
<?xml version="1.0"?>
<feed xmlns="http://www.w3.org/2005/Atom" xml:lang="nl">
	<id>https://wiki.chemika.be/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=SanderVanwing</id>
	<title>Chemika Examenwiki - Gebruikersbijdragen [nl]</title>
	<link rel="self" type="application/atom+xml" href="https://wiki.chemika.be/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=SanderVanwing"/>
	<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Speciaal:Bijdragen/SanderVanwing"/>
	<updated>2026-07-28T09:07:35Z</updated>
	<subtitle>Gebruikersbijdragen</subtitle>
	<generator>MediaWiki 1.43.0</generator>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Spectroscopie_van_biomoleculen&amp;diff=2216</id>
		<title>Spectroscopie van biomoleculen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Spectroscopie_van_biomoleculen&amp;diff=2216"/>
		<updated>2020-06-23T12:04:33Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;SanderVanwing: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Dit vak wordt gegeven door Johan Hofkens en Tatjana Vogt. Het deel van Vogt is mondeling, Hofkens is schriftelijk. Je moet op beide delen minstens 4/10 halen om te slagen. Bij het herexamen kan je een vrijstelling aanvragen voor het deel dat je geslaagd bent.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===23 juni 2020===&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
#NMR van C9H10O3&lt;br /&gt;
#Hoe kan je de fast exchange limit bij reversibele reacties definiëren? Wat is de coalescence temperature? Hoe kan je de rate constant of exchange berekenen bij de coalescence temperature?&lt;br /&gt;
#Toon de magnetisatievector M&amp;lt;sub&amp;gt;0&amp;lt;/sub&amp;gt; wanneer een puls van a) 30°&amp;lt;sub&amp;gt;x&amp;lt;/sub&amp;gt;, b) 90°&amp;lt;sub&amp;gt;x&amp;lt;/sub&amp;gt; en c) 180°&amp;lt;sub&amp;gt;x&amp;lt;/sub&amp;gt; wordt gebruikt. Bij welke puls krijgt men het sterkste signaal?&lt;br /&gt;
#Wat zijn de vereisten voor SAR met NMR en wat zijn de voor- en nadelen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
#3 normale vibratiemodes zijn gegeven.&lt;br /&gt;
#*Wanneer is een vibratie IR actief, wanneer Raman actief?&lt;br /&gt;
#*Welke van de 3 modes zijn IR actief? Welke van de 3 zijn Raman actief?&lt;br /&gt;
#*Jablonski diagram gegeven: duid de meest waarschijnlijke IR transitie en anti-Stokes Raman aan.&lt;br /&gt;
#*Teken, benoem en geef de tijdschaal van internal conversion en fosforescentie.&lt;br /&gt;
#Verklaar begrippen met tekening:&lt;br /&gt;
##excitatiespectrum&lt;br /&gt;
##Balmer reeks&lt;br /&gt;
##Perrin vergelijking&lt;br /&gt;
##inner filter effect&lt;br /&gt;
##dynamische quenching&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2020===&lt;br /&gt;
====Deel Vogt====&lt;br /&gt;
#NMR van C9H10O3&lt;br /&gt;
#Wat is chemische shift, hoe wordt dit afgeleid? Wat is ppm en waarvoor staat het? Waarom gebruiken we niet de frequentieschaal?&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom het moeilijk is om de structuur te bepalen van grote proteïnen.&lt;br /&gt;
#Geef 3 voordelen en 3 nadelen van het gebruik van NMR voor metabolomics.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Deel hofkens====&lt;br /&gt;
#Je hebt een hypothetisch lineair molecule AB2 gegeven, maar de Lewisstructuur hiervan is onbekend. M.a.w. je weet niet of het ABB is of BAB. &lt;br /&gt;
#* Hoeveel vibratiemodes zijn er voor elke structuur?&lt;br /&gt;
#* Op het IR-spectrum zijn pieken te zien die overeenkomen met drie normale vibratiesmodes. Welke structuur is het (BAB of ABB) en waarom? &lt;br /&gt;
#* In IR ligt de piek voor H2O op 3560 cm-1, veronderstel dat de krachtconstante gelijk is. Bereken de frequentie van de rekking van D2O (zwaar water)? &lt;br /&gt;
#* Teken het Jablonski diagram en geef Stokes Raman, anti-Stokes Raman, IR transitie en near resonance Raman weer. Welke transitie zal het snelst gebeuren?&lt;br /&gt;
#Begrippen&lt;br /&gt;
##Limiting anisotropy&lt;br /&gt;
##Auxochroom effect&lt;br /&gt;
##Forster radius&lt;br /&gt;
##Inner filter effect&lt;br /&gt;
##TC SPC (single foton counting)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 augustus 2019===&lt;br /&gt;
====Deel Vogt====&lt;br /&gt;
#NMR spectrum C8H19N, ook gezien in de oefeningen (CH3-CH2-CH2-CH2-NH-CH2-CH2-CH2-CH3)&lt;br /&gt;
#Wat is NOE, waarom wordt het gebruikt in NMR en waarbij kan het nog van toepassing zijn? Wat is de maximale vergroting voor een P kern wanneer een H kern in nabijheid wordt bestraald (formule invullen).&lt;br /&gt;
#Geef de 2de en 3de fase voor de proteïne stuctuur bepaling. Welke technieken worden nog gebruikt?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Deel hofkens====&lt;br /&gt;
#Membraan fusie wordt onderzocht door een mengsel te maken van vesikels met een kleurstof (pyreen) en gewone membraan partikels. Het absorptiespectrum van pyreen is gegeven. Hoe zal het absorptiespectrum en emissiespectrum evolueren? Wat kan men hieruit leren over membraanfusie. Maak tekeningen, benoem en beschrijf ze. &lt;br /&gt;
#concentraties gegeven fluoresceine en IgG en de polarisatie P. Ook de dissociatieconstante formule werd gegeven. bereken de dissociatieconstante wanneer het fluorescentie kwantumrendement en de extinctiecoëfficiënt niet veranderen. Wanneer het fluorescentie kwantumrendement halveert bij binding, wat gebeurd er dan met de dissociatieconstante? Wat gebeurd er met de fractie fluoresceine in het complex? Hoe kan men achterhalen als de extinctiecoëfficiënt en het fluorescentie kwantumrendement veranderen bij binding?&lt;br /&gt;
#begrippen:&lt;br /&gt;
##Foto-elektrisch effect&lt;br /&gt;
##Emissiespectrum&lt;br /&gt;
##anti-Stokes Raman scattering&lt;br /&gt;
##Statische quenching&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 augustus 2019===&lt;br /&gt;
Geen vragen van Vogt door vrijstelling.&lt;br /&gt;
====Deel Hofkens====&lt;br /&gt;
# theorievraag: 2 spectra van 2 fluoroforen gegeven, deze bespreken en alles dat in de les gezien was en op toepassing van deze spectra aanduiden&lt;br /&gt;
# oefening anisotropie waarbij 20% verminderd werd&lt;br /&gt;
# woordjes&lt;br /&gt;
##foto-elektrisch effect&lt;br /&gt;
##cotton-effect&lt;br /&gt;
##extinctiecoëfficiënt&lt;br /&gt;
##TRES&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 Juni 2019 NM===&lt;br /&gt;
====Voght====&lt;br /&gt;
#NMR C11H14O2&lt;br /&gt;
#COSY gegeven van een peptide. Wat word er weergeven, wat is de fysische theorie erachter, wat is het verschil met NOESY en wat gebeurd er als er D2O wordt gebruikt als solvent&lt;br /&gt;
#Wat is metabolomics, hoe kan NMR hier bij helpen, geef een voorbeeld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Hofkens==== &lt;br /&gt;
#Geef het Frank-Cordon energie diagram, Duid een vibrationele transitie aan en in welke tijdseenheid verloopt fluorescentie en duid dit aan.&lt;br /&gt;
#Emissie en absoptie gegeven van SPQ, en zijn quencher bij verschillende concentraties (collisional). Bereken de Stern-Volmer consrante, de levensduur en wat gebeurd er met de levensduur als de quencherconcentratie daalt.&lt;br /&gt;
#Extinctie coefficient, foto-elektrisch effect, Cotton-effect, TRES&lt;br /&gt;
===25 juni 2019 VM===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
#NMR-spectrum(C9H10O3)&lt;br /&gt;
#Zeeman effect + frequentie berekenen met gegevens&lt;br /&gt;
#Fase 1 spectrum -&amp;gt;structuur proteinen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
Zie examen 27 juni 2018&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2019===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Voght====&lt;br /&gt;
#NMR-spectrum met 1H, 13C, DEPT, IR, COSY en HETCOR gegeven (4 punten)&lt;br /&gt;
#Verschillende types relaxatie uitleggen, waarom dit belangrijk is in 13C NMR en waarom dit belangrijk is bij structuurbepaling van proteïnen (laatste heeft te maken met de grootte, tumbling en bandverbreding) (3 punten)&lt;br /&gt;
#Uitleggen waarom in vivo 1H en 13C NMR niet handig zijn + uitleggen waarom het wel handig is met 31P + voorbeeld geven van 31P NMR (3 punten)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Je hebt een kit om een enzyme op te sporen, als het enzyme aanwezig is hydroliseert het een proteïne en zal het fluoresceren. Leg de werking van de kit en het spectrum uit. (4 punten)&lt;br /&gt;
#Simpele oefening over FRET, fluorescentieleeftijd en afstand tussen donor en acceptor. Je had maar 2 formules uit het formularium nodig en moest die de hele tijd anders invullen. (2 punten)&lt;br /&gt;
#4 begrippen:  (4 punten)&lt;br /&gt;
#*limiting anisotropy&lt;br /&gt;
#*inner filter effect&lt;br /&gt;
#*auxochrome shift&lt;br /&gt;
#*anti-Stokes Raman&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2018===&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
# Oefening NMR (C8H19N) IOU = 0, symmetrisch molecule met NH groep in het midden&lt;br /&gt;
# wat is relaxatie bij cnmr spectroscopie, welke soorten en wat is het verband van relaxatie en bandverbreding&lt;br /&gt;
# 1D en 2D spectroscopie en proteïn ligand binding uitleggen (zowel fast als slow), uitleggen hoe je bepaald waar de binding van het ligand plaatsvind en hoe je de bindingsconstanten kan bepalen adv NMR&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# 3 molecules met vibraties gegeven. zeggen wat de voorwaarde zijn voor IR en raman spectroscopie. zeggen welke structuren IR actief zijn. zeggen welke structuren raman actief zijn en raman en Ir aanduiden op een jablonski diagram&lt;br /&gt;
#* oefening over fret, gegeven zijn intensiteit gebonden en ongebonden en R0. bepalen van efficientie FRET, bepaal R, wat is de intensiteit van het molecule indien de afstand kleiner is.&lt;br /&gt;
# Begrippen: excitatie spectrum, perrin vgl, balmer reeks, transitiedipoolmoment&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 juni 2018===&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
# Oefening NMR (C11H14O2) - benzeenring met para 2 substituenten: eerste substituent COOH en tweede substituent C met 3 gebonden CH3&lt;br /&gt;
# Figuur van slow en fast exchange limit uitleggen + waarom zijn spectra temperatuursafhankelijk + wat is de coalescentie temperatuur + bereken de exchange rate (k) voor de coalescentie temperatuur&lt;br /&gt;
# Fase 1 van spectrum naar structuur uitleggen, welke NMR worden daar gebruikt en wat kom je te weten + wat is het grootste probleem bij grote proteinen om een NMR te bekomen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# Je hebt een hypothetisch lineair molecule AB2 gegeven, maar de Lewisstructuur hiervan is onbekend. M.a.w. je weet niet of het ABB is of BAB. &lt;br /&gt;
#* Hoeveel vibratiemodes zijn er voor elke structuur?&lt;br /&gt;
#* Op het IR-spectrum zijn pieken te zien die overeenkomen met drie normale vibratiesmodes. Welke structuur is het (BAB of ABB) en waarom? &lt;br /&gt;
#* In IR ligt de piek voor H2O op 3560 cm-1, veronderstel dat de krachtconstante gelijk is. Bereken de frequentie van de rekking van D2O (zwaar water)? &lt;br /&gt;
# Oefening 5 van oefenzitting 4 met volgende gegevens: IgG bindt aan de kleurstof Fluorescein. Concentraties zijn 0, 1*10^(-5), overmaat voor IgG; drie keer 4*10^(-7) voor Fluorescein en P = 0.03, 0.1450 en 0.3913. De formule voor Kd is gegeven. &lt;br /&gt;
#* bereken Kd als de extinctiecoëfficiënt en het kwantumrendement niet verstoord worden door de binding.&lt;br /&gt;
#* het kwantumrendement halveert bij de binding, wat gaat er gebeuren met de fractie Fluorescein in complex.&lt;br /&gt;
#* hoe bepaalt men of de extinctiecoëfficiënt en/of het kwantumrendement verandert bij de binding?&lt;br /&gt;
# Begrippen: inner filter effect, limiting anisotropy, auxochroom effect, TCSPC&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 juni 2018===&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
# Oefening met NMR (C9H10O3 - benzeenring met aldehyde en 2 keer O-CH3 gesubsidieerd) + verklaar plaats van substitutie&lt;br /&gt;
# 31P NMR vergelijken met 1H NMR en 13C NMR. &lt;br /&gt;
#*Waarom gebruik je P-NMR hier. &lt;br /&gt;
#*Hoe is de sensitiviteit van de 3 NMR&#039;s en welke is hier het beste + wat zijn de algemene factoren die sensitiviteit bepalen&lt;br /&gt;
#* Welke NMR gebruik je om deze reactie te bestuderen en waarom? &lt;br /&gt;
#* Hoe zou je de aanwezige concentratie water berekenen in deze vergelijking&lt;br /&gt;
#* Hoe zou je de omzettingsratio van de producten naar reagentia berekenen&lt;br /&gt;
#Leg uit waarom SAR by NMR een veelgebruikte techniek is voor de ontwikkelen van medicatie en leg werking uit&lt;br /&gt;
#* Leg uit wat de vereiste zijn van SAR&lt;br /&gt;
#* Leg uit wat voor-en nadelen zijn van SAR&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# Teken een Frank-Condon energiediagram van een hypothetisch molecule in grondtoestand en geëxciteerde toestand. Benoem S0 en S1 op de figuur.&lt;br /&gt;
#* Teken een vibratiobele overgang&lt;br /&gt;
#* Teken een vibrationele excitatie in de elektrisch aangeslagen toestand&lt;br /&gt;
#* Wat is de tijdschaal van fluorescerende en teken dit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Oefening over Stern-Volmer en quenchen instantende met volgende gegevens: unquenched lifetime is 26.3 ns. Concentratie Cl- (in mM) bedraagt 0-5-15-50 met bijhorende Intensiteiten 1-0.6-0.35 .15.Ook nog een grafiek gegeven van het molecule SPQ dat gequenched wordt met Cl- (grafiek toont intensiteit over golflengte bij verschillende (bovenstaande) concentraties&lt;br /&gt;
#* Bereken de quenchingconstante en teken de Stern-Volmer plot&lt;br /&gt;
#* In bloed bedraagt de concentratie van het aanwezige Cl- 103mM. Wat is de fluorescente leeftijd en fluorescerente intensiteit van het SPQ in het bloed.&lt;br /&gt;
#* Wat gebeurt er met de leeftijd als de concentratie Cl- daalt?&lt;br /&gt;
# Woordjes - max 1/2 blad uitleg per woord + verduidelijk eventueel met een figuur&lt;br /&gt;
#* TRES&lt;br /&gt;
#* Foto-elektrisch effect&lt;br /&gt;
#* Cotton- effect&lt;br /&gt;
#* Extinctie coëfficiënt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 september 2017===&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
# oefening met NMR (C9H10O3)&lt;br /&gt;
# spin spin coupeling, uitleggen aan de hand van voorbeeldmolecule en beschrijven hoe het signaal van ieder proton gesplits zal worden.&lt;br /&gt;
# SAR methode bij het ontwikkelen van medicijnen. interactie ligand-proteine enzo uitleggen.&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# (4pt) Spectra gegeven van Chryseen. Duid aan welk spectrum absorptie, fluorescentie en fosforescentie toont. De vervaltijd in regio 360-400nm is 10x kleiner dan die in de regio 500-600nm, leg uit waarom.Beschrijf alle waarnemingen van de spectra aan de hand van de geziene leerstof.&lt;br /&gt;
# (2pt) L-opstelling voor meting anisotropie, in propyleenglycol bij 233K ofzoiets. Gegeven Ivh, Ivv, Ihh en Ihv. Bereken de werkelijke anisotropie bij verticale excitatie. Hoe groot is de fout die je maakt als je niet corrigeert? Wat is de hoek tussen de excitatie en het emissie dipoolmoment? Stel dat we bij 293K werken en in ethanol, kunnen we de hoek dan nog steeds bepalen? wat gebeurt er met de anisotropie?&lt;br /&gt;
# (4pt) Woordjes&lt;br /&gt;
#* Foto-elektrisch effect&lt;br /&gt;
#* FRET&lt;br /&gt;
#* Single Photon Timing&lt;br /&gt;
#* Cottoneffect&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 juni 2017===&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
# oefening spectrum NMR&lt;br /&gt;
# COSY spectrum gegeven van molecule. Wijs elke functionele groep toe in het spectrum en leg uit waarom. Vertel de werking van COSY.&lt;br /&gt;
# Bespreek de drie fasen voor de structuurbepaling van proteïnen via NMR&lt;br /&gt;
==== Hofkens ====&lt;br /&gt;
# Gegeven is een simpele tekening van een hairpinstuctuur met donor en acceptor, deze is in evenwicht met zijn twee conformaties. De leeftijd van de donor in vrije oplossing is 10ns en acceptor is 2ns. Als de donor aan de hairpin hangt zien we een bi-exponentieel verval van 5ns en 1ns mer respectievelijk 95% en 5%. verklaar waarnemingen, bespreek de leeftijd van de acceptor in beide conformaties.&lt;br /&gt;
# Gegeven is die tekening vanuit de cursus over FMN en YMN en tabel met hoek teta. In tabel ook nog anisotropiewaarde van complex en zonder complex, alfa en de concentraie van FMN is niet gegeven. Bereken dissociatieconstante en verklaar de grafiek van die anisotropie. &lt;br /&gt;
# Woordjes:&lt;br /&gt;
#* Transitiedipoolmoment&lt;br /&gt;
#* Balmerreeks&lt;br /&gt;
#* Excitatiespectrum&lt;br /&gt;
#* Perrin vergelijking&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2017===&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
# H en C spectrum&lt;br /&gt;
# NOE&lt;br /&gt;
# fase 1 uitleggen van die fase 3 shit + probleem grote moleculen &lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# grafiek zoals in cursus van Eosin en Erytrosin (maar andere kleurstoffen). Alles bespreken wat je ziet. Tau en Q gegeven, bereken radioactieve en niet radiatieve snelheidsconstante. Als R= een of andere groep, waarom is dan de Tau en Q groter? En zou dit koppel een goed FRET paar zijn?&lt;br /&gt;
# anisotropie is 0,3 maar door scattering laat de filter 20% door, wat is de gemeten anisotropie&lt;br /&gt;
# woordjes: &lt;br /&gt;
#* foto-elektrisch effect&lt;br /&gt;
#* extinctie coefficient&lt;br /&gt;
#* TRES&lt;br /&gt;
#* cotton effect&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 juni 2017===&lt;br /&gt;
====Vogt:====&lt;br /&gt;
# zeeman effect&lt;br /&gt;
# H/C spectrum&lt;br /&gt;
# in vivo nmr&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# da van die even en oneven aantal dubbele bindingen en het effect daarvan op de golflengte, met cyanine en azocyanine.&lt;br /&gt;
# oef 5 van oefenzitting 4 denk ik (zoals vorig examen)&lt;br /&gt;
# woordjes: &lt;br /&gt;
#* Ro&lt;br /&gt;
#* Dynamic quenching&lt;br /&gt;
#* fluorescence quantum yield&lt;br /&gt;
#* resonance &lt;br /&gt;
#* Raman scattering&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2017===&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
# H- en IR spectrum gegeven van C11H14O2&lt;br /&gt;
# vraag2 &lt;br /&gt;
#* 2 soorten relaxatie, leg uit&lt;br /&gt;
#* hoe beinvloeden deze het C-NMR&lt;br /&gt;
#* weet ik ook niet meer&lt;br /&gt;
# 1D en 2D NMR spectra: &lt;br /&gt;
#* verschillen, voor - en nadelen geven. &lt;br /&gt;
#* Kan je er ligand proteine bindingen mee onderzoeken? &lt;br /&gt;
#* hoe ziet men dit? &lt;br /&gt;
#* kan men zien aan met welk aminozuur de binding gebeurt? (Alles zowel voor slow- als fast exchange)&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# membraanfusie experiment: gegeven structuur lipide met pyreen aan, fuseert met zelfde lipide zonder pyreen, absorptie spectra pyreen gegeven (voor de fusie). Hoe verandert het absorptie- en emissiespectra doorheen het experiment? Leg uit adhv zelf gemaakte tekeningen (grafieken).&lt;br /&gt;
# Oefening: zoals oefening 5 van oefenzitting 4&lt;br /&gt;
# 4 termen: &lt;br /&gt;
#* anti stokes &lt;br /&gt;
#* ramanscattering&lt;br /&gt;
#* emissiespectra&lt;br /&gt;
#* statische quencher&lt;br /&gt;
#* laatste weet ik niet meer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===7 juni 2016===&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
# H- en C-spectrum, structuur afleiden.&lt;br /&gt;
# Je krijgt spintoestanden&lt;br /&gt;
#* Geef het aantal mogelijke spin oriëntaties en geef het weer op een grafische manier. &lt;br /&gt;
#* Hoe wordt dit effect genoemd? Is de electronen verdeling gelijk tussen 2 toestanden? &lt;br /&gt;
#* Welke factoren beïnvloeden deze indeling? &lt;br /&gt;
#* Wat kun je hieraan doen om NMR spectroscopie efficiënter te maken?&lt;br /&gt;
# Leg in vivo H- en C-NMR spectroscopie uit, integreer een voorbeeld in je uitleg. &lt;br /&gt;
#* Waarom wordt dit niet veel gebruikt? &lt;br /&gt;
#* P-NMR is wel nuttig in vivo, waarom? &lt;br /&gt;
#* Geef een voorbeeld waarin deze techniek gebruikt kan worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# Tekening met DNA-hairpin in open- en gesloten vorm. Aan uiteinde hangt een donor en acceptor. Donor vrij heeft leeftijd van 10 ns, acceptor vrij een leeftijd van 2 ns. Wanneer de leeftijd van de donor wordt gemeten (in de gesloten vorm) bekomen ze een bi-exponentiele verdeling voor de leeftijd: 5 ns 95% en 1 ns 5%. &lt;br /&gt;
#* Verklaar de resultaten. &lt;br /&gt;
#* Geef de leeftijd van de gesloten- en de open DNA-hairpin vorm. &lt;br /&gt;
#* Wat zal de leeftijd van de acceptor zijn in de open vorm, en wat in de gesloten DNA-hairpin vorm?&lt;br /&gt;
# Tekening van anisotropie gegeven (uit cursus met 2x10-2M en 2x10^-5M). Verklaar de tekening aan de hand van de gezienen leerstof.&lt;br /&gt;
# Bespreek kort maar juist (1/2bladzijde max) &lt;br /&gt;
#* foto-effect &lt;br /&gt;
#* Balmer-reeks &lt;br /&gt;
#* ... &lt;br /&gt;
#* transitiedipoolmoment.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2015===&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
# H- en C-spectrum&lt;br /&gt;
# Slow en fast exchange uitleggen (waarom een spectrum bij hoge T slechts 1 signaal meer geeft i.p.v. 2) en de exchange constant berekenen.&lt;br /&gt;
# Hoe kan IR-Spectroscopy gebruikt worden om:&lt;br /&gt;
#* kwantitatief de concentratie van een staal te bepalen.&lt;br /&gt;
#* kwalitatief proteine structuur te bepalen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# Gegeven een absorptiespectrum van verschillende kleurstoffen (steeds met een  groter geconjungeerd systeem) verklaar alle waarnemingen, teken het fluorescentie spectrum van 2 van de stoffen, de quantumyield van kleurstof 1 is 0.9 hoe zal deze evolueren naarmate het molecule groter wordt?&lt;br /&gt;
# Atoommodel van Bohr uitleggen en op het belang voor de spectroscopie wijzen.&lt;br /&gt;
# Begrippen: &lt;br /&gt;
#* Cotton-effect&lt;br /&gt;
#* Inner filter effect&lt;br /&gt;
#* R0 &lt;br /&gt;
#* Excimeer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2015===&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
# H-spectrum+ IR-spectrum&lt;br /&gt;
# uitleg verdeling tussen de 2 spintoestanden. hoe onstaat deze verdeling en hoe kan je ze beïnvloeden.&lt;br /&gt;
# Leg uit de voor- en nadelen van 1D en 2D spectra en kan men aan de hand hiervan de ligand-proteïne interactie volgen. b. Kan je de snelheidsconstante K berekenen aan de hand van deze spectra? (zowel slow als fast exchange) c. kan je zien waar het ligand bind aan het proteïne? (zowel slow als fastexchange)&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# twee prentjes van twee membranen. Eerst een eximeer daarna niet meer. Het gaat over membraanfusie. Geef de absorptie-en emissiespectra van beide toestanden. Wat leert men hieruit over membraanfusie?(af te leiden uit prentjes)&lt;br /&gt;
# hoe kan men de transitieconstante berekenen?&lt;br /&gt;
# woordjes: &lt;br /&gt;
#* limiterende anisotropie&lt;br /&gt;
#* cotton effect&lt;br /&gt;
#* inner filter effect&lt;br /&gt;
#* statische quenching&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 juni 2013===&lt;br /&gt;
====Vogt====&lt;br /&gt;
# simpele oefening over een C9H10O3 spectrum, bij mondeling vroeg ze waarom dat een doublet of triplet of multiplet was.&lt;br /&gt;
# verschillende COSY spectra matchen met verschillende aminozuren&lt;br /&gt;
# welke NMR-technieken kunnen worden gebruikt om ligand-proteïne interacties te onderzoeken. Bijvraag ging over SAR, welke stappen enzo.. ook uitleggen dat die interactie snel of traag kan gebeuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# oefening; gegeven tau-waarden en p waarden. Hieruit P0, de rotationele correlatietijd en nog iets berekenen.&lt;br /&gt;
# het atoommodel van bohr uit de doeken doen, postulaten, formules,.. en de link leggen met de spectroscopy van vandaag.&lt;br /&gt;
# begrippen uitleggen: &lt;br /&gt;
#* R0&lt;br /&gt;
#* cotton effect&lt;br /&gt;
#* inner filter effect&lt;br /&gt;
#* excimeer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2013===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# Oefening waarbij H en C spectrum gegeven werden&lt;br /&gt;
# IR spectroscopie:&lt;br /&gt;
#* is de amide band I de enige bruikbare band voor het bepalen van de secundaire structuur van eiwitten of zijn er nog?&lt;br /&gt;
#* Verklaring geven voor de verschillende waarde van de amide piek bij alfa helix of b sheet.&lt;br /&gt;
#* Vaak ziet men 1 grote band en niet de verschillende pieken binnen de amide I band, hoe lost men dit op?&lt;br /&gt;
#* Is IR zo ook een kwantitatieve methode voor de bepaling van de secundaire structuur?&lt;br /&gt;
# Bespreek HSQC in verband met studies van proteïnen.&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# oefening met 2 spectra gegeven van anisotropie-verval in de tijd van hetzelfde FP molecule. Het ene spectrum was bij lage concentratie FP, het andere bij hoge concentratie FP. Bij beiden werd het verval gemeten bij verschillende viscositeit en weergegeven in het spectrum (dus 5 vervalcurves in elk spectrum).&lt;br /&gt;
#* Verklaar de resultaten.&lt;br /&gt;
#* Wat kom je hierdoor te weten over het FP?&lt;br /&gt;
#* Bespreek in detail de meettechniek hoe men aan deze spectra komt. (4punten)&lt;br /&gt;
# Bespreek het foto-elektrisch effect van Einstein. Waarom is dit belangrijk voor spectroscopie? (2punten)&lt;br /&gt;
# Leg de volgende begrippen uit (max 1 blz per begrip) (4 punten):&lt;br /&gt;
#* circulair dichroïsme&lt;br /&gt;
#* magic angle&lt;br /&gt;
#* fosforescentie &lt;br /&gt;
#* J-aggregaat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 jun 2011===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# H-NMR en IR spectrum van C14H14 gegeven. (Het was 1,2-difenylethaan als structuur)&lt;br /&gt;
# Wat is NOE? Bereken de maximum signaalversterking bij 1H en 15N wanneer 15N de onderzochte kern is (gamma&#039;s gegeven).&lt;br /&gt;
# Bespreek kort de 3 fasen waarin men m.b.v. NMR de structuur van proteinen kan bepalen.&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# Bij het meten van lifetimes zijn er vaak problemen met depolarisatie. Hoe los je dit anisotropieprobleem op. Verwerk de formule van anisotropie in je antwoord (6 punten).&lt;br /&gt;
# Gegeven zijn gegevens van een quenching experiment. Je moest een Stern-volmer ervan maken. Verschillende quenchingconstanten berekenen. (Super moeilijke oefening !)&lt;br /&gt;
# Oefening over Raman (Stokes en anti-Stokes): (2 punten)&lt;br /&gt;
#* exciterende laserfrequenties en een paar spectrumwaarden gegeven&lt;br /&gt;
#* en dan een paar vraagjes waar je frequenties of golflengtes moest berekenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 jun 2011===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# H-NMR en IR spectrum van C11H14O2 gegeven.&lt;br /&gt;
# Vijf kernen (12C, 14N, 17O, 31P en 51V) met hun I-waarde (totale spin van de kern) gegeven.&lt;br /&gt;
#* Geef het aantal mogelijke spinoriëntaties van elke kern en stel grafisch voor.&lt;br /&gt;
#* Wat is de frequentie van een signaal van een 31P-kern bij een magneetveld van 1 Tesla? (gamma, constante van Planck, pi en abundantie gegeven)&lt;br /&gt;
#* Zelfde vraag en zelfde gegevens, maar dan voor 51V.&lt;br /&gt;
#* Bij welk van beide kernen (31P en 51V) verwacht je onder dezelfde condities (concentratie, magneetveldsterkte) de hoogste S/N ratio?&lt;br /&gt;
# Welke NMR methoden kan je gebruiken om de binding van een klein ligand aan een proteïne te bestuderen? Hou rekening met het verschil tussen trage en snelle uitwisseling ten opzichte van de NMR-tijdschaal.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Hofkens====&lt;br /&gt;
# Gegeven was een structuur (twee naftaleenmoleculen gekoppeld via een linker) en het bijhorende emissiespectrum met 3 pieken (opgenomen bij -60°C). De eerste piek had een fluorescentieverval van 2 ns, de middelste een bi-exponentieel verval en de laatste een verval van 12000 ns. Een concentratieverhoging heeft geen invloed op de vorm van het spectrum, maar wel op de intensiteit. Verklaar alle waarnemingen mbv Jablonski-energiediagram. Schat ook de golflengte bij max. absorptie mbv van de Woodward-Fieser-Scott regels en teken het absorptiespectrum. (6 punten)&lt;br /&gt;
# Gegeven zijn twee structuren met als enige verschil de plaats van één dubbele binding (waardoor die binding bij de ene structuur geconjugeerd is en bij de andere niet). Je mag geen gebruik maken van de Woodward-Fieser-Scott regels om lambda max te bepalen, maar je hebt wel een UV-VIS absorptiemeter ter beschikking. Hoe kan je die gebruiken om beide stoffen te onderscheiden? (2 punten)&lt;br /&gt;
# Oefening over Raman (Stokes en anti-Stokes): exciterende laserfrequenties en een paar spectrumwaarden gegeven, en dan een paar vraagjes waar je frequenties of golflengtes moest berekenen. (2 punten)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 jun 2011===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# H- en C- NMRspectrum geven, C9H10O3. Mondelinge bijvragen:&lt;br /&gt;
#* Waarom is die piek bv een triplet?&lt;br /&gt;
#* Wat is er belangrijk voor het solvent voor NMR?&lt;br /&gt;
# Bij een NMR meting met een toestel van 60MHz is het ligt de piek van CH3NO2 op 259.8 Hz van de referentiestof.&lt;br /&gt;
#* bereken de chemische shift bij 60MHz&lt;br /&gt;
#* op welke afstand zou de piek liggen bij 500MHz&lt;br /&gt;
#* bereken de chemische shift bij 500MHz&lt;br /&gt;
#* bijvraag: Waarom is de chemische shift belangrijk&lt;br /&gt;
# Hoe kan je IR-spectrometrie gebruiken om info over de secundaire structuur van een proteïne te bekomen? Voor welk type van proteïnen is deze methode vooral bruikbaar?&lt;br /&gt;
====Hofkens:====&lt;br /&gt;
# Gegeven was een schema van een natriumlamp. De lamp werkt als volgt: als er spanning gezet wordt over de lamp, wordt het ontspanningsgas(neon) geioniseerd. Bij botsing van dit geioniseerd gas met het natrium-kwik amalgaam komt natrium vrij. Zo wordt een lage natrium druk gecreeerd. Typisch voor zo&#039;n lamp is de oranje kleur(zoals op de autosnelweg). Die kleur wordt veroorzaakt door het natrium. Verklaar dit aan de hand van concepten uit de cursus. Als de lamp net aangestoken is, is kleur niet oranje, maar roodachtig, verklaar. Een andere versie van zo&#039;n lamp werkt met een hoge natrium druk, dit soort lampen geeft een wit-gele kleur. Verklaar dit aan de hand van concepten uit de cursus.(6 punten)&lt;br /&gt;
# Geef een bondige uitleg voor volgend begrippen(5 zinnen) met indien nodig een wiskundige uitdrukking(2 punten)&lt;br /&gt;
#* Extinctiecoefficient&lt;br /&gt;
#* Woodward-Fieser-Scott-regels&lt;br /&gt;
#* Lambert-Beer&lt;br /&gt;
#* Fluorescentie quenching&lt;br /&gt;
# oef(2 punten) Gegeven is dat HBr een band geeft bij 2558 cm^-1.&lt;br /&gt;
#* bereken de golflengte&lt;br /&gt;
#* je krijgt de uitdrukking van een veer(die met Mred) en gevraagt: bereken welke band DBr zal geven.(gegeven zijn m van H, D en Br en getal van Avogadro)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 jun 2010===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# H- en IR- spectrum geven, C4H9Br. Mondelinge bijvragen:&lt;br /&gt;
#* Wat moet normaal de opsplitsing zijn van dit multiplet?&lt;br /&gt;
#* Is het IR-spectrum hier nuttig?&lt;br /&gt;
# Wat is NOE? Bereken de maximum signaalversterking bij 1H en 31P wanneer 31P de onderzochte kern is (gamma&#039;s gegeven).&lt;br /&gt;
# Welke NMR methode kan je gebruiken om een KWANTITATIEVE analyse te maken van protein-ligand binding? Hou rekening met snelle en trage uitwisseling.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 jun 2009===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# H en C - NMR gegeven. Structuur? C14H14.&lt;br /&gt;
# Gegeven: 12C (I=0), 14N (I=1), 17O (I=5/2), 31P (I=1/2).&lt;br /&gt;
#* Hoeveel spinoriëntaties zijn er in een magnetisch veld? Stel grafisch voor.&lt;br /&gt;
#* 31P in magneetveld van 1 Tesla. Bij welke frequentie moet je 31P meten? h, gamma en pi gegeven.&lt;br /&gt;
