Organische Chemie

Uit Chemika Examenwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Vakinformatie

NU Vraag 1 (theorie) en vraag 4 (mechanismen) bij Wim De Borggraeve. Vraag 5 (retrosynthese) bij Erik Van der Eycken. Bekijk zeker het document met uitleg over de examenvragen op Toledo en de eerder gestelde vragen hier op de wiki.

VROEGER Mondeling examen. (Gedoceerd door N. Boens, die afwezigheid in zijn lessen consequent vergeldt op het examen, en wordt geleidelijk overgenomen door Wim De Borggraeve) Ondertussen wordt het vak volledig gegeven door Wim De Borggraeve en Erik Van der Eycken. Examen bestaat uit 5 vragen, vraag 1 en 2 mondeling bij (Boens) Van der Eycken, 3 en 4 bij De Borggraeve. Vraag 5 (synthesen) schriftelijk. Examenvragen komen telkens terug, kijk zeker naar de oude examens op Toledo.

Examenvragen

5 juni 2021

  1. Vergelijk de reactie van cyclohexanon met aniline en met dibutylamine aan de hand van een mechanisme.
  2. Bespreek de stereochemie voor 2 paar moleculen. Geef voor elk stereogeen centrum de configuratie (S,R) en voor elke dubbele binding (E,Z). Geef de onderlinge relatie tussen de moleculen (enantiomeren, diastereomeren, constitutionele isomeren, verschillende conformaties).
  3. Rangschik
    1. volgens afnemende reactiviteit in SEAr: m-dicyanobenzeen, aniline, fenol, ...
    2. volgens toenemende basiciteit: verschillende enol- en enolaat-ionen
    3. volgens afnemende reactiviteit in de solvolyse met mierenzuur: isopropyljodide, tert-butyljodide, joodbenzeen, 2-fenyl-2-jood-propaan, methyljodide
  4. Verklaar aan de hand van een mechanisme
    1. Br2 addeert aan (Z) 3-noneen. Bespreek aan de hand van een mechanisme en geef voor elk stereogeen centrum de configuratie (S,R).
    2. 2,complex molecule dat in zuur milieu een OH-groep verliest en methylshift ondergaat tijdens eliminatie.
  5. Retrosynthese:
    1. acetoacetaatsynthese
    2. acetyleen omzetten in pentanal
    3. friedelcraftsacylering

19 juni 2020

  1. Bespreek de Dieckmann-reactie aan de hand van het mechanisme.
  2. Bespreek de stereochemie voor 2 paar moleculen. Geef voor elk stereogeen centrum de configuratie (S,R) en voor elke dubbele binding (E,Z). Geef de onderlinge relatie tussen de moleculen (enantiomeren, diastereomeren, constitutionele isomeren, verschillende conformaties).
  3. Rangschik
    1. volgens afnemende reactiviteit in SN2: methylchloride, isopropylchloride...
    2. volgens toenemende basiciteit: aniline met verschillende groepen zoals nitro, methyl...
    3. volgens afnemende nucleofiliciteit in methanol?: jodide, chloride, fluoride, bromide
  4. Verklaar aan de hand van een mechanisme
    1. Verklaar de reactiviteit in solvolyse van bromocyclopentaan, bromocyclopenteen en bromocyclopentadieen. Waarbij Bromocyclopenteen het reactiefst en bromocyclopentadieen het minst.
    2. 2,complex molecule dat in zuur milieu een OH-groep verliest en methylshift ondergaat tijdens eliminatie.
  5. Retrosynthese
    1. cyclohexeen naar COOH-groep op cyclohexeen op de plaats net naast de dubbele binding
    2. 2-broom-3,3-dimethylbutaan naar 2,2-dimethylbutaancyanide
    3. Benzeen naar 1,3,5-tribromobenzeen

