Grondslagen van de Chemie: verschil tussen versies

Uit Chemika Examenwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Rikluykx (overleg | bijdragen)
R1097153 (overleg | bijdragen)
 
(77 tussenliggende versies door 21 gebruikers niet weergegeven)
Regel 3: Regel 3:


==Vakinformatie==
==Vakinformatie==
Basisvak chemie voor 1e bachelor chemie, biochemie en biologie.
Basisvak chemie voor 1e bachelor chemie, biochemie, biologie en geologie.
Gedoceerd door professor <s>Koen Clays</s> <s>Bart Goderis (sinds academiejaar 2013-2014)</s> Koen Clays. Het examen is deels mondeling, deels schriftelijk.
Gedoceerd door professor Koen Clays (sinds academiejaar 2013-2014, daarvoor door Prof. Bart Goderis). Het examen is volledig schriftelijk.
 
Alle opgeloste oefeningen van jaar 2018 + extra vraagjes door Elisabeth Isebaert: https://drive.google.com/file/d/19sGYg7UWTPcss0pZICDbe9WzT9T3Zwrb/view?usp=drive_link
Enkele examenvragen van Koen Claeys uitgewerkt: https://drive.google.com/file/d/1d1AIDOuh7TN0IieKpvRVn9zy544TLF2n/view?usp=sharing
 
''academiejaar 2022-2023''
* Aanpak vak
** Gegeven door Prof. Koen Clays
*** Werkt vaak dingen uit op het bord die zeer nuttig/noodzakelijk zijn op een examen te vermelden, lessen volgen zijn dus wel zeker sterk aan te raden! Zeker omdat deze niet opgenomen worden. In 2023-2024 stonden er wel opgenomen powerpoints op Toledo van coronatijd maar die waren enkel nuttig als je iets niet begreep tijdens het studeren.
** Examen volledig schriftelijk: 10 punten op 2 theorie vragen, 6 punten op 2 oefeningen.
** Examen + practica
* Kwaliteit cursus
** Cursustekst voldoende om te slagen
* Examenvragen
** Vergelijkbaar met de tussentijdse toets maar theorievragen op de tussentijdse toets zijn opgedeeld in tussenvragen. Onderaan de pagina staat hoe het op het examen gevraagd zal worden.
** Theorievragen komen vaak terug
** Oefeningen zijn zeer vergelijkend met die van de oefenzittingen, maak ook zeker de makkelijke oefeningen opnieuw want deze kunnen ook voorkomen
** Vooral deel E is enorm belangrijk!!
* Practica
** Is goed te doen, bereid de practica op punten goed voor!!
* Oefenzittingen
** Op de website van bios staan de oplossingen van enkele jaren geleden, zijn niet exact hetzelfde, maar het principe komt steeds op hetzelfde neer


