&gt;
#Leg de rol van enzymen als katalysatoren uit in de metabolische reactie wegen&lt;br /&gt;
#Wat doe adrenaline in de levercellen als je schrikhebt?&lt;br /&gt;
#Leg de weg uit die katalase aflegt in de cel beginnende bij DNA.&lt;br /&gt;
#Leg ionenuitwisselingschromatografie uit.&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol maltose heb je nodig voor de aanmaak van 2 mol stearine? Welke metabolische reactiewegen komen hier bij te pas? Welke zijn de energieleverende/ energie verbruikende stappen?&lt;br /&gt;
#Prent van cel met glycogeenkorrels, RER, SER, mitochondrien etc&lt;br /&gt;
#Prent van plant cel in cytokinese --&amp;amp;gt; aanmaak van middenlamel door fragmoplast etc&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 juni 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Transport over celmembraan&lt;br /&gt;
#Kern met rer tekenen en functie uitleggen &lt;br /&gt;
#Wat doet adrenaline in levercellen&lt;br /&gt;
#Confocale fluorescentie microscopie uitleggen&lt;br /&gt;
#Hoeveel acetaat je nodig hebt voor 3 mol glycerol en waar wordt energie geproduceerd &lt;br /&gt;
#Foto van glycogeenkorrels en van kristallen in kern&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 juni 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#fosfofructokinase van dna tot enzyme de weg die het moet doen en regulatie&lt;br /&gt;
#plantencelwand opbouw componenten en functie&lt;br /&gt;
#tellen van cellen en bacteriofagen&lt;br /&gt;
#hoeveel glucose nodig voor 4 alanine te maken&lt;br /&gt;
#foto van zenuwuitlopers en vorming nieuwe celwand bij planten: fragmoplast&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2013 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de eenvoudige suikers en polysacchariden.&lt;br /&gt;
#Bespreek de biosynthese en afbraak van vetzuren.&lt;br /&gt;
#Wat is de functie van glyoxisomen? Hoe kan je deze zichtbaar maken bij fluorescentie microscopie?&lt;br /&gt;
#Een gistcel kan groeien op ethanol. Om te groeien moet de celwand groeien, deze is opgebouwd uit polymeren van suikers. &lt;br /&gt;
#*Hoeveel mol ethanol is er nodig om 10 mol glucose te maken? &lt;br /&gt;
#*Kan de gistcel groeien op ethanol in anaëroob milieu? (antwoord: p469 laatste 5 regels in middelste stuk)&lt;br /&gt;
#prent aanduiden: &lt;br /&gt;
#*desmosoom &lt;br /&gt;
#*peroxisoom met kristalstructuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2013 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Teken de overgang van kernmembraan naar R.E.R. Wat is de functie van dit laatste?&lt;br /&gt;
#Bespreek geprogrammeerde celdood. Is er een link met kanker?&lt;br /&gt;
#Geef de methode(n) hoe je proteïnen kan splitsen op basis van hun lading.&lt;br /&gt;
#Hoe werkt het B-galactosidase operon bij E. Coli?&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol glucose kan je maken met 3 mol palmitinezuur? Welke metabolische wegen worden er gevolgd? Hoeveel ATP kan er eventueel gevormd worden?&lt;br /&gt;
#Foto&#039;s:&lt;br /&gt;
#* p254&lt;br /&gt;
#*p218 (ongeveer)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 JUN 2013 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek de secretieweg in een cel van gen tot gesecreteerd eiwit.&lt;br /&gt;
# Als een mens schrik heeft komt er adrenaline vrij. Wat gebeurt er dan in de lever?&lt;br /&gt;
# Hoe werkt SDS-PAGE?&lt;br /&gt;
# Een uitgehongerde zoogdiercel maakt 4 glutaminezuurmoleculen en 2 asparaginezuurmoleculen. Hoeveel fructose is hier voor nodig en hoeveel CO2 wordt er door het organisme geproduceerd bij deze omzetting?&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s: chloroplast tegen celwand aangedrukt door vacuole en celkern met kristallen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 jun 2013 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de celwand vn de bacterie&lt;br /&gt;
#Uitleggen wat MFP met celcyclus te maken heeft en welke drie onderzoeken er toe geleid hebben&lt;br /&gt;
#Confocale fluorecentiemmicroscopie uitleggen&lt;br /&gt;
#Een oefening met hoeveel mol&lt;br /&gt;
#2 prentjes:&lt;br /&gt;
#*floëmcellen&lt;br /&gt;
#*gewoon RER, SER, Peroxisoom, mitochondrïen aanduiden (kan zijn nog iets)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Examenvragen vanaf 2009=&lt;br /&gt;
== Biochemie ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 27 jun 2011 ===&lt;br /&gt;
#elektronentransportketen uitleggen.&lt;br /&gt;
#Met welke methodes kan je glyoxisomen bestuderen (door microscopische analyse) in de cel?&lt;br /&gt;
#Vetzuren en lipiden bespreken&lt;br /&gt;
#Differentiaties in plantencellen&lt;br /&gt;
#Foto van spiercel + kern delen benoemen.&lt;br /&gt;
#C1 van een glucosemolecule wordt radioactief gemerkt. We zien dat C6 van een 1,6-bisfosfaatfructosemolecule ook radioactieve sporen vertoond. Verklaar dit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 jun 2010 ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de lichtreactie van de fotosynthese.&lt;br /&gt;
#Bespreek hoe je aminozuren en suikers kan scheiden en deze onderling kan scheiden.&lt;br /&gt;
#Bespreek: de weg die wordt afgelegd van DNA tot glycocalyx van een proteïne.&lt;br /&gt;
#Hoeveel ribose 5-P kunnen gevormd worden uit 5 moleculen glutaminezuur. Hoeveel ATP komt hierbij vrij?&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s waarbij alle structuren moeten aangeduid worden (chloroplast en jonge plantencel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 8 jun 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
#Bespreek de suikers&lt;br /&gt;
#Bespreek de pentosefosfaatweg (PPP)&lt;br /&gt;
#Bespreek SDS-PAGE&lt;br /&gt;
#Hoeveel molecule alpha-ketoglutaarzuur moeten er in de cel omgezet worden naar fumaarzuur om voldoende ATP te maken voor de synthese van 6 moleculen palmitinezuur (vertrekkende van Acetyl-Coa en uitgaand van het feit dat alle cofactoren aanwezig zijn) ? [Antwoord: 7]&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s waarbij alle structuren moeten aangeduid worden (levercel en prokaryote cel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Chemie == &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 JUN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# celdifferentiatie in ene plantencel&lt;br /&gt;
# transport voeding cel&lt;br /&gt;
# geef de verschillen tussen de glycolyse en de gluconeogenese daar waar de enzymen verschillend zijn&lt;br /&gt;
# 2 stearinezuur omvorme na ribose, er is geen NAD+, geef de cusclussen die je gebruikt, is er atp genoeg, kan het volledig worden omgezet?&lt;br /&gt;
# 2 tekeningen (darmwand en spiercel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 FEB 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek enkelvoudige en meervoudige suikers&lt;br /&gt;
# Welke soorten juncties zijn er en wat is hun functie?&lt;br /&gt;
# Bespreek ionenuitwisselingschromatogafie&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Bespreek aminozuren en ruimtelijke opbouw van proteïnen &lt;br /&gt;
# Rangschik 5 proteïnen volgens hun isoelektrisch punt, van hoog naar laag (je krijgt hier dan 5 aminozuursequenties) &lt;br /&gt;
# Teken de overgang tussen kernmembraan en het RER en bespreek de functie van het RER. &lt;br /&gt;
# Bespreek de verschillende centrifugatietechnieken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# bespreek de enkelvoudige en meervoudige suikers&lt;br /&gt;
# bespreek de celwand bij bacterien en schimmels&lt;br /&gt;
# leg uit ionenuitwisselingschromotografie&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s waar ge alles op moet aanduiden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Bespreek de celwand bij planten&lt;br /&gt;
# Bespreek microtubuli en hun structuren&lt;br /&gt;
# SDS-page (blijkbaar moest ge u practicumboek ook kennen :s)&lt;br /&gt;
# foto van kern me kristallen en een bacterie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek vetzuren en lipiden&lt;br /&gt;
# Bespreek wat er allemaal gebeurd en hoe het transport gebeurd van een specifiek proteïne vertrekkende van het genome DNA tot aan de glycocalyx (mss iets ander geformuleerd)&lt;br /&gt;
# Bespreek de technieken om een basaalkorrel zichtbaar te maken in de cel. -&amp;amp;gt; ECHT IN FUNCTIE VAN DE BASAALKORREL DOEN DUS adh van het proteïne tubuline!!!&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s 1 van die rozetstructuren van glycogeenpartikels en dieje andere was met gwn een celkern met kristalijne kristallen (2 foto&#039;s die hem duidelijk in de les heeft vermeld da ge daar moet op lette)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 JAN 2012 VM ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de nucleinezuren, als monomeer en macromolecule, en hun ruimtelijke structuur bij eukaryoten en prokaryoten.&lt;br /&gt;
#Bespreek het endoplasmatisch reticulum.&lt;br /&gt;
#Bespreek gelfiltratie en leg uit hoe het ka ngebruikt worden om het moleculaire gewicht van een proteine te bepalen.&lt;br /&gt;
#2 EM-fotos, alle structuren aanduiden en de functie ervan geven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 JUN 2011 NM===&lt;br /&gt;
#bespreek de vermenigvuldiging van virussen&lt;br /&gt;
#Bespreek de bio-synthese en afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
#Bespreek de vrijzetting van adrenaline in het bloed&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol ATP wordt er geproduceerd uit 5 mol glucose en 3 mol glycerol? Hoeveel mol glutaminezuur kan worden geproduceerd uit 5 mol glucose en 3 mol glycerol wanneer er genoeg ammoniak in de cel aanwezig is?&lt;br /&gt;
#twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 JUN 2011 VM===&lt;br /&gt;
#Bespreek de cytokinese bij planten.&lt;br /&gt;
#Bespreek het transport van voedingsstoffen naar binnen in de cel.&lt;br /&gt;
#Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese.&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol fructose is er nodig voor de synthese van 3 mol palmitinezuur?&lt;br /&gt;
#twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 JAN 2011===&lt;br /&gt;
#Bespreek de celwand bij planten.&lt;br /&gt;
#Bespreek de proteïnen en hoe ze zijn opgebouwd in een ruimtelijke structuur.&lt;br /&gt;
#Geef de belangrijkste verschillen tussen gram positieve en gram negatieve bacteriën en hoe kan je die van elkaar onderscheiden?&lt;br /&gt;
#Bespreek moleculaire exclusiechromatografie en hoe kan je hiermee het MW van een eiwit bepalen?&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 JUN 2010===&lt;br /&gt;
# Bespreek de structuur en werking van spiercellen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese.&lt;br /&gt;
# Hoeveel ATP wordt er geproduceerd bij afbraak van 5 mol glycerol en 2 mol glucose? stel: Glutaminezuur tekort in de cel, hoeveel mol glutaminezuur kan geproduceerd worden met 5 mol glycerol en 2 mol glucose?&lt;br /&gt;
# Hoe werkt adrenaline?&lt;br /&gt;
# Hoe werkt het tryptofaan operon bij aanwezigheid en afwezigheid van tryptofaan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 JUN 2010===&lt;br /&gt;
# Bespreek differentiatie van plantaardige cellen&lt;br /&gt;
# Bespreek gemedieerd transport&lt;br /&gt;
# Bespreek de glyoxyzuurcyclus (waar, in- en outputs en waar de producten verder naartoe gaan...)&lt;br /&gt;
# Hoeveel fructosemoleculen heb je nodig om 4 moleculen glutaminezuur en 2 moleculen asparaginezuur te maken. Hoeveel CO2 wordt hierbij gemaakt? Leg uit a.d.h.v. metabolische wegen.&lt;br /&gt;
# Bespreek hoe de enzymes elkaar opvolgen (niet in deze woorden, maar &#039;t komt erop neer)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 JAN 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
#Bespreek de structuur en de functie van microtubuli en de verschillende structuren die hieruit zijn opgebouwd. (p. 240-261)&lt;br /&gt;
#Bespreek de ruimtelijke structuur van eiwitten. (p. 53-60)&lt;br /&gt;
#Bespreek de verschillende centrifugatie methoden. (p. 285-290)&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 JAN 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
#Bespreek de celwand bij planten. (bijvragen over de chemische opbouw van (hemi)cellulose, extensises,...)&lt;br /&gt;
#Bespreek RNA transcriptie en DNA duplicatie.&lt;br /&gt;
#Bespreek de moleculaire exclusiechromatografie.&lt;br /&gt;
#2 foto&#039;s van cel(onderdelen). Alles benoemen, ook vanzelfsprekendheden (cytoplasma,...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 JAN 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
# Bespreek de enkelvoudige en de meervoudige sacchariden (bijvraag: hoe heeft men de L en D suikers bepaald, met welk suiker hebben ze dit gedaan)&lt;br /&gt;
# Bespreek de overgang van het kernmembraan en het RER en geef de functie van het RER&lt;br /&gt;
# Bespreek SDS PAGE&lt;br /&gt;
# Duid op de volgende 2 foto&#039;s de delen aan (ALLES aanduiden, cytoplasma en alles wat ook &#039;normaal&#039; lijkt!)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
leer ALLE details!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Examenvragen van 2007 - 2009=&lt;br /&gt;
=== 2 sept 2009 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Van Dijck&lt;br /&gt;
# Bespreek de enkelvoudige en meervoudige suikers.&lt;br /&gt;
# Bespreek de verschillende plastiden.&lt;br /&gt;
# Welke techniek kan men gebruiken om celmembranen te bestuderen onder de EM? Bespreek de twee varianten.&lt;br /&gt;
# Twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Thevelein&lt;br /&gt;
* Hoofdvraag&lt;br /&gt;
*# Bespreek het verband tussen de elektrontransportketen en oxidatieve fotofosforylatie.&lt;br /&gt;
* Bijvragen&lt;br /&gt;
*# Glyoxylzuurcyclus&lt;br /&gt;
*# Hoeveel glucosemoleculen heeft een schimmelcel nodig om 2 glutaminezuur en 4 asparaginezuur te maken? Wordt er hierbij ook CO2 geproduceerd en indien ja, hoeveel?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 Juni 2009 - Chemie - Thevelein ===&lt;br /&gt;
* hoofdvragen&lt;br /&gt;
*# Bespreek de Krebscyclus.&lt;br /&gt;
*# Bespreek de lichtreactie vd fotosynthese.&lt;br /&gt;
*# Leg genrepressie en geninductie uit aan de hand van klassieke voorbeelden.&lt;br /&gt;
* bijvragen&lt;br /&gt;
*# Wat is groepstranslocatie?&lt;br /&gt;
*# Bereken hoeveel mol ATP er wordt vrijgezet bij de volledige oxidatie van 1 mol tristearine.&lt;br /&gt;
*# Nog een oefening zoals hierboven maar nu met aminozuren enzo...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 Juni 2009 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Van Dijck &lt;br /&gt;
# bespreek de structuur van microtubuli en de structuren die eruit bestaan.&lt;br /&gt;
# Bespreek de nucleïnezuren en nucleotiden en hun ruimtelijke structuren.&lt;br /&gt;
# Leg gelchromatografie (??) (da met gelbollekes sorteren) uit en hoe je het molecuulgewicht v eiwitten hiermee kan berekenen.&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s uit oefenzittingen&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
Thevelein&lt;br /&gt;
* hoofdvraag&lt;br /&gt;
*# Vergelijk gluconeogenese en glycolyse (startproducten, plaats id cel,..)&lt;br /&gt;
* bijvragen&lt;br /&gt;
*# bespreek glyoxylzuurcyclus&lt;br /&gt;
*# Bereken hoeveel moleculen glucose een schimmelcel nodig heeft om 2 moleculen glutaminezuur en 4 moleculen asparaginezuur te produceren. Wordt hierbij CO2 gevormd en zo ja hoeveel? Leg uit adhv de gebruikte cycli.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 Juni 2009 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Van Dijck &lt;br /&gt;
# bespreek de celwand bij planten&lt;br /&gt;
# bespreek peroxisomen en glyoxisomen&lt;br /&gt;
# rankschik de volgende peptiden volgens iso-elektrisch punt. en wat is iso-elektrisch punt. vb.COOH-cysteïne-proline-histidine-cysteïne-lysine-methionine-asparaginezuur-NH2&lt;br /&gt;
# 2 fotos: 1 van een chloroplast, en 1 van een zenuwcel&lt;br /&gt;
Thevelein&lt;br /&gt;
*hoofdvraag&lt;br /&gt;
*# bespreek de lichtreacties van de fotosynthese&lt;br /&gt;
*bijvragen&lt;br /&gt;
*#geef volledige metabolische weg om asparaginezuur te vormen uit glycerol en NH3&lt;br /&gt;
*#Kan een cel in anaërobe omstandigheden het meest ATP halen uit glucose via de Glycolyse of eerst via PP(pentosfosfaatweg).en toon aan.-&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 jan 2009 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
# Bespreek nucleotiden en nucleïnezuren&lt;br /&gt;
# Welke soorten juncties zijn er en wat is hun functie?&lt;br /&gt;
# Hoe kan je aminozuren van suikers scheiden en hoe kan je ze verder opzuiveren?&lt;br /&gt;
# Teken het celmembraan (of was de vraag nu glycocalyx?) van een dierlijke cel en duidt de onderdelen aan.&lt;br /&gt;
# Wat is het iso-elektrisch punt van een proteïne en wat ben je ermee?&lt;br /&gt;
# 2 fotos: 1 van een prokaryote cel, en 1 van een plantencel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2009 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
# bespreek de enkelvoudige en de meervoudige sacchariden (bijvraag: hoe heeft men de L en D suikers bepaald, met welk suiker hebben ze dit gedaan)&lt;br /&gt;
# bespreek de overgang van het kernmembraan en het RER en geef de functie van het RER&lt;br /&gt;
# bespreek SDS PAGE&lt;br /&gt;
# duid op de volgende 2 foto&#039;s de delen aan (ALLES aanduiden, cytoplasma en alles wat ook &#039;normaal&#039; lijkt!)&lt;br /&gt;
leer ALLE details!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 aug 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Hoofdvraag:&lt;br /&gt;
*# Bespreek de samenstelling en mechanisme van elektronentransportketen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Bijvragen:&lt;br /&gt;
*# Welke reacties worden gekatalyseerd door volgende enzymes:&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat decarboxylase&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat dehydrogenase&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat kinase&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat carboxylase&lt;br /&gt;
*# een cel zet oxaalazijnzuur, citroenzuur en NH3 om in asparaginezuur en glutaminezuur, geef de reactie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# bespreek structuur en functies van de microtubuli en bespreek de structure waar ze voorkome (/3)&lt;br /&gt;
# bespreek structuur van de proteïnen en waar komen deze voor (/3)&lt;br /&gt;
# hoe kan je het molecuulgewicht van een proteïne bepalen met exclusiechromatografie (/2)&lt;br /&gt;
# wat is hemicellulose? (/1)&lt;br /&gt;
# duid celorganellen aan op de prent (/1) --&amp;amp;gt; twas een levercel met veel secretiepartikels&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 jun 2008 - Chemie - Thevelein ===&lt;br /&gt;
Hoofdvragen:&lt;br /&gt;
# e-transport&lt;br /&gt;
# pentosefosfaatweg&lt;br /&gt;
# regulatie van het metabolisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen:&lt;br /&gt;
# glyoxylzuurcyclus&lt;br /&gt;
# glucose+NH3--&amp;amp;gt;glutaminezuur+CO2 hoeveel ATP wordt er geproduceerd (aeroob organisme)&lt;br /&gt;
# synthese van trehalose uit glucose dat via symport in de cel komt. Hoeveel ATP moet er via melkzuurgisting gewonnen worden om 2 trehalose moleculen te vervaardigen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 jun 2008 - Chemie - Thevelein === &lt;br /&gt;
Hoofdvragen&lt;br /&gt;
# Bespreek de Krebscyclus&lt;br /&gt;
# Bespreek het membraantransport en de membraanpotentiaal&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen&lt;br /&gt;
# Adrenaline als glucosevrijzetter&lt;br /&gt;
# Bespreek in detail de biosynthese en afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
# Een bacteriële cel in aërobe omstandigheden zet glucose om in pyrodruivenzuur. Waar wordt het meeste ATP geproduceerd, via de glycolyse of via de pentosefosfaatweg?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2008 - Chemie - Thevelein===&lt;br /&gt;
Hoofdvragen:&lt;br /&gt;
# Bespreek de calvincyclus.&lt;br /&gt;
# Bespreek membraantransport en bespreek hoe membraanpotentiaal hierbij tussenkomt.&lt;br /&gt;
# Bespreek de regulatie van het metabolisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen:&lt;br /&gt;
# Glyoxylzuurcyclus.&lt;br /&gt;
# Adrenaline als glucose vrijzetter.&lt;br /&gt;
# Een denkvraag ivm proton-motive en dinitrofenol.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
# lichtreacties&lt;br /&gt;
# oefeningen:&lt;br /&gt;
#* tristearaat, hoeveel ATP wordt er gevormd&lt;br /&gt;
#* vorming van asparaginezuur en glyoxylzuur uit citroenzuur en NH3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* schriftelijk&lt;br /&gt;
*# soorten bindingen in macromolecules, tekenen +bespreken&lt;br /&gt;
*# wat is threhalose, mesozoom&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* mondeling&lt;br /&gt;
*# endoplasmatisch riticulum bespreken&lt;br /&gt;
*# microtubuli bespreken&lt;br /&gt;
*# plaatsbepaling van moleculen in de cel, methoden bespreken&lt;br /&gt;
*# 2 foto&#039;s herkennen+organellen benoemen: lever en oliehoudende zaden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 jun 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
* Grote vraag: &lt;br /&gt;
*# membraantransport bespreken&lt;br /&gt;
* Bijvragen: &lt;br /&gt;
*# ge hebt 24 glucosemoleculen, die ge via PP en dÃ¡n pas de glycolyse gaat afbreken tot acetyl-CoA, waarna ge X aantal palmitinemoleculen gaat opbouwen. Hoeveel ATP wordt er gevormd? En hoeveel NADPH hebt ge tekort?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Schriftelijk:&lt;br /&gt;
*# bespreek RNA en DNA&lt;br /&gt;
*# leg uit: &lt;br /&gt;
*#* isopycnische centrifugatie &lt;br /&gt;
*#* mycoplasma&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Mondeling:&lt;br /&gt;
*# bespreek mono- en polysachariden&lt;br /&gt;
*# celwand bij bacterien + Gram positieve en Gram negatieve bacterien&lt;br /&gt;
*# ionenuitwisselingschromatografie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 jun 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
* hoofdvraag:&lt;br /&gt;
*# Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese&lt;br /&gt;
* Bijvragen:&lt;br /&gt;
*# Bespreek hoe er geninductie en genexpressie bij Escheria coli plaatsvindt&lt;br /&gt;
*# Oefening ivm de metabolische wegen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Schriftelijk&lt;br /&gt;
*# teken (cyclisch) alfa-D-glucose, beta-D-Fructose, sucrose en nummer de koolstoffen&lt;br /&gt;
*# Leg uit: &lt;br /&gt;
*#* mesosoom &lt;br /&gt;
*#* connexon&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Mondeling&lt;br /&gt;
*# Teken hoe het kernmembraan in het RER overgaat, en geef de functie van dit RER&lt;br /&gt;
*# Bespreek de ruimtelijke structuur van proteïnen&lt;br /&gt;
*# Leg uit hoe men plasmiden kan identificeren met behulp van restrictie-enzymen aan de hand van een voorbeeld&lt;br /&gt;
*# Duid de organellen aan op de cel (chloroplast en bacteriofaag)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 jan 2008 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# geef de structuur en de functies van de mitochondrieën&lt;br /&gt;
# beschrijf de weg die een proteine X aflegt beginnend in de kern die voor de glycocalyx bestemd is.&lt;br /&gt;
# beschrijf de verschillende centrifugatietechnieken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# wat is het iso-elektrisch punt van proteïnen en rangschik de volgende proteïnen volgens stijgende theoretische waarde van het iso-elektrisch punt. De proteïnen werden gegeven door telkens een keten van 11 aminozuren.&lt;br /&gt;
# Beschrijf en teken schematisch de componenten van de glycocalyx&lt;br /&gt;
# verklaar: &lt;br /&gt;
#* mesosoom&lt;br /&gt;
#* connexon&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 jan 2008 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
Schriftelijk deel&lt;br /&gt;
# rangschik van polair naar apolair (aceton, 1-propanol, diethylether, fenol, benzylalcohol) [in de vraag werden prentjes van de moleculen gegeven, en niet de namen], en zeg wat apolariteit bepaalt.&lt;br /&gt;
# teken (cyclisch) alfa-D-glucose, beta-D-Fructose, sucrose.&lt;br /&gt;
# Leg uit:&lt;br /&gt;
#* Dictyosoom &lt;br /&gt;
#* Blefaroplast&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
# Teken hoe het kernmembraan in het RER overgaat, en geef de functie van dit RER&lt;br /&gt;
# Bespreek de ruimtelijke structuur van proteïnen&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe men plasmiden kan identificeren met behulp van restrictie-enzymen aan de hand van een voorbeeld&lt;br /&gt;
# Duid de organellen aan op de cel (de twee cellen waren een zenuwcel en een chloroplast)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Examenvragen tot en met 2006=&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
Hoofdvragen: theorie&lt;br /&gt;
# bespreek hoe een cel aan zijn membraanpotentiaal komt + hoe deze aangewend wordt bij het membraantransport&lt;br /&gt;
# bespreek de Calvin Cyclus (functie, intermedairen, ...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hoofdvragen oefeningen&lt;br /&gt;
# practicum: bespreek PAGE bij proteïnen en hoe we de molecuulgroote ervan kunnen afleiden&lt;br /&gt;
# duid zo veel mogelijk celstructuren aan&lt;br /&gt;
# duid de volgende processen aan waar ze voorkomen in de cel aan op de tekening: NADPH productie, energieproductie, chromatine en integrale proteïnen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen&lt;br /&gt;
# bespreek hoe adrenaline de glucoseproductie in de cel regelt&lt;br /&gt;
# Een cel maakt uit oxaalazijnzuur, citroenzuur en NH3 de aminozuren glutaminezuur en asparaginezuur. Geef een reactievergelijking en houd rekening met ATP, NAD, FAD, H2O en CO2.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R1102587</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Celbiologie_en_biochemie&amp;diff=5064</id>
		<title>Celbiologie en biochemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Celbiologie_en_biochemie&amp;diff=5064"/>
		<updated>2026-06-08T12:52:40Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R1102587: /* Examenvragen vanaf 2013 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Vanaf 2016-2017: Schriftelijk examen in plaats van mondeling examen zoals voordien.&lt;br /&gt;
Vanaf 2012-2013: Jaarvak voor zowel chemie als biochemie. Volledig gedoceerd door Patrick Van Dijck.&lt;br /&gt;
Vanaf 2024-2025: gedoceerd door Marion Crauwels.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;2022-2023&#039;&#039;&lt;br /&gt;
* Aanpak vak&lt;br /&gt;
** Nog steeds Patrick Van Dijck&lt;br /&gt;
** Jaarvak dus best grote hoeveelheid, maar niet onrealistisch&lt;br /&gt;
* Kwaliteit cursus&lt;br /&gt;
** Boek is in de afgelopen 6 jaar (misschien langer) nog niet (of toch amper) veranderd (veel E.M. foto&#039;s in)&lt;br /&gt;
** Hier en daar extra info bij slides, maar als je het boek kent ben je er zeker wel door&lt;br /&gt;
* Examen-/TTT-vragen&lt;br /&gt;
** TTT-vragen lijken totaal niet op examenvragen, waren meerkeuze en eerder oppervlakkig&lt;br /&gt;
** Geen paniek als TTT slecht was, vak is zelfs haalbaar als je hier een nul op had&lt;br /&gt;
** Belangrijkste zaken om te leren naar mijn mening&lt;br /&gt;
*** Hoofdstuk 4!!! Vooral metabolische wegen oefening (10 van de 35 tot 40 punten), kan zeker helpen om bio-organische hiernaast te leggen, maar hij vraagt regelmatig ook wel iets van actief transport of regulatie dus ook de rest van hoofdstuk 4 is wel belangrijk, soms vraagt hij ook om een specifieke metabolische weg uit te tekenen&lt;br /&gt;
*** Structuren en tekeningen! Zijn vrij gemakkelijke punten om te krijgen&lt;br /&gt;
*** Patrick vraagt graag begrippen, ik vond persoonlijk dat je buiten voor de metabolische wegen niet al teveel inzicht nodig had hiervoor, maar het helpt natuurlijk wel&lt;br /&gt;
*** Boek &amp;gt;&amp;gt;&amp;gt; slides, probeer zeker 1 keer het boek echt volledig door te nemen&lt;br /&gt;
*** Schrijf echt elk detail op dat je denkt te weten, soms staan er echt op heel domme dingen al punten&lt;br /&gt;
** In geval van tijdsnood (maar probeer wel gewoon echt alles te leren! Ik neem de schuld niet op mij als hij er toch iets van vraagt :))&lt;br /&gt;
*** Hij vraagt zelden tot nooit iets over hoofdstuk 3 (zeker mitose en meiose kan hem niet heel veel schelen)&lt;br /&gt;
*** Practicumhandleiding leren is ook vrij overbodig, buiten ionenuitwisselingschromatografie (bij ons bijvoorbeeld een examenvraag) en SDS-page als ik me goed herinner, maar deze staan ook in het boek uitgelegd normaal&lt;br /&gt;
*** Niet teveel tijd steken in E.M. foto’s, je kan sowieso wel iets aanduiden, zie dat je weet hoe golgi-apparaat, mitochondriën, vacuole eruitzien en je hebt al wel iets van punten (staat meestal op 4 punten) en je kan eens kijken op de wiki welke soort cellen hij vaak vraagt, want zijn meestal wel dezelfde&lt;br /&gt;
*** Oude examenvragen beantwoorden heeft niet enorm veel nut, structuur is altijd gelijkend, maar de begrippen dat hij vraagt zijn eerder willekeurig &lt;br /&gt;
--&amp;gt; oude examenvragen hebben wel nut, vragen die terugkomen: fosfofructokinase, G proteine, p53, ionuitwisselingschromatografie, gram+ vs gram-&lt;br /&gt;
*** De extra informatie bij de vragen van 2023 zijn steeds de opmerkingen die de prof zelf online heeft gezet, op de wiki van bios vind je nog extra vragen met opmerkingen, handig om te bekijken en te weten wat er verwacht wordt&lt;br /&gt;
Oplossingen van alle &#039;hoeveel mol&#039;-oefeningen t.e.m 2024: https://drive.google.com/file/d/15yP47s36vrCTgW9s5w-oYJc1IeW85DiW/view?usp=sharing (nieuwe link)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen vanaf 2013==&lt;br /&gt;