9 juni 2020

  1. Vergelijk de reactie van cyclohexanon met aniline en met dibutylamine aan de hand van een mechanisme.
  2. Bespreek de stereochemie voor 2 paar moleculen. Geef voor elk stereogeen centrum de configuratie (S,R) en voor elke dubbele binding (E,Z). Geef de onderlinge relatie tussen de moleculen (enantiomeren, diastereomeren, constitutionele isomeren, verschillende conformaties).
  3. Rangschik
    1. volgens afnemende reactiviteit in elektrofiele aromaatsubstituties: tolueen, m-dinitrobenzeen, benzoëzuur, anisol, chloorbenzeen
    2. volgens toenemende basiciteit: anionen van verschillende carbonzuurderivaten
    3. volgens afnemende reactiviteit in de solvolyse met mierenzuur: isopropyljodide, tert-butyljodide, joodbenzeen, 2-fenyl-2-jood-propaan, methyljodide
  4. Verklaar aan de hand van een mechanisme
    1. Cl2 addeert aan (Z) 3-noneen. Bespreek aan de hand van een mechanisme en geef voor elk stereogeen centrum de configuratie (S,R).
    2. 2,2-methyl-hexaan-3-ol ondergaat nucleofiele substitutie met HBr ter vorming van 2-broom-2,3methyl-hexaan. Wat gebeurt er in deze reactie? Waarom gaat deze reactie op?
  5. Retrosynthese
    1. acetyleen omzetten tot 2-pentanon
    2. anisol omzetten tot p-propylanisol
    3. ethylacetoacetaat omzetten tot Cyclobutyl methyl ketone

22 augustus 2019

  1. reactie van cyclohexanon met aniline en dibenzylamine
  2. stereochemie van 2 paar moleculen, E/Z en configuratie bepalen
  3. rangschikken volgens basiciteit, reactiviteit in Sn2, reactiviteit in elektrofiele aromatische substitutie
  4. verklaar stereochemie van producten bij reactie van Br2 met (E)-3-deceen, en grignardreactie waarbij een 4ring werd geopend en een 5ring gevormd
  5. retrosynthese: Vorming cyclobutaancarbonzuur uit diëthylmalonaat (met dihalogeenalkaan uit slides), acetyleen naar pentanal

11 juni 2019

  1. reactie van cyclohexanon met aniline en dibutylamine
  2. stereochemie van 2 paar moleculen, E/Z en configuratie bepalen
  3. rangschikken volgens basiciteit, reactiviteit in solvolyse met mierenzuur, reactiviteit in elektrofiele aromatische substitutie
  4. verklaar stereochemie van producten bij reactie van Br2 met (E)-3-deceen, en een reactie met een methylshift
  5. retrosynthese: acetoacetaatsynthese,acetyleen omzetten in pentanal, friedelcraftsacylering

23 augustus 2018

  1. Dieckmannreactie
  2. stereochemie van 2 paar moleculen, configuratie en E/Z bepalen
  3. rangschikken op reactiviteit volgens basciteit, zuurheid, solvolyse
  4. Mechanismen toelichten: simpele alkylshift + grignardreactie
  5. retrosynthese
    • geen idee meer, maar je had grignard nodig
    • epoxide maken van tolueen
    • fiedelcrafts

18 juni 2018 nm

  1. Vergelijk de reactie van cyclopentanon met a) aniline b) dibenzylamine. Welke producten worden gevormd?
  2. Stereochemie
  3. Reactiviteit Sn2, basiciteit en reactiviteit EAS rangschikken
  4. Geef bij a het volledige mechanisme en bij b enkel de opeenvolgende intermediairen zodat het mechanisme duidelijk wordt
  5. Retrosynthese (geen mechanismen geven)

23 juni 2017 nm

  1. Nucleofiele aromatische substitutie van nitrohalogenide
  2. Stereochemie
  3. Reactiviteit en basiciteit rangschikken
  4. Mechanisme geven; ene was een methylshift uitvoeren, andere was een acetaal in een ring (best moeilijke)
  5. Retrosynthese
    • Acetyleen tot een diol
    • Benzeen tot een benzeen met COOH para to alkylgroep
    • Malonaat ester tot cylcobutanol

23 juni 2017 vm

  1. Hydrolyse butylacetaat in zuur en base, waarom verzeping onomkeerbaar
  2. Stereochemie
  3. Rangschik volgens
    • Basiciteit
    • Reactiviteit Sn2 (1-broompentaan, 1-chloor-3-methylpentaan, 1-chloor-2-methylpentaan, 1-chloorpentaan, joodbenzeen)
    • Reactiviteit solvolyse mierenzuur (isopropyljodide, mehtyljodide, tert-butyljodide, 2-fenyl-2joodpropaan)
    • Ingewikkeldere ringvormige structuur, OH groep protoneert en H2O gaat weg als leaving group, carbokation vormt en veel alkylshiften
    • Verklaar solvolyse reactiviteit in mierenzuur, allylische positie vs gewoon vs anti aromaat
  4. Retrosynthese
    • Malonzuurestersynthese
    • Acetyleen naar pentaan-2-on
    • Van fluorbenzeen naar een benzeen met een amine en methoxy die para staan