==Examenvragen==
==Examenvragen==
===13 Januari 2026===
Theorie:
#Hoe kun je de snelheid van een chemische reactie verhogen? Toon aan met een figuur/formule. Wat is de invloed op het evenwicht? /6
#Welke functies kan het CN- anion allemaal hebben? En is het dan sterk of zwak in deze functie? Geef ook een voorbeeld van een reactie. /4
Oefeningen:
#:a) Geef de lewisstructuur, hybridisatie van het centrale atoom en ruimtelijke structuur van ClO2-. Teken deze ruimtelijke structuur.
#:b) Geef een voorbeeld van een ander molecule met dezelfde polariteit maar een andere hybridisatie.
#:c) Bereken de pH van een 1,70M KClO2 oplossing.
#:d) Geef 2 redoxkoppels die je kan gebruiken om de K die je nodig hebt in (c) te berekenen.
#Toon aan dat er -door complexvorming- geen PbCl2 neerslag gevormd wordt als je 40mL van een 0,40M Pb(NO3)2 oplossing mengt met 40mL van een 0,60M MgCl2 oplossing.
===18 Augustus 2025===
Opnieuw nieuwe theorievragen, dus vanaf nu zijn het nieuwe theorievragen
Theorie:
#a)Licht aan de hand van een schema toe hoe de elektronenstructuur van homo-diatomaire moleculen afgeleid wordt (Algemeen). Pas dit toe op: b)N2 c)02
#Welke chemische fincties kan fluoride allemaal vervullen, en is het dan een sterk of zwak in deze functie? Geef dan telkens ook een reactie als voorbeeld.
Oefeningen:
#Toon aan met berekeningen dat er -dankkzij de complexvorming- geen PbCl2-neerslag gevormd wordt wanneer 50mL 1.20M Pb(NO3)2-oplossing samengevoegd wordt aan 50mL 0.800M BaCl2-oplossing.
#Gegeven volgende reactie: 2C6H6 + 15O2 <=> 12 CO2 + 6H20
##Toon aan met berekeningen dat deze reactie aflopend is bij 80°c
##Bereken hoeveel liter CO2 er vrij komt bij deze temperatuur en atmosferische druk (1.00 atm) wanneer 39g benzeen (C6H6) verbrand wordt bij een overmaat aan zuurstofgas
=== 14 Januari 2025===
Prof heeft tegen de ombuds gezegd dat hij dit jaar 'iets nieuws wou proberen met de theorie', dus nieuwe vragen vanaf nu (?)
Theorie:
#Gegeven de ligandenuitwisselingsreactie: Co(CN)<sub>5</sub>(H<sub>2</sub>O)<sup>2-</sup> + I<sup>-</sup> --> Co(CN)<sub>5</sub>(I)<sup>3-</sup> + H<sub>2</sub>O en de snelheidsvergelijking: v=(a[Co(CN)<sub>5</sub>(H<sub>2</sub>O)<sup>2-</sup>][I<sup>-</sup>])/(b+c[I<sup>-</sup>])
a) Stel een plausibel reactiemechanisme op dat de snelheidsvergelijking beantwoord.
b) Wat kan je zeggen over het evenwicht van deze reactie?
c) Is de reactiesnelheid sneller bij metathesereacties?
#Een stuk tekst uit een krant over magnesiumwinning door een bedrijf dichtbij de zee, er wordt ook chloor opgeleverd (Tip:Er werd daar vroeger ook aardolie gewonnen). Leg uit waarom het goed is voor een bedrijf om dit te doen, geef alle reactievergelijkingen die je gebruikt bij de uitleg.
Oefeningen:
#Bepaal de oplosbaarheid van AgOH in een oplossing van 0.60 M HIO.
#Gegeven: N<sub>2</sub>H<sub>4</sub> + 2 H<sub>2</sub>O<sub>2</sub> --> N<sub>2</sub> + 4 H<sub>2</sub>O
a) (Boven/Onder) (omcirkel) welke temperatuur is deze reactie spontaan?
b) Hoeveel warmte (Komt vrij/Neemt de reactie op) als er 0.020l H<sub>2</sub>O<sub>2</sub> reageert bij 101325Pa en 25°C?
=== 23 Augustus 2024===
Theorie:
#Wat bepaalt de ruimtelijke structuur van een covalent gebonden molecuul. Geef eerst in het algemeen hoe je te werk gaat, en toon daze werkwijze aan met 4 verschillende, duidelijke, relevante voorbeelden die verschillende scenario's voldoende duiden. (./4)
#Wat gebeurt er bij de elektrolyse van water: (./6)
a)Zonder zout
b)Met weinig zout
c)Verzadigde oplossing van NaCl (Pekel)
Oefeningen:
#Gegeven AgBr (./4)
a)Wat is de oplosbaarheid in zuiver water
b)Je voegt natriumthiosulfaat (Na2S2O3) toe, dat de oplosbaarheid zal verhogen. Bereken de concentratie Na2S2O3 nodig om 10g AgBr in 500ml water op te lossen.
c)Complexatie met het centraal kation is 1 manier om de oplosbaarheid te doen laten stijgen van een zout. Wat is nog een andere methode om de oplosbaarheid te verhogen? Waarom is deze methode niet zo efficiënt voor AgBr.
#Sucrose (C12H22O11) hydrolyseert met een overmaat water tot glucose en fructose (Beide C6H12O6). De concentratie aan glucose wordt gevolgd in functie van de tijd. De begin concentratie van sucrose is 0.500M. Bepaal grafisch zowel de orde als de snelheidsconstante ten opzichte van sucrose.  (./2)           
C12H22O11 + H20 -> C6H12O6 + C6H12O6
Tabel concentratie glucose in functie van de tijd:
Concentratie (in M)  en  Tijd (in minuten)
0    bij 0 minuten                     
0.050 bij 30 minuten                     
0.095 bij 60 minuten                   
0.135 bij 90 minuten                   
0.234 bij 180 minuten                   
0.358 bij 360 minuten
=== 16 januari 2024===
Theorie:
#Bereken de chemische en fysische roosterenergie voor de vorming van een ionbinding. Geef de principes/formules waarop beide berekeningen zijn gebaseerd (a). Geef je berekeningen weer(b) en vergelijk beide bekomen waardes en verklaar indien verschillend (c). ANTW A: fysisch (formule roostenergie met Madelungconstante) + chemisch (wet van Hess) (a); ANTW B: exacte methode = deel A.3.1.d. (verband tussen ionbinding, atomaire eigenschappen en thermodynamica); ANTW C: fysische berekening is enkel obv interactie-energie en verwaarloost afstoting op korte afstand (zie pagina hierboven).
#Geef (allemaal verschillende) vier kationen en vier anionen. Geef een chemische eigenschap voor elk van de ionen (bv. zuur, base, oxidans, reductans, ligand, centraal metaalkation), geef aan of het ion in kwestie zwak/sterk is voor deze eigenschap. ANTW: voorbeelden uit boek(Deel E), tabellen gebruiken of BOD opzoeken obv K-waarden/E-waarden
Oefeningen:
#Oefening 1a: Cu(IO_3)2 is slecht oplosbaar in zuiver water. Door toevoeging van NH3 kan de oplosbaarheid verhoogd worden doordat complexatie optreedt ter vorming van het aminecupraatcomplex (Cu(NH3)^2+). Hoeveel NH3 heb je nodig om 20,67g van het zout volledig op te op te lossen in 200ml?
#Oefening 1b: Daarna ontstaat er ook Cu(OH)_2 -neerslag. Bewijs.
#oefening 2: Bereken de K_b-waarde van het oxalaation (C2O4^2-) in water obv van thermodynamische gegevens, vergelijk vervolgens met de K_b-waarde bekomen uit de zuurconstantetabel.
=== 17 januari 2023===
Theorie:
# Bij welke reacties gebruik je een katalysator en bij welke is quenchen van toepassing? (bij elk een voorbeeld geven + afleidingen formules en verduidelijking hierbij + grafieken)
# Halfreacties autoaccu (functies chemische elementen geven, welke richting oplaad en welke ontlaad, waarom die fasetoestand bij lood)
Oefeningen:
# Geometrie, hybridisatie, polair/apolair (uitleggen waarom) van SO3(2-)
# pH bepalen van 0.4M Na2SO3
# Oplosbaarheid van PbI2 berekenen + hoeveel KCl toevoegen ter vorming van Pb(Cl)4(-) bij een bepaalde concentratie aan PbI2 + wordt er nog neerslag gevormd
=== 23 augustus 2022===
Theorie:
# Schrijf uit hoe je bekomt tot reactie 7 (pagina 119 BOD) en leg je redeneringen uit. (reductie half reacties- reactie uitgeschreven op bord in de les)
# Leg de relevantie van de ladingsdichthied (niet electronendichtheid) in de scheikunde uit. [antw.: complexatie en neerslag reacties, in zuur als protontransfer van Hˆ+ (te grote ladingsdichtheid om te bestaan), electrontransfer reacties]
Oefeningen:
# HCN toevoegen om Co(OH)2 beter op te lossen. Welke HCN-concentratie nodig om 6,79 g Co(OH)2 in oplossing te brengen in 250 mL water? (Analoog oefening 8 E4)
# Is volgende reactie aflopend bij 40 graden celcius? 2NH4NO3 <--> 2N2 + 4H2O + O2 (zie o.a. oef 4/6/7/E5 deel D)
=== 18 januari 2022 ===
Theorie:
1. Hoe kan je de snelheid van een reactie verhogen, wat gebeurt er met het evenwicht?
2. Buffers: vuistregels + afleiding, verband met titratie, is bloed een goede buffer?
Oefeningen:
oefening 1:
a. molaire oplosbaarheid van Ag2Cr2O7 in zuiver water
b. hoeveel NH3 nodig om 0,100 mol AgI op te lossen in 0,500L (Ag(NH3)2^+ wordt gevormd)
c. toon aan dat er geen AgOH neerslag gevormd wordt
oefening 2:
a. redoxreactie opstellen voor N2/NH2OH en Al(OH)4^-/Al
b. toon aan dat de reactie aflopend is bij 25°C
=== 16 augustus 2021 ===
Theorie:
#Op welke manieren kan je de snelheid van een reactie vergroten, leg uit wat er dan ook met de evenwichtsconstante gebeurt. Verandert hierbij de ligging van het evenwicht? Gebruik formules of figuren om dit aan te tonen
#Op welke manier beïnvloedt complexatie het redoxpotentiaal van een metaal? Leg uit, geef een voorbeeld. In de natuur wordt Fe gebruikt voor reversibele redoxreacties. Waarom?
Oefeningen:
#Boven of onder welke temperatuur gaat deze reactie spontaan op: O2 (g) + N2 (g) —> 2NO (g)
#HCN verhoogt de oplosbaarheid van Fe(OH)2, hoe groot is de concentratie van HCN die je nodig hebt om 250 ml 3,37g Fe(OH)2 in oplossing te brengen?”
=== 6 januari 2021 ===
Theorie 1:
#Bespreek alle K’s die we hebben gezien in de cursus en geef een voorbeeld waarin hun definitie duidelijk wordt. Indien je iets kan zeggen over K>>1 K=1 en K<<1, voeg je dit hieraan toe.
#Gebruik een voorbeeld uit 1a en leg uit hoe je K puur theoretisch kunt vinden.
#Geef een mogelijk verband tussen K en k indien er een is.
Theorie 2:
Bespreek de elektrolyse van water zonder NaCl, met een beetje NaCl en met veel NaCl.
Oefening 1:
Bewijs dat dankzij de complexvorming, PbCl2 niet neerslaat, wanneer we 50ml Pb(NO3)2 (0,4M) bij 50ml BaCl2 (0,6M)doen.
Oefening 2:
0,700M NaHSO3 en 0,450M Na2SO3
#Bereken de pH.
#Bereken de pH bij het toevoegen van 20ml KOH.
#Bij welke concentratie aan NaOH de buffer (100mL) niet meer werkt.
=== 13 augustus 2020 ===
Theorie:
1) Leg homogene, heterogene en enzymatische katalyse uit. Geef ook telkens een voorbeeld. Leg de gelijkenis tussen heterogene en enzymatische katalyse uit. Leg de gelijkenis tussen homogene en enzymatische katalyse uit. /4
2) Vergelijk chroomvocht (dichromaat in zwavelzuur), piranhazuur (waterstofperoxide in zwavelzuur), koningswater en cyanide in base als oplosmiddelen voor (edel)metalen. /6
Oefeningen:
1) Bereken de oplosbaarheid van AgBr in een 0.053M NH3 oplossing. Ag(NH3)2- wordt gevormd.
2) Is volgende reactie (reactie gegeven) aflopend bij 68 graden C? Toon aan met berekeningen.
=== 15 januari 2020 voormiddag ===
Theorie:
1) Hoe evenwicht verschuiven naar kant van producten, verandert er iets aan de snelheid?
2) De ruimtelijke structuur van de covalente binding, 4 relevante voorbeelden geven en bespreken.
Oefeningen:
1) Bereken Kd van complex Ag(CN)2 adhv thermodynamische eigenschap bij 25°C
2) Na3PO4 0.045 M: bereken werkelijke concentraties van PO43-, Na+, HPO42-, H2PO4-, H3PO4, H3O+, OH- en bereken de pH.
=== 14 januari 2020 namiddag ===
=== 14 januari 2020 namiddag ===
theorie:
theorie:

Huidige versie van 17 jan 2026 om 00:12


Vakinformatie

Basisvak chemie voor 1e bachelor chemie, biochemie, biologie en geologie. Gedoceerd door professor Koen Clays (sinds academiejaar 2013-2014, daarvoor door Prof. Bart Goderis). Het examen is volledig schriftelijk.

Alle opgeloste oefeningen van jaar 2018 + extra vraagjes door Elisabeth Isebaert: https://drive.google.com/file/d/19sGYg7UWTPcss0pZICDbe9WzT9T3Zwrb/view?usp=drive_link Enkele examenvragen van Koen Claeys uitgewerkt: https://drive.google.com/file/d/1d1AIDOuh7TN0IieKpvRVn9zy544TLF2n/view?usp=sharing

academiejaar 2022-2023

  • Aanpak vak
    • Gegeven door Prof. Koen Clays
      • Werkt vaak dingen uit op het bord die zeer nuttig/noodzakelijk zijn op een examen te vermelden, lessen volgen zijn dus wel zeker sterk aan te raden! Zeker omdat deze niet opgenomen worden. In 2023-2024 stonden er wel opgenomen powerpoints op Toledo van coronatijd maar die waren enkel nuttig als je iets niet begreep tijdens het studeren.
    • Examen volledig schriftelijk: 10 punten op 2 theorie vragen, 6 punten op 2 oefeningen.
    • Examen + practica
  • Kwaliteit cursus
    • Cursustekst voldoende om te slagen
  • Examenvragen
    • Vergelijkbaar met de tussentijdse toets maar theorievragen op de tussentijdse toets zijn opgedeeld in tussenvragen. Onderaan de pagina staat hoe het op het examen gevraagd zal worden.
    • Theorievragen komen vaak terug
    • Oefeningen zijn zeer vergelijkend met die van de oefenzittingen, maak ook zeker de makkelijke oefeningen opnieuw want deze kunnen ook voorkomen
    • Vooral deel E is enorm belangrijk!!
  • Practica
    • Is goed te doen, bereid de practica op punten goed voor!!
  • Oefenzittingen
    • Op de website van bios staan de oplossingen van enkele jaren geleden, zijn niet exact hetzelfde, maar het principe komt steeds op hetzelfde neer

Examenvragen

13 Januari 2026

Theorie:

  1. Hoe kun je de snelheid van een chemische reactie verhogen? Toon aan met een figuur/formule. Wat is de invloed op het evenwicht? /6
  2. Welke functies kan het CN- anion allemaal hebben? En is het dan sterk of zwak in deze functie? Geef ook een voorbeeld van een reactie. /4

Oefeningen:

  1. a) Geef de lewisstructuur, hybridisatie van het centrale atoom en ruimtelijke structuur van ClO2-. Teken deze ruimtelijke structuur.
    b) Geef een voorbeeld van een ander molecule met dezelfde polariteit maar een andere hybridisatie.
    c) Bereken de pH van een 1,70M KClO2 oplossing.
    d) Geef 2 redoxkoppels die je kan gebruiken om de K die je nodig hebt in (c) te berekenen.
  2. Toon aan dat er -door complexvorming- geen PbCl2 neerslag gevormd wordt als je 40mL van een 0,40M Pb(NO3)2 oplossing mengt met 40mL van een 0,60M MgCl2 oplossing.

18 Augustus 2025

Opnieuw nieuwe theorievragen, dus vanaf nu zijn het nieuwe theorievragen

Theorie:

  1. a)Licht aan de hand van een schema toe hoe de elektronenstructuur van homo-diatomaire moleculen afgeleid wordt (Algemeen). Pas dit toe op: b)N2 c)02
  2. Welke chemische fincties kan fluoride allemaal vervullen, en is het dan een sterk of zwak in deze functie? Geef dan telkens ook een reactie als voorbeeld.


Oefeningen:

  1. Toon aan met berekeningen dat er -dankkzij de complexvorming- geen PbCl2-neerslag gevormd wordt wanneer 50mL 1.20M Pb(NO3)2-oplossing samengevoegd wordt aan 50mL 0.800M BaCl2-oplossing.
  2. Gegeven volgende reactie: 2C6H6 + 15O2 <=> 12 CO2 + 6H20
    1. Toon aan met berekeningen dat deze reactie aflopend is bij 80°c
    2. Bereken hoeveel liter CO2 er vrij komt bij deze temperatuur en atmosferische druk (1.00 atm) wanneer 39g benzeen (C6H6) verbrand wordt bij een overmaat aan zuurstofgas

14 Januari 2025

Prof heeft tegen de ombuds gezegd dat hij dit jaar 'iets nieuws wou proberen met de theorie', dus nieuwe vragen vanaf nu (?) Theorie:

  1. Gegeven de ligandenuitwisselingsreactie: Co(CN)5(H2O)2- + I- --> Co(CN)5(I)3- + H2O en de snelheidsvergelijking: v=(a[Co(CN)5(H2O)2-][I-])/(b+c[I-])

a) Stel een plausibel reactiemechanisme op dat de snelheidsvergelijking beantwoord. b) Wat kan je zeggen over het evenwicht van deze reactie? c) Is de reactiesnelheid sneller bij metathesereacties?

  1. Een stuk tekst uit een krant over magnesiumwinning door een bedrijf dichtbij de zee, er wordt ook chloor opgeleverd (Tip:Er werd daar vroeger ook aardolie gewonnen). Leg uit waarom het goed is voor een bedrijf om dit te doen, geef alle reactievergelijkingen die je gebruikt bij de uitleg.

Oefeningen:

  1. Bepaal de oplosbaarheid van AgOH in een oplossing van 0.60 M HIO.
  2. Gegeven: N2H4 + 2 H2O2 --> N2 + 4 H2O

a) (Boven/Onder) (omcirkel) welke temperatuur is deze reactie spontaan? b) Hoeveel warmte (Komt vrij/Neemt de reactie op) als er 0.020l H2O2 reageert bij 101325Pa en 25°C?