== 8 juni 2026==&lt;br /&gt;
# Teken de oligosaccharide met D-glucuronzuur in een alfa 1,4 binding met beta-D-galacturonzuur in een beta 1,2 binding met D-glucose (in furanose vorm)&lt;br /&gt;
# Leg het principe van twee dimensionale dunne laag chromatochrafie uitgebreid uit&lt;br /&gt;
## Leg uit welke stappen er juist moeten gebeuren om dit uit te voeren&lt;br /&gt;
## Maak een schets van waar de volgende stoffen zullen eindigen, leg dit uitgebreid uit en benoem alle relevante elementen. De stoffen waren fosfoserine, fosfocholine, en de andere twee ben ik al vergeten (het was difosfo... en mono...)&lt;br /&gt;
## Wat betekent het begrip &#039;Rf-waarde&#039;. Rangschik de Rf-waarden van bovenstaande stoffen van groot naar klein&lt;br /&gt;
# Er was een eiwit gegeven met een tabbel wat de opbouw weergaf en het was ook deel van een secretieweg.&lt;br /&gt;
## Leg uit waar het eiwit wordt gemaakt en hoe het geraakt waar het nodig is&lt;br /&gt;
## Waarom hebben niet alle eiwitten dezelfde tertiare structuur?&lt;br /&gt;
## Leg uit hoe het ubitique-ligase complex beschadigde eiwitten afbreekt &lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
## Hoeveel moleculen appelzuur zijn er nodig om twee moleculen tripalmetinezuur te maken&lt;br /&gt;
## Welke metabole wegen worden er hierbij doorlopen?&lt;br /&gt;
## Waar vinden de eerder genomen wegen elektronenmicroscopisch plaats?&lt;br /&gt;
## Geef één van deze wegen schematisch weer.&lt;br /&gt;
# 10 meerkeuze vragen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 augustus 2025===&lt;br /&gt;
# Teken: DNA-molecule met aan 5&#039;-uiteinde 2&#039;deoxythymidine-5&#039;-monofosfaat en afsluitend aan het 3&#039;-uiteinde 2&#039;-deoxyguanosine-5&#039;-monofosfaat&lt;br /&gt;
# TLC uitleggen en de praktische uitvoering gedetailleerd beschrijven &lt;br /&gt;
## Resultaat TLC tekenen van mengsel met heparine, hyaluronzuur, dermataansulfaat &amp;amp; chondroïtinesulfaat (benoem relevante delen en leg patroon uit, structuurformules werden wel gegeven anders is dit onmogelijk)&lt;br /&gt;
# Iets te lange uitleg over SER waar puur gefocust werd op de synthese van fosfolipiden&lt;br /&gt;
## Bespreek de bouw van het SER&lt;br /&gt;
## Uit welke metabole wegen komen de bouwstenen voor fosfolipiden? Welke bouwstenen zijn dit? Waar vinden deze metabole wegen plaats?&lt;br /&gt;
## Geef de structuurformule van een fosfolipide naar keuze&lt;br /&gt;
## Bespreek hoe het SER tussenkomt bij de synthese van fosfolipiden met behulp van een schema&lt;br /&gt;
## Geef een voorbeeld van een gedifferentieerde cel en de naam van een aanwezige lipide&lt;br /&gt;
# Hoeveel ethanol heb je nodig voor 6 moleculen ribose-5-fosfaat?&lt;br /&gt;
## Geef alle namen van de gebruikte metabole wegen&lt;br /&gt;
## Waar vinden de eerder genoemde wegen elektronenmicroscopisch plaats?&lt;br /&gt;
## Leg 1 van de wegen uit&lt;br /&gt;
## Geef de energie balans voor 4.1&lt;br /&gt;
# Nog 10 meerkeuzevragen maar had geen zin om ze over te schrijven en ben ze ondertussen volledig vergeten&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 juni 2025===&lt;br /&gt;
# Maak een oligosaccharide van alpha-D-Galactose alpha 1-6 verbonden met D Fructose alpha 1-2 verbonden met beta-D-Ribose&lt;br /&gt;
# Bespreek het principe van Gelfiltratie&lt;br /&gt;
## Hoe bepaal je hiermee het molecuulgewicht van een onbekend molecule&lt;br /&gt;
## Rangschik volgende moleculen op volgorde waarmee ze deze techniek verlaten, bespreek ook waarom dit zo is. Insuline, Hemoglobine, Glutathion, Tyrosine.&lt;br /&gt;
### 1)&lt;br /&gt;
### 2)&lt;br /&gt;
### 3)&lt;br /&gt;
### 4)&lt;br /&gt;
# Tekstje over eiwitten die ik vergeten ben&lt;br /&gt;
## Bespreek synhtese gefacilliteerd transport vanaf het mRNA voor een proteine dat bedoeld is voor secretie.&lt;br /&gt;
## Bespreek een manier van afbraak van eiwitten waarin APC voorkomt.&lt;br /&gt;
# 4.1)Hoeveel moleculen CO2 komt er in een plantencel vrij bij het maken van 2 sucrose via fotosynthese?&lt;br /&gt;
## 4.2)Bespreek voor 1 van de gebruikte metabole wegen de metabolieten, cofactoren, enzymen,... (Ze heeft hier in de aula gezegd dat je licht of donker reacties MOET bespreken)&lt;br /&gt;
## 4.3)Welke metabole wegen worden allemaal gebruikt&lt;br /&gt;
## 4.3) (opnieuw 4.3)Waar gebeuren deze metabole wegen op elektronenmicroscopisch niveau&lt;br /&gt;
## 4.4)Bespreek 1 van de gebruikte metabole wegen in 4.2 in groot detail (de metabolieten, cofactoren, enzymen,...) (Ik heb hier gevraagd of dit ook fotosynthese moest zijn, en het antwoord was ja)&lt;br /&gt;
# 10 meerkeuze vragen&lt;br /&gt;
##  Wat staat er op de foto? (Afbeelding van Thymidine monofosfaat)&lt;br /&gt;
### a)2-deoxyribose-4-fosfaat thymine&lt;br /&gt;
### b)ribose-4-fosfaat thymine&lt;br /&gt;
### c)2-deoxyribose-4-fosfaat uridine&lt;br /&gt;
### d)ribose-4-fosfaat uridine&lt;br /&gt;
## EM foto van 1 cel die niet in aanraking kwam met andere cellen, hierin was een pijl naar een regio die leek op ER, dit was ook het enigste zichtbare in de cel buiten een kleine rondvormige donker gekleurde regio.&lt;br /&gt;
### a)Eukaryote cel met het ER aangeduid&lt;br /&gt;
### b) Prokaryote cel met nucleoide aangeduid&lt;br /&gt;
### c) Eukaryote cel met .... aangeduid&lt;br /&gt;
### D Prokaryote cel met het mesosoom aangeduid&lt;br /&gt;
## EM foto van eerst een cel met daar een pijl naar vesikels die met elkaar verbonden waren, hierbij stonden de letters MT. Daarna een meer ingezoemde foto van deze vesikels. Wat zijn deze vesikels?&lt;br /&gt;
### a) Microtubuli in een uitloper van een zenuwcel&lt;br /&gt;
### b) sarcoplasmatisch reticuluml in een spiecel&lt;br /&gt;
### c) actinefilamenten in een spiercel&lt;br /&gt;
### d) ... in een uitloper van een zenuwcel&lt;br /&gt;
## DNA sequentie gegeven: ....AGCGATTTCGACATCTGCT... (Deze lengte,Andere basen, met ook de ...). Hoeveel aminozuren lang is deze sequentie indien de stopcodons UAG, UAA, en UGA zijn&lt;br /&gt;
### a)2&lt;br /&gt;
### b)3&lt;br /&gt;
### c)4&lt;br /&gt;
### d)5&lt;br /&gt;
##Foto van Glycerol gegeven:&lt;br /&gt;
### a) Dit is een structuur moleculen in de structuur van de glycolipide van bacterien&lt;br /&gt;
### b) Dit is een structuur moleculen in de structuur van de glycolipide van dieren&lt;br /&gt;
### c) ...&lt;br /&gt;
### d) ...&lt;br /&gt;
## Wat is EEN Functie van het golgi apparaat&lt;br /&gt;
### a) ...&lt;br /&gt;
### b) ...&lt;br /&gt;
### c) Detoxificatie van het cytoplasma&lt;br /&gt;
### d) Glycosylering van eiwitten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 10 juni 2025===&lt;br /&gt;
# Je kreeg 5 aminozuren (ook echt de structuurformules): threonine, proline, asparaginezuur, glycine en glutamine.&lt;br /&gt;
## Maak een pentapeptide met aan de N-terminus threonine gevolgd door glutamine, proline, asparaginezuur en glycine aan de C-terminus.&lt;br /&gt;
## Teken elk atoom en duid de asymmetrische koolstof aan.&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
## Bespreek kort de gaschromatografie.&lt;br /&gt;
## Leg uit hoe je hiermee suikers kunt scheiden&lt;br /&gt;
## Je hebt glyceraldehyde, fructose, deoxyribose en glucose. Zet in volgorde wie eerst eruit komt tot wie laatst eruit komt en leg uit waarom.&lt;br /&gt;
# Tijdens de celcyclus wordt het cytoskelet op en afgebouwd.&lt;br /&gt;
## Som 3 structuurelementen op van het cytoskelet.&lt;br /&gt;
## Leg naar keuze 1 van deze structuurelementen uit van bouw en polymerisatie/depolymerisatie.&lt;br /&gt;
## Leg uit hoe het mechanisme van de controlepunten werken.&lt;br /&gt;
## Leg uit hoe de regulatie van G2/M controlepunt werkt. Dit kan a.d.h.v. een schema.&lt;br /&gt;
## Soms treedt er een fout op in dat mechanisme. Hoe voorkomt de cel dat er tumorcellen gevormd wordt.&lt;br /&gt;
# &lt;br /&gt;
## Hoeveel palmitinezuur is er nodig om 1 molecule raffinose te maken?&lt;br /&gt;
## Teken palmitinezuur en raffinose.&lt;br /&gt;
## Welke metabole wegen worden gebruikt om van palmitinezuur naar raffinose te gaan?&lt;br /&gt;
## Kies 1 metabole weg en teken deze schematisch uit (met ATP, enzymen, ...)&lt;br /&gt;
## Is er energie verbruikt of gewonnen? Hoeveel ATP?&lt;br /&gt;
# 10 meerkeuzevragen (zonder giscorrectie)&lt;br /&gt;
## Zoals: EM foto, Hoeveel aminozuren geeft deze sequentie, Enzymatische reactie met niet-competitieve inhibitor: Wat gebeurt er met Vmax en Km, Wat is een functie van het Golgi-apparaat,...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 augustus 2024; examen op 38 punten===&lt;br /&gt;
#Om het erfelijk materiaal van een cel juist te kunnen verdelen moet het eerste verdubbeld worden. Leg dit proces uit (en teken). - 5 punten&lt;br /&gt;
#Waar in de celcyclus vindt het proces van vraag 1 plaats? Tijdens dit proces ontstaan er soms foutjes, welk(e) mechanisme(n) voorkomen dat er zich een tumor vormt? Leg gedetailleerd uit. - 6 punten&lt;br /&gt;
#Wat is het verschil tussen verzadigde en onverzadigde vetzuren. Geef hiervan de opbouw/synthese (en teken). - 8 punten&lt;br /&gt;
#Hoe kan je met gaschromatografie verschillende monosachariden scheiden? Hoe voer je deze methode uit? - 5 punten&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol maltose kan je maken uit 4 mol palmitinezuur? Welke metabolische wegen komen hier tussen? Teken maltose en palmitinezuur. Krijgt de cel hier een netto energie winst of verlies, hoeveel?  - 10 punten&lt;br /&gt;
#Twee EM-foto&#039;s: welke organellen/structuren herken je? Bespreek hun functie. ((mesosoom: https://link.springer.com/chapter/10.1007/978-3-642-46166-8_4, desmosoom: https://www.google.com/search?sca_esv=19b551ade1306bfb&amp;amp;q=desmosome&amp;amp;udm=2&amp;amp;fbs=AEQNm0A6bwEop21ehxKWq5cj-cHaxUZOSO72WoU7KkLyB7O1BLPwnsqUQoH7cGimAlpV3w1-yBjpg35HpX2ySbUvN7X4uN6e3mXpiiSGczz1FTPkxryh8HvymQ2xyXxuHxED4UQgM9Lcp8QGILOVOYlluh6PsDneNCeY0Sl5mWoXAOth0XX48tM&amp;amp;sa=X&amp;amp;ved=2ahUKEwieorDyw4SIAxW2U6QEHeVOFqcQtKgLegQICxAB&amp;amp;biw=1920&amp;amp;bih=945#vhid=eSYeuJASPAfKiM&amp;amp;vssid=mosaic)) - 4 punten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 augustus 2024; examen op 38 punten===&lt;br /&gt;
#Geef structuur en functie van de verschillende soorten lipiden. (inclusief tekening) - 6 punten&lt;br /&gt;
#Geef de verschillende typen passief transport. Met welke methode kan je deze onderzoeken? - 4 punten&lt;br /&gt;
#Bespreek transmissie-elektronenmicroscopie &amp;amp; scanning-elektronenmicroscopie. Hoe ga je te werk bij de behandeling. Geef de voor- en nadelen ten opzichte van fluorescentiemicroscopie. - 4 punten&lt;br /&gt;
#Bespreek meiose en teken. Wat zijn de belangrijkste verschillen met mitose? - 8 punten&lt;br /&gt;
#Hoeveel moleculen glycerol heb je nodig om 2 mol stearinezuur te maken. Geeft dit netto ATP of heb je hier ATP voor nodig? Kan dit gebeuren als er geen zuurstof is? Teken glycerol en stearinezuur. - 10 punten&lt;br /&gt;
#2 EM-foto&#039;s - Wat zie je? Geef bouw en functie. (Foto 1: (https://nl.m.wikibooks.org/wiki/Celbiologie/Het_centrosoom#/media/Bestand%3ASpindle_centriole_-_embryonic_brain_mouse_-_TEM.jpg); Foto 2: spiercel) - 6 punten &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 juni 2024; examen op 38 punten ===&lt;br /&gt;
#Leg uit en teken de secundaire structuur van een proteïne. - 6 punten&lt;br /&gt;
#Geef 2 manieren hoe je glyoxisomen kunt laten zien met een fluorescentiemicroscoop en leg ook uit hoe een fluorescentiemicroscoop werkt. - 6 punten&lt;br /&gt;
#Bespreek lysosomen. Geef hun functie en structuur. Wat is het verschil tussen een primaire en secundaire lysosoom? - 4 punten&lt;br /&gt;
#Hoe werkt de regulatie van de celcyclus en hoe zijn we tot deze inzichten gekomen? - 6 punten&lt;br /&gt;
#Hoeveel moleculen sucrose heb je nodig om 2 moleculen van het neutrale lipide tripalmitine te maken? Kost dit ATP aan de cel of wordt er ATP gemaakt. Schrijf alle nodige cycli uit, geef de finale reactievergelijking. - 10 punten (Oppassen want er moeten per tripalmitine, 3 palmitinezuren en 1 glycerol gemaakt worden) (metabolisme van glycerol staat niet in cursus staat wel in practicum + oefeningen boek)&lt;br /&gt;
#2 EM-foto’s - welke organellen herken je? Bespreek hun functie en opbouw. - 6 punten (Foto van Golgi-apparaat en Foto van delende plantencel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 6 juni 2024; examen op 38 punten ===&lt;br /&gt;
# Koppel D-fructose met een beta-1,3-binding aan een D-ribose. Dit D-ribose is gekoppeld aan een een molecule alpha-D-lactose met een alpha-1,3-binding. Geef de structuur van dit oligosacharide - 5 punten&lt;br /&gt;
# Glycolipiden zijn een belangrijk onderdeel in het kernmembraan. Deze zijn verschillend bij dieren en micro-organismen. Wat zijn de verschillen tussen glycolipiden bij dieren in vergelijking met die bij micro-organismen? Teken de verschillende structuren waarbij galactose het suikergedeelte is, een keer voor een dierlijke cel en een keer voor een gistcel. Wat zijn de functies van deze glycolipiden? - 4 punten&lt;br /&gt;
# Hoe vijf gegeven peptiden scheiden aan de hand van anionuitwisselingschromatografie? Leg alle nodige stappen uit. Licht kort de principes toe. In welke volgorde verlaten deze glycolipiden de kolom, leg uit waarom? - 6 punten&lt;br /&gt;
# Hoe van fosfofructokinasegen tot functioneel fosfofructokinase-enzym? leg zeer uitgebreid uit - 6 punten. Hoe wordt de activiteit van fosfofructokinase geregeld - 4 punten?&lt;br /&gt;
# Hoeveel molecule stearinezuur heb je nodig om 9 moleculen ribose-5-fosfaat te maken ? Hoeveel ATP en reducerende vermogen wordt er gemaakt. Schrijf alle nodige cycli uit, geef de finale reactievergelijking. - 10 punten&lt;br /&gt;
# EM-foto - 3 putnen (microtubuli: exacte foto https://cytochemistry.net/_Media/tub8a_med_hr.jpeg)&lt;br /&gt;
===21 augustus 2023===&lt;br /&gt;
# Bespreek de celwand bij planten. Geef de functie en opbouw. Teken de belangrijkste moleculen en bespreek in detail hoe deze met elkaar verbonden zijn. Bespreek de verschillende celwanden. &lt;br /&gt;
# Bespreek de 2 manieren waarmee men specifiek met fluorescentiemicroscopie peroxisomen kan bekijken. Leg ook uit hoe die fluorescentiemicroscopie zelf werkt. &lt;br /&gt;
# Bespreek ribosomen. Waar komen ze voor? Geef hun functie en opbouw. Wat is het verschil tussen de ribosomen van prokaryoten en eukaryoten? &lt;br /&gt;
# Hoeveel moleculen zuurstof komen er vrij uit de fotosynthese om 2 moleculen sucrose te maken? Je mag er vanuit gaan dat er voldoende ATP aanwezig is. In welke reactie komt deze zuurstof vrij, en hoe geraakt men uiteindelijk tot sucrose? &lt;br /&gt;
# 2 EM foto&#039;s: welke organellen herken je? (desmosoom en centriolenpaar) Bespreek hun functie en opbouw. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2023===&lt;br /&gt;
# Wat is een glyoxisoom? welke reacties gebeuren er hier? Waar komen ze voor? (4 punten) &lt;br /&gt;
* Wat er zeker moet staan: Glyoxysomen: komen van het SER en een pathway enkel bij planten en schimmels, niet bij dieren. En nodig voor synthese, nl twee acetyl coA moleculen omzetten in barnsteenzuur. Je moest ook schrijven dat het acetyl coA komt van afbraak vetzuren of van groeien op C2 moleculen zoals acetaat of ethanol. En dat de barnsteenzuur verder in Krebs en gluconeogenese naar suikers kan gaan. Daarnaast moest je ook de cyclus tekenen.&lt;br /&gt;
# Wat is fosofructokinase? Wat zorgt ervoor dat dit enzym actief is en wat is de functie ervan? Leg de weg uit van het DNA tot het functionerende enzym op de juiste plaats in de cel. (8 punten) &lt;br /&gt;
*Fosfofructokinase: 1 punt voor waar het werkt en in welke metabolische weg, 1 punt voor de reactie die wordt gekatalyseerd, 1 punt voor het feit dat ATP als allosterische inhibitor werkt en 1 punt voor de verschillende substraten die ook de snelheid bepalen. Dan 2 punten voor overgang DNA naar mRNA (promoter-terminator, T wordt U, RNA polymerase die kopie van de matrijsstreng maakt, splicing, polyA en 5’ Cap, moest er geantwoord worden). Dan 2 punten voor translatie (het mRNA gaat uit de kern via poriën en gaat dan naar VRIJE ribosomen , kleine en grote subeenheid, bestaande uit rRNA en proteïnen die het mRNA aflezen en vanaf AUG de proteïnesynthese beginnen. Dit met behulp van tRNA dat in zijn structuur een anticodon heeft dat gaat binden met een codon op het mRNA (3 basen en geen basenparen daar mRNA enkelstrengig is) en dat het tRNA ook een aminozuur aanbrengt corresponderend met het codon op het mRNA.  Studenten die hebben geantwoord dat het mRNA naar ribosomen op het RER gaan kunnen maximum 4 op 8 hebben, als al de andere zaken correct zijn. Ik heb dit in de les gezegd dat ik dit ging vragen op het examen.  Fosfofructokinase werkt in het cytoplasma. Als het in een vesikel zit van ER of golgi kan het nooit meer in het cytoplasma geraken….&lt;br /&gt;
# Hoeveel L-glutaminezuur is er nodig voor de synthese van 6 molecule sucrose. Schrijf de nettoreactie uit en is er ATP winst of verlies? (meerdere mensen kwamen hier 24 moleculen en 168 ATP vrij bij uit) (10 punten) &lt;br /&gt;
* 24 glutaminezuur naar 6 sucrose. Structuur sucrose: 1 punt; anaplerotische reactie van glutaminezuur naar alfaketoglutaarzuur: 1,5 punten (als alles correct is inclusief NADH winst). Krebs tot oxaalazijnzuur (1,5 punten, idem); omgekeerde anaplerotische: oxaalazijnzuur naar fosfoenolpyrodruivenzuur (GTP mag je als ATP gebruiken) (1,5 punten), gluconeogenese van PEP tot glucose 6P en fructose 6P (met ATP en NADH kost per PEP) (1,5 punten). Dan glu6P naar gluc1P, naar gluc 1P + UTP naar UDPG, dan UDPG + Frc6P naar sucrose6P en dan naar sucrose (1,5 punten)&lt;br /&gt;
# Teken de algemene structuur van gram-positieve bacteriën en in detail hoe de elementen ervan met elkaar verbonden zijn. Leg uit hoe je deze bacteriën kan onderscheiden. (6 punten) &lt;br /&gt;
* Gram+ bacteriën hebben één dikke celwand bestaande uit mureïne of peptidoglycaan. Je moest hier dan ook de structuur tekenen van N-acetylglucosamine en N-acetylmuraminezuur, met een Beta 1,4 binding met elkaar verbonden. Op de OH van de C3 van N-acetylmuraminezuur (die naar boven staat) moet je dan een melkzuur tekenen met daaraan een tetrapeptide met onder andere D-aminozuren. Wat velen vergeten is dan dat deze tetrapeptiden ofwel met elkaar zijn verbonden dan wel dat er glycinebruggen zijn om die te verbinden, allemaal met covalente bindingen. De Gramkleuring stond op 2 van de 6 punten. Die had je als je kristalvioletjood oplossing had en safranine als roze tegenkleurstof. De Gram+ zijn dan paars, de Gram- zijn dan roze.&lt;br /&gt;
# 2 E.M. foto&#039;s (delende plantencel en golgi-complex met vesikels) (4 punten)&lt;br /&gt;
# 5 peptiden gekregen, welke scheidingstechniek kan je hiervoor gebruiken? Leg deze in detail uit en verklaar in welke volgorde ze van de kolom komen. (6 punten) &lt;br /&gt;
* Scheiden van de vijf peptiden. Hier had je 3 punten op het principe van de scheiding en 3 op het juist antwoord op de vraag. Je moet hier scheiden via ionenuitwisselingschromatografie daar de 5 peptiden elke een ander isoelectrisch punt hebben. Dit kan je simpel bepalen door het aantal zure en aantal basische aminozuren te tellen. Bij principe moest er zeker bij staan dat je eerst de pH laag brengt zodat ze allemaal positief geladen zijn als je met een kationenuitwisselaar werkt en dan geleidelijk de pH doet stijgen zodat ze één voor één van de kolom komen. Voor anionenuitwisselaar het omgekeerde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 juni 2023===&lt;br /&gt;
# Teken het trisacharide: D-galactose met een 1,3 binding aan D-ribose met een 1,3 binding aan D-fructose (5) &lt;br /&gt;
* Per binding die fout is of per fout in een monosaccharide is het een punt aftrek&lt;br /&gt;
# Teken fosfatidylethanolamine, wat zijn de functies en voorkomen? (4) &lt;br /&gt;
* Phosphatidyl ethanolamine en functie/eigenschappen fosfolipide: Geen correcte esterbinding of grote fouten aan het molecule: max 1 op 4. Kleine fouten op de structuur: een half of één punt aftrek. Het overblijvende punt voor fosfolipidendubbellaag (vb membraan) en enkellaag (vb lipidendruppel) en dat het een chemische barrière vormt.&lt;br /&gt;
# Gegeven een stuk DNA van 5&#039; tot 3&#039;: wat is de aminozuursequentie van het proteïnen en welke stappen gebeuren hierbij? (5) &lt;br /&gt;
* Deze vraag heb ik tijdens de lessen op het bord getekend. Ik heb toen duidelijk gezegd dat als je DNA ziet staan, teken onmiddellijk de andere strand. Als je dat had gedaan zou je zien dat er in die andere strand een startcodon zit gevolgd door verschillende aminozuren. In de vraag staat in bold dat er een proteïne wordt gevormd, dus enkel methionine (dat werd gevolgd door een stopcodon) is uiteraard geen proteïne. Als je dit stuk correct had heb je 2,5 of 3 op 5 (2,5 als de beschrijving compleet fout is). Om 5 op 5 te hebben had ik de volgende termen moeten zien: Bij transcriptie: promoter-terminator, RNA polymerase, copij van de matrijsstreng, dus identiek aan coderende strand, maar dan T door U vervangen, splicing, 5’Cap, 3’ poly A staart en dan via kernporiën. Bij translatie: mRNA komt toe op de ribosomen (veel studenten antwoorden hier op het RER, dat kan, maar dat is niet noodzakelijk), die uit rRNA en proteïnen bestaan en tRNA met zijn anticodon brengt de juiste aminozuren aan die dan het proteïne gaan vormen&lt;br /&gt;
# bespreek de structuur en functie van het golgi-apparaat (4) &lt;br /&gt;
* Golgi apparaat: afgeplatte membraanzakken, cisternen, waar vesikels van RER toekomen aan cis kant en waar vesikels vertrekken aan de trans kant als primaire lysosomen, of als secretievesikels met materiaal voor buiten de cel.  Dit geeft 2 van de vier punten. Wat gebeurt er in het golgi: suikers die op de eiwitten staan uit RER worden grotendeels verwijderd en elk eiwit krijgt zijn specifieke glycosylatie (heel veel studenten spreken weeral over glycolysatie, wat uiteraard niet ok is, zeker 5 keer in de les gezegd! Glycosylatie kan op O of N zijn&lt;br /&gt;
# Wat is de functie van een G-proteïne? (4) &lt;br /&gt;
* G proteïnen: belangrijk bij signaaltransductie in de cel (1 punt). Zijn proteïnen die met GDP zijn gebonden en dan inactief en bij activatie wordt GDP door GTP (wat in overmaat in de cel aanwezig is) vervangen (en niet zoals studenten antwoorden dat GDP naar GTP wordt omgezet). Het G proteïne heeft dan een eigen GTPase activiteit die zorgt dat GTP wordt omgezet naar GDP en het proteïne is terug inactief. Het is dus een on-off schakelaar.&lt;br /&gt;
# Hoeveel ribose-5-p heb je nodig om 14 alanine te maken? -welke wegen, reactievergelijking  en NADH en atp balans (10) &lt;br /&gt;
* Hier heb je dus al 14 pyrodruivenzuur nodig bij de transaminatiereactie maar je hebt er nog twee extra nodig om eerste keer glutaminezuur te maken (cellen hebben geen reserve). Dus eentje voor acetyl coA en eentje voor oxaalazijnzuur (anaplerotisch). Hiermee kan je alfa keto maken en hiervan kan je glutaminezuur maken. Het alfa keto recupereer je dan telkens bij de transaminatie reacties. Om 16 pyrodruivenzuur te maken heb je 12 ribose5P nodig. Met 9 kan je er 15 maken, maar je hebt er dus 16 nodig. Hier zijn er punten gegeven a rato van welke pathways die relevant zijn heb je opgeschreven.&lt;br /&gt;
# Drie organellen aanduiden en hun functie bespreken. (lipidedruppels, glyoxisoom (?) en mitochondrion, de foto stond in de cursus) (4)&lt;br /&gt;
* Dit was een foto uit de cursus!!!. Vetdruppels (neutrale lipidenreserve) en mitochondriën (beta oxidatie, Krebs cyclus; Az biosynthese; electronentransport keten) gaf 2 punten. Cruciale hier waren de glycoxysomen met omzetten van 2 acetyl coA naar barnsteenzuur). Dit gaf nog twee punten.)&lt;br /&gt;
--&amp;gt; examen stond op 36punten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2022===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Lactose in alfa vorm tekenen. (6 ptn)&lt;br /&gt;
#* Waar in de natuur komt het voor?&lt;br /&gt;
#* Welk enzyme hydrolyseert het?&lt;br /&gt;
#* Geef de belangrijkste verschillen tussen lactose en trehalose.&lt;br /&gt;
#* Opmerking: De alfa slaat hier natuurlijk op de glucose (die nog kan open gaan) maar de binding tussen de galactose en de glucose is een beta binding. Geen correcte structuur is -2, geen enzyme is -1, geen plaats van voorkomen is -1. Grootste verschil met trehalose is dat dat een niet reducerend suiker is met de glucose alfa,alfa, 1, 1 gebonden. Waar het voorkomt is ook verschillend. &lt;br /&gt;
# Tertiaire structuur proteïnen: Leg uit + maak tekening. Aan welke externe factoren is het gevoelig? (6 ptn)&lt;br /&gt;
#* Opmerking: Veel fouten hier is dat studenten de secundaire structuur beschrijven. Er moet zeker staan: H bruggen tussen az en met omgeving, S-S bruggen (sommige studenten zetten maar één S, dat kan natuurlijk niet), hydrofobe interacties + VanderWaals, ionische interacties en algemene structuur, hydofobe binnen een polaire aan buitenkant. Bij externe omstandigheden dikwijls ok geantwoord, maar niet de reden waarom een eiwit dan stuk gaat. Bvb extreme pH. Waarom? (omdat dan de ionische interacties verstoord worden daar of alle COO- COOH worden en een eiwit dus positief geladen wordt. Hitte, detergenten (SDS), solventen, … &lt;br /&gt;
# Peroxisomen en glyoxisomen: Oorsprong en functie? Welke metabolische wegen gebeuren hier? In welke organismen komen ze voor? (6 ptn)&lt;br /&gt;
#* Opmerking: Komen van SER, en de vraag was welke metabolische reacties er plaatsvinden. Hier hadden die reacties opgeschreven moeten worden. Veel studenten antwoorden dat het doel is om H2O2 af te breken.  Neen, doel is om toxische stoffen af te breken met behulp van zuurstof en bij die afbraakreacties komt H2O2 vrij die enerzijds andere toxische stoffen kan neutraliseren, maar dan is er ook Katalase om H2O2 zelf ook af te breken, daar dit toxisch is Dit geeft de typische kristallen. Heel veel studenten antwoorden dat in glyoxysomen vetzuren worden omgezet in suikers. Dat is natuurlijk fout. De reactie in de glyoxysomen is om twee acetyl-coA om te zetten tot barnsteenzuur. En dieren hebben dat niet. &lt;br /&gt;
# Geef alle stappen die nodig zijn om een proteïnemengsel te kunnen scheiden met een kationuitwisselaar. Hoe kan kationuitwisselingschromatografie worden gebruikt om de 5 (gegeven) decapeptiden te scheiden? In welke volgorde elueren ze? (6 ptn)&lt;br /&gt;
#* Opmerking: Hier moet je weten hoe zo een kolom werkt en welke aminozuren er zuur zijn en welke basisch daar die het IEP gaan bepalen. Wat er zeker had moeten staan is dat initieel je de pH laag moet brengen zodat alle peptiden blijven hangen en dan geleidelijk de pH verhogen of de zoutconcentratie verhogen, daar ze er dan één voor één afkomen. &lt;br /&gt;
# Hoeveel moleculen sucrose nodig voor omzetting in 3 moleculen stearinezuur? Hoeveel ATP komt er vrij bij het verademen van de restproducten? (10 ptn)&lt;br /&gt;
#* Teken sucrose. Door welk enzym wordt het gehydrolyseerd? Wat zijn de hydrolyseproducten?&lt;br /&gt;
#* Welke metabolische wegen worden doorlopen? (gegeven dat het er 5 zijn, gewoon de namen van de wegen geven)&lt;br /&gt;
#* Teken de volledige metabolische reacties en schrijf de uiteindelijke reactievergelijking.&lt;br /&gt;
#* Hoeveel ATP-moleculen kunnen er gewonnen worden uit de gevormde producten die niet gebruikt werden voor de vorming van de vetzuren?&lt;br /&gt;
#* Opmerking: Sommige studenten vertrekken van stearinezuur om sucrose te maken?? Vraag goed lezen. Hier moet je dus via de pentosefosfaatweg gaan om voldoende NADPH te maken. Sommige studenten doen dat, maar gaan dan ook nog eens langs de volle glycolyse om de acetyl coA te maken maar als je de PPP doorloopt kom je ook terug uit bij pyrodruivenzuur/actyl coA. Van acetyl CoA dan naar stearinezuur, maar uiteraard de ATP verbruikende reactie om malonyl CoA te maken en per stap twee NADPH. In de oefensessie hebben jullie een gelijkaardige oefening gemaakt en was het ok om via de PPP pathway te gaan om voldoende pyrodruivenzuur te bekomen (maar een tekort aan NADPH). Studenten die dat gevolgd hebben was ook ok. &lt;br /&gt;
# Twee EM foto&#039;s: Welke celtypes zijn afgebeeld? (spiercel en delende plantencel) Benoem alle onderdelen + hun functie. (4 ptn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=&amp;gt; examen op 38 ptn&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2021===&lt;br /&gt;
#Teken een oligosaccharide dat D-galactose met een alfa-1,6 binding gebonden is aan een D-fructose (furanose-vorm) die vervolgens met een alfa-1,4 binding gebonden is aan beta-D-ribose.&lt;br /&gt;
#Beschrijf (en teken eventueel) volgende woorden: Desmosoom, apoptosoom, beta-vouwbladstructuur, Gs-proteine en snelheidscentrifuge.&lt;br /&gt;
#Wat is SDS PAGE, wat kan men ermee onderzoeken, hoe werkt het en wat is het verschil met Native PAGE.&lt;br /&gt;
#Beschrijf en teken de vetzuursynthese van stearinezuur.&lt;br /&gt;
#Hoeveel moleculen ribose-5-fosfaat kan een gistcel maken uitgaande van 10 moleculen glutaminezuur bij een tekort aan aminozuren, wat is de totale ATP en coenzym verhouding. Geef de reactievergelijking, Neem de weg met de minste CO2 productie.&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s. Alle onderdelen benoemen en de functies van deze onderdelen beschrijven. oa de kristalstructuren, R.E.R, ribosomen, celkern, Golgi apparaat.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2020===&lt;br /&gt;
