Fysiologie van Dieren: verschil tussen versies

Uit Chemika Examenwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
R0892754 (overleg | bijdragen)
R0887385 (overleg | bijdragen)
Regel 12: Regel 12:
#Begrippen: tetanische contractie, parasymatisch zenuwstelsel, gastrine, longsurfactanten, pariëtale cellen (meer dan enkel definitie!!)
#Begrippen: tetanische contractie, parasymatisch zenuwstelsel, gastrine, longsurfactanten, pariëtale cellen (meer dan enkel definitie!!)
#Farrow: oefening cell permeant/impermeant, wat gebeurt met volume?
#Farrow: oefening cell permeant/impermeant, wat gebeurt met volume?
===15 januarie 2025 VM===
#Bespreek regulatie volumebalans + invloed van de nieren
#Stelling: Waarom vasodilatatie in de hersenen bij respiratorische acidose en niet bij metabole acidose
#Casus: Slangen die een grote maaltijdeten, invloed van het autonoomzenuwstelsel (vertellen over ACh, A en NA en hun receptoren) en de invloed van histamine (productie?) op de hartslag
#Begrippen: Copofragie, chylomicron, catecholamines, pylorische sfincter, ...
#oefening: soort algen. Concentraties extracellulair en intracellulair gegeven van K+, Na+ en Cl-. RT/F gegeven. Bereken equilibrium potentiaal voor elk ion (Nernst vgl). Welk ion(en) zijn belangrijk voor een cel in rust. Welk ion(en) zijn belangrijk om een het piek actiepotentiaal van +198mV te bekomen? Hoe beinvloed de permeabiliteit voor K+ het membraan potentiaal?


===17 januari 2024 NM===
===17 januari 2024 NM===

Versie van 21 jan 2025 11:26

Vakinformatie

Je krijgt 3 grote vragen (op 4,4,3 punten) die je schriftelijk voorbereidt en mondeling brengt voor de prof. Je krijgt 5 definities van elk een halve pagina (5 punten) en een oefening van Karl Farrow (3 punten).

UPDATE: 2 mondelinge open vragen (4 en 3 punten), 1 mondelinge casus (5 punten), 5 biologische termen (5 punten), 1 oefening Karl Farrow (3 punten).

Examenvragen

15 januari 2025 NM

  1. Bespreek zout-water balans.
  2. Stellingen over capillairen en of de lymfe trager gevormd worden (Starling effect). a. wat als capillaire bloeddruk stijgt. b. wat als interstitiële ruimte meer osmotisch wordt. c. wat als capillairen meer osmotisch worden.
  3. Casus: ademhaling bij mariene dieren die duiken. Welke receptoren, wat zie je op de grafieken, hoe wordt O2 en CO2 vervoerd.
  4. Begrippen: tetanische contractie, parasymatisch zenuwstelsel, gastrine, longsurfactanten, pariëtale cellen (meer dan enkel definitie!!)
  5. Farrow: oefening cell permeant/impermeant, wat gebeurt met volume?

15 januarie 2025 VM

  1. Bespreek regulatie volumebalans + invloed van de nieren
  2. Stelling: Waarom vasodilatatie in de hersenen bij respiratorische acidose en niet bij metabole acidose
  3. Casus: Slangen die een grote maaltijdeten, invloed van het autonoomzenuwstelsel (vertellen over ACh, A en NA en hun receptoren) en de invloed van histamine (productie?) op de hartslag
  4. Begrippen: Copofragie, chylomicron, catecholamines, pylorische sfincter, ...
  5. oefening: soort algen. Concentraties extracellulair en intracellulair gegeven van K+, Na+ en Cl-. RT/F gegeven. Bereken equilibrium potentiaal voor elk ion (Nernst vgl). Welk ion(en) zijn belangrijk voor een cel in rust. Welk ion(en) zijn belangrijk om een het piek actiepotentiaal van +198mV te bekomen? Hoe beinvloed de permeabiliteit voor K+ het membraan potentiaal?

17 januari 2024 NM

  1. Begrippen: Gastrine, enterisch zenuwstelsel, lymfoedeem, vasa recta
  2. Casus: Gordeldier ademhaling: Hoe reageren wij normaal op verhoogde PCo2, hoe het gordeldier, vergelijken met luidier, respiratorische acidose.
  3. Waarom verhoogt NA wel de bloeddruk en A niet, maar ze doen allebei tachycardie.
  4. Hoe wordt extracellulair volume gecontroleerd (ECBV)
  5. Farrow: Oefening cell permeant/impermeant wat gebeurt met volume (niet moeilijk)

17 januari 2024 VM

  1. Leg uit hoe de arteriële bloeddruk gereguleerd wordt op kort & lang termijn. Bespreek in detail. (4 punten)
  2. longsurfactant stelling
  3. casus python: vertering en invloed op pH. (maagzuursecretie, dunne darm ect.) Hoe metabilosche alkalose tegen gaan?
  4. definities: steroïdehormoon, root effect, CCK, ...
  5. oefening: soort algen. Concentraties extracellulair en intracellulair gegeven van K+, Na+ en Cl-. RT/F gegeven. Bereken equilibrium potentiaal voor elk ion (Nernst vgl). Welk ion(en) zijn belangrijk voor een cel in rust. Welk ion(en) zijn belangrijk om een het piek actiepotentiaal van +198mV te bekomen? Hoe beinvloed de permeabiliteit voor K+ het membraan potentiaal?

