Wiskunde II: verschil tussen versies
Naar navigatie springen
Naar zoeken springen
| Regel 11: | Regel 11: | ||
##bereken de eigenwaarden en eigenvectoren van deze matrix A= [1 -1/2, 1 -1/2] | ##bereken de eigenwaarden en eigenvectoren van deze matrix A= [1 -1/2, 1 -1/2] | ||
##wat is A^k voor k>=1 voor de matrix A? schrijf je antwoord in de algemene vorm van A=[a b, c d], waarbij a,b,c,d afhankelijk kunnen zijn van k. | ##wat is A^k voor k>=1 voor de matrix A? schrijf je antwoord in de algemene vorm van A=[a b, c d], waarbij a,b,c,d afhankelijk kunnen zijn van k. | ||
##Rechte L gaat door punt (1,1,1) en heeft richting ( | ##Rechte L gaat door punt (1,1,1) en heeft richting (p,1,0), Geef een cartesische vergelijking van L | ||
##Vlak V : (Getallen die ik niet meer weet),(2,4,-1 (Ik weet niet meer of dit exact de juiste getallen waren). V moetloodrecht staan op L. Geef de cartesische vergelijking van V | ##Vlak V : (Getallen die ik niet meer weet),(2,4,-1 (Ik weet niet meer of dit exact de juiste getallen waren). V moetloodrecht staan op L. Geef de cartesische vergelijking van V | ||
##Gegeven vlak ax+by+cz=1, aan welke voorwaarde moeten a,b,c voldoen zodat L in het vlak ligt. Zet dit in een stelsel van parameters | ##Gegeven vlak ax+by+cz=1, aan welke voorwaarde moeten a,b,c voldoen zodat L in het vlak ligt. Zet dit in een stelsel van parameters | ||
Huidige versie van 5 jun 2026 om 14:00
Vakinformatie
Er worden elk jaar exact dezelfde examenvragen (MatLab en gewoon examen) gesteld, maar maar met andere waardes. Zie dus dat je zeker de vragen van de wiki in je boek geschreven hebt.
Examenvragen
4 juni 2026
-
- Voor welke waarden van a, b en c die niet nul zijn, is de matrix A inverteerbaar? A=[a b 0, 0 b c , a a c]
- Stel dat de matrix niet inverteerbaar is, dan zijn de kolomvectoren Lineair afhankelijk. Schrijf één van de kolommen als lineaire combinatie van de twee andere kolommen.
- bereken de eigenwaarden en eigenvectoren van deze matrix A= [1 -1/2, 1 -1/2]
- wat is A^k voor k>=1 voor de matrix A? schrijf je antwoord in de algemene vorm van A=[a b, c d], waarbij a,b,c,d afhankelijk kunnen zijn van k.
- Rechte L gaat door punt (1,1,1) en heeft richting (p,1,0), Geef een cartesische vergelijking van L
- Vlak V : (Getallen die ik niet meer weet),(2,4,-1 (Ik weet niet meer of dit exact de juiste getallen waren). V moetloodrecht staan op L. Geef de cartesische vergelijking van V
- Gegeven vlak ax+by+cz=1, aan welke voorwaarde moeten a,b,c voldoen zodat L in het vlak ligt. Zet dit in een stelsel van parameters
- Los dit stelsel op
- Geef nu een nieuwe parametervergelijking voor L die verschillend is van die je al had, veelvouden tellen niet mee.
-
- F^(->) = (-2sin(x^2 y)xy^2,sin(x^2 y)x^2 y + cos(x^2 y (zoiets ongeveer)). De kromme C verbindt P1 (1,-pi) en P2 (1,pi)
- Bepaal de parametirisatie van C en bereken de lijnintegraal: int(c) (F^(->) * t^(->)) ds
- F^(->) is een gradiëntveld. Controlleer stelling 13.2.2 en bepaal het potentiaal
- Bepaal int(c) (F^(->) * t^(->)) ds voor een willekeurige gladde kromme van P1 naar P2
- F^(->) = (-2sin(x^2 y)xy^2,sin(x^2 y)x^2 y + cos(x^2 y (zoiets ongeveer)). De kromme C verbindt P1 (1,-pi) en P2 (1,pi)
- gegeven: vectorveld F=(x²,y,z) . V is het volume dat volledig omsloten is door de paraboloide z=4-x²-y² met z>=0 en het halve boloppervlak z=sqrt(4-x²-y²) met z<=0.
- Bereken de divergentie en bereken daarna de het volume dmv de drievoudige integraal (int int int Div F gegeven). Je moet dit rechtstreeks doen en dus niet de stelling van Gauss gebruiken.