23 Augustus 2024

Theorie:

  1. Wat bepaalt de ruimtelijke structuur van een covalent gebonden molecuul. Geef eerst in het algemeen hoe je te werk gaat, en toon daze werkwijze aan met 4 verschillende, duidelijke, relevante voorbeelden die verschillende scenario's voldoende duiden. (./4)
  2. Wat gebeurt er bij de elektrolyse van water: (./6)

a)Zonder zout b)Met weinig zout c)Verzadigde oplossing van NaCl (Pekel)

Oefeningen:

  1. Gegeven AgBr (./4)

a)Wat is de oplosbaarheid in zuiver water b)Je voegt natriumthiosulfaat (Na2S2O3) toe, dat de oplosbaarheid zal verhogen. Bereken de concentratie Na2S2O3 nodig om 10g AgBr in 500ml water op te lossen. c)Complexatie met het centraal kation is 1 manier om de oplosbaarheid te doen laten stijgen van een zout. Wat is nog een andere methode om de oplosbaarheid te verhogen? Waarom is deze methode niet zo efficiënt voor AgBr.

  1. Sucrose (C12H22O11) hydrolyseert met een overmaat water tot glucose en fructose (Beide C6H12O6). De concentratie aan glucose wordt gevolgd in functie van de tijd. De begin concentratie van sucrose is 0.500M. Bepaal grafisch zowel de orde als de snelheidsconstante ten opzichte van sucrose. (./2)

C12H22O11 + H20 -> C6H12O6 + C6H12O6


Tabel concentratie glucose in functie van de tijd: Concentratie (in M) en Tijd (in minuten) 0 bij 0 minuten 0.050 bij 30 minuten 0.095 bij 60 minuten 0.135 bij 90 minuten 0.234 bij 180 minuten 0.358 bij 360 minuten

16 januari 2024

Theorie:

  1. Bereken de chemische en fysische roosterenergie voor de vorming van een ionbinding. Geef de principes/formules waarop beide berekeningen zijn gebaseerd (a). Geef je berekeningen weer(b) en vergelijk beide bekomen waardes en verklaar indien verschillend (c). ANTW A: fysisch (formule roostenergie met Madelungconstante) + chemisch (wet van Hess) (a); ANTW B: exacte methode = deel A.3.1.d. (verband tussen ionbinding, atomaire eigenschappen en thermodynamica); ANTW C: fysische berekening is enkel obv interactie-energie en verwaarloost afstoting op korte afstand (zie pagina hierboven).
  2. Geef (allemaal verschillende) vier kationen en vier anionen. Geef een chemische eigenschap voor elk van de ionen (bv. zuur, base, oxidans, reductans, ligand, centraal metaalkation), geef aan of het ion in kwestie zwak/sterk is voor deze eigenschap. ANTW: voorbeelden uit boek(Deel E), tabellen gebruiken of BOD opzoeken obv K-waarden/E-waarden


Oefeningen:

  1. Oefening 1a: Cu(IO_3)2 is slecht oplosbaar in zuiver water. Door toevoeging van NH3 kan de oplosbaarheid verhoogd worden doordat complexatie optreedt ter vorming van het aminecupraatcomplex (Cu(NH3)^2+). Hoeveel NH3 heb je nodig om 20,67g van het zout volledig op te op te lossen in 200ml?
  2. Oefening 1b: Daarna ontstaat er ook Cu(OH)_2 -neerslag. Bewijs.
  3. oefening 2: Bereken de K_b-waarde van het oxalaation (C2O4^2-) in water obv van thermodynamische gegevens, vergelijk vervolgens met de K_b-waarde bekomen uit de zuurconstantetabel.

17 januari 2023

Theorie:

  1. Bij welke reacties gebruik je een katalysator en bij welke is quenchen van toepassing? (bij elk een voorbeeld geven + afleidingen formules en verduidelijking hierbij + grafieken)
  2. Halfreacties autoaccu (functies chemische elementen geven, welke richting oplaad en welke ontlaad, waarom die fasetoestand bij lood)

Oefeningen:

  1. Geometrie, hybridisatie, polair/apolair (uitleggen waarom) van SO3(2-)
  2. pH bepalen van 0.4M Na2SO3
  3. Oplosbaarheid van PbI2 berekenen + hoeveel KCl toevoegen ter vorming van Pb(Cl)4(-) bij een bepaalde concentratie aan PbI2 + wordt er nog neerslag gevormd

23 augustus 2022

Theorie:

  1. Schrijf uit hoe je bekomt tot reactie 7 (pagina 119 BOD) en leg je redeneringen uit. (reductie half reacties- reactie uitgeschreven op bord in de les)
  2. Leg de relevantie van de ladingsdichthied (niet electronendichtheid) in de scheikunde uit. [antw.: complexatie en neerslag reacties, in zuur als protontransfer van Hˆ+ (te grote ladingsdichtheid om te bestaan), electrontransfer reacties]

Oefeningen:

  1. HCN toevoegen om Co(OH)2 beter op te lossen. Welke HCN-concentratie nodig om 6,79 g Co(OH)2 in oplossing te brengen in 250 mL water? (Analoog oefening 8 E4)
  2. Is volgende reactie aflopend bij 40 graden celcius? 2NH4NO3 <--> 2N2 + 4H2O + O2 (zie o.a. oef 4/6/7/E5 deel D)

18 januari 2022

Theorie: 1. Hoe kan je de snelheid van een reactie verhogen, wat gebeurt er met het evenwicht? 2. Buffers: vuistregels + afleiding, verband met titratie, is bloed een goede buffer?

Oefeningen:

oefening 1: a. molaire oplosbaarheid van Ag2Cr2O7 in zuiver water b. hoeveel NH3 nodig om 0,100 mol AgI op te lossen in 0,500L (Ag(NH3)2^+ wordt gevormd) c. toon aan dat er geen AgOH neerslag gevormd wordt

oefening 2: a. redoxreactie opstellen voor N2/NH2OH en Al(OH)4^-/Al b. toon aan dat de reactie aflopend is bij 25°C

16 augustus 2021

Theorie:

  1. Op welke manieren kan je de snelheid van een reactie vergroten, leg uit wat er dan ook met de evenwichtsconstante gebeurt. Verandert hierbij de ligging van het evenwicht? Gebruik formules of figuren om dit aan te tonen
  2. Op welke manier beïnvloedt complexatie het redoxpotentiaal van een metaal? Leg uit, geef een voorbeeld. In de natuur wordt Fe gebruikt voor reversibele redoxreacties. Waarom?

Oefeningen:

  1. Boven of onder welke temperatuur gaat deze reactie spontaan op: O2 (g) + N2 (g) —> 2NO (g)
  2. HCN verhoogt de oplosbaarheid van Fe(OH)2, hoe groot is de concentratie van HCN die je nodig hebt om 250 ml 3,37g Fe(OH)2 in oplossing te brengen?”

6 januari 2021

Theorie 1:

  1. Bespreek alle K’s die we hebben gezien in de cursus en geef een voorbeeld waarin hun definitie duidelijk wordt. Indien je iets kan zeggen over K>>1 K=1 en K<<1, voeg je dit hieraan toe.
  2. Gebruik een voorbeeld uit 1a en leg uit hoe je K puur theoretisch kunt vinden.
  3. Geef een mogelijk verband tussen K en k indien er een is.

Theorie 2: Bespreek de elektrolyse van water zonder NaCl, met een beetje NaCl en met veel NaCl.

Oefening 1: Bewijs dat dankzij de complexvorming, PbCl2 niet neerslaat, wanneer we 50ml Pb(NO3)2 (0,4M) bij 50ml BaCl2 (0,6M)doen.

Oefening 2: 0,700M NaHSO3 en 0,450M Na2SO3

  1. Bereken de pH.
  2. Bereken de pH bij het toevoegen van 20ml KOH.
  3. Bij welke concentratie aan NaOH de buffer (100mL) niet meer werkt.

