Algemene Ziekteleer

Uit Chemika Examenwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Vakinformatie

Pieter Gillard doceert het vak Algemene Ziekteleer. Biochemie optie verbreding volgt dit op gasthuisberg samen met farmacie. Het examen is schriftelijk.

Examenvragen

11 juni 2019

  1. Bespreek het verband tussen inflammatie en obesitas en inflammatie en atherosclerose.
  2. Bespreek de pathogenese en de oorzaken van oedemen.
  3. Geneesmiddelen kunnen soms pathologieën veroorzaken, bespreek hoe dit het geval is bij volgende pathologieën:
    • hypokalemie
    • neuropathische pijn
    • inflammatie
    • hyponatremie
    • hyperthermie
  4. Meerkeuze vragen:
    1. Welke ziektes zijn overgevoeligheidsreacties? (giscorrectie, meerdere aanduiden)
      • Reumatoïde arthritis
      • lupus
      • mucovisidose
      • ziekte van Graves (hyperthyreoïdie)
      • diabetes type 2
    2. Wat is geen oorzaak van hypernatremie? (1 aanduiden, geen giscorrectie)
      • Toedienen van hypertone vloeistoffen
      • Ziekte van Adisson
      • osmotische diurese
      • diabetes insepidus
      • (...)

12 juni 2019

  1. Bespreek chemokines, histamine en het inflammasoom in context van de ontstekingsreactie.
  2. Wat is de pathogenese en de oorzaak van hyperkalemie.
  3. Bespreek endotheelschade en endotheel dysfuntie bij:
    • obesitas
    • type 3 overgevoeligheidsreacties
    • transpant rejectie
    • oedeem
  4. Meerkeuze vragen (meerdere antwoorden kunnen juist zijn)
    1. Over de zelfstudieles (depressie)
    2. Wat hoort er bij oedeemvorming bij leverschade

13 juni 2018

  1. Bespreek de stressrespons en het verband met hyperglycemie, metabool syndroom en hart- en vaatziekten
  2. Bespreek de pathogenese en oorzaken van hypokalemie.
  3. Bespreek het verband tussen inflammatie en:
    • koorts
    • overgevoeligheidsreactie type 2
    • atherosclerose
    • kanker
    • pijnfacilitatie
  4. Meerkeuze
    1. Volgende zaken hebben te maken met oedeem behalve:
      • hartdecompensatie
      • veneuze insufficiëntie
      • nierfalen
      • levercirrose
      • neuroleptica
    2. Volgende zaken hebben te maken met migraine behalve:
      • activatie hypothalamus en limbisch systeem
      • inhibitie n. trigemius
      • centrale sensitisatie
      • CSD
      • CGRP

22 augustus VM 2017

  1. Bespreek de stressreactie en breng de parthenogenese in verband mer hyperglycemie, hartdecompensatie en maagulcer
  2. Definieer dehydratatie en bespreek de pathenogenese.
  3. In levensbedreigende situaties reageert het lichaam soms heel extreem op enkele situaties (visieuze cirkel). Bespreek dit kort in verband met:
    • Hartdecompensatie
    • Ketoacidose
    • SIRS
    • Anafylactische shock
    • Hitteslag
  4. 3 ptn Meerkeuze:
    • Volgende zaken maken komen voor bij magaline neuroleptische syndroom BEHALVE:
    1. Dehydratatie
    2. Hyperthermie
    3. Spierrigiditeit
    4. Oedeem
    5. Dopamineantagonisten
    • Volgende inhibitoren zijn voorhanden bij de virale cyclus van HIV BEHALVE:
    1. Glucoinhibitoren
    2. ...

14 juni VM 2017

  1. 6pt Wat is het verband met kanker en inflammatie, kanker en obesitas inflammatie en obesitas.
  2. 6pt Hoe ontstaat koorts, geef enkele voorbeelden en moet koorts behandeld worden?
  3. 5pt De nieren zijn belangrijk bij verschillende pathologieën. Geef het verband met de nieren en acidose, dehydratatie, hypocalcemie, oedeem en hyperkalemie.
  4. 3pt Meerkeuze:
    • Wat is niet belangrijk bij auto-immuunziekten?
    1. ...
    • Volgende zaken helpen mee bij de pijnsensatie behalve:
    1. beta A vezels (= antwoord)
    2. nocebo
    3. iets van neuronen
    4. inflammatie

Vragen afkomstig van Farmacie:

Examenvragen (prof. Gillard)