16 januari 2024 NM

  1. Uitleggen zwemblaas en gasklier (root effect)
  2. Bij arteriële bloeddrukstijging wordt renine vrijgezet door de macula densa in het JGA die zorgt voor bloeddrukverlaging, waar of niet waar? Geef gedetailleerde uitleg
  3. casus python: autonoom zenuwstelsel, verhoogt het hartritme bij het eten van specifieke stoffen (gebaseerd op gegeven figuren)?
  4. definities: pneumocyt type II cellen, mictiereflex, pepsinogeen, nog 1
  5. oefening/toepassing bij skeletspier van octopussoort. Concentraties extracellulair en intracellulair gegeven van verschillende stoffen. Je moest de concentratie berekenen voor K+, Na+, Mg2+, Cl- en Ca2+ intracellulair en extracellulair en de osmotische druk van de cel in rust beschrijven 1 zin. Nadien voeg je een agonist toe van calciumkanalen, zullen de calciumkanalen openen of sluiten, en zullen de calciumionen bewegen in of uit de cel? Bespreek wat er gebeurt met het volume van de cel met de tijd en teken dit aan de hand van 5 panelen

17 augustus 2023

  1. Leg uit hoe de arteriële bloeddruk gereguleerd wordt op kort & lang termijn. (4 punten)
  2. Stelling juist of fout, bespreek grondig: Nefrotisch syndroom zorgt ervoor dat de filtratiebarrière zijn negatieve lading verliest waardoor er grote anionen in het glomerulair filtraat kunnen terechtkomen. (3 punten)
  3. Definities: Thrombine, alkalose, root effect, antidiuretisch hormoon en gastrine (5 punten)
  4. Casus over winterslaap in eekhoorns. Ging over longventilatie, carotis lichaampjes. Laatste vraag was link acetylcholine en motiliteit darmen bespreken. (4 punten)
  5. conc van intra en extracellulair Na+, K+, en Cl-, plus RT/F gegeven. Wat is equilibrium potentiaal voor elk ion (Nernst vgl)? Welk ion(en) zijn belangrijk om een positieve membraan potentiaal te genereren (leg uit met nernst). Welk ionen ionen zijn belangrijk om een neg potentiaal te krijgen? Als conc intracellulair Cl- > extracellulair & Cl- kanalen openen, in welke richting beweegt de stroom + wat gebeurt met membr pot? (3 punten)

20 januari 2023

Verandering : hoofdstuk ademhaling & hoofdstuk vertering werden uit een andere cursus gehaald en gegeven door Sylvia Grommen --> dus ook nieuwe examenvragen over dit deel

  1. Bespreek de regulatie van de waterbalans en ook wat de zoutbalans hiermee te maken heeft. Gebruik figuur of tekening (4 punten)
  2. Denkvraag over het starling effect (3 punten)
  3. Casus over het eten van proteïnerijke maaltijden bij pythons. Kort uitleggen hoe vertering gebeurt van proteïnen in maag en dunne darm en welke processen hierbij belangrijk zijn. Hoe kan metabole alkalose een invloed hebben op de zuurstofaffiniteit van hemoglobine en teken hierbij ook de dissociatiecurve van hemoglobine ter illustratie (4 punten)
  4. Begrippen: sinus caroticus, longsurfactanten, chronotroop effect, prevertebraal ganglion en podocyt (5 punten)
  5. Farrow: oefening/toepassing bij skeletspier van octopussoort. Concentraties extracellulair en intracellulair gegeven van verschillende stoffen. Je moest de concentratie berekenen voor K+, Na+, Mg2+, Cl- en Ca2+ intracellulair en extracellulair en de osmotische druk van de cel in rust beschrijven 1 zin. Nadien voeg je een agonist toe van calciumkanalen, zullen de calciumkanalen openen of sluiten, en zullen de calciumionen bewegen in of uit de cel? Bespreek wat er gebeurt met het volume van de cel met de tijd en teken dit aan de hand van 5 panelen. Indien we een inhibitor van SERCA toevoegen en vervolgens de zenuw die de spier innerveert stimuleren, wat verwachten we dan voor de skeletspier (welke contractietoestand leg uit)

13 januari 2023

  1. Starling effect in normaal capillair netwerk bespreken en vergelijken met deze in het glomerulair netwerk.
  2. Bij arteriële bloeddrukstijging wordt renine vrijgezet door de macula densa in het JGA die zorgt voor bloeddrukverlaging, waar of niet waar? Geef gedetailleerde uitleg
  3. iets met metabolische alkalose bij carnivoren na het eten van een grote maaltijd. Tekenen hoe de pariëtale cellen maagzuur vrijzetten (!), uitleggen waarom [HCO3-] en pH hoger worden en waarom pCO2 in de arteries gelijk blijft.
  4. paravertebraal ganglion, Mictiereflex, dromotroop effect, pneumocyt type II cellen, CCK
  5. Farrow: oefening/toepassing over GHK-vergelijking en Nernst vergelijking bij een bepaalde octopussoort