#Teken de microtubuli van het cytoskelet en leg uit waarom het zo belangrijk is voor de deling van cellen. Wat zijn andere structuren van de cel waar microtubuli in voorkomen&lt;br /&gt;
#Teken Gram+-bacterie en Gram--bacterie en teken de celwand (mureïne). Leg het effect van peniciline uit op de celwand en waarom het geen effect heeft op ons&lt;br /&gt;
#Leg verschil uit tussen Instrinsieke en Extrinsieke signaalwegen. Waarom is apoptose zo belangrijk?&lt;br /&gt;
#Hoe kan men zonder de cel te denatureren de verschillende celonderdelen scheiden?&lt;br /&gt;
#Een gistcel maakt uit 4 moleculen stearinezuur, glucose-6-fosfaat. Hoeveel kan het er maken en hoeveel ATP blijft er over (Vetzuurafbraak, Gluconeogenese, Krebs-cyclus en Anaplerotische reacties)&lt;br /&gt;
#2 prentjes&lt;br /&gt;
#*Kristallen&lt;br /&gt;
#*Ribosomen&lt;br /&gt;
#*Nog dingen maar ik ben onzeker&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===7 juni 2020===&lt;br /&gt;
#teken gedetailleerd een alfa helix structuur en de binding, welk proteïne heeft vooral alfa helix structuren?&lt;br /&gt;
#trehalose en amylopectine tekenen, welke binding?&lt;br /&gt;
#geef functie van, een teken eventueel: mesosoom, protoplast, mycoplasma, chromomeer, middenlichaampje&lt;br /&gt;
#leg uit: actief transport&lt;br /&gt;
#hoe kun je een plasmamembraan goed zichtbaar maken onder een fluorescentiemicroscoop?&lt;br /&gt;
#hoeveel ATP verkrijg je bij het volledig verademen van 10 moleculen glycerol? (antwoord: 220 ATP)&lt;br /&gt;
#duidt structuren aan op foto&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 augustus 2019===&lt;br /&gt;
# Amylopectine is een belangrijk deel van zetmeel. Teken de structuur en alle atomen. Waar verschilt dit moleculen met glycogeen? &lt;br /&gt;
# Hoe wordt p53 geactiveerd? Wat heeft dit als resultaat? Wat is het gevolg indien het slecht functioneert? &lt;br /&gt;
# Hoe kan ionenuitwisselings chromatografie worden gebruikt om de 5 (gegeven) decapeptiden te scheiden. Welke elueert het eerst? &lt;br /&gt;
# Welke soort juncties zijn er? Teken en leg ze uit? &lt;br /&gt;
# Gistcellen kunnen groeien op een ethanol bodem. Hoeveel moleculen heeft een gistcel nodig om 12 moleculen ribose-5-P te maken. Hoeveel energiewinst is er? Geef alle stappen.&lt;br /&gt;
# 3 prenten:&lt;br /&gt;
## Ben ik vergeten&lt;br /&gt;
## Kliercel: benoem alle delen in de cel en geef hun functie. &lt;br /&gt;
## 2 Virussen(1 was Tabaksmozaïekvirus): wat is hun structuur en wat zijn het?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 juni 2019===&lt;br /&gt;
#leg gedetailleerd uit wat actief transport is&lt;br /&gt;
#geef de structuur van microtubuli, waarom zijn deze microtubuli belangrijk bij delende plantencellen? geef de structuur van flagellen bij eukaryote cellen en hoe zorgen deze voor beweging&lt;br /&gt;
#wat is Km?&lt;br /&gt;
#wat is een proplastide?&lt;br /&gt;
#wat is confocale fluorescentiemicroscopie en hoe kan deze gebruikt worden om een celmembraam te bekijken?&lt;br /&gt;
#hoeveel glycerol heb je nodig voor opbouw van 6 moleculen palmitinezuur? kan dit ook in anaerobe omstandigheden?&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s, geef alle structuren die je ziet + functie &lt;br /&gt;
## 1 foto van kristallen in een kern&lt;br /&gt;
## 1 foto van mucusvesikels die uit een darmepitheelcel komen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2019===&lt;br /&gt;
#Wat is de moleculaire structuur van een celwand van een bacterie? Wat is het verschil tussen een gram+ en een gram- bacterie? Hoe heeft dit effect met penicilline? Waarom gebeurt dit niet bij de mens? &lt;br /&gt;
#Hoe kan men een enzym isoleren en scheiden uit een dierlijke cel? &lt;br /&gt;
#Wat is covalente modificatie? Geef twee voorbeelden, een waarbij het enzym vertraagt en een waarbij het enzym versnelt. &lt;br /&gt;
#Hoeveel ATP geeft de afbraak van tripalmitine? Hoeveel tripalmitine moet er worden afgebroken om 10 moleculen glucose te maken in een dierlijke cel? &lt;br /&gt;
#Twee EM-foto&#039;s bespreken en vijf termen uitleggen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2018===&lt;br /&gt;
#Biosynthese van palmitinezuur geven (met structuren) en zeggen waar deze plaatsvindt.&lt;br /&gt;
#Teken een spiercel en benoem de elementen. Leg verder ook mbv tekeningen uit hoe een spiercel werkt.&lt;br /&gt;
#5 begrippen uitleggen/tekenen: mesosoom, operon, guanine, blefaroplast en mycoplasma.&lt;br /&gt;
#Leg uit hoe je mbv affiniteitschromatografie zuiver hexokinase uit een levercel kan scheiden. Zijn er nog andere technieken om zuiver hexokinase te krijgen, zo ja leg deze dan uit.&lt;br /&gt;
#Hoeveel moleculen glycerol zijn er nodig om 10 moleculen alanine te vormen. Geef de metabolische wegen in de juiste volgorde en geef de volledige synthese (inclusief structuren). Er is genoeg ammonium aanwezig maar geen oxaalazijnzuur.&lt;br /&gt;
#Van 2 E.M foto&#039;s de structuren en hun functies benoemen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2018===&lt;br /&gt;
#Gluconeogenese geven/uitleggen&lt;br /&gt;
#Welke aminozuren kunnen gefosforiliseerd worden, en welke geglycosyleerd. Teken een gefosforiliseerd aminozuur.&lt;br /&gt;
#Confocale fluoricentiemicroscoop uitleggen en tekenen. Hoe kan dit gebruikt worden om het plasmamembraan te tonen.&lt;br /&gt;
#BBegrippen: p53, desmosoom, N-acetylmureinezuur, cysteine, chiasma.&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol tripalmitinezuur heb je nodig voor 15 mol ribose?&lt;br /&gt;
#EM foto van glycocalyx met slijmbekercel en foto met peroxisoom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 augustus 2017===&lt;br /&gt;
#Ionenuitwisselingschromatografie uitleggen&lt;br /&gt;
#Een stuk DNA tekenen&lt;br /&gt;
#De verschillende juncties tussen cellen uitleggen&lt;br /&gt;
#Biosynthese en afbraak van vetten tekenen en uitleggen&lt;br /&gt;
#Hoeveel moleculen glutaminezuur heb je nodig om 6 moleculen ribose-5-P te maken&lt;br /&gt;
#Fotos van cellen: spiercel en plantencel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 augustus 2017===&lt;br /&gt;
#Koppel een fructosemolecule aan een galactose en deze aan een glucose op bepaalde manier (alpha,beta)&lt;br /&gt;
#Confocale fluorescentiemicroscopie&lt;br /&gt;
#Leg volgende termen uit: operon, plaques, cyclines, mesosoom, cystine&lt;br /&gt;
#Bespreek de lichtreacties (voorkomen, welke reacties gebeuren,...)&lt;br /&gt;
#Hoeveel sucrosemoleculen heb je nodig om 10 moleculen alanine te maken?&lt;br /&gt;
#2 E.M. foto&#039;s, de ene was een spiercel (actine en myosine), de andere weet ik niet zeker&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2017===&lt;br /&gt;
#Maak een (erg gedetailleerde) tekening van de secretieweg van DNA tot enzyme, voor een enzyme dat als functie heeft de celwand opbouwen. Leg hierbij alle belangrijke stappen uit.&lt;br /&gt;
#Actief transport bij bacteriën, schimmels en dieren uitleggen, met glucose als voorbeeld&lt;br /&gt;
#Je wil 6 proteïnen scheiden door een anionuitwisselingschromatografie uit te voeren, welke stappen zijn hierbij? Maak ook een tekening&lt;br /&gt;
#Hoeveel glycerol heb je nodig ter vorming van 4 moleculen tripalmitine? Hoeveel ATP is er over na volledige verademing van uw restproducten en reducerend vermogen? Geef op volgorde alle metabolische wegen die hierbij gebruikt werden. Geef schematisch alle stappen die doorlopen worden bij de vorming van tripalmitine uit glycerol, en geef de netto reactievergelijking (inclusief ATP).&lt;br /&gt;
#2 foto&#039;s aanduiden alles dat je herkent en de functie ervan geven, was een slijmbekercel en een heel erge close up van een plantencel&lt;br /&gt;
#5 termen verklaren: apoptosoom, DNA primase, N-acetylglucosamine, proplastide en Km&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2016===&lt;br /&gt;
#cytokinese dier &amp;amp; plant&lt;br /&gt;
#donkerracties en verschil C3,C4 en CAM &lt;br /&gt;
#adrenaline&lt;br /&gt;
#vriesbreuk en vriezers&lt;br /&gt;
#ato berekenen in cyclus&lt;br /&gt;
#fotokes van vet en golgi app&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2016 ===&lt;br /&gt;
#bespreek celwand van bacterien en schimmels op vlak van structuur, functie en chemische samenstelling&lt;br /&gt;
#inductie en repressie uitleggen adhv lac-operon en trp-operon&lt;br /&gt;
#oef: hoeveel mol ribose-5-P kan je maken uit glutaminezuur? bereken hoeveel ATP je over hebt en schrijf de volledige cycli uit (antwoord 3 mol ribose-5-P) &lt;br /&gt;
#fotos over juncties en chloroplast&lt;br /&gt;
#gelfiltratie uitleggen + hoe daaruit molecuulgewicht proteinen bepalen&lt;br /&gt;
#structuur en werking van een spiercel uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 juni 2016 ===&lt;br /&gt;
#bespreek celwand van schimmels en bacterie (moleculair, structuur, functie)&lt;br /&gt;
#bespreek gelfiltratie + hoe kan men de moleculaire massa berekenen van een proteine&lt;br /&gt;
#bespreek de spiercel (werking, structuur)&lt;br /&gt;
#Bespreek genrepressie en geninductie aan de hand van beta galactosidase en tryptofaan&lt;br /&gt;
#metabolisme: hoeveel ribulose 5 fosfaat uit 5 glutaminezuur (geef namen gebruikte wegen + theoretische ATP opbrengst)&lt;br /&gt;
#Structuren desmosoom/dichte junctie en chloroplas&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 juni 2016===&lt;br /&gt;
#bespreek de onderzoeken naar de regulatie van de celcyclus (MPF enzo...). Wat kan er misgaan wanneer de regulatie niet goed verloopt? (tumor, p53, oncogenen).. &lt;br /&gt;
#Bespreek oorsprong structuur en functie van glyoxisomen en peroxisomen (bijvraag: waar vind je vb glyoxisomen: noten,zaden) &lt;br /&gt;
# kationuitwisselingschromatografie uitleggen +methode om 4 peptiden te scheiden hiermee uitleggen&lt;br /&gt;
# bespreek: Gs proteine (algemeen, niet adrenaline), Km(enzyme),Prion&lt;br /&gt;
# Hoeveel ATP moeten de lichtreacties maken voor de synthese van 6 mol sucrose via donkerrracties (UDPG niet vergeten)&lt;br /&gt;
# 2 fotos: chloroplast, 10 structuren aanduiden, darmepitheelcel met glycocalix en veel mucus blijkbaar geen lysosomen dus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2016 NM===&lt;br /&gt;
#bespreek microtubuli en de structuren aan die in de cel voorkomen.&lt;br /&gt;
# Welk peptide wordt er gevormd (DNA gegeven)&lt;br /&gt;
# waaruit bestaat een spiercel en bespreek de werking ervan&lt;br /&gt;
# Bespreek de calvin-cyclus. Wat zijn de inputs en wat zijn de outputs? &lt;br /&gt;
#Hoeveel moleculen glycerol hebt je nodig om 9 moleculen ribose-5- fosfaat te maken? ( pentosefosfaat weg omkeren)&lt;br /&gt;
#em foto&#039;s &lt;br /&gt;
#*was een plantencel blaasjes golgi-apparaat aant afzetten was op de fragmoplast&lt;br /&gt;
#*De tweede foto was een slijmbekercel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2016 VM===&lt;br /&gt;
# Structuur glycogeen? Biosynthese er van en afbraak ervan? (Moest blijkbaar adrenaline bij betrekken)&lt;br /&gt;
# aminozuren uitleggen en de structuur van proteine&lt;br /&gt;
#structuur en functie van de celwand bij bacteriën&lt;br /&gt;
#de stappen nodig om een zuivere fractie van polysomen te verkrijgen. Das zo met differentiële centrifugatie &lt;br /&gt;
# hoeveel mol ethanol nodig om 6 mol ribos-6-fosfaat te vormen. &lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s ene was met peroxisoom (kristal in), mitochondrie en chloroplast. 2e was ook vormen van fragmoplast&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties&lt;br /&gt;
# Belangrijkste cel differentiaties bij Planten.&lt;br /&gt;
# Hoe kan men cellen in een oplossing tellen? Hoe gebeurd dit bij bacteriofagen?&lt;br /&gt;
#Teken en bespreek de structuur en functie van de glycocalix bij dieren&lt;br /&gt;
#hoeveel maltose moleculen zijn er nodig bij de synthese van alanine in een cel met een tekort aan energie&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s: een prokaryoot en een spiercel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de enkelvoudige en meervoudige suikers en teken de belangrijkste.&lt;br /&gt;
# apoptose&lt;br /&gt;
# Penicilline en chloramfenicol &lt;br /&gt;
# Opbouw en afbraak van vetten&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s eentje van een floeemcel de andere van een vetdruppels met glyoxisomen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Geef alle soorten lipiden, uitleg, tekening&lt;br /&gt;
# wat is een sarcomeer en leg werking uit,&lt;br /&gt;
# vier woorden: microsoom, beta-mercapto-ethanol, tonofilamenten en dna primase, &lt;br /&gt;
# Geef heel calvincyclus&lt;br /&gt;
# Oefening met al die metabolisme en ATP enzo. Iets mat stearinezuur afbreken tot pyrodruivenzuur ofzo tongue-emoticon&lt;br /&gt;
# 2 fotos : celkern met kristallen en dan blijkbaar een zeefvat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2015 NM ===&lt;br /&gt;
# Alles van de plantencelwand&lt;br /&gt;
# Oef met DNA sequentie en translatie&lt;br /&gt;
# Oxidatieve fosforylatie vs foto fosforylatie&lt;br /&gt;
# Hoe kan je polysomen en ribosomen scheiden&lt;br /&gt;
# Hoeveel mol glycerol heeft een gistcel, die in de G0-fase zit, nodig om met ademhaling 110 Mol ATP te synthetiseren&lt;br /&gt;
# Foto van openbarstende darmepitheelcel (met mucus) en van een plantencel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 juni 2015 VM ===&lt;br /&gt;
# Structuur en functie van endoplasmatisch reticulum&lt;br /&gt;
# Hoe wordt de activiteit van fosfofructokinase geregeld?&lt;br /&gt;
# Cytoskelet bij planten en dieren&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties&lt;br /&gt;
# hoeveel mol ethanol nodig opdat gistcellen 4 mol ribose-5-P kunnen maken. Welke metabolische weg komen hierbij tussen? Hoeveel ATP blijft er over? &lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s: de eerste was een zenuwcel met microtubuli en de tweede met een peroxisoom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# bespreek suikers en polysacchariden en teken de belangrijkste&lt;br /&gt;
# welke reacties vinden plaats op het thelakoïdmembraan en wat zijn de inputs en outputs&lt;br /&gt;
# geef uitleg; middenlichaampje, callus, mitosis-promoting factor MPF, blefaroblast&lt;br /&gt;
# hoeveel mol glutaminezuur moet omgezet worden in oxaalazijnzuur om voldoende ATP te maken voor de afbraak van 5 mol stearinezuur&lt;br /&gt;
# bespreek SDS-page en waarvoor dient het&lt;br /&gt;
# foto van floëemcellen en foto van kern met kristallen p p295&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 juni 2014 ===&lt;br /&gt;
#IEP uitleggen en peptiden rangschikken op IEP&lt;br /&gt;
#Transport van voedingsstoffen over de celmembraan bespreken&lt;br /&gt;
#Methoden om de volgorde van enzymen in een metabolische pathway te bepalen&lt;br /&gt;
#Glyoxylzuurcyclus bespreken&lt;br /&gt;
#Hoevel mol glycerol nodig voor 2 mol palimitinezuur&lt;br /&gt;
#Foto van jonge plantencel en van peroxisoom&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2014===&lt;br /&gt;
#Transport van voeding door de membraan&lt;br /&gt;
#Plantencelwand bespreken&lt;br /&gt;
#Bespreek de pentosefosfaatweg (alles)&lt;br /&gt;
#Tellen van bacteriofagen&lt;br /&gt;
#1 mol tripalmitine (vergeet glycerol niet!)&lt;br /&gt;
#Foto van plantencel (chloroplast volledig en ook vacuole enzo) + floeemcel (gedifferentieerde plantencel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2014 ===&lt;br /&gt;
#Leg de rol van enzymen als katalysatoren uit in de metabolische reactie wegen&lt;br /&gt;
#Wat doe adrenaline in de levercellen als je schrikhebt?&lt;br /&gt;
#Leg de weg uit die katalase aflegt in de cel beginnende bij DNA.&lt;br /&gt;
#Leg ionenuitwisselingschromatografie uit.&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol maltose heb je nodig voor de aanmaak van 2 mol stearine? Welke metabolische reactiewegen komen hier bij te pas? Welke zijn de energieleverende/ energie verbruikende stappen?&lt;br /&gt;
#Prent van cel met glycogeenkorrels, RER, SER, mitochondrien etc&lt;br /&gt;
#Prent van plant cel in cytokinese --&amp;amp;gt; aanmaak van middenlamel door fragmoplast etc&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 juni 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Transport over celmembraan&lt;br /&gt;
#Kern met rer tekenen en functie uitleggen &lt;br /&gt;
#Wat doet adrenaline in levercellen&lt;br /&gt;
#Confocale fluorescentie microscopie uitleggen&lt;br /&gt;
#Hoeveel acetaat je nodig hebt voor 3 mol glycerol en waar wordt energie geproduceerd &lt;br /&gt;
#Foto van glycogeenkorrels en van kristallen in kern&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 juni 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#fosfofructokinase van dna tot enzyme de weg die het moet doen en regulatie&lt;br /&gt;
#plantencelwand opbouw componenten en functie&lt;br /&gt;
#tellen van cellen en bacteriofagen&lt;br /&gt;
#hoeveel glucose nodig voor 4 alanine te maken&lt;br /&gt;
#foto van zenuwuitlopers en vorming nieuwe celwand bij planten: fragmoplast&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2013 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de eenvoudige suikers en polysacchariden.&lt;br /&gt;
#Bespreek de biosynthese en afbraak van vetzuren.&lt;br /&gt;
#Wat is de functie van glyoxisomen? Hoe kan je deze zichtbaar maken bij fluorescentie microscopie?&lt;br /&gt;
#Een gistcel kan groeien op ethanol. Om te groeien moet de celwand groeien, deze is opgebouwd uit polymeren van suikers. &lt;br /&gt;
#*Hoeveel mol ethanol is er nodig om 10 mol glucose te maken? &lt;br /&gt;
#*Kan de gistcel groeien op ethanol in anaëroob milieu? (antwoord: p469 laatste 5 regels in middelste stuk)&lt;br /&gt;
#prent aanduiden: &lt;br /&gt;
#*desmosoom &lt;br /&gt;
#*peroxisoom met kristalstructuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 juni 2013 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Teken de overgang van kernmembraan naar R.E.R. Wat is de functie van dit laatste?&lt;br /&gt;
#Bespreek geprogrammeerde celdood. Is er een link met kanker?&lt;br /&gt;
#Geef de methode(n) hoe je proteïnen kan splitsen op basis van hun lading.&lt;br /&gt;
#Hoe werkt het B-galactosidase operon bij E. Coli?&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol glucose kan je maken met 3 mol palmitinezuur? Welke metabolische wegen worden er gevolgd? Hoeveel ATP kan er eventueel gevormd worden?&lt;br /&gt;
#Foto&#039;s:&lt;br /&gt;
#* p254&lt;br /&gt;
#*p218 (ongeveer)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 JUN 2013 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek de secretieweg in een cel van gen tot gesecreteerd eiwit.&lt;br /&gt;
# Als een mens schrik heeft komt er adrenaline vrij. Wat gebeurt er dan in de lever?&lt;br /&gt;
# Hoe werkt SDS-PAGE?&lt;br /&gt;
# Een uitgehongerde zoogdiercel maakt 4 glutaminezuurmoleculen en 2 asparaginezuurmoleculen. Hoeveel fructose is hier voor nodig en hoeveel CO2 wordt er door het organisme geproduceerd bij deze omzetting?&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s: chloroplast tegen celwand aangedrukt door vacuole en celkern met kristallen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 jun 2013 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de celwand vn de bacterie&lt;br /&gt;
#Uitleggen wat MFP met celcyclus te maken heeft en welke drie onderzoeken er toe geleid hebben&lt;br /&gt;
#Confocale fluorecentiemmicroscopie uitleggen&lt;br /&gt;
#Een oefening met hoeveel mol&lt;br /&gt;
#2 prentjes:&lt;br /&gt;
#*floëmcellen&lt;br /&gt;
#*gewoon RER, SER, Peroxisoom, mitochondrïen aanduiden (kan zijn nog iets)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Examenvragen vanaf 2009=&lt;br /&gt;
== Biochemie ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 27 jun 2011 ===&lt;br /&gt;
#elektronentransportketen uitleggen.&lt;br /&gt;
#Met welke methodes kan je glyoxisomen bestuderen (door microscopische analyse) in de cel?&lt;br /&gt;
#Vetzuren en lipiden bespreken&lt;br /&gt;
#Differentiaties in plantencellen&lt;br /&gt;
#Foto van spiercel + kern delen benoemen.&lt;br /&gt;
#C1 van een glucosemolecule wordt radioactief gemerkt. We zien dat C6 van een 1,6-bisfosfaatfructosemolecule ook radioactieve sporen vertoond. Verklaar dit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 jun 2010 ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de lichtreactie van de fotosynthese.&lt;br /&gt;
#Bespreek hoe je aminozuren en suikers kan scheiden en deze onderling kan scheiden.&lt;br /&gt;
#Bespreek: de weg die wordt afgelegd van DNA tot glycocalyx van een proteïne.&lt;br /&gt;
#Hoeveel ribose 5-P kunnen gevormd worden uit 5 moleculen glutaminezuur. Hoeveel ATP komt hierbij vrij?&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s waarbij alle structuren moeten aangeduid worden (chloroplast en jonge plantencel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 8 jun 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
#Bespreek de suikers&lt;br /&gt;
#Bespreek de pentosefosfaatweg (PPP)&lt;br /&gt;
#Bespreek SDS-PAGE&lt;br /&gt;
#Hoeveel molecule alpha-ketoglutaarzuur moeten er in de cel omgezet worden naar fumaarzuur om voldoende ATP te maken voor de synthese van 6 moleculen palmitinezuur (vertrekkende van Acetyl-Coa en uitgaand van het feit dat alle cofactoren aanwezig zijn) ? [Antwoord: 7]&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s waarbij alle structuren moeten aangeduid worden (levercel en prokaryote cel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Chemie == &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 JUN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# celdifferentiatie in ene plantencel&lt;br /&gt;
# transport voeding cel&lt;br /&gt;
# geef de verschillen tussen de glycolyse en de gluconeogenese daar waar de enzymen verschillend zijn&lt;br /&gt;
# 2 stearinezuur omvorme na ribose, er is geen NAD+, geef de cusclussen die je gebruikt, is er atp genoeg, kan het volledig worden omgezet?&lt;br /&gt;
# 2 tekeningen (darmwand en spiercel)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 FEB 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek enkelvoudige en meervoudige suikers&lt;br /&gt;
# Welke soorten juncties zijn er en wat is hun functie?&lt;br /&gt;
# Bespreek ionenuitwisselingschromatogafie&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Bespreek aminozuren en ruimtelijke opbouw van proteïnen &lt;br /&gt;
# Rangschik 5 proteïnen volgens hun isoelektrisch punt, van hoog naar laag (je krijgt hier dan 5 aminozuursequenties) &lt;br /&gt;
# Teken de overgang tussen kernmembraan en het RER en bespreek de functie van het RER. &lt;br /&gt;
# Bespreek de verschillende centrifugatietechnieken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# bespreek de enkelvoudige en meervoudige suikers&lt;br /&gt;
# bespreek de celwand bij bacterien en schimmels&lt;br /&gt;
# leg uit ionenuitwisselingschromotografie&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s waar ge alles op moet aanduiden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 JAN 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Bespreek de celwand bij planten&lt;br /&gt;
# Bespreek microtubuli en hun structuren&lt;br /&gt;
# SDS-page (blijkbaar moest ge u practicumboek ook kennen :s)&lt;br /&gt;
# foto van kern me kristallen en een bacterie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JAN 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Bespreek vetzuren en lipiden&lt;br /&gt;
# Bespreek wat er allemaal gebeurd en hoe het transport gebeurd van een specifiek proteïne vertrekkende van het genome DNA tot aan de glycocalyx (mss iets ander geformuleerd)&lt;br /&gt;
# Bespreek de technieken om een basaalkorrel zichtbaar te maken in de cel. -&amp;amp;gt; ECHT IN FUNCTIE VAN DE BASAALKORREL DOEN DUS adh van het proteïne tubuline!!!&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s 1 van die rozetstructuren van glycogeenpartikels en dieje andere was met gwn een celkern met kristalijne kristallen (2 foto&#039;s die hem duidelijk in de les heeft vermeld da ge daar moet op lette)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 JAN 2012 VM ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de nucleinezuren, als monomeer en macromolecule, en hun ruimtelijke structuur bij eukaryoten en prokaryoten.&lt;br /&gt;
#Bespreek het endoplasmatisch reticulum.&lt;br /&gt;
#Bespreek gelfiltratie en leg uit hoe het ka ngebruikt worden om het moleculaire gewicht van een proteine te bepalen.&lt;br /&gt;
#2 EM-fotos, alle structuren aanduiden en de functie ervan geven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 JUN 2011 NM===&lt;br /&gt;
#bespreek de vermenigvuldiging van virussen&lt;br /&gt;
#Bespreek de bio-synthese en afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
#Bespreek de vrijzetting van adrenaline in het bloed&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol ATP wordt er geproduceerd uit 5 mol glucose en 3 mol glycerol? Hoeveel mol glutaminezuur kan worden geproduceerd uit 5 mol glucose en 3 mol glycerol wanneer er genoeg ammoniak in de cel aanwezig is?&lt;br /&gt;
#twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 JUN 2011 VM===&lt;br /&gt;
#Bespreek de cytokinese bij planten.&lt;br /&gt;
#Bespreek het transport van voedingsstoffen naar binnen in de cel.&lt;br /&gt;
#Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese.&lt;br /&gt;
#Hoeveel mol fructose is er nodig voor de synthese van 3 mol palmitinezuur?&lt;br /&gt;
#twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 JAN 2011===&lt;br /&gt;
#Bespreek de celwand bij planten.&lt;br /&gt;
#Bespreek de proteïnen en hoe ze zijn opgebouwd in een ruimtelijke structuur.&lt;br /&gt;
#Geef de belangrijkste verschillen tussen gram positieve en gram negatieve bacteriën en hoe kan je die van elkaar onderscheiden?&lt;br /&gt;
#Bespreek moleculaire exclusiechromatografie en hoe kan je hiermee het MW van een eiwit bepalen?&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 JUN 2010===&lt;br /&gt;
# Bespreek de structuur en werking van spiercellen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese.&lt;br /&gt;
# Hoeveel ATP wordt er geproduceerd bij afbraak van 5 mol glycerol en 2 mol glucose? stel: Glutaminezuur tekort in de cel, hoeveel mol glutaminezuur kan geproduceerd worden met 5 mol glycerol en 2 mol glucose?&lt;br /&gt;
# Hoe werkt adrenaline?&lt;br /&gt;
# Hoe werkt het tryptofaan operon bij aanwezigheid en afwezigheid van tryptofaan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 JUN 2010===&lt;br /&gt;
# Bespreek differentiatie van plantaardige cellen&lt;br /&gt;
# Bespreek gemedieerd transport&lt;br /&gt;
# Bespreek de glyoxyzuurcyclus (waar, in- en outputs en waar de producten verder naartoe gaan...)&lt;br /&gt;
# Hoeveel fructosemoleculen heb je nodig om 4 moleculen glutaminezuur en 2 moleculen asparaginezuur te maken. Hoeveel CO2 wordt hierbij gemaakt? Leg uit a.d.h.v. metabolische wegen.&lt;br /&gt;
# Bespreek hoe de enzymes elkaar opvolgen (niet in deze woorden, maar &#039;t komt erop neer)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 JAN 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
#Bespreek de structuur en de functie van microtubuli en de verschillende structuren die hieruit zijn opgebouwd. (p. 240-261)&lt;br /&gt;
#Bespreek de ruimtelijke structuur van eiwitten. (p. 53-60)&lt;br /&gt;
#Bespreek de verschillende centrifugatie methoden. (p. 285-290)&lt;br /&gt;
#Twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 JAN 2010===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
#Bespreek de celwand bij planten. (bijvragen over de chemische opbouw van (hemi)cellulose, extensises,...)&lt;br /&gt;
#Bespreek RNA transcriptie en DNA duplicatie.&lt;br /&gt;
#Bespreek de moleculaire exclusiechromatografie.&lt;br /&gt;
#2 foto&#039;s van cel(onderdelen). Alles benoemen, ook vanzelfsprekendheden (cytoplasma,...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 JAN 2010 ===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
# Bespreek de enkelvoudige en de meervoudige sacchariden (bijvraag: hoe heeft men de L en D suikers bepaald, met welk suiker hebben ze dit gedaan)&lt;br /&gt;
# Bespreek de overgang van het kernmembraan en het RER en geef de functie van het RER&lt;br /&gt;
# Bespreek SDS PAGE&lt;br /&gt;
# Duid op de volgende 2 foto&#039;s de delen aan (ALLES aanduiden, cytoplasma en alles wat ook &#039;normaal&#039; lijkt!)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
leer ALLE details!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Examenvragen van 2007 - 2009=&lt;br /&gt;
=== 2 sept 2009 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Van Dijck&lt;br /&gt;
# Bespreek de enkelvoudige en meervoudige suikers.&lt;br /&gt;
# Bespreek de verschillende plastiden.&lt;br /&gt;
# Welke techniek kan men gebruiken om celmembranen te bestuderen onder de EM? Bespreek de twee varianten.&lt;br /&gt;
# Twee foto&#039;s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Thevelein&lt;br /&gt;
* Hoofdvraag&lt;br /&gt;
*# Bespreek het verband tussen de elektrontransportketen en oxidatieve fotofosforylatie.&lt;br /&gt;
* Bijvragen&lt;br /&gt;
*# Glyoxylzuurcyclus&lt;br /&gt;
*# Hoeveel glucosemoleculen heeft een schimmelcel nodig om 2 glutaminezuur en 4 asparaginezuur te maken? Wordt er hierbij ook CO2 geproduceerd en indien ja, hoeveel?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 Juni 2009 - Chemie - Thevelein ===&lt;br /&gt;
* hoofdvragen&lt;br /&gt;
*# Bespreek de Krebscyclus.&lt;br /&gt;
*# Bespreek de lichtreactie vd fotosynthese.&lt;br /&gt;
