Dynamische Biochemie: verschil tussen versies

Uit Chemika Examenwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
R0975142 (overleg | bijdragen)
R0975142 (overleg | bijdragen)
Regel 7: Regel 7:
==Examenvragen==
==Examenvragen==
===5 Juni 2026 ===
===5 Juni 2026 ===
Meerkeuze (elk 0.5 indien juist, met giscorrectie)
# Meerkeuze (elk 0.5 indien juist, met giscorrectie)
##Welke uitspraak over alpha-helices is FOUT?
*Welke uitspraak over alpha-helices is FOUT?  
Ze worden gestabiliseerd door waterstofbruggen tussen NH- en CO-groepen van verschillendeketens.
Ze worden gestabiliseerd door waterstofbruggen tussen NH- en CO-groepen van verschillendeketens.
##Onderstaande figuur toont de zuurstofbindingscurve van hemoglobine onder twee verschillende omstandigheden (curve A en B, B is opgeschoven naar rechts). Welke van onderstaande situaties zal het meest waarschijnlijk
*Onderstaande figuur toont de zuurstofbindingscurve van hemoglobine onder twee verschillende omstandigheden (curve A en B, B is opgeschoven naar rechts). Welke van onderstaande situaties zal het meest waarschijnlijk
leiden tot curve B?
leiden tot curve B?
Lagere pH en hogere [CO2] dan in curve A.
Lagere pH en hogere [CO2] dan in curve A.
##Welke combinatie komt het meest voor bij transmembraandomeinen van integrale eiwitten?
*Welke combinatie komt het meest voor bij transmembraandomeinen van integrale eiwitten?
alpha-helices van ongeveer 20 aminozuren met hydrofobe zijketens.
alpha-helices van ongeveer 20 aminozuren met hydrofobe zijketens.
##Welke van onderstaande stellingen over aminozuurafbraak is correct?
*Welke van onderstaande stellingen over aminozuurafbraak is correct?
Glutamaat kan NH4+ vrijstellen via glutamaatdehydrogenase.
Glutamaat kan NH4+ vrijstellen via glutamaatdehydrogenase.
##Welke combinatie van veranderingen treedt het meest waarschijnlijk op in de lever tijdens langdurig
*Welke combinatie van veranderingen treedt het meest waarschijnlijk op in de lever tijdens langdurig vasten?
vasten?
##(i) Verhoogde 3-oxidatie
###(i) Verhoogde 3-oxidatie
##(ii) Verhoogde malonyl-CoA-concentratie
###(ii) Verhoogde malonyl-CoA-concentratie
##(iii) Verhoogde gluconeogenese
###(iii) Verhoogde gluconeogenese
##(iv) Verlaagde ketonlichaamsynthese
###(iv) Verlaagde ketonlichaamsynthese
(i) en (iii)
(i) en (iii)


##Welke van onderstaande stellingen over ketonlichamen is correct
*Welke van onderstaande stellingen over ketonlichamen is correct
Ketonlichamen kunnen de bloed-hersenbarrière passeren.
Ketonlichamen kunnen de bloed-hersenbarrière passeren.



Versie van 3 jul 2026 20:00

Vakinformatie

Werd gedoceerd door prof. Johan Robben (met emeritaat in 2023) en werd geleidelijk aan overgenomen door prof. Susana Rocha. Het deel van professor Rocha was Engelstalig. Wanneer ze het vak volledig begon te doceren, heeft ze een deel in het Nederlands en een deel in het Engels gegeven. De leerstof komt uit de cursus Biochemistry van Reginald H Garrett en Charles M Grisham. Voor het studeren van het examen zijn echter ook de (zeer overzichtelijke) slides en hoorcolleges aan te raden.

Examenvragen

5 Juni 2026

  1. Meerkeuze (elk 0.5 indien juist, met giscorrectie)
  • Welke uitspraak over alpha-helices is FOUT?

Ze worden gestabiliseerd door waterstofbruggen tussen NH- en CO-groepen van verschillendeketens.

  • Onderstaande figuur toont de zuurstofbindingscurve van hemoglobine onder twee verschillende omstandigheden (curve A en B, B is opgeschoven naar rechts). Welke van onderstaande situaties zal het meest waarschijnlijk

leiden tot curve B? Lagere pH en hogere [CO2] dan in curve A.

