Celbiologie en biochemie: verschil tussen versies

Uit Chemika Examenwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
R0952270 (overleg | bijdragen)
R1104551 (overleg | bijdragen)
 
(47 tussenliggende versies door 12 gebruikers niet weergegeven)
Regel 5: Regel 5:
Vanaf 2016-2017: Schriftelijk examen in plaats van mondeling examen zoals voordien.
Vanaf 2016-2017: Schriftelijk examen in plaats van mondeling examen zoals voordien.
Vanaf 2012-2013: Jaarvak voor zowel chemie als biochemie. Volledig gedoceerd door Patrick Van Dijck.
Vanaf 2012-2013: Jaarvak voor zowel chemie als biochemie. Volledig gedoceerd door Patrick Van Dijck.
Vanaf 2024-2025: gedoceerd door Marion Crauwels.


''2022-2023''
''2022-2023''
Regel 26: Regel 27:
*** Practicumhandleiding leren is ook vrij overbodig, buiten ionenuitwisselingschromatografie (bij ons bijvoorbeeld een examenvraag) en SDS-page als ik me goed herinner, maar deze staan ook in het boek uitgelegd normaal
*** Practicumhandleiding leren is ook vrij overbodig, buiten ionenuitwisselingschromatografie (bij ons bijvoorbeeld een examenvraag) en SDS-page als ik me goed herinner, maar deze staan ook in het boek uitgelegd normaal
*** Niet teveel tijd steken in E.M. foto’s, je kan sowieso wel iets aanduiden, zie dat je weet hoe golgi-apparaat, mitochondriën, vacuole eruitzien en je hebt al wel iets van punten (staat meestal op 4 punten) en je kan eens kijken op de wiki welke soort cellen hij vaak vraagt, want zijn meestal wel dezelfde
*** Niet teveel tijd steken in E.M. foto’s, je kan sowieso wel iets aanduiden, zie dat je weet hoe golgi-apparaat, mitochondriën, vacuole eruitzien en je hebt al wel iets van punten (staat meestal op 4 punten) en je kan eens kijken op de wiki welke soort cellen hij vaak vraagt, want zijn meestal wel dezelfde
*** Oude examenvragen beantwoorden heeft niet enorm veel nut, structuur is altijd gelijkend, maar de begrippen dat hij vraagt zijn eerder willekeurig
*** Oude examenvragen beantwoorden heeft niet enorm veel nut, structuur is altijd gelijkend, maar de begrippen dat hij vraagt zijn eerder willekeurig  
--> oude examenvragen hebben wel nut, vragen die terugkomen: fosfofructokinase, G proteine, p53, ionuitwisselingschromatografie, gram+ vs gram-
*** De extra informatie bij de vragen van 2023 zijn steeds de opmerkingen die de prof zelf online heeft gezet, op de wiki van bios vind je nog extra vragen met opmerkingen, handig om te bekijken en te weten wat er verwacht wordt
*** De extra informatie bij de vragen van 2023 zijn steeds de opmerkingen die de prof zelf online heeft gezet, op de wiki van bios vind je nog extra vragen met opmerkingen, handig om te bekijken en te weten wat er verwacht wordt
Oplossingen van alle 'hoeveel mol'-oefeningen t.e.m 2024: https://drive.google.com/file/d/15yP47s36vrCTgW9s5w-oYJc1IeW85DiW/view?usp=sharing (nieuwe link)


==Examenvragen vanaf 2013==
==Examenvragen vanaf 2013==
=== 8 juni 2026 ===
# Teken de oligosaccharide met D-glucuronzuur in een alfa 1,4 binding met beta-D-galacturonzuur in een beta 1,2 binding met D-glucose (in furanose vorm)
# Leg het principe van twee dimensionale dunne laag chromatochrafie uitgebreid uit
## Leg uit welke stappen er juist moeten gebeuren om dit uit te voeren
## Maak een schets van waar de volgende stoffen zullen eindigen, leg dit uitgebreid uit en benoem alle relevante elementen. De stoffen waren fosfoserine, fosfocholine, monogalactosyldiacylglycerol (MGDG) en difosfatidylglycerol (DFG).
## Wat betekent het begrip 'Rf-waarde'. Rangschik de Rf-waarden van bovenstaande stoffen van groot naar klein
# Er was een eiwit gegeven met een tabel wat de opbouw weergaf en het was ook deel van een secretieweg.
## Leg uit waar het eiwit wordt gemaakt en hoe het geraakt waar het nodig is
## Waarom hebben niet alle eiwitten dezelfde tertiare structuur?
## Leg uit hoe het ubitique-ligase complex beschadigde eiwitten afbreekt
#
## Hoeveel moleculen appelzuur zijn er nodig om twee moleculen tripalmetinezuur te maken
## Welke metabole wegen worden er hierbij doorlopen?
## Waar vinden de eerder genomen wegen elektronenmicroscopisch plaats?
## Geef één van deze wegen schematisch weer.
# 10 meerkeuze vragen