- S1 is de rand z= sqrt(4-x^2 - y^2), bereken de flux door S1 zonder de stelling van gauss
- Je hebt net de totale flux en de flux door S1 berekent, bereken hiermee de flux door S2 (Z>=0)
15 mei 2026
Matlab:
- Gegeven ((dx1/dt = 5.5x1-x1x2),(dx2/dt = 4.5x1^2 - x2))
- Maak een functie met naam stelsel.m waarin je het stelsel differentiaalvergelijkingen programmeert
- Maak een script figuren.m waarin je de differentiaalvergelijking in oplost en 2 figuren maakt. Deel dit op in 2 secties, een nieuwe sectie begin je met %%.
- Sectie 1: Los de differentiaalvergelijking op met beginwaarde x1(0)=10 en x2(0)=4 in het tijdsinterval [0,10]
- Sectie 2: Maak 2 figuren op aparte venster die beide zichtbaar kunnen zijn op hetzelfde moment. Dit doe je met de code 'figure(2)'.
- Figuur 1: Figuur met oplossing van x1 en x2 in 1 venster. x1 in rode streeplijn en x2 in blauwe volle lijn met kruis.
- Figuur 2: Maak ook het faseportret waarbij er vanuit de volgende punten een pijl vertrekt: x1 van 0 tot 11 gaat in stappen van 0.25 en x2 van 0 tot 26 in stappen van 0.5. Teken ook de trajectorie met de beginvoorwaarde. Benoem de asen en geef de figuur een naam.
- Maak een ganzenbordspel voor 1 persoon. Je start op positie 0 en er mag 10 keer gegooid worden met een dobbelsteen. Als je op vakje 8 komt telt je volgende worp voor 3 keer de waarde. Als je op vakje 22 komt benje verloren. Als je op vakje 26 landt (laatste vakje van het spel), dan ga je terug naar vakje 0 ook al had je nog resterende ogen. Je wint als je op een vakje met veelvoud 5 staat.
- Maak de functie ganzenbord.m met als input een vector w en output een string r. De input is een vector van 10 worpen en de output is een string die zegt 'gewonnen' of 'verloren'. Je mag ervan uit gaan dat elke vector altijd 10 lang zal zijn en een waarde tussen 1 en 6 zal hebben.
- Maak een script ganzenbord.m. Definieer w en bewaar een voorbeeld vector (gegeven)? Bepaal of je vector gewonnen of verloren heeft in ganzenbord.m. Laat een output printen dat zegt 'Ik heb gewonnen/verloren in ganzenbord'.
11 mei 2026
Matlab:
- Gegeven ((dx1/dt = x1^2x2....),(dx2/dt = ....))
- Maak een functie met naam stelsel.m waarin je het stelsel differentiaalvergelijkingen programmeert
- Maak een script figuren.m waarin je de differentiaalvergelijking in oplost en 2 figuren maakt. Deel dit op in 2 secties, een nieuwe sectie begin je met %%.
- Sectie 1: Los de differentiaalvergelijking op met beginwaarde x1(0)=10 en x2(0)=4 in het tijdsinterval [0,10]
- Sectie 2: Maak 2 figuren op aparte venster die beide zichtbaar kunnen zijn op hetzelfde moment. Dit doe je met de code 'figure(2)'.
- Figuur 1: Figuur met oplossing van x1 en x2 in 1 venster. x1 in magenta stippenlijn en x2 in groen met ruitjes.
- Figuur 2: Maak ook het faseportret waarbij er vanuit de volgende punten een pijl vertrekt: x1 van 0 tot 11 gaat in stappen van 0.25 en x2 van 0 tot 26 in stappen van 0.5. Teken ook de trajectorie met de beginvoorwaarde. Benoem de asen en geef de figuur een naam.
- Maak een ganzenbordspel voor 1 persoon. Je start op positie 0 en er mag 10 keer gegooid worden met een dobbelsteen. Als je op vakje 7 komt telt je volgende worp voor 2 keer de waarde. Als je op vakje 23 komt benje verloren. Als je op vakje met veelvoud van 5 landt dan ga je 1 vakje terug. Je wint als je op vakje 26 of hoger bent.
- Maak de functie ganzenbord.m met als input een vector w en output een string r. De input is een vector van 10 worpen en de output is een string die zegt 'gewonnen' of 'verloren'. Je mag ervan uit gaan dat elke vector altijd 10 lang zal zijn en een waarde tussen 1 en 6 zal hebben.
- Maak een script ganzenbord.m. Definieer w en bewaar een voorbeeld vector (gegeven)? Bepaal of je vector gewonnen of verloren heeft in ganzenbord.m. Laat een output printen dat zegt 'Ik heb gewonnen/verloren in ganzenbord'.