  • Welke combinatie komt het meest voor bij transmembraandomeinen van integrale eiwitten?

alpha-helices van ongeveer 20 aminozuren met hydrofobe zijketens.

  • Welke van onderstaande stellingen over aminozuurafbraak is correct?

Glutamaat kan NH4+ vrijstellen via glutamaatdehydrogenase.

  • Welke combinatie van veranderingen treedt het meest waarschijnlijk op in de lever tijdens langdurig vasten?
    1. (i) Verhoogde 3-oxidatie
    2. (ii) Verhoogde malonyl-CoA-concentratie
    3. (iii) Verhoogde gluconeogenese
    4. (iv) Verlaagde ketonlichaamsynthese

(i) en (iii)

  • Welke van onderstaande stellingen over ketonlichamen is correct

Ketonlichamen kunnen de bloed-hersenbarrière passeren.

  1. Tripeptide ERG tekenen bij pH 6,5 (1 pt)
  1. Termen (elk 1.25 pt)
    1. Hill coëfficiënt
    2. Gefacilitieerd transport
    3. Ribonucleotidereductase
    4. Competitieve inhibitor
  1. Grote vragen
    1. Bespreek serineproteasen (3.5 pt)
    2. Bespreek glycogeen metabolisme (synthese en afbraak)((ze verwachtte hier eigenlijk ook regulatie!)) (3.5 pt)
    3. Stel je hebt oleïnezuur (C18:C1 met dubbele binding op C9)(oleïnezuur kunnen tekenen!) bespreek de afbraak hiervan vertrekkend van het cytosol tot componenten voor de citroenzuurcyclus. Welk additionele stap(pen) zijn er nodig ten opzichte van verzadigde vetzuren? (4 pt)

26 augustus 2025

  1. Meerkeuze (0,5 indien juist, -0,167 indien fout)
    1. Een vraag waarbij je de juiste stelling moet aanduiden
    2. Welke grafiek past bij oncompetitieve inhibitie
    3. Iets over de lever waarbij je het foute antwoord moet aanduiden
    4. Bij welke pathway pyruvaatcarboxylase gebruikt wordt
    5. Iets over motorproteïnen van het cytoskelet (3 termen juist combineren: actine/microtubili - ATP/GTP - kinesine/myosie/Dyneïne)
    6. Wie de 2de stikstof doneert bij de ureacyclus (antwoord: aspartaat)
  2. Peptide RIT bij ph7,5
  3. Kleine vragen/termen (1,25 elk)
    1. Collageen
    2. Transitietoestand
    3. Transaminatie
    4. glycogeenfosforylase
  4. Grote vragen
    1. Bespreek allosterie en coöperativiteit aan de hand van myoglobine en hemoglobine (3,5)
    2. Bespreek de synthese en regulatie van purinenucleotiden (4)
    3. Bespreek de afbraak van even-ketenvetzuren (3,5)

27 juni 2025

  1. Termen
    1. Malonyl-CoA
    2. Gefaciliteerd transport
    3. Fructose-2,6-bifosfaat
    4. Chylomicron
  2. Vragen
    1. Bespreek de concepten coöperativiteit en allosterie, gebruikmakend van myoglobine en hemoglobine.
    2. Leid de Michaëlis-Mentenvergelijking af voor een standaard enzymatische reactie. Licht toe.
    3. Bespreek synthese en regulatie van de purinenucleotiden.