*# Leg genrepressie en geninductie uit aan de hand van klassieke voorbeelden.&lt;br /&gt;
* bijvragen&lt;br /&gt;
*# Wat is groepstranslocatie?&lt;br /&gt;
*# Bereken hoeveel mol ATP er wordt vrijgezet bij de volledige oxidatie van 1 mol tristearine.&lt;br /&gt;
*# Nog een oefening zoals hierboven maar nu met aminozuren enzo...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 Juni 2009 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Van Dijck &lt;br /&gt;
# bespreek de structuur van microtubuli en de structuren die eruit bestaan.&lt;br /&gt;
# Bespreek de nucleïnezuren en nucleotiden en hun ruimtelijke structuren.&lt;br /&gt;
# Leg gelchromatografie (??) (da met gelbollekes sorteren) uit en hoe je het molecuulgewicht v eiwitten hiermee kan berekenen.&lt;br /&gt;
# 2 foto&#039;s uit oefenzittingen&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
Thevelein&lt;br /&gt;
* hoofdvraag&lt;br /&gt;
*# Vergelijk gluconeogenese en glycolyse (startproducten, plaats id cel,..)&lt;br /&gt;
* bijvragen&lt;br /&gt;
*# bespreek glyoxylzuurcyclus&lt;br /&gt;
*# Bereken hoeveel moleculen glucose een schimmelcel nodig heeft om 2 moleculen glutaminezuur en 4 moleculen asparaginezuur te produceren. Wordt hierbij CO2 gevormd en zo ja hoeveel? Leg uit adhv de gebruikte cycli.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 Juni 2009 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Van Dijck &lt;br /&gt;
# bespreek de celwand bij planten&lt;br /&gt;
# bespreek peroxisomen en glyoxisomen&lt;br /&gt;
# rankschik de volgende peptiden volgens iso-elektrisch punt. en wat is iso-elektrisch punt. vb.COOH-cysteïne-proline-histidine-cysteïne-lysine-methionine-asparaginezuur-NH2&lt;br /&gt;
# 2 fotos: 1 van een chloroplast, en 1 van een zenuwcel&lt;br /&gt;
Thevelein&lt;br /&gt;
*hoofdvraag&lt;br /&gt;
*# bespreek de lichtreacties van de fotosynthese&lt;br /&gt;
*bijvragen&lt;br /&gt;
*#geef volledige metabolische weg om asparaginezuur te vormen uit glycerol en NH3&lt;br /&gt;
*#Kan een cel in anaërobe omstandigheden het meest ATP halen uit glucose via de Glycolyse of eerst via PP(pentosfosfaatweg).en toon aan.-&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 jan 2009 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
# Bespreek nucleotiden en nucleïnezuren&lt;br /&gt;
# Welke soorten juncties zijn er en wat is hun functie?&lt;br /&gt;
# Hoe kan je aminozuren van suikers scheiden en hoe kan je ze verder opzuiveren?&lt;br /&gt;
# Teken het celmembraan (of was de vraag nu glycocalyx?) van een dierlijke cel en duidt de onderdelen aan.&lt;br /&gt;
# Wat is het iso-elektrisch punt van een proteïne en wat ben je ermee?&lt;br /&gt;
# 2 fotos: 1 van een prokaryote cel, en 1 van een plantencel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2009 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
# bespreek de enkelvoudige en de meervoudige sacchariden (bijvraag: hoe heeft men de L en D suikers bepaald, met welk suiker hebben ze dit gedaan)&lt;br /&gt;
# bespreek de overgang van het kernmembraan en het RER en geef de functie van het RER&lt;br /&gt;
# bespreek SDS PAGE&lt;br /&gt;
# duid op de volgende 2 foto&#039;s de delen aan (ALLES aanduiden, cytoplasma en alles wat ook &#039;normaal&#039; lijkt!)&lt;br /&gt;
leer ALLE details!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 aug 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Hoofdvraag:&lt;br /&gt;
*# Bespreek de samenstelling en mechanisme van elektronentransportketen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Bijvragen:&lt;br /&gt;
*# Welke reacties worden gekatalyseerd door volgende enzymes:&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat decarboxylase&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat dehydrogenase&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat kinase&lt;br /&gt;
*#* pyruvaat carboxylase&lt;br /&gt;
*# een cel zet oxaalazijnzuur, citroenzuur en NH3 om in asparaginezuur en glutaminezuur, geef de reactie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# bespreek structuur en functies van de microtubuli en bespreek de structure waar ze voorkome (/3)&lt;br /&gt;
# bespreek structuur van de proteïnen en waar komen deze voor (/3)&lt;br /&gt;
# hoe kan je het molecuulgewicht van een proteïne bepalen met exclusiechromatografie (/2)&lt;br /&gt;
# wat is hemicellulose? (/1)&lt;br /&gt;
# duid celorganellen aan op de prent (/1) --&amp;amp;gt; twas een levercel met veel secretiepartikels&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 jun 2008 - Chemie - Thevelein ===&lt;br /&gt;
Hoofdvragen:&lt;br /&gt;
# e-transport&lt;br /&gt;
# pentosefosfaatweg&lt;br /&gt;
# regulatie van het metabolisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen:&lt;br /&gt;
# glyoxylzuurcyclus&lt;br /&gt;
# glucose+NH3--&amp;amp;gt;glutaminezuur+CO2 hoeveel ATP wordt er geproduceerd (aeroob organisme)&lt;br /&gt;
# synthese van trehalose uit glucose dat via symport in de cel komt. Hoeveel ATP moet er via melkzuurgisting gewonnen worden om 2 trehalose moleculen te vervaardigen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 jun 2008 - Chemie - Thevelein === &lt;br /&gt;
Hoofdvragen&lt;br /&gt;
# Bespreek de Krebscyclus&lt;br /&gt;
# Bespreek het membraantransport en de membraanpotentiaal&lt;br /&gt;
# Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen&lt;br /&gt;
# Adrenaline als glucosevrijzetter&lt;br /&gt;
# Bespreek in detail de biosynthese en afbraak van vetzuren&lt;br /&gt;
# Een bacteriële cel in aërobe omstandigheden zet glucose om in pyrodruivenzuur. Waar wordt het meeste ATP geproduceerd, via de glycolyse of via de pentosefosfaatweg?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2008 - Chemie - Thevelein===&lt;br /&gt;
Hoofdvragen:&lt;br /&gt;
# Bespreek de calvincyclus.&lt;br /&gt;
# Bespreek membraantransport en bespreek hoe membraanpotentiaal hierbij tussenkomt.&lt;br /&gt;
# Bespreek de regulatie van het metabolisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen:&lt;br /&gt;
# Glyoxylzuurcyclus.&lt;br /&gt;
# Adrenaline als glucose vrijzetter.&lt;br /&gt;
# Een denkvraag ivm proton-motive en dinitrofenol.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 jun 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
# lichtreacties&lt;br /&gt;
# oefeningen:&lt;br /&gt;
#* tristearaat, hoeveel ATP wordt er gevormd&lt;br /&gt;
#* vorming van asparaginezuur en glyoxylzuur uit citroenzuur en NH3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* schriftelijk&lt;br /&gt;
*# soorten bindingen in macromolecules, tekenen +bespreken&lt;br /&gt;
*# wat is threhalose, mesozoom&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* mondeling&lt;br /&gt;
*# endoplasmatisch riticulum bespreken&lt;br /&gt;
*# microtubuli bespreken&lt;br /&gt;
*# plaatsbepaling van moleculen in de cel, methoden bespreken&lt;br /&gt;
*# 2 foto&#039;s herkennen+organellen benoemen: lever en oliehoudende zaden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 jun 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
* Grote vraag: &lt;br /&gt;
*# membraantransport bespreken&lt;br /&gt;
* Bijvragen: &lt;br /&gt;
*# ge hebt 24 glucosemoleculen, die ge via PP en dÃ¡n pas de glycolyse gaat afbreken tot acetyl-CoA, waarna ge X aantal palmitinemoleculen gaat opbouwen. Hoeveel ATP wordt er gevormd? En hoeveel NADPH hebt ge tekort?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Schriftelijk:&lt;br /&gt;
*# bespreek RNA en DNA&lt;br /&gt;
*# leg uit: &lt;br /&gt;
*#* isopycnische centrifugatie &lt;br /&gt;
*#* mycoplasma&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Mondeling:&lt;br /&gt;
*# bespreek mono- en polysachariden&lt;br /&gt;
*# celwand bij bacterien + Gram positieve en Gram negatieve bacterien&lt;br /&gt;
*# ionenuitwisselingschromatografie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 jun 2008 - Biochemie ===&lt;br /&gt;
Thevelein:&lt;br /&gt;
* hoofdvraag:&lt;br /&gt;
*# Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese&lt;br /&gt;
* Bijvragen:&lt;br /&gt;
*# Bespreek hoe er geninductie en genexpressie bij Escheria coli plaatsvindt&lt;br /&gt;
*# Oefening ivm de metabolische wegen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van dijck:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Schriftelijk&lt;br /&gt;
*# teken (cyclisch) alfa-D-glucose, beta-D-Fructose, sucrose en nummer de koolstoffen&lt;br /&gt;
*# Leg uit: &lt;br /&gt;
*#* mesosoom &lt;br /&gt;
*#* connexon&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Mondeling&lt;br /&gt;
*# Teken hoe het kernmembraan in het RER overgaat, en geef de functie van dit RER&lt;br /&gt;
*# Bespreek de ruimtelijke structuur van proteïnen&lt;br /&gt;
*# Leg uit hoe men plasmiden kan identificeren met behulp van restrictie-enzymen aan de hand van een voorbeeld&lt;br /&gt;
*# Duid de organellen aan op de cel (chloroplast en bacteriofaag)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 jan 2008 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
# geef de structuur en de functies van de mitochondrieën&lt;br /&gt;
# beschrijf de weg die een proteine X aflegt beginnend in de kern die voor de glycocalyx bestemd is.&lt;br /&gt;
# beschrijf de verschillende centrifugatietechnieken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# wat is het iso-elektrisch punt van proteïnen en rangschik de volgende proteïnen volgens stijgende theoretische waarde van het iso-elektrisch punt. De proteïnen werden gegeven door telkens een keten van 11 aminozuren.&lt;br /&gt;
# Beschrijf en teken schematisch de componenten van de glycocalyx&lt;br /&gt;
# verklaar: &lt;br /&gt;
#* mesosoom&lt;br /&gt;
#* connexon&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 jan 2008 - Chemie - Van Dijck ===&lt;br /&gt;
Schriftelijk deel&lt;br /&gt;
# rangschik van polair naar apolair (aceton, 1-propanol, diethylether, fenol, benzylalcohol) [in de vraag werden prentjes van de moleculen gegeven, en niet de namen], en zeg wat apolariteit bepaalt.&lt;br /&gt;
# teken (cyclisch) alfa-D-glucose, beta-D-Fructose, sucrose.&lt;br /&gt;
# Leg uit:&lt;br /&gt;
#* Dictyosoom &lt;br /&gt;
#* Blefaroplast&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Mondeling met schriftelijke voorbereiding&lt;br /&gt;
# Teken hoe het kernmembraan in het RER overgaat, en geef de functie van dit RER&lt;br /&gt;
# Bespreek de ruimtelijke structuur van proteïnen&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe men plasmiden kan identificeren met behulp van restrictie-enzymen aan de hand van een voorbeeld&lt;br /&gt;
# Duid de organellen aan op de cel (de twee cellen waren een zenuwcel en een chloroplast)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Examenvragen tot en met 2006=&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
Hoofdvragen: theorie&lt;br /&gt;
# bespreek hoe een cel aan zijn membraanpotentiaal komt + hoe deze aangewend wordt bij het membraantransport&lt;br /&gt;
# bespreek de Calvin Cyclus (functie, intermedairen, ...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hoofdvragen oefeningen&lt;br /&gt;
# practicum: bespreek PAGE bij proteïnen en hoe we de molecuulgroote ervan kunnen afleiden&lt;br /&gt;
# duid zo veel mogelijk celstructuren aan&lt;br /&gt;
# duid de volgende processen aan waar ze voorkomen in de cel aan op de tekening: NADPH productie, energieproductie, chromatine en integrale proteïnen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvragen&lt;br /&gt;
# bespreek hoe adrenaline de glucoseproductie in de cel regelt&lt;br /&gt;
# Een cel maakt uit oxaalazijnzuur, citroenzuur en NH3 de aminozuren glutaminezuur en asparaginezuur. Geef een reactievergelijking en houd rekening met ATP, NAD, FAD, H2O en CO2.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R1102587</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Statistiek_%26_Data-analyse&amp;diff=4975</id>
		<title>Statistiek &amp; Data-analyse</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Statistiek_%26_Data-analyse&amp;diff=4975"/>
		<updated>2026-01-24T07:26:45Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R1102587: /* 23 januari 2026 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt; [[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
 [[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vanaf 2022: Hoorcolleges worden gegeven door Mia Hubert (medeauteur van het handboek). Examen bestaat 90% uit oefeningen, er kunnen kleine deeltjes theorie gevraagd worden als bijvraag. Dit wordt duidelijk aangegeven in het hoorcollege. Hoofdstuk 1 en 2 worden niet behandeld in de hoorcolleges (zelfstudie). Er zijn 7 oefenzittingen van 2 uur, waarbij de eerste en de laatste op computer (werken met statistisch programma R). R-code moet niet zelf kunnen geschreven worden, wel geïnterpreteerd. Tijdens de oefenzittingen wordt het bij sommige oefeningen op geoefend. Over H1, H2 en H7 worden geen oefeningen gemaakt. Oefeningen op examen zijn gelijkaardig met die vanuit de oefeningenzitting. Op het examen mag je een rekenmachine meenemen (geen grafisch of symbolisch), alsook het formularium en statische tabellen. DEZE MOETEN ONBESCHREVEN ZIJN!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;(mening en info academiejaar 2022-2023) Vak werd gegeven door Mia Hubert&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*Aanpak vak&lt;br /&gt;
**Vooral oefeningen op het examen, volg dus zeker de oefenzittingen!&lt;br /&gt;
*Kwaliteit cursus&lt;br /&gt;
**Staat op zich in wat er moet instaan&lt;br /&gt;
*Examenvragen&lt;br /&gt;
**Prof blijft zeggen dat de theorie vragen meerkeuze zijn (met verklaar, dus is sowieso al niet geweldig), maar bij ons was er ineens een hele open vraag, ik zou de theorie grotendeels negeren (gewoon genoeg weten voor de oefeningen) want dit staat sowieso maar op 4 punten en de vragen zijn ook enorm willekeurig naar mijn gevoel&lt;br /&gt;
**Oefeningen zijn op zich gelijkaardig aan de oefenzittingen, maar ik blijf er van overtuigd dat dit examen voor een groot deel geluk hebben is, dus zelfs als de oefeningen thuis niet lukken, zou ik gewoon proberen en misschien heb je geluk&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===23 januari 2026===&lt;br /&gt;
#Wanneer kloppen de volgende stellingen over de centrale limietstelling altijd, nooit, onder bepaalde voorwaarden en verklaar.&lt;br /&gt;
#Duidt voor elke van de 3 scatterplots aan in welk interval de Spearman correlatiecoëfficiënt en Pearson correlatiecoëfficiënt ligt en verklaar.&lt;br /&gt;
#Raf, de statisticus van de Lijn wil bepalen hoeveel bushalers er moeten blijven bij de bus van de campus naar het centrum, je krijgt een tabel met de aantal haltes (1-7) en de f(x) waarde van elk van deze haltes.&lt;br /&gt;
#*Teken de dichtheidsfunctie en verdelingsfunctie.         &lt;br /&gt;
#*Bereken hoeveel haltes er moeten blijven zodat hij 95% zeker is dat elke student naar huis geraakt.           &lt;br /&gt;
#*Stel de functie Z op, die aangeeft hoever de gemiddelde van de campus woont, als je weet dat elke bushalte gemiddeld 0,500 km van elkaar ligt en de woonplaats van een student gemiddeld 0.700 km van zijn eindhalte ligt.&lt;br /&gt;
#Een dokter wil testen of zijn twee bloeddrukmeters dezelfde gemiddelde waarden geven. Daarom meet hij bij 10 patiënten met beide toestellen hun bloeddruk. (Er is een tabel met al deze waarden per patiënt, maar er is ook een R-code waarde de gemiddelden, variantie en p-waarden al gegeven waren)&lt;br /&gt;
#*wat is de hypothese die je test&lt;br /&gt;
#*geeft te teststatistiek onder H0, en aan welke voorwaarden er voldaan moet zijn.&lt;br /&gt;
#*Wat is de betekenis van deze p-waarde.&lt;br /&gt;
#*Als je het significantieniveau veranderd, wat gebeurt er dan met je conclusie.&lt;br /&gt;
#*stel je zet de gegevens om van dl/mmol naar ml/mmol wat is dan de invloed om de p-waarde en de t-waarde&lt;br /&gt;
#Een bedrijf heeft een medicijn X ontwikkelt voor een sneller herstel na een knie operatie, ze moeten testen of het wel degelijk werkt. Ze hebben 160 patiënten verdeeld in 2 groepen, de ene groep krijgt het medicijn X terwijl de andere een placebo krijgt. Dit gebeurt met een significantie niveau van 99%. Er is een R-code gegeven waaruit je de verdeling snel, normaal en traag per groep kan zien en de chi²-waarde.&lt;br /&gt;
#*Vul het aantal vrijheidsgraden en de p-waarde in&lt;br /&gt;
#*Leg in woorden of in symbolen uit wat er juist getest wordt.&lt;br /&gt;
#*Bereken de p-waarde&lt;br /&gt;
#*Teken de grafiek en duidt de testwaarde en p-waarde aan.&lt;br /&gt;
#*Moet de hypothese verwerpen worden op dit significantieniveau.&lt;br /&gt;
#*Maak je mogelijks een type 1 of een type 2 fout.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===2 september 2025===&lt;br /&gt;
#van LN(0,1) wordt een genormaliseerd quantielplot gemaakt, je krijgt 4 opties en moet de juiste kiezen en uitleggen waarom deze juist is.&lt;br /&gt;
#wat zijn de voorwaarden voor lineaire regressie en hoe kan je deze checken&lt;br /&gt;
#er is een spel waar je 3 staafjes hebt en in je hand een hoeveelheid staafjes moet hebben (0-3), neem aan dat je als speler willekeurig de hoeveelheid kiest. Het doel van het spel is gokken hoeveel staafjes er in totaal gekozen zijn&lt;br /&gt;
#*wat is de verwachte waarde en de variantie van 1 speler. &lt;br /&gt;
#*je speelt met 3 dit spel, waarom is de kans dat er 4 staafjes worden gekozen 0.1875 (antw is omdat dit 2*3!*(1/4)^3 is)&lt;br /&gt;
#*wat is de kans dat de eerste persoon 3 staafjes heeft als je weet dat er in totaal 4 staafjes gekozen worden.&lt;br /&gt;
#Elon Musk heeft veel mensen ontslaan van Twitter. Je denkt dat dit te maken heeft met de lengte van de achternaam, je krijgt R-code van een X-squared, met lengte achternaam &amp;lt;5, 5-10, &amp;lt;10 karakters en hoeveel ontslagen en niet ontslagen uit een steekproef.&lt;br /&gt;
#*welke voorwaarden zijn er en is hieraan voldaan&lt;br /&gt;
#*wat is de hypothese die je test&lt;br /&gt;
#*geeft te teststatistiek onder H0  (is al uitgerekend door R dus enkel formule) geef ook de vrijheidsgraden&lt;br /&gt;
#*wat besluit je op het 1% significantieniveau, en wat besluit je dan&lt;br /&gt;
#*teken de p-waarde &lt;br /&gt;
#*stel je vraagt het aan 100x meer mensen en hebt dezelfde vondsten gwn met 00 achter. Heeft dit invloed op je besluit en op de berekening? leg uit&lt;br /&gt;
#Twee mensen denken dat na het inschaffen van een 9-euro-ticket voor Duitse treinen de mensen van Keulen 150km of meer, meer afleggen. Testen dit door 100 mensen aan de spreken op station. Je krijgt R-code over wat er gevonden werd. &lt;br /&gt;
#*welke hypotheses stel je op, doe dit met zoveel mogelijk symbolen &lt;br /&gt;
#*mag je de test uitvoeren. wat zijn de voorwaarden? (je kreeg boxplots van Km voor het ticket en na, en na-voor)&lt;br /&gt;
#*welke test ga je doen, schrijft de teststatistiek en verdeling onder H0&lt;br /&gt;
#*reken dit uit (je krijgt van R de &#039;mean&#039; en &#039;var&#039; van voor en na het ticket)&lt;br /&gt;
#*geef de p-waarde, zowel het percentage als geschatte waarde&lt;br /&gt;
#*wat beslis je op 5% significantieiveau&lt;br /&gt;
#*extra man geeft zijn mening met een interval, beslis op welk significantieniveau het bezig is. &lt;br /&gt;
#*is de man akkoord op respectievelijk significantieniveau met het koppel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 januari 2024===&lt;br /&gt;
#Meerkeuze vraag over verband lognormale verdeling, e^x, toevalsvariabele, X, normaal verdeling. Alle mogelijke oplossingen aanduiden + verklaar.&lt;br /&gt;
#*Als… normaal verdeeld is dan is… lognormaalverdeeld of omgekeerd&lt;br /&gt;
#*Verwachtingswaarde, mediaan etc.&lt;br /&gt;
#Meerkeuze vraag: gegeven= determinantenmatrix waaruit je de covariantie en de variantie uit kan halen. Gegeven zijn 4 scatterplots, welke scatterplot past het best bij de determinantenmatrix en verklaar.&lt;br /&gt;
#Vraag over kansen-&amp;gt; Regel van Bayes, wet van totale kans, complementaire regel. De vraag was iets in de aard van 24,2% van de jongeren haalt een onvoldoende voor wiskunde. 6% Van de kwart meest bevoorrechte jongeren haalt een onvoldoende, 42% van de kwart minst bevoorrechte jongeren haalt een voldoende. &lt;br /&gt;
#*Wat is de kans dat je bevoorrecht bent als je een voldoende haalt?&lt;br /&gt;
#*Wat is de kans dat de kwart minste of kwart meeste een voldoende haalt?&lt;br /&gt;
#Een pendelstudent heeft over 25 dagen vastgesteld dat zijn bus 10/25 te laat komt en zijn trein 6/25.  Kan hij hieruit besluiten de kans dat de bus te laat komt groter is dan dat de trein te laat komt? &lt;br /&gt;
#*Hypothese test uitvoeren&lt;br /&gt;
#*Type I of II fout? (+Waarom?)&lt;br /&gt;
#*Meerkeuze vraag&lt;br /&gt;
#*90% betrouwbaarheidsinterval opstellen en vergelijken of het overeenkomt met je besluit uit de hypothese test.&lt;br /&gt;
#Definitie van P-waarde &lt;br /&gt;
#Een winkelmedewerker merkt over 10 dagen op dat de klanten vriendelijk naar hem lachen terwijl hij de radijzen opruimt. Hebben de 2 een verband met elkaar? (De gegevens waren iets anders maar het was iets in die aard)&lt;br /&gt;
#*Hypothese test uitvoeren (R-output is gegeven, je kan rho daaruithalen en de voorwaarde voor de normale verdeling (Shapiro-Wilk test))&lt;br /&gt;
#*Type I of II fout? (+Waarom?)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 januari 2023===&lt;br /&gt;
# Meerkeuze: geg: 4 grafieken, welke is een genormaliseerd kwantielplot? (+ Waarom?)&lt;br /&gt;
# Staafspel: 3 spelers met elk 3 stokken, ieder houdt x/3 stokken achter zn rug, dan proberen ze te raden hvl stokken er in totaal achter iedereen zn rug zijn&lt;br /&gt;
## Kans 4 stokken in totaal?&lt;br /&gt;
## Kans 3 stokken bij 1 persoon als je weet dat er 4 in totaal zijn?&lt;br /&gt;
# Twee R-vragen: R data gegeven, geef hypothese en voorwaarden voor die hypothese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2022===&lt;br /&gt;
# enkele meerkeuzevragen, hierbij verklaren waarom je dit antwoord hebt gekozen.&lt;br /&gt;
# onbekende µ vinden, bij normale verdeling van gewichten van studenten. Daarbij subvraag over juiste R-code kiezen om een binomiale verdeling te doen.&lt;br /&gt;
# hypothesetest met 1 groep. over berekenen gemiddelde kost kerstdiner. Enkele gegevens gegeven via R-code.&lt;br /&gt;
# hypothesetest met 2 groepen (chi-kwadraattest). Bepaalde gegevens gegeven met R-code. Hierbij vragen beantwoorden, ontbrekende waarden invullen. weinig rekenwerk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
https://p.cygnus.cc.kuleuven.be/bbcswebdav/pid-35776108-dt-content-rid-337499823_2/courses/B-KUL-G0N11a-2223/20220128_modeloplossing.pdf&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2022 VM===&lt;br /&gt;
# 2 Meerkeuzevragen met meerdere mogelijke antwoorden. 1 over bivariate normale verdeling en 1 over een betrouwbaarheidsinterval. Keuze uitleggen.&lt;br /&gt;
# 80% van de fietsers in Leuven zonder werkend achterlicht draagt geen helm. 15% van de fietsers waarbij het achterlicht wel werkt, draagt een helm. 95% van de fietsers die een helm dragen hebben een werkend achterlicht.&lt;br /&gt;
#* Toon aan dat de kans dat het achterlicht van een willekeurige fietser in Leuven werkt 96,2% is.&lt;br /&gt;
#* Wat is de kans dat een fietser in Leuven een helm draagt?&lt;br /&gt;
#* Is de kans op een werkend achterlicht afhankelijk van de kans dat een fietser een helm draagt?&lt;br /&gt;
# Een luchtvaartmaatschappij publiceerde in een rapport dat 83% van zijn reizigers de luchtvaartmaatschappij aanraadt aan hun vrienden. Een kritisch persoon denkt dat dit een overschatting is en doet een steekproef. 160 van de 200 bevraagde mensen zeggen dat ze de luchtvaartmaatschappij aanraden aan hun vrienden. Ga na met een hypothesetest:&lt;br /&gt;
#* Wat zijn de hypotheses?&lt;br /&gt;
#* Ga na of de voorwaarden voldaan zijn en wat dit betekent.&lt;br /&gt;
#* Geef de teststatistiek en de testwaarde.&lt;br /&gt;
#* Bepaal de P-waarde en schrijf deze in symbolen en in waarde. Duid de P-waarde aan op een grafiek en leg uit wat een P-waarde is.&lt;br /&gt;
#* Geef zo volledig mogelijk het besluit op significantieniveau alfa=1% en leg uit wat dit betekent voor deze steekproef.&lt;br /&gt;
#* Welke fout maak je mogelijks? Leg uit wat dit betekent voor deze steekproef.&lt;br /&gt;
# Gegeven R-output over een steekproef over de hoofdlengte en de totale lengte van een buideldier.&lt;br /&gt;
#* Leg uit hoe je de totale lengte van een buideldier kan schatten als je de hoofdlengte weet.&lt;br /&gt;
#* Vul waarden (a), (b) en (c) aan. (ANOVA tabel in R-code)&lt;br /&gt;
#* Is het gebruikte model zinvol? Ga dit na met een hypothesetest en ga ervan uit dat aan alle voorwaarden is voldaan.&lt;br /&gt;
#* Een hoofdlengte is gegeven, wat is de verwachte waarde van de totale lengte van dit buideldier? Geef het betrouwbaarheidsinterval voor deze specifieke hoofdlengte.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2021 NM===&lt;br /&gt;
#1) (Op 9 ptn) Gegeven is een tabel met 2 primaat groepen (controle &amp;amp; een groep die behandeling onderging) met de percentages herkenning van een object op kort &amp;amp; lange termijn geheugen. Alles op significantieniveau 0,05 bewijzen en varianties gelijk.&lt;br /&gt;
#*1. Is de gemiddelde som van precentage herkenning op korte termijn bij behandelde groep significant kleiner dan die van de controle? a) Geef weer in grafiek. b) Stel hypotheses op en verklaar symbolen. c) T-verdeling en voorwaarden. d) Teststatistiek, P-waarde &amp;amp; schets de grafiek. e) Conclusie &lt;br /&gt;
#*2. Is er een lineair verband tussen de herkenning op korte &amp;amp; lange termijn bij behandelde groep. Dezelfde deelvragen (b tot e).&lt;br /&gt;
#2) (Op 4 ptn) R output gegeven.&lt;br /&gt;
#*a) Welk regressiemodel wordt er gebruikt en wat zijn de schattingen van de parameters uit het model?&lt;br /&gt;
#*b) Welke modelveronderstellingen worden er gemaakt? Ga na of deze voldaan zijn.&lt;br /&gt;
#*c) Vul de ontbrekende waarden (1) t.e.m. (3). &#039;&#039;Deze waren: teststatistiek bij B, MSE &amp;amp; F.&#039;&#039;&lt;br /&gt;
#*d) e_22/s_e berekenen.&lt;br /&gt;
#3) (Op 4 ptn) Enkele kansen gegeven.&lt;br /&gt;
#*a) Voorwaardelijke kans berekenen.&lt;br /&gt;
#4) (Op 4 ptn) Exponentiële verdeling met Sn = T1+T2+T3+...+Tn &lt;br /&gt;
#*a) Als n=100 lamdba=1/5 a=600. Wat is P(Sn &amp;gt; 600)?&lt;br /&gt;
#*b) Wat is de mediaan met dezelfde gegevens als a.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 januari 2020 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#*A) Bewijs E(1/n * sommatieteken (xi + xgem)^2 = (n/n+1)* σ^2&lt;br /&gt;
#*B) toevalsvariabele X exponentieel verdeeld met parameter 4 en toevalsvariabele Y is normaal verdeeld met gemiddelde -5 en standaardafwijking 2. De toevalsvariabelen zijn onafhankelijk. Bereken E(2X-3Y) en Var(2X-3Y)&lt;br /&gt;
#Je hebt een groep mails. Gegeven: kans spam, kans mail bevat &#039;dringend&#039; wanneer spam, kans mail bevat &#039;dringend&#039; wanneer geen spam, kans mail bevat &#039;dit is geen spam&#039; wanneer spam, kans mail bevat &#039;dit is geen spam&#039; wanneer geen spam, kans mail bevat &#039;garantie&#039; wanneer spam, kans mail bevat &#039;garantie wanneer geen spam. Ook gegeven: kans mail bevat garantie én dringend wanneer spam en kans mail bevat garantie én dringend wanneer geen spam. &lt;br /&gt;
#*Schrijf alle kansen in symbolen&lt;br /&gt;
#*Wat is de kans dat je mail spam is als &#039;dit is geen spam&#039; in je mail voorkomt.&lt;br /&gt;
#*Bereken de kans dat het &#039;garantie&#039; alleen in een mail voorkomt (zonder het derde woord en zonder &#039;geen spam&#039;).&lt;br /&gt;
#*Kans mail spam wanneer gegeven &#039;dringend&#039; en geen &#039;garantie&#039;&lt;br /&gt;
#Gegeven X aantal examens moeten afleggen voor behalen rijbewijs (1,2,3 of 4) en Y aantal uren les gevolgd (5,10,15 of 20).&lt;br /&gt;
#*Geef de marginale kansdichtheden&lt;br /&gt;
#*Kans dat men slaagt voor de eerste keer bij 5 uur les gevolgd en bij 15 uur les gevolgd&lt;br /&gt;
#*Welk pakket moet men kiezen om zeker voor de eerste keer te slagen&lt;br /&gt;
#*Bereken Cov(X,Y) en zijn de toevalsvariabelen afhankelijk? Verklaar&lt;br /&gt;
#Rookmelders verpakt in pakketten van 4. Kans rookmelder kapot is 0,01.&lt;br /&gt;
#*Toon aan dat kans pakket wordt teruggebracht 0,039 is.&lt;br /&gt;
#*Wat is de kans dat men 6 pakketten koopt en er exact 1 moet terugbrengen?&lt;br /&gt;
#*Wat is de kans dat men maximaal 20% van de pakketten moet terugbrengen als men er 130 koopt?&lt;br /&gt;
#Proportietest. Zelf P-waarde kunnen aanduiden op de normaal-curve. Het betrouwbaarheidsinterval uitrekenen.&lt;br /&gt;
#Waardes aflezen uit een R-script (bv. gemiddelde, ...) van een F-test. Vanuit deze waardes testen of de gemiddeldes van de 2 groepen gelijk zijn.&lt;br /&gt;
#Gegeven anova-tabel aanvullen (zie oefenzitting)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2019===&lt;br /&gt;
#Bewijs dat S² een onvertekende schatter is van sigma².&lt;br /&gt;
#*Betekend dit dat S ook een overtekende schatter is van sigma? Verklaar kort.&lt;br /&gt;
#Oefening over bivariate variabelen, oa. covariantie berekenen en zeggen of X en Y onafhankelijk zijn + verklaar.&lt;br /&gt;
#Een deel van het Lam gods was gestolen vroeger en enkele jaren geleden is het teruggevonden. De kans dat het om een authentiek deel gaat is 70%. 2 experts bekijken dit om na te gaan of het om een authentiek deel gaat of niet. De 1ste expert is correct in 80% van de gevallen en de 2de expert in 90% van de gevallen.&lt;br /&gt;