=== 22 augustus 2025===
# Teken: DNA-molecule met aan 5'-uiteinde 2'deoxythymidine-5'-monofosfaat en afsluitend aan het 3'-uiteinde 2'-deoxyguanosine-5'-monofosfaat
# TLC uitleggen en de praktische uitvoering gedetailleerd beschrijven
## Resultaat TLC tekenen van mengsel met heparine, hyaluronzuur, dermataansulfaat & chondroïtinesulfaat (benoem relevante delen en leg patroon uit, structuurformules werden wel gegeven anders is dit onmogelijk)
# Iets te lange uitleg over SER waar puur gefocust werd op de synthese van fosfolipiden
## Bespreek de bouw van het SER
## Uit welke metabole wegen komen de bouwstenen voor fosfolipiden? Welke bouwstenen zijn dit? Waar vinden deze metabole wegen plaats?
## Geef de structuurformule van een fosfolipide naar keuze
## Bespreek hoe het SER tussenkomt bij de synthese van fosfolipiden met behulp van een schema
## Geef een voorbeeld van een gedifferentieerde cel en de naam van een aanwezige lipide
# Hoeveel ethanol heb je nodig voor 6 moleculen ribose-5-fosfaat?
## Geef alle namen van de gebruikte metabole wegen
## Waar vinden de eerder genoemde wegen elektronenmicroscopisch plaats?
## Leg 1 van de wegen uit
## Geef de energie balans voor 4.1
# Nog 10 meerkeuzevragen maar had geen zin om ze over te schrijven en ben ze ondertussen volledig vergeten
#
=== 23 juni 2025===
# Maak een oligosaccharide van alpha-D-Galactose alpha 1-6 verbonden met D Fructose alpha 1-2 verbonden met beta-D-Ribose
# Bespreek het principe van Gelfiltratie
## Hoe bepaal je hiermee het molecuulgewicht van een onbekend molecule
## Rangschik volgende moleculen op volgorde waarmee ze deze techniek verlaten, bespreek ook waarom dit zo is. Insuline, Hemoglobine, Glutathion, Tyrosine.
### 1)
### 2)
### 3)
### 4)
# Tekstje over eiwitten die ik vergeten ben
## Bespreek synhtese gefacilliteerd transport vanaf het mRNA voor een proteine dat bedoeld is voor secretie.
## Bespreek een manier van afbraak van eiwitten waarin APC voorkomt.
# 4.1)Hoeveel moleculen CO2 komt er in een plantencel vrij bij het maken van 2 sucrose via fotosynthese?
## 4.2)Bespreek voor 1 van de gebruikte metabole wegen de metabolieten, cofactoren, enzymen,... (Ze heeft hier in de aula gezegd dat je licht of donker reacties MOET bespreken)
## 4.3)Welke metabole wegen worden allemaal gebruikt
## 4.3) (opnieuw 4.3)Waar gebeuren deze metabole wegen op elektronenmicroscopisch niveau
## 4.4)Bespreek 1 van de gebruikte metabole wegen in 4.2 in groot detail (de metabolieten, cofactoren, enzymen,...) (Ik heb hier gevraagd of dit ook fotosynthese moest zijn, en het antwoord was ja)
# 10 meerkeuze vragen
##  Wat staat er op de foto? (Afbeelding van Thymidine monofosfaat)
### a)2-deoxyribose-4-fosfaat thymine
### b)ribose-4-fosfaat thymine
### c)2-deoxyribose-4-fosfaat uridine
### d)ribose-4-fosfaat uridine
## EM foto van 1 cel die niet in aanraking kwam met andere cellen, hierin was een pijl naar een regio die leek op ER, dit was ook het enigste zichtbare in de cel buiten een kleine rondvormige donker gekleurde regio.
### a)Eukaryote cel met het ER aangeduid
### b) Prokaryote cel met nucleoide aangeduid
### c) Eukaryote cel met .... aangeduid
### D Prokaryote cel met het mesosoom aangeduid
## EM foto van eerst een cel met daar een pijl naar vesikels die met elkaar verbonden waren, hierbij stonden de letters MT. Daarna een meer ingezoemde foto van deze vesikels. Wat zijn deze vesikels?
### a) Microtubuli in een uitloper van een zenuwcel
### b) sarcoplasmatisch reticuluml in een spiecel
### c) actinefilamenten in een spiercel
### d) ... in een uitloper van een zenuwcel
## DNA sequentie gegeven: ....AGCGATTTCGACATCTGCT... (Deze lengte,Andere basen, met ook de ...). Hoeveel aminozuren lang is deze sequentie indien de stopcodons UAG, UAA, en UGA zijn
### a)2
### b)3
### c)4
### d)5
##Foto van Glycerol gegeven:
### a) Dit is een structuur moleculen in de structuur van de glycolipide van bacterien
### b) Dit is een structuur moleculen in de structuur van de glycolipide van dieren
### c) ...
### d) ...
## Wat is EEN Functie van het golgi apparaat
### a) ...
### b) ...
### c) Detoxificatie van het cytoplasma
### d) Glycosylering van eiwitten
=== 10 juni 2025===
# Je kreeg 5 aminozuren (ook echt de structuurformules): threonine, proline, asparaginezuur, glycine en glutamine.
## Maak een pentapeptide met aan de N-terminus threonine gevolgd door glutamine, proline, asparaginezuur en glycine aan de C-terminus.
## Teken elk atoom en duid de asymmetrische koolstof aan.
#
## Bespreek kort de gaschromatografie.
## Leg uit hoe je hiermee suikers kunt scheiden
## Je hebt glyceraldehyde, fructose, deoxyribose en glucose. Zet in volgorde wie eerst eruit komt tot wie laatst eruit komt en leg uit waarom.
# Tijdens de celcyclus wordt het cytoskelet op en afgebouwd.
## Som 3 structuurelementen op van het cytoskelet.
## Leg naar keuze 1 van deze structuurelementen uit van bouw en polymerisatie/depolymerisatie.
## Leg uit hoe het mechanisme van de controlepunten werken.
## Leg uit hoe de regulatie van G2/M controlepunt werkt. Dit kan a.d.h.v. een schema.
## Soms treedt er een fout op in dat mechanisme. Hoe voorkomt de cel dat er tumorcellen gevormd wordt.
#
## Hoeveel palmitinezuur is er nodig om 1 molecule raffinose te maken?
## Teken palmitinezuur en raffinose.
## Welke metabole wegen worden gebruikt om van palmitinezuur naar raffinose te gaan?
## Kies 1 metabole weg en teken deze schematisch uit (met ATP, enzymen, ...)
## Is er energie verbruikt of gewonnen? Hoeveel ATP?
# 10 meerkeuzevragen (zonder giscorrectie)
## Zoals: EM foto, Hoeveel aminozuren geeft deze sequentie, Enzymatische reactie met niet-competitieve inhibitor: Wat gebeurt er met Vmax en Km, Wat is een functie van het Golgi-apparaat,...
=== 20 augustus 2024; examen op 38 punten===
#Om het erfelijk materiaal van een cel juist te kunnen verdelen moet het eerste verdubbeld worden. Leg dit proces uit (en teken). - 5 punten
#Waar in de celcyclus vindt het proces van vraag 1 plaats? Tijdens dit proces ontstaan er soms foutjes, welk(e) mechanisme(n) voorkomen dat er zich een tumor vormt? Leg gedetailleerd uit. - 6 punten
#Wat is het verschil tussen verzadigde en onverzadigde vetzuren. Geef hiervan de opbouw/synthese (en teken). - 8 punten
#Hoe kan je met gaschromatografie verschillende monosachariden scheiden? Hoe voer je deze methode uit? - 5 punten
#Hoeveel mol maltose kan je maken uit 4 mol palmitinezuur? Welke metabolische wegen komen hier tussen? Teken maltose en palmitinezuur. Krijgt de cel hier een netto energie winst of verlies, hoeveel?  - 10 punten
#Twee EM-foto's: welke organellen/structuren herken je? Bespreek hun functie. ((mesosoom: https://link.springer.com/chapter/10.1007/978-3-642-46166-8_4, desmosoom: https://www.google.com/search?sca_esv=19b551ade1306bfb&q=desmosome&udm=2&fbs=AEQNm0A6bwEop21ehxKWq5cj-cHaxUZOSO72WoU7KkLyB7O1BLPwnsqUQoH7cGimAlpV3w1-yBjpg35HpX2ySbUvN7X4uN6e3mXpiiSGczz1FTPkxryh8HvymQ2xyXxuHxED4UQgM9Lcp8QGILOVOYlluh6PsDneNCeY0Sl5mWoXAOth0XX48tM&sa=X&ved=2ahUKEwieorDyw4SIAxW2U6QEHeVOFqcQtKgLegQICxAB&biw=1920&bih=945#vhid=eSYeuJASPAfKiM&vssid=mosaic)) - 4 punten
=== 16 augustus 2024; examen op 38 punten===
#Geef structuur en functie van de verschillende soorten lipiden. (inclusief tekening) - 6 punten
#Geef de verschillende typen passief transport. Met welke methode kan je deze onderzoeken? - 4 punten
#Bespreek transmissie-elektronenmicroscopie & scanning-elektronenmicroscopie. Hoe ga je te werk bij de behandeling. Geef de voor- en nadelen ten opzichte van fluorescentiemicroscopie. - 4 punten
#Bespreek meiose en teken. Wat zijn de belangrijkste verschillen met mitose? - 8 punten
#Hoeveel moleculen glycerol heb je nodig om 2 mol stearinezuur te maken. Geeft dit netto ATP of heb je hier ATP voor nodig? Kan dit gebeuren als er geen zuurstof is? Teken glycerol en stearinezuur. - 10 punten
#2 EM-foto's - Wat zie je? Geef bouw en functie. (Foto 1: (https://nl.m.wikibooks.org/wiki/Celbiologie/Het_centrosoom#/media/Bestand%3ASpindle_centriole_-_embryonic_brain_mouse_-_TEM.jpg); Foto 2: spiercel) - 6 punten
=== 26 juni 2024; examen op 38 punten ===
#Leg uit en teken de secundaire structuur van een proteïne. - 6 punten
#Geef 2 manieren hoe je glyoxisomen kunt laten zien met een fluorescentiemicroscoop en leg ook uit hoe een fluorescentiemicroscoop werkt. - 6 punten
#Bespreek lysosomen. Geef hun functie en structuur. Wat is het verschil tussen een primaire en secundaire lysosoom? - 4 punten
#Hoe werkt de regulatie van de celcyclus en hoe zijn we tot deze inzichten gekomen? - 6 punten
#Hoeveel moleculen sucrose heb je nodig om 2 moleculen van het neutrale lipide tripalmitine te maken? Kost dit ATP aan de cel of wordt er ATP gemaakt. Schrijf alle nodige cycli uit, geef de finale reactievergelijking. - 10 punten (Oppassen want er moeten per tripalmitine, 3 palmitinezuren en 1 glycerol gemaakt worden) (metabolisme van glycerol staat niet in cursus staat wel in practicum + oefeningen boek)
#2 EM-foto’s - welke organellen herken je? Bespreek hun functie en opbouw. - 6 punten (Foto van Golgi-apparaat en Foto van delende plantencel)
=== 6 juni 2024; examen op 38 punten ===
# Koppel D-fructose met een beta-1,3-binding aan een D-ribose. Dit D-ribose is gekoppeld aan een een molecule alpha-D-lactose met een alpha-1,3-binding. Geef de structuur van dit oligosacharide - 5 punten
# Glycolipiden zijn een belangrijk onderdeel in het kernmembraan. Deze zijn verschillend bij dieren en micro-organismen. Wat zijn de verschillen tussen glycolipiden bij dieren in vergelijking met die bij micro-organismen? Teken de verschillende structuren waarbij galactose het suikergedeelte is, een keer voor een dierlijke cel en een keer voor een gistcel. Wat zijn de functies van deze glycolipiden? - 4 punten
# Hoe vijf gegeven peptiden scheiden aan de hand van anionuitwisselingschromatografie? Leg alle nodige stappen uit. Licht kort de principes toe. In welke volgorde verlaten deze glycolipiden de kolom, leg uit waarom? - 6 punten
# Hoe van fosfofructokinasegen tot functioneel fosfofructokinase-enzym? leg zeer uitgebreid uit - 6 punten. Hoe wordt de activiteit van fosfofructokinase geregeld - 4 punten?
# Hoeveel molecule stearinezuur heb je nodig om 9 moleculen ribose-5-fosfaat te maken ? Hoeveel ATP en reducerende vermogen wordt er gemaakt. Schrijf alle nodige cycli uit, geef de finale reactievergelijking. - 10 punten
# EM-foto - 3 putnen (microtubuli: exacte foto https://cytochemistry.net/_Media/tub8a_med_hr.jpeg)
===21 augustus 2023===
===21 augustus 2023===
# Bespreek de celwand bij planten. Geef de functie en opbouw. Teken de belangrijkste moleculen en bespreek in detail hoe deze met elkaar verbonden zijn. Bespreek de verschillende celwanden.  
# Bespreek de celwand bij planten. Geef de functie en opbouw. Teken de belangrijkste moleculen en bespreek in detail hoe deze met elkaar verbonden zijn. Bespreek de verschillende celwanden.  
Regel 86: Regel 226:
#* Teken de volledige metabolische reacties en schrijf de uiteindelijke reactievergelijking.
#* Teken de volledige metabolische reacties en schrijf de uiteindelijke reactievergelijking.
#* Hoeveel ATP-moleculen kunnen er gewonnen worden uit de gevormde producten die niet gebruikt werden voor de vorming van de vetzuren?
#* Hoeveel ATP-moleculen kunnen er gewonnen worden uit de gevormde producten die niet gebruikt werden voor de vorming van de vetzuren?
#* Opmerking: Sommige studenten vertrekken van stearinezuur om sucrose te maken?? Vraag goed lezen.
#* Opmerking: Sommige studenten vertrekken van stearinezuur om sucrose te maken?? Vraag goed lezen. Hier moet je dus via de pentosefosfaatweg gaan om voldoende NADPH te maken. Sommige studenten doen dat, maar gaan dan ook nog eens langs de volle glycolyse om de acetyl coA te maken maar als je de PPP doorloopt kom je ook terug uit bij pyrodruivenzuur/actyl coA. Van acetyl CoA dan naar stearinezuur, maar uiteraard de ATP verbruikende reactie om malonyl CoA te maken en per stap twee NADPH. In de oefensessie hebben jullie een gelijkaardige oefening gemaakt en was het ok om via de PPP pathway te gaan om voldoende pyrodruivenzuur te bekomen (maar een tekort aan NADPH). Studenten die dat gevolgd hebben was ook ok.  
Hier moet je dus via de pentosefosfaatweg gaan om voldoende NADPH te maken. Sommige studenten doen dat, maar gaan dan ook nog eens langs de volle glycolyse om de acetyl coA te maken maar als je de PPP doorloopt kom je ook terug uit bij pyrodruivenzuur/actyl coA. Van acetyl CoA dan naar stearinezuur, maar uiteraard de ATP verbruikende reactie om malonyl CoA te maken en per stap twee NADPH. In de oefensessie hebben jullie een gelijkaardige oefening gemaakt en was het ok om via de PPP pathway te gaan om voldoende pyrodruivenzuur te bekomen (maar een tekort aan NADPH). Studenten die dat gevolgd hebben was ook ok.  
# Twee EM foto's: Welke celtypes zijn afgebeeld? (spiercel en delende plantencel) Benoem alle onderdelen + hun functie. (4 ptn)
# Twee EM foto's: Welke celtypes zijn afgebeeld? (spiercel en delende plantencel) Benoem alle onderdelen + hun functie. (4 ptn)



Huidige versie van 8 jun 2026 om 21:21


Vakinformatie

Vanaf 2016-2017: Schriftelijk examen in plaats van mondeling examen zoals voordien. Vanaf 2012-2013: Jaarvak voor zowel chemie als biochemie. Volledig gedoceerd door Patrick Van Dijck. Vanaf 2024-2025: gedoceerd door Marion Crauwels.

2022-2023

  • Aanpak vak
    • Nog steeds Patrick Van Dijck
    • Jaarvak dus best grote hoeveelheid, maar niet onrealistisch
  • Kwaliteit cursus
    • Boek is in de afgelopen 6 jaar (misschien langer) nog niet (of toch amper) veranderd (veel E.M. foto's in)
    • Hier en daar extra info bij slides, maar als je het boek kent ben je er zeker wel door
  • Examen-/TTT-vragen
    • TTT-vragen lijken totaal niet op examenvragen, waren meerkeuze en eerder oppervlakkig
    • Geen paniek als TTT slecht was, vak is zelfs haalbaar als je hier een nul op had
    • Belangrijkste zaken om te leren naar mijn mening
      • Hoofdstuk 4!!! Vooral metabolische wegen oefening (10 van de 35 tot 40 punten), kan zeker helpen om bio-organische hiernaast te leggen, maar hij vraagt regelmatig ook wel iets van actief transport of regulatie dus ook de rest van hoofdstuk 4 is wel belangrijk, soms vraagt hij ook om een specifieke metabolische weg uit te tekenen
      • Structuren en tekeningen! Zijn vrij gemakkelijke punten om te krijgen
      • Patrick vraagt graag begrippen, ik vond persoonlijk dat je buiten voor de metabolische wegen niet al teveel inzicht nodig had hiervoor, maar het helpt natuurlijk wel
      • Boek >>> slides, probeer zeker 1 keer het boek echt volledig door te nemen
      • Schrijf echt elk detail op dat je denkt te weten, soms staan er echt op heel domme dingen al punten
    • In geval van tijdsnood (maar probeer wel gewoon echt alles te leren! Ik neem de schuld niet op mij als hij er toch iets van vraagt :))
      • Hij vraagt zelden tot nooit iets over hoofdstuk 3 (zeker mitose en meiose kan hem niet heel veel schelen)
      • Practicumhandleiding leren is ook vrij overbodig, buiten ionenuitwisselingschromatografie (bij ons bijvoorbeeld een examenvraag) en SDS-page als ik me goed herinner, maar deze staan ook in het boek uitgelegd normaal
      • Niet teveel tijd steken in E.M. foto’s, je kan sowieso wel iets aanduiden, zie dat je weet hoe golgi-apparaat, mitochondriën, vacuole eruitzien en je hebt al wel iets van punten (staat meestal op 4 punten) en je kan eens kijken op de wiki welke soort cellen hij vaak vraagt, want zijn meestal wel dezelfde
      • Oude examenvragen beantwoorden heeft niet enorm veel nut, structuur is altijd gelijkend, maar de begrippen dat hij vraagt zijn eerder willekeurig

--> oude examenvragen hebben wel nut, vragen die terugkomen: fosfofructokinase, G proteine, p53, ionuitwisselingschromatografie, gram+ vs gram-