19 juni 2017

  1. Bespreek de claisencondensatie van butylethanoaat
  2. Stereochemie
  3. Vragen over rangschikking volgens stijgende basiciteit en reactiviteit met Sn2 reacties en reactiviteit bij solvolyse met mierenzuur.
    • Moest gy het reactiemechanisme zeggen waarbij gy eerst moest verzepen en daarna decarboxyleren.
    • Het reactiemechanisme geven van 2,2-methyl-hexaan-3-ol tot 2-broom-2,3methyl-hexaan en met behulp van HBr
  4. Retrosynthese
    • Cyclohexeen en daarop moest gy COOH op plaatsen 1 plaats verder dan de dubbele binding.
    • van acetyleen tot pentanal
    • anisol tot p-propylanisol

21/08/2015

  1. Dieckmannreactie
  2. stereochemie
    • welke best aan elektrofiele aromatische substitutie doet
    • welke meest bascisch is
    • welke snelst aan SN2 doet
    • een mechanisme dat je moest maken: een acetaal hydroliseren en dan imine maken
    • iets van eliminatie dat je moest uitleggen, ging voornamelijk over de antiperiplanaire schikking
  3. Bestand:Retrosyntheses21aug2015orgchem.png

15/06/2015 namiddag

  1. Bespreek de chlorering van anisol en nitrobenzeen. (mondeling, 2 punten)
  2. Twee oefeningen waarbij je R en S moest bepalen en zeggen of het stereomeren/enantiomeren/... zijn (schrijftelijk, 2 x 1 punt)
  3. Drie oefeningetjes waarbij je moet rangschikken:
    • welke is het meest basisch
    • Welke gaat het snelst reageren in een SN2 reactie
    • Welke reageert het snelst in solvolyse met mierenzuur (schriftelijk, 3 x 1 punt)
    • Een hele vage molecule die dmv zuur mileu omgezet wordt in een andere nog vagere molecule. (oplossing: was door heel veel hydrideshiften en sterische hinder)

Bestand:Vaagmoleculeorgvragen.png

    • Een molecule A die trans stond en een molecule B die cis stond (of andersom) een van de twee gaf één molecule na eliminatie, de andere gaf er twee. Waarom? (oplossing: antiperiplanaire shizzle die bij eliminatie staat) (Mondeling 2 x 2 punten)
  1. Drie retrosyntheses (schrijftelijk, 3 x 3 punten)

15/6/2015 voormiddag

  1. (mondeling): vergelijk de reactie van een primair en een secundair amine met een keton en wat zijn de verwachte producten.Ook de pH hierbij verklaren (2ptn)
  2. R en S geven 2x 2 moleculen + de relatie tussen de 2 moleculen (2x1 ptn)
  3. 3 rangschikvragen elk op 1 punt. Wat is het zuurst? Welke reageert het best met...? en nog ene die ik ni meer weet.
  4. (mondeling):
    • leg de additie van dibroom uit aan een (E)-1-noneen in waterig milieu. Geef alle producten en duid de stereocentra aan en geef R en S. (2ptn)
    • Substitutie van een secundair alcohol da een broomalkaan geeft. Hier staat de broom niet waar de OH groep stond waarom? (tertiare carbokationen zijn stabieler dan secondaire dus er was een omvorming) (2ptn)
  5. drie synthesen waarbij ge geen mechanismen moet geven. (3x 3ptn)

24 juni 2014

  1. Vergelijk de bromering van anisol en nitrobenzeen.
  2. Geef aan of de volgende paren moleculen diastereomeren, enantiomeren of identieke verbindingen zijn. Bepaal R/S voor elk stereogeen centrum.
    • Rangschik volgens toenemende reactiviteit in S<sub>N</sub>2: 4-jood-anisol, 1-broom-2-methylhexaan, 1-broompentaan, 1-broom-2,2-dimethylhexaan, 1-broom-3-methylhexaan
    • Rangschik volgens toenemende basiciteit: <center>Bestand:3b.jpg</center>
    • Rangschik volgens afnemende zuurheid: 2-hexeen, 1-butyn, dichloorazijnzuur, 5,5,5-trifluoropentanol, 2,4-pentaandion
    • Geef een aanvaardbaar mechanisme voor de volgende omzetting. Welk product wordt er nog gevormd? <center>Bestand:4a.jpg</center>
    • Verklaar voor de solvolyse met mierenzuur de waargenomen reactiviteit C < A < B aan de hand van een mechanisme. <center>Bestand:4b.jpg</center>
  3. Synthese <center>Bestand:5.jpg</center>

