Wijsbegeerte

Uit Chemika Examenwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Vakinformatie

Sinds 2017 wordt dit vak gegeven door professor Jan Heylen. In 2021 heeft de assistent Stijn Conix dit vak overgenomen, omdat Heylen een sabbatical had genomen. Sinds 2022 doceert professor Heylen dit vak weer.

Examenvragen

20 juni 2022

Open vragen (2 gegeven, kies er 1 om te beantwoorden):

  1. Leg het Quine-Duhem probleem uit.
  2. ?

meerkeuze (22 vragen, met steeds 2 antwoordopties)

  1. Er is op geen enkele planeet er eenhoorn (verificatie/falsificatie)
  2. Er is op een planeet een eenhoorn die groter is dan alle andere eenhoorns op andere planeten (verificatie/falsificatie)
  3. Ceteris paribus wetten zijn? (onfalsifieerbaar)
  4. neem aan dat de gravitatiewet van newton waar is, de wetten van kepler worden verklaard alleen aan de hand van de gravititiewet van newton. Welk soort verklaring is dit?
    • elliptische verklaring
    • partiële verklaring
    • deductief-nomologische verklaring
    • ex ante factum verklaring
  5. Hypothese: "Ten minste één man op de Vliegende Hollander heeft een baard."

Observatiezinnen:

    • Jan heeft geen baard
    • Pieter heeft geen baard
    • Corneel heeft geen baard

Hulphypothese: alleen Jan, Pieter en Corneel zijn mannen op de Vliegende Hollander

Wat zou een voorbeeld van een ad-hoc-hypothese kunnen zijn?

    • Geen enkele man op de Vliegende Hollander heeft een baard.
    • Jan, Pieter of Corneel hebben toch een baard.
    • Anne is een vrouw op de Vliegende Hollander.
    • Er is nog een andere man aan boord.

10 juni 2021

open vragen (3 gegeven, kies 2 om te beantwoorden):

  1. Leg uit wat een epistemische, praktische en niet-epistemische deugd zijn en geef een voorbeeld van zo'n deugd die waardevol kan zijn binnen de wetenschap.
  2. Lakatos stelt dat het redelijk kan zijn voor een wetenschapper om vast te houden aan een regressief onderzoeksprogramma. Wat is een regressief onderzoeksprogramma en wanneer is het redelijk om hieraan vast te houden. Leg uit waarom.
  3. Wat heeft de kritiek van Hume op inductie te maken met het gebruik van waarden binnen interne delen van de wetenschap.

meerkeuze (20 vragen, 4 mogelijke antwoorden):

  1. Wat maakt volgens Popper dat de ideeën van Freud pseudowetenschap zijn in tegenstelling tot bv. de evolutietheorie?
  2. Alle studenten in deze aula zijn kleiner dan 3 meter (verificatie/falsificatie)
  3. Lysenko had commentaar op Vaviloc. Was dit
    • Een inbreuk op ideaal van waardevrije wetenschap en gesofisticeerde ideaal van waardevrije wetenschap
    • Een inbreuk op ideaal van waardevrije wetenschap, maar geen inbreuk op gesofisticeerde ideaal van waardevrije wetenschap
    • Geen inbreuk op ideaal van waardevrije wetenschap, maar wel inbreuk op gesofisticeerde ideaal van waardevrije wetenschap
    • Geen inbreuk op ideaal van waardevrije wetenschap en gesofisticeerde ideaal van waardevrije wetenschap
  4. Het voordeel van 'clean hands science' is
    • Er blijft meer vertrouwen in de wetenschap
  5. Welke uitspraak is niet juist?
    • Universalisme zorgt voor ...
    • Diversiteit is
  6. Hume zou zeggen dat dit ... is
    • Niet verifieerbaar
    • Circulair
  7. Op Mars zijn er schommelingen in methaanconcentratie, twee mogelijke verklaringen hiervoor. Op een bepaald moment heeft men aanwijzingen van basiselementen op Mars gevonden, die de basis van het leven vormen op onze aarde. Hierdoor is er veel aandacht voor mogelijk leven op Mars. De onderliggende redenering hier is
    • Vruchtbaarheid
    • Reikwijdte
    • Externe consistentie
  8. Alchemisten hebben de moderne wetenschapper beïnvloed in de zin van
    • Iets met wiskunde
    • Focus op waarneming in plaats van theorie