      • De extra informatie bij de vragen van 2023 zijn steeds de opmerkingen die de prof zelf online heeft gezet, op de wiki van bios vind je nog extra vragen met opmerkingen, handig om te bekijken en te weten wat er verwacht wordt

Oplossingen van alle 'hoeveel mol'-oefeningen t.e.m 2024: https://drive.google.com/file/d/15yP47s36vrCTgW9s5w-oYJc1IeW85DiW/view?usp=sharing (nieuwe link)

Examenvragen vanaf 2013

8 juni 2026

  1. Teken de oligosaccharide met D-glucuronzuur in een alfa 1,4 binding met beta-D-galacturonzuur in een beta 1,2 binding met D-glucose (in furanose vorm)
  2. Leg het principe van twee dimensionale dunne laag chromatochrafie uitgebreid uit
    1. Leg uit welke stappen er juist moeten gebeuren om dit uit te voeren
    2. Maak een schets van waar de volgende stoffen zullen eindigen, leg dit uitgebreid uit en benoem alle relevante elementen. De stoffen waren fosfoserine, fosfocholine, monogalactosyldiacylglycerol (MGDG) en difosfatidylglycerol (DFG).
    3. Wat betekent het begrip 'Rf-waarde'. Rangschik de Rf-waarden van bovenstaande stoffen van groot naar klein
  3. Er was een eiwit gegeven met een tabel wat de opbouw weergaf en het was ook deel van een secretieweg.
    1. Leg uit waar het eiwit wordt gemaakt en hoe het geraakt waar het nodig is
    2. Waarom hebben niet alle eiwitten dezelfde tertiare structuur?
    3. Leg uit hoe het ubitique-ligase complex beschadigde eiwitten afbreekt
    1. Hoeveel moleculen appelzuur zijn er nodig om twee moleculen tripalmetinezuur te maken
    2. Welke metabole wegen worden er hierbij doorlopen?
    3. Waar vinden de eerder genomen wegen elektronenmicroscopisch plaats?
    4. Geef één van deze wegen schematisch weer.
  4. 10 meerkeuze vragen

22 augustus 2025

  1. Teken: DNA-molecule met aan 5'-uiteinde 2'deoxythymidine-5'-monofosfaat en afsluitend aan het 3'-uiteinde 2'-deoxyguanosine-5'-monofosfaat
  2. TLC uitleggen en de praktische uitvoering gedetailleerd beschrijven
    1. Resultaat TLC tekenen van mengsel met heparine, hyaluronzuur, dermataansulfaat & chondroïtinesulfaat (benoem relevante delen en leg patroon uit, structuurformules werden wel gegeven anders is dit onmogelijk)
  3. Iets te lange uitleg over SER waar puur gefocust werd op de synthese van fosfolipiden
    1. Bespreek de bouw van het SER
    2. Uit welke metabole wegen komen de bouwstenen voor fosfolipiden? Welke bouwstenen zijn dit? Waar vinden deze metabole wegen plaats?
    3. Geef de structuurformule van een fosfolipide naar keuze
    4. Bespreek hoe het SER tussenkomt bij de synthese van fosfolipiden met behulp van een schema
    5. Geef een voorbeeld van een gedifferentieerde cel en de naam van een aanwezige lipide
  4. Hoeveel ethanol heb je nodig voor 6 moleculen ribose-5-fosfaat?
    1. Geef alle namen van de gebruikte metabole wegen
    2. Waar vinden de eerder genoemde wegen elektronenmicroscopisch plaats?
    3. Leg 1 van de wegen uit
    4. Geef de energie balans voor 4.1
  5. Nog 10 meerkeuzevragen maar had geen zin om ze over te schrijven en ben ze ondertussen volledig vergeten

23 juni 2025

  1. Maak een oligosaccharide van alpha-D-Galactose alpha 1-6 verbonden met D Fructose alpha 1-2 verbonden met beta-D-Ribose
  2. Bespreek het principe van Gelfiltratie
    1. Hoe bepaal je hiermee het molecuulgewicht van een onbekend molecule
    2. Rangschik volgende moleculen op volgorde waarmee ze deze techniek verlaten, bespreek ook waarom dit zo is. Insuline, Hemoglobine, Glutathion, Tyrosine.
      1. 1)
      2. 2)
      3. 3)
      4. 4)
  3. Tekstje over eiwitten die ik vergeten ben
    1. Bespreek synhtese gefacilliteerd transport vanaf het mRNA voor een proteine dat bedoeld is voor secretie.
    2. Bespreek een manier van afbraak van eiwitten waarin APC voorkomt.
  4. 4.1)Hoeveel moleculen CO2 komt er in een plantencel vrij bij het maken van 2 sucrose via fotosynthese?
    1. 4.2)Bespreek voor 1 van de gebruikte metabole wegen de metabolieten, cofactoren, enzymen,... (Ze heeft hier in de aula gezegd dat je licht of donker reacties MOET bespreken)
    2. 4.3)Welke metabole wegen worden allemaal gebruikt
    3. 4.3) (opnieuw 4.3)Waar gebeuren deze metabole wegen op elektronenmicroscopisch niveau
    4. 4.4)Bespreek 1 van de gebruikte metabole wegen in 4.2 in groot detail (de metabolieten, cofactoren, enzymen,...) (Ik heb hier gevraagd of dit ook fotosynthese moest zijn, en het antwoord was ja)
  5. 10 meerkeuze vragen
    1. Wat staat er op de foto? (Afbeelding van Thymidine monofosfaat)
      1. a)2-deoxyribose-4-fosfaat thymine
      2. b)ribose-4-fosfaat thymine
      3. c)2-deoxyribose-4-fosfaat uridine
      4. d)ribose-4-fosfaat uridine
    2. EM foto van 1 cel die niet in aanraking kwam met andere cellen, hierin was een pijl naar een regio die leek op ER, dit was ook het enigste zichtbare in de cel buiten een kleine rondvormige donker gekleurde regio.
      1. a)Eukaryote cel met het ER aangeduid
      2. b) Prokaryote cel met nucleoide aangeduid
      3. c) Eukaryote cel met .... aangeduid
      4. D Prokaryote cel met het mesosoom aangeduid
    3. EM foto van eerst een cel met daar een pijl naar vesikels die met elkaar verbonden waren, hierbij stonden de letters MT. Daarna een meer ingezoemde foto van deze vesikels. Wat zijn deze vesikels?
      1. a) Microtubuli in een uitloper van een zenuwcel
      2. b) sarcoplasmatisch reticuluml in een spiecel
      3. c) actinefilamenten in een spiercel
      4. d) ... in een uitloper van een zenuwcel
    4. DNA sequentie gegeven: ....AGCGATTTCGACATCTGCT... (Deze lengte,Andere basen, met ook de ...). Hoeveel aminozuren lang is deze sequentie indien de stopcodons UAG, UAA, en UGA zijn
      1. a)2
      2. b)3
      3. c)4
      4. d)5
    5. Foto van Glycerol gegeven:
      1. a) Dit is een structuur moleculen in de structuur van de glycolipide van bacterien
      2. b) Dit is een structuur moleculen in de structuur van de glycolipide van dieren
      3. c) ...
      4. d) ...
    6. Wat is EEN Functie van het golgi apparaat
      1. a) ...
      2. b) ...
      3. c) Detoxificatie van het cytoplasma
      4. d) Glycosylering van eiwitten

10 juni 2025

  1. Je kreeg 5 aminozuren (ook echt de structuurformules): threonine, proline, asparaginezuur, glycine en glutamine.
    1. Maak een pentapeptide met aan de N-terminus threonine gevolgd door glutamine, proline, asparaginezuur en glycine aan de C-terminus.
    2. Teken elk atoom en duid de asymmetrische koolstof aan.
    1. Bespreek kort de gaschromatografie.
    2. Leg uit hoe je hiermee suikers kunt scheiden
    3. Je hebt glyceraldehyde, fructose, deoxyribose en glucose. Zet in volgorde wie eerst eruit komt tot wie laatst eruit komt en leg uit waarom.
  2. Tijdens de celcyclus wordt het cytoskelet op en afgebouwd.
    1. Som 3 structuurelementen op van het cytoskelet.
    2. Leg naar keuze 1 van deze structuurelementen uit van bouw en polymerisatie/depolymerisatie.
    3. Leg uit hoe het mechanisme van de controlepunten werken.
    4. Leg uit hoe de regulatie van G2/M controlepunt werkt. Dit kan a.d.h.v. een schema.
    5. Soms treedt er een fout op in dat mechanisme. Hoe voorkomt de cel dat er tumorcellen gevormd wordt.
    1. Hoeveel palmitinezuur is er nodig om 1 molecule raffinose te maken?
    2. Teken palmitinezuur en raffinose.
    3. Welke metabole wegen worden gebruikt om van palmitinezuur naar raffinose te gaan?
    4. Kies 1 metabole weg en teken deze schematisch uit (met ATP, enzymen, ...)
    5. Is er energie verbruikt of gewonnen? Hoeveel ATP?
  3. 10 meerkeuzevragen (zonder giscorrectie)
    1. Zoals: EM foto, Hoeveel aminozuren geeft deze sequentie, Enzymatische reactie met niet-competitieve inhibitor: Wat gebeurt er met Vmax en Km, Wat is een functie van het Golgi-apparaat,...

20 augustus 2024; examen op 38 punten

  1. Om het erfelijk materiaal van een cel juist te kunnen verdelen moet het eerste verdubbeld worden. Leg dit proces uit (en teken). - 5 punten
  2. Waar in de celcyclus vindt het proces van vraag 1 plaats? Tijdens dit proces ontstaan er soms foutjes, welk(e) mechanisme(n) voorkomen dat er zich een tumor vormt? Leg gedetailleerd uit. - 6 punten
  3. Wat is het verschil tussen verzadigde en onverzadigde vetzuren. Geef hiervan de opbouw/synthese (en teken). - 8 punten
  4. Hoe kan je met gaschromatografie verschillende monosachariden scheiden? Hoe voer je deze methode uit? - 5 punten
  5. Hoeveel mol maltose kan je maken uit 4 mol palmitinezuur? Welke metabolische wegen komen hier tussen? Teken maltose en palmitinezuur. Krijgt de cel hier een netto energie winst of verlies, hoeveel? - 10 punten
  6. Twee EM-foto's: welke organellen/structuren herken je? Bespreek hun functie. ((mesosoom: https://link.springer.com/chapter/10.1007/978-3-642-46166-8_4, desmosoom: https://www.google.com/search?sca_esv=19b551ade1306bfb&q=desmosome&udm=2&fbs=AEQNm0A6bwEop21ehxKWq5cj-cHaxUZOSO72WoU7KkLyB7O1BLPwnsqUQoH7cGimAlpV3w1-yBjpg35HpX2ySbUvN7X4uN6e3mXpiiSGczz1FTPkxryh8HvymQ2xyXxuHxED4UQgM9Lcp8QGILOVOYlluh6PsDneNCeY0Sl5mWoXAOth0XX48tM&sa=X&ved=2ahUKEwieorDyw4SIAxW2U6QEHeVOFqcQtKgLegQICxAB&biw=1920&bih=945#vhid=eSYeuJASPAfKiM&vssid=mosaic)) - 4 punten

16 augustus 2024; examen op 38 punten

  1. Geef structuur en functie van de verschillende soorten lipiden. (inclusief tekening) - 6 punten
  2. Geef de verschillende typen passief transport. Met welke methode kan je deze onderzoeken? - 4 punten
  3. Bespreek transmissie-elektronenmicroscopie & scanning-elektronenmicroscopie. Hoe ga je te werk bij de behandeling. Geef de voor- en nadelen ten opzichte van fluorescentiemicroscopie. - 4 punten
  4. Bespreek meiose en teken. Wat zijn de belangrijkste verschillen met mitose? - 8 punten
  5. Hoeveel moleculen glycerol heb je nodig om 2 mol stearinezuur te maken. Geeft dit netto ATP of heb je hier ATP voor nodig? Kan dit gebeuren als er geen zuurstof is? Teken glycerol en stearinezuur. - 10 punten
  6. 2 EM-foto's - Wat zie je? Geef bouw en functie. (Foto 1: (https://nl.m.wikibooks.org/wiki/Celbiologie/Het_centrosoom#/media/Bestand%3ASpindle_centriole_-_embryonic_brain_mouse_-_TEM.jpg); Foto 2: spiercel) - 6 punten