#*Wat is de kans dat de 1ste expert zegt dat het om een authentiek deel gaat en de 2de expert zegt dat het om een vals deel gaat.&lt;br /&gt;
#*Wat is de kans dat het schilderij echt is als de 1ste expert zegt dat het om een authentiek deel gaat en de 2de expert zegt dat het om een vals deel gaat.&lt;br /&gt;
#Een bepaald soort hond wordt geboren in 1 kleur maar tegen dat het volwassen is, heeft het witte vlekken gekregen. 98% van de volwassen honden hebben een witte punt aan hun staart. Er zijn net 12 pups geboren.&lt;br /&gt;
#*Wat is de kans dat hoogstens 10 van de 12 pups, later een witte punt aan hun staart gaan hebben?&lt;br /&gt;
#*Als er 1300 pups geboren worden, wat is de kans dat minstens 1280 pups later een witte punt aan hun staart krijgen?&lt;br /&gt;
#Het koopgedrag is onderzocht tijdens de feestperiode. Er is een gemiddelde en standaarddeviatie gegeven. Kan men besluiten, met een hypothesetest, of het gemiddelde uitgegeven bedrag minder dan 50 euro is.&lt;br /&gt;
#Nog iets...&lt;br /&gt;
#Anova script gegeven, zoals in de oefeningen de lege plaatsen opvullen. Regressievergelijking opstellen, hypothesetest of een regressie zinvol is. R² berekenen. Aantonen met een hypothesetest of er een monotoon verband is tussen X en Y.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 JANUARI 2018===&lt;br /&gt;
#* Bewijs de geheugenloosheid van de exponentiële verdeling.&lt;br /&gt;
#* Bewijs E[k(x)l(y)] waarbij x en y onafhankelijk en continu zijn.&lt;br /&gt;
#* Bereken E[(x)(y^2)] waarbij x exponentieel verdeeld is met verwachte waarde 0.5 en y~N&lt;br /&gt;
# De kans dat Anke naar statestiek gaat is 0.8 en de kans dat Bruno naar statestiek gaat is 0.6.&lt;br /&gt;
#* Bereken de kans dat minstens 1 van de 2 naar statestiek gaat wanneer deze variabelen onafhankelijk zijn.&lt;br /&gt;
#* De veriabelen zijn toch afhankelijk. De kans dat Anke aanwezig is en Bruno niet is 0.65. Bereken de kans dat Anke niet aanwezig is als gegeven dat Bruno aanwezig is.&lt;br /&gt;
#* Er zijn dubbel zoveel hoorcolleges dan oefenzittingen. Wat is de kans dat je willekeurig naar statestiek gaat en dit een hoorcollege is?&lt;br /&gt;
#* Bruno gaat naar elke oefenzitting. Wat is de kans dat hij aanwezig is tijdens een hoorcollege?&lt;br /&gt;
# Y-X is bivariaat normaal verdeeld met X de lengte van vrouwen in cm en Y de lengte van mannen in cm. Het gemiddelde van X is 165 en van Y is 175. Ze hebben beiden een variantie van 4 en de covariantie is 8.&lt;br /&gt;
#* Welke verdeling is dit? Bereken het gemiddelde en de variantie van de verschilfunctie.&lt;br /&gt;
#* Bereken de kans dat in een willekeurig koppel de vrouw groter is dan de man.&lt;br /&gt;
#* Bereken de kans dat in een willekeurig koppel de man en de vrouw groter zijn 170 cm.&lt;br /&gt;
# Een experiment wordt een 27 keer herhaald. Er is een gemiddelde en een standaardafwijking gegeven. &lt;br /&gt;
#* Bereken het betrouwbaarheidsinterval met alfa=0.05 en welke voorwaarden gelden er?&lt;br /&gt;
#* Bereken het betrouwbaarheidsinterval in het geval de standaardafwijking onbekend is en leg uit of dit breder wordt.&lt;br /&gt;
#* Bereken het betrouwbaarheidsinterval met alfa=0.01.&lt;br /&gt;
#* Hoevaak moet het experiment herhaald worden om een maximale foutenmarge van 0.001 te bekomen?&lt;br /&gt;
# 20 Cavia&#039;s krijgen 0.5 mg Calcium toegevoegd en 20 andere cavia&#039;s krijgen 2 mg Calcium toegediend.&lt;br /&gt;
#* Test of de hoeveelheid Calcium een invloed heeft op de lengte van de tanden waarvoor een gemiddelde en variantie voor beiden groepen gegeven is. Hier moet een volldedige hypothesetest uitgevoerd worden. &lt;br /&gt;
# Een examen bestaat uit 10 meerkeuzenvragen met 3 opties waarvan er telkens 1 juist is.&lt;br /&gt;
#* Wanneer je elke vraag gokt is de kans om te slagen gelijk aan 0.2131, toon dit aan.&lt;br /&gt;
#* Bepaal deze kans ook benaderend met een discrete verdeling en verklaar of dit een goede benadering is.&lt;br /&gt;
#* 200 studenten gokken bij elke vraag. Bereken de kans dat er strikt meer dan 50 geslaagd zijn.&lt;br /&gt;
# Er is een ANOVA-script gegeven.&lt;br /&gt;
#* Bepaal de regressierechte. Voor alfa was de t-waarde en de standaard fout gegeven. Voor beta niet, dit moest volgens mij met het gemiddelde van x en y die wel gegeven waren.&lt;br /&gt;
#* Test of dit een zinvolle regressierechte is met berekening teststatistiek, P-waarde en besluit.&lt;br /&gt;
#* R^2 berekenen en uitleggen.&lt;br /&gt;
#* Y berekenen met x=90.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JANUARI 2017===&lt;br /&gt;
# eerste vraag waren 4 juist/fout vragen &lt;br /&gt;
#* als X en Y normaal verdeeld zijn, is de som dan altijd normaal verdeeld&lt;br /&gt;
#* iets me benadering van steekproefgem en populatiegem&lt;br /&gt;
#* iets me E(X) of da bij toevalsvariabele gelijk is aan het gem &lt;br /&gt;
#* ... weet ik ni meer exact, ge moet gewoon juist of fout aanduiden, ni uitleggen&lt;br /&gt;
# tweede vraag waren twee bewijzen (me Var(a+bX+cY) en E(a+bX+cY) en dan altijd zo bijvragen van a-e zo Var en E uitrekenen en mediaan berekenen, cumulatieve frequentie tekenen.. en dan iets me X+Y en kansen daarvan berekenen beetje vaag haha&lt;br /&gt;
# dan twee vragen op kansen ook met altijd zo deelvraagjes, eerste was over dat er verschillende sets van 20 stuks zijn en ge ga na hoeveel defecte er zijn, ge hebt enkele gegevens gegeven vb. Kans op geen defecte elementen in uw set van 20 is 70%, kans op juist 1 defect element is 20% enz. Daar dan allemaal kans vragen op, vb. Wat is de kans da als ge willekeurig een lot van 20 neemt, en ge weet da er exact 1 defect is, wa is dan de kans da als ge er twee willekeurige uitneemt da die ni defect zijn enzovoort.. &lt;br /&gt;
# Dan een kansoefening met een kind da 10 keer me een dobbelsteen mag gooien en elke keer als die 6 gooit krijgt die een cadeau, wa is dan de kans da die meer als 3 cadeaus krijgt enzovoort, welke kansverdeling is da en bereken ook benaderend en zo van die deelvragen, ook nog als ze die traditie 35 jaar zouden doen en die jongen mag elke keer gooien op zijn bday wa is dan de kans da die meer dan 55 cadeaus krijgt&lt;br /&gt;
# en dan nog twee hypothesetesten waarvan ene met R output. De ene vraag was over herseninhoud, ze willen zien of de herseninhoud van een 75 jarige persoon gekropen is tov een 25 jarige persoon, ge hebt dan een lijst gekregen me gegevens en een R output waarin t waarde, P waarde, df ontbreken en aan de hand van die output moet ge dan dingen berekenen mbv hypothesetesten, ook output van een betrouwbaarheidsinterval en da interpreteren. De andere ging over het feit da er ooit gezegd is geweest da er dobbelstenen bestaan die &amp;quot;niet gelijk&amp;quot; zijn dus die ni eerlijk zijn, ge krijg een tabel me kansen en moet dan hypothesetesten uitvoeren om te zien of die dobbesltaan vervalst was of ni, weer Teststatistiek opstellen, testwaarde berekenen, interpreteren... en dan een tabel me ietske andere waardes van die dobbelstaan me de vraag of die P waarde dan hetzelfde blijft&lt;br /&gt;
# en nog een oefening over laatste hoofdstuk met die lineaire regressie ook me allemaal deelvraagjes ; de lineaire regressie opstellen en dan s^2 uitrekenen, ge hebt sx sy sxy enzo gegeven, en dan moet ge daar hypothese en teststatistiek ook doen dacht ik (bij elke hypothesetest vraagt ze teststatistiek, testwaarde , P waarde interpreteren etc) en dan geeft ze ook nog een R^2 waarde die ge moet interpreteren..&lt;br /&gt;
Ik denk da het zoiets ongeveer was haha, en ge had 3u30min tijd :)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Juist/fout, Var(bx)=b²Var(x) aantonen&lt;br /&gt;
#rekenen met kansen&lt;br /&gt;
#Exponentiele verdeling, laptop heeft een gemiddelde leeftijd van 4 jaar, geef verdelingsfunctie, bepaal kans dat laptop langer leeft...&lt;br /&gt;
#Hypothesetesten&lt;br /&gt;
#R script van ANOVA tabel, ontbrekende waardes aanvullen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 januari 2015===&lt;br /&gt;
#Beschouw twee toevalsvariabele X en Y = g(X) met g een monotone functie dan is:&lt;br /&gt;
##E(Y) = g (E (X)) ?&lt;br /&gt;
##Med(Y) = g ( Med (X)) ?&lt;br /&gt;
##Med(Y) = g( E (X))Â ?&lt;br /&gt;
##IQR (Y) = g (IQR (X)) ?&lt;br /&gt;
#In Vlaanderen verspreid de groothandel 2000 porties everzwijnsvlees over 15 restaurants. Neem aan dat exact 11 porties hiervan besmet zijn met een virus. In leuven leverde de groothandel 250 (onafh.) porties vlees:&lt;br /&gt;
##hoeveel besmette porties vlees verwacht men in Leuven?&lt;br /&gt;
##Hoe groot is de kans dat minstens 2 porties vlees in Leuven besmet zijn met het virus?&lt;br /&gt;
###Bereken deze kans exact&lt;br /&gt;
###Bereken een benadering van deze kans&lt;br /&gt;
###Is de benaderde kans die je vond een goede benadering voor de kans die je vond? Waarom wel/niet?&lt;br /&gt;
#Mannelijke radiologen worden blootgesteld aan straling. Onderzoekers beweren dat deze frequente blootstelling de kans op mannelijke nakomelingen zou beÃ¯nvloeden. Uit een studie van 31 radiologen, bleek dat 30 van de 87 nakomelingen mannen waren. Kan je op basis van deze studie besluiten dat een frequente blootstelling aan straling een significante invloed heeft op de kans op mannelijke nakomelingen voor een man? Î± = 0.05, normale omstandigheden de kans op mannelijke omstandigheden 50% bedraagt.&lt;br /&gt;
##Formuleer een geschikte H0 en H1 op deze vraag&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek, de (benaderde) verdeling ervan onder H0 en de testwaarde voor deze steekproef.&lt;br /&gt;
##Bereken de (benaderde) P-waarde. Geef de formule en de waarde ervan in deze steekproef.&lt;br /&gt;
##Formuleer een zo volledig mogelijk besluit op basis van de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Bepaal ook het 98% BI voor de kans op mannelijke nakomelingen. Wat besluit je?&lt;br /&gt;
##Wat is de betekenis van een type 2 fout bij deze hypothese test in deze situatie?&lt;br /&gt;
##R-script gegeven met ontbrekende gegevens. Deze worden gevraagd + andere vraagjes&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 januari 2016 (VM)===&lt;br /&gt;
Hier missen nog bijna gegarandeerd enkele deelvraagjes, dus als je dit examen ook gemaakt hebt (en je weet er nog iets van), vul dan aan a.u.b.&lt;br /&gt;
#Enkele vragen i.v.m. verdelingen, hun kenmerken, proporties en kansen.&lt;br /&gt;
#Zij (X, Y) een bivariate normaalverdeling met mu = (2, 2) en sigma = ((1, 0.4), (0.4, 1)). Is dan Var(2X - Y) = 3.4?&lt;br /&gt;
#Zij X een continu verdeelde variabele met frequentie f(x). Zij a en b reÃ«ele getallen, bewijs dan dat:   E(a + bX) = a + b*E(X)  en Var(a + bX) = b^2 * E(X)&lt;br /&gt;
#We hebben thuis een alarm geÃ¯nstalleerd. Bij inbraak gaat het met 96% zekerheid af, maar op andere nachten is er ook een kans van 0.3% dat het afgaat vanwege storingen. In onze buurt is er een kans van 3% dat er op een gegeven nacht in een gegeven huis wordt ingebroken. Vannacht gaat het alarm af, hoe groot is de kans dat er werkelijk een inbraak is?&lt;br /&gt;
#Gegeven: een 2x3 relatieve frequentietabel. Aan de ene kant: mannen en vrouwen, aan de andere kant of de groep een slecht, middelmatig of goed oriÃ«ntatievermogen heeft. Rij van de mannen = (1/10, 1/20, 1/2), rij van de vrouwen = (1/5, 1/10, 1/20). Waar of fout:&lt;br /&gt;
##De kans dat een willekeurige vrouw een goed oriÃ«ntatievermogen heeft is 1/7.&lt;br /&gt;
##De verwachte waarde voor mannen en vrouwen zijn gelijk.&lt;br /&gt;
#Gegeven: de gemiddelde Belgische vrouw heeft een lengte van 168.1cm, met een standaardafwijking van 5.3cm.&lt;br /&gt;
##Clara is 180.3cm groot. Hoeveel percent van de Belgische vrouwen is kleiner dan Clara?&lt;br /&gt;
##Stella is kleiner dan 95% van de Belgische vrouwen. Wat is haar maximale hoogte?&lt;br /&gt;
##Hier aan de faculteit zijn er 354 vrouwen. Hoe groot is de kans dat exact twee vrouwen kleiner zijn dan haar (neem hiervoor Stellas maximale mogelijke lengte). Bereken deze exact.&lt;br /&gt;
##Bereken de kans op benaderende wijze. Is dit een goede benadering?&lt;br /&gt;
#Gegeven: de uitslagen van de verkiezingen van mei 2014 en een peiling van 2013. Beiden zijn lijsten van zeven partijen en &amp;amp;quot;Overige&amp;amp;quot;, elk met een corresponderend percentage. Bepaal op significantieniveau 0.05 of deze peiling de verkiezingsresultaten kan voorstellen.&lt;br /&gt;
##Kies gepaste hypothesen voor je test uit te voeren.&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek, verdeling en testwaarde van je test.&lt;br /&gt;
##Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Vorm een besluit.&lt;br /&gt;
#In een fabriek worden er dagelijks 5000 dozen pralines geproduceerd. Elke doos beweert 250g te wegen. Een nieuwe kwaliteitscontroleur (&amp;amp;quot;een jonge snaak&amp;amp;quot; zoals zij het verwoordden) neemt op een dag lukraak 20 dozen uit de productie voor inspectie. Het gemiddelde van deze steekproef is 243.7g met een variantie van 6.91 g^2. Test op significantieniveau 0.05 of de fabriek systematisch te lichte dozen maakt.&lt;br /&gt;
#Kies gepaste hypothesen voor je test uit te voeren.&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek, verdeling en testwaarde van je test.&lt;br /&gt;
##Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Vorm een besluit.&lt;br /&gt;
#Geef het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde van de dagproductie. Geef de definitie van het 95%- betrouwbaarheidsinterval en leg uit wat dit concreet betekent in deze situatie.&lt;br /&gt;
#Leg uit wat een type-I en type-II fout concreet betekenen in deze situatie.&lt;br /&gt;
#Gegeven: output van summary en anova in R.&lt;br /&gt;
##Vul aan: SSM, MSM, MSE, F-waarde, P(F &amp;amp;gt; f) en voor de slope: t-waarde en P(T &amp;amp;gt; t).&lt;br /&gt;
##Voer een hypothesetest uit omtrent H0: alfa = 0 versus H1: alfaÂ != 0&lt;br /&gt;
##Geef de regressierechte.&lt;br /&gt;
##Geef R^2 en leg uit wat deze waarde betekent.&lt;br /&gt;
===26 Januari 2015 (nieuwe prof?) ===&lt;br /&gt;
#Duid aan welke stellingen kloppen en verantwoord: Van een kwantielplot kan je aflezen of:&lt;br /&gt;
##2 variabelen afhankelijk zij van elkaar.&lt;br /&gt;
##er een lineair verband is tussen 2 variabelen&lt;br /&gt;
##een variabale uit een bepaalde verdeling komt&lt;br /&gt;
##2 variabelen bivariaat normaal verdeeld zijn&lt;br /&gt;
#Duid aan welke stellingen kloppen en verantwoord: Indien (X,Y) bivariaatnormaal verdeelde toevalsvariabelen met populatiecorrelatiecoÃ«fficiÃ«nt p en:&lt;br /&gt;
##H0: p=0 vs H1:p=/=0&lt;br /&gt;
##Een p-waarde &amp;amp;lt;alfa oplevert kan je op significantieniveau alfa:&lt;br /&gt;
##besluiten dat er een lineair verband is tussen X en Y, mogelijks monitoon&lt;br /&gt;
##besluiten dat er een monotoon verband is tussen X en Y&lt;br /&gt;
##niet verwerpen dat er een lineair verband is tussen X en Y, mogelijks lieair&lt;br /&gt;
##niet verwerpen dat er een monotoon verband tussen X en Y.&lt;br /&gt;
#Levensduur van een laptop is exponentieel verdeeld. Verwacht wordt dat een laptop 3 jaar meegaat. Kans dat een laptop langers dan 3jaar meegaat voor een voorzichtige student is 55%, voor een slordige student is dit 30%.&lt;br /&gt;
##Toon aan dat de kans dat een laptop langer als 3jaar meegaat, zonder rekening te houden met voorzichtigheid = 36.79%&lt;br /&gt;
##HoeveelÂ % van de studenten is slordig?&lt;br /&gt;
##Jan heeft 3 jaar zijn laptop, wat is de kans dat hij er voorzichtig mee omgaat?&lt;br /&gt;
#Het aantal vogels dat voederplaatsen bezoekt wordt verwacht op 35 door Natuurpunt. Dit jaar werden in 100 tuinen gemiddeld 41 vogels per tuin waargenomen met een standaarddeviatie van 24. Is het gemiddeld aantal vogels per tuin dit jaar groter dan verwacht door Natuurpunt?&lt;br /&gt;
##H0 en H1?&lt;br /&gt;
##Welke teststatistiek gebruik je? Wat is de verdeling ervan onder H0?&lt;br /&gt;
##Welke veronderstellingen maak je om deze test te mogen uitvoeren?&lt;br /&gt;
##Bereken de testwaarde&lt;br /&gt;
##Bereken de (benaderende) p-waarde, geef de formule en de (benaderende) waarde ervan.in deze steekproef.&lt;br /&gt;
##Maak een schets en duid er de testwaarde en p-waarde op aan.&lt;br /&gt;
##Wat besluit je op basis van de p-waarde?&lt;br /&gt;
##Maak je hierbij mogelijk een type I of type II fout?&lt;br /&gt;
#De ontkieming van zaden werd onderzocht bij licht en schemerdonker. 86 van de 100 zaden ontkiemden bij licht, 60 van de 80 zaden ontkiemden bij schemerdonker. 4.1 Onderzoek als er meer zaden ontkiemen bij licht dan schemerdonker, formuleer besluit op significantieniveau 0.05.&lt;br /&gt;
##H0 en H1?&lt;br /&gt;
##Teststatistiek, benaderende verdeling onder H0 en testwaarde&lt;br /&gt;
##p-waarde? Geef uitdrukking met kans als de (benaderende) waarde.&lt;br /&gt;
##Formuleer een zo volledig mogelijk besluit.&lt;br /&gt;
#Stel een 80% betrouwbaarheidsinterval op voor de proportie van zaden die bij licht ontkiemen.&lt;br /&gt;
##Wat is de betekenis van dit betrouwbaarheidsinterval?&lt;br /&gt;
##Vraagjes met R-output (gegevens van ANOVA kunnen berekenen, RÂ² kunnen geven + betekenis,...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 januari 2014===&lt;br /&gt;
#Juist of fout. Leg uit en indien nodig verbeter.&lt;br /&gt;
#een exp (Î») met Î»&amp;amp;gt;0 geeftÂ Î£xi ~ N(n/Î» , n/Î»Â²)&lt;br /&gt;
#als X en Y normaal verdeeld zijn, dan is X - Y eveneens normaal verdeeld&lt;br /&gt;
#(weet ik niet meer)&lt;br /&gt;
#een symmetrische histogram is een grafische voorstelling van normaal verdeelde resultaten.&lt;br /&gt;
#Een kansberekeningsvraag: in een winkel geven klanten gemiddeld 70euro uit met een standaardeviatie van 20euro.&lt;br /&gt;
#Wat is de kans dat iemand in de winkel meer dan 40euro uitgeeft?&lt;br /&gt;
#Er staan 10 klanten in de rij aan te schuiven van de kassa. Wat is de kans dat 3 klanten minder dan 40euro uitgeven?&lt;br /&gt;
#Er staan nu 100 klanten in de rij van de kassa aan te schuiven. Wat is de kans dat minstens 30 klanten minder dan 40euro uitgeven?&lt;br /&gt;
#Betrouwbaarheidsinterval vraag:Er wordt een onderzoek gedaan naar de voorkeur van lezers, welke soort drager (papier, e-book, ...) zij verkiezen om te lezen. Er werden 1000 mensen ondervraagd, waarvan 93% zei dat ze het liefst papier als drager gebruiken om te lezen. 62% leest een krant het liefste met papier als drager. 8 op 10 zegt dat ze boeken het liefst lezen als papier de drager is.&lt;br /&gt;
#Zoek het 95% BI voor de mensen die het liefste lezen met papier als dragen&lt;br /&gt;
#Zoek het 99% BI voor de mensen die kranten het liefste lezen met papier als drager.&lt;br /&gt;
#Leg de betekenis van het laatste BI zo grondig mogelijk uit.&lt;br /&gt;
#Hypothesevraag met Î±= 0,05:Een schoenenverkoopster beweert dat vrouwen met een kleine schoenmaat schoenen kopen waarvan de hak gemiddeld hoger is dan de hak van vrouwen met een grote schoenmaat. De schoenverkoopster schrijft van 70 vrouwen die elk 1 paar schoenen kopen, de schoenmaat en de haklengte op. De schoenmaten worden onderverdeeld in kleine en grote schoenmaten. 31 vrouwen met kleine schoenmaat kopen schoenen met een gemiddelde haklengte van 4,39cm met een standaardvariantie van 3,14cmÂ² en 39 vrouwen met grote schoenmaat kopen schoenen met een gemiddelde haklengte van 3,45cm en een standaardvariantie van 5,16cmÂ².&lt;br /&gt;
##Stel een goede H0 en H1 op&lt;br /&gt;
##Welke veronderstellingen maak je en hoe kom je hieraan?&lt;br /&gt;
##Geeft de correcte test-statistiek&lt;br /&gt;
##Zoek de P-waarde&lt;br /&gt;
##Concludeer je resultaten en formuleer een goed antwoord.&lt;br /&gt;
##Welke fout wordt hier gemaakt, type I of type II en waarom?&lt;br /&gt;
#Hypothesevraag met Î±= 0,05: Tijdens de solden wordt een onderzoekbureau belast met de taak om te onderzoeken of er een verband bestaat tussen de gemiddelde kortingspercentages die worden gegeven door de winkels en het aantal dagen dat de solden al bezig zijn (van 3 januari tot 31 januari).(hier worden een aantal R - scripten en resultaten en grafieken van een aantal test gegeven: Pearson en Shapiro-Wilk test dacht ik. Er zijn 4 scripten gegeven: deze van de gemiddelde kortingspercanteges, van de aantal dagen dat de solden al bezig zijn, eentje waarin de 2 vorige gecombineerd zijn in een Pearson correlatie test en eentje waar ze gecombineerd zijn in een Shapiro - Wilk test)&lt;br /&gt;
##Vul de R-scripten aan door de juiste waarde in te vullen bij a) en b) (==&amp;amp;gt; a) was een getal bij df en b) was het getal bij p-value)&lt;br /&gt;
##Stel een goede H0 en H1 hypothese op&lt;br /&gt;
##Welke test statistiek gebruik je?&lt;br /&gt;
##Zoek de p-waarde aan de hand van de gegeven R-scripten&lt;br /&gt;
##Concludeer je resultaten en formuleer een goed antwoord.&lt;br /&gt;
===17 Januari 2014===&lt;br /&gt;
#Juist of fout. Leg uit en indien nodig verbeter.&lt;br /&gt;
##Als je 2 steekproeven hebt met dezelfde grote n en een gemiddelde kans p. Dan is het betrouwbaarheidsinterval van 90% het breedste bij de steekproef met de grootste p.&lt;br /&gt;
##Je hebt twee continue, afhankelijke toevalsvariabe X en Y met f(x,y) de gezamelijke dichtheid en f(x) en f(y) de marginale dichtheid voor respectievelijk X en Y. Dan geldt f(x,y) =/ f(x)f(y) voor elke mogelijke (x,y). (=/ staat voor: is niet gelijk aan)&lt;br /&gt;
##Als de whiskers van een boxplot ongeveer even groot zijn, dan is de variabele normaal verdeeld&lt;br /&gt;
##Je hebt kansmodel Exp(2). dan is P(x&amp;amp;gt;7|x&amp;amp;gt;3) = P(x&amp;amp;gt;4)&lt;br /&gt;
#Er werdt een onderzoek gedaan bij 3400 bestuurders die betrokken zijn geweest bij een ongeval. Van deze bestuurders waren 26.7% onder invloed van drugs enÂ  29.1% hadden overmatig alchol gebruikt. Men wil nagaan hoe correct de alcohol en drugtest zijn. Als je weet dan 65% positief test als ze drugs gebruikt hebbenÂ  en 80% test positief als ze overmatig alcohol gebruik. Je weet ook dat 40% negatief test en geen alchol en drugs gbruikt heeft. We nemen aan dat het samen gebruiken van alchol en drugs niet voor komt.&lt;br /&gt;
##Toon aan dat de kans dat men positief test gelijk is aan 44.8%&lt;br /&gt;
##Wat is de kans dat iemand die positief test drugs heeft gebruikt?&lt;br /&gt;
##Wat is de kans dat iemand niets gebruikt heeft indien die negatief test?&lt;br /&gt;
#Er werd een onderzoek uitgevoerd bij 5 cafÃ©gangers. Ze kregen elk 2 pijlen. De eerste keer mochten ze smijten met hun voorkeurs hand, de tweede keer moesten ze smijten met de andere hand. (Gegeven een tabel met scores) Onderzoek of de gemiddelde score met hun voorkeurshand hoger ligt dan de gemiddelde score met de andere hand.&lt;br /&gt;
##stel de hyphotheses op&lt;br /&gt;
##welke veronderstellingen maak je?&lt;br /&gt;
##welke teststatistiek gebruik je?&lt;br /&gt;
##wat is de T-waarde?&lt;br /&gt;
##wat is de P-waarde?&lt;br /&gt;
##Wat is het resultaat van deze test? Leg uit voor dit voorbeeld&lt;br /&gt;
##maak een voortstelling van de P-waarde&lt;br /&gt;
##stel dat je veronderstelling niet klopt. Welke teststatistiek gebruik je dan?&lt;br /&gt;
###Voer deze test uit:&lt;br /&gt;
###wat is de T-waarde&lt;br /&gt;
###wat is de P-waarde?&lt;br /&gt;
###Wat is het resultaat van deze test? Leg uit voor dit voorbeeld&lt;br /&gt;
##je hebt output gekregen in verband met regressie en daar wat vragen bij.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 Januari 2012===&lt;br /&gt;
#3 Meerkeuzevragen &amp;amp;amp; uitleggen waarom&lt;br /&gt;
##X1,...,X100 is Poisson verdeeld met n=51, variantie=4 --&amp;amp;gt; wat is E(X) en Var(X) van gemiddeldeXn bij normale verdeling.&lt;br /&gt;
##i.v.m. gemiddelde van steekproefgemiddelde als benadering van populatiegemiddelde --&amp;amp;gt; enkel bij normale verdeling of bij elke verdeling waar; is steekproefgemiddelde evengoed een benadering van populatiegemiddelde; ...&lt;br /&gt;
##X is niet normaal verdeeld, Y= sqrt(X) is wel normaal verdeeld: welke hypothesetesten kan je uitvoeren: H0:Âµ(X)=3 vs H1:Âµ(X)â‰ 3 en/of H0:Âµ(Y)=sqrt(3) vs H1:Âµ(Y)â‰ sqrt(3) en/of H0:Med(X)=3 vs H1:Med(X)â‰ 3 en/of H0:Med(Y)=sqrt(3) vs H1:Med(Y)â‰ sqrt(3) + teststatiestiek geven + zijn besluiten van beide testen equivalent&lt;br /&gt;
#Oefening 1: berekenen van een kans (binomiaal) exact en benaderend met continuiteitscorrectie&lt;br /&gt;
#Oefening 2: Hypothesetest vergelijken gemiddelden van 2 groepen (ongepaard, sigma&#039;s verschillend, ..)=&amp;amp;gt; De vragen hierbij waren:&lt;br /&gt;
##Formuleer de nulhypothese en de alternatieve hypothese.&lt;br /&gt;
##Welke teststatistiek gebruik je, wat is zijn waarde en welke verdeling volgt hij&lt;br /&gt;
##Bereken de p-waarde + definitie&lt;br /&gt;
##Teken deze p-waarde op een grafiek&lt;br /&gt;
##Besluit&lt;br /&gt;
##Welke aannames deed je voor deze hypothese en wordt er aan deze voldaan?&lt;br /&gt;
##Indien niet: wat zou je dan kunnen toepassen&lt;br /&gt;
##Wat betekenen type 1 en type 2 fout bij deze hypothese.&lt;br /&gt;
#Oefening 3: Je krijgt een heleboel statistica - output en een hoop vragen.&lt;br /&gt;
##Geef het regressiemodel&lt;br /&gt;
##Dan 5 vragen ivm anova tabellen, SSM SSE SST, ...&lt;br /&gt;
##Is de correlatie nuttig? stel een hypothese op&lt;br /&gt;
##BI berekenen van de rico&lt;br /&gt;
##definitie BI&lt;br /&gt;
##Aannames + nagaan modelveronderstellingen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18	Januari 2013 (VM)===&lt;br /&gt;
#Thomas Van Den Spiegel is 214 cm groot. Leg uit hoe men kan bepalen hoe groot (of hoe normaal) dit is.&lt;br /&gt;
#Gegeven een tabel met daarin de absolute frequenties van een steekproef naar het spijbelgedrag van leerlingen uit het ASO, BSO en TSO: nooit, soms, vaak. Dit is dus een 3x3 tabel.&lt;br /&gt;
#Test: meer dan 50% van de leerlingen uit het ASO spijbelt nooit.&lt;br /&gt;
##Geef H0.&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek onder H0 en de testwaarde.&lt;br /&gt;
##Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Besluit.&lt;br /&gt;
#Ga na of er een verband is tussen de waarden.&lt;br /&gt;
##Geef H0.&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek onder H0 en de testwaarde.&lt;br /&gt;
##Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Besluit&lt;br /&gt;
#Gegeven de functie  als  en anders 0. Deze stelt de tijd voor die ik nodig heb om op mijn werk te geraken.&lt;br /&gt;
##Ik moet om 9u op mijn werk zijn, wat is de kans dat ik te laat kom als ik om 7u40 vertrek?&lt;br /&gt;
##Over 200 dagen gezien als ik opnieuw om 7u40 vertrek: wat is de kans dat ik hoogstens 20 keer op die 200 dagen te laat kom?&lt;br /&gt;
#Voor een nieuw soort roomijs hebben 9 mensen geproefd en een score tussen 1 en 20 (kan ook tussen 0 en 20 zijn, ik hoop van niet). Er waren 2 scores onder 10 en 7 scores boven 10.&lt;br /&gt;
##Bepaal met een teststatistiek of het ijs lekker is (dus een score groter dan 10).&lt;br /&gt;
###Geef H0.&lt;br /&gt;
###Geef de teststatistiek onder H0 en de testwaarde.&lt;br /&gt;
###Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
###Besluit.&lt;br /&gt;
##Wat is het 95% betrouwbaarheidsinterval van de mediaan? Wat betekent dit interval concreet voor dit voorbeeld?&lt;br /&gt;
#Een lineair verband tussen de maandelijkse productie van windmolens en de hoeveelheid wind, gezien over 32 maanden. Gegeven de output van de lm-functie uit R, een paar Shapiro-Wilk tests, enkele QQ-plots en de residuplot.&lt;br /&gt;
##Is het een goed model? (of zoiets)&lt;br /&gt;
##Vul de ANOVA tabel in (enkel 1 en F zijn gegeven)&lt;br /&gt;
##Wat betekent Std. Error in die lm-functie&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R1102587</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Statistiek_%26_Data-analyse&amp;diff=4969</id>
		<title>Statistiek &amp; Data-analyse</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Statistiek_%26_Data-analyse&amp;diff=4969"/>
		<updated>2026-01-23T16:43:25Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R1102587: /* 23 januari 2026 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt; [[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
 [[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vanaf 2022: Hoorcolleges worden gegeven door Mia Hubert (medeauteur van het handboek). Examen bestaat 90% uit oefeningen, er kunnen kleine deeltjes theorie gevraagd worden als bijvraag. Dit wordt duidelijk aangegeven in het hoorcollege. Hoofdstuk 1 en 2 worden niet behandeld in de hoorcolleges (zelfstudie). Er zijn 7 oefenzittingen van 2 uur, waarbij de eerste en de laatste op computer (werken met statistisch programma R). R-code moet niet zelf kunnen geschreven worden, wel geïnterpreteerd. Tijdens de oefenzittingen wordt het bij sommige oefeningen op geoefend. Over H1, H2 en H7 worden geen oefeningen gemaakt. Oefeningen op examen zijn gelijkaardig met die vanuit de oefeningenzitting. Op het examen mag je een rekenmachine meenemen (geen grafisch of symbolisch), alsook het formularium en statische tabellen. DEZE MOETEN ONBESCHREVEN ZIJN!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;(mening en info academiejaar 2022-2023) Vak werd gegeven door Mia Hubert&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*Aanpak vak&lt;br /&gt;
**Vooral oefeningen op het examen, volg dus zeker de oefenzittingen!&lt;br /&gt;
*Kwaliteit cursus&lt;br /&gt;
**Staat op zich in wat er moet instaan&lt;br /&gt;
*Examenvragen&lt;br /&gt;
