Algemene Natuurkunde I: verschil tussen versies

Uit Chemika Examenwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Indra Winters (overleg | bijdragen)
R1054091 (overleg | bijdragen)
 
(78 tussenliggende versies door 20 gebruikers niet weergegeven)
Regel 2: Regel 2:
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]
==Vakinformatie==
==Vakinformatie==
Fysica van eerste jaar biochemie en chemie. Vroeger een jaarvak met deelexamen in januari, vanaf 2018-2019: jaarvak met alleen in juni examen, voor dit examen krijg je 3 uur de tijd. Beide examens zijn volledig schriftelijk. Werd Gedoceerd door Roger Silverans. De docent voor dit vak sinds 2012 is Antoine(Toine) van Proeyen. Sinds 2018-2019 wordt het gedoceerd door Enrico Carlon (eerste semester) en Thomas Van Riet (tweede semester).
Fysica van eerste jaar biochemie en chemie. Vroeger een jaarvak met deelexamen in januari, vanaf 2018-2019: jaarvak met alleen in juni examen, voor dit examen krijg je 3 uur de tijd. Beide examens zijn volledig schriftelijk. Werd Gedoceerd door Roger Silverans. De docent voor dit vak sinds 2012 is Antoine(Toine) van Proeyen. Sinds 2018-2019 wordt het gedoceerd door Enrico Carlon (eerste semester) en Thomas Van Riet (tweede semester). Er zijn 2 delen van het examen (theorie & oefeningen). Het theorie deel zijn multiple choice vragen waarbij je al dan niet een uitleg moet bij geven (giscorrectie) elke vraag op 1 punt. Het oefeningen deel zijn 4 oefeningen elk op 5 punten.


''(mening en info academiejaar 2022-2023) Vak werd gegeven door Boksenbojm Eliran (semester 1) en Van Riet Thomas (semester 2).''
2024-2025: Vak volledig gegeven door Thomas Van Riet.
* aanpak vak
** TTT's goed voorbereiden! Bespaard veel tijd en stress in de blok, als je hier steeds door was is het niet noodzakelijk om hier veel tijd in te steken in de blok, wij hadden tussen de examens hier 3 dagen voor en ik vond dit voldoende
** Prof zegt zelf dat hij het niet belangrijk vind dat je naar de les komt, maar raadt de oefenzittingen wel aan
* Kwaliteit cursus
** Prof vindt Giancoli zelf niet goed, maar hier staan al de oefeningen in, dus wel nodig om te kopen (heb je in het 2e jaar ook nog nodig)
** Slides heb ik zelf nooit bekeken
** Er is een pdf van oplossingen
* Examen- en TTT-vragen
** Nooit heel complex, zou maximum één pagina mogen innemen
** Ik vond de meeste makkellijker dan Giancoli
** Theorie leren is vrij overbodig, staat op amper punten en sommige lukken wel met logisch nadenken, enkele komen vaak terug (zweven astronaut, iets met een snaar,...)
** TTT's tellen niet meer mee in augustus, dus geen paniek als deze geen succes waren
** Belangrijk om elk klein ding op te schrijven, soms leveren domme dingen al een half punt op
** Steeds een duidelijke tekening maken met assenstelsel!
* Practica
** Voorbereiding maakt echt niets uit
** Alles wat je niet snapt vragen aan de assistent en je bent hier wel door
[[Categorie:Bachelor Chemie]]
[[Categorie:Bachelor Chemie]]
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]
[[Categorie:Bachelor Biochemie]]


==Examenvragen januari==
==Examenvragen juni==
===18 juni 2026 (6 studiepunten)===
#Een persoon staat op de rand van een cirkelvormige draaiende plaat met straal R en hoeksnelheid w. Die gooit een bal (in zijn/haar pov) naar boven. De bal bereikt een hoogte h. Wat is de afstand van de valplaats van de bal met het centrum van de cirkel in termen van R,g,w en h. (5pt)
#We willen altijd de effectieve veerconstante berekenen. (6pt)
##2 veren hangen aan elkaar vast. 1 kant hangt vast aan een plaat/grond , de andere kant aan een blok m. (Figuur was dus een serie schakeling) Wat is de effectieve veerconstante, geef ook je afleiding.
##2 veren hangen aan de grond vast en aan het blokje (figuur was dus een parallele schakeling). Wat is de effectieve veerconstante, geef ook je afleiding.
##Nu een mix van serie en parallel. In de parallele schakeling is 1 kant 2 veren in serie en 1 kant gewoon een veer. Wat is de effectieve veerconstante, gebruik je eerdere antwoorden
##Nu heb je N veren in serie staan, waarbij dat N = 2 in de eerste oefening. Wat is de formule voor voor de effectieve veerconstante waarbij ki de veerconstante is voor veer i met i= 1,2,3,4,...
#Fles van mariotte. Dit bestaat uit een dichte fles water die niet helemaal gevuld is. Er zit ook een rietje in dat luchtbelletjes in de fles kan laten. Aan de onderkant is een opening. Het principe van de fles is dat dit systeem zorgt voor een constante vloeisnelheid vanonder (Een fles die open is zal vloeien volgens v = sqrt(2GH) en zal dus steeds trager vloeien als het vloeitstofniveau zakt). Vanaf de onderkant van het rietje tot de bovenste waterlijn is afstand a. Vanaf de onderkant van het rietje tot de onderste opening is afstand b. Je mag er vanuit gaan dat het vloeitstofniveau niet zakt. Punt 1 is de bovenkant van het vloeistofniveau. Punt 2 is aan de ingang van het rietje.(4pt)
##Is de druk in punt 1 groter/kleiner dan in punt 2 en geef deze druk in formule vorm.
##Met welke snelheid stroomt de vloeistof bij punt 3 uit de fles
##Stel de stop wordt af de fles gehaald, wat is dan de snelheid van de stromende vloeistof?
##Wat is de voorwaarde voor het maken van de fles van mariotte
#Newton zit onder een boom. Een appel die aan de boom hing valt van de boom en newton vangt deze op met zijn hand. De appelm had potentiële energie toen hij aan de boom hing, kinetische energie in de lucht. Waar is die energie naartoe als de appel in de hand van Newton is? Is die verdwenen? (2.5pt)
#Je laat een bal vallen vanop een toren die op de aarde staat. Normaal zal deze bal ten oosten eindigen van het loslaatpunt. Zonder tegen schijnkrachten in te gaan moet je beschrijven waarom dit zo is en of dit effect groter of kleiner zal zijn op de noordpool (2.5pt)
 
===18 juni 2026 (9 studiepunten)===
#Welk fundamenteel concept heeft de mensheid bijgeleerd bij de ontdekking van het foto-elektrisch effect?
#Een persoon staat op de rand van een cirkelvormige draaiende plaat met straal R en hoeksnelheid w. Die gooit een bal (in zijn/haar pov) naar boven. De bal bereikt een hoogte h. Wat is de afstand van de valplaats van de bal met het centrum van de cirkel.
#Gegeven: een fles van Mariotte met 3 gegeven punten: Punt 1: net boven het vloeistofpijl in de fles, Punt 2: net onder het buisje (druk is hier 1atm) en Punt 3: net buiten het gaatje vanonder de fles, waar de vloeistof naar buiten stroomt. Tussen punt 2 en punt 3 zit hoogte a en tussen punt 2 en punt 1 zit hoogte b.
##Is de druk in punt 1 groter/kleiner dan in punt 2 en geef deze druk.
##Met welke snelheid stroomt de vloeistof bij punt 3 uit de fles
##Stel de stop wordt af de fles gehaald, wat is dan de snelheid van de stromende vloeistof?
##Welke dingen moeten aan voldaan worden bij het maken van zo een fles
#Gegeven: een rad met massa m aan een muur. Hierrond hangt een massaloos touw met op het einde een blokje met massa m. Als het blokje valt van hoogte L krijgt deze kinetische E.
##Geef de waarde van c waarvoor geldt: Ek(blokje) = c*Ek(rad)
##Wat is de verhouding van de Ek van het blokje en L
#5 opstellingen van een blokje horizontaal vast aan een wand, je moet van elke de f(effectief) geven: a) blokje vast aan 2 veren in serie b) blokje vast aan 2 veren onder elkaar aan dezelfde kant c) blokje vast met vanboven 2 in serie veren en vanonder nog een veer. d) hetzelfde als a maar dan N veren in serie
 
===25 augustus 2025 (9 studiepunten)===
#Beschouw het volgende proces in de vrije ruimte (geen interne of externe krachten). Een puntvormige kogel met massa m vliegt met constante snelheid v recht naar een homogene bol met massa M en straal R en raakt de bol volgens een lijn zoals getekend in onderstaande figuur. De botsing is elastisch. Na de botsing gaan de bol en de kogel verder met constante momenta pb en pk (bede met vectorpijlen op) en bolrotatiesnelheid w. (7p)
##Wat is het initiële impulsmoment L van de kogel ten opzichte van de oorsprong? Schrijf ifv M, v en R. (1p)
##Wat is het totale impulsmoment van de bol na de botsing ten opzichte van de oorsprong? Schrijf ifv M, R, w en pb. (2p)
##Welke behoudswetten kan je gebruiken om de beweging op te lossen? (1p)
##Neem 13m = 8M en bereken (pb)x, (pb)y, (pk)x, (pk)y en w. Maak gebruik dat de invalshoek gelijk is aan de uitvalshoek. (3p)
[[file:Kogel_raakt_bol.jpg]]
 
#Een persoon gooit een kogel van massa m weg vanop hoogte h en positie x0, y0 in het horizontale vlak. De begin snelheid os gegeven door de vector v0 = (v0x, v0y, v0z). (7p)
##Bereken de positie (xm, ym, zm) waar de kogel zijn maximale hoogte bereikt?
##Bereken de positie (xg, yg, zg) waar de kogel op de grond landt. (waar zg=0)
##Bereken de snelheidsvector (vgx, vgy, vgz) net voor de kogel op de grond valt.
[[file:Worp.jpg]]
 
#Een nieuw muziekinstrument bestaat uit een cilindervormige pijp die langs onder dicht is en langs boven open. Het heeft lengte L en diameter L/10. Over de pijp heb je een snaar gespannen met een dichtheid per lengte µ. Om het geluid te produceren naar waar je opzoek bent, wil je dat de 3e harmonische staande golf van de snaar overeenstemt met de fundamentele staande golf in de luchtkolom van de pijp. De snelheid van het geluid in de luchtkolom is vs.
##Welke spenning FT0 moet de snaar hebben voor dit gewenste geluid te produceren? (3p) Formuleer in de gegeven grootheden.
##Wat gebeurt er met het geluid (frequentie, golflengte, resonantie) indien de spanning verdubbeld naar 2FT0? (1p)
##Stel nu terug de FT0 van opgave 1. Zijn er nog andere harmonische trillingen van de snaar die in resonantie zijn met staande golven in de pijp? (2p)
 
===25 augustus 2025 (6 studiepunten)===
#
##Planeet met massa m en straal R. Op afstand H hiervan is een steen. Bereken de minimale snelheid waarmee deze steen gelanceerd moet worden om niet meer in de baan van deze planeet te meoten zijn. Ga hierbij ervan uit dat de planeet niet roteerd. Tip: Gebruik geen behoud van energie.
##Een planeet zit in een cirkelvormige baan rond een ster. Bewijs dat de planeet uit deze baan zal gaan indien de massa van de ster plots half zo groot is.
 
