Microbiologie: verschil tussen versies

Uit Chemika Examenwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Marie (overleg | bijdragen)
R0856695 (overleg | bijdragen)
 
(62 tussenliggende versies door 30 gebruikers niet weergegeven)
Regel 1: Regel 1:
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]
==Vakinformatie==
==Vakinformatie==
Microbiologie wordt tegenwoordig in het tweede jaar gegeven. Vroeger was dit het derde jaar. Ook verhuisd van tweede naar eerste semester. Wordt gevolgd door studenten biologie en biochemie. Gedoceerd door Prof. Joris Winderickx. Mondeling examen. Practicum wordt geëvalueerd via een examen practicumsessie.
Microbiologie wordt tegenwoordig in het tweede jaar gegeven. Vroeger was dit het derde jaar. Ook verhuisd van tweede naar eerste semester. Wordt gevolgd door studenten biologie en biochemie. Gedoceerd door Prof. Joris Winderickx. Normaal mondeling examen, wegens COVID toch schriftelijk. Practicum wordt geëvalueerd via een één verslag over al de practicumsessies.
 
Vanaf 2025-2026: Prof Govers neemt H2-H5 over, maakt de helft van examen
Vanaf 2026-2027: Prof Govers doceert heel het vak
 
==Examenvragen==
==Examenvragen==
===9 Januari 2026===
Prof Govers:
#Bespreek Beta Lactam antiobiica. Wat is de oorsprong, de werking en de relevantie? Hoe kunnen bacteriën hier resistentie tegen opbouwen? (Voor en achterkant)
#Bespreek volgende termen bonding(Voorkant voor 3 termen)
##Lipide II
##Polyenen
##ABC Transporters
Prof Winderickx:
#Wat weet je over reuzevirussen, welke Baltimore klasse zou jij ze geven?(Voor en achterkant)
#Bespreek volgende termen bonding(Voorkant voor 3 termen)
##Comammox
##Evolutionaire Chronometers (+Criteria)
##Primaire Consumenten
===4 September 2025===
#Bespreek reuzevirussen /5
#Leg de stikstoffixatie uit /5
#Verklaar de volgende termen: /4
#*Profaag
#*Viroid
#*Archaellum
#*Evolutionaire chronometers + criteria
#*Wateractiviteit + formule
#*Syntrofie
#*Hydrogenosoom + reactie
#*LPS
===22 januari 2025===
#Bespreek de structuur van endosporen en leg de sporulatiecyclus en de rol ervan uit. /5
#(A)leg de werking van restrictie-modificatie systeem en het CRISPR-cas mechanisme uit. (B) leg het belang van deze mechanismen op het ecosysteem uit. /5
#Verklaar de volgende termen: /4
#*Phycobillisomen + organismen
#*Viroid
#*Sparonose? (Sapronose?)
#*Evolutionaire chronometers + criteria
#*Viraal tegument
#*Commensalisme
#*Syntrofie
#*Hydrogenosoom + reactie
===10 januari 2025===
#Vergelijk de structuur en functie van het bacteriële cytoplasmamembraan met die van Archaea. /5
#(A)Bacteriën delen door binaire splijting. Wat weet je over het divisoom? Hoe vindt de cel het centrum? (B) Welke parameters kan men afleiden uit een groei curve? /5
#Verklaar de volgende termen: /4
#*latente virus infectie
#*HxNy (influenza)
#*mutualisme
#*amphixenose
#*Crabtree-effect
#*Bacteriële Hfr cellen
#*Anammox
#*Virofaag
===25 januari 2024===
#(A)Bacteriën delen door binaire splijting. Wat weet je over het divisoom? Hoe vindt de cel het centrum? (B) Welke parameters kan men afleiden uit een groei curve? /5
#Leg de stikstofcyclus uit en meer specifiek nitrosificatie/nitrificatie. (.../5)
#Verklaar volgende termen: (.../4)
#*latente virale infectie
#*HxNy(influenza)
#*mutualisme
#*O-antigen
#*amphixenose
#*Crabtree-effect
#*Lofotriech
#*Bacteriële Hfr cellen
=== 12 januari 2024 ===
#Bacteriën kunnen zich verweren tegen virale infecties dmv restrictie-modificatie systeem en het CRISPR-Cas mechanisme, leg beide mechanismen uit. (.../5)
#Leg de stikstofcyclus uit en meer specifiek stikstoffixatie. (.../5)
#Verklaar volgende termen: (.../4)
#*MIC
#*Anthropozoönose
#*Pasteur-effect
#*Persistente virale infectie
#*Mesodiaminopimelinezuur
#*Syntrofie
#*Cirri
#*Peplomeren
===21 augustus 2023===
# Wat weet je over mega- of reuzevirussen? (Giant viruses) Tip: je moet uit meerdere hoofdstukken iets geven
# Bespreek de celwand van gram+ en gram- bacteriën en van Archaea. Teken zeker de polysaccharideketens. Welke Bacteria en Archaea bezitten geen celwand?
# Begrippen: anammox, viraal tegument, hydrogenosoom (+reactie), H1N1 (influenza), evolutionaire chronometers, glycocalyx, commensalisme, anthroponose
=== 24 Januari 2023 ===
(A) Bacteriën kunnen zich verweren tegen virale infecties dmv restrictie-modificatie systeem en het CRISPR-Cas mechanisme, leg beide mechanismen uit. (B) Welke invloed heeft dit op het ecosysteem? /5
Detoxificatiemechanismen van zuurstof bij micro-organismen. /5
verklaar volgende termen en geef het verband/verschil:
*MIC en fenolcoëffiënt
*Fimbriae en cirri
*commensalisme en mutualisme
*virulente virussen en getemperde virussen
*watercoëfficiënt en compatable solute
*Nitrificatie en anammox
*anaerobe respiratie en fermentatie
*Zoönose en anthroponose
=== 13 Januari 2023 ===
#(A)Bacteriën delen door binaire splijting. Wat weet je over het divisoom? Hoe vindt de cel het centrum? (B) Welke parameters kan men afleiden uit een groei curve? /5
#Waarom is het makkelijker om een antibacterieel middel te maken dan een antiviraal middel? Gegeven dat het een RNA-Virus is, op welke doelwitten zou een antiviraal middel kunnen inwerken? Hoe kan je testen of je antiviraal middel effectief is? /5
#verklaar volgende termen:
#*cilia
#*amensalisme
#*hydrogenosoom(+reactie)
#*MIC
#*Wateractiviteit
#*amphixenose
#*Viroide
#*persistente infectie
=== 25 Januari 2022 ===
Hoe worden micro-organismen resistent? Welke mechanismen zorgen ervoor dat ze resistent zijn? Hoe wordt dit overgedragen? Is dit species-specifiek? /5
Bespreek de bouw en werking/functie van prokaryote flagellen (Gram neg., gram pos. en Archaea). Vergelijk ook met eukaryote flagella. Bespreek fototaxis en verklaar hoe dit voordeel geeft in een ecosysteem. /5
Stelling juist/fout + verklaar /4
*Geen enkele bacterie (Bacteria + Archaea) kan leven zonder celwand
*Een hydrogenosoom komt voor bij prokaryoten en oxideert pyruvaat tot AcCoA.
*Decimale reductietijd neemt af bij toenemende verhittingstemperatuur
*B-lactam werkt alleen op gram+
*Bij een persistente infectie wordt de gastheercel vernietigd.
*Stikstoffixatie komt vooral voor in anoxygene condities
*Chemolithotrofen halen hun energie uit fermentatie met substraatfosforylatie
*Cyanobacteriën hebben phycobillisomen voor optimale lichtcaptatie
=== 17 januari 2022 ===
#Leg de Baltimore-classificatie schematisch uit en verklaar op basis van wat deze gebaseerd werd. Hoe zou je een antiviraal middel maken voor Hepadnavirussen en op welke processen zou dit kunnen inwerken? Hoe kan je testen of dit middel effectief is?
