Structurele en Fysiologische Biologie: verschil tussen versies

Uit Chemika Examenwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
R0882878 (overleg | bijdragen)
R0882878 (overleg | bijdragen)
Regel 5: Regel 5:


==Examenvragen PLANT==
==Examenvragen PLANT==
===03/02/2022===
===3 februari 2022===
# 8 meerkeuzevragen
# 8 meerkeuzevragen
# waterpotentiaal en zijn 2 componenten uitleggen, is er een verschil wanneer je NaCl of glycerol toevoegt, vergelijk de druk met die in het xyleem en floeem
# waterpotentiaal en zijn 2 componenten uitleggen, is er een verschil wanneer je NaCl of glycerol toevoegt, vergelijk de druk met die in het xyleem en floeem
# levenscyclus bedektzadigen, welke is het, diplont/haplont/diplohaplont + beargumenteer
# levenscyclus bedektzadigen, welke is het, diplont/haplont/diplohaplont + beargumenteer


===20 januari 2021 VM===
===20 januari 2021 VM===

Versie van 3 feb 2022 23:54

Vakinformatie

Eerstejaarsvak enkel aan biochemici en schakelstudenten gegeven, bestaat uit een deel plantkunde (Wim Van den Ende) en een deel dierkunde (Jozef Vanden Broeck). Deze delen hebben op dezelfde dag een examen, het ene mondeling en het andere schriftelijk, onbekend op voorhand dewelke mondeling en dewelke schriftelijk is. Beide examens hebben al jarenlang dezelfde opbouw van type vragen. Voor 2de zit kan een vrijstelling aangevraagd worden voor het deel dat je door bent.

Examenvragen PLANT

3 februari 2022

  1. 8 meerkeuzevragen
  2. waterpotentiaal en zijn 2 componenten uitleggen, is er een verschil wanneer je NaCl of glycerol toevoegt, vergelijk de druk met die in het xyleem en floeem
  3. levenscyclus bedektzadigen, welke is het, diplont/haplont/diplohaplont + beargumenteer

20 januari 2021 VM

  1. 8 meerkeuzevragen
  2. bespreek de plantenhormonen, algemene werking + overzicht met kenmerken van elk hormoon, bespreek apicale dominantie (schriftelijk 8pt)
  3. levenscyclus bedektzadigen. Diplont/haplont/diplohaplont + beargumenteer

30 Januari 2020 NM

  1. 8 meerkeuzevragen
  2. Wat is het verschil tussen lange dag en korte dag planten? (mondeling 3pt)
  3. Hoe kan de biologie meehelpen om wereldproblemen te verhelpen? Hoe zie je een samenwerking tussen landbouw en geavanceerde biotechnologie in de toekomst? (mondeling 7pt)
  4. Cyclus van bedektzadigen aanvullen. Is deze plant diplont/haplont/diplohaplont?

20 Januari 2020 NM

  1. 8 meerkeuzevragen
  2. Bespreek over diversiteit van fungi met hun eigenschappen; toepassingen in biotechnologie
  3. Bespreek over massastroming
  4. levenscyclus gegeven met woorden weggelaten, van wat is het (bedektzadigen). Is deze plant haplont, diplont, of diplohaplont en beargumenteer.

20 Januari 2020 VM

  1. 8 meerkeuzevragen
  2. Bespreek algemeen de plantenhormonen en het werkingsmechanisme. Bespreek apicale dominantie.
  3. levenscyclus gegeven met woorden weggelaten, van wat is het (bedektzadigen). Is deze plant haplont, diplont, of diplohaplont en beargumenteer.

14 Januari 2020 VM

  1. 8 meerkeuzevragen
  2. Bespreek in detail een drietal manieren waarop planten ATP kunnen maken.
  3. Levenscyclus gegeven, van wat is het (was bedektzadigen) en aanvullen + is deze plant haplont, diplont, of diplohaplont en beargumenteer.

21 augustus 2019 VM

  1. 8 meerkeuzevragen
  2. Bespreek in detail een drietal manieren waarop planten ATP kunnen maken.
  3. Situeer bondig de termen "gespvormig" en "CRISPR/CAS"
  4. Levenscyclus van bedektzadigen aanvullen + is deze plant haplont, diplont, of diplohaplont en beargumenteer.