26 juni 2024; examen op 38 punten

  1. Leg uit en teken de secundaire structuur van een proteïne. - 6 punten
  2. Geef 2 manieren hoe je glyoxisomen kunt laten zien met een fluorescentiemicroscoop en leg ook uit hoe een fluorescentiemicroscoop werkt. - 6 punten
  3. Bespreek lysosomen. Geef hun functie en structuur. Wat is het verschil tussen een primaire en secundaire lysosoom? - 4 punten
  4. Hoe werkt de regulatie van de celcyclus en hoe zijn we tot deze inzichten gekomen? - 6 punten
  5. Hoeveel moleculen sucrose heb je nodig om 2 moleculen van het neutrale lipide tripalmitine te maken? Kost dit ATP aan de cel of wordt er ATP gemaakt. Schrijf alle nodige cycli uit, geef de finale reactievergelijking. - 10 punten (Oppassen want er moeten per tripalmitine, 3 palmitinezuren en 1 glycerol gemaakt worden) (metabolisme van glycerol staat niet in cursus staat wel in practicum + oefeningen boek)
  6. 2 EM-foto’s - welke organellen herken je? Bespreek hun functie en opbouw. - 6 punten (Foto van Golgi-apparaat en Foto van delende plantencel)

6 juni 2024; examen op 38 punten

  1. Koppel D-fructose met een beta-1,3-binding aan een D-ribose. Dit D-ribose is gekoppeld aan een een molecule alpha-D-lactose met een alpha-1,3-binding. Geef de structuur van dit oligosacharide - 5 punten
  2. Glycolipiden zijn een belangrijk onderdeel in het kernmembraan. Deze zijn verschillend bij dieren en micro-organismen. Wat zijn de verschillen tussen glycolipiden bij dieren in vergelijking met die bij micro-organismen? Teken de verschillende structuren waarbij galactose het suikergedeelte is, een keer voor een dierlijke cel en een keer voor een gistcel. Wat zijn de functies van deze glycolipiden? - 4 punten
  3. Hoe vijf gegeven peptiden scheiden aan de hand van anionuitwisselingschromatografie? Leg alle nodige stappen uit. Licht kort de principes toe. In welke volgorde verlaten deze glycolipiden de kolom, leg uit waarom? - 6 punten
  4. Hoe van fosfofructokinasegen tot functioneel fosfofructokinase-enzym? leg zeer uitgebreid uit - 6 punten. Hoe wordt de activiteit van fosfofructokinase geregeld - 4 punten?
  5. Hoeveel molecule stearinezuur heb je nodig om 9 moleculen ribose-5-fosfaat te maken ? Hoeveel ATP en reducerende vermogen wordt er gemaakt. Schrijf alle nodige cycli uit, geef de finale reactievergelijking. - 10 punten
  6. EM-foto - 3 putnen (microtubuli: exacte foto https://cytochemistry.net/_Media/tub8a_med_hr.jpeg)

21 augustus 2023

  1. Bespreek de celwand bij planten. Geef de functie en opbouw. Teken de belangrijkste moleculen en bespreek in detail hoe deze met elkaar verbonden zijn. Bespreek de verschillende celwanden.
  2. Bespreek de 2 manieren waarmee men specifiek met fluorescentiemicroscopie peroxisomen kan bekijken. Leg ook uit hoe die fluorescentiemicroscopie zelf werkt.
  3. Bespreek ribosomen. Waar komen ze voor? Geef hun functie en opbouw. Wat is het verschil tussen de ribosomen van prokaryoten en eukaryoten?
  4. Hoeveel moleculen zuurstof komen er vrij uit de fotosynthese om 2 moleculen sucrose te maken? Je mag er vanuit gaan dat er voldoende ATP aanwezig is. In welke reactie komt deze zuurstof vrij, en hoe geraakt men uiteindelijk tot sucrose?
  5. 2 EM foto's: welke organellen herken je? (desmosoom en centriolenpaar) Bespreek hun functie en opbouw.

20 juni 2023

  1. Wat is een glyoxisoom? welke reacties gebeuren er hier? Waar komen ze voor? (4 punten)
  • Wat er zeker moet staan: Glyoxysomen: komen van het SER en een pathway enkel bij planten en schimmels, niet bij dieren. En nodig voor synthese, nl twee acetyl coA moleculen omzetten in barnsteenzuur. Je moest ook schrijven dat het acetyl coA komt van afbraak vetzuren of van groeien op C2 moleculen zoals acetaat of ethanol. En dat de barnsteenzuur verder in Krebs en gluconeogenese naar suikers kan gaan. Daarnaast moest je ook de cyclus tekenen.
  1. Wat is fosofructokinase? Wat zorgt ervoor dat dit enzym actief is en wat is de functie ervan? Leg de weg uit van het DNA tot het functionerende enzym op de juiste plaats in de cel. (8 punten)
  • Fosfofructokinase: 1 punt voor waar het werkt en in welke metabolische weg, 1 punt voor de reactie die wordt gekatalyseerd, 1 punt voor het feit dat ATP als allosterische inhibitor werkt en 1 punt voor de verschillende substraten die ook de snelheid bepalen. Dan 2 punten voor overgang DNA naar mRNA (promoter-terminator, T wordt U, RNA polymerase die kopie van de matrijsstreng maakt, splicing, polyA en 5’ Cap, moest er geantwoord worden). Dan 2 punten voor translatie (het mRNA gaat uit de kern via poriën en gaat dan naar VRIJE ribosomen , kleine en grote subeenheid, bestaande uit rRNA en proteïnen die het mRNA aflezen en vanaf AUG de proteïnesynthese beginnen. Dit met behulp van tRNA dat in zijn structuur een anticodon heeft dat gaat binden met een codon op het mRNA (3 basen en geen basenparen daar mRNA enkelstrengig is) en dat het tRNA ook een aminozuur aanbrengt corresponderend met het codon op het mRNA. Studenten die hebben geantwoord dat het mRNA naar ribosomen op het RER gaan kunnen maximum 4 op 8 hebben, als al de andere zaken correct zijn. Ik heb dit in de les gezegd dat ik dit ging vragen op het examen. Fosfofructokinase werkt in het cytoplasma. Als het in een vesikel zit van ER of golgi kan het nooit meer in het cytoplasma geraken….
  1. Hoeveel L-glutaminezuur is er nodig voor de synthese van 6 molecule sucrose. Schrijf de nettoreactie uit en is er ATP winst of verlies? (meerdere mensen kwamen hier 24 moleculen en 168 ATP vrij bij uit) (10 punten)
  • 24 glutaminezuur naar 6 sucrose. Structuur sucrose: 1 punt; anaplerotische reactie van glutaminezuur naar alfaketoglutaarzuur: 1,5 punten (als alles correct is inclusief NADH winst). Krebs tot oxaalazijnzuur (1,5 punten, idem); omgekeerde anaplerotische: oxaalazijnzuur naar fosfoenolpyrodruivenzuur (GTP mag je als ATP gebruiken) (1,5 punten), gluconeogenese van PEP tot glucose 6P en fructose 6P (met ATP en NADH kost per PEP) (1,5 punten). Dan glu6P naar gluc1P, naar gluc 1P + UTP naar UDPG, dan UDPG + Frc6P naar sucrose6P en dan naar sucrose (1,5 punten)
  1. Teken de algemene structuur van gram-positieve bacteriën en in detail hoe de elementen ervan met elkaar verbonden zijn. Leg uit hoe je deze bacteriën kan onderscheiden. (6 punten)
  • Gram+ bacteriën hebben één dikke celwand bestaande uit mureïne of peptidoglycaan. Je moest hier dan ook de structuur tekenen van N-acetylglucosamine en N-acetylmuraminezuur, met een Beta 1,4 binding met elkaar verbonden. Op de OH van de C3 van N-acetylmuraminezuur (die naar boven staat) moet je dan een melkzuur tekenen met daaraan een tetrapeptide met onder andere D-aminozuren. Wat velen vergeten is dan dat deze tetrapeptiden ofwel met elkaar zijn verbonden dan wel dat er glycinebruggen zijn om die te verbinden, allemaal met covalente bindingen. De Gramkleuring stond op 2 van de 6 punten. Die had je als je kristalvioletjood oplossing had en safranine als roze tegenkleurstof. De Gram+ zijn dan paars, de Gram- zijn dan roze.
  1. 2 E.M. foto's (delende plantencel en golgi-complex met vesikels) (4 punten)
  2. 5 peptiden gekregen, welke scheidingstechniek kan je hiervoor gebruiken? Leg deze in detail uit en verklaar in welke volgorde ze van de kolom komen. (6 punten)
  • Scheiden van de vijf peptiden. Hier had je 3 punten op het principe van de scheiding en 3 op het juist antwoord op de vraag. Je moet hier scheiden via ionenuitwisselingschromatografie daar de 5 peptiden elke een ander isoelectrisch punt hebben. Dit kan je simpel bepalen door het aantal zure en aantal basische aminozuren te tellen. Bij principe moest er zeker bij staan dat je eerst de pH laag brengt zodat ze allemaal positief geladen zijn als je met een kationenuitwisselaar werkt en dan geleidelijk de pH doet stijgen zodat ze één voor één van de kolom komen. Voor anionenuitwisselaar het omgekeerde.