#Vergelijk de celwand van Archaea en grampositieve bacteriën door een gedetailleerde tekening te geven van de polysaccharideketen. Geef verschillende methodes om deze organismen van elkaar te scheiden.
#Begrippen: Leg ze apart uit en geef gelijkenissen en verschillen.
#*anammox - denitrificatie
#*cirri - fimbrae
#*fermentatie - anaerobe respiratie
#*persistente infectie - latente infectie
=== 21 augustus 2021 ===
#Waarom is het makkelijker om een antibacterieel middel te maken dan een antiviraal middel? Waar bij een RNA-virus zou een antiviraal middel inwerken? Hoe kan je testen of je antiviraal middel effectief is?
#Vergelijk de celwand van Gram negatief en positief aan de hand van tekeningen, vergelijk ook met celwand van eukaryoten en archaea. Hoe kan je Gram positief en Gram negatief onderscheiden, geef verschillende methodes.
#Begrippen
#*amensalisme - commensalisme
#*wateractiviteit
#*cycloheximide
#*teichoïnezuur
#*persistente en latente infectie
#*MIC en fenolcoëfficient
#*Cirri
#*hydrogenosoom
=== 15 januari 2021 NM ===
#Bespreek de bouw en inplanting van bacteriële flagella. Vergelijk ook met eukaryote flagella en cirri. Bespreek chemotaxis.
#Welk is het belangrijke enzyme voor stikstoffixatie? Andere vormen van stikstof (zoals ammoniak) zijn zeer belangrijk, verklaar.
#Verklaar en leg de verschillen/gelijkenissen uit:
#*mesofiel - pathogeen
#*guilde - gemeenschap
#*retrovirus - hepadnavirus
#*chemo-organotrofe anaerobe respiratie - fermentatie
#*hydrogenosomen - mitochondriën
#*antisepsis - desinfecteren
#*mutualisme - protocoöperatie
#* generatietijd - delingsefficiëntie
=== 11 januari 2021 NM ===
#
#Detoxificatie van micro-organismen
#a) Leg het verschil in celwandstructuur tussen Gram-positieve en Gram-negatieve bacteriën uit en op welk principe berust de Gram-kleuring. b)Leg kort de celwand bij archaea en eukaryoten uit. c)Welke andere manieren, naast Gram-kleuring, zijn er om Gram-positieve en Gram-negatieve bacteriën van elkaar te onderscheiden?
#Verklaar en leg de verschillen/gelijkenissen uit:
#*guilde - gemeenschap
#*retrovirussen - hepadnavirussen
#*amensalisme - commensalisme
#*chemo-organotrofe anaerobe respiratie - fermentatie
#*generatietijd - delingsefficientie
#*hydrogenosomen - mitochondriën
#*antisepsis - desinfecteren
#*nog 1tje
=== 17 augustus 2020 VM ===
#
#a) Waarom is het makkelijker om een antibacterieel middel te ontwikkelen dan een antifungaal en een antiviraal middel? Gegeven dat het een RNA-virus is op welke processen/enzymen kan een antiviraal middel inwerken? b) Hoe kan je gemakkelijk testen of een middel tegen fagen effectief is?
#a) Wat is de structuur, inplanting en werking/functie van prokaryote flagella en aanverwante structuren? Wat is het verschil met eukaryote flagella en aanverwante structuren en leg het principe van chemotaxis uit. b) Leg bondig phototaxis uit.
#Begrippen
#*Eclipsperiode
#*Tegument
#*viroïde
#*Evolutionaire chronometers
#*Griseofulin
#*Mechanisme voor CO2 fixatie door de acetyl CoA pathway
#*Peplomeren
#*Quinolones
=== 20 januari 2020 NM ===
#
# Bespreek structuur en functie van flagella. Geef gelijkaardige structuren tussen gram-positieve en gram-negatieve [[Bacteria]]. Geef gelijkaardige structuren bij ''Archaea'' en eukaryoten.
# Over resistentie, wat de mechanismen zijn, of dat species specifiek of aspecifiek is. Alternatieve therapieën tegen resistentie....
#Begrippen:
#*PFU en CFU
#*Ammencialisme en commensialisme
#*aw
#*Cirri
#*Teichoïnezuur
#*MIC en fenolcoëfficient
#*cycloheximide
#*nog eentje
=== 17 januari 2020 VM ===
#
#a) Geef de functie en structuur van prokaryote flagel. Is er een verschil tussen grampositieve en gramnegatieve bacteria flagel? Geef ook analoge structuren. b) Geef minstens 3 andere methoden om grampositieve van de gramnegatieve bacteriën te scheiden (niet via gramkleuring). Hoe kan men in een waterstaal archaea, bacteria & eukarya onderscheiden?
#a) Detoxificatie van giftige zuurstof molecule. b) Welke rol zuurstof en gebonden stikstof componenten (zoals ammoniak) een invloed hebben op de stikstofcyclus?
#Stellingen
#*S-lagen zorgen voor vasthechting van de cel
#*Cephalosporine werkt in op translatie
#*"Naakte" en "Envelopped" virussen worden op dezelfde manier vrijgezet
#*Viroïde is de niet infectieve vorm van een virus
#*In hydrogenosoom zitten hydrogenasen
#*Phycolisomen zijn enkel bij cyanobacteriën te vinden
#*en nog 2 andere
=== 14 januari 2020 VM ===
#
#a) Influenza: verklaar HxNx, antigene shift, antigene drift. In welke Baltimore klasse bevindt influenza zich? b) waarop kunnen antivirale middelen inwerken? geef ook voorbeelden. Hoe zou jij te werk gaan om een nieuw antiviraal middel te maken?
#Vergelijk celwand archae, gramnegatieve en grampositieve (structuren allemaal kunnen tekenen). ZIjn er zonder celwand, zo ja welke? Welke manieren zijn er naast gramkleuring om gramnegatieve en grampositieve van elkaar te onderscheiden? Hoe zou je in een waterstaal Archae, bacteria en eukarya onderscheiden van elkaar (zo min mogelijke stappen)
#Begrippen
#*syntorfie
#*viroide
#*evolutionaire chronometers
#*streptomycines
#*endo- en exotoxine
#*anammoxoom
#*Hydrogenesoom
#
=== 13 januari 2020 NM ===
VRAGEN
#antibiotica alles uitleggen hoe resistentie opbouwen, species specifiek?
#Antifungale drugs voor membraansynthese en proteinsyntheseninhibitie + hoe bepaal je of een drug fungistatisch is?
#Wat zijn biogeochemische cycli en leg dit uit adhv de N cyclus, geef alles + verklaar anammox reactie en stikstoffixatie
BEGRIPPEN
*Wateractiviteit
*Profaag
*Anammoxosoom
*Chlorosoom
*Stickland reactie
*Persistente infectie
*Endotoxine
*Surfactant
===5 september 2019===
#
# a) Influenza: verklaar HxNx, antigene shift, antigene shift. In welke Baltimore klasse bevindt influenza zich? b) waarop kunnen antivirale middelen inwerken? geef ook voorbeelden. Hoe zou jij te werk gaan om een nieuw antiviraal middel te maken en te TESTEN?
#Geef een schematische voorstelling van de anoxygene fotosynthese van purperbacteriën en groenzwavelbacteriën, alsook de oxygene fotosynthese van cyanobacteriën. Bespreek de voornaamse verschillen, inclusief morfologische kenmerken, en plaats dit in een algemeen microbieel ecologische context.
#Begrippen
#*cilia
#*viroide
#*profaag
#*persistente infectie
#*wateractiviteit
#*tegument
#*MIC
#*amensalisme