# Hoe kan je IR-spectrometrie gebruiken om info over de secundaire structuur van een proteïne te bekomen? Voor welk type van proteïnen is deze methode vooral bruikbaar?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 jun 2008===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# Bespreek de drie fasen voor de structuurbepaling van proteïnen via NMR&lt;br /&gt;
# 3 COSY&#039;s gegeven, 6 AZ. Ken de 3 COSY&#039;s toe en leg uit waarom&lt;br /&gt;
# H-NMR en IR-spectrum gegeven. Geef structuur (butylethanoaat (en geen methylpentanoaat!))&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 jun 2008===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# H en C spectrum van een molecule&lt;br /&gt;
# Je krijgt lysine en zijn H en C chemische shift waarden, teken DEPT, H-H COSY en C-H HSQC&lt;br /&gt;
# hoe kan je de binding van een ligand aan een proteïne bestuderen? Hou rekening met snelle en trage uitwisseling&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 jun 2008===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# Je hebt een oplossing vitamine C (structuur gegeven). Bespreek hoe je met IR-spectroscopie de concentratie van de oplossing kunt bepalen.&lt;br /&gt;
# Geef het aantal verschillende spintoestanden van 12C (I=0),31P (I=1/2), 14N (I=1), 17O (I=5/2) en stel grafisch voor.&lt;br /&gt;
# Bereken frequentie (B0, gamma, h en pi gegeven) voor 31P&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 jun 2007===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# Oefening, aromatische ring, twee O-CH3 en een keton erop&lt;br /&gt;
# Je kreeg een molecule en ge moest daar de zo&#039;n dynamische interactie bespreken, van draaiing rond een binding (met slow exchange, coalescentie en fast exchange) en dan moest je de uitwisselingssnelheid bij coalescentie berekenen.&lt;br /&gt;
# Toepassing van IR op biomoleculen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 jun 2007===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# Basic oefeningske&lt;br /&gt;
# De NH2 groep stretcht permanent bij een frequentie van 1013 Hz. hierdoor heeft deze N-H verschillende bindingslengtes. Ga na of de individuele bindingslengtes kunnen gedetecteerd worden op een NMR-instrument van a) 250 MHZ en b) 900 MHz.&lt;br /&gt;
# Wat is HSQC en hoe kan deze techniek bijdragen bij het onderzoek van eiwitten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 jun 2007===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# Je kreeg een tekening van een benzeenring met daar een groep boven en ge moest de upfield en downfield effecten bespreken van die groep en die van de benzeenring.&lt;br /&gt;
# Hoe is NMR belangrijk voor SAR en ook SAR bespreken&lt;br /&gt;
# Een oefening met een symmetrische aromatische ring en een carboonzuur en een ester daar ergens in.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 jun 2007===&lt;br /&gt;
====Tatjana====&lt;br /&gt;
# Oefening: Nen C4H9Br, gewoon, H spectrum en (nutteloos) IR gegeven, en ge moet de structuur geven (twas gewoon lineair, dus best wel &#039;makkelijk&amp;quot;)&lt;br /&gt;
# Theorie:&lt;br /&gt;
#* H @ 60MHz, zelfde toestel P @ ? MHz??? De &#039;gamma&#039; van H en P was gegeven&lt;br /&gt;
# In vivo NMR, bespreek, leg uit,...&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>SanderVanwing</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Algemene_Ziekteleer&amp;diff=2122</id>
		<title>Algemene Ziekteleer</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Algemene_Ziekteleer&amp;diff=2122"/>
		<updated>2020-06-11T13:35:51Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;SanderVanwing: /* 11 juni 2019 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Pieter Gillard doceert het vak Algemene Ziekteleer. Biochemie optie verbreding volgt dit op gasthuisberg samen met farmacie. Het examen is schriftelijk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===11 juni 2020===&lt;br /&gt;
# Bespreek het verband tussen inflammatie en obesitas en inflammatie en atherosclerose.&lt;br /&gt;
# Bespreek de pathogenese en de oorzaken van oedemen.&lt;br /&gt;
# Geneesmiddelen kunnen soms pathologieën veroorzaken, bespreek hoe dit het geval is bij volgende pathologieën:&lt;br /&gt;
#* hypokalemie&lt;br /&gt;
#* neuropathische pijn&lt;br /&gt;
#* inflammatie&lt;br /&gt;
#* hyponatremie&lt;br /&gt;
#* hyperthermie&lt;br /&gt;
#Meerkeuze vragen:&lt;br /&gt;
## Welke ziektes zijn overgevoeligheidsreacties? (giscorrectie, meerdere aanduiden)&lt;br /&gt;
##* Reumatoïde arthritis&lt;br /&gt;
##* lupus&lt;br /&gt;
##* mucovisidose&lt;br /&gt;
##* ziekte van Graves (hyperthyreoïdie)&lt;br /&gt;
##* diabetes type 2&lt;br /&gt;
## Wat is geen oorzaak van hypernatremie? (1 aanduiden, geen giscorrectie)&lt;br /&gt;
##* Toedienen van hypertone vloeistoffen&lt;br /&gt;
##* Ziekte van Adisson&lt;br /&gt;
##* osmotische diurese&lt;br /&gt;
##* diabetes insepidus&lt;br /&gt;
##* (...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 juni 2019 ===&lt;br /&gt;
# Bespreek chemokines, histamine en het inflammasoom in context van de ontstekingsreactie.&lt;br /&gt;
# Wat is de pathogenese en de oorzaak van hyperkalemie.&lt;br /&gt;
# Bespreek endotheelschade en endotheel dysfuntie bij:&lt;br /&gt;
#* obesitas&lt;br /&gt;
#* type 3 overgevoeligheidsreacties&lt;br /&gt;
#* transpant rejectie&lt;br /&gt;
#* oedeem&lt;br /&gt;
# Meerkeuze vragen (meerdere antwoorden kunnen juist zijn)&lt;br /&gt;
## Over de zelfstudieles (depressie)&lt;br /&gt;
## Wat hoort er bij oedeemvorming bij leverschade&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2018 ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de stressrespons en het verband met hyperglycemie, metabool syndroom en hart- en vaatziekten &lt;br /&gt;
# Bespreek de pathogenese en oorzaken van hypokalemie.&lt;br /&gt;
# Bespreek het verband tussen inflammatie en: &lt;br /&gt;
#* koorts&lt;br /&gt;
#* overgevoeligheidsreactie type 2&lt;br /&gt;
#* atherosclerose&lt;br /&gt;
#* kanker&lt;br /&gt;
#* pijnfacilitatie&lt;br /&gt;
# Meerkeuze&lt;br /&gt;
## Volgende zaken hebben te maken met oedeem behalve:&lt;br /&gt;
##* hartdecompensatie&lt;br /&gt;
##* veneuze insufficiëntie&lt;br /&gt;
##* nierfalen&lt;br /&gt;
##* levercirrose&lt;br /&gt;
##* neuroleptica&lt;br /&gt;
## Volgende zaken hebben te maken met migraine behalve:&lt;br /&gt;
##* activatie hypothalamus en limbisch systeem&lt;br /&gt;
##* inhibitie n. trigemius&lt;br /&gt;
##* centrale sensitisatie&lt;br /&gt;
##* CSD&lt;br /&gt;
##* CGRP&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 augustus VM 2017 ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de stressreactie en breng de parthenogenese in verband mer hyperglycemie, hartdecompensatie en maagulcer&lt;br /&gt;
# Definieer dehydratatie en bespreek de pathenogenese.&lt;br /&gt;
# In levensbedreigende situaties reageert het lichaam soms heel extreem op enkele situaties (visieuze cirkel). Bespreek dit kort in verband met: &lt;br /&gt;
#*Hartdecompensatie&lt;br /&gt;
#*Ketoacidose&lt;br /&gt;
#*SIRS&lt;br /&gt;
#*Anafylactische shock&lt;br /&gt;
#*Hitteslag&lt;br /&gt;
# 3 ptn Meerkeuze:&lt;br /&gt;
#* Volgende zaken maken komen voor bij magaline neuroleptische syndroom BEHALVE: &lt;br /&gt;
## Dehydratatie&lt;br /&gt;
## Hyperthermie&lt;br /&gt;
## Spierrigiditeit&lt;br /&gt;
## Oedeem&lt;br /&gt;
## Dopamineantagonisten&lt;br /&gt;
#* Volgende inhibitoren zijn voorhanden bij de virale cyclus van HIV BEHALVE: &lt;br /&gt;
## Glucoinhibitoren&lt;br /&gt;
## ...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 juni VM 2017 ===&lt;br /&gt;
#6pt Wat is het verband met kanker en inflammatie, kanker en obesitas inflammatie en obesitas.&lt;br /&gt;
#6pt Hoe ontstaat koorts, geef enkele voorbeelden en moet koorts behandeld worden?&lt;br /&gt;
#5pt De nieren zijn belangrijk bij verschillende pathologieën. Geef het verband met de nieren en acidose, dehydratatie, hypocalcemie, oedeem en hyperkalemie.&lt;br /&gt;
#3pt Meerkeuze: &lt;br /&gt;
#* Wat is niet belangrijk bij auto-immuunziekten?&lt;br /&gt;
## ... &lt;br /&gt;
#* Volgende zaken helpen mee bij de pijnsensatie behalve: &lt;br /&gt;
## beta A vezels (= antwoord)&lt;br /&gt;
## nocebo &lt;br /&gt;
## iets van neuronen &lt;br /&gt;
## inflammatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Vragen afkomstig van Farmacie:===&lt;br /&gt;
Examenvragen (prof. Gillard)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Open vragen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Leg uit wat dehydratie is met de bijbehorende pathologieën.&lt;br /&gt;
#Leg het verband uit tussen de stress reactie met maagulcus, hyperglycemie en hartischemie.&lt;br /&gt;
#Bespreek de extreme reactie die optreed of de vicieuze cirkel die plaatsvindt bij anafylactische shock, SIRS, hyperthermie en hartdecompensatie.&lt;br /&gt;
#Wat is verouderen, welk effect heeft dit op de lichaamsfuncties en hoe is dit verbonden aan frailty.&lt;br /&gt;
#Metabole acidose high anion gap, leg de pathogenese en oorzaken uit.&lt;br /&gt;
#Geneesmiddelen kunnen de oorzaak zijn van pathologische toestanden maar kunnen ook gebruikt worden om ze te bestrijden. Geef voor ieder onderdeel een geneesmiddelengroep die hierop inwerkt.&lt;br /&gt;
#Hyperthermie&lt;br /&gt;
#Hypokaliëmie&lt;br /&gt;
#Migraine&lt;br /&gt;
#Hyponatremie&lt;br /&gt;
#Inflammatie&lt;br /&gt;
#Bespreek type I en type III overgevoeligheidsreacties.&lt;br /&gt;
#Bespreek 3 recessieve overerfbare aandoeningen.&lt;br /&gt;
#Bespreek pathologie ivm PTH.&lt;br /&gt;
#Bespreek migraine.&lt;br /&gt;
#Bespreek klaring en negatieve vrij water klaring en geef klinische voorbeelden bij stoornissen.&lt;br /&gt;
#Bespreek de gevolgen van hypokalemie die een invloed kan hebben op homeostasemechanismen.&lt;br /&gt;
#Bespreek ontstaan en behandeling van koorts.&lt;br /&gt;
#Wat gebeurt er met alle homeostasemechanismen bij acute nierinsufficiëntie?&lt;br /&gt;
#Hoe ontstaat aneuploïdie.&lt;br /&gt;
#Bespreek de acute ontstekingsreactie en hoe kunnen farmaca de reactie blokkeren?&lt;br /&gt;
#Bespreek congenitale bijnierschorshyperplasie.&lt;br /&gt;
#Wat weet u over de behandeling en kenmerken van dominantie overerving?&lt;br /&gt;
#Bespreek RIA en Rlogieën die gepaard gaan met chronische nierinsufficiëntie.&lt;br /&gt;
#Wat zijn de nadelige gevolgen van een stressreactie.&lt;br /&gt;
#Bespreek de pathogenese en oorzaken van hypocalcemie.&lt;br /&gt;
#Bespreek oedeem in de context van leverpathologie.&lt;br /&gt;
#Geef de mogelijke oorzaken van polyurie.&lt;br /&gt;
#Welke homeostase mechanismen kunnen ontregeld geraken door een ontregelde diabetes mellitus en hoe?&lt;br /&gt;
#Bespreek de acute fase reactie.&lt;br /&gt;
#Bespreek hoofdpijn.&lt;br /&gt;
#Wat weet u over auto-immuniteit?&lt;br /&gt;
#Bespreek respiratoire alkalose.&lt;br /&gt;
#Vitamine D aandoeningen. Leg uit.&lt;br /&gt;
#Congenitale bijnierschorshyperplasie. Leg uit.&lt;br /&gt;
#Bespreek de behandeling van hypothermie.&lt;br /&gt;
#Bespreek de rol van glucocorticoïden bij de stressreactie.&lt;br /&gt;
#Hitteslag:&lt;br /&gt;
##wat is de functie van de acute fase eiwitten?&lt;br /&gt;
##wat doen heat shock proteïnen, wat zijn dat?&lt;br /&gt;
##Verhoogde vaatpermeabiliteit, welke gevolgen?&lt;br /&gt;
#Wat is het verband tussen de temperatuur en coagulatie vs fibrinolyse?&lt;br /&gt;
#Bespreek hyperosmolaire dehydratie.&lt;br /&gt;
#Wat weet je over maligne hyperthermie?&lt;br /&gt;
#Hoe ontstaat leukocytose en wat is de basis van een verhoogde sedimentatiesnelheid van RBC.&lt;br /&gt;
#Bespreek metabole alkalose.&lt;br /&gt;
#Bespreek het verband tussen ziekte, veroudering en dood.&lt;br /&gt;
#Bespreek de neurofysiologische basis van de pijnsensatie.&lt;br /&gt;
#Bespreek het ontstaan en de gevolgen van hyperkaliëmie.&lt;br /&gt;
#Bespreek tertiaire hyperparathyroïdie.&lt;br /&gt;
#Wat is ouderdom, verandering van ouderdom, evolutie van doodsoorzaken en levensverwachting.&lt;br /&gt;
#Geef 3 voorbeelden van aangeboren ongevoeligheid aan een of ander hormoon.&lt;br /&gt;
#Hoe bereken je de vrij-water klaring en geef 2 voorbeelden van wanneer deze verhoogd is.&lt;br /&gt;
#Leg RAST uit.&lt;br /&gt;
#Geef de klinische gevolgen van hypercalciëmie.​&lt;br /&gt;
#Wat is de link tussen centraal zenuwstelsel en:&lt;br /&gt;
##Stressreactie&lt;br /&gt;
##Frailty (artikel)&lt;br /&gt;
##Metabole alkalose&lt;br /&gt;
##Koorts&lt;br /&gt;
##Pijnsensitisatie&lt;br /&gt;
#Bespreek de cellulaire fase van de acute ontstekingsreactie.&lt;br /&gt;
#Bespreek alle homeostasemechanismen die een invloed hebben op de neuromusculaire excitabiliteit.&lt;br /&gt;
#Geef de oorzaken van een gestegen plasma-calcium met een normaal of verlaagd PTH.&lt;br /&gt;
#Bespreek oedeem bij overvulling.&lt;br /&gt;
#Bespreek metabole acidose.&lt;br /&gt;
#Bespreek pathogenese en oorzaken van oedeem.&lt;br /&gt;
#Bespreek het verband tussen diabetes (type 1 of 2) en:&lt;br /&gt;
##dehydratatie&lt;br /&gt;
##auto-immuniteit&lt;br /&gt;
##kalium homeostase&lt;br /&gt;
##obesitas&lt;br /&gt;
##metabole acidose&lt;br /&gt;
#Meerkeuzevragen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Wat vindt niet plaats tijdens een stress respons&lt;br /&gt;
##Aldosterone daling&lt;br /&gt;
##Stimulatie ADH secretie&lt;br /&gt;
##Catecholamine vrijzetting&lt;br /&gt;
##Stimulatie bijniercortex&lt;br /&gt;
…&lt;br /&gt;
#Wat is geen oorzaak van migraine?&lt;br /&gt;
##Centrale sensitisatie&lt;br /&gt;
##Activatie van trigemino&lt;br /&gt;
##Inflammatie&lt;br /&gt;
##Auto-immuun ziekte&lt;br /&gt;
…&lt;br /&gt;
#Welke is geen overgevoeligheidsziekte?&lt;br /&gt;
##Reumatoïde artritis&lt;br /&gt;
##Pernicieuze anemie&lt;br /&gt;
##Mucoviscidose&lt;br /&gt;
…&lt;br /&gt;
#Wat is geen factor in de oedeemvorming bij levercirrose/leverfalen&lt;br /&gt;
##hoog renine&lt;br /&gt;
##splanchnische hypotensie&lt;br /&gt;
##toename ECF&lt;br /&gt;
##laag albumine&lt;br /&gt;
##vasoconstrictie splanchnische vaten&lt;br /&gt;
#Wat is geen inhiberende factor voor de pijntransmissie&lt;br /&gt;
##niet-nociceptieve&lt;br /&gt;
##µ-agonisten&lt;br /&gt;
##NMDA-antagonisten&lt;br /&gt;
…&lt;br /&gt;
#Wat is niet betrokken bij maligne syndroom (hyperthermie, oedeem, deshydratatie D2 antagonist)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>SanderVanwing</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Algemene_Ziekteleer&amp;diff=2121</id>
		<title>Algemene Ziekteleer</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Algemene_Ziekteleer&amp;diff=2121"/>
		<updated>2020-06-11T13:35:37Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;SanderVanwing: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Pieter Gillard doceert het vak Algemene Ziekteleer. Biochemie optie verbreding volgt dit op gasthuisberg samen met farmacie. Het examen is schriftelijk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===11 juni 2019===&lt;br /&gt;
# Bespreek het verband tussen inflammatie en obesitas en inflammatie en atherosclerose.&lt;br /&gt;
# Bespreek de pathogenese en de oorzaken van oedemen.&lt;br /&gt;
# Geneesmiddelen kunnen soms pathologieën veroorzaken, bespreek hoe dit het geval is bij volgende pathologieën:&lt;br /&gt;
#* hypokalemie&lt;br /&gt;
#* neuropathische pijn&lt;br /&gt;
#* inflammatie&lt;br /&gt;
#* hyponatremie&lt;br /&gt;
#* hyperthermie&lt;br /&gt;
#Meerkeuze vragen:&lt;br /&gt;
## Welke ziektes zijn overgevoeligheidsreacties? (giscorrectie, meerdere aanduiden)&lt;br /&gt;
##* Reumatoïde arthritis&lt;br /&gt;
##* lupus&lt;br /&gt;
##* mucovisidose&lt;br /&gt;
##* ziekte van Graves (hyperthyreoïdie)&lt;br /&gt;
##* diabetes type 2&lt;br /&gt;
## Wat is geen oorzaak van hypernatremie? (1 aanduiden, geen giscorrectie)&lt;br /&gt;
##* Toedienen van hypertone vloeistoffen&lt;br /&gt;
##* Ziekte van Adisson&lt;br /&gt;
##* osmotische diurese&lt;br /&gt;
##* diabetes insepidus&lt;br /&gt;
##* (...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 juni 2019 ===&lt;br /&gt;
# Bespreek chemokines, histamine en het inflammasoom in context van de ontstekingsreactie.&lt;br /&gt;
# Wat is de pathogenese en de oorzaak van hyperkalemie.&lt;br /&gt;
# Bespreek endotheelschade en endotheel dysfuntie bij:&lt;br /&gt;
#* obesitas&lt;br /&gt;
#* type 3 overgevoeligheidsreacties&lt;br /&gt;
#* transpant rejectie&lt;br /&gt;
#* oedeem&lt;br /&gt;
# Meerkeuze vragen (meerdere antwoorden kunnen juist zijn)&lt;br /&gt;
## Over de zelfstudieles (depressie)&lt;br /&gt;
## Wat hoort er bij oedeemvorming bij leverschade&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 juni 2018 ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de stressrespons en het verband met hyperglycemie, metabool syndroom en hart- en vaatziekten &lt;br /&gt;
# Bespreek de pathogenese en oorzaken van hypokalemie.&lt;br /&gt;
# Bespreek het verband tussen inflammatie en: &lt;br /&gt;
#* koorts&lt;br /&gt;
#* overgevoeligheidsreactie type 2&lt;br /&gt;
#* atherosclerose&lt;br /&gt;
#* kanker&lt;br /&gt;
#* pijnfacilitatie&lt;br /&gt;
# Meerkeuze&lt;br /&gt;
## Volgende zaken hebben te maken met oedeem behalve:&lt;br /&gt;
##* hartdecompensatie&lt;br /&gt;
##* veneuze insufficiëntie&lt;br /&gt;
##* nierfalen&lt;br /&gt;
##* levercirrose&lt;br /&gt;
##* neuroleptica&lt;br /&gt;
## Volgende zaken hebben te maken met migraine behalve:&lt;br /&gt;
##* activatie hypothalamus en limbisch systeem&lt;br /&gt;
##* inhibitie n. trigemius&lt;br /&gt;
##* centrale sensitisatie&lt;br /&gt;
##* CSD&lt;br /&gt;
##* CGRP&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 augustus VM 2017 ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de stressreactie en breng de parthenogenese in verband mer hyperglycemie, hartdecompensatie en maagulcer&lt;br /&gt;
# Definieer dehydratatie en bespreek de pathenogenese.&lt;br /&gt;
# In levensbedreigende situaties reageert het lichaam soms heel extreem op enkele situaties (visieuze cirkel). Bespreek dit kort in verband met: &lt;br /&gt;
#*Hartdecompensatie&lt;br /&gt;
#*Ketoacidose&lt;br /&gt;
#*SIRS&lt;br /&gt;
#*Anafylactische shock&lt;br /&gt;
#*Hitteslag&lt;br /&gt;
# 3 ptn Meerkeuze:&lt;br /&gt;
#* Volgende zaken maken komen voor bij magaline neuroleptische syndroom BEHALVE: &lt;br /&gt;
## Dehydratatie&lt;br /&gt;
## Hyperthermie&lt;br /&gt;
## Spierrigiditeit&lt;br /&gt;
## Oedeem&lt;br /&gt;
## Dopamineantagonisten&lt;br /&gt;
#* Volgende inhibitoren zijn voorhanden bij de virale cyclus van HIV BEHALVE: &lt;br /&gt;
## Glucoinhibitoren&lt;br /&gt;
## ...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 juni VM 2017 ===&lt;br /&gt;
#6pt Wat is het verband met kanker en inflammatie, kanker en obesitas inflammatie en obesitas.&lt;br /&gt;
#6pt Hoe ontstaat koorts, geef enkele voorbeelden en moet koorts behandeld worden?&lt;br /&gt;
#5pt De nieren zijn belangrijk bij verschillende pathologieën. Geef het verband met de nieren en acidose, dehydratatie, hypocalcemie, oedeem en hyperkalemie.&lt;br /&gt;
#3pt Meerkeuze: &lt;br /&gt;
#* Wat is niet belangrijk bij auto-immuunziekten?&lt;br /&gt;
## ... &lt;br /&gt;
#* Volgende zaken helpen mee bij de pijnsensatie behalve: &lt;br /&gt;
## beta A vezels (= antwoord)&lt;br /&gt;
## nocebo &lt;br /&gt;
## iets van neuronen &lt;br /&gt;
## inflammatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Vragen afkomstig van Farmacie:===&lt;br /&gt;
Examenvragen (prof. Gillard)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Open vragen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Leg uit wat dehydratie is met de bijbehorende pathologieën.&lt;br /&gt;
#Leg het verband uit tussen de stress reactie met maagulcus, hyperglycemie en hartischemie.&lt;br /&gt;
#Bespreek de extreme reactie die optreed of de vicieuze cirkel die plaatsvindt bij anafylactische shock, SIRS, hyperthermie en hartdecompensatie.&lt;br /&gt;
#Wat is verouderen, welk effect heeft dit op de lichaamsfuncties en hoe is dit verbonden aan frailty.&lt;br /&gt;
#Metabole acidose high anion gap, leg de pathogenese en oorzaken uit.&lt;br /&gt;
#Geneesmiddelen kunnen de oorzaak zijn van pathologische toestanden maar kunnen ook gebruikt worden om ze te bestrijden. Geef voor ieder onderdeel een geneesmiddelengroep die hierop inwerkt.&lt;br /&gt;
#Hyperthermie&lt;br /&gt;
#Hypokaliëmie&lt;br /&gt;
#Migraine&lt;br /&gt;
#Hyponatremie&lt;br /&gt;
#Inflammatie&lt;br /&gt;
#Bespreek type I en type III overgevoeligheidsreacties.&lt;br /&gt;
#Bespreek 3 recessieve overerfbare aandoeningen.&lt;br /&gt;
#Bespreek pathologie ivm PTH.&lt;br /&gt;
#Bespreek migraine.&lt;br /&gt;
#Bespreek klaring en negatieve vrij water klaring en geef klinische voorbeelden bij stoornissen.&lt;br /&gt;
#Bespreek de gevolgen van hypokalemie die een invloed kan hebben op homeostasemechanismen.&lt;br /&gt;
#Bespreek ontstaan en behandeling van koorts.&lt;br /&gt;
#Wat gebeurt er met alle homeostasemechanismen bij acute nierinsufficiëntie?&lt;br /&gt;
#Hoe ontstaat aneuploïdie.&lt;br /&gt;
#Bespreek de acute ontstekingsreactie en hoe kunnen farmaca de reactie blokkeren?&lt;br /&gt;
#Bespreek congenitale bijnierschorshyperplasie.&lt;br /&gt;
#Wat weet u over de behandeling en kenmerken van dominantie overerving?&lt;br /&gt;
#Bespreek RIA en Rlogieën die gepaard gaan met chronische nierinsufficiëntie.&lt;br /&gt;
#Wat zijn de nadelige gevolgen van een stressreactie.&lt;br /&gt;
#Bespreek de pathogenese en oorzaken van hypocalcemie.&lt;br /&gt;
#Bespreek oedeem in de context van leverpathologie.&lt;br /&gt;
#Geef de mogelijke oorzaken van polyurie.&lt;br /&gt;
#Welke homeostase mechanismen kunnen ontregeld geraken door een ontregelde diabetes mellitus en hoe?&lt;br /&gt;
#Bespreek de acute fase reactie.&lt;br /&gt;
#Bespreek hoofdpijn.&lt;br /&gt;
#Wat weet u over auto-immuniteit?&lt;br /&gt;
#Bespreek respiratoire alkalose.&lt;br /&gt;
#Vitamine D aandoeningen. Leg uit.&lt;br /&gt;
#Congenitale bijnierschorshyperplasie. Leg uit.&lt;br /&gt;
#Bespreek de behandeling van hypothermie.&lt;br /&gt;
#Bespreek de rol van glucocorticoïden bij de stressreactie.&lt;br /&gt;
#Hitteslag:&lt;br /&gt;
##wat is de functie van de acute fase eiwitten?&lt;br /&gt;
##wat doen heat shock proteïnen, wat zijn dat?&lt;br /&gt;
##Verhoogde vaatpermeabiliteit, welke gevolgen?&lt;br /&gt;
#Wat is het verband tussen de temperatuur en coagulatie vs fibrinolyse?&lt;br /&gt;
#Bespreek hyperosmolaire dehydratie.&lt;br /&gt;
#Wat weet je over maligne hyperthermie?&lt;br /&gt;
#Hoe ontstaat leukocytose en wat is de basis van een verhoogde sedimentatiesnelheid van RBC.&lt;br /&gt;
#Bespreek metabole alkalose.&lt;br /&gt;
#Bespreek het verband tussen ziekte, veroudering en dood.&lt;br /&gt;
#Bespreek de neurofysiologische basis van de pijnsensatie.&lt;br /&gt;
#Bespreek het ontstaan en de gevolgen van hyperkaliëmie.&lt;br /&gt;
#Bespreek tertiaire hyperparathyroïdie.&lt;br /&gt;
#Wat is ouderdom, verandering van ouderdom, evolutie van doodsoorzaken en levensverwachting.&lt;br /&gt;
#Geef 3 voorbeelden van aangeboren ongevoeligheid aan een of ander hormoon.&lt;br /&gt;
#Hoe bereken je de vrij-water klaring en geef 2 voorbeelden van wanneer deze verhoogd is.&lt;br /&gt;
#Leg RAST uit.&lt;br /&gt;
#Geef de klinische gevolgen van hypercalciëmie.​&lt;br /&gt;
#Wat is de link tussen centraal zenuwstelsel en:&lt;br /&gt;
##Stressreactie&lt;br /&gt;
##Frailty (artikel)&lt;br /&gt;
##Metabole alkalose&lt;br /&gt;
##Koorts&lt;br /&gt;
##Pijnsensitisatie&lt;br /&gt;
#Bespreek de cellulaire fase van de acute ontstekingsreactie.&lt;br /&gt;
#Bespreek alle homeostasemechanismen die een invloed hebben op de neuromusculaire excitabiliteit.&lt;br /&gt;
#Geef de oorzaken van een gestegen plasma-calcium met een normaal of verlaagd PTH.&lt;br /&gt;
#Bespreek oedeem bij overvulling.&lt;br /&gt;
#Bespreek metabole acidose.&lt;br /&gt;
#Bespreek pathogenese en oorzaken van oedeem.&lt;br /&gt;
#Bespreek het verband tussen diabetes (type 1 of 2) en:&lt;br /&gt;
##dehydratatie&lt;br /&gt;
##auto-immuniteit&lt;br /&gt;
##kalium homeostase&lt;br /&gt;
##obesitas&lt;br /&gt;
##metabole acidose&lt;br /&gt;
#Meerkeuzevragen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Wat vindt niet plaats tijdens een stress respons&lt;br /&gt;
##Aldosterone daling&lt;br /&gt;
##Stimulatie ADH secretie&lt;br /&gt;
##Catecholamine vrijzetting&lt;br /&gt;
##Stimulatie bijniercortex&lt;br /&gt;
…&lt;br /&gt;
#Wat is geen oorzaak van migraine?&lt;br /&gt;
##Centrale sensitisatie&lt;br /&gt;
##Activatie van trigemino&lt;br /&gt;
##Inflammatie&lt;br /&gt;
##Auto-immuun ziekte&lt;br /&gt;
…&lt;br /&gt;
#Welke is geen overgevoeligheidsziekte?&lt;br /&gt;
##Reumatoïde artritis&lt;br /&gt;
##Pernicieuze anemie&lt;br /&gt;
##Mucoviscidose&lt;br /&gt;
…&lt;br /&gt;
#Wat is geen factor in de oedeemvorming bij levercirrose/leverfalen&lt;br /&gt;
##hoog renine&lt;br /&gt;
##splanchnische hypotensie&lt;br /&gt;
##toename ECF&lt;br /&gt;
##laag albumine&lt;br /&gt;
##vasoconstrictie splanchnische vaten&lt;br /&gt;
#Wat is geen inhiberende factor voor de pijntransmissie&lt;br /&gt;
##niet-nociceptieve&lt;br /&gt;
##µ-agonisten&lt;br /&gt;
##NMDA-antagonisten&lt;br /&gt;
…&lt;br /&gt;
#Wat is niet betrokken bij maligne syndroom (hyperthermie, oedeem, deshydratatie D2 antagonist)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>SanderVanwing</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Oncobiologie&amp;diff=2109</id>
		<title>Oncobiologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Oncobiologie&amp;diff=2109"/>
		<updated>2020-06-08T08:50:49Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;SanderVanwing: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Samen met biologie, minor verbreding&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===8 juni 2020 VM===&lt;br /&gt;
#Geef de 10 hallmarks.&lt;br /&gt;
#Leg genomic instability uit en geef de link met kanker.&lt;br /&gt;
#Hoe kunnen kankercellen het immuunsysteem ontsnappen? Geeft 3 voorbeelden hoe dit toegepast kan worden voor kankertherapie.&lt;br /&gt;
#5 stellingen, juist of fout + verklaar:&lt;br /&gt;
#* BCL2 inactivatie is voordelig voor kankercellen.&lt;br /&gt;
#* Kankercellen kunnen resistentie opbouwen tegen tyrosine kinase inhibitors.&lt;br /&gt;
#* Inflammatie verhoogt het risico op kankerontwikkeling.&lt;br /&gt;
#* VEGF is belangrijk voor stalk cells.&lt;br /&gt;
#* EMT is belangrijk voor metastase. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2019 NM===&lt;br /&gt;
#Geef de 10 hallmarks en geef een voorbeeld van een geneesmiddel (niet perse merknamen gewoon algemeen)&lt;br /&gt;
#Wat is metastase en welke factoren spelen er een rol?&lt;br /&gt;
#Hoe kunnen tumorcellen het immuunsysteem ontsnappen?&lt;br /&gt;
#Stellingen, waar of niet waar:&lt;br /&gt;
#* Kankercellen kunnen resistent worden tegen CAR Tcellen&lt;br /&gt;
#* BCL2 overexpressie is gunstig voor de kankercellen&lt;br /&gt;
#* Kankercellen kunnen geen dubble strand DNA breaks herstellen&lt;br /&gt;
#* De VEGF receptor kan worden uitgeschakeld met antibodies&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 juni 2019 VM===&lt;br /&gt;
# A) Geef de 10 hallmarks; B) Geef aan welke hallmarks belangrijk zijn voor initiatie van kanker (max 1 blz)&lt;br /&gt;
# Leg genomic instability uit en geef de link met kanker (max 2 blz)&lt;br /&gt;
# A) Leg apoptose uit en geef de link met kanker; B) Welke hallmarks kun je nog linken aan apoptose (max 2 blz)&lt;br /&gt;
# Stellingen:&lt;br /&gt;
#* VEGF zorgt voor generatie van stalk cellen&lt;br /&gt;
#* kankercellen kunnen resistent worden t.o.v. tyrosine kinase inhibitors&lt;br /&gt;
#* CAR T-cells kunnen de groei van kankercellen stimuleren&lt;br /&gt;
#* Nog 2 andere &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 juni 2018 NM===&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Geef de 10 hallmarks + geef een voorbeeld bij elke hallmark (met één regel plaats per voorbeeld)&lt;br /&gt;
# 5 stelling: waar of niet waar + verklaar:&lt;br /&gt;
#* BCL2 inactivatie is nodig voor een kankercel&lt;br /&gt;
#* Tyrosine kinase kan geactiveerd worden door een deletie van enkele aminozuren&lt;br /&gt;
#* Chromosomale translocatie kan een verandering in genexpressie meegeven&lt;br /&gt;
#* F notch beïnvloedt de richting van angiogenese&lt;br /&gt;
#* Glutamine wordt gebruikt om energie te maken&lt;br /&gt;
Mondeling (met schriftelijke voorbereiding):&lt;br /&gt;
# VEGF behandelingen uitleggen (leg 3 therapies uit + wat zijn de gevolgen).&lt;br /&gt;
# Hoe gaat een kankercel het immuunsysteem ontwijken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 juni 2018 VM===&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Geef de 10 hallmarks + geef een voorbeeld bij elke hallmark (met voorbeeld bedoelt hij hoe je kan zien dat een kankercel aan deze hallmark voldoet (bv. bij apoptose: p53 mutatie of bij deregulering energie metabolisme: aerobe glycolyse))&lt;br /&gt;
# 5 stelling: waar of niet waar + verklaar:&lt;br /&gt;
#* Deletion of BAX is beneficial to cancer cells.&lt;br /&gt;
#* All cells can become cancer cells.&lt;br /&gt;
#* Chromosomal translocation can inactivate genes.&lt;br /&gt;
#* Cancer cells can induce apoptosis of immune cells.&lt;br /&gt;
#* VEGF assists metastasis.&lt;br /&gt;
Mondeling (met schriftelijke voorbereiding):&lt;br /&gt;
# Wat is target cancer therapy en geef hier drie voorbeelden van.&lt;br /&gt;
# Wat is genomic instability en wat is de relatie met kankerontwikkeling.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16/06/2016 NM===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#4 stellingen:&lt;br /&gt;
#*De inactivatie van BCL2 is belangrijk voor kankercellen&lt;br /&gt;
#*Voor kankerstamcelonderzoek is het essentieel te werken op immunodeficiente muizen&lt;br /&gt;
#*Het Wahrung effect geeft aan dat er meer cytokine wordt geproduceerd&lt;br /&gt;
#*PARP-inhibitoren kunnen gebruikt worden tegen alle kankers&lt;br /&gt;
#Wat zijn de mogelijke therapieën voor het omzeilde immuunsysteem bij kankers?&lt;br /&gt;
Schriftelijk:&lt;br /&gt;
# Leg angiogenese uit, wat doet kanker hiermee? Wat zijn de mogelijke therapieën?&lt;br /&gt;
# Geef de 10 hallmarks + voorbeeld van een mogelijke therapie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16/06/2016 VM===&lt;br /&gt;
Mondeling:&lt;br /&gt;
#Leg de link tss apoptose en cellen die het imuunsysteem ontwijken.&lt;br /&gt;
#J/F vragen + verklaren&lt;br /&gt;
#*Tyrosine kinasen zijn belangrijk voor angiogenese&lt;br /&gt;
#*CAR-T-cellen zijn belangrijk voor inflammation&lt;br /&gt;
#*Kanker wordt veroorzaakt door mutaties in stamcellen&lt;br /&gt;
#*Een IDH1 mutatie heeft een effect op het genoom&lt;br /&gt;
Schirftelijk:&lt;br /&gt;
#Leg genome instability volledig uit.&lt;br /&gt;
#Geef de &#039;10 hallmarks of cancer&#039; met telkens een kort VB&lt;br /&gt;
===22/06/2015===&lt;br /&gt;
#Geef de &#039;10 hallmarks of cancer&#039; met telkens een specifiek voorbeeld (heel kort, voorbeeld in 1 zin)&lt;br /&gt;
#Wat weet je over het metabolisme van de cel? Leg de link met kanker.&lt;br /&gt;
#Leg uit (in max een halve pagina): BAX, VEGF, hoe kunnen kankercellen het aan het immuunsysteem ontsnappen?&lt;br /&gt;
===18/06/2015===&lt;br /&gt;
#Geef de 10 hallmarks van kanker en illustreer met een kort voorbeeld.&lt;br /&gt;
#Leg hallmark angiogenese uit en hoe kan men dit behandelen in kankers.&lt;br /&gt;
#woordjes: p53, FASS, exome sequencing, double stranded breaks&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===05/06/2015===&lt;br /&gt;
#Geef de 10 hallmarks van kanker, en illustreer met een kort voorbeeld&lt;br /&gt;
#Leg uit: Tyrosine-kinase en hoe dit meehelpt bij de ontwikkeling van kanker. Geef 2 voorbeelden om tyrosine kinasen te inhiberen&lt;br /&gt;
#Deel van de afbeelding van DNA Damage Repair: Leg uit, en hoe kan dit leiden tot de ontwikkeling van kanker&lt;br /&gt;
#Verrassingsvraag over een research article op het mondeling zelf: Afbeelding van Collecting Lymphatic Vessels. Leg deze figuur kort uit, hoe hebben we dit besproken in de les, wat heeft het te maken met kankerontwikkeling etc.&lt;br /&gt;
===16/06/2014===&lt;br /&gt;
#Geef de 10 hallmarks van kanker, illustreer aan de hand van een voorbeeld&lt;br /&gt;
#Leg een hallmark volledig uit&lt;br /&gt;
#korte bijvraagjes: p53, VEGF, wat is fullgenome secquencing,  hoe repareert het dna een dubbelstrengsbreuk (homologe en niet homologe end-repair, weten da als homologie wegvalt der door niet-homologe dus veel mutaties ontstaan), 5e bennek ff kwijt. hij vroeg mij bij p53 en VEGF specifiek wat voor soort eiwitten en voor VEGF wat voor soort receptor (transcriptiefactor van pro-apoptotische genen dus, en een tyrosinekinase receptor)&lt;br /&gt;
===16/06/2014===&lt;br /&gt;
#Geef de 10 hallmarks van kanker, illustreer aan de hand van een voorbeeld&lt;br /&gt;
#Leg een hallmark volledig uit (vb. wat is angiogenese en breng het in verband met kankerontwikkeling)&lt;br /&gt;
#Figuur of meer gerichte vraag die je moet uitleggen/beantwoorden&lt;br /&gt;
Alle aanwezigen op het examen kregen andere hallmarks en figuren om uit te leggen. Er waren geen twee examens exact hetzelfde.&lt;br /&gt;
===17/06/2013===&lt;br /&gt;
#Geef de 10 hallmarks van kanker, illustreer elke hallmark met een voorbeeld&lt;br /&gt;
