Functionele Biologie van Planten: verschil tussen versies

Uit Chemika Examenwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
R1009686 (overleg | bijdragen)
R1104539 (overleg | bijdragen)
Geen bewerkingssamenvatting
 
(5 tussenliggende versies door 3 gebruikers niet weergegeven)
Regel 3: Regel 3:
Vroeger was dit deel van het vak Structurele en Fysiologische Biologie. Hierna is het opgesplitst in Functionele Biologie van Planten en Functionele Biologie van Dieren. Plantkunde wordt gedoceerd door prof. Wim Van den Ende.
Vroeger was dit deel van het vak Structurele en Fysiologische Biologie. Hierna is het opgesplitst in Functionele Biologie van Planten en Functionele Biologie van Dieren. Plantkunde wordt gedoceerd door prof. Wim Van den Ende.
==Examenvragen==
==Examenvragen==
===28 januari 2026===
# 9 meerkeuzevragen (1 over plantenfamilies) (3pt)
# Hoe maakt fotosynthese en ademhaling ATP, leg uit. (schema's tekenen, geen tabellen). Geef voorbeelden voor wat die ATP gebruikt wordt. Kunnen fotosynthese en celademhaling op dezelfde plaats en tijdstip ATP maken.(7pt) Wat is de samenstelling, de structuur en de functie van de celwand. Wat is de multinet groei hypothese? (3pt)
# Cyclus van bedektzadige aanvullen met 19 woordjes: processen of structuren, benoemen (angiospermen) en zeggen of het haplont, diplont of haplodiplont is (haplodiplont: beide komen voor) (3pt)
===23 januari 2026===
# 9 meerkeuzevragen zoals altijd. (1 over plantenfamilies) (3pt)
# Hoe maakt fotosynthese en ademhaling ATP, leg uit. (hij vroeg ook voor de schema's te tekenen, GEEN tabellen). Geef voorbeelden voor wat die ATP gebruikt wordt. Kunnen fotosynthese en ademhaling opdezelfde plaats en tijdstip ATP maken. Bespreek hoe hexaploïde tarwe kan ontstaan adhv tekening. (7pt)
# Cyclus van bedektzadige aanvullen met 19 woordjes: processen of structuren, benoemen (angiospermen) en zeggen of het haplont, filling of haplodiplont is (haplodiplont: beide komen voor) (3pt)
===4 september 2025===
# 9 meerkeuzevragen zoals altijd. (1 over plantenfamilies) (3pt)
# Cyclus van bedektzadige aanvullen met 19 processen en structuren, benoemen (angiospermen) en zeggen of het haplont, filling of haplodiplont is (haplodiplont: beide komen voor) (3pt)
# Hoe maakt fotosynthese en ademhaling ATP, leg uit. (hij vroeg ook voor de schema's te tekenen). Geef voorbeelden voor wat die ATP gebruikt wordt. Kunnen fotosynthese en ademhaling opdezelfde plaats en tijdstip ATP maken. (7pt)
# Bespreek de secundaire groei van loofbomen.
===29 januari 2025===
===29 januari 2025===
# 8 meerkeuzevragen van het type juist/fout ==> Veel mogelijkheden kwamen uit 'Oplossingen testje permanente evaluatie' announcement dat hij gestuurd had op 11/28/24.
# 8 meerkeuzevragen van het type juist/fout ==> Veel mogelijkheden kwamen uit 'Oplossingen testje permanente evaluatie' announcement dat hij gestuurd had op 11/28/24.
# Levenscyclus van de bedektzadigen (3pt) : welke is het (0,375 pt) (angiospermen) , b) haplont, diplont of diplohaplont en beargumenteer (0,375 pt) en aanvullen met 19 processen en structuren, 4 zijn gegven, Aantal structuren zijn weggelaten (2,25 pt)
# Levenscyclus van de bedektzadigen (3pt) : welke is het (0,375 pt) (angiospermen) , b) haplont, diplont of diplohaplont en beargumenteer (0,375 pt) en aanvullen met 19 processen en structuren, 4 zijn gegven, Aantal structuren zijn weggelaten. (Bijna alle woorden uit de scheve witte kadertjes werden gevraagd)(2,25 pt)
# Open vraag (10pt) : 1) (4pt) Bespreek a) aan de hand van duidelijke figuren (met kleuren) het verschil tussen mitose en meiose. b) Bespreek hoe hexaploïde tarwe kon ontstaan. 2)(6pt)Bespreek de plantenhormonen, algemene werking + kenmerken van elk hormoon, bespreek apicale dominantie en wat er verschilt qua hormonen eens als apicale dominantie verloren is.
# Open vraag (10pt) : 1) (4pt)a) Bespreek aan de hand van duidelijke figuren (met kleuren) het verschil tussen mitose en meiose. b) Bespreek hoe hexaploïde tarwe kon ontstaan. 2)(6pt)Bespreek de plantenhormonen, algemene werking + kenmerken van elk hormoon, bespreek apicale dominantie en wat er verschilt qua hormonen eens als apicale dominantie verloren is.