===14 januari 2019===
===14 januari 2019===
Regel 86: Regel 359:


===26 januari 2016===
===26 januari 2016===
#Gegeven een tekening van een virtuele cel van een micro-organisme (aangeduid: DNA synthese, RNA synthese, mitotische spoelfiguur en microtubuli, celwand, plasmamembraan,  translatie, foliumzuursynthese). Geef alle antimicrobiële middelen die erbij horen. Bespreek de mechanismen van de antimicrobiële middelen bij een verschillende manier van inwerking.  
#Gegeven een tekening van een virtuele cel van een micro-organisme (aangeduid: DNA synthese, RNA synthese, mitotische spoelfiguur en microtubuli, celwand, plasmamembraan,  translatie, foliumzuursynthese). Geef alle antimicrobiële middelen die erbij horen. Bespreek de mechanismen van de antimicrobiële middelen bij een verschillende manier van inwerking.  
#Flagellen pro-en eukaryoten (ook tekenen!). Welke andere bewegingsvormen ken je nog? Leg taxis uit.  
#Flagellen pro-en eukaryoten (ook tekenen!). Welke andere bewegingsvormen ken je nog? Leg taxis uit.  
#Leg uit en bespreek de gelijkenissen en/of verschillen:
#Leg uit en bespreek de gelijkenissen en/of verschillen:
Regel 282: Regel 555:
# Vergelijk de energie en reducerend vermogen vorming bij fototrofen en fermentatie.
# Vergelijk de energie en reducerend vermogen vorming bij fototrofen en fermentatie.


=== 11 jun Z007 ===
=== 11 jun 2007 ===
# bespreek de vorming en structuur van endosporen, welke zijn de voordelen hiervan voor de overleving van de bacterie en hoe moeten we daar mee omgaan als we de groei van zulde organismen willen onder controle houden
# bespreek de vorming en structuur van endosporen, welke zijn de voordelen hiervan voor de overleving van de bacterie en hoe moeten we daar mee omgaan als we de groei van zulde organismen willen onder controle houden
# ken je manieren voor incorporatie van C02, zoja welke en beschrijf bondig de pathways  
# ken je manieren voor incorporatie van C02, zoja welke en beschrijf bondig de pathways  

Huidige versie van 10 jan 2026 om 22:13

Vakinformatie

Microbiologie wordt tegenwoordig in het tweede jaar gegeven. Vroeger was dit het derde jaar. Ook verhuisd van tweede naar eerste semester. Wordt gevolgd door studenten biologie en biochemie. Gedoceerd door Prof. Joris Winderickx. Normaal mondeling examen, wegens COVID toch schriftelijk. Practicum wordt geëvalueerd via een één verslag over al de practicumsessies.

Vanaf 2025-2026: Prof Govers neemt H2-H5 over, maakt de helft van examen Vanaf 2026-2027: Prof Govers doceert heel het vak

Examenvragen

9 Januari 2026

Prof Govers:

  1. Bespreek Beta Lactam antiobiica. Wat is de oorsprong, de werking en de relevantie? Hoe kunnen bacteriën hier resistentie tegen opbouwen? (Voor en achterkant)
  2. Bespreek volgende termen bonding(Voorkant voor 3 termen)
    1. Lipide II
    2. Polyenen
    3. ABC Transporters

Prof Winderickx:

  1. Wat weet je over reuzevirussen, welke Baltimore klasse zou jij ze geven?(Voor en achterkant)
  2. Bespreek volgende termen bonding(Voorkant voor 3 termen)
    1. Comammox
    2. Evolutionaire Chronometers (+Criteria)
    3. Primaire Consumenten

4 September 2025

  1. Bespreek reuzevirussen /5
  2. Leg de stikstoffixatie uit /5
  3. Verklaar de volgende termen: /4
    • Profaag
    • Viroid
    • Archaellum
    • Evolutionaire chronometers + criteria
    • Wateractiviteit + formule
    • Syntrofie
    • Hydrogenosoom + reactie
    • LPS

22 januari 2025

  1. Bespreek de structuur van endosporen en leg de sporulatiecyclus en de rol ervan uit. /5
  2. (A)leg de werking van restrictie-modificatie systeem en het CRISPR-cas mechanisme uit. (B) leg het belang van deze mechanismen op het ecosysteem uit. /5
  3. Verklaar de volgende termen: /4
    • Phycobillisomen + organismen
    • Viroid
    • Sparonose? (Sapronose?)
    • Evolutionaire chronometers + criteria
    • Viraal tegument
    • Commensalisme
    • Syntrofie
    • Hydrogenosoom + reactie