#juist of fout:&lt;br /&gt;
#*Door RNA sequencing kan je mutaties in genen en fusiegenen ontdekken&lt;br /&gt;
#*In een tumor zijn slechts weinig stamcellen aanwezig&lt;br /&gt;
#*nog2&lt;br /&gt;
#tekening van metastase gegeven, uitleggen en gevolgen voor de progressie van de tumor uitleggen.&lt;br /&gt;
#Geef de oorzaken van kanker. Illustreer met voorbeelden en geef 2 mogelijke therapieën (proliferatie, angiogenese, apoptose, mutatie-repair systeem beschadigen, ...)&lt;br /&gt;
#Leg second generation sequencing uit. Hoe kunnen de resultaten gecontroleerd worden?&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>SanderVanwing</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Architectuur&amp;diff=2023</id>
		<title>Moleculaire Architectuur</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Architectuur&amp;diff=2023"/>
		<updated>2020-01-25T08:18:44Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;SanderVanwing: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verplicht vak voor chemie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit vak wordt gegeven door professor Van Meervelt, hij is de aangenaamheid zelve op het examen!&lt;br /&gt;
Zijn bijvragen zijn wel aan de moeilijke kant.  Maar hij zal je altijd helpen de bijvragen beetje bij beetje op te lossen. Het examen duurt 4u.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kristallografie is het vak Moleculaire Architectuur, maar dan zonder NMR (het laatste hoofdstuk).  Dit is eigenlijk de voorloper van moleculaire architectuur.  Het wordt ook nu nog aan de geologen gegeven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===24 januari 2020===&lt;br /&gt;
# Hoe kan men de kristalstructuur verder verfijnen?&lt;br /&gt;
# NOE, NOESY, COSY&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pcmn met gewoonlijke bijvragen.&lt;br /&gt;
# Gegeven de afmetingen van de eenheidscel en 2 atoomposities, bepaal de intensiteit en afbuigingshoek (2θ) van de reflecties (001) en (002) (tabel met sin θ/λ en f&amp;lt;sub&amp;gt;j&amp;lt;/sub&amp;gt; ook gegeven). Geef ook het Bravaisrooster.&lt;br /&gt;
# 4 vormen van dioxine gegeven, duid alle symmetrie-elementen aan en bepaal de puntgroep.&lt;br /&gt;
# Begrippen: Laue groep ; EI en CI (massaspectrometrie)&lt;br /&gt;
===16 januari 2020 - voormiddag===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Leid de structuurfactor af. Kan deze ook experimenteel bepaald worden? (mondeling)&lt;br /&gt;
# Gegeven C5H10O H-NMR spectrum, bepaal de structuur van de chemische stof die dit spectrum geeft. (mondeling). Er is D2O-shake, dus de O die voorkomt is in de vorm van -OH.&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pmca, gebruikelijke bijvragen.&lt;br /&gt;
# Pattersonfunctie Oefening met intensiteit enzo berekenen. Structuur was op eerste zicht niet centrosymmetrisch, maar was het wel met andere oorsprong.&lt;br /&gt;
# Wat is de vlakgroep van het (110) vlak van NaCl? Teken en geef alle symmetrie-elementen.&lt;br /&gt;
# Begrippen: MALDI-TOF, verklaar waarom CH &amp;gt; C=O &amp;gt; C-C (bij IR)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 januari 2020 - namiddag===&lt;br /&gt;
#Theorie: Leg de contructie van Ewald uit. Welke factoren hebben hier invloed op? Bijvraag: moet je alle reciproke roosterpunten meten? (Neeh, n-tallige assen/symmetrie)&lt;br /&gt;
#Theorie: H-NMR gegeven van C10H13NO2. Bijvragen over welke pieken we zouden zien bij IR, hoe je de koppelingsconstante kan bepalen.&lt;br /&gt;
#Puntgroep Pcmb met gebruikelijke bijvragen&lt;br /&gt;
#Oefening: Verschillende puntgroepen geven van de isomeren van tetrachloorkubaan.&lt;br /&gt;
#Oefening: Platinacomplex met ruimtegroep Pc1/m, posities gegeven in de ruimtegroep ( xyz, -x-y-z...) en coördinaten gegeven van zwaarste atomen in Patterson. Bepaal de positie van Pt, wat is de fase bij structuurfactor F(020), geldt de wet van Friedel? &lt;br /&gt;
#Begrippen: McLafferty omlegging + hexagonale en kubische dichtste bolstapeling uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 januari 2020 - voormiddag===&lt;br /&gt;
#Theorie: Hoe wordt het principe van Fourier synthese toegepast in de kristalstructuurbepaling?&lt;br /&gt;
#Theorie: NOE, NOESY en COSY&lt;br /&gt;
#Puntgroep Pmcb met gebruikelijke bijvragen&lt;br /&gt;
#Oefening: Puntgroepen van vier structuren&lt;br /&gt;
#Oefening: CdI2: Bravaisrooster bepalen, voor structuurfactor fase bepalen en afbuigingshoek als CuK(alfa) straling gebruikt wordt, geldt wet van Friedel? &lt;br /&gt;
#Begrippen: ATR-IR + ESI uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 augustus 2019===&lt;br /&gt;
#Theorie: Hoe wordt het principe van Fourier synthese toegepast in de kristalstructuurbepaling?&lt;br /&gt;
#NMR-vraag: 3 verschillende H-NMR spectra van isomeren met brutoformule C6H8N2O2. Teken ook de opsplitsingspatronen.&lt;br /&gt;
#Puntgroep Pcnb met gebruikelijke bijvragen&lt;br /&gt;
#Oefening: Vlakgroep vlak 110 NaCl. Geef alle symmetrie-elementen.&lt;br /&gt;
#Oefening: Bepaal de fase en intensiteit van PoCl2 in de reflectie (110). Gegeven zijn de atoomposities en de karakteristieke straling.&lt;br /&gt;
#Begrippen: ESI + CuKalfa uitleggen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2019===&lt;br /&gt;
#Hoe kan je een model verbeteren na het oplossen van het faseprobleem?&lt;br /&gt;
#H-NMR van C5H8O2 bijvragen over IR.&lt;br /&gt;
#Pmcn met bijvragen.&lt;br /&gt;
#puntgroep van 4 isomeren van dioxine.&lt;br /&gt;
#AgI posities van de atomen gegeven (breuken) a=6.50 A. tabel met sin(theta)/lambda gegeven voor fAg en fI. Bravais rooster geven, fase, hoek en intensiteit berekenen.&lt;br /&gt;
#ATR-IR en ESI.&lt;br /&gt;
===17 januari 2019===&lt;br /&gt;
#Geef de afleiding van de structuurfactor. Is deze experimenteel te bepalen? &lt;br /&gt;
#H1-NMR van C10H13NO2 (Bijvragen over IR: wat als we van dit molecule een IR spectrum zouden opnemen? Waar zien we dan pieken? Welke zijn sterk? Welke niet?)&lt;br /&gt;
#Ruimtegroep Pnam met bijgvragen &lt;br /&gt;
#Puntgroep bepalen van de isomeren van tetrachloorkubaan (molecuulmodelletje gegeven)&lt;br /&gt;
#Rood loodoxide PbO kristalliseert in een tetragonale eenheidscel&lt;br /&gt;
a=3,975 A en c=5,023 Atomen liggen op de posities: &lt;br /&gt;
Pb(1): 0	½	0.2385 &lt;br /&gt;
Pb(2): ½	0	-0.2385 &lt;br /&gt;
O(1): 0	        0	0 &lt;br /&gt;
O(2): ½  	½	0 &lt;br /&gt;
Wat is het Bravaisrooster? Welke symmetrie-elementen gaan door O2? Construeer de pattersonfunctie. Waar vinden we de sterkste pieken? Toon aan dat de intenstiteit van reflectie 200 en 020 gelijk is. &lt;br /&gt;
#Mclafferty omlegging en kubische en hexagonale dichtste bolstapeling. &lt;br /&gt;
===14 januari 2019===&lt;br /&gt;
# Hoe kan men met de Pattersonfunctie het faseprobleem oplossen? (mondeling)&lt;br /&gt;
# NOE en NOESY, COSY (mondeling)&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pman met bijvragen&lt;br /&gt;
# Puntgroepen van 4 verschillende aromaten&lt;br /&gt;
# CdI2: Bravaisrooster bepalen, voor structuurfactor fase bepalen en afbuigingshoek als CuK(alfa) straling gebruikt wordt, maxima van de Pattersonfunctie geven&lt;br /&gt;
# MALDI-TOF uitleggen en golfgetallen vergelijken bij IR spectroscopie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 4 september 2018===&lt;br /&gt;
# Geef de contructie van Ewald&lt;br /&gt;
# H-NMR van C10H12O3&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pcnb&lt;br /&gt;
# Geef de puntgroep van 4 isomeren van tetrachloornaftaleen die aanleiding geven tot een andere puntgroep. &lt;br /&gt;
# PbO kristaliseert uit in eenheidscel met gegeven dimensies en atoomposities. Gevraagd: Construeer de pattersonfunctie, waar zijn de sterkste pieken? Tot welk Bravais rooster behoort dit? Wat is de afbuighoek van het 110 vlak met CuKalfa? &lt;br /&gt;
# Begrippen: Kubisch en hexagonale dichtste bolstapeling + McLafferty omlegging&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
===27 augustus 2018===&lt;br /&gt;
# Hoe kan men het faseprobleem oplossen met behulp van de Pattersonfunctie? (dus ook uitleggen wat faseprobleem is, formule van pattersonfunctie geven,...) (mondeling)&lt;br /&gt;
# Gegeven drie H-NMR spectra, alle drie C6H6N2O2, bepaal structuren, en verklaar de verschillende spectra (mondeling)&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pcmn met alle gebruikelijke vragen&lt;br /&gt;
# Bepaal tot welke puntgroepen de isomeren van trichloorbenzeen behoren, teken alle symmetrie-elementen&lt;br /&gt;
# Oefening met CdI2, bepaal fasehoek van de reflectie op (110) en afbuighoek theta, tot welk bravais rooster behoort dit? Waar bevinden zich de maxima bij de Pattersonfunctie?&lt;br /&gt;
# Begrippen: MALDI-TOF, Laue groep&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 juni 2018===&lt;br /&gt;
# Leid de structuurfactor af. Kan deze ook experimenteel bepaald worden? (mondeling)&lt;br /&gt;
# Gegeven een H-NMR spectrum, bepaal de structuur van de chemische stof die dit spectrum geeft. (mondeling)&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pmca, gebruikelijke bijvragen.&lt;br /&gt;
# Oefening met intensiteit enzo berekenen. Structuur was op eerste zicht niet centrosymmetrisch, maar was het wel met andere oorsprong.&lt;br /&gt;
# Wat is de vlakgroep van het (110) vlak van NaCl? Teken en geef alle symmetrie-elementen.&lt;br /&gt;
# Begrippen: MALDI-TOF, kubisch dichtste bolstapeling&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===11 juni 2018===&lt;br /&gt;
# Waarom Pattersonfunctie belangrijk bij het faseprobleem?&lt;br /&gt;
# NMR: C10H1202&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pbab met alle bijhorende vragen&lt;br /&gt;
# Puntgroepen geven van 4 verschillende aromatische verbindingen + symmetrie elementen aanduiden&lt;br /&gt;
# Oefening waarbij celparameters en 2 atomen gegeven zijn. Intensiteit en afbuighoek berekenen voor (001) en (002). Tot welk Bravais rooster gehoord deze kristalstructuur? &lt;br /&gt;
# Begrippen: CuKalfa en ESI&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2017===&lt;br /&gt;
# Stappen van kristalstructuurbepaling&lt;br /&gt;
# NMR, een piek waar bij stond deze verdwijnt bij schudden met D2O, bijvraag waarom deze piek verdwijnt, ook bijvragen over C13 NMR en IR&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pcmm en bijvragen&lt;br /&gt;
# Vlakgroep vlak 110 NaCl&lt;br /&gt;
# Bepalen van intensiteit reflectie van vlak 200, lengte en fractionele coördinaten gegeven&lt;br /&gt;
# Beschrijf MALDI-TOF en kubisch dichtste bolstapeling&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 juni 2017 NM===&lt;br /&gt;
# Structuurverfijning van kristalstructuurbepaling&lt;br /&gt;
# Leg uit: NOE en NOESY&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pcan met alle bijhorende vragen&lt;br /&gt;
# Oefening waar 4 moleculen stonden waarvan je de puntgroep moest bepalen&lt;br /&gt;
# Oefening met tabel Sintheta/golflengte- intensiteit en hoek 2theta bepalen&lt;br /&gt;
# begrippen: CuKalfa en Resolutie &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 juni 2017 NM===&lt;br /&gt;
#Hoe Faseprobleem oplossen met Patterson functie &lt;br /&gt;
#1H- Nmr ( bijvragen : welke piek is het belangrijkst bij IR-spectra , hoeveel pieken zullen er zijn bij C13,..) &lt;br /&gt;
#Ruimtegroep ( ik dacht Pbmn )&lt;br /&gt;
#Intensiteit bepalen en afbuighoek bepalen &lt;br /&gt;
#Puntgroep van tetrachloornaftaleen ( eerst isomeren geven en van elk isomeer puntgroep bepalen) &lt;br /&gt;
#Mc-lafferty omlegging&lt;br /&gt;
#chemische ionisatie&lt;br /&gt;
===16 juni 2017 VM===&lt;br /&gt;
#leid de formule voor de structuurfactor af en vertel hoe je deze experimenteel kan bepalen.&lt;br /&gt;
#Geef alle ionisatie technieken gebruikt in MS.&lt;br /&gt;
#Puntgroep Pbcm met gebruikelijke bijvragen&lt;br /&gt;
#Geef de puntgroepen van alle isomeren van tetrachloor kubaan en teken de symmetrie elementen&lt;br /&gt;
#verklaar chemische shift, koppelingsconstante en shift reagens&lt;br /&gt;
===12 juni 2017===&lt;br /&gt;
#leg constructie van Ewald uit&lt;br /&gt;
#nmr spectra (geef structuur molecule ) C10H12O3&lt;br /&gt;
#ruimtegroep Pncm met alle bijhorende vraagjes (asymmetrische eenheid, multipliciteit, equivaltente posities, patterson, puntgroep, systematische afwezigheden)&lt;br /&gt;
#Vlakgroep van (110) vlak van ijzer. Geef alle symmetrie elementen&lt;br /&gt;
#oefening ivm fase berekenen en intensiteit (CdI2, sin(theta)/golflengte is gegeven, bepaal fCd, fI en zo de rest)&lt;br /&gt;
#begrippen: ESI &amp;amp; Wet van Friedel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 augustus 2015===&lt;br /&gt;
# stappen van de kristalstructuur bepaling&lt;br /&gt;
# Welke methode voor ionisatie worden er gebruikt bij massaspectroscopie&lt;br /&gt;
# Pcan (met alle gebruikelijke bijvraagjes)&lt;br /&gt;
# Vlakgroep van (110) vlak van ijzer. Geef alle symmetrie elementen&lt;br /&gt;
# PoCL2: ge krijgt Sin theta/lambda en uw celafmetingen, geef Fhkl, Ihkl en uw hoek&lt;br /&gt;
# Bespreek de termen chemische shift, (vul hier in want ik kom er nie op) en shiftreagens&lt;br /&gt;
=== 18 augustus 2015 vm ===&lt;br /&gt;
# leg het principe van uit van verfijning van een kristalstructuur&lt;br /&gt;
# leg volgende begrippen uit: NOE en NOESY&lt;br /&gt;
# ruimtegroep Pbmn en alle vraagjes zoals altijd&lt;br /&gt;
# puntgroepen geven 4 isomeren van een of ander molecule&lt;br /&gt;
# voor een bepaalde reflectie de fase van de structuurfactor berekenen en de intensiteit&lt;br /&gt;
# 2 stellingen (juist of fout):&lt;br /&gt;
#* Bij een ESI spectrum zijn er geen fragmentaties&lt;br /&gt;
#* Bij kubische dichtste bolstapeling liggen alle atomen op speciale posities&lt;br /&gt;
=== 24 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# Nmr spectra&lt;br /&gt;
# verfijning van kristalstructuur&lt;br /&gt;
# Vlak groep van ijzer&lt;br /&gt;
# Ruimte groep Pcan + al die bijvragen&lt;br /&gt;
# Oefening sin theta/lambda. ..&lt;br /&gt;
# 2 stellingen: &lt;br /&gt;
#* esi heeft geen fragmentaties&lt;br /&gt;
#* In ccp liggen alle atomen op speciale posities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 juni 2015 ===&lt;br /&gt;
# Hoe kunnen we met behulp van de pattersonfunctie het faseprobleem oplossen?&lt;br /&gt;
# Leg uit NOE en NOESY&lt;br /&gt;
# puntgroep Pbmn&lt;br /&gt;
# Bepaal de puntgroep van de isomeren van tetrachloorkubaan en duid alle symmetrie-elementen aan&lt;br /&gt;
# Bereken de fase van de structuurfactor en de intensiteit voor CdI2 met &lt;br /&gt;
#* Eenheidscel a=4,24 A, c=6,86 A, gamma=120Â°&lt;br /&gt;
#* Posities: Cd 0 0 0, I(1) 2/3 1/3 1/4, I(2) 1/3 2/3 3/4&lt;br /&gt;
#* sin theta/lamba 0,0 0,1 0,2 0,3 fCd 48 44,58 38,44 33,22 fI 53 49,36 42,79 37,14&lt;br /&gt;
# Verklaar de begrippen CuKalfa en resolutie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 9 juni 2015 vm ===&lt;br /&gt;
# Leid de uitdrukking van de structuurfactor af. Hoe kan je de structuurfactor experimenteel bepalen?&lt;br /&gt;
# H-NMR spectra van 3 isomeren C6H6N2O2&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pncm&lt;br /&gt;
#* Equivalente posities&lt;br /&gt;
#* multipliciteit&lt;br /&gt;
#* asymmetrische eenheid&lt;br /&gt;
#* Geef 2 speciale posities (waarom speciaal?)&lt;br /&gt;
#* van welke puntgroep afgeleid?&lt;br /&gt;
#* Pattersongroep?&lt;br /&gt;
#*Systematische afwezigheden&lt;br /&gt;
# Bepaal de puntgroep van verschillende isomeren van tetrachloornaftaleen. Duid de symmetrie elementen aan.&lt;br /&gt;
# Rood Loodoxide PbO kristalliseert in tetragonale eenheidscel  a= 3.975  c= 5.023&lt;br /&gt;
#* Waar vind je in Pattersonfunctie sterkste pieken?&lt;br /&gt;
# Leg uit : ESI en ATR-IR&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 juni 2014===&lt;br /&gt;
#Geef de stappen voor kristalstructuurbepaling (mondeling)&lt;br /&gt;
#Wat is NOE? (mondeling)&lt;br /&gt;
#Ruimtegroep Pcnb&lt;br /&gt;
#Geef puntgroep van alle isomeren van tetrachloorkubaan&lt;br /&gt;
#Intensiteit van In en afbuighoek: vormfactor, atoomposities zijn gegeven&lt;br /&gt;
#Stellingen&lt;br /&gt;
#*Bij ESI is geen fragmentatie&lt;br /&gt;
#*Bij kubisch dichtste bolstapeling liggen de atomen op speciale posities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2014===&lt;br /&gt;
# Hoe kunnen we met behulp van de pattersonfunctie het faseprobleem oplossen? (mondeling)&lt;br /&gt;
# NMR spectrum met gesubstitueerde benzeenring (mondeling)&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pbnm met alle typische bijvragen (asymmetrische eenheid, speciale posities + waarom ze speciaal zijn, pattersongroep, puntgroep en systematische afwezigheden)&lt;br /&gt;
# Geef de vlakgroep van (110) van ijzer&lt;br /&gt;
# Oefening op structuurfactor. Vormfactoren met bijhorende sin(Î¸)/Î» zijn gegeven, net als de fractionele coÃ¶rdinaten en de grootte van de eenheidscel&lt;br /&gt;
# Wat is ESI?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 juni 2013===&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pbmb.&lt;br /&gt;
# Wat is de vlakgroep van het vlak (110) in de ijzerstructuur?&lt;br /&gt;
# NMR-spectrum gegeven. Stelling: Bevat dit spectrum een AX6 systeem?&lt;br /&gt;
# Leg volgende begrippen uit: Laue groep, resolutie, temperatuursfactor.&lt;br /&gt;
# Gegeven: posities van In en celparameters (a en c). Teken een a,b-projectie van de eenheidscel. Welk Bravais-rooster heeft de cel? Bepaal de afbuighoek 2theta en de intensiteit van de reflecties (001) en (002). Wat is de puntgroep rond de middelste In? Waar bevinden zich de hoogste Pattersonpieken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2013===&lt;br /&gt;
# Teken ruimtegroep Pbnb (ab-projectie) en geef equivalente posities, speciale posities, systematische afwezigheden, puntgroep waarvan de ruimtegroep is afgeleid en asymetrische eenheid. (Schriftelijk, na 1 uur af te geven.)&lt;br /&gt;
# Wat is de vlakgroep van het vlak (110) in de platina-strucuur? (Structuur is dus van buiten te kennen!) Bijvraag: is dit vlak de eenheidscel van de vlakgroep? (Mondeling)&lt;br /&gt;
# Bespreek: voor ethylisobutyraat (spectrum en structuur gegeven) is een ontkoppelingsexperiment niet mogelijk. Bijvragen: hoe bepalen we de frequentie die we moeten gebruiken voor het ontkoppelingsexperiment? Link de verschillende pieken aan de verschillende groepen. (Mondeling)&lt;br /&gt;
# Leg de Ewald-constructie uit. Bijvraag: wat gebeurt er als we het kristal draaien? (Mondeling)&lt;br /&gt;
# Gegeven: posities van Mo en Ni in een MoNi4-legering en parameters a en c. Teken een a,b-projectie van de eenheidscel. Welk Bravais-rooster heeft de cel? Bepaal de 2-theta en de intensiteit van de reflectie (002). Wat is de puntgroep rond Mo? Geef de hoogste pattersonpieken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 juni 2011===&lt;br /&gt;
# Teken ruimtegroep Pmcn (ab-projectie) en geef equivalente posities, puntgroep waar deze ruimtegroep van is afgeleid, asymmetrische eenheid, 2 speciale posities en bijhorende Pattersongroep. Zijn er systematische afwezigheden?&lt;br /&gt;
# Stellingen:&lt;br /&gt;
#* Het vlak (110) wordt bij Fe en bij NaCl beschreven door dezelfde vlakgroep&lt;br /&gt;
#* Bij een goed verfijnde structuur zijn de pieken op de verschilfourier te verwaarlozen&lt;br /&gt;
#* Voor de waterstofatomen met delta 6,8 is een ontkoppelingsexperiment niet mogelijk (NMR-spectrum van ethyl-4-methoxybenzoaat gegeven, het gaat om de waterstoffen op C3 en C5 van de benzeenring). &lt;br /&gt;
# Oefening: PbO kristalliseert in een tetragonale eenheidscel, a en c gegeven. Twee posities voor Pb en voor O gegeven. Teken de ab-projectie. Door welke puntgroep wordt de geometrie rond de Pb-atomen beschreven? Door welk Bravaisrooster wordt het kristal beschreven? Bepaal de fase van de intensiteit van afgebogen stralingsbundel voor het vlak (110) voor CuK-alpha (tabel met enkele waarden gegeven voor f van Pb en O ifv sin(theta)/lambda). Teken het vlak (110) en de invallende en afgebogen stralingsbundel op de tekening.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===10 juni 2010 (NM)===&lt;br /&gt;
# Teken ruimtegroep Pmnb en klassieke vragen: equivalente posities, 2 speciale posities, systematische afwezigheden, asymmetrische eenheid, puntgroep,..&lt;br /&gt;
# Stellingen:&lt;br /&gt;
#* De temperatuur heeft geen invloed op de kristalstructuurbepaling.&lt;br /&gt;
#* Het is niet mogelijk om P2 en Pm van elkaar te onderscheiden met behulp van intensiteitsmetingen.&lt;br /&gt;
# NMR-spectrum en bepalen of het overeenkomt met het gegeven molecule.&lt;br /&gt;
# Oefening: AgI kristal, a= 6,50 Angstrom, coordinaten van atomen zijn gegeven, en tabel van f ifv sin/lambda.&lt;br /&gt;
#* Geef a,b-projectie + Bravaisrooster&lt;br /&gt;
#* Bereken Intensiteit en bereken afbuighoek van vlak 004&lt;br /&gt;
#* Geef puntsymmetrie rond Ag en rond I&lt;br /&gt;
#* Waar verwacht je de hoogste Pattersonpieken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2009===&lt;br /&gt;
# teken ruimtegroep (Pnca dacht ik) &amp;amp;amp; geef eq. posities, 2 speciale posities, syst. afwezigheden, puntgroep, ...&lt;br /&gt;
# Stellingen:&lt;br /&gt;
#* rotatiesymmetrie kan bepaald worden via rotatiediffractie(dat een ding waar ge een kristal draait, ik ben niet meer zeker of dat zo heet)&lt;br /&gt;
#* bij verschilelektronendichtheidsmap gaat de hoogte van de pieken verloren bij verfijning (ofzoiets toch)&lt;br /&gt;
# NMR van 1,1-dimethoxyethaan&lt;br /&gt;
# Oefening: alfa-uranium heeft volgende coordinaten op speciale posities: +-(0,y,1/4) +-(1/2,1/2-y,-1/4) a b en c gegeven(3 verschillende waarden) 2 groottes van structuurfactoren gegeven en de fu in functie van sin(theta).&lt;br /&gt;
#* y is 0.10 of 0.15, bepaal dit met bhv de gegevens. &lt;br /&gt;
#* Teken een a,b-projectie. &lt;br /&gt;
#* Beschrijf de omringing van het U-atoom via de puntgroep van het atoom. &lt;br /&gt;
#* Teken de pattersongroep.&lt;br /&gt;
===17 juni 2009===&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep Pcan: equivalente posities, multipliciteit, asymmetrische eenheid, 2 speciale posities, puntgroep, systematische afwezigheden&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* De temperatuurfactoren van Pt in een Pt-kristal zijn isotroop (Antwoord: Waar want ze liggen op speciale posities)&lt;br /&gt;
#* De symmetrie van een diffractiepatroon van een kristal wordt bepaald door de ruimtegroep&lt;br /&gt;
#* NMR: aspirine&lt;br /&gt;
# Oefening: Nikkelarsenide (a, c en gamma=120Â° is gegeven) De posities van Nikkel en van arseen zijn ook gegeven. &lt;br /&gt;
#* Geef de ab-projectie, bravais rooster, wat is de stapeling van Arseen, puntgroep rond Arseen en rond nikkel &lt;br /&gt;
#* Bij reflecties (200), (300) en (030) en Cu K-alfa straling&lt;br /&gt;
#** Voorspel de hoogste intensiteit&lt;br /&gt;
#** Voorspel de grootste afbuighoeken&lt;br /&gt;
#* Wat is de resolutie bij een afbuighoek van 100Â° en bij Cu K-alfa straling&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep (ik denk Pbmn) met klassieke vragen&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* Pm en Cm hebben dezelfde Harkersecties&lt;br /&gt;
#* Cobalt kan geÃ¯oniseerd worden met Cu K alfa straling&lt;br /&gt;
#* NMR&lt;br /&gt;
# Oefening: HgS met coÃ¶rdinaten Hg en S gegeven. Alle elementen geven van 11 juni op uitzondering van de afbuighoek en dit voor de vlakken 200 en 400. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 juni 2009 ===&lt;br /&gt;
# Ruimtegroep + asymmetrische eenheid + 2 speciale posities + iets met systematische afwezigheden&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* Het 110 vlak van Fe vertoont C4v (Bijvragen: aantonen op modellekes)&lt;br /&gt;
#* De atomen bij hexagonale dichtste bolstapeling liggen allemaal op speciale posities (Bijvraag: Hij vraagt om de kubische bolstapeling te laten zien, met die pingpongballetjes en hoe heten de ruimtes tussen die pingpongballekes) &lt;br /&gt;
#* NMR: een benzeen met een chloor op en op para positie iets me een ethyl en een keton (Bijvraag: hoe zie je dat het een spectrum van de 1ste orde of 2de orde is)&lt;br /&gt;
# Oefening: ik kreeg een tabel met fractionele coÃ¶rdinaten van ReO3 en zo&#039;n tabel met sin (theta) / lamda en vormfactoren. Ik moest een ab projectie tekenen, bravais rooster geven, intensiteit berekenen, afbuighoek bepalen, hoogste pattersonpieken voorspellen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Pmca met klassieke vragen&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* Alle atomen van sfaleriet bezetten speciale posities&lt;br /&gt;
#* Een kristalrooster kan ondubbelzinnig bepaald worden adhv systematische afwezigheden&lt;br /&gt;
#* isopropyltolueen&lt;br /&gt;
# Wolfraam-rooster en CuKa straling, vlakken (211) en (310)&lt;br /&gt;
#* teken 3D-rooster en duidt [sic] vlakken aan&lt;br /&gt;
#* Welke intensiteit is sterkst, bij (221) of bij (310)&lt;br /&gt;
#* Welke reflectiehoek is grootst, bij (221) of bij (310)&lt;br /&gt;
#* Welke zijn de sterkste Pattersonpieken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# Pbmn tekenen + assym. eenheid + equi. pos. + multipliciteit + 2 speciale pos. + Systematische afwezigheden + van welke puntgroep&lt;br /&gt;
# Stellingen&lt;br /&gt;
#* De temp. heeft geen invloed op het diffractiepatroon&lt;br /&gt;
#* De vlakken 001 en 110 van Fe hebben dezelfde vlakgroep (ook zeggen welke vlakgroep(en))&lt;br /&gt;
#* NMR&lt;br /&gt;
#De structuur van LiF en NaCl is dezelfde, a = ...., kristalafmeting 0,2mmx0,2mmx0,2mm en wordt bestraald met Cu kalfa. Bereken F003 en F004. Welke intensiteit is het hoogst? Wat gebeurt er met de diffractiehoek en de intensiteit als je:&lt;br /&gt;
#*F vervangt door I&lt;br /&gt;
#*de cel verdubbeld&lt;br /&gt;
#*Waar verwacht je de sterkste Pattersonpieken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 juni 2008 ===&lt;br /&gt;
# P nmb  tekenen + puntgroep + asymetrische eenheid + equi posities&lt;br /&gt;
# stellingen ( waar of niet waar )&lt;br /&gt;
#* Pm en Cm hebben dezelfde harkersecties&lt;br /&gt;
#* R staat voor de resolutie van een structuurbepaling&lt;br /&gt;
#* spectrum en molecule gegeven, horen ze bij elkaar?&lt;br /&gt;
# oefening : NH4HgCl3 heeft eenheidscel a = ... c =... en atoomposities N, Hg en 3 Cl-en gegeven: (ook alpha-Cu straling zoda je uw lambda ook kent) (tabel sin(theta)/lambda en f waarden van Cl, Hg en N gegeven)&lt;br /&gt;
#* geef (a,b) projectie van eenheidscel&lt;br /&gt;
#* bepaal Bravais rooster&lt;br /&gt;
#* bepaal intensiteit en afbuigrichting 2theta van de reflectie (004)&lt;br /&gt;
#* Hg door welke puntgroep omringt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2008===&lt;br /&gt;
#Ruimtegroep tekenen. In dit geval Pman. Geef equivalente posities, multipliciteit, twee speciale posities en de asymetrische eenheid. Van welke puntgroep is deze ruimtegroep afgeleid?  Welke Pattersongroep?&lt;br /&gt;
#Bespreek volgende stellingen. Geef telkens ook een korte motivatie:&lt;br /&gt;
#*Op basis van systematische afwezigheden kan geen verschil gemaakt worden tussen de ruimtegroepen P2 en P2/m.&lt;br /&gt;
#*De temperatuurfactoren van &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;\alpha&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt;-Fe zijn isotroop.&lt;br /&gt;
#*NMR-spectrum en molecule. Kunnen die bij elkaar horen?&lt;br /&gt;
#kristal met Li2O met Ã©Ã©n lengte gegeven (kubisch dus) &lt;br /&gt;
#*teken ab projectie gegeven zijn de posities van de atomen&lt;br /&gt;
#*geef puntgroep rond Li en O&lt;br /&gt;
#*geef bravais rooster&lt;br /&gt;
#*twee vlakken gegeven welke grootste hoek en welke grootste intensiteit&lt;br /&gt;
#*waar bevinden zich de grootste patterson pieken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2007===&lt;br /&gt;
#Ruimtegroep tekenen. Geef equivalente posities, multipliciteit, twee speciale posities en de asymetrische eenheid. Van welke puntgroep is deze ruimtegroep afgeleid?  Welke Pattersongroep?&lt;br /&gt;
#Bespreek volgende stellingen. Geef telkens ook een korte motivatie:&lt;br /&gt;
#*Op basis van systematische afwezigheden kan geen verschil gemaakt worden tussen de ruimtegroepen P2 en P2/m.&lt;br /&gt;
#*De temperatuurfactoren van &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;\alpha&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt;-Fe zijn isotroop.&lt;br /&gt;
#*NMR-spectrum en molecule. Kunnen die bij elkaar horen?&lt;br /&gt;
#Typische gecombineerde oefening. Diffractiemeting op wolfraam met Cu-&amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;\alpha&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; straling. Beschouw vlakken (211) en (310). Een tabel met &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;\frac{\sin \theta}{\lambda}&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; waarden is gegeven.&lt;br /&gt;
#*Teken het reÃ«le rooster en duidt de vlakken aan.&lt;br /&gt;
#*Teken ab-projectie van het reciproke rooster, en duidt hier ook de vlakken aan.&lt;br /&gt;
#*Voor welk vlak verwacht je de grootste reflectiehoek.&lt;br /&gt;
#*Voor welk vlak verwacht je de grootste intensiteit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Vragen eerste zit vrijdag 30 juni 2006 (Fysica)===&lt;br /&gt;
#Teken Pbna (ab-projectie).  Geef equivalente posities, multipliciteit, twee speciale posities en de asymetrische eenheid.  Van welke puntgroep is deze ruimtegroep afgeleid?  Welke Pattersongroep?&lt;br /&gt;
#Zijn volgende stellingen waar of vals?&lt;br /&gt;
#*Omgeving van een bol in hexagonaal dichtste bolstapeling is C3h.&lt;br /&gt;
#*&amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;P2_1&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; en &amp;amp;lt;math&amp;amp;gt;P2_1/m&amp;amp;lt;/math&amp;amp;gt; zijn niet te onderscheiden met behulp van de speciale posities.&lt;br /&gt;
#*Dit is het NMR-spectrum van... (iets ingewikkeld)&lt;br /&gt;
#LiF kristalliseert zoals NaCl in kubische cel met parameter a = 0,4026 nm.  We gebruiken CuKa straling en een kristal met dimensie 0,2x0,2x0,2.&lt;br /&gt;
#*Geef de ab-projectie van de structuur.&lt;br /&gt;
#*Geef de reciproke parameters.&lt;br /&gt;
#*netvlakken 003 en 004: welke heeft grootste intensiteit van de gereflecteerde straal?&lt;br /&gt;
#*Wat gebeurt met deze reflecties (dus hoek, intensiteit, fase) als we F vervangen door I. Wat gebeurt er als we de afmetingen van het kristal verdubbelen?&lt;br /&gt;
#*Welke zijn de grootste pieken in de Pattersonfunctie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Vragen eerste zit dinsdag 27 juni 2006 (Geologie) ===&lt;br /&gt;
(dit waren vragen van geologie, zij hebben ook een deel poederdiffractie dat voor fysici niet gekend hoeft te zijn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*teken de ruimtegroep Pncm (a,b-projectie)&lt;br /&gt;
Geef equivalente posities, multipliciteit en assymmetrische eenheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van welke puntgroep is deze ruimtegroep afgeleid?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Geef twee speciale posities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*stellingen:&lt;br /&gt;
De atomen in perovskiet liggen allemaal op speciale posities&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De ruimtegroepen P2/c en Pc behoren tot zelfde pattersongroep&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*loodoxide PbO kristalliseert in een tetragonale eenheidscel&lt;br /&gt;
a=3,975 A   en   c=5,023 A&lt;br /&gt;
atomen liggen op de posities:&lt;br /&gt;
Pb(1): 0	Â½	0.2385&lt;br /&gt;
Pb(2): Â½	0	-0.2385&lt;br /&gt;
O(1):   0	0	0&lt;br /&gt;
O(2):  Â½	Â½	0&lt;br /&gt;
Teken een a,b-projectie van de eenheidscel en beschrijf de omringing van de loodatomen met behulp van een puntgroep&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Welk Bravaisrooster?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bepaal voor de reflectie (110) de fase van de structuurfactor en intensiteit&lt;br /&gt;
Teken het vlak (110) en de invallende en afgebogen bundel bij op de a,b-projectie bij gebruik van CuKÎ± &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bereken de positie van de diffractielijn op een Debye-Scherrer film&lt;br /&gt;
(camerastraal=28,7mm en CuKÎ±)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Teken schematisch de film&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Vragen eerste zit donderdag 22 juni 2006 (Fysica) ===&lt;br /&gt;
*eerste vraag:&lt;br /&gt;
Teken een ab-projectie van de ruimtegroep Pmcb&lt;br /&gt;
en alles der op en der aan, puntgroep, patterson, equivalente posities...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Tweede vraag:&lt;br /&gt;