28 januari 2019 VM

  1. 8 meerkeuzevragen
  2. Bespreek in detail een drietal manieren waarop planten ATP kunnen maken.
  3. Situeer bondig de termen "gespvormig" en "CRISPR/CAS"
  4. Levenscyclus van bedektzadigen aanvullen + is deze plant haplont, diplont, of diplohaplont en beargumenteer.

14 januari 2019 VM

  1. 8 meerkeuzevragen
  2. waterpotentiaal en zijn twee componenten
  3. Levenscyclus van bedektzadigen aanvullen + is deze plant haplont, diplont, of diplohaplont en beargumenteer.

14 januari 2019 NM

  1. 8 meerkeuzevragen
  2. Geef 3 manieren waarop planten ATP synthetiseren (glycolyse, ademhaling, Kreb cyclus, ...)
  3. Leg bondig uit: CRISPR/Cas en CAM planten
  4. Levenscyclus van bedektzadigen aanvullen + is deze plant haplont, diplont, of diplohaplont en beargumenteer.

31 januari 2018 VM

  1. 8 meerkeuzevragen
  2. Bespreek de evolutie & metabole diversiteit van prokaryoten en het ontstaan van de eukaryoten.
  3. Leg bondig uit: het ontstaan van hexaploïde tarwe, mechanisme voor de bloei van lange en korte dag planten.
  4. Levenscyclus van bedektzadigen aanvullen + is deze plant haplont, diplont, of diplohaplont en beargumenteer.

30 januari 2018 VM

  1. 8 meerkeuzevragen
  2. Waterpotentiaal en zijn 2 componenten
  3. SAR
  4. Massastroming
  5. Cyclus van bedektzadigen aanvullen. Is deze plant haplont, diplont of diplohaplont en beargumenteer.

15 januari 2018 VM

  1. 8 meerkeuzevragen
  2. Geef 3 manieren waarop een plant ATP aanmaakt en leg gedetailleerd uit
  3. Hypersensitieve respons en CAM planten bondig uitleggen
  4. Cyclus bedektzadigen aanvullen. Is deze plant haplont, diplont, of diplohaplont en beargumenteer.

21 aug 2017 NM

  1. meerkeuzevragen
  2. Geef 3 manieren waarop een plant ATP aanmaakt en leg gedetailleerd uit
  3. gespvorming en CAM planten bondig uitleggen
  4. cyclus bedektzadigen aanvullen + is deze plant haplont, diplont, of diplohaplont? beargumenteer

21 aug 2017 VM

  1. meerkeuzevragen
  2. plantenhormonen met werking geven + uitleggen hoe hormoonsysteem in planten werkt
  3. guttatie en waterpotentiaal bondig uitleggen
  4. cyclus bedektzadigen aanvullen

31 jan 2017

  1. Meerkeuzevragen
  2. Waterpotentiaal met zijn 2 componenten uitleggen. Wat gebeurt er als je opgeloste stoffen toevoegt aan het omgevings water?
  3. Massastroming en SAR uitleggen.
  4. Cyclus van bedektzadigen aanvullen.

26 jan 2016

  1. 8 meerkeuze vragen
  2. Mondelinge hoofdvraag: hoe wordt sucrose gevormd, hoe komt het in cortexe cellen van de wortels en wat is de bijdrage voor de accumulatie van K+
  3. Bijvraag: leg chemiosmose en fotorespiratie uit
  4. Bijvraag: cyclus aanvullen van de bedektzadigen

30 jan 2014 nm

  1. Meerkeuze
  2. Welke hormonen zijn er bij planten, welke staan in voor apicale dominantie en hoe werkt dit.
  3. Leg uit hoe herbicide resistentie werkt en leg het mechanisme van glyfosaat uit. Levenscyclus.

29 jan 2014 nm

  1. Meerkeuze
  2. Bespreek de diversiteit van fungi en geef de levenscyclus van een ascomyceet.
  3. Bespreek de rol van mieren in commensalisme en de overdracht van parasieten.
  4. Levenscyclus van varens.