11 juni 2020

open vragen:

  1. Kies een van de criteria van theoriekeuze (theoretische deugd), leg bondig uit en geef een filosofisch probleem dat hierbij aansluit.
  2. Geef de problemen aan dat Popper ondervond bij het falsifieerbaarheidscriterium en leg uit hoe Lakatos deze probeert op te lossen

meerkeuze:

  1. Het atomisme lost de degressieve paradox van zeno op doordat:
    • Achilles een oneindig afstand moet afleggen om de schildpad in te halen
    • Achilles een eindig afstand aflegt om de schildpad in te halen
    • Achilles een oneindig afstand aflegt om de helft van de afstand te bekomen
    • Achilles een eindig afstand aflegt om de helft van de afstand te bekomen
  2. Welke theorie past in de "mechanische wereld"
    • Aristoteles ethertheorie
    • Keplers (denk ik) draaikolktheorie
    • nog iets
    • Newtoniaanse mechanica

20 augustus 2019

open vragen:

  1. Leg het Goodman probleem met inductie uit.
  2. Leg uit: een hypothese die gefalsifieerd is, is nog steeds betrouwbaar. (zoiets)

13 juni 2019

meerkeuze:

  1. er is geen planeet met een eenhoorn op
    • niet/wel falsifieerbaar en niet/wel verifieerbaar
  2. Aan welk criterium moest er volgens Popper voldaan worden voor een ad hoc-hypothese?
    • empirische accuraatheid
    • eenvoud
    • vruchtbaarheid
    • reikwijdte
  3. neem aan dat de gravitatiewet van newton waar is, de wetten van kepler worden verklaard alleen aan de hand van de gravititiewet van newton. welk soort verklaring is dit?
    • elliptische verklaring
    • partiële verklaring
    • deductief-nomologische verklaring
    • ex ante factum verklaring
  4. er wordt een soort gelijkaarde leeuw ontdekt op een andere planeet die lijkt op de aardse leeuw en die niet van elkaar afstammen. volgens wie horen ze tot dezelfde taxonomische groep
    • niet/wel pheneticisten niet/wel cladisten
  5. 1 god, grootste onder goden en mensen, in lichaam noch geest aan de sterfelijken gelijk, wat is gerelateerd aan deze uitspraak?
    • de-antropomorfisering van goden
    • nog wat opties, maar bovenste is juist
  6. stel dat je het voorbeeld van de paradox van de pijl zou gebruiken op het voorbeeld van achilles en de schilpad, wat is een van de onderdelen van het argument.
    • achilles beweegt niet op een moment
    • nog opties maar bovenste is het juiste
  7. wie beweerde dat er 4 elementen bestaan
    • empedocles
    • anaximander
    • anaximenes
    • thales
  8. wie weerlegde het postulaat van plato
    • copernicus
    • galileo
    • kepler
    • laatste 2
  9. hoe beschreef proclus de astronomie van ptolemaeus
    • ze deed voorspellingen voor beweging en posities
    • bovenste is juiste
  10. waarom deed copernicus beroep op epicykels op epicykels
    • om het vereffiningspunt te verwijderen
    • om het postulaat van plato te blijven volgen
    • bovenste 2