Zijn volgende stellingen waar, verklaar:&lt;br /&gt;
1. kan men uit een diffractie patroon de aanwezigheid opmaken van een S4 as?&lt;br /&gt;
2. Is de R-waarde een maat voor de resolutie van een diffractie?&lt;br /&gt;
3. Is dit het NMR spectrum van ... (een onuitspreekbare naam)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Derde vraag:&lt;br /&gt;
Oefeningen op een hexagonaal stelsel CadmiumdiJood met straling bepalen en uittekenen.&amp;lt;/text&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>SanderVanwing</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Gentechnologie&amp;diff=1999</id>
		<title>Gentechnologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Gentechnologie&amp;diff=1999"/>
		<updated>2020-01-23T08:46:09Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;SanderVanwing: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Prof Lavigne. Biochemie volgt het samen met bio-ingenieurs. Oefenzittingen verplicht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2020 ===&lt;br /&gt;
# Leg PET en pPIC expressiesystemen uit. Vergelijk ze en wat zijn de voor- en nadelen? Welke parameters zijn er nog belangrijk bij de recombinante expressie? (geen paginalimiet)&lt;br /&gt;
# Bespreek gedetailleerd Bac vectoren. Hoe bereken je het minimum aantal klonen met de formule van Carbon en Clarke en welke voorwaarden moeten voldoen zijn?&lt;br /&gt;
# Geef de PCR parameters en PCR varianten die de specificiteit verhogen. Leg telkens kort uit.&lt;br /&gt;
# Definities&lt;br /&gt;
#* Leg gatewayclonering uit, werking en principe geven.&lt;br /&gt;
#* Transposonmutagenese uitleggen en hoe dit gescreend wordt?&lt;br /&gt;
#* Leg uit hoe men gisten transformeert en wat de benodigde commponenten zijn.&lt;br /&gt;
#paeshuyse&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 augustus 2019 ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de factoren van een PCR die de gevoeligheid kunnen verhogen. Ook de PCR afgeleidde technieken die de gevoeligheid voor nucleïnezuurdetectie kunnen verhogen. &lt;br /&gt;
#Bespreek het PET expressie systeem in E. coli, geef ook de voor en nadelen van expressie in deze bacterie.&lt;br /&gt;
#(Paashuyse) Je wil Anti-IgE produceren in CHO cellen m.b.v. een eukaryoot expressie systeem (geen gist of schimmel).&lt;br /&gt;
#* welk expressie systeem gebruik je? beargumenteer.&lt;br /&gt;
#* Teken de vector en verklaar alle factoren die je gebruikt.&lt;br /&gt;
#* Wat moet je veranderen aan de CHO cellen om de SV40 ori te kunnen gebruiken? wat is het voordeel van deze ori op replicatie.&lt;br /&gt;
#* Als je anti-IgE in planten cellen zou willen produceren, hoe ziet de vector er dan uit? leg alle factoren uit.&lt;br /&gt;
#Leg uit:&lt;br /&gt;
#* Definieer alles van BAC&#039;s&lt;br /&gt;
#* Gateway klonering&lt;br /&gt;
#* Capture techniek voor full length cDNA klonering&lt;br /&gt;
#Oefening: 2 exonen met sequentie waren gegeven, ook een tag met sequentie was gegeven. De bedoeling was om tag-exon1-exon2 te kloneren in een TOPO-T/A vector. Bespreek alle stappen van de klonering en beargumenteer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 Januari 2019 ===&lt;br /&gt;
# Welke parameters hebben een negatieve invloed op PCR in verband met mutagenese (geef hierbij ook PCR-gebaseerde technieken van random/directe mutagenese zoals mismatch priming, error-prone PCR..) &lt;br /&gt;
# Vergelijk cosmide en BAC klonering en  hoe bepaal je  de complexiteit van genoombank (carbon clark)&lt;br /&gt;
# (Paashuyse): Klonering van een bepaald eiwit in rat cellen&lt;br /&gt;
#* A. Leg expressiesysteem uit&lt;br /&gt;
#* B. Teken vector en benoem/verklaar alle factoren die je gebruikt&lt;br /&gt;
#* c. Wat moet je veranderen aan de rat cellen om SV40 ori te kunnen gebruiken? en bespreek het effect op de replicatie&lt;br /&gt;
#* d. Doe hetzelfde maar dan in een planten cel, wat moet je veranderen? En teken de vector opnieuw met alle componenten &lt;br /&gt;
# Geef uitleg over&lt;br /&gt;
#* Taqman probe&lt;br /&gt;
#* CTAB methode&lt;br /&gt;
#* PET&lt;br /&gt;
# Oefening waarbij je een ori moest insereren in DNA, dit moest in frame zitten, de RE sites waren gegeven, bespreek je techniek en teken PCR primers die je hiervoor zou gebruiken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===31 Augustus 2018 ===&lt;br /&gt;
# Leg PET en pPIC expressiesystemen uit.Vergelijk ze en wat zijn de voor en nadelen? Welke parameters zijn er nog belangrijk bij de recombinante expressie? (geen paginalimiet)&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* A. Geef de PCR parameters (en PCR varianten) die de specificiteit verhogen. Leg kort telkens kort uit. (1 bladzijde)&lt;br /&gt;
#* B. Bespreek in detail hoe cosmidebanken gemaakt worden. Hoe bereken je het minimum aantal klonen met de formule van Carbon en Clarke en welke voorwaarden moeten voldoen zijn? (1 bladzijde)&lt;br /&gt;
# Geef definities/uitleg voor volgende begrippen (1/3e van een blad antwoordruimte per begrip): &lt;br /&gt;
#* A. Alkalische Lyse&lt;br /&gt;
#* B. Wat is de definitie van Hybrid Selected Translation?&lt;br /&gt;
#* C. Leg uit hoe men gisten transformeert en wat de benodigde commponenten zijn.&lt;br /&gt;
# Deel Prof. J. Paeshuyse. Gegeven: sequentie van insert, knipplaatsen die niet in het insert knippen (met bijhorende sequentie) en een pENTR-vector met alle elementen (en knipplaatsen)&lt;br /&gt;
#* a. Welk eukaryoot expressiesysteem gebruik je en verklaar je keuze.&lt;br /&gt;
#* b. Teken eukaryote expressievector en verklaar alle gebruikte elementen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2018 ===&lt;br /&gt;
# Leg PET en pBAD expressiesystemen uit. Welke parameters zijn er nog belangrijk bij de recombinante expressie? (geen paginalimiet)&lt;br /&gt;
#&lt;br /&gt;
#* A. Geef de PCR parameters (en PCR varianten) die de specificiteit verhogen. Leg kort telkens kort uit. (1 bladzijde)&lt;br /&gt;
#* B. Bespreek in detail hoe cosmidebanken gemaakt worden. Geef ook uitleg bij Carbon &amp;amp; Clarke. (1 bladzijde)&lt;br /&gt;
# Geef definities/uitleg voor volgende begrippen (1/3e van een blad antwoordruimte per begrip): &lt;br /&gt;
#* A. CAPture techniek bij cDNA aanmaak&lt;br /&gt;
#* B. Taqman RT-PCR&lt;br /&gt;
#* C. Nodige elementen voor een episomaal shuttle-plasmide voor &#039;&#039;E. Coli&#039;&#039; en &#039;&#039;S. cerevesiae&#039;&#039;&lt;br /&gt;
# Deel Prof. J. Paeshuyse. Gegeven: sequentie van insert, knipplaatsen die niet in het insert knippen (met bijhorende sequentie) en een pENTR-vector met alle elementen (en knipplaatsen)&lt;br /&gt;
#* A. Geef strategie (maak primers, staarten, restrictie) om uw insert in de entry-vector te krijgen.&lt;br /&gt;
#* B. Welk eukaryoot expressiesysteem gebruik je en verklaar je keuze.&lt;br /&gt;
#* C. Teken eukaryote expressievector en verklaar alle gebruikte elementen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===1 september 2017 VM===&lt;br /&gt;
# Met welke factoren kun je de nauwkeurigheid van een PCR-reactie verbeteren en geef PCR afgeleide technieken voor nucleïnezuren.&lt;br /&gt;
# Bespreek in detail en vergelijk het mechanisme van P1 en cosmide vectoren.&lt;br /&gt;
# Bespreek de werking en schets het principe van PET-expressie systeem. Wat zijn de voor- en nadelen?&lt;br /&gt;
# Kort omschrijven &lt;br /&gt;
#* Definieer en bespreek CAPture techniek werking&lt;br /&gt;
#* Hoe kunnen we de URA3 merker gebruiken voor positieve en negatieve selectie?&lt;br /&gt;
#* Bespreek het principe van Gateway klonering.&lt;br /&gt;
# Vraag Paeshuyse (oefening in verwerkt): allerlei gegevens (cDNA, knipplaatsen e.d.) &lt;br /&gt;
#* Welke eukaryoot expressies systeem (geen schimmel of gist) zou jij gebruiken (voor dit humaan recombinant eiwit)? Beargumenteer.&lt;br /&gt;
#* Teken de vector enzo.. (?)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
# Met welke factoren kun je de nauwkeurigheid van een PCR-reactie verbeteren en geef afgeleide technieken met een hogere nauwkeurigheid&lt;br /&gt;
# Bespreek de BAC clonering voor de aanmaak van banken.&lt;br /&gt;
# Wat zijn de voordelen van recombinante expressie in gist? Vector pPIC wordt veel gebruikt in de industrie. Bespreek pPIC.&lt;br /&gt;
# Kort omschrijven&lt;br /&gt;
#*DNA shuffeling&lt;br /&gt;
#*CAPture techniek werking&lt;br /&gt;
#*Principe van TOPO-gemedieerde klonering&lt;br /&gt;
#oefening: Gegevens over enzymen, genoom van 1,6*^10-4, enzym knipt in 1 à 2 kb fragmenten, foto van gelleke. Hoeveel recombinante moet je hebben om met 99% zekerheid te zeggen dat je sequentie aanwezig is? Nog een vraag. (Rekenmachine nodig!)&lt;br /&gt;
#Vraag Paeshuyse: Creëer een humaan, recombinant faag lambda ding (?) Welk expressiesysteem zou je gebruiken? Teken de vector die je gebruikt. Nog iets...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===januari 2016===&lt;br /&gt;
# Met welke factoren kun je de nauwkeurigheid van een PCR-reactie verbeteren en geef afgeleide technieken met een hogere nauwkeurigheid&lt;br /&gt;
# Voordelen van recombinante expressie in gist, leg die ene gistvector uit (pPIC heette die dacht ik?)&lt;br /&gt;
#Strategie voor het opstellen van een cosmidebank&lt;br /&gt;
# Termen: CTAB DNA extractie, Taqman, manieren van transformatie van gist&lt;br /&gt;
# Oefening met inverse PCR: vinden van primers en uittekenen van de techniek&lt;br /&gt;
Volckaert: &lt;br /&gt;
# Relatie Tm/zoutconcentratie (monovalente kationen)&lt;br /&gt;
# De factoren die de renaturatie beinvloeden + verschil in gebruik van PNA, LNA en DNA als proben&lt;br /&gt;
# Geef structuur van guanidinium isothiocyanaat en guanidinium thiocyanaat, waarvoor wordt dit molecule gebruikt&lt;br /&gt;
# structuur van merker gegeven, leg uit waar onderdelen voor bedoeld zijn en benoem ze&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2015===&lt;br /&gt;
#Bespreek en vergelijk de verschillende PCR technieken voor zowel gerichte als random mutagenese.&lt;br /&gt;
#Bespreek in detail het mechanisme van P1 faag en een cosmide en vergelijk.&lt;br /&gt;
#Bespreek en schematiseer het principe van de capillaire Sanger sequentie.&lt;br /&gt;
#Kleine vraagjes:&lt;br /&gt;
##Belang van humanisering bijÂ Philia pastoris&lt;br /&gt;
##Definieer de CAPture techniek&lt;br /&gt;
##Hoe kunnen we de URA3 merker gebruiken voor positieve en negatieve selectie?&lt;br /&gt;
#Oefening: Je moet 2 exons (sequenties gegeven) van een bepaald gen aan elkaar ligeren (zonder een linker tussen). En deze C-terminaal aan een â€˜Strepâ€™-tag hangen (sequentie gegeven) en deze inbrengen in een vector die T-overhang heeft door TOPO. (verschillende stappen bespreken + primers geven!) (praktisch dezelfde oefening als de voorbije 2 jaar in januari)&lt;br /&gt;
Volckaert 1. Geef de structuurformule van guanidinium (iso)thiocyanaat en waar het voor wordt gebruikt. 2. Leg chemische synthese van oligonucleotiden met een 5â€™ fosfaat uit (of teken) + geef voordeel hiervan. 3. Leg uit hoe DNA probes niet-radioactief gelabeld (en eventueel onder welke voorwaarden) kunnen worden met behulp van een streptavidine-alkalisch fosfatase fusie-eiwit 4a. T4 polynucleotide kinase werd vroeger gebruikt om uiteinden te fosforyleren zodat fragmenten geligeerd kunnen worden. Nu kan dit direct gebeuren bij de oligonucleotide synthese. Hoe doen ze dit? Bespreek (en of teken) dit. 4b. Wat is het voordeel hiervan? 5. Bespreek de relatieve Tm van DNA en LNA met betrekking tot hun gebruik in hybridisatie en mismatchgevoeligheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 januari 2014 ===&lt;br /&gt;
#Bespreek algemeen principe van PCR en de reactiecomponenten. Bespreek afgeleide technieken die gebruikt worden om de specificiteit van de PCR-reactie te verhogen. (onbeperkte antwoordruimte) &lt;br /&gt;
#Bespreek achtergrond en werking van cosmide (1pag)&lt;br /&gt;
##Bespreek en vergelijk pET en pBAD (1pag)&lt;br /&gt;
#Korte vraagjes: Lavigne&lt;br /&gt;
##Bespreek CAPture techniek &lt;br /&gt;
##Bespreek de elementen die een YAC-kloneringsvector bevat. Bespreek Gateway klonering &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 22 januari 2013 ===&lt;br /&gt;
#Bespreek vectorsystemen voor het insereren van grote (&amp;amp;gt;30kb) DNA-sequenties. Bespreek de formule van Carbon &amp;amp;amp; Clarke. &lt;br /&gt;
#Technieken: Okayama &amp;amp;amp; Berg SAGE &lt;br /&gt;
#Kleine vragen (Lavigne): &lt;br /&gt;
##Wat is error-prone PCR en hoe kan je het gebruiken in &amp;amp;quot;directed evolution&amp;amp;quot;? &lt;br /&gt;
##Bespreek en schets het PET-expressie systeem. &lt;br /&gt;
##Hoe kunnen we de URA3 merker gebruiken voor positieve en negatieve selectie? &lt;br /&gt;
#SitueerÂ ???,Â ??? enÂ ??? in de historiek van de gentechnologie. Het rspL gen was Ã©Ã©n van de eerste genen die gebruikt werd voor positieve selectie. Leg uit waarvoor dit gen codeert en hoe de selectie gebeurt. Oefening: Sequentie met exons en introns gegeven. Ontwerp een techniek om de eerste twee exons aan elkaar te ligeren en in te bouwen in de gegeven vector (TOPO T/A vector), met een N-terminale STREP-tag (sequentie voor de STREP-tag was gegeven). Beschrijf en verantwoord elke stap.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 augustus 2012===&lt;br /&gt;
Â #Kunkel tot in detail bespreken Schets replicatie- en regulatie mechanisme van ColE1 in E. coli. Is dit hetzelfde bij de afgeleide vectors van ColE1? (pBR322,...) &lt;br /&gt;
#twee vraagjes Carbon en Clarke RAcE schetsen en uitleggen (beide)&lt;br /&gt;
#kleine vraagjes:&lt;br /&gt;
##Bespreek COS-cellen URA3 (waarom belangrijke merker) &lt;br /&gt;
##Inclusion bodies (wat, wanneer, gewenst?) &lt;br /&gt;
##Duid het juiste aan: de zoutconcentratie doet Tm stijgen/dalen/beÃ¯nvloedt Tm niet + uitleggen waarom. &lt;br /&gt;
##synthesevraag: biotine-merking bij nucleÃ¯nezuurhybridisatie, alles uitleggen (hoe probe maken, hybridisatie, detectie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 Jan 2012 NM===&lt;br /&gt;
#Kunkel Schets replicatie- en regulatie mechanisme van ColE1 in E. coli &lt;br /&gt;
#Bespreek de mogelijke kloneringsvectoren in gist &lt;br /&gt;
#Kleine vragen:&lt;br /&gt;
##Co-transformatie bij dieren &lt;br /&gt;
##Bespreek doel van de technieken: oligocapping en capture &lt;br /&gt;
##Hot-start PCR Chromosome jumping&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===31 Jan 2011 NM===&lt;br /&gt;
#Bespreek de filamentaire fagen(M13, F1,...), hun eigenschappen, hun replicatie in E.coli en hoe zijn ze aangepast voor het gebruik als vectoren. &lt;br /&gt;
#Bespreek het pMAL expressiesysteem voor de synthese van eiwitten via recombinanten. &lt;br /&gt;
#Bijvragen:&lt;br /&gt;
##Hoe kan je het nodige aantal klonen bepalen voor een goede genoombank &lt;br /&gt;
##Bespreek die PiAN vectoren Kleine vragen: &lt;br /&gt;
##Wat is de N-regel van Varshavsky COSvectoren &lt;br /&gt;
##Wat is Spi-selectie Waarvoor dient Capping bij de synthese van oligonucleotiden? &lt;br /&gt;
#Mondeling: cDNA synthese volgens Gubler en Hoffman Methode van Kunkel voor plaatsgerichte mutagenese Hoe wordt de smelttemperatuur bepaalt SAGE&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 Jan 2011 VM===&lt;br /&gt;
#Fosforamidietcyclus (cyclus, beschermgroepen, capping,...) &lt;br /&gt;
#Welke problemen bij aanmaken van cosmide vectoren en welke oplossingen hiervoor?&lt;br /&gt;
#Bijvragen: &lt;br /&gt;
##Okayama &amp;amp;amp; Berg &lt;br /&gt;
##cDNA klonering in een vector Methode van Henikoff voor systematische deleties &lt;br /&gt;
#Kleine vragen&lt;br /&gt;
##IPTG sacB &lt;br /&gt;
##Carbon &amp;amp;amp; Clarke vgl. (aantal klonen in een cDNA bank) &lt;br /&gt;
##Guanidiniumzouten&lt;br /&gt;
#Mondeling: pMal expressiesystemen Kunkel Eckstein Pyrosequencing SOE&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 Jan 2011 VM===&lt;br /&gt;
#Aanmaak genoombanken soorten gistvectoren &lt;br /&gt;
#Bijvragen: &lt;br /&gt;
##fotolithografische DNA synthese alkalische fosfatasen + toepassingen &lt;br /&gt;
#Kleine vragen&lt;br /&gt;
##&#039;hotstart&#039; PCR Guanidinium thiocyanide biotine merking bij hybridisatie &lt;br /&gt;
##URA3 Modeling: pyrosequencing &lt;br /&gt;
##Methode van Eckstein CAPture SOE pMAL&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 aug 2010 VM===&lt;br /&gt;
#pyrosequencing soorten faag lambda vectoren Bijvragen: methode van Gubler en Hoffman chromosoomwalking &lt;br /&gt;
#Kleine vragen: &lt;br /&gt;
##nested PCR capping in fosforamidietcyclus hoe het aantal klonen in een cDNA bank benaderen &lt;br /&gt;
##PNA Modeling: methode van Okyama en Berg &lt;br /&gt;
##biotine merking bij hybridisatie alkalische hydrolyse van RNA Spi selectie pMAL&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 jan 2010 VM===&lt;br /&gt;
#Bespreek cosmide vectoren en hoe ze efficient te gebruiken zijn. &lt;br /&gt;
#Leg de methode van Hoffman en Gubler voor cDNA synthese uit. &lt;br /&gt;
#Bijvragen: &lt;br /&gt;
##Welke vectorsystemen voor gist zijn er beschikbaar? &lt;br /&gt;
##Leg de pSC101 ori uit. &lt;br /&gt;
#Kleine vragen: &lt;br /&gt;
##Oclusion body&#039;s: wat, wanneer, nut? &lt;br /&gt;
##CI gen: wat en waarvoor gebruikt in de gentechnologie? &lt;br /&gt;
##Universele splicing van ssDNA met fokI. &lt;br /&gt;
##Modeling: Fosforamidiet versus fosfonaat methode. &lt;br /&gt;
##EtBr en SYBR. &lt;br /&gt;
##Methode van Eckstein voor plaatsgerichte mutagenese. &lt;br /&gt;
##Biotine merking. &lt;br /&gt;
##ZOO blot.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 jan 2010 VM===&lt;br /&gt;
#Bespreek de aanmaak van genoombanken (vectoren, inbouwmechanismen, enz.) &lt;br /&gt;
#Bespreek de methode van Kunkel voor plaatsgerichte mutagenese. &lt;br /&gt;
#Bijvragen: &lt;br /&gt;
##Welke vectoren voor klonering in gist? &lt;br /&gt;
##Wat zijn positieve en negatieve selectie voor klonering en geef voorbeelden. &lt;br /&gt;
#Kleine vragen: &lt;br /&gt;
##Nested PCR uitleggen. &lt;br /&gt;
##T4 en T7 zijn beide bacteriofaag polymerasen. &lt;br /&gt;
##Bespreek hun activiteit(en) en toepassingen. &lt;br /&gt;
##Type1, type2, type3, type2s, iso en neochizomeren, waarin verschillen deze restrictie enzymen? &lt;br /&gt;
##Hoeveel kloonen nodig in een genoom bank? &lt;br /&gt;
#Mondeling: Okyama en berg Spi selectie Alkalische hydrolyse van RNA pMAL &lt;br /&gt;
#Hoe wordt biotine gebruikt bij hybridisatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 jan 2010 VM===&lt;br /&gt;
#Okayama en Berg procedure voor cDNA klonering, detailleer elke reactiestap.&lt;br /&gt;
#Bijvragen: &lt;br /&gt;
##Fosforamidiet synthesecyclus &lt;br /&gt;
##Welke soorten alkalische fosfatase gebruiken we in de gentechnologie? &lt;br /&gt;
##Schets hun gebruik. &lt;br /&gt;
#Kleine vragen: &lt;br /&gt;
##Lamba ZAP vector &lt;br /&gt;
##Aan- en afwezigheid van rop in colE1-afgeleide plasmide en de invloed ervan op aantal plasmide in E.coli. &lt;br /&gt;
##Aantal kloons in een genoombank. &lt;br /&gt;
##Nested PCR Mondeling: pMAL expressiesysteem &lt;br /&gt;
##Pyrosequencing RDA Ligatiemechanisme Eckstein&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 jan 2010===&lt;br /&gt;
#Geef de belangrijkste biologische functies van de filamentaire faag vectoren en hoe deze gebruikt werden om vectoren mee te maken.Welke soorten faag lambda vectoren zijn er en schets kort hun gebruik &lt;br /&gt;
#Bijvragen: &lt;br /&gt;
##cDNA synthese volgens Gubler en Hoffman. &lt;br /&gt;
##Detailleer elke reactiestap. &lt;br /&gt;
##Wat is chromosome walking en hoe werkt het. &lt;br /&gt;
#Kleine vragen: &lt;br /&gt;
##Wat is en waarvoor dient de capping bij de synthese van oligonucleotiden. &lt;br /&gt;
##Exonuclease III &lt;br /&gt;
##Hoe bepalen we het aantal kloons dat nodig is bij het opstellen van een genoombank. &lt;br /&gt;
##Inverse PCR Mondeling: pMal &lt;br /&gt;
##LCR Puntmutaties volgens Eckstein Mu-2 gistvector &lt;br /&gt;
##Pyrosequencing&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 jan 2009===&lt;br /&gt;
#fosforamidiet synthesecyclus geven problemen klonering met cosmidevectoren + oplossingen&lt;br /&gt;
#Bijvragen: &lt;br /&gt;
##okyama en berg progressieve deleties met exonuclease III &lt;br /&gt;
#Kleine vragenÂ : &lt;br /&gt;
##IPTG sacB carbon en clarke vgl rol guanidinimun zouten + structuur &lt;br /&gt;
#Mondeling: RDA pyrosequencing eckstein pMal lambda zap&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 jan 2009===&lt;br /&gt;
#Soorten Bacteriofaag lamda vectoren pET expressie vector systeem&lt;br /&gt;
#Bijvragen&lt;br /&gt;
##Pyrosequencing Gubler-Hoffman cDNA synthese&lt;br /&gt;
# Kleine vragen&lt;br /&gt;
##Tm voor oligonucleotiden sacB en toepassing in Gentechnolgie Statistische benadering genoom insertie PNA + structuur &lt;br /&gt;
#Mondeling: inverse PCR Eckstein RDA SOE CAPture&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 jan 2009Â ===&lt;br /&gt;
#replicatiemechanisme, regulatie en aantal kopieÃ«n ColE1-afgeleide vectoren Soorten bacteriofaag lambda vectoren en hun werking schetsen &lt;br /&gt;
#Bijvragen: &lt;br /&gt;
##cDNA klonering (Gubler &amp;amp;amp; Hoffman, Okayama &amp;amp;amp; Berg) &lt;br /&gt;
##chromosoom walking &lt;br /&gt;
#Kleine vragen:&lt;br /&gt;
##inverse PCR Tth DNA polymerase (wat speciaal en welke extra mogelijkheden daardoor) &lt;br /&gt;
##capping in fosforamidiet, wat en waarom &lt;br /&gt;
##hoe bereken je aantal kloons in genomische DNA bank exonuclease III &lt;br /&gt;
#Mondeling: SOE SAGE pMAL plaatsgerichte mutagenese volgens Kunkel pyrosequencing&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 jan 2008===&lt;br /&gt;
#Bespreek het replicatiemechanisme van ColE1- en afgeleide vectoren, de regulatie en het aantal plasmiden &lt;br /&gt;
#Bespreek methoden om gen-gericht een genomische bank te screenen aan de hand van &#039;informatie&#039; &lt;br /&gt;
#Geef twee technieken voor positieve selectie van plasmiden &lt;br /&gt;
#Geef de methode van Eckstein voor plaatsgerichte mutagenese &lt;br /&gt;
#Kleine vragen&lt;br /&gt;
##Hoe kan de het cI gen voor positieve selectie zorgen?&lt;br /&gt;
##Wat is een moleculair baken (&#039;molecular beacon&#039;)?&lt;br /&gt;
##Bespreek de twee soorten SV40 vectoren en het verschil Touch-down PCR &lt;br /&gt;
##Hoe kunnen we er voor zorgen dat er geselecteerd wordt op de mogelijkheid om te transformeren (of zo)?&lt;br /&gt;
#Technieken: Pyrosequencing pET SOE Okyama-Berg ligatiemechanisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 jan 2008===&lt;br /&gt;
#Fotolithografische DNA synhtese: bescrhijf en verklaar. &lt;br /&gt;
#Okayama en Berg procedure voor cDNA klonering: wat zijn de voor/ nadelen? &lt;br /&gt;
#Middelgrote vragen: &lt;br /&gt;
##Welke problemen zijn er bij het kloneren in cosmidevectoren en hoe hebben ze dit opgelost? &lt;br /&gt;
##Pyrosequencing: beschrijf, wat zijn voor/nadelen tov dideoxymethode &lt;br /&gt;
#Kleine vragen: &lt;br /&gt;
##Wat is IPTG: structuur, gebruik &lt;br /&gt;
##Wat is de par locus &lt;br /&gt;
##Wat is PNA: structuur &lt;br /&gt;
##Wat is T4 polynucleotide kinase, waarom is dit belangrijk in gentechnologie, reactiemechanisme? &lt;br /&gt;
#Technieken: SOE CAPture EtBr pMAL Eckstein&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 jan 2008===&lt;br /&gt;
#Welke mogelijkheden zijn er om plaatsgerichte mutagenese te doen? &lt;br /&gt;
#Vertel alles over LITMUS vectoren (Waarom in godsnaam is dit een hoofdvraag?) &lt;br /&gt;
#Bijvragen: &lt;br /&gt;
##Welke problemen kunnen er zijn bij het kloneren in cosmidevectoren?&lt;br /&gt;
##Hoe hebben ze die omzeild? Schets de Okyama-Berg procedure. &lt;br /&gt;
##Wat zijn de voor- en nadelen? &lt;br /&gt;
#Bij-bijvragen: &lt;br /&gt;
##Hoe is sacB een positief selectiekenmerk? &lt;br /&gt;
##Waarvoor staat spi selectie? &lt;br /&gt;
##Geef de 2 soorten SV40 vectoren + leg het verschil uit waarom worden er andere Tm-uitdrukkingen gebruikt voor oligonucleotiden en hele strengen? &lt;br /&gt;
#Mondeling: RDA Pyrosequencing inteÃ¯ne verwerking inverse PCR cap selectie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===31 jan 2007===&lt;br /&gt;
#alles van cosmiden bespreken. alles van SV40 bespreken. &lt;br /&gt;
#Middelgrote vragen: &lt;br /&gt;
##pyrosequencing &lt;br /&gt;
##cassettemutagenese &lt;br /&gt;
#Kleine vragen: &lt;br /&gt;
##verschil southern en western blotting &lt;br /&gt;
##ethidiumbromide, structuur, problemen, &lt;br /&gt;
##gebruik Spi selectie inverse PCR&lt;br /&gt;
##wat is shearing &lt;br /&gt;
#Technieken: Formule om het aantal klones te berekenen voor gDNA bank Oligocapping SOE ligatiemechanisme Eckstein Okayama en Berg&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 jan 2007===&lt;br /&gt;
#bespreek belangrijkste methoden voor site directed mutagenese bespreek replicatiemechanisme in pBR322 &lt;br /&gt;
#welke verschillende strategien worden gebruikt met op lambda gebaseerde vectoren technieken met Ti vectoren &lt;br /&gt;
#Mondeling: nested PCR quenching hoe beinvloed de DNA concentratie het werken met cosmiden en verklaar &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 jan 2007===&lt;br /&gt;
#Geef en bespreek enkele voorbeelden van het gebruik van alkalische fosfatasen.&lt;br /&gt;
#Bespreek de eigenchappen en kenmerken van de pUC vectoren. &lt;br /&gt;
#Vectoren afgeleid van bacteriofaag lambda. &lt;br /&gt;
#SV40 vectoren. &lt;br /&gt;
#Kleine vragen:&lt;br /&gt;
##Genotype van een E.Coli stam opdat deze geÃ¯nfecteerd kan worden door M13. &lt;br /&gt;
##Bespreek incompatibiliteit van plasmiden. &lt;br /&gt;
#Mondeling voor te stellen technieken: SOE Pyrosequencing Methode van Eckstein voor plaatsgerichte mutagenese Nick translatie&amp;lt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>SanderVanwing</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Immunological_Biotechnology&amp;diff=1862</id>
		<title>Immunological Biotechnology</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Immunological_Biotechnology&amp;diff=1862"/>
		<updated>2020-01-14T08:26:21Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;SanderVanwing: /* 13 januari 2020 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Vak van derde bachelor biochemie. Ook gevolgd door zij die willen van chemie en biologie. Het wordt gegeven door Prof. Liliane Schoofs en is een mondeling examen met schriftelijke voorbereiding. Ze leest je antwoord en stelt dan bijvragen. &lt;br /&gt;
Er wordt een volledige en verplichte practicum week gehouden, je mag zelf je groepje kiezen (3personen max). Van het practicum wordt ook een schriftelijk examen gehouden, waarbij je enkel vragen krijgt over de proefjes die jij hebt uitgevoerd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 13 januari 2020 ===&lt;br /&gt;
# Figuur van extravasation waarbij neutrofiel aankomt op plaats van infectie, slowing down door selectines en uiteindelijk full stop door integrins. Waarna deze in het geïnfecteerde weefsel binnendringt.&lt;br /&gt;
# Figuur waarbij je VDJ recombinatie moest uitleggen met elke stap. (vb bijvraag: Waarom heeft de light chain geen D segment)&lt;br /&gt;
# Figuur van MHC-restrictie (deze term moet je geven) + uitleggen&lt;br /&gt;
# True/false vragen (+ één multiple choice):&lt;br /&gt;
#* Eosinophils worden vooral tegen parasieten ingeschakeld&lt;br /&gt;
#* Progenitor Myeloids zijn voorgangers van T, B en NK cellen.&lt;br /&gt;
#* Lipopolysacchariden zijn proteïnen die worden gesecreteerd.&lt;br /&gt;
#* (Heel simpel) Nog iets over VDJ recombinatie waarbij je de zin moest aanvullen (je kon kiezen uit 4 termen), waarbij het ging over de DNA-segmenten, maar was heel makkelijk af te leiden welke term de juiste is zelfs al studeer je geen Biochemie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 januari 2019 ===&lt;br /&gt;
voor en namiddag hadden dezelfde vragen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Figuur van B cell die geactiveerd werd door Helper T cell en door een bacterie met Ab. Dit ging verder naar de 3 technieken die Ab gebruiken in het humoral immunity (neutralisation, opsonization en complement activation)&lt;br /&gt;
# Figuur waarbij je moest uitleggen hoe MHC class 1 molecules worden geladen met Ag-peptiden in het ER.&lt;br /&gt;
# Figuur van een MHC class 1 molcule die een peptide gebonden had, je zag dus de bèta-sheets en het peptide met zijn aminozuren. &lt;br /&gt;
# Figuur van B cellen die in het been merg matureren tot plasma en memory cellen. Je moest zeggen dat er VDJ rearrangement komt, selectie van de B cellen o.b.v. self Ag, dit moest ook allemaal geplaatst worden in het lichaam.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18/01/2019 NM===&lt;br /&gt;
# Figuur van het maturatie process van T cellen in de thymus. Vraag: In welk orgaan speelt dit zich af en leg uit hoe dit gebeurt.&lt;br /&gt;
# Figuur experiment van gel waarop germline DNA was geladen van C en V regio en van B cell DNA van C en V regio. Vraag: wat gebeurt er in dit experiment en wat kan je er uit afleiden (antwoord enkel op voorkant onder foto)&lt;br /&gt;
# Figuur van verloop recombinatie DNA tussen D en J regio. Vraag: een aantal koppen waren weggelaten en moesten worden aangevuld en elke stap in 1 zin uitleggen&lt;br /&gt;
# MC en juist fout vragen:&lt;br /&gt;
#* Wat gebeurt er niet tijdens inflammation? (mogelijke anwtoorden: expressie cytokines, expressie chemokines, innate en adaptive immunity activeren, vernouwen van bloedvaten)&lt;br /&gt;
#* Gebruiken NK cellen MHC class I? (mogelijke antwoorden: true or false)&lt;br /&gt;
#* Wat gebeurde er niet in de evolutie van adaptieve immuniteit? (een aantal antwoorden die ik niet meer weet)&lt;br /&gt;
#* Zorgen adaptieve immuniteitscellen voor specificiteit? (mogelijke antwoorden: true or false) &lt;br /&gt;
#* Hematopoietic cellen kunnen nog in elke cel van het lichaam veranderen (mogelijke antwoorden: antwoorden true or false)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17/01/2019 NM===&lt;br /&gt;
# Figuur, opname bacterie, alles uitleggen, MF, dendritische cel, lymfe knopen, maturatie, ... Heel het immuunsysteem&lt;br /&gt;
# Figuur, muizen SCID en Nude (alles staat op de afbeelding)&lt;br /&gt;
# Figuur, Recombinatie T-cel (zelf aanvullen)&lt;br /&gt;
# MP choice/ juist fout, 3 vraagjes eerste was over iemand die een ziekte had gekregen door het eten van fruit dat ze ingeblikt had. En dan moest ik zeggen welk mechanisme er het meest op ging reageren... Het ging om toxines dus had neutralisation gepakt, dat was juist. 2e snapte ik niets van, ging over bindingen tussen B- en T- cellen, het was complete nonsens, en dus fout. 3e was over recombinatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 januari 2019 NM===&lt;br /&gt;
# figuur uitleggen: virale infectie en laden van virale peptiden op MHC moleculen + wat daarna?&lt;br /&gt;
# figuur uitleggen: experiment waarin beenmerg wordt getransfereerd naar bestraalde muizen met verschillend MHC genotype &lt;br /&gt;
# figuur uitleggen: 3 manieren waarop Igs met rearranged V-region gewijzigd kunnen worden&lt;br /&gt;
# 5 (gemakkelijke) korte vraagjes: 4 meerkeuze en 1 juist/fout&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 augustus 2018 VM===&lt;br /&gt;
# costimulus op immuuncellen, welke receptor, waarom?&lt;br /&gt;
# class switching uitleggen: wat, wanneer,...&lt;br /&gt;
# NK cellen, waneer, hoe mechanisme, hoe virus MHC-I tegehoudt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===29 januari 2018 VM===&lt;br /&gt;
# Belang MHCI bij een niet geïnfecteerde cel&lt;br /&gt;
# Activatie van naïve T-cel&lt;br /&gt;
# geeft een verandering in de genen van een BCR uniek voor een b-cel&lt;br /&gt;
===18 januari 2018 VM===&lt;br /&gt;
# Vergelijk folliculaire dendritische cel met een gewone dendritische cel.&lt;br /&gt;
# Leg linked recognition uit en geef een medische toepassing.&lt;br /&gt;
# Leg de werking van interferon gamma uit bij T cel differentiatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 januari 2018 VM===&lt;br /&gt;
#Belang van Th1 cellen bij immuunrespons tegen intracellulaire bacterien&lt;br /&gt;
#Bespreek de gelijkenissen en verschillen NK en CTL cellen.&lt;br /&gt;
#Bespreek en verklaar de invloed van meerdere immunizaties bij hetzelfde antigen bij humorale respons&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 januari 2018 ===&lt;br /&gt;
#costimulus op immuuncellen, welke receptor, waarom?&lt;br /&gt;
#class switching uitleggen: wat, wanneer,...&lt;br /&gt;
#NK cellen, waneer, hoe mechanisme, hoe virus MHC-I tegehoudt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 augustus 2017 VM ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de immuunrespons tegen extracellulaire parasieten.&lt;br /&gt;