===31 januari 2024===
===31 januari 2024===

Huidige versie van 28 jan 2026 om 17:59

Vakinformatie

Vroeger was dit deel van het vak Structurele en Fysiologische Biologie. Hierna is het opgesplitst in Functionele Biologie van Planten en Functionele Biologie van Dieren. Plantkunde wordt gedoceerd door prof. Wim Van den Ende.

Examenvragen

28 januari 2026

  1. 9 meerkeuzevragen (1 over plantenfamilies) (3pt)
  2. Hoe maakt fotosynthese en ademhaling ATP, leg uit. (schema's tekenen, geen tabellen). Geef voorbeelden voor wat die ATP gebruikt wordt. Kunnen fotosynthese en celademhaling op dezelfde plaats en tijdstip ATP maken.(7pt) Wat is de samenstelling, de structuur en de functie van de celwand. Wat is de multinet groei hypothese? (3pt)
  3. Cyclus van bedektzadige aanvullen met 19 woordjes: processen of structuren, benoemen (angiospermen) en zeggen of het haplont, diplont of haplodiplont is (haplodiplont: beide komen voor) (3pt)

23 januari 2026

  1. 9 meerkeuzevragen zoals altijd. (1 over plantenfamilies) (3pt)
  2. Hoe maakt fotosynthese en ademhaling ATP, leg uit. (hij vroeg ook voor de schema's te tekenen, GEEN tabellen). Geef voorbeelden voor wat die ATP gebruikt wordt. Kunnen fotosynthese en ademhaling opdezelfde plaats en tijdstip ATP maken. Bespreek hoe hexaploïde tarwe kan ontstaan adhv tekening. (7pt)
  3. Cyclus van bedektzadige aanvullen met 19 woordjes: processen of structuren, benoemen (angiospermen) en zeggen of het haplont, filling of haplodiplont is (haplodiplont: beide komen voor) (3pt)

4 september 2025

  1. 9 meerkeuzevragen zoals altijd. (1 over plantenfamilies) (3pt)
  2. Cyclus van bedektzadige aanvullen met 19 processen en structuren, benoemen (angiospermen) en zeggen of het haplont, filling of haplodiplont is (haplodiplont: beide komen voor) (3pt)
  3. Hoe maakt fotosynthese en ademhaling ATP, leg uit. (hij vroeg ook voor de schema's te tekenen). Geef voorbeelden voor wat die ATP gebruikt wordt. Kunnen fotosynthese en ademhaling opdezelfde plaats en tijdstip ATP maken. (7pt)
  4. Bespreek de secundaire groei van loofbomen.