10 januari 2025

  1. Vergelijk de structuur en functie van het bacteriële cytoplasmamembraan met die van Archaea. /5
  2. (A)Bacteriën delen door binaire splijting. Wat weet je over het divisoom? Hoe vindt de cel het centrum? (B) Welke parameters kan men afleiden uit een groei curve? /5
  3. Verklaar de volgende termen: /4
    • latente virus infectie
    • HxNy (influenza)
    • mutualisme
    • amphixenose
    • Crabtree-effect
    • Bacteriële Hfr cellen
    • Anammox
    • Virofaag

25 januari 2024

  1. (A)Bacteriën delen door binaire splijting. Wat weet je over het divisoom? Hoe vindt de cel het centrum? (B) Welke parameters kan men afleiden uit een groei curve? /5
  2. Leg de stikstofcyclus uit en meer specifiek nitrosificatie/nitrificatie. (.../5)
  3. Verklaar volgende termen: (.../4)
    • latente virale infectie
    • HxNy(influenza)
    • mutualisme
    • O-antigen
    • amphixenose
    • Crabtree-effect
    • Lofotriech
    • Bacteriële Hfr cellen

12 januari 2024

  1. Bacteriën kunnen zich verweren tegen virale infecties dmv restrictie-modificatie systeem en het CRISPR-Cas mechanisme, leg beide mechanismen uit. (.../5)
  2. Leg de stikstofcyclus uit en meer specifiek stikstoffixatie. (.../5)
  3. Verklaar volgende termen: (.../4)
    • MIC
    • Anthropozoönose
    • Pasteur-effect
    • Persistente virale infectie
    • Mesodiaminopimelinezuur
    • Syntrofie
    • Cirri
    • Peplomeren

21 augustus 2023

  1. Wat weet je over mega- of reuzevirussen? (Giant viruses) Tip: je moet uit meerdere hoofdstukken iets geven
  2. Bespreek de celwand van gram+ en gram- bacteriën en van Archaea. Teken zeker de polysaccharideketens. Welke Bacteria en Archaea bezitten geen celwand?
  3. Begrippen: anammox, viraal tegument, hydrogenosoom (+reactie), H1N1 (influenza), evolutionaire chronometers, glycocalyx, commensalisme, anthroponose

24 Januari 2023

(A) Bacteriën kunnen zich verweren tegen virale infecties dmv restrictie-modificatie systeem en het CRISPR-Cas mechanisme, leg beide mechanismen uit. (B) Welke invloed heeft dit op het ecosysteem? /5

Detoxificatiemechanismen van zuurstof bij micro-organismen. /5

verklaar volgende termen en geef het verband/verschil:

  • MIC en fenolcoëffiënt
  • Fimbriae en cirri
  • commensalisme en mutualisme
  • virulente virussen en getemperde virussen
  • watercoëfficiënt en compatable solute
  • Nitrificatie en anammox
  • anaerobe respiratie en fermentatie
  • Zoönose en anthroponose

13 Januari 2023

  1. (A)Bacteriën delen door binaire splijting. Wat weet je over het divisoom? Hoe vindt de cel het centrum? (B) Welke parameters kan men afleiden uit een groei curve? /5
  2. Waarom is het makkelijker om een antibacterieel middel te maken dan een antiviraal middel? Gegeven dat het een RNA-Virus is, op welke doelwitten zou een antiviraal middel kunnen inwerken? Hoe kan je testen of je antiviraal middel effectief is? /5
  3. verklaar volgende termen:
    • cilia
    • amensalisme
    • hydrogenosoom(+reactie)
    • MIC
    • Wateractiviteit
    • amphixenose
    • Viroide
    • persistente infectie

25 Januari 2022

Hoe worden micro-organismen resistent? Welke mechanismen zorgen ervoor dat ze resistent zijn? Hoe wordt dit overgedragen? Is dit species-specifiek? /5

Bespreek de bouw en werking/functie van prokaryote flagellen (Gram neg., gram pos. en Archaea). Vergelijk ook met eukaryote flagella. Bespreek fototaxis en verklaar hoe dit voordeel geeft in een ecosysteem. /5

Stelling juist/fout + verklaar /4

  • Geen enkele bacterie (Bacteria + Archaea) kan leven zonder celwand
  • Een hydrogenosoom komt voor bij prokaryoten en oxideert pyruvaat tot AcCoA.
  • Decimale reductietijd neemt af bij toenemende verhittingstemperatuur
  • B-lactam werkt alleen op gram+
  • Bij een persistente infectie wordt de gastheercel vernietigd.
  • Stikstoffixatie komt vooral voor in anoxygene condities
  • Chemolithotrofen halen hun energie uit fermentatie met substraatfosforylatie
  • Cyanobacteriën hebben phycobillisomen voor optimale lichtcaptatie

17 januari 2022

  1. Leg de Baltimore-classificatie schematisch uit en verklaar op basis van wat deze gebaseerd werd. Hoe zou je een antiviraal middel maken voor Hepadnavirussen en op welke processen zou dit kunnen inwerken? Hoe kan je testen of dit middel effectief is?
  2. Vergelijk de celwand van Archaea en grampositieve bacteriën door een gedetailleerde tekening te geven van de polysaccharideketen. Geef verschillende methodes om deze organismen van elkaar te scheiden.
  3. Begrippen: Leg ze apart uit en geef gelijkenissen en verschillen.
    • anammox - denitrificatie
    • cirri - fimbrae
    • fermentatie - anaerobe respiratie
    • persistente infectie - latente infectie

21 augustus 2021

  1. Waarom is het makkelijker om een antibacterieel middel te maken dan een antiviraal middel? Waar bij een RNA-virus zou een antiviraal middel inwerken? Hoe kan je testen of je antiviraal middel effectief is?
  2. Vergelijk de celwand van Gram negatief en positief aan de hand van tekeningen, vergelijk ook met celwand van eukaryoten en archaea. Hoe kan je Gram positief en Gram negatief onderscheiden, geef verschillende methodes.
  3. Begrippen
    • amensalisme - commensalisme
    • wateractiviteit
    • cycloheximide
    • teichoïnezuur
    • persistente en latente infectie
    • MIC en fenolcoëfficient
    • Cirri
    • hydrogenosoom

15 januari 2021 NM

  1. Bespreek de bouw en inplanting van bacteriële flagella. Vergelijk ook met eukaryote flagella en cirri. Bespreek chemotaxis.
  2. Welk is het belangrijke enzyme voor stikstoffixatie? Andere vormen van stikstof (zoals ammoniak) zijn zeer belangrijk, verklaar.
  3. Verklaar en leg de verschillen/gelijkenissen uit:
    • mesofiel - pathogeen
    • guilde - gemeenschap
    • retrovirus - hepadnavirus
    • chemo-organotrofe anaerobe respiratie - fermentatie
    • hydrogenosomen - mitochondriën
    • antisepsis - desinfecteren
    • mutualisme - protocoöperatie
    • generatietijd - delingsefficiëntie