**Prof blijft zeggen dat de theorie vragen meerkeuze zijn (met verklaar, dus is sowieso al niet geweldig), maar bij ons was er ineens een hele open vraag, ik zou de theorie grotendeels negeren (gewoon genoeg weten voor de oefeningen) want dit staat sowieso maar op 4 punten en de vragen zijn ook enorm willekeurig naar mijn gevoel&lt;br /&gt;
**Oefeningen zijn op zich gelijkaardig aan de oefenzittingen, maar ik blijf er van overtuigd dat dit examen voor een groot deel geluk hebben is, dus zelfs als de oefeningen thuis niet lukken, zou ik gewoon proberen en misschien heb je geluk&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===23 januari 2026===&lt;br /&gt;
#Wanneer kloppen de volgende stellingen over de centrale limietstelling altijd, nooit, onder bepaalde voorwaarden en verklaar.&lt;br /&gt;
#Duidt voor elke van de 3 scatterplots aan in welk interval de Spearman correlatiecoëfficiënt en Pearson correlatiecoëfficiënt ligt en verklaar.&lt;br /&gt;
#Raf, de statisticus van de Lijn wil bepalen hoeveel bushalers er moeten blijven bij de bus van de campus naar het centrum, je krijgt een tabel met de aantal haltes (1-7) en de f(x) waarde van elk van deze haltes.&lt;br /&gt;
#*Teken de dichtheidsfunctie en verdelingsfunctie.         &lt;br /&gt;
#*Bereken hoeveel haltes er moeten blijven zodat hij 95% zeker is dat elke student naar huis geraakt.           &lt;br /&gt;
#*Stel de functie Z op, die aangeeft hoever de gemiddelde van de campus woont, als je weet dat elke bushalte gemiddeld 0,500 km van elkaar ligt en de woonplaats van een student gemiddeld 0.700 km van zijn eindhalte ligt.&lt;br /&gt;
#Een dokter wil testen of zijn twee bloeddrukmeters dezelfde gemiddelde waarden geven. Daarom meet hij bij 10 patiënten met beide toestellen hun bloeddruk. (Er is een tabel met al deze waarden per patiënt, maar er is ook een R-code waarde de gemiddelden, variantie en p-waarden al gegeven waren)&lt;br /&gt;
#*wat is de hypothese die je test&lt;br /&gt;
#*geeft te teststatistiek onder H0, en aan welke voorwaarden er voldaan moet zijn.&lt;br /&gt;
#*Wat is de betekenis van deze p-waarde.&lt;br /&gt;
#*Als je het significantieniveau veranderd, wat gebeurt er dan met je conclusie.&lt;br /&gt;
#*stel je zet de gegevens om van dl/mmol naar ml/mmol wat is dan de invloed om de p-waarde en de t-waarde&lt;br /&gt;
#Een bedrijf heeft een medicijn X ontwikkelt voor een sneller herstel na een knie operatie, ze moeten testen of het wel degelijk werkt. Ze hebben 160 patiënten verdeeld in 2 groepen, de ene groep krijgt het medicijn X terwijl de andere een placebo krijgt. Dit gebeurt met een significantie niveau van 99%. Er is een R-code gegeven waaruit je de verdeling snel, normaal en traag per groep kan zien en de chi²-waarde.&lt;br /&gt;
#*Vul het aantal vrijheidsgraden en de ... in&lt;br /&gt;
#*Leg in woorden of in symbolen uit wat er juist getest wordt.&lt;br /&gt;
#*Bereken de p-waarde&lt;br /&gt;
#*Teken de grafiek en duidt de testwaarde en p-waarde aan.&lt;br /&gt;
#*Moet de hypothese verwerpen worden op dit significantieniveau.&lt;br /&gt;
#*Maak je mogelijks een type 1 of een type 2 fout.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===2 september 2025===&lt;br /&gt;
#van LN(0,1) wordt een genormaliseerd quantielplot gemaakt, je krijgt 4 opties en moet de juiste kiezen en uitleggen waarom deze juist is.&lt;br /&gt;
#wat zijn de voorwaarden voor lineaire regressie en hoe kan je deze checken&lt;br /&gt;
#er is een spel waar je 3 staafjes hebt en in je hand een hoeveelheid staafjes moet hebben (0-3), neem aan dat je als speler willekeurig de hoeveelheid kiest. Het doel van het spel is gokken hoeveel staafjes er in totaal gekozen zijn&lt;br /&gt;
#*wat is de verwachte waarde en de variantie van 1 speler. &lt;br /&gt;
#*je speelt met 3 dit spel, waarom is de kans dat er 4 staafjes worden gekozen 0.1875 (antw is omdat dit 2*3!*(1/4)^3 is)&lt;br /&gt;
#*wat is de kans dat de eerste persoon 3 staafjes heeft als je weet dat er in totaal 4 staafjes gekozen worden.&lt;br /&gt;
#Elon Musk heeft veel mensen ontslaan van Twitter. Je denkt dat dit te maken heeft met de lengte van de achternaam, je krijgt R-code van een X-squared, met lengte achternaam &amp;lt;5, 5-10, &amp;lt;10 karakters en hoeveel ontslagen en niet ontslagen uit een steekproef.&lt;br /&gt;
#*welke voorwaarden zijn er en is hieraan voldaan&lt;br /&gt;
#*wat is de hypothese die je test&lt;br /&gt;
#*geeft te teststatistiek onder H0  (is al uitgerekend door R dus enkel formule) geef ook de vrijheidsgraden&lt;br /&gt;
#*wat besluit je op het 1% significantieniveau, en wat besluit je dan&lt;br /&gt;
#*teken de p-waarde &lt;br /&gt;
#*stel je vraagt het aan 100x meer mensen en hebt dezelfde vondsten gwn met 00 achter. Heeft dit invloed op je besluit en op de berekening? leg uit&lt;br /&gt;
#Twee mensen denken dat na het inschaffen van een 9-euro-ticket voor Duitse treinen de mensen van Keulen 150km of meer, meer afleggen. Testen dit door 100 mensen aan de spreken op station. Je krijgt R-code over wat er gevonden werd. &lt;br /&gt;
#*welke hypotheses stel je op, doe dit met zoveel mogelijk symbolen &lt;br /&gt;
#*mag je de test uitvoeren. wat zijn de voorwaarden? (je kreeg boxplots van Km voor het ticket en na, en na-voor)&lt;br /&gt;
#*welke test ga je doen, schrijft de teststatistiek en verdeling onder H0&lt;br /&gt;
#*reken dit uit (je krijgt van R de &#039;mean&#039; en &#039;var&#039; van voor en na het ticket)&lt;br /&gt;
#*geef de p-waarde, zowel het percentage als geschatte waarde&lt;br /&gt;
#*wat beslis je op 5% significantieiveau&lt;br /&gt;
#*extra man geeft zijn mening met een interval, beslis op welk significantieniveau het bezig is. &lt;br /&gt;
#*is de man akkoord op respectievelijk significantieniveau met het koppel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 januari 2024===&lt;br /&gt;
#Meerkeuze vraag over verband lognormale verdeling, e^x, toevalsvariabele, X, normaal verdeling. Alle mogelijke oplossingen aanduiden + verklaar.&lt;br /&gt;
#*Als… normaal verdeeld is dan is… lognormaalverdeeld of omgekeerd&lt;br /&gt;
#*Verwachtingswaarde, mediaan etc.&lt;br /&gt;
#Meerkeuze vraag: gegeven= determinantenmatrix waaruit je de covariantie en de variantie uit kan halen. Gegeven zijn 4 scatterplots, welke scatterplot past het best bij de determinantenmatrix en verklaar.&lt;br /&gt;
#Vraag over kansen-&amp;gt; Regel van Bayes, wet van totale kans, complementaire regel. De vraag was iets in de aard van 24,2% van de jongeren haalt een onvoldoende voor wiskunde. 6% Van de kwart meest bevoorrechte jongeren haalt een onvoldoende, 42% van de kwart minst bevoorrechte jongeren haalt een voldoende. &lt;br /&gt;
#*Wat is de kans dat je bevoorrecht bent als je een voldoende haalt?&lt;br /&gt;
#*Wat is de kans dat de kwart minste of kwart meeste een voldoende haalt?&lt;br /&gt;
#Een pendelstudent heeft over 25 dagen vastgesteld dat zijn bus 10/25 te laat komt en zijn trein 6/25.  Kan hij hieruit besluiten de kans dat de bus te laat komt groter is dan dat de trein te laat komt? &lt;br /&gt;
#*Hypothese test uitvoeren&lt;br /&gt;
#*Type I of II fout? (+Waarom?)&lt;br /&gt;
#*Meerkeuze vraag&lt;br /&gt;
#*90% betrouwbaarheidsinterval opstellen en vergelijken of het overeenkomt met je besluit uit de hypothese test.&lt;br /&gt;
#Definitie van P-waarde &lt;br /&gt;
#Een winkelmedewerker merkt over 10 dagen op dat de klanten vriendelijk naar hem lachen terwijl hij de radijzen opruimt. Hebben de 2 een verband met elkaar? (De gegevens waren iets anders maar het was iets in die aard)&lt;br /&gt;
#*Hypothese test uitvoeren (R-output is gegeven, je kan rho daaruithalen en de voorwaarde voor de normale verdeling (Shapiro-Wilk test))&lt;br /&gt;
#*Type I of II fout? (+Waarom?)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 januari 2023===&lt;br /&gt;
# Meerkeuze: geg: 4 grafieken, welke is een genormaliseerd kwantielplot? (+ Waarom?)&lt;br /&gt;
# Staafspel: 3 spelers met elk 3 stokken, ieder houdt x/3 stokken achter zn rug, dan proberen ze te raden hvl stokken er in totaal achter iedereen zn rug zijn&lt;br /&gt;
## Kans 4 stokken in totaal?&lt;br /&gt;
## Kans 3 stokken bij 1 persoon als je weet dat er 4 in totaal zijn?&lt;br /&gt;
# Twee R-vragen: R data gegeven, geef hypothese en voorwaarden voor die hypothese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2022===&lt;br /&gt;
# enkele meerkeuzevragen, hierbij verklaren waarom je dit antwoord hebt gekozen.&lt;br /&gt;
# onbekende µ vinden, bij normale verdeling van gewichten van studenten. Daarbij subvraag over juiste R-code kiezen om een binomiale verdeling te doen.&lt;br /&gt;
# hypothesetest met 1 groep. over berekenen gemiddelde kost kerstdiner. Enkele gegevens gegeven via R-code.&lt;br /&gt;
# hypothesetest met 2 groepen (chi-kwadraattest). Bepaalde gegevens gegeven met R-code. Hierbij vragen beantwoorden, ontbrekende waarden invullen. weinig rekenwerk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
https://p.cygnus.cc.kuleuven.be/bbcswebdav/pid-35776108-dt-content-rid-337499823_2/courses/B-KUL-G0N11a-2223/20220128_modeloplossing.pdf&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2022 VM===&lt;br /&gt;
# 2 Meerkeuzevragen met meerdere mogelijke antwoorden. 1 over bivariate normale verdeling en 1 over een betrouwbaarheidsinterval. Keuze uitleggen.&lt;br /&gt;
# 80% van de fietsers in Leuven zonder werkend achterlicht draagt geen helm. 15% van de fietsers waarbij het achterlicht wel werkt, draagt een helm. 95% van de fietsers die een helm dragen hebben een werkend achterlicht.&lt;br /&gt;
#* Toon aan dat de kans dat het achterlicht van een willekeurige fietser in Leuven werkt 96,2% is.&lt;br /&gt;
#* Wat is de kans dat een fietser in Leuven een helm draagt?&lt;br /&gt;
#* Is de kans op een werkend achterlicht afhankelijk van de kans dat een fietser een helm draagt?&lt;br /&gt;
# Een luchtvaartmaatschappij publiceerde in een rapport dat 83% van zijn reizigers de luchtvaartmaatschappij aanraadt aan hun vrienden. Een kritisch persoon denkt dat dit een overschatting is en doet een steekproef. 160 van de 200 bevraagde mensen zeggen dat ze de luchtvaartmaatschappij aanraden aan hun vrienden. Ga na met een hypothesetest:&lt;br /&gt;
#* Wat zijn de hypotheses?&lt;br /&gt;
#* Ga na of de voorwaarden voldaan zijn en wat dit betekent.&lt;br /&gt;
#* Geef de teststatistiek en de testwaarde.&lt;br /&gt;
#* Bepaal de P-waarde en schrijf deze in symbolen en in waarde. Duid de P-waarde aan op een grafiek en leg uit wat een P-waarde is.&lt;br /&gt;
#* Geef zo volledig mogelijk het besluit op significantieniveau alfa=1% en leg uit wat dit betekent voor deze steekproef.&lt;br /&gt;
#* Welke fout maak je mogelijks? Leg uit wat dit betekent voor deze steekproef.&lt;br /&gt;
# Gegeven R-output over een steekproef over de hoofdlengte en de totale lengte van een buideldier.&lt;br /&gt;
#* Leg uit hoe je de totale lengte van een buideldier kan schatten als je de hoofdlengte weet.&lt;br /&gt;
#* Vul waarden (a), (b) en (c) aan. (ANOVA tabel in R-code)&lt;br /&gt;
#* Is het gebruikte model zinvol? Ga dit na met een hypothesetest en ga ervan uit dat aan alle voorwaarden is voldaan.&lt;br /&gt;
#* Een hoofdlengte is gegeven, wat is de verwachte waarde van de totale lengte van dit buideldier? Geef het betrouwbaarheidsinterval voor deze specifieke hoofdlengte.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2021 NM===&lt;br /&gt;
#1) (Op 9 ptn) Gegeven is een tabel met 2 primaat groepen (controle &amp;amp; een groep die behandeling onderging) met de percentages herkenning van een object op kort &amp;amp; lange termijn geheugen. Alles op significantieniveau 0,05 bewijzen en varianties gelijk.&lt;br /&gt;
#*1. Is de gemiddelde som van precentage herkenning op korte termijn bij behandelde groep significant kleiner dan die van de controle? a) Geef weer in grafiek. b) Stel hypotheses op en verklaar symbolen. c) T-verdeling en voorwaarden. d) Teststatistiek, P-waarde &amp;amp; schets de grafiek. e) Conclusie &lt;br /&gt;
#*2. Is er een lineair verband tussen de herkenning op korte &amp;amp; lange termijn bij behandelde groep. Dezelfde deelvragen (b tot e).&lt;br /&gt;
#2) (Op 4 ptn) R output gegeven.&lt;br /&gt;
#*a) Welk regressiemodel wordt er gebruikt en wat zijn de schattingen van de parameters uit het model?&lt;br /&gt;
#*b) Welke modelveronderstellingen worden er gemaakt? Ga na of deze voldaan zijn.&lt;br /&gt;
#*c) Vul de ontbrekende waarden (1) t.e.m. (3). &#039;&#039;Deze waren: teststatistiek bij B, MSE &amp;amp; F.&#039;&#039;&lt;br /&gt;
#*d) e_22/s_e berekenen.&lt;br /&gt;
#3) (Op 4 ptn) Enkele kansen gegeven.&lt;br /&gt;
#*a) Voorwaardelijke kans berekenen.&lt;br /&gt;
#4) (Op 4 ptn) Exponentiële verdeling met Sn = T1+T2+T3+...+Tn &lt;br /&gt;
#*a) Als n=100 lamdba=1/5 a=600. Wat is P(Sn &amp;gt; 600)?&lt;br /&gt;
#*b) Wat is de mediaan met dezelfde gegevens als a.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 januari 2020 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#*A) Bewijs E(1/n * sommatieteken (xi + xgem)^2 = (n/n+1)* σ^2&lt;br /&gt;
#*B) toevalsvariabele X exponentieel verdeeld met parameter 4 en toevalsvariabele Y is normaal verdeeld met gemiddelde -5 en standaardafwijking 2. De toevalsvariabelen zijn onafhankelijk. Bereken E(2X-3Y) en Var(2X-3Y)&lt;br /&gt;
#Je hebt een groep mails. Gegeven: kans spam, kans mail bevat &#039;dringend&#039; wanneer spam, kans mail bevat &#039;dringend&#039; wanneer geen spam, kans mail bevat &#039;dit is geen spam&#039; wanneer spam, kans mail bevat &#039;dit is geen spam&#039; wanneer geen spam, kans mail bevat &#039;garantie&#039; wanneer spam, kans mail bevat &#039;garantie wanneer geen spam. Ook gegeven: kans mail bevat garantie én dringend wanneer spam en kans mail bevat garantie én dringend wanneer geen spam. &lt;br /&gt;
#*Schrijf alle kansen in symbolen&lt;br /&gt;
#*Wat is de kans dat je mail spam is als &#039;dit is geen spam&#039; in je mail voorkomt.&lt;br /&gt;
#*Bereken de kans dat het &#039;garantie&#039; alleen in een mail voorkomt (zonder het derde woord en zonder &#039;geen spam&#039;).&lt;br /&gt;
#*Kans mail spam wanneer gegeven &#039;dringend&#039; en geen &#039;garantie&#039;&lt;br /&gt;
#Gegeven X aantal examens moeten afleggen voor behalen rijbewijs (1,2,3 of 4) en Y aantal uren les gevolgd (5,10,15 of 20).&lt;br /&gt;
#*Geef de marginale kansdichtheden&lt;br /&gt;
#*Kans dat men slaagt voor de eerste keer bij 5 uur les gevolgd en bij 15 uur les gevolgd&lt;br /&gt;
#*Welk pakket moet men kiezen om zeker voor de eerste keer te slagen&lt;br /&gt;
#*Bereken Cov(X,Y) en zijn de toevalsvariabelen afhankelijk? Verklaar&lt;br /&gt;
#Rookmelders verpakt in pakketten van 4. Kans rookmelder kapot is 0,01.&lt;br /&gt;
#*Toon aan dat kans pakket wordt teruggebracht 0,039 is.&lt;br /&gt;
#*Wat is de kans dat men 6 pakketten koopt en er exact 1 moet terugbrengen?&lt;br /&gt;
#*Wat is de kans dat men maximaal 20% van de pakketten moet terugbrengen als men er 130 koopt?&lt;br /&gt;
#Proportietest. Zelf P-waarde kunnen aanduiden op de normaal-curve. Het betrouwbaarheidsinterval uitrekenen.&lt;br /&gt;
#Waardes aflezen uit een R-script (bv. gemiddelde, ...) van een F-test. Vanuit deze waardes testen of de gemiddeldes van de 2 groepen gelijk zijn.&lt;br /&gt;
#Gegeven anova-tabel aanvullen (zie oefenzitting)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2019===&lt;br /&gt;
#Bewijs dat S² een onvertekende schatter is van sigma².&lt;br /&gt;
#*Betekend dit dat S ook een overtekende schatter is van sigma? Verklaar kort.&lt;br /&gt;
#Oefening over bivariate variabelen, oa. covariantie berekenen en zeggen of X en Y onafhankelijk zijn + verklaar.&lt;br /&gt;
#Een deel van het Lam gods was gestolen vroeger en enkele jaren geleden is het teruggevonden. De kans dat het om een authentiek deel gaat is 70%. 2 experts bekijken dit om na te gaan of het om een authentiek deel gaat of niet. De 1ste expert is correct in 80% van de gevallen en de 2de expert in 90% van de gevallen.&lt;br /&gt;
#*Wat is de kans dat de 1ste expert zegt dat het om een authentiek deel gaat en de 2de expert zegt dat het om een vals deel gaat.&lt;br /&gt;
#*Wat is de kans dat het schilderij echt is als de 1ste expert zegt dat het om een authentiek deel gaat en de 2de expert zegt dat het om een vals deel gaat.&lt;br /&gt;
#Een bepaald soort hond wordt geboren in 1 kleur maar tegen dat het volwassen is, heeft het witte vlekken gekregen. 98% van de volwassen honden hebben een witte punt aan hun staart. Er zijn net 12 pups geboren.&lt;br /&gt;
#*Wat is de kans dat hoogstens 10 van de 12 pups, later een witte punt aan hun staart gaan hebben?&lt;br /&gt;
#*Als er 1300 pups geboren worden, wat is de kans dat minstens 1280 pups later een witte punt aan hun staart krijgen?&lt;br /&gt;
#Het koopgedrag is onderzocht tijdens de feestperiode. Er is een gemiddelde en standaarddeviatie gegeven. Kan men besluiten, met een hypothesetest, of het gemiddelde uitgegeven bedrag minder dan 50 euro is.&lt;br /&gt;
#Nog iets...&lt;br /&gt;
#Anova script gegeven, zoals in de oefeningen de lege plaatsen opvullen. Regressievergelijking opstellen, hypothesetest of een regressie zinvol is. R² berekenen. Aantonen met een hypothesetest of er een monotoon verband is tussen X en Y.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 JANUARI 2018===&lt;br /&gt;
#* Bewijs de geheugenloosheid van de exponentiële verdeling.&lt;br /&gt;
#* Bewijs E[k(x)l(y)] waarbij x en y onafhankelijk en continu zijn.&lt;br /&gt;
#* Bereken E[(x)(y^2)] waarbij x exponentieel verdeeld is met verwachte waarde 0.5 en y~N&lt;br /&gt;
# De kans dat Anke naar statestiek gaat is 0.8 en de kans dat Bruno naar statestiek gaat is 0.6.&lt;br /&gt;
#* Bereken de kans dat minstens 1 van de 2 naar statestiek gaat wanneer deze variabelen onafhankelijk zijn.&lt;br /&gt;
#* De veriabelen zijn toch afhankelijk. De kans dat Anke aanwezig is en Bruno niet is 0.65. Bereken de kans dat Anke niet aanwezig is als gegeven dat Bruno aanwezig is.&lt;br /&gt;
#* Er zijn dubbel zoveel hoorcolleges dan oefenzittingen. Wat is de kans dat je willekeurig naar statestiek gaat en dit een hoorcollege is?&lt;br /&gt;
#* Bruno gaat naar elke oefenzitting. Wat is de kans dat hij aanwezig is tijdens een hoorcollege?&lt;br /&gt;
# Y-X is bivariaat normaal verdeeld met X de lengte van vrouwen in cm en Y de lengte van mannen in cm. Het gemiddelde van X is 165 en van Y is 175. Ze hebben beiden een variantie van 4 en de covariantie is 8.&lt;br /&gt;
#* Welke verdeling is dit? Bereken het gemiddelde en de variantie van de verschilfunctie.&lt;br /&gt;
#* Bereken de kans dat in een willekeurig koppel de vrouw groter is dan de man.&lt;br /&gt;
#* Bereken de kans dat in een willekeurig koppel de man en de vrouw groter zijn 170 cm.&lt;br /&gt;
# Een experiment wordt een 27 keer herhaald. Er is een gemiddelde en een standaardafwijking gegeven. &lt;br /&gt;
#* Bereken het betrouwbaarheidsinterval met alfa=0.05 en welke voorwaarden gelden er?&lt;br /&gt;
#* Bereken het betrouwbaarheidsinterval in het geval de standaardafwijking onbekend is en leg uit of dit breder wordt.&lt;br /&gt;
#* Bereken het betrouwbaarheidsinterval met alfa=0.01.&lt;br /&gt;
#* Hoevaak moet het experiment herhaald worden om een maximale foutenmarge van 0.001 te bekomen?&lt;br /&gt;
# 20 Cavia&#039;s krijgen 0.5 mg Calcium toegevoegd en 20 andere cavia&#039;s krijgen 2 mg Calcium toegediend.&lt;br /&gt;
#* Test of de hoeveelheid Calcium een invloed heeft op de lengte van de tanden waarvoor een gemiddelde en variantie voor beiden groepen gegeven is. Hier moet een volldedige hypothesetest uitgevoerd worden. &lt;br /&gt;
# Een examen bestaat uit 10 meerkeuzenvragen met 3 opties waarvan er telkens 1 juist is.&lt;br /&gt;
#* Wanneer je elke vraag gokt is de kans om te slagen gelijk aan 0.2131, toon dit aan.&lt;br /&gt;
#* Bepaal deze kans ook benaderend met een discrete verdeling en verklaar of dit een goede benadering is.&lt;br /&gt;
#* 200 studenten gokken bij elke vraag. Bereken de kans dat er strikt meer dan 50 geslaagd zijn.&lt;br /&gt;
# Er is een ANOVA-script gegeven.&lt;br /&gt;
#* Bepaal de regressierechte. Voor alfa was de t-waarde en de standaard fout gegeven. Voor beta niet, dit moest volgens mij met het gemiddelde van x en y die wel gegeven waren.&lt;br /&gt;
#* Test of dit een zinvolle regressierechte is met berekening teststatistiek, P-waarde en besluit.&lt;br /&gt;
#* R^2 berekenen en uitleggen.&lt;br /&gt;
#* Y berekenen met x=90.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JANUARI 2017===&lt;br /&gt;
# eerste vraag waren 4 juist/fout vragen &lt;br /&gt;
#* als X en Y normaal verdeeld zijn, is de som dan altijd normaal verdeeld&lt;br /&gt;
#* iets me benadering van steekproefgem en populatiegem&lt;br /&gt;
#* iets me E(X) of da bij toevalsvariabele gelijk is aan het gem &lt;br /&gt;
#* ... weet ik ni meer exact, ge moet gewoon juist of fout aanduiden, ni uitleggen&lt;br /&gt;
# tweede vraag waren twee bewijzen (me Var(a+bX+cY) en E(a+bX+cY) en dan altijd zo bijvragen van a-e zo Var en E uitrekenen en mediaan berekenen, cumulatieve frequentie tekenen.. en dan iets me X+Y en kansen daarvan berekenen beetje vaag haha&lt;br /&gt;
# dan twee vragen op kansen ook met altijd zo deelvraagjes, eerste was over dat er verschillende sets van 20 stuks zijn en ge ga na hoeveel defecte er zijn, ge hebt enkele gegevens gegeven vb. Kans op geen defecte elementen in uw set van 20 is 70%, kans op juist 1 defect element is 20% enz. Daar dan allemaal kans vragen op, vb. Wat is de kans da als ge willekeurig een lot van 20 neemt, en ge weet da er exact 1 defect is, wa is dan de kans da als ge er twee willekeurige uitneemt da die ni defect zijn enzovoort.. &lt;br /&gt;
# Dan een kansoefening met een kind da 10 keer me een dobbelsteen mag gooien en elke keer als die 6 gooit krijgt die een cadeau, wa is dan de kans da die meer als 3 cadeaus krijgt enzovoort, welke kansverdeling is da en bereken ook benaderend en zo van die deelvragen, ook nog als ze die traditie 35 jaar zouden doen en die jongen mag elke keer gooien op zijn bday wa is dan de kans da die meer dan 55 cadeaus krijgt&lt;br /&gt;
# en dan nog twee hypothesetesten waarvan ene met R output. De ene vraag was over herseninhoud, ze willen zien of de herseninhoud van een 75 jarige persoon gekropen is tov een 25 jarige persoon, ge hebt dan een lijst gekregen me gegevens en een R output waarin t waarde, P waarde, df ontbreken en aan de hand van die output moet ge dan dingen berekenen mbv hypothesetesten, ook output van een betrouwbaarheidsinterval en da interpreteren. De andere ging over het feit da er ooit gezegd is geweest da er dobbelstenen bestaan die &amp;quot;niet gelijk&amp;quot; zijn dus die ni eerlijk zijn, ge krijg een tabel me kansen en moet dan hypothesetesten uitvoeren om te zien of die dobbesltaan vervalst was of ni, weer Teststatistiek opstellen, testwaarde berekenen, interpreteren... en dan een tabel me ietske andere waardes van die dobbelstaan me de vraag of die P waarde dan hetzelfde blijft&lt;br /&gt;
# en nog een oefening over laatste hoofdstuk met die lineaire regressie ook me allemaal deelvraagjes ; de lineaire regressie opstellen en dan s^2 uitrekenen, ge hebt sx sy sxy enzo gegeven, en dan moet ge daar hypothese en teststatistiek ook doen dacht ik (bij elke hypothesetest vraagt ze teststatistiek, testwaarde , P waarde interpreteren etc) en dan geeft ze ook nog een R^2 waarde die ge moet interpreteren..&lt;br /&gt;
Ik denk da het zoiets ongeveer was haha, en ge had 3u30min tijd :)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Juist/fout, Var(bx)=b²Var(x) aantonen&lt;br /&gt;
#rekenen met kansen&lt;br /&gt;
#Exponentiele verdeling, laptop heeft een gemiddelde leeftijd van 4 jaar, geef verdelingsfunctie, bepaal kans dat laptop langer leeft...&lt;br /&gt;
#Hypothesetesten&lt;br /&gt;
#R script van ANOVA tabel, ontbrekende waardes aanvullen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 januari 2015===&lt;br /&gt;
#Beschouw twee toevalsvariabele X en Y = g(X) met g een monotone functie dan is:&lt;br /&gt;
##E(Y) = g (E (X)) ?&lt;br /&gt;
##Med(Y) = g ( Med (X)) ?&lt;br /&gt;
##Med(Y) = g( E (X))Â ?&lt;br /&gt;
##IQR (Y) = g (IQR (X)) ?&lt;br /&gt;
#In Vlaanderen verspreid de groothandel 2000 porties everzwijnsvlees over 15 restaurants. Neem aan dat exact 11 porties hiervan besmet zijn met een virus. In leuven leverde de groothandel 250 (onafh.) porties vlees:&lt;br /&gt;
##hoeveel besmette porties vlees verwacht men in Leuven?&lt;br /&gt;
##Hoe groot is de kans dat minstens 2 porties vlees in Leuven besmet zijn met het virus?&lt;br /&gt;
###Bereken deze kans exact&lt;br /&gt;
###Bereken een benadering van deze kans&lt;br /&gt;
###Is de benaderde kans die je vond een goede benadering voor de kans die je vond? Waarom wel/niet?&lt;br /&gt;
#Mannelijke radiologen worden blootgesteld aan straling. Onderzoekers beweren dat deze frequente blootstelling de kans op mannelijke nakomelingen zou beÃ¯nvloeden. Uit een studie van 31 radiologen, bleek dat 30 van de 87 nakomelingen mannen waren. Kan je op basis van deze studie besluiten dat een frequente blootstelling aan straling een significante invloed heeft op de kans op mannelijke nakomelingen voor een man? Î± = 0.05, normale omstandigheden de kans op mannelijke omstandigheden 50% bedraagt.&lt;br /&gt;
##Formuleer een geschikte H0 en H1 op deze vraag&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek, de (benaderde) verdeling ervan onder H0 en de testwaarde voor deze steekproef.&lt;br /&gt;
##Bereken de (benaderde) P-waarde. Geef de formule en de waarde ervan in deze steekproef.&lt;br /&gt;
##Formuleer een zo volledig mogelijk besluit op basis van de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Bepaal ook het 98% BI voor de kans op mannelijke nakomelingen. Wat besluit je?&lt;br /&gt;
##Wat is de betekenis van een type 2 fout bij deze hypothese test in deze situatie?&lt;br /&gt;
##R-script gegeven met ontbrekende gegevens. Deze worden gevraagd + andere vraagjes&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 januari 2016 (VM)===&lt;br /&gt;
Hier missen nog bijna gegarandeerd enkele deelvraagjes, dus als je dit examen ook gemaakt hebt (en je weet er nog iets van), vul dan aan a.u.b.&lt;br /&gt;
#Enkele vragen i.v.m. verdelingen, hun kenmerken, proporties en kansen.&lt;br /&gt;
#Zij (X, Y) een bivariate normaalverdeling met mu = (2, 2) en sigma = ((1, 0.4), (0.4, 1)). Is dan Var(2X - Y) = 3.4?&lt;br /&gt;
#Zij X een continu verdeelde variabele met frequentie f(x). Zij a en b reÃ«ele getallen, bewijs dan dat:   E(a + bX) = a + b*E(X)  en Var(a + bX) = b^2 * E(X)&lt;br /&gt;
#We hebben thuis een alarm geÃ¯nstalleerd. Bij inbraak gaat het met 96% zekerheid af, maar op andere nachten is er ook een kans van 0.3% dat het afgaat vanwege storingen. In onze buurt is er een kans van 3% dat er op een gegeven nacht in een gegeven huis wordt ingebroken. Vannacht gaat het alarm af, hoe groot is de kans dat er werkelijk een inbraak is?&lt;br /&gt;
#Gegeven: een 2x3 relatieve frequentietabel. Aan de ene kant: mannen en vrouwen, aan de andere kant of de groep een slecht, middelmatig of goed oriÃ«ntatievermogen heeft. Rij van de mannen = (1/10, 1/20, 1/2), rij van de vrouwen = (1/5, 1/10, 1/20). Waar of fout:&lt;br /&gt;
##De kans dat een willekeurige vrouw een goed oriÃ«ntatievermogen heeft is 1/7.&lt;br /&gt;
##De verwachte waarde voor mannen en vrouwen zijn gelijk.&lt;br /&gt;
#Gegeven: de gemiddelde Belgische vrouw heeft een lengte van 168.1cm, met een standaardafwijking van 5.3cm.&lt;br /&gt;
##Clara is 180.3cm groot. Hoeveel percent van de Belgische vrouwen is kleiner dan Clara?&lt;br /&gt;
##Stella is kleiner dan 95% van de Belgische vrouwen. Wat is haar maximale hoogte?&lt;br /&gt;
##Hier aan de faculteit zijn er 354 vrouwen. Hoe groot is de kans dat exact twee vrouwen kleiner zijn dan haar (neem hiervoor Stellas maximale mogelijke lengte). Bereken deze exact.&lt;br /&gt;
##Bereken de kans op benaderende wijze. Is dit een goede benadering?&lt;br /&gt;
#Gegeven: de uitslagen van de verkiezingen van mei 2014 en een peiling van 2013. Beiden zijn lijsten van zeven partijen en &amp;amp;quot;Overige&amp;amp;quot;, elk met een corresponderend percentage. Bepaal op significantieniveau 0.05 of deze peiling de verkiezingsresultaten kan voorstellen.&lt;br /&gt;
##Kies gepaste hypothesen voor je test uit te voeren.&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek, verdeling en testwaarde van je test.&lt;br /&gt;
##Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Vorm een besluit.&lt;br /&gt;
#In een fabriek worden er dagelijks 5000 dozen pralines geproduceerd. Elke doos beweert 250g te wegen. Een nieuwe kwaliteitscontroleur (&amp;amp;quot;een jonge snaak&amp;amp;quot; zoals zij het verwoordden) neemt op een dag lukraak 20 dozen uit de productie voor inspectie. Het gemiddelde van deze steekproef is 243.7g met een variantie van 6.91 g^2. Test op significantieniveau 0.05 of de fabriek systematisch te lichte dozen maakt.&lt;br /&gt;
#Kies gepaste hypothesen voor je test uit te voeren.&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek, verdeling en testwaarde van je test.&lt;br /&gt;
##Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Vorm een besluit.&lt;br /&gt;
#Geef het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde van de dagproductie. Geef de definitie van het 95%- betrouwbaarheidsinterval en leg uit wat dit concreet betekent in deze situatie.&lt;br /&gt;
#Leg uit wat een type-I en type-II fout concreet betekenen in deze situatie.&lt;br /&gt;
#Gegeven: output van summary en anova in R.&lt;br /&gt;
##Vul aan: SSM, MSM, MSE, F-waarde, P(F &amp;amp;gt; f) en voor de slope: t-waarde en P(T &amp;amp;gt; t).&lt;br /&gt;