29 januari 2025

  1. 8 meerkeuzevragen van het type juist/fout ==> Veel mogelijkheden kwamen uit 'Oplossingen testje permanente evaluatie' announcement dat hij gestuurd had op 11/28/24.
  2. Levenscyclus van de bedektzadigen (3pt) : welke is het (0,375 pt) (angiospermen) , b) haplont, diplont of diplohaplont en beargumenteer (0,375 pt) en aanvullen met 19 processen en structuren, 4 zijn gegven, Aantal structuren zijn weggelaten. (Bijna alle woorden uit de scheve witte kadertjes werden gevraagd)(2,25 pt)
  3. Open vraag (10pt) : 1) (4pt)a) Bespreek aan de hand van duidelijke figuren (met kleuren) het verschil tussen mitose en meiose. b) Bespreek hoe hexaploïde tarwe kon ontstaan. 2)(6pt)Bespreek de plantenhormonen, algemene werking + kenmerken van elk hormoon, bespreek apicale dominantie en wat er verschilt qua hormonen eens als apicale dominantie verloren is.

31 januari 2024

  1. 8 meerkeuzevragen van het type juist/fout ==> zaken die aan bod kwamen: Phytophora infestans is geen fungus maar protist, mitose, plantenfamilies,...
  2. Levenscyclus van de bedektzadigen (3pt) : welke is het (0,375 pt) (angiospermen) , b) haplont, diplont of diplohaplont en beargumenteer (0,375 pt) en aanvullen met processen en structuren (2,25 pt)
  3. Open vraag (9pt) : A) Bespreek hoe de plantenbiologie kan bijdragen aan het oplossen van de huidige wereldproblemen (4pt) en b) Biotechnologie : schema maken van klassieke veredeling versus genetic engineering vs CRISPR vs. mutation breeding : benadering vergelijken en beargumenteren welke benadering je eigen voorkeur wegdraagt + beargumenteer (5pt)

26 januari 2024

  1. 8 meerkeuzevragen
  2. Bespreek in detail een drietal manieren waarop planten ATP kunnen maken.
  3. Levenscyclus gegeven, van wat is het (was bedektzadigen) en aanvullen + is deze plant haplont, diplont, of diplohaplont en beargumenteer.

1 februari 2023

  1. 8 meerkeuzevragen
  2. Bespreek in detail een drietal manieren waarop planten ATP kunnen maken.
  3. Levenscyclus gegeven, van wat is het (was bedektzadigen) en aanvullen + is deze plant haplont, diplont, of diplohaplont en beargumenteer.

3 februari 2022

  1. 8 meerkeuzevragen
  2. waterpotentiaal en zijn 2 componenten uitleggen, is er een verschil wanneer je NaCl of glycerol toevoegt, vergelijk de druk met die in het xyleem en floeem
  3. levenscyclus bedektzadigen, welke is het, diplont/haplont/diplohaplont + beargumenteer

20 januari 2021 VM

  1. 8 meerkeuzevragen
  2. bespreek de plantenhormonen, algemene werking + overzicht met kenmerken van elk hormoon, bespreek apicale dominantie (schriftelijk 8pt)
  3. levenscyclus bedektzadigen. Diplont/haplont/diplohaplont + beargumenteer

30 Januari 2020 NM

  1. 8 meerkeuzevragen
  2. Wat is het verschil tussen lange dag en korte dag planten? (mondeling 3pt)
  3. Hoe kan de biologie meehelpen om wereldproblemen te verhelpen? Hoe zie je een samenwerking tussen landbouw en geavanceerde biotechnologie in de toekomst? (mondeling 7pt)
  4. Cyclus van bedektzadigen aanvullen. Is deze plant diplont/haplont/diplohaplont?

20 Januari 2020 NM

  1. 8 meerkeuzevragen
  2. Bespreek over diversiteit van fungi met hun eigenschappen; toepassingen in biotechnologie
  3. Bespreek over massastroming
  4. levenscyclus gegeven met woorden weggelaten, van wat is het (bedektzadigen). Is deze plant haplont, diplont, of diplohaplont en beargumenteer.

20 Januari 2020 VM

  1. 8 meerkeuzevragen
  2. Bespreek algemeen de plantenhormonen en het werkingsmechanisme. Bespreek apicale dominantie.
  3. levenscyclus gegeven met woorden weggelaten, van wat is het (bedektzadigen). Is deze plant haplont, diplont, of diplohaplont en beargumenteer.