# Bespreek activatie van naïve B-cellen&lt;br /&gt;
# Bespreek 3 fundamenteel verschillende mechanismen die auto-immuniteit voorkomen op verschillende plaatsen in het lichaam.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 31 januari 2017 ===&lt;br /&gt;
#immuunrespons tegen extracellulaire parasieten&lt;br /&gt;
#activatie van naïve B-cellen&lt;br /&gt;
#3 verdedigingsmechanisme om autoimmuniteit tegen te gaan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 januari 2017 VM ===&lt;br /&gt;
#Belang van Th1 cellen bij immuunrespons tegen intracellulaire bacterien&lt;br /&gt;
#Affinieteitmaturatie van B cellen&lt;br /&gt;
#Bespreek de cellen die belangrijk zijn bij negatieve selectie van T cellen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
#Immuunrespons endotheel&lt;br /&gt;
#Thymus onafhankelijke B cel activatie&lt;br /&gt;
#Centrale en perifere tolerantie T cellen a.d.h.v. voorbeeld&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2017 NM=== &lt;br /&gt;
#belang van MHC1 complex en gezonde lichaamscellen &lt;br /&gt;
#Iets van bcr en gentransformatie &lt;br /&gt;
#Activatie van Tcellen &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
#Bespreek de rol van IFN-alfa en beta bij een virale infectie &lt;br /&gt;
#Bespreek centrale en perifere tolerantie bij B CELLEN&lt;br /&gt;
#Bespreek waarom CD8 T cellen meer stimulatie nodig hebben ivm CD4 T cellen &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2017 NM ===&lt;br /&gt;
#Bespreek immuunrespons tegen extracellulaire parasieten (wormen dus)&lt;br /&gt;
#Bespreek activatie van naïeve B-cellen&lt;br /&gt;
#Bespreek drie fundamenteel verschillende mechanismen die ons beschermen tegen auto-immuniteit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 januari 2016 VM===&lt;br /&gt;
# Geef de verschillen tussen folliculaire en normale dendritische cellen&lt;br /&gt;
# Wat is linked recognition en geef een medische toepassing&lt;br /&gt;
# Welke rol speelt IFN-Î³ bij de T-cel differentiatie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 12 januari 2016 VM ===&lt;br /&gt;
#Bespreek de immuunrespons op extracellulaire parasieten&lt;br /&gt;
#Hoe worden naïve B-cellen geactiveerd?&lt;br /&gt;
#Bespreek 3 fundamenteel verschillende mechanismen die autoimmuniteit voorkomen op verschillende plaatsen in het lichaam.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 januari 2016 NM ===&lt;br /&gt;
#Bespreek het belang en mechanisme van activatie van het vasculair endotheel in de immuunrespons&lt;br /&gt;
# Hoe kunnen B cellen geactiveerd worden als er geen T cellen aanwezig zijn&lt;br /&gt;
# Centrale en perifere tolerantie van T cellen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 Jan 2015 (VM)===&lt;br /&gt;
#Functie van interferon alfa en beta in virusinfectie&lt;br /&gt;
#Bespreek aan de hand van een voorbeeld de centrale en perifere tolerantie van B cellen&lt;br /&gt;
#Verklaar waarom CD8 meer costimulus nodig heeft dan CD4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===29 Jan 2014 (VM)===&lt;br /&gt;
#Bespreek de vasculaire immunorespons van endotheelcellen&lt;br /&gt;
#Bespreek thymus independent activation of B-cells&lt;br /&gt;
#Bespreek aan de hand van een voorbeeld de centrale en perifere tolerantie van B cellen (ze zegt voorbeeld, maar als je gewoon uitlegt hoe de tolerantie tot stand komt is het goed)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Jan 2014===&lt;br /&gt;
#Functie van interferon alfa en beta in virusinfectie &lt;br /&gt;
#Leg aan de hand van 1 voorbeeld de centrale en periferele tolerant van B cellen uit &lt;br /&gt;
#Verklaar wrm CD8 meer costimulus nodig heeft dan CD4&lt;br /&gt;
===28 Jan 2014 (VM)===&lt;br /&gt;
#Bespreek de expressie van een MHCI op een gezonde lichaamscel&lt;br /&gt;
#Bespreek een verandering in de genen van de BCR die de B-cellen uniek maakt&lt;br /&gt;
#Bespreek T cel priming.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 jan 2013 NM===&lt;br /&gt;
(cfr 27 aug 2012)&lt;br /&gt;
#Bespreek immuunrespons tegen extracellulaire parasieten&lt;br /&gt;
#Bespreek activatie van naÃ¯eve B-cellen&lt;br /&gt;
#Bespreek drie fundamenteel verschillende mechanismen die ons beschermen tegen auto-immuniteit.&lt;br /&gt;
===27 aug 2012===&lt;br /&gt;
#Bespreek immuunrespons tegen extracellulaire parasieten&lt;br /&gt;
#Bespreek activatie van naÃ¯eve B-cellen&lt;br /&gt;
#Bespreek drie fundamenteel verschillende mechanismen die ons beschermen tegen auto-immuniteit. &lt;br /&gt;
=== 27 jan 2012 NM===&lt;br /&gt;
# Sommige micro-organismen kunnen enzymen synthetiseren die het Fc fragment van antilichamen kunnen degraderen. Waarom zou deze eigenschap een hogere graad van overleving kunnen opleveren voor het micro-organisme?&lt;br /&gt;
# Bewijs dat thymus-stromacellen essentieel zijn voor de ontwikkeling van T-cellen&lt;br /&gt;
# Bespreek hoe Th1-cellen de reactie tegen intracellulaire pathogenen via de macrofagen coÃ¶rdineren.&lt;br /&gt;
=== 27 jan 2012 VM===&lt;br /&gt;
# Macrofagen zijn zowel in het aangeboren als het adaptief immuunsysteem belangrijk. Verklaar&lt;br /&gt;
# Bespreek de primaire en secundaire antistof reactie&lt;br /&gt;
# Vergelijk NK en CTL cel. Belangrijkste gelijkenissen en verschillen&lt;br /&gt;
=== 22 aug 2011 NM ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de rol van macrofagen in zowel de aangeboren en als de adaptieve immuunrespons. &lt;br /&gt;
# Vergelijk de primaire en de secundaire immuunrespons.&lt;br /&gt;
# Bespreek de gelijkenissen en verschillen NK en CTL cellen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 jan 2011 VM ===&lt;br /&gt;
# Sommige microorganismen kunnen enzymen synthetiseren die het Fc fragment van antilichamen kunnen degraderen. Waarom zou deze eigenschap een hogere graad van overleving kunnen opleveren voor het microorganisme?&lt;br /&gt;
# Bespreek het hapten-carrier effect en geef een medische toepassing. &lt;br /&gt;
# Hoe kan een T cel aangezet worden tot clonale expansie?&lt;br /&gt;
=== 29 jan 2010 NM ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de rol van macrofagen in zowel de aangeboren en als de adaptieve immuunrespons. &lt;br /&gt;
# Vergelijk de primaire en de secundaire immuunrespons.&lt;br /&gt;
# Bespreek de gelijkenissen en verschillen NK en CTL cellen.&lt;br /&gt;
=== 22 jan 2010 NM ===&lt;br /&gt;
# Sommige microorganismen kunnen enzymen synthetiseren die het Fc fragment van antilichamen kunnen degraderen. Waarom zou deze eigenschap een hogere graad van overleving kunnen opleveren voor het microorganisme?&lt;br /&gt;
# Bespreek het hapten-carrier effect en geef een medische toepassing. &lt;br /&gt;
# Hoe kan een T cel aangezet worden tot clonale expansie?&lt;br /&gt;
=== 12 jan 2009 ===&lt;br /&gt;
# Sommige organismen kunnen Fc fragmenten afbreken. waarom zou dit een hogere graad van overlevering opleveren?&lt;br /&gt;
# Bewijs dat thymus stroma cellen essentieel zijn voor de ontwikkeling van T-cellen&lt;br /&gt;
# Bespreek de interactie van Th1 cellen met macrofagen.&lt;br /&gt;
=== 12 jan 2009 ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de immunologische respons tegen een bacteriele infectie&lt;br /&gt;
# Bespreek activatie van naive B-cel&lt;br /&gt;
# 3 manieren om auto-immuniteit te omzeilen&lt;br /&gt;
=== 29 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
# Sommige pathogenen bevatten enzymen die die Fc fragmenten kunnen degraderen. Hoe kan dit een grotere overlevingskans opleveren voor dit pathogeen&lt;br /&gt;
# Leg het hapteen-carrier effect uit en geef een toepassing&lt;br /&gt;
# Hoe wordt een naÃ¯eve T-cel geactiveerd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
# Activatie naive B cel&lt;br /&gt;
# Immuunrespons tegen bacteriÃ«le infectie&lt;br /&gt;
# 3 vbn. hoe er gezorgd wordt dat er geen autoimmuniteit is&lt;br /&gt;
=== 24 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
# Macrofagen hebben een rol in zowel innate als adaptive immunity, leg uit.&lt;br /&gt;
# Leg de primaire en de secundaire antistofrespons uit.&lt;br /&gt;
# leg gelijkenissen en verschillen uit van NK en CTL cells&lt;br /&gt;
=== 14 jan 2008 ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de immuunrespons tegen bacteriÃ«le infectie (neen niet tegen intracellulaire, gewoon baceteriÃ«n int algemeen)&lt;br /&gt;
# Bespreek activatie van naÃ¯eve B cel (neen niet T cel, goed lezen en vooral niet beginnen knallen van T cellen omdagu de voorbeeldvraag nog herinnert)&lt;br /&gt;
# Bespreek de drie mechanismen die het lichaam beschermt tegen autoimmuniteit (of voorkomt of gebruikt ofzo)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Practica:&lt;br /&gt;
# Teken en leg uit. Kan je ook doen me een antigen me maar 1 epitoop&lt;br /&gt;
# Wat leer je erdoor van de pI? Teken.&lt;br /&gt;
# Wat is passieve en actieve hemagluttinatie + tekenen. Bewijs dat de interactie reversibel is&lt;br /&gt;
# Leg het precipitatiemechanisme uit. Wat doet een PD10 kolom, naam + uitleg&lt;br /&gt;
# Welke PAP concentratie verkies je (paar vb getalletjes, je kiest natuurlijk de beste). Verschil passieve en competitieve ELISA&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
# bespreek de naieve Tcel en clonale expansie&lt;br /&gt;
# Fc fragment: sommige organismen kunnen het afbreken. Hoe levert dit een hogere overleving op voor het organisme?&lt;br /&gt;
# wat is het hapteen carrier-effect en geef toepasssingen.&lt;br /&gt;
=== 23 jan 2007 ===&lt;br /&gt;
# bespreek de rol van macrofagen in aangeboren en adaptief immuunrespons&lt;br /&gt;
# vergelijk: Primair vs Secundair immuunrespons&lt;br /&gt;
# bespreek de gelijkenissen en verschillen NK - CTL.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>SanderVanwing</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Dynamische_Biochemie&amp;diff=1654</id>
		<title>Dynamische Biochemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Dynamische_Biochemie&amp;diff=1654"/>
		<updated>2019-06-11T13:31:58Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;SanderVanwing: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
===11 juni 2019 voormiddag===&lt;br /&gt;
#Beschrijf de volledige afbraak van volgend triacylglycerol (2 verzadigde, 1 onverzadigde).&lt;br /&gt;
#Hoe kan je experimenteel het inhibitiemechanisme bepalen en werk mathematisch uit voor een competitieve inhibitor.&lt;br /&gt;
#Bespreek de moleculaire activiteit van motorproteïnen bij spiercontractie.&lt;br /&gt;
#Begrippen:&lt;br /&gt;
##tripeptide PER bij pH 6&lt;br /&gt;
##NADPH&lt;br /&gt;
##aspartaattransaminase&lt;br /&gt;
##figuur van ATP homeostase&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 augustus 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
#Vergelijk wat er gebeurt in de lever, spieren en vetweefsel tijdens een korte, intense inspanning (sprint) en een lange marathon. Leg uit a.d.v. schema&#039;s/tekeningen.&lt;br /&gt;
#Hoe zoek je in de praktijk uit volgens welk werkingsmechanisme een inhibitor werkt. Onderbouw theoretisch.&lt;br /&gt;
#Leg uit hoe de moleculaire activiteit van motorproteïnen aan de basis ligt van spiercontractie.&lt;br /&gt;
#Begrippen:&lt;br /&gt;
##tripeptide REK bij pH 6&lt;br /&gt;
##glucose-6-fosfaatdehydrogenase&lt;br /&gt;
##transaminatie&lt;br /&gt;
##afbeelding van Kenn Dill’s tunnel &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 juni 2018 namiddag===&lt;br /&gt;
#Geef het enzymmechanisme van serine proteasen. (ook reactiemechanisme tekenen)&lt;br /&gt;
#Geef de metabolisatie van glucose en vetzuren in de lever. Verduidelijk met een figuur/schema.&lt;br /&gt;
#Geef het C1 metabolisme en de link met aminozuren en nucleotiden. Verduidelijk met een figuur/schema&lt;br /&gt;
#Begrippen:&lt;br /&gt;
##tripeptide WIS bij pH6&lt;br /&gt;
##carnitine shuttle&lt;br /&gt;
##2,3bisfosfaatglyceraat&lt;br /&gt;
##Grafiek van ramachandran plot werd gegeven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 juni 2018 voormiddag===&lt;br /&gt;
#Glycogeen metabolisme (synthese, afbraak, regulatie en fysiologische context)&lt;br /&gt;
#Op welke manieren kunnen eiwitten met het membraan kunnen verbonden zijn? (verduidelijk met figuur/schema)&lt;br /&gt;
#Geef het C1 metabolisme en de link met aminozuren en nucleotiden (verduidelijk met figuur/schema)&lt;br /&gt;
#Begrippen&lt;br /&gt;
##tripeptide DHS &lt;br /&gt;
##alaninetransaminase&lt;br /&gt;
##anapleurotische reactie&lt;br /&gt;
##grafiek van hemoglobine&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===1 september 2017 namiddag===&lt;br /&gt;
#Bespreek met een duidelijke figuur hoe N het lichaam verlaat (krebs bicycle)&lt;br /&gt;
#Op welke manieren kunnen eiwitten met het membraan connecteren?&lt;br /&gt;
#Glycogeen fosforylase: welke reactie katalyseert het? Locatie? Fysiologische functie? regulatie?&lt;br /&gt;
#Begrippen&lt;br /&gt;
##tripeptide RIP&lt;br /&gt;
##kinesine&lt;br /&gt;
##alfa-oxidatie&lt;br /&gt;
##grafiek van ATP homeostasis.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 juni 2017 voormiddag=== &lt;br /&gt;
#Bespreek de motorproteïnen&lt;br /&gt;
#Geef C1 metabolisme en link met nucleotiden synthese&lt;br /&gt;
#Geef een schema van de opname, vertering, omzetting van lipiden in het lichaam&lt;br /&gt;
#Begrippen&lt;br /&gt;
##tripeptide&lt;br /&gt;
##grafiek van ATP homeostasis&lt;br /&gt;
##acetyl-CoA carboxylase&lt;br /&gt;
##?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 juni 2017 voormiddag===&lt;br /&gt;
#mondeling: geef de stabiliserende krachten van de vouwing en de structuur van eiwitten. Licht dit thermodynamisch toe.&lt;br /&gt;
#Bespreek met een overzichtelijke figuur de pentosefosfaatweg en geef die zijn functies. (We moesten niet de volledige pentosefosfaatweg geven, enkel de belangrijkste stappen)&lt;br /&gt;
#Bespreek met een figuur wat het verband is tussen eens suikerrijk dieet en zwaarlijvigheid.&lt;br /&gt;
#4 begrippen:&lt;br /&gt;
##Tripeptide CRF bij pH 6&lt;br /&gt;
## carnitineshuttle&lt;br /&gt;
##de structuur van carbamoyl fosfaat&lt;br /&gt;
## serine protease&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2017 namiddag===&lt;br /&gt;
#mondeling: manieren waarop eiwitten met het membraan kunnen verbonden zijn.&lt;br /&gt;
#cholesterol synthese + regulatie&lt;br /&gt;
#C1 metabolisme bij nucleotiden&lt;br /&gt;
#4 begrippen&lt;br /&gt;
##tripeptide KYV bij pH8&lt;br /&gt;
##actine&lt;br /&gt;
##citraat-pyruvaat-malaat shuttle&lt;br /&gt;
##structuur van creatinefosfaat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 juni 2017===&lt;br /&gt;
#Glycogeen fosforylase: werking, lokalisatie, regulatie, fysiologische omstandigheden&lt;br /&gt;
#Experimenteel type inhibitor bepalen + niet-competitieve inhibitor mathematisch uitwerken.&lt;br /&gt;
#Omzetting glucose tot aminozuren: voorbeelden en fysiologische omstandigheden&lt;br /&gt;
#4 begrippen&lt;br /&gt;
##MGD bij pH 6&lt;br /&gt;
## HMG-CoA&lt;br /&gt;
## ATP-homeostase&lt;br /&gt;
##Afbeelding ribonucleotide reductase&lt;br /&gt;
===17 juni 2017===&lt;br /&gt;
#Allosterie en cooperativiteit hemoglobine (Bijvraag: grafiek allosterie zuurstof+Hb, hoe bindt Hb met zuurstof, haem-ring, Hill-coëfficiënt (+grafiek)) (mondeling)&lt;br /&gt;
#Afbraak vertakt vetzuur adhv fytaanzuur (molecule gegeven) (schriftelijk)&lt;br /&gt;
#N-Flow afbraak aminozuren, wat met koolstofskelet? (schriftelijk)&lt;br /&gt;
#4 termen (mondeling)&lt;br /&gt;
##Tripeptide FYD (bij pH = 7)&lt;br /&gt;
##ribunocleotidereductase&lt;br /&gt;
##katalytische efficiëntie&lt;br /&gt;
##Afbeelding Ramachandran plot&lt;br /&gt;
===28 augustus 2015===&lt;br /&gt;
#Bespreek allosterie en cooperativiteit aan de hand van Hemoglobine.&lt;br /&gt;
#Bespreek de regulatie van de afbraak en synthese van glycogeen&lt;br /&gt;
#Hoe worden aminozuren omgezet in glucose en in welke fysiologische omstandigheden kan dit gebeuren.&lt;br /&gt;
#kleine vraagjes:&lt;br /&gt;
##DIK&lt;br /&gt;
##algemene zuurbase catalase&lt;br /&gt;
##AcetylCoenzymeA carbocylase (ACC)&lt;br /&gt;
===23 juni 2015===&lt;br /&gt;
#bespreek schematisch de synthese en het export van lipiden in de lever.&lt;br /&gt;
#wat is 1c metabolisme en welke rol speelt het in de nucleotide synthese.&lt;br /&gt;
#Een vraagstuk waarin je formules over MM kinetiek moet toepassen (niet zo moeilijk. )&lt;br /&gt;
#bespreek:&lt;br /&gt;
##willekeurig tripeptide&lt;br /&gt;
##pepck&lt;br /&gt;
##foto met membraamverankerde proteines&lt;br /&gt;
##transaminatie&lt;br /&gt;
===19 juni 2015===&lt;br /&gt;
#Bespreek de glucose homeostase in het menselijk lichaam.&lt;br /&gt;
#Bespreek schematisch de N-flow bij afbraak van aminozuren, vertel ook wat er gebeurd met het koolstofgedeelte.&lt;br /&gt;
#Aspirine is een inhibitor voor het cyclo-oxygenase. Hoe kan je experimenteel te werk gaan om na te gaan of aspirine (I) op dezelfde plaats op het enzyume (E) bindt als het natuurlijke substraat arachidonzuur (S) dan wel op een plaats ver weg van de active site. Ondersteun je redenering met een vergelijking.&lt;br /&gt;
#bespreek:&lt;br /&gt;
##tripeptide TAK bij pH 7 (K is dus ook geprotoneerd)&lt;br /&gt;
##Serine protease&lt;br /&gt;
##Glycerolfosfaat-shuttle&lt;br /&gt;
===12 Juni 2015===&lt;br /&gt;
#Bespreek de enzymatische regulatie van glycogeenfosforylase en geef de fysiologische context (mondeling).&lt;br /&gt;
#Geef schematisch de N-flux die voorkomt bij de afbraak van aminozuren. Wat gebeurt er met de koolstof? (schriftelijk)&lt;br /&gt;
#Geef schematisch het metabolisme van de hersenen in goed gevoede staat en bij vasten. Welke rol spelen de lever en het vetweefsel? (schriftelijk)&lt;br /&gt;
#Verklaar:&lt;br /&gt;
##ATP synthase&lt;br /&gt;
##Aminozurensequentie DIP bij pH 7&lt;br /&gt;
##Hill CoÃ«fficiÃ«nt&lt;br /&gt;
===1 september 2014===&lt;br /&gt;
#Glycogeen fosfatase: enzymatische regulering en metabolische condities&lt;br /&gt;
#Wat zijn Ketone aminozuren en wanneer zijn ze van belang&lt;br /&gt;
#Metabolisme lever en spieren bij rust en langdurige (aerobe)inspanning. Wat is de functie van de lever?&lt;br /&gt;
#Bespreek:&lt;br /&gt;
##tripeptide: KAT&lt;br /&gt;
##Bohr effect&lt;br /&gt;
##Malonyl-Coa&lt;br /&gt;
##nucleotide dehydrogenase afbeelding&lt;br /&gt;
===24 Juni 2014===&lt;br /&gt;
#Het kan je experimenteel de kinetische factoren van inhibitors bepalen?&lt;br /&gt;
#Geef het C1 metabolisme van nucleotiden&lt;br /&gt;
#Vergelijk het metabolisme van de lever en de spier. Zowel in rust als bij langdurige (maar aerobe) inspanning&lt;br /&gt;
#verklaar de volgende termen:&lt;br /&gt;
##ATP synthase&lt;br /&gt;
##aminozuursequentie RAT&lt;br /&gt;
##het enzyme glycogeen fosforylase&lt;br /&gt;
##Bohr effect&lt;br /&gt;
===19 augustus 2013===&lt;br /&gt;
#Bespreek de concepten allosterie en coÃ¶perativiteit a.h.v hemoglobine en myoglobine&lt;br /&gt;
#Geef schematisch de stikstofflow bij afbraak aminozuren + wat gebeurt er met het koolstofgedeelte&lt;br /&gt;
##een lipideanker&lt;br /&gt;
##Glycogeenfosforylase&lt;br /&gt;
##Malaat-aspartaat shuttle&lt;br /&gt;
##Ramachandran plot&lt;br /&gt;
===21 juni 2013===&lt;br /&gt;
#Bespreek de regulatie van glycogeen fosforylase. Geef telkens de fysiologische context.&lt;br /&gt;
#Bespreek de omzetting van aminozuren in glucose. Geef de fysiologische context (bij de mens).&lt;br /&gt;
#Geef uitleg:&lt;br /&gt;
##Hill-coÃ«fficiÃ«nt&lt;br /&gt;
##Dyneine&lt;br /&gt;
##Afbeelding van structuur van S-adenosyl homocysteine&lt;br /&gt;
##Carnithine-shuttle&lt;br /&gt;
===25 juni 2012===&lt;br /&gt;
#Bespreek het belang van motorproteÃ¯nen bij de spiercontractie.&lt;br /&gt;
#Bespreek de rol van de lever in het triacylglyceridemetabolisme.&lt;br /&gt;
#Geef uitleg:&lt;br /&gt;
##Hill-coÃ«fficiÃ«nt&lt;br /&gt;
##Glutamine synthetase&lt;br /&gt;
##Sfingolipide&lt;br /&gt;
===25 juni 2011===&lt;br /&gt;
#Bespreek hoe je de Km van een enzymatische reactie in theorie en in de praktijk bepaalt.&lt;br /&gt;
#Leg uit hoe de concentratie van cholesterol in het cytosol wordt gereguleerd.&lt;br /&gt;
#Bespreek de volgende begrippen:&lt;br /&gt;
##Tekening van Ramachandronplot&lt;br /&gt;
##Structuur van PEP&lt;br /&gt;
##Propionyl-CoA&lt;br /&gt;
##Glycogeen phosphorylase&lt;br /&gt;
===27 augustus 2010===&lt;br /&gt;
#Bespreek van triacylglycerolen de vertering, opname, transport en metabolisme in het menselijk lichaam.&lt;br /&gt;
#Bespreek volgende begrippen:&lt;br /&gt;
##glucose-alaninecyclus&lt;br /&gt;
##structuur&lt;br /&gt;
##glycogeenfosforylase&lt;br /&gt;
##Stiksoffixatie&lt;br /&gt;
===18 juni 2010 (NM Chemie minor B&amp;amp;amp;B)===&lt;br /&gt;
#Bespreek de relatie tussen het suiker- en vetzuurmetabolisme.&lt;br /&gt;
#Bespreek volgende begrippen:&lt;br /&gt;
##Carbamoylfosfaat synthase&lt;br /&gt;
##Structuur van sfingomyeline was gegeven.&lt;br /&gt;
##Ornithine&lt;br /&gt;
##HDL&lt;br /&gt;
##Stiksoffixatie&lt;br /&gt;
===18 juni 2010 (VM)===&lt;br /&gt;
#Bespreek de reciproke regulatie van de gluconeogenese en glycolyse.&lt;br /&gt;
#Bespreek volgende begrippen:&lt;br /&gt;
##Acetyl-Coa-carboxylase&lt;br /&gt;
##Structuur van methionine is gegeven&lt;br /&gt;
##Fosfatidinezuur&lt;br /&gt;
##Alpha-oxidatie&lt;br /&gt;
##Energielading&lt;br /&gt;
===23 juni 2009===&lt;br /&gt;
#Glycogeenmetabolisme (synthese, afbraak en regulering)&lt;br /&gt;
#Bespreek de lipidebiosynthese in de lever&lt;br /&gt;
#Leg volgende begrippen uit:&lt;br /&gt;
##Ornithine-transcarbomylase&lt;br /&gt;
##Ceramide&lt;br /&gt;
##carnithine-shuttle&lt;br /&gt;
===19 juni 2009===&lt;br /&gt;
#Bespreek de homeostatische regulering van cholesterol in de levercel.&lt;br /&gt;
#Vergelijk aan de hand van een figuur of tekening de energiestatus van een levercel na een maaltijd en na langdurig vasten. Wat is de rol van de lever?&lt;br /&gt;
#Leg de volgende dingen uit:&lt;br /&gt;
##Pyruvaatcarboxylase&lt;br /&gt;
##Malonyl-CoA&lt;br /&gt;
##Ketonlichamen&lt;br /&gt;
===15 juni 2009===&lt;br /&gt;
#Synthese palmitinezuur geven en de regulering ervan.&lt;br /&gt;
#De ureumcyclus aanvullen (cofactoren, enzymen,...)&lt;br /&gt;
#Verklaar de volgende 4 termen:&lt;br /&gt;
##Propionyl CoA&lt;br /&gt;
##Vitamine B&lt;br /&gt;
##Â ?&lt;br /&gt;
##?&lt;br /&gt;
===27 juni 2008===&lt;br /&gt;
#Gluconeogenese en glycolyse met elkaar vergelijken qua regulatie etc.&lt;br /&gt;
#VLDL metabolisme bespreken.&lt;br /&gt;
#Korte vraagjes:&lt;br /&gt;
##Fosfatidine zuur&lt;br /&gt;
##Glutamaatdehydrogenase&lt;br /&gt;
##Nonsens repressie&lt;br /&gt;
##tructuur van propionyl-S-CoA&lt;br /&gt;
===26 juni 2008===&lt;br /&gt;
#Palmitinezuur: synthese + regulatie (relatie vetzuur/suikermetabolisme).&lt;br /&gt;
#Ureumcyclus/N-flow in de cel: zowat helft gegeven, hoop gaten in te vullen (producten, enzymes, structuren, cofactoren...).&lt;br /&gt;
#Korte vraagjes:&lt;br /&gt;
##Coricyclus&lt;br /&gt;
##Chilomicronen&lt;br /&gt;
##Sphingomyeline&lt;br /&gt;
##Amino-acyl-tRNAsynthase&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>SanderVanwing</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=GIP&amp;diff=1614</id>
		<title>GIP</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=GIP&amp;diff=1614"/>
		<updated>2019-05-19T13:29:36Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;SanderVanwing: /* Vakinformatie */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verplicht vak bij biochemie en keuzevak bij chemie. Het examen telt voor 30% mee.&lt;br /&gt;
Het practicum wordt door verschillende assistenten begeleid, maar Dr. Ir. Valerie De Groote is de coordinator.&lt;br /&gt;
Het examen is volledig schriftelijk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 mei 2018===&lt;br /&gt;
#Geef de belangrijkste kenmerken van het pGLO plasmide (adhv tekening) + hoe weten we dat de transformatie van competente E.coli cellen met dit plasmide gelukt is? + bespreek de rol van het ara operon bij de expressie van GFPuv + oefening: absorbantiedata gegeven, bepaal DNA/RNA verhouding en concentratie nucleïnezuren (ga uit dat er geen proteïnen in het mengsel aanwezig zijn)&lt;br /&gt;
#Wat is de molariteit van borax en HCl bij een boraxbuffer met pH=pKa-1 en I=0.1M? + Gaat de pH van deze borax buffer wijzigen bij toevoegen van KSCN onder constante temperatuur?&lt;br /&gt;
#Opzuivering van GFPuv vanuit bacterieel cellysaat. Bespreek hoe we dit uitgevoerd hebben, en geef van elke stap het doel en het biochemisch werkingsmechanisme.&lt;br /&gt;
#Tekening van plasmidegel gegeven, zonder benamingen bij, vul aan op de stippellijntjes (welke laan is getransformeerd, welk bandje is wat, welk is de positieve en de negatieve pool,...)&lt;br /&gt;
#Enzymkinetiek: grafiek gegeven + hele hoop data, bepaal specifieke enzyme activiteit en Kcat (dus zoals bij trypsine, maar dan zonder tussenstappen)&lt;br /&gt;
#Meerkeuze met giscorrectie&lt;br /&gt;
#*waarvoor dient BSA bij bepaalde proef&lt;br /&gt;
#*welk alcohol wordt gebruikt bij de precipitatie van DNA&lt;br /&gt;
#*welk enzyme wordt gebruikt bij een standaard PCR reactie&lt;br /&gt;
#*welk 4bp stukje gaat het meest waarschijnlijke een herkenningsplek zijn voor restrictie-enzymes&lt;br /&gt;
#*wat is géén goede eigenschap voor een primer&lt;br /&gt;
#*geef het meest negatieve tetrapeptide (adhv drielettercode aminozuren)&lt;br /&gt;
#*wat gaat er wijzigen bij een Lineweaver Burke grafiek indien een competitieve inhibitor toegevoegd wordt?&lt;br /&gt;
#*welke uitspraak klopt niet voor een michaelis menten grafiek?&lt;br /&gt;
#*welk component van de STET buffer zorgt voor dodelijke wateropname bij bacteriën?&lt;br /&gt;
#*proteïne is stabiel bij pH 5.5, welk bufferkoppel kies je?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 mei 2017===&lt;br /&gt;
#Bespreek het pUC19 plasmide (blue-white screening) + oefening met DNA/RNA verhouding&lt;br /&gt;
#Tris-HCl buffer berekenen, invloed temperatuur en verdunning&lt;br /&gt;
#Opzuivering GFPuv vertrekkende van bacterieel cellysaat&lt;br /&gt;
#Oefening enzymekinetiek: berekenen van specifieke enzyme activiteit en molaire activiteit&lt;br /&gt;
#Er is een SDS PAGE van eiwit x met enkel SDS uitgevoerd. Hierbij zagen we 3 bandjes (160kDa, 100 kDa en 40 kDa). Daarna is er met hetzelfde eiwit x SDS PAGE uitgevoerd met SDS en DTT. Hierbij zagen we ook 3 bandjes (100 kDa, 80 kDa, 40 kDa). Verklaar wat er gebeurt is en uit hoeveel subeenheden eiwit x bestaat&lt;br /&gt;
#3 methoden om proteïnen te laten neerslaan + de zachtste methode van de 3 aanduiden&lt;br /&gt;
#Multiple choice&lt;br /&gt;
#*hoe DNA neerslaan&lt;br /&gt;
#*waarvoor dient BSA&lt;br /&gt;
#*proteine in pH 5.5, welke buffer kies je&lt;br /&gt;
#*iets over Michaelis-Menten&lt;br /&gt;
#*iets over Lineweaver-burk&lt;br /&gt;
#*STET (water onttrekking)&lt;br /&gt;
#*Primers (welke is geen goede eigenschap)&lt;br /&gt;
#*Restrictie-enzymen (welk fragment wordt het best herkend)&lt;br /&gt;
#*welk proteine is het meest negatief bij ph=7&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 mei 2016===&lt;br /&gt;
#Bespreek het pGLO plasmide (tekening gegeven), identificatie van transformanten&lt;br /&gt;
#Opzuiveren van GFP vertrekkende van bacterieel cellysaat&lt;br /&gt;
#Maak een buffer met borax, HCl en NaOH met I=0,1M en pH = Pka&#039;-1. Invloed KSCN &lt;br /&gt;
#Absorbantie bij 260 en 280 van nucleotidenmengsel gegeven, DNA/RNA-verhouding berekenen, concentraties berekenen&lt;br /&gt;
#oef met zeer veel gegevens om de specifieke activiteit en de moleculaire activiteit te berekenen.&lt;br /&gt;
#Er is een SDS PAGE van eiwit x met enkel SDS uitgevoerd. Hierbij zagen we 3 bandjes (160kDa, 100 kDa en 40 kDa). Daarna is er met hetzelfde eiwit x SDS PAGE uitgevoerd met SDS en DTT. Hierbij zagen we ook 3 bandjes (100 kDa, 80 kDa, 40 kDa). Verklaar wat er gebeurt is en uit hoeveel subeenheden eiwit x bestaat.&lt;br /&gt;
#3 proeven waarbij SDS gebruikt is&lt;br /&gt;
#Multiple choice, thema&#039;s:&lt;br /&gt;
#*STET (welk component zorgt voor water onttrekking)&lt;br /&gt;
#*Restrictie-enzymen ( welk fragment wordt het makkelijkst herkend)&lt;br /&gt;
#*Primers ( eigenschappen goede primers)&lt;br /&gt;
#*Welk proteÃ¯ne is het meest negatief bij pH 7&lt;br /&gt;
#*LB grafiek en MM&lt;br /&gt;
#*Welk alcohol werkt gebruikt voor DNA precipatie?&lt;br /&gt;
#*...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===21 mei 2015===&lt;br /&gt;
#Geef de functie van SDS in drie verschillende proeven waarin het gebruikt werd&lt;br /&gt;
#bespreek het pGLO-plasmide (tekening gegeven), identificatie van transformanten&lt;br /&gt;
#Opzuivering van GFP: welke stappen zijn er gebeurd en geef van elke stap het doel en het biochemisch werkingsmechanisme.&lt;br /&gt;
#Molaire en specifieke activiteit van een proteine berekenen obv absorbantiedata, analoog aan de oefening met trypsine maar je krijgt dus geen tussenstapjes&lt;br /&gt;
#Absorbantie bij 260 en 280 van nucleotidenmengsel gegeven, DNA/RNA-verhouding berekenen, concentraties berekenen&lt;br /&gt;
#Borax-HCl-buffer berekenen, invloed van KSCN&lt;br /&gt;
#Bandjes op een plasmidegel benoemen&lt;br /&gt;
#Een aantal multiple choice vraagjes met giscorrectie: thema&#039;s:&lt;br /&gt;
#*aminozuren (lading obv drielettercode)&lt;br /&gt;
#*MM-kinetica&lt;br /&gt;
#*STET-buffer&lt;br /&gt;
#*...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 mei 2009  ===&lt;br /&gt;
# SDS-PAGE&lt;br /&gt;
#* Bespreek de staalbuffer&lt;br /&gt;
#* Waarvoor dient het stacking gel&lt;br /&gt;
#* Vergelijk deze methode met die van gelchromatografie. Voor- en nadelen (beperkingen)&lt;br /&gt;
# Geef de procedure voor het afzonderen van een plasmide (Rapid boiling method)&lt;br /&gt;
# Berekening Tris/HCl buffer + invloed van verdunning bespreken.&lt;br /&gt;
# Thioldosage: bereken aan de hand van een hoop gegevens het aantal thiolgroepen&lt;br /&gt;
# Gegeven het tripeptide ADY en een stukje esDNA: geef het verband&lt;br /&gt;
# PCR: efficiÃ«ntie berekenen.&lt;br /&gt;
# Bereken uit de verhouding van de absorbantie bij 260 en 280 nm de zuiverheid van een nucleÃ¯nezuuroplossing + concentratie berekenen&lt;br /&gt;
# Mondeling:&lt;br /&gt;
#* Zonale centrifugatie + waarom is er een densiteitsgradiÃ«nt nodig&lt;br /&gt;
#* Benedictreagens + zetmeel reducerend?&lt;br /&gt;
#* Ampicilline + Tetracycline &lt;br /&gt;
#* BAPA + hoe activiteit bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 mei 2010  ===&lt;br /&gt;
# SDS-PAGE&lt;br /&gt;
#* Bespreek de staalbuffer&lt;br /&gt;
#* Waarvoor dient het stacking gel&lt;br /&gt;
#* Vergelijk deze methode met die van gelchromatografie. Voor- en nadelen (beperkingen)&lt;br /&gt;
# Geef de procedure voor het afzonderen van een plasmide (Rapid boiling method)&lt;br /&gt;
# Berekening Tris/HCl buffer + invloed van verdunning bespreken.&lt;br /&gt;
# Thioldosage: bereken aan de hand van een hoop gegevens het aantal thiolgroepen&lt;br /&gt;
# Gegeven het tripeptide ADY en een stukje esDNA: geef het verband&lt;br /&gt;
# PCR: efficiÃ«ntie berekenen.&lt;br /&gt;
# Bereken uit de verhouding van de absorbantie bij 260 en 280 nm de zuiverheid van een nucleÃ¯nezuuroplossing + concentratie berekenen&lt;br /&gt;
# Bereken welke massa van het gelyofiliseerd betalactoglobuline je moet afwegen om een bepaalde concentratie te bekomen&lt;br /&gt;
# Mondeling:&lt;br /&gt;
#* Zonale centrifugatie + waarom is er een densiteitsgradiÃ«nt nodig&lt;br /&gt;
#* Benedictreagens + zetmeel reducerend?&lt;br /&gt;
#* Ampicilline + Tetracycline &lt;br /&gt;
#* BAPA + hoe activiteit bepalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 20 mei 2010  ===&lt;br /&gt;
# Bespreek N-terminale AZ sequencing volgens DABITC/PITC-Methode &lt;br /&gt;
#*leg daarbij uit: Voordeel DABITC, Waarom koppeling bij pH 9, waarom dubbele koppeling, waarom doorbraak in watervrij midden en teken DABTH-threonine (zowel gehydrateerde als gedehydrateerde vorm)&lt;br /&gt;
# Bespreek het Sanger procede (alle stappen) en vergelijk met Maxam-Gilbert procede voor de DNA sequencing van wt/ob muizen&lt;br /&gt;
# Berekening Borax/NaOH buffer. Bereken de molariteit aan Borax en NaOH als PH=pKa&#039;+1 en I = 0.1M&lt;br /&gt;
# Bepaling activiteit Trypsine. Gegevens: 2.85 mL buffer, 25ÂµL BAPA (100 Âµmol/mL), 50 ÂµL Trypsine (o.335 g/L). A(405nm) stijgt 0.300 over 5 min. ExtinctiecoÃ«fficient bij 450 nm = 9620/M.cm. Mr = 23400&lt;br /&gt;
#*Bereken de Specifieke en de Moleculaire enzymactiviteit&lt;br /&gt;
#*Welke orde heeft de hydrolysereactie tov de BAPA concentratie? Waarom?&lt;br /&gt;
#*Schrijf de hydrolysereactie van BAPA&lt;br /&gt;
