Genetica

Uit Chemika Examenwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Vakinformatie

Vak van het tweede semester 1e jaar biochemie en biologie. Ook tweedejaars chemisten en geologen kunnen hier zitten. Gedoceerd door Prof. Filip Volckaert.

Examenvragen

19 juni 2017 vm

  1. stelling "koppelingskaarten geven goed de afstand weer" juist/fout
  2. tekening van DNA-replicatie aanvullen
  3. oefening dihybride kruising
  4. uitleg 'chimeren'; denkvraag over toepassing
  5. begrippen uitleggen: promotor, proteasoom, proteomica, prokaryoot, Punnett-vierkant

16 juni 2017

  1. stelling over meiose en mitose
  2. tekening van trp operon
  3. oefening van overkruising, x-gebonden allelen
  4. hunchback, antennepedia (?) en engrailed bij drosophilia, waar denk je aan en waarin verschillen ze
  5. operon, openleesraam, pleiotropie, overkruising en gap genes

juni 2016

  1. foto plasmide
  2. hoeveelheid enkelstrengig en dubbelstrengig DNA bepalen
  3. weet rest neit meer (pfff zwak)

juni 2015

  1. Kan genetische clonering helpen in de veredeling van planten?
  2. Een foto van een Himalaya kat
  3. Een hele moeilijke oefening over de afstanden op chromosomen
  4. Een diploïde cel heeft 16 chromosomen, hoeveel zijn dit er na de metafase van meiose I? En hoeveel na de anafase? Teken de anafase.
  5. Begrippen waaronder codon, conservatief, replicate,...

17 juni 2014

  1. DNA banken zijn uitermate geschikt om het genoom te onderzoeken
  2. Tekening verklaren (epistasie : maiskolf die paars kleurde door 2 enzymen)
  3. Oefening stamboom maken+ chromosomen uitleggen (klinefeltersyndroom)
  4. Oefening op mitose/meiose
  5. repressor, regulatorisch eiwit, replicatie, replisoom en restrictie endonulease

16 juni 2014 namiddag

  1. Stelling: meiose heeft dezelfde rol in de levencycli van een bacterie, Neurospora en Arabidopsis.
  2. Tekeningetje van Translatie-initiatie
  3. Oef over het Lac-operon
  4. Een origineel peptide en een gemuteerd (1deletie en 1 insertie) Bepaal de base in weg en erbij is, en bepaal de mRNA sequentie van beide.
  5. Woordjes: domesticatie, ras, homologe structuren, morfogenese

16 juni 2014 voormiddag

  1. stelling: Neaderthalers hebben geen sexueel contact gehad met de moderne mens
  2. foto van nucleosome die verschuift op dna streng (pg 317)
  3. oefening over driepuntskruising
  4. oefening openleesraam zoeken en bijhorende polypeptide
  5. woordjes: translocatie, tRNA, transciptoom, transcriptieplaats

13 Juni 2013 NM

  1. Stelling: Genetische kaarten zijn hetzelfde als fysieke kaarten van het genoom.
  2. Foto van een 3D-tRNA molecule: bespreek de figuur
  3. Vraagstuk over recombinante genen en de allelpositie bepalen aan de hand van hoeveel vliegen van een bepaalde recombinant er zijn.
  4. Vraagstuk over een zeldzame ziekte met stamboom: enkele kansberekeningen etc.
  5. Woordjes: Deletie, Excisie-reparatie-resynthese, DNA bindingsdomein, Cytokinese


13 Juni 2013 VM

  1. Vergelijken van Meiose II met mitose. Heel goed de nadruk leggen op het verschil in functie
  2. tryptofaan operon
  3. Zo een oefeningetje met Lac-operon zoals op de taak
  4. Nog een oefeningetje op een X-gebonden recessieve ziekte (niet moeilijk)
  5. wat begrippen verklaren