14 Januari 2020 VM

  1. 8 meerkeuzevragen
  2. Bespreek in detail een drietal manieren waarop planten ATP kunnen maken.
  3. Levenscyclus gegeven, van wat is het (was bedektzadigen) en aanvullen + is deze plant haplont, diplont, of diplohaplont en beargumenteer.

21 augustus 2019 VM

  1. 8 meerkeuzevragen
  2. Bespreek in detail een drietal manieren waarop planten ATP kunnen maken.
  3. Situeer bondig de termen "gespvormig" en "CRISPR/CAS"
  4. Levenscyclus van bedektzadigen aanvullen + is deze plant haplont, diplont, of diplohaplont en beargumenteer.

28 januari 2019 VM

  1. 8 meerkeuzevragen
  2. Bespreek in detail een drietal manieren waarop planten ATP kunnen maken.
  3. Situeer bondig de termen "gespvormig" en "CRISPR/CAS"
  4. Levenscyclus van bedektzadigen aanvullen + is deze plant haplont, diplont, of diplohaplont en beargumenteer.

14 januari 2019 VM

  1. 8 meerkeuzevragen
  2. waterpotentiaal en zijn twee componenten
  3. Levenscyclus van bedektzadigen aanvullen + is deze plant haplont, diplont, of diplohaplont en beargumenteer.

14 januari 2019 NM

  1. 8 meerkeuzevragen
  2. Geef 3 manieren waarop planten ATP synthetiseren (glycolyse, ademhaling, Kreb cyclus, ...)
  3. Leg bondig uit: CRISPR/Cas en CAM planten
  4. Levenscyclus van bedektzadigen aanvullen + is deze plant haplont, diplont, of diplohaplont en beargumenteer.

31 januari 2018 VM

  1. 8 meerkeuzevragen
  2. Bespreek de evolutie & metabole diversiteit van prokaryoten en het ontstaan van de eukaryoten.
  3. Leg bondig uit: het ontstaan van hexaploïde tarwe, mechanisme voor de bloei van lange en korte dag planten.
  4. Levenscyclus van bedektzadigen aanvullen + is deze plant haplont, diplont, of diplohaplont en beargumenteer.

30 januari 2018 VM

  1. 8 meerkeuzevragen
  2. Waterpotentiaal en zijn 2 componenten
  3. SAR
  4. Massastroming
  5. Cyclus van bedektzadigen aanvullen. Is deze plant haplont, diplont of diplohaplont en beargumenteer.

15 januari 2018 VM

  1. 8 meerkeuzevragen
  2. Geef 3 manieren waarop een plant ATP aanmaakt en leg gedetailleerd uit
  3. Hypersensitieve respons en CAM planten bondig uitleggen
  4. Cyclus bedektzadigen aanvullen. Is deze plant haplont, diplont, of diplohaplont en beargumenteer.

21 aug 2017 NM

  1. meerkeuzevragen
  2. Geef 3 manieren waarop een plant ATP aanmaakt en leg gedetailleerd uit
  3. gespvorming en CAM planten bondig uitleggen
  4. cyclus bedektzadigen aanvullen + is deze plant haplont, diplont, of diplohaplont? beargumenteer

21 aug 2017 VM

  1. meerkeuzevragen
  2. plantenhormonen met werking geven + uitleggen hoe hormoonsysteem in planten werkt
  3. guttatie en waterpotentiaal bondig uitleggen
  4. cyclus bedektzadigen aanvullen

31 jan 2017

  1. Meerkeuzevragen
  2. Waterpotentiaal met zijn 2 componenten uitleggen. Wat gebeurt er als je opgeloste stoffen toevoegt aan het omgevings water?
  3. Massastroming en SAR uitleggen.
  4. Cyclus van bedektzadigen aanvullen.