##Voer een hypothesetest uit omtrent H0: alfa = 0 versus H1: alfaÂ != 0&lt;br /&gt;
##Geef de regressierechte.&lt;br /&gt;
##Geef R^2 en leg uit wat deze waarde betekent.&lt;br /&gt;
===26 Januari 2015 (nieuwe prof?) ===&lt;br /&gt;
#Duid aan welke stellingen kloppen en verantwoord: Van een kwantielplot kan je aflezen of:&lt;br /&gt;
##2 variabelen afhankelijk zij van elkaar.&lt;br /&gt;
##er een lineair verband is tussen 2 variabelen&lt;br /&gt;
##een variabale uit een bepaalde verdeling komt&lt;br /&gt;
##2 variabelen bivariaat normaal verdeeld zijn&lt;br /&gt;
#Duid aan welke stellingen kloppen en verantwoord: Indien (X,Y) bivariaatnormaal verdeelde toevalsvariabelen met populatiecorrelatiecoÃ«fficiÃ«nt p en:&lt;br /&gt;
##H0: p=0 vs H1:p=/=0&lt;br /&gt;
##Een p-waarde &amp;amp;lt;alfa oplevert kan je op significantieniveau alfa:&lt;br /&gt;
##besluiten dat er een lineair verband is tussen X en Y, mogelijks monitoon&lt;br /&gt;
##besluiten dat er een monotoon verband is tussen X en Y&lt;br /&gt;
##niet verwerpen dat er een lineair verband is tussen X en Y, mogelijks lieair&lt;br /&gt;
##niet verwerpen dat er een monotoon verband tussen X en Y.&lt;br /&gt;
#Levensduur van een laptop is exponentieel verdeeld. Verwacht wordt dat een laptop 3 jaar meegaat. Kans dat een laptop langers dan 3jaar meegaat voor een voorzichtige student is 55%, voor een slordige student is dit 30%.&lt;br /&gt;
##Toon aan dat de kans dat een laptop langer als 3jaar meegaat, zonder rekening te houden met voorzichtigheid = 36.79%&lt;br /&gt;
##HoeveelÂ % van de studenten is slordig?&lt;br /&gt;
##Jan heeft 3 jaar zijn laptop, wat is de kans dat hij er voorzichtig mee omgaat?&lt;br /&gt;
#Het aantal vogels dat voederplaatsen bezoekt wordt verwacht op 35 door Natuurpunt. Dit jaar werden in 100 tuinen gemiddeld 41 vogels per tuin waargenomen met een standaarddeviatie van 24. Is het gemiddeld aantal vogels per tuin dit jaar groter dan verwacht door Natuurpunt?&lt;br /&gt;
##H0 en H1?&lt;br /&gt;
##Welke teststatistiek gebruik je? Wat is de verdeling ervan onder H0?&lt;br /&gt;
##Welke veronderstellingen maak je om deze test te mogen uitvoeren?&lt;br /&gt;
##Bereken de testwaarde&lt;br /&gt;
##Bereken de (benaderende) p-waarde, geef de formule en de (benaderende) waarde ervan.in deze steekproef.&lt;br /&gt;
##Maak een schets en duid er de testwaarde en p-waarde op aan.&lt;br /&gt;
##Wat besluit je op basis van de p-waarde?&lt;br /&gt;
##Maak je hierbij mogelijk een type I of type II fout?&lt;br /&gt;
#De ontkieming van zaden werd onderzocht bij licht en schemerdonker. 86 van de 100 zaden ontkiemden bij licht, 60 van de 80 zaden ontkiemden bij schemerdonker. 4.1 Onderzoek als er meer zaden ontkiemen bij licht dan schemerdonker, formuleer besluit op significantieniveau 0.05.&lt;br /&gt;
##H0 en H1?&lt;br /&gt;
##Teststatistiek, benaderende verdeling onder H0 en testwaarde&lt;br /&gt;
##p-waarde? Geef uitdrukking met kans als de (benaderende) waarde.&lt;br /&gt;
##Formuleer een zo volledig mogelijk besluit.&lt;br /&gt;
#Stel een 80% betrouwbaarheidsinterval op voor de proportie van zaden die bij licht ontkiemen.&lt;br /&gt;
##Wat is de betekenis van dit betrouwbaarheidsinterval?&lt;br /&gt;
##Vraagjes met R-output (gegevens van ANOVA kunnen berekenen, RÂ² kunnen geven + betekenis,...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 januari 2014===&lt;br /&gt;
#Juist of fout. Leg uit en indien nodig verbeter.&lt;br /&gt;
#een exp (Î») met Î»&amp;amp;gt;0 geeftÂ Î£xi ~ N(n/Î» , n/Î»Â²)&lt;br /&gt;
#als X en Y normaal verdeeld zijn, dan is X - Y eveneens normaal verdeeld&lt;br /&gt;
#(weet ik niet meer)&lt;br /&gt;
#een symmetrische histogram is een grafische voorstelling van normaal verdeelde resultaten.&lt;br /&gt;
#Een kansberekeningsvraag: in een winkel geven klanten gemiddeld 70euro uit met een standaardeviatie van 20euro.&lt;br /&gt;
#Wat is de kans dat iemand in de winkel meer dan 40euro uitgeeft?&lt;br /&gt;
#Er staan 10 klanten in de rij aan te schuiven van de kassa. Wat is de kans dat 3 klanten minder dan 40euro uitgeven?&lt;br /&gt;
#Er staan nu 100 klanten in de rij van de kassa aan te schuiven. Wat is de kans dat minstens 30 klanten minder dan 40euro uitgeven?&lt;br /&gt;
#Betrouwbaarheidsinterval vraag:Er wordt een onderzoek gedaan naar de voorkeur van lezers, welke soort drager (papier, e-book, ...) zij verkiezen om te lezen. Er werden 1000 mensen ondervraagd, waarvan 93% zei dat ze het liefst papier als drager gebruiken om te lezen. 62% leest een krant het liefste met papier als drager. 8 op 10 zegt dat ze boeken het liefst lezen als papier de drager is.&lt;br /&gt;
#Zoek het 95% BI voor de mensen die het liefste lezen met papier als dragen&lt;br /&gt;
#Zoek het 99% BI voor de mensen die kranten het liefste lezen met papier als drager.&lt;br /&gt;
#Leg de betekenis van het laatste BI zo grondig mogelijk uit.&lt;br /&gt;
#Hypothesevraag met Î±= 0,05:Een schoenenverkoopster beweert dat vrouwen met een kleine schoenmaat schoenen kopen waarvan de hak gemiddeld hoger is dan de hak van vrouwen met een grote schoenmaat. De schoenverkoopster schrijft van 70 vrouwen die elk 1 paar schoenen kopen, de schoenmaat en de haklengte op. De schoenmaten worden onderverdeeld in kleine en grote schoenmaten. 31 vrouwen met kleine schoenmaat kopen schoenen met een gemiddelde haklengte van 4,39cm met een standaardvariantie van 3,14cmÂ² en 39 vrouwen met grote schoenmaat kopen schoenen met een gemiddelde haklengte van 3,45cm en een standaardvariantie van 5,16cmÂ².&lt;br /&gt;
##Stel een goede H0 en H1 op&lt;br /&gt;
##Welke veronderstellingen maak je en hoe kom je hieraan?&lt;br /&gt;
##Geeft de correcte test-statistiek&lt;br /&gt;
##Zoek de P-waarde&lt;br /&gt;
##Concludeer je resultaten en formuleer een goed antwoord.&lt;br /&gt;
##Welke fout wordt hier gemaakt, type I of type II en waarom?&lt;br /&gt;
#Hypothesevraag met Î±= 0,05: Tijdens de solden wordt een onderzoekbureau belast met de taak om te onderzoeken of er een verband bestaat tussen de gemiddelde kortingspercentages die worden gegeven door de winkels en het aantal dagen dat de solden al bezig zijn (van 3 januari tot 31 januari).(hier worden een aantal R - scripten en resultaten en grafieken van een aantal test gegeven: Pearson en Shapiro-Wilk test dacht ik. Er zijn 4 scripten gegeven: deze van de gemiddelde kortingspercanteges, van de aantal dagen dat de solden al bezig zijn, eentje waarin de 2 vorige gecombineerd zijn in een Pearson correlatie test en eentje waar ze gecombineerd zijn in een Shapiro - Wilk test)&lt;br /&gt;
##Vul de R-scripten aan door de juiste waarde in te vullen bij a) en b) (==&amp;amp;gt; a) was een getal bij df en b) was het getal bij p-value)&lt;br /&gt;
##Stel een goede H0 en H1 hypothese op&lt;br /&gt;
##Welke test statistiek gebruik je?&lt;br /&gt;
##Zoek de p-waarde aan de hand van de gegeven R-scripten&lt;br /&gt;
##Concludeer je resultaten en formuleer een goed antwoord.&lt;br /&gt;
===17 Januari 2014===&lt;br /&gt;
#Juist of fout. Leg uit en indien nodig verbeter.&lt;br /&gt;
##Als je 2 steekproeven hebt met dezelfde grote n en een gemiddelde kans p. Dan is het betrouwbaarheidsinterval van 90% het breedste bij de steekproef met de grootste p.&lt;br /&gt;
##Je hebt twee continue, afhankelijke toevalsvariabe X en Y met f(x,y) de gezamelijke dichtheid en f(x) en f(y) de marginale dichtheid voor respectievelijk X en Y. Dan geldt f(x,y) =/ f(x)f(y) voor elke mogelijke (x,y). (=/ staat voor: is niet gelijk aan)&lt;br /&gt;
##Als de whiskers van een boxplot ongeveer even groot zijn, dan is de variabele normaal verdeeld&lt;br /&gt;
##Je hebt kansmodel Exp(2). dan is P(x&amp;amp;gt;7|x&amp;amp;gt;3) = P(x&amp;amp;gt;4)&lt;br /&gt;
#Er werdt een onderzoek gedaan bij 3400 bestuurders die betrokken zijn geweest bij een ongeval. Van deze bestuurders waren 26.7% onder invloed van drugs enÂ  29.1% hadden overmatig alchol gebruikt. Men wil nagaan hoe correct de alcohol en drugtest zijn. Als je weet dan 65% positief test als ze drugs gebruikt hebbenÂ  en 80% test positief als ze overmatig alcohol gebruik. Je weet ook dat 40% negatief test en geen alchol en drugs gbruikt heeft. We nemen aan dat het samen gebruiken van alchol en drugs niet voor komt.&lt;br /&gt;
##Toon aan dat de kans dat men positief test gelijk is aan 44.8%&lt;br /&gt;
##Wat is de kans dat iemand die positief test drugs heeft gebruikt?&lt;br /&gt;
##Wat is de kans dat iemand niets gebruikt heeft indien die negatief test?&lt;br /&gt;
#Er werd een onderzoek uitgevoerd bij 5 cafÃ©gangers. Ze kregen elk 2 pijlen. De eerste keer mochten ze smijten met hun voorkeurs hand, de tweede keer moesten ze smijten met de andere hand. (Gegeven een tabel met scores) Onderzoek of de gemiddelde score met hun voorkeurshand hoger ligt dan de gemiddelde score met de andere hand.&lt;br /&gt;
##stel de hyphotheses op&lt;br /&gt;
##welke veronderstellingen maak je?&lt;br /&gt;
##welke teststatistiek gebruik je?&lt;br /&gt;
##wat is de T-waarde?&lt;br /&gt;
##wat is de P-waarde?&lt;br /&gt;
##Wat is het resultaat van deze test? Leg uit voor dit voorbeeld&lt;br /&gt;
##maak een voortstelling van de P-waarde&lt;br /&gt;
##stel dat je veronderstelling niet klopt. Welke teststatistiek gebruik je dan?&lt;br /&gt;
###Voer deze test uit:&lt;br /&gt;
###wat is de T-waarde&lt;br /&gt;
###wat is de P-waarde?&lt;br /&gt;
###Wat is het resultaat van deze test? Leg uit voor dit voorbeeld&lt;br /&gt;
##je hebt output gekregen in verband met regressie en daar wat vragen bij.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 Januari 2012===&lt;br /&gt;
#3 Meerkeuzevragen &amp;amp;amp; uitleggen waarom&lt;br /&gt;
##X1,...,X100 is Poisson verdeeld met n=51, variantie=4 --&amp;amp;gt; wat is E(X) en Var(X) van gemiddeldeXn bij normale verdeling.&lt;br /&gt;
##i.v.m. gemiddelde van steekproefgemiddelde als benadering van populatiegemiddelde --&amp;amp;gt; enkel bij normale verdeling of bij elke verdeling waar; is steekproefgemiddelde evengoed een benadering van populatiegemiddelde; ...&lt;br /&gt;
##X is niet normaal verdeeld, Y= sqrt(X) is wel normaal verdeeld: welke hypothesetesten kan je uitvoeren: H0:Âµ(X)=3 vs H1:Âµ(X)â‰ 3 en/of H0:Âµ(Y)=sqrt(3) vs H1:Âµ(Y)â‰ sqrt(3) en/of H0:Med(X)=3 vs H1:Med(X)â‰ 3 en/of H0:Med(Y)=sqrt(3) vs H1:Med(Y)â‰ sqrt(3) + teststatiestiek geven + zijn besluiten van beide testen equivalent&lt;br /&gt;
#Oefening 1: berekenen van een kans (binomiaal) exact en benaderend met continuiteitscorrectie&lt;br /&gt;
#Oefening 2: Hypothesetest vergelijken gemiddelden van 2 groepen (ongepaard, sigma&#039;s verschillend, ..)=&amp;amp;gt; De vragen hierbij waren:&lt;br /&gt;
##Formuleer de nulhypothese en de alternatieve hypothese.&lt;br /&gt;
##Welke teststatistiek gebruik je, wat is zijn waarde en welke verdeling volgt hij&lt;br /&gt;
##Bereken de p-waarde + definitie&lt;br /&gt;
##Teken deze p-waarde op een grafiek&lt;br /&gt;
##Besluit&lt;br /&gt;
##Welke aannames deed je voor deze hypothese en wordt er aan deze voldaan?&lt;br /&gt;
##Indien niet: wat zou je dan kunnen toepassen&lt;br /&gt;
##Wat betekenen type 1 en type 2 fout bij deze hypothese.&lt;br /&gt;
#Oefening 3: Je krijgt een heleboel statistica - output en een hoop vragen.&lt;br /&gt;
##Geef het regressiemodel&lt;br /&gt;
##Dan 5 vragen ivm anova tabellen, SSM SSE SST, ...&lt;br /&gt;
##Is de correlatie nuttig? stel een hypothese op&lt;br /&gt;
##BI berekenen van de rico&lt;br /&gt;
##definitie BI&lt;br /&gt;
##Aannames + nagaan modelveronderstellingen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18	Januari 2013 (VM)===&lt;br /&gt;
#Thomas Van Den Spiegel is 214 cm groot. Leg uit hoe men kan bepalen hoe groot (of hoe normaal) dit is.&lt;br /&gt;
#Gegeven een tabel met daarin de absolute frequenties van een steekproef naar het spijbelgedrag van leerlingen uit het ASO, BSO en TSO: nooit, soms, vaak. Dit is dus een 3x3 tabel.&lt;br /&gt;
#Test: meer dan 50% van de leerlingen uit het ASO spijbelt nooit.&lt;br /&gt;
##Geef H0.&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek onder H0 en de testwaarde.&lt;br /&gt;
##Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Besluit.&lt;br /&gt;
#Ga na of er een verband is tussen de waarden.&lt;br /&gt;
##Geef H0.&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek onder H0 en de testwaarde.&lt;br /&gt;
##Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Besluit&lt;br /&gt;
#Gegeven de functie  als  en anders 0. Deze stelt de tijd voor die ik nodig heb om op mijn werk te geraken.&lt;br /&gt;
##Ik moet om 9u op mijn werk zijn, wat is de kans dat ik te laat kom als ik om 7u40 vertrek?&lt;br /&gt;
##Over 200 dagen gezien als ik opnieuw om 7u40 vertrek: wat is de kans dat ik hoogstens 20 keer op die 200 dagen te laat kom?&lt;br /&gt;
#Voor een nieuw soort roomijs hebben 9 mensen geproefd en een score tussen 1 en 20 (kan ook tussen 0 en 20 zijn, ik hoop van niet). Er waren 2 scores onder 10 en 7 scores boven 10.&lt;br /&gt;
##Bepaal met een teststatistiek of het ijs lekker is (dus een score groter dan 10).&lt;br /&gt;
###Geef H0.&lt;br /&gt;
###Geef de teststatistiek onder H0 en de testwaarde.&lt;br /&gt;
###Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
###Besluit.&lt;br /&gt;
##Wat is het 95% betrouwbaarheidsinterval van de mediaan? Wat betekent dit interval concreet voor dit voorbeeld?&lt;br /&gt;
#Een lineair verband tussen de maandelijkse productie van windmolens en de hoeveelheid wind, gezien over 32 maanden. Gegeven de output van de lm-functie uit R, een paar Shapiro-Wilk tests, enkele QQ-plots en de residuplot.&lt;br /&gt;
##Is het een goed model? (of zoiets)&lt;br /&gt;
##Vul de ANOVA tabel in (enkel 1 en F zijn gegeven)&lt;br /&gt;
##Wat betekent Std. Error in die lm-functie&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R1102587</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Statistiek_%26_Data-analyse&amp;diff=4968</id>
		<title>Statistiek &amp; Data-analyse</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Statistiek_%26_Data-analyse&amp;diff=4968"/>
		<updated>2026-01-23T16:40:53Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;R1102587: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt; [[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
 [[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vanaf 2022: Hoorcolleges worden gegeven door Mia Hubert (medeauteur van het handboek). Examen bestaat 90% uit oefeningen, er kunnen kleine deeltjes theorie gevraagd worden als bijvraag. Dit wordt duidelijk aangegeven in het hoorcollege. Hoofdstuk 1 en 2 worden niet behandeld in de hoorcolleges (zelfstudie). Er zijn 7 oefenzittingen van 2 uur, waarbij de eerste en de laatste op computer (werken met statistisch programma R). R-code moet niet zelf kunnen geschreven worden, wel geïnterpreteerd. Tijdens de oefenzittingen wordt het bij sommige oefeningen op geoefend. Over H1, H2 en H7 worden geen oefeningen gemaakt. Oefeningen op examen zijn gelijkaardig met die vanuit de oefeningenzitting. Op het examen mag je een rekenmachine meenemen (geen grafisch of symbolisch), alsook het formularium en statische tabellen. DEZE MOETEN ONBESCHREVEN ZIJN!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;(mening en info academiejaar 2022-2023) Vak werd gegeven door Mia Hubert&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*Aanpak vak&lt;br /&gt;
**Vooral oefeningen op het examen, volg dus zeker de oefenzittingen!&lt;br /&gt;
*Kwaliteit cursus&lt;br /&gt;
**Staat op zich in wat er moet instaan&lt;br /&gt;
*Examenvragen&lt;br /&gt;
**Prof blijft zeggen dat de theorie vragen meerkeuze zijn (met verklaar, dus is sowieso al niet geweldig), maar bij ons was er ineens een hele open vraag, ik zou de theorie grotendeels negeren (gewoon genoeg weten voor de oefeningen) want dit staat sowieso maar op 4 punten en de vragen zijn ook enorm willekeurig naar mijn gevoel&lt;br /&gt;
**Oefeningen zijn op zich gelijkaardig aan de oefenzittingen, maar ik blijf er van overtuigd dat dit examen voor een groot deel geluk hebben is, dus zelfs als de oefeningen thuis niet lukken, zou ik gewoon proberen en misschien heb je geluk&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===23 januari 2026===&lt;br /&gt;
#Wanneer kloppen de volgende stellingen over de centrale limietstelling altijd, nooit, onder bepaalde voorwaarden en verklaar.&lt;br /&gt;
#Duidt voor elke van de 3 scatterplots aan in welk interval de Spearman correlatiecoëfficiënt en Pearson correlatiecoëfficiënt ligt en verklaar.&lt;br /&gt;
#Raf, de statisticus van de Lijn wil bepalen hoeveel bushalers er moeten blijven bij de bus van de campus naar het centrum, je krijgt een tabel met de aantal haltes (1-7) en de f(x) waarde van elk van deze haltes.&lt;br /&gt;
#*Teken de dichtheidsfunctie en verdelingsfunctie.         &lt;br /&gt;
#*Bereken hoeveel haltes er moeten blijven zodat hij 95% zeker is dat elke student naar huis geraakt.           &lt;br /&gt;
#*Stel de functie Z op, die aangeeft hoever de gemiddelde van de campus woont, als je weet dat elke bushalte gemiddeld 0,500 km van elkaar ligt en de woonplaats van een student gemiddeld 0.700 km van zijn eindhalte ligt.&lt;br /&gt;
#Een dokter wil testen of zijn twee bloeddrukmeters dezelfde gemiddelde waarden geven. Daarom meet hij bij 10 patiënten met beide toestellen hun bloeddruk. (Er is een tabel met al deze waarden per patiënt, maar er is ook een R-code waarde de gemiddelden, variantie en p-waarden al gegeven waren)&lt;br /&gt;
#*wat is de hypothese die je test&lt;br /&gt;
#*geeft te teststatistiek onder H0, en aan welke voorwaarden er voldaan moet zijn.&lt;br /&gt;
#*Wat is de betekenis van deze p-waarde.&lt;br /&gt;
#*Als je het significantieniveau veranderd, wat gebeurt er dan met je conclusie.&lt;br /&gt;
#*stel je zet de gegevens om van dl/mmol naar ml/mmol wat is dan de invloed om de p-waarde en de t-waarde&lt;br /&gt;
#Een bedrijf heeft een medicijn X ontwikkelt voor een sneller herstel na een knie operatie, ze moeten testen of het wel degelijk werkt. Ze hebben 160 patiënten verdeeld in 2 groepen, de ene groep krijgt het medicijn X terwijl de andere een placebo krijgt. Dit gebeurt met een significantie niveau van 99%. Er is een R-code gegeven waaruit je de verdeling snel, normaal en traag per groep kan zien en de chi²-waarde.&lt;br /&gt;
#*Vul het aantal vrijheidsgraden en de ... in&lt;br /&gt;
#*Leg in woorden of in symbolen uit wat er juist getest wordt.&lt;br /&gt;
#*Bereken de p-waarde&lt;br /&gt;
#* Teken de grafiek en duidt de testwaarde en p-waarde aan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===2 september 2025===&lt;br /&gt;
#van LN(0,1) wordt een genormaliseerd quantielplot gemaakt, je krijgt 4 opties en moet de juiste kiezen en uitleggen waarom deze juist is.&lt;br /&gt;
#wat zijn de voorwaarden voor lineaire regressie en hoe kan je deze checken&lt;br /&gt;
#er is een spel waar je 3 staafjes hebt en in je hand een hoeveelheid staafjes moet hebben (0-3), neem aan dat je als speler willekeurig de hoeveelheid kiest. Het doel van het spel is gokken hoeveel staafjes er in totaal gekozen zijn&lt;br /&gt;
#*wat is de verwachte waarde en de variantie van 1 speler. &lt;br /&gt;
#*je speelt met 3 dit spel, waarom is de kans dat er 4 staafjes worden gekozen 0.1875 (antw is omdat dit 2*3!*(1/4)^3 is)&lt;br /&gt;
#*wat is de kans dat de eerste persoon 3 staafjes heeft als je weet dat er in totaal 4 staafjes gekozen worden.&lt;br /&gt;
#Elon Musk heeft veel mensen ontslaan van Twitter. Je denkt dat dit te maken heeft met de lengte van de achternaam, je krijgt R-code van een X-squared, met lengte achternaam &amp;lt;5, 5-10, &amp;lt;10 karakters en hoeveel ontslagen en niet ontslagen uit een steekproef.&lt;br /&gt;
#*welke voorwaarden zijn er en is hieraan voldaan&lt;br /&gt;
#*wat is de hypothese die je test&lt;br /&gt;
#*geeft te teststatistiek onder H0  (is al uitgerekend door R dus enkel formule) geef ook de vrijheidsgraden&lt;br /&gt;
#*wat besluit je op het 1% significantieniveau, en wat besluit je dan&lt;br /&gt;
#*teken de p-waarde &lt;br /&gt;
#*stel je vraagt het aan 100x meer mensen en hebt dezelfde vondsten gwn met 00 achter. Heeft dit invloed op je besluit en op de berekening? leg uit&lt;br /&gt;
#Twee mensen denken dat na het inschaffen van een 9-euro-ticket voor Duitse treinen de mensen van Keulen 150km of meer, meer afleggen. Testen dit door 100 mensen aan de spreken op station. Je krijgt R-code over wat er gevonden werd. &lt;br /&gt;
#*welke hypotheses stel je op, doe dit met zoveel mogelijk symbolen &lt;br /&gt;
#*mag je de test uitvoeren. wat zijn de voorwaarden? (je kreeg boxplots van Km voor het ticket en na, en na-voor)&lt;br /&gt;
#*welke test ga je doen, schrijft de teststatistiek en verdeling onder H0&lt;br /&gt;
#*reken dit uit (je krijgt van R de &#039;mean&#039; en &#039;var&#039; van voor en na het ticket)&lt;br /&gt;
#*geef de p-waarde, zowel het percentage als geschatte waarde&lt;br /&gt;
#*wat beslis je op 5% significantieiveau&lt;br /&gt;
#*extra man geeft zijn mening met een interval, beslis op welk significantieniveau het bezig is. &lt;br /&gt;
#*is de man akkoord op respectievelijk significantieniveau met het koppel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 januari 2024===&lt;br /&gt;
#Meerkeuze vraag over verband lognormale verdeling, e^x, toevalsvariabele, X, normaal verdeling. Alle mogelijke oplossingen aanduiden + verklaar.&lt;br /&gt;
#*Als… normaal verdeeld is dan is… lognormaalverdeeld of omgekeerd&lt;br /&gt;
#*Verwachtingswaarde, mediaan etc.&lt;br /&gt;
#Meerkeuze vraag: gegeven= determinantenmatrix waaruit je de covariantie en de variantie uit kan halen. Gegeven zijn 4 scatterplots, welke scatterplot past het best bij de determinantenmatrix en verklaar.&lt;br /&gt;
#Vraag over kansen-&amp;gt; Regel van Bayes, wet van totale kans, complementaire regel. De vraag was iets in de aard van 24,2% van de jongeren haalt een onvoldoende voor wiskunde. 6% Van de kwart meest bevoorrechte jongeren haalt een onvoldoende, 42% van de kwart minst bevoorrechte jongeren haalt een voldoende. &lt;br /&gt;
#*Wat is de kans dat je bevoorrecht bent als je een voldoende haalt?&lt;br /&gt;
#*Wat is de kans dat de kwart minste of kwart meeste een voldoende haalt?&lt;br /&gt;
#Een pendelstudent heeft over 25 dagen vastgesteld dat zijn bus 10/25 te laat komt en zijn trein 6/25.  Kan hij hieruit besluiten de kans dat de bus te laat komt groter is dan dat de trein te laat komt? &lt;br /&gt;
#*Hypothese test uitvoeren&lt;br /&gt;
#*Type I of II fout? (+Waarom?)&lt;br /&gt;
#*Meerkeuze vraag&lt;br /&gt;
#*90% betrouwbaarheidsinterval opstellen en vergelijken of het overeenkomt met je besluit uit de hypothese test.&lt;br /&gt;
#Definitie van P-waarde &lt;br /&gt;
#Een winkelmedewerker merkt over 10 dagen op dat de klanten vriendelijk naar hem lachen terwijl hij de radijzen opruimt. Hebben de 2 een verband met elkaar? (De gegevens waren iets anders maar het was iets in die aard)&lt;br /&gt;
#*Hypothese test uitvoeren (R-output is gegeven, je kan rho daaruithalen en de voorwaarde voor de normale verdeling (Shapiro-Wilk test))&lt;br /&gt;
#*Type I of II fout? (+Waarom?)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 januari 2023===&lt;br /&gt;
# Meerkeuze: geg: 4 grafieken, welke is een genormaliseerd kwantielplot? (+ Waarom?)&lt;br /&gt;
# Staafspel: 3 spelers met elk 3 stokken, ieder houdt x/3 stokken achter zn rug, dan proberen ze te raden hvl stokken er in totaal achter iedereen zn rug zijn&lt;br /&gt;
## Kans 4 stokken in totaal?&lt;br /&gt;
## Kans 3 stokken bij 1 persoon als je weet dat er 4 in totaal zijn?&lt;br /&gt;
# Twee R-vragen: R data gegeven, geef hypothese en voorwaarden voor die hypothese&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2022===&lt;br /&gt;
# enkele meerkeuzevragen, hierbij verklaren waarom je dit antwoord hebt gekozen.&lt;br /&gt;
# onbekende µ vinden, bij normale verdeling van gewichten van studenten. Daarbij subvraag over juiste R-code kiezen om een binomiale verdeling te doen.&lt;br /&gt;
# hypothesetest met 1 groep. over berekenen gemiddelde kost kerstdiner. Enkele gegevens gegeven via R-code.&lt;br /&gt;
# hypothesetest met 2 groepen (chi-kwadraattest). Bepaalde gegevens gegeven met R-code. Hierbij vragen beantwoorden, ontbrekende waarden invullen. weinig rekenwerk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
https://p.cygnus.cc.kuleuven.be/bbcswebdav/pid-35776108-dt-content-rid-337499823_2/courses/B-KUL-G0N11a-2223/20220128_modeloplossing.pdf&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2022 VM===&lt;br /&gt;
# 2 Meerkeuzevragen met meerdere mogelijke antwoorden. 1 over bivariate normale verdeling en 1 over een betrouwbaarheidsinterval. Keuze uitleggen.&lt;br /&gt;
# 80% van de fietsers in Leuven zonder werkend achterlicht draagt geen helm. 15% van de fietsers waarbij het achterlicht wel werkt, draagt een helm. 95% van de fietsers die een helm dragen hebben een werkend achterlicht.&lt;br /&gt;
#* Toon aan dat de kans dat het achterlicht van een willekeurige fietser in Leuven werkt 96,2% is.&lt;br /&gt;
#* Wat is de kans dat een fietser in Leuven een helm draagt?&lt;br /&gt;
#* Is de kans op een werkend achterlicht afhankelijk van de kans dat een fietser een helm draagt?&lt;br /&gt;
# Een luchtvaartmaatschappij publiceerde in een rapport dat 83% van zijn reizigers de luchtvaartmaatschappij aanraadt aan hun vrienden. Een kritisch persoon denkt dat dit een overschatting is en doet een steekproef. 160 van de 200 bevraagde mensen zeggen dat ze de luchtvaartmaatschappij aanraden aan hun vrienden. Ga na met een hypothesetest:&lt;br /&gt;
#* Wat zijn de hypotheses?&lt;br /&gt;
#* Ga na of de voorwaarden voldaan zijn en wat dit betekent.&lt;br /&gt;
#* Geef de teststatistiek en de testwaarde.&lt;br /&gt;
#* Bepaal de P-waarde en schrijf deze in symbolen en in waarde. Duid de P-waarde aan op een grafiek en leg uit wat een P-waarde is.&lt;br /&gt;
#* Geef zo volledig mogelijk het besluit op significantieniveau alfa=1% en leg uit wat dit betekent voor deze steekproef.&lt;br /&gt;
#* Welke fout maak je mogelijks? Leg uit wat dit betekent voor deze steekproef.&lt;br /&gt;
# Gegeven R-output over een steekproef over de hoofdlengte en de totale lengte van een buideldier.&lt;br /&gt;
#* Leg uit hoe je de totale lengte van een buideldier kan schatten als je de hoofdlengte weet.&lt;br /&gt;
#* Vul waarden (a), (b) en (c) aan. (ANOVA tabel in R-code)&lt;br /&gt;
#* Is het gebruikte model zinvol? Ga dit na met een hypothesetest en ga ervan uit dat aan alle voorwaarden is voldaan.&lt;br /&gt;
#* Een hoofdlengte is gegeven, wat is de verwachte waarde van de totale lengte van dit buideldier? Geef het betrouwbaarheidsinterval voor deze specifieke hoofdlengte.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2021 NM===&lt;br /&gt;
#1) (Op 9 ptn) Gegeven is een tabel met 2 primaat groepen (controle &amp;amp; een groep die behandeling onderging) met de percentages herkenning van een object op kort &amp;amp; lange termijn geheugen. Alles op significantieniveau 0,05 bewijzen en varianties gelijk.&lt;br /&gt;
#*1. Is de gemiddelde som van precentage herkenning op korte termijn bij behandelde groep significant kleiner dan die van de controle? a) Geef weer in grafiek. b) Stel hypotheses op en verklaar symbolen. c) T-verdeling en voorwaarden. d) Teststatistiek, P-waarde &amp;amp; schets de grafiek. e) Conclusie &lt;br /&gt;
#*2. Is er een lineair verband tussen de herkenning op korte &amp;amp; lange termijn bij behandelde groep. Dezelfde deelvragen (b tot e).&lt;br /&gt;
#2) (Op 4 ptn) R output gegeven.&lt;br /&gt;
#*a) Welk regressiemodel wordt er gebruikt en wat zijn de schattingen van de parameters uit het model?&lt;br /&gt;
#*b) Welke modelveronderstellingen worden er gemaakt? Ga na of deze voldaan zijn.&lt;br /&gt;
#*c) Vul de ontbrekende waarden (1) t.e.m. (3). &#039;&#039;Deze waren: teststatistiek bij B, MSE &amp;amp; F.&#039;&#039;&lt;br /&gt;
#*d) e_22/s_e berekenen.&lt;br /&gt;
#3) (Op 4 ptn) Enkele kansen gegeven.&lt;br /&gt;
#*a) Voorwaardelijke kans berekenen.&lt;br /&gt;
#4) (Op 4 ptn) Exponentiële verdeling met Sn = T1+T2+T3+...+Tn &lt;br /&gt;
#*a) Als n=100 lamdba=1/5 a=600. Wat is P(Sn &amp;gt; 600)?&lt;br /&gt;
#*b) Wat is de mediaan met dezelfde gegevens als a.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 januari 2020 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#*A) Bewijs E(1/n * sommatieteken (xi + xgem)^2 = (n/n+1)* σ^2&lt;br /&gt;
#*B) toevalsvariabele X exponentieel verdeeld met parameter 4 en toevalsvariabele Y is normaal verdeeld met gemiddelde -5 en standaardafwijking 2. De toevalsvariabelen zijn onafhankelijk. Bereken E(2X-3Y) en Var(2X-3Y)&lt;br /&gt;
#Je hebt een groep mails. Gegeven: kans spam, kans mail bevat &#039;dringend&#039; wanneer spam, kans mail bevat &#039;dringend&#039; wanneer geen spam, kans mail bevat &#039;dit is geen spam&#039; wanneer spam, kans mail bevat &#039;dit is geen spam&#039; wanneer geen spam, kans mail bevat &#039;garantie&#039; wanneer spam, kans mail bevat &#039;garantie wanneer geen spam. Ook gegeven: kans mail bevat garantie én dringend wanneer spam en kans mail bevat garantie én dringend wanneer geen spam. &lt;br /&gt;
#*Schrijf alle kansen in symbolen&lt;br /&gt;
#*Wat is de kans dat je mail spam is als &#039;dit is geen spam&#039; in je mail voorkomt.&lt;br /&gt;
#*Bereken de kans dat het &#039;garantie&#039; alleen in een mail voorkomt (zonder het derde woord en zonder &#039;geen spam&#039;).&lt;br /&gt;