Prof helpt u goed op weg als ge het niet weet

10 Juni 2013 VM

  1. Stelling: Het niet-nucleale genoom is identiek voor planten en dieren.
  2. Karyogram van iemand met trisomie 21 (syndroom van Down). Bespreek.
  3. Vraagstuk: a)De kans op een meisje is 0.5, hoe groot is dan de kans dat een gezin van 4 kinderen bestaat uit 3 meisjes en 1 jongen. b) De eigenlijke kans op een meisje is 0.49, hoe groot is nu de kans dat een gezin bestaat uit 3 meisjes en 1 jongen. c) Hoe groot is de kans als het eerste kind een jongen is en de 3 andere meisjes.
  4. Gegeven: DNA-sequentie en 2 mutaties op deze sequentie. a)Geef de aminozuursequentie gecodeerd door het DNA. b) Benoem de mutaties.
  5. 5 begrippen:
    • Alternatieve splitsing
    • Barr-lichaampje
    • Aminoacyl-tRNA synthetase
    • Apoptose
    • Basesubstitutie

31 JAN 2012 VM

  1. Stelling: TATA-box is een transcriptiefactor die een rol speelt bij de selectie van de juiste startplaats bij eukaryoten bij de transcriptie door RNA polymerase II.
  2. Cirkelvormig tekeningetje van de celcyclus (zo van G1, G2, S, M maar dan zonder de letters). Bespreek.
  3. Vraagstuk: kaart+afstanden van genen op het chromosoom bepalen a.h.v tabelletje met de fenotypes van de nakomelingen.
  4. Bepalen of genen in HWE staan a.h.v chi².
  5. polyploïd, polyteen chromosoom, segment-polariteit gen, selectie, semisteriliteit, stamboomanalyse, standaardafwijking, stukuitwisseling en subeenheid.


20 JAN 2011 VM

  1. Stelling: Enkel diploïde genetische informatie is overerfbaar.
  2. Bespreek: figuur 12-10 a en b (afbeelding van de hox-genen bij een muis op de 4 chromosomen en de expressie ervan tijdens de ontwikkeling)
  3. Oefening over chromosoomtransformaties: je kreeg het oorspronkelijk chromosoom 123.456789 en moest dan de transformaties benoemen en de oorspronkelijke chromosomen in synaps tekenen om te laten zien wat er gebeurd is.
  4. Moeilijke oefening over een experiment mbt facetogen bij Drosophila ifv de temperatuur(2 genotypes). De genetische variantie en de fenotypische verdeling worden geschat. Je moest bij 4 experimentele situaties 'paren van reactie-normen' tekenen die horen bij de 2 genotypes. Een experimentele vaststelling was bijvoorbeeld: 'wanneer de erfelijkheid verhoogde, verlaagde de genetische variantie' of 'bij het verlagen van de variantie van de temperatuur ging de unimodale verdeling van het fenotype over in een bimodale verdeling' ...
  5. Begrippen:
    • weifelaar
    • X-chromosoom
    • X-koppeling
    • ...


21 JAN 2010

  1. Stelling: de waterstofbruggen gevormd door nucleotiden hebben geen invloed op de structuur van DNA.
  2. Afbeelding van het gal-systeem bij gist. (Gal4 bespreken, enhancing, UAR's, beetje eukaryote transcriptie-initiatie,...)
  3. Oefening van staartlengte bij varkentjes. Eentje heeft een lengte van 6cm, de andere van 30cm, en de nakomeling een van 18cm. Voor de F2-generatie 1/64 met staart van 6cm, en 1/64 met een staart van 30cm, en daartussen worden de lengtes 10,14,18,22,26 waargenomen, met het meeste nakomeling een staart van 18cm. En daar een aantal vragen over, die voortbouwen op "van hoeveel genen hangt de staartlengte af".
  4. Een welhaast analoge oefening van 5 soorten tarwe (wit, lichtrood, half rood, half donkerrood, donkerrrood).
  5. Begrippen:
    • Enhanceosoom
    • Epigenetisch stilleggen of "silencing"
    • Epistasie
    • Epigenetische merker
    • Erfelijkheid in de ruime zin
    • Homeologe chromosomen
    • Homoloog chromosoom
    • Homologie-afhankelijk herstel
    • Homogametisch geslacht
    • en nog 1...