26 jan 2016

  1. 8 meerkeuze vragen
  2. Mondelinge hoofdvraag: hoe wordt sucrose gevormd, hoe komt het in cortexe cellen van de wortels en wat is de bijdrage voor de accumulatie van K+
  3. Bijvraag: leg chemiosmose en fotorespiratie uit
  4. Bijvraag: cyclus aanvullen van de bedektzadigen

30 jan 2014 nm

  1. Meerkeuze
  2. Welke hormonen zijn er bij planten, welke staan in voor apicale dominantie en hoe werkt dit.
  3. Leg uit hoe herbicide resistentie werkt en leg het mechanisme van glyfosaat uit. Levenscyclus.

29 jan 2014 nm

  1. Meerkeuze
  2. Bespreek de diversiteit van fungi en geef de levenscyclus van een ascomyceet.
  3. Bespreek de rol van mieren in commensalisme en de overdracht van parasieten.
  4. Levenscyclus van varens.

28 jan 2014 nm

  1. 8 meerkeuzevragen (4 punten)
  2. Bespreek de huidige wereldproblemen en geef aan hoe plantenbiotechnologie/biologie zou kunnen bijdragen tot het aanreiken van van oplossingen (8 punten)
  3. Vul aan en verklaar dit ecologisch model (Bottom-up effect). Hoe kon dit model op experimentele wijze geverifieerd worden? (3 punten)
  4. Levenscyclus bedektzadige aanvullen (5 punten)

28 jan 2014 vm

  1. Meerkeuze
  2. Plantenhormonen welke types? regulatie? welke komen voor bij apicale dominantie? Regulatie? Werking?
  3. Levenscyclus bladmossen
  4. Tekening van de muis, mier, plant, zaad (interacties verklaren)

27 jan 2014

  1. 8 meerkeuzevragen.
  2. Bespreek de diversiteit en evolutie van prokaryoten en het onstaan van eukaryoten.
  3. Figuur uitleggen over bottom-upeffecten en ontbrekende termen aanvllen.
  4. Foto van doorsnede monocotyl blad: wat is het + delen benoemen.

13 jan 2014

  1. 5 meerkeuzevragen.
  2. Aanvullen van termen en processen (mitose/meiose) bij de levenscyclus van gymnospermen. (Letterlijk uit het handboek fig. 31.12 p609)
  3. Een plantencel in zuiver water en geleidelijk aan zout toevoegen, wat gebeurt er? Leg uit a.d.h.v. een duidelijke grafiek.
  4. Wat is een preprofaseband? (en nog een term ?? uitleggen)

23 jan 2012

  1. Leg uit wat er zal gebeuren bij een plantencel in zuiver water en wat als je opgeloste stoffen toevoegt aan de omgeving. Maak een schema aan de hand van de waterpotentiaal en zijn 2 subcomponenten en leg uit hoe deze veranderen.
  2. Leg uit fotorespiratie: hoe wat waarom waar.
  3. Situeer:
    1. glyphosaat
    2. methanogeen
    3. guttatie
    4. Mycorrhiza
  4. Levenscyclus. Aangeven om welke levenscyclus het ging (bladmossen) en beargumenteren. Structuren en processen aanvullen op tekening. Aangeven of het een haplonte, diplonte of haplodiplonte levenscyclys was.
===1 feb 2011 VM===
  1. Volledige weg beschrijven die een C-atoom aflegt als CO2 indien ingebouwd in pectine in de celwand van rhizodermiscellen. Waaruit bestaat de celwand en wat is de functie?
  2. Bespreek in detail de signaalgeving en metabolische wegen van Rhizobium in symbiose met een plant.
  3. . Figuur: levenscyclus bedektzadigen
  4. Situeer:
    1. hexaploïdie by tarwe
    2. cavitatieï‚§
    3. gespvorming by Basidiomyceten ï‚§ induceerbare mutaties
===27 jan 2011 NM===
  1. Volledige weg beschrijven die een N-atoom aflegt van de bodem tot inbouw als glycoproteïne in een bladepidermiscel
  2. Vgl mossen en angiospermen. Zeggen hoe deze zijn aangepast aan leven op het land
  3. Figuur:
    1. structuur van een blad met huidmondjes
    2. hetzelfde -.-
  4. Situeer:
    1. allotetraploïdie
    2. guttatie
    3. sterke vs zwakke sinks
    4. bespreek metabolisme Archaea