28 jan 2014 nm

  1. 8 meerkeuzevragen (4 punten)
  2. Bespreek de huidige wereldproblemen en geef aan hoe plantenbiotechnologie/biologie zou kunnen bijdragen tot het aanreiken van van oplossingen (8 punten)
  3. Vul aan en verklaar dit ecologisch model (Bottom-up effect). Hoe kon dit model op experimentele wijze geverifieerd worden? (3 punten)
  4. Levenscyclus bedektzadige aanvullen (5 punten)

28 jan 2014 vm

  1. Meerkeuze
  2. Plantenhormonen welke types? regulatie? welke komen voor bij apicale dominantie? Regulatie? Werking?
  3. Levenscyclus bladmossen
  4. Tekening van de muis, mier, plant, zaad (interacties verklaren)

27 jan 2014

  1. 8 meerkeuzevragen.
  2. Bespreek de diversiteit en evolutie van prokaryoten en het onstaan van eukaryoten.
  3. Figuur uitleggen over bottom-upeffecten en ontbrekende termen aanvllen.
  4. Foto van doorsnede monocotyl blad: wat is het + delen benoemen.

13 jan 2014

  1. 5 meerkeuzevragen.
  2. Aanvullen van termen en processen (mitose/meiose) bij de levenscyvlus van gymnospermen. (Letterlijk uit het handboek fig. 31.12 p609)
  3. Een plantencel in zuiver water en geleidelijk aan zout toevoegen, wat gebeurt er? Leg uit a.d.h.v. een duidelijke grafiek.
  4. Wat is een preprofaseband? (en nog een term ?? uitleggen)

23 jan 2012

  1. Leg uit wat er zal gebeuren bij een plantencel in zuiver water en wat als je opgeloste stoffen toevoegt aan de omgeving. Maak een schema aan de hand van de waterpotentiaal en zijn 2 subcomponenten en leg uit hoe deze veranderen.
  2. Leg uit fotorespiratie: hoe wat waarom waar.
  3. Situeer:
    1. glyphosaat
    2. methanogeen
    3. guttatie
    4. Mycorrhiza
  4. Levenscyclus. Aangeven om welke levenscyclus het ging (bladmossen) en beargumenteren. Structuren en processen aanvullen op tekening. Aangeven of het een haplonte, diplonte of haplodiplonte levenscyclys was.
===1 feb 2011 VM===
  1. Volledige weg beschrijven die een C-atoom aflegt als CO2 indien ingebouwd in pectine in de celwand van rhizodermiscellen. Waaruit bestaat de celwand en wat is de functie?
  2. Bespreek in detail de signaalgeving en metabolische wegen van Rhizobium in symbiose met een plant.
  3. . Figuur: levenscyclus bedektzadigen
  4. Situeer:
    1. hexaploïdie by tarwe
    2. cavitatieï‚§
    3. gespvorming by Basidiomyceten ï‚§ induceerbare mutaties
===27 jan 2011 NM===
  1. Volledige weg beschrijven die een N-atoom aflegt van de bodem tot inbouw als glycoproteïne in een bladepidermiscel
  2. Vgl mossen en angiospermen. Zeggen hoe deze zijn aangepast aan leven op het land
  3. Figuur:
    1. structuur van een blad met huidmondjes
    2. hetzelfde -.-
  4. Situeer:
    1. allotetraploïdie
    2. guttatie
    3. sterke vs zwakke sinks
    4. bespreek metabolisme Archaea

24 jan 2011 NM

  1. De waterpotentiaal en de 2 componenten ervan bespreken als we een cel in zuiver water hebben en daar geleidelijk aan zout aan toevoegen. Schematisch weergeven en stap voor stap bespreken wat er met de cel gebeurt.
  2. Het verschil tussen gametofytische en sporofytische incompatibiliteit uitleggen. En een model geven voor gametofytische incompatibiliteit.
  3. Figuur:
    1. Doorsnede monocotyle stengel
    2. Vaatbundel en daarop floeem,
    3. xyleem en vezelschede benoemen
  4. Situeer:
    1. Endosymbiose
    2. Viroïden
    3. Soortkruisingen
    4. Lenticel

24 jan 2011 VM

  1. Bespreek structuur, samenstelling, functie en oorsprong van de plantencelwand.
  2. Bespreek de verschillen tussen C3, C4 en CAM
  3. Figuur: monokotyle stengel met vaatbundel
  4. Situeer:
    1. hydrogenosoom
    2. Agrobacterium tumefaciens
    3. massastroming (Munch hypothese)
    4. terminatortechnologie

25 jan 2010 VM

  1. Teken een dwarsdoorsnede van een wortel van een monokotyle plant. Wat is het verschil met een dikotyle plant?
  2. Bespreek (fysiologisch en chemisch) de weg die een CO2 molecule aflegt vanuit de lucht om ingebouwd de worden in de celwand van een

rhizodermiscel.