#Een bal wordt geworpen in het x,y,z vlak met beginsnelheid v^-> (0) = (V0x,V0y,V0z). De bal wordt geworpen in het horizontaal vlak
##Bereken de positie waar de bal zijn maximale hoogte bereikt
##Bereken de eindpositie (Dus Z=0)
##Bereken de snelheidsvector net voor het landen
 
#We maken een nieuw muziekinstrument hierin is een pijp met lengte L en diameter L/10, deze is open vanboven en dicht vanonder en heeft dichtheid per lengte µ. Hierover spannen we een snaar met exact dezelfde afmetingen. Om geluid te krijgen willen we de 3de harmonische golf maken die gelijk is aan de fundamentele luchtgolf. De lucht in het instrument heeft snelheids Vs.
##Bereken de spankracht die nodig is om deze golf te maken
##Stel de spankracht verdubbeld, wat gebeurt er dan met de frequentie, golflengte en resonantie
##Welke andere ... kunnen we maken voor resonantie.
 
===19 juni 2025 (6 studiepunten)===
Theorie


===28 jan 2011===
Zelfde vragen als bij 19 juni 2025 9sp
* Wat is een gyroscoop en bespreek gyroscopische effecten.
* bewijs van kinetische energie en dat deze gelijk is in alle ineriaalstelsels
voor de oefeningen
* een tekening waar je alle spankrachten van moest berekenen
* en een slinger die stilhangt waar een projectiel in geschoten word, je weet de massa van het projectiel, de massa van de slinger en de hoogte die de slinger haalt na de botsing (projectiel mee in de slinger na botsing!). Bereken de snelheid van het projectiel.


=== 28 jan 2011===
Oefeningen
#* Een puntmassa op een kromlijnige baan: wat weet je over de richting van haar snelheidsvector en haar versnellingsvector ten opzichte van de raaklijn aan haar baan? Toon uw antwoord aan.
#* Toon aan de hand van een voorbeeld aan hoe men komt tot de invoering van een schijnkracht bij de beschrijving van de dynamica in een roterend assenstelsel.
#Analyseer a) de dynamica en b) de energie van een volle bol die zuiver rollend over een hellend vlak naar beneden rolt.


=== 22 jan 2010===
1. Zelfde hydrodynamica vraag als bij 19 juni 2025 9sp
Theorie:
# leg conische slinger uit
# vormvaste objecten uitleggen
# leid de pseudo kracht dinges af voor een assenstelsel dat een rotationele beweging ondergaat


2. Een bal valt uit de lucht en botst op punt P1, waarna de bal na een bepaalde tijd op punt P2 eindigt. Je mag aannemen dat de snelheid waarmee de bal P1 bereikt dezelfde is als waarmee die P2 verlaat.(Er was een figuur gegeven, de bal botste op een soort helling, een rechthoekige driehoek met een hoek van 45 graden)
a) Met welke snelheid bereikt hij punt P1?
b) Hoe lang is de bal in de lucht?
c)  Wat is de afstand tussen P1 en P2?
d) Met welke snelheid bereikt de bal P2?
===19 juni 2025 (9 studiepunten)===
Theorie
#Een raket staat op de Noordpool en wordt exact naar de Zuidpool gericht met een snelheid zodat deze in 10 minuten aankomt. Zullen schijnkrachten ervoor zorgen dat de raket niet langs de Zuidpool passeert? Indien zo, langs welke kant zal hij afbuigen, Westen of Oosten? (2,5p)
#Een auto rijdt rondjes over een cirkelvormige baan en gaat steeds sneller. Teken 2 kwalitatieve grafieken. Teken een grafiek van de snelheid in de x-richting ifv de tijd en een grafiek van de positie in de y-richting ifv de tijd. Doe dit telkens over minstens 1 toer. Zorg dat de grafieken overeenkomen. (2,5p)
# Massa m ligt op een wrijvingloze tafel. Er zijn 2 situaties. 1: Een persoon oefent een horizontale kracht uit van 40 N op een blok met massa m. 2: In een tweede situatie is het blok verbonden met een tweede blok via een katrol waarbij de tweede blok aan het touw hangt met een gewicht van 40 N. Welke stelling is correct? Ligt toe.(2p)
##De versnelling in beide situaties is even groot.
##De versnelling is groter in situatie 1.
##De versnelling is groter in situatie 2.
Hydrodynamica
#Een oefening met een u-vormige buis met water en olie. Via de wet van Bernouilli moet je berekenen hoe groot de snelheid is van de lucht boven het uiteinde met water zodat de hoogte van de vloeistof in elk been van de u (een met water en een met een beetje olie) op dezelfde hoogte staat en het been met de olie is afgedekt.
##Bereken h uit b.
##Bereken v uit c.
[[file:AN_I_1906_buis.png]]
Mechanica
#Een vlakke, schuine plaat waarop een massaloze beker staat die niet naar beneden schuift. De plaat hangt beneden vast en steunt vanboven op een steunstok, vanboven ligt ook een balletje. Bij het weghalen van de steunstok kantelt de plaat naar beneden en valt het balletje. Je moet aantonen dat het balletje recht in de beker valt als de beginhoek kleiner is dan 35,3 graden. Vraag wordt opgedeeld in 3 delen:
##Het traagheidsmoment van een vlakke plaat die draait rond een uiteinde vd plaat is identiek aan het traagheidsmoment van een staaf die ook draait rond eigen uiteinde (I = ml²/3), verklaar.
##Schrijf de rotatieversie vd 2e wet van Newton om de hoekversnelling vd plaat te berekenen. Teken de gebruikte krachten op de tekening.
##Bereken waarom de initiële hoek (<35,3 graden) zodat het balletje in de beker valt (tip: voor die hoek is cos²(x) = 2/3).
[[file:AN_I_1906_balletje.png]]
===26 augustus 2024 (9 studiepunten)===
3 meerkeuzevragen (7 pnt):
# Welke uitspraak is correct? (2pt)
#*Een ‘do’ beschouwen we als grondfrequentie, alle veelvouden van die frequentie zijn ook ‘do’s’ maar in een ander octaaf
#*Het verschil in frequentie tussen 2 opeenvolgende noten is onafhankelijk van het octaaf
#*Een buik van een hogere ‘do’ komt overeen met een buik van een lagere ‘do’
#*Een knoop van een hogere ‘do’ komt overeen met een knoop van een lagere ‘do’
# Een organisatie van mensen beweert dat er nooit een mens op de maan is geweest, dat het niet mogelijk is om aan ruimtevaart te doen. Er kan nooit aan de zwaartekracht ontsnapt worden: de potentiële energie ten gevolge van de zwaartekracht is gelijk aan m.g.h, waarbij m de massa van de raket is, g de valversnelling & h de hoogte. Als je aan de zwaartekracht wil ontsnappen zou de hoogte naar oneindig moeten gaan, waarvoor ook oneindig veel energie voor nodig is. Waar zit de fout in hun redenering? (2pt)
# Een deeltje met lading e dat zich in een magnetisch veld B ⃗ bevindt, er ontstaat een Lorentzkracht F ⃗ die voldoet aan F ⃗=ev ⃗×B ⃗. Met v ⃗ de snelheid van het deeltje. Als nu een deeltje door een constant magnetisch veld beweegt, dan zal de grootte van de snelheid: (3pt)
#*Altijd afnemen
#*Altijd toenemen
#*Toenemen of afnemen afhankelijk van de hoek tussen de initiële snelheid & het magnetisch veld
#*Hetzelfde blijven
Oefeningen:  
Oefeningen:  
# Blok A en B, beiden dezelfde massa, 10kg. Blok A en B zijn verbonden door een veer met k=100N/m. A ligt op de grond en verticaal daarboven hangt B.
# Vraag met een frisbee (8 pnt)a)Traagheismoment? b)Bepalen van de hoeksnelheid w a.d.h.v. gegeven K = het aantal toeren per minuut? c)hoeksnelheid w uitgedrukt in K, d en m? d)Ga de eenheden na (dit was dezelfde vraag als 10 juni 2020 met enkel de gegeven waarden verschillend)
#* als we B loslaten, hoe diep wordt de veer dan ingeduwd?  
# Er is een kraan, waaruit water loopt en hierbij is de diameter van de het water gegeven, ivm snelheid, diepte en hoogte. Bewijs dat dit de effectieve diameter is van de kolom van water. (5 pnt) (zie ook 10 juni 2020)
#* hoe diep moet B ingeduwd worden zodat wanneer we B loslaten A ook van de grond zal komen?
# Een schijf met massa 0,2kg wordt verticaal omhoog geworpen met v= 6m/s. Op zijn hoogste punt wordt de schijf getroffen door een kogel met m=0,1 en v=300m/s. De schijf breekt in 2 gelijke stukken (dus elk stuk m=0,1kg). het ene stuk vliegt verticaal omhoog met een snelheid van 10m/s. het andere stuk vangt de kogel op en vliegt samen met de kogel weg.  
#* Waar zal het stuk met de kogel neerkomen?