13 augustus 2020

Theorie: 1) Leg homogene, heterogene en enzymatische katalyse uit. Geef ook telkens een voorbeeld. Leg de gelijkenis tussen heterogene en enzymatische katalyse uit. Leg de gelijkenis tussen homogene en enzymatische katalyse uit. /4 2) Vergelijk chroomvocht (dichromaat in zwavelzuur), piranhazuur (waterstofperoxide in zwavelzuur), koningswater en cyanide in base als oplosmiddelen voor (edel)metalen. /6

Oefeningen: 1) Bereken de oplosbaarheid van AgBr in een 0.053M NH3 oplossing. Ag(NH3)2- wordt gevormd. 2) Is volgende reactie (reactie gegeven) aflopend bij 68 graden C? Toon aan met berekeningen.

15 januari 2020 voormiddag

Theorie: 1) Hoe evenwicht verschuiven naar kant van producten, verandert er iets aan de snelheid? 2) De ruimtelijke structuur van de covalente binding, 4 relevante voorbeelden geven en bespreken.

Oefeningen: 1) Bereken Kd van complex Ag(CN)2 adhv thermodynamische eigenschap bij 25°C 2) Na3PO4 0.045 M: bereken werkelijke concentraties van PO43-, Na+, HPO42-, H2PO4-, H3PO4, H3O+, OH- en bereken de pH.

14 januari 2020 namiddag

theorie:

  1. Hoe verklaar je de werking van een "hoog-rendements" brander voor een centrale verwarming? Welke aanpassingen dienen er te gebeuren in vergelijking met een klassieke brander
  2. Bespreek de dissociatie van HgCl2. Waarmee is dit te vergelijken?

oefeningen:

  1. Je voegt 50 mL van een 0.0200M AgNO3 - oplossing toe aan 50 mL van een 0.0300M NaCN-oplossing. Zal AgCN neerslaan, ondanks de complexvorming (Kst Ag(CN)2- = 2.5 x 10^20). Verwaarloos de basische eigenschappen van CN-
  2. Bepaal grafisch orde van de reactie, de snelheidsconstante en halfwaardetijd. Je krijgt de beginconcentratie van het reagens gegeven, en het verloop van de concentratie van een product. (Dus je moet nog berekenen, hoe het verloop van de concentratie van het reagens gaat)

13 januari 2020 namiddag

theorie: 1) bespreek de elektrolyse van water of in een waterige oplossing van zeezout (NaCl) voor volgende situaties: zonder toevoeging van zout, bij toevoeging van een beetje NaCl, bij toevoeging van veel NaCl 2) Bespreek homogene, heterogene en enzymatische katalyse: geef verschillen en gelijkenissen. Geef telkens een relevant voorbeeld ter illustratie.

oefeningen: 1) reactie N2 + O2 --> 2NO gegeven en berekenen boven/onder welke temperatuur de reactie spontaan is 2) Berekenen hoeveel gram NaCl je moet toevoegen aan 0,448g Cu(OH)2 om dit volledig te kunnen oplossen in 100 ml water als je weet dat het complex [CuCl4]2- wordt gevormd

13 januari 2020 voormiddag

theorie

  1. Buffer
  2. Reactiemechanisme van Broom

?

Theorie: 1) hoe kan men de snelheid van een chemische reactie vergroten? Verandert dit ook iets aan het evenwicht? 2) chemische eigenschappen ammoniak, hebben ze dan een zwakke of sterke functie? Geef voorbeeldreacties 3) bespreek de thermodynamische eigenschappen van de autoprotolyse van water. Zie hiervoor tabel 6.9 BOD

Oefeningen: 1) bereken of neerslag wordt gevormd bij samenvoegen 2 stoffen 2) bereken potentiaal galvanische cel

1 februari 2019 namiddag

theorie

  1. Leg uit hoe een biprotisch zuur dissocieert en geef een voorbeeld. Vergelijk deze dissociatie met die van HgCl2
  2. Broom in base

oefeningen

  1. Bepaal de standaardreductiepotentiaal van het koppel Zn(OH)2 (s)\ Zn(s) met het oplosbaarheidsproduct van Zn(OH)2 en de standaardreductiepotentiaal van het koppel Zn2+\ Zn(s)
  2. Een klontje vast ethanol met een massa van 50 g wordt bij 155.80 K overgoten met 2.22 L (1 L = 0.79 kg) vloeibaar ethanol waardoor het klontje zal smelten. Wat is de begintemperatuur van het vloeibaar ethanol als je weet dat het systeem een eindtemperatuur van 287.80 K bereikt en als je weet dat er geen energie verloren gaat aan de omgeving?

21 januari 2019 namiddag

theorie

  1. vervolledig de reactievergelijking ClO4- + Cl- -> Cl2 + H2O en geef een plausibel reactiemechanisme.
  2. bespreek de elektrolyse van water of in een waterig milieu zonder toevoeging van zout, bij toevoeging van een beetje NaCl, bij toevoeging van veel NaCl.

oefeningen

  1. hoeveel natriumthiosulfaat is er nodig om 0,025 mol AgBr op te lossen in 500 ml? Het complex zilverthiosulfaat wordt gevormd.
  2. een ijsklontje met massa 56 gram wordt in 150 g water gedaan om dit af te koelen. Het ijsklontje heeft een begintemperatuur van 0°C en het geheel heeft een eindtemperatuur van 14°C. Bereken de begintemperatuur van het water.

16 januari 2019 voormiddag

Theorie

  1. Bespreek de spontane ontbinding van waterstofperoxide. Welke parameters dragen bij tot de ontbinding en hoe kan je dit tegen gaan?
  2. De ruimtelijke structuur van de covalente binding, 4 relevante voorbeelden geven en bespreken.

Oefeningen

  1. 0,040 M 100 mL H3PO4 bij 100 ml 4M Ca2+-ionen. Wordt er neerslag gevormd?
  2. Een orde oefening met grafisch de halfwaarde tijd en k bepalen

15 januari 2019

Theorie

  1. Hoe kan je het evenwicht naar de kant van de producten krijgen. Heeft dit ook invloed op de snelheid van de reactie? /6
  2. Stel een chemisch mechanisme op zodat citroenzuur (wat een bestandsdeel is van citroensap) kan ontgiften. /4

Oefeningen

  1. Bepaal de Kb uit de gegeven redoxkoppels (H2O/H2O (E0=1.76V) en HO2/OH) (E0=0.87V). Met welke andere 2 koppels kan je dit nog doen? /3
  2. Geef de lewisstructuur, hybridisatie, polariteit (+ uitleg), en geometrie van XeF2 en PBr3. /3

14 januari 2019

Theorie

  1. Geef de twee vuistregels voor een goede buffer en leg ze uit adhv neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg uit bloed als buffer en waarom het geen ideale buffer is. Geef de relatie tussen een buffer en een pH- titratie(curve). /6
  2. Vervolledig deze reactie, BrO3- + Br- → Br2 + H2O, en geef een plausibel reactiemechanisme voor deze reactie (Staat niet in de cursus maar wel gezien als een extra voorbeeld). BOD Tabel 6.2 n.7 /4

30 januari 2018 namiddag

Theorie

  1. Welke verbindingen zijn zelf niet zuur of basisch, maar vertonen wel zure of basische eigenschappen als ze in water gebracht worden? /6
  2. Bespreek de voorwaarden en de gevolgen van het stationariteitsprincipe. Geef een duidelijk en relevant voorbeeld. /4