6 juni 2025

  1. Meerkeuze: Welke combinatie van aminozuren zou je het meest verwachten in het binneste gedeekte van een globulair proteine (0.5 ptn)
    1. gln-asn-cys
    2. arg-his-asp
    3. ser-thr-tyr
    4. leu-val-phe
  2. Meerkeuze: Welke factor verhoogt de zuursofaffiniteit van hemoglobine
    1. verhoogde 2,3-BPG
    2. verhoogde H+ concentratie
    3. verhoogde ph
    4. verhoogde CO2
  3. Meerkeuze: Welk van de volgende is geen product van de oxidatieve fase van de pentosefosfaatweg
    1. ribulose-5-fosfaat
    2. fructose-6-fosfaat
    3. 6-fosfogluconaat
    4. CO2
  4. Meerkeuze: Wat is het belangrijkste verschil tussen very low density lipoproteïnen (VLDL) en chchymomicronen
    1. VLDL bevat geen apolipoproteinen
    2. VLDL is afkomstig uit de lever en chymomicronen uit de darm
    3. chymomicronen bevatten meer cholesterol dan VLDL
    4. VLDL transporteert triacylglycerollen naar de darm
  5. Wat beschrijft de functie van de lever in gevoede toestand
    1. glucose vrijmaken in het bloed
    2. gebruik van glucose alsprimaire energie bron
    3. synthese van glycogeen en vetten
    4. productie van ketonlichamen
  6. Meerkeuze:Welke van de volgende stellingen is juist
    1. De hersenen gebruiken bij voorkeur vetzuren in vastentoestand
    2. spierweefsel kan glucose vrijmaken in het bloed via gluconeogenese
    3. De lever produceert ketonlichamen uit vetzuren tijdens langdurig vasten
    4. Glucose wordt via GLUT2 opgenomen in spier- en vetcellen
  7. Peptide VET bij ph 6.5 (1ptn)
  8. Kleine vragen (elk 1.25 ptn)
    1. ramachandranplot
    2. actine
    3. gefaciliteerd transport
    4. carnitine shuttle
  9. Grote vraag: Bespreek het enzymatisch mechanisme van serineproteasen. (3 ptn)
  10. Grote vraag: Bespreek het glycogeen metabolisme (synthese, afbraak en regulatie). (4ptn)
  11. Grote vraag: Bespreek aan de handd van een schema de algemene stikstofflow bij de afbraak vam aminozuren, Wat gebeurt er met het koolstofgedeelte. (4ptn)

16 augustus 2024

  1. Proteïnen kunnen op verschillende wijzen functioneel en biochemisch met membranen geassocieerd zijn. Bespreek en illustreer met behulp van schema’s en/of figuren. (5 punten)
  2. Bespreek het enzymmechanisme van de serineproteasen. (5 punten)
  3. Bespreek hoe triacylglycerolen worden verteerd, opgenomen, getransporteerd en gemetaboliseerd door het menselijk lichaam met behulp van schema's en/of figuren. (5 punten)
  4. Begrippen: (elk 1,25 punten)
    1. Peptide: HEL bij pH 7.5
    2. F-actine
    3. Fructose-1,6-bisfosfaat
    4. PRPP

7 juni 2024

  1. Bespreek allosterie en coöperativiteit aan de hand van myoglobine en hemoglobine (5 punten)
  2. Bespreek de reacties van de gluconeogenese die door niet-glycolytische enzymen gekatalyseerd worden (5 punten)
  3. Bespreek de synthese en regulatie van purinenucleotiden (5 punten)
  4. Begrippen: (elk 1,25 punten)
    1. Peptide: RIP bij pH 8.0
    2. Transitietoestand
    3. Tubuline
    4. Malonyl-CoA

29 juni 2023

  1. Ramachandran plot, waarvoor wordt het gebruikt, hoe komt het tot stand? Wat ken je eruit afleiden?
  2. Bespreek allosterie en coöperativiteit aan de hand van myoglobine en hemoglobine
  3. Bespreek de algemene N-flow bij de afbraak van aminozuren? Wat gebeurt er met het koolstofskelet?
  4. Berippen:
    1. VET bij pH 8.0
    2. Serine protease
    3. Fructose-2,6-bifosfaat
    4. Carnitine shuttle

10 juni 2023

  1. Synthese van palmitinezuur
  2. Mechanisme van serine proteases
  3. Vergelijk het metabolisme van de lever na een maaltijd en na langdurig vasten aan de hand van een overzichtelijk schema/tekening
  4. Begrippen:
    1. DAY bij pH 6,5
    2. Ribonucleotide reductase
    3. Kinesine
    4. Gefaciliteerd transport

30 augustus 2022

  1. Synthese palmitinezuur geven en de regulering ervan.
  2. Vergelijk het metabolisme van de lever en de spier bij langdurige (maar aerobe) inspanning.
  3. Op welke manieren kunnen eiwitten met het membraan verbonden zijn? (verduidelijk met figuur/schema)
    1. Peptide: DPQ bij pH = 6
    2. Transitietoestand
    3. Serine protease
    4. Coöperativiteit