29 augustus 2025
Examen:
- (1,0,2)^T (a^2+a, a, a^3)^T (-a,0,5)^T
- Voor welke a is het parallellopipidum in R^3
- a>0 voor welke a is het volume van het parallellopipidum gelijk aan 7
- Geef de parametervergelijking van de rechte door ( P,1,1)^T en loddrecht op 2022x+2y+2z=5. Voor welke p gaat dit door de oorsprong
- L1: [(x+2y+z=4)(3x-y+z=3)] L2:[(5x-y=4)(-x-y-z=3)]. Geef hiervan de parametervergelijking
- a is een reeel getal. Geef de cartesische vergelijking van L door (a,0,a)^T dat loodrecht staat op V
- 2pi periodieke functie op [-pi,pi] f(x)= |x|-pi
-
- Maak een schets op [-3pi , 3pi]
- Bereken de fouriercosinus en laat geen bekende hoeken staan
- F = (y^3 e^xy, e^xy y(2+xy)
- C is een kromme in het vlak en is de lijn dat P1(0,1) en p2(1,1) verbindt. Bepaal de parameterisatie van C en bereken Int(C) F * t ds, dat P1 en P2 doorloopt
- Controlleer of dit een gradientveld is en bepaal de potentiaal
- Bepaal nu Int(C) F * t ds voor een willekeurige C waarbij er van P1 naar P2 gegaan wordt.
-
- F = (x,y,z). V is het volume dat volledig omsloten is door de oppervlakte z = sqrt(4 - x^2 - y^2) en het vlak z = sqrt(3)
- Bereken het volume aan de hand van een drievoudige integraal
- S is de rand van V met n naar buiten. S bestaat uit S1 (z = sqrt(3)) en S2 (z = sqrt(4 - x^2 - y^2)). We weten dat Int Int(S) F * n dS = -sqrt(3)pi. Bepaal de parameterisatie voor S2 en bereken zo Int(S2) F * n dS. Bepaal daarna Int Int(S) F * n dS
- Is dit ook mogelijk met de stelling van Gauss? Zo ja, herschrijf Int(S) F * n dS en bereken de lijnintegraal
- Oplossingen examen via ANS: (Je mag je examen gaan inkijken en 'notities' nemen)
- 1a
a = 0 of a=-5/2
- 1b
a=1 of a=-7/2 (gaat niet)
- 1c
-normaal van het vlak is de richtingsvector van de rechte -parametertvgl : (x y z) = (p 1 1) + t (2022 2 2) , t € R (Dit MOET er staan voor alle punten te krijgen) -(x y z) = (0 0 0) bij oorsprong -p=1011
- 1d
r1 = (1 2 1) x (3 -1 1) = (3 2 -7) r2 = (5 -1 0) x (-1 -1 -1) = (1 5 -6) Kies steunvector, bijvoorbeeld: (1 1 1) ⇒ 1+2*1+1 = 4 en 3*1-1+1 =3 parameterverelijking: (x y z) = (1 1 1) +t (3 2 -7) +s (1 5 -6) t,s€R
- 1e
(3 2 -7) x (1 5 -6) = (23 11 13) (x y z) = (a 0 a) + t(23 11 13) t€R naar cartesische vergeljking omzetten : y=11t dus t= y/11 x-23/11y =a en z- 13/11y=a
- 2a
assen benoemen, en tekenen over heel interval
- 2b
f(x) is even dus bn=0
a0 = - pi
an = 2/pi int(0,pi) f(x) cos(nx) dx
= 2/pi int(0,pi) (x-pi)cos(nx) dx , los op met partiële integratie ⇒ = 2/(pi n^2) ((-1)^n -1)
Definitie van fourier opschrtijven : A0/2 + Sommatie an cosnx en dan invullen
- 2c
parameterisatie: bijvoorbeeld: x= t y =1 voor t€ 0,1
gebruik dit om de integraal om te schrijven naar int (0,1) e^t dt (gaat via int Pdx + Qdy)
- 2d
delta P / delta Y = deltaQ / delta x= 3y^2 e^xy + xy^3 e^xy V(x,y) = y^2 e^xy +g(y) g’(y) = 0 dus g(y) = c V(x,y) = y^2 e^xy +c
- 2e
Zeg dat F conservatief is en dus de integraal onafhankelijk is van het pad, dus we mogen 14.5.2 gebruiken. Vectorveld is een gradientveld integraal is gelijk aan V(1,1) - V(0,1) = e - 1
- 3a (sqrt = vierkantswortel)
sqrt(3) ≤ z ≤ sqrt (4-x^2 - y^2) omzetten naar cilindercoordinaten: 0≤ p ≤ 1 0≤ theta ≤ 2pi sqrt(3) ≤ z ≤ sqrt (4-p^2) stel integraal op : int(0,2pi)int(0,1)int(sqrt(3),sqrt (4-p^2)) p dz dp d thetha V = -3 sqrt(3) pi +16/3 pi