=== 22 jan 2010 ===
===14 juni 2024 (9 studiepunten)===
Theorie:
#Leid de formule af voor het dopplereffect voor een bewegende waarnemer en een tegelijk bewegende bron obv de afleiding van de formule van een bewegende bron en ook de afleiding van een bewegende waarnemer (zie H16 cursus) (6pnt)
# Geef de Gallileï-tansformatie
#Waarom ervaren we de effecten van kwantummechanica niet in het dagelijkse leven? (1pnt)
# Bespreek de globale beweging van een vormvast object
#Waarom ervaren we de effecten van de speciale relativiteitstheorie niet in het dagelijkse leven? (1pnt)
# Bespreek de dynamica van een roterend NIS en illustreer met een voorbeeld. Bespreek de dynamica van een conische slinger.
#Er wordt een kogel geschoten met een bepaalde v0, deze kogel komt terecht in een houten kubus, waarbij er geroteerd kan worden rond de zijde die in contact staat met de grond. a) Bepaal het traagheidsmoment van de kubus rond deze roteeras b) Welke hoeksnelheid krijgt de kubus (met kogel) na de botsing?  c) Wat is de minimale hoeksnelheid die nodig is om de kubus (met kogel) te doen omdraaien? d) Wat is de minimale v0 om de kogel en de kubus te doen omdraaien? (6 pnt)
# Geef de definitie van evenwicht en statisch evenwicht. Bespreek en leid de statische evenwichtsvoorwaarden af. Toon aan dat het zwaartepunt van een object gelijk valt met het massacentrum.
#Oefening met katrol gegeven, waarbij je de katrol zijn massa mag verwaarlozen. De katrol hield 2 massa's vast op een helling, massa 1 zat schuin op de helling met een hoek θ en massa 2 hing aan de zijkant van de helling met eronder een veer. Massa 1 werd over een lengte naar achter getrokken en losgelaten. a) Bereken de wrijvingskracht van massa 1 nadat je het naar achteren trekt en loslaat, dus tijdens de beweging. b) Bereken de snelheden van massa 1 en massa 2 tijdens de beweging. c) Bereken de verhouding van massa 1 en massa 2 in rust (zonder wrijvingskracht). d) Wat is de hoekfrequentie met betrekking tot k,θ en massa 1 (zonder wrijvingskracht). (6 pnt)
Oefeningen:
# Newton mechanica oefening met veerkracht en gewichtskracht.
# Oefening over impulsen en massa o.i.v. gewichtskracht


===21 juni 2023===
#Verklaar waarom astronauten gewichtloosheid ervaren. (2 punten)
#Een persoon springt spontaan de lucht in, worden impuls en energie behouden? (2 punten)
#Een snaar van 1 meter heeft een spankracht van 100N. De diameter van de snaar is 2mm. Wat is de golflengte bij de grondfrequentie? (2 punten)
#Vraag over fluïda, iets van een cillinder met 2 lagen onsamendrukbare vloeistof in.
#Vraag over een slinger


=== 16 jan 2009 ===
===17 juni 2022===
Theorie:
#Verklaar waarom astronauten gewichtloosheid ervaren. (2 punten)
# Zwaartepunt:
#Een persoon springt spontaan de lucht in, worden impuls en energie behouden? (2 punten)
#* Kinetische energie van een puntmassa.
#Een snaar van 1 meter met µ=3,14 g/m heeft een spankracht van 100N. De diameter van de snaar is 2mm. Wat is de golflengte bij de grondfrequentie? (2 punten)
#* Toon aan dat het zwaartepunt van een object gelijk valt met het massacentrum.
#Een massa 2M vliegt recht omhoog, op hoogte h ontploft deze massa waarbij hij in 2 delen van massa M splitst, met energie E. 50% van deze energie gaat verloren en warmte, de rest wordt omgezet in horizontale beweging. De massa's M hun maximum hoogte is 2h. Hoever landen de 2 delen M uit elkaar? (5 punten)
# Rotatiebewegingen:
#Je hebt een cilindrisch vat met een rechthoekige opening met breedte w, de hoogtes worden gegeven door d1 en d2 (gemeten van de bovenkant van het vat). Geef een formule voor het debiet dat in eerste instantie uit het vat stroomt. Je mag het zakken van het vloeistof niveau hierbij verwaarlozen. (Tip: aangezien je de opening niet mag verwaarlozen zal je waarschijnlijk een integraal moeten gebruiken.) (4 punten)
#* Beweging van een horizontale tol aan de hand van de rotationele vorm van de bewegingsvergelijking + precessiehoeksnelheid.
#Geef de maximum snelheid v waarmee een auto (met massa m) een bocht kan maken (straal r) zonder uit de bocht te vliegen. (1.5 punt)
#* Bespreek de gyroscoop.
##Indien men de bocht hellend maakt, geef een formule voor de minimum hoek die nodig is voor een v groter dan die uit vraag 1. (3.5 punten)  (Example 5.15 boek)
Oefeningen:
# Centrale botsing, bereken de eindsnelheid en de hoek waaronder het tweede deeltje wegschiet, met massas, beginsnelheden, hoek van het eerste deeltje en eindsnelheid van het eerste deeltje gegeven + bepaal of het al dan niet een elastische botsing was.
# Blok op hellend vlak, met een touw aan cilinder verbonden, blok vertrekt uit rust. Massa blok, hoek 'hellend vlak' met horizontale, dynamische wrijvingscoefficiënt, massa en straal cilinder gegeven. Bepaal versnelling v/h blok, en verschil in Epot en Ekin van het blok als het 1m verplaatst is, en leg het verschil tussen beide uit.


=== 14 jan 2008 ===
===25 juni 2020===
Theorie:
#als je rechts draait in een felle bocht met een auto , draait de heliumballon die in de auto is dan...  
# Twee referentiestelsels die met constante snelheid tegenover elkaar bewegen. Leid de basisch fysische grootheden af en maak een tekening. Toon kort aan of de dynamische wetten al dan niet geldig zijn.  
#*mee naar rechts tov de auto
# Bewijs 2 wetten die geldig zijn voor satellieten die rond de aarde draaien (gelijkaardig aan planeten rond de zon). Leid de formules voor de energie af en geef het verband tussen de energie en de straal weer in een grafiek.
#*naar links tov van de auto
Oefeningen:
#*de ballon verplaatst zich niet tov de auto
# Een massa vertrekt in punt A en glijdt wrijvingsloos over een kromme staaf. Welke snelheid heeft de massa in punt B? De massa hangt vast aan een veer met L0 als evenwichtslengte. Massa is gegeven, K en lengte L0 ook.
#als een sirene weg rijdt van je, hou verhouden de decibel zich tov de 'geluidsterkte' (intensiteit)
# Een brug met massa M (300 kg) en lengte b (4 m) is opgehangen met scharnier S en een touw met lengte L (5,2m). Op 1 m van het uiteinde staat massa m (62 kg) en de brug steunt op blok B. Welke kracht moet het ophaalmechanisme (via het touw) uitoefenen om de brug op te halen?  
#*decibel neemt kwadratisch af en geluidsterkte logaritmisch af
#*decibel neemt logaritmisch af en geluidsterkte neemt ook af op andere wijze
#*decibel neemt logaritmisch af en geluidsterkte logaritmisch af
#*decibel neemt kwadratisch af en geluidsterkte kwadratisch af
#bereken de golflengte van een gitaarsnaar die een Fspan= 100N, en de snaar is 10cm lang en 22m diameter.
##bereken ook voor deze snaar wat de golflengte is , moest je een octaaf hoger klinken
#pendulum vraag, bereken v wanneer de slinger hoogte 0 heeft en de slinger werd op hoogte h losgelaten , met beginsnelheid=0. De lengte van de slinger is l. de slinger heeft een balletje met massa m.
##bereken nu de arbeid die verricht is geweest door de slinger als er een wrijvingskracht op uitgeoefend werd.
#Venturi effect; formule afleiden via continuiteit bij fluida (BEWIJS)[http://hyperphysics.phy-astr.gsu.edu/hbase/Fluids/venturi.html]
##nu, toepassen op een venturi buis die water en olie bevatte op een bepaalde hoogte (zie google opzoeke, meest bekend voorbeeld); dan invullen voor die hoogte en v1 en v2 zo afleiden
#golfvergelijking gegeven in de vorm van psi=A* (sin(αθ) + i cos(αθ)) (met bereik = 0 tot 2π)
##geef de waarschijnlijke locatie van het deeltje
##bereken de waarde van de amplitude A
##moeten er bepaalde bestaansvoorwaarden voor α zijn?