30 juni 2022

  1. Bespreek het enzymmechanisme van serine proteasen. Verduidelijk met tekeningen/schema.
  2. Op welke manieren kunnen eiwitten met het membraan verbonden zijn? (verduidelijk met figuur/schema)
  3. Geef het C1 metabolisme en de link met andere pathways. Verduidelijk met een figuur/schema.
  4. Begrippen:
    1. WIK bij pH = 8
    2. Glycerolfosfaat-shuttle
    3. Pyruvaatcarboxylase katalyseert een anaplerotische reactie.
    4. Grafiek van ATP, ADP en AMP in functie van Energy Charge

11 juni 2022

  1. Bespreek de glucose-homeostase (in het menselijk lichaam). Licht toe aan de hand van de betrokken metabolische pathways.
  2. Leid de Michaelis-Menten vergelijking af voor een algemene enzymatische reactie. licht toe.
  3. Bespreek de algemene N-flow bij de afbraak van aminozuren. Bespreek algemeen wat er met het C-skelet kan gebeuren.
  4. Begrippen:
    1. KEY bij pH=8
    2. 2,3-bisfosfoglyceraat
    3. Tubuline
    4. Tekening van Ramachandranplot gegeven

1 september 2021

  1. De vorming van oxaalazijnzuur uit asparaginezuur is een anaplerotische reactie. Verduidelijk en situeer de plaats ervan in het metabolisme.
  2. Bespreek het belang van de citraat-malaat-pyruvaat-shuttle bij de synthese van vetten uit suikers. Bespreek met een schema.
  3. Bespreek het belang van waterstofbruggen in de structuur van proteïnen. Verduidelijk met tekeningen.
  4. Begrippen
    1. PEK bij pH=8
    2. Verhouding kcat/Km
    3. Glycogeenfosforylase
    4. Serine-proteasen

19 juni 2021

  1. Hoe kan je experimenteel de kinetische parameters bepalen van inhibitie? En werk dit mathematisch uit voor een competitieve inhibitor. (5 punten)
  2. Bespreek hoe de moleculaire activiteit van motorproteïnen aan de basis ligt van transport binnenin de cel. (5 punten)
  3. Welke weg legt stikstof af bij aminozuurafbraak + Wat gebeurt er met het koolstofskelet? Bespreek met een schema. (5 punten)
  4. Begrippen (5 punten)
    1. HER tripeptide bij pH 5
    2. Carnitine shuttle
    3. Ribonucleotide reductase
    4. Verband tussen diabetes en ketonen

2 juni 2021

  1. Leg adhv de transitietoestand uit hoe een enzyme werkt.
  2. Leg adhv coöperativiteit en allosterie uit hoe de functie van hemoglobine biochemisch wordt bepaald.
  3. Hoe wordt de glucose homeostase in stand gehouden in het menselijk lichaam en bespreek de biochemische pathways.(H22 slide 26 "Glucose homeostase" is belangrijkste)
  4. Begrippen
    1. WIK peptide
    2. Actine als motorproteïne
    3. Glutamaat dehydrogenase
    4. Foto energy charge

24 juni 2020

  1. Ramachandranplot gegeven, leg uit wat we hier uit kunnen afleiden, hoe komt dit tot stand, wat is het belang van deze analyse
  2. Leg het glucose en vetzuurmetabolisme in de lever uit adhv citraat-malaat-pyruvaat shuttle, gebruik schema's
  3. Begrippen
    1. WNL peptide
    2. ADA
    3. Energy charge
    4. Figuur Ken Dill's trechter

19 juni 2020

  1. Hoe kan je experimenteel de kinetische parameters bepalen van inhibitie? En werk dit mathematisch uit voor een competitieve inhibitor. (6 punten)
  2. Bespreek de volledige metabolische afbraak van een TAG : 2x palmitinezuur, 1x linolzuur, 1x glycerol (NIET VERGETEN!!). (6 punten)
  3. Begrippen (2 punten/begrip)
    1. Tripeptide PIK bij pH 8
    2. Actine als motorproteïne
    3. Gefaciliteerd transport
    4. Grafiek van ATP homeostase [1]