18 juni 2014

  1. Vergelijk de bromering van anisol en nitrobenzeen.
  2. Enantiomeren, diastereomeren, bepaal R/S
    • Rangschik volgens afnemende reactiviteit in Sn2.: 1-chloorpentaan, 1-chloor-2-methylpentaan, 1-chloor-3-methylpentaan, 1-joodpentaan, chloorbenzeen
    • Rangschik volgens toenemende basiciteit: anion van keton, ester, diester, diketon, ketoester.
    • Rangschik volgens afnemende reactiviteit in solvolyse met mierenzuur: isopropyljodidi, tert-butyljodide, methyljodide, 2-fenyl-2-joodpropyl.
  3. Geef mechanisme
    • aldolcondensatie
    • substitutie van 2,2-dimethyl-3-hexanol met HBr (omlegging).
  4. Synthese
    • hexaandizuur tot 2-methylcyclopentanon
    • keton tot shiffbase
    • benzeen tot trichloorbenzeen in meta positie ten opzichte van elkaar.

24 juni 2011

  1. Wat is de rol van DCC (cicyclohexylcarbodiimide) in de nucleofiele substitutie van een carbonzuur en een amine. Illustreer het mechanisme met de reactie tussen benzoëzuur en dimethylamine. Wat is een alternatieve manier? (geen mechanisme).
  2. Zijn de volgende paren van moleculen verschillende manieren om hetzelfde molecule weer te geven of zijn het enantiomeren, diastereomeren, verschillende conformaties, ... Bestand:2a.png Bestand:2b.png Bestand:2c.png
    • Rangschik volgens toenemende zuurheid: 1-hexeen (A); dibroomazijnzuur (B); 2-butyn (C); 3,3,3-trifluorpropanol (D); pentaan-2,4-dion (E)
    • Rangschik volgens toenemende basiciteit: Bestand:3b.png
    • Rangschik volgens afnemende reactiviteit in een elektrofiele aromatische substitutiereactie: anisol (A); p-dinitrobenzeen (B); tolueen (C); benzonitril (D); chloorbenzeen (E)
  3. Geef een aanvaardbaar mechanisme voor volgende omzettingen:
    • HINT: het zuur reageert eerst met de C=C dubbele binding
    • Geef het mechanisme en ook een volgorde voor X (=F, Cl, Br, I) qua reactiviteit: Bestand:4b.png
  4. Syntheses (geen mechanismen vereist):
    • Synthetiseer één van beide moleculen: Bestand:5a.png
    • Gebruik het weergegeven keton, butaanzuur en benzeen om volgende omzetting te verwezenlijken. De Wittigreactie is niet mogelijk wegens tetragesubstitueerd alkeen. Bestand:5b.png
    • Hoe kan men dit eindproduct maken uit cyclohexanon?

Bestand:5c.png

10 juni 2011

  1. Wat is de rol van DCC (dicyclohexylcarbodiimide)in de nucleofile acylsubstitutie van een carbonzuur en een amine. (Mechanisme) Wat is een alternatief voor deze reactie? (geen mechanisme)
  2. Identificeer de stereochemische relatie tussen de moleculen van elk van de volgende paren. Stellen de tekeningen verbindingen voor die identiek zijn, of zijn ze enantiomeren, diastereomeren, constitutionele isomeren, verschillende conformaties? Voor elk stereocentrum in die moleculen, geef aan of de configuratie R of S is.
    • 2-methylcyclohexanol
    • newmanprojectie met zaagbokprojectie vergelijken van 2 enantiomeren (bijvraag: wat is de definitie van enantiomeren)
    • 2,3,4 pentaantriol
    • Rangschikken naar toenemende zuurheid: 2-hexyn; 1-hexyn; 2,2,2 trifluorethanol; een beta-diketon; dichloorazijnzuur
    • Rangschikken naar toenemende reactiviteit in een elektrofiele aromatische substitutie (tolueen, anisol, m-dinitrobenzeen, fluoorbenzeen en benzonitril)
    • Rangschikken naar toenemende basiciteit: anionen van esters en ketonen.
  3. Syntheses: Bestand:Organische Retrosynthese 10 juni 2011.jpg