24 jan 2011 NM

  1. De waterpotentiaal en de 2 componenten ervan bespreken als we een cel in zuiver water hebben en daar geleidelijk aan zout aan toevoegen. Schematisch weergeven en stap voor stap bespreken wat er met de cel gebeurt.
  2. Het verschil tussen gametofytische en sporofytische incompatibiliteit uitleggen. En een model geven voor gametofytische incompatibiliteit.
  3. Figuur:
    1. Doorsnede monocotyle stengel
    2. Vaatbundel en daarop floeem,
    3. xyleem en vezelschede benoemen
  4. Situeer:
    1. Endosymbiose
    2. Viroïden
    3. Soortkruisingen
    4. Lenticel

24 jan 2011 VM

  1. Bespreek structuur, samenstelling, functie en oorsprong van de plantencelwand.
  2. Bespreek de verschillen tussen C3, C4 en CAM
  3. Figuur: monokotyle stengel met vaatbundel
  4. Situeer:
    1. hydrogenosoom
    2. Agrobacterium tumefaciens
    3. massastroming (Munch hypothese)
    4. terminatortechnologie

25 jan 2010 VM

  1. Teken een dwarsdoorsnede van een wortel van een monokotyle plant. Wat is het verschil met een dikotyle plant?
  2. Bespreek (fysiologisch en chemisch) de weg die een CO2 molecule aflegt vanuit de lucht om ingebouwd de worden in de celwand van een

rhizodermiscel.

  1. Vergelijk CO2 fixatie bij C3 en C4 planten. Wat zijn de ethiologische implicaties?
  2. ABC van de bloemetjes
  3. Situeer:
  4. Soortkruising
  5. Isospore haplodiplont
  6. Worteldruk
  7. Basidiomyceten
  8. ï‚§Archebacteria

18 jan 2010 NM

  1. Bespreek de mogelijkheden voor overdracht van genetische informatie tussen individuen die tot een andere soort behoren.
  2. Vul volgende figuur aan en bespreek (die van potentiaal, niet met de kleurtjes, degene die ook in de cursus staat).
  3. Vergelijk CO2 fixatie bij CAM en C4 planten. 4. ABC van de bloemen.
  4. Situeer en bespreek:
    1. ascomyceten,
    2. heterospore haplodiplonten
    3. 3 figuren: (een stengel ==> figuur helemaal onderaan rechts in voorbeeldvragen, een blad ==> die gele figuur zo :p en een wortel ==> laatste blz, rechts bovenaan)

18 jan 2010 VM

  1. Bespreek autotrofie bij prokaryoten en eukaryoten.
  2. Gametofytische incompatibiliteit.
  3. Fotorespiratie: wat, waar, hoe, waarom?
  4. Vul aan en bespreek zodat duidelijk wordt of het om een haplont, diplont of haplodiplont organisme gaat. Is dit type organisme al goed aangepast aan het landleven? (figuur van varens, zie voorbeeldvragen)
  5. Situeer en bespreek:
    1. 3 figuren (monokotyl blad, dikotyle verdikte stengel, monokotyle vaatbundel),
    2. agrobacterium tumefaciens
    3. basidiomyceten.

26 jan 2009

  1. Plantencelwand: Samenstelling? Structuur? Functie? Oorsprong?
  2. Transport in planten: Hoe? Waar? Waarom?
  3. C4 en CAM planten: Wat? Waarom? Hoe? Verschil?
  4. Afbeelding van een diplohaplonte cyclus, en zeggen of deze plant al goed

is aangepast aan het leven op het land.

  1. Termen:
    1. Soortkruising
    2. Agrobacterium Tumefaciens
    3. Zelfincompatibiliteit
    4. Het ABC van de bloemetjes
    5. Fotoke van dwarse doorsnede van een plantenstengel, zeggen wa ge ziet en van die dinge..