  1. Vergelijk CO2 fixatie bij C3 en C4 planten. Wat zijn de ethiologische implicaties?
  2. ABC van de bloemetjes
  3. Situeer:
  4. Soortkruising
  5. Isospore haplodiplont
  6. Worteldruk
  7. Basidiomyceten
  8. ï‚§Archebacteria

18 jan 2010 NM

  1. Bespreek de mogelijkheden voor overdracht van genetische informatie tussen individuen die tot een andere soort behoren.
  2. Vul volgende figuur aan en bespreek (die van potentiaal, niet met de kleurtjes, degene die ook in de cursus staat).
  3. Vergelijk CO2 fixatie bij CAM en C4 planten. 4. ABC van de bloemen.
  4. Situeer en bespreek:
    1. ascomyceten,
    2. heterospore haplodiplonten
    3. 3 figuren: (een stengel ==> figuur helemaal onderaan rechts in voorbeeldvragen, een blad ==> die gele figuur zo :p en een wortel ==> laatste blz, rechts bovenaan)

18 jan 2010 VM

  1. Bespreek autotrofie bij prokaryoten en eukaryoten.
  2. Gametofytische incompatibiliteit.
  3. Fotorespiratie: wat, waar, hoe, waarom?
  4. Vul aan en bespreek zodat duidelijk wordt of het om een haplont, diplont of haplodiplont organisme gaat. Is dit type organisme al goed aangepast aan het landleven? (figuur van varens, zie voorbeeldvragen)
  5. Situeer en bespreek:
    1. 3 figuren (monokotyl blad, dikotyle verdikte stengel, monokotyle vaatbundel),
    2. agrobacterium tumefaciens
    3. basidiomyceten.

26 jan 2009

  1. Plantencelwand: Samenstelling? Structuur? Functie? Oorsprong?
  2. Transport in planten: Hoe? Waar? Waarom?
  3. C4 en CAM planten: Wat? Waarom? Hoe? Verschil?
  4. Afbeelding van een diplohaplonte cyclus, en zeggen of deze plant al goed

is aangepast aan het leven op het land.

  1. Termen:
    1. Soortkruising
    2. Agrobacterium Tumefaciens
    3. Zelfincompatibiliteit
    4. Het ABC van de bloemetjes
    5. Fotoke van dwarse doorsnede van een plantenstengel, zeggen wa ge ziet en van die dinge..

19 jan 2009

  1. voortplantingscyclus (mos)
  2. bespreek zo goed mogelijk de opnamen van N uit nitraat (chemisch/fysisch) en inbouw in celwandprotëine epidermiscel 3. teken primaire stengel dikotyle plant + verschil monokotyle
  3. fotorespiratie: zin of onzin.
  4. Termen:
    1. gametofytische zelfincompabiliteit
    2. ABC van bloemen
    3. worteldruk
    4. retrovirussen

28 jan 2008

  1. vergelijk autotrofie bij eukaryoten en prokaryoten
  2. fotorespiratie
  3. zelf-incompabiliteit
  4. cyclus van varen aanvullen + aangepassingen aan het land
  5. Situeer:
    1. drie foto's
    2. Agrobacterium tumefaciens
    3. Basidiomyceet

28 jan 2008

  1. primaire dikotyle wortel tekenen en bespreken, vergelijken met monokotyle
  2. Welke fysische en chemische weg moet het N-atoom van NH4+ afleggen

om ingebouwd te kunnen worden in een celwandproteïne van een blad

  1. Grafieken van CO2-opname van C3 en C4 planten. Zelf assen invullen en c3 en c4 aanduiden + uitleggen waarom
  2. Welke aanpassingen moet een landplant hebben ten opzichte van een wier

om te kunnen overleven op het land en is dit bij alle zo

  1. Bespreek:
    1. ascomyceten
    2. retrotransposons
    3. archeaebacteriën
    4. zelfincomptabiliteit

21 jan 2008

  1. Hoe genetische informatie overbrengen tussen individuen van verschillende soorten denk ik
  2. Bespreek en vul aan die figuur van de waterpotentiaal in een cel
  3. leg uit hoe CO2 wordt gefixeerd bij C4 planten en CAM planten en vergelijk
  4. geef een schematische voorstelling en een voorbeeld van een heterospore haplodiplont cyclus
  5. Situeer:
    1. Ascomyceten
    2. zelfincompatibiliteit
    3. 3 foto'kes ( stengel, wortel en blad)