11 januari 2021 NM

  1. Detoxificatie van micro-organismen
  2. a) Leg het verschil in celwandstructuur tussen Gram-positieve en Gram-negatieve bacteriën uit en op welk principe berust de Gram-kleuring. b)Leg kort de celwand bij archaea en eukaryoten uit. c)Welke andere manieren, naast Gram-kleuring, zijn er om Gram-positieve en Gram-negatieve bacteriën van elkaar te onderscheiden?
  3. Verklaar en leg de verschillen/gelijkenissen uit:
    • guilde - gemeenschap
    • retrovirussen - hepadnavirussen
    • amensalisme - commensalisme
    • chemo-organotrofe anaerobe respiratie - fermentatie
    • generatietijd - delingsefficientie
    • hydrogenosomen - mitochondriën
    • antisepsis - desinfecteren
    • nog 1tje

17 augustus 2020 VM

  1. a) Waarom is het makkelijker om een antibacterieel middel te ontwikkelen dan een antifungaal en een antiviraal middel? Gegeven dat het een RNA-virus is op welke processen/enzymen kan een antiviraal middel inwerken? b) Hoe kan je gemakkelijk testen of een middel tegen fagen effectief is?
  2. a) Wat is de structuur, inplanting en werking/functie van prokaryote flagella en aanverwante structuren? Wat is het verschil met eukaryote flagella en aanverwante structuren en leg het principe van chemotaxis uit. b) Leg bondig phototaxis uit.
  3. Begrippen
    • Eclipsperiode
    • Tegument
    • viroïde
    • Evolutionaire chronometers
    • Griseofulin
    • Mechanisme voor CO2 fixatie door de acetyl CoA pathway
    • Peplomeren
    • Quinolones

20 januari 2020 NM

  1. Bespreek structuur en functie van flagella. Geef gelijkaardige structuren tussen gram-positieve en gram-negatieve Bacteria. Geef gelijkaardige structuren bij Archaea en eukaryoten.
  2. Over resistentie, wat de mechanismen zijn, of dat species specifiek of aspecifiek is. Alternatieve therapieën tegen resistentie....
  3. Begrippen:
    • PFU en CFU
    • Ammencialisme en commensialisme
    • aw
    • Cirri
    • Teichoïnezuur
    • MIC en fenolcoëfficient
    • cycloheximide
    • nog eentje

17 januari 2020 VM

  1. a) Geef de functie en structuur van prokaryote flagel. Is er een verschil tussen grampositieve en gramnegatieve bacteria flagel? Geef ook analoge structuren. b) Geef minstens 3 andere methoden om grampositieve van de gramnegatieve bacteriën te scheiden (niet via gramkleuring). Hoe kan men in een waterstaal archaea, bacteria & eukarya onderscheiden?
  2. a) Detoxificatie van giftige zuurstof molecule. b) Welke rol zuurstof en gebonden stikstof componenten (zoals ammoniak) een invloed hebben op de stikstofcyclus?
  3. Stellingen
    • S-lagen zorgen voor vasthechting van de cel
    • Cephalosporine werkt in op translatie
    • "Naakte" en "Envelopped" virussen worden op dezelfde manier vrijgezet
    • Viroïde is de niet infectieve vorm van een virus
    • In hydrogenosoom zitten hydrogenasen
    • Phycolisomen zijn enkel bij cyanobacteriën te vinden
    • en nog 2 andere

14 januari 2020 VM

  1. a) Influenza: verklaar HxNx, antigene shift, antigene drift. In welke Baltimore klasse bevindt influenza zich? b) waarop kunnen antivirale middelen inwerken? geef ook voorbeelden. Hoe zou jij te werk gaan om een nieuw antiviraal middel te maken?
  2. Vergelijk celwand archae, gramnegatieve en grampositieve (structuren allemaal kunnen tekenen). ZIjn er zonder celwand, zo ja welke? Welke manieren zijn er naast gramkleuring om gramnegatieve en grampositieve van elkaar te onderscheiden? Hoe zou je in een waterstaal Archae, bacteria en eukarya onderscheiden van elkaar (zo min mogelijke stappen)
  3. Begrippen
    • syntorfie
    • viroide
    • evolutionaire chronometers
    • streptomycines
    • endo- en exotoxine
    • anammoxoom
    • Hydrogenesoom

13 januari 2020 NM

VRAGEN

  1. antibiotica alles uitleggen hoe resistentie opbouwen, species specifiek?
  2. Antifungale drugs voor membraansynthese en proteinsyntheseninhibitie + hoe bepaal je of een drug fungistatisch is?
  3. Wat zijn biogeochemische cycli en leg dit uit adhv de N cyclus, geef alles + verklaar anammox reactie en stikstoffixatie

BEGRIPPEN

  • Wateractiviteit
  • Profaag
  • Anammoxosoom
  • Chlorosoom
  • Stickland reactie
  • Persistente infectie
  • Endotoxine
  • Surfactant

5 september 2019

  1. a) Influenza: verklaar HxNx, antigene shift, antigene shift. In welke Baltimore klasse bevindt influenza zich? b) waarop kunnen antivirale middelen inwerken? geef ook voorbeelden. Hoe zou jij te werk gaan om een nieuw antiviraal middel te maken en te TESTEN?
  2. Geef een schematische voorstelling van de anoxygene fotosynthese van purperbacteriën en groenzwavelbacteriën, alsook de oxygene fotosynthese van cyanobacteriën. Bespreek de voornaamse verschillen, inclusief morfologische kenmerken, en plaats dit in een algemeen microbieel ecologische context.
  3. Begrippen
    • cilia
    • viroide
    • profaag
    • persistente infectie
    • wateractiviteit
    • tegument
    • MIC
    • amensalisme

14 januari 2019

    • Hoe worden micro-organismen resistent? Welke mechanismen zorgen ervoor dat resistent zijn? Hoe wordt dit overgedragen? Welke van deze manieren zijn species-specifiek en welke species-aspecifiek?
    • Je hebt een bodemstaal met micro-organismen, hoe ga je na dat deze micro-organismen een fungistatische werking hebben? + leg uit micro-organismen die groeien in het labo en micro-organismen laten groeien die niet in het labo kunnen groeien. Leg kort uit.
  1. Leg uit HxNx, antigene drift en shift, waarom kan dit laatste zo snel gebeuren bij het influenzavirus? Tot welke klasse van Baltimore behoort Influenza. Geef het schema van de Baltimore classificatie en leg de principes uit.
  2. Begrippen
    • Syntrofie
    • Evolutionaire chronometers
    • Hydrogenosoom (+ reacties)
    • Streptomycine
    • Heterotroof
    • Annamox
    • Viroïde
    • Endo- en exotoxines