12 juni 2020

  1. leg uit hoe proteïnen interageren met het membraan. Leg uit met schema en figuren
  2. wat is het c1 metabolisme en connectie met nucleotide synthese
  3. begrippen
    1. RYS peptide
    2. serine-protease
    3. fructose-2,6-p
    4. glucose-alanine cyclus

8 juni 2020

  1. Enzymatische regulatie glycogeenfosforylase + fysiologische context
  2. Welke weg legt stikstof af bij aminozuurafbraak + Wat gebeurt er met het koolstofskelet?
  3. Begrippen
    1. HEK tripeptide
    2. ribonucleotide reductase
    3. ES++
    4. grafiek van energy charge, (ATP homeostase?)

23 augustus 2019

  1. Op welke manieren kunnen eiwitten met het membraan verbonden zijn, biochemisch en structureel? Verduidelijk met figuur/schema.
  2. Bespreek de reciproke regulatie van de gluconeogenese en glycolyse.
  3. Geef de afbraak van purinenucleotiden en welke metabolische stoornissen hiermee verband houden.
  4. Begrippen
    1. tripeptide bij pH 5: HSD
    2. F-actine
    3. carnithine shuttle
    4. figuur van ATP homeostase

25 juni 2019

  1. Bespreek de concepten allosterie en coöperativiteit a.h.v hemoglobine en myoglobine (formule van Hill coëfficiënt uitwerken) Bijvraag: waar bindt CO2/2,3-BFG
  2. Bespreek met een overzichtelijke figuur de pentosefosfaatweg. Functie + regulatie
  3. Bespreek de synthese en afbraak van VLDL. Geef de fysiologische functie
  4. Begrippen
    1. tripeptide bij pH8: WEK
    2. jicht (bijvraag: allopurinol)
    3. THF (bijvraag: uit wat gemaakt? foliumzuur)
    4. Ken Dill's trechter (Bijvraag: waarom is de trechter open? omddat eiwitten dynamisch zijn)

21 juni 2019 namiddag

  1. Bespreek de werking van een enzym aan de hand van de transitietoestand + toepassingen hierop.
  2. Geef de afbraak van purinenucleotiden en welke metabolische stoornissen hiermee verband houden.
  3. Vergelijk met een duidelijk schema de spier en lever bij 100m sprint ten opzichte van een langdurige aerobe inspanning (marathon).
  4. Begrippen:
    1. tripeptide QFD bij pH5
    2. HMG-CoA reductase
    3. Hill-coëfficiënt
    4. afbeelding ramachandran plot

21 juni 2019 voormiddag

  1. Bespreek hoe de stikstof afkomstig van aminozuren verteerd wordt. Wat gebeurt er met het koolstofskelet?
  2. Welke factoren zijn van toepassing op de stabiliteit van de opvouwing en structuur van proteïnen?
  3. Vergelijk met een duidelijk schema de spier en lever in rust ten opzichte van bij langdurige aerobe inspanning. Wat is de link tussen de twee organen?
  4. Begrippen:
    1. tripeptide DHS bij pH8 (bijvraag: waaraan doet het samen voorkomen van deze drie aminozuren je aan denken?)
    2. CoA
    3. ribonucleotide reductase
    4. afbeelding Lineweaver-Burk plot van pure noncompetitieve inhibitie

11 juni 2019 namiddag

  1. Wanneer kunnen aminozuren omgezet worden in glucose? Verduidelijk met een schema. Geef enkele voorbeelden en in welke fysiologische context dit kan. (mondeling)
  2. Op welke manieren kunnen eiwitten met het membraan kunnen verbonden zijn, biochemisch en structureel? Verduidelijk met figuur/schema.
  3. Glycogeen metabolisme (synthese, afbraak, regulatie)
  4. Begrippen:
    1. tripeptide HIS bij pH8
    2. ketonen
    3. anaplerotische reactie
    4. grafiek van Hill equation

11 juni 2019 voormiddag

  1. Beschrijf de volledige afbraak van volgend triacylglycerol (2 verzadigde, 1 onverzadigde).
  2. Hoe kan je experimenteel het inhibitiemechanisme bepalen en werk mathematisch uit voor een competitieve inhibitor.
  3. Bespreek de moleculaire activiteit van motorproteïnen bij spiercontractie.
  4. Begrippen:
    1. tripeptide PER bij pH 6
    2. NADPH
    3. aspartaattransaminase
    4. figuur van ATP homeostase