19 jan 2009

  1. voortplantingscyclus (mos)
  2. bespreek zo goed mogelijk de opnamen van N uit nitraat (chemisch/fysisch) en inbouw in celwandprotëine epidermiscel 3. teken primaire stengel dikotyle plant + verschil monokotyle
  3. fotorespiratie: zin of onzin.
  4. Termen:
    1. gametofytische zelfincompabiliteit
    2. ABC van bloemen
    3. worteldruk
    4. retrovirussen

28 jan 2008

  1. vergelijk autotrofie bij eukaryoten en prokaryoten
  2. fotorespiratie
  3. zelf-incompabiliteit
  4. cyclus van varen aanvullen + aangepassingen aan het land
  5. Situeer:
    1. drie foto's
    2. Agrobacterium tumefaciens
    3. Basidiomyceet

28 jan 2008

  1. primaire dikotyle wortel tekenen en bespreken, vergelijken met monokotyle
  2. Welke fysische en chemische weg moet het N-atoom van NH4+ afleggen

om ingebouwd te kunnen worden in een celwandproteïne van een blad

  1. Grafieken van CO2-opname van C3 en C4 planten. Zelf assen invullen en c3 en c4 aanduiden + uitleggen waarom
  2. Welke aanpassingen moet een landplant hebben ten opzichte van een wier

om te kunnen overleven op het land en is dit bij alle zo

  1. Bespreek:
    1. ascomyceten
    2. retrotransposons
    3. archeaebacteriën
    4. zelfincomptabiliteit

21 jan 2008

  1. Hoe genetische informatie overbrengen tussen individuen van verschillende soorten denk ik
  2. Bespreek en vul aan die figuur van de waterpotentiaal in een cel
  3. leg uit hoe CO2 wordt gefixeerd bij C4 planten en CAM planten en vergelijk
  4. geef een schematische voorstelling en een voorbeeld van een heterospore haplodiplont cyclus
  5. Situeer:
    1. Ascomyceten
    2. zelfincompatibiliteit
    3. 3 foto'kes ( stengel, wortel en blad)

18 jan 2008

  1. teken structuur monocotyle wortel, vgl met dicotyle
  2. bespreek fixatie co2 bij C4-C3 planten, ahv voor en nadelen
  3. voortplantingscyclus (van ascomyceten, was wel niet gegeven da het over asco ging ) aanvullen en uitleggen waarom het haplont/diplont/diplohaplont is
  4. bespreek hoe C via co2 kan ingebouwd worden in de rizodhermiscellen (

zowel fysich als chemisch )

  1. Situeer en bespreek:
    1. worteldruk
    2. basidiomyceten
    3. archeaebacteriën
    4. soortbestuiving
    5. retrovirussen

14 jan 2008

  1. Celwand: Samenstelling? Functie? Oorsprong? Structuur?
  2. Vergelijk het transport van mineralen en het transport van

fotosyntheseproducten

  1. Je gaat op excursie om C3/C4/CAM planten te inventariseren. Wat voor

materiaal neem je mee en leg uit.

  1. Tekening van een voortplantingscyclus: Is dit haplont/diplont/haplodiplont? Leg uit en geef aan of en hoe deze plant aan het landleven aangepast is.
  2. Situeer en bespreek:
    1. Zelfincopatibiliteit
    2. Agrobacterium tumefaciens
    3. 3 tekeningen (doorsneden van stengel/wortel)

2 feb 2007

  1. twee grafieken zonder aanduidingen "vul aan en verklaar"
  2. genetische overdracht tussen individuen van dezelfde soort en verschillende soorten, leg uit

15 jan 2007

  1. Vul volgende grafiek aan en bespreek (die van de waterpotentiaal van de omgeving t o v die in de plantencel) en hoe zit dit in 't xyleem?
  2. Fotorespiratie: wat? waar? hoe? waarom?
  3. Situeer:
    1. lenticellen
    2. heterospore
    3. haplodiplonten
    4. zygomyceten
    5. endodermis
    6. gametofytische incompatibiliteit
    7. agrobacterium tumefaciens