21 augustus 2018

  1. Je krijgt een waterstaal, hoe weet je welke GEKENDE micro-organismen hier inzitten waarvan je een metabool product wil onderzoeken. Hoe kan je testen dat dit een fungicide is?
  2. Bespreek flagellen bij pro- en eukaryoten en leg chemotaxis uit
  3. begrippen
    • Surfactant
    • tegument
    • bacilli
    • hydrogenosoom
    • wateractiviteit
    • phycobillisoom
    • hopanoïde
    • nog eentje maar ben ik vergeten

29 januari 2018 VM

  1. Wat is een biogeochemische cycli? Geef schematisch de stikstofcyclus en beschrijf de voornaamste processen.
  2. Bespreek de structuur, inplanting en werking van prokaryote flagellen en aanverwante structuren als ook het mechanisme van chemotaxis. Welke verschillen zijn er met een eukaryote flagel?
  3. Begrippen: axiaal filament, griseofulin, peplomeren, quinolones, evolutionaire chronometers, mechanisme voor CO2 fixatie door de acetyl CoA pathway, viroïde, hopanoïde

22 januari 2018 VM

  1. Leg uit: biogeochemische cycli. Geef schematisch de stikstofcyclus weer en bespreek de belangrijkste reacties.
  2. Je krijgt een bodemstaal waaruit je onbekende micro-organismen moet identificeren, hierin zit een organisme dat metabole producten maakt die antifungicidaal werken, deze kunnen dienen voor een nieuw middel. Hoe ga je (zo efficiënt mogelijk) te werk?
  3. begrippen: PFU en CFU, MIC en fenolcoëfficiënt, latente en persistente infectie, cirri, Aw, cycloheximide, commensalisme en ammensalisme en teichoïnezuur

19 januari 2018

  1. Bespreek de structuur, werking en inplanting van bacteriële flagellen (met tekening). Wat is het mechanisme van chemotaxis? Wat zijn de verschillen met eukaryote flagellen.
  2. Welke detoxificatiemechanismen zijn er van toxische zuurstof. Geef de enzymen en hun reacties. Hij wilt ook dat je een extra voorbeeld geeft. Wat is het belang van zuurstof in een microbiële ecosysteem.
  3. 8 termen: cycloheximide, sulfonilamide, aw, lysozymen, amensalisme, phycobiline, acetyl-CoA pathway en hepadnavirus

15 januari 2018

  1. Bespreek kort de oxygene en anoxygene fotosynthese van micro-organismen en hun reducerend vermogen. Leg fermentaties van micro-organismen uit, hoe wordt hiermee energie gewonnen? /5
  2. A)Waarvoor staat HxNx? B) Leg de Baltimore-classificatie uit. Welke types virussen hebben eigen polymerasen? C) weet ik niet meer, maar ook iets met virussen /5
  3. 8 stellingen, per juist antwoord 0,5 1)cyloheximine werkt niet op gramnnegatieve bacteriën 2)antibiotica-resistentie wordt aspecies-specifiek doorgegeven en voornamelijk via transductie 3)een guilde is een groep van klonaal verwante cellen 4)bij een peristenta infectie komen viruspartikels niet vrij en blijft de gastheer leven 5)bij amensalisme hebben beide partners altijd een voordeel 6)bij een hydrogenosoom wordt ATP geproduceerd via hydrolyse en H+ 7)een virion reffereert naar de extrcellulaire vorm van een virus 8)ben ik vergeten /4

21 augustus 2017 NM

  1. bespreek de structuur en werking van de flagel bij bacteriële cellen + bespreek chemotaxis
  2. detoxificatie van zuurstof
  3. 8 stelling juist/fout + verklaar
    • gramnegatieve bachteriën zijn niet gevoelig voor beta-lactam ring
    • antibiotica-resistentie is species-specifiek
    • decimale reductietijd neemt af bij toenemende verhittingstemperatuur
    • hydrogenosomen bij prokaryoten halen hun energie uit de oxidatie van pyruvaat
    • stikstoffixatie komt vooral voor in anoxygene condities
    • persistentie infectie van viruspartikels vernietigd de gastheercel
    • geen enkele bacterie (Bacteria + Archaea) kan leven zonder celwand
    • energiewinst bij fermentatie komt altijd van substraatfosforylatie

23 januari 2017 NM

  1. bespreek hoe het kleine virale genoom toch een volledige functie qua replicatie en assemblage van een virus kan veroorzaken. geef voorbeelden en leg uit
  2. virussen zijn niet altijd negatief. Bespreek en geef een voorbeeld ivm humaan microbioom
  3. je hebt een bodemstaal met micro-organismen, hoe ga je na dat deze micro-organismen een fungistatische werking hebben? + leg uit micro-organismen die groeien in het labo en micro-organismen laten groeien die niet in het labo kunnen groeien.
  4. vancomycine slaat niet aan, welke combinatie is het beste? keuze uit: vancomycine + cycloheximide/amphotericini/isoniazide/sulfanilamide
  5. leg verschil en gelijkenis uit + bespreek
    • mesofiel-pathogeen
    • antiseptica-desinfectans
    • fermentatie-chemoorganotroof anaeroobe respiratie
    • chemoorganotroof-chemolithotroof
    • generatietijd-delingscoefficient
    • sporecortex-bacteriele celwand
    • guilde-gemeenschap
    • commensalisme-amensalisme

23 januari 2017 VM

  1. bespreek de celwand bij gram - en gram + bacteriën en archaea. geef een manier om bacteria, archaea en eukaryoten te scheiden. geef minstens 3 manieren hoe je gram + en gram - bacteriën kan onderscheiden (zonder gram kleuring)
  2. afbeelding cel met onderdelen aangeduid (celwand, 50S,...) geef voorbeelden van antibiotica die hier op inwerken en leg hun werking uit.
  3. 8 juist of fout vragen

26 januari 2016

  1. Gegeven een tekening van een virtuele cel van een micro-organisme (aangeduid: DNA synthese, RNA synthese, mitotische spoelfiguur en microtubuli, celwand, plasmamembraan, translatie, foliumzuursynthese). Geef alle antimicrobiële middelen die erbij horen. Bespreek de mechanismen van de antimicrobiële middelen bij een verschillende manier van inwerking.
  2. Flagellen pro-en eukaryoten (ook tekenen!). Welke andere bewegingsvormen ken je nog? Leg taxis uit.
  3. Leg uit en bespreek de gelijkenissen en/of verschillen:
    • halofielen - osmiofielen
    • autotroof - heterotroof
    • bacteriële celwand - sporeprotoplast
    • chemoorganotroof - ...
    • chemoorganofiel - ...
    • chemooragnofiel anaeroobe respiratie - ...
    • ...