Oefeningen

  1. De stabiliteitsconstante voor de vorming van het complex Pb(OH)42- is 1,0.1016. De standaardreductiepotentiaal voor het koppel Pb2+(aq)/Pb(s) is -0,12V. Bereken aan de hand van deze gegevens de standaardreductiepotentiaal voor het koppel Pb(OH)42-(aq)/Pb(s). / 3
  2. Er wordt een buffer met pH = 6,90 gemaakt uitgaande van NaH2PO4 en Na2HPO4. De eindconcentratie van NaH2PO4 in 400 mL van deze oplossing is 0,020 M. Bereken hoeveel gram dinatriumwaterstoffosfaat er in deze oplossing moet zitten om de beoogde pH te realiseren. Aan deze oplossing wordt 100 mL 0,0080 M HI toegevoegd. Bereken ook de pH na toevoeging hiervan. Vanaf hoeveel mol NaOH toegevoegd zou de startbuffer niet meer werkzaam zijn? Licht kort toe. /3

23 januari 2018 namiddag

Theorie

  1. Stel een mogelijk reactiemechanisme voor bij reactie 7 BOD tabel 6.2. /4
  2. Waarom mag men geen ontkalker bij javel doen? Geef alle relevante reacties. /6

Oefeningen

  1. Bepaal de baseconstante van NH3 aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels. /3
  2. Geef de Lewisstructuur, hybridisatie en polariteit van XeF2 en HClO2. /3

22 januari 2018 namiddag

Theorie

  1. Hoe kan men het evenwicht naar de producten doen verschuiven? Heeft dit dan ook gevolgen voor de reactiesnelheid? /4
  2. Vergelijk chroomvocht (dichromaat in zwavelzuur), piranhazuur (waterstofperoxide in zwavelzuur), koningswater en cyanide in base als oplosmiddelen voor (edel)metalen. /6

Oefeningen

  1. Je wilt 0.488 g Cu(OH)2 oplossen in water tot een eindvolume van 100 mL. Bereken hoeveel gram NaCl er nodig is om ervoor te zorgen dat Cu(OH)2 niet neerslaat. Het CuCl42- complex wordt gevormd. /3
  2. Bepaal grafisch de activeringsenergie van de reactie (tabel met temperatuur en snelheidsconstantes gegeven). Bepaal ook de snelheidsconstante bij 37°C. Kan je hiermee iets zeggen over de orde van de reactie? /3

17 januari 2018

Theorie

  1. Hoe kan de snelheid van de reactie beïnvloed worden? Verandert dan ook de ligging van het evenwicht van de reactie? /6
  2. Welke factoren bepalen of een molecule al dan niet een permanent dipoolmoment bezit? Geef duidelijke voorbeelden. /4

Oefeningen

  1. Je wilt 42.72 g Fe(OH)3 oplossen in water tot een eindvolume van 500 mL. Bereken welke concentratie waterstoffluoride (HF) er nodig is om ervoor te zorgen dat Fe(OH)3 niet neerslaat. /3
  2. Stel de correcte redoxreactie op van de koppels Br2/Br- en AsO43-/AsO2-. Toon aan met berekeningen dat het over een aflopende reactie gaat bij kamertemperatuur (25°C) /3

16 januari 2018

Theorie

  1. Bespreek de reactie van chloor in base. Geef een belangrijke toepassing.
  2. Vergelijk de ideale gaswet met de van der Waalsvergelijking voor reële gassen en bespreek de trend in co-volume b en cohesiedruk a (BOD p.141) voor H2, N2, CO2 en C4H10

15 januari 2018 namiddag

Theorie

  1. BOD tabel 6.2, reactie 8: stel een mogelijk reactiemachanisme voor
  2. Wat zijn de 2 vuistregels van een goeie buffer? Leidt deze af aan de hand van de begrippen neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg de link met pH-titratie. Leg uit: bloed als buffer

Oefeningen

  1. bepaal de baseconstante van MnO42- aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels
  2. lewisstructuur, hybridisatie en polariteit van 2 moleculen

15 januari 2018 namiddag

(examen voor gedeeltelijke vrijstelling, enkel vragen deel E)

Theorie

  1. Wat zijn de drijvende krachten bij een complexatiereactie? Toon aan met goed gekozen voorbeelden, en leg uit aan de hand van de kenmerken van een hoge stabiliteitsconstante. /4
  2. Wat zijn de 2 vuistregels van een goeie buffer? Leidt deze af aan de hand van de begrippen neutralisatiegraad en buffercapaciteit. Leg de link met pH-titratie. Leg uit: bloed als buffer. /6

Oefeningen

  1. Bepaal de baseconstante van MnO42- aan de hand van de standaardreductiepotentialen van de redoxkoppels /3
  2. Hoeveel zilverbromide kan je oplossen in een 0.530M ammoniakoplossing. Verwaarloos de basische eigenschappen van NH3. /3 (Toepassing neerslag & complexatie)

1 september 2017

Theorie

  1. Waarom zijn er diagonaalrelaties? Geef voorbeelden van chemische eigenschappen die gebruikt worden in chemische reacties. /5
  2. Geef het verband tussen de redoxpotentiaal van een redoxhalfreactie en de evenwichtconstante van de gehele reactie. Geef ook de gevolgen. /5


Oefeningen

  1. Berekenen of er neerslagvorming optreedt.
  2. Vrijgekomen warmte en energie uit een reactie berekenen.

25 Augustus 2017

Theorie

  1. Vergelijk het verschil van de invloed van temperatuur op de reactiesnelheid en het evenwicht - zowel in formulevorm als grafisch /6

k & K afleiden en grafisch weergeven met resp. ln k ~ 1/T en ln K ~ 1/T (voor dH>0 en dH<0)

  1. Welke chemisch relevante eigenschappen van atomen kan je afleiden van de positie in het periodiek systeem? /4

Zuur-base; oxidans-reductans (+verband), ... (atomen, niet ionen van het element!)


Oefeningen

  1. Hoeveel zilverbromide kan je oplossen in een 0.53M ammonium oplossing. Verwaarloos de basische eigenschappen van NH3. /3

(Toepassing neerslag & complexatie)

  1. Redoxreactie van SO42-(aq)/SO32-(aq)- en MnO4-(aq)/MnO(v). /3

21 Augustus 2017

Theorie

  1. Hoe kan het evenwicht in de richting van de producten worden verschoven? Heeft dit invloed op het evenwicht? /6

concentratie wijzigen principe van Le Chatelier hogere concentratie → meer kans op botsingen → sneller

druk wijzigen bij drukverhoging → daalt volume → c=n/v dus concentratie stijgt (vanaf dan analoog aan Le Chatelier) bij drukverlaging is gunstig voor reacties waarbij ΔN = (Nproducten - Nreagentia) negatief is(N staat voor de coëfficiënten van de stoffen in de reactie)

temperatuur wijzigen Kev is temperatuursafhankelijk → ΔG =-RTln(K) ↔ ln(k)=-ΔH/RT +ΔS/R (teken grafiek 1/T met ln(k)) endo → hoge T is gunstig exo → lage T is gunstig

  1. Wat is het verband tussen neerslag- en complexatiereacties? /4

ionen met een hoge ladingsdichtheid kunnen niet zoals bijvoorbeeld Na+ en Cl- (afkomstig van goed oplosbaar zou NaCl) in oplossing voorkomen, aangezien dit niet stabiel is. gaan dus ofwel neerslaan ofwel complexeren (Ksp en 1/Kst vergelijken → de stabielste toestand gaat zich dan voordoen)