18 jan 2008

  1. teken structuur monocotyle wortel, vgl met dicotyle
  2. bespreek fixatie co2 bij C4-C3 planten, ahv voor en nadelen
  3. voortplantingscyclus (van ascomyceten, was wel niet gegeven da het over asco ging ) aanvullen en uitleggen waarom het haplont/diplont/diplohaplont is
  4. bespreek hoe C via co2 kan ingebouwd worden in de rizodhermiscellen (

zowel fysich als chemisch )

  1. Situeer en bespreek:
    1. worteldruk
    2. basidiomyceten
    3. archeaebacteriën
    4. soortbestuiving
    5. retrovirussen

14 jan 2008

  1. Celwand: Samenstelling? Functie? Oorsprong? Structuur?
  2. Vergelijk het transport van mineralen en het transport van

fotosyntheseproducten

  1. Je gaat op excursie om C3/C4/CAM planten te inventariseren. Wat voor

materiaal neem je mee en leg uit.

  1. Tekening van een voortplantingscyclus: Is dit haplont/diplont/haplodiplont? Leg uit en geef aan of en hoe deze plant aan het landleven aangepast is.
  2. Situeer en bespreek:
    1. Zelfincopatibiliteit
    2. Agrobacterium tumefaciens
    3. 3 tekeningen (doorsneden van stengel/wortel)

2 feb 2007

  1. twee grafieken zonder aanduidingen "vul aan en verklaar"
  2. genetische overdracht tussen individuen van dezelfde soort en verschillende soorten, leg uit

15 jan 2007

  1. Vul volgende grafiek aan en bespreek (die van de waterpotentiaal van de omgeving t o v die in de plantencel) en hoe zit dit in 't xyleem?
  2. Fotorespiratie: wat? waar? hoe? waarom?
  3. Situeer:
    1. lenticellen
    2. heterospore
    3. haplodiplonten
    4. zygomyceten
    5. endodermis
    6. gametofytische incompatibiliteit
    7. agrobacterium tumefaciens

Examenvragen DIER

30 juni 2020

  1. Begrippen verklaren: mimicry, blastoporus, zoöxanthellen en filariasis
  2. Termen verbinden + functie geven: zie vorige jaren
  3. 2 schema's van metamorfose bij insecten gegeven, geef aan de hand van de tekeningen uitleg over de cycli
  4. geef de moleculaire werking van lipofiele en hydrofiele hormonen
  5. Bespreek welke weg opgenomen voedsel aflegt doorheen het lichaam en hoe de spijsvertering gebeurt adhv het schema

22 juni 2020

  1. Begrippen verklaren: Dauer, Planula, Sarcomeer, Adaptieve radiatie
  2. Termen verbinden + functie geven: Mesogloea, Clitellum, Choanen, Proglottiden, Lofofoor, Endostyl, Corpus allatum
  3. 3 voorbeelden plaagbestrijding
  4. Ademhaling beenvissen, zoogdieren & vogels uitleggen
  5. Vrouwelijke voortplantings/menstruatiecyclus hormonaal uitleggen adhv schema

11 juni 2020

  1. Begrippen verklaren: coeloom, ecdysis, gemmulae, eutelie
  2. Termen verbinden idem vorige jaren + watervatenstelsel
  3. Vergelijk osmoregulatie bij zoet- en zoutwatervissen
  4. Leg de werking van bioluminescentie uit bij Aequorea victoria
  5. Bespreek actiepotentiaal (zenuwimpuls)

21 augustus 2019 VM

  1. Begrippen verklaren: parthenogenese, eutelie, monocyt
  2. Termen verbinden idem vorige jaren
  3. Skeletspier structuur en hoe werkt deze (wat is een elektrische impuls)
  4. Glucosegehalte in bloedplasma en regulerende hormonen, waar worden glucose opgeslagen

28 januari 2019 VM

  1. Verklaar volgende begrippen: RNA interferentie, epifyse, prothorax
  2. Verbind volgende begrippen en verklaar bondig:
    1. parapodia, radula, buisjes van Malphigi, pseudocoel, clitellum, cleidoïsch ei, ambulacra, choanocyten.
    2. Oligochaeta, Reptilia, Echinodermata, Porifera, Polychaeta, Nematoda, Insecta, Gastropoda
  3. Bespreek de rol van de maag en het duodenum in de spijvertering. Welke hormonen worden daar lokaal vrijgesteld en wat is hun rol?
  4. Bespreek de hartcyclus en bloedsomloop en de regulatie van de bloeddruk.