# PCR: Uit 0.5 mg plasmide (5162bp) haalt men na 25 cycli 30.5 Âµg DNA (800bp). Bereken de efficiÃ«ntie.&lt;br /&gt;
# Bereken het partieel specifiek volume van een eiwit met volgende gegevens:&lt;br /&gt;
#* d(20Â°C)= 1.00239  1.00456  1.00677  1.00899&lt;br /&gt;
#* Bij (respectievelijke) concentraties (mg/mL): 0  10  20  30&lt;br /&gt;
#Eiwitbereiding&lt;br /&gt;
#*Hoe kan men beta-lactoglobuline afzonderen uit koemelk? Bespreek.&lt;br /&gt;
#*Hoeveel moet je afwegen van een gelyofiliseerd beta-lactoglobulinepreparaat met 18% water om 5 mL oplossing te bereiden met een uiteindelijke concentratie van 0.25mM aan beta-lactoglobuline?&lt;br /&gt;
# NucleÃ¯nezuur oplossing: A(260nm) = 0.512 en A(280nm) = 0.277&lt;br /&gt;
#*Bepaal de zuiverheid van het DNA. (verhouding DNA/RNA), veronderstel dat het staal proteÃ¯nevrij is.&lt;br /&gt;
#*Schat uit de absorbantiewaarde bij 260 nm de totale concentratie aan nucleÃ¯nezuren in Âµg/mL (let op: geen extinctie of absorbantiecoÃ«fficiÃ«nt gegeven)&lt;br /&gt;
# Mondeling gedeelte:&lt;br /&gt;
#* Stel je hebt weinig eiwit en je wil eiwitconcentratie bepalen. Welke methode gebruik je ? (Biureet/Bradford/UV-spect.) + Bespreek (reagens, ...)&lt;br /&gt;
#* Benedictreagens + zetmeel reducerend?&lt;br /&gt;
#* Ampicilline + Tetracycline &lt;br /&gt;
#* Kd en Kav: bespreek&lt;br /&gt;
#* HPLC: Waarom en hoe ontgassen ?&amp;lt;/text&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>SanderVanwing</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Statistiek_%26_Data-analyse&amp;diff=1598</id>
		<title>Statistiek &amp; Data-analyse</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Statistiek_%26_Data-analyse&amp;diff=1598"/>
		<updated>2019-01-30T12:33:06Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;SanderVanwing: /* 28 januari 2019 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt; [[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
 [[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2019===&lt;br /&gt;
#Bewijs dat S² een onvertekende schatter is van sigma².&lt;br /&gt;
#*Betekend dit dat S ook een overtekende schatter is van sigma? Verklaar kort.&lt;br /&gt;
#Oefening over bivariate variabelen, oa. covariantie berekenen en zeggen of X en Y onafhankelijk zijn + verklaar.&lt;br /&gt;
#Een deel van het Lam gods was gestolen vroeger en enkele jaren geleden is het teruggevonden. De kans dat het om een authentiek deel gaat is 70%. 2 experts bekijken dit om na te gaan of het om een authentiek deel gaat of niet. De 1ste expert is correct in 80% van de gevallen en de 2de expert in 90% van de gevallen.&lt;br /&gt;
#*Wat is de kans dat de 1ste expert zegt dat het om een authentiek deel gaat en de 2de expert zegt dat het om een vals deel gaat.&lt;br /&gt;
#*Wat is de kans dat het schilderij echt is als de 1ste expert zegt dat het om een authentiek deel gaat en de 2de expert zegt dat het om een vals deel gaat.&lt;br /&gt;
#Een bepaald soort hond wordt geboren in 1 kleur maar tegen dat het volwassen is, heeft het witte vlekken gekregen. 98% van de volwassen honden hebben een witte punt aan hun staart. Er zijn net 12 pups geboren.&lt;br /&gt;
#*Wat is de kans dat hoogstens 10 van de 12 pups, later een witte punt aan hun staart gaan hebben?&lt;br /&gt;
#*Als er 1300 pups geboren worden, wat is de kans dat minstens 1280 pups later een witte punt aan hun staart krijgen?&lt;br /&gt;
#Het koopgedrag is onderzocht tijdens de feestperiode. Er is een gemiddelde en standaarddeviatie gegeven. Kan men besluiten, met een hypothesetest, of het gemiddelde uitgegeven bedrag minder dan 50 euro is.&lt;br /&gt;
#Nog iets...&lt;br /&gt;
#Anova script gegeven, zoals in de oefeningen de lege plaatsen opvullen. Regressievergelijking opstellen, hypothesetest of een regressie zinvol is. R² berekenen. Aantonen met een hypothesetest of er een monotoon verband is tussen X en Y.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 JANUARI 2018===&lt;br /&gt;
#* Bewijs de geheugenloosheid van de exponentiële verdeling.&lt;br /&gt;
#* Bewijs E[k(x)l(y)] waarbij x en y onafhankelijk en continu zijn.&lt;br /&gt;
#* Bereken E[(x)(y^2)] waarbij x exponentieel verdeeld is met verwachte waarde 0.5 en y~N&lt;br /&gt;
# De kans dat Anke naar statestiek gaat is 0.8 en de kans dat Bruno naar statestiek gaat is 0.6.&lt;br /&gt;
#* Bereken de kans dat minstens 1 van de 2 naar statestiek gaat wanneer deze variabelen onafhankelijk zijn.&lt;br /&gt;
#* De veriabelen zijn toch afhankelijk. De kans dat Anke aanwezig is en Bruno niet is 0.65. Bereken de kans dat Anke niet aanwezig is als gegeven dat Bruno aanwezig is.&lt;br /&gt;
#* Er zijn dubbel zoveel hoorcolleges dan oefenzittingen. Wat is de kans dat je willekeurig naar statestiek gaat en dit een hoorcollege is?&lt;br /&gt;
#* Bruno gaat naar elke oefenzitting. Wat is de kans dat hij aanwezig is tijdens een hoorcollege?&lt;br /&gt;
# Y-X is bivariaat normaal verdeeld met X de lengte van vrouwen in cm en Y de lengte van mannen in cm. Het gemiddelde van X is 165 en van Y is 175. Ze hebben beiden een variantie van 4 en de covariantie is 8.&lt;br /&gt;
#* Welke verdeling is dit? Bereken het gemiddelde en de variantie van de verschilfunctie.&lt;br /&gt;
#* Bereken de kans dat in een willekeurig koppel de vrouw groter is dan de man.&lt;br /&gt;
#* Bereken de kans dat in een willekeurig koppel de man en de vrouw groter zijn 170 cm.&lt;br /&gt;
# Een experiment wordt een 27 keer herhaald. Er is een gemiddelde en een standaardafwijking gegeven. &lt;br /&gt;
#* Bereken het betrouwbaarheidsinterval met alfa=0.05 en welke voorwaarden gelden er?&lt;br /&gt;
#* Bereken het betrouwbaarheidsinterval in het geval de standaardafwijking onbekend is en leg uit of dit breder wordt.&lt;br /&gt;
#* Bereken het betrouwbaarheidsinterval met alfa=0.01.&lt;br /&gt;
#* Hoevaak moet het experiment herhaald worden om een maximale foutenmarge van 0.001 te bekomen?&lt;br /&gt;
# 20 Cavia&#039;s krijgen 0.5 mg Calcium toegevoegd en 20 andere cavia&#039;s krijgen 2 mg Calcium toegediend.&lt;br /&gt;
#* Test of de hoeveelheid Calcium een invloed heeft op de lengte van de tanden waarvoor een gemiddelde en variantie voor beiden groepen gegeven is. Hier moet een volldedige hypothesetest uitgevoerd worden. &lt;br /&gt;
# Een examen bestaat uit 10 meerkeuzenvragen met 3 opties waarvan er telkens 1 juist is.&lt;br /&gt;
#* Wanneer je elke vraag gokt is de kans om te slagen gelijk aan 0.2131, toon dit aan.&lt;br /&gt;
#* Bepaal deze kans ook benaderend met een discrete verdeling en verklaar of dit een goede benadering is.&lt;br /&gt;
#* 200 studenten gokken bij elke vraag. Bereken de kans dat er strikt meer dan 50 geslaagd zijn.&lt;br /&gt;
# Er is een ANOVA-script gegeven.&lt;br /&gt;
#* Bepaal de regressierechte. Voor alfa was de t-waarde en de standaard fout gegeven. Voor beta niet, dit moest volgens mij met het gemiddelde van x en y die wel gegeven waren.&lt;br /&gt;
#* Test of dit een zinvolle regressierechte is met berekening teststatistiek, P-waarde en besluit.&lt;br /&gt;
#* R^2 berekenen en uitleggen.&lt;br /&gt;
#* Y berekenen met x=90.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JANUARI 2017===&lt;br /&gt;
# eerste vraag waren 4 juist/fout vragen &lt;br /&gt;
#* als X en Y normaal verdeeld zijn, is de som dan altijd normaal verdeeld&lt;br /&gt;
#* iets me benadering van steekproefgem en populatiegem&lt;br /&gt;
#* iets me E(X) of da bij toevalsvariabele gelijk is aan het gem &lt;br /&gt;
#* ... weet ik ni meer exact, ge moet gewoon juist of fout aanduiden, ni uitleggen&lt;br /&gt;
# tweede vraag waren twee bewijzen (me Var(a+bX+cY) en E(a+bX+cY) en dan altijd zo bijvragen van a-e zo Var en E uitrekenen en mediaan berekenen, cumulatieve frequentie tekenen.. en dan iets me X+Y en kansen daarvan berekenen beetje vaag haha&lt;br /&gt;
# dan twee vragen op kansen ook met altijd zo deelvraagjes, eerste was over dat er verschillende sets van 20 stuks zijn en ge ga na hoeveel defecte er zijn, ge hebt enkele gegevens gegeven vb. Kans op geen defecte elementen in uw set van 20 is 70%, kans op juist 1 defect element is 20% enz. Daar dan allemaal kans vragen op, vb. Wat is de kans da als ge willekeurig een lot van 20 neemt, en ge weet da er exact 1 defect is, wa is dan de kans da als ge er twee willekeurige uitneemt da die ni defect zijn enzovoort.. &lt;br /&gt;
# Dan een kansoefening met een kind da 10 keer me een dobbelsteen mag gooien en elke keer als die 6 gooit krijgt die een cadeau, wa is dan de kans da die meer als 3 cadeaus krijgt enzovoort, welke kansverdeling is da en bereken ook benaderend en zo van die deelvragen, ook nog als ze die traditie 35 jaar zouden doen en die jongen mag elke keer gooien op zijn bday wa is dan de kans da die meer dan 55 cadeaus krijgt&lt;br /&gt;
# en dan nog twee hypothesetesten waarvan ene met R output. De ene vraag was over herseninhoud, ze willen zien of de herseninhoud van een 75 jarige persoon gekropen is tov een 25 jarige persoon, ge hebt dan een lijst gekregen me gegevens en een R output waarin t waarde, P waarde, df ontbreken en aan de hand van die output moet ge dan dingen berekenen mbv hypothesetesten, ook output van een betrouwbaarheidsinterval en da interpreteren. De andere ging over het feit da er ooit gezegd is geweest da er dobbelstenen bestaan die &amp;quot;niet gelijk&amp;quot; zijn dus die ni eerlijk zijn, ge krijg een tabel me kansen en moet dan hypothesetesten uitvoeren om te zien of die dobbesltaan vervalst was of ni, weer Teststatistiek opstellen, testwaarde berekenen, interpreteren... en dan een tabel me ietske andere waardes van die dobbelstaan me de vraag of die P waarde dan hetzelfde blijft&lt;br /&gt;
# en nog een oefening over laatste hoofdstuk met die lineaire regressie ook me allemaal deelvraagjes ; de lineaire regressie opstellen en dan s^2 uitrekenen, ge hebt sx sy sxy enzo gegeven, en dan moet ge daar hypothese en teststatistiek ook doen dacht ik (bij elke hypothesetest vraagt ze teststatistiek, testwaarde , P waarde interpreteren etc) en dan geeft ze ook nog een R^2 waarde die ge moet interpreteren..&lt;br /&gt;
Ik denk da het zoiets ongeveer was haha, en ge had 3u30min tijd :)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Juist/fout, Var(bx)=b²Var(x) aantonen&lt;br /&gt;
#rekenen met kansen&lt;br /&gt;
#Exponentiele verdeling, laptop heeft een gemiddelde leeftijd van 4 jaar, geef verdelingsfunctie, bepaal kans dat laptop langer leeft...&lt;br /&gt;
#Hypothesetesten&lt;br /&gt;
#R script van ANOVA tabel, ontbrekende waardes aanvullen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 januari 2015===&lt;br /&gt;
#Beschouw twee toevalsvariabele X en Y = g(X) met g een monotone functie dan is:&lt;br /&gt;
##E(Y) = g (E (X)) ?&lt;br /&gt;
##Med(Y) = g ( Med (X)) ?&lt;br /&gt;
##Med(Y) = g( E (X))Â ?&lt;br /&gt;
##IQR (Y) = g (IQR (X)) ?&lt;br /&gt;
#In Vlaanderen verspreid de groothandel 2000 porties everzwijnsvlees over 15 restaurants. Neem aan dat exact 11 porties hiervan besmet zijn met een virus. In leuven leverde de groothandel 250 (onafh.) porties vlees:&lt;br /&gt;
##hoeveel besmette porties vlees verwacht men in Leuven?&lt;br /&gt;
##Hoe groot is de kans dat minstens 2 porties vlees in Leuven besmet zijn met het virus?&lt;br /&gt;
###Bereken deze kans exact&lt;br /&gt;
###Bereken een benadering van deze kans&lt;br /&gt;
###Is de benaderde kans die je vond een goede benadering voor de kans die je vond? Waarom wel/niet?&lt;br /&gt;
#Mannelijke radiologen worden blootgesteld aan straling. Onderzoekers beweren dat deze frequente blootstelling de kans op mannelijke nakomelingen zou beÃ¯nvloeden. Uit een studie van 31 radiologen, bleek dat 30 van de 87 nakomelingen mannen waren. Kan je op basis van deze studie besluiten dat een frequente blootstelling aan straling een significante invloed heeft op de kans op mannelijke nakomelingen voor een man? Î± = 0.05, normale omstandigheden de kans op mannelijke omstandigheden 50% bedraagt.&lt;br /&gt;
##Formuleer een geschikte H0 en H1 op deze vraag&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek, de (benaderde) verdeling ervan onder H0 en de testwaarde voor deze steekproef.&lt;br /&gt;
##Bereken de (benaderde) P-waarde. Geef de formule en de waarde ervan in deze steekproef.&lt;br /&gt;
##Formuleer een zo volledig mogelijk besluit op basis van de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Bepaal ook het 98% BI voor de kans op mannelijke nakomelingen. Wat besluit je?&lt;br /&gt;
##Wat is de betekenis van een type 2 fout bij deze hypothese test in deze situatie?&lt;br /&gt;
##R-script gegeven met ontbrekende gegevens. Deze worden gevraagd + andere vraagjes&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 januari 2016 (VM)===&lt;br /&gt;
Hier missen nog bijna gegarandeerd enkele deelvraagjes, dus als je dit examen ook gemaakt hebt (en je weet er nog iets van), vul dan aan a.u.b.&lt;br /&gt;
#Enkele vragen i.v.m. verdelingen, hun kenmerken, proporties en kansen.&lt;br /&gt;
#Zij (X, Y) een bivariate normaalverdeling met mu = (2, 2) en sigma = ((1, 0.4), (0.4, 1)). Is dan Var(2X - Y) = 3.4?&lt;br /&gt;
#Zij X een continu verdeelde variabele met frequentie f(x). Zij a en b reÃ«ele getallen, bewijs dan dat:   E(a + bX) = a + b*E(X)  en Var(a + bX) = b^2 * E(X)&lt;br /&gt;
#We hebben thuis een alarm geÃ¯nstalleerd. Bij inbraak gaat het met 96% zekerheid af, maar op andere nachten is er ook een kans van 0.3% dat het afgaat vanwege storingen. In onze buurt is er een kans van 3% dat er op een gegeven nacht in een gegeven huis wordt ingebroken. Vannacht gaat het alarm af, hoe groot is de kans dat er werkelijk een inbraak is?&lt;br /&gt;
#Gegeven: een 2x3 relatieve frequentietabel. Aan de ene kant: mannen en vrouwen, aan de andere kant of de groep een slecht, middelmatig of goed oriÃ«ntatievermogen heeft. Rij van de mannen = (1/10, 1/20, 1/2), rij van de vrouwen = (1/5, 1/10, 1/20). Waar of fout:&lt;br /&gt;
##De kans dat een willekeurige vrouw een goed oriÃ«ntatievermogen heeft is 1/7.&lt;br /&gt;
##De verwachte waarde voor mannen en vrouwen zijn gelijk.&lt;br /&gt;
#Gegeven: de gemiddelde Belgische vrouw heeft een lengte van 168.1cm, met een standaardafwijking van 5.3cm.&lt;br /&gt;
##Clara is 180.3cm groot. Hoeveel percent van de Belgische vrouwen is kleiner dan Clara?&lt;br /&gt;
##Stella is kleiner dan 95% van de Belgische vrouwen. Wat is haar maximale hoogte?&lt;br /&gt;
##Hier aan de faculteit zijn er 354 vrouwen. Hoe groot is de kans dat exact twee vrouwen kleiner zijn dan haar (neem hiervoor Stellas maximale mogelijke lengte). Bereken deze exact.&lt;br /&gt;
##Bereken de kans op benaderende wijze. Is dit een goede benadering?&lt;br /&gt;
#Gegeven: de uitslagen van de verkiezingen van mei 2014 en een peiling van 2013. Beiden zijn lijsten van zeven partijen en &amp;amp;quot;Overige&amp;amp;quot;, elk met een corresponderend percentage. Bepaal op significantieniveau 0.05 of deze peiling de verkiezingsresultaten kan voorstellen.&lt;br /&gt;
##Kies gepaste hypothesen voor je test uit te voeren.&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek, verdeling en testwaarde van je test.&lt;br /&gt;
##Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Vorm een besluit.&lt;br /&gt;
#In een fabriek worden er dagelijks 5000 dozen pralines geproduceerd. Elke doos beweert 250g te wegen. Een nieuwe kwaliteitscontroleur (&amp;amp;quot;een jonge snaak&amp;amp;quot; zoals zij het verwoordden) neemt op een dag lukraak 20 dozen uit de productie voor inspectie. Het gemiddelde van deze steekproef is 243.7g met een variantie van 6.91 g^2. Test op significantieniveau 0.05 of de fabriek systematisch te lichte dozen maakt.&lt;br /&gt;
#Kies gepaste hypothesen voor je test uit te voeren.&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek, verdeling en testwaarde van je test.&lt;br /&gt;
##Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Vorm een besluit.&lt;br /&gt;
#Geef het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde van de dagproductie. Geef de definitie van het 95%- betrouwbaarheidsinterval en leg uit wat dit concreet betekent in deze situatie.&lt;br /&gt;
#Leg uit wat een type-I en type-II fout concreet betekenen in deze situatie.&lt;br /&gt;
#Gegeven: output van summary en anova in R.&lt;br /&gt;
##Vul aan: SSM, MSM, MSE, F-waarde, P(F &amp;amp;gt; f) en voor de slope: t-waarde en P(T &amp;amp;gt; t).&lt;br /&gt;
##Voer een hypothesetest uit omtrent H0: alfa = 0 versus H1: alfaÂ != 0&lt;br /&gt;
##Geef de regressierechte.&lt;br /&gt;
##Geef R^2 en leg uit wat deze waarde betekent.&lt;br /&gt;
===26 Januari 2015 (nieuwe prof?) ===&lt;br /&gt;
#Duid aan welke stellingen kloppen en verantwoord: Van een kwantielplot kan je aflezen of:&lt;br /&gt;
##2 variabelen afhankelijk zij van elkaar.&lt;br /&gt;
##er een lineair verband is tussen 2 variabelen&lt;br /&gt;
##een variabale uit een bepaalde verdeling komt&lt;br /&gt;
##2 variabelen bivariaat normaal verdeeld zijn&lt;br /&gt;
#Duid aan welke stellingen kloppen en verantwoord: Indien (X,Y) bivariaatnormaal verdeelde toevalsvariabelen met populatiecorrelatiecoÃ«fficiÃ«nt p en:&lt;br /&gt;
##H0: p=0 vs H1:p=/=0&lt;br /&gt;
##Een p-waarde &amp;amp;lt;alfa oplevert kan je op significantieniveau alfa:&lt;br /&gt;
##besluiten dat er een lineair verband is tussen X en Y, mogelijks monitoon&lt;br /&gt;
##besluiten dat er een monotoon verband is tussen X en Y&lt;br /&gt;
##niet verwerpen dat er een lineair verband is tussen X en Y, mogelijks lieair&lt;br /&gt;
##niet verwerpen dat er een monotoon verband tussen X en Y.&lt;br /&gt;
#Levensduur van een laptop is exponentieel verdeeld. Verwacht wordt dat een laptop 3 jaar meegaat. Kans dat een laptop langers dan 3jaar meegaat voor een voorzichtige student is 55%, voor een slordige student is dit 30%.&lt;br /&gt;
##Toon aan dat de kans dat een laptop langer als 3jaar meegaat, zonder rekening te houden met voorzichtigheid = 36.79%&lt;br /&gt;
##HoeveelÂ % van de studenten is slordig?&lt;br /&gt;
##Jan heeft 3 jaar zijn laptop, wat is de kans dat hij er voorzichtig mee omgaat?&lt;br /&gt;
#Het aantal vogels dat voederplaatsen bezoekt wordt verwacht op 35 door Natuurpunt. Dit jaar werden in 100 tuinen gemiddeld 41 vogels per tuin waargenomen met een standaarddeviatie van 24. Is het gemiddeld aantal vogels per tuin dit jaar groter dan verwacht door Natuurpunt?&lt;br /&gt;
##H0 en H1?&lt;br /&gt;
##Welke teststatistiek gebruik je? Wat is de verdeling ervan onder H0?&lt;br /&gt;
##Welke veronderstellingen maak je om deze test te mogen uitvoeren?&lt;br /&gt;
##Bereken de testwaarde&lt;br /&gt;
##Bereken de (benaderende) p-waarde, geef de formule en de (benaderende) waarde ervan.in deze steekproef.&lt;br /&gt;
##Maak een schets en duid er de testwaarde en p-waarde op aan.&lt;br /&gt;
##Wat besluit je op basis van de p-waarde?&lt;br /&gt;
##Maak je hierbij mogelijk een type I of type II fout?&lt;br /&gt;
#De ontkieming van zaden werd onderzocht bij licht en schemerdonker. 86 van de 100 zaden ontkiemden bij licht, 60 van de 80 zaden ontkiemden bij schemerdonker. 4.1 Onderzoek als er meer zaden ontkiemen bij licht dan schemerdonker, formuleer besluit op significantieniveau 0.05.&lt;br /&gt;
##H0 en H1?&lt;br /&gt;
##Teststatistiek, benaderende verdeling onder H0 en testwaarde&lt;br /&gt;
##p-waarde? Geef uitdrukking met kans als de (benaderende) waarde.&lt;br /&gt;
##Formuleer een zo volledig mogelijk besluit.&lt;br /&gt;
#Stel een 80% betrouwbaarheidsinterval op voor de proportie van zaden die bij licht ontkiemen.&lt;br /&gt;
##Wat is de betekenis van dit betrouwbaarheidsinterval?&lt;br /&gt;
##Vraagjes met R-output (gegevens van ANOVA kunnen berekenen, RÂ² kunnen geven + betekenis,...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 januari 2014===&lt;br /&gt;
#Juist of fout. Leg uit en indien nodig verbeter.&lt;br /&gt;
#een exp (Î») met Î»&amp;amp;gt;0 geeftÂ Î£xi ~ N(n/Î» , n/Î»Â²)&lt;br /&gt;
#als X en Y normaal verdeeld zijn, dan is X - Y eveneens normaal verdeeld&lt;br /&gt;
#(weet ik niet meer)&lt;br /&gt;
#een symmetrische histogram is een grafische voorstelling van normaal verdeelde resultaten.&lt;br /&gt;
#Een kansberekeningsvraag: in een winkel geven klanten gemiddeld 70euro uit met een standaardeviatie van 20euro.&lt;br /&gt;
#Wat is de kans dat iemand in de winkel meer dan 40euro uitgeeft?&lt;br /&gt;
#Er staan 10 klanten in de rij aan te schuiven van de kassa. Wat is de kans dat 3 klanten minder dan 40euro uitgeven?&lt;br /&gt;
#Er staan nu 100 klanten in de rij van de kassa aan te schuiven. Wat is de kans dat minstens 30 klanten minder dan 40euro uitgeven?&lt;br /&gt;
#Betrouwbaarheidsinterval vraag:Er wordt een onderzoek gedaan naar de voorkeur van lezers, welke soort drager (papier, e-book, ...) zij verkiezen om te lezen. Er werden 1000 mensen ondervraagd, waarvan 93% zei dat ze het liefst papier als drager gebruiken om te lezen. 62% leest een krant het liefste met papier als drager. 8 op 10 zegt dat ze boeken het liefst lezen als papier de drager is.&lt;br /&gt;
#Zoek het 95% BI voor de mensen die het liefste lezen met papier als dragen&lt;br /&gt;
#Zoek het 99% BI voor de mensen die kranten het liefste lezen met papier als drager.&lt;br /&gt;
#Leg de betekenis van het laatste BI zo grondig mogelijk uit.&lt;br /&gt;
#Hypothesevraag met Î±= 0,05:Een schoenenverkoopster beweert dat vrouwen met een kleine schoenmaat schoenen kopen waarvan de hak gemiddeld hoger is dan de hak van vrouwen met een grote schoenmaat. De schoenverkoopster schrijft van 70 vrouwen die elk 1 paar schoenen kopen, de schoenmaat en de haklengte op. De schoenmaten worden onderverdeeld in kleine en grote schoenmaten. 31 vrouwen met kleine schoenmaat kopen schoenen met een gemiddelde haklengte van 4,39cm met een standaardvariantie van 3,14cmÂ² en 39 vrouwen met grote schoenmaat kopen schoenen met een gemiddelde haklengte van 3,45cm en een standaardvariantie van 5,16cmÂ².&lt;br /&gt;
##Stel een goede H0 en H1 op&lt;br /&gt;
##Welke veronderstellingen maak je en hoe kom je hieraan?&lt;br /&gt;
##Geeft de correcte test-statistiek&lt;br /&gt;
##Zoek de P-waarde&lt;br /&gt;
##Concludeer je resultaten en formuleer een goed antwoord.&lt;br /&gt;
##Welke fout wordt hier gemaakt, type I of type II en waarom?&lt;br /&gt;
#Hypothesevraag met Î±= 0,05: Tijdens de solden wordt een onderzoekbureau belast met de taak om te onderzoeken of er een verband bestaat tussen de gemiddelde kortingspercentages die worden gegeven door de winkels en het aantal dagen dat de solden al bezig zijn (van 3 januari tot 31 januari).(hier worden een aantal R - scripten en resultaten en grafieken van een aantal test gegeven: Pearson en Shapiro-Wilk test dacht ik. Er zijn 4 scripten gegeven: deze van de gemiddelde kortingspercanteges, van de aantal dagen dat de solden al bezig zijn, eentje waarin de 2 vorige gecombineerd zijn in een Pearson correlatie test en eentje waar ze gecombineerd zijn in een Shapiro - Wilk test)&lt;br /&gt;
##Vul de R-scripten aan door de juiste waarde in te vullen bij a) en b) (==&amp;amp;gt; a) was een getal bij df en b) was het getal bij p-value)&lt;br /&gt;
##Stel een goede H0 en H1 hypothese op&lt;br /&gt;
##Welke test statistiek gebruik je?&lt;br /&gt;
##Zoek de p-waarde aan de hand van de gegeven R-scripten&lt;br /&gt;
##Concludeer je resultaten en formuleer een goed antwoord.&lt;br /&gt;
===17 Januari 2014===&lt;br /&gt;
#Juist of fout. Leg uit en indien nodig verbeter.&lt;br /&gt;
##Als je 2 steekproeven hebt met dezelfde grote n en een gemiddelde kans p. Dan is het betrouwbaarheidsinterval van 90% het breedste bij de steekproef met de grootste p.&lt;br /&gt;
##Je hebt twee continue, afhankelijke toevalsvariabe X en Y met f(x,y) de gezamelijke dichtheid en f(x) en f(y) de marginale dichtheid voor respectievelijk X en Y. Dan geldt f(x,y) =/ f(x)f(y) voor elke mogelijke (x,y). (=/ staat voor: is niet gelijk aan)&lt;br /&gt;
##Als de whiskers van een boxplot ongeveer even groot zijn, dan is de variabele normaal verdeeld&lt;br /&gt;
##Je hebt kansmodel Exp(2). dan is P(x&amp;amp;gt;7|x&amp;amp;gt;3) = P(x&amp;amp;gt;4)&lt;br /&gt;
#Er werdt een onderzoek gedaan bij 3400 bestuurders die betrokken zijn geweest bij een ongeval. Van deze bestuurders waren 26.7% onder invloed van drugs enÂ  29.1% hadden overmatig alchol gebruikt. Men wil nagaan hoe correct de alcohol en drugtest zijn. Als je weet dan 65% positief test als ze drugs gebruikt hebbenÂ  en 80% test positief als ze overmatig alcohol gebruik. Je weet ook dat 40% negatief test en geen alchol en drugs gbruikt heeft. We nemen aan dat het samen gebruiken van alchol en drugs niet voor komt.&lt;br /&gt;
##Toon aan dat de kans dat men positief test gelijk is aan 44.8%&lt;br /&gt;
##Wat is de kans dat iemand die positief test drugs heeft gebruikt?&lt;br /&gt;
##Wat is de kans dat iemand niets gebruikt heeft indien die negatief test?&lt;br /&gt;
#Er werd een onderzoek uitgevoerd bij 5 cafÃ©gangers. Ze kregen elk 2 pijlen. De eerste keer mochten ze smijten met hun voorkeurs hand, de tweede keer moesten ze smijten met de andere hand. (Gegeven een tabel met scores) Onderzoek of de gemiddelde score met hun voorkeurshand hoger ligt dan de gemiddelde score met de andere hand.&lt;br /&gt;
##stel de hyphotheses op&lt;br /&gt;
##welke veronderstellingen maak je?&lt;br /&gt;
##welke teststatistiek gebruik je?&lt;br /&gt;
##wat is de T-waarde?&lt;br /&gt;
##wat is de P-waarde?&lt;br /&gt;
##Wat is het resultaat van deze test? Leg uit voor dit voorbeeld&lt;br /&gt;
##maak een voortstelling van de P-waarde&lt;br /&gt;
##stel dat je veronderstelling niet klopt. Welke teststatistiek gebruik je dan?&lt;br /&gt;
###Voer deze test uit:&lt;br /&gt;
###wat is de T-waarde&lt;br /&gt;
###wat is de P-waarde?&lt;br /&gt;
###Wat is het resultaat van deze test? Leg uit voor dit voorbeeld&lt;br /&gt;
##je hebt output gekregen in verband met regressie en daar wat vragen bij.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 Januari 2012===&lt;br /&gt;
#3 Meerkeuzevragen &amp;amp;amp; uitleggen waarom&lt;br /&gt;
##X1,...,X100 is Poisson verdeeld met n=51, variantie=4 --&amp;amp;gt; wat is E(X) en Var(X) van gemiddeldeXn bij normale verdeling.&lt;br /&gt;
##i.v.m. gemiddelde van steekproefgemiddelde als benadering van populatiegemiddelde --&amp;amp;gt; enkel bij normale verdeling of bij elke verdeling waar; is steekproefgemiddelde evengoed een benadering van populatiegemiddelde; ...&lt;br /&gt;
##X is niet normaal verdeeld, Y= sqrt(X) is wel normaal verdeeld: welke hypothesetesten kan je uitvoeren: H0:Âµ(X)=3 vs H1:Âµ(X)â‰ 3 en/of H0:Âµ(Y)=sqrt(3) vs H1:Âµ(Y)â‰ sqrt(3) en/of H0:Med(X)=3 vs H1:Med(X)â‰ 3 en/of H0:Med(Y)=sqrt(3) vs H1:Med(Y)â‰ sqrt(3) + teststatiestiek geven + zijn besluiten van beide testen equivalent&lt;br /&gt;
#Oefening 1: berekenen van een kans (binomiaal) exact en benaderend met continuiteitscorrectie&lt;br /&gt;
#Oefening 2: Hypothesetest vergelijken gemiddelden van 2 groepen (ongepaard, sigma&#039;s verschillend, ..)=&amp;amp;gt; De vragen hierbij waren:&lt;br /&gt;
##Formuleer de nulhypothese en de alternatieve hypothese.&lt;br /&gt;
##Welke teststatistiek gebruik je, wat is zijn waarde en welke verdeling volgt hij&lt;br /&gt;
##Bereken de p-waarde + definitie&lt;br /&gt;
##Teken deze p-waarde op een grafiek&lt;br /&gt;
##Besluit&lt;br /&gt;
##Welke aannames deed je voor deze hypothese en wordt er aan deze voldaan?&lt;br /&gt;
##Indien niet: wat zou je dan kunnen toepassen&lt;br /&gt;
##Wat betekenen type 1 en type 2 fout bij deze hypothese.&lt;br /&gt;
#Oefening 3: Je krijgt een heleboel statistica - output en een hoop vragen.&lt;br /&gt;
##Geef het regressiemodel&lt;br /&gt;
##Dan 5 vragen ivm anova tabellen, SSM SSE SST, ...&lt;br /&gt;
##Is de correlatie nuttig? stel een hypothese op&lt;br /&gt;
##BI berekenen van de rico&lt;br /&gt;
##definitie BI&lt;br /&gt;
##Aannames + nagaan modelveronderstellingen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18	Januari 2013 (VM)===&lt;br /&gt;
#Thomas Van Den Spiegel is 214 cm groot. Leg uit hoe men kan bepalen hoe groot (of hoe normaal) dit is.&lt;br /&gt;
#Gegeven een tabel met daarin de absolute frequenties van een steekproef naar het spijbelgedrag van leerlingen uit het ASO, BSO en TSO: nooit, soms, vaak. Dit is dus een 3x3 tabel.&lt;br /&gt;
#Test: meer dan 50% van de leerlingen uit het ASO spijbelt nooit.&lt;br /&gt;
##Geef H0.&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek onder H0 en de testwaarde.&lt;br /&gt;
##Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Besluit.&lt;br /&gt;
#Ga na of er een verband is tussen de waarden.&lt;br /&gt;
##Geef H0.&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek onder H0 en de testwaarde.&lt;br /&gt;
##Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Besluit&lt;br /&gt;
#Gegeven de functie  als  en anders 0. Deze stelt de tijd voor die ik nodig heb om op mijn werk te geraken.&lt;br /&gt;
##Ik moet om 9u op mijn werk zijn, wat is de kans dat ik te laat kom als ik om 7u40 vertrek?&lt;br /&gt;
##Over 200 dagen gezien als ik opnieuw om 7u40 vertrek: wat is de kans dat ik hoogstens 20 keer op die 200 dagen te laat kom?&lt;br /&gt;
#Voor een nieuw soort roomijs hebben 9 mensen geproefd en een score tussen 1 en 20 (kan ook tussen 0 en 20 zijn, ik hoop van niet). Er waren 2 scores onder 10 en 7 scores boven 10.&lt;br /&gt;
##Bepaal met een teststatistiek of het ijs lekker is (dus een score groter dan 10).&lt;br /&gt;
###Geef H0.&lt;br /&gt;
###Geef de teststatistiek onder H0 en de testwaarde.&lt;br /&gt;
###Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
###Besluit.&lt;br /&gt;
##Wat is het 95% betrouwbaarheidsinterval van de mediaan? Wat betekent dit interval concreet voor dit voorbeeld?&lt;br /&gt;
#Een lineair verband tussen de maandelijkse productie van windmolens en de hoeveelheid wind, gezien over 32 maanden. Gegeven de output van de lm-functie uit R, een paar Shapiro-Wilk tests, enkele QQ-plots en de residuplot.&lt;br /&gt;
##Is het een goed model? (of zoiets)&lt;br /&gt;
##Vul de ANOVA tabel in (enkel 1 en F zijn gegeven)&lt;br /&gt;
##Wat betekent Std. Error in die lm-functie&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>SanderVanwing</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Statistiek_%26_Data-analyse&amp;diff=1597</id>
		<title>Statistiek &amp; Data-analyse</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Statistiek_%26_Data-analyse&amp;diff=1597"/>
		<updated>2019-01-30T12:31:06Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;SanderVanwing: /* 28 januari 2019 */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt; [[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
 [[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 januari 2019===&lt;br /&gt;
#Bewijs dat S² een onvertekende schatter is van sigma².&lt;br /&gt;
#*Betekend dit dat S ook een overtekende schatter is van sigma? Verklaar kort.&lt;br /&gt;
#Nog iets...&lt;br /&gt;
#Een deel van het Lam gods was gestolen vroeger en enkele jaren geleden is het teruggevonden. De kans dat het om een authentiek deel gaat is 70%. 2 experts bekijken dit om na te gaan of het om een authentiek deel gaat of niet. De 1ste expert is correct in 80% van de gevallen en de 2de expert in 90% van de gevallen.&lt;br /&gt;
#*Wat is de kans dat de 1ste expert zegt dat het om een authentiek deel gaat en de 2de expert zegt dat het om een vals deel gaat.&lt;br /&gt;
#*Wat is de kans dat het schilderij echt is als de 1ste expert zegt dat het om een authentiek deel gaat en de 2de expert zegt dat het om een vals deel gaat.&lt;br /&gt;
#Een bepaald soort hond wordt geboren in 1 kleur maar tegen dat het volwassen is, heeft het witte vlekken gekregen. 98% van de volwassen honden hebben een witte punt aan hun staart. Er zijn net 12 pups geboren.&lt;br /&gt;
#*Wat is de kans dat hoogstens 10 van de 12 pups, later een witte punt aan hun staart gaan hebben?&lt;br /&gt;
#*Als er 1300 pups geboren worden, wat is de kans dat minstens 1280 pups later een witte punt aan hun staart krijgen?&lt;br /&gt;
#Het koopgedrag is onderzocht tijdens de feestperiode. Er is een gemiddelde en standaarddeviatie gegeven. Kan men besluiten, met een hypothesetest, of het gemiddelde uitgegeven bedrag minder dan 50 euro is.&lt;br /&gt;
#Nog iets...&lt;br /&gt;
#Anova script gegeven, zoals in de oefeningen de lege plaatsen opvullen. Regressievergelijking opstellen, hypothesetest of een regressie zinvol is. R² berekenen. Aantonen met een hypothesetest of er een monotoon verband is tussen X en Y.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 JANUARI 2018===&lt;br /&gt;
#* Bewijs de geheugenloosheid van de exponentiële verdeling.&lt;br /&gt;
#* Bewijs E[k(x)l(y)] waarbij x en y onafhankelijk en continu zijn.&lt;br /&gt;