24 augustus 2018 namiddag

  1. Vergelijk wat er gebeurt in de lever, spieren en vetweefsel tijdens een korte, intense inspanning (sprint) en een lange marathon. Leg uit a.d.v. schema's/tekeningen.
  2. Hoe zoek je in de praktijk uit volgens welk werkingsmechanisme een inhibitor werkt. Onderbouw theoretisch.
  3. Leg uit hoe de moleculaire activiteit van motorproteïnen aan de basis ligt van spiercontractie.
  4. Begrippen:
    1. tripeptide REK bij pH 6
    2. glucose-6-fosfaatdehydrogenase
    3. transaminatie
    4. afbeelding van Kenn Dill’s tunnel

22 juni 2018 namiddag

  1. Geef het enzymmechanisme van serine proteasen. (ook reactiemechanisme tekenen)
  2. Geef de metabolisatie van glucose en vetzuren in de lever. Verduidelijk met een figuur/schema.
  3. Geef het C1 metabolisme en de link met aminozuren en nucleotiden. Verduidelijk met een figuur/schema
  4. Begrippen:
    1. tripeptide WIS bij pH6
    2. carnitine shuttle
    3. 2,3bisfosfaatglyceraat
    4. Grafiek van ramachandran plot werd gegeven.

22 juni 2018 voormiddag

  1. Glycogeen metabolisme (synthese, afbraak, regulatie en fysiologische context)
  2. Op welke manieren kunnen eiwitten met het membraan kunnen verbonden zijn? (verduidelijk met figuur/schema)
  3. Geef het C1 metabolisme en de link met aminozuren en nucleotiden (verduidelijk met figuur/schema)
  4. Begrippen
    1. tripeptide DHS
    2. alaninetransaminase
    3. anapleurotische reactie
    4. grafiek van hemoglobine

1 september 2017 namiddag

  1. Bespreek met een duidelijke figuur hoe N het lichaam verlaat (krebs bicycle)
  2. Op welke manieren kunnen eiwitten met het membraan connecteren?
  3. Glycogeen fosforylase: welke reactie katalyseert het? Locatie? Fysiologische functie? regulatie?
  4. Begrippen
    1. tripeptide RIP
    2. kinesine
    3. alfa-oxidatie
    4. grafiek van ATP homeostasis.

28 juni 2017 voormiddag

  1. Bespreek de motorproteïnen
  2. Geef C1 metabolisme en link met nucleotiden synthese
  3. Geef een schema van de opname, vertering, omzetting van lipiden in het lichaam
  4. Begrippen
    1. tripeptide
    2. grafiek van ATP homeostasis
    3. acetyl-CoA carboxylase
    4. ?

27 juni 2017 voormiddag

  1. mondeling: geef de stabiliserende krachten van de vouwing en de structuur van eiwitten. Licht dit thermodynamisch toe.
  2. Bespreek met een overzichtelijke figuur de pentosefosfaatweg en geef die zijn functies. (We moesten niet de volledige pentosefosfaatweg geven, enkel de belangrijkste stappen)
  3. Bespreek met een figuur wat het verband is tussen eens suikerrijk dieet en zwaarlijvigheid.
  4. 4 begrippen:
    1. Tripeptide CRF bij pH 6
    2. carnitineshuttle
    3. de structuur van carbamoyl fosfaat
    4. serine protease

23 juni 2017 namiddag

  1. mondeling: manieren waarop eiwitten met het membraan kunnen verbonden zijn.
  2. cholesterol synthese + regulatie
  3. C1 metabolisme bij nucleotiden
  4. 4 begrippen
    1. tripeptide KYV bij pH8
    2. actine
    3. citraat-pyruvaat-malaat shuttle
    4. structuur van creatinefosfaat