14 januari 2019 VM

  1. Begrippen verklaren: parthenogenese, eutelie, monocyt
  2. Termen verbinden idem vorige jaren
  3. Skeletspier structuur en hoe werkt deze
  4. Glucosegehalte in plasma en regulerende hormonen

14 januari 2019 NM

  1. Begrippen verklaren: gemmula, radula, planula
  2. Termen verbinden en kort de functie geven ervan: ambulacra (Echinodermata), mesoglea (Cnidaria), lofofoor (Branchiopoda), proglottiden (Cestoda), clitellum (Huridinae), corpus alata (Insecta), choanen, endostyl
  3. Leg de werking van bioluminescentie uit bij Aequorea victoria.
  4. Leg de menstruatiecyclus uit adhv de hormonen

31 januari 2018 VM

  1. Verklaar volgende begrippen: RNA interferentie, epifyse, prothorax
  2. Verbind volgende begrippen en verklaar bondig: parapodia, radula, buisjes van Malphigi, pseudocoel, clitellum, cleidoïsch ei, ambulacra, choanocyten.
  3. Bespreek de rol van de maag en het duodenum in de spijvertering. Welke hormonen worden hier geproduceerd en wat is hun rol?
  4. Bespreek de hartcyclus en bloedsomloop en de regulatie van de bloeddruk.

30 januari 2018 VM

  1. Begrippen verklaren: Ambulacra, Thrombocyt, Mimicry
  2. Termen verbinden en kort de functie geven ervan: zie vorige jaren
  3. Osmoregulatie van zoetwater- en zoutwater vissen
  4. Geef de werking en structuur van het binnenoor.

15 januari 2018 VM

  1. Begrippen verklaren: gemmulae, radula en parthenogenese.
  2. Verbinden: exact dezelfde begrippen als vorige jaren.
  3. Leg de werking van bioluminescentie uit bij Aequorea victoria.
  4. Geef de structuur, werking en regulatie van een nefron bij zoogdieren.

21 aug 2017 NM

  1. Begrippen verklaren: Parafyletisch, Parthogenese, Eutelie
  2. Verbinden: exact dezelfde begrippen als vorige jaren
  3. Geen 3 bestrijdingsstrategiën tegen een insecten plaagsoort en leg uit
  4. Leg de menstruatiecyclus uit adhv de hormonen

21 aug 2017 VM

  1. verklaar: blastula, monocyt, convergete evolutie
  2. verbind, ongeveer zelfde begrippen als vorige jaren + zweetklier (mammalia), zijlijn (osteichthyes)
  3. Samenstelling van een spier + werking contractie
  4. hoe wordt het glucose gehalte in het bloed gereguleerd, welke hormonen werken hierbij en waar worden ze gemaakt

31 jan 2017

  1. Verklaar: dauer, ecdysis en filariasis.
  2. Verbind, zelfde begrippen als voorgaande jaren.
  3. Vergelijk zuurstof opname bij zoogdieren en insecten.
  4. Hoe werkt het doorgeven van zenuwimpulsen?

26 januari 2016

  1. Termen: RNA interferentie, epifyse, prothorax
  2. Verbinden
  3. Uitleggen: 3 voorbeelden van tegenstroomprincipe en impulsgeleiding

20 aug 2014

  1. Begrippen:
    1. adaptieve radiatie
    2. gremmula
    3. eutelie
  2. Verbind:
    1. preenklier - spiraalplooi - pedipalpen - mesogloea - corpus alata - ambulacra - radula - citellum
    2. cnidaria - insecta - echinodermata - gestropoda - chondrichtys - hirunae - aves - chelicerata
  3. Geef het mechanisme van de bioluminescentie bij aquora victoria
  4. Bespreek de structuur, werking en regulatie van een nefron bij zoogdieren.