#* Bereken E[(x)(y^2)] waarbij x exponentieel verdeeld is met verwachte waarde 0.5 en y~N&lt;br /&gt;
# De kans dat Anke naar statestiek gaat is 0.8 en de kans dat Bruno naar statestiek gaat is 0.6.&lt;br /&gt;
#* Bereken de kans dat minstens 1 van de 2 naar statestiek gaat wanneer deze variabelen onafhankelijk zijn.&lt;br /&gt;
#* De veriabelen zijn toch afhankelijk. De kans dat Anke aanwezig is en Bruno niet is 0.65. Bereken de kans dat Anke niet aanwezig is als gegeven dat Bruno aanwezig is.&lt;br /&gt;
#* Er zijn dubbel zoveel hoorcolleges dan oefenzittingen. Wat is de kans dat je willekeurig naar statestiek gaat en dit een hoorcollege is?&lt;br /&gt;
#* Bruno gaat naar elke oefenzitting. Wat is de kans dat hij aanwezig is tijdens een hoorcollege?&lt;br /&gt;
# Y-X is bivariaat normaal verdeeld met X de lengte van vrouwen in cm en Y de lengte van mannen in cm. Het gemiddelde van X is 165 en van Y is 175. Ze hebben beiden een variantie van 4 en de covariantie is 8.&lt;br /&gt;
#* Welke verdeling is dit? Bereken het gemiddelde en de variantie van de verschilfunctie.&lt;br /&gt;
#* Bereken de kans dat in een willekeurig koppel de vrouw groter is dan de man.&lt;br /&gt;
#* Bereken de kans dat in een willekeurig koppel de man en de vrouw groter zijn 170 cm.&lt;br /&gt;
# Een experiment wordt een 27 keer herhaald. Er is een gemiddelde en een standaardafwijking gegeven. &lt;br /&gt;
#* Bereken het betrouwbaarheidsinterval met alfa=0.05 en welke voorwaarden gelden er?&lt;br /&gt;
#* Bereken het betrouwbaarheidsinterval in het geval de standaardafwijking onbekend is en leg uit of dit breder wordt.&lt;br /&gt;
#* Bereken het betrouwbaarheidsinterval met alfa=0.01.&lt;br /&gt;
#* Hoevaak moet het experiment herhaald worden om een maximale foutenmarge van 0.001 te bekomen?&lt;br /&gt;
# 20 Cavia&#039;s krijgen 0.5 mg Calcium toegevoegd en 20 andere cavia&#039;s krijgen 2 mg Calcium toegediend.&lt;br /&gt;
#* Test of de hoeveelheid Calcium een invloed heeft op de lengte van de tanden waarvoor een gemiddelde en variantie voor beiden groepen gegeven is. Hier moet een volldedige hypothesetest uitgevoerd worden. &lt;br /&gt;
# Een examen bestaat uit 10 meerkeuzenvragen met 3 opties waarvan er telkens 1 juist is.&lt;br /&gt;
#* Wanneer je elke vraag gokt is de kans om te slagen gelijk aan 0.2131, toon dit aan.&lt;br /&gt;
#* Bepaal deze kans ook benaderend met een discrete verdeling en verklaar of dit een goede benadering is.&lt;br /&gt;
#* 200 studenten gokken bij elke vraag. Bereken de kans dat er strikt meer dan 50 geslaagd zijn.&lt;br /&gt;
# Er is een ANOVA-script gegeven.&lt;br /&gt;
#* Bepaal de regressierechte. Voor alfa was de t-waarde en de standaard fout gegeven. Voor beta niet, dit moest volgens mij met het gemiddelde van x en y die wel gegeven waren.&lt;br /&gt;
#* Test of dit een zinvolle regressierechte is met berekening teststatistiek, P-waarde en besluit.&lt;br /&gt;
#* R^2 berekenen en uitleggen.&lt;br /&gt;
#* Y berekenen met x=90.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 JANUARI 2017===&lt;br /&gt;
# eerste vraag waren 4 juist/fout vragen &lt;br /&gt;
#* als X en Y normaal verdeeld zijn, is de som dan altijd normaal verdeeld&lt;br /&gt;
#* iets me benadering van steekproefgem en populatiegem&lt;br /&gt;
#* iets me E(X) of da bij toevalsvariabele gelijk is aan het gem &lt;br /&gt;
#* ... weet ik ni meer exact, ge moet gewoon juist of fout aanduiden, ni uitleggen&lt;br /&gt;
# tweede vraag waren twee bewijzen (me Var(a+bX+cY) en E(a+bX+cY) en dan altijd zo bijvragen van a-e zo Var en E uitrekenen en mediaan berekenen, cumulatieve frequentie tekenen.. en dan iets me X+Y en kansen daarvan berekenen beetje vaag haha&lt;br /&gt;
# dan twee vragen op kansen ook met altijd zo deelvraagjes, eerste was over dat er verschillende sets van 20 stuks zijn en ge ga na hoeveel defecte er zijn, ge hebt enkele gegevens gegeven vb. Kans op geen defecte elementen in uw set van 20 is 70%, kans op juist 1 defect element is 20% enz. Daar dan allemaal kans vragen op, vb. Wat is de kans da als ge willekeurig een lot van 20 neemt, en ge weet da er exact 1 defect is, wa is dan de kans da als ge er twee willekeurige uitneemt da die ni defect zijn enzovoort.. &lt;br /&gt;
# Dan een kansoefening met een kind da 10 keer me een dobbelsteen mag gooien en elke keer als die 6 gooit krijgt die een cadeau, wa is dan de kans da die meer als 3 cadeaus krijgt enzovoort, welke kansverdeling is da en bereken ook benaderend en zo van die deelvragen, ook nog als ze die traditie 35 jaar zouden doen en die jongen mag elke keer gooien op zijn bday wa is dan de kans da die meer dan 55 cadeaus krijgt&lt;br /&gt;
# en dan nog twee hypothesetesten waarvan ene met R output. De ene vraag was over herseninhoud, ze willen zien of de herseninhoud van een 75 jarige persoon gekropen is tov een 25 jarige persoon, ge hebt dan een lijst gekregen me gegevens en een R output waarin t waarde, P waarde, df ontbreken en aan de hand van die output moet ge dan dingen berekenen mbv hypothesetesten, ook output van een betrouwbaarheidsinterval en da interpreteren. De andere ging over het feit da er ooit gezegd is geweest da er dobbelstenen bestaan die &amp;quot;niet gelijk&amp;quot; zijn dus die ni eerlijk zijn, ge krijg een tabel me kansen en moet dan hypothesetesten uitvoeren om te zien of die dobbesltaan vervalst was of ni, weer Teststatistiek opstellen, testwaarde berekenen, interpreteren... en dan een tabel me ietske andere waardes van die dobbelstaan me de vraag of die P waarde dan hetzelfde blijft&lt;br /&gt;
# en nog een oefening over laatste hoofdstuk met die lineaire regressie ook me allemaal deelvraagjes ; de lineaire regressie opstellen en dan s^2 uitrekenen, ge hebt sx sy sxy enzo gegeven, en dan moet ge daar hypothese en teststatistiek ook doen dacht ik (bij elke hypothesetest vraagt ze teststatistiek, testwaarde , P waarde interpreteren etc) en dan geeft ze ook nog een R^2 waarde die ge moet interpreteren..&lt;br /&gt;
Ik denk da het zoiets ongeveer was haha, en ge had 3u30min tijd :)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Juist/fout, Var(bx)=b²Var(x) aantonen&lt;br /&gt;
#rekenen met kansen&lt;br /&gt;
#Exponentiele verdeling, laptop heeft een gemiddelde leeftijd van 4 jaar, geef verdelingsfunctie, bepaal kans dat laptop langer leeft...&lt;br /&gt;
#Hypothesetesten&lt;br /&gt;
#R script van ANOVA tabel, ontbrekende waardes aanvullen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 januari 2015===&lt;br /&gt;
#Beschouw twee toevalsvariabele X en Y = g(X) met g een monotone functie dan is:&lt;br /&gt;
##E(Y) = g (E (X)) ?&lt;br /&gt;
##Med(Y) = g ( Med (X)) ?&lt;br /&gt;
##Med(Y) = g( E (X))Â ?&lt;br /&gt;
##IQR (Y) = g (IQR (X)) ?&lt;br /&gt;
#In Vlaanderen verspreid de groothandel 2000 porties everzwijnsvlees over 15 restaurants. Neem aan dat exact 11 porties hiervan besmet zijn met een virus. In leuven leverde de groothandel 250 (onafh.) porties vlees:&lt;br /&gt;
##hoeveel besmette porties vlees verwacht men in Leuven?&lt;br /&gt;
##Hoe groot is de kans dat minstens 2 porties vlees in Leuven besmet zijn met het virus?&lt;br /&gt;
###Bereken deze kans exact&lt;br /&gt;
###Bereken een benadering van deze kans&lt;br /&gt;
###Is de benaderde kans die je vond een goede benadering voor de kans die je vond? Waarom wel/niet?&lt;br /&gt;
#Mannelijke radiologen worden blootgesteld aan straling. Onderzoekers beweren dat deze frequente blootstelling de kans op mannelijke nakomelingen zou beÃ¯nvloeden. Uit een studie van 31 radiologen, bleek dat 30 van de 87 nakomelingen mannen waren. Kan je op basis van deze studie besluiten dat een frequente blootstelling aan straling een significante invloed heeft op de kans op mannelijke nakomelingen voor een man? Î± = 0.05, normale omstandigheden de kans op mannelijke omstandigheden 50% bedraagt.&lt;br /&gt;
##Formuleer een geschikte H0 en H1 op deze vraag&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek, de (benaderde) verdeling ervan onder H0 en de testwaarde voor deze steekproef.&lt;br /&gt;
##Bereken de (benaderde) P-waarde. Geef de formule en de waarde ervan in deze steekproef.&lt;br /&gt;
##Formuleer een zo volledig mogelijk besluit op basis van de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Bepaal ook het 98% BI voor de kans op mannelijke nakomelingen. Wat besluit je?&lt;br /&gt;
##Wat is de betekenis van een type 2 fout bij deze hypothese test in deze situatie?&lt;br /&gt;
##R-script gegeven met ontbrekende gegevens. Deze worden gevraagd + andere vraagjes&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 januari 2016 (VM)===&lt;br /&gt;
Hier missen nog bijna gegarandeerd enkele deelvraagjes, dus als je dit examen ook gemaakt hebt (en je weet er nog iets van), vul dan aan a.u.b.&lt;br /&gt;
#Enkele vragen i.v.m. verdelingen, hun kenmerken, proporties en kansen.&lt;br /&gt;
#Zij (X, Y) een bivariate normaalverdeling met mu = (2, 2) en sigma = ((1, 0.4), (0.4, 1)). Is dan Var(2X - Y) = 3.4?&lt;br /&gt;
#Zij X een continu verdeelde variabele met frequentie f(x). Zij a en b reÃ«ele getallen, bewijs dan dat:   E(a + bX) = a + b*E(X)  en Var(a + bX) = b^2 * E(X)&lt;br /&gt;
#We hebben thuis een alarm geÃ¯nstalleerd. Bij inbraak gaat het met 96% zekerheid af, maar op andere nachten is er ook een kans van 0.3% dat het afgaat vanwege storingen. In onze buurt is er een kans van 3% dat er op een gegeven nacht in een gegeven huis wordt ingebroken. Vannacht gaat het alarm af, hoe groot is de kans dat er werkelijk een inbraak is?&lt;br /&gt;
#Gegeven: een 2x3 relatieve frequentietabel. Aan de ene kant: mannen en vrouwen, aan de andere kant of de groep een slecht, middelmatig of goed oriÃ«ntatievermogen heeft. Rij van de mannen = (1/10, 1/20, 1/2), rij van de vrouwen = (1/5, 1/10, 1/20). Waar of fout:&lt;br /&gt;
##De kans dat een willekeurige vrouw een goed oriÃ«ntatievermogen heeft is 1/7.&lt;br /&gt;
##De verwachte waarde voor mannen en vrouwen zijn gelijk.&lt;br /&gt;
#Gegeven: de gemiddelde Belgische vrouw heeft een lengte van 168.1cm, met een standaardafwijking van 5.3cm.&lt;br /&gt;
##Clara is 180.3cm groot. Hoeveel percent van de Belgische vrouwen is kleiner dan Clara?&lt;br /&gt;
##Stella is kleiner dan 95% van de Belgische vrouwen. Wat is haar maximale hoogte?&lt;br /&gt;
##Hier aan de faculteit zijn er 354 vrouwen. Hoe groot is de kans dat exact twee vrouwen kleiner zijn dan haar (neem hiervoor Stellas maximale mogelijke lengte). Bereken deze exact.&lt;br /&gt;
##Bereken de kans op benaderende wijze. Is dit een goede benadering?&lt;br /&gt;
#Gegeven: de uitslagen van de verkiezingen van mei 2014 en een peiling van 2013. Beiden zijn lijsten van zeven partijen en &amp;amp;quot;Overige&amp;amp;quot;, elk met een corresponderend percentage. Bepaal op significantieniveau 0.05 of deze peiling de verkiezingsresultaten kan voorstellen.&lt;br /&gt;
##Kies gepaste hypothesen voor je test uit te voeren.&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek, verdeling en testwaarde van je test.&lt;br /&gt;
##Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Vorm een besluit.&lt;br /&gt;
#In een fabriek worden er dagelijks 5000 dozen pralines geproduceerd. Elke doos beweert 250g te wegen. Een nieuwe kwaliteitscontroleur (&amp;amp;quot;een jonge snaak&amp;amp;quot; zoals zij het verwoordden) neemt op een dag lukraak 20 dozen uit de productie voor inspectie. Het gemiddelde van deze steekproef is 243.7g met een variantie van 6.91 g^2. Test op significantieniveau 0.05 of de fabriek systematisch te lichte dozen maakt.&lt;br /&gt;
#Kies gepaste hypothesen voor je test uit te voeren.&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek, verdeling en testwaarde van je test.&lt;br /&gt;
##Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Vorm een besluit.&lt;br /&gt;
#Geef het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde van de dagproductie. Geef de definitie van het 95%- betrouwbaarheidsinterval en leg uit wat dit concreet betekent in deze situatie.&lt;br /&gt;
#Leg uit wat een type-I en type-II fout concreet betekenen in deze situatie.&lt;br /&gt;
#Gegeven: output van summary en anova in R.&lt;br /&gt;
##Vul aan: SSM, MSM, MSE, F-waarde, P(F &amp;amp;gt; f) en voor de slope: t-waarde en P(T &amp;amp;gt; t).&lt;br /&gt;
##Voer een hypothesetest uit omtrent H0: alfa = 0 versus H1: alfaÂ != 0&lt;br /&gt;
##Geef de regressierechte.&lt;br /&gt;
##Geef R^2 en leg uit wat deze waarde betekent.&lt;br /&gt;
===26 Januari 2015 (nieuwe prof?) ===&lt;br /&gt;
#Duid aan welke stellingen kloppen en verantwoord: Van een kwantielplot kan je aflezen of:&lt;br /&gt;
##2 variabelen afhankelijk zij van elkaar.&lt;br /&gt;
##er een lineair verband is tussen 2 variabelen&lt;br /&gt;
##een variabale uit een bepaalde verdeling komt&lt;br /&gt;
##2 variabelen bivariaat normaal verdeeld zijn&lt;br /&gt;
#Duid aan welke stellingen kloppen en verantwoord: Indien (X,Y) bivariaatnormaal verdeelde toevalsvariabelen met populatiecorrelatiecoÃ«fficiÃ«nt p en:&lt;br /&gt;
##H0: p=0 vs H1:p=/=0&lt;br /&gt;
##Een p-waarde &amp;amp;lt;alfa oplevert kan je op significantieniveau alfa:&lt;br /&gt;
##besluiten dat er een lineair verband is tussen X en Y, mogelijks monitoon&lt;br /&gt;
##besluiten dat er een monotoon verband is tussen X en Y&lt;br /&gt;
##niet verwerpen dat er een lineair verband is tussen X en Y, mogelijks lieair&lt;br /&gt;
##niet verwerpen dat er een monotoon verband tussen X en Y.&lt;br /&gt;
#Levensduur van een laptop is exponentieel verdeeld. Verwacht wordt dat een laptop 3 jaar meegaat. Kans dat een laptop langers dan 3jaar meegaat voor een voorzichtige student is 55%, voor een slordige student is dit 30%.&lt;br /&gt;
##Toon aan dat de kans dat een laptop langer als 3jaar meegaat, zonder rekening te houden met voorzichtigheid = 36.79%&lt;br /&gt;
##HoeveelÂ % van de studenten is slordig?&lt;br /&gt;
##Jan heeft 3 jaar zijn laptop, wat is de kans dat hij er voorzichtig mee omgaat?&lt;br /&gt;
#Het aantal vogels dat voederplaatsen bezoekt wordt verwacht op 35 door Natuurpunt. Dit jaar werden in 100 tuinen gemiddeld 41 vogels per tuin waargenomen met een standaarddeviatie van 24. Is het gemiddeld aantal vogels per tuin dit jaar groter dan verwacht door Natuurpunt?&lt;br /&gt;
##H0 en H1?&lt;br /&gt;
##Welke teststatistiek gebruik je? Wat is de verdeling ervan onder H0?&lt;br /&gt;
##Welke veronderstellingen maak je om deze test te mogen uitvoeren?&lt;br /&gt;
##Bereken de testwaarde&lt;br /&gt;
##Bereken de (benaderende) p-waarde, geef de formule en de (benaderende) waarde ervan.in deze steekproef.&lt;br /&gt;
##Maak een schets en duid er de testwaarde en p-waarde op aan.&lt;br /&gt;
##Wat besluit je op basis van de p-waarde?&lt;br /&gt;
##Maak je hierbij mogelijk een type I of type II fout?&lt;br /&gt;
#De ontkieming van zaden werd onderzocht bij licht en schemerdonker. 86 van de 100 zaden ontkiemden bij licht, 60 van de 80 zaden ontkiemden bij schemerdonker. 4.1 Onderzoek als er meer zaden ontkiemen bij licht dan schemerdonker, formuleer besluit op significantieniveau 0.05.&lt;br /&gt;
##H0 en H1?&lt;br /&gt;
##Teststatistiek, benaderende verdeling onder H0 en testwaarde&lt;br /&gt;
##p-waarde? Geef uitdrukking met kans als de (benaderende) waarde.&lt;br /&gt;
##Formuleer een zo volledig mogelijk besluit.&lt;br /&gt;
#Stel een 80% betrouwbaarheidsinterval op voor de proportie van zaden die bij licht ontkiemen.&lt;br /&gt;
##Wat is de betekenis van dit betrouwbaarheidsinterval?&lt;br /&gt;
##Vraagjes met R-output (gegevens van ANOVA kunnen berekenen, RÂ² kunnen geven + betekenis,...)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 januari 2014===&lt;br /&gt;
#Juist of fout. Leg uit en indien nodig verbeter.&lt;br /&gt;
#een exp (Î») met Î»&amp;amp;gt;0 geeftÂ Î£xi ~ N(n/Î» , n/Î»Â²)&lt;br /&gt;
#als X en Y normaal verdeeld zijn, dan is X - Y eveneens normaal verdeeld&lt;br /&gt;
#(weet ik niet meer)&lt;br /&gt;
#een symmetrische histogram is een grafische voorstelling van normaal verdeelde resultaten.&lt;br /&gt;
#Een kansberekeningsvraag: in een winkel geven klanten gemiddeld 70euro uit met een standaardeviatie van 20euro.&lt;br /&gt;
#Wat is de kans dat iemand in de winkel meer dan 40euro uitgeeft?&lt;br /&gt;
#Er staan 10 klanten in de rij aan te schuiven van de kassa. Wat is de kans dat 3 klanten minder dan 40euro uitgeven?&lt;br /&gt;
#Er staan nu 100 klanten in de rij van de kassa aan te schuiven. Wat is de kans dat minstens 30 klanten minder dan 40euro uitgeven?&lt;br /&gt;
#Betrouwbaarheidsinterval vraag:Er wordt een onderzoek gedaan naar de voorkeur van lezers, welke soort drager (papier, e-book, ...) zij verkiezen om te lezen. Er werden 1000 mensen ondervraagd, waarvan 93% zei dat ze het liefst papier als drager gebruiken om te lezen. 62% leest een krant het liefste met papier als drager. 8 op 10 zegt dat ze boeken het liefst lezen als papier de drager is.&lt;br /&gt;
#Zoek het 95% BI voor de mensen die het liefste lezen met papier als dragen&lt;br /&gt;
#Zoek het 99% BI voor de mensen die kranten het liefste lezen met papier als drager.&lt;br /&gt;
#Leg de betekenis van het laatste BI zo grondig mogelijk uit.&lt;br /&gt;
#Hypothesevraag met Î±= 0,05:Een schoenenverkoopster beweert dat vrouwen met een kleine schoenmaat schoenen kopen waarvan de hak gemiddeld hoger is dan de hak van vrouwen met een grote schoenmaat. De schoenverkoopster schrijft van 70 vrouwen die elk 1 paar schoenen kopen, de schoenmaat en de haklengte op. De schoenmaten worden onderverdeeld in kleine en grote schoenmaten. 31 vrouwen met kleine schoenmaat kopen schoenen met een gemiddelde haklengte van 4,39cm met een standaardvariantie van 3,14cmÂ² en 39 vrouwen met grote schoenmaat kopen schoenen met een gemiddelde haklengte van 3,45cm en een standaardvariantie van 5,16cmÂ².&lt;br /&gt;
##Stel een goede H0 en H1 op&lt;br /&gt;
##Welke veronderstellingen maak je en hoe kom je hieraan?&lt;br /&gt;
##Geeft de correcte test-statistiek&lt;br /&gt;
##Zoek de P-waarde&lt;br /&gt;
##Concludeer je resultaten en formuleer een goed antwoord.&lt;br /&gt;
##Welke fout wordt hier gemaakt, type I of type II en waarom?&lt;br /&gt;
#Hypothesevraag met Î±= 0,05: Tijdens de solden wordt een onderzoekbureau belast met de taak om te onderzoeken of er een verband bestaat tussen de gemiddelde kortingspercentages die worden gegeven door de winkels en het aantal dagen dat de solden al bezig zijn (van 3 januari tot 31 januari).(hier worden een aantal R - scripten en resultaten en grafieken van een aantal test gegeven: Pearson en Shapiro-Wilk test dacht ik. Er zijn 4 scripten gegeven: deze van de gemiddelde kortingspercanteges, van de aantal dagen dat de solden al bezig zijn, eentje waarin de 2 vorige gecombineerd zijn in een Pearson correlatie test en eentje waar ze gecombineerd zijn in een Shapiro - Wilk test)&lt;br /&gt;
##Vul de R-scripten aan door de juiste waarde in te vullen bij a) en b) (==&amp;amp;gt; a) was een getal bij df en b) was het getal bij p-value)&lt;br /&gt;
##Stel een goede H0 en H1 hypothese op&lt;br /&gt;
##Welke test statistiek gebruik je?&lt;br /&gt;
##Zoek de p-waarde aan de hand van de gegeven R-scripten&lt;br /&gt;
##Concludeer je resultaten en formuleer een goed antwoord.&lt;br /&gt;
===17 Januari 2014===&lt;br /&gt;
#Juist of fout. Leg uit en indien nodig verbeter.&lt;br /&gt;
##Als je 2 steekproeven hebt met dezelfde grote n en een gemiddelde kans p. Dan is het betrouwbaarheidsinterval van 90% het breedste bij de steekproef met de grootste p.&lt;br /&gt;
##Je hebt twee continue, afhankelijke toevalsvariabe X en Y met f(x,y) de gezamelijke dichtheid en f(x) en f(y) de marginale dichtheid voor respectievelijk X en Y. Dan geldt f(x,y) =/ f(x)f(y) voor elke mogelijke (x,y). (=/ staat voor: is niet gelijk aan)&lt;br /&gt;
##Als de whiskers van een boxplot ongeveer even groot zijn, dan is de variabele normaal verdeeld&lt;br /&gt;
##Je hebt kansmodel Exp(2). dan is P(x&amp;amp;gt;7|x&amp;amp;gt;3) = P(x&amp;amp;gt;4)&lt;br /&gt;
#Er werdt een onderzoek gedaan bij 3400 bestuurders die betrokken zijn geweest bij een ongeval. Van deze bestuurders waren 26.7% onder invloed van drugs enÂ  29.1% hadden overmatig alchol gebruikt. Men wil nagaan hoe correct de alcohol en drugtest zijn. Als je weet dan 65% positief test als ze drugs gebruikt hebbenÂ  en 80% test positief als ze overmatig alcohol gebruik. Je weet ook dat 40% negatief test en geen alchol en drugs gbruikt heeft. We nemen aan dat het samen gebruiken van alchol en drugs niet voor komt.&lt;br /&gt;
##Toon aan dat de kans dat men positief test gelijk is aan 44.8%&lt;br /&gt;
##Wat is de kans dat iemand die positief test drugs heeft gebruikt?&lt;br /&gt;
##Wat is de kans dat iemand niets gebruikt heeft indien die negatief test?&lt;br /&gt;
#Er werd een onderzoek uitgevoerd bij 5 cafÃ©gangers. Ze kregen elk 2 pijlen. De eerste keer mochten ze smijten met hun voorkeurs hand, de tweede keer moesten ze smijten met de andere hand. (Gegeven een tabel met scores) Onderzoek of de gemiddelde score met hun voorkeurshand hoger ligt dan de gemiddelde score met de andere hand.&lt;br /&gt;
##stel de hyphotheses op&lt;br /&gt;
##welke veronderstellingen maak je?&lt;br /&gt;
##welke teststatistiek gebruik je?&lt;br /&gt;
##wat is de T-waarde?&lt;br /&gt;
##wat is de P-waarde?&lt;br /&gt;
##Wat is het resultaat van deze test? Leg uit voor dit voorbeeld&lt;br /&gt;
##maak een voortstelling van de P-waarde&lt;br /&gt;
##stel dat je veronderstelling niet klopt. Welke teststatistiek gebruik je dan?&lt;br /&gt;
###Voer deze test uit:&lt;br /&gt;
###wat is de T-waarde&lt;br /&gt;
###wat is de P-waarde?&lt;br /&gt;
###Wat is het resultaat van deze test? Leg uit voor dit voorbeeld&lt;br /&gt;
##je hebt output gekregen in verband met regressie en daar wat vragen bij.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 Januari 2012===&lt;br /&gt;
#3 Meerkeuzevragen &amp;amp;amp; uitleggen waarom&lt;br /&gt;
##X1,...,X100 is Poisson verdeeld met n=51, variantie=4 --&amp;amp;gt; wat is E(X) en Var(X) van gemiddeldeXn bij normale verdeling.&lt;br /&gt;
##i.v.m. gemiddelde van steekproefgemiddelde als benadering van populatiegemiddelde --&amp;amp;gt; enkel bij normale verdeling of bij elke verdeling waar; is steekproefgemiddelde evengoed een benadering van populatiegemiddelde; ...&lt;br /&gt;
##X is niet normaal verdeeld, Y= sqrt(X) is wel normaal verdeeld: welke hypothesetesten kan je uitvoeren: H0:Âµ(X)=3 vs H1:Âµ(X)â‰ 3 en/of H0:Âµ(Y)=sqrt(3) vs H1:Âµ(Y)â‰ sqrt(3) en/of H0:Med(X)=3 vs H1:Med(X)â‰ 3 en/of H0:Med(Y)=sqrt(3) vs H1:Med(Y)â‰ sqrt(3) + teststatiestiek geven + zijn besluiten van beide testen equivalent&lt;br /&gt;
#Oefening 1: berekenen van een kans (binomiaal) exact en benaderend met continuiteitscorrectie&lt;br /&gt;
#Oefening 2: Hypothesetest vergelijken gemiddelden van 2 groepen (ongepaard, sigma&#039;s verschillend, ..)=&amp;amp;gt; De vragen hierbij waren:&lt;br /&gt;
##Formuleer de nulhypothese en de alternatieve hypothese.&lt;br /&gt;
##Welke teststatistiek gebruik je, wat is zijn waarde en welke verdeling volgt hij&lt;br /&gt;
##Bereken de p-waarde + definitie&lt;br /&gt;
##Teken deze p-waarde op een grafiek&lt;br /&gt;
##Besluit&lt;br /&gt;
##Welke aannames deed je voor deze hypothese en wordt er aan deze voldaan?&lt;br /&gt;
##Indien niet: wat zou je dan kunnen toepassen&lt;br /&gt;
##Wat betekenen type 1 en type 2 fout bij deze hypothese.&lt;br /&gt;
#Oefening 3: Je krijgt een heleboel statistica - output en een hoop vragen.&lt;br /&gt;
##Geef het regressiemodel&lt;br /&gt;
##Dan 5 vragen ivm anova tabellen, SSM SSE SST, ...&lt;br /&gt;
##Is de correlatie nuttig? stel een hypothese op&lt;br /&gt;
##BI berekenen van de rico&lt;br /&gt;
##definitie BI&lt;br /&gt;
##Aannames + nagaan modelveronderstellingen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18	Januari 2013 (VM)===&lt;br /&gt;
#Thomas Van Den Spiegel is 214 cm groot. Leg uit hoe men kan bepalen hoe groot (of hoe normaal) dit is.&lt;br /&gt;
#Gegeven een tabel met daarin de absolute frequenties van een steekproef naar het spijbelgedrag van leerlingen uit het ASO, BSO en TSO: nooit, soms, vaak. Dit is dus een 3x3 tabel.&lt;br /&gt;
#Test: meer dan 50% van de leerlingen uit het ASO spijbelt nooit.&lt;br /&gt;
##Geef H0.&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek onder H0 en de testwaarde.&lt;br /&gt;
##Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Besluit.&lt;br /&gt;
#Ga na of er een verband is tussen de waarden.&lt;br /&gt;
##Geef H0.&lt;br /&gt;
##Geef de teststatistiek onder H0 en de testwaarde.&lt;br /&gt;
##Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
##Besluit&lt;br /&gt;
#Gegeven de functie  als  en anders 0. Deze stelt de tijd voor die ik nodig heb om op mijn werk te geraken.&lt;br /&gt;
##Ik moet om 9u op mijn werk zijn, wat is de kans dat ik te laat kom als ik om 7u40 vertrek?&lt;br /&gt;
##Over 200 dagen gezien als ik opnieuw om 7u40 vertrek: wat is de kans dat ik hoogstens 20 keer op die 200 dagen te laat kom?&lt;br /&gt;
#Voor een nieuw soort roomijs hebben 9 mensen geproefd en een score tussen 1 en 20 (kan ook tussen 0 en 20 zijn, ik hoop van niet). Er waren 2 scores onder 10 en 7 scores boven 10.&lt;br /&gt;
##Bepaal met een teststatistiek of het ijs lekker is (dus een score groter dan 10).&lt;br /&gt;
###Geef H0.&lt;br /&gt;
###Geef de teststatistiek onder H0 en de testwaarde.&lt;br /&gt;
###Geef de P-waarde.&lt;br /&gt;
###Besluit.&lt;br /&gt;
##Wat is het 95% betrouwbaarheidsinterval van de mediaan? Wat betekent dit interval concreet voor dit voorbeeld?&lt;br /&gt;
#Een lineair verband tussen de maandelijkse productie van windmolens en de hoeveelheid wind, gezien over 32 maanden. Gegeven de output van de lm-functie uit R, een paar Shapiro-Wilk tests, enkele QQ-plots en de residuplot.&lt;br /&gt;
##Is het een goed model? (of zoiets)&lt;br /&gt;
##Vul de ANOVA tabel in (enkel 1 en F zijn gegeven)&lt;br /&gt;
##Wat betekent Std. Error in die lm-functie&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>SanderVanwing</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Levensmiddelenchemie_en_-technologie&amp;diff=1534</id>
		<title>Levensmiddelenchemie en -technologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Levensmiddelenchemie_en_-technologie&amp;diff=1534"/>
		<updated>2019-01-26T08:18:05Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;SanderVanwing: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
 [[Categorie:Bachelor Chemie]]&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 januari 2019 VM===&lt;br /&gt;
#De afstand tussen landbouwer en consument is in de loop van de geschiedenis veel langer geworden. Wat waren hier de oorzaken van en waar leidde dit noodzakelijkerwijs toe?&lt;br /&gt;
#Bespreek de stabiliteit van lipiden in levensmiddelen.&lt;br /&gt;
#Korte vragen:&lt;br /&gt;
##Wat is ontgommen?&lt;br /&gt;
##Definieer de Queteletindex.&lt;br /&gt;
##Wat is de link tussen de Coca Cola-crisis en de PCB-crisis?&lt;br /&gt;
##Waarom slaat men het deeg door bij broodbereiding?&lt;br /&gt;
##In ons lichaam wordt energie voor 3 dingen gebruikt, dewelke? (basaal metabolisme, vertering en fysieke activiteit)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===1 februari 2018 VM===&lt;br /&gt;
#Op welke manier zijn enzymen belangrijk in de levensmiddelenproductie?&lt;br /&gt;
#Geef de stabiliteit van lipiden.&lt;br /&gt;
#korte vragen:&lt;br /&gt;
##wat is de belangrijkste enzymatische reactie in levensmiddelenproductie?&lt;br /&gt;
##wat is anandimide?&lt;br /&gt;
##wat is het belangrijkste om verhoogde welvaart te hebben?&lt;br /&gt;
##wat is het verschil tussen sojaproteïne bloem en sojaproteïneconcentraat? &lt;br /&gt;
#productbesprekeking&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 januari 2018 VM===&lt;br /&gt;
#Geef de directe en indirecte criteria van kwaliteit van een levensmiddel.Bespreek hoe verpakking en verpakkingstechnologie kan ingrijpen op genoemde aspecten van kwaliteit.&amp;lt;br /&amp;gt;Zie cursus/dropbox&lt;br /&gt;
#Bespreek de solventextractie van sojaolie&amp;lt;br /&amp;gt;Zie cursus&lt;br /&gt;
#Kleine vragen&lt;br /&gt;
##Wat betekent retronasaal?&amp;lt;br /&amp;gt;&#039;&#039;Vluchtige geurstoffen (aroma&#039;s) die door de keelholte naar de neusholte migreren | tegenhanger van orthonasaal met resp geuren.&#039;&#039;&lt;br /&gt;
##Wat is postgrandiale verzadiging?&amp;lt;br /&amp;gt;&#039;&#039;Verzadigingsgevoel door gevulde maag.&#039;&#039;&lt;br /&gt;
##Wat is chaplisatie?&amp;lt;br /&amp;gt;&#039;&#039;Suiker of druivenconcentraat toevoegen aan de most ter verhoging van suikergehalte | Mag enkel in noordelijke streken, verboden in zuidelijke gebieden.&#039;&#039;&lt;br /&gt;
##Waarom is vermouting zo belangrijk? &amp;lt;br /&amp;gt;&#039;&#039;Kiemen van de gerst zorgt voor &#039;&#039;&#039;aanmaak&#039;&#039;&#039; enzymen (amylasen en proteasen) die resp. zetmeel en proteïnen afbreken tijdens het maischen. tot resp. maltose (+ glucose) en aminozuren om deze beschikbaar te maken voor de gisten.&#039;&#039;&lt;br /&gt;
##Hoe zorgt fermentatie van melk voor een betere bewaarbaarheid?&amp;lt;br /&amp;gt;&#039;&#039;Afbraak van lactose tot lactaat: suikers niet meer beschikbaar voor andere MO en verlaging pH -&amp;gt; inhibitie van groei.&#039;&#039;&lt;br /&gt;
#Productbespreking&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
#Geef de directe en indirecte criteria van kwaliteit van een levensmiddel.Bespreek hoe verpakking en verpakkingstechnologie kan ingrijpen op genoemde aspecten van kwaliteit.&lt;br /&gt;
#Geef en bespreek 4 soorten van fermentatie die kunnen optreden bij de productie van wijn.&lt;br /&gt;
#Bespreek invloed van temperatuur en watergehalte op bederf. wat besluit je hieruit.&lt;br /&gt;
#Kleine vragen (max. 20 woorden per antwoord):&lt;br /&gt;
##Wat is meso?&lt;br /&gt;
##Hoeveel graan wordt er jaarlijks geproduceerd?&lt;br /&gt;
##Waarom wordt benzoëzuur gebruikt in levensmiddelen?&lt;br /&gt;
##Wat zijn polyolen?&lt;br /&gt;
##Wat verstaan we onder netto metaboliseerbare energie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
#bespreek zo volledig mogelijk hoe de voedingsindustrie de vraag van de consument naar een constante en hoge organoleptische kwaliteit tegemoet gaat. &lt;br /&gt;
#bespreek de productie van kaas&lt;br /&gt;
#Juist of fout? Analytisch sensorisch onderzoek is belangrijker dan affectief sensorisch onderzoek bij het produceren van een nieuw levensmiddel. Bespreek&lt;br /&gt;
#begrippen:&lt;br /&gt;
##sorbinezuur&lt;br /&gt;
##oorsprong Bt-toxine&lt;br /&gt;
##heterolactische fermentatie&lt;br /&gt;
##polyolen&lt;br /&gt;
##netto metabolariseerbaarde energie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 augustus 2016===&lt;br /&gt;
#Wat zijn de criteria van een kwalitatief product? Hoe werkt de verpakking hieraan mee?&lt;br /&gt;
#Bier, wijn en Sake party&lt;br /&gt;
#Je koelt sojaolie, wat komt eruit?&lt;br /&gt;
#begrippen:&lt;br /&gt;
##Suiker bij de wijn doen&lt;br /&gt;
##Eesten&lt;br /&gt;
##Melk+bacterie blijft lang goed, why?&lt;br /&gt;
##Dem maag signals of geen honger&lt;br /&gt;
##Restronasaal&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17/6 namiddag===&lt;br /&gt;
#De smaak van een levensmiddel verandert van gisteren op vandaag op morgen. Bespreek en geef voorbeelden vanuit de cursus. (alles dus van bederf tot toestand van de proever van vluchtige geurstoffen van stoffen in uw verpakking)&lt;br /&gt;
#Transvetzuren kom in de natuur niet voor. Juist of fout? verklaar&lt;br /&gt;
#Rijstwijn proces uitleggen&lt;br /&gt;
#Begrippen:&lt;br /&gt;
##Wanneer ben je zwaarlijvig?&lt;br /&gt;
##Verklaar BRC&lt;br /&gt;
##Gelijkenis tussen roken en zouten&lt;br /&gt;
##Wat is ontgommen van olie?&lt;br /&gt;
##Wat zijn PCB&#039;s?&lt;br /&gt;
#Productbespreking&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Examen vragen===&lt;br /&gt;
#geef de directe en indirecte criteria voor kwaliteit van producten en leg uit hoe verpakking en verpakkingsprocedure hier toe kan bijdragen (allee of zoiets toch) &lt;br /&gt;
#classificatie van koolhydraten en waar ze voorkomen&lt;br /&gt;
#winterisatie &lt;br /&gt;
#woordjes :&lt;br /&gt;
##chaptalisatie&lt;br /&gt;
##postgrandiaal &lt;br /&gt;
##retronasaal&lt;br /&gt;
##hoe fermentatie van melk bijdraagt tot bewaring&lt;br /&gt;
##ik denk nog een maar weet ik niet meer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2015===&lt;br /&gt;
#Bespreek de hoe de afstand tussen de landbouwer en de consument groter is geworden. Welke ontwikkelingen hebben hiertoe bijgedragen?&lt;br /&gt;
#GM voeder en voedsel &lt;br /&gt;
#Leg de fermentatie van groenten uit&lt;br /&gt;