12 juni 2023

  1. Teken het trisacharide: D-galactose met een 1,3 binding aan D-ribose met een 1,3 binding aan D-fructose (5)
  • Per binding die fout is of per fout in een monosaccharide is het een punt aftrek
  1. Teken fosfatidylethanolamine, wat zijn de functies en voorkomen? (4)
  • Phosphatidyl ethanolamine en functie/eigenschappen fosfolipide: Geen correcte esterbinding of grote fouten aan het molecule: max 1 op 4. Kleine fouten op de structuur: een half of één punt aftrek. Het overblijvende punt voor fosfolipidendubbellaag (vb membraan) en enkellaag (vb lipidendruppel) en dat het een chemische barrière vormt.
  1. Gegeven een stuk DNA van 5' tot 3': wat is de aminozuursequentie van het proteïnen en welke stappen gebeuren hierbij? (5)
  • Deze vraag heb ik tijdens de lessen op het bord getekend. Ik heb toen duidelijk gezegd dat als je DNA ziet staan, teken onmiddellijk de andere strand. Als je dat had gedaan zou je zien dat er in die andere strand een startcodon zit gevolgd door verschillende aminozuren. In de vraag staat in bold dat er een proteïne wordt gevormd, dus enkel methionine (dat werd gevolgd door een stopcodon) is uiteraard geen proteïne. Als je dit stuk correct had heb je 2,5 of 3 op 5 (2,5 als de beschrijving compleet fout is). Om 5 op 5 te hebben had ik de volgende termen moeten zien: Bij transcriptie: promoter-terminator, RNA polymerase, copij van de matrijsstreng, dus identiek aan coderende strand, maar dan T door U vervangen, splicing, 5’Cap, 3’ poly A staart en dan via kernporiën. Bij translatie: mRNA komt toe op de ribosomen (veel studenten antwoorden hier op het RER, dat kan, maar dat is niet noodzakelijk), die uit rRNA en proteïnen bestaan en tRNA met zijn anticodon brengt de juiste aminozuren aan die dan het proteïne gaan vormen
  1. bespreek de structuur en functie van het golgi-apparaat (4)
  • Golgi apparaat: afgeplatte membraanzakken, cisternen, waar vesikels van RER toekomen aan cis kant en waar vesikels vertrekken aan de trans kant als primaire lysosomen, of als secretievesikels met materiaal voor buiten de cel. Dit geeft 2 van de vier punten. Wat gebeurt er in het golgi: suikers die op de eiwitten staan uit RER worden grotendeels verwijderd en elk eiwit krijgt zijn specifieke glycosylatie (heel veel studenten spreken weeral over glycolysatie, wat uiteraard niet ok is, zeker 5 keer in de les gezegd! Glycosylatie kan op O of N zijn
  1. Wat is de functie van een G-proteïne? (4)
  • G proteïnen: belangrijk bij signaaltransductie in de cel (1 punt). Zijn proteïnen die met GDP zijn gebonden en dan inactief en bij activatie wordt GDP door GTP (wat in overmaat in de cel aanwezig is) vervangen (en niet zoals studenten antwoorden dat GDP naar GTP wordt omgezet). Het G proteïne heeft dan een eigen GTPase activiteit die zorgt dat GTP wordt omgezet naar GDP en het proteïne is terug inactief. Het is dus een on-off schakelaar.
  1. Hoeveel ribose-5-p heb je nodig om 14 alanine te maken? -welke wegen, reactievergelijking en NADH en atp balans (10)
  • Hier heb je dus al 14 pyrodruivenzuur nodig bij de transaminatiereactie maar je hebt er nog twee extra nodig om eerste keer glutaminezuur te maken (cellen hebben geen reserve). Dus eentje voor acetyl coA en eentje voor oxaalazijnzuur (anaplerotisch). Hiermee kan je alfa keto maken en hiervan kan je glutaminezuur maken. Het alfa keto recupereer je dan telkens bij de transaminatie reacties. Om 16 pyrodruivenzuur te maken heb je 12 ribose5P nodig. Met 9 kan je er 15 maken, maar je hebt er dus 16 nodig. Hier zijn er punten gegeven a rato van welke pathways die relevant zijn heb je opgeschreven.
  1. Drie organellen aanduiden en hun functie bespreken. (lipidedruppels, glyoxisoom (?) en mitochondrion, de foto stond in de cursus) (4)
  • Dit was een foto uit de cursus!!!. Vetdruppels (neutrale lipidenreserve) en mitochondriën (beta oxidatie, Krebs cyclus; Az biosynthese; electronentransport keten) gaf 2 punten. Cruciale hier waren de glycoxysomen met omzetten van 2 acetyl coA naar barnsteenzuur). Dit gaf nog twee punten.)

--> examen stond op 36punten

21 juni 2022

  1. Lactose in alfa vorm tekenen. (6 ptn)
    • Waar in de natuur komt het voor?
    • Welk enzyme hydrolyseert het?
    • Geef de belangrijkste verschillen tussen lactose en trehalose.
    • Opmerking: De alfa slaat hier natuurlijk op de glucose (die nog kan open gaan) maar de binding tussen de galactose en de glucose is een beta binding. Geen correcte structuur is -2, geen enzyme is -1, geen plaats van voorkomen is -1. Grootste verschil met trehalose is dat dat een niet reducerend suiker is met de glucose alfa,alfa, 1, 1 gebonden. Waar het voorkomt is ook verschillend.
  2. Tertiaire structuur proteïnen: Leg uit + maak tekening. Aan welke externe factoren is het gevoelig? (6 ptn)
    • Opmerking: Veel fouten hier is dat studenten de secundaire structuur beschrijven. Er moet zeker staan: H bruggen tussen az en met omgeving, S-S bruggen (sommige studenten zetten maar één S, dat kan natuurlijk niet), hydrofobe interacties + VanderWaals, ionische interacties en algemene structuur, hydofobe binnen een polaire aan buitenkant. Bij externe omstandigheden dikwijls ok geantwoord, maar niet de reden waarom een eiwit dan stuk gaat. Bvb extreme pH. Waarom? (omdat dan de ionische interacties verstoord worden daar of alle COO- COOH worden en een eiwit dus positief geladen wordt. Hitte, detergenten (SDS), solventen, …
  3. Peroxisomen en glyoxisomen: Oorsprong en functie? Welke metabolische wegen gebeuren hier? In welke organismen komen ze voor? (6 ptn)
    • Opmerking: Komen van SER, en de vraag was welke metabolische reacties er plaatsvinden. Hier hadden die reacties opgeschreven moeten worden. Veel studenten antwoorden dat het doel is om H2O2 af te breken. Neen, doel is om toxische stoffen af te breken met behulp van zuurstof en bij die afbraakreacties komt H2O2 vrij die enerzijds andere toxische stoffen kan neutraliseren, maar dan is er ook Katalase om H2O2 zelf ook af te breken, daar dit toxisch is Dit geeft de typische kristallen. Heel veel studenten antwoorden dat in glyoxysomen vetzuren worden omgezet in suikers. Dat is natuurlijk fout. De reactie in de glyoxysomen is om twee acetyl-coA om te zetten tot barnsteenzuur. En dieren hebben dat niet.
  4. Geef alle stappen die nodig zijn om een proteïnemengsel te kunnen scheiden met een kationuitwisselaar. Hoe kan kationuitwisselingschromatografie worden gebruikt om de 5 (gegeven) decapeptiden te scheiden? In welke volgorde elueren ze? (6 ptn)
    • Opmerking: Hier moet je weten hoe zo een kolom werkt en welke aminozuren er zuur zijn en welke basisch daar die het IEP gaan bepalen. Wat er zeker had moeten staan is dat initieel je de pH laag moet brengen zodat alle peptiden blijven hangen en dan geleidelijk de pH verhogen of de zoutconcentratie verhogen, daar ze er dan één voor één afkomen.
  5. Hoeveel moleculen sucrose nodig voor omzetting in 3 moleculen stearinezuur? Hoeveel ATP komt er vrij bij het verademen van de restproducten? (10 ptn)
    • Teken sucrose. Door welk enzym wordt het gehydrolyseerd? Wat zijn de hydrolyseproducten?
    • Welke metabolische wegen worden doorlopen? (gegeven dat het er 5 zijn, gewoon de namen van de wegen geven)
    • Teken de volledige metabolische reacties en schrijf de uiteindelijke reactievergelijking.
    • Hoeveel ATP-moleculen kunnen er gewonnen worden uit de gevormde producten die niet gebruikt werden voor de vorming van de vetzuren?
    • Opmerking: Sommige studenten vertrekken van stearinezuur om sucrose te maken?? Vraag goed lezen. Hier moet je dus via de pentosefosfaatweg gaan om voldoende NADPH te maken. Sommige studenten doen dat, maar gaan dan ook nog eens langs de volle glycolyse om de acetyl coA te maken maar als je de PPP doorloopt kom je ook terug uit bij pyrodruivenzuur/actyl coA. Van acetyl CoA dan naar stearinezuur, maar uiteraard de ATP verbruikende reactie om malonyl CoA te maken en per stap twee NADPH. In de oefensessie hebben jullie een gelijkaardige oefening gemaakt en was het ok om via de PPP pathway te gaan om voldoende pyrodruivenzuur te bekomen (maar een tekort aan NADPH). Studenten die dat gevolgd hebben was ook ok.
  6. Twee EM foto's: Welke celtypes zijn afgebeeld? (spiercel en delende plantencel) Benoem alle onderdelen + hun functie. (4 ptn)

=> examen op 38 ptn

13 juni 2021

  1. Teken een oligosaccharide dat D-galactose met een alfa-1,6 binding gebonden is aan een D-fructose (furanose-vorm) die vervolgens met een alfa-1,4 binding gebonden is aan beta-D-ribose.
  2. Beschrijf (en teken eventueel) volgende woorden: Desmosoom, apoptosoom, beta-vouwbladstructuur, Gs-proteine en snelheidscentrifuge.
  3. Wat is SDS PAGE, wat kan men ermee onderzoeken, hoe werkt het en wat is het verschil met Native PAGE.
  4. Beschrijf en teken de vetzuursynthese van stearinezuur.
  5. Hoeveel moleculen ribose-5-fosfaat kan een gistcel maken uitgaande van 10 moleculen glutaminezuur bij een tekort aan aminozuren, wat is de totale ATP en coenzym verhouding. Geef de reactievergelijking, Neem de weg met de minste CO2 productie.
  6. Twee foto's. Alle onderdelen benoemen en de functies van deze onderdelen beschrijven. oa de kristalstructuren, R.E.R, ribosomen, celkern, Golgi apparaat.

14 juni 2020

  1. Teken de microtubuli van het cytoskelet en leg uit waarom het zo belangrijk is voor de deling van cellen. Wat zijn andere structuren van de cel waar microtubuli in voorkomen
  2. Teken Gram+-bacterie en Gram--bacterie en teken de celwand (mureïne). Leg het effect van peniciline uit op de celwand en waarom het geen effect heeft op ons
  3. Leg verschil uit tussen Instrinsieke en Extrinsieke signaalwegen. Waarom is apoptose zo belangrijk?
  4. Hoe kan men zonder de cel te denatureren de verschillende celonderdelen scheiden?
  5. Een gistcel maakt uit 4 moleculen stearinezuur, glucose-6-fosfaat. Hoeveel kan het er maken en hoeveel ATP blijft er over (Vetzuurafbraak, Gluconeogenese, Krebs-cyclus en Anaplerotische reacties)
  6. 2 prentjes
    • Kristallen
    • Ribosomen
    • Nog dingen maar ik ben onzeker

7 juni 2020

  1. teken gedetailleerd een alfa helix structuur en de binding, welk proteïne heeft vooral alfa helix structuren?
  2. trehalose en amylopectine tekenen, welke binding?
  3. geef functie van, een teken eventueel: mesosoom, protoplast, mycoplasma, chromomeer, middenlichaampje
  4. leg uit: actief transport
  5. hoe kun je een plasmamembraan goed zichtbaar maken onder een fluorescentiemicroscoop?
  6. hoeveel ATP verkrijg je bij het volledig verademen van 10 moleculen glycerol? (antwoord: 220 ATP)
  7. duidt structuren aan op foto

19 augustus 2019

  1. Amylopectine is een belangrijk deel van zetmeel. Teken de structuur en alle atomen. Waar verschilt dit moleculen met glycogeen?
  2. Hoe wordt p53 geactiveerd? Wat heeft dit als resultaat? Wat is het gevolg indien het slecht functioneert?
  3. Hoe kan ionenuitwisselings chromatografie worden gebruikt om de 5 (gegeven) decapeptiden te scheiden. Welke elueert het eerst?
  4. Welke soort juncties zijn er? Teken en leg ze uit?
  5. Gistcellen kunnen groeien op een ethanol bodem. Hoeveel moleculen heeft een gistcel nodig om 12 moleculen ribose-5-P te maken. Hoeveel energiewinst is er? Geef alle stappen.
  6. 3 prenten:
    1. Ben ik vergeten
    2. Kliercel: benoem alle delen in de cel en geef hun functie.
    3. 2 Virussen(1 was Tabaksmozaïekvirus): wat is hun structuur en wat zijn het?

26 juni 2019

  1. leg gedetailleerd uit wat actief transport is
  2. geef de structuur van microtubuli, waarom zijn deze microtubuli belangrijk bij delende plantencellen? geef de structuur van flagellen bij eukaryote cellen en hoe zorgen deze voor beweging
  3. wat is Km?
  4. wat is een proplastide?
  5. wat is confocale fluorescentiemicroscopie en hoe kan deze gebruikt worden om een celmembraam te bekijken?
  6. hoeveel glycerol heb je nodig voor opbouw van 6 moleculen palmitinezuur? kan dit ook in anaerobe omstandigheden?
  7. 2 foto's, geef alle structuren die je ziet + functie
    1. 1 foto van kristallen in een kern
    2. 1 foto van mucusvesikels die uit een darmepitheelcel komen

18 juni 2019

  1. Wat is de moleculaire structuur van een celwand van een bacterie? Wat is het verschil tussen een gram+ en een gram- bacterie? Hoe heeft dit effect met penicilline? Waarom gebeurt dit niet bij de mens?
  2. Hoe kan men een enzym isoleren en scheiden uit een dierlijke cel?
  3. Wat is covalente modificatie? Geef twee voorbeelden, een waarbij het enzym vertraagt en een waarbij het enzym versnelt.
  4. Hoeveel ATP geeft de afbraak van tripalmitine? Hoeveel tripalmitine moet er worden afgebroken om 10 moleculen glucose te maken in een dierlijke cel?
  5. Twee EM-foto's bespreken en vijf termen uitleggen.