=== 19 jan 2007 ===
===18 juni 2020===
Theorie:
#Zouden atomen stabiel kunnen zijn zonder de kwantumfysica? Leg uit. (2pt)
# geef de bewegingsvgl in een NIS met translerende assen en een versnelde oorsprong. Toon aan dat de wetten van newton niet geldig zijn in een NIS.
#Een persoon gaat een "spacewalk" maken maar haar kabel breekt. Het enige dat ze bij heeft is een zaklamp. Uit de lessen fysica van vroeger herinnert ze zich dat fotonen een impuls hebben, ze schijnt daarom met de zaklamp in de tegengestelde richting (dus weg van het ruimteschip) om terug aan boord te geraken. Is haar redenering correct? Is dit de beste manier om terug bij het schip te geraken? (2pt)
# Bespreek de beweging van een horizontale tol. En kom zo tot een beschrijving van de beweging van een gyroscoop. verklaar de gyroscopische effecten.
#Nog 1 ja/nee vraag met uitleg geven. (1pt)
Oefeningen:
#Er was een vraag dat ge met krachten enzo moest uitleggen waarom het ruimtestation in een film ronddraait. En dan moest ge nog berekenen hoeveel rondjes per minuut het station moest draaien om de zwaartekracht op aarde na te bootsen, de straal van het station was 40m. (Het was zo een ruimteschip zoals in de foto in link)[https://i.pinimg.com/originals/9a/da/f9/9adaf9a402818747c173ce744738931d.jpg] (5pt)
# Een verticale lat van 1m lang met een massa van 300g is op een hoogte van 1m bevestigd aan een rotatie as. Er wordt een kogel daar de lat geschoten halfweg het uiteinde van de lat en de rotatie as. de kogel valt vervolgens 100m verder op de grond. Welke hoekversnelling heeft het plaatje door deze botsing gekregen?
#Opstelling zoals foto (in link). h1 en de dichtheid van de olie is gegeven. Bereken (h2 ) het hoogteverschil tussen de twee wateroppervlakten. [https://drive.google.com/file/d/1Du-mrA16d1ZfSqJtfYmNcKFWH69Vjf-w/view?usp=sharing] (5pt)
# Een takel systeem met een massa m1= 2kg en een massa m2=1,8kg en een traagheidsmoment van 1,7 kgm². r1 is 0,5m en r2 is 0,2 meter. bepaal de hoekversnelling van het systeem en bepaal de spankrachten.
#Opstelling zoals foto (in link). Een persoon wil trainen met gewichten. Er hangen twee gewichten van elk 30kg aan een homogene staaf van 3m lang (de massa van de staaf weet ik niet meer). De persoon wilt graag meer gewicht. Ze doet dit door eerst links en pas daarna rechts een nieuw gewicht extra bij te hangen (het gaat dus over het moment dat er enkel links een extra gewicht hangt en het systeem dus nét nog in evenwicht staat). Hoeveel mag een nieuw gewicht maximaal wegen om het systeem niet te laten kantelen? Voor de afstand van het nieuwe gewicht mag dezelfde afstand als het andere gewicht genomen worden. [https://drive.google.com/file/d/1-1SH0RiI8OQBJzpYY3leS_XEw-p_FXHo/view?usp=sharing] (5pt)


==Examenvragen juni==
===10 juni 2020===
#Een deeltje met lading e dat zich in een magnetisch veld B ⃗ bevindt, er ontstaat een Lorentzkracht F ⃗ die voldoet aan F ⃗=ev ⃗×B ⃗. Met v ⃗ de snelheid van het deeltje. Als nu een deeltje door een constant magnetisch veld beweegt, dan zal de grootte van de snelheid:
#*Altijd afnemen
#*Altijd toenemen
#*Toenemen of afnemen afhankelijk van de hoek tussen de initiële snelheid & het magnetisch veld
#*Hetzelfde blijven
#Een organisatie van mensen beweert dat er nooit een mens op de maan is geweest, dat het niet mogelijk is om aan ruimtevaart te doen. Er kan nooit aan de zwaartekracht ontsnapt worden: de potentiële energie ten gevolge van de zwaartekracht is gelijk aan m.g.h, waarbij m de massa van de raket is, g de valversnelling & h de hoogte. Als je aan de zwaartekracht wil ontsnappen zou de hoogte naar oneindig moeten gaan, waarvoor ook oneindig veel energie voor nodig is. Waar zit de fout in hun redenering?
#Je staat op de zuidpool & richt een raket naar de noordpool, de motor is afgesteld zodat de raket op dezelfde hoogte boven het aardoppervlak naar zijn doel beweegt. Wat is het effect van de Corioliskracht?
#*De raket zal afwijken & het doel niet bereiken
#*De raket zal de noordpool bereiken via een spiraalvormige kromme zoals gezien door iemand op het aardoppervlak
#*De raket zal de noordpool bereiken via een spiraalvormige kromme zoals gezien vanuit iemand buiten de aarde die stilstaat ten opzichte van de rotatiebeweging van de aarde rond haar as
#*De raket zal de noordpool bereiken in een rechte lijn (langs het aardoppervlak) zoals gezien door iemand op het aardoppervlak
#Een hypothetisch deeltje met dezelfde lading & massa als een elektron, met het verschil dat het spin 2 heeft. Beschouw een atoom met atoomgetal Z. Hoeveel hypothetische deeltjes kunnen in de K-schil?
#Welke uitspraak is correct?
#*Een ‘do’ beschouwen we als grondfrequentie, alle veelvouden van die frequentie zijn ook ‘do’s’ maar in een ander octaaf
#*Het verschil in frequentie tussen 2 opeenvolgende noten is onafhankelijk van het octaaf
#*Een buik van een hogere ‘do’ komt overeen met een buik van een lagere ‘do’
#*Een knoop van een hogere ‘do’ komt overeen met een knoop van een lagere ‘do’
#Een blok met massa van 82 gram wordt horizontaal afgeschoten door een veer met constante k = 200 N/m, 15 cm in te duwen. Nadat de blok loskomt, schuift het over een horizontaal vlak met wrijvingscoëfficiënt μ = 0,27 dat 85 cm lang is. Het vlak gaat over in een wrijvingsloze helling, hoeveel cm schuift het blok terug over het vlakke deel met wrijving? Leg uit waar het blok tot stilstand komt.
#Een frisbee met diameter 2,3 cm met massa 102 gram. De helft van de massa is homogeen over de schijf verdeeld, de andere helft is geconcentreerd op de buitenrand van de schijf. Wat is het traagheidsmoment van de frisbee? Als je met je pols een draaibeweging geeft van een kwart-draai (over 90°) met een constant krachtmoment, hoe groot moet dat krachtmoment zijn opdat de frisbee zou draaien tegen 450 toeren per minuut?
#Water valt uit een kraan naar beneden op een niet turbulente constante manier. Toon aan dat de diameter van de vallende kolom water gegeven is door de formule:
'''d=d0((v0^2)/(v0^2+2gh))^(1/4)''' met
#*d0: diameter opening van de kraan
#*v0: snelheid van het water net buiten de kraan
#*h: afstand van de kraan tot waar d gemeten wordt


===20 juni 2019===
===20 juni 2019===

Huidige versie van 18 jun 2026 om 23:34

Vakinformatie

Fysica van eerste jaar biochemie en chemie. Vroeger een jaarvak met deelexamen in januari, vanaf 2018-2019: jaarvak met alleen in juni examen, voor dit examen krijg je 3 uur de tijd. Beide examens zijn volledig schriftelijk. Werd Gedoceerd door Roger Silverans. De docent voor dit vak sinds 2012 is Antoine(Toine) van Proeyen. Sinds 2018-2019 wordt het gedoceerd door Enrico Carlon (eerste semester) en Thomas Van Riet (tweede semester). Er zijn 2 delen van het examen (theorie & oefeningen). Het theorie deel zijn multiple choice vragen waarbij je al dan niet een uitleg moet bij geven (giscorrectie) elke vraag op 1 punt. Het oefeningen deel zijn 4 oefeningen elk op 5 punten.

(mening en info academiejaar 2022-2023) Vak werd gegeven door Boksenbojm Eliran (semester 1) en Van Riet Thomas (semester 2). 2024-2025: Vak volledig gegeven door Thomas Van Riet.

  • aanpak vak
    • TTT's goed voorbereiden! Bespaard veel tijd en stress in de blok, als je hier steeds door was is het niet noodzakelijk om hier veel tijd in te steken in de blok, wij hadden tussen de examens hier 3 dagen voor en ik vond dit voldoende
    • Prof zegt zelf dat hij het niet belangrijk vind dat je naar de les komt, maar raadt de oefenzittingen wel aan
  • Kwaliteit cursus
    • Prof vindt Giancoli zelf niet goed, maar hier staan al de oefeningen in, dus wel nodig om te kopen (heb je in het 2e jaar ook nog nodig)
    • Slides heb ik zelf nooit bekeken
    • Er is een pdf van oplossingen
  • Examen- en TTT-vragen
    • Nooit heel complex, zou maximum één pagina mogen innemen
    • Ik vond de meeste makkellijker dan Giancoli
    • Theorie leren is vrij overbodig, staat op amper punten en sommige lukken wel met logisch nadenken, enkele komen vaak terug (zweven astronaut, iets met een snaar,...)
    • TTT's tellen niet meer mee in augustus, dus geen paniek als deze geen succes waren
    • Belangrijk om elk klein ding op te schrijven, soms leveren domme dingen al een half punt op
    • Steeds een duidelijke tekening maken met assenstelsel!
  • Practica
    • Voorbereiding maakt echt niets uit
    • Alles wat je niet snapt vragen aan de assistent en je bent hier wel door

Examenvragen juni

18 juni 2026 (6 studiepunten)

  1. Een persoon staat op de rand van een cirkelvormige draaiende plaat met straal R en hoeksnelheid w. Die gooit een bal (in zijn/haar pov) naar boven. De bal bereikt een hoogte h. Wat is de afstand van de valplaats van de bal met het centrum van de cirkel in termen van R,g,w en h. (5pt)
  2. We willen altijd de effectieve veerconstante berekenen. (6pt)
    1. 2 veren hangen aan elkaar vast. 1 kant hangt vast aan een plaat/grond , de andere kant aan een blok m. (Figuur was dus een serie schakeling) Wat is de effectieve veerconstante, geef ook je afleiding.
    2. 2 veren hangen aan de grond vast en aan het blokje (figuur was dus een parallele schakeling). Wat is de effectieve veerconstante, geef ook je afleiding.
    3. Nu een mix van serie en parallel. In de parallele schakeling is 1 kant 2 veren in serie en 1 kant gewoon een veer. Wat is de effectieve veerconstante, gebruik je eerdere antwoorden
    4. Nu heb je N veren in serie staan, waarbij dat N = 2 in de eerste oefening. Wat is de formule voor voor de effectieve veerconstante waarbij ki de veerconstante is voor veer i met i= 1,2,3,4,...
  3. Fles van mariotte. Dit bestaat uit een dichte fles water die niet helemaal gevuld is. Er zit ook een rietje in dat luchtbelletjes in de fles kan laten. Aan de onderkant is een opening. Het principe van de fles is dat dit systeem zorgt voor een constante vloeisnelheid vanonder (Een fles die open is zal vloeien volgens v = sqrt(2GH) en zal dus steeds trager vloeien als het vloeitstofniveau zakt). Vanaf de onderkant van het rietje tot de bovenste waterlijn is afstand a. Vanaf de onderkant van het rietje tot de onderste opening is afstand b. Je mag er vanuit gaan dat het vloeitstofniveau niet zakt. Punt 1 is de bovenkant van het vloeistofniveau. Punt 2 is aan de ingang van het rietje.(4pt)
    1. Is de druk in punt 1 groter/kleiner dan in punt 2 en geef deze druk in formule vorm.
    2. Met welke snelheid stroomt de vloeistof bij punt 3 uit de fles
    3. Stel de stop wordt af de fles gehaald, wat is dan de snelheid van de stromende vloeistof?
    4. Wat is de voorwaarde voor het maken van de fles van mariotte
  4. Newton zit onder een boom. Een appel die aan de boom hing valt van de boom en newton vangt deze op met zijn hand. De appelm had potentiële energie toen hij aan de boom hing, kinetische energie in de lucht. Waar is die energie naartoe als de appel in de hand van Newton is? Is die verdwenen? (2.5pt)
  5. Je laat een bal vallen vanop een toren die op de aarde staat. Normaal zal deze bal ten oosten eindigen van het loslaatpunt. Zonder tegen schijnkrachten in te gaan moet je beschrijven waarom dit zo is en of dit effect groter of kleiner zal zijn op de noordpool (2.5pt)