#*Kans mail spam wanneer gegeven &#039;dringend&#039; en geen &#039;garantie&#039;&lt;br /&gt;
#Gegeven X aantal examens moeten afleggen voor behalen rijbewijs (1,2,3 of 4) en Y aantal uren les gevolgd (5,10,15 of 20).&lt;br /&gt;
#*Geef de marginale kansdichtheden&lt;br /&gt;
#*Kans dat men slaagt voor de eerste keer bij 5 uur les gevolgd en bij 15 uur les gevolgd&lt;br /&gt;
#*Welk pakket moet men kiezen om zeker voor de eerste keer te slagen&lt;br /&gt;
#*Bereken Cov(X,Y) en zijn de toevalsvariabelen afhankelijk? Verklaar&lt;br /&gt;
#Rookmelders verpakt in pakketten van 4. Kans rookmelder kapot is 0,01.&lt;br /&gt;
#*Toon aan dat kans pakket wordt teruggebracht 0,039 is.&lt;br /&gt;
#*Wat is de kans dat men 6 pakketten koopt en er exact 1 moet terugbrengen?&lt;br /&gt;
#*Wat is de kans dat men maximaal 20% van de pakketten moet terugbrengen als men er 130 koopt?&lt;br /&gt;
#Proportietest. Zelf P-waarde kunnen aanduiden op de normaal-curve. Het betrouwbaarheidsinterval uitrekenen.&lt;br /&gt;
#Waardes aflezen uit een R-script (bv. gemiddelde, ...) van een F-test. Vanuit deze waardes testen of de gemiddeldes van de 2 groepen gelijk zijn.&lt;br /&gt;
#Gegeven anova-tabel aanvullen (zie oefenzitting)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2019===&lt;br /&gt;
#Bewijs dat S² een onvertekende schatter is van sigma².&lt;br /&gt;
#*Betekend dit dat S ook een overtekende schatter is van sigma? Verklaar kort.&lt;br /&gt;
#Oefening over bivariate variabelen, oa. covariantie berekenen en zeggen of X en Y onafhankelijk zijn + verklaar.&lt;br /&gt;
#Een deel van het Lam gods was gestolen vroeger en enkele jaren geleden is het teruggevonden. De kans dat het om een authentiek deel gaat is 70%. 2 experts bekijken dit om na te gaan of het om een authentiek deel gaat of niet. De 1ste expert is correct in 80% van de gevallen en de 2de expert in 90% van de gevallen.&lt;br /&gt;
#*Wat is de kans dat de 1ste expert zegt dat het om een authentiek deel gaat en de 2de expert zegt dat het om een vals deel gaat.&lt;br /&gt;
#*Wat is de kans dat het schilderij echt is als de 1ste expert zegt dat het om een authentiek deel gaat en de 2de expert zegt dat het om een vals deel gaat.&lt;br /&gt;
#Een bepaald soort hond wordt geboren in 1 kleur maar tegen dat het volwassen is, heeft het witte vlekken gekregen. 98% van de volwassen honden hebben een witte punt aan hun staart. Er zijn net 12 pups geboren.&lt;br /&gt;
#*Wat is de kans dat hoogstens 10 van de 12 pups, later een witte punt aan hun staart gaan hebben?&lt;br /&gt;
#*Als er 1300 pups geboren worden, wat is de kans dat minstens 1280 pups later een witte punt aan hun staart krijgen?&lt;br /&gt;
#Het koopgedrag is onderzocht tijdens de feestperiode. Er is een gemiddelde en standaarddeviatie gegeven. Kan men besluiten, met een hypothesetest, of het gemiddelde uitgegeven bedrag minder dan 50 euro is.&lt;br /&gt;
#Nog iets...&lt;br /&gt;
#Anova script gegeven, zoals in de oefeningen de lege plaatsen opvullen. Regressievergelijking opstellen, hypothesetest of een regressie zinvol is. R² berekenen. Aantonen met een hypothesetest of er een monotoon verband is tussen X en Y.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 JANUARI 2018===&lt;br /&gt;
#* Bewijs de geheugenloosheid van de exponentiële verdeling.&lt;br /&gt;
#* Bewijs E[k(x)l(y)] waarbij x en y onafhankelijk en continu zijn.&lt;br /&gt;
#* Bereken E[(x)(y^2)] waarbij x exponentieel verdeeld is met verwachte waarde 0.5 en y~N&lt;br /&gt;
# De kans dat Anke naar statestiek gaat is 0.8 en de kans dat Bruno naar statestiek gaat is 0.6.&lt;br /&gt;
#* Bereken de kans dat minstens 1 van de 2 naar statestiek gaat wanneer deze variabelen onafhankelijk zijn.&lt;br /&gt;
#* De veriabelen zijn toch afhankelijk. De kans dat Anke aanwezig is en Bruno niet is 0.65. Bereken de kans dat Anke niet aanwezig is als gegeven dat Bruno aanwezig is.&lt;br /&gt;
#* Er zijn dubbel zoveel hoorcolleges dan oefenzittingen. Wat is de kans dat je willekeurig naar statestiek gaat en dit een hoorcollege is?&lt;br /&gt;
#* Bruno gaat naar elke oefenzitting. Wat is de kans dat hij aanwezig is tijdens een hoorcollege?&lt;br /&gt;
# Y-X is bivariaat normaal verdeeld met X de lengte van vrouwen in cm en Y de lengte van mannen in cm. Het gemiddelde van X is 165 en van Y is 175. Ze hebben beiden een variantie van 4 en de covariantie is 8.&lt;br /&gt;
#* Welke verdeling is dit? Bereken het gemiddelde en de variantie van de verschilfunctie.&lt;br /&gt;
#* Bereken de kans dat in een willekeurig koppel de vrouw groter is dan de man.&lt;br /&gt;
#* Bereken de kans dat in een willekeurig koppel de man en de vrouw groter zijn 170 cm.&lt;br /&gt;
# Een experiment wordt een 27 keer herhaald. Er is een gemiddelde en een standaardafwijking gegeven. &lt;br /&gt;
#* Bereken het betrouwbaarheidsinterval met alfa=0.05 en welke voorwaarden gelden er?&lt;br /&gt;
#* Bereken het betrouwbaarheidsinterval in het geval de standaardafwijking onbekend is en leg uit of dit breder wordt.&lt;br /&gt;
#* Bereken het betrouwbaarheidsinterval met alfa=0.01.&lt;br /&gt;
#* Hoevaak moet het experiment herhaald worden om een maximale foutenmarge van 0.001 te bekomen?&lt;br /&gt;
# 20 Cavia&#039;s krijgen 0.5 mg Calcium toegevoegd en 20 andere cavia&#039;s krijgen 2 mg Calcium toegediend.&lt;br /&gt;
#* Test of de hoeveelheid Calcium een invloed heeft op de lengte van de tanden waarvoor een gemiddelde en variantie voor beiden groepen gegeven is. Hier moet een volldedige hypothesetest uitgevoerd worden. &lt;br /&gt;
# Een examen bestaat uit 10 meerkeuzenvragen met 3 opties waarvan er telkens 1 juist is.&lt;br /&gt;
#* Wanneer je elke vraag gokt is de kans om te slagen gelijk aan 0.2131, toon dit aan.&lt;br /&gt;
#* Bepaal deze kans ook benaderend met een discrete verdeling en verklaar of dit een goede benadering is.&lt;br /&gt;
#* 200 studenten gokken bij elke vraag. Bereken de kans dat er strikt meer dan 50 geslaagd zijn.&lt;br /&gt;
# Er is een ANOVA-script gegeven.&lt;br /&gt;
#* Bepaal de regressierechte. Voor alfa was de t-waarde en de standaard fout gegeven. Voor beta niet, dit moest volgens mij met het gemiddelde van x en y die wel gegeven waren.&lt;br /&gt;
#* Test of dit een zinvolle regressierechte is met berekening teststatistiek, P-waarde en besluit.&lt;br /&gt;
#* R^2 berekenen en uitleggen.&lt;br /&gt;
#* Y berekenen met x=90.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JANUARI 2017===&lt;br /&gt;
# eerste vraag waren 4 juist/fout vragen &lt;br /&gt;
#* als X en Y normaal verdeeld zijn, is de som dan altijd normaal verdeeld&lt;br /&gt;
#* iets me benadering van steekproefgem en populatiegem&lt;br /&gt;
#* iets me E(X) of da bij toevalsvariabele gelijk is aan het gem &lt;br /&gt;
#* ... weet ik ni meer exact, ge moet gewoon juist of fout aanduiden, ni uitleggen&lt;br /&gt;
# tweede vraag waren twee bewijzen (me Var(a+bX+cY) en E(a+bX+cY) en dan altijd zo bijvragen van a-e zo Var en E uitrekenen en mediaan berekenen, cumulatieve frequentie tekenen.. en dan iets me X+Y en kansen daarvan berekenen beetje vaag haha&lt;br /&gt;
# dan twee vragen op kansen ook met altijd zo deelvraagjes, eerste was over dat er verschillende sets van 20 stuks zijn en ge ga na hoeveel defecte er zijn, ge hebt enkele gegevens gegeven vb. Kans op geen defecte elementen in uw set van 20 is 70%, kans op juist 1 defect element is 20% enz. Daar dan allemaal kans vragen op, vb. Wat is de kans da als ge willekeurig een lot van 20 neemt, en ge weet da er exact 1 defect is, wa is dan de kans da als ge er twee willekeurige uitneemt da die ni defect zijn enzovoort.. &lt;br /&gt;
# Dan een kansoefening met een kind da 10 keer me een dobbelsteen mag gooien en elke keer als die 6 gooit krijgt die een cadeau, wa is dan de kans da die meer als 3 cadeaus krijgt enzovoort, welke kansverdeling is da en bereken ook benaderend en zo van die deelvragen, ook nog als ze die traditie 35 jaar zouden doen en die jongen mag elke keer gooien op zijn bday wa is dan de kans da die meer dan 55 cadeaus krijgt&lt;br /&gt;
# en dan nog twee hypothesetesten waarvan ene met R output. De ene vraag was over herseninhoud, ze willen zien of de herseninhoud van een 75 jarige persoon gekropen is tov een 25 jarige persoon, ge hebt dan een lijst gekregen me gegevens en een R output waarin t waarde, P waarde, df ontbreken en aan de hand van die output moet ge dan dingen berekenen mbv hypothesetesten, ook output van een betrouwbaarheidsinterval en da interpreteren. De andere ging over het feit da er ooit gezegd is geweest da er dobbelstenen bestaan die &amp;quot;niet gelijk&amp;quot; zijn dus die ni eerlijk zijn, ge krijg een tabel me kansen en moet dan hypothesetesten uitvoeren om te zien of die dobbesltaan vervalst was of ni, weer Teststatistiek opstellen, testwaarde berekenen, interpreteren... en dan een tabel me ietske andere waardes van die dobbelstaan me de vraag of die P waarde dan hetzelfde blijft&lt;br /&gt;
# en nog een oefening over laatste hoofdstuk met die lineaire regressie ook me allemaal deelvraagjes ; de lineaire regressie opstellen en dan s^2 uitrekenen, ge hebt sx sy sxy enzo gegeven, en dan moet ge daar hypothese en teststatistiek ook doen dacht ik (bij elke hypothesetest vraagt ze teststatistiek, testwaarde , P waarde interpreteren etc) en dan geeft ze ook nog een R^2 waarde die ge moet interpreteren..&lt;br /&gt;
Ik denk da het zoiets ongeveer was haha, en ge had 3u30min tijd :)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Juist/fout, Var(bx)=b²Var(x) aantonen&lt;br /&gt;
#rekenen met kansen&lt;br /&gt;
#Exponentiele verdeling, laptop heeft een gemiddelde leeftijd van 4 jaar, geef verdelingsfunctie, bepaal kans dat laptop langer leeft...&lt;br /&gt;
#Hypothesetesten&lt;br /&gt;
#R script van ANOVA tabel, ontbrekende waardes aanvullen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 januari 2015===&lt;br /&gt;
#Beschouw twee toevalsvariabele X en Y = g(X) met g een monotone functie dan is:&lt;br /&gt;
##E(Y) = g (E (X)) ?&lt;br /&gt;
##Med(Y) = g ( Med (X)) ?&lt;br /&gt;
##Med(Y) = g( E (X))Â ?&lt;br /&gt;
##IQR (Y) = g (IQR (X)) ?&lt;br /&gt;
#In Vlaanderen verspreid de groothandel 2000 porties everzwijnsvlees over 15 restaurants. Neem aan dat exact 11 porties hiervan besmet zijn met een virus. In leuven leverde de groothandel 250 (onafh.) porties vlees:&lt;br /&gt;
##hoeveel besmette porties vlees verwacht men in Leuven?&lt;br /&gt;
##Hoe groot is de kans dat minstens 2 porties vlees in Leuven besmet zijn met het virus?&lt;br /&gt;
###Bereken deze kans exact&lt;br /&gt;
###Bereken een benadering van deze kans&lt;br /&gt;
###Is de benaderde kans die je vond een goede benadering voor de kans die je vond? Waarom wel/niet?&lt;br /&gt;
#Mannelijke radiologen worden blootgesteld aan straling. Onderzoekers beweren dat deze frequente blootstelling de kans op mannelijke nakomelingen zou beÃ¯nvloeden. Uit een studie van 31 radiologen, bleek dat 30 van de 87 nakomelingen mannen waren. Kan je op basis van deze studie besluiten dat een frequente blootstelling aan straling een significante invloed heeft op de kans op mannelijke nakomelingen voor een man? Î± = 0.05, normale omstandigheden de kans op mannelijke omstandigheden 50% bedraagt.&lt;br /&gt;
##Formuleer een geschikte H0 en H1 op deze vraag&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek, de (benaderde) verdeling ervan onder H0 en de testwaarde voor deze steekproef.&lt;br /&gt;
##Bereken de (benaderde) P-waarde. Geef de formule en de waarde ervan in deze steekproef.&lt;br /&gt;
##Formuleer een zo volledig mogelijk besluit op basis van de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Bepaal ook het 98% BI voor de kans op mannelijke nakomelingen. Wat besluit je?&lt;br /&gt;
##Wat is de betekenis van een type 2 fout bij deze hypothese test in deze situatie?&lt;br /&gt;
##R-script gegeven met ontbrekende gegevens. Deze worden gevraagd + andere vraagjes&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 januari 2016 (VM)===&lt;br /&gt;
Hier missen nog bijna gegarandeerd enkele deelvraagjes, dus als je dit examen ook gemaakt hebt (en je weet er nog iets van), vul dan aan a.u.b.&lt;br /&gt;
#Enkele vragen i.v.m. verdelingen, hun kenmerken, proporties en kansen.&lt;br /&gt;
#Zij (X, Y) een bivariate normaalverdeling met mu = (2, 2) en sigma = ((1, 0.4), (0.4, 1)). Is dan Var(2X - Y) = 3.4?&lt;br /&gt;
#Zij X een continu verdeelde variabele met frequentie f(x). Zij a en b reÃ«ele getallen, bewijs dan dat:   E(a + bX) = a + b*E(X)  en Var(a + bX) = b^2 * E(X)&lt;br /&gt;
#We hebben thuis een alarm geÃ¯nstalleerd. Bij inbraak gaat het met 96% zekerheid af, maar op andere nachten is er ook een kans van 0.3% dat het afgaat vanwege storingen. In onze buurt is er een kans van 3% dat er op een gegeven nacht in een gegeven huis wordt ingebroken. Vannacht gaat het alarm af, hoe groot is de kans dat er werkelijk een inbraak is?&lt;br /&gt;
#Gegeven: een 2x3 relatieve frequentietabel. Aan de ene kant: mannen en vrouwen, aan de andere kant of de groep een slecht, middelmatig of goed oriÃ«ntatievermogen heeft. Rij van de mannen = (1/10, 1/20, 1/2), rij van de vrouwen = (1/5, 1/10, 1/20). Waar of fout:&lt;br /&gt;
##De kans dat een willekeurige vrouw een goed oriÃ«ntatievermogen heeft is 1/7.&lt;br /&gt;
##De verwachte waarde voor mannen en vrouwen zijn gelijk.&lt;br /&gt;
#Gegeven: de gemiddelde Belgische vrouw heeft een lengte van 168.1cm, met een standaardafwijking van 5.3cm.&lt;br /&gt;
##Clara is 180.3cm groot. Hoeveel percent van de Belgische vrouwen is kleiner dan Clara?&lt;br /&gt;
##Stella is kleiner dan 95% van de Belgische vrouwen. Wat is haar maximale hoogte?&lt;br /&gt;
##Hier aan de faculteit zijn er 354 vrouwen. Hoe groot is de kans dat exact twee vrouwen kleiner zijn dan haar (neem hiervoor Stellas maximale mogelijke lengte). Bereken deze exact.&lt;br /&gt;
##Bereken de kans op benaderende wijze. Is dit een goede benadering?&lt;br /&gt;
#Gegeven: de uitslagen van de verkiezingen van mei 2014 en een peiling van 2013. Beiden zijn lijsten van zeven partijen en &amp;amp;quot;Overige&amp;amp;quot;, elk met een corresponderend percentage. Bepaal op significantieniveau 0.05 of deze peiling de verkiezingsresultaten kan voorstellen.&lt;br /&gt;
##Kies gepaste hypothesen voor je test uit te voeren.&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek, verdeling en testwaarde van je test.&lt;br /&gt;
##Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Vorm een besluit.&lt;br /&gt;
#In een fabriek worden er dagelijks 5000 dozen pralines geproduceerd. Elke doos beweert 250g te wegen. Een nieuwe kwaliteitscontroleur (&amp;amp;quot;een jonge snaak&amp;amp;quot; zoals zij het verwoordden) neemt op een dag lukraak 20 dozen uit de productie voor inspectie. Het gemiddelde van deze steekproef is 243.7g met een variantie van 6.91 g^2. Test op significantieniveau 0.05 of de fabriek systematisch te lichte dozen maakt.&lt;br /&gt;
#Kies gepaste hypothesen voor je test uit te voeren.&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek, verdeling en testwaarde van je test.&lt;br /&gt;
##Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Vorm een besluit.&lt;br /&gt;
#Geef het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde van de dagproductie. Geef de definitie van het 95%- betrouwbaarheidsinterval en leg uit wat dit concreet betekent in deze situatie.&lt;br /&gt;
#Leg uit wat een type-I en type-II fout concreet betekenen in deze situatie.&lt;br /&gt;
#Gegeven: output van summary en anova in R.&lt;br /&gt;
##Vul aan: SSM, MSM, MSE, F-waarde, P(F &amp;amp;gt; f) en voor de slope: t-waarde en P(T &amp;amp;gt; t).&lt;br /&gt;
##Voer een hypothesetest uit omtrent H0: alfa = 0 versus H1: alfaÂ != 0&lt;br /&gt;
##Geef de regressierechte.&lt;br /&gt;
##Geef R^2 en leg uit wat deze waarde betekent.&lt;br /&gt;
===26 Januari 2015 (nieuwe prof?) ===&lt;br /&gt;
#Duid aan welke stellingen kloppen en verantwoord: Van een kwantielplot kan je aflezen of:&lt;br /&gt;
##2 variabelen afhankelijk zij van elkaar.&lt;br /&gt;
##er een lineair verband is tussen 2 variabelen&lt;br /&gt;
##een variabale uit een bepaalde verdeling komt&lt;br /&gt;
##2 variabelen bivariaat normaal verdeeld zijn&lt;br /&gt;
#Duid aan welke stellingen kloppen en verantwoord: Indien (X,Y) bivariaatnormaal verdeelde toevalsvariabelen met populatiecorrelatiecoÃ«fficiÃ«nt p en:&lt;br /&gt;
##H0: p=0 vs H1:p=/=0&lt;br /&gt;
##Een p-waarde &amp;amp;lt;alfa oplevert kan je op significantieniveau alfa:&lt;br /&gt;
##besluiten dat er een lineair verband is tussen X en Y, mogelijks monitoon&lt;br /&gt;
##besluiten dat er een monotoon verband is tussen X en Y&lt;br /&gt;
##niet verwerpen dat er een lineair verband is tussen X en Y, mogelijks lieair&lt;br /&gt;
##niet verwerpen dat er een monotoon verband tussen X en Y.&lt;br /&gt;
#Levensduur van een laptop is exponentieel verdeeld. Verwacht wordt dat een laptop 3 jaar meegaat. Kans dat een laptop langers dan 3jaar meegaat voor een voorzichtige student is 55%, voor een slordige student is dit 30%.&lt;br /&gt;
##Toon aan dat de kans dat een laptop langer als 3jaar meegaat, zonder rekening te houden met voorzichtigheid = 36.79%&lt;br /&gt;
##HoeveelÂ % van de studenten is slordig?&lt;br /&gt;
##Jan heeft 3 jaar zijn laptop, wat is de kans dat hij er voorzichtig mee omgaat?&lt;br /&gt;
#Het aantal vogels dat voederplaatsen bezoekt wordt verwacht op 35 door Natuurpunt. Dit jaar werden in 100 tuinen gemiddeld 41 vogels per tuin waargenomen met een standaarddeviatie van 24. Is het gemiddeld aantal vogels per tuin dit jaar groter dan verwacht door Natuurpunt?&lt;br /&gt;
##H0 en H1?&lt;br /&gt;
##Welke teststatistiek gebruik je? Wat is de verdeling ervan onder H0?&lt;br /&gt;
##Welke veronderstellingen maak je om deze test te mogen uitvoeren?&lt;br /&gt;
##Bereken de testwaarde&lt;br /&gt;
##Bereken de (benaderende) p-waarde, geef de formule en de (benaderende) waarde ervan.in deze steekproef.&lt;br /&gt;
##Maak een schets en duid er de testwaarde en p-waarde op aan.&lt;br /&gt;
##Wat besluit je op basis van de p-waarde?&lt;br /&gt;
##Maak je hierbij mogelijk een type I of type II fout?&lt;br /&gt;
#De ontkieming van zaden werd onderzocht bij licht en schemerdonker. 86 van de 100 zaden ontkiemden bij licht, 60 van de 80 zaden ontkiemden bij schemerdonker. 4.1 Onderzoek als er meer zaden ontkiemen bij licht dan schemerdonker, formuleer besluit op significantieniveau 0.05.&lt;br /&gt;
##H0 en H1?&lt;br /&gt;
##Teststatistiek, benaderende verdeling onder H0 en testwaarde&lt;br /&gt;
##p-waarde? Geef uitdrukking met kans als de (benaderende) waarde.&lt;br /&gt;
##Formuleer een zo volledig mogelijk besluit.&lt;br /&gt;
#Stel een 80% betrouwbaarheidsinterval op voor de proportie van zaden die bij licht ontkiemen.&lt;br /&gt;
##Wat is de betekenis van dit betrouwbaarheidsinterval?&lt;br /&gt;
##Vraagjes met R-output (gegevens van ANOVA kunnen berekenen, RÂ² kunnen geven + betekenis,...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 januari 2014===&lt;br /&gt;
#Juist of fout. Leg uit en indien nodig verbeter.&lt;br /&gt;
#een exp (Î») met Î»&amp;amp;gt;0 geeftÂ Î£xi ~ N(n/Î» , n/Î»Â²)&lt;br /&gt;
#als X en Y normaal verdeeld zijn, dan is X - Y eveneens normaal verdeeld&lt;br /&gt;
#(weet ik niet meer)&lt;br /&gt;
#een symmetrische histogram is een grafische voorstelling van normaal verdeelde resultaten.&lt;br /&gt;
#Een kansberekeningsvraag: in een winkel geven klanten gemiddeld 70euro uit met een standaardeviatie van 20euro.&lt;br /&gt;
#Wat is de kans dat iemand in de winkel meer dan 40euro uitgeeft?&lt;br /&gt;
#Er staan 10 klanten in de rij aan te schuiven van de kassa. Wat is de kans dat 3 klanten minder dan 40euro uitgeven?&lt;br /&gt;
#Er staan nu 100 klanten in de rij van de kassa aan te schuiven. Wat is de kans dat minstens 30 klanten minder dan 40euro uitgeven?&lt;br /&gt;
#Betrouwbaarheidsinterval vraag:Er wordt een onderzoek gedaan naar de voorkeur van lezers, welke soort drager (papier, e-book, ...) zij verkiezen om te lezen. Er werden 1000 mensen ondervraagd, waarvan 93% zei dat ze het liefst papier als drager gebruiken om te lezen. 62% leest een krant het liefste met papier als drager. 8 op 10 zegt dat ze boeken het liefst lezen als papier de drager is.&lt;br /&gt;
#Zoek het 95% BI voor de mensen die het liefste lezen met papier als dragen&lt;br /&gt;
#Zoek het 99% BI voor de mensen die kranten het liefste lezen met papier als drager.&lt;br /&gt;
#Leg de betekenis van het laatste BI zo grondig mogelijk uit.&lt;br /&gt;
#Hypothesevraag met Î±= 0,05:Een schoenenverkoopster beweert dat vrouwen met een kleine schoenmaat schoenen kopen waarvan de hak gemiddeld hoger is dan de hak van vrouwen met een grote schoenmaat. De schoenverkoopster schrijft van 70 vrouwen die elk 1 paar schoenen kopen, de schoenmaat en de haklengte op. De schoenmaten worden onderverdeeld in kleine en grote schoenmaten. 31 vrouwen met kleine schoenmaat kopen schoenen met een gemiddelde haklengte van 4,39cm met een standaardvariantie van 3,14cmÂ² en 39 vrouwen met grote schoenmaat kopen schoenen met een gemiddelde haklengte van 3,45cm en een standaardvariantie van 5,16cmÂ².&lt;br /&gt;
##Stel een goede H0 en H1 op&lt;br /&gt;
##Welke veronderstellingen maak je en hoe kom je hieraan?&lt;br /&gt;
##Geeft de correcte test-statistiek&lt;br /&gt;
##Zoek de P-waarde&lt;br /&gt;
##Concludeer je resultaten en formuleer een goed antwoord.&lt;br /&gt;
##Welke fout wordt hier gemaakt, type I of type II en waarom?&lt;br /&gt;
#Hypothesevraag met Î±= 0,05: Tijdens de solden wordt een onderzoekbureau belast met de taak om te onderzoeken of er een verband bestaat tussen de gemiddelde kortingspercentages die worden gegeven door de winkels en het aantal dagen dat de solden al bezig zijn (van 3 januari tot 31 januari).(hier worden een aantal R - scripten en resultaten en grafieken van een aantal test gegeven: Pearson en Shapiro-Wilk test dacht ik. Er zijn 4 scripten gegeven: deze van de gemiddelde kortingspercanteges, van de aantal dagen dat de solden al bezig zijn, eentje waarin de 2 vorige gecombineerd zijn in een Pearson correlatie test en eentje waar ze gecombineerd zijn in een Shapiro - Wilk test)&lt;br /&gt;
##Vul de R-scripten aan door de juiste waarde in te vullen bij a) en b) (==&amp;amp;gt; a) was een getal bij df en b) was het getal bij p-value)&lt;br /&gt;
##Stel een goede H0 en H1 hypothese op&lt;br /&gt;
##Welke test statistiek gebruik je?&lt;br /&gt;
##Zoek de p-waarde aan de hand van de gegeven R-scripten&lt;br /&gt;
##Concludeer je resultaten en formuleer een goed antwoord.&lt;br /&gt;
===17 Januari 2014===&lt;br /&gt;
#Juist of fout. Leg uit en indien nodig verbeter.&lt;br /&gt;
##Als je 2 steekproeven hebt met dezelfde grote n en een gemiddelde kans p. Dan is het betrouwbaarheidsinterval van 90% het breedste bij de steekproef met de grootste p.&lt;br /&gt;
##Je hebt twee continue, afhankelijke toevalsvariabe X en Y met f(x,y) de gezamelijke dichtheid en f(x) en f(y) de marginale dichtheid voor respectievelijk X en Y. Dan geldt f(x,y) =/ f(x)f(y) voor elke mogelijke (x,y). (=/ staat voor: is niet gelijk aan)&lt;br /&gt;
##Als de whiskers van een boxplot ongeveer even groot zijn, dan is de variabele normaal verdeeld&lt;br /&gt;
##Je hebt kansmodel Exp(2). dan is P(x&amp;amp;gt;7|x&amp;amp;gt;3) = P(x&amp;amp;gt;4)&lt;br /&gt;
#Er werdt een onderzoek gedaan bij 3400 bestuurders die betrokken zijn geweest bij een ongeval. Van deze bestuurders waren 26.7% onder invloed van drugs enÂ  29.1% hadden overmatig alchol gebruikt. Men wil nagaan hoe correct de alcohol en drugtest zijn. Als je weet dan 65% positief test als ze drugs gebruikt hebbenÂ  en 80% test positief als ze overmatig alcohol gebruik. Je weet ook dat 40% negatief test en geen alchol en drugs gbruikt heeft. We nemen aan dat het samen gebruiken van alchol en drugs niet voor komt.&lt;br /&gt;
##Toon aan dat de kans dat men positief test gelijk is aan 44.8%&lt;br /&gt;
##Wat is de kans dat iemand die positief test drugs heeft gebruikt?&lt;br /&gt;
##Wat is de kans dat iemand niets gebruikt heeft indien die negatief test?&lt;br /&gt;
#Er werd een onderzoek uitgevoerd bij 5 cafÃ©gangers. Ze kregen elk 2 pijlen. De eerste keer mochten ze smijten met hun voorkeurs hand, de tweede keer moesten ze smijten met de andere hand. (Gegeven een tabel met scores) Onderzoek of de gemiddelde score met hun voorkeurshand hoger ligt dan de gemiddelde score met de andere hand.&lt;br /&gt;
##stel de hyphotheses op&lt;br /&gt;
##welke veronderstellingen maak je?&lt;br /&gt;
##welke teststatistiek gebruik je?&lt;br /&gt;
##wat is de T-waarde?&lt;br /&gt;
##wat is de P-waarde?&lt;br /&gt;
##Wat is het resultaat van deze test? Leg uit voor dit voorbeeld&lt;br /&gt;
##maak een voortstelling van de P-waarde&lt;br /&gt;
##stel dat je veronderstelling niet klopt. Welke teststatistiek gebruik je dan?&lt;br /&gt;
###Voer deze test uit:&lt;br /&gt;
###wat is de T-waarde&lt;br /&gt;
###wat is de P-waarde?&lt;br /&gt;
###Wat is het resultaat van deze test? Leg uit voor dit voorbeeld&lt;br /&gt;
##je hebt output gekregen in verband met regressie en daar wat vragen bij.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 Januari 2012===&lt;br /&gt;
#3 Meerkeuzevragen &amp;amp;amp; uitleggen waarom&lt;br /&gt;
##X1,...,X100 is Poisson verdeeld met n=51, variantie=4 --&amp;amp;gt; wat is E(X) en Var(X) van gemiddeldeXn bij normale verdeling.&lt;br /&gt;
##i.v.m. gemiddelde van steekproefgemiddelde als benadering van populatiegemiddelde --&amp;amp;gt; enkel bij normale verdeling of bij elke verdeling waar; is steekproefgemiddelde evengoed een benadering van populatiegemiddelde; ...&lt;br /&gt;
##X is niet normaal verdeeld, Y= sqrt(X) is wel normaal verdeeld: welke hypothesetesten kan je uitvoeren: H0:Âµ(X)=3 vs H1:Âµ(X)â‰ 3 en/of H0:Âµ(Y)=sqrt(3) vs H1:Âµ(Y)â‰ sqrt(3) en/of H0:Med(X)=3 vs H1:Med(X)â‰ 3 en/of H0:Med(Y)=sqrt(3) vs H1:Med(Y)â‰ sqrt(3) + teststatiestiek geven + zijn besluiten van beide testen equivalent&lt;br /&gt;
#Oefening 1: berekenen van een kans (binomiaal) exact en benaderend met continuiteitscorrectie&lt;br /&gt;
#Oefening 2: Hypothesetest vergelijken gemiddelden van 2 groepen (ongepaard, sigma&#039;s verschillend, ..)=&amp;amp;gt; De vragen hierbij waren:&lt;br /&gt;
##Formuleer de nulhypothese en de alternatieve hypothese.&lt;br /&gt;
##Welke teststatistiek gebruik je, wat is zijn waarde en welke verdeling volgt hij&lt;br /&gt;
##Bereken de p-waarde + definitie&lt;br /&gt;
##Teken deze p-waarde op een grafiek&lt;br /&gt;
##Besluit&lt;br /&gt;
##Welke aannames deed je voor deze hypothese en wordt er aan deze voldaan?&lt;br /&gt;
##Indien niet: wat zou je dan kunnen toepassen&lt;br /&gt;
##Wat betekenen type 1 en type 2 fout bij deze hypothese.&lt;br /&gt;
#Oefening 3: Je krijgt een heleboel statistica - output en een hoop vragen.&lt;br /&gt;
##Geef het regressiemodel&lt;br /&gt;
##Dan 5 vragen ivm anova tabellen, SSM SSE SST, ...&lt;br /&gt;
##Is de correlatie nuttig? stel een hypothese op&lt;br /&gt;
##BI berekenen van de rico&lt;br /&gt;
##definitie BI&lt;br /&gt;
##Aannames + nagaan modelveronderstellingen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18	Januari 2013 (VM)===&lt;br /&gt;
#Thomas Van Den Spiegel is 214 cm groot. Leg uit hoe men kan bepalen hoe groot (of hoe normaal) dit is.&lt;br /&gt;
#Gegeven een tabel met daarin de absolute frequenties van een steekproef naar het spijbelgedrag van leerlingen uit het ASO, BSO en TSO: nooit, soms, vaak. Dit is dus een 3x3 tabel.&lt;br /&gt;
#Test: meer dan 50% van de leerlingen uit het ASO spijbelt nooit.&lt;br /&gt;
##Geef H0.&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek onder H0 en de testwaarde.&lt;br /&gt;
##Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Besluit.&lt;br /&gt;
#Ga na of er een verband is tussen de waarden.&lt;br /&gt;
##Geef H0.&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek onder H0 en de testwaarde.&lt;br /&gt;
##Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Besluit&lt;br /&gt;
#Gegeven de functie  als  en anders 0. Deze stelt de tijd voor die ik nodig heb om op mijn werk te geraken.&lt;br /&gt;
##Ik moet om 9u op mijn werk zijn, wat is de kans dat ik te laat kom als ik om 7u40 vertrek?&lt;br /&gt;
##Over 200 dagen gezien als ik opnieuw om 7u40 vertrek: wat is de kans dat ik hoogstens 20 keer op die 200 dagen te laat kom?&lt;br /&gt;
#Voor een nieuw soort roomijs hebben 9 mensen geproefd en een score tussen 1 en 20 (kan ook tussen 0 en 20 zijn, ik hoop van niet). Er waren 2 scores onder 10 en 7 scores boven 10.&lt;br /&gt;
##Bepaal met een teststatistiek of het ijs lekker is (dus een score groter dan 10).&lt;br /&gt;
###Geef H0.&lt;br /&gt;
###Geef de teststatistiek onder H0 en de testwaarde.&lt;br /&gt;
###Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
###Besluit.&lt;br /&gt;
##Wat is het 95% betrouwbaarheidsinterval van de mediaan? Wat betekent dit interval concreet voor dit voorbeeld?&lt;br /&gt;
#Een lineair verband tussen de maandelijkse productie van windmolens en de hoeveelheid wind, gezien over 32 maanden. Gegeven de output van de lm-functie uit R, een paar Shapiro-Wilk tests, enkele QQ-plots en de residuplot.&lt;br /&gt;
##Is het een goed model? (of zoiets)&lt;br /&gt;
##Vul de ANOVA tabel in (enkel 1 en F zijn gegeven)&lt;br /&gt;
##Wat betekent Std. Error in die lm-functie&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>R1102587</name></author>
	</entry>
</feed>