27 juni 2018

  1. Biosynthese van palmitinezuur geven (met structuren) en zeggen waar deze plaatsvindt.
  2. Teken een spiercel en benoem de elementen. Leg verder ook mbv tekeningen uit hoe een spiercel werkt.
  3. 5 begrippen uitleggen/tekenen: mesosoom, operon, guanine, blefaroplast en mycoplasma.
  4. Leg uit hoe je mbv affiniteitschromatografie zuiver hexokinase uit een levercel kan scheiden. Zijn er nog andere technieken om zuiver hexokinase te krijgen, zo ja leg deze dan uit.
  5. Hoeveel moleculen glycerol zijn er nodig om 10 moleculen alanine te vormen. Geef de metabolische wegen in de juiste volgorde en geef de volledige synthese (inclusief structuren). Er is genoeg ammonium aanwezig maar geen oxaalazijnzuur.
  6. Van 2 E.M foto's de structuren en hun functies benoemen.

19 juni 2018

  1. Gluconeogenese geven/uitleggen
  2. Welke aminozuren kunnen gefosforiliseerd worden, en welke geglycosyleerd. Teken een gefosforiliseerd aminozuur.
  3. Confocale fluoricentiemicroscoop uitleggen en tekenen. Hoe kan dit gebruikt worden om het plasmamembraan te tonen.
  4. BBegrippen: p53, desmosoom, N-acetylmureinezuur, cysteine, chiasma.
  5. Hoeveel mol tripalmitinezuur heb je nodig voor 15 mol ribose?
  6. EM foto van glycocalyx met slijmbekercel en foto met peroxisoom.

30 augustus 2017

  1. Ionenuitwisselingschromatografie uitleggen
  2. Een stuk DNA tekenen
  3. De verschillende juncties tussen cellen uitleggen
  4. Biosynthese en afbraak van vetten tekenen en uitleggen
  5. Hoeveel moleculen glutaminezuur heb je nodig om 6 moleculen ribose-5-P te maken
  6. Fotos van cellen: spiercel en plantencel

21 augustus 2017

  1. Koppel een fructosemolecule aan een galactose en deze aan een glucose op bepaalde manier (alpha,beta)
  2. Confocale fluorescentiemicroscopie
  3. Leg volgende termen uit: operon, plaques, cyclines, mesosoom, cystine
  4. Bespreek de lichtreacties (voorkomen, welke reacties gebeuren,...)
  5. Hoeveel sucrosemoleculen heb je nodig om 10 moleculen alanine te maken?
  6. 2 E.M. foto's, de ene was een spiercel (actine en myosine), de andere weet ik niet zeker

20 juni 2017

  1. Maak een (erg gedetailleerde) tekening van de secretieweg van DNA tot enzyme, voor een enzyme dat als functie heeft de celwand opbouwen. Leg hierbij alle belangrijke stappen uit.
  2. Actief transport bij bacteriën, schimmels en dieren uitleggen, met glucose als voorbeeld
  3. Je wil 6 proteïnen scheiden door een anionuitwisselingschromatografie uit te voeren, welke stappen zijn hierbij? Maak ook een tekening
  4. Hoeveel glycerol heb je nodig ter vorming van 4 moleculen tripalmitine? Hoeveel ATP is er over na volledige verademing van uw restproducten en reducerend vermogen? Geef op volgorde alle metabolische wegen die hierbij gebruikt werden. Geef schematisch alle stappen die doorlopen worden bij de vorming van tripalmitine uit glycerol, en geef de netto reactievergelijking (inclusief ATP).
  5. 2 foto's aanduiden alles dat je herkent en de functie ervan geven, was een slijmbekercel en een heel erge close up van een plantencel
  6. 5 termen verklaren: apoptosoom, DNA primase, N-acetylglucosamine, proplastide en Km

21 juni 2016

  1. cytokinese dier & plant
  2. donkerracties en verschil C3,C4 en CAM
  3. adrenaline
  4. vriesbreuk en vriezers
  5. ato berekenen in cyclus
  6. fotokes van vet en golgi app

20 juni 2016

  1. bespreek celwand van bacterien en schimmels op vlak van structuur, functie en chemische samenstelling
  2. inductie en repressie uitleggen adhv lac-operon en trp-operon
  3. oef: hoeveel mol ribose-5-P kan je maken uit glutaminezuur? bereken hoeveel ATP je over hebt en schrijf de volledige cycli uit (antwoord 3 mol ribose-5-P)
  4. fotos over juncties en chloroplast
  5. gelfiltratie uitleggen + hoe daaruit molecuulgewicht proteinen bepalen
  6. structuur en werking van een spiercel uitleggen

20 juni 2016

  1. bespreek celwand van schimmels en bacterie (moleculair, structuur, functie)
  2. bespreek gelfiltratie + hoe kan men de moleculaire massa berekenen van een proteine
  3. bespreek de spiercel (werking, structuur)
  4. Bespreek genrepressie en geninductie aan de hand van beta galactosidase en tryptofaan
  5. metabolisme: hoeveel ribulose 5 fosfaat uit 5 glutaminezuur (geef namen gebruikte wegen + theoretische ATP opbrengst)
  6. Structuren desmosoom/dichte junctie en chloroplas

14 juni 2016

  1. bespreek de onderzoeken naar de regulatie van de celcyclus (MPF enzo...). Wat kan er misgaan wanneer de regulatie niet goed verloopt? (tumor, p53, oncogenen)..
  2. Bespreek oorsprong structuur en functie van glyoxisomen en peroxisomen (bijvraag: waar vind je vb glyoxisomen: noten,zaden)
  3. kationuitwisselingschromatografie uitleggen +methode om 4 peptiden te scheiden hiermee uitleggen
  4. bespreek: Gs proteine (algemeen, niet adrenaline), Km(enzyme),Prion
  5. Hoeveel ATP moeten de lichtreacties maken voor de synthese van 6 mol sucrose via donkerrracties (UDPG niet vergeten)
  6. 2 fotos: chloroplast, 10 structuren aanduiden, darmepitheelcel met glycocalix en veel mucus blijkbaar geen lysosomen dus

13 juni 2016 NM

  1. bespreek microtubuli en de structuren aan die in de cel voorkomen.
  2. Welk peptide wordt er gevormd (DNA gegeven)
  3. waaruit bestaat een spiercel en bespreek de werking ervan
  4. Bespreek de calvin-cyclus. Wat zijn de inputs en wat zijn de outputs?
  5. Hoeveel moleculen glycerol hebt je nodig om 9 moleculen ribose-5- fosfaat te maken? ( pentosefosfaat weg omkeren)
  6. em foto's
    • was een plantencel blaasjes golgi-apparaat aant afzetten was op de fragmoplast
    • De tweede foto was een slijmbekercel

13 juni 2016 VM

  1. Structuur glycogeen? Biosynthese er van en afbraak ervan? (Moest blijkbaar adrenaline bij betrekken)
  2. aminozuren uitleggen en de structuur van proteine
  3. structuur en functie van de celwand bij bacteriën
  4. de stappen nodig om een zuivere fractie van polysomen te verkrijgen. Das zo met differentiële centrifugatie
  5. hoeveel mol ethanol nodig om 6 mol ribos-6-fosfaat te vormen.
  6. 2 foto's ene was met peroxisoom (kristal in), mitochondrie en chloroplast. 2e was ook vormen van fragmoplast

23 juni 2015 VM

  1. Bespreek de lichtreacties
  2. Belangrijkste cel differentiaties bij Planten.
  3. Hoe kan men cellen in een oplossing tellen? Hoe gebeurd dit bij bacteriofagen?
  4. Teken en bespreek de structuur en functie van de glycocalix bij dieren
  5. hoeveel maltose moleculen zijn er nodig bij de synthese van alanine in een cel met een tekort aan energie
  6. 2 foto's: een prokaryoot en een spiercel

24 juni 2015 VM

  1. Bespreek de enkelvoudige en meervoudige suikers en teken de belangrijkste.
  2. apoptose
  3. Penicilline en chloramfenicol
  4. Opbouw en afbraak van vetten
  5. 2 foto's eentje van een floeemcel de andere van een vetdruppels met glyoxisomen

23 juni 2015 VM

  1. Geef alle soorten lipiden, uitleg, tekening
  2. wat is een sarcomeer en leg werking uit,
  3. vier woorden: microsoom, beta-mercapto-ethanol, tonofilamenten en dna primase,
  4. Geef heel calvincyclus
  5. Oefening met al die metabolisme en ATP enzo. Iets mat stearinezuur afbreken tot pyrodruivenzuur ofzo tongue-emoticon
  6. 2 fotos : celkern met kristallen en dan blijkbaar een zeefvat

22 juni 2015 NM

  1. Alles van de plantencelwand
  2. Oef met DNA sequentie en translatie
  3. Oxidatieve fosforylatie vs foto fosforylatie
  4. Hoe kan je polysomen en ribosomen scheiden
  5. Hoeveel mol glycerol heeft een gistcel, die in de G0-fase zit, nodig om met ademhaling 110 Mol ATP te synthetiseren
  6. Foto van openbarstende darmepitheelcel (met mucus) en van een plantencel

22 juni 2015 VM

  1. Structuur en functie van endoplasmatisch reticulum
  2. Hoe wordt de activiteit van fosfofructokinase geregeld?
  3. Cytoskelet bij planten en dieren
  4. Bespreek de lichtreacties
  5. hoeveel mol ethanol nodig opdat gistcellen 4 mol ribose-5-P kunnen maken. Welke metabolische weg komen hierbij tussen? Hoeveel ATP blijft er over?
  6. 2 foto's: de eerste was een zenuwcel met microtubuli en de tweede met een peroxisoom.