Open vragen

  1. Leg uit wat dehydratie is met de bijbehorende pathologieën.
  2. Leg het verband uit tussen de stress reactie met maagulcus, hyperglycemie en hartischemie.
  3. Bespreek de extreme reactie die optreed of de vicieuze cirkel die plaatsvindt bij anafylactische shock, SIRS, hyperthermie en hartdecompensatie.
  4. Wat is verouderen, welk effect heeft dit op de lichaamsfuncties en hoe is dit verbonden aan frailty.
  5. Metabole acidose high anion gap, leg de pathogenese en oorzaken uit.
  6. Geneesmiddelen kunnen de oorzaak zijn van pathologische toestanden maar kunnen ook gebruikt worden om ze te bestrijden. Geef voor ieder onderdeel een geneesmiddelengroep die hierop inwerkt.
  7. Hyperthermie
  8. Hypokaliëmie
  9. Migraine
  10. Hyponatremie
  11. Inflammatie
  12. Bespreek type I en type III overgevoeligheidsreacties.
  13. Bespreek 3 recessieve overerfbare aandoeningen.
  14. Bespreek pathologie ivm PTH.
  15. Bespreek migraine.
  16. Bespreek klaring en negatieve vrij water klaring en geef klinische voorbeelden bij stoornissen.
  17. Bespreek de gevolgen van hypokalemie die een invloed kan hebben op homeostasemechanismen.
  18. Bespreek ontstaan en behandeling van koorts.
  19. Wat gebeurt er met alle homeostasemechanismen bij acute nierinsufficiëntie?
  20. Hoe ontstaat aneuploïdie.
  21. Bespreek de acute ontstekingsreactie en hoe kunnen farmaca de reactie blokkeren?
  22. Bespreek congenitale bijnierschorshyperplasie.
  23. Wat weet u over de behandeling en kenmerken van dominantie overerving?
  24. Bespreek RIA en Rlogieën die gepaard gaan met chronische nierinsufficiëntie.
  25. Wat zijn de nadelige gevolgen van een stressreactie.
  26. Bespreek de pathogenese en oorzaken van hypocalcemie.
  27. Bespreek oedeem in de context van leverpathologie.
  28. Geef de mogelijke oorzaken van polyurie.
  29. Welke homeostase mechanismen kunnen ontregeld geraken door een ontregelde diabetes mellitus en hoe?
  30. Bespreek de acute fase reactie.
  31. Bespreek hoofdpijn.
  32. Wat weet u over auto-immuniteit?
  33. Bespreek respiratoire alkalose.
  34. Vitamine D aandoeningen. Leg uit.
  35. Congenitale bijnierschorshyperplasie. Leg uit.
  36. Bespreek de behandeling van hypothermie.
  37. Bespreek de rol van glucocorticoïden bij de stressreactie.
  38. Hitteslag:
    1. wat is de functie van de acute fase eiwitten?
    2. wat doen heat shock proteïnen, wat zijn dat?
    3. Verhoogde vaatpermeabiliteit, welke gevolgen?
  39. Wat is het verband tussen de temperatuur en coagulatie vs fibrinolyse?
  40. Bespreek hyperosmolaire dehydratie.
  41. Wat weet je over maligne hyperthermie?
  42. Hoe ontstaat leukocytose en wat is de basis van een verhoogde sedimentatiesnelheid van RBC.
  43. Bespreek metabole alkalose.
  44. Bespreek het verband tussen ziekte, veroudering en dood.
  45. Bespreek de neurofysiologische basis van de pijnsensatie.
  46. Bespreek het ontstaan en de gevolgen van hyperkaliëmie.
  47. Bespreek tertiaire hyperparathyroïdie.
  48. Wat is ouderdom, verandering van ouderdom, evolutie van doodsoorzaken en levensverwachting.
  49. Geef 3 voorbeelden van aangeboren ongevoeligheid aan een of ander hormoon.
  50. Hoe bereken je de vrij-water klaring en geef 2 voorbeelden van wanneer deze verhoogd is.
  51. Leg RAST uit.
  52. Geef de klinische gevolgen van hypercalciëmie.​
  53. Wat is de link tussen centraal zenuwstelsel en:
    1. Stressreactie
    2. Frailty (artikel)
    3. Metabole alkalose
    4. Koorts
    5. Pijnsensitisatie
  54. Bespreek de cellulaire fase van de acute ontstekingsreactie.
  55. Bespreek alle homeostasemechanismen die een invloed hebben op de neuromusculaire excitabiliteit.
  56. Geef de oorzaken van een gestegen plasma-calcium met een normaal of verlaagd PTH.
  57. Bespreek oedeem bij overvulling.
  58. Bespreek metabole acidose.
  59. Bespreek pathogenese en oorzaken van oedeem.
  60. Bespreek het verband tussen diabetes (type 1 of 2) en:
    1. dehydratatie
    2. auto-immuniteit
    3. kalium homeostase
    4. obesitas
    5. metabole acidose
  61. Meerkeuzevragen
  1. Wat vindt niet plaats tijdens een stress respons
    1. Aldosterone daling
    2. Stimulatie ADH secretie
    3. Catecholamine vrijzetting
    4. Stimulatie bijniercortex

  1. Wat is geen oorzaak van migraine?
    1. Centrale sensitisatie
    2. Activatie van trigemino
    3. Inflammatie
    4. Auto-immuun ziekte

  1. Welke is geen overgevoeligheidsziekte?
    1. Reumatoïde artritis
    2. Pernicieuze anemie
    3. Mucoviscidose

  1. Wat is geen factor in de oedeemvorming bij levercirrose/leverfalen
    1. hoog renine
    2. splanchnische hypotensie
    3. toename ECF
    4. laag albumine
    5. vasoconstrictie splanchnische vaten
  2. Wat is geen inhiberende factor voor de pijntransmissie
    1. niet-nociceptieve
    2. µ-agonisten
    3. NMDA-antagonisten

  1. Wat is niet betrokken bij maligne syndroom (hyperthermie, oedeem, deshydratatie D2 antagonist)