18 juni 2010

  1. Bespreek de nucleofiele substitutie van nitrogesubstitueerde arylhalogeniden door natriummethoxide.
  2. Identificeer de stereochemische relatie tussen de moleculen van elk van de volgende paren. Stellen de tekeningen verbindingen voor die identiek zijn, of zijn ze enantiomeren, diastereomeren, constitutionele isomeren, verschillende conformaties? Voor elk stereocentrum in die moleculen, geef aan of de configuratie R of S is.
    • Rangschikken naar toenemende basiciteit
    • Rangschikken naar toenemende reactiviteit in een elektrofiele aromatische substitutie (tolueen, anisol, m-dinitrobenzeen, fluoorbenzeen en benzonitril)
    • Welke verbinding(en) is (zijn) aromatisch volgens de regel van Hückel? De vrije elektronenparen zijn niet weergegeven maar zijn wel aanwezig. Bestand:Huckel.jpg
    • Verklaar de volgende reactie met een aanvaardbaar mechanisme. Hint: Cyclopropanon is zeer reactief t.o.v. een nucleofiel Bestand:Omzetting.gif
    • Menthylchloride en neomentylchloride (zie onderstaande figuur) ondergaan eliminatie bij behandeling met natriumethoxide in methanol. Eén van de stereo-isomeren reageert veel sneller. Welke en waarom? Bestand:Menthyl.jpg
  3. Syntheses: Bij de derde stond gegeven dat het via een beta-keto-ester moest.

Bestand:Retro2010.gif

19 juni 2009

  1. Claisencondensatie van ethylpropanoaat
  2. stereoisomeren en R/S aanduiden
    • is het molecule aromatisch
    • rangschik volgens basiciteit
    • rangschik de producten volgens reactiviteit in EAS
    • darzens reactiemechanisme
    • reactie van natrium jodide op S 1-broom-2-methylbutaan
  3. 3 Synthesen

8 juni 2009

  1. NH2OH+aceton, waarom optimaal bij 4.5 pH
  2. stereoisomeren en R/S aanduiden
    • is het molecule aromatisch
    • rangschik anionen volgens stabiliteit
    • rangschik de producten volgens reactiviteit in EAS
    • darzens reactiemechanisme
    • E2 eliminatie op (2S,3S)-2-broom-3-fenylbutaan: regioselectiviteit bespreken
  3. synthesen: Bestand:Organische2009.png

23 juni 2008

  1. Aceton en hydroxylamine. ph-afhankelijkheid. waarom niet te zuur/niet te basisch.
  2. R en S bepalen, zegge of het diastereomeren, enantiomeren ... zijn.
  3. aromatisch of niet?
  4. anionen naar basiciteit, waren moleculen met 1 of 2 carbonyls op
  5. Reactiviteit van aromaten bepalen in EAS
  6. carbonyls een chirale koolstof ernaast (alphapositie dus) ondergaan racemisatie via enol/enolaat in zuur/basisch milieu. Met alpha-aminozuren gaat dat niet, noch in basisch noch in zuur milieu. waarom? gebruik l-phenylalanine (structuur gegeven) als voorbeeld.
  7. Bepalen van conformatie van het product na E2 van 2-broom-3-fenyl-butaan
  8. Synthesen

10 juni 2008

  1. Dieckmann reactie
  2. Bepalen of moleculen: enantiomeren, diastereomeren... zijn
  3. Amine naar basisiteit schikken
  4. Reactiviteit van aromaten bepalen in EAS
  5. Basiciteit van aminen bepalen
  6. Reactiemechanisme van een epoxidevorming
  7. Bepalen van conformatie van het product na E2 van 2-broom-3-fenyl-butaan
  8. Synthesen

9 juni 2008

  1. Dieckmann reactie
  2. Bepalen of moleculen: enantiomeren, diastereomeren,... zijn
  3. Stabiliteit van anion bepalen (er zat een aromaat op)
  4. Reactiviteit van aromaten bepalen in EAS
  5. Basiciteit van aminen bepalen
  6. Reactiemechanisme van een acetaalvorming en zeggen waar zuurstof en oorspronkelijke carbonylfunctie naar toe is
  7. Bepalen van conformatie van het product na E2 van (2R,3S)-2-broom-3-fenyl-butaan (niet meer zeker van absolute configuraties)