18 juni 2026 (9 studiepunten)

  1. Welk fundamenteel concept heeft de mensheid bijgeleerd bij de ontdekking van het foto-elektrisch effect?
  2. Een persoon staat op de rand van een cirkelvormige draaiende plaat met straal R en hoeksnelheid w. Die gooit een bal (in zijn/haar pov) naar boven. De bal bereikt een hoogte h. Wat is de afstand van de valplaats van de bal met het centrum van de cirkel.
  3. Gegeven: een fles van Mariotte met 3 gegeven punten: Punt 1: net boven het vloeistofpijl in de fles, Punt 2: net onder het buisje (druk is hier 1atm) en Punt 3: net buiten het gaatje vanonder de fles, waar de vloeistof naar buiten stroomt. Tussen punt 2 en punt 3 zit hoogte a en tussen punt 2 en punt 1 zit hoogte b.
    1. Is de druk in punt 1 groter/kleiner dan in punt 2 en geef deze druk.
    2. Met welke snelheid stroomt de vloeistof bij punt 3 uit de fles
    3. Stel de stop wordt af de fles gehaald, wat is dan de snelheid van de stromende vloeistof?
    4. Welke dingen moeten aan voldaan worden bij het maken van zo een fles
  4. Gegeven: een rad met massa m aan een muur. Hierrond hangt een massaloos touw met op het einde een blokje met massa m. Als het blokje valt van hoogte L krijgt deze kinetische E.
    1. Geef de waarde van c waarvoor geldt: Ek(blokje) = c*Ek(rad)
    2. Wat is de verhouding van de Ek van het blokje en L
  5. 5 opstellingen van een blokje horizontaal vast aan een wand, je moet van elke de f(effectief) geven: a) blokje vast aan 2 veren in serie b) blokje vast aan 2 veren onder elkaar aan dezelfde kant c) blokje vast met vanboven 2 in serie veren en vanonder nog een veer. d) hetzelfde als a maar dan N veren in serie

25 augustus 2025 (9 studiepunten)

  1. Beschouw het volgende proces in de vrije ruimte (geen interne of externe krachten). Een puntvormige kogel met massa m vliegt met constante snelheid v recht naar een homogene bol met massa M en straal R en raakt de bol volgens een lijn zoals getekend in onderstaande figuur. De botsing is elastisch. Na de botsing gaan de bol en de kogel verder met constante momenta pb en pk (bede met vectorpijlen op) en bolrotatiesnelheid w. (7p)
    1. Wat is het initiële impulsmoment L van de kogel ten opzichte van de oorsprong? Schrijf ifv M, v en R. (1p)
    2. Wat is het totale impulsmoment van de bol na de botsing ten opzichte van de oorsprong? Schrijf ifv M, R, w en pb. (2p)
    3. Welke behoudswetten kan je gebruiken om de beweging op te lossen? (1p)
    4. Neem 13m = 8M en bereken (pb)x, (pb)y, (pk)x, (pk)y en w. Maak gebruik dat de invalshoek gelijk is aan de uitvalshoek. (3p)

  1. Een persoon gooit een kogel van massa m weg vanop hoogte h en positie x0, y0 in het horizontale vlak. De begin snelheid os gegeven door de vector v0 = (v0x, v0y, v0z). (7p)
    1. Bereken de positie (xm, ym, zm) waar de kogel zijn maximale hoogte bereikt?
    2. Bereken de positie (xg, yg, zg) waar de kogel op de grond landt. (waar zg=0)
    3. Bereken de snelheidsvector (vgx, vgy, vgz) net voor de kogel op de grond valt.

  1. Een nieuw muziekinstrument bestaat uit een cilindervormige pijp die langs onder dicht is en langs boven open. Het heeft lengte L en diameter L/10. Over de pijp heb je een snaar gespannen met een dichtheid per lengte µ. Om het geluid te produceren naar waar je opzoek bent, wil je dat de 3e harmonische staande golf van de snaar overeenstemt met de fundamentele staande golf in de luchtkolom van de pijp. De snelheid van het geluid in de luchtkolom is vs.
    1. Welke spenning FT0 moet de snaar hebben voor dit gewenste geluid te produceren? (3p) Formuleer in de gegeven grootheden.
    2. Wat gebeurt er met het geluid (frequentie, golflengte, resonantie) indien de spanning verdubbeld naar 2FT0? (1p)
    3. Stel nu terug de FT0 van opgave 1. Zijn er nog andere harmonische trillingen van de snaar die in resonantie zijn met staande golven in de pijp? (2p)

25 augustus 2025 (6 studiepunten)

    1. Planeet met massa m en straal R. Op afstand H hiervan is een steen. Bereken de minimale snelheid waarmee deze steen gelanceerd moet worden om niet meer in de baan van deze planeet te meoten zijn. Ga hierbij ervan uit dat de planeet niet roteerd. Tip: Gebruik geen behoud van energie.
    2. Een planeet zit in een cirkelvormige baan rond een ster. Bewijs dat de planeet uit deze baan zal gaan indien de massa van de ster plots half zo groot is.
  1. Een bal wordt geworpen in het x,y,z vlak met beginsnelheid v^-> (0) = (V0x,V0y,V0z). De bal wordt geworpen in het horizontaal vlak
    1. Bereken de positie waar de bal zijn maximale hoogte bereikt
    2. Bereken de eindpositie (Dus Z=0)
    3. Bereken de snelheidsvector net voor het landen
  1. We maken een nieuw muziekinstrument hierin is een pijp met lengte L en diameter L/10, deze is open vanboven en dicht vanonder en heeft dichtheid per lengte µ. Hierover spannen we een snaar met exact dezelfde afmetingen. Om geluid te krijgen willen we de 3de harmonische golf maken die gelijk is aan de fundamentele luchtgolf. De lucht in het instrument heeft snelheids Vs.
    1. Bereken de spankracht die nodig is om deze golf te maken
    2. Stel de spankracht verdubbeld, wat gebeurt er dan met de frequentie, golflengte en resonantie
    3. Welke andere ... kunnen we maken voor resonantie.

19 juni 2025 (6 studiepunten)

Theorie

Zelfde vragen als bij 19 juni 2025 9sp

Oefeningen

1. Zelfde hydrodynamica vraag als bij 19 juni 2025 9sp

2. Een bal valt uit de lucht en botst op punt P1, waarna de bal na een bepaalde tijd op punt P2 eindigt. Je mag aannemen dat de snelheid waarmee de bal P1 bereikt dezelfde is als waarmee die P2 verlaat.(Er was een figuur gegeven, de bal botste op een soort helling, een rechthoekige driehoek met een hoek van 45 graden)

a) Met welke snelheid bereikt hij punt P1? b) Hoe lang is de bal in de lucht? c) Wat is de afstand tussen P1 en P2? d) Met welke snelheid bereikt de bal P2?

19 juni 2025 (9 studiepunten)

Theorie

  1. Een raket staat op de Noordpool en wordt exact naar de Zuidpool gericht met een snelheid zodat deze in 10 minuten aankomt. Zullen schijnkrachten ervoor zorgen dat de raket niet langs de Zuidpool passeert? Indien zo, langs welke kant zal hij afbuigen, Westen of Oosten? (2,5p)
  2. Een auto rijdt rondjes over een cirkelvormige baan en gaat steeds sneller. Teken 2 kwalitatieve grafieken. Teken een grafiek van de snelheid in de x-richting ifv de tijd en een grafiek van de positie in de y-richting ifv de tijd. Doe dit telkens over minstens 1 toer. Zorg dat de grafieken overeenkomen. (2,5p)
  3. Massa m ligt op een wrijvingloze tafel. Er zijn 2 situaties. 1: Een persoon oefent een horizontale kracht uit van 40 N op een blok met massa m. 2: In een tweede situatie is het blok verbonden met een tweede blok via een katrol waarbij de tweede blok aan het touw hangt met een gewicht van 40 N. Welke stelling is correct? Ligt toe.(2p)
    1. De versnelling in beide situaties is even groot.
    2. De versnelling is groter in situatie 1.
    3. De versnelling is groter in situatie 2.

Hydrodynamica

  1. Een oefening met een u-vormige buis met water en olie. Via de wet van Bernouilli moet je berekenen hoe groot de snelheid is van de lucht boven het uiteinde met water zodat de hoogte van de vloeistof in elk been van de u (een met water en een met een beetje olie) op dezelfde hoogte staat en het been met de olie is afgedekt.
    1. Bereken h uit b.
    2. Bereken v uit c.

Mechanica

  1. Een vlakke, schuine plaat waarop een massaloze beker staat die niet naar beneden schuift. De plaat hangt beneden vast en steunt vanboven op een steunstok, vanboven ligt ook een balletje. Bij het weghalen van de steunstok kantelt de plaat naar beneden en valt het balletje. Je moet aantonen dat het balletje recht in de beker valt als de beginhoek kleiner is dan 35,3 graden. Vraag wordt opgedeeld in 3 delen:
    1. Het traagheidsmoment van een vlakke plaat die draait rond een uiteinde vd plaat is identiek aan het traagheidsmoment van een staaf die ook draait rond eigen uiteinde (I = ml²/3), verklaar.
    2. Schrijf de rotatieversie vd 2e wet van Newton om de hoekversnelling vd plaat te berekenen. Teken de gebruikte krachten op de tekening.
    3. Bereken waarom de initiële hoek (<35,3 graden) zodat het balletje in de beker valt (tip: voor die hoek is cos²(x) = 2/3).