#Begrippen &lt;br /&gt;
##homigeniseren als eenheidsbewerking &lt;br /&gt;
##ME &lt;br /&gt;
##pH van wijn &lt;br /&gt;
##halo-effect &lt;br /&gt;
##in welk proces worden PAKâ€™s gevormd?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2015 (nm)===&lt;br /&gt;
#Hoe kan men het probleem van lactose intolerantie oplossen in levensmiddelen?  &lt;br /&gt;
#Transvetten zijn slecht? Leg uit.&lt;br /&gt;
#Bespreek het hele productieproces van soja-olie&lt;br /&gt;
#Korte vragen, korte antwoorden:&lt;br /&gt;
##Stimulusfout&lt;br /&gt;
##malolactische fermentatie&lt;br /&gt;
##vermouten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===19 januari 2015 (vm)===&lt;br /&gt;
#Bespreek veranderingen die optreden bij bewaring en geed drie mogelijke (liefst beste) oplossingen voor problemen die daardoor veroorzaakt kunnen worden. /react-text &lt;br /&gt;
#Bespreek Pringles als voorbeeld van hyperindustrialisatie. /react-text &lt;br /&gt;
#Geef een overzicht (schema/tabel) van de verschillende koolhydraten en hun voorkomen. /react-text &lt;br /&gt;
#Verklaar kort: &lt;br /&gt;
##soutirage &lt;br /&gt;
##ligase /react-text &lt;br /&gt;
##fermentatietechnieken met melk&lt;br /&gt;
##basisprinpice enzymwerking &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2015===&lt;br /&gt;
#Bespreek chocoladeproductie van cacaopod tot product, refereer over de hele cursus. &lt;br /&gt;
#Welke risico&#039;s zijn verbonden aan GM op vlak van voedsel? &lt;br /&gt;
#Bespreek de voor- en nadelen van het verwerken van levensmiddelen. &lt;br /&gt;
#Verklaar kort: &lt;br /&gt;
##inleggen  &lt;br /&gt;
##waarom bepaalde delen van de plant van van industrieel belang zijn &lt;br /&gt;
##post-ontgommen &lt;br /&gt;
##chaptalisatie &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 januari 2014 (VM)===&lt;br /&gt;
#Bespreek Pringles als voorbeeld van hyperindustrialisatie&lt;br /&gt;
#Vergelijk de Dioxine crisis en Coca Cola Crisis in tabelvorm &lt;br /&gt;
#Bespreek de extractiestap in de productie van Sojaolie in detail &lt;br /&gt;
#Korte vragen, korte antwoorden: &lt;br /&gt;
##Waarom worden groenten ingelegd? &lt;br /&gt;
##Wat is flavour?  &lt;br /&gt;
##Wat is tristearine?  &lt;br /&gt;
##Wat is Nuruk? &lt;br /&gt;
##Product&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2014 (VM)===&lt;br /&gt;
#Waarom is houdbaarheid belangrijk? Wat zijn de mogelijke manieren om houdbaarheid te bekomen? &lt;br /&gt;
#Bespreek het verband tussen vleesconsumptie en een duurzame voedselproductie.&lt;br /&gt;
#Winterisatie bij sojaolie &lt;br /&gt;
#Korte vragen, korte antwoorden:&lt;br /&gt;
##Wat is postabsorptieve verzadiging?  &lt;br /&gt;
##Wat is daidzeine?  &lt;br /&gt;
##Wat is het doel van tempereren?   &lt;br /&gt;
##waaruit is inuline opgebouwd?   &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 januari 2014 (NM)===&lt;br /&gt;
#Welke middelen heeft de levensmiddelenindustrie tot haar beschikking om te zorgen dat een levensmiddel de consument veilig bereikt? &lt;br /&gt;
#Vergelijk de essentiele elementen in de productie van bier, wijn en rijstwijn in tabelvorm.&lt;br /&gt;
#Bespreek de voor- en nadelen van verwerking van levensmiddelen.&lt;br /&gt;
#Korte vragen, korte antwoorden: &lt;br /&gt;
##Welk soort chemische reactie is de meest gekatalyseerde door enzymen in de levensmiddelenproductie? &lt;br /&gt;
##Wat is daidzeine?&lt;br /&gt;
##Welke doel heeft blancheren?&lt;br /&gt;
##Wat verstaan we onder het &#039;halo&#039;-effect? &lt;br /&gt;
##Geef de criteria van kwalilteit van een levensmiddel in dalende volgorde van belangrijkheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 januari 2014 (VM)===&lt;br /&gt;
#Waarom is houdbaarheid zo belangrijk en wat doet de mens om voor langere houdbaarheid te zorgen + voorbeelden&lt;br /&gt;
#Technologische oplossingen voor lactose-intolerantie &lt;br /&gt;
#Bespreek fermentatie bij cacaobonen &lt;br /&gt;
#Woordjes: &lt;br /&gt;
##postabsorptieve verzadiging, &lt;br /&gt;
##maischen, &lt;br /&gt;
##belangrijkste bestanddeel verzerkt kaas, &lt;br /&gt;
##doel maceration carbonique,&lt;br /&gt;
## duo/trio test (korte uitleg)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 januari 2014===&lt;br /&gt;
#ranzigheid komt veel voor in voeding. welke technologische oplossingen bestaan er voor dit probleem? &lt;br /&gt;
#wat is de werking van rennet? &lt;br /&gt;
#wat zijn de voor- en nadelen van de Atwaterfactoren? &lt;br /&gt;
#vijf termen:&lt;br /&gt;
##hoe is inuline opgebouwd? &lt;br /&gt;
##wat is de quetelet-index &lt;br /&gt;
##welke zijn de twee belangrijkste natuurlijke bronnen van sucrose? &lt;br /&gt;
##wat is melamine&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
===29 januari 2013=== &lt;br /&gt;
#Waarom is houdbaarheid belangrijk? Wat doet de mens om voor langere houdbaarheid te zorgen en geef hierbij voorbeelden. We geven steeds minder uit aan voeding. Dit lijkt onlogisch. Bediscussieer. Geef de voor- en nadelen van verwerking. &lt;br /&gt;
#Korte vragen, korte antwoorden &lt;br /&gt;
##Hoeveel van het voedsel in ons land is geÃ¯mporteerd  &lt;br /&gt;
##Wat is de dierlijke variant van zetmeel  &lt;br /&gt;
##Wat betekent hedonisch&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>SanderVanwing</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Biologie&amp;diff=1414</id>
		<title>Moleculaire Biologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.chemika.be/index.php?title=Moleculaire_Biologie&amp;diff=1414"/>
		<updated>2019-01-19T08:44:32Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;SanderVanwing: /* Examenvragen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Categorie:Bachelor Biochemie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vakinformatie==&lt;br /&gt;
Vak gedoceerd door Prof. J.Robben sinds september 2009, vroeger gedoceerd door Prof. M. De Ley. Mondeling examen. Sinds 2013 3 grote vragen en de vierde vraag is kort enkele woordjes of een tekening bespreken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Examenvragen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2019 NM===&lt;br /&gt;
#Gegeven een tabel van genetische code. Leg uit waarom de genetische code zowel een bevroren geval als een resultaat van evolutie is. &lt;br /&gt;
#Geef de verschillende structuren van DNA-bindende domeinen van transcriptie activators.&lt;br /&gt;
#Door welke mechanismen kunnen bij DNA-replicatie beide strengen simultaan gerepliceerd worden?&lt;br /&gt;
#Begrippen: Antiterminatie, Yeast 2 hybrid, tekening van polyadenylatie, herschikking van immunoglobulinegenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 januari 2019 VM===&lt;br /&gt;
#Geef de structuur en functie van prokaryote sigma-factor(en).&lt;br /&gt;
#Wat is alternatieve splicing? Wat is de functie voor de cel? Geef een concreet voorbeeld.&lt;br /&gt;
#Welk probleem treedt er op bij replicatie van lineair DNA? Hoe lost de cel dit op?&lt;br /&gt;
#Begrippen: S1-mapping, tekening van G-C binding, eIF2a, holiday-junctie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===24 augustus 2018===&lt;br /&gt;
#Bespreek de gelijkenissen en verschillen bij prokaryote en eukaryote promotors die betrekking hebben op eiwit genen. (dus alleen Class 2 voor eukaryoten) &lt;br /&gt;
#Bespreek RNA-splicing. intron-herkenning, mechanisme, factoren, enzymen,... &lt;br /&gt;
#Wat is homologe recombinatie? Wat is het werkingsmechanisme? Welke eiwitten zijn erbij betrokken?&lt;br /&gt;
#begrippen: Riboswitch, tekining Kozak sequentie, telomerase en cDNA-cloning (dit is vanaf mRNA naar DNA gaan om het in een vector in te bouwen, staat voor complementair DNA)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===29 januari 2018 VM===&lt;br /&gt;
#Welke rol spelen prokaryote sigma-factor(en) bij de transcriptie? Bespreek hun structuur en functie. (mondeling)&lt;br /&gt;
#Hoe kan men experimenteel de transcriptie-start van een gen bepalen voor een bepaalde promoter?&lt;br /&gt;
#Replicatie van lineair DNA (niet-circulair) met DNA polymerase vormt een probleem voor de cel. Wat is dit probleem? Hoe lost de cel dit probleem op?&lt;br /&gt;
#Begrippen: Riboschakelaar (riboswitch), cDNA-kloning, tekening van kozaksequentie, RecBCD reactieweg (mondeling)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===22 januari 2018 VM===&lt;br /&gt;
#Wat zijn histonen? Hoe zijn ze betrokken in de genexpressie? Bespreek het moleculaire niveau.&lt;br /&gt;
#Structuur en functie van catabolic activatior protein (cap)&lt;br /&gt;
#Waaorom past immunoglobine bij het hoofdstuk over transpositie?&lt;br /&gt;
#Begrippen: mRNA cap, tekening van backtracking, oriC, sanger-methode&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2018 NM===&lt;br /&gt;
#Met welke methode kun je op experimentele wijze de relatieve hoeveelheid van mRNA aantonen? &lt;br /&gt;
#Wat is alternative splicing? Wat is de functie voor de cel? Geef een concreet voorbeeld.&lt;br /&gt;
#Geef het mechanisme van translatie elongatie bij prokaryoten.&lt;br /&gt;
#Begrippen: Lacoperon met 3operatoren en CAPsite, Leu-zipper, peptidyltransfer en retrotransposon&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2018 NM===&lt;br /&gt;
#Geef de verschillen bij transcriptie initiatie tussen prokaryoten en eukaryoten.&lt;br /&gt;
#Geef de verschillende mogelijkheden voor transcriptie terminatie bij prokaryoten en eukaryoten.&lt;br /&gt;
#Wat is de functie van RuvC bij de Holliday Junction? Maak een schets en beschrijf het mechanisme.&lt;br /&gt;
#Begrippen: Sanger Sequencing, Zn-vingers, U2 (SNRNP), stopcoconsupressie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2018 VM===&lt;br /&gt;
#Wat is alternatieve splicing? Hoe werkt het en wat is de functie ervan. Geef een concreet voorbeeld. (Mondeling)&lt;br /&gt;
#Leg op moleculair niveau translatie-elongatie cyclus uit bij prokaryoten. (Schriftelijk)&lt;br /&gt;
#Welke transposons komen voor bij zoogdieren. Leg bondig uit hoe die eruit zien. Hoe frequent komt dit voor bij mensen?(Schriftelijk)&lt;br /&gt;
#Begrippen: DNA-footprinting, figuur zink vinger, polysoom, Holliday junctie (Mondeling)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===6 september 2017 NM===&lt;br /&gt;
#Bespreek de effecten van arabinose en glucose op de expressie van het ara-operon. Verduidelijk de onderliggende mechanismen.&lt;br /&gt;
#Bespreek de opvouwing van nucleair DNA bij eukaryoten en bespreek de effecten op de genexpressie. &lt;br /&gt;
#Het Ds en Ac mechanisme bij maïs uitleggen. Waarom was deze wetenschappelijke ontdekking zo belangrijk?&lt;br /&gt;
#Begrippen: figuur Zn-vinger, polysoom, Shine-Dalgarno box, klem lader (clamp loader)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 augustus 2017 VM===&lt;br /&gt;
#Structuur, biosynthese en functie van cap bij mRNA van eukaroyten. Hoe zit het bij 5&#039;-uiteinde van prokaroyten?&lt;br /&gt;
#Welke methode(n) worden gebruikt voor het bepalen van de relatieve hoeveelheid van specifiek mRNA? Leg de werkwijzen uit.&lt;br /&gt;
#Wat is homologe recombinatie? Welke moleculaire processen vinden plaats en welke eiwitten zijn betrokken?&lt;br /&gt;
#Begrippen: Leu-zipper, nucleosoom, startcodon met kozak sequentie, dubbelstrengbreuk&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===30 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
#Bespreek alternatieve splicing. Hoe werkt het en geef een concreet voorbeeld.&lt;br /&gt;
#Tabel van codons. Leg uit: dit wijzigt nooit maar toch is er sprake van evolutie. &lt;br /&gt;
#Het Ds en Ac mechanisme bij maïs uitleggen. Waarom was deze wetenschappelijke ontdekking zo belangrijk?&lt;br /&gt;
#Begrippen: DNA footprint, resolvase, Zink finger (op de tekening staan 3 zink fingers), polysoom&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===23 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
#Bespreek aan de hand van een figuur het trombonemodel van DNA-replicatie. Welke moleculaire structuren en processen van de DNA-replicatie komen in dit model naar voor.&lt;br /&gt;
#Bespreek de structuur, functie en regulatie van de prokaryote sigma-factor(en).&lt;br /&gt;
#Op welke experimentele manier kun je de transcriptiestart met een gegeven promotor bepalen. &lt;br /&gt;
#Begrippen:&lt;br /&gt;
#*enhancer&lt;br /&gt;
#*cDNA kloning&lt;br /&gt;
#*figuur van heatshock gen&lt;br /&gt;
#*RecBCD-reactieweg&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===20 januari 2017===&lt;br /&gt;
#transcriptie terminatie bij pro en eukaryoten uitleggen&lt;br /&gt;
#bespreek mRNA Cap-structuur bij eukaryoten (biosynthese, structuur, functie) en vergelijk met prokaryoten&lt;br /&gt;
#welke moleculaire processen helpen bij de start van translatie bij eukaryoten. (start van matuur mRNA)&lt;br /&gt;
#begrippen&lt;br /&gt;
#*enhancer&lt;br /&gt;
#*yeast two hybrid method&lt;br /&gt;
#*tRNA mimicry&lt;br /&gt;
#*herschikking van immunoglobinegenen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 januari 2017 NM===&lt;br /&gt;
#Hoe wordt het ara operon gereguleerd?&lt;br /&gt;
#Hoe beinvloeden histonen de genexpressie?&lt;br /&gt;
#Wat heeft immunoglobuline met transpositie te maken?&lt;br /&gt;
#begrippen&lt;br /&gt;
#*Sanger sequencing&lt;br /&gt;
#*zinkvinger (afbeelding)&lt;br /&gt;
#*polysoom&lt;br /&gt;
#*beta-klemlader&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 januari 2017 NM===&lt;br /&gt;
#Scanningscomplex van translatie initiatie bij eukaryoten&lt;br /&gt;
#Methoden om binding van eiwitten aan DNA te bestuderen&lt;br /&gt;
#recA welke functies en werking&lt;br /&gt;
#begrippen&lt;br /&gt;
#*sanger sequencing&lt;br /&gt;
#*tekening zink vingers&lt;br /&gt;
#*U2 snRNP&lt;br /&gt;
#*stopcodonsuppressie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 januari 2017 VM===&lt;br /&gt;
#telomeren&lt;br /&gt;
#transcriptie bij eukaryoten&lt;br /&gt;
#intron/extron splicing&lt;br /&gt;
#begrippen&lt;br /&gt;
#*cDNA&lt;br /&gt;
#*enhancer&lt;br /&gt;
#*tekening RNA mimicry&lt;br /&gt;
#*recombinatie bij hemoglobine&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 aug 2016 NM===&lt;br /&gt;
#Bespreek de regulatie  van het Trp operon. Wat wordt er bedoelt met attenuatie?&lt;br /&gt;
#Genetische code is onveranderlijk, maar evolutie laat wel sporen na. Verklaar. (tabel met DNA codons gegeven)&lt;br /&gt;
#Wat is homologe recombinatie? Wat zijn de moleculaire stappen in dit proces?  Welke zijn de belangrijkste eiwitten?&lt;br /&gt;
#Woordjes: &lt;br /&gt;
#*Sanger methode&lt;br /&gt;
#*Tekening Zinkvinger&lt;br /&gt;
#*histonacetyltransferase HAT&lt;br /&gt;
#*DNA-mismatch repair&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Bespreek opvouwing bij eukaryoot DNA en de invloed op de genexpressie&lt;br /&gt;
#Vergelijk translatie-intitiatie bij prokaryoten en eukaryoten&lt;br /&gt;
#Er is een probleem bij de replicatie van lineair DNA. Bespreek en wat kunnen we hieraan doen.&lt;br /&gt;
#Woordjes: Figuur 8.18, epitoop tagging, mRNA-cap, suppressor-tRNA&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===25 januari 2016===&lt;br /&gt;
#trp en attenuatie&lt;br /&gt;
#chromatinestructuur&lt;br /&gt;
#translatie initiatie eukaryoten + regulatie&lt;br /&gt;
#Woordjes: &lt;br /&gt;
#*foto footprinting&lt;br /&gt;
#*cap mRNA&lt;br /&gt;
#*base-excinsieherstel&lt;br /&gt;
#*retrotransposons&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===18 januari 2016 VM===&lt;br /&gt;
#Geef de structuur, functie, biosynthese van de 5&#039; cap en vergelijk dit met het 5&#039; einde van de prokaryoten.&lt;br /&gt;
#Bespreek de gelijkenissen en verschillen tussen pro- en eukaryoot RNA-polymerases.&lt;br /&gt;
#Wat is homologe recombinatie, welke moleculaire stappen vinden hierbij plaats en wat zijn de belangrijkste eiwitten die hierin meespelen.&lt;br /&gt;
#Woordjes: &lt;br /&gt;
#*Sanger-sequencing&lt;br /&gt;
#*Foto van antiterminatie â€“ terminatie&lt;br /&gt;
#*Nucleosoom&lt;br /&gt;
#*DNA-mismatch repair&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===15 januari 2016 NM===&lt;br /&gt;
#Leg aan de hand van een tekening uit wat het trombone effect is en welke moleculaire structuren en functies worden hier in dit mechanisme samen getrokken.&lt;br /&gt;
#Verklaar met een schema hoe de lysogene cyclus ontstaat bij faag lamba infectie van een E.Coli. Hoe behoud men dee lysogene cyclus en hoe kan deze worden verbroken.&lt;br /&gt;
#Geef de structuur, functie, biosynthese van de 5&#039; cap en vergelijk dit met het 5&#039; einde van de prokaryoten;&lt;br /&gt;
#Kleine vraagjes: &lt;br /&gt;
#*Tekening van lac operon met O1 O2, O3 en CAP en RNAP bindingsplaatsen.&lt;br /&gt;
#*Leu-zipper&lt;br /&gt;
#*Peptidyltransferase&lt;br /&gt;
#*Retrotransposons&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 januari 2016 NM===&lt;br /&gt;
#Welke experimentele methoden ken je om de interactie tussen dna en eiwit te bestuderen en hoe werken ze.&lt;br /&gt;
#Bespreek transcriptie van eukaryote rna polymerase 2 en de factoren die hierin meespelen. &lt;br /&gt;
#BacteriÃ«le transposons, hoe werken ze en wat zijn voor- en nadelen.&lt;br /&gt;
#Woordjes: &lt;br /&gt;
#*Northern blotting&lt;br /&gt;
#*wobble base paring&lt;br /&gt;
#*u6&lt;br /&gt;
#*en zo die haarspeld van heatshok&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 januari 2016===&lt;br /&gt;
#Terminatie van transcriptie bij prokaryoten&lt;br /&gt;
#Functie en structuur van de C-terminaal van eukaryoot RNA pol II&lt;br /&gt;
#Terminatie en hervatting bij eukaryoten ribosomen&lt;br /&gt;
#Woordjes: &lt;br /&gt;
#*S1 mapping&lt;br /&gt;
#*RNA-DNA hybride met intron&lt;br /&gt;
#*eIF2 alfa&lt;br /&gt;
#*Holliday junctie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===26 januari 2015===&lt;br /&gt;
#5&#039;cap structuur, biosynthese en functie en vergelijken met 5&#039; van prokaryote mRna&lt;br /&gt;
#catabolic activator protein structuur en functie&lt;br /&gt;
#wat is het probleem bij replicatie van lineair dna en hoe lost de cel dit op &lt;br /&gt;
#tekening van lac operon (met de 3 operonen, structuur repressor uitleggen); enhanceosoom; peptidyl transfer; en v(d)j-recombination &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===14 januari 2015===&lt;br /&gt;
#verschillen en gelijkenissen tussen rna polymerase van prokaryoten en eukaryoten&lt;br /&gt;
#alternatieve splitsing, ook een voorbeeld ervan geven&lt;br /&gt;
#genconversie uitleggen aan de hand van een figuur&lt;br /&gt;
#woordjes: abortieve transcriptie, tekening van het trombone model, aminoacyl trna synthetase en cdna kloning&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2015 (NM)===&lt;br /&gt;
#Hoe kun je de binding tussen dna en eiwitten bestuderen &lt;br /&gt;
#Splicing &lt;br /&gt;
#RecBCD &lt;br /&gt;
#begrippen: sanger sequencing, zinkvingers afbeelding, histonmodelering, eif4e&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===12 januari 2015 (VM)===&lt;br /&gt;
#transcriptie-initiatie&lt;br /&gt;
#translate-elongatie&lt;br /&gt;
#transposons bacterie&lt;br /&gt;
#woordjes: anti-sigmafactor, epitoop tagging, splicingfiguur en genvonversie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 jan 2015===&lt;br /&gt;
#Bespreek de Trp operon regulatie. Wat is attenuatie?&lt;br /&gt;
#Geef de histonen en hun modificaties + het gevolg van deze modificaties op de genexpressie.&lt;br /&gt;
#Wat is V(D)J recombinatie en wat is het biologisch nut ervan?&lt;br /&gt;
#Kleine vragen:&lt;br /&gt;
#*Afbeelding van een Zn-Vinger&lt;br /&gt;
#*Wat is een replisoom?&lt;br /&gt;
#*Wat is stopcodon supressie.&lt;br /&gt;
#*Bespreek de beta klemlader.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===3 september 2014===&lt;br /&gt;
# Bespreek de effecten van arabinose en glucose op de expressie van het ara-operon. Verduidelijk de onderliggende mechanismen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de moleculaire processen die leiden tot het starten van de translatie bij eukaryoten (vertrekkende van matuur mRNA in het cytosol).&lt;br /&gt;
#* Op welke wijze(n) kan de cel deze translatie-initiatie regelen?&lt;br /&gt;
# Wat is homologe recombinatie? Wat zijn de moleculaire stappen in dit proces? Welke zijn de belangrijkste eiwitten?&lt;br /&gt;
# Termen:&lt;br /&gt;
#* Northern Blotting&lt;br /&gt;
#* topoisomerase&lt;br /&gt;
#* alternatieve splicing&lt;br /&gt;
#* RNA splicing afbeelding uitleggen (halverwege de splicing met de lariaat reeds gevormd.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===28 Augustus 2014===&lt;br /&gt;
# Bespreek de regulatie van het trp operon. Wat wordt er bedoeld met attenuatie?&lt;br /&gt;
# Bespreek op moleculair niveau de translatie elongatie cyclus bij prokaryoten.&lt;br /&gt;
#* Hoe wordt deze cyclus afgebroken? (terminatie)&lt;br /&gt;
# Wat is genconversie? Hoe algemeen komt dit voor?&lt;br /&gt;
# Termen:&lt;br /&gt;
#* DNA footprinting&lt;br /&gt;
#* telomerase&lt;br /&gt;
#* Rollende cirkel replicatie&lt;br /&gt;
#* RNA splicing afbeelding uitleggen (halverwege de splicing met de lariaat reeds gevormd.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===27 januari 2014 (voormiddag)===&lt;br /&gt;
# hoe eiwitten ontdekken op DNA? meerder manieren (footprinting en nucleosoompositionering en hij vroeg dan nog naar CAP)&lt;br /&gt;
# waar zorgen histonen voor bij DNA en aanpassingen?&lt;br /&gt;
# translatie initiatie bij eukaryoten en geef de dingen die daarbij kunnen &lt;br /&gt;
# woordjes:&lt;br /&gt;
#*antiterminatie&lt;br /&gt;
#*ticketing hypothese ofzoiets&lt;br /&gt;
#*BER&lt;br /&gt;
#*van die eiwitten iets met die herschikkingen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===17 jan 2014 (namiddag)===&lt;br /&gt;
#bespreek de terminatie mechanismen bij prokaryoten&lt;br /&gt;
#bespreek de translatie elongatie cyclus&lt;br /&gt;
#bespreek RNA splicing&lt;br /&gt;
#woordjes: S1 mapping, enhancer, amino acetyl tRNA syntethase, genconversie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===16 jan 2014 (namiddag)===&lt;br /&gt;
# Bespreek de structuur en functie van kataboliet activerend proteÃ¯ne (CAP)&lt;br /&gt;
# Bespreek de invloed van histonen en hun modificaties op genexpressie&lt;br /&gt;
# Tijdens de replicatie van lineair DNA is er een probleem. Hoe lost de cel dit op?&lt;br /&gt;
# Leg uit: &lt;br /&gt;
#* nucleaire receptoren&lt;br /&gt;
#* polyadenylatiesignalen&lt;br /&gt;
#* stopcodonsuppressors&lt;br /&gt;
#* bacteriÃ«le transposons&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2014 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
# Geef de structuur en functies van de sigma(factoren) bij RNA polymerase van prokaryoten.&lt;br /&gt;
# Leg uit wat de structuur en functies zijn van het C terminale domein van eukaryotisch RNA polymerase II.&lt;br /&gt;
# De genetische code kan niet gewijzigd worden, toch zijn er sporen van evolutie. Bespreek deze stelling adhv de figuur. Gegeven figuur : tabel van alle mogelijke codons voor de verschillende aminozuren&lt;br /&gt;
# Verklaar binnen de aangegeven ruimte:&lt;br /&gt;
#* Epitoop tagging&lt;br /&gt;
#* Type II introns&lt;br /&gt;
#* Kozak sequentie &lt;br /&gt;
#* Holliday-verbinding&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 jan 2014 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
# Transcriptie initiatie bij prokaryoten&lt;br /&gt;
# Splicing&lt;br /&gt;
# Leg uit:  &lt;br /&gt;
#*A-DNA  &lt;br /&gt;
#*Southern blotting &lt;br /&gt;
#*HAT &lt;br /&gt;
#*eIF4E&lt;br /&gt;
# Homologe recombinatie (enkel schriftelijk)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===13 jan 2014 (voormiddag)=== &lt;br /&gt;
# bespreek invloed glucose en arabinose op ara-operon + onderligende moleculaire mechanismen&lt;br /&gt;
# mRNA cap: bespreek de biosynthese, functie, vergelijk met 5&#039; prokaryoot&lt;br /&gt;
# wat hebben transposons en antilichamen gemeen? licht toe&lt;br /&gt;
# leg uit: &lt;br /&gt;
#*rho&lt;br /&gt;
#*zinkvinger&lt;br /&gt;
#*peptidyltransferase&lt;br /&gt;
#*splicingsignalen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 28 jan 2013(voormiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Geef de verschillen en gelijkenissen tussen de regulaire van lac- en trp-operon.&lt;br /&gt;
# Bespreek hoe eukaryote ribosomen transcriptie temineren en hervatten.&lt;br /&gt;
# Verklaar binnen de aangegeven ruimte:&lt;br /&gt;
#* cDNA kloning&lt;br /&gt;
#* Figuur van polyadenyleringscomplex&lt;br /&gt;
#* Heat shock response&lt;br /&gt;
#* Rolling circle replicatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 jan 2012(voormiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Structuur en functie van de CTD bij eukaryoot RNA-polymerase II beschrijven.&lt;br /&gt;
# Sanger-methode voor sequentie-analyse bespreken.&lt;br /&gt;
# Verklaar binnen de aangegeven ruimte:&lt;br /&gt;
#* Zinkvinger&lt;br /&gt;
#* Ribozyme&lt;br /&gt;
#* Tekening van tRNA-mimicry&lt;br /&gt;
#* Telomerase&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 jan 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
idem 18 januari 2010&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 jan 2011 (namiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe lactose en glucose het lac operon beÃ¯nvloeden&lt;br /&gt;
# Gen activiteit bij eukaryoten kan geanalyseerd worden aan de hand van DNase activiteit. &lt;br /&gt;
#* Leg uit &lt;br /&gt;
#* hoe doet men dit experimenteel&lt;br /&gt;
# Verklaar binnen de aangegeven ruimte &lt;br /&gt;
#* lariat &lt;br /&gt;
#* eIF2 alfa &lt;br /&gt;
#* wobble &lt;br /&gt;
#* tekening van rolling circle replicatie (tekening van faag lamda)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 jan 2011 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Bespreek structuur en functie van prokaryoot RNA-polymerase (holoÃ«nzym)&lt;br /&gt;
# Maak een vergelijking tussen translatie-initiatie bij prokaryoten en eukaryoten&lt;br /&gt;
# Verklaar:&lt;br /&gt;
#* Lysogenie&lt;br /&gt;
#* Histon H1&lt;br /&gt;
#* RT-PCR&lt;br /&gt;
#* Fig. 21.34 (onderste deel alleen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 29 jan 2010 (voormiddag) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Bespreek transcriptie-initiatie bij prokaryoten.&lt;br /&gt;
# Fig 21.18&lt;br /&gt;
# Bespreek kort:&lt;br /&gt;
#* C-waardeparadox&lt;br /&gt;
#* Kozak-sequentie&lt;br /&gt;
#* Epitope tagging&lt;br /&gt;
#* EF-Tu&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 jan 2010 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Bespreek het scanning-model bij eukaryote translatie-initiatie.&lt;br /&gt;
# Welke methode(s) ken je om de transcriptiestartplaats / het 5&#039; einde te bepalen?&lt;br /&gt;
# Bespreek kort:&lt;br /&gt;
#* Riboswitch&lt;br /&gt;
#* TATA&lt;br /&gt;
#* Zinkvinger&lt;br /&gt;
#* Figuur met vorming thÃ¨ta-structuur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 18 jan 2010 ===&lt;br /&gt;
# Geef de overeenkomsten en verschillen tussen pro- en eukaryote promoters.&lt;br /&gt;
# Bespreek fig. 14.27&lt;br /&gt;
# bespreek kort:&lt;br /&gt;
#* Ribosoombindingsplaats&lt;br /&gt;
#* Moleculaire mimicrie&lt;br /&gt;
#* RACE&lt;br /&gt;
#* beta-clamp&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 11 jan 2010 ===&lt;br /&gt;
# Bespreek de structuur en functie van prokaryoot RNA-polymerase(holoënzyme)&lt;br /&gt;
# Maak een vergelijking tussen translatie-initiatie bij pro-en eukaryoten.&lt;br /&gt;
# bespreek kort:&lt;br /&gt;
#* lysogenie&lt;br /&gt;
#* H1 histonen&lt;br /&gt;
#* RT-PCR&lt;br /&gt;
#* Fig 21.34&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 19 jan 2009 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Bespreek terminatie bij prokaryote transcriptie.&lt;br /&gt;
# RNA-editing&lt;br /&gt;
# fig 4.11&lt;br /&gt;
Kaartjes:&lt;br /&gt;
# Zink-vinger&lt;br /&gt;
# Nick-translatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 jan 2009 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Bespreek de methode van S1 mapping (5&#039; en 3&#039; einde) en primer extension.&lt;br /&gt;
# Structuur prokaryotisch RNA polymerase en bespreking sigma als specificiteitsfactor.&lt;br /&gt;
# fig. 14.1&lt;br /&gt;
Kaartjes:&lt;br /&gt;
# Bespreek MCS, valspositieven en directioneel klonen.&lt;br /&gt;
# Plaatsgerichte mutagenese.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 15 jan 2009 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# DNA:&lt;br /&gt;
#* Bespreek A, B en Z DNA (ook helemaal hoe DNA wordt opgebouwd).&lt;br /&gt;
#* Hoe kan het G-C gehalte van DNA bepaald worden.&lt;br /&gt;
# Bespreek de eukaryotische polymerases.&lt;br /&gt;
# Figuur van pBR322 bespreken.&lt;br /&gt;
Kaartjes:&lt;br /&gt;
# Zink-vinger&lt;br /&gt;
# fig 9.7&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jan 2008 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Plaats gerichte mutagenese.&lt;br /&gt;
# Trp operon.&lt;br /&gt;
# Stom figuur van dnase hypergevoeligheid bij actief/inactief dna.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 jan 2008 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Bespreek DNA fingerprinting en typing (+toepassingen en detectie)&lt;br /&gt;
# Bespreek de lytische reproductiecyclus van faag lambda.&lt;br /&gt;
# Foto van RNA editing.&lt;br /&gt;
Kaartjes: &lt;br /&gt;
# Figuurke van 30nm vezel van chromatine en dan zo verwijderen van histonen om dubbelstreng DNA te krijgen en dan nick van DNA.&lt;br /&gt;
# Verschil tussen DNase en DMS footprinting.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 21 jan 2008 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# S1 mapping ( 3&#039; en 5&#039;) + primer extension (verschillen, voor-en nadelen)&lt;br /&gt;
# Alles over prokaryotisch RNApol (subeenheden, functies, experimenten met sigmafactor + virussentranscriptie, ...)&lt;br /&gt;
# figuur: Intron-exon met die lus-structuur (vraagt ook hoe ge da beeld bekomt via EM)&lt;br /&gt;
Kaartjes:&lt;br /&gt;
# Merodiploid: constitutieve operator.&lt;br /&gt;
# ProteÃ¯ne - dna interactie figuur (met die helix-turn-helix).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 17 jan 2008 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Expressievectoren.&lt;br /&gt;
# Acetylatie en deacetylatie (+Histone acetyltransferase cloning of zoiets).&lt;br /&gt;
# fig 9.14 (vierde editie)&lt;br /&gt;
Kaartjes:&lt;br /&gt;
# Epitope tagging&lt;br /&gt;
# fig 13.10&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 14 jan 2008 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Bespreek het trp operon.&lt;br /&gt;
# Bespreek site-directed mutagenesis.&lt;br /&gt;
# vul tekening van DNAse hypersensitivity verder aan. Bespreek de gebruikte technieken.&lt;br /&gt;
Kaartjes:&lt;br /&gt;
# Zo&#039;n schematje van een merodiploid van het lac operon.&lt;br /&gt;
# De C-waarde paradox.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 26 jan 2007 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Prokaryoot RNApolymerase en sigma.&lt;br /&gt;
# Figuur van RNAlooping.&lt;br /&gt;
# S1mapping en primer extension.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jan 2007 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Transcriptieterminatie bij prokaryoten.&lt;br /&gt;
# RNAediting.&lt;br /&gt;
# Figuur van pBluescript.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 25 jan 2007 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Reassociatie kinetica.&lt;br /&gt;
# Alles over chromatine en H1.&lt;br /&gt;
# Foto: P22 en 434 (lambda operator/repressor interacties).&lt;br /&gt;
Kaartjes:&lt;br /&gt;
# Bespreek de sigmacyclus.&lt;br /&gt;
# DNA transcriptie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 jan 2007 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Bespreek S1 mapping(zowel 3&#039;als 5&#039;einde) en primer extension.&lt;br /&gt;
# Bespreek de structuur van de prokarytische RNApolymerase en ook sigma als specifiteitsfactor.&lt;br /&gt;
# Foto van R-looping experiment.&lt;br /&gt;
Kaartjes: &lt;br /&gt;
# Plaque hybridisatie.&lt;br /&gt;
# Dnase(1)-hypergevoeligheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 jan 2007 (De Ley)===&lt;br /&gt;
# Geef de verschillende methoden voor expressie van gekloonde genen(inbegrepen fusieproteÃ¯nen en hun zuivering).&lt;br /&gt;
# Bespreek de acetylering en deacetylering van histonen (bespreek ook het kloneringsexperiment van histon-acetyl-transferase).&lt;br /&gt;
# Figuur 9.17 pag. 258 bespreken.&lt;br /&gt;
Kaartjes:&lt;br /&gt;
# Vergelijk DNase footprinting met gel mobility shift. Zijn er specifieke voordelen van de ene techniek tov. de andere.&lt;br /&gt;
# Figuur 9.18a pag 259 bespreken.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>SanderVanwing</name></author>
	</entry>
</feed>