30 jan 2014

  1. Begrippen :
    1. Metanefridium
    2. Regeneratie
    3. Clitellum
  2. Verbinden: mesogloea, speenklier, kieuwdeksel, pedipalp, ambulacra, corpora allata, spiraalplooi, radula
  3. Leg de menstruatiecyclus uit en geef 3 voorbeelden van tegenstrooomprincipe

29 jan 2014 NM

  1. Begrippen:
    1. Filiarsis
    2. Mimicry
    3. Corpora cardiaca
  2. Verbinden: termen van de vorig jaren.
  3. Leg de werking van longen en tracheën uit en vergelijk. Vergelijk

osmoregulatie bij zoet-en zoutwatervissen.

28 jan 2014 NM

  1. Termen:
    1. Lofofoor
    2. Adaptieve radiatie
    3. Protonefridium
  2. Verbind: parapodia(polychaeta), radula(Gastropoda), Antennae(Arthropoda), Mesogloea(cnidaria), clitellum(Oligochaeta), Cleidoïsche ei(Reptilia), Ambulacra(Echinodermata), Gemmulae(Porifera)
  3. Illustreer aan de hand van drie voorbeelden het belang van het tegenstroomprincipe en leg uit.
  4. Leg het mechanisme uit van de elektrische impulsgeleiding door zenuwcellen.

28 jan 2014 VM

  1. Begrippen:
    1. Gemmula
    2. Radula
    3. Corpora allata
  2. Verbinden: termen van de vorig jaren.
  3. Bespreken en vergelijken het mechanisme van gasuitwisseling bij longen zoogdieren en vogels
  4. Welke hormonen worden gevormd in de gonaden bij de mens en regulatie.

27 jan 2014

  1. Termen:
    1. Planula
    2. RNA interference
    3. Eutelie
  2. Verbinden, opnieuw combinaite die hieronder al staat
  3. Bespreek de structuur en het contractiemechanisme van skeletspieren.
  4. Wat zijn de belangrijkste hormonen die door de schildklier geproduceerd worden en hoe worden ze gereguleerd?

13 jan 2012

  1. Leg uit:
    1. Gremule
    2. Eutelie
    3. Amnion
  2. Verbindt Latijnse namen met Latijnse namen. (letterlijk als in het voorbeeld examen)
  3. Leg bondig uit: Skeletspier (structuur, werking en regulatie)
  4. Welke hormonen spelen welke rol in de vrouwelijke voortplantingscycus?

25 juni 2012

  1. Termen:
    1. Nematocyst ï‚§?
    2. Metamorfose ï‚§ Lolofoo
    3. Amnion
  2. Verbinden (Combinatie van termen die al gegeven zijn in de vorige examens)
  3. Bespreek en vergelijk drie types spierweefsel bij dieren.
  4. Bespreek rol van gal en pancreas in de spijsvertering (in invertebraten). 5. Bespreek de regulatie van hartcyclus en bloeddruk (in zoogdieren).

22 juni 2012

  1. Termen:
    1. Protonefridia
    2. Ecdysis
    3. Parthenogenese
    4. Mimicry
    5. Filariasis
  2. Verbinden ( was combinatie van termen die al gegeven zijn in de vorige examens)
  3. bestrijding van plaagsoorten uitleggen
  4. beschrijf en vergelijk de gasuitwisseling bij tracheeën en longen
  5. Bespreek het doorgeven van een elektrische impuls in een zenuwcel

19 juni 2012

  1. Termen:
    1. Feromoon
    2. Dauer
    3. Regressieve evolutie
    4. Endostyl ï‚§
  2. Verbinden. Allemaal termen uit de vragen van vorige jaren.
  3. Geef de levenscyclus van de runderlintworm en bespreek.
  4. Leg het tegenstroomprincipe uit aan de hand van drie voorbeelden.
  5. Bespreek structuur en werking van de hypofyse. Welke hormonen zijn aanwezig in de hypofyse?