26 augustus 2024 (9 studiepunten)

3 meerkeuzevragen (7 pnt):

  1. Welke uitspraak is correct? (2pt)
    • Een ‘do’ beschouwen we als grondfrequentie, alle veelvouden van die frequentie zijn ook ‘do’s’ maar in een ander octaaf
    • Het verschil in frequentie tussen 2 opeenvolgende noten is onafhankelijk van het octaaf
    • Een buik van een hogere ‘do’ komt overeen met een buik van een lagere ‘do’
    • Een knoop van een hogere ‘do’ komt overeen met een knoop van een lagere ‘do’
  2. Een organisatie van mensen beweert dat er nooit een mens op de maan is geweest, dat het niet mogelijk is om aan ruimtevaart te doen. Er kan nooit aan de zwaartekracht ontsnapt worden: de potentiële energie ten gevolge van de zwaartekracht is gelijk aan m.g.h, waarbij m de massa van de raket is, g de valversnelling & h de hoogte. Als je aan de zwaartekracht wil ontsnappen zou de hoogte naar oneindig moeten gaan, waarvoor ook oneindig veel energie voor nodig is. Waar zit de fout in hun redenering? (2pt)
  3. Een deeltje met lading e dat zich in een magnetisch veld B ⃗ bevindt, er ontstaat een Lorentzkracht F ⃗ die voldoet aan F ⃗=ev ⃗×B ⃗. Met v ⃗ de snelheid van het deeltje. Als nu een deeltje door een constant magnetisch veld beweegt, dan zal de grootte van de snelheid: (3pt)
    • Altijd afnemen
    • Altijd toenemen
    • Toenemen of afnemen afhankelijk van de hoek tussen de initiële snelheid & het magnetisch veld
    • Hetzelfde blijven

Oefeningen:

  1. Vraag met een frisbee (8 pnt)a)Traagheismoment? b)Bepalen van de hoeksnelheid w a.d.h.v. gegeven K = het aantal toeren per minuut? c)hoeksnelheid w uitgedrukt in K, d en m? d)Ga de eenheden na (dit was dezelfde vraag als 10 juni 2020 met enkel de gegeven waarden verschillend)
  2. Er is een kraan, waaruit water loopt en hierbij is de diameter van de het water gegeven, ivm snelheid, diepte en hoogte. Bewijs dat dit de effectieve diameter is van de kolom van water. (5 pnt) (zie ook 10 juni 2020)

14 juni 2024 (9 studiepunten)

  1. Leid de formule af voor het dopplereffect voor een bewegende waarnemer en een tegelijk bewegende bron obv de afleiding van de formule van een bewegende bron en ook de afleiding van een bewegende waarnemer (zie H16 cursus) (6pnt)
  2. Waarom ervaren we de effecten van kwantummechanica niet in het dagelijkse leven? (1pnt)
  3. Waarom ervaren we de effecten van de speciale relativiteitstheorie niet in het dagelijkse leven? (1pnt)
  4. Er wordt een kogel geschoten met een bepaalde v0, deze kogel komt terecht in een houten kubus, waarbij er geroteerd kan worden rond de zijde die in contact staat met de grond. a) Bepaal het traagheidsmoment van de kubus rond deze roteeras b) Welke hoeksnelheid krijgt de kubus (met kogel) na de botsing? c) Wat is de minimale hoeksnelheid die nodig is om de kubus (met kogel) te doen omdraaien? d) Wat is de minimale v0 om de kogel en de kubus te doen omdraaien? (6 pnt)
  5. Oefening met katrol gegeven, waarbij je de katrol zijn massa mag verwaarlozen. De katrol hield 2 massa's vast op een helling, massa 1 zat schuin op de helling met een hoek θ en massa 2 hing aan de zijkant van de helling met eronder een veer. Massa 1 werd over een lengte naar achter getrokken en losgelaten. a) Bereken de wrijvingskracht van massa 1 nadat je het naar achteren trekt en loslaat, dus tijdens de beweging. b) Bereken de snelheden van massa 1 en massa 2 tijdens de beweging. c) Bereken de verhouding van massa 1 en massa 2 in rust (zonder wrijvingskracht). d) Wat is de hoekfrequentie met betrekking tot k,θ en massa 1 (zonder wrijvingskracht). (6 pnt)

21 juni 2023

  1. Verklaar waarom astronauten gewichtloosheid ervaren. (2 punten)
  2. Een persoon springt spontaan de lucht in, worden impuls en energie behouden? (2 punten)
  3. Een snaar van 1 meter heeft een spankracht van 100N. De diameter van de snaar is 2mm. Wat is de golflengte bij de grondfrequentie? (2 punten)
  4. Vraag over fluïda, iets van een cillinder met 2 lagen onsamendrukbare vloeistof in.
  5. Vraag over een slinger

17 juni 2022

  1. Verklaar waarom astronauten gewichtloosheid ervaren. (2 punten)
  2. Een persoon springt spontaan de lucht in, worden impuls en energie behouden? (2 punten)
  3. Een snaar van 1 meter met µ=3,14 g/m heeft een spankracht van 100N. De diameter van de snaar is 2mm. Wat is de golflengte bij de grondfrequentie? (2 punten)
  4. Een massa 2M vliegt recht omhoog, op hoogte h ontploft deze massa waarbij hij in 2 delen van massa M splitst, met energie E. 50% van deze energie gaat verloren en warmte, de rest wordt omgezet in horizontale beweging. De massa's M hun maximum hoogte is 2h. Hoever landen de 2 delen M uit elkaar? (5 punten)
  5. Je hebt een cilindrisch vat met een rechthoekige opening met breedte w, de hoogtes worden gegeven door d1 en d2 (gemeten van de bovenkant van het vat). Geef een formule voor het debiet dat in eerste instantie uit het vat stroomt. Je mag het zakken van het vloeistof niveau hierbij verwaarlozen. (Tip: aangezien je de opening niet mag verwaarlozen zal je waarschijnlijk een integraal moeten gebruiken.) (4 punten)
  6. Geef de maximum snelheid v waarmee een auto (met massa m) een bocht kan maken (straal r) zonder uit de bocht te vliegen. (1.5 punt)
    1. Indien men de bocht hellend maakt, geef een formule voor de minimum hoek die nodig is voor een v groter dan die uit vraag 1. (3.5 punten) (Example 5.15 boek)

25 juni 2020

  1. als je rechts draait in een felle bocht met een auto , draait de heliumballon die in de auto is dan...
    • mee naar rechts tov de auto
    • naar links tov van de auto
    • de ballon verplaatst zich niet tov de auto
  2. als een sirene weg rijdt van je, hou verhouden de decibel zich tov de 'geluidsterkte' (intensiteit)
    • decibel neemt kwadratisch af en geluidsterkte logaritmisch af
    • decibel neemt logaritmisch af en geluidsterkte neemt ook af op andere wijze
    • decibel neemt logaritmisch af en geluidsterkte logaritmisch af
    • decibel neemt kwadratisch af en geluidsterkte kwadratisch af
  3. bereken de golflengte van een gitaarsnaar die een Fspan= 100N, en de snaar is 10cm lang en 22m diameter.
    1. bereken ook voor deze snaar wat de golflengte is , moest je een octaaf hoger klinken
  4. pendulum vraag, bereken v wanneer de slinger hoogte 0 heeft en de slinger werd op hoogte h losgelaten , met beginsnelheid=0. De lengte van de slinger is l. de slinger heeft een balletje met massa m.
    1. bereken nu de arbeid die verricht is geweest door de slinger als er een wrijvingskracht op uitgeoefend werd.
  5. Venturi effect; formule afleiden via continuiteit bij fluida (BEWIJS)[1]
    1. nu, toepassen op een venturi buis die water en olie bevatte op een bepaalde hoogte (zie google opzoeke, meest bekend voorbeeld); dan invullen voor die hoogte en v1 en v2 zo afleiden
  6. golfvergelijking gegeven in de vorm van psi=A* (sin(αθ) + i cos(αθ)) (met bereik = 0 tot 2π)
    1. geef de waarschijnlijke locatie van het deeltje
    2. bereken de waarde van de amplitude A
    3. moeten er bepaalde bestaansvoorwaarden voor α zijn?

18 juni 2020

  1. Zouden atomen stabiel kunnen zijn zonder de kwantumfysica? Leg uit. (2pt)
  2. Een persoon gaat een "spacewalk" maken maar haar kabel breekt. Het enige dat ze bij heeft is een zaklamp. Uit de lessen fysica van vroeger herinnert ze zich dat fotonen een impuls hebben, ze schijnt daarom met de zaklamp in de tegengestelde richting (dus weg van het ruimteschip) om terug aan boord te geraken. Is haar redenering correct? Is dit de beste manier om terug bij het schip te geraken? (2pt)
  3. Nog 1 ja/nee vraag met uitleg geven. (1pt)
  4. Er was een vraag dat ge met krachten enzo moest uitleggen waarom het ruimtestation in een film ronddraait. En dan moest ge nog berekenen hoeveel rondjes per minuut het station moest draaien om de zwaartekracht op aarde na te bootsen, de straal van het station was 40m. (Het was zo een ruimteschip zoals in de foto in link)[2] (5pt)
  5. Opstelling zoals foto (in link). h1 en de dichtheid van de olie is gegeven. Bereken (h2 ) het hoogteverschil tussen de twee wateroppervlakten. [3] (5pt)
  6. Opstelling zoals foto (in link). Een persoon wil trainen met gewichten. Er hangen twee gewichten van elk 30kg aan een homogene staaf van 3m lang (de massa van de staaf weet ik niet meer). De persoon wilt graag meer gewicht. Ze doet dit door eerst links en pas daarna rechts een nieuw gewicht extra bij te hangen (het gaat dus over het moment dat er enkel links een extra gewicht hangt en het systeem dus nét nog in evenwicht staat). Hoeveel mag een nieuw gewicht maximaal wegen om het systeem niet te laten kantelen? Voor de afstand van het nieuwe gewicht mag dezelfde afstand als het andere gewicht genomen worden. [4] (5pt)