Oefeningen

  1. Teken de lewis-structuur, geef het sterisch getal, hybridisatie, geometrische en atoomstructuur van HCN en ICl3. Geef ook aan of ze polair zijn of niet. /3
  2. Leid de Kb af van AsO2- aan de hand van zijn standaarreductiepotentiaal. Kies zelf een goed redoxkoppel. /3

24 januari 2017

Theorie

  1. Welke verbindingen zijn zelf niet zuur of basisch, maar vertonen wel zure of basische eigenschappen als ze in water gebracht worden? /6
  2. Hoe kunnen meerdere verschillende kationen die samen in een mengsel voorkomen, van elkaar gescheiden worden? Waarop moet je letten om de scheiding zo volledig mogelijk te laten gebeuren? /4

Oefeningen

  1. Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming /3
  2. correcte redoxreactie van 2 gegeven koppels schrijven en berekenen dat dit een aflopende reactie is. /3

23 januari 2017

Theorie

  1. Bij welke reacties is quenchen van toepassing? Leg goed uit en geef een voorbeeld. /4
  2. Vergelijk chroomvocht, piranhazuur, koningswater en cyanide in base als oplossmiddel voor (edel)metalen. /6

Oefeningen

  1. Roosterenergie berekenen /2.5
  2. concentratie zout berekenen die toegevoegd moet worden om gegeven hoeveelheid neerslag op te doen lossen. /3.5

18 januari 2017

VM Theorie

  1. Hoe kan je de reactiesnelheid beïnvloeden? Wat betekent dit voor het chemisch evenwicht? /4
  2. Wat gebeurt er bij de elektrolyse van water voor geen, een weinig en veel NaCL? /6

Oefeningen

  1. pH + werkelijke ionenconcentraties van een bioprotisch zuur berekenen /3
  2. een slecht oplosbaar zout oplossen aan de hand van complexatie door een te berekenen massa NaCl toe te voegen /3

17 januari 2017

Theorie

  1. Hoe kan je het evenwicht naar de kant van de producten brengen? Heeft dit een invloed op de snelheid?
  2. Geef het verband tussen protontransferreacties en elektrontransferreacties. Geef voorbeelden die dit verduidelijken.

Oefeningen

  1. Berekenen of een reactie neerslaat of niet ondanks complexvorming.
  2. Bepaal de hybridisatie en geometrie van PCl3 en SF4. Teken de atoomstructuur en zijn deze moleculen polair of apolair en een uitleg waarom.

16 januari 2017

Theorie

  1. Vuistregels met afleiding van buffers geven, dit ook toepassen op pH titraties, bloed als buffer bespreken
  2. Hebben kationen basische of zure eigenschappen, zijn dit dan zwakke of sterke zuren of basen (voorbeelden kunnen helpen en verduidelijkend zijn)

Oefeningen

  1. Aantal mL en molair NiSO4-oplossing samenvoegen met een aantal ml en molair NH3, toon aan dat ondanks het gevormde complex nikkel (II) ammoniak er toch nog neerslag gevormd wordt
  2. Een tabel gegeven van temperatuur en snelheidsconstante, de opdracht is grafisch de activeringsenergie te berekenen en k te berekenen bij 250°C

XX Augustus 2016

Theorie:

  1. Leg de verschillende soorten isomerie uit + wat is tautomerie?
  2. Leg uit waarom fluoride in tandpasta zit (alle 6 puntjes geven, dus ook vorming CaF uitleggen)

Oefeningen

  1. Random oefening uit oefenzitting
  2. Berekend de Kw vertrekkende vanuit de standaardreductiepotentialen voor water in zuur/basisch milieu

XX januari 2016

Theorie:

  1. Leg de elementaire reactiestappen uit adhv voorbeelden (mono,bi,termoleculair, stationariteitsprincipe, vorming ozon)
  2. Geef de essentie van een titratie + grafieken

oefeningen:

  1. Oplosbaarheid van AgNO3 berekenen na toevoegen van een of ander zuur/base
  2. nog een oefening

11 januari 2016

  1. Hoe bepaal je de geometrische structuur bij covalent gebonden atomen en geef 3 voorbeelden
  2. bij welke reactie is quenching van toepassing?

XX januari 2016

Theorie:

  1. heterogene en homogene en enzymatische katalysator + alles uitleggen hiervan
  2. loodbatterij

12 januari 2016

  1. Verschillen tussen Co en Fe en zeggen waarom Fe gebruikt wordt voor zuurstof transport
  2. het verschil tussen C dubbel gebonden en enkel gebonden
  3. bij de oefeningen was eentje E0 bepalen ahv Ka en een andere E0
  4. andere grafisch de orde enzo bepalen

10 JAN 2014

Theorie:

  1. Roosterenergie van 2 roosters (NaCl en MgO) berekenen met de formule, zeggen of er nog een andere manier was om die te vinden (Hess) en of er een verschil in uitkomst te verwachten was tussen de twee manieren. Vergelijken van de pH van de twee oplossingen.
  2. Uitleggen waarom termoleculaire reactiestappen omwaarschijnlijk zijn. Reactiemechanisme van 2HI + H2O2 → I2 + H2O geven. Stationariteitsprincipe uitleggen en zeggen of het op die reactie van toepassing was.
  3. Waar/soms waar/niet waar: Een proces is spontaan als de entropie in het systeem toeneemt.
  4. Uitleggen wat een buffer is en de vuistregels voor een goede buffer uitleggen zonder de hele wiskundige berekening te doen.

Oefeningen.

  1. Oplosbaarheid van AgBr, complexatie met thiosulfaat en alternatieve manier geven om oplosbaarheid te verhogen. Uitleggen waarom die laatste manier weinig effect zou hebben.
  2. Celpotentiaal berekenen van een gegeven schematische voorstelling.

11 JAN 2013

Theorie:

  1. Vergelijk de elektronenstructuur van de atomen N en O met die van de moleculen N2 en O2. Licht de hierbij essentiële principes toe.
  2. Geef de chemische functies van water. Geef bij iedere functie een voorbeeld in de vorm van een reactievergelijking. Is water sterk of zwak in deze functie?

Oefeningen:

  1. CuSO4 oplossing met NH3 oplossing (grootheden gegeven). Laat zien dat er ondanks de complexatie toch nog neerslagvorming optreedt.
  2. Gegeven concentraties (van reactieproduct) in functie van de tijd. Bepaal grafisch de orde en de halfwaardetijd.

3 FEB 2012 NM

  1. Geef twee vuistregels voor een goede buffer en toon ze aan aan de hand van de neutralisatiegraad en de buffer capaciteit.
    • Geef het verband hiervan met pH- titratie
    • Is bloed een goede buffer ? Verklaar.
  2. Verklaar waarom men tandpasta fluorideert.


30 JAN 2012 NM

  1. Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie.
  2. Broom in base.


30 JAN 2012 VM

  1. Welke reacties kunnen optreden als katalysator bij redoxreacties?
  2. Leidt de halfreacties van een zwavelzure loodbatterij af


24 JAN 2012 VM

  1. hoe bepaal je de elektronenconfiguratie van diatomaire moleculen en geef twee duidelijk verschillende voorbeelden
  2. vergelijk Al en Li voor batterijen, geef voor en nadelen en verklaar waarom er Li batterijen zijn en geen Al


23 JAN 2012 NM

  1. staaf met enkele goed gekoze voorbeelden het belang van de ladingsdichtheid in de chemie
  2. welke reacties hebben er baat bij quenching toe te passen


23 JAN 2012 VM

Theorie:

  1. Beschrijf en vergelijk de kinematica en thermodynamica van de methatesereactie en de liganduitwisselingsreactie.
  2. Leg de elektrolyse van water uit in de volgende omstandigheden:1. zonder zout, 2. met een beetje zout en 3. met oplossing van veel zeezout.