16 juni 2015

  1. bespreek suikers en polysacchariden en teken de belangrijkste
  2. welke reacties vinden plaats op het thelakoïdmembraan en wat zijn de inputs en outputs
  3. geef uitleg; middenlichaampje, callus, mitosis-promoting factor MPF, blefaroblast
  4. hoeveel mol glutaminezuur moet omgezet worden in oxaalazijnzuur om voldoende ATP te maken voor de afbraak van 5 mol stearinezuur
  5. bespreek SDS-page en waarvoor dient het
  6. foto van floëemcellen en foto van kern met kristallen p p295

26 juni 2014

  1. IEP uitleggen en peptiden rangschikken op IEP
  2. Transport van voedingsstoffen over de celmembraan bespreken
  3. Methoden om de volgorde van enzymen in een metabolische pathway te bepalen
  4. Glyoxylzuurcyclus bespreken
  5. Hoevel mol glycerol nodig voor 2 mol palimitinezuur
  6. Foto van jonge plantencel en van peroxisoom

23 juni 2014

  1. Transport van voeding door de membraan
  2. Plantencelwand bespreken
  3. Bespreek de pentosefosfaatweg (alles)
  4. Tellen van bacteriofagen
  5. 1 mol tripalmitine (vergeet glycerol niet!)
  6. Foto van plantencel (chloroplast volledig en ook vacuole enzo) + floeemcel (gedifferentieerde plantencel)

19 juni 2014

  1. Leg de rol van enzymen als katalysatoren uit in de metabolische reactie wegen
  2. Wat doe adrenaline in de levercellen als je schrikhebt?
  3. Leg de weg uit die katalase aflegt in de cel beginnende bij DNA.
  4. Leg ionenuitwisselingschromatografie uit.
  5. Hoeveel mol maltose heb je nodig voor de aanmaak van 2 mol stearine? Welke metabolische reactiewegen komen hier bij te pas? Welke zijn de energieleverende/ energie verbruikende stappen?
  6. Prent van cel met glycogeenkorrels, RER, SER, mitochondrien etc
  7. Prent van plant cel in cytokinese --> aanmaak van middenlamel door fragmoplast etc

12 juni 2014 (namiddag)

  1. Transport over celmembraan
  2. Kern met rer tekenen en functie uitleggen
  3. Wat doet adrenaline in levercellen
  4. Confocale fluorescentie microscopie uitleggen
  5. Hoeveel acetaat je nodig hebt voor 3 mol glycerol en waar wordt energie geproduceerd
  6. Foto van glycogeenkorrels en van kristallen in kern

12 juni 2014 (voormiddag)

  1. fosfofructokinase van dna tot enzyme de weg die het moet doen en regulatie
  2. plantencelwand opbouw componenten en functie
  3. tellen van cellen en bacteriofagen
  4. hoeveel glucose nodig voor 4 alanine te maken
  5. foto van zenuwuitlopers en vorming nieuwe celwand bij planten: fragmoplast

17 juni 2013 (namiddag)

  1. Bespreek de eenvoudige suikers en polysacchariden.
  2. Bespreek de biosynthese en afbraak van vetzuren.
  3. Wat is de functie van glyoxisomen? Hoe kan je deze zichtbaar maken bij fluorescentie microscopie?
  4. Een gistcel kan groeien op ethanol. Om te groeien moet de celwand groeien, deze is opgebouwd uit polymeren van suikers.
    • Hoeveel mol ethanol is er nodig om 10 mol glucose te maken?
    • Kan de gistcel groeien op ethanol in anaëroob milieu? (antwoord: p469 laatste 5 regels in middelste stuk)
  5. prent aanduiden:
    • desmosoom
    • peroxisoom met kristalstructuur

17 juni 2013 (voormiddag)

  1. Teken de overgang van kernmembraan naar R.E.R. Wat is de functie van dit laatste?
  2. Bespreek geprogrammeerde celdood. Is er een link met kanker?
  3. Geef de methode(n) hoe je proteïnen kan splitsen op basis van hun lading.
  4. Hoe werkt het B-galactosidase operon bij E. Coli?
  5. Hoeveel mol glucose kan je maken met 3 mol palmitinezuur? Welke metabolische wegen worden er gevolgd? Hoeveel ATP kan er eventueel gevormd worden?
  6. Foto's:
    • p254
    • p218 (ongeveer)

13 JUN 2013 NM

  1. Bespreek de secretieweg in een cel van gen tot gesecreteerd eiwit.
  2. Als een mens schrik heeft komt er adrenaline vrij. Wat gebeurt er dan in de lever?
  3. Hoe werkt SDS-PAGE?
  4. Een uitgehongerde zoogdiercel maakt 4 glutaminezuurmoleculen en 2 asparaginezuurmoleculen. Hoeveel fructose is hier voor nodig en hoeveel CO2 wordt er door het organisme geproduceerd bij deze omzetting?
  5. 2 foto's: chloroplast tegen celwand aangedrukt door vacuole en celkern met kristallen.


13 jun 2013 (voormiddag)

  1. Bespreek de celwand vn de bacterie
  2. Uitleggen wat MFP met celcyclus te maken heeft en welke drie onderzoeken er toe geleid hebben
  3. Confocale fluorecentiemmicroscopie uitleggen
  4. Een oefening met hoeveel mol
  5. 2 prentjes:
    • floëmcellen
    • gewoon RER, SER, Peroxisoom, mitochondrïen aanduiden (kan zijn nog iets)

Examenvragen vanaf 2009

Biochemie

27 jun 2011

  1. elektronentransportketen uitleggen.
  2. Met welke methodes kan je glyoxisomen bestuderen (door microscopische analyse) in de cel?
  3. Vetzuren en lipiden bespreken
  4. Differentiaties in plantencellen
  5. Foto van spiercel + kern delen benoemen.
  6. C1 van een glucosemolecule wordt radioactief gemerkt. We zien dat C6 van een 1,6-bisfosfaatfructosemolecule ook radioactieve sporen vertoond. Verklaar dit.

16 jun 2010

  1. Bespreek de lichtreactie van de fotosynthese.
  2. Bespreek hoe je aminozuren en suikers kan scheiden en deze onderling kan scheiden.
  3. Bespreek: de weg die wordt afgelegd van DNA tot glycocalyx van een proteïne.
  4. Hoeveel ribose 5-P kunnen gevormd worden uit 5 moleculen glutaminezuur. Hoeveel ATP komt hierbij vrij?
  5. Twee foto's waarbij alle structuren moeten aangeduid worden (chloroplast en jonge plantencel)

8 jun 2010

Mondeling met schriftelijke voorbereiding

  1. Bespreek de suikers
  2. Bespreek de pentosefosfaatweg (PPP)
  3. Bespreek SDS-PAGE
  4. Hoeveel molecule alpha-ketoglutaarzuur moeten er in de cel omgezet worden naar fumaarzuur om voldoende ATP te maken voor de synthese van 6 moleculen palmitinezuur (vertrekkende van Acetyl-Coa en uitgaand van het feit dat alle cofactoren aanwezig zijn) ? [Antwoord: 7]
  5. Twee foto's waarbij alle structuren moeten aangeduid worden (levercel en prokaryote cel)

Chemie

3 JUN 2012 VM

  1. celdifferentiatie in ene plantencel
  2. transport voeding cel
  3. geef de verschillen tussen de glycolyse en de gluconeogenese daar waar de enzymen verschillend zijn
  4. 2 stearinezuur omvorme na ribose, er is geen NAD+, geef de cusclussen die je gebruikt, is er atp genoeg, kan het volledig worden omgezet?
  5. 2 tekeningen (darmwand en spiercel)


3 FEB 2012 NM

  1. Bespreek enkelvoudige en meervoudige suikers
  2. Welke soorten juncties zijn er en wat is hun functie?
  3. Bespreek ionenuitwisselingschromatogafie
  4. 2 foto's


30 JAN 2012 VM

  1. Bespreek aminozuren en ruimtelijke opbouw van proteïnen
  2. Rangschik 5 proteïnen volgens hun isoelektrisch punt, van hoog naar laag (je krijgt hier dan 5 aminozuursequenties)
  3. Teken de overgang tussen kernmembraan en het RER en bespreek de functie van het RER.
  4. Bespreek de verschillende centrifugatietechnieken.


23 JAN 2012 NM

  1. bespreek de enkelvoudige en meervoudige suikers
  2. bespreek de celwand bij bacterien en schimmels
  3. leg uit ionenuitwisselingschromotografie
  4. 2 foto's waar ge alles op moet aanduiden


23 JAN 2012 VM

  1. Bespreek de celwand bij planten
  2. Bespreek microtubuli en hun structuren
  3. SDS-page (blijkbaar moest ge u practicumboek ook kennen :s)
  4. foto van kern me kristallen en een bacterie


20 JAN 2012 NM

  1. Bespreek vetzuren en lipiden
  2. Bespreek wat er allemaal gebeurd en hoe het transport gebeurd van een specifiek proteïne vertrekkende van het genome DNA tot aan de glycocalyx (mss iets ander geformuleerd)
  3. Bespreek de technieken om een basaalkorrel zichtbaar te maken in de cel. -> ECHT IN FUNCTIE VAN DE BASAALKORREL DOEN DUS adh van het proteïne tubuline!!!
  4. 2 foto's 1 van die rozetstructuren van glycogeenpartikels en dieje andere was met gwn een celkern met kristalijne kristallen (2 foto's die hem duidelijk in de les heeft vermeld da ge daar moet op lette)


20 JAN 2012 VM

  1. Bespreek de nucleinezuren, als monomeer en macromolecule, en hun ruimtelijke structuur bij eukaryoten en prokaryoten.
  2. Bespreek het endoplasmatisch reticulum.
  3. Bespreek gelfiltratie en leg uit hoe het ka ngebruikt worden om het moleculaire gewicht van een proteine te bepalen.
  4. 2 EM-fotos, alle structuren aanduiden en de functie ervan geven.


21 JUN 2011 NM

  1. bespreek de vermenigvuldiging van virussen
  2. Bespreek de bio-synthese en afbraak van vetzuren
  3. Bespreek de vrijzetting van adrenaline in het bloed
  4. Hoeveel mol ATP wordt er geproduceerd uit 5 mol glucose en 3 mol glycerol? Hoeveel mol glutaminezuur kan worden geproduceerd uit 5 mol glucose en 3 mol glycerol wanneer er genoeg ammoniak in de cel aanwezig is?
  5. twee foto's


21 JUN 2011 VM

  1. Bespreek de cytokinese bij planten.
  2. Bespreek het transport van voedingsstoffen naar binnen in de cel.
  3. Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese.
  4. Hoeveel mol fructose is er nodig voor de synthese van 3 mol palmitinezuur?
  5. twee foto's


21 JAN 2011

  1. Bespreek de celwand bij planten.
  2. Bespreek de proteïnen en hoe ze zijn opgebouwd in een ruimtelijke structuur.
  3. Geef de belangrijkste verschillen tussen gram positieve en gram negatieve bacteriën en hoe kan je die van elkaar onderscheiden?
  4. Bespreek moleculaire exclusiechromatografie en hoe kan je hiermee het MW van een eiwit bepalen?
  5. Twee foto's


22 JUN 2010

  1. Bespreek de structuur en werking van spiercellen.
  2. Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese.
  3. Hoeveel ATP wordt er geproduceerd bij afbraak van 5 mol glycerol en 2 mol glucose? stel: Glutaminezuur tekort in de cel, hoeveel mol glutaminezuur kan geproduceerd worden met 5 mol glycerol en 2 mol glucose?
  4. Hoe werkt adrenaline?
  5. Hoe werkt het tryptofaan operon bij aanwezigheid en afwezigheid van tryptofaan?


15 JUN 2010

  1. Bespreek differentiatie van plantaardige cellen
  2. Bespreek gemedieerd transport
  3. Bespreek de glyoxyzuurcyclus (waar, in- en outputs en waar de producten verder naartoe gaan...)
  4. Hoeveel fructosemoleculen heb je nodig om 4 moleculen glutaminezuur en 2 moleculen asparaginezuur te maken. Hoeveel CO2 wordt hierbij gemaakt? Leg uit a.d.h.v. metabolische wegen.
  5. Bespreek hoe de enzymes elkaar opvolgen (niet in deze woorden, maar 't komt erop neer)


25 JAN 2010

Mondeling met schriftelijke voorbereiding

  1. Bespreek de structuur en de functie van microtubuli en de verschillende structuren die hieruit zijn opgebouwd. (p. 240-261)
  2. Bespreek de ruimtelijke structuur van eiwitten. (p. 53-60)
  3. Bespreek de verschillende centrifugatie methoden. (p. 285-290)
  4. Twee foto's


18 JAN 2010

Mondeling met schriftelijke voorbereiding

  1. Bespreek de celwand bij planten. (bijvragen over de chemische opbouw van (hemi)cellulose, extensises,...)
  2. Bespreek RNA transcriptie en DNA duplicatie.
  3. Bespreek de moleculaire exclusiechromatografie.
  4. 2 foto's van cel(onderdelen). Alles benoemen, ook vanzelfsprekendheden (cytoplasma,...)