10 juni 2020

  1. Een deeltje met lading e dat zich in een magnetisch veld B ⃗ bevindt, er ontstaat een Lorentzkracht F ⃗ die voldoet aan F ⃗=ev ⃗×B ⃗. Met v ⃗ de snelheid van het deeltje. Als nu een deeltje door een constant magnetisch veld beweegt, dan zal de grootte van de snelheid:
    • Altijd afnemen
    • Altijd toenemen
    • Toenemen of afnemen afhankelijk van de hoek tussen de initiële snelheid & het magnetisch veld
    • Hetzelfde blijven
  2. Een organisatie van mensen beweert dat er nooit een mens op de maan is geweest, dat het niet mogelijk is om aan ruimtevaart te doen. Er kan nooit aan de zwaartekracht ontsnapt worden: de potentiële energie ten gevolge van de zwaartekracht is gelijk aan m.g.h, waarbij m de massa van de raket is, g de valversnelling & h de hoogte. Als je aan de zwaartekracht wil ontsnappen zou de hoogte naar oneindig moeten gaan, waarvoor ook oneindig veel energie voor nodig is. Waar zit de fout in hun redenering?
  3. Je staat op de zuidpool & richt een raket naar de noordpool, de motor is afgesteld zodat de raket op dezelfde hoogte boven het aardoppervlak naar zijn doel beweegt. Wat is het effect van de Corioliskracht?
    • De raket zal afwijken & het doel niet bereiken
    • De raket zal de noordpool bereiken via een spiraalvormige kromme zoals gezien door iemand op het aardoppervlak
    • De raket zal de noordpool bereiken via een spiraalvormige kromme zoals gezien vanuit iemand buiten de aarde die stilstaat ten opzichte van de rotatiebeweging van de aarde rond haar as
    • De raket zal de noordpool bereiken in een rechte lijn (langs het aardoppervlak) zoals gezien door iemand op het aardoppervlak
  4. Een hypothetisch deeltje met dezelfde lading & massa als een elektron, met het verschil dat het spin 2 heeft. Beschouw een atoom met atoomgetal Z. Hoeveel hypothetische deeltjes kunnen in de K-schil?
  5. Welke uitspraak is correct?
    • Een ‘do’ beschouwen we als grondfrequentie, alle veelvouden van die frequentie zijn ook ‘do’s’ maar in een ander octaaf
    • Het verschil in frequentie tussen 2 opeenvolgende noten is onafhankelijk van het octaaf
    • Een buik van een hogere ‘do’ komt overeen met een buik van een lagere ‘do’
    • Een knoop van een hogere ‘do’ komt overeen met een knoop van een lagere ‘do’
  6. Een blok met massa van 82 gram wordt horizontaal afgeschoten door een veer met constante k = 200 N/m, 15 cm in te duwen. Nadat de blok loskomt, schuift het over een horizontaal vlak met wrijvingscoëfficiënt μ = 0,27 dat 85 cm lang is. Het vlak gaat over in een wrijvingsloze helling, hoeveel cm schuift het blok terug over het vlakke deel met wrijving? Leg uit waar het blok tot stilstand komt.
  7. Een frisbee met diameter 2,3 cm met massa 102 gram. De helft van de massa is homogeen over de schijf verdeeld, de andere helft is geconcentreerd op de buitenrand van de schijf. Wat is het traagheidsmoment van de frisbee? Als je met je pols een draaibeweging geeft van een kwart-draai (over 90°) met een constant krachtmoment, hoe groot moet dat krachtmoment zijn opdat de frisbee zou draaien tegen 450 toeren per minuut?
  8. Water valt uit een kraan naar beneden op een niet turbulente constante manier. Toon aan dat de diameter van de vallende kolom water gegeven is door de formule:

d=d0((v0^2)/(v0^2+2gh))^(1/4) met

    • d0: diameter opening van de kraan
    • v0: snelheid van het water net buiten de kraan
    • h: afstand van de kraan tot waar d gemeten wordt

20 juni 2019

  1. Een asteroïde met massa m bevindt zich op een hoogte H boven de baan van Jupiter met straal r en massa M.
    1. Bereken de potentiële gravitationele energie wanneer de asteroïde zich op hoogte H bevindt
    2. Bereken de potentiële gravitationele energie wanneer de asteroïde zich in de baan bevindt.
    3. Op hoogte H heeft de asteroïde een snelheid van 2.0 m/s. Bereken de snelheid in de baan.µ
  2. Een blokje glijdt op een cirkelbaan met straal r die vaststaat op de grond. Er is geen wrijving.
    1. Op welke hoogte valt het blokje? Tip: dit is wannneer de normaalkracht wegvalt.
    2. Wat is de snelheid op dit moment?
  3. Elektronen in een 3d-orbitaal worden vervangen door deeltjes met spin 1 en massa x-aantal keer die van het elektron. Welke kwantumgetallen zijn mogelijk en hoeveel zijn het er?
  4. Een aardbevingsgolf beweegt met snelheid 410 km/s en frequentie 0.60 hZ.
    1. Welke minimale amplitude is nodig zodat voorwerpen net van de grond komen? De aardbevingsgolf vindt 10 seconden plaats.
    2. Een tweede golf ontstaat in een punt 3OO km ten noordwesten van de eerste golf, 1.3 s na de eerste. Wanneer bereikt dit tweede punt voor het eerst haar maximale uitwijking?

21 juni 2018

  1. Afleiding equation of continuity
  2. Afleiding vergelijking van Bernouilli (+uitleggen waar deze nu precies voor staat en wat je eruit kan afleiden)
  3. Oefening over impulsmoment van elektron zie 19 juni 2014
  4. Oefening traagheidsmoment molecule H2O langs twee assen (staat in het boek)
  5. Hoe kan je de hoogte van een gebouw bepalen adhv een slinger?
  6. Oefening over twee golven met dezelfde amplitude etc waarvan de ene een dubbel zo grote golflengte heeft dan de andere en dan bepalen welke de grootste hoeveelheid energie verplaatst

25 juni 2015

  1. oefening over behoud van momentum
  2. fotoelektrisch effect en alle formules afleiden (H37)
  3. en dan de wiskundige vergelijking van de golf geven en dan de condities wanneer ze SHM was en dan periode, frequentie en golflengte daarvan afleiden
  4. 2 stellingen: 'als er wind is zal je het geluid dan luider horen' en dan nog eentje over 'kan een kind meegezogen worden met een snelle trein'


25 jun 2014

Vraag 1: Bij beta verval valt een atoom uiteen in een elektron en een terugslagkern, deze volgen na splitsing echter geen 'rechte lijn' dit schaadt echter een principiële wet van de mechanica.

  1. Welke wet?
  2. Teken en leg uit
  3. Hieruit volgt dat er nog een partikel wordt uitgestoten (een neutrino) toon aan op de tekening dat dit zo is en leg uit.

Vraag 2: Archimedes; afleiden van een formule en nog enkele meerkeuzevraagjes (drijft het/ drijft het niet)

Vraag 3: Lorentztransformatie x=x' y=y' z=a(z'+vt')

  1. Vind de omgekeerde formules, gebruik c,
  2. Leid a af
  3. Leid de formule van de lengtecontractie af

Vraag 4: een gietijzeren standbeeld (100kg) op een koperen plaat (60kg d=0.1 en S= 0.70 m^2) staan op een glazen helling van 30 graden

  1. Bereken de wrijving van gietijzer op koper
  2. Bereken de wrijving van koper op glas (de Mu's zijn gegeven)
  3. Bereken delta l die de wrijving veroorzaakt (de modulus G is gegeven)

19 jun 2014

Vraag 1:

  1. Impulsmoment van een elektron is sqrt(3/4)hbar.
  2. Verklaar met theoretische achtergrond.
  3. Bereken hoeksnelheid en snelheid van een punt op de rand (massa en straal gegeven).
  4. Oplossing is in de grootte-orde van 10^13. Bespreek.

Vraag 2:

  1. Geef het arbeid-energie theorema

Situatie: blok naar boven duwen zodat die boven op een helling geraakt.

  1. Teken en benoem al de krachten.
  2. Bereken de grootte van alle krachten.
  3. Bereken de arbeid geleverd door alle krachten.
  4. Bereken de beginsnelheid die nodig is om het blok boven te krijgen.
  5. Is de berekende snelheid dezelfde als de eindsnelheid die het blok zou bereiken moest het van boven losgelaten worden?

Vraag 3: Situatie: platform met luidspreker beweegt naar muur toe. Persoon op het platform hoort zwevingen met een frequentie van x Hz. Uitzendfrequentie is gegeven.

  1. Wat is de frequentie van een zweving als functie van f1 en f2.
  2. Bereken de frequentie gehoord aan de muur.
  3. Bereken de frequentie gehoord door de persoon op het platform nadat die teruggekaatst is door de muur.
  4. Bereken de snelheid van het platform.

Vraag 4:

  1. Verklaar dat de beweging van een zuiger op een wiel ongeveer eenvoudig harmonisch is.


14 jun 2012 (namiddag)

Theorie:

  1. leg het gedachte-experiment van lorent-einstein uit
  2. andere 3 kleine theorie vragen worden nog gepost

Oef:

  1. bepaal de wrijvingscoefficient van een een gelijkbenige 3hoek met de grond, deze houdt het water tegen langs 1 kant (net zoals in oefenzitting met die trapezium)
  2. beeld op een koper plaat, op een glazen 3hoek
    • wrijvingskracht beeld met plaat
    • wrijvingskracht plaat met 3hoek
    • vervorming van plaat door de krachten, uw x bepalen

14 jun 2012 (voormiddag)

Theorie:

  1. Gedwongen oscillatie: bewegingsvgl afleiden, energie en energieoverdracht bespreken en formules afleiden, uitleggen wat energieresonantie is.
  2. Een slinger bestaat uit een staaf met masse m en lengte l. We hangen er een klein bolletje met massa 2m aan. Hoe verandert de periode?
  3. Bespreek hoe geluid getransporteerd wordt in een 'telefoon' bestaande uit 2 bekers met een gespannen draad ertussen.
  4. Je zit in een treinwagon zonder ramen die volledig geluidsloos is. Is er een fysisch experiment om te weten dat je rijdt?