23 juni 2017

  1. Glycogeen fosforylase: werking, lokalisatie, regulatie, fysiologische omstandigheden
  2. Experimenteel type inhibitor bepalen + niet-competitieve inhibitor mathematisch uitwerken.
  3. Omzetting glucose tot aminozuren: voorbeelden en fysiologische omstandigheden
  4. 4 begrippen
    1. MGD bij pH 6
    2. HMG-CoA
    3. ATP-homeostase
    4. Afbeelding ribonucleotide reductase

17 juni 2017

  1. Allosterie en cooperativiteit hemoglobine (Bijvraag: grafiek allosterie zuurstof+Hb, hoe bindt Hb met zuurstof, haem-ring, Hill-coëfficiënt (+grafiek)) (mondeling)
  2. Afbraak vertakt vetzuur adhv fytaanzuur (molecule gegeven) (schriftelijk)
  3. N-Flow afbraak aminozuren, wat met koolstofskelet? (schriftelijk)
  4. 4 termen (mondeling)
    1. Tripeptide FYD (bij pH = 7)
    2. ribunocleotidereductase
    3. katalytische efficiëntie
    4. Afbeelding Ramachandran plot

28 augustus 2015

  1. Bespreek allosterie en cooperativiteit aan de hand van Hemoglobine.
  2. Bespreek de regulatie van de afbraak en synthese van glycogeen
  3. Hoe worden aminozuren omgezet in glucose en in welke fysiologische omstandigheden kan dit gebeuren.
  4. kleine vraagjes:
    1. DIK
    2. algemene zuurbase catalase
    3. AcetylCoenzymeA carbocylase (ACC)

23 juni 2015

  1. bespreek schematisch de synthese en het export van lipiden in de lever.
  2. wat is 1c metabolisme en welke rol speelt het in de nucleotide synthese.
  3. Een vraagstuk waarin je formules over MM kinetiek moet toepassen (niet zo moeilijk. )
  4. bespreek:
    1. willekeurig tripeptide
    2. pepck
    3. foto met membraanverankerde proteines
    4. transaminatie

19 juni 2015

  1. Bespreek de glucose homeostase in het menselijk lichaam.
  2. Bespreek schematisch de N-flow bij afbraak van aminozuren, vertel ook wat er gebeurd met het koolstofgedeelte.
  3. Aspirine is een inhibitor voor het cyclo-oxygenase. Hoe kan je experimenteel te werk gaan om na te gaan of aspirine (I) op dezelfde plaats op het enzyume (E) bindt als het natuurlijke substraat arachidonzuur (S) dan wel op een plaats ver weg van de active site. Ondersteun je redenering met een vergelijking.
  4. bespreek:
    1. tripeptide TAK bij pH 7 (K is dus ook geprotoneerd)
    2. Serine protease
    3. Glycerolfosfaat-shuttle

12 Juni 2015

  1. Bespreek de enzymatische regulatie van glycogeenfosforylase en geef de fysiologische context (mondeling).
  2. Geef schematisch de N-flux die voorkomt bij de afbraak van aminozuren. Wat gebeurt er met de koolstof? (schriftelijk)
  3. Geef schematisch het metabolisme van de hersenen in goed gevoede staat en bij vasten. Welke rol spelen de lever en het vetweefsel? (schriftelijk)
  4. Verklaar:
    1. ATP synthase
    2. Aminozurensequentie DIP bij pH 7
    3. Hill Coëfficiënt

1 september 2014

  1. Glycogeen fosfatase: enzymatische regulering en metabolische condities
  2. Wat zijn Ketone aminozuren en wanneer zijn ze van belang
  3. Metabolisme lever en spieren bij rust en langdurige (aerobe)inspanning. Wat is de functie van de lever?
  4. Bespreek:
    1. tripeptide: KAT
    2. Bohr effect
    3. Malonyl-Coa
    4. nucleotide dehydrogenase afbeelding

24 Juni 2014

  1. Het kan je experimenteel de kinetische factoren van inhibitors bepalen?
  2. Geef het C1 metabolisme van nucleotiden
  3. Vergelijk het metabolisme van de lever en de spier. Zowel in rust als bij langdurige (maar aerobe) inspanning
  4. verklaar de volgende termen:
    1. ATP synthase
    2. aminozuursequentie RAT
    3. het enzyme glycogeen fosforylase
    4. Bohr effect