15 JAN 2010

Mondeling met schriftelijke voorbereiding

  1. Bespreek de enkelvoudige en de meervoudige sacchariden (bijvraag: hoe heeft men de L en D suikers bepaald, met welk suiker hebben ze dit gedaan)
  2. Bespreek de overgang van het kernmembraan en het RER en geef de functie van het RER
  3. Bespreek SDS PAGE
  4. Duid op de volgende 2 foto's de delen aan (ALLES aanduiden, cytoplasma en alles wat ook 'normaal' lijkt!)


leer ALLE details!

Examenvragen van 2007 - 2009

2 sept 2009 - Biochemie

Van Dijck

  1. Bespreek de enkelvoudige en meervoudige suikers.
  2. Bespreek de verschillende plastiden.
  3. Welke techniek kan men gebruiken om celmembranen te bestuderen onder de EM? Bespreek de twee varianten.
  4. Twee foto's

Thevelein

  • Hoofdvraag
    1. Bespreek het verband tussen de elektrontransportketen en oxidatieve fotofosforylatie.
  • Bijvragen
    1. Glyoxylzuurcyclus
    2. Hoeveel glucosemoleculen heeft een schimmelcel nodig om 2 glutaminezuur en 4 asparaginezuur te maken? Wordt er hierbij ook CO2 geproduceerd en indien ja, hoeveel?

24 Juni 2009 - Chemie - Thevelein

  • hoofdvragen
    1. Bespreek de Krebscyclus.
    2. Bespreek de lichtreactie vd fotosynthese.
    3. Leg genrepressie en geninductie uit aan de hand van klassieke voorbeelden.
  • bijvragen
    1. Wat is groepstranslocatie?
    2. Bereken hoeveel mol ATP er wordt vrijgezet bij de volledige oxidatie van 1 mol tristearine.
    3. Nog een oefening zoals hierboven maar nu met aminozuren enzo...

19 Juni 2009 - Biochemie

Van Dijck

  1. bespreek de structuur van microtubuli en de structuren die eruit bestaan.
  2. Bespreek de nucleïnezuren en nucleotiden en hun ruimtelijke structuren.
  3. Leg gelchromatografie (??) (da met gelbollekes sorteren) uit en hoe je het molecuulgewicht v eiwitten hiermee kan berekenen.
  4. 2 foto's uit oefenzittingen

Thevelein

  • hoofdvraag
    1. Vergelijk gluconeogenese en glycolyse (startproducten, plaats id cel,..)
  • bijvragen
    1. bespreek glyoxylzuurcyclus
    2. Bereken hoeveel moleculen glucose een schimmelcel nodig heeft om 2 moleculen glutaminezuur en 4 moleculen asparaginezuur te produceren. Wordt hierbij CO2 gevormd en zo ja hoeveel? Leg uit adhv de gebruikte cycli.

15 Juni 2009 - Biochemie

Van Dijck

  1. bespreek de celwand bij planten
  2. bespreek peroxisomen en glyoxisomen
  3. rankschik de volgende peptiden volgens iso-elektrisch punt. en wat is iso-elektrisch punt. vb.COOH-cysteïne-proline-histidine-cysteïne-lysine-methionine-asparaginezuur-NH2
  4. 2 fotos: 1 van een chloroplast, en 1 van een zenuwcel

Thevelein

  • hoofdvraag
    1. bespreek de lichtreacties van de fotosynthese
  • bijvragen
    1. geef volledige metabolische weg om asparaginezuur te vormen uit glycerol en NH3
    2. Kan een cel in anaërobe omstandigheden het meest ATP halen uit glucose via de Glycolyse of eerst via PP(pentosfosfaatweg).en toon aan.-

26 jan 2009 - Chemie - Van Dijck

  1. Bespreek nucleotiden en nucleïnezuren
  2. Welke soorten juncties zijn er en wat is hun functie?
  3. Hoe kan je aminozuren van suikers scheiden en hoe kan je ze verder opzuiveren?
  4. Teken het celmembraan (of was de vraag nu glycocalyx?) van een dierlijke cel en duidt de onderdelen aan.
  5. Wat is het iso-elektrisch punt van een proteïne en wat ben je ermee?
  6. 2 fotos: 1 van een prokaryote cel, en 1 van een plantencel

15 jan 2009 - Chemie - Van Dijck

Mondeling met schriftelijke voorbereiding

  1. bespreek de enkelvoudige en de meervoudige sacchariden (bijvraag: hoe heeft men de L en D suikers bepaald, met welk suiker hebben ze dit gedaan)
  2. bespreek de overgang van het kernmembraan en het RER en geef de functie van het RER
  3. bespreek SDS PAGE
  4. duid op de volgende 2 foto's de delen aan (ALLES aanduiden, cytoplasma en alles wat ook 'normaal' lijkt!)

leer ALLE details!

22 aug 2008 - Biochemie

Thevelein:

  • Hoofdvraag:
    1. Bespreek de samenstelling en mechanisme van elektronentransportketen
  • Bijvragen:
    1. Welke reacties worden gekatalyseerd door volgende enzymes:
      • pyruvaat decarboxylase
      • pyruvaat dehydrogenase
      • pyruvaat kinase
      • pyruvaat carboxylase
    2. een cel zet oxaalazijnzuur, citroenzuur en NH3 om in asparaginezuur en glutaminezuur, geef de reactie.

Van Dijck:

  1. bespreek structuur en functies van de microtubuli en bespreek de structure waar ze voorkome (/3)
  2. bespreek structuur van de proteïnen en waar komen deze voor (/3)
  3. hoe kan je het molecuulgewicht van een proteïne bepalen met exclusiechromatografie (/2)
  4. wat is hemicellulose? (/1)
  5. duid celorganellen aan op de prent (/1) --> twas een levercel met veel secretiepartikels

26 jun 2008 - Chemie - Thevelein

Hoofdvragen:

  1. e-transport
  2. pentosefosfaatweg
  3. regulatie van het metabolisme

Bijvragen:

  1. glyoxylzuurcyclus
  2. glucose+NH3-->glutaminezuur+CO2 hoeveel ATP wordt er geproduceerd (aeroob organisme)
  3. synthese van trehalose uit glucose dat via symport in de cel komt. Hoeveel ATP moet er via melkzuurgisting gewonnen worden om 2 trehalose moleculen te vervaardigen.

26 jun 2008 - Chemie - Thevelein

Hoofdvragen

  1. Bespreek de Krebscyclus
  2. Bespreek het membraantransport en de membraanpotentiaal
  3. Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese

Bijvragen

  1. Adrenaline als glucosevrijzetter
  2. Bespreek in detail de biosynthese en afbraak van vetzuren
  3. Een bacteriële cel in aërobe omstandigheden zet glucose om in pyrodruivenzuur. Waar wordt het meeste ATP geproduceerd, via de glycolyse of via de pentosefosfaatweg?

20 jun 2008 - Chemie - Thevelein

Hoofdvragen:

  1. Bespreek de calvincyclus.
  2. Bespreek membraantransport en bespreek hoe membraanpotentiaal hierbij tussenkomt.
  3. Bespreek de regulatie van het metabolisme.

Bijvragen:

  1. Glyoxylzuurcyclus.
  2. Adrenaline als glucose vrijzetter.
  3. Een denkvraag ivm proton-motive en dinitrofenol.

20 jun 2008 - Biochemie

Thevelein:

  1. lichtreacties
  2. oefeningen:
    • tristearaat, hoeveel ATP wordt er gevormd
    • vorming van asparaginezuur en glyoxylzuur uit citroenzuur en NH3

Van Dijck:

  • schriftelijk
    1. soorten bindingen in macromolecules, tekenen +bespreken
    2. wat is threhalose, mesozoom
  • mondeling
    1. endoplasmatisch riticulum bespreken
    2. microtubuli bespreken
    3. plaatsbepaling van moleculen in de cel, methoden bespreken
    4. 2 foto's herkennen+organellen benoemen: lever en oliehoudende zaden

19 jun 2008 - Biochemie

Thevelein:

  • Grote vraag:
    1. membraantransport bespreken
  • Bijvragen:
    1. ge hebt 24 glucosemoleculen, die ge via PP en dán pas de glycolyse gaat afbreken tot acetyl-CoA, waarna ge X aantal palmitinemoleculen gaat opbouwen. Hoeveel ATP wordt er gevormd? En hoeveel NADPH hebt ge tekort?

Van Dijck:

  • Schriftelijk:
    1. bespreek RNA en DNA
    2. leg uit:
      • isopycnische centrifugatie
      • mycoplasma
  • Mondeling:
    1. bespreek mono- en polysachariden
    2. celwand bij bacterien + Gram positieve en Gram negatieve bacterien
    3. ionenuitwisselingschromatografie

13 jun 2008 - Biochemie

Thevelein:

  • hoofdvraag:
    1. Bespreek de lichtreacties van de fotosynthese
  • Bijvragen:
    1. Bespreek hoe er geninductie en genexpressie bij Escheria coli plaatsvindt
    2. Oefening ivm de metabolische wegen

Van dijck:

  • Schriftelijk
    1. teken (cyclisch) alfa-D-glucose, beta-D-Fructose, sucrose en nummer de koolstoffen
    2. Leg uit:
      • mesosoom
      • connexon
  • Mondeling
    1. Teken hoe het kernmembraan in het RER overgaat, en geef de functie van dit RER
    2. Bespreek de ruimtelijke structuur van proteïnen
    3. Leg uit hoe men plasmiden kan identificeren met behulp van restrictie-enzymen aan de hand van een voorbeeld
    4. Duid de organellen aan op de cel (chloroplast en bacteriofaag)

28 jan 2008 - Chemie - Van Dijck

Mondeling:

  1. geef de structuur en de functies van de mitochondrieën
  2. beschrijf de weg die een proteine X aflegt beginnend in de kern die voor de glycocalyx bestemd is.
  3. beschrijf de verschillende centrifugatietechnieken.

Schriftelijk:

  1. wat is het iso-elektrisch punt van proteïnen en rangschik de volgende proteïnen volgens stijgende theoretische waarde van het iso-elektrisch punt. De proteïnen werden gegeven door telkens een keten van 11 aminozuren.
  2. Beschrijf en teken schematisch de componenten van de glycocalyx
  3. verklaar:
    • mesosoom
    • connexon


28 jan 2008 - Chemie - Van Dijck

Schriftelijk deel

  1. rangschik van polair naar apolair (aceton, 1-propanol, diethylether, fenol, benzylalcohol) [in de vraag werden prentjes van de moleculen gegeven, en niet de namen], en zeg wat apolariteit bepaalt.
  2. teken (cyclisch) alfa-D-glucose, beta-D-Fructose, sucrose.
  3. Leg uit:
    • Dictyosoom
    • Blefaroplast

Mondeling met schriftelijke voorbereiding

  1. Teken hoe het kernmembraan in het RER overgaat, en geef de functie van dit RER
  2. Bespreek de ruimtelijke structuur van proteïnen
  3. Leg uit hoe men plasmiden kan identificeren met behulp van restrictie-enzymen aan de hand van een voorbeeld
  4. Duid de organellen aan op de cel (de twee cellen waren een zenuwcel en een chloroplast)

Examenvragen tot en met 2006

15 jan 2007

Hoofdvragen: theorie

  1. bespreek hoe een cel aan zijn membraanpotentiaal komt + hoe deze aangewend wordt bij het membraantransport
  2. bespreek de Calvin Cyclus (functie, intermedairen, ...)

Hoofdvragen oefeningen

  1. practicum: bespreek PAGE bij proteïnen en hoe we de molecuulgroote ervan kunnen afleiden
  2. duid zo veel mogelijk celstructuren aan
  3. duid de volgende processen aan waar ze voorkomen in de cel aan op de tekening: NADPH productie, energieproductie, chromatine en integrale proteïnen

Bijvragen

  1. bespreek hoe adrenaline de glucoseproductie in de cel regelt
  2. Een cel maakt uit oxaalazijnzuur, citroenzuur en NH3 de aminozuren glutaminezuur en asparaginezuur. Geef een reactievergelijking en houd rekening met ATP, NAD, FAD, H2O en CO2.