20 JAN 2012 NM

Theorie :

  1. geef de vuistregels voor bufferoplossing + afleiden buffercapaciteit en neutralisatiegraad. link met pH-titratie. vertellen over bloed als buffer, goede/slechte buffer?
  2. iets van Fe complexatie, waarom de natuur is aangepast aan ademhaling door complexvorming van Fe met zuurstof

Oefeningen :

  1. van deel C met een tabel met waarden, orde van reactie afleiden + grafisch k en t1/2 bepalen
  2. berekenen of PbOH2 neerslaat, uit een mengsel van PbSO4 met NaOH geloof ik

20 JAN 2012 VM

Theorie:

  1. Vergelijk de bindingssterkte en reactiviteit van C=C en C - C (enkelvoudige binding) op 4 ptn
  2. Vergelijk de afhankelijkheid van de temperatuur voor de snelheidsconstante en de evenwichtsconstante


1 FEB 2011

Theorie:

  1. Bespreek: Chroomvocht, Piranhazuur , koningswater en cyanide in base en hun werking op (edel)metalen. (/6)
  2. Wat is een indicator en hoe werkt het? (/4)

Oefeningen:

  1. P4 + BR2 => PBR3 vul aan met coefficienten en bereken de temperatuur waarvoor deze reactie spontaan zal verlopen. (/2.5)
  2. en een oefening over de combinatie van complexvorming van AlOH4- en de neerslag van AlOH3. (/3.5)

1 sep 2010

Theorie:

  1. Verschillen en gelijkenissen tussen homogene, heterogene en enzymatische katalyse geven. Verduidelijken met vb.
  2. Bindingssterkte en reactiviteit vergelijken tussen C-C en C=C. Welke reacties ondergaan ze.

Oefingen:

  1. Oplosbaarheid
  2. Enthalpie & Entropie


28 jan 2010

  1. bespreek de oplosbaarheid van metalen in zuur en basisch milieu (/6)
  2. bespreek "quenching" en voor welke reacties is dit toepasbaar? (/4)

oefeningen:

  1. bepaal de oplosbaarheid van AgBr in een molaire NH3 oplossing (complexvorming)
  2. een reactie difluor en diwaterstof -> 2HF. Gaat deze reactie op bij 500K ?

26 jan 2010

  1. vergelijk piranhazuur, koningswater, dichromaat en cyanide voor het oplossen van edelmetalen. (.../6)
  2. welke reacties kunnen als katalysator optreden bij een redoxreactie? (.../4)

oefeningen:

  1. Een oplossing van Ti(II)-ionen wordt in zuur midden getitreerd met een dichromaatoplossing (K2Cr2O7-oplossing). Hierbij worden het Cr(III)-ion en het Ti(III)-ion gevormd. Toon aan dat het gaat om een aflopende reactie.Het verloop van de titratie wordt potentiometrisch gevolgd en ook de pH wordt constant gemeten. In de oplossing zit nog een kalomelelektrode (E0=0.25V) die aan de anode gekoppeld is en een platina-elektrode. Op zeker ogenblik - na het passeren van het equivalentiepunt - wordt een celpotentiaal van 0.95V gemeten en een pH van 1.2. Bereken de concentratie aan Cr3+ ionen, als je weet dat deze concentratie vier maal hoger ligt dan die van de dichromaationen. (.../3)
  2. Aan een oplossing van 70 ml 0.20 M nikkelsulfaat wordt 30 ml 0.60 M ammoniak toegevoegd. Toon aan dat er - ondanks de complexvorming - toch hydroxideneerslag gevormd zal worden. (.../3)

jan 2010

Mondeling:

  1. Toon het belang aan van ladingsdichtheid in de scheikunde. Geef telkens duidelijk verschillende voorbeelden als het over verschillende soorten reacties gaat.
  2. Bespreek de reactie van broom in base. Geef een relevante toepassing.

Schriftelijk:

  1. Bij 298 K gaat onderstaande reactie op. Men maakt een oplossing van 35,5 g van Cl2 en 0,1 g van H2 in een totaal volume van 200 ml. Wat zijn de evenwichtsconcentraties van H2, Cl2 en HCl ?
    • H2(g) + Cl2(g) <=> 2HCl(g)
  2. Bereken de Kb van IO-, uitgaande van
    • IO3-(aq) / HIO(l) E0 = 1,13V
    • IO3-(aq) / IO-(aq) E0 = 0,15V

jan 2009

Mondeling:

  1. Wat is een dipoolmoment?
  2. Vroeger werd kaliumpermanganaat e.a. veel gebruikt als goede oxidator. Tegenwoordig wordt pirhanazuur (mengsel waterstofperoxide/zwavelzuur) gebruikt. Waarom?

Schriftelijk:

  1. Temperatuurverandering berekenen van ijs (faseverandering,...)
  2. Nog zo'n oefening in die aard.


jan 2009

Mondeling:

  1. Vergelijk de temperatuursafhankelijkheid van de evenwichtsconstante en de snelheidsconstante.
  2. Waarom is een stof goed of slecht oplosbaar in water? En hoe kan je een slecht oplosbare stof beter oplosbaar maken?
  3. Maak een vergelijking tussen thermodinamica en kinetica van metathesereacties versus complexatiereacties.
  4. Geef de 2 hoofdregels voor het maken van een buffer en leid ze wiskundig af.

Schriftelijk:

    • Evenwichtsconstante berekenen bij 45°C (je krijgt de reactie)
    • Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is
  1. Kb geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)

1 feb 2008

Mondeling:

  1. Welke reacties kunnen een redoxreactie katalyseren?
  2. Geef het verband tussen neerslagreacties en complexatiereacties en geef een goed gevonden voorbeeld.

Schriftelijk:

    • Evenwichtsconstante berekenen bij 45°C (je krijgt de reactie)
    • Evenwichtsdruk berekenen als druk in het begin gegeven is
  1. Kb geven als je redoxkoppel krijgt (in zuur en in basisch midden)

25 jan 2008

Mondeling:

  1. Leg uit wat tautomerie is + vb.
  2. Voor het oxideren werden vroeger vaak de klassieke sterke oxidanten permanaat of dichromaat in zwavelzuur gebruikt, waarom is het gebruik van "piranaha-zuur" (waterstofperoxide in zwavelzuur) aan een opmars bezig?

Schriftelijk:

  1. men wil 200 ml maken van een oplossing die 3,81g magnesiumcloride en 0,8g natriumhydroxide bevat. Hoeveel gram ammoniumbromide moet er ook in deze oplossing zitter, opdat er geen neerslag is?
  2. Boven/onder welke temperatuur gaat deze reactie spontaan op?
    • N2 (g) + O2(g) = 2NO (g)
    • Bereken ook de evenwichtsconstante bij 68°C.

15 jan 2007

Mondeling:

  1. geef verband van de ionbinding en de covalente binding + verklaar
  2. geef verband pH en redoxpotentiaal

Schriftelijk:

  1. bereken kb van een stof aan hand van 2 redoxpotentialen
  2. oefenening waar je een eind temperatuur moest berekenen met warmtecapaciteit en latente verdampingswarmte (aangezien er een faseovergang is)