19 augustus 2013

  1. Bespreek de concepten allosterie en coöperativiteit a.h.v hemoglobine en myoglobine
  2. Geef schematisch de stikstofflow bij afbraak aminozuren + wat gebeurt er met het koolstofgedeelte
    1. een lipideanker
    2. Glycogeenfosforylase
    3. Malaat-aspartaat shuttle
    4. Ramachandran plot

21 juni 2013

  1. Bespreek de regulatie van glycogeen fosforylase. Geef telkens de fysiologische context.
  2. Bespreek de omzetting van aminozuren in glucose. Geef de fysiologische context (bij de mens).
  3. Geef uitleg:
    1. Hill-coëfficiënt
    2. Dyneine
    3. Afbeelding van structuur van S-adenosyl homocysteine
    4. Carnithine-shuttle

25 juni 2012

  1. Bespreek het belang van motorproteïnen bij de spiercontractie.
  2. Bespreek de rol van de lever in het triacylglyceridemetabolisme.
  3. Geef uitleg:
    1. Hill-coëfficiënt
    2. Glutamine synthetase
    3. Sfingolipide

25 juni 2011

  1. Bespreek hoe je de Km van een enzymatische reactie in theorie en in de praktijk bepaalt.
  2. Leg uit hoe de concentratie van cholesterol in het cytosol wordt gereguleerd.
  3. Bespreek de volgende begrippen:
    1. Tekening van Ramachandronplot
    2. Structuur van PEP
    3. Propionyl-CoA
    4. Glycogeen phosphorylase

27 augustus 2010

  1. Bespreek van triacylglycerolen de vertering, opname, transport en metabolisme in het menselijk lichaam.
  2. Bespreek volgende begrippen:
    1. glucose-alaninecyclus
    2. structuur
    3. glycogeenfosforylase
    4. Stiksoffixatie

18 juni 2010 (NM Chemie minor B&B)

  1. Bespreek de relatie tussen het suiker- en vetzuurmetabolisme.
  2. Bespreek volgende begrippen:
    1. Carbamoylfosfaat synthase
    2. Structuur van sfingomyeline was gegeven.
    3. Ornithine
    4. HDL
    5. Stiksoffixatie

18 juni 2010 (VM)

  1. Bespreek de reciproke regulatie van de gluconeogenese en glycolyse.
  2. Bespreek volgende begrippen:
    1. Acetyl-Coa-carboxylase
    2. Structuur van methionine is gegeven
    3. Fosfatidinezuur
    4. Alpha-oxidatie
    5. Energielading

23 juni 2009

  1. Glycogeenmetabolisme (synthese, afbraak en regulering)
  2. Bespreek de lipidebiosynthese in de lever
  3. Leg volgende begrippen uit:
    1. Ornithine-transcarbomylase
    2. Ceramide
    3. carnithine-shuttle

19 juni 2009

  1. Bespreek de homeostatische regulering van cholesterol in de levercel.
  2. Vergelijk aan de hand van een figuur of tekening de energiestatus van een levercel na een maaltijd en na langdurig vasten. Wat is de rol van de lever?
  3. Leg de volgende dingen uit:
    1. Pyruvaatcarboxylase
    2. Malonyl-CoA
    3. Ketonlichamen

15 juni 2009

  1. Synthese palmitinezuur geven en de regulering ervan.
  2. De ureumcyclus aanvullen (cofactoren, enzymen,...)
  3. Verklaar de volgende 4 termen:
    1. Propionyl CoA
    2. Vitamine B
    3.  ?
    4. ?

27 juni 2008

  1. Gluconeogenese en glycolyse met elkaar vergelijken qua regulatie etc.
  2. VLDL metabolisme bespreken.
  3. Korte vraagjes:
    1. Fosfatidine zuur
    2. Glutamaatdehydrogenase
    3. Nonsens repressie
    4. tructuur van propionyl-S-CoA

26 juni 2008

  1. Palmitinezuur: synthese + regulatie (relatie vetzuur/suikermetabolisme).
  2. Ureumcyclus/N-flow in de cel: zowat helft gegeven, hoop gaten in te vullen (producten, enzymes, structuren, cofactoren...).
  3. Korte vraagjes:
    1. Coricyclus
    2. Chilomicronen
    3. Sphingomyeline
    4. Amino-acyl-tRNAsynthase