24 juni 2011

  1. Termen:
    1. Protonefridia
    2. regressieve evolutie
    3. Pseudocoeloom
    4. Dauer
    5. oncosfeer
  2. Verbinden:
    1. spicula, proglottiden, Clitellum, lofofoor, endocuticula, choanen, lijmcellen, rhopalia
    2. Ctenophora, Cestoda, Ectoprocta, Arthropoda, porifera, Sarcopterygii, Cnidaria, oligochaeta
  3. bestrijding van plaagsoorten uitleggen
  4. beschrijf en vergelijk de gasuitwisseling bij tracheeën en longen
  5. welke hormonen reguleren het mannelijk voortplantingsstelsel (bij de mens)?

23 juni 2011

  1. Termen:
    1. Planula
    2. Cephalisatie
    3. Enterocoel
    4. Ecdysis
    5. RNA interference
  2. Verbinden: Parapodia, Spiraalplooi, antennae, scolex, choanen, lofofoor, lijmcellen,osculum
  3. Bespreek de evolutie van de mens (bondig)
  4. Bespreek de structuur van een lichaamsspier en de contractie er van 5. Bespreek het doorgeven van een elektrische impuls in een zenuwcel

21 juni 2011

  1. Termen:
    1. Gemmula
    2. Adaptieve radiatie
    3. Eutelie
    4. Rhopalia ï‚§
  2. Verbinden:
    1. Preenklier, Kieuwdeksel, Pedipalpen, Mesogloea, Endostyl, Ambulacra, Radula, Clitellum
    2. Aves, Osteichthyes, Chelicerata, Cnidaria, Cephalochordata, Echinodermata, Gastropoda, Hirudinea
  3. Bespreek bioluminiscentie.
  4. Hoe wordt de glucoseconcentratie in het plasma gereguleerd. 5. Bespreek de hormonen bij de menselijke voortplantingscyclus.

21 juni 2010 NM

  1. Termen:
    1. Regeneratie
    2. Protonefridia
    3. Scolex
    4. Corpora allata
  2. Verbinden:
    1. Preenklier, Kieuwdeksel, Pedipalpen, Mesogloea, Endostyl, Ambulacra, Radula, Clitellum
    2. Aves, Osteichthyes, Chicerata, Cnidaria, Cephalochordata, Echinodermata, Gastropoda, Hirudinea
  3. Wat weet je over de evolutie van de mens. Bespreek bondig.
  4. Bespreek hartcyclus en bloedsomloop (bij zoogdieren) en de regulatie daarvan.
  5. Illustreer aan de hand van een voorbeeld het belang van het tegenstroomprincipe bij uitwisselingsprocessen.

21 juni 2010 VM

  1. Termen:
    1. Pseudocoeloom
    2. Clitellum
    3. Dauer
    4. Endostyl
    5. Corpora cardiata
  2. Verbinden:
    1. Antennae, Osculum, Spiraalplooi, Choanen, Parapodia, Scolex, Lijmcellen, Lofofoor
    2. Ctenophora, Ectoprocta, Cestoda, Porifera, Sarcopterygii, Condrichtyes, Crustacea, Polychaeta
  3. Schets de levenscyclus van Schistosoma.
  4. Vergelijk 3 types spierweefsel en leg het mechanisme van contractie uit. 5. Bespreek de hormonale regulatie van de menstruele cyclus.

18 juni 2010

  1. woordjes:
    1. adaptieve radiatie ï‚§ ascon
    2. nematocyst
    3. eutelie
    4. lofofoor
  2. verbinden: spicula (porifera), ambulacra (echinodermata), antennae (insecta), melkklieren (mammalia), rhopalia (cnidaria), proglottiden (cestoda), pseudocoel (nematoda), clitellum (huridinae)
  3. bestrijding van plaagsoorten uitleggen
  4. vergelijken van osmoregulatie bij zout- en zoetwatervissen 5. principe van impulsgeleiding in zenuwcellen

15 juni 2006

  1. woordjes:
    1. regressieve evolutie
    2. mimicry
    3. filariasis
    4. ecdysis
    5. parthenogenese
  2. verbinden: radula (gastropoda), ambulacra (echinodermata), antennae (arthropoda), cloeidisch ei (reptilia), gemmulae (porifera), mesogloea (cnidaria), parapodium (polychaeta), lofofoor (brachiopoda)
  3. principe van bioluminiscentie in victoria aequorine uitleggen
  4. beschrijf en vergelijk de gasuitwisseling bij tracheeën en longen
  5. geef functie, structuur en regulatie van de hypofyse + welke hormonen komen erbij voor