18 augustus 2022

  1. Transport van CO2 in het bloed en de rol in het zuur-base evenwicht
  2. Galproductie en functie van de gal
  3. Denkvraag over het starling effect
  4. Antrale peristaltiek, pepsinogeen, chronotroop effect, enterisch zenuwstelsel en podocyt
  5. Oefening Farrow octopussoort

22 januari 2022

  1. Starling effect in normaal capillair netwerk bespreken en vergelijken met deze in het glomerulair netwerk.
  2. Bespreek de fasen en controle van de maagzuursecretie en hoe dit bedraagt aan de vertering.
  3. Denkvraag over het nefrotisch syndroom
  4. Begrippen: paravertebraal ganglion, antidiuretisch hormoon, root effect, defaecatiereflex en longsurfactant
  5. Farrow: oefening/toepassing over GHK-vergelijking en Nernst vergelijking bij een bepaalde octopussoort

23 augustus 2021

  1. Bespreek de waterbalans
  2. Productie en functie van gal bespreken
  3. Waarom ademen duikers/duikende dieren voor de duik sneller (hyperventileren)?
  4. megakaryocyt, chronotroop effect, catecholamines, gastrine, migrerende motorcomplex
  5. GHK oefening

26 januari 2021

  1. Bespreek hoe koolstofdioxide wordt vervoerd.
  2. Bespreek de fasen van maagzuursecretie en hoe deze wordt gereguleerd.
  3. Iets over hoge druk baroreceptoren (Fout)
  4. surfactant, paravertebraal ganglion, ADH, defaecatiereflex en sinus caroticus
  5. Farrow: cel omgeven in zout. Wat doet de cel als bepaalde factoren stijgen of dalen

11 januari 2021 VM

Bespreek de vertering en absorptie van lipiden in het volledige GI kanaal + vermeld ook hoe het naar de lever wordt getransporteerd en hoe het in de lever wordt verwerkt.

  1. Starling effect in normaal capillair netwerk bespreken en vergelijken met deze in het glomerulair netwerk.
  2. Excessief braken veroorzaakt metabole acidose. Is deze stelling juist/fout? Waarom?
  3. Woordjes: Pepsinogeen, Juxtaglomerulair apparaat, prevertebrale ganglion, pneumocyt type II, mictiereflex
  4. Farrow: conc van intra en extracellulair Na+, K+, en Cl-, plus RT/F gegeven. Wat is equilibrium potentiaal voor elk ion (Nernst vgl)? Welk ion(en) zijn belangrijk om een positieve membraan potentiaal te genereren (leg uit met nernst). Welk ionen ionen zijn belangrijk om een neg potentiaal te krijgen? Als conc intracellulair Cl- > extracellulair & Cl- kanalen openen, in welke richting beweegt de stroom + wat gebeurt met membr pot? Als permeabiliteit van K+ is verhoogd (intracel conc > extracel conc) in welke richting beweegt de stroom + invloed membr pot?

31 januari 2020 NM

  1. Starling effect in normaal capillair netwerk bespreken en vergelijken met deze in het glomerulair netwerk.
  2. Pancreas secretie + fasen
  3. Diabetes mellitus veroorzaakt polyurie, verklaar. (meer suiker in in filtraat en in verzamelbuisje --> reabsorptie transporters (SGLT 1&2) verzadigd --> Starlingkrachten --> diurese)
  4. Alkalose, paravertebraal ganglion, EPO, surfactant, mictiereflex
  5. Farrow: oef met infinite bath

15 januari 2020

  1. Schets de AP bij ventriculaire myocyt en leg de mechanismen uit die hiertoe leiden. Hoe geeft dit aanleiding tot de hartcyclus? Vergelijk de excitatie-contractiekoppeling bij skeletspieren.
  2. Bespreek de vertering en absorptie van lipiden in het GI kanaal van zoogdieren
  3. Wat zijn de acute en langetermijn effecten van metabole acidose?
  4. Juxtaglomerulair apparaat, ADH, Chloride shift, pepsinogeen, paravertebraal ganglion
  5. Farrow: oefening met GHK en Nernst vgl

13 januari 2020 NM

  1. Wat is hemoglobine? Leg het belang van het Bohr-effect uit en vergelijk dit met het Root-effect.
  2. Productie en functie van gal bespreken. (bijvragen: hormonale inwerking op de sfincter van Oddi (CCK), heropname van galzouten in de darm, weg van chylomicronen naar het bloed, opname van afbraakproduct billirubine in het bloed richting de nieren)
  3. Meerkeuzevraag: Denkvraagje over het starling-effect en lymfe vorming
  4. Farrow: Ghk formule
  5. woordjes: Gastrine, Podocyt, migrerende motorcomplexen, junxtaglomerulair apparaat, Catecholamines