20 JAN 2010

  1. Wat gebeurt er met RNA nadat het is afgeschreven van DNA dankzij RNA polymerase. Is er een verschil tussen pro en eukaryoten.
  2. foto van menselijk genoom. Beschrijf wat je ziet.
  3. makkelijk vraagstuk over autosomaal resessieve aandoening
  4. Ne moeilijke over Hardy-Weinberg.
  5. Begrippen.
    • heterozygon
    • hetersis
    • Hfr
    • hexaploid
    • polypoide


19 JAN 2010

  1. stelling: Bicoid eiwit heeft een invloed op de paarrolgenen
  2. fig 11.2
  3. oefening op allelfrequentie bij een gegeven populatie met fenotypes van bloedgroepen
  4. chi²-oefening met hypothesetest, p-waarde,...
  5. woordjes:
    • genconversie
    • topoisomerase
    • inversielussen
    • homozygoot inversie
    • kandidaatgen
    • tetraploïd
    • tetrade
    • nog drie andere...


18 JAN 2010

Mondeling:

  1. Figuur van het fragiel-X syndroom
  2. de evolutie van genen gaat aan constante snelheid en houdt geen rekening met de gedegenereerde code..

Schriftelijk:

  1. een stamboom
  2. vraag over H² en h²
  3. pak definities


JAN 2010

Mondeling:

  1. Gaat genevolutie met een constante snelheid? (zonder rekening te houden met gedegenereerde codes)
  2. tekening van fragile X syndroom

Schriftelijk:

  1. Oefening met een stamboom
  2. een oefening op erfelijkheid
  3. hele hoop begrippen waar bijna allemaal gen of genetisch in voor kwamen....


JAN 2009

Mondeling:

  1. Stelling: Klinefelter-,turner- en downsyndroom zijn het gevolg van foute recombinatie
  2. Figuur bespreken: fig 10-4 in boek
  3. Juist of fout: de meiose speelt dezelfde rol in de levenscyclus van een bacterie, neurospora en een plant

Schriftelijk:

  1. Een ziekte, veroorzaakt door een mutatie op het 7de chromosoom vetoont bij de mensen met deze ziekte ernstige botafwijkingen in het gelaat. Beschouw de volgende waarnemingen en trek bij elke een conclusie:

a. 75% van de mannen , cariotype 23 vertoont bij deze afwijking ernstige tekenen van het andere geslacht b. Vrouwen , heterozygoot voor deze ziekte vertonen geen afwijkingen c. Het ziektegen vertoont 75% gemeenschappelijkheid met een gend dat ligt op het X chromosoom en bepalend is voor de ontwikkeling van de vrouwelijke geslachtskenmerken.

  1. Woordjes


29 JAN 2008

Mondeling:

  1. Stelling: operons hebben enkel negatieve regulatie.
  2. Figuur: 8.4 boek, over transcriptie algemeen

Schriftelijk:

  1. In 1931 vond Stern twee verschillende translocaties in drosophila. Hij ontdekte vrouwtjes met een extra stuk van het Y-chromosoom op hun X-chromosoom en andere vrouwtjes met een extra stuk chromosoom IV op hun X. Hij bestudeerde twee geslachtsgekoppelde genen: vleeskleurig (vle recessief) en staafvormig (St dominant). We kruisen dihybride staafvormige vrouwtjes met heteromorfe chromosomen (mutante allelen gelegen op X stuk van X-IV) met hemizygote vleeskleurige mannetjes met normale chromosomen. Teken de cytogenetische resultaten en beschrijf de genotypes/fenotypes van de nakomelingen.
  2. Een fruitvlieg is heterozygoot voor een paracentrische inversie. Na vele pogingen bleek het onmogelijk homozygoten voor de inversie te kweken. Wat is de meest waarschijnlijke verklaring hiervoor?
  3. Woordjes: A-plaats, cosupressie, dna-transposon, enol, epigenetische overerving, interferentie, klinefeltersyndroom, oncogen, plaque, silencer


28 JAN 2008

Mondeling:

  1. Stelling: Transcriptie en replicatie zijn genetisch gelijkaardige processen.
  2. Figuur 9-11 uitleggen (figuur over ribosomen).

Schriftelijk:

  1. Een oefening op recombinanten waarbij je moest zeggen of de genen gekoppeld waren en de kaartafstanden moest weergeven op een kaart. Ook moest je de genotypes van de ouders geven.
  2. Je kreeg zo'n tabelleke zoals bij lac operon en je moest zelf de + en - aanvullen.
  3. 10 woordjes: provirus, penetrantie, proto-oncogen, epigenetisch stilgelegd, F-, enzovoort