- 3b
Oppervlak S2 =
z = f(x,y) = sqrt( 4- x^2 - y^2) voor x^2 +y^2 ≤1
Normaal van S2 wijst naar boven en wordt gegeven door ( - delta F detla x, - delta f delta y, 1) = x/sqrt(4-x^2 -y^2) , y/sqrt(4-x^2 -y^2), 1
Int int F n dS = int int (x,y,f(x,y)) * x/sqrt(4-x^2 -y^2) , y/sqrt(4-x^2 -y^2), 1 = int int 4/sqrt(4-x^2 -y^2)
omzetten naar poolcoordinaten:
= 4 int (0,2pi) int (0,1) 1 / sqrt ( 4 - r^2) r dr d thetha = -8pi(sqrt(3) -2)
flux = -sqrt(3)pi -8pi(sqrt(3) -2) = -9 sqrt (3) pi + 16 pi
- 3c
V heeft S als rand, F is partieel afleidebaar met continue afgeleiden, eenheidsnormaal of S wijst naar buiten Schrijf stelling van gauss Div f =3 ⇒ int int int 3 dV = 3 * volume = 3 ( -3 sqrt(3) pi +16/3 pi) = -9 sqrt (3) pi + 16 pi
MatLab
- y'1 = y2 - y1^3 en y"2 = y2*y1^2 + 4y2sin(y1)
- Maak een functie stelsel.m waar je dzeze differentiaalvergelijking in oplost. De beginwaarde zijn f(0) = -3 en f(0) = 6 (denk ik)
- Maak een functie figuren.m waarin je een grafiek maakt voor y1 en y2. y1 moet een blauwe puntlijn zijn. Y2 moet een rode volle lijn zijn.
- Maak 2 grafieken, deze moeten apart staan met de fucntie figure(2), maak hierin een faseportret en trajectorie. De trajectorie moet voor y1 van -3 naar 3 gaan. Voor y2 van 1 naar 6
- Maak een functie datum.m die op basis van een ingegeven a (#dag), die tussen 1 en 365 ligt, zegt welke nummer maand dit is en de hoeveelste dag van deze maand dit is. Gegeven voorbeeld : [m,d] = datum(222) => m=8 en d=10
- Maak een tweede functie gegeven_datum(a) waarin je voor a = 249 (definieer deze variable) met datum.m berekent de hoeveelste dag dit is van welke maand (Dus gewoon vorige oef gebruiken) en dan het volgende als antwoord laat zien : 'Dag 249 is de 10 dag van september'
5 juni 2025
-
- Zie L van R^2 L:[(2x+5y-4z=3),(ax+10y-8z=2)]. Bepaal alle waarde van a waarvoor L een rechte is
- Stel a=0, en b is een reeël getal. Geef de parametervergelijking van vlak V door punt (b,1,1)^T en loodrecht op L
- Voor welke waarde van b ligt het punt (4, -14, 13)^T op V
- Voor welke waarde van p is ((p,1,p),(1,p,2),(0,1,-1)) inverteerbaar
- Gebruik gauss eliminatie om te onderzoekn of ((2,0.5),(3,1)) inverteerbaar is
- Maak een 2x2 matrix A met de eigenwaarden 1 en 0.5 en eigenvectoren (2,3)^T en (0.5,1)^T
-
- f is oneven 2pi periodiek op [0,pi], f(x) = [(-x/2 als 0<=x<=pi/5) , (0 als pi/5<x<=pi)]
- Bereken de fourierreeks, je moet cos(npi/5) en sin(npi/5) niet uitrekenen
- F^(->) = (y^2 e^(xy) + cos(y), (1+xy) e^(xy) -x sin(y). De kromme C verbindt P1 (0,0) en P2 (2,0)
- Bepaal de parametirisatie van C en bereken de lijnintegraal: int(c) (F^(->) * t^(->)) ds
- F^(->) is een gradiëntveld. Controlleer stelling 13.2.2 en bepaal het potentiaal
- Bepaal int(c) (F^(->) * t^(->)) ds voor een willekeurige gladde kromme van P1 naar P2
- F^(->) = (x,y,-z) V= volume omsolten door kegel z= sqrt(4x^2 + 4y^2) en vlak z=4
- Bereken het volume adhv een drievoudige integraal
- S is de rand van V. Bepaal de parametirisatie van S en bereken de flux int(int(S)(F^(->) * n^(->))) ds met S naar buiten.
- Is er voldaan aan de stelling van Gauss? Indien ja, heschrijf de flux int(int(S)(F^(->) * n^(->))) hiermee en bereken deze.