22 januari 2015

  1. Flagellen en cirri bij pro- en eukaryoten, bespreek chemo- en fototaxis.
  2. Detoxificatiemechanismen
  3. Acht stellingen, juist/niet juist en waarom (ieder op 0,5 punt)
    • B-lactam werkt alleen op gram +
    • Resistentie is species-specifiek
    • Decimale reductietijd daalt altijd bij hogere T
    • Bij fermentatie vindt de energiewinning altijd plaats door substraatfosforylatie
    • Bacteria en Archaea kunnen nooit leven zonder celwand
    • Stikstoffixatie is vooral anoxisch
    • Hydrogenosomen komen voor bij prokaryoten waar ze pyruvaat oxideren tot -
    • en nog een die ik me niet meer herinner.

27 januari 2015

  1. verschil oxygene en anoxygene fototrofie + energie bij fermentatie
  2. welke manieren van voortbeweging, verschil in pro en eukaryoten, (sex)pili, welk competitief voordeel?
  3. juist/fout vragen

19 januari 2015 (NM)

  1. Mechanismen van restentie en resistentie overdracht. Is resistentie speciesspecifiek? Methoden voor het post-antibioticatijdperk.
  2. Photosynthese bij purperbacterien, groenzwavelbacteren en cyanobacterien schematisch tekenen en verschillen uitleggen. Linken met morfologie en ecologie.
  3. 8 juist-fout vraagjes
    • Gram-negatieve bactierien zijn vatbaar voor ampicilline en amoxicilline.
    • Ergosterolsynthese is geen goede target voor antifungale drugs.
    • Bij een latente infectie komen er geen virusgenen tot expressie en komen er geen virussen vrij.
    • Het nitrogenasecomplex werkt vooral in anoxische omstandigheden
    • Een hydrogenosoom komt voor bij prokaryoten en oxideert pyruvaat tot AcCoA.
    • ...


19 januari 2015 (VM)

  1. koolstofcyclus schematisch tekenen en alle metabole processen uitleggen (reacties zijn niet zo belangrijk)
  2. Wat is de beste combinatie en slechtste combinatie? flucytosine + polyeen, griseofuline en polyeen, vancomycine en polyeen, en er was dan nog eentje maar die weet ik niet meer
  3. woordjes uitleggen:
    • exosporium
    • evolutionaire chronometers
    • omgekeerde citroencyclus
    • ...


23 januari 2014

  1. Virussen zijn gekenmerkt door een klein genoom. Toch hebben ze alles om te voorzien in hun replicatie. Verklaar aan de hand van enkele voorbeelden. Sommige virussen hebben echter ook eigen polymerase enzymes nodig, identificeer hen aan de hand van de baltimore classificatie.
  2. Je wordt gevraagd onbekende micro-organismen uit een staal water te identificeren; welke technieken gebruik je en hoe ga je te werk om te kijken of sommigen de mogelijkheid bezitten tot de productie van een fungistatisch middel om het te commercialiseren.
  3. O2 kan giftig zijn; geef de detoxificatiemechanismen die micro-organismen bezitten om dit te bestrijden

21 januari 2014

  1. de koolstofcyclus en metabole processen
  2. detoxificatie mechanisme van zuurstofderivaten die door metabole processen geproduceerd worden en dan ne fungus bestrijden met een combinatie.
  3. combinaties werden gegeven allemaal met myconazol: uitleggen welk het beste werkte en welk het minst.

20 jan 2014 (namiddag)

  1. koolstofcyclus
  2. mechanismen van detoxificatie
  3. patient is besmet met Candida, een syntetische azool werkt niet goed. Welke antibiotica mengeling is de beste? Gegeven = telkens een syntetische azool in combinatie met flucytosine, griseofulin, vancomycine, en nog 1 dat ik niet meer weet

20 januari 2014 voormiddag

  1. antibioticaresistentie: hoe, verschillende mechanisme, hoe krijgen we dat in het lichaam
  2. fungistatische drugs in natuurlijke bodem, hoe herkennen en er uit halen
  3. virussen: verklaar HxNx, antigendrift en antigenenschift en waarom gaat antigenenschift zo gemakkelijk en baltimoreklassen van influenza + verklaren
  4. woordjes
    • hopanoide (hier moet ge dat dan vergelijken met sterol in eukaryoten enzo)
    • hydrosoom
    • viroiden
    • endotoxine

31 jan 2012 (voormiddag)

  1. Geef de koolstofcyclus en leg kort alle processen uit die hierin voorkomen. (mondeling)
  2. Een schema van een cel waarop verschillende delen aangeduid stonden (celwand, membraan, DNA+RNA-synthese, 50S ribosoon-subunit, 30 S ribosoom-subunit). Geef bij elk deel de antibiotica die hierop inwerken en leg, als er meerdere antibiotica bij bij één passen, hun actiemechanismen uit.
  3. Verklaar:
    • Fenol-coëfficiënt methode
    • Virion
    • Rolling-circle replicatie
    • O-anitgen
    • Fermentatiebalans
    • Anamoxosoom
    • Decimale Reductietijd
    • Hopanoïde

26 jan 2011 (voormiddag)

  1. Anoxigene fotosynthese bij purperbacterien en oxygene bij cyanobacteriën: Een schets geven en vergelijken.
  2. Celwandstructuur bij bacteria(grampos en gram negatief)en archaea bespreken en vergelijken. En met welke techniek zou je deze kunnen onderscheiden
  3. Een patiënt met een bacteriële infectie werd behandeld met chloramphenicol maar dit was niet erg werkzaam. Men zou kunnen combineren met vancomycine, tetracycline en cephalosporine. Wat gaat het minst werkzaam zijn? en welk het meeste?

25 jan 2011 (voormiddag)

  1. Wat is metagenomics, wat kun je met deze techniek doen en beschrijf de voordelen aan de hand van een creatief (zelfverzonnen)voorbeeld
  2. Stikstoffixatie: Bespreek en wat heeft zuurstof hiermee te maken?
  3. Geef de biochemische werkingsmechanismen van: quinolones, aminoglycosiden, synthetische azolen en sulfonamides

17 jan 2011 (namiddag)

  1. Wat is metagenomics, wat kun je met deze techniek doen en beschrijf de voordelen aan de hand van een creatief (zelfverzonnen)voorbeeld
  2. nitrificatie, denitrificatie en stikstoffixatie zijn belangrijke processen. Bespreek bondig de reacties en plaats in de stikstofcyclus. Wat heeft zuurstof hiermee te maken?
  3. vergelijk de opbouw van de celwand van gram positieve en negatieve bacteriën met behulp van een schema, hoe zou je eenvoudig een onderscheid kunnen maken?