    • om de retrograde beweging van planeten te verklaren
  11. wat was het probleem met de hypothese van de roterende aarde in combinatie met de fysica van aristoteles
    • geen sterrenparallax
    • voorwerpen vallen terug naast de toren
    • nog 2
  12. wat was de invloed van griekse natuurfilosofie op Lavoisier zijn theorieën
    • zuurstof behoud eigenschappen in water
    • bovenste juiste
  13. er is minsten 1 planeet die zich het verste van de aarde bevindt
    • niet/wel falsifieerbaar niet/wel verifieerbaar
  14. bij directe falsificatie van een hoofdhypothese kan je zeggen dat:
    • de hoofdhypothese is onwaar
    • de hulphypothese is onwaar
    • de hoofdhypothese en de observatiezinnen zijn onwaar
    • geen van bovenstaande
  15. bij het voorbeeld van de kubusfabriek is er inconsistentie als
    • minstens 2 keer principe van onvoldoende reden toepassen
    • minstens 3 keer principe van onvoldoende reden toepassen
    • minstens 2 keer veralgemeend principe van onvoldoende reden toepassen
    • minstens 3 keer veralgemeend principe van onvoldoende reden toepassen
  16. een vraag zoals voorbeeld van linda de bankbediende, waar je moest zeggen wat een gewone man op straat zou zeggen
  17. een vraag waar je moest zeggen welke premissen niet bij degene van hume horen in verband met uniformiteit van de natuur
  18. er vliegt een theepot met chinese motieven rond de zon, deze stelling kan volgens welke theorie van confirmatie gedisconfirmeerd worde?
    • niet/wel hypothetisch deductieve niet/wel bayesiaanse confirmatie theorie
  19. bij voorbeeld van harvard medical school test
    • het word niet/wel geconfirmeerd, maar de het is onwaarschijnlijk/waarschijnlijk dat de persoon ziek is
  20. een accidentele generalistie is
    • feitelijk onwaar
    • tegenfeitelijk onwaar
    • niet eenvoudig
    • nog een
  21. ceteris paribus wetten zijn
    • onfalsifierbaar
    • bovenste is juist
  22. theoretische vooruitgang in een onderzoeksprogramma is er als er
    • nieuwe voorspellingen gedaan worden
    • bovenste is juist
  23. volgens wittgensteins moeten de kenmerken van wetenschap opgevat worden als
    • niet/wel individuele noodzaak, niet/wel gezamenlijk voldoende voorwaarde
  24. bij een kubusfabriek worden er 10000 kubussen gemaakt met zijde tussen 0 en 1 meter, de helft daarvan heeft een zijde tussen 0 en 1/2 meter, wat is de waarschijnlijkheid dat een kubus een zijde van 3/4 meter heeft? gebruik theorie van het eindig frequentisme
    • 1
    • bovenste is juiste

Op elke vraag kon "ik weet het niet" geantwoord worden

Open vragen

  1. wat is het verband tussen het probleem van inductie en zwakke onderdeterminatie
  2. welke elementen buiten het falsifierbaarheidscriterium moeten er nog aan toegevoegd worden voordat iets wetenschappelijk is bij poppers visie.

13 juni 2018

meerkeuze:

  1. belgië speelt tegen duitsland, ze kunnen winnen of verliezen, dit laatste kunnen ze doen door gelijk te spelen of te verliezen. Wat is de kans dat ze winnen?
    • 1/2
    • 1/3
    • 1/2 of 1/3
    • 1/2 en 1/3
  2. Wat was volgens Thales de oorzaak van aardbevingen
    • een schip door de woeste zee
    • het heel hard terecht komen van een drietand op de aarde
    • het waaien van de wind door de bomen
    • het open en toe gaan van een stoomklep
  3. Stel jij bent de natuur, hoe zou Bacon iets over jou te weten willen komen?
    • het 1 keer lief vragen
    • het meerdere keren lief vragen
    • je opsluiten in een kamer en het 1 keer vragen
    • je opsluiten in een kamer en het meerdere keren vragen
  4. De studenten die de les filosofie hebben gevolgd hebben last van een onvoelbaar, onruikbaar, onzichtbaar kriebelend beestje. Deze uitspraak is:
    • verifieerbaar en falsifieerbaar
    • verifieerbaar maar niet falsifieerbaar
    • niet verifieerbaar wel faslifieerbaar
    • niet verifieerbaar en neit falsifieerbaar
  5. Er zijn 170 miljoen nederlanders waarvan 60 duizend groter zijn dan 2 meter. Wat is de kans (volgens 1 of ander model) dat een nederlands kind groter dan 2 meter is?
    • 1
    • 3/850
    • 0
    • onbepaald
  6. Hoe verwoorde Osiander het wereldbeeld van Copernicus voor de kerk?
    • instumenteel gebruikt
    • nog 3 antwoorden maar het bovenste is het juiste ;)
  7. Tot nu toe is altijd deductief waargenomen dat Natriumcarbonaat oplost. Waarom kunnen niet bewijzen dat natriumcarbonaat in 2100 ook zal oplossen?
    • Er bestaan geen axioma's in de chemie
    • het is mogelijk dat natriumcarbonaat oplost
    • in de toekomst gaat natriumcarbonaat niet oplossen
    • en nog eentje

Op elke vraag kon ook "weet niet" worden geantwoord!

Open vragen:

  1. modules, 1 van die vragen
  2. Wat was volgens Popper het probleem met de uitspraak dat wetenschap werkte volgens inductie

14 juni 2017

  1. leg uit hoe de opvattingen van Pythagoras en descartes hebben bijgedragen tot de huidige moderne natuurwetenschappen
  2. Leg het Quine-Duhem probleem uit aan de hand van een casus (een experiment in Cern gaf aan dat deeltjes sneller bewogen als licht, dit zou niet kunnen volgens Einsteins hypothese, uiteindelijk leek de fout te liggen aan het verkeerd verbonden zijn een kabel). Hierbij moet je ook ad hoc hypothese uitleggen, want dit wijst op het feit dat ze de fout steken op de kabel om de hoofdhyptose af te schermen
  3. Schijf van Pointcaré waarbij je dit moet reflecteren aan de Bayensiaanse confirmatietheorie; eigenlijk dus gewoon bayensiaanse confirmatietheorie uitleggen
  4. Hume en het probleeem van symmetrie + oplossing; ook nog iets met regulatriteit en causale afhankelijkheid
  5. leg uit: ceteris paribus wet + Ruse's 5 kenmerken van wetenschap
  6. beantwoord één van de volgende vragen:
    • -
    • -
    • Leg het biologisch soortenconcept uit en evalueer het kritisch
    • Wat is het verschil tussen enerzijds elementen als ‘eenvoudige substanties’ en anderzijds'reele elementen’ of fundamentele substanties? Wat is de relatie met de periodieke tabel van Mendelejev?

voorbeeldexamen 2017

  1. Leg uit: de mechanisering van het wereldbeeld ondersteunde de opgang van de experimentele methode.
  2. Leg het Quine-Duhem probleem uit.
  3. Wat is het nieuwe raadsel van Goodman en hoe verhoudt het zich tot Humes probleem van inductie?
  4. Hoe lost Lewis’ theorie van causale afhankelijkheid het probleem van symmetrie op? Leg kort uit wat het probleem van symmetrie is en wat de theorie van Lewis inhoudt.
  5. Beoordeel het volgende criterium: wetenschap is tentatief.
  6. Beantwoord één van de volgende vragen:
    • Wat zegt de eerste onvolledigheidsstelling van Godel?
    • In welke zin zijn observaties van oceaantemperatuur theoriegeladen?
    • Bespreek de relatie tussen de keuze voor een bepaald soortconcept en het aantal soorten lemuren op Madagascar.
    • Wat werd gezien als een belangrijke graadmeter van het succes van Mendelejev? Plaats hierbij kanttekeningen