Oef:

  1. Een ader is vernauwd: bespreek of de snelheid van het bloed stijgt of daalt. De snelheid van het bloed wordt gemeten door ultrasone golven in te late nvallen op de bloedcellen onder een hoek van 45 graden. Bereken de bloedsnelheid uit de beatfrequentie, de geluidssnelheid en de frequentie van de uitgezonden golven.
  2. Een wasbak wordt overgeheveld in een emmer: bereken de uitstroomsnelheid, de tijd nodig om de wasbak leeg te laten lopen en leg uit of de uitstroomsnelheid constant blijft.

21 juni 2011

Theorie:

  1. golf in een gaskolom tekenen + gegevens aanduiden om geluidssnelheid te berekenen in die kolom en die dan ook afleiden.
  2. E=mc² afleiden uit relatieve massa en versnellingsarbeid op die massa.

Oefeningen:

  1. Golven
  2. hydronamica

16 juni 2011

Theorie:

  1. bespreek de ionische binding van diatomische moleculen.
  2. bespreek de hydrodynamische kracht en de invloed van de zwaartekracht hierop.

Oefeningen:

  1. gedempte trilling: geef de bewegingsvergelijking en schets de grafiek
  2. Aan een massa met verwaarloosbaar volume worden heliumballonen gehangen. Hoeveem ballonen zijn er nodig om de massa van de grond te laten komen?

22 juni 2010

Theorie:

  1. Geef bewegingsvgl van gedwongen oscillatie en bespreek energieresonantie en energieoverdracht.
  2. Bespreek de hydrodynamische kracht en de invloed van de zwaartekracht hierop.

Oefeningen:

  1. Staaf die breekt bij bepaalde spanning. Geef lengte staaf (massadichtheid, hoeksnelheid en breekspanning gegeven)
  2. Blok uit mengsel goud en ijzer. Bereken verhouding ijzer/goud. (massadichtheden, gewicht en ? gegeven)

21 juni 2010

Theorie

  1. Bespreek diatomische ionische binding
  2. Leid via de tekening Lorentz-Einstein transformatieformumes voor plaats en tijd af. Leid vervolgens de snelheid af

11 juni 2010

Theorie:

  1. Bespreek de energie en krachten bij een torsieveer. Beweging van een torsieslinger bespreken.
  2. Kwantumfysica: geef de postulaten van Bohr en leidt hieruit de baanstraal en de energieën af.

Oefeningen:

  1. Dopplereffect gebruikt om de snelheid van het hart van een foetus te meten.
  2. Hydrostatica: Een vlot heeft een bep diepte in het water, dieper wanneer er een gewicht op wordt geplaatst; hoeveel is de massa.

12 juni 2009

Theorie:

  1. Bewegingsvergelijking opstellen van een gedwongen harmonische trilling. Bespreek ook energieptransport en energieresonantie.
  2. Bespreek de invloed van de zwaartekracht op fluïda. Bereken ook de grootte van de opwaartse stuwkracht dat een ondergedompeld voorwerp ondervindt.

Oefeningen:

  1. Golven: iets met een stemvork op het einde van een halfopen buis, verstelbaar in lengte.
  2. Hydrodynamica: iets met een fontein op een heuvel, het water werd aangepompt met een buis (laminaire stroming).

11 juni 2009

Theorie:

  1. Energie en energietransport in een mechanische harmonische golf.
  2. Golfgedrag van materiedeeltjes bespreken en daar onzekerheidrelatie van impuls op toepassen + tunneleffect verklaren.

11 juni 2009

Theorie:

  1. Bewijzen dat een coulomkrachtveld een conservatief krachtveld is en daaruit de potentiele energie bepalen + Bereken(klassiek) de energie van atomaire elektronen.
  2. Bespreek het Doppler effect.

17 jun 2008

Theorie:

  1. Gedwongen harmonische oscillatie. Leid af en bespreek. Energie en energieresonantie.
  2. Hydrodynamische krachten bespreken. Val beweging in fluïdum bespreken.

Oefeningen:

  1. Berekenen van lengte van een staaf die draait. Waarvan brekingsconstante, hoeksnelheid en dichtheid gegeven is.
  2. Volledig ondergedomdeld object met gewicht 15N ondergaat opwaartse kracht van 1N. Object bestaat uit goud en ijzer. Rho ijzer en goud gegeven, bereken totaal volume object en massa goud en ijzer in het object.

17 jun 2008

Theorie:

  1. Longitudinale golven in een staaf: analyseer, en bepaal de golfsnelheid.
  2. Bij onderdompeling ontstaat er een opwaartse kracht, leg uit en interpreteer.

Oefeningen:

  1. Iets met stok aan een veer waarvan enkel de k en de m gegeven zijn: bereken de frequentie.
  2. Letterlijke toepassing venturimeter.

16 jun 2008

Theorie:

  1. Laminaire stroming en afleiden van volume gradient.
  2. Wiskundige voorstelling van golven, uitleggen i.v.m. harmonische golven.

Oefeningen:

  1. ?
  2. ?

16 jun 2008

Theorie:

  1. De interatomaire krachten van een diatomische ionische binding: welke eigenschap heeft deze?
  2. Het gedachten-experiment van de transformatieformules.

Oefeningen:

  1. ?
  2. ?

22 jun 2006

Theorie:

  1. Leidt af: energie en E-transport in mechanische harmonische golf.
  2. Water:
    • Leidt de zwaartekrachtinvloed op hydrostatische druk af.
    • Bereken en interpreteer de archimedeskracht.

Denkvragen:

  1. Je kan met een rietje door uw helm drinken op de maan, gaat dat moeilijker/makkelijker/even makkelijk als op aarde?
  2. Heliumballonnen, je blaast ertussen, gaan ze naar elkaar toe/van elkaar weg?

Oefeningen:

  1. Satelliet, je hebt de korte straal en de snelheid daar (8000km en 9km/s), bereken den hoek tss de v-vector als r=20000km.
  2. Twee boxen op 2m van elkaar, beide 880Hz in fase.
    • Als ge van A naar B gaat, op welke plaatse hebt ge dan destructieve en constructieve interferentie?
    • Onder een bepaalde frequentie zal der buite den as A-B geen destructieve interferentie meer zijn, wat is die drempelwaarde?

14 jun 2006

Theorie:

  1. Kwantum:
    • Bespreek golfeigenschappen van materie, en verband onbepaaldheidsrelatie x en p.
    • Tunneleffect
  2. Stroming:
    • Laminaire stroming in buis: NIET bewijzen, maar van de snelheidsprofiel het volumedebiet bespreken en drukverloop..
    • Niet mechanische, mechanische, energie, verlies,...

Denkvragen:

  1. Ruimteschip brengt blok ijzer naar andere planeet met veel grotere atmosfeerdruk. Wat geef relatie tss drukverschil en vervorming?
    • Elasticiteitsmodulus
    • Afschuifmodulus
    • Compressiemodulus
    • Drukmodulus
  2. 2 He balonnen op 1 à 2 cm van elkaar, zijn aan een tafel vastgemaakt met koorden. Je blaast erdoor, wat gebeurt er met de balonnen?
    • Ze gaan naar elkaar toe.
    • Ze gaan van elkaar weg.
    • Niets.

Oefeningen:

  1. Blokje ijzer tussen twee lagen, vanboven water, vanonder kwik, blokje = cubus 10cm, hoe hoog is gedeelte da uitsteekt boven hg? (ro FE = 7.7 kg/dm³).
  2. Twee geluidsbronnen, f=880hz, v=340m/s, A (x=0, y=0) , B( x = 0, y=2)
    • Waar is constructieve interferentie?
    • Waar is destructieve interferentie?
    • Wat is de drempelfrequentie opdat er geen of wel destructieve interferentie zou optreden?

15 jun 2012

Theorie:

  1. Vergelijking Klassiek en Quantummodel van di-atomische moleculen:
    • Rotatie- en vibratie-energie klassiek diatomisch molecule geven.
    • Laagste energie van een kwantumharmonische oscillator geven.
    • Verschillen tussen klassiek en quantummechanisch model (3 geven).
    • Energieniveaus nader uitleggen.
    • De eigenschappen van moleculen geven die via opmeting van deze energieën gevonden kunnen worden.

Denkvragen:

  1. veer met massa t.o.v. massaloze veer, het verschil T en f inschatten.
  2. Trilt een harmonische golf met dezelfde frequentie als de bron? ja/nee + waarom.
  3. bewijs dat de snelheid van het geluid nauwelijks afhangt van de frequentie

Oefeningen:

  1. a) Standbeeld op een koperen sokkel op een glazen helling.
  • Gegeven: M(standbeeld), M(blok), statische wrijvingscoëfficient tussen zowel standbeeld-sokkel als sokkel-helling en de afschuifconstante G van de sokkel
  • Bereken: 1) De maximale hoek theta van de helling zodat het ding niet in duigen valt
  • 2) Met de hiervoor berekende hoek de wrijvingskracht tussen het standbeeld en het blok vinden
  • 3) De verschoven afstand van het bovenvlak t.o.v. het ondervlak
  1. Gegeven een kraan die loopt, de diameter van de straal neemt naar onderen van de kraan weg;
  • met aanname dat de beginsnelheid v0 is een theoretische formule opstellen die het vernauwen van de straal beschrijft (diameter = f(y-coordinaat), assenstelsel zelf in te voeren)

Examenvragen september

30 aug 2010

Theorie:

  1. Rotatie rond vaste as: Rotationele arbeid, kinetische rotatie energie.
  2. Oppspanning en Ep energie linken mbv potentiële energie curves, capillariteitsdruk in bel uitleggen.

Oefeningen:

  1. Kinematica & Newton-mechanica
  2. Golven.


23 aug 2008

Theorie:

  1. Zuiver rolbeweging: kinematica en dynamica mbv van n voorbeeld naar keuze.
  2. Ppp. pot. energie, cohesiedruk, opp.spanning en capilariteit uitleggen.

Oefeningen:

  1. Statica.
  2. Golven.