21 jan 2010

  1. Geef de schematische voorstelling van de anoxigene fotosynthese bij purperbacteriën en de oxigene fotosynthese bij cyanobacteriën. Bespreek verschillen, incl. morfologische kenmerken en plaats dit in een algemeen microbiële context.
  2. Hoe weet je of een medicijn bacteriostatisch, bacteriolytisch, bacteriocide, fungistatisch, fungicide is. (bijvraag: hoe zou jij dat bepalen als biochemist?) Wat is MIC en hoe bepaal je dat, fenolcoëfficient bespreken. De criteria bespreken voor een medicijn, antiseptica, desinfectans.
  3. Mexicaanse griep is van het type H1N1. Leg uit wat HxNx is en leg antigene shift en antigene drift uit. Tot welke baltimore klasse behoort influenza.(bijvraag: middelen tegen influenza)

11 jan 2010

  1. zuurstof kan toxisch zijn voor micro-organisme. Welke reactie zorgen voor de omzetting van deze toxische zuurstof?
  2. bespreek de biochemische werkingsmechanisme van ampiciline en cephalosporine
  3. geef alle pathways voor C02 fixatie? (het zijn er btw 8 en geen 5 zoals de meeste denken)

27 jan 2009

  1. Verklaar:
    • Baltimore classificatie
    • tegument
    • psychrotolerante mesofiel
    • peritrieche flagelaat
  2. Methanotrofen en methylotrofen, geef energiewinning en koolstof assimilatie
  3. antifungale drugs; waarom moeilijker te maken dan antibacterieel en bespreek de reactiemechanismen van

23 jan 2009

  1. C02 fixatie
  2. hoe ga je te werk om uit een bodemstaal 1) alle micro-organismen te identificeren 2) een fungistatisch metaboliet te zoeken
  3. Termpjes:
    • aw
    • serine pathway

23 jan 2009

  1. Een gistcultuur is geïnfecteerd met cyanobacteriën. Geef een aantal manieren om weer een zuivere gistcultuur te verkrijgen.
  2. Juist of fout vragen:
    • S-lagen
    • iets over pseudopeptidoglycaan van Archaea
    • phycobilines
    • de manier van vrijstelling van naakte vs 'enveloped' virussen
    • cephalosporine
  3. Nitraatreductie. En bespreek deze bij E.coli en Pseudomonas stutzeri.

16 jan 2009

  1. 5 woorden verklaren:
    • cephalosporine
    • phycobilisoom
    • hepadnavirussen
    • serine pathway
    • wateractiviteit aw
  2. Waarom is het moeilijker om antiviraal middel te vinden dan een antibacterieel?
  3. Biogeochemische cycli en stikstof-cyclus

15 jun 2008

  1. bespreek de acetyl coA pathway en welke organisme gebruiken deze...
  2. glycocalyx, hydrogenosoom, wateractiviteit, mutualisme, protocooperatie uitleggen
  3. wat zijn fylogenetische merkers, wat doen ze en geef meerdere voorbeelden en leg uit

13 jun 2008

  1. Denitrificatie en nitrificatie + waterzuivering
  2. Hou zou je ALLE organismen in een bodemstaal classificeren en metabolisme nagaan?
  3. wateractiviteit + welke organismen kunnen tegen lage + oplossing
  4. Termen:
    • amensalisme
    • protocoöperatie
    • S.cerevisiae geïnfecteerd met groen zwavel bacteriën... hoe los je dit op
    • Verschil groenzwavel- en purperbacteriën op vlak van productie reducerend vermogen
    • Antibioticaresistentiemechanismen
    • fermentatie...hoe energie en reducerend vermogen verzorgen
    • mutualisme
    • syntrofie
    • verschil antiseptica en desinfectantia

13 jun 2008

  1. acetyl coA cyclus en welke organismen deze gebruiken
  2. voorwaarden voor goede fylogenetische merkers en enkele voorbeelden
  3. begrippen: pleiomorfie,monomorfie,chemostaat,....

10 jun 2008

  1. penicillines hebben geen effect op Archaea en Gram negatieve bacterien. Juist of fout, leg uit ahv biochemische werking penicilline
  2. wat is metagenomics, voordelen en toekomstperspectieven in toegepaste microbiologie
  3. manieren van C02 fixatie

27 aug 2007

  1. Stel men vraagt je om een antifungaal middel te ontwikkelen tegen gistinfecties bij mensen. Op welke principes zou je dit kunnen baseren en staaf met een voorbeeld. Hoe ga je te werk om te bepalen of je product een bacteriostatische of bacteriocide werking heeft?
  2. Bespreek bondig de anoxische fotosynthese bij purperbacterieën
  3. Wat zijn psychrofiele organismen? Hoe zijn ze aangepast aan hun milieu? Waarin verschillen ze met psychrotolerante organismen?
  4. Practicumvraag: Geef met behulp van een schema het verschil tussen gram-positieve en gram-negatieve bacteriën. Met welke technieken kun je beide groepen onderscheiden?

18 jun 2007

  1. De toxische producten die vanuit zuurstof gevormd worden en hoe de cel die onschadelijk maakt.
  2. Geef alle manieren om CO2 te fixeren.
  3. Termen:
    • chemostaat
    • glycocalyx
    • micronutrienten
    • macronutrienten
    • hydrogenosoom
    • monomorfisch
    • pleiomorfisch

15 jun 2007

  1. Leg de structuur en de werking van de bacteriële flagel uit en bespreek chemotaxis.
  2. Hoe gaat u te werk om te bepalen of een stof een bacteriostatische of bactericide werking heeft?
  3. Vergelijk de energie en reducerend vermogen vorming bij fototrofen en fermentatie.

11 jun 2007

  1. bespreek de vorming en structuur van endosporen, welke zijn de voordelen hiervan voor de overleving van de bacterie en hoe moeten we daar mee omgaan als we de groei van zulde organismen willen onder controle houden
  2. ken je manieren voor incorporatie van C02, zoja welke en beschrijf bondig de pathways
  3. stel je hebt een bodemstaal met daarin nieuwe 'ongekende' organismen, beschrijf hoe je te werk zou gaan om deze te identificeren en welke manieren je zou gebruiken voor de classificatie

11 jun 2007

  1. Hoe onstaat resistentie tegen antibiotica bij micro-organismen? Bespreek de verschillende mechanismen van resistentie. In een post-antibiotica tijdperk, welke methoden zou je gebruiken om bacteriele infecties tegen te gaan?
  2. Bespreek de verschillende methodes die micro-organismen hebben om zich te beschermen tegen toxische zuurstof producten (door fotochemische reacties ontstaan).
  3. Wat zijn biogeochemische cycli? Bespreek aan de hand van een schematische voorstelling van de koolstof cyclus.